aardse planeten - dwergplaneten - gasreuzen - planetoïden - kometen en meteorieten - overige

In deze rubriek worden naast de planetoïden van de planetoïdengordel, de diverse aardscheerders (planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen) behandeld. Voor Ceres verwijzen we naar de rubriek 'dwergplaneten'. Voor een overzicht van naar Nederlanders genoemde planetoïden, zie hier.

30 december 2009
Rusland overweegt een ruimtevaartuig af te sturen op de forse planetoïde Apophis. Daarmee zou voorkomen moeten worden dat deze later deze eeuw op aarde inslaat - wat overigens uitermate onwaarschijnlijk is. Volgens een zegsman van het Russische ruimteagentschap zal binnenkort een internationale bijeenkomst worden gehouden, waarbij ook de ruimteagentschappen van de VS, Europa, China en andere landen worden uitgenodigd aan het project mee te werken. De 270 meter grote planetoïde Apophis is in 2004 ontdekt. Kort daarna berekenden sterrenkundigen dat er een kans van 1 op 37 bestond dat het gevaarte in 2029 op aarde zou neerstorten. Maar naarmate er nauwkeurigere baangegevens van Apophis beschikbaar kwamen, moest deze kans steeds verder naar beneden worden bijgesteld. De grootste kans op een inslag is nu in 2036, maar zelfs die bedraagt slechts 1 op 45.000. De Russen zouden echter ervaring willen opdoen met het 'bestrijden' van planetoïden die een bedreiging voor de aarde kunnen vormen - planetoïden waarvan er waarschijnlijk nog vele op ontdekking wachten. Zij willen een enkele honderden miljoenen dollars kostende ruimtemissie opzetten om de baan van Apophis op de een of andere manier een beetje bij te stellen. Dat de andere ruimteagentschappen aan deze ambitieuze onderneming deelnemen lijkt vooralsnog onwaarschijnlijk.
Meer informatie:
Russia may send spacecraft to knock away asteroid

3 december 2009
Na Hella Haasse en Harry Mulish heeft ook schrijver Godfried Bomans een planetoïde naar zich vernoemd gekregen. De vernoeming geschiedde door de Amerikaanse astronoom van Nederlandse afkomst Tom Gehrels, op voordracht van de Haarlemse boekenverzamelaarster Loes Timmerman. De vernoeming werd vandaag door de Internationale Astronomische Unie (IAU) bekrachtigd. Ook meteoroloog Günther Können en de graven van Egmont en Horne, Lamoraal en Philip de Montmorency, zijn vandaag op deze wijze geëerd.
Meer informatie:
Planetoïde voor Godfried Bomans
Graven van Egmont en Hoorne aan de hemel geplaatst
Lijst van Nederlandse planetoïden

20 november 2009
De geteisterde Japanse ruimtesonde Hayabusa, die al geruime tijd met motorproblemen kampt, is weer aan de praat gekregen. Hayabusa is op weg terug van een bezoek, in 2005, aan de planetoïde Itokawa. Hij was uitgerust met vier zogeheten ionenmotoren, maar deze zijn in de loop van de jaren grotendeels uitgevallen. Via een slimme truc heeft de ruimtesonde nu toch weer een aandrijving. In een ionenmotor wordt de brandstof niet verbrand, maar geïoniseerd. De positief geladen ionen worden uitgestoten en de reactiekracht die dat oplevert, levert de voortstuwing. Om te voorkomen dat zich op de ruimtesonde een elektrische lading opbouwt, stoot de motor tegelijkertijd (negatief geladen) elektronen uit. Het probleem was nu dat geen van de ionenmotoren van Hayabusa beide nog kon. Maar één van de motoren kon nog wel positief geladen ionen produceren, en een andere elektronen. En dus kan de ruimtesonde op 'twee halve benen' zijn weg vervolgen. Als deze 'workaround' lang genoeg standhoudt, kan Hayabusa in juni 2010 alsnog zijn capsule, waar mogelijk deeltjes van Itokawa in zitten, laten neerploffen in Australië.
Meer informatie:
'Frankenstein' fix lets asteroid mission cheat death

13 november 2009
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn is afgelopen vrijdag definitief aangekomen in de planetoïdengordel. Deze zone tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter is het domein van miljoenen brokstukken en -stukjes gesteente. Het is niet voor het eerst dat Dawn de gordel betrad: in juni 2008 deed hij deze ook al even aan. Toen duurde het verblijf een week of zes, maar nu is de ruimtesonde definitief een 'kunstplanetoïde'. Het doel van het ruim een ton wegende gevaarte is de verkenning van de planetoïde Vesta en de dwergplaneet Ceres.
Meer informatie:
Dawn Enters Asteroid Belt -- For Good

9 november 2009
Het gaat niet goed met Hayabusa. De Japanse ruimtesonde, die na een bezoek aan de planetoïde Itokawa in 2005, op de terugweg is naar de aarde, kampt met ernstige motorproblemen. De derde van zijn vier ionenmotoren heeft het begeven, en ook de laatste is niet helemaal in orde. Ionenmotoren zijn efficiënter dan gewone raketmotoren, maar geven veel minder stuwkracht en moeten dus ook langer aanstaan om koers- en snelheidsveranderingen te kunnen bewerkstelligen. De motoren van Hayabusa hebben er sinds de lancering van de ruimtesonde, in mei 2003, maar liefst 40.000 branduren opzitten - veel meer dan waar vooraf op was gerekend. Mocht ook de laatste motor geheel uitvallen, dan kan de ruimtesonde in juni 2010 niet dicht genoeg bij de aarde komen om de kleine capsule af te leveren waarin mogelijk bodemmonsters van Itokawa zitten. 'Mogelijk' want ook het onderzoek van de planetoïde verliep verre van vlekkeloos, waardoor het nog maar de vraag is of er ook echt iets in die capsule zit.
Meer informatie:
Troubled asteroid mission stumbles on road home

9 november 2009
Afgelopen vrijdag, 6 november, is onverwachts een kleine planetoïde langs de aarde gescheerd. Het naar schatting slechts zeven meter grote brok ruimtesteen, dat de aanduiding 2009 VA heeft gekregen, miste het aardoppervlak op ongeveer 14.000 kilometer. Daarmee was het, voor zover bekend, de op twee na dichtste nadering van een planetoïde die niet op aarde is neergestort. Alleen in 2004 en 2008 vonden niptere missers plaats. Gemiddeld komen er ongeveer twee van zulke kleine planetoïden dicht langs de aarde, en eens in de vijf jaar ploffen de restanten van zo'n object op het aardoppervlak. Het zonnestelsel wemelt van de planetoïden van deze grootte, maar doorgaans worden deze pas opgemerkt als ze de aarde al dicht genaderd zijn. Planetoïde 2009 VA is pas vijftien uur voor zijn scheervlucht ontdekt door de Catalina Sky Survey.
Meer informatie:
Small Asteroid 2009 VA Whizzes By The Earth

8 oktober 2009
De op een na grootste planetoïde in het zonnestelsel, Pallas, is een intact overgebleven protoplaneet uit de ontstaansperiode van het zonnestelsel. Dat schrijven Amerikaanse planeetonderzoekers in een artikel dat morgen in Science gepubliceerd wordt. Planetoïden zijn rotsachtige hemellichamen die een baan om de zon beschrijven, meestal tussen de banen van Mars en Jupiter. Pallas was, na Ceres, de tweede planetoïde die werd ontdekt, in 1802 door Heinrich Olbers. Hij heeft een enigszins onregelmatige vorm met een grootste afmeting van bijna 600 kilometer. Foto's van Pallas die gemaakt zijn met de Hubble Space Telescope doen vermoeden dat er aan het oppervlak een grote inslagkrater voorkomt met een middellijn van ongeveer 240 kilometer. De ligging daarvan komt overeen met een iets donkerder gebied aan het oppervlak. Samen met de vastgestelde dichtheid van Pallas (2,4 gram per kubieke centimeter) doet dat vermoeden dat het hemellichaam in het verleden ooit gesmolten is geweest, waarna zwaardere materialen naar de kern zijn gezakt, terwijl lichtere materialen aan het oppervlak bleven. De onderzoekers concluderen dan ook dat Pallas (net als de andere grote planetoïden Ceres en Vesta) een intacte protoplaneet is uit de ontstaansperiode van het zonnestelsel.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 oktober 2009
Met behulp van geactualiseerde informatie hebben NASA-wetenschappers de baan van de forse planetoïde Apophis opnieuw berekend. Daaruit blijkt dat de kans dat de planetoïde in 2036 in botsing komt met de aarde gering is. Apophis werd in 2004 ontdekt en stond direct in het middelpunt van de belangstelling, omdat er een kans van enkele procenten leek te bestaan dat hij in 2029 of 2036 op aarde zou inslaan. De gevolgen van de inslag van deze ongeveer 270 meter grote planetoïde zouden desastreus zijn. Inmiddels is echter gebleken dat het hoogstwaarschijnlijk zo'n vaart niet zal lopen: de botsingskans is bijgesteld tot 1 op 250.000. Wel zal Apophis op vrijdag 13 (!) april 2029 op een naar kosmische maatstaven geringe afstand van slechts 30.000 kilometer langs de aarde scheren.
Meer informatie:
NASA Refines Asteroid Apophis' Path Toward Earth

4 oktober 2009
Evenals de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen dagboekschrijfster Anne Frank, krijgt nu ook Miep Gies een planetoïde naar zich vernoemd. Dat heeft de Internationale Astronomische Unie (IAU) op zondag 4 oktober bekend gemaakt. Miep Gies was een van degenen die met gevaar voor eigen leven onderduikers hielp die zich schuil hielden in het 'achterhuis' van de Prinsengracht 263 in Amsterdam. Daaronder bevonden zich Anne Frank, haar zus en haar ouders. Na de arrestatie van de onderduikers op 4 augustus 1944 vond Gies de dagboekpapieren van Anne Frank en verstopte die. Miep Gies vierde 15 februari dit jaar haar honderdste verjaardag. De nu naar haar vernoemde planetoïde, die voortaan 'Miepgies' heet, beweegt zich op een afstand van 327 miljoen tot 441 miljoen kilometer van de zon in de ruimte tussen de planeten Mars en Jupiter en is naar schatting 7 kilometer groot.
Meer informatie:
Baansimulatie van (99949) Miepgies
Complete lijst van Nederlandse planetoïden

21 augustus 2009
De Catalina Sky Survey (CSS) is de meest succesvolle geautomatiseerde zoektocht naar planetoïden en kometen ter wereld. Maar de vier CSS-telescopen blijken ook de nodige sterrenkundige bijvangst op te leveren. De afgelopen anderhalf jaar zijn 700 hemelobjecten ontdekt die op tijdschalen van minuten tot jaren van helderheid veranderen. Daar zitten bekende objecten tussen, zoals supernovae, veranderlijke sterren en actieve sterrenstelsels, maar ook nog onverklaarbare exemplaren. Tot twee jaar geleden werd niet veel met deze ontdekkingen gedaan. Maar sindsdien kunnen astronomen van het California Institute of Technology direct beschikken over de stroom gegevens die de CSS-telescopen afleveren (ongeveer 80 gigabyte per nacht) en eventueel vervolgwaarnemingen doen met grotere telescopen. Inmiddels heeft de Amerikaanse National Science Foundation een voorstel goedgekeurd om de gegevensstroom geheel openbaar te maken. Er wordt nu een website gemaakt, waarop naast de meest recente gegevens ook het 10 terabyte grote archief van de afgelopen vijf jaar komt te staan. Deze Catalina Real-Time Transient Survey is straks de eerste en enige volledig openbare hemelsurvey.
Meer informatie:
Catalina Sky Survey Spawns Catalina Real-Time Transient Survey
Catalina Sky Survey

18 augustus 2009
Tussen de planeten van ons zonnestelsel wemelt het van de planetoïden: brokken gesteente die in verreweg de meeste gevallen kleiner zijn dan een kilometer. Grotere exemplaren zijn relatief schaars. Om deze grootteverdeling te verklaren, hebben wetenschappers de computer aan het rekenen gezet. Daarbij is gebleken dat de huidige situatie alleen goed kan worden begrepen, als de planetoïden oorspronkelijk honderden kilometers groot waren. Dat betekent dat ze vroeg in de geschiedenis van het zonnestelsel een snelle 'groeisprong' moeten hebben doorgemaakt. Objecten van slechts enkele meters zouden namelijk zo veel hinder van het gas in de materieschijf rond de jonge zon hebben ondervonden, dat ze werden afgeremd. En daardoor zouden ze naar de zon toe spiralen en er uiteindelijk in verdwijnen. Alleen de exemplaren die snel uitgroeiden tot kilometerformaat hebben dit lot weten te vermijden. Dat succes was echter van tijdelijke aard. Want sinds hun ontstaan zijn de grote oerplanetoïden zo vaak bij onderlinge botsingen betrokken geweest, dat ze gemiddeld flink in omvang zijn afgenomen.
Meer informatie:
Jumping Asteroids

6 augustus 2009
Voor de tweede keer in de geschiedenis is een drievoudige planetoïde ontdekt. Het gaat om een zogeheten aardscheerder - een klein hemellichaam dat de aarde op kleine afstand kan naderen. De planetoïde, met de catalogusaanduiding 1994 CC, werd vijftien jaar geleden al gevonden, maar pas deze zomer is ontdekt dat hij twee kleine maantjes heeft. Dat blijkt uit radarwaarnemingen die op 12 en 14 juni zijn verricht met de Goldstone-radioschotel van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. 1994 CC passeerde de aarde op 10 juni op een afstand van slechts 2,5 miljoen kilometer (zesenhalf keer de afstand van de aarde tot de maan), waardoor het mogelijk werd gedetailleerde radarwaarnemingen uit te voeren. De planetoïde zelf heeft een middellijn van ongeveer 700 meter; de twee maantjes zijn minstens vijftig meter in doorsnee. Tot nu toe was slechts één drievoudige planetoïde ontdekt: 2001 SN263. De ontdekking van het drievoudige karakter van 1994 CC is inmiddels bevestigd door radarwaarnemingen met de grote Arecibo-radiotelescoop op Puerto Rico. De drievoudige aardscheerder vliegt in 2074 opnieuw op kleine afstand langs de aarde.
Meer informatie:
Triple Asteroid System Triples Observers' Interest
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 juli 2009
NASA's Jet Propulsion Laboratory heeft een nieuwe website gelanceerd waarin informatie bijeen wordt gebracht over kometen en planetoïden die in de buurt van de aarde kunnen komen. 'Asteroid Watch' geeft daarnaast informatie over ruimtemissies naar deze objecten en over verwante onderwerpen, zoals de recente inslag op de planeet Jupiter. Actuele informatie over nieuwe ontdekkingen en de eerstvolgende planetoïden die min of meer dicht langs de aarde scheren, wordt aangeboden in de vorm van een downloadbare widget en een RSS-feed.
Meer informatie:
NASA to Provide Web Updates on Objects Approaching Earth
Asteroid Watch

15 juli 2009
In de planetoïdengordel, tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter, bevinden zich ijzige hemellichamen die afkomstig zijn uit de koude buitendelen van het zonnestelsel, voorbij de baan van Neptunus. Dat blijkt uit gedetailleerde computersimulaties, uitgevoerd door een team van astronomen van het Southwest Research Institute in Boulder, Colorado. Uit onderzoek aan de leeftijden van maankraters bleek eerder al dat het zonnestelsel ca. 3,9 miljard jaar geleden een catastrofale periode doormaakte, waarbij kleine hemellichamen in chaotische banen bewogen en in botsing kwamen met de planeten. Hal Levison en zijn collega's kwamen eerder al met een verklaring voor dit 'oerbombardement': de banen van Jupiter en Saturnus waren aan trage veranderingen onderhevig, en als gevolg van die planeetmigratie trad er ca. 700 miljoen jaar na de vorming van het zonnestelsel een zogeheten baanresonantie op tussen de twee reuzenplaneten, waarbij de omlooptijd van Saturnus exact twee keer zo groot was als die van Jupiter. Als gevolg van die resonantie ontstonden er grote periodieke zwaartekrachtstoringen, kwamen Uranus en Neptunus in chaotische banen terecht, en werden er kleine hemellichamen kriskras door het zonnestelsel geslingerd. Recente computersimulaties tonen nu aan dat daarbij ook komeetachtige ijsdwergen uit de buitendelen van het planetenstelsel in de veel meer naar binnen gelegen planetoïdengordel terecht moeten zijn gekomen. Levison en zijn collega's publiceren hun conclusies deze week in Nature. De resultaten van de nieuwe computersimulaties vormen een mooie verklaring voor het feit dat sommige micrometeorieten - afkomstig uit de planetoïdengordel - qua samenstelling veel overeenkomsten vertonen met komeetdeeltjes die door onbemande ruimtesondes in de buitendelen van het zonnestelsel zijn opgepikt.
Meer informatie:
Primitive asteroids in the main asteroid belt may have formed far from the Sun
Filmpje waarin de evolutie van het zonnestelsel zichtbaar wordt gemaakt; groene stippen zijn ijsachtige objecten die in de buitendelen van het zonnestelsel zijn ontstaan
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 juni 2009
De Japanse ruimtesonde Hayabusa, die op dit moment op de terugweg is van een bezoek aan de planetoïde Itokawa, zal in juni 2010 als 'oefenplanetoïde' worden gebruikt. Hayabusa heeft in 2005 een korte landing op Itokawa gemaakt en bij die gelegenheid mogelijk wat materiaal weten te verzamelen. Of dat ook echt gelukt is, zal blijken als de ruimtesonde volgend jaar de hittebestendige capsule afstoot waarin hij de stofmonsters opgevangen zou moeten hebben. Deze capsule wordt na zijn tocht door de aardatmosfeer hopelijk ook teruggevonden. Ondertussen begint ook de 510 kilogram wegende ruimtesonde aan zijn tocht door de aardatmosfeer, waarbij hij vrijwel zeker helemaal uiteenvalt. Hoewel dat aanvankelijk niet in de planning lag, heeft het Japanse ruimteagentschap JAXA besloten om de fatale terugkeer van de ruimtesonde te benutten voor een stukje onderzoek. Want hoewel Hayabusa geen planetoïde is, volgt hij wel een baan die heel veel lijkt op die van een aanstormende planetoïde. Door zijn bewegingen heel nauwkeurig te volgen, hopen de onderzoekers straks betere baanvoorspellingen te kunnen doen van planetoïden die (te) dicht in de buurt van de aarde komen.
Meer informatie:
Asteroid Probe Set to "Collide" With Earth

1 mei 2009
Op 29 april is bij de Catalina Sky Survey een enkele kilometers grote planetoïde ontdekt die, ten opzichte van bijna alle andere planetoïden, in tegengestelde richting om de zon draait. De planetoïde, die de aanduiding 2009 HC82 heeft gekregen, heeft een omlooptijd van ruim drie jaar en nadert bij elke omloop de aardbaan tot op 3,5 miljoen kilometer. Daarmee kan 2009 HC82, die pas de twintigste planetoïde in zijn soort is, de aarde dichter naderen dan enig ander object dat 'retrograad' om de zon beweegt. Het staat overigens niet helemaal vast dat 2009 HC82 een planetoïde is. Gezien zijn baaneigenschappen zou het ook om het restant van een komeet kunnen gaan. Kometen bestaan voor een belangrijk deel uit ijs, dat in de loop van de tijd verdampt. Uiteindelijk blijft slechts een planetoïde-achtige steenklomp over. Sterrenkundigen vragen zich trouwens af waarom ze 2009 HC82 niet eerder ontdekt hebben. Op dit moment bevindt het kleine hemellichaam zich ver buiten de baan van Mars, en is het niet erg opvallend. Maar in 2000 moet het de aarde dicht genoeg hebben genaderd om gemakkelijk zichtbaar te zijn geweest.
Meer informatie:
Nearby asteroid found orbiting sun backwards

28 april 2009
De planetoïden 40684, 91553 en 121313 zijn vernoemd naar de Belgische sterrenkundeamateurs Luc Vanhoeck, Claude Doom en Frank Tamsin. Dat maakte de Vlaamse Vereniging voor Sterrenkunde bekend. Planetoïden zijn kleine rotsblokken die voornamelijk tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter rond de zon bewegen. Er zijn er honderdduizenden ontdekt; ruim vijftienduizend planetoïden hebben een eigen naam. Eerderë 'Belgische' planetoïden zijn vernoemd naar onder andere koninging Fabiola, weerman Armand Pien, sterrenkundig rekenaar Jean Meeus, en striptekenaars Hergé en Peyo.
Overzicht van 'Nederlandse' planetoïden
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 april 2009
Net als mensen met weinig huidpigment worden planetoïden snel rood als ze zich te lang in de zon bevinden. Dat is ontdekt door een groep sterrenkundigen onder leiding van Pierre Vernazza, die werkzaam is bij het Europese ruimtevaartcentrum ESTEC in Noordwijk. Er is echter één groot verschil: mensen verbranden vooral onder invloed van de ultraviolette straling van de zon; planetoïden kleuren rood onder invloed van de zogeheten zonnewind - een constante stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen. Vernazza en zijn collega's bestudeerden verschillende families van plnaetoïden - kleine rotsblokken die voornamelijk tussen de banen van Mars en Jupiter om de zon heen draaien. Zo'n familie (objecten met vergelijkbare banen) ontstaat bij de botsing van twee grotere planetoïden. Het oppervlak van de botsingsfragmenten wordt voor het eerst blootgesteld aan de invloed van de zon, en omdat van verschillende families bekend is hoe oud ze zijn, konden de astronomen nagaan hoe snel de roodverkleuring van een planetoïde plaatsvindt. Het blijkt dat het oppervlak van een planetoïde onder invloed van de zonnewind al in minder dan één miljoen jaar tijd een veel rodere kleur krijgt, als gevolg van een proces dat space weathering ('ruimteverwering') genoemd wordt. Daarna lijkt een nieuw evenwicht te ontstaan, en vindt verdere roodverkleuring in een veel trager tempo plaats. De ontdekking van Vernazza en zijn collega's is deze week gepubliceerd in het Britse wetenschappelijk weekblad Nature. De waarnemingen zijn verricht met grote telescopen op aarde, waaronder de New Technology Telescope en de Very Large Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), die beide in Noord-Chili staan.
Meer informatie:
Solar wind tans young asteroids
Vakpublicatie over de ontdekking
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 april 2009
David French, promovendus ruimtevaarttechnologie aan North Carolina State University, heeft een elegante manier bedacht om planetoïden die met de aarde dreigen te botsen af te weren. Zijn methode behelst nu eens niet het afschieten van raketten of het plaatsen van atoombommen. Het enige wat nodig is, is een lange kabel en een flink contragewicht. Door deze aan de planetoïde te bevestigen, verlegje het zwaartepunt van het object, en daarmee ook zijn baan. Het effect is niet groot, maar voldoende om een catastrofale inslag te vermijden. Tot nog toe zijn in ons zonnestelsel ongeveer duizend planetoïden ontdekt die in de (verre) toekomst akelig dicht in de buurt van de aarde kunnen komen. Hoewel de methode van French in principe eenvoudig is, kleven er nog wel wat praktische bezwaren aan. Zo moet, afhankelijk van de massa van de planetoïde en de beoogde afbuiging ervan, de kabel 1000 tot 100.000 kilometer lang zijn...
Meer informatie:
How To Deflect Asteroids and Save The Earth

5 april 2009
De Internationale Astronomische Unie heeft een planetoïde vernoemd naar Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven. (12170) Vanvollenhoven is een rotsachtig mini-planeetje met een doorsnede van enkele kilometers, dat rond de zon draait in een baan tussen de planeten Mars en Jupiter. De Internationale Astronomische Unie heeft Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven op voordracht van de Leidse astronome mevr. Ingrid Van Houten-Groeneveld aan de hemel vereeuwigd vanwege zijn actieve bijdragen aan de popularisering van de sterrenkunde en de ruimtevaart in Nederland. De heer Van Vollenhoven is onder meer 'ambassadeur'van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde en heeft zich in de jaren '80 sterk gemaakt voor de realisering van een astronomisch science center in Nederland. Hij is ook voorzitter van de Raad van Advies van Sonnenborgh - museum & sterrenwacht, in Utrecht. De heer Van Vollenhoven heeft de bijbehorende oorkonde uitgereikt gekregen door de secretaris van de Internationale Astronomische Unie, dr. Karel van der Hucht. De uitreiking vond plaats tijdens de 'Avond van de Sterren' op 4 april 2009, in science center NEMO in Amsterdam.
Informatie over de planetoïde (12170) Vanvollenhoven
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 april 2009
De toekomstige Amerikaans/Europese LISA-missie, die bedoeld is om zogeheten gravitatiegolven te detecteren, kan ook informatie verschaffen over planetoïden die langs de aarde scheren. Gravitatiegolven zijn kleine verstoringen van het ruimte/tijdcontinuüm die - volgens Einsteins algemene relativiteitstheorie - ontstaan bij het ontploffen van sterren of bij botsingen tussen neutronensterren of zwarte gaten. Om deze verstoringen te kunnen meten, zullen omstreeks 2018 drie satellieten worden gelanceerd die middels laserbundels met elkaar in verbinding staan. Een passerende gravitatiegolf zou minuscule veranderingen in de onderlinge afstanden van de satellieten veroorzaken. Maar ook voorbijkomende planetoïden doen dat. Theoretisch onderzoek heeft uitgewezen dat er één of twee keer per jaar een planetoïde dichtbij genoeg langs het LISA-drietal scheert om opgemerkt te worden. Uit de grootte van de verstoring die dat oplevert, kan de massa van de planetoïde worden berekend, wat een welkome aanvulling is op het schaarse aantal massabepalingen van planetoïden tot nu toe.
Meer informatie:
"Noise" from LISA Mission Gives Scientists a Way to Study Mass, Population of Near-Earth Asteroids

17 maart 2009
De mini-planetoïde die op 2 maart jl. op een afstand van slechts 72.000 kilometer langs de aarde scheerde, was kleiner dan gedacht. Aanvankelijk werd ervan uitgegaan dat het object, 2009 DD45 geheten, afmetingen van 20 tot 40 meter had - genoeg om bij botsing met de aarde flinke schade aan te richten. Maar waarnemingen door planeetonderzoeker Richard Binzel van het Massachusetts Institute of Technology laten zien dat 2009 DD45 waarschijnlijk niet groter is dan een meter of 19. En dat is zó klein dat het object bij een eventuele tocht door de aardatmosfeer waarschijnlijk in talrijke brokstukken uiteen zou vallen. Slechts enkele schamele restanten zouden dan als meteorieten het aardoppervlak bereiken. De nieuwe groottebepaling is gebaseerd op spectroscopisch onderzoek. Daaruit blijkt dat de mini-planetoïde van de veel voorkomende S-klasse is en een betrekkelijk licht getint oppervlak heeft. Afgaande op zijn helderheid leek 2009 DD45 daardoor wat groter dan hij in werkelijkheid is.
Meer informatie:
Near miss, but no threat

2 maart 2009
Vanmiddag rond 14.40 uur scheert de kleine planetoïde 2009 DD45 langs onze planeet. Gevaar voor een botsing is er niet: het kosmische rotsblok komt niet dichterbij dan 72.000 kilometer. Maar naar astronomische begrippen is dat een nipte misser, zeker als je bedenkt dat de hoogste satellieten die om de aarde draaien zich al op een afstand van 36.000 kilometer bevinden. Met afmetingen van enkele tientallen meters is 2009 DD45 van vergelijkbare omvang als het object dat in 1908 in de dampkring boven Siberië explodeerde en grote schade toebracht aan het landschap. Het gebeurt overigens wel vaker dat er een kleine planetoïde vlak langs de aarde scheert. Op 31 maart 2004 miste 2004 FU162 onze planeet op slechts 6500 kilometer.
Meer informatie:
Asteroid flyby

26 februari 2009
Sterrenkundigen van de Universiteit van Arizona hebben nieuwe bewijzen gevonden voor planeetmigratie in ons eigen zonnestelsel. Uit onderzoek aan de planetoïdengordel en gedetailleerde computersimulaties blijkt dat de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus in de beginperiode van het zonnestelsel aan de wandel zijn geweest. Er waren al theoretische aanwijzingen dat Jupiter oorspronkelijk iets verder van de zon af stond en Saturnus juist iets dichterbij. Als gevolg van die migratie was de omlooptijd van Saturnus een kleine vier miljard jaar geleden exact twee keer zo groot als die van Jupiter. Daardoor ontstonden sterke baanresonanties, met als gevolg dat grote aantallen planetoïden uit hun banen werden geslingerd door de zwaartekrachtseffecten van de reuzenplaneten. Planetoïden zijn kleine, rotsachtige hemellichamen die een brede gordel binnen de baan van Jupiter bevolken. Uit computersimulaties van Renu Malhotra en David Minton blijkt dat de huidige structuur van de planetoïdengordel alleen goed te verklaren is wanneer die planeetmigratie inderdaad plaatsvond. Als het op drift raken van Jupiter en Saturnus níet in rekening wordt gebracht in de simulaties, blijven er in bepaalde gebieden van de gordel veel meer planetoïden over dan er in werkelijkheid worden waargenomen. De resultaten van het onderzoek zijn deze week gepubliceerd in Nature.
Meer informatie:
UA Scientists Find Asteroids Are Missing, and Possibly Why
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 februari 2009
De hogeresolutiecamera van de ruimtesonde Dawn is vorige week met succes uitgetest op de planeet Mars. Dawn is een Amerikaanse ruimtesonde die op weg is naar de planetoïden Vesta en Ceres. Om snelheid te maken en in de juiste baan gebracht te worden, voerde het toestel op 18 februari een scheervlucht uit over het noordelijk halfrond van de planeet Mars. Daarbij werden verschillende wetenschappelijke instrumenten uitgetest, waaronder de in Duitsland gebouwde camera. Volgens het Max Planck Instituut voor Zonnestelselonderzoek in Katlenburg-Lindau heeft de camera de vuurdoop glansrijk doorstaan. De afgebeelde (kunstmatig ingekleurde) foto toont een ca. 55 kilometer breed gebied in het noordwestelijk deel van Tempe Terra op Mars. Dawn zal in 2011 bij Vesta aankomen, en in 2015 bij Ceres.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

12 februari 2009
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn koerst met steeds hogere snelheid af op een ontmoeting met de planeet Mars. Op 18 februari zal Dawn op relatief kleine afstand langs Mars vliegen. Daarbij wordt de baan van de ruimtesonde beïnvloed door de zwaartekracht van de planeet. De scheervlucht is zo uitgekiend dat Dawn vervolgens in een langgerektere ellipsbaan om de zon beweegt, en in een baan die ongeveer vijf graden is geheld ten opzichte van het baanvlak van de aarde. Dat is nodig voor een geslaagde ontmoeting met de planetoïde Vesta, die in 2011 zal plaatsvinden. Na het onderzoek aan Vesta zal Dawn nog doorvliegen naar de grootste planetoïde in het zonnestelsel, de dwergplaneet Ceres, waar hij in 2015 zal aankomen. Dawn is in september 2007 gelanceerd, en is de eerste ruimtesonde die een bezoek brengt aan deze grote hemellichamen. Dawn is uitgerust met een revolutionaire ionenmotor, die veel minder brandstof verbruikt dan een reguliere raketmotor, terwijl er toch grotere baanwijzigingen mee mogelijk zijn. Tijdens de vlucht langs Mars zullen de wetenschappelijke instrumenten van de ruimtesonde worden uitgetest. Terwijl Dawn als gevolg van de zwaartekracht van Mars een hogere baansnelheid krijgt, zal de planeet zelf juist een tikje worden afgeremd: over 70 miljoen jaar is er sprake van een afwijking van één centimeter.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Falling For Mars
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 februari 2009
De Amerikaanse planeetverkenner Messenger maakt momenteel jacht op zogeheten vulcanoïden - kleine rotsachtige hemellichamen die binnen de baan van Mercurius om de zon bewegen. Messenger verkent de binnendelen van het zonnestelsel, en zal uiteindelijk in een baan rond de kleine, binnenste planeet Mercurius gebracht worden. Vandaag bereikt hij zijn kleinste afstand tot de zon: 46 miljoen kilometer. Een week lang zullen de camera's van de ruimtesonde worden ingezet voor de speurtocht naar vulcanoïden. Niemand weet of die daadwerkelijk bestaan, maar in alle andere zones in het zonnestelsel waarin kleine rotsblokken stabiele banen kunnen beschrijven, zijn ze ook daadwerkelijk gevonden. Ook binnen de Mercuriusbaan bevindt zich zo'n stabiele zone. Het zoeken naar planetoïden binnen de Mercuriusbaan is echter zeer moeilijk, omdat de hemellichamen zich - gezien vanaf de aarde - altijd heel dicht in de buurt van de zon aan de hemel bevinden. Messenger bevindt zich deze week veel dichter bij de zon, waardoor eventuele vulcanoïden eenvoudiger zijn waar te nemen. Eerdere zoekacties hebben uitgewezen dat er in elk geval geen vulcanoïden bestaan met afmetingen van meer dan zestig kilometer. De nieuwe speurtocht moet die bovengrens omlaag brengen naar vijftien kilometer. De ontdekking van vulcanoïden (of het uitblijven daarvan!) biedt informatie over de ontstaansperiode van het zonnestelsel.
Meer informatie:
MESSENGER Continues Hunt for Ever-Elusive Vulcanoids
Messenger
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 februari 2009
Een kosmisch rotsblok met een middellijn van ongeveer 300 meter vliegt over ruim dertig jaar 'rakelings' langs de aarde. In 2042 passert de steenklomp onze planeet op een afstand van 31.800 kilometer - minder dan tien procent van de afstand tot de maan. Twee jaar later is de passage-afstand zelfs nog iets kleiner. De zogeheten planetoïde, met de aanduiding 2009 BD81, werd op 31 januari ontdekt door de Amerikaanse astronoom Robert Holmes van het Astronomical Research Institute in Charleston, Illinois. Met relatief bescheiden apparatuur ontdekte Holmes eerder al 250 andere planetoïden, zes supernova's (exploderende sterren) en één komeet. 2009 BD81 werd toevallig gevonden toen Holmes vervolgwaarnemingen verrichtte aan een andere planetoïde, 2008 EV5. Voorlopig vormt het projectiel geen serieuze bedreiging: de kleinste afstand dit jaar (op 27 februari) bedraagt 7 miljoen kilometer. Er is een zeer kleine kans van ongeveer één op twee miljoen dat het hemellichaam in de jaren veertig met de aarde in botsing zal komen. De inslag van een planetoïde met een middellijn van 300 meter heeft catastrofale gevolgen voor minstens een compleet werelddeel.
Nieuwsbericht op Universe Today
Informatie over 2009 BD81
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

5 februari 2009
De door veel problemen geteisterde Japanse ruimtesonde Hayabusa is begonnen aan de thuisreis. Hayabusa ging in 2003 op weg naar de aardappelvormige planetoïde Itokawa en bereikte deze twee jaar later ook. Maar over het hoofddoel van de missie, het nemen van een bodemmonster van de planetoïde, bestaat onzekerheid. Hayabusa daalde weliswaar af naar het oppervlak, maar of hij daadwerkelijk materiaal heeft verzameld, is nog maar de vraag. Dat wordt pas duidelijk als de ruimtesonde in juni 2010 terugkeert bij de aarde en de kleine capsule afstoot waarin het materiaal zou moeten zitten. Dat is drie jaar later dan aanvankelijk de bedoeling was. Maar een hele reeks technische problemen - het uitvallen van twee van de drie gyroscopen, een brandstoflek en communicatiestoringen - maakte dit uitstel onvermijdelijk.
Meer informatie:
Beleaguered Japanese Asteroid Probe Headed Home

4 februari 2009
Een team van Franse en Italiaanse astronomen heeft een nieuwe methode ontwikkeld om de afmetingen en vormen te meten van planetoïden die te klein of te ver weg zijn om op traditionele wijze te worden opgemeten. Met grote telescopen, zoals de Europese Very Large Telescope (VLT) in Chili, kan van een stuk of honderd planetoïden de maat worden genomen. En zo af en toe komt er een kleine planetoïde dicht genoeg in de buurt van de aarde om deze met behulp van radarinstrumenten te onderzoeken. Maar daarbij blijft het dan ook wel: van alle overige planetoïden worden de afmetingen geschat op basis van hun helderheid. Met de nieuwe methode kan het aantal groottebepalingen echter flink worden opgevoerd. De methode is gebaseerd op interferometrie: de techniek waarbij het licht van twee of meer telescopen (in dit geval van de VLT) wordt gecombineerd om een betere beeldresolutie te verkrijgen. De eerste planetoïde die met deze techniek is bekeken, is 234 Barbara. Gebleken is dat het waarschijnlijk een 'dubbelplanetoïde' betreft: twee afzonderlijke planetoïden van 37 en 21 kilometer die op kleine afstand om elkaar heen draaien. Waarnemingen van andere kleine planetoïden zullen volgen.
Meer informatie:
Powerful New Technique to Measure Asteroids' Sizes and Shapes;

25 januari 2009
Sterrenkundigen hebben half januari een ca. tien meter groot rotsblok ontdekt dat in vrijwel dezelfde baan om de zon draait als de aarde. De planetoïde, met de catalogusaanduiding 2009 BD, bereikt vandaag zijn kleinste afstand tot onze planeet: ca. 640.000 kilometer, ofwel minder dan twee keer de afstand tot de maan. Die afstand varieert maar weinig, doordat de baan van 2009 BD vrijwel samenvalt met de baan van de aarde. De omlooptijd bedraagt 369,3 dagen (de omlooptijd van de aarde is 365,25 dagen); de gemiddelde afstand tot de zon is slechts zeven promille groter dan die van de aarde. Wel is de baan van 2009 BD een klein beetje excentrischer dan de aardbaan, en ligt hij ook een tikje geheld. Uit voorlopige baanberekeningen volgt dat het kleine rotsblok tot november 2010 op minder dan vijftien miljoen kilometer afstand zal blijven - dichtbij naar sterrenkundige begrippen. Er zijn al eens eerder kleine planetoïden gevonden die zich gedurende langere tijd in de directe omgeving van de aarde ophielden. Het is niet uitgesloten dat zo'n klein hemellichaam in de verre toekomst een keer met de aarde in botsing komt. Van 2009 BD is voorlopig echter geen concreet inslaggevaar te duchten, aldus de risico-analysten van NASA's Near-Earth Object Program.
2009 BD (Small-Body Database Browser)
2009 BD (Near-Earth Object Program)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 januari 2009
De Catalina Sky Survey (CSS) heeft vorig jaar een recordoogst opgeleverd van 565 hemelobjecten die de aarde dicht naderen (NEO's). Het vorige jaarrecord van 460, gevestigd in 2007, stond ook al op naam van de CSS. Van alle NEO's die de afgelopen drie jaar zijn ontdekt, staat 70 procent op naam van dezesurvey. En als de voortekenen niet bedriegen, zullen de komende jaren nog meer records worden gebroken. Want de Catalina-survey krijgt deze zomer de beschikking over een nieuwe 1-meter telescoop die naast de reeds bestaande instrumenten zal worden gebruikt. Daarmee neemt de waarneemtijd met ongeveer een kwart toe. Het uiteindelijke doel is om nog voor het einde van dit decennium minstens 90 procent van alle 'aardscheerders' groter dan een kilometer te hebben opgespoord. Tot dusver zijn 763 planetoïden in deze categorie ontdekt.
Meer informatie:
Catalina Sky Survey Sets New Record for NEO Discoveries, Receives Funding Through 2012

7 januari 2009
Planetoïden zijn forse brokken gesteente die met name tussen de banen van Mars en Jupiter om de zon draaien. Wetenschappers gingen er altijd van uit dat de kleine afmetingen van een planetoïde een beperking zouden vormen voor de soorten gesteente die zich in zijn korst kunnen vormen. Maar uit onderzoek van twee recent op Antarctica ontdekte meteorieten blijkt dat dit beeld moet worden bijgesteld. Deze meteorieten blijken het veldspaatrijke mineraal andesiet te bevatten (Nature, 8 januari 2009). Dit vulkanische stollingsgesteente was tot nog toe alleen op de aarde aangetroffen, met name op plaatsen waar aardplaten op elkaar botsen, zoals bij de Andes. Maar uit de gevonden meteorieten blijkt dat andesiet niet alleen door tektonische processen kan ontstaan. Ze zijn 4,5 miljard jaar oud, wat erop wijst dat ze heel kort na de geboorte van het zonnestelsel zijn gevormd. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat het brokstukken zijn van een planeet waar zich processen als die op de aarde afspeelden. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat zich ook in kleine planetoïden lokaal voldoende warmte ontwikkelt om gesteenten deels te doen smelten. Door kleine uitbarstingen zou zich aan het oppervlak van de planetoïde dan andesiet kunnen vormen.
Meer informatie:
Scientists Publish 1st Ever Evidence of Asteroids with Earth-like Crust

20 november 2008
De ionenmotor van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn is volgens plan uitgeschakeld. De sonde 'zweeft' nu in de richting van Mars, waar zij in februari 2009 langs zal scheren. Met hulp van de zwaartekracht van deze planeet zal de ruimtesonde de juiste snelheid en richting krijgen om in 2011 de grote planetoïde Vesta te kunnen bereiken. Pas over een half jaar zal de ionenmotor weer gedurende langere tijd worden aangezet om de sonde een extra zetje te geven. Een ionenmotor ontleent zijn voortstuwingskracht aan de uitstoot van geladen deeltjes (xenon-ionen) die met behulp van een elektrisch veld worden versneld. Daar is maar heel weinig 'brandstof' voor nodig, maar de stuwkracht is niet erg groot: om een flinke snelheid te krijgen, moet de motor dus lang aan staan. Tijdens de reis van Dawn, die na Vesta ook nog de dwergplaneet Ceres zal bezoeken (2015), zal de ionenmotor maar liefst 50.000 werkuren maken.
Meer informatie:
Dawn Glides Into New Year

8 oktober 2008
De enkele meters grote meteoroïde of 'mini-planetoïde' die in de nacht van maandag op dinsdag boven het noordoosten van Afrika binnenkwam, is 'volgens plan' ontploft. Het verschijnsel is voor zover bekend niet gefotografeerd, maar de drukgolf van de explosie is gedetecteerd met een infrageluid-instrument in Kenia. Op basis van die meting wordt geschat dat de meteoroïde om 4.43 uur MEZT hoog in de atmosfeer ontplofte met de kracht van één à twee kiloton TNT. Rond diezelfde tijd is vanuit een KLM passagiersvliegtuig, dat zich 1200 kilometer verderop bevond, ook een korte lichtflits waargenomen.
Meer informatie:
Asteroid Exploded in Earth's Atmosphere

6 oktober 2008
Voor het eerst in de geschiedenis hebben sterrenkundigen de inslag van een hemellichaam op aarde voorspeld. Een kleine planetoïde, met een middellijn van hooguit een paar meter, komt in de nacht van maandag 6 op dinsdag 7 oktober rond 04.46 uur Nederlandse tijd met hoge snelheid in de aardse dampkring terecht, boven het noorden van Soedan. Het rotsblok werd maandag ontdekt door de Catalina Sky Survey op de Mt. Lemmon-sterrenwacht in Arizona, waar continu jacht gemaakt wordt op zogeheten 'aardscheerders'. De indringer, die inmiddels gecatalogiseerd is als 2008 TC3, komt onder een hoek van ca. 20 graden de atmosfeer binnen, beweegt van west naar oost (in tegenstelling tot wat in sommige persberichten wordt vermeld), en zal vanuit een groot gebied in het noordoosten van Afrika zichtbaar zijn als een extreem heldere vuurbol, die mogelijk in verschillende fragmenten uiteen zal vallen. Het is niet uitgesloten dat er meteorieten op aarde neerkomen, maar verder is er geen enkel gevaar te duchten: de kleine planetoïde overleeft de tocht door de dampkring niet. Naar schatting komen 'inslagen' van objecten met afmetingen van een paar meter enkele keren per jaar voor, maar dit is de eerste keer dat zo'n indringer vooraf is ontdekt.
Meer informatie:
Boulder-sized Asteroid Will Burn Up in Earth's Atmosphere Tonight
Nieuwsbericht JPL-NEO office
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 oktober 2008
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft vastgesteld dat de planetoïde 216 Kleopatra, die deel uitmaakt van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, twee begeleiders heeft. Kleopatra is opmerkelijk van vorm: hij is ongeveer 90 kilometer breed, 217 kilometer lang en heeft verdikte uiteinden. Daarom wordt hij ook wel de 'hondenbot'-planetoïde genoemd. Sterrenkundigen denken dat Kleopatra bestaat uit twee brokstukken van een grotere planetoïde die bij een botsing betrokken raakte. In september 2008 is Kleopatra nader bekeken met de 10-meter Keck-II-telescoop op Hawaï, die kort voordien met een verbeterd optisch systeem was uitgerust. Daarbij zijn twee kleinere planetoïden ontdekt van respectievelijk 5 en 3 kilometer groot. Onduidelijk is nog of dit brokstukken zijn die bij een recente inslag op Kleopatra zijn weggeslagen of overblijfselen van de catastrofale botsing waar de voorloper van Kleopatra het slachtoffer van was.
Meer informatie:
Two Companions Found Near Dog-bone Asteroid

6 september 2008
Op vrijdagavond, om 2 minuten voor 9 Nederlandse tijd, vloog de Europese komeetverkenner Rosetta op een afstand van slechts 800 kilometer langs de kleine planetoiïde (2867) Steins. De eerste resultaten van de zeer succesvol verlopen passage zijn vandaag bekendgemaakt op een persconferentie in Darmstadt. Steins blijkt een diamantvormige steenklomp te zijn met afmetingen van ongeveer 6 bij 4 kilometer. Op het oppervlak zijn 23 kraters geteld groter dan 200 meter. De twee grootste hebben afmetingen van ongeveer een kilometer. BIj de inslagen waarbij deze kraters zijn gevormd, moet het inwendige van de planetoïde vrijwel volledig verbrijzeld zijn geraakt. Zeven kleinere kraters vormen samen een langgerekte kraterreeks; zulke 'catena's zijn eerder alleen op veel grotere hemellichamen aangetroffen. Steins is een oude, geëvolueerde planetoïde van het zeldzame E-type en vertoont een complexe inslaggeschiedenis, met kraters van verschillende leeftijden. Uit de waargenomen degradatie van de kraters leidt het Rosetta-team af dat er een relatief dunne laag regolith moet voorkomen - fijn, verpulverd materiaal zoals dat ook op de maan aanwezig is. Steins blijkt donkerder en ongeveer tien procent groter te zijn dan was verwacht; het reflecterend vermogen van de planetoïde bedraagt 35 procent. De komende weken zullen nog meer foto's en meetgegevens op aarde worden ontvangen. Rosetta vliegt in november 2009 nog één keer op korte afstand langs de aarde, en heeft dan eindelijk voldoende snelheid opgebouwd voor de lange vlucht naar komeet Churyumov-Gerasimenko.
Meer informatie:
Encounter of a different kind: Rosetta observes asteroid at close quarters
Foto's en filmpjes van de passage
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 september 2008
Aardscheerders zijn planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen. Maar volgens Amerikaanse onderzoekers zijn tussen de vijf en de tien procent van deze objecten geen planetoïden, maar kometen. Het zou dan gaan om kometen die ofwel geen vluchtige stoffen (bevroren water) meer bevatten ofwel 'slapend' zijn, en zich pas weer als kometen gaan gedragen als ze met een ander object in botsing zijn gekomen. Met behulp van een infrarood-telescoop op de Mauna Kea (Hawaï) wordt getracht het kometenkaf van het planetoïdenkoren te scheiden. Mogelijk dat de combinatie van baaneigenschappen en het lichtweerkaatsend vermogen van het oppervlak van een object er uitsluitsel over kan geven of we met een (rotsachtige) planetoïde of een (veel poreuzere) komeet van doen hebben.
Meer informatie:
Research Aims to Unmask Comets Posing as Asteroids

4 augustus 2008
De Europese ruimtesonde Rosetta, die de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko als eindbestemming heeft, passeert onderweg daar naartoe enkele planetoïden. De eerste daarvan is de iets minder dan vijf kilometer grote planetoïde Steins. Vanaf vandaag heeft Rosetta het kleine object letterlijk in het vizier: zijn camera bekijkt Steins nu tweemaal per week en vanaf 25 augustus zelfs dagelijks, zodat op basis van visuele informatie kleine koerscorrecties kunnen worden uitgevoerd. De onderlinge afstand bedraagt nu nog 24 miljoen kilometer, maar zal op 5 september afnemen tot slechts 800 kilometer.
Meer informatie:
Rosetta starts tracking asteroid Steins
ESA: Rosetta

9 juli 2008
Planeetonderzoekers hebben ontdekt dat dubbelplanetoïden waarschijnlijk ontstaan onder invloed van zonlicht. Bij ongeveer vijftien procent van alle planetoïden kleiner dan tien kilometer is een maan ontdekt die qua grootte vaak vergelijkbaar is met de planetoïde zelf. Het ontstaan van zulke dubbelplanetoïden is lange tijd een raadsel geweest. Derek Richardson van de Universiteit van Maryland en zijn collega's hebben nu gevonden dat de planetoïdenmaantjes gevormd worden onder invloed van zonlicht. Er is al langer bekend dat zonlicht ervoor kan zorgen dat de rotatieperiode van een planetoïde sterk toe- of afneemt via het zogeheten YORP-effect. Als de planetoïde een poreuze samenballing is van kleinere brokstukken die door de zwaartekracht bijeengehouden worden (een zogeheten rubble pile ), kan zo'n snelle rotatie ertoe leiden dat er materiaal aan de evenaar wordt weggeslingerd, de ruimte in. Dat kan vervolgens weer samenklonteren tot een maan. Computersimulaties van Richardson en zijn collega's, deze week gepubliceerd in Nature , laten zien dat op die manier dubbelplanetoïden kunnen ontstaan.
Meer informatie:
Study Puts Solar Spin on Asteroids, their Moons & Earth Impacts
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 juli 2008
De Europese komeetverkenner Rosetta is door vluchtleiders uit zijn winterslaap gehaald om zich voor te bereiden op een ontmoeting met de planetoïde Steins. Rosetta is in maart 2004 gelanceerd en zal in 2014 aankomen bij komeet Churyumov-Gerasimenko. Op 5 september, om 20.37 uur Nederlandse tijd, vliegt de ruimtesonde op 800 kilometer afstand langs de planetoïde Steins, die grotendeels uit silicaten en bazalt bestaat. De komende maand worden de verschillende instrumenten van Rosetta stuk voor stuk uitgetest en in gereedheid gebracht. In juni 2010 vliegt Rosetta opnieuw langs een planetoïde, Lutetia.
Meer informatie:
Rosetta awakes from hibernation for asteroid encounter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 juni 2008
Canada bouwt de eerste ruimtetelescoop ter wereld die speciaal bedoeld is voor het opsporen en volgen van planetoïden en satellieten. De Near Earth Object Surveillance Satellite (kortweg NEOSSat) zal vooral aardscheerders - planetoïden die dicht in de buurt van de aarde kunnen komen - in de gaten gaan houden. De satelliet, die niet veel groter is dan een flinke koffer en 65 kilogram weegt, wordt naar verwachting in 2010 gelanceerd. Hoewel hij slechts met een 15-cm telescoop is uitgerust, zal NEOSSat vanuit zijn 700 kilometer hoge baan om de aarde veel beter in staat zijn om (zwakke) planetoïden op te sporen dan menige telescoop op aarde.
Meer informatie:
Asteroid-hunting satellite a world first
NEOSSat

28 mei 2008
De 56-jarige amateur-astronoom Richard Miles uit Dorset, Engeland, die tevens vicevoorzitter is van de British Astronomical Association, heeft een planetoïde ontdekt die elke 42,7 seconden om zijn as draait. Het is het snelst roterende hemellichaam in het zonnestelsel; de vorige recordhouder draaide elke 78 seconden om zijn as. Planetoïde 2008 HJ meet waarschijnlijk 12 bij 24 kilometer, weegt ruim vijfduizend ton, en scheerde eind april op één miljoen kilometer afstand langs de aarde met een snelheid van 45 kilometer per seconde. Miles verrichtte via internet waarnemingen aan de aardscheerder met behulp van de Faulkes Telescope South in Australië. Uit de periodieke helderheidswisselingen kon de rotatieperiode van het rotsblok worden afgeleid. Zulke snel roterende steenklompen kunnen ontstaan bij onderlinge botsingen, maar de rotatiesnelheden van planetoïden kunnen in de loop van miljoenen jaren ook toenemen onder invloed van ongelijk verdeelde zonnestraling.
Meer informatie:
All in a spin - record breaking asteroid discovered
Faulkes Telescope Project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 maart 2008
Ons zonnestelsel is ontstaan uit een schijfvormige wolk van heet gas: de zonnenevel. Toen de gassen aan de rand van deze schijf begonnen af te koelen, waren de eerste materialen die tot vaste stoffen condenseerden rijk aan de elementen calcium en aluminium. Pas later ontstonden andere vaste stoffen. Dankzij deze gang van zaken laten de oudste objecten van ons zonnestelsel zich gemakkelijk herkennen: ze moeten rijk zijn aan calcium en aluminium. Een team van wetenschappers heeft nu drie planetoïden opgespoord die twee tot drie maal zo veel van deze elementen bevatten als de oudste meteorieten die op aarde gevonden zijn (Science Express, 20 maart). Vermoedelijk zijn de drie sinds hun ontstaan (ca. 4,55 miljard jaar geleden) vrijwel onveranderd gebleven.
Meer informatie:
UM-Led Team Finds Oldest Known Asteroids

13 februari 2008
Met de 300-meter radiotelescoop van Arecibo is ontdekt dat planetoïde 2001 SN263 in werkelijkheid uit drie kleine hemellichamen bestaat die om elkaar heen draaien. De planetoïde is op 19 september 2001 ontdekt. Het is een zogeheten aardscheerder: een rotsblok dat in de buurt van de aarde kan komen. Deze maand bewoog het object (dat inmiddels het officiële nummer 153591 heeft gekregen) op ca. 11 miljoen kilometer afstand langs de aarde - voldoende dichtbij voor gedetailleerde radarwaarnemingen. Uit die radarmetingen, verricht op 11 februari, blijkt dat 2001 SN263 uit drie afzonderlijke objecten bestaan, met afmetingen van ca. 2 kilometer, 1 kilometer en 300 meter. Eerder zijn wel planetoïden ontdekt met twee maantjes (in feite ook drievoudige systemen), maar dit is de eerste keer dat een drievoudige aardscheerder is gevonden, en ook de eerste keer dat het om drie componenten gaat die min of meer vergelijkbare afmetingen hebben. Hoe zulke meervoudige systemen ontstaan (er zijn ook veel dubbele planetoïden bekend) is nog steeds niet helemaal duidelijk.
Meer informatie:
First near-Earth triple asteroid discovered by Arecibo Observatory astronomers
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 januari 2008
Sterrenkundigen houden een oogje op de passage, komende dinsdag, van planetoïde 2007 TU24. Maar echt spannend wordt het niet: het object zal niet naderbij komen dan 538.000 kilometer, wat overigens dichtbij genoeg is om de planetoïde waarneembaar te laten zijn met een kleine telescoop. Ook grote, professionele instrumenten zullen op 2007 TU24 worden gericht, waaronder de grote radiotelescoop van Arecibo. Op een aantal dagen zal deze de planetoïde 'bestoken' met radarsignalen, om uit de weerkaatsingen daarvan een afbeelding van het kleine hemellichaam te destilleren. Inmiddels hebben radarwaarnemingen met de veel kleinere radioschotel van Goldstone uitgewezen dat 2007 TU24 onregelmatig van vorm is en ongeveer 250 meter groot. De planetoïde is - voor zover bekend - tot 2027 de laatste van deze grootteklasse die zo dicht bij de aarde komt. Kleinere objecten zullen er nog wel langs de aarde scheren.
Meer informatie:
Arecibo astronomers prepare to obtain close images of a near-Earth
NASA Scientists Get First Images of Earth Flyby Asteroid
Asteroid to Make Rare Close Flyby of Earth January 29
Near-Earth Asteroid 2007 TU24 to Pass Close to Earth on Jan. 29
Overzicht van recente 'nipte missers'

22 januari 2008
Er zijn twee namen toegevoegd aan de steeds langer wordende lijst van planetoïden die naar Nederlanders zijn vernoemd. De nieuwe toevoegingen zijn Hannieschaft (planetoïde 85119), genoemd naar de Haarlemse verzetsheldin, die drie weken voor het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd doodgeschoten, en Oranje-Nassau (planetoïde 12151), een eerbetoon aan Willem de Zwijger, prins van Oranje en graaf van Nassau.
Meer informatie:
Planetoïde voor 'meisje met het rode haar'
Vader des vaderlands krijgt planetoïde
Lijst van Nederlandse planetoïden

17 december 2007
De verwoestende effecten van een kleine planetoïde die in botsing komt met de aarde zijn veel groter dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit gedetailleerde supercomputersimulaties die zijn uitgevoerd op de Sandia National Laboratories in de Verenigde Staten. Mark Boslough en zijn collega's (die eerder betrouwbare simulaties uitvoerden van de botsing van komeet Shoemaker-Levy 9 op de planeet Jupiter in 1994) hebben nu de Tunguska-inslag van 30 juni 1908 in Siberië gemodelleerd. Daarbij werd een enorm gebied naaldwoud met de grond gelijkgemaakt, als gevolg van een exploderende planetoïde (of wellicht een komeetfragment) op enkele kilometers hoogte in de dampkring. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat het projectiel zo'n vijftig meter groot geweest moet zijn. Uit de computersimulaties van Boslough en zijn collega's volgt echter dat de ontstane schade eenvoudig veroorzaakt kan worden door een veel kleiner hemellichaam. Hoe klein precies hangt onder andere af van de samenstelling en de inslagsnelheid. De supercomputersimulaties laten zien dat er bij een dampkringexplosie een vuurbal ontstaat die sneller dan het geluid op het aardoppervlak afraast, en daarbij een veel verwoestender werking heeft.
Meer informatie:
Sandia supercomputers offer new explanation of Tunguska disaster
Filmpje van de computersimulatie (voor meer filmpjes: zie het oorspronkelijke persbericht)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 oktober 2007
Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology hebben voor het eerst de samenstelling onderzocht van een planetoïde die een (heel kleine) kans maakt om ooit op aarde neer te storten. Die informatie kan van pas komen om straks te kunnen beslissen wat het beste verweer is tegen deze ongeleide kosmische projectielen is. De onderzochte planetoïde, Apophis, zal op 13 april 2029 (inderdaad: een vrijdag!) de aarde op slechts ongeveer 35.000 kilometer passeren; in 2036 bestaat is er zelfs een kans van 1 op 45.000 dat het tot een botsing komt. Met telescopen in Chili en op Hawaï is het ongeveer 270 meter grote hemellichaam nu spectroscopisch onderzocht. Zijn samenstelling blijkt overeen te komen met die van een vrij zeldzaam soort steenmeteorieten: de LL-chondrieten. Zulke meteorieten zijn rijk aan pyroxeen en olivijn, mineralen die ook op aarde veel voorkomen. Daarmee staat vast dat de eventuele inslag van Apophis een verwoestende uitwerking zou hebben. De planetoïde is groot genoeg om een gebied ter grootte van Frankrijk te verwoesten of om omvangrijke tsunami's te veroorzaken.
Meer informatie:
Asteroid is "practice case" for potential hazards

9 oktober 2007
De Internationale Astronomische Unie heeft planetoïde 100.000 de naam Astronautica gegeven. Daarmee wordt de 50ste verjaardag van de ruimtevaart herdacht: op 4 oktober 1957 werd de Russische kunstmaan Spoetnik 1 gelanceerd. Astronautica is een rotsblok van ongeveer anderhalve kilometer groot dat eens in de 2,6 jaar een vrij sterk gehelde baan om de zon beschrijft, tussen de banen van Mars en Jupiter. De kleine planetoïde werd op 29 september 1982 ontdekt door Jim Gibson van de Palomar-sterrenwacht in Californië, en kreeg toen de tijdelijke aanduiding 1982 SH1. In oktober 2005 was de baan voldoende nauwkeurig bekend voor een definitief nummer; toevallig bleek het de honderdduizendste planetoïde te zijn in de database van het Minor Planet Center van de Harvard-sterrenwacht. Momenteel is van 164.612 planetoïden een nauwkeurige baan bekend; 14.077 ervan hebben een eigen naam. Kort geleden nog werden opnieuw enkele planetoïden vernoemd naar Nederlanders.
Meer informatie:
Asteroid Named in Honor of 50th Anniversary of the Space Age
Gegevens van planeto?de (100000) Astronautica
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 oktober 2007
De planetoïde 6344-PL, die al sinds 1960 zoek was, is terecht. Uit onderzoek van SETI-astronoom Peter Jenniskens blijkt dat het object één en dezelfde is als de recent 'ontdekte' planetoïde 2007 RR9. Het bijzondere aan deze aardscheerder is dat hij tot de groep van bijna duizend objecten groter dan 150 meter behoort die een (kleine) kans lopen om op aarde neer te storten. Volgens Jenniskens is 6344-PL trouwens geen echte planetoïde, maar een brokstuk van de uitgeputte kern van een komeet. Uit zijn baankenmerken blijkt dat hij tot de familie van kometen behoort waarvan het verste punt in de buurt van de Jupiterbaan ligt. De eerstvolgende dichte nadering tot de aarde is op 7 november a.s., maar dichter dan ongeveer 9 miljoen kilometer nadert 6344-PL ons ditmaal niet.
Meer informatie:
Long-Lost, Dangerous Asteroid Is Found Again
Gegevens van 2007 RR9

28 september 2007
Twee kleine planeto?den - rotsblokken die tussen Mars en Jupiter rond de zon cirkelen - zijn genoemd naar de Nederlandse sterrenkundejournalisten Eddy Echternach en Govert Schilling, die o.a. samen de nieuwsvoorziening van deze website voor hun rekening nemen. Planeto?de 10986, op 16 oktober 1977 voor het eerst gefotografeerd door Cees van Houten, Ingrid van Houten-Groeneveld en Tom Gehrels, heet voortaan Govert, naar de eindredacteur van www.allesoversterrenkunde.nl. Planeto?de 12131, op foto's van 24 september 1960 door dezelfde astronomen gevonden, heet voortaan Echternach, naar beheerder en eindredacteur van www.astronieuws.nl. Zowel Govert als Eddy zijn ook hoofdredacteur geweest van het sterrenkundig maandblad Zenit; Govert van 1980-1987, en Eddy (met een korte onderbreking) van 1987 tot nu. Eddy en Govert verzorgen om beurten de gezamenlijke nieuwsvoorziening op de twee websites. Overigens zijn tegelijkertijd ook planeto?den vernoemd naar de ruimtevaartpopularisatoren Chriet Titulaer en Henk Terlingen ('Apollo Henkie').
Lijst van 'Nederlandse' planeto?den
Informatie over planeto?de (10986) Govert
Informatie over planeto?de (12131) Echternach
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 september 2007
Om 13.34 uur Nederlandse tijd heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA de planeto?denverkenner Dawn ('Dageraad') gelanceerd met een Delta II-raket vanaf Cape Canaveral in Florida. Dawn is een relatief kleine, goedkope ruimtesonde die deel uitmaakt van NASA's Discovery-programma. Hij is uitgerust met een revolutionaire ionenmotor. Daardoor is de ruimtesonde erg 'wendbaar', maar heeft hij wel veel tijd nodig om op de plaats van bestemming aan te komen. In februari 2009 vliegt de ruimtesonde vlak langs de planeet Mars om meer snelheid te maken. Daarna komt hij in augustus 2011 aan in een baan rond de planeto?de Vesta. In mei 2012 vliegt Dawn verder, om pas in februari 2015 te arriveren bij de grootste planeto?de, Ceres. Ceres is de eerste dwergplaneet in het zonnestelsel die van nabij wordt onderzocht door een onbemande ruimtesonde. Het planeto?denonderzoek van Dawn moet meer informatie opleveren over de dageraad van het zonnestelsel.
Meer informatie:
Dawn's Next Stop: Vesta
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 september 2007
Het uitsterven van de dinosauri?rs, 65 miljoen jaar geleden, is indirect het gevolg van een hevige botsing in de planeto?dengordel die nog eens 100 miljoen jaar eerder plaatsvond. Dat beweren Bill Bottke en zijn collega's van het Southwest Research Institute vandaag in Nature. Bij de inslag van het 10 kilometer grote hemellichaam werd een krater gevormd met een middellijn van 180 kilometer. Computersimulaties doen vermoeden dat het projectiel deel uitmaakte van de Baptistina-familie, een grote groep van planeto?den met vergelijkbare omlooptijden, baanhellingen en baanexcentriciteiten. Die familie ontstond volgens Bottke en zijn collega's ongeveer 160 miljoen jaar geleden toen twee grote planeto?den, met afmetingen van 170 en 60 kilometer, met elkaar in botsing kwamen. Door de invloed van de zon en door baanresonanties van Mars en Jupiter kwam een deel van de familie uiteindelijk in de binnendelen van het zonnestelsel terecht, met als gevolg enkele catastrofale inslagen op Venus, Mars, de aarde en de maan. Mede op basis van de samenstelling van de planeto?den concluderen de onderzoekers dat het voor meer dan 90 procent zeker is dat het 'dino-projectiel' ook tot de Baptistina-familie behoorde.
Meer informatie:
New research reveals asteroid breakup to be likely source of mass extinction event
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 augustus 2007
In de buitendelen van de planeto?engordel tussen Mars en Jupiter zijn twee objecten gevonden met bazaltisch gesteente aan het oppervlak. Dat betekent dat de hemellichamen ooit deels gesmolten moeten zijn geweest. Tot nu toe zijn bazaltische planeto?den uitsluitend in de binnendelen van de gordel aangetroffen, en vertonen ze exact dezelfde samenstelling als de grote planeto?de Vesta. Dat doet vermoeden dat het brokstukken zijn die bij een zware inslag van Vesta werden weggeslingerd. Vesta is een groot hemellichaam, met een gelaagde opbouw en een inwendige warmtebron, dus de aanwezigheid van bazalt op Vesta is geen verrassing. De twee planeto?den Kumakiri en 1991 RY16 bevinden zich echter in de koude buitendelen van de planeto?dengordel, en spectroscopisch onderzoek aan de twee kleine hemellichamen wijst ook uit dat ze niet dezelfde samenstelling hebben als de Vesta-brokstukken. De herkomst van het bazalt is onduidelijk; mogelijk maakten de twee rotsblokken ooit deel uit van een groter hemellichaam dat bij een kosmische botsing werd verbrijzeld.
Meer informatie:
Astronomers baffled by basalt in the outer asteroid belt
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 juli 2007
De lancering van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn is uitgesteld tot september. Dat maakte de Amerikaanse NASA zaterdag bekend. Dawn gaat onderzoek doen aan de twee grote planeto?den Vesta en Ceres. De ruimtesonde zou oorspronkelijk op zaterdagavond Nederlandse tijd gelanceerd worden, maar onweersbuien in Florida vormden een te groot risico voor het vullen van de brandstoftanks, en donderdag werd besloten de lancering of twee dagen uit te stellen. Nu is echter definitief gekozen voor een veel langer uitstel, omdat het lanceerplatform op Cape Canaveral in gereedheid gebracht moet worden voor de lancering van de Marssonde Phoenix.
Meer informatie:
NASA Mission to Asteroid Belt Rescheduled for September Launch
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 juni 2007
Met de Hubble Space Telescope is een gedetailleerde opname gemaakt van Vesta, de op twee na grootste planetoïde. Enkele jaren geleden werd de dwergplaneet Ceres (de grootste planetoïde) al door Hubble vastgelegd. Vesta en Ceres zijn de twee reisdoelen van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn, die op 7 juli gelanceerd moet worden. Dawn zal in 2011 een bezoek brengen aan Vesta en in 2015 aan Ceres. De Vesta-foto's werden midden vorige maand gemaakt met de Wide Field Planetary Camera 2. Vesta bevond zich op dat moment op 180 miljoen kilometer afstand van de aarde. De planetoide heeft een enigszins onregelmatige vorm met een grootste afmeting van 570 kilometer en een kleinste afmeting van 464 kilometer. Op de foto zijn details van 60 kilometer groot zichtbaar. De grote variaties in oppervlaktehelderheid wijzen volgens de onderzoekers mogelijk op vulkanische activiteit kort na het ontstaan van de planetoide.
Meer informatie:
Hubble Images of Asteroids Help Astronomers Prepare for Spacecraft Visit
Dawn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 mei 2007
Vandaag vliegt de kleine planetoïde Apollo op 'slechts' 10,7 miljoen kilometer afstand langs de aarde. Apollo werd in 1932 ontdekt; het was de eerst bekende planetoïde waarvan de baan die van de aarde kruist. Dat betekent dat het rotsblok (nog geen twee kilometer groot) in principe heel dicht bij de aarde kan komen. Inmiddels zijn vele honderden van zulke aardscheerders ontdekt. De passage van Apollo vindt vandaag op zeer veilige afstand plaats - bijna dertig keer de afstand van de maan. Andere aardscheerders bewegen echter regelmatig op afstanden van slechts enkele honderdduizenden kilometers langs de aarde. In de meeste gevallen gaat het dan om planetoïden die aanzienlijk kleiner zijn dan Apollo, maar een inslag van zo'n rotsblok kan toch catastrofale gevolgen hebben. Bij Apollo is overigens enige tijd geleden een klein maantje ontdekt van slechts 75 meter groot. Ook is ontdekt dat de planetoïde steeds sneller om zijn as gaat draaien onder invloed van het zonlicht. Om Apollo te zien is een grote amateurtelescoop nodig. Bovendien kan de planetoïde alleen vanaf het zuidelijk halfrond van de aarde worden waargenomen; hij beweegt vandaag door het sterrenbeeld Kraanvogel.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 april 2007
Uit gedetailleerde opnamen, gemaakt met de Japanse ruimtesonde Hayabusa, blijkt dat op het oppervlak van de planetoïde Itokawa aardverschuivingen plaatsvinden (Science Express, 19 april). De planetoïde blijkt, zoals verwacht, bedekt te zijn met een grove puinlaag (regoliet). Maar het fijnste puin wordt alleen aangetroffen op de vlakke, laaggelegen delen van het kleine hemellichaam. Dat is verrassend, omdat het puin, dat bij inslagen ontstaat, gelijkmatig over het oppervlak verspreid zou moeten zijn. Volgens de onderzoekers zouden de trillingen die door dezelfde inslagen ontstaan ervoor kunnen zorgen dat de kleinere puindeeltjes geleidelijk naar lager gelegen gebieden migreren.
Meer informatie:
PSI scientists find migrating regolith on tiny asteroid Itokawa

4 april 2007
De Japanse ruimtesonde Hayabusa, die onderzoek heeft gedaan aan de kleine planetoïde Itokawa, begint binnenkort aan zijn terugreis naar de aarde. De ruimtesonde ondervond veel technische problemen, maar slaagde er in november 2005 toch in om een mini-landertje op het oppervlak van Itokawa neer te laten. Als het goed is heeft het landertje een klein beetje stof verzameld, en is hij vervolgens naar de ruimtesonde teruggekeerd, maar het is niet helemaal duidelijk of deze manoeuvre inderdaad geslaagd is. Ook ondervond Hayabusa veel problemen met zijn ionenmotor en met de standregeling. Inmiddels lijken de meeste technische problemen min of meer onder controle, en zijn er geslaagde tests uitgevoerd met de motor. Half april moet de ionenmotor de ruimtesonde weer richting aarde sturen. Hayabusa zal in juni 2010 bij de aarde aankomen, maar de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA houdt een slag om de arm vanwege de vele tegenslagen die het project heeft ondervonden en nog steeds ondervindt.
Meer informatie:
Hayabusa to start return trip to Earth in mid April
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 maart 2007
Waarnemingen met de Very Large Telescope en een netwerk van kleinere telescopen hebben een gedetailleerd beeld opgeleverd van de dubbele planetoïde Antiope. De tweeling blijkt te bestaan uit twee eivormige objecten van vergelijkbare grootte die uit tamelijk los puin zijn opgebouwd. Het bestaan van Antiope is al bekend sinds 1866, maar dat het een dubbele planetoïde is, bleek pas zeven jaar geleden. In 2003 startte een waarneemcampagne om meer te weten te komen over dit bijzondere object. Het resultaat daarvan was dat de onderlinge baanbeweging van het tweetal goed bekend werd. We weten nu dat ze 171 kilometer van elkaar verwijderd zijn en in 16,5 uur om elkaar draaien. Daarbij keren de beide planetoïden elkaar steeds dezelfde zijde toe, net zoals de maan dat bij de aarde doet. Dankzij deze gegevens werd het mogelijk om de onderlinge bedekkingen van de beide planetoïden te voorspellen, zoals die tussen mei en november 2005 van de aarde waarneembaar waren. In die periode zijn vele (amateur-)telescopen op aarde op Antiope gericht geweest, en daaruit konden de precieze afmetingen van de twee planetoïden worden afgeleid. De ene meet 93 bij 87 bij 84 kilometer, de andere 89 bij 83 bij 80 kilometer. Uit hun vorm en geringe dichtheid (slechts iets hoger dan die van vloeibaar water) volgt dat ze zeer poreus zijn: de beide planetoïden bestaan voor dertig procent uit lege ruimte. Hoe grote dubbelplanetoïden als deze zijn ontstaan, is vooralsnog een raadsel.
Meer informatie:
The Impossible Siblings - Unique Data Collected on Double Asteroid Antiope

20 maart 2007
De Europese ruimtesonde Rosetta heeft in maart 2006 de veranderingen in de helderheid van de planetoïde 2867 Steins' een van zijn reisdoelen' vastgelegd. Dat gebeurde van een afstand van 159 miljoen kilometer, maar desalniettemin leverde dat de tot op heden meest nauwkeurige 'lichtkromme' van deze planetoïde op. De waarnemingen worden gebruikt om vast te stellen hoe snel en in welke richting het kleine hemellichaam om zijn as draait. Vastgesteld is dat Steins in ongeveer zes uur om zijn as draait en waarschijnlijk onregelmatig van vorm is. In september 2008 zal Rosetta de planetoïde van veel dichterbij (1700 km) bekijken. Bijna twee jaar later zal ook de planetoïde 21 Lutetia met een bezoekje worden vereerd.
Meer informatie:
OSIRIS camera on Rosetta obtains 'light curve' of asteroid Steins

7 maart 2007
De rotatiesnelheid van de planetoïden Apollo en 2005 PH5 is in de afgelopen jaren toegenomen door de invloed van het zonlicht. Dat is ontdekt met behulp van grote optische telescopen en radartelescopen. De daglengte van Apollo, die een middellijn heeft van ca. 1400 meter, neemt elk jaar af met ongeveer vier minuten. Voor de kleine aardscheerder 2005 PH5 (met een middellijn van slechts 114 meter) is het effect veel kleiner: de daglengte bedraagt momenteel slechts 12 minuten, en neemt elk jaar af met ongeveer één milliseconde. De toename van de rotatiesnelheid van de planetoïden is het gevolg van het YORP-effect (de vier letters verwijzen naar de vier astronomen die het effect voor het eerst beschreven): de zijde van het kleine hemellichaam die door de zon wordt beschenen, heeft een hogere temperatuur, en zal gedurende enige tijd meer warmtestraling uitzenden. Dat veroorzaakt een minuscuul 'raket-effect', waardoor de planetoïde sneller om zijn as gaat draaien. Mogelijk zijn de extreem hoge rotatiesnelheden van sommige planetoïden allemaal het gevolg van dit YORP-effect. Ook Apollo en 2005 PH5 zullen in de toekomst steeds sneller roteren, en uiteindelijk misschien in stukken breken, vooral wanneer het om poreuze samenballingen van rostblokken en gruis gaat. Berekeningen wijzen uit dat de rotatieperiode van 2005 PH5 over 35 miljoen jaar kan zijn afgenomen tot niet meer dan twintig seconden.
Meer informatie:
Observing the Spin-Up of an Asteroid
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 maart 2007
Op foto's die in 2004 zijn gemaakt met de Europese Very Large Telescope is een tweede maantje ontdekt in een baan rond de planetoïde (45) Eugenia. Eind 1998 werd bij deze zelfde planetoïde ook al een maantje gevonden, dat Petit Prince is genoemd, naar de hoofdpersoon uit het gelijknamige boek van Antoine de Saint-Exupéry, die op een planetoïde woont. Petit Prince blijkt nu dus een klein broertje te hebben. Het nieuwe maantje is naar schatting ongeveer 6 kilometer in middellijn. Het is de tweede keer dat er bij een planetoïde twee maantjes zijn gevonden; ook bij de planetoïde Sylvia zijn twee maantjes ontdekt. Bij sommige ijsdwergen in de buitendelen van het zonnestelsel zijn wel al eerder twee satellieten ontdekt. Maantjes van planetoïden zijn vermoedelijk ontstaan bij onderlinge botsingen. Statistisch onderzoek aan het vóórkomen van planetoïdenmaantjes biedt dus inzicht in de botsingsgeschiedenis van de planetoïdengordel, en indirect in de evolutie van het zonnestelsel. De ontdekking van S/2004 (45) 1, zoals het nieuwe maantje voorlopig heet, werd op 7 maart bekendgemaakt in een elektronische circulaire van de Internationale Astronomische Unie.
ESO's Very Large Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 januari 2007
Begin deze maand heeft de Europese ruimtesonde Rosetta een eerste blik geworpen op een van zijn doelwitten: de planetoïde 21 Lutetia. De planetoïde kwam in beeld tijdens de nadering van de planeet Mars, waarvan de zwaartekracht op 25 februari zal worden gebruikt om Rosetta te versnellen, iets dat in november van dit jaar ook nog eens bij de aarde zal gebeuren. Die omweg is noodzakelijk om Rosetta de juiste koers en snelheid te geven om achtereenvolgens de planetoïden 2867 Steins (in 2008) en 21 Lutetia (in 2010) te passeren, en in mei 2014 aan te komen bij de komeet Churyumov-Gerasimenko.
Meer informatie:
Lutetia asteroid in Rosetta 's spotlight

12 oktober 2006
De aardscheerder 1999 KW4 bestaat uit twee misvormde 'grindbergen' die met hoge snelheid om hun as en om elkaar heen draaien. Dat blijkt uit radarwaarnemingen van de planetoïde die zijn uitgevoerd met de 300-meter radiotelescoop van Arecibo op Puerto Rico, gemaakt in mei 2001 toen de dubbelplanetoïde op 4,8 miljoen kilometer afstand langs de aarde bewoog. Door de snelle rotatie zijn de twee hemellichamen zeer sterk afgeplat, waardoor bergtoppen nabij de 'polen' zich dichter bij het middelpunt bevinden dan dalen in de omgeving van de evenaar. Op basis van de radarwaarnemingen is een 3D-animatie gemaakt die laat zien hoe de twee objecten om elkaar heen draaien. De resultaten worden deze week gepubliceerd in Science.
Meer informatie:
First detailed pictures of asteroid reveal bizarre system
3D-animatie van de dubbelplanetoïde 1999 KW4
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 september 2006
De in Amerika werkzame Japanse onderzoeker Takahiro Hiroi en collega’s hebben vastgesteld dat de planetoïde Itokawa tekenen van veroudering vertoont (Nature, 7 september). Dat baseren zij op opnamen die eind 2005 van nabij door de ruimtesonde Hayabusa zijn gemaakt. Sommige delen van het oppervlak van Itokawa zijn duidelijk roder dan andere, wat wordt toegeschreven aan verschillen in de ijzerconcentratie die door de inwerking van (deeltjes)straling en micrometeorieten zijn ontstaan. Volgens de onderzoekers kan dit de verklaring zijn voor het feit dat de meeste meteorieten er anders uitzien dan planetoïden, terwijl toch wordt aangenomen dat meteorieten brokstukken van planetoïden zijn. De beide soorten objecten zouden er verschillend uitzien, omdat de oppervlakken van planetoïden slechts plaatselijk door ‘ruimteweer’ aangetast zijn, terwijl meteorieten dat als geheel zijn.

5 juli 2006
Op 30 juni is op de top van de Haleakala-vulkaan op het Hawaïaanse eiland Maui de PS1-telescoop in gebruik genomen. Het betreft het prototype van de grotere Panoramic Survey Telescope and Rapid Response System (Pan-STARRS), waarmee vanaf 2010 planetoïden worden. Het uiteindelijke instrument zal uit vier 1,8-meter spiegels bestaan, waarvan PS1 de eerste is. Net als de overige drie spiegels zal PS1 worden uitgerust met de grootste digitale camera ter wereld, die 1,4 miljard pixels (beeldelementen) zal bevatten' ongeveer driehonderd keer zo veel als een gewone digitale camera. De PS1 brengt in een paar dagen de hele hemel in kaart, waardoor het gemakkelijk objecten kan opsporen die zich ten opzichte van de vaste sterren verplaatsen. In veel gevallen zal het om planetoïden gaan, waarvan sommige ook een bedreiging voor de aarde kunnen vormen.
Meer informatie:
Telescope Dedicated on Haleakala Summit
Pan-STARRS

29 juni 2006
Op maandag 3 juli wordt de aarde op korte afstand gepasseerd door een planetoïde met een middellijn van enkele honderden meters. De dichtste nadering vindt plaats om 06.25 uur Nederlandse tijd. Het rotsblok bevindt zich dan op een afstand van ruim 432.000 kilometer - tien procent meer dan de afstand tot de maan. Met grote amateurtelescopen moet de kleine planetoïde zichtbaar zijn als een snel bewegend lichtstipje aan de hemel. Het rotsblok heet officieel 2004 XP14. Het werd eind 2004 ontdekt. Al snel was de baan van de zogeheten aardscheerder nauwkeurig bekend, en stond vast dat er geen sprake is van inslaggevaar. Gemiddeld wordt de aarde eens in de 70.000 jaar getroffen door een planetoïde met een middellijn van honderd meter. De afmetingen van 2004 XP14 zijn niet precies bekend, maar het rotsblok is zo goed als zeker kleiner dan een kilometer. Tijdens de passage zullen ook gedetailleerde radarwaarnemingen worden verricht.
Meer informatie over 2004 XP14
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

15 juni 2006
Met de 6,5-meter Magellan-Baade-telescoop in Chili zijn drie nieuwe planetoïden ontdekt die dezelfde baan volgen als de planeet Neptunus. De planetoïden bevinden zich in een van de stabiele libratiepunten, die op 60 graden aan weerszijden van de planeet liggen. Zulke planetoïden die voor een planeet uit of achter een planeet aan om de zon bewegen, worden Trojanen genoemd. De stabiele libratiepunten zijn een soort valkuilen waar de aantrekkingskrachten van planeet en zon zodanig samenwerken dat objecten, zoals toevallig passerende planetoïden, 'vast' komen te zitten. In beginsel kan elke planeet een gevolg van Trojanen hebben, maar tot nu toe zijn ze alleen waargenomen bij Jupiter en Neptunus. Sterrenkundigen vermoeden dat de Trojanen bij Neptunus zeer talrijk zijn, maar door hun grote afstand zijn ze moeilijk waarneembaar. De vier (!) die tot nog toe zijn ontdekt, bewegen alle voor Neptunus uit.
Meer informatie:
Three new 'Trojan' asteroids found sharing Neptune's orbit

1 februari 2006
Een tweetal planetoïden dat in dezelfde baan als de planeet Jupiter om de zon draait, blijkt sterke overeenkomsten te vertonen met komeetkernen. De ongeveer 122 kilometer grote Patroclus en zijn iets kleinere begeleider Menoetius, die in ruim vier dagen op een onderlinge afstand van 680 kilometer om elkaar heen draaien, bestaan waarschijnlijk grotendeels uit bevroren water. Mogelijk is het tweetal ongeveer 650 miljoen jaar na het ontstaan van het zonnestelsel, toen het hier nog wemelde van de komeetachtige objecten, ingevangen door Jupiter. Volgens de onderzoekers kan dit betekenen dat de duizenden planetoïden die op grote afstand voor de planeet uit of achter de planeet aan bewegen – de zogeheten Trojanen – in veel of misschien zelfs bijna alle gevallen ijsachtig zijn. Daarmee zouden de Trojanen naaste verwanten zijn van de Kuipergordelobjecten.
Meer informatie:
http://www.berkeley.edu/news/media/releases/
http://www.keckobservatory.org/news/science/060201_patroclus/index.html
Nature, 2 februari 2006

18 januari 2006
Amerikaanse en Tsjechische onderzoekers hebben vastgesteld dat een stoflaag die ruim 8 miljoen jaren geleden op aarde is afgezet, waarschijnlijk afkomstig is uit de planetoïdengordel. Dat de betreffende sedimenten van ‘buitenaardse’ oorsprong zijn, kan worden afgeleid uit de aanwezigheid van de op aarde zeldzame isotoop helium-3. De hoeveelheid interplanetair stof die destijds jaarlijks werd afgezet, moet ongeveer viermaal zo groot zijn geweest als de huidige hoeveelheid (20.000 ton). Pas ongeveer anderhalf miljoen jaar geleden was de stofregen weer normaal. De onderzoekers denken dat het stof ontstaan is bij een botsing tussen planetoïden, waarbij een groot exemplaar helemaal verpulverd is. Uit computerberekeningen blijkt dat het wel eens om de voorganger van de huidige planetoïde Veritas kan zijn gegaan.
Meer informatie:
http://www.swri.org/9what/releases/2006/Asteroid.htm
Nature, 19 januari 2006

11 januari 2006
Sommige planetoïden zijn mogelijk ontstaan bij schampende botsingen tussen planeten-in-wording in de begintijd van het zonnestelsel. Dat zeggen onderzoekers van de universiteit van Californië (Santa Cruz). Van de vier binnenplaneten van het zonnestelsel, waartoe ook de aarde behoort, wordt veelal aangenomen dat ze het resultaat zijn van samensmeltingen van kleinere objecten die planetesimalen worden genoemd. Uit computersimulaties blijkt echter dat botsingen tussen planetesimalen lang niet altijd tot samensmeltingen leiden. In veel gevallen komen er bij zo’n botsing kleinere brokstukken vrij, die nu nog als planetoïden en meteoroïden in het binnenste deel van ons zonnestelsel moeten rondzwerven.
Schampende botsingen zouden kunnen verklaren waarom sommige planetoïden er zo gesmolten uitzien. Bij een normale botsing komt wel veel warmte vrij, maar alleen plaatselijk. Bij een schampende botsing tussen twee planetesimalen van vergelijkbare grootte zou de inwendige druk in beide objecten sterk dalen, waardoor gesteente dat toch al heet is in één klap smelt en water en andere vluchtige bestanddelen ontsnappen.
Meer informatie:
http://www.ucsc.edu/news_events/press_releases/text.asp?pid=799
Nature, 12 januari 2006

21 november 2005
Waar zijn de kraters op planetoïde Itokawa? Niemand die het weet. De Japanse robotsonde Hayabusa is enige tijd geleden aangekomen bij deze aardscherende planetoïde en zendt afbeeldingen terug die een oppervlak tonen dat op geen enkel ander tot nog toe gefotografeerd object in ons zonnestelsel lijkt – een oppervlak dat mogelijk geheel vrij is van inslagkraters. Eén mogelijke verklaring voor het gebrek aan de doorgaans talrijke ronde deuken is dat planetoïde Itokawa een hoop puin is – blokken steen, gruis en ijs die slechts losjes bij elkaar gehouden wordt door de geringe zwaartekracht.
Meer informatie: http://www.apod.nl/ap051121_nl.html

17 september 2005
Het zware oerbombardement waardoor de binnendelen van het zonnestelsel 3,9 miljard jaar geleden geteisterd werd, is veroorzaakt door een regen van planetoïden. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit van Arizona op basis van een uitgebreide vergelijking van maankraters met waarnemingen van planetoïden. De kraters en inslagbekkens op de maan zijn voor een belangrijk deel gevormd tijdens het ‘Late Heavy Bombardment’, dat ca. 700 miljoen jaar na de vorming van het zonnestelsel plaatsvond. Uit de afmetingen van de oude inslagstructuren volgt een bepaalde grootteverdeling van de projectielen. Die blijkt nauwkeurig overeen te stemmen met die van de planetoïden in de gordel tussen Mars en Jupiter, aldus de onderzoekers. Dat betekent dat het oerbombardement niet veroorzaakt is door kometen, zoals ook wel eens is geopperd. Kometen hebben een duidelijk andere grootteverdeling.
Meer informatie:
http://uanews.org/cgi-bin/WebObjects/UANews.woa/wa/MainStoryDetails?ArticleID=11692

7 september 2005
Hubble-waarnemingen van Ceres, de grootste planetoïde in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, duiden erop dat dit 930 kilometer grote hemellichaam een aantal planeetachtige kenmerken heeft. Onder zijn oppervlak zouden zelfs grote hoeveelheden bevroren water schuilgaan. Dat laatste leidt men af uit het feit dat de dichtheid van Ceres gering is en er aan zijn oppervlak waterhoudende mineralen te vinden zijn.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2005/27/text/
Nature, 8 september 2005

16 augustus 2005
In 2029 scheert planetoïde 99942 Apophis vlak langs de aarde. Daarbij wordt onze planeet dermate dicht genaderd (drie aarddiameters), dat zelfs een botsing niet helemaal kan worden uitgesloten. Als dat laatste niet gebeurt, hopen wetenschappers de gelegenheid aan te grijpen om de invloed van het zwaartekrachtsveld van de aarde op de rotatie van de planetoïde te onderzoeken. Dat zou interessante aanwijzingen over de inwendige structuur van de planetoïde opleveren. Ook na 2029 zal Apophis de aarde nog regelmatig op geringe afstand passeren. Volgens Amerikaanse onderzoekers is het dan ook de moeite waard om geologische meetapparatuur op Apophis neer te zetten.
Meer informatie: http://www.umich.edu/news/index.html?Releases/2005/Aug05/r081605c

10 augustus 2005
De planetoïde 87 Sylvia blijkt twee kleine maantjes te hebben. Dat blijkt uit waarnemingen met de Very Large Telescope. Er zijn wel meer planetoïden met een maantje, maar het is voor het eerst dat er meer dan één is ontdekt. Sylvia is 380 bij 260 kilometer groot en haar maantjes meten 7 en 18 kilometer' ze cirkelen op afstanden van 710 en 1360 kilometer om hun ‘moederplanetoïde’. Uit de baanbewegingen van de maantjes blijkt dat Sylvia een zeer lage dichtheid heeft: dat duidt erop dat de planetoïde een vrij losse verzameling van puin en ijs moet zijn. Mogelijk betreft het een verzameling brokstukken die is samengeklonterd na een botsing tussen twee ‘normale’ planetoïden. Ook de maantjes zouden overblijfselen van deze botsing kunnen zijn.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-21-05.html
Nature, 11 augustus 2005

20 juli 2005
Amerikaanse sterrenkundigen denken dat het ontbreken van kleine kraters op 40% van het oppervlak van de planetoïde Eros moet worden toegeschreven aan de één grote inslag. De trillingen die bij deze inslag ontstonden, zouden de planetoïde zodanig hebben doen beven, dat de kleine kraters zijn ingestort. Als deze bevinding juist is, kan dat gevolgen hebben voor de wijze waarop de ouderdom van de oppervlakken van planetoïden wordt geschat. Deze schattingen zijn namelijk gebaseerd op kratertellingen.
Meer informatie:
http://www.news.cornell.edu/stories/July05/Thomas.Eros.lxg.html
Nature, 21 juli 2005

15 juni 2005
De eerste planetoïden die in ons zonnestelsel tot planeten samenklonterden, waren gehuld in een mantel van vloeibaar gesteente. Dat zeggen Britse onderzoekers die een aantal meteorieten op hun samenstelling onderzocht hebben. Uit hun onderzoek blijkt dat de meteorieten, die als brokstukken van planetoïden worden beschouwd, meer dan 4 miljard jaar geleden zijn ontstaan na een grootschalig smeltingsproces. In gevallen waar meer dan de helft van de planetoïde uit gesmolten gesteente bestond, kan differentiatie zijn opgetreden: zware elementen zakten omlaag, lichte kwamen naar boven.
Meer informatie:
http://www3.open.ac.uk/events/0/2005615_50740_nr.doc
Nature, 16 juni 2005

18 april 2005
Ondanks verwoede pogingen van astronomen om zulke berichten te nuanceren, gonst het in de media weer eens van de geruchten dat er een reële kans bestaat dat de aarde over dertig jaar wordt getroffen door een planetoïde. Het betreft het 300 meter grote exemplaar 2004 MN4, dat eind 2004 ook voor ophef zorgde, omdat de kans op een botsing eventjes vrij groot leek. Inmiddels is deze kans echter afgenomen tot minder dan een honderdste procent: naar verwachting zal 2004 MN4 in de periode 2034-2036 de aarde enkele malen op duizenden kilometers missen. Naar astronomische maatstaven zijn dat best nipte missers, en daarbij kunnen kleine baanafwijkingen ontstaan. Voor de Britse krant The Times is dat voldoende aanleiding om de schrik er maar weer even in te jagen: zo’n baanverstoring zou er immers toe kunnen leiden dat 2004 MN4 alsnog op aarde neerstort. Dit ondanks het feit dat de geciteerde deskundigen benadrukken dat de invloed van de zwaartekracht van onze planeet naar alle waarschijnlijkheid resulteert in een baan die de aarde niet zal kruisen. Maar ja, die boodschap verkoopt geen kranten.
Meer informatie over de risicostatus van 2004 MN4: http://neo.jpl.nasa.gov/risk/2004mn4.html

12 april 2005
Sterrenkundigen hebben de zogeheten Torino-schaal, die aangeeft hoe gevaarlijk een planetoïde of komeet voor de aarde kan zijn, aangepast. De schaal loopt van 0 (geen kans op inslag) tot 10 (zeker een inslag met catastrofale gevolgen). In de oorspronkelijke versie, die in 1999 werd opgesteld, werden objecten van de klassen 2-4 omschreven als ‘zorgwekkend’' dat is nu veranderd in ‘aandacht van sterrenkundigen gewenst’. Bovendien wordt in de betreffende categorieën nu benadrukt dat betere baanbepalingen er waarschijnlijk toe zullen leiden dat het object in kwestie terugzakt naar categorie 0. Een en ander is bedoeld om het grote publiek duidelijk te maken dat de ontdekking van een planetoïde van categorie 2-4 niet alarmerend is.
Meer informatie: http://web.mit.edu/newsoffice/2005/torino.html

4 februari 2005
Eind vorig jaar haalde planetoïde 2004 MN al het nieuws, omdat hij in 2029 mogelijk op aarde zou neerstorten. Latere baanberekeningen wezen uit dat het wel meeviel en dat het ruim 300 meter grote object onze planeet zou missen. Nieuwe radarmetingen geven echter aan dat het een zéér nipte misser gaat worden: op 13 april 2029 zal het rotsblok mogelijk op slechts 30.000 km langs het aardoppervlak scheren. Hij is dan zichtbaar als een bewegend lichtpunt van magnitude 3,3.
Meer informatie: http://SkyandTelescope.com/news/article_1458_1.asp

24/28 december 2004
Een in juni ontdekte planetoïde van het type aardscheerder heeft de gemoederen weer eens flink doen oplaaien. Helemaal onterecht was dat niet, want het misschien wel 400 meter (!) grote exemplaar 2004 MN4 scoorde eventjes hoog op de Torino-schaal. Voor het jaar 2029 bereikte hij categorie 4, wat ertoe leidde dat sterrenkundigen hem extra goed in de gaten hielden. De maximale inslagkans voor dat jaar werd op een gegeven moment op 2,7 procent geschat. Nauwkeurigere baanbepalingen hebben de inslagkans nu echter flink doen dalen: alleen voor het jaar 2053 bestaat nu nog een klein risico.
Meer informatie:
http://neo.jpl.nasa.gov/news/news146.html
http://neo.jpl.nasa.gov/risk/2004mn4.html

26 november 2004
Op de beelden die de ruimtesonde NEAR in 2000 en 2001 naar de aarde zond, is te zien dat het dicht bekraterde oppervlak van de slechts 33 kilometer lange planetoïde Eros is bedekt met los puin en rotsblokken. Ondanks de (te) geringe zwaartekracht ter plaatse blijkt dit puin op veel hellingen omlaag te zijn geschoven. Uit modelberekeningen blijkt dat dit verschijnsel naar alle waarschijnlijkheid wordt veroorzaakt door de inslagen waar Eros nog regelmatig onder te lijden heeft. Bij elke inslag ontstaat een aardbeving die het puin omlaag ‘schudt’. Dit leidt ertoe dat kleine kraters in de loop van de tijd worden opgevuld en verdwijnen.
Meer informatie:
http://uanews.org
http://nssdc.gsfc.nasa.gov/planetary/mission/near/near_eros.html [foto’s van Eros]

11 november 2004
Tijdens het waarnemen van het Sagittarius dwergstelsel heeft de Hubble-ruimtetelescoop in augustus 2003 toevallig een kleine planetoïde opgespoord. Het kleine object vertoonde zich als een lang, golvend spoor op een langdurige opname die enkele malen eventjes onderbroken is. Uit nadere analyse bleek de nog onbekende planetoïde zich op maar liefst 272 miljoen kilometer te bevinden: hij bevindt zich waarschijnlijk in de planetoïdengordel. Waarschijnlijk is de planetoïde niet groter dan een kilometer of 2,5.
Meer informatie: http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2004/31/image/a

20 mei 2004
Bij een zoektocht naar objecten die de aarde dicht kunnen naderen, hebben Amerikaanse sterrenkundigen een planetoïde opgespoord die de kleinst bekende omlooptijd heeft (ongeveer zes maanden). Planetoïde 2004 JG6 is pas de tweede waarvan vaststaat dat zijn baan geheel binnen die van de aarde ligt. Tijdens zijn omloop om de zon kruist hij zowel de baan van Venus als die van Mercurius. Het object is naar schatting 500 tot 1000 meter groot.
Meer informatie: http://www.lowell.edu

19 mei 2004
Amerikaans onderzoek duidt erop dat planetoïden in de loop van hun bestaan verkleuren. Dat blijkt uit een inventarisatie van de kleuren van meer dan 100.000 planetoïden, gebaseerd op gegevens van de Sloan Digital Sky Survey. Op een aantal verschillende manieren zijn schattingen gemaakt van de ouderdom van de verschillende objecten. Daarbij bleek dat de oudste planetoïden ook het roodst zijn. De verkleuring is waarschijnlijk het gevolg van de inwerking van zonnestraling, kosmische straling en de inslagen van minuscule meteorieten.
Meer informatie: http://www.ifa.hawaii.edu

18 maart 2004
Het was voorbij voordat we er erg in habben: het object 2004 FH. Het betreft een enkele tientallen meters grote planetoïde, die op 16 maart met het automatische zoeksysteem LINEAR is ontdekt. Op 18 maart passeerde 2004 FH de aarde op een recordafstand van minder dan 50.000 kilometer. De kleine planetoïde kwam eventjes binnen het bereik van kleine telescopen, maar bewoog te zuidelijk om zichtbaar te zijn vanuit Nederland.

5 december 2003
NASA-wetenschappers hebben voor het eerst het zogeheten Jarkovski-effect gemeten, de kleine kracht die op planetoïden werkt doordat hun zonzijde meer (warmte)straling uitzendt dan hun schaduwzijde. De vereiste metingen zijn gedaan middels radarwaarnemingen van de kleine planetoïde 6489 Golevka. Door het Jarkovski-effect blijkt deze planetoïde in de loop van twaalf jaar ongeveer 15 kilometer te zijn ‘opgeschoven’. Op de lange duur kan dit kleine effect ertoe leiden dat planetoïden een compleet andere baan gaan volgen.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2003/163.cfm

21 oktober 2003
Meer nieuws over Hermes: de kort geleden teruggevonden planetoïde blijkt dubbel te zijn! Hermes blijkt een planetoïde van de S-klasse te zijn: objecten die tamelijk licht van kleur zijn en dus vrij veel zonlicht weerkaatsen. Hierdoor worden de afmetingen van Hermes nu weer wat lager ingeschat: een meter of 900. Maar het gaat, zoals gezegd, niet om één planetoïde, maar om twee ongeveer even grote objecten die op heel geringe afstand om elkaar draaien.
Meer informatie:
http://www.lowell.edu/press_room/releases/recent_releases/Hermes_rls.html
http://www.news.cornell.edu/releases/Oct03/Arecibo.asteroid.deb.html

15 oktober 2003
Planetoïde Hermes is opgespoord! Na 66 jaar zoek te zijn geweest, hebben sterrenkundigen van de Lowell-sterrenwacht de één à twee kilometer grote aardscheerder weer weten op te sporen. Hermes was de bekendste van de ‘vermiste’ planetoïden, maar zeker niet de enige. In de loop der jaren zijn vele planetoïden zoekgeraakt, meestal omdat ze na hun ontdekking niet lang genoeg konden worden waargenomen om hun banen nauwkeurig te bepalen.
Eind oktober zal Hermes helder genoeg zijn (magnitude 13) om met de wat grotere amateur-telescopen zichtbaar te zijn. Helaas volgt hij een voor Nederland vrij ongunstige koers door de sterrenbeelden Walvis, Vissen en Waterman. Hij zal de aarde op ongeveer 7 miljoen kilometer passeren.
Meer informatie:
http://skyandtelescope.com/news/article_1081_1.asp
http://www.rzuser.uni-heidelberg.de/~s24/hermes.htm (historisch)

10 september 2003
Amerikaans onderzoek heeft uitgewezen dat zonlicht van grote invloed is op de rotatie van kleine planetoïden. Volgens het onderzoek zou zonlicht ook van grotere invloed op de rotatie zijn dan botsingen tussen planetoïden onderling. De rotatieversnelling die door (de absorptie en heruitstraling van) zonlicht wordt veroorzaakt kan er zelfs toe leiden dat een planetoïde op den duur uit elkaar valt. Anderzijds kan het zonlicht een al roterende planetoïde ook tot stilstand brengen. De onderzoekers baseren deze conclusie op computersimulaties en waarnemingen van een tiental planetoïden van de zogeheten Koronis-familie, waarvan er vier vrijwel dezelfde rotatiesnelheid hebben en de rotatie-assen in dezelfde richting wijzen.
Meer informatie: http://www.swri.org/9what/releases/astspin.htm

4 september 2003
Met de Keck-telescoop op Hawaï zijn detailrijke opnamen gemaakt van de 320 km grote planetoïde 511 Davida. De opnamen tonen meer dan een volledige rotatie (5,1 uur) van de planetoïde, waarvan de noordelijke helft op dat moment richting aarde wees. Het object, dat deel uitmaakt van de planetoïdengordel, is duidelijk niet bolvormig.
Meer informatie: http://www2.keck.hawaii.edu/news/asteroid.html

2 september 2003
Er is flink wat ophef over een planetoïde die in 2014 mogelijk op aarde zou neerstorten. Gelukkig wordt de soep niet zo heet gegeten.... Het betreft de 1,2 kilometer grote planetoïde 2003 QQ47, die pas op 24 augustus jl. ontdekt is. En zoals dat gaat met nieuwe ontdekkingen: de berekende baan van het object verandert ongeveer met de dag. Gisteren bedroeg de kans op een inslag nog 1 op 909.000, nu is dat al gedaald tot 1 op 2,2 miljoen. Bovendien zou een eventuele inslag nu niet eerder dan 2058 plaatsvinden.
Meer informatie:
http://www.nearearthobjects.co.uk/news_display.cfm?code=news_intro&itemID=196
http://neo.jpl.nasa.gov/risk/

6 augustus 2003
Juno, de derde planetoïde die ontdekt is, mist een stukje. Dat blijkt uit de meest gedetailleerde opnamen die ooit van dit hemellichaam zijn gemaakt. De nieuwe foto’s van Juno zijn gemaakt met een adaptief optisch systeem dat aan de 2,5-m Hooker-telescoop op Mount Wilson is gekoppeld. Net als de meeste andere planetoïden is Juno tamelijk misvormd, en vertoont hij duidelijke sporen van inslagen. Eén daarvan heeft mogelijk een bijna honderd kilometer grote krater achtergelaten.
Meer informatie: http://cfa-www.harvard.edu/press/pr0318.html

17 maart 2003
Algemeen wordt aangenomen dat de inslag van een kleine planetoïden (tot 1 km) in zee tot een grote golfvloed (tsoenami) leidt, die tot vele kilometers in het binnenland verwoestende gevolgen kan hebben. Maar waarschijnlijk valt het wel mee: er zouden geen honderden meters hoge golven ontstaan en de gevolgen zouden beperkt blijven tot een smalle kuststrook. Dat is geruststellend, omdat inslagen van dit soort ‘kleine’ objecten gemiddeld eens in de paar eeuw plaatsvinden. Geologische gegevens duiden erop dat de laatste grote tsoenami die ons land overspoelde 7000 jaar geleden plaatsvond, maar dat was een gevolg van een grote aardverschuiving aan de Noorse kust. Opmerkelijk genoeg zijn de geruststellende berichten over de tsoenami’s al terug te vinden in een meer dan dertig jaar oud Amerikaans rapport, dat pas kort geleden weer boven water kwam.
Meer informatie: http://uanews.opi.arizona.edu

8 januari 2003
Net als Jupiter blijkt de planeet Neptunus op enige afstand te worden voorafgegaan door planetoïden. Er is althans één exemplaar gevonden (2001 QR322) dat in dezelfde baan als de planeet beweegt en daarbij (gemiddeld) gelijke afstand houdt tot de zon en Neptunus. Bij de planeet Jupiter zijn inmiddels meer dan 1500 van zulke planetoïden ontdekt, die Trojanen worden genoemd. 2001 QR322 is naar schatting 230 km groot.
Meer informatie:
http://www.noao.edu/outreach/press/pr03/pr0302.html

26 en 27 november 2002
Opnieuw zijn drie planetoïden vernoemd naar Nederlandse (amateur)astronomen. Planetoïde 10647 (= 3047 P-L = 1988 CD7 = 1981 UMC) heet voortaan Meesters naar P.G. Meesters. Piet Meesters uit Halfweg was een beroemde amateurastronoom die leefde van 1887 tot 1964. Als eenvoudige landarbeider had hij weinig scholing genoten, maar dat weerhield hem er niet van om met veel zelfstudie en inzet uit te groeien tot een zeer bekend lid van de Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde. Zeer velen (waaronder diverse latere beroepsastronomen) zijn door hem enthousiast gemaakt voor de sterrenkunde. Planetoïde Meesters werd ontdekt door het Nederlandse astronomen-echtpaar van Houten-Groeneveld.
Ook naar Hans Betlem en Peter Jenniskens, beiden actief lid van de Dutch Meteor Society, zijn planetoïden vernoemd, resp. (42924) Betlem = 1999 TJ2 en (42981) Jenniskens = 1999 TY224.  Betlem en Jenniskens hebben o.a. veel onderzoek gedaan aan de Leoniden-meteorenzwerm. Hans Betlem is een zeer enthousiast amateurastronoom. Peter Jenniskens is als beroepsastronoom verbonden aan het NASA Ames Research Center en heeft o.a. leiding gegeven aan waarneemacties vanuit vliegtuigen. Beide planetoïden zijn ontdekt door Petr Pravec van de Ondrejov sterrenwacht in Tsjechië.
Meer informatie over planetoïden: http://cfa-www.harvard.edu/iau/mpc.html

4 november 2002
De Amerikaanse ruimtesonde Stardust heeft een geslaagde ‘testvlucht’ langs de kleine planetoïde Annefrank gemaakt. Daarbij is vastgesteld dat Annefrank twee keer zo groot is als verwacht (8 km), en een donkerder oppervlak heeft. Stardust blijkt naar wens te werken en is nu onderweg naar het eigenlijke reisdoel: komeet Wild 2.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2002/release_2002_204.cfm

4 september 2002
In de nacht van 17 op 18 augustus scheerde een kleine planetoïde op een afstand van 750.000 km langs de aarde. Sterrenkundigen hebben met de William Herschel Telescope op La Palma nauwkeurige metingen verricht aan de grootte van het object. Uit infrarood-opnamen blijkt dat het kosmische rotsblok niet groter kan zijn dan 400 meter.
Meer informatie: http://www.ing.iac.es/PR/press/ing32002.html

21 augustus 2002
Op de site van het National Optical Astronomy Observatory (NOAO) is een mooi ‘filmpje’ te zien van de planetoïde 2002 NY40, die op 15/16 augustus op een afstand van 525.000 km langs de aarde scheerde. De planetoïde is naar schatting 700 meter groot. Meer informatie: http://www.noao.edu/outreach/press/pr01/pr0207.html

26 juli 2002
Er is een nieuwe, kleine planetoïde onderweg naar een nabije ontmoeting met de aarde. Het ongeveer 500 meter grote object, 2002 NY40, werd op 14 juli ontdekt met de automatische surveytelescoop LINEAR. De aardscheerder, die een omlooptijd van 3,03 jaar heeft, passeert onze planeet op 18 augustus op een afstand van 530.000 kilometer. Ondanks zijn geringe afmetingen is hij dan met een kleine telescoop waarneembaar. Op dit moment bevindt 2002 NY40 zich in het sterrenbeeld Boogschutter. De kans dat de planetoïde binnen afzienbare tijd met de aarde in botsing komt is (astronomisch) klein.
Meer informatie: http://skyandtelescope.com/news/current/article_670_1.asp

20 juni 2002
Afgelopen vrijdag, 14 juni, is' naar achteraf is gebleken' een kleine planetoïde op een afstand van slechts 120.000 kilometer de aarde gepasseerd. Het object, 2002 MN, werd pas op 17 juni opgemerkt door sterrenkundigen van het LINEAR-zoekproject. Op het moment van passeren had de planetoïde een snelheid van 10 km/s. Bij inslag zou een dergelijk object aanzienlijke schade aan kunnen richten, maar 120.000 kilometer is nog een flinke afstand: tienmaal de diameter van de aarde.
Meer informatie: http://www.ll.mit.edu/LINEAR/

12 juni 2002
Amerikaanse sterrenkundigen hebben met behulp van computersimulaties de banen van een kleine planetoïdenfamilie onderzocht. De conclusie luidt dat de betreffende planetoïden waarschijnlijk de overblijfselen zijn van een botsing die ongeveer 5,8 miljoen jaar geleden moet hebben plaatsgevonden. Botsingen zijn in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter niet bepaald de orde van de dag: de meeste van deze gebeurtenissen hebben honderden miljoenen jaren geleden plaatsgevonden. Het is in deze gevallen niet meer na te gaan welke brokstukken bij elkaar horen. Dat was met de nu onderzochte familie, de Karin-cluster, dus anders. De groep bestaat uit dertien grote planetoïden met afmetingen tot 18 km.

11 april 2002
Ongeveer een op de zes planetoïden die in de buurt van de aarde komen blijkt een begeleider te hebben. Uit nieuw onderzoek blijkt dat deze ‘dubbelplanetoïden’ waarschijnlijk zijn ontstaan doordat enkelvoudige planetoïden tijdens een passage van de aarde door getijkrachten uit elkaar zijn gevallen. Het betreft onder meer planetoïde 2000 DP107 die uit twee afzonderlijke rotsblokken bestaat die op een afstand van drie kilometer om elkaar wentelen.
Meer informatie: http://www.gps.Caltech.edu/~margot/2000DP107

5 april 2002
Er bestaat een kleine kans dat op 16 maart 2880 een planetoïde op aarde neerstort. Dat zeggen Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Ze tekenen daarbij echter aan dat de baan van een planetoïde aan zo veel veranderingen onderhevig is, dat er weinig te vrezen valt. De planetoïde in kwestie ‘heet’ 1950DA en was na zijn ontdekking in 1950 lange tijd zoek. Pas op de drempel van 2000 werd hij teruggevonden. Baanberekeningen duiden er nu op dat er een kans van 1 op 300 is dat de planetoïde in 2880 tegen de aarde botst. Veel hangt echter af van de fysische eigenschappen van het ongeveer 1 km grote rotsblok, en met name het lichtweerkaatsend vermogen van zijn oppervlak. Door het reflecteren van zonlicht ondervindt een hemellichaam namelijk een kleine versnelling' een verschijnsel dat het Yarkovski-effect wordt genoemd. Het is onmogelijk om te voorspellen wat het Yarkovski-effect over een periode van 878 jaar met de baan van de planetoïde doet.
Overigens hebben Europese onderzoekers zojuist bekend gemaakt dat er ongeveer tweemaal zo veel planetoïden groter dan 1 km in de gordel tussen Mars en Jupiters zitten dan eerder werd gedacht: 1,2 miljoen of misschien zelfs nog iets meer. Zij baseren zich op gegevens verzameld met de ISO-satelliet.
Meer informatie:
Science, 4 april 2002
http://www.jpl.nasa.gov/releases/2002/release_2002_79.html
http://neo.jpl.nasa.gov/
http://sci.esa.int/content/news/index.cfm?aid=18&cid=41&oid=29762

3 april 2002
Amerikaanse sterrenkundigen gaan opnieuw een poging doen om ‘vulcanoïden’ op te sporen. Vulcanoïden is de benaming voor de kleine planetoïden die theoretisch nog binnen de baan van Mercurius om de zon zouden kunnen draaien. Deze objecten zullen door hun kleine afstand tot de zon erg moeilijk waarneembaar zijn. Tot nog toe is er dan ook niet één gevonden, wat betekent dat eventuele exemplaren waarschijnlijk kleiner dan 20 kilometer zijn. De onderzoekers hopen met instrumenten in een stratosferische straaljager, die op een hoogte van 15 kilometer boven de Mojave-woestijn vliegt, alsnog vulcanoïden op te sporen.
Meer informatie: http://www.boulder.swri.edu/swuis/swuis.instr.html