Onderwerp van deze rubriek zijn melkwegstelsels buiten het onze, inclusief de supernova-explosies en superzware zwarte gaten (quasars) daarin. Ook intergalactische gaswolken komen aan bod.

19 augustus 2010
Sterrenkundigen zijn erin geslaagd om meer te weten te komen over de mysterieuze donkere energie in het heelal, door metingen te verrichten aan een zwaartekrachtlens. De nieuwe resultaten, die donderdag gepubliceerd worden in het wetenschappelijke weekblad Science, leveren een 30% nauwkeuriger waarde op voor de zogeheten toestandsvergelijking van de donkere energie. Donkere energie is de weinig zeggende naam voor een mysterieuze 'anti-zwaartekracht' in het heelal, die ervoor zorgt dat de uitdijing van de lege ruimte in de loop van de tijd steeds sneller gaat. Niemand kent de ware aard van deze mysterieuze kracht; de 'toestandsvergelijking' is een maat voor de verhoiuding tussen de druk en de dichtheid van de donkere energie. Met behulp van de Hubble Space Telescope is de zwaartekrachtlenswerking in kaart gebracht van Abell 1689, een ver verwijderde cluster van sterrenstelsels. De zwaartekracht van de zichtbare en de donkere materie in deze cluster buigt de lichtstralen van sterrenstelsels op de achtergrond af. De afstanden en vluchtsnelheden (als gevolg van de uitdijing van het heelal) van die extreem ver verwijderde achtergrondstelsels zijn nauwkeurig opgemeten met grote telescopen op aarde. Uit die informatie, en uit de waargenomen vervormingen van de verre stelsels door de lenswerking van de cluster, kon niet alleen de materieverdeling in Abell 1689 worden afgeleid, maar ook informatie worden verkregen over de toestandsvergelijking van de donkere energie. Soortgelijke maar preciezere metingen in de toekomst zullen naar verwachting nog veel nauwkeuriger informatie opleveren over de donkere energie, waardoor het uiteindelijk misschien mogelijk is om de ware aard van de 'anti-zwaartekracht' te achterhalen.
Meer informatie:
First Use of Cosmic Lens to Probe Dark Energy
Persbericht Hubble/ESA Information Centre
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

18 augustus 2010
Amerikaanse astronomen hebben ontdekt dat een actief sterrenstelsel in de Virgo-cluster, op 50 miljoen lichtjaar afstand, zich net zo gedraagt als de Eyjafjallajokull-vulkaan op IJsland. Uitbarstingen in de kern van het sterrenstelsel, waar zich een groot zwart gat bevindt, blazen elektrisch geladen deeltjes de ruimte in. Die wolken van geladen deeltjes creëren openingen in het hete gas dat zich tussen de sterrenstelsels in de cluster bevindt, en in hun kielzog zuigen ze koel gas uit de omgeving van het exploderende stelsel mee naar buiten. Op vergelijkbare manier werden tijdens de uitbarsting van de Eyjafjallajokull koele aswolken mee naar buiten gezogen door heet gas dat zich een weg baande door de donkere rookwolken van de vulkaan. De vulkaanwerking van het actieve sterrenstelsel in de Virgo-cluster (M87 geheten) is ontdekt met behulp van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory, een grote vliegende sterrenwacht voor röntgenstraling. Het 'vulkaan-effect' zuigt zó veel koel gas uit de omgeving van M87 mee naar buiten dat de vorming van nieuwe sterren in het stelsel vrijwel volledig tot stilstand is gekomen. Normaal gesproken zouden uit het koele gas honderden miljoenen nieuwe sterren kunnen zijn ontstaan. De uitbarstingen van het stelsel, waarbij krachtige straalstromen van elektrisch geladen deeltjes de ruimte in schieten, ontstaan in de directe omgeving van het superzware zwarte gat dat zich in de kern van het stelsel bevindt. Kennelijk zijn zulke superzware zwarte gaten van grote invloed op de stervormingsactiviteit van een sterrenstelsel.
Meer informatie:
Galactic Super-Volcano in Action
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 augustus 2010
Met NASA's infraroodtelescoop Spitzer is ontdekt dat de meeste stervormingsactiviteit lang geleden juist voorkwam in de dichtbevolkte kernen van clusters van sterrenstelsels. Clusters zijn grote verzamelingen van honderden of duizenden sterrenstelsels die door hun onderlinge zwaartekracht bijeen worden gehouden. In het centrum van een cluster staan de sterrenstelsels het dichtst bij elkaar. Tegenwoordig zijn die dichtbevolkte centra juist een toonbeeld van rust: ze bevatten grote, elliptische sterrenstelsels waarin nog maar weinig nieuwe sterren ontstaan; de meeste stervormingsactiviteit vindt juist plaats in de dunbevolktere buitengebieden van een cluster. Maar volgens de Spitzer-waarnemingen, die geanalyseerd zijn door astronomen van de Texas A&M Universiy, was dat een slordige tien miljard jaar geleden dus net andersom. In de verre cluster CLG J02182-05102 blijken de meest actieve sterrenstelsels, waarin honderden of zelfs duizenden nieuwe sterren per jaar ontstaan, zich juist in het dichtbevolkte centrum te bevinden. Mogelijk wordt de stervormingsactiviteit 'aangedreven' door onderlinge wisselwerkingen en botsingen van sterrenstelsels. De cluster wordt waargenomen zoals hij er ongeveer vier miljard jaar na de oerknal uitzag - vermoedelijk vlak voordat de grootste geboortegolf van nieuwe sterren op zijn eind loopt. Volgens de onderzoekers, die hun resultaten publiceren in The Astrophysical Journal, bieden dit soort waarnemingen een unieke kijk op de wijze waarop actieve sterrenstelsels hun wilde haren verliezen en aan een rustiger periode in hun leven beginnen.
Meer informatie:
Persbericht Texas A&M University
Nieuwsbericht Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 augustus 2010
Astronomen hebben een aantal zware sterrenstelsels ontdekt die omgeven zijn door een reusachtige ring van materie die ultraviolette straling uitzendt. Op de een of andere manier zijn deze volgroeide stelsels voorzien van nieuw gas, waaruit nieuwe sterren ontstaan. De onderzochte stelsels zijn zogeheten elliptische sterrenstelsels. Tot nog toe gingen astronomen er vanuit dat zulke stelsels geen nieuwe sterren meer kunnen produceren, omdat hun voorraad waterstof gas tot vrijwel nul is gereduceerd. Maar uit deze nieuwe ontdekking, die gedaan is met de satelliet GALEX en de Hubble-ruimtetelescoop, blijkt dat er uitzonderingen zijn. Op de een of andere manier kunnen deze uitgeputte sterrenstelsels toch weer worden geactiveerd. Waar het gas vandaan komt dat de ringen heeft doen ontstaan, is vooralsnog onduidelijk. De meest voor de hand liggende verklaring is dat de stelsels in botsing zijn gekomen met een kleinere soortgenoot, maar dat scenario wordt toch niet zo waarschijnlijk geacht. Om een ringvormige structuur te veroorzaken, zou die botsing precies het hart van het grote sterrenstelsel moeten treffen, en die kans is niet groot. Vooralsnog gaan de onderzoekers er vanuit dat het benodigde gas gewoon afkomstig is uit de ruimte rond de stelsels.
Meer informatie:
Giant Ultraviolet Rings Found in Resurrected Galaxies

4 augustus 2010
Astronomen hebben, met behulp van de Europese Very Large Telescope, voor het eerst een driedimensionaal beeld verkregen van het materiaal dat door een recent ontplofte ster is uitgestoten. Volgens de nieuwe onderzoeksresultaten was de ontploffing niet alleen krachtig, maar ook in één bepaalde richting geconcentreerd. Dat wijst er sterk op dat de supernova heel turbulent moet zijn geweest, zoals ook de meest recente computermodellen laten zien. Anders dan de zon, die tamelijk rustig zal sterven, sluiten zware sterren hun korte bestaan af met een ontploffing. Bij zo'n supernova-explosie worden enorme hoeveelheden materie weggeblazen. Supernova 1987A in de betrekkelijk nabije Grote Magelhaense Wolk was een bijzonder geval. Deze supernova, die in 1987 verscheen, was de eerste in 383 jaar die met het blote oog waarneembaar was. Door zijn relatieve nabijheid konden astronomen de ontploffing van de zware ster en de nasleep ervan ongekend gedetailleerd onderzoeken. Het is nu voor het eerst gelukt om een driedimensionale reconstructie van de centrale delen van het uitgestoten materiaal te maken. Daaruit blijkt dat de explosie in sommige richtingen krachtiger en sneller verliep dan in andere. Hierdoor is een onregelmatig gevormde materieverdeling ontstaan die zich op de ene plek verder uitstrekt dan op de andere. Zulk asymmetrisch gedrag is door sommige recente computermodellen van supernova-explosies voorspeld. Volgens die modellen ontstaan tijdens de explosie grootschalige instabiliteiten, en de nieuwe waarnemingen vormen het eerste directe bewijs daarvan.
Meer informatie:
3D-beeld van een ontplofte ster

21 juli 2010
Uit onderzoek met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra blijkt dat het superzware zwarte gat in de kern van een ver sterrenstelsel omver gekegeld is. Daardoor is de stand van de rotatie-as van het zwarte gat veranderd. Het zwarte gat bevindt zich in de kern van het sterrenstelsel 4C +00.58, op een afstand van 780 miljoen lichtjaar. Net als veel andere superzware gaten blaast dit exemplaar veel gas uit zijn omgeving weg in de vorm van twee jets of straalstromen. Uit de verdeling van de uitgestoten materie valt op te maken dat die jets niet altijd dezelfde kant op hebben gewezen. Wat de verandering van de stand van het zwarte gat heeft veroorzaakt, is niet helemaal duidelijk. Maar astronomen vermoeden dat de oorzaak gezocht moet worden bij een botsing met een ander sterrenstelsel. Daarbij kan een fusie van de twee centrale zwarte gaten van de botsende stelsels hebben plaatsgevonden. Een andere mogelijkheid is dat het zwarte gat uit het lood is geslagen door de toestroom van enorme hoeveelheden materie uit het andere stelsel.
Meer informatie:
Black Hole Jerked Around Twice

21 juli 2010
Radiosterrenkundigen hebben een nieuwe techniek ontwikkeld om grote kosmische structuren in kaart te brengen. Met deze techniek hopen zij meer te weten komen over de geheimzinnige 'donkere energie' in het heelal (Nature, 22 juli). 'Donkere energie' is de naam die sterrenkundigen hebben gegeven aan de nog onbegrepen oorzaak van de versnellende uitdijing van het heelal. Er zijn verschillende theorieën bedacht om die versnellende uitdijing te verklaren, maar tot nog toe is het niet gelukt om de verschillende kandidaten te toetsen. De sleutel wordt gezocht bij metingen van de grootschalige verdeling van sterrenstelsels in het heelal. Het meten van de afstanden en snelheden van vele miljoenen sterrenstelsels is een tijdrovende klus. Bij de nieuwe techniek, die intensity mapping wordt genoemd, wordt echter niet naar afzonderlijke sterrenstelsels gekeken, maar naar de radiostraling die afkomstig is van neutraal waterstofgas uit een groot gebied dat grote aantallen stelsels omvat. Op die manier wordt een flink stuk heelal in één keer gemeten en kan veel sneller inzicht worden verkregen in de wijze waarop grote kosmische structuren zich de afgelopen miljarden jaren hebben ontwikkeld. En met die informatie kan dan weer de 'beste' theorie voor de verklaring van de donkere energie worden geselecteerd.
Meer informatie:
Radio Astronomers Develop New Technique for Studying Dark Energy

21 juli 2010
Astronomen hebben, met behulp van de Europese Very Large Telescope, enkele sterren ontdekt die alle massarecords breken. Een van de sterren was bij geboorte driehonderd keer zo zwaar als de zon - tweemaal de vermeende massalimiet van 150 zonsmassa's. De stellaire monsters zenden miljoenen keren zo veel licht uit als de zon en verliezen veel materie in de vorm van krachtige deeltjeswinden. De zware sterren maken deel uit van de sterrenhoop R136 in de Grote Magelhaense Wolk, een naburig sterrenstelsel op een afstand van 165.000 lichtjaar. De astronomen hebben daarin verscheidene sterren ontdekt die, met oppervlaktetemperaturen van meer dan 40.000 graden, meer dan zeven keer zo heet zijn als onze zon. Uit vergelijking met stermodellen blijkt dat vier van deze sterren bij geboorte zwaarder waren dan 150 zonsmassa's. De ster R136a1 is momenteel 265 maal zo zwaar als de zon, maar zijn 'geboortegewicht' moet maar liefst 320 zonsmassa's hebben bedragen. Ook in de nabijere sterrenhoop NGC 3603 zijn sterren waargenomen die bij hun ontstaan 150 zonsmassa's of zwaarder waren. Het ontstaan van zulke zware sterren laat zich niet gemakkelijk onderzoeken, omdat hun levensduur heel kort is. Sterren van 8 tot 150 zonsmassa's ontploffen aan het eind van hun korte bestaan als supernovae, en laten exotische restanten achter in de vorm van neutronensterren of zwarte gaten. Door hun ontdekking van sterren die 150 tot 300 zonsmassa's zwaar zijn, hebben de astronomen het aannemelijker gemaakt dat er ook zogeheten 'paar-instabiliteit--supernovae bestaan. Deze extreem heldere supernovae blazen zichzelf compleet aan flarden, waardoor er geen restant achterblijft, en blazen tot wel tien zonsmassa's aan ijzer de omgeving in. De afgelopen jaren zijn inderdaad enkele supernovae ontdekt die aan dit signalement voldoen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

20 juli 2010
Astronomen van de Universiteit Utrecht zijn er in geslaagd de vorming van een supernova te reconstrueren. Supernova's behoren tot de krachtigste explosies in het heelal. Dit soort kosmische bommen is zo krachtig dat de schokgolf nog eeuwenlang met duizenden kilometers per seconde door de ruimte reist. De astronomen slaagden erin de structuur van supernova 0519-69.0, die zich op een afstand van 150.000 lichtjaar in de Grote Magelhaense Wolk bevindt, te ontrafelen aan de hand van de röntgenstraling van de explosie. Met behulp van een spectrometer van de Europese XMM-Newton-satelliet zijn de sterrenkundigen, onder leiding van Daria Kosenko (UU), er in geslaagd nauwkeurige vingerafdrukken te maken van de restanten van de supernova. Op die manier konden zij niet alleen de structuur van de 'bom' reconstrueren, maar ook de snelheid van de schokgolf meten. Bovendien konden ze vaststellen dat de supernova zo'n 450 jaar geleden ontplofte (dat is zonder correctie voor de 150.000 jaar die het licht erover deed om de aarde te bereiken).
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

16 juli 2010
Amerikaanse, Zwitserse en Duitse sterrenkundigen hebben voor het eerst een zogeheten quasar waargenomen die als 'lens' fungeert. Deze kosmische lens maakt een dubbele afbeelding van een nog verder weg gelegen quasar. Quasars zijn de buitengewoon heldere kernen van actieve sterrenstelsels, die hun energie ontlenen aan een superzwaar zwart gat. Zo'n quasar produceert soms duizend keer zo veel licht als het sterrenstelsel waar het deel van uitmaakt. Met hun enorme zwaartekracht kunnen sterrenstelsels het licht van verder weg gelegen objecten zodanig afbuigen, dat er lenswerking optreedt. De afgelopen dertig jaar zijn honderden van die 'zwaartekrachtlensen' ontdekt. Maar daarbij ging het steeds om normale sterrenstelsels die een meervoudige afbeelding van een verre quasar maakten. Nu is er met de 10-meter Keck-telescoop een 1,6 miljard lichtjaar verre quasar ontdekt die als zwaartekrachtlens een dubbele afbeelding maakt van een 7,5 miljard lichtjaar verre quasar. Het zwaartekrachtlenseffect kan worden gebruikt om de massa van het als lens fungerende object te meten. In dit geval dus van het voorgrondstelsel dat door zijn extreem heldere kern moeilijk waarneembaar is.
Meer informatie:
Astronomers Discover an Unusual Cosmic Lens
Astrophysicists Discover a Quasar That Acts as a Cosmic Lens

14 juli 2010
Op 21 juni is de Amerikaanse satelliet Swift kortstondig verblindt door een flits van röntgenstraling die een tocht van vijf miljard jaar achter de rug had. De röntgenflits, die het helderheidsrecord voor objecten buiten ons Melkwegstelsel brak, was afkomstig van een ontploffende zware ster. De in 2004 gelanceerde Swift-satelliet is speciaal ontwikkeld voor de detectie van dit soort uitbarstingen. De zwaarste sterren komen op uiterst gewelddadige wijze aan hun eind. De kern van de ster stort ineen tot een zwart gat en zijn buitenlagen worden met enorme kracht de ruimte in geblazen. Dat gaat gepaard met een kolossale uitbarsting van gamma- en röntgenstraling, die snel in intensiteit afneemt. Swift detecteert ongeveer honderd van deze 'flitsen' per jaar. Maar niet eerder bereikte de röntgenintensiteit daarbij zo'n hoog niveau: de röntgenflits was vijf keer zo helder als die van de vorige recordhouder.
Meer informatie:
Record-Breaking X-ray Blast Briefly Blinds Space Observatory

12 juli 2010
De exacte oorzaak van een veel voorkomend soort sterexplosies is onduidelijk. En de methode waarvan gehoopt werd dat deze duidelijkheid zou kunnen verschaffen, blijkt onbetrouwbaar. Als een ster als supernova ontploft, geeft hij tijdelijk zo veel licht dat hij tot op afstanden van miljoenen lichtjaren te zien is. De helderheid van een bepaald soort supernova - type Ia - gedraagt zich zo voorspelbaar, dat astronomen deze objecten kunnen gebruiken om grote afstanden in het heelal te meten. Maar wat is de oorzaak van deze supernovae? De eerste mogelijkheid is dat een witte dwergster gas van een begeleidende ster opslokt, totdat hij een kritieke massa bereikt. De andere mogelijkheid is dat twee witte dwergen met elkaar in botsing komen. Hoe dan ook zou elk sterrenstelsel moeten wemelen van de witte dwergen die binnen afzienbare tijd tot ontploffing komen. Verondersteld werd dat de gas-opslokkende witte dwergen zichzelf zouden verraden door relatief energie-arme röntgenstraling uit te zenden. Omdat er maar heel weinig van die 'zachte' röntgenbronnen te vinden zijn, meenden sommige astronomen dat de meeste supernovae van type Ia het gevolg moesten zijn van botsende witte dwergen. Volgens onderzoekers van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics (CfA) is die conclusie echter voorbarig. Uit het CfA-onderzoek blijkt namelijk dat twee om elkaar wentelende witte dwergen gas uitwisselen. Ook deze dubbelsterren zouden dus een bron van zachte röntgenstraling moeten zijn. Met andere woorden: het gebrek aan zachte röntgenbronnen kan niet worden gebruikt om onderscheid te maken tussen de mogelijke voorlopers van supernovae van type Ia.
Meer informatie:
Origin of Key Cosmic Explosions Still a Mystery

8 juli 2010
Het superzware zwarte gat dat schuilgaat in de kern van elk sterrenstelsel vertoont lang niet altijd activiteit. Amerikaanse onderzoekers denken nu te weten waarom dat zo is. Sterrenstelsels zoals ons Melkwegstelsel zijn miljarden jaren geleden ontstaan uit een stortvloed van samenkomende reusachtige gaswolken, die nog een beetje nadruppelt. Als zo'n gaswolk, die miljoenen zonsmassa's materie kan bevatten, in de buurt van het centrum van het stelsel komt, wordt een deel ervan opgeslokt door het zwarte gat. De rest gaat op aan de vorming van nieuwe sterren in het kerngebied. Kortom: de kern van het sterrenstelsel wordt actief. Volgens de onderzoekers kan dat betekenen dat het al dan niet actief zijn van een sterrenstelsel gewoon een kwestie van toeval is. Een stelsel dat al meer dan tien miljoen jaar niet door een nieuwe gaswolk is getroffen, ziet er normaal uit. Maar als er recent een gaswolk is gearriveerd, leeft het kerngebied op.
Meer informatie:
Rain of giant gas clouds create active galactic nuclei

1 juli 2010
Uit een internationaal onderzoek blijkt dat de variaties die supernova-explosies van type Ia laten zien niet het gevolg zijn van grote verschillen tussen de ontploffende sterren zelf. Daarmee lijkt de betrouwbaarheid van deze objecten als 'kosmische meetlat' vooralsnog te zijn gered (Nature, 1 juli). Supernova-explosies van type Ia ontstaan allemaal op dezelfde manier: een witte dwergster slokt zo veel materie op van een begeleidende ster dat hij een zekere massadrempel overschrijdt en ontploft. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat bij elke supernova van dit type vrijwel evenveel licht vrijkomt. Merkwaardig was wel dat de samenstelling van het licht van verschillende supernovae aanzienlijke verschillen vertoonde. Dat leek er op te wijzen dat de ontploffende sterren toch niet zo gelijksoortig zijn als werd vermoed. Maar uit nader onderzoek blijkt dat de waargenomen verschillen waarschijnlijk ontstaan doordat de explosie niet in het centrum van de witte dwergster begint, maar meer naar buiten. Hierdoor verloopt de explosie niet symmetrisch, en hangt het maar net van af van welke kant je er tegenaan kijkt. Voor kosmologen is dat een grote opluchting, want zij gebruiken supernovae van type Ia als 'standaardkaarsen' om de afstand tot verre sterrenstelsels te meten. Ook de snelheid waarmee het heelal uitdijt wordt met behulp van de ontploffende witte dwergen berekend.
Meer informatie:
SN Ia are standard candles after all
Supernovae mystery solved

30 juni 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft ontdekt dat de reusachtige ring van gas in een groep sterrenstelsels in het sterrenbeeld Leeuw jonge sterren bevat. Dat wijst er sterk op dat de gasring het gevolg is van een botsing tussen twee sterrenstelsels, die meer dan een miljard jaar geleden zou hebben plaatsgevonden. Tot nog toe was de zogeheten Leo-ring, die een middellijn van maar liefst 650.000 lichtjaar heeft, alleen te zien op opnamen die met radiotelescopen waren gemaakt. Over de oorsprong van de ring bestaat al sinds zijn ontdekking in de jaren tachtig de nodige discussie. Volgens sommige sterrenkundigen zou hij bestaan uit 'oergas' dat was overgebleven na de vorming van de stelsels van de Leo-groep. Uit opnamen die met de Canada-France-Hawaii Telescope zijn gemaakt, blijkt echter dat het gas in de Leo-ring bepaald niet maagdelijk is. Waar het gas de grootste dichtheid heeft, zijn jonge sterren ontdekt. Klaarblijkelijk vindt er in de ring dus stervorming plaats. Zulke ringen, maar dan van kleiner formaat, zijn ook rond andere sterrenstelsels waargenomen. Deze zijn steevast het gevolg van frontale botsingen tussen sterrenstelsels. Computersimulaties laten zien dat de Leo-ring waarschijnlijk is ontstaan bij een frontale botsing tussen M86 en NGC 3384, twee stelsels van de Leo-groep.
Meer informatie:
Mysterious Leo Giant Gas Ring Explained As A Billion-Year-Old Collision Between Two Galaxies

24 juni 2010
Radiosterrenkundigen hebben nieuwe waarnemingen gedaan van Hanny's Voorwerp, de mysterieuze groene gaswolk die enkele jaren geleden werd ontdekt door de Nederlandse lerares Hanny van Arkel. De waarnemingen bevestigen dat de actieve kern van een nabijgelegen sterrenstelsel ten grondslag ligt aan het object. Tot verbazing van de onderzoekers produceert de kern van dit stelsel ook nog eens veel nieuwe sterren. De sterrenkundigen hebben de waarnemingen verricht met een netwerk van Europese radiotelescopen, waaronder die in Westerbork. Daarbij werden de radiotelescopen gericht op de kern van het sterrenstelsel IC 2497, dat dichtbij Hanny's Voorwerp ligt. De waarnemingen laten twee heldere, compacte bronnen zien, waarvan er één correspondeert met de kern van IC 2497, waar zich een superzwaar zwart gat schuilhoudt. De tweede bron bevindt zich waarschijnlijk op de plek waar de zeer energierijke straalstroom die door het zwarte gat wordt uitgestoten in botsing komt met het gas dat zich rond het sterrenstelsel bevindt. De radiostraling die IC 2497 uitzendt verhit het gas van Hanny's Voorwerp tot temperaturen van meer dan 10.000 graden. Verder blijkt ook de wijdere omgeving van het zwarte gat veel radiostraling te produceren. Deze straling wordt toegeschreven aan een geboortegolf van nieuwe sterren die zich in de kern van IC 2497 voltrekt. Per jaar worden daar naar schatting enkele tientallen sterren geboren.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

17 juni 2010
Met de Amerikaanse Galaxy Evolution Explorer is ontdekt dat het sterrenstelsel IC 3418 een staart van jonge sterren achter zich aan sleept. De staart is ontstaan nadat het stelsel de Virgocluster - een grote groepering van sterrenstelsels - is binnengedrongen. De Virgo-cluster is een verzameling van ongeveer 1500 sterrenstelsels op een afstand van 54 miljoen lichtjaar. De ruimte tussen de stelsels is gevuld met een ijl, heet gas. Daar ploegt IC 3418 met een snelheid van duizend kilometer per seconde doorheen. Volgens astronomen is dat de reden waarom IC 3418 onderweg veel gas is kwijtgeraakt: het stelsel ondervindt als het ware een enorme tegenwind. Door turbulenties in het achterop geraakte gas zouden lokale verdichtingen zijn ontstaan, waaruit de nu waargenomen sterren zijn geboren. Het is voor het eerst dat er in zo'n turbulente boeggolf stervorming is waargenomen.
Meer informatie:
Astronomers Discover Star-Studded Galaxy Tail

2 juni 2010
Britse wetenschappers hebben een methode ontwikkeld om computers het verschil te laten zien tussen het ene soort sterrenstelsel en het andere. De betrouwbaarheid ervan is verrassend groot. Er zijn miljarden sterrenstelsels in het heelal, in allerlei soorten en maten. Deze stelsels kunnen ruwweg in drie categorieën worden ingedeeld: elliptische, spiraalvormige en onregelmatige. Tot nog toe worden de vele sterrenstelsels die bij de verschillende hemelinventarisaties zijn vastgelegd stuk voor stuk door mensenogen bekeken. Deels gebeurt dat door vrijwilligers, zoals in het geval van het Galaxy Zoo-project, waarbij 250.000 deelnemers inmiddels 60 miljoen sterrenstelsels naar soort hebben ingedeeld. Op basis van de Galaxy Zoo-classificaties hebben sterrenkundigen nu een algoritme ontwikkeld waarmee een computer sterrenstelsels kan leren sorteren. Tot nog toe haalden zulke computerprogramma's geen hoog rendement. De ontwikkelaars waren dan ook blij verrast dat hun methode een score van 90 procent weet te halen. De timing is goed, want de komende jaren zullen nieuwe opnamen van vele honderden miljoenen sterrenstelsels beschikbaar komen, die allemaal 'bekeken' moeten worden. Het doel van de vele classificaties is om een beter beeld te krijgen van het ontstaan en de evolutie van sterrenstelsels.
Meer informatie:
Spiral, barred, elliptical and irregular: computers automatically classify galaxy shapes
Galaxy Zoo

1 juni 2010
Superzware zwarte gaten die tegen de hen omringende materieschijf in draaien, produceren sterkere straalstromen dan meedraaiende zwarte gaten. Dat blijkt uit onderzoek door sterrenkundigen van een aantal Amerikaanse instituten. De zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels bevatten vele miljoenen zonsmassa's aan materie. Het gas en stof dat zij uit hun omgeving aantrekken, verzamelt zich in eerste instantie in een schijf die rond het zwarte gat draait. Een deel van die hete materie verdwijnt echter niet in het zwarte gat, maar wordt in twee smalle bundels of jetsterug de ruimte in geblazen. Elk zwart gat draait om zijn as, en dat kan in twee richtingen: met de omringende materieschijf mee of daar tegenin. Heel lang dachten sterrenkundigen dat snel roterende zwarte gaten de krachtigste jets hadden. Maar dat idee klopt niet. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat meedraaiende zwarte gaten zwakke of zelfs helemaal geen jets hebben en 'tegendraadse' zwarte gaten juist krachtige jets. Het verschil in 'spuitkracht' zou ontstaan doordat er bij tegendraadse zwarte gaten meer ruimte zit tussen het zwarte gat en de binnenrand van de materieschijf. In deze leegte kunnen gemakkelijker magnetische velden ontstaan, die de jets aandrijven.
Meer informatie:
Backwards Black Holes Might Make Bigger Jets

26 mei 2010
Slechts ongeveer één op de honderd superzware zwarte gaten in het heelal produceert enorme hoeveelheden energie. Dankzij gegevens verzameld met de Amerikaanse satelliet Swift weten sterrenkundigen nu waarom dit zo is. De zwarte gaten vlammen pas op bij botsingen tussen sterrenstelsels. In de kernen van de meeste, zo niet alle sterrenstelsels schuilt een zwart gat met een massa van een miljoen tot een miljard zonsmassa's. In de omgeving van sommige van die zwarte gaten wordt tot wel tien miljard keer zoveel energie als in onze zon geproduceerd. Deze energie wordt ontleend aan grote hoeveelheden materie die naar het zwarte gat toe stromen. Vermoed werd al dat zo'n materiestroom op gang kan komen als twee (of meer) sterrenstelsels met elkaar in botsing komen. Maar tot nog toe kon slechts ongeveer twee procent van alle actieve zwarte gaten aan botsende sterrenstelsels worden toegeschreven. Een duidelijk verband tussen beide verschijnselen ontbrak dus. De Swift-satelliet heeft daar verandering in gebracht. Anders dan de meeste andere soorten straling die door een actief zwart gat wordt uitgezonden, kan harde röntgenstraling ongehinderd het stof en gas in de omgeving passeren. Swift is de eerste satelliet die dit type straling kan waarnemen, en uit die waarnemingen blijkt dat veel meer actieve zwarte gaten - ongeveer 25 procent - deel uitmaken van sterrenstelsels die bij botsingen betrokken zijn. De verwachting is dat toekomstige, nog gevoeligere satellieten dit percentage nog verder zullen opvoeren.
Meer informatie:
NASA's Swift Survey Finds 'Smoking Gun' Of Black Hole Activation

25 mei 2010
Al meer dan tien jaar kijkt de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra regelmatig naar het grote sterrenstelsel in Andromeda. Dat heeft een uniek gegevensbestand opgeleverd over het meest nabije superzware zwarte gat buiten onze eigen Melkweg. Er zijn sterke aanwijzingen dat in de kern van vrijwel elk sterrenstelsel - ook het onze - een zwart gat schuilgaat dat miljoenen keren zoveel massa bevat als de zon. Sommige van die zwarte gaten vertonen veel activiteit in de vorm van stralingsuitbarstingen, maar andere zijn nogal tam. Alleen in 2006 vertoonde het zwarte gat in het Andromedastelsel een korte uitbarsting van röntgenstraling, die sindsdien nog een beetje naijlt. De activiteit van zo'n superzwaar zwart gat hangt nauw samen met de aanvoer van materie uit zijn omgeving. Blijkbaar is die aanvoer bij stelsels als het Andromedastelsel nogal gering. De opleving van 2006 wordt vooralsnog toegeschreven aan een 'kortsluiting' in het magnetische veld in de schijf van hete materie rond het zwarte gat.
Meer informatie:
Nearby Black Hole Is Feeble And Unpredictable;

25 mei 2010
Amerikaanse en Britse sterrenkundigen hebben ontdekt dat het zwarte gat in de kern van het sterrenstelsel M87 niet precies in het centrum zit. De vraag is nu hoe dit ongeveer 6 miljard zonsmassa's zware gevaarte opzij is geschoven. De meest waarschijnlijk verklaring voor zijn excentrische positie is dat het object een samenvoeging van twee oudere, minder zware zwarte gaten is. Uit berekeningen blijkt dat er bij zo'n samenvoeging zogeheten gravitatiegolven worden uitgezonden, die het uiteindelijke zwarte gat als het ware een schop geven. Het kan dan vele miljoenen jaren duren voordat het zwarte gat zijn positie in het midden van het sterrenstelsel weer heeft ingenomen. Er is echter nog een andere verklaring mogelijk. M87 staat bekend om de kolossale materiestroom of jet die zijn kern uitstoot. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat deze materiestroom als een reusachtige straalmotor fungeert en het zwarte gat uit zijn centrale positie duwt. Maar ongeacht welke van beide verklaringen de juiste is: het lijkt er op dat superzware zwarte gaten niet altijd in de centra van sterrenstelsels gezocht moeten worden.
Meer informatie:
Supermassive Black Holes May Frequently Roam Galaxy Centers
Hubble Research Reveals 'Wandering' Black Hole

20 mei 2010
Het ontstaan van sterren in het vroege heelal was voornamelijk te danken aan botsingen tussen sterrenstelsels. Dat blijkt uit onderzoek met de infraroodsatellet Herschel. Al geruime tijd vragen sterrenkundigen zich af waarom de heldere sterrenstelsels in het verre heelal in zo'n hoog tempo nieuwe sterren vormen. Onderzoek met een gevoelig instrument van de Herschel-satelliet lijkt een tipje van de sluier op te lichten. De heldere stelsels blijken zich samen te scholen op plaatsen waar de meeste donkere materie aanwezig is. Dat leidt tot frequente onderlinge botsingen, die op hun beurt weer de oorzaak zijn van geboortegolven van nieuwe sterren. Voor het onderzoek zijn twee kleine hemelgebieden in de sterrenbeelden Grote Beer en Draak in kaart gebracht. De onderzoekers willen nu een groter gebied onder de loep nemen, om meer inzicht te krijgen in de manier waarop sterrenstelsels zich de laatste tien miljard jaar hebben ontwikkeld.
Meer informatie:
Brightest galaxies tend to cluster in busiest parts of universe

20 mei 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft op een afstand van 10 miljard lichtjaar een volgroeid sterrenstelsel ontdekt. Het stelsel lijkt qua afmetingen en massa sterk op de elliptische sterrenstelsels die in onze omgeving te zien zijn. Dat is verrassend, omdat de meeste stelsels die in de kosmische verten worden waargenomen veel compacter zijn. Het ontdekte verre sterrenstelsel wordt waargenomen zoals het 10 miljard jaar geleden was. Op een moment dus dat het heelal nog maar een kwart van zijn huidige leeftijd had bereikt. Een en ander betekent dat er in het jonge heelal zowel opvallend compacte als normale elliptische sterrenstelsels voorkwamen. Waarom sommige stelsels wel snel volwassen werden en de meeste andere niet, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
A Completely Grown-Up Galaxy In The Young Universe

19 mei 2010
Sterrenkundigen kenden tot voor kort twee soorten ontploffende sterren, beter bekend als supernova's. Een internationaal onderzoek, door onder anderen Gijs Nelemans van de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft daar nu een derde soort aan toegevoegd (Nature, 20 mei). Afhankelijk van de chemische elementen die in het (kortstondige) schijnsel van een supernova kunnen worden aangetoond, delen sterrenkundigen deze ster-explosies in verschillende categorieën in. Ruwweg gesproken gaat het daarbij om twee hoofdgroepen. Maar soms wordt er een supernova waargenomen die anders is dan andere. Een voorbeeld van zo'n buitenbeentje is de supernova die in januari 2005 in het naburige sterrenstelsel NGC 1032 oplichtte. Uit onderzoek blijkt dat deze niet in de standaardindeling past: de explosie vond niet plaats aan het oppervlak van een witte dwergster en ook niet in het inwendige van een zware reuzenster. Uit nieuwe computerberekeningen blijkt dat de betrekkelijk zwakke explosie, waarbij opvallend veel calcium vrijkwam, mogelijk plaatsvond in een dubbelstersysteem waarin twee witte dwergsterren op kleine onderlinge afstand om elkaar draaien. Daarbij heeft de ene dwergster helium van de andere dwergster aangezogen, totdat de hoeveelheid helium aan zijn oppervlak een kritieke grens overschreed. Een explosieve kettingreactie was het gevolg.
Meer informatie:
Demise of a star under surprising circumstances
Possible new class of supernovae puts calcium in your bones
Astronomers discover 'defiant' new supernova
An explosive pair
Nieuw soort supernova ontdekt

12 mei 2010
Een sterrenstelsel dat deel uitmaakt van een relatief nabije samenscholing van honderden stelsels blijkt 30 biljoen keer zo zwaar te zijn als onze zon. Daarmee is dit stelsel, voor zover bekend, het zwaarste binnen een afstand van 1,5 miljard lichtjaar. Dat het stelsel een zware jongen was, stond al langer vast. Maar de precieze omvang van zijn massa werd pas duidelijk na de ontdekking van zijn gravitatielenswerking - de mate waarin hij het licht van verder weg gelegen objecten afbuigt. Met de 8-meter Gemini-telescoop in Chili is de gravitatielenswerking van het stelsel onlangs voor het eerst in beeld gebracht. Uit het nieuwe onderzoek blijkt ook hoe het stelsel aan zijn overgewicht is gekomen. In de buurt van zijn centrum zijn de restanten van ten minste vier andere sterrenstelsels aangetroffen, die in de loop van de tijd door de kosmische veelvraat zijn opgeslokt.
Meer informatie:
Cannibalistic Galaxy Bends Light And Reveals Its Monstrous Appetite

11 mei 2010
Dankzij waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra en zijn Europese tegenhanger XMM-Newton hebben sterrenkundigen een grote voorraad heet gas opgespoord op 400 miljoen lichtjaar van de aarde. Deze ontdekking vormt de belangrijkste aanwijzing tot nu toe dat een groot gedeelte van de normale materie in het heelal in de 'lege' ruimte tussen de sterrenstelsels gezocht moet worden. Uit onderzoek van verre gaswolken en sterrenstelsels was het bestaan van zo'n verborgen gasvoorraad al gebleken. Maar om de een of andere reden lukte het maar niet om deze materie op te sporen in onze kosmische achtertuin. Het recente onderzoek bevestigt het vermoeden dat het ontbrekende gas zo ijl is, dat het bestaan ervan nauwelijks opvalt. De dichtheid van het gas bedraagt slechts zes waterstofatomen per kubieke meter - meer dan honderdduizend keer zo weinig als de gemiddelde dichtheid van het ook al erg ijle gas tussen de sterren van ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
X-Ray Discovery Points To Location Of Missing Matter

11 mei 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie de Nederlander Jacco van Loon, heeft een ster ontdekt die met een snelheid van 400.000 km/uur door de ruimte raast. De ster is vermoedelijk ontsnapt uit de grote sterrenhoop R136, die bij de Grote Magelhaense Wolk hoort - een kleine sterrenstelsel op een afstand van 170.000 lichtjaar. R136 maakt deel uit van de bekende 'sterrenfabriek' 30 Doradus, die vermaard is om zijn zware sterren. Sommige van de sterren die in dit stervormingsgebied zijn ontstaan, zijn meer dan honderd keer zo zwaar als onze zon. Met een massa van 90 zonsmassa's behoort ook de ontsnapte ster tot deze zware categorie. Hoe hij aan zijn grote snelheid komt, staat nog niet vast. Waarschijnlijk is hij uit R126 weggeslingerd na een ontmoeting met één of twee nog zwaardere soortgenoten. In de omgeving van 30 Doradus zijn overigens nóg twee sterren ontdekt, die het mogelijk op een lopen hebben gezet. Nader onderzoek moet daar nog uitsluitsel over geven.
Meer informatie:
Hubble catches heavyweight runaway star speeding from 30 Doradus

10 mei 2010
In een ver sterrenstelsel hebben sterrenkundigen mogelijk een superzwaar zwart gat gevonden dat met grote snelheid wordt weggeslingerd. Het zwarte gat, in röntgenstraling te zien als een heldere 'ster', bevindt zich - anders dan normaal - niet in het centrum van het stelsel. Weggeslingerde zwarte gaten zijn interessant, omdat ze inzicht geven in hoe superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels ontstaan. De Utrechtse studente Marianne Heida vond het bizarre object tijdens haar bachelor-afstudeeronderzoek bij ruimteonderzoeksinstituut SRON, in een sterrenstelsel op meer dan een half miljard lichtjaar afstand. Voor de ontdekking moest ze honderdduizenden toevallig ontdekte röntgenbronnen vergelijken met de posities van miljoenen sterrenstelsels. Normaal gesproken herbergt elk sterrenstelsel een superzwaar zwart gat in het centrum, dat soms in röntgenstraling oplicht. Maar het object dat Heida vond zit duidelijk niet in het midden van het stelsel. Toch is het in röntgenstraling zo helder dat het vergelijkbaar is met andere superzware zwarte gaten. Een zwart gat in de kern van een sterrenstelsel is al gauw meer dan 1 miljard keer zo zwaar als onze zon. Dat een dergelijk object zo ver van de kerm van een stelsel afdwaalt wijst erop dat het met grote snelheid is weggeslingerd. Dit kan in bijzondere gevallen gebeuren als twee superzware zwarte gaten samensmelten.
Meer informatie:
Origineel persbericht

10 mei 2010
Twee Japanse sterrenkundigen hebben, samen met een Russische collega, een samenscholing van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 9,6 miljard lichtjaar. De ontdekking van deze verre cluster werd gedaan met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton. De ontelbare sterrenstelsels in het heelal zijn niet gelijkmatig over de ruimte verdeeld, maar vormen lange denkbeeldige draden. Clusters worden gevonden op plaatsen waar twee of meer van die draden elkaar kruisen. Hoewel er al sterrenstelsels op afstanden tot 13 miljard lichtjaar zijn waargenomen, zijn dat slechts individuele exemplaren. Op afstanden groter dan 9 miljard lichtjaar zijn maar enkele clusters bekend. Dat komt doordat sterrenkundigen met hun telescopen in feite terugkijken naar het verleden - in dit geval naar de tijd dat het heelal 'maar' vier miljard jaar oud was. Volgens de heersende inzichten heeft de zwaartekracht eenvoudig zo veel tijd nodig gehad om de eerste clusters te vormen. De nu ontdekte cluster wordt door zijn ontdekkers de 'allerverste' genoemd. Eind vorig jaar maakte een internationaal team van sterrenkundigen echter al melding van een cluster die 10,2 miljard lichtjaar van ons verwijderd is.
Meer informatie:
Most Distant Cluster of Galaxies Revealed

30 april 2010
De superzware zwarte gaten die in de kernen van sterrenstelsels schuilgaan, blijken niet alleen het gas uit hun eigen stelsel weg te blazen, maar ook een deel van het gas uit de tussenruimte van groepen sterrenstelsels. Dat blijkt uit onderzoek door een internationaal team van sterrenkundigen, dat zaterdag in de Astrophysical Journal wordt gepubliceerd. Sterrenkundigen proberen er al geruime tijd achter te komen welke invloed zwarte gaten op hun omgeving hebben. Bekend is dat de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels een deel van de materie die zij aantrekken weer terug de ruimte in blazen. Dat gebeurt in de vorm van twee relatief smalle bundels of jets. Met de uitgestoten hete materie wordt veel energie aan de omgeving overgedragen. Uit het nieuwe onderzoek, gedaan met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton, blijkt dat de activiteit van de zwarte gaten een dramatische uitwerking moet hebben op hun omgeving. Ze stoten dermate veel energie uit, dat gas tot in de wijde omgeving verdreven wordt. Deze bevinding is overeenstemming met de recente ontdekking dat er in groepen sterrenstelsels minder gas tussen de stelsels aanwezig is dan theoretisch werd verwacht.
Meer informatie:
Schwarze Löcher - die Gasbläser des Universums

29 april 2010
Nieuwe waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra versterken het vermoeden dat zich in de kern van het nabije sterrenstelsel M82 twee middelzware zwarte gaten bevinden. De afgelopen decennia hebben sterrenkundigen aanwijzingen gevonden voor het bestaan van twee soorten zwarte gaten. De ene soort wordt gevormd door overblijfselen van zware sterren, die ongeveer tien keer zo zwaar zijn als onze zon. De andere soort bestaat uit de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels, die vele miljoenen zonsmassa's zwaar zijn. De laatste jaren duiken er steeds meer aanwijzingen op dat er ook middelzware zwarte gaten bestaan. En het Chandra-onderzoek lijkt dat nu te bevestigen. Uit de röntgenstraling die de twee objecten in M82 produceren kan worden afgeleid dat het ene enkele tienduizenden zonsmassa's zwaar is en het andere enkele honderden zonsmassa's. Hoe de beide zwarte gaten zijn ontstaan, is nog onduidelijk. Mogelijk zijn ze het resultaat van grootschalige samenklonteringen van sterren.
Meer informatie:
"Survivor" Black Holes May Be Mid-Sized

28 april 2010
Een van de teams achter de Europese röntgenmissie XMM-Newton heeft 42.000 objecten toegevoegd aan zijn toch al omvangrijke hemelcatalogus van röntgenbronnen. Daarmee komt het totaal op meer dan een kwart miljoen - veelal onbekende - hemelobjecten die röntgenstraling uitzenden. Deze nieuwe 2XMM-catalogus is de grootste in zijn soort. Hij is samengesteld op basis van waarnemingen met de satelliet XMM-Newton, die al tien jaar om de aarde draait. XMM-Newton bekijkt gericht ongeveer 600 röntgenobjecten per jaar. Maar doorgaans zijn er naast dit bekende object in zijn beeldveld nog tientallen andere röntgenbronnen te zien. Dat zijn de objecten die in de 2XMM-catalogus worden opgenomen. De afgelopen jaren zijn op die manier verscheidene onverwachte ontdekkingen gedaan. Zo werd vorig jaar een zwart gat ontdekt dat 500 keer zo zwaar is als onze zon - de meeste zwarte gaten zijn aanzienlijk lichter of juist veel zwaarder dan dat. En in 2008 werd door XMM-Newton de tot dan toe zwaarste cluster van sterrenstelsels in het verre heelal opgespoord. Naar verwachting zal de 2XMM-catalogus de komende vijf of zes jaar nog in omvang verdubbelen.
Meer informatie:
XMM-Newton releases new edition of cosmic catalogue

26 april 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft voor het eerst de verdeling van donkere materie in clusters van sterrenstelsels duidelijk in kaart gebracht. Uit hun onderzoek blijkt dat deze verdeling eerder de vorm van een rugbybal heeft dan die van een voetbal. En dat is precies wat op theoretische gronden werd verwacht. Bij het opsporen van de donkere materie, die zoals de naam als suggereert niet rechtstreeks waarneembaar is, is gebruik gemaakt van het zogeheten gravitatielenseffect. Dat effect is het gevolg van de licht-afbuigende werking van materie. Door heel nauwkeurig te onderzoeken hoe sterk een verre cluster van sterrenstelsels het licht van nog verder weg gelegen objecten afbuigt, kan worden vastgesteld hoe de materie in zo'n cluster is verdeeld. Op die manier hebben Japanse, Taiwanese en Britse sterrenkundigen met de Subaru-telescoop op Hawaï twintig clusters onderzocht. Daarbij is gebleken dat de verdeling van de donkere materie de vorm heeft van een afgeplatte bol. En dat is in overeenstemming met de heersende gedachte dat donkere materie uit zogeheten WIMP's bestaat: traag bewegende, zware deeltjes die een overblijfsel zijn van de oerknal.
Meer informatie:
Research Illuminates The Shape Of Dark Matter’s Distribution

22 april 2010
Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is een extreem zwakke 'halo' gefotografeerd rond het spiraalvormige sterrenstelsel M81, op 11,7 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Grote Beer. De gevoelige Suprime-Camera van de Subaru-telescoop slaagde erin het zwakke licht van talloze sterren vast te leggen die zich op grote afstand buiten het heldere spiraalstelsel bevinden. Ook ons eigen Melkwegstelsel wordt door een dergelijke halo omgeven. De halo van M81 verschilt echter op enkele belangrijke punten van die van het Melkwegstelsel. Zo lijkt hij helderder te zijn, en meer 'zware elementen' te bevatten - atomen zwaarder dan waterstof en helium. Onderzoek aan de halo's van sterrenstelsels kan mogelijk meer informatie opleveren over de ontstaanswijze. Zo is het denkbaar dat M81 in de loop van de miljarden jaren meer kleinere sterrrenstelsels heeft opgeslokt, aldus de Japanse onderzoekers.
Meer informatie:
ReleaseM81's "Halo" Sheds Light on Galaxy Formation
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 april 2010
Grote, zware elliptische sterrenstelsels kunnen wel degelijk ontstaan uit de versmelting van twee kleinere spiraalstelsels. Dat blijkt uit onderzoek van astronomen van het Amerikaanse Naval Research Laboratory, uitgevoerd met grote infraroodtelescopen. Volgens de standaardtheorie kunnen spiraalvormige sterrenstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel botsen en versmelten tot elliptische stelsels, waarin veel meer sterren maar veel minder gas voorkomt: het gas uit de versmeltende spiraalstelsels wordt tijdens en na de botsing omgezet in nieuwe sterren. Metingen aan botsende spiraalstelsels deden echter vermoeden dat ze te weinig massa zouden bevatten voor de vorming van zware elliptische stelsels. De nieuwe infraroodwaarnemingen laten nu zien dat de versmeltende stelsels zwaarder zijn dan tot dusver werd aangenomen. De massa wordt bepaald op basis van snelheidsmetingen van sterren. Het blijkt dat de eerdere metingen niet nauwkeurig waren: ze werden overheerst door jonge, heldere sterren, die minder snel bewegen. Uit de nieuwe metingen blijkt dat de stelsels ook veel oude, zwakkere sterren bevatten, met hogere snelheden. Daaruit volgt dat de stelsels meer massa hebben - voldoende voor de vorming van grote, zware elliptische sterrenstelsels. De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
NRL Researchers Study Galaxy Mergers
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 april 2010
Grote, zware sterrenstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel kunnen voortijdig aan hun einde komen door de activiteit van zwarte gaten. Dat beweert een team van astronomen onder leiding van Asa Bluck van de universiteit van Nottingham. Vrijwel alle grote sterrenstelsels herbergen superzware zwarte gaten in hun kern. Materie die door het zwarte gat wordt opgezogen, hoopt zich op in een zogeheten accretieschijf: een snel ronddraaiende schijf van gas, waarin druk en temperatuur enorm hoog oplopen. De röntgenstraling van zo'n accretieschijf kan soms zo krachtig en energierijk zijn dat koele gas- en stofwolken in de buitendelen van het stelsel worden weggeblazen. Daardoor kunnen er in het stelsel geen nieuwe sterren meer ontstaan, en zal het op termijn uitdoven. Op basis van metingen van de Hubble Space Telescope en het Chandra X-ray Observatory komen Bluck en zijn collega's tot de conclusie dat minstens een derde van alle zware sterrenstelsels in het heelal op deze manier aan zijn einde komt. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
Black holes and galaxy death
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
Twee verschillende onderzoeken aan clusters van sterrenstelsels vormen opnieuw een sterke ondersteuning voor de relativiteitstheorie van Albert Einstein. Deze theorie van de zwaartekracht wordt door tal van experimenten bevestigd, maar natuurkundigen houden er rekening mee dat hij wellicht onvolledig of zelfs onjuist is. Zo biedt de relativiteitstheorie geen vanzelfsprekende verklaring voor de versnellende uitdijing van het heelal, die ruim tien jaar geleden werd ontdekt. In de loop van de jaren zijn dan ook verschillende alternatieve theorieën opgesteld. Met het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory zijn waarnemingen verricht aan ver verwijderde clusters van sterrenstelsels. Twee onderzoeksgroepen komen nu op geheel verschillende wijze tot de conclusie dat die meetresultaten alleen in overeenstemming zijn met de relativiteitstheorie. Eén van de voorgestelde alternatieven, de zogeheten f(R)-zwaartekrachtstheorie, kan bijvoorbeeld de waargenomen afmetingen van clusters niet goed verklaren.
Meer informatie:
Einstein's theory fights off challengers
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
Een mysterieuze bron van radiostraling in het nabijgelegen sterrenstelsel M82 is mogelijk een zogeheten micro-quasar. Tot die conclusie komen Britse radioastronomen in een presentatie vandaag op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. M82 is een actief sterrenstelsel op ongeveer tien miljoen lichtjaar afstand. De mysterieuze radiobron verscheen in mei 2009 plotseling, dicht bij de kern van het stelsel. Al snel bleek dat het niet om het overblijfsel van een supernova-explosie gaat: zulke supernovaresten zenden weliswaar ook radiostraling uit, maar hun helderheid neemt in de loop van de tijd af. Het mysterieuze object behield op radiogoflengten echter dezelfde helderheid. Bovendien bleek uit precisiemetingen dat het zich verplaatst. De radioastronomen van het Jodrell Bank Observatory denken nu dat ze een zogeheten microquasar hebben ontdekt, zoals er in ons eigen Melkwegstelsel ook een aantal bekend zijn. Microquasars zijn zwarte gaten die in een baan rond een gewone ster bewegen. Gas van de gewone ster valt in het zwarte gat, waarbij twee krachtige straalstromen van snel bewegende gasdeeltjes ontstaan. Die jets zenden radiostraling uit. Af en toe vinden er uitbarstingen plaats, wanneer er in korte tijd extra veel gas door het zwarte gat wordt opgeslokt.
Meer informatie:
Mystery object in Starburst Galaxy M82 possible micro-quasar
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
De onverwachte helderheid van de kosmische achtergrondstraling op radiogolflengten is mogelijk te danken aan talloze zwarte gaten op grote afstand in het heelal. Dat beweert een internationaal team van astronomen in een presentatie vandaag op de National Astronomy Meeting 20210 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. Met het ballonexperiment Arcade-2 is enkele jaren geleden ontdekt dat de achtergrondstraling op radiogolflengten veel helderder is dan je zou verwachten. De sterrenkundigen denken daar nu een verklaring voor te hebben: op zeer grote afstanden in het heelal bevinden zich ontelbare sterrenstelsels, die we - als gevolg van hun grote afstand - zien zoals ze er in de prille jeugd van het heelal uitzagen. Als zich in de kernen van die sterrenstelsels grote, zware, rondtollende zwarte gaten bevinden, worden er zogeheten jets (straalstromen) geproduceerd, die radiostraling uitzenden. Al die verre bronnen van radiostraling zijn niet afzonderlijk te zien, maar samen bieden ze een verklaring voor de extra helderheid van de kosmische achtergrondstraling op deze golflengten.
Meer informatie:
Have black holes been turning up the volume on the cosmic radio background?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 april 2010
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een detailrijke opname gemaakt van het grootste sterrenstelsel van het zogeheten Leo Triplet. Dit stelsel, dat de aanduiding M66 draagt, vertoont asymmetrische spiraalarmen en een kern die niet precies in het midden zit. Het bijzondere trio bevindt zich in het sterrenbeeld Leeuw, op een afstand van ongeveer 35 miljoen lichtjaar. De beide andere stelsels zijn duidelijk kleiner dan M66 maar oefenen wel een grote zwaartekrachtsinvloed op hem uit. Waarschijnlijk zijn de zwaartekrachtsinteracties met de kleinere stelsels de oorzaak van de afwijkende vorm van M66. De Hubble-opname toont onder meer de opvallende stofbanden en heldere sterrenhopen langs de spiraalarmen. De sterrenhopen zijn het resultaat van de hevige stervorming die optreedt in het in beroering gebrachte gas in M66.
Meer informatie:
Hubble snaps heavyweight of the Leo Triplet

2 april 2010
Als we met onze ogen radiogolven zouden kunnen zien, zou het nabije sterrenstelsel Centaurus A (Cen A) een van de helderste objecten aan de hemel zijn, bijna twintig keer zo groot als de volle maan. Dat is te danken aan de twee pluimen van radiostraling uitzendend gas, elk bijna een miljoen lichtjaar lang, die het stelsel uitstoot. Maar uit onderzoek met de Fermi-satelliet blijkt dat Cen A een nóg veel grotere producent van gammastraling is (Science Express, 1 april). Cen A is een zogeheten actief sterrenstelsel. Het superzware zwarte gat in zijn kern trekt grote hoeveelheden materie aan, die echter niet geheel in deze kosmische slokop verdwijnen. Een deel van de materie wordt terug de ruimte in geblazen en heeft in de loop van de tientallen miljoenen jaren twee reusachtige gaspluimen gevormd. De radiostraling die zij uitzenden, is afkomstig van snel bewegende, geladen deeltjes die in de magnetische velden in het gas verstrikt zijn geraakt. De verklaring voor de waargenomen gammastraling ligt minder voor de hand. Deze blijkt te ontstaan bij botsingen tussen fotonen van onder meer zichtbaar licht en radiostraling met de snel bewegende deeltjes in de radiopluimen. Bij zo'n botsing krijgt zo'n foton extra veel energie. Bij tientallen andere sterrenstelsels is waargenomen dat op die manier röntgenfotonen ontstaan. Centaurus A is het eerste stelsel waarbij is vastgesteld dat die botsingen ook gammastraling kunnen opleveren.
Meer informatie:
Fermi Maps an Active Galaxy's 'Smokestack Plumes'

25 maart 2010
De superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels danken hun groei vooral aan botsingen tussen sterrenstelsels. Dat blijkt uit onderzoek door Amerikaanse astronomen dat vandaag op de website van het wetenschappelijke tijdschrift Science is gepubliceerd. Na zo'n intergalactische botsing slokt zo'n zwart gat grote hoeveelheden gas op, die zich in eerste instantie ophopen in een grote materieschijf rond het zwarte gat. Deze accretieschijf is een sterke bron van straling, maar deze is lange tijd gehuld in dichte stofwolken en dus niet direct waarneembaar. Pas als na 10 tot 100 miljoen jaar een flink deel van het stof is weggeblazen door de stralingsdruk, komt de heldere bron - de zogeheten quasar - tevoorschijn. Een en ander blijkt uit onderzoek met de ruimtetelescopen Hubble, Chandra en Spitzer. Daarmee is een groot aantal in stof gehulde quasars opgespoord waarvan de verste 11 miljard lichtjaar van ons verwijderd zijn. Lang was aangenomen dat zulke 'stoffige' quasars heel zeldzaam waren, maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Sterker nog: in de begintijd van het heelal waren er aanzienlijk meer stofrijke dan 'naakte' quasars.
Meer informatie:
Black Holes in the Universe Gain Weight and Light Up during Galaxy Collisions

23 maart 2010
Sterrenkundigen zijn zich er allang van bewust dat bij grootschalige hemelverkenningen maar een deel van het licht van sterrenstelsels wordt opgevangen. Dankzij een heel nauwkeurige survey met twee van de vier 8,2-meter telescopen van de Europese Very Large Telescope is nu bekend hoeveel verre sterrenstelsels daarbij over het hoofd worden gezien: maar liefst 90% (Nature, 25 maart). Bij grote surveys wordt vaak gekeken naar licht van een specifieke golflengte, dat afkomstig is van gloeiend waterstofgas: de zogeheten Lyman-alfalijn. Maar nu blijkt dat deze steekproef niet erg betrouwbaar is: het overgrote deel van het Lyman-alfalicht dat in een sterrenstelsel wordt geproduceerd, kan ons niet bereiken. Dat is vastgesteld door de Lyman-alfa-intensiteit van verre sterrenstelsels te vergelijken met de hoeveelheid H-alfalicht, dat eveneens door waterstof wordt uitgezonden. Bij de nieuwe survey is niet alleen opgemerkt dat de gebruikelijke waarnemingsmethode niet erg efficiënt is. Ook zijn zwakke sterrenstelsels opgespoord die niet eerder waren waargenomen.
Meer informatie:
Why many surveys of distant galaxies miss 90% of their targets

21 maart 2010
Astronomen hebben dankzij een toevallige ontdekking met de APEX-telescoop voor het eerst de grootte en helderheid van stervormingsgebieden in een ver sterrenstelsel rechtstreeks gemeten. Het stelsel is zo ver weg dat het licht er 10 miljard over heeft gedaan om ons te bereiken. Een kosmische 'gravitatielens' vergroot het sterrenstelsel en geeft een close-up die we anders alleen maar zouden kunnen krijgen met toekomstige telescopen zoals de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA). Het verre sterrenstelsel heeft de aanduiding SMM J2135-0102 gekregen. SMM J2135-0102 is gedetailleerd waarneembaar doordat er een nabijere, zware cluster van sterrenstelsels precies vóór staat. De enorme massa van deze cluster buigt het licht van het verder weg gelegen stelsel af, zoals een kolossale telescoop dat zou doen. Hierdoor lijkt het verre stelsel veel groter en helderder dan het in feite is. Dankzij deze vergroting zijn in SMM J2135-0102 stervormingsgebieden te zien met afmetingen van slechts enkele honderden lichtjaren. Deze 'sterfabrieken' zijn even groot als die in ons eigen Melkwegstelsel, maar honderd keer helderder. Dit wijst erop dat de stervorming vroeg in de geschiedenis van het heelal veel vlotter verliep dan nu. SMM J2135-0102 produceert naar schatting 250 nieuwe sterren per jaar.
Meer informatie:
APEX Snaps First Close-up of Star Factories in Distant Universe
Astronomers get sharpest view ever of star factories in distant universe
Early galaxy went through 'teenage growth spurt'

17 maart 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft met de infraroodsatelliet Spitzer twee bijzondere quasars ontdekt. Anders dan bijna al hun soortgenoten zijn de beide verre objecten vrij van stof (Nature, 18 maart). Quasars zijn de heldere kernen van jonge sterrenstelsels, waar het in de begintijd van het heelal van wemelde. In zo'n kern schuilt een honderden miljoenen zonsmassa's zwaar zwart gat dat omgeven is door een schijf van zeer hete materie. Die zogeheten accretieschijf is op zijn beurt weer gehuld in een duizend maal omvangrijkere gordel van heet stof. Omdat de allerverste quasars doorgaans dezelfde eigenschappen vertonen als de nabijere, bestond het vermoeden dat tegen de tijd dat quasars een waarneembare lichtkracht hadden ontwikkeld, hun omgeving al rijk was aan stof. De recente ontdekking lijkt die hypothese echter te ontkrachten: de beide stofarme quasars zijn blijkbaar ontstaan in de begintijd van het heelal, toen er nog überhaupt geen stof was. Een andere aanwijzing dat de beide quasars zich nog in een vroeg ontwikkelingsstadium bevinden, is dat zij een betrekkelijk licht uitgevallen zwart gat hebben.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Unearths Primitive Black Holes
Astronomers observe fast growing primitive black holes
Die ersten Schwarzen Löcher im Universum

15 maart 2010
De komende twee tot drie jaar zal een aanzienlijk deel van de kostbare waarnemingstijd van de Hubble-ruimtetelescoop worden ingezet om de beginstadia van sterrenstelsels in ons heelal te onderzoeken. Bij dit ambitieuze programma wordt gebruik gemaakt van de krachtige nieuwe infraroodcamera van de ruimtetelescoop, de Wide Field Camera 3, en de al wat oudere Advanced Camera for Surveys. Aan het 'Cosmology Survey Multi-Cycle Treasury Program' doen meer dan honderd sterrenkundigen uit tal van landen mee. Zij kunnen alles bij elkaar ruim drie maanden gebruik maken van de diensten van de Hubble-ruimtetelescoop. Het nieuwe onderzoeksproject stelt de sterrenkundigen in staat om sterrenstelsels te onderzoeken die zich op afstanden van 9 tot 13 miljard lichtjaar bevinden. Dat betekent dat ruimschoots het eerste kwart van de geschiedenis van het heelal in kaart kan worden gebracht. De sterrenkundigen hopen erachter te komen hoe de verre sterrenstelsels, en de superzware zwarte gaten die in hun kernen schuilgaan, in de loop van de miljarden jaren zijn geëvolueerd. Ook zal worden geprobeerd om meer inzicht te krijgen inde geheimzinnige 'donkere energie', die het heelal versneld doet uitdijen.
Meer informatie:
New Hubble treasury project to survey first third of cosmic time
Cosmology Survey Multi-Cycle Treasury Program

15 maart 2010
Amerikaanse en Franse sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om de massa te meten van een bijzonder soort supernova-explosie. En die massa blijkt groter te zijn dan voor mogelijk werd gehouden. De supernova behoort tot type Ia - de kolossale explosie van een witte dwergster. Aangenomen werd dat zo'n explosie in gang wordt gezet als de massa van de witte dwerg, door het opslokken van materie van een naburige ster, een bepaalde kritische massa overschrijdt. Deze zogeheten Chandrasekhar-limiet ligt bij 1,4 maal de massa van onze zon. Sinds 2003 zijn echter vier supernova-explosies van type Ia waargenomen die dermate helder waren, dat betwijfeld werd of de ontploffende witte dwergster zich in die gevallen wel aan de Chandrasekhar-limiet heeft gehouden. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat dat in zeker één van de gevallen niet zo was: de veroorzaker van supernova 2007if had een massa van 2,1 zonsmassa. Voor de superzware supernova-explosies zijn twee verklaringen denkbaar. De eerste is dat witte dwergen in bijzondere gevallen toch de Chandrasekhar-limiet kunnen overschrijden, zonder direct te ontploffen. Een andere mogelijkheid is dat bij deze explosies niet één, maar twee witte dwergen betrokken zijn. Een botsing tussen twee witte dwergsterren zou immers direct tot een overschrijding van de Chandrasekhar-limiet leiden.
Meer informatie:
Super Supernova: White Dwarf Star System Exceeds Mass Limit

11 maart 2010
Zuid-Koreaanse sterrenkundigen hebben het bestaan aangetoond van bolvormige sterrenhopen die tussen sterrenstelsels rondzwerven. Dat blijkt uit nauwkeurige analyse van opnamen van de zogeheten Virgocluster, een verzameling van duizenden sterrenstelsels op een afstand van 50 tot 60 miljoen lichtjaar. Tot op een afstand van 5 miljoen lichtjaar van het centrum van de Virgocluster zijn bolhopen te vinden (Science Express, 11 maart). Dat er in de uitgestrekte lege ruimte tussen de sterrenstelsels bolvormige sterrenhopen rondzwerven, werd al tientallen jaren vermoed. Maar het was tot nog toe niet gelukt om deze betrekkelijk kleine objecten op zulke grote afstanden te sporen. Een bolvormige sterrenhoop is een verzameling van enkele honderdduizenden sterren - ruwweg een miljoen keer zo weinig als in bijvoorbeeld ons Melkwegstelsel. Tussen de sterrenstelsels van de Virgo-cluster zijn nu ongeveer 1500 rondzwervende bolvormige sterrenhopen ontdekt. Volgen de onderzoekers zullen het er in werkelijkheid nog zeven of acht keer zo veel zijn. Het lijkt aannemelijk dat deze sterrenhopen de restanten zijn van dwergstelsels die in de loop van de tijd door grotere sterrenstelsels zijn opgeslokt.
Meer informatie:
Detection of a Large-Scale Structure of Intracluster Globular Clusters in the Virgo Cluster
Kugelsternhaufen auf Abwegen

9 maart 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft aanwijzingen gevonden dat de stervorming in een zwaar, jong sterrenstelsel op catastrofale wijze ten einde is gekomen. In het 10 miljard lichtjaar verre sterrenstelsel, dat de aanduiding SMM J1237+6203 draagt, heeft miljoenen jaren achtereen elke seconde een reusachtige explosie plaatsgehad. Door deze aanhoudende golf van explosies is vrijwel al het gas dat oorspronkelijk in het stelsel aanwezig was verdreven, waardoor er geen nieuwe sterren meer konden ontstaan. Over de oorzaak van de explosiegolf bestaat nog onduidelijkheid. Het zouden talrijke supernova-explosies van afzonderlijke zware sterren kunnen zijn geweest, maar het is ook mogelijk dat de intense uitstroom van materie uit de omgeving van het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel de aanstichter was. De ontdekking bevestigt het beeld dat sterrenkundigen al van nabijere zware sterrenstelsels hadden. De eigenschappen van deze stelsels doen vermoeden dat hun stervormingsactiviteit vrij abrupt ten einde is gekomen.
Meer informatie:
'Catastrophic event' behind the halt of star birth in early galaxy formation

4 maart 2010
Sterrenstelsels zijn normaal gesproken vrij 'sociaal': ze vormen groepen en gaan ook vaak in interactie met elkaar. Maar sommige sterrenstelsels lijken daar niet - of niet meer - aan mee te doen. Een recente opname van de Hubble-ruimtetelescoop zoomt in op zo'n eigenwijs stelsel. Op de foto zijn weliswaar tal van andere sterrenstelsels te zien, maar die bevinden zich ver op de voor- of achtergrond. Het eenzame sterrenstelsel, dat de aanduiding ESO 306-17 draagt, is een kolossaal, helder elliptisch stelsel op een afstand van 500 miljoen lichthaar. Zijn eenzaamheid heeft hij waarschijnlijk aan zichzelf te danken: in de loop van de miljarden jaren heeft hij alle kleinere stelsels die te dicht in zijn buurt kwamen opgeslokt. Het enige wat nu nog in de omgeving van ESO 306-17 resteert is een 'mist' van donkere materie en heet gas. De opname wordt nog onderzocht op de eventuele aanwezigheid van zogeheten ultracompacte dwergstelsels - de schamele restanten van de stelsels die het slachtoffer zijn geworden van deze grote elliptische 'reus'.
Meer informatie:
Bully galaxy rules the neighbourhood

3 maart 2010
Nieuwe waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra bevestigen het al bestaande vermoeden dat het zwarte gat in het centrum van een sterrenstelsel een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van dat stelsel. Ook een niet extreem zwaar gat produceert al zo'n hevige 'wind' van energierijke deeltjes, dat het ontstaan van nieuwe sterren tot in de wijde omgeving wordt belemmerd. Dat de allerzwaarste centrale zwarte gaten een grote invloed uitoefenen op hun moederstelsel was al geruime tijd duidelijk. Deze kolossale monsters produceren vaak een intense bundel van supersnelle deeltjes, die tot ver buiten de grenzen van het eigenlijke sterrenstelsel reikt. Maar uit Chandra-waarnemingen van het sterrenstelsel NGC 1068 blijkt nu dat ook superzware zwarte gaten van 'gemiddelde' afmetingen al de nodige invloed hebben. Uit het centrum van NGC 1068 worden deeltjes weggeblazen met snelheden van anderhalf miljoen kilometer per uur. Deze wind komt voort uit heet gas dat zich rond het zwarte gat heeft verzameld. Een deel van dat gas zal uiteindelijk ook door het zwarte gat worden opgeslokt, maar een ander deel wordt de omgeving in geblazen. Bij NGC 1068 gaat het daarbij om enkele zonsmassa's materie per jaar, die duizenden lichtjaren ver het omringende stelsel binnendringt - voldoende om de stervorming tot op grote afstand te verstoren.
Meer informatie:
Winds Of Change: How Black Holes May Shape Galaxies

2 maart 2010
Nieuw onderzoek van de alom aanwezige hemelgloed van gammastraling, afkomstig van bronnen buiten ons Melkwegstelsel, laat zien dat minder dan een derde van deze straling afkomstig is van de hoofdverdachten: de bundels van snelle deeltjes die door actieve sterrenstelsels worden uitgestoten. De gammastraling die vanuit alle richtingen op ons af komt, komt ook uit richtingen waar geen heldere hemelbronnen te zien zijn, zoals pulsars en gaswolken in ons Melkwegstelsel of heldere sterrenstelsels daarbuiten. Vermoed werd dat de gammagloed het gezamenlijke product was van ontelbare actieve sterrenstelsels die te ver weg staan om als afzonderlijke gammabronnen zichtbaar te zijn. Maar uit onderzoek met de gammasatelliet Fermi blijkt dat die verklaring niet kan kloppen. De vraag is nu waar die straling dan wél vandaan komt. Volgens de onderzoekers kunnen ook de vele stervormingsgebieden in jonge, normale sterrenstelsels een belangrijke bijdrage aan de gammastraling leveren. Maar er is ook nog een andere intrigerende mogelijkheid: de straling zou afkomstig kunnen zijn van de donkere materie, waarvan tot nog toe werd aangenomen dat deze geen waarneembare straling uitzendt. Verder onderzoek met de Fermi-satelliet kan hier wellicht uitsluitsel over geven.
Meer informatie:
NASA's Fermi probes 'dragons' of the gamma-ray sky

24 februari 2010
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) heeft een opname vrijgegeven van NGC 346, het helderste stervormingsgebied in de Kleine Magelhaense Wolk, een begeleider van het Melkwegstelsel op 210.000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Tucana (Toekan). Het licht en de wind en hitte die de zware sterren uitstralen hebben het gloeiende gas verspreid, zodat er een nevelachtige structuur is ontstaan die eruitziet als een spinnenweb. NGC 346 is, net zoals andere mooie hemelgebieden, een werk in uitvoering dat in de loop der miljoenen jaren steeds verandert. Ook nieuwe sterren die zich hier vormen zullen ontvlammen, gas en stof verlichten en de aanblik van dit schitterende gebied veranderen.
Meer informatie:
Schitterende opname van een kosmisch kunstwerk
Beautiful Image of a Cosmic Sculpture

18 februari 2010
Een in 1982 ontdekte samenscholing van kleine sterrenstelsels blijkt een opmerkelijk rustige voorgeschiedenis te hebben. De leden van 'Hickson Compact Group 31' hebben elkaar meer dan 10 miljard jaar na de oerknal eindelijk gevonden, en zijn nu alsnog bezig om samen te klonteren tot één groot elliptisch sterrenstelsel. Dergelijke ontmoetingen spelen zich doorgaans af op afstanden van miljarden lichtjaren, en hebben zich dus ook miljarden jaren geleden afgespeeld, maar dit groepje is 'slechts' 166 miljoen lichtjaar van ons verwijderd. Dat deze dwergstelsels elkaar in de greep hebben, was direct na hun ontdekking al duidelijk. Ze hebben langgerekte plukken gas en stof uit elkaar weggetrokken. En de helderste van het stel is het resultaat van een botsing tussen twee stelsels, die tot een explosie van stervorming heeft geleid. Maar nu is uit onderzoek met onder meer de Hubble-ruimtetelescoop gebleken dat de stelsels nog niet zo lang bij elkaar kunnen zijn. Alle leden van de groep zijn namelijk rijk aan sterren die hooguit enkele honderden miljoenen jaren oud zijn. De helderste sterrenhopen zijn zelfs minder dan tien miljoen jaar oud. Bovendien zijn de sterrenstelsels nog rijk aan waterstofgas, wat erop wijst dat hun stervormingsactiviteit nog niet zo lang bezig is. Onduidelijk is waarom de stelsels van de Hickson-groep de zwaartekracht zo lang ontsprongen zijn. Mogelijk is dat gewoon een kwestie van toeval: ze lijken te zijn ontstaan in een omgeving waar weinig sterrenstelsels zijn.
Meer informatie:
Jurassic Space: Ancient Galaxies Come Together After Billions of Years

17 februari 2010
Gelijktijdige waarnemingen op vele verschillende golflengten van een actief sterrenstelsel hebben nieuwe inzichten opgeleverd over de 'jet' van snelle deeltjes die zulke stelsels uitstoten. Uit de waarnemingen blijk dat de 'motor' van deze reusachtige deeltjesbundels - een superzwaar zwart gat in de centrum van het sterrenstelsel dat materie opslokt - anders werkt dan tot nog toe werd gedacht (Nature, 18 januari). Actieve sterrenstelsels zoals 3C 279, die ook wel blazars worden genoemd, produceren veel straling op alle waarneembare golflengten, maar met name in het gammagebied. Deze straling is afkomstig van een bundel van extreem snel bewegende deeltjes die bijna recht op de aarde af komt. Waar de straling precies ontstaat, is niet helemaal duidelijk. Vermoed werd dat dit op enkele honderden miljoenen kilometers van het centrale zwarte gat gebeurde. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Met meer dan twintig instrumenten, die het hele golflengtegebied van radio- tot gammastraling bestrijken, is een jaar lang regelmatig naar blazar 3C 279 gekeken. Daarbij is onder meer een enkele weken durende uitbarsting van gammastraling waargenomen die gepaard ging met een sterke verandering van de polarisatie van het zichtbare licht dat de blazar uitzond. Volgens de onderzoekers kan uit het sterke verband tussen deze verschijnselen worden geconcludeerd dat beide soorten straling uit hetzelfde gebied afkomstig zijn, en dat dit gebied op minstens één lichtjaar van het zwarte gat ligt. En dat betekent dat de magnetische velden die verantwoordelijk worden gehouden voor de versnelling van de uitgestoten deeltjes, op de een of andere manier energie tot ver van het zwarte gat geleiden, voordat deze als (gamma)straling kan ontsnappen.
Meer informatie:
Extreme Jets Take New Shape

17 februari 2010
Nieuw onderzoek met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra heeft meer inzicht gegeven in de oorzaak van supernova-explosies die een belangrijke rol spelen bij afstandsbepalingen in het heelal. Uit het onderzoek blijkt dat veel van deze supernova's van type Ia ontstaan door botsingen tussen twee witte dwergen (Nature, 18 februari). Supernova's van type Ia hebben de voor sterrenkundigen plezierige eigenschap dat ze altijd ongeveer dezelfde hoeveelheid licht produceren. Dat betekent dat de waargenomen helderheid van zo'n supernova een directe indicatie van zijn afstand geeft. Wat deze explosies veroorzaakt, is echter een punt van discussie. De tot nog toe meest gangbare verklaring was dat een supernova van type Ia ontstaat als een witte dwergster - het ingestorte restant van een oude ster - zo veel materie van een andere ster heeft opgeslokt, dat hij een kritieke massalimiet overschrijdt, instabiel wordt en ontploft. Een tweede scenario, dat uitgaat van twee witte dwergsterren die om elkaar draaien en uiteindelijk met elkaar in botsing komen, leek minder waarschijnlijk. Het probleem met het eerste scenario is dat zo'n witte dwerg miljoenen jaren bezig is met het verzamelen van materie, voordat het tot een explosie komt. En al die tijd zou hij een sterke bron van röntgenstraling moeten zijn. Dat zou betekenen dat grote sterrenstelsels wemelen van de röntgenstraling producerende supernova's-in-wording. Maar uit Chandra-waarnemingen van een aantal nabije grote stelsels blijkt dat daar geen sprake van kan zijn: de daarvan waargenomen hoeveelheid röntgenstraling is 30 tot 50 keer minder dan je zou verwachten als deze supernova's volgens het eerste scenario ontstaan. Blijkbaar zijn botsende witte dwergen een belangrijke, zo niet de belangrijkste oorzaak van supernova-explosies van type Ia. Dat heeft overigens een nare consequentie voor de kosmische afstandsmetingen: het botsingsmodel laat veel meer ruimte voor variaties in de hoeveelheid licht die deze supernova's produceren. En dat maakt ze minder betrouwbaar als 'standaardkaarsen'.
Meer informatie:
NASA's Chandra Reveals Origin of Key Cosmic Explosions

17 februari 2010
Een team astronomen onder leiding van de Groningse sterrenkundige Else Starkenburg heeft met behulp van de Europese Very Large Telescope enkele uiterst primitieve sterren buiten het Melkwegstelsel ontdekt. Daarmee is een belangrijke astrofysisch vraagstuk over de oudste sterren in het nabije heelal opgelost. Vermoed wordt dat de primitieve sterren net na de oerknal (13,7 miljard jaar geleden) zijn gevormd. Dergelijke sterren worden 'uiterst metaalarme sterren' genoemd. Ze bevatten minder dan een duizendste van de hoeveelheid chemische elementen zwaarder dan waterstof en helium, die aanwezig is in sterren zoals onze zon. Zulke sterren zijn heel zeldzaam en werden tot nog toe om onduidelijke redenen vrijwel uitsluitend binnen ons Melkwegstelsel waargenomen. Uit nieuwe computermodellen blijkt waarom dat zo is: de normale opsporingsmethode is gewoon niet nauwkeurig genoeg. De relatieve hoeveelheid chemische elementen in sterren wordt vastgesteld door hun lichtspectra vast te leggen. Zo'n spectrum kan worden beschouwd als de chemische vingerafdruk van een ster. Bij verre sterren blijkt het echter niet mogelijk om 'vingerafdrukken' te verkrijgen die scherp genoeg zijn. Uit het onderzoek van Starkenburg en haar collega's blijkt dat je daartoe zeer gedetailleerde spectra moet vastleggen. Helaas is die verbeterde methode, waarbij een speciale, uiterst gevoelige spectrograaf wordt gebruikt, erg tijdrovend.
Meer informatie:
Missing Primitive Stars Outside Milky Way Uncovered

11 februari 2010
In het centrum van vrijwel elk sterrenstelsel zit een miljoenen of miljarden zonsmassa's wegend zwart gat. In veel gevallen is dat alleen te merken aan de zwaartekracht die dat zwarte gat uitoefent. Maar in sommige stelsels stoot het zwarte gat twee bundels van heet gas (jets) uit. Waarom in het ene geval niet en in het andere wel? Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) denken het antwoord op deze vraag te hebben gevonden. De MIT-onderzoekers hebben sterrenstelsels met en zonder jets met elkaar vergeleken. In beide gevallen is het centrale zwarte gat omgeven door een zogeheten accretieschijf: een verzamelplaats waar de materie die het zwarte gat aantrekt aanvankelijk in terechtkomt. Daarbij is gebleken dat jets alleen ontstaan als de rotatie van het zwarte gat zelf tegengesteld is aan die van de accretieschijf. Daarmee is een vermoeden bevestigd dat op theoretische gronden al enkele jaren bestond. Het ontstaan van jets remt de stervorming tot in de wijde omgeving van het zwarte gat. Zelfs de groei van omringende sterrenstelsels kan worden gehinderd.
Meer informatie:
Unraveling black hole spin

10 februari 2010
Sterren ontstaan uit reusachtige gaswolken in sterrenstelsels. De snelheid waarmee dat gebeurt is in de loop van de tijd echter veranderd: vroeg in de geschiedenis van het heelal produceerden sterrenstelsels tien keer zo veel nieuwe sterren als nu. Maar waarom? Was er meer gas aanwezig waaruit sterren konden ontstaan of verliep de stervorming toentertijd om de een of andere reden gemakkelijker? Een internationaal team van sterrenkundigen heeft sterke aanwijzingen gevonden dat de eerste verklaring de juiste is (Nature, 11 februari). Dat blijkt uit onderzoek met de IRAM radio-interferometer op het Plateau du Bure in Frankrijk. Met dat instrument is voor het eerst het koude moleculaire gas in beeld gebracht dat deel uitmaakt van verre sterrenstelsels waarin veel stervormingsactiviteit plaatsvindt. Daaruit kan worden opgemaakt dat sterrenstelsels drie miljard jaar na de oerknal nog voor 44 procent uit koud gas bestonden, en twee miljard jaar later nog voor 34 procent. Maar inmiddels is dat gedaald tot 3 à 10 procent - ruwweg vijf tot tien keer zo weinig als vroeger. Dat maakt het zeer aannemelijk dat de teruglopende hoeveelheid gas bepalend is geweest voor de daling van het stellaire geboortecijfer.
Meer informatie:
Young Galaxies Gorge on Gas
Gas steigert die Geburtenrate
Why Today’s Galaxies Don't Make as Many Stars as They Used To

4 februari 2010
Onderzoek door Europese sterrenkundigen heeft uitgewezen dat de populatie van sterrenstelsels in het heelal er vroeger heel anders uitzag dan nu. Op dit moment behoort bijna driekwart van alle sterrenstelsels tot de spiraalstelsels: schijfvormige objecten met een min of meer duidelijke spiraalstructuur. De overige soorten stelsels - elliptische, lensvormige en onregelmatige - zijn nu relatief schaars. Uit een inventarisatie van 148 verre sterrenstelsels blijkt echter dat die verdeling 6 miljard jaar geleden heel anders was. Toen behoorde nog de helft van de stelsels tot de onregelmatige categorie en was slechts één op de drie stelsels spiraalvormig. Volgens de onderzoekers kan daaruit worden geconcludeerd dat in de tussentijd veel onregelmatige stelsels tot spiraalstelsels zijn geëvolueerd. Hoewel al langer bekend was dat een botsing tussen onregelmatige stelsels tot de vorming van een spiraalstelsel kan leiden, komt dit resultaat toch als een verrassing. Verondersteld werd namelijk de uitdijing van het heelal, die de sterrenstelsels uiteendrijft, ertoe zou leiden dat zulke samensmeltingen steeds minder vaak optreden. Het lijkt er nu echter op dat dit proces veel langer is doorgegaan dan tot nog toe werd aangenomen. Ook ons eigen Melkwegstelsel is een spiraalstelsel. Er zijn echter geen aanwijzingen dat het in recente tijden bij een grote botsing betrokken was. Daar komt echter verandering in: over 4 miljard zal het tot een botsing met het nu nog ruim 2 miljoen lichtjaar van ons verwijderde Andromedastelsel komen.
Meer informatie:
Forming the present-day spiral galaxies

3 februari 2010
Amerikaanse sterrenkundigen hebben voor het eerst een duidelijk bewijs gevonden voor het bestaan van een dubbele quasar in een tweetal sterrenstelsels dat in botsing is. Quasars zijn de extreem heldere kernen die sommige sterrenstelsels vertonen. Ze ontstaan doordat het superzware zwarte gat in het centrum van zo'n stelsel veel materie uit de omgeving naar zich toe trekt, die door wrijving enorm heet wordt. Samensmeltingen van sterrenstelsels worden gezien als een belangrijke oorzaak van het op gang komen van de materiestroom naar zo'n zwart gat. En eigenlijk ligt het voor de hand dat er bij zo'n samensmelting zo af en toe eens een dubbele quasar ontstaat - vrijwel elk sterrenstelsel heeft immers een centraal zwart gat. Maar tot nog toe bestond er geen enkel overtuigend voorbeeld van een dubbele quasar in twee stelsels die met elkaar in botsing zijn. De dubbele quasar SDSS J1254+0846 is al meer dan een jaar geleden ontdekt. Maar pas op opnamen die onlangs met de 6,5-meter Baade-Magellan-telescoop zijn gemaakt is goed te zien dat de stelsels waar de beide quasars deel van uitmaken inderdaad met elkaar in botsing zijn. Ze vertonen de lange uitlopers ('getijstaarten') die kenmerkend zijn voor zo'n interactie.
Meer informatie:
Merging Galaxies Create a Binary Quasar;

27 januari 2010
Voor het eerst hebben sterrenkundigen supernova-explosies waargenomen met de eigenschappen van een gammaflits, maar zonder de karakteristieke uitbarsting van gammastraling (Nature, 28 januari). Gammaflitsen zijn enorme uitbarstingen van gammastraling in verre sterrenstelsels. Veel van deze uitbarstingen worden in verband gebracht met de explosies van zeer zware sterren - explosies die tot op zeer grote afstand waarneembaar zijn doordat de bijbehorende gammastraling in sterk gebundelde vorm vrijkomt. Een ander kenmerk van deze extreme supernova-explosies is dat een deel van de materie die wordt uitgestoten vrijwel de snelheid van het licht bereikt. Bij 'gewone' supernova-explosies blijft de snelheidsmeter bij ongeveer drie procent van de lichtsnelheid steken. Met behulp van een groot aantal radiotelescopen, waaronder die in Westerbork, is bij twee recente supernova-explosies materie ontdekt die met onverwacht hoge snelheid is uitgestoten. Bij geen van beide supernovae (SN 2007gr en 2009bb) is echter een gammaflits gezien. Dat kan verschillende oorzaken hebben. De kans is groot dat de bundels gammastraling in deze gevallen niet in de richting van de aarde wezen. Maar het is ook mogelijk dat er heftige supernova-explosies zijn waarbij de gammastraling om de een of andere reden niet uit de ontploffende ster kan ontsnappen.
Meer informatie:
Astronomers Find Rare Beast by New Means
Astronomers in the Netherlands catch supernova, observe relativistic expansion
Newborn Black Holes May Add Power to Many Exploding Stars

27 januari 2010
Sterrenkundigen hebben, behulp van de Europese Very Large Telescope, een zwart gat in een ander sterrenstelsel dan het onze 'gewogen'. Het kleine stelsel waar het zwarte gat deel van uitmaakt, NGC 300, bevindt zich op een afstand van 6 miljoen lichtjaar. Er zijn weliswaar al vele zwarte gaten op veel grotere afstanden bekend, maar dat zijn stuk voor stuk superzware gaten in de kernen van sterrenstelsels, waarvan de massa's niet exact bekend zijn. Omdat het zwarte gat in NGC 300 samen met een zware 'normale' ster een dubbelstersysteem vormt, kan zijn massa redelijk nauwkeurig worden berekend. Met een massa van minimaal 15 zonsmassa's is dit het op één na zwaarste 'stellaire' zwarte gat dat tot nog toe is gevonden. Dat er in NGC 300 mogelijk een stellair zwart gat schuilging, werd enkele jaren geleden ontdekt met de röntgensatellieten XMM-Newton en Swift. De materie die het zwarte gat van de naburige ster opslokt, bereikt namelijk enorm hoge temperaturen en is daardoor een krachtige bron van röntgenstraling. Een zwart gat van dit kaliber is het overblijfsel van een zware ster die als supernova is ontploft. Ook de ster die het zwarte gat in NGC 300 begeleidt nadert het einde van zijn bestaan en kan - waarschijnlijk over minder dan een miljoen jaar - na een supernova-explosie als zwart gat eindigen.
Meer informatie:
Black Hole Hunters Set New Distance Record

21 januari 2010
Waarnemingen met onder meer de röntgensatelliet Chandra hebben uitgewezen dat sommige sterrenstelsels een reusachtige 'staart' van gas hebben. Daaruit blijkt dat stervorming ook ver buiten het eigenlijke sterrenstelsel kan optreden. Drie jaar geleden ontdekte een internationaal team van sterrenkundigen een eerste 'gasstaart' bij het sterrenstelsel ESO 137-001. Deze heeft een lengte van maar liefst 200.000 lichtjaar. Uit vervolgwaarnemingen is nu gebleken dat dit stelsel in feite een dubbele gasstaart heeft. Ook bij een ander stelsel, ESO 137-002, zijn nu de eerste sporen van zo'n gasstaart gevonden. Hoe zich op deze plaatsen sterren kunnen vormen is nog onduidelijk. ESO 137-001 en -002 maken deel uit van een grote groep sterrenstelsels die Abell 3627 wordt genoemd. De sterrenkundigen vermoeden dat de gasstaarten zijn ontstaan door de beweging van de sterrenstelsels door het hete gas dat de ruimte tussen de stelsels van de Abell-cluster vult.
Meer informatie:
MSU contributes to new research on star formation

14 januari 2010
Uit waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop blijkt dat het nabije sterrenstelsel NGC 2976 al miljoenen jaren bijna geen nieuwe sterren meer produceert. Dat heeft een eenvoudige oorzaak: het bouwmateriaal voor nieuwe sterren is op. NGC 2976 is een sterk verstoord spiraalstelsel dat deel uitmaakt van een groep stelsels in het sterrenbeeld Grote Beer. De zwaartekrachtswerking van grote buurstelsels heeft het gas in NGC 2976 zodanig in beroering gebracht dat hierin in hoog tempo nieuwe sterren ontstonden. Daarbij verdween een deel van het gas de ruimte in en stroomde de rest naar het kerngebied van het stelsel. Dat laatste leidde aanvankelijk tot hevige stervorming, maar het einde daarvan is in zicht: slechts in het centrale deel van NGC2976 ontstaan nog groepjes nieuwe sterren. De productieve periode van NGC 2976 heeft naar schatting zeker 500 miljoen jaar geduurd. Verwacht wordt dat het stervormingsproces de komende honderden miljoenen jaren steeds verder zal afnemen.
Meer informatie:
Hubble Catches End of Star-Making Party in Nearby Dwarf Galaxy

13 januari 2010
Het bestaan van de kleinste sterrenstelsels in het heelal lijkt niet zo onverklaarbaar als tot nog toe werd aangenomen. Dat blijkt uit een nieuw computermodel dat de vorming van deze zogeheten dwergstelsels probeert te verklaren. De sleutel tot de vorming van deze stelsels lijkt te liggen bij supernova-explosies (Nature, 14 januari). Volgens de meest gangbare inzichten is slechts 15 procent van alle materie in het heelal 'normaal', dat wil zeggen: een bron van licht en andere vormen van straling. De rest is onzichtbaar en verraadt zijn bestaan alleen door de zwaartekracht die hij uitoefent. Hiervan uitgaande kan de vorming van grote sterrenstelsels goed worden verklaard. Maar de waargenomen eigenschappen van dwergstelsels konden tot nog toe niet worden gereproduceerd. Uit de modellen kwamen dwergstelsels tevoorschijn die veel meer sterren en donkere materie in hun kern hadden dan echte dwergstelsels. De bestaande modellen hielden echter weinig rekening met de vorming en evolutie van met name de zwaarste sterren in zo'n dwergstelsel. De nieuwe computerberekeningen, uitgevoerd door een internationaal team van sterrenkundigen, doen dat wél. En uit die berekeningen blijkt dat de 'winden' die bij supernova-explosies van zware sterren in het kerngebied van een dwergstelsel-in-wording ontstaan veel van het daar aanwezige gas wegblazen. Hierdoor ontstaan er in de kern uiteindelijk veel minder sterren dan tot nog toe werd aangenomen. De berekende dwergstelsels vertonen daardoor veel meer overeenkomsten met de werkelijkheid.
Meer informatie:
New research resolves conflict in theory of how galaxies form

12 januari 2010
Voor het eerst zijn sterrenkundigen erin geslaagd om de verscheidenheid aan vormen van sterrenstelsels in het heelal te verklaren. Hun computermodel blijkt niet alleen de verschillende vormen, maar ook hun relatieve aantallen te kunnen reproduceren. Sterrenstelsels zijn reusachtige verzamelingen van sterren en gaswolken. De kleinste tellen een paar miljoen sterren, de grootste honderden miljarden. Tachtig jaar geleden stelde de Amerikaanse sterrenkundige Edwin Hubble vast dat je grote sterrenstelsels qua vorm in een drietal basisvormen kunt indelen: spiralen, balkspiralen en elliptische. Ons Melkwegstelsel heeft spiraalarmen en een langwerpige kern, en behoort daarmee tot de tweede categorie. Volgens het nieuwe model laten deze basisvormen zich vrij eenvoudig verklaren. Daarbij speelt het enorme omhulsel van donkere materie waarin de sterrenstelsels gehuld zijn een doorslaggevende rol. De uiteindelijke vorm van een stelsel zou worden bepaald door het aantal samensmeltingen met andere stelsels. Elliptische stelsels zijn het product van meervoudige samensmeltingen, terwijl de (balk)spiraalstelsels geen grote samensmeltingen hebben meegemaakt. Dat wil overigens niet zeggen dat ons Melkwegstelsel geen roerige geschiedenis heeft. Het heeft in de loop van de miljarden jaren diverse kleine dwergstelsels opgeslokt.
Meer informatie:
How Galaxies Came To Be: Astronomers Explain Hubble Sequence

7 januari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft twee onbekende getijstromen geïdentificeerd in het Andromedastelsel. Getijstromen zijn overblijfselen van kleine sterrenstelsels die door een groot buurstelsel zijn opgeslokt. Grote sterrenstelsels zoals ons Melkwegstelsel en het naburige Andromedastelsel zijn waarschijnlijk ontstaan door het samensmelten van tal van kleinere stelsels. En dat 'galactisch kannibalisme' gaat feitelijk nog steeds door. De nieuwe getijstromen in het Andromedastelsel zijn ontdekt met de 8-meter Subaru-telescoop op Hawaï. Ze bevinden zich op grote afstanden (200.000 en 300.000 lichtjaar) van het centrum van het Andromedastelsel. Getijstromen bestaan uit groepen sterren die de baanbeweging van het oorspronkelijke dwergstelsel blijven volgen.
Meer informatie:
New Tidal Streams Found In Andromeda Reveal History Of Galactic Mergers

7 januari 2010
Franse sterrenkundigen hebben ontdekt dat in spiraalstelsels met een centrale balk - een langgerekte structuur van sterren - een hevige vermenging van sterren plaatsvindt. Tot nog toe namen sterrenkundigen aan dat dit mengproces, dat radiale migratie wordt genoemd, geheel voor rekening kwam van de spiraalstructuur. De centrale balk werd verder buiten beschouwing gelaten. Maar uit onderzoek van Ivan Minchev en Benoit Famaey van de sterrenwacht van Straatsburg blijkt dat de radiale migratie in balkspiraalstelsels veel sneller verloopt dan in gewone spiraalstelsels. De sterren in de schijf van zo'n stelsel kan zomaar duizend lichtjaar van zijn geboorteplaats terechtkomen en toch in een keurige cirkelbaan om het centrum blijven draaien. Volgens de onderzoekers kan dat laatste ook met onze zon zijn gebeurd. Ook ons eigen Melkwegstelsel is immers een balkspiraal. En de chemische samenstelling van onze zon komt overeen met die van een ster die duizend lichtjaar dichter bij het galactisch centrum thuishoort. Het mengproces kan ook verklaren waarom de sterren in de omgeving van de zon zulke uiteenlopende chemische samenstellingen hebben.
Meer informatie:
How To Stir Galaxy Disks

6 januari 2010
Een internationaal team van wetenschappers heeft ontdekt dat de verhouding gewone/donkere materie in kleine sterrenstelsels veel kleiner is dan het heelal als geheel. Voor zover bekend vormt gewone materie - de protonen en neutronen waaruit mensen, planeten en sterren bestaan - ongeveer zeventien procent van alle materie in het heelal. De overige 83 procent bestaat uit de mysterieuze 'donkere materie' die haar bestaan alleen kenbaar maakt door de zwaartekrachtsaantrekking die zij op zichtbare materie uitoefent. Verwacht werd dat de onderlinge verhouding van gewone en donkere materie overal in het heelal ruwweg gelijk was. Maar uit het nieuwe onderzoek blijkt dat het aandeel gewone materie geringer is naarmate een object kleiner is. Grote clusters van sterrenstelsels bevatten nog veertien procent gewone materie, maar kleine afzonderlijke dwergstelsels nog maar 0,2 procent - bijna honderd keer zo weinig als het heelalgemiddelde. Over het hoe en waarom tasten de onderzoekers nog in het duister.
Meer informatie:
UMaryland-Led Team Shines Light On Missing Ordinary Matter

5 januari 2010
Met behulp van de nieuwe infraroodcamera (WFC3) van de Hubble-ruimtetelescoop is een verre, oude populatie van sterrenstelsels ontdekt. De compacte stelsels vallen buiten het bereik van andere instrumenten en zijn dus nog nooit eerder waargenomen. Hun licht heeft er 13 miljard jaar over gedaan om ons te bereiken. Dat betekent dat deze sterrenstelsels al bestonden toen het heelal nog maar ongeveer 700 miljoen jaar oud was. De spectrale (kleur)kenmerken van de verre stelsels duiden erop dat zij uit sterren bestaan die extreem weinig elementen zwaarder dan helium bevatten. Dat is kenmerkend voor de eerste generaties sterren in het heelal, die uitsluitend hebben bestaan uit de materie waarmee het heelal na de oerknal was gevuld: een mengsel van vrijwel uitsluitend waterstof en helium. De nieuwe waarnemingen vormen ook een bevestiging van het zogeheten hiërarchische model van het ontstaan van sterrenstelsels. Volgens dit model zijn de huidige grote sterrenstelsels in het heelal het resultaat van samensmeltingen van tal van kleinere stelsels. De waargenomen stelsels zijn heel klein en bevatten honderd keer zo weinig materie als ons Melkwegstelsel. Het bestaan van de verre stelsels wijst erop dat de eerste sterren in het heelal zeker enkele honderden miljoenen jaren eerder zijn ontstaan dan tot nog toe werd aangenomen.Hoeveel eerder precies kan ook de Hubble-ruimtetelescoop niet vaststellen. Gedetailleerder onderzoek zal pas mogelijk zijn met de James Webb-ruimtetelescoop, die naar verwachting in 2014 wordt gelanceerd.
Meer informatie:
Hubble Reaches The 'Undiscovered Country' Of Primeval Galaxies
Hubble breekt afstandsrecord en vindt piepjonge sterrenstelsels

5 januari 2010
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een klein stukje sterrenhemel heel nauwkeurig op verschillende golflengten in beeld gebracht. Het mozaïek, gebaseerd op opnamen die in 2004 en 2009 zijn gemaakt, laat duizenden sterrenstelsels op sterk uiteenlopende afstanden zien. Het afgebeelde gebied maakt deel uit van de zogeheten Great Observatories Origins Deep Survey (GOODS), een groot onderzoeksprogramma waarbij met behulp van verschillende instrumenten de ontwikkeling van sterrenstelsels in kaart wordt gebracht. Uit de recente beelden blijkt duidelijk dat sterrenstelsels vroeg in het heelal veel gevarieerder van vorm waren dan nu. Op de voorgrond van het mozaïek zijn de grote elliptische en spiraalvormige sterrenstelsels te zien, die momenteel het heelal domineren. Verder weg, en dus ook verder in het verleden, zijn de stelsels in toenemende mate kleiner, zwakker en onregelmatiger van vorm. Aangenomen wordt dat deze stelsels de 'bouwstenen' waren van de huidige grote sterrenstelsels.
Meer informatie:
Galaxy History Revealed In Colorful Hubble View

5 januari 2010
Het merkwaardige 'uitsteeksel' dat het sterrenstelsel Arp 192 op een opname uit 1964 vertoont, blijkt niet bij dat stelsel te horen. Uit nader onderzoek blijkt dat het uitsteeksel het lichtspoor van een toevallig op de voorgrond passerende planetoïde was. Arp 192 maakt deel uit van de atlas van merkwaardig gevormde sterrenstelsels, die de sterrenkundige Halton Arp in 1966 samenstelde. Deze atlas was gebaseerd op opnamen die met de 5-meter telescoop op Palomar Mountain - destijds de grootste ter wereld - waren gemaakt. De rechte streep op de opname van Arp 192 werd lange tijd beschouwd als een zogeheten 'jet': een straalstroom van materie die uit de kern van het stelsel afkomstig was. Nadat hij had vernomen dat op een detailrijke amateuropname uit 2008 geen spoor van de 'jet' te vinden was, startte de Amerikaanse sterrenkundejournalist Jeff Kanipe vorig jaar zijn eigen onderzoek. Ook op recente professionele opnamen bleek de streep spoorloos te zijn: de 'jet' was verdwenen. Omdat echte 'jets' niet zomaar verdwijnen, moest de oorzaak elders worden gezocht. Uiteindelijk bleek dat planetoïde 84447, die overigens pas in 2002 officieel werd ontdekt, op de dag van de opname in 1964 precies vóór Arp 192 langs trok. Als eerbetoon voor deze ontdekking draagt de planetoïde nu de naam Jeffkanipe.
Meer informatie:
Arp's Phantom Jet

4 januari 2010
Tussen de bijna tweehonderd verre supernova-explosies die een Amerikaanse onderzoeksteam tussen 2002 en 2007 heeft waargenomen, blijkt een extreem exemplaar te zitten. Supernova Y-155 lijkt zijn leven te zijn begonnen als een ster die maar liefst tweehonderd keer zo zwaar was als onze zon. Zijn explosie kwam op gang doordat zijn inwendige dermate heet werd dat straling veranderde in paren van deeltjes en antideeltjes. Y-155 ontplofte ongeveer zeven miljard jaar geleden, toen het heelal ongeveer half zo oud was als nu. Pas in november 2007 bereikte het licht van de explosie een grote telescoop in het noorden van Chili. Op het hoogtepunt van de explosie zond Y-155 honderd miljard keer zo veel energie uit als onze zon. Supernova-explosies van dit type ontstaan normaal gesproken als de kern van een zware ster onder zijn eigen gewicht ineenstort doordat de nucleaire brandstof opraakt. Bij een ster van 150 tot 300 zonsmassa's wordt de materie in de kern echter zó heet dat op een gegeven moment straling wordt omgezet in elektronen en positronen. Door het wegvallen van de stralingsdruk stort de sterkern ineen, waardoor de aanwezige materie nóg heter wordt en er nog meer deeltjesparen worden gevormd. Dit lawine-effect resulteert in een hevige supernova-explosie. Sterren van dit kaliber kunnen alleen ontstaan uit gas dat weinig of geen elementen zwaarder dan helium bevat. Y-155 wordt dan ook beschouwd als een relatief laat voorbeeld van de hevige supernova-explosies die het heelal in zijn begintijd teisterden.
Meer informatie:
Runaway Anti-Matter Production Makes For A Spectacular Stellar Explosion

4 januari 2010
De reusachtige gasstroom die ons Melkwegstelsel verbindt met twee kleine naburige sterrenstelsels is veel langer en ouder dan tot nog toe werd aangenomen. Dat blijkt uit waarnemingen met de grote radiotelescoop in Green Bank (Virginia, VS). Het bestaan van deze zogeheten Magelhaense Stroom is al meer dan dertig jaar bekend. Maar tot nog toe zaten er 'gaten' in de waarnemingen, waardoor onduidelijk bleef of de gaswolken die tussen ons stelsel en de beide Magelhaense Wolken werden waargenomen één geheel vormden. Aan die onzekerheid is nu een eind gekomen: de Magelhaense Stroom is een aaneengesloten 'rivier' van gas. De Grote en de Kleine Magelhaense Wolk zijn de twee meest nabije buren van ons Melkwegstelsel. Ze bevinden zich op afstanden van respectievelijk 160.000 en 200.000 lichtjaar. Het tweetal ondervindt de sterke zwaartekrachtsinvloed van ons Melkwegstelsel, dat vele malen groter is. Dat is ook de belangrijkste reden waarom er gas van het tweetal naar ons stelsel toe stroomt. Uit de nieuwe waarnemingen blijkt dat de Magelhaense Stroom bijna anderhalf keer zo lang is als tot nog toe werd aangenomen. Daaruit volgt dat hij al ongeveer 2,5 miljard jaar geleden op gang moet zijn gekomen - precies het moment dat de beide Magelhaense Wolken dicht langs elkaar scheerden. Vermoedelijk heeft de hevige stervorming die daarop volgde, en gepaard ging met hevige sterrenwinden en supernova-explosies, de gasstroom in gang gezet.
Meer informatie:
Giant Intergalactic Gas Stream Longer Than Thought

4 januari 2010
Nieuwe resultaten van de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra en de beide Magellan-telescopen in Chili wijzen erop dat een zwart gat in het sterrenstelsel NGC 1399 verantwoordelijk is voor de vernietiging van een ster. Dit scenario is gebaseerd op de ontdekking door Chandra van een uitzonderlijk heldere bron van röntgenstraling in een compacte sterrenhoop van oude sterren in NGC 1399 en optische waarnemingen, waaruit blijkt dat de omgeving van de röntgenbron rijk is aan zuurstof, maar arm aan waterstof. De merkwaardige zuurstof/waterstof-verhouding kan erop wijzen dat hier een witte dwergster uit elkaar getrokken is. Hoewel zekerheid hieromtrent ontbreekt, worden 'ultraheldere röntgenbronnen' in verband gebracht met zwarte gaten van honderd tot een paar duizend zonsmassa's. Daarmee vormen deze zwarte gaten een categorie tussen stellaire zwarte gaten en de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels.
Meer informatie:
Massive Black Hole Implicated In Stellar Destruction
Massive Black Hole Implicated In Stellar Destruction

4 januari 2010
Tijdens de grote winterbijeenkomst van Amerikaanse sterrenkundigen, die deze week in Washington wordt gehouden, is de ontdekking bekendgemaakt van 33 dubbele zwarte gaten in de kernen van even zovele sterrenstelsels. Uit deze ontdekking blijkt dat zulke om elkaar wentelende zwarte gaten veel vaker voorkomen dan tot nog toe werd aangenomen. De afgelopen jaren is vastgesteld dat in de kern van bijna elk sterrenstelsel een zwart gat van een miljoen tot een miljard zonsmassa's schuilgaat. Ook is al geruime tijd bekend dat er in het heelal vaak botsingen tussen twee of meer sterrenstelsels optreden. Bij gevolg ligt het voor de hand dat er ook veel sterrenstelsels zullen zijn waarbinnen twee van die superzware zwarte gaten om elkaar wentelen. Maar tot voor kort was slechts een handjevol van die 'zwarte dansparen' ontdekt. Met behulp van een nieuwe waarneemtechniek hebben Amerikaanse sterrenkundigen dat aantal flink opgevoerd. Daarbij is gekeken naar het spectrum van de kernen van een groot aantal sterrenstelsels. In het spectrum van de hete materie rond twee om elkaar draaiende zwarte gaten treden tegengestelde verschuivingen op, doordat steeds een van de zwarte gaten min of meer in onze richting beweegt en het andere van ons vandaan. Op die manier zijn 32 dubbele zwarte gaten opgespoord in sterrenstelsels op afstanden van 4 tot 7 miljard lichtjaar. Het 33ste dubbele zwarte gat werd aangetroffen in een sterrenstelsel dat duidelijke kenmerken van een recente botsing vertoont. Het stelsel heeft onder meer twee heldere kernen in plaats van één.
Meer informatie:
Astronomers Discover Waltzing Black Holes

18 december 2009
De zwakke infraroodstraling die de aarde vanuit alle richtingen bereikt, blijkt grotendeels afkomstig te zijn van talrijke afzonderlijke bronnen: verre sterrenstelsels. Dat blijkt uit de eerste waarnemingen met de Photodetector Array Camera and Spectrometer (PACS), een instrument aan boord van de Europese Herschel-ruimtetelescoop. Het bestaan van de infarode achtergrondstraling werd medio jaren negentig ontdekt door de Amerikaanse satelliet COBE. Omdat de straling nogal uniform verdeeld was, ontstond direct al het vermoeden dat zij afkomstig moest zijn van bronnen buiten ons Melkwegstelsel. Het zou dan moeten gaan om stofrijke sterrenstelsels die ongeveer net zoveel ver-infraroodstraling uitzenden als zichtbaar licht. Het opsporen van die stelsels was echter niet zo makkelijk, omdat het betreffende golflengtegebied niet vanaf de aarde kan worden waargenomen en voorgaande infraroodsatellieten niet gevoelig genoeg waren voor ver-infraroodstraling. Met het PACS-instrument, dat wel de vereiste gevoeligheid heeft, is in oktober een dertig uur durende opname gemaakt van een klein hemelgebied in het sterrenbeeld Grote Beer. Daaruit blijkt dat ongeveer zestig procent van de kosmische infraroodstraling uit dit stukje hemel inderdaad afkomstig is van verre, stofrijke sterrenstelsels. De onderzoekers verwachten dat dit percentage nog verder zal oplopen als nog nauwkeurigere opnamen zijn verkregen.
Meer informatie:
Herschel Space Telescope uncovers the sources of the Cosmic Infrared Background

17 december 2009
Net als voorgaande jaren heeft het Amerikaanse tijdschrift Science een top tien vanbelangrijke wetenschappelijke doorbraken samengesteld. Op de eerste plaats staat de ontdekking van de fossiele overblijfselen van Ardipithecus ramidus, een vroege voorouder van de mens. Maar ook drie sterrenkundige onderwerpen zijn hoog genoteerd. Het hoogst staat de detectie van een nieuwe klasse van pulsars (rondtollende neutronensterren) door de gammasatelliet Fermi. Er blijkt een voorheen onbekende soort pulsars te bestaan die geen waarneembare radiostraling uitzendt, zoals de meeste van hun soortgenoten, maar wél gammastraling. Deze ontdekking doet vermoeden dat er vele honderden tot nu toe onbekende gammapulsars in het Melkwegstelsel zijn. De tweede sterrenkundige doorbraak van 2009 is de ontdekking van water op de maan door LCROSS. In oktober ontdekte deze maansonde sporen van waterdamp en -ijs in de puinwolk die opstoof toen een rakettrap opzettelijk neerstortte in een diepe krater bij de zuidpool van de maan. En ten slotte haalde ook de geslaagde laatste onderhoudsbeurt van de Hubble-ruimtetelescoop (nog net) de top tien.
Meer informatie:
Science's breakthrough of the year: Uncovering 'Ardi'

17 december 2009
Uit onderzoek met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra blijkt dat de symmetrie (of het ontbreken daarvan) van supernovaresten - het puin van ontplofte sterren - verraadt hoe de ster ontplofte. Dat is een belangrijke ontdekking, omdat dit aantoont dat de resten nog honderden of duizenden jaren na de explosie informatie bevatten over hoe de ster ontplofte. Sterrenkundigen delen supernovae in verschillende klassen in, die een afspiegeling zijn van de oorzaak van de sterexplosie. Maar onduidelijk was in hoeverre een supernovarest na lange tijd nog de kenmerken van de ene klasse of de andere vertoont. Uit onderzoek van zeventien supernovaresten in de zogeheten Grote Magelhaense Wolk, waarvan de oorzaak op grond van andere kenmerken goed bekend is, blijkt nu dat supernovaresten van bijvoorbeeld Type Ia betrekkelijk symmetrisch (rond) zijn en blijven. Die van Type II zijn en blijven veel asymmetrischer. De verwachting is dat deze identificatiemethode ook kan worden toegepast op supernovaresten in verre sterrenstelsels, die op andere manieren lastiger in te delen zijn. Zo kan dan toch worden vastgesteld of een supernova destijds een ontploffende witte dwerg is geweest (Type Ia) of een ontploffende reuzenster (Type II).
Meer informatie:
Supernova Explosions Stay In Shape

15 december 2009
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een sfeerrijke 'kerstkaart' gemaakt van een sterrenhoop in de Grote Magelhaense Wolk, een kleine buur van het Melkwegstelsel. De sterrenhoop, R136 geheten, maakt deel uit van de 30 Doradus-nevel - het grootste stervormingsgebied in onze kosmische omgeving. R136 telt honderden hete, blauwe sterren, waarvan sommige meer dan honderd keer zo zwaar zijn als onze zon. Binnen enkele miljoenen jaren zullen verscheidene ervan al als supernova ontploffen. De hete sterren hebben met hun intense straling en hevige sterrenwind grote holten geblazen in de gaswolk waaruit zij ontstaan zijn. Hierdoor is een sprookjesachtig landschap van zuilen, heuvels en dalen van stof gevormd.
Meer informatie:
Hubble’s Festive View Of A Grand Star-Forming Region

9 december 2009
Ter gelegenheid van het 30-jarige bestaan van de Canada-France-Hawaii Telescope is een 370 megapixels groot mozaïek gemaakt van een stukje hemel dat ongeveer vier keer zo groot is als de volle maan. Op het mozaïek, dat een optelling is van opnamen die in de periode 2003-2008 zijn gemaakt, zijn ruwweg 500.000 sterrenstelsels te zien. Het resultaat is veel te groot om op één computerscherm te bekijken, maar de gebruiker kan het hele mozaïek 'scannen' en inzoomen op de delen die hem het interessantst lijken.
Meer informatie:
Half A Million Galaxies Celebrate Cfht’s 30Th Anniversary
CFHT Legacy Survey Deep Field #1

9 december 2009
Waarnemingen van het gepolariseerde licht afkomstig van een zogeheten gammaflits wijst erop dat grootschalige magnetische velden een cruciale rol spelen bij deze hevige explosies (Nature, 10 december). Gammaflitsen worden doorgaans in verband gebracht met extreem hevige supernova-explosies. Het materiaal dat bij zo'n explosie wordt weggeblazen, bereikt snelheden die in de buurt van de lichtsnelheid komen. De uiterst snelle deeltjes verlaten de ontploffende ster in de vorm van twee smalle bundels, en iets soortgelijks geldt voor de gammastraling. Hierdoor is een gammaflits tot op zeer grote afstand waarneembaar, maar alleen als zo'n bundel toevallig in de richting van de aarde wijst. Onduidelijk is nog op welke manier de materiedeeltjes tot deze enorme snelheden worden versneld. De sleutel tot de verklaring zou wel eens kunnen liggen bij de magnetische velden die op 2 januari jl. met een camera van de Liverpool Telescope op het Canarische eiland La Palma zijn waargenomen. Volgens de betrokken sterrenkundigen zijn deze magnetische velden verantwoordelijk voor de versnelling en bundeling van de gasdeeltjes die bij deze explosie vrijkwamen.
Meer informatie:
Magnetic Power Revealed In Gamma-Ray Burst Jet

8 december 2009
De Amerikaanse gammasatelliet Fermi heeft een nieuwe heldere bron van gammastraling waargenomen. Het betreft de kern van het 7,2 miljard lichtjaar verre sterrenstelsel 3C 454.3, die sinds 15 september een aantal opmerkelijke uitbarstingen vertoont. Hierdoor is deze kern momenteel tien keer zo helder als normaal en daarmee zelfs de helderste gammabron aan de hemel. Het stelsel 3C 454.3 is een zogeheten blazar: het heeft een superzwaar zwart gat in zijn kern dat bezig is materie op te slokken. Bij dit proces ontstaan twee bundels van intense straling, waarvan er één toevallig in de richting van de aarde wijst. Dat is ook de reden waarom de kern van het stelsel van ons uit gezien altijd al behoorlijk helder is. Waardoor de recente uitbarstingen zijn ontstaan is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Fermi sees brightest-ever blazar flare

8 december 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft uiterst gedetailleerde waarnemingen verricht van de omgeving van de superzware zwarte gaten in de kernen van enkele sterrenstelsels. Daarbij zijn aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een ring van materiaal rond deze objecten. Waarschijnlijk betreft het materie die op het punt staat door het centrale zwarte gat te worden opgeslokt. De kernen van veel sterrenstelsels zijn bronnen van intense straling. De bron van deze straling is waarschijnlijk heet materiaal in de omgeving van een zwart gat dat vele miljoenen zonsmassa's zwaar is. Met behulp van de beide Keck-telescopen op Hawaï, die daarbij als één instrument (interferometer) werden ingezet, is een deel van dat omringende gas nu in beeld gebracht. Tot nog toe was deze waarneemtechniek pas op één relatief helder sterrenstelsel toegepast (NGC 4151), maar nu is dat ook bij enkele zwakkere stelsels gelukt.
Meer informatie:
Towards An Exquisite Look At Black Holes

8 december 2009
Met behulp van de in mei verbeterde Hubble-ruimtetelescoop hebben twee teams van Britse sterrenkundigen sterrenstelsels ontdekt die waarschijnlijk de verste zijn die ooit zijn waargenomen. De stelsels zijn vastgelegd met de nieuwe Wide Field Camera 3 (WFC3). Door de uitdijing van het heelal lijkt het licht van een sterrenstelsel roder naarmate dat stelsel verder van ons verwijderd is. Omdat de WFC3-camera heel gevoelig is in het infrarood (golflengten voorbij het rode deel van het zichtbare spectrum), is hij dus heel geschikt om verre sterrenstelsels op te sporen. Het licht van de nu ontdekte stelsels heeft er waarschijnlijk meer dan 13 miljard over gedaan om de aarde te bereiken. Dat wil zeggen dat deze sterrenstelsels minder dan een miljard jaar na de oerknal moeten zijn ontstaan. Het licht van de stelsels is zelfs nog zwakker dan sterrenkundigen verwachtten. Bekend is namelijk dat het gas dat zich in de ruimte tussen de sterrenstelsels bevindt vroeg in de geschiedenis van het heelal geïoniseerd is (een proces waarbij de gasatomen elektronen kwijtraakten). Maar de straling van de stelsels op de Hubble-opnamen lijkt niet sterk genoeg om deze ionisatie te hebben veroorzaakt.
Meer informatie:
Hubble's deepest view of Universe unveils never-before-seen galaxies
Reinvigorated Hubble Space Telescope Reveals Most Distant Galaxies Yet

2 december 2009
De Japanse röntgensatelliet Suzaku heeft een grote hoeveelheid metalen opgespoord in het hete gas tussen de sterrenstelsels van de zogeheten Perseuscluster (The Astrophysical Journal Letters, 1 november). Het gaat daarbij om chroom en mangaan - ook in gasvorm welteverstaan. Het is voor het eerst dat deze beide metalen in een cluster van sterrenstelsels zijn ontdekt. In het deel van de cluster dat Suzaku bestudeerd heeft, zit ruwweg 30 miljoen zonsmassa's aan chroom en 8 miljoen zonsmassa's aan mangaan. Op onbereikbare afstand helaas, want de Perseuscluster bevindt zich op een afstand van 230 miljoen lichtjaar. Ruwweg 98 procent van alle normale materie in het heelal bestaat uit waterstof- en helium gas. Zwaardere elementen, zoals die waaruit de aarde en wij bestaan, zijn schaars. De metalen in de Perseuscluster zijn afkomstig van naar schatting 3 miljard supernova-explosies waarbij de metalen de ruimte in werden geblazen.
Meer informatie:
Suzaku Spies Treasure Trove of Intergalactic Metal

2 december 2009
Een enorme sterexplosie die in 2007 is waargenomen lijkt het laatste levensteken te zijn geweest van een van de zwaarste sterren in het heelal. Dat blijkt uit berekeningen die Israëlische sterrenkundigen in Nature van 3 november publiceren. Onderzoek van het spectrum van de supernova, die bekend staat als SN 2007bi, wijst erop dat de ster op het moment van de ontploffing zeker 100 keer zo zwaar moet zijn geweest als onze zon. Omdat zware sterren aan het eind van hun bestaan veel materie verliezen, betekent dit dat de ster oorspronkelijk nog aanzienlijk zwaarder moet zijn geweest. Mogelijk bedroeg zijn geboortemassa zelfs 200 zonsmassa's. Dat zou hem, achteraf gezien, tot de zwaarste ster maken die we kennen. Normaal gesproken laten zware sterren na een supernova-explosie een zwart gat of neutronenster achter. Maar paradoxaal genoeg gebeurt dat bij de allerzwaarste sterren waarschijnlijk niet. De omstandigheden in de kern van zo'n ster zijn dermate extreem, dat energierijke fotonen (stralingsdeeltjes) spontaan in elektronen en positronen (kleine materiedeeltjes) veranderen. Door deze omzetting verandert de kern in een reusachtige thermonucleaire bom die de ster volledig aan flarden blaast.
Meer informatie:
A Superbright Supernova That’s the First of Its Kind
Death of rare giant star sheds light on cosmic past

30 november 2009
Onderzoek door Europese sterrenkundigen duidt erop dat zwarte gaten hun eigen sterrenstelsels kunnen 'maken'. Daarmee lijkt de vraag wat er eerder bestond, superzware zwarte gaten of de sterrenstelsels waar zij deel van uitmaken, een onverwachte wending te krijgen. Volgens de geijkte scenario's zouden de eerste sterrenstelsels in het heelal ontstaan kunnen zijn doordat zich rond extreem zware zwarte gaten materie verzamelde, of zouden deze superzware zwarte gaten juist samenklonteringen van kleinere zwarte gaten zijn die door het samensmelten van een aantal kleinere sterrenstelsels zijn ontstaan. Maar uit onderzoek van de betrekkelijk nabije quasar HE0450-2958 blijkt dat superzware zwarte gaten ook als kosmische architecten kunnen fungeren. Normaal gesproken vormt een quasar het hart van een (onopvallend) sterrenstelsel. De 'motor' van dat hart is een extreem zwaar zwart gat dat materie uit zijn omgeving opslokt en een deel van die materie weer uitstoot in de vorm van twee bundels van energierijke deeltjes. Maar HE0450-2958 is een 'naakte' quasar waar geen sterrenstelsel omheen zit. Wel blijkt zich een stukje verderop een klein sterrenstelsel te bevinden dat in hoog tempo nieuwe sterren produceert. Volgens de onderzoekers heeft het er alle schijn van dat een van de deeltjesbundels van de quasar zo veel materie en energie in een naburige gaswolk pompt, dat hij als het ware zijn eigen sterrenstelsel fabriceert. Gezien hun kleine onderlinge afstand zullen de twee over enkele miljoenen jaren tot één geheel samensmelten.
Meer informatie:
Black Hole Caught Zapping Galaxy into Existence?

24 november 2009
Dankzij een nieuwe website kan iedereen spelenderwijs sterrenkundig onderzoek doen. Op Galaxy Zoo Mergers worden opnamen getoond van sterrenstelsels die in botsing zijn. Het zijn vaak spectaculaire plaatjes, maar niet altijd is even duidelijk hoe de ruimtelijke oriëntaties van de betrokken stelsels zijn. Om dat te kunnen vaststellen, krijgt te deelnemer naast een van 3000 echte foto's ook een acht computerplaatjes van een fictieve intergalactische botsing te zien, waaruit de best passende situatie moet worden gekozen. Zo nodig kunnen met deze 'kosmische fruitautomaat' ook extra plaatjes worden gegenereerd of bestaande plaatjes worden aangepast om ze zo veel mogelijk op de echte foto te laten lijken.
Meer informatie:
‘Cosmic Slot Machine’ Matches Galaxy Collisions
How do galaxies merge?

20 november 2009
Met behulp van een nieuwe techniek hebben Europese sterrenkundigen het inwendige van het kannibalistische reuzenstelsel Centaurus A zichtbaar gemaakt. Op de nabij-infraroodbeelden zijn de restanten te zien van een kleiner, vervormd spiraalstelsel dat door het reuzenstelsel is verslonden. Centaurus A is met een afstand van ongeveer 11 miljoen lichtjaar het meest nabije stelsel van deze omvang. Het centrale gedeelte van het stelsel gaat schuil achter een dichte band van stof, waarvan verondersteld wordt dat het een overblijfsel is van een fusie met een ander sterrenstelsel. Die fusie zou enkele honderden miljoenen jaren geleden hebben plaatsgevonden. De restanten van het opgeslokte spiraalstelsel zijn al eerder waargenomen met infraroodsatellieten, maar de beelden die nu met de New Technology Telescope van ESO zijn gemaakt, zijn detailrijker. Achter de stofband is een duidelijke krans van sterren en sterrenhopen te zien: het vervormde restant van de laatste 'maaltijd' van Centaurus A.
Meer informatie:
Watching a Cannibal Galaxy Dine

18 november 2009
In het kader van een onderzoek van de centrale delen van sterrenstelsels heeft de Hubble-ruimtetelescoop een indrukwekkende opname gemaakt van het spiraalstelsel NGC 4710. Voor dergelijk onderzoek worden vaak sterrenstelsels geselecteerd die we vanaf de aarde van opzij zien, omdat het kerngebied dan het duidelijkst te zien is. Het centrum van NGC 4710 blijkt een enigszins pindavormige structuur te vertonen. Deze vorm wordt toegeschreven aan verticale bewegingen van de sterren in de kern van het stelsel. NGC 4710 maakt deel uit van de zogeheten Virgo-cluster, een grote verzameling sterrenstelsels op ongeveer 60 miljoen lichtjaar van de aarde.
Meer informatie:
Baffling Boxy Bulge

11 november 2009

De eerste sterrenstelsels in het heelal waren echte sterfabrieken, die tot wel 50 nieuwe sterren per jaar produceerden - ongeveer vijftig keer zo snel als tot nog toe gedacht. Dat hebben sterrenkundigen van de universiteit van Durham (Engeland) vastgesteld na onderzoek van een van de verste sterrenstelsels die we kennen. Dat stelsel, MS1358arc geheten, bevindt zich op een afstand van 12,5 miljard lichtjaar, wat betekent dat het licht dat we ervan ontvangen is uitgezonden toen het heelal amper een miljard jaar oud was. MS1358arc is, zoals alle sterrenstelsels in die tijd, veel kleiner dan ons Melkwegstelsel: aangenomen wordt dat grote sterrenstelsels als het onze zijn ontstaan uit samenvoegingen van dit soort dwergen.
Meer informatie:
Rapid Star Formation Spotted In 'Stellar Nurseries' Of Infant Galaxies;

10 november 2009
Decennialang kenden sterrenkundigen slechts twee soort zwarte gaten: de 'kleintjes' van enkele zonsmassa's en de supergrote in de kernen van sterrenstelsels, die vele miljoenen zonsmassa's zwaar kunnen zijn. De laatste jaren zijn echter steeds meer aanwijzingen gevonden dat er ook een categorie bestaat van zwarte gaten van 100 tot 100.000 zonsmassa's. Met de Amerikaanse satelliet Swift en de Europese XMM-Newton is nu een van de beste kandidaten van deze zwarte middenklasse waargenomen: een extreem heldere röntgenbron in het sterrenstelsel NGC 5408. Deze röntgenbron vertoont karakteristieke fluctuaties, zogeheten quasi-periodieke oscillaties, die de massa van het object verraden: 1000 tot 9000 zonsmassa's. De röntgenstraling is niet rechtstreeks van het zwarte gat afkomstig, maar van de hete materie die dit object bezig is op te slokken. Er zijn sterke aanwijzingen gevonden dat deze materie afkomstig is van een forse ster die met een omlooptijd van 115 dagen om het zwarte gat heen draait.
Meer informatie:
Swift, XMM-Newton Satellites Tune In To A Middleweight Black Hole

6 november 2009
Amerikaanse en Japanse sterrenkundigen hebben een twintigtal sterrenstelsels op extreem grote afstand opgespoord. De stelsels zijn minder dan 800 miljoen jaar na de oerknal ontstaan, en behoren daarmee waarschijnlijk tot de eerste generatie van sterrenstelsels in het heelal. Bij de zoekactie is een slimme filtertechniek gebruikt. Ten gevolge van de uitdijing van het heelal is het licht dat we van een sterrenstelsel ontvangen roder naarmate het stelsel verder van ons verwijderd is. De sterrenkundigen hebben opnamen gemaakt door steeds sterker rood gekleurde filters en gekeken bij welke golflengte de verschillende stelsels leken te verdwijnen. De eerste generatie sterrenstelsels was beeldbepalend voor het heelal zoals we dat nu kennen. Het waren namelijk de sterren van deze stelsels die, ongeveer 600 miljoen jaar na de oerknal, de alom aanwezige mist van waterstof ioniseerden en de ruimte doorzichtig maakten.
Meer informatie:
'Dropouts' Pinpoint Earliest Galaxies

5 november 2009
Met de nieuwe Wide Field Camera 3, die afgelopen voorjaar aan boord van de Hubble Space Telescope is geplaatst, zijn spectaculaire opnamen gemaakt van de 'Zuidelijke Windmolen' - het spiraalvormige sterrenstelsel M83. Het stelsel bevindt zich op 15 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Waterslang. De stervormingsactiviteit in M83 is veel hoger dan in ons eigen Melkwegstelsel. De nieuwe Hubble-camera heeft honderden jonge sterrenhopen, stervormingsgebieden en bolvormige sterrenhopen vastgelegd. Op de foto zijn honderdduizenden afzonderlijke sterren te zien, alsmede enkele tientallen supernova-resten - de overblijfselen van geëxplodeerde sterren.
Meer informatie:
Hubble Image Showcases Star Birth in M83, the Southern Pinwheel
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 november 2009
Amerikaanse astronomen hebben een compleet nieuw type supernova ontdekt. Het gaat om een sterexplosie die veel zwakker is en veel sneller uitdooft dan normale supernova's. Het nieuwe type werd enkele jaren geleden voorspeld door de Nijmeegse astronoom Gijs Nelemans, in samenwerking met zijn Amerikaanse collega Lars Bildsten. Volgens Nelemans ontstaat de zeldzame explosie in een dubbelstersysteem dat uit twee witte dwergsterren bestaat - een zogeheten AM Canum Venaticorum-ster. Heliumgas van de ene ster stroomt over naar de andere. Wanneer de extra laag helium dik genoeg is, treedt een thermonucleaire reactie op. De resulterende explosie is zeker duizend keer zo lichtsterk als een gewone nova, maar veel zwakker dan een reguliere supernova. Ook dooft de supernova veel sneller uit. Dovi Poznanski van de Universiteit van Californië in Berkeley heeft nu zo'n snelle, zwakke supernova gevonden in waarnemingen die al in 2002 werden verricht door een geautomatiseerde telescoop. De explosie vond plaats in het sterrenstelsel NGC 1821 in het sterrenbeeld Haas. Hij vertoont alle kenmerken van het nieuwe type dat voorspeld is door Nelemans en Bildsten. De ontdekking is op 5 november gepubliceerd in SciencExpress. Supernova's van het type Ia treden op wanneer witte dwergen compleet uit elkaar spatten. Bij de zwakke, snelle supernova in een AM CVn-systeem blijft de witte dwerg intact. Omdat het nieuwe type ongeveer tien keer zo zwak is als een gewone Ia-supernova, wordt hij wel aangeduid als type.Ia ('punt Ia', ofwel nul-komma-Ia).
Meer informatie:
Persbericht University of California Berkeley
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 november 2009
Sterrenkundigen breken zich al tientallen jaren het hoofd over de herkomst van de meest energierijke kosmische straling in het heelal: elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk protonen en elektronen) die met onvoorstelbaar hoge snelheden en energieën door het heelal razen. De zogeheten Ultra-High-Energy Cosmic Rays (UHECRs) kunnen per deeltje evenveel energie hebben als een stevig geserveerde tennisbal! Volgens Charles Dermer van het Naval Research Laboratory zijn die extreem energetische deeltjes afkomstig uit de direct omgeving van superzware zwarte gaten. Met name wanneer de zwarte gaten roteren, aldus Dermer in zijn onlangs verschenen boek 'High-energy radiation from black holes', kan in hun omgeving veel energetische gammastraling worden opgewekt, en kunnen elektrisch geladen deeltjes zeer sterk worden versneld in krachtige magnetische velden. Dermer en zijn collega's presenteerden hun ideeën deze week op het 2009 Fermi Symposium in Washington. Op datzelfde symposium zijn tal van andere waarnemingresultaten en theorieën naar voren gebracht om de herkomst van de energierijkste kosmische straling te verklaren. Een duidelijke 'winnaar' valt nog niet aan te wijzen.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 november 2009
Een team van voornamelijk Leidse astronomen heeft de grootste deeltjesversneller in het heelal gevonden. Zij ontdekten dat bij een frontale botsing van vier gigantische clusters van sterrenstelsels deeltjes versneld worden tot zeer hoge energieën. De energieën zijn meer dan een miljoen maal hoger dan wat we op aarde met deeltjesversnellers kunnen bereiken. De ontdekking is van cruciaal belang om te begrijpen hoe clusters van sterrenstelsel, de grootste structuren in het heelal, ontstaan. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. Een zoektocht met de Very Large Array, de grootste radiotelescoop in de VS, leidde tot de ontdekking van een mysterieuze bron van radiostraling. Deze ligt in een ver weg gelegen grote cluster van sterrenstelsels met de naam MACS0717. 'De ontdekking van een radiobron in een cluster wordt wel vaker gedaan. Deze bronnen hebben te maken met zwarte gaten in de kernen van actieve sterrenstelsels waarvan er vele bekend zijn', zegt co-auteur Prof. Huub Röttgering. 'Maar deze bron strekt zich uit over het hele volume van de cluster - over een gebied dat wel een miljoen keer groter is dan ons eigen melkwegstelsel.'
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 november 2009
Ook toen het heelal veel jonger was dan nu, waren afzonderlijke sterrenstelsels verdeeld in langgerekte 'filamenten' en dicht bevolkte 'knooppunten'. Dat blijkt uit waarnemingen aan een verre cluster van sterrenstelsels, verricht met grote telescopen op aarde. In het huidige heelal is materie verdeeld in het zogeheten 'kosmische web', waarbij grote clusters van sterrenstelsels onderling verbonden zijn door slierterige structuren. Dat kosmische web vormt als het ware het skelet dat de basis vormt van de groteschaalstructuur in het heelal. Of dat miljarden jaren geleden ook al zo was, was echter niet met zekerheid bekend. Een internationaal team van astronomen onder leiding van Masayuki Tanaka van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht heeft nu gevoelige waarnemingen verricht aan een grote cluster van sterrenstelsels die tienduizend keer zo zwaar is als ons Melkwegstelsel en die zich op 6,7 miljard lichtjaar afstand bevindt. Op die afstand wordt het heelal bestudeerd zoals het er 6,7 miljard jaar geleden uitzag, toen het ongeveer half zo oud was als nu. Met de Europese Very Large Telescope in Chili en de Japanse Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn rond de cluster honderden andere sterrenstelsels ontdekt. Spectroscopische metingen aan die zwakke, verre stelsels maakten het mogelijk om hun afstanden nauwkeurig vast te stellen, zodat er een driedimensionale kaart kon worden gemaakt van hun ruimtelijke verdeling. Daarop is duidelijk te zien dat de stelsels zijn verdeeld op een manier die sterk lijkt op die van het 'kosmisch skelet' in het huidige heelal. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het Europese tijdschrift Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Shedding Light on the Cosmic Skeleton
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 november 2009
De energierijkste deeltjes in het heelal - de zogeheten kosmische straling - zijn grotendeels afkomstig van exploderende sterren en van krachtige 'sterrenwinden'. Dat blijkt uit nieuwe resultaten van de VERITAS-gammatelescoop die op 1 november gepubliceerd zijn in de online-versie van het Britse weekblad Nature en uit metingen van de Amerikaanse Fermi Gamma-Ray Space Telescope. Kosmische straling bestaat uit zeer energierijke atoomkernen en elektronen. Sommige kosmische-stralingsdeeltjes hebben honderd miljard keer zoveel energie als wat natuurkundigen kunnen bereiken met aardse deeltjesversnellers. Met de VERITAS-telescoop (Very Energetic Radiation Imaging Telescope Array System) in Arizona is de zeer zwakke gammastraling opgevangen van het sterrenstelsel M82, op 12 miljoen lichtjaar afstand in de Grote Beer. Die gammastraling wordt geproduceerd wanneer kosmische-stralingsdeeltjes in het verre sterrenstelsel in botsing komen met atomen uit de interstellaire materie. Uit de metingen blijkt dat de dichtheid van energierijke kosmische-stralingsdeeltjes in M82 ongeveer 500 keer zo hoog is als in ons Melkwegstelsel. M82 is een zogeheten starburst-stelsel - een actief sterrenstelsel waarin zeer veel nieuwe sterren ontstaan. Daardoor bevat het stelsel veel jonge, hete sterren met krachtige sterrenwinden, en is ook de frequentie van supernova-explosies erg hoog. De Amerikaanse Fermi Gamma-Ray Space Telescope detecteerde ook diffuse gammastraling van M82, en van het starburst-stelsel NGC 253. Daarnaast registreerde Fermi gammastraling uit het actieve stervormingsgebied 30 Doradus in de Grote Magelhaense Wolk, een buurstelsel van ons eigen Melkwegstelsel. Al deze waarnemingen doen vermoeden dat energierijke kosmische straling geproduceerd wordt door de krachtige sterrenwinden van jonge, hete reuzensterren en door supernova-explosies van zware sterren die aan het eind van hun relatief korte leven zijn gekomen.
Meer informatie:
Persbericht over Veritas-resultaten
Veritas
Persbericht over Fermi-resultaten
Fermi Gamma-Ray Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 oktober 2009
Astronomen, onder wie de Amsterdamse hoogleraar Ralph Wijers, rapporteren morgen in twee Nature-papers over de ontdekking van het verste astronomische object ooit: gammaflits GRB 090423. GRB 090423 werd op 23 april 2009 gedetecteerd door NASA's Swift-satelliet en binnen een aantal minuten konden enkele van de grootste telescopen op aarde de snel in helderheid afnemende nagloeier lokaliseren. De nagloeier was alleen zichtbaar in het infrarood, wat aangeeft dat de gammaflits van heel ver kwam. De beide teams hebben een roodverschuiving gemeten van 8,2: de gammaflits vond plaats toen het heelal nog maar 5% van zijn huidige leeftijd had. De vorige recordhouder als verste object was een sterrenstelsel op roodverschuiving 6,96.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht NRAO (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 oktober 2009
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra is een cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 10,2 miljard lichtjaar. Daarmee is deze cluster, die de aanduiding JKCS041 draagt, ruimschoots de verste die tot nog toe is waargenomen. De vorige recordhouder staat bijna een miljard lichtjaar 'dichterbij'. Volgens de bestaande inzichten zullen er op nog grotere afstanden niet veel clusters te vinden zijn. Het licht van JKCS041 heeft er immers meer dan 10 miljard jaar over gedaan om ons te bereiken. Dat betekent dat we de verzameling sterrenstelsels zien zoals hij was toen het heelal nog geen 4 miljard jaar oud was. Vooralsnog gaan sterrenkundigen ervan uit dat de vorming van zulke grote structuren zeker enkele miljarden jaren in beslag neemt. Maar als er de komende jaren nog verdere clusters worden opgespoord, moet dat inzicht mogelijk worden bijgesteld.
Meer informatie:
Galaxy Cluster Smashes Distance Record

14 oktober 2009
Met de 2,2-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili is een indrukwekkende foto gemaakt van het 'naburige' sterrenstelsel NGC 6822. Dat is een klein, onregelmatig gevormd sterrenstelsel dat tot de zogeheten Lokale Groep behoort: de verzameling sterrenstelsels waar ook ons Melkwegstelsel deel van uitmaakt. NGC 6822 is tien keer zo klein als ons eigen stelsel en telt slechts ongeveer 10 miljoen sterren. Onregelmatige sterrenstelsels als deze hebben hun vormeloze uiterlijk te danken aan ontmoetingen met andere stelsels. Net als alles in het heelal zijn sterrenstelsels in beweging, en dat leidt geregeld tot botsingen of bijna-botsingen. Hierbij worden vaak grote groepen sterren uit de stelsels weggesleurd, waardoor deze de meest uiteenlopende vormen kunnen aannemen. NGC 6822 heeft ongetwijfeld al veel van deze ontmoetingen doorstaan.
Meer informatie:
The Milky Way's Tiny but Tough Galactic Neighbour

13 oktober 2009
Met de Advanced Camera for Surveys aan boord van de Hubble Space Telescope is een spectaculaire opname gemaakt van twee sterrenstelsels die met elkaar in botsing zijn gekomen en bezig zijn te versmelten tot één reuzenstelsel. Door de onderlinge zwaartekrachtswerking zijn langgerekte slierten gas uit de stelsels gerukt, waarin vele tientallen jonge sterrenhopen zijn ontstaan. De botsende stelsels staan samen bekend als NGC 2623. Ze bevinden zich op 250 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kreeft. Door de hoge stervormingsactiviteit produceren de stelsels veel infrarode straling - het zijn zogeheten Luminous Infra-Red Galaxies (LIRG's). De Hubble-waarnemingen maken deel uit van het GOALS-project (Great Observatories All-sky LIRG Survey ), waarin deze bijzondere stelsels op alle denkbare golflengten worden bestudeerd door ruimtetelescopen.
Meer informatie:
Sky merger yields sparkling dividends
GOALS-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 oktober 2009
Met de vier H.E.S.S.-telescopen die in Namibië staan opgesteld, hebben sterrenkundigen gedetailleerde waarnemingen gedaan van de gammastraling die door het sterrenstelsel NGC 253 wordt uitgezonden. Zoals bij zovele actieve sterrenstelsels is het centrale deel van NGC 253 een ware kraamkamer. Hier worden voortdurend grote aantallen zware sterren geboren, die later als supernovae exploderen. De restanten van deze supernova-explosies zijn natuurlijke deeltjesversnellers. En de energierijke deeltjes die zij produceren reageren met het omringende gas en met elektromagnetische velden, waardoor hoogenergetische gammastraling ontstaat. Tussen 2005 en 2008 hebben sterrenkundigen de H.E.S.S. alles bij elkaar 119 uur naar NGC 253 laten kijken. Daaruit is gebleken dat het hart van dit stelsel ongeveer vijf keer zo veel gammastraling uitzendt als het (veel grotere) resterende deel.
Meer informatie:
Heart of a galaxy emits gamma rays
H.E.S.S. Homepage

30 september 2009
Een internationaal team van astronomen, onder wie de in Leiden werkzame dr. Hongsheng Zhao, heeft een onverwacht verband gevonden tussen de raadselachtige donkere materie en de zichtbare sterren in sterrenstelsels. Deze ontdekking laat een tot dusver onbekende kant van de donkere materie zien, die verstrekkende gevolgen kan hebben, en zelfs tot herziening van ons huidige begrip van de zwaartekracht zou kunnen leiden. De ontdekkingen worden op 1 oktober in het gezaghebbende tijdschrift Nature gepubliceerd. De materie in sterrenstelsels wordt bijeengehouden door zwaartekracht. Ongeveer 40 jaar geleden werd echter duidelijk dat de sterren in sterrenstelsels zo snel bewegen, dat een extra kracht nodig is om ze bijeen te houden, namelijk zwaartekracht van een hypothetische halo van onzichtbare, zogeheten donkere materie. Deze donkere materie oefent zoveel kracht uit dat ze zelfs de totale massa van sterrenstelsels moet domineren. Er wordt van uitgegaan dat de donkere materie alleen door zwaartekracht invloed uitoefent op de gewone materie waar wij uit bestaan. De nieuwe waarnemingen wijzen er echter op dat de wisselwerking tussen donkere en gewone materie complexer is dan tot nu toe gedacht. De donkere materie lijkt te 'weten' hoe de zichtbare materie verdeeld is.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Homepage Hongsheng Zhao

30 september 2009
Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn twee sterrenstelsels in de zogeheten Virgo-cluster bekeken. De beide stelsels ondervinden hinder van het hete gas binnen de cluster waarbinnen ze zich bewegen. De tocht door dat zogeheten 'intra-clustergas' resulteert in een 'tegenwind' op kosmische schaal, die ervoor zorgt dat de stelsels vervormd raken. Ook raken de stelsels, die snelheden van miljoenen kilometers per uur hebben, onderweg veel gas kwijt. Dat laatste heeft gevolgen voor de stervormingsactiviteit, die in het uiterst geval zelfs tot stilstand kan komen.
Meer informatie:
Stripped down: Hubble highlights two galaxies that are losing it

16 september 2009
Met een ultraviolettelescoop aan boord van de Amerikaanse Swift-satelliet is een gedetailleerd portret gemaakt van het Andromedastelsel op UV-golflengten. Ultraviolette straling is energierijker dan zichtbaar licht, en wordt vooral uitgezonden door jonge, hete sterren en sterrenhopen. Het Andromedastelsel (M31) is de naaste grote buur van ons eigen Melkwegstelsel. Het heeft een middellijn van ongeveer 220.000 lichtjaar en staat op een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. Het UV-mozaïek is samengesteld uit 330 opnamen, gemaakt tussen eind mei en eind juli 2008. De totale belichtingstijd bedroeg 24 uur; in die tijd is 85 gigabyte aan data verzameld. Op de UV-foto is duidelijk te zien dat de meeste jonge, hete sterren zich in de buitendelen van het Andromedastelsel bevinden. Opmerkelijk is de 'ring van vuur' - een gordel met een middellijn van ca. 150.000 lichtjaar waarin bijzonder veel pasgeboren hete sterren voorkomen. De ring is mogelijk het gevolg van de getijdenwisselwerking van het Andromedastelsel met een kleiner sterrenstelsel.
Meer informatie:
Swift Makes Best-ever Ultraviolet Portrait of Andromeda Galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 september 2009
Uit gedetailleerde opnamen van het grote Andromedastelsel en het naburige Driehoekstelsel blijkt dat de twee een innige (zwaartekrachts)band hebben. Ook is gebleken dat de beide stelsels een veel groter invloedsgebied hebben dan je op het eerste gezicht zou zeggen (Nature, 3 september). Het Andromedastelsel (M31) is met een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar de meest nabije grote buur van het Melkwegstelsel. Met behulp van de Canada-France-Hawaii Telescope is een bijna miljoen lichtjaar groot gebied rond M31 in kaart gebracht. Daarbij zijn ontelbare sterren ontdekt die hebben toebehoord aan kleinere sterrenstelsels die in de loop van de tijd door M31 zijn opgeslokt. Een deel van die sterren lijkt afkomstig te zijn van het Driehoekstelsel (M33), dat als een reusachtige satelliet om M31 heen draait. Uiteindelijk zal deze trage kosmische dans ertoe leiden dat M33 door M31 wordt verslonden.
Meer informatie:
Andromeda Galaxy and neighbouring Triangulum Galaxy hook up
Secrets of Andromeda Galaxy show cosmic formation in action

2 september 2009
Met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop op La Silla (Chili) is een opname gemaakt van een nabij spiraalstelsel waarvan sterrenkundigen denken dat het veel op ons Melkwegstelsel lijkt. Hoe groot de overeenkomst is, is niet helemaal duidelijk. Ons eigen stelsel kunnen we niet goed overzien, omdat we er middenin zitten. En de vermoedelijke soortgenoot, NGC 4945, zien we bijna van opzij. Toch is duidelijk dat ook NGC 4945 spiraalarmen en een enigszins langgerekte kern heeft. Wel is het superzware zwarte gat in het centrum van dit stelsel actiever dan dat in het melkwegcentrum. NGC 4945 bevindt zich op een afstand van 13 miljoen lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Centaurus.
Meer informatie:
NGC 4945: The Milky Way’s not-so-distant Cousin

1 september 2009
Japanse sterrenkundigen hebben een reuzensterrenstelsel op een afstand van 12,8 miljard lichtjaar ontdekt dat een superzwaar zwart gat in zijn kern heeft. Dat laatste is verrassend, omdat het licht dat we nu van het stelsel ontvangen, vertrokken is toen het heelal nog geen miljard jaar oud was. Het stelsel en zijn 1 miljard zonsmassa's zware zwarte gat moeten dus heel snel gevormd zijn. Over het ontstaan van deze superzware zwarte gaten bestaat nog de nodige onduidelijkheid. Het model dat momenteel de meeste aanhangers heeft, stelt dat ze zijn ontstaan door het samensmelten van talrijke lichtere zwarte gaten.
Meer informatie:
Giant Galaxy Hosts The Most Distant Supermassive Black Hole

19 augustus 2009
Decennialang dachten sterrenkundigen wel zo'n beetje te weten hoeveel meer kleine, lichte sterren er in sterrenstelsels aanwezig zijn dan grote, zware sterren. Zo zouden er bijvoorbeeld voor elke ster van twintig zonsmassa's ongeveer 500 sterren van één zonsmassa en minder moeten zijn. Maar uit gegevens die met de NASA-satelliet Galaxy Evolution Explorer zijn verzameld, blijkt dat deze getallen nodig moeten worden bijgesteld. De ultraviolet-telescoop van de satelliet heeft aangetoond dat er waarschijnlijk nog eens vier keer zo veel lichte sterren zijn. De eerdere onderschatting van hun aantallen is gemakkelijk te verklaren: hun relatief zwakke schijnsel verbleekt gewoon bij dat van de grote, heldere sterren in hun omgeving.
Meer informatie:
Galaxies Demand a Stellar Recount

14 augustus 2009
Sterrenkundigen hebben een nieuw type object in het heelal gevonden: super-planetaire nevels. Gewone planetaire nevels zijn de uitdijende gasschillen die door sterren zoals de zon aan het eind van hun leven de ruimte in worden geblazen. Super-planetaire nevels bevatten veel meer gas, en worden geproduceerd door sterren die tot acht keer zo zwaar zijn als de zon. Het bestaan van planetaire nevels rond zwaardere sterren was al wel voorspeld, maar ze waren nog nooit ontdekt. De vijftien nieuw ontdekte super-planetaire nevels bevinden zich in de Grote en de Kleine Magelhaense Wolk - twee kleine begeleiders van ons Melkwegstelsel. Met Australische radiotelescopen waren ongeïdentificeerde bronnen van radiostraling in de Magelhaense Wolken gevonden. Vervolgonderzoek met optische telescopen bracht het bestaan van de nevels aan het licht. Dat de super-planetaire nevels veel radiostraling zouden uitzenden, was niet verwacht. Waarom vergelijkbare objecten tot nu toe niet in ons eigen Melkwegstelsel zijn waargenomen, is ook niet bekend. De ontdekking wordt gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Super Planetary Nebulae
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

5 augustus 2009
Een gecombineerde zoektocht met de Hubble Space Telescoop en de 8-meter 'Gemini' telescoop in Chili leverde recentelijk een opmerkelijk resultaat (Nature, 6 augustus). Sterrenkundigen van de Sterrewacht Leiden en de Universiteit van Yale ontdekten een klein maar zwaar sterrenstelsel, met de naam 1255-0, aan de rand van het heelal. Het licht van dit sterrenstelsel heeft er 11 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken en dus kunnen de astronomen terugkijken in een tijd dat het heelal net een paar miljard jaar oud was. 'Op zich is het niet vreemd om een dergelijk klein stelsel te vinden', aldus Prof. van Dokkum (Yale), 'die zien we ook bij ons in de buurt. Het bijzondere is dat de sterren in dit stelsel met grote snelheden blijken rond te vliegen, en dat verwacht je niet voor dergelijk kleine sterrenstelsels.' De wetenschappers gebruikten de Hubble Telescoop om te bewijzen dat het inderdaad een compact sterrenstelsel betreft. Met de 8 meter spiegel van de Gemini telescoop was het vervolgens mogelijk om de snelheid te bepalen waarmee sterren in 1255-0 bewegen. 'Het principe van de meetmethode is vrijwel identiek aan een snelheidscontrole met een lasergun', vervolgt Dr. Mariska Kriek (Princeton) 'alleen moesten wij 29 uur aan één stuk meten om voldoende signaal te krijgen.' Het is onduidelijk hoe dergelijke compacte sterrenstelsels ontstaan en ook hoe ze op een gegeven moment uit het zicht verdwijnen. 'Het zou kunnen', aldus Prof. Franx (Leiden), 'dat deze compacte stelsels het uitgangspunt vormen voor de kern van grotere sterrenstelsels. Door een soort kosmisch kanabalisme groeien de stelsels uit tot de sterrenstelsels zoals we die tegenwoordig kennen.'
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Astronomers Find Hyperactive Galaxies In The Early Universe;

29 juli 2009
Een onderzoek dat in het wetenschappelijke tijdschrift Nature wordt gepubliceerd, geeft een verklaring voor het ontstaan van elliptische dwergstelsels. Dat zijn kleine stelsels die, afgezet tegen hun massa, weinig sterren hebben en dus weinig licht geven. Ze lijken voornamelijk uit donkere materie te bestaan: materie die niet direct waarneembaar is, maar wel zwaartekrachtsinvloed uitoefent. In eerste instantie werd een verklaring voor het bestaan van elliptische dwergstelsels gezocht bij het feit dat veel van deze stelsels als satellieten om grote sterrenstelsels cirkelen. Dat zou ertoe leiden dat ze in de loop van de tijd veel sterren kwijtraken. Maar er bleken ook dwergstelsels te zijn die niet in de buurt van grote sterrenstelsels komen. Computersimulaties, opgesteld door sterrenkundigen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, hebben nu echter laten zien dat elliptische dwergstelsels op verschillende manieren kunnen ontstaan. Zo kunnen twee normale dwergstelsels op een zodanige manier om elkaar heen draaien, dat de kleinste van de twee gas en sterren kwijtraakt aan het grotere dwergstelsel en in een elliptisch dwergstelsel verandert.
Meer informatie:
Cosmic Dance Helps Galaxies Lose Weight

27 juli 2009
Sterrenkundigen hebben, met hulp van de vrijwilligers van het online Galaxy Zoo-project, een klasse van merkwaardige sterrenstelsels ontdekt, die de bijnaam 'Groene Erwten' hebben gekregen. Bij het Galaxy Zoo-project bekijken enkele honderdduizenden gebruikers de beelden van evenzovele sterrenstelsels die in het kader van de Sloan Digital Sky Survey zijn gemaakt. Daarbij stuitte men op een aantal objecten die opvielen door hun kleine afmetingen en heldergroene kleur. De groene stelsels zijn schaars: slechts ongeveer 1 op de 4000 sterrenstelsels in de Sloan-survey is een Groene Erwt. Vervolgonderzoek heeft uitgewezen dat het kleine, compacte sterrenstelsels zijn die in enorm hoog tempo nieuwe sterren produceren. Ze bevinden zich op afstanden van 1,5 tot 5 miljard lichtjaar.
Meer informatie:
Galaxy Zoo Hunters Help Astronomers Discover Rare 'Green Pea' Galaxies

23 juli 2009
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer is een opname gemaakt van het 50 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel NGC 1097. Dit stelsel is een spiraalstelsel als het onze, maar onderscheidt zich door de opvallend heldere kern die omringd is door een krans van sterren. In dat 'oog' gaat een superzwaar zwart gat schuil dat ongeveer 100 miljoen zonsmassa's aan materie heeft verzameld. Ter vergelijking: de massa van het zwarte gat in de kern van ons Melkwegstelsels bedraagt 'slechts' enkele miljoenen zonsmassa's. De opname van NGC 1097 is nog gemaakt tijdens de 'koude missie' van Spitzer, die ruim vijf jaar heeft geduurd. Twee maanden geleden raakte de koelvloeistof van de satelliet op, waardoor deze een beetje is opgewarmd. Dat betekent echter niet het einde van Spitzer. De nieuwe bedrijfstemperatuur ligt altijd nog meer dan 240 graden onder nul, en dat is voldoende om enkele infrarooddetectors te laten werken. Naar verwachting gaat die 'warme missie' volgende week van start.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Images Out-of-this-World Galaxy

14 juli 2009
Turbulente bewegingen in gigantische straalstromen verhinderen de vorming van grote hoeveelheden sterren in de kernen van clusters van sterrenstelsels. Dat concluderen Evan Scannapieco van de Arizona State University en Marcus Brüggen van de Jacobs-universiteit in Bremen in een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society op basis van computersimulaties. In de kernen van grote clusters van sterrenstelsels bevinden zich meestal reusachtige elliptische stelsels met superzware zwarte gaten in het middelpunt. In veel clusters zijn ook zogeheten 'cooling flows' ontdekt: heet gas koelt af terwijl het naar het centrum van de cluster zakt. Je zou verwachten dat uit dat relatief koele gas gemakkelijk grote hoeveelheden nieuwe sterren ontstaan. Dat is echter niet het geval. Scannapieco en Brüggen hebben met behulp van simulaties op krachtige supercomputers nu aannemelijk gemaakt dat grootschalige stervorming wordt afgeremd door turbulentie in de energierijke straalstromen van het centrale superzware zwarte gat. Door die turbulentie raakt het hete gas in de straalstroom vermengd met het relatief koele gas uit de 'cooling flows'. Een ander gevolg van die vermenging is dat de gastoevoer van het zwarte gat wordt afgeremd. na verloop van tijd komt de straalstroomactiviteit hierdoor tot rust. Het centrale deel van de 'cooling flow' komt dan weer op gang, waardoor ook weer meer gas in de omgeving van het zwarte gat terecht komt, en de straalstroomactiviteit weer begint toe te nemen. Op deze manier is de cyclische activiteit van superzware zwarte gaten te verklaren.
Meer informatie:
Turbulence responsible for black holes' balancing act
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 juli 2009
De Leidse hoogleraar Simon Portegies Zwart gaat met behulp van een parallel computernetwerk theoretisch onderzoek doen aan de botsingen van sterrenstelsels. Portegies Zwart voert het onderzoek uit met behulp van een Vici-beurs van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO. Dat sterrenstelsels af en toe met elkaar in botsing komen staat vast, en het lijkt erop dat de superzware zwarte gaten in hun kernen daarbij versmelten tot grotere, zwaardere zwarte gaten. Hoe dat precies gebeurt is echter onduidelijk: volgens Portegies Zwart kun je met relatief eenvoudige natuurkunde uitrekenen dat ze elkaar wel naderen tot een afstand van een paar lichtjaar, maar dat ze vervolgens op die afstand om elkaar heen blijven cirkelen. Pas als de afstand veel kleiner is (minder dan een honderdste lichtjaar) beginnen relativistische effecten een rol te spelen en spiralen de zwarte gaten naar elkaar toe onder uitzending van zwaaretkrachtsgolven. Met behulp van aaneengeschakelde computers, voorzien van supersnelle grafische processoren die omgeprogrammeerd worden om zwaartekrachtsberekeningen uit te voeren, wil Portegies Zwart nu grootschalige simulaties uitvoeren om te ontdekken hoe zwarte gaten elkaar tot op afstanden van minder dan een paar lichtjaar kunnen naderen.
Meer informatie:
Nieuwsbericht Universiteit Leiden
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 juli 2009
Tussen de sterrenstelsels in het heelal zwerven waarschijnlijk superzware zwarte gaten rond, die op enig moment door hun moederstelsel zijn uitgestoten. Volgens Amerikaanse en Duitse sterrenkundigen moet het mogelijk zijn om zulke zwarte gaten op te sporen. Hun bestaan zou namelijk worden verraden door de sterren die om hen heen draaien. In de kern van veel, zo niet alle sterrenstelsels bevindt zich een miljoenen zonsmassa's zwaar zwart gat. Als twee of meer sterrenstelsels met elkaar fuseren, kan dat ertoe leiden dat een van de zwarte gaten de ruimte in wordt geslingerd. Dat zwarte gat zou dan de sterren in zijn naaste omgeving meesleuren en als een opmerkelijk compacte sterrenhoop zijn weg vervolgen. De onderzoekers denken dat zulke 'hypercompacte' sterrenhopen misschien zelfs al zijn waargenomen, maar dat ze niet als zodanig herkend zijn. Op het eerste gezicht zouden ze namelijk veel op 'gewone' bolvormige sterrenhopen lijken. Wat hen echter zou onderscheiden is de veel grotere snelheid waarmee de sterren om het centrum van de sterrenhoop draaien. Die snelheid is echter maar moeilijk meetbaar. Een andere eigenschap waaraan je een hypercompacte sterrenhoop zou kunnen herkennen, is de helderheidsuitbarsting die optreedt als het zwarte gat een ster uit zijn directe omgeving opslokt. Het zoeken is dus naar zeer compacte sterrenhopen tussen de sterrenstelsels van bijvoorbeeld de relatief nabije Virgo- of Comacluster, die opmerkelijke uitbarstingen vertonen.
Meer informatie:
Living Fossils Hold Record Of ‘Supermassive’ Kick

9 juli 2009
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra is een opname gemaakt van Stephans Kwintet, een compact groepje sterrenstelsels op een afstand van ongeveer 280 miljoen lichtjaar, dat al meer dan een eeuw geleden is ontdekt. Voor Chandra zijn de stelsels zelf grotendeels onzichtbaar: hij kan alleen gas waarnemen dat zo heet is, dat het röntgenstraling uitzendt. Nu is met Stephans Kwintet iets bijzonders aan de hand. Op de eerste plaats is het eigenlijk geen kwintet, maar een kwartet: een van de sterrenstelsels (NGC 7320; linksonder) staat op de voorgrond. Een andere bijzonderheid is dat een van de andere stelsels met een snelheid van ongeveer 3 miljoen kilometer per uur door het groepje heen gaat. Daardoor gaat er een enorme schokgolf door het gas in het hart van Stephans Kwintetn. Het hete gas in deze schokgolf is op de Chandra-opname, die over een normale foto van Stephans Kwintet heen is gelegd, goed te zien.
Meer informatie:
A Galaxy Collision In Action

9 juli 2009
Een nieuw instrument van de McDonald-sterrenwacht in Texas geeft een bijzondere kijk op sterrenstelsels. Het instrument, VIRUS-P geheten, wordt momenteel gebruikt om de stervormingsactiviteit in 30 nabije sterrenstelsels in kaart te brengen. VIRUS-P is een spectrograaf waarmee in één keer de spectra van 246 afzonderlijke gebieden kunnen worden vastgelegd. Op die manier kan met één telescoop heel snel een overzicht worden verkregen van de bewegingen en chemische samenstellingen van sterren en gaswolken in een sterrenstelsel. Als eerste is het bekende Draaikolkstelsel (M51) aan de beurt gekomen. Uit de metingen blijkt onder meer dat de stervorming in dat stelsel een zeer laag rendement heeft: momenteel wordt slechts één procent van het beschikbare gas in sterren omgezet. VIRUS-P is het prototype van een toekomstige grote spectrograaf, die 36.900 spectra in één keer kan opnemen.
Meer informatie:
New Mcdonald Observatory Instrument Revolutionizes Galaxy Studies

8 juli 2009
Een internationaal team van astronomen heeft twee supernova-explosies op recordafstand ontdekt. De beide explosies speelden zich af op een afstand van 11 miljard lichtjaar - bijna tweemaal zo ver als de vorige recordhouder (Nature, 9 juli). Een supernova-explosie ontstaat als de kern van een ster die vele malen zwaarder is dan onze zon instort, doordat alle beschikbare brandstof is verbruikt. Bij zo'n explosie komen enorme hoeveelheden licht en andere soorten straling vrij. Doorgaans sporen sterrenkundige supernovae op door met tussenpozen opnamen van hemelgebieden te maken en naar de verschillen te zoeken: elk opgedoken lichtpuntje zou een supernova kunnen zijn. Maar zelfs supernova-explosies zijn op die manier niet tot op onbeperkte afstanden waarneembaar. Om toch nóg verdere supernovae te kunnen opsporen, hebben de astronomen gebruik gemaakt van een methode die ook bij amateursterrenkundigen al jaren in zwang is. Bij deze methode worden meerdere opnamen digitaal bij elkaar opgeteld oftewel gestackt. Door opnamen die in de loop van een heel jaar van een hemelgebied zijn gemaakt 'op te stapelen', kunnen objecten zichtbaar worden gemaakt die op de afzonderlijke opnamen niet te zien zijn. En door vervolgens gestapelde opnamen van verschillende jaren met elkaar te vergelijken, kunnen ook tijdelijke zwakke lichtbronnen worden opgespoord. Op die manier hebben de onderzoekers aan de hand van bestaande opnamen vier verre supernovae weten te vinden, waarvan er twee deel uitmaakten van sterrenstelsels op een afstand van ruwweg 11 miljard lichtjaar. Het gaat om supernovae van het bijzondere type IIn, die tot meer dan een jaar na de explosie helder nagloeien. De verwachting is overigens dat het nu gevestigde afstandsrecord niet lang zal standhouden.
Meer informatie:
Giant supernovae farthest ever detected
New Method Revises Record On Most Distant Supernovae
University of Toronto astronomer part of team that finds new way to study supernovae

7 juli 2009
Australische astronomen hebben de enorme omvang van het actieve sterrenstelsel Centaurus A in beeld gebracht. Het was al bekend dat de radiostraling van dit stelsel afkomstig is uit een hemelgebied dat 200 keer zo groot is als de volle maan. Maar wat moet je je daarbij voorstellen? Om de ware omvang ervan inzichtelijker te maken, is een fotocompositie gemaakt van een zeer gedetailleerde 'radiokaart' van Centaurus A en de maan boven de radioschotels van de Australia Telescope Compact Array. De radiokaart is in de loop van enkele jaren gemaakt en heeft meer dan 1200 waarneemuren gekost. Omdat het stelsel zo'n enorme omvang heeft, moesten meer dan 400 afzonderlijke opnamen worden gemaakt die later aan elkaar zijn 'geplakt'. Ondank zijn afstand van 14 miljoen lichtjaar is Centaurus A het meest nabije sterrenstelsel in zijn soort. Zijn omvang is niet zo zeer te danken aan het eigenlijke sterrenstelsel, maar aan het 50 miljoen zonsmassa's 'wegende' zwarte gat in zijn centrum. Dat zwarte gat produceert twee enorme jets of straalstromen van radiostraling uitzendende deeltjes die miljoenen lichtjaren de ruimte in worden geblazen. Met het blote oog is dit verschijnsel helaas niet waarneembaar, en dankzij de Australische opname weten we nu wat we missen!
Meer informatie:
CSIRO astronomers reveal a ‘blue whale of space’

2 juli 2009
De krachtige uitbarstingen van extreem energierijke gammastraling van het sterrenstelsel M87 ontstaan in de onmiddellijke omgeving van het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel. M87 is een reusachtig elliptisch sterrenstelsel in de Virgo-cluster, op 55 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. In de kern bevindt zich een zwart gat dat zes miljard keer zo zwaar is als de zon. Materiaal uit de omgeving van het zwarte gat wordt met hoge snelheid naar buiten geblazen in een duizenden lichtjaren lange straalstroom. De snel bewegende elektrisch geladen deeltjes in deze straalstroom zenden energierijke gammastraling uit wanneer ze in wisselwerking treden met de ijle omringende materie. Met verschillende gammatelescopen op aarde, die het zwakke lichtschijnsel detecteren dat ontstaat wanneer gammastraling de aardse dampkring binnendringt, zijn de afgelopen jaren af en toe enorme uitbarstingen van gammastraling in M87 ontdekt. De exacte oorsprong daarvan kon echter niet nauwkeurig gelokaliseerd worden. Dat is nu voor het eerst wel gelukt, dankzij een grote internationale waarneemcampagne waaraan niet alleen drie observatoria voor gammastraling deelnamen (MAGIC, VERITAS en H.E.S.S.), maar ook een uitgestrekt Amerikaans netwerk van radiotelescopen - de Very Large Baseline Array (VLBA). In het voorjaar van 2008 werd op die manier een langdurige 'uitbarsting' van radiostraling ontdekt die samenviel met zo'n krachtige gamma-opleving. De herkomst van de radiostraling kan wél heel nauwkeurig worden vastgesteld. Het blijkt dat die afkomstig is uit het centrum van M87, dus echt uit de onmiddellijke omgeving van het superzware zwarte gat. Hoewel het exacte mechanisme nog niet is achterhaald, biedt deze ontdekking - die op 2 juli gepubliceerd is op de website Science Express - meer inzicht in de energierijke processen die optreden in de omgeving van superzware zwarte gaten.
Meer informatie:
VLBA Locates Origin of Superenergetic Bursts Near Giant Black Hole
Persbericht Max Planck Gesellschaft (Duitstalig)
MAGIC gamma-observatorium
VERITAS gamma-observatorium
H.E.S.S. gamma-observatorium
Very Large Baseline Array
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 juli 2009
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton is doorslaggevend bewijs gevonden voor het bestaan van middelzware zwarte gaten. Die zijn enkele honderden keren zo zwaar als de zon - veel zwaarder dan de zwarte gaten die ontstaan bij de supernova-explosies van zware sterren, maar veel minder zwaar dan de kolossale zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels. In november 2004 heeft XMM-Newton een variable bron van röntgenstraling bestudeerd in de buitendelen van het verre sterrenstelsels ESO 243-49, op 290 miljoen lichtjaar afstand. De bron, HLX-1 geheten, produceert een paar honderd miljoen keer zo veel röntgenstraling als de zon. Vervolgwaarnemingen met grote optische telescopen lieten zien dat de röntgenbron niet samenvalt met een bron van zichtbaar licht. De röntgenstraling is dus niet afkomstig van een voorgrondster of een sterrenstelsel op veel grotere afstand. De enige manier om de waargenomen röntgenstraling te verklaren is een zwart gat met een massa van ruim vijfhonderd zonsmassa's, aldus de onderzoekers in een artikel dat deze week in Nature staat. De röntgenstraling wordt opgewekt in materie die op kleine afstand rond het zwarte gat rondcirkelt. Volgens sommige theorieën zijn middelzware zwarte gaten de 'bouwstenen' waaruit via onderlinge versmelting de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels ontstaan.
Meer informatie:
New class of black holes discovered
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 juni 2009
Dankzij gegevens van de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra en andere telescopen is de ware aard ontdekt van de reusachtige 'blobs' van gas die in de omgeving van zeer jonge sterrenstelsels zijn waargenomen. Deze enorme hoeveelheden waterstofgas zijn ongeveer tien jaar geleden ontdekt. Ze produceren veel licht, maar waar ze de benodigde energie vandaan halen was tot nog toe onduidelijk. Langdurig onderzoek met Chandra van een verzameling van 29 blobs, op meer dan tien miljard lichtjaar van de aarde, heeft de bron van deze energie aan het licht gebracht. De röntgengegevens laten zien dat een aanzienlijke bijdrage wordt geleverd door superzware zwarte gaten die deels verscholen gaan achter dichte lagen van gas en stof. Ook het vuurwerk van de vorming van de eerste sterren in sterrenstelsels lijkt een belangrijke bijdrage te leveren. De vraag is nu welke rol deze beide factoren spelen bij het ontstaan van sterrenstelsels. Verondersteld wordt dat sterrenstelsels ontstaan waar zich - onder invloed van de zwaartekracht - gas verzamelt, dat aanvankelijk afkoelt onder uitzending van straling. Dit proces stopt als het gas wordt verhit en weer uit het sterrenstelsel wordt verdreven. De blobs zouden het eerste stadium kunnen vertegenwoordigen, maar ook het tweede. Op basis van de nieuwe gegevens en theoretische overwegingen, veronderstellen de onderzoekers nu dat de blobs eerder tekenen van verhitting vertonen dan van afkoeling. Daaruit trekken zij de conclusie dat de blobs zich in het stadium bevinden waarbij de sterrenstelsels en zwarte gaten zo'n beetje het einde van hun groei hebben bereikt. De straling van de eerste generaties sterren en de waargenomen superzware zwarte gaten is, volgende de berekeningen, krachtig genoeg om het waterstofgas in de blobs te doen oplichten. Het nare van deze ontdekking is wel dat sterrenkundigen nu nóg dieper het heelal in moeten kijken om de allereerste vormingsstadia van sterrenstelsels te kunnen waarnemen.
Meer informatie:
Galaxies Coming Of Age In Cosmic Blobs

9 juni 2009
Een nieuwe opname van de röntgensatelliet Chandra geeft een nieuwe kijk op het restant van een supernova-explosie. Dit object, dat de aanduiding SNR 0104 draagt, bevindt zich in de Kleine Magelhaense Wolk, een klein naburig sterrenstelsel. Sterrenkundigen denken dat SNR 0104 het overblijfsel is van een zogeheten Type Ia supernova: de ontploffing van een witte dwerg in een dubbelstersysteem. Maar het object op de nieuwe opname ziet er heel anders uit dan de Type Ia supernovaresten in ons eigen Melkwegstelsel, die vrijwel bolvormig zijn. SNR 0104 lijkt echter allesbehalve bolvormig: hij heeft twee duidelijke uitsteeksels of lobben, die bij nader onderzoek rijk blijken te zijn aan ijzer. Een mogelijke verklaring voor deze structuur is dat de explosie van de witte dwerg zelf sterk asymmetrisch was. Maar het is ook mogelijk dat het bij de explosie uitgestoten materiaal niet alle kanten op kon, omdat het werd gehinderd door gaswolken in de omgeving.
Meer informatie:
Supernova Remnant is an Unusual Suspect

9 juni 2009
Onder het motto 'vele handen maken licht werk', krijgen sterrenkundigen van het zogeheten Galaxy Zoo-project al geruime tijd assistentie van een groep van inmiddels 200.000 vrijwilligers van over de hele aardbol. Deze zijn behulpzaam bij het classificeren van sterrenstelsels - een klus die zich nog steeds niet makkelijk laat automatiseren. Sinds de start van de eerste versie van het project, medio 2007, zijn al meer dan 100 miljoen sterrenstelsels bekeken en ingedeeld naar onder meer hun vorm en draairichting. Het meest recente wetenschappelijke resultaat dat hieruit is voortgekomen, is dat spiraalstelsels die minder dan 65 miljoen lichtjaar van elkaar zijn verwijderd dezelfde kant op draaien, maar alléén als ze het grote merendeel van hun sterren meer dan 10 miljard jaar geleden hebben gevormd. Dat bevestigt een eerder Galaxy Zoo-resultaat, waaruit bleek dat spiraalstelsels hun draaiing ontlenen aan de grootschalige kosmische structuur waaruit zij zijn ontstaan. Aangezien nabije stelsels normaal gesproken in dezelfde omgeving zijn ontstaan, zullen ze gemiddeld ook dezelfde draairichting hebben. Stelsels die later nog veel sterren hebben gevormd, zijn waarschijnlijk in meer recente tijden betrokken geweest bij een nabije ontmoeting van een soortgenoot. En dat kan de draairichting verstoren.
Meer informatie:
Old galaxies spin in sync
Galaxy Zoo

9 juni 2009
Tijdens de bijeenkomst van Amerikaanse sterrenkundigen, die dezer dagen in Pasadena wordt gehouden, zijn nieuwe detailrijke opnamen gepresenteerd van zware sterrenstelsels die al 'oud' waren toen het heelal nog maar een vijfde van zijn huidige leeftijd (13,7 miljard jaar) had bereikt. De opnamen laten zien dat die vroege zware sterrenstelsels er heel anders uitzagen dan de huidige zware stelsels. De opnamen zijn gemaakt met de 10-m Keck II-telescoop op Hawaï, die was uitgerust met het nieuwe adaptieve optische systeem dat voor zijn beeldcorrecties gebruik maakt van kunstmatige sterren die met behulp van een krachtige laser hoog in de aardatmosfeer worden geprojecteerd. Een belangrijke eigenschap van de onderzochte sterrenstelsels is dat ze, zo vroeg in de geschiedenis van het heelal, al helemaal klaar lijken met het vormen van sterren. De voorgaande miljard jaar lijkt er geen grote stervormingsactiviteit te zijn geweest. Maar nog opvallender is dat ze veel kleiner zijn - in volume tot wel een factor duizend - dan huidige sterrenstelsels met vergelijkbare aantallen sterren. Geen van de stelsels lijkt het resultaat te zijn van een samensmelting van meerdere kleine stelsels: ze lijken in één klap te zijn ontstaan, en wel in de prille begintijd van het heelal. Maar hoe? Ook is nog onduidelijk waar dit type sterrenstelsels is gebleven: in het huidige heelal worden ze immers niet aangetroffen.
Meer informatie:
Powerful Lasers Help Astronomers Probe The Nature Of Massive Galaxies In The Early Universe
Scientists See Better, Fainter with New Keck Laser Guide Star

9 juni 2009
Een team van Amerikaanse en Japanse sterrenkundigen heeft een aantal botsende sterrenstelsels, waaronder de bekende Antennestelsels in het sterrenbeeld Raaf, nog eens nauwkeurig onder de loep genomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de 8,2-m Subaru-telescoop op Hawaï. Het onderzoek naar zulke botsingen wordt van groot belang geacht, omdat deze gebeurtenissen met name in de begintijd van het heelal aan de orde van de dag waren. Botsende sterrenstelsels smelten uiteindelijk samen tot één groter geheel. Maar voordat het zover is, draaien ze kortere of langere tijd om elkaars zwaartepunt, waarbij ze elkaar door de onderlinge getijdenwerking min of meer aan stukken trekken. Uit het nieuwe onderzoek is gebleken dat het 'getijdenpuin'. zich over veel grotere afstanden uitstrekt dan tot nog toe was waargenomen. En met de nieuwe opnamen kunnen de onderzoekers precies nagaan hoe snel het samensmeltingsproces zich voltrekt.
Meer informatie:
Discovery Of New Tidal Debris From Colliding Galaxies

8 juni 2009
Duitse sterrenkundigen hebben een nieuw computermodel losgelaten op de kern van het elliptische reuzenstelsel M87. Daaruit leiden zij af dat het superzware zwarte gat dat zich hier schuilhoudt twee- tot driemaal zo zwaar is als tot nog toe werd gedacht. En mogelijk moeten ook de massa's van de zwarte gaten in andere grote sterrenstelsels worden bijgesteld. Daarmee zou deze ontdekking wel eens een eind kunnen maken aan een probleem waar sterrenkundigen al een tijdje mee worstelen. De superzware zwarte gaten in verre (actieve) sterrenstelsels leken tot nog toe namelijk veel zwaarder te zijn dan die in nabijere stelsels zoals M87. Hierdoor was het vermoeden ontstaan dat de geschatte massa's van de zwarte gaten in de verre stelsels om de een of andere reden de groot waren. Maar misschien moet de oplossing van de paradox dus wel bij de nabije stelsels worden gezocht. Dat het nieuwe computermodel tot een ander resultaat komt dan eerdere modellen, heeft ermee te maken dat hierin voor het eerst ook rekening is gehouden met de halo van donkere materie die M87 (en vele andere stelsels) omhult. De voorlopige resultaten van nieuwe waarnemingen met de Gemini North Telescope en de Very Large Telescope in Chili lijken de modelberekeningen te bevestigen.
Meer informatie:
Texas-Size Computer Finds Most Massive Black Hole In Galaxy M87

8 juni 2009
Onderzoekers van Ohio State University hebben een methode gevonden om de afstanden van verre sterrenstelsels beter te kunnen schatten. De methode maakt gebruik van een zeldzaam soort sterren, verwant aan de veel voor afstandsmetingen gebruikte cepheïden, maar dan veel helderder. Daardoor wordt het bereik van de cepheïdenmethode met een factor drie opgerekt tot ongeveer 300 miljoen lichtjaar. Cepheïden zijn reusachtige sterren die pulseren en daarbij van helderheid veranderen. Tussen de pulsperiode en de lichtkracht van deze sterren blijkt een direct verband te bestaan, wat het mogelijk maakt om de afstand van een cepheïde te schatten door naar zijn helderheidsgedrag te kijken. Normale cepheïden zijn echter niet waarneembaar op afstanden groter dan ongeveer 100 miljoen lichtjaar. Dat geldt echter niet voor de klasse van zeer traag pulserende cepheïden, die een veel grotere helderheid hebben en dus ook tot op grotere afstand te zien zijn. Deze klasse van cepheïden is in de vergetelheid geraakt, omdat deze sterren zo schaars zijn en omdat ze niet aan de normale periode-lichtkracht relatie van cepheïden voldoen. De sterrenkundigen van Ohio State hebben in bestaande literatuur nu echter achttien van deze trage cepheïden opgespoord. Deze bevinden zich stuk voor stuk in nabije sterrenstelsels waarvan de afstanden goed bekend zijn. Dat maakt het mogelijk om de periode-lichtkrachtrelatie van deze cepheïden nader te onderzoeken en te kalibreren. Uiteindelijk zouden dan ook deze zeldzame sterren voor afstandsmetingen gebruikt kunnen worden.
Meer informatie:
A New Way To Measure Cosmic Distances

8 juni 2009
Lange gammaflitsen, de helderste lichtflitsen in het heelal, ontstaan waarschijnlijk bij de explosies van zware sterren. Bij deze explosies gaat de vrijkomende straling niet gelijkmatig alle kanten op: een groot deel ervan ontsnapt in de vorm van twee bundels, vergelijkbaar met de lichtbundels van een vuurtoren, die zelfs op een afstand van 13 miljard lichtjaar nog waarneembaar zijn. De meeste gammaflitsen zijn nog vele uren na de explosie heldere bronnen van zichtbaar licht. Maar bij sommige gammaflitsen ontbreekt deze 'nagloed'. Volgens sommige astronomen zouden deze gammaflitsen zó ver weg zijn, dat hun nagloed door de uitdijing van het heelal naar infrarode golflengten is verschoven, waardoor je hem met een gewone telescoop niet meer zou kunnen zien. Maar uit nader onderzoek, dat maandag tijdens een bijeenkomst van de American Astronomical Society in Pasadena is gepresenteerd, blijkt dat veel van die 'donkere' gammaflitsen plaatsvinden in sterrenstelsels die met grote telescopen gewoon waarneembaar zijn. Extreem ver weg kunnen ze dus niet zijn. Daaruit trekken de onderzoekers de conclusie dat sommige gammaflitsen zich afspelen in een stofrijke omgeving, die het zicht op de nagloed hindert. Dat betekent dat gammaflitsen kunnen worden gebruikt om inzicht te krijgen in het stervormingsproces in verre (en dus jonge) sterrenstelsels.
Meer informatie:
Fog Lifted On Dark Gamma-Ray Bursts
Keck Study Sheds New Light on "Dark" Gamma-ray Bursts

8 juni 2009
Radiosterrenkundigen hebben, met behulp van een wereldwijd netwerk van radiotelescopen, voor het eerst de afstand tot een ver sterrenstelsel rechtstreeks gemeten. Het betreft het stelsel UGC 3789, dat zich op een afstand van 160 miljoen lichtjaar blijkt te bevinden. Deze afstand kon worden vastgesteld door van de schijf materie rond het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel zowel de schijnbare hoekafmetingen te meten als de werkelijke, ruimtelijke grootte. Deze laatste werd afgeleid uit de omloopsnelheid van waterdamp in de materieschijf, die een bepaald type straling uitzendt: zogeheten maserstraling (het microgolfequivalent van laserstraling). Met dezelfde techniek werd eerder al de afstand tot het veel nabijere sterrenstelsel NGC 4258 (afstand 23 miljoen lichtjaar) bepaald. Directe afstandsmetingen als deze zijn nodig om bestaande kosmische 'meetlatten', die uitgaan van het helderheidsgedrag van veranderlijke sterren, nauwkeuriger te maken. Het uiteindelijke doel is om beter te kunnen vaststellen hoe snel het heelal nu precies uitdijt.
Meer informatie:
Radio telescopes extend astronomy's best 'yardstick'

3 juni 2009
Extreem zwakke supernova-uitbarstingen zijn mogelijk gerelateerd aan een bepaald type gammaflitsen. Dat beweert een internationaal team van astronomen in een artikel dat deze week in Nature verschijnt. Supernova's kunnen op twee manieren ontstaan: bij de terminale explosie van een zeer zware ster die aan het eind van zijn leven is gekomen, of bij de catastrofale detonatie van een veel lichtere witte dwergster die materie van een begeleider opzuigt. In het verleden zijn af en toe supernova's waargenomen die veel zwakker zijn dan normaal, en niemand wist om welk type explosie het daarbij ging. Sterrenkundigen hebben nu op 7 november 2008 een zeer zwakke supernova ontdekt in het sterrenstelsel UGC 12682, op 67 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Die explosie, SN 2008ha geheten, was tientallen keren zo lichtzwak als een gewone supernova. Uit spectroscopisch onderzoek blijkt dat het hier gaat om de explosie van een zware ster die in een eerder stadium het grootste deel van zijn waterstofmantel de ruimte in heeft geblazen. De kern van de ster is vermoedelijk ineengestort tot een zwart gat. Dat zou de geringe helderheid van de explosie kunnen verklaren. Als dat voor andere zwakke supernova's ook geldt, aldus de onderzoekers, zijn ze mogelijk gerelateerd aan een bepaald type gammaflitsen - uitbarstingen van extreem energierijke gammastraling die ook kunnen ontstaan bij de explosie van zware, snel roterende sterren.
Persberficht van de Max-Planck-Gesellschaft (Duitstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 mei 2009
De in 2005 gelanceerde Japans/Amerikaanse röntgensatelliet Suzaku heeft meer inzicht verschaft in de wijze waarop clusters van sterrenstelsels materie verzamelen. Sterrenkundigen richtten Suzaku in mei 2007 op de cluster PKS 0745-191, die 1,3 miljard lichtjaar van de aarde verwijderd is. Daarbij maakte de satelliet een vijftal opnamen van het miljoenen graden hete gas in en om de sterrenstelsels in de cluster. Door de röntgenstraling van een cluster te detecteren, kan de temperatuur en de dichtheid van dit gas worden vastgesteld. En daaruit kan weer informatie worden verkregen in de gasdruk en de totale massa van de cluster. Verwacht wordt dat het gas in het binnenste gedeelte van de cluster in evenwicht is met de zwaartekracht. Dat betekent dat het heetste, dichtste gas in het centrum van de cluster te vinden is, terwijl temperatuur en dichtheid naar buiten toe geleidelijk afnemen. Maar in de buitenste regionen van de cluster zou geen sprake van evenwicht mogen zijn: vanaf een zekere afstand tot het centrum - de 'viriaalstraal' - gedraagt het gas zich chaotisch en valt het naar binnen. De Suzaku-beelden tonen voor het eerst het hete gas voorbij de viriaalstraal van een cluster. In PKS 0745-191 bereikt de temperatuur van het gas op ruim een miljoen lichtjaar van het centrum een piekwaarde van 91 miljoen graden.
Meer informatie:
Suzaku Snaps First Complete X-Ray View Of A Galaxy Cluster

28 mei 2009
De Amerikaanse röntgensatelliet Chandra heeft een spookachtige verschijning ontdekt rond het superzware zwarte gat in de kern van een ver sterrenstelsel. Sterrenkundigen vermoeden dat dit 'röntgenspook' het resultaat is van een grote explosie in de omgeving van het zwarte gat. Het wazige object is enkele jaren geleden al ontdekt, maar aanvankelijk werd niet begrepen wat het was. Maar nu denken de onderzoekers dat de röntgengloed een overblijfsel is van een explosieve gebeurtenis waarbij het centrale zwarte gat van het 10 miljard lichtjaar verre sterrenstelsel HDF 130 enorme hoeveelheden elektronen wegblies. Deze geladen deeltjes zonden veel radio- en röntgenstraling uit, maar nu - miljoenen jaren later - zijn ze het grootste deel van hun energie kwijt. Toch kunnen de elektronen, door botsingen met fotonen die een overblijfsel zijn van de oerknal, nog miljoenen jaren een zwakkere vorm van röntgenstraling produceren. Als deze interpretatie klopt, zouden er nog veel meer van deze 'röntgenspoken' te vinden moeten zijn.
Meer informatie:
Ghost Remains After Black-Hole Eruption

27 mei 2009
Aan de hand van gegevens van de Europese röntgensatelliet XMM-Newton hebben sterrenkundigen de onmiddellijke nabijheid kunnen bestuderen van een superzwaar zwart gat in de kern van het sterrenstelsel 1H0707-495 (Nature, 27 mei). De röntgenstraling die het object uitzendt is afkomstig van de materie die naar het zwarte gat toe stroomt. Een deel van deze straling wordt weerkaatst door de zogeheten accretieschijf die zich rond het zwarte gat heeft gevormd. De röntgenstraling heeft geen constante intensiteit, maar fluctueert. Uit statistische analyse van deze fluctuaties blijkt dat er een halve minuut verstrijkt tussen de rechtstreeks uitgezonden röntgenstraling en de reflectie daarvan aan de accretieschijf. Dat maakt het mogelijk de afmetingen van het weerkaatsende gebied te meten. En daaruit kan weer worden geschat dat de massa van het drie tot vijf miljoen zonsmassa's bedraagt. Uit waarnemingen van emissielijnen van ijzer in het spectrum van het object blijkt bovendien dat het zwarte gat zeer snel ronddraait en per uur het massa-equivalent van twee aardes verorbert.
Meer informatie:
XMM-Newton Takes Astronomers To A Black Hole’s Edge

27 mei 2009
Een internationaal team van radiosterrenkundigen, onder wie Heino Falcke van de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft een supernova-explosie waargenomen in het relatief nabije sterrenstelsel M82. Hoewel het de meest nabije sterontoploffing van de afgelopen vijf jaar betrof, was hij niet te zien op visuele golflengten. De supernova ging schuil achter dichte wolken gas en stof, waardoor hij alleen op radiogolflengten waarneembaar was. Daardoor is hij lang onopgemerkt gebleven: pas ruim een jaar na dato is zijn verschijning opgemerkt op radiobeelden die in maart en mei 2008 zijn gemaakt. De eigenlijke explosie heeft waarschijnlijk al in enkele maanden eerder plaatsgevonden. M82 is een stelsel dat in zijn centrum grote aantallen nieuwe sterren produceert. De zwaarste van deze sterren ontploffen al binnen enkele tientallen miljoenen jaren na hun ontstaan; het is dus ook niet zo vreemd dat er in het hart van M82 veel restanten van ontplofte sterren te vinden zijn. Tot verbazing van de sterrenkundigen was daar de afgelopen 25 jaar echter geen enkele supernova te zien geweest. Maar mogelijk is die 'rust' slechts schijn geweest en spelen supernovae wel vaker verstoppertje in het hart van M82.
Meer informatie:
An Exploding Star In An 'Exploding' Galaxy
Rare radio supernova is nearest supernova in five years;

20 mei 2009
Het grote elliptische sterrenstelsel M87 is kleiner dan verwacht. Dat blijkt uit gevoelige spectroscopische waarnemingen aan planetaire nevels in de buitendelen van het sterrenstelsel. M87 is het centrale stelsel in de Virgo-cluster, op ongeveer vijftig miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Maagd. Het stelsel is aanzienlijk groter dan ons eigen Melkwegstelsel, maar de omvang van de buitenste halo van M87 is nooit eerder opgemeten. Op basis van theoretische overwegingen werd aangenomen dat die halo een middellijn van een paar miljoen lichtjaar zou hebben. Metingen met de FLAMES-spectrograaf op de Europese Very Large Telescope in Chili wijzen echter uit dat de halo slechts één miljoen lichtjaar in middellijn meet. Dat de buitenste delen van de halo van M87 'gestript' lijken te zijn zou mogelijk kunnen zijn veroorzaakt door de nauwe passage van een ander sterrenstelsel in de cluster. In elk geval zal in de toekomst zo'n nauwe passage plaatsvinden, gezien het feit dat M87 en het buurstelsel M86 momenteel op elkaar af bewegen. De nieuwe waarnemingen worden gepubliceerd in het vakblad Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Giant Galaxy Messier 87 finally sized up
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 mei 2009
Astronomen van het Lawrence Berkeley National Laboratory in Californië hebben een methode ontdekt om de ware lichtkracht van een bepaald soort supernova-explosies zeer nauwkeurig te bepalen. Daarmee wordt het mogelijk om nóg nauwkeuriger metingen te verrichten aan de versnellende uitdijing van het heelal. Dat de uitdijingssnelheid van het heelal in de loop van de tijd toeneemt, werd ruim tien jaar geleden ontdekt aan de hand van supernova's van het type Ia. Daartoe moet de werkelijke lichtkracht van die supernova's bekend zijn. Met bestaande technieken kan de lichtkracht (de hoeveelheid uitgezonden energie) bepaald worden met een precisie van ongeveer tien procent. Daarvoor zijn dan wel metingen nodig die enkele weken beslaan. De nieuwe methode haalt een nauwkeurigheid van zes procent, en heeft genoeg aan metingen op één moment. Het blijkt namelijk dat de helderheidsverhouding tussen de uitgezonden straling op een golflengte van 642 nanometer en die op 443 nanometer een betrouwbare maat is voor de ware lichtkracht van de supernova. De methode is onafhankelijk van de leeftijd en de chemische samenstelling van de exploderende ster, en ook onafhankelijk van het type sterrenstelsel waarin de explosie plaatsvond en van de hoeveelheid absorberend stof tussen de supernova en de aarde. De ontdekking wordt gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Cosmology's best standard candles get even better
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 mei 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft ontdekt waarom sterrenstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel zo'n egaal uiterlijk hebben. De oude sterren in zulke spiraalstelsels zijn zeer gelijkmatig verdeeld, terwijl bekend is dat sterren ontstaan in min of meer compacte groepjes: zogeheten sterrenhopen. Uit waarnemingen van sterrenhopen in ons Melkwegstelsel was al gebleken dat deze stergroepen na enkele honderden miljoenen jaren uit elkaar vallen. Dat gebeurt door de willekeurige bewegingen van de sterren binnen de groep of doordat de stergroepen in botsing komen met gaswolken in hun omgeving. Het vermoeden bestond dat de draaiing van het sterrenstelsel het karwei zou afmaken. Waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer hebben dat vermoeden nu bevestigd. Door de beelden die Spitzer van enkele spiraalstelsels heeft gemaakt met een speciale techniek te bewerken, is zichtbaar gemaakt hoe sterrenhopen door de draaiing van hun stelsel uiteen worden getrokken.
Meer informatie:
Streams of Stars Provide "Missing Link" in the Evolution of Galaxy Disks

30 april 2009
In kleine dwergsterrenstelsels komen geboortegolven van nieuwe sterren voor die honderden miljoenen jaren duren en zich daarbij door grote delen van het stelsel voortplanten. Dat blijkt uit detailonderzoek aan de stervormingsgeschiedenis van drie dwergstelsels, uitgevoerd met de Advanced Camera for Surveys van de Hubble Space Telescope. Tot nu toe werd aangenomen dat de geboorte-explosies hooguit enkele miljoenen jaren duurden en daarna weer zouden uitdoven. Door de leeftijden van afzonderlijke sterren te bepalen in de dwergstelsels NGC 4163, NGC 4068 en IC 4662, kon Kristen McQuinn van de Universiteit van Minnesota voor deze sterrenstelsels de stervormingsgeschiedenis in het verleden achterhalen. Daarbij bleek dat elke geboortepiek in werkelijkheid deel uitmaakt van een veel langer durende geboortegolf, waarbij het proces van stervorming zich door een groot deel van het dwergstelsel voortplant. Tijdens zulke geboortegolven worden er in de kleine sterrenstelsels ongeveer veertig nieuwe sterren per duizend jaar geboren, in plaats van de gebruikelijke vijf per duizend jaar.
Meer informatie:
Starbursts in Dwarf Galaxies are a Global Affair
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

28 april 2009
Ter gelegenheid van de zesde verjaardag van de Galaxy Evolution Explorer (GALEX), een Amerikaanse kunstmaan voor onderzoek aan de ultraviolette straling van sterrenstelsels, heeft NASA een UV-opname vrijgegeven van het Driehoekstelsel, een groot spiraalstelsel dat samen met ons eigen Melkwegstelsel en het Andromedastelsel tot de zogeheten Lokale Groep behoort. Het Driehoekstelsel (M33) bevindt zich op een afstand van 2,9 miljoen lichtjaar in het kleine sterrenbeeld Driehoek, waaraan het zijn naam ontleent. De ultraviolet-opname toont de gebieden in de spiraalarmen van het sterrenstelsel waar de grootste stervormingsactiviteit optreedt. Sinds de lancering, op 28 april 2003, heeft GALEX meer dan een half miljoen nabije en ver verwijderde sterrenstelsels bestudeerd. Uiteindelijk doel van de missie is een beter beeld krijgen van de evolutie van sterrenstelsels.
Meer informatie:
NASA's Galaxy-Exploring Mission Celebrates Sixth Anniversary
GALEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 april 2009
De energierijke gammaflits die op donderdagochtend 23 april werd ontdekt door de Amerikaanse kunstmaan Swift is het verste object dat ooit is waargenomen. De gammaflits - een extreem heldere explosie van hoogenergetische gammastraling - vond plaats toen het heelal slechts zo'n 600 miljoen jaar oud was, minder dan vijf procent van de huidige leeftijd van 13,7 miljard jaar. Gedurende 13,1 miljard jaar is het licht van de explosie, met een snelheid van 300.000 kilometer per seconde, onderweg geweest naar de aarde. Pas afgelopen donderdag was die afstand overbrugd. Tijdens de reistijd van het licht is de afstand tussen de geëxplodeerde ster en de aarde enorm toegenomen als gevolg van de uitdijing van het heelal. Als gevolg daarvan zijn de lichtgolven uitgerekt, waardoor de straling met een veel langere golflengte op aarde aankwam dan waarmee zij is uitgezonden. Uit metingen aan die zogeheten roodverschuiving is de reistijd van het signaal berekend (13,1 miljard jaar); voor het gemak zeggen astronomen dan dat de explosie op 13,1 miljard lichtjaar afstand plaatsvond. Gammaflitsen zijn de catastrofale explosies van extreem zware, snel roterende sterren, waarvan de kern ineenstort tot een zwart gat. Gedurende hooguit enkele seconden produceren ze meer energie dan de zon in tien miljard jaar. Gammaflits GRB 090423 (GRB staat voor gamma ray burst ; het getal geeft de datum aan) vond plaats in het sterrenbeeld Leeuw. Vervolgwaarnemingen met aardse telescopen brachten in korte tijd veel details van de sterexplosie aan het licht, en metingen met de Europese Very Large Telescope in Chili leidden 17 uur na de explosie tot een nauwkeurige bepaling van de roodverschuiving (8,2), die een maat is voor de tijd dat de straling zich door het uitdijende heelal heeft voortgeplant. Het vorige roodverschuivingsrecord voor een gammaflits was 6,7; het verste sterrenstelsel waarvoor ooit de afstand is gemeten heeft een roodverschuiving van 6,96. Omdat gammaflitsen zo enorm veel energie produceren, fungeren ze als een soort 'bakens' in het verre heelal, waardoor de astronomen in staat stellen om onderzoek te doen aan de allervroegste evolutie van sterren en sterrenstelsels.
Meer informatie:
The Most Distant Object Yet Discovered in the Universe
Persbericht Science & Technology Facilities Council
Persbericht Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics
Persbericht Gemini Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

23 april 2009
De allereerste superzware zwarte gaten in het heelal zijn mogelijk ontstaan door een tot nu toe onbekend proces dat door Britse astronomen 'donkerslokken' (dark gulping) is genoemd. Onderzoek aan extreem ver verwijderde sterrenstelsels, die waargenomen worden zoals ze er kort na de oerknal uitzagen, wijst uit dat er al superzware zwarte gaten bestonden toen het heelal minder dan één miljard jaar oud was. De bekende ontstaansprocessen voor superzware zwarte gaten (de ineenstorting van een zware ster tot een zwart gat dat vervolgens veel extra materie opzuigt, of de ineenstoring van een uitgestrekte gaswolk, of de versmelting van kleinere zwarte gaten) voltrekken zich echter in een veel trager tempo. Curtis Saxon en Kinnah Wu van het University College London hebben nu modelberekeningen uitgevoerd aan de wisselwerking van gas en donkere materie in jonge clusters van sterrenstelsels. Daaruit blijkt dat er bij de verstoring van zo'n cluster door externe of interne zwaartekrachtsinvloeden in korte tijd een enorme compacte concentratie van donkere materie kan ontstaan in de clusterkern. Daarbij wordt geen enkele vorm van elektromagnetische straling uitgezonden; vandaar de benaming 'donkerslokken'. De resultaten van de modelberekeningen zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Did 'dark gulping' generate black holes in early universe?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 april 2009
Sterrenkundigen hebben een verband ontdekt tussen de kracht en helderheid van zogeheten radio-jets in sterrenstelsels en de hoeveelheid energierijke gammastraling die ze produceren. In de kernen van de meeste sterrenstelsels bevinden zich superzware zwarte gaten. Wanneer die grote hoeveelheden materie opslokken, spuwen ze twee tegenovergesteld gerichte bundels ('jets') van elektrisch geladen deeltjes en energierijke straling de ruimte in. Die jets zenden ook radiostraling uit, deels doordat elektronen spiraalvormige banen beschrijven rond magnetische veldlijnen en daarbij zogeheten synchrotronstraling op radiogolflengten produceren, en deels doordat de jets uiteindelijk afgeremd worden wanneer ze in botsing komen met de ijle materie in de omringende intergalactische ruimte. Door waarnemingen van de Very Long Baseline Array (een netwerk van radiotelescopen verspreid over de Verenigde Staten) te vergelijken met metingen van de Amerikaanse Fermi Gamma-ray Space Telescope hebben radioastronomen nu ontdekt dat krachtige, heldere radio-jets ook de sterkste bronnen van energierijke gammastraling zijn. De ontdekking wordt op 1 mei gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Overigens is het onderliggende mechanisme nog niet volledig opgehelderd. Bovendien zijn er ook sterrenstelsels die veel gammastraling procuderen en toch geen krachtige radiojets te zien geven.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 april 2009

Er klopt iets niet met de zwaartekrachtstheorie van Newton. Dat concludeert een team van astronomen onder leiding van Pavel Kroupa van de Universiteit van Bonn op basis van waarnemingen aan dwergsterrenstelsels. Van de ca. dertig dwergstelsels die zich in de omgeving van ons eigen Melkwegstelsel bevinden, zijn er elf die in min of meer hetzelfde vlak bewegen, en bovendien in dezelfde richting rond de Melkweg draaien. Dat kan eigenlijk alleen verklaard worden door aan te nemen dat het de restanten zijn van eerdere kosmische aanvaringen tussen dwergsterrenstelsels. Bij zulke botsingen verliezen de kleine stelsels echter hun donkere materie, dus de elf dwergstelsels zouden uitsluitend sterren moeten bevatten. De bewegingen van de sterren in de dwergstelsels wijst echter juist wél op de aanwezigheid van veel donkere materie. Tenzij er inderdaad iets mis is met de zwaartekrachtwetten van Newton. Door gebruik te maken van een aangepaste zwaartekrachttheorie (zoals MOND, Modified Newtonian Dynamics) slagen Kroupa en zijn collega's erin de bewegingen van de sterren in de dwergstelsels te verklaren zónder donkere materie, en kan hun positie en rotatie ten opzichte van het Melkwegstelsel beter begrepen worden.
Meer informatie:
Time for a new theory of gravitation?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 april 2009

Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is een mysterieuze gaswolk ontdekt op 12,9 miljard lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Walvis. Het object is Himiko genoemd naar een legendarische Japanse koningin. Himiko is veel groter en zwaarder dan andere gaswolken op zulke grote afstanden, waar sterrenkundigen terugkijken tot vlak na de geboorte van het heelal. De middellijn van het object bedraagt 55 duizend lichtjaar - bijna half zo groot als ons eigen Melkwegstelsel. Onduidelijk is hoe er zo vroeg in de jeugd van het heelal al zulke grote objecten kunnen zijn ontstaan. Wat Himiko precies is, is overigens niet duidelijk: een gaswolk die geïoniseerd is door de energierijke straling uit de omgeving van een superzwaar zwart gat, de voorloper van een reusachtig groot sterrenstelsel, of een gigantische wolk die gevormd is door de superwind van een actief stervormingsgebied. De ontdekking wordt beschreven in een artikel dat op 10 mei gepubliceerd wordt in The Astrophysical Journal.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

21 april 2009
Ter gelegenheid van de 19e verjaardag van de Hubble Space Telescope (de ruimtetelescoop werd op 24 april 1990 gelanceerd) heeft het Space Telescope Science Institute een spectaculaire foto vrijgegeven die begin dit jaar is gemaakt met de Wide Field and Planetary Camera 2 van Hubble. De foto toont Arp 194, een merkwaardig groepje van sterrenstelsels op 600 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Cepheus. Links in beeld is het resultaat te zien van een vrij recente botsing van twee sterrenstelsels - de twee afzonderlijke kernen kunnen nog onderscheiden worden. Door getijdenkrachten is tijdens die botsing een honderdduizend lichtjaar lange sliert van gas naar buiten geslingerd, waarin vervolgens op grote schaal nieuwe, jonge sterren zijn ontstaan. De resulterende 'supersterrenhopen' zijn zichtbaar als blauwe lichtvlekjes in de gasfontein. Het stof dat zich ook in de 'fontein' bevindt, tekent zich donker af tegen het sterrenstelsel rechts op de foto, waaruit blijkt dat dit stelsel zich op grotere afstand moet bevinden, en mogelijk niet deelneemt aan de wisselwerking. Botsingen van sterrenstelsels komen regelmatig voor in het heelal; over enkele miljarden jaren zal er een vergelijkbare botsing plaatsvinden tussen ons eigen Melkwegstelsel en onze naaste buur, het Andromedastelsel.
Meer informatie:
Hubble Celebrates Its 19th Anniversary with a "Fountain of Youth"
Hogeresolutieversie
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 april 2009

Samen met de Keck-telescoop op Hawaï en de Hubble-ruimtetelescoop heeft de röntgensatelliet Chandra een kosmische botsing van ongekende schaal in kaart gebracht. Op 5,4 miljard lichtjaar van de aarde bevindt zich een 13 miljoen lichtjaar lang lint van sterrenstelsels, gas en donkere materie, dat naar een gebied toe stroomt waar het al wemelt van de sterrenstelsels. Hierdoor vindt er in dit gebied, dat de aanduiding MACS J0717 heeft gekregen, de ene botsing na de andere plaats. Het bestaan van het kosmische filament was al langer bekend, maar tot nog toe stond niet vast dat het de oorzaak was van al die botsingen. Pas nu de ruimtelijke posities en snelheden van de afzonderlijke clusters van sterrenstelsels in MACS J0717 bekend zijn, blijkt in welke richting de boosdoener gezocht moet worden. Door de vele botsingen is de temperatuur van het gas rond de stelsels in MACS J0717 enorm opgelopen. Uiteindelijk zal deze kosmische kettingbotsing leiden tot de vorming van een grote cluster van sterrenstelsels, precies zoals die door computersimulaties worden voorspeld.
Meer informatie:
Cosmic Heavyweights In Free-For-All
Galaxy Cluster MACS J0717;

14 april 2009
De Hubble-ruimtetelescoop is zeven jaar lang getuige geweest van een 'lichtshow' in het sterrenstelsel M87. M87 is een reusachtig stelsel met een superzwaar zwart gat in zijn kern. Die kern is de bron van twee krachtige straalstromen of jetsvan heet gas, maar helemaal gelijkmatig zijn die stromen niet. Af en toe ontstaan er enorme, heldere 'klonten' in. Eén van die klonten, aangeduid als HST-1, was tijdelijk zelfs helderder dan de kern van M87 zelf. Het helderheidsgedrag van HST-1 is echter nogal onvoorspelbaar. Eerst werd de materieklont jaren achtereen helderder, toen zwakker en vervolgens weer helderder. Ondanks de vele waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop en een aantal andere instrumenten snappen sterrenkundigen nog niet precies hoe deze veranderingen in de straalstroom van M87 ontstaan. Een van de eenvoudigste verklaringen is dat de materiestroom onderweg op gaswolken stuit die door de botsing met de straalstroom tot gloeien worden gebracht. Maar het is ook denkbaar dat de heldere klonten het resultaat zijn van een soort kortsluitingen in het magnetische veld dat door de straalstroom wordt meegevoerd. In het laatste geval zou HST-1 nauw verwant zijn aan zonnevlammen (explosieve verschijnselen op de zon). De resultaten van het onderzoek van M87 zijn gepubliceerd in het aprilnummer van The Astronomical Journal.
Meer informatie:
Hubble Witnesses Spectacular Flaring In Extragalactic Jet From M87’S Black Hole

10 april 2009
Amerikaanse onderzoekers hebben bij een grootschalig onderzoek van 2400 sterrenstelsels vijftien stelsels opgespoord die net zo veel licht produceren als bijvoorbeeld ons Melkwegstelsel, maar waarschijnlijk pas (relatief) recent zijn ontstaan. Het jeugdige karakter van de stelsels blijkt onder meer uit hun chemische samenstelling: ze bevatten weinig elementen zwaarder dan helium. Dat duidt er op dat er in de stelsels nog nog niet veel generaties (zware) sterren actief zijn geweest. Geschat wordt dat de jong ogende sterrenstelsels slechts 3 à 4 miljard oud zijn en dat zou betekenen dat ze pas 9 à 10 miljard jaar na de oerknal zijn gevormd. Die conclusie laat zich maar moeilijk in overeenstemming brengen met de heersende gedachte dat de vorming van zulke omvangrijke sterrenstelsels al kort na het ontstaan van het heelal is begonnen. Maar de ontdekking heeft ook zijn positieve kanten: als de bevindingen kloppen, kan de ontwikkeling van grote sterrenstelsels ook relatief dicht bij huis worden waargenomen. Overigens zijn de eigenschappen van de bijzondere sterrenstelsels ook op een andere manier verklaarbaar: ze zouden het resultaat kunnen zijn van recente samensmeltingen van kleinere stelsels.
Meer informatie:
IU astronomer's discovery poses challenge to galaxy formation theories

8 april 2009
De helft van al het sterlicht dat ooit in het heelal is geproduceerd, is afkomstig van stervormingsgebieden in ver verwijderde sterrenstelsels. Dat is de conclusie die een Canadees/Brits/Amerikaans team van astronomen trekt uit een twee jaar durende analyse van de meetgegevens van BLAST, een uniek ballontelescoopproject. BLAST (Balloon-borne Large-Aperture Submillimeter Telescope) is een 2 meter grote telescoop aan een ballongondel die gedurende elf dagen waarnemingen van het heelal heeft verricht tijdens een vlucht boven Antarctica op 40 kilometer hoogte. De metingen zijn gedaan op submillimeter-golflengten - een vorm van 'licht' die nauwelijks door de aardse dampkring heen dringt. Op die golflengten is de straling van pasgeboren sterren niet zichtbaar, maar wel de warmtestraling van de stofwolken waarin die jonge sterren zich bevinden. Eerder was al ontdekt dat er in het heelal sprake is van een ver-infrarode achtergrondstraling die vermoedelijk afkomstig is van warm stof. De grote gevoeligheid en de hoge beeldscherpte van de BLAST-telescoop maakten het nu mogelijk om met zekerheid vast te stellen dat het gaat om stof in ver verwijderde sterrenstelsels, die waargenomen worden zoals ze er tijdens de jeugd van het heelal uitzagen. Het blijkt dat een groot deel van alle stervormingsactiviteit in de geschiedenis van het heelal zich in deze stoffige omgevingen heeft afgespeeld. Een eerdere vlucht van BLAST, vanaf een ballon-lanceerbasis in Noord-Zweden, mislukte door een onbekend technisch probleem. De tweede vlucht, boven Antarctica, was wel succesvol, maar bij de landing ging de twee ton zware telescoop vrijwel volledig verloren. Pas na een lange zoekactie kon het drukvat met de meetgegevens worden geborgen. De voorlopige resultaten van de BLAST-missie worden deze week gepubliceerd in Nature. BLAST wordt wel beschouwd als een voorloper van het Britse SPIRE-instrument aan boord van de Europese infraroodkunstmaan Herschel, die begin mei gelanceerd wordt.
Meer informatie:
UBC, U of T team helps solve mystery of starlight's origins
BLAST
Website van de documentaire die over het BLAST-project is gemaakt.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 april 2009
Met de Advanced Camera for Surveys van de Hubble Space Telescope is een indrukwekkende foto gemaakt van het sterrenstelsel NGC 7049 in het zuidelijke sterrenbeeld Indus (de Indiaan). NGC 7049 is het helderste stelsel in een cluster. Zulke brightest cluster galaxies zijn vaak elliptische reuzenstelsels, die vermoedelijk zijn ontstaan door de botsing en versmelting van andere sterrenstelsels. Ze worden in veel gevallen omringd door talloze bolvormige sterrenhopen. Om redenen die nog niet geheel duidelijk zijn, is het aantal bolhopen in NGC 7049 kleiner dan in veel andere brightest cluster galaxies. Behalve de bolvormige sterrenhopen (op de foto zichtbaar als sterren) toont de Hubble-opname ook opvallende stofwolken die zich donker aftekenen tegen de gloed van de talloze sterren in de buitendelen van het stelsel. Onderzoek aan stelsels zoals NGC 7049 en aan de bolvormige sterrenhopen in zulke stelsels kan meer informatie opleveren over de manier waarop grote sterrenstelsels ontstaan uit de versmelting van kleinere exemplaren, en hoe dat proces beinvloed wordt door omgevingsfactoren.
Meer informatie:
Dramatically backlit dust in giant galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 april 2009
Ter gelegenheid van de wereldwijde manifestatie '100 uur sterrenkunde' (onderdeel van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde) heeft de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) twee nieuwe foto's van sterrenstelsels in de Sculptorgroep vrijgegeven. De afgebeelde opname toont het onregelmatige sterrenstelsel NGC 55, op een afstand van ca. 7,5 miljoen lichtjaar. Met een middellijn van 70.000 lichtjaar is het stelsel wat kleiner dan ons eigen Melkwegstelsel. De afstand kon bepaald worden door metingen te verrichten aan planetaire nevels in het stelsel - uitdijende schillen van gas die de ruimte in worden geblazen door zonachtige sterren aan het eind van hun leven. de nieuwe afstandsbepaling doet vermoeden dat NGC 55 en het naburige stelsel NGC 300 een wijde baan om elkaar heen beschrijven. De opname is gemaakt met de Wide Field Imager op de 2,2-meter ESO-telescoop op La Silla. De tweede vrijgegeven foto (hier niet afgebeeld) toont de chaotische spiraalarmen in het stelsel NGC 7793, dat zich op ca. 12,5 miljoen lichtjaar afstand bevindt.
Meer informatie:
Two Galaxies for a Unique Event
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 april 2009
Het nabijgelegen spiraalvormige sterrenstelsel M33 (het Driehoekstelsel, genoemd naar het kleine sterrenbeeld waarin het zich bevindt) is in detail waargenomen met NASA's Spitzer Space Telescope, die infraroodstraling uit het heelal waarneemt. Op de infraroodopname zijn afzonderlijke sterren te zien (waaronder voorgrondsterren in ons eigen Melkwegstelsel) en veel actieve stervormingsgebieden in de spiraalarmen van het stelsel. Op infrarode golflengten is koeler materiaal waarneembaar dan in zichtbaar licht; het stelsel strekt zich op de infraroodfoto dan ook verder uit dan op 'gewone' foto's. M33 staat op een afstand van 2,9 miljoen lichtjaar en is na het Andromedastelsel het dichtstbijzijnde grote sterrenstelsel in het heelal. De foto is vrijgegeven in het kader van de wereldwijde publieksmanifestatie '100 uur van de sterrenkunde'. NASA presenteert tegelijkertijd ook nieuwe opnamen van de Galaxy Evolutin Explorer (een ultravioletopname van de planetaire nevel NGC 3242) en een Hubble-foto van de botsende sterrenstelsels Arp 274.
Meer informatie:
http://www.eso.org/gallery/d/86812-4/phot-14a-09-fullres.jpg
Galex-foto van de planetaire nevel NGC 3242
Hubble-foto van de botsende sterrenstelsels Arp 274.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 april 2009
De Hubble-ruimtetelescoop heeft het groepje botsende sterrenstelsels gefotografeerd dat onlangs door bezoekers van de Hubble-website als doelwit werd gekozen. Het groepje, dat bekendstaat als Arp 274 (of NGC 5679), bestaat uit drie sterrenstelsels op een afstand van 400 miljoen lichtjaar. De foto is 'heet van de naald': hij is op 1 en 2 april gemaakt met de Wide Field Planetary Camera 2 van de ruimtetelescoop. Aanleiding was het evenement '100 uur sterrenkunde, dat dit weekend plaatsvindt. In het kader hiervan zijn ook met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer en telescopen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili enkele bijzondere opnamen van sterrenstelsels gemaakt.
Meer informatie:
Hubble Celebrates the International Year of Astronomy with the Galaxy Triplet Arp 274
Two Galaxies for a Unique Event
M33 - A Close Neighbor Reveals its True Size and Splendor

3 april 2009
Sterrenkundigen uit Australië, Groot-Brittannië en de VS hebben een groot aantal 'nabije' sterrenstelsels aan de zuidelijke hemel in kaart gebracht. De noodzakelijke metingen voor deze zogeheten 6dFGS-survey zijn verricht met de 1,2-meter UK Schmidt Telescope in het oosten van Australië. De telescoop heeft in bijna tien jaar meer dan 110.000 sterrenstelsels 'gespot', op afstanden tot ongeveer 2 miljard lichtjaar van de aarde. De ruimtelijke kaart die daaruit is voortgekomen, bevestigt het beeld van eerdere hemelsurveys: de sterrenstelsels vormen lange linten en groepen met grote lege ruimten daartussen. Bij de survey is niet alleen de positie van elk stelsel gemeten, maar ook de bewegingssnelheid en -richting. De bewegingen van de stelsels verraden hoe groot hun onderlinge aantrekkingskrachten zijn, en daaruit kan de ruimtelijke verdeling van de materie - zowel zichtbare als onzichtbare - worden afgeleid.
Meer informatie:
Most Detailed Map Of Nearby Universe Completed

3 april 2009
De Europese satelliet Integral heeft eind 2004 een van de helderste gammaflitsen gedetecteerd die ooit zijn waargenomen. Gammaflitsen ontstaan als een zware ster aan het eind van zijn bestaan tot ontploffing komt. Zulke explosies worden vrijwel dagelijks waargenomen, veelal in sterrenstelsels op afstanden van miljarden lichtjaren. De gammaflits van 19 december 2004 speelde zich echter af op de relatief kleine afstand van ongeveer 70 miljoen lichtjaar. Mede daardoor bereikte de ontvangen straling van de meer dan acht minuten durende gammaflits een grote intensiteit. En dat maakte het mogelijk om polarisatiemetingen te doen - iets wat bij de meeste gammaflitsen niet lukt. Uit analyse van deze metingen blijkt dat de bij de explosie vrijkomende gammastraling een steeds grotere polarisatiegraad bereikte. Voor het ontstaan van deze straling bestaan verschillende modellen, maar de meeste schrijven de gammastraling toe aan elektronen die met bijna de lichtsnelheid binnen een sterk magnetisch veld bewegen. De bron van dat magnetische veld wordt gezocht in het hart van de ontploffing, waar de kern van de voormalige ster ineenstort tot een zwart gat.
Meer informatie:
Dissecting a stellar explosion

1 april 2009
Sterrenkundigen van John Moores University in Liverpool hebben grote sterrenstelsels ontdekt die al bestonden toen het heelal nog maar een derde van zijn huidige leeftijd had (Nature, 2 april). Dat roept twijfels op over de theorieën die het ontstaan van deze stelsels trachten te verklaren. Tot nog toe gingen de meeste sterrenkundigen er van uit dat sterrenstelsels klein en licht begonnen zijn en door samensmeltingen met soortgenoten in omvang zijn toegenomen. Maar nu lijkt het er op dat er in het verre verleden al sterrenstelsels bestonden die zo groot waren als de reuzen van nu. De vraag is nu hoe stelsels al tijdens de eerste paar miljard jaar na het ontstaan van het heelal zo veel materie hebben kunnen verzamelen. Een mogelijke verklaring is dat er kort na de oerknal al enorme gaswolken bestonden waaruit in één ruk grote verzamelingen van sterren zijn ontstaan.
Meer informatie:
Heavyweight galaxies puzzle astronomers;

25 maart 2009
Het zwarte gat in de microquasar GRS1915+105 reguleert zijn eigen gewichtstoename. Dat blijkt uit waarnemingen van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory. GRS1915+105 is een dubbelster op 40.000 lichtjaar afstand van de aarde. Een van de componenten van de dubbelster is een zwart gat dat 14 keer zo zwaar is als de zon. Het zwarte gat zuigt materie weg van de begeleider. Dat gas hoopt zich op in een rondwervelende accretieschijf. Wanneer het in het zwarte gat verdwijnt, worden twee energierijke bundels van straling en deeltjes de ruimte in geblazen. GRS1915+105 is daardoor een van de helderste röntgenbronnen in het Melkwegstelsel. De röntgensatelliet Chandra heeft de microquasar elf keer waargenomen sinds de lancering in 1999. Het blijkt dat de stralingsbundels ( jets ) tijdelijk 'afgeknepen' kunnen worden door een hete wind van de accretieschijf. Dat doet vermoeden dat het zwarte gat zijn eigen groei reguleert. Zoiets was al eerder waargenomen in grote quasars (superzware zwarte gaten in de kernen van verre sterrenstelsels), maar het is voor het eerst dat het mechanisme ook is gezien in een stellair zwart gat.
Meer informatie:
Erratic black hole regulates itself
Chandra X-ray Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 maart 2009
Een extreem zware en zeer lichtsterke ster is onverwacht vroeg in zijn leven geëxplodeerd als supernova. Dat melden astronomen vandaag in een online-publicatie van het tijdschrift Nature. De supernova-explosie (SN 2005gl) werd op 5 oktober 2005 waargenomen in het sterrenstelsel NGC 266, op 215 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Vissen. Op oude foto's van het stelsel, in 1997 gemaakt met de Hubble Space Telescope, werd de voorloper van de supernova gevonden: een ster die naar schatting honderd keer zo zwaar is als de zon, en maar liefst één miljoen keer zo lichtsterk. Het gaat zo goed als zeker om een zogeheten luminous blue variable, vergelijkbaar met de ster Eta Carinae in ons eigen Melkwegstelsel. Algemeen wordt aangenomen dat er in zulke sterren pas een kern van ijzeratomen ontstaat nadat het grootste deel van de waterstofrijke buitenmantel de ruimte in is geblazen. Pas nadat er in de sterkern ijzeratomen zijn gevormd, komen de spontane kernfusiereacties tot stilstand, en explodeert de ster catastrofaal. Gezien de grote helderheid van de voorloper van SN 2005gl moet echter aangenomen worden dat de ster nog te jong was om zijn waterstofmantel al weggeblazen te hebben. Het feit dat er toch een supernova-explosie optrad, doet vermoeden dat er iets mis is met de theorieën over de evolutie van luminous blue variables, of dat er mogelijk andere manieren zijn om een ster te laten exploderen. Een van de voorgestelde scenario's is dat de ster oorspronkelijk een dubbelster was, die is versmolten tot één reuzenster. Momenteel is nog onduidelijk wat de ontdekking betekent voor de nabije toekomst van de ster Eta Carinae. Sterrenkundigen denken dat ook die ster 'elk moment' kan afgaan als supernova.
Meer informatie:
Hubble Uncovers an Unusual Stellar Progenitor to a Supernova
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 maart 2009
Supernovae zijn ontploffende sterren. Maar om welk type sterren gaat het precies? Sterrenkundigen van de universiteit van Kopenhagen en Queens University in Belfast hebben aangetoond dat het zeker in twee gevallen een rode superreus betrof (Science, 20 maart). Rode superreuzen zijn zware sterren die tegen het einde van hun bestaan, als de voorraad brandstof in hun kern opraakt, enorm opzwellen. Daarbij wordt de ster, die minstens acht zonsmassa's zwaar is, 1500 keer zo groot als onze zon. Dat zo'n ster uiteindelijk inderdaad als supernova kan ontploffen, stond tot nog toe niet vast. Maar daar is nu verandering in gekomen. Uit vergelijking van opnamen die vóór en ná twee supernova-explosies zijn gemaakt (SN1993J en SN 2003gd) blijkt dat de voorloper in beide gevallen een rode superreus was.
Meer informatie:
The origin of supernovae confirmed
The origin of supernovae confirmed

18 maart 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft verrassende veranderingen waargenomen in de straling die afkomstig is van een actief sterrenstelsel. Bij de waarnemingen is voor het eerst gelijktijdig gebruik gemaakt van zowel optische, röntgen- als gammatelescopen. Het onderzochte stelsel, dat PKS 2155-304 'heet', is een zogeheten blazar op anderhalf miljard lichtjaar van de aarde. Net als zovele andere actieve sterrenstelsels zendt een blazar twee tegengesteld gerichte bundels van energierijke deeltjes en straling uit. Hoe deze stralingsbundels of 'jets' ontstaan, is nog niet helemaal duidelijk, maar de energiebron is waarschijnlijk het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel, dat bezig is materie op te slokken. Bij een blazar kijken we vanaf de aarde gezien recht in de jet - in de loop van het geweer als het ware. PKS 2155-304 is normaal gesproken een vrij zwakke bron van gammastraling. Maar soms treedt er een forse uitbarsting op, zoals in 2006, toen het stelsel eventjes de helderste gammabron aan de hemel was. Tussen 25 augustus en 6 september 2008 hebben verscheidene satellieten en telescopen, waaronder de gammasatelliet Fermi en de gammatelescoop HESS, twaalf dagen lang naar PKS 2155-304 gekeken. Daarbij is gebleken dat de blazar op de energierijke gammagolflengten en in zichtbaar licht dezelfde helderheidsfluctuaties vertoont. Maar in het tussenliggende röntgengebied lopen de variaties om onduidelijke redenen uit de pas. Een goede verklaring voor dit resultaat, dat in The Astrophysical Journal wordt gepubliceerd, ontbreekt vooralsnog.
Meer informatie:
NASA’s Fermi Mission, Namibia’s Hess Telescopes Explore A Blazar

16 maart 2009
Een nieuwe opname van de Amerikaanse ruimtetelescopen Spitzer en Hubble toont het bijzondere object NGC 6240. Het betreft twee botsende sterrenstelsels op een afstand van 400 miljoen lichtjaar. De botsing verkeert in een later stadium dan die van het duo Arp 261, dat onlangs met de Very Large Telescope is gefotografeerd. De beide stelsels van NGC 6240 vormen al één merkwaardig gevormd geheel. De belangrijkste aanwijzing dat om twee botsende stelsels gaat, is de aanwezigheid van twee kernen. Binnen enkele miljoenen jaren zullen deze beide kernen met enorme snelheid op elkaar botsen en samensmelten. Naar sterrenkundige maatstaven is dat al heel binnenkort - het is dan ook vrij bijzonder dat twee botsende stelsels in dit stadium worden waargenomen.
Meer informatie:
Hearts Of Galaxies Close In For Cosmic Train Wreck

16 maart 2009
Met de Europese Very Large Telescope is een opname gemaakt van het merkwaardige object Arp 261. Het betreft een tweetal kleine sterrenstelsels op een afstand van 70 miljoen lichtjaar, in de richting van het sterrenbeeld Lier. De twee zijn elkaar zo dicht genaderd, dat ze geheel vervormd zijn door hun onderlinge zwaartekrachtswerking. Door de grote onderlinge afstanden binnen de stelsels komt het bij zo'n ontmoeting niet tot botsingen tussen sterren. Wel botsen de aanwezige grote wolken van gas en stof met elkaar. En dat laatste leidt tot de vorming van nieuwe groepen van sterren. Op de foto zijn behalve de twee relatief nabije stelsels ook een tweetal planetoïden, een voorgrondster en een cluster van veel verder weg gelegen sterrenstelsels te zien.
Meer informatie:
A Curious Pair of Galaxies

12 maart 2009
Kleine dwergsterrenstelsels bevatten verhoudingsgewijs misschien wel meer donkere materie dan grote spiraalstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel. Dat blijkt uit een analyse van foto's van de Perseuscluster, gemaakt door de Advanced Camera for Surveys van de Hubble Space Telescope. De Perseuscluster bevindt zich op 250 miljoen lichtjaar afstand. In de cluster komen veel spiraalstelsels voor, die ingrijpend misvormd of zelfs uiteengerukt zijn door de getijdenwerking van andere stelsels in de cluster. Op de Hubble-foto's zijn echter 29 kleine elliptische dwergsterrenstelsels te zien (17 ervan waren nog niet eerder bekend) die er opmerkelijk symmetrisch en 'ongestoord' uitzien. Dat doet vermoeden dat ze gehuld zijn in grote, zware halo's van donkere materie, waardoor ze minder gevoelig zijn voor de verstorende effecten van naburige stelsels. Donkere materie is een mysterieuze materievorm die wel zwaartekracht uitoefent, maar op geen enkele wijze elektromagnetische straling produceert. De nieuwe Hubble-resultaten zijn gepubliceerd in Montly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Hubble Provides New Evidence for Dark Matter Around Small Galaxies
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 maart 2009
Door waarnemingen te combineren van de Hubble Space Telescope (in een baan om de aarde) en van de Europese Very Large Telescope (in Noord-Chili) zijn sterrenkundigen erin geslaagd om ruimtelijke bewegingen van gaswolken en sterren in kaart te brengen in sterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand van de aarde. De Hubble-telescoop bracht de verre stelsels gedetailleerd in beeld; met de FLAMES/GIRAFFE-spectrograaf van de Very Large Telescope werden vervolgens op verschillende plaatsen in de stelsels beweginssnelheden gemeten. Nooit eerder zijn dit soort metingen uitgevoerd voor sterrenstelsels op zo'n grote afstand: ca. 6 miljard lichtjaar. De stelsels worden waargenomen zoals ze eruit zagen toen het heelal ongeveer half zo oud was als nu; de waarnemingen bieden dus een blik in de ontstaansgeschiedenis van sterrenstelsels. In totaal zijn ongeveer honderd stelsels op deze manier bestudeerd; een gedetailleerde analyse van drie van de onderzochte stelsels heeft inmiddels al uitgewezen dat er in de meeste gevallen sprake is geweest van een botsing van twee kleinere stelsels. Die ontstaansgeschiedenis kan in principe worden afgeleid uit de waargenomen gasbewegingen.
Meer informatie:
Hubble and ESO’s VLT provide unique 3D views of remote galaxies
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

4 maart 2009
Amerikaanse sterrenkundigen hebben in het centrum van een ver sterrenstelsel twee superzware zwarte gaten ontdekt die om elkaar heen draaien (Nature). De twee zware jongens zijn slechts een derde lichtjaar van elkaar verwijderd - ter vergelijking: de afstand tussen de zon en de dichtstbijzijnde ster is niet veel meer dan tien keer zo groot. De afgelopen decennia is vastgesteld dat veel, zo niet alle, sterrenstelsels van enige afmetingen een extreem zwaar zwart gat in hun kern hebben. Ook is gebleken dat er met name vroeg in de geschiedenis van het heelal veel botsingen tussen sterrenstelsels hebben plaatsgevonden. Dat er ook sterrenstelsels met twee zwarte gaten in hun centrum bestaan, komt dus niet echt als een verrassing. Uit berekeningen blijkt dat zulke zwarte gaten in de loop van de miljoenen jaren steeds dichter naar elkaar toe bewegen en uiteindelijk tot één zwart gat samensmelten. De beide zwarte gaten die nu ontdekt zijn, zijn uiteraard niet rechtstreeks waargenomen: hun bestaan wordt verraden door de hete materie die naar hen toe stroomt. Uit de snelheid waarmee ze om elkaar heen draaien, blijkt dat het ene zwarte gat 20 miljoen keer zo zwaar is als onze zon, het andere zelfs nog eens vijftig keer zo zwaar.
Meer informatie:
Elusive Binary Black Hole System Identified

3 maart 2009
Op een nieuwe Hubble-opname zijn drie sterrenstelsels te zien die zo dicht bij elkaar staan, dat één ervan aan de onderlinge zwaartekrachtsinteracties ten onder lijkt te gaan. Het drietal bevindt zich op een afstand van 100 miljoen lichtjaar en maakt deel uit van de Hickson Compact Group 90, een kleine cluster van sterrenstelsels in het sterrenbeeld Zuidervis. Twee van de stelsels, NGC 7173 en NGC 7176, zien er uit als normale elliptische sterrenstelsels. Maar het derde, NGC 7174, is een spiraalstelsel dat door zijn grote buren aan flarden wordt getrokken. Bij al dat getouwtrek raken alle drie de stelsels sterren kwijt, die zich nu over de ruimte rondom de cluster hebben verspreid. Naar verwachting zullen de sterren van NGC 7174 uiteindelijk opgaan in een reusachtig sterrenstelsel dat tientallen of honderden keren zo zwaar is als ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Stars forced to relocate near the Southern Fish

2 maart 2009
Het Space Telescope Science Institute heeft de winnaar bekend gemaakt van de verkiezing van een nieuw waarnemingsobject voor de Hubble-ruimtetelescoop. Bezoekers van een speciale website konden tot 1 maart kiezen uit tien waarnemingsobjecten die nooit eerder door de ruimtetelescoop zijn bekeken. En die keuze is met ruime meerderheid gevallen op het object Arp 274, twee sterrenstelsels die met elkaar in botsing zijn. Tussen 2 en 5 april, tijdens de '100 uur van de sterrenkunde', zal de ruimtetelescoop het fotogenieke tweetal onder de loep nemen.
Meer informatie:
Hubble Has A Winner!

2 maart 2009
Britse sterrenkundigen hebben met behulp van een telescoop aan boord van de Amerikaanse Swift-satelliet informatie verzameld over het beginstadium van een gammaflits. Swift kan deze enorme explosies in het verre heelal veel sneller opsporen dan andere instrumenten. Dit maakte het mogelijk om slechts 251 seconden na het begin van de 'flits' het ultravioletspectrum ervan op te nemen. Hierdoor kan al binnen enkele minuten na de ontdekking van een gammaflits worden vastgesteld op welke afstand deze zich afspeelt (in dit geval in een sterrenstelsel op 8 miljard lichtjaar van de aarde) en hoeveel energie daarbij vrijkomt. Vermoed wordt dat gammaflitsen ontstaan bij het instorten van de kern van een snel roterende, zware ster tot een zwart gat.
Meer informatie:
Swift Satellite Records Early Phase Of Gamma-Ray Burst

26 februari 2009
Het licht van quasars - de heldere kernen van extreem ver verwijderde sterrenstelsels - wordt een heel klein beetje beïnvloed door microscopisch kleine stofdeeltjes in de 'lege' ruimte tussen de sterrenstelsels. Dat blijkt uit een statistische analyse van honderdduizend quasars die zijn waargenomen in het kader van de Sloan Digital Sky Survey. Wanneer een quasar zich (gezien vanaf de aarde) achter een dichterbij gelegen sterrenstelsel bevindt, reist het quasarlicht door dat stelsel heen, en treedt er op bepaalde golflengten een karakteristieke absorptie plaats. Maar uit de Sloan-gegevens blijkt dat quasarlicht ook een héél klein beetje roodkleurt wanneer het andere sterrenstelsels passeert op honderdduizenden lichtjaren afstand. Die verkleuring (vergelijkbaar met de roodverkleuring van de ondergaande zon, maar dan veel subtieler) wordt vermoedelijk veroorzaakt doordat zich in de intergalactische ruimte kleine stofdeeltjes bevinden. Die zouden bij supernova-explosies, of door de stralingsdruk van sterlicht, uit een sterrenstelsel geblazen kunnen worden. De resultaten, die binnenkort gepubliceerd worden in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society , zijn mogelijk van invloed op toekomstige waarnemingen van verre supernova's, op basis waarvan sterrenkundigen de uitdijingsgeschiedenis van het heelal proberen te achterhalen.
Meer informatie:
Colors of Quasars Reveal a Dusty Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 februari 2009
Een internationaal team van astronomen onder leiding van David Buote van de Universiteit van Californië in Irvine beweert nieuwe aanwijzingen gevonden te hebben voor de aanwezigheid van grote hoeveelheden extreem ijl, heet gas in de intergalactische ruimte. Het gaat hierbij niet om de mysterieuze donkere materie waarvan niemand de ware aard kent, maar om 'gewone' atomen. Het bestaan van dit Warm-Hot Intergalactic Medium (WHIM) wordt voorspeld door theorieën over de vorming van de groteschaalstructuur van het heelal: tussen afzonderlijke clusters van sterrenstelsels zouden zich enorme hoeveelheden ijl gas moeten bevinden. Ultravioletwaarnemingen hebben eerder al aanwijzingen opgeleverd voor een relatief koele WHIM-component. Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra en het Europese observatorium XMM-Newton hebben Buote en zijn collega's nu ook aanwijzingen gevonden voor heter WHIM-gas. Zesmaal geïoniseerde zuurstofatomen in het intergalactische medium absorberen op heel specifieke golflengten een deel van de röntgenstraling van verre achtergrondobjecten. Die absorptie is waargenomen in het röntgenlicht van de blazar H2356-309, en wordt veroorzaakt door heet WHIM-gas in de zogeheten Sculptor-muur - een uitgestrekte supercluster op ongeveer 400 miljoen lichtjaar afstand. De waarnemingen worden op 20 april gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Vakpublicatie over de ontdekking
Nieuwsbericht op sciencenow,org
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 februari 2009
De Amerikaanse gammasatelliet Fermi heeft een recordexplosie in het heelal waargenomen (Science Express, 19 februari). Het gaat om een zogeheten gammaflits, die zich aandiende op 16 september 2008. Over het ontstaan van deze reusachtige explosies, die vrijwel dagelijks worden waargenomen, bestaat nog de nodige onduidelijkheid. Vermoed wordt dat ze verwant zijn aan supernova-explosies: het ontploffen van zware sterren die al hun brandstof hebben verbruikt. Daardoor stort de kern van de ster ineen tot een zwart gat, en tegelijkertijd ontstaan er op de een of andere manier twee smalle bundels van materie die zich door de buitenlagen van de ster een weg naar buiten 'boren'. Het is deze bundeling die een gammaflits zijn extreme helderheid geeft - mits een van de bundels in de richting van de aarde wijst uiteraard. Uit nader onderzoek blijkt dat de gammaflits van 15 september 2008 plaatsvond in een sterrenstelsel op een afstand van ruim 12 miljard lichtjaar. Daaruit volgt dat de explosie enorm krachtig moet zijn geweest: er kwam bijna 9000 keer zo veel energie bij vrij als bij een 'gewone' supernova-explosie en vier keer zo veel als bij de vorige 'recordflits'. Het verschijnsel duurde bovendien bijzonder lang: 23 minuten - bijna 700 keer zo lang als de gemiddelde gammaflits van deze energie. Weliswaar is de duur van de flits opgerekt doordat de straling erg lang onderweg is geweest naar de aarde, en het heelal ondertussen veel groter is geworden. Maar zelfs als dat in rekening wordt gebracht, moet de gammaflits een minutenlang hebben geduurd. Een andere vreemde eigenschap is dat de gammaflits begon met relatief laagenergetische gammastraling en dat de hoogenergetische gammastraling pas vijf seconden later kwam. Na ruim drie minuten was opmerkelijk genoeg alleen deze laatste component over. Andere gammaflitsen beginnen juist hoogenergetisch en koelen dan langzaam af naar minder energierijk vormen van straling. Hoe een en ander in de bestaande theorieën over het ontstaan van gammaflitsen moet worden ingepast, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Most extreme gamma-ray blast ever, seen by Fermi gamma-ray space telescope
Most powerful cosmic explosion brightens student's 1st day on job
NASA's Fermi Telescope Sees Most Extreme Gamma-ray Blast Yet

18 februari 2009
Het ontstaan van sterrenstelsels wordt doorgaans in verband gebracht met concentraties van mysterieuze donkere materie. Maar uit onderzoek met de Amerikaanse Galex-satelliet blijkt dat dit geen wet van Meden en Perzen is. Ook in een omgeving waar geen donkere materie te vinden is, blijken sterrenstelsels te kunnen ontstaan - dwergstelsels dan (Nature, 19 februari). Dat blijkt uit waarnemingen van de zogeheten Leo-ring, een enorme wolk van waterstof en helium in de omgeving van twee grote sterrenstelsels in het sterrenbeeld Leeuw. Uit het gebrek aan 'metalen' (elementen zwaarder dan helium) in de wolk kan worden afgeleid dat het aanwezige gas sinds de oerknal niet of nauwelijks van samenstelling is veranderd. Het is waarschijnlijk een overblijfsel uit de oertijd van het heelal. In zichtbaar licht is in de Leo-ring geen ster te bekennen, maar op ultraviolette golflengten, waar Galex gevoelig voor is, blijkt dat hier grote groepen sterren bezig zijn te ontstaan. Volgens de onderzoekers heeft het er alle schijn van dat het dwergstelsels-in-wording betreft.
Meer informatie:
New Recipe For Dwarf Galaxies: Start With Leftover Gas;

17 februari 2009
Vandaag is het startschot gegeven voor 'Galaxy Zoo 2'. Dat is de opvolger van een succesvol sterrenkundig onderzoeksprogramma waar iedereen aan kan meedoen. Het doel is het zo volledig mogelijk in kaart brengen van de verschillende soorten sterrenstelsels in het heelal. Aan het eerste deel van deze 'intergalactische speurtocht' hebben 150.000 vrijwilligers meegedaan. Tezamen hebben zij in anderhalf jaar tijd 80 miljoen classificaties gedaan. Dat wil zeggen: foto's van sterrenstelsels bekeken en deze in een aantal categorieën ingedeeld. Maar dat gebeurde nogal grof. Gekeken werd slechts of een stelsel elliptisch of spiraalvormig was en of de eventuele spiraalarmen met de klok mee of tegen de klok in draaiden. Ook werden botsingen tussen sterrenstelsels gesignaleerd, wat in een catalogus van 3000 gevallen heeft geresulteerd. Bij Galaxy Zoo 2 worden 250.000 van de helderste stelsels uit het omvangrijke gegevensbestand van de Sloan Digital Sky Survey nader bekeken. Dat monnikenwerk kan nog steeds het beste door mensen worden gedaan, omdat computers niet zo goed zijn in dit soort patroonherkenning.
Meer informatie:
Galaxy Zoo 2

12 februari 2009
Sterren in de omgeving van de zon staan op onderlinge afstanden van enkele lichtjaren - tientallen biljoenen kilometers. Maar in kleine, compacte sterrenstelsels in de jeugd van het heelal waren ze misschien veel sterker samengepakt. Volgens een internationale groep astronomen onder leiding van Pavel Kroupa van de Universiteit van Bonn bevatten die ultracompacte dwergstelsels (UCD's)ongeveer één miljoen sterren per kubieke lichtjaar. Zou je op een planeet bij een van die sterren wonen, dan was het 's nachts even licht als overdag. UCD's werden in 1999 ontdekt. Ze hebben afmetingen van hooguit honderd lichtjaar, waarmee ze minstens duizend keer zo klein zijn als ons eigen Melkwegstelsels. Vermoedelijk gaat het om kleine verzamelingen van sterren die ontstaan zijn als 'brokstukken' van de botsingen van grotere sterrenstelsels. Uit metingen aan de rotatiesnelheid van die mini-stelseltjes blijkt dat ze veel zwaarder zijn dan je zou verwachten op basis van het aantal waarneembare sterren. Dat zou kunnen betekenen dat de UCD's veel donkere materie bevatten, maar daarvoor zijn ze volgens de wetenschappers te klein. In plaats daarvan denken Kroupa en zijn collega's dat de UCD's aanvankelijk extreem veel gewone sterren bevatten - ongeveer één miljoen per kubieke lichtjaar. Door die grote sterdichtheid zouden er veel botsingen en versmeltingen van sterren plaatsgevonden hebben, waarbij zware reuzensterren ontstonden die na korte tijd als supernova's explodeerden. Bij die sterexplosies blijven onzichtbare objecten achter zoals neutronensterren en zwarte gaten. Mogelijk nemen die het grootste deel van de massa van een ultracompact dwergstelsel voor hun rekening. Kroupa en zijn collega's publiceren hun theorie in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Stars cheek by jowl in the early Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 februari 2009
Astronomen van Durham University in Groot-Brittannië hebben met behulp van krachtige supercomputers de vorming van de allereerste sterrenstelsels in het heelal gesimuleerd. De resultaten worden gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. De sterrenkundigen onderzochten hoe donkere materie kort na de oerknal onder zijn eigen gewicht samenklonterde. Uit de simulaties blijkt dat er eerst een generatie extreem zware sterren ontstond, die al na korte tijd explodeerde. Vervolgens klonterde de materie samen tot de eerste grote sterrenstelsels. Uit de simulaties blijkt ook wanneer sterrenstelsels van verschillende afmetingen de grootste stervormingsactiviteit vertoonden. De resultaten van de berekeningen kunnen nu vergeleken worden met waarnemingen van het jonge heelal. Op die manier hopen de onderzoekers meer te weten te komen over de ware aard van donkere materie.
Meer informatie:
Cosmologists "see" the Cosmic Dawn
Institute for Computational Cosmology
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

10 februari 2009
Ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde en van de geboortedag van Galileo Galilei (15 februari) presenteert de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een nieuwe opname van het sterrenstelsel M101, dat vanwege zijn opvallende spiraalvorm ook wel het 'Windmolenstelsel' wordt genoemd. M101 staat op 22 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Grote Beer. Het sterrenstelsel is in detail gefotografeerd door de drie 'Great Observatories' van NASA: de Hubble Space Telescope (zichtbaar licht), de Spitzer Space Telescope (infrarode straling) en het Chandra X-ray Observatory (röntgenstraling). In de nieuwe opname zijn de verschillende beelden gecombineerd, zodat niet alleen de heldere spiraalarmen te zien zijn, maar ook de warmtestraling van stofwolken in het stelsel en de energierijke straling van onder andere supernovaresten en röntgendubbelsterren. Afdrukken van de foto op een formaat van een vierkante meter worden de komende maanden tentoongesteld in tientallen planetaria, musea en scholen in de Verenigde Staten.
Meer informatie:
NASA's Great Observatories Celebrate the International Year of Astronomy with a National Unveiling of Spectacular Images
Hogeresolutieversie van de foto (jpeg, 7200x7200, 36 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 februari 2009
Met de Advanced Camera for Surveys is een spectaculaire foto gemaakt van een spiraalstelsel dat deel uitmaakt van de zogeheten Coma-cluster. Behalve het sterrenstelsel, NGC 4921 geheten, is op de foto ook een groot aantal verre achtergrondstelsels te zien. De Coma-cluster is een verzameling van meer dan duizend sterrenstelsels op een afstand van 'slechts' 320 miljoen lichtjaar. Binnen de cluster hebben in de loop van de miljoenen jaren tal van botsingen tussen stelsels plaatsgevonden. Omdat botsende spiraalstelsels - platte sterrenstelsels zoals ons Melkwegstelsel - in elliptische ('ronde') stelsels veranderen, is het resterende aantal spiraalstelsels in de Coma-cluster relatief gering. NGC 4921 onderscheidt zich van andere spiraalstelsels, doordat hij weinig stervormingsgebieden vertoont. Hierdoor is zijn spiraalstructuur nogal bleekjes. De foto, die uit vijftig afzonderlijke opnamen is opgebouwd, is overigens maar een 'troostprijs'. Oorspronkelijk zouden de onderzoekers een bepaald type veranderlijke sterren (cepheïden) in NGC 4921 opsporen, om de afstand tot de Coma-cluster nauwkeurig te kunnen meten. Maar door het uitvallen van de Advanced Camera for Surveys, begin 2007, moest dat onderzoek voortijdig worden afgebroken. Mogelijk zal het na de komende reparatie van de ruimtetelescoop hervat kunnen worden.
Meer informatie:
Exceptionally deep view of strange galaxy

4 februari 2009
Wetenschappers van het Max-Planck-Institut für Astronomie hebben een zeer actief stervormingsgebied in het centrum van een jong, ver sterrenstelsel waargenomen. Per jaar blijkt daar het equivalent van duizend zonsmassa's aan nieuwe sterren te ontstaan (Nature, 5 februari). Het onderzochte stelsel is een zogeheten quasar, op een afstand van 12,8 miljard lichtjaar. We zien het stelsel dus zoals het 12,8 miljard jaar geleden was, oftewel minder dan een miljard jaar na de oerknal. Het stervormingsgebied in het stelsel was al langer bekend, maar is nu gedetailleerd (voor zover mogelijk) waargenomen met de IRAM-interferometer, een Duits/Frans/Spaanse radiotelescoop. Met dat instrument kon voor het eerst de grootte van het gebied worden gemeten: die bedraagt slechts ongeveer 5000 lichtjaar. En dat betrekkelijk kleine gebied produceert duizend keer zoveel nieuwe sterren als ons hele Melkwegstelsel bij elkaar. De waargenomen stervormingsactiviteit grenst aan wat nog fysisch mogelijk is. De intense straling die de vele nieuwe sterren produceren, drijft de gas- en stofwolken waaruit nieuwe sterren moeten ontstaan juist uiteen. Nog méér sterren laten zich binnen de beschikbare ruimte dus niet produceren. Volgens de onderzoekers zien we hier het beginstadium van de centrale bulge ('buil'), zoals volgroeide sterrenstelsels die vertonen.
Meer informatie:
Die Keimzelle einer Galaxie

2 februari 2009
Sterrenkundigen uit Texas en Duitsland hebben nieuwe aanwijzingen gevonden dat de grootste en zwaarste sterrenstelsels in het heelal en de superzware zwarte gaten in hun kern samen groot zijn geworden. Sterrenstelsels, verzamelingen van miljoenen tot miljarden sterren, hebben hun uiteindelijke omvang bereikt door met soortgenoten te fuseren. Sommige van de allergrootste stelsels, de elliptische reuzenstelsels, hebben op die manier wel een biljoen sterren weten te verzamelen. Volgens de huidige inzichten zouden bij de samensmelting van twee stelsels hun beider zwarte gaten in de kern van het fusiestelsel om elkaar heen gaan draaien. En daarbij zouden ze als een reusachtig soort eierklutser de materie in hun omgeving zodanig in beroering brengen, dat de sterren bijna letterlijk in het rond vliegen. Dat zou dan moeten betekenen dat grote sterrenstelsels relatief weinig sterren in hun kern hebben. En dat is precies wat de sterrenkundigen nu onderzocht hebben. Ze hebben heel nauwkeurig gekeken naar de kernen van enkele tientallen elliptische stelsels in de betrekkelijk nabije Virgo-cluster, en dan met name naar de aantallen sterren op verschillende afstanden van het centrum. Daarbij bleek niet alleen dat de kernen van de grootste stelsels inderdaad minder sterren bevatten dan je op grond van hun omvang zou verwachten. Ook bleek het aantal 'ontbrekende' sterren groter te zijn naarmate het centrale zwarte gat zwaarder is. Deze ontdekking vormt een belangrijke aanwijzing dat de 'eierklutstheorie' juist is en dat sterrenstelsels en hun centrale gaten samen in omvang toenemen.
Meer informatie:
Astronomers Discover Link Between Supermassive Black Holes And Galaxy Formation;

28 januari 2009
Met de APEX-telescoop in Chili is voor het eerst de submillimeterstraling van het actieve sterrenstelsel Centaurus A in beeld gebracht. APEX (Atacama Pathfinder EXperiment) is een 12 meter grote schotelantenne voor het waarnemen van kosmische submillimeterstraling. Hij bevindt zich op het 5000 meter hoge Chajnantor-plateau in Noord-Chili, waar ook de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) wordt gebouwd. De opname van Centaurus A (een groot, actief sterrenstelsel op 13 miljoen lichtjaar afstand met een superzwaar zwart gat in het centrum) toont de submillimeterstraling van de centrale stofschijf rond het zwarte gat, maar ook van de binnendelen van de twee straalstromen ('jets') die door de actieve kern van het stelsel de ruimte in worden geblazen. Die straling wordt geproduceerd door elektronen die spiraalvormige banen beschrijven in een magnetisch veld. Uit de meting van deze zogeheten synchrotronstraling kan afgeleid worden dat de materie in de jets met ongeveer de halve lichtsnelheid (dus ca. 150.000 kilometer per seconde) naar buiten beweegt. Op de foto is de submillimeterstraling van Centaurus A die door APEX is waargenomen met oranje tinten weergegeven. De APEX-opname is gecombineerd met een foto die gemaakt is in zichtbaar licht, en met een röntgenopname van het sterrenstelsel (in blauw).
Meer informatie:
Black hole outflows from Centaurus A detected with APEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 januari 2009
Onderzoekers van drie Amerikaanse universiteiten hebben ontdekt dat de stervorming in sterrenstelsels stilvalt vóórdat het superzware zwarte gat in het centrum van het stelsel zijn grootste activiteit vertoont. Dat betekent dat die zwarte gaten niet verantwoordelijk zijn voor het einde van de hevige stervorming die in jonge sterrenstelsels optreedt. Tot voor kort dachten sterrenkundigen dat actieve galactische kernen - de kernen van jonge sterrenstelsels waarin zich een superzwaar zwart gat bevindt - zó veel energie in hun omgeving pompten, dat het samentrekken van gaswolken tot sterren tot in de wijde omgeving onmogelijk werd gemaakt. Maar uit onderzoek van 177 sterrenstelsels blijkt dat dit niet het geval is: in alle stelsels met een actieve kern is de hevigste stervorming al honderden miljoenen jaren geleden gestopt.
Meer informatie:
Verdict: Supermassive Black Holes Not Guilty of Shutting Down Star Formation

21 januari 2009
Lange draden van donkere materie hebben gas diep de harten van de eerste sterrenstelsels in geleid. Dat blijkt uit computersimulaties, uitgevoerd door onderzoekers van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem (Nature, 22 januari). Het gevonden resultaat kan verklaren waarom sommige verre, zware sterrenstelsels enorme aantallen sterren vormen, terwijl daar geen botsing met een soortgenoot aan vooraf is gegaan. Tot voor enkele jaren gingen sterrenkundigen ervan uit dat zulke kosmische botsingen de belangrijkste factor waren bij de hevige stervorming die in verre sterrenstelsels werd waargenomen. Alle verre 'starburst'-stelsels vertoonden duidelijke sporen van zo'n botsing. Maar toen werden er ook sterrenstelsels gevonden die wél complete sterfabrieken waren, maar er verder onverstoord uit zagen. Stelsels als ons eigen Melkwegstelsel, maar dan met een vijftig keer zo grote sterproductie. Het Israëlische onderzoek laat zien dat de draderige structuur van de donkere materie die het jonge heelal vulde de oorzaak kan zijn. De filamenten zouden ervoor hebben gezorgd dat er toch gas de stelsels in kon stromen, terwijl het daar reeds aanwezige hete gas die aanvoer eigenlijk zou moeten belemmeren.
Meer informatie:
Dark matter filaments stoked star birth in early galaxies

19 januari 2009
Spaanse sterrenkundigen hebben, met behulp van de Very Large Telescope, 37 nieuwe, jonge, stofrijke stervormingsgebieden ontdekt in het nabije sterrenstelsel NGC 253. De 'sterfabrieken' zitten samengepakt in een gebied dat slechts één procent van de totale afmetingen van NGC 253 beslaat. Aanvullende waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop en de VLA-radiotelescoop wijzen erop dat er in elk van de stervormingsgebieden vele tienduizenden zware sterren zijn ontstaan. Daarmee doet NGC 253 zijn naam als 'starburst'-stelsel eer aan. Ook is vastgesteld dat zich in het centrum van dit stelsel een superzwaar zwart gat bevindt, dat ongeveer net zo zwaar is als het centrale zwarte gat van ons eigen Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Frantic activity revealed in dusty stellar factories

15 januari 2009
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer is stof ontdekt rond een oude ster in het relatief nabije Sculptor-dwergstelsel (Science, 16 januari). Het bijzondere van deze ontdekking is dat het sterrenstelsel in kwestie veel minder elementen zwaarder dan helium bevat dan ons eigen Melkwegstelsel. Daarmee is het enigszins vergelijkbaar met de sterrenstelsels die vroeg in de geschiedenis van het heelal zijn ontstaan. Mogelijk kan deze ontdekking helpen verklaren waar al het stof in het heelal vandaan komt - een vraagstuk dat sterrenkundigen al geruime tijd bezighoudt. Tot nog toe werden vooral supernova-explosies als belangrijke vroege stofproducenten gezien, maar het lijkt er op dat dit beeld moet worden bijgesteld
Meer informatie:
Cornell-led team detects dust around a primitive star

7 januari 2009
Onderzoek met het balloninstrument ARCADE ('Absolute Radiometer for Cosmology, Astrophysics, and Diffuse Emission') heeft een verrassende ontdekking opgeleverd. Het instrument had de taak om straling van de eerste generatie sterren in het heelal te detecteren. In plaats daarvan ontdekte het een kosmische achtergrondruis van onduidelijke oorsprong. Dat het in het heelal een kakofonie van radiostraling is, weten we al sinds 1931, toen de Amerikaanse natuurkundige Karl Jansky de radioruis van ons eigen Melkwegstelsel ontdekte. Ook andere sterrenstelsels produceren zo'n radioruis, maar de hoeveelheid radiostraling die ARCADE nu heeft gedetecteerd is zes maal groter dan je op grond van het waargenomen aantal stelsels zou verwachten. Hoe het ook zij: het gezochte signaal van de eerste generatie sterren komt niet boven die onbekende radioruis uit. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: mogelijk kan de hinderlijke radiostraling ons uiteindelijk meer vertellen over ontwikkeling van de sterrenstelsels die deze straling op de een of andere manier produceren.
Meer informatie:
NASA Balloon Mission Tunes In To A Cosmic Radio Mystery

7 januari 2009
Sterrenkundigen worstelen al geruime tijd met de vraag wat er eerder was: de sterrenstelsels of de superzware zwarte gaten in hun centrum. Het begint er steeds sterker op te lijken dat de zwarte gaten er het eerst waren. Een internationaal team van sterrenkundigen heeft onderzocht wat zich tijdens de eerste miljard jaar van kosmische geschiedenis heeft afgespeeld. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat er bij sterrenstelsels in onze omgeving een direct verband bestaat tussen de massa van het centrale zwarte gat en de hoeveelheid materie in het binnenste gedeelte van een sterrenstelsel. De massaverhouding is ongeveer één op duizend. Door met radiotelescopen in Frankrijk en de VS dieper het heelal in (oftewel: verder terug in de tijd) te 'kijken', is nu vastgesteld dat die verhouding niet altijd zo is geweest. In de eerste miljarden jaren na de oerknal waren de zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels relatief veel zwaarder dan nu. En dat wijst er op dat deze zwarte gaten eerder 'gegroeid' zijn dan de hun omringende sterrenstelsel.
Meer informatie:
Black holes lead galaxy growth, new research shows

6 januari 2009
De heldere nagloed van een krachtige gammaflits heeft sterrenkundigen in staat gesteld om het stervormingsproces in een ver (en dus jong) sterrenstelsel te bestuderen. Daarbij is het voor het eerst gelukt om moleculair gas (koolmonoxide en waterstof) in het moederstelsel van een gammaflits waar te nemen. Sterren ontstaan uit reusachtige wolken van moleculair gas en stof, en sterrenkundigen verwachtten dan ook dat zij in een stelsel waar een gammaflits - in feite superkrachtige supernova-explosie - plaatsvond aanwijzingen voor zulk gas zouden vinden. Maar tot nog toe was dat niet gelukt. De nieuwe waarnemingen wijzen er op dat de omstandigheden waaronder sterren ontstaan in het verre sterrenstelsel vergelijkbaar zijn met die in ons eigen Melkwegstelsel. Maar helemaal begrijpelijk zijn de meetresultaten nog niet: de onderzoekers herkennen bijna de helft van de absorptielijnen die in het spectrum van de gammaflits te zien zijn niet. Ook is er meer waterstof in het spectrum te zien dan je in een normaal sterrenstelsel zou verwachten. Dat kan er op wijzen dat het stelsel een rijke geboortegrond voor nieuwe sterren is.
Meer informatie:
Astronomers use gamma-ray burst to probe star formation in the early universe
Gamma-Ray Burst Offers First Peek At A Young Galaxy's Star Factory

6 januari 2009
Uit een röntgensurvey die momenteel door de NASA-satelliet Swift wordt ondernomen, blijkt dat er duidelijke verschillen bestaan tussen relatief nabije actieve sterrenstelsels en soortgelijke stelsels die zich op afstanden van miljarden lichtjaren bevinden. Net als 'gewone' sterrenstelsels hebben actieve stelsels een superzwaar zwart gat in hun kern. Maar anders dan bij gewone stelsels is die kern een bron van intense straling. Vermoed wordt dat de benodigde energie wordt ontleend aan de grote hoeveelheden materie die dat zwarte gat aan het verorberen is. Bij een survey die bijna tien jaar geleden werd verricht, bleek dat de meeste actieve sterrenstelsels op een afstand van ongeveer 7 miljard lichtjaar veelal vrij rood van kleur zijn. Dat wijst er op dat in deze stelsels weinig stervorming plaatsvindt. Stelsels waarin dat wél het geval is, zijn juist blauw van kleur. De actieve stelsels die bij de Swift-survey zijn geïnventariseerd zitten ergens tussen blauw en rood in. De meeste zijn spiraalstelsels en onregelmatige stelsels van normale massa.
Meer informatie:
NASA's Swift Shows Active Galaxies Are Different Near And Far

6 januari 2009
Op 21 februari 2006 nam de Hubble-ruimtetelescoop een heldere lichtflits ergens uit het heelal waar. Het mysterieuze lichtschijnsel nam honderd dagen in helderheid toe en was nog eens honderd dagen later weer verdwenen. Zo'n gedrag is nooit eerder waargenomen. Supernova-explosies bereiken hun grootste helderheid al na 70 dagen en gravitatielensverschijnselen duren veel korter. Ook het onderzoek van het spectrum van de merkwaardige lichtflits heeft nog niet veel opgeleverd: de lijnen die daarin te zien zijn, kunnen niet met zekerheid aan bekende chemische elementen worden gekoppeld. Het zouden sterk roodverschoven lijnen van moleculaire koolstof kunnen zijn, wat zou betekenen dat het om een stellair object op een afstand van ongeveer een miljard lichtjaar zou gaan. Maar in die richting is geen sterrenstelsel te zien. Voor het verschijnsel zijn allerlei verklaringen bedacht, van het exploderen van een koolstofrijke ster tot de botsing van een witte dwerg met een zwart gat. Geen van deze suggesties lijkt echter goed bij de waargenomen lichtflits te passen.
Meer informatie:
Star Light, Star Bright, Its Explanation is Out of Sight

vervolg archief Extragalactisch onderzoek