In deze rubriek worden naast de planetoïden van de planetoïdengordel, de diverse aardscheerders (planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen) behandeld. Voor Ceres verwijzen we naar de rubriek 'dwergplaneten'. Voor een overzicht van naar Nederlanders genoemde planetoïden, zie hier.

3 mei 2017
Wanneer een forse planetoïde zich in het aardoppervlak boort, ontstaat een dito krater. Maar volgens een internationaal team van aardwetenschappers, onder Ierse leiding, blijft het daar soms niet bij. Uit onderzoek blijkt dat zo’n grote inslag soms wordt gevolgd door een langdurige periode van intense vulkanische activiteit. De aardwetenschappers hebben gesteenten onderzocht die zijn aangetroffen in een van de grootste inslagbekkens op aarde: die bij Sudbury (Canada). Daar is 1,85 miljard jaar geleden een minstens tien kilometer groot object ingeslagen. Het daarbij gevormde bekken vulde zich in eerste instantie met gesteente dat bij de inslag is gesmolten en later met een mengelmoes aan stenen die rijk zijn aan kleine vulkanische deeltjes. Uit het onderzoek blijkt dat de samenstelling van die vulkanische deeltjes mettertijd veranderde. Kort na de inslag was het vulkanisme waarbij zij zijn gevormd een direct gevolg van de smelting van de aardkorst. Later lijkt het vulkanisme echter te zijn gevoed door magma dat van grotere diepten kwam. En dat proces ging nog tot lang na de eigenlijke inslag door. Volgens de wetenschappers betekent dit dat grote inslagen meer impact hebben gehad op de jonge aarde dan tot nu werd aangenomen. Ze hadden niet alleen desastreuze gevolgen voor het aardoppervlak, maar brachten mogelijk ook veel materiaal uit het inwendige van de planeet naar boven. (EE)
Ancient meteorite impact sparked long-lived volcanic eruptions on Earth

28 april 2017
Japanse wetenschappers hebben met behulp van computermodellen de toestand onderzocht van de twee ringen rond de planetoïde Chariklo. De simulatie laat zien dat de ringen instabiel zouden moeten zijn: hun levensduur zou hooguit honderd jaar bedragen. Dat ze toch bestaan, kan erop wijzen dat er een nog onbekend maantje om Chariklo draait, dat het ringmateriaal op zijn plek helpt houden – net zoals dat bij sommige ringen van de planeet Saturnus gebeurt. Een andere mogelijkheid is dat de ringen bestaan uit deeltjes die niet groter zijn dan een paar millimeter. In dat geval kan een ringenstelsel als dit miljoenen jaren stand houden. (Ter vergelijking: de ringen van Saturnus bestaan uit brokstukken met afmetingen van centimeters tot meters.)Met een diameter van ongeveer 250 kilometer is Chariklo – voor zover bekend – het kleinste hemellichaam van ons zonnestelsel met een ringenstelsel. De planetoïde behoort tot de zogeheten centauren: objecten die rondzwerven tussen de omloopbanen van de planeten Jupiter en Neptunus. (EE)
First Global Simulation Yields New Insights into Ring System

19 april 2017
NASA-wetenschappers hebben radarbeelden gemaakt van de relatief grote planetoïde 2014 JO25, die onze planeet afgelopen woensdag op een veilige afstand van 1,8 miljoen kilometer passeerde. De beelden laten een pindavormig object zien met een rotatieperiode van ongeveer vijf uur. De vorm van de planetoïde doet vermoeden dat hij is opgebouwd uit twee kleinere objecten die lang geleden met elkaar ‘versmolten’ zijn. De grootste van de twee lobben heeft een middellijn van ongeveer 620 meter. Het zal nog zeker vijfhonderd jaar duren voordat 2014 JO25 weer zo dichtbij komt als nu. (EE)
NASA Radar Spots Relatively Large Asteroid Prior to Flyby

19 april 2017
Als er ooit weer een planetoïde op aarde inslaat, wat eist dan de meeste slachtoffers: de verzengende hitte, het rondvliegende puin of de enorme tsunami’s? Britse aardwetenschappers hebben het onderzocht en komen tot de conclusie dat hevige winden en drukgolven de grootste bedreiging vormen (Geophysical Research Letters, 19 april). Bij het onderzoek zijn – met behulp van computermodellen – zeven effecten onder de loep genomen die door inslaande planetoïden (kunnen) worden veroorzaakt: hitte, drukgolven, rondvliegend puin, tsunami’s, windstoten, aardschokken en kratervorming. Voor elk van deze effecten is uitgerekend hoeveel dodelijke slachtoffers deze zou eisen. De berekeningen laten zien dat windstoten en schokgolven verreweg het dodelijkst zijn: meer dan zestig procent van alle slachtoffers komt voor hun rekening. De hitte die bij de inslag vrijkomt is goed voor nog eens dertig procent. Aardschokken, kratervorming en rondvliegend puin richten de minste schade aan. Ook zijn inslagen op land gemiddeld veel gevaarlijker dan planetoïden die ergens in de oceaan belanden. Deze laatste kunnen weliswaar tsunami’s veroorzaken, maar de modellen laten zien dat de hoge vloedgolven doorgaans stukslaan op het continentaal plat – de geleidelijke overgang tussen oceaan en continent. Alleen inslagen dicht bij de kust veroorzaken veel schade. Volgens de wetenschappers kunnen gegevens als deze worden gebruikt om de bevolking van onze planeet beter te kunnen voorbereiden op een op handen zijnde inslag. De kans daarop is overigens heel klein. De aarde wordt maar ongeveer eens in de 1500 jaar getroffen door een planetoïde met afmetingen van minimaal zestig meter. Exemplaren van 400 meter treffen onze planeet slechts maar eens in de 100.000 jaar. Daarbij komt nog dat bijna driekwart van de binnenkomende planetoïden in een van de oceanen plonst. (EE)
New Study Ranks Hazardous Asteroid Effects From Least to Most Destructive

17 april 2017
Een rotsblok met een middellijn van ca. 1 kilometer scheert op woensdag 19 april op relatief kleine afstand langs de aarde. De dichtste nadering vindt plaats om 14.24 uur Nederlandse tijd. De kleine planetoïde, met de officiële aanduiding 2014 JO25, zal de aarde dan tot 1,77 miljoen kilometer - minder dan vijf keer de afstand tussen de aarde en de maan. Het hemellichaam heeft een snelheid van 33 kilometer per seconde. Kleinere kosmische projectielen vliegen regelmatig op veel kleinere afstanden voorbij, maar in de afgelopen 13 jaar is een rotsblok met deze afmetingen niet dichter bij de aarde gekomen. De vorige keer dat 2014 JO25 de aarde zo dicht naderde, was 400 jaar geleden. Er bestaat geen enkel gevaar voor een kosmische inslag, en het kleine hemellichaam is ook niet met het blote oog zichtbaar. De astronomische videodienst Slooh wijdt wel een speciale uitzending aan de scheervlucht, in de nacht van woensdag 19 op donderdag 20 april, tussen 01.00 en 01.30 uur Nederlandse tijd. (GS)
Asteroid to Fly Safely Past Earth on April 19

29 maart 2017
Al minstens een miljoen jaar volgt een planetoïde ruwweg dezelfde baan om de zon als de planeet Jupiter, maar dan in tegengestelde richting. Het kleine hemellichaam heeft aanvaringen met de planeet en zijn gevolg van honderden andere planetoïden al die tijd weten te ontlopen (Nature, 30 maart). De planetoïde, die de aanduiding 2015 BZ509 heeft gekregen, is de enige in ons zonnestelsel – voor zover bekend dan – die in ‘retrograde’ richting om de zon draait en daarbij in de buurt van de omloopbaan van een planeet blijft. ‘BZ’ speelt dus voor spookrijder en dat houdt hij al duizenden omlopen lang vol. Waarom dit nog niet tot een botsing met Jupiter heeft geleid, is te danken aan diens zwaartekracht. Elke keer dat hij Jupiter nadert (d.w.z. tweemaal per omloop), wordt ‘BZ’ zodanig van koers gebracht dat hij de planeet afwisselend binnendoor of buitenom passeert. Netto blijft zijn omloopbaan daarbij ongewijzigd, en berekeningen laten zien dat deze situatie al minstens een miljoen jaar standhoudt. Over de in januari 2015 ontdekte planetoïde is verder weinig bekend. Hij is ongeveer drie kilometer groot en is mogelijk afkomstig uit hetzelfde buitengebied van ons zonnestelsel waar de komeet Halley vandaan komt. Het zou dus ook om een (ijsachtige) komeet kunnen gaan in plaats van een (rotsachtige) planetoïde. (EE)
A Trojan in retreat

8 maart 2017
Wetenschappers hebben een verklaring gevonden voor de opmerkelijke verdeling van rotsblokken en kleinere steentjes op het oppervlak van de planetoïde Itokawa. Beelden die de Japanse ruimtesonde Hayabusa in 2005 heeft gemaakt, laten zien dat de grote rotsblokken voornamelijk te vinden zijn op de hoger gelegen delen van de planetoïde, terwijl de ‘laagvlakten’ juist met kleine steentjes bezaaid zijn. Lang is gedacht dat deze verdeling het gevolg is van een verschijnsel dat bekendstaat als het muesli- of paranoteneffect. Dat fenomeen zorgt ervoor dat in een mengsel van grote en kleine deeltjes de grote komen ‘bovendrijven’. Vandaar dat als je een nieuw pak muesli openmaakt, de bovenste laag voor een groot deel uit noten bestaat. Het muesli-effect zou kunnen verklaren waarom rotsblokken op Itokawa aan de oppervlakte zijn gekomen. Maar waarom is dat dan niet overal gebeurd? Om dat te onderzoeken hebben wetenschappers van het Okinawa Institute of Science and Technology Graduate University (Japan) en Rutgers University (VS) experimenten en computersimulaties gedaan. Daarbij zijn ze tot de conclusie gekomen dat het sorteereffect op Itokawa samenhangt met het ontstaansproces van deze planetoïde, die in feite niet meer is dan een opeenhoping van puin. Op foto’s van Itokawa is te zien dat het volume aan rotsblokken op het oppervlak ongeveer net zo groot is als het volume aan kleine steentjes. Dat betekent dat er veel meer kleine stenen zijn dan grote, en dat de vorming van de planetoïde voornamelijk het gevolg is van kleine inslagen. Dat is cruciaal voor de verklaring van het sorteerproces. Kleine steentjes die het oppervlak van Itokawa treffen, ketsen af van rotsblokken, maar op plaatsen waar fijner puin ligt, gaan ze zich gewoon op in wat er al ligt. Hierdoor nemen eenmaal ontstane puinvlakten mettertijd alleen maar in omvang toe. De computersimulaties laten zien dat zulke puinvlakten met name op lager gelegen delen van het planetoïdenoppervlak ontstaan. Volgens de wetenschappers speelt hetzelfde sorteerproces zich ook af op grotere planetoïden. Maar omdat deze objecten vaker het doelwit zijn van grote inslagen, wordt het oppervlaktemateriaal daar niet zo netjes gesorteerd als op Itokawa. (EE)
Mechanism underlying size-sorting of rubble on asteroid Itokawa revealed

2 maart 2017
Een in twee stukken gebroken planetoïde, die tussen de planeten Mars en Jupiter om de zon cirkelt, heeft vorig jaar evenzovele stofstaarten ontwikkeld. Dat blijkt uit opnamen die zijn gemaakt met telescopen op het Canarische eiland La Palma en Hawaï. De planetoïde, met de aanduiding P/2016 J1, werd vorig jaar mei ontdekt. Drie maanden later bleek dat het om een dubbelplanetoïde ging: twee kleine objecten die op geringe afstand om elkaar heen wentelen. Zulke planetoïdenparen zijn tamelijk talrijk. Ze kunnen ontstaan als een planetoïde zo snel om zijn as is gaan draaien dat hij uiteenvalt of als deze bij een botsing betrokken raakt. Berekeningen laten zien dat P/2016 J1 ongeveer zes jaar geleden gefragmenteerd moet zijn. Daarmee is hij de jongste uiteengevallen planetoïde die we kennen. Er is nóg iets bijzonders aan P/2016 J1: de beide brokstukken vertoonden gedurende een groot deel van 2016 een komeetachtige stofstaart. Er zijn al tientallen planetoïden bekend die een dergelijke activiteit vertonen of hebben vertoond, maar het is voor het eerst dat dit bij een dubbelplanetoïde is waargenomen. De stofuitstoot van de beide helften van de planetoïde wordt toegeschreven aan de sublimatie (‘verdamping’) van ijs dat na de fragmentatie (omstreeks 2011) bloot is komen te liggen. Zowel het uiteenvallen van P/2016 J1 als de ontwikkeling van de beide stofstaarten gebeurde rond het moment dat deze zijn kleinste afstand tot de zon bereikte. (EE)
P/2016 J1: an asteroid that split in two and whose fragments, years later, developed tails

16 februari 2017
Er is een tweede planetoïde ontdekt die in dezelfde baan om de zon draait als de planeet Uranus. De planetoïde (2014 YX49) werd al eind 2014 opgespoord, maar pas medio 2016 bleek dat hij dezelfde omlooptijd heeft als Uranus. Nieuwe berekeningen hebben nu uitgewezen dat hij tijdelijk ‘gevangen’ zit in het L4-punt van het zon-Uranus-stelsel – een van de twee ‘libratiepunten’ in de omloopbaan van Uranus, waar kleine objecten een vaste positie kunnen behouden ten opzichte van de planeet. Planetoïden van dit type worden trojanen genoemd. De planeten Jupiter en Neptunus hebben talrijke trojanen, maar Saturnus heeft er voor zover bekend geen en Uranus leek er pas één te hebben. Dat komt doordat deze laatste planeten aan beide kanten van hun omloopbaan een grote planeet als buur hebben, in plaats van aan één kant. Dat maakt dat trojanen gemakkelijker kunnen ontsnappen. 2014 YX49 lijkt een slag groter dan de eerste trojaan van Uranus (2011 QF99), die maar ongeveer zestig kilometer meet. Omdat hij bij toeval werd ontdekt, vermoeden astronomen dat er bij Uranus nog meer trojanen te vinden zullen zijn. Maar door de verstorende zwaartekrachtsinvloed van de buurplaneten Saturnus en Neptunus zullen dat steevast tijdelijke trojanen zijn. Vermoedelijk behoort 2014 YX49 tot de klasse van de centaurs – een groep planetoïden die rondzwerven tussen de omloopbanen van Jupiter en Neptunus. Hij zal ongeveer 60.000 jaar geleden zijn aangekomen in het L4-punt, en over ongeveer 80.000 jaar weer daaraan ontsnappen. (EE)
Far-off asteroid caught cohabiting with Uranus around the sun

13 februari 2017
Er is een planetoïde genoemd naar de 6-jarige Tijn Kolsteren, die eind 2016 tijdens de benefietactie Serious Request van NPO 3FM met zijn nagellak-actie 2,5 miljoen euro ophaalde voor het Rode Kruis. Tijn lijdt aan terminale hersenstamkanker. Planetoïde 6327, ontdekt in 1991 door de Amerikaanse astronome Eleanore Helin, heet voortaan Tijn. Namen voor planetoïden worden toegekend door een speciale commissie van de Internationale Astronomische Unie. Eens per maand, altijd rond Volle Maan, worden nieuwe namen bekendgemaakt. Van de honderdduizenden planetoïden waarvan de banen goed bekend zijn, dragen er ruim twintigduizend een eigen naam. Daaronder zijn opvallend veel Nederlandse namen, dankzij het feit dat het Leidse astronomenechtpaar Van Houten-Groeneveld in de jaren zeventig samen met de Nederlands-Amerikaanse sterrenkundige Tom Gehrels ruim 4,5 duizend planetoïden ontdekte. (6327) Tijn beschrijft eens in de 4,58 jaar een nogal excentrische en enigszins gehelde baan om de zon, tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. De middellijn van het mini-planeetje wordt geschat op 11 kilometer; de rotatieperiode bedraagt ongeveer 18 uur. Momenteel bevindt het hemellichaam zich in het sterrenbeeld Stier, op 476 miljoen kilometer afstand van de aarde. Tijn is alleen met een grote telescoop zichtbaar. Ook de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNWVS) is met ingang van vandaag aan de hemel vereeuwigd: planetoïde 6133 heet vanaf nu Royaldutchastro. (GS)
Officiële bekendmaking van nieuwe planetoïdennamen, waaronder (6327) Tijn

9 februari 2017
De Amerikaanse ruimtesonde OSIRIS-REx zoekt vanaf vandaag naar kleine planetoïden die in dezelfde baan om de zon draaien als de aarde. De zoekcapagne duurt tot 20 februari. OSIRIS-REx, die onderweg is naar de planetoïde Bennu, doorkruist momenteel het vierde Lagrangepunt (L4) van de aarde. Dat is een punt op de aardbaan, op ongeveer 150 miljoen kilometer van de aarde. In dat Lagrangepunt kan een klein object – een planetoïde bijvoorbeeld – een vaste relatieve positie behouden ten opzichte van zon én aarde. Rond deze ‘glooiende heuvel

’ kunnen zich planetoïden verzamelen. De planeet Jupiter heeft op die manier een gevolg van duizenden planetoïden – trojanen geheten – opgebouwd. Bij de aarde is de teller tot nu toe blijven steken bij 1. Dat komt doordat het L4-punt zich vanuit de aarde gezien dicht bij de zon bevindt, wat het opsporen van aardse trojanen bemoeilijkt. Wetenschappers vermoeden dan ook dat de aarde meer trojanen heeft. Om die op te sporen zal OSIRIS-REx de komende weken 135 opnamen van zijn omgeving maken. Dat is tevens een mooie oefening voor de waarnemingen die hij in 2018 bij zijn nadering van planetoïde Bennu zal gaan doen. (EE)
NASA’s OSIRIS-REx Begins Earth-Trojan Asteroid Search

24 januari 2017
Voor het eerst is met de Europese ruimtetelescoop Gaia een planetoïde ontdekt die nog niet in de bestaande catalogi voorkwam. Wel blijkt het kleine rotsblok eerder al eens te zijn gefotografeerd. De baan kon toen echter niet nauwkeurig bepaald worden, zodat de planetoïde geen definitief nummer kreeg. Gaia verricht metingen aan posities, bewegingen, helderheden en kleuren van één miljard sterren in het Melkwegstelsel. Sinds de ruimtetelescoop in het najaar van 2014 met zijn wetenschappelijke programma begon, heeft hij al duizenden planetoïden vastgelegd - kleine, rotsachtige hemellichamen die voornamelijk tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter om de zon draaien. Tot nu toe ging het echter steeds om reeds bekende planetoïden. Dankzij verbeterde zoeksoftware is nu voor het eerst een 'nieuwe' planetoïde gevonden in de Gaia-metingen. De waarnemingen van planetoïde Gaia-606 (voorlopige aanduiding) werden in oktober 2016 verricht. Nadat de baan nauwkeurig was bepaald, werd de planetoïde op de voorspelde positie teruggevonden met een telescoop op het Observatorie de Haute Provence in Frankrijk. Het rostblok heeft inmiddels het definitieve nummer 2016 UV56 gekregen. De verwachting is dat Gaia in de toekomst nog veel meer nieuwe planetoïden zal vinden, ook binnen de baan van de aarde, en in banen die sterk geheld zijn ten opzichte van de aardbaan. Daarnaast verwachten sterrenkundigen met Gaia ook nieuwe ijsdwergen te ontdekken in de buitendelen van het zonnestelsel. (GS)
Gaia turns its eyes to asteroid hunting

19 januari 2017
Het uiterlijk van de kleine hemellichamen in het buitenste deel van ons zonnestelsel zou wel eens bedrieglijk kunnen zijn. Onderzoek met NASA’s ‘vliegende sterrenwacht’ SOFIA wijst er namelijk op dat planetoïden en dwergplaneten gecamoufleerd zijn met een dun laagje materiaal dat ergens anders vandaan komt. De SOFIA-gegevens laten zien dat het oppervlak van de dwergplaneet CERES is bedekt met aanzienlijke hoeveelheden materiaal dat uit puin van andere planetoïden lijkt te bestaan. Het materiaal is waarschijnlijk afkomstig van planetoïden die tientallen miljoenen jaren geleden zijn ingeslagen. Het is als stof neergedwarreld vanuit de interplanetaire ruimte. Tot nu toe wordt Ceres gerekend tot dezelfde categorie als waartoe driekwart van alle planetoïden behoren – de zogeheten C-klasse. Maar de mid-infraroodspectra van SOFIA laten echter zien dat Ceres aanzienlijk afwijkt van andere planetoïden van deze klasse. De onderzoeksresultaten geven aan dat het uiterlijk van een planetoïde of dwergplaneet niet per se kenmerkend is voor zijn intrinsieke samenstelling. Dat geldt niet alleen voor Ceres, maar bijvoorbeeld ook voor Pluto en andere objecten in het buitengebied van ons zonnestelsel. Het feit dat op Ceres eerder al ammoniak- en waterhoudende kleimineralen zijn aangetroffen, kan er volgens de onderzoekers op wijzen dat de dwergplaneet wellicht niet op zijn huidige plek – in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter – is ontstaan. Hij zou afkomstig kunnen zijn uit de regio van Pluto en in een later stadium richting zon zijn gemigreerd. (EE)
Observations of Ceres indicate that asteroids might be camouflaged

18 januari 2017
Het Tsjeko-meer in Siberië is niet ontstaan bij de befaamde Toengoeska-explosie in 1908. Tot die conclusie komen Russische wetenschappers die boormonsters van de bodem van het kleine meer hebben onderzocht. Bij de Toengoeska-explosie werden tot in een omtrek van tientallen kilometers hele bossen geveld. Volgens de meest gangbare theorie ligt de oorzaak bij een ongeveer honderd meter grote meteoroïde die ongeveer acht kilometer boven het aardoppervlak uit elkaar spatte. Dat kosmische rotsblok zou verder geen tastbare sporen hebben achtergelaten. In 2007 kwamen Italiaanse onderzoekers echter met de theorie dat een flink stuk van de meteoroïde zou zijn ingeslagen op de plek waar nu het Tsjeko-meer ligt. Dat vermoeden was gebaseerd op het feit dat het meer ongewoon diep is in vergelijking met andere meren in de regio, en dat er vóór 1908 nooit melding was gemaakt van het bestaan ervan. In juli 2016 is een team van Russische onderzoekers opnieuw naar het Tsjeko-meer getogen om de leeftijd ervan te bepalen. Daarbij zijn bodemmonsters genomen die inmiddels geochemisch en biochemisch zijn geanalyseerd. Uit die analyses blijkt dat de meersedimenten in het diepste deel van het meer ongeveer 280 jaar geleden zijn gevormd. Waarschijnlijk is het meer zelfs ouder dan dat, omdat niet dieper dan ongeveer een meter is geboord. Hoe dan ook: het Tsjeko-meer is ruim vóór de Toengoeska-explosie ontstaan. (EE)
Tunguska Event: Russian Scientists Debunk Meteorite Theory

4 januari 2017
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA zal begin volgend decennium twee ruimtesondes lanceren die enkele bijzondere planetoïden gaan onderzoeken. De lanceringen van de beide missies, Lucy en Psyche geheten, staan gepland voor respectievelijk 2021 en 2023. De ’robotische’ ruimtesonde Lucy brengt in 2025 een bezoek aan een van de planetoïden in de hoofdgordel tussen de planeten Mars en Jupiter. Daarna reist ze door naar Jupiter, om zes van de planetoïden te verkennen die in dezelfde baan als Jupiter om de zon draaien. Van deze zogeheten trojanen wordt aangenomen dat het overblijfselen zijn uit het vroege zonnestelsel, die mogelijk ver buiten de huidige omloopbaan van Jupiter zijn ontstaan. De missie van Psyche gaat naar de gelijknamige planetoïde, die in 2030 wordt bereikt. Er zijn sterke aanwijzing dat die ruim tweehonderd kilometer grote object grotendeels uit ijzer en nikkel bestaat. Daarin onderscheidt het zich van de meeste andere planetoïden, die vrijwel geheel uit gesteenten zijn opgebouwd. Wetenschappers vermoeden dat planetoïde Psyche ooit de kern is geweest van een planeet ter grootte van Mars, die door een reeks inslagen zijn rotsachtige buitenlagen is kwijtgeraakt. De beide ruimtemissies maken deel uit van NASA's Discovery-programma – een onderzoeksprogramma waarbij gebruik wordt gemaakt van relatief goedkope ruimtesondes. In het geval van Lucy kan flink op de kosten worden bespaard door gebruik te maken van (gemoderniseerde) versies van instrumenten die zijn ontwikkeld voor de eerdere ruimtemissies New Horizons (naar Pluto) en OSIRIS-REx (naar planetoïde Bennu). (EE)
NASA Selects Two Missions to Explore the Early Solar System

30 november 2016
De planetoïde 2015 TC25, die vorig jaar op een afstand van slechts 128.000 kilometer langs de aarde scheerde, blijkt slechts twee meter groot te zijn. Daarmee is hij de kleinste planetoïde die ooit gedetailleerd door astronomen is bekeken. Aanvankelijk werden de afmetingen van het object groter geschat. Die schatting was gebaseerd op de aanname dat 2015 TC25, zoals de meeste andere planetoïden een donker oppervlak had. Waarnemingen met een infraroodtelescoop van NASA en de radiotelescoop van Arecibo hebben echter laten zien dat het oppervlak van de planetoïde overeenkomsten vertoont met een zeldzame klasse van heldere meteorieten die ‘aubrieten’ worden genoemd. Dat betekent dat 2015 TC25 misschien wel zestig procent van het ontvangen zonlicht weerkaatst. Dat is de tien keer zoveel als de donkerste planetoïden. Vermoed wordt dat het een brokstuk is van de veel grotere planetoïde 44 Nysa, die tussen de planeten Mars en Jupiter om de zon cirkelt. De miniplanetoïde valt in dezelfde grootteklasse als de vele meteoroïden die regelmatig de aardatmosfeer binnendringen. Maar de kans dat dit binnen afzienbare tijd ook met 2015 TC25 zal gebeuren lijkt vrij klein. (EE)
It's a Bird... It's a Plane... It's the Tiniest Asteroid!

27 oktober 2016
Het aantal bekende aardscheerders, ook wel ’Near-Earth Asteroids’ (NEA’s) genoemd, is opgelopen tot 15.000. Dat is vijftig procent meer dan drie jaar geleden, en nog elke week komen er een stuk of dertig nieuwe ontdekkingen bij. De 15.000ste planetoïde die (relatief) dicht in de buurt van de aarde komt heeft de aanduiding 2016 TB57 gekregen. Hij is ontdekt bij de Mount Lemmon Survey, die onderdeel uitmaakt van de door NASA gefinancierde Catalina Sky Survey. Echt verrassend is dat niet, want 95 procent van alle NEA’s die we kennen is bij een van de NASA-surveys ontdekt. 2016 TB57 is maar een klein exemplaar: zijn grootte wordt geschat op 16 tot 36 meter. Hij zal onze planeet komende maandag op een veilige afstand van meer dan twee miljoen kilometer passeren. Een NEA is een planetoïde die de omloopbaan van de aarde periodiek tot op een afstand van minder dan 50 miljoen kilometer nadert. Geschat wordt dat inmiddels negentig procent van alle ‘aardscherende’ planetoïden groter dan een kilometer is opgespoord. Geen ervan vormt binnen afzienbare tijd een bedreiging voor onze planeet. Voor objecten van 140 meter of meer ligt dat opsporingspercentage veel lager: op ongeveer 27 procent. Tot nu toe zijn dus eigenlijk vooral de wat grotere NEA’s opgespoord. NASA streeft ernaar om dat laatste percentage voor het einde van 2020 ook tot negentig te hebben opgevoerd. (EE)
Catalog of Known Near-Earth Asteroids Tops 15,000

20 oktober 2016
De grote planetoïde 16 Psyche – vermoedelijk de metalen kern van een verwoeste protoplaneet – lijkt water op zijn oppervlak te hebben. Dat is alleen verklaarbaar als die door andere planetoïden zijn aangeleverd. Met een middellijn van ruwweg 200 kilometer behoort Psyche tot de grootste planetoïden van de planetoïdengordel tussen de omloopbanen van Mars en Jupiter. Uit de zwaartekrachtsinvloed die hij op objecten in zijn omgeving uitoefent blijkt dat hij ook tot de zwaarste behoort. Daaruit kan worden afgeleid dat hij vrijwel geheel hij nikkel en ijzer bestaat. Vermoed wordt dat de planetoïde een restant is van een protoplaneet die, miljarden jaren geleden, bij een botsing vrijwel geheel is verwoest. Bij eerdere waarnemingen was geen spoor van water op het oppervlak van Psyche aangetroffen. Maar nieuwe waarnemingen, verricht met de NASA Infrared Telescope Facility, wijzen nu toch op de aanwezigheid van diverse vluchtige stoffen. Dat is opmerkelijk, omdat het vermeende ontstaansproces van objecten als deze daar weinig ruimte voor laat. Volgens de wetenschappers die de waarnemingen hebben verricht, zou het water op Psyche afkomstig kunnen zijn van andere planetoïden die in het verre verleden op zijn oppervlak zijn ingeslagen. Een andere mogelijkheid is dat de vluchtige verbindingen zijn ontstaan door de inwerking van de zonnewind op silicaatmineralen op het oppervlak. De resultaten van dit onderzoek worden vandaag gepresenteerd tijdens de gezamenlijke bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society en het European Planetary Science Congress (EPSC) in Pasadena, Californië. (EE)
Unexpected Discoveries On A Metal World

15 oktober 2016
Op 27 april jl. hebben Amerikaanse astronomen een nieuwe planetoïde ontdekt die op ruime afstand om de aarde lijkt te cirkelen. De ‘quasi-satelliet’ heeft de aanduiding 2016 HO3 gekregen. De 40 tot 100 meter grote planetoïde draait in een zodanige baan om de zon, dat hij – de komende eeuwen althans – de aarde bijna op de voet volgt. Het is geen uniek object: momenteel heeft onze planeet vijf van die volgers. Nog eens vier planetoïden doorlopen een zodanige omloopbaan dat ze binnenkort tot de aardvolgers kunnen worden gerekend of dat tot voor kort zijn geweest. Bij zijn jaarlijkse tocht om de zon bevindt 2016 HO3 zich voor ongeveer de helft van de tijd dichter bij de zon dan de aarde en loopt hij voor op onze planeet. De rest van de tijd is zijn afstand tot de zon wat groter, waardoor hij achterstand oploopt. Hij speelt als het ware haasje-over, maar tot een botsing met de aarde komt het nooit. Doordat de omloopbaan van quasi-satellieten niet stabiel is, maar langzaam verdraait ten opzichte van de aardbaan, komt er op enig moment een eind aan het haasje-overspel. Bij 2016 HO3 zal dat over een paar eeuwen gebeuren. (EE)
Small Asteroid Is Earth's Constant Companion

20 september 2016
Het Minor Planet Center van de Internationale Astronomische Unie (IAU), gevestigd op het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, komt met een gratis digitale nieuwsbrief over planetoïden: de Daily Minor Planet (de titel is een knipoog naar de Daily Planet, de fictieve krant waarvoor Superman Clark Kent schrijft). De nieuwsbrief gaat informatie bevatten over planetoïden in het algemeen, maar in het bijzonder over de vele zogeheten aardscheerders die met gepaste regelmaat op kleine afstand langs de aarde vliegen. Doel van de nieuwsbrief is het grote publiek meer vertrouwd maken met het onderwerp. De nieuwsbrief wordt grotendeels verzorgd door vrijwilligers van de Oracle Corporation. (GS)
Introducing the Daily Minor Planet: Delivering the Latest Asteroid News

9 september 2016
Vannacht om 01.05 uur Nederlandse tijd is vanaf Cape Canaveral de NASA-ruimtesonde Osiris-Rex gelanceerd. Zijn bestemming: de planetoïde Bennu. De ruimtesonde moet het bijna 500 meter grote hemellichaam vanuit een lage omloopbaan gaan onderzoeken en een bodemmonster ervan naar de aarde brengen. Bennu is een ‘primitieve’ en koolstofrijke planetoïde. Primitieve planetoïden bevatten materiaal dat sinds hun ontstaan – ongeveer 4,5 miljard jaar geleden – geen grote veranderingen heeft ondergaan. De analyse van de organische verbindingen die daarin worden aangetroffen moet meer inzicht geven in de samenstelling van het materiaal waaruit ons zonnestelsel, en later ook het leven op onze eigen planeet, is voortgekomen. De reis naar Bennu zal bijna twee jaar gaan duren. Om te beginnen zal Osiris-Rex een rondje om de zon maken. Hierdoor komt hij in september 2017 vanzelf weer in de buurt van de aarde. Dat resulteert in een scheervlucht langs onze planeet die de ruimtesonde de juiste koers en snelheid geeft om in augustus 2018 zijn bestemming te kunnen bereiken. Na aankomst zal Osiris-Rex in een lage omloopbaan om de planetoïde gaan cirkelen. Zijn vijf instrumenten zullen het kleine hemellichaam in kaart brengen en de fysische en chemische eigenschappen ervan onderzoeken. In juli 2020 volgt het belangrijkste onderdeel van de missie: het ophalen van het bodemmonster. Daartoe moet Osiris-Rex tot vlak boven het planetoïdenoppervlak afdalen, zodat hij met zijn robotarm een paar kilogram gruis kan inzamelen. Als deze actie slaagt, zal de ruimtesonde weer opstijgen en nog enige tijd om Bennu blijven cirkelen. Zijn terugreis naar de aarde staat pas voor maart 2021 op het programma en de verwachte aankomstdatum is 24 september 2023. Osiris-Rex vliegt dan weer langs de aarde en werpt bij die gelegenheid een capsule gevuld met het verzamelde planetoïdengruis af. Wetenschappers zijn niet alleen geïnteresseerd in Bennu als overblijfsel uit de begintijd van ons zonnestelsel. De planetoïde behoort tot de zogeheten aardscheerders: hij volgt een baan die hem eens in de zes jaar in de buurt van de aarde brengt. Tot nu toe blijft Bennu daarbij steeds op veilige afstand, maar de omloopbanen van planetoïden staan voortdurend bloot aan allerlei verstoringen. Het onderzoek van Bennu moet meer inzicht geven in de kans dat zulke verstoringen er ooit toe zullen leiden dat hij in botsing komt met onze planeet – een kans die tot nu toe erg klein wordt geacht. De verrichtingen van Osiris-Rex kunnen worden gevolgd via de website www.asteroidmission.org. (EE)
To Bennu and Back

5 juli 2016
Eind vorig jaar heeft een team van astronomen, onder leiding van David Jewitt (UCLA), de Hubble-ruimtetelescoop gericht op de ‘actieve’ planetoïde 324P/La Sagra. Objecten van dit type vertonen soms komeetachtig gedrag, waarbij ze zelfs een stofstaart kunnen ontwikkelen. De pas zes jaar geleden ontdekte planetoïde La Sagra maakt deel uit van de planetoïdengordel tussen de omloopbanen van Mars en Jupiter. In die gordel zijn al meer planetoïden ontdekt die enige vorm van activiteit vertonen, en er gaan al stemmen om deze objecten als ‘hoofdgordelkometen’ te bestempelen. Hun activiteit kan overigens verschillende oorzaken hebben: botsingen met soortgenoten, fragmentatie ten gevolge van opwarming of snelle draaiing, of simpelweg verdamping van ijs. De waarnemingen van La Sagra zijn gedaan toen deze planetoïde zijn kleinste afstand tot de zon bereikte en daardoor enigszins opwarmde. De onderzoekers schrijven de uitstoot van stof die de kleine planetoïde daarbij vertoonde toe aan de sublimatie van ijs dat vlak onder zijn (stoffige) oppervlak ligt. Volgens hen is het minder waarschijnlijk dat de inslag van een kleine soortgenoot de oorzaak is geweest: daarvoor verloopt de uitstoot van stof te gestaag. De astronomen schatten dat La Sagra op deze manier per omloop ongeveer 40.000 ton aan massa verliest. En als dat zo doorgaat is de planetoïde binnen 100.000 jaar ‘op’. Het is dus goed denkbaar dat La Sagra een van de laatste leden is van een veel grotere populatie van ‘hoofdgordelkometen’, die inmiddels bijna allemaal uitgeput zijn. (EE)
Active asteroid 324P/La Sagra observed by Hubble (Phys.org)

22 juni 2016
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA nam zich al in 2005 voor om vóór 2020 negentig procent van alle planetoïden groter dan 140 meter op te sporen die dicht in de buurt van de aarde kunnen komen. Inmiddels is wel duidelijk dat deze doelstelling lang niet wordt gehaald. En uit nieuw onderzoek blijkt dat zelfs de Large Synoptic Survey Telescope (LSST), die momenteel in Chili wordt gebouwd, tekort zal schieten. De LSST zal vanaf 2022 tien jaar lang de hemel afspeuren naar tientallen miljarden sterren en sterrenstelsels en kortstondige verschijnselen zoals nova- en supernova-explosies. Al doende worden ook planetoïden geregistreerd die de aarde naderen. Deze ’Near-Earth Objects’ of aardscheerders kunnen aanzienlijke schade aanrichten wanneer ze in botsing komen met onze planeet. Tot nu toe is naar schatting ongeveer een kwart van deze planetoïdenpopulatie opgespoord. Wetenschappers van drie Amerikaanse instituten hebben nu onderzocht hoe ver de LSST dit percentage kan opvoeren. Op basis van bestaande waarnemingen hebben de wetenschappers een kunstmatige populatie van aardscheerders met afmetingen van meer dan 140 meter gesimuleerd. Hun computermodellen tonen aan dat de gebruikelijke tactiek om de grootte van een planetoïde af te schatten aan zijn helderheid in veel gevallen niet goed uitpakt. Veel van deze objecten hebben zo’n donker oppervlak dat hun grootte wordt onderschat. De conclusie is dat hierdoor ongeveer een kwart van alle planetoïden groter dan 140 meter over het hoofd wordt gezien. En dat heeft ook consequenties voor de LSST: die zal zelfs na tien jaar speuren slechts 63 procent van alle aardscheerders gedetecteerd hebben. In hun onderzoeksartikel breken de wetenschappers dan ook een lans voor NEOCam, een infraroodsatelliet die in 2021 kan worden gelanceerd mits NASA daar in september van dit jaar groen licht aan geeft. Samen met de LSST kan NEOCam de doelstelling om negentig procent van alle aardscheerders op te sporen alsnog worden gehaald. Maar wel pas rond 2032. (EE)
Mapping Near-Earth Hazards

15 juni 2016
Astronomen hebben een kleine planetoïde ontdekt die een zodanige baan om de zon volgt, dat hij de komende paar honderd jaar in de buurt van de aarde blijft. Daarbij lijkt het object (2016 HO3) zelfs om de aarde te draaien. Objecten als deze worden quasi-satellieten genoemd. De ‘aardvolger’ is op 27 april jl. ontdekt met de Pan-STARRS 1 survey-telescoop op Hawaï. Zijn afmetingen zijn nog niet goed bekend, maar waarschijnlijk is hij 40 tot 100 meter groot. Tijdens zijn jaarlijkse tocht om de zon bevindt 2016 HO3 zich ongeveer de helft van de tijd dichter bij de zon dan de aarde, en haalt hij onze planeet in. De rest van de tijd is hij verder verwijderd van de zon, en loopt hij weer achterstand op. Zijn baanvlak staat een beetje schuin op de aardbaan. In de loop van de tientallen jaren schuift de baan van de planetoïde een beetje heen en weer. Deze variaties zullen er uiteindelijk toe leiden dat hij aan de ‘greep’ van de aarde ontsnapt. Tot dat moment is hij nooit verder weg dan 40 miljoen kilometer. Dichterbij dan 15 miljoen kilometer komt hij overigens niet. 2016 HO3 is een van de vijf quasi-satellieten die de aarde momenteel rijk is. Een zesde object – planetoïde 2003 YN107 – behoorde tussen 1997 en 2006 ook tot de quasi-satellieten, maar heeft zich inmiddels alweer van de aarde verwijderd. (EE)
Small Asteroid Is Earth's Constant Companion

14 juni 2016
Wetenschappers hebben, in een kalksteengroeve in Zweden, een gefossiliseerde meteoriet gevonden die ongeveer 470 miljoen jaar geleden op aarde is terechtgekomen. Het lijkt om een uniek exemplaar te gaan: de chemische eigenschappen van de ruimtesteen wijken duidelijk af van die van de meer dan honderd andere meteorieten die de afgelopen dertig jaar in de groeve zijn aangetroffen (Nature Communications, 14 juni). Het overgrote deel van de meteorieten uit de Zweedse groeve zijn zogeheten L-chondrieten – een van de meest voorkomende meteorietsoorten die op aarde worden gevonden. Wetenschappers vermoeden dat L-chondrieten overblijfselen zijn van een planetoïde die in botsing is gekomen met een soortgenoot. Voor zo’n botsing zijn dus (minstens) twee planetoïden nodig, maar de exemplaren die tot nu toe in de groeve waren aangetroffen lijken allemaal afkomstig te zijn van één en hetzelfde object. Van een tweede planetoïde werd tot nu toe niets teruggevonden.De nu onderzochte meteoriet – ‘Öst 65’ – zou wel eens het ontbrekende puzzelstukje kunnen zijn. Volgens de wetenschappers is het denkbaar dat het gaat om een fragment van de andere planetoïde die bij de botsing betrokken was. Ze vermoeden dat meteorieten van dit type zo zeldzaam zijn, omdat hun moederlichaam bij de botsing vrijwel geheel verpulverd is. (EE)
A new type of solar-system material recovered from Ordovician marine limestone

3 juni 2016
Gisteren (donderdag 2 juni) is, rond 12 uur Nederlandse tijd, een flink brokstuk van een planetoïde ontploft boven de Amerikaanse staat Arizona. De drukgolf van de explosie was voelbaar op de grond en ging gepaard met een lichtflits die tien keer zo helder was als de volle maan. Volgens NASA was het brokstuk dat de aardatmosfeer binnenkwam ongeveer drie meter groot. Het had een massa van enkele tientallen tonnen en bij de explosie kwam ongeveer 10 kiloton (TNT-equivalent) aan energie vrij. Ter vergelijking: de zes keer zo grote meteoroïde die in 2013 boven de Russische stad Tsjeljabinsk ontplofte was produceerde 500 kiloton. Schade lijkt de explosie niet te hebben aangericht. Wel was kort erna een spectaculair nalichtend spoor van de vuurbol aan de hemel te zien. Er kunnen ook meteorieten op de grond zijn terechtgekomen. (EE)
Asteroid Explodes Over Arizona (Spaceweather.com)

2 juni 2016
De planetoïden in de gordel tussen de omloopbanen van Mars en Jupiter moeten sinds hun ontstaan – 4,6 miljard jaar geleden – betrokken zijn geweest bij ontelbare botsingen. Met dat gegeven als uitgangspunt heeft een internationaal team van wetenschappers, de botsingsgeschiedenis van de planetoïdengordel gereconstrueerd. De resultaten van hun modelberekeningen, die in de Astrophysical Journal zijn gepubliceerd, zijn in goede overeenstemming met de waargenomen eigenschappen van meteorieten en planetoïden. Een planetoïde met een middellijn van 100 kilometer is in de loop van zijn bestaan maar liefst 100 biljoen kaar getroffen door projectielen met afmetingen van 10 centimeter en meer. Daarbij zijn genoeg kraters gevormd om het oppervlak van de planetoïden 100 keer te bedekken. De brokstukken van zulke inslagen verspreiden zich over het zonnestelsel, en sommige ervan komen – doorgaans ‘slechts’ miljoenen jaren later – als meteorieten op aarde terecht. De modelberekeningen laten zien dat het gros van deze ‘ruimtestenen’ afkomstig is van planetoïden met afmetingen van minder dan een paar honderd kilometer. In het kader van het onderzoek is onder meer nagegaan welke uitwerking dit voortdurende bombardement heeft op een aanvankelijk min of meer bolvormige planetoïde met een middellijn van ongeveer 100 kilometer. Het resultaat van deze simulatie vertoont sterke overeenkomsten met de planetoïde 21 Lutetia, die in 2010 van dichtbij is gefotografeerd door de Europese ruimtesonde Rosetta. Volgens de onderzoekers zijn de wat grotere planetoïden, ten gevolge van al deze inslagen, bedekt met een kilometers dikke laag stof en puin (‘regoliet’). Veel van de meteorieten die op aarde worden gevonden zouden oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van deze puinlaag. (EE)
Scientists reconstruct the history of asteroid collisions

29 april 2016
Astronomen hebben een uniek object ontdekt dat lijkt te bestaan uit materiaal uit het binnenste deel van het zonnestelsel, uit de tijd dat de aarde ontstond. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat het hemellichaam bijna zijn hele leven opgeslagen is geweest in de Oortwolk, ver van de zon (Science Advances, 29 april). Waarnemingen met de Europese Very Large Telescope en de Canada-France-Hawaii Telescope laten zien dat C/2014 S3 (PANSTARRS) een langgerekte baan doorloopt – zoals een komeet – maar tegelijkertijd rotsachtig is – zoals een planetoïde. Het is voor het eerst dat een object van dit type is opgespoord. C/2014 S3 (PANSTARRS) is ontdekt met de Pan-STARRS1-telescoop en werd oorspronkelijk geclassificeerd als een weinig actieve komeet, iets meer dan twee keer zo ver van de zon als de aarde. Zijn huidige lange omlooptijd (ongeveer 860 jaar) wijst erop dat hij uit de Oortwolk komt, en vrij recent in een baan is geduwd die hem dichter bij de zon brengt. Zijn grootte wordt geschat op 250 tot 700 meter. Anders dan andere kometen uit de Oortwolk ontwikkelde C/2014 S3 (PANSTARRS) opmerkelijk genoeg geen staart. Nauwkeurig onderzoek van het licht dat door de ‘komeet’ wordt weerkaatst heeft nu laten zien dat het een typisch voorbeeld is van een planetoïde van type S. Zulke objecten worden doorgaans aangetroffen in het binnenste deel van de planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter. Daaruit leiden de astronomen af dat dit object waarschijnlijk bestaat uit vers materiaal uit het binnenste deel van het zonnestelsel, dat miljarden jaren opgeslagen is geweest in de Oortwolk en nu weer op de weg terug is naar zijn geboorteplaats. Onduidelijk is nog hoeveel van zulke ‘rotsachtige kometen’ er in ons zonnestelsel te vinden zijn. Diverse theoretische modellen voorspellen het bestaan van zulke objecten, maar de voorspellingen van hun aantallen lopen uiteen. ‘Afhankelijk van hoeveel we er gaan vinden, zullen we weten of de reuzenplaneten door het zonnestelsel hebben gedanst toen ze jong waren, of dat ze rustig zijn opgegroeid, zonder al te veel van hun plek te komen,’ aldus de Belgische astronoom Olivier Hainaut, die heeft meegewerkt aan het onderzoek van C/2014 S3 (PANSTARRS). (EE)
Uniek brokstuk van ontstaan aarde komt na miljarden jaren terug uit de vriescel

17 februari 2016
Een internationaal team van astronomen heeft ontdekt waarom er zo weinig planetoïden zijn die de zon tot op 10 miljoen kilometer kunnen naderen. Het antwoord is even verrassend als eenvoudig (Nature, 18 februari). Het overgrote deel van de planetoïden in ons zonnestelsel bevindt zich in een gordel tussen de omloopbanen van de planeten Mars en Jupiter. Door kleine verstoringen, zoals het Poynting-Robertson-effect en de zwaartekrachtsinvloeden van de verschillende planeten, kan de cirkelbaan van een planetoïde geleidelijk in een langgerekte baan veranderen. Zo’n baan brengt de planetoïde tijdens elke omloop (relatief) dicht bij de zon. Modellen waarmee bovenstaand proces wordt doorgerekend, zijn in goede overeenstemming met de waarnemingen – op één punt na. Ze voorspellen dat het aantal planetoïden dat de zon tot op ongeveer 10 miljoen kilometer kan naderen ongeveer tien keer zo groot is als wordt waargenomen. Na een zorgvuldige analyse zijn de astronomen nu tot de conclusie gekomen dat daar maar één verklaring voor kan zijn: planetoïden die de zon zo dicht naderen, verbrokkelen. Dat klinkt nogal voor de hand liggend, maar dat is het niet: er was eigenlijk niet op gerekend dat de rotsachtige planetoïden zó gevoelig zijn voor temperatuurschommelingen. Het verbrokkelen van planetoïden kan ook twee andere vraagstukken verklaren waar astronomen al een tijdje mee worstelen. Zo bestaan er diverse jaarlijks terugkerende meteorenzwermen waarvan de oorsprong onduidelijk is. Het nieuwe onderzoek wijst erop dat de deeltjes die deze ‘regens van vallende sterren’ veroorzaken, zijn achtergelaten door objecten die te dicht in de buurt van de zon kwamen en inmiddels helemaal uiteengevallen zijn. Ook kan het verbrokkelingsproces verklaren waarom nog bestaande planetoïden die wél dicht in de buurt van de zon komen een relatief helder oppervlak hebben. Donkere planetoïden warmen sneller op en hebben mogelijk ook een andere inwendige samenstelling en structuur, waardoor ze sneller aan de hitte van de zon bezwijken. (EE)
Mystery Of Disappearing Asteroids Solved

15 februari 2016
Drie jaar na de explosie van een 19 meter groot kosmisch projectiel boven de Russische stad Tsjeljabinsk (op 15 februari 2013) is de herkomst van de reuzenmeteoriet nog steeds niet volledig opgehelderd. Het rotsblok explodeerde op 20 kilometer hoogte, waarbij 500 kiloton aan energie vrijkwam, met als gevolg een kolossale drukgolf, gesprongen ruiten en bijna 1500 gewonden. Na de inslag is in totaal 5 ton aan meteorietmateriaal verzameld, waaronder één groot brokstuk van 650 kilo. In de afgelopen drie jaar zijn ruim 200 wetenschappelijke publicaties over de Tsjeljabinsk-inslag verschenen, maar de herkomst van het rotsblok is nog steeds niet opgehelderd. Spaanse en Britse onderzoekers denken nu dat de kleine planetoïde oorspronkelijk een baan beschreef die veel leek op die van planetoïde 2011 EO40. Het zou dus kunnen gaan om brokstukken van hetzelfde 'moederobject'. Maar bij een dichte nadering langs de aarde op 15 februari 1982 zou het Tsjeljabinsk-rotsblok in een andere baan terecht zijn gekomen, met de inslag in 2013 als gevolg. De uitvoerige statistische analyse waarop deze mogelijke conclusie is gebaseerd, is gepubliceerd in The Astrophysical Journal. In een tweede artikel, dat nog moet verschijnen in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, zetten de auteurs uiteen dat meteorieten zoals die van Tslejabinks weliswaar vaak deel lijken uit te maken van een groep hemellichamen met vergelijkbare baanparameters, maar dat dat niet per se wil zeggen dat ze ook werkelijk dezelfde herkomst hebben. (GS)
The mystery about the Chelyabinsk superbolide continues three years later

23 december 2015
De planetoïde met de bijnaam ‘The Flea’ blijkt geen kleine aardscheerder te zijn. Afgelopen zaterdag leek het er nog op dat het om een enkele tientallen meters groot rotsblok ging, dat op een afstand van ongeveer 77.000 kilometer langs de aarde zou scheren. Maar inmiddels is duidelijk geworden dat bij de baanbepaling gebruik is gemaakt van een waarneming die niet bleek te kloppen. Bij een object waarvan nog maar weinig waarnemingen beschikbaar zijn heeft dat grote gevolgen. De ‘ruimtevlo’ blijkt helemaal niet in de buurt van de aarde te zijn gekomen. Het betreft waarschijnlijk een ongeveer 500 meter groot object in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Daarom heeft het Minor Planet Center van de Internationale Astronomische Unie besloten om de officiële aanduiding van het object – 2015 YB – uit de boeken te schrappen. Zodra zijn baan beter bekend is, krijgt het een nieuwe aanduiding. (EE)
MPEC 2015-Y31 : RETRACTION OF 2015 YB

12 november 2015
(493) Griseldis, een planetoïde in de hoofdgordel tussen de planeten Mars en Jupiter, is in maart van dit jaar waarschijnlijk bij een botsing betrokken geweest. Dat blijkt uit opnamen die op 17 maart zijn gemaakt met de 8-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea (Hawaï). Dat hebben astronomen vandaag bekendgemaakt tijdens de 47e bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Maryland. Op de beelden is te zien dat Griseldis een vage uitloper heeft ontwikkeld, vergelijkbaar met de staart van een komeet. Maar anders dan een komeetstaart was de uitloper van Griseldis niet van de zon af gericht. Bovendien was het verschijnsel van korte duur: een week later was er al niets meer van te zien. Omdat Griseldis ook op opnamen uit 2010 en 2012 geen bijzonderheden vertoonde, moet het haast wel om een ‘eenmalige’ gebeurtenis zijn gegaan. Volgens planeetwetenschappers zijn de waarnemingen in overeenstemming met wat er gebeurt wanneer een klein object op een planetoïde inslaat. Het is niet voor het eerst dat de gevolgen van zo’n botsing zijn waargenomen. Eind 2010 vertoonde ook planetoïde (596) Scheila opeens een ’stofstaart’. Geschat wordt dat planetoïden van deze omvang ongeveer eens in de duizend jaar worden getroffen door een soortgenoot van tien meter of groter. (EE)→ Main-Belt Asteroid Shows Evidence of March Collision

1 november 2015
Planetoïde 2015 TB145, die op zaterdag 31 oktober 2015 op een afstand van 486.000 kilometer langs de aarde raasde, is zo goed als zeker een 'dode' komeet. Dat blijkt uit onderzoek aan het hemellichaam, uitgevoerd door NASA's infraroodtelescoop op Hawaii en door de 305-meter grote radioschotel van Arecibo op Puerto Rico die radarobservaties heeft uitgevoerd. De planetoïde, die de bijnaam 'Spooky' kreeg vanwege zijn scheervlucht op Halloween, heeft op de radaropnamen wel iets weg van een doodshoofd. Het projectiel blijkt een middellijn van ca. 600 meter te hebben, en heeft een donker oppervlak. Hij draait eens in de ca. vijf uur om zijn as. Uit de infraroodhelderheid van het hemellichaam volgt dat 2015 TB145 ca. zes procent van het opvallende licht reflecteert, en vermoedelijk een komeet is die na talloze omlopen om de zon zijn vluchtige bestanddelen is kwijtgeraakt. Dat zou tevens betekenen dat het om een relatief poreus hemellichaam gaat. Op veel detailrijkere radarbeelden die met de radiotelescopen in Goldstone (Californië) en Green Bank (West Virginia) ziet 2015 TB145 er overigens veel minder doodshoofdachtig uit. Dat komt doordat deze beelden, die een dag later zijn gemaakt, een ander deel van de planetoïde/komeet tonen. Het object draait namelijk in ongeveer drie uur om zijn as. (GS)
Persbericht Arecibo-sterrenwacht

21 oktober 2015
Op 10 oktober jl. is met de geautomatiseerde Pan-STARRS-1 telescoop van de universiteit van Hawaï een nieuwe planetoïde ontdekt, die al op 31 oktober (Halloween) relatief dicht bij de aarde komt. Het komt wel vaker voor dat een aardscheerder pas kort voor ‘aankomst’ wordt ontdekt. Maar deze nieuwkomer, die de aanduiding 2015 TB145 heeft gekregen, is wel opmerkelijk groot: ongeveer 400 meter.  NASA-wetenschappers zullen de planetoïde volgen met telescopen en met het radarsysteem van het Goldstone Deep Space Network in Californië. Het object zal onze aarde op een veilige afstand van 480.000 kilometer passeren. Het zal – voor zover we nu weten – nog tot 2027 duren voordat er weer een object van dit kaliber in de buurt van de aarde komt. De late ontdekking van 2015 TB145 heeft te maken met zijn bijzondere omloopbaan, die een grote hoek maakt met het vlak waarin de planeten en de meeste planetoïden van ons zonnestelsel te vinden zijn. Die steile omloopbaan past beter bij een komeet dan bij een planetoïden, en er wordt dan ook rekening mee gehouden dat 2015 TB145 in feite een ‘uitgeputte’ komeet is. (EE)
NASA Spots the 'Great Pumpkin': Halloween Asteroid a Treat for Radar Astronomers

5 oktober 2015
Planetoïde 1999 JU3, het reisdoel van de Japanse ruimtesonde Hayabusa 2, is Ryugu genoemd, naar een fictief kasteel op de bodem van de oceaan in de oude Japanse mythe Urashima Taro. De naam is gekozen uit 7336 voorstellen die zijn ingediend in het kader van een publiekscampagne; de naam Ryugu werd in totaal 30 maal gesuggereerd. Volgens het Japanse ruimtevaartagentschap JAXA is het een zeer toepasselijke naam: de hoofdpersoon uit de Urashima Taro bracht een kistje terug uit het onderwaterkasteel; Hayabusa 2 zal een bodemmonster van de planetoïde terugbrengen op aarde. Hayabusa 2 is op 4 december 2014 gelanceerd en zal in 2018 bij Ryugu aankomen. (GS)
Name Selection of Asteroid 1999 JU3 Target of the Asteroid Explorer “Hayabusa2”

3 augustus 2015
Amerikaanse astronomen hebben vastgesteld dat sommige van de planetoïden die (relatief) dicht in de buurt van de aarde komen, afkomstig zijn uit de buitenste regionen van de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter. Ze behoren tot een zeker 1400 leden tellende familie van donkere objecten, waarvan 31 Euphrosyne (260 kilometer) de grootste is. Vermoed wordt dat de Euphrosyne-planetoïden restanten zijn van een botsing die ongeveer 700 miljoen jaar geleden heeft plaatsgevonden. Ze volgen banen die vrij steil op het baanvlak van de planeten staan. In dat opzicht vertonen ze overeenkomsten met sommige aardscheerders. Berekeningen laten zien dat de omloopbanen van Euphrosyne-planetoïden op tijdschalen van miljoenen jaren steeds langgerekter kunnen worden. Dat brengt leden van deze familie uiteindelijk in de buurt van onze planeet. De oorzaak van de baanverandering ligt bij subtiele zwaartekrachtsinteracties met de verre planeet Saturnus. (EE)
Tracking A Mysterious Group of Asteroid Outcasts

17 juli 2015
Planetoïde (436724) 2011 UW158 is geen losse verzameling gruis en stenen die door de zwaartekracht bijeen wordt gehouden, zoals veel andere planetoïden, maar is een object uit één stuk. Dat concluderen onderzoekers op basis van radarwaarnemingen van het hemellichaam die op 14 juli zijn verricht met de 305 meter grote radioschotel bij Arecibo op Puerto Rico. De planetoïde passeerde de aarde die dag op een veilige afstand van ca. 6,9 miljoen kilometer (18 maal de afstand van de aarde tot de maan). Uit de radarmetingen is afgeleid dat het rotsblok qua vorm enigszins doet denken aan een walnoot, en dat het relatief groot is, met afmetingen van ca. 300 bij 600 meter. Maar ook kwam vast te staan dat (436724) 2011 UW158 in slechts 37 minuten om zijn as draait, in overeenstemming met eerdere metingen aan de helderheidsvariaties. Een object met deze afmetingen dat zo snel roteert, moet wel uit één massief stuk gesteente bestaan, anders zou het door de middelpuntvliedende krachten uiteen zijn gevallen. Er zijn slechts twee andere snel roterende planetoïden met vergelijkbare afmetingen bekend. (GS)

20 april 2015
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn, die op 6 maart ingevangen werd door het zwaartekrachtsveld van Ceres, heeft de afgelopen weken tegen het nachtelijk halfrond van de dwergplaneet aangekeken. Op 23 april wordt Dawn echter in een kleinere omloopbaan rond Ceres gebracht; vorige week slaagde de ruimtesonde er al in om grote delen van de dagzijde in beeld te brengen. Daarbij zijn ook de mysterieuze heldere plekken op Ceres voor het eerst weer in beeld gebracht (zie ook de animatie). Planeetdeskundigen denken dat ze veroorzaakt worden door geiserachtige activiteit - Ceres bestaat voor een relatief groot deel uit ijs. (GS)
Animatie van Ceres-foto's, gemaakt door Dawn

16 april 2015
Ruimtesonde Dawn heeft opnamen gemaakt van de noordpool van de dwergplaneet Ceres. Het zijn de scherpste beelden die tot nu toe van dit hemellichaam zijn gemaakt. Dawn is op 6 maart jl. in een baan om Ceres gebracht, maar keek de afgelopen weken tegen de nachtkant van de dwergplaneet aan. Daar komt nu geleidelijk verandering in. Tegelijkertijd neemt ook de afstand tussen Dawn en Ceres af: de komende tijd kunnen dus steeds scherpere foto’s worden gemaakt. Met een gemiddelde diameter van 950 kilometer is Ceres het grootste hemellichaam van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. (EE)
Dawn Glimpses Ceres' North Pole

7 april 2015
Met het ALMA-observatorium in Noord-Chili (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) zijn de vorm en de rotatie van de grote planetoïde Juno in beeld gebracht. De resultaten worden gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Juno was de derde planetoïde die - begin negentiende eeuw - werd ontdekt. Het is een enigszins onregelmatig gevormd rotsachtig hemellichaam met een afmeting van ca. 240 kilometer. De ALMA-waarnemingen zijn verricht op 19 oktober 2014, toen Juno zich op ca. 295 miljoen kilometer afstand van de aarde bevond. In totaal zijn tien opnamen gemaakt, die vooral het zuidelijk halfrond van de planetoïde tonen. Samengevoegd tot een filmpje tonen ze duidelijk de draaiing van Juno om zijn eigen as. ALMA neemt geen gereflecteerd zonlicht waar, zoals een gewone telescoop, mar detecteert de eigen thermische straling (op millimetergolflengten) van het hemellichaam. Zulke waarnemingen bieden informatie over de samenstelling en de oppervlakte-eigenschappen van planetoïden. De waarnemingen hebben een 'resolutie' van 40 milliboogseconden. Die grote gezichtsscherpte kon bereikt worden doordat de tientallen schotelantennes van ALMA zich tijdens de waarnemingen op grote onderlinge afstanden bevonden (tot 15 kilometer), tijdens de zogeheten Long Baseline Campaign. (GS)
Asteroid Juno Seen Traveling Through Space in New ALMA Images and Animation

31 maart 2015
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft een nieuw project voor ‘burgerwetenschappers’: Vesta Trek. Met deze webapplicatie kun je de grote planetoïde Vesta verkennen, die in 2011 en 2012 gedetailleerd in beeld is gebracht door de ruimtesonde Dawn. De applicatie toont een interactieve, driedimensionale kaart van Vesta, waarop kan worden ingezoomd. Talrijke ‘tools’ stellen de gebruik in staat om diameters, hoogtes en dieptes van oppervlaktestructuren te meten. Ook kunnen gegevens over de mineralogische en chemische samenstelling van het geselecteerde gebied worden getoond. Met Vesta Trek kan ook een ‘rondvlucht’ boven het oppervlak van Vesta worden gemaakt. En wie als aandenken zijn eigen Vesta-model wil maken, wordt op zijn wenken bediend. Met behulp van de webapplicatie kun je een model van de planetoïde exporteren, dat met een 3D-printer kan worden uitgeprint. (EE)
NASA Releases Tool Enabling Citizen Scientists to Examine Asteroid Vesta

26 maart 2015
NASA heeft miljoenen opnamen van hemelobjecten, waaronder vele planetoïden, online gezet. De opnamen zijn gemaakt door NEOWISE, een infraroodsatelliet die sinds december 2013 speurt naar planetoïden en kometen die de aarde dicht kunnen naderen. In een jaar tijd heeft NEOWISE 2,5 miljoen opnamen gemaakt, en gegevens verzameld van bijna 12.000 objecten in ons zonnestelsel, waaronder 39 nieuwe ‘aardscheerders’. Daarnaast zijn ontelbare achtergrondsterren, nevels en sterrenstelsels vastgelegd. De speurtocht van NEOWISE concentreert zich met name op objecten die min of meer vanuit de richting van de zon op de aarde af komen. Daarmee is de satelliet in het voordeel ten opzichte van telescopen op aarde, die alleen de donkere nachthemel goed kunnen bekijken. (EE)
NASA Asteroid Hunter Spacecraft Data Available to Public

25 maart 2015
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft meer details gegeven omtrent de Asteroid Redirect Mission (ARM). Als eerste stap zal een onbemande ruimtesonde een enkele meters groot rotsblok oppikken van een planetoïde die relatief dicht in de buurt van de aarde komt. Dat rotsblok moet vervolgens in een stabiele baan om de maan worden gebracht, waar het door astronauten kan worden onderzocht. De ARM-missie wordt gezien als een opstapje naar een bemande missie naar de planeet Mars. Welke planetoïde het doelwit zal zijn, wordt pas in 2019 besloten, ongeveer een jaar voor de lancering van de ruimtesonde. Er zijn tot nu toe drie kandidaten: Itokawa, Bennu and 2008 EV5. De eerste kreeg in 2005 al eens bezoek van een Japanse ruimtesonde. Naar verwachting zullen later dit jaar nog meer kandidaten aan het lijstje worden toegevoegd. De ARM-missie gaat zeker enkele jaren duren. Nadat de ruimtesonde het rotsblok heeft opgepikt, zal hij ongeveer een jaar lang in een zogeheten halobaan in de buurt van de planetoïde worden 'geparkeerd'. Dat is lang genoeg om de ruimterots een klein beetje van koers te brengen. Dit deel van de missie is bedoeld om ervaring op te doen met het afweren van planetoïden die de aarde kunnen bedreigen. Als alles volgens plan verloopt, wordt het opgepikte rotsblok eind 2025 afgeleverd bij de maan. (EE)
NASA Announces Next Steps on Journey to Mars: Progress on Asteroid Initiative

23 maart 2015
In centraal-Australië is - op ca. twee kilometer diepte in de aardkorst - een kolossaal inslaggebied ontdekt. Uit de metingen, verricht als onderdeel van een geothermisch onderzoeksproject, blijkt dat de aarde lang geleden getroffen moet zijn door een planetoïde die kort voor de inslag uiteenviel in twee brokstukken van elk ca. tien kilometer groot.Het inslaggebied, in het Australische Warburton-bekken, is ongeveer 400 kilometer groot. Het bestaat uit 'koepels' van ijzer- en magnesiumrijk gesteente - materiaal uit de korst van de aarde dat 'opveerde' in reactie op de kosmische inslag - en gesteente dat als gevolg van extreem hoge druk en temperatuur in glasachtig materiaal is omgezet. Nooit eerder is zo'n groot inslaggebied op aarde ontdekt.Wanneer de inslag plaatsvond is niet met zekerheid bekend: minstens 300 miljoen jaar geleden, maar misschien nog veel eerder. Volgens de onderzoekers, die de ontdekking publiceerden in het tijdschrift Tectonophysics, zijn er ook geen 'massa-extincties' bekend die aan de kosmische aanvaring toe te schrijven zouden zijn. (GS)
World's largest asteroid impacts found in central Australia

19 maart 2015
Astronomen hebben een planetoïde ontdekt die zo snel om zijn as tolt, dat hij bezig is om uit elkaar te vallen. Het object laat een spoor van brokstukken en stof achter zich (Astrophysical Journal Letters, 20 maart). Tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter draaien honderdduizenden planetoïden om de zon. Het overgrote deel daarvan vertoont geen activiteit, maar de afgelopen jaren zijn diverse planetoïden ontdekt die komeetachtig gedrag vertonen en waterdamp verliezen. In 2010 werd voor het eerst ook een planetoïde ontdekt die van het ene moment op het andere veel stof uitstootte. Dat kon twee oorzaken hebben: het object was gebotst met een soortgenoot of draaide zo snel om zijn as dat het uiteenviel. Inmiddels zijn vier van die merkwaardige planetoïden bekend. Ze zijn niet groter dan een kilometer en door hun grote afstanden – enkele honderden miljoenen kilometers – moeilijk waarneembaar. In augustus vorig jaar hebben astronomen een van die planetoïden waargenomen met de grote Keck II-telescoop op Hawaï. Daarbij is vastgesteld dat het object, dat de aanduiding P/2012 F5 draagt, in iets meer dan drie uur om zijn as draait. En in het kielzog van de rondtollende planetoïde zijn enkele weggeslingerde brokstukken ontdekt. Daarmee is P/2012 F5 de eerste planetoïde waarbij is vastgesteld dat hij zichzelf aan flarden draait. Of ook de overige ‘stoffige’ planetoïden dit centrifuge-effect vertonen, zal verder onderzoek moeten uitwijzen. (EE)
Unusual Asteroid Suspected of Spinning to Explosion

17 maart 2015
De twee heldere plekken die in een inslagkrater op de dwergplaneet Ceres te zien zijn, zijn mogelijk het gevolg van een actief geologisch proces. Het zou gaan om een soort ijspluim die uit het inwendige van het 950 kilometer grote hemellichaam komt. Nieuwe beelden van de NASA-ruimtesonde Dawn laten zien dat de heldere plekken ook waarneembaar zijn als de krater waarin zij zich bevinden van opzij wordt bekeken. Dat betekent dat de witte structuren boven de kraterrand uitsteken en dus vrij hoog zijn. Bij zonsopkomst zijn de plekken ook duidelijk helderder dan bij zonsondergang. Dat kan betekenen dat de warmte van de zon een belangrijke rol speelt bij het ontstaan ervan. Mogelijk wordt ondergronds ijs na opwarming op de een of andere manier naar buiten geperst. Dat er ijs zit in het inwendige van Ceres komt niet als een verrassing. Planeetwetenschappers vermoeden dat het hemellichaam voor driekwart uit gesteente en voor een kwart uit ijs bestaat. (EE)
Bright spots on Ceres could be active ice

16 maart 2015
Enkele jaren geleden werd een stelsel van dunne, donkere ringen ontdekt rond de ijzige planetoïde Chariklo. Chariklo behoort tot de zogeheten centaurs - kleine hemellichamen die instabiele banen rond de zon beschrijven tussen de banen van Jupiter en Neptunus. Nieuwe metingen aan een andere grote centaur, Chiron geheten, doen nu vermoeden dat die óók wordt omgeven door een ringenstelsel.Chiron was in 1977 de eerste ontdekte centaur. Al vrij kort na de ontdekking bleek dat het hemellichaam soms komeetachtige activiteit vertoont. Ook waarnemingen aan sterbedekkingen door Chiron, in de eerste helft van de jaren negentig, leken te wijzen op het bestaan van geiserachtige fonteinen van ijs en stof.Op 29 november 2011 is opnieuw een sterbedekking door Chiron waargenomen, met telescopen in Hawaii. De resultaten van die campagne zijn nu gepubliceerd in het vakblad Icarus. Vlak voor en vlak na de eigenlijke bedekking door de ster werden korte helderheidsdipjes geregistreerd. Die zouden geproduceerd kunnen zijn door min of meer symmetrisch georiënteerde geisers, maar volgens sommige onderzoekers ligt het meer voor de hand dat Chiron - net als Chariklo - omgeven wordt door enkele dunne ringen van ijs- en gruisdeeltjes. Die zouden dan diktes van enkele kilometers hebben, en zich op ca. 300 kilometer afstand van het centrum van de centaur bevinden. Om zekerheid te verkrijgen over het bestaan van de Chiron-ringen zijn meer waarnemingen nodig. De ringen zouden het gevolg kunnen zijn van het uiteenvallen van grotere, poreuze centaurs, of ze zouden kunnen zijn ontstaan doordat de ijzige hemellichamen afkomstig zijn uit de koude buitendelen van het zonnestelsel en materiaal verliezen wanneer ze in omloopbanen terechtkomen op kleinere afstand van de zon. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

15 maart 2015
De Amerikaanse NASA heeft in samenwerking met het bedrijf Planetary Resources nieuw ontwikkelde software ter beschikking gesteld waarmee het nog beter mogelijk is om in bestaande foto's van de sterrenhemel jacht te maken op zwakke, snel bewegende objecten zoals planetoïden. Op die manier moet het aantal ontdekkingen van potentieel gevaarlijke 'aardscheerders' - kosmische rotsblokken die de aarde dicht kunnen naderen - fors kunnen toenemen. De nieuwe software is gebaseerd op algoritmen die ontwikkeld zijn in het kader van de Asteroid Grand Challenge van NASA. Deelnemers aan deze wedstrijd werden uitgenodigd om efficiënte zoekalgoritmes te ontwikkelen waarmee bewegende objecten eenvoudig en snel gevonden kunnen worden op bestaande hemelfoto's. Iedereen kan gratis van de nieuwe software gebruik maken, dus ook (gevorderde) amateurastronomen kunnen voortaan op hun eigen sterrenfoto's eenvoudig jacht maken op planetoïden. (GS)
New Desktop Application Has Potential to Increase Asteroid Detection, Now Available to Public

19 februari 2015
Voor de tweede keer in zijn carrière heeft de Nederlandse amateur-astronoom Marco Langbroek een ‘aardscheerder’ ontdekt – een planetoïde die dicht in de buurt van onze planeet kan komen. Het object werd aangetroffen op opnamen die met een Hongaarse telescoop zijn gemaakt. Astronomen in Tsjechië en Engeland hebben de ontdekking bevestigd. De planetoïde, die de aanduiding 2015 CA40 heeft gekregen, doorloopt een baan om de zon die net buiten de aardbaan ligt. In de nacht van 23 op februari a.s. passeert het naar schatting veertig meter grote object de aarde op een afstand van ongeveer 2,4 miljoen kilometer – ruim zesmaal de afstand aarde-maan. Zoals het er nu naar uitziet, komt 2015 CA40 de eerstkomende vijftig jaar niet meer zo dichtbij als volgende week.In 2005 ontdekte Marco de aardscheerder 2005 GG81. Daarnaast heeft hij ook enkele planetoïden opgespoord die deel uitmaken van de planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter. (EE)
The discovery of Near Earth Asteroid 2015 CA40

13 februari 2015
Twee jaar jaar geleden explodeerde een ongeveer twintig meter groot brokstuk van een planetoïde uiteen boven de Russische stad Tsjeljabinsk. Waar dat fragment vandaan kwam, is onduidelijk, zo blijkt uit een nieuw artikel dat in het tijdschrift Icarus is gepubliceerd. Aanvankelijk waren wetenschappers tot de conclusie gekomen dat de twee kilometer grote planetoïde 1999 NC43 de bron van de Tsjeljabinsk-meteoroïde was. De twee objecten volgden soortgelijke banen om de zon en leken zelfs een vergelijkbare samenstelling te hebben. Maar uit een nieuwe analyse van de baanparameters en spectrale gegevens, uitgevoerd door en internationaal onderzoeksteam, blijkt dat er waarschijnlijk toch geen verband tussen de twee is. Het onderzoek toont ook aan dat het heel moeilijk is om meteorieten aan een specifieke planetoïde te linken: de omloopbanen van deze objecten zijn simpelweg te chaotisch. (EE)
Two Years On, Source of Russian Chelyabinsk Meteor Remains Elusive

27 januari 2015
De 325 meter grote planetoïde 2004 BL86, die op 26 januari op 1,2 miljoen kilometer afstand langs de aarde scheerde, blijkt een 70 meter grote maan te hebben. Dat is ontdekt in radaropnamen die gemaakt zijn met de 70-meter Goldstone-antenne van NASA’s Deep Space Network. Veel andere planetoïden worden ook vergezeld door maantjes; vermoedelijk zijn ze het gevolg van botsingen met andere kleine hemellichamen in de jeugd van het zonnestelsel. Infraroodwaarnemingen aan 2004 BL86, verricht met NASA’s Infrared Telescope Facility op Mauna Kea, Hawaii, wijzen uit dat de kleine planetoïde tot de V-klasse behoort. V-type planetoïden hebben een bazaltisch oppervlak en zijn vermoedelijk brokstukken van de grote planetoïde Vesta. 2004 BL86 werd op 30 januari 2004 ontdekt. Hij passeerde de aarde op een afstand die ruim drie keer zo groot is als de afstand tussen aarde en maan. Pas in 2027 komt er opnieuw een reeds bekende planetoïde (1999 AN10) ‘op bezoek’. (GS)
Asteroid That Flew Past Earth Today Has Moon

22 januari 2015
Nieuw onderzoek roept twijfel op over de theorie dat de inslag van een planetoïde, die 65 miljoen jaar geleden tot het uitsterven van de dinosaurussen zou hebben geleid, grootschalige branden heeft veroorzaakt. Onderzoekers van drie Britse universiteiten hebben de immense energie die vrijkwam bij de inslag nagebootst in een laboratorium. En daarbij hebben ze vastgesteld dat de intense, maar kortstondige hitte rond de inslagplek niet in staat was om levende planten vlam te laten vatten (Journal of the Geological Society, 22 januari). Dat betekent dat de bossen in Noord-Amerika waarschijnlijk gespaard zijn gebleven. Opmerkelijk genoeg laten computersimulaties zien dat er elders wél brand kan zijn ontstaan. In Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld was de hitte minder intens, maar wel van langere duur: zeven minuten. En dat kan voldoende zijn geweest om grote natuurbranden te veroorzaken. Tot nu toe werd aangenomen dat de massa-extinctie die het leven op onze planeet 65 miljoen jaar geleden trof, voor een belangrijk deel te wijten was aan wereldwijde branden. Maar het lijkt er nu dus op dat er een andere verklaring moet worden gezocht voor die mondiale catastrofe. (EE)
Doubt cast on global firestorm generated by dino-killing asteroid

14 januari 2015
Op 26 januari komt er weer eens een forse planetoïde in de buurt van de aarde. Het ongeveer vijfhonderd meter grote object met de aanduiding 2004 BL86 komt niet dichterbij dan 1,2 miljoen kilometer – ongeveer driemaal de afstand aarde-maan. Hij vormt dus geen enkele bedreiging voor onze planeet. Wetenschappers verheugen zich op de komst van planetoïde 2004 BL86: zo vaak krijgen ze de kans niet om een exemplaar van deze omvang van ‘dichtbij’ te bekijken. Voor zover bekend zal het tot 2027 duren voordat er opnieuw een planetoïde van deze omvang de aarde nadert. Rond zijn passage zal het rotsachtige object onder meer worden waargenomen met radarsystemen van NASA. Amateur-waarnemers op het Asteroid to Fly By Earth Safely on January 26

14 januari 2015
Volgens planeetwetenschappers Jay Melosh en David Minton van Purdue University (VS) zijn planetoïden – anders dan gedacht – geen overgebleven planetaire bouwstenen. Ze zouden zijn ontstaan uit materiaal dat meer dan vier miljard jaar geleden is opgestoven bij de talrijke botsingen tussen de echte planetaire embryo’s (Nature, 15 januari). Wanneer een brokstuk van een planetoïde op aarde terechtkomt, wordt dat een meteoriet genoemd. Bekend is dat deze brokstukken talrijke ’kraaltjes’ van gestold gesmolten gesteente bevatten: zogeheten chondrulen. Over de oorsprong van deze deeltjes bestaat al lang discussie. Chondrulen vertonen opvallende overeenkomsten met ’sferulen’ – materiaal dat wordt aangetroffen op plaatsen waar grote inslagen hebben plaatsgevonden. Aangenomen wordt dat deze bolletjes zijn ontstaan uit gesmolten gesteente dat bij de inslag is opgeworpen en na stolling terugviel naar de aarde. Melosh en Minton denken dat chondrulen op vergelijkbare wijze zijn ontstaan. Het zou gaan om puin dat direct aan het begin van een inslag onder hoge druk en temperatuur in gesmolten toestand is weggeschoten – een proces dat ‘jetting’ wordt genoemd. Het idee dat chondrulen door jetting zijn ontstaan is niet echt nieuw. Maar eerdere modellen liepen spaak, omdat er chondrulen uit voortkwamen die niet de juiste (chemische) eigenschappen hadden. Ook leek het erop dat er bij jetting veel minder chondrulen werden gevormd dan er in meteorieten worden aangetroffen. De berekeningen van Melosh en Minton, gebaseerd op de meest recente inzichten omtrent de omstandigheden in de begintijd van het zonnestelsel, geven een veel realistischer resultaat. Het meeste puin dat destijds bij de relatief trage botsingen tussen planetesimalen – de talrijke brokken gesteente met afmetingen van honderden kilometers die om de zon cirkelden – werd opgeworpen, viel terug naar het oppervlak van deze planetaire embryo’s. Maar door jetting konden er genoeg druppeltjes gesmolten gesteente naar de ruimte ontsnappen. Door het nog rond de zon aanwezige gas werden de ontsnapte chondrulen zo sterk afgeremd, dat ze gemakkelijk konden samenklonteren. Op die manier zouden in de loop van de miljoenen jaren de huidige planetoïden zijn ontstaan. (EE)
Meteorite material born in molten spray as embryo planets collided

29 december 2014
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn is klaargemaakt voor zijn ontmoeting met de dwergplaneet Ceres, op 6 maart. Dawn werd in 2007 gelanceerd en draaide in 2011 en 2012 in totaal 14 maanden in een baan rond de grote planetoïde Vesta. De afgelopen weken bevond Dawn zich - gezien vanaf de aarde - achter de zon, waardoor radiocommunicatie niet mogelijk is. Nu die ‘conjunctie’ voorbij is, zijn de commando’s verstuurd voor de komende naderingscyclus naar Ceres. Ceres is met een middellijn van 950 kilometer het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter. Hij is zelfs officieel geclassificeerd als dwergplaneet. De inwendige opbouw is heel anders dan die van Vesta: Ceres heeft een dikke mantel van ijs en mogelijk een ondergrondse oceaan. Na enkele ingewikkelde baanmanoeuvres (met behulp van de revolutionaire ionenmotor van de ruimtesonde) zal Dawn op 6 maart in een omloopbaan rond Ceres worden gebracht. (GS)
Dawn Spacecraft Begins Approach to Dwarf Planet Ceres

29 december 2014
De putjes die vallende regendruppels in een zanderige bodem slaan, vertonen duidelijke overeenkomsten met kraters die het gevolg zijn van de inslagen van planetoïden. Tot die opmerkelijke conclusie komen wetenschappers van de universiteit van Minnesota na laboratoriumonderzoek waarbij is vastgelegd wat er gebeurt wanneer een druppeltje water in een bedje van minuscule glaskraaltjes ploft (Proceedings of the National Academy of Sciences). Hoewel planetoïden vele malen groter zijn dan regendruppels, en bovendien uit gesteenten bestaan in plaats van water, verdeelt de energie die bij een inslag vrijkomt zich op vergelijkbare wijze. Zo hebben de wetenschappers ontdekt dat de diepte/diameter-verhouding van ‘regendruppelkraters’ exact gelijk is aan die van eenvoudige inslagkraters op bijvoorbeeld de maan of Mars (1:5). Helemaal onbegrijpelijk is dat niet: bij de inslag van een planetoïde lopen temperatuur en druk zo hoog op, dat het gesteente smelt of zelfs verdampt. Dat zou kunnen verklaren waarom het resultaat op dat van een inslaand druppeltje water lijkt. Maar de wetenschappers benadrukken dat het verschil in inslagenergie dermate groot is (18 ordes van grootte), dat er waarschijnlijk heel andere fysische processen in het spel zijn. (EE)
Watch Raindrops Make Asteroid-Like Collisions

8 december 2014
De afgelopen weken doken er weer eens berichten op dat onze planeet wordt bedreigd door een grote planetoïde. En als het object over enkele jaren niet op aarde zou neerstorten, dan zou Venus of Mars wel het haasje zijn. Maar zo’n vaart zal het niet lopen. De ongeveer 400 meter grote planetoïde 2014 UR116, die op 27 oktober jl. door Russische astronomen werd opgemerkt, vormt de komende 150 jaar geen directe bedreiging voor de aarde. Wel komt hij met tussenpozen van enkele jaren enigszins in de buurt van de aardbaan. Het enige zorgwekkende aan 2014 UR116 is dat hij – ondanks zijn forse afmetingen – lang over het hoofd is gezien. Toch blijkt de planetoïde al eens eerder te zijn ontdekt: op 1 december 2008 kreeg hij de voorlopige aanduiding 2008 XB. Maar kort daarna raakten astronomen zijn spoor bijster. (EE)
Asteroid 2014 UR116, A 400-meter Sized Near-Earth Asteroid, Represents No Threat to the Earth

3 december 2014
Meer dan honderd prominente wetenschappers, muzikanten, filmmakers en zakenmensen uit dertig landen zijn een nieuw initiatief gestart: Asteroid Day (‘planetoïdendag’). Dat is een mondiale bewustwordingscampagne die de mensheid wil voorlichten over bedreigingen uit de ruimte. Eén van de initiatiefnemers is astrofysicus Brian May, beter bekend als de gitarist van de rockband Queen. In haar verklaring – de 100x Declaration – pleit de groep ervoor om het detecteren en volgen van planetoïden met een factor honderd op te voeren. Om daar ruchtbaarheid aan te geven is 30 juni 2015 uitgeroepen tot Asteroid Day. Dat is niet zo maar een datum: het is de dag van de Toengoeska-explosie, die in 1908 boven Siberië plaatsvond. Bij die gebeurtenis – waarschijnlijk veroorzaakt door het op grote hoogte uit elkaar spatten van een ongeveer honderd meter grote planetoïde – werd ruim 2000 vierkante kilometer bos verwoest. Volgens de initiatiefnemers is op dit moment nog geen procent van alle ruimte-objecten van Toengoeska-kaliber in kaart gebracht. Er is weliswaar technologie beschikbaar om een potentieel gevaarlijke planetoïde af te weren, maar die heeft weinig zin als we het object niet zien aankomen. (EE)
Origineel persbericht (pdf)

3 december 2014
Vanochtend, om 5.22 uur Nederlandse tijd, is met succes de Japanse ruimtesonde Hayabusa2 gelanceerd. Dat heeft het Japanse ruimteagentschap JAXA bekendgemaakt. De lancering was eigenlijk gepland voor afgelopen zondag, maar moest vanwege slecht weer worden uitgesteld.Hayabusa2 is de opvolger van de ruimtesonde Hayabusa, die in 2005 de planetoïde Itokawa bezocht en in 2010 een minieme hoeveelheid bodemmateriaal van dit rotsachtige hemellichaam op aarde afleverde. De nieuwe ruimtesonde gaat iets vergelijkbaars doen, maar dan bij een andere planetoïde: 1999 JU3. Als alles volgens plan verloopt, komt Hayabusa2 medio 2018 aan bij de planetoïde. Hij zal deze ongeveer 18 maanden begeleiden en vier kleine onderzoeksmodules naar het oppervlak laten afdalen. Eén daarvan is een landingsmodule van Duits/Franse makelij (MASCOT), die na zijn eerste landing nog een sprongetje maakt. De drie andere zijn echte 'hoppers', van elk een pond, die van plek naar plek springen om onderzoek te doen. Zelf zal Hayabusa2 een projectiel in het oppervlak van de planetoïde schieten en zoveel mogelijk van het opstuivende materiaal opvangen. De ruimtesonde zal zijn 'oogst' – die hopelijk rijker is dan die van zijn voorganger – eind 2020 op aarde afleveren. (EE)
Launch Success of H-IIA Launch Vehicle No. 26 with "Hayabusa2" Onboard

20 november 2014
Lonsdaleïet, een vermeende zeldzame soort diamant, is eigenlijk ‘gewone’ diamant die aan een hevige schok is blootgesteld. Tot die conclusie komt een internationaal team van wetenschappers na onderzoek van stukjes meteoriet die zijn gevonden bij de grote Barringerkrater in de Amerikaanse staat Arizona (Nature Communications, 20 november). Wetenschappers steggelen al bijna een halve eeuw over de ware aard van lonsdaleïet. Dat begon met de ontdekking van afwijkende diamantkristallen in een meteoriet die in de omgeving van de krater werden aangetroffen. Zij vernoemden de nieuwe diamantsoort naar Kathleen Lonsdale, een beroemde Ierse kristallograaf. Sindsdien geldt ‘lonsdaleïet’ als een indicator van grote inslagen op aarde. Bovendien zou het materiaal in vergelijking met diamant superieure mechanische eigenschappen hebben. Maar op de een of andere manier lukte het maar niet om een synthetische vorm van deze ‘superdiamant’ te maken. Nieuw onderzoek met behulp van geavanceerde elektronenmicroscopen heeft nu uitgewezen dat lonsdaleïet eigenlijk dezelfde kubische structuur heeft als diamant. Door de grote schok die optreedt bij de meteorietinslag zijn echter zogeheten roosterdefecten ontstaan die de indruk wekken dat het materiaal een geheel eigen kristalstructuur heeft. Een van de consequenties van het nieuwe onderzoek is dat veel wetenschappelijke studies die gebaseerd zijn op de aanname dat lonsdaleïet een afzonderlijke diamantsoort is herzien moeten worden. (EE)
Asteroid Impacts On Earth Make Structurally Bizarre Diamonds

18 november 2014
OP basis van foto's en metingen van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn hebben planeetonderzoekers een gedetailleerde geologische kaart samengesteld van de grote planetoïde Vesta. Vesta (ca. 500 km in middellijn) is tussen juli 2011 en september 2012 van nabij bestudeerd door Dawn. De ruimtesonde verrichtte metingen in zeven golflengtegebieden en maakte stereoscopische foto's. Aan de geologische kaart is ca. tweeënhalf jaar gewerkt. Hij is deze week gepubliceerd in het vakblad Icarus, samen met elf wetenschappelijke artikelen over Vesta. De geologische geschiedenis van de grote planetoïde wordt gekenmerkt door zware inslagen, die onder andere twee gigantische en elkaar overlappende inslagbekkens op de zuidpool hebben geproduceerd, en aanleiding gaven tot tektonische groeven langs de evenaar. Dankzij het Dawn-onderzoek is van verschillende delen van het oppervlak de leeftijd nu goed bekend. De oudste delen van het oppervlak blijken te dateren van vóór de twee grote inslagen. Dawn vliegt momenteel naar de grootste planetoïde, de dwergplaneet Ceres. Daar zal hij in maart 2015 aankomen. (GS)
Geologic Maps of Vesta from NASA's Dawn Mission Published

14 november 2014
Een kaart die door het Near Earth Object-programma van NASA is gepresenteerd laat zien dat er jaarlijks 25 tot 30 kleine (brokstukken van) planetoïden in de aardatmosfeer desintegreren. De kaart, gebaseerd op gegevens die tussen 1994 en 2013 door sensoren van de Amerikaanse regering, laat zien dat de verdeling van de ‘inslagen’ volkomen willekeurig is. Slechts één keer veroorzaakte het binnenkomende brokstuk schade: de beroemde explosie boven de Russische stad Tsjeljabinsk in 2013. In alle overige gevallen bleef het bij een bolide of vuurbol – een zeer heldere ‘vallende ster’. De geregistreerde boliden zijn veroorzaakt door objecten met afmetingen van één tot twintig meter. (EE)
New Map Shows Frequency of Small Asteroid Impacts

12 november 2014
Nieuw onderzoek laat zien dat Vesta in haar huidige vorm niet het moederlichaam kan zijn van de zogeheten howardieten, eucrieten en diogenieten – meteorieten van basaltisch materiaal die op aarde zijn gevonden. Vermoedelijk zijn deze ‘HED-meteorieten’ stukjes die van de oerversie van Vesta zijn afgeslagen, niet van Vesta zoals we haar nu kennen: die versie is radicaal veranderd. HED-meteorieten behoren tot het oudste materiaal in het zonnestelsel. Opvallend aan de deze ‘ruimtestenen’ is dat ze, in vergelijking met andere meteorieten, een sterk verhoogd gehalte aan onder meer aluminium vertonen. Omdat aannemelijk is dat de gemiddelde samenstelling van hun moederlichaam niet sterk afweek van die van de gemiddelde meteoriet, zou de rest van dat object grotendeels uit olivijn en ijzer moeten bestaan. Onderzoek met de ruimtesonde Dawn heeft echter laten zien dat zelfs de tachtig kilometer diepe inslagkraters aan de zuidpool van Vesta geen duidelijke signatuur van olivijn vertonen. Daarmee blijft er in het inwendige van de planetoïde te weinig ruimte over voor én een kern van ijzer én een dikke mantel van olivijn. Volgens de wetenschappers die hun bevindingen zijn op de 46ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Tucson, Arizona, hebben gepresenteerd, lijkt het erop dat Vesta een groot deel van haar oorspronkelijke mantel is kwijtgeraakt. Maar tegelijkertijd zijn wel een flink deel van haar korst en de metaalkern behouden. Dit kan erop wijzen dat de oerversie van Vesta bij één of meer grote botsingen met soortgenoten betrokken is geweest. De huidige planetoïde zou dan een samenklontering zijn van het daarbij vrijgekomen materiaal. (EE)
Vesta is not an intact protoplanet

11 november 2014
Met de 8,1-meter Gemini North-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is ontdekt dat planetoïde 62412 een komeetachtige staart vertoont. Volgens de ontdekkers, Scott Sheppard en Chad Trujillo, is het de 13de 'actieve' planetoïde die nu bekend is. Zij vermoeden dat het totale aantal actieve planetoïden in het zonnestelsel rond de 100 zal liggen. Onderzoek aan 62412 - een planetoïde die al lange tijd bekend is - heeft uitgewezen dat hij een dichtheid heeft die kenmerkend is voor rotsachtige planetoïden, en niet voor ijzige, poreuze komeetkernen. Dat het 'rotsblok' toch een staartje vertoont, wijst erop dat het ook ijs bevat, dat in dampvorm overgaat (sublimatie) wanneer het aan de zon wordt blootgesteld, of dat oppervlaktemateriaal van de planetoïde de ruimte in wordt geslingerd als gevolg van de (gemeten) hoge rotatiesnelheid. Sheppard en Trujillo presenteren hun ontdekking deze week op de 46ste bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Tucson, Arizona. (GS)
Tail Discovered on Long-Known Asteroid

10 november 2014
Dankzij een gecoördineerde waarnemingscampagne waaraan scholieren, studenten en amateurastronomen deelnamen, zijn de afmetingen van de planetoïden Patroclus en Menoetius nauwkeurig bepaald. De twee objecten draaien op kleine afstand om elkaar heen, waarbij ze elkaar altijd dezelfde kant toekeren. De dubbelplanetoïde bevindt zich op ca. 770 miljoen kilometer afstand van de zon, min of meer in dezelfde omloopbaan als de reuzenplaneet Jupiter (hij behoort tot de zogeheten Trojanen-familie). Op 20 oktober bewoog de dubbelplanetoïde voor een verre ster langs. Door de resulterende sterbedekking op een groot aantal plaatsen in de Verenigde Staten te registreren, konden afmetingen en vorm van de twee objecten worden afgeleid. Patroclus blijkt 125 bij 98 kilometer groot te zijn; Menoetius meet 117 bij 93 kilometer. Beide hemellichamen zijn behoorlijk afgeplat, wat doet vermoeden dat ze tijdens hun ontstaan een hoge rotatiesnelheid hadden. Eerder was al ontdekt dat Patroclus en Menoetius oppervlakte-eigenschappen hebben die veel lijken op die van de ijzige objecten in de Kuipergordel, buiten de baan van Neptunus. (GS)
SwRI-led team telescope effort reveals asteroid’s size for the first time

3 november 2014
De gordel van reusachtige groeven en breuklijnen rond de evenaar van de grote planetoïde Vesta ontstond als gevolg van een zeer zware kosmische inslag. Bij die inslag ontstond het grote Rheasilvia-bekken aan de zuidpool van Vesta. Tot die conclusie komen planeetonderzoekers van Brown University op basis van laboratoriumexperimenten en computersimulaties. De resultaten worden in februari 2015 gepubliceerd in het vakblad Icarus. Vesta is met een middellijn van ca. 500 kilometer de op één na grootste planetoïde. In 2011 en 2012 werd hij in detail bestudeerd door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn. Dawn ontdekte talloze kleine inslagkraters, maar ook het reusachtige inslagbekken aan de zuidpool van Vesta, en de brede gordel van groeven en breuklijnen rond de evenaar. Een relatie tussen het inslagbekken en de equatirale groeven (waarvanb sommige breder zijn dan de Grand Canyon) ligt voor de hand, maar lijkt nu voor het eerst aannemelijk gemaakt door laboratoriumexperimenten waarbij testobjecten met zeer hoge snelheid op elkaar geschoten worden, terwijl een hogesnelheidscamera (één miljoen beeldjes per seconde) vastlegt hoe drukgolven zich daarbij door de testobjecten verplaatsen. Het ontstaan van een equatoriale 'kreukelzone' kan op deze manier goed verklaard worden. Dat de zone enigszins geheld ligt ten opzichte van de locatie van het Rheasilvia-bekken wijst erop dat de inslag waarbij het bekken ontstond, onder een hoek van ca. 40 graden plaatsvond. Bij de inslag moet veel materiaal de ruimte in zijn geslingerd; een deel daarvan is later in de vorm van meteorieten op aarde terechtgekomen. (GS)
How a giant impact formed asteroid Vesta’s ‘belt’

8 oktober 2014
Groeven op het oppervlak van de planetoïde Lutetia verraden dat zich aan de ongeziene ‘onderkant’ van dit 100 kilometer grote rotsachtige hemellichaam een grote inslagkrater bevindt. Tot die conclusie komt een team van Europese wetenschappers na bestudering van beelden die in juli 2010 door de ruimtesonde Rosetta zijn gemaakt (Planetary and Space Science, 15 oktober). Rosetta passeerde de planetoïde op een afstand van 3168 kilometer. Tijdens die flyby maakte hij gedurende ongeveer twee uur foto’s, maar daarbij kwam alleen het noordelijk halfrond van Lutetia in beeld. Het ontstaan van de groeven op het oppervlak van Lutetia wordt toegeschreven aan schokgolven die zich door het inwendige van de planetoïde voortplanten wanneer er een grote inslag heeft plaatsgevonden. Het zijn in feite barsten in het oppervlak van het kleine poreuze hemellichaam. Volgens de wetenschappers kan het groevenpatroon op Lutetia in verband worden gebracht met drie verschillende inslagkraters. Twee ervan bevinden zich op het gefotografeerde deel van de planetoïde; de derde, die de bijnaam ‘Suspicio’ heeft gekregen, moet op het ongeziene zuidelijke halfrond liggen. Uit het bijbehorende groevenstelsel wordt afgeleid dat de krater enkele tientallen kilometers groot is. (EE)
Lutetia’s dark side hosts hidden crater

10 september 2014
Het Europese ruimteagentschap ESA ontwikkelt een geautomatiseerde telescoop waarmee potentieel gevaarlijke hemelobjecten, zoals planetoïden en kometen, kunnen worden opgespoord. De telescoop, die wordt uitgerust met zestien lenzen, moet de eerste zijn van een toekomstig mondiaal netwerk dat de volledige nachthemel afspeurt naar objecten die gevaarlijk dicht bij de aarde komen. De nieuwe Europese telescoop, die de bijnaam ‘vliegenoog’ heeft gekregen, splitst het beeld in zestien kleinere subbeelden om het beeldveld te vergroten. De surveytelescoop zal ongeveer net zoveel licht opvangen als een conventionele 1-meter telescoop, maar heeft een beeldveld 6,7 bij 6,7 graden – riant naar astronomische maatstaven. Het prototype van de vliegenoogtelescoop, dat ongeveer 10 miljoen euro gaat kosten, moet begin volgend jaar klaar zijn. Als het instrument voldoet, zullen meer telescopen van dit type worden gebouwd. Het uiteindelijke netwerk moet alle objecten groter dan veertig meter kunnen opsporen, minstens drie weken voordat ze (eventueel) in botsing komen met de aarde. (EE)
ESA’s bug-eyed telescope to spot risky asteroids

9 september 2014
De kleine planetoïde 2014 RC, die afgelopen zondag 7 september op slechts 40.000 kilometer afstand langs de aarde scheerde, draait extreem snel rond zijn as. Dat blijkt uit metingen van subtiele periodieke helderheidsvariaties, verricht op de Lowell-sterrenwacht in Arizona. De aardscheerder heeft een draaisnelheid van bijna vier omwentelingen per minuut; één 'dag' op het kosmische rotsblok duurt slechts 15,8 seconden. Los materiaal aan het oppervlak van de planetoïde zou door de hoge draaisnelheid, in combinatie met het zwakke zwaartekrachtsveld, de ruimte in geslingerd worden. Dat betekent dat 2014 RC in ieder geval geen zogeheten 'rubble pile' kan zijn - een losjes bijeengehouden verzameling ijs-, gruis- en stofdeeltjes. De vorige recordhouder voor de snelst roterende planetoïde was 2010 JL88, met een rotatieperiode van 24,6 seconden. Hoe de hoge rotatiesnelheid is ontstaan, is niet duidelijk. Het is denkbaar dat 2014 RC ooit in botsing is gekomen met een andere planetoïde (of een brokstuk van een dergelijke botsing is), maar kleine hemellichamen kunnen ook 'opgezwiept' worden door het zogeheten Yarkovski-effect, waarbij een bestaande rotatie zorgt voor een asymmetrische uitstraling van zonnewarmte, wat een gering raket-effect tot gevolg heeft. Uit radarwaarnemingen aan 2014 RC blijkt overigens dat de middellijn minstens 22 meter moet bedragen. Deskundigen achten de kans extreem klein dat er een verband bestaat tussen de passage van de aardscheerder en de krater die afgelopen weekend is gevormd nabij de Nicaraguaanse hoofdstad Managua. Op internet is wel gesuggereerd dat de krater ontstaan zou kunnen zijn bij de inslag van een klein brokstukje van 2014 RC, maar het lijkt waarschijnlijker dat er sprake is van een explosiekrater. (GS)
Nieuwsbericht van NASA's Near Earth Object Program

3 september 2014
Komende zondag, 7 september, raast de kleine planetoïde 2014 RC op een afstand van slechts 40.000 kilometer langs de aarde. Op het moment van zijn dichtste nadering bevindt het ongeveer twintig meter grote rotsblok zich ruwweg boven Nieuw-Zeeland. De planetoïde vormt geen bedreiging voor onze planeet, en ook de gordel van geostationaire satellieten rond de evenaar komt niet in gevaar.  Planetoïde 2014 RC werd op 31 augustus jl. ontdekt door de Catalina Sky Survey in Arizona (VS). Hij volgt een baan die hem vaker in de buurt van de aarde brengt.  De nadering van de planetoïde kan live worden gevolgd via de ‘online sterrenwacht’ Slooh. De show begint zondagochtend om 4 uur. (EE)
Small Asteroid to Safely Pass Close to Earth Sunday

2 september 2014
NASA heeft een wedstrijd uitgeschreven voor boodschappen en foto's die meegenomen worden aan boord van de ruimtesonde OSIRIS-REx. Die wordt in 2016 gelanceerd, brengt in 2019 een bezoek aan de planetoïde Bennu, en moet in 2023 minstens 60 gram oppervlaktemateriaal van de planetoïde terugbrengen naar de aarde. De boodschappen (via Twitter) en foto's (via Instagram) moeten een beeld schetsen van hoe het zonnestelselonderzoek er in 2024 zal uitzien. Uit de inzendingen worden 50 tweets en 50 foto's geselecteerd die in de vorm van een 'tijdcapsule' met OSIRIS-Rex mee zullen reizen naar Bennu en weer mee terug naar de aarde. In 2024 wordt de tijdcapsule geopend, en kunnen de 'voorspellingen' vergeleken worden met de realiteit van dat moment. Inzendingen zijn welkom tot 30 september. Overigens is het op initiatief van de Planetary Society ook mogelijk om je naam mee te sturen op de planetoïde-missie; ruim 350.000 namen zijn inmiddels al geregistreerd. (GS)
NASA Invites Public to Submit Messages for Asteroid Mission Time Capsule (origineel persbericht)

13 augustus 2014
Sommige poreuze planetoïden worden niet door de zwaartekracht bijeengehouden, maar door Van der Waals-krachten - cohesiekrachten op moleculair niveau tussen de afzonderlijke stof- en gruisdeeltjes waaruit het kleine 'hemellichaam' bestaat. Dat blijkt uit onderzoek van astronomen van de Universiteit van Tennessee aan de kleine planetoïde 1950 DA. Uit infraroodwaarnemingen blijkt dat de planetoïde geen 'vast' hemellichaam kan zijn, maar moet bestaan uit een losse verzameling deeltjes - een soort 'vliegende zandbak'. De planetoïde draait echter zo snel rond zijn as dat hij door de middelpuntvliedende kracht uit elkaar zou moeten vallen. Het kan niet anders of moleculaire Van der Waals-krachten spelen een rol bij het bijeenhouden van het materiaal. De ontdekking, die deze week gepubliceerd wordt in Nature, is van belang voor het ontwikkelen van methoden om in de toekomst planetoïden af te buigen die op een ramkoers met de aarde liggen. Sommige technieken, zoals het laten exploderen van een krachtige bom in de nabijheid van de planetoïde, lijken door de nieuwe ontdekking minder aantrekkelijk: het hemellichaam zou dan uiteen kunnen vallen in een aantal kleinere brokstukken, die stuk voor stuk nog steeds veel schade kunnen aanrichten. (GS)
UT Research Uncovers Forces that Hold Gravity-Defying Near-Earth Asteroid Together (origineel persbericht)

16 juli 2014
Tot voor kort gingen veel wetenschappers ervan uit dat de planetoïde die 65 miljoen jaar geleden insloeg op aarde, en het uitsterven van onder meer de dinosauriërs veroorzaakte, donker en koolstofrijk was. Dat zou betekenen dat het inslaande object tot een vrij zeldzame klasse van planetoïden behoorde. Nieuw onderzoek, waarvan de resultaten in het tijdschrift Icarus zijn gepubliceerd, laat echter zien dat dit niet zo hoeft te zijn. Uit onderzoek van een meteoriet die vorig jaar bij de Russische stad Tsjeljabinsk werd gevonden blijkt namelijk dat de schok die optreedt bij het uiteenspatten van een planetoïde tot verkleuring van helder siliciumhoudend materiaal kan leiden. De Tseljabinsk-meteoriet bevat zowel helder, ‘ongeschokt’ materiaal als donker, ‘geschokt’ materiaal. En de spectrale eigenschappen van dat donkere materiaal lijken sprekend op die van vermeend koolstofrijke planetoïden. Kortom: de schok van een explosie of inslag maakt heldere planetoïden donker. En dat betekent dat niet niet alle donkere planetoïden rijk zijn aan koolstof, zoals werd aangenomen. Deze ontdekking kan gevolgen hebben voor de risico’s van eventuele planetoïden die de aarde gevaarlijk dicht naderen en voor de selectie van planetoïden voor de winning van grondstoffen. Een object dat op grond van zijn kleur rijk lijkt te zijn aan koolstof en organische verbindingen kan in werkelijkheid een heel andere samenstelling hebben. (EE)
Russian Meteorite Sheds Light On Dinosaur Extinction Mystery

16 juli 2014
Gegevens van de ruimtesonde Dawn en computersimulaties hebben wetenschappers meer inzicht gegeven in de inwendige structuur van de grote planetoïde Vesta. De onderzoeksresultaten, die vandaag in Nature zijn gepubliceerd, roepen twijfels op over de bestaande modellen voor het ontstaan van rotsachtige planeten als de aarde. Met een middellijn van 500 kilometer is Vesta een van de grootste planetoïden van ons zonnestelsel. Net als andere planetoïden wordt zij gezien als een overblijfsel van het vormingsproces dat 4,5 miljard jaar geleden tot het ontstaan van de planeten heeft geleid. De gegevens van Dawn, die tussen juli 2011 en juli 2012 om Vesta cirkelde, laten zien dat de korst van deze planetoïde veel dikker moet zijn dan dertig kilometer, zoals werd verondersteld. Op het oppervlak van Vesta is namelijk geen olivijn aangetroffen – een mineraal dat prominent aanwezig is in de mantels van planeten. Dat betekent dat de twee grote inslagen waarbij de zuidpool van de planetoïde tot een diepte van tachtig kilometer werd ‘uitgegraven’ niet tot de olivijnrijke mantel zijn doorgedrongen. Als Vesta inderdaad minder mantelmateriaal en meer korstmateriaal bevat – dat laatste heeft een heel andere mineralogische samenstelling – dan waren de verhoudingen tussen de materialen waaruit deze planetoïde is gevormd wellicht heel anders dan tot nu toe werd aangenomen. En datzelfde geldt dan waarschijnlijk ook voor het oermateriaal waaruit de aarde en overige rotsachtige planeten van ons zonnestelsel zijn ontstaan. (EE)
Asteroid Vesta to Reshape Theories of Planet Formation

2 juli 2014
Het mysterieuze donkere materiaal dat op sommige plaatsen aan het oppervlak van de grote planetoïde Vesta is gevonden, is afkomstig van kleinere primitieve planetoïden die lang geleden op Vesta zijn ingeslagen. Dat concluderen onderzoekers van het Max Planck-instituut voor zonnestelselonderzoek op basis van metingen die verricht zijn door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn. Met een middellijn van bijna 500 kilometer is Vesta de op één na grootste planetoïde. Vesta wordt ook wel beschreven als een protoplaneet: het hemellichaam heeft een gedifferentieerde inwendige structuur, wat erop wijst dat Vesta ooit gesmolten is geweest. Van juli 2011 tot september 2012 is Vesta van nabij bestudeerd door Dawn. Op sommige plaatsen is extreem donker materiaal aangetroffen, zo zwart als roet, waarvan al snel bleek dat het rijk is aan koolstof. De ware aard en de oorsprong van het materiaal was echter niet bekend; sommige onderzoekers meenden dat het misschien vulkanisch zou kunnen zijn. De Duitse onderzoekers hebben op basis van metingen in verschillende golflengtegebieden nu echter vastgesteld dat het donkere materiaal het mineraal serpentijn bevat. Dat mineraal kan geen temperaturen van meer dan 400 graden overleven. Van een vulkanische oorsprong kan dus geen sprake zijn. Vermoedelijk is het donkere materiaal op Vesta terechtgekomen bij de (scherende) inslag van kleine planetoïden met een primitieve samenstelling. (GS)
Vesta's rocky history (origineel persbericht)

25 juni 2014
Vanaf nu kan iedereen helpen met het opsporen van planetoïden die dicht in de buurt van de aarde (kunnen) komen. Via Asteroid Zoo worden korte beeldreeksen gepresenteerd die gemaakt zijn in het kader van de Catalina Sky Survey. Deelnemers moeten die nauwkeurig bekijken, om te zien of er tussen de vaste sterren en de beeldruis bewegende lichtstipjes te zien zijn.Het project heeft niet alleen tot doel om planetoïden op te sporen die een bedreiging kunnen vormen voor onze planeet. Ook wordt gespeurd naar exemplaren die eventueel geschikt zijn voor ‘mijnbouw’. Asteroid Zoo is een samenwerkingsverband van Zooniverse, dat al tal van andere projecten voor ‘burgerwetenschappers’ heeft opgezet, en Planetary Resources. Dat laatste is een commercieel bedrijf dat geïnteresseerd is in de mineralen die in planetoïden te vinden zijn. (EE)
Asteroid zoo

19 juni 2014
Astronomen hebben met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer de planetoïde 2011 MD opgemeten. Dit kosmische rotsblok, dat ongeveer zes meter groot blijkt te zijn, is een kandidaat voor een toekomstige NASA-ruimtemissie waarbij een kleine planetoïde ‘gevangen’ moet worden. De Spitzer-resultaten bevestigen dat 2011 MD een geschikte kandidaat is voor die Asteroid Redirect Mission (ARM). Hij heeft de juiste grootte, massa en rotatiesnelheid om zich door een onbemand ruimtevoertuig te laten oppikken. Het lijkt er wel op dat de planetoïde veel lege ruimte bevat: zijn gemiddelde dichtheid is vergelijkbaar met die van water. Dat kan erop wijzen dat 2011 HD een vrij losse samenklontering van puin is. In dat opzicht is hij vergelijkbaar met de nog kleinere planetoïde 2009 BD – ook een kandidaat voor de ARM-missie die met Spitzer onderzocht is. NASA wil in 2018 beslissen welke planetoïde het haasje is – er zijn voorlopig negen kandidaten. Dat is een jaar voordat de ARM-ruimtesonde gelanceerd zal worden. Uiteindelijk moet de gekozen planetoïde voor nader onderzoek in een omloopbaan om de maan worden gebracht. De missie moet meer kennis opleveren over de populatie van planetoïden die zo dichtbij kunnen komen, dat ze een potentiële bedreiging voor onze planeet vormen. (EE)
Spitzer Spies an Odd, Tiny Asteroid

12 juni 2014
NASA-wetenschappers hebben met behulp van radarapparatuur opnamen gemaakt van de planetoïde 2014 HQ124, die op 8 juni jl. op een afstand van 1,25 miljoen kilometer – drie keer de afstand aarde-maan – langs onze planeet scheerde. De beelden tonen een langgerekt, onregelmatig object met een lengte van ongeveer 370 meter. Volgens de wetenschappers zou het om een ‘dubbelplanetoïde’ kunnen gaan: twee kleine planetoïden die zich hebben samengevoegd tot een groter geheel. Dat geheel wentelt in iets minder dan 24 uur om zijn as. De beelden, die ook als ‘filmpje’ te zien zijn, behoren tot de scherpste die ooit behulp van radar zijn verkregen. Ze tonen details tot ongeveer vier meter. Betere opnamen zijn met de beschikbare apparatuur – de radiotelescopen van Goldstone en Arecibo – bijna niet te maken. Planetoïde 2014 HQ124 werd pas op 23 april jl. ontdekt met behulp van de infraroodsatelliet WISE. Gemiddeld komt eens in de paar jaar een object van deze omvang in de buurt van de aarde. 2014 HQ124 komt pas in het jaar 2307 weer dichtbij. (EE)
Giant Telescopes Pair Up to Image Near-Earth Asteroid

8 mei 2014
Op 23 april jl. naderde planetoïde 2006 SX217 de aarde tot op 4,8 miljoen kilometer. Bij die gelegenheid is het ruim zeven jaar geleden ontdekte object waargenomen met de radiotelescopen van Arecibo (Puerto Rico) en Green Bank (Virginia, VS). De grote schotelantenne van Arecibo stuurde krachtige radarpulsen naar de planetoïde, de radioschotel van Green Bank ving de ‘echo’s’ ervan op. Aanvankelijk was geschat dat 2006 SX217 ongeveer 550 meter groot was. Maar uit de nieuwe waarnemingen blijkt dat de ruwweg bolvormige planetoïde heel donker van tint is. Dat betekent dat zijn afmetingen flink onderschat zijn: die komen waarschijnlijk in de buurt van 1200 meter. (EE)
Green Bank Telescope Makes Arecibo Connection to Image Asteroid

7 mei 2014
In het zuiden van de Canadese provincie Alberta is een ronde geologische structuur ontdekt die het restant van een grote inslagkrater lijkt te zijn. Als dat inderdaad zo is, is daar – ongeveer 70 miljoen jaar geleden – een forse planetoïde ingeslagen. De tand des tijds heeft het bewijs grotendeels uitgewist. Gletsjers hebben de mogelijke krater sterk geërodeerd en de restanten ervan zijn bedolven geraakt. Op dit moment kan dan ook niet met zekerheid worden gezegd dat hier een inslag heeft plaatsgevonden, maar de seismische en geologische gegevens van de structuur wijzen daar wel sterk op. Het restant van de ‘Bow City’-krater bestaat uit een acht kilometer brede, ruwweg cirkelvormige kom met een centrale piek. Dat laatste is kenmerkend voor grote inslagkraters. (EE)
Ancient crater points to massive meteorite strike

24 april 2014
Voor het eerst zijn vanaf het oppervlak van een andere planeet twee planetoïden gefotografeerd. De primeur is voor het Marsvoertuig Curiosity, die de grote planetoïden Ceres en Vesta heeft vastgelegd. Ceres, die formeel als dwergplaneet te boek staat, is het grootste object in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Vesta is het op twee na grootste lid van die gordel. Het tweetal staat momenteel dicht bij elkaar aan de hemel. De opname maakt deel uit van een experiment waarbij de nachtelijke transparantie van de atmosfeer op Mars onderzocht wordt. In het huidige jaargetijde (lente) ontstaan er vaak ijle wolkensluiers in de atmosfeer van de rode planeet. Het eigenlijke doelwit van de opname was de Marsmaan Deimos. Maar daarbij is opzettelijk een tijdstip gekozen waarop deze dichtbij Ceres en Vesta aan de hemel stond. Andere opnamen van die nacht laten ook de Marsmaan Phobos en de planeten Jupiter en Saturnus zien. (EE)
Asteroids as Seen From Mars; A Curiosity Rover First

22 april 2014
Gemiddeld eens in de zes maanden komt er een kleine planetoïde in botsing met de aarde. In verreweg de meeste gevallen exploderen die kosmische rotsblokken - met afmetingen van enkele meters - op grote hoogte in de dampkring, waarbij tussen de 1 en de 600 kiloton TNT aan energie vrijkomt (ter vergelijking: de atoombom van Hiroshima had een explosie-energie van 15 kiloton). De inslagfrequentie van kleine planetoïden is afgeleid uit gegevens van de Nuclear Test Ban Treaty Organization, die met behulp van infrageluidsensoren speurt naar dampkringexplosies die het gevolg zouden kunnen zijn van illegale kernproeven. Tussen 2000 en 2013 zijn 26 van die explosies geregistreerd, stuk voor stuk veroorzaakt door een kosmische inslag. Dat maakten astronauten Ed Lu, Tom Jones en Bill Anders vandaag bekend op een persconferentie in Seattle, georganiseerd door de B612 Foundation. De inslag boven Tsjeljabinsk, vorig jaar februari, had een energie van 600 kiloton; de inslag boven Tunguska, in 1908, had een energie van naar schatting 5 tot 15 megaton. Op basis van de nieuwe statistische gegevens schatten astronomen dat de aarde gemiddeld eens in de honderd jaar getroffen wordt door een 'city killer' - een planetoïde die groot genoeg is om een stad volledig te verwoesten. Daarvoor is een energie van een paar megaton nodig. Gezien het percentage van het aardoppervlak dat door steden in beslag wordt genomen, komt het naar schatting gemiddeld eens in de 25.000 jaar voor dat er ook daadwerkelijk een metropool van de kaart wordt geveegd. De B612 Foundation ontwikkelt de particulier gefinancierde infraroodruimtetelescoop Sentinel, waarmee jacht gemaakt gaat worden op potentiële 'city killers' in het zonnestelsel. Hun aantal bedraagt naar schatting ca. één miljoen, maar daarvan zijn er nog geen tienduizend ontdekt. Ook de 26 dampkringexplosies die sinds de eeuwwisseling zijn geregistreerd, werden veroorzaakt door kleine planetoïden die niemand van tevoren had zien aankomen. (GS)
Video Evidence of 26 Atom-Bomb-Scale Asteroid Impacts Since 2000 (origineel persbericht)

10 april 2014
Het NASA-team dat de leiding heeft over de eerste Amerikaanse missie om bodemmonsters van een planetoïde te verzamelen heeft groen licht gekregen voor de bouw van een ruimtesonde en bijbehorende faciliteiten. De lancering van de ruimtesonde, OSIRIS-REx geheten, staat gepland voor het najaar van 2016. Zijn reisdoel is de ongeveer 500 meter grote planetoïde Bennu, die vanaf het jaar 2169 enkele malen zo dicht in de buurt van de aarde komt, dat een inslag niet helemaal ondenkbaar is. OSIRIS-REx zal het oppervlak Bennu ruim een jaar lang op afstand verkennen. Vervolgens zal hij ongeveer zestig gram bodemmateriaal verzamelen en naar de aarde terugbrengen. De aankomst ervan wordt in 2023 verwacht. Het zal hoe dan ook niet voor het eerst zijn dat een ruimtesonde materiaal van een planetoïde naar de aarde brengt. In 2010 leverde de Japanse ruimtesonde Hayabusa een minieme hoeveelheid deeltjes van de planetoïde Itokawa af. De OSIRIS-REx-missie is onder meer bedoeld om meer te weten te komen over de samenstelling van het jonge zonnestelsel en de bron van organische materialen die het leven op aarde mogelijk hebben gemaakt. Daarnaast wil NASA meer te weten komen over de eigenschappen van ‘aardscherende’ planetoïden als deze. Voor je weet maar nooit. (EE)
Construction To Begin On Nasa Spacecraft Set To Visit Asteroid In 2018

9 april 2014
Een internationaal team van wetenschappers zegt aanwijzingen te hebben gevonden dat zich 3,26 miljard jaar geleden – ergens tussen Zuid-Afrika en West-Australië – een ongeveer vijftig kilometer grote planetoïde in de aardkorst heeft geboord. Een projectiel van dat kaliber slaat een krater met een middellijn van vijfhonderd kilometer en veroorzaakt kolossale aardbevingen en tsunami’s. Dat er drie tot vier miljard jaar geleden nog forse inslagen op aarde hebben plaatsgevonden wordt al een tijdje vermoed. Maar de sporen die deze planetoïden achterlieten zijn grotendeels uitgewist door erosie. Wetenschappers moeten zich dus behelpen met relatief schamel indirect bewijsmateriaal. Een belangrijke aanwijzing voor de inslag die 3,26 miljard jaar zou hebben plaatsgevonden bestaat uit zeer oude gesteenten die in het zogeheten Kaapvaal Kraton in Zuid-Afrika zijn aangetroffen. Bekend was al dat deze gesteenten kenmerken vertonen die sterk aan een planetoïdeninslag doen denken. Maar tot nu toe was onduidelijk hoe groot die inslag moet zijn geweest. Bij het nieuwe onderzoek is gebruik gemaakt van geologische gegevens en fysische modellen – niet alleen van het Kaapvaal Kraton, maar ook van plekken waar hevige aardbevingen en kleinere inslagen hebben plaatsgevonden. Met behulp van deze gegevens hebben de wetenschappers berekend hoe sterk de seismische golven moeten zijn geweest die de Zuid-Afrikaanse gesteenten hebben ondervonden. De in het tijdschrift Geochemistry, Geophysics, Geosystems gepubliceerde resultaten geven aan dat het met een snelheid van ongeveer 20 kilometer per seconde inslaande object 37 tot 58 kilometer groot moet zijn geweest. De klap zou een kracht van 10,8 op de schaal van Richter hebben gehad. (EE)
Scientists Reconstruct Ancient Impact That Dwarfs Dinosaur-Extinction Blast

2 april 2014
Het gruis en stof waarmee het oppervlak van kleine planetoïden is bedekt, is het gevolg van warmtemoeheid: de afwisseling van hoge en lage temperaturen die gesteente aantast. Tot die conclusie komen Franse en Amerikaanse wetenschappers na laboratoriumexperimenten (Nature Advance Online Publication, 2 april). Eerdere onderzoeken gaven aan dat dit losse puin, dat ‘regoliet’ wordt genoemd, door inslagen van (micro)meteoroïden is ontstaan. De nieuwe experimenten tonen echter aan dat, in het geval van een slechts één kilometer grote planetoïde, de brokstukken die bij inslagen worden opgeworpen gemakkelijk de ontsnappingssnelheid kunnen bereiken. Het puin van zulke inslagen valt dus niet of nauwelijks terug naar het oppervlak. Uit het onderzoek blijkt verder dat de dag- en nachttemperaturen op de snel ronddraaiende planetoïden zo sterk verschillen, dat er mechanische spanningen in het gesteente optreden. Daardoor ontstaan kleine barstjes die uiteindelijk tot fragmentatie leiden. Volgens de wetenschappers is dat de belangrijkste oorzaak van het uiteenvallen van stukken gesteente groter dan een centimeter. Het fragmentatieproces ten gevolge van warmtemoeheid voltrekt zich namelijk veel sneller dan dat ten gevolge van kleine inslagen. (EE)
French, American team finds regolith of small asteroids formed by thermal fatigue

26 maart 2014
Sterrenkundigen hebben twee dunne ringen van ijs en gruis ontdekt rond de verre planetoïde Chariklo. Tot nu toe waren alleen ringenstelsels bekend rond de reuzenplaneten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. De ringen van Chariklo zijn vermoedelijk ontstaan door een kosmische botsing. De ontdekking wordt deze week beschreven in Nature.De schitterende ring van Saturnus, die ook uit rotsblokken en ijsklompen bestaat, werd voor het eerst als zodanig herkend door de Nederlandse astronoom Christiaan Huygens. Pas in de afgelopen decennia is ontdekt dat ook de andere drie reuzenplaneten ringenstelsels hebben. Jupiter heeft een ijle ring van stofdeeltjes; Uranus en Neptunus hebben smalle ringen van donkere brokstukken.Dat ook de ijzige planetoïde Chariklo twee smalle ringen heeft, bleek op 3 juni 2013. Gezien vanuit Zuid-Amerika bewoog Chariklo toen voor een ver verwijderde, zwakke ster langs. Op zeven verschillende locaties, onder andere op de Europese La Silla-sterrenwacht in Chili, werd de sterbedekking waargenomen. Vlak voor en vlak na de eigenlijke bedekking door Chariklo floepte de ster nog twee keer heel kort uit en weer aan. Op soortgelijke wijze werd 37 jaar geleden ook het ringenstelsel van Uranus ontdekt. De waarnemingen op La Silla zijn verricht door een Ierse camera op de Deense 1,5-meter telescoop, en door de Belgisch-Zwitserse TRAPPIST-telescoop.Uit de metingen blijkt dat de ringen een breedte hebben van slechts 3 en 7 kilometer. Tussen de twee ringen bevindt zich een 9 km brede opening. De ringen zijn hooguit een paar honderd meter dik. Ze bevinden zich op enkele honderden kilometers boven het oppervlak van Chariklo.Chariklo is een zogeheten centaur: planetoïden die zich tussen de banen van de reuzenplaneten Jupiter en Neptunus bevinden, in betrekkelijk instabiele banen. Met zijn middellijn van 250 kilometer is Chariklo de grootste centaur; de afstand tot de aarde bedraagt ongeveer 2 miljard kilometer. Centaurs zijn vermoedelijk afkomstig uit de Kuipergordel, de brede band van ijsdwergen en kometen buiten de baan van Neptunus, waartoe ook de dwergplaneet Pluto behoort. Algemeen wordt aangenomen dat ze een vrij poreuze, ijzige samenstelling hebben. Dat de ringen van Chariklo zo scherp zijn begrensd, wijst erop dat er ook kleine maantjes rond het hemellichaam moeten draaien, die met hun zwaartekracht de ringen 'in vorm' houden. Over het ontstaan van het opmerkelijke ringenstelsel is weinig met zekerheid bekend; vermoedelijk gaat het om materiaal dat bij een kosmische botsing van het oppervlak van Chariklo is weggeslagen. In de toekomst zullen de ringdeeltjes mogelijk samenklonteren tot een groter maantje met een middellijn van ca. 2 kilometer. Braziliaanse astronomen hebben de twee ringen voorlopig Oiapoque en Chuí genoemd, naar twee rivieren in het uiterste zuiden en noorden van Brazilië. Die namen zijn echter nog niet officieel erkend door de Internationale Astronomische Unie. (GS)
First Ring System Around Asteroid (origineel persbericht)

10 maart 2014
Software-ontwikkelaars kunnen 35.000 dollar winnen in een nieuwe prijsvraag, uitgeloofd door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. De software moet in staat zijn om zeer efficiënt en met weinig rekenkracht in bestaande foto's van de sterrenhemel op zoek te gaan naar kleine planetoïden die mogelijk een bedreiging voor de aarde kunnen vormen.Verschillende telescopen speuren elke heldere nacht de hemel af op zoek naar dit soort 'aardscheerders'. Door foto's van verschillende tijdstippen met elkaar te vergelijken, kunnen bewegende lichtstipjes worden opgespoord. Dat gebeurt volledig geautomatiseerd.Om de effectiviteit van de bestaande zoekprogramma's te vergroten nodigt NASA nu software-ontwikkelaars uit om met veel betere zoek-algoritmes te komen. De ruimtevaartorganisatie werkt in de Asteroid Grand Challenge Contest Series samen met het bedrijf Planetary Resources, dat in de toekomst mogelijk mijnbouw op een planetoïde wil gaan bedrijven. Zelf heeft NASA plannen om een kleine planetoïde te 'vangen' en in een baan rond de maan te brengen. (GS)
Be an Asteroid Hunter in NASA's First Asteroid Grand Challenge Contest Series (origineel persbericht)

6 maart 2014
Astronomen zijn eind vorig jaar getuige geweest van het uiteenvallen van een object dat deel uitmaakt van de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. De waarschijnlijk vrij broze planetoïde lijkt bezweken te zijn aan zijn snelle aswenteling (Astrophysical Journal Letters, 6 maart). Het is niet voor het eerst dat een klein hemellichaam voor de ogen van astronomen uit elkaar is gevallen. Maar tot nu toe ging het daarbij steeds om kometen – ijsachtige objecten die bij nadering van de zon aan hitte en getijkrachten bezwijken. Bij planetoïden, die grotendeels uit gesteente bestaan, was zoiets nog niet eerder gezien. Het slachtoffer, planetoïde P/2013 R3, werd op 15 september jl. ontdekt met twee geautomatiseerde telescopen op aarde. Vervolgwaarnemingen met de grote Keck-telescoop op Hawaï en de Hubble-ruimtetelescoop lieten zien dat de planetoïde uit meerdere stukken bestond, omgeven door een wolk stof ter grootte van de aarde. De grootste brokstukken hebben afmetingen van enkele honderden meters. Waarschijnlijk is de desintegratie van P/2013 R3 al een jaar geleden op gang gekomen. Maar waardoor? Een botsing met een soortgenoot lijkt niet waarschijnlijk: daarvoor is het proces te rustig verlopen. Ook is het vrijwel uitgesloten dat de druk van verdampend ijs in het inwendige van de planetoïde de oorzaak is geweest. Daarvoor zijn de temperaturen op die afstand – een slordige 450 miljoen kilometer van de zon – te laag. De oorzaak wordt nu gezocht bij een subtiel verschijnsel, het ‘YORP-effect’, dat ervoor zorgt dat planetoïden onder invloed van zonlicht geleidelijk steeds sneller gaan draaien. En dan komt er een moment dat het door talrijke kleine inslagen verzwakte inwendige van een planetoïde niet langer bestand is tegen de centrifugale kracht. Dat planetoïden op deze manier uit elkaar kunnen vallen was al voorspeld, maar het verschijnsel was nog nooit ‘live’ waargenomen. Wel is kort vóór de ontdekking van P/2013 R3 nog een andere planetoïde opgespoord (P/2013 P5) die wolken van stof de ruimte in blaast. Ook dat zou het begin van desintegratie kunnen zijn. (EE)
Astronomers witness mysterious, never-before-seen disintegration of asteroid

5 maart 2014
Ongeveer twintig keer per jaar scheert een planetoïde op een afstand van minder dan 385.000 kilometer – de gemiddelde afstand aarde-maan – langs onze planeet. Vandaag, woensdag 5 maart, gebeurt dat opnieuw. Rond 10 uur vanavond passeert planetoïde 2014 DX110 op een (nog steeds veilige) afstand van ongeveer 350.000 kilometer. De naar schatting slechts dertig meter grote planetoïde werd pas op 28 februari jl. ontdekt met de Pan-STARRS-telescoop op Hawaï. Hij behoort tot de zogeheten Apollo-klasse, wat betekent dat zijn baan de aardbaan kruist. Zijn omlooptijd bedraagt 3,26 jaar.[Update] Donderdagavond (6 maart) komt een andere kleine planetoïde nóg dichterbij. Dan gaat het om het ongeveer tien meter grote exemplaar 2014 EC, dat ons tot op ongeveer 55.000 kilometer nadert. Planetoïde 2014 EC is pas twee dagen geleden ontdekt. (EE)
Asteroid Will Safely Pass Closer Than Moon Wednesday

27 februari 2014
Na acht jaar van waarnemingen hebben wetenschappers van het SETI Institute vastgesteld dat het mini-maantje van de planetoïde Hektor, die in dezelfde baan om de zon draait als de planeet Jupiter, een merkwaardige omloopbaan heeft. Dat kan erop wijzen dat het object is vrijgekomen bij de vorming van Hektor zelf: die lijkt namelijk uit twee delen te bestaan (Astrophysical Journal Letters). Het ongeveer twaalf kilometer grote maantje van Hektor is in 2006 ontdekt met de Keck II-telescoop op Hawaï. Sindsdien is zijn positie regelmatig gemeten, om te kunnen vaststellen welke baan het volgt. Dat was nog niet zo gemakkelijk – niet alleen omdat het maantje heel lichtzwak is, maar ook omdat de stand en de vorm van zijn omloopbaan nogal exotisch blijken te zijn. Het maantje draait op een afstand van zeshonderd kilometer om Hektor in een ellips die een hoek van 45 graden met de evenaar van de planetoïde maakt. Zijn omlooptijd bedraagt drie dagen. Opvallend genoeg laten computersimulaties zien dat deze omloopbaan heel stabiel is: die kan miljarden jaren standhouden. Hektor zelf draait heel snel (in minder dan zeven uur) om zijn as en is heel langgerekt van vorm. Hierdoor verandert zijn helderheid voortdurend. Een analyse van deze helderheidsvariaties laat zien dat de ongeveer 370 kilometer lange planetoïde waarschijnlijk uit twee lobben bestaat. Over de vreemde vorm van de planetoïde en de merkwaardige omloopbaan van zijn maantje zal nog lang worden gediscussieerd. Maar volgens de onderzoekers zou het maantje een brokstuk kunnen zijn dat is losgeslagen tijdens de (vrij trage) botsing tussen twee planetoïden waaruit Hektor is voortgekomen. Ook opperen zij de mogelijkheid dat Hektor uit een mengsel van gesteenten en ijs bestaat, net als de objecten die in de Kuipergordel voorbij Neptunus worden aangetroffen. (EE)
Distant Asteroid Revealed to be a Complex Mini Geological World

5 februari 2014
Onderzoek met onder meer de Europese New Technology Telescope (NTT) laat zien dat de planetoïde Itokawa uit twee stukken van zeer verschillende dichtheid bestaat. Dat wijst erop dat het merkwaardig gevormde object een voormalige dubbelplanetoïde is waarvan de oorspronkelijke componenten zich hebben verenigd. De kleine planetoïde Itokawa is een intrigerend object dat, zoals in 2005 door de Japanse ruimtesonde Hayabusa is vastgesteld, de vorm van een ongepelde pinda heeft. Om de inwendige bouw van deze planetoïde te onderzoeken heeft een internationaal team van astronomen opnamen verzameld die tussen 2001 en 2013 zijn gemaakt. Deze beelden geven informatie over de helderheidsvariaties die Itokawa ten gevolge van zijn rotatie vertoont. Uit die gegevens is vervolgens heel nauwkeurig zijn rotatietijd afgeleid, en berekend hoe deze mettertijd verandert. De rotatie van een planetoïde wordt beïnvloed door zonlicht. Dit verschijnsel, dat het Yarkovsky-O’Keefe-Radzievskii-Paddack (YORP) effect wordt genoemd, treedt op wanneer geabsorbeerd zonlicht door het oppervlak van het object weer als warmte wordt uitgestraald. Wanneer de planetoïde zeer onregelmatig van vorm is, is die warmte-uitstraling niet gelijkmatig, en dat veroorzaakt een kleine, maar onafgebroken torsiekracht die zijn rotatiesnelheid verandert. De astronomen hebben vastgesteld dat Itokawa door het YORP-effect geleidelijk sneller is gaan ronddraaien. De verandering is gering – slechts 0,045 seconde per jaar – maar wijkt sterk af van de verwachtingen. En dat is alleen verklaarbaar als de beide helften van de planetoïde aanzienlijk van dichtheid verschillen. Het ene deel zou ruim anderhalf keer zo compact zijn als het andere. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift Astronomy & Astrophysics. (EE)
De anatomie van een planetoïde

29 januari 2014
Ons zonnestelsel lijkt een netjes gesorteerd geheel: kleine, rotsachtige planeten in het centrale deel, gasplaneten verder naar buiten. Onderzoek van de planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter wijst er echter op dat hier een onstuimige geschiedenis aan voorafgegaan is (Nature, 30 januari). Tussen de omloopbanen van Mars en Jupiter cirkelen miljoenen hemellichamen: de planetoïden. Van oudsher werden deze beschouwd als de brokstukken van een planeet waarvan de vorming, ten gevolge van de krachtige zwaartekracht van Jupiter, spaak liep. De samenstelling van de brokstukken leek ook een systematisch verloop te laten zien: planetoïden op grotere afstand van de zon bevatten meer (bevroren) water dan de meer nabije. Uit een recente analyse van gegevens van de Sloan Digital Sky Survey, waarbij de afmetingen, samenstellingen en posities van meer dan honderdduizend planetoïden in kaart zijn gebracht, blijkt echter dat de planetoïdengordel helemaal niet zo netjes in elkaar zit. Vooral de kleinere planetoïden vertonen een grote diversiteit. Dat nieuwe gegeven bevestigt het al bestaande vermoeden dat het zonnestelsel in de eerste miljoenen jaren van zijn bestaan flink door elkaar is gehusseld. Zo zou de grote planeet Jupiter aanvankelijk ongeveer tot aan de huidige Marsbaan zijn opgeschoven, met in zijn gevolg een schare planetoïden uit de koude buitendelen van het zonnestelsel. Tegelijkertijd werd de oorspronkelijke planetoïdengordel voor negentig procent schoongeveegd. Een en ander zou betekenen dat Jupiter doorslaggevend is geweest voor de leefbaarheid van onze eigen planeet. Want veel van de ijsachtige planetoïden die hij met zich meesleepte sloegen later op aarde in en fungeerden dus als waterdragers. (EE)
A New Map Of The Solar System’s Asteroids Shows More Diversity Than Previously Thought

17 januari 2014
De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft een planetoïde, een klein rotsachtig hemellichaam dat tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter rond de zon draait, genoemd naar de Nederlandse kunstschilder Piet Mondriaan (1872-1944), vooral bekend om zijn abstracte en non-figuratieve werken. Ook de Utrechtse emeritus hoogleraar Henny Lamers is die eer te beurt gevallen. Ongeveer één keer per maand, kort na Volle Maan, publiceert het Minor Planet Center van de IAU de nieuwe lijst met planetoïden waarvan de omloopbaan goed bekend is. Op de meest recente lijst, die vandaag is gepubliceerd, staan 385.184 objecten waarvan de meeste alleen een nummer hebben. Het is aan de ontdekker om zijn of haar object van een naam te voorzien – iets dat tot nu toe pas in 18.241 gevallen is gebeurd. Van deze planetoïden hebben er 340 een naam gekregen die op de een of andere manier verband houdt met Nederland. (EE)
Lijst van ‘Nederlandse’ planetoïden

7 januari 2014
De infraroodsatelliet NEOWISE heeft op 29 december een nieuwe planetoïde ontdekt – de eerste sinds hij vorige maand uit zijn winterslaap werd gewekt. De planetoïde, die de aanduiding 2013 YP139 heeft gekregen, is naar verwachting de eerste in een lange reeks. Geschat wordt dat NEOWISE de komende drie jaar enkele honderden nieuwe planetoïden zal opsporen. Planetoïde 2013 YP139 bevindt zich momenteel op 43 miljoen kilometer van de aarde. Maar hij volgt een baan die hem tot op 500.000 kilometer van onze planeet kan brengen – iets verder weg dan de maan. Daarmee behoort het ongeveer 650 meter grote object, dat zo zwart is als roet, tot de ‘potentieel gevaarlijke’ planetoïden. (EE)
Recently Reactivated NASA Spacecraft Spots Its First New Asteroid

7 januari 2014
Studenten van de universiteit van Maryland (VS) hebben ontdekt dat de planetoïde 3905 Doppler in feite uit twee om elkaar wentelende objecten van vergelijkbare grootte bestaat. Daarmee behoort hij tot de ongeveer honderd leden tellende groep van de ‘dubbelplanetoïden’. Doppler maakt, samen met miljoenen soortgenoten, deel uit van de omvangrijke planetoïdengordel tussen de omloopbanen van de planeten Mars en Jupiter. Het bijzondere van de ontdekking is dat hij werd gedaan bij een practicum voor studenten die sterrenkunde slechts als bijvak volgen. De studenten kozen Doppler en twee andere planetoïden als onderzoeksobject, omdat deze tijdens het practicum – in het najaar van 2013 – een gunstige hemelstand hadden. Bij hun onderzoek maakten ze gebruik van een Spaanse privé-telescoop die via internet werd aangestuurd. De opdracht was om van elk van de planetoïden een lichtkromme te maken: een grafiek die laat zien hoe de helderheid van een planetoïde in de loop van de uren of dagen verandert. Veel planetoïden vertonen helderheidsvariaties simpelweg omdat ze niet-bolvormig zijn. In dat geval ontstaan de pieken en dalen in de lichtkromme doordat we vanaf de aarde afwisselend tegen de lange en de smalle kant van zo’n rondwentelend rotsblok aankijken. Maar bij 3905 Doppler bleken de dalen ongewoon diep: de planetoïde was dan nauwelijks meer waarneembaar. Dat laatste wijst erop dat Doppler uit twee stukken bestaat die elkaar vanaf de aarde gezien regelmatig ‘verduisteren’. Uit de vorm van de lichtkromme volgt dat de twee planetoïden ruwweg aardappelvormig zijn, en dat de ene ongeveer een kwart korter is dan de andere. De twee objecten wentelen ‘neus aan neus’ in ongeveer 51 uur om elkaar, wat ongewoon (en voorlopig nog onverklaarbaar) langzaam is. De resultaten worden in april gepubliceerd in het Minor Planet Bulletin en zijn vandaag gepresenteerd op de 223ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Washington, DC. (EE)
U of Maryland undergraduates discover rare eclipsing double asteroid

2 januari 2014
De eerste planetoïde die in 2014 is ontdekt, 2014 AA, is meteen een bijzonder exemplaar. Of liever gezegd: wás een bijzonder exemplaar, want hij bestaat niet meer. Direct na de ontdekking, op Nieuwjaarsdag door Richard Kowalski van de Mount Lemmon Survey in Arizona, bleek dat het kleine rotsblok - hooguit een paar meter in middellijn - op ramkoers met de aarde lag. Inmiddels is de ruimtesteen in de vroege uren van 2 januari in de aardse dampkring terecht gekomen. Het is zo goed als zeker dat hij daarbij is gefragmenteerd; brokstukjes van de planetoïde kunnen op aarde terecht zijn gekomen. Omdat het inslagtijdstip niet exact bekend is, is ook de plaats van de inslag niet heel nauwkeurig vast te stellen; vermoedelijk is het projectiel ergens boven de Atlantische Oceaan of boven Afrika neergekomen.Het is pas de tweede keer dat een (kleine) planetoïde werd ontdekt die vervolgens met de aarde in botsing kwam. Voor het eerst gebeurde dat in het najaar van 2008, toen planetoïde 2008 TC3 boven Soedan uiteenviel. In de woestijn zijn toen veel meteorieten gevonden, onder leiding van de Nederlandse astronoom Peter Jenniskens. In februari 2013 explodeerde een grotere meteoriet in de aardse dampkring boven de Russische stad Tsjeljabinsk, maar die had niemand zien aankomen. (GS)
Minor Planet Electronic Circular waarin de ontdekking van 2014 AA wordt gemeld

19 december 2013
De Near-Earth Object Wide-field Infrared Survey Explorer (NEOWISE), een NASA-satelliet die in 2010 de sterrenhemel op infrarode golflengten in kaart bracht en in februari 2011 in sluimerstand werd gezet, heeft, in voorbereiding op zijn nieuwe missie, een aantal testopnamen gemaakt. De satelliet zal de komende drie jaar gaan speuren naar planetoïden die de aardbaan dicht kunnen naderen. Tijdens zijn eerste leven ontdekte de satelliet, die toen nog WISE heette, al meer dan 34.000 planetoïden en verzamelde hij nieuwe gegevens over 158.000 reeds bekende objecten. Het is de bedoeling dat deze succesvolle reeks wordt voortgezet. De opnamen die NEOWISE nu heeft gemaakt zijn net zo goed als die van voor zijn ‘winterslaap’. De beelden die de komende jaren met de 40-centimeter telescoop en infraroodcamera’s van de satelliet worden gemaakt, zullen informatie opleveren over onder meer de afmetingen en thermische eigenschappen van planetoïden. Dat moet meer inzicht geven in de populatie van planetoïden die een potentiële bedreiging vormen voor onze planeet. De vervolgmissie van NEOWISE maakt deel uit van de plannen die NASA heeft om een kleine planetoïde te ‘vangen’ en voor gedetailleerd onderzoek in een baan rond te maan brengen. Uiterlijk in 2025 zouden astronauten een bezoek aan dit kleine rotsachtige hemellichaam moeten brengen. (EE)
NASA’s Asteroid Hunter Spacecraft Returns First Images After Reactivation

16 december 2013
Op nieuwe 'valse kleuren'-foto's van de grote planetoïde Vesta zijn onder andere oude lavastromen ontdekt in de omgeving van inslagkraters. De beelden zijn gemaakt door onderzoekers van het Max-Planck-Instituut voor Zonnestelselonderzoek in Katlenburg-Lindau, op basis van foto's van Vesta door zeven verschillende kleurfilters, verkregen door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn.De kleurfilters - op zichtbare en nabij-infrarode golflengten - zijn zo gekozen dat bepaalde mineralen gemakkelijker onderscheiden kunnen worden. Door de zwartwitfoto's 'in te kleuren' worden details zichtbaar die normaalgesproken verborgen blijven, zoals de oude lavastromen bij de 4,3 kilometer grote inslagkrater Aelia.Op de nieuwe valse-kleurenfoto's komen ook kraters aan het licht die bedolven zijn door inslagpuin, en is materiaal zichtbaar dat in de vorm van meteorieten op het Vesta-oppervlak terecht is gekomen. Vesta werd tussen juli 2011 en september 2012 van nabij onderzocht door Dawn; de ruimtesonde is momenteel op weg naar de dwergplaneet Ceres, de grootste planetoïde in het zonnestelsel. (GS)
Dawn Creates Guide to Vesta's Hidden Attractions (origineel persbericht)

18 november 2013
Nieuw onderzoek laat zien dat planetoïden die met enige regelmaat in de buurt van de planeet Mars komen minder rood van tint zijn dan het merendeel van hun soortgenoten. Eerder was dit effect al waargenomen bij planetoïden die in de buurt van de aarde komen. Planetoïden staan langdurig bloot aan onder meer de zonnewind – de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitzendt. Door de inwerking van dat ‘ruimteweer’ wordt het gruis aan het oppervlak van een planetoïde geleidelijk roder van tint. Een paar procent van de planetoïden is echter duidelijk minder rood. En dat geldt ook voor de meteorieten – brokstukken van planetoïden – die op aarde worden gevonden. In 2010 werd een plausibele verklaring voor dat verschil gevonden: planetoïden die in de buurt van de aarde komen ondervinden de invloed van de zwaartekracht van onze planeet. Dit heeft kleine bevingen tot gevolg die het oppervlaktemateriaal opschudden, waardoor minder verweerd gruis en gesteente aan de oppervlakte komt. Die verklaring blijkt voor negentig procent van de jong ogende planetoïden inderdaad te kloppen. Maar ongeveer tien procent van deze objecten komt nooit in de buurt van onze planeet. Nieuwe berekeningen laten echter zien dat deze objecten wel in de buurt van een andere planeet komen: Mars. Die ontdekking is enigszins verrassend, omdat Mars veel kleiner en lichter is dan de aarde, en dus een veel kleinere zwaartekrachtsinvloed uitoefent op zijn omgeving. Waarschijnlijk wordt die geringere invloed echter gecompenseerd door het feit dat de meeste planetoïden te vinden zijn in de gordel tussen Jupiter en Mars. Op steenworp afstand van de Rode Planeet dus, en dat vergroot de kans op ontmoetingen met planetoïden aanzienlijk. (EE)
Asteroids' close encounters with Mars

11 november 2013
Ongeveer 800.000 jaar geleden sloeg een planetoïde een ruim één kilometer grote krater op het Australische eiland Tasmanië. Net als bij veel andere kraters zijn tot in de wijde omgeving van deze Darwinkrater de glasachtige restanten van gesmolten aardse gesteenten aangetroffen. Recent onderzoek door Britse en Amerikaanse wetenschappers laat zien dat het glas sporen van plantaardig materiaal bevat (Nature Geoscience online, 10 november). Het glas dat rond de Darwinkrater is gevonden bevat minuscule insluitsels. Uit een chemische analyse blijkt dat deze insluitsels rijk zijn aan organisch materiaal zoals dat in veengronden te vinden is. Dat is in overeenstemming met al bestaande aanwijzingen dat het gebied rond de krater ten tijde van de inslag een moerasachtig karakter had. De ontdekking versterkt het idee dat meteorietinslagen een rol kunnen spelen bij de verspreiding van organisch materiaal over het zonnestelsel. Bekend is dat meteorieten reusachtige afstanden kunnen afleggen: zo zijn op aarde bijvoorbeeld diverse meteorieten gevonden die afkomstig zijn van de planeet Mars. En berekeningen wijzen erop dat materiaal dat wordt opgeworpen bij grote inslagen op aarde theoretisch de manen van Jupiter en Saturnus zou kunnen bereiken. Het is dus ook denkbaar dat organisch materiaal van Tasmanië op die manier bijvoorbeeld op de maan of Mars is terechtgekomen. Beschermd door een omhulsel van glas zou dit materiaal zo’n lange reis ook goed geconserveerd kunnen doorstaan. Maar of zich op die manier ook micro-organismen over het zonnestelsel (en daarbuiten) kunnen verspreiden, zoals sommige wetenschappers menen, blijft gissen. (EE)
Meteor impact trapped ancient swamp plants in glass

7 november 2013
De op 15 augustus van dit jaar ontdekte planetoïde P/2013 P5 blijkt tot een gestaag groeiende klasse van buitenbeentjes te horen: die van de planetoïden met een duidelijke stofstaart. Wat heet: op opnamen van de ongeveer 240 meter grote planetoïde die in september met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt, zijn zelfs zes stofstaarten te zien. P/2013 P5 maakt, samen met miljoenen andere planetoïden, deel uit van de zogeheten hoofdgordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. In die gordel zijn de afgelopen decennia een stuk of tien objecten ontdekt die zich – soms tijdelijk, soms langdurig – als kometen gedragen. In sommige gevallen lijkt het werkelijk om (bijna uitgeputte) kometen te gaan. Maar P/2013 P5 is hoogstwaarschijnlijk een gewone planetoïde. Er bestaan twee mogelijke verklaringen voor het ‘komeetgedrag’ dat planetoïden als deze vertonen. De meest voor de hand liggende is dat de waargenomen stofstaart ontstaat als de planetoïde in botsing komt met een soortgenoot. Een andere mogelijkheid is dat de planetoïde zo snel ronddraait dat hij uiteen begint te vallen. Alleen al vanwege het feit dat P/2013 P5 niet één maar zes stofstaarten vertoont, kan de eerste mogelijkheid worden geschrapt. Dan zouden er namelijk kort na elkaar zes botsingen moeten hebben plaatsgevonden. Omdat P/2013 P5 zich in het binnenste gedeelte van de planetoïdengordel bevindt, waar de temperaturen relatief hoog zijn, lijkt het ook onwaarschijnlijk dat het om een ijsachtig object gaat dat bezig is om te verdampen. De onderzoekers vermoeden dan ook dat P/2013 P5 zo snel om zijn as tolt dat hij massa verliest. Die snelle rotatie zou het gevolg zijn van de stralingsdruk van de zon. Doordat het zonlicht onder verschillende hoeken op het pokdalige oppervlak invalt, kan er netto een klein draaimoment ontstaan. Hierdoor gaat zo’n planetoïde steeds sneller om zijn as draaien. En op een gegeven moment wordt de middelpuntvliedende kracht aan de evenaar dan sterker dan de zwakke zwaartekracht van het object. Gevolg: er wordt materiaal van het oppervlak weggeslingerd. (EE)
Kosmischer Kauz

6 november 2013
Net nu wetenschappers dachten dat ze het ontstaan van de grote planetoïde Vesta wel zo’n beetje begrepen, gooit een recente publicatie weer roet – of beter gezegd: olivijn – in het eten. Als bij de vorming van Vesta hetzelfde draaiboek was gevolgd als bij vorming van planeten zoals onze aarde, zou hij van binnen naar buiten uit grofweg drie lagen moeten bestaan: een kern, een mantel en een korst. En volgens dat draaiboek zou het mineraal olivijn vooral in de mantel moeten zitten. Diep onder het oppervlak dus. Maar dat is niet wat de spectrometer van de NASA-ruimtesonde Dawn heeft laten zien. Op het zuidelijk halfrond van Vesta, waar diepe kraters zijn geslagen en de mantel blootligt, is geen olivijn te vinden. En op het noordelijk halfrond, dat veel minder gehavend is, ligt juist wel olivijn aan de oppervlakte (Nature, 7 november). Het ontstaansmodel voor Vesta lijkt dus aan herziening toe. Volgens de wetenschappers die de gegevens van Dawn hebben geanalyseerd, is het denkbaar dat Vesta nooit geheel gesmolten is geweest, zoals de aarde. Hierdoor zouden plaatselijke concentraties van olivijn aan het oppervlak kunnen zijn achtergebleven. En misschien bevat de blootliggende mantel op het zuidelijk halfrond van de planetoïde wel degelijk olivijn, maar is deze later bedolven onder een laag van andersoortig materiaal. (EE)
It's Complicated: Dawn Spurs Rewrite of Vesta's Story

6 november 2013
De explosie van een kleine planetoïde boven de Russische stad Tsjeljabinsk, op 15 februari van dit jaar, was niet alleen de hevigste in meer dan honderd jaar, maar ook verreweg de best gedocumenteerde. Het verschijnsel is op honderden video’s vastgelegd en met tal van instrumenten gedetecteerd. De tijdschriften Nature en Science presenteren deze week de wetenschappelijke oogst die dat heeft opgeleverd. In Nature doet een team van Tsjechische en Canadese wetenschappers verslag van hun analyse van de omloopbaan die de ruwweg 19 meter grote planetoïde volgde. Deze blijkt sterke overeenkomsten te vertonen met de baan van een andere planetoïde die regelmatig in de buurt van onze planeet komt: de ruim twee kilometer grote aardscheerder 86039 (1999 NC43). Mogelijk was het object dat op een hoogte van dertig kilometer boven Tsjeljabinsk uit elkaar spatte een losgeslagen brokstuk van deze aardscheerder. In een tweede Nature-artikel presenteert een breed internationaal team, met o.a. Läslo Evers en Pieter Smets (beiden KNMI en TU Delft), een schatting van de totale hoeveelheid energie die bij de explosie vrijkwam: het equivalent van de explosie van 500 kiloton TNT. Hun analyse van het verloop van de explosie laat zien dat de daarmee gepaarde drukgolf minder hevig was dan de meest gebruikte modellen voorspellen. Daar staat tegenover dat uit een nieuwe analyse van infrageluidmetingen die in de periode 1994-2013 zijn verzameld blijkt dat er tien keer zo vaak objecten met afmetingen groter dan tien meter de aardatmosfeer binnendringen dan tot nu toe werd aangenomen. Een explosie van het kaliber Tsjeljabinsk of groter treedt gemiddeld ongeveer eens in de tien jaar op. Ook de publicatie in Science is het resultaat van een groot internationaal onderzoek, met Nederlandse bijdragen van Läslo Evers en Jacob Kuiper (KNMI) en Peter Jenniskens (SETI Institute, NASA Ames). Daarin wordt onder meer vastgesteld dat de brokstukken die rond Tsjeljabinsk zijn gevonden gewone chondrieten zijn – het meest voorkomende soort meteorieten dat op aarde wordt aangetroffen. Op basis van videobeelden heeft dit team berekend dat het object dat de aardatmosfeer binnenkwam een snelheid van ruim 19 kilometer per seconde had – iets sneller dan eerdere schattingen aangaven. Naar schatting driekwart van het object is hoog in de atmosfeer verdampt en het overige kwart verpulverde grotendeels tot stof. Slechts een minieme fractie – minder dan 0,05 procent oftewel ongeveer 5000 kilogram – is in de vorm van meteorieten op aarde terechtgekomen. Het grootste exemplaar, met een gewicht van ongeveer 650 kilogram, is in oktober van de bodem van het Tsjerbakoelmeer opgevist. (EE)
Risk of massive asteroid strike underestimated

25 oktober 2013
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft afgelopen week goedkeuring gegeven aan concrete maatregelen die tot doel hebben de aarde te beschermen tegen inslagen van planetoïden en kometen. Er wordt een International Asteroid Warning Network opgezet om wereldwijd informatie en kennis te delen; een Space Missions Planning Advisoty Group gaat onderzoek doen aan mogelijke 'afbuigtechnieken' om gevaarlijke aardscheerders in een iets andere baan te brengen, en de Comittee on the Peaceful Uses of Outer Space van de VN (COPUOS) gaat een rol spelen bij het nemen van beslissingen omtrent dit soort acties.Tijdens een publieke bijeenkomst in het American Museum of Natural History in New York zijn de VN-initiatieven vrijdag toegejuicht door de Association of Space Explorers (de wereldwijde vereniging van astronauten en kosmonauten), en riepen vijf astronauten uit de Verenigde Staten, Roemenië en Japan op tot verdere wereldwijde samenwerking om de volgende stappen te nemen in het bestrijden van inslagrisico's. (GS)
Persbericht Association of Space Explorers

17 oktober 2013
Op 16 september jl. is een forse planetoïde onopgemerkt op een afstand van minder dan 7 miljoen kilometer langs de aarde gevlogen. Het ongeveer 400 meter grote object, dat de aanduiding 2013 TV135 heeft gekregen, werd pas drie weken later ontdekt door astronomen van de Krim-sterrenwacht in Oekraïne. In de week na de ontdekking op 8 oktober is (weer eens) een stroom van geruchten op gang gekomen die suggereren dat de planetoïde in het jaar 2032 in botsing kan komen met onze planeet. Maar die ongerustheid is – volgens het Near-Earth Object Program Office van NASA – nogal voorbarig. De huidige bepaling van de baan van 2013 TV135 is immers gebaseerd op de meetgegevens van slechts een week, terwijl de planetoïde er ongeveer vier jaar over doet om een rondje om de zon te maken. Zoals het er nu naar uitziet zal 2013 TV135 de aarde in 2032 vrijwel zeker op ruime afstand passeren. Op basis van de nog zeer onzekere baangegevens bestaat er weliswaar een kans van 1 op 63.000 dat het tot een botsing komt, maar de praktijk heeft geleerd dat zo’n botsingskans sterk afneemt zodra er meer positiebepalingen beschikbaar komen. (EE)
Asteroid 2013 TV135 - A Reality Check

7 oktober 2013
De 270 kilometer grote planetoïde (87) Sylvia heeft een zogeheten gedifferentieerd inwendige, met een zware kern omgeven door een poreuzere mantel, en een van de twee manen van Sylvia heeft een zeer langgerekte vorm en een middellijn van ca. 24 kilometer. Al die informatie is afgeleid uit waarnemingen van een zeldzame sterbedekking door de drievoudige planetoïde, die begin dit jaar is waargenomen door zowel beroepsastronomen als gevorderde sterrenkunde-amateurs. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 45ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Denver, Colorado.De twee manen van (87) Sylvia, Romulus en Remus geheten, werden in 2005 ontdekt door Franck Marchis van de Keck-sterrenwacht op Mauna Kea, Hawaii. Ze zijn in de afgelopen jaren veelvuldig waargenomen met behulp van adaptieve optiek - een techniek om trillingen in de aardse dampkring te compenseren. Op basis van die metingen is een dynamisch model van de drievoudige planetoïde opgesteld, waarmee de posities van Rolumus en Remus ook in de toekomst voorspeld kunnen worden.De bedekking van een zwak sterretje, op 6 januari 2013, maakte het mogelijk het model te testen. Twaalf van de ca. vijftig waarnemingsstations zagen inderdaad een bedekking van Sylvia zelf, die tussen de 4 en 10 seconden duurde. Vier waarnemers zagen bovendien een twee seconden durende bedekking door Romulus. Uit de waarnemingen valt af te leiden dat Romulus een langgerekte vorm heeft (mogelijk haltervormig) en ca. 24 kilometer groot is.De sterbedekking heeft (in combinatie met andere waarnemingen) ook geleid tot een betere bepaling van de onregelmatige vorm van Slyvia zelf. Omdat de banen van de twee manen blijkbaar niet verstoord wordt door die onregelmatige vorm, concluderen Marchis en zijn collega's dat de planetoïde waarschijnlijk een gedifferentieerde opbouw heeft, waarbij verreweg de meeste massa geconcentreerd is in een min of meer bolvormige kern, die dan omgeven zou worden door een poreuze en onregelmatig gevormde mantel. (GS)
Telescopes Large and Small Team Up to Study Triple Asteroid

30 september 2013
De kleine planetoïde die op vrijdag 27 september door Russische onderzoekers van het MASTER-project werd ontdekt en waarvan was berekend dat hij rakelings langs de aarde vloog, blijkt toch op veilige afstand te zijn gebleven. In The Astronomer's Telegram maakten de Russische astronomen bekend dat het om een 15 meter groot rotsblok ging, dat in de nacht van 27 op 28 september, om 00.50 uur Nederlandse tijd, op slechts 11.300 kilometer hoogte langs vloog, boven de Indische Oceaan.Nieuwe waarnemingen van de planetoïde (inmiddels 2013 SW24 gedoopt), uitgevoerd in de afgelopen dagen, hebben echter een veel nauwkeuriger baanbepaling mogelijk gemaakt. Daaruit blijkt dat de dichtste nadering al anderhalve week eerder plaatsvond, op een veilige afstand van enkele miljoenen kilometers.Ook de afmetingen van de ruimtekei zijn niet met zekerheid bekend. De oorspronkelijke 'voorspellingen' waren gebaseerd op enkele positiemetingen in een tijdsbestek van slechts drie kwartier. (GS)

30 september 2013
In de nacht van 27 op 28 september, om 00.50 uur Nederlandse tijd, scheerde een ca. 15 meter groot kosmisch rotsblok 'rakelings' langs de aarde, op een hoogte van slechts 11.300 kilometer, boven de Indische Oceaan. De relatief kleine aardscheerder werd pas 9 uur voor de dichtste nadering ontdekt, door Russische wetenschappers verbonden aan het MASTER-project waarmee jacht wordt gemaakt op dit soort potentieel bedreigende planetoïden. De kosmische kei - ongeveer even groot als de reuzenmeteoriet die in februari 2013 boven de Russische stad Tsjeljabinsk de aardse dampkring binnendrong - staat nu in de topvijf van dichtste naderingen. De ontdekking is wereldkundig gemaakt via The Astronomer's Telegram. (GS)NB: Lees ook de update!
MASTER detection of Near-Earth Object 9 hours before the very close fly-by (The Astronomer's Telegram)

27 september 2013
Voordat de Amerikaanse ruimtesonde Dawn in de zomer van 2011 bij de grote planetoïde Vesta aankwam, kon deze 500 kilometer grote steenklomp alleen vanaf zeer grote afstand worden bestudeerd, door telescopen op aarde en door de Hubble Space Telescope. Die eerdere waarnemingen hadden al laten zien dat er variaties in samenstelling en grote helderheidsverschillen aan het oppervlak voorkomen, en dat zich aan de zuidpool van Vesta een groot inslagbekken bevindt.De extreem gedetailleerde foto's en metingen van Dawn hebben nu een veel nauwkeuriger beeld opgeleverd, waardoor de eerdere waarnemingen veel beter geïnterpreteerd konden worden. Planeetonderzoekers van het Dawn-team hebben in het vakblad Icarus een uitgebreide analyse gepubliceerd waarin de Dawn-waarnemingen vergeleken worden met de foto's en metingen van o.a. NASA's Infrared Telescope Facility op Hawaii en de Hubble Space Telescope. Daaruit blijkt dat met name de Hubble-beelden van Vesta in feite zeer veel informatie bevatten. De nu gepubliceerde vergelijking zal in de toekomst ook kunnen bijdragen aan een betere interpretatie van Vesta-waarnemingen van Hubble en van telescopen op de grond. (GS)
Dawn Reality-Checks Telescope Studies of Asteroids (origineel persbericht)

24 september 2013
De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft een planetoïde - een relatief klein rotsblok in een baan om de zon - genoemd naar Adrie Warmenhoven (1961), directeur van het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium in Franeker. Dat is bekendgemaakt door het Minor Planet Center van de IAU.Planetoïde (12633) Warmenhoven is in 1971 ontdekt door het Leidse astronomenechtpaar Cees van Houten en Ingrid van Houten-Groeneveld en de Nederlands-Amerikaanse astronoom Tom Gehrels. De planetoïde beweegt in een vrij excentrische baan om de zon, tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter.Ook naar Eise Eisinga, de bouwer van het unieke 18de-eeuwse mechanische planetarium, is een planetoïde genoemd: (5530) Eisinga. De vorige directeur/conservator van het Franeker planetarium, Henk Nieuwenhuis, is 'vereeuwigd' met planetoïde (7541) Nieuwenhuis.Tegelijkertijd met Adrie Warmenhoven is de Argentijns-Nederlandse astronome Amina Helmi van de Rijksuniversiteit Groningen geëerd met een planetoïde: (183635) Helmi. Eerder dit jaar viel de eer ook al te beurt aan Marieke Baan, voorlichtster van de Nederlandse Onderzoekschool Voor Astronomie: (12631) Mariekebaan. (GS)
Informatie over planetoïde (12633) Warmenhoven

12 september 2013
Op het European Planetary Science Congress 2013 in Londen wordt vandaag een nieuwe detailrijke atlas gepresenteerd van de grote planetoïde Vesta. De 29 kaarten tellende fotoatlas is gebaseerd op opnamen die gemaakt zijn door de NASA-ruimtesonde Dawn, die vanaf juli 2011 ruim een jaar lang om Vesta cirkelde. Voor het maken van de atlas zijn tienduizend foto’s van het Vesta-oppervlak gebruikt. De betreffende opnamen zijn gemaakt vanaf een hoogte van ongeveer 210 kilometer. De uiteindelijke kaarten hebben een schaal van 1:200.000, wat wil zeggen dat één centimeter overeenkomt met twee kilometer. Tegelijk met de fotoatlas verschijnt ook een spectrale atlas van Vesta. Deze bestaat uit 84 kaarten die informatie geven over de mineralogische samenstelling van de gesteenten aan het oppervlak van de planetoïde. (EE)
Take A Virtual Tour Of Vesta With New High Resolution Atlases

10 september 2013
De ongeveer twintig kilometer grote ‘planetoïde’ die te boek stond als 3552 Don Quixote blijkt inderdaad een komeet te zijn. Dat hebben onderzoekers van Northern Arizona University bekendgemaakt op het European Planetary Science Congress 2013 in Londen. Don Quixote, die in 1983 werd ontdekt, wordt gerekend tot de ‘aardscheerders’. Hij volgt een langgerekte baan om de zon waarvan het verste punt in de buurt van de Jupiterbaan ligt, maar die hem ongeveer eens in de negen jaar in de buurt van de aardbaan brengt. Al sinds 2000 werd vermoed dat Don Quixote eigenlijk geen planetoïde is – een voornamelijk rotsachtig object – maar een uitgeputte komeet – een object dat ooit veel ijs bevatte, maar dat door verdamping al duizenden jaren geleden is kwijtgeraakt. Waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer hebben dat vermoeden nu bevestigd. Tijdens waarnemingen in augustus 2009 bleek dat Don Quixote veel helderder was dan verwacht. Toen later nog eens goed naar de beelden werd gekeken, werd ontdekt dat het object was omgeven door een wolk van koolstofdioxidegas en zelfs een ijle staart vertoonde. Behalve kooldioxide bevat de komeet waarschijnlijk ook nog veel water. (EE)
NAU-led team discovers comet hiding in plain sight

10 september 2013
De planetoïde (3200) Phaethon, die in een kleine, excentrische baan rond de zon beweegt, gedraagt zich als een 'steenkomeet'. Dat blijkt uit nieuwe opnamen van Phaethon, gemaakt door de Amerikaanse STEREO-ruimtesonde. De nieuwe foto's zijn vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress 2013 in Londen.Phaethon vormt de bron van de stofdeeltjes die eens per jaar, in december, aanleiding geven tot de Geminiden-meteorenzwerm. De meeste meteorenzwermen worden veroorzaakt door stofdeeltjes die afkomstig zijn van ijzige kometen, maar Phaethon is een kleine rotsachtige planetoïde.Op de STEREO-foto's, gemaakt toen Phaethon zich op kleine afstand van de zon bevond, is nu voor het eerst te zien dat hij inderdaad een kort 'staartje' van stofdeeltjes vertoont. Komeetstof komt vrij doordat ijs onder invloed van de zonnewarmte begint te verdampen, maar daar kan in dit geval geen sprake van zijn: de temperatuur van Phaethon is op zo'n kleine afstand van de zon - ca. 20 miljoen kilometer - veel te hoog.David Jewitt van de Universiteit van Hawaii en zijn collega's denken dan ook dat de stofdeeltjes vrijkomen doordat het oppervlaktegesteente van Phaethon onder invloed van de extreme zonnewarmte begint te barsten en te verkruimelen. (GS)
Phaethon Confirmed as Rock Comet by STEREO Vision (origineel persbericht)

9 september 2013
Wetenschappers van de Vaticaansterrenwacht, de University of Central Florida en de Arecibo-radiosterrenwacht hebben een eenvoudig experiment ontwikkeld waarmee eigenschappen over planetoïden afgeleid kunnen worden. Door meteorieten (kleine brokstukjes van planetoïden) in een tank met vloeibare stikstof te laten vallen en vervolgens te meten hoeveel stikstof er 'wegkookt' als gevolg van de warmte-uitwisseling met de ruimtesteen, kan de warmtecapaciteit van het materiaal eenvoudig worden bepaald. Daaruit kunnen weer conclusies getrokken worden over o.a. de samenstelling van de oorspronkelijke planetoïde. Het experiment is met opzet zo eenvoudig uitgevoerd dat het gewoon op middelbare scholen uitgevoerd zou kunnen worden. Hoewel de resultaten tot nu toe nog voorlopig zijn, zijn er al wel verschillende trends meetbaar, volgens de onderzoekers. Zo blijken metaalrijke meteorieten een geringere warmtecapaciteit te hebben dan steenmeteorieten. De opzet en de voorlopige resultaten van het 'schoolexperiment' worden maandag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress 2013 in Londen. (GS)
European Planetary Science Congress 2013

5 september 2013
De uitbarsting van stofdeeltjes die de planetoïde P/2012 T1 vorig jaar vertoonde, was waarschijnlijk niet het gevolg van een botsing met een soortgenoot. Het lijkt er sterk op dat het om ‘komeetgedrag’ ging. Dat blijkt uit een uitgebreid waarnemingsprogramma met de William Herschel Telescope en de Gran Telescopio Canarias op het Canarische eiland La Palma. De afgelopen decennia hebben astronomen in de zogeheten hoofdgordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter een tiental planetoïden ontdekt die zich kort of lang als kometen kunnen gedragen. Deze objecten worden ook wel ‘hoofdgordelkometen’ genoemd, maar of het ook werkelijk kometen zijn, is nog maar de vraag. In sommige gevallen kan de uitstoot van stof bij deze planetoïden worden toegeschreven aan een botsing met een kleine soortgenoot. Maar voor P/2012 T1 lijkt die verklaring niet op te gaan: daarvoor duurde de stofuitstoot te lang. De activiteit begon rond het moment dat zijn afstand tot de zon op zijn kleinst was en hield ongeveer een half jaar aan. De meest waarschijnlijke verklaring voor dit gedrag is dat zich onder het oppervlak van P/2012 T1 een voorraad ijs bevindt. Steeds als het kleine hemellichaam wat dichter bij de zon komt, begint er ijs te verdampen en worden stofdeeltjes door de ontsnappende gassen meegesleept. Precies zoals dat bij kometen gebeurt. Over de oorsprong van de hoofdgordelkometen bestaat nog veel onduidelijkheid. Maar volgens sommige astronomen bestond de planetoïdengordel aanvankelijk uit een mengsel van rotsachtige en ijsachtige objecten, en waren daar miljoenen jaren geleden nog duizenden actieve kometen te vinden. Wat we nu zien zou slechts het schamele restant daarvan zijn: mettertijd zouden de objecten een groot deel van hun ijs zijn kwijtgeraakt, waardoor ze steeds meer op planetoïden zijn gaan lijken. (EE)
WHT and GTC Follow Up Main Belt Comet P/2012 T1

2 september 2013
Onderzoekers van Dartmouth College in Hanover, New Hampshire, denken dat de Canadese provincie Quebec 12.900 jaar geleden getroffen is door een kosmische inslag. Dat er rond die tijd, in het Jonge Dryas-stadiaal, een komeet of kleine planetoïde op aarde insloeg, lijkt steeds waarschijnlijker; sporen daarvan zijn in oude gesteentelagen aangetroffen, onder andere in de vorm van nanodiamantjes. De inslag zou ertoe hebben geleid dat de laatste ijstijd langer bleef aanhouden - er was sprake van een extreem lange koude periode - en dat grote zoogdieren zoals de mammoet, de mastodont en de sabeltandtijger uitstierven. De Dartmouth-onderzoekers, onder leiding van Mukul Sharma, hebben nu ontdekt dat microsferulen die bij de inslag zijn ontstaan (en die onder andere gevonden zijn in Pennsylvania en New Jersey) dezelfde geochemische en mineralogische eigenschappen hebben als gesteenten die in het zuiden van Quebec zijn aangetroffen. Voor het eerst lijkt daarmee meer duidelijkheid te zijn verkregen over de plaats van de inslag.Hoewel er in Quebec verschillende oude inslagkraters zijn gevonden, is de krater van de Jonge Dryas-inslag nog niet geïdentificeerd. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences. (GS)
Study Links Prehistoric Climate Shift, Cosmic Impact

22 augustus 2013
De in februari van dit jaar uitgeschakelde NASA-satelliet WISE wordt in september weer opgestart. Als deze procedure slaagt, zal de infraroodsatelliet nog eens drie jaar naar kometen en (vooral) planetoïden gaan speuren. Eerder heeft WISE al een twintigtal kometen en tienduizenden planetoïden ontdekt. In zijn nieuwe missie moet WISE vooral gaan zoeken naar planetoïden en kometen die dicht in de buurt van de aarde kunnen komen. Naar verwachting zal dat ongeveer 150 nieuwe ‘aardscheerders’ opleveren. Daarnaast zullen van nog eens 2000 van deze objecten de grootte en de thermische eigenschappen worden bepaald. De vervolgmissie maakt deel uit van de plannen die NASA heeft om een kleine planetoïde te ‘vangen’ en voor gedetailleerd onderzoek in een baan rond te maan brengen. Uiterlijk in 2025 zouden astronauten een bezoek aan dit kleine rotsachtige hemellichaam moeten brengen. Al deze inspanningen hebben tot doel om meer te weten te komen over planetoïden die de aarde mogelijk zouden kunnen bedreigen, en de manier waarop dat gevaar afgewend zou kunnen worden. (EE)
NASA Spacecraft Reactivated to Hunt for Asteroids

4 juli 2013
De resultaten van een microzwaartekrachtexperiment wijzen erop dat het puin en stof op de oppervlakken van planetoïden en kometen over veel langere afstanden dan op aarde 'krachtketens' tussen deeltjes ondervinden. Dat zou deze oppervlakken minder stabiel maken dan gedacht, zo melden Europese wetenschappers vandaag tijdens de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in St Andrews, Schotland. Krachtketens zijn een alledaags verschijnsel. Als je in de supermarkt een sinaasappel van een stapel oppakt, gaat dat vaak goed, maar soms stort de hele stapel ineen. Dergelijke gewichtdragende sinaasappels vormen de krachtketen van de stapel. Bij kleine deeltjes gebeurt iets soortgelijks. De wetenschappers hebben in 2009 als postdocstudenten experimenten gedaan aan boord van een Airbus 300 die een aantal parabolische vluchten maakte. Tijdens die vluchten konden ze ongeveer een half uur onderzoek doen onder zo goed als gewichtloze omstandigheden ('microzwaartekracht'). Hun experiment, AstEX geheten, bestond uit een cilinder gevuld met glasbolletjes met een draaiende trommel in het centrum. Op momenten dat het vliegtuig een vrije val maakte lieten ze de inwendige trommel gedurende tien seconden draaien, waarna de draairichting omkeerde. Via glazen platen legden camera's het gedrag van de bolletjes boven- en onderin de cilinder vast. Hetzelfde experiment werd ook op aarde uitgevoerd. De AstEX-gegevens laten zien hoe de krachtketens tussen de bolletjes veranderen door de omkering van de kracht die op hen werkt. De wetenschappers stelden vast dat onder microzwaartekracht de bolletjes dicht bij het roterende oppervlak van de trommel minder door de verandering van draairichting werden beïnvloed, en die aan de rand van de cilinder juist sterker, dan bij het experiment op aarde. In de praktijk betekent dit dat veranderingen in krachtketens onder geringe zwaartekracht over veel grotere afstand voelbaar zijn. En dat maakt het gedrag van de oppervlakken van kleine hemellichamen zoals kometen en planetoïden minder goed voorspelbaar. Een meteorietinslag of de landing van een ruimtesonde aan de ene kant van een kleine puinachtige planetoïde zou zelfs een lawine aan de andere kant ervan kunnen veroorzaken. (EE)
Microgravity memory-test for granular materials suggests landing on asteroids may cause long-distance avalanches

25 juni 2013
Op 18 juni heeft Pan-STARRS-1, een geautomatiseerd systeem voor het opsporen van kometen en planetoïden, de tienduizendste aardscheerder ontdekt. De ongeveer driehonderd meter grote planetoïde heeft de aanduiding 2013 MZ5 gekregen. Aardscheerders zijn objecten die relatief dicht in de buurt van de aardbaan komen, wat overigens niet betekent dat ze frequent in de buurt van onze planeet te vinden zijn. Verreweg de meeste blijven op afstanden van 7 miljoen kilometer en meer. Echt groot zijn ze geen van alle: de grootste, planetoïde 1036 Ganymed, meet 41 kilometer, maar verreweg de meeste zijn kleiner dan een kilometer. Dat betekent overigens niet dat aardscheerders per definitie ongevaarlijk zijn. Ook de inslag van een slechts enkele tientallen meters grote planetoïde kan grote schade aanrichten, zeker in bewoond gebied. Daarom doet het Amerikaanse ruimteagentschap NASA verwoede pogingen om zoveel mogelijk aardscheerders op te sporen. Het opsporen van de eerste tienduizend aardscheerders heeft ruim een eeuw geduurd. Maar het ontdekkingstempo is inmiddels flink opgeschroefd: per jaar komen er nu duizend bij. Er wordt naar gestreefd om vóór 2025 negentig procent van alle aardscheerders met afmetingen van meer dan een kilometer gevonden te hebben. (EE)
Ten Thousandth Near-Earth Object Discovered

18 juni 2013
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft vandaag een zogeheten 'Grand Challenge' ('grote uitdaging') aangekondigd om alle potentieel gevaarlijke planetoïden op te sporen. In de afgelopen jaren is al 95% van alle aardscheerders groter dan één kilometer in middellijn opgespoord, maar kleinere ruimtekeien zijn nog lang niet allemaal in kaart gebracht. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties, industriële partners en universiteiten hierin gaan samenwerken. Ook is het de bedoeling dat het grote publiek aan het initiatief kan deelnemen, bijvoorbeeld door het online analyseren van astronomische waarnemingen. De Asteroid Grand Challenge maakt deel uit van president Obama's Strategy for American Innovation. Hoe e.e.a. exact gestalte moet krijgen is nog niet duidelijk. (GS)
NASA Announces Asteroid Grand Challenge (origineel persbericht)

7 juni 2013
In de vroege ochtend van zaterdag 8 juni, om 06.42 uur Nederlandse tijd, vloog de ca. 10 meter grote planetoïde 2013 LR6 (op 6 juni ontdekt door de Amerikaanse Catalina Sky Survey) op een veilige afstand van 105.000 kilometer langs de aarde - ongeveer dertig procent van de gemiddelde afstand tussen de aarde en de maan. Zulke 'aardscheerders' vliegen vaak 'rakelings' langs onze planeet, maar ze worden lang niet allemaal opgemerkt. Het 17 meter grote rotsblok dat op 15 februari boven de Russische stad Tsjeljabinsk de aardse dampkring binnendrong en explodeerde, kwam bijvoorbeeld als een volslagen verrassing. (GS)
Small Asteroid Between Earth and Moon Tonight (origineel persbericht)

3 juni 2013
De ijle stofstaart van de 'actieve' planetoïde P/2010 A2, die eerder al in beeld is gebracht door de Hubble Space Telescope, blijkt minstens één miljoen kilometer lang te zijn - veel langer dan tot nu toe werd gedacht. De langgerekte stofsliert is zo goed als zeker het gevolg van het (grotendeels) uiteenvallen van de kleine planetoïde, mogelijk door een botsing met een andere ruimtekei, of door een snelle rotatie. Dat moet ongeveer drieënhalf jaar geleden zijn gebeurd. Dat de stofstaart minstens drie keer zo lang is als de afstand tussen de aarde en de maan blijkt uit nieuwe foto's die gemaakt zijn met de One Degree Imager van de 3.5-meter YIYN-telescoop op de Kitt Peak-sterrenwacht in Arizona. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 222ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Indianapolis. (GS)
New Camera at WIYN images an Asteroid with a Long Tail (origineel persbericht)

30 mei 2013
De eerste radarbeelden van de planetoïde 1998 QE2, die onze planeet vrijdagavond op een afstand van minder dan zes miljoen kilometer passeert, laten zien dat het kleine hemellichaam uit twee stukken bestaat. Uitzonderlijk is dat niet: ongeveer 1 op de 6 planetoïden met afmetingen van 200 meter en groter bestaat uit twee of drie delen. Het hoofddeel van 1998 QE2 is ongeveer 2,7 kilometer groot en draait in minder dan vier uur om zijn as. De begeleider of 'maan' meet ongeveer 600 meter. (EE)
NASA Radar Reveals Asteroid Has Its Own Moon

29 mei 2013
Met de Amerikaanse infrarood-ruimtetelescoop WISE (Wide-field Infrared Survey Explorer) zijn 28 nieuwe planetoïdernfamilies geïdentificeerd. Bovendien is van duizenden planetoïden ontdekt tot welke familie ze behoren. De resultaten, die gepubliceerd worden in The Astrophysical Journal, bieden meer inzicht in de manier waarop planetoïdenfamilies ontstaan en in de herkomst van zogheten aardscheerders - planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen. Planetoïdenfamilies ontstaan door zware inslagen op grote planetoïden (zoals Vesta) en door onderlinge botsingen van kleinere exemplaren. De brokstukken vliegen als individuele planetoïden door het zonnestelsel, waarbij ze zich in de loop van de tijd over een steeds groter gebied verspreiden. Ze zijn echter te herkennen door overeenkomsten in de baaneigenschappen en - vooral - door overeenkomsten in de mineralogische samenstelling. De WISE-ruimtetelescoop verrichtte infrarood- (warmte-)metingen aan 120.000 planetoïden, en bepaalde vrij nauwkeurig hun reflectie-eigenschappen. Op die manier werd ontdekt dat sommige bekende planetoïdenfamilies in werkelijkheid uit twee afzonderlijke families bestaan. In totaal werden 28 nieuwe families geïdentificeerd, waarmee het totale aantal bekende families op 76 komt. Bovendien bleek van 38.000 bestudeerde planetoïden voor het eerst dat ze tot een van die families behoren. (GS)
NASA's WISE Mission Finds Lost Asteroid Family Members (origineel persbericht)

28 mei 2013
Op vrijdagavond 31 mei kan iedereen via internet getuige zijn van de 'scheervlucht' van planetoïde 1998 QE2 langs de aarde. Het kosmische rotsblok, in 1998 ontdekt door het LINEAR-project, komt niet echt heel dichtbij, maar het is wel behoorlijk groot: ca. 2,7 kilometer. De kleinste afstand (ca. 5,5 miljoen kilometer, ongeveer veertien keer zo groot als de afstand tot de maan) wordt bereikt om 22.59 uur Nederlandse tijd. De planetoïde beweegt dan met een snelheid van 10,6 kilometer per seconde en bereikt  een maximale helderheid van de elfde magnitude - honderd keer zo zwak als de zwakste ster die met het blote oog zichtbaar is op een donkere, heldere nacht. De 'passage' van 1998 QE2 wordt gevolgd door een telescoop op de Canarische Eilanden, en is te zien op de astronomische 'webcam' www.slooh.com, vanaf 22.30 uur. (GS)
Origineel persbericht

17 mei 2013
In april hebben onderzoekers van het SETI Institute en het Mars Institute experimenten uitgevoerd in de Californische Mojave-woestijn om ervaring op te doen die nuttig kan zijn bij toekomstige bemande landingen op kleine hemellichamen zoals planetoïden. Die hebben vaak een 'poreus' oppervlak dat uit kleine en grote kiezels en stenen bestaat. Vanwege de geringe zwaartekracht op zo'n klein hemellichaam moeten speciale technieken worden gebruikt voor het nemen van bodemmonsters en het analyseren van de samenstelling. Hoewel de geringe zwaartekracht van een planetoïde op aarde natuurlijk niet is na te bootsen, vormt 'Asteroid Hill' in het National Training Center van het Amerikaanse leger, bij de Californische plaats Fort Irwin, een goede testomgeving voor het uitproberen van verschillende technieken. Het 'onderzoek' is overigens mede mogelijk gemaakt door First Canyon Media, een productiebedrijf dat een Canadese tv-documentaire aan het maken is, getiteld 'Mission Asteroid'. (GS)
Field Tests in Mojave Desert Pave Way for Human Exploration of Small Bodies (origineel persbericht)

16 mei 2013
Op 31 mei a.s. suist de ongeveer drie kilometer grote planetoïde 1998 QE2 op een afstand van iets minder dan zes miljoen kilometer langs onze planeet. Dat is vijftien keer de afstand van de maan: nauwelijks verontrustend dus. Maar radarastronomen zullen deze gelegenheid benutten om het object nader te onderzoeken. Planetoïde 1998 QE2 zal van 30 mei tot 9 juni worden afgetast met de radarsystemen van de radiosterrenwachten van Goldstone en Arecibo. Hoewel het rotsachtige object niet héél dichtbij komt, zal dit naar verwachting beelden opleveren waarop enkele meters grote oppervlaktedetails te zien zijn. Daarnaast wordt informatie verkregen over de vorm van de planetoïde en de wijze waarop deze rondwentelt. (EE)
Asteroid 1998 QE2 to Sail Past Earth Nine Times Larger Than Cruise Ship

1 mei 2013
De planetoïde 1999 RQ36, die in 2018 bezoek krijgt van de Amerikaanse ruimtesonde OSIRIS-REx, heeft een echte naam gekregen. Hij heet nu Bennu, naar een reigerachtige vogel uit de Egyptische mythologie. De naam is bedacht door de 9-jarige scholier Michael Puzio uit North Carolina. Zijn suggestie werd gekozen uit de ruim 8000 inzendingen die scholieren uit meer dan 25 landen na een oproep vorig jaar hebben ingezonden. OSIRIS-REx – de afkorting staat voor Origins-Spectral Interpretation-Resource Identification-Security-Regolith Explorer – zal in 2016 worden gelanceerd. Het is de bedoeling dat hij een bodemmonster van Bennu ophaalt en in 2023 op aarde aflevert. Aangenomen wordt dat koolstofrijke planetoïden als deze aanwijzingen bevatten over de oermaterie waaruit de planeten van ons zonnestelsel zijn ontstaan. (EE)
NASA Spacecraft Will Visit Asteroid with New Name

10 april 2013
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA wil een kleine planetoïde 'vangen' en in een baan rond de maan brengen voor gedetailleerd onderzoek. Ook zouden astronauten in de toekomst een bezoek aan het kleine hemellichaam moeten brengen. Het plan voor de ambitieuze planetoïdemissie is gepresenteerd als onderdeel van de bekendmaking van het NASA-budget voor het Amerikaanse belastingjaar 2014. In dat jaar moet het missieconcept verder worden uitgewerkt. Het project heeft tot doel om meer te weten te komen over planetoïden die de aarde mogelijk zouden kunnen bedreigen, en de manier waarop dat gevaar afgewend zou kunnen worden. Tevens zou de planetoïdenmissie een opstap kunnen vormen naar een toekomstige bemande missie naar de planeet Mars. (GS)
NASA's Asteroid Initiative Benefits From Rich History (origineel persbericht)

1 april 2013
De Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA nodigt iedereen uit om zijn of haar naam achter te laten op een kleine planetoïde. De actie start op 10 april en duurt tot half juli.In juli 2014 moet de Japanse ruimtesonde Hayabusa-2 gelanceerd worden. In 2018 zal die aankomen bij de kleine Apollo-planetoïde (162173) 1999 JU3. Net als zijn voorganger (Hayabusa-1) dat deed bij de planetoïde Itokawa, zal Hayabusa-2 stofmonsters van het oppervlak van 1999 JU3 verzamelen die in 2020 teruggebracht zullen worden naar de aarde.De 'landingsplaats' op de planetoïde zal permanent gemarkeerd worden door een klein bolvormig voorwerp, waarop microchips zijn bevestigd met ca. één miljoen namen van aardbewoners. Ook op de capsule die de bodemmonsters terugbrengt naar de aarde kunnen belangstellenden namen en boodschappen achterlaten. De webpagina's waarop namen kunnen worden ingestuurd zullen overigens pas op 10 april beschikbaar zijn. (GS)
Let's meet with Le Petit Prince! Million Campaign 2 (originele aankondiging)

27 februari 2013
Afgelopen maandag is in de Russische Oeral een ongeveer één kilogram wegend fragment van een meteoriet opgespoord. Het is het grootste brokstuk van de boven de stad Tsjeljabinsk ontplofte meteoriet dat tot nu toe is gevonden. Zowel wetenschappers als amateurs zijn in het getroffen gebied naarstig op zoek naar kosmische brokstukken. Officieel zijn daarbij een paar honderd meteorietfragmenten verzameld, maar de kans is groot dat een vergelijkbaar aantal bij handige ondernemers is terechtgekomen. Via internet worden tientallen exemplaren verhandeld, al zitten daar ongetwijfeld ook veel 'nepperds' tussen. Volgens Russische wetenschappers zou het grootste brokstuk van de meteoriet op de bodem van het dichtgevroren Tsjebarkoelmeer kunnen liggen. Dat exemplaar, dat bij aankomst een groot gat in het ijs sloeg, zou ruim een halve meter groot kunnen zijn. Inmiddels heeft het toerisme rond het meer een enorme vlucht genomen. Bezoekers kunnen zich door gidsen laten rondleiden. En in het plaatselijke museum is een tentoonstelling ingericht. (EE)
1kg meteorite piece found in Russian Urals

26 februari 2013
De zware meteoriet die op vrijdag 15 februari explodeerde boven de Russische stad Tsjeljabinsk behoorde tot de zogeheten Apollo-planetoïdenfamilie: een groep aardscheerders waarvan de enigszins langgerekte omloopbaan de baan van de aarde kruist, en die een omlooptijd hebben van iets meer dan een jaar. Dat blijkt uit een reconstructie van het traject van de meteoriet, uitgevoerd op basis van een groot aantal foto's en video-opnamen. De meteoriet behoorde tot de L- of de LL-klasse, getuige mineralogisch onderzoek aan de fragmenten die tot nu toe gevonden en geborgen zijn. Dat zijn gewone chondrieten (de meest voorkomende steenmeteorieten) met een laag gehalte aan ijzer en andere metalen. (GS)
Nieuwsbericht op www.newscientist.com

22 februari 2013
Europese en Amerikaanse ruimteonderzoekers hebben de kleine dubbelplanetoïde Didymos uitgekozen als reisdoel voor het AIDA-project. AIDA (Asteroid Impact and Deflection Assessment) moet ervaring op gaan doen met het afbuigen van kleine planetoïden. Die technieken zijn in de toekomst mogelijk nodig om de aarde te beschermen tegen kosmische inslagen.AIDA gaat uit twee ruimtesondes bestaan: de Amerikaanse DART (Double Asteroid Redirection Test) en de Europese AIM (Asteroid Impact Monitor). DART is in feite een zwaar projectiel dat op de kleinste van de twee planetoïden af wordt geschoten met een snelheid van 6,25 kilometer per seconde. AIM gaat metingen verrichten aan het effect van die botsing.Didymos is nu uitgekozen als reisdoel voor het AIDA-project. De dubbelplanetoïde bestaat uit twee mogelijk zeer poreuze hemellichamen, met afmetingen van ca. 800 en ca. 150 meter. De ruimtevlucht van AIDA zou in 2022 plaats moeten vinden, wanneer Didymos de aarde tot op een afstand van 'slechts' elf miljoen kilometer nadert - iets minder dan dertig keer de afstand van de aarde tot de maan. (GS) 
Asteroid impact mission targets Didymos (origineel persbericht)

21 februari 2013
Anders dan kometen vertonen planetoïden doorgaans geen staart van stofdeeltjes. Maar er zijn inmiddels tien uitzonderingen op deze regel. Spaanse astronomen hebben vastgesteld dat het object P/2012 F5, dat in maart vorig jaar als komeet werd ontdekt, waarschijnlijk een planetoïde is die, net als minstens negen andere planetoïden, komeetachtig gedrag is gaan vertonen. P/2012 F5 en zijn soortgenoten maken deel uit van de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. Ze worden ook wel hoofdgordelkometen genoemd. Uit waarnemingen met de Gran Telescopio Canarias blijkt dat de stofstaart van P/2012 F5 in juni of juli van 2011 moet zijn ontstaan. Geschat wordt dat de ongeveer honderd meter grote planetoïde sindsdien een half miljoen ton aan massa is kwijtgeraakt. Er bestaan twee mogelijke verklaringen voor het gedrag van de hoofdgordelkometen. De meest voor de hand liggende is dat de stofstaart ontstaan nadat een planetoïde in botsing is gekomen met een soortgenoot. Een andere mogelijkheid is dat een planetoïde door het zogeheten Jarkovski-effect, dat ontstaat door temperatuurverschillen aan het oppervlak van het kleine hemellichaam, steeds sneller is gaan draaien, waardoor hij uiteenvalt. (EE)
Discovering the Birth of an Asteroid Trail

19 februari 2013
Met de 70 meter grote Deep Space Network-antenne in Goldstone, in de Californische Mojave-woestijn, zijn radarbeelden gemaakt van planetoïde 2012 DA14, die op vrijdagavond 15 februari op minder dan 28.000 kilometer afstand langs de aarde scheerde. De 72 afzonderlijke beeldjes zijn verkregen in een periode van ca. 8 uur, na de dichtste nadering van de aardscheerder; de afstand nam in die periode toe van 120.000 tot 314.000 kilometer. Voor elke afzonderlijke opname zijn gedurende 320 seconden radarwaarnemingen verricht. De techniek komt erop neer dat een krachtig radarsignaal naar het hemellichaam wordt gezonden, waarna de reflectie met dezelfde schotelantenne weer wordt opgevangen. Uit de sterkte, de exacte aankomsttijd en de golflengteverschuiving van de gereflecteerde radarpuls is informatie af te leiden over afmetingen, vorm en rotatie van de aardscheerder. Een voorlopige analyse van de beelden doet vermoeden dat 2012 DA14 ongeveer 40 bij 20 meter groot is. Daarmee is hij ruim drie keer zo groot als de meteoriet die vrijdagochtend boven de Russische stad Tsjeljabinsk de aardse dampkring binnendrong. (GS)
NASA Releases Radar Movie of Asteroid 2012 DA14 (origineel persbericht)

17 februari 2013
Zo'n 360 miljoen jaar geleden is de aarde getroffen door een redelijk grote planetoïde, met een geschatte middellijn van ca. 20 kilometer. De inslag vond plaats in het zuiden van Australië. Dat schrijven onderzoekers in het vakblad Tektonophysics. Zij baseren zich op onderzoek aan seismische anomaliën en aan kwartskristallen in bodemmonsters van enkele kilometers diepte. Het projectiel is voor of tijdens de inslag mogelijk in twee grote brokstukken uiteengevallen. De inslag is mogelijk de oorzaak geweest van een massa-uitsterving die in diezelfde periode plaatsvond, op de grens tussen Devoon en Carboon.Met een middellijn van 20 kilometer zou de Australische planetoïde twee keer zo groot en dus acht keer zo zwaar zijn geweest als het projectiel dat 65 miljoen jaar geleden neerkwam op het Mexicaanse schiereiland Yucatán. Die inslag veroorzaakte het uitsterven van de dinosauriërs. (GS)
Nieuwsbericht op www.phys.org

14 februari 2013
Wetenschappers van de Universiteit van Californië in Santa Barbara hebben plannen gepresenteerd voor de ontwikkeling van een ruimtesysteem waarmee kleine planetoïden afgebogen of zelfs volledig verdampt kunnen worden. Hun DE-STAR-project (Directed Energy Solar Targeting of Asteroids and exploRation) maakt gebruik van gebundelde zonne-energie, die omgezet wordt in krachtige laserstralen. Daarmee zou niet alleen de baan van een mogelijk bedreigende aardscheerder gewijzigd kunnen worden; met grote toekomstige installaties zou een planetoïde ook volledig kunnen worden verdampt. Bovendien zou het DE-STAR-concept geschikt zijn voor de aandrijving van onbemande en bemande ruimteschepen, en uiteindelijk zelfs interstellaire ruimtevaart mogelijk maken. Volgens Phil Lubin en Gary Hughes van de universiteit gaat het hierbij om technieken die op zich al beschikbaar zijn, zij het niet op de schaal die voor DE-STAR wordt voorgesteld. (GS)
California Scientists Propose System to Vaporize Asteroids That Threaten Earth (origineel persbericht)

13 februari 2013
De 500 km grote planetoïde Vesta is meer dan een miljard jaar geleden twee maal getroffen door een kosmisch projectiel. In beide gevallen ging het om een kleiner hemellichaam met een afmeting van tussen de 60 en 70 kilometer. De botsingen, die plaatsvonden bij een onderlinge snelheid van ruim 5 kilometer per seconde, produceerden grote inslagbekkens. De twee inslagbekkens overlappen elkaar voor een belangrijk deel en bevinden zich aan de zuidpool van Vesta.Vesta is in 2011 en 2012 in detail onderzocht door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn. Astronomen van de Universiteit Bern hebben nu met behulp van gedetailleerde computersimulaties laten zien hoe veel eigenschappen van de planetoïde verklaarbaar zijn door het scenario van een dubbele inslag: niet alleen het dubbele zuidpoolbekken, maar ook de spiraalvormige patronen die hierin zijn waargenomen, de honderden kilometers lange groeven in het evenaargebied van Vesta, en de enigszins elliptische vorm van de 'protoplaneet'.In tegenstelling tot kleinere hemellichamen heeft Vesta - net als de aarde - een gelaagde opbouw, met een kern van metalen en een mantel van gesteenten. Onderzoek aan planetoïden zoals Vesta werpt nieuw licht op de ontstaansperiode van het zonnestelsel: de grote planeten zijn gevormd door samenklontering van kleinere brokstukken. De nieuwe computersimulaties laten zien dat er bij de inslagen op Vesta materiaal van ca. 100 kilometer diep aan het oppervlak moet zijn gekomen. De resultaten zijn donderdag gepubliceerd in Nature. (GS)
Bern computer simulation helps to better understand the origin of our solar system (origineel persbericht)

11 februari 2013
Komende vrijdag scheert planetoïde 2012 DA14 op een afstand van nog geen 28.000 kilometer langs het aardoppervlak. Gevaar voor een botsing met onze planeet is er niet, maar het object – ongeveer half zo groot als een voetbalveld – zal wel de nodige aandacht krijgen. Belangstellenden kunnen de passage van de planetoïde via internet volgen bij het Clay Center Observatory en via de SLOOH SpaceCamera. Het zonnestelsel wemelt van de planetoïden – rotsachtige restanten van het proces dat 4,5 miljard jaar geleden tot het ontstaan van de planeten leidde. Voor zover bekend kunnen ruim duizend van deze overgebleven planetaire 'bouwstenen' relatief dicht in de buurt van de aarde komen. Sinds het begin van de systematische waarnemingen in de jaren negentig is echter nog nooit een planetoïde van de omvang van 2012 DA14 zo dicht langs onze planeet gescheerd. Voor wetenschappers is dat een buitenkansje. Een radarantenne van NASA zal een krachtige bundel radiostraling naar de planetoïden zenden, waarvan de weerkaatsing met radiotelescopen elders in de VS wordt opgevangen. Zulke 'radio-echo's' kunnen niet alleen worden gebruikt om afstand en snelheid van de planetoïde te meten, maar geven ook informatie over de fysische kenmerken van het object. Bovendien kan uit de signatuur van de weerkaatste radiogolven worden afgeleid in welke richting 2012 DA14 om zijn as draait. Die informatie is van essentieel belang voor het voorspellen van de baan die de planetoïde de komende jaren zal volgen. De huidige omloopbaan brengt de planetoïde één keer per jaar in de buurt van de aarde, maar omdat hij daarbij de aardbaan niet kruist, is er geen kans op een botsing. In hoeverre daar verandering in kan komen, is voor een belangrijk deel afhankelijk van het zogeheten Jarkovski-effect. Dat effect ontstaat doordat de dagzijde van de planetoïde warmer is, en dus meer infraroodstraling uitzendt, dan de nachtzijde. Dat resulteert in een minuscule kracht die de snelheid van het object kan doen toenemen, maar ook kan vertragen. Welke invloed het Jarkovski-effect op 2012 DA14 heeft, zal pas duidelijk worden als precies duidelijk is op welke manier hij om zijn as wentelt. (EE)
Getting the Right Spin on a Close-Passing Asteroid

22 januari 2013
Het Amerikaanse commerciële ruimtevaartbedrijf Deep Space Industries (DSI), geleid door ruimtevaart-entrepreneur Rick Tumlinson, maakt vandaag plannen bekend voor mijnbouw op planetoïden. DSI wil in 2015 en 2016 kleine onbemande ruimtevaartuigjes - FireFlies en DragonFlies genoemd - op pad sturen naar planetoïden die de aarde dicht naderen. De ruimtescheepjes wegen hooguit enkele tientallen kilo's, en moeten vluchten maken van enkele maanden tot een paar jaar. De DragonFlies zouden uiteindelijk enkele tientallen kilo's planetoïdenmateriaal naar de aarde moeten brengen. In de toekomst hoopt Deep Space Industries op grotere schaal mijnbouw op planetoïden te kunnen realiseren. Momenteel wordt er nog gezocht naar klanten en sponsors. (GS)
Livestream van de aankondiging

15 januari 2013
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA nodigt wetenschappers uit om met onderzoeksideeën te komen die een ondersteuning vormen voor een toekomstige onbemande internationale ruimtevlucht naar een dubbelplanetoïde. Het gaat om het AIDA-project (Asteroid Impact and Deflection), waarbij twee kleine, eenvoudige ruimtesondes een kleine planetoïde van baan moeten laten veranderen. De Amerikaanse sonde DART (Double Asteroid Redirection Test) wordt in botsing gebracht met de kleinste van de twee rotsblokken in een dubbelplanetoïde; de Europese AIM (Asteroid Impact Monitor) onderzoekt van nabij wat de gevolgen van die inslag zijn op de baanbeweging van de twee kleine hemellichamen. Wetenschappers kunnen bij ESA voorstellen indienen voor onderzoeksprogramma's op aarde en in de ruimte die een dergelijke missie ondersteunen. (GS)
Asteroid deflection mission seeks smashing ideas (origineel persbericht)

9 januari 2013
Het afgelopen weekend heeft de Europese infraroodsatelliet Herschel nieuwe waarnemingen gedaan van de planetoïde Apophis, die de aarde in de nacht van 9 op 10 januari op een afstand van 14,5 miljoen kilometer passeert. De meetgegevens laten zien dat de planetoïde donkerder en groter is dan tot nu toe werd geschat.Apophis kwam in 2004 in het nieuws omdat er een kleine, maar niet verwaarloosbare kans leek te bestaan dat hij in 2029 in botsing zou komen met onze planeet. Later bleek echter dat het zo'n vaart niet zal lopen. Wel komt Apophis in 2029 veel dichterbij dan nu: hij nadert het aardoppervlak dan tot op ongeveer 36.000 kilometer. De Herschel-waarnemingen laten zien dat het maar goed is dat het niet tot een botsing komt. Apophis is namelijk nog groter dan gedacht: 325 meter in plaats van 270 meter. Dat verschil van bijna twintig procent betekent dat het volume, en dus ook de massa, van de planetoïde 75% groter is dan tot nu toe werd aangenomen. De eerdere waarde voor de omvang van Apophis was gebaseerd op de schatting dat het oppervlak van de planetoïde 33% van het opgevangen zonlicht weerkaatst. De overige 67% zou na absorptie in warmte worden omgezet. De Herschel-metingen laten echter zien dat de planetoïde sterker opwarmt en dus minder zonnestraling weerkaatst: slechts ongeveer 23%. (EE)
Herschel intercepts asteroid Apophis

3 januari 2013
De twee grote inslagen die Vesta twee tot drie miljard jaar geleden hebben getroffen, hebben niet alleen de vorm van de planetoïde voor eeuwig veranderd. Ze hebben ook een grote invloed gehad op de mineralogische samenstelling van haar oppervlak. Dat schrijven Duitse wetenschappers in het tijdschrift Icarus.Onderzoek door de NASA-ruimtesonde Dawn heeft laten zien dat het oppervlak van Vesta grote verschillen in helderheid en samenstelling vertoont. Sommige delen zijn zo wit als sneeuw, andere zo donker als steenkool. Volgens de Duitse wetenschappers komt dat laatste materiaal van buitenaf: het is namelijk vooral te vinden langs de randen van de twee grote inslagbekkens aan de zuidpool van de planetoïde. Uit nadere analyse blijkt dat het donkere gesteente waarschijnlijk bij de eerste inslag (die van het Veneneia-bekken) op de planetoïde is afgeleverd. Bij de tweede inslag, die het kolossale Rheasilvia-bekken vormde, is dat materiaal deels weer bedolven geraakt.De analyse van het donkere materiaal laat verder zien dat zogeheten HED-meteorieten, zoals al werd vermoed, van Vesta afkomstig zijn. Enkele van deze meteorieten vertonen donkere insluitsels van koolstofrijk materiaal en lijken sprekend op het gesteente dat Dawn op de planetoïde heeft aangetroffen. (EE)
Kohlenstoff in Vestas Kratern

2 januari 2013
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA speelt met het plan om een kleine planetoïde in een wijde omloopbaan om de maan te manoeuvreren. Dat zeggen onderzoekers van het Keck Institute for Space Studies in Californië.De missie zou worden uitgevoerd met een traag bewegende 'ruimterobot' die een ongeveer zeven meter grote planetoïde op sleeptouw kan nemen. Het honderden tonnen wegende object zou dan in zes tot tien jaar in een baan om de maan kunnen worden gebracht. Zo'n 'invangmissie' zou ongeveer 2,6 miljard dollar kosten. Dat is vergelijkbaar met het prijskaartje van de huidige Marsmissie van Curiosity, maar vele malen goedkoper (en veiliger) dan een bemande missie naar een grotere planetoïde, die ook overwogen wordt. Bijkomend voordeel is dat een ingevangen planetoïde voor relatief geringe kosten binnen het bereik van volgende ruimtemissies ligt – zowel onbemande als bemande. Het zou ook een opstapje kunnen zijn voor bemande missies naar grotere planetoïden of Mars. (EE)
NASA mulls plan to drag asteroid into moon's orbit

21 december 2012
Slecht nieuws voor doemdenkers: de 140 meter grote planetoïde 2011 AG5 zal in 2040 niet in botsing komen met de aarde. Dat blijkt uit nieuwe positiebepalingen met twee telescopen op Hawaï. Aanvankelijk leek er een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 1 op 500 te bestaan dat die catastrofale ontmoeting wél zou plaatsvinden.Als een object van deze omvang inslaat op onze planeet, komt daarbij een hoeveelheid energie vrij die duizenden keren zo groot is als die van een ontploffende atoombom. Geschat wordt dat de aarde gemiddeld eens in de tienduizend jaar inderdaad door zo'n forse planetoïde wordt getroffen.De waarnemingen die in de loop van oktober met de 8-meter Gemini-telescoop en de 2,2-meter telescoop van de universiteit van Hawaï zijn gedaan, laten echter zien dat het met 2011 AG5 voorlopig zo'n vaart niet zal lopen. In 2040 zal het kosmische rotsblok ons op een veilige afstand van 890.000 kilometer passeren. (EE)
"All-Clear" Asteroid Will Miss Earth in 2040

31 oktober 2012
Nieuwe gegevens van de NASA-ruimtesonde Dawn laten zien dat de erosie die de atmosfeerloze hemellichamen in ons zonnestelsel aantast blijkbaar geen greep heeft op Vesta. Doordat het bovenste laagje van haar oppervlak regelmatig wordt opgeschud, weet deze grote planetoïde haar jeugdige uiterlijk te behouden (Nature, 1 november).Het oppervlak van bijvoorbeeld onze maan wordt in de loop van de miljoenen jaren steeds donkerder. Deze verkleuring wordt onder meer toegeschreven aan de inwerking van inslaande micro-meteorieten en geladen deeltjes van de zon (zonnewind). Op Vesta lijkt dit proces geen waarneembare sporen achter te laten: grote delen van haar oppervlak zien er nog relatief helder en fris uit.Toch vertoont ook Vesta donkerdere plekken. Deze lijken echter niet door ruimte-erosie te zijn ontstaan, maar door het inslaan van kleinere koolstofrijke planetoïden. Door de inslagen vermengt het maagdelijke oppervlaktemateriaal van Vesta zich met het aangevoerde koolstofrijke gruis, waardoor het heel geleidelijk een beetje donkerder wordt. De relatief grote hoogteverschillen op de planetoïde, die tot aardverschuivingen leiden, versterken het mengproces.Geschat wordt dat de waargenomen verdonkering van het Vesta-oppervlak het gevolg is van ongeveer driehonderd inslagen van donkere planetoïden met middellijnen van enkele kilometers. Gemiddeld zou er ongeveer eens in tien miljoen jaar zo'n inslag hebben plaatsgevonden. (EE)
Protoplanet Vesta: Forever Young?

16 oktober 2012
Wetenschappers hebben ontdekt dat Jupiters Trojanen, een speciale groep planetoïden in de baan van Jupiter, bestaan uit een mat en donkerrood gesteente. Daarmee lijken ze een andere oorsprong te hebben dan planetoïden uit de planetoïdengordel of Kuipergordel. Tot nu toe was er nog relatief weinig bekend over Jupiters Trojanen. Dat zijn twee groepen planetoïden die in dezelfde baan en met precies dezelfde snelheid als Jupiter om de zon draaien. Eén groep bevindt zich een eind voor Jupiter, de tweede groep zit een stuk achter de planeet. In totaal namen de wetenschappers, verbonden aan het Jet Propulsion Laboratory van NASA, ongeveer 1750 Trojanen onder de loep. Daarbij werd ook het vermoeden bevestigd dat de groep Trojanen voor Jupiter zo’n 40 procent groter is dan de groep achter Jupiter. Wetenschappers denken nu dat de planetoïden overblijfselen zijn van het vroegere zonnestelsel, die lokaal zijn ‘gevangen’ door de zwaartekracht van Jupiter. Dat betekent dat ze belangrijke aanwijzingen kunnen geven over het ontstaan van het zonnestelsel. ‘We moeten nog meer onderzoek doen, maar het kan zijn dat we hier kijken naar het oudste materiaal in ons zonnestelsel’, laat Tommy Grav, een van de betrokken wetenschappers weten op de website van NASA. De data die zijn gebruikt voor deze ontdekking zijn afkomstig van de Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE) die tussen januari 2010 en februari 2011 vanuit de ruimte de nachthemel in het infrarode spectrum scande. Dat spectrum is bij uitstek geschikt om extreem koude en donkere objecten zoals planetoïden waar te nemen. Hoewel WISE bij gebrek aan koelvloeistof al een tijd niet meer functioneert levert de data die de satelliet verzamelde nog steeds wetenschappelijke resultaten op. (Roel van der Heijden)
NASA's WISE Colors in Unknowns on Jupiter Asteroids

12 oktober 2012
Planetoïde 2008SE85 is weer terecht. De ongeveer vijfhonderd meter grote ruimterots werd in september 2008 ontdekt en een maand later voor het laatst gezien. Het beschikbare aantal waarnemingen van 2008SE85 was zo gering, dat de baan die de planetoïde volgt niet nauwkeurig bekend was. En dat maakte de voorspelling van zijn actuele hemelpositie erg onzeker.De zoekgeraakte planetoïde is nu opgespoord door de Duitse amateurastronoom Erwin Schwab, die daarbij gebruik maakte van een ESA-telescoop op het eiland Tenerife. Schwab, die gericht naar 2008SE85 zocht, vond het object uiteindelijk terug op ongeveer twee graden (viermaal de schijnbare grootte van de volle maan) van zijn voorspelde positie.De nieuwe waarnemingen maken het mogelijk om de baan van de planetoïde alsnog nauwkeurig vast te stellen. Helemaal onbelangrijk is dat niet, omdat 2008SE85 tot de 'potentieel gevaarlijke planetoïden' worden gerekend. Het object behoort daarmee tot het selecte gezelschap van ongeveer 1300 planetoïden die de aarde tot op minder dan 7,5 miljoen kilometer kunnen naderen. Geen van deze objecten vormt binnen afzienbare tijd een echte bedreiging voor onze planeet. (EE)
Lost asteroid rediscovered with a little help from ESA

11 oktober 2012
Nieuw onderzoek dat deze week in Science is gepubliceerd wijst erop dat de grote planetoïde Vesta ooit een 'dynamo' had – een hete, gesmolten kern die een magnetisch veld genereerde, net zoals de kern van de aarde dat doet. Door de kleine omvang van Vesta is deze kern al lang geleden gestold, waardoor haar magnetische dynamo uitviel. Het magnetische veld van een planeet of planetoïde zorgt ervoor dat het overige gesteente gemagnetiseerd wordt. Hierdoor kan ook miljoenen jaren nadat de dynamo is uitgevallen nog worden vastgesteld dat een hemellichaam ooit zijn eigen globale magnetische veld had. In dit geval bestaat het bewijsmateriaal uit een meteoriet die in 1981 op Antarctica is gevonden en hoogstwaarschijnlijk van Vesta afkomstig is. De onderzoekers hebben kleine ijzerhoudende kristallen in de meteoriet onderzocht, door een klein stukje ervan steeds verder te demagnetiseren totdat er slechts een zwakke magnetisatie overbleef. Het uniforme karakter van deze laatste wijst erop dat deze is ontstaan toen het gesteente van Vesta geleidelijk aan het afkoelen was. De onderzoekers hebben ook de leeftijd van de meteoriet bepaald. Hiertoe is de concentratie van het element argon-40 in het gesteente gemeten. Argon-40 is het vervalproduct van radioactieve kalium-40, wat betekent dat gesteente meer argon-40 bevat naarmate het ouder is. Via deze weg is vastgesteld dat de Vesta-meteoriet ongeveer 3,7 miljard jaar oud is. (EE)
Scientists find first evidence of dynamo generation on an asteroid

8 oktober 2012
De twee vuurbollen die in de nacht van 21 op 22 september jl. kort na elkaar in West-Europa en Canada aan de hemel verschenen, zijn waarschijnlijk toch niet door één en dezelfde mini-planetoïde veroorzaakt. Eerste berekeningen lieten die mogelijkheid open, omdat de koers van de 'Europese' vuurbol zodanig was dat hij na een korte tocht door de aardarmosfeer enkele uren later inderdaad bij Canada kon zijn aangekomen. Maar uit een nadere analyse door Robert Matson en Esko Lyytinen blijkt dat de tweede vuurbol onder een te steile hoek en vanuit een verkeerde richting de dampkring binnenkwam om aan de eerdere vuurbol gerelateerd te zijn.Zeker is wel dat de Europese vuurbol – hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door een fragment van een zogeheten Aten-planetoïde – na zijn tocht door de dampkring een zodanig lage snelheid had, dat hij door de aarde is 'ingevangen'. In dat geval kan het eventuele restant van de mini-planetoïde een rondje om onze planeet hebben gemaakt en alsnog de aardatmosfeer ingedoken zijn. Dat moet dan echter op een later moment en op een andere locatie zijn gebeurd dan de vuurbolverschijning boven Canada. (EE)
Recent UK Fireball Could Not Have “Skipped” Around the World, New Analysis Says

28 september 2012
In de nacht van 21 op 22 september is de aarde twee keer achter elkaar geraakt door dezelfde mini-planetoïde. Het rotsblok, met een geschatte massa van enkele tientallen tonnen, scheerde op vrijdagavond 21 september kort voor middernacht boven de Noordzee door de aardse dampkring; de resulterende extreem heldere vuurbol werd ook in Nederland door veel mensen waargenomen. Tweeënhalf uur later verscheen ook boven het zuidoosten van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten een extreem heldere vuurbol. Uit berekeningen van de Finse wiskundige Esko Lyytinen blijkt nu dat het hier om een en hetzelfde projectiel ging. Bij de vrijwel horizontale passage door de aardatmosfeer boven de Noordzee werd het rotsblok zo sterk afgeremd dat het niet meer volledig aan de aardse zwaartekracht kon ontsnappen; na één langgerekte omloop dook het projectiel een paar uur later voorgoed de dampkring in. Nooit eerder is zo'n 'dubbele inslag' waargenomen.
Weblog van vuurbolexpert Marco Langbroek

26 september 2012
Vorige week nog werd bekend dat de Dawn-sonde van NASA gehydrateerde mineralen heeft gedetecteerd op de planetoïde Vesta. Nu denken wetenschappers te weten hoe ze daar terecht zijn gekomen. Waarschijnlijk is dit waterrijke materiaal opgehoopt uit kleine deeltjes die in ons jonge zonnestelsel rondzwierven. Gehydrateerde mineralen zijn gesteenten waarin water zit opgesloten. Dit materiaal wordt op veel hemellichamen in het zonnestelsel gevonden, maar er bestaan veel verschillende theorieën over hoe dit daar terecht is gekomen. Zo wordt gedacht dat het op de maan is ontstaan door een interactie van zonnewind met de gesteenten daar. De door de zon het sterkst beschenen delen van de maan bevatten namelijk de hoogste concentratie gehydrateerde mineralen.Op Vesta lijkt dit niet te gelden. De wetenschappers vonden dat de oudste delen van het oppervlakte het meeste water bevatten. Data van Dawn suggereren dat de deeltjes die het water op Vesta brachten niet groter waren dan enkele centimeters en dat de planetoïde daarmee miljarden jaren geleden werd gebombardeerd. In die tijd zou zich ook het water op onze planeet hebben verzameld. Dergelijk onderzoek kan uiteindelijk inzicht geven over hoe er water op aarde terecht is gekomen. (RvdH)
Dawn suggests special delivery of hydrated material to Vesta

25 september 2012
De magnetische verstoringen van de planetoïde Oljato zijn in de afgelopen decennia steeds minder sterk geworden. Dat blijkt uit metingen van de Europese ruimtesonde Venus Express, die zich in een baan rond de planeet Venus bevindt. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepresenteerd door wetenschappelijk projectleider Chris Russell op het European Planetary Science Congress in Madrid.Oljato draait in een langgerekte baan om de zon, waarbij hij eens per omloop binnen de baan van Venus komt. In de jaren tachtig werd door de Amerikaanse Pioneer Venus Orbiter al ontdekt dat de aanwezigheid van de planetoïde tot grote magnetische verstoringen in de interplanetaire ruimte leidt. Vergelijkbare metingen van Venus Express laten echter veel minder sterke verstoringen zien.Russell en zijn collega's denken dat Oljato ooit in botsing is gekomen met een andere planetoïde. Als gevolg daarvan bewogen er lange tijd talrijke rotsblokken in ongeveer dezelfde baan om de zon. Door onderlinge botsingen van dat ruimtepuin ontstaan veel kleine stofdeeltjes, die gemakkelijk een elektrische lading kunnen krijgen en vervolgens meegevoerd worden door de zonnewind. Zulke geladen stofdeeltjes kunnen tot plaatselijke verstoringen in het magnetisch veld leiden.In de loop van de tijd verspreiden zowel de stofdeeltjes als de grotere rotsblokken zich over een steeds groter wordend gebied in het zonnestelsel, waardoor de materiedichtheid in de directe omgeving van de baan van Oljato niet meer zo hoog is. Dat zou kunnen verklaren waarom Venus Express minder sterke magnetische verstoringen meet. (GS)
The mysterious case of asteroid Oljato’s magnetic disturbance

20 september 2012
Een nieuwe analyse van de gegevens die de ruimtesonde Dawn heeft verzameld, wijst erop dat het oppervlaktegesteente rond de evenaar van de planetoïde Vesta veel waterhoudende mineralen bevat. Waarschijnlijk zijn deze afkomstig van meteorieten die op de planetoïde zijn neergeploft (Science, 21 september). De aanwezigheid van de mineralen blijkt onder meer uit metingen van waterstofgas. Theoretisch zou dat ook afkomstig kunnen zijn van bevroren water, maar aan de evenaar van Vesta, waar de hoogste concentraties zijn gemeten, is waterijs niet stabiel. Omdat langs de evenaar ook relatief donkere gebieden zijn aangetroffen, bezaaid met 'inslagputjes', is het aannemelijk dat de waterhoudende mineralen zijn aangevoerd door zogeheten koolstofrijke chondrieten - een bepaald type meteorieten. Na een jaar om Vesta te hebben gecirkeld, is Dawn sinds 4 september jl. op weg naar de dwergplaneet Ceres, die hij in februari 2015 zal bereiken.
Dawn Sees Hydrated Minerals on Giant Asteroid

11 september 2012
De Amerikaanse NASA heeft enkele fotomozaïeken van de grote planetoïde Vesta gepubliceerd, samengesteld op basis van foto's die de afgelopen tijd gemaakt zijn door de ruimtesonde Dawn. Dawn kwam in juli 2011 bij Vesta aan, en heeft de planetoïde het afgelopen jaar van top tot teen gedetailleerd in kaart gebracht. In de nacht van 4 op 5 september zette de ruimtesonde, aangedreven door een ionenmotor, koers naar de dwergplaneet Ceres, waar hij begin 2015 moet aankomen. Op de nieuwe fotomozaïeken is ook het noordpoolgebied van Vesta zichtbaar, dat zich vorig jaar nog in de schaduw bevond.
Meer informatie:
Origineel persbericht Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 september 2012
In 2016 lanceert NASA de ruimtesonde OSIRIS-REx (Origins-Spectral Interpretation-Resource Identification-Security-Regolith Explorer). Die moet bodemmonsters gaan nemen van de planetoïde 1999 RQ36, een zogheten aardscheerder die door de binnendelen van het zonnestelsel beweegt en daarbij de aarde tot op kleine afstand kan naderen. In samenwerking met de Planetary Society heeft NASA nu een wedstrijd uitgeschreven voor scholieren over de hele wereld (jonger dan 18) om voorstellen in te dienen voor een echte naam voor deze planetoïde. De deadline voor inzendingen is 2 december 2012. Volgens een woordvoerder van NASA zou de winnaar van de wedstrijd in de toekomst mogelijk zelf onderzoek kunnen doen aan de bodemmonsters van de planetoïde, wanneer hij of zij besluit planeetonderzoeker te worden.
Meer informatie:
NASA Announces Asteroid Naming Contest for Students
Wedstrijdreglement
OSIRIS-REx
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 augustus 2012
De ruimtesonde Dawn, die sinds juli 2011 om de grote planetoïde Vesta cirkelt, begint op 4 september aan haar lange reis naar de dwergplaneet Ceres. Dat heeft NASA vandaag bekendgemaakt. Eigenlijk had Dawn al onderweg moeten zijn, maar een probleem met haar standregelsysteem zorgde voor wat oponthoud. Het afscheid van Vesta gebeurt bijna onopgemerkt. Met behulp van haar ionenmotor spiraalt Dawn steeds verder van de planetoïde vandaan. Zo'n ionenmotor heeft veel minder vermogen dan een conventionele raketmotor, maar is heel efficiënt en kan maanden achtereen blijven werken. Het is de bedoeling dat Dawn begin 2015 bij Ceres arriveert en daar het succes van de verkenning van Vesta evenaart. Uit het Vesta-onderzoek is onder meer gebleken dat Vesta ooit volledig gesmolten is geweest en meer weg heeft van een kleine, gehavende planeet dan van een doorsnee planetoïde.
Meer informatie:
NASA's Dawn Prepares for Trek Toward Dwarf Planet

13 augustus 2012
De NASA-ruimtesonde Dawn, die nu nog om de planetoïde Vesta cirkelt, maar binnenkort aan zijn reis naar de dwergplaneet Ceres moeten beginnen, kampt met een technisch probleem. Op 8 augustus werd één van de vliegwielen die deel uitmaken van zijn standregelsysteem automatisch uitgeschakeld. De boordcomputer had geconstateerd dat het vliegwiel meer wrijving ondervond dan normaal. Het standregelsysteem is nodig om de ruimtesonde nauwkeurig te kunnen richten, bijvoorbeeld om in radiocontact met de aarde te blijven. Om die communicatie niet in gevaar te brengen, wordt de stand van Dawn nu geregeld met zijn stuurraketjes. In 2010, toen Dawn nog onderweg was naar Vesta, trad er al eens storing op in één van de andere vliegwielen van het standregelsysteem. Bij die gelegenheid kon de vluchtleiding aantonen dat de ruimtesonde, die voor de rest goed functioneert, ook zonder dat systeem de reis naar Ceres kan volbrengen. Sinds 25 juli wordt Dawn met zijn ionenaandrijving in een steeds wijder wordende baan om Vesta gemanoeuvreerd. In afwachting van het onderzoek naar de oorzaak van de recente storing is dat proces echter tijdelijk stopgezet. Dat betekent dat de reis naar Ceres iets later zal beginnen.
Meer informatie:
Dawn Engineers Assess Reaction Wheel

7 augustus 2012
In de rampenfilm 'Armaggedon' redt acteur Bruce Willis de aarde door een kolossale aanstormende planetoïde met behulp van een atoombom in tweeën te splijten, waarna de beide helften langs onze planeet scheren. Mooi plan, briljant uitgevoerd. Maar is het ook realistisch? Vier natuurkunde-studenten van de universiteit van Leicester (GB) weten zeker van niet: er bestaat gewoon geen bom die krachtig genoeg is om een 'planetoïde ter grootte van Texas' (ca. 1000 km) te verbrijzelen. Via berekeningen laten de studenten zien dat er voor het splijten van een planetoïde van deze omvang een bom nodig is die een miljard keer krachtiger is dan de grootste waterstofbom die ooit op aarde tot ontploffing is gebracht. Bovendien zou deze bom veel vroeger moeten afgaan dan in de film wordt gesuggereerd, namelijk op het moment dat de planetoïde zich op meer dan tien miljard kilometer van de aarde bevindt. Dat wil zeggen: ver voorbij de baan van de buitenste planeet van ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Bruce Willis couldn’t save us from asteroid doom
Artikel met de berekeningen (pdf)

28 juni 2012
Tijdens een persconferentie die vanmiddag (28 juni) in San Francisco wordt gehouden, onthult een team wetenschappers plannen voor de eerste 'ruimtetelescoop' die met privé-gelden moeten worden gefinancierd. Met dit instrument, dat de toepasselijke naam Sentinel (schildwacht) heeft gekregen, zal gezocht worden naar planetoïden die een bedreiging kunnen vormen voor onze planeet. Sentinel is een project van de B612 Foundation, een stichting die speciaal in het leven is geroepen om de aarde tegen planetoïde-inslagen te beschermen. Initiatiefnemers zijn onder meer de Nederlands-Amerikaanse astronoom Piet Hut en de voormalige NASA-astronauten Rusty Schweickart en Ed Lu. Sentinel zal niet de eerste telescoop zijn die naar potentieel gevaarlijke planetoïden speurt, maar wel de eerste die dat vanuit de ruimte zal doen. Tot nu toe is deze taak voorbehouden aan een aantal geautomatiseerde zoekprogramma's die door sterrenwachten op de vaste grond zijn opgezet. Geschat wordt dat met deze zoekprogramma's al 95 procent is opgespoord van alle planetoïden groter dan een kilometer die in de buurt van de aarde kunnen komen. De nieuwe ruimtetelescoop moet gaan zoeken naar de iets kleinere exemplaren, waarvan er nog vele duizenden ongezien in ons deel van het zonnestelsel rondzwerven. Als de financiering rondkomt, zou de lancering van Sentinel al in 2016 kunnen plaatsvinden. De 'schildwacht' zal de omgeving van onze planeet vanaf dat moment ruim vijf jaar bespieden.
Meer informatie:
World's 1st Private Deep-Space Telescope to Hunt Dangerous Asteroids
B612 Foundation Announces First Privately Funded Deep Space Mission

21 juni 2012
Metingen met het radarsysteem van de Arecibo-radiosterrenwacht op Puerto Rico hebben laten zien dat de recent ontdekte planetoïde 2012 LZ1 twee keer zo groot is als aanvankelijk werd geschat. Dat betekent dat een eventuele botsing met de aarde rampzalige gevolgen zou kunnen hebben. Uit dezelfde metingen blijkt echter dat er zeker de eerstkomende 750 jaar geen kans is op zo'n botsing. Planetoïde 2012 LZ1 werd op 10 juni ontdekt en passeerde onze planeet vijf dagen later op de relatief kleine afstand van vijf miljoen kilometer. Op basis van zijn helderheid werd geschat dat het object ongeveer vijfhonderd meter groot moest zijn. Metingen die op 19 juni vanuit Arecibo zijn gedaan laten echter zien dat de grootte van de planetoïde ongeveer een kilometer bedraagt. Dat betekent dat zijn oppervlak zeer donker moet zijn: het weerkaatst slechts twee tot vier procent van het ontvangen zonlicht. (Ter vergelijking: bij de maan is dit twaalf procent.)
Meer informatie:
Arecibo Observatory finds asteroid 2012 LZ1 to be twice as big as first believed

14 juni 2012
In de nacht van 10 op 11 juni is een nieuwe grote planetoïde ontdekt die in de nacht van 14 op 15 juni relatief dicht bij de aarde komt. Het vijfhonderd meter metende object, dat de voorlopige aanduiding 2012 LZ1 heeft gekregen, nadert onze planeet tot op ongeveer vijf miljoen kilometer. Naar kosmische begrippen kun je dat al bijna een 'nipte misser' noemen, maar kans op een botsing is er niet. Desondanks is 2012 LZ1 ingedeeld bij de 'potentieel gevaarlijke planetoïden'. Deze categorie is gereserveerd voor planetoïden groter dan ongeveer honderd meter die onze planeet tot op minder dan 7,5 miljoen kilometer kunnen naderen. Op dit moment telt deze lijst meer dan 1300 objecten, maar geen daarvan ligt op ramkoers met onze planeet.
Meer informatie:
Big and Bright Asteroid to Pass by Earth June 14
Lijst van potentieel gevaarlijke planetoïden

6 juni 2012
Op basis van 3D-metingen en spectroscopische waarnemingen, uitgevoerd door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn, is een kleurrijk filmpje samengesteld waarop verschillen in oppervlaktesamenstelling zijn weergegeven in 'valse kleuren', op een roterend driedimensionaal model van de grote planetoïde Vesta. Vesta, met een middellijn van bijna 500 kilometer, is het afgelopen jaar uitgebreid in kaart gebracht en opgemeten door de wetenschappelijke instrumenten van de Dawn-sonde. Eind augustus wordt de ionenmotor van de ruimtesonde weer ontstoken en zet Dawn koers naar de grootste planetoïde, de dwergplaneet Ceres, waar hij begin 2015 aankomt.
Meer informatie:
Dawn Mission Video Shows Vesta's Coat of Many Colors
Filmpje van Vesta
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 mei 2012
Op basis van foto's en metingen van de Europese ruimtesonde Rosetta zijn planeetonderzoekers erin geslaagd om de geologische geschiedenis van de ca. 100 kilometer grote planetoïde Lutetia letterlijk en figuurlijk in kaart te brengen. Rosetta, die op weg is naar een ontmoeting met komeet Churyumov-Gerasimenko in 2014, vloog op 10 juli 2010 op een afstand van 3170 kilometer langs de planetoïde. Uit een eerste analyse van de waarnemingen bleek al dat Lutetia een ongewoon hoge dichtheid heeft en vermoedelijk een overgebleven 'planetesimaal' is uit de ontstaansperiode van het zonnestelsel. In 21 artikelen in een speciaal themanummer van het tijdschrift Planetary & Space Science wordt nu de geologische geschiedenis van Lutetia beschreven, zoals die is afgeleid uit onder andere kratertellingen. Het pokdalige oppervlak van de grote steenklomp vertoont een aantal zeer verschillende gebieden, die in leeftijd uiteenlopen van ca. 3,5 miljard jaar tot hooguit een paar honderd miljoen jaar. De grootste krater die op Lutetia is waargenomen, Massilia genoemd, heeft een middellijn van 57 km, en is vermoedelijk heel lang geleden ontstaan door de inslag van een ca. 7,5 km groot projectiel. Van het noordelijk halfrond van Lutetia, dat het best bestudeerd is door Rosetta, is ook een eenvoudige geologische kaart gemaakt. Metingen met de spectrometers van Rosetta laten zien dat de samenstelling van het oppervlak niet past in de standaard-classificatie van planetoïden, wat ook doet vermoeden dat Lutetia een afwijkende geologische geschiedenis kent.
Meer informatie:
Rosetta flyby uncovers the complex history of asteroid Lutetia
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 mei 2012
Vandaag (29 mei) om 09.07 uur Nederlandse tijd vloog de kleine planetoïde 2012 KT42 op een afstand van slechts 14.000 kilometer langs de aarde. Dat is ruim binnen de banen van geostationaire weer- en communicatiesatellieten. Het rotsblok, met een geschatte middellijn van 3 à 10 meter, werd op 28 mei ontdekt op de Mount Lemmon-sterrenwacht in Arizona. Op Tweede Pinksterdag (28 mei) vond ook al een nauwe passage van een kleine aardscheerder plaats: planetoïde 2012 KP24 naderde het aardoppervlak rond 17.20 uur Nederlandse tijd tot op ca. 51.000 kilometer afstand. In beide gevallen is er overigens geen enkel risico geweest voor een botsing.
Informatie over planetoïde 2012 KT42
Informatie over planetoïde 2012 KP24
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 mei 2012
NASA-wetenschapper Steve Chesley heeft nauwkeurig de massa weten te bepalen van een planetoïde die regelmatig in de buurt van de aarde komt. Daartoe heeft hij gemeten hoe sterk deze ruim vijfhonderd meter grote ruimtesteen door het ongelijkmatig uitstralen van zijn warmte van koers wordt gebracht. Bij de meting is gebruik gemaakt van zeer exacte radarwaarnemingen die in 1999, 2005 en 2011 zijn gedaan op momenten dat planetoïde 1999 RQ36 de aarde tot op enkele tientallen miljoenen kilometers naderde. Uit die waarnemingen blijkt dat de planetoïde de afgelopen twaalf jaar ongeveer 160 kilometer is afgeweken van de koers die werd berekend op basis van de aantrekkingskrachten van zon, maan, planeten en andere planetoïden. De enige plausibele verklaring voor deze afwijking is het zogeheten Jarkovski-effect: een minuscule kracht die ontstaat doordat een planetoïde aan zijn zonkant warmer is dan aan zijn schaduwkant en daardoor niet in alle richtingen evenveel warmtestraling uitzendt. Uit de verwachte grootte van de kracht en de gemeten baanafwijking kan de massa van de planetoïde worden afgeleid. Bij 1999 RQ36 rolde daar een massa van ongeveer 60 miljoen ton uit. Als je dit afzet tegen zijn omvang, geeft dat een gemiddelde dichtheid die niet veel groter is dan die van water. Dat betekent dat 1999 RQ36 waarschijnlijk een poreus samenraapsel van gesteenten en stof is. Of dat klopt, zal snel genoeg duidelijk worden. In 2016 lanceert NASA namelijk een ruimtesonde - OSIRIS-REx - die bodemmonsters van 1999 RQ36 moet gaan ophalen.
Meer informatie:
NASA Scientist Figures Way to Weigh Space Rock

21 mei 2012
Vroeg in de ochtend van 30 juni 1908 vond boven de Toengoeska-rivier in Siberië een enorme explosie plaats, die complete wouden velde. Wat er precies is gebeurd, is nog niet duidelijk, maar Italiaanse wetenschappers zeggen nu aanwijzingen te hebben gevonden dat er onder de bodem van het Tsjeko-meer - waarvan sommige wetenschappers vermoeden dat het een jonge inslagkrater is - een rotsachtig object verborgen ligt. Over de Toengoeska-explosie bestaan allerlei theorieën, waaronder ook enkele zeer exotische. De meeste wetenschappers gaan er echter van uit er vijf tot tien kilometer boven het gebied een komeet of kleine planetoïde uit elkaar is gespat. En omdat er tot nu toe geen restanten van het ontplofte object zijn teruggevonden, lijkt een komeet - een vrij losse opeenhoping van ijs en gruis - de meest voor de hand liggende verklaring. Op basis van seismisch en magnetisch onderzoek concluderen de Italiaanse wetenschappers echter dat er tien meter onder de meerbodem een rotsachtig object ligt, wat meer in overeenstemming zou zijn met de planetoïdentheorie. Dezelfde onderzoekers hadden in 1999 al vastgesteld dat de sedimenten in het meer hooguit honderd jaar oud zijn. Het is overigens nog maar de vraag of andere wetenschappers de nieuwe bevindingen overtuigend genoeg vinden. Dat zal waarschijnlijk pas het geval zijn als boringen uitwijzen dat er inderdaad een grote ruimtesteen onder het Tsjeko-meer ligt.
Meer informatie:
Research team claims to have found evidence Lake Cheko is impact crater for Tunguska Event

16 mei 2012
Waarnemingen met de NASA-satelliet WISE hebben meer inzicht opgeleverd omtrent de 'potentieel gevaarlijke' planetoïden in ons zonnestelsel. De resultaten geven nieuwe informatie over hun totale aantallen en de bedreiging die zij voor onze planeet kunnen vormen. De potentieel gevaarlijke planetoïden vormen een onderklasse van de categorie 'aardscheerders'. Ze kunnen ons planeet tot op een afstand van ongeveer acht miljoen kilometer naderen, en zijn groot genoeg om ongeschonden de aardatmosfeer te passeren en grote verwoestingen aan te richten. Aan de hand van een steekproef heeft WISE vastgesteld dat er drieduizend tot zesduizend van deze risicovolle planetoïden bestaan. Daarvan is tot nu toe nog maar ongeveer een kwart daadwerkelijk opgespoord. Ook wijst de nieuwe analyse erop dat er twee keer zoveel van deze planetoïden in ongeveer hetzelfde vlak als de aarde om de zon bewegen dan gedacht. Deze objecten lijken ook wat kleiner en helderder te zijn dan hun soortgenoten die een groot deel van de tijd verder uit de buurt van onze planeet blijven. Mogelijk gaat het hierbij om brokstukken van objecten die oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van de grote planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter.
Meer informatie:
NASA Survey Counts Potentially Hazardous Asteroids

14 mei 2012
Via het Britse Faulkes Telescope Project kunnen sterrenkunde-amateurs straks een bijdrage leveren aan de Europese speurtocht naar aardscheerders - planetoïden die de aarde gevaarlijk dicht kunnen naderen. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft een eigen Space Situation Awareness programma, waarin onder andere gezocht wordt naar onbekende aardscheerders (ook wel Near-Earth Objects, of NEO's genoemd). Via een samenwerkingsverband met het Faulkes Telescope Project kunnen studenten en amateurs daar nu ook aan meewerken. Het Faulkes-project bestaat uit twee 2-meter telescopen, een op Hawaii en een in Australië, die volledig op afstand bediend worden vanuit Groot-Brittannië en die uitsluitend gebruikt worden voor educatieve doeleinden en voor amateurprogramma's.
Meer informatie:
Amateur astronomers boost ESA's asteroid hunt
Faulkes Telescope Project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 mei 2012
De enorme krater Rheasilvia aan de zuidpool van de grote planetoïde Vesta is ontstaan bij een botsing die ongeveer één miljard jaar geleden plaatsvond. Daarmee is deze inslagkrater aanzienlijk jonger dan tot nu toe werd gedacht. Dat is een van de conclusies van een zestal onderzoeken, waarvan de resultaten vrijdag 11 mei in het wetenschappelijke tijdschrift Science verschijnen. Bij de onderzoeken is gebruik gemaakt van opnamen en meetgegevens van de NASA-ruimtesonde Dawn, die sinds juli 2011 om Vesta cirkelt. De naar beneden bijgestelde ouderdom van Rheasilvia wordt afgeleid uit de aantallen kleine, jongere kraters die op de bodem van het 505 kilometer grote inslagbekken zijn aangetroffen. Gezien haar grote omvang gingen wetenschappers er een beetje van uit dat Rheasilvia was ontstaan tijdens het grote bombardement van kometen en planetoïden, dat de binnenste delen van ons zonnestelsel ongeveer vier miljard jaar geleden teisterde. Als de krater inderdaad pas drie miljard jaar later is ontstaan, is dat gebeurd op een moment dat het restpuin van het ontstaan van de planeten al goeddeels was 'opgeruimd'. In de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter, waar ook Vesta zelf deel van uitmaakt, zijn talrijke kleinere Vesta-achtige planetoïden te vinden. Omdat de gemeten hoeveelheid gesteente die klaarblijkelijk bij de Rheasilvia-inslag is weggeblazen groter is dan het geschatte totale volume van deze Vesta-familie, lijkt het aannemelijk dat al deze planetoïden brokstukken van één en dezelfde grote inslag zijn.
Meer informatie:
Asteroid collision that spawned Vesta's asteroid family occurred more recently than thought
NASA Dawn Mission Reveals Secrets of Large Asteroid
Dawn spacecraft reveals complexities of ancient asteroidal world
Dawn Reveals Asteroid Vesta's Role in Solar System History

25 april 2012
Tijdens een bijeenkomst van Europese geofysici in Wenen hebben wetenschappers nieuwe ontdekkingen gepresenteerd over de grote planetoïde Vesta. Om Vesta cirkelt momenteel de NASA-ruimtesonde Dawn, die onder meer de mineralogische samenstelling het oppervlak en de inwendige structuur van het ruim 500 kilometer grote hemellichaam onderzoekt. Uit dat onderzoek blijkt dat het Vesta-oppervlak voor een belangrijk deel uit ijzer- en magnesiumrijke mineralen bestaat, zoals die vaak ook in vulkanisch gesteente op aarde worden aangetroffen. Verder is duidelijk gebleken dat het oppervlaktegesteente is 'vervuild' met meteorieten die op Vesta zijn ingeslagen. Op plaatsen waar diepere lagen zijn komen bloot te liggen, bijvoorbeeld op de hellingen van inslagkraters, zijn veel lichter getinte mineralen te zien. Uit temperatuurmetingen blijkt dat de temperaturen op Vesta uiteenlopen van 23 graden onder nul, op plekken waar de zon hoog aan de hemel staat, tot 100 graden onder nul in de schaduw. Deze grote verschillen laten zien dat het oppervlak van Vesta, bij gebrek aan beschermende atmosfeer, snel opwarmt en afkoelt.
Meer informatie:
Dawn Spacecraft Reveals Secrets Of Giant Asteroid Vesta

25 april 2012
Onze planeet werd tot enkele miljarden jaren geleden met grotere planetoïden gebombardeerd dan tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van de sporen die deze objecten in oude gesteentelagen hebben achtergelaten (Nature, 26 april). Bij de inslag van een planetoïde ontstaat behalve een krater, die na verloop van tijd door erosie wordt weggevaagd, ook een grote pluim van verdampt en gesmolten gesteente. Door afkoeling vormen zich hierin bolvormige deeltjes van ongeveer een millimeter groot, 'sferulen' geheten. Wetenschappers van Purdue University (VS) hebben modelberekeningen losgelaten op het vormingsproces van deze sferulen. Hun berekeningen laten zien dat de afmetingen van de bolletjes afhankelijk zijn van zowel de snelheid als de afmetingen van de inslaande planetoïde. Maar de dikte van het laagje sferulen dat wordt afgezet, blijkt vrijwel geheel door de grootte van de planetoïde te worden bepaald. Dat nieuwe inzicht hebben de wetenschappers toegepast op de gegevens van twaalf goed onderzochte afzettingen van sferulen in gesteenten met leeftijden uiteenlopend van 2 tot 3,5 miljard jaar. Voor elk van deze gevallen werd berekend hoe groot de planetoïde in kwestie was en met welke snelheid hij de aarde bereikte. De conclusie is dat de inslaande planetoïden groter en sneller waren dan tot nu toe werd geschat. Volgens een ander team van wetenschappers, dat in hetzelfde nummer van Nature verslag doet van theoretisch onderzoek, is dat verklaarbaar als de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter destijds breder was dan nu. Computersimulaties laten zien dat planetoïden uit het binnenste deel van die bredere gordel de aarde met relatief grote snelheid zouden bereiken, en dat onze planeet verspreid over een langere periode met grote planetoïden zou zijn bestookt.
Meer informatie:
Splatters Of Molten Rock Signal Period Of Intense Asteroid Impacts On Earth
Tiny 'spherules' reveal details about Earth's asteroid impacts
NASA Scientists Find History of Asteroid Impacts in Earth Rocks

18 april 2012
De NASA-ruimtesonde Dawn blijft veertig dagen langer om de grote planetoïde Vesta cirkelen, om dit interessante hemellichaam nog wat beter te kunnen onderzoeken. Dat betekent dat Dawn niet al in juli zijn biezen pakt om naar zijn volgende bestemming - de dwergplaneet Ceres - te vertrekken, maar pas op 26 augustus. Ondanks deze vertraging zal de ruimtesonde op de oorspronkelijk geplande datum in februari 2015 bij Ceres aankomen: zijn efficiënte ionenaandrijving heeft voldoende vermogen om het tijdverlies goed te maken. De verlenging van het onderzoeksprogramma bij Vesta zal voor een belangrijk deel worden gebruikt om Dawn langer in zijn huidige lage omloopbaan (hoogte 210 km) te houden. Van daaruit wordt de samenstelling van het oppervlak en het zwaartekrachtsveld van de planetoïde onderzocht. De rest van de extra tijd zal Dawn in een hogere omloopbaan cirkelen, om verder te gaan met waar hij na aankomst in juli 2011 mee was begonnen: het in kaart brengen van het Vesta-oppervlak. Destijds was het noordelijk halfrond van de planetoïde grotendeels in schaduw gehuld, maar inmiddels baadt een groter stuk van dat gebied in het zonlicht.
Meer informatie:
Dawn Gets Extra Time to Explore Vesta

18 april 2012
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft een nieuwe publieksactie opgestart: 'Target Asteroids'. Het project wil de hulp van amateurastronomen inschakelen bij het onderzoek van zogeheten aardscheerders - planetoïden die dicht in de buurt van de aarde kunnen komen. Dat onderzoek dient ter ondersteuning van de ruimtemissie OSIRIS-Rex, die in 2016 wordt gelanceerd en tot doel heeft om een bodemmonster van de planetoïde 1999 RQ36 op te halen. De amateurwaarnemers moeten helpen om de zeer diverse populatie van aardscheerders in kaart te brengen. Het gaat daarbij om hun posities, banen, rotaties en eventuele helderheidsveranderingen. Professionele astronomen zullen de verzamelde informatie uitwerken om de theoretische modellen van planetoïden te verfijnen, om meer te weten te komen over het soort planetoïde dat in 2019 door OSIRIS-Rex wordt bezocht. Vanaf 2014 zal ook het onderwijs bij 'Target Asteroids' worden betrokken.
Meer informatie:
NASA Mission Wants Amateur Astronomers to Target Asteroids
Target Asteroids!

31 maart 2012
In juli 1994 werd de reuzenplaneet Jupiter getroffen door de ijzige brokstukken van de uiteengevallen komeet Shoemaker-Levy 9. Die inslagen veroorzaakten grote donkere 'littekens' in de dampkring, doordat materiaal van grotere diepte in de Jupiteratmosfeer naar boven werd getransporteerd. In juli 2009 werd opnieuw zo'n litteken in de Jupiterdampkring ontdekt, maar als dat ook is veroorzaakt door een inslag, is het verschijnsel zelf in elk geval niet waargenomen, evenmin als het op Jupiter afstormende projectiel. Amerikaanse astronomen hebben nu gedetailleerde computersimulaties uitgevoerd om te achterhalen om wat voor soort object het gegaan zou kunnen zijn. Daaruit trekken ze de conclusie dat de 2009-inslag onder een veel vlakkere hoek heeft plaatsgevonden, en dat het om een relatief klein object ging - mogelijk een komeetachtig hemellichaam met een middellijn van ongeveer een kilometer, maar vermoedelijk een kleinere, rotsachtige planetoïde van ca. 500 meter groot.
Artikel op Physorg.com
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 maart 2012
De Nederlandse amateurastronoom Harrie Rutten is dinsdagmorgen 20 maart getuige geweest van een bijzondere sterbedekking. Zoals verwacht werd die ochtend de zwakke ster TYC 6273-01033-1 bedekt door de planetoïde 44 Nysa. Zulke bedekkingen, waarbij een ster plotseling 'verdwijnt' om enkele seconden later weer net zo plotseling tevoorschijn te komen, zijn wel vaker waarmeembaar. Maar in dit geval gebeurde er iets bijzonders: de ster was bij zijn wederverschijning niet onmiddellijk weer op volle sterkte. Dat was pas vier seconden later weer het geval. Dit helderheidsverloop wijst erop dat 44 Nysa een behoorlijk asymmetrische 'pindavorm' heeft óf in het gezelschap is van een kleine begeleider. In het laatste geval zou dus sprake zijn van een dubbelplanetoïde - iets waar ook met de Hubble-ruimtetelescoop al aanwijzingen voor waren gevonden. Rutten deed de waarneming onder moeilijke omstandigheden met een telescoop met een opening van 35,6 cm en legde het verschijnsel vast met een zeer lichtgevoelige astronomische videocamera. Helaas hebben andere waarnemers in Nederland teveel last gehad van het ochtendgloren of bewolking, zodat er geen tweede waarneming van het verschijnsel beschikbaar is.
Meer informatie:
Dubbele planetoïdenbedekking waargenomen vanuit Nederland

21 maart 2012
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft grote helderheidsverschillen aan het licht gebracht aan het oppervlak van de grote planetoïde Vesta. De helderste gebieden op Vesta reflecteren twee keer zo veel zonlicht als de donkerste gebieden. Heldere gebieden komen vooral rond inslagkraters voor. Vermoedelijk gaat het om gesteenten die bij de inslag aan het oppervlak zijn gekomen. De precieze aard van deze mineralen is echter nog niet bekend. Ook het donkere materiaal op Vesta lijkt geassocieerd te zijn met inslagen. In sommige gevallen lijkt het alsof de bazaltische korst van de grote planetoïde gesmolten is als gevolg van de energie van een kosmische inslag. Ook is het mogelijk dat een deel van de donkere afzettingen afkomstig zijn van donkere, koolstofrijke planetoïden die met Vesta in botsing zijn gekomen. Dawn werd in september 2007 gelanceerd en kwam vorig jaar zomer aan in een baan rond Vesta. In juni zal hij zijn weg vervolgen naar de dwergplaneet Ceres, waar hij in februari 2015 moet arriveren. De nieuwe Vesta-resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de Lunar and Planetary Science Conference in Texas.
Meer informatie:
Dawn Sees New Surface Features on Giant Asteroid
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 februari 2012
Analyse van de minuscule stofdeeltjes die de Japanse ruimtesonde Hayabusa bij de planetoïde Itokawa heeft opgehaald, laat zien dat objecten als deze voortdurend worden gezandstraald met micrometeorieten. De slechts een halve haarbreedte metende deeltjes, die met een elektronenmicroscoop zijn bekeken, blijken nog minusculere kratertjes en breukjes te vertonen. Hier en daar hebben zich zelfs micrometeorieten in de deeltjes genesteld. De veroorzakers van deze beschadigingen zijn niet veel groter dan een nanometer - een miljoenste millimeter. En uit de omvang van de minikratertjes die ze achterlieten kan worden afgeleid dat ze met relatieve snelheden van vijf tot tien kilometer per seconde bewogen. Deze bijzondere vorm van erosie is het gevolg van botsingen tussen grotere objecten, zoals planetoïden. Weliswaar komen zulke botsingen in absolute zin niet zo heel vaak voor, maar in de loop van de miljoenen tot miljarden jaren stapelen de gevolgen ervan zich wel op. Hierdoor wemelt de interplanetaire ruimte van het puin en stof.
Meer informatie:
Violent History Preserved in Hayabusa's Asteroid Grains

28 februari 2012
Wetenschappers houden een recent ontdekte, 140 meter grote planetoïde in de gaten die over enkele tientallen jaren in botsing kan komen met onze planeet. De kans dat het zo ver komt is overigens heel klein. De planetoïde, die de aanduiding 2011 AG5 heeft gekregen, werd in januari 2011 ontdekt door waarnemers van de Mount Lemmon Survey in Arizona. De eerste berekeningen laten zien dat het rotsachtige hemellichaam een baan volgt die hem in 2040 op ramkoers met de aarde zou kunnen brengen. De onzekerheid in de berekeningen is echter groot: het is dan ook veel te vroeg om van een echte dreiging te spreken. Zoals het er nu naar uitziet bestaat er een kans van 1 op 625 dat het in 2040 tot een inslag komt. De ervaring leert echter dat die kans sterk afneemt naarmate er meer positiebepalingen beschikbaar komen. Mocht dat onverhoopt niet gebeuren, dan bestaat in 2023 de gelegenheid om de koers van de planetoïde met behulp van een ruimtemissie zodanig bij te stellen, dat een botsing wordt afgewend. De wetenschappers verwachten echter niet dat zo'n ingreep nodig zal zijn. Het wachten is op nieuwe waarnemingen van de planetoïde, die in de periode 2013-2016 kunnen worden gedaan. Op diverse weblogs circuleren overigens soortgelijke berichten over de vorige week ontdekte planetoïde 2012 DA14. Eerste berekeningen lieten zien dat dit 50 à 100 meter grote exemplaar de aarde in februari 2013 tot ongeveer 27.000 kilometer zou kunnen naderen. Maar vanwege het geringe aantal waarnemingen zijn ook die berekeningen nog zeer onzeker.
Meer informatie:
Massive Asteroid To Hit Earth In 2040?
Asteroid 2011 AG5 - A Reality Check
Current Impact Risks (NASA)

1 februari 2012
Net als de Europese en Amerikaanse ruimteagentschappen ESA en NASA bereidt de Japanse zusterorganisatie JAXA een onderzoeksmissie naar een planetoïde voor. Alle drie willen ze bodemmonsters van zo'n rotsachtig hemellichaam ophalen. Japan deed dat als enige al eerder: in 2005 haalde de ruimtesonde Hayabusa een beetje materiaal op van de planetoïde Itokawa. Opvolger Hayabusa 2, die al in 2014 zou kunnen worden gelanceerd, heeft planetoïde 1999 JU3 als reisdoel. Deze bijna 1 kilometer grote ruimterots behoort tot de Apollo-familie: een klasse van planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen. 1999 JU3 is interessant omdat hij waarschijnlijk rijk is aan organische moleculen en waterhoudende mineralen uit de begintijd van het zonnestelsel. Onderzoeksmissies als deze kunnen niet alleen meer inzicht geven in de manier waarop planeten zijn gevormd, maar ook kennis opleveren over het ontstaan van het leven op aarde.
Meer informatie:
Asteroids: The New 'It Mission' for Space Exploration

28 januari 2012
Een kleine planetoïde, met een middellijn van ca. 10 meter, vloog op 27 januari rond 16.30 uur Nederlandse tijd rakelings langs de aarde, op een afstand van minder dan 60.000 kilometer - een zesde van de afstand tussen aarde en maan. De planetoïde, 2012 BX34 genoemd, was vlak daarvoor ontdekt door een sterrenwacht in Arizona. Gevaar voor een inslag is er nooit geweest.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 januari 2012
Ongeveer het halve oppervlak van de grote planetoïde Vesta is waarschijnlijk koud en donker genoeg om water te kunnen bevatten - in bevroren toestand dan. Dat blijkt uit een eerste analyse van de temperatuur- en lichtverdeling op Vesta, die gebaseerd is op opnamen van onder meer de Hubble-ruimtetelescoop. De beste plekken voor de 'wateropslag' zijn de poolstreken van de ogenschijnlijk kurkdroge planetoïde. Anders dan bij onze maan zijn daar echter niet veel kraters te vinden die diep genoeg zijn om in permanente duisternis gehuld te zijn. Dat komt doordat de rotatie-as van Vesta ongeveer net zo schuin staat als die van de aarde. Hierdoor krijgen alle delen van het oppervlak in de loop van het jaar wel wat zon te zien. Ondanks de temperatuurvariaties die daardoor optreden, is de gemiddelde temperatuur aan de polen dermate laag - 130 graden onder nul - dat er ijs in de bodem kan zitten. Aan de evenaar is het met een gemiddelde temperatuur van 120 graden onder nul al te 'warm' daarvoor: in het vacuüm van de ruimte sublimeert ('verdampt') bevroren water al bij zeer lage temperaturen. Of er in de bodem van de poolgebieden van Vesta ook echt ijs is opgeslagen, moet nog blijken. De momenteel in een lage baan om de planetoïde cirkelende ruimtesonde Dawn is uitgerust met een instrument waarmee dat kan worden vastgesteld.
Meer informatie:
Vesta Likely Cold and Dark Enough for Ice

Vervolg archief 'Planetoïden'