In deze rubriek is alles opgenomen wat niet goed in een van de andere rubrieken past: (geo)fysische onderwerpen, diverse (bemande) ruimtevaartzaken, personalia en al het andere waar ik zo gauw geen raad mee wist. :o)=

1 februari 2017
Vorig jaar startte de Russische zakenman Joeri Milner het Breakthrough Starshot Initiative – een plan om mini-ruimtesondes naar het stersysteem Alfa Centauri te sturen. Zo’n sonde zou de vier lichtjaar daarnaartoe met twintig procent van de lichtsnelheid moeten kunnen overbruggen. Maar dan? Hoe voorkom je dat het ding zijn doel in een flits voorbijschiet? Wetenschappers van het Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung hebben een oplossing bedacht. Nadeel is wel dat de reis dan veel langer duurt. Michael Hippke en zijn collega’s stellen voor om de straling en de zwaartekracht van de Alfa Centauri-sterren te gebruiken om de ruimtesondes af te remmen. Met behulp van diezelfde krachten zou zo’n sonde zelfs kunnen worden omgeleid naar de naburige ster Proxima Centauri, waarvan inmiddels vaststaat dat er een aarde-achtige planeet omheen cirkelt. Hierbij zou de ruimtesonde gebruik kunnen maken van hetzelfde ruimtezeil dat wordt gebruikt om hem – met behulp van laserbundels op aarde – veel snelheid te geven. De straling van de sterren zou ervoor zorgen dat de sonde bij nadering van de ster Alfa Centauri A steeds verder wordt afgeremd. Tegelijkertijd kan de (geleidelijk sterker wordende) aantrekkingskracht van de ster worden gebruikt om de sonde van koers te doen veranderen. Berekeningen laten zien dat de hele reis van een Starshot-ruimtesonde – inclusief remfase – dan ongeveer honderd jaar in beslag zou nemen. Theoretisch zou zo’n sonde zelfs in een baan om Alfa Centauri A kunnen worden gebracht of door kunnen reizen naar de kleine ster Proxima Centauri – een overtocht die nog eens 46 jaar zou duren. Overigens stellen de wetenschappers ook voor om de Starshot-ruimtesondes niet met het licht van een energieverspillende laser aan te drijven, maar gebruik te maken van het intense licht van onze zon. Om genoeg snelheid te krijgen zouden de sondes de zon dan wel tot op ongeveer 3,5 miljoen kilometer moeten naderen. (EE)
Full braking at Alpha Centauri

26 december 2016
De Amerikaanse astronome Vera Rubin is in de nacht van 25 op 26 december op 88-jarige leeftijd overleden in haar woonplaats Princeton. Rubin werd in 1928 geboren als dochter van Joodse immigranten. Ze studeerde astronomie aan Cornell University en was vanaf 1965 verbonden aan het Carnegie Institution in Washington D.C. Samen met Kent Ford toonde Rubin eind jaren zeventig aan dat veel sterrenstelsels sneller roteren dan je op basis van de hoeveelheid zichtbare materie zou verwachten. Die snelle rotatie (voornamelijk van de buitendelen van de stelsels) wordt algemeen gezien als een sterke aanwijzing voor het bestaan van mysterieuze donkere materie, die wel zwaartekracht op zijn omgeving uitoefent maar geen licht uitzendt. De ware aard van die donkere materie is nog steeds onopgehelderd. Rubin heeft zich haar leven lang ingezet voor het verbeteren van de positie van vrouwen in de wetenschap in het algemeen en in de astronomie in het bijzonder. (GS)
Vera Rubin Who Confirmed "Dark Matter" Dies

19 december 2016
De resultaten van de Pan-STARRS1 Survey zijn vandaag officieel gepubliceerd. Astronomen van over de hele wereld beschikken nu over foto's, meetgegevens en catalogusdata van 3 miljard objecten aan de hemel, waaronder sterren, planetoïden, sterrenstelsels, ijsdwergen, supernova's, quasars, enzovoort. Pan-STARRS1 (Panoramic Survey Telescope & Rapid Response System) is een lichtgevoelige telescoop met een spiegelmiddellijn van 1,8 meter op de top van de Haleakala-vulkaan op Maui, Hawaii, die is uitgerust met een extreem gevoelige en grote digitale camera. De telescoop werd in mei 2010 officieel in gebruik genomen. In de afgelopenjaren  heeft hij de gehele zichtbare sterrenhemel meerdere malen gefotografeerd. De nieuwe survey bevat 2 petabyte aan data (100 maal zoveel als de complete inhoud van Wikipedia). De gegevens worden opgeslagen, beheerd en toegankelijk gemaakt in samenwerking met het Space Telescope Science Institute in Baltimore. (GS)
Pan-STARRS Releases Largest Digital Sky Survey to the World

14 december 2016
Twee Indiase wetenschappers vermoeden dat er een populatie van neutronensterren bestaat die veel sneller om hun as tollen dan de snelst ronddraaiende neutronensterren die tot nu toe zijn waargenomen. De snelle draaiers zouden bronnen van zwaartekrachtgolven zijn. Neutronensterren zijn de compacte overblijfselen van zware sterren die aan het eind van hun leven zijn geëxplodeerd. Ze zijn niet veel groter dan een flinke stad, maar hebben meer massa dan onze zon. Sommige van deze neutronensterren gaan mettertijd steeds sneller draaien, doordat er materie van een normale begeleidende ster op hun oppervlak valt. Er zijn inmiddels al tal van neutronensterren bekend die honderden keren per seconde om hun as tollen. Nieuwe berekeningen laten echter zien dat deze massa-overdracht tot nog veel hogere rotatiesnelheden kan leiden. Er zouden dus ook neutronensterren moeten bestaan die meer dan duizend keer per seconde rondwentelen. Omdat nog nooit zo’n snel draaiende neutronenster is waargenomen, vermoeden de wetenschappers dat zulke objecten uiteindelijk ook weer afremmen. En dat zouden ze doen door voortdurend zwaartekrachtgolven uit te zenden. Deze nog onbekende populatie van neutronensterren zou door middel van nauwkeurige waarnemingen met detectoren als LIGO opgespoord kunnen worden. (EE)
A population of neutron stars can generate gravitational waves continuously

9 december 2016
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht, ESO, heeft de Spaanse natuur- en sterrenkundige Xavier Barcons aangewezen als opvolger van de Nederlander Tim de Zeeuw, de huidige directeur-generaal. Barcons heeft zijn sporen al verdiend binnen ESO, onder meer voorzitter van de ESO-Raad tussen 2012 en 2014, de periode waarin goedkeuring is gegeven aan de bouw van de E-ELT – de toekomstige Europese ‘reuzentelescoop’. Xavier Barcons is zijn wetenschappelijke loopbaan begonnen als natuurkundige en is in 1985 aan de Universiteit van Cantabrië gepromoveerd op een proefschrift over hete plasma’s en het intergalactische medium. Hierdoor raakte hij geïnteresseerd in de röntgenastronomie en het onderzoek van de spectra van verre quasars. De afgelopen vijftien jaar heeft hij zich ingezet voor de volgende Europese röntgensatelliet, de inmiddels door ESA geselecteerde Athena-missie. Op 1 september 2017 zal Tim de Zeeuw het stokje officieel overdragen aan de nieuwe directeur-generaal. (EE)
Volledig persbericht

24 november 2016
Het klinkt een beetje als mosterd na de maaltijd, maar de Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft haar goedkeuring gegeven aan de – al veel gebruikte – namen van 209 sterren. Tot nu toe hadden pas 18 sterren een ‘officiële’ naam. Astronomen maken om praktische redenen maar zelden gebruik van normale sternamen. Er zijn inmiddels al miljarden sterren in kaart gebracht, en het is ondoenlijk – en vooral ook onhandig – om die allemaal een eigen naam te geven. Bijna al die sterren worden simpelweg aangeduid met een combinatie van letters en cijfers. Dat neemt niet weg dat veel (oude) culturen voor de meest opvallende sterren namen hebben bedacht. Dat heeft ertoe geleid dat sommige sterren meer dan één naam hebben gekregen, die dan vaak ook nog op verschillende manieren wordt gespeld. Om een beetje orde in de naamgeving aan te brengen, heeft een werkgroep van de IAU voor een aantal van die sterren besloten welke naam de officiële is. Daarbij is de voorkeur gegeven aan korte namen van één woord die geworteld zijn in een astronomische of culturele traditie. Naar verwachting zullen de komende jaren nog meer sterren van een officiële naam worden voorzien. Het is overigens niet voor het eerst dat de IAU zich met historische naamgevingen bemoeit. Bijna een eeuw geleden werden ook de benamingen van de 88 sterrenbeelden onder de loep genomen. Bij die gelegenheid zijn ook de grenzen van de sterrenbeelden nauwkeurig gedefinieerd. (EE)
IAU Formally Approves 227 Star Names

11 november 2016
Wetenschappers van de universiteit van Leicester hebben ontdekt dat de Beagle 2 eind 2003 redelijk ongeschonden op het oppervlak van de planeet Mars is geland. Een nieuwe analyse van opnamen die gemaakt zijn met de Mars Reconnaissance Orbiter laat zien dat zeker drie van de zonnepanelen van de verloren gegane Britse Marslander zijn opengeklapt. Maar het vierde paneel is op de een of andere manier blijven steken. Over het lot van de Beagle 2 heeft lang onduidelijkheid bestaan. Het duurde uiteindelijk tot november 2014 voordat hij door de Mars Reconnaissance Orbiter werd opgespoord. Die eerste beelden leken erop te wijzen dat maar twee van zijn vier zonnepanelen, die zich als de bloemblaadjes moesten ontvouwen, waren opengeklapt. Met behulp van computersimulaties zijn de wetenschappers er nu echter achtergekomen dat in elk geval drie van de zonnepanelen volledig zijn opengegaan. Bij de simulaties is berekend hoe de lander er met één, twee, drie en vier geheel of gedeeltelijk opengeklapte zonnepanelen bij verschillende standen van de zon vanuit de ruimte uit zou moeten zien. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met echte opnamen van de gelande Beagle 2. Een en ander wijst erop dat de Beagle 2 volgens plan is afgedaald en een geslaagde landing heeft gemaakt. Dat hij uiteindelijk geen radiocontact kon maken, wordt toegeschreven aan het onwillige vierde zonnepaneel, dat als een deksel op de cruciale antenne lag. Dit paneel lijkt hooguit deels te zijn opengevouwen. (EE)
Researchers Use Novel Analysis Technique To Help Solve Beagle 2 Mystery

10 november 2016
Er is op het moment het nodige te doen over de ‘supermaan’ van komende maandag, 14 november. Sommige media brengen het als iets heel bijzonders, maar zo heel super is het allemaal niet. De Volle Maan geeft opmerkelijk veel licht. Niet alleen komt dit doordat de maanschijf zelf volledig verlicht is, maar ook doordat het oppervlak van de maan het zonlicht dan beter in onze richting weerkaatst. Gezien vanaf de maan staan aarde en zon dan dicht bij elkaar en een verstrooiend oppervlak weerkaatst het meeste licht terug in de richting van de lichtbron. Maar soms is de maan nog iets helderder: de maanbaan is namelijk niet perfect rond maar elliptisch. De grootste afstand tot de maan is 406.700 km en de kleinste 356.400 km. Bij Volle Maan maakt dat wel iets uit. Bij de kleinste afstand is de Volle Maan 14% groter en 30% helderder dan bij de grootste afstand. Met het blote oog valt dat echter nauwelijks op vergeleken met een gemiddelde Volle Maan. Echt zeldzaam is zo’n ‘supermaan’ ook niet: het komt bijna ieder jaar wel voor dat het Volle Maan is terwijl de maan in zijn baan wat dichter bij de aarde staat. Maar dit jaar komt het extra in het nieuws, omdat sinds januari 1948 de afstand tot de Volle Maan niet zo klein geweest: 356.509 km. Pas in november 2034 staat de Volle Maan nog iets dichterbij. Het is overigens goed om je te realiseren dat bij iedere omloop van de maan om de aarde, deze het punt met de kortste afstand tot de aarde passeert. Alleen is het dan niet altijd Volle Maan.   Veel astronomen hebben een hekel aan de term ‘supermaan’: het is niet echt spectaculair en dat de term is bedacht door een astroloog (in 1979) helpt ook al niet. Toch kijken? Het precieze moment van Volle Maan is om 14.52 uur, dus bij ons overdag. Kijk daarom de nacht ervoor of erna. Omdat de Volle Maan tegenover de zon aan de hemel staat, hebben we overigens de hele nacht de tijd: de maan komt dan op bij zonsondergang en gaat weer onder bij zonsopkomst. (EM) 
Supermoon? Meh. It may be closer, but it won’t be super duper

8 november 2016
Met infrarood- en microgolftelescopen kunnen we de vorming van nieuwe sterren uit samentrekkende gaswolken tegenwoordig steeds beter volgen, maar het ontstaan van zware sterren is letterlijk in nevelen gehuld: de gas- en stofwolk rond zo’n ster is te dicht om de ster in wording goed te kunnen zien. Onderzoekers hebben daarom zeer gedetailleerde computersimulaties gedaan met een Duitse supercomputer om inzicht te krijgen in het ontstaansproces. Net als in eerdere simulaties zagen de onderzoekers hoe zich in een wolk een jonge, hete ster vormt met daaromheen een accretieschijf, waaruit de ster verder aangroeit. Maar deze nieuwe simulaties waren gedetailleerd genoeg om te laten zien hoe in die onstabiele schijf grote klonten ontstaan, die in hun geheel door de schijf migreren om uiteindelijk op de jonge ster vallen. De onderzoekers vergelijken met het gooien van een houtblok in de open haard: ineens ondergaat de ster een sterke helderheidsuitbarsting, waarbij hij even honderd duizend keer helderder kan stralen dan onze zon.    Dit soort processen waren al bekend van de vorming van lichte sterren zoals de zon en van superzware sterren, die in het jonge heelal gevormd moeten zijn. Het lijkt er dus op dat dit proces plaats kan vinden bij de vorming van alle sterren. De klonten hoeven overigens niet altijd op de ster te vallen. Er kunnen ook zonachtige sterren uit ontstaan, die de zware ster begeleiden.  Met het inzicht verkregen uit deze simulaties wil men nu gerichter gaan zoeken met de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) van ESO en de toekomstige E-ELT. (EM)
The birth of massive stars is accompanied by strong luminosity bursts

12 oktober 2016
Planeten die om compacte dubbelsterren draaien hebben meer kans om de oude dag van hun moedersterren te overleven dan de planeten van enkelvoudige sterren. Tot die verrassende conclusie komen Amerikaanse en Canadese astronomen (The Astrophysical Journal, 12 oktober). Wanneer onze zon aan het eind van haar leven – over ruwweg 5 miljard jaar – begint op te zwellen, zal zij de binnenste planeten van ons zonnestelsel opslokken. Als zich een tweede ster in het centrum van ons zonnestelsel zou bevinden, zou dat wellicht niet gebeuren. Computersimulaties laten namelijk zien dat zodra een van beide sterren opzwelt, er zoveel massa naar de begeleidende ster overstroomt dat zich een gezamenlijke atmosfeer rond het tweetal vormt. Uiteindelijk leidt dit ertoe dat de dubbelster als geheel veel massa kwijtraakt. Als gevolg hiervan kunnen de planeten van zo’n dubbelster naar steeds wijdere omloopbanen migreren. Het equivalent van (bijvoorbeeld) de planeet Venus zou hierdoor op Uranus-afstand van de ster kunnen belanden. Op die veilige afstand zou de planeet zelfs een eventuele supernova-explosie van de dubbelster kunnen overleven. (EE)
Tatooine Worlds Orbiting Two Suns Often Survive Violent Escapades Of Aging Stars

11 oktober 2016
Sterrenkundigen denken te begrijpen waarom pulsarplaneten zo zeldzaam zijn. Pulsarplaneten zijn planeten die niet rond een gewone ster draaien, zoals de zon, maar rond een zogeheten pulsar - een zeer kleine, extreem compacte, snel rondtollende neutronenster die het overblijfsel is van een supernova-explosie. In 1992 werden voor het eerst enkele planeten gevonden in een baan rond een pulsar; tot op heden zijn er slechts vijf pulsarplaneten bekend, bij minder dan 1 procent van alle bekende pulsars. Amerikaanse sterrenkundigen hebben nu een model opgesteld voor de vorming van pulsarplaneten. De planeten moeten na de supernova-explosie zijn ontstaan, want alleen zware sterren exploderen aan het eind van hun leven, en planeten komen alleen voor bij relatief lichte sterren. In een artikel dat geaccepteerd is voor publicatie in The Astrophysical Journal schrijven de onderzoekers  dat pulsarplaneten vermoedelijk zijn samengeklonterd uit materiaal dat afkomstig is van een begeleider van de geëxplodeerde ster. Die begeleidende ster moet verhoudingsgewijs licht zijn en de supernova-explosie overleven. Daarna erodeert hij onder invloed van de extreem energierijke straling van de pulsar, of wordt hij uiteengerukt door getijdenkrachten. Uit het achtergebleven materiaal kunnen vervolgens planeten samenklonteren. Slechts 10 procent van de stellaire begeleiders van supernova-voorlopers zijn licht genoeg om dit scenario mogelijk te maken. Daarvan overleeft slechts 10 procent de supernova-uitbarsting, aldus de theoretische berekeningen. Op die manier valt te verklaren dat slechts bij 1 procent van alle bekende pulsars planeten zijn aangetroffen. (GS)
Why Are Pulsar Planets Rare? (origineel nieuwsbericht)

7 oktober 2016
Het Nationaal Park Lauwersmeer is door de International Dark-sky Association (IDA) uitgeroepen tot een zogeheten dark-skypark – een gebied waar het nachtelijk duister nog volop aanwezig is en dat daarom bescherming verdient. Het Lauwersmeergebied is het tweede dark-skypark van Nederland. Vorig jaar kreeg de Boschplaat op Terschelling dit predicaat al. Met het Nationaal Park Lauwersmeer heeft de IDA wereldwijd nu 41 natuurparken en -reservaten tot dark-skypark bestempeld. Ongeveer de helft daarvan ligt in de Verenigde Staten. (EE)
Informatie over Lauwersmeer

4 oktober 2016
Supernova's van type Ia ontstaan mogelijk als gevolg van resonantie-effecten in witte dwergsterren. Dat schrijven onderzoekers van het American Museum of Natural History in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Ia-supernova's zijn belangrijk omdat ze gebruikt worden om de uitdijingsgeschiedenis van het heelal in kaart te brengen. Hun ontstaan wordt echter nog steeds niet goed begrepen. Vermoedelijk gaat het om exploderende witte dwergsterren in dubbelstersystemen. Witte dwergen zijn zeer compacte sterren die qua massa vergelijkbaar zijn met de zon, maar niet veel groter zijn dan de aarde. De gemakkelijkste manier om een Ia-supernova te creëren is twee witte dwergen in een dubbelstersysteem met elkaar te laten versmelten. Omdat nauwe, compacte dubbelsterren energie verliezen door het uitzenden van zwaartekrachtgolven, zullen ze langzaam maar zeker naar elkaar toe spiralen en uiteindelijk met elkaar botsen. Het probleem met deze verklaring is echter dat het aantal nauwe dubbele witte dwergen in het Melkwegstelsel relatief klein is; als dat aantal representatief is voor de rest van het heelal, is het aantal waargenomen Ia-supernova's niet te verklaren. De onderzoekers denken nu dat een witte dwerg al kan detoneren vóórdat hij met zijn begeleider in contact komt. Witte dwergen vertonen bepaalde natuurlijke oscillaties, zo blijkt uit gedetailleerde modelberekeningen, en als de (steeds kleiner wordende) omlooptijd van het dubbelstersysteem een zekere waarde bereikt, kunnen er resonanties optreden waardoor de ster al in een vroegtijdig stadium uiteengerukt wordt. (GS)
Detonating White Dwarfs as Supernovae

28 september 2016
Ruimtevaartbedrijf SpaceX wil binnen een paar jaar bemande vluchten naar de planeet Mars uitvoeren en in de toekomst zelfs verder het zonnestelsel in. Dat maakte topman Elon Musk (ook bekend van PayPal en Tesla) dinsdag bekend, onder het motto 'Making life multiplanetary'. Musk ontvouwde zijn plannen zonder in te gaan op de technische details of op de financiële haalbaarheid. Centraal onderdeel in de nieuwe plannen is een extreem zware uitvoering van de huidige Falcon-raket van SpaceX. Deze Big Falcon Rocket (ook wel de Big Fucking Rocket genoemd) zou in staat moeten zijn om vele tientallen mensen te vervoeren op ruimtereizen van maanden of zelfs jaren. In 2018 hoopt Musk een grote onbemande lander op Mars neer te zetten (de Red Dragon), om technologieën uit te testen. Zijn extreem optimistische schatting is dat de eerste Marskolonisten al in 2024 aan zullen komen. Ruimtevaartexperts zijn buitengewoon sceptisch over de haalbaarheid van Musks jongensdroom. (GS)
Nieuwsbericht 'de Volkskrant'

14 september 2016
De European Research Council (ERC) heeft aan twee Nederlandse astronomen een Starting Grant toegekend. Deze persoonsgebonden subsidie bedraagt per project ongeveer 1,5 miljoen euro. Het biedt talentvolle jonge wetenschappers de kans hun eigen onderzoeksteam op te zetten of uit te breiden en aan de slag te gaan met baanbrekende ideeën. In het onderzoek van Dr. Selma de Mink (Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde, API) staan zware dubbelsterren, dat wil zeggen twee sterren die om elkaar heen draaien, centraal. Samen met collega’s toonde De Mink eerder al aan dat nauwe dubbelsterren veel vaker voorkomen dan gedacht. Met haar onderzoeksteam gaat ze nu onderzoeken wat het effect hiervan is op de vele rollen die zware sterren hebben gespeeld in onze eigen kosmische geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is de invloed op de productie van chemische elementen in het universum, zoals de zuurstof die we inademen en het calcium in onze botten. De Mink is ook erg geïnteresseerd in de consequenties van de grote variatie aan kosmische explosies die het einde van het leven van zware sterren markeren, die sterrenkundigen tegenwoordig kunnen observeren met robot-telescopen die elke nacht de hemel scannen. Met haar onderzoek wil De Mink bijdragen aan een beter begrip van hoe sommige dubbelsterren hun leven eindigen als een dubbel zwart gat, wat – zoals onlangs is waargenomen – kan leiden tot een sterke bron van zwaartekrachtsstraling. Dr. Diederik Kruijssen (gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht en Universiteit Leiden, nu Universiteit van Heidelberg) gaat onderzoeken hoe sterrenstelsels zoals de Melkweg hun vele miljarden sterren hebben gevormd. Kruijssen: ‘We hebben een nieuwe methode ontwikkeld waarmee we uit afbeeldingen van sterrenstelsels precies kunnen meten hoe snel interstellaire gaswolken ineenstorten tot sterren en hoe de jonge sterren het overgebleven gas vervolgens weer wegblazen. Deze methode is ideaal om toe te passen op waarnemingen met reuzentelescopen zoals de Atacama Large Millimeter/sub-millimeter Array (ALMA) en de toekomstige European Extremely Large Telescope (E-ELT). Zo kunnen we voor het eerst de vorming van sterren bestuderen tot op afstanden van vele miljarden lichtjaren, vlak na de oerknal.’ Vervolgens zal Kruijssen de resultaten van zijn nieuwe techniek toepassen in grote computersimulaties van vormende sterrenstelsels. Kruijssen: ‘Het is een enorm vraagstuk hoe de grote variëteit aan sterrenstelsels is ontstaan. Computersimulaties hebben grote problemen met het beantwoorden van die vraag, omdat de eigenschappen van sterrenstelsels sterk afhangen van de details van het stervormingsproces. Met onze nieuwe waarnemingen zullen we dit proces eindelijk op een realistische manier kunnen opnemen in computersimulaties, en hopen we de vorming en eigenschappen van sterrenstelsels zoals de Melkweg te kunnen verklaren.’
Oorspronkelijk persbericht

8 september 2016
Als eerbetoon aan de 50e verjaardag van de tv-serie Star Trek, die op 8 september 1966 zijn debuut beleefde, heeft NASA een bijzondere infraroodopname gepresenteerd die gemaakt is met de ruimtetelescoop Spitzer. Met een beetje fantasie zijn in de afgebeelde stervormingsgebieden twee versies van het beroemde ruimteschip USS Enterprise te herkennen. De beide complexen van gas en stof staan te boek als IRAS 19340+2016 and IRAS19343+2026. IRAS was een Amerikaans/Brits/Nederlandse satelliet die in 1983 als eerste de complete hemel op infrarode golflengten in kaart bracht. De nieuwe opnamen zijn gebaseerd op gegevens van twee omvangrijke infraroodsurveys die zijn uitgevoerd met de veel geavanceerdere Spitzer-ruimtetelescoop. (EE)
Enterprising Nebulae

1 augustus 2016
Volgens een enigszins speculatief artikel in Journal of Cosmology and Astroparticle Physics ontstond het leven op aarde mogelijk nogal prematuur, vanuit kosmisch oogpunt bezien. De auteurs, onder leiding van Avi Loeb van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, rekenen voor dat de kans op de vorming van leven in de verre toekomst ca. duizend maal hoger is dan enkele miljarden jaren geleden, toen op aarde de eerste levensvormen ontstonden. Voor het ontstaan van leven zoals wij dat kennen zijn relatief zware elementen zoals koolstof en zuurstof nodig. Die waren in de prille jeugd van het heelal nog niet beschikbaar; zware elementen ontstaan bij kernfusieprocessen in het inwendige van sterren. Heel kort na de oerknal kon leven dus niet ontstaan. In de zeer verre toekomst (over ca. 10 biljoen jaar) is er ook geen leven meer mogelijk in het heelal, omdat vrijwel alle sterren dan uitgedoofd zullen zijn. Volgens Loeb en zijn collega's neemt de kans op de vorming van leven in de toekomst echter steeds meer toe doordat lichte dwergsterren een enorm veel langere levensduur hebben dan zwaardere sterren zoals onze eigen zon. Hoe langer de dwergsterren bestaan, des te groter is de kans dat er een keer leven ontstaat op een aardeachtige planeet in een baan rond zo'n dwergster. De auteurs tekenen er wel bij aan dat niet goed bekend is hoe gemakkelijk leven zich kan handhaven op een planeet rond een rode dwergster. Dwergsterren vertonen bijvoorbeeld vaak krachtige uitbarstingen waarbij veel schadelijke röntgenstraling vrijkomt. (GS)
Is Earthly Life Premature from a Cosmic Perspective?

15 juli 2016
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft aan vier pas gepromoveerde astronomen een Veni-beurs van maximaal 250.000 euro toegekend. Met een Veni-financiering van NWO kunnen de veelbelovende jonge wetenschappers gedurende drie jaar hun eigen ideeën verder uitwerken. Alvaro Hacar (Sterrewacht Leiden) gaat onderzoeken of lichte sterren zoals onze zon op dezelfde manier worden geboren als zware sterren. Thomas Russell (Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde, UvA) houdt zich bezig met de straalstromen (jets) van zwarte gaten. Silvia Toonen (Anton Pannekoek Instituut) onderzoekt de evolutie en onderlinge interacties van drievoudige sterren. En Ping Zhou (Anton Pannekoek Instituut) zal het ontstaan van neutronensterren na supernova-explosies onder de loep nemen.
Volledig persbericht

6 juli 2016
De laatste dag van dit jaar krijgt er een seconde bij. Deze ‘schrikkelseconde’ is nodig om onze klokken precies in de pas te laten lopen met de draaiing van de aarde. Vroeger was onze tijdrekening gebaseerd op de gemiddelde rotatie van de aarde ten opzichte van de zon. Sinds de uitvinding van de atoomklok wordt echter uitgegaan van de veel preciezere atoomtijd, en is de definitie van de seconde losgekoppeld van de aardrotatie. In 1970 is daarbij internationaal afgesproken om de twee tijdschalen niet meer dan 0,9 seconde uit de pas te laten lopen. Om die reden zijn sinds 1972 alles bij elkaar 26 schrikkelseconden ingelast. Voor beheerders van computer- en gps-systemen is het inlassen van zo’n extra seconde heel lastig. Er gaan dan ook al geruime tijd stemmen op om deze gewoonte, die zich met tussenpozen van 6 maanden tot 7 jaar herhaalt, af te schaffen. Een besluit daarover wordt op zijn vroegst in 2023 genomen.De schrikkelseconde wordt vaak in verband gebracht met het feit dat de draaiing van de aarde geleidelijk afremt. Dat laatste is inderdaad zo, maar daarbij gaat het om slechts een paar milliseconden per eeuw. De schrikkelseconde is hoofdzakelijk bedoeld om te corrigeren voor het kleine verschil tussen de ‘zonneseconde’ en de veel exactere ‘atoomseconde’.Het inlassen van de extra seconde gebeurt overigens op 31 december om 23:59:59 universele tijd. In Nederland is het dan echter al 1 januari. Voor ons is het dus niet het jaar 2016 dat een seconde langer duurt, maar 2017. (EE)
2016 will be one second longer (pdf)

30 juni 2016
Volgens Britse astro-archeologen zouden megalithische bouwwerken wel eens kunnen zijn gebruikt om de zogeheten heliakische opkomst van belangrijke sterren waar te nemen. De heliakische opkomst is het moment waarop een ster, na een tijd onwaarneembaar te zijn geweest vanwege de nabijheid van de zon, ’s ochtends kort voor zonsopkomst voor het eerst weer te zien is. Om de waarneming van zo’n wederverschijning te vergemakkelijken, zouden prehistorische mensen gebruik hebben gemaakt van openingen in hun bouwwerken. De onderzoekers denken daarbij vooral aan zogeheten ganggraven, lange ‘hunebedden’ met meerdere grafkamers. De gang van zo’n tombe is vaak zodanig georiënteerd dat de zon op een bepaalde dag bij opkomst naar binnen schijnt, bijvoorbeeld tijdens de winterzonnewende. Maar volgens de Britse onderzoekers zouden deze gangen dus ook kunnen zijn gebruikt om de wederverschijning van een bijzondere ster te kunnen waarnemen. Meer specifiek zou het gaan om Aldebaran, de helderste ster van het sterrenbeeld Stier, die symbool zou hebben gestaan voor het begin van de lente. Daarbij zou vanuit de donkere tombe via de toegangsopening naar de oostelijke horizon zijn gekeken. In zekere zin zou je de lange gang van zo’n ganggraf dus kunnen beschouwen als een verre, lensloze voorganger van de telescoop, aldus de archeo-astronomen die hun ideeën vandaag presenteren op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Nottingham. (EE)
 → A 6,000-Year-Old Telescope Without a Lens

24 juni 2016
Na drie maanden van wetenschappelijke experimenten komt zaterdag 25 juni een einde aan de eerste operationele fase van de LISA Pathfinder-missie. Het Europese standregelsysteem van de satelliet draagt het stokje (tot november) over aan zijn Amerikaanse tegenhanger. LISA Pathfinder is een technologische missie die instrumenten en methoden test waarmee zwaartekrachtgolven kunnen worden gedetecteerd. In het hart van de ruimtesonde bevinden zich twee blokjes goud van elk 2 kilogram die in vrije val naast elkaar zweven. Het doel is om de onderlinge afstand tussen deze beide testmassa’s tot op een miljardste millimeter gelijk te houden – iets dat tot nu toe erg goed gelukt is. De testmassa’s worden door de eigenlijke ruimtesonde afgeschermd tegen storende invloeden van buitenaf (temperatuurschommelingen, zonnewind, micrometeoroïden, enz,). Cruciaal daarbij is dat de blokjes nooit in aanraking komen met hun eveneens kubusvormige behuizingen, die slechts een paar millimeter groter zijn. Voor dat doel is de ruimtesonde uitgerust met een uiterst nauwkeurig standregelsysteem. Tot nu toe werd daarbij gebruik gemaakt van stuurraketjes, aangestuurd door de sensoren en de interferometer in het hart van de sonde, die pufjes koud gas uitstoten. Vanaf nu komt het Amerikaanse Disturbance Reduction System in actie. Dat ontleent zijn informatie aan de testmassa’s en de interferometer. De bijbehorende software stuurt vervolgens een aantal stuurraketjes van een ander type aan: ze sproeien geladen druppeltjes weg die met behulp van een elektrisch veld zijn versneld. (EE)
Lisa Pathfinder Completes First Operations Phase

23 juni 2016
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft het contract met AURA aangaande de wetenschappelijke activiteiten van de Hubble-ruimtetelescoop met nog eens vijf jaar verlengd. AURA is een consortium van universiteiten en andere instituten dat sterrenwachten en telescopen onder zijn hoede heeft. Een van de peilers van AURA is het Space Telescope Science Institute in Baltimore, dat alle aspecten van het wetenschappelijke programma van de Hubble-missie begeleidt. Dat kan het instituut nu tot 1 juli 2021 blijven doen. Met de contractverlenging is een bedrag van bijna 200 miljoen dollar gemoeid. In een persbericht toont NASA zich optimistisch over de toestand van de ruimtetelescoop. De verwachting is dat het instrument tot in het volgende decennium waardevolle waarnemingen kan blijven doen. De lancering van Hubble’s ‘opvolger’ – de James Webb Space Telescope – die voor 2018 op het programma staat doet daar niets aan af. (EE)
NASA Extends Hubble Space Telescope Science Operations Contract

10 juni 2016
Onderzoekers uit Italië, Duitsland, Israël en de VS hebben een nieuwe ‘atlas’ gemaakt van de ‘lichtvervuiling’ op aarde. De interactieve kaart laat zien hoe het gesteld is met de nachtelijke duisternis op onze planeet, die steeds meer wordt teruggedrongen (Science Advances, 10 juni). Dat is niet alleen lastig voor astronomen: heldere nachten hebben ook een negatieve invloed op nachtdieren en de ecosystemen waarin zij leven.Volgens de onderzoekers zal daar ook niet snel verbetering in komen. Nu de wereld aan de vooravond staat van een grootschalige omschakeling naar (goedkopere) led-verlichting, zou de kunstmatige hemelgloed nog eens twee tot drie keer zo helder kunnen worden. Zij doen dan ook de aanbeveling om goed na te denken over de kleur en de intensiteit van led-verlichting. De atlas toont een wereld die op tal van plaatsen baadt in het licht. In West-Europa en Italië zijn ’s nachts nauwelijks nog donkere plekken te vinden. Maar als specifiek wordt gelet op het percentage van de bevolking dat in een ‘lichtvervuilde’ omgeving woont, zijn Saoedie-Arabië en Zuid-Korea er nog slechter aan toe. De lichtatlas is gebaseerd op gegevens van de in 2011 gelanceerde Amerikaanse satelliet Suomi NPP en op metingen van ‘burgerwetenschappers’ die vanuit meer dan 20.000 plaatsen op aarde zijn gedaan met zogeheten Sky Quality Meters. (EE)
Milky Way now hidden from one-third of humanity

8 juni 2016
De zeventienjarige Joost de Kleuver van CSG Het Streek in Ede heeft de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade gewonnen. Hij mag naar La Palma om daar door de telescopen te gaan kijken waarmee professionele astronomen waarnemingen doen. Ethan van Woerkom (Gemeentelijk Gymnasium Hilversum) en Bouke Jansen (Utrechts Stedelijk Gymnasium) werden tweede en derde. Begin juni kwamen negentien scholieren naar de Universiteit Leiden voor de finale van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade. Ze hadden zich gekwalificeerd via de voorrondes eerder in het jaar. In Leiden volgden de leerlingen een driedaags programma met colleges en ontspanning. Daarna maakten ze een examen. Joost de Kleuver deed dat het beste.
Volledig persbericht

7 juni 2016
Zwarte gaten zijn niet per se dodelijk. Dat concludeert de Portugese theoretisch fysicus Diego Rubiera-Garcia in een recent artikel in Classical and Quantum Gravity. Volgens Einsteins algemene relativiteitstheorie bevindt zich binnenin een zwart gat een zogeheten singulariteit - een punt met een oneindig kleine afmeting en een oneindig hoge dichtheid. Wie in een zwart gat valt, zou uiteengerukt worden door de getijdenkrachten, en er zou geen manier bestaan om de singulariteit te overleven. Rubiera-Garcia stelt in zijn publicatie echter dat er andere interpretaties mogelijk zijn, door naar mogelijke uitbreidingen en aanpassingen van de relativiteitstheorie te kijken. Hij beschrijft hoe zich in het centrum van een zwart gat een wormgat-structuur kan bevinden, die een soort sluiproute vormt naar een ander punt in de ruimtetijd. Bovendien blijkt uit zijn berekeningen dat fysieke objecten (zoals stoelen, ruimteschepen en onvoorzichtige astronauten) de reis door dat wormgat in principe moeten kunnen overleven: elk punt van een fysiek obejct beschrijft zijn eigen route door het wormgat, langs zogeheten 'geodeten' (de korste verbindingen tussen twee punten in een gekromde ruimtetijd), maar al die afzonderlijke punten blijven wel binnen elkaars 'horizon': ze kunnen informatie met elkaar blijven uitwisselen. Dat betekent dat hun fyisische en chemische samenhang niet per se verloren hoeft te gaan. (GS)
Black Holes might not be dead-ends after all

2 juni 2016
Ronald Drever, Kip Thorne en Rainer Weiss - de drie natuurkundigen die aan de basis stonden van het Laser Interferometer Gravitational-wave Observatory (LIGO) in de Verenigde Staten, waarmee vorig jaar voor het eerst zwaartekrachtgolven uit het heelal zijn gedetecteerd - ontvangen gezamenlijk zowel de Shaw Prize in Astronomy 2016 als de 2016 Kavli Prize in Astrophysics. De Shaw Prize Foundation in Hong Kong kent jaarlijks drie grote wetenschappelijke prijzen toe: in astronomie, levenswetenschappen/geneeskunde en wiskunde. Aan de prijs is een geldbedrag van 1,2 miljoen dollar verbonden. De Noors-Amerikaanse Kavli-prijzen (in astrofysica, nanowetenschappen en neurowetenschappen) worden eens in de twee jaar uitgereikt; er is een geldbedrag van 1 miljoen dollar aan verbonden. Eerder kregen Drever, Thorne en Weiss al de Special Breakthrough Prize in Fundamental Physics en de Gruber Foundation Cosmology Prize. De verwachting is dat in de nabije toekomst ook de Nobelprijs Natuurkunde aan de drie wetenschappers wordt toegekend. (GS)
Persbericht Shaw Prize Foundation

23 mei 2016
Jason Hessels (ASTRON, UvA) ontvangt vandaag de Pastoor Schmeitsprijs voor de Sterrenkunde 2016. De prijs is bedoeld voor astronomen die voor hun veertigste een wetenschappelijke bijdrage van uitzonderlijk belang leveren. Hessels krijgt zijn prijs vanwege zijn baanbrekende onderzoek naar pulsars en radioflitsers. Jason Hessels (Calgary, Canada, 1979) is astrofysicus bij ASTRON, Netherlands Institute for Radio Astronomy, en aan de Universiteit van Amsterdam. Volgens het stichtingsbestuur van de prijs heeft Hessels' onderzoek grote impact op de astronomie, de kernfysica en de theoretische fysica. Hij heeft zowel de snelst draaiende pulsar als de zwaarste pulsar ontdekt. Ook was Hessels medeontdekker van een pulsar bij een dubbele dubbelster. Daarnaast analyseerde hij een radioflitser die sinds 2012 maar liefst elf uitbarstingen liet zien. Hessels is een van de pioniers voor pulsaronderzoek met de nieuwe radiotelescoop LOFAR. Hessels ontving in 2013 twee grote onderzoeksbeurzen: een Vidi van NWO en een Starting Grant van de ERC. Sinds 2016 is Hessels lid van de Jonge Akademie van de KNAW. Aan de Pastoor Schmeitsprijs is een bedrag van 1500 euro verbonden. De prijs wordt vandaag uitgereikt op de 71ste Nederlandse Astronomenconferentie in Nunspeet. Daar is ook bekend gemaakt dat de Willem de Graaffprijs 2016 voor popularisatie van de sterrenkunde (eveneens 1500 euro) door de Nederlandse Astronomenclub (NAC) wordt toegekend aan astronoom Dr. Joeri van Leeuwen (ASTRON, UvA). De door het bestuur ingestelde jury schrijft in zijn rapport dat Joeri van Leeuwen (Waardenburg, 1975) kwalitatief en kwantitatief enorme verdiensten heeft geleverd op het gebied van de popularisatie van de sterrenkunde, over uiteenlopende onderwerpen, in verschillende vormen, en voor een divers publiek, van jong tot oud.
Persbericht Pastoor Schmeitsprijs 2016

9 mei 2016
Theoretici van het Albert Einstein Institut in Potsdam (Duitsland) hebben nauwkeuriger berekeningen uitgevoerd aan de zwaartekrachtgolven die opgewekt worden door dubbele neutronensterren. Een neutronenster is een uiterst kleine en zeer compacte ster die achterblijft na de supernova-explosie van een zware ster die aan het eind van zijn leven is gekomen. Als een neutronenster om een andere neutronenster (of een zwart gat) heen draait, zendt het systeem zwaartekrachtgolven uit, waardoor de twee hemellichamen elkaar steeds dichter naderen en uiteindelijk zullen botsen en versmelten. Het karakteristieke patroon van de geproduceerde zwaartekrachtgolven wordt bepaald door de fysische eigenschappen van de neutronenster(ren). In de nieuwe analyse is nu ook rekening gehouden met het feit dat neutronensterren in dubbelstersystemen een klein beetje uitgerekt worden door de onderlinge getijdenkrachten. Dat effect speelt vooral vlak vóór de versmelting een rol. Bovendien vindt er dan een soort 'resonantie' plaats tussen de frequentie van de uitgezonden zwaartekrachtgolven en de eigen frequentie van de neutronenster - ook die heeft invloed op het patroon van de geproduceerde golven. De nieuwe analyse, gepubliceerd in Physical Review Letters, zal het in de toekomst mogelijk maken om uit waargenomen zwaartekrachtgolven veel meer detailinformatie af te leiden over de eigenschappen van de betreffende neutronensterren, zoals hun inwendige structuur. Zwaartekrachtgolven werden 100 jaar geleden voor het eerst voorspeld door Albert Einstein en op 14 september 2015 voor het eerst direct gedetecteerd. (GS)
Tides in binary star systems: when neutron stars emit gravitational waves

3 mei 2016
De Special Breakthrough Prize in Fundamental Physics, ingesteld en gefinancierd door de Russische miljardair Yuri Milner, wordt komend najaar uitgereikt aan Rainer Weiss, Kip Thorne en Ronald Drever, de drie belangrijkste initiatiefnemers van het LIGO-project (Laser Interferometry Gravitational-wave Observatory) dat er in september 2015 als eerste in slaagde zwaartekrachtgolven uit het heelal direct te detecteren. Weiss, Thorne en Drever delen samen één derde van de prijs (1 miljoen dollar); het resterende bedrag (2 miljoen dollar) wordt gelijk verdeeld over de ruim duizend deelnemers in de LIGO/Virgo-collaboratie - het grote internationale team dat de revolutionaire resultaten eerder dit jaar publiceerde. Op 12 juli ontvangen Weiss, Thorne en Drever ook de 2016 Gruber Foundation Cosmology Prize (500.000 dollar) voor de ontdekking van zwaartekrachtgolven. (GS)
Special $3M Prize for Detection of Gravitational Waves

28 april 2016
Drie Duitse onderzoekers hebben aanwijzingen gevonden dat ook de 11e-eeuwse Perzische geleerde Avicenna (alias Ibn Sina) getuige is geweest van de verschijning van supernova 1006. Voor zover bekend was dit het helderste hemelverschijnsel dat ooit door mensen is waargenomen. Avicenna reisde heel wat af en deed waarnemingen op de meest uiteenlopende terreinen. Ruim de helft van zijn geschriften is bewaard gebleven. In een van zijn teksten, Ketab Al-Sjifa, zit een passage waarin een beschrijving wordt gegeven van een helder object dat in het jaar 1006 aan de hemel verscheen. De passage is al eerder onderzocht, maar werd tot nu toe geïnterpreteerd als de beschrijving van een komeet. Volgens de Duitse onderzoekers zou het echter om de supernova gaan. In hun nieuwe vertaling beschrijft Avicenna een fonkelend object dat heel helder was en dat mettertijd van kleur veranderde, voordat het geleidelijk verdween. Het tijdstip van de waarneming lijkt overeen te stemmen met het moment waarop de supernova aan de hemel verscheen, en Avicenna spreekt van een ‘ster tussen de sterren’. Supernova 1006 is ook opgetekend door waarnemers uit Marokko, Japan, Jemen en China, maar geen van hen doet melding van kleurveranderingen. De waarneming van Avicenna voegt dus echt iets toe aan wat er al bekend was. Volgens de huidige astronomische inzichten zou het een supernova van type Ia zijn geweest, veroorzaakt door een botsing tussen twee witte dwergsterren. (EE)
Examination of ancient text reveals details of Ibn Sina's sighting of supernova

26 april 2016
De Duits-Nederlandse hoogleraar radioastronomie Heino Falcke van de Radboud Universiteit in Nijmegen is door de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls onderscheiden met een koninklijk lintje - de medaille die hoort bij het ridderschap in de Orde van Oranje-Nassau. Falcke is vooral bekend door zijn werk aan LOFAR (Low-Frequency Array) - de revolutionaire 'gedistribueerde' radiotelescoop met het centrum in Drenthe - en zijn werk aan zwarte gaten. Zo werkt hij onder andere aan de realisatie van BlackHoleCam - een netwerk van radioschotels over de hele wereld waarmee het mogelijk moet zijn om de 'schaduw' van het superzware zwarte gat in de kern van ons Melkwegstelsel in beeld te brengen. (GS)

12 april 2016
Als het aan de Russische natuurkundige en durfkapitalist Joeri Milner ligt, zullen over enkele decennia honderden of duizenden mini-ruimtesondes naar de nabije meervoudige ster Alfa Centauri worden gezonden. De sondes, van nog geen 30 gram per stuk, moeten worden uitgerust met zeilen van een paar meter groot en worden aangedreven door de ‘lichtdruk’ van een lasersysteem op aarde. Theoretisch kunnen de sondes daarbij een snelheid van ongeveer 60.000 kilometer per seconde bereiken – een vijfde van de lichtsnelheid. Met deze snelheid kunnen ze in ongeveer twintig jaar op hun bestemming zijn. Na aankomst moeten foto’s van eventuele planeten worden gemaakt en naar de aarde worden overgeseind. Milners initiatief, dat ‘Breaktrough Starshot’ heet, krijgt bijval van onder anderen de wereldberoemde Engelse natuurkundige Stephen Hawking en Facebook-oprichter Mark Zuckerberg. Voorlopig is 100 miljoen dollar beschikbaar voor het project – geld dat aan een haalbaarheidsonderzoek wordt besteed. Het lanceren en versnellen van de kleine ruimtesondes zal vele malen meer gaan kosten. Het project werd aangekondigd op de 55ste verjaardag van de ruimtevlucht van de Russische kosmonaut Joeri Gagarin, de eerste mens in de ruimte. Milner is naar hem vernoemd. (EE)
Stephen Hawking joins futuristic bid to explore outer space

5 april 2016
Astronaut John Grunsfeld (57) stapt met ingang van 30 april op bij NASA. Grunsfeld, een natuurkundige, maakte vijf vluchten aan boord van de spaceshuttle, waarbij hij verscheidene malen een bezoek bracht aan de Hubble Space Telescope. Vanwege de reparatiewerkzaamheden aan Hubble die hij in het voorjaar van 2009 uitvoerde, tijdens de laatste onderhoudsvlucht aan de ruimtetelescoop, heeft Grunsfeld de bijnaam 'Hubble hugger' gekregen. Grunsfeld was sinds 2012 hoofd van NASA's Science Mission Directorate. In die functie gaf hij leiding aan meer dan honderd wetenschappelijke ruimtemissies, waaronder de landing van de Marswagen Curiosity en de Pluto-scheervlucht van planeetverkenner New Horizons. (GS) 
John Grunsfeld Announces Retirement from NASA

4 april 2016
Amerikaanse astronomen hebben microzwaartekrachtexperimenten uitgevoerd tijdens de succesvolle vlucht van de New Shepard, het herbruikbare ruimtevaartuig van Blue Origin. Op 2 april maakte New Shepard een vlucht van 11 minuten. Het was de derde keer dat Blue Origin (het bedrijf van Amazon-oprichter Jeff Bezos) erin slaagde om een ruimtevaartuig te lanceren en in zijn geheel weer te laten landen voor toekomstig hergebruik. Tijdens de vlucht van 2 april was er ruimte voor wetenschappelijke experimenten in het kader van het Pathfinder Payloads-project. Onderzoekers van het Southwest Research Institute bestudeerden met het Box Of Rocks Experiment (BORE) de manier waarop gruis, kiezels en rotsblokken zich gedragen onder microzwaartekrachtomstandigheden. Hun collega's van de University of Central Florida deden vergelijkbaar onderzoek aan het gedrag van veel kleinere stofdeeltjes, in het MEDEA-experiment (Microgravity Experiment on Dust Environments in Astrophysics). Beide experimenten moeten meer inzicht opleveren in het gedrag van materiaal aan het oppervlak van kleine hemellichamen zoals planetoïden en kometen, waar ook sprake is van zeer zwakke zwaartekrachtvelden. Het Florida-experiment kan wellicht ook informatie opleveren over de manier waarop stofjes in een protoplanetaire schijf samenklonteren tot grotere structuren. De verwachting is dat Blue Origin-vluchten in de toekomst steeds vaker gebruikt zullen worden voor microzwaartekrachtonderzoek. Experimenten aan boord van het internationale ruimtestation ISS vergen vaak jarenlange voorbereidingen, en paraboolvluchten duren voor veel experimenten niet lang genoeg. (GS)
SwRI’s BORE microgravity payload flies aboard commercial suborbital spaceflight

25 maart 2016
De lancering van de Europese Mars-missie ExoMars, op 14 maart jl., verliep niet zo vlekkeloos als tot nu toe werd gedacht. De Russische Breeze-M-rakettrap die de ruimtesonde de laatste duw richting Mars moest geven, is kort nadat hij van de sonde werd losgekoppeld geëxplodeerd. Dat meldt de website Universe Today. Volgens ExoMars-vluchtleider Michel Denis waren de twee ruimtevaarttuigen op het moment van de explosie al vele kilometers van elkaar verwijderd. De kans lijkt dus klein dat ExoMars schade heeft opgelopen. Maar helemaal zeker is dat niet: het gaat nog enkele weken duren voordat het missieteam alle instrumenten aan boord heeft gecontroleerd. Na het loskoppelen moest de Breeze-M zich netjes in twee stukken splitsen: het hoofddeel en een afneembare brandstoftank. En vervolgens zou hij zichzelf in een ‘schrootbaan’ manoeuvreren – een baan waarin overbodig geworden ruimtevaartuigen veilig kunnen worden ‘geparkeerd’ zodat ze geen gevaar vormen voor nog in bedrijf zijnde satellieten. Op foto’s die kort na het loskoppelen vanaf de aarde zijn gemaakt, is echter een puinwolk te zien. Het lijkt er dus op dat de rakettrap is ontploft – wat in het geval van de Breeze-M overigens niet voor het eerst is. Mogelijk is in een van zijn tanks wat brandstof achtergebleven, die na opwarming van de zon tot ontbranding is gekomen. (EE)
Exomars Mission Narrowly Avoids Exploding Booster

15 maart 2016
Op 14 maart is, na een kort ziekbed, astronoom Roel Gathier overleden. Als Managing Director van het Nederlands Instituut voor Ruimteonderzoek SRON, maar ook als voorzitter van de wetenschappelijke programmacommissie van ESA, heeft hij een belangrijk stempel gedrukt op het nationale en internationale ruimteonderzoek. Roel Gathier was sinds 2000 lid van de directie van SRON. Als Managing Director droeg hij daarbij de verantwoordelijkheid voor het vertalen van de wetenschappelijke koers in een uitvoerbaar instituutsprogramma en voor het realiseren van een efficiënter instituutsmanagement, taken die hij de afgelopen periode met verve heeft vervuld. Ook coördineerde hij de plannen voor de verhuizing van SRON Utrecht naar het Amsterdam Science Park. Als gepromoveerd sterrenkundige was Roel Gathier zeer betrokken bij de internationale ruimtevaart en droeg hij de wetenschapscommunicatie een warm hart toe. Zo was hij onder meer voorzitter van de stichting Sonnenborg, museum en sterrenwacht en maakte hij deel uit van het bestuur van Space Expo te Noordwijk.
In memoriam Roel Gathier (1953-2016)

8 maart 2016
Na een tijdje te hebben proefgedraaid is de ESA-satelliet LISA Pathfinder begonnen aan haar wetenschappelijke missie: het testen van technologieën en technieken die nodig zijn om zwaartekrachtsgolven vanuit de ruimte te meten. LISA Pathfinder werd op 3 december 2015 gelanceerd en kwam op 22 januari jl. aan in een punt op 1,5 miljoen kilometer afstand van de aarde, in de richting van de zon. Daar moet de ruimtesonde het komende jaar ervaring opdoen met technologieën die in de toekomst nodig zijn voor het eLISA-project, een grote zwaartekrachtsgolfdetector die in 2034 gelanceerd moet worden. Het bestaan van zwaartekrachtsgolven is al in 1916 voorspeld door Albert Einstein. Einstein stelde de zwaartekracht voor als een vervorming van de ruimtetijd: hoe zwaarder een object des te sterker die vervorming. Twee extreem zware objecten die snel om elkaar heen draaien of botsen, zoals samensmeltende superzware zwarte gaten, zouden bovendien rimpelingen in die ruimtetijd moeten veroorzaken. Onlangs is het onderzoekers voor het eerst gelukt om zulke rimpelingen te registreren met een grote detector op aarde. De zwaartekrachtsgolven die de toekomstige eLISA-satelliet moet gaan detecteren hebben echter een langere golflengte dan de golven die met detectors op aarde kunnen worden gedetecteerd. Dat is essentieel voor het onderzoek van de zwaarste objecten in het heelal: de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels. LISA Pathfinder kan zelf geen zwaartekrachtgolven meten. Doel van de missie is om te onderzoeken of het mogelijk is om twee testmassa’s zó volmaakt stil op hun plek te houden, dat hun onderlinge positie tot op een miljardste millimeter gelijk blijft. Alleen als die nauwkeurigheid wordt bereikt, zal eLISA straks in staat zijn om zwaartekrachtsgolven te meten. De testmetingen met LISA Pathfinder gaan een half jaar duren. (EE)
A Perfectly Still Laboratory In Space

1 maart 2016
Waarom zijn niet alle hemellichamen even groot? Het lijkt een onnozele vraag, maar een Amerikaanse ingenieur denkt toch een serieus antwoord gevonden te hebben. Hemellichamen ontstaan door het samenklonteren van materie onder invloed van de zwaartekracht. Om de een of andere reden ontstaan daarbij altijd een klein aantal grote hemellichamen en een veel groter aantal kleinere exemplaren - of je nu kijkt naar sterrenstelsels, sterren of planeten. Volgens Adrian Bejan van Duke University, die zijn bevindingen publiceert in Journal of Applied Physics, is dit het gevolg van zijn 'Constructal Law', die hij eerder toepaste op onder andere sneeuwvlokken, vertakkende rivieren en menselijke longblaasjes. De 'wet' schrijft voor dat de inwendige spanning van een systeem zo snel en efficiënt mogelijk wil afnemen. In het geval van samentrekkende gaswolken wordt die inwendige spanning veroorzaakt door de zwaartekracht. Bejan heeft nu aangetoond dat die spanning het snelst afneemt wanneer een grote wolk samentrekt in hemellichamen met een grote verscheidenheid aan afmetingen. Als er alleen maar objecten van één bepaalde afmeting ontstaan, neemt de inwendige spanning veel minder snel af. (GS)
Why Celestial Bodies Come in Different Sizes

28 januari 2016
Een nieuwe analyse van Babylonische kleitabletten heeft uitgewezen dat astronomen al enkele eeuwen voor het begin van onze jaartelling gebruik maakten van geometrie om de hemelpositie van de planeet Jupiter te berekenen. Tot nu toe werd aangenomen dat deze methode voor het eerst in het Europa van de 14de-eeuw werd gebruikt (Science, 29 januari). De ontdekking is gedaan door de Nederlandse wetenschapshistoricus Mathieu Ossendrijver van de Humboldt-universiteit in Berlijn. De door hem vertaalde kleitabletten zijn eind 19de eeuw in het huidige Irak opgegraven en worden bewaard in het British Museum in Londen. Dat Babylonische geleerden – om astrologische redenen – geïnteresseerd waren in de bewegingen van de planeten, was al langer bekend. Maar tot nu toe ging men ervan uit dat hun voorspellingen van hemelposities altijd rekenkundig tot stand kwamen. Uit de inscripties op de kleitabletten blijkt echter dat de Babyloniërs soms anders te werk gingen. Ze maten de dagelijkse verplaatsing van Jupiter op verschillende dagen, en gebruikten die metingen om daaruit af te leiden hoe ver de planeet zich in de tussenliggende perioden had verplaatst. Deze berekening is vergelijkbaar met het maken van een grafiek waarin snelheid tegen tijd wordt uitgezet. Volgens Ossendrijver gebruikten de Babyloniërs weliswaar geen grafieken of geometrische figuren, maar begrepen ze het onderliggende concept wel. In dat opzicht waren ze zelfs verder dan de oude Grieken. (EE)
Babylonian astronomers used geometry to track Jupiter

21 december 2015
De helderheidswisselingen van de ster Algol in het sterrenbeeld Perseus waren in de 12e of 13e eeuw voor Christus al bekend bij de Egyptenaren. Tot nu toe was altijd aangenomen dat de veranderlijke helderheid van de ster (ook bekend als Bèta Persei) voor het eerst werd opgemerkt door de 10e-eeuwse Arabische astronoom al-Sufi. Algol is een zogeheten bedekkingsveranderlijke ster (ook wel een eclipserende dubbelster genoemd): een relatief zwakke, koele ster draait om een heldere hete ster heen, en dekt deze elke omloop gedeeltelijk af. Het resultaat is dat we de helderheid van de ster in de loop van enkele dagen zien veranderen. Algol is de bekendste veranderlijke ster aan de hemel. Finse wetenschappers hebben nu statistisch onderzoek gedaan aan teksten op een oude Egyptische papyrus, de Cairo Calendar geheten. De astrologische voorspellingen op deze kalender vertonen een signifante voorkeur voor periodiciteiten van 29,6 dagen (de schijngestaltecyclus van de maan) en 2,85 dagen (de lichtwisselingsperiode van Algol). De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS One. (GS)
Nieuwsbericht op www.sciencedaily.com

16 december 2015
De Carl Sagan-prijs voor de popularisering van de wetenschap is dit jaar toegekend aan astronoom Seth Shostak van het SETI Institute in Californië. De prijs, die jaarlijks wordt uitgereikt, wordt gefinancierd door internetbedrijf Google. Shostak, die van 1975 tot 1988 werkzaam was in Groningen, wordt geroemd om zijn ’Saganeske’ kwaliteiten. Naast tal van vakpublicaties heeft hij meer dan 400 populair-wetenschappelijke artikelen en drie boeken over SETI (de zoektocht naar buitenaardse beschavingen) geschreven. Ook is hij mede-auteur van een hoog aangeschreven studieboek over astrobiologie. Daarnaast is hij presentator van het wekelijkse radioprogramma/podcast Big Picture Science. (EE)
Winner Of Carl Sagan Prize For Science Popularization Announced

16 december 2015
Er is een nieuwe sterrenkundenieuwswebsite voor kinderen: Space Scoop. Space Scoop levert wekelijks spannend nieuws in begrijpelijke taal over de meest recente sterrenkundige ontdekkingen, samen met een prachtige ruimtefoto. Space Scoop-ontdekkingen worden direct door gerenommeerde internationale sterrenkundige en ruimtevaartorganisaties met ons gedeeld, zodat kinderen van over de hele wereld ze zonder vertraging kunnen lezen. Space Scoop nodigt kinderen uit om het meest recente sterrenkundenieuws te volgen. Het doel van Space Scoop is om bij kinderen de nieuwsgierigheid over het heelal te prikkelen en om de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen met hen te delen. Ook wil Space Scoop kinderen inspireren voor wetenschap en hen aanmoedigen om vragen te stellen. De Space Scoop website is voorzien van een levendig, opvallend visueel ontwerp en bevat daarnaast leuke tekeningen, afbeeldingen en pictogrammen die aantrekkelijk zijn voor het jonge publiek. Kinderen hebben toegang tot het meest actuele nieuws dat van wereldberoemde sterrenkunde- en ruimtevaartorganisaties komt, zoals de European Southern Observatory (ESO), NASA’s Chandra X-Ray Observatory, het European Space Agency (ESA) en de National Astronomical Observatory of Japan (NAOJ). Space Scoop is een van de meest prominente projecten binnen de educatieve programma’s Universe Awareness en Space Awareness. De Space Scoop website is nu al beschikbaar in 22 talen: Engels, Nederlands, Duits, Spaans, Pools, Tsjechisch, Farsi, Frans, Grieks, IJslands, Indonesisch, Japans, Koreaans, Noors, Portugees, Roemeens, Russisch, Sinhalees, Sloveens, Swahili, Tamil en Turks. Op dit moment zijn er 300 Space Scoops beschikbaar – en elke week worden nieuwe artikelen vertaald en gepubliceerd. De website bevat ook een overzicht met populaire onderwerpen en een woordenlijst waar ingewikkelde sterrenkundewoorden worden uitgelegd. Space Scoops zijn daarom ook uitermate geschikt om in de klas te gebruiken. Niet alleen om kinderen te inspireren met de spannende aspecten van de ruimtevaart, maar ook om hen te leren over wetenschap, technologie en de geschiedenis van het heelal, terwijl ze tegelijkertijd hun woordenschat verrijken. Space Scoops zijn beschikbaar als verhalen die men kan lezen op de Space Scoop website, mobiele telefoons of tablets, of kan downloaden of printen. Deze verhalen en afbeeldingen vallen onder een creative commons licentie, wat betekent dat ze direct kunnen worden gepubliceerd op andere websites en in tijdschriften, kranten of nieuwsbrieven. Space Scoops zijn ook te volgen via de Android App, die gratis gedownload kan worden in de Google Play store.
Origineel persbericht

3 december 2015
Vanochtend om 5.04 uur is, vanuit de Europese lanceerbasis in Kourou (Frans-Guyana), de ruimtesonde LISA Pathfinder gelanceerd. Naar verwachting komt Pathfinder begin 2016 aan in zijn definitieve baan om de zon, op 1,5 miljoen kilometer van de aarde. Het gaat om een ‘proefmissie’ waarbij technologie worden getest die nodig is voor de detectie van zogeheten zwaartekrachtsgolven. Astronomen verwachten dat deze golven, die nog nooit rechtstreeks zijn waargenomen, meer informatie kunnen geven over exotische objecten zoals compacte dubbelsterren en samensmeltende superzware zwarte gaten. Het bestaan van zwaartekrachtsgolven is al in 1916 voorspeld door Albert Einstein. Einstein stelde de zwaartekracht voor als een vervorming van de ruimtetijd: hoe zwaarder een object des te sterker die vervorming. Twee extreem zware objecten die snel om elkaar heen draaien of botsen, zoals samensmeltende superzware zwarte gaten, zouden bovendien rimpelingen in die ruimtetijd moeten veroorzaken. Einstein zelf dacht dat dit minieme effect nooit gemeten zou kunnen worden. Maar nieuwe precisietechnologie stelt ruimteonderzoekers nu in staat om op zoek te gaan naar deze golven, die met de lichtsnelheid door het heelal reizen. In tegenstelling tot gewone elektromagnetische straling gaan zwaartekrachtsgolven overal dwars doorheen, van de bronnen direct naar de detectors. De detectie van zwaartekrachtsgolven kan dus een onverstoord beeld van hun veroorzakers geven. Het nadeel van zwaartekrachtsgolven is dat ze heel moeilijk waarneembaar zijn. De meeste objecten zenden zwaartekrachtsgolven uit die alleen vanuit de ruimte kunnen worden gedetecteerd. Voor dat doel wil het Europese ruimtevaartagentschap ESA rond 2034 de missie eLISA (‘evolved Laser Interferometer Space Antenna’) lanceren. LISA Pathfinder moet nu eerst de precisietechnologie van eLISA testen. Het draait daarbij om de onderlinge afstand tussen vrij zwevende testmassa’s – blokjes van goud en platina. Deze blokjes zweven op een onderlinge afstand van veertig centimeter vrij in de ruimtesonde. Het doel is om – met behulp laserinterferometrie – aan te tonen dat de afstand tussen de blokjes niet wordt verstoord door andere krachten dan de zwaartekracht. Daartoe wordt deze afstand met atomaire precisie gemeten. Gehoopt wordt dat eventuele variaties verwaarloosbaar klein zullen zijn. Alleen dan is de technologie bruikbaar voor eLISA.
Op zoek naar de grootste knallen na de oerknal

30 november 2015
Nieuwe modelberekeningen, uitgevoerd met de krachtige Blue Waters-supercomputer van het Amerikaanse National Center for Supercomputing Applications, hebben laten zien hoe er in zware imploderende sterren extreem sterke magnetische velden opgewekt kunnen worden. De resultaten van de computersimulaties zijn vandaag online gepubliceerd door het tijdschrift Nature. Wanneer zware sterren aan het eind van hun leven komen, stort hun kern binnen één seconde ineen tot een kleine, uiterst compacte neutronenster. De schokgolf die daarbij ontstaat, blaast vervolgens het grootste deel van de ster de ruimte in, in een energierijke supernova-explosie. Sommige sterexplosies zijn echter veel krachtiger: de zogeheten hypernova's en de extreem krachtige gammaflitsen, die binnen enkele tientallen seconden even veel energie produceren als de zon gedurende tien miljard jaar. Er zijn zeer sterke aanwijzingen dat de energie van een gammaflits voornamelijk wordt uitgestraald in twee tegenovergesteld gerichte jets (straalstromen), langs de rotatieas van de ster. Algemeen wordt aangenomen dat gammaflitsen mogelijk gemaakt worden door extreem sterke magnetische velden - ca. één biljard maal zo sterk als het gemiddelde magneetveld van een zware ster. Hoe zulke sterke velden opgewekt worden, was echter minder goed bekend. De nieuwe supercomputerberekeningen, waarin het ineenstorten van de ster heel nauwkeurig wordt gesimuleerd, laten nu voor het eerst zien dat de extreme toename van de magnetische veldsterkte het gevolg is van turbulentie in het gecomprimeerde gas van de ineenstortende sterkern. Die turbulentie ontstaat doordat de rotatiesnelheid van de sterkern niet overal gelijk is, maar afhankelijk is van de afstand tot het middelpunt. (GS)
Simulation Links Turbulence, Hypernovae & Gamma-Ray Bursts

13 november 2015
Op vrijdag 13 november om 7.18 uur Nederlandse tijd is – zoals voorspeld – het object WT1190F boven de Indische Oceaan de aardatmosfeer binnengekomen. Het object – hoogstwaarschijnlijk een stuk ruimteschroot van een maanmissie of een interplanetaire missie – is daarbij volledig verbrand. De ‘re-entry’ is vanuit een vliegtuig gevolgd door een team van Amerikaanse en Duitse wetenschappers, onder leiding van de Nederlands-Amerikaanse meteorenexpert Peter Jenniskens. WT1190F werd op 3 oktober ontdekt door de Catalina Sky Survey in Arizona – een telescoop die de hemel afspeurt op potentieel gevaarlijke planetoïden. Hoewel direct al duidelijk was dat het waarschijnlijk geen natuurlijk object was, wekte het toch de belangstelling van NASA. WT1190F kwam namelijk onder een hoek de aardatmosfeer binnen die kenmerkender was voor een planetoïde dan voor een gemiddeld stuk ruimteschroot. Het was dus een mooie gelegenheid om de procedures te oefenen die in werking treden als er een echte kleine planetoïde op aarde af komt. (EE)
‘WT1190F’ Safely Reenters Earth’s Atmosphere, Provides Research Opportunity

9 november 2015
Tijdens een ceremonie in Silicon Valley is de 2016 Breakthrough Prize in Fundamental Physics uitgereikt aan onderzoekers van drie grote neutrino-experimenten: het Sudbury Neutrino Observatory (SNO), de Kamioka Liquid-scintillator Antineutrino Detector (KamLAND), en het Daya Bay Reactor Neutrino Experiment. De prijs van 3 miljoen dollar is in 2012 ingesteld door een groep topmensen uit de IT-wereld, onder wie Sergei Brin (Google), Mark Zuckerberg (Facebook) en de Russische investeerder Yuri Milner. Met de SNO-detector is voor het eerst aangetoond dat neutrino's - spookdeeltjes die in grote aantallen geproduceerd zijn tijdens de oerknal en die ook vrijkomen bij kernreacties in de zon - een zeer geringe massa hebben. Met de KamLAND-detector is aangetoond dat neutrino's 'oscilleren' en op die manier van 'smaak' veranderen. De Daya Bay-detector ontdekte aanvullende details over dit proces. Ook de Nobelprijs Natuurkunde 2015 is toegekend aan neutrino-onderzoekers. (GS)
2016 Breakthrough Prize in Fundamental Physics Goes to Five Neutrino Experiments, Three Made Possible by Berkeley Lab

29 oktober 2015
Volgende week krijgt de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) een update. Dat is nodig omdat hij anders vanaf volgend jaar niet meer ‘weet’ waar aan de hemel hij – in noodgevallen – zon en aarde moet zoeken. De MRO draait al sinds 2006 om de planeet Mars. Voor zijn vertrek is in zijn flashgeheugen een tabel opgeslagen van de actuele posities van zon en aarde. Maar deze tabel gaat niet verder dan 12 juli 2016. De orbiter gebruikt de tabel om na een computerstoring zijn communicatie-antenne op de aarde en zijn zonnepanelen op de zon te kunnen richten. Zo’n storing, die tot gevolg heeft dat de computer van de MRO opnieuw wordt opgestart, komt gemiddeld één à twee keer per jaar voor. Het uploaden van de nieuwe gegevens zal volgende week plaatsvinden. Daartoe moet het complete flashgeheugen van de computer worden overschreven – iets wat in 2009 voor het laatst is gebeurd. Heel erg groot is dat geheugen naar de huidige maatstaven overigens niet: 256 megabyte. Het hele proces zal overigens tweemaal moeten gebeuren, want de Marsrobiter is voor de zekerheid uitgerust met twee boordcomputers. De tweede computer krijgt zijn update begin volgend jaar. (EE)
Rewrite of Onboard Memory Planned for NASA Mars Orbiter

26 oktober 2015
Op vrijdag 13 november (!) komt er boven de Indische Oceaan, in de buurt van Sri Lanka, een stuk ruimteschroot de aardse dampkring binnen. Het brokstuk heeft een afmeting van naar schatting één à twee meter; de kans lijkt niet erg groot dat er daadwerkelijk een restant in de oceaan terecht komt, al hangt dat af van de precieze vorm en samenstelling. Het object werd op 3 oktober ontdekt door de Catalina Sky Survey in Arizona - een telescoop die de hemel afspeurt op potentieel gevaarlijke planetoïden. Overigens is niet helemaal zeker of het om een stuk ruitmeafval gaat, of om een natuurlijk brokstuk - nader spectroscopisch onderzoek moet dat uitwijzen. Bij het binnendringen van de dampkring zal het stuk ruimtepuin een heldere vuurbol produceren. De Nederlands-Amerikaanse meteorenexpert Peter Jenniskens onderzoekt de mogelijkheid om die vuurbol van nabij vanuit een gecharterd vliegtuig te bestuderen. (GS)
Space Junk Predicted to Enter Earth’s Atmosphere

5 oktober 2015
Sterrenkundigen van de Universiteit van Southampton en de Universiteit van Amsterdam hebben een nieuwe methode ontwikkeld om de massa van een pulsar te bepalen. Pulsars zijn de kleine, snel roterende en extreem compacte resten van geëxplodeerde sterren, die regelmatige radio- of röntgenpulsjes afgeven. Tot nu toe kon de massa van een pulsar alleen bepaald worden wanneer hij een baan rond een ander hemellichaam beschreef - uit de waargenomen afstand en omlooptijd valt eenvoudig de massa te berekenen. Van 'solitaire' pulsars was de massa dus nooit bekend. De nieuwe methode, gepubliceerd in Science Advances, maakt dat nu wél mogelijk. De astronomen leiden de massa van een pulsar af uit de kleine 'glitches' die sommige van die snel rondtollende sterren af en toe vertonen - plotselinge minieme versnellingen van hun rotatie. Die glitches ontstaan door de energie-overdracht tussen supervloeibaar gas in het inwendige en het waargenomen oppervlak van de pulsar. Op basis van de grootte en de frequentie van zulke glitches kan (met behulp van kernfysische modelberekeningen) een goede schatting van de massa van de pulsar worden verricht, aldus de sterrenkundigen. (GS)
Southampton researchers find a new way to weigh a star

24 september 2015
Een elf jaar durende speurtocht naar laagfrequente zwaartekrachtsgolven heeft tot nu toe niets opgeleverd, zo melden Australische radioastronomen deze week in Science. Dat doet vermoeden dat er iets goed mis is met onze ideeën over dubbele zwarte gaten in de kernen van verre sterrenstelsels. Zwaartekrachtsgolven zijn minieme rimpelingen in de ruimtetijd, die in 1916 zijn voorspeld door Albert Einstein, maar die nog nooit direct zijn waargenomen. Ze ontstaan wanneer grote massa's sterke versnellingen ondergaan. Relatief hoogfrequente zwaartekrachtsgolven worden bijvoorbeeld geproduceerd (naar men aanneemt) door neutronensterren die in een baan om elkaar heen bewegen, naar binnen spiralen, en uiteindelijk versmelten tot een zwart gat. Zwaartekrachtsgolven met een veel lagere frequentie zouden geproduceerd moeten worden door dubbele superzware zwate gaten in de kernen van sterrenstelsels. Astronomen verwachten dat er veel sterrenstelsels zijn met zo'n dubbel superzwaar zwart gat in de kern. Sterrenstelsels botsen en versmelten namelijk met elkaar, en uit theoretische modellen volgt dat het heel lang kan duren voordat ook de twee centrale zwarte gaten met elkaar versmelten. Al die tijd draaien de twee superzware zwarte gaten in een (steeds kleiner wordende) baan om elkaar heen, en zouden er zwaartekrachtsgolven opgewekt moeten worden. Met de Parkes-radiotelescoop in Australië hebben de sterrenkundigen elf jaar lang een aantal millisecondepulsars in de gaten gehouden - extreem snel roterende sterren die met de regelmaat van een atoomklok korte radiopulsjes produceren. Door de aankomsttijdstippen van de pulsjes extreem nauwkeurig vast te leggen (tot op enkele miljardsten van een seconde), zou het mogelijk moeten zijn om zwaartekrachtsgolven te detecteren. Die vervormen namelijk de ruimtetijd, zodat de afstanden tot de pulsars met enkele meters variëren, waardoor ook de aankomsttijdstippen van de pulsjes extreem kleine variaties vertonen. Na elf jaar meten concluderen de astronomen nu echter dat hun Pulsar Timing Array tot nu toe geen aanwijzingen heeft opgeleverd voor het bestaan van laagfrequente zwaartekrachtsgolven. Dat betekent dat het aantal dubbele superzware zwarte gaten in het heelal veel kleiner is dan door theoretici wordt voorspeld. Een mogelijke verklaring is dat de twee zwarte gaten van botsende sterrenstelsels wél al na relatief korte tijd versmelten tot één extreem zwaar zwart gat. Overigens is afgelopen maand met aardse detectoren ook een nieuwe speurtocht op touw gezet naar de hoogfrequente zwaartekrachtsgolven van versmeltende neutronensterren. Ook die heeft tot nu toe nog niets opgeleverd. (GS)
Eleven year cosmic search leads to black hole rethink

23 september 2015
NASA-onderzoeker Bill Borucki, initiatiefnemer en wetenschappekijk projectleider van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler, geeft een groot deel van de Shaw Prize for Astronomy aan de Union of Concerned Scientists, een organisatie die opkomt voor het behoud van de aarde. De Kepler-ruimtetelescoop heeft tussen 2006 en 2009 enkele duizenden kandidaat-exoplaneten gevonden - planeten bij andere sterren dan de zon. Daar zitten ook 'bewoonbare' planeten tussen, waar de omstandigheden in principe geschikt zijn voor leven. Voor zijn pionierswerk is initiatiefnemer Borucki onderscheiden met de Shaw Prize; de uitreiking vindt vandaag plaats in Hong Kong. Borucki heeft besloten 100.000 dollar te doneren aan de Union of Concerned Scientists, omdat we, zo zegt hij, al die nieuwe exoplaneten nooit zullen kunnen bezoeken. 'Onze toekomst ligt hier op aarde, en we moeten veel meer ondernemen om onze eigen thuisplaneet bewoonbaar te houden.' Behalve aan de Union of Concerned Scientists schenkt Borucki ook geld aan de ALS Foundation. (GS)
Astronomer Borucki to Donate Prize Money to Union of Concerned Scientists

14 september 2015
De gedeeltelijke zonsverduistering die in de ochtend van zondag 13 september zichtbaar was vanuit zuidelijk Afrika, de zuidelijke Indische Oceaan en Antarctica, is ook waargenomen door de Europese kunstmaan Proba 2. Die doet vanuit een baan om de aarde onderzoek aan de zon. Proba-2 draait 14,5 keer per dag om de aarde; tijdens de verduistering bewoog hij drie maal door de schaduw van de maan. Overigens was de zonsverduistering nergens op aarde totaal. (GS)
Proba-2 eclipse

1 september 2015
De Europese ruimtesonde LISA Pathfinder is klaar voor de lancering, eind november met een Vega-raket vanaf de lanceerbasis Kourou in Frans Guiana. LISA Pathfinder is de afgelopen maanden uitgebreid getest bij het ruimtevaarttestcentrum van IABG in Ottobrunn, ten zuiden van München. Deze week wordt de ruimtesonde verscheept naar Frans Guiana. LISA Pathfinder gaat technologieën uittesten die in de toekomst door de grote ruimtemissie eLISA gebruikt zullen worden om vanuit de ruimte jacht te maken op zwaartekrachtsgolven - minieme rimpelingen in de ruimtetijd waarvan het bestaan 100 jaar geleden door Albert Einstein is voorspeld, maar die nog nooit direct zijn waargenomen. (GS)
LISA Pathfinder Set for Launch Site

31 augustus 2015
Canyonlands National Park in de Amerikaanse staat Utah is door de International Dark-sky Association (IDA) uitgeroepen tot Gold-Tier International Dark Sky Park - een kwalificatie die voorbehouden is aan de allerdonkerste gebieden op de planeet. Canyonlands National Park - een uiterst onherbergzaam gebied - kreeg in 1964 de status van National Park. Een ander park in Utah, National Bridges National Park, werd in 2007 uitgeroepen tot het eerste International Dark Sky Park ter wereld. (GS)
Canyonlands National Park Named International Dark Sky Park

18 augustus 2015
Tot 8 september 2015 kun je via een speciale NASA-website laten weten dat je je naam naar Mars wilt sturen aan boord van de onbemande Marslander InSight, die in maart 2016 gelanceerd moet worden en eind september 2016 op Mars zal aankomen. De namen worden opgeslagen op een microchip die door InSight wordt meegenomen naar Mars. Door je naam voor deze en soortgelijke PR-acties aan te melden, kun je bovendien 'frequent flier'-punten verzamelen, die volgens NASA aangeven in welke mate je geïnteresseerd bent in en 'deelneemt aan' het Amerikaanse ruimteonderzoeksprogramma. Eerder was dat al mogelijk met de eerste onbemande testvlucht van NASA's nieuwe Orion-ruimtecapsule - die had een microchip met 1,38 miljoen namen aan boord. De InSight-lander zal zich vooral richten op onderzoek aan het inwendige van Mars, onder andere met seismometers. (GS)
Send Your Name to Mars on NASA's Next Red Planet Mission

15 augustus 2015
De Nederlandse astronoom Ewine van Dishoeck (Leiden, NOVA) is tijdens de driejaarlijkse Algemene Vergadering van de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Honolulu, Hawaï, gekozen als de nieuwe president-elect. Van 2018-2021 zal zij de 32ste voorzitter zijn van de IAU. Tot die tijd maakt zij deel uit van de dagelijks leiding van de organisatie. De IAU, opgericht in 1919, is de wereldwijde organisatie voor astronomen, met meer dan 10000 leden uit 100 landen. De doelstelling van de IAU is het bevorderen en waarborgen van alle aspecten van de sterrenkunde door internationale samenwerking. De kerntaken bestaan uit het organiseren van wetenschappelijke congressen, het stimuleren van sterrenkundig onderwijs en outreach, en het bevorderen van duurzame mondiale ontwikkeling. ‘Het is een enorme eer en uitdaging om de IAU te gaan leiden’, zegt Van Dishoeck. ‘Ik zet mij graag in om astronomen uit de hele wereld bij elkaar te brengen, vooral de jonge mensen, en om ons prachtige vakgebied uit te dragen naar het algemene publiek. De IAU is ook een forum voor discussies over de vraag hoe we in de toekomst samen grote nieuwe faciliteiten gaan bouwen. Ten slotte is het belangrijk dat het kernprogramma van de IAU, het ‘Office of Astronomy for Development’ - mede dankzij collega-professor George Miley tot stand gekomen - veilig wordt gesteld en verder wordt uitgebouwd.’ Spinozapremiewinnaar en Akademiehoogleraar Van Dishoeck is al 25 jaar lang actief in de IAU, als (vice-)president van verschillende werkgroepen en commissies, en in de laatste drie jaar als president van een van de divisies. Zij wordt de vijfde Nederlandse IAU president(-elect) in de geschiedenis van de IAU. Eerder werd deze functie bekleed door Willem de Sitter (1925-1928), Jan Hendrik Oort (1958-1961), Adriaan Blaauw (1976-1979) en Lodewijk Woltjer (1994-1997).
Oorspronkelijk persbericht

12 augustus 2015
Een 35.000 hectare groot gebied in de Noord-Chileense Elqui-vallei is door de International Dark-Sky Association (IDA) uitgeroepen tot het eerste 'Dark Sky Sanctuary' ter wereld. Eerder hebben bepaalde donkere gebieden op aarde van IDA al de status 'Dark Sky Reserve' of 'Dark Sky Park' gekregen. De Gabriela Mistral Dark Sky Sanctuary, genoemd naar een beroemde Chileense dichter, omvat de professionele observatoria op Cerro Tololo en Cerro Pachón, alsmede een aantal kleinere toeristische sterrenwachten. De IDA-status voor dit deel van de Elqui-vallei werd bekendgemaakt op de 29ste algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie in Honolulu, Hawaii. (GS)
Persbericht International Dark-Sky Association

11 augustus 2015
Spaanse en Canadese onderzoekers hebben de lichtvervuiling op aarde in kaart gebracht en gekwantificeerd door gebruik te maken van nachtopnamen die gemaakt zijn door astronauten aan boord van het internationale ruimtestation ISS. In totaal zijn tot nu toe ruim 130.000 foto's geanalyseerd. Via het programma Cities at Night wordt ook samengewerkt met het grote publiek. Op basis van het onderzoek is nu met zekerheid vast komen te staan dat de zwakke, diffuse lichtgloed op aarde, die eerder al door Amerikaanse defensiesatellieten werd geregistreerd, het gevolg is van verstrooiing van kunstlicht in de aardse dampkring. Het is met name die lichtvervuiling waardoor de sterrenhemel vanuit stedelijke gebieden niet goed waarneembaar is. De onderzoekers concluderen ook dat steden met een grotere overheidsschuld meer straatverlichting produceren per inwoner. Geschat wordt dat in de Europese Unie 6,3 miljard euro per jaar wordt besteed aan straatverlichting. De resultaten zijn gepresenteerd op de 29ste algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie in Honolulu, Hawaii. (GS)
First Use of ISS Astronaut Pictures for Light Pollution Studies

9 juli 2015
Supernova-explosies spelen mogelijk een belangrijke rol bij het uiteenvallen van sterrenhopen. Dat blijkt uit computersimulaties die zijn uitgevoerd door wetenschappers van de universiteiten van Surrey en Edinburgh. De resultaten ervan worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Llandudno (Wales). Als een zware ster aan het einde van zijn bestaan als supernova explodeert, wordt de ineengestorte kern van de ster – een neutronenster – vaak met een snelheid van honderden kilometers per seconde weggeschoten. De computersimulaties laten zien dat deze snel bewegende neutronenster een destabiliserende uitwerking hebben op zogeheten bolvormige sterrenhopen. Een klein aantal van deze kosmische projectielen is al voldoende om de sterrenhoop drie tot vier keer zo snel uit elkaar te laten vallen. De wetenschappers benadrukken overigens dat er meer factoren zijn die het uiteenvallen van de sterrenhopen kunnen beïnvloeden. Hun belangrijkste conclusie is dan ook dat schijnbaar kleine veranderingen een grote uitwerking kunnen hebben op de evolutie van deze bolvormige verzamelingen sterren. (EE)
Ski or jump? How neutron star kicks can break up clusters

8 juli 2015
Een team van astronomen en computerwetenschappers van de universiteit van Hertfordshire hebben een computer geleerd om astronomische objecten te herkennen. De gebruikte techniek, die gebruik maakt van een vorm van kunstmatige intelligentie die ‘ongecontroleerd machinaal leren’ wordt genoemd, maakt de snelle classificatie van sterrenstelsels mogelijk. Tot nu toe wordt dat monnikenwerk vaak door teams van duizenden vrijwilligers gedaan, zoals bij het project Galaxy Zoo. De wetenschappers hebben hun computeralgoritme toegepast op opnamen van verre clusters van sterrenstelsels die met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt. Een mens die deze foto’s voor het eerst te zien krijgt, kan zonder aanvullende informatie de objecten in verschillende klassen indelen. Dankzij de nieuwe techniek kan een computer dat nu ook: hem wordt niet verteld waar hij naar moet zoeken, maar geleerd om zelf te ‘kijken’. Het doel van het experiment is om dit hulpmiddel in te zetten bij toekomstige astronomische surveys. Daarbij worden zulke kolossale hoeveelheden (beeld)gegevens geproduceerd, dat er niet genoeg mensenogen zijn om alles te bekijken. Ook wordt onderzocht of de nieuwe techniek elders kan worden toepast, bijvoorbeeld voor het opsporen van tumoren op röntgenfoto’s. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Llandudno (Wales). (EE)
Analysing galaxy images with artificial intelligence: astronomers teach a machine how to ‘see’

30 juni 2015
Komende nacht, tussen 30 juni 2015 23:59:59 en 1 juli 2015 00:00:00 (Universal Time) wordt er een extra seconde ingelast: 23:59:60 (in Nederland is dat dus 01:59:60 uur op woensdag 1 juli). De schrikkelseconde is nodig om aardse klokken weer exact in de pas te laten lopen met de rotatie van de aarde, die in de loop van de tijd heel langzaam vertraagt. Tot de invoering van schrikkelsecondes wordt besloten door de International Earth Rotation and Reference Systems Service (IERS). Schrikkelsecondes worden altijd op 30 juni of op 31 december ingelast. De laatste schrikkelseconde was op 30 juni 2012; die van komende nacht is de 26ste sinds de invoering in 1972. Er gaan al geruime tijd stemmen op om de schrikkelseconde af te schaffen omdat computersystemen er niet altijd zorgvuldig mee om kunnen gaan; het is niet uitgesloten dat de extra seconde van vandaag de laatste schrikkelseconde in de geschiedenis zal zijn. (GS)
International Earth Rotation and Reference Systems Service

29 juni 2015
De Boschplaat, een ca. 10 bij 5 kilometer grote zandplaat aan de oostzijde van het Waddeneiland Terschelling, is door de International Dark-sky Association (IDA) uitgeroepen tot een zogeheten dark-skypark - een gebied waar het nachtelijk duister nog volop aanwezig is en bescherming verdient. De Boschplaat - sinds 1970 een Europees natuurreservaat - is het eerste dark-skypark van Nederland, maar misschien niet het laatste: ook voor het Nationaal Park Lauwersmeer wordt binnenkort een toekenning aangevraagd door Staatsbosbeheer. (GS)
Persbericht Staatsbosbeheer

26 juni 2015
De Zwitserse astronoom Michel Mayor is een van de drie winnaars van de Kyoto-prijs 2015. Deze eer heeft Mayor te danken aan zijn jacht op exoplaneten – planeten bij andere sterren. Aan de prijs, die wordt toegekend door de Japanse Inamori-stichting, is een bedrag van 50 miljoen yen (€360.000) verbonden. Een planeet die rond een ster draait, brengt met zijn zwaartekracht de ster aan het schommelen. Deze regelmatige schommelbeweging kan zichtbaar worden gemaakt door naar het spectrum van de ster te kijken. Als de ster zich van ons verwijdert, schuiven de spectraallijnen naar het rode uiteinde van het spectrum; beweegt hij naar ons toe, dan verschuiven de lijnen naar het blauw. Met behulp van dit effect hebben astronomen al een paar duizend exoplaneten opgespoord. In 1995 ontdekte Mayor daarmee de eerste planeet bij een zonachtige ster: 51 Pegasi b. De Kyoto-prijzen wordt toegekend aan technologen, wetenschappers en kunstenaars die een prestatie van wereldformaat hebben geleverd. Ze worden beschouwd als de meest prestigieuze beloning voor disciplines waarvoor geen specifieke Nobelprijs bestaat. In 1987 behoorde de Nederlandse astronoom Jan Oort tot de laureaten. (EE)
Dr Michel Mayor wins 2015 Kyoto Prize

23 juni 2015
Philip Lubin van de University of California at Santa Barbara heeft een Innovative Advanced Concepts-subsidie van NASA gekregen om onderzoek te doen naar de mogelijkheid van interstellaire ruimtereizen met behulp van laseraandrijving. Daarbij wordt een extreem licht en dun 'ruimteschip' (eerder een soort groot, rond zeil) versneld door de lichtdruk van een laserstraal die gegenereerd wordt in een baan rond de aarde. Op deze manier kunnen in principe extreem hoge snelheden worden bereikt, waardoor het in de toekomst mogelijk zou moeten zijn om in 20 jaar een reis te maken naar Alfa Centauri, de ster die het dichtst bij de zon staat. Dankzij de NASA-subsidie kan Lubin kleine prototypes ontwikkelen en een stappenplan ontwikkelen voor de bouw van een compleet functioneel laser-aangedreven ruimteschip, DEEP-IN geheten (Directed Energy Propulsion for Interstellar exploratioN). De techniek kan in aangepaste vorm ook gebruikt worden voor het afbuigen van planetoïden die de aarde bedreigen. (GS)
Roadmap to the Stars

16 juni 2015
Samir Mathur, hoogleraar natuurkunde aan Ohio State University, neemt in een artikel op de preprintserver arXiv stelling tegen de firewall-theorie over zwarte gaten. Volgens die theorie bestaat het 'oppervlak' van een zwart gat uit een dodelijke muur van allesverwoestende energie. Volgens Mathur berust die conclusie echter op de onjuiste aanname dat zwarte gaten 'volmaakte' natuurkundige objecten zouden zijn. In werkelijkheid, zo stelt hij, wordt een zwart gat 'gevormd' door de materie die erin terechtkomt, en zijn geen twee zwarte gaten daardoor exact gelijk. Op basis van de supersnaartheorie stelde Mathur eerder dat zwarte gaten geen scherp begrensde 'rand' hebben, maar dat er eerder sprake is van zogeheten 'fuzzballs' - objecten met een enigszins 'wazige' begrenzing. In zijn nieuwste publicatie gebruikt hij complexe theoretische afleidingen met betrekking tot 'onvolmaakte complementariteit' en de informatieparadox om te concluderen dat zwarte gaten geen 'vuurmuren' hebben. Die conclusie zou aansluiten bij het eveneens moeilijk voorstelbare idee dat het hele universum in feite één groot hologram is - een populaire opvatting binnen de snaartheorie. (GS)
​What’s on the surface of a black hole?

10 juni 2015
De Gruber Cosmology Prize 2015 word toegekend aan drie astronomen die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan het onderzoek van onder meer de donkere materie, de donkere energie en de kosmische achtergrondstraling. Het gaat om John Carlstrom, Jeremiah Ostriker en Lyman Page jr. De prijs, uitgereikt door de Gruber Foundation, wordt wel beschouwd als de ‘Nobelprijs van de kosmologie’. Het bedrag van 500.000 dollar gaat voor de helft naar de theoreticus Ostriker, de beide experimentalisten krijgen elk een kwart. Elk van hen krijgt ook een gouden medaille, die tijdens de 29ste algemene bijeenkomst van de Internationale Astronomische Unie, op 3 augustus in Honolulu (Hawaï), zal worden uitgereikt. (EE)
2015 Gruber Cosmology Press Release

10 juni 2015
Prof.dr. Ewine van Dishoeck heeft de prestigieuze Albert Einstein World Award of Science gekregen voor haar wetenschappelijk onderzoek naar de chemische samenstelling van het heelal. De onderscheiding wordt sinds 1984 elk jaar door de World Cultural Council (WCC) uitgereikt aan wetenschappers die met hun uitmuntende wetenschappelijke en technologische prestaties de wetenschap vooruitbrengen en het welzijn van de mens verbeteren. Aan de prijs is een geldbedrag van 10.000 dollar verbonden. Van Dishoeck is hoogleraar Astronomie aan de Universiteit Leiden. Daarnaast is ze wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) en als gastonderzoeker verbonden aan het Max Planck Institut für extraterrestrische Physik. Ze is de meest geciteerde moleculair astrofysicus ter wereld en ontving al een aantal andere grote prijzen. De officiële uitreiking vindt op 19 november 2015 plaats aan de Universiteit van Dundee in Schotland.
Volledig persbericht

2 juni 2015
Universe in a Box is erkend voor zijn educatieve waarde, door het Europese netwerk van Wetenschapseducatie (Scientix). Universe in a Box is het goedkope, op onderzoekend leren gebaseerde sterrenkunde lesmateriaal van Universe Awareness (UNAWE). Op vrijdag 22 mei 2015 werd dit lesmateriaal bekroond met de Scientix Resources Award voor 'STEM Lesmateriaal Gericht aan Leraren'. Als onderdeel van de prijs wordt het Universe in a Box-activiteitenboek in 24 Europese talen vertaald. Universe in a Box is gemaakt om docenten te helpen om de moeilijke en soms abstracte begrippen van de sterrenkunde aan jonge kinderen uit te leggen. Dit gebeurt door middel van praktische, onderzoekende en aantrekkelijke methoden. Het bevat een activiteitenboek met meer dan veertig praktische activiteiten en de materialen en modellen om ze uit te voeren. De activiteiten omvatten een uitleg over de seizoenen met een wereldbol en lamp, evenals een schaalmodel van het zonnestelsel. Universe Awareness (UNAWE) is een pionier op het gebied van wereldwijd wetenschappelijk onderwijs. Het maakt gebruik van de schoonheid en grootsheid van het heelal om jonge kinderen, met name die uit een kansarme omgeving, aan te moedigen om interesse in wetenschap en technologie te krijgen. Ook wordt hun gevoel van wereldburgerschap bevorderd. Universe Awareness omvat een netwerk van meer dan 60 landen en wordt gecoördineerd door de Universiteit Leiden in Nederland. Universe in a Box is een uniek concept van Cecilia Scorza van Haus der Astronomie in Heidelberg, Duitsland. Het werd verder ontwikkeld in het kader van UNAWE. Cecilia zegt: ‘Universe in a Box helpt leraren bij het overwinnen van de eerste hindernis - de voorbereiding van lesgeven over sterrenkunde - door middel van spannende activiteiten en modellen’. Het volledige ontwikkelingsproces van Universe in a Box, van prototyping tot projectmanagement, werd gefinancierd door de Europese Unie.
Volledig persbericht

18 mei 2015
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft drie Vidi-beurzen toegekend aan de sterrenkunde en de astrochemie. Het gaat om Nathalie Degenaar (UvA), Elisa Constantini (SRON) en Annemieke Petrigani (UvA). De drie astronomen gaan zich bezighouden met respectievelijk neutronensterren, de samenstelling van aardse planeten en de kenmerken van organische moleculen in de interstellaire ruimte. Met de Vidi-beurs van maximaal 800.000 euro kunnen zij een eigen, vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen. NWO maakte vandaag ook bekend dat prof. dr. Marc Verheijen (RuG), op grond van een bestuurlijke heroverweging, alsnog een Vici-subsidie krijgt. De Vici wordt toegekend voor het project ‘The panoramic Perspective on Gas and Galaxy Evolution’ dat in 2012 net buiten de geselecteerde projecten viel. Bij het onderzoek van Verheijen wordt de komende vijf jaar, met behulp van de Westerbork radiotelescoop, het waterstofgas in en rond tienduizenden sterrenstelsels bestudeerd. Dat moet inzicht geven in de evolutie die deze stelsels de afgelopen 3 miljard jaar hebben ondergaan. Vidi en Vici maken deel uit van de Vernieuwingsimpuls van NWO. Vidi is bedoeld voor ervaren onderzoekers, Vici voor excellente senioronderzoekers die hebben aangetoond met succes een eigen vernieuwende onderzoekslijn tot ontwikkeling te kunnen brengen. 
Oorspronkelijk persbericht

5 mei 2015
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA vraagt het grote publiek om mee te denken over bemande reizen naar de planeet Mars. In het kader van de Journey to Mars Challenge kan iedereen uitgewerkte ideeën aanleveren met betrekking tot een langdurig menselijk verblijf op Mars, van behuizing en voedselvoorziening tot medische verzorging en sociaal-psychologische aspecten. De drie beste inzendingen worden elk beloond met een bedrag van $ 5000. De deadline is 6 juli 2015. (GS)
NASA Announces Journey to Mars Challenge, Seeks Public Input on Establishing Sustained Human Presence on Red Planet

22 april 2015
De allereerste sterren in het heelal vertoonden extreem grote helderheidsuitbarstingen. Kleine groepen van protosterren in het pasgeboren heelal waren daardoor soms wel honderd miljoen maal zo lichtsterk als de zon. Dat blijkt uit modelberekeningen van astronomen van de University of Western Ontario in Canada, gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.De eerste generatie sterren ontstond uit samentrekken de wolken van waterstof- en heliumgas. Uit de Canadese modelberekeningen blijkt dat de zogeheten zwaartekrachtscollaps van die wolken (waarin nog geen zwaardere elementen voorkwamen) zeer chaotisch moet zijn verlopen, met als gevolg dat er grote helderheidsvariaties optraden, vooral tijdens het protoster-stadium. Met de James Webb Space Telescope, die eind 2018 gelanceerd wordt, zal het waarschijnlijk mogelijk zijn om deze allereerste sterren daadwerkelijk waar te nemen. (GS)
As bright as a hundred million Suns: the clusters of monster stars that lit up the early universe

31 maart 2015
Op maandag 30 maart 2015 is de Nederlandse sterrenkundige Ingrid van Houten-Groeneveld op 93-jarige leeftijd in Oegstgeest overleden. Ingrid van Houten was een markante figuur op de Leidse Sterrewacht en leidde samen met haar in 2002 overleden man Cees van Houten het Leiden-Palomar Survey for Minor Planets. In samenwerking met de Amerikaanse astronoom Tom Gehrels heeft het echtpaar in de jaren vijftig, zestig en zeventig een recordaantal van meer dan 5000 planetoïden ontdekt op fotografische platen. Daarvan zijn er 4605 officieel erkend. De ontdekker mag een planetoïde een naam geven, al is dat aan strikte regels gebonden en moet de vernoeming worden bekrachtigd door de Internationale Astronomische Unie (IAU). Tot nu toe is dat pas in circa 19.000 gevallen gebeurd. Van de door Van houten/Van Houten-Groeneveld/Gehrels ontdekte planetoïden hebben er 900 een naam gekregen; 188 van deze planetoïden zijn vernoemd naar Nederlanders en zaken die verband houden met Nederland. Een volledige lijst van alle 351 'Nederlandse' planetoïden is te vinden op de website van sterrenkundejournalist Eddy Echternach. Tegenwoordig worden planetoïden vooral ontdekt met automatische waarneem- en computerprogramma’s. Overigens komen alleen planetoïden in aanmerking voor vernoeming waarvan de baan zo goed bekend is dat ze opnieuw kunnen worden waargenomen. Van de Van Houten-planetoïden zijn er nog ongeveer 25 beschikbaar die aan dat criterium voldoen, zegt Rudolf Le Poole van de Leidse Sterrewacht. Hoe de vernoeming hiervan in de toekomst zal geschieden, is nog onderwerp van overleg met de IAU, aldus Le Poole, die de afgelopen jaren in nauw contact stond met Ingrid van Houten. De in Berlijn geboren Ingrid van Houten laat een zoon, een schoondochter en twee kleindochters na. Planetoïde (1674) Groeneveld is naar haar vernoemd.
Origineel persbericht

31 maart 2015
Het raadsel van de ‘fast radio bursts’ – korte flitsen van radiostraling die in 2007 voor het eerst werden opgemerkt – heeft een bijzondere wending genomen. De uitbarstingen lijken een wiskundig patroon te vertonen, en dat kan erop wijzen dat ze van kunstmatige oorsprong zijn. De radioflitsen, waarvan er tot nu toe pas tien zijn gedetecteerd, duren slechts een paar milliseconden. Die korte duur wijst erop dat ze afkomstig zijn van een kleine bron met afmetingen van hooguit een paar honderd kilometer. Om erachter te komen op welke afstand zo’n bron zich bevindt, maken astronomen gebruik van een grootheid die de ‘dispersiemaat’ wordt genoemd. Elke radioflits bestrijkt een heel scala aan radiofrequenties. Elektronen die door de ruimte zwerven verstrooien en vertragen de radiogolven zodanig dat die met hogere frequenties sneller aankomen dan die met lagere frequenties. Hoe groter de afstand die het signaal heeft afgelegd, des te groter is de dispersiemaat. Uit een analyse van de dispersiematen van de tien bekende radioflitsen blijkt nu dat deze veelvouden zijn van het getal 187,5. Daardoor lijkt het alsof de bronnen, die zich op miljarden lichtjaren van de aarde bevinden, gelijkmatig over de ruimte zijn verdeeld. De wetenschappers die de analyse hebben verricht vinden dat een beetje té toevallig. Volgens hen is het veel waarschijnlijker dat de radioflitsen worden veroorzaakt door bronnen binnen onze Melkweg die van zichzelf radiostraling met een regelmatig dispersiepatroon uitzenden. Het kan niet helemaal worden uitgesloten dat er (exotische) hemelobjecten bestaan die dat doen. Maar het is aannemelijker dat de radiotelescopen af en toe het signaal van een onbekende spionagesatelliet oppikken. Dat idee wordt versterkt door het feit dat de aankomsttijden van de gemeten radioflitsen een geheel aantal seconden – een door de mens bedachte eenheid – uit elkaar liggen. (EE)
Is this ET? Mystery of strange radio bursts from space

23 maart 2015
Pasgeboren sterren die nog materiaal uit hun omgeving aantrekken, brengen mogelijk ultrasoon geluid voort. Helaas is dat op afstand niet waarneembaar, omdat geluid zich niet kan voortplanten door het vacuüm van de lege ruimte. Dat baby-sterren mogelijk extreem hoogfrequent gezang voortbrengen, blijkt uit laboratoriumproeven van onderzoekers aan de University of York. Zij ontdekten dat er geluidsgolven met een frequentie van bijna één biljoen hertz worden geproduceerd wanneer een plasma - een gas van elektrisch geladen deeltjes - beschenen wordt door een extreem krachtige laser. Volgens John Pasley van de University of York komen aan het oppervlak van jonge sterren vergelijkbare omstandigheden voor, wanneer ze gas uit hun omgeving aantrekken. Het ziet er echter niet naar uit dat deze 'sterrenzang' ooit waargenomen zal kunnen worden. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Physical Review Letters. (GS) 
Have researchers discovered the sound of the stars?

18 maart 2015
Leerlingen van de bovenbouw van middelbare scholen kunnen zich vanaf nu aanmelden voor de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2015. Leerlingen kunnen de vragen van de voorronde (pdf) downloaden en de antwoorden tot en met 15 mei insturen. De beste vijftien inzenders doen op 24, 25 en 26 juni mee met de finale aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Meedoen aan Nederlandse Sterrenkunde Olympiade (www.sterrenkundeolympiade.nl) is eenvoudig. In de voorronde maken leerlingen thuis of op school dertig meerkeuzevragen en vier open vragen. Ze kunnen de vragen vrijblijvend downloaden en op hun gemak bekijken. Registreren is niet nodig en scholen hoeven geen voorrondes te organiseren. Leerlingen die hun antwoorden op tijd insturen, maken kans op een plek in de finale. Een jury kijkt de inzendingen van de voorronde na en selecteert de vijftien beste kandidaten. Zij mogen meedoen aan de finale op 24, 25 en 26 juni in Nijmegen. De finalisten volgen de eerste dagen colleges over een aantal sterrenkundige onderwerpen. Na de colleges doen ze examen. Degene die het examen het best aflegt, wint de hoofdprijs: een waarneemreis naar het Roque de los Muchachos Observatory op het Canarische eiland La Palma.
Volledig persbericht

16 maart 2015
Onderzoek aan verre gammaflitsen - extreem energierijke explosies in het heelal - laat zien dat de ruimtetijd geen 'korrelige' of 'schuimachtige' structuur heeft, zoals wordt voorspeld door sommige theorieën. Het idee van 'ruimtetijdschuim' (op een onvoorstelbaar kleine schaal) is geopperd om de algemene relativiteitstheorie in overeenstemming te brengen met de quantumtheorie. Als de structuur van de ruimtetijd op de allerkleinste schaal niet volmaakt 'glad' is, zou dat gevolgen moeten hebben voor de voortplanting van licht. De snelheid waarmee fotonen (lichtdeeltjes) zich voortplanten door de lege ruimte zou dan een klein beetje verschillend zijn voor fotonen van verschillende energieën. Onderzoekers uit Israël, Italië en Frankrijk hebben nu nauwkeurige metingen uitgevoerd aan de aankomsttijden van fotonen met verschillende energieën van extreem ver verwijderde gammaflitsen. In Nature Physics melden ze geen aanwijzingen gevonden te hebben voor verschillende reistijden van fotonen met verschillende energieën. Anders gezegd: de lichtsnelheid is onafhankelijk van de golflengte - precies wat Einsteins relativiteitstheorie voorspelt. Als de ruimtetijd dus al een schuimachtige structuur heeft, moet die zich op een nog veel kleinere schaal manifesteren dan tot nu toe werd verwacht. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

13 maart 2015
Astronomen van het Space Telescope Science Institute on Baltimore hebben een catalogus samengesteld van alle sterrenkundige objecten die zijn waargenomen door de Hubble Space Telescope. De Hubble Source Catalog, die voortdurend aangevuld zal worden, biedt sterrenkundigen de gelegenheid om snel alle beschikbare informatie boven water te halen over sterren, sterrenhopen, sterrenstelsels en clusters. Tot nu toe was het vaak nodig om daarvoor allerlei verschillende gegevensbestanden te doorzoeken. In de Hubble Source Catalog zijn waarnemingen verwerkt die de afgelopen 25 jaar zijn verricht door de Wide Field Planetary Camera 2, de Advanced Camera for Surveys, en de Wide Field Camera 3, op golflengten van nabij infrarood via zichtbaar licht tot ultraviolet. In totaal zijn meer dan één miljoen opnamen verwerkt, waarop ruwweg honderd miljoen sterrenkundige objecten zijn vastgelegd. Doordat het nu mogelijk is om veel sneller en efficiënter alle beschikbare informatie te vinden over sterrenkundige objecten (zoals helderheid, kleur en vorm) zullen de bestaande Hubble-waarnemingen naar verwachting veel vaker gebruikt worden voor nieuwe onderzoeksprojecten waarvoor niet per se nieuwe Hubble-metingen nodig zijn. Al ruim tien jaar worden er meer wetenschappelijke artikelen gepubliceerd die gebaseerd zijn op Hubble-archiefdata dan op nieuwe waarnemingen.Ook sterrenkundigen die in de toekomst waarnemingen verrichten met de James Webb Space Telescope (de opvolger van Hubble, die eind 2018 gelanceerd wordt) zullen veel baat hebben bij de nieuwe catalogus, aldus projectleider Brad Whitmore. (GS)
Hubble Source Catalog: One-Stop Shopping for Astronomers

7 maart 2015
Een panel van internationale onderzoekers heeft 31 nieuwe life science-experimenten geselecteerd die in de toekomst naar het internationale ruimtestation ISS worden gevlogen. Van die 31 zijn er maar liefst zeven met een Nederlands tintje.Dat blijkt uit de International Life Science Research Announcement 2014, die eind februari bekend werd gemaakt. Wetenschappers met een goed idee voor een experiment konden dat idee tussen maart en mei vorig jaar indienen. 202 onderzoeksgroepen gaven daar gehoor aan. Na een eerste selectieronde, waarbij gekeken werd naar de wetenschappelijke waarde van het project, bleven er nog 34 voorstellen voor life science-experimenten over. In een tweede selectieronde, waarbij gekeken werd naar technische haalbaarheid, vielen er daar nog drie van af.Nederland is met zijn betrokkenheid bij zeven projecten uitermate goed vertegenwoordigd. 22,6 procent van de geselecteerde projecten heeft een Nederlands tintje, dat kan variëren van een hulp bij een onderzoek tot coördinatie daarvan. Dat is een stijging van 2,6 procent ten opzichte van de vorige selectieronde, die in 2009 plaatsvond.Niet alleen Nederland, ook de rest van Europa gooide hoge ogen bij deze selectieronde. Van de 202 voorstellen die in totaal werden ingediend werden er 112 geleid door Europese onderzoekers. Bijna tweederde deel van die onderzoeken (68) heeft betrekking op de velden biologie en astrobiologie. De overige 44 werden ingediend in het onderzoeksveld human research.De geselecteerde onderzoeken kenmerken zich door hun diversiteit. Zo willen de wetenschappers onder andere onderzoek doen naar de ontwikkeling van cellen in de luchtwegen, wordt gekeken naar de fysiologische oorzaken van ruimtehoofdpijn, worden de effecten bekeken die gewichtloosheid heeft op cellen die botten bouwen en wordt de manier waarop wonden en hechtingen in de ruimte genezen onderzocht.Van de zeven Nederlandse onderzoeken is VUmc/ACTA-wetenschapper Jack van Loon er bij vier betrokken. Over een van die onderzoeken, MechanoCell, voert hij de coördinatie. “We weten van mensen dat hun botten poreus worden in de ruimte. Die botten vormen samen ons skelet. Ook cellen hebben zo'n skelet. Wij willen kijken of ook die celskeletten minder stevig worden naarmate ze een tijdje in microzwaartekracht verkeren.”Tijdens het MechanoCell-onderzoek, dat onder andere samen met de Universiteit Leiden wordt uitgevoerd, wordt op microscopisch niveau gekeken naar de manier waarop cellen zich gedragen. De cellen zelf worden op een spijkerbed met flexibele spijkertjes geplaatst. Van Loon: "Die spijkers worden door een cel vervormd waardoor we aan de krachten van die cel kunnen berekenen en bepalen of de exoskeletten inderdaad veranderd zijn."Wanneer de geselecteerde experimenten precies een bezoek brengen aan het ISS is nog niet bekend. Op zijn vroegst zouden de eerste projecten al in 2016 de ruimte kunnen bezoeken.
Origineel persbericht

24 februari 2015
Hongarije wordt de 22ste lidstaat van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De Hongaarse minister voor Infocommunicatie en Consumentenveiligheid, Ákos Kara (rechts op de foto), en de directeur-generaal van ESA, Jean-Jacques Dordain (links), ondertekenden vandaag de overeenkomst waarmee Hongarije de ESA-conventie onderschrijft. De ceremonie vond plaats in het Paleis der Kunsten in Boedapest. Zodra de overeenkomst door de Hongaarse regering wordt geratificeerd, is de toetreding van Hongarije een feit. Het land was in 2003 de eerste European Cooperating State van ESA. Ook Estland treedt binnenkort toe tot de ESA. (GS)
Hungary accedes to ESA Convention

17 februari 2015
Sonnenborgh – museum & sterrenwacht ontvangt eenmalig extra steun voor een gezonde toekomst. De Gemeente Utrecht, de Universiteit Utrecht, pandeigenaar K.F. Hein Fonds Monumenten en de Stichting Vrienden van Sonnenborgh hebben hiertoe besloten. In totaal betreft het bijna €400.000,- zowel in geld als in natura. Directeur Bas Nugteren: “Wij zijn hartstikke blij met de steun die we gekregen hebben van onze vier partners en een aantal kleinere samenwerkende partijen. Daarmee kunnen we met vertrouwen verder aan de toekomst van Sonnenborgh werken. Ik zie het ook als waardering voor wat Sonnenborgh voor scholen en een breed publiek doet.” Ondanks vele successen in het verleden werd de toekomst van Sonnenborgh bedreigd. De extra steun maakt noodzakelijke investeringen mogelijk: in gebouw, aanbod en organisatie zijn vernieuwingen nodig om bezoekers nog beter te kunnen ontvangen. Sonnenborgh heeft hiertoe een businessplan opgesteld voor de komende jaren. Sonnenborgh zal meer eigen inkomsten moeten verwerven omdat de relatie met de universiteit verandert. Sonnenborgh verdient nu ruim de helft van haar inkomsten zelf. Daarnaast ontvangt het museum jaarlijks een bijdrage van de Gemeente Utrecht.Sonnenborgh doet het de laatste jaren goed. 2014 was met 20.000 bezoekers het beste jaar voor het museum sinds 2010 en de monumentale zalen zijn in trek voor borrels, huwelijken en vergaderingen. In 2014 is bovendien de interne bedrijfsvoering van Sonnenborgh veranderd en verzelfstandigd. Sonnenborgh is een grote vrijwilligersorganisatie met een kleine vaste staf. Sinds 2003 is Sonnenborgh een museum en publiekssterrenwacht gericht op sterrenkunde, weerkunde, ruimtevaart en de geschiedenis van het bastion. Dit doet Sonnenborgh met schoolprogramma’s, tentoonstellingen, kijkavonden en (culturele) activiteiten. Sonnenborgh is een unieke historische plek in het Utrechtse Museumkwartier. Het markante gebouw herbergt een monumentaal middeleeuws bastion en een sterrenwacht uit de negentiende eeuw waar wereldberoemd zonne-onderzoek werd gedaan. Bovendien is Sonnenborgh de geboorteplaats van het KNMI. Sonnenborgh trok in augustus 2014 nationale aandacht door de roof van enkele waardevolle meteorieten waaronder de beroemde ‘Serooskerke’. Na enkele dagen werden de meteorieten teruggevonden. Ze zijn nu te bewonderen in de mini-tentoonstelling ‘Stenen uit de ruimte’.
Sonnenborgh - Museum en Sterrenwacht

16 februari 2015
Mars One, het Nederlandse initiatief om midden jaren twintig een permanent bemande kolonie op Mars te vestigen, heeft het aantal kandidaat-kolonisten teruggebracht van ruim 600 naar 100: 39 uit Noord- en Zuid-Amerika, 31 uit Europa, 16 uit Azië, 7 uit Afrika en 7 uit Australië en Oceanië. Nederlandse gegadigden maken niet langer deel uit van het kandidatencorps.Mars One zegt voor een relatief gering bedrag van 'slechts' vijf- à zes miljard dollar een enkele bemande reis naar Mars voor een kleine groep pioniers te kunnen realiseren. Het gaat om een enkele reis: de kolonisten kunnen niet terug naar aarde. (GS)
The Mars 100: Mars One Announces Round Three Astronaut Candidates - See more at: http://www.mars-one.com/news/press-releases/the-mars-100-mars-one-announces-round-three-astronaut-candidates

4 februari 2015
Wetenschappers hebben een einde gemaakt aan de onzekerheid omtrent de halveringstijd van ijzer-60. Dit radioactieve ijzerisotoop is een van de producten die vrijkomen bij supernova-explosies. IJzer-60 vervalt zo langzaam, dat zijn halveringstijd niet gemakkelijk meetbaar is. Eerdere metingen gaven daardoor nogal verschillende uitkomsten te zien, uiteenlopend van 1,5 tot 2,62 miljoen jaar. De nieuwe meetwaarde, verkregen met een Australische deeltjesversneller, ligt dicht bij dat laatste getal: 2,6 miljoen jaar. De meeste ijzer-60 wordt geproduceerd in het inwendige van zware sterren die aan het eind van hun (korte) leven als supernova exploderen. De aanwezigheid van dit element op aarde wijst er dus op dat er de afgelopen tien miljoen jaar enkele nabije supernova-explosies hebben plaatsgevonden. (EE) 
Fixed astronomical clock vital for galactic history

29 januari 2015
SRON-onderzoekers Jochem Baselmans (2,4 miljoen euro) en Peter Jonker (2 miljoen euro) hebben van de European Research Council een prestigieuze beurs toegekend gekregen voor onafhankelijk baanbrekend onderzoek. Het gaat om een ERC Consolidator Grant, die toponderzoekers in staat stelt om hun onafhankelijke onderzoeksprogramma en/of onderzoeksgroep te consolideren. Met de Europese onderzoeksbeurs kunnen Baselmans en Jonker de komende vijf jaar nieuwe veelbelovende onderzoekers aantrekken. Peter Jonker gaat met zijn groep een van de grote raadselen van de hoge-energiefysica te lijf: de vraag of middelgrote zwarte gaten daadwerkelijk bestaan. Sterrenkundigen denken dat deze ongrijpbare tussenmaatjes – met een massa van honderden tot wel honderdduizend zonmassa’s – vroeg in het heelal moeten zijn ontstaan uit de eerste generatie van supersterren of enorme gaswolken die tot zwarte gaten ineenstortten. De ruimte rond melkwegstelsels zou er dan vol mee moeten zitten – zo ook de ruimte rond ons eigen Melkwegstelsel. Er zijn inmiddels wel sterke aanwijzingen voor het bestaan van middelgrote zwarte gaten, maar direct bewijs is er nog niet.Jonker wil daarom met ESA’s nieuwe ruimtetelescoop Gaia en de grootste telescopen op aarde objecten en verschijnselen bestuderen die alleen ontstaan kunnen zijn door toedoen van een middelgroot zwart gat. Het gaat hierbij om weggeslingerde supercompacte sterrenhopen, rode superreuzen die extreem heldere röntgenbronnen voeden en witte dwergen die door getijkrachten uit elkaar worden getrokken. Jonker zoekt naar sterren die zich in de invloedssfeer van een kandidaat-middelgroot zwart gat bevinden. Door hun bewegingen te meten kan hij de massa ervan vaststellen.Jochem Baselmans gaat met zijn groep werken aan de ontwikkeling, bouw en ingebruikname van MOSAIC (Multi Object Spectrometer with an Array of superconducting Integrated Circuits). MOSAIC wordt een revolutionair instrument dat het emissiespectrum van maar liefst 25 submillimeter-melkwegstelsels tegelijkertijd én over een enorme bandbreedte kan meten. De huidige instrumenten kunnen dit niet, wat een systematische studie van het enorme aantal submillimeterstelsels ondoenlijk maakt.
Volledig persbericht

20 januari 2015
Wetenschappers die de oceaanbodem onderzoeken hebben een ontdekking gedaan die de bestaande theorieën over supernova’s overhoop lijkt te gooien. Deze exploderende sterren lijken doorgaans veel minder radioactieve elementen de ruimte in te blazen dan tot nu toe werd gedacht (Nature Communications, 19 januari). De wetenschappers hebben een tien centimeter dik monster van de aardkorst genomen. Het verzamelde materiaal bestaat uit sediment dat zich in de loop van 25 miljoen jaar op de oceaanbodem heeft verzameld. En een klein deel van dit sediment bestaat uit fijn ‘puin’ dat afkomstig is van zware sterren die in onze kosmische achtertuin zijn ontploft. Zware sterren zijn de producenten van zware elementen als lood, zilver en goud, maar ook van de nog zwaardere radioactieve elementen uranium en plutonium. Dat laatste element komt van nature niet meer voor op aarde: zelfs het meest stabiele plutoniumisotoop heeft een halveringstijd van slechts 80 miljoen jaar. Wat er ooit aan plutonium was, is dus allang tot lichtere elementen vervallen. Als er plutonium op de oceaanbodem wordt aangetroffen, moet dat dus ergens anders vandaan komen. En de meest voor de hand liggende bron zijn de supernova’s. Uit het onderzoek blijkt dat het verzamelde sediment inderdaad plutonium bevat. Maar de hoeveelheid is honderd keer zo klein als verwacht. Volgens de wetenschappers lijkt het erop dat gewone supernova’s veel minder van de allerzwaarste elementen produceren dan wordt aangenomen. Mogelijk komen elementen als uranium en plutonium alleen vrij bij de allerzwaarste supernova-explosies. Als dat klopt, krijgen lang niet alle planeten in onze Melkweg bij hun ontstaan zoveel radioactieve elementen mee als onze aarde. In dat geval koelt hun inwendige veel sneller af, en vallen geologische processen als vulkanisme en continentverschuiving veel sneller stil. (EE)
Ocean floor dust gives new insight into supernovae

13 januari 2015
Vanaf vandaag kunnen geregistreerde astronomieclubs en niet-commerciële organisaties deelnemen aan een internationale wedstrijd om namen toe te kennen aan exoplaneten en hun moedersterren. De NameExoworldsContest, georganiseerd door de Internationale Astronomische Unie (IAU), bestaat uit twee rondes. In de eerste ronde kunnen deelnemende organisaties maximaal 20 populaire exoplaneten kiezen (uit een lijst van vele honderden). In ronde 2 kunnen namen worden voorgesteld voor de meest populaire planeten en hun moedersterren. Deelnemende organisaties moeten zich vooraf wel officieel aanmelden. De resultaten van de wedstrijd worden in augustus bekendgemaakt tijdens de driejaarlijkse algemene vergadering van de IAU in Honolulu. (GS)
’Iron Sun’ is not a rock band, but a key to how stars transmit energy

8 december 2014
De Europese Unie heeft 2 miljoen euro ter beschikking gesteld aan EU Space Awareness (EUSPACE-AWE), een project dat het spannende heelal gaat gebruiken om jonge mensen warm te maken voor wetenschap en technologie en Europese samenwerking en wereldburgerschap te stimuleren. Het project gaat kinderen en tieners laten zien welke mogelijkheden er liggen in ruimtevaarttechnologie en probeert basisschoolleerlingen te inspireren op een leeftijd dat hun nieuwsgierigheid maximaal is en hun normen en waarden nog worden gevormd. EUSPACE-AWE is een driejarig project en gaat van start in maart 2015 met tien partnerorganisaties en vijftien netwerkknoopunten in zeventien Europese landen en Zuid-Afrika. Het project wordt geleid door een team van de Leidse Sterrewacht, gecoördineerd door Prof. George Miley, Dr. Jarle Brinchmann en Pedro Russo. Het was één van slechts twee projecten die zijn geselecteerd voor subsidie uit zestien ingediende voorstellen, en kreeg een beoordeling van 14,5 uit 15. EUSPACE-AWE is het eerste project van de Universiteit Leiden dat subsidie ontvangt uit het nieuwe Horizon 2020 programma van de Europese Unie. De activiteiten zullen bestaan uit leerkrachtentraining, de ontwikkeling en verspreiding van lesmateriaal en evenementen met hoge impact voor docenten en beleidsmakers in het Europese parlement. EUSPACE-AWE gaat uitgebreide Europese netwerken benutten van scholen en wetenschapsmusea om docenten, scholen en het grote publiek te bereiken en gaat nauw samenwerken met de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.
Homepage Orion

25 november 2014
ESO-directeur-generaal Tim de Zeeuw heeft gisteren een eredoctoraat ontvangen van de Universiteit van Padua, Italië. Tim de Zeeuw is een expert op het gebied van de vorming, structuur en dynamica van sterrenstelsels, inclusief het Melkwegstelsel. De Zeeuw is sinds september 2007 directeur-generaal van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), die de grote telescopen in Noord-Chili bouwt en beheert. Daarvoor was hij directeur van de Leidse Sterewacht en sinds de oprichting directeur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA). De Zeeuw is honorary fellow van de Britse Royal Astronomical Society, werd met diverse prijzen onderscheiden, en ontving eerder eredoctoraten van de universiteiten van Lyon en Chicago.
Oorspronkelijk persbericht

14 november 2014
De Nederlandse astronoom Roeland van der Marel gaat leiding geven aan een toekomstige ruimtetelescoop van NASA. Dat maakte het Space Telescope Science Institute vrijdag bekend. De nieuwe telescoop, WFIRST-AFTA geheten, levert dezelfde beeldscherpte op als de Hubble Space Telescope, maar dan op infrarode golflengten en met een veel groter beeldveld. WFIRST-AFTA zal de gehele sterrenhemel gedetailleerd in kaart brengen; uit de metingen aan de ruimtelijke verdeling en de vormen van ver verwijderde sterrenstelsels hopen sterrenkundigen veel informatie af te kunnen leiden over de mysterieuze donkere materie in het heelal. WFIRST-AFTA (Wide-Field Infrared Survey Telescope-Astrophysics Focused Telescope Assets) moet midden jaren twintig gelanceerd worden, maar het project heeft nog geen definitief groen licht gekregen. De telescoopspiegel is echter al 'in huis' - het gaat om een 2,4 meter grote spiegel (even groot als die van Hubble) die aan NASA geschonken is door de United States National Reconnaissance Office. Roeland van der Marel studeerde sterrenkunde in Leiden en werkt sinds 1997 op het Space Telescope Science Institute. Hij is een expert op het gebied op sterrenstelsels en zwarte gaten. (GS)
Dr. Roeland van der Marel Appointed as STScI Lead on Proposed "Wide View" Space Telescope

10 november 2014
Een team van Nederlandse en Japanse astronomen, onder leiding van de Leidse hoogleraar Simon Portegies Zwart, is genomineerd voor de Gordon Bell-prijs. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend voor de snelste computerberekening voor wetenschappelijke en technische vraagstukken. Met behulp van de Oak Ridge National Laboratory Supercomputer Titan heeft het team de Melkweg gesimuleerd. Hiervoor zijn 24,8 petaflop berekeningen per seconde gemaakt. De winnaar van de Gorden Bell-prijs wordt op 20 november bekendgemaakt tijdens de International Conference for High Performance Computing, Networking, Storage and Analysis in New Orleans. De onderzoekers berekenden in hun simulatie hoe 100 miljard sterren in de Melkweg bijeen worden gehouden door de zwaartekracht. "De Europese Gaia-satelliet zal de komende jaren de posities en snelheden van miljarden sterren in kaart brengen", zegt projectleider Simon Portegies Zwart van de Leidse Sterrewacht. "Dankzij deze berekeningen kunnen we voor het eerst een waarheidsgetrouwe simulatie vergelijken met waarnemingen van ESA’s Gaia-satelliet." Het onderzoeksteam heeft bijna tien jaar gewerkt aan de gespecialiseerde software voor de supercomputer Titan. "Het uitvoeren van een computerberekening op een normale supercomputer kost een paar jaar voorbereiding, maar de voorbereidingen van deze computerberekening op Titan duurden een decennium", zegt onderzoeker Michiko Fujii van NAOJ in Japan. "We hebben onderzoekers opgeleid, nieuwe algoritmen ontworpen en de computercode voor deze poging geschreven." "De Titan-supercomputer is ideaal voor zwaartekrachtsberekeningen. Deze computer bevat meer dan 300.000 rekenkernen en bijna 20.000 grafische processoren", zegt onderzoeker Jeroen Bédorf van het Centrum voor Wiskunde & Informatica (CWI). Portegies Zwart voegt toe: "De snelheid waarmee we berekeningen hebben gemaakt is alleen te bereiken door alle computers in Nederland samen te laten werken." Dit is de eerste keer dat een team is genomineerd waarbij Nederlandse onderzoekers zijn betrokken. Het team, dat vorig jaar een nominatie net misliep, neemt het op tegen industriële giganten zoals IBM en Intel.
Origineel persbericht

7 november 2014
Gisteren (6 november) is de film Interstellar in Nederland in première gegaan. Dat is niet alleen leuk voor sciencefictionfans. Wetenschappers die zich met de fysica van zwarte gaten bezighouden, maken gretig van de gelegenheid gebruik om hun onderzoeksresultaten onder de aandacht te brengen. In Interstellar, een verhaal dat deels is gebaseerd op de theorieën van de prominente theoretisch natuurkundige Kip Thorne, speelt een zwart gat een belangrijke rol. Op instructie van Thorne werd een zo realistisch mogelijke computeranimatie van dat object gemaakt. Het resultaat is even spectaculair als verrassend. In de meeste artist’s impressions wordt een zwart gat voorgesteld als een zwarte bol, omgeven door de schijf van materie die naar het zwarte gat toe getrokken is. Uit de nieuwe computerberekeningen blijkt echter dat door de kromming van de ruimte rond het zwarte gat ook het beeld van de accretieschijf wordt vervormd. Thorne toont zich enthousiast over deze ontdekking: ‘Zo zien zwarte gaten er werkelijk uit.’ Maar hij is bepaald niet de enige die zwarte gaten probeert te visualiseren. Zo zijn Chi-kwan Chan, Dimitrios Psaltis en Feryal Ozel, astrofysici van de Universiteit van Arizona, bezig om in beeld te brengen wat een astronaut te zien krijgt als hij het superzware zwarte gat in het hart van ons Melkwegstelsel (‘Sagittarius A*’) nadert. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een nieuwe supercomputer, El Gato geheten, die veel sneller kan rekenen dan de computers die voor Interstellar zijn gebruikt. Deden de laatste soms wel honderd uur over het maken van één filmbeeldje, El Gato klaart dat klusje in een paar tellen. Nog complexer zijn de berekeningen waar Andy Bohn (Cornell University) en collega’s mee bezig zijn. Hun computersimulaties tonen wat een waarnemer te zien krijgt als twee zwarte gaten naar elkaar toe spiralen en met elkaar versmelten. Het resultaat is van de berekeningen is samengevat in een fascinerend filmpje waarin de zwarte gaten elkaars ‘schaduwen’ vervormen. (EE)

1 november 2014
Het commerciële ruimtevliegtuig SpaceShipTwo is vrijdag tijdens een testvlucht boven de Mojave-woestijn in Californië neergestort nadat de raketmotor haperde. Daarbij is één persoon om het leven gekomen en viel één zwaargewonde. SpaceShipTwo, ontwikkeld door Richard Branson's bedrijf Virgin Galactic, zou vanaf volgend jaar ruimtetoeristen naar een hoogte van 100 kilometer moeten brengen. Het toestel biedt plaats aan twee bemanningsleden en zes passagiers, en wordt door een groot vliegtuig (WhiteKnightTwo) omhoog gebracht voordat het de eigen raketmotor ontsteekt. Er zijn de afgelopen jaren al diverse testvluchten met SpaceShipTwo uitgevoerd door de bouwer ScaledComposites, maar dit was de eerste keer dat het ruimtevliegtuig gebruik maakte van een nieuw type vaste brandstof. Onderzoek moet uitwijzen of dat de oorzaak van het ongeluk is geweest. (GS)
Virgin Galactic

1 november 2014
De Chinese Chang-e 5 testsonde (Xiaofei genoemd) heeft na een ruimtevlucht van ruim een week vrijdagavond laat Nederlandse tijd een zachte landing gemaakt op de steppe in Mongolië. De ruimtesonde werd op 23 oktober gelanceerd en heeft een retourvlucht naar de maan gemaakt. Daarbij was het niet de bedoeling om in een baan om de maan terecht te komen (laat staan om op de maan te landen); tijdens de vlucht zijn technologieën uitgetest die nodig zijn voor het uitvoeren van een zachte landing op aarde, met behulp van een hitteschild en een parachute. Die test lijkt honderd procent geslaagd te zijn. China hoopt met de échte Chang-e 5 in 2017 bodemmonsters van de maan terug te brengen naar de aarde. Later zullen mogelijk zelfs astronauten naar de maan reizen. (GS)
Blog over de landing van Chang-e 5 op de website van The Planetary Society

28 oktober 2014
Een onbemande Antares-raket, met aan boord een Cygnus-vrachtschip vol voorraden voor het internationale ruimtestation ISS en een aantal mini-satellieten, is dinsdagavond Nederlandse tijd geëxplodeerd op het lanceerplatform van NASA's Wallops-lanceerbasis in Virginia, enkele seconden na de lancering. Bij de explosie is veel materiële schade aangericht, maar er zijn volgens NASA geen doden of gewonden gevallen. Het ging om de derde lancering van een Cygnus-vrachtschip door het commerciële ruimtevaartbedrijf Orbital Sciences Corp., tevens bouwer van de Antares-raket. De oorzaak van de explosie is nog onbekend. De ISS-bemanning loopt overigens geen gevaar; er zijn voldoende voorraden aan boord. (GS)
Verklaring NASA over de Antares-explosie

28 oktober 2014
Vandaag heeft professor Lena Kolarska-Bobińska, de Poolse minister van Wetenschap en Hoger Onderwijs, een overeenkomst getekend die ertoe zal leiden dat Polen toetreedt tot de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) – het meest productieve observatorium op aarde. ESO verheugt zich erop Polen, na de komende ratificatie van het toetredingsverdrag, als lidstaat te mogen verwelkomen. Het toetredingsverdrag van Polen werd vandaag in de Poolse hoofdstad Warschau, in aanwezigheid van hoge functionarissen uit Polen en van ESO, ondertekend door minister Kolarska-Bobińska en ESO’s directeur-generaal Tim de Zeeuw. Omdat het om een internationaal verdrag gaat, moet de overeenkomst nu ter ratificatie worden voorgelegd aan het Poolse parlement. Tijdens een buitengewone vergadering op 8 oktober 2014 werd de overeenkomst al unaniem goedgekeurd door de ESO Raad. Polen, het thuisland van Nicolaus Copernicus, de astronoom die opperde dat de zon en niet de aarde in het middelpunt van het zonnestelsel staat, heeft een rijke astronomische traditie die zich tot in het heden uitstrekt. Polen zal toegang krijgen tot enkele van de beste telescopen en observatoria ter wereld, waaronder de Very Large Telescope op Paranal, ALMA op Chajnantor en, in het komende decennium, ook de Extremely Large Telescope op Armazones.
Volledig persbericht

25 oktober 2014
Verschillende ruimtesondes hebben vanuit een baan om de aarde opnamen gemaakt van de zonsverduistering van 23 oktober jongstleden. Die was vanuit Europa niet zichtbaar, maar aan de westkust van Noord-Amerika was te zien hoe de zon gedeeltelijk werd bedekt door de maan. Nergens op aarde was de verduistering totaal. Ook de Europese Proba 2-kunstmaan en de Japanse Hinode-kunstmaan hebben geen totale eclips waar kunnen nemen. Hoewel beide ruimtesondes door de aardschaduw bewogen (Proba 2 zelfs drie keer), was er geen sprake van een totale zonsverduistering, omdat de maan op de betreffende dag relatief ver van de aarde af stond en net niet in staat was de gehele zonneschijf af te dekken. De röntgentelescoop van Hinode zag dan ook een ringvormige zonsverduistering. Proba 2 nam de eclips waar met de ultraviolettelescoop SWAP. (GS)
Persbericht over de eclipswaarnemingen van Hinode

16 oktober 2014
In een Frans onderzoekslaboratorium hebben wetenschappers een miniatuurversie van een jonge ster nagebootst, compleet met ‘jet’. Het experiment was bedoeld om een nieuw model te testen dat stelt dat er voor de vorming van zo’n straalstroom alleen een magnetisch veld nodig is (Science, 17 oktober). Wanneer een jonge ster of zwart gat materie uit zijn omgeving aantrekt, vormt zich een materieschijf rond het object. Vaak ontstaan daarbij ook ‘jets’: twee smalle, rechte bundels van materie die vanuit het centrum van de worden weggeblazen. Er zijn tal van theorieën bedacht om het ontstaan van deze straalstromen te verklaren, waarvan sommige heel complex zijn. Om meer te weten te komen over het verschijnsel heeft een internationaal team van wetenschap zelf een jet laten ontstaan door een stukje kunststof met een laserbundel te bestoken. Daarbij ontstaat een wolkje plasma – een heet gas van elektronen en ionen – dat de materie in de omgeving van een jonge ster voorstelt. Dat plasma werd vervolgens blootgesteld aan een sterk pulserende magnetisch veld. Het idee daarachter: onder invloed van een magnetisch veld begint het plasma, dat normaal gesproken alle kanten op gaat, zich te bundelen. Daarbij ontstaat uiteindelijk een schokgolf van waaruit een heel dunne bundel naar buiten schiet. Het grote verschil met de kosmische realiteit: bij een jonge ster duurt de vorming van zo’n jet enkele jaren, in het lab maar 20 nanoseconden (miljardsten van een seconde). De aldus gevormde jets werden vergeleken met astronomische waarnemingen. Daarbij bleek dat de mini-jets duidelijke overeenkomsten vertonen met hun veel grotere kosmische soortgenoten. (EE)
Cosmic Jets of Young Stars Formed by Magnetic Fields

14 oktober 2014
Het ‘Mars One’-project, dat onder leiding staat van een Nederlandse stichting zonder winstoogmerk, is technisch onhaalbaar. Tot die conclusie komen ingenieurs van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) na een analyse van het ambitieuze Marsproject, dat tot doel heeft om uiterlijk in 2025 een menselijke kolonie op Mars te stichten. De missie zou in eerste instantie vier astronauten naar Mars sturen, waar ze de rest van hun leven zouden besteden aan het opbouwen van de eerste permanent bemande nederzetting. Volgens de initiatiefnemers kan dit deel van de missie geheel worden uitgevoerd met reeds bestaande technieken. Daar hebben de MIT-ingenieurs echter zo hun twijfels over. Zo zou bij het verbouwen van gewassen dermate veel zuurstof vrijkomen dat de atmosfeer in de (hermetisch afgesloten) nederzetting binnen enkele maanden giftig wordt. Om dat te voorkomen kan een systeem worden ontwikkeld dat de overtollige zuurstof verwijdert, maar dat zou zo kostbaar zijn, dat het goedkoper is om de kolonie vanaf de aarde van voedselvoorraden te voorzien. Ook het onttrekken van voldoende water aan de Marsbodem lijkt vooralsnog onhaalbaar. Volgens het Mars One-plan zouden zes zware Falcon-draagraketten toereikend zijn om de voorraden voor de eerste astronauten op Mars af te leveren. Maar volgens de MIT-raming is dat veel te optimistisch: de ingenieurs komen uit op vijftien Falcons. Daarmee zou alleen al het eerste deel van de missie 4,5 miljard dollar gaan kosten. De MIT-onderzoekers benadrukken overigens dat ze het Mars One-project niet volkomen onhaalbaar achten. Maar in hun huidige vorm bevatten de plannen zo veel onzekerheden dat aan de uitvoerbaarheid ervan moet worden getwijfeld. (EE)
Mars One (and done?)

1 oktober 2014
Natuurkundigen van de universiteit van Wisconsin-Madison hebben een manier bedacht om energierijke deeltjes uit de ruimte te detecteren met behulp van een smartphone. Het enige dat je daarvoor nodig hebt is een speciale app (voorlopig alleen voor Android). De camera’s in smartphones zijn voorzien van ccd-chips die gebruik maken van het foto-elektrische effect. Daarbij worden lichtdeeltjes die de chip treffen omgezet in een elektrische lading. Datzelfde gebeurt als de chip door een zogeheten muon wordt getroffen. Muonen zijn deeltjes die in grote aantallen vrijkomen bij interacties tussen kosmische straling en atomen in de aardatmosfeer. Om een smartphone in een detector van kosmische straling te veranderen, moet de lens worden afgeplakt met donker plakband of op een volledig donkere plek worden gelegd (een la of een doosje). Dat houdt het licht tegen, maar muonen gaan er dwars doorheen. In die duisternis maakt de smartphone om de paar seconden een photo. De app analyseert de opname, en als er voldoende pixels oplichten, wordt er een detectie geregistreerd. Met behulp van een aparte app kunnen de detecties worden doorgestuurd naar een centrale database. Kosmische straling bestaat uit energierijke deeltjes die afkomstig zijn van bronnen buiten ons zonnestelsel. Vermoed wordt dat deze ‘deeltjesstraling’ voor een belangrijk deel afkomstig is van supernova-explosies en uit de kernen van actieve sterrenstelsels. (EE)
Physicist turns smartphones into pocket cosmic ray detectors

30 september 2014
De ruimtevaartorganisaties van de VS en India, NASA en ISRO, gaan samenwerken op ruimtevaartgebied. Er wordt een gezamenlijke aardobservatiesatelliet gelanceerd en ook bij het toekomstige Marsonderzoek willen de beide landen elkaar versterken. De lancering van de aardobservatiemissie NISAR staat voor 2020 op het programma. Deze met radar uitgeruste satelliet zal de oorzaken en gevolgen van veranderingen van het landoppervlak onderzoeken. Daarbij valt te denken aan verstoringen van het ecosysteem, het verdwijnen van ijskappen en grote natuurrampen. Het radarsysteem van NISAR kan veranderingen op het oppervlak van onze planeet meten die kleiner zijn dan een centimeter. De Mars-samenwerking verkeert nog in een pril stadium. Er wordt een werkgroep opgericht die eenmaal per jaar bijeenkomt om de wetenschappelijke, programmatische en technologische Mars-doelen van de beide ruimtevaartorganisaties naast elkaar te leggen. Als eerste zal worden bekeken in hoeverre de waarnemingen van de recent bij de rode planeet gearriveerde ruimtesondes MAVEN (VS) en MOM (India) op elkaar kunnen worden afgestemd. (EE)
U.S., India to Collaborate on Earth, Mars Missions

27 september 2014
De toekomstige SKA-radiotelescoop (Square Kilometer Array) kan onderzoek doen aan extreem energierijke kosmische straling, door de maan te gebruiken als deeltjesdetector. Jusstin Bray van de University of Southampton presenteerde dat idee op een SKA-conferentie in Italië. Kosmische straling bestaat uit zeer energierijke, elektrisch geladen deeltjes. De oorsprong van de meest extreme deeltjes, de Ultra-High-Energy Cosmic Rays (UHECRs) is nog steeds niet opgehelderd, deels doordat ze extreem zeldzaam zijn. Het Pierre Auger-observatorium in Argentinië registreert UHECRs die in botsing komen met atoomkernen in de aardse dampkring, en daarbij complete regens van nieuwe deeltjes produceren. Bij zulke botsingen komen ook extreem korte uitbarstingen van radiostraling vrij. Het Pierre Auger-observatorium, dat bestaat uit detectoren die verspreid zijn over een gebied zo groot als de provincie Zuid-Holland, kan echter slechts een vrij klein deel van de dampkring in het oog houden. UHECR-detecties blijven daardoor zeldzaam. De toekomstige SKA-telescoop, die gebouwd gaat worden in Australië en zuidelijk Afrika, is volgens Bray echter zo gevoelig dat hij ook de korte radio-uitbarstinkjes kan detecteren die geproduceerd worden wanneer een energierijk kosmische-stralings-deeltje in botsing komt met het oppervlak van de maan. De maan wordt dan dus eigenlijk gebruikt als deeltjesdetector. Dat moet er volgens Bray toe leiden dat er ongeveer eens in de twee dagen een UHECR-deeeltje wordt geregistreerd. (GS)
Turning the Moon into a cosmic ray detector

24 september 2014
Volgens theoretisch fysicus Laura Mersini-Houghton van de universiteit van North Carolina kunnen zwarte gaten niet bestaan. Als ze gelijk heeft, kan zowat de hele kosmologie de prullenmand in. Maar veel bijval krijgt haar theorie voorlopig niet. Astronomen gaan ervan uit dat zwarte gaten ontstaan wanneer een ster van tientallen zonsmassa’s aan het eind van zijn leven instort. Het resultaat is een singulariteit: een stukje ruimte kleiner dan de punt op deze i met een kolossale materiedichtheid. Die singulariteit zou zijn omgeven door een gebied waar de zwaartekrachtsaantrekking zo sterk is dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen. In 1974 liet de Britse theoretisch fysicus Stephen Hawking zien dat een zwart gat desondanks massa verliest. Dit verschijnsel, dat inmiddels bekend staat als Hawkingstraling, zorgt ervoor dat een eenmaal gevormd zwart gat geleidelijk verdampt. Mersini-Houghton zegt echter wiskundig te kunnen aantonen dat tijdens het instorten van een zware ster zoveel Hawkingstraling vrijkomt, dat het simpelweg nooit tot de vorming van een zwart gat komt. Daarmee verdwijnt dan meteen een belangrijk conflict tussen de algemene relativiteitstheorie (zwarte gaten kunnen bestaan) en de kwantummechanica (zwarte gaten kunnen niet bestaan). William Unruh, theoretisch fysicus aan de universiteit van British Columbia en niet de eerste de beste, doet het idee echter af als onzin. Volgens hem hebben berekeningen in de jaren zeventig al laten zien dat het door Mersini-Houghton voorgestelde proces niet kan optreden. ‘Er zijn al heel veel pogingen gedaan om aan te tonen dat zwarte gaten nooit ontstaan (...). Allemaal interpreteren ze de Hawkingstraling verkeerd, en gaan ze ervan uit dat materie zich gedraagt op manieren die volkomen onaannemelijk zijn,’ aldus Unruh. (EE)
Carolina’s Laura Mersini-Houghton shows that black holes do not exist

22 september 2014
Het bestaan van zwaartekrachtsgolven kan in principe afgeleid worden uit waarnemingen aan sterren. Amerikaanse theoretici komen tot die conclusie in een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Zwaartekrachtsgolven worden volgens Albert Einsteins algemene relativiteitstheorie uitgezonden door supernova-explosies, versmeltende neutronensterren of zwarte gaten, en andere energierijke processen en verschijnselen in het heelal. Het gaat om periodieke vervormingen van de ruimtetijd die zich met de lichtsnelheid voortplanten. Hun bestaan is indirect wel aangetoond, maar ze zijn nog nooit direct waargenomen. Zwaartekrachtsgolven kunnen sterk uiteenlopende frequenties hebben. Barry McKernan van het American Museum of Natural History en zijn collega's rekenen in hun artikel voor dat sterren die op precies diezelfde energie oscilleren een relatief groot deel van de energie van de zwaartekrachtsgolf zullen absorberen, waardoor ze tijdelijk in helderheid toenemen. De karakteristieke trillingsfrequentie van een ster hangt grotendeels af van zijn massa, dus zwaartekrachtsgolven met verschillende energieën kunnen hun bestaan 'verraden' in de helderheidstoename van sterren met verschillende massa's. Voorlopig gaat het om een louter theoretisch resultaat; McKernan en zijn collega's proberen nu te bepalen hoe lang het nog zal duren voordat het beschreven effect daadwerkelijk waargenomen zal kunnen worden. (GS)
Finding hints of gravitational waves in the stars

22 september 2014
De Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) heeft de educatieve iPad-game Planetenreis internationaal uitgebracht. De app is nu ook beschikbaar in het Engels, Zweeds, Spaans, Duits en Frans. Het spel neemt kinderen mee op een spannende ontdekkingstocht langs de acht planeten van ons zonnestelsel, de dwergplaneet Pluto en de maan. De Zweedse versie van Planetenreis werd vrijdag 19 september aangeboden door de Leidse astrochemica Ewine van Dishoeck bij de uitreiking van de prestigieuze Gothenburg Lise Meitner Award 2014. De game is drie dagen gratis te downloaden. De educatieve game Planetenreis voert kinderen vanaf zes jaar mee op een reis door ons zonnestelsel. De speler reist van planeet naar planeet om objecten te verzamelen en die mee te nemen in een raket. Deze objecten zijn nodig om opdrachten succesvol uit te voeren op de acht steen- en gasplaneten, dwergplaneet Pluto en de maan. Spelenderwijs leert het kind over de eigenschappen van de planeten en de afstanden in ons zonnestelsel. Einddoel van de missie: Breng het ijs van Pluto terug naar de aarde! Planetenreis is ontwikkeld door Game Oven in opdracht van NOVA en Moon Uitgevers, met een bijdrage van Marijn Franx (Sterrewacht Leiden, Universiteit Leiden). Ewine van Dishoeck (Sterrewacht Leiden, Universiteit Leiden) heeft de internationale lancering van de app financieel ondersteund. De game won in 2013 de derde prijs in de Meester App-wedstrijd van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het Juryrapport vermeldde over Planetenreis: "Het is een echte ontdekkingstocht, je leert doordat je doet. Er zit een team achter met verstand van zaken (…) Ook de vormgeving is uitzonderlijk mooi".
Volledig persbericht

19 september 2014
Op 19 september heeft hoogleraar Ewine van Dishoeck (Sterrewacht Leiden, Universiteit Leiden) de Gothenburg Lise Meitner Award 2014 ontvangen. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend aan een wetenschapper die een grote ontdekking heeft gedaan in de natuurkunde. Van Dishoeck ontvangt de prijs voor ‘het identificeren van de reeks moleculaire reacties van het ijle gas en microscopische stofdeeltjes die het ontstaan van sterren en planeten mogelijk maken’. Naast een medaille en een publiekslezing maakt een mini-symposium deel uit van de festiviteiten. Van Dishoeck doet sinds het begin van de jaren tachtig onderzoek naar de geboorte van sterren en planeten. Ze gebruikt hierbij kennis uit de astrofysica én de chemie. Ze ontving in 2000 een NWO Spinozapremie en in 2012 de Prijs Akademiehoogleraren van de KNAW. Recentelijk werd ze tot lid verkozen van de Duitse Academie voor Wetenschappen Leopoldina. Van Dishoeck is daarnaast wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA). De Gothenburg Lise Meitner Award word sinds 2006 uitgereikt door het Gothenburg Physics Centre. Lise Meitner was van 1907 tot 1938 natuurkundige in Berlijn. Vanwege de Tweede Wereldoorlog is ze naar Zweden gevlucht, waar ze twintig jaar heeft gewerkt. Ze was een van de meest vooraanstaande kernfysici ter wereld, ondanks het feit dat ze als vrouw moeite had om een academische positie te krijgen. Samen met haar neef Otto Frisch leverde ze de eerste theoretische verklaring van kernsplijting.
Volledig persbericht

19 september 2014
Een internationaal team van natuurkundigen heeft aangetoond dat de massaverhouding tussen het proton en het elektron hetzelfde is in zwakke en in sterke zwaartekrachtsvelden (Physical Review Letters, 18 september). Het idee dat de natuurwetten en fundamentele natuurconstanten niet afhangen van lokale omstandigheden staat bekend als het equivalentieprincipe. Dit principe is de hoeksteen van Einsteins algemene relativiteitstheorie. FOM-fysici, werkzaam bij het LaserLaB op de Vrije Universiteit Amsterdam, hebben het principe getest door te bepalen of een van de natuurconstanten, de massaverhouding tussen protonen en elektronen, afhangt van de sterkte van het zwaartekrachtsveld waarin de deeltjes zich bevinden. De onderzoekers vergeleken de proton-elektron-massaverhouding nabij het oppervlak van witte dwergen met de massaverhouding in een laboratorium op aarde. Witte dwergen zijn sterren in een laat stadium van hun levenscyclus, die geïmplodeerd zijn tot één procent van hun oorspronkelijke afmeting. Het zwaartekrachtsveld op het oppervlak van deze sterren is daarom zo'n 10.000 keer sterker dan dat op aarde. De fysici concludeerden dat zelfs in deze sterke velden de proton-elektron-massaverhouding hetzelfde is, binnen een marge van 0,005 procent. In beide gevallen is het proton 1836,152672 maal zo zwaar als het elektron.
Volledig persbericht

4 september 2014
Het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in Cambridge (VS) is op zoek naar vrijwilligers die willen helpen bij het overtypen van gegevens die zijn opgetekend in een historische collectie astronomische logboeken.  Tussen 1885 en 1992 heeft het Harvard College Observatory herhaaldelijk de nachthemel gefotografeerd met telescopen op zowel het noordelijk als het zuidelijk halfrond. Het resultaat: een archief van meer dan 500.000 glazen fotografische platen. Astronomen zijn druk doende om deze platen te digitaliseren – een klus die nog jaren gaat duren.  Om de berg aan beeldgegevens goed te kunnen inventariseren, moet elke plaat worden gekoppeld aan handgeschreven aantekeningen die in meer dan honderd logboeken zijn opgetekend. Dat is de enige manier om de exacte gegevens van de vele opnamen te kunnen achterhalen.  Het beeldmateriaal wordt onder meer gebruikt om objecten te kunnen opsporen die in de loop van de tientallen jaren opvallende helderheidsveranderingen hebben vertoond. (EE)
Volunteers Needed to Preserve Astronomical History & Promote Discovery

3 september 2014
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft genoeg geld bij elkaar geschraapt om de zeven bestaande planetaire missies te kunnen verlengen. Wel moet het onderzoeksprogramma van het Marsvoertuig Curiosity worden aangepast. Van oudsher beoordelen adviescommissies van NASA jaarlijks alle lopende ruimtemissies op hun wetenschappelijke effectiviteit. Een slecht rapportcijfer kan, zeker in tijden van overheidsbezuinigingen, de doodsklap voor een missie zijn. Toen de planetaire adviescommissie begin dit jaar aan haar werk begon, bestond vooral zorg over twee ‘oudjes’: de maanorbiter Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) en het Marswagentje Opportunity. Maar uiteindelijk kregen beide een uitstekende beoordeling. Hetzelfde geldt voor de Saturnus-orbiter Cassini en de Mars-orbiters MRO, Mars Express (grotendeels Europees) en Mars Odyssey. Het laagste cijfer kreeg Curiosity, de nieuwste en duurste missie van het stel. De commissie toonde zich teleurgesteld over het feit dat het Marsvoertuig wel grote afstanden aflegt, maar relatief weinig gesteenten onderzoekt. ‘Minder rijden, méér wetenschap’ is dan ook de opdracht. Overigens moet het Amerikaanse Congres het NASA-budget voor 2015 nog goedkeuren. Dat proces begint volgende maand en zou er, in het geval van extra bezuinigingen, nog toe kunnen leiden dat er alsnog missies moeten worden geschrapt. (EE)
NASA extends seven planetary missions

2 september 2014
Het impressionisme begon op woensdag 13 november 1872, even na half acht 's morgens. Volgens astronoom Donald Olson van Texas State University was dat het moment waarop Claude Monet vanuit een hotelkamer in Le Havre de zonsopgang waarnam die hij vastlegde in zijn schilderij Impression, Soleil Levant, waaraan de kunststroming zijn naam te danken heeft. Olson maakte gebruik van talloze oude foto's en kaarten van Le Havre, van informatie over de stand van de zon, van gegevens over scheepvaartverkeer en getijden, en van meteorologische informatie. Uiteindelijk bleek er slechts één datum over te blijven waarop het schilderij gemaakt kan zijn. De conclusie van Olson wordt overgenomen door Museé Marmottan Monet in Parijs, die later deze maand een grote Monet-expositie opent. Eerder dateerden Olson en zijn collega's al vele andere schilderijen op basis van astronomische gegevens, onder andere werken van Vincent van Gogh en Edvard Munch. (GS)
Monet's 'Impressionism' Birth Dated by Texas State's 'Celestial Sleuth' (origineel persbericht)

12 augustus 2014
Een team van Leidse astronomen heeft de 'chemische vingerafdruk' van het kleinste aromatische molecuul bepaald. Volgens astrochemische modellen komt dit molecuul veel voor in het heelal, maar omdat het molecuul niet herkenbaar was, kon er niet gericht met telescopen naar worden gezocht. Na een decennialange zoektocht, is eindelijk het lichtspectrum in het laboratorium gemeten. Het molecuul is een belangrijk tussenproduct in een scala aan astrochemische reacties waarbij uiteindelijk moleculen worden gevormd die een rol spelen bij het ontstaan van leven. Het onderzoek is online gepubliceerd in The Astrophysical Journal Letters. Het molecuul waarvan het lichtspectrum in het laboratorium is bepaald heet Cyclopropenyl-ion. Het is het kleinste aromatische molecuul en bestaat uit een ring van drie koolstofatomen met ieder een waterstofatoom. Het geladen deeltje gaat gemakkelijk nieuwe verbindingen aan met andere atomen en moleculen en is daarom in de ruimte van belang bij tientallen chemische reacties. Omdat het absorptiespectrum nu gemeten is, kunnen astronomen onderzoeken waar en hoeveel van deze moleculen in kosmische gaswolken tussen en rondom sterren voorkomen. Postdoc Dongfeng Zhao, werkzaam in het laboratorium voor astrofysica van de Sterrewacht Leiden: "Er bestaan een paar belangrijke moleculen waarvoor het maar niet wil lukken om de chemische vingerafdruk te meten. Het Cyclopropenyl-ion mag nu van de lijst." Hiervoor moesten wel meerdere moeilijkheden worden opgelost. Zo moest het molecuul ter plekke in een plasma worden gemaakt. In zo'n plasma ontstaan vele verschillende deeltjes die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het aantal moleculen is ook nog eens gering, waardoor bijzonder gevoelige metingen nodig zijn. Toch lukte het Zhao en masterstudente Kirstin Doney om het absorptiespectrum van het positief geladen Cyclopropenyl-ion te meten door twee superspiegels aan weerszijden van het plasma te plaatsen en een laserlichtbundel tienduizenden keren erdoor heen en weer te schieten. Wanneer zo’n molecuul in het plasma dan een beetje licht absorbeert, gaat de laserstraal minder vaak op en neer. Door vervolgens het aantal weerkaatsingen te meten voor elke kleur van de laserstraal kan het absorptiespectrum worden bepaald. Het Cyclopropenyl-ion duikt in veel astrochemische modellen op, maar tot nu toe was het niet mogelijk om er daadwerkelijk in de ruimte naar op zoek te gaan. Astronomen kunnen nu met infraroodtelescopen de aanwezigheid van het molecuul bevestigen. Professor Harold Linnartz van de Sterrewacht Leiden: "Dat zo'n belangrijke schakel nu in ons laboratorium het licht heeft gezien is een prachtig resultaat; een stukje van de universele puzzel is zichtbaar geworden. Aan anderen nu de uitdaging om het in de ruimte op de juiste plaats te leggen."
Origineel persbericht

7 augustus 2014
De International Dark-Sky Association (IDA) heeft de Rhön, in het grensgebied van de Duitse deelstaten Hessen, Beieren en Thüringen, uitgeroepen tot ‘internationaal donker hemelreservaat’. Deze status is bedoeld om de uitzonderlijk donkere nachthemels boven het gebied, dat ‘Sternenpark Rhön’ wordt genoemd, te beschermen. De Rhön is het negende donkerehemelreservaat ter wereld. In 1991 werd dezelfde regio al door UNESCO uitgeroepen tot biosfeerreservaat: een gebied waarin ecosystemen en genetische waarden worden beschermd. Het reservaat is 1720 vierkante kilometer groot en omvat het centrale deel van het Rhöngebergte, een middengebergte met als hoogste piek de 950 meter hoge Wasserkuppe. Het initiatief om de Rhön als donkere hemellocatie te nomineren werd in 2009 genomen door studenten van de nabijgelegen Hochschule Fulda. Eerder dit jaar is ook het Westhavelland in de Duitse deelstaat Brandenburg uitgeroepen tot internationaal donker hemelreservaat. (EE)
Germany's Rhön Biosphere Reserve Named World's Ninth International Dark Sky Reserve (pdf)

29 juli 2014
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft Veni-subsidies toegekend aan Adam Ingram en Fabio Zandanel van de Universiteit van Amsterdam (UvA), en John Tobin die zijn onderzoek zal uitvoeren aan de Sterrewacht Leiden. Zij ontvangen maximaal 250.000 euro om onderzoek te doen naar een zelfgekozen onderwerp. De ruimte rond een zwart gat wordt volgens de Algemene Relativiteitstheorie vervormd. Als water door een gootsteen wegloopt is een vergelijkbare vorm te zien. Sterrenkundige Adam Ingram zal dit effect bestuderen door middel van waarnemingen aan gas dat in zwarte gaten valt. Deze zwarte gaten bevinden zich in ons Melkwegstelsel. Astronoom John Tobin zal revolutionaire radiotelescopen gebruiken om onderzoek te doen naar het ontstaan van sterren en de stof-en gasschijven die hen omringen. Uit deze schijven ontstaan planeten zoals die in ons zonnestelsel. Natuurkundige Fabio Zandanel zal de aard van donkere materie onderzoeken aan de hand van clusters van melkwegstelsels, de grootste materiestructuren in het heelal. Het heelal bestaat voor voor ongeveer 25 procent uit donkere materie, maar omdat het geen licht uitzendt is het moeilijk te onderzoeken. Door middel van de Veni-subsidies stimuleert NWO nieuwsgierigheidsgedreven en vernieuwend onderzoek. Dit jaar zijn 152 van de 1086 aanvragen toegekend. 65 vrouwelijke onderzoekers hebben een Veni-subsidie ontvangen. De Veni-, Vidi- en Vici-beurzen, die gericht zijn op de verschillende carrièrefasen van wetenschappers ,maken deel uit van NWO’s Vernieuwingsimpuls.
Oorspronkelijk persbericht

27 juni 2014
Het NOVA Mobiel Planetarium heeft vandaag zijn honderdduizendste bezoeker verwelkomd: Luz Mara Sanchez Ramirez, uit groep 7 van basisschool De Zuiderzee in Amsterdam. Aan het eind van het college dat André Kuipers op de Universiteit van Amsterdam gaf voor ruim 200 leerlingen uit de regio Amsterdam, kreeg Luz uit handen van de ESA-astronaut een eigen telescoop. Eerder die ochtend werd Luz bij het bezoek met haar klas aan het mobiele planetarium, dat stond opgesteld in de hal van de UvA-bètafaculteit, als 100.000e geteld. Vandaag was de aftrap van de collegetour van André Kuipers. Hij gaat als ambassadeur van het Techniekpact op tournee door Nederland. De collegetour beoogt het enthousiasmeren van basisschoolleerlingen en leerkrachten voor zijn wereld, de wereld van ruimtevaart, wetenschap en techniek. Hiermee wil het Techniekpact ervoor zorgen dat voldoende jongeren kiezen voor een bèta-technische opleiding. In het schooljaar 2014/2015 zullen negen afleveringen van de collegetour volgen, verspreid over heel Nederland. De Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie ging van start met het planetariumproject voor scholen in 2010. In totaal worden drie mobiele planetaria ingezet. Het planetarium wordt 's ochtends naar een school vervoerd, en daar worden de hele lesdag interactieve voorstellingen gegeven en films vertoond.
Volledig persbericht

26 juni 2014
Het Comité voor Ruimteonderzoek COSPAR en de Russische Academie van Wetenschappen hebben een Zeldovich-medaille toegekend aan sterrenkundige Nanda Rea (Barcelona; Anton Pannekoek Instituut, Amsterdam). Rea krijgt de onderscheiding voor haar waardevolle bijdrage aan het onderzoek van neutronensterren, en in het bijzonder van zogeheten magnetars. Een magnetar is een type neutronenster, een supercompact overblijfsel van een zware ster die na een supernovaexplosie is ingestort en zijn buitenste lagen heeft weggeblazen. Een neutronenster is slechts 15 tot 20 kilometer groot, maar een theelepeltje van zijn materiaal weegt een miljard ton. Magnetars bezitten de sterkste magneetvelden in het heelal. Toen Rea in 2002 met haar promotieonderzoek begon, werd verondersteld dat magnetars stabiele röntgenbronnen waren. Ook werd gedacht dat magnetars twee polen hebben, analoog aan het magneetveld van bijvoorbeeld de aarde. Dat beeld bleek niet met de werkelijkheid overeen te stemmen, zo ontdekte Rea. Magnetars blijken extreem grote energie-uitbarstingen te vertonen, vaak in de vorm van röntgen- of gammastraling. Deze uitbarstingen worden veroorzaakt door veranderingen in het supersterke magneetveld, en zijn veel sterker dan die van een andere categorie neutronensterren, pulsars. Nog verrassender was haar ontdekking dat sommige magnetars juist een uitzonderlijk zwak magneetveld aan hun oppervlak hebben. De Zeldovich-medaille zal in augustus 2014 worden uitgereikt tijdens een speciale bijeenkomst van COSPAR in Moskou, waarbij de 100ste geboortedag wordt herdacht van de beroemde Russische natuurkundige Yakov B. Zeldovich.
Amsterdamse astronoom Nanda Rea krijgt Zeldovich-medaille

25 juni 2014
De High Energy Astrophysics Division (HEAD) van de American Astronomical Society heeft de David N. Schramm Award 2014 toegekend aan wetenschapsjournalist Govert Schilling. Het doel van deze prijs is om meer bekendheid te geven aan de hoge-energie-astrofysica – de tak van de sterrenkunde die zich bezighoudt met de meest energierijke verschijnselen in het heelal.   Govert Schilling, die tientallen populaire sterrenkundeboeken op zijn naam heeft staan, is de eerste auteur buiten het Engelse taalgebied die de prijs wint. Hij ontvangt de onderscheiding voor zijn artikel ‘The Frozen Neutrino Catcher’, dat in januari 2014 in het Amerikaanse tijdschrift Sky&Telescope is verschenen. In het artikel doet Govert verslag van zijn bezoek aan het neutrino-observatorium IceCube op Antarctica. De David N. Schramm Award bestaat uit een bedrag van $1500 en een plaquette. Daarnaast wordt de winnaar uitgenodigd voor een bezoek aan een toekomstige HEAD-bijeenkomst. (EE)
Govert Schilling Wins David N. Schramm Science Journalism Award

20 juni 2014
Arnout Franken uit Neede (Bonhoeffer College, Enschede) is de winnaar van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2014. Hij heeft het sterrenkunde-examen dat vandaag werd afgenomen aan het Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek in Amsterdam het beste gemaakt. Franken heeft een waarneemreis gewonnen naar het Roque de Los Muchachos Observatory op het Canarische eiland La Palma. Hij mag samen met een sterrenkundige waarnemingen doen met een van de professionele telescopen. De Nederlandse Sterrenkunde Olympiade wordt jaarlijks georganiseerd door een van de universitaire sterrenkundige instituten. Volgend jaar wordt de olympiade georganiseerd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Volledig persbericht

10 juni 2014
De Gruber Cosmology Prize 2014 is uitgereikt aan vier astronomen die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het onderzoek van het 'nabije' heelal: Sidney Van den Bergh (Herzberg Instituut voor Astronomie en Astrofysica in Victoria, Brits Columbia), Jaan Einasto (Tartu-sterrenwacht, Estland), Kenneth Freeman (Australian National University) en Brent Tully (University of Hawaii). De prijs, uitgereikt door de Gruber Foundation, wordt wel beschouwd als de 'Nobelprijs van de kosmologie'. Het bedrag van 500.000 dollar wordt door de vier prijswinnaars gedeeld. Van den Bergh is in 1929 in Wassenaar geboren en studeerde in 1947 en 1948 sterrenkunde in Leiden. (GS)
Gruber Foundation

29 mei 2014
De Kavli-prijs voor astrofysica gaat dit jaar naar Alan Guth, Andrei Linde en Alexei Starobinsky. Het drietal ontvangt de prijs voor hun pionierswerk op het gebied van de kosmische inflatietheorie. Aan de prestigieuze prijs is een geldbedrag van 1 miljoen dollar verbonden. Volgens de inflatietheorie onderging ons heelal, heel kort na zijn ontstaan, een kortstondige fase van exponentiële uitdijing. Tijdens deze periode, die slechts een fractie van een seconde duurde, zwol het heelal enorm sterk op – vandaar de term ‘inflatie’. De kosmische inflatie had grote gevolgen voor de verdere evolutie van ons heelal. De inflatietheorie kwam eerder dit jaar in het nieuws toen wetenschappers van het BICEP2-experiment bekendmaakten dat zij (via een omweg) gravitatiegolven hadden waargenomen – rimpelingen in de ruimtetijd die tijdens de eerste ogenblikken van het heelal waren opgetreden. Het bestaan van dergelijke zwaartekrachtsgolven is één van de voorspellingen van de inflatietheorie. De BICEP2-detectie moet overigens nog bevestigd worden. De Kavli-prijzen, uitgereikt door de Kavli Foundation die is opgericht door de natuurkundige (en zakenman) Fred Kavli, gaan naar topwetenschappers in drie onderzoeksgebieden: astrofysica, neurowetenschappen en nanowetenschappen. (EE)
Nine Scientific Pioneers Receive The 2014 Kavli Prizes

21 mei 2014
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft groen licht gegeven aan een groep burgerwetenschappers die een meer dan 35 jaar oude ruimtesonde tot leven wil wekken. De ruimtesonde, ISEE-3 geheten, komt in augustus voor het eerst in lange tijd weer dicht in de buurt van de aarde. ISEE-3 werd in 1978 gelanceerd om de zonnewind – de stroom deeltjes die onze ster voortdurend uitstoot – te onderzoeken. Die missie werd in 1981 afgesloten, maar de ruimtesonde functioneerde toen nog zo goed dat besloten werd om hem voor kometenonderzoek te gaan gebruiken. In 1985 en 1986 vloog de inmiddels tot International Cometary Explorer (ICE) omgedoopte ruimtesonde achtereenvolgens door de staarten van de kometen Giacobini-Zinner en Halley. Sinds die tijd cirkelt ISEE-3/ICE doelloos in een baan om de zon. De non-profit organisatie Space College Foundation heeft, samen met het Californische ruimtetechnologie bedrijf Skycorp en ruimtenieuwssite Spaceref, nu het plan opgevat om ISEE-3 in een omloopbaan om het Lagrange-punt L1 te brengen. Dat gravitationeel stabiele punt ligt op de verbindingslijn zon-aarde, op anderhalf miljoen kilometer van onze planeet. De volgende stap zal zijn om de ruimtesonde weer in bedrijf te brengen. Maar voordat het zover is, zal eerst moeten worden geprobeerd om het radiocontact te herstellen. De aanstaande dichte nadering van ISEE-3 is het geijkte moment daarvoor. NASA heeft het ‘ISEE-3 Reboot Project’ van technische gegevens voorzien die het mogelijk maken om met de ruimtesonde te communiceren. Als de herstart lukt, en de instrumenten van ISEE-3 nog in goede staat zijn, zal het oorspronkelijke onderzoek – van de interactie tussen de zonnewind en het magnetische veld van de aarde – worden hervat. (EE)
NASA Signs Agreement With Citizen Scientists Attempting To Communicate With Old Spacecraft

21 mei 2014
Sterrenkundige Heino Falcke van de Radboud Universiteit Nijmegen en ASTRON is gekozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Spinozapremiewinnaar en hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica Falcke (1966) onderzoekt de aard van zwarte gaten en de gasstromen in hun omgeving, waarbij hij de astrofysica en de deeltjesfysica met elkaar verbindt. Zijn theorie dat hoog-energetische kosmische straling via de LOFAR-radiotelescoop te detecteren moest zijn, wist hij door concrete waarnemingen bevestigd te krijgen. Een recent idee, dat hij eveneens experimenteel wil toetsen, is zijn theoretische voorspelling van een ‘schaduw’ van een zwart gat dat op radiofrequenties te detecteren moet zijn. De KNAW heeft zeventien nieuwe leden gekozen. Leden van de KNAW, vooraanstaande wetenschappers uit alle disciplines, worden gekozen op grond van voordrachten van ‘peers’ binnen en buiten de Akademie. De KNAW telt circa vijfhonderd leden, die voor het leven zijn benoemd.
Volledig persbericht

18 mei 2014
Kernfysicus, voormalig ESA-astronaut en duurzaamheidsgoeroe Wubbo Ockels is vandaag overleden aan de gevolgen van niercelkanker. Ockels werd op 28 maart 1946 geboren in Almelo, studeerde wis- en natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, en werkte daarna aan het Kernfysisch Versneller Instituut. In 1977 solliciteerde hij met succes naar de functie van astronaut bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Hij nam als missiespecialist deel aan de eerste vlucht van het ruimtelaboratorium Spacelab (in het vrachtruim van de spaceshuttle Challenger), van 31 oktober t/m 6 november 1985. Wubbo Ockels was vervolgens verbonden aan het Europese technologiecentrum ESTEC in Noordwijk, en vanaf 1992 aan de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek van de TU Delft; vanaf 2003 als voltijdhoogleraar duurzame technologie. Hij werkte aan een groot aantal originele en ambitieuze duurzaamheidsprojecten (o.a. de laddermolen voor energie-opwekking uit wind en de Superbus tussen Amsterdam en Groningen), die geen van alle met succes en op grote schaal gerealiseerd werden. Ockels was ook de geestelijk vader van de zonne-auto Nuna, die verscheidene malen de World Solar Challenge heeft gewonnen. In augustus 2005 kreeg Ockels een zeer zware hartaanval (hartproblemen waren er ook de oorzaak van dat hij nooit een tweede ruimtevlucht maakte); in 2008 werd bij hem een niertumor verwijderd. In 2013 bleek hij opnieuw niercelkanker te hebben. Daaraan is hij op 18 mei 2014 in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam overleden. (GS)
Website over Wubbo Ockels

15 mei 2014
Afgelopen week is het De Zeeuw-Van Dishoeck Fonds opgericht dat als doel heeft om jong talent in de astronomie te stimuleren. Uit het fonds wordt jaarlijks de De Zeeuw-Van Dishoeck Afstudeerprijs voor Sterrenkunde toegekend voor de beste masterscriptie op het gebied van de sterrenkunde, geschreven aan een Nederlandse universiteit. De Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW) in Haarlem kondigt de nieuwe prijs officieel aan op haar jaarvergadering op zaterdag 17 mei 2014. De prijs bestaat uit een oorkonde en een geldbedrag van € 3000. ‘Slimme studenten zijn de toekomst van ons vakgebied en die willen we graag zo vroeg mogelijk aanmoedigen om zelfstandig vernieuwend onderzoek te doen’, aldus Ewine van Dishoeck (hoogleraar moleculaire astrofysica in Leiden), die samen met ESO-directeur-generaal Tim de Zeeuw (tevens hoogleraar theoretische astronomie in Leiden) het fonds heeft opgericht. De KHMW, opgericht in 1752, is het oudste ‘geleerde genootschap’ in Nederland, en heeft als doel ‘de wetenschap bevorderen en een brug slaan tussen wetenschap en samenleving’. De De Zeeuw-Van Dishoeck Afstudeerprijs voor Sterrenkunde zal eind november 2014 voor het eerst worden uitgereikt.
Volledig persbericht

9 mei 2014
Het project Universe Awareness (UNAWE) van de Universiteit Leiden heeft haar Kickstarter crowdfunding campagne gelanceerd op de 13e International Conference on Public Communication of Science and Technology (PCST 2014) in Brazilië. De campagne ondersteunt Universe Awareness in het zo breed mogelijk verspreiden van haar educatieve sterrenkundeleskist, Universe in a Box, in kansarme gemeenschappen over de hele wereld. Universe in a Box is een educatieve leskist die is ontwikkeld om leerkrachten en educatoren te helpen in het lesgeven over sterrenkunde en ruimtevaart aan 4 tot 10 jaar oude kinderen over de hele wereld. De kist is gemaakt om te voldoen aan de vraag aan praktische en interactieve lesmaterialen om sterrenkunde in de klas te brengen. Universe in a Box bestaat uit meer dan veertig praktische activiteiten, samen met de materialen en modellen om ze uit te voeren. Het budget dat wordt verzameld met de campagne wordt gebruikt om deze leskist naar ontwikkelingslanden te sturen en om leerkrachten te trainen in het gebruik ervan. De Kickstartercampagne loopt van 9 mei tot 10 juni en heeft als doelstelling om €15.000 binnen te halen. Het is een van de eerste Kickstartercampagnes in Nederland, waarvan de website vorige week is gelanceerd.
Volledig persbericht

11 april 2014
Op 3 april doken in Noorse media berichten op over een skydiver die tijdens een sprong bijna door een meteoriet zou zijn getroffen. De videobeelden die van de nipte misser werden gemaakt, zijn sindsdien zes miljoen keer bekeken. Bovendien kwam er een levendige discussie op gang, met als conclusie: het was waarschijnlijk een steentje dat bij het opvouwen per ongeluk in de parachute is terechtgekomen. Vooral de ballistische analyse van NASA-ingenieur Phil Metzger wordt als een belangrijke bijdrage aan de discussie gezien. Zijn berekeningen tonen aan dat de vluchtbaan van het object zowel in overeenstemming is met een klein steentje dat bij het ontvouwen van de parachute omlaag viel als met een grote meteoriet die de springer op twaalf tot achttien meter miste. Maar dat het een steentje is geweest, is – mede gezien de timing – simpelweg vele malen waarschijnlijker. De onderzoekers die zich met de videobeelden hebben beziggehouden, beschouwen de zaak hiermee als afgedaan. Maar het blijft een mooi verhaal. (EE)
Follow-Up on Skydiving Meteorite: Crowdsourcing Concludes it Was Just a Rock

11 april 2014
De prijs ‘Engineering PowerWoman 2014’ is toegekend aan Gabby Aitink-Kroes, ingenieur bij de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) en ASTRON Netherlands Institute for Radio Astronomy. Aitink-Kroes heeft belangrijke bijdragen geleverd aan de ontwikkeling van geavanceerde optische instrumenten voor sterrenkundig onderzoek. De prijs werd vandaag uitgereikt op de WoMenPower-conferentie in Hannover, Duitsland. De Engineering PowerWoman 2014 wordt jaarlijks toegekend aan een vrouw die met succes actief is op het gebied van wiskunde, informatica, natuurwetenschappen of techniek, en belangrijke bijdragen heeft geleverd aan haar werkgever vanwege haar toewijding, ideeën en resultaten. Aitink-Kroes is sinds 1992 verbonden aan NOVA en ASTRON. Zij heeft een sleutelrol gespeeld bij de ontwikkeling van het MIRI-instrument dat zal worden geïnstalleerd op de James Webb Space Telescope. Door slim gebruik te maken van symmetrie heeft zij het ontwerpen, de productie en het testen weten te bespoedigen. Daarnaast heeft zij bijgedragen aan de ontwikkeling van vele instrumenten voor ESO’s Very Large Telescope en leidt zij momenteel de ontwikkeling van de mechanische componenten van het METIS-instrument voor de toekomstige European Extremely Large Telescope. Haar specialiteit ligt bij het ontwerpen van instrumenten die moeten werken bij een temperatuur van circa 240 graden onder nul.
Volledig persbericht

3 april 2014
In Noorse media zijn berichten opgedoken over de skydiver Anders Helstrup die tijdens een sprong op 12 juni 2012 bijna door een meteoriet zou zijn getroffen. Op videobeelden die tijdens de sprong zijn gemaakt is inderdaad een rakelings langskomende donkere steen te zien. Als de video op 1 april was gepresenteerd, zouden we er verder kort over kunnen zijn. Maar het nieuws is pas op donderdag 3 april door het populair-wetenschappelijke tv-programma ‘Schrödingers katt’ bekendgemaakt. Bovendien geldt Hans Erik Foss Amundsen, die nauw betrokken is bij het onderzoek van de nipte misser, als een betrouwbaar wetenschapper. Of het gefilmde steentje ook echt een meteoriet was, zal waarschijnlijk echter nooit meer duidelijk worden. Verwoede zoekacties op de grond hebben niets opgeleverd. En zelfs als de ruimtesteen alsnog zou worden gevonden, kun je nooit helemaal uitsluiten dat het bewijsstuk deel uitmaakt van een groots opgezette hoax. Hoe dan ook: op de website van het Norske Meteornettverk is een uitgebreide analyse van de opmerkelijke videobeelden te vinden. Daaruit blijkt dat de steen minstens 7 bij 9 centimeter groot was en iets minder dan een kilogram zwaar. Maar hij kan ook groter en zwaarder zijn geweest: in elk geval niet iets wat je met een snelheid van een slordige 150 km/uur op je af wilt zien komen. (EE)
Skydiver films falling meteorite

2 april 2014
De Nijmeegse astronoom Sjoert van Velzen en Matteo Brogi van de Universiteit Leiden zijn twee van de zeventien nieuwe postdocs binnen het prestigieuze Hubble Fellowship Programma. Met deze beurs gaan zij aan NASA’s Space Telescope Science Institute (STScI) in Baltimore, VS, onderzoek doen dat binnen het ‘Cosmic Origins’-thema van NASA past. Het is niet voor het eerst dat astronomen van Nederlandse instituten deze beurs hebben ontvangen. Sinds 1990 zijn achttien collega’s hen voorgegaan. De nieuwe Hubble Fellows beginnen komend najaar aan hun onderzoeksprogramma, dat drie jaar duurt.Een andere onderzoeksbeurs, de Carl Sagan Exoplanet Postdoctoral Fellowship, is toegekend aan onder anderen Jane Birkby van de Universiteit Leiden. Deze beurs is bedoeld voor postdoctorale onderzoekers die onderzoek doen naar exoplaneten en mogelijk leven rond andere sterren. (EE)
NASA and STScI Select 17 Hubble Fellows for 2014

27 maart 2014
Vandaag wordt de Leidse hoogleraar moleculaire astrofysica Ewine van Dishoeck geïnstalleerd als lid van de prestigieuze Duitse Academie voor Wetenschappen Leopoldina. Zij is verkozen op grond van haar wetenschappelijke bijdragen aan haar onderzoeksgebied: de fysica tijdens de vorming van nieuwe sterren en planeten. Van Dishoeck is sinds begin jaren tachtig wetenschappelijk actief op het gebied van de moleculaire astrofysica. Zij onderzoekt de geboorte en sterfte van sterren en planeten, en gebruikt daarbij kennis uit de astrofysica én de chemie. Ze ontving in 2000 een NWO Spinozapremie, en in 2012 de Prijs Akademiehoogleraren van de KNAW. Van Dishoeck is daarnaast wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA). De Leopoldina Academie is gesticht in 1652 en is het oudste wetenschappelijk genootschap in de wereld. Eerder werden de Nederlandse astronomen Kees de Jager (1987) en Jan Hendrik Oort (1963) verkozen tot lid.
Persbericht NOVA

25 maart 2014
Wat de inwendige opbouw en structuur van een neutronenster ook is, de 'uiterlijke' kenmerken zijn met slechts drie getallen te beschrijven. Dat blijkt uit theoretische berekeningen van Italiaanse en Griekse onderzoekers, die gepubliceerd worden in Physical Review Letters. Neutronensterren zijn de supercompacte overblijfselen van geëxplodeerde reuzensterren. Met een massa van enkele zonsmassa's maar een middellijn van niet meer dan 25 kilometer kunnen ze nog het beste vergeleken worden met kolossale atoomkernen. Hoe de materie in een neutronenster zich precies gedraagt is niet bekend - naar die zogeheten toestandsvergelijking wordt nog steeds gezocht. Onderzoekers van de International School of Advanced Studies in Triëst en van de Universiteit van Athene hebben nu echter aangetoond dat die toestandsvergelijking geen invloed heeft op de uiterlijke kenmerken van een neutronenster. 'Aan de buitenkant' worden neutronensterren door slechts drie getallen beschreven: hun massa, hun impulsmoment (een maat voor de hoeveelheid draaiing) en hun quadrupoolmoment (de mate waarin de neutronenster door de rotatie wordt vervormd). Die drie gegevens zijn in principe af te leiden uit de straling van de neutronenster en de zwaartekrachtsinvloed die hij op zijn omgeving uitoefent. Neutronensterren lijken volgens de onderzoekers enigszins op zwarte gaten, die door slechts twee getallen volledig zijn beschreven (het quadrupoolmoment speelt bij zwarte gaten geen rol). (GS)
Simple, Like a Neutron Star (origineel persbericht)

20 maart 2014
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft Roel Gathier, directeur van het Nederlands Instituut voor Ruimteonderzoek (SRON), benoemd tot voorzitter van de commissie die beslist over het wetenschappelijke programma van ESA. Gathier gaat deze invloedrijke positie per 1 juli 2014 voor twee jaar bekleden, met de mogelijkheid van een derde jaar.De wetenschappelijke programmacommissie bepaalt de inhoud van het ESA-onderzoeksprogramma. Dit programma heeft de afgelopen jaren vele succesvolle ruimtemissies voortgebracht, waaronder de grensverleggende infraroodmissie Herschel, die een schat aan informatie heeft opgeleverd over onder meer geboorte en dood van sterren. Een ander voorbeeld is de Rosetta-missie, die onderweg is naar een komeet en later dit jaar zelfs een kleine sonde daarop zal laten landen.De benoeming van Gathier kan worden gezien als een erkenning van de grote verdiensten van het Nederlandse ruimteonderzoek voor het wetenschappelijke programma van de ESA. Nederland draagt al vanaf het begin van het Europese ruimteonderzoek bij aan baanbrekende ruimtemissies. Ook aan missies die voor de komende jaren staan gepland hoopt Nederland belangrijke bijdragen te kunnen leveren.Het wordt de derde keer in de geschiedenis dat Nederland de voorzitter van ESA’s wetenschappelijke programmacommissie levert. Eerder waren dat SRON-directeuren Kees de Jager en Johan Bleeker. (EE)
Volledig persbericht SRO

18 maart 2014
Een nieuw computermodel, ontwikkeld door astrofysici uit de VS en Duitsland, geeft inzicht in de doodsstrijd van zware sterren die hun bestaan afsluiten met een supernova-explosie. Het model is het eerste dat het begin van zo’n explosie in drie dimensies laat zien. Tot 1987 bestond de indruk dat een ontploffende zware ster in één keer al zijn buitenlagen de ruimte in blaast. Maar waarnemingen van de heldere supernova die dat jaar verscheen – de laatste die vanaf de aarde met het blote oog waarneembaar was – lieten zien dat de ster al vóór de grote klap een mengsel van materie had uitgestoten. Het nieuwe model laat zien hoe dat komt. Kort voor de fatale explosie treden in het inwendige van de ster zulke hevige turbulenties op, dat de ster als het ware overkookt. Op dat moment zit de ster nog steeds in elkaar zoals vroegere modellen aangaven – zware elementen in het centrum, lichte elementen aan de buitenkant. Maar door de turbulenties worden die door elkaar geroerd, waardoor tijdens het ‘overkoken’ zowel lichte als zware elementen worden weggeblazen. (EE)
New view of supernova death throes

13 maart 2014
In de nacht van woensdag op donderdag (19/20 maart) is vanuit delen van de VS en Canada een bijzonder hemelverschijnsel te zien. De heldere ster Regulus van het sterrenbeeld Leeuw is dan een paar tellen onzichtbaar. Oorzaak: de kleine planetoïde Erigone schuift precies voor hem langs. De eigenlijke bedekking van de ster is alleen waarneembaar vanuit een 106 kilometer brede strook die vanaf de stad New York in noordwestelijke richting loopt. Het verschijnsel vindt plaats rond 2.06 uur lokale tijd (EDT). Het is voor het eerst dat de bedekking van zo’n heldere ster vanuit een dichtbevolkt gebied te zien is. De kans dat zoiets gebeurt is dan ook heel erg klein. Bedenk dat Erigone maar 73 kilometer groot is en zich op het moment van de bedekking op 177 miljoen kilometer van de aarde bevindt: een ‘stuiver’ gezien op een afstand van bijna vijftig kilometer. (EE)
Asteroid to Black Out a Bright Star

12 maart 2014
Drie astronomen van de Sterrewacht Leiden hebben de Wim Nieuwpoort-prijs van SURFsara en NWO gewonnen. De award is vernoemd naar professor emeritus Wim Nieuwpoort die van grote betekenis is geweest voor grootschalig rekenen in Nederland. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend aan het team wetenschappers dat het meest optimaal gebruik weet te maken van de nationale supercomputer ‘Cartesius’. De Leidse hoogleraar Simon Portegies Zwart en zijn promovendi Tjarda Boekholt en Guilherme Gonçalves Ferrari krijgen de prijs op 13 maart uitgereikt op het SURFsara infrastructure & Computing-dag in het Bimhuis te Amsterdam.  De Cartesius supercomputer is uniek in zijn modulaire opbouw, waardoor hij gemakkelijk kan meegroeien met de rekenbehoeftes van de Nederlandse wetenschappers. De configuratie die door het Leidse onderzoeksteam is gebruikt bestaat uit rekken met processor-blades van in totaal 13984 reken-kernen (cores), die een rekenkracht van ca. 27 TeraFlop/s leveren; dat komt neer op 271.000.000.000.000 berekeningen per seconde.De onderzoekers hebben Newtons bewegingsvergelijkingen op een volledig nieuwe manier vertaald naar computercode, en hiermee het zonnestelsel gesimuleerd, met planeten en planetoïden. De vraag die ze hierbij stelden was hoe vaak het voor zou komen dat een planetoïde in botsing komt met de zon. Dit zou mogelijk een verklaring kunnen leveren voor de relatief grote hoeveelheid zware elementen in de zon in vergelijking met sterren in de buurt. De wetenschappers zijn erin geslaagd een relatief kleine berekening efficiënt met de supercomputer uit te voeren, door op een slimme manier de fundamentele vergelijkingen op te splitsen en te verdelen over alle reken-kernen van de supercomputer. Het algoritme is zo efficiënt dat ze een berekening die normaal gesproken op een enkele pc zou kunnen worden uitgevoerd ook op de supercomputer hebben kunnen runnen. Deze berekening werd op Cartesius in ongeveer één dag uitgevoerd, terwijl een gewone computer er 35 jaar over zou hebben gedaan.
Volledig persbericht

11 maart 2014
De Internationale Astronomische Unie (IAU) neemt afstand van de nieuwste publieksactie van het Amerikaanse bedrijf Uwingu. Uwingu stelt iedereen in staat om tegen betaling namen te geven aan kraters op de planeet Mars. Het geld (tot 5000 dollar voor de grotere kraters) wordt gebruikt voor de financiering van ruimteonderzoeksprojecten. Het Nederlandse bedrijf MarsOne, dat een kolonie op Mars wil stichten, heeft toegezegd de nieuwe namen in de toekomst te gebruiken.Volgens de IAU, opgericht in 1919, zijn de Uwingu-namen echter niet officieel. Een speciale IAU-werkgroep voor de naamgeving van objecten in het zonnestelsel (en oppervlaktedetails op die objecten) is belast met het toekennen van namen aan kraters, vaak binnen een bepaald vooraf overeengekomen thema. Zo worden alle kraters op Mercurius genoemd naar aardse kunstenaars.In een persverklaring stelt de IAU niet tegen publieksparticipatie te zijn. Zo zijn de namen van de nieuwste twee maantjes van Pluto gekozen op basis van een stemming via internet, en heeft NASA ook ooit een oproep gedaan om met voorstellen te komen voor de naamgeving van oppervlaktedetails op Venus. In geen van die gevallen moesten deelnemers daarvoor betalen.Eerder kwam de IAU al in aanvaring met Uwingu, toen het bedrijf (eveneens tegen betaling) namen liet geven aan exoplaneten. (GS)
Concerns and Considerations with the Naming of Mars Craters (origineel persbericht)

4 maart 2014
Leidse sterrenkundigen hebben nieuwe computerprogrammatuur ontwikkeld om sterrenkundige berekeningen uit te voeren in elke gewenste mate van nauwkeurigheid, tot wel duizend cijfers achter de komma. Die extreme precisie is in sommige berekeningen nodig, omdat zeer kleine afwijkingen (bijvoorbeeld veroorzaakt door afrondingsfouten) sterk vergroot kunnen worden wanneer er sprake is van niet-lineaire (chaotische) systemen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij berekeningen aan de baanbewegingen in drievoudige stersystemen.Hoogleraar Simon Portegies Zwart en promovendus Tjarda Boekholt hebben nu een methode ontwikkeld om exacte resultaten te bereiken met elke gewenste mate van precisie. Dat kost weliswaar veel processortijd, maar de resultaten worden er wel een stuk betrouwbaarder van. De nieuwe code wordt gepubliceerd in The Astrophysical Journal Letters. (GS)
Sterrenkundigen voeren de meest precieze berekeningen ooit uit (origineel persbericht)

3 maart 2014
Mars One, de Nederlandse organisatie die binnen tien jaar een Marskolonie hoopt te realiseren en astronauten selecteert voor een enkele reis naar de Rode Planeet, heeft een samenwerkingsovereenkomst ondertekend met Uwingu, een Amerikaans bedrijf dat geld voor ruimteonderzoeksprojecten genereert door mensen te laten betalen voor het toekennen van namen aan o.a. exoplaneten en Marskraters. Vorige week kondigde Uwingu het Mars Crater Naming Project aan: iedereen kan (tegen betaling) een naam geven aan een van de ca. 500.000 naamloze kraters op de planeet Mars. Met de opbrengst wil Uwingu lopende en toekomstige ruimteonderzoeksprojecten financieren. In ruil voor sponsoring van Uwingu heeft Mars One nu toegezegd om bij alle toekomstige vluchten naar Mars de Uwingu Mars Map, met de nieuw toegekende namen, aan boord mee te nemen, en die namen ook te gebruiken. Het Uwingu-initiatief is omstreden, omdat de Internationale Astronomische Unie alleen namen erkent die worden geselecteerd door speciale nomenclatuur-commissies. (GS)
Mars One partners with Uwingu Mars Crater Naming Project (origineel persbericht)

28 februari 2014
Neil Armstrong, de eerste mens op de maan, is de nieuwe naamgever van een luchtvaartonderzoekscentrum van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Het centrum, nabij de Californische Edwards Air Force Base, heette tot nu toe het Dryden Flight Research Center. Per 1 maart is de officiële naam: Armstrong Flight Research Center. Armstrong overleed in augustus 2012.Op het NASA-centrum wordt onderzoek gedaan aan geavanceerde luchtvaarttechnieken, en vinden testvluchten plaats met prototypes van nieuwe (ruimte-)vliegtuigen. Armstrong heeft zowel voor als na zijn astronautenloopbaan nauwe contacten met het centrum onderhouden. De naam van luchtvaarttechnicus Hugh Dryden, naar wie het centrum sinds 1976 werd genoemd, leeft voort in de Dryden Aeronautical Test Range, een woestijngebied van ruim dertigduizend vierkante kilometer waar de meeste testvluchten worden uitgevoerd. (GS)
NASA Honors Astronaut Neil Armstrong with Center Renaming (origineel persbericht)

24 februari 2014
Maastrichtse oogchirurgen maken sinds kort gebruik van een Delftse ruimteonderzoekstechniek om nauwkeurige operaties aan het menselijk netvlies uit te voeren. Bij zulke operaties wordt gebruikt gemaakt van een extreem krachtige microscoop die aan het plafond van de operatiekamer is bevestigd. Minieme trillingen van het nieuwe gebouw van de Maastrichtse universitaire oogkliniek, voornamelijk veroorzaakt door windbelasting van het gebouw, maakten precisie-operaties echter moeilijk. Dat probleem is nu verholpen dankzij een instrument dat door TNO in Delft ooit is ontworpen in het kader van het Darwin-programma - een mogelijk toekomstig ruimteonderzoeksproject van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA voor het gedetailleerd bestuderen van planeten bij andere sterren.Ook voor het testen van de precisietechnieken die nodig zijn voor Darwin was behoefte aan een volmaakt trillingsvrije opstelling. Die opstelling - 'Hummingbird' (kolibri) genoemd - is in Delft met succes ontwikkeld. Hummingbird meet de trillingen die van buitenaf werkzaam zijn, en compenseert die door de meetapparatuur precies in de tegenovergestelde richting te bewegen. De Hummingbird-opstelling is nu met succes toegepast bij de oogmicroscoop in Maastricht, zodat trillingsvrije precisieoperaties uitgevoerd kunnen worden. (GS)
Planet hunter sharpen eye surgery (origineel persbericht)

11 februari 2014
Er is een plausibele verklaring gevonden voor het merkwaardige feit dat de weerkaatste signalen van laserbundels die bij Volle Maan op het maanoppervlak worden gericht tien keer zo zwak zijn als tijdens andere nachten. De verzwakking wordt waarschijnlijk veroorzaakt door opwarming van de prisma’s in de zogeheten retroreflectors die bij verschillende ruimtemissies op de maan zijn achtergelaten. De retroreflectors – panelen ter grootte van een koffer die precies op de aarde zijn gericht – stellen wetenschappers sinds 1969 in staat om de afstand tussen aarde en maan, en de kleine veranderingen daarin, heel nauwkeurig te meten. Door vanaf de aarde een laserbundel op deze reflectors te richten en exact de tijd te meten die licht nodig heeft om de retourtrip naar de maan te maken (ongeveer 2,5 seconde), kan de afstand van de maan tot op de millimeter nauwkeurig worden bepaald. De laserpulsen die op de maan worden afgeschoten bestaan ruwweg uit een biljard fotonen. Van die duizend biljoen lichtdeeltjes wordt er na weerkaatsing hooguit één teruggezien. Dat komt door de verstrooiende werking van de aardatmosfeer, maar ook doordat zich in de loop van de tijd steeds meer maanstof op de reflectors heeft afgezet. En bij Volle Maan is het nog erger: dan is het weerkaatste signaal nog eens honderd keer zo zwak. Deze opmerkelijke afname werd – bij wijze van grap en door het ontbreken van een goede verklaring – wel de ‘vloek van de Volle Maan’ genoemd. Vermoed werd al dat het verschijnsel wordt veroorzaakt doordat de lichtweerkaatsende prisma’s in de reflectoren een beetje verzonken in cilinders zijn gemonteerd, waardoor ze alleen bij Volle Maan volledig door de zon worden beschenen. Als dat gebeurt, warmt het donkere maanstof op de prisma’s op en ontstaat er een temperatuurverschil tussen hun bovenkant en onderkant. Gevolg: een veranderde lichtbreking die ervoor zorgt dat nog minder fotonen de telescoop op aarde weten te bereiken. Deze theorie is nu getest tijdens een totale maansverduistering, een Volle Maan waarbij de aarde vanaf de maan gezien voor de zon schuift. Daarbij is vastgesteld dat, zoals voorspeld, de signalen van de reflectors sterk toenemen zodra het zonlicht wegvalt en na afloop van de verduistering weer verzwakken. (EE)
Source of ‘Moon Curse’ Revealed by Eclipse

23 januari 2014
Nederlandse astronomen hebben ontdekt dat interstellair ijs wellicht veel poreuzer is dan tot nu toe werd gedacht. Dat heeft gevolgen voor de efficiëntie waarmee complexe moleculen in de ruimte kunnen ontstaan. Het onderzoeksresultaat is vandaag gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. Het aardse tafereel is bekend: het vriest, de lucht is droog en autoruiten bevriezen. In de ruimte gebeurt iets vergelijkbaars. In de ijle lucht rondom en tussen de sterren hebben stofdeeltjes temperaturen van zo’n 260 graden onder nul. Gasmoleculen die in de buurt van zo’n stofdeeltje komen, vriezen vast, en zo ontstaan in de loop van miljoenen jaren ijslaagjes van enkele tientallen molecuullagen dik. De moleculen op zo’n stofdeeltje zijn mobiel – ze schaatsen als het ware over het ijs en kunnen botsen, waarbij nieuwe en veelal complexere moleculen ontstaan. Vaak zijn dat moleculen die nodig zijn als bouwstenen voor aminozuren en suikers. Tot nu toe werd aangenomen dat dergelijke reacties alleen aan het oppervlak van het ijs plaatsvinden, omdat astronomische waarnemingen geen bewijs laten zien dat er gaten zitten in het ijs. Metingen in het laboratorium voor astrofysica aan de Sterrewacht Leiden geven echter een ander beeld: interstellair ijs is niet per se compact, maar kan ook poreus zijn. Dat blijkt uit onderzoek waarbij poreus ijs met infrarood licht werd beschenen. Daarbij hebben onderzoekers uit Leiden en Groningen vastgesteld dat ook ijs dat géén waarneembare kenmerken van porositeit vertoont steeds verder kan worden ingedrukt en dus holle ruimtes moet bevatten. Dat is belangrijk om te weten, want zelfs een geringe mate van poreusheid levert al veel extra oppervlak op waar gasmoleculen zich aan kunnen hechten. (EE)
Astrochemici hebben ijs in de gaten - ijs in de ruimte kan ook poreus zijn

19 december 2013
De International Dark-Sky Association (IDA) heeft het gebied rond de Pic du Midi in Frankrijk benoemd tot ‘internationale donkere hemellocatie’. Deze status is bedoeld om de uitzonderlijk donkere nachthemels boven de Pyreneeën te beschermen. Dat is niet alleen van belang voor de professionele astronomen van de sterrenwacht op Pic du Midi, maar ook voor de vele amateurs die het gebied elk jaar bezoeken. Het Réserve Internationale de Ciel Étoilé du Pic du Midi beslaat een gebied van ruim 3000 vierkante kilometer, waartoe ook het werelderfgoed Pyrénées-Mont Perdu en het Parc National des Pyrénées behoren. Daarmee is dit het op één na grootste duisternisreservaat ter wereld, na het Aoraki Mackenzie International Dark Sky Reserve in Nieuw-Zeeland. Om de IDA-erkenning binnen te slepen hebben 251 dorpsgemeenschappen in de regio een omvangrijk lichtmanagementplan tot uitvoering gebracht. Daarbij is de bestaande buitenverlichting gemoderniseerd of vervangen door minder ‘lichtvervuilend’ materiaal. De eerste resultaten laten zien dat daarmee niet alleen de lichthinder in het gebied met 85 procent is afgenomen, maar ook het energieverbruik met 38 procent is gedaald. De komende jaren zal worden geprobeerd om het beschermde gebied uit te breiden tot over de grens met Spanje. (EE)
France Celebrates Naming Of Its First International Dark Sky Reserve (pdf)

6 december 2013
De Dwingeloo Radiotelescoop, beheerd door de vrijwilligers van stichting CAMRAS, is meer dan alleen een radiotelescoop. Dat is afgelopen week aangetoond toen in een bijzondere samenwerking tussen CAMRAS en de Delftse nanosatellietbouwer ISIS de telescoop werd ingezet voor het herstellen van de communicatie met een satelliet. Op 21 november jl. lanceerde ISIS vanuit Rusland haar eerste testsatelliet, Triton-1, voor het volgen van schepen op open zee. Na enige tijd bleek er echter een klein probleem te zijn met de verbinding met de satelliet. In een bepaalde operationele modus van de satelliet stond de zender continu aan. Dit bleek de radio-ontvangers van de satelliet zodanig te storen dat deze geen commando’s van het grondstation in Delft konden ontvangen. Eén optie was om te wachten tot de satelliet zich weer zou resetten in een andere operationele modus waardoor het probleem zou verdwijnen. De andere optie was om een zender te vinden die sterk genoeg was om Triton-1 weer tot de orde te roepen. Deze laatste optie had de voorkeur. De Dwingeloo Radiotelescoop, nog volop in de testfase na een recente restauratie, kon worden ingezet als zender, tot groot enthousiasme van de vrijwilligers van CAMRAS. Na enkele dagen voorbereiding en enkele aanpassingen aan de telescoop om haar tijdelijk om te bouwen tot radiozender, kon er op vrijdag 29 november gepoogd worden contact te krijgen met Triton-1.De eerste poging om de zender van de satelliet te ‘overschreeuwen’ bleek direct al succesvol. Binnen enkele seconden na het versturen van het commando via de Dwingeloo Radiotelescoop kon vanuit het grondstation in Delft worden geverifieerd dat de satelliet in een andere modus was gezet en dat de satelliet weer gebruikt kon worden. Ook nu, een week later, blijkt Triton-1 nog naar behoren te werken. (EE)
Origineel persbericht

4 december 2013
Een onderzoeksteam onder leiding van FOM-wetenschappers Wim Ubachs en Rick Bethlem heeft opnieuw bewezen dat de massaverhouding tussen elektronen en protonen de afgelopen 7,5 miljard jaar gelijk is gebleven. De groep, die deze conclusie afgelopen januari publiceerde in Science, heeft onlangs een breed scala aan metingen gedaan die hun eerdere vondst bevestigen. De nieuwe resultaten verschijnen op 4 december in Physical Review Letters. De massa van een proton is 1836,152672 keer zo groot als de massa van een elektron. En die verhouding, en daarmee de structuur van alle moleculaire materie, is 7,5 miljard jaar lang precies hetzelfde geweest – althans binnen een marge van een honderdduizendste procent. Dat concludeerden Ubachs en zijn collega’s toen zij vorig jaar met de Effelsberg-radiotelescoop naar methanolmoleculen buiten het Melkwegstelsel keken. Methanol, de eenvoudigste vorm van alcohol, is gevoelig voor veranderingen in de proton-elektron-massaverhouding. Een kleine afwijking zou de structuur van het molecuul en het bijhorende absorptiespectrum duidelijk beïnvloeden: als de proton-elektron-massaverhouding verandert, zullen sommige lijnen in het methanolspectrum sterk verschuiven, terwijl andere (de zogeheten ankerlijnen) op hun plek blijven. De onderzoekers analyseerden vorig jaar het spectrum van methanolmoleculen in een sterrenstelsel op 7,5 miljard lichtjaar van de aarde. Dat leverde dus informatie op over hoe methanol er 7,5 miljard jaar geleden uitzag. En uit die informatie bleek dat het ‘oude methanol’ een soortgelijk spectrum heeft als het huidige methanol. De onderzoekers hebben nu aanvullende metingen gedaan met de Effelsberg-radiotelescoop (Duitsland), de IRAM-30-telescoop (Granada, Spanje) en de nieuwe ALMA-sterrenwacht in het noorden van Chili. Terwijl de metingen in Duitsland beperkt bleven tot radiofrequenties tot 35 gigahertz (GHz), nam de IRAM-radiotelescoop absorptielijnen waar bij 83 GHz en 160 GHz. ALMA kon zelfs een absorptielijn bij 261 GHz meten. Alle metingen bevestigen dat de proton-elektron-massaverhouding inderdaad onveranderd is gebleven. (EE)
Kosmisch alcohol bevestigt opnieuw de constantheid van een natuurconstante

3 december 2013
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) bouwt bij haar hoofdkwartier in Garching, Duitsland, een gloednieuw bezoekerscentrum waarin ruimte is voor een grote permanente astronomie-tentoonstelling en een hypermodern planetarium. De bouw van het nieuwe centrum, ESO Supernova geheten, wordt volledig mogelijk gemaakt door een gift van de Klaus Tschira Stiftung. In 2014 wordt met de bouw begonnen. (GS)
Planetarium and Visitor Centre Donated to ESO (origineel persbericht)

2 december 2013
Het bestuur van Stichting De Koepel, gevestigd te Utrecht, heeft besloten om per 1 januari a.s. al haar activiteiten te beëindigen en de stichting te ontbinden. Het tijdschrift Zenit en de jaarlijks verschijnende Sterrengids worden overgenomen door uitgeverij Stip Media te Alkmaar. De Landelijke Sterrenkijkdagen zullen door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde worden voortgezet. Stichting De Koepel werd in 1973 opgericht om bij te dragen aan de popularisering van de sterren- en weerkunde, het ruimteonderzoek en aanverwante wetenschapsgebieden in Nederland, en het ondersteunen van de amateur-sterrenkunde. Daar hebben De Koepel en haar medewerkers in de afgelopen decennia ook met veel enthousiasme en succes aan gewerkt. In de afgelopen jaren zijn tal van media en websites, zowel nationaal als internationaal, bij gaan dragen aan de popularisering van weer- en sterrenkunde, onder andere door het bieden van betrouwbare en toegankelijke informatie voor een breed publiek. Een positieve ontwikkeling, al betekende dit tevens dat de specifieke positie van De Koepel werd verzwakt. Dit had ook gevolgen voor de financiële mogelijkheden van de stichting, die naast inkomsten uit activiteiten, sinds 1991 geen subsidie meer ontving. Het blijkt thans onmogelijk om de activiteiten voort te zetten in een financieel gezonde exploitatie.
Origineel persbericht

29 november 2013
Marijke Segers van de Universiteit Leiden ontvangt vandaag de Lorentz Afstudeerprijs voor theoretische natuurkunde van 2000 euro bij de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem. Zij deed onderzoek op het snijvlak van sterrenkunde en theoretische natuurkunde (de kosmologie) en trad zo in de voetsporen van de befaamde Nederlandse natuurkundige Hendrik Lorentz. Kosmologen combineren astronomische waarnemingen met theoretische natuurkunde om de globale structuur van het heelal te beschrijven en te begrijpen. Dit werpt licht op het ontstaan, maar ook op de toekomst van het heelal.Marijke bestudeerde de belangrijkste bouwstenen van ons heelal, clusters van sterrenstelsels, door gebruik te maken van het zogeheten gravitatielenseffect. Het zwaartekrachtsveld van een cluster van sterrenstelsels is zo sterk dat het licht van daarachter liggende objecten wordt afgebogen. De cluster kan hierdoor als een soort lens werken die vervormde afbeeldingen van verre objecten maakt. Aan de hand van zulke vervormingen heeft Marijke de onderzocht hoeveel massa clusters van sterrenstelsels bevatten, hoe die massa is verdeeld en hoeveel van die massa voor rekening komt van de zogeheten donkere materie. Zulk onderzoek maakt het mogelijk om de verdeling van zichtbare en onzichtbare materie in het heelal in kaart te brengen. Op dit moment doet Marijke Segers promotieonderzoek bij de Sterrewacht Leiden naar de vorming van sterrenstelsels en de evolutie van het intergalactisch medium (de ruimte tussen de sterrenstelsels). (EE)
Marijke Segers (Universiteit Leiden) wint Lorentz Afstudeerprijs voor theoretische natuurkunde voor onderzoek naar groepen van sterrenstelsels

26 november 2013
Dr. Joeri van Leeuwen (ASTRON/UvA) heeft een Consolidator Grant van de European Research Council (ERC) gewonnen. Met deze beurs voor Europees toptalent gaat Van Leeuwen zijn onderzoeksgroep verder uitbouwen om onbegrepen kosmische radioflitsen te onderzoeken.Door het heelal gaan continu heel korte, felle radioflitsen af. Sommige daarvan worden uitgezonden door pulsars, de radio-vuurtorens van de Melkweg. Andere komen van ver buiten ons Melkwegstelsel, en lijken te worden veroorzaakt door enorme ontploffingen. De precieze oorzaak is echter nog onbekend.Sterrenkundigen vermoeden wel dat zowel de pulsars als de explosieve flitsen door hun hoge energie een beter diepliggend inzicht kunnen geven in het fundamentele gedrag van materie en zwaartekracht.Van Leeuwen stelde de ERC voor een team jonge onderzoekers te vormen om dat raadsel te ontrafelen. Dat team werkt vanuit ASTRON en de Universiteit van Amsterdam en gebruikt de Westerbork en LOFAR radio telescopen. Na een competitie tussen duizenden wetenschappers besloot de ERC dit voorstel met een beurs van 2 miljoen euro te steunen.In dit onderzoek worden nieuwe Apertif-ontvangers op de Westerbork-telescoop gekoppeld aan de onlangs geopende LOFAR-telescoop. Beide telescopen zijn ontworpen en gebouwd door ASTRON. De Westerbork-telescoop heeft een enorm breed blikveld, terwijl LOFAR juist heel precies en secuur kan meten. Die krachten zullen nu met behulp van een supercomputer worden gecombineerd. Van Leeuwen zegt: ‘We nemen twee van de beste radiotelescopen ter wereld en combineren die tot een zoekmachine die nog veel krachtiger is dan de som van de delen'.
Origineel persbericht

21 november 2013
Met behulp van een detector in het ijs van Antarctica hebben wetenschappers voor het eerst energierijke neutrino’s gedetecteerd die afkomstig zijn van bronnen buiten ons zonnestelsel. Tussen mei 2010 en mei 2012 wist deze IceCube-detector alles bij elkaar 28 neutrino’s met energieën van meer dan 30 teraelektronvolt (TeV) op te vangen. Twee van de neutrino’s hadden zelfs een energie van meer dan 1000 TeV – ongeveer de kinetische energie van een vlieg, samengepakt in een nietig elementair deeltje (Science, 22 november). Neutrino’s zijn ongeladen deeltjes die zich met de snelheid van het licht voorplanten, vrijwel geen massa hebben en bijna nooit interacties met andere deeltjes aangaan. Hierdoor laten ze zich, anders dan licht, vrijwel niet tegenhouden door materie van extreem hoge dichtheid. Vandaar dat de neutrino’s afkomstig van de befaamde supernova 1987A drie uur eerder op aarde aankwamen dan het licht ervan, dat zich eerst nog een weg moest banen door de ontploffende ster. En vandaar ook dat neutrino’s – ondanks hun onvoorstelbaar grote aantallen – bijzonder moeilijk te detecteren zijn. De neutrino’s die IceCube de afgelopen jaren heeft gedetecteerd hadden miljoenen keren zoveel energie als de neutrino’s van supernova 1987A. Waar deze extreem energierijke deeltjes vandaan komen, is nog onduidelijk: daar moet IceCube nu juist achter zien te komen. Mogelijk ontstaan ze bij dezelfde uitzonderlijk zware supernova-explosies die ook als oorzaak van de zogeheten gammaflitsen worden gezien. Een andere mogelijkheid is dat ze worden gegenereerd in de directe omgeving van de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels buiten de Melkweg. IceCube is een internationaal project waar 260 wetenschappers uit elf landen aan meewerken. De detector omvat een kubieke kilometer Antarctisch ijs, waarin ruim vijfduizend optische modules zijn ingebed. Deze modules zijn gevoelig voor de zwakke lichtflitsjes die ontstaan als neutrino’s in botsing komen met atomen. De tot nu toe gedetecteerde neutrino’s zijn met wisselende tussenpozen geregistreerd en kwamen uit allerlei richtingen. Om iets over hun herkomst te kunnen zeggen, zal het aantal detecties flink aanzienlijk groter moeten worden. (EE)
IceCube detects first high-energy neutrinos from the cosmos

6 november 2013
Door materie uit hun omgeving op te slokken, of door met soortgenoten te fuseren, kunnen kleine zwarte gaten in de loop van miljarden jaren langzaam uitgroeien tot superzware zwarte gaten. Maar dit trage proces kan niet verklaren waarom er al vroeg in de geschiedenis van het heelal superzware zwarte gaten bestonden. Nieuw theoretisch onderzoek door wetenschappers van Caltech kan dit raadsel helpen oplossen. De sleutel lijkt te liggen bij de eerste sterren die het heelal bevolkten. Theoretische modellen laten zien dat er waarschijnlijk een korte periode is geweest waarin sterren – naar de huidige maatstaven – ongekend zwaar konden worden: tot ongeveer een miljoen keer zo zwaar als onze zon. Anders dan gewone sterren trotseren zulke superzware sterren de zwaartekracht vooral dankzij de tegendruk van de door henzelf opgewekte intense straling. (Bij gewone sterren wordt die tegendruk voornamelijk uitgeoefend door het hete gas waaruit de ster bestaat.) Doordat zo’n superzware ster in de loop van zijn korte bestaan geleidelijk afkoelt, neemt die stralingsdruk langzaam af. Hierdoor wordt de ster compacter, krijgt de zwaartekracht de overhand en stort de ster uiteindelijk ineen. Dat zou de vroege vorming van superzware zwarte gaten in één klap kunnen verklaren, ware het niet dat het gas rond het zwarte gat dat in het centrum van de instortende ster ontstaat zó heet wordt, dat de verdere instroom van materie stagneert. Het nieuwe onderzoek laat zien dat dit geen doodlopende weg hoeft te zijn. Terwijl de superster instort, gaat hij namelijk ook steeds sneller om zijn as draaien. Daarbij treden er in het inwendige van de ster gemakkelijk kleine verstoringen op die snel uitgroeien tot ‘klonten’ van hoge dichtheid. Het is dus goed voorstelbaar dat er in de instortende supersterren paren van zwarte gaten ontstonden, die vervolgens naar elkaar toe spiraalden en samensmolten. Op die manier konden de objecten een veel grotere massa bereiken dan tot nog toe werd aangenomen. En dat zou het vormingsproces van superzware zwarte gaten aanzienlijk hebben versneld. (EE)
Vakpublicatie over dit onderwerp
From One Collapsing Star, Two Black Holes Form and Fuse

17 oktober 2013
Een recente poging om zogeheten gravitatiegolven te detecteren door naar het knippergedrag van pulsars te kijken, heeft geen direct resultaat opgeleverd. Toch is ook die informatie waardevol: één model voor de groei van superzware zwarte gaten kan alvast worden geschrapt (Science, 18 oktober). Het bestaan van gravitatiegolven is een voorspelling van Albert Einstein. Deze rimpelingen in de ruimtetijd zouden ontstaan wanneer zeer zware objecten van snelheid of bewegingsrichting veranderen. Bijvoorbeeld twee superzware zwarte gaten die naar elkaar toe spiralen en uiteindelijk met elkaar fuseren. In het heelal is geen gebrek aan superzware zwarte gaten: vrijwel elk sterrenstelsel heeft er eentje in zijn centrum. Ook botsingen tussen sterrenstelsels, gevolgd door het samensmelten van hun centrale zwarte gaten, kunnen talrijk zijn. Het heelal zou dus kunnen gonzen van de gravitatiegolven. Het probleem is echter dat deze golven heel moeilijk meetbaar zijn. Australische astronomen hebben nu een poging gewaagd om gravitatiegolven op te sporen door met een radiotelescoop heel nauwkeurig het pulsgedrag van twintig snel rondtollende neutronensterren te analyseren. Normaal gesproken zijn zulke pulsars heel nauwkeurige klokken, die tot op één tienmiljoenste van een seconde nauwkeurig ‘tikken’. Maar als er een gravitatiegolf voorbij komt, kan de afstand tussen de aarde en een pulsar eventjes kleiner of groter worden. Gevolg: de pulsen komen tijdelijk wat eerder of later aan. Tot nu toe heeft dit geen directe detecties van gravitatiegolven opgeleverd. En dat betekent dat het gegons van de gravitatiegolven in elk geval beneden de meetdrempel van de pulsarmethode ligt. De sterkte van de gravitatiegolfachtergrond hangt af van hoe vaak superzware zwarte gaten naar elkaar toe spiralen en fuseren, hoe zwaar ze zijn en hoe ver ze zijn. Als er weinig gegons is, legt dat dus beperkingen op aan een of meer van deze factoren. De huidige meetnauwkeurigheid is in elk geval al voldoende om te kunnen concluderen dat de superzware zwarte gaten in het heelal hun huidige groei niet uitsluitend te danken hebben aan onderlinge fusies. Hun groeiproces moet ingewikkelder zijn verlopen. (EE)
Gravitational Waves ‘Know’ How Black Holes Grow

14 oktober 2013
Op 12 oktober is, op 93-jarige leeftijd, de Amerikaanse astronoom George Herbig overleden. Herbig werkte lang voor de Lick-sterrenwacht, waar hij het ontstaan van nieuwe sterren en de eigenschappen van pasgeboren sterren onderzocht. Zijn bijdragen aan dit onderzoeksgebied zijn talrijk. Herbig ontdekte dat zogeheten T Tauri-sterren ongeveer dezelfde massa hebben als de zon, maar zich in andere opzichten – magnetische activiteit en spectrale kenmerken – duidelijk van onze ster onderscheiden. Ook spoorde hij een categorie van zwaardere jonge sterren op die nu Herbig Aa- en Be-sterren worden genoemd. Maar het bekendst is waarschijnlijk Herbigs ontdekking, samen met collega Guillermo Haro, van de Herbig-Haro-objecten: heldere nevels die ontstaan doordat jonge sterren bundels van gas wegblazen die in botsing komen met het gas in de omgeving. In 1980 werd Herbig voor zijn bijdragen aan de astronomie beloond met de prestigieuze Bruce Medal. (EE)

30 september 2013
Zwarte gaten hebben misschien toch 'haar'. Die voorzichtige conclusie trekken Italiaanse natuurkundigen in een publicatie in Physical Review Letters. Volgens de onderzoekers zijn massa en impulsmoment niet de enige twee onderscheidende eigenschappen van een zwart gat.Volgens de standaardinterpretatie van Einsteins relativiteitstheorie worden zwarte gaten maar door twee eigenschappen gekenmerkt: hun massa en hun impulsmoment (een maat voor de hoeveelheid rotatie van het zwarte gat). Zwarte gaten hebben bijvoorbeeld geen elektrische lading of een magnetisch veld. De Amerikaanse natuurkundige John Archibald Wheeler zei ooit: 'zwarte gaten hebben geen haar'.Volgens de Italiaanse theoretici is dat misschien toch niet helemaal waar. Volgens bepaalde uitbreidingen van de relativiteitstheorie, die bekend staan als tensor-scalar-theorieën, zouden zwarte gaten toch wat meer 'persoonlijke' eigenschappen kunnen hebben, die dan bepaald worden door de manier waarop ze materie hebben verorberd. Er zou dan sprake zijn van een bepaald soort 'lading' (anders dan de normale elektrische lading).Toekomstige waarnemingen van zwaartekrachtsgolven kunnen misschien uitsluitsel geven. Deze rimpelingen in de ruimtetijd, die zich met de lichtsnelheid voortplanten, zijn anders voor 'kale' zwarte gaten dan voor 'harige' exemplaren. (GS)
Do black holes have hair? (Origineel persbericht)

26 september 2013
Met ingang van 1 januari 2014 wordt het tijdschrift Zenit uitgegeven door uitgeverij Stip Media te Alkmaar. Hiermee is de toekomst van het blad – voor amateurs en geïnteresseerden op het vlak van sterren- en weerkunde, ruimteonderzoek en aanverwante wetenschappen – in goede handen. Zenit, dat op 1 januari aan zijn 41ste jaargang begint en tot die tijd wordt uitgegeven door Stichting 'De Koepel' te Utrecht, is en blijft het verenigingsblad van de KNVWS (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde).Tot de overgang naar Stip Media is besloten, omdat deze uitgeversomgeving betere mogelijkheden biedt voor de continuïteit en verdere ontwikkeling van Zenit. Stichting 'De Koepel', KNVWS en de nieuwe uitgever hebben er alle vertrouwen in dat dit de kwaliteit van het blad ten goede zal komen. Edwin Mathlener blijft hoofdredacteur en stapt over naar Stip Media.Stip Media bereidt zich overigens ook voor om later de Sterrengids te gaan uitgeven, te beginnen met de editie 2015. Ook dit heeft de volle instemming van de KNVWS, in wiens opdracht deze gids wordt uitgegeven. (EE)
Zenit krijgt nieuwe uitgever

4 september 2013
Het University College London (UCL) heeft een gedeelte van zijn historische archief van foto's uit de onbemande ruimtevaart online gezet. De zeldzame foto's en kaarten, waarvan sommige nog nooit eerder via internet beschikbaar waren, zijn gepubliceerd in het kader van het Festival of the Planets, dat van 8 tot 13 september in Londen plaatsvindt. De UCL heeft een groot archief van historische ruimtefoto's van NASA en andere ruimteagentschappen. Vóór de opkomst van internet stuurde NASA echte afdrukken van foto's naar een aantal instituten. Het UCL was een van de zeven instituten buiten de VS die ze ontving. Te zien zijn onder meer de foto die de Lunar Orbiter in 1966 van aarde en maan maakte, de eerste mozaïeken van opnamen van de Jupitermanen Io en Ganymedes (Voyager, 1979) en opnamen van het Venusoppervlak van de Russische ruimtesondes Venera 13 en 14. (EE)
Historic Space Pictures Published Online For The First Time

1 augustus 2013
De European Research Council (ERC) heeft sterrenkundige Ger de Bruyn (ASTRON, Dwingeloo; Kapteyn Instituut, Rijksuniversiteit Groningen) een Advanced Grant ter waarde van 3,35 miljoen euro toegekend. Hiermee kan De Bruyn voor de komende vijf jaar een onderzoeksgroep van zeven wetenschappers, onder wie promovendi, postdocs en specialisten op het gebied van data-analyse en software, samenstellen. De nieuwe onderzoeksgroep zal zich bezighouden met de ‘kleuterjaren’ van ons heelal. Welke objecten waren verantwoordelijk voor het eerste licht? En wat kunnen we daar nu, dertien miljard jaar na dato, nog van zien? Voor de beantwoording van deze vragen zal gebruik worden gemaakt van de revolutionaire nieuwe radiotelescoop LOFAR, die voor een groot deel in (Noord-)Nederland staat.In de ERC-beurs is ook 0,9 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de aanschaf van een uiterst krachtige computercluster. Deze is nodig om het grote aantal berekeningen uit te voeren dat nodig is om de enorme gegevensstroom van LOFAR te verwerken en de echte signalen uit de ruis te filteren. (EE)
ERC-beurs voor sterrenkundige Ger de Bruyn

25 juli 2013
Ook zo slecht geslapen de afgelopen nachten? Dat zal vooral de warmte zijn geweest, maar ook de Volle Maan lijkt onze slaap nadelig te kunnen beïnvloeden. Dat blijkt uit onderzoek dat vandaag in het tijdschrift Current Biology is gepubliceerd. Bij het onderzoek werd de slaap van 33 vrijwilligers in een laboratorium nauwlettend gevolgd. Gemeten werden de hersenactiviteit, de oogbewegingen en de hormoonproductie.De verzamelde gegevens laten zien dat de aan diepe slaap gerelateerde hersenactiviteit rond Volle Maan met dertig procent afneemt. De proefpersonen deden er ook vijf minuten langer over om in slaap te vallen en sliepen twintig minuten korter. Bovendien voelden ze zich minder goed uitgerust en vertoonden ze een lagere melatoninespiegel – een hormoon dat de slaap reguleert.Volgens de onderzoekers heeft het er alle schijn van dat onze slaap door de maanfase wordt beïnvloed, zelfs als we ons niet bewust zijn van de actuele schijngestalte van de maan. Mogelijk is dit 'circalunaire ritme' een overblijfsel uit het grijze verleden, toen de maan een belangrijke rol speelde bij het synchroniseren van menselijk gedrag, zoals de voortplanting. (EE)
Bad Night's Sleep? The Moon Could Be to Blame

19 juli 2013
Door een bundel neutrino's via de aardkorst naar een 295 kilometer verderop staande detector te schieten, hebben wetenschappers nieuw gedrag van deze ongrijpbare subatomaire deeltjes waargenomen. De metingen zouden kunnen helpen verklaren waarom het heelal gevuld is met materie in plaats van antimaterie. Neutrino's komen in drie 'smaken': muon, elektron en tau. En al sinds 2001 is bekend dat deze nietige deeltjes van de ene smaak in de andere kunnen veranderen. Zo hebben fysici muonneutrino's in tauneutrino's zien veranderen, en elektronneutrino's in muonneutrino's en tauneutrino's. Maar de overgang van muonneutrino's naar elektronneutrino's was nog niet met zekerheid gemeten. Dankzij het T2K-experiment, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Japanse Super-Kamiokande-detector, is dat nu wel gelukt – naar alle waarschijnlijkheid dan. In een bundel van muonneutrino's zijn namelijk 22 elektronneutrino's gedetecteerd, waar dat er – zonder 'smaakverandering' – maar zes mochten zijn. Zestien elektronneutrino's lijken hun leven dus als muonneutrino's te zijn begonnen. De wetenschappers zijn nu van plan om te onderzoeken of antineutrino's zich in dit opzicht net zo gedragen als normale neutrino's. Als dat niet zo is, zou dat wel eens de reden kunnen zijn dat er veel meer materie is in het heelal dan antimaterie. (EE)
UK Researchers Make New Discovery About Neutrinos

11 juli 2013
De verwachting is dat de botsing tussen de compacte restanten van twee reuzensterren spectaculaire gevolgen heeft. Of dat inderdaad zo is, zullen we voorlopig niet weten. Volgens Poolse astronomen zijn de eerste van zulke botsingen pas over vele tientallen miljarden jaren te verwachten. De afgelopen jaren zijn, onder meer in de Magelhaense Wolken, sterren ontdekt die meer dan tweehonderd keer zo zwaar zijn als onze zon. Sterren van dat kaliber storten aan het eind van hun leven ineen tot een zwaar zwart gat. In gevallen waarbij twee van zulke sterren een nauwe dubbelster vormen, resulteert dat dus in een dubbel zwart gat van zeer grote massa. Waar twee van die kolossen om elkaar heen draaien, komt het uiteindelijk tot een botsing. En bij zo'n botsing ontstaat niet alleen een 'gammaflits', een hevige uitbarsting van gammastraling, maar zouden ook extreem sterke gravitatiegolven moeten vrijkomen – gravitatiegolven die krachtig genoeg zijn om waarneembaar te zijn met de huidige generatie detectoren. Helaas lijkt de kans op dit spektakel voorlopig gering. Om geleidelijk naar elkaar toe te kunnen spiralen, moeten de reuzensterren baanenergie verliezen oftewel worden afgeremd. In normale dubbelsterren komt die afremming vanzelf op gang als een van beide sterren aan het eind van zijn leven sterk opzwelt, waardoor de ander plotseling binnen zijn atmosfeer terechtkomt. Maar volgens de huidige inzichten zwellen superzware sterren niet op. En dat betekent dat de beide kolossen alleen baanenergie kunnen verliezen door het uitzenden van zwakke gravitatiegolven. Berekeningen laten zien dat dit een zeer langdurig proces is: pas na vele tientallen miljarden jaren komt het tot een botsing. Dus, tenzij de huidige modellen voor de evolutie van zware dubbelsterren fout zijn, is het vrijwel uitgesloten dat astronomen ooit getuige zullen zijn van zo'n kolossale botsing. (EE)
Stellar monsters do not collide – no hope for a spectacular catastrophe

8 juli 2013
De eerste Nationale iSPEX-meetdag heeft 5000 metingen opgeleverd. Daarmee zijn genoeg gegevens gegenereerd om de iSPEX-meetdag een valide wetenschappelijk experiment te noemen. iSPEX-teamleider Frans Snik is blij dat de respons zo massaal was, ondanks het lange wachten op mooi weer en de aangebroken vakantieperiode. Er waren twee meetmomenten: één in de ochtend (van 8.00-10.00 uur) en één in de middag (van 16.00-18.00 uur). Tijdens de ochtendmeting werd de livekaart op www.ispex.nl/kaart zo druk bezocht, dat de servers tijdelijk overbelast raakten. Alle metingen stroomden echter wel zonder problemen binnen. Uiteindelijk stond de teller om 18.00 uur op 4957 metingen. De komende maanden worden de data in detail geanalyseerd. Daarna zullen de publieksmetingen worden vergeleken met fijnstofmetingen van wetenschappelijke apparatuur. Deze apparatuur stond vandaag ook opgesteld op het CESAR-meetstation in Cabauw, bij Lopik. Het primaire doel van het iSPEX-experiment is om te onderzoeken hoe nauwkeurig de massale iSPEX-metingen zijn, en welke aanvullende informatie over fijnstof ze opleveren. Snik: “Maar uiteindelijk is het belangrijkste van dit project dat duizenden vrijwilligers zelf wetenschappelijke metingen hebben gedaan. Wij zijn ervan overtuigd dat dit soort citizen science, waarbij burgers wetenschappers helpen, een grote toekomst heeft. ”Om alle vakantiegangers (én scholieren) alsnog de gelegenheid te geven mee te doen, wordt – bij mooi weer – in september een tweede Nationale iSPEX-meetdag gehouden. Deelnemers wordt daarom gevraagd het iSPEX-opzetstukje te bewaren. Maar ook tussentijdse metingen zijn welkom. Zodra het een zomerse dag is met een strakblauwe hemel (morgen bijvoorbeeld), kunnen mensen metingen doen en via de App naar de centrale database versturen. Het unieke citizen science-project is mogelijk doordat iSPEX (een project van Universiteit Leiden, NOVA, SRON, KNMI en RIVM) vorig jaar de Academische Jaarprijs heeft gewonnen, en dankzij steun van de partners Longfonds, CNG Net, Sanoma en Avantes. De leden van het iSPEX-team zijn allen werkzaam in de ontwikkeling of het gebruik van instrumentatie en interpretatiemodellen voor onderzoek aan de aarde, andere planeten in ons zonnestelsel en planeten rond andere sterren.
iSPEX

4 juli 2013
Een internationaal team van wetenschappers heeft onderzocht of de grootte van de elektromagnetische kracht in het sterke zwaartekrachtsveld van een witte dwerg afwijkt van de grootte zoals we die op aarde meten. Het resultaat, dat vandaag wordt gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society, in St Andrews (Schotland), is vooralsnog negatief. De elektromagnetische kracht is een van de vier fundamentele natuurkrachten die het heelal gestalte geven. De sterkte ervan laat zich uitdrukken in een eenvoudig getal dat de fijnstructuurconstante of kortweg alfa wordt genoemd. Op aarde is alfa op een fractie na gelijk aan 1/137. De grote vraag is nu of alfa overal en altijd in het heelal dezelfde waarde heeft. Recente waarnemingen van verre quasars lijken erop te wijzen dat dit niet zo is, maar spijkerhard zijn die resultaten nog niet. Volgens sommige theorieën zou alfa gevoelig moeten zijn voor extreem sterke zwaartekrachtsvelden. Witte dwergen zijn wat dat betreft ideale onderzoeksobjecten: deze overblijfselen van uitgeputte sterren bevatten vaak net zoveel massa als onze zon, maar zijn niet groter dan onze planeet. Hierdoor is de zwaartekracht aan het oppervlak 100.000 keer zo sterk als op aarde. De wetenschappers hebben de waarde van alfa gemeten door het spectrum van de witte dwergster G191-B2B te onderzoeken. In dat spectrum zijn de absorptielijnen van ijzer- en nikkelionen te zien – geladen deeltjes die door de intense straling van de witte dwerg boven het steroppervlak blijven zweven. De waarde van alfa is bepalend voor de onderlinge posities van de absorptielijnen. De meting laat zien dat de waarde van alfa bij de witte dwerg tot op een honderdste procent gelijk is aan die op aarde. Het lijkt er dus op dat de zwaartekracht geen grote invloed heeft op de elektromagnetische kracht. Daarbij moet echter worden aangetekend dat de aardse waarde van alfa nog is gebaseerd op laboratoriummetingen uit de jaren zeventig. Om te kunnen vaststellen of alfa echt constant is, moeten nauwkeurigere metingen worden gedaan. (EE)
Space study opens up new opportunities to explore exotic energy

27 juni 2013
Wetenschappers van het Max-Planck-Institut für Astrophysik (MPA) hebben met behulp van computersimulaties – de duurste en uitvoerigste die tot nu toe voor dit doel zijn gebruikt – onderzocht hoe neutronensterren ontstaan. De driedimensionale modellen laten gedetailleerd zien wat zich in de kern van een instortende ster zoal afspeelt.Sterren die meer dan acht keer zo zwaar zijn als onze zon sluiten hun relatief korte bestaan af met een kolossale explosie, waarbij het grootste deel van de stermaterie de ruimte in wordt geblazen. Tegelijkertijd stort de kern van de ster in tot een compacte bal van neutronen, die altijd nog anderhalf keer zo zwaar is als de zon, maar slechts enkele tientallen kilometers groot is: de neutronenster. De processen die zich in het centrum van zo'n ontploffende ster afspelen laten zich niet in een laboratorium reproduceren. Ook kunnen astronomen niet direct zien wat zich in het hart van een supernova afspeelt. Het supernova-onderzoek speelt zich daarom grotendeels in supercomputers af. Ondanks de enorme rekenkracht van moderne supercomputers was het tot nu toe niet gelukt om alle cruciale aspecten van een supernova-explosie in de berekeningen mee te nemen. Bij het nieuwe MPA-onderzoek is dat – dankzij een efficiënt computerprogramma, de inzet van meerdere supercomputers en erg veel rekentijd – voor het eerst wél gelukt. De modelberekeningen laten zien dat het stellaire gas niet alleen hevig borrelt en opstijgende, paddestoelvormige pluimen vertoont, net als kokend water. Ook zijn krachtige klotsbewegingen te zien die af en toe overgaan in snelle spiraalbewegingen. Deze bewegingen, die een sterk asymmetrisch karakter hebben, waren eerder al bij vereenvoudigde computersimulaties waargenomen, maar onduidelijk was of deze ook in geavanceerdere modellen zouden standhouden. Het asymmetrisch verloop van de supernova-explosie heeft niet alleen gevolgen voor de materiebewegingen in de kern. Een ander gevolg is dat de pas gevormde neutronenster een schop meekrijgt en snel om zijn as tolt. (EE)
The Violent Birth of Neutron Stars

24 juni 2013
De Nederlandse astronomen Saskia Hekker (Universiteit van Amsterdam) en Jason Hessels (ASTRON) hebben beiden een grote Europese onderzoeksbeurs gekregen van de European Research Council (ERC), bedoeld voor het vormen van een eerste onderzoeksgroep. Het gaat om bedragen van 1,5 resp. 2 miljoen euro. Hekker gaat op basis van asteroseismologie (het meten van 'sterbevingen') preciezere bepalingen verrichten aan de leeftijden van sterren. Hessels gaat een supercomputer bouwen voor het analyseren van LOFAR-metingen aan korte, heldere radioflitsen uit het heelal, veroorzaakt door uitbarstingen van neutronensterren. LOFAR is een nieuwe grote radiotelescoop voor laagfrequente radiostraling, waarvan het hart in Oost-Drenthe ligt. (GS)
Grote Europese onderzoeksbeurzen voor astronomen Jason Hessels en Saskia Hekker (origineel persbericht)

24 juni 2013
Onderzoekers van de Washington University in St. Louis voeren deze maand testritten uit met een 'Marskarretje' in de Chileense Atacama-woestijn. Het robotwagentje Zoe, ontwikkeld aan de Carnegie Mellon University, moet in totaal een kleine vijftig kilometer gaan afleggen en vijftien boringen uitvoeren. Zoe wordt volledig 'op afstand' bediend, net zoals dat met een echt Marswagentje gebeurt. De opgedane ervaring komt van pas bij een toekomstige Marsmissie in 2020. Een belangrijk instrument aan boord van Zoe is een zogeheten Raman-spectrometer, waarmee nauwkeurige metingen verricht kunnen worden aan de samenstelling van Marsgesteenten door ze met een laserstraal te beschieten. De testrit van Zoe wordt uitgevoerd in het kader van NASA's ASTEP-programma (Astrobiology Science and Technology for Exploring Planets). (GS)
Dry run for the 2020 Mars Mission (origineel persbericht)

19 juni 2013
Diederik Kruijssen wint Christiaan Huygens prijsSterrenkundige Diederik Kruijssen heeft woensdagavond 19 juni uit handen van staatssecretaris van OCW Sander Dekker de Christiaan Huygens wetenschapsprijs 2013 ontvangen. Hij krijgt de prijs voor zijn proefschrift over de ontwikkeling van grootschalige structuren in het heelal, dat naar het oordeel van de jury ‘belangrijk inzicht geeft in hoe de evolutie van sterclusters plaatsvindt in samenhang met die van de melkwegstelsels waarin zij zich bevinden.’ Kruijssen is inmiddels werkzaam als postdoctoraal onderzoeker aan het Max Planck Instituut voor Astrofysica in Garching bei München, waar hij onderzoek doet naar de vorming en ontwikkeling van sterrenstelsels. Hij onderzoekt hoe sterrenstelsels, zoals de Melkweg, hun gas omzetten in sterren, en hoe dit proces sinds het ontstaan van de eerste sterren mogelijk is veranderd. Hij gebruikt computersimulaties en waarnemingen, en bestudeert daarmee zowel de omzetting van gas in sterren, als de sporen die de stervorming achterlaat op de lange termijn (zoals sterrenhopen). Naast zijn wetenschappelijke onderzoek is Kruijssen actief in de popularisatie van de astronomie en ruimtewetenschappen. Zo was hij tot zijn verhuizing naar Duitsland ‘huis-astronoom’ van het Radio 1-programma BNN Today. (EE)
Christiaan Huygens wetenschapsprijs voor sterrenkunde naar Diederik Kruijssen

17 juni 2013
De finale van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2013, die van 12 tot 14 juni werd georganiseerd door de Rijksuniversiteit Groningen, is gewonnen door Jeroen Winkel uit Nijmegen. Hij mag voor een waarneemreis afreizen naar het Roque de Los Muchachos Observatory op het Canarische eiland La Palma.Na een voorronde via internet was vorige week de drie dagen durende finale van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade. De 20 middelbare scholieren uit 2 tot 6 vwo volgden daarbij colleges rond het thema 'de evolutie van sterren'. Vier professoren van het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen verzorgden masterclasses over het ontstaan van sterren, kometen en planeten. Ook bezochten de deelnemers de sterrenwacht van ASTRON in Westerbork en de laboratoria van ruimteonderzoeksinstituut SRON in Groningen.De finale werd afgesloten met een 90 minuten durend examen, waarbij kennis en inzicht van de deelnemers werden beproefd. Alle deelnemers kregen een certificaat en een editie van tijdschrift Wetenschap in Beeld. De derde prijs werd gedeeld tussen Floor Broekgaarden uit Driebergen en Henk Jongbloed uit Veenendaal. De tweede prijs ging naar Mark Beijer uit Arnhem. Zij kregen alle drie een boek over de Nederlandse sterrenkunde. De eerste prijs werd gewonnen door Jeroen Winkel uit Nijmegen, die de waarneemreis naar La Palma in de wacht sleepte. Zijn school, het Stedelijk Gymnasium Nijmegen, kreeg ook nog een Celestron AstroMaster 70EQ telescoop van Ganymedes.
Origineel persbericht

14 juni 2013
Uit nieuw onderzoek door astronomen van een aantal Amerikaanse instituten blijkt dat de meest energierijke straling die stellaire zwarte gaten produceren het onvermijdelijke gevolg is van de manier waarop gas uit de omgeving naar het zwarte gat toe spiraalt. Zwarte gaten zijn de meest compacte objecten in het heelal. Een stellair zwart gat ontstaat wanneer een zware ster zonder brandstof komt te zitten en ineenstort. Daarbij worden vele zonsmassa's materie samengeperst tot iets dat minder dan 120 kilometer groot is. De wetenschappers hebben met behulp van computersimulaties de complexe bewegingen, deeltjesinteracties en magnetische velden geanalyseerd die zich afspelen in het hete gas in de directe omgeving van zo'n zwart gat. De berekeningen kunnen de verschillende soorten röntgenstraling die actieve zwarte gaten uitzenden goed reproduceren. Gas dat door een zwart gat wordt aangetrokken, valt daar niet rechtstreeks naartoe, maar volgt een spiraalbaan. Hierdoor ontstaat een schijf van gas rond het zwarte gat, waarin dichtheid en temperatuur naar binnen toe sterk oplopen. Uiteindelijk worden temperaturen tot twaalf miljoen graden bereikt – ongeveer tweeduizend keer zo heet als het zonsoppervlak. Bij die temperatuur zendt het gas betrekkelijk energiearme oftewel 'zachte' röntgenstraling uit. De afgelopen veertig jaar is echter gebleken dat zwarte gaten ook een sterke bron van 'harde' röntgenstraling zijn. Deze is tientallen of honderden keren zo energierijk als zachte röntgenstraling en daarbij horen temperaturen van miljarden graden. Het nieuwe onderzoek heeft nu laten zien dat de toenemende temperatuur, dichtheid en snelheid van het naar binnen stromende gas gepaard gaat met een sterke toename van de magnetische velden in de schijf. Hierdoor ontstaat een turbulent 'schuim' dat met bijna de lichtsnelheid rond het zwarte gat cirkelt. De magnetische turbulenties hebben tot gevolg dat zich boven (en onder) de accretieschijf rond het zwarte gat een corona van ijl gas vormt, die vergelijkbaar is met de hete buitenste atmosfeer van de zon. In die corona wemelt het van de snelle, geladen deeltjes. En bij botsingen met zulke deeltjes veranderen 'zachte' röntgenfotonen in 'harde' röntgenfotonen. (EE)
NASA-Led Study Explains Decades Of Black Hole Observations

11 juni 2013
Bepaalde lichte plastics bieden (per kilogram) een betere bescherming tegen schadelijke kosmische straling dan aluminium. Dat blijkt uit metingen door het CRaTER-instrument aan boord van de Amerikaanse maansonde Lunar Reconnaissance Orbiter, gepubliceerd in het vakblad Space Weather. Energierijke kosmische straling vormt een groot probleem voor bemande ruimtevaart buiten het beschermende magnetische veld van de aarde. Altijd is aangenomen dat bij bemande reizen naar Mars bij voorkeur gebruik gemaakt kan worden van dikke aluminium behuizingen om astronauten te beschermen tegen de kankerverwekkende straling. Uit de nieuwe metingen blijkt nu dat bepaalde lichte plastics veel effectiever zijn in het (gedeeltelijk) absorberen van de straling. (GS)
Moon Radiation Findings May Reduce Health Risks to Astronauts (origineel persbericht)

21 mei 2013
De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft drie zogeheten Vidi's - onderzoeksprijzen van maximaal 800.000 euro - toegekend aan 'Nederlandse' astronomen. Het gaat om Alessandro Patruno (Universiteit van Amsterdam/ASTRON), Nanda Rea (Universiteit van Amsterdam) en Jason Hessels (ASTRON/Universiteit van Amsterdam). De drie laureaten komen oorspronkelijk uit het buitenland, maar zijn momenteel verbonden aan Nederlandse instituten. Patrunio doet onderzoek aan de eigenschappen van de extreem compacte materie in neutronensterren; Rea bestudeert de magnetische velden van neutronensterren, en Hessels gaat jacht maken op radioflitsen van neutronensterren met behulp van de LOFAR-telescoop.In totaal kende NWO 86 Vidi's toe. (GS)
Vidi’s toegekend aan drie astronomen (origineel persbericht)

8 mei 2013
Tijdens de Nederlandse Astronomenconferentie, die van 15 tot 17 mei in het Belgische Lommel wordt gehouden, zal dr. Rychard J. Bouwens van de Sterrewacht van de Universiteit Leiden de Pastoor Schmeitsprijs ontvangen. Deze prijs wordt eens in de drie jaar toegekend aan een jonge astronoom met de Nederlandse nationaliteit, of die duurzaam in Nederland verblijft, die in de voorafgaande drie jaar een wetenschappelijke bijdrage van uitzonderlijk belang heeft geleverd. Rychard Bouwens is universitair docent aan de Sterrewacht van de Universiteit Leiden. Hij is geboren in de VS, waar hij in 1999 promoveerde aan de Universiteit van California te Berkeley. In 2010 kwam hij naar Leiden. Zijn werk richt zich op de evolutie van verre melkwegstelsels. Vooral zijn recente onderzoek met onder meer de Hubble-ruimtetelescoop, dat zich concentreerde op het vinden en bestuderen van de verste (en derhalve jongste) stelsels in het heelal, heeft grote aandacht gekregen.De Schmeitsprijs is vernoemd naar de in 1851 in Sittard geboren Maria Paschalis Schmeits, vele jaren kapelaan van de Sint Servaas in Maastricht en daarna pastoor in Venray. Bij zijn overlijden in 1919 liet Schmeits, die ook zelf sterrenkundige waarnemingen deed, 2000 gulden na voor, zoals hij schreef, ‘het bevorderen van de studie der sterrenkunde’. Aan de Pastoor Schmeitsprijs is een geldbedrag van 1500 euro verbonden. (EE)
Pastoor Schmeitsprijs voor de Sterrenkunde toegekend aan Dr. Rychard Bouwens

2 mei 2013
Het bestuur van Stichting ‘De Koepel’ heeft besloten om de Willem de Graaffprijs 2013 toe te kennen aan prof. dr. Peter Barthel. Deze prijs, die eenmaal in de drie jaar wordt uitgereikt, is primair bedoeld voor iemand die beroepsmatig werkzaam is in de sterrenkunde en/of het ruimteonderzoek en die daarnaast in bijzondere mate bijdraagt aan de popularisering van deze wetenschapsterreinen. Peter Barthel is sinds 2004 hoogleraar astrofysica aan de Rijksuniversiteit Groningen. Actieve melkwegstelsels, zoals quasars, hebben zijn bijzondere interesse en samen met tientallen studenten, promovendi en postdocs voerde hij tal van onderzoeksprojecten uit in dit vakgebied. Ook is hij een van de drie Europese Mission Scientists voor de Herschel-ruimtelescoop van ESA. Naast zijn wetenschappelijk werk is Barthel actief betrokken bij de popularisatie van de wetenschap. Met een enthousiaste en veelzijdige aanpak bereikt hij een groot publiek, waaronder grote aantallen scholieren. Barthel heeft onder meer weblessen voor scholen op gezet, die sterrenkunde in de kinderwereld brengen. Verder is hij rector van de Scholierenacademie en geeft hij geregeld colleges voor de Kinderuniversiteit.De prijs wordt op woensdagmiddag 15 mei a.s. uitgereikt tijdens de Nederlandse Astronomen Conferentie in Lommel, België. (EE)
Willem de Graaffprijs voor Peter Barthel

1 mei 2013
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA nodigt iedereen uit om zijn naam en een persoonlijke boodschap online te zetten. Alle namen worden op dvd gezet en meegestuurd met de nieuwe Marssonde MAVEN, die de atmosfeer van onze rode buurplaneet gaat onderzoeken. Van de persoonlijke boodschappen, die geschreven moeten worden in de vorm van een haiku, gaan er maar drie mee. Vanaf 15 juli kan er op de inzendingen worden gestemd. MAVEN is de eerste ruimtesonde die tot taak heeft om de hogere delen van de atmosfeer van Mars te onderzoeken. Daarbij moet onder meer de vraag worden beantwoord hoe de planeet in de loop van zijn geschiedenis het grootste deel van zijn atmosfeer is kwijtgeraakt. De lancering van MAVEN staat gepland voor november van dit jaar. (EE)
NASA Invites Public to Send Names And Messages to Mars

1 mei 2013
Enkele weken geleden baarde het Amerikaanse bedrijf Uwingu (Swahili voor 'sterrenhemel') opzien door het grote publiek op te roepen namen te verzinnen voor de nabije exoplaneet Alfa Centauri Bb en andere exoplaneten. Die campagne wordt uitgebreid: vandaag kondigde Uwingu, dat onder leiding staat van de Amerikaanse astronoom Alan Stern, de start aan van 'Adopt-a-Planet'. De vernieuwde campagne heeft nog steeds als doel om het grote publiek namen te laten verzinnen voor de honderden exoplaneten die astronomen de afgelopen jaren hebben ontdekt. Tegen betaling welteverstaan, want het voordragen van een naam kost $4,99 en het stemmen op de naamsuggestie van iemand anders $0,99. De opbrengst zal worden gebruikt om nieuwe astronomische onderzoeks- en onderwijsprojecten te financieren. Elke voorgedragen naam die 1000 stemmen haalt, geeft de naamgever het recht om een exoplaneet naar keuze te 'adopteren'. Daarnaast krijgt hij of zij een certificaat en een 'tegoed' van $100 dat kan worden gebruikt om nog meer namen voor te stellen of om op andermans naamsuggesties te stemmen. De eerste tien namen die de adoptiestatus bereiken, leveren nog een extra bonus van $500 op. Tot nu toe zijn meer dan 1200 naamsuggesties ingediend. Volgens Stern is het gebruikte model – in feite een soort 'crowdfunding' – een goed middel om het ruimteonderzoek onder de aandacht te brengen van het grote publiek. De Internationale Astronomische Unie, die verantwoordelijk is voor het toekennen van officiële namen aan hemellichamen, is minder enthousiast over het initiatief. (EE)
Uwingu Launches World’s First ‘Adopt-a-Planet’ Campaign

30 april 2013
Voor het eerst hebben natuurkundigen metingen verricht aan de wijze waarop antimaterie wordt beïnvloed door de zwaartekracht. Antimaterie is materie die uit antideeltjes bestaat - de tegenhangers van 'gewone' deeltjes, met o.a. een tegenovergestelde elektrische lading. Antimaterie komt in de natuur vrijwel niet voor (zodra antimaterie in contact komt met gewone materie treedt 'annihilatie' op, waarbij alle massa wordt omgezet in energie), maar kan wel geproduceerd en bestudeerd worden in deeltjesversnellers zoals bij het CERN-instituut in Genève. Natuurkundigen van de Universiteit van Californië in Berkeley en van het ALPHA-experiment bij CERN hebben nu voor het eerst 'antiwaterstof' in vrije val bestudeerd. Antiwaterstofatomen bestaan niet uit een positief geladen proton met daaromheen een negatief geladen elektron, maar uit een negatief anti-proton, vergezeld door een positief geladen positron (het antideeltje van het elektron). Normaal gesproken gaan natuurkundigen er vanuit dat antideeltjes dezelfde massa hebben als gewone deeltjes, en dus op dezelfde manier op de zwaartekracht reageren. Dat is echter nooit met zekerheid aangetoond. Zover is het ook nu nog niet: de nieuwe metingen, gepubliceerd in Nature Communications, zijn nog zeer 'onnauwkeurig', met een relatief enorm grote foutmarge. Wel kan op basis van de metingen geconcludeerd worden dat antiwaterstof in elk geval niet meer dan 110 keer zo zwaar is als gewoon waterstof. Er kan ook nog niet worden uitgesloten dat antimaterie een 'negatieve massa' heeft, maar als antideeltjes inderdaad omhoog vallen, gebeurt dat in elk geval met een versnelling van minder dan 65 maal de gewone valversnelling.De onderzoekers verwachten de metingen in de komende jaren veel preciezer uit te kunnen voeren. (GS)
Is antimatter anti-gravity? (origineel persbericht)

15 april 2013
Het Amerikaanse bedrijf Uwingu (Swahili voor 'sterrenhemel') neemt in een persbericht actief stelling tegen een persbericht van de Internationale Astronomische Unie (IAU), waarin de oproep van Uwingu om namen voor exoplaneten voor te stellen wordt afgedaan als 'niet officieel'.Uwingu, gevormd door een groot aantal vooraanstaande experts op het gebied van ruimteonderzoek, exoplaneetonderzoek en sterrenkundecommunicatie, roept het grote publiek om om namen voor exoplaneten voor te dragen; in h et bijzonder voor de vrij recent ontdekte planeet Alfa Centauri Bb, de exoplaneet die zich het dichtst bij ons eigen zonnestelsel bevindt. Het voordragen van een naam kost $ 4,99; het uitbrengen van een stem $ 0,99. Het geld wordt gebruikt om educatieve projecten op het gebied van sterrenkunde en ruimteonderzoek te subsidiëren.In een persbericht van 12 april stelt de Internationale Astronomische Unie dat niemand het recht kan kopen om een planeet een naam te geven - alleen de IAU zelf zou daarover gaan. De IAU noemt de actie van Uwingu 'misleidend'. Uwingu stelt nu in een reactie dat er tal van populaire sterrenkundige namen in omloop zijn die door geen enkele organisatie 'officieel' worden erkend, zoals bijvoorbeeld de namen van nevels en sterrenstelsels, of namen van geologische formaties op de maan en Mars.De deadline voor het voorstellen van populaire namen voor Alfa Centauri Bb is met een week verlengd, tot 22 april. (GS)
Oproep Uwingu voor het voordragen van namen voor exoplaneten

26 februari 2013
Kunstmanen in een baan om de aarde kunnen onklaar raken door microscopisch kleine ruimtestofjes. Dat concludeert onderzoekster Sigrid Close van de Stanford-universiteit op basis van laboratoriumexperimenten. Wanneer zo'n stofdeeltje met hoge snelheid in botsing komt met een satelliet, verdampt het volledig en ontstaat er een piepklein plasmawolkje van positief en negatief geladen elektrische deeltjes. Zulke plasmawolkjes kunnen kortstondig radiostraling uitzenden die de gevoelige satellietelektronica kan verstoren of zelfs lamleggen. Close denkt dat het plotseling uitvallen van de Europese Olympus-communicatiekunstmaan, in 1993, bijvoorbeeld op die manier te verklaren is. Olympus viel uit tijdens het hoogtepunt van een meteorenzwerm, maar sensoren aan boord van de satelliet registreerden geen inslagen van meteoordeeltjes. De piepkleine ruimtestofjes die ook deel uitmaken van zo'n zwerm hebben geen invloed op de oriëntatie of de beweging van de satelliet, maar zouden dus wel tot het uitvallen hebben kunnen leiden. (GS)
Stanford scientist closes in on a mystery that impedes space exploration (origineel persbericht)

26 februari 2013
Een Frans/Nederlands team van astronomen, onder wie Stéphanie Cazaux uit Groningen, heeft met laboratoriumproeven aangetoond dat moleculen op microscopisch kleine stofdeeltjes in de ruimte, direct in de gasfase kunnen komen. Dit resultaat kan belangrijke gevolgen hebben voor theorieën over de chemische samenstelling van het heelal en de manier waarop sterren worden gevormd. Het resultaat is vandaag online gepubliceerd op Nature Scientific Reports. Al in de jaren '60 van de vorige eeuw was duidelijk dat in gebieden waar sterren en planeten worden geboren, stofdeeltjes belangrijk zijn voor de productie van de meest simpele tot zeer complexe moleculen die in het heelal voorkomen. Maar het precieze mechanisme waardoor moleculen die op het oppervlak van de stofkorreltjes zijn gemaakt, onmiddellijk tot gas transformeren en weer de ruimte ingaan, was onbekend.Om te onderzoeken hoe de moleculen op stofkorreltjes in de gasfase komen, hebben de astronomen in het lab de vorming van water op silicaten bestudeerd. Deze soort mineralen is gekozen omdat hiermee de stofkorreltjes in de ruimte zo goed mogelijk worden nagebootst. Eerst werd moleculair zuurstof (O2) op het oppervlak gebracht, dat was afgekoeld tot een zeer lage temperatuur van 10 kelvin (-263 graden Celsius). Vervolgens werden waterstofatomen op hetzelfde oppervlak aangebracht, die daarna werden bedekt met O2. Uit metingen met een massaspectrometer bleek dat 90% van de zojuist gevormde moleculen, direct het oppervlak weer verlieten en gas vormden. Dit proces heet chemische desorptie. Over desorptie is veel gespeculeerd, en het mechanisme is nu voor het eerst in het lab aangetoond. Het proces van desorptie is wel eerder in astrochemische modellen van stervorming meegenomen, maar met geschatte waarden. De ontdekking zal daarom gevolgen hebben voor stervormingstheorieën. De hoeveelheid gasmoleculen in een wolk die ineenstort onder zijn eigen gewicht om een ster te vormen, is namelijk bepalend voor de snelheid waarmee de stervorming plaatsvindt, het aantal sterren en hun uiteindelijke massa. “Onze experimenten laten zien dat de microscopisch kleine stofdeeltjes in het heelal een directe impact hebben op de chemie van astrofysische objecten”, zegt Cazaux. “Dit heeft grote consequenties voor de interpretatie en analyse van veel objecten in het heelal, maar ook voor ons begrip van stervorming.”De experimenten zijn uitgevoerd op het LERMA-lab van de Universiteit van Cergy-Pontoise in Parijs. (GS)
Oorspronkelijk persbericht

4 februari 2013
Na een vluchtduur van 55 dagen, 1 uur en 34 minuten is er op 1 februari een eind gekomen aan de ballonvlucht van Super-TIGER (Trans-Iron Galactic Element Recorder). Deze telescoop voor onderzoek aan kosmische straling werd op 8 december 'gelanceerd' met behulp van een gigantische heliumballon, vanaf NASA's Long Duration Balloon Facility in Antarctica. Nooit eerder is zo'n lange ballonvlucht uitgevoerd met een wetenschappelijk instrument.Super-TIGER heeft tijdens de bijna acht weken durende vlucht ongeveer vijftig miljoen kosmische-stralingsdeeltjes waargenomen - energierijke elektrisch geladen deeltjes die uit het heelal afkomstig zijn en waarvan de herkomst nog steeds niet met zekerheid bekend is. De analyse van alle waarnemingen zal naar schatting zeker twee jaar in beslag nemen.Inmiddels zijn in Antarctica ook de eerste BARREL-ballonnen opgelaten. BARREL (Balloon Array for Radiation belt Relativistic Electron Losses) is een project van Amerikaanse natuurkundigen die willen onderzoeken waarheen snel bewegende elektronen uit de stralingsgordels van de aarde verdwijnen: naar 'boven', de ruimte in, of naar 'beneden', de aardse dampkring in. Het BARREL-project, waarvoor in totaal twintig ballonnen worden opgelaten, werkt nauw samen met de twee Amerikaanse Van Allen-ruimtesondes. (GS)
NASA's Super-Tiger Balloon Breaks Records While Collecting Data (origineel persbericht Super-TIGER)

24 januari 2013
Niet alleen mensen houden zich met sterrenkunde bezig: ook Afrikaanse mestkevers bestuderen de hemel. Dat schrijven wetenschappers in het tijdschrift Current Biology. Tijdens donkere nachten laten de insecten zich leiden door de zachte gloed van de Melkweg.Het is voor het eerst dat er duidelijke aanwijzingen zijn gevonden dat insecten op de sterren navigeren. Eerder was dat ook al bij 'hogere' soorten zoals vogels vastgesteld. Maar voor zover bekend zijn er geen andere dieren die op de Melkweg navigeren.Dat mestkevers over een astronomisch navigatiemiddel beschikken, volgt uit het feit dat ze alleen tijdens heldere nachten het rechte pad weten te houden: tijdens volledig bewolkte nachten lukt ze dat niet. Uit experimenten in een projectieplanetarium is nu gebleken dat het de kevers niet uitmaakt of ze de volledige sterrenhemel zien of alleen de zwakke gloed van de Melkweg.Volgens de onderzoekers ligt dat ook wel een beetje voor de hand, omdat het gezichtsvermogen van mestkevers te slecht is om veel afzonderlijke sterren te kunnen zien. Met de toch al vage Melkweg hebben ze blijkbaar minder moeite. Overigens navigeren de mestkevers ook op de zon, de maan en (bij bewolkte hemel) de polarisatierichting van zon- en maanlicht. (EE)
Dung beetles follow the milky way

22 januari 2013
De Amerikaanse onderzoeksballon Super-TIGER cirkelt al 45 dagen op grote hoogte rond de Zuidpool. Daarmee heeft hij het duurrecord voor wetenschappelijke ballonvluchten, dat op 42 dagen stond, ruimschoots verbroken. Super-TIGER, die een detector voor kosmische straling aan boord heeft, steeg op 9 december vorig jaar op van het Ross IJsplateau. Sindsdien heeft hij op een hoogte van ongeveer veertig kilometer ruim twee rondjes rond de Zuidpool gemaakt. Dat gebeurt, dankzij de luchtstromingen ter plaatse, vanzelf. Naar verwachting zal de ballon nog ruim een week in de lucht blijven en begin februari in de buurt van de McMurdo-basis op Antarctica landen.Vanaf Antarctica worden wel vaker wetenschappelijke ballonvluchten 'gelanceerd'. Dat is een relatief goedkoop alternatief voor onderzoek dat normaal gesproken door kostbare satellieten wordt gedaan. (EE)
Super-TIGER shatters scientific balloon record in Antarctica

15 januari 2013
Kernfysici hebben precisiemetingen verricht aan de reacties waarbij radioactieve fluor-atomen vervallen en neon-atomen worden geproduceerd. Zulke reacties vinden plaats in nova-explosies - helderheidsuitbarstingen van witte dwergsterren die materie opzuigen van een begeleider. Nova's worden normaal gesproken bestudeerd op zichtbare golflengten, maar zichtbaar licht wordt pas geruime tijd na de eigenlijke explosie uitgestraald. Astronomen zouden daarom liever waarnemingen verrichten in het energierijke gamma-golflengtegebied. Probleem daarbij is dat zulke waarnemingen pas goed uit te voeren en te analyseren zijn wanneer de kernreacties die tijdens de nova-explosie plaatsvinden goed worden begrepen. Het nieuwe onderzoek, uitgevoerd door natuurkundigen van de Universiteit van York en gepubliceerd in Physical Review Letters, geeft nu veel nauwkeuriger informatie over de snelheid waarmee de fluor-reactie zich voltrekt en de hoeveelheid geproduceerd neon. (GS)
Neon Lights Up Exploding Stars (origineel persbericht)

18 december 2012
De theorie die verklaart waarom de extreem snelle draaiing van pulsars af en toe versnelt moet misschien aangepast worden. Dat stellen wetenschappers van de Universiteit van Southampton aan de hand van een computermodel.Pulsars zijn zogenoemde neutronensterren die kunnen ontstaan nadat een zware ster is opgebrand en haar kern instort tot een extreem compacte en hete ster. Aan haar polen schijnen twee sterke bundels van elektromagnetische straling het heelal in. Sommige van deze draaiende neutronensterren nemen we op aarde waar als een pulserende radiobron, zoals een schip op zee een vuurtoren ziet. Af en toe zien astronomen echter dat de tempo van pulsars kortstondig versnelt. Een 40 jaar oude theorie verklaart dat met snel roterende supervloeibare materie binnenin de pulsar. Die materie zou in staat zijn haar draaiingsenergie over te brengen aan de buitenkant van de pulsar.De wetenschappers toonden echter met hun model aan dat de versnellingen te groot zijn om verklaard te worden door materie binnenin de ster. Er is simpelweg te weinig materie, aldus de wetenschappers. Astronomen moeten dus op zoek naar een alternatieve theorie om de oplevingen van pulsars te kunnen verklaren. (Roel van der Heijden)

18 december 2012
In samenwerking met Uitgeverij Moon, heeft de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) een Nederlandstalige iPad-game voor kinderen uitgebracht: Planetenreis. De educatieve game voert kinderen mee op een spannende ontdekkingsreis langs de planeten van ons zonnestelsel.De speler reist via een schaalmodel van ons zonnestelsel van planeet naar planeet om er objecten te verzamelen. De objecten zijn nodig om opdrachten te kunnen uitvoeren op de acht steen- en gasplaneten, de maan én dwergplaneet Pluto. Spelenderwijs leert het kind over de eigenschappen van de planeten en de afstanden in het zonnestelsel. Einddoel van de missie: breng ijs van Pluto naar de aarde!De game is gebaseerd op de NOVA-digibordles Zon & Planeten en op de kinderboeken over het zonnestelsel van sterrenkundejournalist Govert Schilling. De game biedt niet alleen een spannende reis door het heelal, maar ook een encyclopedie met daarin interessante weetjes over onze planeten. Het spel is geschikt voor kinderen vanaf zes jaar. (EE)
iPad-app Planetenreis: spannende reis door het zonnestelsel

12 december 2012
Duitse en Amerikaanse wetenschappers hebben met behulp van een krachtige röntgenlaser de extreem hete materie onderzocht zoals die onder meer voorkomt in sterren en in de naaste omgeving van zwarte gaten. De resultaten laten zien waarom meetgegevens van röntgensatellieten soms zo duidelijk afwijken van de theoretische voorspellingen (Nature, 13 december).Bij het onderzoek van objecten die röntgenstraling produceren maken astronomen veelal gebruik van een combinatie van computersimulaties en gegevens van röntgensatellieten zoals Chandra en XMM-Newton. Vaak sluiten theorie en praktijk goed bij elkaar aan, maar bij Fe16+ – ijzerionen die tien of minder elektronen bevatten in plaats van de gebruikelijke 26 – gaat het mis.Fe16+ is een van de belangrijkste bronnen van kosmische röntgenstraling. Satellietmetingen van de intensiteit van deze straling vallen echter meer dan dertig procent lager uit dan de geijkte theorieën voorspellen. Veel astronomen dachten dat dit aan hun modellen lag: deze zouden geen goede voorstelling geven van botsingen tussen de ijzerionen en de energierijke elektronen in hun omgeving.Uit het nieuwe onderzoek, waarbij met een röntgenlaser Fe16+ is geproduceerd, blijkt nu dat er weinig mis is met de astrofysische modellen. Het probleem ligt waarschijnlijk bij de structuur van de ijzerionen zelf. Om de discrepantie tussen theorie en praktijk op te heffen, zullen dus niet de astronomen maar atoomfysici aan de slag moeten. (EE)
X-ray laser takes aim at cosmic mystery

11 december 2012
Het is Italiaanse astronomen gelukt om tijdens de Venusovergang van 6 juni een (voorspelde) kleine verstoring van het spectrum van de zon te meten. Dit zogeheten Rossiter-McLaughlin-effect treedt op wanneer een stukje van het oppervlak van een roterende ster – in dit geval de zon – achter een ander hemellichaam – in dit geval de planeet Venus – verdwijnt.De astronomen hebben het effect waargenomen met een nauwkeurige spectrograaf van de ESO-sterrenwacht in Chili, die doorgaans wordt gebruikt voor het opsporen van planeten bij andere sterren. Omdat het zonlicht veel te fel is om met dit instrument te kunnen worden waargenomen, is op 6 juni niet naar de zon zelf gekeken, maar naar het zonlicht zoals dat door de maan wordt weerkaatst.De waarnemingen laten zien dat tijdens de gedeeltelijke verduistering van de zonneschijf minuscule veranderingen optraden in het zonnespectrum. Door de draaiing van de zon beweegt altijd de ene helft van de zonneschijf onze kant op, terwijl de andere helft zich van ons verwijdert. Dit resulteert in de verbreding van de lijnen die in het spectrum van de zon te zien zijn. Toen Venus op 6 juni voor de zon langs schoof, werd steeds een ander stukje zonsoppervlak bedekt. Vooraf was voorspeld dat de gevolgen hiervan voor het 'snelheidsprofiel' van lijnen in het zonnespectrum meetbaar zou moeten zijn met de ESO-spectrograaf HARPS – de nauwkeurigste in zijn soort. En die voorspelling is uitgekomen.Astronomen verwachten dat dezelfde waarneemtechniek in de nabije toekomst ook zal kunnen worden toegepast op andere sterren. Dat zou het mogelijk maken om de eigenschappen van de omloopbanen van om deze sterren draaiende planeten te bestuderen. (EE)
An elusive effect measured during the last Venus transit

10 december 2012
De Britse astronoom, schrijver en tv-presentator Sir Patrick Moore is overleden. Naast wetenschappers was Moore 50 jaar actief op de televisie en schreef 60 boeken over de sterrenkunde. Hij overleed thuis en werd 89 jaar.Moore begon in 1957 met het presenteren van het populaire tv-programma The Sky at Night, en hield dat 50 jaar vol. De show loopt overigens nog steeds. Daarnaast was ook zijn werk als wetenschapper aanzienlijk. Hij maakte onder andere de eerste gedetailleerde kaart van het maanoppervlak.Hij werd geroemd om zijn ruimhartigheid, kennis van het heelal en zijn gave dit over te brengen aan het grote publiek. (Roel van der Heijden)

5 december 2012
Wetenschappers uit Finland en Hawaï hebben, met behulp van computersimulaties, uitgedokterd hoe wijde dubbelsterren kunnen ontstaan. Het lijkt erop dat deze objecten zijn begonnen als drievoudige sterren, waarna twee van de sterren sterren zijn samengesmolten (Nature, 6 december).Enkelvoudige sterren zoals onze zon zijn vrij schaars. De meeste sterren worden geboren als onderdeel van een twee- of meervoudig stelsel dat uit één en dezelfde compacte gaswolk ontstaat. De afstand tussen de sterren die een dubbelster vormen varieert sterk. Sommige dubbelsterren zijn dermate compact dat de beide sterren elkaar raken. Andere hebben een onderlinge afstand van soms wel een lichtjaar en zijn nauwelijks meer als dubbelster te herkennen.Het ontstaan van zulke wijde dubbelsterren laat zich niet gemakkelijk begrijpen, omdat de compacte gaswolken die tot een (dubbel)ster samentrekken veel minder groot zijn dan een lichtjaar. Een wijde configuratie komt alleen tot stand wanneer drie (of meer) sterren uit één gaswolk worden geboren: door onderlinge interacties wordt de lichtste van dat stel dan vaak in een langgerekte baan gemanoeuvreerd, terwijl de beide andere een normale dubbelster vormen.Je zou dus verwachten dat wijde stelsels uit minstens drie sterren bestaan. Maar dat blijkt in veel gevallen toch niet zo te zijn. Er lijkt een ster verdwenen te zijn, en de nieuwe computersimulaties laten zien waar die ster gebleven is.Op het moment dat twee van de drie sterren in zo'n drievoudig stelsel een dubbelster vormen, kan er nog veel gas in de omgeving zijn achtergebleven. Hierdoor ondervinden de twee om elkaar draaiende sterren wrijving en spiralen ze naar elkaar toe. En soms is de gasdichtheid blijkbaar zo groot dat de beide sterren uiteindelijk met elkaar in botsing komen en tot één ster 'fuseren'. (EE)
Wide Binary Stars - Long-Distance Relationships

25 oktober 2012
Supernova-explosies van type Ia spelen een belangrijke rol bij het onderzoek van de uitdijing van het heelal. Maar hoe deze sterexplosies precies ontstaan, is nog steeds niet duidelijk. Volgende Amerikaanse sterrenkundige J. Craig Wheeler zouden nietige rode dwergsterren wel eens tot de aanstichters kunnen behoren.Voor supernovae van type Ia bestaan verschillende modellen. Steevast is de hoofdrol weggelegd voor een witte dwergster – het compacte restant van een lichte of middelzware ster die zijn buitenste lagen heeft afgestoten. Zo'n witte dwerg is stabiel zolang hij maar niet zwaarder wordt dan 1,4 zonsmassa. In gevallen waarbij een witte dwerg deel uitmaakt van een dubbelstersysteem is dat laatste niet gegarandeerd. Een van de bestaande modellen voor supernovae van type Ia gaat uit van een situatie waarbij de witte dwerg zoveel materie aantrekt van een begeleidende ster dat hij zijn kritische massa overschrijdt en explodeert. Een andere mogelijkheid is dat de dubbelster uit twee witte dwergen bestaat, die naar elkaar toe spiralen en uiteindelijk samensmelten.Deze modellen kunnen echter niet alle aspecten van dit soort supernova-explosies verklaren. Als beide scenario's zich daadwerkelijk in het heelal afspelen, zou er na de ontploffing van de witte dwerg in een aantal gevallen nog een restant van de begeleidende ster terug te vinden moeten zijn. Dat is tot nu toe echter niet gelukt. Volgens Wheeler zou de sleutel tot de oplossing van dit vraagstuk wel eens kunnen liggen bij het meest voorkomende soort sterren in het heelal: de rode dwergen. Het ligt voor de hand dat er veel dubbelsterren zijn die uit een witte en een rode dwerg bestaan. Veel materie bevatten rode dwergen niet, maar er hoeft vaak ook niet zo veel materie te worden overgedragen om een witte dwerg zijn kritische massa te laten bereiken. Wheelers model kan het ontbreken van een stellair restant op de plek van een supernova-explosie gemakkelijk verklaren. Rode dwergen geven namelijk zo weinig licht, dat ze van grote afstand niet waarneembaar zijn – zeker niet als ze ook nog een flink deel van hun massa aan een naburige witte dwerg hebben overgedragen (EE).
A New Scenario for the Birth of Type Ia Supernovae

22 oktober 2012
Een nieuwe afbeelding van een supersonische materiestraal uit een zwart gat laat een effect zien dat misschien wel vergelijkbaar is met afterburners van straalvliegtuigen. Dat zou belangrijke aanwijzingen kunnen geven over de werking van deze stralen. Al sinds tientallen jaren wordt onderzocht hoe het kan dat zwarte gaten aan hun polen met grote snelheid materie uitspuwen. Dat gebeurt waarschijnlijk op het moment dat er materie in het zwarte gat valt, maar hoe dat precies in zijn werking gaat is voor astronomen nog grotendeels een raadsel. Voor het eerst laat een afbeelding van zo’n materiestraal korte onderbrekingen zien. En dat lijkt wel wat weg te hebben van een supersonische straal uit een straalmotor, die ontstaat als een zogenoemde afterburner de hete uitlaatgassen opnieuw ontsteekt. In de vlam zijn repeterende patronen te zien als gevolg van complexe gasstromen. Het vergelijken van deze twee fenomenen zouden astronomen cruciale inzichten in stralen uit zwarte gaten kunnen geven. ‘De afstand tussen de oplichtende stukken in deze straal geeft ons informatie over de kracht van de straal en de hoeveelheid materie in de omgeving’, laat een van de betrokken astronomen op de website van het International Centre for Radio Astronomy Research weten. (Roel van der Heijden)
Astronomers study two million light year ‘extragalactic afterburner’

17 oktober 2012
De Europese onderzoeksorganisatie ERC (European Research Council) heeft een Advanced Grant toegekend aan prof. dr. Raffaella Morganti, hoofd van de Astronomengroep bij ASTRON en bijzonder hoogleraar Structuur en Evolutie van Radiomelkwegstelsels aan het Kapteyn Astronomisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Morganti krijgt een bedrag van circa 2,5 miljoen euro voor haar onderzoeksproject ‘Exploiting new radio telescopes to understand the role of AGN in galaxy evolution'. Met deze subsidie kan zij voor een periode van vijf jaar PhD-studenten, postdocs en een software-ingenieur aannemen. Morganti zal in haar project onderzoeken welk deel van de tijd het superzware zwarte gat dat in het centrum van een sterrenstelsel zit, actief is in het radiogebied, en welke invloed deze fase op de evolutie van het sterrenstelsel heeft. Zij zal daarbij gebruik maken van twee instrumenten van ASTRON: de geavanceerde radiotelescoop LOFAR (Low Frequency Array) en Apertif, de nieuwe 'radiocamera' van de Westerbork-radiotelescoop.De ERC Advanced Grants worden alleen toegekend aan wetenschappers van uitzonderlijke niveau. De subsidie aan prof. Morganti is de vijfde ERC Advanced Grant die is toegekend aan een project dat aan de LOFAR-telescoop en/of Apertif gerelateerd is. Vorig jaar werd een Advanced Grant toegekend aan de Nederlandse sterrenkundigen Thijs van der Hulst en Ewine van Dishoeck. (EE)
Europese Advanced Grant voor ASTRON-sterrenkundige

1 oktober 2012
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) bestaat op 5 oktober 50 jaar. Ter gelegenheid daarvan wordt van 11.00 tot 17.00 uur Nederlandse tijd een live webcast verzorgd, deels vanaf ESO's Very Large Telescope (VLT) in Noord-Chili. De VLT wordt die dag gebruikt voor het waarnemen van de Helm-van-Thor-nevel (NGC 2359) - de keuze van Brigitte Bailleul uit Frankrijk, die daarmee een eerder dit jaar uitgeschreven webstrijd won. Tijdens de webcast is het waarnemingsprogramma te volgen, en wordt er vanuit Chili en vanuit het ESO-hoofdkwartier in Garching-bei-München veel achtergrondinformatie over het internationale observatorium geboden. Het publiek wordt utigenodigd om voorafgaand aan de webcast vragen te stellen via e-mail, Twitter en Facebook. Ook tijdens de webcast kan volop gereageerd worden.Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van ESO wordt op 5 oktober in tal van Europese steden, waaronder Leiden, een grote expositie van spectaculaire foto's geopend. VPRO's Labyrint zendt op woensdagavond 3 oktober een documentaire uit over ALMA (Atacama Large Millimetre and submillimetre Array) - het nieuwste observatorium waar ESO aan deelneemt, op 5000 meter hoogte in de Chileense Andes. (GS)
6-Hour Webcast with Live Very Large Telescope Observations for ESO’s 50th Anniversary

28 september 2012
Het jaar 2012 markeert de 50ste verjaardag van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO). Om dit te vieren worden wereldwijd activiteiten georganiseerd. Op 5 oktober 2012 wordt de ESO-jubileumtentoonstelling 'Spectaculair heelal' geopend in de onlangs gerestaureerde historische Leidse Sterrewacht. Deze jubileumtentoonstelling toont de bezoekers 50 verbluffende beelden van hemellichamen zoals nevels, sterrenstelsels, en sterrenhopen, die zijn vastgelegd door de ESO-observatoria. Er zijn ook prachtige foto’s te zien van de sterrenwachten zelf. De tentoonstelling is tot stand gekomen dankzij een samenwerking tussen de Sterrewacht Leiden van de Universiteit Leiden en de historische Leidse Sterrenwacht. Op 5 oktober, precies 50 jaar na de ondertekening van de ESO-conventie, wordt met de Europese Very Large Telescope het object waargenomen dat de winnaar van de competitie ‘Kies wat de VLT waarneemt’ heeft gekozen. De observaties zijn live te volgen, de link naar de livestream wordt op de Nederlandstalige ESO-website bekendgemaakt.
Origineel persbericht NOVA

19 september 2012
De leden van de Internationale Astronomische Unie (IAU) hebben besloten om de definitie van de 'astronomische eenheid' aan te passen. Van oorsprong was deze veel gebruikte afstandsmaat gelijk aan de halve lange as van de (enigszins ellipsvormige) baan van de aarde om de zon. Maar deze afstand liet zich lange tijd niet erg nauwkeurig meten. Daarom werd in 1976 een nauwkeurigere, maar ook veel ingewikkeldere definitie aangenomen, die de astronomische eenheid onder meer afhankelijk maakte van de massa van de zon. Doordat de afstanden tussen objecten binnen het zonnestelsel inmiddels nog veel preciezer kunnen worden gemeten, verviel eigenlijk de noodzaak voor de definitie van 1976, die een foutmarge van enkele meters kende. Eigenlijk was de enige reden waarom aan deze definitie werd vastgehouden, dat alle wetenschappers er zo gewend aan waren geraakt. Om korte metten te maken met de (experimentele) beperkingen van de definitie van 1976 is nu besloten om de astronomische eenheid simpelweg gelijk te stellen aan 149.597.870.700 meter. Dat komt overeen met de gemiddelde afstand tussen aarde en zon, zoals gemeten vanaf de aarde.
Meer informatie:
IAU votes to redefine the astronomical unit – giving it a constant value

18 september 2012
Amerikaanse onderzoekers hebben in een laboratoriumopstelling gezien hoe grote organische moleculen in de interstellaire ruimte onder invloed van ultraviolette straling kunnen evolueren tot nog complexere moleculen. Het gaat om zogeheten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), die o.a. in uitlaatgassen van auto's voorkomen. De moleculen bevinden zich op kleine ijsdeeltjes, zoals die ook in de ruimte tussen de sterren voorkomen, bijvoorbeeld rondom jonge protosterren. Uit de laboratoriumproeven, uitgevoerd bij een temperatuur van slechts 5 graden boven het absolute nulpunt, blijkt dat de PAK's onder invloed van ultraviolette straling van nabijgelegen sterren onder andere waterstofatomen opnemen, waardoor ze groter en complexer worden. Uiteindelijk zouden op die manier de allervroegste bouwstenen voor het leven kunnen ontstaan. De resultaten van de nieuwe experimenten worden gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Overigens worden vergelijkbare proeven uitgevoerd in het Sackler-laboratorium van de Leidse Sterrewacht.
Meer informatie:
Researchers Brew Up Organics on Ice
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 september 2012
Wanneer twee sterrenstelsels met elkaar in botsing komen en versmelten tot één reuzenstelsel, kunnen ook de superzware zwarte gaten in hun kernen met elkaar versmelten. Vlak daarvoor draaien die twee zwarte gaten met steeds hogere snelheid en op steeds kleinere onderlinge afstand om elkaar heen, en volgens Einsteins algemene relativiteitstheorie worden daarbij zwaartekrachtsgolven geproduceerd - minieme vervormingen in de structuur van de ruimtetijd die zich met de lichtsnelheid in alle richtingen uitbreiden. Zwaartekrachtsgolven zijn nog nooit direct gemeten, maar er wordt wel naar gezocht met verschillende gevoelige detectoren, onder andere in de Verenigde Staten, Duitsland en Italië. Uit modelberekeningen van theoretici van Cardiff University blijkt nu dat uit nauwkeurige waarnemingen van zwaartekrachtsgolven ook informatie af te leiden is over o.a. de massa's van de twee versmeltende zwarte gaten. Op die manier kan onderzoek aan zwaartekrachtsgolven meer inzicht opleveren in de manier waarop zwarte gaten van invloed zijn op de evolutie van sterrenstelsels, aldus de onderzoekers.
Meer informatie:
Artikel op www.dailygalaxy.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 september 2012
Astronoom Steven Bamford van de University of Nottingham heeft een sterrenstelsel-alfabet gecreëerd, waarin elke letter in feite een foto van een bestaand sterrenstelsel is. Het 'galaxy ABC' is een bijproduct van het succesvolle Galaxy Zoo-project, waaraan honderdduizenden mensen hebben deelgenomen. Op talloze foto's van de sterrenhemel classificeerden zij ruim een kwart miljoen ver verwijderde sterrenstelsels - een klus die nog steeds moeilijk uitgevoerd kan worden door computersoftware. Sterrenkundigen gebruiken de classificatie voor een beter begrip van de eigenschappen, evolutie en statistische verdeling van verschillende typen sterrenstelsels, zoals spiraalstelsels, elliptische stelsels en onregelmatige stelsels. Tussen de vele geclassificeerde sterrenstelsels zitten er ook talloze die min of meer het uiterlijk van een letter uit het alfabet hebben, en op basis daarvan is nu een volledig ABC samengesteld.
Meer informatie:
Persbericht University of Oxford
Schrijf je eigen naam in sterrenstelsels
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 augustus 2012
De Europees/Japanse Mercuriusverkenner BepiColombo heeft met succes een aantal intensieve schok- en triltesten doorstaan. Daarbij werd een zogeheten structuurmodel van de planeetverkenner blootgesteld aan alle trillingen en schokken die hij tijdens de lancering en tijdens de vlucht naar de kleine planeet Mercurius te verduren krijgt. De tests zijn uitgevoerd bij het Europese ruimtetechnologiecentrum ESTEC in Noordwijk. BepiColombo gaat uit twee afzonderlijke ruimtesondes bestaan, die samen gedetailleerd onderzoek gaan verrichten aan de binnenste planeet in het zonnestelsel. De lancering, met een Europese Ariana 5-raket, is voorzien voor het jaar 2015; de aankomst bij Mercurius staat gepland in 2022.
Meer informatie:
Good vibrations for BepiColombo
Tweede persbericht ESA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 augustus 2012
De Amerikaanse astronaut Neil Armstrong, die op 21 juli 1969 als eerste mens voet op de maan zette, is op 25 augustus op 82-jarige leeftijd overleden aan complicaties na een hartoperatie. Armstrong sprak als commandant van de Apollo 11 de historische woorden 'That's one small stap for a man, one giant leap for mankind'. Armstrong was opgeleid straaljagerpiloot en testvlieger. Hij vloog in meer dan 200 verschillende toestellen, en nam deel aan tientallen aanvalsvluchten tijdens de Koreaanse oorlog. In 1962 werd hij door NASA geselecteerd als astronaut. In 1966 was hij commandant van de Gemini 8, die de eerste koppeling in de ruimte uitvoerde - een vlucht die als gevolg van kortsluiting in een van de stuurraketjes bijna rampzalig afliep. Na zijn historische maanvlucht was hij hoogleraar aan de Universiteit van Cincinnati; later ging hij het bedrijfsleven in en leefde hij een relatief teruggetrokken bestaan.
Meer informatie:
Neil Armstrong: 1930-2012
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 augustus 2012
Charles Bennett van de Johns Hopkins University in Baltimore en het 26 personen tellende wetenschappelijke team van de Wilkinson Microwave Anisotropy Mission (WMAP) ontvangen op 21 augustus in Beijing, China, de 2012 Cosmology Prize van de Gruber Foundation. De prijs, waaraan een bedrag van 500.000 dollar is verbonden, wordt jaarlijks uitgereikt voor een bijzondere bijdrage aan de kosmologie. Bennett was leider van de WMAP-missie, die buitengewoon gedetailleerde kaarten van de kosmische achtergrondstraling heeft opgeleverd - het afgekoelde 'overblijfsel' van de energie van de oerknal. Mede dankzij de resultaten van de WMAP hebben kosmologen tegenwoordig een veel beter beeld van de samenstelling en de vroege geschiedenis van het heelal. Zo werd mede op basis van de WMAP-resultaten geconcludeerd dat het heelal ca. 13,7 miljard jaar oud is, dat de achtergrondstraling geproduceerd werd toen de kosmos een leeftijd van ca. 378.000 jaar had, en dat het universum voor 72,8 procent uit donkere energie bestaat, voor 22,7 procent uit niet-baryonische donkere materie en voor slechts 4,6 procent uit gewone atoomkernen.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 augustus 2012
De internationaal vermaarde Britse radioastronoom Sir Bernard Lovell is op 6 augustus op 98-jarige leeftijd overleden. Lovell was in 1945 de oprichter van de Jodrell Bank radiosterrenwacht van de Universiteit van Manchester, waar in 1957 een radioschotelantenne met een middellijn van 76 meter in gebruik werd genomen. Daarmee werden najaar 1957 de radiosignalen van de Russische Spoetnik opgepikt. De telescoop, officieel de Lovell-telescoop geheten, is nog steeds de op twee na grootste volledig bestuurbare radioschotel ter wereld.
Meer informatie:
In memoriam Universiteit van Manchester
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 augustus 2012
Japanse astronomen hebben geconstateerd dat de explosiewolk van een supernova een klonterige vorm heeft. Dat is in strijd met het zogeheten bipolaire scenario, waarbij de meeste energie langs de rotatie-as van de ontploffende ster ontsnapt. Sterren zwaarder dan acht zonsmassa's beëindigen hun relatief korte bestaan met een enorme explosie, die supernova wordt genoemd. Hoe die explosie precies verloopt, was lange tijd onduidelijk. Computerberekeningen lieten twee mogelijkheden open: de bipolaire variant, waarbij de rotatie van de ontploffende ster een belangrijke rol speelt, en de klonterige variant, die door convectie wordt aangedreven. Omdat de meeste supernova-explosies zich afspelen in sterrenstelsels op afstanden van honderden miljoenen lichtjaren, kan hun vorm niet rechtstreeks worden waargenomen. De Japanse astronomen hebben de vorm van een aantal supernova's nu echter weten vast te stellen door naar de zogeheten polarisatie van het supernova-licht te kijken - de wijze waarop de lichtgolven georiënteerd zijn. Bij een bipolaire explosie zou het licht één polarisatierichting moeten vertonen, bij een klonterig verlopende explosie een mengsel van verschillende polarisatierichtingen. Waarnemingen van twee supernova-explosies met de Subaru-telescoop op Hawaï laten nu zien dat beide het klonterige scenario hebben gevolgd. Eerder waren al vier andere supernova's op deze manier onderzocht en ook drie van deze verliepen klonterig.
Meer informatie:
Subaru Telescope Reveals 3D Structure of Supernovae

2 augustus 2012
Volgens Duitse wetenschappers zal de aanblik van de nachtelijke hemel de komende jaren drastisch veranderen. Dat komt door het toenemende gebruik van LED-straatverlichting, dat tot gevolg heeft dat de nachthemel steeds blauwer wordt. Nu speelt deze 'lichtvervuiling' zich nog voor een belangrijk deel af in het rode deel van het spectrum. De verandering van kleur is niet de enige verandering die optreedt. Omdat blauw licht in de aardatmosfeer sterker wordt verstrooid dan rood licht, zal de heldere nachthemel met name in het zenit (het punt recht boven de waarnemer) en in de richting van de lichtbronnen duidelijk minder donker worden. De onderzoekers pleiten voor meer onderzoek naar de gevolgen van het veranderende lichtpatroon, bijvoorbeeld voor nachtdieren. Daarnaast zouden overheden ervoor moeten zorgen dat de LED-lampen geen licht omhoog stralen en zo min mogelijk blauw licht produceren.
Meer informatie:
Red is the new Black
Vakpublicatie (pdf)

19 juli 2012
De magnetische velden rond witte dwergsterren kunnen dermate sterk zijn, dat de optredende krachten atomen tot moleculen kunnen binden. Dat schrijven wetenschappers deze week in Science. Onder normale omstandigheden zijn magnetische krachten niet sterk genoeg om materie op atomaire schaal te beïnvloeden. Je kunt met een sterke elektromagneet weliswaar een auto optillen, maar vergeleken bij de elektrische bindingskracht die atomen tot moleculen verenigt, valt de magnetische kracht in het niet. Nieuwe berekeningen laten zien dat dat in de directe omgeving van witte dwergen en andere objecten met een extreem sterk magnetisch veld anders kan zijn. In zo'n omgeving kunnen zelfs atomen die onder aardse omstandigheden geen moleculaire bindingen aangaan, zoals helium, worden gedwongen om zich aan andere atomen te binden. Ook op normale moleculen heeft zo'n magnetisch veld een grote uitwerking. Het versterkt de aantrekkingskracht tussen de atomen, waardoor moleculen in de nabijheid van een witte dwerg tot wel een kwart kleiner kunnen zijn dan normaal. Of dit ook gevolgen heeft voor de chemische reacties tussen verschillende moleculen is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Unusual Molecules Form Near White Dwarfs

19 juli 2012
Astronomen gaan ervan uit dat er naast 'stellaire' zwarte gaten, met massa's van enkele zonsmassa's, en de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels, die vele miljoenen zonsmassa's zwaar zijn, ook 'middelzware' zwarte gaten bestaan. Maar tot nu toe zijn maar heel weinig van deze objecten opgespoord. Volgens astronomen van een aantal Amerikaanse instituten zou dat wel eens kunnen komen doordat op de verkeerde plaatsen is gezocht. De geboorte van een middelzwaar zwart gat begint met de dood van een zware ster, waarvan de kern tot een zwart gat ineenstort. Naarmate zo'n zwart gat meer materie uit zijn omgeving opslokt, neemt zijn massa toe. Het probleem is echter dat zelfs de 'dichtbevolkste' delen van een sterrenstelsel te leeg zijn om een stellair zwart tot een middelzwaar zwart gat uit te laten groeien. Daarom hebben de Amerikaanse astronomen hun blik gericht op de directe omgeving van de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels, die doorgaans omringd zijn door een schijf van gas. Modelberekeningen laten zien dat als een stellair zwart gat in die schijf terechtkomt, het gemakkelijk duizenden zonsmassa's aan materie kan opslokken. In feite gaat het hierbij om hetzelfde proces dat in de materieschijf rond een jonge ster tot het ontstaan van grote gasplaneten leidt. De beste plek om een middelzwaar zwart gat op te sporen zou dus de kern van een sterrenstelsel zijn.
Meer informatie:
How to Build a Middleweight Black Hole

4 juli 2012
Wetenschappers van het Europese laboratorium voor deeltjesfysica CERN hebben een nieuw elementair deeltje ontdekt. Of dit het langgezochte Higgsdeeltje is, staat echter nog niet vast. Op het eerste gezicht vertoont het nieuwe deeltje wel veel overeenkomst met het theoretisch voorspelde Higgsdeeltje. Het Higgs-deeltje is van fundamenteel belang voor het zogeheten standaardmodel van de deeltjesfysica. Het zou de 'drager' zijn van het alom aanwezige Higgsveld, dat ervoor zorgt dat de kleine deeltjes waaruit de materie is opgebouwd massa hebben. Simpel gezegd fungeert dit Higgsveld als een soort stroop waar materiedeeltjes doorheen moeten waden: dat kost meer moeite naarmate een deeltje zwaarder is. Volgens het standaardmodel zou het theoretisch verwachte Higgsdeeltje een massa moeten hebben die ergens tussen de 115 en 180 GeV/c2 ligt. Het nu ontdekte deeltje vertoont een massa van 125-126 GeV/c2. Of het ook echt het Higgsdeeltje ís, zal zorgvuldig onderzoek moeten uitwijzen. Volgens CERN zou het ook een exotische soortgenoot van het Higgsdeeltje kunnen zijn, bijvoorbeeld een deeltje dat een ander raadsel zou kunnen oplossen: dat van de donkere materie in het heelal.
Meer informatie:
CERN experiments observe particle consistent with long-sought Higgs boson
CERN-experimenten observeren deeltje dat in overeenstemming is met langgezocht Higgs-boson

1 juli 2012
ESA-astronaut André Kuipers is zondagochtend om 10.14 uur Nederlandse tijd veilig teruggekeerd op aarde, samen met de Russische kosmonaut Oleg Kononenko en de Amerikaan Don Pettit. Kuipers verbleef 193 dagen aan boord van het internationale ruimtestation ISS - een Europees record. Tijdens de zogeheten PromISSe-missie voerde de wetenschappelijk arts ruim vijftig experimenten uit op het gebied van biofysica en medische wetenschap. Ook haalde Kuipers de vrachtschepen Edoardoi Amail (van ESA) en Dragopn (van het Amerikaanse ruimtevaartbedrijf SpaceX) binnen. Kort na de landing in Kazachstan vloog hij samen met Pettit door naar Houston, waar hij de komende weken zal revalideren en aanvullende experimenten op zijn eigen lichaam zal blijven uitvoeren.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 juni 2012
De Venusovergang van vanmorgen is zichtbaar geweest op de Waddeneilanden, kort na zonsopkomst. In vrijwel alle andere delen van Nederland gooiden wolken en regen roet in het eten en moesten belangstellenden het doen met livestreams van andere plaatsen in de wereld, zoals Hawaii. Het zeldzame verschijnsel (de eerstvolgende keer dat Venus gezien vanaf de aarde voor de zon langs beweegt is pas in december 2117) was vanuit het grootste deel van de Stille Oceaan volledig zichtbaar. Ook satellieten in een baan om de aarde hebben de Venusovergang vastgelegd.
Foto's van de Venusovergang, gemaakt vanaf Ameland
Waarnemingen van de Venusovergang door NASA's Solar Dynamics Observatory
Foto's van de Venusovergang van over de hele wereld
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 juni 2012
De Leidse astronoom Xander Tielens (1953) is een van de vier laureaten die maandagmiddag van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Spinozapremie van 2,5 miljoen euro hebben ontvangen, vrij te besteden aan onderzoek naar keuze. De Spinozapremie is de hoogste Nederlandse wetenschappelijke onderscheiding. Tielens is hoogleraar fysica en chemie van de interstellaire ruimte aan de universiteit Leiden. Hij bestudeert de rol van grote moleculen, met name PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), en interstellair stof in het universum. Hij was een van de eersten die het belang van dergelijke grote moleculen in de ruimte onderkende.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

31 mei 2012
De Amerikaanse astronoom Mike Brown van het California Institute of Technology, alias de 'Pluto killer', heeft de Kavli-prijs voor astrofysica 2012 gewonnen voor zijn bijdragen aan een beter begrip van de buitendelen van het zonnestelsel. Brown deelt de prijs met David Jewitt en Jane Luu, die in 1992 de eerste 'ijsdwerg' ontdekten (1992 QB1) - een klein, bevroren object buiten de baan van Neptunus. Brown en zijn collega's ontdekten in 1995 de grote ijsdwerg Eris, die ongeveer even groot is als Pluto. De ontdekking van Eris was de directe aanleiding voor de 'degradatie' van Pluto tot dwergplaneet, in augustus 2006.
Meer informatie:
Caltech Astronomer Mike Brown Awarded Kavli Prize in Astrophysics
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

31 mei 2012
Britse astronomen kunnen over een paar jaar niet langer gebruik maken van hun infrarood- en millimeter-telescopen op Mauna Kea, Hawaii. De Britse Science and Technology Facilities Council (STFC) stopt in het najaar van 2013 uit bezuinigingsoverwegingen de Britse bijdrage aan de United Kingdom Infra-Red Telescope (UKIRT); een jaar later komt er ook een eind aan de Britse co-financiering van de Brits-Canadees-Nederlandse James Clerk Maxwell Telescope (JCMT) voor millimeterstraling. Er blijft voorlopig wel geld beschikbaar voor deelname aan de 4,2-meter William Herschel Telescope op La Palma - de enige grote optische telescoop op het noordelijk halfrond waar het Verenigd Koninkrijk nog in deelneemt.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 mei 2012
In de nacht van zondag 20 op maandag 21 mei (Nederlandse tijd) vond een ringvormige zonsverduistering plaats, die waarneembaar was vanuit het westen van de Verenigde Staten (zondagavond), de Stille Oceaan, en Japan (maandagochtend). Een ringvormige zonsverduistering ontstaat wanneer de maan wel precies voor de zon langs beweegt, maar net iets te ver van de aarde af staat om de zon volledig te bedekken. De ringvormige verduistering is zowel vanaf de aarde als vanuit de ruimte waargenomen; hieronder vind je links naar enkele websites met opmerkelijke beelden.
Beelden van live-webcast, o.a. vanuit Japan
Fotoverzameling (Japan en Verenigde Staten)
Fotoverzameling (Japan en Verenigde Staten)
Waarnemingen van ESA's Proba-kunstmaan (met link naar filmpje)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 april 2012
Mat Drummen, oud-directeur van Stichting 'De Koepel', heeft op 27 april de koninklijke onderscheiding 'Ridder in de Orde van Oranje Nassau' ontvangen. Hij werd in zijn woonplaats Gouda gedecoreerd door burgemeester W.M. Cornelis. Bij de uitreiking werd genoemd dat Mat, die op 1 januari 2010 met pensioen ging, uitzonderlijke verdiensten heeft voor de publieksvoorlichting van sterrenkunde, weerkunde en ruimtevaart, onder meer door twintig jaar lang de Sterrengids, vele publicaties in het tijdschrift Zenit en de organisatie van de Landelijke Sterrenkijkdagen te verzorgen. Ook memoreerde de burgemeester dat er eerder al een planetoïde naar hem is vernoemd.
Meer informatie:
Bericht van Stichting 'De Koepel'

19 april 2012
Volgens wetenschappers is het meer dan twintig jaar oude raadsel rond de afwijkende beweging van twee Pioneer-ruimtesondes definitief opgelost. Op de twee ruimtesondes leek een mysterieuze afremmende 'kracht' te werken. Het staat nu echter vrijwel vast dat deze 'Pioneer-anomalie' werd veroorzaakt door de (ongelijkmatige) warmte-uitstraling van de beide ruimtevaartuigen. De Pioneer 10 en 11 werden veertig jaar geleden gelanceerd, scheerden langs de planeten Jupiter en Saturnus en zijn bezig ons zonnestelsel te verlaten. Omdat ze geen raketaandrijving hebben, verliezen de Pioneers geleidelijk snelheid door de zwaartekrachtsaantrekking van zon en planeten. Maar uit telemetrische gegevens, die Pioneer 10 tot 2002 bleef uitzenden, bleek dat ze een heel klein beetje sterker werden afgeremd dan verwacht. Om die kleine afwijking te verklaren, hebben wetenschappers allerlei ideeën opgevoerd. Sommigen meenden zelfs dat de bestaande zwaartekrachtstheorie op de schop zou moeten. Maar een nieuwe, nauwkeurige analyse laat zien dat de Pioneer-anomalie hoogstwaarschijnlijk geen externe oorzaak had, maar een gevolg was van het ontwerp van de ruimtesondes. De afremming ontstond doordat de grote radioschotel van de Pioneers vrijwel altijd op de aarde was gericht, waardoor de warmte-uitstralende (radioactieve) energievoorziening en elektronica zich steeds aan de 'voorkant' bevonden. Als de opgewekte warmte ongehinderd alle kanten op had kunnen wegstralen, zou het netto-effect ervan nihil zijn geweest. Maar een deel werd door de achterzijde van de radioschotel weerkaatst, waardoor wat extra warmtestraling in de bewegingsrichting van de Pioneers werd uitgezonden. Dat geeft een kleine reactiekracht, die de ruimtesondes afremt. Dat was een bekend gegeven, maar tot nu toe was onduidelijk of het effect van de warmte-uitstraling groot genoeg was om de gehele afremming te kunnen verklaren. Voor de nieuwe analyse is nu een nauwkeurig thermisch model voor de beide ruimtesondes geconstrueerd. En berekeningen aan de hand van dat model bevestigen het vermoeden dat de warmte-uitstraling de oorzaak van de Pioneer-anomalie was.
Meer informatie:
Pioneer Anomaly Solved!
Support for the thermal origin of the Pioneer anomaly (pdf)

10 april 2012
Nachtfoto's maken van de aarde vanuit de ruimte valt nog niet mee. Om betere nachtfoto's te kunnen maken installeerde ESA-astronaut André Kuipers de NightPod aan boord van het internationale ruimtestation ISS. En de eerste set prachtige foto's stroomt nu binnen. Het ISS vliegt in een baan om de aarde met een snelheid van acht kilometer per seconde. Met zulke snelheden is het gebruik van een statief om goede, lang belichte nachtfoto's te maken geen optie. Want zelfs als de camera perfect stil hangt, beweegt het ISS nog veel te snel om een scherpe foto van de verlichte steden op aarde te maken. Om astronauten te helpen betere foto's te nemen, ontwikkelde ESA in samenwerking met het Nederlandse bedrijf Cosine een gemotoriseerd statief (tripod). Deze zogenaamde 'NightPod' compenseert de bewegingen van het ruimtestation tijdens het maken van een foto. Daarvoor volgt NightPod enkele specifieke punten op het aardoppervlak, zodat het onderwerp van de foto in het midden blijft tijdens het nemen van de foto. Zo zorgt NightPod ervoor dat de foto scherp is. De eerste nachtfoto's van aardse steden, gemaakt met NightPod, stromen inmiddels binnen en zijn onder andere te bewonderen op de Flickr-pagina van André Kuipers.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Flickr-fotopagina van André Kuipers
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 april 2012
De Prijs Akademiehoogleraren van de KNAW is dit jaar toegekend aan Ewine van Dishoeck, hoogleraar moleculaire astrofysica aan de Universiteit Leiden, en Peter Hagoort, hoogleraar cognitieve neurowetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Aan de prijs, die op 21 juni wordt uitgereikt, is een bedrag verbonden van een miljoen euro, dat beide onderzoekers krijgen voor wetenschappelijk werk. De prijs is bedoeld als een 'lifetime achievement award' voor onderzoekers - een in de sociale of geesteswetenschappen, en een in de natuur-, technische of levenswetenschappen - die hebben aangetoond dat ze tot de absolute top van hun vakgebied behoren. Ewine van Dishoeck bestudeert de chemie in het heelal. De ruimte tussen de sterren is niet helemaal leeg, maar gevuld met ijle, ijskoude gaswolken, zoals de donkere gebieden in de Orionnevel. Van Dishoeck bestudeert de moleculen die daarin te vinden zijn. Bijzondere aandacht heeft ze voor de vorming van sterren uit ineenstortende wolken en voor het maken van planeten in de stofschijven rond de jonge sterren. Voor dit onderzoek maakt ze onder meer gebruik van ESO's Very Large Telescope (VLT) en de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) in Chili. Momenteel doet ze met de infraroodsatelliet Herschel onderzoek naar de waterkringloop in het heelal en de rol die deze speelt bij de vorming van sterren. Peter Hagoort doet onderzoek naar de neurobiologische fundamenten van het menselijk taalvermogen. Hij kijkt naar de hersenen in actie: hoe regelen de hersenen de productie van taal, en het taalbegrip? Hagoorts grote verdienste is dat hij als een van de eersten psychologische theorieën met neurowetenschappelijke modellen combineerde, en zijn ideeën hebben het vakgebied sterk beïnvloed.
Meer informatie:
Ewine van Dishoeck en Peter Hagoort ontvangen grote prijs van de KNAW

3 april 2012
Vanaf donderdag draait in de bioscoop een nieuwe versie van James Camerons kaskraker Titanic. De meest opvallende verandering ten opzichte van het origineel uit 1997 is dat de film nu 'driedimensionaal' kan worden beleefd. Maar er zit ook nog een subtiele aanpassing in, die alleen kenners van de sterrenhemel zal opvallen. Na het uitkomen van de oorspronkelijke film werd regisseur Cameron op de vingers getikt door astrofysicus en wetenschapspopularisator Neil deGrasse Tyson. Reden: tijdens een van de bekendste scènes - hoofdpersoon Rose kijkt liggend op een stuk wrakhout naar de sterren - werd een hemelgebied getoond dat in het jaargetijde dat de Titanic verging (april) helemaal niet te zien was. Sterker nog: de linkerhelft van de hemel die de kijker kreeg voorgeschoteld was simpelweg het spiegelbeeld van de rechterhelft. Cameron, die als perfectionist bekendstaat, heeft zich de kritiek aangetrokken. En dus zijn in de nieuwe versie van zijn film de juiste sterren te zien.
Meer informatie:
James Cameron's 'Titanic' Correction May Impress Astronomers
Titanic 3D

29 maart 2012
Wetenschappers en technici uit Engeland, Nederland, Zweden en Zwitserland hebben een mini-aandrijving ontwikkeld die kleine satellieten naar de maan en verder kan brengen. De nieuwe motor, MicroThrust geheten, kan de kosten van de onbemande ruimtevaart sterk helpen reduceren. Met MicroThrust kunnen satellieten tot een gewicht van honderd kilogram worden voortgestuwd. Zelf weegt de aandrijving maar een paar honderd gram. Anders dan conventionele raketaandrijvingen maakt MicroThrust geen gebruik van chemische brandstoffen: het is een ionenmotor. De motor loopt op een 'ionenvloeistof', bestaande uit elektrisch geladen moleculen die met behulp van een elektrisch veld met hoge snelheid worden uitgestoten. Het elektrische systeem van de MicroThrust is ontworpen door het Delftse bedrijf SystematIC Design. De motor geeft maar een kleine versnelling - van 0 tot 100 km/uur in 77 uur - maar die kan wel heel lang worden volgehouden. Daarmee kan een satellietje van 1 kilogram in zes maanden de maan bereiken, bij een 'brandstof'verbruik van 0,1 liter. De eerste klus voor MicroThrust zal overigens het aandrijven van 'CleanSpace One' zijn - een Zwitserse nanosatelliet die ruimteschroot moet vastpakken en de aardatmosfeer in moet trekken.
Meer informatie:
Getting to the moon on drops of fuel
MicroThrust

27 maart 2012
De afgelopen twintig jaar heeft de Hubble-ruimtetelescoop ontelbare opnamen gemaakt. Een deel daarvan is aan het grote publiek gepresenteerd, maar in de data-archieven van Hubble zit nog veel onvertoond materiaal. ESA en NASA nodigen nu iedereen uit om deze 'verborgen schatten' op te sporen. Zoek een interessant databestand in het Hubble Legacy Archive, speel wat met contrast en kleuren en stuur het resultaat in naar de speciaal daarvoor ingestelde Flickr-groep. De mooiste inzending wordt beloond met een iPod Touch. Wie deze aanpak wat al te simpel vindt, kan ook gebruik maken van de software die ook door professionele astronomen wordt gebruikt om Hubble-data in adembenemende foto's om te zetten. Voor de inzender van het beste resultaat in deze categorie ligt een iPad klaar. Inzendingen moeten uiterlijk 31 mei binnen zijn.
Meer informatie:
Join the 2012 Hubble's Hidden Treasures Competition

26 maart 2012
In aanwezigheid van parlementariërs uit Europa, Zuid-Afrika en Nederland is vandaag de workshop 'Astronomy to Inspire and Educate Young Children' officieel geopend. De workshop brengt deskundigen in het sterrenkundig onderwijs, leraren, astronomen, politici, kunstenaars, diplomaten en leden van het wereldwijde EU Universe Awareness (EU-UNAWE) netwerk voor een week bij elkaar. Tijdens de opening werd EU-UNAWE-oprichter George Miley door de Leidse burgemeester Henri Lenferink gedecoreerd als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor zijn bijzondere verdiensten voor de samenleving. EU-UNAWE heeft als doel kinderen bewust te maken van de grootsheid en schoonheid van het heelal en probeert hun blikveld te verruimen om zo hun belangstelling te wekken voor wetenschap en techniek. Onderwijsprogramma's, educatieve materialen, methoden van evaluatie en wereldwijde capaciteitsopbouw zijn onderwerpen die in dat licht aan de orde komen tijdens de workshop.
EU Universe Awareness
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 maart 2012
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft een iPhone-app ontwikkeld die actuele meetgegevens van allerlei Amerikaanse klimaatsatellieten in beeld brengt. 'Earth Now' is daarmee een handig hulpmiddel om op de hoogte te blijven van CO2-emissies, ozonconcentraties, temperaturen, zeestromingen etc. De app kan gratis worden gedownload in de iTunes AppStore.
Meer informatie:
NASA's New 'Earth Now' App: Your World, Unplugged
Meer NASA-apps
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 maart 2012
Dankzij de inspanningen van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) is, in nauwe samenwerking met de bètafaculteiten van Nijmegen, Leiden en Amsterdam, vrijwel al het personeel van het Sterrenkundig Instituut van de Universiteit Utrecht (UU) ondergebracht bij de andere NOVA-instituten. NOVA is de toponderzoekschool waarbinnen de Nederlandse sterrenkundige instituten (Amsterdam, Groningen, Leiden, Nijmegen en, tot voor kort, Utrecht) samenwerken. De UU besloot medio 2011 het Utrechtse instituut, dat al 370 jaar aan de internationale astronomische top staat, op te heffen omdat het niet in het nieuwe bèta-profiel van de universiteit past. Daarmee dreigde specifieke, unieke onderzoeksexpertise weg te vallen. Hierop nam NOVA het voortouw om, in constructief overleg met de UU, alle stafmedewerkers samen met hun promovendi, postdocs en materiaal bij de andere sterrenkundige instituten onder te brengen. Het merendeel van de vaste staf heeft daar inderdaad een nieuwe aanstelling gekregen. Om voor de laatste keer stil te staan bij het opheffen van één van 's werelds oudste sterrenkunde-instituten en bij de geschiedenis van dit vermaarde instituut, wordt van 2-5 april in Noordwijkerhout een conferentie gehouden. De Utrechtse sterrenkunde heeft veel eminente wetenschappers voortgebracht, onder wie Marcel Minnaert, Henk van de Hulst, Kees de Jager, Ed van den Heuvel, Cees Zwaan en Henny Lamers. Ook in het recente verleden hebben jonge Utrechtse astronomen veel erkenning gekregen in de vorm van prestigieuze nationale en internationale beurzen.
Meer informatie:
Utrechts sterrenkundig onderzoek wordt voortgezet bij de andere NOVA-instituten

8 maart 2012
Binnenkort verschijnt een nieuwe versie van de populaire computergame Angry Birds: 'Angry Birds Space'. Bij de totstandkoming ervan heeft de Finse game-ontwikkelaar Rovio nauw samengewerkt met het Amerikaanse ruimteagentschap NASA. In het spel zijn namelijk elementen van de ruimtevaart verwerkt, zoals de zwaartekrachtsaantrekking van de planeten en de gewichtloosheid - of beter gezegd: microzwaartekracht - die een ruimtevaarder ondervindt als hij in een baan om een planeet cirkelt. NASA-astronaut Don Pettit heeft aan boord van het internationale ruimtestation ISS een video opgenomen, waarin hij Angry Birds Space gebruikt om uit te leggen welke fysische wetten in de ruimte werkzaam zijn. Wie de fysica van de ruimte zelf wil onderzoeken, moet nog geduld hebben tot 22 maart: dan kan de nieuwe variant op Angry Birds worden gedownload. Het spel kan worden gespeeld op pc's, Macs en alle mobiele apparaten die op iOS of Android draaien.
Meer informatie:
NASA and Rovio Gamers Create Angry Birds Space
What Is Microgravity?
Angry Birds Space

8 maart 2012
Wetenschappers van Australische en Amerikaanse universiteiten hebben een nieuw soort atoomklok bedacht, die bijna onwaarschijnlijk nauwkeurig de tijd kan bijhouden. Als zo'n klok kort na de oerknal - bijna 14 miljard jaar geleden - had bestaan, zou hij nu minder dan 1/20 seconde voor of achter lopen. Dat maakt de klok bijna honderd keer zo nauwkeurig als de beste atoomklokken van dit moment. Normale atoomklokken gebruiken elektronen die om de kern van een atoom draaien als 'slinger'. De wetenschappers hebben aangetoond dat door met behulp van een laserbundel de elektronen in het atoom op een specifieke manier te oriënteren, de maat kan worden aangegeven door een neutron dat om de atoomkern cirkelt. Door de sterke binding van het neutron met de atoomkern is zijn beweging vrijwel compleet ongevoelig voor invloeden van buitenaf. De binding tussen een elektron en de atoomkern is veel losser. De verbeterde nauwkeurigheid bij tijdmetingen zou vooral van pas komen bij fundamenteel fysisch onderzoek, bijvoorbeeld in deeltjesversnellers. Maar ook GPS-navigatiesystemen zouden ervan kunnen profiteren.
Meer informatie:
Nuclear clock may keep time with the Universe

5 maart 2012
De ramp met de Titanic, dit voorjaar honderd jaar geleden, is mogelijk indirect veroorzaakt door de maan. Dat beweren Donald Olson en Russell Doescher van de Texas State University in het aprilnummer van het Amerikaanse maandblad Sky & Telescope. De Titanic zonk in de nacht van 14 april 1912, enkele uren nadat het schip in volle vaart op een ijsberg liep. Ongeveer 1500 mensen vonden de dood. Tijdens de reddingsoperaties bleek dat er in het gebied waarin de Titanic zich die nacht bevond, een ongebruikelijk groot aantal ijsbergen voorkwam. Olson en Doescher denken te weten hoe dat kwam. Op 4 januari 1912 was er sprake van extreme springvloed. Het was Volle Maan, maar tevens was de afstand tussen aarde en maan kleiner dan in de voorafgaande 1400 jaar ooit het geval was geweest, en bevond de aarde zich tevens in het punt van zijn baan waar de afstand tot de zon het kleinst is. De getijdekrachten van zon en maan waren die 4e januari dus maximaal, en de springvloed moet uitzonderlijk hoog zijn geweest. Het gevolg, aldus de wetenschappers, was dat ijsbergen die normaal gesproken langere tijd 'gestrand' liggen in de ondiepe kustwateren van Labrador en Newfoundland vrij plotseling weer op drift raakten. Zo kan het grote aantal ijsbergen in de vaarroute van de Titanic verklaard worden.
Meer informatie:
Persbericht Texas State University
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 februari 2012
'Of je stopt de stekker erin.' Dat lijkt - kort samengevat - de verklaring te zijn voor het CERN-experiment waarbij neutrino's zich sneller dan het licht leken te verplaatsen. Het opmerkelijke meetresultaat, dat in strijd was met Einsteins relativiteitstheorie, is wellicht veroorzaakt door een slechte verbinding tussen een GPS-ontvanger en een computer. In september en november vorig jaar stelden wetenschappers van het CERN-deeltjesfysicalaboratorium bij Genève vast dat de daar geproduceerde neutrino's de afstand naar het 720 km verderop gelegen Gran Sasso-laboratorium in Italië 60 nanoseconden sneller overbrugden dan een lichtbundel zou hebben gedaan. Hoewel de natuurkundigen vertrouwen hadden in hun experimentele opstelling, vermoedden zij en de rest van de wetenschappelijke gemeenschap direct al dat het schokkende resultaat waarschijnlijk werd veroorzaakt door een technische fout. Maar waar zat die? Volgens ScienceInsider, dat zich op betrouwbare bronnen binnen CERN beroept, zou een glasvezelkabel tussen een GPS-ontvanger en een van de computers in het lab los hebben gezeten. Deze GPS-ontvanger werd gebruikt om de vertrek- en aankomsttijden van de neutrino's te klokken. Of de loszittende kabel inderdaad de oorzaak is geweest van het sneller-dan-het-licht-resultaat zal later dit jaar blijken. Dan zal het neutrino-experiment nog eens dunnetjes worden overgedaan.
Meer informatie:
Error Undoes Faster-Than-Light Neutrino Results
Loose Cable Explains Faulty 'Faster-than-light' Neutrino Result

22 februari 2012
Op 6 juni aanstaande trekt de planeet Venus in zes uur tijd precies voor de zon langs, een zeldzaam verschijnsel waarvan het laatste gedeelte 's morgens vanuit Nederland zichtbaar is. Voor het waarnemen van deze 'Venusovergang' is door Steven van Roode van het Transit of Venus Project een speciale app ontwikkeld. De app helpt de gebruiker bij het herhalen van een historisch experiment: het bepalen van de afstand tot de zon aan de hand van dit zeldzame verschijnsel. De Venusovergangen van 1761, 1769, 1874 en 1882 zijn gebruikt om een voor de sterrenkunde belangrijke meting te verrichten. Door de tijdstippen van het begin en het einde van de Venusovergang precies te bepalen vanaf verschillende plaatsen op aarde, kon de afstand tot de zon nauwkeurig berekend worden. Bij het herhalen van dit experiment hebben de waarnemers in juni aanstaande met de app een instrument in handen waarvan hun achttiende- en negentiende-eeuwse voorgangers slechts konden dromen: een nauwkeurige klok, GPS-ontvanger en verzender van meetgegevens in één. Zodra een waarneming in de database binnenkomt, wordt de afstand tot de zon berekend. 'Iedereen kan meedoen. Het enige wat je hoeft te doen is Venus goed in de gaten houden bij het begin of het einde van de overgang, op je touchscreen tappenen zodra je Venus de zonsrand ziet raken en vervolgens je gegevens verzenden,' aldus Van Roode. De app voor de iPhone is nu al gratis te downloaden via de App Store; een versie voor Android verschijnt binnenkort.
Meer informatie:
Speciale app voor zeldzame Venusovergang
Meer informatie over app

16 februari 2012
Het vijfde Automated Transfer Vehicle (ATV), dat door het Europese ruimteagentschap ESA zal worden gebruikt om het internationale ruimtestation ISS te bevoorraden, wordt vernoemd naar de Belgische priester/natuurkundige Georges Lemaître (1894-1966). Het ATV weegt bij lancering ruim 20 ton en kan maximaal 8 ton lading vervoeren (voedsel, water, wetenschappelijke instrumenten en vooral brandstof). Lemaître maakte naam als kosmoloog. In 1927 ontdekte hij een klasse van oplossingen voor Einsteins relativistische vergelijkingen die een uitdijend in plaats van statisch heelal beschreven - een idee waar Einstein maar moeilijk aan kon wennen. Toch gaven de waarnemingen Lemaître korte tijd later gelijk. Omdat een uitdijend heelal een beginpunt moet hebben, kwam Lemaître enkele jaren later op de gedachte dat het heelal ooit als een superdichte massa - een 'oeratoom' - moet zijn begonnen. Daarmee introduceerde hij in feite het idee van de oerknal, dat nog steeds aan de basis staat van de moderne kosmologie. De overige ATV's zijn vernoemd naar Jules Verne, Johannes Kepler, Edoardo Amaldi en Albert Einstein. De beide eerste hebben hun (eenmalige) vlucht al achter de rug, nummer 3 volgt in maart van dit jaar. Einstein en Lemaître zijn in 2013 en 2014 aan de beurt.
Meer informatie:
Fifth ATV named after Georges Lemaître

13 februari 2012
Maandagmorgen op 11.00 uur Nederlandse tijd is vanaf de Europese lanceerbasis in Kourou, Frans Guyana, met succes de eerste Vega-draagraket gelanceerd. De Vega is een nieuwe Europese raket, die lichter is dan de beproefde Ariane, en die de Europese ruimtevaartorganisatie ESA een sterkere concurrentiepositie moet geven op het gebied van de lancering van relatief kleine satellieten. Tijdens deze eerste kwalificatievlucht werd onder andere een Italiaanse kunstmaan in een baan om de aarde gebracht die precisiemetingen gaat doen ter bevestiging van Einsteins relativiteitstheorie. De ontwikkeling van de Vega-raket startte in 2003, met bijdragen van zeven ESA-lidstaten, waaronder Nederland.
Meer informatie:
ESA's new Vega launcher scores success on maiden flight
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

31 januari 2012
De Leidse sterrenkundige Ignas Snellen heeft een Vici-subsidie van NWO ontvangen om onderzoek te doen aan exoplaneten - planeten rond andere sterren dan onze zon, waarvan we sinds kort weten dat ze in overvloed voorkomen in de Melkweg. Het uiteindelijke doel is om bij aardachtige planeten te onderzoeken of er ook leven voorkomt.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

31 januari 2012
De Utrechtse vestiging van SRON Netherlands Institute for Space Research verhuist vermoedelijk naar het Science Park Watergraafsmeer in Amsterdam. Die locatie heeft in elk geval de voorkeur van SRON. Het huidige gebouw van SRON, op het Utrechtse universiteitsterrein De Uithof, zou over een aantal jaren ingrijpend gerenoveerd moeten worden; onderzoek heeft uitgewezen dat nieuwbouw een goedkopere oplossing biedt. Bovendien blijft in Amsterdam de belangrijke verbinding bestaan met universitair astrofysisch onderzoek - die link komt in Utrecht te vervallen als gevolg van de beslissing van de Universiteit Utrecht om het Sterrenkundig Instituut te sluiten. Een definitief besluit over de nieuwe locatie voor SRON Utrecht valt later dit jaar; de realisatie van de nieuwbouw gaat zeker vijf jaar duren.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 januari 2012
Nadat drie vrijwilligers zich in Moskou 520 dagen hebben laten opsluiten om de psychologische effecten van een bemande reis naar Mars te onderzoeken, willen onderzoekers van de Cornell-universiteit een nieuwe Mars-simulatie uitvoeren, waarbij vooral bekeken wordt wat het effect is van een langdurig 'Mars-menu'. Daartoe worden zes vrijwilligers gezocht die vier maanden verblijven in een nagebouwde Marslander op Hawaii. Het is de bedoeling dat de simulatie komende zomer van start gaat. De onderzoekers zijn vooral benieuwd naar de psychologische en fysiologische gevolgen van een bepe'rkt 'Mars-menu', waarbij de vrijwilligers niet alleen instant 'astronautenvoedsel' eten, maar ook zelf eenvoudige maaltijden kunnen bereiden, zoals dat tijdens een langdurig verblijf op Mars ook mogelijk is. Geïnteresseerde vrijwilligers kunnen zich tot eind februari aanmelden.
Omschrijving van het project, met informatie over aanmelding
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 januari 2012
Dit jaar bestaat de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) vijftig jaar. Dat wordt gevierd met allerlei evenementen en publieksactiviteiten. Eigenlijk omvat ESO drie afzonderlijke sterrenwachten, die allemaal in het noorden van Chili te vinden zijn. De eerste werd gebouwd op de 2400 meter hoge berg La Silla. Deze sterrenwacht is uitgerust met verscheidene optische telescopen met spiegeldiameters tot 3,6 meter, waaronder de New Technology Telescope - de eerste telescoop ter wereld waarbij gebruik werd gemaakt van computergestuurde, actieve optiek. In 1999 werd op de berg Paranal de tweede sterrenwacht in gebruik genomen. Hier bevindt zich onder meer de Very Large Telescope - een viertal 8,2-meter telescopen die tot de grootste optische telescopen ter wereld behoren. Op de Chajnantor-hoogvlakte werkt ESO, samen met Noord-Amerikaanse en Oost-Aziatische partners, momenteel aan de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) - het grootste astronomische project van dit moment. ALMA bestaat uit 66 schotelantennes van hoge precisie die als één instrument de bouwstenen van sterren, planetenstelsels, sterrenstelsels en het leven zullen onderzoeken. De bouw van ALMA zal in 2013 voltooid zijn, maar voor een deel is de array al sinds 2011 in bedrijf. Ter gelegenheid van het jubileum organiseert ESO dit jaar onder meer een wetenschappelijk symposium, een reizende tentoonstelling en een groot verjaardagsgala. Ook zullen een documentaire en een rijk geïllustreerd boek over de geschiedenis van ESO worden uitgegeven.
Meer informatie:
ESO viert vijftig jaar van nieuwe astronomische hoogtepunten

27 december 2011
Een astrofysicus en een econoom van de Johns Hopkins University in Baltimore hebben een nieuw kalendersysteem ontwikkeld waarbij een bepaalde datum altijd op dezelfde weekdag valt. Volgens Richard Conn Henry en Steve Hanke biedt dat grote economische voordelen. Zo wordt het plannen van bepaalde activiteiten veel eenvoudiger, evenals het uitvoeren van meerjarige economische berekeningen. In het nieuwe kalendersysteem hebben alle maanden 30 dagen, behalve maart, juni, september en december - die tellen 31 dagen. Een jaar duurt op die manier 364 dagen, wat ongeveer 1,25 dagen korter is dan de werkelijke omlooptijd van de aarde om de zon. Door eens in de paar jaar aan het eind van december een extra week in te lassen, wordt daarvoor gecompenseerd. De twee wetenschappers publiceren hun 'Hanke-Henry Permanent Calendar'-voorstel in het januarinummer van het tijdschrift Global Asia.
Meer informatie:
Time for a Change? Johns Hopkins Scholars Say Calendar Needs Serious Overhaul
Hanke-Henry Permanent Calendar
Artikel in het januarinummer van Global Asia.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 december 2011
De bovenste rakettrap van de Sojoez-raket waarmee André Kuipers woensdagmiddag is vertrokken naar het internationale ruimtestation ISS is eind van de middag even voor half zes teruggekeerd in de aardse dampkring. In Oost-Nederland en Duitsland hebben veel ooggetuigen de terugkeer van de rakettrap waargenomen: gedurende ongeveer een halve minuut was een zeer heldere 'vallende ster' zichtbaar, die zich min of meer horizontaal aan de hemel verplaatste, van het zuidzuidwesten richting het oosten. Tijdens het verbranden in de damprking, als gevolg van de wrijving, is de rakettrap in stukken uiteengevallen. Tijdstip en richting van de 'meteoor' komen volgens meteoor- en satelliet-deskundige Marco Langbroek uit Leiden goed overeen met de voorspellingen van de Amerikaanse organisatie Space-Track.
Meer informatie:
Bericht op weblog van Sattrackcam Leiden
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 december 2011
In oktober 2011 was het vijftig jaar geleden dat de Utrechtse sterrenkundige Kees de Jager met een werkgroep een aanzet gaf tot het 'wetenschappelijk ruimteonderzoek' in Nederland. SRON Netherlands Institute for Space Research - voortgekomen uit onder andere deze werkgroep - viert dit met de lancering van de website 'Canon van het Nederlands ruimteonderzoek'. Aan de hand van vijf toptienlijstjes schetst de nieuwe site een kernachtig beeld van de beeldbepalende Nederlandse pioniers, de wetenschappelijke doorbraken, de invloedrijkste experimenten, de sleuteltechnologieën en de grote nog openstaande wetenschappelijke vragen. De site is vanaf 23 december officieel toegankelijk. In januari/februari is er in het Space Expo te Noordwijk een bijbehorende, kleine tentoonstelling over het Nederlandse ruimteonderzoek te zien. Behalve de toptienlijstjes van de website, Nederlandse hardware en filmpjes krijgt de bezoeker veel informatie over toekomstige missies.
Meer informatie:
Lancering website: canon 50 jaar Nederlands ruimteonderzoek
Canon van het Nederlands ruimteonderzoek
Space Expo Noordwijk

19 december 2011
John Grunsfeld wordt met ingang van 2012 de nieuwe wetenschapsdirecteur van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Hij volgt Ed Weiler op, die de functie sinds mei 2008 bekleedde, nadat hij eerder ook al zes jaar lang een hoge wetenschapsfunctie bij NASA vervulde. Grunsfeld (53), momenteel adjunct-directeur van het Space Telescope Science Institute in Baltimore, is natuurkundige en voormalig astronaut. Hij maakte vijf shuttlevluchten, en bracht drie maal een bezoek aan de Hubble Space Telescope tijdens onderhouds- en reparatievluchten, waarbij hij in totaal acht ruimtewandelingen maakte.
Meer informatie:
Physicist and Former Astronaut John Grunsfeld to Head NASA Science Directorate
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 december 2011
Bij het digitaliseren van duizenden oude boeken en manuscripten gaat de 536 jaar oude Bibliotheek van het Vaticaan gebruik maken van een sterrenkundig bestandsformaat: FITS (Flexible Image Transport System). FITS is tientallen jaren geleden ontwikkeld door radio-astronomen, maar wordt tegenwoordig onder andere door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA gebruikt voor vrijwel alle sterrenkundige waarnemingsgevens van (ruimte-)telescopen als Hubble, Herschel, XMM-Newton enzovoort. Het open source-bestandsformaat is uniek omdat alle informatie die nodig is om het te decoderen deel uitmaakt van elk afzonderlijk FITS-bestand. Daardoor zullen de bestanden ook in de toekomst altijd probleemloos leesbaar blijven. Het blijkt nu dat het FITS-bestand ook uitstekend toepasbaar is voor het scannen en digitaliseren van de collectie van de Vaticaan-bibliotheek. Italiaanse sterrenkundigen werken sinds kort samen met het Vaticaan in een proefproject.
Meer informatie:
Star images helping to save Vatican books
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 december 2011
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA begint vandaag een eigen radiozender op internet, Third Rock geheten. De naam verwijst naar de aarde als planeet ('third rock from the sun'), maar ook naar de aard van de muziek die op de zender te horen zal zijn: oude en nieuwe, conservatieve en alternatieve rock. Met "Third Rock - America's Space Station" richt NASA zich nadrukkelijk op een jong, technologisch georiënteerd publiek. De muziek wordt afgewisseld met nieuwsberichten en achtergrondreportages over ruimteonderzoeksprojecten van NASA. Voorlopig is Third Rock alleen via de NASA-website te beluisteren; binnenkort ook via iPhone- en Android-apps.
Meer informatie:
NASA Engages Public With New Custom Internet Radio Station
Luister naar Third Rock
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 december 2011
Uit een intern onderzoek bij het Amerikaanse ruimteagentschap NASA blijkt dat er een beetje slordig is omgesprongen met de kleine stukjes maansteen en meteorieten die de afgelopen veertig jaar aan wetenschappers en instellingen zoals musea zijn uitgeleend. Alles bij elkaar zijn in die periode vijfhonderd monsters zoekgeraakt of gestolen, waarvan zestig procent nog steeds spoorloos is. Op het totale aantal uitleningen valt dat trouwens wel mee: verreweg de meeste van de 26.000 geleende monsters werden weer keurig bij de rechtmatige eigenaar ingeleverd. NASA is dan ook niet van plan om het uitlenen van het kostbare, vaak unieke materiaal te staken. Enkele tientallen stukjes maansteen bleken trouwens nog bij twee wetenschappers te liggen die meer dan vijftien jaar geleden door hen waren geleend. Eén van de wetenschappers bleek al 35 jaar negen maanmonsters in zijn bezit te hebben, die hij nog steeds niet onderzocht had.
Meer informatie:
The Misplaced Stuff: NASA loses moon, space rocks
NASA's Management Of Moon Rocks And Other Astromaterials Loaned For Research, Education, And Public Display (pdf)

5 december 2011
De afstand tot de maan is dankzij lasermetingen bekend tot op een centimeter nauwkeurig. Toch wordt komend weekend een internationale campagne gehouden om die afstand te bepalen, maar dan met behulp van klassieke methoden die ook in de tijd van de Grieken al voorhanden waren. De campagne wordt georganiseerd door het educatieve tijdschrift The Classroom Astronomer. Op zaterdag 10 december is tijdens de opkomst van de volle maan (aan het einde van de middag) het laatste deel van een totale maansverduistering zichtbaar. Vanuit andere delen op aarde is de maansverduistering in zijn geheel te zien. Tijdens een totale maansverduistering beweegt de maan door de schaduw van de aarde. De tijd die de maan nodig heeft om de aardschaduw te doorkruisen, is mede afhankelijk van de afstand tussen aarde en maan. (Die afstand varieert nogal, doordat de maan in een enigszins ellipsvormige baan beweegt.) Ook metingen aan de positie van de maan ten opzichte van de sterren aan de hemel levert een bepaling op voor de afstand: gezien vanuit de ene plaats op aarde staat de maan op een net iets andere positie dan gezien vanuit een andere plaats. Tijdens de International Measure the Moon Night is het de bedoeling dat er over de hele wereld metingen worden gedaan aan de duur en het verloop van de eclips, en aan de plaats van de maan tussen de sterren. Die laatste kan bepaald worden op basis van foto's die tijdens de totale verduistering zijn gemaakt. Aan de hand van al die metingen kan de afstand tot de maan worden berekend. Dan zal ook blijken welke van de twee methoden eigenlijk nauwkeuriger is.
Measure The Moon
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 november 2011
De Royal Astronomical Society of Canada (RASC) heeft de handgeschreven logboeken van de befaamde amateur-astronoom David Levy online gezet. De pdf-bestanden omvatten het complete, meer dan 16.000 waarneemsessies tellende persoonlijke archief dat Levy in de loop van meer dan een halve eeuw heeft opgebouwd. David Levy, mede-ontdekker van komeet Shoemaker-Levy 9 die in 1994 op de planeet Jupiter neerstortte, is een van de meest productieve amateur-astronomen van onze tijd. Hij is (mede-)ontdekker van 22 kometen en 150 planetoïden en de eerste die kometen zowel visueel, fotografisch als elektronisch wist te ontdekken. Ook is hij de schrijver van populair-wetenschappelijke boeken over de sterrenhemel.
Meer informatie:
David H. Levy Logbooks

25 november 2011
In een deze maand te verschijnen publicatie in het internationale tijdschrift Communicating Astronomy with the Public beschrijft de Groningse sterrenkundehoogleraar Peter Barthel zijn onderzoek naar illustraties van de maan op cadeaupapier en in kinderboeken, in Nederland en Amerika. In veel gevallen staat de halve maan of de maansikkel verkeerd afgebeeld op Nederlands sinterklaaspapier en in kinderboeken: in plaats van de avondmaan wordt vaak de ochtendmaan getekend. 'Dat is fout,' vindt de hoogleraar, 'want we hebben pakjesavond en niet pakjesochtend'. De Amerikanen doen het iets beter maar ook daar komt soms een verkeerde maan voor op Santa Claus-illustraties en op kerstkaarten. 'Mijn onderzoek toont aan dat de leek - in dit geval de illustrator - niet begrijpt hoe de fasen van de maan ontstaan, en dat kennelijk ook niet wil begrijpen,' aldus Barthel. 'Dat is natuurlijk ook niet vreselijk belangrijk, maar aan de andere kant is het simpel om te snappen en geeft het een kick als je het wél begrijpt.' Hoewel het onderzoek van sterrenstelsels Barthels eigenlijke werk is, vindt hij wetenschapseducatie en -communicatie heel belangrijk. 'Als deze publicatie-met-een-knipoog tot resultaat heeft dat meer mensen snappen dat de volle maan opkomt als de zon ondergaat, en dat een maansikkel ontstaat doordat de zon van opzij, dat wil zeggen van rechts in de avond en van links in de ochtend, op de maan schijnt, dan zijn de twee weken die dit onderzoek me hebben gekost absoluut de moeite waard geweest,' aldus de prof.
Meer informatie:
Welke maan schijnt door de bomen?

21 november 2011
Op tientallen vluchten van Air France naar Azië, Noord- en Zuid-Amerika, Afrika en Oceanië kunnen passagiers unieke Europese satellietbeelden zien van het landschap waar ze overheen vliegen, dankzij een jarenlange samenwerking tussen de luchtvaartmaatschappij en de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Vele honderden satellietfoto's zijn onlangs toegevoegd aan het Geovision-systeem, waarmee reizigers ook het verloop van hun vlucht kunnen bijhouden. De opnamen zijn gemaakt door de Europese satellieten Envisat en Proba, door de Koreaanse kunstmaan Kompsat, en door de Franse aardonderzoekssatelliet SPOT. In de toekomst moeten nog veel meer satellietfoto's worden toegevoegd.
Meer informatie:
First-class views of the world below
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 november 2011
De wetenschappers van het Europese deeltjesfysicalaboratorium CERN die in september bekendmaakten dat neutrino's - een bepaald soort subatomaire deeltjes - iets sneller bewegen dan het licht, houden voorlopig voet bij stuk. Een aangepaste versie van hun experiment laat dezelfde overtreding van Einsteins 'maximumsnelheid' zien. Bij het experiment worden neutrino's die bij CERN in Genève worden gegenereerd, opgevangen door een ondergrondse detector in het 720 kilometer verderop gelegen Gran Sasso-laboratorium in Italië. In de oorspronkelijke versie werden relatief lange neutrinopulsen van tien microseconden gebruikt. Dat kwam de onderzoekers op de kritiek te staan dat ze hiermee relatief grote fouten in de gemeten aankomsttijden van de neutrino's introduceerden. Bij de aangepaste versie van het experiment is dat ondervangen door neutrinopulsen te genereren die duizenden keren korter waren (3 nanoseconden). Dat vergroot de nauwkeurigheid van de gemeten aankomsttijden aanzienlijk, maar tegelijkertijd is het aantal gemeten neutrino's per puls ook veel lager dan voorheen. Hoe dan ook: het resultaat blijft onveranderd. Ook bij het nieuwe experiment komen de neutrino's een minieme fractie van een seconde te vroeg over de eindstreep in Gran Sasso. Maar daarmee is het laatste woord nog niet gesproken: de zoektocht naar andere zwakke punten in het experiment - bijvoorbeeld een kleine afwijking in de synchronisatie van de klokken die in Genève en Gran Sasso worden gebruikt - gaat onverminderd door.
Meer informatie:
Neutrinos still faster than light in latest version of experiment

14 november 2011
De sensoren die ontwikkeld zijn voor de Europese ruimtemissie LISA Pathfinder blijken veel nauwkeuriger te werken dan werd verwacht. LISA Pathfinder moet halverwege 2014 gelanceerd worden om technieken te beproeven voor het detecteren van zwaartekrachtsgolven - zich voortplantende minuscule vervormingen in de ruimtetijd die opgewekt worden door onder andere supernova-explosies en versmeltende zwarte gaten. Daarmee is LISA Pathfinder een voorloper van een mogelijke toekomstige grote ruimtemissie die zulke zwaartekrachtsgolven daadwerkelijk zou kunnen ontdekken. Om de minieme vervormingen van de ruimtetijd te registreren, moeten onderlinge afstanden en hoeken van spiegelende oppervlakken met extreem hoge nauwkeurigheid worden opgemeten. Tijdens vacuümtests bij temperaturen zoals die in de ruimte heersen, wisten technici in Duitsland de onderlinge hoek tussen twee sensorspiegels te bepalen met een nauwkeurigheid van een tienmiljardste graad (overeenkomend met de hoek waaronder we vanaf de aarde de voetafdruk van een Apollo-astronaut op de maan zien), en hun onderlinge positie tot op een nauwkeurigheid van twee picometer, ongeveer een vijftigste van de middellijn van een atoom. In beide gevallen is de behaalde nauwkeurigheid aanzienlijk beter dan de minimaal vereiste precisie.
Meer informatie:
LISA Pathfinder takes major step in hunt for gravity waves
LISA Pathfinder
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 november 2011
President Robbert Dijkgraaf van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen wordt per 1 juli 2012 directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton (IAS), Verenigde Staten. Het is de tweede keer in de ruim tachtigjarige historie van het instituut dat een niet-Amerikaan deze eer te beurt valt. Het IAS geniet wereldfaam, niet in de laatste plaats doordat 27 Nobelprijswinnaars, waaronder Albert Einstein, aan het instituut verbonden waren. Als directeur van het IAS zal Robbert Dijkgraaf - conform de traditie van dat ambt - bestuurlijke taken en onderzoekswerk combineren. Dijkgraaf heeft een lange relatie met het instituut. Begin jaren negentig was hij er werkzaam en in 2002 keerde hij er voor korte tijd terug. Het Institute for Advanced Study is het kloppend hart van Robbert Dijkgraafs onderzoeksgebied: de snaartheorie.
Meer informatie:
Persbericht Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen
Institute for Advanced Study
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 november 2011
De eerste sterren in het heelal waren niet zo kolossaal als voorheen werd gedacht. Dat blijkt uit computersimulaties waarvan de resultaten in Science (11 november) zijn gepubliceerd. Met behulp van een computermodel dat de omstandigheden in het vroege heelal nabootst, hebben astronomen van NASA's Jet Propulsion Laboratory virtuele sterren laten 'groeien'. Dat ging trouwens aanzienlijk sneller dan in het echt: de noodzakelijke berekeningen duurden 'slechts' enkele weken. De resultaten waren verrassend. Tot nu toe werd gedacht dat de eerste sterren de grootste ooit waren, met massa's die honderden keren zo groot waren als die van onze zon. Maar de nagebootste sterren bleven onder de honderd zonsmassa's. Sterren ontstaan door het samentrekken van grote wolken van gas onder invloed van de zwaartekracht. Helemaal zonder slag of stoot gaat dat niet: doordat het samentrekkende gas steeds heter wordt, ontstaat er een tegendruk die de stervorming probeert tegen te houden. Bij de vorming van normale sterren zoals onze zon wordt die hindernis overwonnen door de aanwezigheid van zware elementen, die als 'koelmiddel' fungeren. In het vroege heelal bestonden die zware elementen echter nog niet. Hierdoor konden alleen sterren ontstaan die genoeg massa hadden om de tegendruk van het gas te overwinnen. Maar die massa werd waarschijnlijk niet zo groot als tot nu toe werd gedacht. Het computermodel laat namelijk zien dat het gas in de directe omgeving van de ster-in-wording zo heet wordt, dat het niet langer naar de ster toe valt, maar aan de zwaartekracht ervan ontsnapt. Hierdoor stopt de groei van de ster sneller dan verwacht.
Meer informatie:
New Study Shows Very First Stars Not Monstrous

10 november 2011
Bij de deeltjesversneller van de European Synchrotron Radiation Facility (ESRF) in Grenoble is vandaag een nieuwe 'bundellijn' in gebruik genomen. Daarmee kunnen wetenschappers binnenkort materie onderzoeken bij temperaturen en drukken die zo extreem zijn, dat ze alleen met behulp van krachtige gepulseerde lasers gedurende enkele microseconden tot stand kunnen worden gebracht. Deze extreme materietoestand wordt onder meer aangetroffen in de vloeibare ijzerkern van de aarde en in de exotische dichte materie in grote planeten zoals Jupiter. De omstandigheden in de aardkern - een druk van drieënhalf miljoen atmosfeer en een temperatuur van ruwweg tienduizend graden - kunnen in een laboratorium worden nagebootst door een klein beetje materiaal sterk samen te persen en met korte laserpulsen te bestoken. Deze onderzoeksmonsters, die niet groter zijn dan een stofkorrel, blijven na verhitting echter slechts enkele miljoensten van een seconde stabiel. Met de nieuwe uitbreiding van de ESRF kan dit hete, samengeperste materiaal nu met nauwkeurig afgestemde bundel röntgenstraling worden bestookt. Snelle, gevoelige detectors meten vervolgens welke chemische reacties zich daarin afspelen. Dat is goed nieuws voor geofysici, die geïnteresseerd zijn in de reacties die zich afspelen bij de overgang van de ijzerkern van de aarde en de mantel van gesteenten daaromheen. Veel dichter bij de 'real thing' zullen ze voorlopig niet komen, want de aardkern is aanzienlijk moeilijker bereikbaar dan de planeet Mars.
Meer informatie:
Exploring the last white spot on Earth

8 november 2011
Volgens Britse en Portugese natuurkundigen worden de krachtigste supernova-uitbarstingen in het heelal mogelijk gemaakt door zogeheten 'scalaire' zwaartekrachtsvelden. Het bestaan van zulke velden wordt door sommige theorieën voorspeld; ze zijn echter nog nooit direct waargenomen. De speculatieve ideeën zijn op 3 november gepubliceerd in het vakblad Physics Letters B. Supernova-explosies van type II ontstaan wanneer zware reuzensterren aan het eind van hun leven zijn gekomen. De kern stort onder zijn eigen gewicht ineen, waarbij een geweldige hoeveelheid zwaartekrachtsenergie vrijkomt. Uit computersimulaties blijkt echter dat de resulterende buitenwaarts gerichte schokgolf onvoldoende energie heeft om de buitenlagen van de ster de ruimte in te blazen. Gewoonlijk wordt aangenomen dat de productie van kolossale hoeveelheden neutrino's tijdens de ineenstorting van de sterkern verantwoordelijk is voor het opnieuw op gang brengen van die schokgolf, met als gevolg dat het grootste deel van de ster uiteenspat in een extreem energierijke explosie. De Britse en Portugese theoretici menen nu echter dat ook scalaire zwaartekrachtsvelden verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor het opnieuw versnellen van het sterrengas. Scalaire velden zijn ook wel ingeroepen voor het verklaren van de exponentiële uitdijing van het heelal tijdens het zogeheten inflatietijdperk, in de allereerste ogenblikken van het heelal. Hun bestaan is echter nog steeds speculatief.
Meer informatie:
Physicists shed new light on supernova mystery
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

31 oktober 2011
Onderzoek door Australische en Britse wetenschappers wijst erop dat de natuurwetten zoals wij die kennen niet zo onwrikbaar zijn als ze lijken. Een onderzoek aan driehonderd quasars (verre sterrenstelsels) laat namelijk zien dat de elektromagnetische kracht, die het gedrag van geladen deeltjes regelt, niet overal in het heelal even sterk is (Physical Review Letters, 31 oktober). De ontdekking is gedaan door heel nauwkeurig naar het lijnenpatroon in de spectra van deze stelsels te kijken. Variaties in de sterkte van de elektromagnetische kracht komen tot uiting in verschillen in de onderlinge posities van deze spectraallijnen. Eerder meldden dezelfde onderzoekers al dat waarnemingen van 150 quasars met de Keck-telescoop op Hawaï lieten zien dat de elektromagnetische kracht in die verre stelsels een heel klein beetje zwakker is dan hier op aarde. Opmerkelijk genoeg blijkt uit vervolgonderzoek met de Europese Very Large Telescope in Chili dat de elektromagnetische kracht in quasars die aan de andere kant van de hemel staan juist sterker is. Als deze ontdekking kan worden bevestigd, is dat een steun in de rug voor bepaalde versies van de zogeheten 'Theorie van Alles', waarmee fysici de vier bekende fundamentele natuurkrachten onder één noemer trachten te brengen. Ook zou de graduele verandering van de sterkte van de elektromagnetische kracht erop kunnen wijzen dat het heelal veel groter is dan het 'stukje' dat wij ervan kunnen waarnemen.
Meer informatie:
Nature's laws may vary across the Universe

31 oktober 2011
Meldde de Washington Times vorige week nog dat de naar exoplaneten speurende NASA-satelliet Kepler mogelijk al halverwege zijn missie zal worden uitgeschakeld, bij NASA zelf denken ze daar anders over. Volgens plaatsvervangend Kepler-projectmanager Charles Sobeck zal in januari juist een verlengingsverzoek worden ingediend. Het in bedrijf houden van Kepler kost ongeveer 20 miljoen dollar per jaar. Maar die kosten vallen in het niet bij het opstarten van welke nieuwe ruimtemissie dan ook. Astronomen die zich met het onderzoek van planeten buiten ons zonnestelsel bezighouden, kunnen zich dan ook nauwelijks voorstellen dat de zeer succesvolle Kepler-satelliet vroegtijdig wordt uitgeschakeld. Toch is ook Sobeck zich ervan bewust dat er binnen NASA keuzes moeten worden gemaakt. 'Iedereen kampt met krappe budgets,' zegt hij op Space.com. 'Kepler heeft veel medestanders op het hoofdkantoor, maar dat hebben andere missies ook.'
Meer informatie:
NASA Planet-Hunting Telescope Could Get Mission Extension

26 oktober 2011
Volgens uitgelekte informatie zou de Amerikaanse regering de intentie hebben om het planeetonderzoeksprogramma van het ruimteagentschap NASA stop te zetten. De lanceringen van het Mars Science Laboratory (over vier weken) en de bijna voltooide Marsorbiter MAVEN (in 2013) gaan nog gewoon door, maar daarna zou het gedaan zijn met de planetenmissies. Bovendien dreigt ook de Kepler-satelliet, die naar planeten bij andere sterren speurt, halverwege zijn missie te worden uitgeschakeld en zal de James Webb Space Telescope, de met veel vertraging kampende opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop, mogelijk niet worden voltooid. Dat meldt de Washington Times. De reden voor deze draconische maatregelen is simpelweg geldtekort. Hoewel het NASA-budget de laatste jaren niet is gegroeid, zijn de overheidsuitgaven sinds 2008 met veertig procent toegenomen. Om het oplopende tekort te dekken, worden blijkbaar alle opties onderzocht - zelfs het stopzetten van het succesvolle wetenschappelijke onderzoeksprogramma van NASA.
Meer informatie:
Obama readies to blast NASA

25 oktober 2011
Wetenschappers en technici van NASA's Swift-kunstmaan hebben een gratis app geproduceerd waarmee de gebruiker direct op de hoogte wordt gehouden van de ontdekking van nieuwe gammaflitsen en andere onverwachte hoogenergetische verschijnselen in het heelal. Gammaflitsen zijn de krachtigste explosies in de kosmos, maar de gammastraling die ze produceren dringt niet door de aardse dampkring heen. Zodra de Swift-satelliet er een ontdekt worden grote telescopen op de grond op de hoogte gesteld, zodat er direct gezocht kan worden naar optische tegenhangers. Die zijn in de meeste gevallen zeer zwak, maar heel af en toe zijn deze 'nagloeiers' helder genoeg om met een kleine telescoop waar te nemen. Dankzij de nieuwe app, die geschikt is voor iPhone, iPod en iPad, kunnen geavanceerde sterrenkunde-amateurs nu zelf op jacht naar de nagloeiers van gammaflitsen. Daarnaast biedt de app allerlei informatie over het Swift-project, de positie boven het aardoppervlak, enzovoort.
Meer informatie:
Now There's an App for NASA's Swift Observatory
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 oktober 2011
De Europese onderzoeksorganisatie ERC (European Research Council) heeft een Advanced Investigator Grant toegekend aan Prof. dr. Thijs van der Hulst, hoogleraar extragalactische radiosterrenkunde aan het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, en aan Prof. dr. Ewine van Dishoeck, hoogleraar moleculaire astrofysica aan de Leidse Sterrewacht van de Universiteit Leiden. Van der Hulst krijgt een bedrag van 2,5 miljoen euro voor zijn vijfjarige onderzoeksproject naar de rol die neutraal waterstof speelt in de evolutie van sterrenstelsels. De nieuwe groothoek-radiocamera APERTIF van de radiosterrenwacht Westerbork zal daarbij worden gebruikt. Aan Van Dishoeck is hetzelfde bedrag van 2,5 miljoen euro toegekend voor onderzoek aan de geboorteplaatsen van nieuwe sterren en planeten met het nieuwe ALMA-observatorium in Chili. Nederlandse astronomen hebben tot nu toe in totaal zes Advanced ERC Grants verworven, waarmee Nederland aan de Europese top staat.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
European Reserach Council
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 oktober 2011
Saul Perlmutter, Brian Schmidt en Adam Riess delen de Nobelprijs Natuurkunde 2011 voor hun ontdekking van de versnellende uitdijing van het heelal. Dat maakte het Nobelcomité vanmorgen bekend. De prijs van ruim 1,1 miljoen euro wordt in december uitgereikt in Stockholm. Op basis van precisiewaarnemingen van verre supernova's toonden de drie astronomen (werkend in twee verschillende teams) in 1998 aan dat de uitdijingssnelheid van het heelal niet geleidelijk afneemt, zoals altijd werd verwacht, maar juist toeneemt, kennelijk als gevolg van een mysterieuze 'donkere energie' in de lege ruimte. De ware aard van die donkere energie is momenteel een van de grootste mysteries in de kosmologie. Perlmutter, leider van het Supernova Cosmology Project, ontvangt de ene helft van de prijs; Schmidt en Riess, die leiding gaven aan het High-z Supernova Team, delen de andere helft. In 2006 won het drietal ook al de Shaw Prize; beide onderzoeksteams wonnen in 2007 de Gruber Cosmology Prize.
Meer informatie:
Persbericht Nobel-comité
Persbericht Universiteit van Californië in Berkeley
Persbericht Space Telescope Science Institute
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 september 2011
Totale zonsverduisteringen veroorzaken trage golven in de hoge aardatmosfeer. Dat blijkt uit een onderzoek met een dicht netwerk van GPS-ontvangers waarmee de invloed is gemeten van de zonsverduistering die op 22 juli 2009 over Taiwan en Japan trok. Tijdens een totale zonsverduistering werpt de maan zijn schaduw op de aarde. Groot is die schaduw niet: hij bedekt slechts een half procent van het aardoppervlak. Toch koelt het ter plaatse merkbaar af. Al begin jaren zeventig opperden wetenschappers het idee dat deze temperatuurdaling golfbewegingen in de atmosfeer zouden kunnen veroorzaken. Zij voorspelden dat de golven zich aan de voorkant van het schaduwspoor van de maan zouden ophopen, als de boeggolf van een schip, omdat ze trager bewegen dan het schaduwspoor zelf. Die voorspelling blijkt te kloppen. Met de GPS-ontvangers zijn veranderingen in de elektronendichtheid van de ionosfeer gemeten, die door golfbewegingen met een periode van drie tot vijf minuten werden veroorzaakt. De golven planten zich met een snelheid van ongeveer honderd meter per seconde voort en zijn daarmee ruwweg tien keer zo langzaam als de maanschaduw.
Meer informatie:
Bow and stern waves triggered by the Moon's shadow boat

24 september 2011
De 6000 kilogram zware Amerikaanse Upper Atmosphere Research Satellite (UARS), die operationeel was tussen 1991 en 2005, is in de vroege ochtend van zaterdag 24 september (Nederlandse tijd) veilig neergekomen in de Stille Oceaan. In de dagen voor de terugkeer van de satelliet in de aardse dampkring was lange tijd onduidelijk waar de brokstukken van UARS precies neer zouden komen. Enige tijd lagen Noord-Amerika, West-Europa en Centraal-Afrika in de 'gevarenzone'. Naar het zich nu laat aanzien, is het ruimtepuin echter in de oceaan geplonsd, ten westen van Noord-Amerika. Een bericht zaterdagochtend dat er neergekomen ruimtepuin gevonden zou zijn in Canada bleek een hoax te zijn. De exacte locatie waar UARS is neergekomen is niet bekend; brokstukken zullen vermoedelijk nooit worden teruggevonden.
Meer informatie:
NASA's UARS Re-Enters Earth's Atmosphere
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 september 2011
Nog voordat de restanten van de Amerikaanse onderzoekssatelliet UARS op aarde zijn neergeploft (of -geplonsd), dient zich alweer het volgende grote brok ruimteschroot aan. Eind oktober is het de beurt aan de succesvolle Duitse röntgensatelliet ROSAT. Met een gewicht van 2,4 ton mag ROSAT dan een stuk lichter zijn dan UARS, de verwachting is dat er grotere brokstukken van op aarde terechtkomen. De röntgensatelliet is namelijk veel degelijker van constructie en daardoor beter bestand tegen de hitte die bij de terugkeer in de aardatmosfeer optreedt. Het Duitse ruimteonderzoekslab DLR gaat ervan uit dat dertig brokstukken met een totaal gewicht 1,6 ton het aardoppervlak kunnen bereiken - drie keer zo veel als de geschatte overblijfselen van UARS. Ook de kans dat brokstukken schade of slachtoffers in dichtbewoonde gebieden zullen maken, is bij ROSAT groter dan bij UARS: 1 op 2000 tegen 1 op 3200. De komende jaren zullen waarschijnlijk een toename in het aantal terugvallende satellieten laten zien. Door het actiever worden van de zon zwelt de aardatmosfeer enigszins op, waardoor objecten in lage aardbanen meer luchtwrijving ondervinden.
Meer informatie:
Second big satellite set to resist re-entry burn-up
The ROSAT mission – frequently asked questions
Overzicht van binnenkort terugkerende satellieten

22 september 2011
Een experiment bij het Europese deeltjesfysicalaboratorium CERN zou grote gevolgen kunnen hebben voor de fysica. Uit dat experiment zou namelijk blijken de neutrino's, bijna massaloze subatomaire deeltjes, iets sneller bewegen dan het licht. Als dat inderdaad zo is, ondermijnen zij de speciale relativiteitstheorie van Einstein, die als uitgangspunt heeft dat niets de lichtsnelheid kan doorbreken. De snelheidsmetingen zijn gedaan met de 1300 ton wegende deeltjesdetector OPERA, die diep onder de Italiaanse Apennijnen staat opgesteld. De afgelopen drie jaar zijn met deze detector neutrino's opgevangen die vanuit het 730 kilometer verderop gelegen Genève werden uitgezonden. Omdat neutrino's vrijwel geen reacties aangaan met normale materie, verliezen ze tijdens hun ondergrondse tocht geen snelheid. Deeltjes die met de lichtsnelheid de afstand tussen Genève en de OPERA-detector overbruggen, zouden daar 2,43 duizendste van een seconde over moeten doen. Neutrino's lijken daar echter lak aan te hebben en zijn gemiddeld 60 miljardste van een seconde eerder op hun bestemming. Hoewel het een nogal eenvoudige meting betreft, houden fysici buiten CERN er rekening mee dat hun collega's het slachtoffer zijn van een systematische meetfout. De zwakste schakel ligt waarschijnlijk bij het genereren van de neutrino's, waartoe een trefplaat met zwaardere deeltjes (protonen) wordt beschoten. Hierdoor zit er enige onzekerheid in het tijdstip waarop de neutrino's wegschieten. Ironisch genoeg wordt dat tijdstip met behulp van GPS-metingen vastgesteld, een systeem dat zijn nauwkeurigheid aan de relativiteitstheorie te danken heeft. Het wachten is nu op de resultaten van soortgelijke metingen, die in de VS en Japan worden gehouden. Pas als ook die laten zien dat neutrino's sneller dan het licht bewegen, zullen wetenschappers echt aan de speciale relativiteitstheorie gaan twijfelen.
Meer informatie:
Neutrinos Travel Faster Than Light, According to One Experiment
OPERA experiment reports anomaly in flight time of neutrinos from CERN to Gran Sasso

19 september 2011
Wat gebeurt er als er een mini zwart gat door een ster beweegt? Shravan Hanasoge van de Princeton-universiteit en Michael Kesden van New York University hebben dat berekend met behulp van computermodellen. Dankzij de zwaartekracht van het piepkleine zwarte gaatje ontstaan er karakteristieke trillingen aan het oppervlak van de ster. Die zouden in principe vanaf de aarde waarneembaar moeten zijn, aldus de twee onderzoekers in een artikel in Physical Review Letters. Volgens sommige kosmologische theorieën zouden er in de allereerste levensmomenten van het heelal microscopische zwarte gaatjes kunnen zijn ontstaan, met de afmetingen van elementaire deeltjes maar met de massa van planetoïden. Het is zelfs denkbaar dat op z'n minst een deel van de mysterieuze donkere materie in het heelal uit dit soort oer-zwarte gaatjes bestaat. Volgens Hanasoge en Kesden zou het ongeveer tienduizend keer per jaar moeten voorkomen dat zo'n mini zwart gat in 'botsing' komt met een van de sterren in het Melkwegstelsel. Uit de modelberekeningen volgt dat de ster daarbij niet wordt opgeslokt, zoals bij een groter zwart gat het geval zou zijn. In plaats daarvan beweegt het microscopische zwarte gaatje met hoge snelheid dwars door de ster heen, en ontstaat er in het inwendige en aan het oppervlak van de ster een karakteristiek patroon van golven en trillingen, als gevolg van de zwaartekracht van het zwarte gaatje. Sterrenkundigen slagen er steeds beter in om precisiewaarnemingen te doen aan de trillingen van andere sterren. Via die techniek van de asteroseismologie moet het in principe mogelijk zijn om de voorspelde patronen te detecteren en te herkennen.
Meer informatie:
Black hole, star collisions may illuminate universe's dark side
Artikel op www.physorg.com
Filmpje van trillingen aan het oppervlak van een ster wanneer er een mini zwart gat dwars doorheen vliegt
Filmpje van trillingen aan het oppervlak van een ster wanneer een mini zwart gat er schampend doorheen beweegt
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 september 2011
Op 17 oktober gaat een 13-daagse onderwatermissie van start bij Key Largo, Florida, met als doel het uittesten van procedures en technieken voor een toekomstige bemande ruimtevlucht naar een planetoïde. Aan de NEEMO-15 expeditie nemen astronauten en wetenschappers uit de Verenigde Staten, Japan en Canada deel, onder anderen NASA-astronaut Shannon Walker en Marsonderzoeker Steven Squyres. NEEMO 15 (NASA Extreme Environment Mission Operations) is de eerste onderwatermissie waarbij een bezoek aan een planetoïde gesimuleerd wordt. Er komen drie aspecten van een dergelijke ruimtemissie aan bod: de 'landing' op een planetoïde, het rondbewegen op het oppervlak, en het verzamelen van meetgegevens. De simulatie wordt uitgevoerd in het Aquarius Underwater Laboratory, en maakt ook gebruik van een kleine onderzeeboot, DeepWorker geheten, die model moet staan voor het toekomstige Amerikaanse Space Exploration Vehicle.
Meer informatie:
NASA Announces 15th Undersea Exploration Mission Date And Crew
NEEMO
De bemanning van NEEMO-15
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 september 2011
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft vandaag het ontwerp voor een nieuwe draagraket gepresenteerd, die (uiteindelijk) in staat moet zijn mensen naar een planetoïde of de planeet Mars te brengen. De raket wordt krachtiger dan de Saturnus V-raket waarmee de Apollo-astronauten naar de maan gingen. Het nieuwe 'Space Launch System' (SLS) gebruikt vloeibare waterstof en zuurstof als brandstof en kan, afhankelijk van de uitvoering, 70 tot 130 ton lading in een baan om de aarde brengen. De eerste testvlucht staat voor eind 2017 op het programma. Wanneer de ambitieuze vluchten naar een passerende planetoïde of Mars zouden moeten plaatsvinden, is nog volkomen onzeker.
Meer informatie:
NASA Announces Design for New Deep Space Exploration System
SLS Latest News

13 september 2011
De kosmische straling - energierijke elektrisch geladen deeltjes uit het heelal - bevat een overschot aan positronen, de positief geladen antideeltjes van elektronen. Die opzienbarende ontdekking, in 2008 gedaan door de Russische PAMELA-satelliet, is nu op een ingenieuze wijze bevestigd door de Amerikaanse Fermi Gamma-ray Space Telescope. De herkomst van de positronen is echter nog steeds onopgehelderd. De Fermi-ruimtetelescoop is ontworpen voor het detecteren van elektromagnetische gammastraling, en niet voor het identificeren van elektrisch geladen deeltjes. De Large Area Telescope van Fermi registreert wel energierijke kosmische straling, maar kan daarbij geen onderscheid maken tussen negatief geladen elektronen en positief geladen positronen. Daarvoor zou de telescoop uitgerust moeten worden met een krachtige magneet, die deeltjes met verschillende lading in verschillende richtingen afbuigt. Onderzoekers van het Kavli Institute for Particle Astrophysics and Cosmology kwamen echter op het idee om gebruik te maken van het magnetisch veld van de aarde. Ook het aardmagnetisch veld buigt elektronen en positronen in de kosmische straling in iets verschillende richtingen af. Daardoor zijn er - gezien vanuit Fermi - bepaalde gebieden aan de hemel, aan weerszijden van de aarde, waar ófwel alleen positronen waarneembaar zijn, ófwel alleen elektronen. Door waarnemingen in die twee gebieden te verrichten, kon Fermi de relatieve verhouding tussen elektronen en positronen meten. De bevestiging van de PAMELA-resultaten is van groot belang, omdat die metingen niet door iedereen werden geloofd. De oorzaak van het positronen-overschot is echter nog steeds niet opgehelderd. Er zijn twee mogelijkheden: de antideeltjes zouden geproduceerd kunnen zijn in de directe omgeving van energierijke pulsars, of ze zouden kunnen zijn ontstaan bij de annihilatie van donkere-materiedeeltjes. Beide mogelijke verklaringen stuiten echter op theoretische moeilijkheden, vooral omdat de Fermi-metingen laten zien dat het positronen-overschot ook op zeer hoge energieën bestaat. De Fermi-resultaten worden binnenkort gepubliceerd in Physical Review Letters.
Artikel op physorg.com
Ferni Gamma-ray Space Telescope
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 augustus 2011
Het sterrenkundige kinderproject Universe Awareness (Unawe) en het workshopprogramma Deadly Moons hebben een educatieve prijs ontvangen van Science Magazine. Unawe is een binnen de Universiteit Leiden geïnitieerd mondiaal programma dat via sterrenkunde zeer jonge kinderen wil inspireren en opleiden. Unawe, dat wordt gecoördineerd vanuit de Leidse Sterrewacht, gebruikt de schoonheid en grootte van ons heelal om jonge kinderen in de leeftijd van 4-10 jaar te inspireren, in het bijzonder kinderen in een achterstandssituatie. Het programma verbreedt hun horizon, brengt hun wereldburgerschap bij en stimuleert hun interesse in wetenschap. Op de Unawe-website is materiaal bijeengebracht dat is geproduceerd door het netwerk van 500 opleiders en astronomen in 40 landen. Deadly Moons is een interactieve tekenworkshop waarbij kinderen veel leren over onze eigen maan en de andere manen in ons zonnestelsel.
Meer informatie:
SPORE Award van Science Magazine voor Universe Awareness
Website Unawe

22 augustus 2011
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft drie Technology Demonstration Missions geselecteerd en investeert daarmee in de ontwikkeling van innovatieve ruimtevaarttechnologieën. Het gaat om een systeem voor optische communicatie met behulp van laser, een groot, volwaardig voortstuwingssysteem op basis van zonnezeilen, en een extreem nauwkeurige atoomklok aan boord van een satelliet. De projecten zijn voorgesteld en zullen ontwikkeld worden door teams van respectievelijk NASA's Goddard Space Flight Center, NASA's Jet Propulsion Laboratory en het Californische bedrijf L'Garde Inc. Naar verwachtingen zullen de demonstratievluchten in 2015 en 2016 gelanceerd worden, samen met andere satellieten om de kosten te drukken. In totaal investeert NASA 175 miljoen dollar in de drie projecten.
Meer informatie:
NASA Picks Three Proposals for Flight Demonstration
NASA's Office of the Chief Technologist
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 augustus 2011
Volgens twee natuurkundigen van de Universiteit van York zijn zwarte gaten nét iets minder zwart dan gedacht. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen, zou er volgens Samuel Braunstein en Manas Patra toch informatie uit een zwart gat kunnen ontsnappen. In een artikel in Physical Review Letters zetten de twee natuurkundigen hun ideeën uiteen, met de kanttekening dat er nog veel onzekerheid bestaat over de interpretatie van de theoretische resultaten. Het werk van Braunstein en Patra doet vermoeden dat ruimte, tijd en zelfs zwaartekracht geen fundamentele eigenschappen van de natuur zijn, maar zogeheten 'emergente' eigenschappen, die zich pas op basis van onderliggende verschijnselen en processen beginnen te manifesteren. Kwantuminformatietheorie zou de beste kandidaat zijn voor een emergente theorie van de zwaartekracht, aldus de twee wetenschappers. Eerder kwam ook de Amsterdamse hoogleraar en Spinozaprijswinnaar Erik Verlinde al met de suggestie dat zwaartekracht een emergente eigenschap van de natuur is.
Meer informatie:
Persbericht York University
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 juli 2011
De Australische amateur-astronoom Alex Cherney heeft kostbare waarnemingstijd gewonnen op de 10,4-meter Gran Telescopio Canarias (Grantecan) op het Spaanse eiland La Palma - de grootste optische telescoop ter wereld. Cherney won de prijs tijdens het eerste STARMUS-festival op Tenerife, met zijn bijzondere time-lapse beelden van de sterrenhemel. Zijn waarnemingstijd op Grantecan gebruikte hij voor het vastleggen van het sterrenstelselpaar Arp 84.
Meer informatie:
Persbericht STARMUS
STARMUS 2011
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 juli 2011
De Nederlands-Amerikaanse astronoom Tom Gehrels, geboren op 21 februari 1925, is op 11 juli 2011 overleden in zijn woonplaats Tucson, Arizona. Gehrels was als tiener actief in het verzet, studeerde sterrenkunde in Leiden en emigreerde op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten. Hij was principal investigator voor de fotopolarimeters aan boord van de Amerikaanse Pioneer-ruimtesondes, de eerste planeetverkenners die door de planetoïdengordel vlogen en de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus van nabij bestudeerden. Met de Schmidt-telescoop op Palomar Mountain voerde Gehrels in 1960 de eerste grote fotografische survey uit die speciaal was gericht op het zoeken naar planetoïden. Daarbij werkte hij samen met het Leidse astronomen-echtpaar Kees van Houten en Ingrid van Houten-Groeneveld, die de foto's opmaten. In totaal werden in deze Palomar-Leiden Survey 4177 nieuwe planetoïden ontdekt, waarvan een groot aantal inmiddels een Nederlandse naam heeft ontvangen (planetoïde 1777 is naar Gehrels zelf vernoemd). Gehrels zette vervolgens in 1983 samen met zijn collega Bob McMillan het Spacewatch-project op, dat op de Kitt Peak-sterrenwacht in Arizona jacht maakt op planetoïden die de aarde zeer dicht kunnen naderen - de zogeheten aardscheerders. Daarnaast maakte hij naam met het opzetten en redigeren van de Space Science Series van de Universiteit van Arizona - een grote reeks dikke boekwerken over vrijwel alle facetten van het zonnestelselonderzoek. Gehrels is 86 jaar geworden.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 juli 2011
Het kabinet heeft in de plannen voor het hoger onderwijs die afgelopen vrijdag zijn gepresenteerd, de financiering van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) verlengd. NOVA coördineert de sterrenkundige instituten van de deelnemende universiteiten van Amsterdam, Groningen, Leiden, Nijmegen en Utrecht. Het geld wordt gebruikt voor een coherent onderzoeksprogramma naar de levenscyclus van sterren, planeten en sterrenstelsels, met daaraan gekoppeld het realiseren van hightech-instrumenten voor internationale sterrenwachten zoals de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili. NOVA's wetenschappelijk directeur Ewine van Dishoeck: 'Met de zeer positieve beslissing over NOVA van het kabinet, kunnen we ook ná 2013, wanneer de huidige termijn van NOVA afloopt, toponderzoek blijven doen en vooral een nieuwe generatie excellente astronomen opleiden. De Nederlandse sterrenkunde wil wereldwijd in de Champions League blijven spelen.'
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 juni 2011
Een anonieme weldoener heeft Museum Boerhaave in Leiden een bedrag van 100.000 euro geschonken. Het geld is bedoeld om het museum te helpen in zijn strijd om aan sluiting voor het publiek te ontkomen. Museum Boerhaave is in zwaar weer beland doordat staatssecretaris Zijlstra (Cultuur) de spelregels heeft veranderd ten aanzien van de eigen inkomsten van musea. Direct gevolg is dat het museum binnen een half jaar eenmalig 700.000 euro extra aan eigen inkomsten moet zien te verwerven. Lukt dat niet, dan volgt sluiting per 1 januari 2013. Om dat onheil af te wenden is Museum Boerhaave, dat een grote collectie wetenschappelijke instrumenten, boeken en prenten beheert, de campagne 'Red Boerhaave!' gestart. De eerste ton is dus al binnen, het resterende bedrag zal op andere manieren verzameld moet worden. Zo zal het via de website www.museumboerhaave.nl binnenkort mogelijk zijn om tegen betaling een museumobject te adopteren. Op dezelfde website staat een toelichting op de diverse acties.
Meer informatie:
Actiepagina van Museum Boerhaave

24 juni 2011
Prof. Dr. Joop Hovenier (1936) van de Universiteit van Amterdam heeft de eerste Van de Hulst Light-Scattering Award ontvangen. Deze prestigieuze prijs, ingesteld door wetenschappelijk uitgever Elseiver, is genoemd naar de Leidse hoogleraar Henk van de Hulst (1918-2000), die baanbrekend werk heeft verricht op het gebied van lichtverstrooiing door kleine deeltjes. Hovenier deed veel theoretisch onderzoek naar lichtverstrooiing in planeetatmosferen. De prijs wordt komend najaar uitgereikt.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 juni 2011
De Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2011 is gewonnen door de 18-jarige Nastasha Wijers uit Heerhugowaard. Zij kreeg na een spannende finale uit handen van professor Jan Kuijpers de hoofdprijs uitgereikt: een waarneemreis naar het Roque de los Muchachos Observatory op het Canarische eiland La Palma, voor twee personen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 juni 2011
Vrijdagavond 17 juni zijn op de publiekssterrenwacht Philippus Lansbergen in Middelburg bijna honderd zogenaamde blikjescamera's geopend die een half jaar lang ergens in Zeeland waren opgehangen om de baan van de zon langs de hemel vast te leggen. De blikjescamera of pinhole camera (door iedereen zelf te maken of voor 5 euro verkrijgbaar bij de Volkssterrenwacht) bestaat uit een blikje waarin een minuscuul gaatje is geprikt. Dit werkt als een optische lens: het omgevingsbeeld wordt omgekeerd geprojecteerd in de binnenkant van het blikje, op de zijde tegenover het gaatje. Daar wordt het beeld opgevangen door een velletje fotopapier. Op de foto's die met de blikjescamera's zijn gemaakt is de baan van de zon aan de hemel zichtbaar. Door de belichtingstijd van enkele maanden (!) zie je niet alleen hoe de zon zich van oost naar west verplaatst, met het hoogste punt in het zuiden, maar ook hoe die dagelijkse zonnebaan in de loop van de tijd steeds hoger aan de hemel komt te liggen.
Achtergrondinformatie op website van Philippus Lansbergen
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 juni 2011
De 2011 Shaw Prize in Astronomy wordt later dit jaar uitgereikt aan de Italiaan Enrico Costa en de Amerikaan Gerald Fishman, voor hun leidende rol in ruimteonderzoeksprojecten die de ontraadseling van het mysterie van de gammaflitsen mogelijk maakten. Costa en Fishman delen de prijs van één miljoen dollar, die jaarlijks (samen met vergelijkbare prijzen in biowetenschappen/medicijnen en wiskunde) jaarlijks wordt uitgereikt door de Shaw Prize Foundation in Hong Kong. Costa was de hoofdonderzoeker van de Italiaans-Nederlandse kunstmaan BeppoSAX; Fishman van NASA's Compton Gamma Ray Observatory. Op basis van waarnemingen van BeppoSAX concludeerden de Nederlandse astronomen Titus Galama en Paul Groot in 1997 dat gammaflitsen - plotseling uitbarstingen van energierijke straling - niet in ons eigen Melkwegstelsel plaatsvonden, maar in ver verwijderde sterrenstelsels. Met het Compton Observatory zijn duizenden gammaflitsen waargenomen en bestudeerd. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat 'lange' gammaflitsen (van enkele seconden tot vele minuten) ontstaan wanneer extreem zware, snel roterende sterren aan het eind van hun leven exploderen, en daarbij een zwart gat achterlaten. 'Korte' gammaflitsen (fracties van een seconde) ontstaan vermoedelijk wanneer twee compacte neutronensterren botsen en versmelten tot een zwart gat.
Meer informatie:
Persbericht Shaw Prize Foundation
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 juni 2011
De Nijmeegse hoogleraar astrodeeltjesfysica en radioastronomie Prof. Dr. Heino Falcke is een van de drie Spinoza-laureaten 2011. Hij ontvangt 2,5 miljoen euro van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) voor zijn wetenschappelijk onderzoek aan onder andere zwarte gaten en kosmische deeltjes. Falcke is nauw betrokken bij de revolutionaire Nederlandse radiotelescoop LOFAR (LOw-Frequency ARray) en de tyoekomstige opvolger, de Square Kilometre Array (SKA). Hij denkt dat het met behulp van radiotelescopen mogelijk moet zijn om de 'schaduw' van een zwart gat in beeld te brengen. Ook doet Falcke onderzoek aan energierijke deeltjes uit het heelal. De Spinozapremies (ook wel de 'Nederlandse Nobelprijzen' genoemd) worden jaarlijks door NWO uitgereikt. Dit jaar ontvingen ook de Amsterdamse communicatiewetenschapper Patti Valkenburg en de Amsterdamse theoretisch fysicus Erik Verlinde een Spinozapremie. Snaartheoreticus Verlinde doet onderzoek aan de fundamentele structuur van de materie en de ware aard van de zwaartekracht.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht Radboud Universiteit Nijmegen
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 mei 2011
De Hubble-ruimtetelescoop heeft foto's gemaakt van één enkele ster in de Andromedanevel, ter nagedachtenis aan het feit dat deze ster Edwin Hubble in 1923 in staat stelde om de afstand te bepalen tot dit stelsel. Hierdoor kon hij bewijzen dat het heelal veel groter was dan men tot dan toe dacht. Voor die tijd dachten de meeste astronomen dat spiraalnevels zoals de Andromedanevel deel uit maakten van ons eigen Melkwegstelsel. Hubble ontdekte dat een bepaald type veranderlijke sterren - Cepheïden - ook in de Andromedanevel staan. De periode van zo'n ster is een maat voor zijn ware helderheid en vergelijken we die met zijn waargenomen helderheid, dan kunnen we de afstand tot zo'n ster berekenen. Hubble deed dit voor het eerst met de Cepheïde die bekent staat als Hubble variabele nummer 1, of te wel V1. Op basis van zijn waarnemingen aan V1 kon Hubble onomstotelijk bewijzen dat de Andromedanevel een ander sterrenstelsel is, ver buiten ons eigen Melkwegstelsel: tegenwoordig weten we dat de afstand ruim 2 miljoen lichtjaar bedraagt. Astronomen van het Space Telescope Science Institute's Hubble Heritage Project werkten samen met waarnemers van de American Association of Variable Star Observers (AAVSO) om de lichtkromme van V1 goed in kaart te brengen. Zo kon men bepalen wat goede momenten waren om de Hubble-telescoop foto's te laten maken van V1 op het moment van grootste en kleinste helderheid. De foto's zijn vandaag gepresenteerd op de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Boston.
Meer informatie:
Hubble Views the Star that Changed the Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

16 mei 2011
Vandaag om 14.56 uur Nederlandse tijd is vanaf Kennedy Space Center de Space Shuttle Endeavour gelanceerd voor zijn allerlaatste vlucht, missie STS-134. Commandant Mark Kelly en vijf medereizigers zijn onderweg naar het internationale ruimtestation ISS. Aan boord van de Endeavour is de Alpha Magnetic Spectrometer (AMS), het grootste experiment dat tot nog toe naar het ISS wordt gebracht en wellicht wel het eerste echt grote wetenschappelijke instrument op het ISS. De AMS is een grote deeltjesdetector die in de ruimte elementaire deeltjes gaat meten afkomstig van verre bronnen. Veel van die deeltjes weten ook het aardoppervlak wel te bereiken en kunnen daar gemeten worden, maar onderweg worden vele beïnvloed door onze atmosfeer. Met AMS zal men meten aan kosmische stralingsdeeltjes - zeer snel bewegende atoomkernen - maar hoopt men ook antimaterie deeltjes en donkere materie te detecteren. Men kijkt in het bijzonder uit naar zwaardere atoomkernen van antimaterie: antimaterie protonen en heliumkernen zijn ook bij de oerknal gevormd, maar detecteert men onverhoopt een antimaterie koolstofkern, dan betekent dit dat er ergens in het heelal ook antimaterie sterren bestaan.
Meer informatie:
Latest Space Shuttle News
Alpha Magnetic Spectrometer
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

11 mei 2011
Vandaag is op de Turfberg bij Radio Kootwijk op de Veluwe een informatiepaneel over radiosterrenkunde onthuld. Dit paneel herinnert eraan dat op deze plek in 1951 de eerste Nederlandse radiowaarnemingen werden gedaan van neutraal waterstofgas in de Melkweg. De waarnemingen werden gedaan met een omgebouwde, 7,5 meter grote Duitse Würzburg-radarschotel uit de Tweede Wereldoorlog. Dat neutraal waterstof radiostraling uitzendt, was tijdens de Tweede Wereldoorlog theoretisch voorspeld door Hendrik van de Hulst, toen nog student. Prof. Jan Hendrik Oort en PTT-ingenieur Lex Muller hebben zich vervolgens ingezet om deze straling voor het eerst waar te nemen, maar werden nipt verslagen door Amerikaanse collega's. De Nederlanders slaagden er later wel in om als eerste de spiraalstructuur van ons Melkwegstelsel in kaart te brengen met neutraal waterstofgas.Van de schotel waarmee deze waarnemingen zijn gedaan is niets overgebleven, maar de Initiatiefgroep 'Sterrenkundig Verleden Radio Kootwijk' heeft zich ingezet voor de totstandkoming van een informatiepaneel. Het paneel is onthuld door Hugo van Woerden, emeritus-hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit Groningen, en Ari Hin, gepensioneerd technicus van ASTRON. Beiden waren in de jaren vijftig betrokken bij het uitvoeren en verwerken van waarnemingen in Radio Kootwijk.
Meer informatie:
60 years of Dutch HI
Herinneringspaneel Radio Kootwijk onthuld
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl;

4 mei 2011
De NASA-satelliet Gravity Probe B heeft twee belangrijke voorspellingen bevestigd die zijn afgeleid uit Albert Einsteins algemene relativiteitstheorie. De in 2004 gelanceerde satelliet heeft met vier uiterst precieze gyroscopen aangetoond dat het 'weefsel' van ruimte en tijd rond een hemellichaam (in dit geval de aarde) gekromd is, en bovendien door de draaiing van dat hemellichaam wordt meegesleept. Beide effecten zijn gemeten door de satelliet tijdens zijn omlopen om de aarde heel nauwkeurig op één specifieke ster te richten. Als de zwaartekracht van de aarde de genoemde effecten niet zou veroorzaken, zouden de gyroscopen van Gravity Probe B steeds in dezelfde richting zijn blijven wijzen. Maar in plaats daarvan vertoonden zij minuscule, maar meetbare afwijkingen - precies zoals die door de algemene relativiteitstheorie werden voorspeld. Gravity Probe B was een van de langst lopende projecten in de geschiedenis van NASA. De eerste voorbereidingen - de ontwikkeling van nauwkeurige gyroscopen - begonnen al in 1963. De satelliet sloot zijn metingen in december 2010 af. De technieken die voor het functioneren van Gravity Probe B zijn ontwikkeld, zijn ook toegepast in satellieten voor geofysisch en astronomisch onderzoek.
Meer informatie:
NASA's Gravity Probe B Confirms Two Einstein Space-Time Theories

29 april 2011
Vandaag is amateur-astronoom ing. P.J.K. (Peter) Louwman benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij kreeg de onderscheiding uit handen van burgemeester J.Th. Hoekema in zijn woonplaats Wassenaar. Peter Louwman begon in de jaren '60 vanuit zijn hobby sterrenkunde, antieke telescopen en andere optische instrumenten te verzamelen. In de loop der jaren heeft hij als liefhebber een zodanig niveau bereikt dat hij als gelijkwaardig aan professionals uit de wetenschap optreedt en incidenteel ook publicaties verzorgt. Hij is nationaal en internationaal erkend als specialist op het gebied van antieke telescopen. Zijn verzameling behoort tot de grootste particuliere verzamelingen van antieke telescopen ter wereld. Er zijn nauwelijks musea te bedenken die zich daarmee kunnen meten. Zo heeft hij in 2008 vanuit zijn collectie de grootste bijdrage geleverd aan de Nederlandse jubileumtentoonstellingen over 400 jaar Telescopie, in het Zeeuws museum te Middelburg, museum Boerhaave te Leiden, en de Leidse Universiteitsbibliotheek. Peter Louwman geeft regelmatig lezingen en voorlichting en schrijft publicaties op het gebied van sterrenkunde en antieke telescopen voor leken, professionals en amateur-sterrenkundigen. Hij is al vele jaren een vertrouwde verschijning op sterrenkundige symposia en bijeenkomsten van amateurs, en is lange tijd bestuurslid geweest van de Werkgroep Maan en Planeten van de KNVWS.
Meer informatie:
Lintjesregen Gemeente Wassenaar
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

18 april 2011
De Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) brengt zijn eerste digibordles uit voor het basisonderwijs. Zon & Planeten is ontwikkeld voor de groepen 6, 7 en 8. De les is een introductie op ons zonnestelsel en wordt klassikaal gegeven. De les gaat over de zon, de maan, de aarde en de andere zeven planeten die rond de zon draaien. De gesproken toelichting is van sterrenkunde-journalist (en eigenaar/eindredacteur van www.allesoversterrenkunde.nl) Govert Schilling. Met de digibordles hoopt NOVA een bijdrage te leveren aan het sterrenkundeonderwijs in Nederland. Docenten kunnen de digibordles gratis downloaden op de website van NOVA.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Digibordles Zon en Planeten (gratis download voor docenten)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 april 2011
Middelbare scholiere Lava Sulayman van het Rhedens Lyceum in Rozendaal heeft met een profielwerkstuk over de uitdijing van het heelal de profielwerkstukprijs voor sterrenkunde gewonnen, uitgeloofd door de Universiteit Utrecht en het Universiteitsmuseum Utrecht. De prijs werd vrijdag 15 april uitgereikt door de Utrechtse natuurkundige Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft. Lava wint met haar profielwerkstuk een waarneemreis naar de internationale sterrenwacht op La Palma. Ook in de categorie natuurkunde is een prijs uitgeloofd; de winnaar brengt een bezoek aan het CERN-laboratorium voor deeltjesfysica in Genève.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 april 2011
Volgens astronoom Martin Lunn en historica Lila Rakoczy was de mysterieuze 'noon day star' die volgens de overlevering zichtbaar geweest zou zijn op de geboortedag van koning Charles II in werkelijkheid een supernova-explosie in het sterrenbeeld Cassiopeia. Dat beweren de twee onderzoekers op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales. In Cassiopea is een uitdijende gasschil (een zogeheten supernovarest) te zien, die volgens de meeste astronomen moet zijn ontstaan bij een ster-explosie in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Er zijn echter geen waarnemingen van deze explosie bekend - algemeen wordt aangenomen dat hij door interstellaire stofwolken aan het zicht is onttrokken. Lunn en Rakoczy denken echter dat de supernova wel degelijk te zien is geweest, en wel op 29 mei 1630 - veel eerder dan altijd is gedacht. Gedurende enkele decennia circuleerden er in Engeland verhalen over een 'overdagse ster' die op die datum - de geboortedatum van de latere 'Merry Monarch' - waarneembaar zou zijn geweest.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 april 2011
Er lijkt een verklaring te zijn gevonden voor de mysterieuze 'kracht' die de verre Pioneer-ruimtesondes afremt - de zogeheten Pioneer-anomalie. Een nieuwe analyse wijst erop dat de afremming wordt veroorzaakt door de ongelijkmatige warmte-uitstraling van de beide sondes. De ruimtesondes Pioneer 10 en 11 werden bijna veertig jaar geleden gelanceerd, scheerden respectievelijk langs de planeten Jupiter en Saturnus en zijn bezig ons zonnestelsel te verlaten. Omdat ze geen raketaandrijving hebben, verliezen de Pioneers geleidelijk snelheid door de zwaartekrachtsaantrekking van de zon. Maar uit metingen blijk dat ze iets sterker worden afgeremd dan verwacht. Om die kleine afwijking te verklaren, hebben wetenschappers allerlei suggesties opgevoerd. Sommigen meenden zelfs dat de bestaande zwaartekrachtstheorie op de schop zou moeten. Maar volgens Portugese fysici is dat niet nodig. Hun analyse laat zien dat de Pioneers hun warmte niet gelijkmatig in alle richtingen uitstralen. Bovendien wordt een deel van die warmtestraling weerkaatst door de achterzijde van de grote radioschotel waarmee de beide ruimtesondes zijn uitgerust. Dat zou resulteren in een geringe netto-reactiekracht die de waargenomen afremming geheel kan verklaren. Overigens zijn nog niet alle onderzoekers ervan overtuigd dat de Pioneer-anomalie op deze manier kan worden opgelost. Misschien dat een groot onderzoeksrapport dat later dit jaar verschijnt daar nog verandering in kan brengen.
Meer informatie:
Mundane explanation for bizarre Pioneer anomaly

4 april 2011
Het giftige en kankerverwekkende formaldehyde (methanal, CH2O) ligt mogelijk aan de basis van het ontstaan van leven. Dat beweren onderzoekers van het Carnegie Institution for Science in Washington in een artikel in Proceedings of the National Academy of Sciences. Uit laboratoriumexperimenten blijkt dat formaldehyde - een molecuul dat veel voorkomt in de interstellaire ruimte - de basis kan vormen voor polymerisatieprocessen waarbij vaste koolstofhoudende organische materie ontstaat. De gesynthetiseerde organische deeltjes vertonen opmerkelijke overeenkomsten met de organische materie in koolstofhoudende chondrieten, in komeet Wild 2, en in interplanetaire stofdeeltjes. Uit die vaste koolstofhoudende deeltjes zijn op aarde de eerste levende cellen ontstaan.
Meer informatie:
Formaldehyde: Poison could have set the stage for the origins of life
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 maart 2011
Aan de oorsprong van het leven op aarde zat mogelijk een luchtje. Dat stellen Amerikaanse wetenschappers na onderzoek van een monster van het klassieke Miller-Urey-experiment dat in de vergetelheid was geraakt. De Amerikaanse scheikundigen Stanley Miller en Harold Urey deden in 1953 en 1954 een reeks experimenten met flesjes die gevuld waren met een mengsel van water en de gassen waterstof, methaan en ammoniak. Destijds werd verondersteld dat dit redelijk overeenkwam met de oorspronkelijke omstandigheden op de aarde. Het gasmengsel werd blootgesteld aan elektrische vonken, en na een paar weken kleurde het water bruin van de aminozuren - de bouwstenen van eiwitten. Daarmee was aangetoond dat natuurlijke processen tot de vorming van grote organische moleculen konden leiden. De beide scheikundigen voerden ook een paar varianten op hun experiment uit, waarvan zij de resultaten om onbekende redenen echter niet publiceerden. Bij één ervan werd het gas waterstofsulfide aan de nagebootste atmosfeer toegevoegd, een gas dat naar rotte eieren ruikt. Uit analyse van een monster dat van dat experiment bewaard is gebleven, blijkt nu dat dit aanzienlijk meer aminozuren bevat dan de overige experimenten. Volgens de onderzoekers wijst dit resultaat erop dat vulkanisme een belangrijke rol heeft gespeeld bij de vorming van organische stoffen die cruciaal waren voor het ontstaan van leven. Vulkanische gassen zijn rijk aan waterstofsulfide en bovendien vinden in de stofwolken die vulkanen uitbraken vaak bliksemontladingen plaats. Eerder was al vastgesteld dat ook Miller-Urey-experimenten waarbij stoom was gebruikt extra aminozuren opleverden.
Meer informatie:
"Lost" Miller Experiment Gives Pungent Clue to Origin of Life03.23.11

18 maart 2011
Van 22 maart tot 4 april vindt voor de zesde keer de wereldwijde campagne GLOBE at Night plaats. Het doel ervan is om de lichtvervuiling in kaart te brengen, die niet alleen het zicht op de sterrenhemel belemmert maar ook nog eens veel energieverspilling veroorzaakt. Zo wordt alleen al in de VS jaarlijks naar schatting twee miljard dollar uitgegeven aan overbodige buitenverlichting. In een donkere omgeving zijn aan de onbewolkte hemel 's nachts meer dan tweeduizend sterren te zien. In een stad zakt dat aantal tot onder de honderd. GLOBE at Night vraagt jaarlijks aandacht voor deze kwestie door deelnemers van over de hele wereld te laten onderzoeken wat de zwakste sterren zijn die zij in een bepaald sterrenbeeld kunnen zien. Op het noordelijk halfrond is dat het sterrenbeeld Leeuw, op het zuidelijk halfrond het Zuiderkruis. De resultaten van deze waarnemingscampagne verschijnen op de website van GLOBE at Night. In voorgaande jaren deden deelnemers uit meer dan honderd landen mee.
Meer informatie:
GLOBE At Night Tracks Light Pollution
GLOBE at Night

14 maart 2011
In het weekend van 11 t/m 13 maart 2011 werden in Nederland voor de 35ste keer de jaarlijkse Landelijke Sterrenkijkdagen gehouden. Op ongeveer 65 plaatsen in heel Nederland waren jong en oud welkom om een blik door een telescoop te werpen. Het weer was zacht en vooral op vrijdag was het op de meeste plaatsen redelijk helder. Vele duizenden mensen grepen daarom de kans aan en bezochten een kijkadres. Zij keken vooral naar de maan en later op de avond ook naar Saturnus.
Meer informatie:
Sterrenkijkdagen 2011

5 maart 2011
In zijn woonplaats Genève is vrijdag 4 maart deeltjesfysicus en Nobelprijswinnaar Simon van der Meer (85) overleden. Van der Meer was vanaf 1956 verbonden aan CERN, het Europese laboratorium voor deeltjesfysica. Daar ontwierp hij technieken die hun toepassing vonden in de steeds groter wordende deeltjesversnellers van CERN. In 1984 won hij samen met toenmalig CERN-directeur Carlo Rubbia de Nobelprijs Natuurkunde voor de ontdekking van de (eerder voorspelde) W- en Z-deeltjes, de dragers van de zwakke kernkracht.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 februari 2011
Op 1 maart start de vijfde Nederlandse Sterrenkunde Olympiade, een jaarlijkse sterrenkundewedstrijd voor scholieren in het voortgezet onderwijs. De deelnemers, die via een voorronde in de finale kunnen komen, dingen mee naar een waarneemreis naar La Palma. Dit jaar is de organisatie in handen van de Afdeling Sterrenkunde van de Radboud Universiteit Nijmegen. De Nederlandse Sterrenkunde Olympiade bestaat uit een voorronde en een finale. In de voorronde beantwoorden de deelnemers meerkeuze- en open vragen over verschillende deelgebieden van de sterrenkunde. De voorronde is laagdrempelig en vrijblijvend; geïnteresseerden kunnen de vragen downloaden en op hun gemak doorlezen voordat ze besluiten om mee te doen. De beste vijftien kandidaten van de voorronde worden uitgenodigd voor de finale, die van 14 t/m 16 juni in Nijmegen plaatsvindt. De hoofdprijs is een reis naar het Roque de los Muchachos Observatory op het Canarische eiland La Palma, waar de winnaar met een professionele telescoop gaat waarnemen. Daarnaast zijn er iPods en sterrenkundeboeken te winnen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2011

22 februari 2011
Amateur-astronomen die zich bezighouden met het waarnemen van veranderlijke sterren hebben een mijlpaal bereikt. Op 19 februari heeft een van hen - de Belg Josch Hambsch - de 20 miljoenste helderheidsbepaling van een ster ingeleverd. Amateur-astronomen zijn al meer dan honderd jaar betrokken bij het waarnemen van sterren die (min of meer) regelmatige helderheidsveranderingen vertonen. Momenteel doen ongeveer duizend amateurs aan dit internationale waarnemingsprogramma mee. Voor professionele astronomen is de database die dit heeft opgeleverd van onschatbare waarde. Voor hen is de beschikbare hoeveelheid 'telescooptijd' beperkt, waardoor zij niet in de gelegenheid zijn om dezelfde ster(ren) elke heldere nacht opnieuw te observeren. De slordige anderhalf miljoen waarnemingsuren die de amateurs in deze sterren hebben gestoken, zijn dus meer dan welkom.
Meer informatie:
20-Million Milestone For 100-Year Citizen Science Project
American Association of Variable Star Observers

14 februari 2011
Vandaag zetten 'astronauten' voor het eerst voet op het oppervlak van Mars. Niet op de rode planeet zelf, maar in een zandbak van zes bij tien meter in het Instituut voor Biomedische Problemen in Moskou. Zes vrijwilligers nemen daar deel aan Mars500, een gesimuleerde bemande reis naar de buurplaneet van de aarde. Acht maanden geleden lieten zij zich opsluiten in een nagebouwd ruimteschip; enkele dagen geleden kwamen ze aan in een baan om Mars. Drie van de zes astronauten maken in totaal drie uitstapjes op Mars, waarbij zelfs een vlag geplant wordt. Op 1 maart wordt de terugreis naar de aarde aanvaard; komend najaar zijn de zes vrijwilligers weer thuis. Doel van het experiment: meer inzicht krijgen in de psyche van astronauten die maandenlang op elkaars lip zitten en van de buitenwereld zijn afgesloten. Overigens is een echte bemande reis naar Mars niet alleen veel en veel duurder, maar ook veel risicovoller: mocht een van de Mars500-vrijwilligers plotseling zeer ernstig ziek worden, dan zal hij gewoon naar een Moskous ziekenhuis worden overgrebracht.
Meer informatie:
Walking on 'Mars'
Mars500
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 februari 2011
De Europese Unie heeft een subsidie van 1,9 miljoen euro toegekend aan een internationaal programma dat tot doel heeft zeer jonge kinderen in achterstandssituaties in contact te brengen met de inspirerende aspecten van de sterrenkunde.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Universe Awareness (UNAWE)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 februari 2011
Wetenschappers van NASA's Ames Research Center in Californië hopen er binnenkort in te slagen de vorming van interstellaire stofkorrels na te bootsen in een laboratorium op aarde. Zulke korrels ontstaan in de sterrenwinden van oude koolstofrijke reuzensterren, maar hoe ze precies gevormd worden is niet duidelijk. Door de installatie van een nieuwe, gevoelige massaspectrometer in een 'kosmische simulatiekamer' hopen de Ames-onderzoekers daar meer over te weten te komen. Ook verwachten ze nieuwe inzichten te verkrijgen over merkwaardige, grote aerosoldeeltjes in de dampkring van de grote Saturnusmaan Titan, die waargenomen zijn door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. De nieuwe 'time of flight mass spectrometer' wordt geïnstalleerd in COSmlC (Cosmic Simulator Chamer), een laboratoriumopstelling op het Astrophysics and Astrochemistry Laboratory waarin de extreme omstandigheden van de interplanetaire of interstellaire ruimte nagebootst kunnen worden, inclusief temperaturen van bijna tweehonderd graden onder nul, extreem hoog vacuüm en krachtige ultraviolette straling.
Meer informatie:
NASA's "COSmIC" Simulator Helps Fingerprint Unknown Matter in Space
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

31 januari 2011
Het kleine Kanaaleiland Sark is door de International Dark-sky Association uitgeroepen tot het eerste 'donkere-nacht-eiland' ter wereld. Het permanent bewoonde eiland (er wonen ongeveer zeshonderd mensen) kent geen verharde wegen, en er zijn geen auto's. Ook is er geen openbare straatverlichting. Omdat het bovendien op vele tientallen kilometers van zowel de Britse als de Franse kust ligt, is er vrijwel geen lichtvervuiling. De nachtelijke sterrenhemel is daardoor zeer goed zichtbaar. De 'verkiezing' volgt op een lange periode van nominaties en beoordelingen over de gehele wereld. De plaatselijke overheid hoopt dat de nieuwe status van het eiland tot een toename van het aantal 'astro-toeristen' zal leiden.
Meer informatie:
Sark becomes world's first dark sky island
International Dark-sky Association
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 januari 2011
ESO heeft de winnaars bekendgemaakt van de astrofotografie-wedstrijd Hidden Treasures 2010, waarvoor bijna honderd inzendingen zijn binnengekomen. Hidden Treasures gaf sterrenkunde-amateurs de kans om ESO's archieven met astronomische data te doorzoeken op verborgen kosmische juweeltjes. Sterrenkunde-enthousiasteling Igor Chekalin uit Rusland heeft de eerste prijs gewonnen - een bijzondere reis naar de Very Large telescope op Paranal in Chili. De afbeeldingen van de sterrenhemel die te zien zijn in de persberichten van ESO zijn indrukwekkend. Maar vele uren handwerk zijn nodig om van de ruwe data die de telescopen leveren, kleurrijke afbeeldingen te maken. Die worden gecorrigeerd voor verstoringen en worden zo verbeterd dat de details in de astronomische data zichtbaar worden. ESO heeft een team van professionele beeldbewerkers, maar voor de Hidden Treasures 2010 competitie besloten deze experts om enthousiaste amateursterrenkundigen en -fotografen de mogelijkheid te geven de wereld te tonen wat zij zouden kunnen doen met de gigantische hoeveelheid data die de ESO-archieven bevatten. 'We waren compleet verrast door het aantal en de kwaliteit van de inzendingen. Dit was geen uitdaging voor bangeriken, omdat de deelnemers niet alleen vaardigheden op het gebied van dataverwerking nodig hadden, maar ook een artistiek gevoel. We zijn opgetogen dat er zoveel talent blijkt te bestaan', aldus Lars Lindberg Christensen, hoofd van ESO's Education and Public Outreach Department.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

30 december 2010
Brazilië heeft gisteren het formele document getekend waarmee de weg wordt geplaveid naar het lidmaatschap van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO). Brazilië zal, na ratificatie door het Braziliaanse parlement, het vijftiende land zijn dat lid is van ESO. ESO heeft een lange geschiedenis van succesvolle betrokkenheid bij Zuid-Amerika, sinds Chili in 1963 werd gekozen als de beste locatie voor waarnemingen. Maar tot nu toe was geen enkel niet-Europees land toegetreden tot ESO. Brazilië zal onder meer een bijdrage leveren aan de European Extremely Large Telescope. De bouw van deze supertelescoop start naar verwachting in 2011.
Meer informatie:
Brazilië wordt lid van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht

15 december 2010
Sterrenkundigen die campagne voeren tegen nutteloze straatverlichting in de nachtelijke uren hebben een nieuw argument gevonden om deze 'lichtvervuiling' te bestrijden. Uit onderzoek blijkt namelijk dat omhoog gerichte buitenverlichting van negatieve invloed is op de chemische reacties die normaal gesproken 's nachts de lucht zuiveren. Oftewel: lichtvervuiling geeft meer luchtvervuiling. Elke nacht worden chemische stoffen uit uitlaatgassen vanzelf afgebroken door zogeheten nitraatradicalen. Dat voorkomt dat deze stoffen zich tot smog, ozon of andere schadelijke stoffen verbinden. Bekend was al dat deze nitraatradicalen door zonlicht worden afgebroken. Maar uit metingen boven Los Angeles blijkt dat ook stadsverlichting een steentje bijdraagt. Hoewel straatverlichting tienduizend keer zo weinig licht geeft als de zon, blijkt deze de nachtelijke luchtzuivering met een procent of zeven te vertragen. Overdag resulteert dat in vijf procent extra ozonvervuiling. De onderzoekers pleiten overigens niet voor het doven van alle straatlantaarns. Het is voldoende om ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk licht recht omhoog gaat - wat toch al niet erg zinvol is.
Meer informatie:
City Light Pollution Affects Air Pollution

9 december 2010
Het NOVA Mobiel Planetarium is genomineerd voor de Innovatieprijs 2011 van de Nationale Onderwijstentoonstelling (NOT), de grootste vakbeurs voor onderwijsprofessionals. Het mobiel planetarium is een van de drie kanshebbers in de categorie Leermiddelen en Methodes. De jury schrijft: 'Het NOVA Informatie Centrum reist sinds begin 2010 langs scholen met een mobiel, opblaasbaar planetarium. De koepeltent, waarin een hele schoolklas past, is uitgerust met de modernste HD-apparatuur die de sterrenhemel projecteert. Leerlingen krijgen interactieve lessen, shows en films. De jury vindt dit een goede manier om op eenvoudige en voor de school betaalbare wijze de wetenschap naar de school te halen en leerlingen van jong tot oud, van alle niveaus, kennis te laten maken met de ontdekkingen over het heelal.' De winnaar wordt gekozen door een publieksjury, die in december bij elkaar komt. De uitreiking van de prijs vindt plaats op 25 januari 2011, tijdens de opening van de NOT 2011, in de Jaarbeurs in Utrecht. De grote onderwijstentoonstelling, die een keer in de twee jaar wordt gehouden, duurt tot en met 29 januari.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Nationale Onderwijstentoonstelling

6 december 2010
Na een succesvolle eerste editie met ruim honderd deelnemende scholen door heel Nederland, maakt het project Missie Maan het opnieuw mogelijk voor basisscholieren van alle leeftijden om in de periode van 26 januari t/m 30 maart 2011 op het schoolplein naar de maan te kijken en deze te onderzoeken. Niet 'gewoon' met het blote oog, maar door een telescoop. Basisscholen die meedoen aan Missie Maan kunnen een beroep doen op vrijwilligers van de sterrenwacht, of andere enthousiaste (amateur)astronomen. Zij komen met een telescoop langs op school. En wie zin heeft, kan ook zelf een telescoop maken. Zo kunnen de leerlingen meteen een vergelijking maken: wat zien ze door hun eigen telescoop, en wat door de 'echte'? Om met hun school of klas aan dit bijzondere project deel te nemen, kunnen leerkrachten zich inschrijven via www.missiemaan.nl. Ter ondersteuning is gratis lesmateriaal beschikbaar dat aansluit bij de verschillende leeftijdsgroepen voor het primair onderwijs.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

2 december 2010
Op 1 december is de eminente Nederlandse astronoom Adriaan Blaauw overleden. Blaauw speelde een sleutelrol bij de oprichting van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili, en was van 1968 tot 1974 achtereenvolgens wetenschappelijk directeur en algemeen directeur van deze organisatie. Vervolgens was hij van 1976 tot 1979 president van de Internationale Astronomische Unie (IAU). Adriaan Blaauw werd in 1914 in Amsterdam geboren en studeerde sterrenkunde in Leiden onder befaamde wetenschappers als Willem de Sitter, Ejnar Hertzsprung en Jan Hendrik Oort. Zijn doctorsgraad behaalde hij aan het Kapteyn Laboratorium in Groningen. Tijdens zijn wetenschappelijke carrière hield Blaauw zich onder meer bezig met zogeheten OB-associaties - groepen van jonge, hete sterren. Hij vond de oorzaak van de opvallend grote snelheid waarmee sommige van deze sterren door de ruimte bewegen. Blaauw stelde voor dat zo'n 'wegloopster oorspronkelijk lid was geweest van een dubbelster, waarvan de andere ster als supernova was ontploft. Blaauw ging in 1981 met pensioen, maar is altijd actief gebleven. Zo heeft hij veel energie gestoken in het organiseren van de historische archieven van de ESO en de IAU. Adriaan Blaauw is 96 jaar oud geworden.
Meer informatie:
Adriaan Blaauw, 1914–2010 (ESO)
Adriaan Blaauw 1914-2010 (Leidse Sterrewacht)
In Memoriam Adriaan Blaauw (RUG)

19 november 2010
Op 18 november is de Brits-Amerikaanse astronoom Brian Marsden op 73-jarige leeftijd overleden. Marsden was lange tijd directeur van het Minor Planet Center van de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Cambridge, Massachusetts. Dat centrum is verantwoordelijk voor het catalogiseren van het 'kleine grut' in het zonnestelsel: planetoïden (waaronder de zogeheten aardscheerders), kometen, en ijsdwergen buiten de baan van Neptunus. Wie een nieuwe planetoïde of komeet ontdekte, moest die vondst altijd eerst bij Marsden melden. Via een speciale commissie van de IAU had Marsden ook tientallen jaren lang een grote invloed op de naamgeving van de kleine hemellichamen in het zonnestelsel. Op het gebied van nummers en namen van planetoïden was hij een wandelende encyclopedie. Vanaf begin jaren negentig heeft Marsden een krachtige lobby gevoerd voor het 'degraderen' van Pluto tot een dwergplaneet - een van de talloze ijsdwergen in de Kuipergordel. Hoewel dat bij sommige planeetonderzoekers kwaad bloed zette, heeft toch vrijwel iedereen warme herinneringen aan de altijd enthousiaste en vriendelijke astronoom. Op 24 augustus 2006, de dag waarop Pluto officieel zijn planeetstatus verloor, nam Marsden - vanwege een verslechterende gezondheid - ook afscheid als directeur van het Minor Planet Center. Planetoïde 1877, op 24 maart 1971 ontdekt door de Nederlandse sterrenkundige Ingrid van Houten, is naar Marsden genoemd.
Necrologie van Brian Marsden (Sky & Telescope)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 november 2010
Op 13 november is in zijn huis in San Gabriel, Californië, de Amerikaanse astronoom Allan Sandage overleden. Tot enkele maanden voor zijn dood was de inmiddels 84-jarige Sandage nog actief als onderzoeker. Sandage wordt gerekend tot de meest invloedrijke astronomen van de twintigste eeuw. Begin jaren vijftig was hij waarnemingsassistent van Edwin Hubble bij de sterrenwachten van Mount Wilson en Palomar. Na Hubble's overlijden in 1953 nam hij de leiding over diens kosmologische onderzoeksprogramma over. Ruim vijftig jaar lang heeft Sandage zich ingezet om het onderzoek van zijn illustere voorganger voort te zetten. Daarbij stond de bepaling van de uitdijingssnelheid - en daarmee ook de leeftijd - van het heelal centraal. Voor zijn grote wetenschappelijke bijdragen heeft Sandage tal van onderscheidingen ontvangen, waaronder de Britse Gold Medal en de Amerikaanse Bruce Medal - de hoogste onderscheidingen op het gebied van de sterrenkunde, waar geen Nobelprijs voor bestaat.
Meer informatie:
Carnegie Cosmologist Allan Sandage Dies
Wikipedia

15 november 2010
Deense en Tsjechische archeologen hebben in Praag de tombe geopend waarin het lichaam van de beroemde 16de-eeuwse astronoom Tycho Brahe ligt opgebaard. Doel is om erachter te komen waaraan Brahe precies overleden is. De dood van Brahe wordt doorgaans toegeschreven aan de complicaties van een gescheurde blaas. Deze zou hij hebben opgelopen nadat hij tijdens een koninklijk banket om protocollaire redenen de tafel niet kon verlaten. Het is nog onduidelijk in welke staat het stoffelijk overschot van Brahe verkeert. Ook in 1901 werd - ter gelegenheid van zijn 300ste sterfdag - Brahe's rust al eens verstoord, maar van die gebeurtenis rest alleen een tekstuele beschrijving van het skelet. Het is de bedoeling om het ditmaal grondiger aan te pakken. Als de tinnen grafkist van Brahe zonder risico uit de tombe kan worden verwijderd, zal deze worden overgebracht naar een laboratorium in Praag. In de kist hopen wetenschappers botresten en baardharen te vinden, die aan dna-onderzoek onderworpen kunnen worden. Zij hebben vier dagen de tijd voor hun onderzoek: daarna wordt Brahe (hopelijk definitief) teruggebracht naar zijn laatste 'rustplaats'.
Meer informatie:
Body of Danish Astronomer Tycho Brahe Exhumed from Tomb

12 november 2010
Het Koninklijke Eise Eisinga Planetarium in Franeker is, samen met acht andere kandidaten, voorgedragen als Nederlandse bijdrage aan de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Volgens de Commissie Herziening Voorlopige Lijst Werelderfgoed zijn de negen kandidaten van uitzonderlijke en universele waarde, en zijn zij in staat en bereid om het erfgoed te behouden en te beheren en bij te dragen aan het verhaal van het Nederlands Koninkrijk aan de rest van de wereld. Het Eisinga Planetarium is het oudste nog werkende planetarium ter wereld. Het is een nauwkeurig bewegend model van het zonnestelsel, tussen 1774 en 1781 gebouwd door de Friese wolkammer Eise Eisinga, die daarvoor zijn woonkamer opofferde. Het door Eisinga gebouwde astronomische uurwerk beweegt door middel van een indrukwekkend raderwerk van houten hoepels en schijven, met tienduizend handgesmede spijkers als tanden. Een slingerklok en negen gewichten drijven dit geheel aan. De overige kandidaten op de Voorlopige Lijst Werelderfgoed zijn het Bonaire Marine Park, de Maatschappij van Weldadigheid, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Noordoostpolder, het Plantagesysteem West Curaçao, Sanatorium Zonnestraal, het Teylers Museum en de Van Nelle-fabriek. De kandidaten zullen in de loop van de komende tien jaar daadwerkelijk bij UNESCO worden genomineerd als Werelderfgoed. In welke volgorde dat gebeurt, wordt bepaald door de beide staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en Economie, Landbouw en Innovatie.
Meer informatie:
Negen kandidaten op voordracht voor Voorlopige Lijst Werelderfgoed
Werelderfgoed Nederland

10 november 2010
De James Webb Space Telescope (JWST), beter bekend als de opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop, valt zeker dertig procent duurder uit dan verwacht. Dat is de conclusie van een onafhankelijke onderzoekscommissie die het JWST-project tegen het licht heeft gehouden. De commissie trekt de technische integriteit van het ontwerp van de nieuwe ruimtetelescoop niet in twijfel, maar stelt vast dat het project in financieel en organisatorisch opzicht een rommeltje is. Met name de opstellers van de JWST-begroting krijgen ervan langs. Deze begroting was gebaseerd op drijfzand en hield geen rekening met tegenvallers, waarvan sommige al van meet af aan bekend waren. Ook de NASA-leiding gaat niet vrijuit. Deze was in elk geval op de hoogte van een deel van de problemen, maar verzuimde in te grijpen. Waar doortastend handelen was vereist, werd slechts meer geld in het slecht georganiseerde project gepompt. De pas vorig jaar aangetreden NASA-directeur Charles Bolden onderschrijft de bevindingen van de commissie en is begonnen met de reorganisatie van het JWST-project. De onderzoekscommissie schat dat de lanceerkosten voor de JWST zeker 6,5 miljard dollar zullen bedragen - bijna anderhalf miljard dollar meer dan begroot. En dat bedrag gaat dan ook nog uit van een lancering die op zijn vroegst in september 2015 zal plaatsvinden - twee jaar later dan oorspronkelijk de bedoeling was. Waar NASA het extra geld vandaan wil halen, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Brief onderzoekscommissie
Verklaring NASA-directeur Charles Bolden
Volledig rapport Independent Comprehensive Review Panel

24 oktober 2010
Tijdens een bijeenkomst van Europese amateurastronomen die dit weekend in Groningen werd gehouden, heeft Georg Comello uit Roden een bijzondere onderscheiding ontvangen van de American Association of Variable Star Observers (AAVSO). De bijbehorende oorkonde werd overhandigd door sterrenkundige Arne Henden. Comello staat in de top 5 van de wereld met meer dan 150.000 waarnemingen van veranderlijke sterren, aldus Henden. En dat is gezien het klimaat in Nederland uitzonderlijk. De Europese waarnemers van veranderlijke sterren kwamen in Groningen bijeen vanwege het 50-jarig bestaan van de Nederlandse Werkgroep Veranderlijke Sterren, waar Comello al sinds de oprichting lid van is.
Meer informatie:
Werkgroep Veranderlijke Sterren
American Association of Variable Star Observers;

6 oktober 2010
Een ruimtewandeling is van zichzelf al spectaculair. Maar geprojecteerd op een bioscoopscherm zo groot als een half voetbalveld is het net of je er zelf bij bent. Dat ervoeren honderden bezoekers afgelopen maandag bij de première van de nieuwe IMAX-film Hubble in het Omniversum in Den Haag. De film gaat over de ruimtetelescoop die onze blik op het heelal rigoureus veranderde. Hubble werd gelanceerd in 1990 en in totaal vijf keer bezocht door astronauten voor reparaties en onderhoud. Stuk voor stuk uitdagende en kostbare missies waarbij vaak een IMAX-filmcamera aan boord was. Behalve beelden van de missies bevat de film ook materiaal dat de telescoop verzamelde. Van kleurrijke nevels waar op dit moment sterren en planeten worden geboren tot waarnemingen van de verste uithoeken van het heelal. De film Hubble draait dagelijks op verschillende tijden in het Omniversum.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

20 september 2010
Toekomstige ruimtemissies naar de verre planeten van ons zonnestelsel zullen mogelijk gebruik gaan maken van 'data-clippers'. Een vloot van deze kleine, bestuurbare ruimtevaartuigen, aangedreven door zogeheten zonnezeilen, kan een koeriersdienst gaan vormen voor het overbrengen van wetenschappelijke gegevens naar de aarde. Tot nog toe wordt bij de overdracht van gegevens van ruimtemissies steevast gebruik gemaakt van radioverbindingen. De snelheid waarmee dat gebeurt is echter beperkt, zelfs als er zeer grote antennes worden ingezet. Omdat toekomstige ruimtesondes steeds meer gegevens zullen opleveren, hebben technici van het commerciële ruimtevaartbedrijf Thales Alenia Space naar alternatieve oplossingen gezocht. Volgens hen ligt de sleutel bij het flash-geheugen zoals dat in consumentencamera's, mp3-spelers en steeds vaker ook in computers wordt gebruikt. Flash-geheugen maakt het relatief eenvoudig om kleine ruimtescheepjes van een grote opslagcapaciteit te voorzien. Deze data-clippers zouden als een soort postduiven door het zonnestelsel kunnen zwermen om gegevens van ruimtesondes op te halen en deze vervolgens op zonkracht in de buurt van de aarde te brengen en over te zenden. Op die manier kunnen in relatief korte tijd duizenden gigabytes aan gegevens worden overgebracht.
Meer informatie:
Data Clippers Set Sail To Enhance Future Planetary Missions

16 september 2010
Onderzoekers van de Princeton-universiteit zijn er in geslaagd om driedimensionale computermodellen te maken die meer inzicht geven in het verloop van een supernova-explosie. De simulaties zijn gebaseerd op het idee dat zo'n explosie niet de symmetrie van een bol vertoont, maar duidelijk asymmetrisch verloopt. Bij een supernova-explosie stort de kern van een zware ster die zonder brandstof is komen te zitten ineen. Op een zeker moment komt die instorting echter abrupt ten einde, wat wordt gevolgd door een naar buiten gerichte schokgolf die de buitenlagen van de ster de ruimte in blaast. In één klap komt daarbij net zo veel energie vrij als onze zon in de loop van haar hele leven produceert. Na afloop blijft alleen het uiterst compact restant van de kern over: een neutronenster of, in extreme gevallen, een zwart gat. In grote lijnen wordt de aanleiding tot de supernova-explosie wel goed begrepen. Maar wat er precies gebeurt zodra de ineenstorting van de kern tot stilstand komt, is nog onduidelijk. Omdat het verschijnsel zich nu eenmaal niet direct laat bestuderen, kan alleen worden geprobeerd om het proces met behulp van een computermodel zo goed mogelijk na te bootsen. Tot nog toe werd daarbij veelal gebruik gemaakt van één- of tweedimensionale modellen, die doorgaans echter geen realistische weergave van het verloop van de explosie opleverden. De Princeton-onderzoekers zeggen er, dankzij het inzetten van nog krachtigere supercomputers, echter in te zijn geslaagd om computersimulaties te maken die het waargenomen gedrag van supernova-explosies dicht benaderen. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van dezelfde wiskundige vergelijkingen die het gedrag van stromende vloeistoffen beschrijven - in feite dezelfde vergelijkingen die ook worden gebruikt bij het opstellen van weersverwachtingen en klimaatmodellen.
Meer informatie:
3-D computer simulations help envision supernovae explosions
Video: Envisioning supernovae explosions

7 september 2010
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), de Internationale Astronomische Unie (IAU) en UNESCO hebben vandaag het boek Postcards from the Edge of the Universe gepresenteerd. Dit Engelstalige boek, dat gratis als pdf-bestand kan worden gedownload, geeft een overzicht van de meest brandende kwesties waar astronomen zich momenteel mee bezighouden - van zonnevlekken tot zwarte gaten, planeten bij andere sterren, supernova's en donkere materie. Postcards bestaat uit een selectie van artikelen die zijn geschreven voor de astronomische weblog Cosmic Diary, een van de twaalf grote internationale projecten die in het kader van het Internationaal Jaar van de Astronomie 2009 werden georganiseerd. In 24 korte, rijk geïllustreerde artikelen geven de auteurs op toegankelijke wijze hun persoonlijke kijk op het onderzoeksgebied waar zij zich mee bezighouden. Postcards is ook in een papieren versie te bestellen.
Meer informatie:
Cosmic Diary Anthology Released as a Free Book
Postcards from the Edge of the Universe
Cosmic Diary

30 augustus 2010
Het verhaal van de ontdekking van de mysterieuze groene gaswolk, die is ontdekt door lerares Hanny van Arkel en internationaal bekend staat als 'Hanny's Voorwerp', is vereeuwigd in een Amerikaans stripboek. Hanny van Arkel en het team van wetenschappers, onder wie een aantal medewerkers van ASTRON, zijn als stripfiguren vereeuwigd in het onwaarschijnlijke, maar waargebeurde verhaal "Hanny and the mystery of the Voorwerp". De strip, die zowel op internet als in boekvorm zal verschijnen, wordt vrijdag 3 september in Atlanta (VS) officieel gepresenteerd tijdens 's werelds grootste science fictionbijeenkomst, 'DragonCon'. Hanny van Arkel zal deze wereldpremière bijwonen door middel van een live verbinding via internet. Het object, dat zo'n 700 miljoen lichtjaar van de aarde afstaat, werd in 2007 ontdekt door Hanny van Arkel, toen zij als vrijwilliger sterrenstelsels categoriseerde op de website van het Galaxy Zoo project. Zelf was ze nauwelijks amateur-sterrenkundige; ze had Galaxy Zoo, een online astronomieproject, gevonden via Queen's gitarist en afgestudeerd astrofysicus Brian May. Nadat ze de mysterieuze groene gaswolk, Hanny's Voorwerp genoemd, onder de aandacht had gebracht bij professionele astronomen, volgde een serie van onderzoeken met onder andere de Westerbork telescoop van ASTRON. Hierna kreeg het team zelfs toestemming om het Voorwerp te bekijken met de Hubble Space Telescope. Met steun van NASA en het Space Telescope Science Institute is uiteindelijk de strip geboren, om de hele wereld te laten zien wat ze hebben geleerd. Hanny van Arkel: "Het team heeft mij nauw betrokken bij de ontwikkeling van de strip en ik ben zeer tevreden over het resultaat. Het legt op een begrijpelijke manier uit wat ik heb ontdekt en het is erg mooi geworden." De tekst van de strip is geschreven door Mike Beatini, Pamela Gay, Bill Keel, Kelly McCullough, Mike Schoenberg en Jason en Jodi Thibeault. De tekeningen zijn van Elea Braasch en Chris Spangler.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Hanny's Voorwerp
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 augustus 2010
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft een deel van zijn historisch foto-archief op de interactieve website Flickr Commons geplaatst. De foto's waren al langer toegankelijk voor publiek op NASA's eigen website, maar via Flickr Commons krijgen bezoekers nu de gelegenheid om er korte beschrijvingen ('tags') en ander commentaar bij te plaatsen. Daardoor zijn specifieke foto's in de NASA-archieven in de toekomst gemakkelijker terug te vinden.
Meer informatie:
NASA, Internet Archive And Flickr Launch Historic Image Collection
NASA-foto's op Flickr Commons
NASA-beeldarchief
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 augustus 2010
Het derde European Sand Sculptures Festival in Noordwijk heeft dit jaar het thema âSpace Sculpturesâ. Het Noordwijkse technologiecentrum ESTEC van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA is vertegenwoordigd met de infraroodsatelliet Herschel en de Ariane 5-raket. Eén van de carvers die aan de Herschel-sculptuur werkt eindigde vorig jaar op de tweede plaats. Herschel werd samen met Planck in 2009 gelanceerd met een Ariane 5-raket vanuit Kourou in Frans Guyana. Herschel werd uitvoerig gestest in het technisch onderzoekscentrum ESTEC.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
European Sand Sculptures Festival
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 augustus 2010
Het populaire Amerikaanse sterrenkundemaandblad Sky & Telescope biedt het complete archief - vanaf het eerste nummer in november 1941 tot en met de jaargang 2009 - aan op DVD-ROM. Het gaat om 818 nummers, met in totaal 69.792 pagina's. Het archief is gemakkelijk doorzoekbaar, en in elk nummer kan eenvoudig gebladerd worden als in een gewoon papieren tijdschrift. Het digitale archief bestaat uit 10 DVD's en een CD met een volledige index. De standaard verkoopprijs bedraagt $ 299,- (ca. 232 euro); abonnees wordt een korting van $ 50,- aangeboden. Sky & Telescope is een van de meest toonaangevende tijdschriften op het gebied van (amateur)-astronomie.
Meer informatie:
Seven decades of astronomy at your fingertips
Bestel het digitale Sky & Telescope archief
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 augustus 2010
Promovendus Luuk van Barneveld van de TU Delft ontving vorige week deCOSPAR outstanding paper award for young scientists. Het comité voor ruimteonderzoek gaf de aanmoedigingsprijs voor Van Barnevelds onderzoek naar de baanbepaling van satellieten die in formatie vliegen, zoals de Amerikaanse GRACE-satellieten die het zwaartekrachtsveld van de aarde in kaart brengen. Van Barneveld maakt bij zijn beenbepalingsmethode onder andere gebruik van GPS-satellieten in een nog veel hogere baan. De 38e vergadering van de wetenschappelijke commissie voor ruimteonderzoek (COSPAR) vond plaats in Bremen, Duitsland van 18 tot 25 juli. Het is het grootste interdisciplinaire conferentie over ruimtewetenschap wereldwijd.
Meer informatie:
Interview met Luuk van Barneveld
GRACE
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 juli 2010
Ook in de Andes was gisteravond een oranje ondergang te zien. Van de verduisterde zon welteverstaan. Ongeveer op het moment dat in Johannesburg de finale van het WK-voetbal werd gespeeld, was in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan en in delen van Zuid-Amerika een totale zonsverduistering te zien. De mooiste waarnemingsplek was het het afgelegen Paaseiland, waar zich duizenden 'eclipstoeristen' hadden verzameld. Zij hadden meer geluk dan de Oranjesupporters in Johannesburg: de verduistering was in volle glorie waarneembaar. Ook vanaf cruiseschepen was het spectaculaire hemelverschijnsel goed zichtbaar. En zelfs in de Andes, waar de eclips zich tegen zonsondergang afspeelde, bleef de hemel tot het eind toe helder. Dat gaf de stralenkrans of corona van de verduisterde zon een spookachtig oranje tint. Symbolischer kan bijna niet.
Meer informatie:
Eclipstoeristen winnen op Paaseiland
Total Solar Eclipse Wows Skywatchers In South Pacific
Zonsverduistering.nl

7 juni 2010
De Leidse sterrenkundige prof. dr. M. (Marijn) Franx is één van de vier Spinoza-premiewinnaars die NWO vandaag bekendmaakte. Franx is hoogleraar astronomie aan de Leidse Sterrewacht en onderzoekt de vorming en evolutie van sterrenstelsels. De Spinozapremie is de hoogste Nederlandse onderscheiding in de wetenschap. Iedere laureaat ontvangt een subsidie van tweeënhalf miljoen euro. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) kent de Spinozapremie jaarlijks toe aan Nederlandse onderzoekers die tot de absolute (internationale) top behoren. Het is de vierde keer dat een Nederlandse astronoom de Spinozapremie krijgt. Marijn Franx bedrijft 'archeologie' van de kosmos. Hij bestudeert sterrenstelsels op grote afstand. Het licht van deze sterrenstelsels is zo lang onderweg geweest, dat het laat zien hoe deze stelsels eruitzagen op veel jongere leeftijd. Op die manier kan Franx bestuderen hoe sterrenstelsels en het heelal veranderen in de loop der tijd.Het licht van de verste sterrenstelsels heeft er 13 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken, zodat astronomen melkwegstelsels kunnen zien uit de periode dat het heelal minder dan 1 miljard jaar oud was.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

27 mei 2010
NASA-technici zijn er in geslaagd om de verre ruimtesonde Voyager 2, die drie weken geleden onbegrijpelijke berichten naar de aarde begon te zenden, te herstarten. De oorzaak van het probleem bleek in het 33 jaar oude computergeheugen te liggen: één enkel bitje was spontaan van 0 naar 1 gesprongen. De storing begon op 22 april, toen Voyager 2 bijna 14 miljard kilometer van de aarde verwijderd was. Van het ene moment op het andere lieten de wetenschappelijke gegevens die de ruimtesonde naar de aarde zond zich niet meer ontcijferen. Daarom werd drie weken geleden beschoten om Voyager 2 in 'spaarstand' te zetten. Inmiddels is de boordcomputer van de ruimtesonde gereset, en lijkt de ruimtesonde weer naar behoren te werken. Dat betekent dat er nu weer zinvolle gegevens over de randzone van ons zonnestelsel binnenkomen. Ook zustersonde Voyager 1, die nog iets verder de kosmische diepte in is gedoken, is nog in goede gezondheid.
Meer informatie:
NASA Revives Voyager 2 Probe at Solar System's Edge
Engineers Diagnosing Voyager 2 Data System

22 mei 2010
De Poolse sterrenkundige Nicolaus Copernicus is herbegraven in een tombe van de kathedraal van Frombork. De eervolle ceremonie stond in schril contrast met de kritische houding die de katholieke kerk eeuwenlang ten opzichte van hem innam. Copernicus leefde van 1473 tot 1543 en was in zijn tijd bepaald geen beroemd sterrenkundige. Dat kwam ongetwijfeld doordat zijn revolutionaire model van het zonnestelsel - dat niet langer de aarde, maar de zon als middelpunt had - pas in het jaar van zijn overlijden in druk verscheen. Hij kreeg een anoniem graf ergens onder de vloer van de kathedraal. In 2004 werd, na een lange zoektocht, alsnog de rustplaats van Copernicus gevonden. Uit een reconstructie van zijn gezicht en DNA-onderzoek bleek dat het inderdaad om de inmiddels zeer beroemd geworden geleerde ging. Hij is op dezelfde plek herbegraven, maar nu is het graf voorzien van een zwart-granieten steen die met een afbeelding van het zonnestelsel is versierd.
Meer informatie:
Astronomer Copernicus reburied as hero

17 mei 2010
Tijdens de Nederlandse Astronomen Conferentie te Cuijk (19-21 mei 2010) zal de Pastoor Schmeitsprijs voor Sterrenkunde worden uitgereikt aan prof. dr. Amina Helmi, verbonden aan het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, en aan dr. Joop Schaye, verbonden aan de Sterrewacht van de Universiteit Leiden. De prijs wordt eens in de drie jaar toegekend aan een Nederlandse astronoom, jonger dan 40, die in de voorafgaande drie jaar een wetenschappelijke bijdrage van uitzonderlijk belang heeft geleverd. Amina Helmi (1970), geboren in Argentinië met zowel de Argentijnse als de Nederlandse nationaliteit, houdt zich bezig met het ontstaan en de ontwikkeling van sterrenstelsels, met de nadruk op ons eigen Melkwegstelsel. Joop Schaye (1973), die zowel de Nederlandse als de Amerikaanse nationaliteit heeft, onderzoekt het ontstaan van sterrenstelsels en het intergalactische medium.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

17 mei 2010
De Willem de Graaffprijs 2010 is toegekend aan prof. dr. Vincent Icke, hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar kosmologie aan de Universiteit van Amsterdam. Deze prijs is primair bedoeld voor iemand die beroepsmatig werkzaam is in sterrenkunde en/of ruimte-onderzoek, en die daarnaast in bijzondere mate bijdraagt aan de popularisering van deze wetenschapsterreinen. De prijs ter grootte van 1500 euro wordt eenmaal in de drie jaar uitgereikt door Stichting 'De Koepel'. Naast zijn wetenschappelijk werk is Icke actief betrokken bij de wetenschapspopularisatie. Hij schrijft regelmatig in zowel dag-, week- en maandbladen en geeft ook publiekslezingen. Daarnaast verschenen van zijn hand diverse populair-wetenschappelijke boeken, zoals The Force of Symmetry, Krachten en recent De ruimte van Christiaan Huygens. Icke werkte mee aan tal van radio- en tv-programma's, waaronder HobbySkoop, TeleKids, De Vrolijke Wetenschap, Noorderlicht, NOVA, Teleac, Klokhuis, Jota!, de Nationale Wetenschapsquiz en De Wereld Draait Door. Hij is tevens beeldend kunstenaar en grafisch ontwerper.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

6 mei 2010
Er is een communicatieprobleem ontstaan met de ruimtesonde Voyager 2, die bezig is ons zonnestelsel te verlaten. Daarom heeft NASA de sonde de opdracht gegeven om voorlopig alleen korte statusberichten naar de aarde te zenden. De 33 jaar oude Voyager 2, die zich nu op een afstand van bijna 14 miljard kilometer bevindt, werkt volgens zijn eigen gegevens blijkbaar nog goed. Maar blijkbaar is er een eind april een probleem ontstaan in het systeem dat de door de sonde verzamelde wetenschappelijke gegevens voorbereidt voor verzending naar de aarde. Hierdoor laten de signalen die uiteindelijk hier aankomen zich niet meer decoderen. Het is nog onduidelijk of en hoe de storing verholpen kan worden. Gemakkelijk wordt dat hoe dan ook niet, want de commando's die van de aarde naar de Voyager 2 worden gezonden (en vice versa) doen er 13 uur over om de grote afstand te overbruggen.
Meer informatie:
Problem Detected with Voyager 2 Spacecraft at Edge of Solar System

6 mei 2010
Wetenschappers van het Max Planck Instituut voor Astrofysica in Garching (Duitsland) zijn er voor het eerst in geslaagd om een driedimensionaal computermodel te maken van een ontploffende zware ster. Het model volgt het verloop van de supernova-explosie van het prille begin tot enkele uren later (Astrophysical Journal, 10 mei 2010). Zware sterren eindigen hun bestaan met een explosie die ervoor zorgt dat de ster gedurende korte tijd evenveel energie uitzendt als een compleet stelsel van miljarden sterren. Al decennialang worden er computermodellen van deze extreme gebeurtenissen gemaakt, maar deze lieten om praktische redenen het verloop van de explosie slechts in één of twee dimensies zien. Maar nu is het dus gelukt om een compleet ruimtelijk model van een supernova te maken. Onderzoek laat zien dat de resultaten van het 3D-model duidelijk afwijken van die van de eerdere 'platte' modellen, die in feite maar een dunne uitsnede van de ontploffende ster nabootsten. Zo blijkt dat de reusachtige klonten metaalrijke materie die tijdens de explosie uit het diepe inwendige van de ster komen aanzienlijk grotere snelheden kunnen bereiken dan tot nog toe werd gedacht. Daarmee is het nieuwe model beter in overeenstemming met waarnemingen van echte supernova-explosies dan zijn voorgangers.
Meer informatie:
Wie Supernovae in Form kommen
Filmpje van het verloop van de explosie

27 april 2010
De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) heeft vier topwetenschappers, onder wie de Amsterdamse astronoom Michiel van der Klis, benoemd tot Akademiehoogleraar. De hoogleraren ontvangen elk een bedrag van één miljoen euro zodat zij zich volledig kunnen wijden aan innovatief onderzoek en de begeleiding van jonge onderzoekers. De benoeming geldt voor een periode van vijf jaar. Gedurende deze periode zijn Akademiehoogleraren door hun universiteit vrijgesteld van bestuurlijke verplichtingen. De universiteit herinvesteert minimaal devrijvallende salarislasten van de Akademiehoogleraar door jonge onderzoeksleiders te benoemen. Prof. Michiel van der Klis (UvA) is benoemd vanwege zijn revolutionaire onderzoek naar de röntgenstraling van dubbelsterren. Hij is een absolute wereldleider op het gebied van röntgenstraling van compacte objecten en heeft een intrigerend verband gelegd tussen zwarte gaten en neutronensterren - de twee meest extreme objecten in het heelal. Ook ontdekte hij met zijn groep de eerste röntgenster die vierhonderd maal per seconde om zijn as draait, een zogeheten millisecondepulsar.
Meer informatie:
KNAW benoemt Michiel van der Klis tot Akademiehoogleraar

9 april 2010
De Utrechtse astronome Selma de Mink is één van de 17 nieuwe postdocs binnen het prestigieuze Hubble Fellowship Programma. Met deze beurs gaat De Mink aan NASA's Space Telescope Science Institute (STScI) in Baltimore, VS, onderzoek doen aan de zwaarste sterren. De Mink promoveert maandag aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift over dubbelsterren, getiteld 'Stellar evolution at low metallicity under the influence of binary interaction and rotation'. Hoewel zware sterren vrij zeldzaam zijn, hebben ze een enorme impact op hun omgeving. Ze worden soms beschreven als 'engines of the cosmos'. Met hun grote lichtkracht en temperatuur verhitten ze omringende gaswolken, waarin lichtere sterren en hun planeten nog aan het vormen zijn. Met hun sterke sterrenwinden en tijdens de explosie aan het eind van hun leven blazen ze de buitenlagen van zich af, waarbij ze het omringende gas verrijken met elementen als zuurstof en ijzer. Hubble fellowships gaan meestal naar observationeel onderzoek, maar De Mink gaat de samensmeltende zware sterren benaderen vanuit een theoretische kant. Huidige studies van samensmeltende sterren kijken meestal naar individuele gevallen. De Mink gaat kijken naar de effecten op grote schaal. 'Alleen op die manier kunnen we een grote stap maken in het begrijpen van zware sterren, en hun rol in de evolutie van het universum', aldus De Mink.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Het promotieonderzoek van Selma de Mink
Homepage Selma de Mink

1 april 2010
Ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de Hubble Space Telescope, die op 20 april 1990 werd gelanceerd, heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een eigen fotoboek over de succesvolle ruimtetelescoop geproduceerd. Hubble - A Journey Through Space and Time is geschreven door Ed Weiler, een van de topmensen binnen NASA's wetenschapsprogramma, en uitgegeven door uitgeverij Abrams Books.
Meer informatie:
NASA Releases Stunning Hubble Telescope 20th Anniversary Book
Informatie over het boek op de website van de uitgever
Bestelpagina bij Amazon.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 maart 2010
Om zes minuten over één dinsdagmiddag zijn de eerste botsingen waargenomen tussen extreem energierijke deeltjes - sterk versnelde kernen van waterstofatomen - in de Large Hadron Collider (LHC), de grote nieuwe deeltjesversneller van het Europese onderzoekslaboratorium CERN bij Genève. Daarmee is, na aanvankelijke opstartproblemen, eindelijk het wetenschappelijk onderzoeksprogramma van de LHC van start gegaan. Nooit eerder zijn deeltjesbotsingen met zulke hoge energieën (7 tera-elektronvolt) gerealiseerd. Verschillende grote detectoren, waaronder het ATLAS-experiment waaraan Nederland een belangrijke bijdrage levert, zullen de komende weken, maanden en jaren enorme hoeveelheden meetgegevens opleveren, waaruit natuurkundigen informatie hopen te verkrijgen over de fundamentele aard van alle materie in het heelal. De hoop is dat de LHC-metingen ook nieuw licht werpen op het raadsel van de donkere materie, op het ontbreken van antimaterie in het heelal, en op de oorsprong van de massa van bekende deeltjes. Revolutionaire resultaten worden echter pas op z'n vroegst over enkele jaren verwacht.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht CERN (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 maart 2010
De geboorte van de allerzwaarste sterren - sterren die tien tot honderd keer zo zwaar zijn als onze zon - stelt sterrenkundigen al decennialang voor een raadsel. Sterren ontstaan als een grote gaswolk in de ruimte onder zijn eigen gewicht samentrekt. Zodra de dichtheid en temperatuur in het centrum van de gaswolk hoog genoeg zijn, begint waterstof tot helium te fuseren, en gaat de ster stralen. De zwaarste sterren ontbranden echter al terwijl de gaswolk nog aan het samentrekken is. De intense ultraviolette straling die daarbij vrijkomt zou het omringende gas moeten wegblazen, waardoor de verdere aangroei van de ster wordt voorkomen. Maar dat laatste gebeurt klaarblijkelijk niet. Computersimulaties door Duitse, Amerikaanse en Mexicaanse wetenschappers geven daar een verklaring voor. In de gaswolk waarin een zware ster geboren wordt, ontstaan onder invloed van de zwaartekracht draderige structuren waar de gasdichtheid hoger is dan elders. Steeds als de ster door zo'n filament heen trekt, schermt deze het gas in de omgeving af tegen de intense straling van de ster-in-wording. En daardoor kan de groei van de ster nog doorgaan terwijl hij al ontvlamd is.
Meer informatie:
Simulations solve a 20-year-old riddle about why nebulae around masssive stars don't disappear

28 februari 2010
De zeer zware aardbeving die in de nacht van 26 op zaterdag 27 februari plaatsvond in Chili heeft geen grote gevolgen gehad voor de verschillende locaties van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht. Wel viel op de locatie La Silla de stroom uit, waardoor de waarnemingen moesten worden afgebroken. De berg Paranal, waar de Very Large Telescope staat, en de Chajnantor-hoogvlakte, waar de ALMA-radiotelescoop verrijst, ondervonden helemaal geen hinder. Voor wie de kaart van Chili een beetje kent, zal dit niet als een verrassing komen. La Silla ligt ruwweg duizend kilometer ten noorden van het epicentrum van de aardbeving, en Paranal en Chajnantor nog aanzienlijk noordelijker. De aardbeving in Chili was de op zes na zwaarste aardbeving die ooit is geregistreerd.
Meer informatie:
No Damage to ESO Observatories

19 februari 2010
Met First Light presenteert fotografiemuseum Huis Marseille in Amsterdam voor het eerst een grote tentoonstelling over fotografie en astronomie, waarin bijzondere historische foto's worden gecombineerd met de meest spectaculaire beelden van bekende telescopen op aarde en in de ruimte. In samenwerking met de Stichting Academisch Erfgoed (SAE) en de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) heeft Huis Marseille de afgelopen jaren een inventarisatie gemaakt van het fotografisch astronomisch erfgoed in Nederlandse universitaire en museale collecties. Hierin zijn vrijwel alle internationale topstukken op dit gebied terug te vinden. Deze indrukwekkende en soms ontroerende foto's zijn tegenwoordig alleen nog bekend bij een handjevol liefhebbers. Toch is hun invloed op de wetenschappelijke ontwikkeling en promotie van het vak niet te onderschatten. De indeling van de tentoonstelling volgt de structuur van het heelal. Te beginnen dichtbij, met foto's van de zon en de maan, om vervolgens via ons zonnestelsel, de Melkweg en andere sterrenstelsels ver weg te eindigen met kosmologie en de beelden die dichtbij de oerknal liggen. Op deze manier maakt de bezoeker niet alleen losjes een reis door de geschiedenis van de fotografie van verleden naar heden (want de eerste foto's werden van de maan en de zon gemaakt), maar ook in tegenovergestelde richting door de tijd (want hoe verder weg hoe langer geleden). Daardoor wordt de relatie tussen ruimte en tijd eveneens visueel inzichtelijk gemaakt.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Website van Huis Marseille

17 februari 2010
Experimenten in vliegtuigen en raketten hadden al aangetoond dat de zwaartekracht klokken langzamer doet tikken - precies zoals de algemene relativiteitstheorie van Einstein dat voorspelt. Een nieuw experiment met een atoominterferometer van de universiteit van Californië in Berkeley heeft dit nog eens bevestigd, en wel met een nauwkeurigheid die 10.000 keer zo groot is als bij eerdere tests (Nature, 18 januari). Bij het experiment is gebruik gemaakt van een kwantummechanisch principe, namelijk dat atomen gelijktijdig eigenschappen van zowel deeltjes als golven vertonen. De cesiumatomen die bij het experiment zijn gebruikt, kunnen worden voorgesteld als golven die 30 miljoen miljard miljard keer per seconde op- en neergaan (oscilleren). Als zo'n atoom/golfpakketje met een flits laserlicht wordt bestookt, zijn er twee mogelijkheden. In het ene geval wordt het atoom een tiende millimeter omhoog geduwd, waardoor het een heel klein beetje minder aantrekkingskracht van de aarde ondervindt. In het andere geval blijft het op zijn plek, dichter bij de aarde dus, waar de tijd een heel klein beetje minder snel verstrijkt. De Californische onderzoekers hebben gemeten wat dit kleine verschil betekent voor de oscillaties van de cesiumatomen. En het resultaat komt tot op ongeveer acht plaatsen achter de komma overeen met de voorspelling van Einsteins theorie.
Meer informatie:
Most precise test yet of Einstein's gravitational redshift

12 februari 2010
De Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie gaat dit jaar met een reizend planetarium haar activiteiten in het voortgezet onderwijs uitbreiden. Het planetarium is een onderdeel van NOVA-lab, een serie sterrenkunde-practicum-boekjes voor zowel de onder- als bovenbouw van het HAVO/VWO, die in de loop van 2010 verschijnt. Het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen heeft eenzelfde planetarium aangeschaft. De RuG gaat de drie noordelijke provincies 'bedienen'. Het planetarium bestaat uit een opblaasbare koepel met een hoogte van 3,5 meter en een doorsnede van 6 meter. Er wordt gebruik gemaakt van digitale planetarium-software, waarmee tijdens live-shows de sterrenhemel 'full dome' in HD-kwaliteit op de koepel kan worden geprojecteerd. Er kan worden ingezoomd op bijzondere objecten in het heelal, zoals planeten uit het zonnestelsel en exotische bronnen als supernova's en zwarte gaten. Doordat de projectie over de gehele koepel plaatsvindt, krijgen de bezoekers het idee zelf door het heelal te reizen. Daarnaast worden speciale documentaires en films gedraaid. Een aantal is door NOVA aangepast voor de Nederlandse markt.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

2 februari 2010
De regering van de VS heeft een streep gezet door de bestaande plannen voor de vervanging van de spaceshuttle en de terugkeer van de mens naar de maan. Hoewel deze beslissing nog door de Amerikaanse volksvertegenwoordiging moet worden goedgekeurd, lijkt daarmee een einde te zijn gekomen aan het zogeheten Constellation-programma. De belangrijkste elementen van dat programma waren de nieuwe ruimtecapsule Orion, de draagraketten Ares 1 en 5 en de maanlander Altair. In het licht van het 1,26 biljoen dollar grote begrotingstekort dat voor 2011 wordt verwacht, acht president Obama het ongepast om door te gaan met de peperdure plannen voor bemande vluchten naar de maan, om nog maar te zwijgen van Mars. Afgaande op de reactie van NASA-topman Charlie Bolden krijg je niet de indruk dat het Amerikaanse ruimteagentschap erg rouwig is over deze beslissing. De ambitieuze maanplannen van de regering Bush legden een zware druk op alle overige NASA-activiteiten, en de ontwikkeling van de Ares-raketten verliep - op z'n zachtst gezegd - toch al niet vlekkeloos. Bolden omschrijft de opgelegde koersverandering dan ook slechts als een 'grote uitdaging'. In de nieuwe Amerikaanse ruimteplannen is een belangrijke rol weggelegd voor aardgericht ruimteonderzoek en het internationale ruimtestation ISS, dat minimaal tot 2020 in bedrijf moet worden gehouden. Omdat nog dit jaar de laatste vlucht met een spaceshuttle plaatsvindt, betekent dit dat NASA bij het transport van mensen en goederen naar het ruimtestation voorlopig afhankelijk zal zijn van anderen. Aanvankelijk zullen dat vooral Russische Sojoez-capsules zijn, maar daarnaast zullen in samenwerking met commerciële partijen nieuwe transportmiddelen worden ontwikkeld, die de kosten van de bevoorrading en uitbreiding van het ISS moeten drukken. Het geld dat vrijkomt door het schrappen van de maanplannen zal deels worden gebruikt om het Amerikaanse ruimtevaartprogramma drastisch de moderniseren. Zo zal onder meer onderzocht worden hoe de planeet Mars sneller bereikt kan worden, en of er ook minder kostbare bemande vluchten naar de maan, planetoïden en Mars mogelijk zijn. Daarbij zal nadrukkelijk naar internationale samenwerking en financiering worden gestreefd.
Meer informatie:
A New Era of Innovation and Discovery

28 januari 2010
Op 26 januari is in Californië de markante Britse sterrenkundige Geoffrey Burbidge overleden. Burbidge, die veel samenwerkte met zijn vrouw Margaret, heeft cruciale bijdragen geleverd aan het onderzoek naar de vorming van zware chemische elementen in sterren. Maar de laatste decennia maakte hij vooral naam met zijn bijzondere denkbeelden over zogeheten actieve sterrenstelsels en de evolutie van het heelal. Samen met collega Fred Hoyle en anderen hing hij de zogeheten steady state-theorie aan, die zegt dat het heelal niet uitdijt, maar stationair is. Volgens Burbidge zijn quasars veel minder ver van ons verwijderd dan de meeste sterrenkundigen denken. Het zouden niet de extreem heldere kernen zijn van verre sterrenstelsels die zich - ten gevolge van de uitdijing van het heelal - met grote snelheid van ons verwijderen, maar objecten bestaande uit nieuwe materie, die door betrekkelijk nabije sterrenstelsels zijn uitgestoten. Deze laatste theorie heeft nooit veel aanhang gekregen. Maar Burbidge wordt alom geroemd als een bekwaam waarnemer en theoreticus.
Meer informatie:
Renowned UC San Diego Astrophysicist and Astronomer Dies at 84

21 januari 2010
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Chinese Academy of Science (CAS) ondertekenden op 20 januari 2010 een overeenkomst om hun samenwerking op het gebied van de astronomie verder uit te breiden. Dit zorgt voor een nauwere band tussen een van de grootste sterrenwachten van China, de Shanghai Astronomical Observatory (ShAO), en het JIVE-instituut in Dwingeloo, dat data van radiotelescopen wereldwijd combineert tot één grote virtuele telescoop. Veel stafleden van ShAO, waaronder ook de huidige directeur, professor Xiaoyu Hong, volgden al eerder een training bij JIVE. Gezamenlijk gaan ze werken aan de verdere ontwikkeling van correlatoren: supercomputers die rekenkracht leveren om data van verschillende radiotelescopen te combineren en analyseren. Deze techniek, een van de specialiteiten van de Chinese wetenschappers, levert beelden met een hoge resolutie en groter bereik, waarmee astronomen de hemel beter in kaart kunnen brengen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Website Shanghai Observatory

7 januari 2010
Sterrenkundigen van het Max Planck Instituut voor Astrofysica in Garching (Duitsland) hebben aangetoond dat er meer dan één manier is om een supernova-explosie van type Ia te verkrijgen. Ook botsingen tussen twee witte dwergsterren van ruwweg gelijke massa blijken dit soort ontploffingen te kunnen veroorzaken (Nature, 7 januari). Doorgaans wordt gesteld dat supernovae van type Ia ontstaan als een witte dwergster een kritieke hoeveelheid materie van een begeleidende normale ster heeft opgeslokt. Maar sommige onderzoekers twijfelen aan dit standaardscenario en zijn op zoek naar alternatieve verklaringen. Eén daarvan is de botsing tussen twee om elkaar draaiende witte dwergsterren die elkaar steeds dichter zijn genaderd. Computersimulaties van zo'n botsing gaven tot nog toe echter niet het gewenste resultaat te zien. Uit de nieuwe Duitse computersimulatie is nu gebleken dat er wél een supernova-explosie optreedt als beide witte dwergen ongeveer even zwaar zijn. Volgens de onderzoekers is het echter niet waarschijnlijk dat dit alternatieve scenario álle supernovae van type Ia kan verklaren.
Meer informatie:
Violent explosions in space

4 januari 2010
Met ingang van 4 januari is John Grunsfeld adjunct-directeur van het Space Telescope Science Institute (STScI) in Baltimore. Het STScI is het instituut dat de wetenschappelijke activiteiten rondom de Hubble-ruimtetelescoop en de toekomstige James Webb-ruimtetelescoop regelt. Grunsfeld heeft in zijn carrière als astronaut vijf ruimtevluchten gemaakt, waaronder drie onderhoudsmissies naar de Hubble-ruimtetelescoop (in 1999, 2002 en 2009). Hij is alles bij elkaar 835 uur in de ruimte geweest.
Meer informatie:
Astronaut John Grunsfeld Appointed STSCI Deputy Director

vervolg archief diversen