aardse planeten - dwergplaneten - gasreuzen - planetoïden - kometen en meteorieten - overige

In deze rubriek worden naast de planetoïden van de planetoïdengordel, de diverse aardscheerders (planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen) behandeld. Voor Ceres verwijzen we naar de rubriek 'dwergplaneten'. Voor een overzicht van naar Nederlanders genoemde planetoïden, zie hier.

16 juli 2014
Tot voor kort gingen veel wetenschappers ervan uit dat de planetoïde die 65 miljoen jaar geleden insloeg op aarde, en het uitsterven van onder meer de dinosauriërs veroorzaakte, donker en koolstofrijk was. Dat zou betekenen dat het inslaande object tot een vrij zeldzame klasse van planetoïden behoorde. Nieuw onderzoek, waarvan de resultaten in het tijdschrift Icarus zijn gepubliceerd, laat echter zien dat dit niet zo hoeft te zijn. Uit onderzoek van een meteoriet die vorig jaar bij de Russische stad Tsjeljabinsk werd gevonden blijkt namelijk dat de schok die optreedt bij het uiteenspatten van een planetoïde tot verkleuring van helder siliciumhoudend materiaal kan leiden. De Tseljabinsk-meteoriet bevat zowel helder, ‘ongeschokt’ materiaal als donker, ‘geschokt’ materiaal. En de spectrale eigenschappen van dat donkere materiaal lijken sprekend op die van vermeend koolstofrijke planetoïden. Kortom: de schok van een explosie of inslag maakt heldere planetoïden donker. En dat betekent dat niet niet alle donkere planetoïden rijk zijn aan koolstof, zoals werd aangenomen. Deze ontdekking kan gevolgen hebben voor de risico’s van eventuele planetoïden die de aarde gevaarlijk dicht naderen en voor de selectie van planetoïden voor de winning van grondstoffen. Een object dat op grond van zijn kleur rijk lijkt te zijn aan koolstof en organische verbindingen kan in werkelijkheid een heel andere samenstelling hebben. (EE)
Russian Meteorite Sheds Light On Dinosaur Extinction Mystery

16 juli 2014
Gegevens van de ruimtesonde Dawn en computersimulaties hebben wetenschappers meer inzicht gegeven in de inwendige structuur van de grote planetoïde Vesta. De onderzoeksresultaten, die vandaag in Nature zijn gepubliceerd, roepen twijfels op over de bestaande modellen voor het ontstaan van rotsachtige planeten als de aarde. Met een middellijn van 500 kilometer is Vesta een van de grootste planetoïden van ons zonnestelsel. Net als andere planetoïden wordt zij gezien als een overblijfsel van het vormingsproces dat 4,5 miljard jaar geleden tot het ontstaan van de planeten heeft geleid. De gegevens van Dawn, die tussen juli 2011 en juli 2012 om Vesta cirkelde, laten zien dat de korst van deze planetoïde veel dikker moet zijn dan dertig kilometer, zoals werd verondersteld. Op het oppervlak van Vesta is namelijk geen olivijn aangetroffen – een mineraal dat prominent aanwezig is in de mantels van planeten. Dat betekent dat de twee grote inslagen waarbij de zuidpool van de planetoïde tot een diepte van tachtig kilometer werd ‘uitgegraven’ niet tot de olivijnrijke mantel zijn doorgedrongen. Als Vesta inderdaad minder mantelmateriaal en meer korstmateriaal bevat – dat laatste heeft een heel andere mineralogische samenstelling – dan waren de verhoudingen tussen de materialen waaruit deze planetoïde is gevormd wellicht heel anders dan tot nu toe werd aangenomen. En datzelfde geldt dan waarschijnlijk ook voor het oermateriaal waaruit de aarde en overige rotsachtige planeten van ons zonnestelsel zijn ontstaan. (EE)
Asteroid Vesta to Reshape Theories of Planet Formation

2 juli 2014
Het mysterieuze donkere materiaal dat op sommige plaatsen aan het oppervlak van de grote planetoïde Vesta is gevonden, is afkomstig van kleinere primitieve planetoïden die lang geleden op Vesta zijn ingeslagen. Dat concluderen onderzoekers van het Max Planck-instituut voor zonnestelselonderzoek op basis van metingen die verricht zijn door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn. Met een middellijn van bijna 500 kilometer is Vesta de op één na grootste planetoïde. Vesta wordt ook wel beschreven als een protoplaneet: het hemellichaam heeft een gedifferentieerde inwendige structuur, wat erop wijst dat Vesta ooit gesmolten is geweest. Van juli 2011 tot september 2012 is Vesta van nabij bestudeerd door Dawn. Op sommige plaatsen is extreem donker materiaal aangetroffen, zo zwart als roet, waarvan al snel bleek dat het rijk is aan koolstof. De ware aard en de oorsprong van het materiaal was echter niet bekend; sommige onderzoekers meenden dat het misschien vulkanisch zou kunnen zijn. De Duitse onderzoekers hebben op basis van metingen in verschillende golflengtegebieden nu echter vastgesteld dat het donkere materiaal het mineraal serpentijn bevat. Dat mineraal kan geen temperaturen van meer dan 400 graden overleven. Van een vulkanische oorsprong kan dus geen sprake zijn. Vermoedelijk is het donkere materiaal op Vesta terechtgekomen bij de (scherende) inslag van kleine planetoïden met een primitieve samenstelling. (GS)
Vesta's rocky history (origineel persbericht)

25 juni 2014
Vanaf nu kan iedereen helpen met het opsporen van planetoïden die dicht in de buurt van de aarde (kunnen) komen. Via Asteroid Zoo worden korte beeldreeksen gepresenteerd die gemaakt zijn in het kader van de Catalina Sky Survey. Deelnemers moeten die nauwkeurig bekijken, om te zien of er tussen de vaste sterren en de beeldruis bewegende lichtstipjes te zien zijn.Het project heeft niet alleen tot doel om planetoïden op te sporen die een bedreiging kunnen vormen voor onze planeet. Ook wordt gespeurd naar exemplaren die eventueel geschikt zijn voor ‘mijnbouw’. Asteroid Zoo is een samenwerkingsverband van Zooniverse, dat al tal van andere projecten voor ‘burgerwetenschappers’ heeft opgezet, en Planetary Resources. Dat laatste is een commercieel bedrijf dat geïnteresseerd is in de mineralen die in planetoïden te vinden zijn. (EE)
Asteroid zoo

19 juni 2014
Astronomen hebben met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer de planetoïde 2011 MD opgemeten. Dit kosmische rotsblok, dat ongeveer zes meter groot blijkt te zijn, is een kandidaat voor een toekomstige NASA-ruimtemissie waarbij een kleine planetoïde ‘gevangen’ moet worden. De Spitzer-resultaten bevestigen dat 2011 MD een geschikte kandidaat is voor die Asteroid Redirect Mission (ARM). Hij heeft de juiste grootte, massa en rotatiesnelheid om zich door een onbemand ruimtevoertuig te laten oppikken. Het lijkt er wel op dat de planetoïde veel lege ruimte bevat: zijn gemiddelde dichtheid is vergelijkbaar met die van water. Dat kan erop wijzen dat 2011 HD een vrij losse samenklontering van puin is. In dat opzicht is hij vergelijkbaar met de nog kleinere planetoïde 2009 BD – ook een kandidaat voor de ARM-missie die met Spitzer onderzocht is. NASA wil in 2018 beslissen welke planetoïde het haasje is – er zijn voorlopig negen kandidaten. Dat is een jaar voordat de ARM-ruimtesonde gelanceerd zal worden. Uiteindelijk moet de gekozen planetoïde voor nader onderzoek in een omloopbaan om de maan worden gebracht. De missie moet meer kennis opleveren over de populatie van planetoïden die zo dichtbij kunnen komen, dat ze een potentiële bedreiging voor onze planeet vormen. (EE)
Spitzer Spies an Odd, Tiny Asteroid

12 juni 2014
NASA-wetenschappers hebben met behulp van radarapparatuur opnamen gemaakt van de planetoïde 2014 HQ124, die op 8 juni jl. op een afstand van 1,25 miljoen kilometer – drie keer de afstand aarde-maan – langs onze planeet scheerde. De beelden tonen een langgerekt, onregelmatig object met een lengte van ongeveer 370 meter. Volgens de wetenschappers zou het om een ‘dubbelplanetoïde’ kunnen gaan: twee kleine planetoïden die zich hebben samengevoegd tot een groter geheel. Dat geheel wentelt in iets minder dan 24 uur om zijn as. De beelden, die ook als ‘filmpje’ te zien zijn, behoren tot de scherpste die ooit behulp van radar zijn verkregen. Ze tonen details tot ongeveer vier meter. Betere opnamen zijn met de beschikbare apparatuur – de radiotelescopen van Goldstone en Arecibo – bijna niet te maken. Planetoïde 2014 HQ124 werd pas op 23 april jl. ontdekt met behulp van de infraroodsatelliet WISE. Gemiddeld komt eens in de paar jaar een object van deze omvang in de buurt van de aarde. 2014 HQ124 komt pas in het jaar 2307 weer dichtbij. (EE)
Giant Telescopes Pair Up to Image Near-Earth Asteroid

8 mei 2014
Op 23 april jl. naderde planetoïde 2006 SX217 de aarde tot op 4,8 miljoen kilometer. Bij die gelegenheid is het ruim zeven jaar geleden ontdekte object waargenomen met de radiotelescopen van Arecibo (Puerto Rico) en Green Bank (Virginia, VS). De grote schotelantenne van Arecibo stuurde krachtige radarpulsen naar de planetoïde, de radioschotel van Green Bank ving de ‘echo’s’ ervan op. Aanvankelijk was geschat dat 2006 SX217 ongeveer 550 meter groot was. Maar uit de nieuwe waarnemingen blijkt dat de ruwweg bolvormige planetoïde heel donker van tint is. Dat betekent dat zijn afmetingen flink onderschat zijn: die komen waarschijnlijk in de buurt van 1200 meter. (EE)
Green Bank Telescope Makes Arecibo Connection to Image Asteroid

7 mei 2014
In het zuiden van de Canadese provincie Alberta is een ronde geologische structuur ontdekt die het restant van een grote inslagkrater lijkt te zijn. Als dat inderdaad zo is, is daar – ongeveer 70 miljoen jaar geleden – een forse planetoïde ingeslagen. De tand des tijds heeft het bewijs grotendeels uitgewist. Gletsjers hebben de mogelijke krater sterk geërodeerd en de restanten ervan zijn bedolven geraakt. Op dit moment kan dan ook niet met zekerheid worden gezegd dat hier een inslag heeft plaatsgevonden, maar de seismische en geologische gegevens van de structuur wijzen daar wel sterk op. Het restant van de ‘Bow City’-krater bestaat uit een acht kilometer brede, ruwweg cirkelvormige kom met een centrale piek. Dat laatste is kenmerkend voor grote inslagkraters. (EE)
Ancient crater points to massive meteorite strike

24 april 2014
Voor het eerst zijn vanaf het oppervlak van een andere planeet twee planetoïden gefotografeerd. De primeur is voor het Marsvoertuig Curiosity, die de grote planetoïden Ceres en Vesta heeft vastgelegd. Ceres, die formeel als dwergplaneet te boek staat, is het grootste object in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Vesta is het op twee na grootste lid van die gordel. Het tweetal staat momenteel dicht bij elkaar aan de hemel. De opname maakt deel uit van een experiment waarbij de nachtelijke transparantie van de atmosfeer op Mars onderzocht wordt. In het huidige jaargetijde (lente) ontstaan er vaak ijle wolkensluiers in de atmosfeer van de rode planeet. Het eigenlijke doelwit van de opname was de Marsmaan Deimos. Maar daarbij is opzettelijk een tijdstip gekozen waarop deze dichtbij Ceres en Vesta aan de hemel stond. Andere opnamen van die nacht laten ook de Marsmaan Phobos en de planeten Jupiter en Saturnus zien. (EE)
Asteroids as Seen From Mars; A Curiosity Rover First

22 april 2014
Gemiddeld eens in de zes maanden komt er een kleine planetoïde in botsing met de aarde. In verreweg de meeste gevallen exploderen die kosmische rotsblokken - met afmetingen van enkele meters - op grote hoogte in de dampkring, waarbij tussen de 1 en de 600 kiloton TNT aan energie vrijkomt (ter vergelijking: de atoombom van Hiroshima had een explosie-energie van 15 kiloton). De inslagfrequentie van kleine planetoïden is afgeleid uit gegevens van de Nuclear Test Ban Treaty Organization, die met behulp van infrageluidsensoren speurt naar dampkringexplosies die het gevolg zouden kunnen zijn van illegale kernproeven. Tussen 2000 en 2013 zijn 26 van die explosies geregistreerd, stuk voor stuk veroorzaakt door een kosmische inslag. Dat maakten astronauten Ed Lu, Tom Jones en Bill Anders vandaag bekend op een persconferentie in Seattle, georganiseerd door de B612 Foundation. De inslag boven Tsjeljabinsk, vorig jaar februari, had een energie van 600 kiloton; de inslag boven Tunguska, in 1908, had een energie van naar schatting 5 tot 15 megaton. Op basis van de nieuwe statistische gegevens schatten astronomen dat de aarde gemiddeld eens in de honderd jaar getroffen wordt door een 'city killer' - een planetoïde die groot genoeg is om een stad volledig te verwoesten. Daarvoor is een energie van een paar megaton nodig. Gezien het percentage van het aardoppervlak dat door steden in beslag wordt genomen, komt het naar schatting gemiddeld eens in de 25.000 jaar voor dat er ook daadwerkelijk een metropool van de kaart wordt geveegd. De B612 Foundation ontwikkelt de particulier gefinancierde infraroodruimtetelescoop Sentinel, waarmee jacht gemaakt gaat worden op potentiële 'city killers' in het zonnestelsel. Hun aantal bedraagt naar schatting ca. één miljoen, maar daarvan zijn er nog geen tienduizend ontdekt. Ook de 26 dampkringexplosies die sinds de eeuwwisseling zijn geregistreerd, werden veroorzaakt door kleine planetoïden die niemand van tevoren had zien aankomen. (GS)
Video Evidence of 26 Atom-Bomb-Scale Asteroid Impacts Since 2000 (origineel persbericht)

10 april 2014
Het NASA-team dat de leiding heeft over de eerste Amerikaanse missie om bodemmonsters van een planetoïde te verzamelen heeft groen licht gekregen voor de bouw van een ruimtesonde en bijbehorende faciliteiten. De lancering van de ruimtesonde, OSIRIS-REx geheten, staat gepland voor het najaar van 2016. Zijn reisdoel is de ongeveer 500 meter grote planetoïde Bennu, die vanaf het jaar 2169 enkele malen zo dicht in de buurt van de aarde komt, dat een inslag niet helemaal ondenkbaar is. OSIRIS-REx zal het oppervlak Bennu ruim een jaar lang op afstand verkennen. Vervolgens zal hij ongeveer zestig gram bodemmateriaal verzamelen en naar de aarde terugbrengen. De aankomst ervan wordt in 2023 verwacht. Het zal hoe dan ook niet voor het eerst zijn dat een ruimtesonde materiaal van een planetoïde naar de aarde brengt. In 2010 leverde de Japanse ruimtesonde Hayabusa een minieme hoeveelheid deeltjes van de planetoïde Itokawa af. De OSIRIS-REx-missie is onder meer bedoeld om meer te weten te komen over de samenstelling van het jonge zonnestelsel en de bron van organische materialen die het leven op aarde mogelijk hebben gemaakt. Daarnaast wil NASA meer te weten komen over de eigenschappen van ‘aardscherende’ planetoïden als deze. Voor je weet maar nooit. (EE)
Construction To Begin On Nasa Spacecraft Set To Visit Asteroid In 2018

9 april 2014
Een internationaal team van wetenschappers zegt aanwijzingen te hebben gevonden dat zich 3,26 miljard jaar geleden – ergens tussen Zuid-Afrika en West-Australië – een ongeveer vijftig kilometer grote planetoïde in de aardkorst heeft geboord. Een projectiel van dat kaliber slaat een krater met een middellijn van vijfhonderd kilometer en veroorzaakt kolossale aardbevingen en tsunami’s. Dat er drie tot vier miljard jaar geleden nog forse inslagen op aarde hebben plaatsgevonden wordt al een tijdje vermoed. Maar de sporen die deze planetoïden achterlieten zijn grotendeels uitgewist door erosie. Wetenschappers moeten zich dus behelpen met relatief schamel indirect bewijsmateriaal. Een belangrijke aanwijzing voor de inslag die 3,26 miljard jaar zou hebben plaatsgevonden bestaat uit zeer oude gesteenten die in het zogeheten Kaapvaal Kraton in Zuid-Afrika zijn aangetroffen. Bekend was al dat deze gesteenten kenmerken vertonen die sterk aan een planetoïdeninslag doen denken. Maar tot nu toe was onduidelijk hoe groot die inslag moet zijn geweest. Bij het nieuwe onderzoek is gebruik gemaakt van geologische gegevens en fysische modellen – niet alleen van het Kaapvaal Kraton, maar ook van plekken waar hevige aardbevingen en kleinere inslagen hebben plaatsgevonden. Met behulp van deze gegevens hebben de wetenschappers berekend hoe sterk de seismische golven moeten zijn geweest die de Zuid-Afrikaanse gesteenten hebben ondervonden. De in het tijdschrift Geochemistry, Geophysics, Geosystems gepubliceerde resultaten geven aan dat het met een snelheid van ongeveer 20 kilometer per seconde inslaande object 37 tot 58 kilometer groot moet zijn geweest. De klap zou een kracht van 10,8 op de schaal van Richter hebben gehad. (EE)
Scientists Reconstruct Ancient Impact That Dwarfs Dinosaur-Extinction Blast

2 april 2014
Het gruis en stof waarmee het oppervlak van kleine planetoïden is bedekt, is het gevolg van warmtemoeheid: de afwisseling van hoge en lage temperaturen die gesteente aantast. Tot die conclusie komen Franse en Amerikaanse wetenschappers na laboratoriumexperimenten (Nature Advance Online Publication, 2 april). Eerdere onderzoeken gaven aan dat dit losse puin, dat ‘regoliet’ wordt genoemd, door inslagen van (micro)meteoroïden is ontstaan. De nieuwe experimenten tonen echter aan dat, in het geval van een slechts één kilometer grote planetoïde, de brokstukken die bij inslagen worden opgeworpen gemakkelijk de ontsnappingssnelheid kunnen bereiken. Het puin van zulke inslagen valt dus niet of nauwelijks terug naar het oppervlak. Uit het onderzoek blijkt verder dat de dag- en nachttemperaturen op de snel ronddraaiende planetoïden zo sterk verschillen, dat er mechanische spanningen in het gesteente optreden. Daardoor ontstaan kleine barstjes die uiteindelijk tot fragmentatie leiden. Volgens de wetenschappers is dat de belangrijkste oorzaak van het uiteenvallen van stukken gesteente groter dan een centimeter. Het fragmentatieproces ten gevolge van warmtemoeheid voltrekt zich namelijk veel sneller dan dat ten gevolge van kleine inslagen. (EE)
French, American team finds regolith of small asteroids formed by thermal fatigue

26 maart 2014
Sterrenkundigen hebben twee dunne ringen van ijs en gruis ontdekt rond de verre planetoïde Chariklo. Tot nu toe waren alleen ringenstelsels bekend rond de reuzenplaneten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. De ringen van Chariklo zijn vermoedelijk ontstaan door een kosmische botsing. De ontdekking wordt deze week beschreven in Nature.De schitterende ring van Saturnus, die ook uit rotsblokken en ijsklompen bestaat, werd voor het eerst als zodanig herkend door de Nederlandse astronoom Christiaan Huygens. Pas in de afgelopen decennia is ontdekt dat ook de andere drie reuzenplaneten ringenstelsels hebben. Jupiter heeft een ijle ring van stofdeeltjes; Uranus en Neptunus hebben smalle ringen van donkere brokstukken.Dat ook de ijzige planetoïde Chariklo twee smalle ringen heeft, bleek op 3 juni 2013. Gezien vanuit Zuid-Amerika bewoog Chariklo toen voor een ver verwijderde, zwakke ster langs. Op zeven verschillende locaties, onder andere op de Europese La Silla-sterrenwacht in Chili, werd de sterbedekking waargenomen. Vlak voor en vlak na de eigenlijke bedekking door Chariklo floepte de ster nog twee keer heel kort uit en weer aan. Op soortgelijke wijze werd 37 jaar geleden ook het ringenstelsel van Uranus ontdekt. De waarnemingen op La Silla zijn verricht door een Ierse camera op de Deense 1,5-meter telescoop, en door de Belgisch-Zwitserse TRAPPIST-telescoop.Uit de metingen blijkt dat de ringen een breedte hebben van slechts 3 en 7 kilometer. Tussen de twee ringen bevindt zich een 9 km brede opening. De ringen zijn hooguit een paar honderd meter dik. Ze bevinden zich op enkele honderden kilometers boven het oppervlak van Chariklo.Chariklo is een zogeheten centaur: planetoïden die zich tussen de banen van de reuzenplaneten Jupiter en Neptunus bevinden, in betrekkelijk instabiele banen. Met zijn middellijn van 250 kilometer is Chariklo de grootste centaur; de afstand tot de aarde bedraagt ongeveer 2 miljard kilometer. Centaurs zijn vermoedelijk afkomstig uit de Kuipergordel, de brede band van ijsdwergen en kometen buiten de baan van Neptunus, waartoe ook de dwergplaneet Pluto behoort. Algemeen wordt aangenomen dat ze een vrij poreuze, ijzige samenstelling hebben. Dat de ringen van Chariklo zo scherp zijn begrensd, wijst erop dat er ook kleine maantjes rond het hemellichaam moeten draaien, die met hun zwaartekracht de ringen 'in vorm' houden. Over het ontstaan van het opmerkelijke ringenstelsel is weinig met zekerheid bekend; vermoedelijk gaat het om materiaal dat bij een kosmische botsing van het oppervlak van Chariklo is weggeslagen. In de toekomst zullen de ringdeeltjes mogelijk samenklonteren tot een groter maantje met een middellijn van ca. 2 kilometer. Braziliaanse astronomen hebben de twee ringen voorlopig Oiapoque en Chuí genoemd, naar twee rivieren in het uiterste zuiden en noorden van Brazilië. Die namen zijn echter nog niet officieel erkend door de Internationale Astronomische Unie. (GS)
First Ring System Around Asteroid (origineel persbericht)

10 maart 2014
Software-ontwikkelaars kunnen 35.000 dollar winnen in een nieuwe prijsvraag, uitgeloofd door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. De software moet in staat zijn om zeer efficiënt en met weinig rekenkracht in bestaande foto's van de sterrenhemel op zoek te gaan naar kleine planetoïden die mogelijk een bedreiging voor de aarde kunnen vormen.Verschillende telescopen speuren elke heldere nacht de hemel af op zoek naar dit soort 'aardscheerders'. Door foto's van verschillende tijdstippen met elkaar te vergelijken, kunnen bewegende lichtstipjes worden opgespoord. Dat gebeurt volledig geautomatiseerd.Om de effectiviteit van de bestaande zoekprogramma's te vergroten nodigt NASA nu software-ontwikkelaars uit om met veel betere zoek-algoritmes te komen. De ruimtevaartorganisatie werkt in de Asteroid Grand Challenge Contest Series samen met het bedrijf Planetary Resources, dat in de toekomst mogelijk mijnbouw op een planetoïde wil gaan bedrijven. Zelf heeft NASA plannen om een kleine planetoïde te 'vangen' en in een baan rond de maan te brengen. (GS)
Be an Asteroid Hunter in NASA's First Asteroid Grand Challenge Contest Series (origineel persbericht)

6 maart 2014
Astronomen zijn eind vorig jaar getuige geweest van het uiteenvallen van een object dat deel uitmaakt van de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. De waarschijnlijk vrij broze planetoïde lijkt bezweken te zijn aan zijn snelle aswenteling (Astrophysical Journal Letters, 6 maart). Het is niet voor het eerst dat een klein hemellichaam voor de ogen van astronomen uit elkaar is gevallen. Maar tot nu toe ging het daarbij steeds om kometen – ijsachtige objecten die bij nadering van de zon aan hitte en getijkrachten bezwijken. Bij planetoïden, die grotendeels uit gesteente bestaan, was zoiets nog niet eerder gezien. Het slachtoffer, planetoïde P/2013 R3, werd op 15 september jl. ontdekt met twee geautomatiseerde telescopen op aarde. Vervolgwaarnemingen met de grote Keck-telescoop op Hawaï en de Hubble-ruimtetelescoop lieten zien dat de planetoïde uit meerdere stukken bestond, omgeven door een wolk stof ter grootte van de aarde. De grootste brokstukken hebben afmetingen van enkele honderden meters. Waarschijnlijk is de desintegratie van P/2013 R3 al een jaar geleden op gang gekomen. Maar waardoor? Een botsing met een soortgenoot lijkt niet waarschijnlijk: daarvoor is het proces te rustig verlopen. Ook is het vrijwel uitgesloten dat de druk van verdampend ijs in het inwendige van de planetoïde de oorzaak is geweest. Daarvoor zijn de temperaturen op die afstand – een slordige 450 miljoen kilometer van de zon – te laag. De oorzaak wordt nu gezocht bij een subtiel verschijnsel, het ‘YORP-effect’, dat ervoor zorgt dat planetoïden onder invloed van zonlicht geleidelijk steeds sneller gaan draaien. En dan komt er een moment dat het door talrijke kleine inslagen verzwakte inwendige van een planetoïde niet langer bestand is tegen de centrifugale kracht. Dat planetoïden op deze manier uit elkaar kunnen vallen was al voorspeld, maar het verschijnsel was nog nooit ‘live’ waargenomen. Wel is kort vóór de ontdekking van P/2013 R3 nog een andere planetoïde opgespoord (P/2013 P5) die wolken van stof de ruimte in blaast. Ook dat zou het begin van desintegratie kunnen zijn. (EE)
Astronomers witness mysterious, never-before-seen disintegration of asteroid

5 maart 2014
Ongeveer twintig keer per jaar scheert een planetoïde op een afstand van minder dan 385.000 kilometer – de gemiddelde afstand aarde-maan – langs onze planeet. Vandaag, woensdag 5 maart, gebeurt dat opnieuw. Rond 10 uur vanavond passeert planetoïde 2014 DX110 op een (nog steeds veilige) afstand van ongeveer 350.000 kilometer. De naar schatting slechts dertig meter grote planetoïde werd pas op 28 februari jl. ontdekt met de Pan-STARRS-telescoop op Hawaï. Hij behoort tot de zogeheten Apollo-klasse, wat betekent dat zijn baan de aardbaan kruist. Zijn omlooptijd bedraagt 3,26 jaar.[Update] Donderdagavond (6 maart) komt een andere kleine planetoïde nóg dichterbij. Dan gaat het om het ongeveer tien meter grote exemplaar 2014 EC, dat ons tot op ongeveer 55.000 kilometer nadert. Planetoïde 2014 EC is pas twee dagen geleden ontdekt. (EE)
Asteroid Will Safely Pass Closer Than Moon Wednesday

27 februari 2014
Na acht jaar van waarnemingen hebben wetenschappers van het SETI Institute vastgesteld dat het mini-maantje van de planetoïde Hektor, die in dezelfde baan om de zon draait als de planeet Jupiter, een merkwaardige omloopbaan heeft. Dat kan erop wijzen dat het object is vrijgekomen bij de vorming van Hektor zelf: die lijkt namelijk uit twee delen te bestaan (Astrophysical Journal Letters). Het ongeveer twaalf kilometer grote maantje van Hektor is in 2006 ontdekt met de Keck II-telescoop op Hawaï. Sindsdien is zijn positie regelmatig gemeten, om te kunnen vaststellen welke baan het volgt. Dat was nog niet zo gemakkelijk – niet alleen omdat het maantje heel lichtzwak is, maar ook omdat de stand en de vorm van zijn omloopbaan nogal exotisch blijken te zijn. Het maantje draait op een afstand van zeshonderd kilometer om Hektor in een ellips die een hoek van 45 graden met de evenaar van de planetoïde maakt. Zijn omlooptijd bedraagt drie dagen. Opvallend genoeg laten computersimulaties zien dat deze omloopbaan heel stabiel is: die kan miljarden jaren standhouden. Hektor zelf draait heel snel (in minder dan zeven uur) om zijn as en is heel langgerekt van vorm. Hierdoor verandert zijn helderheid voortdurend. Een analyse van deze helderheidsvariaties laat zien dat de ongeveer 370 kilometer lange planetoïde waarschijnlijk uit twee lobben bestaat. Over de vreemde vorm van de planetoïde en de merkwaardige omloopbaan van zijn maantje zal nog lang worden gediscussieerd. Maar volgens de onderzoekers zou het maantje een brokstuk kunnen zijn dat is losgeslagen tijdens de (vrij trage) botsing tussen twee planetoïden waaruit Hektor is voortgekomen. Ook opperen zij de mogelijkheid dat Hektor uit een mengsel van gesteenten en ijs bestaat, net als de objecten die in de Kuipergordel voorbij Neptunus worden aangetroffen. (EE)
Distant Asteroid Revealed to be a Complex Mini Geological World

5 februari 2014
Onderzoek met onder meer de Europese New Technology Telescope (NTT) laat zien dat de planetoïde Itokawa uit twee stukken van zeer verschillende dichtheid bestaat. Dat wijst erop dat het merkwaardig gevormde object een voormalige dubbelplanetoïde is waarvan de oorspronkelijke componenten zich hebben verenigd. De kleine planetoïde Itokawa is een intrigerend object dat, zoals in 2005 door de Japanse ruimtesonde Hayabusa is vastgesteld, de vorm van een ongepelde pinda heeft. Om de inwendige bouw van deze planetoïde te onderzoeken heeft een internationaal team van astronomen opnamen verzameld die tussen 2001 en 2013 zijn gemaakt. Deze beelden geven informatie over de helderheidsvariaties die Itokawa ten gevolge van zijn rotatie vertoont. Uit die gegevens is vervolgens heel nauwkeurig zijn rotatietijd afgeleid, en berekend hoe deze mettertijd verandert. De rotatie van een planetoïde wordt beïnvloed door zonlicht. Dit verschijnsel, dat het Yarkovsky-O’Keefe-Radzievskii-Paddack (YORP) effect wordt genoemd, treedt op wanneer geabsorbeerd zonlicht door het oppervlak van het object weer als warmte wordt uitgestraald. Wanneer de planetoïde zeer onregelmatig van vorm is, is die warmte-uitstraling niet gelijkmatig, en dat veroorzaakt een kleine, maar onafgebroken torsiekracht die zijn rotatiesnelheid verandert. De astronomen hebben vastgesteld dat Itokawa door het YORP-effect geleidelijk sneller is gaan ronddraaien. De verandering is gering – slechts 0,045 seconde per jaar – maar wijkt sterk af van de verwachtingen. En dat is alleen verklaarbaar als de beide helften van de planetoïde aanzienlijk van dichtheid verschillen. Het ene deel zou ruim anderhalf keer zo compact zijn als het andere. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift Astronomy & Astrophysics. (EE)
De anatomie van een planetoïde

29 januari 2014
Ons zonnestelsel lijkt een netjes gesorteerd geheel: kleine, rotsachtige planeten in het centrale deel, gasplaneten verder naar buiten. Onderzoek van de planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter wijst er echter op dat hier een onstuimige geschiedenis aan voorafgegaan is (Nature, 30 januari). Tussen de omloopbanen van Mars en Jupiter cirkelen miljoenen hemellichamen: de planetoïden. Van oudsher werden deze beschouwd als de brokstukken van een planeet waarvan de vorming, ten gevolge van de krachtige zwaartekracht van Jupiter, spaak liep. De samenstelling van de brokstukken leek ook een systematisch verloop te laten zien: planetoïden op grotere afstand van de zon bevatten meer (bevroren) water dan de meer nabije. Uit een recente analyse van gegevens van de Sloan Digital Sky Survey, waarbij de afmetingen, samenstellingen en posities van meer dan honderdduizend planetoïden in kaart zijn gebracht, blijkt echter dat de planetoïdengordel helemaal niet zo netjes in elkaar zit. Vooral de kleinere planetoïden vertonen een grote diversiteit. Dat nieuwe gegeven bevestigt het al bestaande vermoeden dat het zonnestelsel in de eerste miljoenen jaren van zijn bestaan flink door elkaar is gehusseld. Zo zou de grote planeet Jupiter aanvankelijk ongeveer tot aan de huidige Marsbaan zijn opgeschoven, met in zijn gevolg een schare planetoïden uit de koude buitendelen van het zonnestelsel. Tegelijkertijd werd de oorspronkelijke planetoïdengordel voor negentig procent schoongeveegd. Een en ander zou betekenen dat Jupiter doorslaggevend is geweest voor de leefbaarheid van onze eigen planeet. Want veel van de ijsachtige planetoïden die hij met zich meesleepte sloegen later op aarde in en fungeerden dus als waterdragers. (EE)
A New Map Of The Solar System’s Asteroids Shows More Diversity Than Previously Thought

17 januari 2014
De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft een planetoïde, een klein rotsachtig hemellichaam dat tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter rond de zon draait, genoemd naar de Nederlandse kunstschilder Piet Mondriaan (1872-1944), vooral bekend om zijn abstracte en non-figuratieve werken. Ook de Utrechtse emeritus hoogleraar Henny Lamers is die eer te beurt gevallen. Ongeveer één keer per maand, kort na Volle Maan, publiceert het Minor Planet Center van de IAU de nieuwe lijst met planetoïden waarvan de omloopbaan goed bekend is. Op de meest recente lijst, die vandaag is gepubliceerd, staan 385.184 objecten waarvan de meeste alleen een nummer hebben. Het is aan de ontdekker om zijn of haar object van een naam te voorzien – iets dat tot nu toe pas in 18.241 gevallen is gebeurd. Van deze planetoïden hebben er 340 een naam gekregen die op de een of andere manier verband houdt met Nederland. (EE)
Lijst van ‘Nederlandse’ planetoïden

7 januari 2014
De infraroodsatelliet NEOWISE heeft op 29 december een nieuwe planetoïde ontdekt – de eerste sinds hij vorige maand uit zijn winterslaap werd gewekt. De planetoïde, die de aanduiding 2013 YP139 heeft gekregen, is naar verwachting de eerste in een lange reeks. Geschat wordt dat NEOWISE de komende drie jaar enkele honderden nieuwe planetoïden zal opsporen. Planetoïde 2013 YP139 bevindt zich momenteel op 43 miljoen kilometer van de aarde. Maar hij volgt een baan die hem tot op 500.000 kilometer van onze planeet kan brengen – iets verder weg dan de maan. Daarmee behoort het ongeveer 650 meter grote object, dat zo zwart is als roet, tot de ‘potentieel gevaarlijke’ planetoïden. (EE)
Recently Reactivated NASA Spacecraft Spots Its First New Asteroid

7 januari 2014
Studenten van de universiteit van Maryland (VS) hebben ontdekt dat de planetoïde 3905 Doppler in feite uit twee om elkaar wentelende objecten van vergelijkbare grootte bestaat. Daarmee behoort hij tot de ongeveer honderd leden tellende groep van de ‘dubbelplanetoïden’. Doppler maakt, samen met miljoenen soortgenoten, deel uit van de omvangrijke planetoïdengordel tussen de omloopbanen van de planeten Mars en Jupiter. Het bijzondere van de ontdekking is dat hij werd gedaan bij een practicum voor studenten die sterrenkunde slechts als bijvak volgen. De studenten kozen Doppler en twee andere planetoïden als onderzoeksobject, omdat deze tijdens het practicum – in het najaar van 2013 – een gunstige hemelstand hadden. Bij hun onderzoek maakten ze gebruik van een Spaanse privé-telescoop die via internet werd aangestuurd. De opdracht was om van elk van de planetoïden een lichtkromme te maken: een grafiek die laat zien hoe de helderheid van een planetoïde in de loop van de uren of dagen verandert. Veel planetoïden vertonen helderheidsvariaties simpelweg omdat ze niet-bolvormig zijn. In dat geval ontstaan de pieken en dalen in de lichtkromme doordat we vanaf de aarde afwisselend tegen de lange en de smalle kant van zo’n rondwentelend rotsblok aankijken. Maar bij 3905 Doppler bleken de dalen ongewoon diep: de planetoïde was dan nauwelijks meer waarneembaar. Dat laatste wijst erop dat Doppler uit twee stukken bestaat die elkaar vanaf de aarde gezien regelmatig ‘verduisteren’. Uit de vorm van de lichtkromme volgt dat de twee planetoïden ruwweg aardappelvormig zijn, en dat de ene ongeveer een kwart korter is dan de andere. De twee objecten wentelen ‘neus aan neus’ in ongeveer 51 uur om elkaar, wat ongewoon (en voorlopig nog onverklaarbaar) langzaam is. De resultaten worden in april gepubliceerd in het Minor Planet Bulletin en zijn vandaag gepresenteerd op de 223ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Washington, DC. (EE)
U of Maryland undergraduates discover rare eclipsing double asteroid

2 januari 2014
De eerste planetoïde die in 2014 is ontdekt, 2014 AA, is meteen een bijzonder exemplaar. Of liever gezegd: wás een bijzonder exemplaar, want hij bestaat niet meer. Direct na de ontdekking, op Nieuwjaarsdag door Richard Kowalski van de Mount Lemmon Survey in Arizona, bleek dat het kleine rotsblok - hooguit een paar meter in middellijn - op ramkoers met de aarde lag. Inmiddels is de ruimtesteen in de vroege uren van 2 januari in de aardse dampkring terecht gekomen. Het is zo goed als zeker dat hij daarbij is gefragmenteerd; brokstukjes van de planetoïde kunnen op aarde terecht zijn gekomen. Omdat het inslagtijdstip niet exact bekend is, is ook de plaats van de inslag niet heel nauwkeurig vast te stellen; vermoedelijk is het projectiel ergens boven de Atlantische Oceaan of boven Afrika neergekomen.Het is pas de tweede keer dat een (kleine) planetoïde werd ontdekt die vervolgens met de aarde in botsing kwam. Voor het eerst gebeurde dat in het najaar van 2008, toen planetoïde 2008 TC3 boven Soedan uiteenviel. In de woestijn zijn toen veel meteorieten gevonden, onder leiding van de Nederlandse astronoom Peter Jenniskens. In februari 2013 explodeerde een grotere meteoriet in de aardse dampkring boven de Russische stad Tsjeljabinsk, maar die had niemand zien aankomen. (GS)
Minor Planet Electronic Circular waarin de ontdekking van 2014 AA wordt gemeld

19 december 2013
De Near-Earth Object Wide-field Infrared Survey Explorer (NEOWISE), een NASA-satelliet die in 2010 de sterrenhemel op infrarode golflengten in kaart bracht en in februari 2011 in sluimerstand werd gezet, heeft, in voorbereiding op zijn nieuwe missie, een aantal testopnamen gemaakt. De satelliet zal de komende drie jaar gaan speuren naar planetoïden die de aardbaan dicht kunnen naderen. Tijdens zijn eerste leven ontdekte de satelliet, die toen nog WISE heette, al meer dan 34.000 planetoïden en verzamelde hij nieuwe gegevens over 158.000 reeds bekende objecten. Het is de bedoeling dat deze succesvolle reeks wordt voortgezet. De opnamen die NEOWISE nu heeft gemaakt zijn net zo goed als die van voor zijn ‘winterslaap’. De beelden die de komende jaren met de 40-centimeter telescoop en infraroodcamera’s van de satelliet worden gemaakt, zullen informatie opleveren over onder meer de afmetingen en thermische eigenschappen van planetoïden. Dat moet meer inzicht geven in de populatie van planetoïden die een potentiële bedreiging vormen voor onze planeet. De vervolgmissie van NEOWISE maakt deel uit van de plannen die NASA heeft om een kleine planetoïde te ‘vangen’ en voor gedetailleerd onderzoek in een baan rond te maan brengen. Uiterlijk in 2025 zouden astronauten een bezoek aan dit kleine rotsachtige hemellichaam moeten brengen. (EE)
NASA’s Asteroid Hunter Spacecraft Returns First Images After Reactivation

16 december 2013
Op nieuwe 'valse kleuren'-foto's van de grote planetoïde Vesta zijn onder andere oude lavastromen ontdekt in de omgeving van inslagkraters. De beelden zijn gemaakt door onderzoekers van het Max-Planck-Instituut voor Zonnestelselonderzoek in Katlenburg-Lindau, op basis van foto's van Vesta door zeven verschillende kleurfilters, verkregen door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn.De kleurfilters - op zichtbare en nabij-infrarode golflengten - zijn zo gekozen dat bepaalde mineralen gemakkelijker onderscheiden kunnen worden. Door de zwartwitfoto's 'in te kleuren' worden details zichtbaar die normaalgesproken verborgen blijven, zoals de oude lavastromen bij de 4,3 kilometer grote inslagkrater Aelia.Op de nieuwe valse-kleurenfoto's komen ook kraters aan het licht die bedolven zijn door inslagpuin, en is materiaal zichtbaar dat in de vorm van meteorieten op het Vesta-oppervlak terecht is gekomen. Vesta werd tussen juli 2011 en september 2012 van nabij onderzocht door Dawn; de ruimtesonde is momenteel op weg naar de dwergplaneet Ceres, de grootste planetoïde in het zonnestelsel. (GS)
Dawn Creates Guide to Vesta's Hidden Attractions (origineel persbericht)

18 november 2013
Nieuw onderzoek laat zien dat planetoïden die met enige regelmaat in de buurt van de planeet Mars komen minder rood van tint zijn dan het merendeel van hun soortgenoten. Eerder was dit effect al waargenomen bij planetoïden die in de buurt van de aarde komen. Planetoïden staan langdurig bloot aan onder meer de zonnewind – de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitzendt. Door de inwerking van dat ‘ruimteweer’ wordt het gruis aan het oppervlak van een planetoïde geleidelijk roder van tint. Een paar procent van de planetoïden is echter duidelijk minder rood. En dat geldt ook voor de meteorieten – brokstukken van planetoïden – die op aarde worden gevonden. In 2010 werd een plausibele verklaring voor dat verschil gevonden: planetoïden die in de buurt van de aarde komen ondervinden de invloed van de zwaartekracht van onze planeet. Dit heeft kleine bevingen tot gevolg die het oppervlaktemateriaal opschudden, waardoor minder verweerd gruis en gesteente aan de oppervlakte komt. Die verklaring blijkt voor negentig procent van de jong ogende planetoïden inderdaad te kloppen. Maar ongeveer tien procent van deze objecten komt nooit in de buurt van onze planeet. Nieuwe berekeningen laten echter zien dat deze objecten wel in de buurt van een andere planeet komen: Mars. Die ontdekking is enigszins verrassend, omdat Mars veel kleiner en lichter is dan de aarde, en dus een veel kleinere zwaartekrachtsinvloed uitoefent op zijn omgeving. Waarschijnlijk wordt die geringere invloed echter gecompenseerd door het feit dat de meeste planetoïden te vinden zijn in de gordel tussen Jupiter en Mars. Op steenworp afstand van de Rode Planeet dus, en dat vergroot de kans op ontmoetingen met planetoïden aanzienlijk. (EE)
Asteroids' close encounters with Mars

11 november 2013
Ongeveer 800.000 jaar geleden sloeg een planetoïde een ruim één kilometer grote krater op het Australische eiland Tasmanië. Net als bij veel andere kraters zijn tot in de wijde omgeving van deze Darwinkrater de glasachtige restanten van gesmolten aardse gesteenten aangetroffen. Recent onderzoek door Britse en Amerikaanse wetenschappers laat zien dat het glas sporen van plantaardig materiaal bevat (Nature Geoscience online, 10 november). Het glas dat rond de Darwinkrater is gevonden bevat minuscule insluitsels. Uit een chemische analyse blijkt dat deze insluitsels rijk zijn aan organisch materiaal zoals dat in veengronden te vinden is. Dat is in overeenstemming met al bestaande aanwijzingen dat het gebied rond de krater ten tijde van de inslag een moerasachtig karakter had. De ontdekking versterkt het idee dat meteorietinslagen een rol kunnen spelen bij de verspreiding van organisch materiaal over het zonnestelsel. Bekend is dat meteorieten reusachtige afstanden kunnen afleggen: zo zijn op aarde bijvoorbeeld diverse meteorieten gevonden die afkomstig zijn van de planeet Mars. En berekeningen wijzen erop dat materiaal dat wordt opgeworpen bij grote inslagen op aarde theoretisch de manen van Jupiter en Saturnus zou kunnen bereiken. Het is dus ook denkbaar dat organisch materiaal van Tasmanië op die manier bijvoorbeeld op de maan of Mars is terechtgekomen. Beschermd door een omhulsel van glas zou dit materiaal zo’n lange reis ook goed geconserveerd kunnen doorstaan. Maar of zich op die manier ook micro-organismen over het zonnestelsel (en daarbuiten) kunnen verspreiden, zoals sommige wetenschappers menen, blijft gissen. (EE)
Meteor impact trapped ancient swamp plants in glass

7 november 2013
De op 15 augustus van dit jaar ontdekte planetoïde P/2013 P5 blijkt tot een gestaag groeiende klasse van buitenbeentjes te horen: die van de planetoïden met een duidelijke stofstaart. Wat heet: op opnamen van de ongeveer 240 meter grote planetoïde die in september met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt, zijn zelfs zes stofstaarten te zien. P/2013 P5 maakt, samen met miljoenen andere planetoïden, deel uit van de zogeheten hoofdgordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. In die gordel zijn de afgelopen decennia een stuk of tien objecten ontdekt die zich – soms tijdelijk, soms langdurig – als kometen gedragen. In sommige gevallen lijkt het werkelijk om (bijna uitgeputte) kometen te gaan. Maar P/2013 P5 is hoogstwaarschijnlijk een gewone planetoïde. Er bestaan twee mogelijke verklaringen voor het ‘komeetgedrag’ dat planetoïden als deze vertonen. De meest voor de hand liggende is dat de waargenomen stofstaart ontstaat als de planetoïde in botsing komt met een soortgenoot. Een andere mogelijkheid is dat de planetoïde zo snel ronddraait dat hij uiteen begint te vallen. Alleen al vanwege het feit dat P/2013 P5 niet één maar zes stofstaarten vertoont, kan de eerste mogelijkheid worden geschrapt. Dan zouden er namelijk kort na elkaar zes botsingen moeten hebben plaatsgevonden. Omdat P/2013 P5 zich in het binnenste gedeelte van de planetoïdengordel bevindt, waar de temperaturen relatief hoog zijn, lijkt het ook onwaarschijnlijk dat het om een ijsachtig object gaat dat bezig is om te verdampen. De onderzoekers vermoeden dan ook dat P/2013 P5 zo snel om zijn as tolt dat hij massa verliest. Die snelle rotatie zou het gevolg zijn van de stralingsdruk van de zon. Doordat het zonlicht onder verschillende hoeken op het pokdalige oppervlak invalt, kan er netto een klein draaimoment ontstaan. Hierdoor gaat zo’n planetoïde steeds sneller om zijn as draaien. En op een gegeven moment wordt de middelpuntvliedende kracht aan de evenaar dan sterker dan de zwakke zwaartekracht van het object. Gevolg: er wordt materiaal van het oppervlak weggeslingerd. (EE)
Kosmischer Kauz

6 november 2013
Net nu wetenschappers dachten dat ze het ontstaan van de grote planetoïde Vesta wel zo’n beetje begrepen, gooit een recente publicatie weer roet – of beter gezegd: olivijn – in het eten. Als bij de vorming van Vesta hetzelfde draaiboek was gevolgd als bij vorming van planeten zoals onze aarde, zou hij van binnen naar buiten uit grofweg drie lagen moeten bestaan: een kern, een mantel en een korst. En volgens dat draaiboek zou het mineraal olivijn vooral in de mantel moeten zitten. Diep onder het oppervlak dus. Maar dat is niet wat de spectrometer van de NASA-ruimtesonde Dawn heeft laten zien. Op het zuidelijk halfrond van Vesta, waar diepe kraters zijn geslagen en de mantel blootligt, is geen olivijn te vinden. En op het noordelijk halfrond, dat veel minder gehavend is, ligt juist wel olivijn aan de oppervlakte (Nature, 7 november). Het ontstaansmodel voor Vesta lijkt dus aan herziening toe. Volgens de wetenschappers die de gegevens van Dawn hebben geanalyseerd, is het denkbaar dat Vesta nooit geheel gesmolten is geweest, zoals de aarde. Hierdoor zouden plaatselijke concentraties van olivijn aan het oppervlak kunnen zijn achtergebleven. En misschien bevat de blootliggende mantel op het zuidelijk halfrond van de planetoïde wel degelijk olivijn, maar is deze later bedolven onder een laag van andersoortig materiaal. (EE)
It's Complicated: Dawn Spurs Rewrite of Vesta's Story

6 november 2013
De explosie van een kleine planetoïde boven de Russische stad Tsjeljabinsk, op 15 februari van dit jaar, was niet alleen de hevigste in meer dan honderd jaar, maar ook verreweg de best gedocumenteerde. Het verschijnsel is op honderden video’s vastgelegd en met tal van instrumenten gedetecteerd. De tijdschriften Nature en Science presenteren deze week de wetenschappelijke oogst die dat heeft opgeleverd. In Nature doet een team van Tsjechische en Canadese wetenschappers verslag van hun analyse van de omloopbaan die de ruwweg 19 meter grote planetoïde volgde. Deze blijkt sterke overeenkomsten te vertonen met de baan van een andere planetoïde die regelmatig in de buurt van onze planeet komt: de ruim twee kilometer grote aardscheerder 86039 (1999 NC43). Mogelijk was het object dat op een hoogte van dertig kilometer boven Tsjeljabinsk uit elkaar spatte een losgeslagen brokstuk van deze aardscheerder. In een tweede Nature-artikel presenteert een breed internationaal team, met o.a. Läslo Evers en Pieter Smets (beiden KNMI en TU Delft), een schatting van de totale hoeveelheid energie die bij de explosie vrijkwam: het equivalent van de explosie van 500 kiloton TNT. Hun analyse van het verloop van de explosie laat zien dat de daarmee gepaarde drukgolf minder hevig was dan de meest gebruikte modellen voorspellen. Daar staat tegenover dat uit een nieuwe analyse van infrageluidmetingen die in de periode 1994-2013 zijn verzameld blijkt dat er tien keer zo vaak objecten met afmetingen groter dan tien meter de aardatmosfeer binnendringen dan tot nu toe werd aangenomen. Een explosie van het kaliber Tsjeljabinsk of groter treedt gemiddeld ongeveer eens in de tien jaar op. Ook de publicatie in Science is het resultaat van een groot internationaal onderzoek, met Nederlandse bijdragen van Läslo Evers en Jacob Kuiper (KNMI) en Peter Jenniskens (SETI Institute, NASA Ames). Daarin wordt onder meer vastgesteld dat de brokstukken die rond Tsjeljabinsk zijn gevonden gewone chondrieten zijn – het meest voorkomende soort meteorieten dat op aarde wordt aangetroffen. Op basis van videobeelden heeft dit team berekend dat het object dat de aardatmosfeer binnenkwam een snelheid van ruim 19 kilometer per seconde had – iets sneller dan eerdere schattingen aangaven. Naar schatting driekwart van het object is hoog in de atmosfeer verdampt en het overige kwart verpulverde grotendeels tot stof. Slechts een minieme fractie – minder dan 0,05 procent oftewel ongeveer 5000 kilogram – is in de vorm van meteorieten op aarde terechtgekomen. Het grootste exemplaar, met een gewicht van ongeveer 650 kilogram, is in oktober van de bodem van het Tsjerbakoelmeer opgevist. (EE)
Risk of massive asteroid strike underestimated

25 oktober 2013
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft afgelopen week goedkeuring gegeven aan concrete maatregelen die tot doel hebben de aarde te beschermen tegen inslagen van planetoïden en kometen. Er wordt een International Asteroid Warning Network opgezet om wereldwijd informatie en kennis te delen; een Space Missions Planning Advisoty Group gaat onderzoek doen aan mogelijke 'afbuigtechnieken' om gevaarlijke aardscheerders in een iets andere baan te brengen, en de Comittee on the Peaceful Uses of Outer Space van de VN (COPUOS) gaat een rol spelen bij het nemen van beslissingen omtrent dit soort acties.Tijdens een publieke bijeenkomst in het American Museum of Natural History in New York zijn de VN-initiatieven vrijdag toegejuicht door de Association of Space Explorers (de wereldwijde vereniging van astronauten en kosmonauten), en riepen vijf astronauten uit de Verenigde Staten, Roemenië en Japan op tot verdere wereldwijde samenwerking om de volgende stappen te nemen in het bestrijden van inslagrisico's. (GS)
Persbericht Association of Space Explorers

17 oktober 2013
Op 16 september jl. is een forse planetoïde onopgemerkt op een afstand van minder dan 7 miljoen kilometer langs de aarde gevlogen. Het ongeveer 400 meter grote object, dat de aanduiding 2013 TV135 heeft gekregen, werd pas drie weken later ontdekt door astronomen van de Krim-sterrenwacht in Oekraïne. In de week na de ontdekking op 8 oktober is (weer eens) een stroom van geruchten op gang gekomen die suggereren dat de planetoïde in het jaar 2032 in botsing kan komen met onze planeet. Maar die ongerustheid is – volgens het Near-Earth Object Program Office van NASA – nogal voorbarig. De huidige bepaling van de baan van 2013 TV135 is immers gebaseerd op de meetgegevens van slechts een week, terwijl de planetoïde er ongeveer vier jaar over doet om een rondje om de zon te maken. Zoals het er nu naar uitziet zal 2013 TV135 de aarde in 2032 vrijwel zeker op ruime afstand passeren. Op basis van de nog zeer onzekere baangegevens bestaat er weliswaar een kans van 1 op 63.000 dat het tot een botsing komt, maar de praktijk heeft geleerd dat zo’n botsingskans sterk afneemt zodra er meer positiebepalingen beschikbaar komen. (EE)
Asteroid 2013 TV135 - A Reality Check

7 oktober 2013
De 270 kilometer grote planetoïde (87) Sylvia heeft een zogeheten gedifferentieerd inwendige, met een zware kern omgeven door een poreuzere mantel, en een van de twee manen van Sylvia heeft een zeer langgerekte vorm en een middellijn van ca. 24 kilometer. Al die informatie is afgeleid uit waarnemingen van een zeldzame sterbedekking door de drievoudige planetoïde, die begin dit jaar is waargenomen door zowel beroepsastronomen als gevorderde sterrenkunde-amateurs. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 45ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Denver, Colorado.De twee manen van (87) Sylvia, Romulus en Remus geheten, werden in 2005 ontdekt door Franck Marchis van de Keck-sterrenwacht op Mauna Kea, Hawaii. Ze zijn in de afgelopen jaren veelvuldig waargenomen met behulp van adaptieve optiek - een techniek om trillingen in de aardse dampkring te compenseren. Op basis van die metingen is een dynamisch model van de drievoudige planetoïde opgesteld, waarmee de posities van Rolumus en Remus ook in de toekomst voorspeld kunnen worden.De bedekking van een zwak sterretje, op 6 januari 2013, maakte het mogelijk het model te testen. Twaalf van de ca. vijftig waarnemingsstations zagen inderdaad een bedekking van Sylvia zelf, die tussen de 4 en 10 seconden duurde. Vier waarnemers zagen bovendien een twee seconden durende bedekking door Romulus. Uit de waarnemingen valt af te leiden dat Romulus een langgerekte vorm heeft (mogelijk haltervormig) en ca. 24 kilometer groot is.De sterbedekking heeft (in combinatie met andere waarnemingen) ook geleid tot een betere bepaling van de onregelmatige vorm van Slyvia zelf. Omdat de banen van de twee manen blijkbaar niet verstoord wordt door die onregelmatige vorm, concluderen Marchis en zijn collega's dat de planetoïde waarschijnlijk een gedifferentieerde opbouw heeft, waarbij verreweg de meeste massa geconcentreerd is in een min of meer bolvormige kern, die dan omgeven zou worden door een poreuze en onregelmatig gevormde mantel. (GS)
Telescopes Large and Small Team Up to Study Triple Asteroid

30 september 2013
De kleine planetoïde die op vrijdag 27 september door Russische onderzoekers van het MASTER-project werd ontdekt en waarvan was berekend dat hij rakelings langs de aarde vloog, blijkt toch op veilige afstand te zijn gebleven. In The Astronomer's Telegram maakten de Russische astronomen bekend dat het om een 15 meter groot rotsblok ging, dat in de nacht van 27 op 28 september, om 00.50 uur Nederlandse tijd, op slechts 11.300 kilometer hoogte langs vloog, boven de Indische Oceaan.Nieuwe waarnemingen van de planetoïde (inmiddels 2013 SW24 gedoopt), uitgevoerd in de afgelopen dagen, hebben echter een veel nauwkeuriger baanbepaling mogelijk gemaakt. Daaruit blijkt dat de dichtste nadering al anderhalve week eerder plaatsvond, op een veilige afstand van enkele miljoenen kilometers.Ook de afmetingen van de ruimtekei zijn niet met zekerheid bekend. De oorspronkelijke 'voorspellingen' waren gebaseerd op enkele positiemetingen in een tijdsbestek van slechts drie kwartier. (GS)

30 september 2013
In de nacht van 27 op 28 september, om 00.50 uur Nederlandse tijd, scheerde een ca. 15 meter groot kosmisch rotsblok 'rakelings' langs de aarde, op een hoogte van slechts 11.300 kilometer, boven de Indische Oceaan. De relatief kleine aardscheerder werd pas 9 uur voor de dichtste nadering ontdekt, door Russische wetenschappers verbonden aan het MASTER-project waarmee jacht wordt gemaakt op dit soort potentieel bedreigende planetoïden. De kosmische kei - ongeveer even groot als de reuzenmeteoriet die in februari 2013 boven de Russische stad Tsjeljabinsk de aardse dampkring binnendrong - staat nu in de topvijf van dichtste naderingen. De ontdekking is wereldkundig gemaakt via The Astronomer's Telegram. (GS)NB: Lees ook de update!
MASTER detection of Near-Earth Object 9 hours before the very close fly-by (The Astronomer's Telegram)

27 september 2013
Voordat de Amerikaanse ruimtesonde Dawn in de zomer van 2011 bij de grote planetoïde Vesta aankwam, kon deze 500 kilometer grote steenklomp alleen vanaf zeer grote afstand worden bestudeerd, door telescopen op aarde en door de Hubble Space Telescope. Die eerdere waarnemingen hadden al laten zien dat er variaties in samenstelling en grote helderheidsverschillen aan het oppervlak voorkomen, en dat zich aan de zuidpool van Vesta een groot inslagbekken bevindt.De extreem gedetailleerde foto's en metingen van Dawn hebben nu een veel nauwkeuriger beeld opgeleverd, waardoor de eerdere waarnemingen veel beter geïnterpreteerd konden worden. Planeetonderzoekers van het Dawn-team hebben in het vakblad Icarus een uitgebreide analyse gepubliceerd waarin de Dawn-waarnemingen vergeleken worden met de foto's en metingen van o.a. NASA's Infrared Telescope Facility op Hawaii en de Hubble Space Telescope. Daaruit blijkt dat met name de Hubble-beelden van Vesta in feite zeer veel informatie bevatten. De nu gepubliceerde vergelijking zal in de toekomst ook kunnen bijdragen aan een betere interpretatie van Vesta-waarnemingen van Hubble en van telescopen op de grond. (GS)
Dawn Reality-Checks Telescope Studies of Asteroids (origineel persbericht)

24 september 2013
De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft een planetoïde - een relatief klein rotsblok in een baan om de zon - genoemd naar Adrie Warmenhoven (1961), directeur van het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium in Franeker. Dat is bekendgemaakt door het Minor Planet Center van de IAU.Planetoïde (12633) Warmenhoven is in 1971 ontdekt door het Leidse astronomenechtpaar Cees van Houten en Ingrid van Houten-Groeneveld en de Nederlands-Amerikaanse astronoom Tom Gehrels. De planetoïde beweegt in een vrij excentrische baan om de zon, tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter.Ook naar Eise Eisinga, de bouwer van het unieke 18de-eeuwse mechanische planetarium, is een planetoïde genoemd: (5530) Eisinga. De vorige directeur/conservator van het Franeker planetarium, Henk Nieuwenhuis, is 'vereeuwigd' met planetoïde (7541) Nieuwenhuis.Tegelijkertijd met Adrie Warmenhoven is de Argentijns-Nederlandse astronome Amina Helmi van de Rijksuniversiteit Groningen geëerd met een planetoïde: (183635) Helmi. Eerder dit jaar viel de eer ook al te beurt aan Marieke Baan, voorlichtster van de Nederlandse Onderzoekschool Voor Astronomie: (12631) Mariekebaan. (GS)
Informatie over planetoïde (12633) Warmenhoven

12 september 2013
Op het European Planetary Science Congress 2013 in Londen wordt vandaag een nieuwe detailrijke atlas gepresenteerd van de grote planetoïde Vesta. De 29 kaarten tellende fotoatlas is gebaseerd op opnamen die gemaakt zijn door de NASA-ruimtesonde Dawn, die vanaf juli 2011 ruim een jaar lang om Vesta cirkelde. Voor het maken van de atlas zijn tienduizend foto’s van het Vesta-oppervlak gebruikt. De betreffende opnamen zijn gemaakt vanaf een hoogte van ongeveer 210 kilometer. De uiteindelijke kaarten hebben een schaal van 1:200.000, wat wil zeggen dat één centimeter overeenkomt met twee kilometer. Tegelijk met de fotoatlas verschijnt ook een spectrale atlas van Vesta. Deze bestaat uit 84 kaarten die informatie geven over de mineralogische samenstelling van de gesteenten aan het oppervlak van de planetoïde. (EE)
Take A Virtual Tour Of Vesta With New High Resolution Atlases

10 september 2013
De ongeveer twintig kilometer grote ‘planetoïde’ die te boek stond als 3552 Don Quixote blijkt inderdaad een komeet te zijn. Dat hebben onderzoekers van Northern Arizona University bekendgemaakt op het European Planetary Science Congress 2013 in Londen. Don Quixote, die in 1983 werd ontdekt, wordt gerekend tot de ‘aardscheerders’. Hij volgt een langgerekte baan om de zon waarvan het verste punt in de buurt van de Jupiterbaan ligt, maar die hem ongeveer eens in de negen jaar in de buurt van de aardbaan brengt. Al sinds 2000 werd vermoed dat Don Quixote eigenlijk geen planetoïde is – een voornamelijk rotsachtig object – maar een uitgeputte komeet – een object dat ooit veel ijs bevatte, maar dat door verdamping al duizenden jaren geleden is kwijtgeraakt. Waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer hebben dat vermoeden nu bevestigd. Tijdens waarnemingen in augustus 2009 bleek dat Don Quixote veel helderder was dan verwacht. Toen later nog eens goed naar de beelden werd gekeken, werd ontdekt dat het object was omgeven door een wolk van koolstofdioxidegas en zelfs een ijle staart vertoonde. Behalve kooldioxide bevat de komeet waarschijnlijk ook nog veel water. (EE)
NAU-led team discovers comet hiding in plain sight

10 september 2013
De planetoïde (3200) Phaethon, die in een kleine, excentrische baan rond de zon beweegt, gedraagt zich als een 'steenkomeet'. Dat blijkt uit nieuwe opnamen van Phaethon, gemaakt door de Amerikaanse STEREO-ruimtesonde. De nieuwe foto's zijn vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress 2013 in Londen.Phaethon vormt de bron van de stofdeeltjes die eens per jaar, in december, aanleiding geven tot de Geminiden-meteorenzwerm. De meeste meteorenzwermen worden veroorzaakt door stofdeeltjes die afkomstig zijn van ijzige kometen, maar Phaethon is een kleine rotsachtige planetoïde.Op de STEREO-foto's, gemaakt toen Phaethon zich op kleine afstand van de zon bevond, is nu voor het eerst te zien dat hij inderdaad een kort 'staartje' van stofdeeltjes vertoont. Komeetstof komt vrij doordat ijs onder invloed van de zonnewarmte begint te verdampen, maar daar kan in dit geval geen sprake van zijn: de temperatuur van Phaethon is op zo'n kleine afstand van de zon - ca. 20 miljoen kilometer - veel te hoog.David Jewitt van de Universiteit van Hawaii en zijn collega's denken dan ook dat de stofdeeltjes vrijkomen doordat het oppervlaktegesteente van Phaethon onder invloed van de extreme zonnewarmte begint te barsten en te verkruimelen. (GS)
Phaethon Confirmed as Rock Comet by STEREO Vision (origineel persbericht)

9 september 2013
Wetenschappers van de Vaticaansterrenwacht, de University of Central Florida en de Arecibo-radiosterrenwacht hebben een eenvoudig experiment ontwikkeld waarmee eigenschappen over planetoïden afgeleid kunnen worden. Door meteorieten (kleine brokstukjes van planetoïden) in een tank met vloeibare stikstof te laten vallen en vervolgens te meten hoeveel stikstof er 'wegkookt' als gevolg van de warmte-uitwisseling met de ruimtesteen, kan de warmtecapaciteit van het materiaal eenvoudig worden bepaald. Daaruit kunnen weer conclusies getrokken worden over o.a. de samenstelling van de oorspronkelijke planetoïde. Het experiment is met opzet zo eenvoudig uitgevoerd dat het gewoon op middelbare scholen uitgevoerd zou kunnen worden. Hoewel de resultaten tot nu toe nog voorlopig zijn, zijn er al wel verschillende trends meetbaar, volgens de onderzoekers. Zo blijken metaalrijke meteorieten een geringere warmtecapaciteit te hebben dan steenmeteorieten. De opzet en de voorlopige resultaten van het 'schoolexperiment' worden maandag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress 2013 in Londen. (GS)
European Planetary Science Congress 2013

5 september 2013
De uitbarsting van stofdeeltjes die de planetoïde P/2012 T1 vorig jaar vertoonde, was waarschijnlijk niet het gevolg van een botsing met een soortgenoot. Het lijkt er sterk op dat het om ‘komeetgedrag’ ging. Dat blijkt uit een uitgebreid waarnemingsprogramma met de William Herschel Telescope en de Gran Telescopio Canarias op het Canarische eiland La Palma. De afgelopen decennia hebben astronomen in de zogeheten hoofdgordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter een tiental planetoïden ontdekt die zich kort of lang als kometen kunnen gedragen. Deze objecten worden ook wel ‘hoofdgordelkometen’ genoemd, maar of het ook werkelijk kometen zijn, is nog maar de vraag. In sommige gevallen kan de uitstoot van stof bij deze planetoïden worden toegeschreven aan een botsing met een kleine soortgenoot. Maar voor P/2012 T1 lijkt die verklaring niet op te gaan: daarvoor duurde de stofuitstoot te lang. De activiteit begon rond het moment dat zijn afstand tot de zon op zijn kleinst was en hield ongeveer een half jaar aan. De meest waarschijnlijke verklaring voor dit gedrag is dat zich onder het oppervlak van P/2012 T1 een voorraad ijs bevindt. Steeds als het kleine hemellichaam wat dichter bij de zon komt, begint er ijs te verdampen en worden stofdeeltjes door de ontsnappende gassen meegesleept. Precies zoals dat bij kometen gebeurt. Over de oorsprong van de hoofdgordelkometen bestaat nog veel onduidelijkheid. Maar volgens sommige astronomen bestond de planetoïdengordel aanvankelijk uit een mengsel van rotsachtige en ijsachtige objecten, en waren daar miljoenen jaren geleden nog duizenden actieve kometen te vinden. Wat we nu zien zou slechts het schamele restant daarvan zijn: mettertijd zouden de objecten een groot deel van hun ijs zijn kwijtgeraakt, waardoor ze steeds meer op planetoïden zijn gaan lijken. (EE)
WHT and GTC Follow Up Main Belt Comet P/2012 T1

2 september 2013
Onderzoekers van Dartmouth College in Hanover, New Hampshire, denken dat de Canadese provincie Quebec 12.900 jaar geleden getroffen is door een kosmische inslag. Dat er rond die tijd, in het Jonge Dryas-stadiaal, een komeet of kleine planetoïde op aarde insloeg, lijkt steeds waarschijnlijker; sporen daarvan zijn in oude gesteentelagen aangetroffen, onder andere in de vorm van nanodiamantjes. De inslag zou ertoe hebben geleid dat de laatste ijstijd langer bleef aanhouden - er was sprake van een extreem lange koude periode - en dat grote zoogdieren zoals de mammoet, de mastodont en de sabeltandtijger uitstierven. De Dartmouth-onderzoekers, onder leiding van Mukul Sharma, hebben nu ontdekt dat microsferulen die bij de inslag zijn ontstaan (en die onder andere gevonden zijn in Pennsylvania en New Jersey) dezelfde geochemische en mineralogische eigenschappen hebben als gesteenten die in het zuiden van Quebec zijn aangetroffen. Voor het eerst lijkt daarmee meer duidelijkheid te zijn verkregen over de plaats van de inslag.Hoewel er in Quebec verschillende oude inslagkraters zijn gevonden, is de krater van de Jonge Dryas-inslag nog niet geïdentificeerd. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences. (GS)
Study Links Prehistoric Climate Shift, Cosmic Impact

22 augustus 2013
De in februari van dit jaar uitgeschakelde NASA-satelliet WISE wordt in september weer opgestart. Als deze procedure slaagt, zal de infraroodsatelliet nog eens drie jaar naar kometen en (vooral) planetoïden gaan speuren. Eerder heeft WISE al een twintigtal kometen en tienduizenden planetoïden ontdekt. In zijn nieuwe missie moet WISE vooral gaan zoeken naar planetoïden en kometen die dicht in de buurt van de aarde kunnen komen. Naar verwachting zal dat ongeveer 150 nieuwe ‘aardscheerders’ opleveren. Daarnaast zullen van nog eens 2000 van deze objecten de grootte en de thermische eigenschappen worden bepaald. De vervolgmissie maakt deel uit van de plannen die NASA heeft om een kleine planetoïde te ‘vangen’ en voor gedetailleerd onderzoek in een baan rond te maan brengen. Uiterlijk in 2025 zouden astronauten een bezoek aan dit kleine rotsachtige hemellichaam moeten brengen. Al deze inspanningen hebben tot doel om meer te weten te komen over planetoïden die de aarde mogelijk zouden kunnen bedreigen, en de manier waarop dat gevaar afgewend zou kunnen worden. (EE)
NASA Spacecraft Reactivated to Hunt for Asteroids

4 juli 2013
De resultaten van een microzwaartekrachtexperiment wijzen erop dat het puin en stof op de oppervlakken van planetoïden en kometen over veel langere afstanden dan op aarde 'krachtketens' tussen deeltjes ondervinden. Dat zou deze oppervlakken minder stabiel maken dan gedacht, zo melden Europese wetenschappers vandaag tijdens de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in St Andrews, Schotland. Krachtketens zijn een alledaags verschijnsel. Als je in de supermarkt een sinaasappel van een stapel oppakt, gaat dat vaak goed, maar soms stort de hele stapel ineen. Dergelijke gewichtdragende sinaasappels vormen de krachtketen van de stapel. Bij kleine deeltjes gebeurt iets soortgelijks. De wetenschappers hebben in 2009 als postdocstudenten experimenten gedaan aan boord van een Airbus 300 die een aantal parabolische vluchten maakte. Tijdens die vluchten konden ze ongeveer een half uur onderzoek doen onder zo goed als gewichtloze omstandigheden ('microzwaartekracht'). Hun experiment, AstEX geheten, bestond uit een cilinder gevuld met glasbolletjes met een draaiende trommel in het centrum. Op momenten dat het vliegtuig een vrije val maakte lieten ze de inwendige trommel gedurende tien seconden draaien, waarna de draairichting omkeerde. Via glazen platen legden camera's het gedrag van de bolletjes boven- en onderin de cilinder vast. Hetzelfde experiment werd ook op aarde uitgevoerd. De AstEX-gegevens laten zien hoe de krachtketens tussen de bolletjes veranderen door de omkering van de kracht die op hen werkt. De wetenschappers stelden vast dat onder microzwaartekracht de bolletjes dicht bij het roterende oppervlak van de trommel minder door de verandering van draairichting werden beïnvloed, en die aan de rand van de cilinder juist sterker, dan bij het experiment op aarde. In de praktijk betekent dit dat veranderingen in krachtketens onder geringe zwaartekracht over veel grotere afstand voelbaar zijn. En dat maakt het gedrag van de oppervlakken van kleine hemellichamen zoals kometen en planetoïden minder goed voorspelbaar. Een meteorietinslag of de landing van een ruimtesonde aan de ene kant van een kleine puinachtige planetoïde zou zelfs een lawine aan de andere kant ervan kunnen veroorzaken. (EE)
Microgravity memory-test for granular materials suggests landing on asteroids may cause long-distance avalanches

25 juni 2013
Op 18 juni heeft Pan-STARRS-1, een geautomatiseerd systeem voor het opsporen van kometen en planetoïden, de tienduizendste aardscheerder ontdekt. De ongeveer driehonderd meter grote planetoïde heeft de aanduiding 2013 MZ5 gekregen. Aardscheerders zijn objecten die relatief dicht in de buurt van de aardbaan komen, wat overigens niet betekent dat ze frequent in de buurt van onze planeet te vinden zijn. Verreweg de meeste blijven op afstanden van 7 miljoen kilometer en meer. Echt groot zijn ze geen van alle: de grootste, planetoïde 1036 Ganymed, meet 41 kilometer, maar verreweg de meeste zijn kleiner dan een kilometer. Dat betekent overigens niet dat aardscheerders per definitie ongevaarlijk zijn. Ook de inslag van een slechts enkele tientallen meters grote planetoïde kan grote schade aanrichten, zeker in bewoond gebied. Daarom doet het Amerikaanse ruimteagentschap NASA verwoede pogingen om zoveel mogelijk aardscheerders op te sporen. Het opsporen van de eerste tienduizend aardscheerders heeft ruim een eeuw geduurd. Maar het ontdekkingstempo is inmiddels flink opgeschroefd: per jaar komen er nu duizend bij. Er wordt naar gestreefd om vóór 2025 negentig procent van alle aardscheerders met afmetingen van meer dan een kilometer gevonden te hebben. (EE)
Ten Thousandth Near-Earth Object Discovered

18 juni 2013
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft vandaag een zogeheten 'Grand Challenge' ('grote uitdaging') aangekondigd om alle potentieel gevaarlijke planetoïden op te sporen. In de afgelopen jaren is al 95% van alle aardscheerders groter dan één kilometer in middellijn opgespoord, maar kleinere ruimtekeien zijn nog lang niet allemaal in kaart gebracht. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties, industriële partners en universiteiten hierin gaan samenwerken. Ook is het de bedoeling dat het grote publiek aan het initiatief kan deelnemen, bijvoorbeeld door het online analyseren van astronomische waarnemingen. De Asteroid Grand Challenge maakt deel uit van president Obama's Strategy for American Innovation. Hoe e.e.a. exact gestalte moet krijgen is nog niet duidelijk. (GS)
NASA Announces Asteroid Grand Challenge (origineel persbericht)

7 juni 2013
In de vroege ochtend van zaterdag 8 juni, om 06.42 uur Nederlandse tijd, vloog de ca. 10 meter grote planetoïde 2013 LR6 (op 6 juni ontdekt door de Amerikaanse Catalina Sky Survey) op een veilige afstand van 105.000 kilometer langs de aarde - ongeveer dertig procent van de gemiddelde afstand tussen de aarde en de maan. Zulke 'aardscheerders' vliegen vaak 'rakelings' langs onze planeet, maar ze worden lang niet allemaal opgemerkt. Het 17 meter grote rotsblok dat op 15 februari boven de Russische stad Tsjeljabinsk de aardse dampkring binnendrong en explodeerde, kwam bijvoorbeeld als een volslagen verrassing. (GS)
Small Asteroid Between Earth and Moon Tonight (origineel persbericht)

3 juni 2013
De ijle stofstaart van de 'actieve' planetoïde P/2010 A2, die eerder al in beeld is gebracht door de Hubble Space Telescope, blijkt minstens één miljoen kilometer lang te zijn - veel langer dan tot nu toe werd gedacht. De langgerekte stofsliert is zo goed als zeker het gevolg van het (grotendeels) uiteenvallen van de kleine planetoïde, mogelijk door een botsing met een andere ruimtekei, of door een snelle rotatie. Dat moet ongeveer drieënhalf jaar geleden zijn gebeurd. Dat de stofstaart minstens drie keer zo lang is als de afstand tussen de aarde en de maan blijkt uit nieuwe foto's die gemaakt zijn met de One Degree Imager van de 3.5-meter YIYN-telescoop op de Kitt Peak-sterrenwacht in Arizona. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 222ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Indianapolis. (GS)
New Camera at WIYN images an Asteroid with a Long Tail (origineel persbericht)

30 mei 2013
De eerste radarbeelden van de planetoïde 1998 QE2, die onze planeet vrijdagavond op een afstand van minder dan zes miljoen kilometer passeert, laten zien dat het kleine hemellichaam uit twee stukken bestaat. Uitzonderlijk is dat niet: ongeveer 1 op de 6 planetoïden met afmetingen van 200 meter en groter bestaat uit twee of drie delen. Het hoofddeel van 1998 QE2 is ongeveer 2,7 kilometer groot en draait in minder dan vier uur om zijn as. De begeleider of 'maan' meet ongeveer 600 meter. (EE)
NASA Radar Reveals Asteroid Has Its Own Moon

29 mei 2013
Met de Amerikaanse infrarood-ruimtetelescoop WISE (Wide-field Infrared Survey Explorer) zijn 28 nieuwe planetoïdernfamilies geïdentificeerd. Bovendien is van duizenden planetoïden ontdekt tot welke familie ze behoren. De resultaten, die gepubliceerd worden in The Astrophysical Journal, bieden meer inzicht in de manier waarop planetoïdenfamilies ontstaan en in de herkomst van zogheten aardscheerders - planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen. Planetoïdenfamilies ontstaan door zware inslagen op grote planetoïden (zoals Vesta) en door onderlinge botsingen van kleinere exemplaren. De brokstukken vliegen als individuele planetoïden door het zonnestelsel, waarbij ze zich in de loop van de tijd over een steeds groter gebied verspreiden. Ze zijn echter te herkennen door overeenkomsten in de baaneigenschappen en - vooral - door overeenkomsten in de mineralogische samenstelling. De WISE-ruimtetelescoop verrichtte infrarood- (warmte-)metingen aan 120.000 planetoïden, en bepaalde vrij nauwkeurig hun reflectie-eigenschappen. Op die manier werd ontdekt dat sommige bekende planetoïdenfamilies in werkelijkheid uit twee afzonderlijke families bestaan. In totaal werden 28 nieuwe families geïdentificeerd, waarmee het totale aantal bekende families op 76 komt. Bovendien bleek van 38.000 bestudeerde planetoïden voor het eerst dat ze tot een van die families behoren. (GS)
NASA's WISE Mission Finds Lost Asteroid Family Members (origineel persbericht)

28 mei 2013
Op vrijdagavond 31 mei kan iedereen via internet getuige zijn van de 'scheervlucht' van planetoïde 1998 QE2 langs de aarde. Het kosmische rotsblok, in 1998 ontdekt door het LINEAR-project, komt niet echt heel dichtbij, maar het is wel behoorlijk groot: ca. 2,7 kilometer. De kleinste afstand (ca. 5,5 miljoen kilometer, ongeveer veertien keer zo groot als de afstand tot de maan) wordt bereikt om 22.59 uur Nederlandse tijd. De planetoïde beweegt dan met een snelheid van 10,6 kilometer per seconde en bereikt  een maximale helderheid van de elfde magnitude - honderd keer zo zwak als de zwakste ster die met het blote oog zichtbaar is op een donkere, heldere nacht. De 'passage' van 1998 QE2 wordt gevolgd door een telescoop op de Canarische Eilanden, en is te zien op de astronomische 'webcam' www.slooh.com, vanaf 22.30 uur. (GS)
Origineel persbericht

17 mei 2013
In april hebben onderzoekers van het SETI Institute en het Mars Institute experimenten uitgevoerd in de Californische Mojave-woestijn om ervaring op te doen die nuttig kan zijn bij toekomstige bemande landingen op kleine hemellichamen zoals planetoïden. Die hebben vaak een 'poreus' oppervlak dat uit kleine en grote kiezels en stenen bestaat. Vanwege de geringe zwaartekracht op zo'n klein hemellichaam moeten speciale technieken worden gebruikt voor het nemen van bodemmonsters en het analyseren van de samenstelling. Hoewel de geringe zwaartekracht van een planetoïde op aarde natuurlijk niet is na te bootsen, vormt 'Asteroid Hill' in het National Training Center van het Amerikaanse leger, bij de Californische plaats Fort Irwin, een goede testomgeving voor het uitproberen van verschillende technieken. Het 'onderzoek' is overigens mede mogelijk gemaakt door First Canyon Media, een productiebedrijf dat een Canadese tv-documentaire aan het maken is, getiteld 'Mission Asteroid'. (GS)
Field Tests in Mojave Desert Pave Way for Human Exploration of Small Bodies (origineel persbericht)

16 mei 2013
Op 31 mei a.s. suist de ongeveer drie kilometer grote planetoïde 1998 QE2 op een afstand van iets minder dan zes miljoen kilometer langs onze planeet. Dat is vijftien keer de afstand van de maan: nauwelijks verontrustend dus. Maar radarastronomen zullen deze gelegenheid benutten om het object nader te onderzoeken. Planetoïde 1998 QE2 zal van 30 mei tot 9 juni worden afgetast met de radarsystemen van de radiosterrenwachten van Goldstone en Arecibo. Hoewel het rotsachtige object niet héél dichtbij komt, zal dit naar verwachting beelden opleveren waarop enkele meters grote oppervlaktedetails te zien zijn. Daarnaast wordt informatie verkregen over de vorm van de planetoïde en de wijze waarop deze rondwentelt. (EE)
Asteroid 1998 QE2 to Sail Past Earth Nine Times Larger Than Cruise Ship

1 mei 2013
De planetoïde 1999 RQ36, die in 2018 bezoek krijgt van de Amerikaanse ruimtesonde OSIRIS-REx, heeft een echte naam gekregen. Hij heet nu Bennu, naar een reigerachtige vogel uit de Egyptische mythologie. De naam is bedacht door de 9-jarige scholier Michael Puzio uit North Carolina. Zijn suggestie werd gekozen uit de ruim 8000 inzendingen die scholieren uit meer dan 25 landen na een oproep vorig jaar hebben ingezonden. OSIRIS-REx – de afkorting staat voor Origins-Spectral Interpretation-Resource Identification-Security-Regolith Explorer – zal in 2016 worden gelanceerd. Het is de bedoeling dat hij een bodemmonster van Bennu ophaalt en in 2023 op aarde aflevert. Aangenomen wordt dat koolstofrijke planetoïden als deze aanwijzingen bevatten over de oermaterie waaruit de planeten van ons zonnestelsel zijn ontstaan. (EE)
NASA Spacecraft Will Visit Asteroid with New Name

10 april 2013
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA wil een kleine planetoïde 'vangen' en in een baan rond de maan brengen voor gedetailleerd onderzoek. Ook zouden astronauten in de toekomst een bezoek aan het kleine hemellichaam moeten brengen. Het plan voor de ambitieuze planetoïdemissie is gepresenteerd als onderdeel van de bekendmaking van het NASA-budget voor het Amerikaanse belastingjaar 2014. In dat jaar moet het missieconcept verder worden uitgewerkt. Het project heeft tot doel om meer te weten te komen over planetoïden die de aarde mogelijk zouden kunnen bedreigen, en de manier waarop dat gevaar afgewend zou kunnen worden. Tevens zou de planetoïdenmissie een opstap kunnen vormen naar een toekomstige bemande missie naar de planeet Mars. (GS)
NASA's Asteroid Initiative Benefits From Rich History (origineel persbericht)

1 april 2013
De Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA nodigt iedereen uit om zijn of haar naam achter te laten op een kleine planetoïde. De actie start op 10 april en duurt tot half juli.In juli 2014 moet de Japanse ruimtesonde Hayabusa-2 gelanceerd worden. In 2018 zal die aankomen bij de kleine Apollo-planetoïde (162173) 1999 JU3. Net als zijn voorganger (Hayabusa-1) dat deed bij de planetoïde Itokawa, zal Hayabusa-2 stofmonsters van het oppervlak van 1999 JU3 verzamelen die in 2020 teruggebracht zullen worden naar de aarde.De 'landingsplaats' op de planetoïde zal permanent gemarkeerd worden door een klein bolvormig voorwerp, waarop microchips zijn bevestigd met ca. één miljoen namen van aardbewoners. Ook op de capsule die de bodemmonsters terugbrengt naar de aarde kunnen belangstellenden namen en boodschappen achterlaten. De webpagina's waarop namen kunnen worden ingestuurd zullen overigens pas op 10 april beschikbaar zijn. (GS)
Let's meet with Le Petit Prince! Million Campaign 2 (originele aankondiging)

27 februari 2013
Afgelopen maandag is in de Russische Oeral een ongeveer één kilogram wegend fragment van een meteoriet opgespoord. Het is het grootste brokstuk van de boven de stad Tsjeljabinsk ontplofte meteoriet dat tot nu toe is gevonden. Zowel wetenschappers als amateurs zijn in het getroffen gebied naarstig op zoek naar kosmische brokstukken. Officieel zijn daarbij een paar honderd meteorietfragmenten verzameld, maar de kans is groot dat een vergelijkbaar aantal bij handige ondernemers is terechtgekomen. Via internet worden tientallen exemplaren verhandeld, al zitten daar ongetwijfeld ook veel 'nepperds' tussen. Volgens Russische wetenschappers zou het grootste brokstuk van de meteoriet op de bodem van het dichtgevroren Tsjebarkoelmeer kunnen liggen. Dat exemplaar, dat bij aankomst een groot gat in het ijs sloeg, zou ruim een halve meter groot kunnen zijn. Inmiddels heeft het toerisme rond het meer een enorme vlucht genomen. Bezoekers kunnen zich door gidsen laten rondleiden. En in het plaatselijke museum is een tentoonstelling ingericht. (EE)
1kg meteorite piece found in Russian Urals

26 februari 2013
De zware meteoriet die op vrijdag 15 februari explodeerde boven de Russische stad Tsjeljabinsk behoorde tot de zogeheten Apollo-planetoïdenfamilie: een groep aardscheerders waarvan de enigszins langgerekte omloopbaan de baan van de aarde kruist, en die een omlooptijd hebben van iets meer dan een jaar. Dat blijkt uit een reconstructie van het traject van de meteoriet, uitgevoerd op basis van een groot aantal foto's en video-opnamen. De meteoriet behoorde tot de L- of de LL-klasse, getuige mineralogisch onderzoek aan de fragmenten die tot nu toe gevonden en geborgen zijn. Dat zijn gewone chondrieten (de meest voorkomende steenmeteorieten) met een laag gehalte aan ijzer en andere metalen. (GS)
Nieuwsbericht op www.newscientist.com

22 februari 2013
Europese en Amerikaanse ruimteonderzoekers hebben de kleine dubbelplanetoïde Didymos uitgekozen als reisdoel voor het AIDA-project. AIDA (Asteroid Impact and Deflection Assessment) moet ervaring op gaan doen met het afbuigen van kleine planetoïden. Die technieken zijn in de toekomst mogelijk nodig om de aarde te beschermen tegen kosmische inslagen.AIDA gaat uit twee ruimtesondes bestaan: de Amerikaanse DART (Double Asteroid Redirection Test) en de Europese AIM (Asteroid Impact Monitor). DART is in feite een zwaar projectiel dat op de kleinste van de twee planetoïden af wordt geschoten met een snelheid van 6,25 kilometer per seconde. AIM gaat metingen verrichten aan het effect van die botsing.Didymos is nu uitgekozen als reisdoel voor het AIDA-project. De dubbelplanetoïde bestaat uit twee mogelijk zeer poreuze hemellichamen, met afmetingen van ca. 800 en ca. 150 meter. De ruimtevlucht van AIDA zou in 2022 plaats moeten vinden, wanneer Didymos de aarde tot op een afstand van 'slechts' elf miljoen kilometer nadert - iets minder dan dertig keer de afstand van de aarde tot de maan. (GS) 
Asteroid impact mission targets Didymos (origineel persbericht)

21 februari 2013
Anders dan kometen vertonen planetoïden doorgaans geen staart van stofdeeltjes. Maar er zijn inmiddels tien uitzonderingen op deze regel. Spaanse astronomen hebben vastgesteld dat het object P/2012 F5, dat in maart vorig jaar als komeet werd ontdekt, waarschijnlijk een planetoïde is die, net als minstens negen andere planetoïden, komeetachtig gedrag is gaan vertonen. P/2012 F5 en zijn soortgenoten maken deel uit van de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. Ze worden ook wel hoofdgordelkometen genoemd. Uit waarnemingen met de Gran Telescopio Canarias blijkt dat de stofstaart van P/2012 F5 in juni of juli van 2011 moet zijn ontstaan. Geschat wordt dat de ongeveer honderd meter grote planetoïde sindsdien een half miljoen ton aan massa is kwijtgeraakt. Er bestaan twee mogelijke verklaringen voor het gedrag van de hoofdgordelkometen. De meest voor de hand liggende is dat de stofstaart ontstaan nadat een planetoïde in botsing is gekomen met een soortgenoot. Een andere mogelijkheid is dat een planetoïde door het zogeheten Jarkovski-effect, dat ontstaat door temperatuurverschillen aan het oppervlak van het kleine hemellichaam, steeds sneller is gaan draaien, waardoor hij uiteenvalt. (EE)
Discovering the Birth of an Asteroid Trail

19 februari 2013
Met de 70 meter grote Deep Space Network-antenne in Goldstone, in de Californische Mojave-woestijn, zijn radarbeelden gemaakt van planetoïde 2012 DA14, die op vrijdagavond 15 februari op minder dan 28.000 kilometer afstand langs de aarde scheerde. De 72 afzonderlijke beeldjes zijn verkregen in een periode van ca. 8 uur, na de dichtste nadering van de aardscheerder; de afstand nam in die periode toe van 120.000 tot 314.000 kilometer. Voor elke afzonderlijke opname zijn gedurende 320 seconden radarwaarnemingen verricht. De techniek komt erop neer dat een krachtig radarsignaal naar het hemellichaam wordt gezonden, waarna de reflectie met dezelfde schotelantenne weer wordt opgevangen. Uit de sterkte, de exacte aankomsttijd en de golflengteverschuiving van de gereflecteerde radarpuls is informatie af te leiden over afmetingen, vorm en rotatie van de aardscheerder. Een voorlopige analyse van de beelden doet vermoeden dat 2012 DA14 ongeveer 40 bij 20 meter groot is. Daarmee is hij ruim drie keer zo groot als de meteoriet die vrijdagochtend boven de Russische stad Tsjeljabinsk de aardse dampkring binnendrong. (GS)
NASA Releases Radar Movie of Asteroid 2012 DA14 (origineel persbericht)

17 februari 2013
Zo'n 360 miljoen jaar geleden is de aarde getroffen door een redelijk grote planetoïde, met een geschatte middellijn van ca. 20 kilometer. De inslag vond plaats in het zuiden van Australië. Dat schrijven onderzoekers in het vakblad Tektonophysics. Zij baseren zich op onderzoek aan seismische anomaliën en aan kwartskristallen in bodemmonsters van enkele kilometers diepte. Het projectiel is voor of tijdens de inslag mogelijk in twee grote brokstukken uiteengevallen. De inslag is mogelijk de oorzaak geweest van een massa-uitsterving die in diezelfde periode plaatsvond, op de grens tussen Devoon en Carboon.Met een middellijn van 20 kilometer zou de Australische planetoïde twee keer zo groot en dus acht keer zo zwaar zijn geweest als het projectiel dat 65 miljoen jaar geleden neerkwam op het Mexicaanse schiereiland Yucatán. Die inslag veroorzaakte het uitsterven van de dinosauriërs. (GS)
Nieuwsbericht op www.phys.org

14 februari 2013
Wetenschappers van de Universiteit van Californië in Santa Barbara hebben plannen gepresenteerd voor de ontwikkeling van een ruimtesysteem waarmee kleine planetoïden afgebogen of zelfs volledig verdampt kunnen worden. Hun DE-STAR-project (Directed Energy Solar Targeting of Asteroids and exploRation) maakt gebruik van gebundelde zonne-energie, die omgezet wordt in krachtige laserstralen. Daarmee zou niet alleen de baan van een mogelijk bedreigende aardscheerder gewijzigd kunnen worden; met grote toekomstige installaties zou een planetoïde ook volledig kunnen worden verdampt. Bovendien zou het DE-STAR-concept geschikt zijn voor de aandrijving van onbemande en bemande ruimteschepen, en uiteindelijk zelfs interstellaire ruimtevaart mogelijk maken. Volgens Phil Lubin en Gary Hughes van de universiteit gaat het hierbij om technieken die op zich al beschikbaar zijn, zij het niet op de schaal die voor DE-STAR wordt voorgesteld. (GS)
California Scientists Propose System to Vaporize Asteroids That Threaten Earth (origineel persbericht)

13 februari 2013
De 500 km grote planetoïde Vesta is meer dan een miljard jaar geleden twee maal getroffen door een kosmisch projectiel. In beide gevallen ging het om een kleiner hemellichaam met een afmeting van tussen de 60 en 70 kilometer. De botsingen, die plaatsvonden bij een onderlinge snelheid van ruim 5 kilometer per seconde, produceerden grote inslagbekkens. De twee inslagbekkens overlappen elkaar voor een belangrijk deel en bevinden zich aan de zuidpool van Vesta.Vesta is in 2011 en 2012 in detail onderzocht door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn. Astronomen van de Universiteit Bern hebben nu met behulp van gedetailleerde computersimulaties laten zien hoe veel eigenschappen van de planetoïde verklaarbaar zijn door het scenario van een dubbele inslag: niet alleen het dubbele zuidpoolbekken, maar ook de spiraalvormige patronen die hierin zijn waargenomen, de honderden kilometers lange groeven in het evenaargebied van Vesta, en de enigszins elliptische vorm van de 'protoplaneet'.In tegenstelling tot kleinere hemellichamen heeft Vesta - net als de aarde - een gelaagde opbouw, met een kern van metalen en een mantel van gesteenten. Onderzoek aan planetoïden zoals Vesta werpt nieuw licht op de ontstaansperiode van het zonnestelsel: de grote planeten zijn gevormd door samenklontering van kleinere brokstukken. De nieuwe computersimulaties laten zien dat er bij de inslagen op Vesta materiaal van ca. 100 kilometer diep aan het oppervlak moet zijn gekomen. De resultaten zijn donderdag gepubliceerd in Nature. (GS)
Bern computer simulation helps to better understand the origin of our solar system (origineel persbericht)

11 februari 2013
Komende vrijdag scheert planetoïde 2012 DA14 op een afstand van nog geen 28.000 kilometer langs het aardoppervlak. Gevaar voor een botsing met onze planeet is er niet, maar het object – ongeveer half zo groot als een voetbalveld – zal wel de nodige aandacht krijgen. Belangstellenden kunnen de passage van de planetoïde via internet volgen bij het Clay Center Observatory en via de SLOOH SpaceCamera. Het zonnestelsel wemelt van de planetoïden – rotsachtige restanten van het proces dat 4,5 miljard jaar geleden tot het ontstaan van de planeten leidde. Voor zover bekend kunnen ruim duizend van deze overgebleven planetaire 'bouwstenen' relatief dicht in de buurt van de aarde komen. Sinds het begin van de systematische waarnemingen in de jaren negentig is echter nog nooit een planetoïde van de omvang van 2012 DA14 zo dicht langs onze planeet gescheerd. Voor wetenschappers is dat een buitenkansje. Een radarantenne van NASA zal een krachtige bundel radiostraling naar de planetoïden zenden, waarvan de weerkaatsing met radiotelescopen elders in de VS wordt opgevangen. Zulke 'radio-echo's' kunnen niet alleen worden gebruikt om afstand en snelheid van de planetoïde te meten, maar geven ook informatie over de fysische kenmerken van het object. Bovendien kan uit de signatuur van de weerkaatste radiogolven worden afgeleid in welke richting 2012 DA14 om zijn as draait. Die informatie is van essentieel belang voor het voorspellen van de baan die de planetoïde de komende jaren zal volgen. De huidige omloopbaan brengt de planetoïde één keer per jaar in de buurt van de aarde, maar omdat hij daarbij de aardbaan niet kruist, is er geen kans op een botsing. In hoeverre daar verandering in kan komen, is voor een belangrijk deel afhankelijk van het zogeheten Jarkovski-effect. Dat effect ontstaat doordat de dagzijde van de planetoïde warmer is, en dus meer infraroodstraling uitzendt, dan de nachtzijde. Dat resulteert in een minuscule kracht die de snelheid van het object kan doen toenemen, maar ook kan vertragen. Welke invloed het Jarkovski-effect op 2012 DA14 heeft, zal pas duidelijk worden als precies duidelijk is op welke manier hij om zijn as wentelt. (EE)
Getting the Right Spin on a Close-Passing Asteroid

22 januari 2013
Het Amerikaanse commerciële ruimtevaartbedrijf Deep Space Industries (DSI), geleid door ruimtevaart-entrepreneur Rick Tumlinson, maakt vandaag plannen bekend voor mijnbouw op planetoïden. DSI wil in 2015 en 2016 kleine onbemande ruimtevaartuigjes - FireFlies en DragonFlies genoemd - op pad sturen naar planetoïden die de aarde dicht naderen. De ruimtescheepjes wegen hooguit enkele tientallen kilo's, en moeten vluchten maken van enkele maanden tot een paar jaar. De DragonFlies zouden uiteindelijk enkele tientallen kilo's planetoïdenmateriaal naar de aarde moeten brengen. In de toekomst hoopt Deep Space Industries op grotere schaal mijnbouw op planetoïden te kunnen realiseren. Momenteel wordt er nog gezocht naar klanten en sponsors. (GS)
Livestream van de aankondiging

15 januari 2013
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA nodigt wetenschappers uit om met onderzoeksideeën te komen die een ondersteuning vormen voor een toekomstige onbemande internationale ruimtevlucht naar een dubbelplanetoïde. Het gaat om het AIDA-project (Asteroid Impact and Deflection), waarbij twee kleine, eenvoudige ruimtesondes een kleine planetoïde van baan moeten laten veranderen. De Amerikaanse sonde DART (Double Asteroid Redirection Test) wordt in botsing gebracht met de kleinste van de twee rotsblokken in een dubbelplanetoïde; de Europese AIM (Asteroid Impact Monitor) onderzoekt van nabij wat de gevolgen van die inslag zijn op de baanbeweging van de twee kleine hemellichamen. Wetenschappers kunnen bij ESA voorstellen indienen voor onderzoeksprogramma's op aarde en in de ruimte die een dergelijke missie ondersteunen. (GS)
Asteroid deflection mission seeks smashing ideas (origineel persbericht)

9 januari 2013
Het afgelopen weekend heeft de Europese infraroodsatelliet Herschel nieuwe waarnemingen gedaan van de planetoïde Apophis, die de aarde in de nacht van 9 op 10 januari op een afstand van 14,5 miljoen kilometer passeert. De meetgegevens laten zien dat de planetoïde donkerder en groter is dan tot nu toe werd geschat.Apophis kwam in 2004 in het nieuws omdat er een kleine, maar niet verwaarloosbare kans leek te bestaan dat hij in 2029 in botsing zou komen met onze planeet. Later bleek echter dat het zo'n vaart niet zal lopen. Wel komt Apophis in 2029 veel dichterbij dan nu: hij nadert het aardoppervlak dan tot op ongeveer 36.000 kilometer. De Herschel-waarnemingen laten zien dat het maar goed is dat het niet tot een botsing komt. Apophis is namelijk nog groter dan gedacht: 325 meter in plaats van 270 meter. Dat verschil van bijna twintig procent betekent dat het volume, en dus ook de massa, van de planetoïde 75% groter is dan tot nu toe werd aangenomen. De eerdere waarde voor de omvang van Apophis was gebaseerd op de schatting dat het oppervlak van de planetoïde 33% van het opgevangen zonlicht weerkaatst. De overige 67% zou na absorptie in warmte worden omgezet. De Herschel-metingen laten echter zien dat de planetoïde sterker opwarmt en dus minder zonnestraling weerkaatst: slechts ongeveer 23%. (EE)
Herschel intercepts asteroid Apophis

3 januari 2013
De twee grote inslagen die Vesta twee tot drie miljard jaar geleden hebben getroffen, hebben niet alleen de vorm van de planetoïde voor eeuwig veranderd. Ze hebben ook een grote invloed gehad op de mineralogische samenstelling van haar oppervlak. Dat schrijven Duitse wetenschappers in het tijdschrift Icarus.Onderzoek door de NASA-ruimtesonde Dawn heeft laten zien dat het oppervlak van Vesta grote verschillen in helderheid en samenstelling vertoont. Sommige delen zijn zo wit als sneeuw, andere zo donker als steenkool. Volgens de Duitse wetenschappers komt dat laatste materiaal van buitenaf: het is namelijk vooral te vinden langs de randen van de twee grote inslagbekkens aan de zuidpool van de planetoïde. Uit nadere analyse blijkt dat het donkere gesteente waarschijnlijk bij de eerste inslag (die van het Veneneia-bekken) op de planetoïde is afgeleverd. Bij de tweede inslag, die het kolossale Rheasilvia-bekken vormde, is dat materiaal deels weer bedolven geraakt.De analyse van het donkere materiaal laat verder zien dat zogeheten HED-meteorieten, zoals al werd vermoed, van Vesta afkomstig zijn. Enkele van deze meteorieten vertonen donkere insluitsels van koolstofrijk materiaal en lijken sprekend op het gesteente dat Dawn op de planetoïde heeft aangetroffen. (EE)
Kohlenstoff in Vestas Kratern

2 januari 2013
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA speelt met het plan om een kleine planetoïde in een wijde omloopbaan om de maan te manoeuvreren. Dat zeggen onderzoekers van het Keck Institute for Space Studies in Californië.De missie zou worden uitgevoerd met een traag bewegende 'ruimterobot' die een ongeveer zeven meter grote planetoïde op sleeptouw kan nemen. Het honderden tonnen wegende object zou dan in zes tot tien jaar in een baan om de maan kunnen worden gebracht. Zo'n 'invangmissie' zou ongeveer 2,6 miljard dollar kosten. Dat is vergelijkbaar met het prijskaartje van de huidige Marsmissie van Curiosity, maar vele malen goedkoper (en veiliger) dan een bemande missie naar een grotere planetoïde, die ook overwogen wordt. Bijkomend voordeel is dat een ingevangen planetoïde voor relatief geringe kosten binnen het bereik van volgende ruimtemissies ligt – zowel onbemande als bemande. Het zou ook een opstapje kunnen zijn voor bemande missies naar grotere planetoïden of Mars. (EE)
NASA mulls plan to drag asteroid into moon's orbit

21 december 2012
Slecht nieuws voor doemdenkers: de 140 meter grote planetoïde 2011 AG5 zal in 2040 niet in botsing komen met de aarde. Dat blijkt uit nieuwe positiebepalingen met twee telescopen op Hawaï. Aanvankelijk leek er een kleine, maar niet verwaarloosbare kans van 1 op 500 te bestaan dat die catastrofale ontmoeting wél zou plaatsvinden.Als een object van deze omvang inslaat op onze planeet, komt daarbij een hoeveelheid energie vrij die duizenden keren zo groot is als die van een ontploffende atoombom. Geschat wordt dat de aarde gemiddeld eens in de tienduizend jaar inderdaad door zo'n forse planetoïde wordt getroffen.De waarnemingen die in de loop van oktober met de 8-meter Gemini-telescoop en de 2,2-meter telescoop van de universiteit van Hawaï zijn gedaan, laten echter zien dat het met 2011 AG5 voorlopig zo'n vaart niet zal lopen. In 2040 zal het kosmische rotsblok ons op een veilige afstand van 890.000 kilometer passeren. (EE)
"All-Clear" Asteroid Will Miss Earth in 2040

31 oktober 2012
Nieuwe gegevens van de NASA-ruimtesonde Dawn laten zien dat de erosie die de atmosfeerloze hemellichamen in ons zonnestelsel aantast blijkbaar geen greep heeft op Vesta. Doordat het bovenste laagje van haar oppervlak regelmatig wordt opgeschud, weet deze grote planetoïde haar jeugdige uiterlijk te behouden (Nature, 1 november).Het oppervlak van bijvoorbeeld onze maan wordt in de loop van de miljoenen jaren steeds donkerder. Deze verkleuring wordt onder meer toegeschreven aan de inwerking van inslaande micro-meteorieten en geladen deeltjes van de zon (zonnewind). Op Vesta lijkt dit proces geen waarneembare sporen achter te laten: grote delen van haar oppervlak zien er nog relatief helder en fris uit.Toch vertoont ook Vesta donkerdere plekken. Deze lijken echter niet door ruimte-erosie te zijn ontstaan, maar door het inslaan van kleinere koolstofrijke planetoïden. Door de inslagen vermengt het maagdelijke oppervlaktemateriaal van Vesta zich met het aangevoerde koolstofrijke gruis, waardoor het heel geleidelijk een beetje donkerder wordt. De relatief grote hoogteverschillen op de planetoïde, die tot aardverschuivingen leiden, versterken het mengproces.Geschat wordt dat de waargenomen verdonkering van het Vesta-oppervlak het gevolg is van ongeveer driehonderd inslagen van donkere planetoïden met middellijnen van enkele kilometers. Gemiddeld zou er ongeveer eens in tien miljoen jaar zo'n inslag hebben plaatsgevonden. (EE)
Protoplanet Vesta: Forever Young?

16 oktober 2012
Wetenschappers hebben ontdekt dat Jupiters Trojanen, een speciale groep planetoïden in de baan van Jupiter, bestaan uit een mat en donkerrood gesteente. Daarmee lijken ze een andere oorsprong te hebben dan planetoïden uit de planetoïdengordel of Kuipergordel. Tot nu toe was er nog relatief weinig bekend over Jupiters Trojanen. Dat zijn twee groepen planetoïden die in dezelfde baan en met precies dezelfde snelheid als Jupiter om de zon draaien. Eén groep bevindt zich een eind voor Jupiter, de tweede groep zit een stuk achter de planeet. In totaal namen de wetenschappers, verbonden aan het Jet Propulsion Laboratory van NASA, ongeveer 1750 Trojanen onder de loep. Daarbij werd ook het vermoeden bevestigd dat de groep Trojanen voor Jupiter zo’n 40 procent groter is dan de groep achter Jupiter. Wetenschappers denken nu dat de planetoïden overblijfselen zijn van het vroegere zonnestelsel, die lokaal zijn ‘gevangen’ door de zwaartekracht van Jupiter. Dat betekent dat ze belangrijke aanwijzingen kunnen geven over het ontstaan van het zonnestelsel. ‘We moeten nog meer onderzoek doen, maar het kan zijn dat we hier kijken naar het oudste materiaal in ons zonnestelsel’, laat Tommy Grav, een van de betrokken wetenschappers weten op de website van NASA. De data die zijn gebruikt voor deze ontdekking zijn afkomstig van de Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE) die tussen januari 2010 en februari 2011 vanuit de ruimte de nachthemel in het infrarode spectrum scande. Dat spectrum is bij uitstek geschikt om extreem koude en donkere objecten zoals planetoïden waar te nemen. Hoewel WISE bij gebrek aan koelvloeistof al een tijd niet meer functioneert levert de data die de satelliet verzamelde nog steeds wetenschappelijke resultaten op. (Roel van der Heijden)
NASA's WISE Colors in Unknowns on Jupiter Asteroids

12 oktober 2012
Planetoïde 2008SE85 is weer terecht. De ongeveer vijfhonderd meter grote ruimterots werd in september 2008 ontdekt en een maand later voor het laatst gezien. Het beschikbare aantal waarnemingen van 2008SE85 was zo gering, dat de baan die de planetoïde volgt niet nauwkeurig bekend was. En dat maakte de voorspelling van zijn actuele hemelpositie erg onzeker.De zoekgeraakte planetoïde is nu opgespoord door de Duitse amateurastronoom Erwin Schwab, die daarbij gebruik maakte van een ESA-telescoop op het eiland Tenerife. Schwab, die gericht naar 2008SE85 zocht, vond het object uiteindelijk terug op ongeveer twee graden (viermaal de schijnbare grootte van de volle maan) van zijn voorspelde positie.De nieuwe waarnemingen maken het mogelijk om de baan van de planetoïde alsnog nauwkeurig vast te stellen. Helemaal onbelangrijk is dat niet, omdat 2008SE85 tot de 'potentieel gevaarlijke planetoïden' worden gerekend. Het object behoort daarmee tot het selecte gezelschap van ongeveer 1300 planetoïden die de aarde tot op minder dan 7,5 miljoen kilometer kunnen naderen. Geen van deze objecten vormt binnen afzienbare tijd een echte bedreiging voor onze planeet. (EE)
Lost asteroid rediscovered with a little help from ESA

11 oktober 2012
Nieuw onderzoek dat deze week in Science is gepubliceerd wijst erop dat de grote planetoïde Vesta ooit een 'dynamo' had – een hete, gesmolten kern die een magnetisch veld genereerde, net zoals de kern van de aarde dat doet. Door de kleine omvang van Vesta is deze kern al lang geleden gestold, waardoor haar magnetische dynamo uitviel. Het magnetische veld van een planeet of planetoïde zorgt ervoor dat het overige gesteente gemagnetiseerd wordt. Hierdoor kan ook miljoenen jaren nadat de dynamo is uitgevallen nog worden vastgesteld dat een hemellichaam ooit zijn eigen globale magnetische veld had. In dit geval bestaat het bewijsmateriaal uit een meteoriet die in 1981 op Antarctica is gevonden en hoogstwaarschijnlijk van Vesta afkomstig is. De onderzoekers hebben kleine ijzerhoudende kristallen in de meteoriet onderzocht, door een klein stukje ervan steeds verder te demagnetiseren totdat er slechts een zwakke magnetisatie overbleef. Het uniforme karakter van deze laatste wijst erop dat deze is ontstaan toen het gesteente van Vesta geleidelijk aan het afkoelen was. De onderzoekers hebben ook de leeftijd van de meteoriet bepaald. Hiertoe is de concentratie van het element argon-40 in het gesteente gemeten. Argon-40 is het vervalproduct van radioactieve kalium-40, wat betekent dat gesteente meer argon-40 bevat naarmate het ouder is. Via deze weg is vastgesteld dat de Vesta-meteoriet ongeveer 3,7 miljard jaar oud is. (EE)
Scientists find first evidence of dynamo generation on an asteroid

8 oktober 2012
De twee vuurbollen die in de nacht van 21 op 22 september jl. kort na elkaar in West-Europa en Canada aan de hemel verschenen, zijn waarschijnlijk toch niet door één en dezelfde mini-planetoïde veroorzaakt. Eerste berekeningen lieten die mogelijkheid open, omdat de koers van de 'Europese' vuurbol zodanig was dat hij na een korte tocht door de aardarmosfeer enkele uren later inderdaad bij Canada kon zijn aangekomen. Maar uit een nadere analyse door Robert Matson en Esko Lyytinen blijkt dat de tweede vuurbol onder een te steile hoek en vanuit een verkeerde richting de dampkring binnenkwam om aan de eerdere vuurbol gerelateerd te zijn.Zeker is wel dat de Europese vuurbol – hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door een fragment van een zogeheten Aten-planetoïde – na zijn tocht door de dampkring een zodanig lage snelheid had, dat hij door de aarde is 'ingevangen'. In dat geval kan het eventuele restant van de mini-planetoïde een rondje om onze planeet hebben gemaakt en alsnog de aardatmosfeer ingedoken zijn. Dat moet dan echter op een later moment en op een andere locatie zijn gebeurd dan de vuurbolverschijning boven Canada. (EE)
Recent UK Fireball Could Not Have “Skipped” Around the World, New Analysis Says

28 september 2012
In de nacht van 21 op 22 september is de aarde twee keer achter elkaar geraakt door dezelfde mini-planetoïde. Het rotsblok, met een geschatte massa van enkele tientallen tonnen, scheerde op vrijdagavond 21 september kort voor middernacht boven de Noordzee door de aardse dampkring; de resulterende extreem heldere vuurbol werd ook in Nederland door veel mensen waargenomen. Tweeënhalf uur later verscheen ook boven het zuidoosten van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten een extreem heldere vuurbol. Uit berekeningen van de Finse wiskundige Esko Lyytinen blijkt nu dat het hier om een en hetzelfde projectiel ging. Bij de vrijwel horizontale passage door de aardatmosfeer boven de Noordzee werd het rotsblok zo sterk afgeremd dat het niet meer volledig aan de aardse zwaartekracht kon ontsnappen; na één langgerekte omloop dook het projectiel een paar uur later voorgoed de dampkring in. Nooit eerder is zo'n 'dubbele inslag' waargenomen.
Weblog van vuurbolexpert Marco Langbroek

26 september 2012
Vorige week nog werd bekend dat de Dawn-sonde van NASA gehydrateerde mineralen heeft gedetecteerd op de planetoïde Vesta. Nu denken wetenschappers te weten hoe ze daar terecht zijn gekomen. Waarschijnlijk is dit waterrijke materiaal opgehoopt uit kleine deeltjes die in ons jonge zonnestelsel rondzwierven. Gehydrateerde mineralen zijn gesteenten waarin water zit opgesloten. Dit materiaal wordt op veel hemellichamen in het zonnestelsel gevonden, maar er bestaan veel verschillende theorieën over hoe dit daar terecht is gekomen. Zo wordt gedacht dat het op de maan is ontstaan door een interactie van zonnewind met de gesteenten daar. De door de zon het sterkst beschenen delen van de maan bevatten namelijk de hoogste concentratie gehydrateerde mineralen.Op Vesta lijkt dit niet te gelden. De wetenschappers vonden dat de oudste delen van het oppervlakte het meeste water bevatten. Data van Dawn suggereren dat de deeltjes die het water op Vesta brachten niet groter waren dan enkele centimeters en dat de planetoïde daarmee miljarden jaren geleden werd gebombardeerd. In die tijd zou zich ook het water op onze planeet hebben verzameld. Dergelijk onderzoek kan uiteindelijk inzicht geven over hoe er water op aarde terecht is gekomen. (RvdH)
Dawn suggests special delivery of hydrated material to Vesta

25 september 2012
De magnetische verstoringen van de planetoïde Oljato zijn in de afgelopen decennia steeds minder sterk geworden. Dat blijkt uit metingen van de Europese ruimtesonde Venus Express, die zich in een baan rond de planeet Venus bevindt. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepresenteerd door wetenschappelijk projectleider Chris Russell op het European Planetary Science Congress in Madrid.Oljato draait in een langgerekte baan om de zon, waarbij hij eens per omloop binnen de baan van Venus komt. In de jaren tachtig werd door de Amerikaanse Pioneer Venus Orbiter al ontdekt dat de aanwezigheid van de planetoïde tot grote magnetische verstoringen in de interplanetaire ruimte leidt. Vergelijkbare metingen van Venus Express laten echter veel minder sterke verstoringen zien.Russell en zijn collega's denken dat Oljato ooit in botsing is gekomen met een andere planetoïde. Als gevolg daarvan bewogen er lange tijd talrijke rotsblokken in ongeveer dezelfde baan om de zon. Door onderlinge botsingen van dat ruimtepuin ontstaan veel kleine stofdeeltjes, die gemakkelijk een elektrische lading kunnen krijgen en vervolgens meegevoerd worden door de zonnewind. Zulke geladen stofdeeltjes kunnen tot plaatselijke verstoringen in het magnetisch veld leiden.In de loop van de tijd verspreiden zowel de stofdeeltjes als de grotere rotsblokken zich over een steeds groter wordend gebied in het zonnestelsel, waardoor de materiedichtheid in de directe omgeving van de baan van Oljato niet meer zo hoog is. Dat zou kunnen verklaren waarom Venus Express minder sterke magnetische verstoringen meet. (GS)
The mysterious case of asteroid Oljato’s magnetic disturbance

20 september 2012
Een nieuwe analyse van de gegevens die de ruimtesonde Dawn heeft verzameld, wijst erop dat het oppervlaktegesteente rond de evenaar van de planetoïde Vesta veel waterhoudende mineralen bevat. Waarschijnlijk zijn deze afkomstig van meteorieten die op de planetoïde zijn neergeploft (Science, 21 september). De aanwezigheid van de mineralen blijkt onder meer uit metingen van waterstofgas. Theoretisch zou dat ook afkomstig kunnen zijn van bevroren water, maar aan de evenaar van Vesta, waar de hoogste concentraties zijn gemeten, is waterijs niet stabiel. Omdat langs de evenaar ook relatief donkere gebieden zijn aangetroffen, bezaaid met 'inslagputjes', is het aannemelijk dat de waterhoudende mineralen zijn aangevoerd door zogeheten koolstofrijke chondrieten - een bepaald type meteorieten. Na een jaar om Vesta te hebben gecirkeld, is Dawn sinds 4 september jl. op weg naar de dwergplaneet Ceres, die hij in februari 2015 zal bereiken.
Dawn Sees Hydrated Minerals on Giant Asteroid

11 september 2012
De Amerikaanse NASA heeft enkele fotomozaïeken van de grote planetoïde Vesta gepubliceerd, samengesteld op basis van foto's die de afgelopen tijd gemaakt zijn door de ruimtesonde Dawn. Dawn kwam in juli 2011 bij Vesta aan, en heeft de planetoïde het afgelopen jaar van top tot teen gedetailleerd in kaart gebracht. In de nacht van 4 op 5 september zette de ruimtesonde, aangedreven door een ionenmotor, koers naar de dwergplaneet Ceres, waar hij begin 2015 moet aankomen. Op de nieuwe fotomozaïeken is ook het noordpoolgebied van Vesta zichtbaar, dat zich vorig jaar nog in de schaduw bevond.
Meer informatie:
Origineel persbericht Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 september 2012
In 2016 lanceert NASA de ruimtesonde OSIRIS-REx (Origins-Spectral Interpretation-Resource Identification-Security-Regolith Explorer). Die moet bodemmonsters gaan nemen van de planetoïde 1999 RQ36, een zogheten aardscheerder die door de binnendelen van het zonnestelsel beweegt en daarbij de aarde tot op kleine afstand kan naderen. In samenwerking met de Planetary Society heeft NASA nu een wedstrijd uitgeschreven voor scholieren over de hele wereld (jonger dan 18) om voorstellen in te dienen voor een echte naam voor deze planetoïde. De deadline voor inzendingen is 2 december 2012. Volgens een woordvoerder van NASA zou de winnaar van de wedstrijd in de toekomst mogelijk zelf onderzoek kunnen doen aan de bodemmonsters van de planetoïde, wanneer hij of zij besluit planeetonderzoeker te worden.
Meer informatie:
NASA Announces Asteroid Naming Contest for Students
Wedstrijdreglement
OSIRIS-REx
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 augustus 2012
De ruimtesonde Dawn, die sinds juli 2011 om de grote planetoïde Vesta cirkelt, begint op 4 september aan haar lange reis naar de dwergplaneet Ceres. Dat heeft NASA vandaag bekendgemaakt. Eigenlijk had Dawn al onderweg moeten zijn, maar een probleem met haar standregelsysteem zorgde voor wat oponthoud. Het afscheid van Vesta gebeurt bijna onopgemerkt. Met behulp van haar ionenmotor spiraalt Dawn steeds verder van de planetoïde vandaan. Zo'n ionenmotor heeft veel minder vermogen dan een conventionele raketmotor, maar is heel efficiënt en kan maanden achtereen blijven werken. Het is de bedoeling dat Dawn begin 2015 bij Ceres arriveert en daar het succes van de verkenning van Vesta evenaart. Uit het Vesta-onderzoek is onder meer gebleken dat Vesta ooit volledig gesmolten is geweest en meer weg heeft van een kleine, gehavende planeet dan van een doorsnee planetoïde.
Meer informatie:
NASA's Dawn Prepares for Trek Toward Dwarf Planet

13 augustus 2012
De NASA-ruimtesonde Dawn, die nu nog om de planetoïde Vesta cirkelt, maar binnenkort aan zijn reis naar de dwergplaneet Ceres moeten beginnen, kampt met een technisch probleem. Op 8 augustus werd één van de vliegwielen die deel uitmaken van zijn standregelsysteem automatisch uitgeschakeld. De boordcomputer had geconstateerd dat het vliegwiel meer wrijving ondervond dan normaal. Het standregelsysteem is nodig om de ruimtesonde nauwkeurig te kunnen richten, bijvoorbeeld om in radiocontact met de aarde te blijven. Om die communicatie niet in gevaar te brengen, wordt de stand van Dawn nu geregeld met zijn stuurraketjes. In 2010, toen Dawn nog onderweg was naar Vesta, trad er al eens storing op in één van de andere vliegwielen van het standregelsysteem. Bij die gelegenheid kon de vluchtleiding aantonen dat de ruimtesonde, die voor de rest goed functioneert, ook zonder dat systeem de reis naar Ceres kan volbrengen. Sinds 25 juli wordt Dawn met zijn ionenaandrijving in een steeds wijder wordende baan om Vesta gemanoeuvreerd. In afwachting van het onderzoek naar de oorzaak van de recente storing is dat proces echter tijdelijk stopgezet. Dat betekent dat de reis naar Ceres iets later zal beginnen.
Meer informatie:
Dawn Engineers Assess Reaction Wheel

7 augustus 2012
In de rampenfilm 'Armaggedon' redt acteur Bruce Willis de aarde door een kolossale aanstormende planetoïde met behulp van een atoombom in tweeën te splijten, waarna de beide helften langs onze planeet scheren. Mooi plan, briljant uitgevoerd. Maar is het ook realistisch? Vier natuurkunde-studenten van de universiteit van Leicester (GB) weten zeker van niet: er bestaat gewoon geen bom die krachtig genoeg is om een 'planetoïde ter grootte van Texas' (ca. 1000 km) te verbrijzelen. Via berekeningen laten de studenten zien dat er voor het splijten van een planetoïde van deze omvang een bom nodig is die een miljard keer krachtiger is dan de grootste waterstofbom die ooit op aarde tot ontploffing is gebracht. Bovendien zou deze bom veel vroeger moeten afgaan dan in de film wordt gesuggereerd, namelijk op het moment dat de planetoïde zich op meer dan tien miljard kilometer van de aarde bevindt. Dat wil zeggen: ver voorbij de baan van de buitenste planeet van ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Bruce Willis couldn’t save us from asteroid doom
Artikel met de berekeningen (pdf)

28 juni 2012
Tijdens een persconferentie die vanmiddag (28 juni) in San Francisco wordt gehouden, onthult een team wetenschappers plannen voor de eerste 'ruimtetelescoop' die met privé-gelden moeten worden gefinancierd. Met dit instrument, dat de toepasselijke naam Sentinel (schildwacht) heeft gekregen, zal gezocht worden naar planetoïden die een bedreiging kunnen vormen voor onze planeet. Sentinel is een project van de B612 Foundation, een stichting die speciaal in het leven is geroepen om de aarde tegen planetoïde-inslagen te beschermen. Initiatiefnemers zijn onder meer de Nederlands-Amerikaanse astronoom Piet Hut en de voormalige NASA-astronauten Rusty Schweickart en Ed Lu. Sentinel zal niet de eerste telescoop zijn die naar potentieel gevaarlijke planetoïden speurt, maar wel de eerste die dat vanuit de ruimte zal doen. Tot nu toe is deze taak voorbehouden aan een aantal geautomatiseerde zoekprogramma's die door sterrenwachten op de vaste grond zijn opgezet. Geschat wordt dat met deze zoekprogramma's al 95 procent is opgespoord van alle planetoïden groter dan een kilometer die in de buurt van de aarde kunnen komen. De nieuwe ruimtetelescoop moet gaan zoeken naar de iets kleinere exemplaren, waarvan er nog vele duizenden ongezien in ons deel van het zonnestelsel rondzwerven. Als de financiering rondkomt, zou de lancering van Sentinel al in 2016 kunnen plaatsvinden. De 'schildwacht' zal de omgeving van onze planeet vanaf dat moment ruim vijf jaar bespieden.
Meer informatie:
World's 1st Private Deep-Space Telescope to Hunt Dangerous Asteroids
B612 Foundation Announces First Privately Funded Deep Space Mission

21 juni 2012
Metingen met het radarsysteem van de Arecibo-radiosterrenwacht op Puerto Rico hebben laten zien dat de recent ontdekte planetoïde 2012 LZ1 twee keer zo groot is als aanvankelijk werd geschat. Dat betekent dat een eventuele botsing met de aarde rampzalige gevolgen zou kunnen hebben. Uit dezelfde metingen blijkt echter dat er zeker de eerstkomende 750 jaar geen kans is op zo'n botsing. Planetoïde 2012 LZ1 werd op 10 juni ontdekt en passeerde onze planeet vijf dagen later op de relatief kleine afstand van vijf miljoen kilometer. Op basis van zijn helderheid werd geschat dat het object ongeveer vijfhonderd meter groot moest zijn. Metingen die op 19 juni vanuit Arecibo zijn gedaan laten echter zien dat de grootte van de planetoïde ongeveer een kilometer bedraagt. Dat betekent dat zijn oppervlak zeer donker moet zijn: het weerkaatst slechts twee tot vier procent van het ontvangen zonlicht. (Ter vergelijking: bij de maan is dit twaalf procent.)
Meer informatie:
Arecibo Observatory finds asteroid 2012 LZ1 to be twice as big as first believed

14 juni 2012
In de nacht van 10 op 11 juni is een nieuwe grote planetoïde ontdekt die in de nacht van 14 op 15 juni relatief dicht bij de aarde komt. Het vijfhonderd meter metende object, dat de voorlopige aanduiding 2012 LZ1 heeft gekregen, nadert onze planeet tot op ongeveer vijf miljoen kilometer. Naar kosmische begrippen kun je dat al bijna een 'nipte misser' noemen, maar kans op een botsing is er niet. Desondanks is 2012 LZ1 ingedeeld bij de 'potentieel gevaarlijke planetoïden'. Deze categorie is gereserveerd voor planetoïden groter dan ongeveer honderd meter die onze planeet tot op minder dan 7,5 miljoen kilometer kunnen naderen. Op dit moment telt deze lijst meer dan 1300 objecten, maar geen daarvan ligt op ramkoers met onze planeet.
Meer informatie:
Big and Bright Asteroid to Pass by Earth June 14
Lijst van potentieel gevaarlijke planetoïden

6 juni 2012
Op basis van 3D-metingen en spectroscopische waarnemingen, uitgevoerd door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn, is een kleurrijk filmpje samengesteld waarop verschillen in oppervlaktesamenstelling zijn weergegeven in 'valse kleuren', op een roterend driedimensionaal model van de grote planetoïde Vesta. Vesta, met een middellijn van bijna 500 kilometer, is het afgelopen jaar uitgebreid in kaart gebracht en opgemeten door de wetenschappelijke instrumenten van de Dawn-sonde. Eind augustus wordt de ionenmotor van de ruimtesonde weer ontstoken en zet Dawn koers naar de grootste planetoïde, de dwergplaneet Ceres, waar hij begin 2015 aankomt.
Meer informatie:
Dawn Mission Video Shows Vesta's Coat of Many Colors
Filmpje van Vesta
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 mei 2012
Op basis van foto's en metingen van de Europese ruimtesonde Rosetta zijn planeetonderzoekers erin geslaagd om de geologische geschiedenis van de ca. 100 kilometer grote planetoïde Lutetia letterlijk en figuurlijk in kaart te brengen. Rosetta, die op weg is naar een ontmoeting met komeet Churyumov-Gerasimenko in 2014, vloog op 10 juli 2010 op een afstand van 3170 kilometer langs de planetoïde. Uit een eerste analyse van de waarnemingen bleek al dat Lutetia een ongewoon hoge dichtheid heeft en vermoedelijk een overgebleven 'planetesimaal' is uit de ontstaansperiode van het zonnestelsel. In 21 artikelen in een speciaal themanummer van het tijdschrift Planetary & Space Science wordt nu de geologische geschiedenis van Lutetia beschreven, zoals die is afgeleid uit onder andere kratertellingen. Het pokdalige oppervlak van de grote steenklomp vertoont een aantal zeer verschillende gebieden, die in leeftijd uiteenlopen van ca. 3,5 miljard jaar tot hooguit een paar honderd miljoen jaar. De grootste krater die op Lutetia is waargenomen, Massilia genoemd, heeft een middellijn van 57 km, en is vermoedelijk heel lang geleden ontstaan door de inslag van een ca. 7,5 km groot projectiel. Van het noordelijk halfrond van Lutetia, dat het best bestudeerd is door Rosetta, is ook een eenvoudige geologische kaart gemaakt. Metingen met de spectrometers van Rosetta laten zien dat de samenstelling van het oppervlak niet past in de standaard-classificatie van planetoïden, wat ook doet vermoeden dat Lutetia een afwijkende geologische geschiedenis kent.
Meer informatie:
Rosetta flyby uncovers the complex history of asteroid Lutetia
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 mei 2012
Vandaag (29 mei) om 09.07 uur Nederlandse tijd vloog de kleine planetoïde 2012 KT42 op een afstand van slechts 14.000 kilometer langs de aarde. Dat is ruim binnen de banen van geostationaire weer- en communicatiesatellieten. Het rotsblok, met een geschatte middellijn van 3 à 10 meter, werd op 28 mei ontdekt op de Mount Lemmon-sterrenwacht in Arizona. Op Tweede Pinksterdag (28 mei) vond ook al een nauwe passage van een kleine aardscheerder plaats: planetoïde 2012 KP24 naderde het aardoppervlak rond 17.20 uur Nederlandse tijd tot op ca. 51.000 kilometer afstand. In beide gevallen is er overigens geen enkel risico geweest voor een botsing.
Informatie over planetoïde 2012 KT42
Informatie over planetoïde 2012 KP24
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 mei 2012
NASA-wetenschapper Steve Chesley heeft nauwkeurig de massa weten te bepalen van een planetoïde die regelmatig in de buurt van de aarde komt. Daartoe heeft hij gemeten hoe sterk deze ruim vijfhonderd meter grote ruimtesteen door het ongelijkmatig uitstralen van zijn warmte van koers wordt gebracht. Bij de meting is gebruik gemaakt van zeer exacte radarwaarnemingen die in 1999, 2005 en 2011 zijn gedaan op momenten dat planetoïde 1999 RQ36 de aarde tot op enkele tientallen miljoenen kilometers naderde. Uit die waarnemingen blijkt dat de planetoïde de afgelopen twaalf jaar ongeveer 160 kilometer is afgeweken van de koers die werd berekend op basis van de aantrekkingskrachten van zon, maan, planeten en andere planetoïden. De enige plausibele verklaring voor deze afwijking is het zogeheten Jarkovski-effect: een minuscule kracht die ontstaat doordat een planetoïde aan zijn zonkant warmer is dan aan zijn schaduwkant en daardoor niet in alle richtingen evenveel warmtestraling uitzendt. Uit de verwachte grootte van de kracht en de gemeten baanafwijking kan de massa van de planetoïde worden afgeleid. Bij 1999 RQ36 rolde daar een massa van ongeveer 60 miljoen ton uit. Als je dit afzet tegen zijn omvang, geeft dat een gemiddelde dichtheid die niet veel groter is dan die van water. Dat betekent dat 1999 RQ36 waarschijnlijk een poreus samenraapsel van gesteenten en stof is. Of dat klopt, zal snel genoeg duidelijk worden. In 2016 lanceert NASA namelijk een ruimtesonde - OSIRIS-REx - die bodemmonsters van 1999 RQ36 moet gaan ophalen.
Meer informatie:
NASA Scientist Figures Way to Weigh Space Rock

21 mei 2012
Vroeg in de ochtend van 30 juni 1908 vond boven de Toengoeska-rivier in Siberië een enorme explosie plaats, die complete wouden velde. Wat er precies is gebeurd, is nog niet duidelijk, maar Italiaanse wetenschappers zeggen nu aanwijzingen te hebben gevonden dat er onder de bodem van het Tsjeko-meer - waarvan sommige wetenschappers vermoeden dat het een jonge inslagkrater is - een rotsachtig object verborgen ligt. Over de Toengoeska-explosie bestaan allerlei theorieën, waaronder ook enkele zeer exotische. De meeste wetenschappers gaan er echter van uit er vijf tot tien kilometer boven het gebied een komeet of kleine planetoïde uit elkaar is gespat. En omdat er tot nu toe geen restanten van het ontplofte object zijn teruggevonden, lijkt een komeet - een vrij losse opeenhoping van ijs en gruis - de meest voor de hand liggende verklaring. Op basis van seismisch en magnetisch onderzoek concluderen de Italiaanse wetenschappers echter dat er tien meter onder de meerbodem een rotsachtig object ligt, wat meer in overeenstemming zou zijn met de planetoïdentheorie. Dezelfde onderzoekers hadden in 1999 al vastgesteld dat de sedimenten in het meer hooguit honderd jaar oud zijn. Het is overigens nog maar de vraag of andere wetenschappers de nieuwe bevindingen overtuigend genoeg vinden. Dat zal waarschijnlijk pas het geval zijn als boringen uitwijzen dat er inderdaad een grote ruimtesteen onder het Tsjeko-meer ligt.
Meer informatie:
Research team claims to have found evidence Lake Cheko is impact crater for Tunguska Event

16 mei 2012
Waarnemingen met de NASA-satelliet WISE hebben meer inzicht opgeleverd omtrent de 'potentieel gevaarlijke' planetoïden in ons zonnestelsel. De resultaten geven nieuwe informatie over hun totale aantallen en de bedreiging die zij voor onze planeet kunnen vormen. De potentieel gevaarlijke planetoïden vormen een onderklasse van de categorie 'aardscheerders'. Ze kunnen ons planeet tot op een afstand van ongeveer acht miljoen kilometer naderen, en zijn groot genoeg om ongeschonden de aardatmosfeer te passeren en grote verwoestingen aan te richten. Aan de hand van een steekproef heeft WISE vastgesteld dat er drieduizend tot zesduizend van deze risicovolle planetoïden bestaan. Daarvan is tot nu toe nog maar ongeveer een kwart daadwerkelijk opgespoord. Ook wijst de nieuwe analyse erop dat er twee keer zoveel van deze planetoïden in ongeveer hetzelfde vlak als de aarde om de zon bewegen dan gedacht. Deze objecten lijken ook wat kleiner en helderder te zijn dan hun soortgenoten die een groot deel van de tijd verder uit de buurt van onze planeet blijven. Mogelijk gaat het hierbij om brokstukken van objecten die oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van de grote planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter.
Meer informatie:
NASA Survey Counts Potentially Hazardous Asteroids

14 mei 2012
Via het Britse Faulkes Telescope Project kunnen sterrenkunde-amateurs straks een bijdrage leveren aan de Europese speurtocht naar aardscheerders - planetoïden die de aarde gevaarlijk dicht kunnen naderen. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft een eigen Space Situation Awareness programma, waarin onder andere gezocht wordt naar onbekende aardscheerders (ook wel Near-Earth Objects, of NEO's genoemd). Via een samenwerkingsverband met het Faulkes Telescope Project kunnen studenten en amateurs daar nu ook aan meewerken. Het Faulkes-project bestaat uit twee 2-meter telescopen, een op Hawaii en een in Australië, die volledig op afstand bediend worden vanuit Groot-Brittannië en die uitsluitend gebruikt worden voor educatieve doeleinden en voor amateurprogramma's.
Meer informatie:
Amateur astronomers boost ESA's asteroid hunt
Faulkes Telescope Project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 mei 2012
De enorme krater Rheasilvia aan de zuidpool van de grote planetoïde Vesta is ontstaan bij een botsing die ongeveer één miljard jaar geleden plaatsvond. Daarmee is deze inslagkrater aanzienlijk jonger dan tot nu toe werd gedacht. Dat is een van de conclusies van een zestal onderzoeken, waarvan de resultaten vrijdag 11 mei in het wetenschappelijke tijdschrift Science verschijnen. Bij de onderzoeken is gebruik gemaakt van opnamen en meetgegevens van de NASA-ruimtesonde Dawn, die sinds juli 2011 om Vesta cirkelt. De naar beneden bijgestelde ouderdom van Rheasilvia wordt afgeleid uit de aantallen kleine, jongere kraters die op de bodem van het 505 kilometer grote inslagbekken zijn aangetroffen. Gezien haar grote omvang gingen wetenschappers er een beetje van uit dat Rheasilvia was ontstaan tijdens het grote bombardement van kometen en planetoïden, dat de binnenste delen van ons zonnestelsel ongeveer vier miljard jaar geleden teisterde. Als de krater inderdaad pas drie miljard jaar later is ontstaan, is dat gebeurd op een moment dat het restpuin van het ontstaan van de planeten al goeddeels was 'opgeruimd'. In de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter, waar ook Vesta zelf deel van uitmaakt, zijn talrijke kleinere Vesta-achtige planetoïden te vinden. Omdat de gemeten hoeveelheid gesteente die klaarblijkelijk bij de Rheasilvia-inslag is weggeblazen groter is dan het geschatte totale volume van deze Vesta-familie, lijkt het aannemelijk dat al deze planetoïden brokstukken van één en dezelfde grote inslag zijn.
Meer informatie:
Asteroid collision that spawned Vesta's asteroid family occurred more recently than thought
NASA Dawn Mission Reveals Secrets of Large Asteroid
Dawn spacecraft reveals complexities of ancient asteroidal world
Dawn Reveals Asteroid Vesta's Role in Solar System History

25 april 2012
Tijdens een bijeenkomst van Europese geofysici in Wenen hebben wetenschappers nieuwe ontdekkingen gepresenteerd over de grote planetoïde Vesta. Om Vesta cirkelt momenteel de NASA-ruimtesonde Dawn, die onder meer de mineralogische samenstelling het oppervlak en de inwendige structuur van het ruim 500 kilometer grote hemellichaam onderzoekt. Uit dat onderzoek blijkt dat het Vesta-oppervlak voor een belangrijk deel uit ijzer- en magnesiumrijke mineralen bestaat, zoals die vaak ook in vulkanisch gesteente op aarde worden aangetroffen. Verder is duidelijk gebleken dat het oppervlaktegesteente is 'vervuild' met meteorieten die op Vesta zijn ingeslagen. Op plaatsen waar diepere lagen zijn komen bloot te liggen, bijvoorbeeld op de hellingen van inslagkraters, zijn veel lichter getinte mineralen te zien. Uit temperatuurmetingen blijkt dat de temperaturen op Vesta uiteenlopen van 23 graden onder nul, op plekken waar de zon hoog aan de hemel staat, tot 100 graden onder nul in de schaduw. Deze grote verschillen laten zien dat het oppervlak van Vesta, bij gebrek aan beschermende atmosfeer, snel opwarmt en afkoelt.
Meer informatie:
Dawn Spacecraft Reveals Secrets Of Giant Asteroid Vesta

25 april 2012
Onze planeet werd tot enkele miljarden jaren geleden met grotere planetoïden gebombardeerd dan tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van de sporen die deze objecten in oude gesteentelagen hebben achtergelaten (Nature, 26 april). Bij de inslag van een planetoïde ontstaat behalve een krater, die na verloop van tijd door erosie wordt weggevaagd, ook een grote pluim van verdampt en gesmolten gesteente. Door afkoeling vormen zich hierin bolvormige deeltjes van ongeveer een millimeter groot, 'sferulen' geheten. Wetenschappers van Purdue University (VS) hebben modelberekeningen losgelaten op het vormingsproces van deze sferulen. Hun berekeningen laten zien dat de afmetingen van de bolletjes afhankelijk zijn van zowel de snelheid als de afmetingen van de inslaande planetoïde. Maar de dikte van het laagje sferulen dat wordt afgezet, blijkt vrijwel geheel door de grootte van de planetoïde te worden bepaald. Dat nieuwe inzicht hebben de wetenschappers toegepast op de gegevens van twaalf goed onderzochte afzettingen van sferulen in gesteenten met leeftijden uiteenlopend van 2 tot 3,5 miljard jaar. Voor elk van deze gevallen werd berekend hoe groot de planetoïde in kwestie was en met welke snelheid hij de aarde bereikte. De conclusie is dat de inslaande planetoïden groter en sneller waren dan tot nu toe werd geschat. Volgens een ander team van wetenschappers, dat in hetzelfde nummer van Nature verslag doet van theoretisch onderzoek, is dat verklaarbaar als de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter destijds breder was dan nu. Computersimulaties laten zien dat planetoïden uit het binnenste deel van die bredere gordel de aarde met relatief grote snelheid zouden bereiken, en dat onze planeet verspreid over een langere periode met grote planetoïden zou zijn bestookt.
Meer informatie:
Splatters Of Molten Rock Signal Period Of Intense Asteroid Impacts On Earth
Tiny 'spherules' reveal details about Earth's asteroid impacts
NASA Scientists Find History of Asteroid Impacts in Earth Rocks

18 april 2012
De NASA-ruimtesonde Dawn blijft veertig dagen langer om de grote planetoïde Vesta cirkelen, om dit interessante hemellichaam nog wat beter te kunnen onderzoeken. Dat betekent dat Dawn niet al in juli zijn biezen pakt om naar zijn volgende bestemming - de dwergplaneet Ceres - te vertrekken, maar pas op 26 augustus. Ondanks deze vertraging zal de ruimtesonde op de oorspronkelijk geplande datum in februari 2015 bij Ceres aankomen: zijn efficiënte ionenaandrijving heeft voldoende vermogen om het tijdverlies goed te maken. De verlenging van het onderzoeksprogramma bij Vesta zal voor een belangrijk deel worden gebruikt om Dawn langer in zijn huidige lage omloopbaan (hoogte 210 km) te houden. Van daaruit wordt de samenstelling van het oppervlak en het zwaartekrachtsveld van de planetoïde onderzocht. De rest van de extra tijd zal Dawn in een hogere omloopbaan cirkelen, om verder te gaan met waar hij na aankomst in juli 2011 mee was begonnen: het in kaart brengen van het Vesta-oppervlak. Destijds was het noordelijk halfrond van de planetoïde grotendeels in schaduw gehuld, maar inmiddels baadt een groter stuk van dat gebied in het zonlicht.
Meer informatie:
Dawn Gets Extra Time to Explore Vesta

18 april 2012
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft een nieuwe publieksactie opgestart: 'Target Asteroids'. Het project wil de hulp van amateurastronomen inschakelen bij het onderzoek van zogeheten aardscheerders - planetoïden die dicht in de buurt van de aarde kunnen komen. Dat onderzoek dient ter ondersteuning van de ruimtemissie OSIRIS-Rex, die in 2016 wordt gelanceerd en tot doel heeft om een bodemmonster van de planetoïde 1999 RQ36 op te halen. De amateurwaarnemers moeten helpen om de zeer diverse populatie van aardscheerders in kaart te brengen. Het gaat daarbij om hun posities, banen, rotaties en eventuele helderheidsveranderingen. Professionele astronomen zullen de verzamelde informatie uitwerken om de theoretische modellen van planetoïden te verfijnen, om meer te weten te komen over het soort planetoïde dat in 2019 door OSIRIS-Rex wordt bezocht. Vanaf 2014 zal ook het onderwijs bij 'Target Asteroids' worden betrokken.
Meer informatie:
NASA Mission Wants Amateur Astronomers to Target Asteroids
Target Asteroids!

31 maart 2012
In juli 1994 werd de reuzenplaneet Jupiter getroffen door de ijzige brokstukken van de uiteengevallen komeet Shoemaker-Levy 9. Die inslagen veroorzaakten grote donkere 'littekens' in de dampkring, doordat materiaal van grotere diepte in de Jupiteratmosfeer naar boven werd getransporteerd. In juli 2009 werd opnieuw zo'n litteken in de Jupiterdampkring ontdekt, maar als dat ook is veroorzaakt door een inslag, is het verschijnsel zelf in elk geval niet waargenomen, evenmin als het op Jupiter afstormende projectiel. Amerikaanse astronomen hebben nu gedetailleerde computersimulaties uitgevoerd om te achterhalen om wat voor soort object het gegaan zou kunnen zijn. Daaruit trekken ze de conclusie dat de 2009-inslag onder een veel vlakkere hoek heeft plaatsgevonden, en dat het om een relatief klein object ging - mogelijk een komeetachtig hemellichaam met een middellijn van ongeveer een kilometer, maar vermoedelijk een kleinere, rotsachtige planetoïde van ca. 500 meter groot.
Artikel op Physorg.com
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 maart 2012
De Nederlandse amateurastronoom Harrie Rutten is dinsdagmorgen 20 maart getuige geweest van een bijzondere sterbedekking. Zoals verwacht werd die ochtend de zwakke ster TYC 6273-01033-1 bedekt door de planetoïde 44 Nysa. Zulke bedekkingen, waarbij een ster plotseling 'verdwijnt' om enkele seconden later weer net zo plotseling tevoorschijn te komen, zijn wel vaker waarmeembaar. Maar in dit geval gebeurde er iets bijzonders: de ster was bij zijn wederverschijning niet onmiddellijk weer op volle sterkte. Dat was pas vier seconden later weer het geval. Dit helderheidsverloop wijst erop dat 44 Nysa een behoorlijk asymmetrische 'pindavorm' heeft óf in het gezelschap is van een kleine begeleider. In het laatste geval zou dus sprake zijn van een dubbelplanetoïde - iets waar ook met de Hubble-ruimtetelescoop al aanwijzingen voor waren gevonden. Rutten deed de waarneming onder moeilijke omstandigheden met een telescoop met een opening van 35,6 cm en legde het verschijnsel vast met een zeer lichtgevoelige astronomische videocamera. Helaas hebben andere waarnemers in Nederland teveel last gehad van het ochtendgloren of bewolking, zodat er geen tweede waarneming van het verschijnsel beschikbaar is.
Meer informatie:
Dubbele planetoïdenbedekking waargenomen vanuit Nederland

21 maart 2012
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft grote helderheidsverschillen aan het licht gebracht aan het oppervlak van de grote planetoïde Vesta. De helderste gebieden op Vesta reflecteren twee keer zo veel zonlicht als de donkerste gebieden. Heldere gebieden komen vooral rond inslagkraters voor. Vermoedelijk gaat het om gesteenten die bij de inslag aan het oppervlak zijn gekomen. De precieze aard van deze mineralen is echter nog niet bekend. Ook het donkere materiaal op Vesta lijkt geassocieerd te zijn met inslagen. In sommige gevallen lijkt het alsof de bazaltische korst van de grote planetoïde gesmolten is als gevolg van de energie van een kosmische inslag. Ook is het mogelijk dat een deel van de donkere afzettingen afkomstig zijn van donkere, koolstofrijke planetoïden die met Vesta in botsing zijn gekomen. Dawn werd in september 2007 gelanceerd en kwam vorig jaar zomer aan in een baan rond Vesta. In juni zal hij zijn weg vervolgen naar de dwergplaneet Ceres, waar hij in februari 2015 moet arriveren. De nieuwe Vesta-resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de Lunar and Planetary Science Conference in Texas.
Meer informatie:
Dawn Sees New Surface Features on Giant Asteroid
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 februari 2012
Analyse van de minuscule stofdeeltjes die de Japanse ruimtesonde Hayabusa bij de planetoïde Itokawa heeft opgehaald, laat zien dat objecten als deze voortdurend worden gezandstraald met micrometeorieten. De slechts een halve haarbreedte metende deeltjes, die met een elektronenmicroscoop zijn bekeken, blijken nog minusculere kratertjes en breukjes te vertonen. Hier en daar hebben zich zelfs micrometeorieten in de deeltjes genesteld. De veroorzakers van deze beschadigingen zijn niet veel groter dan een nanometer - een miljoenste millimeter. En uit de omvang van de minikratertjes die ze achterlieten kan worden afgeleid dat ze met relatieve snelheden van vijf tot tien kilometer per seconde bewogen. Deze bijzondere vorm van erosie is het gevolg van botsingen tussen grotere objecten, zoals planetoïden. Weliswaar komen zulke botsingen in absolute zin niet zo heel vaak voor, maar in de loop van de miljoenen tot miljarden jaren stapelen de gevolgen ervan zich wel op. Hierdoor wemelt de interplanetaire ruimte van het puin en stof.
Meer informatie:
Violent History Preserved in Hayabusa's Asteroid Grains

28 februari 2012
Wetenschappers houden een recent ontdekte, 140 meter grote planetoïde in de gaten die over enkele tientallen jaren in botsing kan komen met onze planeet. De kans dat het zo ver komt is overigens heel klein. De planetoïde, die de aanduiding 2011 AG5 heeft gekregen, werd in januari 2011 ontdekt door waarnemers van de Mount Lemmon Survey in Arizona. De eerste berekeningen laten zien dat het rotsachtige hemellichaam een baan volgt die hem in 2040 op ramkoers met de aarde zou kunnen brengen. De onzekerheid in de berekeningen is echter groot: het is dan ook veel te vroeg om van een echte dreiging te spreken. Zoals het er nu naar uitziet bestaat er een kans van 1 op 625 dat het in 2040 tot een inslag komt. De ervaring leert echter dat die kans sterk afneemt naarmate er meer positiebepalingen beschikbaar komen. Mocht dat onverhoopt niet gebeuren, dan bestaat in 2023 de gelegenheid om de koers van de planetoïde met behulp van een ruimtemissie zodanig bij te stellen, dat een botsing wordt afgewend. De wetenschappers verwachten echter niet dat zo'n ingreep nodig zal zijn. Het wachten is op nieuwe waarnemingen van de planetoïde, die in de periode 2013-2016 kunnen worden gedaan. Op diverse weblogs circuleren overigens soortgelijke berichten over de vorige week ontdekte planetoïde 2012 DA14. Eerste berekeningen lieten zien dat dit 50 à 100 meter grote exemplaar de aarde in februari 2013 tot ongeveer 27.000 kilometer zou kunnen naderen. Maar vanwege het geringe aantal waarnemingen zijn ook die berekeningen nog zeer onzeker.
Meer informatie:
Massive Asteroid To Hit Earth In 2040?
Asteroid 2011 AG5 - A Reality Check
Current Impact Risks (NASA)

1 februari 2012
Net als de Europese en Amerikaanse ruimteagentschappen ESA en NASA bereidt de Japanse zusterorganisatie JAXA een onderzoeksmissie naar een planetoïde voor. Alle drie willen ze bodemmonsters van zo'n rotsachtig hemellichaam ophalen. Japan deed dat als enige al eerder: in 2005 haalde de ruimtesonde Hayabusa een beetje materiaal op van de planetoïde Itokawa. Opvolger Hayabusa 2, die al in 2014 zou kunnen worden gelanceerd, heeft planetoïde 1999 JU3 als reisdoel. Deze bijna 1 kilometer grote ruimterots behoort tot de Apollo-familie: een klasse van planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen. 1999 JU3 is interessant omdat hij waarschijnlijk rijk is aan organische moleculen en waterhoudende mineralen uit de begintijd van het zonnestelsel. Onderzoeksmissies als deze kunnen niet alleen meer inzicht geven in de manier waarop planeten zijn gevormd, maar ook kennis opleveren over het ontstaan van het leven op aarde.
Meer informatie:
Asteroids: The New 'It Mission' for Space Exploration

28 januari 2012
Een kleine planetoïde, met een middellijn van ca. 10 meter, vloog op 27 januari rond 16.30 uur Nederlandse tijd rakelings langs de aarde, op een afstand van minder dan 60.000 kilometer - een zesde van de afstand tussen aarde en maan. De planetoïde, 2012 BX34 genoemd, was vlak daarvoor ontdekt door een sterrenwacht in Arizona. Gevaar voor een inslag is er nooit geweest.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 januari 2012
Ongeveer het halve oppervlak van de grote planetoïde Vesta is waarschijnlijk koud en donker genoeg om water te kunnen bevatten - in bevroren toestand dan. Dat blijkt uit een eerste analyse van de temperatuur- en lichtverdeling op Vesta, die gebaseerd is op opnamen van onder meer de Hubble-ruimtetelescoop. De beste plekken voor de 'wateropslag' zijn de poolstreken van de ogenschijnlijk kurkdroge planetoïde. Anders dan bij onze maan zijn daar echter niet veel kraters te vinden die diep genoeg zijn om in permanente duisternis gehuld te zijn. Dat komt doordat de rotatie-as van Vesta ongeveer net zo schuin staat als die van de aarde. Hierdoor krijgen alle delen van het oppervlak in de loop van het jaar wel wat zon te zien. Ondanks de temperatuurvariaties die daardoor optreden, is de gemiddelde temperatuur aan de polen dermate laag - 130 graden onder nul - dat er ijs in de bodem kan zitten. Aan de evenaar is het met een gemiddelde temperatuur van 120 graden onder nul al te 'warm' daarvoor: in het vacuüm van de ruimte sublimeert ('verdampt') bevroren water al bij zeer lage temperaturen. Of er in de bodem van de poolgebieden van Vesta ook echt ijs is opgeslagen, moet nog blijken. De momenteel in een lage baan om de planetoïde cirkelende ruimtesonde Dawn is uitgerust met een instrument waarmee dat kan worden vastgesteld.
Meer informatie:
Vesta Likely Cold and Dark Enough for Ice

30 december 2011
Op aarde worden relatief veel meteorieten gevonden die qua samenstelling op de grote planetoïde Vesta lijken. Wetenschappers vermoeden dat die meteorieten afkomstig zijn uit de directe omgeving van de meer dan twintig kilometer hoge berg die de NASA-ruimtesonde Dawn eerder dit jaar aan de zuidpool van Vesta heeft ontdekt. De berg is ontstaan door de 'terugslag' van een botsing met een kleiner object. Bij deze botsing ontstond ook een kolossaal inslagbekken, en werden ontelbare brokstukjes van Vesta de ruimte in geblazen. Waarschijnlijk zijn de Vesta-meteorieten die op aarde worden aangetroffen bij deze ene gebeurtenis ontstaan. Als dat zo is, zouden de meteorieten qua samenstelling moeten lijken op het bodemmateriaal in de omgeving van de berg. Of dat inderdaad zo is, zal uit nader mineralogisch onderzoek met Dawn moeten blijken. Een andere manier om de bron van de Vesta-meteorieten te onderzoeken, is het vaststellen van de leeftijd van het grote inslagbekken op de planetoïde. Anders dan elders op Vesta zijn ter plaatse opvallend weinig kleinere kraters van latere datum te zien. Door dit aantal kraters te tellen, kan een schatting worden gemaakt van de leeftijd van het oppervlak. Als de leeftijd van het inslagbekken overeenkomt met de door radiometrische datering bepaalde leeftijd van de Vesta-meteorieten, zou dat een sterke aanwijzing zijn dat er een direct verband tussen beide bestaat.
Meer informatie:
Space Mountain Produces Terrestrial Meteorites

21 december 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft de eerste beelden van de planetoïde Vesta overgeseind, die zij vanuit haar nieuwe, lage omloopbaan heeft gemaakt. De beelden laten het bespikkelde en kraterrijke oppervlak van Vesta gedetailleerder zien dan ooit. De nieuwe opnamen, die zijn gemaakt vanaf een hoogte van ongeveer 190 kilometer, zijn eigenlijk een beetje bijzaak. De tien weken die Dawn in haar lage omloopbaan verblijft zullen vooral worden gebruikt om metingen te verrichten aan de minerale samenstelling van het oppervlak (met behulp van de Gamma Ray and Neutron Detector van de ruimtesonde), en aan de inwendige structuur van Vesta (door middel van precieze zwaartekrachtsmetingen). Dawn zal tot eind februari 2012 weer in een hogere omloopbaan worden gebracht, en in juli 2012 richting dwergplaneet Ceres vertrekken.
Meer informatie:
Dawn Obtains First Low Altitude Images of Vesta

18 december 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Deep Impact heeft op 24 november een koerscorrectie uitgevoerd ter voorbereiding op een mogelijk toekomstig bezoek aan een kleine planetoïde. Na een tweede koerscorrectie, in oktober 2012, is de baan van Deep Impact rond de zon zo veranderd dat hij in januari 2020 met hoge snelheid en op relatief kleine afstand langs planetoïde 2002 GT vliegt - een rotsblok met een middellijn van iets minder dan een kilometer, die met gepaste regelmaat in de buurt van de aarde komt. Deep Impact schoot in juli 2005 een projectiel af op de kern van komeet Tempel 1, en vloog in november 2010 op kleine afstand langs komeet Hartley 2. De ruimtesonde heeft nog een klein beetje brandstof over - mogelijk net genoeg voor de twee koerscorrecties die nodig zijn voor een bezoek aan 2002 GT. NASA heeft overigens nog geen budget vrijgemaakt voor een nieuwe verlenging van de missie.
Artikel op spaceflightnow.com (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 december 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn is met succes in een lage omloopbaan rond de grote planetoïde Vesta gemanoeuvreerd. Dawn werd in 2007 gelanceerd en kwam op 15 juli 2011 aan in een baan rond Vesta. De afgelopen tijd bevond hij zich op een gemiddelde hoogte van 680 kilometer boven het pokdalige oppervlak van het hemellichaam; de komende tien weken bedraagt de gemiddelde hoogte slechts 210 kilometer. In deze Low Altitude Mapping Orbit zullen vooral veel metingen worden verricht aan de elementaire samenstelling van het oppervlak (met behulp van de Gamma Ray and Neutron Detector van de ruimtesonde), en aan de inwendige structuur (door middel van precieze zwaartekrachtsmetingen). De camera's van Dawn zullen incidenteel ook gebruikt kunnen worden om detailopnamen te maken van bepaalde delen van het oppervlak. Eind februari wordt Dawn weer in de hogere omloopbaan gebracht. Tegen die tijd wordt ook het noordelijk halfrond van Vesta door de zon beschenen - tot nu toe was dat onzichtbaar. In juli 2012 vertrekt Dawn richting dwergplaneet Ceres, het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel. Daar zal de succesvolle ruimtesonde in februari 2015 aankomen. Overigens zijn wetenschappers van het Dawn-project van mening dat Vesta vanwege zijn gelaagde structuur en 'planetaire' eigenschappen niet geklassificeerd zou moeten worden als planetoïde, maar eerder als protoplaneet, dwergplaneet of zelfs als kleinste aardse planeet in het zonnestelsel.
Meer informatie:
NASA's Dawn Spirals Down to Lowest Orbit
Dawn
Artikel over de klassificatie van Vesta (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 december 2011
In het zuidpoolgebied van de grote planetoïde Vesta zijn 'aardverschuivingen' ontdekt, die doen vermoeden dat het oppervlak van Vesta bedekt wordt door een laag poreus materiaal. NASA's ruimtesonde Dawn fotografeerde relatief jonge inslagkraters in het zuidpoolgebied. De linkerversie van de foto toont een combinatie van beelden gemaakt op nabij-infrarode golflengten;in de rechter versie zijn verschillende kleuren gebruikt om verschillende soorten gesteente en mineralen weer te geven. Duidelijk is te zien dat zich materiaal over het oppervlak van Vesta heeft verplaatst.
Meer informatie:
Fresh impact craters on asteroid Vesta
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 december 2011
Voor het menselijk oog is Vesta een grijs, kleurloos hemellichaam. Maar de Amerikaanse ruimtesonde Dawn toont de ca. 500 kilometer grote planetoïde in opvallende kleuren. Het gaat hier om zogeheten 'valse kleuren', die verkregen zijn door het 'inkleuren' van opnamen in verschillende specifieke golflengtegebieden. Op die manier brengt Dawn de grote variatie in oppervlaktesamenstelling van Vesta in beeld - elke afzonderlijke kleur komt overeen met een bepaald type mineraal. De nieuwe metingen zijn maandag gepresenteerd tijdens de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union in San Francisco. Er blijkt een verband te bestaan tussen de samenstelling van het oppervlaktemateriaal en de topografie. Dat bevestigt het beeld dat Vesta een 'gedifferentieerd' hemellichaam is, met een gelaagde inwendige structuur: dankzij zware kosmische inslagen zijn ook diepere lagen zichtbaar op de hellingen en bodems van de resulterende inslagkraters. Vesta blijkt rijk te zijn aan het mineraal pyroxeen. Het oppervlak bestaat uit een mix van snel afgekoelde oppervlaktegesteenten en materiaal van grotere diepte dat minder snel is afgekoeld. Vanwege zijn gelaagde structuur kan Vesta beter beschreven worden als een protoplaneet (volgens sommige onderzoekers gaat het zelfs om de kleinste 'aardse planeet') dan als een planetoïde.
Meer informatie:
New NASA Dawn Visuals Show Vesta's 'Color Palette'
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 december 2011
NASA heeft een 3D-filmpje gemaakt van de planetoïde Vesta. Het filmpje is gebaseerd op de gedetailleerde beelden die de om Vesta cirkelende ruimtesonde Dawn in juli en augustus heeft gemaakt. Om het 3D-effect te zien, moet een brilletje met een rood en een blauw 'glas' worden opgezet. De beelden zijn verkregen toen Dawn nog bezig was om Vesta te naderen en tijdens zijn eerste rondjes om de planetoïde. Het anderhalve minuut durende filmpje geeft een overzicht van het complete oppervlak, met als hoogtepunt de reusachtige, 25 kilometer hoge berg aan de zuidkant van Vesta.
Meer informatie:
Dawn Soars Over Asteroid Vesta in 3-D
Vesta-video

21 november 2011
Morgan Rehnberg, een student van Beloit College in Wisconsin, heeft een computerprogramma geschreven dat door sterrenkundigen van het National Optical Astronomy Observatory (NOAO) in Tucson, Arizona, met succes is ingezet voor het opsporen van zogeheten 'aardscheerders' - planetoïden die de aarde op kleine afstand kunnen naderen. Sterrenkundigen beschikken wel over verschillende softwarepakketten om op fotoreeksen te zoeken naar zwakke, bewegende lichtstipjes, maar omdat aardscheerders zo snel van positie veranderen, voldoen de meeste standaardprogramma's niet goed. In het kader van het Research Experience for Undergraduates-programma van NOAO heeft Rehnberg tijdens een zomerstage het computerprogramma PhAst geschreven (Photometry and Astrometry), waarmee zeer nauwkeurig posities en helderheden van bewegende objecten bepaald kunnen worden. Het programma is met succes uitgetest op de bekende aardscheerder NEO2008 QT3; in de toekomst zal het vermoedelijk ook gebruikt kunnen worden voor het opsporen van onbekende planetoïden.
Meer informatie:
Student's Work Helps to Detect Near Earth Asteroids
PhAst-software
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 november 2011
De planetoïde 2005 YU55, die op 9 november op een afstand van slechts ongeveer 325.000 kilometer langs de aarde scheerde, is iets kleiner dan gedacht. Dat blijkt uit waarnemingen met de Europese infraroodsatelliet Herschel. Waarschijnlijk is het object een tamelijk losse opeenhoping van puin. De Herschel-waarnemingen vonden pas plaats op 10 november, toen de planetoïde iets meer dan 800 duizend kilometer van de satelliet verwijderd was. De beelden laten zien dat 2005 YU55 een middellijn van 310 tot 340 meter heeft, wat beduidend minder is dan de eerdere schatting van 400 meter die gebaseerd was op radarwaarnemingen die vorig jaar door NASA zijn gedaan. Hoe dan ook was het voor het eerst dat Herschel op zo'n klein object werd gericht. Uit de infraroodwaarnemingen blijkt ook dat het albedo (lichtweerkaatsend vermogen) van 2005 YU55 slechts zes procent bedraagt. Het oppervlak van de planetoïde is dus zeer donker, wat erop wijst dat hij veel koolstofhoudend materiaal bevat. Echt verrassend is dat niet, want ongeveer driekwart van alle planetoïden behoort tot de koolstofrijke C-klasse. Uit het eveneens gemeten temperatuurverloop over het oppervlak van 2005 YU55 kan worden geconcludeerd dat de planetoïde waarschijnlijk een losse opeenhoping van kleinere brokken gesteente is. Mogelijk vertoont hij sterke overeenkomsten met de planetoïde Itokawa, die enkele jaren geleden van dichtbij is bekeken door de Japanse ruimtesonde Hayabusa.
Meer informatie:
2005 YU55 gleicht einer rasenden Geröllhalde

11 november 2011
Op basis van radaropnamen die nog vóór het moment van dichtste nadering zijn gemaakt, hebben onderzoekers van NASA een nieuw filmpje samengesteld van de 400 meter grote planetoïde 2005 YU55, die in de nacht van 8 op 9 november op 'slechts' 325.000 kilometer afstand langs de aarde vloog. Het filmpje bestaat uit 28 beeldjes; voor elke afzonderlijke radar-'foto' werd de aardscheerder gedurende ca. 20 minuten waargenomen met de 70-meter radioschotel van Goldstone in Californië. 2005 YU55 bevond zich op het moment van de waarnemingen (7 november) nog op 1,4 miljoen kilometer afstand van de aarde. Op de verschillende beelden zijn details van vier meter groot te onderscheiden. De rotatie van de steenklomp wordt versneld weergegeven; de werkelijke rotatietijd van de planetoïde bedraagt ongeveer 18 uur.
Meer informatie:
NASA Releases Updated Radar Movie of Asteroid 2005 YU55
Radarfilmpje van 2005 YU55
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 november 2011
Nieuwe waarnemingen wijzen erop dat de planetoïde Lutetia een overgebleven restant is van het oermateriaal waaruit ook de aarde, Venus en Mercurius zijn ontstaan. Dat blijkt uit gegevens die zijn verzameld met de Europese ruimtesonde Rosetta, de Europese New Technology Telescope en infraroodtelescopen van NASA. Deze gegevens laten zien dat de planetoïde sterke overeenkomsten vertoont met een zeldzaam soort meteorieten dat op aarde wordt gevonden, en waarvan wordt gedacht dat ze in het binnenste deel van het zonnestelsel zijn ontstaan. Astronomen van Franse en Noord-Amerikaanse universiteiten hebben nauwkeurig onderzoek gedaan naar het zonlicht dat Lutetia weerkaatst. Door dit weerkaatste licht in zijn verschillende golflengten te ontleden en het resulterende spectrum te vergelijken met dat van verschillende soorten meteorieten, kon worden vastgesteld dat Lutetia uit hetzelfde materiaal bestaat als zogeheten enstatietchondrieten. Van deze meteorieten is bekend dat hun oorsprong teruggaat tot de begintijd van het zonnestelsel. Vermoed wordt dat zij dicht in de buurt van de zon zijn ontstaan en een belangrijke rol hebben gespeeld bij de vorming van de rotsachtige binnenplaneten. Lutetia lijkt dus niet te zijn ontstaan in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, waar zij nu deel van uitmaakt, maar veel dichter bij de zon. Hoe de ongeveer honderd kilometer planetoïde op haar huidige locatie is terechtgekomen, is nog onduidelijk. Wellicht is zij uit het binnenste deel van het jonge zonnestelsel geslingerd nadat zij vlak langs een van de planeten is gescheerd. Ook een ontmoeting met de jonge planeet Jupiter, die bezig was naar zijn huidige, wijdere baan te migreren, kan de 'verhuizing' van Lutetia verklaren.
Meer informatie:
Lutetia: een zeldzaam overblijfsel van de geboorte van de aarde

8 november 2011
NASA heeft een klein filmpje samengesteld uit de radaropnamen die de radioschotel in Goldstone, Californië, dinsdag van de naderende planetoïde 2005 YU55 heeft gemaakt. Op het moment van de opnamen bevond het ongeveer vierhonderd meter grote object zich nog op een afstand van 1,4 miljoen kilometer. De afgelopen nacht de 2005 YU55 de aarde op een afstand van ongeveer 330.000 kilometer gepasseerd. De ruimterots volgt een baan om de zon die hem regelmatig in de buurt van onze planeet brengt. Maar zo dichtbij als afgelopen nacht komt hij de komende tweehonderd jaar niet meer.
Meer informatie:
NASA Releases Radar Movie of Asteroid 2005 YU55
NASA Releases Updated Radar Movie of Asteroid 2005 YU55

8 november 2011
In de nacht van dinsdag 8 op woensdag 9 november vliegt de 400 meter grote planetoïde 2005 YU55 op een afstand van slechts 325.000 kilometer langs de aarde. De kleinste afstand wordt bereikt om 00.28 uur. Eerder die avond is het kosmische rotsblok ook vanuit Nederland aan de sterrenhemel te zien, maar daarvoor is wel een flinke telescoop nodig. Ook moet je precies weten waar je moet kijken - de planetoïde verplaatst zich met hoge snelheid aan de hemel, en passeert in de loop van enkele uren verschillende sterrenbeelden. Rond 23.30 uur Nederlandse tijd passeert hij aan de hemel iets ten zuiden van de ster Altaïr in het sterrenbeeld Arend. Om de aardscheerder te zien is een telescoop met een spiegelmiddellijn van minstens 15 tot 20 centimeter nodig. Op de website van het Amerikaanse maandblad Sky & Telescope zijn gedetailleerde zoekkaartjes beschikbaar, die nauwkeurig aangeven hoe 2005 YU55 zich aan de hemel verplaatst. 2005 YU55 werd zes jaar geleden ontdekt door Bob McMillan van het Spacewatch-project in Arizona. De scheervlucht van het kosmische rotsblok levert geen risico op voor de aarde.
Meer informatie:
Watch Mini-Asteroid 2005 YU55 Buzz Earth
Achtergrondartikel over 2005 YU55 (Universiteit van Arizona)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 oktober 2011
Op 10 juli 2010 vloog de Europese ruimtesonde Rosetta langs de planetoïde Lutetia - op dat moment de grootste planetoïde ooit die van nabij was bekeken. De foto's die bij die gelegenheid zijn gemaakt, tonen een gehavend oppervlak met talrijke barsten en kraters. Een uitgebreide analyse van Rosetta's scheervlucht wijst uit dat onder dat oppervlak wellicht een gesmolten metaalkern schuilt (Science, 28 oktober). De meeste planetoïden die in de gordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter om de zon cirkelen, zijn klein en licht. In de loop van de miljarden jaren zijn zij bij zoveel botsingen betrokken geweest, dat ze in een poreuze ratjetoe van gesteenten en metalen zijn veranderd. Maar de ongeveer honderd kilometer grote planetoïde Lutetia is anders: haar gemiddelde dichtheid blijkt 3,4 gram per kubieke centimeter te bedragen - groter dan die van de meeste andere planetoïden. Dat zou niet zo gek zijn als haar oppervlak er niet zo verbrokkeld uit zou zien. Om haar dichtheid te kunnen verklaren, moet Lutetia haast wel een metalen hart hebben. Dat kan erop wijzen dat zij een fossiele 'planetesimaal' is: één van de bouwstenen waarvan de meeste meer dan vier miljard jaar geleden tot planeten zijn samengeklonterd. Op de een of andere manier lijkt Lutetia erin te zijn geslaagd om genoeg materiaal te verzamelen om een metalen kern te ontwikkelen, en de ergste botsingen met soortgenoten te ontwijken.
Meer informatie:
Battered Asteroid May Have Warm Core
Primal rock in space
Asteroid Lutetia: postcard from the past

26 oktober 2011
Op 8 november zijn de ogen van veel astronomen gericht op een vierhonderd meter groot rotsblok, dat op een afstand van iets meer dan 300 duizend kilometer langs de aarde scheert. De planetoïde, die de aanduiding 2005 YU55 draagt, vormt geen enkele bedreiging voor onze planeet - ook in de nabije toekomst niet. De baan die 2005 YU55 om de zon volgt, is heel goed bekend. Hoewel deze baan hem regelmatig in de buurt van de aarde brengt (en van Venus en Mars trouwens), zal de planetoïde in geen tweehonderd jaar meer zo dichtbij komen als nu. De passage van het object zal worden gevolgd door radarsystemen van NASA en door de grote Arecibo-radiotelescoop op Puerto Rico. Met deze systemen zal de planetoïde met radiogolven worden bestookt die, na weerkaatsing aan zijn oppervlak, weer op aarde worden opgevangen. De radarecho's worden gebruikt om onder meer de exacte grootte en vorm van de planetoïde vast te stellen. De laatste keer dat een fors object zo dicht langs de aarde scheerde, was in 1976. Die passage ging echter ongemerkt voorbij, omdat de bewuste planetoïde pas in 2010 werd ontdekt. Pas in 2028 komt er opnieuw een enkele honderden meters grote planetoïde in de buurt van de aarde.
Meer informatie:
NASA in Final Preparations for Nov. 8 Asteroid Flyby

12 oktober 2011
Voor het eerst is bij waarnemingen die worden gecoördineerd door het Europese Space Situational Awareness-programma (SSA) een planetoïde opgespoord die tot de aardscheerders kan worden gerekend. De 'ruimtesteen' is gevonden door een team van vrijwilligers dat in september vier nachten gebruik mocht maken van de 1-meter telescoop van het Europese ruimteagentschap op het Canarische eiland Tenerife. Met deze telescoop wordt een geautomatiseerd waarnemingsprogramma afgewerkt, maar de verdachte objecten die op de vele opnamen te zien zijn, moeten wel door menselijke 'waarnemers' - in dit geval een team van twintig vrijwilligers - worden beoordeeld. De nieuwe aardscheerder, die de voorlopige aanduiding 2011 SF108 heeft gekregen, werd opgemerkt door de Duitse amateur-astronoom Rainer Kracht, een gepensioneerd onderwijzer die al 45 andere planetoïden heeft opgespoord. Daarnaast heeft Kracht meer dan 250 kometen gevonden op beelden van de zonnesatelliet SOHO, wat zelfs heeft geresulteerd in de ontdekking van een naar hem genoemde familie van kleine kometen. Het SSA-programma is een bescheiden Europese bijdrage aan het opsporen van 'potentieel gevaarlijke' planetoïden - een tak van onderzoek die zich vooral in de VS afspeelt. Een bedreiging voor onze planeet vormt 2011 SF108 overigens niet: dichterbij dan dertig miljoen kilometer komt hij niet.
Meer informatie:
Amateur skywatchers help space hazards team

10 oktober 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft de afgelopen maanden stereoscopische metingen verricht aan de grote planetoïde Vesta. Op basis daarvan is een gedetailleerd 3D-model van het hemellichaam gecreëerd, dat vervolgens vanuit elke gewenste hoek bekeken kan worden. NASA heeft nu een perspectivisch beeld vrijgegeven van de ca. 20 kilometer hoge berg aan de zuidpool van Vesta, gemaakt op basis van dit 3D-model. Daarbij is de kromming van de planetoïde kunstmatig 'weggewerkt', anders zou er (vanwege de relatief kleine middellijn van Vesta: gemiddeld 530 kilometer) veel minder van het oppervlak zichtbaar zijn. De (nog naamloze) berg is na de grote schildvulkanen op Mars de hoogste berg in het zonnestelsel. Hij ligt vrijwel midden in het grote inslagbekken Rheasilvia, maar planeetdeskundigen weten niet zeker of het om een zogeheten 'centrale berg' gaat, zoals ze ook in grotere maankraters voorkomen. De verticale schaal op deze 'foto' is overigens anderhalf maal zo groot als de horizontale schaal.
Meer informatie:
Oblique View of Vesta's South Polar Region
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 oktober 2011
Op 12 december 2010 werd bij toeval ontdekt dat de planetoïde Scheila een opmerkelijke uitbarsting vertoonde, waarbij hij een komeetachtige staart ontwikkelde. Modelberekeningen door een internationaal team van wetenschappers bevestigen het vermoeden dat Scheila bij een botsing betrokken is geweest. Planetoïden zijn kleine rotsachtige hemellichamen, waarvan de meeste tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter om de zon cirkelen. Kometen daarentegen bestaan voor een groot deel uit ijs en volgen zeer langgerekte banen die tot aan de randen van het zonnestelsel reiken. Dat een planetoïde zich plotseling als een komeet gedraagt, is dus vrij opmerkelijk. De nieuwe berekeningen laten zien dat de ontwikkeling van de 'staart' van Scheila zich het best laat begrijpen als deze 110 kilometer grote planetoïde tussen 24 en 30 november 2010 in botsing is gekomen met een slechts 36 meter grote soortgenoot. Anders dan bij een komeet bestond de staart dus niet uit stofdeeltjes die door de (plotselinge) verdamping van ijs waren vrijgekomen, maar uit opstuivend puin.
Meer informatie:
The cause of asteroid Scheila's outburst

7 oktober 2011
Brokstukken van de Almahata Sitta-meteoriet, die enkele jaren geleden in Soedan neerplofte, vertonen kenmerken van drie soorten planetoïden - zowel 'primitieve' als verder geëvolueerde. Deze ontdekking wijst erop dat het moederlichaam van de meteoriet, de kleine planetoïde 2008 TC die op 7 oktober 2008 in botsing kwam met de aarde, een samenraapsel van planetoïdenmateriaal is. Hij bestond waarschijnlijk uit brokstukken die vrijkwamen bij twee opeenvolgende botsingen in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter. Zeventig tot tachtig procent van de brokstukken van de Almahata Sitta-meteoriet bestaat uit 'primitief' materiaal - gesteenten van planetoïden die sinds de geboorte van het zonnestelsel relatief weinig verandering hebben ondergaan. Zulke planetoïden zijn rijk aan waterhoudende en organische materialen. Veel andere planetoïden hebben door verhitting, waarschijnlijk door het verval van radioactieve elementen, allerlei veranderingen ondergaan.
Meer informatie:
Almahata Sitta Meteorites Could Come From Triple Asteroid Mash-Up

6 oktober 2011
In 2009 ontdekten astronomen dat de 156 kilometer grote planetoïde Minerva twee maantjes met afmetingen van slechts enkele kilometers heeft. Uit een waarnemingen met verschillende telescopen blijkt dat dit niet het enige bijzondere kenmerk van Minerva is. Ze is ongewoon bolvormig voor een planetoïde van deze omvang en heeft mogelijk een unieke structuur. Dit voorjaar zijn met de grote Keck-telescoop op Hawaï en een kleine geautomatiseerde telescoop in Arizona metingen verricht om de banen van de beide maantjes nauwkeurig vast te stellen. Om de precieze vorm van Minerva te bepalen, is een analyse gemaakt van opnamen die de afgelopen dertig jaar van de planetoïde zijn gemaakt, en van Amerikaanse amateurwaarnemingen die op 24 december vorig jaar zijn gedaan toen Minerva een ster bedekte. Uit die analyse blijkt dat Minerva een dichtheid van 1,9 gram per kubieke centimeter heeft. Dat wijst erop dat zij nogal poreus is: dertig procent van haar inwendige bestaat uit lege ruimte. Toch kan die losse opbouw niet de oorzaak zijn van haar ronde vorm: sommige andere planetoïden met één of meer manen hebben een nog geringere dichtheid en zijn desondanks veel onregelmatiger van vorm.
Meer informatie:
The Secrets of Asteroid Minerva and its Two Moons

5 oktober 2011
Het lijkt een mal idee. Stuur een robot de ruimte in, pak een planetoïde en breng deze in een baan om de aarde. Toch is dat het scenario dat wetenschappers en technici hebben besproken tijdens een vierdaagse bijeenkomst die vorige week plaatsvond in het California Institute of Technology. Volgens de deelnemende wetenschappers is het plan al met de huidige technologie uitvoerbaar, en kan het binnen tien jaar worden gerealiseerd. De robotsonde zou zich met magneten of speciale haken aan een planetoïde kunnen vastmaken, en deze op zonne-energie in de juiste baan kunnen manoeuvreren. Volgens NASA zijn er enkele tienduizenden forse planetoïden die op deze manier verplaatst zouden kunnen worden. Naast veel wetenschappelijke informatie bevatten planetoïden ook de nodige grondstoffen. In een klein exemplaar zit al ruwweg dertig keer zoveel metaal als de totale productie van alle mijnen op aarde bij elkaar, wat naar schatting 70 biljoen (zeventigduizend miljard) dollar zou opleveren. Daar gaat dan wel een miljardeninvestering aan vooraf.
Meer informatie:
The Plan to Bring an Asteroid to Earth

3 oktober 2011
De grote planetoïde Vesta is een verbazingwekkend veelzijdige wereld. Dat blijkt uit de eerste wetenschappelijke waarnemingen van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn, die vandaag gepresenteerd zijn op een groot internationaal planeetonderzoekscongres in Nantes. Dawn kam in juli aan in een baan rond de planetoïde, en heeft het ca. 500 km grote hemellichaam in augustus vanaf gemiddeld 2700 kilometer afstand waargenomen. Uit metingen aan volume en massa kon de gemiddelde dichtheid van Vesta worden afgeleid, waaruit blijkt dat de planetoïde een ijzerkern met een middellijn van ca. 230 kilometer moet hebben. De mineralogische samenstelling van het oppervlak vertoont een grote variëteit, vooral in de directe omgeving van inslagkraters, waar vermoedelijk materiaal uit de mantel aan het oppervlak is gekomen. De ware aard van extreem donkere en relatief heldere gebieden op Vesta is nog niet achterhaald. Vesta vertoont ook een groot verschil in kraterdichtheid tussen het noordelijk en het zuidelijk halfrond. Sommige delen van het zuidelijk halfrond lijken minder dan twee miljard jaar oud, terwijl het noordelijk halfrond - op basis van kratertellingen - gedateerd wordt op ca. vier miljard jaar. Vermoedelijk is een groot deel van het zuidelijk halfrond bedolven geraakt onder materiaal dat werd weggeworpen bij de vorming van het kolossale inslagbekken aan de zuidpool van het hemellichaam. Vrijwel in het midden van dit zuidpoolbekken ligt een gigantische berg met een middellijn van ca. 200 kilometer en een hoogte van ongeveer 20 kilometer. Onduidelijk is of het hier om een 'normale' centrale berg van een inslagkrater gaat, zoals ze ook in o.a. maankraters voorkomen. Rond de evenaar van Vesta liggen uitgestrekte stelsels van groeven, gecnetreerd rond het inslagbekken. Het oppervlak van de planetoïde blijkt veel ruwer te zijn dan verwacht. Enkele opvallende kraters op Vesta zijn inmiddels genoemd naar de zogeheten Vestaalse maagden uit de Griekse mythologie. Het inslagbekken aan de zuidpool is Rheasilvia genoemd, naar de moeder van Remulus en Romus.
Meer informatie:
Dawn at Vesta: Massive Mountains, Rough Surface and Old-Young Dichotomy in Hemispheres
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 september 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn, die vier jaar geleden werd gelanceerd en in juli aankwam in een baan rond de grote planetoïde Vesta, begint vandaag met een nieuwe onderzoeksfase van het 500 kilometer grote hemellichaam, vanuit de zogenaamde High-Altitude Mapping Orbit (HAMO), op een gemiddelde hoogte van 680 kilometer. In de eerdere 'survey orbit', op een gemiddeld vier maal zo grote hoogte, deed Dawn ongeveer drie dagen over één omloop rond Vesta; in de nieuwe, lagere baan is de omlooptijd ongeveer twaalf uur. In de komende maand worden zestig omlopen voltooid, waarbij de topografie van Vesta gedetailleerd zal worden vastgelegd in drie dimensies. Op een persconferentie volgende week op een groot internationaal planeetonderzoekscongres in Nantes zal het Dawn-team veel nieuwe resultaten presenteren, en wordt ook bekendgemaakt welke namen er gekozen zijn voor de meest markante oppervlaktestructuren.
Meer informatie:
NASA's Dawn Spacecraft Begins New Vesta Mapping Orbit
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 september 2011
Waarnemingen met de NASA-satelliet WISE laten zien dat het aantal middelgrote 'aardscheerders' - planetoïden die in de buurt van de aarde kunnen komen - aanzienlijk kleiner is dan gedacht. Ook wijzen de waarnemingen erop dat van de grootste aardscheerders (1 km en groter) inmiddels meer dan negentig procent is opgespoord. Astronomen schatten nu dat er ongeveer 19.500 middelgrote planetoïden zijn die in de buurt van de aarde kunnen komen. Eerdere schattingen kwamen nog uit op 35.000. Maar verreweg de meeste planetoïden met afmetingen van honderd meter tot een kilometer wachten nog op ontdekking. Bovendien is nog onduidelijk hoeveel van deze middelgrote planetoïden (theoretisch) met de aarde in botsing kunnen komen. De nieuwe resultaten komen voort uit de grote hemelsurvey die WISE-satelliet tussen januari 2010 en februari 2011 heeft uitgevoerd. Daarbij werden behalve planetoïden ook kometen en sterrenstelsels gefotografeerd. Alles bij elkaar omvat de steekproef van WISE 585 planetoïden die de aarde min of meer dicht kunnen naderen.
Meer informatie:
NASA Space Telescope Finds Fewer Asteroids Near Earth

19 september 2011
Astronomen twijfelen er nauwelijks meer aan dat het uitsterven van de dinosauriërs, 65 miljoen jaar geleden, het gevolg was van de inslag van een ca. 10 kilometer grote planetoïde. Maar over de herkomst van dat kosmische projectiel bestaat veel onduidelijkheid. In 2007 werd gesuggereerd dat het rotsblok mogelijk een van de talloze brokstukken was die ca. 160 miljoen jaar geleden ontstonden bij de botsing van de grote planetoïde Baptistina met een andere, kleinere planetoïde. De Amerikaanse infraroodkunstmaan WISE (Wide-field Infrared Survey Explorer) rekenen echter af met die theorie. WISE verrichtte tussen januari 2010 en februari 2011 infraroodmetingen aan vele tienduizenden planetoïden. Daarbij werd ook de reflectiviteit bepaald van 1056 leden van de Baptistina-familie, die op basis van hun baaneigenschappen nog steeds herkenbaar zijn als brokstukken van de botsing. Uit de WISE-metingen kon vervolgens een schatting worden gemaakt van de leeftijd van de brokstukken. Daaruit blijkt dat de Baptistina-botsing niet 160 miljoen jaar geleden heeft plaatsgevonden, maar ca. 80 miljoen jaar geleden. Omdat het vervolgens nog vele tientallen miljoenen jaren duurt voordat de eerste brokstukken van de botsing - als gevolg van baanverstoringen - de aardbaan beginnen te kruisen, lijkt het uitgesloten dat Baptistina verantwoordelijk gehouden kan worden voor het uitsterven van de dinosauriërs.
Meer informatie:
NASA's WISE Raises Doubt About Asteroid Family Believed Responsible for Dinosaur Extinction
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 september 2011
Dankzij een nieuwe video, gebaseerd op opnamen van de NASA-ruimtesonde Dawn, kan nu iedereen een vlucht boven het oppervlak van de grote planetoïde Vesta maken. De beelden zijn gemaakt vanaf een hoogte van ongeveer 2700 kilometer. Hoewel Vesta nu van alle kanten door Dawn is gefotografeerd, is op het filmpje niet het hele oppervlak van de planetoïde te zien. Het is op dit moment winter op het noordelijk halfrond van Vesta, waardoor het noordpoolgebied geheel in duisternis is gehuld. Wél goed te zien is de zuidpool, waar zich een honderden kilometers breed inslagbekken bevindt. Langs de randen ervan liggen kilometers hoge rotswanden en in het midden verrijst een berg, die met zijn hoogte van vijftien kilometer tot de hoogste van het zonnestelsel behoort. Dankzij de Dawn-beelden hebben wetenschappers nu ook de precieze oriëntatie van de rotatie-as van Vesta kunnen vaststellen. En dat maakte het weer mogelijk om de planetoïde van een coördinatennet te voorzien. De vijfhonderd meter grote krater die gebruikt is om de nulmeridiaan te kiezen - het Greenwich van Vesta als het ware - heeft de naam Claudia gekregen.
Meer informatie:
NASA's Dawn Collects a Bounty of Beauty from Vesta
Video van Vesta

25 augustus 2011
De meeste gewone meteorieten die op aarde worden gevonden, zijn inderdaad afkomstig van planetoïden. Dat blijkt uit onderzoek van deeltjes van de planetoïde Itokawa die door de Japanse ruimtesonde Hayabusa op aarde zijn afgeleverd (Science, 26 augustus). Hayabusa bereikte de planetoïde in 2003 en slaagde er, ondanks de nodige technische problemen, in om wat stof van het oppervlak op te vangen. De capsule met stofdeeltjes plofte in juni 2010 neer in de Zuid-Australische woestijn. Hoewel de hoeveelheid heel gering was, gaf dat wetenschappers voor het eerst de beschikking over materiaal dat met zekerheid van een planetoïde afkomstig is. Het zorgvuldige onderzoek van de deeltjes van Itokawa heeft geleerd dat de samenstelling ervan overeenkomt met die van chondrieten - de meest voorkomende klasse van steenmeteorieten die op aarde worden gevonden. Dat werd al vermoed, omdat de lichtspectra van veel planetoïden op die van chondrieten leken, maar volledige zekerheid was er nog niet. Volgens de onderzoekers heeft het verzamelde stof minder dan acht miljoen jaar aan het oppervlak van Itokawa gelegen. Het is duidelijk langdurig verhit geweest tot een temperatuur van ongeveer 800 graden, en dat wijst erop dat het materiaal oorspronkelijk afkomstig is van een grotere planetoïde. In een planetoïde die zo klein is als Itokawa kan zo'n hoge temperatuur namelijk nooit zijn bereikt. Daarom wordt nu gedacht dat Itokawa uit brokstukken van een uiteengevallen planetoïde bestaat. In 2016 hoopt ook de NASA een ruimtesonde te lanceren die bodemmonsters van een planetoïde gaat verzamelen.
Meer informatie:
Dust Scooped From Asteroid Confirms Source of Earth-Bound Meteorites
Japanese Asteroid Mission A Success

16 augustus 2011
Over een paar jaar zal een NASA-ruimtesonde een bodemmonster inzamelen van het oppervlak van een ruim vijfhonderd meter grote planetoïde die soms dicht in de buurt van de aarde komt. De ruimtesonde, OSIRIS-REx1 geheten, zal in september 2016 vertrekken. Doelwit van de missie is planetoïde 1999 RQ36, die tegen die tijd ongetwijfeld anders zal heten. OSIRIS-REx1 zal een jaar lang om het kleine hemellichaam cirkelen en een robotarm naar zijn oppervlak uitstrekken. Geschept of geboord wordt er niet. De robotarm blaast simpelweg zuiver stikstof uit om het oppervlak van de planetoïde in beroering te brengen en het opstuivende materiaal inzamelen. Als alles goed gaat, wordt dat materiaal in 2023 op aarde afgeleverd. Doel van het onderzoek is niet alleen om meer te weten te komen over de structuur van planetoïden die een bedreiging voor onze planeet kunnen vormen. Door het onderzoek van het bodemmateriaal hopen wetenschappers er ook achter te komen of planetoïden een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van leven op de aarde. Er zijn aanwijzingen dat 1999 RQ36 rijk is aan koolstofverbindingen, mogelijk in de vorm van aminozuren. Deze koolstofverbindingen komen in alle levende organismen op aarde voor.
Meer informatie:
NASA Plans to Visit a Near-Earth Asteroid

11 augustus 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn is donderdag officieel aan zijn eerste 'survey orbit' begonnen - een wijde omloopbaan op een gemiddelde afstand van ca. 2700 kilometer van de grote planetoïde Vesta. Vanuit deze omloopbaan wordt vrijwel het gehele oppervlak van de ca. 500 kilometer grote planetoïde op zichtbare en infrarode golflengten in kaart gebracht, om geologie en samenstelling van het oppervlak te achterhalen. Ook zal het zwaartekrachtsveld van Vesta nauwkeurig worden opgemeten. Na ca. zeven survey orbits manoeuvreert de ruimtesonde in de loop van ongeveer een maand in een veel lagere baan, voor het maken van scherpere foto's en stereoscopische waarnemingen. Met het begin van de eerste survey orbit is de wetenschappelijke fase van het ruimteonderzoeksproject officieel van start gegaan. Dawn werd in september 2007 gelanceerd en kwam half juli bij Vesta aan. In de zomer 2012 vliegt hij verder naar de dwergplaneet Ceres, de grootste bewoner van de planetoïdengordel.
Meer informatie:
NASA's Asteroid Photographer Beams Back Science Data
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 augustus 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn, die twee weken geleden in een omloopbaan rond de grote planetoïde Vesta werd gebracht, heeft gedetailleerde opnamen gemaakt van het oppervlak van deze 'protoplaneet'. De nieuwste foto's werden vandaag gepresenteerd op een persconferentie op NASA's Jet Propulsion Laboratory. De enorme krater in het zuidpoolgebied van Vesta is gedetailleerd in beeld gebracht, en uit de nieuwe opnamen blijkt verder dat er op het zuidelijk halfrond van Vesta veel minder kleinere kraters voorkomen dan op het noordelijk halfrond, wat betekent dat het om een jonger oppervlak gaat. Rond de evenaar van Vesta komen diepe groeven voor, waarvan het ontstaan vermoedelijk geassocieerd is met de vorming van de grote zuidpoolkrater. Metingen met de gevoelige spectrometer van Dawn laten zien dat de mineralogische samenstelling van het oppervlak grote variaties vertoont. Toekomstige foto's en metingen zullen meer informatie opleveren over de precieze aard van de waargenomen structuren.
Meer informatie:
NASA's Dawn Spacecraft Begins Science Orbits of Vesta
Nieuwste Vesta-opnamen van Dawn
Dawn-opnamen op NASA's Planetary Photojournal
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 juli 2011
Amerikaanse en Canadese astronomen hebben een planetoïde ontdekt die de aarde vóórgaat in haar omloopbaan om de zon (Nature, 28 juli). De ongeveer driehonderd meter grote planetoïde werd in oktober vorig jaar opgemerkt op beelden van de infraroodsatelliet WISE. Het is voor het eerst dat zo'n 'Trojaanse planetoïde' bij de aarde is waargenomen. Trojanen zijn planetoïden die dezelfde omloopbaan om de zon volgen als een planeet. Op flinke afstand vóór en achter elke planeet zijn er twee min of meer stabiele punten in die omloopbaan, waar de gecombineerde aantrekkingskracht van planeet en zon precies groot genoeg is om een klein object op zijn plek te houden. Bij één van deze zogeheten Lagrange-punten van de aarde bevindt zich planetoïde 2010 TK7. Eerder zijn al Trojanen ontdekt bij de planeten Jupiter, Neptunus en Mars. Hoe stabiel de baan van de planetoïde is, is nog onduidelijk, maar het lijkt erop dat hij nog zeker tienduizend jaar in de buurt van het stabiele punt, dat op ongeveer 80 miljoen kilometer van de aarde ligt, kan blijven. De verwachting is dat de komende jaren nog meer aardse Trojanen ontdekt worden.
Meer informatie:
NASA's WISE Finds Earth's First Trojan Asteroid
Earth's first Trojan Asteroid discovered

18 juli 2011
NASA-ruimtesonde Dawn heeft de eerste gedetailleerde opname van de grote planetoïde Vesta naar de aarde gezonden. Dawn draait sinds afgelopen zaterdag Dawn op een afstand van ongeveer 15.000 kilometer om de planetoïde. De eerste close-up toont de zuidkant van Vesta, waar ongeveer een miljard jaar geleden een kleinere planetoïde is ingeslagen. De krater die daarbij is ontstaan, is bijna zo breed als de planetoïde zelf. Het gebied wordt gekenmerkt door talrijke groeven en kleinere inslagkraters van latere datum. Het echte onderzoek aan Vesta, dat bijna een jaar gaat duren, begint in augustus. De komende drie weken zal Dawn in een lagere omloopbaan worden gemanoeuvreerd, zodat het oppervlak van de planetoïde nog nauwkeuriger kan worden bestudeerd.
Meer informatie:
Dawn Spacecraft Returns Close-Up Image of Asteroid Vesta
Vorstoß zum letzten Protoplaneten

18 juli 2011
De Internationale Astronomische Unie heeft afgelopen zaterdag twee planetoïden naar Nederlanders vernoemd. Planetoïde 10977 gaat voortaan door het leven als Mathlener, planetoïde 12180 heeft de naam Kistemaker gekregen. Daarmee komt het totale aantal planetoïden met een Nederlands tintje op 320. De eerste planetoïde is vernoemd naar Edwin Mathlener, voormalig hoofdredacteur van het sterrenkundige tijdschrift Zenit en de huidige directeur van Stichting 'De Koepel' - de stichting in Utrecht die zich inspant voor het populariseren van de sterrenkunde. Planetoïde 12180 is vernoemd naar de vorig jaar overleden Leidse hoogleraar Jacob Kistemaker (1917-2010), pionier op het gebied van uraniumverrijking met behulp van ultracentrifuges. De beide planetoïden zijn ontdekt door het Nederlandse astronomenechtpaar Ingrid van Houten-Groeneveld en (wijlen) Cees van Houten, op fotografische platen gemaakt door de onlangs overleden Nederlands-Amerikaanse astronoom Tom Gehrels. Ze cirkelen tussen de banen van Mars en Jupiter om de zon.
Meer informatie:
Homepage Edwin Mathlener
Jacob Kistemaker op Wikipedia
Lijst van 'Nederlandse' planetoïden

17 juli 2011
NASA's ruimtesonde Dawn heeft zaterdag als eerste ruimtesonde een omloopbaan om een planetoïde in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter bereikt. Die ruim vijfhonderd kilometer grote planetoïde, Vesta geheten, zal het komende jaar nauwkeurig door Dawn onderzocht worden. Hoewel Dawn gegevens naar de aarde heeft gezonden waaruit blijkt dat hij nu inderdaad om Vesta cirkelt, is nog niet helemaal duidelijk wanneer hij precies door het zwaartekrachtsveld van de planetoïde is ingevangen. Het precieze invangmoment is afhankelijk van de massa van Vesta, en die is nog niet goed bekend. Aan deze onzekerheid komt binnenkort een eind omdat, nu Dawn om Vesta cirkelt, de massa van de planetoïde nauwkeurig kan worden bepaald. De komende weken zal Dawn geleidelijk in een lagere baan worden gemanoeuvreerd. Hij zal dan niet alleen gedetailleerdere beelden van Vesta maken, maar ook de samenstelling van haar oppervlaktegesteente onderzoeken. Het is de bedoeling dat de ruimtesonde Vesta in juli 2012 verlaat en dan op weg gaat naar de dwergplaneet Ceres. Doel van dit alles is om meer te weten te komen over de begintijd van ons zonnestelsel: Vesta en Ceres worden gezien als onvoltooide planeten.
Meer informatie:
NASA's Dawn Spacecraft Enters Orbit Around Asteroid Vesta
Dawn Mission (JPL)

14 juli 2011
Kort voordat de NASA-ruimtesonde Dawn zijn omloopbaan om Vesta bereikt, komt het vaktijdschrift Astronomy & Astrophysics met een opmerkelijk artikel over de evolutie van de omloopbanen van Vesta en haar grotere soortgenoot Ceres. Computerberekeningen door astronomen van de sterrenwacht van Parijs laten zien dat deze banen chaotisch gedrag vertonen. En dat blijkt niet alleen gevolgen te hebben voor de beide planetoïden. Ceres en Vesta zijn de grootste objecten in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter. Ceres is 6000 keer en Vesta nog eens een factor vier zo licht als de aarde. Desondanks oefenen de beide planetoïden aantrekkingskracht uit - niet alleen op elkaar, maar ook op de 'echte' planeten van het zonnestelsel. Uit de Franse berekeningen blijkt dat hun omloopbanen zich op de lange termijn volkomen onvoorspelbaar gedragen. Er bestaat zelfs een kleine, maar niet verwaarloosbare kans dat het ooit tot een botsing komt. Verrassend is ook dat de kleine zwaartekrachtsinvloed van Ceres en Vesta voldoende is om variaties te veroorzaken in de vorm van de aardbaan. Concreet betekent dit dat de excentriciteit ('langgerektheid') van de aardbaan, die van invloed is op het klimaat aan haar oppervlak, zich niet langer dan 60 miljoen jaar laat volgen. Dat is verdrietig nieuws voor wetenschappers die de klimaatgeschiedenis van de aarde onderzoeken: analyses die verder teruggaan dan 60 miljoen jaar staan op losse schroeven. Zeker is wel dat ruimtesonde Dawn zaterdagochtend vroeg door de zwaartekracht van Vesta wordt ingevangen, en vervolgens een jaar lang om de planetoïde blijft cirkelen. Als voorproefje heeft NASA een nieuwe opname van Vesta gepresenteerd, die van een afstand van 41.000 kilometer is gemaakt.
Meer informatie:
When minor planets Ceres and Vesta rock the Earth into chaos
NASA Spacecraft to Enter Asteroid's Orbit on July 15

7 juli 2011
Eind juni is een storing opgetreden in een elektronisch circuit van de ionenmotor van de ruimtesonde Dawn. Het mankement is enkele dagen later verholpen door een backupsysteem in te schakelen, maar de storing heeft wel gevolgen voor zijn aankomsttijd bij de planetoïde Vesta. Doordat na de herstart wat meer 'gas' is gegeven, bereikt de ruimtesonde zijn omloopbaan niet later maar juist bijna een dag eerder. Enkele dagen na de motorpech werd Dawn nog door een ander mankement getroffen, waarbij één van de meetinstrumenten - een spectrometer - zichzelf uitschakelde. Wat deze 'reset' precies heeft veroorzaakt, is onduidelijk, maar na een herstart leek de spectrometer weer normaal te functioneren. Dawn spiraalt momenteel naar Vesta toe. Eind volgende week zal hij het ruim 500 kilometer grote hemellichaam zo dicht zijn genaderd, dat hij vanzelf door diens zwaartekrachtsveld wordt ingevangen. Na nog enkele baanmanoeuvres zal Dawn dan een jaar lang om Vesta blijven cirkelen. De planetoïde wordt gezien als een protoplaneet: een planeet-in-wording die nooit volgroeid is. Door Vesta te onderzoeken hopen wetenschappers meer inzicht te krijgen in de begintijd van ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Dawn Team Members Check out Spacecraft
View of Vesta Getting Sharper
Does Asteroid Vesta Have a Moon?

23 juni 2011
De pas ontdekte planetoïde 2011 MD scheert maandag 27 juni naar kosmische begrippen rakelings langs de aarde. De kleinste afstand tot het aardoppervlak zal 12.000 kilometer bedragen, maar NASA-wetenschappers benadrukken dat er geen kans bestaat dat het hooguit twintig meter grote brok gesteente op aarde zal inslaan. Wel zal de zwaartekracht van de aarde de koers van de planetoïde beïnvloeden. Op het moment van dichtste nadering zal 2011 MD zich boven het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan bevinden, vlakbij de kust van Antarctica. Vervolgens doorkruist hij de gordel van de geostationaire satellieten die boven de aarde hangen, maar de kans dat het tot een botsing met een satelliet komt is astronomisch klein.
Meer informatie:
Asteroid Flyby

23 juni 2011
Hoewel gemaakt van een afstand van ongeveer 189.000 kilometer, laten de meest recente beelden die de NASA-ruimtesonde Dawn van de planetoïde Vesta heeft gemaakt al duidelijke verschillen in oppervlaktestructuur zien. Op tal van plaatsen zijn patronen te zien die aan inslagkraters doen denken. De komende weken zullen steeds betere foto's van de grote planetoïde worden gemaakt. Naar verwachting zal Dawn op 16 juli door Vesta worden 'ingevangen' en vanaf dat moment een jaar lang rondjes om het pokdalige hemellichaam blijven draaien. Het is voor het eerst dat een lid van de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter zo intensief onderzocht wordt.
Meer informatie:
The faces of Vesta
Dawn Nears Start of Year-Long Stay at Giant Asteroid

16 juni 2011
Planetoïde nummer 15296 draagt voortaan de naam Tantetruus. Daarmee bewijzen sterrenkundigen eer aan Geertruida (Truus) Wijsmuller-Meijer, de Nederlandse oorlogsheldin die tienduizend Joodse kinderen redde.
Nieuwsbericht op Astronet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 juni 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn, die half juli in een baan rond de grote planetoïde Vesta zal aankomen, heeft opnamen van het onregelmatig gevormde hemellichaam gemaakt die vergelijkbaar zijn met de beste Vesta-foto's van de Hubble Space Telescope. Twintig opnamen zijn samengevoegd tot een filmpje waarop een deel van de rotatie van Vesta te zien is. Aan de evenaar van de planetoïde is een ca. 100 kilometer grote donkere vlek te zien, die eerder ook al door Hubble was waargenomen en waarvan de ware aarde nog niet bekend is. De komende weken zal Dawn steeds scherpere foto's maken; tussen half juli 2011 en juli 2012 brengt hij het hele oppervlak gedetailleerd in beeld. Daarna vliegt de ruimtesonde door naar de dwergplaneet Ceres, het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Captures Video of Asteroid Approach
Persbericht Max-Planck-Instituut voor Zonnestelselonderzoek
Filmpje van Vesta.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 juni 2011
Een analyse van organisch materiaal dat is aangetroffen in een meteoriet die elf jaar geleden boven Canada uiteenspatte, bevestigt dat processen aan het oppervlak van het moederobject van de meteoriet - een planetoïde - de vorming van dat koolstofhoudende materiaal heeft beïnvloed. Dat blijkt uit onderzoek door Amerikaanse en Canadese wetenschappers dat vrijdag in Science wordt gepubliceerd. De meteoriet waarvan de brokstukken op 18 januari 2000 in het gebied rond Tagish Lake terechtkwamen, is een bijzonder exemplaar. Het meer was op dat moment dichtgevroren en met sneeuw bedekt, waardoor de in het gesteente aanwezige stoffen direct goed geconserveerd werden. Bovendien werd er bij het inzamelen van de meteorietfragmenten op toegezien dat deze niet vervuild raakten met aards materiaal. Volgens de onderzoekers wijzen de variaties in de samenstelling van vier brokstukken van de meteoriet erop dat de daarin aanwezige organische verbindingen, zoals aminozuren, suikers en koolwaterstoffen, zijn gevormd onder invloed van warme, vochtige omstandigheden. Het meest waarschijnlijke scenario is dat het stof waaruit de planetoïden zijn gevormd ijs bevatte. Dat ijs smolt door opwarming door de zon en sijpelde door het gesteente dat uit het samengeklonterde stof ontstond, en veranderde daarbij de daarin aanwezige organische stoffen. Dat betekent dat planetoïden waarschijnlijk een belangrijke rol hebben gespeeld bij het ontstaan van leven op onze planeet. Veel (brokstukken van) planetoïden zijn in de begintijd van ons zonnestelsel - ruim vier miljard jaar geleden - op aarde ingeslagen. Daarbij leverden zij de door hen zelf 'voorgekookte' organische moleculen af, die aan de basis stonden van de eerste primitieve levensvormen.
Meer informatie:
Meteorite holds clues to organic chemistry of the early Earth
Earth-bound asteroids carried ever-evolving, life-starting organic compounds
Asteroid served up 'custom orders' of life's ingredients

25 mei 2011
In 2016 stuurt de Amerikaanse NASA een onbemande ruimtesonde naar de 'aardscheerder' 1999 RQ36 - een steenklomp van een kleine zeshonderd meter in middellijn die de aarde relatief dicht kan naderen. In 2020 zal de ruimtesonde met behulp van een robotarm 'bodemmonsters' van de planetoïde nemen, die drie jaar later teruggebracht worden op aarde voor laboratoriumonderzoek. De ruimtesonde, OSIRIS-REx geheten (Origins-Spectral Interpretation-Resource Identification-Security-Regolith Explorer), is gekozen als het derde project in NASA's New Frontiers-programma. De eerdere twee New Frontiers-projecten waren New Horizons (een vlucht naar Pluto en twee andere ijsdwergen, gelanceerd in januari 2006) en Juno (een ruimtesonde die komende zomer gelanceerd wordt in de richting van de reuzenplaneet Jupiter). OSIRIS-REx werd verkozen boven een onbemande sample return-mission naar de achterzijde van de maan en een nieuwe ruimtemissie naar de planeet Venus. NASA heeft veel belangstelling voor aardscheerders, niet alleen vanwege hun wetenschappelijke betekenis (ze bieden informatie over de evolutie van het zonnestelsel), maar ook omdat het de bedoeling is in de loop van de jaren twintig een bemande vlucht naar zo'n kleine planetoïde uit te voeren.
Meer informatie:
NASA to Launch New Science Mission to Asteroid in 2016
NASA Selects UA-Led Mission to Collect Sample From Asteroid
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 mei 2011
De Dawn-ruimtesonde van NASA heeft op 3 mei zijn eerste foto gemaakt van de grote planetoïde Vesta, vanaf een afstand van 1,21 miljoen km. Hierop is nog weinig meer te zien dan een stip, maar de foto helpt wel om de baan van de ruimtesonde te corrigeren op zijn weg naar de planetoïde. Dawn werd in december 2007 gelanceerd met het doel om de planetoïden Vesta en Ceres te bezoeken. Het eerste doel Vesta wordt dit jaar bereikt: op 16 juli komt Dawn in een baan om Vesta en zal daar een jaar lang blijven. Planetoïde en sonde staan dan op een afstand van 188 miljoen km van de aarde. Begin augustus start Dawn met het maken van foto's vanaf een hoogte van 2700 km boven de planetoïde. Vesta is de op twee na grootste planetoïde in ons zonnestelsel (diameter 530 km) en is tot nu toe nog niet van dichtbij bekeken. Door Vesta vanuit allerlei posities te fotograferen, wil men een goed ruimtelijk model verkrijgen. Na een jaar reist Dawn verder en zal in 2015 arriveren bij de nog grotere planetoïde Ceres.
Meer informatie:
NASA's Dawn captures first image of nearing asteroid
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

3 mei 2011
De NASA-ruimtesonde Dawn nadert zijn eerste reisdoel: de grote planetoïde Vesta. Hij heeft nu drie maanden om de nog resterende afstand van ongeveer 1,2 miljoen kilometer te overbruggen. In die tijd zal de ruimtesonde met behulp van een ionenmotor, die geladen xenondeeltjes uitstoot, een spiraalvormige aanvliegroute volgen die hem op 16 juli in een baan om Vesta brengt. Vanaf nu worden ook de camera's van Dawn voor navigatiedoeleinden ingezet. Tot nog toe werd voornamelijk genavigeerd op het radiosignaal van de ruimtesonde. Maar naarmate de planetoïde dichter wordt genaderd zijn nauwkeurigere positiemetingen nodig. Door te analyseren welke stand Vesta inneemt ten opzichte van de vaste sterren, kan de ruimtesonde exacter worden bijgestuurd. De camerabeelden zullen ook worden gebruikt om te zoeken naar eventuele maantjes die om Vesta kunnen cirkelen. Op beelden van de Hubble-ruimtetelescoop en telescopen op aarde zijn geen maantjes te zien, dus als ze al bestaan, zijn ze heel klein. De reis van Dawn begon op 27 september 2007. Vanaf 16 juli zal hij een jaar lang om Vesta blijven draaien om vervolgens koers te zetten naar de nog grotere planetoïde Ceres. Daar zal de ruimtesonde in 2015 aankomen. Het onderzoek aan de beide hemellichamen is bedoeld om meer inzicht te krijgen in de begintijd van ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Dawn Reaches Milestone Approaching Asteroid Vesta

28 april 2011
Eind vorig jaar merkten astronomen op dat de planetoïde Scheila opeens gehuld was in een wolk van waterdamp en/of stofdeeltjes. Aanvankelijk werd gedacht dat Scheila eigenlijk geen planetoïde is, maar een inactieve komeet die onder invloed van de zonnewarmte weer tot leven was gekomen. Maar waarnemingen met de Swift-satelliet en de Hubble-ruimtetelescoop wijzen er nu toch op dat Scheila een gewone planetoïde is, die met een kleinere soortgenoot in botsing is gekomen. Anders dan kometen bestaan planetoïden vrijwel volledig uit gesteenten. Het zijn overblijfselen van de vorming van de planeten, die zich ruim vier miljard geleden voltrok. Tussen de banen van Mars en Jupiter bewegen miljoenen van deze rotsblokken in eigen banen om de zon, en Scheila is daar eentje van. Volgens de astronomen die de Hubble- en Swift-beelden onderzocht hebben, lijkt het er nog het meest op dat de ruim honderd kilometer grote planetoïde is geschampt door een ongeveer dertig meter grote soortgenoot. In het spectrum dat Swift van Scheila heeft vastgelegd is namelijk geen spoor van waterdamp terug te vinden. De wolk die rond de planetoïde te zien was, bestond waarschijnlijk volledig uit puin dat bij de inslag is opgeworpen.
Meer informatie:
NASA's Swift and Hubble Probe Asteroid Collision Debris

14 april 2011
Astronomen van over de hele wereld kunnen nu de honderden miljoenen sterrenstelsels, sterren en planetoïden bekijken die in het eerste pakket gegevens van de onlangs uitgeschakelde infraroodsatelliet WISE zijn verzameld. WISE heeft in ruim een jaar tijd de complete sterrenhemel op infrarode golflengten in beeld gebracht. Daarbij zijn meer dan 2,7 miljoen afzonderlijke opnamen gemaakt. Het eerste gegevenspakket, dat ook voor niet-professionele onderzoekers toegankelijk is, omvat de eerste 57 procent van de hemel. De rest van de gegevens zal in het voorjaar van 2012 worden vrijgegeven. Naar verwachting zullen in de WISE-gegevens miljoenen nieuwe objecten ontdekt worden.
Meer informatie:
WISE Delivers Millions of Galaxies, Stars, Asteroids
Website WISE-archief
Instructies voor het gebruik van het WISE-archief

14 april 2011
Verscheidene amateur-astronomen hebben de afgelopen dagen video-opnamen gemaakt van de kleine planetoïde 2011 GP59, die in de nacht van 8 op 9 april jl. werd ontdekt. Op de beelden is de planetoïde te zien als een klein lichtstipje dat met een periode van ongeveer vier minuten aan en uit knippert. Dat wijst erop dat het naar schatting vijftig meter grote object een langgerekte vorm heeft en we vanaf de aarde afwisselend tegen zijn lange en zijn korte zijde aan kijken. Zijn rotatietijd bedraagt in dat geval iets minder dan acht minuten.
Meer informatie:
Fast-Rotating Asteroid Winks For Astronomer's Camera
Video-opname van 2011 GP59
Baangegevens planetoïde 2011 GP59

6 april 2011
Op 8 november is heel eventjes een ander hemellichaam dan de maan de meest nabije buur van de aarde. Op die dag scheert namelijk de 400 meter grote planetoïde 2005 YU55 op een afstand van iets meer dan 300.000 kilometer langs onze planeet. Naar kosmische maatstaven is dat een nipte misser, zeker voor een planetoïde van deze omvang. Voor wetenschappers biedt de komst van 2005 YU55 een mooie gelegenheid om het hemellichaam met telescopen en radarinstrumenten te onderzoeken. Zo vaak krijgen ze de kans niet om zo'n aardscheerder van 'nabij' te bekijken. Gemiddeld komt er slechts eens in de dertig jaar een object van deze grootte zo dichtbij. Hoewel 2005 YU55 tot de 'potentieel gevaarlijke planetoïden' wordt gerekend, is de kans klein dat het binnen afzienbare tijd tot een botsing met de aarde komt.
Meer informatie:
Huge Asteroid to Pass Near Earth in November

5 april 2011
De vorig jaar door de WISE-satelliet ontdekte planetoïde 2010 SO16 blijkt een begeleider van de aarde te zijn. Net als een handjevol soortgenoten beweegt hij in vrijwel dezelfde baan als onze planeet om de zon, waarbij zijn afstand afwisselend toe- en afneemt. Dat merkwaardige gedrag ontstaat doordat objecten die op iets grotere afstand dan de aarde om de zon draaien een iets langere omlooptijd hebben dan onze planeet, terwijl objecten in iets kleinere banen dan de aarde juist sneller bewegen. Een planetoïde die vlak binnen de aardbaan om de zon draait, zal ons dus proberen in te halen.De zwaartekracht van de aarde zorgt er echter voor dat de planetoïde vlak voor zijn inhaalmanoeuvre wat verder naar buiten wordt getrokken, waardoor zijn baan wijder wordt dan de aardbaan. Vanaf dat moment verliest de planetoïde terrein op onze planeet, totdat hij door deze wordt ingehaald en weer in een kleinere omloopbaan om de zon wordt getrokken. Het resultaat is dat het hemellichaam vanaf de aarde gezien een hoefijzervormige baan lijkt te volgen, waarbij hij af en toe wel in de buurt van onze planeet komt, maar deze nooit passeert. Bij de naar schatting enkele honderden meters grote planetoïde 2010 SO16 duurt de complete cyclus ongeveer 350 jaar. Hoefijzerbanen zijn niet stabiel: een kleine verstoring is voldoende om de planetoïde definitief in een wijdere of minder wijde omloopbaan om de zon te brengen. Maar computersimulaties laten zien dat 2010 SO16 toch nog wel een tijdje in de buurt van de aardbaan zal blijven: minstens 120.000 jaar en misschien zelfs nog wat langer.
Meer informatie:
Earth-Companion Asteroid Discovered in Horseshoe-Shaped Orbit
Astronomers find newly discovered asteroid is Earth's companion
WISE Mission Spots 'Horseshoe' Asteroid

29 maart 2011
De planetoïde Vesta kan misschien beter geclassificeerd worden als protoplaneet. Dat vinden onderzoekers van NASA's Dawn-missie - een ruimtesonde die in juli 2011 in een baan rond Vesta wordt gebracht. Vesta werd op 29 maart 1807 ontdekt door Heinrich Wilhelm Olbers. Met een gemiddelde diameter van 530 kilometer is het de op één na grootste bewoner van de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter. Alleen de dwergplaneet Ceres (ongeveer duizend kilometer) is groter. Vesta is te klein om onder zijn eigen gewicht de bolvorm aan te nemen. Om die reden wordt hij niet gexlassificeerd als dwergplaneet. Maar er is wel een groot verschil met andere planetoïden: het hemellichaam is ooit gesmolten geweest, waardoor zware materialen naar de kern zakten. Kleinere planetoïden hebben niet zo'n 'gedifferentieerde' inwendige opbouw. Vesta lijkt vermoedelijk nog het meest op de talloze protoplaneten die ooit de binnendelen van het zonnestelsel bevolkten, en die zich miljarden jaren geleden samenvoegden tot de aardse planeten. De ruimtesonde Dawn komt in juli bij Vesta aan en zal het hemellichaam een jaar lang vanuit een omloopbaan bestuderen. Daarna zet Dawn koers naar Ceres, waar hij in 2015 moet arriveren.
Meer informatie:
When is an Asteroid Not an Asteroid?
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 maart 2011
Vooruitlopend op de aankomst van de NASA-ruimtesonde Dawn, hebben wetenschappers een driedimensionaal model gemaakt van de planetoïde Vesta. Dit model, gebaseerd op de beste opnamen die van dit ruim vijfhonderd kilometer grote hemellichaam beschikbaar zijn, moet helpen beslissen op welke manier Vesta straks het beste in beeld kan worden gebracht. Dawn zal in juli bij Vesta aankomen en vervolgens een jaar lang op een hoogte van een paar honderd kilometer om de planetoïde blijven cirkelen. In die tijd kan ongeveer tachtig procent van het oppervlak in kaart worden gebracht. Met name het noordelijke poolgebied zal op de foto's ontbreken, omdat dit in dat jaar niet door de zon wordt verlicht.
Meer informatie:
Dawn Gets Vesta Target Practice
Website Dawn-missie

10 maart 2011
Op 31 januari hebben astronomen van de universiteit van Hawaï voor het eerst in drie jaar weer opnamen kunnen maken van de planetoïde Apophis. Kort na zijn ontdekking in 2004 leek het erop dat dit ongeveer 270 meter grote rotsblok in 2029 de aarde zo dicht zou naderen, dat het tot een botsing zou kunnen komen. Later onderzoek wees echter uit dat het object op een veilige afstand van enkele tienduizenden kilometers langs onze planeet zal scheren. Niettemin wordt Apophis nog steeds tot de 'potentieel gevaarlijke' planetoïden gerekend, niet in de laatste plaats omdat zijn scheervlucht in 2029 een onvoorspelbare uitwerking zal hebben op de baan die hij volgt. Het kan dus niet helemaal worden uitgesloten dat Apophis later deze eeuw alsnog op onze planeet inslaat, al lijkt die kans vooralsnog heel klein. De opnamen van 31 januari zijn de eerste in een lange reeks die tot een betere bepaling van de omloopbaan van Apophis moet leiden. In 2013 zal de planetoïde al een keer dicht genoeg bij de aarde komen om hem met behulp van radarinstrumenten te onderzoeken.
Meer informatie:
Hawaii Astronomers Keep Tabs On Asteroid Apophis

24 februari 2011
De Pan-STARRS PS1-telescoop op Hawaï heeft een ontdekkingsrecord gevestigd. In de nacht van 29 januari ontdekte het instrument maar liefst negentien nieuwe aardscheerders - planetoïden die in de buurt van de aarde komen. Pan-STARRS is speciaal voor het opsporen van deze objecten opgezet. Twee van de ontdekte aardscheerders volgen banen die hen heel dicht in de buurt van de aarde kunnen brengen. Een onmiddellijk gevaar leveren ze niet op, maar dat kans dat ze binnen de komende honderd jaar in botsing komen met de aarde, kan (nog) niet worden uitgesloten. Op dit moment zijn ruim zevenduizend aardscherende planetoïden opgespoord, waarvan er meer dan 1200 de aarde heel dicht kunnen naderen. De verwachting is dat deze aantallen - mede dankzij Pan-STARRS - de komende jaren flink zullen oplopen.
Meer informatie:
PS1 Telescope Establishes Near-Earth Asteroid Discovery Record
Potentially Hazardous Asteroids

22 februari 2011
In september 2008 ontdekten astronomen dat er rond de langwerpige planetoïde Kleopatra twee kleine manen cirkelen. Uit nadere analyse blijkt dat de beide maantjes, die onlangs Alexhelios en Cleoselene zijn gedoopt, waarschijnlijk bestaan uit materiaal dat door Kleopatra is weggeslingerd. De afgelopen jaren hebben astronomen de baanbeweging van de maantjes nauwkeurig gevolgd. Dat maakte het mogelijk om de massa en dichtheid van Kleopatra vast te stellen. De dichtheid van de 217 kilometer lange planetoïde blijkt verrassend laag te zijn voor een object dat voor een belangrijk deel uit ijzer bestaat: 3,6 gram per kubieke centimeter. Daaruit kan worden geconcludeerd dat Kleopatra een tamelijk losse samenklontering van puin is, die door zijn eigen zwaartekracht bijeengehouden wordt. Volgens de onderzoekers kan deze puinstructuur zowel de vorm van de planetoïde als het bestaan van zijn manen verklaren. Kleopatra is waarschijnlijk ontstaan uit het puin van een 'normale', massieve planetoïde die in botsing kwam met een soortgenoot. Ongeveer honderd miljoen jaar geleden zou hij opnieuw bij een botsing betrokken zijn geweest, waardoor hij snel om zijn as is gaan wentelen. Door deze snelle aswenteling heeft Kleopatra niet alleen een langwerpige vorm gekregen, maar is ook een deel van zijn puin de ruimte in geslingerd. Uit dat materiaal zijn de beide ongeveer acht kilometer grote manen ontstaan.
Meer informatie:
How Kleopatra got its moons

18 januari 2011
NASA-onderzoekers hebben vastgesteld dat meer planetoïden het soort aminozuren bevatten dat door levende organismen op aarde wordt gebruikt. Dat blijkt uit onderzoek van koolstofrijke meteorieten, die brokstukken van planetoïden zijn. Elk aminozuur kent twee varianten die elkaars spiegelbeeld zijn, net als je handen. Organismen op aarde gebruiken uitsluitend 'linkshandige' aminozuren om eiwitten te maken. In maart 2009 werd in meteorieten van enkele koolstofrijke planetoïden een overschot aan linkshandige aminozuren ontdekt. Dat zou erop kunnen wijzen dat de oorsprong van de 'linkshandigheid' van het leven in de ruimte ligt. Het nieuwe onderzoek versterkt dat idee alleen maar: linkshandigheid lijkt ook in de ruimte de norm. Hoe het overschot aan linkshandige aminozuren precies is ontstaan, is nog niet helemaal duidelijk. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat de aanwezigheid van vloeibaar water daarbij een rol speelt: hoe meer sporen van water een meteoriet vertoont, des te groter is het overschot aan linkshandige aminozuren.
Meer informatie:
More Asteroids Could Have Made Life's Ingredients

11 januari 2011
Eind vorig jaar heeft NASA's Goldstone-radar in Californië opnamen gemaakt van de in mei ontdekte planetoïde 2010 JL33. Dit nog geen twee kilometer lange rotsblok was onze planeet enkele dagen eerder op een veilige afstand van 6,5 miljoen kilometer gepasseerd. Op de beelden, waaruit een filmpje is samengesteld, is te zien hoe het nogal vormeloze object in ongeveer negen uur om zijn as wentelt. Het oppervlak vertoont een grote holte die veel weg heeft van een inslagkrater. De 70 meter grote schotelantenne van Goldstone is slechts een van de twee radarinstrumenten ter wereld die passerende planetoïden in beeld kunnen brengen. Het andere is de veel grotere radioschotel van Arecibo (Puerto Rico), die echter maar een klein deel van de hemel kan overzien. Samen hebben de beide instrumenten tot nog toe 272 planetoïden en 14 kometen in beeld gebracht.
Meer informatie:
NASA Radar Reveals Features on Asteroid

6 januari 2011
Duitse en Amerikaanse onderzoekers hebben met behulp van een infraroodtelescoop op Hawaï een nieuw type planetoïde ontdekt. De mineralogische samenstelling van het hemellichaam, dat de aanduiding 1999 TA10 draagt, wijst erop dat het een brokstuk is van de grote planetoïde Vesta. Maar de samenstelling van 1999 TA10 wijkt duidelijk af van die van de overige brokstukken die van Vesta bekend zijn. Met een diameter van ruim 500 kilometer is Vesta een van de grootste planetoïden die tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter om de zon draaien. Het is een uniek hemellichaam, dat ondanks zijn bescheiden afmetingen dezelfde gelaagde structuur vertoont als een volwaardige planeet, met een korst van gestolde lava en een kern van ijzer en nikkel. Een reusachtige krater aan de zuidkant van Vesta wijst erop dat deze planetoïde lang geleden met een forse soortgenoot in botsing is gekomen. Bij die botsing moet niet alleen korstmateriaal, maar ook gesteente van grotere diepte de ruimte in zijn geblazen. De brokstukken van Vesta vormen nu een familie van kleine planetoïden die net zo'n samenstelling hebben als de naar schatting 25 kilometer dikke buitenkorst van hun moederlichaam. De samenstelling van planetoïde 1999 AT10 wijkt daar echter duidelijk van af. Volgens de onderzoekers bestaat hij uit gesteente dat van grotere diepte afkomstig is - uit de zogeheten mantel van Vesta.
Meer informatie:
A look into Vesta's interior

12 december 2010
Ergens begin deze maand is 'planetoïde' 596 Scheila zich als een komeet gaan gedragen. Dat blijkt uit opnamen van de Catalina Sky Survey, die gisteren zijn vrijgegeven. Dat er met Scheila iets bijzonders aan de hand is, bleek pas afgelopen zaterdag. Het 113 kilometer grote hemellichaam, dat deel uitmaakt van de planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter was opeens twee keer zo helder als normaal. Op foto's was te zien dat hij zich had gehuld in een wolk van waterdamp en een kleine 'komeetstaart' had gevormd. Theoretisch is het niet onmogelijk dat de planetoïde in botsing is gekomen met een kleinere soortgenoot. Maar het is waarschijnlijker dat Scheila geen normale planetoïde is - een object dat grotendeels uit gesteente bestaat -, maar een komeet die zich sinds zijn ontdekking in 1906 koest gehouden heeft. Blijkbaar is de zon er pas nu weer eens in geslaagd om een hoeveelheid bevroren water onder het komeetoppervlak voldoende op te warmen om deze te laten verdampen. De afgelopen jaren zijn in de planetoïdengordel meer van die 'verdwaalde' kometen ontdekt. Zo gaat de voormalige planetoïde 1979 OW7 door het leven als komeet 133P/Elst-Pizarro.
Meer informatie:
Asteroid Scheila Sprouts a Tail and Coma

16 november 2010
De stofdeeltjes in de capsule die de Japanse ruimtesonde Hayabusa in juni op aarde afleverde, zijn inderdaad afkomstig van de planetoïde Itokawa. Dat heeft de Japanse minister van wetenschap en technologie Yoshiaki Takagi bekendgemaakt. Het Japanse ruimteagentschap JAXA heeft in totaal 1500 minuscule deeltjes in de capsule aangetroffen en onder de elektronenmicroscoop gelegd. Ze bestaan uit gesteente dat in vrijwel alle gevallen van buitenaardse afkomst is. Eerder bestond nog de vrees dat om materiaal van de ruimtesonde of andere vormen van 'vervuiling' zou kunnen gaan. Hayabusa bracht in 2005 een bezoek aan Itokawa, om daar bodemmateriaal te verzamelen. Maar tijdens de missie ging er zo veel mis, dat tot nog toe onzeker was of de ruimtesonde überhaupt wel planetoïdenmateriaal had weten op te vangen. Nu dat inderdaad gelukt blijkt te zijn, heeft Japan een primeur: het is het eerste land dat materiaal van een ander hemellichaam dan de maan naar de aarde heeft gebracht.
Meer informatie:
Japan confirms space probe collected asteroid dust
Spacecraft is first to bring asteroid dust to Earth

25 oktober 2010
De inslag van een minder dan een kilometer grote planetoïde in de oceaan kan catastrofale gevolgen hebben voor de ozonlaag van onze planeet. Dat zeggen onderzoekers van de Planetary Science Institute in Arizona (VS). Doorgaans gaat bij het doorrekenen van zulke inslagen alle aandacht uit naar de tsunami's die deze veroorzaken. Maar volgens de Amerikaanse onderzoekers moet er ook worden gekeken naar de gevolgen van de grote hoeveelheden zeewater die de atmosfeer in worden geblazen. De daarin aanwezige zouten zouden de chemische balans van de aardatmosfeer zodanig verstoren dat er in feite een wereldomvattend ozongat ontstaat. Zo'n grootschalige aantasting van de ozonlaag resulteert in een sterke toename van de ultraviolette zonnestraling op het aardoppervlak. De schadelijke gevolgen daarvan - voor de gezondheid van mens en dier, maar ook voor de opbrengsten van landbouwgewassen - zouden jarenlang merkbaar zijn.
Meer informatie:
Asteroid Impact Could Deplete Ozone Layer

13 oktober 2010
Omstreeks 10 februari 2009 zijn buiten de baan van de planeet Mars twee voorheen onbekende planetoïden met elkaar in botsing gekomen. Die conclusie trekken wetenschappers uit nader onderzoek van het merkwaardige object P/2010 A2, dat afgelopen januari door de geautomatiseerde LINEAR-telescoop werd ontdekt. Het is voor het eerst dat de gevolgen van een botsing tussen planetoïden zo kort na dato is waargenomen (Nature, 14 oktober 2010). De plek van het kosmische onheil is met verschillende instrumenten onderzocht. Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gedetailleerde beelden van het door de botsing veroorzaakte stofspoor gemaakt. Maar ook de camera van de Europese ruimtesonde Rosetta, die zich dicht bij de planetoïdengordel bevond, heeft zijn steentje bijgedragen. Dat er tussen de miljoenen rotsblokken die de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter vormen geregeld botsingen plaatsvinden, is welhaast onvermijdelijk. Door de reusachtige afmetingen van de gordel blijven zulke gebeurtenissen doorgaans echter onopgemerkt. De ontdekking van planetoïde P/2010 A2, die aanvankelijk voor een komeet werd aangezien, moet dus als een toevalstreffer worden gezien. Om te bepalen wanneer deze ruim honderd meter grote planetoïde door een veel kleinere soortgenoot is getroffen, is gekeken naar de ontwikkeling van zijn stofspoor. Uit de trage veranderingen die dat inmiddels 200.000 kilometer lange spoor vertoont, kan worden afgeleid dat de botsing bijna elf maanden voor de ontdekking van P/2010 A2 moet hebben plaatsgevonden. Dat is aanzienlijk langer dan de 'enkele weken' waar kort na ontdekking nog van werd uitgegaan.
Meer informatie:
Hubble finds that a bizarre X-shaped intruder is linked to an unseen asteroid collision
Spurensicherung nach Asteroidencrash
Hubble and Rosetta unmask nature of recent asteroid wreck

10 oktober 2010
Dinsdag (12 oktober) zal, om 13.14 uur onze tijd, de kleine planetoïde 2010 TD5 rakelings langs de aarde scheren. Rakelings naar astronomische maatstaven dan. De kleinste afstand zal ergens tussen de 50.000 en 65.000 kilometer liggen. De afmetingen van het kosmische rotsblok zijn onbekend, maar schattingen komen uit op een meter of tien. Eigenlijk zijn zulke langs scherende mini-planetoïden al nauwelijks nieuws meer. Dankzij geautomatiseerde zoekprogramma's worden steeds meer van deze objecten ontdekt. 2010 TD5 is opgespoord met de 1,8-meter telescoop van Spacewatch, een project dat al meer dan 33.000 planetoïden op zijn naam heeft staan.
Meer informatie:
Small NEO Could Pass Within 60,000 km of Earth on Tuesday

8 oktober 2010
Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn opnamen gemaakt van de grote planetoïde Vesta, die in juli 2011 bezoek krijgt van de ruimtesonde Dawn. De beelden zijn bedoeld om de ruimtesonde straks zodanig te kunnen aansturen dat hij in een polaire baan om Vesta komt. Alles bij elkaar heeft de ruimtetelescoop in de loop van de jaren 446 opnamen van Vesta gemaakt. Deze geven nu een goede indruk van de vorm van de planetoïde en de manier waarop deze om zijn as draait. Uit analyse van de Hubble-opnamen blijkt dat de rotatie-as van Vesta onder een iets andere hoek draait dan tot nog toe werd aangenomen. Dat betekent niet alleen dat de polen van het ruim vijfhonderd kilometer grote hemellichaam op een iets andere plek liggen, maar ook dat de seizoensveranderingen ongeveer een maand opschuiven. Dat is van belang om te weten, omdat Dawn zonlicht nodig heeft om zijn onderzoek te kunnen doen. Zodra Dawn een beetje in de buurt van Vesta komt, zal hij ook zelf de rotatie van de planetoïde nog eens meten. De ruimtesonde, die in 2015 tevens de dwergplaneet Ceres zal bezoeken, is nu nog ruim 200 miljoen kilometer van zijn eerste reisdoel verwijderd.
Meer informatie:
NASA Mission to Asteroid Gets Help From Hubble

7 oktober 2010
Sterrenkundigen weten zich nog steeds niet goed raad met het kleine hemellichaam Phaethon. Komt uit het ene onderzoek dat hij nog het meest op een komeet lijkt, stellen andere sterrenkundigen weer vast dat het waarschijnlijk toch een planetoïde betreft. Net als een komeet laat Phaethon een spoor van deeltjes achter, dat op aarde een jaarlijks terugkerende 'meteorenregen' veroorzaakt. Maar sterrenkundigen uit Spanje, Griekenland, Frankrijk en de VS hebben nu vastgesteld dat zijn samenstelling opvallend sterke overeenkomsten vertoont met Pallas, een grote planetoïde die tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter om de zon draait. Ook de baaneigenschappen van Phaethon laten de mogelijkheid open dat hij een brokstuk is dat zich van Pallas heeft losgemaakt.
Meer informatie:
New Clue To Whether Phaeton Is An Asteroid Or A Comet

7 oktober 2010
Het Japanse ruimteagentschap JAXA heeft bekendgemaakt dat de capsule die de ruimtesonde Hayabusa in juni op aarde afleverde, een stuk of honderd stofdeeltjes bevatte. Of daar ook deeltjes van de door Hayabusa bezochte planetoïde Itokawa tussen zitten, staat nog niet vast. Maar onmogelijk is dat niet. De Japanse ruimtesonde is in november 2005 tweemaal afgedaald naar het oppervlak van Itokawa. Het was de bedoeling om daarbij kogeltjes op het oppervlak af te schieten en het daardoor opspattende gruis op te vangen. Deze opzet mislukte echter en tot zijn terugkeer naar de aarde was het onduidelijk of er ook maar iets in Hayabusa's opvangcapsule terecht was gekomen. De aangetroffen stofdeeltjes zijn buitengewoon klein: ruwweg een duizendste millimeter. Ze zijn met een elektronenmicroscoop onderzocht, waarbij is vastgesteld dat het geen metaaldeeltjes van de capsule zelf betreft. Nader onderzoek met een deeltjesversneller zal moeten uitwijzen of het inderdaad om planetoïdenmateriaal gaat.
Meer informatie:
JAXA: Hayabusa Capsule Contains Particles, Maybe of Asteroid

7 oktober 2010
Op 10 juli maakte de Europese ruimtesonde Rosetta van dichtbij opnamen van de ruim honderd kilometer grote planetoïde. Maar zelfs voordat het zover was, hadden astronomen al een aardige indruk van Lutetia gekregen. Met drie van de grootste telescopen ter wereld werden beelden van de verre planetoïde gemaakt, die door het Rosetta-team werden gebruikt om de scheervlucht van de ruimtesonde te plannen. Achteraf gezien blijken de telescoopopnamen, gemaakt met de telescopen Keck, Gemini en VLT, een verrassend nauwkeurige indruk van de planetoïde te geven. Dat is met name te danken aan het gebruik van zogeheten adaptieve optiek - een optisch hulpmiddel dat de vertroebelende invloed van de aardatmosfeer tegengaat. De astronomen die bij het project betrokken waren, zijn nu van plan om dezelfde waarnemingstechniek ook toe te passen op planetoïden die voorlopig geen ruimtesonde op bezoek krijgen. Naar verwachting kunnen zo van ongeveer tweehonderd planetoïden vorm en afmetingen worden bepaald.
Meer informatie:
Ground-Based Images Of Asteroid Lutetia Complement Spacecraft Flyby

7 oktober 2010
In april maakten Amerikaanse astronomen bekend dat zij aanwijzingen hadden gevonden voor de aanwezigheid van bevroren water op de tweehonderd kilometer grote planetoïde Themis. Dat lijkt geen toevalstreffer te zijn geweest, want hetzelfde onderzoeksteam heeft nu ook een dun laagje waterijs, vermengd met organische moleculen, opgespoord op de 290 kilometer grote planetoïde Cybele. Deze tweede ontdekking wijst er op dat de talrijke objecten in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter meer water bevatten dan tot nog toe werd aangenomen. Ook steunt zij de theorie dat inslaande planetoïden belangrijke leveranciers zijn geweest van het water en de bouwstenen van het leven op aarde.
Meer informatie:
Water Discovered on 2nd Asteroid, May Be Even More Common

5 oktober 2010
De grote planetoïde Lutetia, die in juli van nabij is bekeken door de Europese ruimtesonde Rosetta, is bedekt met een laag stof die plaatselijk zeshonderd meter dik is. De stoflaag, die sterke overeenkomsten vertoont met het regoliet op de maan, is het resultaat van kosmische erosie. Al miljarden jaren wordt het onbeschermde oppervlak van Lutetia geteisterd door zonnestraling, zonnewind en inslagen van (micro)meteorieten. Het bestaan van de stoflaag blijkt vooral uit het onderzoek van de talrijke inslagkraters op het oppervlak van Lutetia. Deze zijn namelijk veel minder diep dan je op grond van hun grootte zou verwachten. 'Aardverschuivingen' hebben ervoor gezorgd dat zich veel stof op de kraterbodems heeft verzameld. Ook blijkt uit metingen dat Lutetia een massief object is. Daarmee onderscheidt de 130 kilometer lange planetoïde zich van veel van zijn soortgenoten, die eerder losse samenklonteringen van puin zijn.
Meer informatie:
Huge Asteroid Wrapped in Thick Dust Blanket

27 september 2010
Het merkwaardige object Phaethon, dat aanvankelijk als een planetoïde en later als een inactieve komeet werd beschouwd, werd in juni 2009 plotseling tweemaal zo helder. Dat suggereert dat Phaethon niet zo 'dood' is als doorgaans wordt aangenomen. Kometen bestaan uit een mengsel van ijs en gesteente. Steeds als zij in de buurt van de zon komen, verdampt een deel van dat ijs en laat de komeet een lang spoor van fijn gruis achter. Zo lang de voorraad strekt, natuurlijk. Ook Phaethon heeft zo'n gruisspoor, dat steeds in december door de aarde wordt doorkruist. Het waarneembare gevolg daarvan is de jaarlijks terugkerende meteorenzwerm van de Geminiden. Afgezien van het gruis dat hij achterliet, vertoonde Phaethon eigenlijk nooit 'kometengedrag'. Totdat zijn helderheid op 30 juni vorig jaar, kort na het bereiken van zijn kleinste afstand tot de zon, plotseling tweemaal zo groot werd. Volgens de astronomen David Jewitt en Jing Li van de universiteit van Californië in Los Angeles was die helderheidstoename het gevolg van de uitstoot van een wolk stofdeeltjes. Omdat Phaeton vrijwel zeker geen ijs meer bevat, achten Jewitt en Li het echter onwaarschijnlijk dat opwarming door de zon de directe oorzaak van het verschijnsel is geweest. Volgens hen moet de stofuitstoot worden toegeschreven aan de stralingsdruk van de zon, die fijne stofdeeltjes van het oppervlak van Phaethon wegblaast. Een uitbarsting in de zonneatmosfeer, die een halve dag eerder plaatsvond, kan dit effect versterkt hebben.
Meer informatie:
Does a 'Rock Comet' Generate the Geminids?
Activity in Geminid Parent (3200) Phaethon

27 september 2010
Met de eerste telescoop van het Panoramic Survey Telescope & Rapid Response System (Pan-STARRS) is een planetoïde ontdekt die de aarde half oktober op een veilige afstand van ongeveer 6,5 miljoen kilometer zal passeren. Het bijzondere aan de ontdekking is dat de planetoïde, die slechts ongeveer dertig meter meet, is opgespoord toen hij meer dan 30 miljoen kilometer van de aarde verwijderd was. Volgens de wetenschappers van Pan-STARRS is hun surveytelescoop momenteel het meest gevoelige instrument is voor het opsporen van nieuwe planetoïden die de aarde (ooit) dicht kunnen naderen. Weliswaar zijn de meeste grote planetoïden die in de buurt van onze planeet komen inmiddels wel bekend, maar het vermoeden bestaat dat er nog vele exemplaren kleiner dan anderhalve kilometer op ontdekking wachten. Ook die 'kleine' ruimterotsen kunnen bij inslag een verwoestende uitwerking hebben. De kans dat de nu ontdekte planetoïde, die de aanduiding 2010 ST3 draagt, binnen afzienbare tijd frontaal op de aarde afstevent, is overigens gering. Maar de verwachting is dat met Pan-STARRS de komende jaren nog meer dan een miljoen kleine planetoïden worden opgespoord.
Meer informatie:
Pan-STARRS Discovers First Potentially Hazardous Asteroid
Pan-STARRS Discovers Its First Potentially Hazardous Asteroid

23 september 2010
Johan Cruijff heeft voortaan zijn eigen 'voetbal' in de ruimte. Een planetoïde die tot voor kort als nummer 14282 bekend stond, heet voortaan 'Cruijff', als eerbewijs aan de legendarische voetballer, voormalig coach van Ajax en FC Barcelona, en huidige bondscoach van Catalonië. De vernoeming geschiedde op voordracht van de Haarlemse wetenschapsjournalist en hoofdredacteur van Kennislink.nl Carl Koppeschaar. Planetoïde 14282 werd ontdekt door het Nederlandse astronomenechtpaar Ingrid van Houten-Groeneveld en (wijlen) Cees van Houten op fotografische platen die waren gemaakt door de in de Nederlands-Amerikaanse astronoom Tom Gehrels.Planetoïde Cruijff beweegt zich op een afstand van 432 miljoen tot 477 miljoen kilometer van de zon in de ruimte tussen de planeten Mars en Jupiter. De diameter van de planetoïde bedraagt naar schatting negen kilometer. Het kleine planeetje draait in 5 jaar, 3 maanden en 18 dagen om de zon. Johann Cruijff is na Josef 'Pepi' Bican en Ferenc Puskás de derde voetballer die aan de hemel is vereeuwigd. Er zijn nu 22 planetoïden naar sportkampioenen vernoemd, onder wie ook de Belgische tennisters Justine Henin en Kim Clijsters. Johan Cruijff is de eerste Nederlandse sportkampioen met een planetoïde.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

8 september 2010
Vandaag, woensdag 8 september, passeren twee kleine planetoïden de aarde op relatief kleine afstand. De beide kosmische rotsblokken werden afgelopen zondag ontdekt door de Catalina Sky Survey, een Amerikaans zoekproject dat specifiek voor het opsporen van zulke objecten is ingesteld. De planetoïden zullen onze planeet dichter naderen dan de maan. Planetoïde 2010 RX30 is naar schatting tien tot twintig meter groot en passeert de aarde rond het middaguur op een afstand van 250.000 kilometer. Het tweede object, 2010 RF12, meet zeven tot vijftien meter en bereikt vanavond om 23.12 uur een kleinste afstand van 80.000 kilometer. Gevaarlijk zijn deze planetoïden niet. Zelfs als ze de aardatmosfeer zouden binnendringen, zouden hooguit enkele kleine brokstukken op de grond terechtkomen.
Meer informatie:
NASA Scientists Talk About Asteroids Passing Near Earth Wednesday

2 september 2010
Uit nieuw onderzoek met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer blijkt dat de planetoïden die relatief dicht in de buurt van de aarde komen verrassend grote verschillen vertonen. Sommige van deze zogeheten aardscheerders zijn donker van kleur, terwijl andere een lichte tint hebben. Ook hun chemische samenstelling varieert sterk. Spitzer is momenteel bezig met een systematisch onderzoek van zevenhonderd aardscheerders, waarvan er inmiddels honderd zijn bekeken. Hoewel de satelliet geen gedetailleerde opnamen van de kleine hemellichamen kan maken, bevatten de infraroodgegevens wel informatie over hun temperatuur, grootte en samenstelling. Sommige kleine aardscheerders blijken opmerkelijk helder van tint te zijn. Omdat het oppervlak van een planetoïde onder invloed van zonnestraling in de loop van de tijd steeds donkerder wordt, kan daaruit worden afgeleid dat deze objecten relatief kort geleden bij een botsing met een soortgenoot betrokken zijn geweest. Door zo'n botsing komt 'vers' gesteente aan de oppervlakte, wat de planetoïde een jong aanzien geeft.
Meer informatie:
Spitzer Finds a Flavorful Mix of Asteroids

25 augustus 2010
Planetoïden - kleine, rotsachtige objecten die tussen de banen van Mars en Jupiter om de zon heen draaien - kunnen zich 'vermenigvuldigen', en zonlicht staat aan de basis van dat voortplantingsproces. Tot die opzienbarende conclusie komt een internationaal team van astronomen in een artikel dat deze week in Nature verschijnt. De sterrenkundigen deden onderzoek aan zogeheten planetoïden-paren: twee kleine planetoïden die in vergelijkbare banen rond de zon bewegen. Baanberekeningen wijzen uit dat de twee objecten in zo'n paar zich enkele honderdduizenden jaren geleden heel dicht bij elkaar bevonden. Bovendien is de kleinste van de twee altijd kleiner dan 60% van de middellijn van de grootste. Dat doet vermoeden dat ze ooit een dubbelplanetoïde vormden, zoals er inmiddels vele bekend zijn. Dubbelplanetoïden ontstaan wanneer een klein object onder invloed van de stralingsdruk van zonlicht steeds sneller om zijn as gaat draaien, en uiteindelijk in twee stukken uiteenvalt. Dat proces treedt alleen op bij planetoïden die kleiner zijn dan een kilometer of tien, en vermoedelijk ook alleen bij planetoïden die een poreuze structuur hebben. Het nieuwe onderzoek, waarvoor onder andere metingen zijn verricht met een telescoop op de Europese sterrenwacht op La Silla in Chili, maakt duidelijk dat planetoïden geen statische, saaie steenklompen zijn, maar dat ze in de loop van de tijd ingrijpende veranderingen ondergaan.
Meer informatie:
New International Study Shows Some Asteroids Live in Own 'Little Worlds'
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 augustus 2010
Amerikaanse astronomen hebben voor het eerst een planetoïde ontdekt die de planeet Neptunus (op ruime afstand) volgt. Het object is al in 2008 voor het eerst waargenomen, maar pas nu is komen vast te staan dat het een vaste positie inneemt ten opzichte van Neptunus (Science Express, 12 augustus). De naar schatting honderd kilometer grote planetoïde 2008 LC10 bevindt zich in het zogeheten Lagrangegebied L5 van Neptunus. Bij elke planeet zijn vijf gebieden waar de zwaartekrachtsaantrekking van de zon en de planeet zodanig in evenwicht zijn, dat een klein object een min of meer vaste positie ten opzichte van de planeet kan innemen. De gebieden L1, L2 en L3 zijn instabiel, waardoor een kleine verstoring er al toe leidt dat een object aan de wandel gaat. Maar L4 en L5, die respectievelijk voor en achter de planeet liggen, zijn stabiel. Tot nog toe zijn bij drie planeten in ons zonnestelsel van die Lagrange-planetoïden of 'trojanen' ontdekt: Mars, Jupiter en Neptunus. Bij deze laatste planeet waren tot nog toe alleen zes planetoïden in het L4-gebied waargenomen, maar nu is er dus ook eentje in het L5-gebied gevonden. Hoogstwaarschijnlijk bevinden zich daar nog veel meer planetoïden, maar die zijn door de grote afstand moeilijk traceerbaar. Onderzoek wijst er op dat deze objecten al vroeg in de geschiedenis van het zonnestelsel door het zwaartekrachtsveld van Neptunus zijn ingevangen.
Meer informatie:
Discovery Of First Trojan Asteroid In A Stable Zone Near Neptune
Asteroid Found In Gravitational 'Dead Zone'

27 juli 2010
De kans dat de ongeveer 560 meter grote planetoïde 1999 RQ3 in botsing komt met de aarde is groter dan gedacht. Dat blijkt uit nauwkeurige analyse van de baanbeweging van het hemellichaam door Spaanse wetenschappers. De kans dat het tussen nu en het jaar 2200 daadwerkelijk tot een botsing komt is klein: slechts één op de duizend. Maar verrassend genoeg laat de analyse zien dat die botsingskans voor meer dan de helft in het jaar 2182 ligt. In de praktijk blijk overigens dat zo'n botsingskans, naarmate er meer gegevens beschikbaar komen, eerder daalt dan stijgt. 1999 RQ3 behoort tot een groep van ruim duizend objecten die de komende paar eeuwen relatief dicht in de buurt van de aarde komen. Hoewel zijn huidige baan goed bekend is, treden er in de loop van de eeuwen kleine verstorende effecten op, die de beweging van de planetoïde beïnvloeden. Het zijn de gevolgen van deze verstorende effecten die de Spaanse wetenschappers hebben geanalyseerd.
Meer informatie:
Potentially hazardous asteroid might collide with the Earth in 2182
Un asteroide potencialmente peligroso podría impactar con la Tierra en 2182

10 juli 2010
Planetoïde Lutetia is bezaaid met kraters. Dat blijkt uit de opnamen die de Europese ruimtesonde Rosetta afgelopen zaterdag van de forse ruimterots heeft gemaakt. Om tien over zes 's avonds naderde Rosetta Lutetia tot op een afstand van 3162 kilometer. Uit de beelden die in de uren voor en na de dichtste nadering zijn gemaakt, blijkt dat de planetoïde een langgerekte vorm heeft met een grootste lengte van 130 kilometer. Behalve tal van inslagkraters is op het oppervlak ook een komvormig bekken met een middellijn van tientallen kilometers te zien. Lutetia is nu de zevende planetoïde waarvan gedetailleerde opnamen beschikbaar zijn. Tijdens zijn vlucht langs de planetoïde heeft Rosetta niet alleen foto's gemaakt. Enkele van zijn instrumenten hebben metingen verricht. Daaruit moet blijken wat de chemische samenstelling van het oppervlak van Lutetia is en of de planetoïde een zwak magnetisch veld heeft. Ondertussen is Rosetta alweer onderweg naar zijn volgende en laatste reisdoel: komeet Churyumov-Gerasimenko. Deze komeet zal hij in 2014 enkele maanden van dichtbij bestuderen.
Meer informatie:
Rosetta triumphs at asteroid Lutetia

5 juli 2010
Komende zaterdag (10 juli) vliegt de Europese ruimtesonde Rosetta op een afstand van 3169 kilometer langs de planetoïde Lutetia. Dat ongeveer honderd kilometer grote rotsblok is slechts een tussenstop. Want Rosetta is op weg naar de komeet Churyumov-Gerasimenko, die zij in 2014 zal bereiken. Sinds haar lancering in 2004 heeft de ruimtesonde al ongeveer vijf miljard kilometer afgelegd. Dat komt doordat er een flinke omweg moest worden gemaakt om op goedkope wijze de juiste snelheid en koers te krijgen voor de reis naar de komeet. Onderweg is Rosetta drie keer dicht langs de aarde gescheerd en één keer langs Mars. Tijdens de nadering van planetoïde Lutetia zullen niet alleen foto's worden gemaakt, ook zullen enkele meetinstrumenten worden ingeschakeld van Philae, het kleine landingsvaartuig dat in 2014 moet afdalen naar komeet Churyumov-Gerasimenko. Philae zal onder meer metingen doen van het eventuele magnetische veld van Lutetia. De eerste close-ups van Lutetia zullen zaterdagavond te zien zijn.
Meer informatie:
Philae and Rosetta gear up for asteroid Lutetia
Rosetta flyby of asteroid (21) Lutetia
Webcast (begint zaterdag om 18 uur)

5 juli 2010
Volgens het Japanse ruimteagentschap JAXA zijn er 'minuscule deeltjes' aangetroffen in de capsule die de ruimtesonde Hayabusa vorige maand op aarde heeft afgeleverd. Wetenschappers open dat de deeltjes afkomstig zijn van de planetoïde Itokawa, waar de ruimtesonde kortstondig op geland is. Maar helemaal zeker is dat niet. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of de deeltjes 'vervuilingen' van aardse oorsprong zijn of inderdaad uit planetoïdenmateriaal bestaan. Toen Hayabusa in 2003 werd gelanceerd, was de capsule geopend - het is dus denkbaar dat er toen al wat materiaal in terecht is gekomen. Het zal naar verwachting nog enkele maanden duren voordat de definitieve resultaten van dat onderzoek bekend worden.
Meer informatie:
Japanese lab finds 'minute particles' in asteroid pod

13 juni 2010
Zondagmiddag, rond vier uur Nederlandse tijd, heeft de Japanse ruimtesonde Hayabusa met succes een kleine capsule afgeleverd in Zuid-Australië. In de capsule bevindt zich mogelijk een beetje gruis van de planetoïde Itokawa, die in 2005 door Hayabusa is bezocht. De ongeveer veertig centimeter grote capsule daalde aan een parachute af boven het militaire testgebied Woomera. Hayabusa zelf verbrandde bij terugkeer in de aardatmosfeer. Daarmee is een einde gekomen aan een zeven jaar durende ruimtemissie die met de nodige tegenslagen gepaard ging. Na zijn berging zal de capsule worden overgebracht naar Japan, waar wetenschappers hem zullen openen om te zien of Hayabusa vijf jaar geleden inderdaad wat materiaal van Itokawa heeft opgevangen. Zeker is dat allerminst, omdat de kortstondige landing op het oppervlak van de planetoïde destijds bepaald niet vlekkeloos verliep.
Meer informatie:
Japanese Asteroid Probe Makes Historic Return to Earth

9 juni 2010
Als alles goed gaat, zal komende zondag een kleine capsule van de Japanse ruimtesonde Hayabusa aan een parachute afdalen boven Zuid-Australië. Hij wordt opgewacht door een ontvangstcomité bestaande uit wetenschappers uit Japan en de VS, onder wie de Nederlands/Amerikaanse astronoom Peter Jenniskens. Hayabusa heeft eind 2005 de planetoïde Itokawa van nabij onderzocht en zou daarbij wat oppervlaktemateriaal moeten hebben opgepikt. Of dat inderdaad is gelukt, moet overigens nog maar blijken. De ruimtesonde had tijdens de ontmoeting met het slechts enkele honderden meters grote hemellichaam namelijk met nogal wat technische problemen te kampen. En ook de terugreis naar de aarde verliep bepaald niet vlekkeloos. Peter Jenniskens zal de afdaling van de kleine capsule met zijn kostbare wetenschappelijke lading volgen vanuit een DC-8 van de NASA. Hij geeft leiding aan een internationaal team dat wil onderzoeken hoe het hitteschild van de aanvankelijk met hoge snelheid binnenkomende capsule zich gedraagt. De verzamelde gegevens zullen worden gebruikt voor toekomstige ruimtemissies waarbij bodemmonsters van Mars naar de aarde worden gebracht.
Meer informatie:
NASA Helps in Upcoming Asteroid Mission Homecoming
Asteroid Probe's Return to Earth Keeps Scientists on Edge

31 mei 2010
Een nieuwe website geeft een overzicht van planetoïden die - voor zover bekend - de komende 200 jaar langs de aarde scheren. Dat is geen overbodige luxe. Eens in de ongeveer 200 jaar wordt de aarde getroffen door een middelgrote planetoïde (diameter 40-1000 meter) die grote schade kan veroorzaken. En eens in de circa 2 miljoen jaar slaat een planetoïde in die vergelijkbaar is met de planetoïde die een einde maakte aan het tijdperk van de dinosauriërs. Van de grote aardscheerders (diameter groter dan 1000 meter) is nu zo'n 85% in kaart gebracht; van de middelgrote en kleinere planetoïden is dat waarschijnlijk slechts zo'n één procent. De Internationale Astronomische Unie (IAU) geeft op haar website onder de kop Near Earth Asteroids (NEA's) een chronologisch overzicht van de mijlpalen van het onderzoek naar deze aardscheerders. Bovendien is er een overzicht te vinden van aardscheerders die binnen de afstand aarde-maan langs de aarde scheerden en scheren in de periode 1900-2200. De webpagina, die is samengesteld en wordt onderhouden door de Nederlandse sterrenkundige Karel van der Hucht, toont aan dat er nog veel onderzoek moet gebeuren. Van der Hucht is vertegenwoordiger van de IAU in het United Nations Committee on the Peaceful Uses of Outer Space (UN-COPUOS), dat zich sterk maakt voor de inventarisatie van NEA's en mogelijke maatregelen tegen een dreigende inslag.
Meer informatie:
Nog lang niet alle gevaarlijke planetoïden zijn bekend
IAU-pagina Near Earth Asteroids (NEAs)

29 april 2010
Met de grote radioschotel van Arecibo (Puerto Rico) zijn radarbeelden gemaakt van een planetoïde die de aarde op 19 april relatief dicht naderde. Het hemellichaam, dat de aanduiding 2005 YU55 draagt, passeerde onze planeet op ongeveer 2,4 miljoen kilometer - ruwweg zesmaal de afstand aarde-maan. Uit het radaronderzoek blijkt dat 2005 YU55 circa 400 meter groot is - ongeveer tweemaal zo groot als vooraf werd aangenomen. Tot nog toe stond de planetoïde op de 'risicolijst' van NASA, omdat er een heel kleine kans bestond dat het in min of meer nabije toekomst tot een botsing met de aarde zou komen. Maar uit de nu aangescherpte baangegevens blijkt dat het zo'n vaart niet zal lopen. De eerstvolgende passage, op 8 november 2011, brengt 2005 YU55 overigens dichter bij de aarde dan tien dagen geleden. De kleinste afstand zal dan slechts 300.000 kilometer bedragen.
Meer informatie:
Arecibo Telescope Tracks 'Potentially Dangerous' Asteroid

28 april 2010
Planetoïden zijn niet zo droog en levenloos als ze lijken. Dat blijkt uit onderzoek door Amerikaanse wetenschappers, dat donderdag in Nature wordt gepubliceerd. Met behulp van een infraroodtelescoop op Hawaï hebben de onderzoekers de planetoïde 24 Themis bestudeerd. Dit ongeveer 200 kilometer grote hemellichaam draait in een baan halverwege de planeten Mars en Jupiter om de zon. Uit de eigenschappen van het zonlicht dat Themis weerkaatst, blijkt dat hij is bedekt met een dun laagje ijs, vermengd met organische verbindingen - moleculen die onder meer aan de basis staan van het leven op aarde. De ontdekking van het ijs komt als een verrassing. Het oppervlak van Themis is weliswaar heel koud (meer dan 70 graden onder nul), maar toch warm genoeg om bestaand ijs in de loop van duizenden jaren te laten verdampen. Dat betekent dat de dunne ijslaag regelmatig moet worden aangevuld. Volgens de onderzoekers gebeurt dat waarschijnlijk van binnenuit: ijs in het inwendige zou beetje bij beetje verdampen en via barsten in het gesteente als waterdamp ontsnappen. De ontsnappende waterdamp slaat door aanvriezing vervolgens op het oppervlak neer als rijp. Lang is gedacht dat planetoïden vrijwel geheel uit gesteente bestaan en kometen uit bevroren water. Maar het lijkt er steeds meer op dat het onderscheid tussen beide soorten hemellichamen niet zo groot is.
Meer informatie:
Scientists finds evidence of water ice on asteroid's surface
Asteroid Ice May Be 'Living Fossil' With Clues to Oceans' Origins
Scientists Say Ice Lurks in Asteroid's Cold Heart

25 maart 2010
De eind vorig jaar gelanceerde satelliet WISE, die bezig is de complete hemel op infraroodgolflengten in kaart te brengen, ontdekt honderden onbekende planetoïden per dag. De planetoïden zijn tot nog toe onopgemerkt gebleven, doordat ze heel donker zijn en dus weinig zonlicht weerkaatsen. In het infrarood zijn ze juist relatief helder. De meeste van deze kleine rotsachtige hemellichamen bewegen in banen tussen de planeten Mars en Jupiter. Maar sommige volgen banen die hen betrekkelijk dicht in de buurt van de aarde kunnen brengen. WISE houdt zo'n potentieel gevaarlijke planetoïde lang genoeg in de gaten om zijn baan nauwkeurig te kunnen bepalen. Naar verwachting zal WISE tussen nu en eind oktober, als zijn missie afloopt, ongeveer honderdduizend nieuwe planetoïden ontdekken. En enkele honderden daarvan zullen tot de categorie 'aardscheerders' behoren.
Meer informatie:
An Avalanche of Dark Asteroids

4 maart 2010
Het is zeer waarschijnlijk dat de inslag van een ongeveer 12 kilometer grote planetoïde de oorzaak is geweest van de massa-uitsterving die zich ruim 65 miljoen jaar geleden op aarde afspeelde. Dat is de conclusie van een panel van 41 wetenschappers na een uitvoerige inventarisatie van oude en nieuwe gegevens, die in het eerste maartnummer van Science is gepubliceerd. Dertig jaar geleden opperden wetenschappers, onder wie de Nederlander Jan Smit, dat de dinosauriërs en vele andere soorten op aarde 65 miljoen jaar geleden waren uitgestorven door de inslag van een groot object uit de ruimte. Dat idee baseerden zij op de ontdekking van een dunne afzettingslaag, verrijkt met het op aarde verder weinig voorkomende element iridium, die op veel plaatsen in gesteenten was aangetroffen. In 1991 werd voor de kust van het Mexicaanse schiereiland Yucatán ook een 200 kilometer grote inslagkrater van de juiste leeftijd aangetroffen. Hoewel veel wetenschappers de inslagtheorie inmiddels onderschrijven, is nog niet iedereen overtuigd. Dat er 65,5 miljoen jaar geleden een massa-uitsterving heeft plaatsgevonden, staat vast. Maar volgens sommige onderzoekers wijzen dateringen van glasachtig sediment rond de krater erop dat de inslag 300.000 jaar eerder heeft plaatsgevonden. Uit nadere beschouwing blijkt echter dat de sedimenten ter plaatse, die op het oog het resultaat zijn van een keurig, honderdduizenden jaren durend afzettingsproces, stevig zijn omgewoeld en in heel korte tijd als één dik pakket zijn afgezet. Daarmee lijkt het fundament onder de te-vroege-inslagtheorie te zijn weggeslagen.
Meer informatie:
Experts reaffirm asteroid impact caused mass extinction
Revisiting Chicxulub
Asteroid killed off the dinosaurs
Impact Effects: Chicxulub

24 februari 2010
Britse en Amerikaanse sterrenkundigen gaan de komende vier jaar een uitgebreid onderzoek doen van het draaigedrag van planetoïden. Daarvoor zijn maar liefst 82 nachten waarnemingstijd toegekend door de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili. Het onderzoek richt zich op het zogeheten Yarkovsky-O'Keefe-Radzievskii-Paddack-effect, kortweg YORP-effect. Dat effect ontstaat doordat planetoïden lichtdeeltjes van de zon opvangen en weer uitstralen als warmte. Bij dat proces treden twee krachten tegelijk op: de ene ten gevolge van de 'inslaande' lichtdeeltjes, die een kleine duwkracht uitoefenen, de andere ten gevolge van de uitgezonden warmte, die in een soort terugslag resulteert. Hoewel de beide krachten bijna onmeetbaar klein zijn, vermoeden sterrenkundigen dat het YORP-effect sterk genoeg is om kleine, onregelmatig gevormde planetoïden aan het tollen te brengen. Zodanig hard zelfs, dat ze van vorm veranderen of uit elkaar vallen. In dat laatste geval kunnen twee om elkaar draaiende planetoïden ontstaan. Ook is het effect van invloed op de baanbeweging van planetoïden. Tot nu toe is het YORP-effect slechts bij een drietal planetoïden waargenomen. Het is de bedoeling dat de nieuwe onderzoekscampagne dat aantal flink doet oplopen.
Meer informatie:
Asteroid astronomers awarded unprecedented amount of telescope time

11 februari 2010
Op 12 januari ontdekte de Amerikaanse infraroodsatelliet WISE zijn eerste planetoïde, en sinds 22 januari staat ook de eerste komeet op zijn naam: P/2010 B2 (WISE). Deze naar schatting twee kilometer grote komeet is, net als al zijn ijzige soortgenoten, oorspronkelijk afkomstig uit de buitengebieden van het zonnestelsel. Hij volgt nu een baan met een omlooptijd van 4,7 jaar, waarvan het meest nabije punt ongeveer bij de baan van de planeet Mars ligt. Maar op dit moment is hij op weg naar zijn verste punt, dat dichter in de buurt van de Jupiterbaan ligt. Zijn huidige afstand tot de aarde bedraagt ongeveer 175 miljoen kilometer. Naar verwachting zal de in december 2009 gelanceerde WISE-satelliet nog vele honderden en misschien zelfs duizenden planetoïden opsporen. Kometen zijn lastiger te vinden, omdat hun aantallen in het binnengebied van het zonnestelsel tamelijk gering zijn. Daardoor zal de infraroodsatelliet waarschijnlijk niet meer dan enkele tientallen kometen op zijn naam kunnen schrijven.
Meer informatie:
WISE Spies a Comet with its Powerful Infrared Eye

2 februari 2010
De Hubble-ruimtetelescoop heeft een merkwaardig X-vormig patroon ontdekt in het stofspoor dat op 6 januari in de planetoïdengordel is ontdekt. Oppervlakkig gezien lijkt het spoor, dat de aanduiding P/2010 A2 heeft gekregen, op de stofstaart van een komeet. Maar de structuur van het stofspoor vertoont de kenmerken van een frontale botsing tussen twee planetoïden. Er zijn nog meer aanwijzingen dat het hemellichaam dat stof achterlaat geen komeet is. Zo ligt de naar schatting 150 meter grote 'kern' van het object een klein stukje buiten het stofspoor: bij een komeet ligt de kern juist in het meest stofrijke deel. Bovendien vertoont het spectrum van het stofspoor niet de kenmerken van gassen zoals die in kometen worden aangetroffen. De baan die P/2010 A2 volgt stemt overeen met die van planetoïden van de zogeheten Flora-familie. Deze klasse van rotsachtige objecten is naar schatting meer dan 100 miljoen jaar geleden ontstaan uit een botsing tussen grote planetoïden. Het wordt zelfs mogelijk geacht dat één van de brokstukken van de toenmalige botsing 65 miljoen jaar geleden op aarde is ingeslagen en uiteindelijk het uitsterven van de dinosauriërs heeft veroorzaakt.
Meer informatie:
Suspected Asteroid Collision Leaves Trailing Debris;

1 februari 2010
Sinds afgelopen zaterdag cirkelen vier nieuwe 'Nederlandse' planetoïden rond in ons zonnestelsel. Ze zijn genoemd naar de eerste Nederlandse vrouwelijke arts en voorvechtster van het vrouwenkiesrecht Aletta Jacobs, de 17de-eeuwse meesterschilder Pieter Jansz. Saenredam (bekend van zijn realistische kerkinterieuren), de 17de-eeuwse dominee en taalpurist Samuel Ampzing en de 18de/19de-eeuwse Leidse medicus, dichter en lector in de Natuurlijke Historie aan de Leidse universiteit dr. Joannes le Francq van Berkhey. De vier planetoïden bewegen zich op honderden miljoenen kilometer afstand van de zon in de ruimte tussen de planeten Mars en Jupiter. Dat is het gebied in ons zonnestelsel waar zich nooit een grote planeet kon vormen en waar honderdduizenden kleinere rotsblokken rondcirkelen. De diameters van de planetoïden Alettajacobs, Saenredam, Ampzing en Berkhey bedragen naar schatting 4 à 5 kilometer. Ze draaien in 2,6 tot 4,4 jaar om de zon.
Meer informatie:
Achtergrondinformatie over planetoïde Alettajacobs
Achtergrondinformatie over planetoïde Saenredam
Achtergrondinformatie over planetoïde Ampzing
Achtergrondinformatie over planetoïde Berkhey
Lijst van Nederlandse planetoïden

22 januari 2010
De Amerikaanse National Research Council (NRC) is van mening dat NASA meer moet kunnen doen om planetoïden en kometen te vinden die dicht in de buurt van de aarde komen. Zo'n 'aardscheerder' kan een bedreiging vormen als zijn baan die van de aarde kruist. Volgens het rapport is de 4 miljoen dollar die de VS jaarlijks aan de opsporing van deze objecten besteedt ontoereikend. In 2005 gaf het Amerikaanse Congres de opdracht aan NASA om vóór 2020 negentig procent van alle aardscheerders groter dan 140 meter op te sporen. In een tussentijds NRC-rapport, dat in 2008 verscheen, werd echter al vastgesteld dat die opdracht onrealistisch was als er niet ook extra geld voor werd uitgetrokken. In het definitieve rapport dat nu is verschenen, doet de NRC de aanbeveling om NASA voldoende geld te geven voor een gerichte zoekactie waarbij naast een geschikte telescoop op aarde liefst ook een ruimtetelescoop moet worden ingezet. Ook wordt geopperd om ook kleinere objecten - tot 30 à 50 meter - bij de zoekactie te betrekken. En ten slotte wordt de aanbeveling gedaan om de toekomst van de grote Arecibo-radiotelescoop op Puerto Rico te verzekeren. Dat instrument kan weliswaar geen aardscheerders opsporen, maar wel onderzoek doen naar de eigenschappen van reeds ontdekte objecten die op geringe afstand langs onze planeet scheren. Geschat wordt dat gemiddeld eens in de 30.000 jaar een planetoïde of komeet groter dan 140 meter op aarde neerstort. Dat is weliswaar niet vaak, maar de gevolgen van zo'n inslag kunnen dermate desastreus zijn, dat verder onderzoek gewenst is - aldus het NRC-rapport, dat ook de mogelijkheden opsomt voor het afweren van aardscheerders.
Meer informatie:
Report Examines Options For Detecting And Countering Near-Earth Objects

22 januari 2010
De Amerikaanse infraroodsatelliet WISE heeft zijn eerste bescheiden ontdekking gedaan. Op 12 januari detecteerde hij een nog onbekende planetoïde op een afstand van ongeveer 158 miljoen kilometer van de aarde. Het object, dat de aanduiding 2010 AB78 heeft gekregen, is naar schatting ongeveer één kilometer groot en volgt een langgerekte baan om de zon die schuin op het vlak van de aardbaan staat. NASA-wetenschappers verwachten dat WISE in de loop van de komende maanden nog honderden andere planetoïden zal opsporen die relatief dicht in de buurt van de aarde komen. Daarnaast zullen waarschijnlijk nog honderdduizend planetoïden in de gordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter ontdekt worden. Hoofdtaak van de satelliet is het volledig in kaart brengen van de hemel op infrarode golflengten.
Meer informatie:
The First of Many Asteroid Finds for WISE

20 januari 2010
Bij het onderzoek naar aardscheerders (planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen) gaat de aandacht vaak uit naar het mogelijke risico van inslagen op onze planeet. Maar volgens onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben passerende planetoïden doorgaans meer last van de aarde dan andersom (Nature, 21 januari). De resultaten van het MIT-onderzoek wijzen erop dat ongeveer een kwart van de planetoïden die de aarde tot op minder dan 100.000 kilometer naderen flinke seismische bevingen ondergaan. Deze bevingen hebben tot gevolg dat er vers gesteentemateriaal naar het oppervlak van deze aardscheerders komt. Dat blijkt uit het feit dat deze planetoïden minder sterk zijn verkleurd door de inwerking van zonnewind en -straling. Het bevingsscenario kan ook verklaren waarom er tot nog toe geen planetoïden met een 'vers' oppervlak zijn aangetroffen in de zogeheten planetoïdengordel (de zone tussen de banen van Mars en Jupiter waar zich verreweg de meeste planetoïden bevinden). Deze planetoïden zijn gewoonweg in geen tijden in de buurt van een planeet geweest.
Meer informatie:
New research suggests that near-Earth encounters can 'shake' asteroids

20 januari 2010
Met behulp van een geautomatiseerde telescoop in New Mexico (VS) is een opmerkelijk stofspoor waargenomen in de planetoïdengordel - de grote verzameling rotsachtige hemellichamen tussen de banen van Mars en Jupiter. Volgens deskundigen zou dit wel eens het eerste directe bewijs kunnen zijn voor een recente botsing tussen twee planetoïden. Het stofspoor, dat de aanduiding P/2010 A2 heeft gekregen, doet denken aan de staart van een komeet. Maar de heldere 'kop' die een komeet doorgaans vertoont ontbreekt. Wel is aan het ene uiteinde van het stofspoor een enkele honderden meters groot object ontdekt. Sterrenkundige David Jewitt van de universiteit van Californië in Los Angeles denkt dat dit wel eens een groot brokstuk zou kunnen zijn dat is overgebleven na de botsing tussen twee planetoïden. Het stof dat bij deze botsing is vrijgekomen, zou onder invloed van de druk van de zonnestraling tot een lange deeltjeswolk zijn uitgerekt. Als het stofspoor inderdaad op die manier is ontstaan, heeft de botsing waarschijnlijk pas een paar weken geleden plaatsgevonden. Maar de oorzaak zou ook een andere kunnen zijn. Bekend is dat er in de planetoïdengordel een aantal inactieve kometen rondzwerft. Het zou kunnen dat een van deze ijsklompen onder invloed van zonnewarmte een wolk van gas en stof heeft uitgestoten. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen welke van beide verklaringen de juiste is.
Meer informatie:
Trail of dust may point to fresh violence in asteroid belt

7 januari 2010
In september 2008 vloog de Europese ruimtesonde Rosetta op een afstand van slechts 800 kilometer langs de kleine planetoïde Steins. Uit de beelden die destijds zijn gemaakt blijkt dat Steins een diamantvormige planetoïde is met voornamelijk grote kraters op zijn oppervlak. Volgens onderzoekers van het Max Planck Instituut voor zonnestelselonderzoek wijst dit erop dat Steins niet één massief rotsblok is, maar een samenklontering van puin (Science, 8 januari). De bijzondere vorm van de planetoïde zou het gevolg zijn van het zogeheten Yarkovsky-O'Keefe-Radzievskii-Paddack-effect (kortweg YORP-effect). Dat effect ontstaat door de invloed van zonnestraling op kleine hemellichamen. De zon warmt het oppervlak op, waarna die warmte weer als straling wordt afgegeven. Daardoor ontstaat een geringe draai-impuls, die de rotatie van het hemellichaam vertraagt of versnelt, en uiteindelijk ook de vorm ervan beïnvloedt. Het ontbreken van kleine inslagkraters op Steins zou het gevolg zijn van 'aardverschuivingen', waarbij oppervlaktepuin naar de evenaar van het slechts enkele kilometers grote hemellichaam is gegleden.
Meer informatie:
Diamant im All

5 januari 2010
Het merkwaardige 'uitsteeksel' dat het sterrenstelsel Arp 192 op een opname uit 1964 vertoont, blijkt niet bij dat stelsel te horen. Uit nader onderzoek blijkt dat het uitsteeksel het lichtspoor van een toevallig op de voorgrond passerende planetoïde was. Arp 192 maakt deel uit van de atlas van merkwaardig gevormde sterrenstelsels, die de sterrenkundige Halton Arp in 1966 samenstelde. Deze atlas was gebaseerd op opnamen die met de 5-meter telescoop op Palomar Mountain - destijds de grootste ter wereld - waren gemaakt. De rechte streep op de opname van Arp 192 werd lange tijd beschouwd als een zogeheten 'jet': een straalstroom van materie die uit de kern van het stelsel afkomstig was. Nadat hij had vernomen dat op een detailrijke amateuropname uit 2008 geen spoor van de 'jet' te vinden was, startte de Amerikaanse sterrenkundejournalist Jeff Kanipe vorig jaar zijn eigen onderzoek. Ook op recente professionele opnamen bleek de streep spoorloos te zijn: de 'jet' was verdwenen. Omdat echte 'jets' niet zomaar verdwijnen, moest de oorzaak elders worden gezocht. Uiteindelijk bleek dat planetoïde 84447, die overigens pas in 2002 officieel werd ontdekt, op de dag van de opname in 1964 precies vóór Arp 192 langs trok. Als eerbetoon voor deze ontdekking draagt de planetoïde nu de naam Jeffkanipe.
Meer informatie:
Arp's Phantom Jet

Vervolg archief 'Planetoïden'