In deze rubriek komen aan bod: exoplaneten (planeten die rond andere sterren dan de zon draaien), het planeetvormingsproces (stofschijven e.d.), en de speurtocht naar buitenaardse beschavingen (SETI).

18 januari 2012
Astronomen hebben een geheimzinnige ring van koolmonoxide-gas ontdekt rond de jonge ster V1052 Centauri, die zich op een afstand van ongeveer 700 lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus bevindt. De ring maakt deel uit van de protoplanetaire schijf rond de ster en is ongeveer net zo ver van deze verwijderd als de aarde van de zon. De met de Europese Very Large Telescope ontdekte gasring is opmerkelijk scherp begrensd.Koolmonoxide wordt wel vaker waargenomen bij jonge sterren, maar doorgaans is het gas over de hele protoplanetaire schijf verdeeld. Waarom het in dit geval een dunne ring is, is nog onduidelijk. Eén mogelijkheid is dat zich aan binnen- en buitenkant van de ring een planeet bevindt die het gas bijeendrijft, ongeveer zoals de 'herdersmaantjes' delen van het ringenstelsel van de planeet Saturnus in bedwang houden. Een andere mogelijkheid is dat de ring in stand wordt gehouden door magnetische velden. V1052 Cen onderscheidt zich door een opvallend sterk magnetisch veld en een extreem trage rotatie. In hoeverre die factoren van invloed kunnen zijn op de protoplanetaire schijf rond de ster moet nog blijken.
Meer informatie:
Gaseous ring around young star raises questions

17 januari 2012
In de jaren negentig ontdekten sterrenkundigen met de Hubble Space Telescope protoplanetaire schijven rond pasgeboren sterren in de Orionnevel. Zulke 'protoplanetary disks' (kortweg 'proplyds' genoemd) zijn schijven van gas en stof waaruit planetenstelsels kunnen ontstaan. Nu zijn vergelijkbare structuren ook ontdekt in het stervormingsgebied Cygnus OB2, in het sterrenbeeld Zwaan. Dit stervormingsgebied ligt op een grotere afstand dan de Orionnevel, en bevat ook meer sterren. De proplyds in Cygnus OB2 zijn bovendien groter dan in Orion. Ze vertonen langgerekte 'staarten', die vermoedelijk ontstaan door de energierijke sterrenwinden van nabijgelegen reuzensterren. Mogelijk gaat het om een soort tussenvorm tussen interstellaire stofwolken die geërodeerd worden door stralingsverdamping ('evaporating gaseous globules', ofwel EGGs) en 'echte' protoplanetaire schijven.
Artikel op Universe Today
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 januari 2012
Amerikaanse astronomen hebben drie kleine planeten buiten ons zonnestelsel opgespoord. De ontdekking van de drie exoplaneten - de kleinste tot nu toe - is bekendgemaakt tijdens de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin (Texas). De drie rotsachtige planeten cirkelen om dezelfde ster: de rode dwerg KOI-961. Ze variëren in afmetingen van 0,57 tot 0,87 maal de middellijn van de aarde. Tot nu toe waren nog maar een stuk of vier planeten van vergelijkbaar kleine omvang bekend. Hoewel het drietal tot de 'aardse' planeten wordt gerekend, zijn ze alles behalve leefbaar. Ze zijn slechts ongeveer anderhalf miljoen kilometer van hun moederster verwijderd, en hebben daardoor oppervlaktetemperaturen van 200 tot 500 graden Celsius. De planeten doen minder dan twee dagen over een rondje om hun ster. Ook KOI-961 zelf is een onderdeurtje: ze is slechts zeventig procent groter dan de planeet Jupiter. Daarmee is dit planetenstelsel het kleinste dat we kennen.
Meer informatie:
Smallest Solar System Found
Astronomers Find Three Smallest Exoplanets
Smallest Exoplanets - The Barnard's Star Connection
NASA's Kepler Mission Finds Three Smallest Exoplanets

11 januari 2012
Astronomen hebben met de Amerikaanse Kepler-satelliet een planeet ontdekt bij twee dubbelsterren in het sterrenbeeld Zwaan (Nature, 12 januari). Daarmee komt het totale aantal 'circumbinaire' planeten op drie - in september 2011 werd namelijk ook al zo'n planeet met twee zonnen opgespoord. De nieuwe ontdekkingen tonen aan het helemaal niet zo uitzonderlijk is dat er planeten om een dubbelster cirkelen. Alleen al in ons eigen melkwegstelsel kunnen er vele miljoenen van bestaan. Nog niet zo lang geleden dachten astronomen dat de directe omgeving van een dubbelster te chaotisch zou zijn voor de vorming van planeten. De twee dubbelsterren in de Zwaan waar een planeet om cirkelt hebben de aanduidingen Kepler-34 en Kepler-35. De beide sterren van Kepler-34 zijn vergelijkbaar met de zon, die van Kepler-35 zijn iets kleiner. Hun onderlinge afstanden zijn van de orde van zestig miljoen kilometer: de beide dubbelsterren zouden dus ruimschoots binnen de omloopbaan van Mercurius, de binnenste planeet van ons zonnestelsel, passen. De planeten die om de twee dubbelsterren cirkelen, Kepler-34b en Kepler-35b, zijn qua grootte vergelijkbaar met de planeet Saturnus. Hoewel ze tamelijk cirkelvormige banen met omlooptijden van respectievelijk 289 en 131 dagen volgen, zal het klimaat op de twee planeten nogal wisselend zijn. Door de onderlinge bewegingen van hun moedersterren zal de hoeveelheid energie die de planeten ontvangen immers flink variëren.
Meer informatie:
Kepler discovery establishes new class of planetary systems
Planets with double suns are common
NASA's Kepler mission and UF astronomer find 2 new planets orbiting double suns

11 januari 2012
Een internationaal team van astronomen heeft statistisch onderzocht hoe algemeen planeten in ons melkwegstelsel zijn. Na zes jaar onderzoek, waarbij miljoenen sterren zijn gevolgd, komen de astronomen tot de conclusie dat er voor elke ster minstens één planeet is (Nature, 12 januari). De meeste planeten buiten ons zonnestelsel zijn gevonden door het effect van de zwaartekrachtsinvloed van de planeet op zijn moederster te detecteren of door de planeet te betrappen op het moment dat hij voor zijn ster langs beweegt en deze gedeeltelijk verduistert. Met deze technieken worden vooral planeten gevonden die ofwel zwaar zijn ofwel op kleine afstand om hun ster cirkelen (of allebei). Veel planeten worden zo dus niet opgemerkt. Bij het nieuwe onderzoek is een compleet andere methode gebruikt: 'gravitationele microlensing'. Daarmee kunnen planeten van sterk uiteenlopende massa's worden opgespoord, óók op grote afstanden van hun moederster. Bij deze techniek wordt gebruik gemaakt van het feit dat het zwaartekrachtsveld van een ster als een soort lens fungeert die het licht van een achtergrondster kan versterken. Wanneer er om de ster die als lens fungeert een planeet draait, kan deze een waarneembare bijdrage leveren aan het verhelderende effect op de achtergrondster. De techniek is dus wel afhankelijk van het toevallig op één lijn staan van een 'lens-ster' en een achtergrondster. Om op dat moment een planeet te kunnen ontdekken, moet de planeetbaan bovendien de juiste oriëntatie hebben. Hoewel deze beperkingen tot gevolg hebben dat het opsporen van een planeet via microlensing verre van eenvoudig is, hebben de astronomen zowaar drie exoplaneten ontdekt: een planeet die enkele malen zwaarder is dan de aarde (een 'superaarde') en planeten van het kaliber Neptunus en Jupiter. Dat er drie planeten zijn opgespoord, kan twee dingen betekenen: ofwel dat de astronomen ongelooflijk veel geluk hebben gehad, ofwel dat planeten in de Melkweg dermate talrijk zijn dat de ontdekkingen bijna onvermijdelijk waren. Voor een statistische analyse hebben de astronomen de gegevens van de drie planeetdetecties gecombineerd met zeven eerdere detecties plus het enorme aantal non-detecties in de gegevens van de afgelopen zes jaar (voor de statistische analyse zijn non-detecties net zo belangrijk als de eigenlijke detecties). De conclusie is dat sterren gemiddeld 1,6 planeet hebben, en dat zware planeten (kaliber Jupiter) aanzienlijk schaarser zijn dan lichte (superaardes).
Meer informatie:
Planeten in overvloed
A Wealth of Habitable Planets in the Milky Way
Milky Way Contains at Least 100 Billion Planets

9 januari 2012
Astrofysici van de Universiteit van Texas te Arlington willen de discussie over de recent ontdekte planeet bij de dubbelster Kepler-16 een bijzonder vervolg geven. Volgens de wetenschappers zou zich in hetzelfde stelsel ook een leefbare wereld kunnen bevinden - niet als zelfstandige planeet, maar als maan van de grote gasplaneet Kepler-16b. De ontdekking van Kepler-16b deed in september 2011 nogal wat stof opwaaien. Het feit dat de planeet om een dubbelster draait, deed namelijk denken aan de fictieve planeet Tatooine - de geboortewereld van Luke Skywalker, hoofdpersoon van de Star Wars-films. Volgens de Texaanse astrofysici zouden er in het dubbelstersysteem in principe twee leefbare zones kunnen zijn - gebieden waar planeten een zodanige temperatuur kunnen hebben dat er vloeibaar water kan bestaan én een stabiele baan kunnen volgen. De ene is de zone buiten de baan van Kepler-16b, maarin dat geval zou de atmosfeer van een eventuele planeet aanzienlijke hoeveelheden broeikasgas moeten bevatten om de juiste temperatuur te hebben. De andere leefbare zone is de directe omgeving van Kepler-16b zelf. Als er om deze grote gasplaneet manen wentelen, zouden ook dat leefbare werelden kunnen zijn.
Meer informatie:
Scientists Searching For Earth-Type Planets Should Consider Two-Star System

5 januari 2012
Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen, of de eerste ontdekkingen van planeten buiten ons zonnestelsel stromen alweer binnen. Astronomen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics hebben met een netwerk van telescopen op aarde (HATNet) vier hete, Jupiterachtige planeten ontdekt die op geringe afstand om even zovele sterren draaien. Ze hebben hun bestaan verraden doordat ze met tussenpozen van slechts enkele dagen vanaf de aarde gezien voor hun moederster langs trekken, waardoor de helderheid van de ster eventjes vermindert. Eind 2011 bedroeg het totale aantal exoplaneten dat is opgespoord 716. Daarnaast is er nog een lijst van 2326 kandidaat-planeten, veelal ontdekt met de Kepler-satelliet, waarvan het bestaan middels vervolgwaarnemingen bevestigd moeten worden. De verwachting is dat het aantal bekende exoplaneten de komende jaren steeds sneller zal oplopen. De volgende toevoegingen worden al volgende week verwacht, tijdens de jaarlijkse winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas.
Meer informatie:
Four New Exoplanets to Start Off the New Year!
Exoplanets, Supernovae, High-Energy Sky, New Images Among NASA News Highlights at American Astronomical Society Meeting

21 december 2011
Astronomen hebben twee kleine planeten ontdekt die om een ziedend hete, stervende ster cirkelen. Hun afstanden tot de ster zijn dermate gering, dat ze zich lange tijd binnen de atmosfeer van de ster moeten hebben bevonden, toen deze tot een 'rode reus' was opgezwollen. Vermoedelijk gaat het om de schamele restanten van twee Jupiter-achtige planeten (Nature, 22 december). Als onze zon over ongeveer vijf miljard jaar het einde van haar leven nadert, zal zij zo ver opzwellen dat de binnenste planeten van het zonnestelsel - Mercurius, Venus, de aarde en Mars - door haar worden opgeslokt. Voor kleine planeten als de onze betekent een langdurig verblijf in de atmosfeer van een ster het definitieve einde. Maar het planetenstelsel van KOI 55 bewijst dat dit niet voor alle planeten hoeft te gelden. Deze ster is het rodereuzenstadium al gepasseerd, maar toch cirkelen er nog twee planeten om haar heen, die nog steeds flink worden geroosterd. De twee planeten, die iets kleiner zijn dan de aarde, zijn waarschijnlijk overblijfselen van twee gasreuzen - planeten die voor het overgrote deel uit gassen bestaan. Dat gas zijn ze kwijtgeraakt, maar hun harde kernen hebben het inferno blijkbaar overleefd. Ook van hun moederster is niet veel meer over. De voormalige rode reus is bijna al zijn buitenlagen kwijtgeraakt. De astronomen vermoeden dat de half-opgeslokte planeten daarbij een handje helpen geholpen.
Meer informatie:
Astronomers discover deep-fried planets
Discovery of 2 Earth-size planets raises questions about the evolution of stars
http://www.news.iastate.edu/news/2011/dec/KeplerPlanets

20 december 2011
Rond de 950 lichtjaar verre ster Kepler-20 draait inderdaad een planeet die kleiner is dan de aarde. Dat heeft een internationaal team van astronomen vandaag bekendgemaakt via de website van het tijdschrift Nature en een persconferentie van NASA. De 'mini-aarde', die dertien procent kleiner is dan onze planeet, is ontdekt met de satelliet Kepler. Rond dezelfde ster draait ook een planeet die ongeveer net zo groot is als de aarde, evenals drie grotere planeten. Kepler-20 verscheen in februari 2011 op de lijst van sterren met kandidaat-planeten die met de NASA-satelliet zijn opgespoord. Met 'kandidaat-planeet' wordt bedoeld dat Kepler wel periodieke helderheidsdipjes heeft waargenomen in het licht van de ster, maar dat nog niet met zekerheid vaststaat dat die dipjes ook werkelijk door een planeet worden veroorzaakt. Begin december konden de astronomen al bevestigen dat drie van de vijf kandidaat-planeten van Kepler-20 echt bestaan. Deze drie, die twee- tot driemaal zo groot zijn als de aarde, kregen de 'namen' Kepler-20b, -20c en -20d. En nu zijn daar officieel ook de kleine planeten Kepler-20e en -20f bij gekomen. Volgens de ontdekkers bestaan de laatste twee net als de aarde uit een forse ijzerkern die omgeven is door een dikke mantel van gesteente. Beide planeten zijn extreem heet, omdat ze op afstanden van slechts acht, respectievelijk achttien miljoen kilometer om hun moederster cirkelen. Een atmosfeer hebben ze dus vrijwel zeker niet.
Meer informatie:
First Earth-Sized Planets Found
NASA NASA Discovers First Earth-Size Planets Beyond Our Solar System
Kepler Discovers Earth-size Exoplanets
First 'Mini-Earth' May Have Been Spotted

7 december 2011
Voor het eerst is het bestaan bevestigd van een exoplaneet die kleiner is dan de aarde. De planeet, met de voorlopige aanduiding KOI-70.04, draait samen met vier grotere planeten op kleine afstand rond een ster die veel op de zon lijkt. De omlooptijd is 6,1 dagen; de afstand van de planeet tot de ster bedraagt nog geen tien miljoen kilometer, en de oppervlaktetemperatuur ligt waarschijnlijk rond de 600 graden Celsius. KOI-70.04 staat sinds feburari 2011 al op de lijst van 'kandidaat-planeten', samen met drie andere planeten in het stelsel. In juni werd nummer vijf ontdekt. Met een kandidaat-planeet wordt bedoeld dat Kepler wel periodieke helderheidsipjes heeft waargenomen in het licht van de ster, maar dat nog niet met zekerheid vaststaat dat het inderdaad om een planeet gaat. Voor de drie grootste planeten in het stelsel is dat inmiddels wél bevestigd. Ze heten nu officieel Kepler-20b, 20c en 20d. Hun eigenschappen werden dinsdag gepresenteerd op de First Kepler Science Conference in Californië. De twee kleinere planeten, voorlopig nog KOI-70.04 en KOI-70.05 geheten, zijn vrijwel zeker ook 'gevalideerd'. Francois Fressin van het Harvard-Smithsonian Center of Astrophysics wil er nog geen details over kwijt, maar heeft wel een artikel in druk dat begin volgend jaar in Nature verschijnt. Dat zou nooit het geval zijn als het bestaan van deze planeten niet ook bevestigd was. Bovendien zijn er sterke statistische argumenten dat kandidaatplaneten in multi-planetenstelsels, zoals Kepler-20, vrijwel zonder uitzondering 'echte' planeten moeten zijn, aldus Jack Lissauer van NASA's Ames Research Center. KOI-70.04, die binnenkort waarschijnlijk zal worden omgedoopt in Kepler-20e, is volgens Fressin 'verreweg de kleinste exoplaneet' die tot nu toe is gevonden. De middellijn bedraagt naar schatting een kleine 11.000 kilometer - 85% van de middellijn van de aarde.
Artikel over Kepler-20 op www.sciencenow.org
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 december 2011
Volgens onderzoekers van de Ohio State University zouden er in het heelal grote, zware planeten kunnen voorkomen die voor meer dan de helft uit koolstof bestaan, in de vorm van diamant. Dat concluderen Wendy Panero en Jason Kabbes op basis van laboratoriumexperimenten waarbij mengsels van ijzer, koolstof en zuurstof onder extreem hoge druk werden gebracht (65 gigapascal, vergelijkbaar met de druk in de kern van de aarde). De resultaten van die experimenten werden vervolgens verwerkt in modelberekeningen van planeten. Uit de nieuwe analyse, die morgen gepresenteerd wordt op de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union in San Francisco, blijkt dat er 'super-aardes' kunnen bestaan (ca. 15 keer zo zwaar als de aarde) met een kern van ijzer en koolstof zo hard als staal, en een mantel die voornamelijk uit diamant bestaat, als gevolg van de hoge druk. Zo'n planeet zou kunnen ontstaan in een omgeving die rijk is aan koolstof. Koolstof is na waterstof en helium het meest voorkomende element in het heelal. Een diamanten planeet is echter vrijwel zeker onbewoonbaar, aldus de onderzoekers. Koolstof is een uitstekende warmtegeleider. De planeet zal daardoor zeer snel afkoelen, waardoor er geen energie meer beschikbaar is voor het opwekken van een magnetisch veld om schadelijke kosmische straling buiten de deur te houden. Overigens blijkt uit de modelberekeningen van Panero en Kabbes dat er ook in het binnenste van de aarde, net buiten de kern, in het diepste deel van de aardmantel, waarschijnlijk een diamantrijke laag voorkomt. Eerder dit jaar werd de ontdekking van een 'diamanten planeet' bekend gemaakt, maar in dat geval ging het om het afgekoelde, gecondenseerde overblijfsel van een ster.
Meer informatie:
Giant Super-Earths Made of Diamond Are Possible
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 december 2011
NASA's ruimtetelescoop Kepler heeft voor het eerst een planeet ontdekt die zich middenin de bewoonbare zone van zijn (zon-achtige) moederster bevindt - het gebied waar de temperaturen niet te hoog of te laag zijn voor het bestaan van vloeibaar water aan het oppervlak. De ontdekking van Kepler-22b, zoals de planeet heet, werd vandaag bekendgemaakt op een persconferentie tijdens de First Kepler Science Conference in Californië. Kepler-22b is 2,4 keer zo groot als de aarde. Hij beschrijft elke 290 dagen een baan rond een ster die iets kleiner en koeler is dan onze eigen zon, op een afstand van 600 lichtjaar. De afstand van de planeet tot de ster is 15 procent kleiner dan de afstand van de aarde tot de zon. Omdat de massa van de planeet niet bekend is, is ook nog onduidelijk wat de samenstelling is, maar volgens de Kepler-onderzoekers gaat het waarschijnlijk om een planeet die naast gesteenten ook veel samengeperst ijs bevat. Op de conferentie is bovendien bekendgemaakt dat Kepler inmiddels 2326 kandidaat-planeten heeft gevonden, waaronder 207 exemplaren die qua grootte vergelijkbaar zijn met de aarde. Tien daarvan bevinden zich in de bewoonbare zone van hun moederster, maar het gaat nog wel om onbevestigde planeten. Jill Tarter van het SETI-instituut (Search for Extra-Terrestrial Intelligence) maakte bovendien bekend dat de Allen Telescope Array - een radio-observatorium bestaande uit 42 kleine schotelantennes in het noorden van Californië - met ingang van vandaag weer speurt naar mogelijke signalen van buitenaardse beschavingen, ook in de richting van de sterren waarbij Kepler planeten heeft gevonden. De Allen Telescope Array lag sinds april van dit jaar stil wegens geldgebrek, maar kan dankzij particuliere donaties weer twee jaar vooruit.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Confirms Its First Planet in Habitable Zone of Sun-like Star
Persbericht SETI-instituut
Persbericht Carnegie Institution for Science
Persbericht McDonald Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 december 2011
De afgelopen twintig jaar hebben astronomen meer dan zevenhonderd planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt, en daar zullen de komende jaren naar verwachting nog duizenden bij komen. Om het kaf van het koren te scheiden, heeft het Planetary Habitability Laboratory van de universiteit van Puerto Rico een catalogus van 'leefbare' exoplaneten in het leven geroepen. De meeste exoplaneten die tot nu toe zijn ontdekt, zijn gasreuzen die op kleine afstand om hun moederster draaien. Slechts enkele hebben de juiste grootte en omloopbaan om een vorm van leven mogelijk te maken. De Habitable Exoplanets Catalog geeft een overzicht van deze laatste categorie. Op de lijst staan overigens niet alleen exoplaneten die zelf min of meer leefbaar (kunnen) zijn, maar ook exoplaneten waarbij dat voor hun eventuele manen geldt. Aan al deze objecten - voorlopig gaat het om zestien exoplaneten en potentieel enkele tientallen exomanen - is een 'leefbaarheidsindex' toegekend. Of deze kandidaten ook echt leefbaar zijn, zal pas blijken als ze nader zijn onderzocht.
Meer informatie:
The Habitable Exoplanets Catalog, a new online database of habitable worlds
Planetary Habitability Laboratory

2 december 2011
Astronomen hebben, met behulp van onder meer de Keck-telescoop op Hawaï, achttien nieuwe exemplaren toegevoegd aan de snel groeiende lijst van exoplaneten. De planeten draaien om sterren die meer dan anderhalf keer zo zwaar zijn als de zon. De planeten zijn ontdekt met de veelgebruikte dopplermethode, waarbij sterren onderzocht worden op kleine, regelmatige schommelbewegingen. Met deze nieuwe oogst is het aantal planeten dat bij zware sterren is ontdekt in één klap anderhalf keer zo groot geworden. De gevonden planeten zijn allemaal van het kaliber Jupiter. Daarmee bevestigen deze ontdekkingen de al langer waargenomen trend dat Jupiter-achtige planeten vaak bij zware sterren worden aangetroffen. Een andere eigenschap die veel van deze planeten vertonen is dat zij in relatief wijde, cirkelvormige banen om hun moederster draaien. De nieuwe planeten zijn allemaal minstens honderd miljoen kilometer van hun ster verwijderd.
Meer informatie:
Caltech-Led Team of Astronomers Finds 18 New Planets

30 november 2011
Het planetenstelsel van de dubbelster 55 Cancri wordt regelmatig op z'n kop gezet. Dat blijkt uit computersimulaties die Canadese en Franse astronomen hebben uitgevoerd. Het 55-Cancristelsel zit nogal ingewikkeld in elkaar. Het bestaat uit een zonachtige ster (A) en een rode dwergster (B) die in een wijde baan om elkaar heen draaien, terwijl ondertussen minstens vijf planeten in veel kleinere banen om 55 Cancri A cirkelen. De buitenste van deze planeten, die ruim drie keer zo zwaar is als de planeet Jupiter, wordt zodanig beïnvloed door de aantrekkingskracht van 55 Cancri B, dat zijn rotatie-as ongeveer eens in de honderd miljoen jaar omkeert. En de overige, veel lichtere planeten van het stelsel doen hem na. Onduidelijk is nog wat er met de ster 55 Cancri A zelf gebeurt. In de modelberekeningen is ervan uitgegaan dat de ster volmaakt bolvormig is, maar dat is niet waarschijnlijk. Als de ster, net als de meeste andere sterren, een beetje uitpuilt aan zijn evenaar, zou deze het voorbeeld van zijn planeten kunnen volgen.
Meer informatie:
Alien Planet Is Rolling Over, Forcing 4 Others to Do Same

8 november 2011
Twee onderzoekers van de Pennsylvania State University rekenen in een artikel in Acta Astronautica voor dat het bestaan van buitenaardse objecten in ons eigen zonnestelsel nog lang niet kan worden uitgesloten. Als er ooit een buitenaardse beschaving op bezoek is geweest in ons zonnestelsel en daarbij kunstmatige objecten (zoals bijvoorbeeld ruimtesondes) heeft achtergelaten, zal het niet meevallen om die te vinden, aldus Jacob Haqq-Misra en Ravi Kumar Kopparapu. Op zich geen opzienbarende constatering natuurlijk, gegeven het feit dat de meeste objecten in het zonnestelsel nog lang niet volledig en gedetailleerd in kaart zijn gebracht. De twee onderzoekers hebben nu echter een soort rekenmethode ontwikkeld om erachter te komen of een bepaald gebied in het zonnestelsel intensief genoeg is onderzocht om de aanwezigheid van buitenaardse artefacten uit te kunnen sluiten, op basis van verschillende aannames.
Meer informatie:
Nonterrestrial artifacts hard to pin down
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 november 2011
Bij de zoektocht naar buitenaardse beschavingen wordt doorgaans geluisterd naar radiosignalen of gekeken naar korte laserpulsen. Maar twee Amerikaanse wetenschappers hebben een andere manier bedacht om 'E.T.' op te sporen: probeer het licht te detecteren waarmee deze zijn steden verlicht. De methode staat of valt natuurlijk met de vraag of zo'n buitenaardse beschaving überhaupt steden bouwt en deze ook net zo slordig verlicht als wij. Maar ondetecteerbaar zou die stedelijke verlichting niet zijn. Elke planeet die om een ster cirkelt, vertoont voor een buitenstaander net zulke schijngestalten als onze maan. En wanneer we vanaf de aarde tegen zijn nachtzijde aan kijken, zou een met verlichte steden bezaaide planeet er net even anders uitzien als een onbewoonde planeet. Voor de noodzakelijke metingen schieten de huidige telescopen overigens ruimschoots tekort.
Meer informatie:
City Lights Could Reveal E.T. Civilization

26 oktober 2011
Een internationaal onderzoeksteam heeft drie planeten ontdekt die elk om een ster cirkelen die het einde van zijn bestaan nadert. Rond een van de sterren cirkelt bovendien nog een ander object, waarvan niet helemaal duidelijk is wat het is. De drie sterren, die de aanduidingen HD 240237, BD +48 738 en HD 96127 dragen, bevinden zich op afstanden van enkele tientallen lichtjaren. Hun planeten zijn ontdekt met de Hobby-Eberly Telescope in Texas, de op drie na grootste telescoop ter wereld. Elk van de drie sterren is een soortgenoot van onze zon, maar dan in een veel latere levensfase. Het zijn rode reuzen - opgezwollen sterren met een relatief koel oppervlak. Het opsporen van planeten bij zulke reuzen is moeilijker dan bij normale sterren: hun atmosferen zijn zeer turbulent, wat de nauwkeurige metingen die nodig zijn om de aanwezigheid van planeten aan te tonen hindert. Rond HD 240237 en HD 96127 draait een planeet die vier tot vijf keer zo zwaar is als de planeet Jupiter. De planeet van BD +48 738 lijkt iets lichter dan Jupiter te zijn, maar om deze ster cirkel mogelijk nog een tweede object. Dat zou een (zware) planeet kunnen zijn, maar ook een (lichte) ster of een bruine dwerg - een hemellichaam dat het midden houdt tussen een reuzenplaneet en een dwergster.
Meer informatie:
Three new planets and a mystery object discovered outside our solar system;

20 oktober 2011
Sterrenkundigen hebben met de Herschel-ruimtetelescoop voor het eerst koude waterdamp gevonden in een planeetvormende schijf rond een jonge ster. Deze ontdekking duidt erop dat deze schijf, die bezig is zich tot een planetenstelsel te ontwikkelen, grote hoeveelheden water bevat - voldoende om duizenden aardse oceanen mee te vullen - en dat planeten met oceanen, zoals de aarde, wel eens op veel meer plaatsen in het heelal zouden kunnen voorkomen. Het onderzoeksteam, onder leiding van de Leidse astronoom Michiel Hogerheijde, publiceert het resultaat deze week in Science. De vondst is gedaan bij TW Hydrae, een ster op slechts 175 lichtjaar afstand van ons zonnestelsel in - heel toepasselijk - het sterrenbeeld Hydra (Waterslang). Hogerheijde en zijn onderzoeksteam denken dat de ijzige mist die ze hebben ontdekt zijn oorsprong vindt in met ijs bedekte stofkorreltjes nabij het oppervlak van de schijf. UV-licht van de ster bevrijdt een klein deel van het water uit het ijs en vormt een dunne laag damp, die is gedetecteerd door Herschels infrarood-instrument HIFI. De slechts 10 miljoen jaar oude ster TW Hydrae is omgeven door een schijf van stof en gas, in afmeting ruwweg 200 maal de afstand tussen de aarde en de zon. De ijzige stofdeeltjes hierin zullen naar verwachting in de loop van de komende paar miljoen jaar samenklonteren tot planeten, planetoïden en kometen. Deze laatste, in feite vuile sneeuwballen, kunnen door inslagen hun watervoorraad afleveren op nieuwgevormde, kurkdroge planeten, en deze zo voorzien van oceanen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
WISH onderzoeksteam (Water In Star-forming regions by Herschel)
Persbericht ESA (Engelstalig)
Persbericht NASA/JPL (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 oktober 2011
Met de Japanse 8,3-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn twee spiraalarmen ontdekt in de protoplanetaire schijf rond de ster SAO 206462, op ca. 450 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Lupus (Wolf). De gas- en stofschijf rond de 9 miljoen jaar oude ster heeft een middellijn van zo'n 20 miljard kilometer - ruim twee keer de middellijn van de baan van de verre dwergplaneet Pluto. Modelberekeningen hebben eerder al gesuggereerd dat een zware planeet spiraalvormige verdichtingen kan veroorzaken in een protoplanetaire schijf. Of de spiraalarmen in de schijf van SAO 206462 inderdaad veroorzaakt worden door één of twee zware planeten, is echter niet 100 procent zeker. De nieuwe waarnemingen zijn gepresenteerd op een conferentie op NASA's Goddard Space Flight Center.
Meer informatie:
Spiral Arms Point to Possible Planets in a Star's Dusty Disk
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 oktober 2011
Met behulp van NASA's Spitzer Space Telescope zijn aanwijzingen gevonden dat er bij de ster Eta Corvi, in het sterrenbeeld Raaf, een kometenbombardement gaande is zoals dat enkele miljarden jaren geleden ook in ons eigen zonnestelsel plaatsvond. Vrij dicht bij de ster is een stofgordel ontdekt waarvan de samenstelling overeenkomt met die van kometen. De gordel is mogelijk ontstaan door botsingen van kleine kometen met pas gevormde planeten in het stelsel. In ons eigen zonnestelsel vond zo'n oerbombardement ca. 3,8 miljard jaar geleden plaats, toen de banen van de ijzige komeetkernen in de Kuipergordel, buiten de baan van Neptunus, verstoord werden door zwaartekrachtsinvloeden van op drift geraakte reuzenplaneten. Eta Corvi heeft inderdaad ook een soort Kuipergordel, op ca. 20 miljard kilometer afstand van de ster, zoals in 2005 al is ontdekt. De ster zelf is betrekkelijk jong, ongeveer één miljard jaar, dus ook de leeftijd van het stelsel komt ruwweg overeen met de leeftijd van ons eigen zonnestelsel toen dat een kometenbombardement onderging. De Spitzer-resulaten zijn vandaag gepresenteerd op een conferentie op NASA's Goddard Space Flight Center, en worden binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Detects Comet Storm in Nearby Solar System
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 oktober 2011
Met behulp van de 10-meter Keck-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, hebben sterrenkundigen de geboorte van een planeet waargenomen. Het gaat om een gasvormige reuzenplaneet, een paar keer zo zwaar als de planeet Jupiter in ons eigen zonnestelsel, die nog aan het samentrekken is uit relatief koele wolken van gas en stof. De protoplaneet draait op minstens enkele honderden miljoenen kilometers afstand rond een pasgeboren ster in het sterrenbeeld Stier, die de aanduiding LkCa 15 heeft en hooguit twee miljoen jaar oud is. Om de geringe hoeveelheid infrarode warmtestraling van de baby-planeet en het omringende koele stof te detecteren, maakten Adam Kraus van de Universiteit van Hawaii en zijn collega's gebruik van adaptieve optiek en masker-interferometrie - twee geavanceerde optische technieken om het licht van de centrale ster te onderdrukken. De ontdekking wordt binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal , en is vandaag gepresenteerd op een bijeenkomst op NASA's Goddard Space Flight Center in Greenbelt, Maryland. Tot nu toe zijn nog nooit exoplaneten gevonden met leeftijden van minder dan 10 à 20 miljoen jaar. LkCa 15b is vijf keer zo jong. Kraus en zijn collega's gebruiken de Keck-telescoop voor een onderzoek aan 150 jonge, stofrijke sterren; LkCa 15 was pas de tweede ster die ze bestudeerden.
Meer informatie:
Youngest Planet Seen as It's Forming
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 oktober 2011
Een nauwgezette analyse van opnamen die in 1998 met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt, heeft beelden opgeleverd van twee exoplaneten die destijds niet werden opgemerkt. Of beter gezegd: nog niet werden opgemerkt. De twee planeten draaien om de jonge, zware ster HR 8799, waarbij de afgelopen jaren met andere instrumenten alsnog vier planeten zijn ontdekt. Met die kennis zijn de oude Hubble-foto's nog eens goed bekeken, wat in 2009 al resulteerde in de 'herontdekking' van de buitenste planeet. Nu zijn ook de twee volgende planeten op de Hubble-opnamen opgespoord. Alleen de binnenste van de vier was niet waarneembaar voor de ruimtetelescoop, omdat deze schuilging achter het minuscule schijfje dat het relatief felle licht van de centrale ster afschermde. Het opsporen van reeds bekende planeten op oude opnamen lijkt zinloos, maar is het niet. De gegevens kunnen worden gebruikt om de omloopbanen van de planeten nauwkeuriger vast te leggen, zodat meer inzicht wordt verkregen in de stabiliteit van het onderzochte planetenstelsel, in de banen die de planeten volgen en in de planeetmassa's. De drie buitenste planeten van HR 8799 hebben omlooptijden van ongeveer 100, 200 en 400 jaar. Het duurt dus erg lang voordat iets van een verplaatsing waarneembaar is.
Meer informatie:
Astronomers Find Elusive Planets in Decade-Old Hubble Data

4 oktober 2011
Met de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler is opnieuw een bijzonder planetenstelsel ontdekt: Kepler 18. De ster zelf is iets groter en iets minder zwaar dan onze eigen zon. Op kleine afstand van de ster heeft Kepler drie planeten gevonden (Kepler-18b, c en d), die alledrie veel kleinere banen beschrijven dan de baan van de planeet Mercurius in ons eigen zonnestelsel. Kepler-18b heeft een omlooptijd van 3,5 dag. Het is een zogeheten 'superaarde', twee keer zo groot en ongeveer acht keer zo zwaar als onze eigen planeet. Kepler-18c en Kepler-18d zijn Neptunus-achtige planeten: ze zijn respectievelijk 17 en 16 keer zo zwaar als de aarde, en 5,5 en 7 keer zo groot. Hun omlooptijden bedragen ca. 7,5 en 15 dagen. Het bijzondere van het planetenstelsel is dat planeten c en d een zogeheten baanresonantie vertonen: de omlooptijd van planeet c is precies half zo groot als die van planeet d. Hun baanbeweging wordt op een zeer regelmatige en voorspelbare manier versneld en vertraagd door onderlinge aantrekkingskrachten, en dat vertaalt zich in kleine variaties in de precieze tijdstippen waarop de planeten voor hun moederster langs bewegen, zoals waargenomen door Kepler. De ontdekking van het nieuwe planetenstelsel werd vandaag bekendgemaakt op een groot planeetonderzoekscongres in Nantes en zal beschreven worden in een toekomstig nummer van Astrophysical Journal Supplement.
Meer informatie:
University of Texas-led Team Discovers Unusual Multi-Planet System with NASA's Kepler Spacecraft
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 september 2011
Astronomen van de universiteit van Jena (Duitsland) hebben 'stofschijven' ontdekt rond twee sterren waarvan bekend is dat ze minstens één planeet hebben. Zulke gordels van stof, gruis en grotere brokstukken worden gezien als de overblijfselen van planeetvorming. Het is niet voor het eerst dat dergelijke restmaterie bij sterren is waargenomen, maar eerder gebeurde dat vooral bij relatief nabije sterren. De nu onderzochte sterren, TrES-2 en XO-5 bevinden zich op afstanden van honderden lichtjaren. De stofschijven zijn ontdekt met behulp van de Amerikaanse infraroodsatelliet WISE. Het stof verraadt zijn aanwezigheid doordat het wordt opgewarmd door de ster en deze warmte weer uitstraalt als infraroodstraling.
Meer informatie:
Stardust discovered in far-off planetary systems
Sternenstaub in weit entfernten Planetensystemen entdeckt

29 september 2011
Gegevens van de NASA-satelliet Kepler, die planeten buiten ons zonnestelsel opspoort, wijzen erop dat planeten vaak te vinden zijn bij sterren die relatief veel 'metalen' (elementen zwaarder dan helium) bevatten. En de vindkans van planeten van het soort aarde - klein en 'rotsachtig' - is het grootst bij sterren van bescheiden afmetingen. Dat volgt uit een inventarisatie van de eerste 1235 kandidaat-planeten die Kepler heeft ontdekt. Dat metaalrijke sterren de meeste planeten produceren, komt niet als een verrassing. Alle planeten bestaan nu eenmaal voor het overgrote deel uit elementen zwaarder dan helium. En ook voor de relatie tussen de massa van een ster en de grootte van zijn planeten bestaat een voor de hand liggende verklaring. Voor de vorming van een grote planeet is veel meer materiaal nodig dan voor een kleine, en rond een zware ster blijft gewoon meer restmaterie achter waaruit zich planeten kunnen vormen. Dat de Kepler-resultaten deze eenvoudige vuistregels bevestigen, kan het opsporen van leefbare planeten als de onze helpen bespoedigen. Bij een gerichte zoektocht naar deze planeten kunnen zware, metaalarme sterren buiten beschouwing blijven.
Meer informatie:
Heavy Metal Stars Produce Earth-Like Planets

22 september 2011
In gegevens van de Amerikaanse satelliet Kepler zijn waarschijnlijk twee nieuwe planeten opgespoord. En dat is nu eens niet door professionele astronomen of een geavanceerd computerprogramma gedaan, maar door de vrijwilligers van het project Planet Hunters. Bij Planet Hunters, dat vorig jaar december van start ging, zijn 40.000 'burgerwetenschappers' aangesloten. Zij helpen bij de analyse van de helderheidsmetingen van 150.000 sterren die de Kepler-satelliet sinds maart 2009 aflevert. Kleine, regelmatige variaties in het licht van een ster kunnen erop wijzen dat er een planeet om de ster cirkelt. De kandidaat-planeten hebben omlooptijden van enkele tientallen dagen en zijn naar schatting tweeënhalf tot acht keer zo groot als de aarde. De kleinste van de twee zou een rotsachtige wereld kunnen zijn. Opmerkelijk genoeg maakte het tweetal geen deel uit van de lijst van 1200 veelbelovende kandidaat-planeten die het Kepler-team voor verder onderzoek had opgesteld. Toch heeft vervolgonderzoek met de Keck-telescoop op Hawaï nu laten zien dat het met 95 procent zekerheid wel degelijk om echte planeten gaat.
Meer informatie:
From the Comfort of Home, Web Users May Have Found New Planets
Planet Hunters

21 september 2011
Fomalhaut b - een van de weinige 'exoplaneten' waar foto's van zijn gemaakt - bestaat misschien niet. Op recente opnamen van de ster Fomalhaut is nog wel een heldere stip te zien, maar deze bevindt zich niet op de vooraf verwachte positie. De vermeende planeet werd in 2008 ontdekt op opnamen die in 2004 en 2006 met de Advanced Camera for Surveys (ACS) van de Hubble-ruimtetelescoop waren gemaakt. Uit de beelden bleek duidelijk dat Fomalhaut b in de tussentijd een stukje was opgeschoven, wat erop wees dat het object in een wijde baan om de ster draaide. In de drie jaar daarna konden geen nieuwe opnamen van de planeet worden gemaakt. De ACS-camera viel in 2007 uit en wordt ook niet meer gerepareerd. Opnamen die vorig jaar met een oudere Hubble-camera zijn gemaakt, laten wel een heldere stip zien, maar die bevindt zich op een onverwachte plek. Als het inderdaad om één en hetzelfde object gaat, zou de planeet een sterk elliptische baan moeten volgen die hem dwars door de stofschijf voert die de ster Fomalhaut omringt. En dat zou die stofschijf ernstig moeten verstoren, waar geen sprake van lijkt te zijn. Het is natuurlijk mogelijk dat de 'echte' Fomalhaut b om de een of andere reden niet zichtbaar is op de opnamen die vorig jaar zijn gemaakt, en dat het wél vastgelegde object iets anders is - een tijdelijke verdichting in de stofschijf bijvoorbeeld of een toevallig passerende achtergrondster. Volgend jaar zullen nieuwe opnamen met de ruimtetelescoop worden gemaakt, die wellicht uitsluitsel kunnen geven. Tot die tijd zit Fomalhaut b op de reservebank.
Meer informatie:
New doubts about 'poster child' of exoplanets

15 september 2011
Amerikaanse astronomen hebben een planeet ontdekt die niet om een gewone ster draait, maar om een dubbelster (Science, 16 september). In dat opzicht lijkt de exoplaneet, die de aanduiding Kepler-16b heeft gekregen, op de fictieve planeet Tatooine - de geboortewereld van Luke Skywalker, de hoofdpersoon van de Star Wars-films. Maar dat is zo'n beetje ook de enige overeenkomst, want Kepler-16b is een koude gasplaneet in plaats van een woestijnwereld. Kepler-16b is qua omvang en massa vergelijkbaar met de planeet Saturnus. Hij cirkelt op een afstand van ruim honderd miljoen kilometer om een tweetal kleine sterren die slechts ongeveer 35 miljoen kilometer van elkaar gescheiden zijn. Zijn omlooptijd bedraagt 229 dagen. Hoewel de afstand van Kepler-16b tot zijn beide moedersterren vergelijkbaar is met de afstand zon-Venus blijft de temperatuur er steken bij 70 tot 100 graden onder nul. Veel warmte geeft de dubbelster dus niet. Kepler-16b werd door de Kepler-satelliet opgemerkt doordat hij bij elke omloop vanaf de aarde gezien voor zijn (dubbel)ster langs beweegt, waardoor de ster steeds eventjes minder helder is. De ontdekking van de planeet werd overigens bemoeilijkt door het feit dat ook de beide sterren elkaar wederzijds bedekken, wat eveneens een periodieke helderheidsafname tot gevolg heeft. De planeet en de beide sterren zijn ongeveer tweehonderd lichtjaar van ons verwijderd.
Meer informatie:
Tatooine-Like Planet Discovered
From Star Wars To Science Fact: Tatooine-Like Planet Discovered
NASA's Kepler Mission Discovers a World Orbiting Two Stars
UCSB Scientist Contributes to First Discovery of a Planet With Two 'Suns'

13 september 2011
Exoplaneet CoRoT-2b verliest per seconde vijf miljoen ton materie doordat hij gebombardeerd wordt door energierijke röntgenstraling van zijn moederster. Dat concluderen sterrenkundigen op basis van metingen van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory en de Europese Very Large Telescope. De planeet is ongeveer drie keer zo zwaar als Jupiter, en beschrijft een baan op een afstand van niet meer dan zo'n vier miljoen kilometer. Hij werd in 2008 ontdekt door de Franse ruimtetelescoop CoRoT. De ster (officieel CoRoT-2a geheten) staat op 880 lichtjaar afstand van de aarde en is een 'volwassen' dwergster van enkele honderden miljoenen jaren oud. De energierijke röntgenstraling van de ster wordt gegenereerd door een sterk magnetisch veld, dat op zijn beurt wordt opgewekt door de snelle rotatie van de ster. Normaal gesproken zou de ster vele tientallen miljoenen jaren geleden al zijn afgeremd en daardoor minder actief zijn geworden. De snelle rotatie van de ster is waarschijnlijk het gevolg van de nabijheid van de zware reuzenplaneet. CoRoT-2b heeft het röntgenbombardement dus indirect aan zichzelf te danken. Ondersteuning voor deze hypothese komt van waarnemingen aan de stellaire begeleider van CoRoT-2a - een andere (en vermoedelijk even oude) dwergster op een afstand van ca. 150 miljard kilometer. Die begeleider straalt geen röntgenstraling uit, vermoedelijk omdat hij niet door een planetaire begeleider in een kleine omloopbaan wordt vergezeld. Hert röntgenbombardement - honderdduizend keer zo intens als de röntgenstraling die de aarde van de zon ontvangt - is mogelijk ook de verklaring voor het feit dat CoRoT-2b een sterk 'opgezwollen' planeet is. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Star blasts planet with X-rays
CoRoT
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 september 2011
Met de extreem gevoelige HARPS-spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili zijn 55 nieuwe exoplaneten ontdekt, waaronder 20 zogeheten super-aardes - planeten die minder dan tien keer zo zwaar zijn als onze eigen aarde. Eén daarvan bevindt zich aan de binnenrand van de bewoonbare zone van zijn moederster; op het oppervlak van die planeet zou eventueel vloeibaar water, en dus leven kunnen voorkomen. HARPS (High-Accuracy Radial-velocity Planet Searcher) meet de minieme schommelingen van sterren die veroorzaakt worden door de zwaartekracht van een rondcirkelende planeet. De spectrograaf is zo nauwkeurig dat er snelheidsvariaties van slechts twee kilometer per uur gedetecteerd kunnen worden. Daardoor is het mogelijk om planeten te vinden zoals HD 85512b, die slechts 3,6 keer zo zwaar is als de aarde. Daarbij helpt het dat de planeet in een vrij kleine baan rond een oranje dwergster beweegt. Eerder rekenden sterrenkundigen al voor dat er op deze planeet vloeibaar water kan voorkomen, vooropgesteld dat hij een redelijk dik wolkendek heeft. Met HARPS zijn tot nu toe al 155 exoplaneten gevonden, waaronder een stelsel dat minstens zes en misschien zeven planeten bevat. HARPS-waarnemingen aan 376 zonachtige sterren wijzen uit dat veertig procent van al die sterren vergezeld wordt door een planeet die lichter is dan Saturnus. Het aantal sterren met aarde-achtige planeten is waarschijnlijk nog veel groter. HARPS ontdekte ook de planeet Gliese 781d, de eerst ontdekte super-aarde die zich zo goed als zeker in de bewoonbare zone van zijn moederster bevindt. (Een tweede kandidaat, Gliese 581g, blijkt bij nader inzien niet te bestaan; HD 85512b is nu de tweede bekende super-aarde die mogelijk bewoonbaar is.) In tegenstelling tot de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler, die exoplaneten ontdekt wanneer ze gezien vanaf de aarde voor hun moederster langs bewegen, richt HARPS zich vooral op sterren op relatief kleine afstand van de zon. Volgens teamleider Michel Mayor van de Universiteit van Genève, die in 1995 de allereerste exoplaneet bij een normale ster ontdekte, zijn de nieuwe super-aardes dan ook geschikte kandidaten voor toekomstig vervolgonderzoek, waarbij gezocht wordt naar mogelijke 'biomarkers', zoals zuurstof in de dampkring. De nieuwe ontdekkingen zijn vandaag gepresenteerd op de 'Extreme Solar Systems'-conferentie in het Grand Teton National Park in Wyoming, en worden gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. Zestien van de twintig super-aardes werden ook aangekondigd op een ESO-persconferentie. Binnenkort wordt een kopie van HARPS geplaatst op de Italiaanse Galileo-telescoop op La Palma. ESO werkt ook aan nieuwe, gevoeliger instrumenten voor de jacht op exoplaneten: ESPRESSO voor de Very Large Telescope en CODEX voor de toekomstige European Extremely Large Telescope E-ELT). Volgens Markus Kissler-Patig van ESO zal de E-ELT ook in staat zijn om spectroscopisch onderzoek te verrichten aan de samenstelling van de dampkring van HD 85512b.
Meer informatie:
Fifty New Exoplanets Discovered by HARPS
HARPS
Vakpublicatie over het onderzoek (met 16 superaardes)
Vakpublicatie over 4 andere superaardes, waaronder HD 85512b
Extreme Solar Systems-conferentie
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 september 2011
Met de NASA-satelliet Kepler is een planeet ontdekt die niet met constante snelheid om zijn moederster draait: soms beweegt hij wat sneller, soms wat trager. Daaruit leiden astronomen af dat er nóg een planeet om de ster moet draaien, al is deze niet direct waarneembaar. Zowel de waargenomen als de 'onzichtbare' planeet draait om de zonachtige ster Kepler-19, die zich op een afstand van 650 lichtjaar in het sterrenbeeld Lier bevindt. De Kepler-satelliet spoort planeten bij zulke sterren op, door te letten op de kleine, regelmatige helderheidsdipjes die optreden als een planeet - vanaf de aarde gezien - bij elke omloop eventjes vóór zijn ster langs beweegt. Op die manier heeft ook planeet Kepler-19b zijn bestaan verraden. Kepler-19b draait met een periode van ruim negen dagen op een afstand van ruim dertien miljoen kilometer om zijn moederster. Hij is ruim twee keer zo groot als de aarde. Als Kepler-19b de enige planeet was die om de ster draaide, zou hij met de regelmaat van de klok voor deze langs gaan. Maar die planeetovergangen komen soms een paar minuten te vroeg, soms een paar minuten te laat. Zulke variaties ontstaan als er een tweede planeet om de ster draait, die met zijn zwaartekracht de baanbeweging van Kepler-19b beïnvloedt. Hetzelfde effect leidde in 1846 tot de ontdekking van de planeet Neptunus, die de baanbeweging van Uranus verstoort. Over de tweede planeet, Kepler-19c, is verder niet veel bekend. Zeker is alleen dat hij niet genoeg massa heeft om zijn ster heen en weer te trekken, en ook niet bij elke omloop voor zijn ster langs beweegt. Het zou een kleine planeet in een krappe omloopbaan kunnen zijn, maar ook een grotere planeet in een wijdere baan.
Meer informatie:
Invisible World Discovered

5 september 2011
Sterrenkundigen hebben bij de ster HD85512 een mogelijk bewoonbare planeet ontdekt. De oranje dwergster staat op 36 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Vela (Zeilen). De planeet, HD85512b geheten, is gevonden met de gevoelige HARPS-spectrograaf op de Europese 3,6-meter telescoop op de La Silla-sterrenwacht in het noorden van Chili. De planeet is 3,6 keer zo zwaar als de aarde, bestaat vrijwel zeker uit rotsachtig materiaal, en draait eens in de 54 dagen rond zijn moederster, op een gemiddelde afstand van 39 miljoen kilometer. Volgens de astronomen bevindt de planeet zich nabij de binnenrand van de zogeheten 'bewoonbare zone', waar de temperatuur het bestaan van vloeibaar water aan het oppervlak mogelijk maakt. Dat blijkt uit modelberekeningen, waarbij overigens wel aangenomen moet worden dat de planeet een vrij dik wolkendek heeft dat een belangrijk deel van het opvallende zonlicht reflecteert. Samen met exoplaneet GL581d is HD85512b nu de beste kandidaat voor een min of meer aarde-achtige planeet in de bewoonbare zone van zijn moederster. Een nóg betere kandidaat is GL581g, maar over het bestaan van die planeet bestaat de nodige onzekerheid.
Vakpublicatie over de ontdekking
Artikel in Universe Today
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 augustus 2011
Volgens een Duits-Brits team van astronomen zou ons zonnestelsel, met planeten van uiteenlopende afmetingen in bijna cirkelvormige omloopbanen, wel eens vrij bijzonder kunnen zijn. Het komt nogal eens tot botsingen tussen planetenstelsels-in-wording en naburige gaswolken. En die resulteren vaker wel dan niet in chaotische stelsels waarin de planeetbanen schots en scheef staan, en waaruit de kleinere (meest leefbare) planeten zelfs zijn verstoten. Aangenomen wordt dat ons zonnestelsel is ontstaan uit een wolk van gas en stof die onder zijn eigen gewicht 'inzakte' tot een draaiende materieschijf. Door samenklontering van het gas en stof in deze schijf zouden vervolgens de planeten zijn ontstaan. Het nieuwe onderzoek laat zien dat planeetvorming lang niet altijd zo soepel verloopt. Als de protoplanetaire schijf in een naburige gaswolk terechtkomt, kan deze tot wel dertig Jupitermassa's aan extra materie verzamelen. Uit computersimulaties blijkt dat die grote gevolgen kan hebben voor de banen van de planeten die uiteindelijk worden gevormd. Omdat planetenstelsels doorgaans ontstaan in een omgeving waar sterren relatief dicht bij elkaar staan, komen zulke interstellaire ontmoetingen waarschijnlijk vaak voor. Dat ons eigen zonnestelsel er zo netjes bij ligt, betekent dat de botsingen met naburige gaswolken - die vrijwel zeker hebben plaatsgevonden - tamelijk rustig zijn verlopen. Anders zou zich rond de zon wellicht een chaotisch, instabiel planetenstelsel hebben gevormd. En in dat geval was de aarde waarschijnlijk de ruimte in geslingerd, om als ijskoude, levenloze steenklomp te eindigen.
Meer informatie:
Interstellar crashes could throw out habitable planets

11 augustus 2011
Astronomen hebben ontdekt dat de verre Jupiter-achtige exoplaneet TrES-2b minder dan één procent van het licht van zijn moederster weerkaatst. Daarmee is de planeet zwarter dan welke planeet of maan in ons zonnestelsel dan ook. 'Onze' planeet Jupiter is gehuld in heldere ammoniakwolken die meer dan dertig procent van het ontvangen zonlicht weerkaatsen. Maar TrES-2b beweegt op zo'n kleine afstand om zijn ster, dat het er veel te heet is (bijna 1000 graden) voor ammoniakwolken. Zijn exotische atmosfeer bestaat uit licht-absorberende stoffen zoals natrium- en kaliumdamp en gasvormig titaniumoxide. Toch kunnen deze stoffen de extreme zwartheid van TrES-2b niet volledig verklaren. Die zwartheid wordt overigens enigszins gemaskeerd: door zijn hoge temperatuur vertoont de planeet een zwakke rode gloed, vergelijkbaar met die van gloeiende houtskool.
Meer informatie:
Alien World is Blacker than Coal

9 augustus 2011
Dankzij donaties van duizenden fans kan het Amerikaanse SETI-instituut, dat een zoektocht naar buitenaardse beschavingen onderneemt, weer even aan de slag. In april moest SETI zijn Allen Telescope Array (ATA), een opstelling van 42 radioschotels in het noorden van Californië, wegens geldgebrek stilleggen. Het in bedrijf houden van de ATA kost ongeveer 2,5 miljoen dollar per jaar. Een in juni gestarte geldinzamelingsactie heeft nu ruim 200.000 dollar opgebracht - genoeg om de ATA weer een paar maanden te gebruiken. Tot de gulle gevers behoren actrice Jodie Foster, die een SETI-onderzoekster speelde in de film Contact, sciencefictionschrijver Larry Niven en Apollo-astronaut Bill Anders. Het is de bedoeling dat de zoektocht naar E.T. in september wordt hervat. Ondertussen gaat ook een andere zoektocht verder: die naar geld voor de komende jaren.
Meer informatie:
Donations revive SETI quest
Geldinzameling voor SETI

21 juli 2011
Nieuw onderzoek door Amerikaanse wetenschappers laat zien dat de poollichten op hete Jupiter-achtige planeten honderd tot duizend keer zo intens kunnen zijn als op aarde. Poollicht ontstaat als geladen deeltjes van een ster - in ons geval de zon - door het magnetische veld van een planeet worden ingevangen en in botsing komen met moleculen in de atmosfeer. De sterkste poollichten op aarde ontstaan als onze planeet wordt getroffen door de deeltjes van een zogeheten coronale massa-ejectie (CME) - een kolossale uitbarsting op de zon. De Amerikaanse wetenschappers hebben aan de hand van computermodellen onderzocht wat er gebeurt als een grote gasplaneet, die op een afstand van slechts enkele miljoenen kilometers om zijn ster draait, zo'n uitbarsting meemaakt. Uit de modelberekeningen blijkt dat een CME het magnetische veld van zo'n planeet ernstig verzwakt, waardoor de geladen deeltjes diep doordringen in de atmosfeer. Bovendien begint het poollicht niet bij de polen, zoals bij de aarde, maar rond de evenaar. Pas later golft het richting de polen van de planeet.
Meer informatie:
Exoplanet Aurora: An Out-of-this-World Sight

19 juli 2011
Een team van Amerikaanse astronomen heeft een planeetovergang waargenomen bij een ster op slechts 40 lichtjaar van de aarde - een steenworp afstand naar kosmische maatstaven. De exoplaneet, die 55 Cancri e heet, is tweemaal zo groot als onze planeet en bijna negen keer zo zwaar. Hij heeft waarschijnlijk een vast, rotsachtig oppervlak waar de temperatuur kan oplopen tot 2700 graden. 55 Cancri e werd zeven jaar geleden ontdekt doordat hij zijn moederster enigszins doet schommelen. Hij doet dat overigens niet alleen: rond de ster draaien nog minstens vier andere planeten. Omdat de afstand tussen 55 Cancri e en zijn ster heel klein is - slechts een paar miljoen kilometer - leek de kans aanwezig dat de planeet vanaf de aarde gezien bij elke omloop voor zijn ster langs beweegt. En dat is nu bevestigd door metingen van de Canadese satelliet MOST, die gedurende twee weken de helderheid van 55 Cancri heeft gemeten. Uit die metingen blijkt dat de ster om de 18 uur - precies de omlooptijd van de planeet - eventjes in helderheid afneemt. Daaruit kan alleen maar worden geconcludeerd dat 55 Cancri e inderdaad steeds als een donker silhouet voor de ster langs beweegt.
Meer informatie:
Stellar eclipse gives glimpse of exoplanet

14 juli 2011
De bevestiging van de potentiële exoplaneten die de Amerikaanse satelliet Kepler heeft opgespoord vordert uiterst langzaam. Alleen al in het eerste half jaar na zijn lancering in maart 2009 ontdekte Kepler meer dan 1200 sterren waarbij regelmatige helderheidsvariaties op de aanwezigheid van één of meer planeten duiden. Tot nu toe is echter pas van zeventien 'Kepler-planeten' het bestaan bevestigd. De nieuwste bevestiging is die van planeet Kepler-15b met behulp van de Hobby-Eberly-telescoop (HET) van de universiteit van Texas. De Kepler-waarnemingen lieten zien dat deze planeet in minder dan vijf dagen om zijn moederster wentelt. Daarbij trekt hij, vanaf de aarde gezien, steeds voor die ster langs, waarbij diens helderheid met iets meer dan een procent afneemt. Tussen maart en november 2010 is met HET heel nauwkeurig naar het spectrum van de moederster van Kepler-15b gekeken, om te zien of deze een schommelbeweging met dezelfde regelmaat vertoont. Dat bleek inderdaad het geval. Uit de nieuwe metingen volgt wel dat de planeet minder groot is dan gedacht: hij is iets kleiner dan de planeet Jupiter, terwijl de eerste schatting uitkwam op bijna anderhalf maal Jupiter.
Meer informatie:
Another Kepler Planet Confirmed

13 juli 2011
Italiaanse astronomen hebben een planeet ontdekt bij de ster HD 132563. Na meer dan vijfhonderd van dit soort ontdekkingen is dat nauwelijks meer opzienbarend, ware het niet dat HD 132563 een drievoudige ster is. Tot voor kort dachten astronomen dat er in systemen van drie of meer sterren weinig of geen planeten te vinden zouden zijn. De voortdurend wisselende aantrekkingskrachten in zo'n stelsel zouden de banen van eventuele planeten destabiliseren. Maar inmiddels is nu al bij acht drievoudige sterren een planeet ontdekt. HD 132563 bestaat in feite uit een dubbelster en een enkelvoudige ster die op een onderlinge afstand van ongeveer 60 miljard kilometer om elkaar heen draaien. De nieuw ontdekte planeet draait om de enkelvoudige ster van het systeem. Hij is zeker 1,3 keer zo zwaar als de planeet Jupiter en draait op een gemiddelde afstand van 400 miljoen kilometer om zijn moederster. Pogingen om de opname van de exoplaneet te maken zijn (nog) niet gelukt.
Meer informatie:
New Planet Discovered In Trinary Star System

14 juni 2011
Een internationaal team van astronomen heeft aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een planetenstelsel dat rond een nogal bijzondere dubbelster cirkelt. Deze dubbelster, UZ For geheten, bestaat uit een witte en een rode dwergster. Daaromheen lijken twee reuzenplaneten te cirkelen, die aanzienlijk zwaarder zijn dan de planeet Jupiter. De afstand tussen de sterren die UZ For vormen is dermate klein dat de twee in slechts enkele uren om elkaar heen wentelen. Het duo zou gemakkelijk binnen onze zon passen! Toevallig is het baanvlak van de beide sterren zo georiënteerd, dat de sterren elkaar vanaf de aarde gezien bij elke omloop eventjes bedekken. Door heel nauwkeurig te timen op welke momenten die bedekkingen plaatsvinden, zijn de astronomen erachter gekomen dat daar kleine variaties in optreden. Soms zijn de bedekkingen een beetje te vroeg of te laat. Deze variaties laten zich het gemakkelijkst verklaren als er twee planeten, respectievelijk zes en acht keer zo zwaar als Jupiter, in wijde banen om de dubbelster cirkelen. Als de beide planeten echt bestaan, hadden ze geen slechtere plek kunnen uitzoeken. Door de kleine onderlinge afstand, 'steelt' de witte dwergster voortdurend materie van zijn kleine rode metgezel. De hoge snelheid waarmee dit gas op de witte dwerg terechtkomt, heeft tot gevolg dat het tot temperaturen van miljoenen graden wordt verhit. En daardoor worden de planeten voortdurend met enorme hoeveelheden röntgenstraling bestookt.
Meer informatie:
Astronomers in South Africa find evidence for a strange new planetary system

14 juni 2011
Met de Franse kunstmaan CoRoT zijn tien nieuwe exoplaneten ontdekt. Het gaat om zeven 'hete Jupiters' (zware reuzenplaneten in kleine omloopbanen), één planeet die kleiner en lichter is dan Saturnus, en twee Neptunus-achtige planeten die rond dezelfde ster cirkelen. De nieuwe ontdekkingen zijn vandaag bekend gemaakt op het tweede CoRoT-symposium in Marseille. Net als de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler maakt CoRoT - een gezamenlijk project van het Franse ruimtevaartagentschap CNES en de Europese ESA - met behulp van een 27 cm-telescoop jacht op planeetovergangen, die optreden wanneer een exoplaneet vanaf de aarde gezien voor zijn moederster langs beweegt. Sinds de lancering in december 2006 heeft CoRoT ruim 400 kandidaat-planeten gevonden; tot nu toe zijn er 26 definitief bevestigd. De nieuw ontdekte exoplaneten vertonen een grote verscheidenheid. Zo zijn er twee hete Jupiters ontdekt waarvan de baan erg langgerekt is en is er sprake van een grote variatie in soortelijke dichtheden. Ook de leeftijden van de moedersterren lopen sterk uiteen, van 600 miljoen jaar tot tien miljard jaar.
Meer informatie:
CoRoT's new detections highlight diversity of exoplanets
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 juni 2011
Ongeveer één op de twaalf aarde-achtige exoplaneten heeft een maan ter grootte van de onze. Dat is de uitkomst van computersimulaties door wetenschappers van de universiteiten van Zürich en Colorado. Dat onze planeet zo'n grote maan heeft, werd lange tijd als iets heel bijzonders gezien. Het bestaan van die maan heeft in elk geval grote invloed op de omstandigheden op aarde. Zonder de maan, zouden er geen getijden zijn en was de stand van de rotatie-as van de aarde veel minder stabiel. En dat zou grote klimaatfluctuaties tot gevolg hebben, die het ontstaan van leven waarschijnlijk sterk zouden bemoeilijken. Om te onderzoeken hoe uitzonderlijk de vorming van zo'n grote maan is, hebben de wetenschappers de vele botsingen doorgerekend zoals die plaatsvinden in een zonnestelsel-in-wording. Volgens de huidige inzichten is onze maan ontstaan uit het puin dat vrijkwam nadat de oeraarde werd getroffen door een proto-planeet ter grootte van Mars. Uit de computersimulaties blijkt dat dit scenario niet zo onwaarschijnlijk is als het lijkt. Uit het onderzoek blijk dat de meeste sterren zoals onze zon een rotsachtige planeet hebben op een afstand waar (naar onze maatstaven) aangename temperaturen heersen. Eén op de twaalf van deze 'leefbare' werelden onderging een inslag waar een grote, stabiliserende maan uit voortkwam. De computersimulaties laten overigens een grote spreiding zien: het percentage aarde-achtige planeten met een grote maan zou tussen 2 en 25 procent kunnen liggen.
Meer informatie:
Many Exo-Earths May Have Exo-Moons

23 mei 2011
De eerste 'rotsachtige' planeet die met de satelliet Kepler is ontdekt, blijkt gezelschap te hebben van een vrijwel even grote soortgenoot. Dat heeft het Kepler-team maandag bekendgemaakt tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst van Amerikaanse astronomen in Boston. Het bestaan van de planeet, die de aanduiding Kepler-10c heeft gekregen, is bevestigd door metingen met de infraroodsatelliet Spitzer. Daarbij is gebruik gemaakt van een statistisch methode die ook kan worden gebruikt om nog meer aarde-achtige planeten op te sporen in de database van 1235 kandidaat-planeten die met de Kepler-satelliet zijn ontdekt. Net als zijn buurplaneet (Kepler-10b) is Kepler-10c waarschijnlijk een geblakerde, deels gesmolten planeet. Hij is naar schatting 2,2 keer zo groot als de aarde en draait in 45 dagen om zijn moederster.
Meer informatie:
Kepler announces new rocky planet
Kepler-10c and a New Method to Validate Planets

23 mei 2011
De Amerikaanse satelliet Kepler, die naar planeten buiten ons zonnestelsel speurt, heeft bij opvallend veel sterren meer dan één planeet ontdekt. Dat maken astronomen vandaag bekend tijdens de 218de bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS). Vóór de lancering van Kepler gingen astronomen ervan uit dat bij slechts een handjevol sterren meer dan één planeet ontdekt zou worden. Die voorzichtige schatting was gebaseerd op het feit dat Kepler alleen planeten kan ontdekken die - vanaf de aarde gezien - bij elke omloop vóór hun ster langs passeren. Als op die manier meerdere planeten bij een ster worden ontdekt, betekent dit dat hun omloopbanen vrijwel precies in hetzelfde vlak moeten liggen. Een eerste inventarisatie van het Kepleronderzoek heeft, naast ongeveer 800 sterren met één planeet, echter meer dan 100 sterren met twee of meer planeten opgeleverd. Hoe dat komt is nog niet helemaal duidelijk, maar gebleken is dat in alle meervoudige stelsels geen planeten van het kaliber Jupiter voorkomen. Vermoed wordt dat zulke grote planeten een verstorende invloed hebben op de omloopbanen van de overige planeten in het stelsel. Dat zou bijvoorbeeld verklaren waarom de baanvlakken van de planeten in ons eigen zonnestelsel enigszins schuin op elkaar staan.
Meer informatie:
Kepler's Astounding Haul Of Multiple-Planet Systems

18 mei 2011
Astronomen hebben een nieuw soort planeten ontdekt die vrij rondzwerven in de lege ruimte tussen de sterren. Mogelijk zijn er zelfs meer van dit soort planeten dan er sterren zijn. Ze zijn wel gewoon ontstaan in jonge planetaire systemen maar vervolgens naar buiten weggeschoten. Deze 'verweesde' planeten zijn zeer moeilijk waar te nemen, maar bewegen ze tussen ons en een ster door, dan kan hun zwaartekracht het sterlicht iets bundelen waardoor de ster enkele dagen wat helderder lijkt. Zo'n gravitatielenseffect is moeilijk waarneembaar, tenzij je lang naar zeer veel sterren kijkt. Een team uit Japan en Nieuw-Zeeland deed dit in 2006 en 2007 en lette op grote aantallen sterren in de richting van het centrum van ons Melkwegstelsel. In die data zijn nu aanwijzingen gevonden voor het bestaan van 10 vrije planeten met een omvang van tenminste Jupiter op afstanden van 10.000 tot 20.000 lichtjaar. Op basis van statistiek schat het betrokken team dat er vele honderden miljarden van dit soort planeten zijn in ons Melkwegstelsel, ongeveer twee keer meer dan er sterren zijn. Ze komen minstens in de zelfde aantallen voor als planeten die wel om sterren draaien. Het was niet mogelijk om lichtere planeten waar te nemen, maar die moeten er wel zijn. Het ware aantal vrije planeten is dus mogelijk nog veel groter. Jonge planetenstelsels zijn erg turbulent en door nauwe passages tussen planeten onderling of met een andere ster, kunnen planeten naar buiten worden geschoten. Het waargenomen aantal vrije planeten onderschrijft dit idee. Planeetachtige objecten zouden ook direct kunnen ontstaan in stervormingsgebieden, maar dan zouden ze ze zeldzamer zijn. Het onderzoek verschijnt op 19 mei in Nature.
Meer informatie:
Free-Floating Planets May be More Common Than Stars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

11 mei 2011
Sinds 1995 zijn er al meer dan 500 hete Jupiters ontdekt: reuzenplaneten die zeer dicht om hun ster draaien. Maar pas sinds enkele jaren is bekend dat ongeveer een kwart van deze planeten een baanbeweging hebben, tegengesteld gericht aan de draairichting van hun ster. Dit is vreemd, vooral voor een planeet zo dichtbij een ster. Normaal verwacht je dat zowel ster als planeet draaien in de richting van de gasschijf waaruit beiden zijn ontstaan. In Nature van 12 mei publiceren astronomen een mogelijke verklaring gebaseerd op simulatieberekeningen. In hun model gaan ze uit van een zonachtige ster met twee planeten: een Jupiterachtige planeet op een afstand tot de ster typisch voor gasreuzen en een andere grote planeet, nog wat verder weg van de ster. De storende krachten van de buitenste planeet op de binnenste planeet zijn maar klein, maar leiden op de lange duur tot grote veranderingen in zijn baan. Hij komt in een zeer excentrische baan die hem zeer dicht bij de ster brengt en het baanvlak van de planeet kan gaan kantelen. Dichtbij de ster worden getijdeneffecten van de ster op de planeet belangrijk, waardoor de planeet bewegingsenergie verliest. Hierdoor komt de baan in zijn geheel steeds dichter bij de ster te liggen en kan de stand van het baanvlak zelfs geheel omklappen. Inzicht in het ontstaan van deze in onze ogen vreemde systemen leert ons ook meer over het ontstaan van ons eigen zonnestelsel, dat zonder hete Jupiter dichtbij de zon wellicht wel een buitenbeentje is.
Meer informatie:
Flipping hot Jupiters
Why some hot Jupiters spin the wrong way
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

28 april 2011
Rond de ster 55 Cancri draait een planeet die weliswaar zestig procent groter is dan de aarde, maar tegelijkertijd acht keer zo zwaar. Daarmee heeft de exoplaneet bijna de dichtheid van lood. De planeet, die de aanduiding 55 Cancri e draagt, werd in 2004 met een telescoop op aarde ontdekt. Hij verried zijn bestaan doordat hij zijn moederster enigszins aan het schommelen brengt: dat hij behoorlijk zwaar is, stond dus al vast. Dat hij ook relatief klein is, blijkt uit waarnemingen van de Canadese satelliet MOST. Vanaf de aarde gezien beweegt 55 Cancri e bij elke omloop, die minder dan achttien uur duurt, eventjes voor zijn moederster langs. Met MOST is gemeten dat bij elk van deze planeetovergangen de helderheid van de ster met 0,02 procent afneemt. Uit dat gegeven hebben astronomen de grootte van de planeet berekend. Geschat wordt dat de temperatuur aan het planeetoppervlak ongeveer 2700 graden bedraagt. 55 Cancri is dus niet alleen loodzwaar, maar ook gloeiendheet.
Meer informatie:
Astronomers unveil portrait of "super-exotic super-Earth
Student's Prediction Points the Way to Hot, Dense Super-Earth

26 april 2011
Het SETI-instituut, dat zich bezighoudt met de zoektocht naar intelligent buitenaards leven, is in geldnood. Zodanig zelfs, dat zijn paradepaardje - de Allen Telescope Array (ATA) - voorlopig is stilgelegd. Het SETI-instituut 'luistert' al vijftig jaar met radiotelescopen naar signalen uit de ruimte die het bestaan van buitenaardse beschavingen zouden kunnen aantonen. In 2007 werd zelfs begonnen met een speciaal voor dit doel gebouwde opstelling van radioschotels, die voor de helft werd gefinancierd door Paul Allen, mede-oprichter van softwarebedrijf Microsoft. De ATA bestaat momenteel uit 42 schotelantennes die verbonden zijn met 64 computerservers die gedoneerd zijn door Dell, Google en Intel. Aan financiële steun dus geen gebrek, zo lijkt het. Maar al die apparatuur moet ook in bedrijf worden gehouden. Tot nog toe werden deze operationele kosten gedragen door de staat Californië, de National Science Foundation, NASA en particuliere donateurs. Door de economische crisis zijn de laatste jaren echter steeds meer geldschieters afgehaakt. De hoop is nu gevestigd op (overheids)instellingen die de ATA voor andere doeleinden willen gebruiken, bijvoorbeeld voor astronomisch onderzoek of voor het in kaart brengen van het ruimteschroot dat rond de aarde cirkelt. Voor de gewenste uitbreiding van de ATA naar 350 radioschotels is het wachten op economisch betere tijden.
Meer informatie:
SETI telescope array suspends operations due to financial constraints
Website SETI-instituut

19 april 2011
Het klinkt als science fiction, maar op een exoplaneet met twee zonnen aan de hemel zouden zwarte bomen kunnen groeien. Dat beweert Jack O'Malley-James van de University of St Andrews vandaag op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales. O'Malley-James heeft onderzocht hoe fotosynthese zich zou kunnen ontwikkelen op planeten die een baan beschrijven rond een dubbelster. Hij denkt dat zich op zo'n planeet plantaardig leven zou kunnen ontwikkelen dat niet alleen zichtbaar licht via fotosynthese omzet in voedingsstoffen, maar daarvoor ook infrarode of ultraviolette straling kan gebruiken. En wanneer een van de twee sterren een zwakke rode dwerg is, zullen bomen wellicht elke vorm van opvallende straling gebruiken voor fotosynthese, zodat ze niets meer weerkaatsen en er dus zwart uitzien.
Meer informatie:
Could black trees blossom in a world with two suns?
NAM 2011
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 april 2011
De twee Amerikaanse STEREO-ruimtesondes, die zich aan weerszijden van de zon bevinden voor gedetailleerd onderzoek aan onze eigen ster, kunnen in de toekomst wellicht planeten ontdekken bij andere sterren. Dat beweren sterrenkundigen van de University of Central Lancashire vandaag op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales. De onderzoekers hebben met behulp van de STEREO-ruimtesondes 122 tot nu toe onbekende eclipserende dubbelsterren ontdekt. Op de foto's die gemaakt worden door de gevoelige camera's van de ruimtesondes zijn tot op heden bijna één miljoen sterren vastgelegd, waarvan de helderheidsveranderingen in de loop van de tijd nauwkeurig gemeten kunnen worden. Bij eclipserende dubbelsterren is die helderheid veranderlijk, doordat er sprake is van twee sterren die in een kleine baan om elkaar heen draaien en elkaar daarbij regelmatig bedekken. Volgens Danielle Bewsher moet het mogelijk zijn om met de STEREO-camera's nog veel kleinere helderheidsvariaties te meten, en op die manier exoplaneten op het spoor te komen die eens per omloop voor hun moederster langs trekken en daarbij een klein beetje sterlicht onderscheppen.
Meer informatie:
STEREO turns its steady gaze on variable stars
NASA's STEREO Spacecraft Discovers New Eclipsing Binary Stars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 april 2011
Volgens Jonathan Nichols van de University of Leicester zijn exoplaneten op grote afstanden van hun moederster vanaf aarde te ontdekken met radiotelescopen zoals de in aanbouw zijnde LOFAR-telescoop in Noord-Nederland. Wanneer de ster veel ultraviolette straling uitzendt, en de reuzenplaneet snel roteert, kan de radiostraling van de planeet tot op een afstand van 150 lichtjaar gemeten worden, aldus Nichols, die zijn bevindingen presenteert op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales. Met traditionele technieken zoals de dopplermethode en de overgangstechniek worden vooral grote, zware exoplaneten in kleine omloopbanen gevonden. Jupiter-achtige planeten op grote afstanden van hun moederster vallen minder op, of het kost veel meer tijd om ze te detecteren. Zulke planeten produceren echter wel laagfrequente radiostraling, veroorzaakt door poollicht in de atmosfeer. Die radiostraling is natuurlijk het sterkst wanneer er veel poollicht is (de ster moet dan veel energierijke straling produceren) en wanneer de planeet snel roteert.
Website van Jonathan Nichols, met informatie over het onderzoek
NAM 2011
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 april 2011
WASP-12b, een grote, zware exoplaneet in een kleine omloopbaan, blijkt een magnetisch veld te hebben en een 'bow shock' te veroorzaken in het magnetisch veld van zijn moederster. Dat concluderen astronomen van de University of St Andrews op basis van computersimulaties en waarnemingen met de Hubble Space Telescope. WASP-12b draait in 26 uur een rondje rond zijn moederster, op slechts 3,4 miljoen kilometer afstand. Het is een van de grootste exoplaneten die bekend zijn: de middellijn bedraagt meer dan 250.000 kilometer. Vanaf de aarde zien we de baan van de planeet min of meer van opzij, waardoor hij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt. Met de Hubble Space Telescope is ontdekt dat deze zogeheten overgangen op ultraviolette golflengten wat eerder beginnen dan in zichtbaar licht. Computersimulaties kunnen dit verschil verklaren door aan te nemen dat de planeet een magnetisch veld heeft, en een bijbehorende magnetosfeer. Als gevolg van de snelle beweging door het magnetisch veld van de moederster produceert die magnetosfeer een 'bow shock', en die absorbeert een deel van de ultraviolette straling van de ster. De resultaten, die inmiddels gepubliceerd zijn in The Astrophysical Journal , zijn gepresenteerd op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales.
Meer informatie:
The shocking environment of hot Jupiters
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 april 2011
Astronomen hebben een nieuwe manier bedacht om nabije zwakke sterren op te sporen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de gegevens van de Galaxy Evolution Explorer (GALEX), een satelliet die ultraviolette straling uit het heelal detecteert. Eventuele planeten bij deze dwergsterren zouden zich relatief gemakkelijk laten fotograferen. Bij de zoektocht naar planeten bij andere sterren wordt veel hinder ondervonden van het felle schijnsel van de sterren zelf. Dat is ook de reden waarom nog maar een handjevol van die exoplaneten rechtstreeks zijn gefotografeerd. Pasgeboren dwergsterren stralen minder fel, waardoor eventuele planeten makkelijker te zien zouden zijn. Maar die sterren zijn zelf weer veel moeilijker te vinden. Jonge sterren hebben echter de eigenschap dat ze relatief veel ultraviolette straling uitzenden, waardoor ze goed zichtbaar zijn voor GALEX. Deze satelliet heeft inmiddels driekwart van de hemel in kaart gebracht. Door deze 'ultraviolette hemelkaart' te vergelijken met hemelkaarten in zichtbaar licht en infraroodstraling, hebben Amerikaanse astronomen een kleine twintig nabije jonge dwergsterren opgespoord. Volgens de onderzoekers zijn dat heel geschikte kandidaten om exoplaneten bij te fotograferen. De sterren produceren niet alleen weinig zichtbaar licht, maar eventuele planeten in hun omgeving zouden nog heel jong en dus relatief warm en helder zijn.
Meer informatie:
NASA Telescope Ferrets Out Planet-Hunting Targets

30 maart 2011
De afgelopen tien jaar hebben astronomen honderden planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt. Of daar planeten tussen zitten waar leven mogelijk is, moet nog blijken. Maar als het aan de Amerikaanse astronoom Eric Agol ligt, zal de eerste leefbare planeet op een nogal onverwachte plek worden gevonden: in de omgeving van een uitgeputte ster. In een artikel in de Astrophysical Journal Letters oppert Agol dat leefbare planeten ter grootte van de aarde veel gemakkelijker vindbaar zijn als ze om zogeheten witte dwergen cirkelen. Een witte dwerg is het restant van een ster die, tegen het einde van zijn bestaan, zijn buitenste gaslagen heeft afgestoten. Aanvankelijk is zo'n restant heel heet, maar uiteindelijk wordt hij koeler dan de zon, waardoor de zone waar aangename temperaturen heersen heel dicht bij de ster komt te liggen. Eventuele planeten die zich in die zone bevinden, zijn al vindbaar met een relatief kleine telescoop mits ze tijdens elke omloop, vanaf de aarde gezien, eventjes vóór hun ster langs trekken. Zulke planeetovergangen hebben tot gevolg dat de ster met grote regelmaat kleine helderheidsdipjes vertoont. Agol stelt voor om de 20.000 meest nabije witte dwergen op de aanwezigheid van planeten in de leefbare zone te onderzoeken. Dat is wel een hele klus, want daartoe moet elk van die sterren zeker enkele tientallen uren worden waargenomen.
Meer informatie:
White dwarfs could be fertile ground for other Earths

15 maart 2011
Exoplaneet GJ 1214b, die tot de 'superaardes' wordt gerekend, is hoogstwaarschijnlijk niet in wolken gehuld. Dat blijkt uit vervolgonderzoek door hetzelfde team van astronomen dat eind vorig jaar een eerste analyse van de atmosfeer van deze planeet publiceerde. De atmosfeer van GJ 1214b wordt spectroscopisch onderzocht op momenten dat de planeet voor zijn moederster langstrekt. Tijdens zo'n planeetovergang worden specifieke golflengten van het sterlicht door de atmosfeer geabsorbeerd, die kenmerkend zijn voor de chemische samenstelling ervan. De eerste metingen lieten twee mogelijkheden open. De ene was dat de planeet was gehuld in een waterstofrijke en zeer mistige atmosfeer, de andere dat de atmosfeer uit waterdamp en zwaardere gassen bestond. De vervolgmetingen laten zien dat de eerste mogelijkheid geschrapt kan worden en dat de atmosfeer van GJ 1214b voor ongeveer tien procent uit waterdamp bestaat. De temperatuur op de planeet bedraagt ongeveer 280 graden Celsius.
Meer informatie:
Exoplant May Have Metal-Rich Atmosphere

8 maart 2011
Bij de ster HD 213597 is waarschijnlijk een planeet ontdekt. Na meer dan vijfhonderd van die ontdekkingen is dat nauwelijks nieuws meer. Bijzonder is wel dat deze mogelijke exoplaneet is opgespoord met een instrument van de tweelingsatelliet STEREO. De beide STEREO-satellieten van NASA houden zich vooral bezig met het waarnemen van de zon. Maar als daar weinig activiteit is, doen ze ook andere waarnemingen. Zo hebben ze onder meer de atmosfeer van Venus en enkele kometen onderzocht. Ook worden met grote regelmaat opnamen gemaakt van stukjes sterrenhemel. Bij die laatste activiteit zijn honderden sterren ontdekt waarvan de helderheid niet geheel constant is. Van ruim honderd van die sterren was het veranderlijke gedrag niet eerder waargenomen. En in één geval lijken de regelmatige helderheidsvariaties te worden veroorzaakt door een planeet die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop voor de ster langs passeert. Vervolgwaarnemingen zullen moeten uitwijzen of er inderdaad een planeet om HD 213597 cirkelt.
Meer informatie:
STEREO Looks at the Sun; Finds Planets

3 maart 2011
Met de Europese Very Large Telescope in Chili zijn nieuwe opnamen gemaakt van de planeet bij de ster Bèta Pictoris. Ook zijn de massa en de temperatuur van de planeet gemeten. Bèta Pictoris is een jonge ster op een afstand van ruim 63 lichtjaar. Al meer dan 25 jaar is bekend dat deze ster omgeven is door een schijf van gas en stof waarin planeten kunnen ontstaan. Het heeft echter tot 2009 geduurd voordat in deze schijf ook werkelijk een planeet werd opgespoord. Uit de nieuwe VLT-waarnemingen blijkt dat deze planeet zeven tot elf keer zo zwaar is als de planeet Jupiter. Zijn oppervlaktetemperatuur ligt tussen de 1100 en 1700 graden. Volgens het internationale team van sterrenkundigen dat de planeet onderzocht heeft, wijst deze hoge temperatuur erop dat de planeet nog maar kort geleden is ontstaan. Hij heeft gewoon nog niet de tijd gehad om de warmte kwijt te raken die hij ten gevolge van het samenklonteringsproces in de stofschijf heeft verkregen.
Meer informatie:
New observations of the giant planet orbiting Beta Pictoris

25 februari 2011
Het Europese ruimteagentschap ESA heeft vier kandidaten geselecteerd voor een middelgrote wetenschappelijke ruimtemissie die in de periode 2020-2022 van start moet gaan. Voor deze missie werden vorig jaar in totaal 47 voorstellen ingediend. De vier kandidaat-missies zijn compleet verschillend van karakter. De Exoplanet Characterisation Observatory (EChO) zou de eerste satelliet zijn die de atmosferen van planeten buiten ons eigen zonnestelsel onderzoekt. De Large Observatory For X-ray Timing (LOFT) is bedoeld voor het onderzoek van de materie in de directe omgeving van zwarte gaten en neutronensterren. MarcoPolo-R is een ruimtemissie die een bodemmonster zou moeten ophalen van een planetoïde die in de buurt van de aarde komt. En de Space-Time Explorer and Quantum Equivalence Principle Space Test (STE-QUEST) is gericht op het onderzoek van de invloed van de zwaartekracht op tijd en materie. De missie die uiteindelijk wordt gekozen, zal deel uitmaken van het Cosmic Vision-programma. In 2017/2018 zullen de eerste twee lanceringen in het kader van dit programma plaatsvinden. Op 3 februari zijn in Parijs ook de drie kandidaten voor een grote Cosmic Vision-ruimtemissie gepresenteerd. Welke missies in de 'prijzen' vallen, zal later dit jaar worden beslist.
Meer informatie:
Four candidates selected for the next medium-class mission in ESA's Cosmic Vision
Cosmic Vision L-class missions presentation event 2011
Cosmic Vision 2015-2025 (pdf)

24 februari 2011
In de stortvloed aan gegevens die de naar planeten speurende Kepler-satelliet naar de aarde stuurt, is een uniek planetenstelsel aangetroffen. Rond de ster KOI-730 draaien vier planeten, waarvan er twee in dezelfde baan om hun moederster draaien. Het tweetal heeft een omlooptijd van iets minder dan tien dagen. Ze houden daarbij steeds dezelfde afstand tot elkaar: de ene loopt precies zestig graden - een zesde deel van een cirkel - voor op de andere. Die zestig graden is geen toeval. Zestig graden voor en achter elke planeet die om een ster draait, ligt een zogeheten Lagrangepunt. In dat punt is de gecombineerde zwaartekrachtsaantrekking van ster en planeet precies groot genoeg om een daar aanwezig object een stabiele positie te laten innemen. De planeet Jupiter bijvoorbeeld, heeft op die punten een aantal kleine planetoïden in bedwang.
Meer informatie:
Two planets found sharing one orbit

24 februari 2011
Met behulp van ESO's Very Large Telescope heeft een internationaal team van astronomen de kortlevende materieschijf waargenomen rond een jonge ster die in het beginstadium van planeetvorming verkeert. Voor het eerst is daarbij een kleine begeleider ontdekt die mogelijk de veroorzaker is van de brede lege zone in die schijf. Planeten ontstaan uit de materieschijven rond jonge sterren, maar de overgang van stofschijf naar planetenstelsel gaat snel en er zijn maar weinig objecten bekend die zich in dit stadium bevinden. Eén van die objecten is T Chamaeleontis (T Cha), een onopvallende ster in het kleine zuidelijke sterrenbeeld Kameleon die vergelijkbaar is met de zon, maar dan veel jonger. T Cha bevindt zich op ongeveer 330 lichtjaar van de aarde en is slechts ongeveer zeven miljoen jaar oud. In de stofschijf rond T Cha is een lege zone ontdekt, die ongeveer 20 miljoen kilometer van de ster begint en ruim een miljard kilometer verder naar buiten eindigt. Omdat dit een aanwijzing zou kunnen zijn dat zich hier planeten hebben gevormd, hebben de astronomen met een speciale camera van de VLT naar de ster gekeken. Daarbij is, op ongeveer een miljard kilometer van de ster, een klein object ontdekt. Latere waarnemingen zullen moeten uitwijzen of deze begeleider een planeet is of een bruine dwerg (een 'mislukte ster').
Meer informatie:
Planeetvorming in actie?

17 februari 2011
Met de Subaru-telescoop op Hawaï zijn opnamen gemaakt van de schijf van gas en stof rond twee jonge sterren. Daarbij is voor het eerst ook het binnenste deel van de schijf in beeld gebracht. Een van de onderzochte sterren is AB Aur, in het sterrenbeeld Voerman. Deze ster is nog maar een miljoen jaar oud en omringd door een schijf van gas en stof waaruit planeten kunnen ontstaan. Op de opname van AB Aur zijn details in deze 'protoplanetaire' schijf te zien op afstanden van de ster die kleiner zijn dan de afstand van de planeet Neptunus tot de zon. De schijf vertoont een brede gordel waar zich weinig materie bevindt: dat kan erop wijzen dat zich hier al een grote planeet aan het vormen is, die zijn omgeving 'schoonveegt'. De andere ster waarbij de stofschijf is gefotografeerd, is LkCa 15 in het sterrenbeeld Stier. Ook deze vertoont een leeg gebied, maar dan in de onmiddellijke omgeving van de ster. Het gebrek aan gas en stof is ook hier een aanwijzing dat er planeetvorming plaatsvindt.
Meer informatie:
Direct Images Of Disks Unravel Mystery Of Planet Formation
Back to the roots of the solar system

14 februari 2011
Europese en Amerikaanse sterrenkundigen werken aan de bouw van een extreem gevoelige spectrograaf, waarmee de ontdekkingen van mogelijke exoplaneten, gedaan door de ruimtetelescoop Kepler, bevestigd kunnen worden. Het instrument, HARPS-North geheten, moet in het voorjaar van 2012 in gebruik genomen worden op het Canarische eiland La Palma. Kepler ontdekt kandidaatplaneten door periodieke helderheidsdipjes te registreren in het licht van verre sterren in de sterrenbeelden Zwaan en Lier, aan de noordelijke hemel. Eerder dit jaar werden niet minder dan 1200 kandidaatplaneten bekendgemaakt. Om zeker te weten dat het echt om planeten gaat, moeten de Kepler-ontdekkingen onafhankelijk worden bevestigd. Bij voorkeur door de minieme slingerbeweging van de ster te meten die veroorzaakt wordt door een rondcirkelende planeet. Zulke dopplermetingen worden al jarenlang verricht met de High-Accuray Radial-velocity Planet Searcher (HARPS), een gevoelige spectrometer die bevestigd is op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op La Silla in Chili. Vanaf het zuidelijk halfrond kan HARPS de sterrenbeelden Zwaan en Lier echter niet goed bestuderen. HARPS-North, een verbeterde kopie van de oorspronkelijke spectrometer, met een nog hogere gevoeligheid, moet geplaatst worden op de 3,6-meter Telescopio Nazionale Galileo, een middelgrote Italiaanse telescoop op de Europese Roque de los Muchachos-sterrenwacht op La Palma. De verwachting is dat HARPS-North van veel Kepler-kandidaten definitief kan verifiëren of het daadwerkelijk om een exoplaneet gaat. In dat geval kan ook de massa van de planeet worden bepaald.
Meer informatie:
HARPS-N Instrument Will Help Confirm Kepler's Planet Finds
HARPS-North
Het oorspronkelijke HARPS-instrument op La Silla
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 februari 2011
Naast het zesvoudige planetenstelsel dat deze week uitgebreid in Nature wordt besproken, heeft de NASA-satelliet Kepler nog veel meer (kandidaat-)planeten opgespoord. De teller staat inmiddels op 1235, en dat is alleen nog maar de oogst voor de periode mei-september 2009. Kepler houdt sinds 12 mei 2009 de helderheden van meer dan 156.000 zonachtige sterren in de gaten. De sterren waar, vanaf de aarde gezien, planeten voorlangs bewegen, zijn herkenbaar aan regelmatig optredende helderheidsdipjes. De op deze manier gevonden kandidaten moeten nader worden onderzocht, om te controleren of het ook echt om planeten gaat. En dat kan maanden, in sommige gevallen zelfs jaren duren. Van de 1235 kandidaten zijn er 68 ongeveer zo groot als de aarde, 288 zijn een maatje groter en worden 'superaardes' genoemd. Daarnaast zijn er 662 mogelijke planeten ter grootte van Neptunus gevonden, 165 van het kaliber Jupiter en 19 'superjupiters'. Een stuk of vijftig van de planeten bevinden zich in de 'leefbare zone' van hun ster: daar kunnen dus temperaturen heersen waarbij water in vloeibare vorm kan bestaan. Kepler zal nog tot zeker tot november 2012 naar planeten blijven zoeken. Het is goed om daarbij te bedenken dat de satelliet maar een kleine fractie van alle mogelijke planeten kan opsporen. Op de eerste plaats overziet zijn telescoop maar 1/400 deel van de hemel, en bovendien zullen de planeten van de meeste sterren vanaf de aarde gezien nooit voor hun moederster langs bewegen.
Meer informatie:
NASA Finds Earth-Size Planet Candidates In Habitable Zone

2 februari 2011
Met de Amerikaanse satelliet Kepler is een opmerkelijk planetenstelsel ontdekt bij een ster op 2000 lichtjaar van de aarde. Het stelsel telt minstens zes planeten, waarvan er vijf op geringe afstand om hun moederster draaien (Nature, 3 februari). De zes exoplaneten verraden hun bestaan doordat zij vanaf de aarde gezien bij elke omloop voor hun ster langs bewegen. Hierdoor ontstaan kleine, regelmatige 'dipjes' in de helderheid van de ster, die door Kepler zijn geregistreerd. Uit de regelmaat waarin de verschillende helderheidsdipjes optreden, kunnen de omlooptijden van de planeten worden afgeleid. En de grootte van de dipjes zegt iets over hun afmetingen. Over de massa's van de planeten kom je op deze manier doorgaans niets te weten, maar dat is in dit specifieke geval anders. Door heel goed op kleine onregelmatigheden in de omlooptijden van de vijf binnenste planeten te letten, kon worden vastgesteld hoe groot de aantrekkingskrachten zijn die zij op elkaar uitoefenen. Daaruit volgt dat zij twee tot dertien keer zo zwaar zijn als de aarde. Hun omlooptijden lopen uiteen van 10 tot 47 dagen, wat betekent dat hun afstanden tot de ster tussen de 14 en 68 miljoen kilometer liggen. De zesde planeet is groter en volgt een aanzienlijk ruimere baan. Zijn massa is onbekend. Drie van de vijf binnenplaneten hebben een opmerkelijk lage dichtheid. Dat wijst erop dat zij voor een groot deel uit lichte gassen bestaan.
Meer informatie:
Six Small Planets Orbiting A Sun-Like Star Amaze Astronomers
NASA's Kepler Spacecraft Discovers Extraordinary New Planetary System

18 januari 2011
In september vorig jaar maakten Amerikaanse astronomen de ontdekking bekend van de eerste potentieel leefbare exoplaneet. Maar enkele weken later al uitten sterrenkundigen van de universiteit van Genève die bij dezelfde ster - Gliese 581 - naar planeten hadden gespeurd hun twijfels over deze primeur. Het lijkt er steeds meer op dat de Geneefse onderzoekers gelijk krijgen. Het bestaan van planeet Gliese 581g - de zesde die bij Gliese 581 ontdekt zou zijn - werd afgeleid uit kleine schommelbewegingen van zijn moederster. Zijn afstand tot de rode dwergster zou precies goed zijn voor het ontstaan van leven: niet te koud, niet te warm. Een statistische analyse van de gezamenlijke Amerikaanse en Europese meetgegevens doet de hoop op een leefbare planeet echter vervliegen. Als er al een planeet op die afstand rond Gliese 581 draait, gaat de door hem veroorzaakte schommelbeweging geheel ten onder in de onvermijdelijke ruis van de meetonzekerheden. De kans dat Gliese 581g echt bestaat is daarmee geslonken tot minder dan 0,01 procent. Al zijn de oorspronkelijke ontdekkers van de planeet het daar natuurlijk niet mee eens.
Meer informatie:
New Study Finds No Sign of 'First Habitable Exoplanet'

16 januari 2011
Exoplaneet WASP-33b heeft een temperatuur van ca. 3200 graden en is daarmee de heetste exoplaneet die tot nu toe bekend is. De temperatuur is afgeleid uit infraroodmetingen die verricht zijn met de 4,2-meter William Herschel Telescope op La Palma. WASP-33b is een 'hete Jupiter' - een gasplaneet in een kleine omloopbaan. De omlooptijd bedraagt minder dan dertig uur. De witte moederster is met een oppervlaktetemperatuur van ca. 9000 graden zelf ook aanzienlijk heter dan de zon. De nieuwe metingen worden beschreven in een artikel dat binnenkort gepubliceerd wordt in Montly Notices of the Royal Astronomical Society.
Vakpublicatie over de temperatuurmetingen van WASP-33b.
Nieuwsbericht over WASP-33b op sciencenow.org
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 januari 2011
Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is ontdekt dat de omloopbanen van sommige exoplaneten sterk geheld zijn ten opzichte van het evenaarvlak van hun moederster. Het gaat om de exoplaneten HAT-P-11 en XO-4. Beide zijn 'hete Jupiters': zware reuzenplaneten in extreem kleine omloopbanen. In ons eigen zonnestelsel vallen de banen van de planeten min of meer samen met het evenaarvlak van de zon - precies wat je verwacht wanneer het zonnestelsel ontstaan is uit een platte, ronddraaiende schijf van gas en stof. Van de vele 'hete Jupiters' die de afgelopen vijftien jaar zijn ontdekt, wordt aangenomen dat ze op grotere afstand van hun moederster zijn ontstaan, en door een of ander mechanisme naar binnen zijn 'gemigreerd'. Welk mechanisme dat is geweest, is echter niet duidelijk. De nieuwe resultaten doen vermoeden dat er in het geval van HAT-P-11 en XO-4 in elk geval geen sprake is geweest van wrijving en energieverlies door de beweging van de planeet in de resterende gas- en stofschijf waaruit hij bestond. In dat geval zou de baan nog steeds min of meer moeten samenvallen met het evenaarvlak van de ster. In plaats daarvan zou de baanmigratie veroorzaakt kunnen zijn door zwaartekrachtsstoringen van andere zware planeten in het stelsel. Computersimulaties laten zien dat zulke verstoringen kunnen leiden tot de meest uitzonderlijke planeetbanen. De 'verstorende' planeet kan zelfs de ruimte in zijn geslingerd. De scheve ligging van de planeetbanen kon achterhaald worden door metingen aan een subtiel spectroscopisch effect tijdens de overgang van de planeet: vanaf de aarde zien we de planeetbanen vrijwel exact van opzij, waardoor hij eens per omloop voor zijn moederster langs beweegt.
Meer informatie:
Inclined Orbits Prevail in Exoplanetary Systems
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 januari 2011
De Amerikaanse satelliet Kepler heeft zijn eerste 'rotsachtige' planeet opgespoord. De planeet - die de aanduiding Kepler-10b heeft gekregen - is slechts 1,4 keer zo groot als de aarde en daarmee de kleinste die ooit buiten ons zonnestelsel ontdekt is. Kepler maakt gebruik van een gevoelige lichtmeter om de kleine helderheidsafname te kunnen meten die optreedt als een planeet vanaf de aarde gezien vóór zijn moederster langs beweegt. Uit de grootte van die 'helderheidsdip' kan worden afgeleid welke afmetingen de planeet heeft. De afstand tussen de planeet en zijn ster kan worden berekend uit de tijd die tussen twee achtereenvolgende planeetovergangen verstrijkt. Kepler-10b heeft een omlooptijd van minder dan een dag en bevindt zich dus op slechts enkele miljoenen kilometers van zijn ster. Dat betekent dat de temperatuur aan zijn oppervlak zeer hoog moet zijn. De planeet is naar schatting iets minder dan vijfmaal zo zwaar als de aarde en heeft een gemiddelde dichtheid van 8,8 gram per kubieke centimeter - vergelijkbaar met die van een haltergewicht.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Discovers Its First Rocky Planet

10 januari 2011
De kleine ster HD 189733 lijkt te zijn aangezwengeld door de forse planeet die er op geringe afstand omheen draait. Dat blijkt uit Amerikaanse onderzoek dat vandaag tijdens de 217de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle (VS) is gepresenteerd. Planeet HD 189733b is ongeveer net zo zwaar als Jupiter. Maar daar houden de overeenkomsten tussen de twee ook wel zo'n beetje op. HD 189733b bevindt zich op een afstand van minder dan vijf miljoen kilometer van zijn ster en cirkelt daar in iets meer dan twee dagen omheen. De invloed van getijden en magnetische velden is op die kleine afstand dermate groot, dat de planeet zijn moederster als het ware meesleept. Hierdoor gaat niet alleen de ster steeds sneller ronddraaien (de rotatietijd is nog maar twaalf dagen), maar neemt ook de baansnelheid van de planeet af. Dat laatste heeft tot gevolg dat de planeet steeds dichter naar de ster toe spiraalt. Dit proces zal er uiteindelijk waarschijnlijk toe leiden dat de planeet aan flarden wordt gescheurd.
Meer informatie:
Hot Jupiter Exoplanet Discovery Opens Gateway To Understanding Evolution Of Planetary Systems

15 december 2010
Sterrenkundigen die naar planeten bij andere sterren speuren, roepen de hulp in van vrijwilligers. Iedereen met een computer en interverbinding kan nu de gegevens helpen uitpluizen die met de NASA-satelliet Kepler zijn verzameld. De Kepler-satelliet houdt sinds een jaar de helderheden van ongeveer 150.000 sterren in de gaten. In de berg gegevens die dat oplevert, zoeken computers naar de regelmatige fluctuaties zoals die worden veroorzaakt door planeten die voor hun moederster langs trekken. Dat heeft al honderden potentiële exoplaneten opgeleverd. Computerzoekprogramma's werken echter volgens een aangeleerd stramien en 'zien' daardoor nog wel eens wat over het hoofd. Het is de bedoeling dat de deelnemers aan het Planet Hunters-project die missers opsporen. Het menselijk brein in nu eenmaal beter in patroonherkenning dan een computer. Deelnemers hoeven niets van sterrenkunde of exoplaneten af te weten. Ze krijgen chaotisch ogende grafiekjes te zien, waarin de meest opmerkelijke 'helderheidsdips' moeten worden aangegeven. Sterrenkundigen zorgen voor de verdere verwerking van deze meetpunten.
Meer informatie:
Become an Exoplanet Hunter With Newest Zooniverse Citizen Science Project
Planet Hunters

14 december 2010
Een internationaal team van astronomen heeft een planeet ontdekt bij een naamloze ster op een afstand van 550 lichtjaar. Dat is op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat de exoplaneet op naam komt van de oliestaat Qatar. De planeet is opgespoord met het automatische camerasysteem Alsubai, een opstelling van een handjevol digitale camera's, die zich overigens niet in Qatar bevindt, maar in de Amerikaanse staat New Mexico. Vergelijkbare systemen staan op La Palma en in Zuid-Afrika. Met Alsubai worden de helderheden van honderdduizenden sterren gemeten. Daarbij houdt een computer bij of daar sterren tussenzitten die regelmatige helderheidsveranderingen vertonen. In veel gevallen zullen deze fluctuaties een andere oorzaak hebben, maar zo af en toe wordt er op die manier een ster ontdekt waar een planeet omheen draait die (vanaf de aarde gezien) steeds voor zijn ster langs trekt. Vervolgwaarnemingen met grote telescopen in de VS en Groot-Brittannië hebben aangetoond dat één van de sterren die het Alsubai-systeem op deze manier heeft opgespoord inderdaad van die planeetovergangen vertoont. Planeet Qatar-1b is bijna een kwart groter en tien procent zwaarder dan de planeet Jupiter. Hij draait op een afstand van slechts 3,5 miljoen kilometer om zijn ster en heeft daardoor een oppervlaktetemperatuur van ongeveer 1100 graden Celsius. Zulke planeten worden ook wel 'hete Jupiters' genoemd.
Meer informatie:
Qatar-led international team finds their first alien world
Alsubai Project

8 december 2010
Sterrenkundigen hebben een vierde planeet ontdekt bij de jonge ster HR8799 (Nature, 9 december). De eerste drie planeten van de ster werden in 2008 ontdekt. Het planetenstelsel van HR8799 is een van de weinige waarvan beeldmateriaal bestaat. Alle vier de planeten zijn ruwweg vijf tot zeven keer zo zwaar als de planeet Jupiter. Het zijn dus echte reuzen, wat des te opmerkelijker is als je bedenkt dat hun moederster maar ongeveer dertig miljoen jaar oud is. Ter vergelijking: ons zonnestelsel bestaat al ongeveer 4,6 miljard jaar. De vorming van zulke grote planeten kan blijkbaar vlotjes verlopen.Computermodellen laten echter zien dat de reuzenplaneten zulke grote aantrekkingskrachten op elkaar uitoefenen, dat het een klein wonder is dat ze nog met z'n vieren zijn. De komende tientallen jaren zal naar verwachting uit verdere waarnemingen blijken hoe stabiel het huidige stelsel is. Ook zullen dan mogelijk nog meer planeten bij HR 8799 worden opgespoord.
Meer informatie:
New pictures show fourth planet in giant version of our solar system
Astronomers discover, image new planet in planetary system very similar to our own
Planetary family portrait reveals another exoplanet
Exoplanets cast doubt on astronomical theories

8 december 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft voor het eerst aanzienlijke hoeveelheden koolstof waargenomen in de atmosfeer van een exoplaneet. De atmosfeer van de zware exoplaneet WASP-12b bevat zelfs zo veel koolstof, dat het aannemelijk lijkt dat de planeet zelf niet uit siliciumhoudend gesteente is opgebouwd, maar uit pure koolstof, bijvoorbeeld in de vorm van diamant of grafiet (Nature, 9 december). De koolstofrijke planeet draait op een afstand van slechts 4 miljoen kilometer om de 1200 lichtjaar verre ster WASP-12, die iets heter is dan onze zon. Met een oppervlaktetemperatuur van meer dan 2200 graden is hij de heetste exoplaneet die we kennen. De samenstelling van WASP-12b is afgeleid uit de warmtestraling die hij op verschillende golflengten uitzendt. Theorieën over de samenstelling van 'hete Jupiters' zoals WASP-12b gaan ervan uit dat hun atmosferen veel (zuurstofhoudende) waterdamp en weinig (koolstofhoudende) methaan bevatten. Maar uit dit onderzoek blijkt dat er in de atmosfeer van WASP-12b juist veel methaan zit, en minder waterdamp dan verwacht. Volgens de onderzoekers kan dat betekenen dat de bouwstenen waaruit WASP-12b en eventuele soortgenoten miljarden jaren geleden zijn samengeklonterd uit een teerachtige substantie hebben bestaan. Als dat zo is, verschilt het planetenstelsel van WASP-12 sterk van het onze, dat uit ijzige, waterrijke bouwstenen is opgebouwd.
Meer informatie:
Astronomers detect first carbon-rich exoplanet
NASA's Spitzer Reveals First Carbon-Rich Planet
A 'heart of diamonds' for UK and US astronomers who find carbon-rich planet

3 december 2010
In het zoute en giftige Mono Lake in Californië is een bacterie gevonden die in staat is een deel van het fosfor in zijn DNA te vervangen door arseen. Een verrassing voor biologen, omdat die er tot nu toe altijd van uitgingen dat leven op zes onmisbare chemische bouwstenen is gebaseerd: koolstof, waterstof, zuurstof, stikstof, zwavel en fosfor. Nu blijkt dus dat die laatste bouwsteen ook vervangen kan worden door een zevende. Als een aards organisme hier al toe in staat is, aldus onderzoekster Felisa Wolfe-Simon, moet je concluderen dat eventueel buitenaards leven wellicht ook een compleet verrassende biochemie zal kunnen vertonen. Volgens de Amerikaanse NASA, die het onderzoek deels financierde, heeft de ontdekking mogelijk implicaties voor de speurtocht naar buitenaards leven. Voorlopig doet de bacterie echter vooral op aarde veel stof opwaaien: sommige microbiologen zetten nog vraagtekens bij de ontdekking van Wolfe-Simon en haar collega's.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 december 2010
Een internationaal team van astronomen dat gebruik maakte van ESO's Very Large Telescope is er voor het eerst in geslaagd om de atmosfeer van een 'superaarde' te analyseren (Nature, 2 december). Deze relatief kleine exoplaneet, die bekendstaat als GJ 1214b, werd onderzocht terwijl hij voor zijn moederster langstrok en een deel van het sterlicht door zijn atmosfeer ging. Tijdens zulke planeetovergangen worden specifieke golflengten van het sterlicht door de planeetatmosfeer geabsorbeerd, die kenmerkend zijn voor de chemische samenstelling van de atmosfeer en de weersomstandigheden ter plaatse. Vervolgens heeft het onderzoeksteam deze nauwkeurige nieuwe metingen vergeleken met wat zij voor verschillende atmosferische samenstellingen verwachtten. De resultaten sluiten uit dat GJ 1214b, net als de planeet Neptunus in ons zonnestelsel, een diepe atmosfeer met veel waterstof heeft, tenzij de daarin aanwezige waterstof wordt gemaskeerd door bewolking en mist. Een andere mogelijkheid is dat de atmosfeer van deze superaarde relatief dun is en grotendeels bestaat uit waterdamp (stoom) en andere gassen zwaarder dan waterstof. Vervolgwaarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop zullen moeten uitwijzen welke van beide mogelijkheden de juiste is.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Super-Earth Has An Atmosphere, But Is It Steamy Or Gassy?
NASA Aids in Characterizing Super-Earth Atmosphere

23 november 2010
Geheel zonder fanfare is het aantal planeten dat bij andere sterren is ontdekt de vijfhonderd gepasseerd. Volgens de Extrasolar Planets Encyclopedia werd de mijlpaal op vrijdag 19 november jl. bereikt. Nu, vier dagen later, staan er zelfs al 504 exoplaneten op deze toonaangevende lijst, die wordt bijgehouden door astrobioloog Jean Schneider van de sterrenwacht van Parijs-Meudon. Welke exoplaneet precies nummer 500 is, laat zich niet aangeven. Er worden vaak meerdere planeten tegelijk aan de lijst toegevoegd, en soms moet een vermeende ontdekking ook weer worden ingetrokken. Op 19 november sprong de teller in één keer van 497 naar 501. De vier die er toen bijkwamen, zijn allemaal lichter dan de planeet Jupiter. Daarmee zet de trend naar de ontdekking van steeds lichtere planeten zich geleidelijk voort. Niet zo vreemd, want de opsporing van kleinere, lichtere planeten kost nu eenmaal meer moeite dan die van grote, zware planeten. Een officiële status heeft de Extrasolar Planets Encyclopedia overigens niet. Er bestaan bovendien meerdere websites die het aantal exoplaneten bijhouden. Die van NASA's PlanetQuest staat pas sinds vandaag op 500. Het zal hoe dan ook niet lang duren voordat alle 'tellers' veel hogere cijfers laten zien: honderden mogelijke planeetontdekkingen wachten nog op bevestiging. Het mag dan bijna twintig jaar hebben geduurd voordat de 500 werd bereikt, in het huidige tempo zullen we op nummer 1000 lang niet zo lang hoeven te wachten.
Meer informatie:
500th Alien Planet Discovered, With Hundreds More to Come
Extrasolar Planets Encyclopedia
PlanetQuest

18 november 2010
Een Europees team van astronomen heeft een planeet ontdekt bij een ster van een klein sterrenstelsel dat door ons Melkwegstelsel is opgeslokt (Science Express). De Jupiter-achtige planeet is zeer uitzonderlijk, omdat hij om een ster draait die het einde van zijn leven nadert. De afgelopen vijftien jaar hebben astronomen bij sterren in onze kosmische omgeving bijna vijfhonderd planeten ontdekt, maar geen daarvan bevindt zich met zekerheid buiten ons Melkwegstelsel. Nu is er echter een planeet van minimaal 1,25 maal de massa van Jupiter ontdekt die om een ster van extragalactische oorsprong draait. De ster maakt deel uit van de zogeheten Helmi-stroom - een groep sterren die oorspronkelijk deel uitmaakte van een dwergstelsel dat door ons Melkwegstelsel is opgeslokt. Deze daad van galactisch kannibalisme moet zich ongeveer zes tot negen miljard jaar geleden hebben afgespeeld. De ster draagt de aanduiding HIP 13044 en staat, op een afstand van ongeveer 2000 lichtjaar, in de richting van het zuidelijke sterrenbeeld Fornax (Oven). Zijn planeet, HIP 13044 b, is een van de weinige exoplaneten waarvan bekend is dat zij de periode hebben doorstaan waarin hun moederster enorm is opgezwollen nadat zij de voorraad waterstof in haar kern had verbruikt - het zogeheten rodereuzenstadium. Het voortbestaan van HIP 13044 b is echter allerminst zeker. Zijn moederster zal tijdens het volgende stadium van haar evolutie namelijk opnieuw opzwellen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Jupiter from another galaxy
Jupiter aus einer anderen Galaxie

4 november 2010
SRON-onderzoeker Remco de Kok gaat met een Veni-subsidie van NWO onderzoek doen aan atmosferen van exoplaneten. De Kok ontvangt 250.000 euro om een nauwkeuriger rekenmethode te ontwikkelen voor het bepalen van de samenstelling van planeetatmosferen. In 1995 werd voor het eerst een planeet bij een andere ster dan onze zon ontdekt. Inmiddels is het aantal bekende exoplaneten opgelopen tot bijna 500. Van het overgrote deel van de ontdekte exoplaneten is helaas nog maar heel erg weinig bekend, simpelweg omdat ze te ver weg staan. Wel kunnen onderzoekers de samenstelling van exoplaneet-atmosferen achterhalen met de zogenaamde 'transit'-meetmethode. De transit-methode is geschikt voor exoplaneten die gedurende hun jaarlijkse omloop voor hun ster langs bewegen: tijdens een dergelijke 'transit' van de planeet bevat het sterlicht dat de telescoop bereikt ook licht dat door de buitenste lagen van de planeetatmosfeer is gereisd en dat daardoor sporen draagt van de chemische samenstelling van die lagen. Met de transit-methode zijn onder andere waterdamp en methaangas in exoplaneet-atmosferen gevonden. Dankzij de Veni-subsidie kan Remco de Kok de komende drie jaar werken aan het verbeteren van de analyse van transit-metingen. Daarbij zal hij onder meer factoren zoals lichtverstrooiing door moleculen, stofdeeltjes en wolken in rekening brengen. Eerst zal de nieuwe rekenmethode worden getest op de atmosferen van planeten in ons eigen zonnestelsel en dan pas worden toegepast op exoplaneten.
Meer informatie:
Exoplaneet-atmosferen ontsluierd

3 november 2010
Deze week vieren astronomen uit twaalf landen op bijzondere wijze de vijftigste verjaardag van de zoektocht naar intelligent buitenaardse leven (SETI). Op vrijdag 5 november wordt het startschot gegeven voor een korte waarnemingscampagne die in Australië, Japan en Korea begint en een vervolg krijgt in Italië, Nederland, Frankrijk, Argentinië en de VS. In ons land zal de pas in gebruik genomen radiotelescoop LOFAR zijn steentje bijdragen. De campagne, Project Dorothy geheten, is een eerbetoon aan het eerste SETI-project, Project Ozma, dat in april 1960 werd uitgevoerd door de Amerikaanse astronoom Frank Drake. Drake, die nu werkzaam is bij het SETI-instituut in Californië, richtte destijds een radiotelescoop op een aantal sterren, in de hoop signalen van buitenaardse beschavingen op te vangen. Twee van die sterren, Tau Ceti en Epsilon Eridani, zullen ook nu weer worden 'afgeluisterd'. Daarnaast staan enkele van de sterren op het programma waarbij de afgelopen twintig jaar planeten zijn ontdekt. Hoewel Project Dorothy maar heel kort duurt, zal het veel meer en veel betere gegevens opleveren dan Project Ozma destijds. De techniek heeft immers de afgelopen vijftig jaar niet stilgestaan.
Meer informatie:
Astronomers Worldwide Commemorate 50th Anniversary of Search for Extraterrestrials through New Observing Project
Project Dorothy

28 oktober 2010
Ongeveer één op de vier zonachtige sterren heeft planeten ter grootte van de aarde. Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Californië in Berkeley in Science (29 oktober). De astronomen baseren deze conclusie op een vijf jaar durende waarnemingscampagne met de 10-meter Keck-telescoop van 166 zonachtige sterren op afstanden van minder dan tachtig lichtjaar. Bij slechts 22 van deze sterren zijn één of meer planeten ontdekt (33 in totaal), maar de massaverdeling van deze exoplaneten laat wel iets bijzonders zien. Uit statistische analyse van de steekproef blijkt dat maar één à twee procent van alle zonachtige sterren planeten ter grootte van Jupiter heeft, zes procent heeft één of meer planeten ter grootte van Neptunus en twaalf procent heeft 'superaardes' met massa's van drie tot tien aardmassa's. Kleinere exoplaneten zijn momenteel nog niet waarneembaar, maar de trend is duidelijk: bij zonachtige sterren komen lichte planeten vaker voor dan zware. Extrapolatie van deze getallen leert dat iets minder dan een kwart van alle zonachtige sterren planeten ter grootte van de aarde zal hebben. Daarbij gaat het overigens alleen om exoplaneten met omlooptijden van minder dan vijftig dagen. Het is niet ondenkbaar dat er op grotere afstand van deze sterren procentueel nog meer aardachtige planeten te vinden zijn.
Meer informatie:
Study says solar systems like ours may be common
NASA Survey Suggests Earth-Sized Planets are Common
PlanetQuest

26 oktober 2010
Onderzoek van twee masterstudenten van het Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek van de Universiteit van Amsterdam heeft een nieuwe kijk opgeleverd op de structuur van de gas- en stofschijf rondom een zogeheten Herbig Be-ster. De door de studenten verrichte metingen hebben geleid tot een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Astrophysical Journal Letters, dat deze week is gepubliceerd. Studenten Rik van Lieshout en Tullio Bagnoli bestudeerden de Herbig Be-ster MWC 147, een pas gevormde ster van ongeveer zesmaal de massa van de zon. De vraag die de studenten wilden beantwoorden is of zulke 'middelzware' sterren in staat zijn om planeten te vormen. Herbig Be-sterren zijn omgeven door een schijf met gas-en vaststofdeeltjes. De metingen, die Van Lieshout en Bagnoli deden met de Belgische Mercator-telescoop, geven een nieuwe kijk op de structuur van die schijf. Er blijkt sprake te zijn van een binnen- en een buitenschijf. De binnenschijf is plat en loopt tot vlakbij het steroppervlak door; de buitenschijf is veel dikker en heeft een conische vorm (de vorm van een toeter). De binnenschijf bestaat volledig uit gas, vanwege de zeer hoge temperatuur door de korte afstand tot MWC 147. De vorming van rotsachtige planeten lijkt in dat deel van de schijf niet mogelijk, omdat daar geen stofkorrels kunnen bestaan. Dit platte deel van de schijf heeft een afmeting die ongeveer overeenkomt met de afstand tussen de zon en Mars in ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

22 oktober 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft twee Jupiter-achtige planeten ontdekt bij de oude, compacte dubbelster NN Serpentis. Aan de ontdekking ging twintig jaar aan waarnemingen vooraf. Planeten bij andere sterren worden doorgaans opgespoord aan de hand van de kleine schommelbewegingen die zij bij hun moederster veroorzaken. Bij planeten die om een dubbelster draaien is dit problematisch, omdat de beide sterren elkaars beweging beïnvloeden. Door een gelukkig toeval bewegen de beide sterren van NN Serpentis vanaf de aarde gezien echter bij elke omloop voor elkaar langs. Hierdoor is het mogelijk om kleine verstoringen op te sporen van de regelmaat waarmee ze elkaar 'bedekken'. Uit de waargenomen verstoringen blijkt dat er op ruime afstand twee planeten om de dubbelster draaien. De ene is bijna zes keer zo zwaar als de planeet Jupiter, de andere ruim anderhalf keer. Hun omlooptijden bedragen 15,5 en 7,75 jaar. Onduidelijk is nog of de beide planeten tegelijk met hun moedersterren zijn ontstaan - zo zouden ook van recente makelij kunnen zijn. Een van de sterren van NN Serpentis is namelijk een witte dwerg: een ster die ongeveer een miljoen jaar geleden nog een opgezwollen reuzenster was, die veel gas en stof de ruimte in blies. Het is denkbaar de twee exoplaneten uit deze uitgestoten materie zijn ontstaan.
Meer informatie:
University of Texas Students, Telescopes Help Discover Planets Around Elderly Binary Star

19 oktober 2010
Grote gasplaneten die op korte afstand om hun moederster wentelen, zijn aan één kant extreem heet. Wie denkt dat het heetste punt precies naar de ster is gericht, heeft het mis: dat punt ligt er een stukje naast. Volgens astronomen komt dat door stromingen in de atmosfeer van de planeet. Maar of deze theorie de eigenschappen van de planeet Upsilon Andromedae b kan verklaren, is nog maar de vraag. De heetste plek van Upsilon And ligt vanuit de ster gezien namelijk zowat aan de zijkant van de planeet, zo blijkt uit waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer. Zo'n grote afwijking is nog bij geen enkele andere hete exoplaneet waargenomen. Over de oorzaak van deze onverwachte ontdekking kan alleen maar worden gespeculeerd. Mogelijk treden er in de atmosfeer van de planeet supersonische winden op, die schokgolven veroorzaken. Of spelen magnetische interacties tussen ster en planeet een rol? Nader onderzoek zal het moeten uitwijzen.
Meer informatie:
Planetary Hot Spot Not Under the Glare of Star

14 oktober 2010
Hoewel er de afgelopen vijftien jaar bijna vijfhonderd planeten bij andere sterren zijn ontdekt, zijn nog maar weinige van deze exoplaneten in beeld gebracht. Dankzij een nieuwe optische techniek, mede-ontwikkeld door de Leidse Sterrewacht, komt daar mogelijk snel verandering in. Het op de gevoelige chip vastleggen van een exoplaneet is niet eenvoudig. Zo'n planeet geeft doorgaans een miljard keer zo weinig licht als de ster waar hij omheen draait. Bovendien staan ster en planeet vanaf de aarde gezien altijd dicht bij elkaar. De combinatie van deze factoren zorgt ervoor dat de planeet letterlijk verbleekt in de felle sterrengloed. De nieuwe techniek maakt gebruik van een zogeheten apodiserende faseplaat: een glasplaatje waarin op een zodanige manier cirkelvormig groefjes zijn gekrast, dat het felle licht van de ster als het ware wordt gedimd. Hierdoor wordt alles wat zich in de omgeving van de ster bevindt beter waarneembaar. Met behulp van dit glasplaatje heeft de Europese Very Large Telescope een opname gemaakt van de al eerder gefotografeerde planeet bij de ster Bèta Pictoris. Met dezelfde techniek kunnen overigens niet alleen exoplaneten in beeld worden gebracht: ook lichtzwakke structuren in de omgeving van de heldere kernen van actieve sterrenstelsels (quasars) laten zich hiermee vastleggen.
Meer informatie:
Planet Hunters no Longer Blinded by the Light

12 oktober 2010
Vorige maand maakten Amerikaanse astronomen de ontdekking bekend van de eerste potentieel leefbare exoplaneet. Maar deze week werden tijdens een bijeenkomst van de Internationale Astronomische Unie al twijfels geuit over het bestaan van deze planeet, die om de rode dwergster Gliese 581 zou draaien. In de loop van de jaren zijn bij Gliese 581 in totaal zes planeten ontdekt. Dat gebeurde steeds op dezelfde manier: het bestaan ervan werd afgeleid uit de kleine schommelbewegingen die de ster vertoont doordat er objecten van uiteenlopende massa's om haar heen draaien. De detectie van zo'n schommelbeweging is lastiger naarmate de massa van zo'n object geringer is en/of zijn afstand tot de ster groter. De ontdekking van de 'leefbare' planeet Gliese 581g, die slechts driemaal zo zwaar zou zijn als de aarde, kostte dan ook heel wat moeite. Er gingen honderden metingen aan vooraf, verspreid over een periode van elf jaar. Sterrenkundigen van de sterrenwacht van Genève, die vorig jaar de vierde planeet van Gliese 581 ontdekten en de ster zijn blijven volgen, hebben tevergeefs geprobeerd het bestaan van Gliese 581g te bevestigen. Ook de andere relatief lichte planeet die hun Amerikaanse collega's opgespoord meenden te hebben, Gliese 581f, lijkt onvindbaar. Volgens het Geneefse team is dat ook niet zo verwonderlijk: de schommelbewegingen die de beide planeten bij hun moederster zouden veroorzaken zijn zo gering, dat deze met de gebruikte meetinstrumenten nauwelijks waarneembaar zijn. Het is dus moeilijk om de kleine schommelingen van meetfouten te onderscheiden.
Meer informatie:
Doubt Cast on Existence of Habitable Alien World

29 september 2010
Amerikaanse astronomen hebben bij de ster Gliese 581 twee nieuwe planeten ontdekt. Een van de twee exoplaneten, die de aanduiding Gliese 581g heeft gekregen, is niet veel groter dan de aarde en plaatselijk heersen er mogelijk aangename temperaturen. Met de dubbele ontdekking komt het totale aantal planeten dat bij Gliese 581 is opgespoord op zes. Geen van deze planeten is overigens rechtstreeks waargenomen. Hun bestaan wordt afgeleid uit de regelmatige schommelbeweging die de ster vertoont. Uit de grootte en regelmaat van deze kleine schommelingen, zoals die de afgelopen elf jaar gemeten zijn, kunnen zowel de massa's als de omlooptijden van de verschillende planeten worden afgeleid. Uit berekeningen blijkt dat Gliese 581g drie- tot viermaal zo zwaar is als de aarde en een omlooptijd van iets minder dan 37 dagen heeft. De afstand tussen ster en planeet bedraagt iets meer dan twintig miljoen kilometer en is daarmee zeven keer zo klein als de afstand zon-aarde. Ondanks die kleine afstand tot zijn moederster is het op Gliese 581g niet overal extreem warm. Voor een deel komt dit doordat de ster een zogeheten rode dwerg is, die betrekkelijk weinig warmte afgeeft. Bovendien is de planeet waarschijnlijk steeds met dezelfde kant naar de ster gericht, waardoor het ene halfrond heet is enhet andere juist ijskoud. Op de grens van dag en nacht kunnen echter temperaturen heersen die je met wat fantasie 'leefbaar' zou kunnen noemen.
Meer informatie:
Potentially habitable planet discovered
Newly discovered planet may be first truly habitable exoplanet (UCSC)
Newly Discovered Planet May Be First Truly Habitable Exoplanet (NSF)
NASA and NSF-Funded Research Finds First Potentially Habitable Exoplanet

23 september 2010
Nieuwe supercomputermodellen waarmee de interacties tussen stofdeeltjes worden nagebootst, laten zien hoe ons zonnestelsel er wellicht uitziet voor buitenaardse astronomen. De modellen geven ook aan hoe het voorkomen van ons planetenstelsel in de loop van de tijd is veranderd. De planeten van ons zonnestelsel zijn van grote afstand waarschijnlijk te lichtzwak om waarneembaar te zijn. Toch zouden buitenaardse waarnemers Neptunus, de buitenste planeet, gemakkelijk kunnen ontdekken: deze heeft namelijk een smalle zone schoongeveegd in het stof dat uit de zogeheten Kuipergordel afkomstig is. De Kuipergordel is een uitgestrekt gebied buiten de baan van Neptunus waar zich miljoenen ijsachtige hemellichamen bevinden, die door onderlinge botsingen veel stof produceren. Volgens astronomen is de Kuipergordel een oude, afgeslankte versie van de puinschijf die rond sterren als Wega en Fomalhaut is waargenomen. De computermodellen laten zien hoe zo'n puinschijf in de loop van de miljoenen jaren evolueert, en welke invloed eventuele planeten op die ontwikkeling hebben. Aan de hand van de resultaten van de modellen hebben de onderzoekers infraroodbeelden nagebootst die tonen hoe ons zonnestelsel er van grote afstand uitziet. Het onderzoek zal worden gebruikt om de stofringen rond andere sterren te interpreteren. Mogelijk dat op die manier ook nieuwe planeten kunnen worden opgespoord.
Meer informatie:
Dust Models Paint Alien's View Of Solar System

14 september 2010
Er zijn aanwijzingen gevonden dat de zonachtige ster BP Piscium in recente tijden een soortgenoot of een forse gasplaneet heeft opgeslokt. Dat blijkt uit het feit dat de ster, ondanks zijn gevorderde leeftijd, is omgeven door een schijf van gas en stof, en twee materiestromen of jets uitstoot. De combinatie van gasschijf en jets is kenmerkend voor een jonge ster. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat BP Piscium eigenlijk een oude ster is. Zo produceert hij, anders dan jonge sterren, maar weinig röntgenstraling. Bovendien bevat zijn atmosfeer slechts weinig lithium, wat karakteristiek is voor een oude ster. Sterren zoals onze zon zwellen op zodra de voorraad brandstof in hun kern opraakt. Het heeft er alle schijn van dat BP Piscium bij dat opzwellen een forse planeet of een begeleidende ster heeft verzwolgen. Hierdoor is hij als het ware weer opgeleefd en zich als een veel jongere ster gaan gedragen. De omringende gasschijf zou dan het overblijfsel zijn van de onfortuinlijke planeet of ster. Volgens de astronomen die de ster hebben onderzocht, hoeft het hier niet bij te blijven. Volgens hen is het denkbaar dat uit de gasschijf rond BP Piscium een nieuwe generatie planeten ontstaat.
Meer informatie:
Chandra Finds Evidence for Stellar Cannibalism
Enigmatic Star Devours Companion

9 september 2010
Er is slecht nieuws voor 'planetenjagers': de hete exoplaneten waar in bolvormige sterrenhopen naar is gezocht, zijn waarschijnlijk al lang geleden opgeslokt. Dat is de verklaring die twee Amerikaanse astronomen geven voor het feit dat er in deze grote opeenhopingen van sterren nog geen planeten zijn opgespoord. Toen astronomen tien jaar geleden aan hun zoektocht naar planeten in bolvormige sterrenhopen begonnen, waren zij nog optimistisch. Bij de ruwweg 34.000 kandidaatsterren in de 'bolhoop' 47 Tucanae bijvoorbeeld werd gerekend op de ontdekking van toch zeker een tiental planeten. De teller staat echter nog steeds op nul. Weliswaar zijn inmiddels meer dan 450 planeten bij andere sterren ontdekt, maar verreweg de meeste daarvan draaien om sterren die in hun eentje zijn. De beide astronomen hebben een computermodel gemaakt van 47 Tucanae, bestaande uit sterren van uiteenlopende massa. Vervolgens hebben zij gekeken wat er gebeurt met planeten van het kaliber Jupiter die op kleine afstand om hun ster draaien - typisch het soort exoplaneten dat zich het gemakkelijkst laat ontdekken. Uit de computersimulatie blijkt dat al na een miljard jaar een derde van die 'hete Jupiters' onder invloed van de getijdenkrachten door hun moederster is opgeslokt. Na elf miljard jaar - de huidige leeftijd van 47 Tucanae - zou die fractie zelfs al zijn opgelopen tot meer dan 96 procent.
Meer informatie:
Deadly Tides Mean Early Exit for Hot Jupiters

7 september 2010
De afgelopen jaren hebben astronomen bij honderden sterren planeten ontdekt. Het zal nog tientallen jaren duren voordat er opnamen van het oppervlak van zo'n 'exoplaneet' kan worden gemaakt. Toch denken Amerikaanse astronomen dat het al veel eerder mogelijk zal zijn om eventueel vulkanisme op deze verre werelden te ontdekken. Voorwaarde voor die ontdekking is dat er bij de vulkaanuitbarsting(en)enorme hoeveelheden gas worden uitgestoten. Met de James Webb-ruimtetelescoop, de opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop die op z'n vroegst in 2014 wordt gelanceerd, zou de uitstoot van met name grote hoeveelheden zwaveldioxide bij de meest nabije exoplaneten al aantoonbaar kunnen zijn. Op aarde zijn vulkaanuitbarstingen van de gewenste omvang vrij zeldzaam. Maar jongere planeten zijn naar verwachting vulkanisch veel actiever, wat de kans op de detectie vergroot.
Meer informatie:
Can We Spot Volcanoes on Alien Worlds?

30 augustus 2010
Een gasvormige reuzenplaneet bij een ster op 130 lichtjaar afstand is 400 graden warmer dan sterrenkundigen hadden verwacht. Dat blijkt uit spectroscopische metingen aan de planeet, verricht met de 10-meter Keck II-telescoop op Hawaii. Een mogelijke verklaring is dat de dampkring van de planeet veel meer wolken en absorberende stofdeeltjes bevat. Exoplaneet HR 8799b is zeven keer zo zwaar (maar ongeveer even groot) als Jupiter. Samen met twee andere planeten die een baan rond dezelfde ster beschrijven (in het sterrenbeeld Pegasus) werd hij in 2008 daadwerkelijk in beeld gebracht, eveneens met de Keck-telescoop. De meeste exoplaneten die tot nu toe zijn ontdekt zijn nooit echt 'gezien'; hun bestaan wordt indirect afgeleid uit schommelingen of helderheidsvariaties van de moederster. Omdat HR 8799b wél echt gefotografeerd is, konden sterrenkundigen ook het spectrum van de planeet vastleggen en bestuderen. Op die manier werd ontdekt dat de dampkring van de reuzenplaneet - anders dan door modellen was voorspeld - vrijwel geen methaangas bevat. Dat doet vermoeden dat de temperatuur van de dampkring geen 500 graden bedraagt, maar minstens 900 graden. De waarnemingen kunnen wat beter verklaard worden wanneer wordt aangenomen dat de planeetdampkring veel stof bevat, aldus de onderzoekers in een artikel dat later dit jaar gepubliceerd zal worden in Astrophysical Journal Letters.
Meer informatie:
Spectrum of Young Exoplanet Yields Surprising Results
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 augustus 2010
Kort na de ontdekking van een planetenstelsel met mogelijk zeven planeten, afgelopen dinsdag door Europese sterrenkundigen, komt ook het Amerikaanse Kepler-team met een opzienbarende vondst. Kepler - een NASA-kunstmaan die gericht jacht maakt op exoplaneten met behulp van de overgangsmethode - heeft bij een verre ster in het sterrenbeeld Lier twee Satrunus-achtige planeten ontdekt met omlooptijden van 19 en 38 dagen. Daarnaast zijn aanwijzingen gevonden voor een veel kleinere planeet, ongeveer anderhalf keer zo groot als de aarde, op kleine afstand van de ster, met een omlooptijd van slechts 1,6 dagen. Kepler houdt van 156.000 sterren continu de helderheid in de gaten. Als een ster vergezeld wordt door planeten, en we zien dat stelsel toevallig precies van opzij, zal de planeet elke omloop voor de moederster langsschuiven, die daardoor korte tijd een klein beetje zwakker zal zijn dan normaal. Het bestaan van de nieuw ontdekte planeten, Kepler 9b en 9c geheten, is bevestigd door metingen met telescopen op aarde. Uit die metingen konden ook de massa's van de twee planeten worden berekend: vergelijkbaar met maar iets kleiner dan die van Saturnus. De ontdekking is deze week gepubliceerd in Science.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Discovers Two Planets Transiting Same Star
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 augustus 2010
Met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili is een planetenstelsel ontdekt waarin zich maar liefst vijf middelzware planeten bevinden in een gebied dat kleiner is dan de baan van Mars om de zon. Er zijn aanwijzingen voor nóg twee planeten in hetzelfde stelsel, waaronder een kleine, lichte 'aarde-achtige' planeet in een zeer kleine baan. Exoplaneten - planeten bij andere sterren - verraden hun aanwezigheid doordat ze met hun zwaartekracht kleine schommelingen veroorzaken in de positie van hun moederster. Nauwkeurige metingen met de Europese HARPS-spectrograaf hebben uitgewezen dat er rond de ster HD 10180, op 127 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kleine Waterslang, vijf Neptunus-achtige planeten draaien. De binnenste beweegt in een kleine baan met een omlooptijd van slechts 6 dagen; de buitenste staat 40% verder van zijn moederster dan de aarde van de zon af staat, en heeft een omlooptijd van ca. 600 dagen. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een zwaardere, Saturnus-achtige planeet met een omlooptijd van 6 jaar, en een kleine planeet die slechts 40% zwaarder is dan de aarde in een baan op slechts drie miljoen kilometer afstand van de ster. Die aarde-achtige planeet beschrijft één omloop in niet meer dan 1,18 dagen. Het planetenstelsel van HD 10180 is het 'volste' dat ooit is ontdekt. Eerder werden bij de ster 55 Cancri, in het sterrenbeeld Kreeft, vijf planeten ontdekt. Opmerkelijk is dat het nieuwe stelsel geen echte zware reuzenplaneten lijkt te bevatten. Ook blijken de afmetingen van de banen van de vijf middelzware planeten een wiskundige regelmaat te vertonen - iets soortgelijks is ook het geval met de planeetbanen in ons eigen zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht NOVA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 juli 2010
De afgelopen vijftien jaar is bij honderden sterren een planeet ontdekt, bij sommige sterren zelfs meer dan één. Doorgaans zijn de afstanden tussen de planeten in meervoudige stelsels groot. Maar Amerikaanse sterrenkundigen hebben nu twee sterren ontdekt waar twee planeten omheen draaien in banen die akelig dicht bij elkaar liggen. Toch weten deze planeten elkaar met rust te laten. Bij een van de sterren, de stervende ster HD 200964, liggen de planeetbanen slechts 52 miljoen kilometer uit elkaar. Dat is vergelijkbaar met de afstand tussen de aarde en Mars, maar de beide exoplaneten zijn vele malen groter en zwaarder. Hun onderlinge aantrekkingskracht is drie miljoen keer zo groot als die tussen onze planeet en Mars. Opmerkelijk genoeg heeft dat nog niet tot ongelukken geleid - ook niet bij de ster 24 Sextanis, waar de situatie vergelijkbaar is. Het is voor het eerst dat zulke krap bemeten planetenstelsels zijn ontdekt. Hoe ze precies tot stand zijn gekomen, is nog onduidelijk. Vast staat wel dat de verhoudingen tussen de omlooptijden van de planeten van de beide sterren eenvoudige breuken zijn (2:1 en 4:3). Zulke zogeheten baanresonanties hebben een stabiliserende uitwerking.
Meer informatie:
Caltech Astronomer Finds Planets In Unusually Intimate Dance Around Dying Star

15 juli 2010
Astronomen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop vastgesteld dat een in 1999 ontdekte planeet een komeetachtige gasstaart heeft. De grote planeet, die de aanduiding HD 209458b draagt, draait op zo'n kleine afstand rond zijn moederster, dat zijn hete atmosfeer de ruimte in verdwijnt. Eerder hadden Europese astronomen al vastgesteld dat er in de atmosfeer van deze exoplaneet extreem hoge windsnelheden optreden. HD 209458b is iets lichter dan de planeet Jupiter, maar heeft een veel grotere omvang. Dat komt doordat zijn atmosfeer door de enorm hoge temperatuur sterk is opgezwollen. Op zich is het dus niet zo verrassend dat deze planeet gas kwijtraakt. Maar nu is het verschijnsel ook werkelijk gemeten. Steeds als de planeet vanaf de aarde gezien vóór zijn moederster langs beweegt, wordt er gas waargenomen dat met een snelheid van 35.000 kilometer per uur in onze richting komt. Dat is gas dat onder invloed van de deeltjeswind van de ster van de planeet wordt weggeblazen. Heel veel last heeft de planeet daar niet van: het zal nog vele miljarden jaren duren voordat hij door zijn gasvoorraad heen is.
Meer informatie:
NASA Finds Super-Hot Planet with Unique Comet-Like Tail

9 juli 2010
Een team astronomen uit Duitsland, Bulgarije en Polen heeft met een nieuwe techniek een nieuwe 'exoplaneet' ontdekt. De planeet is vijftien keer zo zwaar als de aarde en draait om een 700 lichtjaar verre ster in het sterrenbeeld Lier. De gebruikte techniek kan alleen worden toegepast bij sterren waarbij eerder al een andere planeet is ontdekt. En die andere planeet moet vanaf de aarde gezien dan ook nog eens tijdens elke omloop precies vóór zijn moederster langs trekken. Tijdens zo'n planeetovergang neemt de helderheid van de ster een beetje af. Als er geen andere factoren in het spel zijn, voltrekken zulke planeetovergangen zich met de regelmaat van een klok. Maar als er meer planeten rond de ster draaien, resulteert dat in kleine variaties in de cyclus van planeetovergangen. De astronomen hebben zulke variaties nu waargenomen bij de eerder ontdekte planeet van de ster Wasp-3. De nieuwe planeet, die de aanduiding Wasp-3c heeft gekregen, heeft een omlooptijd van slechts 3,75 dagen. De eerder ontdekte planeet (Wasp-3b) heeft een omlooptijd die vrijwel exact tweemaal zo kort is. De beide planeten draaien dus op afstanden van slechts enkele miljoenen kilometers rond de ster. Volgens de onderzoekers is de nieuwe waarnemingstechniek gevoelig genoeg voor het opsporen van exoplaneten ter grootte van de aarde.
Meer informatie:
Prospects of finding new Earths boosted by brand new planet-finding technique
Planetares Fliegengewicht

29 juni 2010
Het object dat twee jaar geleden bij de jonge, zonachtige ster 1RXS 1609 werd gefotografeerd, blijkt inderdaad een planeet te zijn. De planeet, die ongeveer achtmaal zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait in een zeer wijde baan om de ster. De afstand tussen de beide hemellichamen is meer dan driehonderd keer zo groot als die tussen aarde en zon. Bij zijn ontdekking in 2008 konden astronomen er nog niet helemaal zeker van zijn dat de ster en het naastgelegen object ook daadwerkelijk bij elkaar horen. Maar uit vervolgonderzoek is gebleken dat de beide hemellichamen gezamenlijk door de ruimte bewegen. Het tweetal bevindt zich op een afstand van 500 lichtjaar in het sterrenbeeld Schorpioen. De afgelopen jaren zijn ook bij een paar andere sterren planeten gefotografeerd, maar 1RXS 1609 blijft een bijzonder geval. Er is geen enkel ander geval bekend waarbij een planeet van deze afmetingen op zo'n grote afstand rond zijn moederster draait. Uit het onderzoek van de afgelopen jaren blijkt dat er geen zware planeten op kleinere afstanden van 1RXS 1609 te vinden zijn.
Meer informatie:
First Directly Imaged Planet Confirmed Around Sun-Like Star

23 juni 2010
Een team astronomen, onder wie drie Nederlanders, heeft voor het eerst een superstorm waargenomen in de atmosfeer van een planeet bij een andere ster. Zeer nauwkeurige waarnemingen van koolmonoxide laten zien dat dit gas met enorme snelheid van de extreem hete dagzijde van de planeet naar de koelere nachtzijde stroomt (Nature, 24 juni). De planeet, die de aanduiding HD209458b draagt, draait om een zonachtige ster in het sterrenbeeld Pegasus, op een afstand van 150 lichtjaar. De afstand tussen de ster en de planeet is twintig keer zo klein als die tussen zon en aarde. Hierdoor wordt de planeet sterk opgewarmd door zijn moederster: aan de dagzijde loopt de oppervlaktetemperatuur op tot ongeveer duizend graden. Maar omdat de planeet altijd dezelfde kant naar de ster toekeert, is zijn nachtzijde veel koeler. Het grote temperatuurverschil veroorzaakt een superstorm in zijn atmosfeer, die snelheden van 5000 tot 10.000 kilometer per uur bereikt. Behalve de superstorm hebben de onderzoekers ook de baansnelheid van de planeet kunnen meten. Dat maakte een directe bepaling van zijn massa mogelijk. HD209458b blijkt ongeveer 40% lichter te zijn dan de planeet Jupiter.
Meer informatie:
VLT detecteert eerste superstorm op exoplaneet

16 juni 2010
De eerste Pan-STARRS-telescoop op het Hawaïaanse eiland Maui is nu volledig operationeel. Met behulp van de grootste digitale camera ter wereld brengt hij de complete sterrenhemel nauwkeurig in kaart, terwijl ondertussen op langs de aarde scherende planetoïden wordt gelet. Pan-STARRS staat voor 'Panoramic Survey Telescope & Rapid Response System'. Uiteindelijk zal dit systeem uit vier 1,8-meter telescopen gaan bestaan, en daarvan is de eerste nu dus klaar. Later dan gepland overigens, want het afgelopen jaar hadden de astronomen met de nodige technische problemen te kampen. De Pan-STARRS-telescoop is uitgerust met een 1400 megapixel, oftewel 1,4 gigapixel, digitale camera, waarmee in één keer een flink stuk hemel kan worden gefotografeerd. In de loop van een maand kan ongeveer een zesde van de sterrenhemel worden vastgelegd. Behalve nabije planetoïden zal Pan-STARRS naar verwachting ook talrijke objecten in de buitengebieden van het zonnestelsel ontdekken.
Meer informatie:
Pan-STARRS Asteroid Hunter and Sky Surveyor Now Fully Operational

15 juni 2010
Met de Amerikaanse satelliet Kepler, die in maart 2009 werd gelanceerd, zijn alleen al tijdens de eerste zes waarnemingsweken meer dan 750 potentiële planeten bij andere sterren opgespoord. In naar schatting de helft van deze gevallen zal het ook werkelijk om planeten blijken te gaan. Maar dat is al bijna voldoende om het totale aantal planeten dat de afgelopen vijftien jaar bij andere sterren is ontdekt in één klap te verdubbelen. Net als de Franse satelliet CoRoT zoekt Kepler naar planeten door de helderheden van een groot aantal sterren in de gaten te houden. De telescoop van Kepler is echter ruim driemaal zo groot, waardoor hij naar verwachting veel meer planeten zal kunnen opsporen. De eerste lading kandidaat-planeten bestaat grotendeels uit objecten die de helft kleiner zijn dan de planeet Jupiter; sommige zijn zelfs niet groter dan onze aarde. Omdat het Kepler-team de enorme stroom gegevens van de satelliet niet meer kan behappen, heeft het besloten om bijna de helft van de mogelijke planeetontdekkingen vrij te geven. De beste kandidaten houden de onderzoekers voor zichzelf, wat hen door sommige collega-astronomen niet in dank wordt afgenomen. Hoe dan ook zal de verificatie van de meetgegevens nog geruime tijd in beslag nemen.
Meer informatie:
NASA Releases Kepler Data on Potential Extrasolar Planets
New Worlds to Explore? Kepler Spacecraft Finds 750 Exoplanet Candidates

14 juni 2010
Met de Franse satelliet CoRoT zijn zes nieuwe planeten bij andere sterren ontdekt. Een van die 'exoplaneten', CoRoT-11b, is tweemaal zo zwaar als Jupiter en draait om een ster die een rotatietijd van slechts twee dagen heeft. Het is voor het eerst dat een planeet bij zo'n snel ronddraaiende ster is waargenomen. Om planeten bij andere sterren te ontdekken, houdt de CoRoT-satelliet de helderheden van een groot aantal sterren in de gaten. Als een ster een regelmatige, kleine helderheidsafname vertoont, kan dat erop wijzen dat er een planeet om de ster draait die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt. De afgelopen jaren hebben sterrenkundigen met diverse technieken meer dan 450 exoplaneten ontdekt. Het voordeel van de CoRoT-methode is dat uit de helderheidsdipjes die de ster vertoont onmiddellijk de grootte van de planeet kan worden afgeleid. Wel moet elke potentiële planeetontdekking met telescopen op aarde worden geverifieerd, omdat regelmatige variaties in de helderheid van een ster ook andere oorzaken kunnen hebben. Met de zes nieuwe ontdekkingen komt het totaal van CoRoT, die eind 2006 werd gelanceerd, op vijftien.
Meer informatie:
CoRoT unveils a rich assortment of new exoplanets

10 juni 2010
Sterrenkundigen uit de VS en Duitsland hebben voor het eerst gedetailleerde waarnemingen kunnen doen van een aantal planetenstelsels-in-wording. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van een speciaal voor dit doel ontwikkeld instrument van de grote Keck-telescopen op Hawaï. Met dat instrument, ASTRA geheten, is het kolkende gas en stof rond vijftien jonge sterren waargenomen. Dat gas en stof stroomt deels nog naar de ster, terwijl de rest een materieschijf rond de ster vormt waaruit later planeten kunnen ontstaan. Bij het onderzoek met ASTRA is specifiek gekeken naar wat zich afspeelt bij de overgang tussen de ster en de omringende schijf. Daarbij zijn bij verschillende sterren aanwijzingen gevonden dat het toestromende gas via magnetische veldlijnen met hoge snelheid naar de polen van de ster wordt geleid en daardoor zeer hoge temperaturen bereikt. De onderzochte sterren zijn naar astronomische begrippen heel jong: waarschijnlijk pas een paar miljoen jaar. In de hen omringende schijven zijn nog geen planeten ontstaan: dat gaat nog zeker enkele miljoenen jaren duren.
Meer informatie:
Zooming In on an Infant Solar System

10 juni 2010
Voor het eerst zijn sterrenkundigen erin geslaagd om de beweging van een planeet bij een andere ster te volgen, terwijl deze van de ene kant van zijn moederster naar de andere bewoog. De planeet heeft de kleinste baan van alle tot nog toe rechtstreeks waargenomen exoplaneten: zijn afstand tot de ster is vergelijkbaar met die van Saturnus tot de zon. De planeet draait om Bèta Pictoris, een ster die pas twaalf miljoen jaar oud is en 75% zwaarder dan onze zon. Bèta Pictoris is een van de bekendste voorbeelden van een ster met omringende stofschijf. In 2003 werd een zwakke lichtbron in deze schijf gezien, maar toen kon nog niet helemaal worden uitgesloten dat het een achtergrondster betrof. Op nieuwe opnamen uit 2008 en het voorjaar van 2009 was de bron echter verdwenen. En op de meest recente waarnemingen, uit het najaar van 2009, is het object aan de andere kant van de schijf zien: klaarblijkelijk ging het een tijdje schuil achter de ster of is het (onzichtbaar door de sterrengloed) vóór de ster langs bewogen. Dit bewijst dat de zwakke lichtbron inderdaad een planeet is die om Bèta Pictoris draait.De planeet is ongeveer negen keer zo zwaar als de planeet Jupiter en moet - gezien de jonge leeftijd van zijn moederster - in recordtempo zijn ontstaan.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

8 juni
2010

Bij de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili) is een nieuwe geautomatiseerde telescoop in gebruik genomen. TRAPPIST (TRAnsiting Planets and PlanetesImals Small Telescope) heeft twee taken: het opsporen en karakteriseren van planeten buiten ons zonnestelsel (exoplaneten) en het onderzoeken van kometen die om de zon draaien. De 60-centimeter telescoop wordt op afstand bestuurd vanuit een controlekamer in Luik (België) - 12.000 kilometer ver weg. TRAPPIST zal exoplaneten opsporen en karakteriseren door nauwkeurige metingen te doen van de 'helderheidsdipjes' die kunnen optreden als een exoplaneet voor zijn ster langs beweegt. Tijdens zo'n planeetovergang neemt de helderheid van de ster een beetje af, doordat de planeet een deel van het sterlicht tegenhoudt. Hoe groter de planeet, des te meer licht wordt tegengehouden en des te meer zal de helderheid van de ster afnemen. TRAPPIST is een lichte, volledig geautomatiseerde telescoop die met grote snelheid nauwkeurig de hemel kan afspeuren. Het waarnemingsprogramma wordt vooraf opgesteld, waarna de telescoop op eigen houtje een nacht waarnemingen kan doen. Een weerstation houdt voortdurend het weer in de gaten en kan zonodig besluiten om de telescoopkoepel te sluiten.
Meer informatie:
Nieuwe nationale telescoop op La Silla

24 mei 2010
De planeten die rond de ster Upsilon Andromedae draaien, bewegen niet in één en hetzelfde vlak, zoals de planeten van ons zonnestelsel. Verre van dat: hun banen staan zeer schuin op elkaar. Dat meldden Amerikaanse sterrenkundigen vandaag tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst van de American Astronomical Society. Al sinds ruim tien jaar weten sterrenkundigen dat er rond de betrekkelijk nabije ster Upsilon Andromedae drie zware, Jupiterachtige planeten draaien. Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop en enkele grote telescopen op aarde is nu meer inzicht gekregen in de eigenschappen van dit planetenstelsel. Daaruit blijkt dat de banen van de twee binnenste planeten een hoek van 30 graden met elkaar maken. Ook lijkt het erop dat er nog een vierde planeet in het stelsel is. Blijkbaar is het geen vanzelfsprekendheid dat de planeten van een planetenstelsel allemaal ruwweg in hetzelfde vlak bewegen, zoals doorgaans wordt aangenomen. Anderzijds is Upsilon Andromeda wel een bijzonder geval, want de ster vormt een dubbelster met een andere, veel kleinere ster. Het is denkbaar dat die tweede ster verantwoordelijk is voor het rommelige karakter van dit planetenstelsel.
Meer informatie:
'Out Of Whack' Planetary System Offers Clues To Disturbing Past;

24 mei 2010
Kleine 'leefbare' planeten bij andere sterren hebben het niet altijd gemakkelijk. Hun banen zijn gevoelig voor verstoringen door naburige reuzenplaneten. Dat melden Amerikaanse en Franse sterrenkundigen. De zoektocht naar leefbare planeten bij andere sterren is vooral gericht op kleine, vaste planeten zoals onze aarde, waar gematigde temperaturen heersen en vloeibaar water aanwezig kan zijn. Nieuwe computermodellen laten echter zien dat die 'leefbaarheid' van tijdelijke aard kan zijn. Een eenzame aarde-achtige planeet die in een cirkelbaan op de geschikte afstand rond zijn moederster draait, is en blijft leefbaar. Maar als er rond dezelfde ster ook een zware, Jupiterachtige planeet in een langgerekte baan beweegt - zoals die al veel zijn waargenomen - heeft dat grote gevolgen voor de kleine planeet. De interactie tussen de beide hemellichamen zorgt voor sterke variaties in de baan van de aarde-achtige planeet. Daardoor kan een planeet die op het ene moment nog leefbaar is, duizend jaar later al dodelijk heet of koud zijn geworden. Lang niet elke 'leefbare' planeet is dus een goede broedplaats voor het ontstaan van leven.
Meer informatie:
Weird orbits of neighbors can make 'habitable' planets not so habitable

21 april 2010
Sterrenkundigen staan voor een raadsel: een gasvormige planeet in een baan rond een andere ster blijkt vrijwel geen methaan in zijn dampkring te bevatten, terwijl dat gas in grote hoeveelheden aanwezig zou moeten zijn. De planeet, GJ436b geheten, draait elke 2,64 dagen om een kleine rode dwergster, op 33 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Leeuw. Met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope is de samenstelling van de dampkring van de planeet onderzocht. Dat was mogelijk doordat de planeet - gezien vanaf de aarde - regelmatig voor en achter de ster langs beweegt. Gasvormige planeten met een temperatuur tot maximaal zo'n 700 graden moeten volgens modelberekeningen veel methaangas (CH4) bevatten: de aanwezige koolstofatomen (C) gaan bij die temperaturen bij voorkeur verbindingen aan met waterstof (H), zodat methaan ontstaat - een belangrijk bestanddeel van aardgas. In de atmosferen van de reuzenplaneten Uranus en Neptunus komt inderdaad veel meer methaan voor dan koolmonoxide (CO). De Spitzerwaarnemingen wijzen echter uit dat GJ436b (die qua massa vergelijkbaar is met Neptunus) juist veel koolmonoxide en vrijwel geen methaan bevat. De meetresultaten zijn deze week gepubliceerd in Nature. Tot op heden is er geen bevredigende verklaring voor het opmerkelijke methaantekort.
Meer informatie:
'This Planet Tastes Funny,' According to Spitzer
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
Amerikaanse sterrenkundigen zijn erin geslaagd exoplaneten te fotograferen met een relatief kleine telescoop op aarde. Ze maakten daarbij gebruik van een zogeheten vortex-coronagraaf. In de toekomst moet het met die techniek mogelijk zijn om veel meer planeten bij andere sterren in beeld te brengen. De nieuwe resultaten worden deze week gepubliceerd in Nature. De werking van de vortex-coronagraaf - een instrument om het licht van de moederster efficiënt te blokkeren, zodat de veel zwakkere planeten zichtbaar worden - werd uitgetest op de ster HR8799, op 120 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Pegasus. Bij die ster zijn eind 2008 drie planeten gefotografeerd met behulp van de Keck- en Gemini-telescopen op Mauna Kea, Hawaii. Die telescopen hebben echter spiegelmiddellijnen van tien en acht meter. De astronomen van NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena hebben het drietal nu echter weten vast te leggen met de Hale-telescoop op Palomar Mountain. Die heeft weliswaar een spiegelmiddellijn van vijf meter, maar voor de test was hij afgediafragmeerd tot slechts anderhalve meter.
Meer informatie:
Small, Ground-Based Telescope Images Three Exoplanets
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

14 april 2010
Met een gevoelig instrument op de Europese Very Large Telescope zijn gedetailleerde metingen verricht aan stofschijven rond twee sterren in de buurt van de zon. Nooit eerder zijn zulke stofschijven bestudeerd op zo'n kleine afstand rond hun moederster - vergelijkbaar met de afstand van de aarde tot de zon. De stofschijven bevinden zich rond de sterren HD69830, op 41 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Puppis (Achtersteven), en Eta Corvi, op 59 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Raaf. De sterren hebben leeftijden van respectievelijk 2 en 1,3 miljard jaar. Het stof bevindt zich op afstanden van enkele miljoenen kilometers tot een paar honderd miljoen kilometer van de ster. Ter vergelijking: de afstand van de aarde tot de zon is 150 miljoen kilometer. Vooral bij de ster HD69830 zijn grote hoeveelheden stof aangetroffen, mogelijk het resultaat van botsingen van planetoïden in het planetenstelsel rond deze ster: eerder zijn hier drie Neptunus-achtige planeten ontdekt. De nieuwe metingen, die vandaag gepresenteerd worden op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow, zijn verricht met de MIDI-interferometer - een instrument waarmee de waarnemingen van de vier afzonderlijke telescopen van de Europese VLT (Very Large Telescope) in Chili worden gecombineerd.
Meer informatie:
Seeing into the heart of planetary systems
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
Kleine stofdeeltjes in de ruimte spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van water - het belangrijkste ingrediënt voor leven. Dat blijkt uit laboratoriumexperimenten die zijn uitgevoerd aan de Heriot-Watt University. Watermoleculen bestaan uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom. In het heelal komen deze atomen in zeer grote hoeveelheden voor, maar in de ruimte tussen de sterren, waar druk en temperatuur extreem laag zijn, reageren waterstof- en zuurstofatomen vrijwel niet met elkaar. Gasfase-reacties van waterstof met moleculair zuurstof (O2) of met ozon (O3) treden gemakkelijker op, maar in het heelal komt veel te weinig O2 en O3 voor om de waargenomen hoeveelheid water te verklaren. Uit de laboratoriumexperimenten blijkt nu dat chemische reacties aan het oppervlak van een klein kosmisch stofdeeltje veel sneller verlopen. Op die manier kunnen verschillende moleculen ontstaan, waaronder H2O, die samen een dunne coating van ijs vormen. Een groot deel van het water in het heelal (en dus ook van het water op aarde) heeft zijn bestaan dus vermoedelijk te danken aan de aanwezigheid van kosmisch stof. Vergelijkbare experimenten als die aan de Heriot-Watt University worden overigens al lange tijd uitgevoerd in het Sackler-laboratorium van de Universiteit Leiden. De Britse resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
Dusty experiments are solving interstellar water mystery
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2010
Sterrenkundigen hebben planeten ontdekt die in sterk gehelde banen of zelfs in de verkeerde richting rond hun moederster cirkelen: tegen de draairichting van de ster in. Het gaat om zogeheten 'hete Jupiters' - zware planeten in kleine omloopbanen. Omdat een ster en het bijbehorende planetenstelsel uit één platte, ronddraaiende schijf van gas- en stofdeeltjes ontstaat, zou je verwachten dat alles dezelfde kant op draait, en dat de planeten bovendien in één plat vlak bewegen, loodrecht op de draaiingsas van de ster. Het bestaan van scheve en tegendraadse banen is alleen te verklaren door langdurige zwaartekrachtsstoringen van andere planeten, op veel grotere afstand van de ster. Kleinere, aarde-achtige planeten in het stelsel worden door zulke zwaartekrachtsstoringen de ruimte in geslingerd, of door hun moederster opgeslokt. De opzienbarende ontdekking doet dan ook vermoeden dat er in planetenstelsels met hete Jupiters geen aarde-achtige planeten voorkomen. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
Ontdekking nieuwe exoplaneten stelt theorie over planeetvorming op de proef
Persbericht ESO (Engelstalig)
Persbericht Royal Astronomical Society (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2010
Met de LOFAR-radiotelescoop, in aanbouw in Noord-Nederland, zal ook jacht worden gemaakt op buitenaardse beschavingen. LOFAR gaat speuren naar laagfrequente radioboodschappen van intelligent leven op andere planeten. LOFAR (LOw-Frequency ARray) is een netwerk van tienduizenden eenvoudige radio-antennes, gegroepeerd in 44 stations die verspreid zijn over Nederland, Duitsland, Zweden, Frankrijk en Engeland. Momenteel zijn ruim twintig stations in bedrijf; later dit jaar moet LOFAR voltooid zijn. Op 12 juni vindt de officiële inauguratie plaats. Tijdens de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow presenteerde John McKean van de stichting ASTRON de eerste astronomische resultaten van het nieuwe observatorium. Ook zette McKean uiteen hoe met LOFAR gezocht zal gaan worden naar mogelijke kunstmatige radiosignalen van buitenaardse beschavingen. De Search for Extra-Terrestrial Intelligence (SETI) ging vijftig jaar geleden van start, maar heeft tot nu toe niets opgeleverd. Op lage radiofrequenties is er echter nog nooit gezocht.
Meer informatie:
LOFAR opens up the low-frequency universe - and starts a new SETI search
LOFAR
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2010
Aarde-achtige planeten, met gesteenten en water, komen veel voor in het Melkwegstelsel. Dat blijkt uit onderzoek aan witte-dwergsterren dat vandaag gepresenteerd wordt op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. Een team astronomen onder leiding van Jay Farihi van Leicester University ontdekte dat er in de buitenste gaslagen van witte dwergen 'verontreinigingen' voorkomen van zware elementen. Witte dwergen zijn de kleine, compacte overblijfselen van sterren zoals de zon die aan het eind van hun leven zijn gekomen. In hun buitenste gaslagen komen normaalgesproken alleen de lichte elementen waterstof en helium voor. Uit de precisiemetingen van Farihi en zijn collega's blijkt echter dat 3 tot 20 procent van alle witte dwergen 'vervuild' zijn met materiaal dat afkomstig is van rotsachtige planetoïden - de bouwstenen van planeten zoals de aarde. Dat wijst erop dat het ontstaan van aarde-achtige planeten rond sterren zoals de zon veel voorkomt in het Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Rocky planets 'are commonplace' in our Galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 april 2010
Sterrenkundigen hebben een planeet ontdekt die binnen een miljoen jaar is ontstaan - veel sneller dan de gebruikelijke theorieën over planeetvorming voorspellen. De planeet, die vijf à tien keer zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait om een bruine dwerg. Deze 'mislukte ster' (2M044144) weegt zelf maar ongeveer 20 Jupitermassa's. De bruine dwerg is ontdekt met de Hubble-ruimtetelescoop en verder onderzocht met de Gemini-telescoop op Hawaï. Hij maakt deel uit van een verzameling van 32 bruine dwergen in een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Stier. De afstand tussen de dwergster en zijn planeet bedraagt 3,6 miljard kilometer - ongeveer anderhalf maal de afstand tussen onze zon en de planeet Saturnus. Alles wijst erop dat het bijzondere duo is ontstaan zoals een dubbelster dat normaal doet. De beide hemellichamen lijken elk afzonderlijk te zijn ontstaan door het samentrekken van een grote wolk gas en stof. Dat verklaart ook de snelle vorming van de jonge planeet. Doorgaans gaan sterrenkundigen ervan uit dat planeten ontstaan door de samenklontering van gas en stof in de schijf restmaterie rond een jonge ster. Dat proces verloopt echter heel traag. In de onmiddellijke nabijheid van 2M044144 zijn nog twee objecten ontdekt: nog een bruine dwerg en een rode dwergster. Tezamen lijken zij een bijzonder viervoudig stelsel te vormen, dat vermoedelijk uit één en dezelfde samentrekkende en fragmenterende gaswolk is ontstaan.
Meer informatie:
A Planet-like Companion Growing up in the Fast Lane
Small Companion to Brown Dwarf Challenges Simple Definition

17 maart 2010
Met de Franse satelliet CoRoT en een instrument van de 3,6-meter ESO-telescoop op La Silla (Chili) is voor het eerst een 'normale' exoplaneet ontdekt die zich gedetailleerd laat onderzoeken (Nature, 18 maart). De planeet, die de aanduiding Corot-9b heeft gekregen, draait om een zonachtige ster op 1500 lichtjaar van ons vandaan. Hij is ongeveer zo groot als 'onze' planeet Jupiter en beweegt in een baan die qua omvang vergelijkbaar is met die van Mercurius. Daarmee is dit de eerste exoplaneet die in veel opzichten op de planeten van ons zonnestelsel lijkt. Corot-9b beweegt vanaf de aarde gezien om de 95 dagen voor zijn ster langs. Deze overgang duurt ongeveer acht uur en stelt sterrenkundigen in de gelegenheid om de planeet nauwkeurig te onderzoeken. Net als Jupiter bestaat de exoplaneet grotendeels uit waterstof en helium. Van de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, hebben 70 hun bestaan verraden doordat ze bij elke omloop voor hun ster langs bewegen. Corot-9b onderscheidt zich van de overige 69 doordat hij tien keer zo ver van zijn moederster verwijderd is. Hierdoor is de temperatuur aan zijn gasoppervlak betrekkelijk gematigd. Afhankelijk van de mogelijke aanwezigheid van een wolkendek dat het sterlicht sterk weerkaatst, worden waarden van -20 tot +160 graden Celsius verwacht.
Meer informatie:
First Temperate Exoplanet Sized Up

24 februari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft vastgesteld dat een zware planeet die om een 600 lichtjaar verre ster draait, op het punt staat om door zijn moederster vernietigd te worden. Deze ontdekking kan de onverwacht grote omvang van de planeet, WASP-12b, helpen verklaren (Nature, 25 februari). WASP-12b werd in 2008 ontdekt en ontpopte zich gelijk al als een bijzonder geval. Het betreft een gasreus - een naaste verwant van Jupiter en Saturnus - die op een afstand van minder dan twee miljoen kilometer om zijn moederster draait. Door de geringe afstand tot de ster is de temperatuur aan de dagzijde van de planeet extreem hoog: 2500 °C. Het meest opvallende is echter dat de planeet een volume heeft waar zes Jupiters in passen, terwijl zijn massa slechts anderhalf maal zo groot is als die van Jupiter. De verklaring voor de grote omvang van WASP-12b wordt nu gezocht bij de sterke getijkrachten die de planeet van zijn moederster ondervindt. Op aarde leiden de getijkrachten tussen aarde en maan tot het op- en neergaan van de zeespiegel. Bij WASP-12b gebeurt iets soortgelijks, maar dan veel extremer: de getijkrachten hebben de grotendeels gasvormige planeet uitgerekt tot een kolossale rugbybal. Dezelfde getijkrachten veroorzaken ook wrijving en stijging van temperatuur in het inwendige, waardoor de planeet als geheel opzwelt. Volgens de onderzoekers kan dit niet lang zo doorgaan. WASP-12b is zo sterk opgezwollen, dat hij zijn eigen materie niet meer bij elkaar kan houden: hij draagt per seconde ongeveer zes miljard ton gas over aan de ster. In dit tempo zal hij binnen tien miljoen jaar geheel opgeslokt zijn.
Meer informatie:
Scientists Determine Massive Planet is Being Torn Apart by Its Own Tides

18 februari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een exoplaneet ontdekt die naar schatting slechts 35 miljoen jaar oud is. De reuzenplaneet, die zesmaal zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait op kleine afstand om de eveneens jonge ster BD+20 1790. De ontdekking is opmerkelijk: jonge sterren worden bij de zoektocht naar planeten doorgaans overgeslagen. Ze vertonen namelijk zo veel (magnetische) activiteit in de vorm van donkere vlekken en heldere fakkelvelden, dat de aanwezigheid van een eventuele planeet maar moeilijk vast te stellen is. Toch is het uiteindelijk gelukt om de kleine schommelingen van de ster te detecteren die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van een planeet. De meeste van de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe ontdekt zijn, zijn aanzienlijk ouder. De op één na jongste heeft er al ongeveer 100 miljoen jaar opzitten. De ontdekking is dan ook welkom, want veel kennis over het beginstadium van planeetvorming is er nog niet.
Meer informatie:
Youngest Extra-Solar Planet Discovered

8 februari 2010
Astronomen hebben voor het eerst de locatie vastgesteld van hete waterdamp in de roterende schijf rond een jong zusje van onze zon. De waarnemingen zijn gedaan met de IRAM Plateau de Bure interferometer in de Franse Alpen. De in Leiden gepromoveerde astronoom Jes Jorgensen en de Leidse professor Ewine van Dishoeck publiceren het resultaat op 10 februari in Astrophysical Journal Letters. Normaal gesproken is water in de ruimte nauwelijks vanaf de aarde waar te nemen, doordat onze atmosfeer heel veel straling absorbeert. Om die reden is vorig jaar de Herschel-telescoop gelanceerd, die ver van de aarde op infraroodgolflengten dat water wel kan 'zien'. Een op de 500 watermoleculen in de ruimte bevat echter een zwaarder zuurstofisotoop dan normaal, en dit 'zware' water is wél in staat door te dringen in de aardatmosfeer en dus waarneembaar met aardse telescopen. Met de IRAM Plateau de Bure radiotelescoop is nu gekeken naar het 'zware' water rond de jonge ster NGC 1333 IRAS4B, die pas 10.000 tot 50.000 jaar geleden is gevormd. De astronomen ontdekten dat de meeste waterdamp zich bevindt op een plaats in de schijf die correspondeert met de baan van Neptunus in ons eigen zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

3 februari 2010
NASA-sterrenkundigen hebben aangetoond dat zelfs een betrekkelijk kleine, professionele telescoop toereikend is om de atmosferen van planeten bij andere sterren te onderzoeken. Met een dertig jaar oude, 3-meter nabij-infraroodtelescoop op Hawaï is namelijk kooldioxide en methaan waargenomen in de atmosfeer van de grote planeet HD 189733b (Nature, 4 januari). Overigens betreft het geen nieuwe ontdekking: de beide gassen waren met instrumenten in de ruimte al eerder bij deze planeet gedetecteerd. De wetenschappers hebben gebruik gemaakt van een nieuwe techniek, die de verstorende invloed van de aardatmosfeer en kleine foutjes in de volgbeweging van het telescoopsysteem corrigeert. Volgens hen zal het met dezelfde techniek uiteindelijk mogelijk zijn om organische moleculen op te sporen in exoplaneten die niet veel groter zijn dan onze aarde.
Meer informatie:
A Little Telescope Goes a Long Way

13 januari 2010
Canadese en Europese sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om het spectrum van een planeet bij een andere ster rechtstreeks vast te leggen. Deze 'vingerafdruk' van het licht van de planeet bevat informatie over de chemische samenstelling van het hemellichaam. De planeet maakt deel uit van het stelsel van ten minste drie planeten rond de ster HR 8799. Deze ster, die ongeveer anderhalf maal zo zwaar is als onze zon, bevindt zich op een afstand van 130 lichtjaar. Zijn planeten, die in 2008 zijn ontdekt, zijn zeer groot en draaien op ruime afstand om hem heen. Dat maakt het relatief makkelijk om hun zwakke schijnsels afzonderlijk te bestuderen. Maar dat neemt niet weg dat zelfs het geavanceerde infraroodinstrument NACO van de Europese Very Large Telescope in Chili vijf uur nodig had om het spectrum van de planeet vast te leggen. De onderzochte planeet is de middelste van de drie. Hij is ruwweg tienmaal zo zwaar als 'onze' planeet Jupiter en heeft een temperatuur van ongeveer 800 graden. De details in het spectrum van de planeet zijn helaas nog niet duidelijk genoeg om definitieve uitspraken te kunnen doen over zijn (atmosferische) samenstelling. Daarvoor zijn de diensten van een nog nauwkeuriger instrument nodig, dat in 2011 beschikbaar komt. Binnenkort hopen de sterrenkundigen ook de eerste spectra van de beide andere planeten bij HR 8799 te kunnen vastleggen.
Meer informatie:
VLT Captures First Direct Spectrum of an Exoplanet

7 januari 2010
Amerikaanse sterrenkundigen hebben weer een zogeheten superaarde ontdekt - een planeet die niet veel groter en zwaarder is dan de aarde. De planeet, die om de 80 lichtjaar verre ster HD156668 draait, is slechts vier maal zo zwaar als de aarde. Daarmee is hij de op één na kleinste exoplaneet die tot nog toe is opgespoord. De superaarde is ontdekt met dezelfde indirecte waarneemmethode waarmee ook de meeste andere exoplaneten (inmiddels meer dan 400) zijn ontdekt. Met zijn zwaartekracht brengt hij zijn moederster een beetje aan het schommelen, en die minieme schommelingen zijn opgemeten met het gevoelige HIRES-instrument (High Resolution Echelle Spectrograph) van de 10-meter Keck I-telescoop op Hawaï.
Meer informatie:
Second Smallest Exoplanet Found To Date Discovered At Keck

6 januari 2010
Amerikaanse en Australische sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat er rond de ster HD 131488 rotsachtige planeten zijn gevormd. Het merkwaardige is echter dat het puin dat bij de vorming van deze verre werelden is achtergebleven heel anders van samenstelling is dan de restmaterie in ons eigen zonnestelsel. En dat terwijl het stof dat tot nog toe rond andere sterren is waargenomen sterke overeenkomsten vertoont met het materiaal van 'onze' planetoïden en kometen. Het warme stof rond HD 131488 bevindt zich in een gordel waar de temperaturen vergelijkbaar zijn met die op aarde. Doorgaans bestaat zulk stof uit olivijn, pyroxenen en andere silicaatverbindingen. Maar bij deze ster is dat niet het geval. Sterker nog: de samenstelling van het stof is vooralsnog een raadsel. Alleen qua hoeveelheid is het stof vergelijkbaar met de restmaterie die rond andere sterren is aangetroffen. Toch is het volgens de onderzoekers waarschijnlijk dat het stof een overblijfsel is van het botsings- en samenklonteringsproces dat tot het ontstaan van rotsachtige planeten leidt. Ook op grotere afstand van de ster is overigens nog een (veel koudere) gordel van stofdeeltjes ontdekt. De enkele zonsmassa's zware ster HD 131488 bevindt zich op een afstand van ongeveer 500 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Centaurus. De ster is naar schatting slechts 10 miljoen jaar oud.
Meer informatie:
Astronomers Say Alien Dust Is Nothing To Sneeze At

6 januari 2010
De meeste zoektochten naar exoplaneten (planeten bij andere sterren) concentreren zich op sterren die enigszins vergelijkbaar zijn met onze zon. En dat heeft inmiddels een oogst van meer dan 400 planeten opgeleverd. Uit onderzoek van Amerikaanse sterrenkundigen blijkt echter dat planeetvorming ook vaak optreedt bij sterren die veel groter en heter zijn dan de zon. Die conclusie baseren zij op onderzoek van een 6500 lichtjaar ver stervormingsgebied in het sterrenbeeld Cassiopeia met de infraroodsatelliet Spitzer. Dat onderzoek was gericht op ruim vijfhonderd jonge, hete sterren van minstens twee zonsmassa's. Planeetvorming bij zware sterren is geen eenvoudige zaak. De centrale ster produceert zo veel straling en sterrenwind, dat het materiaal dat na zijn ontstaan in een omringende schijf achterblijft vrij snel wordt weggeblazen. Dat betekent dat er maar weinig tijd is voor de vorming van planeten uit dat materiaal. Toch blijkt uit het Amerikaanse onderzoek dat ongeveer tien procent van de zware sterren is omringd door een schijf van stofdeeltjes waaruit planeten kunnen ontstaan. Bij vijftien van deze sterren werden zelfs duidelijke aanwijzingen gevonden dat er daadwerkelijk planeten zijn gevormd. Erg aantrekkelijk zullen de omstandigheden op deze planeten overigens niet zijn: hun moedersterren hebben een levensduur van enkele tientallen tot honderden miljoenen jaren en produceren gedurende hun relatief korte bestaan enorme hoeveelheden straling en warmte.
Meer informatie:
Massive Stars: Good Targets For Planet Hunts, Bad Targets For SETI

6 januari 2010
Vorig jaar oktober maakten Franse sterrenkundigen bekend dat zij een planeet bij een andere ster hadden ontdekt die, net als de aarde, grotendeels uit gesteente bestaat. Deze planeet, COROT-7b, is bijna vijfmaal zo zwaar als onze planeet en draait op een afstand van slechts enkele miljoenen kilometers om zijn moederster. Uit dat laatste kon direct al worden geconcludeerd dat het oppervlak van de exoplaneet extreem heet moet zijn: aan de dagzijde kunnen de temperaturen oplopen tot meer dan 2000 graden Celsius. Maar volgens onderzoekers van de universiteit van Washington kan het zelfs nog erger: de kans is groot dat er extreme vulkanische activiteit is op de planeet. De Amerikaanse onderzoekers baseren dat op berekeningen van de mogelijke baanbeweging van COROT-7b. Als de omloopbaan van de planeet niet volmaakt cirkelvormig is, treden er namelijk zulk sterke getijkrachten op, dat zijn inwendige zeer heet en vloeibaar blijft. En dat zou betekenen dat er voortdurend vulkaanerupties optreden en overal hete magma over het oppervlak stroomt. Een ander Amerikaans onderzoeksteam denkt overigens dat COROT-7b het overblijfsel is van een zogeheten 'hete Jupiter' of beter gezegd: 'hete Saturnus'. Deze grotendeels gasvormige planeet zou door zijn kleine afstand tot zijn moederster grotendeels verdampt zijn, waarna alleen de rotsachtige kern overbleef.
Meer informatie:
First Earth-Like Planet Spotted Outside Solar System Likely A Volcanic Wasteland
Most Earth-Like Exoplanet Started Out As A Gas Giant

5 januari 2010
Op twee nieuwe filmpjes die de Amerikaanse ruimtesonde Deep Impact van de aarde heeft gemaakt, zijn heldere lichtflitsjes te zien die het gevolg zijn van de weerspiegeling van zonlicht aan oceaanwater. Op zich zijn dit soort glinsteringen de gewoonste zaak van de wereld, maar volgens NASA-wetenschappers zou het verschijnsel ook waarneembaar kunnen zijn bij planeten die om andere sterren draaien. Mits er water of ijs op het planeetoppervlak is natuurlijk. De intensiteit van de glinsteringen op de beelden die de ruimtesonde heeft vastgelegd, heeft de onderzoekers verrast. Toch zal het bepaald niet gemakkelijk zijn om het verschijnsel ook bij exoplaneten te detecteren. Op het oppervlak van zo'n verre planeet zijn met de huidige instrumenten geen details waarneembaar: de glinstering zou zichzelf moeten verraden als een regelmatig terugkerende toename van de helderheid van de planeet. Deep Impact is een ruimtesonde die in 2005 onderzoek deed bij de komeet Tempel en daar zelfs een projectiel op afschoot. Omdat de ruimtesonde na zijn ontmoeting met de komeet nog goed functioneerde, heeft hij een paar extra taken gekregen. Hij is nu op weg naar een andere komeet (Hartley 2), die hij in oktober van dit jaar zal bereiken. Tot die tijd worden zijn instrumenten gebruikt om een goede indruk te krijgen van hoe een planeet als de aarde er van grote afstand uitziet.
Meer informatie:
Sun Glints Seen from Space Signal Oceans and Lakes

5 januari 2010
Amerikaanse sterrenkundigen schatten dat slechts vijftien procent van alle planetenstelsels in ons Melkwegstelsel vergelijkbaar is met ons zonnestelsel. Dat wil zeggen: stelsels waarin de grootste planeten zich in de buitengebieden bevinden. Deze conclusie is gebaseerd op de huidige statistiek van een speurtocht naar planeten bij andere sterren: Microlensing Follow-Up Network (MicroFUN). De MicroFUN-onderzoekers gebruiken een methode die 'microlensing' wordt genoemd. Dat is een verschijnsel dat optreedt als een ster vanaf de aarde gezien precies voor een andere ster langs beweegt. Op dat moment bundelt de nabijere ster het licht van de achtergrondster zodanig, dat deze laatste kortstondig aanzienlijk helderder wordt. Als er planeten om de 'lens-ster' draaien, kunnen er nog meer (kleine) oplevingen in de helderheid van de achtergrondster optreden. De MicroFUN-methode is met name geschikt voor het opsporen van planetenstelsels waarin zich grote planeten op flinke afstand van hun moederster bevinden. Maar tot dusverre is er zegge en schrijven slechts één zo'n stelsel opgespoord. Als alle planetenstelsels in ons Melkwegstelsel op ons zonnestelsel leken, zouden dat er zeker zes moeten zijn geweest.
Meer informatie:
In All The Galaxy, Just 15 Percent Of Solar Systems Are Like Ours;

4 januari 2010
De Amerikaanse satelliet Kepler heeft zijn eerste vijf planeten ontdekt. Dat blijkt uit analyse van de gegevens die de in maart 2009 gelanceerde satelliet tijdens zijn eerste zes onderzoeksweken heeft verzameld. Kepler spoort planeten op door naar regelmatige veranderingen in de helderheid van een groot aantal sterren uit te kijken. Het uiteindelijke doel is om op die manier planeten ter grootte van de aarde te ontdekken. Maar zover is het nog niet: de eerste vijf planeten die tot nog toe zijn gevonden zijn veel groter. Eén is van het formaat Neptunus, de vier overige van het kaliber Jupiter. Alle vijf bevinden zich dicht in de buurt van hun moederster en zijn dus zeer heet. De eerste bevindingen van Kepler vormen een aanwijzing dat er blijkbaar niet gemakkelijk planeten worden gevormd die fors zwaarder zijn dan Neptunus en aanzienlijk lichter dan Jupiter.
Meer informatie:
NASA's Kepler Space Telescope Discovers Five Exoplanets

16 december 2009
Sterrenkundigen hebben voor de tweede keer een 'superaarde' ontdekt waarvan zij zowel de massa als de grootte konden bepalen. Een 'superaarde' is een exoplaneet die lichter is dan een grote gasplaneet, maar zwaarder dan de aarde. Over de omstandigheden op de planeet zegt de term niets, maar deze superaarde is wel de eerste waarbij een atmosfeer is ontdekt (Nature, 17 december). De planeet, die de aanduiding GJ 1214b draagt, draait om een rode dwergster op slechts 40 lichtjaar van ons vandaan. Hij is bijna drie keer zo groot als onze planeet en zijn massa bedraagt ruim zes aardmassa's. Zijn inwendige bestaat waarschijnlijk voor het grootste deel uit bevroren water, maar omdat zijn afstand tot de ster slechts enkele miljoenen kilometers bedraagt, is zijn oppervlak tamelijk heet. De planeet is gehuld in een dikke, dichte atmosfeer. Het middel waarmee GJ 1214b is ontdekt, is bijna net zo bijzonder als de planeet zelf. Hij is opgespoord in het kader van het zogeheten MEarth-project: een opstelling van acht 'amateurtelescopen' bovenop Mount Hopkins (Arizona, VS) waarmee ongeveer 2000 nabije dwergsterren in de gaten worden gehouden. Het doel is om planeten te vinden die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop vóór hun moederster langs bewegen. Tijdens zo'n miniverduistering houdt de planeet een klein deel van het sterlicht tegen, waardoor de ster met grote regelmaat een beetje zwakker wordt. De ontdekking van de planeet is later met een grote telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op de Chileense berg La Silla bevestigd. Als volgende stap willen de sterrenkundigen de atmosfeer van de planeet nader onderzoeken. Waarschijnlijk zal dit gebeuren met de Hubble-ruimtetelescoop.
Meer informatie:
Astronomers Find World with Thick, Inhospitable Atmosphere and an Icy Heart
Astronomers Find Super-Earth Using Amateur, Off-The-Shelf Technology

16 december 2009
Een team van Chinese sterrenkundigen heeft een reuzenplaneet ontdekt in de bijzondere dubbelster QS Virginis. Hoewel nu rustig, zal deze dubbelster binnen afzienbare tijd het toneel zijn van een explosieve uitbarsting. QS Virginis staat op een afstand van 157 lichtjaar in het sterrenbeeld Maagd. De dubbelster bestaat uit een koele, rode dwergster en een hete witte dwerg. De twee sterren zijn slechts 840.000 kilometer van elkaar verwijderd (tweemaal de afstand aarde-maan) en draaien in drieëneenhalf uur om hun gezamenlijke zwaartepunt. In veel van zulke compacte dubbelsterren stroomt er materie over van de begeleider naar de witte dwergster. Maar in het geval van QS Virginis is de afstand tussen de sterren net te groot daarvoor. Dat is echter een kwestie van tijd: de onderlinge afstand neemt geleidelijk af, waardoor er binnen enkele duizenden jaren alsnog een materiestroom op gang komt. Dat is slecht nieuws voor de ruim 6 Jupitermassa's zware planeet die in een wijde baan om beide sterren tegelijk draait. Uiteindelijk zal zich op de witte dwerg namelijk zoveel materie verzamelen, dat er een explosieve fusiereactie op gang komt. Bij zo'n nova-uitbarsting is de witte dwerg kortstondig een intense bron van hitte en straling - interessant voor sterrenkundigen op de verre aarde, maar funest voor de zojuist ontdekte reuzenplaneet.
Meer informatie:
Giant Planet Set For A Cataclysmic Show

14 december 2009
Een internationaal team van 'planetenjagers' heeft in totaal zes relatief lichte planeten ontdekt bij twee nabije, zonachtige sterren. Twee van de zes worden gerekend tot de 'superaardes': het zijn planeten met een vast oppervlak die respectievelijk 'slechts' 5 en 7,5 maal zo zwaar zijn als onze aarde. Het is voor het eerst dat zulke lichte planeten zijn ontdekt bij naaste verwanten van onze eigen zon. Volgens de onderzoekers, die gebruik hebben gemaakt van telescopen op Hawaï en in Australië, duidt deze ontdekking erop dat kleine planeten een normaal verschijnsel zijn bij zonachtige sterren. Drie van de zes ontdekte planeten draaien om de ster 61 Virginis, die met het blote oog zichtbaar is in het sterrenbeeld Maagd. De lichtste van de drie is driemaal zo zwaar als de aarde, de zwaarste 'weegt' 25 aardmassa's. Eerder was rond 61 Virginis al een dikke ring van stof ontdekt: een duidelijke aanwijzing dat er rond de ster een planetenstelsel is ontstaan. Het andere planetenstelsel hoort bij de tamelijk anonieme ster HD 1461, die in het sterrenbeeld Walvis staat. Bij een derde zonachtige ster, 23 Librae, is bij dezelfde 'jacht' een planeet van het kaliber Jupiter opgespoord. Geen van de ontdekte planeten is geschikt voor leven of zelfs maar vloeibaar water: de zes licht planeten bevinden zich te dicht bij hun ster en zijn daardoor te heet. En de planeet bij 23 LIbrae is juist weer te koud.
Meer informatie:
New Planet Discoveries Suggest Low-Mass Planets Are Common Around Nearby Stars
First super-Earths discovered around Sun-like stars
New planets found around Sun-like stars

14 december 2009
De Hubble-ruimtetelescoop heeft dertig nog niet eerder bestudeerde plantenstelsels-in-wording in beeld gebracht. Deze zogeheten protoplanetaire schijven of 'proplyds' maken deel uit van de Orionnevel, een bekend, nabijgelegen stervormingsgebied waarin ook eerder al van deze objecten waren opgespoord. Protoplanetaire schijven bestaan uit gas en stof dat om een ster - doorgaans een jong exemplaar - draait. Door samenklontering kunnen uit dat gas en stof planeten ontstaan - een proces dat zich, naar astronomische maatstaven, betrekkelijk snel voltrekt: binnen ongeveer 10 miljoen jaar. In de Orionnevel zijn twee soorten protoplanetaire schijven ontdekt: schijven die zich in de buurt van de helderste ster in deze omgeving bevinden en die verder daarvandaan. De heldere ster verhit het gas in de nabije schijven sterk genoeg om deze te laten oplichten. De overige schijven steken als donkere silhouetten af tegen de heldere achtergrond van het gas van de Orionnevel. Het onderzoek aan deze objecten moet duidelijk maken hoe planetenstelsels als het onze (zijn) ontstaan.
Meer informatie:
Born in beauty: proplyds in the Orion Nebula

8 december 2009
Eén van de meer dan 400 planeten die sterrenkundigen de afgelopen jaren bij andere sterren hebben ontdekt, kan weer van de lijst worden geschrapt. Het betreft de 'exoplaneet' bij de nabije ster VB 10, die in mei van dit jaar werd ontdekt. Deze ontdekking gebeurde met een andere techniek dan de meeste andere exoplaneten, namelijk door heel nauwkeurig de positie van zijn moederster te meten. Daarbij werd een kleine schommelbeweging ontdekt, die op de aanwezigheid van een zes Jupitermassa's zware planeet zou duiden. Maar nu hebben andere onderzoekers vastgesteld dat deze ontdekking op een misverstand moet berusten. Zij hebben dezelfde ster nu bekeken op de manier waarop de meeste exoplaneten ontdekt zijn, namelijk door naar het spectrum van de ster te kijken. Als de ster daadwerkelijk zou schommelen, zou dat tot regelmatige verschuivingen van de lijnen in dat spectrum moeten leiden. Maar er zijn geen verschuivingen te zien die aan een planeet van zes Jupitermassa's toegeschreven kunnen worden. Deze ontwikkeling doet denken aan de vermeende ontdekking van planeten bij de Ster van Barnard, in 1963 door de Nederlandse sterrenkundige Peter van de Kamp, die op een instrumenteel effect bleek te berusten.
Meer informatie:
Exoplanet claim bites the dust

3 december 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een lichtzwak hemellichaam ontdekt en gefotografeerd dat in een baan om de ster GJ 758 draait. De geschatte massa van het object is 10 tot 40 maal zo groot als die van Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel. Daarmee zou het ofwel een reuzenplaneet ofwel een bruine dwergster kunnen zijn. Maar één ding staat vast: met een temperatuur van ongeveer 330 graden Celsius is het de koelste begeleider die ooit bij een zonachtige ster is waargenomen. Het valt niet mee om foto's van planeten bij andere sterren te maken: ze verbleken volkomen bij de ster waar ze omheen draaien. Daarom moeten sterrenkundigen hun toevlucht nemen tot trucs om het felle sterlicht te onderdrukken. In dit geval is dat gebeurd met een techniek die Angular Differential Imaging wordt genoemd. Daarbij wordt een aantal afzonderlijke opnamen zodanig gedraaid en bij elkaar opgeteld, dat het sterbeeldje onderdrukt en het zwakke beeldje van de planeet juist versterkt wordt. De begeleider van GJ 758 bevindt zich op een afstand die vergelijkbaar is met de afstand tussen onze zon en de planeet Neptunus. Dat hij veel warmer is dan Neptunus, wijst erop dat hij nog bezig is samen te trekken. Dat maakt het moeilijk om zijn massa precies vast te stellen. Daarom staat ook nog niet vast of het een planeet of een kleine, mislukte ster is. Ook onzeker is of een ander lichtzwak object dat op de opname staat, ook om de ster draait of dat het een toevallig gefotografeerd achtergrondobject is.
Meer informatie:
Discovery of an Exoplanet Candidate Orbiting a Sun-Like Star
Angular Differential Imaging
Das erste Porträt eines kühlen Planeten

19 november 2009
Japanse sterrenkundigen hebben bijzondere opnamen gemaakt van een dubbelstersysteem in het sterrenbeeld Slangendrager. Door het licht van de beide sterren zelf af te schermen, kon het omringende gas en stof zichtbaar worden gemaakt (Science, 20 november). De afgelopen jaren zijn wel meer opnamen van zulke 'protoplanetaire' stofschijven gemaakt, maar daarbij ging het bijna altijd om enkelvoudige sterren. En dat terwijl de meeste sterren in groepjes van twee of meer sterren ontstaan. Er bestonden wel computermodellen over hoe het stof in zulke stersystemen zich zal gedragen, maar het ontbrak aan goed waarnemingsmateriaal. De waarnemingen van de 500 lichtjaar verre dubbelster in de Slangendrager wijzen erop dat er gas en stof van de ene ster naar de andere stroomt. Volgens de onderzoekers kan die ontdekking helpen om vast te stellen waar in zulke systemen de meeste kans op planeetvorming bestaat.
Meer informatie:
Binary systems share stardust

12 november 2009
Twee teams van sterrenkundigen hebben ontdekt dat de in 2008 ontdekte planeet die rond de ster HAT-P-7 draait een merkwaardige baan volgt. De exoplaneet, die zich op een afstand van 1000 lichtjaar bevindt, beweegt namelijk tegen de rotatierichting van zijn moederster in. Dat is opmerkelijk omdat een planetenstelsel ontstaat uit een materieschijf die dezelfde draairichting volgt als de ster die in het centrum ervan staat. Het baanvlak van planeet HAT-P-7b moet dus op de een of andere manier flink zijn gekanteld. HAT-P-7b is de eerste van de ongeveer 400 bekende exoplaneten waarbij dit is waargenomen. De baankanteling kan het gevolg zijn van de zwaartekrachtswisselwerking met een andere planeet of die met een naburige ster.
Meer informatie:
Discovery Of A Retrograde Or Highly Tilted Extrasolar Planet;

12 november 2009
Britse en Duitse sterrenkundigen hebben twee hemellichamen ter grootte van de aarde ontdekt, die gezegend zijn met een zuurstofrijke atmosfeer. Helaas voor speurders naar buitenaards leven zijn het echter geen planeten, maar sterren - witte dwergen om precies te zijn (Science Express, 12 september). De beide dwergsterren, SDSS 0922+2928 en SDSS 1102+2054, zijn enkele honderden lichtjaren van ons verwijderd. Het zijn de restanten van zware sterren die aan het einde van hun bestaan zijn gekomen, doordat hun nucleaire brandstof uitgeput raakte. Uit modelberekeningen blijkt dat zware witte dwergen als deze voor een belangrijk deel uit zuurstof bestaan. Het nare is echter dat bijna al deze dwergsterren een omhulsel van waterstof en/of helium hebben, waardoor niet te zien is wat daaronder zit. Maar nu zijn dan twee witte dwergen ontdekt die hun zuurstofrijkdom wél vertonen, wat als een belangrijke bevestiging van de modelberekeningen wordt beschouwd. Geschat wordt dat de beide sterren oorspronkelijk 7 tot 10 maal zo zwaar waren als onze zon.
Meer informatie:
2 Earth-sized bodies with oxygen rich atmospheres found

11 november 2009
Een baanbrekende telling van vijfhonderd sterren, waaronder zeventig waarvan bekend is dat ze planeten bij zich hebben, heeft met succes het al lang bestaande 'lithium-mysterie', waargenomen in de zon, gekoppeld aan de aanwezigheid van planeetsystemen. Met behulp van ESO's succesvolle HARPS-spectrograaf hebben astronomen ontdekt dat zonachtige sterren die planeten bij zich hebben hun lithium veel efficiënter hebben afgebroken dan sterren zonder planeten. Deze ontdekking werpt niet alleen licht op het gebrek aan lithium in onze ster, maar geeft astronomen ook een heel efficiënte manier om te zoeken naar sterren met planetenstelsels.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Exoplanets Clue to Sun's Curious Chemistry

20 oktober 2009
NASA-onderzoekers hebben nu ook bij een tweede hete gasplaneet moleculen gedetecteerd die belangrijk zijn voor het ontstaan van leven zoals wij dat kennen. Het betreft de planeet HD 209458b, die om een ster op 150 lichtjaar van de aarde draait. Met behulp van instrumenten van de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer zijn in de atmosfeer van deze exoplaneet water, methaan en kooldioxide gevonden. Deze ontdekking duidt er op dat deze levensbelangrijke verbindingen alom aanwezig zijn in het heelal. Dat wil overigens niet zeggen dat er leven is op HD 209458b. Hij draait op een afstand van slechts 7 miljoen kilometer om zijn ster en heeft daardoor een oppervlaktetemperatuur van maar liefst 1000 graden.
Meer informatie:
Astronomers do it Again: Find Organic Molecules Around Gas Planet
PlanetQuest Historic Timeline

19 oktober 2009
Met het HARPS-instrument op ESO's 3,6-meter telescoop in Chili zijn 32 nieuwe exoplaneten gevonden. Dat is vandaag bekendgemaakt op de ESO/CAUP exoplanetenconferentie in Porto door het team dat de spectrograaf heeft gebouwd. Met de ontdekking heeft de High Accuracy Radial Velocity Planet Searcher (HARPS) zijn positie als belangrijkste exoplanetenjager verstevigd. Het aantal bekende lichte exoplaneten is in één klap met 30% gestegen. De afgelopen vijf jaar heeft HARPS meer dan 75 van de in totaal 400 exoplaneten gespot die nu bekend zijn. Juist dankzij de enorme precisie van de spectrograaf heeft de zoektocht naar 'kleine' planeten, met het gewicht van enkele malen die van de aarde (superaardes of Neptunus-achtige planeten), een enorme stimulans gekregen. HARPS heeft de ontdekking mogelijk gemaakt van 24 van de 28 planeten die lichter zijn dan 20 aardmassa's. Net zoals bij de eerder ontdekte superaardes, maken de nieuwe kandidaten deel uit van stelsels waarin zich soms wel vijf planeten bevinden.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
32 New Exoplanets Found

6 oktober 2009
Sommige sterren zijn eenzame kolossen waar geen planeten omheen cirkelen, terwijl andere het middelpunt vormen van een uitgebreid planetenstelsel. Nieuw onderzoek door onder anderen Anders Johansen van de Leidse Sterrewacht verklaart waarom dat zo is. Computersimulaties laten zien dat sterren die zijn ontstaan uit een gaswolk die relatief veel zware elementen - dat wil zeggen: stoffen zwaarder dan helium - bevatte, makkelijker planeten vormen. Rond een pasgeboren ster blijft een schijf van restmaterie achter waaruit planeten kunnen ontstaan. Uit het onderzoek van Johansen en collega's blijkt nu dat als de restmaterie voor minder dan 1 procent uit zware elementen bestaat, het samenklonteringsproces dat miljoenen jaren later in planeten resulteert maar moeilijk op gang komt. Hoe meer van dat 'vervuilende' materiaal, des te beter. Uit de samenstelling van onze zon blijkt overigens dat de materieschijf die haar bijna vijf miljard jaar geleden omringde maar nèt genoeg zware elementen bevatte. Het ontstaan van onze aarde was dus kantje boord.
Meer informatie:
Dirty stars make good solar system hosts

29 september 2009
De atmosfeer van de afgelopen voorjaar ontdekte exoplaneet COROT-7b zou wel eens bijzondere eigenschappen kunnen hebben. Dat schrijven onderzoekers van Washington University in The Astrophysical Journal van 1 oktober. De planeet draait op zo'n kleine afstand om zijn moederster, dat zijn dagzijde heet genoeg is om gesteente te doen smelten. Uit modelberekeningen van de Amerikaanse sterrenkundigen zou dat wel eens een bizarre kringloop kunnen geven. Waar op aarde water verdampt en elders weer neerregent, zou dat op COROT-7b met gesteente gebeuren. De damp die uit de grote gesmolten lavavlakten opstijgt, zou hoog in de atmosfeer afkoelen en weer omlaag komen als een 'hagel' van gesteente.
Meer informatie:
Simulation suggests rocky exoplanet has bizarre atmosphere

24 september 2009
Met de twee 10-meter Keck-telescopen op Mauna Kea, Hawaii, is een dubbele stofschijf ontdekt rond de reuzenster 51 Ophiuchi, op 410 lichtjaar afstand van de zon in het sterrenbeeld Slangendrager. De binnenste stofschijf strekt zich uit tot 600 miljoen kilometer afstand van de ster, en bevat voornamelijk deeltjes groter dan een honderdste millimeter. De buitenste stofschijf strekt zich uit van één miljard tot een kleine 200 miljard kilometer afstand van de ster, en bevat veel kleinere stofjes. Nooit eerder is bij een ster op zo'n relatief grote afstand een stofschijf gevonden die zo compact is als de binnenste schijf rond 51 Ophiuchi. De ontdekking was mogelijk doordat de twee Keck-telescopen via de techniek van de optische interferometrie met elkaar gekoppeld werden, zodat ze even scherp kunnen kijken als een denkbeeldige telescoop met een middellijn van 75 meter.
Meer informatie:
Twin 10-meter Telescopes Spot Double Dust Cloud
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 september 2009
Met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope zijn onverwacht snelle helderheidsvariaties ontdekt in het binnenste deel van de 'protoplanetaire schijf' rond een jonge ster. De waarnemingen kunnen het best verklaard worden door aan te nemen dat zich in de schijf al een volwaardige planeet bevindt. Spitzer heeft vijf maanden lang de infrarode straling bestudeerd van LrLL31, een slechts drie miljoen jaar oude ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Perseus. De infrarode straling is afkomstig van een afgeplatte, roterende gas- en stofschijf rond de ster waaruit planeten kunnen ontstaan. De infraroodstraling uit het binnenste deel van de schijf vertoonde snelle variaties, zowel in helderheid als in golflengte. In sommige gevallen traden meetbare variaties op in een periode van nog geen week. Volgens de onderzoekers, die hun resultaten binnenkort publiceren in Astrophysical Joural Letters , beweegt er mogelijk al een planeet in de schijf, op vrij kleine afstand van de ster - ongeveer 15 miljoen kilometer. Door de zwaartekracht van die begeleider zouden stofdeeltjes in de schijf bijeengeveegd kunnen worden. Wanneer we de roterende schijf min of meer van opzij zien, kan dat tot grote variaties in de waargenomen infraroodstraling leiden.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Spots Clump of Swirling Planetary Material
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 september 2009
Leven op aarde is gebaseerd op koolstofchemie, en vermoedelijk ontstaan in warme oceanen van vloeibaar water. Bij de speurtocht naar mogelijke kosmische bouwstenen voor buitenaards leven en naar bewoonbare planeten bij andere sterren wordt gewoonlijk ook vooral gekeken naar koolstof en water. Een nieuwe interdisciplinaire onderzoeksgroep aan de Universiteit van Wenen wil die blik echter wat verruimen. Onder leiding van Johannes Leitner willen de wetenschappers onderzoeken welke andere vloeistoffen geschikt zijn voor de vorming en het voortbestaan van leven. Ammoniak is bijvoorbeeld vloeibaar bij veel lagere temperaturen dan water. Ook willen Leitner en zijn collega's bestuderen of er alternatieven zijn voor organische koolstofchemie. Op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland, waar de nieuwe onderzoeksgroep vandaag wordt gepresenteerd, laat Leitner al zien dat op koolstofchemie gebaseerd leven zich waarschijnlijk niet kan handhaven in de zwavelzuurhoudende dampkring van Venus. Overigens is de focus op water en koolstof ook weer niet zo kortzichtig. Waterstof, zuurstof en koolstof behoren tot de meest voorkomende elementen in het heelal.
European Planetary Science Congress 2009
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 september 2009
Axel Hagermann en Charles Cockell van de Open University in Milton Keynes, Engeland, hebben een begin gemaakt met het opstellen van een nieuwe 'Drake-formule' om de bewoonbaarheid van planeten bij andere sterren te beschrijven. De Amerikaanse astronoom Frank Drake bedacht een kleine vijftig jaar geleden een beroemd geworden 'formule' om te berekenen met hoeveel inteliigente beschavingen in het Melkwegstelsel (radio-)communicatie mogelijk zou zijn. Omdat de meeste termen en factoren in de formule onbekend waren (en dat in veel gevallen nog steeds zijn) levert de Drake-formule geen eenduidig antwoord op. Maar hij maakt wel duidelijk welke eigenschappen van planeten (en levensvormen) daarbij relevant zijn. Hagermann en Cockell willen nu een soortgelijke formule ontwikkelen om de bewoonbaarheid van een planeet gedetailleerd te beschrijven, en om die vervolgens voor verschillende plaatsen in het Melkwegstelsel met elkaar te vergelijken. Ze werken daarbij met vier criteria: de beschikbaarheid van een oplosmiddel voor chemische reacties (bijvoorbeeld water), de aanwezigheid van de organische bouwstenen voor leven, gunstige condities (zoals temperatuur), en de aanwezigheid van een energiebron. Door die vier criteria gedetailleerd te kwantificeren hopen ze uiteindelijk de bewoonbaarheid van verschillende plaatsen op aarde of van verschillende exoplaneten in het Melkwegstelsel nauwkeurig met elkaar te kunnen vergelijken. De eerste ideeën over de nieuwe Drake-formule worden vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland.
European Planetary Science Congress
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 september 2009
Metingen met de Europese 3,6-meter telescoop in Chili hebben uitgewezen dat exoplaneet CoRoT-7b uit gesteenten en metalen is opgebouwd, net als de aarde. CoRoT-7b, die in een zeer kleine baan rond een ster cirkelt op 500 lichtjaar afstand van de aarde, is daarmee de eerste bevestigde 'aarde-achtige' exoplaneet. De planeet werd door de Europese ruimtetelescoop CoRoT ontdekt. Doordat hij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt, en daarbij een klein beetje licht onderschept, was het mogelijk de middellijn te bepalen: ongeveer 80 procent groter dan die van de aarde. Uit metingen aan de minieme schommelingen van de ster zelf is nu ok de massa afgeleid: 4,8 keer zo zwaar als de aarde. Door die twee gegevens met elkaar te combineren kon de dichtheid van de planeet berekend worden. Daaruit blijkt dat hij uit zware elementen moet bestaan, zoals gesteenten en metalen. Door de kleine afstand tot de moederster (2,5 miljoen kilometer) is de temperatuur op de 'super-aarde' zeer hoog, ca. 2000 graden, waardoor er geen leven op CoRoT-7b mogelijk is. De nieuwe metingen hebben ook een tweede planeet in het stelsel aan het licht gebracht. Die is ruim acht keer zo zwaar als de aarde, en beweegt op een drie maal zo grote afstand.
Meer informatie:
First Solid Evidence for a Rocky Exoplanet
Vakpublicatie over de ontdekking
CoRoT
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 september 2009
Eerder dit jaar werd de Amerikaanse Kepler-satelliet gelanceerd, die planeten bij andere sterren moet vinden door sterren op te sporen die kleine, regelmatige helderheidsfluctuatie vertonen. De kans dat daarbij leefbare werelden ontdekt worden, leek niet groot. Onleefbaar grote exoplaneten zijn nu eenmaal veel makkelijker te vinden dan kleine, aarde-achtige planeten. Volgens Britse sterrenkundigen zou Kepler echter ook manen bij exoplaneten kunnen opsporen. Uit computersimulaties blijkt namelijk dat een exomaan van 0,2 aardmassa een Saturnus-achtige exoplaneet al zodanig hard heen en weer trekt, dat dit in de door Kepler verzamelde baangegevens van de exoplaneet te zien moet zijn. Zulke exomanen zouden het arsenaal van leefbare werelden aanzienlijk kunnen vergroten.
Meer informatie:
Will Kepler find habitable moons?

28 augustus 2009
De stofschijven rond sterren, waarin planeten kunnen ontstaan, hebben de meest vreemde vormen. Volgens Amerikaanse sterrenkundigen zijn deze het resultaat van de beweging van de centrale ster door de ruimte (The Astrophysical Journal, 1 september). Zo'n protoplanetaire schijf bestaat voor een belangrijk deel uit fijne stofdeeltjes, en elke keer als de ster met omringende schijf een interstellaire gaswolk passeert, ondervinden deze deeltjes daar hinder van. Welke vorm de schijf vervolgens aanneemt, is afhankelijk van de hoek waaronder hij de gaswolk binnengaat. Als de schijf loodrecht op de bewegingsrichting staat, neemt hij een enigszins komvormig uiterlijk aan, zoals bij de ster HD 61005. Gaat de schijf zijwaarts de gaswolk in, dan ontstaat een asymmetrische schijf. Een en ander blijkt uit onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop.
Meer informatie:
Warped Debris Disks Around Stars Are Blowin’ In The Wind

26 augustus 2009
Sterrenkundigen van de universiteit van St Andrews (Schotland) hebben een opmerkelijke planeet bij een andere ster ontdekt. De reusachtige planeet, die de aanduiding WASP-18b heeft gekregen, draait op zo'n geringe afstand om de ster, dat hij er binnen afzienbare tijd op zal neerstorten. WASP-18b is tien keer zo zwaar als Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel, en draait in minder dan een aardse dag om zijn moederster. Daarmee behoort de planeet zonder enige twijfel tot de categorie 'hete Jupiters': zware, hete gasplaneten die op korte afstand om een ster draaien. Door de getijkracht die de ster op de planeet uitoefent, volgt deze laatste een spiraalbaan die uiteindelijk tot zijn ondergang zal leiden. Wanneer het zover zal zijn, is nog onduidelijk: misschien is het al binnen 500.000 jaar zo ver, maar het kan ook nog 500 miljoen jaar duren.
Meer informatie:
Found: The planet that shouldn't exist

12 augustus 2009
Bij een ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand van de aarde is een planeet ontdekt die in de verkeerde richting om zijn ster draait. Het is bovendien de grootste exoplaneet die ooit is waargenomen. De ontdekking van WASP-17b (WASP staat voor Wide Area Search for Planets) wordt binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De planeet is half zo zwaar als Jupiter, maar wel twee keer zo groot. De dichtheid is slechts één zeventigste van die van de aarde. Wat de planeet echter extra bijzonder maakt, is dat hij in de verkeerde richting om zijn moederster draait: niet in dezelfde richting waarin de ster om zijn as draait, zoals gebruikelijk, maar in tegenovergestelde richting. Dat doet vermoeden dat de planeet een ingrijpende baanverstoring heeft ondervonden, mogelijk als gevolg van de nauwe passage van een andere planeet of ster. De grote middellijn van WASP-17b is waarschijnlijk het gevolg van getijdenenergie. De planeet draait in een langgerekte baan, waardoor hij sterk wisselende getijdenkrachten van de moederster ondervindt. De energie die als gevolg daarvan vrijkomt, heeft de gasvormige planeet sterk doen opzwellen.
Een dag na de aankondiging van de ontdekking van WASP-17b meldden twee andere teams van onderzoekers dat ook exoplaneet HAT-P-7b niet netjes in het evenaarvlak van zijn moederster lijkt te bewegen. Hoe de baan van HAT-P-7b dan wél georiënteerd is, is niet helemaal duidelijk, doordat de metingen zeer moeilijk zijn uit te voeren.
Meer informatie:
Huge new planet tells of game of planetary billiards
Nieuwsbericht over HAT-P-7b op website New Scientist

Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 augustus 2009
Twee planeten in een baan rond een andere ster zijn kort geleden op catastrofale wijze met elkaar in botsing gekomen. De brokstukken van die botsing zijn ontdekt door de Amerikaanse Spitzer Space Telescope. De kosmische aanvaring vond plaats op ongeveer honderd lichtjaar afstand van de aarde, bij de ster HD 172555 in het zuidelijke sterrenbeeld Pauw. Uit de Spitzer-waarnemingen blijkt dat hier hooguit een paar honderdduizend jaar geleden (zeer recent naar sterrenkundige begrippen) twee hemellichamen met hoge snelheid op elkaar knalden. Spitzer heeft eerder aanwijzingen gevonden voor botsingen van kleinere planetoïden bij andere sterren. In het geval van HD 172555 gaat het echter om objecten waarvan er een ongeveer zo groot was als de maan en de ander ongeveer zo groot als de planeet Mercurius. Ze moeten met een onderlinge snelheid van minstens tien kilometer per seconde op elkaar zijn gebotst. Daarbij werd het kleinere hemellichaam volledig verpulverd. Een groot deel van de gesteenten waaruit de twee planeten bestonden, verdampte in korte tijd. Uit de infraroodmetingen van Spitzer is de aanwezigheid van grote hoeveelheden stof, puin en gruis afgeleid - de tastbare overblijfselen van de kosmische botsing. Daarnaast ontdekte Spitzer grote hoeveelheden amorf silicaat - glasachtige structuren die ontstaan wanneer druppels gesmolten lava afkoelen en stollen. Ook komt er rond de ster veel gasvormig siliciumoxide voor - een aanwijzing dat er veel gesteente is verdampt. De Spitzer-waarnemingen worden op 20 augustus gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Ze zijn alleen te verklaren door aan te nemen dat er in het recente verleden een catastrofale planetaire botsing heeft plaatsgevonden.
Meer informatie:
Planet Smash-Up Sends Vaporized Rock, Hot Lava Flying
Animatiefilmpje van de botsing (.mov, 25 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 augustus 2009
De aarde is de enige bekende planeet waarop leven voorkomt. Maar sterrenkundigen komen langzaam maar zeker tot de conclusie dat de aarde eigenlijk niet de optimale planeet is voor het ontstaan en het voortbestaan van leven. Bovendien is ook de zon niet de meest optimale ster. Een zwaardere planeet in een baan rond een lichtere ster zou een veel gastvrijere locatie zijn voor de vorming van leven. Tijdens de driejaarlijkse algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie, die momenteel gehouden wordt in Rio de Janeiro, werd een aparte sessie gewijd aan de invloed van de eigenschappen van sterren op de bewoonbaarheid van bijbehorende planeten. Volgens Ed Guinan van de Villanova-universiteit produceren sterren zoals de zon in hun jeugd veel meer gevaarlijke röntgenstraling en energierijke deeltjes die schadelijk zijn voor levende organismen. Die hogere activiteit is het gevolg van een sterker magnetisch veld, dat weer veroorzaakt wordt doordat sterren kort na hun ontstaan sneller roteren. Sterren die lichter zijn dan de zon (oranje dwergsterren, ook wel K-dwergen genoemd) hebben daar tijdens hun jeugd ook wel last van, maar hebben een veel langere levensduur, waardoor er meer tijd is voor de vorming en evolutie van leven op een bijbehorende planeet. Volgens Jean-Mathias Griessmeier van de stichting ASTRON in Nederland is ook het magnetisch veld van een planeet van groot belang voor de bewoonbaarheid. Het beschermt de planeet tegen kosmische straling, en het draagt er tevens toe bij dat de planeet zijn dampkring minder snel verliest. Een planeet die twee à drie keer zo zwaar is als de aarde, ontwikkelt een sterker magnetisch veld en heeft bovendien een sterker zwaartekrachtsveld, waardoor de dampkring gemakkelijker behouden wordt. Leven zou dus betere overlevingskansen hebben op een planeet die zwaarder is dan de aarde en die een baan beschrijft rond een ster die lichter is dan de zon. Zulke sterren zijn ongeveer tien keer zo talrijk als zonachtige sterren.
Meer informatie:
The violent youth of solar proxies steer course of genesis of life
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 augustus 2009
De Amerikaanse Kepler-satelliet, die op 6 maart 2009 gelanceerd werd en jacht gaat maken op aarde-achtige planeten bij andere sterren, heeft de dampkring en de schijngestalten van een reeds bekende exoplaneet gedetecteerd. Het gaat om HAT-P-7b, een Jupiter-achtige planeet die elke 2,2 dagen een kleine cirkelbaan beschrijft rond een ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand. Tijdens de testfase van de Kepler-telescoop zijn precisiemetingen verricht aan het gecombineerde licht van de ster en de bijbehorende planeet. Niet alleen was daarbij de regelmatig terugkerende planeetovergang zichtbaar (wanneer de planeet gezien vanaf de aarde voor de ster langs beweegt en een deel van het sterlicht tegenhoudt), maar ook de bedekking van de planeet door de ster, een halve omloop later, die tot een veel kleinere helderheidsvariatie leidt. Bovendien registreerde Kepler in de tussenliggende periode een heel subtiele variatie in de totale hoeveelheid ontvangen straling, veroorzaakt door de schijngestalten van de planeet. Uit de metingen kon afgeleid worden dat de planeet een dampkring heeft met aan de dagzijde een temperatuur van ongeveer 2375 graden Celsius, en dat er vrijwel geen warmtetransport plaatsvindt naar de nachtzijde. Soortgelijke metingen (aan een andere exoplaneet) werden eerder dit jaar gerapporteerd door Leidse astronomen, die gebruik maakten van een veel grotere telescoop op aarde. De Kepler-metingen zijn zo nauwkeurig dat er niet meer aan wordt getwijfeld dat de satelliet de komende drieenhalf jaar aarde-achtige planeten moet kunnen ontdekken, als die tenminste bestaan.
Meer informatie:
NASA's Kepler Spies Changing Phases on a Distant World
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 juni 2009
Het Space Telescope Science Institute (STScI) in Baltimore doet mee aan de jacht op planeten ter grootte van de aarde die om andere sterren draaien. Het STScI fungeert namelijk als datacentrum voor de NASA-satelliet Kepler, die op 19 juni zijn eerste ruwe meetgegevens heeft afgeleverd. De keuze voor dit instituut was een logische, omdat dit ervaring heeft met de verwerking van de enorme gegevensstroom van de Hubble-ruimtetelescoop. In het STScI worden de ruwe Kepler-gegevens omgezet in zogeheten FITS-bestanden die door onderzoekers kunnen worden geanalyseerd. Kepler zal de komende drieënhalf jaar meer dan 100.000 zonachtige sterren in de gaten houden. Gelet wordt op kleine, regelmatige helderheidsfluctuaties van deze sterren, die erop kunnen duiden dat er één of meer planeten voor de ster langs bewegen. In het geval van een planeet ter grootte van de aarde zal de helderheidsafname minder dan een honderdste procent bedragen. Dat is vergelijkbaar met de lichtafname die een vlo geeft als hij op de brandende koplamp van een auto gaat zitten.
Meer informatie:
STScI Joins the Search for Other Earths in Space

10 juni 2009
Bij de zoektocht naar exoplaneten waarop leven mogelijk is, staat het begrip 'leefbare zone' centraal. Dat wil zeggen: de zone rond een ster waar het precies warm genoeg is om water op een planeetoppervlak in vloeibare toestand te houden. Bij zwakke sterren, zoals de veel voorkomende rode dwergen, ligt die leefbare zone op slechts enkele miljoenen kilometers de ster. Uit nieuwe berekeningen blijkt nu dat de getijkrachten op die kleine afstand zo groot zijn, dat je eigenlijk niet van een leefbare situatie kunt spreken. De tektonische activiteit op een eventuele planeet zou dermate groot zijn, dat het oppervlak voortdurend aan vulkanisme onderhevig is. De situatie op zo'n planeet zou goed vergelijkbaar zijn met die op de grote Jupitermaan Io, die zo'n grote vulkanische activiteit kent, dat zijn complete oppervlak in minder dan een miljoen jaar compleet 'ververst' wordt. Uit het rekenmodel blijkt dat de bijdrage van getijkrachten aan de inwendige warmte van een planeet niet groter dan een kwart mag zijn om van een leefbare planeet te kunnen spreken.
Meer informatie:
New definition could further limit habitable zones around distant suns

10 juni 2009
Onderzoekers van het Instituto de Astrofísica de Canarias hebben de aardatmosfeer geanalyseerd door naar een totale maansverduistering te kijken. Het zwakke schijnsel dat de maan op zo'n moment afgeeft, bestaat uit zonlicht dat door de aardatmosfeer is gegaan. Door dit licht spectroscopisch te onderzoeken, kon worden aangetoond dat de aardatmosfeer zuurstof, kooldioxide, water en andere verbindingen bevat die op de aanwezigheid van leven duiden. Zelfs een betrekkelijk schaars molecuul als methaan was duidelijk in het spectrum terug te vinden (Nature, 11 juni). Volgens de onderzoekers wijst het onverwachte gemak waarmee deze bestanddelen konden worden aangetoond erop, dat het spectroscopisch opsporen van leven op exoplaneten wel eens makkelijker zou kunnen zijn dan tot nog toe werd gevreesd. Ruim vijftig van de bijna 350 planeten die tot nog toe bij andere sterren ontdekt zijn, bewegen tijdens elke omloop vanaf de aarde gezien voor hun moederster langs. Op zo'n moment gaat het licht van de ster door de atmosfeer van de planeet, waardoor deze laatste daarin zijn (spectroscopische) sporen achterlaat - net als de aardatmosfeer in het spectrum van de totaal verduisterde maan. Door de spectra van de ster vóór en na zo'n planeetovergang met elkaar te vergelijken, kan worden vastgesteld wat de bijdrage van de planeetatmosfeer is. En eventueel aanwezige zuurstof, kooldioxide, water of methaan zouden wel eens prominent in dat spectrum te zien kunnen zijn.
Meer informatie:
Lunar eclipse observations give insights for finding new Earths

10 juni 2009
Met behulp van de Submillimeter Array-radiotelescoop op Hawaï is een roterende moleculaire schijf ontdekt rond de jonge dubbelster V4046 Sagittarii. De gemaakte beelden laten zien dat de schijf op een afstand van ongeveer 5 miljard kilometer van de beide sterren begint en zich uitstrekt tot ongeveer 50 miljard kilometer. Dat ook dubbelsterren omgeven kunnen zijn door een materieschijf was al langer bekend, maar dit is wel een bijzonder geval. De beide sterren van V4046 Sagittarii draaien op een onderlinge afstand van slechts 7 miljoen kilometer om elkaar en naar schatting 12 miljoen jaar geleden ontstaan. Dat maakt ze oud voor een materieschijf van dit type, omdat de vorming van (zware) planeten volgens de bestaande inzichten niet veel meer dan een paar miljoen jaar hoeft te duren.
Meer informatie:
Radio Telescope Images Reveal Planet-Forming Disk Orbiting Twin Suns

10 juni 2009
Een team van Italiaanse wetenschappers denkt weer een planeet te hebben opgespoord die rond een andere ster draait. Maar anders dan de meer dan 300 andere exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, bevindt deze zich niet in ons Melkwegstelsel. Zijn moederster zou deel uitmaken van het bekende Andromedastelsel (M31). De methode waarmee de mogelijke exoplaneet is opgespoord, is dezelfde als waarmee in de halo van ons Melkwegstelsel naar donkere objecten wordt gezocht: gravitationele microlensing. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat licht van een achtergrondster door het zwaartekrachtsveld van een ster die er precies voorlangs beweegt wordt afgebogen en versterkt. Op die manier zijn de laatste jaren al verscheidene sterren in M31 waargenomen. De helderheid van sterren die door het microlenseffect worden versterkt, volgt in de loop van de dagen een karakteristiek verloop. Maar soms vertoont zo'n lichtkromme een kleine afwijking. Onderzoekers van het Istituto Nazionale di Fisica Nucleare in Rome hebben nu berekend hoe een mircolenslichtkromme er uit zou zien als het voorgrondobject (de 'lens') een planeet als begeleider heeft. En daarbij bleek dat het licht van een van de sterren in het Andromedastelsel in 2004 een helderheidsverloop heeft laten zien dat op de aanwezigheid van een planeet bij de lensster zou kunnen duiden. De best passende combinatie is die van een dwergster van een halve zonsmassa en een zware planeet van ruim zes Jupitermassa's. Eerder was de afwijkende lichtkromme geïnterpreteerd als die van een lichte dubbelster. Verificatie van dit eenmalige verschijnsel is helaas niet mogelijk. Maar volgens de onderzoekers is het slechts een kwestie van tijd voor er met zekerheid een exoplaneet in de Andromedanevel wordt opgespoord.
Meer informatie:
Pixel-lensing as a way to detect extrasolar planets in M31 (pdf)

28 mei 2009
Amerikaanse sterrenkundigen zijn er in geslaagd om een planeet bij een andere ster te ontdekken door heel nauwkeurig de beweging van de ster te volgen. Als er een planeet om een ster draait, wordt deze laatste een beetje heen en weer getrokken. Dat zou je in principe moeten terugzien in de beweging van de ster langs de hemel, maar het effect is zo klein dat het tot dusverre niet was gelukt om op die manier de aanwezigheid van een planeet aan te tonen. Daar is nu dus verandering in gekomen. Een tweetal sterrenkundigen van het Jet Propulsion Laboratory van NASA heeft de afgelopen twaalf jaar, met onderbrekingen, met de 5-meter telescoop op Palomar Mountain metingen gedaan aan een dertigtal nabije sterren. En één daarvan, de onooglijke rode dwergster VB 10 in het sterrenbeeld Arend, blijkt inderdaad een schommelende beweging te vertonen. Om het sterretje draait dan ook een planeet die maar liefst zes keer zo zwaar is als de planeet Jupiter. Hoewel VB 10 toch nog aanzienlijk zwaarder is dan zijn planeet, zijn beide vergelijkbaar van omvang. Het is voor het eerst dat met deze techniek, die astrometrie wordt genoemd, een planeet bij een andere ster is ontdekt. Weliswaar dacht de Nederlands/Amerikaanse astronoom Peter van de Kamp al bijna vijftig jaar geleden dat hij door middel van astrometrie een planeet had ontdekt bij de nabije Ster van Barnard, maar dat feest ging niet door: het was niet de ster die schommelde, maar Van de Kamps telescoop. Overigens zijn de afgelopen vijftien jaar wel ruim 300 planeten bij andere sterren opgespoord met andere technieken dan deze.
Meer informatie:
Planet-Hunting Method Succeeds at Last

27 mei 2009
Leidse sterrenkundigen laten voor het eerst zien dat een planeet rondom een andere ster dan de zon net zulke schijngestalten vertoont als onze maan. De exoplaneet, CoRoT-1b, staat op zo'n 1600 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Eenhoorn, en is ontdekt door de Frans/Europese CoRoT-satelliet. De resultaten van de Leidse onderzoekers worden aanstaande donderdag gepubliceerd in het tijdschrift Nature. Uit de waarnemingen van CoRoT maken de astronomen op dat de nachtzijde van de planeet compleet donker is, terwijl de dagzijde sterk wordt opgewarmd door de ster, tot waarschijnlijk zo'n 2000 graden Celsius. 'De afstand van CoRoT-1b tot de ster is dan ook minder dan 3 procent van de afstand aarde-zon', zegt Ignas Snellen, die het onderzoek heeft geleid. Gedurende de 36 uur dat de planeet om de ster draait, zien de astronomen afwisselend de lichte dagzijde en de donkere nachtzijde van de planeet. Omdat de ster zo'n 10.000 keer helderder is dan de planeet, zien ze het systeem bij elkaar steeds éénhonderdste van een procent lichter en donkerder worden. 'Een ongelooflijk precieze meeting, waarvoor het team rondom de CoRoT-satelliet alle credit moet krijgen', aldus Snellen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

26 mei 2009
Sterrenkundigen hebben tot nog toe meer dan 300 exoplaneten (planeten buiten ons zonnestelsel) opgespoord. De meeste van die planeten bestaan grotendeels uit gas en zijn te heet of te koud voor de aanwezigheid van vloeibaar water. Maar binnen afzienbare tijd zullen planeten worden ontdekt waar de omstandigheden veel meer op die van onze aarde lijken. Het nare is alleen dat die planeten zich zelfs op de beste opnamen slechts als een nietig stipje zullen vertonen. Toch denken NASA-wetenschappers dat het mogelijk moet zijn om vast te stellen of er oceanen op die verre werelden zijn. Dat zou dan moeten gebeuren aan de hand van de kleur van deze nietige stipjes. Omdat oceanen een blauwere tint hebben dan continenten, zou een 'aardachtige' exoplaneet door zijn rotatie regelmatige kleurveranderingen vertonen. Bij wijze van proef hebben de wetenschappers de voorgestelde waarneemtechniek getest door de ruimtesonde Deep Impact/EPOXI van een afstand van tientallen miljoenen kilometers naar de aarde te laten kijken. En daarbij werden inderdaad oceanen en continenten op onze planeet 'ontdekt'.
Meer informatie:
EPOXI Team Develops New Method to Find Alien Oceans;

19 mei 2009
SETI@home, een internationaal project waarbij thuiscomputers worden ingezet voor de speurtocht naar signalen van buitenaardse intelligentie, viert deze week zijn tiende verjaardag. SETI staat voor Search for Extra-Terrestrial Intelligence - de speurtocht naar buitenaardse intelligentie. Het SETI@home-project werd op 17 mei 1999 gelanceerd. Op de website van het project kan gratis software worden gedownload die het mogelijk maakt om met de eigen pc te helpen zoeken naar kunstmatige radiosignalen in enorme hoeveelheden waarnemingsgegevens die verkregen zijn met o.a. de 300 meter grote radiotelescoop van Arecibo op Puerto Rico. De software werkt in de 'screen save-modus': alleen als de gebruiker zelf niet op de pc aan het werk is, wordt gebruik gemaakt van de processorcapaciteit. Downloaden van nieuwe waarnemingsgegevens en uploaden van de resultaten van de analyse gebeurt volautomatisch. In de afgelopen tien jaar is de software ruim vijf miljoen maal gedownload; momenteel heeft SETI@home ongeveer 140.000 actieve gebruikers. Buitenaardse beschavingen zijn er nog niet gevonden.
Meer informatie:
SETI@Home celebrates 10th anniversary, though no E.T.'s
SETI@home
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 mei 2009
Al bijna vijftig jaar scant de Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI) de hemel af naar berichten van buitenaardse beschavingen. Tot nu toe zonder succes. Maar stel dat daar ooit verandering in komt... Geven we dan antwoord? En zo ja, hoe luidt dat dan? Om daar meer inzicht in te kunnen krijgen, heeft SETI-wetenschapper Douglas Vakoch 'Earth Speaks' in het leven geroepen. Dat project heeft als doel om suggesties te verzamelen voor berichten die we onze buitenaardse tegenhangers zouden kunnen sturen. Het SETI-instituut zal de vele boodschappen inventariseren en op overeenkomsten en verschillen onderzoeken. Plannen om zelf berichten het heelal in te sturen heeft SETI vooralsnog niet. 'Earth Speaks' is vooral bedoeld om te leren begrijpen hoe de inhoud van een interstellaire boodschap wordt gekleurd door de (culturele) achtergrond van de verzender. Iedereen kan meedoen: http://messages.seti.org.
Meer informatie:
Earth Speaks: Scientists Gather Messages To The Cosmos

13 mei 2009
De NASA-satelliet Kepler is begonnen met zijn zoektocht naar planeten bij andere sterren. De satelliet, die op 6 maart werd gelanceerd, zal de komende drieënhalf jaar meer dan 100.000 sterren in de gaten houden. Kleine, regelmatige fluctuaties in de helderheden van deze sterren kunnen de aanwezigheid van eventuele planeten verraden. Theoretisch zou Kepler op die manier zelfs planeten moeten kunnen opsporen die niet groter zijn dan onze aarde. Maar in eerste instantie zullen het vooral grote planeten zijn die ontdekt worden - dat gaat nu eenmaal een stuk makkelijker. De eerste treffers worden in 2010 verwacht.
Meer informatie:
Let the Planet Hunt Begin

27 april 2009
Planeten die op kleine afstand rond hun moederster bewegen, worden uiteindelijk door de ster opgeslokt als gevolg van sterke getijdenwerking. Dat concluderen Amerikaanse astronomen op basis van onderzoek aan de verdeling van planeetbanen en gedetailleerde computersimulaties. Tot nu toe zijn ongeveer 350 planeten bij andere sterren (exoplaneten) ontdekt. Veel daarvan bewegen op zeer kleine afstand (enkele miljoenen kilometers) rond hun moederster, met omlooptijden van hooguit een paar dagen. Ze kunnen niet zo dicht bij de ster zijn ontstaan; kennelijk vindt er een of andere vorm van migratie plaats. Sterrenkundigen van de Universiteit van Washington en de Universiteit van Arizona hebben nu een verklaring gevonden voor het feit dat er in het geheel geen planeten gevonden zijn op minder dan 2,5 miljoen kilometer afstand van de ster. Zulke planeten oefenen sterke getijdenkrachten uit op hun moederster, en de resulterende vervormingen van de ster leiden ertoe dat de baan van de planeet in hoog tempo kleiner en kleiner wordt. Uiteindelijk wordt de planeet door de getijdenkrachten van de ster uiteengerukt en zal hij door de ster worden opgeslokt. Volgens de onderzoekers zal dat met de recent ontdekte planeet CoRoT-7B binnen hooguit één of twee miljard jaar gebeuren. De opsloktheorie verklaart ook waarom planeten in kleine omloopbanen erg jong zijn: oudere planeten worden eenvoudigweg niet meer aangetroffen omdat ze al door de ster zijn verorberd.
Meer informatie:
Missing planets attest to destructive power of stars' tides
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009
Een Europees team van planetenjagers onder leiding van Michel Mayor van de Universiteit van Genève heeft een exoplaneet gevonden die minder dan twee keer zo zwaar is als de aarde, en vermoedelijk slechts 25 procent groter. Nooit eerder is bij een gewone ster een planeet met zo'n geringe massa gevonden. Op de nieuwe planeet (Gliese 581e genoemd) kan echter geen leven voorkomen: hij beschrijft elke 3,15 dagen een baan rond zijn moederster op een afstand van slechts 4,5 miljoen kilometer, waardoor de oppervlaktetemperatuur te hoog is. De moederster, Gliese 581, is een rode dwergster op 20,5 lichtjaar afstand van de aarde. Eerder heeft Mayors team al drie andere planeten rond deze ster ontdekt: Gliese 581b, c en d. Uit de nieuwste meetgegevens, verkregen met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op Cerro La Silla in Noord-Chili, blijkt dat de buitenste planeet (d) zich in de zogeheten bewoonbare zone bevindt, waar de temperatuur niet te hoog en niet te laag is, zodat er vloeibaar water kan voorkomen. Gliese 581d heeft een omlooptijd van 66,8 dagen en staat op een gemiddelde afstand van 33 miljoen kilometer van zijn moederster. Gliese 581d is echter zeven keer zo zwaar als de aarde, en bestaat vermoedelijk niet volledig uit gesteenten en metalen. Volgens Mayor en zijn collega's is het echter denkbaar dat Gliese 581d een 'waterwereld' is, met een mantel die voor een belangrijk deel uit water bestaat. Het is dus niet uitgesloten dat er op die planeet wél leven voorkomt, hoewel daar tot op heden geen concrete aanwijzingen voor bestaan.
Meer informatie:
Lightest exoplanet yet discovered
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009

Een recent ontdekte exoplaneet die iets groter en zwaarder is dan de aarde, is mogelijkerwijs de kern van een gestripte reuzenplaneet. Dat beweert Helmut Lammer van de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen op basis van computerberekeningen aan exoplaneten die op zeer kleine afstand rond hun moederster draaien. Van de ruim 300 exoplaneten die tot nu toe zijn gevonden, beweegt een groot deel in extreem kleine banen, op slechts een paar miljoen kilometer afstand van de moederster. In verreweg de meeste gevallen gaat het om gasreuzen zoals de planeet Jupiter, die na hun ontstaan op de een of andere manier naar binnen zijn gemigreerd. De berekeningen van Lammer en zijn collega's doen vermoeden dat zo'n 'hete Jupiter' in de loop van de tijd een zeer groot deel van zijn gasmantel kan verliezen onder invloed van de krachtige straling van de ster. Bij sommige explaneten is dat verdampingsproces ook daadwerkelijk waargenomen. Is de afstand tussen planeet en ster kleiner dan drie à vier miljoen kilometer, dan kan de planeet zijn gasmantel zelfs volledig kwijtraken. Lammer denkt dat dat gebeurd is met de recent ontdekte exoplaneet CoRoT-7b, een zogeheten 'super-aarde' die minder dan twee keer zo groot is als onze eigen planeet, en slechts een paar keer zo zwaar. Oorspronkelijk zou CoRoT-7b een Neptunus-achtige planeet geweest kunnen zijn.
Meer informatie:
Mass Loss Leaves Close-In Exoplanets Exposed to the Core
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009
Sterrenkundestudenten van het University College London in Mill Hill, een voorstad van Londen, zijn erin geslaagd de zogeheten overgang van een exoplaneet waar te nemen. Bij zo'n overgang beweegt de planeet - gezien vanaf de aarde - voor zijn moederster langs, waardoor die enige tijd wat zwakker is dan normaal. Het is niet de eerste keer dat studenten belangrijke waarnemingen doen op het gebied van exoplaneten (planeten bij andere sterren dan de zon): twee jaar geleden werd een exoplaneet bij een verre ster ontdekt door bachelorstudenten van de Rijksuniversiteit Leiden, eveneens via de overgangsmethode. De planeetovergang die in de nacht van 13 op 14 februari door Ingo Waldmann, David Kipping en hun begeleider Steve Fossey is waargenomen, met een relatief kleine telescoop van de universiteit, was vooraf voorspeld op basis van eerdere metingen aan de baan van de exoplaneet. Het was echter niet zeker of er daadwerkelijk een overgang zou plaatsvinden: de planeet (HD 80606b geheten) beweegt in een extreem excentrische baan met een omlooptijd van 111 dagen, en de baanhelling was niet nauwkeurig bekend. Uit de metingen is afgeleid dat de planeet ongeveer even groot is als Jupiter. Eerdere metingen hebben al uitgewezen dat hij vier maal zo zwaar is als Jupiter. De buitengewoon langgerekte baan is mogelijk het gevolg van het feit dat de moederster deel uitmaakt van een dubbelstersysteem.
Meer informatie:
London students find Jupiter-sized oddball planet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 april 2009
De Leidse astronoom Dave Lommen heeft ontdekt dat planeetvorming in een protoplanetaire schijf een verbazingwekkend homogeen proces is. Lommen en zijn collega's onderzochten het stof rond een aantal jonge sterren met behulp van de Spitzer Space Telescope en met radiotelescopen. In zo'n afgeplatte protoplanetaire schijf klonteren kleine stofdeeltjes in de loop van de tijd samen tot steeds grotere brokstukken en uiteindelijk tot volwaardige planeten. Bestaande modellen voorspellen dat planeetvorming in twee stappen plaatsvindt: eerst ontstaan planeten in de binnenschijf en pas later ontstaan ze in de buitenschijf. Jonge sterren met de grootste stofdeeltjes in de binnenschijf bleken echter ook reeds de grootste kiezels in de buitendelen te hebben. 'Een bijzonder resultaat', volgens Lommen, 'want hieruit volgt dat planeetvorming niet geleidelijk van binnen naar buiten plaatsvindt, maar overal in de hele schijf gelijktijdig kan optreden.' Lommen promoveert deze week aan de Universiteit Leiden op onderzoek naar het ontstaan van planeten.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 april 2009
Waarnemingen van de Amerikaanse Spitzer Space Telescope doen vermoeden dat ook dode sterren vergezeld worden door planeten. Sterren zoals de zon blazen aan het eind van hun leven hun gasmantels de ruimte in. De kern van de ster schrompelt vervolgens ineen tot een kleine, compacte witte dwerg, die in de loop van miljarden jaren langzaam afkoelt. Spitzer-waarnemingen van witte dwergen hebben nu aan het licht gebracht dat hun oppervlak (dat voornamelijk uit koolstof en zuurstof bestaat) soms 'vervuild' is door zwaardere elementen. Kennelijk daalt er een fijne regen van stofdeeltjes op de sterren neer. Vermoedelijk gaat het om stof van uiteengerukte planetoïden die zich te dicht in het zwaartekrachtsveld van de witte dwerg hebben begeven en uiteengerukt zijn door de sterke getijdenkrachten. Planetoïden zijn de overblijfselen van het ontstaansproces van planeten, dus als er planetoïdenstof bij een witte dwerg gevonden wordt, is de kans groot dat er ooit planeten bij de ster zijn gevormd. Bovendien kunnen de planetoïden alleen zo dicht bij de witte dwerg komen als hun baan verstoord wordt, bijvoorbeeld door de zwaartekrachtsstoringen van grotere planeten. Op basis van de Spitzer-waarnemingen concluderen onderzoekers van de Universiteit van Leicester dat één tot drie procent van alle witte dwergen in het Melkwegstelsel vergezeld zou kunnen worden door planeten.
Meer informatie:
Solar systems around dead suns?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 april 2009
NASA-satelliet Kepler, die op zoek gaat naar planeten bij andere sterren, heeft de eerste foto's gemaakt van het stuk sterrenhemel dat hij in de gaten moet houden. Het betreft een gebied in de sterrenbeelden Zwaan en Lier. Een van de Kepler-opnamen toont zijn complete blikveld, waarin 14 miljoen sterren te zien zijn. Van ruim 100.000 van die sterren wordt de helderheid nauwkeurig in de gaten gehouden, zodat eventuele kleine, regelmatig terugkerende fluctuaties gemeten kunnen worden. Zulke helderheidsdipjes wijzen op het voor de ster langs trekken van een planeet. Op die manier hopen sterrenkundigen de komende drieënhalf jaar honderden nieuwe 'exoplaneten' van uiteenlopende omvang te kunnen opsporen. Maar de komende weken moet eerst nog het instrumentarium van Kepler nauwkeurig worden afgesteld. Pas als dat is gebeurd, kan de planetenjacht beginnen.
Meer informatie:
NASA's Kepler Captures First Views Of Planet-Hunting Territory

8 april 2009
NASA's ruimtetelescoop Kepler, die de komende jaren jacht gaat maken op aarde-achtige planeten bij andere sterren, heeft sinds afgelopen nacht een vrij uitzicht op het heelal. De ovale stofkap van de telescoop, met afmetingen van 1,7 bij 1,3 meter, is in de nacht van 7 op 8 april met succes afgestoten. De stofkap moest de gevoelige optiek en elektronica beschermen tijdens de lancering van de ruimtesonde, op 6 maart. Kepler gaat van honderdduizend sterren nauwkeurig de helderheid in het oog houden. Op die manier kunnen zogeheten planeetovergangen worden ontdekt: minieme helderheidsvariaties die ontstaan wanneer een planeet - gezien vanuit de omgeving van de aarde - precies voor zijn moederster langsbeweegt. De komende weken zullen de detectoren van de Kepler-telescoop nauwkeurig gekalibreerd worden. Daarna gaan de wetenschappelijke waarnemingen van start.
Meer informatie:
Dust Cover Jettisoned From NASA's Kepler Telescope
Kepler
Animatie van het afstoten van de stofkap.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 april 2009
Op planeten die een baan beschrijven rond een koele rode dwergster komt misschien geen leven voor. Dat is de voorzichtige conclusie van Amerikaanse astronomen die onderzoek hebben gedaan aan de samenstelling van protoplanetaire schijven rond jonge sterren. Uit zulke gas- en stofschijven kunnen in een later stadium planeten samenklonteren. De sterrenkundigen bestudeerden 17 schijven rond koele rode en bruine dwergsterren, en 44 schijven rond sterren zoals onze eigen zon, die helderder en heter is. Alle onderzochte sterren hadden leeftijden van hooguit een paar miljoen jaar. In een op de drie schijven rond de zonachtige sterren werd blauwzuur (HCN) aangetroffen - een molecuul dat een essentieel onderdeel vormt van DNA. In de schijven rond de koele dwergsterren blijkt blauwzuur echter in het geheel niet voor te komen. Omdat de basiselementen voor het leven op aarde vermoedelijk uit de ruimte afkomstig zijn (dus uitd e protoplanetaire schijf waaruit de aarde is ontstaan), luidt de voorzichtige conclusie dat er op planeten rond koele dwergsterren misschien nooit leven zal voorkomen. De vorming van blauwzuur in de schijven rond de hetere, zonachtige sterren wordt mogelijk op gang gebracht door de grotere hoeveelheid ultraviolette straling die deze sterren uitzenden. De metingen zijn verricht met NASA's Spitzer Space Telescope; de resultaten zijn op 10 april gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Cool Stars Have Different Mix of Life-Forming Chemicals
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 april 2009
Eén van de drie planeten bij de ster HR 8799, waarvan de ontdekking vorig jaar bekend werd gemaakt, blijkt in 1998 al eens gefotografeerd te zijn door de Hubble-ruimtetelescoop. In dat jaar maakte Hubble infrarood-opnamen in het kader van een zoektocht naar planeten rond jonge, nabije sterren. Die zoektocht leverde niets op - zo leek het tenminste. Toen sterrenkundigen vorig jaar de Gemini North-telescoop op HR 8799 richtten, bleek echter dat deze ster maar liefst drie planeten heeft, elk ruwweg tien keer zo zwaar als 'onze' planeet Jupiter. Dat drievoudige succes was te danken aan een nieuwe methode om de heldere straling van de ster van de opnamen af te trekken, waardoor alleen de zwakke infraroodgloed van de planeten overbleef. Twee Canadese sterrenkundigen besloten onlangs om dezelfde bewerking toe te passen op de tien jaar oude Hubble-opname van HR 8799. En daarbij kwam inderdaad de buitenste van de drie planeten tevoorschijn; de binnenste twee bevonden zich te dicht bij hun ster om op de opname zichtbaar te zijn. De beide sterrenkundigen zijn nu van plan om ook de opnamen die de Hubble-ruimtetelescoop van enkele honderden andere sterren heeft gemaakt nog eens onder de loep te nemen. Wellicht dat nog meer planeten verstoppertje hebben gespeeld.
Meer informatie:
Hubble Finds Hidden Exoplanet In Archival Data

19 maart 2009
Het moment dat sterrenkundigen planeten ter grootte van onze aarde gaan ontdekken, komt steeds dichterbij. Wellicht dat de recent gelanceerde Kepler-satelliet binnen enkele jaren al beet heeft. Maar aantonen dat zo'n planeet leefbaar is en een atmosfeer heeft als de onze, zal veel moeilijker zijn. Volgens Amerikaanse onderzoekers zal zelfs de grote James Webb Space Telescope (JWST), die in 2013 gelanceerd zal worden, de grootst mogelijk moeite hebben om bij zo'n planeet gassen als ozon en methaan te detecteren die een biologische oorsprong kunnen hebben. De atmosfeer van een planeet bij een andere ster laat zich alleen bestuderen als die planeet vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn moederster langs beweegt. Dan absorberen de atmosferische gassen namelijk een klein beetje licht van de ster, waarbij elk gas een specifieke 'vingerafdruk' in het kleurenspectrum van de ster achterlaat. Om de samenstelling van de atmosfeer te kunnen bepalen, zal de JWST honderden van die 'planeetovergangen' moeten waarnemen. En dan nog is er alleen bij de dichtstbijzijnde aarde-achtige planeten kans van slagen. Waarschijnlijk zal het dus nog vele jaren duren voordat er uitsluitsel kan worden gegeven over het bestaan van 'tweeling-aardes'.
Meer informatie:
Finding Twin Earths: Harder Than We Thought!

7 maart 2009
De Amerikaanse ruimtesonde Kepler is zaterdagochtend vroeg om 04.50 uur Nederlandse tijd gelanceerd met een Delta 2-draagraket vanaf het Kennedy Space Center in Florida. De lancering verliep geheel volgens het boekje. De ruimtesonde is eerst in een lage baan rond de aarde gebracht. Met behulp van de derde rakettrap wordt hij vervolgens zo sterk versneld dat hij aan het zwaartekrachtsveld van de aarde ontsnapt en in een eigen baan om de zon terechtkomt. Kepler gaat de komende 3,5 jaar honderdduizend sterren in het oog houden, op zoek naar exoplaneten. Het is de eerste ruimtemissie die in staat zal zijn om planeten zoals de aarde te vinden: kleine, rotsachtige werelden in de bewoonbare zone van hun moederster.
Kepler
NASA TV
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 maart 2009
Het komende etmaal is spannend voor het Amerikaanse ruimteagentschap NASA. Op Cape Canaveral staat een Delta 2 draagraket klaar om de 600 miljoen dollar kostende satelliet Kepler in een baan om de aarde te brengen. Kepler is uitgerust met een telescoop die verre zonnestelsels moet opsporen. De lancering vindt op zijn vroegst komende nacht om 4.49 uur Nederlandse tijd plaats, maar het zou ook een kwartier later kunnen gebeuren. De weersvooruitzichten zijn goed in elk geval. Als de lancering volgens plan verloopt, zal Kepler zich iets meer dan een uur later losmaken van de derde en laatste rakettrap. Vanaf dat moment volgt de satelliet zijn eigen baan om de zon, achter de aarde aan, op een afstand die in de loop van de jaren geleidelijk aan groter wordt. Over ongeveer twee maanden kan Kepler dan aan zijn hoofdtaak beginnen: het meten van de helderheden van 100.000 sterren in de sterrenbeelden Zwaan en Lier. Kleine periodieke afnamen in de sterhelderheden zullen de aanwezigheid van eventuele planeten verraden. De hoop bestaat dat daarbij ook planeten met de eigenschappen van onze aarde worden opgespoord. Maar daar zal pas over een jaar of drie uitsluitsel kunnen worden gegeven.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Set For Launch
Kepler-site NASA
NASA TV (o.m. live-beelden van de lancering)
Finding Earth’s Twin: No Easy Task
Physicsworld maart (gratis pdf)

27 februari 2009
De lancering van de Amerikaanse ruimtesonde Kepler, die oorspronkelijk gepland stond voor de nacht van 5 op 6 maart, is één dag uitgesteld. Kepler gaat de komende drieënhalf jaar honderdduizend sterren nauwgezet in het oog houden, op zoek naar aarde-achtige exoplaneten. Ruimtevaarttechnici willen zich ervan vergewissen dat de Delta II-raket waarmee Kepler wordt gelanceerd geen risico loopt op soortgelijke hardwareproblemen als de Taurus XL-raket die enkele dagen geleden gebruikt werd voor de lancering van NASA's Orbiting Carbon Observatory. Die lancering mislukte doordat de neuskegel van de raket niet succesvol werd afgestoten. Kepler wordt gelanceerd vanaf Cape Canaveral in Florida. Er zijn in de nacht van vrijdag 6 op zaterdag 7 maart twee korte lanceervensters: van 04.49 tot 04.52 uur Nederlandse tijd en van 05.13 tot 05.16 uur Nederlandse tijd.
Meer informatie:
NASA'S Kepler Telescope to Launch Aboard Delta II Rocket
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 februari 2009
Wie er ook twijfelt aan het bestaan van buitenaards leven, onderzoekers van de universiteit van Edinburgh horen daar niet bij. Volgens hen zou het in ons Melkwegstelsel wel eens kunnen wemelen van de intelligente beschavingen. De onderzoekers hebben gekeken welke combinatie van sterren en planeten nodig is om een planetenstelsel tot stand te laten komen waar leven kan ontstaan. De volgende stap was het berekenen van de kans dat dit leven zich ontwikkelt tot een soort die biologisch complex is en met andere buitenaardse beschavingen zou kunnen communiceren. Beide stappen kennen natuurlijk de nodige onzekerheden. We weten niet precies hoe gemakkelijk leven (onder de juiste omstandigheden) kan ontstaan, en nog minder hoe dat leven intelligentie kan ontwikkelen. Maar dat heeft de Schotse onderzoekers er niet van kunnen weerhouden om, op basis van wat we wél weten, een schatting te maken van het huidige aantal intelligente beschavingen in ons Melkwegstelsel. En uit deze schatting rolt een getal dat tussen de 361 en 37.964 ligt.
Meer informatie:
Scientists get the measure of life on other planets;

4 februari 2009
De Franse satelliet COROT heeft de kleinste 'aarde-achtige' planeet buiten het zonnestelsel ontdekt. Het hemellichaam, dat de aanduiding COROT-Exo-7b heeft gekregen, is slechts tweemaal zo groot als de aarde en draait om een zonachtige ster. Daarmee houden de overeenkomsten met onze eigen wereld ook wel op, want op de planeet is heet genoeg om met vloeibare lava bedekt te zijn. COROT kon deze planeet ontdekken doordat deze vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn ster langs beweegt. Daarbij bleek dat zijn omlooptijd slechts 20 uur bedraagt. Zijn afstand tot de ster is dus zeer gering, en dat resulteert in een oppervlaktetemperatuur van 1000 tot 1500 graden.
Meer informatie:
COROT ontdekt kleinste aardachtige exoplaneet tot nu toe

19 januari 2009
In juni 2008 maakten sterrenkundigen de ontdekking bekend van een kleine planeet bij een kleine ster of bruine dwerg op 3000 lichtjaar afstand. De massa van de exoplaneet, met de aanduiding MOA-2007-BLG-192Lb, werd toen nog geschat op drie aardmassa's. Het heeft er nu echter alle schijn van dat de planeet nog aanzienlijk lichter is dan dat. De weegschaal staat nu op 1,4 aardmassa. De planeet werd ontdekt met behulp van microlensing. Daarbij passeert een ster vanaf de aarde gezien precies vóór een andere ster langs. Het licht van de achtergrondster wordt dan afgebogen door de zwaartekracht van de voorgrondster, wat in een enkele dagen durende helderheidstoename van de verre ster leidt. Als er bij de voorgrondster een planeet staat, geeft de zwaartekracht daarvan gedurende een paar uur nog een extra helderheidspiekje. Het is niet eenvoudig om uit die helderheidspieken af te leiden hoe zwaar de beide hemellichamen zijn. Aanvankelijk gingen de onderzoekers er nog van uit dat de ster een bruine dwerg was - een mislukte ster eigenlijk. Maar recentere waarneming wijzen erop dat de ster waarschijnlijk zwaarder is: het zou gaan om een rode dwerg. En in dat geval is de massa van de planeet ruim twee keer zo klein als tot nog toe werd aangenomen. Dit voorjaar zal met de Very Large Telescope opnieuw naar de ster worden gekeken, om zijn massa nauwkeurig vast te stellen.
Meer informatie:
Smallest known planet may actually be Earth-mass

16 januari 2009
Sterrenkundigen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics hebben bij een ster op 120 lichtjaar van de aarde een planeet ontdekt die iets groter en zwaarder is dan de planeet Neptunus. De planeet is ontdekt doordat hij vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn ster langs beweegt, waarbij hij 0,4 procent van het sterlicht tegenhoudt. De naam van de planeet, HAT-P-11b, is afgeleid van het netwerk van automatische telescopen waarmee de ontdekking is gedaan: HATNet. Met dit netwerk zijn tot nog toe elf 'transitplaneten' ontdekt, waarvan HAT-P-11b de kleinste is. De planeet beweegt op kleine afstand om zijn ster, heeft een omlooptijd van 4,88 dagen en een temperaturen van ongeveer 600 graden Celsius. Er zijn overigens aanwijzingen dat er nóg een planeet om deze ster draait, maar dat moet nog bevestigd worden.
Meer informatie:
Transit Search Finds Super-Neptune

14 januari 2009
Het is astronomen gelukt om met een telescoop vanaf de aarde warmtestraling van twee verschillende exoplaneten waar te nemen. De resultaten worden deze week gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics door twee onafhankelijke onderzoeksgroepen, waarvan één van de Universiteit Leiden. De gemeten straling duidt er op dat op de 'Leidse planeet' een temperatuur heerst van meer dan 1700 graden Celsius. Het team van de Sterrewacht Leiden, bestaande uit Ernst de Mooij en Ignas Snellen, heeft met behulp van de William Herschel Telescope op het Canarische Eiland La Palma voor het eerst vanaf de aarde een zogenoemde secundaire eclips waargenomen van de planeet die draait rond de ster TrES-3. TrES-3 staat op 800 lichtjaar afstand van de aarde in het sterrenbeeld Hercules. De planeet schuift eens in de 31 uur precies voor zijn moederster langs en verduistert daarbij een klein beetje van het sterlicht. De Leidse astronomen hebben de secundaire eclips gemeten, het moment dat de planeet achter de ster langs schuift, waarbij het planeetlicht wordt verduisterd. Dit licht komt van de warme gloed van de planeet. De planeet is zo warm omdat hij heel dicht bij de ster staat, 40 keer dichter bij zijn ster dan dat de aarde bij de zon staat. De tweede studie is uitgevoerd door David Sing van het Observatoire de Paris, en Mercedes Lopez-Moralez van het Carnegie Institution of Washington. Zij bestudeerden exoplaneet OGLE-TR-56b. Deze waarnemingen zijn op nog kortere golflengten gedaan en duiden op een nog hetere planeet dan TrES-3b.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
First ground-based detection of light from transiting exoplanets
Astronomers Observe Heat From Hot Jupiter
Exoplanet atmospheres detected from earth

vervolg archief exoplaneten