In deze rubriek komen aan bod: exoplaneten (planeten die rond andere sterren dan de zon draaien), het planeetvormingsproces (stofschijven e.d.), en de speurtocht naar buitenaardse beschavingen.

26 augustus 2010
Kort na de ontdekking van een planetenstelsel met mogelijk zeven planeten, afgelopen dinsdag door Europese sterrenkundigen, komt ook het Amerikaanse Kepler-team met een opzienbarende vondst. Kepler - een NASA-kunstmaan die gericht jacht maakt op exoplaneten met behulp van de overgangsmethode - heeft bij een verre ster in het sterrenbeeld Lier twee Satrunus-achtige planeten ontdekt met omlooptijden van 19 en 38 dagen. Daarnaast zijn aanwijzingen gevonden voor een veel kleinere planeet, ongeveer anderhalf keer zo groot als de aarde, op kleine afstand van de ster, met een omlooptijd van slechts 1,6 dagen. Kepler houdt van 156.000 sterren continu de helderheid in de gaten. Als een ster vergezeld wordt door planeten, en we zien dat stelsel toevallig precies van opzij, zal de planeet elke omloop voor de moederster langsschuiven, die daardoor korte tijd een klein beetje zwakker zal zijn dan normaal. Het bestaan van de nieuw ontdekte planeten, Kepler 9b en 9c geheten, is bevestigd door metingen met telescopen op aarde. Uit die metingen konden ook de massa's van de twee planeten worden berekend: vergelijkbaar met maar iets kleiner dan die van Saturnus. De ontdekking is deze week gepubliceerd in Science.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Discovers Two Planets Transiting Same Star
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 augustus 2010
Met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili is een planetenstelsel ontdekt waarin zich maar liefst vijf middelzware planeten bevinden in een gebied dat kleiner is dan de baan van Mars om de zon. Er zijn aanwijzingen voor nóg twee planeten in hetzelfde stelsel, waaronder een kleine, lichte 'aarde-achtige' planeet in een zeer kleine baan. Exoplaneten - planeten bij andere sterren - verraden hun aanwezigheid doordat ze met hun zwaartekracht kleine schommelingen veroorzaken in de positie van hun moederster. Nauwkeurige metingen met de Europese HARPS-spectrograaf hebben uitgewezen dat er rond de ster HD 10180, op 127 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kleine Waterslang, vijf Neptunus-achtige planeten draaien. De binnenste beweegt in een kleine baan met een omlooptijd van slechts 6 dagen; de buitenste staat 40% verder van zijn moederster dan de aarde van de zon af staat, en heeft een omlooptijd van ca. 600 dagen. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een zwaardere, Saturnus-achtige planeet met een omlooptijd van 6 jaar, en een kleine planeet die slechts 40% zwaarder is dan de aarde in een baan op slechts drie miljoen kilometer afstand van de ster. Die aarde-achtige planeet beschrijft één omloop in niet meer dan 1,18 dagen. Het planetenstelsel van HD 10180 is het 'volste' dat ooit is ontdekt. Eerder werden bij de ster 55 Cancri, in het sterrenbeeld Kreeft, vijf planeten ontdekt. Opmerkelijk is dat het nieuwe stelsel geen echte zware reuzenplaneten lijkt te bevatten. Ook blijken de afmetingen van de banen van de vijf middelzware planeten een wiskundige regelmaat te vertonen - iets soortgelijks is ook het geval met de planeetbanen in ons eigen zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht NOVA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 juli 2010
De afgelopen vijftien jaar is bij honderden sterren een planeet ontdekt, bij sommige sterren zelfs meer dan één. Doorgaans zijn de afstanden tussen de planeten in meervoudige stelsels groot. Maar Amerikaanse sterrenkundigen hebben nu twee sterren ontdekt waar twee planeten omheen draaien in banen die akelig dicht bij elkaar liggen. Toch weten deze planeten elkaar met rust te laten. Bij een van de sterren, de stervende ster HD 200964, liggen de planeetbanen slechts 52 miljoen kilometer uit elkaar. Dat is vergelijkbaar met de afstand tussen de aarde en Mars, maar de beide exoplaneten zijn vele malen groter en zwaarder. Hun onderlinge aantrekkingskracht is drie miljoen keer zo groot als die tussen onze planeet en Mars. Opmerkelijk genoeg heeft dat nog niet tot ongelukken geleid - ook niet bij de ster 24 Sextanis, waar de situatie vergelijkbaar is. Het is voor het eerst dat zulke krap bemeten planetenstelsels zijn ontdekt. Hoe ze precies tot stand zijn gekomen, is nog onduidelijk. Vast staat wel dat de verhoudingen tussen de omlooptijden van de planeten van de beide sterren eenvoudige breuken zijn (2:1 en 4:3). Zulke zogeheten baanresonanties hebben een stabiliserende uitwerking.
Meer informatie:
Caltech Astronomer Finds Planets In Unusually Intimate Dance Around Dying Star

15 juli 2010
Astronomen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop vastgesteld dat een in 1999 ontdekte planeet een komeetachtige gasstaart heeft. De grote planeet, die de aanduiding HD 209458b draagt, draait op zo'n kleine afstand rond zijn moederster, dat zijn hete atmosfeer de ruimte in verdwijnt. Eerder hadden Europese astronomen al vastgesteld dat er in de atmosfeer van deze exoplaneet extreem hoge windsnelheden optreden. HD 209458b is iets lichter dan de planeet Jupiter, maar heeft een veel grotere omvang. Dat komt doordat zijn atmosfeer door de enorm hoge temperatuur sterk is opgezwollen. Op zich is het dus niet zo verrassend dat deze planeet gas kwijtraakt. Maar nu is het verschijnsel ook werkelijk gemeten. Steeds als de planeet vanaf de aarde gezien vóór zijn moederster langs beweegt, wordt er gas waargenomen dat met een snelheid van 35.000 kilometer per uur in onze richting komt. Dat is gas dat onder invloed van de deeltjeswind van de ster van de planeet wordt weggeblazen. Heel veel last heeft de planeet daar niet van: het zal nog vele miljarden jaren duren voordat hij door zijn gasvoorraad heen is.
Meer informatie:
NASA Finds Super-Hot Planet with Unique Comet-Like Tail

9 juli 2010
Een team astronomen uit Duitsland, Bulgarije en Polen heeft met een nieuwe techniek een nieuwe 'exoplaneet' ontdekt. De planeet is vijftien keer zo zwaar als de aarde en draait om een 700 lichtjaar verre ster in het sterrenbeeld Lier. De gebruikte techniek kan alleen worden toegepast bij sterren waarbij eerder al een andere planeet is ontdekt. En die andere planeet moet vanaf de aarde gezien dan ook nog eens tijdens elke omloop precies vóór zijn moederster langs trekken. Tijdens zo'n planeetovergang neemt de helderheid van de ster een beetje af. Als er geen andere factoren in het spel zijn, voltrekken zulke planeetovergangen zich met de regelmaat van een klok. Maar als er meer planeten rond de ster draaien, resulteert dat in kleine variaties in de cyclus van planeetovergangen. De astronomen hebben zulke variaties nu waargenomen bij de eerder ontdekte planeet van de ster Wasp-3. De nieuwe planeet, die de aanduiding Wasp-3c heeft gekregen, heeft een omlooptijd van slechts 3,75 dagen. De eerder ontdekte planeet (Wasp-3b) heeft een omlooptijd die vrijwel exact tweemaal zo kort is. De beide planeten draaien dus op afstanden van slechts enkele miljoenen kilometers rond de ster. Volgens de onderzoekers is de nieuwe waarnemingstechniek gevoelig genoeg voor het opsporen van exoplaneten ter grootte van de aarde.
Meer informatie:
Prospects of finding new Earths boosted by brand new planet-finding technique
Planetares Fliegengewicht

29 juni 2010
Het object dat twee jaar geleden bij de jonge, zonachtige ster 1RXS 1609 werd gefotografeerd, blijkt inderdaad een planeet te zijn. De planeet, die ongeveer achtmaal zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait in een zeer wijde baan om de ster. De afstand tussen de beide hemellichamen is meer dan driehonderd keer zo groot als die tussen aarde en zon. Bij zijn ontdekking in 2008 konden astronomen er nog niet helemaal zeker van zijn dat de ster en het naastgelegen object ook daadwerkelijk bij elkaar horen. Maar uit vervolgonderzoek is gebleken dat de beide hemellichamen gezamenlijk door de ruimte bewegen. Het tweetal bevindt zich op een afstand van 500 lichtjaar in het sterrenbeeld Schorpioen. De afgelopen jaren zijn ook bij een paar andere sterren planeten gefotografeerd, maar 1RXS 1609 blijft een bijzonder geval. Er is geen enkel ander geval bekend waarbij een planeet van deze afmetingen op zo'n grote afstand rond zijn moederster draait. Uit het onderzoek van de afgelopen jaren blijkt dat er geen zware planeten op kleinere afstanden van 1RXS 1609 te vinden zijn.
Meer informatie:
First Directly Imaged Planet Confirmed Around Sun-Like Star

23 juni 2010
Een team astronomen, onder wie drie Nederlanders, heeft voor het eerst een superstorm waargenomen in de atmosfeer van een planeet bij een andere ster. Zeer nauwkeurige waarnemingen van koolmonoxide laten zien dat dit gas met enorme snelheid van de extreem hete dagzijde van de planeet naar de koelere nachtzijde stroomt (Nature, 24 juni). De planeet, die de aanduiding HD209458b draagt, draait om een zonachtige ster in het sterrenbeeld Pegasus, op een afstand van 150 lichtjaar. De afstand tussen de ster en de planeet is twintig keer zo klein als die tussen zon en aarde. Hierdoor wordt de planeet sterk opgewarmd door zijn moederster: aan de dagzijde loopt de oppervlaktetemperatuur op tot ongeveer duizend graden. Maar omdat de planeet altijd dezelfde kant naar de ster toekeert, is zijn nachtzijde veel koeler. Het grote temperatuurverschil veroorzaakt een superstorm in zijn atmosfeer, die snelheden van 5000 tot 10.000 kilometer per uur bereikt. Behalve de superstorm hebben de onderzoekers ook de baansnelheid van de planeet kunnen meten. Dat maakte een directe bepaling van zijn massa mogelijk. HD209458b blijkt ongeveer 40% lichter te zijn dan de planeet Jupiter.
Meer informatie:
VLT detecteert eerste superstorm op exoplaneet

16 juni 2010
De eerste Pan-STARRS-telescoop op het Hawaïaanse eiland Maui is nu volledig operationeel. Met behulp van de grootste digitale camera ter wereld brengt hij de complete sterrenhemel nauwkeurig in kaart, terwijl ondertussen op langs de aarde scherende planetoïden wordt gelet. Pan-STARRS staat voor 'Panoramic Survey Telescope & Rapid Response System'. Uiteindelijk zal dit systeem uit vier 1,8-meter telescopen gaan bestaan, en daarvan is de eerste nu dus klaar. Later dan gepland overigens, want het afgelopen jaar hadden de astronomen met de nodige technische problemen te kampen. De Pan-STARRS-telescoop is uitgerust met een 1400 megapixel, oftewel 1,4 gigapixel, digitale camera, waarmee in één keer een flink stuk hemel kan worden gefotografeerd. In de loop van een maand kan ongeveer een zesde van de sterrenhemel worden vastgelegd. Behalve nabije planetoïden zal Pan-STARRS naar verwachting ook talrijke objecten in de buitengebieden van het zonnestelsel ontdekken.
Meer informatie:
Pan-STARRS Asteroid Hunter and Sky Surveyor Now Fully Operational

15 juni 2010
Met de Amerikaanse satelliet Kepler, die in maart 2009 werd gelanceerd, zijn alleen al tijdens de eerste zes waarnemingsweken meer dan 750 potentiële planeten bij andere sterren opgespoord. In naar schatting de helft van deze gevallen zal het ook werkelijk om planeten blijken te gaan. Maar dat is al bijna voldoende om het totale aantal planeten dat de afgelopen vijftien jaar bij andere sterren is ontdekt in één klap te verdubbelen. Net als de Franse satelliet CoRoT zoekt Kepler naar planeten door de helderheden van een groot aantal sterren in de gaten te houden. De telescoop van Kepler is echter ruim driemaal zo groot, waardoor hij naar verwachting veel meer planeten zal kunnen opsporen. De eerste lading kandidaat-planeten bestaat grotendeels uit objecten die de helft kleiner zijn dan de planeet Jupiter; sommige zijn zelfs niet groter dan onze aarde. Omdat het Kepler-team de enorme stroom gegevens van de satelliet niet meer kan behappen, heeft het besloten om bijna de helft van de mogelijke planeetontdekkingen vrij te geven. De beste kandidaten houden de onderzoekers voor zichzelf, wat hen door sommige collega-astronomen niet in dank wordt afgenomen. Hoe dan ook zal de verificatie van de meetgegevens nog geruime tijd in beslag nemen.
Meer informatie:
NASA Releases Kepler Data on Potential Extrasolar Planets
New Worlds to Explore? Kepler Spacecraft Finds 750 Exoplanet Candidates

14 juni 2010
Met de Franse satelliet CoRoT zijn zes nieuwe planeten bij andere sterren ontdekt. Een van die 'exoplaneten', CoRoT-11b, is tweemaal zo zwaar als Jupiter en draait om een ster die een rotatietijd van slechts twee dagen heeft. Het is voor het eerst dat een planeet bij zo'n snel ronddraaiende ster is waargenomen. Om planeten bij andere sterren te ontdekken, houdt de CoRoT-satelliet de helderheden van een groot aantal sterren in de gaten. Als een ster een regelmatige, kleine helderheidsafname vertoont, kan dat erop wijzen dat er een planeet om de ster draait die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt. De afgelopen jaren hebben sterrenkundigen met diverse technieken meer dan 450 exoplaneten ontdekt. Het voordeel van de CoRoT-methode is dat uit de helderheidsdipjes die de ster vertoont onmiddellijk de grootte van de planeet kan worden afgeleid. Wel moet elke potentiële planeetontdekking met telescopen op aarde worden geverifieerd, omdat regelmatige variaties in de helderheid van een ster ook andere oorzaken kunnen hebben. Met de zes nieuwe ontdekkingen komt het totaal van CoRoT, die eind 2006 werd gelanceerd, op vijftien.
Meer informatie:
CoRoT unveils a rich assortment of new exoplanets

10 juni 2010
Sterrenkundigen uit de VS en Duitsland hebben voor het eerst gedetailleerde waarnemingen kunnen doen van een aantal planetenstelsels-in-wording. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van een speciaal voor dit doel ontwikkeld instrument van de grote Keck-telescopen op Hawaï. Met dat instrument, ASTRA geheten, is het kolkende gas en stof rond vijftien jonge sterren waargenomen. Dat gas en stof stroomt deels nog naar de ster, terwijl de rest een materieschijf rond de ster vormt waaruit later planeten kunnen ontstaan. Bij het onderzoek met ASTRA is specifiek gekeken naar wat zich afspeelt bij de overgang tussen de ster en de omringende schijf. Daarbij zijn bij verschillende sterren aanwijzingen gevonden dat het toestromende gas via magnetische veldlijnen met hoge snelheid naar de polen van de ster wordt geleid en daardoor zeer hoge temperaturen bereikt. De onderzochte sterren zijn naar astronomische begrippen heel jong: waarschijnlijk pas een paar miljoen jaar. In de hen omringende schijven zijn nog geen planeten ontstaan: dat gaat nog zeker enkele miljoenen jaren duren.
Meer informatie:
Zooming In on an Infant Solar System

10 juni 2010
Voor het eerst zijn sterrenkundigen erin geslaagd om de beweging van een planeet bij een andere ster te volgen, terwijl deze van de ene kant van zijn moederster naar de andere bewoog. De planeet heeft de kleinste baan van alle tot nog toe rechtstreeks waargenomen exoplaneten: zijn afstand tot de ster is vergelijkbaar met die van Saturnus tot de zon. De planeet draait om Bèta Pictoris, een ster die pas twaalf miljoen jaar oud is en 75% zwaarder dan onze zon. Bèta Pictoris is een van de bekendste voorbeelden van een ster met omringende stofschijf. In 2003 werd een zwakke lichtbron in deze schijf gezien, maar toen kon nog niet helemaal worden uitgesloten dat het een achtergrondster betrof. Op nieuwe opnamen uit 2008 en het voorjaar van 2009 was de bron echter verdwenen. En op de meest recente waarnemingen, uit het najaar van 2009, is het object aan de andere kant van de schijf zien: klaarblijkelijk ging het een tijdje schuil achter de ster of is het (onzichtbaar door de sterrengloed) vóór de ster langs bewogen. Dit bewijst dat de zwakke lichtbron inderdaad een planeet is die om Bèta Pictoris draait.De planeet is ongeveer negen keer zo zwaar als de planeet Jupiter en moet - gezien de jonge leeftijd van zijn moederster - in recordtempo zijn ontstaan.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

8 juni
2010

Bij de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili) is een nieuwe geautomatiseerde telescoop in gebruik genomen. TRAPPIST (TRAnsiting Planets and PlanetesImals Small Telescope) heeft twee taken: het opsporen en karakteriseren van planeten buiten ons zonnestelsel (exoplaneten) en het onderzoeken van kometen die om de zon draaien. De 60-centimeter telescoop wordt op afstand bestuurd vanuit een controlekamer in Luik (België) - 12.000 kilometer ver weg. TRAPPIST zal exoplaneten opsporen en karakteriseren door nauwkeurige metingen te doen van de 'helderheidsdipjes' die kunnen optreden als een exoplaneet voor zijn ster langs beweegt. Tijdens zo'n planeetovergang neemt de helderheid van de ster een beetje af, doordat de planeet een deel van het sterlicht tegenhoudt. Hoe groter de planeet, des te meer licht wordt tegengehouden en des te meer zal de helderheid van de ster afnemen. TRAPPIST is een lichte, volledig geautomatiseerde telescoop die met grote snelheid nauwkeurig de hemel kan afspeuren. Het waarnemingsprogramma wordt vooraf opgesteld, waarna de telescoop op eigen houtje een nacht waarnemingen kan doen. Een weerstation houdt voortdurend het weer in de gaten en kan zonodig besluiten om de telescoopkoepel te sluiten.
Meer informatie:
Nieuwe nationale telescoop op La Silla

24 mei 2010
De planeten die rond de ster Upsilon Andromedae draaien, bewegen niet in één en hetzelfde vlak, zoals de planeten van ons zonnestelsel. Verre van dat: hun banen staan zeer schuin op elkaar. Dat meldden Amerikaanse sterrenkundigen vandaag tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst van de American Astronomical Society. Al sinds ruim tien jaar weten sterrenkundigen dat er rond de betrekkelijk nabije ster Upsilon Andromedae drie zware, Jupiterachtige planeten draaien. Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop en enkele grote telescopen op aarde is nu meer inzicht gekregen in de eigenschappen van dit planetenstelsel. Daaruit blijkt dat de banen van de twee binnenste planeten een hoek van 30 graden met elkaar maken. Ook lijkt het erop dat er nog een vierde planeet in het stelsel is. Blijkbaar is het geen vanzelfsprekendheid dat de planeten van een planetenstelsel allemaal ruwweg in hetzelfde vlak bewegen, zoals doorgaans wordt aangenomen. Anderzijds is Upsilon Andromeda wel een bijzonder geval, want de ster vormt een dubbelster met een andere, veel kleinere ster. Het is denkbaar dat die tweede ster verantwoordelijk is voor het rommelige karakter van dit planetenstelsel.
Meer informatie:
'Out Of Whack' Planetary System Offers Clues To Disturbing Past;

24 mei 2010
Kleine 'leefbare' planeten bij andere sterren hebben het niet altijd gemakkelijk. Hun banen zijn gevoelig voor verstoringen door naburige reuzenplaneten. Dat melden Amerikaanse en Franse sterrenkundigen. De zoektocht naar leefbare planeten bij andere sterren is vooral gericht op kleine, vaste planeten zoals onze aarde, waar gematigde temperaturen heersen en vloeibaar water aanwezig kan zijn. Nieuwe computermodellen laten echter zien dat die 'leefbaarheid' van tijdelijke aard kan zijn. Een eenzame aarde-achtige planeet die in een cirkelbaan op de geschikte afstand rond zijn moederster draait, is en blijft leefbaar. Maar als er rond dezelfde ster ook een zware, Jupiterachtige planeet in een langgerekte baan beweegt - zoals die al veel zijn waargenomen - heeft dat grote gevolgen voor de kleine planeet. De interactie tussen de beide hemellichamen zorgt voor sterke variaties in de baan van de aarde-achtige planeet. Daardoor kan een planeet die op het ene moment nog leefbaar is, duizend jaar later al dodelijk heet of koud zijn geworden. Lang niet elke 'leefbare' planeet is dus een goede broedplaats voor het ontstaan van leven.
Meer informatie:
Weird orbits of neighbors can make 'habitable' planets not so habitable

21 april 2010
Sterrenkundigen staan voor een raadsel: een gasvormige planeet in een baan rond een andere ster blijkt vrijwel geen methaan in zijn dampkring te bevatten, terwijl dat gas in grote hoeveelheden aanwezig zou moeten zijn. De planeet, GJ436b geheten, draait elke 2,64 dagen om een kleine rode dwergster, op 33 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Leeuw. Met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope is de samenstelling van de dampkring van de planeet onderzocht. Dat was mogelijk doordat de planeet - gezien vanaf de aarde - regelmatig voor en achter de ster langs beweegt. Gasvormige planeten met een temperatuur tot maximaal zo'n 700 graden moeten volgens modelberekeningen veel methaangas (CH4) bevatten: de aanwezige koolstofatomen (C) gaan bij die temperaturen bij voorkeur verbindingen aan met waterstof (H), zodat methaan ontstaat - een belangrijk bestanddeel van aardgas. In de atmosferen van de reuzenplaneten Uranus en Neptunus komt inderdaad veel meer methaan voor dan koolmonoxide (CO). De Spitzerwaarnemingen wijzen echter uit dat GJ436b (die qua massa vergelijkbaar is met Neptunus) juist veel koolmonoxide en vrijwel geen methaan bevat. De meetresultaten zijn deze week gepubliceerd in Nature. Tot op heden is er geen bevredigende verklaring voor het opmerkelijke methaantekort.
Meer informatie:
'This Planet Tastes Funny,' According to Spitzer
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
Amerikaanse sterrenkundigen zijn erin geslaagd exoplaneten te fotograferen met een relatief kleine telescoop op aarde. Ze maakten daarbij gebruik van een zogeheten vortex-coronagraaf. In de toekomst moet het met die techniek mogelijk zijn om veel meer planeten bij andere sterren in beeld te brengen. De nieuwe resultaten worden deze week gepubliceerd in Nature. De werking van de vortex-coronagraaf - een instrument om het licht van de moederster efficiënt te blokkeren, zodat de veel zwakkere planeten zichtbaar worden - werd uitgetest op de ster HR8799, op 120 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Pegasus. Bij die ster zijn eind 2008 drie planeten gefotografeerd met behulp van de Keck- en Gemini-telescopen op Mauna Kea, Hawaii. Die telescopen hebben echter spiegelmiddellijnen van tien en acht meter. De astronomen van NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena hebben het drietal nu echter weten vast te leggen met de Hale-telescoop op Palomar Mountain. Die heeft weliswaar een spiegelmiddellijn van vijf meter, maar voor de test was hij afgediafragmeerd tot slechts anderhalve meter.
Meer informatie:
Small, Ground-Based Telescope Images Three Exoplanets
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

14 april 2010
Met een gevoelig instrument op de Europese Very Large Telescope zijn gedetailleerde metingen verricht aan stofschijven rond twee sterren in de buurt van de zon. Nooit eerder zijn zulke stofschijven bestudeerd op zo'n kleine afstand rond hun moederster - vergelijkbaar met de afstand van de aarde tot de zon. De stofschijven bevinden zich rond de sterren HD69830, op 41 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Puppis (Achtersteven), en Eta Corvi, op 59 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Raaf. De sterren hebben leeftijden van respectievelijk 2 en 1,3 miljard jaar. Het stof bevindt zich op afstanden van enkele miljoenen kilometers tot een paar honderd miljoen kilometer van de ster. Ter vergelijking: de afstand van de aarde tot de zon is 150 miljoen kilometer. Vooral bij de ster HD69830 zijn grote hoeveelheden stof aangetroffen, mogelijk het resultaat van botsingen van planetoïden in het planetenstelsel rond deze ster: eerder zijn hier drie Neptunus-achtige planeten ontdekt. De nieuwe metingen, die vandaag gepresenteerd worden op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow, zijn verricht met de MIDI-interferometer - een instrument waarmee de waarnemingen van de vier afzonderlijke telescopen van de Europese VLT (Very Large Telescope) in Chili worden gecombineerd.
Meer informatie:
Seeing into the heart of planetary systems
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
Kleine stofdeeltjes in de ruimte spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van water - het belangrijkste ingrediënt voor leven. Dat blijkt uit laboratoriumexperimenten die zijn uitgevoerd aan de Heriot-Watt University. Watermoleculen bestaan uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom. In het heelal komen deze atomen in zeer grote hoeveelheden voor, maar in de ruimte tussen de sterren, waar druk en temperatuur extreem laag zijn, reageren waterstof- en zuurstofatomen vrijwel niet met elkaar. Gasfase-reacties van waterstof met moleculair zuurstof (O2) of met ozon (O3) treden gemakkelijker op, maar in het heelal komt veel te weinig O2 en O3 voor om de waargenomen hoeveelheid water te verklaren. Uit de laboratoriumexperimenten blijkt nu dat chemische reacties aan het oppervlak van een klein kosmisch stofdeeltje veel sneller verlopen. Op die manier kunnen verschillende moleculen ontstaan, waaronder H2O, die samen een dunne coating van ijs vormen. Een groot deel van het water in het heelal (en dus ook van het water op aarde) heeft zijn bestaan dus vermoedelijk te danken aan de aanwezigheid van kosmisch stof. Vergelijkbare experimenten als die aan de Heriot-Watt University worden overigens al lange tijd uitgevoerd in het Sackler-laboratorium van de Universiteit Leiden. De Britse resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
Dusty experiments are solving interstellar water mystery
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2010
Sterrenkundigen hebben planeten ontdekt die in sterk gehelde banen of zelfs in de verkeerde richting rond hun moederster cirkelen: tegen de draairichting van de ster in. Het gaat om zogeheten 'hete Jupiters' - zware planeten in kleine omloopbanen. Omdat een ster en het bijbehorende planetenstelsel uit één platte, ronddraaiende schijf van gas- en stofdeeltjes ontstaat, zou je verwachten dat alles dezelfde kant op draait, en dat de planeten bovendien in één plat vlak bewegen, loodrecht op de draaiingsas van de ster. Het bestaan van scheve en tegendraadse banen is alleen te verklaren door langdurige zwaartekrachtsstoringen van andere planeten, op veel grotere afstand van de ster. Kleinere, aarde-achtige planeten in het stelsel worden door zulke zwaartekrachtsstoringen de ruimte in geslingerd, of door hun moederster opgeslokt. De opzienbarende ontdekking doet dan ook vermoeden dat er in planetenstelsels met hete Jupiters geen aarde-achtige planeten voorkomen. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
Ontdekking nieuwe exoplaneten stelt theorie over planeetvorming op de proef
Persbericht ESO (Engelstalig)
Persbericht Royal Astronomical Society (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2010
Met de LOFAR-radiotelescoop, in aanbouw in Noord-Nederland, zal ook jacht worden gemaakt op buitenaardse beschavingen. LOFAR gaat speuren naar laagfrequente radioboodschappen van intelligent leven op andere planeten. LOFAR (LOw-Frequency ARray) is een netwerk van tienduizenden eenvoudige radio-antennes, gegroepeerd in 44 stations die verspreid zijn over Nederland, Duitsland, Zweden, Frankrijk en Engeland. Momenteel zijn ruim twintig stations in bedrijf; later dit jaar moet LOFAR voltooid zijn. Op 12 juni vindt de officiële inauguratie plaats. Tijdens de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow presenteerde John McKean van de stichting ASTRON de eerste astronomische resultaten van het nieuwe observatorium. Ook zette McKean uiteen hoe met LOFAR gezocht zal gaan worden naar mogelijke kunstmatige radiosignalen van buitenaardse beschavingen. De Search for Extra-Terrestrial Intelligence (SETI) ging vijftig jaar geleden van start, maar heeft tot nu toe niets opgeleverd. Op lage radiofrequenties is er echter nog nooit gezocht.
Meer informatie:
LOFAR opens up the low-frequency universe - and starts a new SETI search
LOFAR
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2010
Aarde-achtige planeten, met gesteenten en water, komen veel voor in het Melkwegstelsel. Dat blijkt uit onderzoek aan witte-dwergsterren dat vandaag gepresenteerd wordt op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. Een team astronomen onder leiding van Jay Farihi van Leicester University ontdekte dat er in de buitenste gaslagen van witte dwergen 'verontreinigingen' voorkomen van zware elementen. Witte dwergen zijn de kleine, compacte overblijfselen van sterren zoals de zon die aan het eind van hun leven zijn gekomen. In hun buitenste gaslagen komen normaalgesproken alleen de lichte elementen waterstof en helium voor. Uit de precisiemetingen van Farihi en zijn collega's blijkt echter dat 3 tot 20 procent van alle witte dwergen 'vervuild' zijn met materiaal dat afkomstig is van rotsachtige planetoïden - de bouwstenen van planeten zoals de aarde. Dat wijst erop dat het ontstaan van aarde-achtige planeten rond sterren zoals de zon veel voorkomt in het Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Rocky planets 'are commonplace' in our Galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 april 2010
Sterrenkundigen hebben een planeet ontdekt die binnen een miljoen jaar is ontstaan - veel sneller dan de gebruikelijke theorieën over planeetvorming voorspellen. De planeet, die vijf à tien keer zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait om een bruine dwerg. Deze 'mislukte ster' (2M044144) weegt zelf maar ongeveer 20 Jupitermassa's. De bruine dwerg is ontdekt met de Hubble-ruimtetelescoop en verder onderzocht met de Gemini-telescoop op Hawaï. Hij maakt deel uit van een verzameling van 32 bruine dwergen in een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Stier. De afstand tussen de dwergster en zijn planeet bedraagt 3,6 miljard kilometer - ongeveer anderhalf maal de afstand tussen onze zon en de planeet Saturnus. Alles wijst erop dat het bijzondere duo is ontstaan zoals een dubbelster dat normaal doet. De beide hemellichamen lijken elk afzonderlijk te zijn ontstaan door het samentrekken van een grote wolk gas en stof. Dat verklaart ook de snelle vorming van de jonge planeet. Doorgaans gaan sterrenkundigen ervan uit dat planeten ontstaan door de samenklontering van gas en stof in de schijf restmaterie rond een jonge ster. Dat proces verloopt echter heel traag. In de onmiddellijke nabijheid van 2M044144 zijn nog twee objecten ontdekt: nog een bruine dwerg en een rode dwergster. Tezamen lijken zij een bijzonder viervoudig stelsel te vormen, dat vermoedelijk uit één en dezelfde samentrekkende en fragmenterende gaswolk is ontstaan.
Meer informatie:
A Planet-like Companion Growing up in the Fast Lane
Small Companion to Brown Dwarf Challenges Simple Definition

17 maart 2010
Met de Franse satelliet CoRoT en een instrument van de 3,6-meter ESO-telescoop op La Silla (Chili) is voor het eerst een 'normale' exoplaneet ontdekt die zich gedetailleerd laat onderzoeken (Nature, 18 maart). De planeet, die de aanduiding Corot-9b heeft gekregen, draait om een zonachtige ster op 1500 lichtjaar van ons vandaan. Hij is ongeveer zo groot als 'onze' planeet Jupiter en beweegt in een baan die qua omvang vergelijkbaar is met die van Mercurius. Daarmee is dit de eerste exoplaneet die in veel opzichten op de planeten van ons zonnestelsel lijkt. Corot-9b beweegt vanaf de aarde gezien om de 95 dagen voor zijn ster langs. Deze overgang duurt ongeveer acht uur en stelt sterrenkundigen in de gelegenheid om de planeet nauwkeurig te onderzoeken. Net als Jupiter bestaat de exoplaneet grotendeels uit waterstof en helium. Van de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, hebben 70 hun bestaan verraden doordat ze bij elke omloop voor hun ster langs bewegen. Corot-9b onderscheidt zich van de overige 69 doordat hij tien keer zo ver van zijn moederster verwijderd is. Hierdoor is de temperatuur aan zijn gasoppervlak betrekkelijk gematigd. Afhankelijk van de mogelijke aanwezigheid van een wolkendek dat het sterlicht sterk weerkaatst, worden waarden van -20 tot +160 graden Celsius verwacht.
Meer informatie:
First Temperate Exoplanet Sized Up

24 februari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft vastgesteld dat een zware planeet die om een 600 lichtjaar verre ster draait, op het punt staat om door zijn moederster vernietigd te worden. Deze ontdekking kan de onverwacht grote omvang van de planeet, WASP-12b, helpen verklaren (Nature, 25 februari). WASP-12b werd in 2008 ontdekt en ontpopte zich gelijk al als een bijzonder geval. Het betreft een gasreus - een naaste verwant van Jupiter en Saturnus - die op een afstand van minder dan twee miljoen kilometer om zijn moederster draait. Door de geringe afstand tot de ster is de temperatuur aan de dagzijde van de planeet extreem hoog: 2500 °C. Het meest opvallende is echter dat de planeet een volume heeft waar zes Jupiters in passen, terwijl zijn massa slechts anderhalf maal zo groot is als die van Jupiter. De verklaring voor de grote omvang van WASP-12b wordt nu gezocht bij de sterke getijkrachten die de planeet van zijn moederster ondervindt. Op aarde leiden de getijkrachten tussen aarde en maan tot het op- en neergaan van de zeespiegel. Bij WASP-12b gebeurt iets soortgelijks, maar dan veel extremer: de getijkrachten hebben de grotendeels gasvormige planeet uitgerekt tot een kolossale rugbybal. Dezelfde getijkrachten veroorzaken ook wrijving en stijging van temperatuur in het inwendige, waardoor de planeet als geheel opzwelt. Volgens de onderzoekers kan dit niet lang zo doorgaan. WASP-12b is zo sterk opgezwollen, dat hij zijn eigen materie niet meer bij elkaar kan houden: hij draagt per seconde ongeveer zes miljard ton gas over aan de ster. In dit tempo zal hij binnen tien miljoen jaar geheel opgeslokt zijn.
Meer informatie:
Scientists Determine Massive Planet is Being Torn Apart by Its Own Tides

18 februari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een exoplaneet ontdekt die naar schatting slechts 35 miljoen jaar oud is. De reuzenplaneet, die zesmaal zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait op kleine afstand om de eveneens jonge ster BD+20 1790. De ontdekking is opmerkelijk: jonge sterren worden bij de zoektocht naar planeten doorgaans overgeslagen. Ze vertonen namelijk zo veel (magnetische) activiteit in de vorm van donkere vlekken en heldere fakkelvelden, dat de aanwezigheid van een eventuele planeet maar moeilijk vast te stellen is. Toch is het uiteindelijk gelukt om de kleine schommelingen van de ster te detecteren die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van een planeet. De meeste van de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe ontdekt zijn, zijn aanzienlijk ouder. De op één na jongste heeft er al ongeveer 100 miljoen jaar opzitten. De ontdekking is dan ook welkom, want veel kennis over het beginstadium van planeetvorming is er nog niet.
Meer informatie:
Youngest Extra-Solar Planet Discovered

8 februari 2010
Astronomen hebben voor het eerst de locatie vastgesteld van hete waterdamp in de roterende schijf rond een jong zusje van onze zon. De waarnemingen zijn gedaan met de IRAM Plateau de Bure interferometer in de Franse Alpen. De in Leiden gepromoveerde astronoom Jes Jorgensen en de Leidse professor Ewine van Dishoeck publiceren het resultaat op 10 februari in Astrophysical Journal Letters. Normaal gesproken is water in de ruimte nauwelijks vanaf de aarde waar te nemen, doordat onze atmosfeer heel veel straling absorbeert. Om die reden is vorig jaar de Herschel-telescoop gelanceerd, die ver van de aarde op infraroodgolflengten dat water wel kan 'zien'. Een op de 500 watermoleculen in de ruimte bevat echter een zwaarder zuurstofisotoop dan normaal, en dit 'zware' water is wél in staat door te dringen in de aardatmosfeer en dus waarneembaar met aardse telescopen. Met de IRAM Plateau de Bure radiotelescoop is nu gekeken naar het 'zware' water rond de jonge ster NGC 1333 IRAS4B, die pas 10.000 tot 50.000 jaar geleden is gevormd. De astronomen ontdekten dat de meeste waterdamp zich bevindt op een plaats in de schijf die correspondeert met de baan van Neptunus in ons eigen zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

3 februari 2010
NASA-sterrenkundigen hebben aangetoond dat zelfs een betrekkelijk kleine, professionele telescoop toereikend is om de atmosferen van planeten bij andere sterren te onderzoeken. Met een dertig jaar oude, 3-meter nabij-infraroodtelescoop op Hawaï is namelijk kooldioxide en methaan waargenomen in de atmosfeer van de grote planeet HD 189733b (Nature, 4 januari). Overigens betreft het geen nieuwe ontdekking: de beide gassen waren met instrumenten in de ruimte al eerder bij deze planeet gedetecteerd. De wetenschappers hebben gebruik gemaakt van een nieuwe techniek, die de verstorende invloed van de aardatmosfeer en kleine foutjes in de volgbeweging van het telescoopsysteem corrigeert. Volgens hen zal het met dezelfde techniek uiteindelijk mogelijk zijn om organische moleculen op te sporen in exoplaneten die niet veel groter zijn dan onze aarde.
Meer informatie:
A Little Telescope Goes a Long Way

13 januari 2010
Canadese en Europese sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om het spectrum van een planeet bij een andere ster rechtstreeks vast te leggen. Deze 'vingerafdruk' van het licht van de planeet bevat informatie over de chemische samenstelling van het hemellichaam. De planeet maakt deel uit van het stelsel van ten minste drie planeten rond de ster HR 8799. Deze ster, die ongeveer anderhalf maal zo zwaar is als onze zon, bevindt zich op een afstand van 130 lichtjaar. Zijn planeten, die in 2008 zijn ontdekt, zijn zeer groot en draaien op ruime afstand om hem heen. Dat maakt het relatief makkelijk om hun zwakke schijnsels afzonderlijk te bestuderen. Maar dat neemt niet weg dat zelfs het geavanceerde infraroodinstrument NACO van de Europese Very Large Telescope in Chili vijf uur nodig had om het spectrum van de planeet vast te leggen. De onderzochte planeet is de middelste van de drie. Hij is ruwweg tienmaal zo zwaar als 'onze' planeet Jupiter en heeft een temperatuur van ongeveer 800 graden. De details in het spectrum van de planeet zijn helaas nog niet duidelijk genoeg om definitieve uitspraken te kunnen doen over zijn (atmosferische) samenstelling. Daarvoor zijn de diensten van een nog nauwkeuriger instrument nodig, dat in 2011 beschikbaar komt. Binnenkort hopen de sterrenkundigen ook de eerste spectra van de beide andere planeten bij HR 8799 te kunnen vastleggen.
Meer informatie:
VLT Captures First Direct Spectrum of an Exoplanet

7 januari 2010
Amerikaanse sterrenkundigen hebben weer een zogeheten superaarde ontdekt - een planeet die niet veel groter en zwaarder is dan de aarde. De planeet, die om de 80 lichtjaar verre ster HD156668 draait, is slechts vier maal zo zwaar als de aarde. Daarmee is hij de op één na kleinste exoplaneet die tot nog toe is opgespoord. De superaarde is ontdekt met dezelfde indirecte waarneemmethode waarmee ook de meeste andere exoplaneten (inmiddels meer dan 400) zijn ontdekt. Met zijn zwaartekracht brengt hij zijn moederster een beetje aan het schommelen, en die minieme schommelingen zijn opgemeten met het gevoelige HIRES-instrument (High Resolution Echelle Spectrograph) van de 10-meter Keck I-telescoop op Hawaï.
Meer informatie:
Second Smallest Exoplanet Found To Date Discovered At Keck

6 januari 2010
Amerikaanse en Australische sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat er rond de ster HD 131488 rotsachtige planeten zijn gevormd. Het merkwaardige is echter dat het puin dat bij de vorming van deze verre werelden is achtergebleven heel anders van samenstelling is dan de restmaterie in ons eigen zonnestelsel. En dat terwijl het stof dat tot nog toe rond andere sterren is waargenomen sterke overeenkomsten vertoont met het materiaal van 'onze' planetoïden en kometen. Het warme stof rond HD 131488 bevindt zich in een gordel waar de temperaturen vergelijkbaar zijn met die op aarde. Doorgaans bestaat zulk stof uit olivijn, pyroxenen en andere silicaatverbindingen. Maar bij deze ster is dat niet het geval. Sterker nog: de samenstelling van het stof is vooralsnog een raadsel. Alleen qua hoeveelheid is het stof vergelijkbaar met de restmaterie die rond andere sterren is aangetroffen. Toch is het volgens de onderzoekers waarschijnlijk dat het stof een overblijfsel is van het botsings- en samenklonteringsproces dat tot het ontstaan van rotsachtige planeten leidt. Ook op grotere afstand van de ster is overigens nog een (veel koudere) gordel van stofdeeltjes ontdekt. De enkele zonsmassa's zware ster HD 131488 bevindt zich op een afstand van ongeveer 500 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Centaurus. De ster is naar schatting slechts 10 miljoen jaar oud.
Meer informatie:
Astronomers Say Alien Dust Is Nothing To Sneeze At

6 januari 2010
De meeste zoektochten naar exoplaneten (planeten bij andere sterren) concentreren zich op sterren die enigszins vergelijkbaar zijn met onze zon. En dat heeft inmiddels een oogst van meer dan 400 planeten opgeleverd. Uit onderzoek van Amerikaanse sterrenkundigen blijkt echter dat planeetvorming ook vaak optreedt bij sterren die veel groter en heter zijn dan de zon. Die conclusie baseren zij op onderzoek van een 6500 lichtjaar ver stervormingsgebied in het sterrenbeeld Cassiopeia met de infraroodsatelliet Spitzer. Dat onderzoek was gericht op ruim vijfhonderd jonge, hete sterren van minstens twee zonsmassa's. Planeetvorming bij zware sterren is geen eenvoudige zaak. De centrale ster produceert zo veel straling en sterrenwind, dat het materiaal dat na zijn ontstaan in een omringende schijf achterblijft vrij snel wordt weggeblazen. Dat betekent dat er maar weinig tijd is voor de vorming van planeten uit dat materiaal. Toch blijkt uit het Amerikaanse onderzoek dat ongeveer tien procent van de zware sterren is omringd door een schijf van stofdeeltjes waaruit planeten kunnen ontstaan. Bij vijftien van deze sterren werden zelfs duidelijke aanwijzingen gevonden dat er daadwerkelijk planeten zijn gevormd. Erg aantrekkelijk zullen de omstandigheden op deze planeten overigens niet zijn: hun moedersterren hebben een levensduur van enkele tientallen tot honderden miljoenen jaren en produceren gedurende hun relatief korte bestaan enorme hoeveelheden straling en warmte.
Meer informatie:
Massive Stars: Good Targets For Planet Hunts, Bad Targets For SETI

6 januari 2010
Vorig jaar oktober maakten Franse sterrenkundigen bekend dat zij een planeet bij een andere ster hadden ontdekt die, net als de aarde, grotendeels uit gesteente bestaat. Deze planeet, COROT-7b, is bijna vijfmaal zo zwaar als onze planeet en draait op een afstand van slechts enkele miljoenen kilometers om zijn moederster. Uit dat laatste kon direct al worden geconcludeerd dat het oppervlak van de exoplaneet extreem heet moet zijn: aan de dagzijde kunnen de temperaturen oplopen tot meer dan 2000 graden Celsius. Maar volgens onderzoekers van de universiteit van Washington kan het zelfs nog erger: de kans is groot dat er extreme vulkanische activiteit is op de planeet. De Amerikaanse onderzoekers baseren dat op berekeningen van de mogelijke baanbeweging van COROT-7b. Als de omloopbaan van de planeet niet volmaakt cirkelvormig is, treden er namelijk zulk sterke getijkrachten op, dat zijn inwendige zeer heet en vloeibaar blijft. En dat zou betekenen dat er voortdurend vulkaanerupties optreden en overal hete magma over het oppervlak stroomt. Een ander Amerikaans onderzoeksteam denkt overigens dat COROT-7b het overblijfsel is van een zogeheten 'hete Jupiter' of beter gezegd: 'hete Saturnus'. Deze grotendeels gasvormige planeet zou door zijn kleine afstand tot zijn moederster grotendeels verdampt zijn, waarna alleen de rotsachtige kern overbleef.
Meer informatie:
First Earth-Like Planet Spotted Outside Solar System Likely A Volcanic Wasteland
Most Earth-Like Exoplanet Started Out As A Gas Giant

5 januari 2010
Op twee nieuwe filmpjes die de Amerikaanse ruimtesonde Deep Impact van de aarde heeft gemaakt, zijn heldere lichtflitsjes te zien die het gevolg zijn van de weerspiegeling van zonlicht aan oceaanwater. Op zich zijn dit soort glinsteringen de gewoonste zaak van de wereld, maar volgens NASA-wetenschappers zou het verschijnsel ook waarneembaar kunnen zijn bij planeten die om andere sterren draaien. Mits er water of ijs op het planeetoppervlak is natuurlijk. De intensiteit van de glinsteringen op de beelden die de ruimtesonde heeft vastgelegd, heeft de onderzoekers verrast. Toch zal het bepaald niet gemakkelijk zijn om het verschijnsel ook bij exoplaneten te detecteren. Op het oppervlak van zo'n verre planeet zijn met de huidige instrumenten geen details waarneembaar: de glinstering zou zichzelf moeten verraden als een regelmatig terugkerende toename van de helderheid van de planeet. Deep Impact is een ruimtesonde die in 2005 onderzoek deed bij de komeet Tempel en daar zelfs een projectiel op afschoot. Omdat de ruimtesonde na zijn ontmoeting met de komeet nog goed functioneerde, heeft hij een paar extra taken gekregen. Hij is nu op weg naar een andere komeet (Hartley 2), die hij in oktober van dit jaar zal bereiken. Tot die tijd worden zijn instrumenten gebruikt om een goede indruk te krijgen van hoe een planeet als de aarde er van grote afstand uitziet.
Meer informatie:
Sun Glints Seen from Space Signal Oceans and Lakes

5 januari 2010
Amerikaanse sterrenkundigen schatten dat slechts vijftien procent van alle planetenstelsels in ons Melkwegstelsel vergelijkbaar is met ons zonnestelsel. Dat wil zeggen: stelsels waarin de grootste planeten zich in de buitengebieden bevinden. Deze conclusie is gebaseerd op de huidige statistiek van een speurtocht naar planeten bij andere sterren: Microlensing Follow-Up Network (MicroFUN). De MicroFUN-onderzoekers gebruiken een methode die 'microlensing' wordt genoemd. Dat is een verschijnsel dat optreedt als een ster vanaf de aarde gezien precies voor een andere ster langs beweegt. Op dat moment bundelt de nabijere ster het licht van de achtergrondster zodanig, dat deze laatste kortstondig aanzienlijk helderder wordt. Als er planeten om de 'lens-ster' draaien, kunnen er nog meer (kleine) oplevingen in de helderheid van de achtergrondster optreden. De MicroFUN-methode is met name geschikt voor het opsporen van planetenstelsels waarin zich grote planeten op flinke afstand van hun moederster bevinden. Maar tot dusverre is er zegge en schrijven slechts één zo'n stelsel opgespoord. Als alle planetenstelsels in ons Melkwegstelsel op ons zonnestelsel leken, zouden dat er zeker zes moeten zijn geweest.
Meer informatie:
In All The Galaxy, Just 15 Percent Of Solar Systems Are Like Ours;

4 januari 2010
De Amerikaanse satelliet Kepler heeft zijn eerste vijf planeten ontdekt. Dat blijkt uit analyse van de gegevens die de in maart 2009 gelanceerde satelliet tijdens zijn eerste zes onderzoeksweken heeft verzameld. Kepler spoort planeten op door naar regelmatige veranderingen in de helderheid van een groot aantal sterren uit te kijken. Het uiteindelijke doel is om op die manier planeten ter grootte van de aarde te ontdekken. Maar zover is het nog niet: de eerste vijf planeten die tot nog toe zijn gevonden zijn veel groter. Eén is van het formaat Neptunus, de vier overige van het kaliber Jupiter. Alle vijf bevinden zich dicht in de buurt van hun moederster en zijn dus zeer heet. De eerste bevindingen van Kepler vormen een aanwijzing dat er blijkbaar niet gemakkelijk planeten worden gevormd die fors zwaarder zijn dan Neptunus en aanzienlijk lichter dan Jupiter.
Meer informatie:
NASA's Kepler Space Telescope Discovers Five Exoplanets

16 december 2009
Sterrenkundigen hebben voor de tweede keer een 'superaarde' ontdekt waarvan zij zowel de massa als de grootte konden bepalen. Een 'superaarde' is een exoplaneet die lichter is dan een grote gasplaneet, maar zwaarder dan de aarde. Over de omstandigheden op de planeet zegt de term niets, maar deze superaarde is wel de eerste waarbij een atmosfeer is ontdekt (Nature, 17 december). De planeet, die de aanduiding GJ 1214b draagt, draait om een rode dwergster op slechts 40 lichtjaar van ons vandaan. Hij is bijna drie keer zo groot als onze planeet en zijn massa bedraagt ruim zes aardmassa's. Zijn inwendige bestaat waarschijnlijk voor het grootste deel uit bevroren water, maar omdat zijn afstand tot de ster slechts enkele miljoenen kilometers bedraagt, is zijn oppervlak tamelijk heet. De planeet is gehuld in een dikke, dichte atmosfeer. Het middel waarmee GJ 1214b is ontdekt, is bijna net zo bijzonder als de planeet zelf. Hij is opgespoord in het kader van het zogeheten MEarth-project: een opstelling van acht 'amateurtelescopen' bovenop Mount Hopkins (Arizona, VS) waarmee ongeveer 2000 nabije dwergsterren in de gaten worden gehouden. Het doel is om planeten te vinden die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop vóór hun moederster langs bewegen. Tijdens zo'n miniverduistering houdt de planeet een klein deel van het sterlicht tegen, waardoor de ster met grote regelmaat een beetje zwakker wordt. De ontdekking van de planeet is later met een grote telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op de Chileense berg La Silla bevestigd. Als volgende stap willen de sterrenkundigen de atmosfeer van de planeet nader onderzoeken. Waarschijnlijk zal dit gebeuren met de Hubble-ruimtetelescoop.
Meer informatie:
Astronomers Find World with Thick, Inhospitable Atmosphere and an Icy Heart
Astronomers Find Super-Earth Using Amateur, Off-The-Shelf Technology

16 december 2009
Een team van Chinese sterrenkundigen heeft een reuzenplaneet ontdekt in de bijzondere dubbelster QS Virginis. Hoewel nu rustig, zal deze dubbelster binnen afzienbare tijd het toneel zijn van een explosieve uitbarsting. QS Virginis staat op een afstand van 157 lichtjaar in het sterrenbeeld Maagd. De dubbelster bestaat uit een koele, rode dwergster en een hete witte dwerg. De twee sterren zijn slechts 840.000 kilometer van elkaar verwijderd (tweemaal de afstand aarde-maan) en draaien in drieëneenhalf uur om hun gezamenlijke zwaartepunt. In veel van zulke compacte dubbelsterren stroomt er materie over van de begeleider naar de witte dwergster. Maar in het geval van QS Virginis is de afstand tussen de sterren net te groot daarvoor. Dat is echter een kwestie van tijd: de onderlinge afstand neemt geleidelijk af, waardoor er binnen enkele duizenden jaren alsnog een materiestroom op gang komt. Dat is slecht nieuws voor de ruim 6 Jupitermassa's zware planeet die in een wijde baan om beide sterren tegelijk draait. Uiteindelijk zal zich op de witte dwerg namelijk zoveel materie verzamelen, dat er een explosieve fusiereactie op gang komt. Bij zo'n nova-uitbarsting is de witte dwerg kortstondig een intense bron van hitte en straling - interessant voor sterrenkundigen op de verre aarde, maar funest voor de zojuist ontdekte reuzenplaneet.
Meer informatie:
Giant Planet Set For A Cataclysmic Show

14 december 2009
Een internationaal team van 'planetenjagers' heeft in totaal zes relatief lichte planeten ontdekt bij twee nabije, zonachtige sterren. Twee van de zes worden gerekend tot de 'superaardes': het zijn planeten met een vast oppervlak die respectievelijk 'slechts' 5 en 7,5 maal zo zwaar zijn als onze aarde. Het is voor het eerst dat zulke lichte planeten zijn ontdekt bij naaste verwanten van onze eigen zon. Volgens de onderzoekers, die gebruik hebben gemaakt van telescopen op Hawaï en in Australië, duidt deze ontdekking erop dat kleine planeten een normaal verschijnsel zijn bij zonachtige sterren. Drie van de zes ontdekte planeten draaien om de ster 61 Virginis, die met het blote oog zichtbaar is in het sterrenbeeld Maagd. De lichtste van de drie is driemaal zo zwaar als de aarde, de zwaarste 'weegt' 25 aardmassa's. Eerder was rond 61 Virginis al een dikke ring van stof ontdekt: een duidelijke aanwijzing dat er rond de ster een planetenstelsel is ontstaan. Het andere planetenstelsel hoort bij de tamelijk anonieme ster HD 1461, die in het sterrenbeeld Walvis staat. Bij een derde zonachtige ster, 23 Librae, is bij dezelfde 'jacht' een planeet van het kaliber Jupiter opgespoord. Geen van de ontdekte planeten is geschikt voor leven of zelfs maar vloeibaar water: de zes licht planeten bevinden zich te dicht bij hun ster en zijn daardoor te heet. En de planeet bij 23 LIbrae is juist weer te koud.
Meer informatie:
New Planet Discoveries Suggest Low-Mass Planets Are Common Around Nearby Stars
First super-Earths discovered around Sun-like stars
New planets found around Sun-like stars

14 december 2009
De Hubble-ruimtetelescoop heeft dertig nog niet eerder bestudeerde plantenstelsels-in-wording in beeld gebracht. Deze zogeheten protoplanetaire schijven of 'proplyds' maken deel uit van de Orionnevel, een bekend, nabijgelegen stervormingsgebied waarin ook eerder al van deze objecten waren opgespoord. Protoplanetaire schijven bestaan uit gas en stof dat om een ster - doorgaans een jong exemplaar - draait. Door samenklontering kunnen uit dat gas en stof planeten ontstaan - een proces dat zich, naar astronomische maatstaven, betrekkelijk snel voltrekt: binnen ongeveer 10 miljoen jaar. In de Orionnevel zijn twee soorten protoplanetaire schijven ontdekt: schijven die zich in de buurt van de helderste ster in deze omgeving bevinden en die verder daarvandaan. De heldere ster verhit het gas in de nabije schijven sterk genoeg om deze te laten oplichten. De overige schijven steken als donkere silhouetten af tegen de heldere achtergrond van het gas van de Orionnevel. Het onderzoek aan deze objecten moet duidelijk maken hoe planetenstelsels als het onze (zijn) ontstaan.
Meer informatie:
Born in beauty: proplyds in the Orion Nebula

8 december 2009
Eén van de meer dan 400 planeten die sterrenkundigen de afgelopen jaren bij andere sterren hebben ontdekt, kan weer van de lijst worden geschrapt. Het betreft de 'exoplaneet' bij de nabije ster VB 10, die in mei van dit jaar werd ontdekt. Deze ontdekking gebeurde met een andere techniek dan de meeste andere exoplaneten, namelijk door heel nauwkeurig de positie van zijn moederster te meten. Daarbij werd een kleine schommelbeweging ontdekt, die op de aanwezigheid van een zes Jupitermassa's zware planeet zou duiden. Maar nu hebben andere onderzoekers vastgesteld dat deze ontdekking op een misverstand moet berusten. Zij hebben dezelfde ster nu bekeken op de manier waarop de meeste exoplaneten ontdekt zijn, namelijk door naar het spectrum van de ster te kijken. Als de ster daadwerkelijk zou schommelen, zou dat tot regelmatige verschuivingen van de lijnen in dat spectrum moeten leiden. Maar er zijn geen verschuivingen te zien die aan een planeet van zes Jupitermassa's toegeschreven kunnen worden. Deze ontwikkeling doet denken aan de vermeende ontdekking van planeten bij de Ster van Barnard, in 1963 door de Nederlandse sterrenkundige Peter van de Kamp, die op een instrumenteel effect bleek te berusten.
Meer informatie:
Exoplanet claim bites the dust

3 december 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een lichtzwak hemellichaam ontdekt en gefotografeerd dat in een baan om de ster GJ 758 draait. De geschatte massa van het object is 10 tot 40 maal zo groot als die van Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel. Daarmee zou het ofwel een reuzenplaneet ofwel een bruine dwergster kunnen zijn. Maar één ding staat vast: met een temperatuur van ongeveer 330 graden Celsius is het de koelste begeleider die ooit bij een zonachtige ster is waargenomen. Het valt niet mee om foto's van planeten bij andere sterren te maken: ze verbleken volkomen bij de ster waar ze omheen draaien. Daarom moeten sterrenkundigen hun toevlucht nemen tot trucs om het felle sterlicht te onderdrukken. In dit geval is dat gebeurd met een techniek die Angular Differential Imaging wordt genoemd. Daarbij wordt een aantal afzonderlijke opnamen zodanig gedraaid en bij elkaar opgeteld, dat het sterbeeldje onderdrukt en het zwakke beeldje van de planeet juist versterkt wordt. De begeleider van GJ 758 bevindt zich op een afstand die vergelijkbaar is met de afstand tussen onze zon en de planeet Neptunus. Dat hij veel warmer is dan Neptunus, wijst erop dat hij nog bezig is samen te trekken. Dat maakt het moeilijk om zijn massa precies vast te stellen. Daarom staat ook nog niet vast of het een planeet of een kleine, mislukte ster is. Ook onzeker is of een ander lichtzwak object dat op de opname staat, ook om de ster draait of dat het een toevallig gefotografeerd achtergrondobject is.
Meer informatie:
Discovery of an Exoplanet Candidate Orbiting a Sun-Like Star
Angular Differential Imaging
Das erste Porträt eines kühlen Planeten

19 november 2009
Japanse sterrenkundigen hebben bijzondere opnamen gemaakt van een dubbelstersysteem in het sterrenbeeld Slangendrager. Door het licht van de beide sterren zelf af te schermen, kon het omringende gas en stof zichtbaar worden gemaakt (Science, 20 november). De afgelopen jaren zijn wel meer opnamen van zulke 'protoplanetaire' stofschijven gemaakt, maar daarbij ging het bijna altijd om enkelvoudige sterren. En dat terwijl de meeste sterren in groepjes van twee of meer sterren ontstaan. Er bestonden wel computermodellen over hoe het stof in zulke stersystemen zich zal gedragen, maar het ontbrak aan goed waarnemingsmateriaal. De waarnemingen van de 500 lichtjaar verre dubbelster in de Slangendrager wijzen erop dat er gas en stof van de ene ster naar de andere stroomt. Volgens de onderzoekers kan die ontdekking helpen om vast te stellen waar in zulke systemen de meeste kans op planeetvorming bestaat.
Meer informatie:
Binary systems share stardust

12 november 2009
Twee teams van sterrenkundigen hebben ontdekt dat de in 2008 ontdekte planeet die rond de ster HAT-P-7 draait een merkwaardige baan volgt. De exoplaneet, die zich op een afstand van 1000 lichtjaar bevindt, beweegt namelijk tegen de rotatierichting van zijn moederster in. Dat is opmerkelijk omdat een planetenstelsel ontstaat uit een materieschijf die dezelfde draairichting volgt als de ster die in het centrum ervan staat. Het baanvlak van planeet HAT-P-7b moet dus op de een of andere manier flink zijn gekanteld. HAT-P-7b is de eerste van de ongeveer 400 bekende exoplaneten waarbij dit is waargenomen. De baankanteling kan het gevolg zijn van de zwaartekrachtswisselwerking met een andere planeet of die met een naburige ster.
Meer informatie:
Discovery Of A Retrograde Or Highly Tilted Extrasolar Planet;

12 november 2009
Britse en Duitse sterrenkundigen hebben twee hemellichamen ter grootte van de aarde ontdekt, die gezegend zijn met een zuurstofrijke atmosfeer. Helaas voor speurders naar buitenaards leven zijn het echter geen planeten, maar sterren - witte dwergen om precies te zijn (Science Express, 12 september). De beide dwergsterren, SDSS 0922+2928 en SDSS 1102+2054, zijn enkele honderden lichtjaren van ons verwijderd. Het zijn de restanten van zware sterren die aan het einde van hun bestaan zijn gekomen, doordat hun nucleaire brandstof uitgeput raakte. Uit modelberekeningen blijkt dat zware witte dwergen als deze voor een belangrijk deel uit zuurstof bestaan. Het nare is echter dat bijna al deze dwergsterren een omhulsel van waterstof en/of helium hebben, waardoor niet te zien is wat daaronder zit. Maar nu zijn dan twee witte dwergen ontdekt die hun zuurstofrijkdom wél vertonen, wat als een belangrijke bevestiging van de modelberekeningen wordt beschouwd. Geschat wordt dat de beide sterren oorspronkelijk 7 tot 10 maal zo zwaar waren als onze zon.
Meer informatie:
2 Earth-sized bodies with oxygen rich atmospheres found

11 november 2009
Een baanbrekende telling van vijfhonderd sterren, waaronder zeventig waarvan bekend is dat ze planeten bij zich hebben, heeft met succes het al lang bestaande 'lithium-mysterie', waargenomen in de zon, gekoppeld aan de aanwezigheid van planeetsystemen. Met behulp van ESO's succesvolle HARPS-spectrograaf hebben astronomen ontdekt dat zonachtige sterren die planeten bij zich hebben hun lithium veel efficiënter hebben afgebroken dan sterren zonder planeten. Deze ontdekking werpt niet alleen licht op het gebrek aan lithium in onze ster, maar geeft astronomen ook een heel efficiënte manier om te zoeken naar sterren met planetenstelsels.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Exoplanets Clue to Sun's Curious Chemistry

20 oktober 2009
NASA-onderzoekers hebben nu ook bij een tweede hete gasplaneet moleculen gedetecteerd die belangrijk zijn voor het ontstaan van leven zoals wij dat kennen. Het betreft de planeet HD 209458b, die om een ster op 150 lichtjaar van de aarde draait. Met behulp van instrumenten van de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer zijn in de atmosfeer van deze exoplaneet water, methaan en kooldioxide gevonden. Deze ontdekking duidt er op dat deze levensbelangrijke verbindingen alom aanwezig zijn in het heelal. Dat wil overigens niet zeggen dat er leven is op HD 209458b. Hij draait op een afstand van slechts 7 miljoen kilometer om zijn ster en heeft daardoor een oppervlaktetemperatuur van maar liefst 1000 graden.
Meer informatie:
Astronomers do it Again: Find Organic Molecules Around Gas Planet
PlanetQuest Historic Timeline

19 oktober 2009
Met het HARPS-instrument op ESO's 3,6-meter telescoop in Chili zijn 32 nieuwe exoplaneten gevonden. Dat is vandaag bekendgemaakt op de ESO/CAUP exoplanetenconferentie in Porto door het team dat de spectrograaf heeft gebouwd. Met de ontdekking heeft de High Accuracy Radial Velocity Planet Searcher (HARPS) zijn positie als belangrijkste exoplanetenjager verstevigd. Het aantal bekende lichte exoplaneten is in één klap met 30% gestegen. De afgelopen vijf jaar heeft HARPS meer dan 75 van de in totaal 400 exoplaneten gespot die nu bekend zijn. Juist dankzij de enorme precisie van de spectrograaf heeft de zoektocht naar 'kleine' planeten, met het gewicht van enkele malen die van de aarde (superaardes of Neptunus-achtige planeten), een enorme stimulans gekregen. HARPS heeft de ontdekking mogelijk gemaakt van 24 van de 28 planeten die lichter zijn dan 20 aardmassa's. Net zoals bij de eerder ontdekte superaardes, maken de nieuwe kandidaten deel uit van stelsels waarin zich soms wel vijf planeten bevinden.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
32 New Exoplanets Found

6 oktober 2009
Sommige sterren zijn eenzame kolossen waar geen planeten omheen cirkelen, terwijl andere het middelpunt vormen van een uitgebreid planetenstelsel. Nieuw onderzoek door onder anderen Anders Johansen van de Leidse Sterrewacht verklaart waarom dat zo is. Computersimulaties laten zien dat sterren die zijn ontstaan uit een gaswolk die relatief veel zware elementen - dat wil zeggen: stoffen zwaarder dan helium - bevatte, makkelijker planeten vormen. Rond een pasgeboren ster blijft een schijf van restmaterie achter waaruit planeten kunnen ontstaan. Uit het onderzoek van Johansen en collega's blijkt nu dat als de restmaterie voor minder dan 1 procent uit zware elementen bestaat, het samenklonteringsproces dat miljoenen jaren later in planeten resulteert maar moeilijk op gang komt. Hoe meer van dat 'vervuilende' materiaal, des te beter. Uit de samenstelling van onze zon blijkt overigens dat de materieschijf die haar bijna vijf miljard jaar geleden omringde maar nèt genoeg zware elementen bevatte. Het ontstaan van onze aarde was dus kantje boord.
Meer informatie:
Dirty stars make good solar system hosts

29 september 2009
De atmosfeer van de afgelopen voorjaar ontdekte exoplaneet COROT-7b zou wel eens bijzondere eigenschappen kunnen hebben. Dat schrijven onderzoekers van Washington University in The Astrophysical Journal van 1 oktober. De planeet draait op zo'n kleine afstand om zijn moederster, dat zijn dagzijde heet genoeg is om gesteente te doen smelten. Uit modelberekeningen van de Amerikaanse sterrenkundigen zou dat wel eens een bizarre kringloop kunnen geven. Waar op aarde water verdampt en elders weer neerregent, zou dat op COROT-7b met gesteente gebeuren. De damp die uit de grote gesmolten lavavlakten opstijgt, zou hoog in de atmosfeer afkoelen en weer omlaag komen als een 'hagel' van gesteente.
Meer informatie:
Simulation suggests rocky exoplanet has bizarre atmosphere

24 september 2009
Met de twee 10-meter Keck-telescopen op Mauna Kea, Hawaii, is een dubbele stofschijf ontdekt rond de reuzenster 51 Ophiuchi, op 410 lichtjaar afstand van de zon in het sterrenbeeld Slangendrager. De binnenste stofschijf strekt zich uit tot 600 miljoen kilometer afstand van de ster, en bevat voornamelijk deeltjes groter dan een honderdste millimeter. De buitenste stofschijf strekt zich uit van één miljard tot een kleine 200 miljard kilometer afstand van de ster, en bevat veel kleinere stofjes. Nooit eerder is bij een ster op zo'n relatief grote afstand een stofschijf gevonden die zo compact is als de binnenste schijf rond 51 Ophiuchi. De ontdekking was mogelijk doordat de twee Keck-telescopen via de techniek van de optische interferometrie met elkaar gekoppeld werden, zodat ze even scherp kunnen kijken als een denkbeeldige telescoop met een middellijn van 75 meter.
Meer informatie:
Twin 10-meter Telescopes Spot Double Dust Cloud
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 september 2009
Met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope zijn onverwacht snelle helderheidsvariaties ontdekt in het binnenste deel van de 'protoplanetaire schijf' rond een jonge ster. De waarnemingen kunnen het best verklaard worden door aan te nemen dat zich in de schijf al een volwaardige planeet bevindt. Spitzer heeft vijf maanden lang de infrarode straling bestudeerd van LrLL31, een slechts drie miljoen jaar oude ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Perseus. De infrarode straling is afkomstig van een afgeplatte, roterende gas- en stofschijf rond de ster waaruit planeten kunnen ontstaan. De infraroodstraling uit het binnenste deel van de schijf vertoonde snelle variaties, zowel in helderheid als in golflengte. In sommige gevallen traden meetbare variaties op in een periode van nog geen week. Volgens de onderzoekers, die hun resultaten binnenkort publiceren in Astrophysical Joural Letters , beweegt er mogelijk al een planeet in de schijf, op vrij kleine afstand van de ster - ongeveer 15 miljoen kilometer. Door de zwaartekracht van die begeleider zouden stofdeeltjes in de schijf bijeengeveegd kunnen worden. Wanneer we de roterende schijf min of meer van opzij zien, kan dat tot grote variaties in de waargenomen infraroodstraling leiden.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Spots Clump of Swirling Planetary Material
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 september 2009
Leven op aarde is gebaseerd op koolstofchemie, en vermoedelijk ontstaan in warme oceanen van vloeibaar water. Bij de speurtocht naar mogelijke kosmische bouwstenen voor buitenaards leven en naar bewoonbare planeten bij andere sterren wordt gewoonlijk ook vooral gekeken naar koolstof en water. Een nieuwe interdisciplinaire onderzoeksgroep aan de Universiteit van Wenen wil die blik echter wat verruimen. Onder leiding van Johannes Leitner willen de wetenschappers onderzoeken welke andere vloeistoffen geschikt zijn voor de vorming en het voortbestaan van leven. Ammoniak is bijvoorbeeld vloeibaar bij veel lagere temperaturen dan water. Ook willen Leitner en zijn collega's bestuderen of er alternatieven zijn voor organische koolstofchemie. Op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland, waar de nieuwe onderzoeksgroep vandaag wordt gepresenteerd, laat Leitner al zien dat op koolstofchemie gebaseerd leven zich waarschijnlijk niet kan handhaven in de zwavelzuurhoudende dampkring van Venus. Overigens is de focus op water en koolstof ook weer niet zo kortzichtig. Waterstof, zuurstof en koolstof behoren tot de meest voorkomende elementen in het heelal.
European Planetary Science Congress 2009
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 september 2009
Axel Hagermann en Charles Cockell van de Open University in Milton Keynes, Engeland, hebben een begin gemaakt met het opstellen van een nieuwe 'Drake-formule' om de bewoonbaarheid van planeten bij andere sterren te beschrijven. De Amerikaanse astronoom Frank Drake bedacht een kleine vijftig jaar geleden een beroemd geworden 'formule' om te berekenen met hoeveel inteliigente beschavingen in het Melkwegstelsel (radio-)communicatie mogelijk zou zijn. Omdat de meeste termen en factoren in de formule onbekend waren (en dat in veel gevallen nog steeds zijn) levert de Drake-formule geen eenduidig antwoord op. Maar hij maakt wel duidelijk welke eigenschappen van planeten (en levensvormen) daarbij relevant zijn. Hagermann en Cockell willen nu een soortgelijke formule ontwikkelen om de bewoonbaarheid van een planeet gedetailleerd te beschrijven, en om die vervolgens voor verschillende plaatsen in het Melkwegstelsel met elkaar te vergelijken. Ze werken daarbij met vier criteria: de beschikbaarheid van een oplosmiddel voor chemische reacties (bijvoorbeeld water), de aanwezigheid van de organische bouwstenen voor leven, gunstige condities (zoals temperatuur), en de aanwezigheid van een energiebron. Door die vier criteria gedetailleerd te kwantificeren hopen ze uiteindelijk de bewoonbaarheid van verschillende plaatsen op aarde of van verschillende exoplaneten in het Melkwegstelsel nauwkeurig met elkaar te kunnen vergelijken. De eerste ideeën over de nieuwe Drake-formule worden vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland.
European Planetary Science Congress
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 september 2009
Metingen met de Europese 3,6-meter telescoop in Chili hebben uitgewezen dat exoplaneet CoRoT-7b uit gesteenten en metalen is opgebouwd, net als de aarde. CoRoT-7b, die in een zeer kleine baan rond een ster cirkelt op 500 lichtjaar afstand van de aarde, is daarmee de eerste bevestigde 'aarde-achtige' exoplaneet. De planeet werd door de Europese ruimtetelescoop CoRoT ontdekt. Doordat hij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt, en daarbij een klein beetje licht onderschept, was het mogelijk de middellijn te bepalen: ongeveer 80 procent groter dan die van de aarde. Uit metingen aan de minieme schommelingen van de ster zelf is nu ok de massa afgeleid: 4,8 keer zo zwaar als de aarde. Door die twee gegevens met elkaar te combineren kon de dichtheid van de planeet berekend worden. Daaruit blijkt dat hij uit zware elementen moet bestaan, zoals gesteenten en metalen. Door de kleine afstand tot de moederster (2,5 miljoen kilometer) is de temperatuur op de 'super-aarde' zeer hoog, ca. 2000 graden, waardoor er geen leven op CoRoT-7b mogelijk is. De nieuwe metingen hebben ook een tweede planeet in het stelsel aan het licht gebracht. Die is ruim acht keer zo zwaar als de aarde, en beweegt op een drie maal zo grote afstand.
Meer informatie:
First Solid Evidence for a Rocky Exoplanet
Vakpublicatie over de ontdekking
CoRoT
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 september 2009
Eerder dit jaar werd de Amerikaanse Kepler-satelliet gelanceerd, die planeten bij andere sterren moet vinden door sterren op te sporen die kleine, regelmatige helderheidsfluctuatie vertonen. De kans dat daarbij leefbare werelden ontdekt worden, leek niet groot. Onleefbaar grote exoplaneten zijn nu eenmaal veel makkelijker te vinden dan kleine, aarde-achtige planeten. Volgens Britse sterrenkundigen zou Kepler echter ook manen bij exoplaneten kunnen opsporen. Uit computersimulaties blijkt namelijk dat een exomaan van 0,2 aardmassa een Saturnus-achtige exoplaneet al zodanig hard heen en weer trekt, dat dit in de door Kepler verzamelde baangegevens van de exoplaneet te zien moet zijn. Zulke exomanen zouden het arsenaal van leefbare werelden aanzienlijk kunnen vergroten.
Meer informatie:
Will Kepler find habitable moons?

28 augustus 2009
De stofschijven rond sterren, waarin planeten kunnen ontstaan, hebben de meest vreemde vormen. Volgens Amerikaanse sterrenkundigen zijn deze het resultaat van de beweging van de centrale ster door de ruimte (The Astrophysical Journal, 1 september). Zo'n protoplanetaire schijf bestaat voor een belangrijk deel uit fijne stofdeeltjes, en elke keer als de ster met omringende schijf een interstellaire gaswolk passeert, ondervinden deze deeltjes daar hinder van. Welke vorm de schijf vervolgens aanneemt, is afhankelijk van de hoek waaronder hij de gaswolk binnengaat. Als de schijf loodrecht op de bewegingsrichting staat, neemt hij een enigszins komvormig uiterlijk aan, zoals bij de ster HD 61005. Gaat de schijf zijwaarts de gaswolk in, dan ontstaat een asymmetrische schijf. Een en ander blijkt uit onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop.
Meer informatie:
Warped Debris Disks Around Stars Are Blowin’ In The Wind

26 augustus 2009
Sterrenkundigen van de universiteit van St Andrews (Schotland) hebben een opmerkelijke planeet bij een andere ster ontdekt. De reusachtige planeet, die de aanduiding WASP-18b heeft gekregen, draait op zo'n geringe afstand om de ster, dat hij er binnen afzienbare tijd op zal neerstorten. WASP-18b is tien keer zo zwaar als Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel, en draait in minder dan een aardse dag om zijn moederster. Daarmee behoort de planeet zonder enige twijfel tot de categorie 'hete Jupiters': zware, hete gasplaneten die op korte afstand om een ster draaien. Door de getijkracht die de ster op de planeet uitoefent, volgt deze laatste een spiraalbaan die uiteindelijk tot zijn ondergang zal leiden. Wanneer het zover zal zijn, is nog onduidelijk: misschien is het al binnen 500.000 jaar zo ver, maar het kan ook nog 500 miljoen jaar duren.
Meer informatie:
Found: The planet that shouldn't exist

12 augustus 2009
Bij een ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand van de aarde is een planeet ontdekt die in de verkeerde richting om zijn ster draait. Het is bovendien de grootste exoplaneet die ooit is waargenomen. De ontdekking van WASP-17b (WASP staat voor Wide Area Search for Planets) wordt binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De planeet is half zo zwaar als Jupiter, maar wel twee keer zo groot. De dichtheid is slechts één zeventigste van die van de aarde. Wat de planeet echter extra bijzonder maakt, is dat hij in de verkeerde richting om zijn moederster draait: niet in dezelfde richting waarin de ster om zijn as draait, zoals gebruikelijk, maar in tegenovergestelde richting. Dat doet vermoeden dat de planeet een ingrijpende baanverstoring heeft ondervonden, mogelijk als gevolg van de nauwe passage van een andere planeet of ster. De grote middellijn van WASP-17b is waarschijnlijk het gevolg van getijdenenergie. De planeet draait in een langgerekte baan, waardoor hij sterk wisselende getijdenkrachten van de moederster ondervindt. De energie die als gevolg daarvan vrijkomt, heeft de gasvormige planeet sterk doen opzwellen.
Een dag na de aankondiging van de ontdekking van WASP-17b meldden twee andere teams van onderzoekers dat ook exoplaneet HAT-P-7b niet netjes in het evenaarvlak van zijn moederster lijkt te bewegen. Hoe de baan van HAT-P-7b dan wél georiënteerd is, is niet helemaal duidelijk, doordat de metingen zeer moeilijk zijn uit te voeren.
Meer informatie:
Huge new planet tells of game of planetary billiards
Nieuwsbericht over HAT-P-7b op website New Scientist

Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 augustus 2009
Twee planeten in een baan rond een andere ster zijn kort geleden op catastrofale wijze met elkaar in botsing gekomen. De brokstukken van die botsing zijn ontdekt door de Amerikaanse Spitzer Space Telescope. De kosmische aanvaring vond plaats op ongeveer honderd lichtjaar afstand van de aarde, bij de ster HD 172555 in het zuidelijke sterrenbeeld Pauw. Uit de Spitzer-waarnemingen blijkt dat hier hooguit een paar honderdduizend jaar geleden (zeer recent naar sterrenkundige begrippen) twee hemellichamen met hoge snelheid op elkaar knalden. Spitzer heeft eerder aanwijzingen gevonden voor botsingen van kleinere planetoïden bij andere sterren. In het geval van HD 172555 gaat het echter om objecten waarvan er een ongeveer zo groot was als de maan en de ander ongeveer zo groot als de planeet Mercurius. Ze moeten met een onderlinge snelheid van minstens tien kilometer per seconde op elkaar zijn gebotst. Daarbij werd het kleinere hemellichaam volledig verpulverd. Een groot deel van de gesteenten waaruit de twee planeten bestonden, verdampte in korte tijd. Uit de infraroodmetingen van Spitzer is de aanwezigheid van grote hoeveelheden stof, puin en gruis afgeleid - de tastbare overblijfselen van de kosmische botsing. Daarnaast ontdekte Spitzer grote hoeveelheden amorf silicaat - glasachtige structuren die ontstaan wanneer druppels gesmolten lava afkoelen en stollen. Ook komt er rond de ster veel gasvormig siliciumoxide voor - een aanwijzing dat er veel gesteente is verdampt. De Spitzer-waarnemingen worden op 20 augustus gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Ze zijn alleen te verklaren door aan te nemen dat er in het recente verleden een catastrofale planetaire botsing heeft plaatsgevonden.
Meer informatie:
Planet Smash-Up Sends Vaporized Rock, Hot Lava Flying
Animatiefilmpje van de botsing (.mov, 25 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 augustus 2009
De aarde is de enige bekende planeet waarop leven voorkomt. Maar sterrenkundigen komen langzaam maar zeker tot de conclusie dat de aarde eigenlijk niet de optimale planeet is voor het ontstaan en het voortbestaan van leven. Bovendien is ook de zon niet de meest optimale ster. Een zwaardere planeet in een baan rond een lichtere ster zou een veel gastvrijere locatie zijn voor de vorming van leven. Tijdens de driejaarlijkse algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie, die momenteel gehouden wordt in Rio de Janeiro, werd een aparte sessie gewijd aan de invloed van de eigenschappen van sterren op de bewoonbaarheid van bijbehorende planeten. Volgens Ed Guinan van de Villanova-universiteit produceren sterren zoals de zon in hun jeugd veel meer gevaarlijke röntgenstraling en energierijke deeltjes die schadelijk zijn voor levende organismen. Die hogere activiteit is het gevolg van een sterker magnetisch veld, dat weer veroorzaakt wordt doordat sterren kort na hun ontstaan sneller roteren. Sterren die lichter zijn dan de zon (oranje dwergsterren, ook wel K-dwergen genoemd) hebben daar tijdens hun jeugd ook wel last van, maar hebben een veel langere levensduur, waardoor er meer tijd is voor de vorming en evolutie van leven op een bijbehorende planeet. Volgens Jean-Mathias Griessmeier van de stichting ASTRON in Nederland is ook het magnetisch veld van een planeet van groot belang voor de bewoonbaarheid. Het beschermt de planeet tegen kosmische straling, en het draagt er tevens toe bij dat de planeet zijn dampkring minder snel verliest. Een planeet die twee à drie keer zo zwaar is als de aarde, ontwikkelt een sterker magnetisch veld en heeft bovendien een sterker zwaartekrachtsveld, waardoor de dampkring gemakkelijker behouden wordt. Leven zou dus betere overlevingskansen hebben op een planeet die zwaarder is dan de aarde en die een baan beschrijft rond een ster die lichter is dan de zon. Zulke sterren zijn ongeveer tien keer zo talrijk als zonachtige sterren.
Meer informatie:
The violent youth of solar proxies steer course of genesis of life
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 augustus 2009
De Amerikaanse Kepler-satelliet, die op 6 maart 2009 gelanceerd werd en jacht gaat maken op aarde-achtige planeten bij andere sterren, heeft de dampkring en de schijngestalten van een reeds bekende exoplaneet gedetecteerd. Het gaat om HAT-P-7b, een Jupiter-achtige planeet die elke 2,2 dagen een kleine cirkelbaan beschrijft rond een ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand. Tijdens de testfase van de Kepler-telescoop zijn precisiemetingen verricht aan het gecombineerde licht van de ster en de bijbehorende planeet. Niet alleen was daarbij de regelmatig terugkerende planeetovergang zichtbaar (wanneer de planeet gezien vanaf de aarde voor de ster langs beweegt en een deel van het sterlicht tegenhoudt), maar ook de bedekking van de planeet door de ster, een halve omloop later, die tot een veel kleinere helderheidsvariatie leidt. Bovendien registreerde Kepler in de tussenliggende periode een heel subtiele variatie in de totale hoeveelheid ontvangen straling, veroorzaakt door de schijngestalten van de planeet. Uit de metingen kon afgeleid worden dat de planeet een dampkring heeft met aan de dagzijde een temperatuur van ongeveer 2375 graden Celsius, en dat er vrijwel geen warmtetransport plaatsvindt naar de nachtzijde. Soortgelijke metingen (aan een andere exoplaneet) werden eerder dit jaar gerapporteerd door Leidse astronomen, die gebruik maakten van een veel grotere telescoop op aarde. De Kepler-metingen zijn zo nauwkeurig dat er niet meer aan wordt getwijfeld dat de satelliet de komende drieenhalf jaar aarde-achtige planeten moet kunnen ontdekken, als die tenminste bestaan.
Meer informatie:
NASA's Kepler Spies Changing Phases on a Distant World
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 juni 2009
Het Space Telescope Science Institute (STScI) in Baltimore doet mee aan de jacht op planeten ter grootte van de aarde die om andere sterren draaien. Het STScI fungeert namelijk als datacentrum voor de NASA-satelliet Kepler, die op 19 juni zijn eerste ruwe meetgegevens heeft afgeleverd. De keuze voor dit instituut was een logische, omdat dit ervaring heeft met de verwerking van de enorme gegevensstroom van de Hubble-ruimtetelescoop. In het STScI worden de ruwe Kepler-gegevens omgezet in zogeheten FITS-bestanden die door onderzoekers kunnen worden geanalyseerd. Kepler zal de komende drieënhalf jaar meer dan 100.000 zonachtige sterren in de gaten houden. Gelet wordt op kleine, regelmatige helderheidsfluctuaties van deze sterren, die erop kunnen duiden dat er één of meer planeten voor de ster langs bewegen. In het geval van een planeet ter grootte van de aarde zal de helderheidsafname minder dan een honderdste procent bedragen. Dat is vergelijkbaar met de lichtafname die een vlo geeft als hij op de brandende koplamp van een auto gaat zitten.
Meer informatie:
STScI Joins the Search for Other Earths in Space

10 juni 2009
Bij de zoektocht naar exoplaneten waarop leven mogelijk is, staat het begrip 'leefbare zone' centraal. Dat wil zeggen: de zone rond een ster waar het precies warm genoeg is om water op een planeetoppervlak in vloeibare toestand te houden. Bij zwakke sterren, zoals de veel voorkomende rode dwergen, ligt die leefbare zone op slechts enkele miljoenen kilometers de ster. Uit nieuwe berekeningen blijkt nu dat de getijkrachten op die kleine afstand zo groot zijn, dat je eigenlijk niet van een leefbare situatie kunt spreken. De tektonische activiteit op een eventuele planeet zou dermate groot zijn, dat het oppervlak voortdurend aan vulkanisme onderhevig is. De situatie op zo'n planeet zou goed vergelijkbaar zijn met die op de grote Jupitermaan Io, die zo'n grote vulkanische activiteit kent, dat zijn complete oppervlak in minder dan een miljoen jaar compleet 'ververst' wordt. Uit het rekenmodel blijkt dat de bijdrage van getijkrachten aan de inwendige warmte van een planeet niet groter dan een kwart mag zijn om van een leefbare planeet te kunnen spreken.
Meer informatie:
New definition could further limit habitable zones around distant suns

10 juni 2009
Onderzoekers van het Instituto de Astrofísica de Canarias hebben de aardatmosfeer geanalyseerd door naar een totale maansverduistering te kijken. Het zwakke schijnsel dat de maan op zo'n moment afgeeft, bestaat uit zonlicht dat door de aardatmosfeer is gegaan. Door dit licht spectroscopisch te onderzoeken, kon worden aangetoond dat de aardatmosfeer zuurstof, kooldioxide, water en andere verbindingen bevat die op de aanwezigheid van leven duiden. Zelfs een betrekkelijk schaars molecuul als methaan was duidelijk in het spectrum terug te vinden (Nature, 11 juni). Volgens de onderzoekers wijst het onverwachte gemak waarmee deze bestanddelen konden worden aangetoond erop, dat het spectroscopisch opsporen van leven op exoplaneten wel eens makkelijker zou kunnen zijn dan tot nog toe werd gevreesd. Ruim vijftig van de bijna 350 planeten die tot nog toe bij andere sterren ontdekt zijn, bewegen tijdens elke omloop vanaf de aarde gezien voor hun moederster langs. Op zo'n moment gaat het licht van de ster door de atmosfeer van de planeet, waardoor deze laatste daarin zijn (spectroscopische) sporen achterlaat - net als de aardatmosfeer in het spectrum van de totaal verduisterde maan. Door de spectra van de ster vóór en na zo'n planeetovergang met elkaar te vergelijken, kan worden vastgesteld wat de bijdrage van de planeetatmosfeer is. En eventueel aanwezige zuurstof, kooldioxide, water of methaan zouden wel eens prominent in dat spectrum te zien kunnen zijn.
Meer informatie:
Lunar eclipse observations give insights for finding new Earths

10 juni 2009
Met behulp van de Submillimeter Array-radiotelescoop op Hawaï is een roterende moleculaire schijf ontdekt rond de jonge dubbelster V4046 Sagittarii. De gemaakte beelden laten zien dat de schijf op een afstand van ongeveer 5 miljard kilometer van de beide sterren begint en zich uitstrekt tot ongeveer 50 miljard kilometer. Dat ook dubbelsterren omgeven kunnen zijn door een materieschijf was al langer bekend, maar dit is wel een bijzonder geval. De beide sterren van V4046 Sagittarii draaien op een onderlinge afstand van slechts 7 miljoen kilometer om elkaar en naar schatting 12 miljoen jaar geleden ontstaan. Dat maakt ze oud voor een materieschijf van dit type, omdat de vorming van (zware) planeten volgens de bestaande inzichten niet veel meer dan een paar miljoen jaar hoeft te duren.
Meer informatie:
Radio Telescope Images Reveal Planet-Forming Disk Orbiting Twin Suns

10 juni 2009
Een team van Italiaanse wetenschappers denkt weer een planeet te hebben opgespoord die rond een andere ster draait. Maar anders dan de meer dan 300 andere exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, bevindt deze zich niet in ons Melkwegstelsel. Zijn moederster zou deel uitmaken van het bekende Andromedastelsel (M31). De methode waarmee de mogelijke exoplaneet is opgespoord, is dezelfde als waarmee in de halo van ons Melkwegstelsel naar donkere objecten wordt gezocht: gravitationele microlensing. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat licht van een achtergrondster door het zwaartekrachtsveld van een ster die er precies voorlangs beweegt wordt afgebogen en versterkt. Op die manier zijn de laatste jaren al verscheidene sterren in M31 waargenomen. De helderheid van sterren die door het microlenseffect worden versterkt, volgt in de loop van de dagen een karakteristiek verloop. Maar soms vertoont zo'n lichtkromme een kleine afwijking. Onderzoekers van het Istituto Nazionale di Fisica Nucleare in Rome hebben nu berekend hoe een mircolenslichtkromme er uit zou zien als het voorgrondobject (de 'lens') een planeet als begeleider heeft. En daarbij bleek dat het licht van een van de sterren in het Andromedastelsel in 2004 een helderheidsverloop heeft laten zien dat op de aanwezigheid van een planeet bij de lensster zou kunnen duiden. De best passende combinatie is die van een dwergster van een halve zonsmassa en een zware planeet van ruim zes Jupitermassa's. Eerder was de afwijkende lichtkromme geïnterpreteerd als die van een lichte dubbelster. Verificatie van dit eenmalige verschijnsel is helaas niet mogelijk. Maar volgens de onderzoekers is het slechts een kwestie van tijd voor er met zekerheid een exoplaneet in de Andromedanevel wordt opgespoord.
Meer informatie:
Pixel-lensing as a way to detect extrasolar planets in M31 (pdf)

28 mei 2009
Amerikaanse sterrenkundigen zijn er in geslaagd om een planeet bij een andere ster te ontdekken door heel nauwkeurig de beweging van de ster te volgen. Als er een planeet om een ster draait, wordt deze laatste een beetje heen en weer getrokken. Dat zou je in principe moeten terugzien in de beweging van de ster langs de hemel, maar het effect is zo klein dat het tot dusverre niet was gelukt om op die manier de aanwezigheid van een planeet aan te tonen. Daar is nu dus verandering in gekomen. Een tweetal sterrenkundigen van het Jet Propulsion Laboratory van NASA heeft de afgelopen twaalf jaar, met onderbrekingen, met de 5-meter telescoop op Palomar Mountain metingen gedaan aan een dertigtal nabije sterren. En één daarvan, de onooglijke rode dwergster VB 10 in het sterrenbeeld Arend, blijkt inderdaad een schommelende beweging te vertonen. Om het sterretje draait dan ook een planeet die maar liefst zes keer zo zwaar is als de planeet Jupiter. Hoewel VB 10 toch nog aanzienlijk zwaarder is dan zijn planeet, zijn beide vergelijkbaar van omvang. Het is voor het eerst dat met deze techniek, die astrometrie wordt genoemd, een planeet bij een andere ster is ontdekt. Weliswaar dacht de Nederlands/Amerikaanse astronoom Peter van de Kamp al bijna vijftig jaar geleden dat hij door middel van astrometrie een planeet had ontdekt bij de nabije Ster van Barnard, maar dat feest ging niet door: het was niet de ster die schommelde, maar Van de Kamps telescoop. Overigens zijn de afgelopen vijftien jaar wel ruim 300 planeten bij andere sterren opgespoord met andere technieken dan deze.
Meer informatie:
Planet-Hunting Method Succeeds at Last

27 mei 2009
Leidse sterrenkundigen laten voor het eerst zien dat een planeet rondom een andere ster dan de zon net zulke schijngestalten vertoont als onze maan. De exoplaneet, CoRoT-1b, staat op zo'n 1600 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Eenhoorn, en is ontdekt door de Frans/Europese CoRoT-satelliet. De resultaten van de Leidse onderzoekers worden aanstaande donderdag gepubliceerd in het tijdschrift Nature. Uit de waarnemingen van CoRoT maken de astronomen op dat de nachtzijde van de planeet compleet donker is, terwijl de dagzijde sterk wordt opgewarmd door de ster, tot waarschijnlijk zo'n 2000 graden Celsius. 'De afstand van CoRoT-1b tot de ster is dan ook minder dan 3 procent van de afstand aarde-zon', zegt Ignas Snellen, die het onderzoek heeft geleid. Gedurende de 36 uur dat de planeet om de ster draait, zien de astronomen afwisselend de lichte dagzijde en de donkere nachtzijde van de planeet. Omdat de ster zo'n 10.000 keer helderder is dan de planeet, zien ze het systeem bij elkaar steeds éénhonderdste van een procent lichter en donkerder worden. 'Een ongelooflijk precieze meeting, waarvoor het team rondom de CoRoT-satelliet alle credit moet krijgen', aldus Snellen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

26 mei 2009
Sterrenkundigen hebben tot nog toe meer dan 300 exoplaneten (planeten buiten ons zonnestelsel) opgespoord. De meeste van die planeten bestaan grotendeels uit gas en zijn te heet of te koud voor de aanwezigheid van vloeibaar water. Maar binnen afzienbare tijd zullen planeten worden ontdekt waar de omstandigheden veel meer op die van onze aarde lijken. Het nare is alleen dat die planeten zich zelfs op de beste opnamen slechts als een nietig stipje zullen vertonen. Toch denken NASA-wetenschappers dat het mogelijk moet zijn om vast te stellen of er oceanen op die verre werelden zijn. Dat zou dan moeten gebeuren aan de hand van de kleur van deze nietige stipjes. Omdat oceanen een blauwere tint hebben dan continenten, zou een 'aardachtige' exoplaneet door zijn rotatie regelmatige kleurveranderingen vertonen. Bij wijze van proef hebben de wetenschappers de voorgestelde waarneemtechniek getest door de ruimtesonde Deep Impact/EPOXI van een afstand van tientallen miljoenen kilometers naar de aarde te laten kijken. En daarbij werden inderdaad oceanen en continenten op onze planeet 'ontdekt'.
Meer informatie:
EPOXI Team Develops New Method to Find Alien Oceans;

19 mei 2009
SETI@home, een internationaal project waarbij thuiscomputers worden ingezet voor de speurtocht naar signalen van buitenaardse intelligentie, viert deze week zijn tiende verjaardag. SETI staat voor Search for Extra-Terrestrial Intelligence - de speurtocht naar buitenaardse intelligentie. Het SETI@home-project werd op 17 mei 1999 gelanceerd. Op de website van het project kan gratis software worden gedownload die het mogelijk maakt om met de eigen pc te helpen zoeken naar kunstmatige radiosignalen in enorme hoeveelheden waarnemingsgegevens die verkregen zijn met o.a. de 300 meter grote radiotelescoop van Arecibo op Puerto Rico. De software werkt in de 'screen save-modus': alleen als de gebruiker zelf niet op de pc aan het werk is, wordt gebruik gemaakt van de processorcapaciteit. Downloaden van nieuwe waarnemingsgegevens en uploaden van de resultaten van de analyse gebeurt volautomatisch. In de afgelopen tien jaar is de software ruim vijf miljoen maal gedownload; momenteel heeft SETI@home ongeveer 140.000 actieve gebruikers. Buitenaardse beschavingen zijn er nog niet gevonden.
Meer informatie:
SETI@Home celebrates 10th anniversary, though no E.T.'s
SETI@home
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 mei 2009
Al bijna vijftig jaar scant de Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI) de hemel af naar berichten van buitenaardse beschavingen. Tot nu toe zonder succes. Maar stel dat daar ooit verandering in komt... Geven we dan antwoord? En zo ja, hoe luidt dat dan? Om daar meer inzicht in te kunnen krijgen, heeft SETI-wetenschapper Douglas Vakoch 'Earth Speaks' in het leven geroepen. Dat project heeft als doel om suggesties te verzamelen voor berichten die we onze buitenaardse tegenhangers zouden kunnen sturen. Het SETI-instituut zal de vele boodschappen inventariseren en op overeenkomsten en verschillen onderzoeken. Plannen om zelf berichten het heelal in te sturen heeft SETI vooralsnog niet. 'Earth Speaks' is vooral bedoeld om te leren begrijpen hoe de inhoud van een interstellaire boodschap wordt gekleurd door de (culturele) achtergrond van de verzender. Iedereen kan meedoen: http://messages.seti.org.
Meer informatie:
Earth Speaks: Scientists Gather Messages To The Cosmos

13 mei 2009
De NASA-satelliet Kepler is begonnen met zijn zoektocht naar planeten bij andere sterren. De satelliet, die op 6 maart werd gelanceerd, zal de komende drieënhalf jaar meer dan 100.000 sterren in de gaten houden. Kleine, regelmatige fluctuaties in de helderheden van deze sterren kunnen de aanwezigheid van eventuele planeten verraden. Theoretisch zou Kepler op die manier zelfs planeten moeten kunnen opsporen die niet groter zijn dan onze aarde. Maar in eerste instantie zullen het vooral grote planeten zijn die ontdekt worden - dat gaat nu eenmaal een stuk makkelijker. De eerste treffers worden in 2010 verwacht.
Meer informatie:
Let the Planet Hunt Begin

27 april 2009
Planeten die op kleine afstand rond hun moederster bewegen, worden uiteindelijk door de ster opgeslokt als gevolg van sterke getijdenwerking. Dat concluderen Amerikaanse astronomen op basis van onderzoek aan de verdeling van planeetbanen en gedetailleerde computersimulaties. Tot nu toe zijn ongeveer 350 planeten bij andere sterren (exoplaneten) ontdekt. Veel daarvan bewegen op zeer kleine afstand (enkele miljoenen kilometers) rond hun moederster, met omlooptijden van hooguit een paar dagen. Ze kunnen niet zo dicht bij de ster zijn ontstaan; kennelijk vindt er een of andere vorm van migratie plaats. Sterrenkundigen van de Universiteit van Washington en de Universiteit van Arizona hebben nu een verklaring gevonden voor het feit dat er in het geheel geen planeten gevonden zijn op minder dan 2,5 miljoen kilometer afstand van de ster. Zulke planeten oefenen sterke getijdenkrachten uit op hun moederster, en de resulterende vervormingen van de ster leiden ertoe dat de baan van de planeet in hoog tempo kleiner en kleiner wordt. Uiteindelijk wordt de planeet door de getijdenkrachten van de ster uiteengerukt en zal hij door de ster worden opgeslokt. Volgens de onderzoekers zal dat met de recent ontdekte planeet CoRoT-7B binnen hooguit één of twee miljard jaar gebeuren. De opsloktheorie verklaart ook waarom planeten in kleine omloopbanen erg jong zijn: oudere planeten worden eenvoudigweg niet meer aangetroffen omdat ze al door de ster zijn verorberd.
Meer informatie:
Missing planets attest to destructive power of stars' tides
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009
Een Europees team van planetenjagers onder leiding van Michel Mayor van de Universiteit van Genève heeft een exoplaneet gevonden die minder dan twee keer zo zwaar is als de aarde, en vermoedelijk slechts 25 procent groter. Nooit eerder is bij een gewone ster een planeet met zo'n geringe massa gevonden. Op de nieuwe planeet (Gliese 581e genoemd) kan echter geen leven voorkomen: hij beschrijft elke 3,15 dagen een baan rond zijn moederster op een afstand van slechts 4,5 miljoen kilometer, waardoor de oppervlaktetemperatuur te hoog is. De moederster, Gliese 581, is een rode dwergster op 20,5 lichtjaar afstand van de aarde. Eerder heeft Mayors team al drie andere planeten rond deze ster ontdekt: Gliese 581b, c en d. Uit de nieuwste meetgegevens, verkregen met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op Cerro La Silla in Noord-Chili, blijkt dat de buitenste planeet (d) zich in de zogeheten bewoonbare zone bevindt, waar de temperatuur niet te hoog en niet te laag is, zodat er vloeibaar water kan voorkomen. Gliese 581d heeft een omlooptijd van 66,8 dagen en staat op een gemiddelde afstand van 33 miljoen kilometer van zijn moederster. Gliese 581d is echter zeven keer zo zwaar als de aarde, en bestaat vermoedelijk niet volledig uit gesteenten en metalen. Volgens Mayor en zijn collega's is het echter denkbaar dat Gliese 581d een 'waterwereld' is, met een mantel die voor een belangrijk deel uit water bestaat. Het is dus niet uitgesloten dat er op die planeet wél leven voorkomt, hoewel daar tot op heden geen concrete aanwijzingen voor bestaan.
Meer informatie:
Lightest exoplanet yet discovered
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009

Een recent ontdekte exoplaneet die iets groter en zwaarder is dan de aarde, is mogelijkerwijs de kern van een gestripte reuzenplaneet. Dat beweert Helmut Lammer van de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen op basis van computerberekeningen aan exoplaneten die op zeer kleine afstand rond hun moederster draaien. Van de ruim 300 exoplaneten die tot nu toe zijn gevonden, beweegt een groot deel in extreem kleine banen, op slechts een paar miljoen kilometer afstand van de moederster. In verreweg de meeste gevallen gaat het om gasreuzen zoals de planeet Jupiter, die na hun ontstaan op de een of andere manier naar binnen zijn gemigreerd. De berekeningen van Lammer en zijn collega's doen vermoeden dat zo'n 'hete Jupiter' in de loop van de tijd een zeer groot deel van zijn gasmantel kan verliezen onder invloed van de krachtige straling van de ster. Bij sommige explaneten is dat verdampingsproces ook daadwerkelijk waargenomen. Is de afstand tussen planeet en ster kleiner dan drie à vier miljoen kilometer, dan kan de planeet zijn gasmantel zelfs volledig kwijtraken. Lammer denkt dat dat gebeurd is met de recent ontdekte exoplaneet CoRoT-7b, een zogeheten 'super-aarde' die minder dan twee keer zo groot is als onze eigen planeet, en slechts een paar keer zo zwaar. Oorspronkelijk zou CoRoT-7b een Neptunus-achtige planeet geweest kunnen zijn.
Meer informatie:
Mass Loss Leaves Close-In Exoplanets Exposed to the Core
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009
Sterrenkundestudenten van het University College London in Mill Hill, een voorstad van Londen, zijn erin geslaagd de zogeheten overgang van een exoplaneet waar te nemen. Bij zo'n overgang beweegt de planeet - gezien vanaf de aarde - voor zijn moederster langs, waardoor die enige tijd wat zwakker is dan normaal. Het is niet de eerste keer dat studenten belangrijke waarnemingen doen op het gebied van exoplaneten (planeten bij andere sterren dan de zon): twee jaar geleden werd een exoplaneet bij een verre ster ontdekt door bachelorstudenten van de Rijksuniversiteit Leiden, eveneens via de overgangsmethode. De planeetovergang die in de nacht van 13 op 14 februari door Ingo Waldmann, David Kipping en hun begeleider Steve Fossey is waargenomen, met een relatief kleine telescoop van de universiteit, was vooraf voorspeld op basis van eerdere metingen aan de baan van de exoplaneet. Het was echter niet zeker of er daadwerkelijk een overgang zou plaatsvinden: de planeet (HD 80606b geheten) beweegt in een extreem excentrische baan met een omlooptijd van 111 dagen, en de baanhelling was niet nauwkeurig bekend. Uit de metingen is afgeleid dat de planeet ongeveer even groot is als Jupiter. Eerdere metingen hebben al uitgewezen dat hij vier maal zo zwaar is als Jupiter. De buitengewoon langgerekte baan is mogelijk het gevolg van het feit dat de moederster deel uitmaakt van een dubbelstersysteem.
Meer informatie:
London students find Jupiter-sized oddball planet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 april 2009
De Leidse astronoom Dave Lommen heeft ontdekt dat planeetvorming in een protoplanetaire schijf een verbazingwekkend homogeen proces is. Lommen en zijn collega's onderzochten het stof rond een aantal jonge sterren met behulp van de Spitzer Space Telescope en met radiotelescopen. In zo'n afgeplatte protoplanetaire schijf klonteren kleine stofdeeltjes in de loop van de tijd samen tot steeds grotere brokstukken en uiteindelijk tot volwaardige planeten. Bestaande modellen voorspellen dat planeetvorming in twee stappen plaatsvindt: eerst ontstaan planeten in de binnenschijf en pas later ontstaan ze in de buitenschijf. Jonge sterren met de grootste stofdeeltjes in de binnenschijf bleken echter ook reeds de grootste kiezels in de buitendelen te hebben. 'Een bijzonder resultaat', volgens Lommen, 'want hieruit volgt dat planeetvorming niet geleidelijk van binnen naar buiten plaatsvindt, maar overal in de hele schijf gelijktijdig kan optreden.' Lommen promoveert deze week aan de Universiteit Leiden op onderzoek naar het ontstaan van planeten.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 april 2009
Waarnemingen van de Amerikaanse Spitzer Space Telescope doen vermoeden dat ook dode sterren vergezeld worden door planeten. Sterren zoals de zon blazen aan het eind van hun leven hun gasmantels de ruimte in. De kern van de ster schrompelt vervolgens ineen tot een kleine, compacte witte dwerg, die in de loop van miljarden jaren langzaam afkoelt. Spitzer-waarnemingen van witte dwergen hebben nu aan het licht gebracht dat hun oppervlak (dat voornamelijk uit koolstof en zuurstof bestaat) soms 'vervuild' is door zwaardere elementen. Kennelijk daalt er een fijne regen van stofdeeltjes op de sterren neer. Vermoedelijk gaat het om stof van uiteengerukte planetoïden die zich te dicht in het zwaartekrachtsveld van de witte dwerg hebben begeven en uiteengerukt zijn door de sterke getijdenkrachten. Planetoïden zijn de overblijfselen van het ontstaansproces van planeten, dus als er planetoïdenstof bij een witte dwerg gevonden wordt, is de kans groot dat er ooit planeten bij de ster zijn gevormd. Bovendien kunnen de planetoïden alleen zo dicht bij de witte dwerg komen als hun baan verstoord wordt, bijvoorbeeld door de zwaartekrachtsstoringen van grotere planeten. Op basis van de Spitzer-waarnemingen concluderen onderzoekers van de Universiteit van Leicester dat één tot drie procent van alle witte dwergen in het Melkwegstelsel vergezeld zou kunnen worden door planeten.
Meer informatie:
Solar systems around dead suns?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 april 2009
NASA-satelliet Kepler, die op zoek gaat naar planeten bij andere sterren, heeft de eerste foto's gemaakt van het stuk sterrenhemel dat hij in de gaten moet houden. Het betreft een gebied in de sterrenbeelden Zwaan en Lier. Een van de Kepler-opnamen toont zijn complete blikveld, waarin 14 miljoen sterren te zien zijn. Van ruim 100.000 van die sterren wordt de helderheid nauwkeurig in de gaten gehouden, zodat eventuele kleine, regelmatig terugkerende fluctuaties gemeten kunnen worden. Zulke helderheidsdipjes wijzen op het voor de ster langs trekken van een planeet. Op die manier hopen sterrenkundigen de komende drieënhalf jaar honderden nieuwe 'exoplaneten' van uiteenlopende omvang te kunnen opsporen. Maar de komende weken moet eerst nog het instrumentarium van Kepler nauwkeurig worden afgesteld. Pas als dat is gebeurd, kan de planetenjacht beginnen.
Meer informatie:
NASA's Kepler Captures First Views Of Planet-Hunting Territory

8 april 2009
NASA's ruimtetelescoop Kepler, die de komende jaren jacht gaat maken op aarde-achtige planeten bij andere sterren, heeft sinds afgelopen nacht een vrij uitzicht op het heelal. De ovale stofkap van de telescoop, met afmetingen van 1,7 bij 1,3 meter, is in de nacht van 7 op 8 april met succes afgestoten. De stofkap moest de gevoelige optiek en elektronica beschermen tijdens de lancering van de ruimtesonde, op 6 maart. Kepler gaat van honderdduizend sterren nauwkeurig de helderheid in het oog houden. Op die manier kunnen zogeheten planeetovergangen worden ontdekt: minieme helderheidsvariaties die ontstaan wanneer een planeet - gezien vanuit de omgeving van de aarde - precies voor zijn moederster langsbeweegt. De komende weken zullen de detectoren van de Kepler-telescoop nauwkeurig gekalibreerd worden. Daarna gaan de wetenschappelijke waarnemingen van start.
Meer informatie:
Dust Cover Jettisoned From NASA's Kepler Telescope
Kepler
Animatie van het afstoten van de stofkap.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 april 2009
Op planeten die een baan beschrijven rond een koele rode dwergster komt misschien geen leven voor. Dat is de voorzichtige conclusie van Amerikaanse astronomen die onderzoek hebben gedaan aan de samenstelling van protoplanetaire schijven rond jonge sterren. Uit zulke gas- en stofschijven kunnen in een later stadium planeten samenklonteren. De sterrenkundigen bestudeerden 17 schijven rond koele rode en bruine dwergsterren, en 44 schijven rond sterren zoals onze eigen zon, die helderder en heter is. Alle onderzochte sterren hadden leeftijden van hooguit een paar miljoen jaar. In een op de drie schijven rond de zonachtige sterren werd blauwzuur (HCN) aangetroffen - een molecuul dat een essentieel onderdeel vormt van DNA. In de schijven rond de koele dwergsterren blijkt blauwzuur echter in het geheel niet voor te komen. Omdat de basiselementen voor het leven op aarde vermoedelijk uit de ruimte afkomstig zijn (dus uitd e protoplanetaire schijf waaruit de aarde is ontstaan), luidt de voorzichtige conclusie dat er op planeten rond koele dwergsterren misschien nooit leven zal voorkomen. De vorming van blauwzuur in de schijven rond de hetere, zonachtige sterren wordt mogelijk op gang gebracht door de grotere hoeveelheid ultraviolette straling die deze sterren uitzenden. De metingen zijn verricht met NASA's Spitzer Space Telescope; de resultaten zijn op 10 april gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Cool Stars Have Different Mix of Life-Forming Chemicals
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 april 2009
Eén van de drie planeten bij de ster HR 8799, waarvan de ontdekking vorig jaar bekend werd gemaakt, blijkt in 1998 al eens gefotografeerd te zijn door de Hubble-ruimtetelescoop. In dat jaar maakte Hubble infrarood-opnamen in het kader van een zoektocht naar planeten rond jonge, nabije sterren. Die zoektocht leverde niets op - zo leek het tenminste. Toen sterrenkundigen vorig jaar de Gemini North-telescoop op HR 8799 richtten, bleek echter dat deze ster maar liefst drie planeten heeft, elk ruwweg tien keer zo zwaar als 'onze' planeet Jupiter. Dat drievoudige succes was te danken aan een nieuwe methode om de heldere straling van de ster van de opnamen af te trekken, waardoor alleen de zwakke infraroodgloed van de planeten overbleef. Twee Canadese sterrenkundigen besloten onlangs om dezelfde bewerking toe te passen op de tien jaar oude Hubble-opname van HR 8799. En daarbij kwam inderdaad de buitenste van de drie planeten tevoorschijn; de binnenste twee bevonden zich te dicht bij hun ster om op de opname zichtbaar te zijn. De beide sterrenkundigen zijn nu van plan om ook de opnamen die de Hubble-ruimtetelescoop van enkele honderden andere sterren heeft gemaakt nog eens onder de loep te nemen. Wellicht dat nog meer planeten verstoppertje hebben gespeeld.
Meer informatie:
Hubble Finds Hidden Exoplanet In Archival Data

19 maart 2009
Het moment dat sterrenkundigen planeten ter grootte van onze aarde gaan ontdekken, komt steeds dichterbij. Wellicht dat de recent gelanceerde Kepler-satelliet binnen enkele jaren al beet heeft. Maar aantonen dat zo'n planeet leefbaar is en een atmosfeer heeft als de onze, zal veel moeilijker zijn. Volgens Amerikaanse onderzoekers zal zelfs de grote James Webb Space Telescope (JWST), die in 2013 gelanceerd zal worden, de grootst mogelijk moeite hebben om bij zo'n planeet gassen als ozon en methaan te detecteren die een biologische oorsprong kunnen hebben. De atmosfeer van een planeet bij een andere ster laat zich alleen bestuderen als die planeet vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn moederster langs beweegt. Dan absorberen de atmosferische gassen namelijk een klein beetje licht van de ster, waarbij elk gas een specifieke 'vingerafdruk' in het kleurenspectrum van de ster achterlaat. Om de samenstelling van de atmosfeer te kunnen bepalen, zal de JWST honderden van die 'planeetovergangen' moeten waarnemen. En dan nog is er alleen bij de dichtstbijzijnde aarde-achtige planeten kans van slagen. Waarschijnlijk zal het dus nog vele jaren duren voordat er uitsluitsel kan worden gegeven over het bestaan van 'tweeling-aardes'.
Meer informatie:
Finding Twin Earths: Harder Than We Thought!

7 maart 2009
De Amerikaanse ruimtesonde Kepler is zaterdagochtend vroeg om 04.50 uur Nederlandse tijd gelanceerd met een Delta 2-draagraket vanaf het Kennedy Space Center in Florida. De lancering verliep geheel volgens het boekje. De ruimtesonde is eerst in een lage baan rond de aarde gebracht. Met behulp van de derde rakettrap wordt hij vervolgens zo sterk versneld dat hij aan het zwaartekrachtsveld van de aarde ontsnapt en in een eigen baan om de zon terechtkomt. Kepler gaat de komende 3,5 jaar honderdduizend sterren in het oog houden, op zoek naar exoplaneten. Het is de eerste ruimtemissie die in staat zal zijn om planeten zoals de aarde te vinden: kleine, rotsachtige werelden in de bewoonbare zone van hun moederster.
Kepler
NASA TV
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 maart 2009
Het komende etmaal is spannend voor het Amerikaanse ruimteagentschap NASA. Op Cape Canaveral staat een Delta 2 draagraket klaar om de 600 miljoen dollar kostende satelliet Kepler in een baan om de aarde te brengen. Kepler is uitgerust met een telescoop die verre zonnestelsels moet opsporen. De lancering vindt op zijn vroegst komende nacht om 4.49 uur Nederlandse tijd plaats, maar het zou ook een kwartier later kunnen gebeuren. De weersvooruitzichten zijn goed in elk geval. Als de lancering volgens plan verloopt, zal Kepler zich iets meer dan een uur later losmaken van de derde en laatste rakettrap. Vanaf dat moment volgt de satelliet zijn eigen baan om de zon, achter de aarde aan, op een afstand die in de loop van de jaren geleidelijk aan groter wordt. Over ongeveer twee maanden kan Kepler dan aan zijn hoofdtaak beginnen: het meten van de helderheden van 100.000 sterren in de sterrenbeelden Zwaan en Lier. Kleine periodieke afnamen in de sterhelderheden zullen de aanwezigheid van eventuele planeten verraden. De hoop bestaat dat daarbij ook planeten met de eigenschappen van onze aarde worden opgespoord. Maar daar zal pas over een jaar of drie uitsluitsel kunnen worden gegeven.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Set For Launch
Kepler-site NASA
NASA TV (o.m. live-beelden van de lancering)
Finding Earth’s Twin: No Easy Task
Physicsworld maart (gratis pdf)

27 februari 2009
De lancering van de Amerikaanse ruimtesonde Kepler, die oorspronkelijk gepland stond voor de nacht van 5 op 6 maart, is één dag uitgesteld. Kepler gaat de komende drieënhalf jaar honderdduizend sterren nauwgezet in het oog houden, op zoek naar aarde-achtige exoplaneten. Ruimtevaarttechnici willen zich ervan vergewissen dat de Delta II-raket waarmee Kepler wordt gelanceerd geen risico loopt op soortgelijke hardwareproblemen als de Taurus XL-raket die enkele dagen geleden gebruikt werd voor de lancering van NASA's Orbiting Carbon Observatory. Die lancering mislukte doordat de neuskegel van de raket niet succesvol werd afgestoten. Kepler wordt gelanceerd vanaf Cape Canaveral in Florida. Er zijn in de nacht van vrijdag 6 op zaterdag 7 maart twee korte lanceervensters: van 04.49 tot 04.52 uur Nederlandse tijd en van 05.13 tot 05.16 uur Nederlandse tijd.
Meer informatie:
NASA'S Kepler Telescope to Launch Aboard Delta II Rocket
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 februari 2009
Wie er ook twijfelt aan het bestaan van buitenaards leven, onderzoekers van de universiteit van Edinburgh horen daar niet bij. Volgens hen zou het in ons Melkwegstelsel wel eens kunnen wemelen van de intelligente beschavingen. De onderzoekers hebben gekeken welke combinatie van sterren en planeten nodig is om een planetenstelsel tot stand te laten komen waar leven kan ontstaan. De volgende stap was het berekenen van de kans dat dit leven zich ontwikkelt tot een soort die biologisch complex is en met andere buitenaardse beschavingen zou kunnen communiceren. Beide stappen kennen natuurlijk de nodige onzekerheden. We weten niet precies hoe gemakkelijk leven (onder de juiste omstandigheden) kan ontstaan, en nog minder hoe dat leven intelligentie kan ontwikkelen. Maar dat heeft de Schotse onderzoekers er niet van kunnen weerhouden om, op basis van wat we wél weten, een schatting te maken van het huidige aantal intelligente beschavingen in ons Melkwegstelsel. En uit deze schatting rolt een getal dat tussen de 361 en 37.964 ligt.
Meer informatie:
Scientists get the measure of life on other planets;

4 februari 2009
De Franse satelliet COROT heeft de kleinste 'aarde-achtige' planeet buiten het zonnestelsel ontdekt. Het hemellichaam, dat de aanduiding COROT-Exo-7b heeft gekregen, is slechts tweemaal zo groot als de aarde en draait om een zonachtige ster. Daarmee houden de overeenkomsten met onze eigen wereld ook wel op, want op de planeet is heet genoeg om met vloeibare lava bedekt te zijn. COROT kon deze planeet ontdekken doordat deze vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn ster langs beweegt. Daarbij bleek dat zijn omlooptijd slechts 20 uur bedraagt. Zijn afstand tot de ster is dus zeer gering, en dat resulteert in een oppervlaktetemperatuur van 1000 tot 1500 graden.
Meer informatie:
COROT ontdekt kleinste aardachtige exoplaneet tot nu toe

19 januari 2009
In juni 2008 maakten sterrenkundigen de ontdekking bekend van een kleine planeet bij een kleine ster of bruine dwerg op 3000 lichtjaar afstand. De massa van de exoplaneet, met de aanduiding MOA-2007-BLG-192Lb, werd toen nog geschat op drie aardmassa's. Het heeft er nu echter alle schijn van dat de planeet nog aanzienlijk lichter is dan dat. De weegschaal staat nu op 1,4 aardmassa. De planeet werd ontdekt met behulp van microlensing. Daarbij passeert een ster vanaf de aarde gezien precies vóór een andere ster langs. Het licht van de achtergrondster wordt dan afgebogen door de zwaartekracht van de voorgrondster, wat in een enkele dagen durende helderheidstoename van de verre ster leidt. Als er bij de voorgrondster een planeet staat, geeft de zwaartekracht daarvan gedurende een paar uur nog een extra helderheidspiekje. Het is niet eenvoudig om uit die helderheidspieken af te leiden hoe zwaar de beide hemellichamen zijn. Aanvankelijk gingen de onderzoekers er nog van uit dat de ster een bruine dwerg was - een mislukte ster eigenlijk. Maar recentere waarneming wijzen erop dat de ster waarschijnlijk zwaarder is: het zou gaan om een rode dwerg. En in dat geval is de massa van de planeet ruim twee keer zo klein als tot nog toe werd aangenomen. Dit voorjaar zal met de Very Large Telescope opnieuw naar de ster worden gekeken, om zijn massa nauwkeurig vast te stellen.
Meer informatie:
Smallest known planet may actually be Earth-mass

16 januari 2009
Sterrenkundigen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics hebben bij een ster op 120 lichtjaar van de aarde een planeet ontdekt die iets groter en zwaarder is dan de planeet Neptunus. De planeet is ontdekt doordat hij vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn ster langs beweegt, waarbij hij 0,4 procent van het sterlicht tegenhoudt. De naam van de planeet, HAT-P-11b, is afgeleid van het netwerk van automatische telescopen waarmee de ontdekking is gedaan: HATNet. Met dit netwerk zijn tot nog toe elf 'transitplaneten' ontdekt, waarvan HAT-P-11b de kleinste is. De planeet beweegt op kleine afstand om zijn ster, heeft een omlooptijd van 4,88 dagen en een temperaturen van ongeveer 600 graden Celsius. Er zijn overigens aanwijzingen dat er nóg een planeet om deze ster draait, maar dat moet nog bevestigd worden.
Meer informatie:
Transit Search Finds Super-Neptune

14 januari 2009
Het is astronomen gelukt om met een telescoop vanaf de aarde warmtestraling van twee verschillende exoplaneten waar te nemen. De resultaten worden deze week gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics door twee onafhankelijke onderzoeksgroepen, waarvan één van de Universiteit Leiden. De gemeten straling duidt er op dat op de 'Leidse planeet' een temperatuur heerst van meer dan 1700 graden Celsius. Het team van de Sterrewacht Leiden, bestaande uit Ernst de Mooij en Ignas Snellen, heeft met behulp van de William Herschel Telescope op het Canarische Eiland La Palma voor het eerst vanaf de aarde een zogenoemde secundaire eclips waargenomen van de planeet die draait rond de ster TrES-3. TrES-3 staat op 800 lichtjaar afstand van de aarde in het sterrenbeeld Hercules. De planeet schuift eens in de 31 uur precies voor zijn moederster langs en verduistert daarbij een klein beetje van het sterlicht. De Leidse astronomen hebben de secundaire eclips gemeten, het moment dat de planeet achter de ster langs schuift, waarbij het planeetlicht wordt verduisterd. Dit licht komt van de warme gloed van de planeet. De planeet is zo warm omdat hij heel dicht bij de ster staat, 40 keer dichter bij zijn ster dan dat de aarde bij de zon staat. De tweede studie is uitgevoerd door David Sing van het Observatoire de Paris, en Mercedes Lopez-Moralez van het Carnegie Institution of Washington. Zij bestudeerden exoplaneet OGLE-TR-56b. Deze waarnemingen zijn op nog kortere golflengten gedaan en duiden op een nog hetere planeet dan TrES-3b.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
First ground-based detection of light from transiting exoplanets
Astronomers Observe Heat From Hot Jupiter
Exoplanet atmospheres detected from earth

vervolg archief exoplaneten