In deze rubriek komen onder meer aan bod: de zon, de zonnewind, het 'ruimteweer' en de heliosfeer.

3 februari 2017
De rotatie van het buitenste deel van de zon wordt mogelijk afgeremd door het licht dat uit de zon ontsnapt. Tot die conclusie komen wetenschappers van drie Amerikaanse en Braziliaanse instituten na een analyse van gegevens die zijn verzameld door de Solar Dynamics Observatory, een satelliet voor zonneonderzoek die sinds 2010 om de aarde cirkelt (Physical Review Letters, 3 februari). Waar het binnenste deel van de zon als een vast lichaam roteert, doen haar buitenlagen dat niet. De poolgebieden draaien langzamer dan de evenaar, en diepere lagen draaien sneller dan de hoger gelegen lagen. Zelfs bij de fotosfeer – de dunne laag die wij als het oppervlak van de zon zien – lijkt het bovenste deel langzamer te roteren dan het onderste deel. Bekend is dat stofdeeltjes in de interplanetaire ruimte wordt afgeremd door botsingen met fotonen met de zon. Dat resulteert in een verlies van impulsmoment, waardoor de deeltjes geleidelijk naar de zon toe spiralen. Geïnspireerd door dit idee vroegen de wetenschappers zich of zoiets ook zou kunnen gebeuren met de gasdeeltjes in de buitenste schil van de zon. Hun berekeningen laten zien dat dit inderdaad mogelijk is. Door de vele interacties tussen gasdeeltjes en de fotonen die bezig zijn om de zon te verlaten, zou de rotatie van de buitenste honderd kilometer van de zon in de loop van haar 4,5 miljard jaar lange geschiedenis met ongeveer drie procent zijn afgeremd. Bovendien zou deze toplaag een afremmende werking hebben op diepere lagen. (EE)
Focus: Photons Brake the Sun

31 januari 2017
Het Los Alamos National Laboratory in New Mexico heeft meetgegevens van Amerikaanse GPS-satellieten vrijgegeven die veel inzicht kunnen bieden in het zogeheten 'ruimteweer' - de invloed van elektrisch geladen deeltjes van de zon op verschijnselen in de omgeving van de aarde. Het gaat om reeksen meetgegevens over een periode van 16 jaar. De meeste GPS-navigatiesatellieten (Global Positioning System) zijn uitgerust met detectoren die de intensiteit en de energie registeren van elektrisch geladen deeltjes in de buitenste Van Allen-gordel, een van de stralingsgordels rond de aarde. In deze gordel raken deeltjes van de zon gevangen, nadat ze de aardse magnetosfeer zijn binnengedrongen. Het gaat voornamelijk om negatief geladen elektronen en (in mindere mste) om positief geladen protonen (waterstofkernen). Energierijke zonnedeeltjes verstoren radioverbindingen en kunnen satellietelektronica ontregelen. Ook aardse elektriciteitscentrales hebben last van krachtige zonnestormen - uitbarstingen van geladen deeltjes op de zon die na enkele dagen de aarde bereiken. Dankzij de publicatie van de GPS-metingen beschikken onderzoekers nu over waardevolle informatie over lange- en kortetermijnveranderingen in het ruimteweer. Dat kan van groot belang zijn om nadelige gevolgen van zonnestormen in de toekomst beter te voorkomen. De GPS-data zijn gepubliceerd in Space Weather, een publicatie van de American Geophysical Union. (GS)
GPS Data Release to Boost Space-Weather Science

17 januari 2017
Met het internationale ALMA-observatorium (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) zijn in de periode 2014-2016 voor het eerst waarnemingen van de zon verricht op millimetergolflengten. Niet eerder is de zon in dit golflengtegebied bestudeerd. Met ALMA - een netwerk van 66 radioschotels op 5000 meter hoogte in Noord-Chili - is de millimeterstraling in kaart gebracht van de zogeheten chromosfeer, een ijle gaslaag die zich net boven het heldere 'oppervlak' van de zon bevindt. De waarnemingen zijn verricht op twee golflengten: 1,25 en 3 millimeter. In de waarnemingen zijn duidelijk helderheidsverschillen (en dus temperatuurverschillen) te zien tussen verschillende delen van de chromosfeer. Zo is onder andere een grote zonnevlek in beeld gebracht - een relatief koel gebied op de zon, dat ontstaat onder invloed van magnetische velden. De nieuwe waarnemingen zijn deze week voor verdere analyse beschikbaar gesteld aan de wereldwijde astronomische gemeenschap. (GS)
ALMA doet eerste zonnewaarnemingen

12 januari 2017
Dit jaar heeft onze zon nog vrijwel geen zonnevlekken vertoond. Alleen op 3 januari was een (relatief) koel plekje te zien dat donker afstak tegen het zonsoppervlak. Het is bijna zeven jaar geleden dat de zon voor het laatst zo vlekkeloos was. Dat was in mei 2010, tegen het einde van het vorige, zeer diepe zonnevlekkenminimum. De huidige schaarste aan zonnevlekken is dus een aanwijzing dat het volgende minimum in zicht is. De aantallen zonnevlekken gaan op en neer met een periode van ongeveer elf jaar. Deze cyclus houdt verband met de magnetische activiteit van de zon. In tijden van geringe zonnevlekkenactiviteit neemt de extreem-ultraviolette straling van de zon sterk af in intensiteit. Dat heeft onder meer gevolgen voor de hoge atmosfeer van de aarde, die afkoelt en samentrekt. Ook de heliosfeer – de invloedssfeer van de zon – wordt in zo’n periode kleiner. Als gevolg hiervan kan kosmische straling dieper het zonnestelsel binnendringen. (EE)
Sunspots Vanish, Space Weather Continues

11 januari 2017
Een internationaal team van wetenschappers heeft onderzocht hoe onze zon eruit zou zien voor de Kepler-satelliet. Daarbij is de satelliet niet rechtstreeks op de zon gericht – die straalt veel te fel – maar op de planeet Neptunus. De Kepler-satelliet heeft als hoofdtaak om planeten bij andere sterren op te sporen. Daartoe doet hij heel nauwkeurige metingen van de helderheden van sterren. Deze metingen kunnen niet alleen worden gebruikt om zogeheten planeetovergangen te detecteren, maar ook om kleine helderheidsfluctuaties van de sterren zelf te registreren. Deze helderheidsfluctuaties zijn het gevolg van oscillaties of trillingen in het inwendige van de ster, die enigszins vergelijkbaar zijn met aardbevingen. Het onderzoek ervan levert informatie op over het inwendige van de ster en kan worden gebruikt om diens massa en grootte te bepalen. Kepler heeft inmiddels al vele duizenden sterren onder de loep genomen, maar de zon zat daar nog niet bij. En dat bemoeilijkt de directe vergelijking van de zon met andere sterren. De kleine oscillaties van de zon zijn dan wel met andere instrumenten waarneembaar, maar dat kan toch kleine afwijkingen opleveren. De onderzoekers hebben dat probleem omzeilt door Kepler alles bij elkaar zeven weken op Neptunus te richten. Het zwakke licht van deze verre planeet is niets anders dan weerkaatst zonlicht en vertoont dus ook hetzelfde helderheidsgedrag. Op basis van de gemeten oscillaties stelden de onderzoekers vast dat de massa van de zon ruwweg 1,14 zonsmassa’s bedraagt en zijn straal ongeveer 1,04 zonnestralen. Beide waarden komen dus wat te hoog uit, maar het nut van deze meetmethode is bewezen. (EE)
Neptune as a Mirror for the Sun

12 december 2016
Sterrenkundigen denken een verklaring gevonden te hebben voor de relatief trage rotatie van de buitenlagen van de zon. De zon draait in ca. 28 dagen eenmaal om zijn as, maar niet als een vast lichaam - de rotatietijd hangt af van de breedtegraad en van de diepte. Opmerkelijk genoeg roteren de buitenlagen van de zon (de buitenste vijf procent) merkbaar trager dan gebieden op grotere diepte, zo blijkt uit helioseismologisch onderzoek. In een artikel dat binnenkort verschijnt in Physical Review Letters rekenen Amerikaanse en Braziliaanse astronomen nu voor dat dit goed verklaar kan worden door een ingewikkeld relativistisch effect, waardoor met name de buitenste delen van elke ster afgeremd worden. Het effect is enigszins vergelijkbaar met het Poynting-Robertson-effect, dat een remmende werking beschrijft op stofdeeltjes in een baan om de zon. (GS)
Giving the Sun a Brake

19 september 2016
De missie van de kleine Amerikaanse IRIS-kunstmaan (Interface Region Imaging Spectrograph), die in 2013 werd gelanceerd voor onderzoek aan de zon, wordt verlengd tot september 2018 en misschien uiteindelijk wel tot september 2019. IRIS maakt gedetailleerde closeups van het onderste deel van de ijle dampkring van de zon. Tot nu toe zijn ruim 24 miljoen foto's gemaakt. Ook voert de satelliet nauwkeurige spectroscopische waarnemingen uit. Een van de hoofddoelen is het achterhalen van de oorsprong van de zogeheten snelle zonnewind. (GS)
NASA’s $19 Million Contract Extends Lockheed Martin-Built IRIS Space Observatory for Deeper Look at the Sun

1 september 2016
Gegevens van de NASA-ruimtesonde STEREO-A, die om de zon cirkelt, hebben meer inzicht gegeven in het gedrag van de zonnewind (The Astrophysical Journal, 1 september). De zonnewind is de gestage stroom (elektrisch geladen) deeltjes – ook wel plasma genoemd – die de zon de ruimte in blaast. Bij aankomst bij de aarde is de zonnewind vlagerig en turbulent. Maar dichtbij de bron, de zon dus, gedraagt de deeltjesstroom zich heel ordelijk: de deeltjes bewegen netjes straalsgewijs van de zon af. De overgang van ordelijk naar wanordelijk gedrag vindt plaats aan de rand van de ijle buitenste atmosfeer van de zon, de corona. De STEREO-gegevens bevestigen het al bestaande vermoeden dat magnetische krachten bepalend zijn voor de vrij abrupte overgang. Naarmate je verder van de zon komt, verliezen de magnetische velden van de zon hun greep op de deeltjes. Dit leidt ertoe dat de zonnewind zich meer als een (ongeladen) gas gaat gedragen dan als een (magnetisch beïnvloedbaar) plasma. Het effect is vergelijkbaar met de manier waarop water uit een waterpistool komt. Dichtbij de bron is het water een gelijkmatige, ononderbroken bundel. Maar uiteindelijk breekt deze in steeds kleinere druppeltjes uiteen. (EE)
Images From Sun’s Edge Reveal Origins of Solar Wind

29 augustus 2016
Onderzoekers van het Amerikaanse Southwest Research Institute lanceren dezer dagen een zonnetelescoop aan een stratosfeerballon. Vanaf een hoogte van ca. 30 kilometer, ver boven de storende invloed van de aardse dampkring, zal de telescoop metingen aan de zon verrichten op zichtbare, ultraviolette en infrarode golflengten. Belangrijkste doel van de demonstratievlucht is het onderzoek aan geluidsgolven op de zon - extreem laagfrequente trillingen die veroorzaakt worden door uitbarstingen aan het zonsoppervlak. Het SwRI Solar Instrument Pointing Platform weegt niet meer dan ca. 72,5 kilogram en is ontwikkeld en gebouwd voor minder dan één miljoen dollar. Het kan in de toekomst vaker gebruikt worden, bij verschillende ballonvluchten. (GS)
SwRI to demonstrate low-cost miniature solar observatory

22 augustus 2016
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft na bijna twee jaar het radiocontact hersteld met de ruimtesonde STEREO-B. STEREO-B werd (samen met de tweelingsonde STEREO-A) gelanceerd in 2006. Vanuit een baan om de zon doen de twee ruimtesondes 'driedimensionaal' onderzoek aan de zonnewind en de invloed ervan op de interplanetaire ruimte. In oktober 2014 ging het radiocontact met STEREO-B door een technische storing verloren. Na vele pogingen zijn vluchtleiders er nu eindelijk in geslaagd weer een signaal van de ruimtesonde op te pikken. Er blijkt een probleem te zijn met de standregeling. Of en zo ja wanneer STEREO-B zijn waarnemingsprogramma zal kunnen hervatten is nog onduidelijk. (GS)

14 juli 2016
De eerste ruimtemissie die de zon moet ‘aanraken’ heeft definitief groen licht gekregen van NASA. Na een laatste review heeft het Amerikaanse ruimteagentschap besloten dat de ruimtesonde Solar Probe Plus gebouwd en gelanceerd mag worden. Het vertrek staat gepland voor de zomer van 2018. Solar Probe Plus zal, met assistentie van de planeet Venus, in een baan worden gebracht waarbij het zonneoppervlak tot op iets meer dan 6 miljoen kilometer wordt genaderd – zeven keer dichterbij dan eerdere ruimtesondes. Hoofddoel van de missie is het onderzoeken van de energiestromen in de buitenste atmosfeer van de zon (de corona). Ook de fysische mechanismen achter de zonnewind – de stroom energierijke geladen deeltjes die de zon voortdurend uitstoot – zullen onderzocht worden. Voor dat doel zal de Solar Probe Plus daadwerkelijk de corona betreden. Om de ruimtesonde te beschermen tegen de intense zonnehitte, wordt hij uitgerust met een 11 centimeter dik schild van koolstofcomposiet. Dat schild moet bestand zijn tegen temperaturen die oplopen tot bijna 1400 graden Celsius, en de meetinstrumenten van de sonde op kamertemperatuur houden. (EE)
Solar Probe Plus Mission Moves into Advanced Development

13 juli 2016
Zonnevlekken – (relatief) donkere, koele plekken op de zon – ontstaan door het opstijgen van bundels van magnetische veldlijnen vanuit het diepe inwendige van de zon. Onderzoek door een team van Duitse en Amerikaanse wetenschappers heeft nu laten zien dat het opstijgen van deze ‘magnetische fluxconcentraties’ veel langzamer verloopt dan voorspeld (Science Advances, 13 juli). Een duidelijk teken dat een magnetische fluxconcentratie het zonneoppervlak heeft bereikt is het ontstaan van gebieden van tegengestelde magnetische polariteit. Deze polariteiten zijn goed te zien op de magnetische kaarten die worden verschaft door de Helioseismic and Magnetic Imager (HMI), een instrument van de Amerikaanse zonnesatelliet Solar Dynamics Observatory. De wetenschappers hebben deze kaarten gebruikt om zonnevlekken-in-wording op te sporen en het moment van hun verschijning vast te stellen. Behalve magnetische kaarten maakt de HMI ook foto’s van het zonneoppervlak. Deze gegevens zijn gebruikt om de horizontale stromingen rond de opgespoorde magnetisch actieve gebieden te meten. Dat gebeurde door de bewegingen van kleinschalige helderheidspatronen te volgen en de voortplantingssnelheid van drukgolven te bepalen. Ondertussen voerde een van de teamleden omvangrijke computersimulaties uit van opstijgende magnetische fluxconcentraties en hun interacties met turbulenties in het plasma (heet geïoniseerd gas) onder het zonneoppervlak. Deze simulaties lieten zien dat de sterkte van de horizontale stromingen afhankelijk is van de opwaartse snelheid van de fluxconcentraties. Door de uitkomsten van de computersimulaties te vergelijken met de waarnemingen, konden de wetenschappers aantonen dat de fluxbuizen met een snelheid van hooguit 150 meter per seconde opstijgen. Dat is ruim driemaal zo langzaam als de bestaande modellen voor het ontstaan van magnetisch actieve gebieden op de zon aangeven. Deze modellen zullen dus moeten worden bijgesteld. (EE)
Slow appearance of sunspots challenges theory

29 juni 2016
Wetenschappers van Aberystwyth University (Wales) hebben een geautomatiseerde methode ontwikkeld voor het driedimensionaal volgen van coronale massa-ejecties (CME’s) – grote uitbarstingen op de zon. Het Automated CME Triangulation-systeem (ACT) gebruikt gegevens van drie zonneobservatoria in de ruimte, die de zon vanuit verschillende hoeken waarnemen. Bij een CME worden miljarden tonnen plasma van de zon met snelheden tot wel 2500 kilometer per seconde de interplanetaire ruimte in geblazen. Het ACT-systeem kan vaststellen of dat materiaal recht op de aarde af komt of niet. Als dat inderdaad het geval is, kan zo’n uitbarsting – in extreme gevallen – grote schade aanrichten aan satellieten en stroomnetten op aarde. Het systeem combineert de gegevens van het Europese zonneobservatorium SOHO en de beide STEREO-sondes van NASA. Daarmee kan, door middel van eenvoudige driehoeksmeting, worden gemeten waar een pas ontstane CME zich bevindt en in welke richting hij zich voortplant. Ook kan een betrouwbare schatting worden gemaakt van de omvang van de uitbarsting. De nieuwe resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Nottingham. (EE)
ACT now to track solar eruptions in 3D!

12 mei 2016
De Amerikaanse Magnetospheric Multiscale missie (MSS), bestaande uit vier in formatie vliegende kunstmanen, heeft voor het eerst ter plekke detailmetingen verricht aan het proces van magnetische reconnectie. Daarbij verbinden de magnetische veldlijnen van de zon - meegevoerd door de zonnewind, de stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon - zich aan de magnetische veldlijnen van de aarde. Dankzij zulke magnetische reconnecties kunnen zonnewinddeeltjes in de omgeving van de magnetische polen de aardse dampkring binnendringen, waar ze poollicht veroorzaken, maar ook aanleiding kunnen geven tot verstoringen in het radioverkeer, kortsluiting in satellietelektronica en het uitvallen van elektriciteitscentrales. De vier MMS-satellieten begonnen in de zomer van 2015 met hun metingen in de zogeheten magnetopauze - het grensgebied tussen de magnetische invloedssfeer van de aarde en die van de zon. Nadat al ongeveer tweeduizend magnetische reconnecties vanaf enige afstand waren bestudeerd, vloog MSS op 16 oktober 2015 exact door een gebied waarin het verschijnsel optrad. Uit de plasmametingen die ter plekke werden verricht blijkt dat er tijdens zo'n reconnectie een ontkoppeling plaatsvindt van het zonnewindplasma (het mengsel van positief en negatief geladen elektrische deeltjes) en het magnetisch veld. Daardoor kunnen de veldlijnen van de zon zich ongehinderd verbinden met die van de aarde. Magnetische energie wordt omgezet in bewegingsenergie van (vooral) elektronen; deze elektrondissipatie leidt uiteindelijk tot alle eerder genoemde effecten in de bovenste lagen van de aardse dampkring. Het is voor het eerst dat het reconnectieproces - dat ook een rol speelt op de zon zelf - in detail is bestudeerd. De waargenomen verschijnselen lijken in grote lijnen overeen te komen met theoretische verwachtingen en computersimulaties. De MMS-metingen worden deze week gepubliceerd in het Amerikaanse weekblad Science. (GS)
NASA’s Magnetospheric Multiscale (MMS) mission puts magnetic reconnection under the microscope

5 april 2016
De zonnewind - de stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen - is in de buitendelen van het zonnestelsel veel kalmer dan dichter bij de zon. Dat blijkt uit metingen die tussen 2012 en 2015 zijn verricht door het SWAP-instrument (Solar Wind Around Pluto) aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner New Horizons, die in juli 2015 op kleine afstand langs de dwergplaneet Pluto vloog. De zonnewind bestaat uit verschillende componenten, met verschillende snelheden. In de binnendelen van het zonnestelsel vindt een ingewikkelde wisselwerking plaats tussen de snelle en de trage zonnewind, en wordt de zonnewind ook in belangrijke mate beïnvloed door uitbarstingen op het zonsoppervlak. Daardoor ontstaat een ingewikkelde structuur, met onder andere schokgolven en verdichtingen die in de omgeving van de aarde kunnen leiden tot geomagnetische stormen, verhevigd poollicht en storingen in satellietsystemen, radioverbindingen en elektriciteitscentrales. SWAP heeft in de buitendelen van het zonnestelsel echter een zeer kalme, vrijwel structuurloze zonnewind gemeten. Op zich niet zo verwonderlijk, aangezien je verwacht dat snelheids- en dichtheidsverschillen afnemen naarmate de zonnewind zich verder van de zon verwijdert. Het New Horizons-instrument was operationeel in de periode dat de overige apparatuur aan boord was uitgeschakeld tijdens de lange oversteek naar Pluto. SWAP heeft ook atomen gedetecteerd die afkomstig zijn uit de interstellaire ruimte, vervolgens geïoniseerd raakten (ionisatie is het proces waarbij een neutraal atoom één of meer elektronen verliest), en daarna werden 'opgepikt' door de zonnewind. De nieuwe metingen zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal Supplement. (GS)
Multitasking New Horizons observed solar wind changes on journey to Pluto

28 december 2015
Vandaag om 13.49 uur Nederlandse tijd produceerde zonnevlekkengroep AR2473 een trage maar krachtige zonnevlam. De energierijke ultravioletstraling van de zonsuitbarsting werd vastgelegd door NASA's Solar Dynamics Explorer. De UV-straling beïnvloedde enkele uren lang het kortegolfradioverkeer op aarde. De zonnevlam produceerde ook een zogeheten coronale massa-ejectie (een uitbarsting van elektrsich geladen deeltjes) die vrijwel recht op de aarde is gericht. De zonnedeeltjes komen naar verwachting op 31 december bij de aarde aan, en veroorzaken daar vermoedelijk de eerte geomagnetische storm van 2016, met mogelijk indrukwekkend poollicht. Zonnefysici denken dat de actieve zonnevlekkengroep het komende etmaal mogelijk nog meer uitbarstingen te zien zal geven. (GS)
Nieuwsbericht op www.spaceweather.com

23 december 2015
Amerikaanse wetenschappers hebben, met behulp van laboratoriumexperimenten, ontdekt waarom sommige grote uitbarstingen op de zon met een sisser aflopen. De ontdekking kan de voorspelling van komende uitbarstingen betrouwbaarder maken (Nature, 24-31 december). Met enige regelmaat stoot de zon miljoenen tonnen plasma en intense straling uit. De oorzaak van deze ‘coronale massa-ejecties’, die een bedreiging vormen voor onder meer satellieten en astronauten, ligt bij het plotseling vrijkomen van magnetische energie die opgeslagen zit in de corona – de ijle buitenste atmosfeer van de zon. Deze energie zit vaak opgeslagen in zogeheten magnetische fluxbuizen – enorme gebogen structuren die verstrengeld kunnen raken. Die verstrengeling leidt vaak tot een grote uitbarsting, maar soms zakt de fluxbuis simpelweg in elkaar. Bij de laboratoriumexperimenten is nu vastgesteld dat de uitbarsting mislukt wanneer het ‘magnetische gidsveld’ – een kracht die evenwijdig loopt aan de fluxbuis – sterk genoeg is om de verstrengeling tegen te gaan. In dat geval ontstaat er een interactie tussen het gidsveld en de elektrische stromen in fluxbuis, die de uitbarsting voorkomt. Tot nu toe werd aangenomen dat dit gidsveld van ondergeschikt belang was bij het ontstaan van coronale massa-ejecties. Maar dat is dus niet zo. Gidsvelden kunnen een ophanden zijnde coronale massa-ejectie letterlijk maken of breken. (EE)
Description of mechanism that halts solar eruptions

3 december 2015
Astronomen hebben sterke aanwijzingen gevonden dat de meest gangbare verklaring voor de deeltjesversnelling die optreedt tijdens een zogeheten zonnevlam waarschijnlijk klopt. De oorzaak ligt bij schokgolven (Science, 4 december). Zonnevlammen zijn de krachtigste explosies in ons zonnestelsel. Bij deze uitbarstingen op het zonsoppervlak worden geladen deeltjes, zoals elektronen en protonen, met bijna de snelheid van het licht de ruimte in ‘geschoten’. Hoe de deeltjes aan die hoge snelheid komen, was onzeker. Maar aangenomen werd dat een bepaald soort schokgolf die optreedt bij een zonnevlam daar verantwoordelijk voor is. Deze zogeheten eindschok is vergelijkbaar met de supersonische knal die ontstaat wanneer een vliegtuig door de geluidsbarrière gaat. Waarnemingen van een zonnevlam, verricht met onder meer de Amerikaanse VLA-radiotelescoop, lijken dat vermoeden te bevestigen. De astronomen hebben vastgesteld dat de plek waar, volgens computersimulaties, de eindschok zou moeten optreden, een bron is van sterke, kortstondige uitbarstingen van radiostraling die kenmerkend is voor energierijke elektronen. Ook andere eigenschappen van de zonnevlam, die op 3 maart 2012 plaatsvond, zijn in overeenstemming met het schok-versnellingsmodel. (EE)
New Insights into Solar Flares

26 oktober 2015
De aarde is in de achtste en in de tiende eeuw van onze jaartelling getroffen door extreem krachtige uitbarstingen op de zon. Dat concluderen wetenschappers van de universiteit van Lund (Zweden) op basis van onderzoek aan ijskernen uit Groenland en Antarctica. De gigantische zonsuitbarstingen vonden plaats in de jaren 774/775 en 993/994. De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Communications. Eerder was uit bestudering van boomringen al ontdekt dat er in de betreffende twee perioden sprake was van een plotselinge toename van radioactieve koolstofisotopen. De oorsprong daarvan kon echter niet onomstotelijk worden vastgesteld. Uit het onderzoek aan ijskernen blijkt nu dat krachtige zonnestormen de enige plausibele oorzaak vormen. Bij uitbarstingen op de zon wordt niet alleen veel röntgenstraling geproduceerd, maar worden ook grote hoeveelheden energierijke elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen. Al bij relatief kleine uitbarstingen kunnen die zonnestormen leiden tot verstoringen van het radioverkeer, uitvallen van satellietelektronica, of storingen in elektriciteitscentrales. Ook in september 1859 vertoonde de zon een krachtige uitbarsting. Wanneer er nu opnieuw zo'n zonnestorm zou optreden, zouden de gevolgen al niet te overzien zijn. De twee uitbarstingen in de achtste en tiende eeuw waren nog veel extremer dan de uitbarsting van 1859. (GS)
Traces of enormous solar storms in the ice of Greenland and Antarctica

19 oktober 2015
25 jaar geleden werd de Europees/Amerikaanse ruimtesonde Ulysses gelanceerd. Pas nu is de analyse voltooid van de interstellaire ‘stofstroom’ die de ruimtesonde heeft onderzocht. Belangrijkste conclusie: snelheid en bewegingsrichting van stofdeeltjes die van buitenaf ons zonnestelsel binnenkomen vertonen grotere variaties dan gedacht (Astrophysical Journal, 19 oktober). Ulysses, die in 2009 werd uitgeschakeld, was primair bedoeld voor zonneonderzoek. Maar de ruimtesonde was ook uitgerust met een detector waarmee interstellaire stofdeeltjes konden worden gemeten die vanuit de ruimte ons zonnestelsel binnenkomen. Alles bij elkaar zijn ruim 900 van die microscopisch kleine deeltjes gedetecteerd. De banen die deze deeltjes volgen staan bloot aan invloeden van buitenaf. Afhankelijk van hun massa zijn de deeltjes meer of minder gevoelig voor de zwaartekrachtsaantrekking en de stralingsdruk van de zon, en voor het magnetische veld in de ruimte tussen de planeten van ons zonnestelsel. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat de interstellaire stofdeeltjes grosso modo steeds vanuit dezelfde richting het zonnestelsel binnenkomen. De bepalende factor is de richting waarin zon en planeten zich door de Lokale Interstellaire Gaswolk (een ongeveer dertig lichtjaar grote wolk van gas en stof) verplaatsen. Doorgaans vertonen de bewegingen van de binnenkomende stofdeeltjes slechts kleine afwijkingen. Maar in 2005 kwamen de deeltjes opeens uit een duidelijk andere richting. Computersimulaties hebben nu laten zien dat dit effect waarschijnlijk het gevolg was van variaties in de magnetische velden van de zon en de interplanetaire ruimte. Uit de Ulysses-metingen kunnen ook de afmetingen en andere eigenschappen van de deeltjes worden afgeleid. De meeste zijn 0,05 tot 0,5 micrometer groot, met uitschieters naar een paar micrometer. Computersimulaties wijzen erop dat de deeltjes een lage dichtheid hebben en dus poreus moeten zijn. De stofdetector van Ulysses kan geen informatie geven over de samenstelling van de interstellaire deeltjes. Mogelijk dat gegevens van de Cosmic Dust Analyser van de om Saturnus cirkelende ruimtesonde Cassini deze leemte kunnen opvullen. (EE)
Dust particles from afar

13 oktober 2015
Waarnemingen die verricht zijn door de twee Amerikaanse STEREO-zonnesondes hebben nieuwe inzichten opgeleverd in verschijnselen op de zon. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Samen met de ACE-ruimtesonde heeft STEREO-A 'explosiegolven' op de zon ontdekt - een compleet nieuw type uitbarsting, waarbij gas de ruimte in wordt geslingerd dat rijk is aan helium-3, een lichte isotoop van het edelgas helium. De waarnemingen werden begin 2010 gedaan op extreem-ultraviolette golflengten. De blast waves strekken zich uit over gebieden van uiteindelijk wel een half miljoen kilometer groot, en planten zich voort met een snelheid van ca. 300 kilometer per seconde. Ze lijken niet gerelateerd te zijn aan andere bekende typen zonsuitbarstingen, zoals coronale massa-ejecties (CME's) of röntgenvlammen. STEREO-waarnemingen aan de staart van komeet Encke (verricht in 2007) hebben informatie opgeleverd over de zonnewind - de stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen. Door de bewegingen van gasconcentraties in de komeetstaart nauwkeurig te volgen, konden de onderzoekers afleiden dat de zonnewind zeer turbulent is en bovendien krachtige 'windvlagen' vertoont. Mogelijk vormt de grote mate van turbulentie van de zonnewind een verklaring voor de onverwacht hoge temperatuur van de zonnewinddeeltjes, zoals die in de omgeving van de aarde is gemeten. (GS)
Blast waves in the Sun’s atmosphere

23 september 2015
Volgens zonnefysici van het Naval Research Laboratory zal de zon ook tijdens de volgende 11-jarige cyclus weinig activiteit vertonen. De huidige cyclus (cyclus 24) loopt langzaam maar zeker ten einde, en was verrassend 'zwak', met weinig zonnevlekken, zonsuitbarstingen etcetera. Neil Sheeley en Yi-Ming Wang voorspellen nu dat dat ook tijdens cyclus 25 het geval zal zijn. De twee onderzoekers leiden dat indirect af uit een opmerkelijk verschijnsel dat zich eind 2014 voordeed: hoewel het aantal zonnevlammen en uitbarstingen verhoudingsgewijs laag bleef, nam de totale magnetische veldsterkte van de zon in korte tijd snel toe, tot de hoogste waarde sinds 1991. Dat de toegenomen magnetische flux toch niet gepaard ging met een toename in de activiteit van de zon, kan volgens Sheeley en Wang verklaard worden door een combinatie van factoren, waaronder de relatieve ligging en de afmetingen van actieve gebieden op de zon. Ook tijdens eerdere activiteitscycli heeft zich kort na het maximum een vergelijkbare toename van de magnetische veldsterkte van de zon voorgedaan. In een artikel in The Astrophysical Journal schrijven de onderzoekers bovendien dat de sterkte van de zogeheten axisymmetrische component van dat magnetisch veld (symmetrisch ten opzichte van de rotatieas van de zon) gebruikt kan worden als een eerste indicatie van de te verwachten zonneactiviteit in de volgende cyclus. Op basis van die methode voorspellen ze dat cyclus 25 even 'zwak' zal zijn als cyclus 24. (GS)
Witnessing Solar Rejuvenation

17 augustus 2015
Bij krachtige zonnestormen worden elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen. Wanneer die in de omgeving van de magnetische polen van de aarde de atmosfeer binnendringen, produceren ze niet alleen spectaculair poollicht, maar kunnen ze ook inductiestromen aan het aardoppervlak veroorzaken, die aanleiding kunnen geven tot storingen in onder andere elektriciteitscentrales. Dat was bijvoorbeeld het geval in 1989 in Quebec en in 2003 in Zweden. Uit nieuw onderzoek, gebaseerd op een analyse van 14 jaar aan meetgegevens en gepubliceerd in Geophysical Research Letters, blijkt nu echter dat ook de evenaargebieden van de aarde gevoelig zijn voor dit soort verstoringen, en zelfs voor de gevolgen van kleinere zonnestormen. Op ca. 100 kilometer hoogte boven de evenaar bevindt zich een soort elektronenstraalstroom (de equatorial electro-jet geheten), die opgewekte inductiestromen kan versterken, waardoor ook minder heftig 'ruimteweer' tot het uitvallen van elektriciteitscentrales en andere verstoringen kan leiden. (GS)
Equatorial Regions Are Prone to Disruptive Space Weather

7 augustus 2015
Astronomen hebben twee historische meetreeksen die inzicht geven in de activiteit van de zon beter met elkaar in overeenstemming gebracht. De ‘gekalibreerde’ gegevens laten zien dat de activiteit van de zon sinds 1700 geen duidelijk stijgende tendens vertoont. Dat betekent dat de zon waarschijnlijk geen significante bijdrage heeft geleverd aan de temperatuurstijging op aarde, die sinds het begin van de industriële revolutie is waargenomen. De magnetische activiteit van de zon gaat op en neer met een periode van ongeveer 11 jaar. In actieve perioden zijn meer donkere, ‘koele’ plekken te zien dan anders. Je kunt het verloop van de zonnecyclus dus bijhouden door simpelweg het aantal zonnevlekken te tellen. Sinds 1856 wordt bij die telling gebruik gemaakt van het zogeheten Wolf-getal. Dat is een methode waarbij zowel het aantal individuele zonnevlekken als het aantal zonnevlekgroepen in rekening wordt gebracht. Er bestaan echter ook veel oudere waarnemingen van zonnevlekken, die teruggaan tot het begin van de 17de eeuw. Die zijn echter gedaan met telescopen die niet goed genoeg waren om alle afzonderlijke zonnevlekken te zien: alleen de grotere groepen van zonnevlekken werden opgetekend. Om toch iets met deze oude waarnemingen te kunnen doen, werd in 1998 het ‘Group Sunspot Number’ (GSN) geïntroduceerd. Dit getal vertoont dezelfde 11-jarige zonnecyclus als het Wolf-getal. Maar vóór 1885 en rond 1945 vertonen de beide reeksen duidelijke verschillen: het GSN-getal is daar lager. Het gevolg daarvan was dat de zonneactiviteit, zoals uitgedrukt in het GSN-getal, een stijgende trend leek te vertonen. Daaruit leidden sommige wetenschappers af dat de mondiale temperatuurstijging van de afgelopen eeuwen wellicht voor een belangrijk deel aan de zon kon worden toegeschreven. Een nieuwe analyse heeft nu echter laten zien dat de vermeende stijgende trend het gevolg is van een kalibratiefout in het GSN-getal. Anders gezegd: er is een fout gemaakt in de wijze waarop dit getal werd berekend. Nu deze fout is rechtgezet, zijn de beide historische meetreeksen veel beter met elkaar in overeenstemming en lijkt het erop dat de zonneactiviteit de afgelopen 300 jaar niet significant is veranderd. De conclusies van dit onderzoek zijn vrijdag 7 augustus gepresenteerd tijdens een persbijeenkomst bij de 29ste Algemene Bijeenkomst van de Internationale Astronomische Unie, die momenteel in Honolulu (Hawaï) plaatsvindt. (EE)
Corrected Sunspot History Suggests Climate Change Since The Industrial Revolution Not Due To Natural Solar Trends

10 juli 2015
Met de telelenzen van de Amerikaanse Marswagen Curiosity zijn zonnevlekken gefotografeerd. Omdat Mars zich momenteel ongeveer aan de andere kant van de zon bevindt dan de aarde, tonen de opnamen zonnevlekken die vanaf de aarde niet zichtbaar zijn. De zonnefoto's van Curiosity worden vooral gemaakt om absorptie door stof in de Marsdampkring te meten. Drie maanden geleden was vanaf Mars een overgang van Mercurius voor de zon zichtbaar; op de foto's die toen gemaakt werden waren ook zonnevlekken te zien. Sindsdien houden sterrenkundigen de zon met enige regelmaat in de gaten. Eind juni fotografeerde Curiosity een grote zonnevlek die pas begin juli vanaf de aarde te zien was (dankzij de draaiing van de zon om zijn eigen as); het actieve gebied waar de zonnevlek deel van uitmaakte, produceerde toen ook krachtige zonsuitbarstingen. Op die manier kan Curiosity wellicht een bijdrage leveren aan het 'voorspellen' van het zogeheten ruimteweer - de invloed van elektrisch geladen deeltjes die bij uitbarstingen op de zon de ruimte in worden geblazen. (GS)
NASA's Curiosity Mars Rover Tracks Sunspots

9 juli 2015
De 11-jarige activiteitscyclus van de zon wordt veroorzaakt door ‘dynamo-effecten’ in twee verschillende lagen – de ene diep in de zon, de andere vlak onder het zonsoppervlak. Tot die conclusie komen wetenschappers op basis van modelberekeningen, die de waargenomen onregelmatigheden in de zonnecyclus goed kunnen reproduceren. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Llandudno (Wales). Al bijna 200 jaar weten wetenschappers dat het aantal donkere, (relatief) koele vlekken op de zon om de 10 à 12 jaar een maximum bereikt. Dat verschijnsel wordt toegeschreven aan veranderingen in de magnetische activiteit van de zon. Bestaande modellen, die ervan uitgaan dat de oorzaak van deze zonnecyclus, moet worden gezocht bij stromingen diep in de zon, kunnen de 11-jarige regelmaat goed verklaren. Maar waar ze moeite mee hebben is het feit dat het ene maximum veel hoger is dan het andere. Valentina Zharkova van Northumbria University en haar collega’s hebben nu laten zien dat nauwkeurigheid van de modellen enorm verbetert als stromingen vlak onder het zonsoppervlak erbij worden betrokken. Simpel gezegd betekent dit, dat er in feite sprake is van twee magnetische cycli die beide ongeveer elf jaar duren, maar net niet dezelfde frequentie hebben. Hierdoor versterken ze elkaar soms, terwijl ze elkaar op andere momenten juist opheffen. Het aangepaste model voorspelt dat de beide cycli elkaar de komende tijd steeds meer gaan tegenwerken. Dat zou er in de periode 2030-2040 toe leiden dat de magnetische activiteit van de zon net zo laag wordt als tijdens het zogeheten Maunderminimum (1645-1715), dat samenviel met de ‘Kleine IJstijd’. (EE)
Irregular heartbeat of the Sun driven by double dynamo

8 juli 2015
‘Plasmazuilen’ die zich met snelheden van 200 tot 500 kilometer per seconde in de corona van de zon voortplanten, worden sterker afgebogen door het magnetische veld op het noordelijk halfrond van de zon dan op het zuidelijk halfrond. Dat blijkt uit beelden van de tweeling-ruimtesonde STEREO, die de zon vanuit verschillende posities waarneemt. De resultaten van die waarnemingen worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Llandudno (Wales). De STEREO-beelden laten zien hoe de plasmazuilen, ook wel ‘jets’ genoemd, aan het oppervlak van de zon ontstaan en vervolgens door de magnetische veldlijnen langs kromme banen worden geleid. Verrassend genoeg is de kromming van die banen niet altijd gelijk. Bij de noordpool van de zon wordt het plasma – heet gas dat uit elektrisch geladen deeltjes bestaat – aanzienlijk sterker afgebogen dan bij de zuidpool. Dat zou erop kunnen duiden dat het magnetische veld van de zon een noord-zuid-asymmetrie vertoont. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of dat inderdaad zo is en hoe die asymmetrie ontstaat. (EE)
Does the solar magnetic field show a North-South divide?

4 juni 2015
Europese en Chinese wetenschappers hebben de Solar wind Magnetosphere Ionosphere Link Explorer (Smile) gekozen als hun kandidaat voor een gezamenlijke ruimtemissie die in 2021 moet worden gelanceerd. ’Smile’ zal de interactie onderzoeken tussen het beschermende schild van de aarde (de magnetosfeer) en de stroom snelle deeltjes die de zon voortdurend uitstoot (de magnetosfeer). Het is de bedoeling dat Smile in een steile elliptische baan om de aarde wordt gebracht, die de satelliet tot bijna een derde van de afstand tot de maan voert. Vanuit die baan kan hij de omgeving van de aarde voortdurend in de gaten houden. Het onderzoek van de interactie tussen zonnewind en magnetosfeer moet meer inzicht geven in het ’ruimteweer’. Ook heeft het Europese ruimteagentschap ESA drie kandidaten gekozen voor een wetenschappelijke ruimtemissie die in 2025 van start gaat. Het gaat om satellieten die onderzoek doen op het gebied van exoplaneten (Ariel), plasmafysica (Thor) en het röntgenheelal (Xipe). Na een uitvoerige selectieprocedure zal een van deze kandidaten worden toegevoegd aan het eerder gekozen drietal Solar Orbiter, Euclid en PLATO, waarvan de lanceringen gepland staan voor 2018, 2020 en 2024. (EE)
ESA and Chinese Academy of Sciences to study Smile as joint mission

30 april 2015
Op foto's van de zon die gemaakt zijn op extreem-ultraviolette golflengten zijn kolossale ijle waaiervormige structuren te zien die zich uitstrekken tot vele honderdduizenden kilometers boven het zonsoppervlak. De opnamen zijn gemaakt door het Belgische SWAP-instrument aan boord van de experimentele Europese minikunstmaan Proba 2, en zijn gepresenteerd op de eerste Triennial Earth-Sun Summit (TESS) in Indianapolis. Extreem ultraviolette straling is eerder gedetecteerd van heet gas in de lagere delen van de corona van de zon (de ijle 'dampkring'), waar de beweging van het gas gedomineerd wordt door magnetische velden, onder andere door de SOHO-kunstmaan en het Solar Dynamics Observatory. Op de SWAP-foto's en -filmpjes zijn op veel grotere hoogte echter ook allerlei veranderlijke, waaiervormige en tentakelachtige structuren te zien. Soms lijken die samen te vallen met structuren die op zichtbare golflengten waarneembaar zijn in de corona, maar even vaak ook niet.Nader onderzoek moet uitwijzen wat de waarnemingen kunnen leren over de manier waarop elektrisch geladen deeltjes van de zon de ruimte in geblazen worden (de zogeheten zonnewind). De SWAP-waarnemingen zijn eerder al gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

29 april 2015
Gedetailleerde opnamen die gemaakt zijn met de New Solar Telescope op het Big Bear Solar Observatory in Californië laten verrassende details zien in de donkere kernen (de zogeheten umbra's) van zonnevlekken. Eerder was al opgemerkt dat er in de umbra van een zonnevlek soms kleine, heldere plekjes voorkomen. Deze umbral spots blijken nu kleine, tijdelijke 'fonteinen' van heet gas te zijn, afkomstig van direct onder het zonsoppervlak.Zonnevlekken zijn gebieden op het zonsoppervlak die ca. 1000 graden koeler zijn dan hun omgeving, doordat geconcentreerde magnetische velden het opborrelen van heet gas uit het inwendige van de zon bemoeilijken. Die magnetische velden zijn echter niet overal 'gesloten', en op sommige plaatsen baant het hete gas zich toch een weg naar buiten.De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd op de eerste TESS-bijeenkomst (Triennial Earth-Sun Summit) in Indianapolis, en zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De New Solar Telescope maakt elke tien seconden een momentopname van de zon. (GS)
NJIT's New Solar Telescope Unveils the Complex Dynamics of Sunspots' Dark Cores

28 april 2015
Het werd al langer vermoed, maar nieuwe metingen lijken het nu definitief te bevestigen: de enorm hoge temperatuur van de corona van de zon - de ijle 'zonneatmosfeer' die vooral tijdens totale zonsverduisteringen goed zichtbaar is - wordt veroorzaakt door zogeheten 'nanovlammen' op het zonsoppervlak. Het ijle gas in de corona heeft een temperatuur van minstens één miljoen graden - veel hoger dan de temperatuur van het zonsoppervlak (ca. 5500 graden). De oorzaak van de verhitting van de corona is tientallen jaren lang een raadsel geweest. Zes jaar geleden werd op basis van metingen van de Japanse Hinode-kunstmaan al gesuggereerd dat er sprake zou zijn van talloze kleine mini-uitbarstingen op de zon. Dat lijkt nu te zijn bevestigd door metingen van de sondeerraket Extreme Ultraviolet Normal Incidence Spectrograph (EUNIS) en de röntgentelescoop Nuclear Spectroscopic Telescope Array (NuSTAR). De nieuwe metingen zijn vandaag gepresenteerd op de eerste TESS-bijeenkomst (Triennial Earth-Sun Summit) in Indianapolis. De nanovlammen zijn op zichtbare golflengten niet waarneembaar. Stuk voor stuk produceren ze slechts één miljardste van de energie van een reguliere zonnevlam (maar altijd nog even veel als een waterstofbom van 10 megaton). In actieve gebieden op de zon gaan er echter miljoenen af per seconde; gezamenlijk zijn ze in staat om de hoge temperatuur van de corona te verklaren. (GS)
Strong Evidence for Coronal Heating by Nanoflares

13 april 2015
De lancering van de Europese zonnesatelliet Solar Orbiter is uitgesteld tot oktober 2018. Dat is ruim een jaar later dan de bedoeling was. Reden: er is meer tijd nodig om alle componenten van de satelliet te testen. Solar Orbiter zal de zon tot op minder dan 43 miljoen kilometer naderen – ongeveer een kwart van de afstand zon-aarde. Hierdoor kunnen de temperaturen aan boord oplopen tot boven de 500 graden. Tijdens de zeven jaar durende onderzoeksmissie, zullen tien instrumenten een breed scala aan metingen doen. Ook zullen foto’s worden gemaakt die kleinere details van de zon laten zien dan ooit tevoren. Voor het eerst zullen ook de poolgebieden van de zon, zie niet waarneembaar zijn vanaf de aarde, onder de loep worden genomen. Het onderzoek moet onder meer inzicht geven in de werking van het magnetische veld en de 11-jarige cyclus van de zon. (EE)
Solar Orbiter Launch Moved to 2018

7 april 2015
Behalve een elfjaarlijkse activiteitscyclus vertoont de zon ook korter durende 'magnetische seizoenen' met een periode van iets minder dan twee jaar. Dat schrijven zonneonderzoekers van het Amerikaanse National Center for Atmospheric Research in Nature Communications. De magnetische variaties ontstaan door onderlinge wisselwerkingen van twee parallelle magnetische 'banden' onder het zonsoppervlak, die een tegengestelde magnetische polariteit hebben en elkaar gedeeltelijk overlappen. In de loop van de elfjaarlijkse cyclus migreren de banden langzaam van hoge breedtegraden naar de evenaar. De periodieke magnetische verstoringen leiden tot zonnevlammen en zogeheten coronal mass ejections - grote uitbarstingen van gas aan het oppervlak van de zon die invloed hebben op satellietelektronica, radioverbindingen en elektriciteitsnetwerken op aarde. Volgens de onderzoekers wordt de elfjaarlijkse cyclus gemoduleerd door de korte-termijnverstoringen, die afwisselend het sterkst zijn op het noordelijk en het zuidelijk halfrond van de zon. Het bestaan van de 'seizoensvariaties' zou ook kunnen verklaren waarom krachtige uitbarstingen op de zon vaak nog enkele jaren ná een activiteitsmaximum optreden. (GS)
Sun Experiences Seasonal Changes, New Research Finds

23 maart 2015
Lang voordat de aarde ontstond, hebben er in de binnendelen van het zonnestelsel waarschijnlijk grote 'superaardes' rondgecirkeld. In de prille jeugd van het zonnestelsel zijn die echter door de zon opgeslokt. Pas daarna werden de aardse planeten (Mercurius, Venus, de aarde en Mars) gevormd. Dit scenario, gebaseerd op gedetailleerde computersimulaties, wordt beschreven in een artikel van Konstantin Batygin (California Institute of Technology) en Greg Laughlin (University of California, Santa Cruz) in online-editie van Proceedings of the National Academy of Sciences.De architectuur van ons eigen zonnestelsel lijkt niet op die van de meeste andere planetenstelsels die de afgelopen jaren ontdekt zijn bij zonachtige sterren. In de meeste planetenstelsels wordt de moederster op kleine afstand vergezeld door een aantal relatief grote, zware superaardes. De binnendelen van ons eigen zonnestelsel - binnen de baan van Mercurius - zijn echter leeg.Volgens Batygin en Laughlin is dit het gevolg van een ingewikkelde 'migratie' van Jupiter. Als gevolg van wisselwerkingen met de gas- en stofschijf waaruit de eerste generatie planeten ontstond, moet de reuzenplaneet Jupiter kort na zijn ontstaan langzaam maar zeker naar binnen zijn bewogen. In een later stadium, mede als gevolg van een zwaartekrachtsresonantie met Saturnus, nam de afstand van Jupiter tot de zon juist weer toe.Tijdens de binnenwaarts gerichte migratie van Jupiter werden de banen van kleine rotsachtige objecten in de binnendelen van het zonnestelsel - zogeheten planetesimalen - sterk verstoord. De planetesimalen kwamen met elkaar in botsing, vlogen het zonnestelsel uit, of werden de zon in gedirigeerd.Uit de computersimulaties van de twee astronomen blijkt dat dat slecht nieuws geweest moet zijn voor superaardes op zeer kleine afstand van de zon. Door het bombardement - en door de zwaartekrachtsstoringen - van al die op drift geraakte planetesimalen zullen die een voor een in de zon terecht zijn gekomen.Het is dus heel goed mogelijk dat er in de jeugd van het zonnestelsel superaardes rond de zon cirkelden, op zeer kleine afstand. Dat zou zelfs goed kunnen verklaren waarom er nú geen hemellichamen rond de zon bewegen binnen de baan van Mercurius (op een enkele op drift geraakte planetoïde na): dat gebied is door de superaardes compleet schoongeveegd. (GS)
New Research Suggests Solar System May Have Once Harbored Super-Earths

13 maart 2015
Na een geslaagde lancering is de NASA-ruimtemissie MMS aangekomen in een baan om de aarde. ‘MMS’, de afkorting staat voor Magnetospheric Multiscale, bestaat uit vier satellieten. Doel van de missie is om het ‘ruimteweer’ – de interactie tussen de magnetische velden van de aarde en de zon – te onderzoeken. De missie moet de eerste driedimensionale beelden opleveren van zogeheten magnetische reconnecties. Deze treden op waar plasma – gas met een elektrische lading – aanwezig is. Plasma gedraagt zich heel anders dan normaal gas, omdat het zijn eigen magnetische veld meevoert. Onder normale omstandigheden komt het in een plasma niet tot het breken of samengaan van magnetische velden. Maar als veldlijnen heel dicht bij elkaar komen – bijvoorbeeld als plasma van de zon in botsing komt met het magnetische veld van de aarde – gebeurt dat soms wel. En bij dat proces komt zoveel energie vrij dat plasmadeeltjes tot enorme snelheden worden versneld. Wetenschappers willen graag precies weten onder welke omstandigheden die magnetische reconnecties optreden. Dat dient ook een praktisch doel: de interacties tussen de magnetische velden van zon en aarde veroorzaken vaak storingen in moderne technologische systemen zoals communicatienetwerken, GPS-navigatie en elektriciteitsnetwerken. De komende weken zal NASA-personeel de satellieten activeren en grondig testen. Vervolgens zal het viertal in een compacte, piramidevormige formatie worden gebracht. Naar verwachting zal het onderzoeksprogramma begin september van start kunnen gaan. (EE)
NASA Spacecraft in Earth’s Orbit, Preparing to Study Magnetic Reconnection

19 februari 2015
Nieuw onderzoek wijst erop dat de heliosfeer – het deel van de ruimte waarin de zonnewind de overheersende stroom van deeltjes is – veel sterker dan gedacht wordt beïnvloed door het magnetische veld van de zon. Tot nu toe werd aangenomen dat de vorm van de heliosfeer vooral werd bepaald door de thermische druk die de deeltjes van de zonnewind op het omringende interstellaire medium uitoefenen (Astrophysical Journal Letters, 19 februari). Tijdens haar tocht door de Melkweg stoot de zon voortdurend geladen deeltjes uit. Deze zonnewind veroorzaakt een reusachtige ‘zeepbel’ die zich tot ver buiten het zonnestelsel uitstrekt: de heliosfeer. Decennialang zijn wetenschappers ervan uitgegaan dat de heliosfeer een honderden miljarden kilometers lange ‘staart’ heeft, maar een nieuw model, gebaseerd op gegevens van de ruimtesonde Voyager 1, geeft een ander beeld. In het nieuwe model snoert het magnetische veld van de zon de deeltjesstroom van de zon in, waardoor twee noord-zuid gerichte bundels of ‘jets’ ontstaan die vervolgens worden meegesleept met de stroming van het interstellaire medium waar de heliosfeer doorheen beweegt. Het model wijst erop dat de staart van de heliosfeer tamelijk kort en gespleten is. De wetenschappers die de modelberekeningen hebben uitgevoerd, vergelijken de heliosfeer met een tube tandpasta met twee openingen waar een elastiek omheen gewikkeld is. Het elastiek stelt het magnetische veld van de zon voor, de tandpasta de deeltjesstroom van de zon. Als je dat elastiek maar hard genoeg aantrekt, komt aan twee kanten een ‘pasta’ van zonnedeeltjes naar buiten. (EE)
A new view of the solar system: astrophysical jets driven by the sun

19 februari 2015
Volgens de Amerikaanse bioloog Michael Rampino worden geologische en biologische processen op aarde beïnvloed door de beweging van het zonnestelsel om het Melkwegcentrum. Dat zou komen doordat de donkere materie in de schijf van de Melkweg de banen van kometen verstoort en het inwendige van de aarde extra opwarmt – twee verschijnselen die in verband worden gebracht met massa-uitstervingen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). De schijf is het deel van de Melkweg waar de meeste sterren en gaswolken te vinden zijn. Vermoed wordt dat tussen die sterren ook donkere materie aanwezig is – een substantie die weliswaar onwaarneembaar is (tot nu toe dan), maar wel zwaartekrachtsaantrekking uitoefent. Eerder onderzoek heeft laten zien dat de zon eens in de 250 miljoen jaar een rondje om het Melkwegcentrum voltooid. Tijdens die omloop maakt zij een golfbeweging die tot gevolg heeft dat het zonnestelsel ongeveer eens in de dertig miljoen jaar de Melkwegschijf doorkruist. Volgens Rampino vallen deze schijfpassages samen met perioden dat de aarde vaak door kometen is getroffen en veel soorten op onze planeet uitstierven. Dat zou komen doordat de Oortwolk – het grote kometenreservoir dat ons zonnestelsel omgeeft – bij zo’n passage wordt verstoord door de zwaartekracht van de donkere materie. Dat zou ertoe leiden dat grote aantallen kometen in de richting van de zon worden gedirigeerd, waarvan sommige in botsing komen met onze planeet. Tegelijkertijd zou zich ook donkere materie verzamelen in de kern van de aarde. De warmte die vrijkomt bij de onderlinge annihilatie van donkeremateriedeeltjes zou een opleving van vulkanisch activiteit veroorzaken, met dramatische gevolgen voor het leven op aarde. (EE)
Does Dark Matter cause mass extinctions and geologic upheavals?

18 februari 2015
Duitse onderzoekers hebben met succes een nieuwe lasertechniek toegepast in spectroscopische waarnemingen van de zon. De nieuwe techniek maakt het mogelijk om minieme golflengteverschuivingen in het licht van de zon ongeveer honderd maal zo nauwkeurig te meten als tot nu toe mogelijk was. Dezelfde techniek kan in de toekomst toegepast worden in het onderzoek aan exoplaneten. De Duitse onderzoekers werkten met een zogeheten laserfrequentiekam - een instrument dat laserpulsjes produceert op een groot aantal specifieke golflengten. Wanneer het resulterende licht uiteengerafeld wordt met een spectroscoop, ontstaan een kam-achtig patroon van een groot aantal parallelle lijntjes - vandaar de naam. Het spectrum van een lichtbron (zoals de zon of een ster) kan met dit lijntjespatroon vergeleken worden, waardoor een heel nauwkeurige golflengtebepaling mogelijk wordt. In een artikel in New Journal of Physics worden waarnemingen aan de zon beschreven die zijn uitgevoerd met behulp van een laserfrequentiekam op een Duitse zonnetelescoop op Tenerife. De enorme precisie van de golflengtekalibratie werd bereikt dankzij het feit dat zowel het laserlicht van de frequentiekam als het onderzochte zonlicht door een en dezelfde enkelvoudige glasvezel werden geleid. De nieuwe techniek biedt ongekende mogelijkheden voor de speurtocht naar exoplaneten. Die verraden hun bestaan door periodieke schommelingen van de ster waar ze omheen draaien. Die schommelingen zijn waarneembaar als minieme periodieke golflengteverschuivingen in het licht van de ster. Met een laserfrequentiekam moet het in de toekomst mogelijk zijn om snelheidsvariaties te meten van slechts één centimeter per seconde - grofweg de snelheidsvariaties van de zon als gevolg van de zwaartekracht van de aarde. (GS)
Laser "Ruler" Holds Promise for Hunting Exoplanets

12 februari 2015
Even na middernacht is vanaf Cape Canaveral in Florida de Deep Space Climate Observatory (DSCOVR) gelanceerd. Deze satelliet, gebouwd door NASA en NOAA (het Amerikaanse agentschap voor meteorologie en oceanografie), is de opvolger van ACE – een satelliet die sinds 1997 de activiteit van de zon in de gaten houdt. Net als ACE zal DSCOVR naar het Lagrangepunt L1 worden gemanoeuvreerd. Dat punt ligt vanaf de aarde gezien op een afstand van 1,5 miljoen kilometer in de richting van de zon. Satellieten in het L1-punt draaien in een jaar om de zon, en nemen daardoor een (vrijwel) vaste positie in ten opzichte van onze planeet. Bovendien hebben ze nooit last van de schaduw van aarde of maan: de zon blijft dus altijd in beeld. De reis naar het L1-punt gaat ongeveer 110 dagen duren. Na uitgebreide tests moet DSCOVR over vijf maanden de rol van ACE als hoofdbewaker van de zon overnemen. Zijn zeventien jaar oude voorganger blijft overigens gewoon in bedrijf. In combinatie met een nieuw computermodel, dat in de loop van dit jaar beschikbaar wordt, zullen de gegevens van DSCOVR worden gebruikt om het optreden van geomagnetische stormen te voorspellen. Geomagnetische stormen ontstaan wanneer grote hoeveelheden geladen deeltjes van de zon in botsing komen met het aardmagnetische veld. Grote zonne-uitbarstingen kunnen schade toebrengen aan satellietcommunicatie- en GPS-systemen, en de stroomvoorziening en het vliegverkeer op aarde verstoren. DSCOVR let overigens niet alleen op de zon. Hij heeft ook twee instrumenten aan boord, waarmee kan worden gemeten welke invloed het ‘zonneweer’ heeft op de hoeveelheid ozon en aerosolen in de aardatmosfeer. (EE)
NOAA’s new deep space solar monitoring satellite launches

14 januari 2015
Hoewel wetenschappers nog niet helemaal begrijpen hoe zonnevlammen ontstaan, wordt het optreden van deze reusachtige explosies op de zon wel steeds voorspelbaarder. Wetenschappers van de Stanford-universiteit (VS) hebben software ontwikkeld die de analyse van zonne-uitbarstingen automatisch afhandelt. Bij een zonnevlam komt vele malen meer energie vrij dan bij de explosie van een atoombom. Genoeg zelfs om 150 miljoen kilometer verderop – op aarde dus – communicatie- en stroomvoorzieningen te verstoren. Deze explosieve uitbarstingen komen voort uit de verstrengelde magnetische velden die over de hele zon optreden. De Stanford-wetenschappers hebben, met behulp van kunstmatige intelligentie, de enorme hoeveelheid waarnemingen van zonnevlammen geanalyseerd die gedaan zijn door het Solar Dynamics Observatory (SDO), een Amerikaanse zonnesatelliet. Daarbij is gekeken in hoeverre gegevens over de magnetische velden rond zonnevlekken – relatief koele plekken op de zon – kunnen worden gebruikt om de sterkte van komende zonnevlammen te voorspellen. De onderzoekers verzamelden SDO-gegevens van tweeduizend actieve gebieden op de zon waarvan sommige wel en andere geen sterke zonnevlammen produceerden. Vervolgens werd de computer gevoed met zeventig procent van de gegevens, om hem te ‘trainen’ in het herkennen van relevante kenmerken. De overige dertig procent van de gegevens werd gebruikt om te toetsen in hoeverre de computer iets van deze exercitie had ‘geleerd’. De resultaten laten zien dat het optreden van zonnevlammen aan de hand van slechts enkele gegevens over het magnetische veld en de daarin opgeslagen energie kan worden voorspeld. De verwachting is dat de methode nog verder kan worden verfijnd. (EE)
Artificial intelligence helps Stanford physicists predict dangerous solar flares

22 december 2014
Voor het eerst is de zon gefotografeerd door de Amerikaanse röntgentelescoop NuSTAR. NuSTAR (Nuclear Spectroscopic Telescope Array) is in 2012 gelanceerd; het is een extreem gevoelige telescoop die harde (energierijke) röntgenstraling uit het heelal detecteert. De zon produceert relatief weinig harde röntgenstraling, zodat NuSTAR niet 'verblind' wordt wanneer hij op de zon wordt gericht. Dankzij de grote gevoeligheid van de röntgencamera van NuSTAR worden wel veel kleine details vastgelegd, zoals uit de eerste röntgenfoto blijkt. Wetenschappers hopen met NuSTAR misschien 'nanovlammen' te kunnen detecteren - kleine, energierijke uitbarstingen op het zonsoppervlak die mogelijk een verklaring vormen voor de extreem hoge temperatuur van de corona, de ijle dampkring van de zon. Wellicht kan NuSTAR ook röntgenstraling detecteren van de annihilatie van donkere materie in het binnenste van de zon, vooropgesteld dat die mysterieuze materie uit zogeheten axionen bestaat. (GS)
Sun Sizzles in High-Energy X-Rays

15 december 2014
De interstellaire ‘tsunami’ die in februari voor het eerst werd opgemerkt door de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 1 duurt nog steeds voort. Dat melden projectwetenschappers deze week op het jaarlijkse congres van de American Geophysical Union in San Francisco. Voyager 1, gelanceerd in 1977, vloog eind augustus 2012 het zonnestelsel uit: de ruimtesonde passeerde de heliopauze, de overgang tussen de magnetische invloedssfeer van de zon en de interstellaire ruimte. Ook daar blijkt de invloed van de zon echter nog steeds merkbaar. Uitbarstingen op de zon (zogeheten coronal mass ejections) blazen grote hoeveelheden elektrisch geladen deeltjes de ruimte in. Aan de rand van de heliosfeer, waar die deeltjes in botsing komen met het ijle gas in de ruimte tussen de sterren, ontstaan schokgolven in de interstellaire materie. De eerste interstellaire ‘tsunami’ vond plaats in oktober en november 2012. De tweede in april en mei 2013. De huidige tsunami is de langstdurende die tot nu toe ooit is geregistreerd. Het lijkt erop dat dergelijke schokgolven zich veel verder in de interstellaire ruimte voortplanten dan tot nu toe werd aangenomen. (GS)
NASA Voyager: ‘Tsunami Wave’ Still Flies Through Interstellar Space

20 november 2014
Volgens onderzoekers van de universiteit van Reading (VK) zou de zon een rol kunnen spelen bij het genereren van blikseminslagen op aarde. De wetenschappers hebben ontdekt dat tussen 2001 en 2006 het aantal blikseminslagen in het Verenigd Koninkrijk op de momenten dat het aardmagnetische veld werd ‘verbogen’ door het draaiende magnetische veld van de zon met vijftig procent toenam (Environmental Research Letters, 19 november). Het aardmagnetische veld schermt onze planeet af tegen energierijke deeltjes uit de ruimte – de zogeheten kosmische straling. Gebleken is dat deze deeltjes een keten van gebeurtenissen in onweerswolken kunnen veroorzaken die tot bliksemvorming leiden. Wanneer het aardmagnetische veld vervormt, worden delen van de hoge atmosfeer aan meer kosmische straling blootgesteld. Volgens de onderzoekers wordt daardoor de vorming van onweersbuien versterkt. En waar al onweerswolken zijn, wordt de ontwikkeling van bliksem gestimuleerd. Bij eerder onderzoek hebben de wetenschappers van Reading al een verband geconstateerd tussen energierijke deeltjes van de zon en de bliksemfrequentie op aarde. (EE)
Sun’s rotating ‘magnet’ pulls lightning towards UK

12 november 2014
De grootste zonnevlekkengroep in meer dan twintig jaar, die vorige maand enkele krachtige ‘zonnevlammen’ produceerde, staat op het punt om weer op te duiken aan de westkant van de zonneschijf. Als de voortekenen niet bedriegen is het actieve gebied A2192 ondertussen nóg groter geworden. Door de rotatie van de zon, die ongeveer 27 dagen duurt, verdween A2192 enkele weken geleden uit ons zicht. De Amerikaanse zonnefysicus Charles Lindsey heeft echter een techniek ontwikkeld waarmee ook actieve gebieden aan de achterkant van de zon kunnen worden gevolgd. Bij deze techniek wordt gebruik gemaakt van de kleine golvingen die deze gebieden aan de voorzijde van de zon veroorzaken. De reconstructie van A2192 laat zien dat de zonnevlekkengroep nog steeds van kolossale omvang is. Tijdens het vorige optreden was de groep ongeveer zo groot als de planeet Jupiter. Ook produceerde het gebied diverse forse uitbarstingen, maar zogeheten coronale massa-ejecties (CME’s) bleven uit. Een CME is een enorme wolk van geladen deeltjes en magnetische velden die de ruimte in wordt geblazen. Als zo’n ‘plasmawolk’ in het magnetische veld van de aarde terechtkomt, kunnen de gevolgen uiteenlopen van poollichtverschijnselen tot verstoringen van stroomnetten en telecommunicatiesystemen. (EE)
Giant sunspot returns – and it’s bigger and badder than ever

21 oktober 2014
Het wordt steeds gevaarlijker om een bemande reis naar Mars te maken. Oorzaak: de zon. Die is de laatste tijd veel minder actief dan normaal. De magnetische veldsterkte van de zon is daardoor ook geringer, en dat betekent dat de zon minder bescherming biedt tegen kosmische straling - energierijke elektrisch geladen deeltjes uit het heelal. Dat resulteert weer in een hoger stralingsrisico voor astronauten die zich buiten de magnetische invloedssfeer van de aarde begeven. De activiteit van de zon - zonnevlekken, uitbarstingen en sterke magnetische velden - vertoont een cyclus van elf jaar. Tijdens een activiteitsminimum is de hoeveelheid kosmische straling in de binnendelen van het zonnestelsel hoger dan gemiddeld, en kan een 30-jarige mannelijke astronaut ongeveer een jaar lang in de interplanetaire ruimte verblijven voordat hij significant meer risico loopt op kanker. Voor een even oude vrouwelijke astronaut wordt die grens al na tien maanden bereikt. Dat blijkt uit metingen van een stralingsexperiment aan boord van de Amerikaanse maansonde LRO (Lunar Reconnaissance Orbiter). Tijdens het meest recente zonneminimum, in 2009, bereikte de zonneactiviteit echter haar laagste waarde sinds ongeveer honderd jaar. Het huidige zonnemaximum is ongewoon zwak, en veel astronomen verwachten dat er bij het volgende zonneminimum, rond 2020, opnieuw records gaan sneuvelen. Dat zou betekenen dat de hoeveelheid kosmische straling verder toeneemt, zodat er na een verblijf van ongeveer negen maanden al sprake is van ernstige stralingsrisico's. In een artikel in het vakblad Space Weather waarschuwen de onderzoekers voor de potentiële gevaren die dat met zich meebrengt voor toekomstige bemande reizen naar Mars, zoals die onder andere zijn gepland door het Nederlandse bedrijf Mars One. Een enkele reis naar Mars duurt al snel minstens acht maanden; Mars heeft zelf bovendien geen beschermend magneetveld. (GS)
Increasing cosmic radiation may boost danger for manned missions to Mars

19 oktober 2014
De grote zonnevlek AR2192, die kort geleden aan de westzijde van de zon tevoorschijn is gekomen, produceerde op zondagochtend 19 oktober een krachtige zonnevlam (klasse X1). Metingen door de Amerikaans-Europese SOHO-kunstmaan laten echter zien dat er bij de zonnevlam geen CME (coronal mass ejection) is ontstaan. Zo'n CME is een grote wolk van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in geblazen wordt, en bij aankomst op aarde poollicht kan veroorzaken. De komende dagen draait het actieve gebied op de zon echter steeds meer naar het centrum van de zichtbare zonneschijf; toekomstige uitbarstingen zouden eventueel wél voor opvallend poollicht kunnen zorgen. (GS)
Informatie over de zonnevlam op www.spaceweather.com

16 oktober 2014
De zon zit nog ingewikkelder in elkaar dan gedacht. Niet alleen in het buitenste deel van de atmosfeer vinden grote uitbarstingen van deeltjes en straling plaats, ook op het zonsoppervlak komt het tot echte explosies. Op sommige plaatsen hoopt zich magnetische energie op, die zich in luttele minuten ontlaadt. Daarbij kunnen de temperaturen oplopen tot 100.000 graden: dat is twintig keer zo heet als de rest van het zonsoppervlak (Science, 17 oktober). De betrekkelijk kleine explosies spelen zich af in de omgeving van actieve gebieden op de zon – gebieden die worden gekenmerkt door sterke magnetische velden en waar vaak ook donkere zonnevlekken ontstaan. In zichtbaar licht zijn de explosies niet waarneembaar: ze zijn ontdekt met de NASA-satelliet IRIS, die gevoelig is voor (de veel energierijkere) ultraviolette straling. De wetenschappers die de IRIS-beelden hebben geanalyseerd zoeken de oorzaak van de explosies bij de sterke magnetische velden in de fotosfeer. In de omgeving treden de magnetische veldlijnen boogvormig uit het zonsoppervlak naar buiten; door die bogen stroomt heet plasma. En soms treedt tussen deze plasmastromen een soort kortsluiting op, waarbij grote hoeveelheden energie vrijkomen. Een andere ontdekking die met IRIS is gedaan, is dat de zonnewind – de stroom deeltjes die de zon voortdurend uitzendt – het zonsoppervlak niet gelijkmatig verlaat, maar in de vorm van zeer lokale, energierijke 'jets' (straalstromen). (EE)
Hot Explosions on the Cool Sun

25 september 2014
Een groot deel van het water in ons zonnestelsel is afkomstig van ijs dat vóór de geboorte van de zon is ontstaan. Dat blijkt uit modelberekeningen door een Amerikaans/Brits team van wetenschappers (Science, 26 september). In haar jeugd was de zon omringd door een schijf van brokken ijs en gesteente die door samenklontering uitgroeiden tot de planeten. Maar was dat ijs rechtstreeks afkomstig uit de interstellaire gaswolk waaruit de zon is ontstaan? Of werd het ‘oerijs’ tijdens het roerige vormingsproces van ons planetenstelsel afgebroken? Om die vragen te kunnen beantwoorden hebben de wetenschappers zich gericht op de atomaire samenstelling van het water. Normaal gesproken bestaan watermoleculen uit één zuurstofatoom en twee waterstofatomen. Maar in sommige watermoleculen zit een deuteriumatoom (een zwaardere isotoop van waterstof) op de plek van een van de waterstofatomen. Met hun computermodel hebben de wetenschappers onderzocht hoeveel deuteriumhoudend water er via chemische processen kan ontstaan in een ‘protoplanetaire’ schijf die zónder deuteriumhoudend water begint. De berekeningen laten zien dat dit niet genoeg deuteriumhoudend water oplevert om de waargenomen hoeveelheden in bijvoorbeeld de aardse oceanen te kunnen verklaren. Dat betekent dat het water in ons zonnestelsel voor een belangrijk deel rechtstreeks afkomstig is van de oerwolk waaruit zon en planeten zijn ontstaan. Van interstellair ‘waterijs’, dat onder zeer lage temperaturen is gevormd, is bekend dat het relatief veel deuterium bevat. Het water in onze oceanen is misschien wel voor de helft van deze bron afkomstig. (EE)
Earth’s Water Is Older than the Sun

10 september 2014
Afgelopen donderdag (10 september) om 19.48 uur vond er een krachtige uitbarsting van straling plaats op de zon. De zonnevlam hing samen met een zonnevlekkengroep die zich op dat moment – vanaf de aarde gezien – vrijwel midden op de zonneschijf bevond. De ultraviolette straling die bij de explosie vrijkwam, bereikte korte tijd later de bovenste lagen van de aardatmosfeer. Hierdoor werden radioverbindingen op de korte golf meer dan een uur lang gestoord. Verder leidde de uitbarsting tot de uitstoot van een wolk zonneplasma uit de buitenste atmosfeer van de zon (de corona). Deze geladen deeltjes zullen de aarde waarschijnlijk op 12 september bereiken en een zogeheten geomagnetische storm veroorzaken. Dat vergroot de kans op poollicht dat waarneembaar is op de breedtegraad van Nederland. (EE)
Storm warning

10 september 2014
Bij magnetische reconnectie – het ‘knappen’ en vervolgens weer aaneenvoegen van magnetische veldlijnen – komt enorm veel energie vrij. Maar wetenschappers worstelen allang met de vraag hoe dat proces in zijn werk gaat, Wetenschappers van het Princeton Plasma Physics Laboratory (PPPL) in de VS lijken een stap dichter bij een verklaring te zijn gekomen (Nature Communications, 10 september). Bij een relatief klein laboratoriumonderzoek met plasma – heet, geïoniseerd gas – hebben de wetenschappers niet alleen gezien hoe de transformatie zich voltrekt, maar ook vastgesteld dat ongeveer de helft van de magnetische energie wordt omgezet in deeltjesenergie c.q. de snelheid waarmee de deeltjes in het plasma bewegen. Volgens de onderzoekers wordt de vrijgekomen energie in eerste instantie gebruikt om de elektronen in het plasma te versnellen. Hierdoor ontstaat een elektrisch veld dat op zijn beurt de belangrijkste energiebron voor de ionen (geïoniseerde atoomkernen) wordt. Overal waar sterke magnetische velden in het spel zijn kan magnetische reconnectie optreden. Op de zon resulteert deze omzetting van energie, waarbij het equivalent van miljoenen tonnen TNT vrijkomt, in kolossale uitbarstingen. Bij het magnetische veld van de aarde blijven de gevolgen beperkt tot geomagnetische ‘stormen’ die satellieten en kunnen beschadigen en (in extreme gevallen) stroomnetten op aarde kunnen platleggen. (EE)
PPPL scientists take key step toward solving a major astrophysical mystery

27 augustus 2014
Met behulp van een van de gevoeligste neutrinodetectors op aarde heeft een internationaal team van wetenschappers voor het eerst de neutrino’s gedetecteerd die vrijkomen bij de fusiereacties in de kern van onze zon. Daarbij is vastgesteld dat deze deeltjes – zoals al werd verwacht – vrijkomen bij het samensmelten van twee protonen (Nature, 28 augustus). Dat is de eerste stap in de reactieketen die verantwoordelijk is voor ongeveer 99 procent van de energie die de zon produceert.  De neutrino’s die vrijkomen bij de fusiereacties in het hart van de zon stromen met bijna de snelheid van het licht de ruimte in. Per seconde wordt elke vierkante centimeter van het aardoppervlak getroffen door ruwweg honderd miljard van deze deeltjes. Neutrino’s gaan echter bijna geen interacties aan met materie, waardoor ze maar heel moeilijk te detecteren zijn.  Het moeilijkst detecteerbaar zijn neutrino’s die relatief weinig energie hebben, zoals die welke vrijkomen bij de proton-protonreactie. Deze laten zich namelijk moeilijk onderscheiden van de neutrino’s die vrijkomen bij natuurlijke radioactieve processen op aarde.  Om dat probleem te omzeilen hebben de wetenschappers gebruik gemaakt van de Borexino-detector, die diep onder het Italiaanse Apennijnengebergte ligt. Deze detecteert de schaarse interacties tussen neutrino’s met de elektronen in een extreem zuivere organische vloeistof. De detector, die zich in een bijna veertien meter grote bol van roestvrij staal bevindt, omringd door duizend ton water, wordt beschouwd als de meest stralingsvrije plek op aarde. (EE)
Detecting Neutrinos from the Heart of the Sun

7 augustus 2014
Een internationaal team van wetenschappers heeft meer inzicht gekregen in de prehistorie van ons zonnestelsel – de periode onmiddellijk voorafgaand aan de geboorte van onze zon. Door de zware radioactieve elementen in meteorieten te analyseren, hebben ze vastgesteld wanneer voor het laatst zware elementen zoals goud, zilver, platina, lood en zeldzame aardmetalen aan de oermaterie van het zonnestelsel werden toegevoegd (Science, 8 augustus). Sterren zoals onze zon ontstaan wanneer de dichtste delen van een grote wolk stof en gas onder invloed van de zwaartekracht samentrekken. Behalve waterstof en helium bevat zo’n oerwolk ook zwaardere elementen, die afkomstig zijn van sterren die aan het einde van hun leven een groot deel van hun materie hebben uitgestoten. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de oermaterie van ons zonnestelsel ongeveer 100 miljoen jaar voor de geboorte van de zon voor het laatst met goud, zilver en platinum is verrijkt. De laatste zeldzame aardmetalen – elementen die onder andere worden gebruikt bij de productie van smartphones – kwamen 70 miljoen jaar later. Dat betekent dat het materiaal waaruit het zonnestelsel is ontstaan zich al ongeveer 30 miljoen jaar voor de geboorte van de zon van de rest van het Melkwegstelsel heeft afgezonderd. Tijdens die lange ‘incubatieperiode’ ontstond een stellaire kraamkamer waarin naast de zon nog een x-aantal andere sterren ontstonden. (EE)
Step closer to birth of the sun

28 juli 2014
Zeker zestig procent van de zachte röntgenstraling uit het heelal is afkomstig uit de Local Hot Bubble - een grote 'bel' van zeer ijl, heet gas (plasma) waar de zon doorheen beweegt. Dat blijkt uit metingen van een röntgeninstrument aan boord van een sondeerraket. De resultaten zijn op 27 juli online gepubliceerd in Nature. In 1990 ontdekte de Duitse kunstmaan ROSAT al een kosmische 'achtergrond' van zachte röntgenstraling, met een relatief lange golflengte en een relatief geringe energie. De herkomst daarvan was echter lange tijd niet duidelijk. Het zou om röntgenstraling kunnen gaan die afkomstig is van plasma in de Local Hot Bubble, of om röntgenstraling die geproduceerd wordt door de wisselwerking van zonnewinddeeltjes met elektrisch geladen deeltjes in de interplanetaire ruimte in ons eigen zonnestelsel. Het DXL-experiment (Diffuse X-ray emission from the Local galaxy), dat op 12 december 2012 een vijf minuten durende vlucht maakte aan boord van een Amerikaanse sondeerraket, heeft nu op overtuigende wijze aangetoond dat hooguit veertig procent van de zachte röntgenachtergrond afkomstig is uit ons eigen zonnestelsel. De rest wordt geproduceerd door het ijle plasma in de Local Hot Bubble. Deze interstellaire 'bel' moet in de afgelopen 20 miljoen jaar zijn ontstaan door één of meer supernova-explosies in de omgeving van de zon. Er was al langer bekend dat de zon zich momenteel in een relatief 'leeg' gebied in het Melkwegstelsel bevindt; de DXL-metingen bieden voor het eerst informatie over het zeer ijle, hete gas in de bel. (GS)
NASA-funded X-ray Instrument Settles Interstellar Debate (origineel persbericht)

23 juli 2014
‘Voyager 1 heeft het zonnestelsel verlaten.’ Die mededeling hebben we de afgelopen twee jaar verschillende keren mogen lezen. Maar nog steeds zijn lang niet alle wetenschappers ervan overtuigd dat de inmiddels 37 jaar oude ruimtesonde de grens met de interstellaire ruimte is gepasseerd.Twee wetenschappers van het Voyager-team hebben nu echter een test ontwikkeld die – naar eigen zeggen – echt de knoop zal doorhakken. De wetenschappers voorspellen dat de Voyager 1 binnen twee jaar de dunne grenslaag zal passeren waar de polariteit van het magnetische veld van de zon van richting omkeert. Als dat inderdaad gebeurt, bevindt de ruimtesonde zich nog binnen de heliosfeer – het deel van de ruimte waar het magnetische veld van de zon de overhand heeft. Gebeurt het niet, dan heeft Voyager 1 de interstellaire ruimte bereikt. Volgens collega’s is het overigens nog maar de vraag of de test echt doorslaggevend zal blijken te zijn. De heliosfeer hoeft namelijk geen vaste omvang te hebben: ze kan uitdijen of krimpen. Het is dus niet ondenkbaar dat Voyager 1 de grens van het zonnestelsel meerdere keren tegenkomt. Voyager 1 en haar zustersonde Voyager 2 werden in 1977 gelanceerd om de planeten Jupiter en Saturnus te onderzoeken. Voyager 2 scheerde ook langs Uranus en Neptunus. Beide zijn hard op weg naar de grens van ons zonnestelsel – waar die momenteel ook mag liggen. (EE)
Voyager Spacecraft Might Not Have Reached Interstellar Space

9 juli 2014
Wetenschappers die gebruik maken van gegevens van de ruimtesonde MESSENGER hebben zogeheten snelle neutronen waargenomen die afkomstig zijn van de zon. Deze gematigd energierijke subatomaire deeltjes zonder elektrische lading kunnen worden gebruikt om zonnevlammen – grote uitbarstingen op het oppervlak van de zon – te onderzoeken. Vanaf de aarde kunnen deze deeltjes niet worden gedetecteerd.Vrije neutronen hebben een gemiddelde vervaltijd van iets minder dan vijftien minuten. Ze vallen dan uiteen in drie andere deeltjes: een proton, een elektron en een elektron-neutrino. Hierdoor bewegen de zonneneutronen niet snel genoeg om door de zonnetelescopen die om de aarde cirkelen te worden gedetecteerd: ze komen hier simpelweg niet aan. MESSENGER draait sinds maart 2011 om de planeet Mercurius en bevindt zich dus ongeveer drie keer zo dicht bij de zon als wij. Vanuit die positie is hij wél in staat om langskomende zonneneutronen te detecteren. Informatie over het gedrag van deze deeltjes geeft inzicht in de ingewikkelde versnellingsprocessen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van energierijke zonnedeeltjes. De neutronen van de zon vormen een soort uitloper van het buitenste deel van de zonneatmosfeer – de corona. Na hun verval tot protonen worden ze langs magnetische veldlijnen de interplanetaire ruimte in geleid. (EE)
NASA’s MESSENGER Spacecraft Observes Solar Neutrons

8 juli 2014
De Amerikaanse ruimtesonde Voyager 1, die zich ver buiten de baan van de buitenste planeet Neptunus bevindt, is opnieuw getroffen door een 'zonnetsunami' - een schokgolf in de ruimte, veroorzaakt door een grote uitbarsting op de zon die ongeveer een jaar eerder plaatsgevonden moet hebben. De schokgolf veroorzaakt trillingen in het interstellaire plasma waar Voyager 1 momenteel doorheen beweegt en verstoort bovendien de bewegingen van de individuele elektrisch geladen deeltjes in dat plasma. De metingen aan de nieuwe tsunami - de derde die door Voyager 1 is geregistreerd sinds hij de invloedssfeer van de zon (de heliosfeer) achter zich heeft gelaten - bevestigen dat de ruimtesonde zich inderdaad in de interstellaire ruimte bevindt. Uit de frequentie van de veroorzaakte plasmatrillingen kan de dichtheid van het gas worden afgeleid. Die blijkt enkele tientallen malen zo hoog te zijn als de dichtheid van elektrisch geladen deeltjes in de heliosfeer. Voyager 1 werd in 1977 gelanceerd en passeerde de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus voordat hij het zonnestelsel uitvloog. De afstand tot de aarde bedraagt momenteel iets meer dan 19 miljard kilometer. (GS)
Sun Sends More 'Tsunami Waves' to Voyager 1 (origineel persbericht)

2 juli 2014
De vorming en evolutie van magnetische fluxbuizen op de zon is voor het eerst gedetailleerd in beeld gebracht met behulp van het IMaX-instrument (Imaging Magnetograph Experiment) aan boord van de Sunrise-ballonmissie. Tijdens de vlucht verrichtte IMaX 23 minuten lang extreem gedetailleerde metingen aan het magnetisch veld van de zon. Fluxbuizen zijn langgerekte magnetische structuren van heet gas, met afmetingen van enkele honderden kilometers. Ze worden wel beschouwd als de bouwstenen van het magnetisch veld van de zon. Eerder was al bekend dat ze ontstaan in de ruimtes tussen afzonderlijke granulen - grote bellen van heet gas die aan het oppervlak van de zon omhoog borrelen. IMaX heeft de vorming en de evolutie van de fluxbuizen nu voor het eerst in detail bestudeerd. Daarbij blijkt dat er sprake is van een soort oscillatie, waarbij de magnetische veldsterkte toe- en afneemt. Het onderzoek kan bijdragen in een beter begrip van de magnetische eigenschappen van de zon, die onder andere aan de basis liggen van de 11-jarige zonnecyclus. (GS)
IMaX, a Spanish instrument, reveals how magnetic structures in the Sun are born and evolve (origineel persbericht)

25 juni 2014
Waarnemingen met de beide STEREO-satellieten van NASA laten zien dat de corona van de zon groter is dan gedacht. Hij strekt zich uit tot op ongeveer 8 miljoen kilometer van het zonsoppervlak. Dat betekent dat de Solar Probe Plus, een NASA-ruimtesonde die de zon over enkele jaren tot op 6 miljoen kilometer zal naderen, daadwerkelijk in aanraking komt met de buitenste uitlopers van onze ster. De herziene omvang van de corona wordt afgeleid uit drukgolven die zich door het ijle gas voortplanten. Deze ‘magnetosonische’ golven zijn zichtbaar als trage, kleine rimpelingen, die worden veroorzaakt door uitbarstingen dichter bij de zon. Bekend was al dat de corona zich tot op miljoenen kilometers van de zon uitstrekt, maar hoe ver precies was onduidelijk. Met het blote oog is zonnecorona onder normale omstandigheden niet waarneembaar. Alleen tijdens een totale zonsverduistering, als de maan voor de heldere zonneschijf schuift, vertoont hij zich als een krans van spookachtig licht. Satellieten voor zonneonderzoek kunnen zo’n zonsverduistering nabootsen met behulp van een ondoorzichtig schijfje. (EE)
NASA's STEREO Maps Much Larger Solar Atmosphere Than Previously Observed

24 juni 2014
'Regen' in de 'dampkring' van de zon ontstaat op vergelijkbare wijze als neerslag op aarde. Eamon Scullion van Trinity College in Dublin en zijn collega's hebben op basis van satellietgegevens en computermodelberekeningen meer inzicht verkregen in het ontstaan van 'coronale regen' - relatief koel gas dat vanuit de corona (de ijle zonne-atmosfeer) op het hete oppervlak neerdaalt. De nieuwe resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Portsmouth. Zonnevlammen - explosieve uitbarstingen aan het oppervlak - blazen heet gas de ruimte in. Op grote hoogte kan dat gas snel afkoelen en condenseren tot plasmawolken met afmetingen van vele honderden kilometers - de 'regendruppels' die weer terugvallen op het zonsoppervlak. Soms is er sprake van een ware 'waterval' van plasma, zoals in juni 2012. Scullion en zijn collega's hebben foto's bestudeerd die gemaakt zijn met de Swedish Solar Telescope op het Canarische eiland La Palma. Op basis daarvan concluderen ze dat het condensatieproces soms heel snel verloopt, als gevolg van 'catastrofale afkoeling'. Ook op aarde ontstaat neerslag door afkoeling en condensatie (van waterdamp). De coronale regen speelt vermoedelijk een belangrijke rol bij het reguleren van de (hoge) temperatuur van de corona. Hoe de corona zo sterk wordt verhit is overigens nog steeds een raadsel. (GS)
When It Rains, It Pours...on the Sun (origineel persbericht)

23 juni 2014
Eon Jui Lee van de Universiteit van St. Andrews heeft een driedimensionaal computermodel ontwikkeld waarmee het ontstaan van zogeheten 'blowout jets' op de zon kan worden gesimuleerd en verklaard. In tegenstelling tot de normale 'jets' (straalstromen) op de zon, waarbij enkele tonnen extreem heet zonnegas de ruimte in geblazen worden met snelheden tot 1000 kilometer per seconde, gaat het bij blowout jets om koeler gas, met temperaturen van 'slechts' tien- tot honderdduizend graden. Volgens Lee ontstaan ze door magnetische explosies aan de voet van de jet, mogelijk doorat de veldlijnen in het zonnegas ineen gestrengeld raken. De computersimulaties komen nauwkeurig overeen met waarnemingen van de explosieve verschijnselen door de Japanse Hinode-kunstmaan. Lee presenteert zijn nieuwe model dee week op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Portsmouth. (GS)
Big solar blowouts hold clue to space weather (origineel persbericht)

23 juni 2014
Grote, trage uitbarstingen op de zon kunnen op gang komen door kleinere 'pufjes' van heet gas in de corona - de ijle, hete dampkring van de zon. Dat blijkt uit 3D-waarnemingen die in januari 2013 verkregen zijn door de zonnesatellieten SOHO, STEREO en Solar  Dynamics Explorer. De 'pufjes' worden op hun beurt weer veroorzaakt door 'jets' (straalstromen) van heet gas die de ruimte in geblazen worden vanaf het oppervlak van de zon. Zonnefysici van de Universiteit van Aberystwyth zagen hoe de verschillende 'pufjes' met een tussenpoos van ca. drie uur optraden. Pas na ca. 12 uur kwam een grote, trage uitbarsting in de corona van de zon op gang. Doordat het verschijnsel is waargenomen door verschillende zonne-observatoria in de ruimte, vanuit verschillende richtingen, kon een 3D-beeld van het proces verkregen worden. De nieuwe metingen worden deze week gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Portsmouth. (GS)
Puffing Sun gives birth to reluctant eruption (origineel persbericht)

18 juni 2014
NASA heeft een nieuwe ruimteonderzoeksmissie geselecteerd voor het onderzoek van zonnedeeltjes boven de polen van de aarde. De missie, CuSPP geheten, zal worden uitgevoerd met een CubeSat – een minisatelliet ter grootte van drie melkpakken. CuSPP zal misschien al in 2017 meeliften met de lancering van een andere (grotere) satelliet. Hij wordt uitgerust met een ionendetector die de bronnen en versnellingsmechanismen van energierijke deeltjes van de zon in kaart moet brengen. Zulke deeltjes zijn schadelijk voor astronauten en satellieten. Het CubeSat-concept is in 1999 ontwikkeld om studenten op relatief goedkope wijze praktische ervaring te laten opdoen in het ontwerpen en bouwen van satellieten. De missies kosten maximaal twee tot vier miljoen dollar. (EE)
SwRI-led CubeSat mission selected by NASA to study solar particles and space weather

10 juni 2014
In 2008 en 2009 bereikte de activiteit van onze zon een langdurig en diep minimum. De aantallen zonnevlekken waren ongekend laag en zonnevlammen ontbraken al helemaal. Maar volgens zonnefysici lijkt de zonneactiviteit inmiddels weer zijn elfjaarlijkse piek te hebben bereikt. Die piek is wel veel minder hoog dan voorgaande. Het huidige activiteitsmaximum behoort tot de zwakste die sinds 1755 zijn geregistreerd. Veel zonneonderzoekers spreken dan ook van een ‘mini-maximum’. Dat wil echter niet zeggen dat de zon de afgelopen tijd geen grote uitbarstingen heeft geproduceerd. Zo ontsnapte de aarde in juli 2012 aan een van de krachtigste ‘coronale massa-ejecties’ – een uitstoot van een grote wolk van geladen deeltjes – die ooit zijn waargenomen. En op 10 juni jl. registreerde NASA-satelliet SDO kort na elkaar twee krachtige zonnevlammen – explosies aan het oppervlak van de zon. (EE)
Solar Mini-Max

3 juni 2014
De Europese zonnesatelliet Solar Orbiter heeft zijn laatste rigoureuze tests doorstaan. In mei is het 3,1 bij 2,4 meter grote zonneschild van de ruimtesonde getest in de Large Space Simulator van het Europese technologiecentrum ESTEC in Noordwijk. Solar Orbiter zal de zon tot op een afstand van 'slechts' 40 miljoen kilometer naderen, waarbij de temperaturen kunnen oplopen tot boven de 500 graden. Om de gevoelige apparatuur te beschermen wordt de satelliet uitgerust met een groot zonneschild. In de ruimtesimulator is de intense zonnestraling nagebootst met 19 xenonlampen van 25 kilowatt per stuk, terwijl de omgevingstemperatuur werd teruggebracht tot 170 graden onder nul, om de omstandigheden in de ruimte zo goed mogelijk na te bootsen. Alle tests zijn met succes voltooid. Solar Orbiter moet in 2017 gelanceerd worden. (GS)
Solar Orbiter’s shield takes Sun’s heat (origineel persbericht)

2 juni 2014
Zonnefysici van het New Jersey Institute of Technology hebben ongekend gedetailleerde waarnemingen van de zon gepresenteerd op de 224ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Boston. De nieuwe waarnemingen zijn verricht met de 1,6-meter New Solar Telescope (NST) van het Big Bear Solar Observatory in Californië. Deze telescoop is in 2009 in gebruik genomen. Dankzij adaptieve optiek, waarmee storende trillingen in de aardse dampkring worden gecompenseerd, levert hij de scherpste beelden van de zon ooit. Op de bijeenkomst presenteerden de astronomen waarnemingen van twee krachtige zonnevlammen die op 6 juli 2012 binnen een half uur na elkaar optraden in hetzelfde gebied op de zon. Beide zonnevlammen bestonden uit drie 'strengen' van heet gas, terwijl de meeste zonnevlammen uit twee van die gasstrengen bestaan. Vermoedelijk werd de drievoudige structuur veroorzaakt door magnetische reconnectie - het proces waarbij magnetische veldlijnen zich opnieuw rangschikken en waarbij krachtige uitbarstingen van energie kunnen optreden. Met de New Solar Telescope zijn ook hogeresolutiebeelden verkregen van kleinschalige plasma-uitbarstingen aan het oppervlak van de zon. Daarbij werden elke vijftien seconden opnamen gemaakt waarop details van slechts 65 kilometer groot te zien zijn. Het blijkt dat de kleinschalige uitbarstingen indirect een belangrijke rol spelen bij het verhitten van de ijle dampkring van de zon (de corona): ze leidden tot de vorming van een gemagnetiseerde streng van gas met een lengte van ca. 10.000 kilometer, die invloed uitoefende op de structuur van de granulatie - het patroon van hete, opborrelende gasbellen aan het zonsoppervlak. Daardoor ontstonden weer nieuwe magnetische interacties, die een verhitting van de corona tot gevolg hadden. Tot slot presenteerden de zonnefysici ook extreem gedetailleerde foto's en filmpjes van een relatief kleine zonnevlek op 29 september 2013. Door waarnemingen op verschillende golflengten te verrichten, kon de beweging van gas op verschillende hoogte in kaart worden gebracht. Zo ontstond een 3D-beeld, waarop rollende patronen zichtbaar zijn in de penumbra (het minder donkere buitenste deel van een zonnevlek), en convectiepatronen in de donkere umbra. Uit de nieuwe resultaten blijkt dat de dynamica van een zonnevlek veel complexer is dan tot nu toe werd aangenomen. (GS)
Solving Sunspot Mysteries (originele persberichten)

17 april 2014
Wetenschappers hebben ontdekt dat heldere stippen in de zonsatmosfeer kunnen worden gebruikt om stromingen onder het zonsoppervlak in kaart te brengen. Dat betekent dat de ontwikkelingen in het kolkende inwendige van de zon voortaan zo’n beetje op de voet kunnen worden gevolgd. Doorgaans wordt het inwendige van de zon onderzocht met behulp van een techniek die helioseismologie wordt genoemd. Daarbij meten wetenschappers de snelheden van golven – vergelijkbaar met seismische golven op aarde – om inzicht te krijgen in het inwendige van de zon. Dergelijke metingen hebben laten zien dat het zonsinwendige een mêlee van opstijgende en dalende bellen is – ongeveer zoals kokend water in een pan, maar dan op veel grotere schaal. De kleinste bellen, die granules worden genoemd, hebben afmetingen van enkele duizenden kilometers. Daarnaast zijn er ook ‘supergranules’ die ongeveer twee keer zo groot zijn als de aarde. Bij het nieuwe onderzoek is geen gebruik gemaakt van seismische golven, maar zijn met een instrument van de Solar Dynamics Observatory (SDO) magnetische velden op het zonsoppervlak in kaart gebracht. Daarbij is gelet op die delen van de zon die magnetisch in evenwicht zijn. Dat wil zeggen: gebieden waar net zo veel magnetische veldlijnen naar buiten treden als de diepte in duiken. De wetenschappers hebben ontdekt dat de afmetingen van deze ‘magnetische pakketten’ overeenstemmen met die van granules en supergranules. Daarnaast zijn ook structuren ontdekt die nog eens vijf keer zo groot zijn. Vermoed wordt dat deze overeenkomen met nog grotere cellen van stromend materiaal in de zon. De onderzoekers hebben dezelfde gebieden ook bekeken met een ander instrument van de SDO, dat de ultraviolette en röntgenstraling van de ijle buitenste atmosfeer van de zon in beeld brengt. Daarbij viel het hen op dat heldere stippen in deze zogeheten corona vaak precies boven allergrootste magnetische pakketten te vinden zijn. Aan de hand van deze heldere stippen kan dus worden gevolgd wat zich onder het zonsoppervlak afspeelt. (EE)
Bright Points in Sun's Atmosphere Mark Patterns Deep In Its Interior

18 maart 2014
De aarde is in juli 2012 ternauwernood ontsnapt aan de gevolgen van een 'superstorm' op de zon. Dat schrijven Amerikaanse en Chinese onderzoekers vandaag in Nature Communications.Op 22 juli 2012 vond een extreem snelle uitbarsting van elektrisch geladen deeltjes en magnetische velden plaats op de zon. Die was gelukkig niet op de aarde gericht, anders zouden de gevolgen mogelijk catastrofaal zijn geweest. Zonnestormen veroorzaken niet alleen spectaculair poollicht, maar kunnen ook satellietelektronica ontregelen, elektriciteitscentrales plat leggen en computernetwerken verstoren. De schade van een 'superstorm' op de zon kan volgens de onderzoekers in de biljoenen dollars lopen. De CME (coronal mass ejection) van 22 juli 2012 vond aan de achterzijde van de zon plaats, en werd onder andere bestudeerd door de Amerikaanse ruimtesonde STEREO-A. De uitbarsting was zo krachtig dat de zonnewinddeeltjes met een recordsnelheid van ca. 3000 kilometer per seconde door het zonnestelsel werden geblazen - één procent van de lichtsnelheid.Uit een analyse van de satellietwaarnemingen hebben de onderzoekers nu geconcludeerd dat er sprake was van twee CME's binnen een kwartier. Bovendien was er vier dagen eerder ook al een zonsuitbarsting geweest. De wisselwerking van de verschillende CME's leidde tot de krachtigste zonnestorm die tot nu toe is waargenomen. In hun publicatie stellen de onderzoekers dat de 'superstorm' vergelijkbaar was met de zonnestorm die in september 1859 al het telegraafverkeer op aarde lam legde. Tegenwoordig zouden de gevolgen van een dergelijke storm veel groter zijn, omdat onze westerse samenleving veel afhankelijker is geworden van kwetsbare technologieën. (GS)
Fierce solar magnetic storm barely missed Earth in 2012 (origineel persbericht)

7 maart 2014
Honderden miljoenen hemelobjecten heeft de infraroodsatelliet WISE bekeken. Maar de hypothetische planeet X alias Tyche of de zwakke ster Nemesis, die zich in de buitenste regionen van ons zonnestelsel zou moeten verschuilen, zit daar niet bij. Dat wil niet zeggen dat zo’n verre planeet of ster niet bestaat, maar áls hij bestaat is hij of relatief klein of heel ver weg. In de WISE-gegevens is binnen een afstand van 10.000 astronomische eenheden (AE) geen object groter dan Saturnus aangetroffen, en binnen 26.000 AE geen object groter dan Jupiter. (1 AE = de gemiddelde afstand zon-aarde oftewel 150 miljoen kilometer.) Dat betekent dat de kans uiterst klein is dat zich aan de rand van het zonnestelsel nog een grote gasplaneet of kleine ster bevindt. Wel heeft de WISE-survey een schat aan andere ontdekkingen opgeleverd, waaronder meer dan 3500 sterren en bruine dwergen in onze kosmische achtertuin. Dat laatste moet je dan wel ruim zien – bedoeld wordt: binnen een afstand van 500 lichtjaar. WISE heeft in 2010 en 2011 de volledige hemel in kaart gebracht. Daarna is de satelliet een tijdje in winterslaap gehouden. Maar in september 2013 is hij weer tot leven gebracht, om planetoïden en kometen in ons zonnestelsel op te sporen. (EE)
NASA's WISE Survey Finds Thousands of New Stars, But No 'Planet X'

20 februari 2014
Een team van Europese wetenschappers dat het gedrag van zogeheten coronale massa-ejecties (CME’s) heeft onderzocht, heeft geconstateerd dat deze grote uitbarstingen in de buitenste atmosfeer van de zon een opvallende overeenkomst vertonen met supernova-explosies. Bij beide verschijnselen neemt het terugvallende extreem hete gas een sliertige gedaante aan. Op 7 juni 2011 waren astronomen getuige van de grootste uitstoot van zonnematerie die ooit is waargenomen. Een deel van het hete gas ontsnapte de ruimte in, maar het meeste viel al snel terug naar het zonsoppervlak. Dat terugvallende ‘plasma’ is gefotografeerd door de NASA-satelliet SDO (Solar Dynamics Observatory). Uit de beelden blijkt dat de pluim van terugvallend plasma een merkwaardige vorm aannam. Het gedroeg zich als druppels inkt die in een bak met water vallen, en vormde daarbij sliertige vertakkingen. Dat verschijnsel wordt een Rayleigh-Taylor-instabiliteit genoemd. Rayleigh-Taylor-instabiliteiten ontstaan waar een vloeistof (of, in dit geval, een gas dat zich als vloeistof gedraagt) zich met hoge snelheid een weg baant door een vloeistof die een heel andere dichtheid heeft. In dit geval had het terugvallende plasma een hogere dichtheid dan de zonsatmosfeer waar het doorheen viel. Eenzelfde verschijnsel, maar dan op veel grotere schaal, is te zien in de Krabnevel – het restant van een supernova-explosie die bijna duizend jaar geleden heeft plaatsgevonden. Een onderzoek van de Rayleigh-Taylor-instabiliteit in deze gasnevel heeft laten zien dat sterke magnetische velden ervoor zorgen dat de sliertige vertakkingen dikker zijn dan normaal. Ook bij de CME van 2011 zijn deze verdikkingen waargenomen. (EE)
Astronomers find solar storms behave like supernovae

13 februari 2014
De bepaling van de richting van het magnetische veld in de ruimte buiten het zonnestelsel door de Interstellar Boundary Explorer (IBEX) is in overeenstemming met recente waarnemingen van energierijke kosmische straling. Tot die conclusie komen Amerikaanse wetenschappers vandaag in de online-editie van Science. De ontdekking wijst erop dat de omstandigheden in de lokale interstellaire ruimte bepalend zijn voor de koers die de deeltjes van de kosmische straling in de directe omgeving van het zonnestelsel volgen. IBEX is een NASA-satelliet die het overgangsgebied tussen het zonnestelsel en de interstellaire ruimte in kaart brengt. In 2009 ontdekte de satelliet een smalle gordel aan de rand van het zonnestelsel van waaruit atomen onze kant op komen. Modelberekeningen lieten zien dat deze gordel waarschijnlijk de plaats aangeeft waar neutrale waterstofatomen het magnetische veld van de interstellaire ruimte betreden. Metingen van energierijke kosmische straling, zoals gemeten door speciale detectors zoals Milagro en IceCube, lijken deze theorie te bevestigen. Om de vorm van de heliosfeer – de reusachtige ‘bubbel’ die onze zonnestelsel omsluit en ons tegen kosmische straling beschermt – te kunnen begrijpen, is het zaak om te weten welke richting het magnetische veld buiten ons zonnestelsel heeft. Het feit dat zowel de door IBEX gemeten atomen als de veel energierijkere deeltjes van de kosmische straling dezelfde richting aan het interstellaire magnetische veld toekennen, vergroot het vertrouwen in de metingen. (EE)
Scientists reveal cosmic roadmap to galactic magnetic field

7 januari 2014
Dinsdagavond (7 januari) heeft de zon een grote zonnevlam geproduceerd – de eerste van betekenis dit jaar. De uitbarsting hangt samen met een enorme zonnevlekkengroep, die op 1 januari aan de zonnerand opdook en door de draaiing van de zon inmiddels het midden van de zonneschijf heeft bereikt. Zonnevlammen zijn krachtige uitbarstingen van licht en andere vormen van straling. De schadelijke straling van een zonnevlam vormt geen directe bedreiging voor het leven op aarde: zij wordt tegengehouden door de aardatmosfeer. Maar als de uitbarsting maar hevig genoeg is kan zij wel de communicatie met satellieten verstoren. De zonnevlekkengroep die momenteel op de zon te zien is, behoort tot de grootste van de afgelopen negen jaar. De grootste vlek is ongeveer twee keer zo breed, de groep als geheel zelfs zeven keer zo breed als de aarde. (EE)
Sun Unleashes First X-class Flare of 2014

9 december 2013
Als hij op de aarde gericht was geweest, zou dat tot de grootste technologische ramp in de geschiedenis hebben geleid. De uitbarsting die in juli 2012 plaatsvond aan de 'achterkant' van de zon was volgens Amerikaanse onderzoekers mogelijk de krachtigste die ooit is waargenomen.De zon stoot af en toe gigantische wolken van snel bewegende elektrisch geladen deeltjes uit. Zo'n CME (coronal mass ejection of coronale materie-eruptie) kan op aarde elektriciteitscentrales, computernetwerken en satellietverkeer stilleggen. In 1859 nam de Engelse astronoom Richard Carrington een krachtige uitbarsting waar die een paar dagen later al het telegraafverkeer op aarde lamlegde en poollicht veroorzaakte tot in de Tropen. De CME van juli 2012 was volgens de onderzoekers mogelijk nog krachtiger. Gelukkig vond de uitbarsting - gezien vanaf de aarde - aan de achterkant van de zon plaats. Daardoor vormde hij geen gevaar voor onze planeet. De CME is bestudeerd door de Amerikaanse ruimtesonde STEREO-A. De nieuwe analyse van de kracht van de explosie is vandaag gepresenteerd op de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union in San Francisco. (GS)
CU-Boulder scientist: 2012 solar storm points up need for society to prepare (origineel persbericht)

25 oktober 2013
Na een periode van relatieve rust is de zon de laatste dagen weer extreem actief. Rond de 25e oktober was er sprake van drie krachtige zonnevlammen in een periode van twee dagen. Bij zonnevlammen worden grote hoeveelheden elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen. Die komen na enkele dagen bij de aarde aan, waar ze niet alleen aanleiding geven tot poollicht, maar ook verstoringen kunnen veroorzaken in het radioverkeer, in elektriciteitscentrales en in satellietelektronica. De zon bereikt dit jaar het maximum van de elfjarige activiteitscyclus. De krachtigste zonnevlam tot nu toe in deze cyclus vond plaats op 9 augustus 2011. (GS)
Sun Emits Third Solar Flare in 2 Days (origineel persbericht)

26 september 2013
Met dank aan twee om de maan cirkelende ruimtesondes is duidelijk geworden waar de energie blijft die vrijkomt als een grote uitbarsting van de zon een 'kortsluiting' veroorzaakt in het magnetische veld van de aarde. Een deel ervan gaat richting aarde, de rest juist de andere kant op (Science, 27 september). Een deel van de energie die vrijkomt bij grote uitbarstingen van de zon wordt tijdelijk opgeslagen in het magnetische veld van de aarde. Uiteindelijk komt die zonne-energie explosief vrij, wat de stralingsgordels van de aarde van energie voorziet en spectaculaire poollichten kan veroorzaken. In extreme gevallen kan dit 'ruimteweer' ook tot uitval van communicatiesystemen en elektriciteitsnetten leiden. Met behulp van acht satellieten, waarvan er zes om de aarde draaien en twee om de maan, is in de zomer van 2012 gemeten hoeveel magnetische energie er bij zo'n gebeurtenis vrijkomt. De energieproductie was een half uur lang vergelijkbaar met die van alle elektriciteitscentrales op aarde. En alles bij elkaar kwam er een hoeveelheid energie vrij die overeenkomt met een aardbeving met kracht van 7,1 op de schaal van Richter. Eerdere pogingen om de hoeveelheid vrijkomende energie te meten, gaven steeds een uitkomst te zien die te gering was om de hevigheid van het ruimteweer te kunnen verklaren. Uit het nieuwe onderzoek blijkt waarom dat zo was. Bij de eerdere metingen waren alleen om de aarde draaiende satellieten betrokken. Maar een groot deel van de energie die bij de magnetische reconnecties vrijkomt, wordt omgezet in deeltjes- en golfenergie die juist van de aarde weg wordt geleid. En dat werd bij de eerdere metingen over het hoofd gezien. (EE)
Lunar orbiters discover source of space weather near Earth

24 september 2013
Drie maanden na de vlucht van de 'ballonsterrenwacht' Sunrise hebben wetenschappers van het Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung unieke beelden gepresenteerd van de chromosfeer van de zon – de scheidingslaag tussen de relatief koele fotosfeer (het 'zonsoppervlak') en de ziedend hete corona. Sunrise heeft deze laag voor het eerst gedetailleerd gefotografeerd in ultraviolet licht. De opnamen laten structuren zien van slechts enkele honderden kilometers groot. De chromosfeer stelt astronomen nog steeds voor een raadsel. Hoe is het mogelijk dat de temperatuur in deze laag naar boven toe met gemiddeld 6000 graden toeneemt, terwijl de afstand tot de hete kern van de zon alleen maar groter wordt? Bij een eerdere vlucht van Sunrise, in 2009, werd vastgesteld dat deze temperatuurstijging voor een belangrijk deel voor rekening komt van akoestische golven in het plasma (hete gas) van de zonsatmosfeer. Om ook de resterende stukjes van de puzzel te kunnen vinden, zijn echter detailrijke beelden in zoveel mogelijk golflengtegebieden nodig.De nieuwe Sunrise-beelden vormen een van die puzzelstukjes. Vanaf een hoogte van meer dan 37 kilometer, met bijna de volledige aardatmosfeer onder zich, heeft deze aan een stratosferische ballon opgehangen zonnetelescoop haarscherpe opnamen van de chromosfeer gemaakt. De opnamen schetsen een complex beeld van de chromosfeer: waar de zon rustig is, zijn donkere gebieden van ongeveer duizend kilometer groot te zien die omgeven zijn door een heldere rand. Dit patroon ontstaat door het opstijgen, afkoelen en weer neerdalen van plasma. In dat patroon flitsen zo nu en dan heldere lichtpunten op. Zonnefysici denken dat dit tekenen zijn van afzonderlijke magnetische fluxbuizen in de fotosfeer – de basiselementen van het magnetische veld van de zon. Behalve naar deze rustige gebieden hebben de onderzoekers ook de naaste omgeving van zonnevlekken bekeken. Deze grote, donkere structuren zijn vooral in grote aantallen te zien wanneer de magnetische activiteit van de zon op zijn grootst is. De Sunrise-beelden laten duidelijk zien hoe sterk de structuur van de chromosfeer in deze regionen afwijkt van het normale patroon.De wetenschappers hopen dat de komende maanden nog meer inzichten over de chromosfeer zullen opleveren. Kort na de Sunrise-missie heeft NASA namelijk een nieuwe satelliet voor zonneonderzoek gelanceerd: Iris. Ook deze onderzoekt de chromosfeer en de corona van de zon in het ultraviolet. (EE)
A unique glance into the Sun’s atmosphere

17 september 2013
Het 'weer' in de interplanetaire ruimte is van grote invloed op het functioneren van geostationaire satellieten - kunstmanen die zich op 36.000 kilometer afstand van de aarde bevinden, op een vast punt boven de evenaar. Zulke satellieten worden onder andere gebruikt voor communicatiedoeleinden.De ruimte tussen zon en aarde is niet leeg: de zon blaast voortdurend elektrisch geladen deeltjes het heelal in, die in de omgeving van de aarde tal van verstoringen kunnen veroorzaken. De intensiteit en de samenstelling van deze zonnewind varieert in de loop van de tijd nogal (zo vertoont de zon zelf een 11-jarige activiteitscyclus), en astronomen spreken dan ook wel van 'ruimteweer' (space weather).Wetenschappers van het Massachusetts Institute of Technology hebben nu in samenwerking met satellietbeheerder Inmarsat uitgebreid onderzoek gedaan naar een mogelijke relatie tussen het uitvallen van satellieten (of belangrijke componenten) en het ruimteweer. Daaruit bleek dat maar liefst 26 'uitvalverschijnselen' die in de loop van 16 jaar optraden in acht geostationaire satellieten plaatsvonden tijdens periodes waarin vooral de hoeveelheid energierijke elektronen in de zonnewind erg groot was. Eerder werd aangenomen dat de geomagnetische activiteit in de omgeving van de aarde de beste indicator was voor mogelijke problemen met kunstmanen.De resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad Space Weather. De hoop is dat een beter begrip van de gevoeligheid van satellietelektronica voor bepaalde aspecten van het ruimteweer tot betere voorzorgsmaatregelen en dus tot kostenbesparing zal leiden. (GS)
Space weather's effects on satellites (origineel persbericht)

12 september 2013
Het is een vraag die de afgelopen jaren nu eens met ‘ja’ dan weer met ‘nee’ is beantwoord: is de ruimtesonde Voyager 1 aangekomen in de interstellaire ruimte? In een nieuwe publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Science, beantwoorden wetenschappers de vraag weer eens bevestigend. En ze geven er zelfs een datum bij. Aangenomen wordt dat bij de overgang van heliosfeer naar interstellaire ruimte een plotselinge toename optreedt in de dichtheid van het plasma – de ijle ‘mist’ van laagenergetische geladen en neutrale deeltjes – in de ruimte. Helaas is het instrument waarmee Voyager 1 die dichtheid rechtstreeks had kunnen meten al vele jaren defect. Maar een van de andere instrumenten van de ruimtesonde, de plasmagolfdetector, werkt nog wel. Dat instrument kan worden gebruikt om de plasmadichtheid indirect te meten, maar alléén op momenten dat er een grote uitbarsting op de zon heeft plaatsgevonden en een grote plasmawolk richting Voyager-sonde is geblazen. Zo’n gebeurtenis veroorzaakt karakteristieke oscillaties in het plasma. Op 9 april van dit jaar legde de plasmagolfdetector een plotseling toename van de plasma-oscillaties vast. Uit de frequentie van deze oscillaties kan worden afgeleid dat de plasmadichtheid op dat moment tachtig keer zo hoog was dan ooit in de heliosfeer is waargenomen. De gemeten dichtheid is bovendien in goede overeenstemming met de dichtheid die in de interstellaire ruimte wordt verwacht. Ook in oktober 2012 is er zo’n plasma-oscillatie-episode geweest. Deze was weliswaar veel zwakker, maar kon wel worden gebruikt om terug te rekenen op welk moment Voyager 1 het zonnestelsel heeft verlaten. Dat zou zijn gebeurd op 25 augustus 2012. Toch zijn ook nu nog niet alle wetenschappers het erover eens dat de magische grens naar de interstellaire ruimte is gepasseerd. Critici wijzen erop dat de magnetometer van de ruimtesonde geen verandering in de richting van het magnetische veld heeft gemeten – wat bij de overgang van heliosfeer naar interstellaire ruimte wel werd verwacht. En volgens anderen is de gemeten toename in de plasmadichtheid simpelweg veroorzaakt doordat zich aan de buitengrens van de heliosfeer zonnedeeltjes ophopen. Het enige wat definitief een einde zou kunnen maken aan deze welles-nietesdiscussie is een meetresultaat dat iedereen kan overtuigen. Voyager 1 heeft nog tot 2025 om dat resultaat te leveren – rond die tijd komt hij namelijk zonder stroom te zitten. Lukt dat niet, dan zal de discussie over de grens van het zonnestelsel nog vele jaren doorgaan. (EE)
Voyager’s Departure from the Heliosphere

5 september 2013
Een internationaal team van wetenschappers heeft aanwijzingen gevonden dat de deeltjes die vanuit de interstellaire ruimte het zonnestelsel binnenkomen de afgelopen veertig jaar van richting zijn veranderd. Dat blijkt uit de gegevens van een tiental satellieten en ruimtesondes, waaronder de NASA-satelliet IBEX (Science, 6 september). Aanleiding voor het onderzoek was dat de IBEX-gegevens tussen 2009 en 2011 kleine veranderingen lieten zien in de snelheid, richting en temperatuur van de interstellaire ‘wind’. Toen de wetenschappers er vervolgens oudere gegevens bij pakten, ontdekten ze dat het interstellaire helium dat door het zonnestelsel stroomt in slechts vier decennia tijd ongeveer zeven graden van richting is veranderd. Deze stroom van interstellaire atomen ontstaat doordat het zonnestelsel momenteel met een snelheid van 23 kilometer per seconde door een interstellaire gaswolk trekt. De verrassend snelle verandering in de richting waaruit de gasdeeltjes op ons af komen, wijst erop dat het galactische landschap dat aan ons voorbij trekt aan het veranderen is. Mogelijk komt dit doordat we ons aan de turbulente rand van de gaswolk bevinden. (EE)
Eleven Spacecraft Show Interstellar Wind Changed Direction Over 40 Years

28 augustus 2013
Met behulp van een instrument van de Solar Dynamics Observatory (SDO) hebben wetenschappers vastgesteld dat de ‘onderhuidse’ circulatie van de zon ingewikkelder in elkaar zit dan tot nu toe werd gedacht (Astrophysical Journal Letters, 27 augustus). Deze circulatie speelt een belangrijke rol bij de totstandkoming van de 11-jarige magnetische cyclus van de zon. Sinds halverwege de jaren negentig kunnen wetenschappers met behulp van een techniek die helioseismologie wordt genoemd bewegingen binnen de zon waarnemen. Deze techniek maakt gebruik van de golfbewegingen die zich in het inwendige van de zon afspelen. Die oscillaties zijn vergelijkbaar met de seismische golven die tijdens een aardbeving door de aarde gaan. Ze leveren informatie op over snelheid en de bewegingsrichting van de materie waar de golven doorheen zijn gegaan. Helioseismologische waarnemingen lieten al snel zien dat de hete materie in de bovenste 30.000 kilometer van de zon met een snelheid van ongeveer tien meter per seconde van de evenaar naar de polen stroomt. Tot nu toe werd aangenomen dat deze zogeheten meridionale stroming bij de polen naar een diepte van 200.000 kilometer duikt en vervolgens weer richting evenaar gaat. Maar pogingen om de snelheid van die retourstroming te meten leverden geen eenduidige resultaten op. Het nieuwe onderzoek kan dat verklaren. Er is in feite niet sprake van één kringloop, maar van twee. De hete materie duikt bij de polen inderdaad de diepte in, maar gaat al op een diepte van 100.000 kilometer terug richting evenaar. Daaronder speelt zich een tweede circulatie af waarbij materie op een diepte van 200.000 kilometer juist naar de polen toe stroom, vervolgens opstijgt en zich 100.000 kilometer hoger bij de retourstroming van de bovenste kringloop voegt. Bekend was al dat de meridionale stroming bepalend is voor het op en neer gaan van de magnetische activiteit van de zon – een verschijnsel dat onder meer tot uiting komt in de 11-jarige zonnevlekkencyclus. Door de variaties in dit stromingspatroon te blijven volgen, hopen de onderzoekers betere te kunnen voorspellen wanneer de volgende cyclus begint en hoe actief deze zal zijn. (EE)
Stanford solar scientists solve one of the sun's mysteries

15 augustus 2013
In wetenschappelijke kringen is een nieuwe discussie ontstaan over de vraag of de ruimtesonde Voyager 1 de grens van ons zonnestelsel nu wel of niet heeft bereikt. Aanleiding is een publicatie in The Astrophysical Journal Letters, waarin de auteurs tot de conclusie komen dat de Voyager-sonde zich al sinds 27 juli 2012 in de interstellaire ruimte bevindt. Wetenschappers van het Voyager-project reageren behoudend. De Voyager 1 bevindt zich inmiddels op een afstand van 18 miljard kilometer van de zon, in een gebied waar de denkbeeldige drempel naar de interstellaire ruimte zou moeten liggen. Tot nu toe gingen astronomen ervan uit dat het door de ruimtesonde gemeten magnetische veld bij die overgang, waar het magnetische veld van de zon plaatsmaakt voor het magnetische veld van de interstellaire ruimte, sterk van richting verandert. Maar daar is nog geen sprake van geweest. Volgens het nieuwe model kunnen er echter verbindingen ontstaan tussen de magnetische veldlijnen van de zon en die van de interstellaire ruimte. Als dat het geval is, gaan de beide magnetische velden vloeiend in elkaar over en blijft een scherpe overgang uit. Wordt vervolgd. (EE)
NASA Voyager Statement about Competing Models to Explain Recent Spacecraft Data

25 juli 2013
NASA's Interface Region Imaging Spectrograph (IRIS), een satelliet voor zonneonderzoek, heeft zijn eerste beelden en spectra gemaakt. IRIS werd op 27 juni jl. gelanceerd en is sindsdien uitgebreid getest. De opnamen geven een detailrijk beeld van de dynamische chromosfeer van de zon, de atmosferische laag tussen de fotosfeer en de hete corona. In dit overgangsgebied zijn – in het ultraviolette golflengte gebied – allerlei snel veranderende heldere structuren te zien. Onduidelijk is nog of en welke rol deze spelen bij het verhitten van de corona. Eén van de hoofddoelen van de IRIS-missie is begrijpen hoe de miljoenen graden hete corona aan die hoge temperatuur komt. Daartoe moet de satelliet de energiestromen in het overgangsgebied tussen het zonneoppervlak en de corona in kaart brengen. Dit is het gebied waar de meeste ultraviolette straling van de zon vandaan komt. Het is voor het eerst dat de zon in dit energierijke golflengtegebied zo gedetailleerd onder de loep wordt genomen. (EE)
CfA-Built Telescope on IRIS Sees First Light

12 juli 2013
De recente terugval in de activiteit van de zon is niet de voorbode van een nieuwe mini-ijstijd. Het is simpelweg een dipje zoals dat ongeveer eens per eeuw optreedt. Tot die conclusie komen Amerikaanse zonnefysici. De activiteit van de zon komt onder meer tot uiting in het aantal donkere vlekken dat op het zonneoppervlak te zien is. Zonnevlekken, die worden veroorzaakt door sterke magnetische velden, zijn gebieden op de zon die iets koeler zijn dan hun omgeving en daardoor minder helder zijn. Tussen 1645 en 1715, een periode die werd gekenmerkt door lange, koude winters in Europa, waren vrijwel geen zonnevlekken te zien. En dat heeft geleid tot de speculatie dat een inactieve zon voor afkoeling van de aarde zorgt. Volgens sommige wetenschappers zou de huidige inactiviteit van de zon dus wel eens het begin van een nieuwe 'mini-ijstijd' kunnen zijn. Vergelijking van het huidige, inderdaad zeer zwakke zonnemaximum met historische gegevens wijst daar echter niet op, aldus de zonnefysici. De recente inactiviteit van de zon lijkt eerder een herhaling te zijn van soortgelijke episoden aan het begin van de 19de en 20ste eeuw. En die 'dipjes' duurden niet langer dan één à twee zonnecycli – een jaar of twintig dus. Als deze interpretatie klopt, zal naar verwachting ook het volgende zonnemaximum, dat rond 2024 moet plaatsvinden, ondermaats zijn. Daarna zou de zon weer actiever moeten worden. (EE)
Sun's quiet spell not the start of a mini ice age

11 juli 2013
Waarnemingen van een 'vloedgolf' op de zon zijn gebruikt om de sterkte van de magnetische velden in de zonneatmosfeer te meten. Het is voor het eerst dat er nauwkeurige schattingen van deze veldsterkte zijn verkregen. Nadat er in de zonneatmosfeer een enorme explosie heeft plaatsgevonden – een zogeheten coronale massa-ejectie (CME) - trekt er een vloedgolf over de zon. Zo'n 'tsunami' kan snelheden tot duizend kilometer per seconde bereiken. Net als bij hun soortgenoten op aarde, wordt de vorm van de vloedgolf beïnvloed door de omgeving waarin hij beweegt. Net zoals geluidsgolven zich in water sneller voortplanten dan in lucht, hebben zonnetsunami's een hogere snelheid in gebieden met een sterker magnetisch veld. Uit de waarnemingen van zo'n vloedgolf blijkt dat het magnetische veld in de zonneatmosfeer ongeveer tien keer zo zwak is als dat van een koelkastmagneetje. Het magnetische veld van de zon, dat zichtbaar is als lussen en andere structuren in de zonneatmosfeer is moeilijk rechtstreeks meetbaar. Doorgaans wordt de sterkte ervan geschat aan de hand van computersimulaties. (EE)
Solar tsunami used to measure Sun’s magnetic field

10 juli 2013
Ons zonnestelsel heeft, net als een komeet, een staart. De NASA-satelliet IBEX heeft nu voor het eerst de structuur ervan in kaart gebracht. Sterren zenden een aanhoudende stroom van geladen deeltjes de ruimte in. Deze 'sterrenwind' vormt een reusachtige bel die tegendruk geeft aan het ijle gas waarmee de interstellaire ruimte is gevuld. Doordat elke ster in beweging is ten opzichte van dat interstellaire medium, is die 'bubbel' nooit precies bolvormig. Aan de voorkant is hij samengedrukt, terwijl hij aan de achterkant juist is uitgerekt tot een lange staart. Bij verschillende sterren is die staart ook werkelijk waargenomen. Maar de staart van onze eigen ster – de zon – is niet zo gemakkelijk waarneembaar, al was het maar omdat de deeltjes waaruit hij bestaat geen licht uitstralen. IBEX heeft de vorm van 'onze' staart dan ook op indirecte wijze moeten vaststellen. Daartoe heeft hij de afgelopen drie jaar de neutrale atomen gemeten die ontstaan bij botsingen tussen deeltjes aan de rand van het zonnestelsel. Anders dan geladen deeltjes, die onder invloed van het magnetische veld van de zon van hun koers afwijken, bewegen deze energierijke neutrale atomen vanaf hun ontstaan gewoon rechtdoor. Door bij te houden waar de neutrale atomen vandaan komen, kan worden gereconstrueerd in welke richtingen de meeste botsingen tussen zonnedeeltjes en het interstellaire gas optreden. De metingen geven geen informatie over de lengte van de staart van ons zonnestelsel, maar laten wel de dwarsdoorsnede ervan zien. Deze heeft ongeveer de vorm van een klavertjevier: twee lobben van relatief traag bewegende deeltjes aan weerszijden, met erboven en eronder een lob van snellere deeltjes. Deze vorm kan worden toegeschreven aan het feit dat de zon de afgelopen jaren vanaf haar polen snellere deeltjes de ruimte in heeft gezonden dan vanaf haar evenaar. Dat is het normale patroon in perioden dat de zon weinig actief is. (EE)
NASA Spacecraft Maps the Solar System's Tail

9 juli 2013
Zonnefysici van de Columbia University in New York beweren een oplossing gevonden te hebben van het decennia oude probleem van de hete corona. De corona van de zon - de ijle 'dampkring' - heeft een temperatuur van ruim één miljoen graden, terwijl het gloeiende oppervlak van de zon 'slechts' een kleine zesduizend graden heet is. Algemeen wordt aangenomen dat de corona verhit wordt door magnetische energie, maar er was niet duidelijk of het daarbij ging om de energie van 'knappende' magnetische veldlijnen boven het oppervlak van de zon, of om de energie van magnetische golven die hun oorsprong onder het zonsoppervlak vinden. Uit onderzoek aan ultravioletopnamen, gemaakt door de Japanse Hinode-kunstmaan, leiden de astronomen nu af dat magnetische golven in zogeheten coronale gaten in de poolgebieden van de zon voldoende energie bevatten om de corona te verhitten, en dat die energie voldoende laag boven het oppervlak wordt afgegeven om door de gehele corona te worden verspreid. (Coronale gaten zijn gebieden waar de magnetische veldlijnen niet naar de zon terugbuigen, maar de interplanetaire ruimte in verdwijnen.) De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd op de 44e bijeenkomst van de Solar Physics Division van de American Astronomical Society in Bozeman, Montana. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

9 juli 2013
Coronale lussen, de grote bogen van heet gas langs de magnetische veldlijnen van de zon, hebben niet over hun hele lengte dezelfde breedte. Ze worden naar boven toe breder. Dat hebben astronomen bekendgemaakt tijdens de bijeenkomst van de Solar Physics Division van de American Astronomical Society, die deze week in Bozeman (Montana) wordt gehouden. Vermoed wordt dat de coronale lussen een belangrijke rol spelen bij het verhitten van de corona, de buitenste atmosfeer van de zon. Terwijl het zonsoppervlak een temperatuur van 'slechts' 6000 graden heeft, loopt dat in de corona op tot miljoenen graden. En die energie moet ergens vandaan komen. Computermodellen hebben nu laten zien dat die energievraagstuk voor een deel kan worden opgelost als de coronale lussen bovenaan breder zijn dan aan de voetpunten. Bij zo'n breed uitlopende lus is namelijk minder energie nodig is om de gemeten coronale temperaturen te kunnen verklaren. Helaas voorspellen diezelfde modellen ook dat de camera's van de huidige zonnesatellieten niet in staat zijn om de verbreding van de coronale lussen in beeld te brengen. Wat één brede lus lijkt, is in werkelijkheid namelijk een verzameling van talrijke smalle strengen. En om de vorm daarvan te kunnen zien, zijn nog betere instrumenten nodig. (EE)
Sun's Loops are Displaying an Optical Illusion

9 juli 2013

Subtiele veranderingen in het magnetische veld aan het zonsoppervlak verraden ruim van tevoren wanneer en waar er nieuwe zonnevlekken zullen opduiken. Dat zeggen onderzoekers van Northwest Research Associates, die hun resultaten hebben gepresenteerd tijdens de bijeenkomst van de Solar Physics Division van de American Astronomical Society in Bozeman, Montana (VS). De zonnefysici hebben gebruik gemaakt van de gegevens van een netwerk van zonnetelescopen (GONG) en de satelliet SOHO. Uit die gegevens blijkt dat er soms al meer dan een dag vóór de verschijning van een zonnevlek kleine veranderingen optreden in het magnetische veld ter plaatse. Die veranderingen zijn zo subtiel dat het (nog) niet mogelijk is om het ontstaan van afzonderlijke zonnevlekken te kunnen voorspellen. Bij het onderzoek zijn twee reeksen gegevens verzameld: de ene van gebieden op de zon waar zich uiteindelijk zonnevlekken vormden, de andere van gebieden waar dat niet gebeurde. Een uitvoerige statistische analyse laat zien dat de twee soorten gebieden kleine onderlinge verschillen vertonen – niet alleen op, maar ook onder het oppervlak. Het belangrijkste verschil is de magnetische veldsterkte. Zonnevlekken zijn relatief koele gebieden op de zon waar het magnetische veld sterker is dan in de omgeving. Volgens een veelgebruikt model voor het ontstaan van zonnevlekken, worden er diep in het inwendige van de zon bundels van magnetisch veld gegenereerd die vervolgens opstijgen en aan de oppervlakte komen. (EE)
Scientists Discover Solar Precursors Of When, Where Sunspots Will Emerge

8 juli 2013
Onderzoekers van het New Jersey Institute of Technology hebben voor het eerst de aanwezigheid van antimaterie aangetoond in zonnevlammen. Dat er bij zonnevlammen antimaterie wordt geproduceerd is geen verrassing, maar nooit eerder is het gelukt om ze op grote afstand vanaf de aarde direct waar te nemen. De resultaten zijn gepresenteerd op de 44ste bijeenkomst van de Solar Physics Division van de American Astronomical Society in Bozeman, Montana.Antideeltjes zijn deeltjes met een tegenovergestelde elektrische lading dan 'gewone' deeltjes; de meeste andere eigenschappen zijn identiek. Zo heeft het (negatief geladen) elektron zijn eigen antideeltje: het positief geladen positron. Antimaterie wordt in aardse laboratoria routinematig gemaakt, maar heeft altijd een korte levensduur: zodra een gewoon deeltje en het bijbehorende antideeltje met elkaar in botsing komen, vernietigen ze elkaar in een klein energieflitsje.De positronen in de zonnevlammen konden gedetecteerd worden doordat de synchrotronstraling die ze produceren in precies de tegenovergestelde richting circulaire polarisatie vertoont dan de straling die door elektronen wordt uitgezonden. Op basis van metingen aan het magnetisch veld van de zon, verricht door de Amerikaans-Europese SOHO-kunstmaan, en radiowaarnemingen op verschillende frequenties met een Japanse radiotelescoop, konden de onderzoekers vaststellen dat er inderdaad positronen in de zonnevlammen voorkomen.Soortgelijke waarnemingen en metingen vormen in de toekomst wellicht een nieuwe methode om (op afstand) antimaterie te bestuderen. (GS)
Using the Sun to Illuminate a Basic Mystery of Matter (origineel persbericht)

2 juli 2013
Op beelden van de Amerikaanse kunstmaan Solar Dynamics Observatory (SDO) is ontdekt dat magnetische lussen op de zon tegelijkertijd kunnen exploderen en imploderen. Sterrenkundigen van de Universiteit van Glasgow bestudeerden SDO-opnamen van een krachtige zonsuitbarsting op 9 maart 2012. Bij zo'n uitbarsting ontstaan lussen van extreem heet gas in de corona (de ijle, hete dampkring van de zon), die zich oriënteren langs magnetische veldlijnen. De lussen bleken tijdens de uitbarsting ook weer hortend en stotend ineen te storten.De onderzoekers, die hun resultaten vandaag presenteren op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in St Andrews, Schotland, denken dat de oorzaak gelegen is in het energietransport naar de corona. Zonsuitbarstingen worden zo goed als zeker aangedreven door magnetische energie, met als resultaat dat de magnetische veldsterkte op sommige plaatsen aan het zonsoppervlak vrij plotseling afneemt. Dat betekent weer dat de lusvormige structuren in de corona minder goed in stand gehouden kunnen worden.Onderzoekers van de Universiteit van Warwick bestudeerden SDO-opnamen van twee andere uitbarstingen, op 3 november 2010 en 8 mei 2012, en ontdekten aanwijzingen voor het optreden van 'magnetische reconnectie', waarbij veel energie vrijkomt door een herschikking van de magnetische veldlijnen. (GS)
Solar dynamic loops reveal a simultaneous explosion and implosion, plus evidence for magnetic reconnection (origineel persbericht)

2 juli 2013
Door een zorgvuldige analyse van metingen van de Europese Cluster-ruimtesondes, die onderzoek doen aan elektrisch geladen deeltjes in de omgeving van de aarde, hebben onderzoekers een zogeheten 'ruimtewind' ontdekt waarvan het bestaan twintig jaar geleden al werd voorspeld. Via deze 'ruimtewind' verliest de plasmasfeer van de aarde ongeveer negentig ton plasma per dag. Het plasma (een gas van elektrisch geladen deeltjes, bestaande uit positief geladen atoomkernen en ionen en negatief geladen elektronen) waait met een snelheid van ca. 5000 kilometer per uur van de bovenste lagen van de aardse dampkring naar de buitenste magnetosfeer van onze planeet. Uiteindelijk verdwijnt het plasma in de interplanetaire ruimte. De ontdekking, die vandaag gepubliceerd wordt in het vakblad Annales Geophysicae, kan mogelijk meer inzicht bieden in het gedrag van de magnetosfeer van de aarde. (GS)
Cluster spacecraft detects elusive space wind (origineel persbericht)

1 juli 2013
Vandaag worden op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society, in St Andrews, Schotland, nieuwe resultaten bekendgemaakt van de High-resolution Coronal Imager (Hi-C), een ultravioletcamera die in de zomer van 2012 een korte raketvlucht maakte en gedurende tien minuten extreem gedetailleerde foto's nam van de zon (eerdere Hi-C resultaten worden hier beschreven). Op de foto's zijn onder andere magnetische 'snelwegen' van extreem heet gas ontdekt, met een temperatuur van ca. één miljoen graden. De snelwegen zijn een kleine 500 kilometer breed; de snelheid van het gas bedraagt zo'n 80 kilometer per seconde. Daarnaast zijn 'vonken' op de zon waargenomen: korte 'uitbarstingen' die niet meer dan een halve minuut duren. Bij zo'n zonnevonk wordt in een gebied met een middellijn van nog geen 700 kilometer evenveel energie geproduceerd als het Verenigd Koninkrijk per jaar consumeert. Vermoedelijk spelen de kortdurende uitbarstingen een belangrijke rol bij de verhitting van de corona (de ijle buitenste dampkring van de zon) tot een temperatuur van twee miljoen graden. (GS)
Rocket-launched camera reveals highways and sparkles in the solar atmosphere (origineel persbericht)

28 juni 2013
Vanochtend om half vijf heeft het Amerikaanse ruimteagentschap NASA met succes de kleine satelliet IRIS gelanceerd. IRIS gaat een klein stukje van de zon onderzoeken. IRIS staat voor Interface Region Imaging Spectrograph. Het hart van de satelliet wordt gevormd door een ultraviolet-telescoop, die zonnestructuren met afmetingen vanaf 250 kilometer kan onderscheiden. Het instrument zal ongeveer één procent van het oppervlak van de zon bekijken.Hoofddoel van de missie, die twee jaar zal duren, is het onderzoek van het overgangsgebied tussen het zonneoppervlak en de ijle, extreem hete buitenste atmosfeer van de zon: de corona. Wetenschappers willen meer te weten komen over het proces dat ervoor zorgt dat het gas in de corona een temperatuur van miljoenen graden heeft, terwijl de temperatuur van het oppervlak van de zon slechts 6000 graden bedraagt.Hoewel IRIS inmiddels in de gewenste polaire omloopbaan is gebracht en zijn zonnepanelen heeft uitgevouwen, is de satelliet nog niet bedrijfsklaar. Eerst zullen alle systemen en instrumenten aan uitvoerige tests onderworpen worden, wat ongeveer twee maanden gaat duren. (EE)
NASA Launches Satellite To Study How Sun's Atmosphere Is Energized

27 juni 2013
Voyager 1 bevindt zich inmiddels op een afstand van meer dan 18 miljard kilometer van de zon. Maar de gegevens die de ruimtesonde naar de aarde zendt wijzen erop dat hij zich nog steeds binnen de heliosfeer – de magnetische invloedssfeer van de zon – bevindt (Science, 18 juni). Al jaren kijken astronomen uit naar het moment waarop Voyager 1 daadwerkelijk de interstellaire ruimte betreedt. Daartoe moet aan drie voorwaarden zijn voldaan: er worden geen geladen deeltjes van de zon meer gemeten, er worden juist heel veel geladen deeltjes uit de interstellaire ruimte waargenomen en de richting van het magnetische veld dat de ruimtesonde detecteert verandert abrupt van richting. Met die derde voorwaarde wil het maar niet lukken. Afgaande op de geladen deeltjes die Voyager 1 detecteert zou je zeggen dat hij zich al in de interstellaire ruimte bevindt. Maar nog steeds heeft het magnetische veld van de zon de overhand. Wetenschappers hebben eigenlijk geen idee hoe lang het nog duurt voordat Voyager 1 het zonnestelsel definitief heeft verlaten. Dat kan een kwestie van maanden zijn, maar evengoed kan het nog jaren duren voordat het zover is. Voyager 1 werd, samen met zijn soortgenoot Voyager 2, in 1977 gelanceerd voor een toernee langs de planeten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Sinds 1990 heeft het tweetal nog maar één taak: vaststellen waar het zonnestelsel ophoudt en de interstellaire ruimte begint. (EE)
NASA's Voyager 1 Explores Final Frontier of Our 'Solar Bubble'

20 juni 2013
Op 7 juni 2011 vertoonde de zon een enorme uitbarsting waarbij vele tonnen aan heet plasma de ruimte in werden geblazen. Een deel van dat hete gas viel terug naar het zonsoppervlak, waar vervolgens heldere flitsen van ultraviolette straling optraden. Volgens wetenschappers van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics geven gebeurtenissen als deze meer inzicht in het groeiproces van jonge sterren. De uitbarsting en de daarop volgende ‘plasmaregen’ werden gedetailleerd vastgelegd door het Solar Dynamics Observatory (SDO), een NASA-ruimtesonde die de zon 24 uur per dag in de gaten houdt. De SDO-beelden laten zien hoe het terugvallende plasma met een snelheid van 400 kilometer per seconde insloeg op de zonsoppervlak, waar de temperatuur plaatselijk opliep tot ruim een miljoen graden. In combinatie met modelberekeningen hebben de nieuwe waarnemingen een oud vraagstuk over het groeiproces van sterren opgelost. Astronomen berekenen hoe snel een jonge ster materiaal verzamelt door op verschillende golflengten naar zijn (wisselende) helderheid te kijken. En daarbij hebben ze een opvallend overschot aan ultraviolette straling ontdekt. Dankzij de SDO-beelden is nu duidelijk waar die extra straling vandaan komt. Ze wordt niet uitgezonden door de ster zelf, maar door het naar de ster toe vallende materie. (EE)
Solar Splashdown

12 juni 2013
Vanaf Kiruna, in het noorden van Zweden, is vanochtend (12 juni) met succes het zonneobservatorium Sunrise opgelaten. Polaire luchtstromingen op een hoogte van 35 kilometer zullen Sunrise, die aan een kolossale stratosferische ballon bungelt, de komende dagen meevoeren. Over een dag of vijf moet Sunrise een veilige landing maken in het noorden van Canada. In de tussentijd is zijn telescoop, de grootste die ooit van de aarde is opgestegen, voortdurend op de zon gericht. Met zijn wetenschappelijke instrumenten zal hij nauwkeurig kijken naar de magnetische velden op de zon. Het is niet de eerste vlucht van Sunrise: zijn eerste missie, waarbij de allerkleinste magnetische structuren op de zon konden worden vastgelegd, volbracht hij vier jaar geleden. Ditmaal krijgt hij waarschijnlijk een heel andere zon te zien, want de zon is nu veel actiever dan toen. (EE)
Sunrise 2 successfully launched

21 mei 2013
Door computersimulaties te vergelijken met waarnemingen van de zon concluderen Amerikaanse onderzoekers dat coronal mass ejections (coronale materie-emissies, CME's) soms 'super-elastische' botsingen ondergaan. Bij deze gigantische zonsuitbarstingen worden enorme hoeveelheden elektrisch geladen gas de ruimte in geblazen. Twee CME's die kort na elkaar plaatsvinden, kunnen soms met elkaar in botsing komen. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat daarbij een deel van de thermische of magnetische energie in de CME's omgezet kan worden in extra bewegingsenergie, waardoor de geladen deeltjes hogere snelheden krijgen. Het gaat volgens de modelberekeningen om een toename van enkele procenten, in goede overeenstemming met waarnemingen van twee botsende CME's in 2008. De resultaten van het onderzoek zijn gepumbliceerd in Geophysical Research Letters. (GS)
Originele persmededeling

20 maart 2013
'Voyager 1 heeft het zonnestelsel verlaten', kopte een persbericht van de American Geophysical Union (AGU) vanmiddag. Maar zover is het nog niet. Hoewel de meer dan 35 jaar geleden gelanceerde ruimtesonde de buitenste begrenzing van de invloedssfeer van de zon nadert, bevindt hij zich nog steeds niet in de interstellaire ruimte. De ruimte tot op ruwweg 18 miljard kilometer van de zon wordt gedomineerd door de wind van energierijke, geladen deeltjes die onze ster uitzendt. Hierdoor is een soort zeepbel in het omringende interstellaire gas ontstaan: de heliosfeer. Op 25 augustus vorig jaar mat Voyager 1 een sterke verandering in de deeltjes in zijn omgeving. De aantallen deeltjes die nog tot de heliosfeer behoren lieten een sterke daling zien, terwijl de aantallen deeltjes die van buiten het zonnestelsel kwamen juist opliepen. Dat wijst erop dat de grens van de heliosfeer in zicht is, maar niet meer dan dat: Voyager 1 bevindt zich in een overgangszone – op de drempel naar de interstellaire ruimte als het ware. Er wordt met spanning gewacht op de definitieve aanwijzing dat de ruimtesonde de heliosfeer achter zich heeft gelaten. Verwacht wordt dat bij het verlaten van de heliosfeer de richting van het magnetische veld rond Voyager 1 sterk verandert. Maar dat is nog steeds niet gebeurd en het is niet ondenkbaar dat het nog een aantal jaren gaat duren voordat het zover is. Tot dat inzicht is men bij de AGU inmiddels ook gekomen: het persbericht is afgezwakt. (EE)
Voyager 1 has entered a new region of space, sudden changes in cosmic rays indicate

11 maart 2013
NASA's Solar Dynamics Observatory heeft op 11 maart twee gedeeltelijke zonsverduisteringen waargenomen, veroorzaakt doordat zowel de aarde als de maan voor de zon langs schoven, gezien vanuit het standpunt van de satelliet. De twee verduisteringen zagen er totaal verschillende uit, deels doordat de aarde veel groter is dan de maan, maar vooral doordat onze planeet wordt omgeven door een dampkring, zodat er geen sprake was van een scherpe rand. SDO maakt twee maal per jaar een 'eclipsseizoen' van enkele weken mee: nog tot 26 maart zullen er regelmatig dit soort verduisteringen zichtbaar zijn. (GS)
NASA’s SDO Observes Earth, Lunar Transits in Same Day (origineel persbericht)

5 februari 2013
Aan de rand van ons zonnestelsel, waar de deeltjes die de zon voortdurend uitstoot op soortgenoten uit de interstellaire ruimte stuiten, spelen zich moeilijk waarneembare verschijnselen af. Dankzij onderzoek met de rond de aarde cirkelende NASA-satelliet IBEX lukt het echter steeds beter om die te verklaren.In 2009 ontdekte IBEX een geheimzinnige gordel rond het zonnestelsel van waaruit atomen onze kant opkomen. Modelberekeningen lieten zien dat de gordel waarschijnlijk een bijzonder gebied is waar neutrale waterstofatomen het magnetische veld van de interstellaire ruimte betreden. Neutrale atomen zijn niet gevoelig voor magnetische velden, maar als ze elektronen kwijtraken worden ze dat wél en kunnen ze als zogeheten ionen weer in de richting van de zon worden gedirigeerd. Wanneer deze ionen op het juiste moment weer elektronen oppikken, vervolgen ze hun weg als de ongeladen atomen die IBEX detecteert.Amerikaanse wetenschappers hebben dit model nu wat verder verfijnd. Dat was nodig, omdat de berekeningen een smallere gordel voorspelden dan IBEX waarneemt. Volgens het aangepaste model veroorzaken de deeltjes tijdens hun geladen fase golven in het omringende magnetische veld. Deze golven zorgen ervoor dat de ionen opgesloten raken, ongeveer zoals schepen de haven niet uit kunnen als de golven op zee te hoog zijn. Hierdoor loopt de ionendichtheid op en wordt de gordel breder dan aanvankelijk werd gedacht. (EE)
A Major Step Forward in Explaining the Ribbon in Space

4 februari 2013
Magnetohydrodynamische golven in de chromosfeer van de zon transporteren energie van het gloeiende zonsoppervlak naar de ijle corona. Dat concluderen Britse onderzoekers in een artikel in Nature Communications op basis van gedetailleerde foto's van de chromosfeer.De chromosfeer is een dunne gaslaag die ingeklemd ligt tussen het gloeiende oppervlak van de zon (de fotosfeer) en de uitgestrekte, ijle dampkring (de corona). De corona heeft een temperatuur van ruim één miljoen graden, en de energie die verantwoordelijk is voor deze hoge temperatuur is op z'n minst voor een belangrijk deel afkomstig uit de fotosfeer.Zonnefysici denken al langer dat het energietransport verzorgd wordt door magnetohydrodynamische golven in de chromosfeer. De nieuwe metingen, verricht met een Britse zonnetelescoop, bevestigen nu dat deze MHD-golven inderdaad krachtig genoeg zijn om het energietransport te verklaren. (GS)
Northumbria research brings light to star mystery (origineel persbericht)

23 januari 2013
Een Amerikaanse sondeerraket heeft voor het eerst duidelijk laten zien hoe de energie van het magnetische veld van de zon aan de buitenste zonneatmosfeer wordt overgedragen. Zoals theoretisch al was voorspeld, komt die energieoverdracht tot stand doordat magnetische veldlijnen met elkaar vervlochten raken (Nature, 24 januari).Het zichtbare oppervlak van de zon, de zogeheten fotosfeer, is met een temperatuur van 6000 °C betrekkelijk koel. In het ijle buitenste deel van de zonneatmosfeer – de corona – worden echter temperaturen van miljoenen graden gemeten. Dat is opmerkelijk, omdat de corona veel verder van de energiebron van de zon (de kern) ligt dan de fotosfeer. De afgelopen decennia zijn verschillende theorieën bedacht om die superverhitting van de zonnecorona te verklaren. Het meest waarschijnlijke model ging uit van een verschijnsel dat magnetische reconnectie wordt genoemd.Door de hoge temperaturen bestaat alle materie van de zon uit plasma, een kolkend mengsel van geladen deeltjes dat zijn eigen magnetische velden genereert. In zekere zin kan het zonsoppervlak worden beschouwd als een aaneenschakeling van magneten die gepaard gaat met een wirwar aan veldlijnen. In deze veldlijnen stroomt plasma via wijde bogen, die tot in de corona reiken, van het ene punt op de zon naar het andere. Door de kolkende bewegingen van de 'magneten' op het zonsoppervlak, raken de veldlijnen gemakkelijk met elkaar verstrengeld. En bij dat proces wordt het plasma enorm sterk verhit. Uiteindelijk kunnen de plasmastrengen zo sterk vervormd raken, dat ze knappen en hun hitte aan hun omgeving – de corona – afgeven: magnetische reconnectie. Om dit theoretische model te toetsen hebben wetenschappers in juli 2012 een speciale ultraviolet-telescoop gelanceerd: de High Resolution Coronal Imager (Hi-C). Tijdens de slechts tien minuten durende vlucht van deze telescoop werden 165 zeer detailrijke opnamen gemaakt van een actief gebied in de zonnecorona. De beelden tonen inderdaad samengevlochten magnetische veldlijnen. En op plaatsen waar deze verwrongen veldlijnen met elkaar in aanraking komen, ontspannen ze, strekken ze zich en geven ze energie vrij in de vorm van een kleine 'zonnevlam'. Het theoretische model lijkt dus te kloppen. (EE)
Sounding Rocket Flight Provides Important Clues To Coronal Heating

3 december 2012
Wetenschappers zeggen dat de in 1977 gelanceerde Voyager 1-sonde momenteel een nieuwe regio van het zonnestelsel heeft bereikt. Het gebied dat ver voorbij buitenste planeetbanen ligt zou zich kenmerken door een stroom van geladen deeltjes die in rap tempo het zonnestelsel verlaten en binnenkomen.De hamvraag is de afgelopen jaren of Voyager zich nog binnen of al buiten de zogenoemde heliosfeer bevindt. Dat is de regio waarin de zonnewind, de stroom van geladen deeltjes uit de zon, zijn invloed uitoefent. Naarmate je in het zonnestelsel steeds verder naar buiten reist neemt deze deeltjesstroom plots af, tot het punt waarop de deeltjes vanuit de interstellaire ruimte (het gebied tussen sterren) een grotere invloed krijgen.Voyager nam de afgelopen jaren deeltjes waar die van alle kanten kwamen, terwijl ze momenteel in veel nettere, rechte banen lijken te bewegen. Op basis daarvan zouden de wetenschappers moeten concluderen dat de Voyager de heliosfeer heeft verlaten. Maar dat strookt niet met de metingen van Voyagers instrument dat de richting van het magneetveld meet. Bij het verlaten van de heliosfeer zou deze ook moeten veranderen. Omdat dat is (nog) niet gebeurd concluderen de wetenschappers dat de sonde in een nieuw gebied is beland, dat nog in de heliosfeer ligt. De wetenschappers vermoeden overigens dat Voyager binnen nu en enkele jaren de heliosfeer definitief zal verlaten.Voyager 1 en 2 werden in 1977 gelanceerd om de buitenste planeten van ons zonnestelsel te onderzoeken. Na hun bezoekjes aan Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus bleven de sondes hun weg vervolgen. Ze zijn tot op de dag van vandaag nog operationeel. Voyager 1 is op een afstand van 18,5 miljard kilometer de ruimtesonde die het verst van de aarde verwijderd is. (Roel van der Heijden)
NASA'S Voyager 1 Cruising on a 'Magnetic Highway'

8 oktober 2012
Helemáál zeker is het nog niet, maar er zijn aanwijzingen dat de NASA-ruimtesonde Voyager 1 het zonnestelsel, of beter gezegd: de invloedssfeer van de zon, heeft verlaten. Het belangrijkste bewijs wordt gevormd voor recente metingen van het aantal zonnedeeltjes dat de ruimtesonde weet te treffen. Dat aantal is eind augustus tot vrijwel nul gedaald.Het is niet voor het eerst dat dit is gebeurd, maar bij eerdere gelegenheden nam het aantal zonnedeeltjes na korte tijd weer toe. Ditmaal houdt het lage niveau al meer dan een maand stand. Bovendien is er door de ruimtesonde een sterke toename gesignaleerd in de intensiteit van de kosmische straling: geladen deeltjes die van buiten het zonnestelsel afkomstig zijn.Als uit verdere metingen blijkt dat ook de richting van het magnetische veld in de omgeving van Voyager 1 sterk is veranderd, is de ruimtesonde inderdaad de drempel naar de interstellaire ruimte gepasseerd. Dat is dan gebeurd op ongeveer 18 miljard kilometer van de zon. (EE) 
Voyager 1 May Have Left the Solar System

5 september 2012
De Amerikaanse ruimtesonde Voyager 1, die precies 35 jaar geleden werd gelanceerd, is voorlopig nog niet in de interstellaire ruimte. Dat schrijven wetenschappers deze week in Nature. Volgens eerdere berichten zou de ruimtesonde juist zo'n beetje op het punt staan om ons zonnestelsel te verlaten. Voyager 1 bevindt zich momenteel op een afstand van iets meer dan 18 miljard kilometer. De ruimtesonde werd, samen met de identieke Voyager 2, in 1977 gelanceerd voor een verkenning van de buitenste planeten van ons zonnestelsel. Voyager 2 heeft een iets lagere snelheid en heeft 'slechts' 15 miljard kilometer afgelegd. Naar verwachting zou het naderen van de interstellaire ruimte tot uiting moeten komen in de door de Voyagers zelf gemeten bewegingsrichting van deeltjes die door onze zon worden uitgestoten. Binnen de invloedssfeer van onze zon, de zogeheten heliosfeer, bewegen deze deeltjes radiaal weg van de zon. Maar op de 'drempel' naar de interstellaire ruimte zouden ze onder invloed van de tegendruk van deeltjes van buitenaf steeds sterker moeten worden afgebogen. Eerder onderzoek leek erop te wijzen dat met name Voyager 1 zich al in het gebied bevond waar de zonnedeeltjes worden afgebogen. Maar analyse van metingen die het afgelopen jaar zijn gedaan, laat zien dat de zonnedeeltjes wel worden afgeremd, maar niet van richting veranderen. Volgens de onderzoekers bevindt de ruimtesonde zich klaarblijkelijk nog in een overgangsgebied. En het is onduidelijk hoe ver dit gebied zich uitstrekt. De verwachting is nu dat de drempel naar de interstellaire ruimte binnen een jaar wordt gepasseerd, maar zeker is dat allerminst.
Meer informatie:
Voyager 1 Spacecraft Farther From Solar System's Edge Than Thought

17 augustus 2012
Nieuw onderzoek door een internationaal team van wetenschappers kan helpen verklaren waarom de zonnewind op grote afstand van de zon veel heter is dan verwacht. De stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitstoot zou moeten afkoelen naarmate zij zich over het zonnestelsel verspreidt, omdat de deeltjesdichtheid in dit plasma zo gering wordt, dat het niet meer tot onderlinge botsingen komt. De zonnewind blijft echter opvallend heet. Volgens de wetenschappers moet de verklaring wordt gezocht bij turbulenties in het plasma. Door deze turbulenties worden de veldlijnen van het magnetische veld dat de deeltjes met zich mee voeren uitgerekt en verbogen. En daarbij kan het gebeuren dat twee tegengesteld gerichte veldlijnen een zogeheten stroomvlak vormen. In deze stroomvlakken, die willekeurig over de ruimte zijn verdeeld, kunnen een soort kortsluitingen tussen magnetische veldlijnen ontstaan, waarbij energie vrijkomt. Uit het onderzoek blijkt dat één zo'n stroomvlak niet voor veel verhitting zorgt. Maar gezamenlijk zouden de stroomvlakken de helft van de inwendige energie van de zonnewind voor hun rekening kunnen nemen.
Meer informatie:
Magnetic Turbulence Trumps Collisions to Heat Solar Wind

16 augustus 2012
Uit nauwkeurige metingen blijkt dat de zon een vrijwel volmaakte bol is. En de geringe afplatting die zij vertoont, is opmerkelijk constant (Science, 17 augustus). De zon doorloopt een min of meer regelmatige cyclus van elf jaar, tijdens welke het aantal donkere vlekken op het zonsoppervlak flink toeneemt om vervolgens weer sterk terug te vallen. Tot nu toe gingen astronomen ervan uit dat de veranderlijke inwendige stromingen die deze cyclus veroorzaken ook gevolgen zouden hebben voor de vorm van de zon. Maar metingen die de afgelopen vijftig jaar waren gedaan, konden daar geen uitsluitsel over geven. Sinds enkele jaren beschikken astronomen echter over een satelliet waarmee nauwkeurigere metingen kunnen worden gedaan: de Solar Dynamics Observatory. Daarmee is in de periode 2010-2012 de vorm van de zon gemeten, juist toen deze haar activiteitsminimum achter de rug had. Tegen de verwachting in lijkt de toenemende zonnevlekkenactiviteit echter geen invloed te hebben gehad op de vorm van de zon. De metingen bevestigen de resultaten van eerdere onderzoeken die lieten zien dat de zon vrijwel exact bolvormig is: haar breedte langs de evenaar is slechts een kilometer of tien groter dan de afstand van pool tot pool. Theoretisch zou een bal van gas die in ongeveer vier weken om zijn as draait sterker afgeplat moeten zijn. Welke krachten ervoor zorgen dat de zon haar ronde vorm behoudt, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
The Sun's Almost Perfectly Round Shape Baffles Scientists

13 augustus 2012
Twee natuurkundigen van Purdue University in West Lafayette, Indiana, denken een methode gevonden te hebben om zonnevlammen te voorspellen. Uit laboratoriummetingen blijkt dat de vervalsnelheid van radioactieve elementen op aarde kleine variaties te zien geven die gerelateerd lijken te zijn aan het gedrag van de zon. Om te beginnen zijn er verschillen tussen de vervalsnelheden in januari (wanneer de afstand aarde-zon iets kleiner is dan gemiddeld) en in juli (wanneer die afstand juist groter is dan gemiddeld). Maar daarnaast zagen Ephraim Fischbach en Jere Jenkins ook kleine variaties in de aanloop naar krachtige zonnevlammen. Mogelijk is er sprake van een nog onbegrepen wisselwerking tussen zonneneutrino's en aardse radioactiviteit. De onbegrepen meetresultaten worden gepubliceerd in Astroparticle Physics.
Meer informatie:
New system could predict solar flares, give advance warning
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 augustus 2012
Een grote gasuitbarsting op de zon, enkele weken geleden, heeft elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen met snelheden tussen 2900 en 3500 kilometer per seconde. Daarmee behoort de uitbarsting tot een van de allersnelste die ooit zijn gemeten. De uitbarsting, een zogeheten coronale massa-ejectie (CME), vond plaats op 23 juli, en is opgemeten door de twee STEREO-ruimtesondes, die de activiteit van de zon vanuit verschillende posities in het zonnestelsel in het oog houden. De CME, die ook een grote magnetische veldsterkte had, was gelukkig niet op de aarde gericht. De activiteit van de zon is nog steeds aan het toenemen; een maximum wordt in de loop van het jaar 2013 verwacht.
Meer informatie:
NASA STEREO Observes One of the Fastest CMEs On Record
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 augustus 2012
Al een tijdje is duidelijk dat ruimtesonde Voyager 1 op het punt staat om de invloedssfeer van onze zon te verlaten, en de interstellaire ruimte te betreden. Twee van de drie indicatoren die naar verwachting het passeren van de 'drempel' zullen verraden, vertonen de laatste tijd grotere veranderingen dan de zeven jaar daarvóór. De Voyager 1 werd op 5 september 1977 gelanceerd, scheerde langs de planeten Jupiter en Saturnus en is nu, bijna 35 jaar later, nog steeds operationeel. Zijn afstand tot zon en aarde bedraagt inmiddels ruwweg 18 miljard kilometer. De afgelopen jaren wordt met spanning uitgekeken naar de meetgegevens die de ruimtesonde naar de aarde zendt. Op 28 juli mat hij een sterke stijging van de energierijke kosmische straling die van buiten het zonnestelsel afkomstig is. Nog diezelfde dag daalde het aantal minder energierijke deeltjes dat uit het zonnestelsel zelf kwam met de helft. Drie dagen later waren de meetwaarden weer zo'n beetje op hun normale niveau. Volgens wetenschappers wijzen zulke sterke fluctuaties erop dat Voyager 1 de interstellaire ruimte dicht is genaderd. Als het echt zo ver is, moet ook een derde indicator omslaan: de richting van het magnetische veld in de omgeving van de ruimtesonde.
Meer informatie:
Signs Changing Fast for Voyager at Solar System Edge

20 juli 2012
Astronomen hebben vandaag de scherpste beelden gepresenteerd die ooit zijn gemaakt van de corona van de zon. De 16-megapixel opnamen werden vastgelegd met de High Resolution Coronal Imager of Hi-C - een telescoop die op 11 juli een korte vlucht maakte met een sondeerraket. De Hi-C-telescoop maakt beelden op extreem-ultraviolette golflengten die vijf keer zo scherp zijn als die van de Solar Dynamics Observatory, een geavanceerde NASA-satelliet. Doel van de ruimtemissie, die slechts tien minuten duurde, was het onderzoek van de dynamische activiteit en structuur van de ziedend hete buitenste zonneatmosfeer. Deze corona is met het blote oog alleen waarneembaar tijdens totale zonsverduisteringen, als de maan het felle schijnsel van het eigenlijke zonnelichaam afschermt. De corona bestaat uit ijl gas met een temperatuur van een miljoen graden. Dat is dermate heet dat het 'licht' van de corona voornamelijk uit röntgenstraling en extreem-ultraviolette straling bestaat. Zonnewetenschappers doen al tientallen jaren pogingen om te begrijpen waarom de corona zo heet is en waarom zij vaak hevige uitbarstingen van energierijke deeltjes produceert. De Hi-C-telescoop is ontworpen om de fijne structuren vast te leggen die het gedrag van de corona kunnen helpen verklaren. Tijdens de vlucht maakte het instrument opnamen van een groot actief gebied op de zon. De verwerking van de 165 beelden zal naar verwachting nog enkele maanden in beslag nemen.
Meer informatie:
Solar Corona Revealed in Super-High-Definition
NASA Telescope Captures Sharpest Images of Sun's Corona

9 juli 2012
Een team wetenschappers heeft een 'MRI-scan' gemaakt van het inwendige van de zon. De scan moet meer inzicht geven in de manier waarop warmte uit het diepe inwendige van de zon naar het oppervlak wordt getransporteerd. Het resultaat wijst erop dat het hete zonnegas (plasma) veel langzamer stroomt dan gedacht. De intense hitte die door middel van kernfusie in het hart van de zon wordt geproduceerd, wordt in de vorm van straling doorgegeven naar hogere lagen. Op ongeveer tweederde van de afstand tot het zonsoppervlak is de temperatuur al zo ver gezakt, dat de rol van dit 'stralingstransport' ondergeschikt wordt. Het verdere warmtetransport gebeurt via convectie: stijgende en dalende stromingen in het hete plasma waaruit de zon bestaat. Over wat zich precies afspeelt in die convectiezone bestaan wel theorieën, maar omdat het zonneplasma ondoorzichtig is, is het proces niet direct waarneembaar. Dat is nogal vervelend, omdat dit deel van de zon een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van magnetische velden, die op hun beurt weer bepalend zijn voor de vorming van zonnevlekken en andere activiteit. Voor het maken van hun 'MRI-scan' hebben de wetenschappers gebruikt gemaakt van metingen door de NASA-satelliet Solar Dynamics Observatory. Deze metingen geven informatie over de golfbewegingen aan het zonsoppervlak zoals die door de convectie worden veroorzaakt. Met behulp van deze gegevens kon worden berekend welke inwendige plasmastromingen daaraan ten grondslag liggen. De berekeningen laten zien dat de plasmastromingen in de zon ongeveer honderd keer zo langzaam zijn als theoretisch was voorspeld. Als deze conclusie klopt, staat de meest geaccepteerde theorie voor het ontstaan van de magnetische velden van de zon op losse schroeven.
Meer informatie:
Researchers create 'MRI' of the sun's interior motions

27 juni 2012
De grote tornado's die in 2008 voor het eerst in de atmosfeer van de zon zijn waargenomen, zijn mogelijk verantwoordelijk voor de hoge temperatuur van de buitenste delen van de zonneatmosfeer. Dat schrijven zonnefysici van een aantal Europese instituten deze week in Nature. Wetenschappers worstelen al jaren met de vraag waarom met name de corona - het buitenste ijle gasomhulsel - van de zon vele malen heter is dan het oppervlak. Het enige wat vaststond was dat voor deze opwarming enorm veel energie nodig is. De zonnefysici hebben ontdekt dat de magnetische tornado's van de zon zich uitstrekken van het oppervlak tot in de hoge atmosfeer. Met computersimulaties maken zij aannemelijk dat het ontstaan van deze wervelingen verband houdt met de overdracht van de warmte van het zonsoppervlak naar de corona. Anders dan tornado's op aarde, die worden aangedreven door verschillen in temperatuur en luchtvochtigheid, zijn de wervelingen op de zon een combinatie van heet, stromend gas en verstrengelde magnetische veldlijnen. Maar net als hun aardse tegenhangers zijn ze onderaan relatief smal en worden ze naar boven toe breder.
Meer informatie:
Solar Tornadoes as Big as the US Heat Sun's Atmosphere
Space tornadoes power the atmosphere of the Sun

14 juni 2012
Recente gegevens van de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 1 laten zien dat de ruimteverkenner een gebied in de ruimte heeft bereikt waar de aantallen deeltjes van buiten ons zonnestelsel een duidelijke stijging laten zien. Volgens NASA-wetenschappers kan dit betekenen dat de 34 jaar oude ruimtesonde op het punt staat om de interstellaire ruimte te betreden. De grens tussen zonnestelsel en interstellaire ruimte is niet scherp. De ligging ervan wordt bepaald door de heliosfeer - de invloedssfeer van de zon. Aan de rand van de heliosfeer leggen de energierijke deeltjes die onze zon uitstoot het af tegen de druk van deeltjes van buitenaf. Deze laatste zijn afkomstig van supernova's (ontplofte sterren) in ons Melkwegstelsel. Uit metingen van Voyager 1 bleek eerder al dat de intensiteit van deze deeltjes tussen januari 2009 en januari 2012 met ongeveer 25 procent is gestegen. De afgelopen maand is daar nog eens negen procent bijgekomen. Die plotselinge toename is een aanwijzing dat de interstellaire ruimte in zicht is. Maar voor de drempel daadwerkelijk wordt gepasseerd, moeten de aantallen geladen deeltjes van de zon een flinke daling laten zien. En daar is nog geen sprake van.
Meer informatie:
Data From NASA's Voyager 1 Point to Interstellar Future

12 juni 2012
In de ijle, hete dampkring van de zon komen grote lussen voor van elektrisch geladen gas dat langs gebogen magnetische veldlijnen beweegt. De meeste van die lussen zijn heet, breed en reiken tot grote hoogte boven het zonsoppervlak. Met behulp van de Amerikaanse zonnesatelliet Solar Dynamics Observatory en met de New Solar Telescope van het Big Bear Observatory in Californië zijn nu echter ook heel smalle magnetische lussen ontdekt, met een middellijn van niet meer dan ca. 100 kilometer. De ultra-dunne lussen zijn bovendien tien keer zo koel, en bevinden zich op veel geringere hoogte. Ze lijken te ontspringen op de grensvlakken van granules - korrelachtige structuren op het zonsoppervlak waar heet gas uit het inwendige omhoog borrelt. Aan de randen van de granules raken magnetische veldlijnen geconcentreerd, en kunnen de ultra-dunne magnetische lussen geproduceerd worden. Volgens de onderzoekers, die hun resultaten gepubliceerd hebben in The Astrophysical Journal, dragen de ultra-dunne lussen mogelijk bij aan de sterke verhitting van de corona van de zon.
Meer informatie:
Spotting Ultrafine Loops in the Sun's Corona
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 juni 2012
De Amerikaanse Fermi Gamma-ray Space Telescope heeft op 7 maart van dit jaar extreem energierijke en zeer lang aanhoudende gammastraling gedetecteerd van een krachtige uitbarsting op de zon. Nooit eerder is zulke hoogenergetische straling van een zonnevlam waargenomen: 4 giga-elektronvolt, ofwel twee miljard keer de energie van zichtbaar licht. De gamma-uitbarsting duurde maar liefst twintig uur. Tijdens de uitbarsting was de zon even het helderste object aan de hemel in gammastraling. Fermi wist de herkomst van de gammastraling heel nauwkeurig te bepalen, waardoor met zekerheid vaststaat dat de energierijke fotonen afkomstig zijn van de zonnevlam zelf. Volgens Nicolai Omodei van Stanford University, die de Fermi-resultaten vandaag presenteerde op de 220ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Anchorage, Alaska, ontstaat de gammastraling door wisselwerking van energierijke elektrisch geladen deeltjes met het hete gas aan het stralende oppervlak van de zon. Sommige van die deeltjes moeten binnen een paar seconden versneld zijn tot 200.000 kilometer per seconde - tweederde van de lichtsnelheid. Zulke extreme versnellingen zijn het gevolg van krachtige schokgolven in de ijle, hete gaswolken die bij de zonnevlam de ruimte in worden geblazen. De zonnevlam van 7 maart was de op één na krachtigste zonnevlam van de afgelopen vijf jaar.
Meer informatie:
NASA'S Fermi Detects The Highest-Energy Light From A Solar Flare
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 mei 2012
Universiteiten van over de hele wereld werken volgend jaar samen aan de lancering van een zwerm van microsatellieten, voor onderzoek aan de invloed van elektrisch geladen zonnewinddeeltjes. Twintig van de vijftig satellieten worden uitgerust met meetapparatuur die ontwikkeld is door natuurkundigen van de Universiteit van Oslo. De elektrisch geladen deeltjes van de zon - de plasmadeeltjes in de zogeheten zonnewind - veroorzaken poollicht, maar verstoren ook satellietcommunicatie, GPS-navigatie en satelliet-elektronica. Over de kleinschalige structuur van de plasmawolken is echter nog weinig bekend. Het nieuwe experiment moet daarover meer inzicht verschaffen. In 2013 moeten ca. vijftig satellieten ter grootte van een pak melk tijdens één gezamenlijke lancering in een baan om de aarde worden gebracht, tussen 160 en 320 kilometer hoogte. Door de metingen van alle microsatellieten in de zwerm te combineren, is de kleinschalige structuur van de plasmawolken nauwkeuriger te achterhalen.
Meer informatie:
Persbericht Universiteit van Oslo (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 mei 2012
Nieuwe meetresultaten van de NASA-satelliet Interstellar Boundary Explorer (IBEX) laten zien dat onze zon bij haar tocht door het interstellaire medium waarschijnlijk geen 'boegschok' produceert, zoals een straaljager die de door de geluidsbarrière gaat. Daarvoor lijkt de snelheid waarmee de zon zich een weg baant door het gas en stof van de Melkweg te klein (Science, 11 mei). Ons zonnestelsel verplaatst zich door de ruimte binnen een beschermende bel van zonnewind en magnetische velden, die de heliosfeer wordt genoemd. De voorste begrenzing van de heliosfeer, waar de zonnewind in botsing komt met het interstellaire medium, markeert de rand van het zonnestelsel. Metingen met IBEX laten zien dat de snelheid waarmee de zon zich ten opzichte van het interstellaire medium verplaatst kleiner is dan gedacht: 85.000 km/uur in plaats van 95.000 km/uur. Bovendien zijn er aanwijzingen dat het magnetische veld in het interstellaire medium juist sterker is dan gedacht. Deze beide factoren maken het onaannemelijk dat er aan de voorkant van de heliosfeer een schokgolf ontstaat - een abrupte overgang tussen heliosfeer en interstellair medium. Bij de gemeten snelheid is hooguit sprake van een boeggolf, zoals bij een boot die door het water glijdt. Een veel geleidelijkere overgang dus.
Meer informatie:
New IBEX data show heliosphere's long-theorized bow shock does not exist
IBEX Reveals a Missing Boundary At the Edge Of the Solar System

9 mei 2012
Op het oppervlak van de zon heeft zich een nieuwe grote zonnevlekkengroep ontwikkeld. Het complex bestrijkt een 100.000 kilometer groot gebied en omvat minstens vier afzonderlijke zonnevlekken die groter zijn dan de aarde. Zonnevlekken zijn relatief donkere plekken op de zon. Ze ontstaan op plaatsen waar krachtige magnetische velden de warmte-aanvoer uit het inwendige van de zon hinderen, waardoor de temperatuur ter plaatse 1000 tot 1500 graden daalt. Grote groepen zonnevlekken, zoals het nu verschenen gebied AR 1476, zijn vaak de bron van grote uitbarstingen. Zo heeft AR 1476 de afgelopen dagen al een aantal lichte en middelzware zonnevlammen geproduceerd. Twee daarvan gingen gepaard met zogeheten coronale massa-emissies (CME's) die op de aarde af komen. De plasmawolken van de twee CME's zullen in de loop van woensdagmiddag 9 mei en donderdagochtend 10 mei arriveren. Verwacht wordt dat ze gematigde verstoringen van het aardmagnetische veld zullen veroorzaken. Dat betekent dat er de komende dagen een verhoogde kans op poollicht is.
Meer informatie:
Monster Sunspot To Unleash Powerful Solar Flares
Website SpaceWeather.com

16 april 2012
Nieuwe metingen van de NASA-ruimtesonde Voyager 1 wijzen erop dat de 'helioschede' - de buitenste schil van de invloedssfeer van de zon - breder is dan gedacht. Vorig voorjaar meldden wetenschappers nog dat de ruimtesonde eind 2012 de interstellaire ruimte zou betreden. De helioschede is het gebied waar de uitgaande zonnewind wordt afgeremd door de tegendruk van het ijle interstellaire medium. Naar verwachting zou aan de buitenste rand ervan het aandeel laagenergetische elektronen uit de interstellaire ruimte geleidelijk moeten afvlakken. Maar recent heeft Voyager 1, die zich inmiddels op bijna 18 miljard kilometer van de zon bevindt, toch weer twee plotselinge pieken in de elektronendichtheid waargenomen. Volgens de wetenschappers die de Voyager-gegevens hebben geanalyseerd, wijst dit erop dat het buitenste deel van de helioschede uit verschillende regionen bestaat, die aanzienlijk van karakter verschillen. Hoe lang het nog zal duren voordat Voyager 1 werkelijk de drempel naar de interstellaire ruimte is overgestoken, is waarschijnlijk gewoon een kwestie van afwachten.
Meer informatie:
Voyager 1 might have farther to go to exit the heliosheath

9 april 2012
In de corona - de hete, ijle dampkring van de zon - komen af en toe heldere gaspluimen voor met sterke magneetvelden in het centrum. Van bovenaf gezien lijken ze op cellen met een helder centrum en een donkere rand, maar van opzij gezien blijkt het om verticale structuren te gaan. De coronale cellen werden in 2011 ontdekt door het Amerikaanse Solar Dynamics Observatory (SDO) en de twee STEREO-ruimtesondes. Doordat de drie satellieten zich op heel verschillende posities bevinden, kon de driedimensionale structuur van de 'cellen' worden vastgesteld. De ontdekking is gepubliceerd in The Astrophysical Journal. In oude waarnemingen van de Europees/Amerikaanse zonnesonde SOHO is inmiddels ook gezocht naar coronale cellen. Die blijken níet aanwezig te zijn geweest rond het laatste activiteitsminimum van de zon, maar wél tijdens het vorige activiteitsmaximum.
Meer informatie:
SDO and STEREO Spot Something New On the Sun
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 april 2012
De begintijd van ons zonnestelsel heeft er misschien anders uitgezien dan tot nu toe werd gedacht. Dat volgt uit een nieuwe bepaling van de halfwaardetijd van radioactief samarium, een van de isotopen die worden gebruikt om de evolutie van het zonnestelsel in kaart te brengen (Science, 30 maart). Het schaarse isotoop samarium-146 vervalt heel langzaam - in de loop van vele miljoenen jaren - tot het stabiele element neodymium. Dat maakt het lastig om zijn halfwaardetijd te bepalen - de tijd waarin precies de helft van een zekere hoeveelheid Sm-146 tot neodymium is vervallen. De nieuwe metingen laten zien dat de halfwaardetijd van het isotoop niet 103 miljoen jaar is, zoals tot nu toe werd gedacht, maar aanzienlijk korter: 68 miljoen jaar. De vervaltijd van Sm-146 is één van de 'klokken' waarmee de chronologie van de gebeurtenissen in het zonnestelsel en de ouderdom van aardse gesteenten wordt bepaald. De kortere vervaltijd betekent dat de vorming van de planeten waarschijnlijk sneller is verlopen dan gedacht. Bovendien zouden de oudste gesteenten op aarde eerder zijn ontstaan: al 120 miljoen jaar na het ontstaan van het zonnestelsel (ruim 4 miljard jaar geleden).
Meer informatie:
New isotope measurement could alter history of early solar system

30 maart 2012
Op de zon komen enorm krachtige bevingen en spectaculaire tornado's voor. Ze worden geproduceerd tijdens magnetische explosies op of vlak onder het zonsoppervlak, waarbij kolossale hoeveelheden gas de ruimte in worden geblazen. Deze zogeheten coronale massa emissies (CME's) kunnen op hun beurt weer tot 'zonnestormen' in de ruimte tussen de zon en de aarde leiden. Op 15 februari 2011 is een zonnebeving gedetecteerd die ongeveer duizend maal zo energierijk was als de grote aardbeving vorig jaar in Japan. Zonnebevingen waren eerder al ontdekt als bijverschijnsel van reguliere zonnevlammen; nu blijken ze ook bij CME's te ontstaan, op de plaatsen waar gas aan het zonsoppervlak in korte tijd sterk verhit wordt door de magnetische explosies. Zonnebevingen zijn zichtbaar als cirkelvormige golven die zich over het zonsoppervlak voortplanten, een beetje zoals de golven in een vijver nadat je er een steen in gooit. Op 25 september 2011 is een reusachtige tornado van zonnegas gefilmd door de Amerikaanse Solar Dynamics Explorer. Die ontstond boven een protuberans op de zon - een tijdelijke boog van gloeiend gas die gedragen wordt door magnetische velden. De middellijn van de zonnetornado was een paar keer zo groot als de aarde; het gas (met een temperatuur tot twee miljoen graden) raasde met snelheden van tientallen kilometers per seconde tot een hoogte van zo'n 200.000 kilometer. Waarnemingen aan zonnebevingen en zonnetornado's worden vandaag gepresenteerd op de Brits/Duitse National Astronomy Meeting in Manchester.
Meer informatie:
Solar Eruptions Cause Sunquakes
Huge tornadoes discovered on the Sun
Achtergrondinformatie over de zonnetornado
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 maart 2012
Recent onderzoek wijst erop dat het ruimtevaarttijdperk samenviel met een periode van ongewoon sterke zonneactiviteit. Uit isotopenonderzoek van ijskappen en groeiringen van bomen blijkt dat zo'n sterk zonnemaximum de afgelopen 9300 jaar maar 23 keer eerder is opgetreden. Volgens Luke Barnard, promovendus aan de universiteit van Reading, is de kans dan ook groot dat het aantal zonne-uitbarstingen en -vlekken de komende decennia zal afnemen. Maar paradoxaal genoeg maakt dat de omstandigheden in de ruimte en de aardatmosfeer juist gevaarlijker. Een afname van de sterkte van het magnetische veld van de zon zorgt er namelijk voor dat energierijke deeltjes uit de interstellaire ruimte dieper het zonnestelsel kunnen binnendringen. Daarbij komt nog dat de kleinere aantallen zonne-uitbarstingen die nog wél zullen optreden, heviger en langduriger kunnen zijn. Door de combinatie van deze beide factoren worden astronauten en vliegtuigbemanningen de komende jaren mogelijk aan meer deeltjesstraling blootgesteld. Om meer greep te krijgen op de diverse aspecten van dit 'ruimteweer' is de UK Met Office, de Britse zuster van het KNMI, bezig om haar weer- en klimaatmodel aan te passen. Die aanpassing heeft vooral betrekking op de zogeheten thermosfeer van de aarde, de ijle luchtlaag op 90 tot 600 kilometer hoogte, die de eerste klappen opvangt als het spookt in de ruimte. Om de gevolgen daarvan beter te kunnen voorspellen, wordt een systeem ontwikkeld waarin de volledige causale keten - de omstandigheden op de zon, in de interplanetaire ruime en in de verschillende lagen van de aardatmosfeer - in rekening wordt gebracht.
Meer informatie:
Solar 'climate change' could cause rougher space weather
Met Office To Provide Space Weather Warnings For Planet Earth And Forecasts For Exoplanets

21 maart 2012
Een groep wetenschappers uit Hawaï, Brazilië en Californië heeft een nieuwe nauwkeurige meting gedaan van de middellijn van de zon. Daarbij hebben ze gebruik gemaakt van satellietwaarnemingen uit 2003 en 2006, die zijn gedaan op het moment dat de planeet Mercurius voor de zon langs trok. De diameter van de zon die in tabellenboeken vermeld staat, 1.392.000 kilometer, is in feite een afgeronde waarde. In werkelijkheid is de zon waarschijnlijk iets groter, al lopen de moderne meetwaarden uiteen van 1,390 tot 1,393 miljoen km. Veel van die metingen zijn gedaan vanaf de aarde, met de aardatmosfeer als verstorende factor. Bij de nieuwe metingen is gebruik gemaakt van een telescoop aan boord van de zonnesatelliet SOHO. Daarmee zijn heel nauwkeurig de momenten gemeten waarop het donkere schijfje van Mercurius de zonneschijf voor het eerst raakte en zich daar later weer van losmaakte. Het nodige rekenwerk liet zien dat de zon 1.392.684 kilometer groot is, met een onzekerheid van 130 kilometer. De wetenschappers hopen op 5 juni a.s. een nog nauwkeurigere meetwaarde te kunnen afleveren. Op die dag beweegt namelijk de planeet Venus voor de zon langs.
Meer informatie:
Space Observations Of Mercury Transits Yield Precise Solar Radius
Vakpublicatie

16 maart 2012
Het recente minimum in de activiteit van de zon was ongebruikelijk diep en langdurig. Maar dat was niet de enige bijzonderheid van deze rustige periode. Analyse van variaties in het aardmagnetische veld laat zien dat er meer aan de hand was. Wetenschappers meten sinds anderhalve eeuw de veranderingen die in het magnetische veld van onze planeet optreden. Die geomagnetische activiteit vertoont allerlei cyclische veranderingen, bijvoorbeeld eentje met een periode van 27 dagen die verband houdt met de rotatie van de zon. Tijdens het recente zonneminimum, dat ruwweg duurde van 2006 tot 2010, werden ook variaties gemeten met perioden van bijna 7 en 9 dagen - niet alleen in het aardmagnetische veld, maar ook in het interplanetaire magneetveld en de zonnewind. Een analyse van historische geomagnetische gegevens uit de periode 1868-2011 laat zien dat die snellere veranderingen in de 140 jaar vóór het recente zonneminimum niet voorkwamen. Volgens de wetenschappers die de analyse hebben gedaan, zou dat erop kunnen wijzen dat er een tijdelijke verstoring is opgetreden in de 'zonnedynamo' - het turbulente plasma in het inwendige van de zon dat het magnetische veld genereert.
Meer informatie:
Geomagnetic data reveal unusual nature of recent solar minimum

8 maart 2012
Afgelopen dinsdag produceerde het actieve gebied AR 1429 op de zon kort na elkaar twee zonnevlammen die gepaard gingen met zogeheten coronale massa-ejecties (CME's). De eerste daarvan was de zwaarste sinds augustus vorig jaar. De deeltjes van de beide CME's hebben de aarde donderdag even na 12 uur Nederlandse tijd bereikt. Tot grote problemen heeft dat niet geleid. De gevolgen van zo'n 'zonnestorm' lopen sterk uiteen en laten zich moeilijk voorspellen. Vaak blijven ze beperkt tot een verstoring van het magnetische veld van de aarde, die soms tot opvallende poollichtverschijningen leidt - ook in gebieden waar poollicht doorgaans zeldzaam is, zoals Nederland. In ernstige gevallen zorgen zonnestormen voor storingen in GPS- en (satelliet)communicatiesystemen of zelfs voor het uitvallen van stroomnetten op aarde. De recente toename in uitbarstingen op de zon is in lijn met de verwachtingen. De activiteit van de zon volgt een 11-jarige cyclus en de volgende piek staat voor eind 2013 op het programma.
Meer informatie:
Second Biggest Flare Of the Solar Cycle
Huge Magnetic Storm May Wreak Havoc

27 februari 2012
Wetenschappers van Washington University hebben een nieuw model bedacht voor het ontstaan van planetenstelsels als het onze. In het nieuwe model ontstaan een ster en haar planeten vrijwel gelijktijdig door samentrekking van koel gas en stof in een grote interstellaire gaswolk. Volgens de huidige theorie zou uit zo'n gaswolk eerst een ster ontstaan, waarna er rond de ster een schijf van hete materie achterblijft. Planeten zouden dan het gevolg zijn van samenklontering van die 'restmaterie'. Volgens de Amerikaanse wetenschappers is het onduidelijk hoe zo'n chaotisch samenklonteringsproces tot een zonnestelsel als het onze kan leiden, met planeten die allemaal in hetzelfde vlak en in dezelfde richting om de zon draaien. Het nieuwe model zou niet alleen die regelmatige structuur kunnen verklaren, maar ook het feit dat de binnenste planeten van ons zonnestelsel kleine, rotsachtige objecten zijn en de buitenste planeten grote gasreuzen. Die tweedeling zou simpelweg zijn ontstaan doordat de rotsachtige 'groeikernen' in de buurt van de zon moesten concurreren met de sterke zwaartekracht van de zon, waardoor ze weinig gassen konden verzamelen.
Meer informatie:
New model provides different take on planetary accretion

13 februari 2012
Amerikaanse astronomen doen een nieuwe poging om de paradox van de zwakke, jonge zon op te lossen. Een geavanceerd computermodel moet meer inzicht geven in de jeugd van zonachtige sterren. Het model moet duidelijkheid geven over de vraag of en hoe onze ster kort na haar ontstaan is afgeslankt. Volgens de bestaande modellen zou de zon aanvankelijk veel minder energie hebben geproduceerd dan nu, wat zou betekenen dat de aarde vier miljard jaar geleden stijf bevroren moet zijn geweest. Maar onderzoek van de oudste gesteenten op onze planeet laat zien dat er in die tijd gewoon oceanen waren. Er zijn ruwweg twee manieren om deze paradox op te lossen. De ene bestaat uit de veronderstelling dat de jonge aarde veel meer broeikasgassen (met name kooldioxide) bevatte dan nu. Daar zijn echter geen geologische aanwijzingen voor en bovendien was ook Mars vier miljard jaar geleden relatief warm. De andere optie is dat de zon bij haar ontstaan twee tot vijf procent zwaarder was dan op dit moment. Deze mogelijkheid wordt nu opnieuw onder de loep genomen door een team rond Steinn Sigurdsson van Penn State University. Met behulp van het nieuwe computermodel MESA willen de astronomen onderzoeken of de zon tijdens de eerste paar honderd miljoen jaar van haar bestaan veel massa is verloren in de vorm van zonnewind. De voortekenen zijn niet hoopgevend. Weliswaar is uit waarnemingen gebleken dat jonge, zonachtige sterren massa verliezen, maar dat gebeurt al heel vroeg en heel snel. En dat kan de paradox niet oplossen. Het zoeken is naar een scenario waarbij het massaverlies geleidelijker verloopt.
Meer informatie:
"Baby Fat" on the Young Sun?

1 februari 2012
Op 27 januari vond een grote uitbarsting plaats op de zon. Anders dan de grote zonnevlam van vier dagen daarvóór vond deze uitbarsting niet plaats aan de voorkant van de zon, maar aan de rand. Hierdoor was de verwachting dat de snelle deeltjes van de tweede zonnevlam de aarde niet zouden bereiken. Maar dat gebeurde toch. Volgens onderzoekers van de universiteit van New Hampshire konden ook deeltjes van de uitbarsting van 27 januari de aarde bereiken, door de configuratie van het magnetische veld van de zon. De veldlijnen waarlangs de energierijke deeltjes van zo'n zonnevlam bewegen zijn niet recht, maar gebogen. De situatie werd, vanuit stralingsoogpunt, nog verergerd doordat zich in de omgeving van de aarde nog deeltjes van de eerste uitbarsting ophielden. Deeltjes van beide uitbarstingen zijn gedetecteerd met een instrument van de maansonde LRO. Het waren de hevigste uitbarstingen in de 2,5 jaar dat deze sonde metingen doet. Naar verwachting zullen de komende jaren echter nog veel krachtigere zonnevlammen optreden.
Meer informatie:
Sun Delivered Curveball Of Powerful Radiation At Earth
LRO Instrument Measures Radiation Effects from Recent Solar Flare

31 januari 2012
Metingen van de NASA-satelliet Interstellar Boundary Explorer (IBEX) hebben meer inzicht gegeven in de kenmerken van de ruimte buiten ons zonnestelsel. De satelliet heeft in de omgeving van de aarde neutrale atomen opgevangen die via de zogeheten interstellaire wind van buitenaf ons zonnestelsel binnenkomen. Het gaat daarbij om atomen van de elementen waterstof, zuurstof, neon en helium. Uit de metingen blijkt dat er in de interstellaire wind 74 zuurstofatomen op elke 20 neonatomen voorkomen. In ons zonnestelsel is die verhouding 111 op 20. Daarmee is het zonnestelsel dus zuurstofrijker dan de nabije interstellaire ruimte. Volgens de onderzoekers kan dit betekenen dat het zonnestelsel is ontstaan in een omgeving die toevallig wat meer zuurstof bevatte dan de rest van het Melkwegstelsel. Maar het verschil zou ook slechts schijn kunnen zijn: mogelijk zit veel zuurstof in de interstellaire ruimte opgesloten in stof- en ijsdeeltjes. Verder laten de IBEX-gegevens zien dat de interstellaire wind met een snelheid van ongeveer 84.000 km/uur de heliosfeer - de invloedssfeer van de zon - binnenkomt. Dat is ruim tien procent langzamer dan eerdere (minder nauwkeurige) metingen met de satelliet Ulysses hadden gesuggereerd. Het nieuwe resultaat betekent dat het zonnestelsel vrijwel dezelfde ruimtelijke snelheid heeft als de zogeheten lokale interstellaire wolk. De Ulysses-metingen leken erop te wijzen dat we deze gaswolk al bijna hadden verlaten, maar dat kan nog duizenden jaren duren.
Meer informatie:
IBEX: Glimpses of the Interstellar Material Beyond our Solar System
IBEX spacecraft measures "alien" particles from outside solar system, reveals interactions in surrounding regions
IBEX probe glimpses Interstellar Neighborhood

31 januari 2012
Waterstofmoleculen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan en het in stand houden van zonnevlekken. Dat blijkt uit metingen van Amerikaanse zonneonderzoekers met gevoelige spectroheliografen van het National Solar Observatory in Sunspot, New Mexico. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De wetenschappers ontdekten OH-moleculen (hydroxyl) in de donkere kernen van zonnevlekken met sterke magneetvelden. Als er OH-moleculen kunnen ontstaan (bestaande uit één zuurstof- en één waterstofatoom), moeten er ook relatief veel waterstofmoleculen voorkomen (H2, bestaande uit twee waterstofatomen). De aanwezigheid van 'koel' moleculair waterstof heeft een grote invloed op de gasbewegingen in zonnevlekken, zo blijkt uit modelberekeningen. De temperatuur aan het oppervlak van de zon is zo hoog dat er normaal gesproken vrijwel geen moleculen kunnen voorkomen; verreweg het meeste waterstof is atomair. In de koelere zonnevlekken kunnen waterstofmoleculen echter wél ontstaan, en dat heeft onder andere invloed op de mate waarin magnetische velden in de zonnevlek worden versterkt, met name tijdens en kort na de ontstaansfase. In de allerkoelste kernen van zonnevlekken kan de magnetische veldsterkte daardoor oplopen tot meer dan 2500 gauss (vijfduizend keer zo sterk als het magneetveld aan het aardoppervlak). Op die manier wordt de levensduur van een zonnevlek verlengd: de sterke magnetische velden verhinderden het opborrelen van heet gas uit diepere lagen van de zon.
Meer informatie:
"Cool" Gas May Form and Strengthen Sunspots
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 januari 2012
De Radiation Assessment Detector (RAD) aan boord van het Mars Science Laboratory heeft metingen verricht aan de krachtige zonnestorm die zich begin deze week voordeed na een energierijke uitbarsting op de zon maandagochtend. De zonnestorm, die in de aardse dampkring fraai poollicht veroorzaakte, was de krachtigste sinds 2005. Mars Science Laboratory (MSL) werd eind november 2011 gelanceerd; de Marswagen Curiosity moet in augustus 2012 op Mars aankomen. Het RAD-instrument gaat daar onderzoek doen naar de stralingsbelasting op Mars. Omdat het instrument zich binnenin het ruimtevaartuig bevindt, bieden de waarnemingen aan de zonnestorm ook informatie over de mate waarin de effecten van zo'n verschijnsel afgeschermd kunnen worden.
Meer informatie:
SwRI-led RAD measures radiation from solar storm
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 januari 2012
Afgezien van een vage groene en rode gloed aan de noordelijke horizon, is de afgelopen nacht vanuit Nederland geen poollicht gezien. Voor het echte spektakel moest je in noordelijker streken zijn, zo blijkt. Met name in het noorden van Scandinavië gaf het poollicht een indrukwekkende lichtshow. Volgens sommige waarnemers was het een van de fraaiste poollichtverschijningen van de afgelopen decennia. Ook vanuit Schotland, Ierland en het noorden van Duitsland en Engeland is het hemelverschijnsel gezien. Het poollicht werd veroorzaakt door de krachtige uitbarsting die afgelopen maandag op de zon plaatsvond. De wolk elektrisch geladen deeltjes van deze 'zonnestorm' - de grootste sinds 2003 - bereikte de aarde in de loop van dinsdagmiddag. Poollicht ontstaat wanneer grote aantallen van deze deeltjes in botsing komen met zuurstof- en stikstofmoleculen in de hoge aardatmosfeer. Naar verwachting zal de activiteit van de zon de komende maanden en jaren alleen maar verder toenemen. De kans is dus groot dat het poollicht de komende tijd vaker te zien zal zijn - óók vanuit Nederland.
Meer informatie:
Solar storm sparks dazzling northern lights
Largest Solar Radiation Storm Since 2003
Noorderlicht boven de Waddenzee
Aurora Sky Station (live beelden)

24 januari 2012
Een krachtige uitbarsting op de zon op maandagochtend 23 januari om 04.59 uur Nederlandse tijd heeft een wolk van elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen met een snelheid van ruim tweeduizend kilometer per seconde. De plasmawolk zal naar verwachting in de loop van dinsdagmiddag 24 januari bij de aarde aankomen, en kan mogelijk verstoringen teweegbrengen in satellietelektronica en radiocommunicatie. Daarnaast veroorzaken de deeltjes in de wolk waarschijnlijk indrukwekkend poollicht, dat vooral zichtbaar is in een brede ring rond de magnetische noord- en zuidpool van de aarde. De kans dat er komende nacht ook vanuit (Noord-)Nederland poollicht zichtbaar is, is klein maar niet uitgesloten. Om poollicht te zien is een donkere omgeving, een wolkenloze hemel en bij voorkeur een vrij uitzicht naar het noorden vereist.
SpaceWeather
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 december 2011
Grote uitbarstingen op de zon, zoals de zogeheten coronale massa-ejecties (CME's), kunnen aanzienlijke erosie veroorzaken op de maan. Dat blijkt uit nieuwe computersimulaties door NASA-wetenschappers. Ook tasten de uitbarstingen de atmosferen aan van planeten als Mars, die niet door een globaal magnetisch veld worden beschermd. CME's zijn in feite harde 'vlagen' zonnewind - een diffuse stroom elektrische geladen deeltjes die vanaf de zon de ruimte in wordt geblazen. Bij een krachtige CME wordt een miljard ton van deze deeltjes met snelheden van meer dan een miljoen kilometer per uur uitgestoten. De computersimulaties laten zien dat zo'n 'deeltjesstorm', die twee dagen kan duren, in staat is om honderd tot tweehonderd ton materiaal van het maanoppervlak de ruimte in te blazen.
Meer informatie:
Solar Storms Could 'Sandblast' the Moon

5 december 2011
De Amerikaanse ruimtesonde Voyager 1, die in 1977 werd gelanceerd en onderzoek deed aan de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus, is bijna het zonnestelsel uit. Metingen van de ruimtesonde laten zien dat hij zich in een soort overgangszone bevindt tussen de heliosfeer - het gebied dat onder invloed staat van het magnetisch veld van de zon - en de interstellaire ruimte. De nieuwste Voyager-metingen zijn deze week gepresenteerd op het najaarscongres van de Amercian Geophysical Union. Eerder constateerde Voyager al dat de snelheid van de zonnewind - de continue stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon - vrijwel tot nul was gereduceerd. Inmiddels blijkt er ook sprake te zijn van een verdubbeling van de magnetische veldsterkte, alsof het magnetisch veld van de zon wordt samengeperst door de druk van het ijle gas in de interstellaire ruimte. De gemiddelde dichtheid van hoogenergetische deeltjes van de zon is afgenomen, alsof die deeltjes geleidelijk aan naar buiten 'lekken'. Het aantal energierijke elektronen uit andere delen van het Melkwegstelsel is daarentegen juist honderd keer zo hoog als voorheen. De metingen bevestigen het bestaan van een soort 'stagnatie-zone' in het buitenste deel van de heliosfeer. Volgens Voyager-wetenschappers kan het niet lang meer duren voordat de volhardende ruitmesonde zich daadwerkelijk in de interstellaire ruimte bevindt.
Meer informatie:
NASA's Voyager Hits New Region at Solar System Edge
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 november 2011
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA start begin 2012 met een 'ruimteweerdienst', om onder andere satellietbeheerders, telecombedrijven en energieleveranciers tijdig te waarschuwen voor mogelijk schadelijke zonnestormen. De activiteit van de zon is de laatste tijd weer sterk aan het toenemen; het maximum van de zonneactiviteit wordt voor halverwege 2013 verwacht. Krachtige uitbarstingen op de zon kunnen verstoringen teweegbrengen in ruimte-elektronica, in radioverbindingen en in elektriciteitscentrales. Binnen het kader van ESA's Space Situational Awareness-programma wordt een waarschuwingsdienst in het leven geroepen voor 'ruimteweer' ( space weather ) - de term waarmee verschijnselen als de zonnewind, zonnevlammen, en hun wisselwerking met het aardse magnetisch veld worden aangeduid. Bij het ESA-grondstation in het Belgische Redu wordt bovendien een Space Weather Data Centre ingericht, om de waarnemingen te verzamelen en van waaruit eventuele waarschuwingen worden verspreid. De plannen voor 2012 zijn deze week bekendgemaakt tijdens de achtste European Space Weather Week, die van 28 november tot 2 december wordt gehouden in Namen, België.
Meer informatie:
Keeping watch on our seething Sun
Eightt European Space Weather Week
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 november 2011
De Europese Cluster-satellieten hebben ontdekt dat de 'boegschok' die ontstaat waar de zonnewind in botsing komt met het magnetische veld van de aarde opmerkelijk dun is: slechts zeventien kilometer. Dat betekent dat deze schokzone een efficiëntere deeltjesversneller is dan tot nu toe werd gedacht. In de ruimte kunnen magnetische velden deeltjes tot bijna de lichtsnelheid versnellen. Maar het op gang krijgen van die deeltjes gaat de magnetische velden niet zo makkelijk af. Vandaar dat in grote deeltjesversnellers op aarde, zoals de Large Hadron Collider, gebruik wordt gemaakt van kleinere versnellers die de deeltjes met behulp van een elektrisch veld alvast een flinke vaart geven voordat ze aan het magnetische veld van de hoofdversneller worden overgedragen. In de ruimte blijkt dat niet veel anders te gaan. Op 9 januari 2005 passeerden de vier Cluster-satellieten de magnetische boegschok hoog boven de dagzijde van de aarde. Doordat de satellieten aan weerszijden van de boeggolf gepositioneerd waren, konden ze precies volgen wat er in die schokzone met de elektronen van de zonnewind gebeurde. De metingen laten zien dat de energie van de elektronen snel toenam, waardoor ze een makkelijkere prooi werden voor verdere versnelling door magnetische velden. Dat boegschokken hiertoe in staat waren, werd al langer vermoed, maar het verschijnsel was nog nooit zo gedetailleerd waargenomen. De ontdekking is van belang, omdat het verschijnsel overal in het heelal optreedt. Overal waar een snel stromend medium in botsing komt met een obstakel of een trager medium ontstaan schokken. En hoe dunner de schokzone, des te efficiënter is deze in het versnellen van geladen deeltjes.
Meer informatie:
Cosmic particle accelerators get things going
Cluster reveals Earth's bow shock is remarkably thin

25 oktober 2011
Op 25 oktober was het precies vijf jaar geleden dat NASA twee vrijwel identieke ruimtesondes de ruimte in schoot om de zon te gaan onderzoeken. De afgelopen jaren zijn de beide sondes, die door het leven gaan als STEREO-A en STEREO-B, in een zodanig positie gemanoeuvreerd, dat zij de zon van beide kanten kunnen bekijken. Hierdoor kunnen wetenschappers nu iets wat eerder niet mogelijk was: de hele zon in de gaten houden. Het is natuurlijk wel zo dat de zon om haar as draait, waardoor we in de loop van een kleine maand het hele oppervlak te zien krijgen. Maar om de activiteiten op de zon te leren begrijpen, is het van belang om hun hele ontwikkeling te kunnen volgen. Ook kunnen de beide ruimtesondes vanuit hun huidige posities letterlijk stereobeelden maken van de plasmawolken die de zon uitstoot bij zogeheten coronale massa-ejecties (CME's). Dat maakt het mogelijk om precies vast te stellen in welke richting de uitgestoten zonnedeeltjes bewegen. Als een CME op de aarde is gericht, kan dat storingen veroorzaken in communicatie- en GPS-satellieten. Omdat STEREO-A in een iets kleinere baan om de zon draait dan STEREO-B, zullen de twee elkaar de komende jaren weer gaan naderen. In 2015 bevindt het tweetal zich vanaf de aarde gezien aan de achterkant van de zon.
Meer informatie:
STEREO Mission Celebrates Five Incredible Years of Science

22 september 2011
Het zonnestelsel had ooit misschien vijf grote gasplaneten in plaats van vier. Dat is de conclusie van David Nesvorny van het Southwest Research Institute in Boulder, Colorado, die met computersimulaties de evolutie van ons zonnestelsel heeft onderzocht. Astronomen worstelen al geruime tijd met de structuur van ons planetenstelsel. Vooral de huidige posities van Uranus en Neptunus zorgen voor hoofdbrekens: op die grote afstand van de zon zou de dichtheid van de materieschijf waaruit de planeten zijn ontstaan te gering zijn geweest om zulke grote planeten te vormen. Het lijkt daarom waarschijnlijk dat Uranus en Neptunus oorspronkelijk op kleinere afstanden om de zon hebben gecirkeld en pas later naar hun huidige banen zijn gemigreerd. Dat levert echter een nieuw vraagstuk op: de onderlinge afstanden tussen de vier grote planeten zouden dan dermate klein zijn geweest, dat door onderlinge interacties zeker één van hen uit het zonnestelsel zou zijn verbannen. De computersimulaties van Nesvorny geven als mogelijke oplossing dat er tussen Saturnus en Uranus nog een vijfde gasplaneet is geweest. Deze planeet zou ongeveer vier miljard jaar geleden na een ontmoeting met Jupiter de ruimte in zijn geslingerd en nu eenzaam tussen de sterren zwerven.
Meer informatie:
Missing planet explains solar system's structure
Young Solar System's Fifth Giant Planet? (onderzoeksartikel)

7 september 2011
Uit waarnemingen met het Solar Dynamics Observatory (SDO) blijkt dat bij sommige zonnevlammen - grote uitbarstingen op de zon - veel meer energie vrijkomt dan tot nu toe werd gedacht. Ze houden ook langer aan: tot vijf uur na zijn helder beginfase kan een zonnevlam nog straling produceren. Eerdere waarnemingen leken erop te wijzen dat het vlamproces een kwestie van seconden of minuten was. De ontdekking is te danken aan de hoge frequentie waarmee SDO de zon waarneemt. Waar eerdere instrumenten slechts één meting per anderhalf uur deden of niet naar alle golflengten tegelijk konden kijken, verzamelt SDO elke tien seconde meetgegevens over een breed golflengtegebied. Hierdoor kan een veel nauwkeurigere indruk worden verkregen van de hoeveelheid energie die bij een zonnevlam vrijkomt. In de uren na de heldere beginfase wordt alles bij elkaar soms meer energie geproduceerd dan tijdens de beginfase zelf. De nieuwe kennis zal worden gebruikt om betere voorspellingen te kunnen doen voor de invloed van zonneuitbarstingen op de atmosfeer en het magnetische veld van de aarde. Grote zonnevlammen kunnen onder meer storingen in communicatie- en navigatiesystemen veroorzaken.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Observes New Characteristics Of Solar Flares
NASA spacecraft carrying CU-Boulder instruments observes new characteristics of solar flares

6 september 2011
Dankzij modelberekeningen met een krachtige supercomputer en waarnemingen van de Europese Cluster-satellieten hebben wetenschappers het raadsel van de magnetische substormen weten op te lossen. Substormen zijn uitbarstingen van energie in de magnetosfeer van de aarde die aanleiding geven tot poollicht. Elektrisch geladen deeltjes van de zon - voornamelijk elektronen en protonen - kunnen soms de aardse magnetosfeer binnendringen, waarna ze zich ophopen in de langgerekte magnetostaart, die altijd van de zon af is gericht. De opgeslagen energie komt af en toe vrij in de vorm van een magnetische substorm. Daarbij komen de elektrisch geladen deeltjes via de magnetische veldlijnen van de aarde in de dampkring terecht, in een ring rond de magnetische polen, waar ze poollicht veroorzaken. Algemeen wordt aangenomen dat zo'n substorm ontstaat doordat er in de magnetostaart een her-rangschikking van de magnetische veldlijnen plaatsvindt - een zogeheten reconnectie. Die magnetische reconnecties zijn ook wel waargenomen, op afstanden van 125.000 tot 200.00 kilometer van de aarde. Geofysici hadden echter nooit een verklaring voor het feit dat poollichtverschijnselen soms al enkele tientallen seconden na zo'n reconnectie optraden: de magnetische Alfvén-golven die verantwoordelijk zijn voor het transport van de geladen deeltjes hebben een voortplantingssnelheid van slechts 500 tot 1000 kilometer per seconde. Michael Shay van de Universiteit van Delaware heeft met behulp van een Cray XE6 supercomputer nu echter aangetoond dat er ook zogeheten kinetische Alfvén-golven in het spel zijn, die een veel hogere snelheid hebben. En Jonathan Eastwood van het Imperial College London vond aanwijzingen voor het bestaan van zulke snelle magnetische golven in waarnemingsgegevens van de vier Europese Cluster-satellieten, die metingen verrichten aan elektrische en magnetische verschijnselen in de omgeving van de aarde. De nieuwe resultaten worden gepubliceerd in Physical Review Letters.
Meer informatie:
Ultrafast substorm auroras explained
Cluster
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 september 2011
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft een nieuwe online-zonnestelselsimulator ontwikkeld waarmee iedereen naar hartelust langs de planeten kan vliegen. In Eyes on the Solar System zijn vluchtgegevens van tientallen planeetverkenners opgenomen, en gedetailleerde beelden van planeten en manen. Dankzij computergametechnologie is het mogelijk om zelf met een ruimtesonde mee te vliegen, eventueel sterk versneld, je eigen kijkpunt en -richting te kiezen, en in te zoomen op het oppervlak van andere werelden. Daarbij bewegen de planeten ook precies in overeenstemming met de werkelijkheid. Eyes on the Solar System is nu in bèta-release; de komende tijd zal ongetwijfeld nog veel functionaliteit worden toegevoegd.
Meer informatie:
NASA Gives Public New Internet Tool To Explore The Solar System
Eyes on the Solar System
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 augustus 2011
Een veertig jaar oud raadsel met betrekking tot turbulentie in de zonnewind - de stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen - blijkt niet te bestaan, volgens astronomen van de Universiteit van Warwick. In 1971 ontdekte de ruimtesonde Mariner 5 dat er een verband leek te bestaan tussen turbulentie in de zonnewind en de richting en snelheid van die wind. Volgens theoretische inzichten zou zo'n relatie er helemaal niet horen te zijn. De onderzoekers hebben nu nieuwe metingen van de Europese Cluster-satellieten geanalyseerd, en bovendien een gedetailleerd computermodel van de zonnewind gecreëerd, waar ze in allerlei richtingen 'virtuele' ruimtesondes doorheen lieten vliegen. Uit de combinatie van de nieuwe metingen en de modelberekeningen blijkt dat het door Mariner 5 gevonden verband zo goed als zeker een statistische toevalstreffer was. De resultaten worden gepubliceerd in Physical Review Letters.
Meer informatie:
Persbericht University of Warwick
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 augustus 2011
Wetenschappers van Stanford University hebben een manier bedacht om zonnevlekken-in-wording te detecteren, terwijl deze zich nog 65.000 kilometer onder het zonsoppervlak bevinden (Science, 19 augustus). Dat maakt het mogelijk om actieve gebieden op de zon, die ook de bron zijn van grote uitbarstingen, een paar dagen van te voren te zien aankomen. De nieuwe methode maakt gebruik van de akoestische golven in het inwendige van de zon, die worden veroorzaakt door turbulenties in het hete zonnegas. Deze golven gaan naar het kerngebied van de zon en worden weer teruggekaatst naar het oppervlak. Hierdoor ontstaat een regelmatig patroon van op en neer gaande gebieden op de zon, dat waarneembaar is met satellieten als SOHO en SDO. Het analyseren van de akoestische golven die door de zon gaan, is vergelijkbaar met seismisch onderzoek op de aarde. Door de aankomsttijden van de golven op vele verschillende punten op de zon te meten, kan worden vastgesteld of zij onderweg zijn opgehouden door sterke magnetische velden. Zo'n sterk magnetisch veld is een aanwijzing dat er een zonnevlek op komst is. De wetenschappers hebben vastgesteld dat je zo niet alleen het ontstaan van nieuwe zonnevlekken kunt zien aankomen, maar ook kunt voorspellen hoe omvangrijk deze worden. Grote zonnevlekken-in-wording stijgen twee keer zo snel naar de oppervlakte als kleine.
Meer informatie:
Detection of Emerging Sunspot Regions
Better method for predicting sunspots

18 augustus 2011
Voor het eerst hebben wetenschappers kunnen volgen wat er gebeurt als een grote uitbarsting van de zon de aarde overspoelt. Tijdens een persconferentie presenteerde NASA spectaculaire filmbeelden die eind 2008 zijn gemaakt met een van de twee STEREO-sondes, die op dat moment op ruim 100 miljoen kilometer van de aarde in een eigen baan om de zon draaide. De filmbeelden tonen een zogeheten coronale massa-ejectie (CME), de uitstoot van een miljard ton zonneplasma (heet geladen gas). Wanneer zo'n zonnestorm onze kant op komt, kan deze behalve ongevaarlijke poollichten ook storingen in communicatiesystemen en elektriciteitsnetten veroorzaken. Doorgaans worden CME's waargenomen vanuit het standpunt van de aarde. In dat geval zijn alleen de eerste uren van de uitbarsting goed te zien. STEREO-A heeft voor het eerst ook de aankomst van het ijle zonnegas bij onze planeet kunnen vastleggen. Dat kostte overigens wel de nodige moeite: het analyseren en bewerken van de opnamen heeft bijna drie jaar geduurd. Nu ze de techniek onder de knie hebben, verwachten de onderzoekers overigens dat de beeldverwerking in de toekomst veel sneller zal gaan. De beelden geven niet alleen een veel betere indicatie van het moment waarop zo'n zonnestorm bij de aarde aankomt, maar ook van de hoeveelheid materie die deze bevat. Dat maakt het mogelijk om betere voorspellingen te doen van de gevolgen van een zonneuitbarsting voor de aarde.
Meer informatie:
Spacecraft Sees Solar Storm Engulf Earth
New images reveal never-before-seen structures of the solar wind as it travels toward and impacts Earth
Space Storm Tracked from Sun to Earth

9 augustus 2011
Dinsdag heeft de zon een zonnevlam van klasse X6.9 geproduceerd - de grootste sinds 2006. De uitbarsting vond plaats aan de rand van de zonneschijf, waardoor de meeste straling aan de aarde voorbijging. Wel veroorzaakte de vrijgekomen röntgenstraling van de zon verstoringen in de ionosfeer van de aarde, die het radioverkeer op de lange golf hinderden. De afgelopen week vonden er op de zon al meer van deze uitbarstingen plaats, maar die waren van kleinere omvang. Zonnevlammen zijn hevige explosies op de zon waarbij energierijke deeltjes en straling vrijkomen. Vaak gaan deze explosies gepaard met zogeheten coronale massa-ejecties (CME's), die het aardmagnetische veld ernstig kunnen verstoren. Ook bij de zonnevlam van 9 augustus ontstond zo'n CME, maar die was niet direct op de aarde gericht. Zonnevlammen worden in vijf categorieën ingedeeld. De minst hevige, die van de klassen A, B en C, hebben nauwelijks gevolgen voor de aarde. Zonnevlammen van de M-klasse zijn al in staat om korte 'blackouts' in het radioverkeer te veroorzaken. X-vlammen kunnen communicatie- en GPS-systemen platleggen en zelfs storingen in het stroomnet teweegbrengen. De komende jaren zal het aantal uitbarstingen op de zon waarschijnlijk blijven toenemen. De piek wordt in 2013 verwacht.
Meer informatie:
Sun Unleashes X6.9 Class Flare
Solar Unrest Culminates In Violent Eruption
Solar Flares: What Does It Take to Be X-Class?

27 juli 2011
In de buitenste atmosfeer van de zon zijn 50.000 kilometer hoge 'jets' van materie waargenomen die heen en weer wiegen als slierten zeewier in de oceaan. In de oceaan is het bewegend water dat het zeewier doet wiegen; in de corona van de zon zijn magnetische rimpelingen - zogeheten Alfvéngolven - de oorzaak. Dat blijkt uit filmbeelden die met de Solar Dynamics Observatory (SDO) zijn gemaakt. Alfvéngolven waren tot voor kort moeilijk detecteerbaar. Eigenlijk is de SDO de eerste satelliet die ze goed in beeld kan brengen en kan meten hoeveel energie zij meevoeren. Uit onderzoek dat deze week in Nature (28 juni) is gepubliceerd, blijkt dat de golven energierijker zijn dan gedacht. Mogelijk dragen ze zelfs voldoende energie met zich mee om zowel de extreem hoge temperatuur van de corona als het ontstaan van de zogeheten snelle zonnewind (de snelste deeltjes die de zon de ruimte in blaast) te verklaren. Alfvéngolven zijn golven die langs een magnetische veldlijn rimpelen, ongeveer zoals de golven langs een getokkelde gitaarsnaar. De materie in de buitenlagen van de zon bestaat uit elektrisch geladen gas (plasma) dat magnetische velden mee beweegt. SDO kan dit materiaal zien bewegen en op die manier de beweging van Alfvéngolven volgen. Toen Alfvéngolven in 2007 voor het eerst op de zon werden waargenomen, leek het nog dat ze relatief zwak waren. Maar analyse van de SDO-beelden blijkt dat hun energie-inhoud destijds schromelijk is onderschat.
Meer informatie:
SDO Spots Extra Energy in the Sun's Corona
Wave power can drive Sun's intense heat

11 juli 2011
Bij een zonsuitbarsting op 7 juni jongstleden werden kolossale wolken van relatief koel plasma de ruimte in geblazen, die vervolgens onder invloed van het zwaartekrachtsveld van de zon terugvielen naar het oppervlak, en daar weer voor nieuwe, kleinere uitbarstingen zorgden. De relatief koele gaswolken, met afmetingen ter grootte van complete planeten, steken donker af tegen het heldere zonsoppervlak op filmpjes die gemaakt zijn door het Amerikaanse Solar Dynamics Observatory. Bij de uitbarsting werd ook een geweldige hoeveelheid zonnegas het zonnestelsel in geblazen (ongeveer 4,5 miljard ton), in een van de grootste coronale massa-ejecties die ooit zijn waargenomen. Hoewel de zonsuitbarsting niet extreem veel röntgenstraling produceerde (het ging om een klasse M-vlam, voor 'medium'), is een dergelijk 'donker vuurwerk' nooit eerder zo spectaculair vastgelegd, aldus zonnefysici van NASA's Goddard Space Flight Center.
Meer informatie:
Dark Fireworks on the Sun
Filmpje 1 (13 MB)
Filmpje 2 (99 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 juni 2011
Met een slimme truc, door het Europese ruimteagentschap ESA omschreven als 'ruwe hack', is de Cluster-missie van de ondergang gered. In maart ging het mis met Cluster, toen een cruciaal instrumentenpakket niet meer op commando's reageerde. Maar inmiddels werkt het viertal satellieten, dat zonneonderzoek doet, weer normaal. De vier identieke Cluster-satellieten draaien in een strakke formatie in een baan om de aarde. Van daaruit onderzoeken ze de wisselwerking tussen de zonnewind - de stroom geladen deeltjes die de zon onafgebroken uitstoot - en het magnetische veld van de aarde. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor het instrumentenpakket WEC, dat elektrische en magnetische velden meet.Om de gewenste metingen te kunnen doen, moet WEC in alle vier de satellieten werken. Op 5 maart wilde het pakket in satelliet 3 echter niet meer opstarten, en geen van de standaardprocedures om dat probleem te verhelpen haalden iets uit. Latere tests lieten zien dat de aan/uit-schakelaars van de vijf instrumenten die WEC vormen allemaal op 'uit' stonden - een totaal onvoorziene situatie. Toen dat eenmaal duidelijk was, kon aan een oplossing worden gewerkt, die eerst op een van de zustersatellieten werd uitgetest. Op 1 juni werd de computerhack naar satelliet 3 gezonden, en tot ieders opluchting bracht dat het instrumentenpakket weer tot leven.
Meer informatie:
'Dirty hack' restores Cluster mission from near loss

23 juni 2011
Analyse van de zonnedeeltjes die zijn verzameld door de NASA-ruimtesonde Genesis wijst erop dat onze zon en de binnenste planeten van ons zonnestelsel anders zijn ontstaan dan wetenschappers tot nu toe dachten (Science, 24 juni). De onderzoeksgegevens laten verschillen zien in de soorten zuurstof en stikstof die op zon en planeten aanwezig zijn. De verschillen zijn klein, maar kunnen gevolgen hebben voor ons beeld van het ontstaan van het zonnestelsel. De lucht op aarde bestaat uit drie soorten zuurstofatomen van verschillende massa's. Naast het veel voorkomende zuurstof-16 zijn dat de iets zwaardere zuurstof-17 en -18. Maar de Genesis-monsters laten zien dat de zon meer zuurstof-16 bevat dan de aarde, de maan en meteorieten. Volgens de onderzoekers betekent dit dat zon en planeten, hoewel ze uit één en dezelfde oernevel zijn samengetrokken, niet hetzelfde basismateriaal bevatten. Dat idee wordt versterkt door de vaststelling dat ook stikstof, dat twee varianten kent, op de zon en de aardse planeten in verschillende verhoudingen voorkomt. De planeet Jupiter daarentegen heeft dezelfde stikstofsamenstelling als de zon. Kortom: eigenlijk vertonen de samenstellingen van alle objecten in het zonnestelsel kleine onderlinge verschillen. Hoe dat kan, moet nog worden uitgezocht.
Meer informatie:
NASA Mission Suggests Sun And Planets Constructed Differently
Solar wind samples give insight into birth of solar system

15 juni 2011
Metingen van de NASA-ruimtesonde Voyager 1 wijzen erop dat de helioschede - de buitenste schil van de invloedssfeer van de zon - dunner is dan gedacht. Dat zou betekenen dat de ruimtesonde dichter bij de interstellaire ruimte is dan tot nu werd aangenomen (Nature, 16 juni). De bijna 34 jaar geleden gelanceerde Voyager 1 bevindt zich nu op een afstand van ruim 17 miljard kilometer van de zon, in een zone waar de door de zon uitgezonden geladen deeltjes vrijwel tot stilstand zijn gekomen. Dat laatste zou komen doordat deze zonnewind wordt tegengehouden door de druk van het magnetische veld dat de ruimte tussen de sterren vult. Hoewel de gemeten snelheden van de zonnedeeltjes nu al bijna een jaar gelijk zijn aan nul, denken de auteurs van het Nature-artikel niet dat Voyager 1 de interstellaire ruimte al heeft bereikt. Bij het overschrijden van de denkbeeldige drempel zou de dichtheid van de hete deeltjes van de helioschede sterk moeten terugvallen. Geschat wordt dat dit eind 2012 gaat gebeuren. De tragere zustersonde Voyager 2 zal dit pas over een aantal jaren meemaken.
Meer informatie:
NASA's Voyager Probe Edges Closer to Interstellar Space

14 juni 2011
Tijdens een periode van geringe zonsactiviteit zijn er ook op aarde weinig geomagnetische stormen die aanleiding kunnen geven tot poollicht en storingen in o.a. radiocommunicatie en elektriciteitscentrales. De geomagnetische activiteit op aarde bereikte echter pas in 2009 een minimum, terwijl de activiteit van de zon al acht maanden eerder, in 2008 een dieptepunt bereikte. Mede dankzij waarnemingen van de Amerikaanse ruimtesonde ACE (Advanced Composition Explorer) denken wetenschappers nu te begrijpen waardoor die 'vertraging' wordt veroorzaakt. De oorzaak moet gezocht worden bij de zogeheten coronale gaten. Dat zijn openingen in het magnetisch veld van de zon die de oorsprong vormen voor de snelle zonnewind - een continue stroom van elektrisch geladen deeltjes die snelheden kunnen bereiken tot ca. 800 kilometer per seconde. Die coronale gaten bevinden zich tijdens een activiteitsmaximum relatief dicht bij de evenaar van de zon, en tijdens een minimum juist dichter bij de polen. Tijdens het laatste minimum (dat in veel opzichten uitzonderlijk was) bleven de coronale gaten echter opmerkelijk lang aanwezig op lage breedtegraden, dus relatief dicht bij de evenaar. Daardoor werden er ook langer dan normaal snelle zonnewinddeeltjes in de richting van de aarde geblazen. In combinatie met o.a. een geringe interplanetaire magnetische veldsterkte kan dat verklaren waarom geomagnetische effecten op aarde zo lang waarneembaar bleven, tot enkele maanden na het dieptepunt van de zonneactiviteit.
Meer informatie:
w Insights on How Solar Minimums Affect Earth
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 juni 2011
Metingen van de Voyager-ruimtesondes wijzen erop dat de rand van ons zonnestelsel bestaat uit een kolkende zee van magnetische bellen. De bellen hebben afmetingen van ruwweg 150 miljoen kilometer - vergelijkbaar met de afstand zon-aarde. Computeranalyses van de Voyager-metingen laten zien dat de kolossale structuren ontstaan door 'kortsluitingen' in het magnetische veld van de zon. Net als de aarde heeft de zon een magnetisch veld met een noordpool en een zuidpool. Door de draaiing van de zon raken deze magnetische veldlijnen met elkaar verstrengeld en verkreukeld, ongeveer zoals het rokje van een balletdanseres. Op 15 miljard kilometer afstand van de zon, waar de beide Voyagers zich nu ongeveer bevinden, is de verkreukeling het sterkst. Wanneer een magnetische veldlijn sterk wordt omgebogen, kunnen bijzondere dingen gebeuren. Waar ze elkaar kruisen, treden zogeheten reconnecties op - soms explosieve herschikkingen waarbij zich delen van het magnetische veld losmaken van de rest. Een vergelijkbaar verschijnsel is de oorzaak van de zonnevlammen - grote uitbarstingen op de zon zelf. Sinds de jaren vijftig gingen astronomen er nog van uit dat de uitgestrekte magnetische veldlijnen van de zon aan de rand van het zonnestelsel relatief elegant terugbuigen en weer bij de zon uitkomen. Maar nu lijkt het er dus op dat het magnetische veld van de zon aan de rand van het zonnestelsel in een 'schuimkraag' eindigt.
Meer informatie:
A Big Surprise from the Edge of the Solar System

7 juni 2011
NASA-wetenschappers hebben een bijzonder golfverschijnsel gefilmd in de atmosfeer van de zon. Het waargenomen golfpatroon, dat ook in de oceanen en de atmosfeer van de aarde optreedt, heeft de wetenschappelijke naam Kelvin-Helmholtz-instabiliteit. De golven kunnen een belangrijke rol spelen bij de verhitting van de corona - het buitenste deel van de zonneatmosfeer. De zonnecorona is duizend keer zo heet als het zichtbare oppervlak van de zon, maar hoe dat komt, is nog niet helemaal duidelijk. Dat hierbij Kelvin-Helmholtz-instabiliteiten in het spel zijn, was al wel gesuggereerd, maar het directe bewijs ontbrak. De KH-golven waren weliswaar al op diverse plekken op de zon gezien - onder meer aan de rand van door de zon uitgestoten hete gaswolken - maar nog niet in de corona zelf. Hierdoor ontstond de indruk dat de intense magnetische velden in dit deel van de zonneatmosfeer de vorming van het golfverschijnsel verhinderen. Maar nu zijn er op beelden die de camera van de Solar Dynamics Observatory op 8 april 2010 van de zon heeft gemaakt dan toch KH-golven gevonden. Dat de ontdekking ervan zoveel moeite heeft gekost, is niet verbazingwekkend: de golven zijn slechts enkele duizenden kilometers groot en daardoor moeilijk waarneembaar vanaf de aarde. DeNASA-onderzoekers vermoeden dat de turbulenties die de KH-golven opwekken veel wrijving veroorzaken in het gas van de zonneatmosfeer. Dat kan de extreem hoge temperatuur van de corona overigens maar voor een deel verklaren.
Meer informatie:
NASA's Solar Dynamics Observatory Catches "Surfer" Waves on the Sun

7 juni 2011
In de ochtend van 7 juni, rond 08.41 uur Nederlandse tijd, vond op de zon een energierijke zonnevlam plaats, waarbij tevens een krachtige 'coronal mass ejection' werd geproduceerd - een wolk van energetische geladen deeltjes die met hoge snelheid de ruimte in is geblazen. De M2-klasse zonnevlam is onder andere gedetailleerd waargenomen door de Amerikaanse Solar Dynamics Observatory (SDO), een zonneobservatorium in een baan om de aarde. Op een (versneld) filmpje dat door SDO is gemaakt op extreem ultraviolette golflengten is te zien hoe materiaal van het oppervlak van de zon omhoog wordt geblazen en gedeeltelijk terugvalt over een gebied dat bijna de helft van het zonsoppervlak beslaat. De coronal mass ejection heeft een snelheid van ca. 1400 kilometer per seconde; de deeltjesstorm komt naar verwachting in de nacht van 8 op 9 juni in de buurt van de aarde aan. Omdat de uitbarsting niet recht op de aarde was gericht, lijkt het echter onwaarschijnlijk dat er opvallend poollicht zichtbaar zal zijn.
Meer informatie:
Having a Solar Blast
SDO-filmpje in extreem ultraviolet licht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 juni 2011
Astronomen krijgen steeds meer inzicht in het ontstaan van zonnevlekken. Deze plekken op de zon lijken donker, omdat ze koeler zijn dan de rest van het zonsoppervlak. Bekend was al dat hun ontstaan verband houdt met intense magnetische velden op de zon, die de toevoer van hete materie uit het zonsinwendige hinderen. Door heel nauwkeurig naar de randen van zonnevlekken te kijken, zijn astronomen van een Zweedse en een Noorse universiteit nu meer te weten gekomen over hun structuur (Science, 2 juni). Een zonnevlek bestaat uit een donkere kern, die omgeven is door een wat lichtere rand. Deze laatste is opgebouwd uit dunne, draderige structuren die ongeveer gerangschikt zijn als de blaadjes van een bloem. Nieuwe beelden van de Zweedse 1-meter zonnetelescoop op het Canarische eiland La Palma bevestigen dat deze zogeheten filamenten uit snel opstijgend en neerdalend gas bestaan, precies zoals computermodellen al hadden voorspeld. Daarmee is aangetoond dat in de lichtere randgebieden van zonnevlekken in feite dezelfde convectieprocessen actief zijn als elders op het zonsoppervlak. In de nabije toekomst hopen de onderzoekers ook de magnetische velden te kunnen meten die deze gasstromen veroorzaken.
Meer informatie:
Convective downflows observed in a sunspot penumbra

25 mei 2011
De Kleine IJstijd - de periode tussen 1645 en 1715 toen de gemiddelde temperatuur in Europa een graad lager was dan normaal - is mogelijk toch veroorzaakt door een langdurig activiteitsminimum van de zon. Eerder dit jaar beweerden zonnefysici (onder wie de Nederlander Karel Schrijver) dat de energieproductie van de zon tijdens dit zogeheten Maunder Minimum niet laag genoeg geweest kan zijn om de Kleine IJstijd te verklaren. Maar volgens de Amerikaanse zonnedeskundige Peter Foukal hanteren Schrijver en zijn collega's te simplistische extrapolaties van metingen gedurende de afgelopen drie activiteitscycli van de zon. Op de 218e bijeenkomst van de American Astronomical Society presenteerde Foukal vandaag waarnemingen waaruit blijkt dat de energieproductie van de zon tijdens een langdurig activiteitsminimum waarschijnlijk sterker afneemt dan tot nu toe werd aangenomen. Met name wanneer ook het aantal kleine fakkelvelden op de zon afneemt - en er zijn aanwijzingen dat dat tijdens een extreem lang minimum inderdaad het geval is - gaat de totale stralingsproductie van de zon merkbaar achteruit, vooral omdat die kleine fakkels in verhouding tot hun oppervlak meer energie uitstralen dan de grote fakkelvelden die alleen zichtbaar zijn tijdens activiteitsmaxima.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 april 2011
Meer dan dertig jaar na hun lancering vanaf de aarde zijn de Amerikaanse Voyager-ruimtesondes de rand van ons zonnestelsel genaderd. En ze functioneren nog steeds. Hun belangrijkste taak hebben de Voyagers dertig jaar geleden al afgerond: de verkenning van de grote gasplaneten van ons zonnestelsel. Sindsdien zijn ze met hoge snelheid bezig om het zonnestelsel te verlaten. Onderweg houden ze voortdurend de heliosfeer - de invloedssfeer van onze zon - in de gaten, en met name de snelheden van de deeltjes die door de zon zijn uitgestoten. Naar buiten toe wordt deze 'zonnewind' steeds ijler en trager. In juni 2010 stelde Voyager 1 vast dat op het punt waar hij was aangekomen de naar buiten gerichte snelheid van de zonnewind tot nul was gereduceerd. Dat betekent overigens niet dat de zonnedeeltjes daar echt stilstaan: ze bewegen alleen zijwaarts. Door de ruimtesonde heen en weer te laten draaien, hopen wetenschappers te ontdekken in welke richting de afgebogen zonnewind precies beweegt. Hoe lang het nog duurt voordat de Voyagers de heliosfeer verlaten en de interstellaire ruimte betreden, is een kwestie van afwachten. Maar volgens NASA-wetenschappers zal het binnen een jaar of vijf zo ver zijn. En als het een beetje meezit hebben de beide ruimtesondes dan nog voldoende stroom om daar melding van te doen.
Meer informatie:
Voyager Set to Enter Interstellar Space
Lifelong pursuit of the secrets of the cosmos

20 april 2011
De grootste zonnevlam in bijna vijf jaar werd veroorzaakt door de wisselwerking tussen vijf roterende zonnevlekken. Dat concluderen Britse sterrenkundigen uit onderzoek van beelden van de Solar Dynamics Observatory (SDO). Zonnevlekken zijn plekken op de zon waar de magnetische veldlijnen die in het inwendige van de zon worden gegenereerd door het oppervlak heen prikken. Door het draaien van zo'n zonnevlek raken die veldlijnen steeds verder vervlochten, totdat ze als elastiekjes knappen. Daarbij komen enorme hoeveelheden energie vrij in de vorm van licht en warmte: de zonnevlam. De zonnevlam die op 15 februari van dit jaar verscheen was veel groter dan normaal. Uit de SDO-beelden blijkt dat dit komt doordat zich ter plaatse vijf nieuwe zonnevlekken hadden gevormd, die in de loop van de dagen verdraaiden - sommige met de klok mee, andere daar tegenin. In de loop van vijf dagen traden in dit gebiedje enkele tientallen zonnevlammen op, met die van 15 februari als hoogtepunt.
Meer informatie:
Rotating sunspots spin up a super solar flare
Filmpje van de roterende zonnevlekken

19 april 2011
Voor het eerst is een coronale massa-ejectie (CME) van de zon zowel van binnen als van buiten in detail bestudeerd. CME's zijn grote uitbarstingen van elektrisch geladen deeltjes, die in de omgeving van de aarde tot allerlei verstoringen kunnen leiden, onder andere in radioverbindingen, GPS-signalen, satellietelektronica en elektriciteitscentrales. De CME van 19 maart 2010 is door drie ruimtesondes in het oog gehouden: de Advanced Composition Explorer (ACE), die zich min of meer in de omgeving van de aarde bevindt en die door de zonnestorm werd 'omspoeld', en de twee STEREO-ruimtesondes, die de uitbarsting vanaf grote afstand en van 'buitenaf' bestudeerden. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales. Uit de waarnemingen blijkt dat de explosie een snelheid van 350 kilometer per seconde had. Op basis van de STEREO-metingen kan dus al in een vroeg stadium en vrij nauwkeurig worden voorspeld wanneer een CME bij de aarde aankomt. Het blijkt echter niet mee te vallen om de inwendige structuur van de zonnestorm - die van groot belang is om de mogelijke effecten op aarde te kunnen inschatten - af te leiden uit waarnemingen van buitenaf.
STEREO
NAM 2011
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 april 2011
Dankzij NASA's Solar Dynamics Observatory (SDO), een satelliet die de zon continu in het oog houdt, is voor het eerst de geboorte van een zonnevlek in real time waargenomen. Zonnevlekken zijn donkere en koelere gebieden op de zon, die ontstaan onder invloed van magnetische velden. Hun vorming en evolutie is nog lang niet volledig begrepen. In magnetogrammen van SDO, gemaakt op 30 mei 2010, waren de eerste magnetische verstoringen zichtbaar rond 19.00 uur Nederlandse tijd. Vijf uur later verscheen de eerste zogehete 'porie' - een klein, donker plekje in het zonsoppervlak, veroorzaakt doordat heet gas vanuit het inwendige van de zon op die plaats minder gemakkelijk omhoog kon borrelen. Twee dagen later was een volgroeide, kleine zonnevlek zichtbaar. Volgens onderzoekers van de University of Central Lancashire, die de resultaten presenteerden op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales, verscheen de eerste porie overigens op een onverwachte locatie. Onderzoek aan de allereerste levensfasen van zonnevlekken zal er hopelijk leiden tot meer inzicht in de vorming van zonnevlekken.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 april 2011
Computersimulaties van astronomen van de University of St Andrews doen vermoeden dat zonnevlammen worden aangedreven door zogeheten plasmoïden - wolken van elektrisch geladen gas (plasma) waarin krachtige magneetvelden liggen verankerd. De magnetische veldlijnen die vanuit het inwendige van de zon af en toe door het oppervlak 'heen prikken', leiden tot de vorming van dergelijke plasmoïden, die vervolgens weer in wisselwerking treden met bestaande magnetische veldlijnen vlak boven het zonsoppervlak en in de ijle corona. Afhankelijk van het al dan niet optreden van 'reconnectie' (een herrangschikking van de veldlijnen) wordt het gas uit de plasmoïde vervolgens met een snelheid tot 500 kilometer per seconde de ruimte in geblazen, zo blijkt uit de computersimulaties, die gepresenteerd zijn op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales.
Een van de computersimulaties van de vorming van een zonnevlam..
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2011
De activiteit van de zon loopt sinds maart flink op. Het aantal zonnevlekken heeft het hoogste niveau in meer dan zes jaar bereikt en er vinden zo af en toe flinke zonne-uitbarstingen plaats. Kortom: het diepste en langdurigste zonneminimum van de afgelopen honderd jaar is definitief achter de rug. De eerste tekenen van een oplevende zonneactiviteit waren eind 2009 al te zien, maar het duurde tot februari van dit jaar voordat de zon zich weer een beetje begon te roeren. Voor zonnefysici is de aanloop naar de volgende piek in de 11-jarige cyclus van de zon, die omstreeks mei 2013 wordt verwacht, nu dus pas echt begonnen. Het komt niet vaak voor dat de aanloop naar een volgend zonnemaximum zo lang duurt. Astronomen beschikken over gedetailleerde gegevens van 23 zonnecycli, en slechts vier daarvan kwamen trager op gang dan de huidige. Drie van deze rustige cycli maakten deel uit van het zogeheten Dalton-minimum - een langdurige periode van relatief geringe zonneactiviteit aan het begin van de negentiende eeuw. Of we daar een herhaling van krijgen, is een kwestie van afwachten.
Meer informatie:
Solar Activity Heats Up
Spaceweather.com

13 april 2011
In de 17de en 18de eeuw was het in West-Europa beduidend koeler dan nu. Vaak wordt deze 'kleine ijstijd' toegeschreven aan de zon, die toen opmerkelijk rustig was - dat wil zeggen: bijzonder weinig zonnevlekken vertoonde. Maar volgens recent onderzoek door onder anderen de Nederlandse astronoom Karel Schrijver kan de inactieve zon de één à twee graden lagere temperaturen van die periode niet volledig verklaren. De hoeveelheid energie die de zon uitstraalt, uitgedrukt in de zogeheten zonneconstante, gaat op en neer met een periode van elf jaar. Deze zonnecyclus is van invloed op het klimaat op aarde, vooral als de zonneconstante naar boven of beneden uitschiet. Uit het onderzoek van Schrijver en collega's blijkt dat de zonneconstante tijdens de kleine ijstijd waarschijnlijk niet zo laag was als tot nog toe werd aangenomen. Dat leiden zij af uit directe metingen van de magnetische activiteit van de zon tijdens het recente zonneminimum, dat qua gebrek aan zonnevlekken vergelijkbaar was met de zonneminima van de kleine ijstijd. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de zonneconstante destijds heel veel lager was dan nu. Oftewel: als de zon al van invloed was op de toenmalige temperaturen, moeten er nog andere factoren zijn geweest die aan de kou hebben bijgedragen.
Meer informatie:
Little Ice Age resulted from more than just solar calm

27 maart 2011
De eerste gesteenten die in ons zonnestelsel werden gevormd, leken meer op suikerspin dan op de harde gesteenten van nu. Dat schrijven Britse onderzoekers in het tijdschrift Nature Geoscience (27 maart). De eerste gesteenten ontstonden door condensatie van vaste stoffen in de wolk van restmaterie rond de pasgeboren zon. De oudste overblijfselen die we daarvan hebben zijn koolstofrijke meteorieten, die doorgaans koolstof-chondrieten worden genoemd. Deze meteorieten bevatten zogeheten chondrulen: harde kerntjes van ongeveer een millimeter groot, waarop zich miljarden jaren geleden microscopisch kleine stofdeeltjes begonnen af te zetten. Uit een zeer nauwkeurige analyse van zo'n chondrule konden de wetenschappers een reconstructie maken van de oriëntaties en posities van de minuscule deeltjes die zich eraan hebben gehecht. Daarbij ontdekten zij dat deze stofdeeltjes een gelijkmatig patroon vormen, dat waarschijnlijk het gevolg is van de schokgolven die in de turbulente wolk oermaterie optraden. Ook bleek dat het gesteente oorspronkelijk heel fragiel moet zijn geweest. Hun stevigheid verkregen de eerste steentjes pas na vele schokken te hebben ondergaan.
Meer informatie:
From candy floss to rock: study provides new evidence about beginnings of the Solar System

8 maart 2011
De ruimtesonde Voyager 1, die in 1977 werd gelanceerd en nu het zonnestelsel uitvliegt, heeft op 7 maart met succes een manoeuvre uitgevoerd die voor het laatst in 1990 is gemaakt. Gezien vanaf de aarde roteerde de ruimtesonde over 70 graden tegen de wijzers van de klok in, waarna die positie ruim tweeënhalf uur lang werd vastgehouden met behulp van gyroscopen. Volgens projectmanager Suzanne Dodd bleek de 33 jaar oude Voyager nog lenig genoeg om deze 'acrobatiek' uit te voeren. De reden voor de manoeuvre: ruimteonderzoekers willen graag weten in welke richting de zonnewind wordt afgebogen, zo dicht bij de buitengrens van de heliosfeer (de magnetische invloedssfeer van de zon). Al geruime tijd meet Voyagers Low Energy Charged Particle-instrument geen radiaal bewegende zonnewind meer, vermoedelijk omdat de stroom van elelektrisch geladen deeltjes in een zijwaartse richting is afgebogen. Door de ruimtesonde in een andere stand te draaien, hopen wetenschappers de windrichting alsnog te kunnen bepalen. Hoewel de analyse van de metingen nog geruime tijd in beslag zal nemen, is de manoeuvre geheel naar wens verlopen. De komende week zal de procedure nog enkele malen worden herhaald.
Meer informatie:
Voyager Seeks the Answer Blowin' in the Wind
Voyager-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 maart 2011
Het Amerikaanse Solar Dynamics Observatory (SDO), een kunstmaan die onderzoek doet aan de zon, heeft op 4 maart een gedeeltelijke zonsverduistering waargenomen. Vanaf de aarde was nergens een eclips warneembaar - de schaduw van de maan raakte het aardoppervlak niet. Vanuit zijn geostationaire baan op een hoogte van 36.000 kilometer vloog SDO echter wél door de schaduw van de maan, zoals te zien is op deze opname, gemaakt op ultraviolette golflengten.
Solar Dynamics Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 maart 2011
In de periode 2008-2010 gedroeg de zon zich opmerkelijk rustig. Er was bijna geen zonnevlek te bekennen en grote uitbarstingen waren een zeldzaamheid. Nieuwe computersimulaties laten zien hoe dat kwam: de langdurige rust moet zijn veroorzaakt door veranderde stromingen in het inwendige van de zon (Nature, 3 maart). Volgens de Amerikaanse onderzoekers die de computersimulaties hebben uitgevoerd, kan het inwendige van de zon enigszins worden vergeleken met de oceanen op aarde. In plaats van water stroomt er op de zon echter plasma - een ziedend heet mengsel van elektronen en ionen. Stromingen van die geladen deeltjes veroorzaken magnetische velden, die aan de basis staan van alle activiteit op de zon, zoals zonnevlekken en zonnevlammen. De computersimulaties laten zien hoe aan de evenaar van de zon heet plasma opstijgt, naar de polen stroomt, zinkt en onder de oppervlakte weer terugstroomt. Dat gebeurt met een gemiddelde snelheid van 65 kilometer per uur: één rondje duurt daardoor elf jaar, wat precies overeenkomt met de duur van de activiteitscyclus van de zon. Volgens de onderzoekers gedragen die plasmastromingen zich als een haperende transportband. Door een gecompliceerde wisselwerking met de magnetische velden op de zon kunnen ze tijdens de eerste helft van de zonnecyclus sneller gaan dan tijdens de tweede. Dat laatste zou de reden zijn waarom het afgelopen zonneminimum zo lang aanhield. Het uiteindelijke doel van onderzoeken als deze is om het toekomstige gedrag van de zon te voorspellen. Helaas gedragen de plasmastromingen zich daarvoor (nog) te wispelturig.
Meer informatie:
Solar Mystery Solved
Researchers Crack the Mystery of the Spotless Sun
MSU team solves mystery of missing sunspots, helps predict space weather

22 februari 2011
De recente grote uitbarsting op de zon liep voor de aarde met een sisser af. Het hete, geladen gas dat de zon uitstootte, werd netjes tegengehouden door het magnetische veld van de aarde. Maar volgens wetenschappers was dat niet meer dan een gelukkig toeval. De zogeheten coronale massa-ejectie die de zon op 14 februari produceerde was de hevigste in vier jaar. Wetenschappers waarschuwden onmiddellijk voor mogelijke verstoringen van gps- en communicatiesystemen, en waarnemers op aarde verheugden zich al op spectaculaire poollichtverschijnselen. Maar de verwachte 'geomagnetische storm' bleef uit. Volgens Juha-Pekka Luntama van het Europese ruimteagentschap ESA kwam dat doordat het magnetische veld dat de uitgestoten zonnedeeltjes meevoerden toevallig evenwijdig georiënteerd was aan het magnetische veld van de aarde. Hierdoor werkte het aardmagnetisch veld als schild dat de deeltjes tegenhield. Daarmee zijn we echter nog niet van de zon af. De komende jaren worden nog vele honderden uitbarstingen verwacht, omdat de cyclische activiteit van de zon aan het toenemen is. Hoe het magnetische veld van deze uitbarstingen georiënteerd zal zijn, blijkt pas als de zonnedeeltjes de aarde bereiken.
Meer informatie:
Shields Up: Why Last Week's Solar Storm Was a Dud
Spaceweather.com

6 februari 2011
Met de twee STEREO-ruimtesondes van NASA is voor het eerst een compleet 360 graden-panorama van de gehele zon vastgelegd. Normaalgesproken is vanaf de aarde altijd maar de helft van de zon zichtbaar; wat zich aan de achterzijde van de zon afspeelt kan hooguit indirect worden afgeleid, soms pas wanneer de zon voldoende om zijn as is gedraaid. Het 360 graden-beeld is verkregen door de twee identieke ruimtesondes die samen het Solar TERrestrial RElations Observatory (STEREO) vormen. STEREO werd in oktober 2006 gelanceerd. De twee ruimtesondes draaien in dezelfde baan om de zon als de aarde. Eén beweegt voor de aarde uit, de andere beweegt er achteraan. Sinds kort bevinden ze zich op diametraal tegenover elkaar gelegen posities. Ook detailwaarnemingen van NASA's Solar Dynamics Observatory (SDO) zijn in het panoramabeeld verwerkt. Door de zon van alle kanten tegelijkertijd in het oog te houden, hopen ruimteonderzoekers er beter in te slagen om uitbarstingen aan het oppervlak van de zon en in de ijle, hete corona te zien aankomen en zich voor te bereiden op de mogelijke gevolgen van zulke uitbarstingen voor satellieten en astronauten in een baan om de aarde.
Meer informatie:
First Ever STEREO Images of the Entire Sun
STEREO
Filmpje met achtergrondinformatie
Roterend 360 graden-beeld van de zon
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 februari 2011
De hete gaswolken die de zon uitstoot, vertonen net zulke rimpelingen als sommige wolken in de aardatmosfeer. Dat hebben Britse natuurkundigen ontdekt op zonneopnamen die met het Solar Dynamics Observatory zijn gemaakt. De zon stoot regelmatig enorme hoeveelheden plasma (heet gas) uit die coronale massa-ejecties worden genoemd. Bij bestudering van opnamen van zo'n uitbarsting zagen de onderzoekers een bekend patroon aan de rand van de uitgestoten gaswolk: zogeheten Kelvin-Helmholtz-instabiliteiten. Op aarde zijn zulke rimpelingen bijvoorbeeld in bepaalde soorten bewolking te zien, maar ook in de golfjes op het water van een meer waar een straffe wind overheen blaast. KH-instabiliteiten ontstaan langs grensvlakken waartussen grote snelheidsverschillen bestaan. Het bestaan van zulke rimpelingen in gas dat met hoge snelheid door de zonneatmosfeer beweegt, was wel voorspeld maar nog nooit direct waargenomen. Het opmerkelijke aan deze waarnemingen is dat de KH-instabiliteiten slechts aan één kant van de coronale massa-ejectie te zien zijn. Dat kan helpen verklaren waarom het gas van zo'n uitbarsting niet gewoon in rechte lijn van de zon weg beweegt, maar afbuigt.
Meer informatie:
New Images Show Cloud Exploding From Sun Ripples Like Clouds On Earth

31 januari 2011
De meest energierijke elektronen in zogeheten magnetische substormen hebben hun hoge snelheden te danken aan wisselende magnetische velden op grote afstanden van de eigenlijke substorm. Dat blijkt uit waarnemingen van THEMIS (Time History of Events and Macroscale Interaction during Substorms), een constellatie van vijf NASA-satellieten die langgerekte banen om de aarde beschrijven en gezamenlijk een driedimensionaal beeld opleveren van de wisselwerking tussen de zonnewind (de stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon) en het magnetisch veld van de aarde. Magnetische substormen ontstaan aan de nachtzijde van de aarde, op ruim honderdduizend kilometer afstand, waar zonnewinddeeltjes zich kunnen ophopen nadat ze gevangen zijn geraakt in het magnetisch veld van de planeet. De herkomst van de snelle elektronen in zulke substormen was echter nooit duidelijk. Metingen van drie THEMIS-satellieten die op 15 februari 2008 door een krachtige substorm vlogen, gecombineerd met waarnemingen van de Europese Cluster-satellieten en met computermodellen, wijzen nu echter uit dat de deeltjes hun hoge snelheid te danken hebben aan het zogeheten betatron-versnellingsproces. Dat treedt op wanneer de elektrisch geladen deeltjes sterk wisselende magnetische velden passeren. Een beter begrip van de wisselwerking tussen zon en aarde en van de oorsprong van de meest energierijke deeltjes in substormen is van belang om in de toekomst satellieten (of astronauten) beter te beschermen tegen de mogelijke schadelijke gevolgen van zulke deeltjes.
Meer informatie:
Tracking the Origins of Speedy Space Particles
THEMIS
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 januari 2011
Een van de meest hardnekkige vraagstukken waar zonneonderzoekers mee worstelen betreft de temperatuur van het buitenste deel van de atmosfeer van de zon. Deze zogeheten corona is namelijk miljoenen graden heter dan het oppervlak van de zon. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het hete gas afkomstig is van hete gasfonteinen op het zonneoppervlak (Science, 7 januari). Het bestaan van hete gasfonteinen of 'spiculen' op de zon is al heel lang bekend. Tientallen jaren lang vormden zij ook de belangrijkste kandidaat voor de verklaring van de hoge temperatuur van de zonnecorona. Maar in de jaren tachtig bleek uit metingen dat het gas in de spiculen daar gewoon niet heet genoeg voor was. In 2007 werd echter een nieuwe klasse van spiculen ontdekt, die een veel kortere levensduur hebben dan normale spiculen. Hun gas bereikt ook hogere snelheden: tot meer dan 100 kilometer per seconde. De korte levensduur van deze spiculen van type II was een aanwijzing dat hun gas heel heet was, maar directe metingen ontbraken. Waarnemingen van de zonnesatellieten SDO en Hinode hebben nu voor het eerst laten zien dat het gas van de kortlevende spiculen miljoenen graden heet is. Daarmee is het vraagstuk van de hete zonnecorona waarschijnlijk wel opgelost. Er komt echter een nieuw raadsel voor in de plaats: hoe kan het gas in de spiculen zo heet worden?
Meer informatie:
Plasma jets are prime suspect in solar mystery
Plasma Jets Could Solve Mystery of Solar Heating
Hotspots In Fountains On The Sun's Surface May Help Explain Coronal Heating Mystery
Longstanding Mystery of Sun's Hot Outer Atmosphere Solved

4 januari 2011
Dankzij een instrument aan boord van NASA's Solar Dynamics Observatory slagen astronomen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics erin om het allerbinnenste deel van de zonnecorona continu in het oog te houden. Normaalgesproken kan dit gebied alleen tijdens totale zonsverduisteringen worden onderzocht, wanneer het felle zonsoppervlak wordt afgedekt door de maan. Het Solar Dynamics Obsvertaory (SDO) werd in februari 2010 gelanceerd. De vliegende sterrenwacht maakt continu HD-beelden van de zon in een groot aantal verschillende golflengtegebieden. De Atmospheric Imaging Assembly (AIA) houdt zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag het allerbinnenste deel van de ijle, hete corona in de gaten. De verwachting is dat de nieuwe beelden meer informatie gaan opleveren over de beginfase van grote uitbarstingen op de zon (de zogeheten coronale massa-ejecties, of CME's), en over de wijze waarop de zonnewind - een stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon - wordt versneld.
Meer informatie:
Smithsonian Instrument "Fills the Gap," Views Sun's Innermost Corona
Solar Dynamics Observatory
Atmospheric Imaging Assembly
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 januari 2011
De gedeeltelijke zonsverduistering die vanmorgen kort na zonsopkomst plaatsvond, werd in de meeste plaatsen in Nederland door bewolking aan het zicht onttrokken. Slechts hier en daar was het verschijnsel goed zichtbaar, met name in Zuid-Limburg en in het zuidwesten van het land. Ook op andere plaatsen scheen de gedeeltelijk verduisterde zon soms kort door het wolkendek heen. Wel was - juist als gevolg van de dichte bewolking - goed merkbaar dat het ook na zonsopkomst veel langer schemerig bleef dan normaal. Rond 09.17 uur was 80 procent van de middellijn van de zon afgedekt door de maan; rond 10.40 uur was het verschijnsel afgelopen. Pas op 20 maart 2015 is vanuit Nederland opnieuw een gedeeltelijke zonsverduistering zichtbaar. Voor de eerstvolgende totale zonsverduistering op Nederlandse bodem moeten we wachten tot 7 oktober 2135. De gedeeltelijke verduistering van vanmorgen was overigens nergens op aarde totaal: de kernschaduw van de maan 'zwiepte' over de noordpool van de aarde langs. Later dit kalenderjaar gebeurt het nog drie keer dat er een gedeeltelijke zonsverduistering optreedt die nergens op aarde totaal is. Maar die gedeeltelijke eclipsen zijn geen van alle vanuit Nederland te zien.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 december 2010
Komende dinsdag, 4 januari, is vanuit Nederland een gedeeltelijke zonsverduistering te zien. Deze eclips vindt plaats rond zonsopkomst, wat tot gevolg heeft dat er - onder ideale omstandigheden - een zeldzame 'dubbele zonsopkomst' waarneembaar is. Omstreeks 8.50 uur verheft zich eerst de linker punt van de half verduisterde zonneschijf boven de horizon, dan de rechter punt. Wie vrij uitzicht heeft over de zuidoostelijke horizon, ziet heel eventjes twee afzonderlijke driehoekjes zonlicht flonkeren. De laatste keer dat we in onze streken zo'n 'dubbele zonsopkomst' meemaakten, was op 31 mei 2003. Die ochtend verzamelden zich duizenden mensen langs het westelijk deel van het IJsselmeer om van daaraf vrij uitzicht te hebben over de oostelijke horizon. Op 20 juli 1982 verzamelden zich vele duizenden toeschouwers op het Noordzeestrand om te kijken naar een zeer fraaie 'dubbele zonsondergang' boven de westelijke horizon. Pas op 12 juni 2029 is in een deel van Nederland en Belgie weer een gedeeltelijke zonsverduistering tijdens zonsopkomst te zien. Voor de volgende 'dubbele zonsondergang' moeten we wachten tot 27 februari 2082.
Meer informatie:
Speciale zonsverduisteringspagina op Astronet
Zonsverduistering, meteoren, Venus en Mercurius

13 december 2010
De Amerikaanse ruimtesonde Voyager 1, die al 33 jaar onderweg is naar de rand van het zonnestelsel, heeft het punt in de ruimte bereikt waar de deeltjes die onze zon voortdurend uitzendt niet meer vooruit komen. Op ruim 17 miljard kilometer van de zon wordt deze zonnewind tegengehouden door deeltjesstromen uit de ruimte. Vermoedelijk valt de zonnewind daar overigens niet echt stil, maar wordt hij in zijwaartse richtingen afgebogen. Dat betekent overigens niet dat de Voyager 1 zich al in de interstellaire ruimte bevindt: daarvoor zijn de gedetecteerde deeltjes nog te heet. Bij de overgang van de invloedssfeer van de zon naar de ruimte zal naar verwachting een sterke toename van de aantallen koude deeltjes te zien zijn. Waarschijnlijk zal de ruimtesonde dat punt over een jaar of vier bereiken.
Meer informatie:
NASA Probe Sees Solar Wind Decline En Route To Interstellar Space

13 december 2010
Op 1 augustus van dit jaar vond er een kolossale uitbarsting plaats op de zon. Uit het onderzoek van dat verschijnsel met de NASA-satellieten SDO en STEREO blijkt dat explosies op de zon geen lokale, op zichzelf staande gebeurtenissen zijn. Op de zon hangt alles met alles samen: verspreid over afstanden van duizenden kilometers kunnen gelijktijdig allerlei explosieve verschijnselen plaatsvinden, zonder dat helemaal duidelijk is wat gevolg is, en wat oorzaak. De grote uitbarsting van 1 augustus bestond uit meer dan tien afzonderlijke schokgolven, zonnevlammen en coronale massa-ejecties die bijna de helft van de zon omspanden en 28 uur aanhielden. Op het eerste gezicht leek er geen patroon in de reeks verschijnselen te zitten, maar uit metingen van het magnetische veld van de zon blijkt dat de verschillende verschijnselen direct met elkaar in verband stonden. Volgens de zonneonderzoekers die de grote uitbarsting hebben geanalyseerd, onder wie de Nederlander Karel Schrijver, is het voor het voorspellen van uitbarstingen op de zon dus niet voldoende om je tot de meest actieve gebieden te beperken. In feite moet voortdurende het magnetische veld van vrijwel de complete zon in de gaten worden gehouden. Dat betekent dat er veel meer werk aan de winkel is voor wetenschappers die zich bezighouden met het 'ruimteweer' - de invloed die de zon heeft op de naaste omgeving van de aarde.
Meer informatie:
Global Eruption Rocks the Sun
Solar Scientists Use New Instruments and New Perspectives to Discover Physical Mechanism Behind Sympathetic Flares

7 december 2010
Met enige regelmaat vinden er op de zon enorme uitbarstingen plaats, waarbij soms enorme hoeveelheden energierijke deeltjes met hoge snelheid richting aarde worden geblazen. Astronomen doen veel onderzoek naar deze zogeheten coronale massa-ejecties, in de hoop ze te kunnen voorspellen. Maar uit recent onderzoek blijkt dat ze in veel gevallen als een donderslag bij heldere hemel komen. Dat blijkt uit waarnemingen van 34 coronale massa-ejecties, verspreid over een periode van acht maanden, met de beide STEREO-satellieten. Vóór de lancering van STEREO (in 2006) dachten astronomen dat coronale massa-ejecties die in de richting van de aarde komen, altijd worden voorafgegaan door kleinere explosies en het donkerder worden van de corona (de buitenste atmosfeer van de zon). Maar in 11 van de 34 gevallen ontbraken deze voortekenen volkomen. Dat maakt het voorspellen van coronale massa-ejecties, die het magnetische veld van de aarde ernstig kunnen verstoren, een stuk lastiger. Toch houden astronomen de moed erin. De komende jaren zullen ze onderzoeken of er wellicht subtielere aanwijzingen gevonden kunnen worden die de komst van zo'n grote zonsuitbarsting verklappen.
Meer informatie:
Sneak Attacks from the Sun

9 november 2010
Duitse wetenschappers zijn er in geslaagd om de waarschijnlijk kleinste bouwelementen van het magnetische veld van de zon op te sporen. Het betreft gebieden van slechts enkele honderden kilometers groot, waar het magnetische veld vele malen sterker is dan dat van de aarde. De ontdekking is gedaan met de zonnetelescoop van ballonmissie Sunrise, die in juni 2009 naar een hoogte van 37 kilometer werd gebracht. De zon is een turbulent hemellichaam, met opstijgende en afdalende bellen van heet gas die het zichtbare zonsoppervlak een korrelig aanzien geven. Tussen de afzonderlijke 'korrels', die officieel granules heten, waren eerder al heldere 'puntjes' ontdekt die door hun diepere ligging heter zijn dan hun omgeving. De precieze fysische eigenschappen van deze gebiedjes waren echter nog niet goed bekend. Met de instrumenten van de Sunrise-missie is nu vastgesteld dat de heldere puntjes een magnetische veldsterkte van 1,8 kilogauss hebben - ruwweg drieduizend maal zo sterk als het magnetische veld van de aarde. Hun temperatuur is ongeveer duizend graden hoger dan die van hun omgeving. Theoretische berekeningen laten zien dat deze hete magnetische puntjes corresponderen met individuele magnetische fluxbuizen. Anders gezegd: ze zijn de bouwelementen waaruit het magnetische veld van de zon is opgebouwd.
Meer informatie:
Sunrise reveals Sun's magnetic building blocks
Sunrise - a balloon-borne solar telescope

8 november 2010
Dankzij waarnemingen met de tweelingsatelliet STEREO hebben wetenschappers een beter inzicht gekregen in het ontstaan van de grootste explosies op de zon. Ze hebben een nu theoretisch model opgesteld dat de waarnemingen goed kan verklaren. Met enige regelmaat blaast de zon op explosieve wijze biljoenen tonnen heet waterstofgas de ruimte in. Het gas in zo'n 'coronale massa-ejectie' is, met een temperatuur van een miljoen graden, dermate heet dat de elektronen van hun waterstofkernen gescheiden zijn. Dat geïoniseerde gas of plasma is een speelbal voor magnetische krachten, die de deeltjes snelheden van meer dan 2000 kilometer per seconde kunnen geven. Het verloop van dat versnellingsproces kon tot 2006 niet nauwkeurig worden gevolgd. En daardoor was het ook niet goed mogelijk om de betrouwbaarheid van theoretische modellen te toetsen. Sinds de lancering van de beide STEREO-satellieten is daar verandering in gekomen. De STEREO-waarnemingen bevestigen een theorie uit 1989, die ervan uitgaat dat de uitgestoten plasmawolk een reusachtige magnetische 'fluxkabel' is, een bundel van strak opgewonden magnetische veldlijnen die een soort donutvorm hebben. Op basis van deze theorie kan het gedrag van coronale massa-ejecties tot op een procent nauwkeurig worden begrepen.
Meer informatie:
Scientists unlock the secrets of exploding plasma clouds on the sun

30 september 2010
De bubbel die onze afzondert van de rest van het Melkwegstelsel is verrassend actief. De tweede overzichtskaart die de Amerikaanse satelliet IBEX heeft gemaakt laat zien dat deze buitenste begrenzing van het zonnestelsel sneller en drastischer verandert dan wetenschappers verwachtten. Of anders gezegd: de bestaande theoretische modellen voor de interactie tussen de zonnewind en de interstellaire ruimte zaten er gewoon naast. IBEX brengt de grens van het zonnestelsel in beeld door snelle neutrale atomen op te vangen die van de beschermende bubbel afketsen. Deze bubbel, die officieel de heliosfeer wordt genoemd, wordt in stand gehouden door de zonnewind - de aanhoudende stroom deeltjes die de zon uitzendt. De heliosfeer werkt als een afweerscherm tegen de geladen deeltjes uit de ruimte die anders de planeten zouden bestoken. Op de eerste INEX-kaart, die vorig jaar werd gepresenteerd, was geheel onverwacht een smalle gordel van neutrale deeltjes rond het zonnestelsel te zien. Hoe deze gordel ontstaat, is nog onduidelijk, maar hij vertoont wel duidelijke veranderingen. Dat betekent dat het krachtveld dat ons zonnestelsel tegen straling beschermt veel wispelturiger is dan gedacht. Volgens astronomen is het denkbaar dat de snelle veranderingen in de heliosfeer verband houden met het afzwakken van de zonnewind. Uit waarnemingen met twee andere satelliet blijkt namelijk dat de kracht van de zonnewind - en daarmee ook de grootte van de bubbel - de afgelopen achttien jaar is gehalveerd. Dat betekent dat de kosmische straling ons nu gemakkelijker kan bereiken.
Meer informatie:
IBEX Finds Surprising Changes at Solar Boundary
Knot in the ribbon at the edge of the solar system 'unties'
Spacecraft observes evolution of conditions at edge of solar system

28 september 2010
Volgens onderzoekers van het Finse Meteorologische Instituut is er de afgelopen eeuw nog nooit zo weinig poollicht te zien geweest als nu. Met name de laatste vijf jaar is het aantal poollichtverschijningen sterk gedaald. Poollicht is een kleurrijk hemelverschijnsel dat vooral rond de poolcirkel vaak waarneembaar is. Het ontstaat als deeltjes van de zogeheten zonnewind via het aardmagnetisch veld naar de polen van onze planeet worden geleid en hoog in de atmosfeer in botsing komen met de daar aanwezige gasatomen. Een sterke afname van het poollicht wijst op een geringe zonneactiviteit. Dat laatste kan kloppen. Het laatste zonneminimum werd in 2008 bereikt, en pas sinds een half jaar komt er weer wat leven in de brouwerij. Sindsdien neemt ook het aantal poollichtverschijningen weer toe. Volgens de Finse onderzoekers is het nog zeer onzeker of zon en poollicht de komende tijd de draad van hun normale 11-jarige activiteitscyclus weer zullen oppakken. Het volgende maximum wordt in de loop van 2013 verwacht.
Meer informatie:
Northern Lights hit 100-year low point

24 september 2010
Een internationaal team van wetenschappers heeft een nieuw soort interactie ontdekt tussen de zonnewind en atmosfeerloze hemellichamen in ons zonnestelsel. Zogeheten magnetische anomalieën - gebieden met een lokaal magnetisch veld - lijken hun oppervlak tegen de aanhoudende stroom deeltjes van de zon te kunnen beschermen. Hemellichamen zonder atmosfeer en zonder globaal magnetisch veld zijn niet beschermd tegen de invloeden van meteorietinslagen, zonnewind en zonnestraling. Daardoor wordt hun oppervlak in de loop van de miljoenen jaren zo sterk aangetast, dat er een dikke bovenlaag van puin en stof ontstaat: het zogeheten regoliet. Tot voor kort werd aangenomen dat de zonnewind volledig door dit regoliet wordt geabsorbeerd. Maar uit recent onderzoek door enkele maansondes blijkt dat de interactie ingewikkelder van karakter is. Bij de maan wordt een aanzienlijk deel van de energierijke zonnedeeltjes direct door het regoliet weerkaatst. En waarschijnlijk is dat bij andere atmosfeerloze hemellichamen, zoals Mercurius en de manen van de overige planeten, niet anders. Toen echter de Indiase maansonde Chandrayaan-1 over een magnetische anomalie op het maanoppervlak vloog, bleek dat dit gebied veel minder zonnedeeltjes weerkaatste. Volgens de wetenschappers kan dat alleen maar betekenen dat de zonnewind het maanoppervlak daar niet bereikt. Dat wijst er sterk op dat ook magnetische anomalieën een afschermende werking hebben.
Meer informatie:
Magnetic Anomalies Shield Atmosphere-Free Bodies In Our Solar System

21 september 2010
De deeltjes die de zon tijdens een zogeheten coronale massa-ejectie uitstoot, bewegen niet altijd in een rechte lijn. Maar zodra ze onze kant opkomen, kunnen ze sterk versnellen en nog harder op het magnetische veld van de aarde botsen. Dat zeggen Amerikaanse wetenschappers die de gegevens van de tweelingsatelliet STEREO hebben geanalyseerd. Uit de 3D-beelden die STEREO van de grote zonneuitbarstingen heeft gemaakt, blijkt dat de zwermen geladen deeltjes die daaruit voortkomen soms een onverwachte zigzagbeweging maken. Hierdoor kunnen deeltjes die aanvankelijk ruimschoots boven of onder de aarde langs leken te gaan, ons uiteindelijk toch bereiken. De verklaring voor dit verschijnsel blijkt vrij eenvoudig te zijn. De deeltjeswolken die de zon op hogere breedtegraden uitstoot, worden door het globale magnetische veld van de zon teruggeleid naar de evenaar. Daar aangekomen kunnen ze worden meegevoerd door de zonnewind - de stroom deeltjes die de zon voortdurend uitzendt.
Meer informatie:
Solar Storms can Change Directions, Surprising Forecasters

26 augustus 2010
Met de onlangs in gebruik genomen 1,6-meter New Solar Telescope op het Big Bear Solar Observatory in Californië zijn de eerste extreem gedetailleerde foto's van zonnevlekken gemaakt. De nieuwe zonnetelescoop maakt gebruik van adaptieve optiek om storende trillingen in het beeld als gevolg van atmosferische turbulentie te compenseren. De foto's werden begin juli 2010 gemaakt. Het zijn de meest gedetailleerde foto's van het oppervlak van de zon die ooit zijn verkregen. De kleinst zichtbare details hebben afmetingen van ongeveer 65 kilometer.
Persbericht New Jersey's Science & Technology Institute
Big Bear Solar Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 augustus 2010
Het magnetisch veld van de aarde beschermt onze planeet tegen de schadelijke invloed van de zonnewind. Dat blijkt uit nieuwe metingen van de Amerikaanse IBEX-kunstmaan. De zonnewind is een stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen. Als de aarde geen magnetisch veld zou hebben, zouden die zonnewinddeeltjes de buitenste lagen van de aardse dampkring wegblazen. Door hun elektrische lading dringen de deeltjes echter niet zo makkelijk het magneetveld van de aarde binnen. Daardoor vindt de erosie van de dampkring alleen op extreem grote afstand van de aarde plaats, waar nog maar heel weinig luchtmoleculen aanwezig zijn en het schadelijke effect dus beperkt blijft. De wisselwerking tussen de zonnewind, het aardse magneetveld en de ijle buitenlagen van de dampkring is voor het eerst gedetailleerd in beeld gebracht door de Interstellar Boundary Explorer (IBEX), die op 19 oktober 2008 in een baan om de aarde is gebracht. IBEX is eigenlijk ontworpen om onderzoek te doen aan de allerbuitenste grens van het zonnestelsel, waar de zonnewind in wisselwerking treedt met de ijle materie in de ruimte tussen de sterren. Eerder ontdekte de kunstmaan al een merkwaardige, langgerekte 'band' van elektrisch geladen deeltjes in de buitendelen van het zonnestelsel. Ook ontdekte IBEX waterstofatomen die afkomstig zijn van de maan. De nieuwe metingen aan de wisselwerking van de zonnewind met het magneetveld van de aarde zijn gepubliceerd in een recente editie van Geophysical Research Letters.
Meer informatie:
IBEX Shows How Magnetosphere Protects Earth from Solar Wind
Persbericht Southwest Research Institute
IBEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 augustus 2010
Een nieuwe analyse van de ongewoon lange zonnecyclus die in 2008 ten einde kwam, wijst er op dat de oorzaak gezocht moet worden bij de 'lopende band' in het inwendige van de zon. Dit omvangrijke circulatiesysteem, dat heet plasma van de evenaar richting polen transporteert, kwam bij de laatste zonnecyclus dichter bij de polen uit dan voorheen. De activiteit van de zon volgt een cyclus die ruwweg elf jaar duurt. Op het hoogtepunt van deze cyclus zijn er meer zonnevlekken en uitbarstingen op de zon. De 'motor' achter dit proces bestaat uit plasmastromen in het inwendige van de zon die magnetische velden meevoeren. Uit onderzoek door Amerikaanse wetenschappers blijkt dat het plasma dat van de evenaar naar de polen stroomt bij de afgelopen zonnecyclus verder kwam dan bij eerdere zonnecycli. Bovendien had de retourstroom van plasma, die zich op grotere diepte afspeelt, een lagere snelheid. Modelberekeningen laten zien dat de combinatie van deze beide factoren de oorzaak kan zijn van de lange duur van de afgelopen zonnecyclus. Volgens de wetenschappers benadrukt dit onderzoek het belang van metingen van de plasmacirculatie in de zon. Om het verloop van komende zonnecycli te kunnen voorspellen, moeten de grootschalige plasmastromen in de zon beter begrepen worden.
Meer informatie:
Extended solar minimum linked to changes in Sun's conveyor belt

2 augustus 2010
Na een opmerkelijk lange periode van rust begint de zon geleidelijk weer te activeren. In de nacht van zaterdag op zondag vond in de ijle zonneatmosfeer - de corona - een uitbarsting plaats waarbij grote hoeveelheden plasma (geïoniseerde atomen) de ruimte in werden geblazen. Dat plasma komt onze kant op, en kan in de nacht van 3 op 4 augustus spectaculair poollicht veroorzaken. De uitbarsting, een zogeheten coronale massa-ejectie of CME, werd opgemerkt en gefilmd door de Solar Dynamics Observatory - een Amerikaanse satelliet voor zonneonderzoek. De verwachting is dat dit de eerste is in een lange reeks van CME's die de zon de komende jaren zal produceren. Wanneer het plasma de aarde bereikt, vindt er een wisselwerking plaats met het magnetische veld van onze planeet. Daarbij worden zonnedeeltjes via de magnetische veldlijnen naar de polen van de aarde geleid. Deze deeltjes komen hoog in de aardatmosfeer in botsing met zuurstof- en stikstofatomen, die vervolgens een karakteristieke lichtgloed afgeven: het poollicht. Hoe helder dit poollicht wordt, is een kwestie van afwachten.
Meer informatie:
Aurora Alert: The Sun is Waking Up!
The sun sends a charged cloud hurtling our way

11 mei 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft vastgesteld dat de zon de afgelopen twaalf jaar nauwelijks van omvang is veranderd. Haar middellijn van 1,4 miljoen kilometer is tot op ongeveer een kilometer constant. Dat blijkt uit metingen van de Amerikaans/Europese satelliet SOHO. Volgens de onderzoekers is deze vaste omvang verrassend te noemen. In de loop van de maanden en jaren vertoont de zon immers de nodige veranderingen, zoals reusachtige uitbarstingen. Verder onderzoek met de in februari gelanceerde Solar Dynamics Observatory en de toekomstige Advanced Technology Solar Telescope op het Hawaïaanse eiland Maui zal moeten uitwijzen hoe weinig de grootte van de zon nu precies varieert.
Meer informatie:
Sun's Constant Size Surprises Scientists

27 april 2010
De Solar Dynamics Observatory (SDO) heeft op 19 april spectaculaire filmbeelden gemaakt van een uitbarsting op de zon - een van de grootste sinds jaren. Op de beelden is goed te zien hoe na de explosie een miljard ton plasma (heet gas) terugvalt naar het zonsoppervlak. De waarnemingen worden geanalyseerd onder leiding van de Nederlandse sterrenkundige Karel Schrijver, die werkzaam is bij het zonnelab van Lockheed Martin. Zonsuitbarstingen zijn vaker waargenomen, maar zelden van dit kaliber en nog nooit zo gedetailleerd. De filmbeelden bestrijken een periode van vier uur en laten goed zien hoe na een tijdje grote klonten plasma op de zon neerploffen. Ze lijken een raadsel op te lossen waar zonneonderzoekers al een tijdje mee worstelden: het plasma valt langzamer terug dan je op grond van de sterke aantrekkingskracht van de zon zou verwachten. De SDO-beelden laten zien waardoor dit komt: de val van het plasma wordt gebroken door een 'kussens' van heet gas.
Meer informatie:
SDO Observes Massive Eruption, Scorching Rain

21 april 2010
Sterrenkundigen zijn in de zevende hemel. De eerste resultaten van de Solar Dynamics Observer - een nieuwe satelliet voor onderzoek aan de zon - overtreffen alle verwachtingen. Vanuit zijn baan om de aarde biedt SDO ongekend scherpe foto's en filmpjes van het zonsoppervlak. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA presenteerde de eerste beelden woensdag op een persconferentie in Washington. Solar Dynamics Explorer is op 11 februari 2010 gelanceerd. De camera's en meetinstrumenten van de satelliet produceren beelden die een veel hogere resolutie hebben dan HDTV. SDO zal ook onderzoek doen aan het magnetisch veld van de zon - de drijvende kracht achter energierijke uitbarstingen die invloed kunnen hebben op het magnetisch veld van de aarde, en op elektriciteitscentrales, radioverbindingen en satelliet-elektronica. SDO brengt het magnetisch veld van zonnevlekken en zonsuitbarstingen gedetailleerd in kaart, maakt vrijwel continu spatscherpe foto's van het zonsoppervlak (die samengevoegd kunnen worden tot filmpjes), en neemt de zon ook waar op ultraviolette golflengten. Elke dag produceert de satelliet anderhalve terabyte aan meetgegevens - evenveel als een half miljoen liedjes op een MP3-speler.
Meer informatie:
NASA's New Eye on the Sun Delivers Stunning First Images
Solar Dynamics Explorer
SDO-film van een uitbarsting op de zon (40 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
Onderzoekers van de universiteit van Leicester zijn erin geslaagd om betere voorspellingen te doen van het 'ruimteweer' in de binnendelen van het zonnestelsel. De zon blaast continu elektrisch geladen deeltjes de ruimte in (de zogeheten zonnewind), en variaties in die zonnewind hebben invloed op het magnetisch veld van de aarde. Door metingen van de Amerikaanse ACE- en STEREO-satellieten te combineren, is het nu mogelijk om die invloed beter te modelleren en te voorspellen. De zon is de laatste jaren opmerkelijk inactief, en heftige uitbarstingen (zogeheten coronale massa-ejecties, CME's) komen niet veel voor. Toch is de zonnewind erg veranderlijk, door korte 'windvlagen' die hun oorsprong vinden in de zonnecorona - de ijle, hete 'dampkring' van de zon. De onderzoekers hebben nu metingen aan deze CRI's ( coronal interaction regions ) gebruikt om voorspellingen te doen over het 'ruimteweer' in de omgeving van de aarde, maar ook bij de planeten Venus en Mars. Uit waarnemingen van satellieten die rond deze planeten draaien, blijkt dat de voorspellingen vrij betrouwbaar zijn. De hoop is dat het in de toekomst mogelijk is om het ruimteweer in de omgeving van de aarde nog veel beter te voorspellen, op basis van satellietmetingen aan de zon en de zonnewind. Op die manier kan veel schade, onder andere aan kunstmanen in een baan om de aarde, worden voorkomen. De resultaten van het onderzoeksteam uit Leicester worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
ACE measurements and STEREO vision build space weather forecasting system
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2010
Door metingen van verschillende satellieten te combineren, hebben sterrenkundigen een gedetailleerd totaalbeeld verkregen van een krachtige uitbarsting op de zon. Bij zulke 'coronale massa-ejecties' (CME's) worden miljarden tonnen zonnegas met hoge snelheid de ruimte in geblazen. De sterke magneetvelden die in het gas liggen opgesloten, verstoren het magnetisch veld van de aarde, en kunnen problemen veroorzaken voor kunstmanen, elektriciteitscentrales en radioverbindingen. Een internationaal team van zonneonderzoekers onder leiding van Mario Bisi van Aberystwyth University heeft nu alle beschikbare waarnemingen aan de zonneuitbarsting van 13 mei 2005 verzameld en gecombineerd. Het gaat om foto's en metingen van satellieten als SOHO, ACE, Cluster, GOES, Wind en IMAGE, maar ook om gegevens van meetstations op aarde. Op die manier is een compleet beeld verkregen van de uitbarsting, vanaf het moment dat hij palatsvond aan het zonsoppervlak tot het moment waarop het zonnegas de aarde bereikte. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. Bisi hoopt dat de nieuwe analyse een eerste stap is op weg naar een beter begrip van deze explosieve verschijnselen op de zon.
Meer informatie:
Scientists track solar eruption all the way from the Sun to the Earth
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

12 april 2010
Britse onderzoekers hebben ontdekt dat gigantische uitbarstingen op de zon veroorzaakt worden door de explosies van magnetische 'fluxkabels'. Af en toe vinden er 'coronale massa-ejecties' (CME's) op de zon plaats, waarbij vele miljarden tonnen gas met hoge snelheid de ruimte in worden geblazen. In de omgeving van de aarde kunnen de bijbehorende zonnestormen tot uitval van satellieten en radioverbindingen leiden. Het ontstaan van CME's is nog steeds niet goed begrepen, hoewel veel theorieën er vanuit gaan dat er magnetische fluxkabels in het spel zijn - strakke bundels van magnetische veldlijnen waarin grote hoeveelheden magnetische energie ligt opgeslagen. Met een Britse ultravioletcamera aan boord van de Japanse zonnesatelliet Hinode lijkt die theorie nu bevestigd. Uit de Hinode-waarnemingen blijkt dat er enkele dagen vóór een krachtige CME op 7 december 2007 sprake was van magnetische fluxkabels in de zonneatmosfeer. Ongeveer dertig procent van alle magnetische energie in het gebied was opgeslagen in die gebundelde veldlijnen. Wanneer zo'n fluxkabel instabiel wordt en explodeert, komt al die energie vrij, met de zonneuitbarsting als direct resultaat. De Hinode-metingen worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
Tying down solar eruptions with magnetic ropes
Hinode
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 maart 2010
Een zwakke stroming van heet plasma, van de evenaar naar de polen van de zon, is van grote invloed op de activiteit die onze ster vertoont. Uit gegevens van de zonnesatelliet SOHO, verzameld tussen 1996 en 2008, blijkt dat deze zogeheten 'meridionale' stroming de afgelopen jaren snelheidsrecords heeft gebroken (Science, 12 maart). Mogelijk kan dat helpen verklaren waarom het laatste minimum in de zonneactiviteit zo diep en langdurig was. De meridionale stroming, die een noordelijke en een zuidelijke tak heeft, speelt zich grotendeels af onder het zonsoppervlak. Grote snelheden worden daarbij niet bereikt: de recent gemeten snelheden bedroegen slechts 10 tot 15 meter per seconde. Maar dat is nog altijd anderhalf maal zo hoog als tijdens het vorige zonnevlekkenmaximum. Die versnelling kwam als een verrassing. Verwacht werd namelijk dat een snelle meridionale stroming juist tot méér zonnevlekken zou leiden. Het idee is dat de stroming magnetische velden van het zonsoppervlak de diepte in sleurt, alwaar ze door de inwendige 'dynamo' van de zon worden versterkt. Aangezien deze aangesterkte magnetische velden de basis voor nieuwe zonnevlekken vormen, zou een versnelde meridionale stroming de vorming van zonnevlekken moeten bevorderen. Maar daar was de afgelopen jaren geen sprake van - integendeel. Volgens de onderzoekers kan dit erop wijzen dat een snelle meridionale stroming de vorming van zonnevlekken juist tegengaat. Maar de meetresultaten bevatten nog zoveel tegenstrijdigheden, dat meer onderzoek nodig is. Mogelijk zullen de instrumenten van de vorige maand gelanceerde Solar Dynamics Observatory de werking van de meridionale stroming kunnen ontrafelen.
Meer informatie:
Solar 'Current of Fire' Speeds Up

23 februari 2010
De Koninklijke Sterrenwacht van Greenwich en de website Zooniverse hebben een nieuw project gestart waarbij iedereen kan meehelpen bij het opsporen en volgen van 'zonnestormen'. Zulke stormen, die formeel 'coronale massa-ejecties' heten, ontstaan door grote magnetische verstoringen op de zon. Bij zo'n massa-ejecties worden miljarden tonnen heet zonneplasma de ruimte in geblazen. De vrijwilligers die meedoen met de Solar Stormwatch kunnen zulke zonnestormen helpen opsporen en bijhouden hoe snel de uitgestoten materie in de richting van de aarde komt. Bij aankomst kunnen de energierijke zonnedeeltjes en de magnetische velden die zij meevoeren schadelijk zijn voor astronauten in de ruimte en satellietverbindingen. Uiteindelijk moet Solar Stormwatch ertoe leiden dat de zonnestormen beter voorspelbaar worden. Bij het project wordt gebruik gemaakt van actuele gegevens van de Amerikaanse tweelingsatelliet STEREO. Deze beide kunstmanen houden vanuit een baan om de aarde de zon voortdurend in de gaten.
Meer informatie:
Public wanted for Stormwatch
Solar Stormwatch

11 februari 2010
Donderdagmiddag is kort voor half vijf vanaf Cape Canaveral de Solar Dynamics Observatory (SDO) gelanceerd. Deze satelliet gaat zonne-onderzoek doen: niet alleen zullen om de driekwart seconde detailrijke beelden van het zonsoppervlak worden gemaakt, ook worden zonnebevingen en de magnetische activiteit van de zon gemeten. Hoofddoel van de missie, die vijf jaar zal duren, is om meer inzicht te krijgen in de invloed van de zon op de aarde en haar atmosfeer. Uiteindelijk hopen wetenschappers betere voorspellingen te kunnen doen van uitbarstingen op de zon, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de bewoners van het internationale ruimtestation ISS en satellieten die in banen om de aarde draaien. De SDO-satelliet wordt nu naar een geostationaire baan om de aarde gemanoeuvreerd, wat betekent dat hij uiteindelijk een vaste positie ten opzichte van het aardoppervlak zal innemen. Van daaruit kan hij een continue stroom gegevens naar een grondstation in New Mexico sturen.
Meer informatie:
NASA Successfully Launches a New Eye on the Sun
Solar Dynamics Observatory

26 januari 2010
Het Europese ruimteagentschap ESA heeft nieuwe beelden van de zon gepresenteerd die gemaakt zijn met de in november 2009 gelanceerde satelliet Proba-2. Deze kleine satelliet bevat zeventien prototypes van instrumenten die uitgebreid getest worden voordat zij later in grote ruimtemissies worden toegepast. Daartoe behoren een nieuw type startracker, een richtinstrument dat gebruikt zal worden in de missie BepiColombo (naar Mercurius), en een groothoekcamera die straks meegaat met de mobiele Marsverkenner ExoMars. Ondertussen doet Proba-2 ook wetenschappelijke waarnemingen, onder meer van de zon en van invloed van de zonneactiviteit op de hoge aardatmosfeer. Op een van de opnamen die de testsatelliet heeft gemaakt is de ringvormige zonsverduistering van 15 januari jl. te zien.
Meer informatie:
Technology-testing Proba-2 opens new eye on the Sun

19 januari 2010
Al tientallen jaren zoeken wetenschappers naar methoden om het optreden van zogeheten zonnevlammen - grote uitbarstingen op de zon - te kunnen voorspellen. Onderzoekers van twee Amerikaanse instituten denken nu op het goede spoor te zijn. De sleutel tot voorspellingen lijkt te liggen bij de verstrengeling van magnetische velden onder het zonsoppervlak, in de dagen voorafgaande aan de zonnevlam. Zonnevlammen zijn plotselinge uitbarstingen van energie en licht uit de magnetische velden van zonnevlekken. Daarbij komen energierijke fotonen vrij die de aarde in acht minuten kunnen bereiken. Vrijwel direct kunnen deze fotonen storingen veroorzaken in de signalen van (onder meer) de satellieten van het Global Positioning System. Het kunnen voorspellen van zonnevlammen is daardoor ook van groot commercieel belang geworden. De Amerikaanse onderzoekers hebben de magnetische gegevens van meer dan duizend groepen zonnevlekken uitgeplozen. Daarbij ontdekten zij steeds hetzelfde patroon van magnetische veldlijnen die zich steeds strakker opwonden, totdat ze knapten. Nu dit scenario bekend is, kan het optreden van een zonnevlam al twee of drie dragen van te voren worden voorspeld. Ook kan een schatting worden gemaakt van de sterkte van de uitbarsting.
Meer informatie:
NOAA Scientist Finds Clue to Predicting Solar Flares

15 januari 2010
Vorig jaar ontdekte de NASA-satelliet IBEX (Interstellar Boundary Explorer) een geheimzinnige gordel rond het zonnestelsel, van waaruit deeltjes onze kant op komen. De oplossing van dit raadsel lijkt nabij: er zijn aanwijzingen dat de gordel eenvoudig de plek aangeeft waar deeltjes van de zogeheten zonnewind weerkaatsen aan het lokale magnetische veld van ons Melkwegstelsel. De IBEX-gegevens zijn in goede overeenstemming met recente onderzoeksresultaten van de ruimtesondes Voyager 1 en 2, die de rand van ons zonnestelsel naderen en sterk magnetisch veld hebben gedetecteerd. Maar anders dan de beide Voyagers kan IBEX, die in een baan om de aarde draait, het grote geheel overzien. De gordel die hij heeft waargenomen strekt zich bijna over de gehele hemel uit, wat erop wijst dat het magnetische veld daarachter enorm uitgebreid moet zijn. Hoewel afbeeldingen van de gordel lijken te suggereren dat de gordel licht geeft, is dat niet het geval. Hij maakt zich kenbaar via deeltjes (energierijke neutrale atomen) die door detectors aan boord van de IBEX-satelliet worden geregistreerd. Deze deeltjes zijn afkomstig van de zon en worden op een afstand van ruwweg 15 miljard kilometer door magnetische krachten onderschept en terug het zonnestelsel in geslingerd.
Meer informatie:
Giant Ribbon at the Edge of the Solar System: Mystery Solved?

15 december 2009
De zon begint eindelijk weer wat magnetische activiteit te vertonen. Na een opmerkelijk lange periode van rust is nu een nieuwe zonnevlekkengroep verschenen, die snel in omvang toeneemt. Momenteel is de groep zeven keer zo breed als onze planeet. Daardoor is hij gemakkelijk waarneembaar met kleine zonnekijkers. Uit de magnetisch eigenschappen van de zonnevlekkengroep, die nummer 1035 heeft gekregen, blijk dat hij inderdaad hoort bij de nieuwe zonnevlekkencyclus, die een einde moet maken aan de grootste 'recessie' in de zonneactiviteit van de laatste eeuw. Of deze opleving doorzet, is een kwestie van afwachten.
Meer informatie:
Big new sunspot

19 november 2009
Ons zonnestelsel lijkt niet zo zeer op een 'komeet', als wel op een 'rat die door een slang wordt opgeslokt'. Deze nogal cryptische conclusie trekken Amerikaanse onderzoekers uit gegevens die zijn verzameld door de ruimtesonde Cassini, die rond de planeet Saturnus cirkelt. Door deeltjes uit de verre buitengebieden van het zonnestelsel te detecteren, heeft Cassini een beter beeld gegeven van de zogeheten heliosfeer: het buitenste omhulsel van het zonnestelsel, waar de zonnewind de overheersende stroom van deeltjes is. Daarbuiten bevindt zich het ijle gas en de magnetische velden van het interstellaire medium, waar het zonnestelsel, met heliosfeer en al, met grote snelheid doorheen beweegt. Modelberekeningen lieten zien dat de heliosfeer een beetje komeetvormig zou moeten zijn, met een kop die zich een weg baant door het interstellaire medium en een staart aan de achterkant. Het lijkt er nu echter op dat dit beeld moet worden bijgesteld. Blijkbaar is de heliosfeer zo robuust, dat hij vrijwel bolvormig blijft. Waar het zonnestelsel langskomt, wijken de magnetische velden van de interstellaire ruimte respectvol uiteen, om deze bol door te laten. Als het zonnestelsel eenmaal gepasseerd is, sluiten de magnetische gelederen weer.
Meer informatie:
Cassini's Big Sky - The View from the Center of Our Solar System

11 november 2009
Zonnefysici hebben vijf dagen lang waarnemingen kunnen doen met de grootste zonnetelescoop boven het aardoppervlak. Het instrument, SUNRISE geheten, werd op 8 juni aan een ballon opgelaten bij Kiruna in het noorden van Zweden. Tijdens zijn vlucht bereikte de 1-meter telescoop een hoogte van ongeveer 37 kilometer. Op die hoogte is het zicht vergelijkbaar met dat vanuit de ruimte. Hierdoor konden zeer gedetailleerde opnamen worden gemaakt van het borrelende gasoppervlak van de zon. De eerste beelden die tijdens deze ballonvlucht zijn gemaakt, zijn inmiddels vrijgegeven, maar het grootste deel van de 1,8 terabyte aan verzamelde gegevens moet nog verwerkt worden. De onderzoekers zijn vooral geïnteresseerd in het verband tussen de sterkte van de magnetische velden en de helderheid van kleine magnetische structuren aan het zonsoppervlak. De variaties daarin zijn vooral goed te zien op ultraviolette golflengten - licht dat het aardoppervlak niet kan bereiken.
Meer informatie:
A bubbling ball of gas
Brodelnder gasball

15 oktober 2009
Onderzoeksresultaten van de Interstellar Boundary Explorer (IBEX) en van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini laten zien dat er iets bijzonders aan de hand is met de 'rand' van ons zonnestelsel (Science, 16 oktober). De buitenste begrenzing van ons zonnestelsel wordt bepaald door de zonnewind - de aanhoudende stroom geladen deeltjes die de zon met grote snelheid uitstoot. Deze zonnewind vormt als het ware een reusachtige bel in de ruimte, de heliosfeer, waarvan de onzichtbare rand ongeveer 15 miljard kilometer van ons verwijderd is. De IBEX-satelliet, die in een zeer langgerekte baan om de aarde draait, is voorzien van twee deeltjesdetectors waarmee in kaart wordt gebracht wat zich afspeelt op de grens van de invloedssfeer van de zonnewind en de daaraan grenzende interstellaire ruimte. Verwacht werd dat de fluctuaties in de gemeten deeltjesaantallen betrekkelijk klein en willekeurig verdeeld zouden zijn. Maar de IBEX-kaart vertoont een duidelijke smalle gordel, waar twee tot drie keer zo veel interacties tussen de zonnewind en het interstellaire medium optreden als elders. Hoe die gordel ontstaat, is nog onduidelijk, maar klaarblijkelijk volgt hij de oriëntatie van het magnetische veld buiten de heliosfeer. Dat wijst er op dat de interstellaire omgeving veel meer invloed heeft op de heliosfeer dan verwacht.
Meer informatie:
IBEX Explores Galactic Frontier, Releases First-Ever All-Sky Map
First IBEX Maps Reveal Fascinating Interactions Occurring At The Edge Of The Solar System
UNH space scientists help catch the interstellar wind
Persbericht over Cassini-bijdrage aan heliosfeeronderzoek

29 september 2009
De kosmische straling, de stroom energierijke deeltjes uit de ruimte waarmee de aarde voortdurend wordt bestookt, is de afgelopen jaren duidelijk in hevigheid toegenomen. De intensiteit van de deeltjesstraling ligt dit jaar al 19 procent hoger dan in 2007/2008. Dat blijkt uit metingen die met de NASA-satelliet ACE zijn gedaan. De oorzaak van de toename wordt gezocht bij de zon, die momenteel heel inactief is. Hierdoor produceert zij weinig zogeheten zonnewind en is haar magnetische veld zwakker dan normaal. Dat maakt het voor de kosmische deeltjes makkelijker om diep het zonnestelsel binnen te dringen. Voor het leven op aarde heeft de verhoogde intensiteit geen onmiddellijke gevolgen, omdat de atmosfeer en het magnetische veld van onze planeet voldoende bescherming bieden. Maar voor de bemande ruimtevaart wel: als deze trend doorzet, zullen ruimtecapsules en eventuele bases op de maan een sterkere stralingsbescherming moeten krijgen. Zeker als de intensiteit van de kosmische straling, zoals enkele eeuwen geleden, nog eens een factor twee of drie hoger wordt.
Meer informatie:
Cosmic Rays Hit Space Age High

21 september 2009
Met de extreem-ultraviolettelescoop van de Amerikaanse ruimtesonde STEREO-B is een groot actief gebied op de zon gefotografeerd. Zulke actieve gebieden gaan gewoonlijk gepaard met grote zonnevlekken, maar die zijn op de UV-foto's niet zichtbaar. Het actieve gebied kan vanaf de aarde nog niet bekeken worden; het bevindt zich nog aan de achterzijde van de zon. De twee STEREO-ruimtesondes bevinden zich echter op zeer grote afstand voor en achter de aarde (maar wel min of meer in de aardbaan), zodat ze een beetje 'om een hoekje' kunnen kijken. Het nieuwe actieve gebied zal waarschijnlijk binnen een etmaal ook vanaf de aarde zichtbaar zijn. Zonnefysici wachten al lange tijd met smart op nieuwe tekenen van zonneactiviteit die deel uitmaken van zonnevlekkencyclus 24. Die komt veel later op gang dan verwacht, en zal naar verwachting ook veel minder intens zijn.
SpaceWeather
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 september 2009
Hoewel de zon de afgelopen jaren buitengewoon weinig zonnevlekken vertoont, blijkt er toch sprake te zijn geweest van een grote invloed op de aarde. Dat schrijven zonne-onderzoekers in een artikel dat vandaag gepubliceerd wordt in Journal of Geophysical Research - Space Physics. Het aantal zonnevlekken wordt gewoonlijk gezien als een goede indicator voor de activiteit van de zon, die normaalgesproken een elfjaarlijkse cyclus vertoont. De nieuwe cyclus (cyclus 24) laat echter ongewoon lang op zich wachten; niemand weet hoe dat komt. Met een armada van meetinstrumenten op de grond en in de ruimte is nu echter ontdekt dat er tijdens het langgerekte activiteitsminimum van de afgelopen jaren wel zeer krachtige 'windstoten' voorkwamen in de zonnewind - de stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen. Deze zonnewindstromen waren in 2008 veel frequenter en krachtiger dan in 1996, tijdens het vorige activiteitsminimum. De energierijke zonnewindstromen, die soms meer dan een week kunnen aanhouden, hebben een grote invloed op de structuur van de buitenste stralingsgordels van de aarde, en indirect ook op satellieten in een baan om de aarde. Blijkbaar vormt het aantal vlekken op de zon toch geen goede indicatie voor de algehele zonsactiviteit. Waarom de zonnewindstromen vorig jaar zo frequent en krachtig waren, is onduidelijk. Mogelijk is er een verband met een geleidelijke afname van de magnetische veldsterkte van de zon, waardoor er in het evenaargebied grotere 'coronale gaten' ontstaan: openingen in de ijle zonne-atmosfeer (de corona) waardoor elektrisch geladen deeltjes gemakkelijk met hoge snelheid kunnen ontsnappen.
Persbericht University Corporation for Atmospheric Research
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 september 2009
Volgens twee Amerikaanse zonnedeskundigen zullen er na 2015 misschien geen vlekken meer op de zon voorkomen. Absolute zekerheid is er niet, maar wellicht begint er dan een 'vlekkenloze' periode zoals die ook eind zeventiende en begin achttiende eeuw plaatsvond. Dat zogeheten Maunder Minimum viel samen met de Kleine IJstijd - een periode waarin de gemiddelde temperatuur op het noordelijk halfrond van de aarde ongeveer een graad lager was dan normaal.
Meer informatie:
Are Sunspots Disappearing?

14 augustus 2009
Zonnefysici van de NASA hebben bevestigd dat kleine, plotselinge uitbarstingen van hitte en energie er de oorzaak van zijn dat de ijle buitenste atmosfeer van de zon enorm heet is. Het buitenste deel van de zonneatmosfeer, de corona, bestaat uit reusachtige magnetische lussen, gevuld met heet gas. Dat gas bereikt temperaturen van miljoenen graden, wat opmerkelijk is, omdat het onderliggende zonsoppervlak niet veel heter is dan 5000 graden. Uit theoretisch onderzoek en waarnemingen met de Japanse satelliet Hinode blijkt dat binnen de magnetische lussen van de corona kleine 'explosies' optreden: zogeheten nanovlammen. Deze mini-uitbarstingen zijn niet afzonderlijk te zien: alleen hun gezamenlijke uitwerking is detecteerbaar. De temperatuur in de nanovlammen bereikt waarden van ongeveer 10 miljoen graden. Het superhete gas koelt echter heel snel af, wat verklaart waarom het tot nog toe niet was waargenomen.
Meer informatie:
Tiny Flares Responsible for Outsized Heat of Sun's Atmosphere;

30 juli 2009
Finse, Duitse en Russische onderzoekers denken een verklaring te hebben gevonden voor een zonnevlekkenraadsel dat sterrenkundigen al een tijdje bezighoudt. Tussen twee zonnevlekkenmaxima verstrijken gemiddeld elf jaren. Maar er zit enige rek in die periode: de ene cyclus is langer dan de andere. Gegevens die in de negentiende eeuw zijn verzameld door de Zwitserse sterrenkundige Rudolf Wolf leken er zelfs op de wijzen dat er tussen 1784 en 1799 een zonnevlekkencyclus van bijna 16 jaar is geweest. Wolf baseerde zich daarbij op tekeningen die door de Oostenrijkse amateurasterrenkundige Johann Staudacher waren gemaakt. Helaas maakte Staudacher in de betreffende periode weinig tekeningen. De onderzoekers hebben nog eens nauwkeurig naar deze tekeningen (plus enkele tekeningen van de Ierse astronoom James Archibald Hamilton) gekeken. Daarbij hebben zij niet alleen het aantal zonnevlekken geteld, zoals Wolf destijds, maar ook de posities van de zonnevlekken gemeten. Aan het begin van een nieuwe zonnecyclus bevinden zonnevlekken zich namelijk veel verder van de zonne-evenaar dan aan het eind ervan. Op basis van die analyse concluderen zij dat er omstreeks 1793 een nieuwe, zwakke zonnevlekkencyclus is begonnen. En dat zou betekenen dat zich tussen 1784 en 1799 niet één lange, maar twee korte zonnevlekkencycli hebben voltrokken.
Meer informatie:
Centuries-old sketches solve sunspot mystery
Lost Solar Cycle in the 18th Century (Astrophysical Journal Letters; pdf)

22 juli 2009
De totale zonsverduistering die zich vandaag in delen van Azië afspeelde, is enigszins in het water gevallen. Op veel plaatsen was het bewolkt of regende het zelfs pijpenstelen. In China, waar ook veel Nederlanders naartoe vertrokken waren, is de eclips voor zover bekend slechts op enkele plekken te volgen geweest. Meer geluk hadden de bewoners van India, waar de zonsverduistering begon. Maar uitgerekend in Taregna, dat als een van de beste waarneemlocaties werd beschouwd, hing een dik pak wolken. Ook in Bangladesh, Nepal, Bhutan en Myanmar is de zonsverduistering her en der waargenomen.
Meer informatie:
Zonsverduistering.nl

16 juli 2009
Met behulp van gegevens van de Cluster-missie hebben wetenschappers ontdekt door welk mechanisme de zogeheten zonnewind wordt verhit (Physical Review Letters, 12 juni). De zonnewind is de stroom van protonen en elektronen die onze zon voortdurend uitzendt. Het ontstaan van deze deeltjesstroom hangt samen met de extreem hoge temperatuur in zijn brongebied: de corona van de zon. De corona is een ijl omhulsel van gas dat zich tot op miljoenen kilometers van het zonsoppervlak uitstrekt. Hoewel dat zonsoppervlak een temperatuur van 'slechts' 6000 graden heeft, is de corona meer dan een miljoen graden heet. En zelfs op miljarden kilometers van de zon blijkt de zonnewind op de een of andere manier nog aan warmte te kunnen winnen. De meest voor de hand liggende verklaring voor deze verhitting-op-afstand zijn de elektromagnetische turbulenties, zoals die zowel in de corona als de zonnewind optreden. Maar hoe die turbulenties de deeltjes van de zonnewind verhitten, was tot nog toe onduidelijk. Metingen met de vier Europese Cluster-satellieten hebben nu inzicht gegeven in de energiestroom binnen de zonnewind. Daarbij is gebleken dat slechts een klein deel van de energie van de elektromagnetische turbulenties bij de protonen terechtkomt: het zijn de elektronen die het leeuwendeel opnemen. En dat lijkt te gebeuren via een ander fysisch mechanisme (Landau-resonantie) dan het mechanisme dat de hitte van de zonnecorona veroorzaakt (cyclotronresonantie).
Meer informatie:
Cluster shows how solar wind is heated

6 juli 2009
Na een langdurige 'vlekkenloze' periode, verschenen begin juni de eerste kleine donkere vlekken op de zon. Dat luidde het begin in van zonnecyclus 24, die in 2012 of 2013 zijn hoogtepunt zal bereiken. Dat de activiteit van de zon aan het toenemen is, bewijst de ontwikkeling van een forse nieuwe zonnevlekkengroep het afgelopen weekend. De groep zonnevlekken - gebieden op het zonsoppervlak waar de temperatuur enkele honderden graden lager is dan in de omgeving - heeft bepaald geen recordomvang, maar is wel de grootste van de afgelopen twee jaar. De groep, die het nummer 1024 heeft gekregen, produceert ook redelijk grote uitbarstingen op de zon: zogeheten zonnevlammen.
Meer informatie:
The Sun Has Spots, Finally

19 juni 2009
Ondezoekers van het National Center for Atmospheric Research in Boulder, Colorado, zijn er voor het eerst in geslaagd om de complexe structuur van zonnevlekken te simuleren in gedetailleerde computermodellen. Daarvoor maakten ze gebruik van een IBM-supercomputer die 76 biljoen berekeningen per seconde kan uitvoeren. Samen met wetenschappers van het Duitse Max-Planck-instituut voor zonnestelselonderzoek modelleerden ze een gebied op de zon van ca. 50.000 bij 100.000 kilometer groot. Voor 1,8 miljard punten in dit gebied werden stapsgewijze berekeningen gemaakt op basis van bekende natuurwetten op het gebied van energietransport, vloeistofdynamica, magnetische inductie enzovoort. De gesimuleerde zonnevlekken lijken verbluffend veel op echte zonnevlekken. Ze vertonen de kenmerkende donkere umbra in het centrum van de vlek, en de filament-achtige stromingspatronen in de omringende penumbra. Op basis van de computersimulaties concluderen de onderzoekers dat de gedetailleerde structuur van zonnevlekken te danken is aan gehelde magnetische velden. De hoop is dat de computersimulaties, die deze week gepubliceerd zijn in Science Express , bijdragen aan een beter begrip van zonnevlekken.
Meer informatie:
Persbericht National Center for Atmospheric Research
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 juni 2009
Oost-west gerichte straalstromen van heet gas op enkele duizenden kilometers onder het oppervlak van de zon vertonen een veel tragere migratie dan normaal. Volgens onderzoekers van het Amerikaanse National Solar Observatory is dat de directe oorzaak van het huidige langdurige zonneminimum. De trage migratie van de straalstromen is aan het licht gekomen door jarenlange metingen aan trillingen en golven aan het zonsoppervlak. Die bieden informatie over de inwendige structuur van de zon. Onderzoekers Frank Hill en Rachel Howe presenteerden de metingen vandaag op de bijeenkomst van de Solar Division van de American Astronomical Society in Boulder, Colorado. De zon vertoont normaalgeproken elke elf jaar een grotere activiteit dan gemiddeld, met meer zonnevlekken en uitbarstingen. Het eerstvolgende maximum, van zonneclyclus 24, wordt verwacht in 2012 of 2013. De eerste zonnevlekken van deze cyclus hadden ruim een jaar geleden al zichtbaar moeten zijn. In plaats daarvan is er sprake van een extreem langdurig minimum in de zonneactiviteit. Volgens sommige astronomen zou dat er zelfs op kunnen wijzen dat er een decennia lange periode met geen of weinig activiteit voor de deur staat. Dat zou ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor het klimaat op aarde. Uit metingen aan zonnebevingen, verricht met telescopen van het GONG-netwerk (Global Oscillation Network Group), blijkt echter dat de oorzaak van het langdurige minimum gezocht moet worden in een uitzonderlijk trage beweging van de zogeheten 'torsionale oscillaties'. Die 'ondergrondse' straalstromen van heet gas verplaatsen zich normaalgesproken van hoge naar lage breedtegraden met een snelheid van ongeveer vijf graden per jaar. Wanneer ze op een noorder- of zuiderbreedte van ongeveer 22 graden aankomen, produceren ze donkere zonnevlekken aan het oppervlak. De verplaatsingssnelheid van de straalstromen is de afgelopen tijd echter drie graden per jaar geweest. De oorzaak van die trage migratie is niet bekend, maar het gevolg is in elk geval dat de straalstromen er ruim een jaar over hebben gedaan om op de 'kritische breedtegraad' van 22 graden aan te komen. Volgens Hill en Howe tonen hun resultaten aan dat er op zich niets mis is met het dynamo-mechanisme van de zon, en kan het niet lang duren voordat de vlekken van cyclus 24 zich beginnen te vertonen.
Meer informatie:
Sonograms of the Sun explain mystery of the missing sunspots
Filmpje van de migrerende straalstromen
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 juni 2009
Om 8.27 uur vanmorgen is vanaf de Esrange-basis in Kiruna (Noord-Zweden) de ballonmissie Sunrise 'gelanceerd'. De heliumballon heeft instrumenten naar een hoogte van 37 kilometer gebracht, van waaruit zeer nauwkeurige waarnemingen van de zon kunnen worden gedaan. Aan boord bevindt zich onder meer de grootste zonnetelescoop die ooit van het aardoppervlak is opgestegen. De komende dagen zullen poolwinden deze zwevende sterrenwacht westwaarts blazen, in de richting van Groenland en Noord-Canada. Omdat de zon op deze hoge geografisch breedte momenteel niet ondergaat, kan de telescoop ononderbroken waarnemingen doen. Doel van de missie is om de verdeling van magnetische velden aan het zonsoppervlak gedetailleerder dan ooit tevoren in kaart te brengen. Magnetische velden zijn verantwoordelijk voor veel verschijnselen die zich op de zon afspelen, zoals de zonnevlekken en de zonnewind.
Meer informatie:
SUNRISE schwebt der Sonne entgegen
Sunrise – A balloon-borne solar telescope

1 juni 2009
Op de zon is sinds kort een kleine zonnevlekkengroep zichtbaar. De donkere zonnevlekken - gebieden op het zonsoppervlak waar de temperatuur enkele honderden graden lager is dan in de omgeving - zijn geassocieerd met een actief gebied waarin ook zonnevlammen en uitbarstingen van röntgenstraling voorkomen. Gezien de hoge noordelijke breedtegraad van de vlekkengroep lijdt het geen twijfel dat hij deel uitmaakt van zonnecyclus 24, die in 2012 of 2013 zijn maximum moet bereiken. De eerste vlekken van deze nieuwe cyclus waren al veel eerder verwacht; vanwege het lange uitblijven ervan zijn de verwachtingen voor de intensiteit van de nieuwe activiteitscyclus onlangs naar beneden bijgesteld. De elfjarige activiteitscyclus van de zon wordt nog steeds niet goed begrepen; ook de invloed ervan op het aardse klimaat is niet goed bekend.
Live-beelden van de zon in verschillende golflengten.
Achtergrondinformatie over het uitblijven van zonnecyclus 24
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 mei 2009
Wetenschappers van de universiteit van Alberta hebben, met behulp van gegevens van de vijf satellieten van de THEMIS-missie en waarneemstations op aarde, kunnen aanwijzen waar een aanstormende 'ruimtestorm' het leeuwendeel van zijn energie zou gaan loslaten. Ruimtestormen ontlenen hun energie aan elektrisch geladen deeltjes die door de zon worden uitgestoten - de zogeheten zonnewind. Deze zonnewind kan grote verstoringen in het magnetische veld van de aarde veroorzaken. En bij zulke verstoringen, die geomagnetische substormen worden genoemd, worden soms tientallen gigawatts aan energie de aardatmosfeer ingepompt. Door vanuit verschillende posities op aarde en in de ruimte verstoringen van het aardmagnetische veld te meten, hebben de onderzoekers ontdekt dat zo'n substorm een 'epicentrum' heeft, waar de magnetische verstoringen hun grootste uitwerking hebben. Voor aardbewoners vormen deze ruimtestormen geen grote bedreiging: de deeltjesstraling wordt door de atmosfeer tegengehouden. Maar de energierijke geladen deeltjes kunnen wel satellieten beschadigen en storingen veroorzaken in telecommunicatie- en GPS-systemen. Het doel van een project als THEMIS is om meer inzicht te verkrijgen in dit verschijnsel.
Meer informatie:
Magnetic Tremors Pinpoint The Impact Epicenter Of Earthbound Space Storms

6 mei 2009
Na een lange periode van inactiviteit lijkt de zon weer wat op te leven. De Amerikaanse satelliet STEREO-B heeft twee actieve gebieden op de zon ontdekt, die nog achter de oostrand verscholen gaan. Het betreft waarschijnlijk een tweetal zonnevlekgroepen. De afgelopen dagen hebben deze gebieden een aantal forse uitbarstingen geproduceerd, waaronder een zogeheten coronale massa-ejectie. Door de rotatie van de zon, zullen de zonnevlekken op 7 of 8 mei in beeld komen voor waarnemers op aarde.
Meer informatie:
The Sun Is Stirring
De zon is stil

20 april 2009
Astronomen van St Andrews University in Schotland hebben mogelijk een verklaring gevonden voor merkwaardige S-vormige structuren in de corona van de zon. Deze zogeheten sigmoïden zijn af en toe zichtbaar op röntgenfoto's van de ijle, hete corona - de 'dampkring' van de zon. Röntgenwaarnemingen van de Japanse zonnesonde Hinode hebben uitgewezen dat ze in feite bestaan uit twee afzonderlijke J-vormige structuren, en dat ze aan het eind van hun bestaan krachtige uitbarstingen van straling en elektrisch geladen deeltjes produceren. De waargenomen eigenschappen blijken goed verklaard te kunnen worden door een nieuw model, waarin de sigmoïden zijn opgebouwd uit talloze dunne lagen of strengen van heet gas waarin sterke elektrische stromen lopen. Met behulp van dit soort modellen hopen sterrenkundigen de explosieve verschijnselen op de zon en in de zonnecorona beter te begrijpen; zulke uitbarstingen kunnen grote invloed hebben op o.a. satellietverbindingen, radioverkeer en gevoelige elektronica aan boord van ruimtevaartuigen.
Meer informatie:
Solar sigmoids explained
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2009
De twee identieke ruimtesondes van de NASA-missie STEREO hebben voor het eerst de driedimensionale vorm bepaald van de meest krachtige explosies op de zon: de zogeheten coronale massa-ejecties (CME's). Bij een CME worden enorme hoeveelheden geladen deeltjes van de zon de ruimte in geblazen. Als zo'n uitbarsting toevallig onze kant op is gericht, kan deze grote schade veroorzaken aan satellieten en zelfs aan elektriciteits- en communicatienetwerken op aarde. De in oktober 2006 gelanceerde STEREO-satellieten bekijken de zon vanuit verschillende standpunten: de ene loopt een beetje op de aarde vooruit, de andere volgt de aarde op enige afstand. Hierdoor kunnen zij gezamenlijk de structuur, snelheid, massa en bewegingsrichting van een CME bepalen. Dankzij deze metingen kan al in een vroeg stadium worden vastgesteld of de uitgestoten zonnematerie de aarde kan bereiken en hoeveel energie daarmee gemoeid is. Tot de lancering van STEREO was dat gewoon een kwestie van afwachten.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Show Three Dimensional Anatomy Of A Solar Storm
NASA'S STEREO spacecraft reveals anatomy of a solar storm in 3-D

1 april 2009
De zon lijkt de beurskoersen te volgen: net als je denkt dat het niet minder kan, wordt een nieuw laagterecord geboekt. Het afgelopen jaar waren er op 266 van de 366 dagen in het geheel geen zonnevlekken te zien. Om een nog smettelozer zonnejaar te vinden, moet je helemaal terug tot 1913, toen de zon op slechts 54 dagen donkere vlekken vertoonde. Maar misschien gaat 2009 dat record wel breken. Want dit jaar telt al 78 zonnevlekloze dagen. Het aantal zonnevlekken is een maat voor de magnetische activiteit van de zon. Eens in de ongeveer elf jaar bereikt deze activiteit een minimum, en het moge duidelijk zijn: ook nu zit de zon in zo'n dip. De zon vertoont momenteel niet alleen weinig vlekken, maar ook is de zogeheten zonnewind - de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitzendt - duidelijk zwakker dan anders. Bovendien zendt de zon nu een beetje minder zichtbaar licht en ultraviolette straling uit dan twaalf jaar geleden. Op de opwarming van de aarde heeft dat overigens weinig invloed. Naar verwachting zal de zonneactiviteit de komende jaren weer aantrekken.
Meer informatie:
Deep Solar Minimum

20 maart 2009
De ruimteagentschappen NASA en ESA hebben tien mogelijke onderzoeksinstrumenten geselecteerd voor de Solar Orbiter. Deze satelliet voor zonneonderzoek zou op vier keer zo kleine afstand om de zon moeten gaan draaien als de aarde. Hoewel er de afgelopen tien jaar al veel satellieten en ruimtesondes voor zonneonderzoek zijn geweest, is het gedrag van onze nabije ster nog steeds onvoorspelbaar. Door de zon van dichterbij te gaan bestuderen, hopen wetenschappers meer inzicht te krijgen in het ontstaan van de zonnewind (de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitstoot) en de werking van de magnetische 'dynamo' in de zon. Het uiteindelijke doel is om te kunnen voorspellen wanneer er grote uitbarstingen op de zon plaatsvinden. Deze uitbarstingen kunnen grote verstoringen veroorzaken in het aardmagnetische veld, elektriciteits- en communicatienetwerken op aarde laten uitvallen, en gevaarlijk zijn voor astronauten. Het staat overigens nog niet vast dat Solar Orbiter ook daadwerkelijk gebouwd wordt: die beslissing wordt begin volgend jaar genomen. Mocht de missie groen licht krijgen, dan zal de lancering omstreeks 2015 plaatsvinden.
Meer informatie:
ESA announces preliminary payload selection for Solar Orbiter
Solar Orbiter
Living with a Star Program

19 maart 2009
Eind augustus 2007 maakten Amerikaanse wetenschappers bekend dat zij oscillaties in de zonneatmosfeer hadden waargenomen, zogeheten Alfvén-golven, die energie vanaf het oppervlak van de zon naar buiten transporteren. Later werd deze waarneming echter in twijfel getrokken door Britse onderzoekers. Een internationaal team van wetenschappers heeft nu een nieuwe poging gedaan om het moeilijk waarneembare golfverschijnsel waar te nemen. Daarbij hebben ze gebruik gemaakt van de grote Zweedse zonnetelescoop op het Canarische eiland La Palma - met succes naar het lijkt (Science, 20 maart). Anders dan golven op het water zijn Alfvén-golven niet zichtbaar voor het blote oog of met telescopen. Hun bestaan blijkt alleen uit snelheidsvariaties van de ijle materie in de toch al turbulente zonneatmosfeer. Ondanks hun onzichtbare karakter hebben deze golven een grote uitwerking: ze zijn er verantwoordelijk voor dat de temperatuur van de buitenste laag van de zonneatmosfeer, de corona, oploopt tot meer dan een miljoen graden, terwijl het oppervlak van de zon 'slechts' 6000 graden heet is.
Meer informatie:
Scientists find giant solar twists

13 januari 2009
Sterrenkundigen zijn enthousiast over de eerste waarnemingsgegevens van de Interstellar Boundary Explorer (IBEX). Deze ruimtesonde, die op 19 oktober 2008 werd gelanceerd, brengt momenteel de buitenrand van het zonnestelsel in kaart, waar elektrisch geladen deeltjes van de zon (de zogeheten zonnewind) in botsing komen met de ijle materie in de interstellaire ruimte. Bij die botsing worden neutrale atomen tot enorme snelheden opgejaagd (tientallen miljoenen kilometers per uur), en de meetinstrumenten aan boord van IBEX registreren die atomen. Als gevolg van de baanoriëntatie van IBEX duurt het een halfjaar voordat er een complete kaart van de buitenrand van het zonnestelsel is verkregen. De eerste resultaten zijn echter al zeer veelbelovend, aldus de teamleiders van het Southwest Research Institute in San Antonio, Texas. De hoop is dat IBEX uiteindelijk veel nieuwe informatie gaat opleveren over de wisselwerking tussen de zonnewind en de interstellaire materie, en ook over de potentiële gevaren van schadelijke kosmische straling uit het Melkwegstelsel voor toekomstige astronauten.
Meer informatie:
IBEX collecting science data, building first all-sky map of the edge of the solar system
IBEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

vervolg archief 'Overige zonnestelsel'