In deze rubriek komen aan bod: exoplaneten (planeten die rond andere sterren dan de zon draaien), het planeetvormingsproces (stofschijven e.d.), en de speurtocht naar buitenaardse beschavingen (SETI).
12 juni 2013
Astronomen hebben aanwijzingen gevonden dat er ver van de ster TW Hydrae een planeet aan het ontstaan is. De planeet-in-wording bevindt zich op een afstand die bijna drie keer zo groot is als de afstand tussen de zon en Neptunus – de buitenste ‘echte’ planeet van ons zonnestelsel. TW Hydrae is een kleine, koele ster die omgeven is door een grote schijf van restmaterie – gas en stof dat is overgebleven na de geboorte van de ster, ongeveer tien miljoen jaar geleden. Met de Hubble-ruimtetelescoop is in die circumstellaire schijf een relatief lege zone ontdekt op 12 miljard kilometer van de ster. Modelberekeningen laten zien dat in de ongeveer 3 miljard brede gordel een planeet van 6 tot 28 aardmassa’s zou kunnen ontstaan. De ontdekkers zijn verrast dat op zo’n grote afstand van de ster een relatief kleine planeet-in-wording zou kunnen bestaan. Volgens de gangbare scenario’s kunnen zulke lichte planeten niet op zo’n grote afstand van een lichte ster ontstaan. Planeetvorming – het geleidelijk samenklonteren van stof, gesteenten en gas – is meer iets voor de nabijere omgeving van een ster. (EE)
→ Exoplanet Formation Surprise
12 juni 2013
Een Japans onderzoeksteam heeft voor de eerste keer de atmosfeer van de exoplaneet GJ3470b onderzocht. Uit de waarnemingen, die gedaan zijn met twee telescopen van de Okayama Astrophysical Observatory, blijkt dat deze zeer hete planeet waarschijnlijk geen dicht wolkendek heeft. GJ3470b draait om een ster in het sterrenbeeld Kreeft en is 'maar' 14 keer zo zwaar als onze planeet. Daarmee is hij de op één na lichtste exoplaneet die tot nu toe is opgespoord. De omlooptijd van GJ3470b bedraagt slechts iets meer dan drie dagen. Dat betekent dat de afstand tussen hem en zijn moederster heel klein is: enkele miljoenen kilometers. Vanwege de hoge temperaturen die dat oplevert wordt de planeet ook wel een 'hete Neptunus' genoemd, al omschrijven de Japanse astronomen hem liever als een 'superaarde'. Op de momenten dat de planeet voor zijn ster langs schuift, kan worden gemeten of zijn atmosfeer bepaalde golflengten uit het spectrum van de ster absorbeert of verstrooit. De Japanse waarnemingen laten zien dat de schijnbare afmetingen van de planeet op nabij-infrarode golflengten kleine verschillen vertonen. Dikke bewolking zouden dit effect, dat wordt toegeschreven aan de atmosferische absorptie, maskeren. Het lijkt er dus op dat het altijd zonnig is op GJ3470b. Zonnig, maar veel te heet. (EE)
→ Sunny Super-Earth?
12 juni 2013
Steeds vaker wordt de hulp van het grote publiek gezocht bij het verwerken van grote hoeveelheden wetenschappelijke gegevens. Het succesvolle Zooniverse heeft inmiddels al bijna een miljoen deelnemers. Een nieuwe trend is dat geprobeerd wordt om nieuwe onderzoeksprojecten op te starten door middel van crowdfunding. Twee recente voorbeelden op dit gebied zijn Lone Signal en Arkyd. De eerste heeft tot doel om voortdurend signalen uit te zenden naar planetenstelsels waar zich intelligent leven kan hebben ontwikkeld. Arkyd wil een eigen satelliet lanceren om naar planeten bij andere sterren te zoeken. Lone Signal is een initiatief van de Amerikaanse astrobioloog Jacob Haqq-Misra. Hij en zijn team van wetenschappers en ondernemers willen een stroom berichten sturen naar de nabije ster Gliese 526, waar mogelijk leefbare planeten omheen cirkelen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een oude NASA-radioschotel in Californië. Iedereen die dat wil kan gratis een tweet met het datasignaal van Lone Signal meesturen. Tegen een vergoeding kunnen ook grotere berichten of foto's worden verzonden. Het Arkyd-project is een reactie op de problemen met de NASA-satelliet Kepler, die de speurtocht naar exoplaneten ernstig vertragen. Net als Kepler zou de Arkyd-satelliet gaan letten op planeetovergangen ('transits') bij sterren. Dat zijn kleine, regelmatige 'dipjes' in de helderheid van de ster waaruit onder meer grootte en omlooptijd van de betreffende planeet kunnen worden afgeleid. Arkyd streeft naar een startkapitaal van minstens een miljoen dollar, dat al bijna binnen is. Maar eigenlijk is voor het project minimaal het dubbele nodig: belangstellenden kunnen geld doneren via de eind mei gestarte Kickstarter-campagne. (EE)
6 juni 2013
Astronomen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in het noorden van Chili een gebied in de schijf rond een jonge ster ontdekt waar stofdeeltjes bezig zijn om samen te klonteren. In deze ‘stofval’ kunnen de minuscule deeltjes zo groot worden dat er uiteindelijk objecten van komeetformaat kunnen ontstaan. De resultaten van het onderzoek, onder leiding van de Leidse promovenda Nienke van der Marel, verschijnen morgen (7 juni) in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Astronomen weten inmiddels dat planeten bij andere sterren talrijk zijn en dat veel jonge sterren zijn omgeven door een schijf van gas en stof. Ze begrijpen echter nog niet helemaal hoe het fijne stof in zo'n schijf uiteindelijk in planeten kan veranderen. Computermodellen laten zien dat stofdeeltjes die met elkaar in botsing komen aan elkaar vast kunnen blijven plakken. Maar als deze grotere korrels weer met hoge snelheid botsen, spatten ze vaak uiteen. En zelfs wanneer dit niet gebeurt, zouden de grotere deeltjes volgens de modellen door de wrijving met het stof en gas in de schijf snel naar binnen toe migreren en op hun moederster vallen vóórdat ze nog groter zijn geworden. Op de een of andere manier moeten er dus veilige havens bestaan waar stofdeeltjes kunnen blijven groeien totdat ze groot genoeg zijn om zelfstandig te kunnen overleven. Het bestaan van zulke ‘stofvallen’, die bijvoorbeeld het gevolg kunnen zijn van wervelingen in de schijf, was al theoretisch voorspeld, maar tot nu toe waren ze nog nooit waargenomen. Nienke van der Marel heeft samen met haar teamleden ALMA ingezet om de ster Oph-IRS 48 te onderzoeken. Daarbij hebben ze ontdekt dat deze jonge ster is omgeven door een schijf van gas met een centraal gat dat waarschijnlijk is schoongeveegd door een (nog) niet waarneembare planeet of begeleidende ster. Eerdere waarnemingen met de Europese Very Large Telescope hadden al laten zien dat ook uiterst fijne stofdeeltjes zo’n ringstructuur hebben gevormd. Maar uit de nieuwe ALMA-gegevens blijkt dat grotere stofdeeltjes, met afmetingen van millimeters, een heel andere verdeling laten zien. De grovere deeltjes vormen geen complete ring, maar beperken zich tot een segment daarvan. Hierdoor is op de ALMA-beelden een structuur te zien die aan een enorme cashewnoot doet denken. Dit is een gebied waar grotere stofdeeltjes als het ware in de val lopen en door onderlinge botsingen nog groter kunnen worden – precies waar theoretici naar op zoek waren. De omstandigheden in deze 'stofval' zijn zodanig dat de deeltjes tot kometen kunnen uitgroeien. (EE)
→ ALMA ontdekt kometenfabriek
6 juni 2013
Nieuw onderzoek, op basis van gegevens van de Kepler-satelliet, wijst erop dat 'hete Jupiters' pas heel laat door hun moederster worden opgegeten. De planeten blijven steken in een krappe omloopbaan die miljarden jaren tamelijk stabiel blijft. Hete Jupiters zijn zware gasplaneten die op kleine afstand om hun ster cirkelen. Dat is waarschijnlijk niet de plek waar ze ontstaan zijn: net als de planeet Jupiter in ons zonnestelsel zijn ze op ruime afstand van de ster geboren. Pas later zijn de planeten, om redenen die nog niet goed begrepen worden, naar het centrum gemigreerd. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat dit migratieproces niet bij de ster eindigt, maar kort voordien stopt. Doorgaans dwingen getijkrachten de planeet net op tijd in een stabiele cirkelbaan met een omlooptijd van enkele dagen. Eerder bestond nog het vermoeden dat de planeten door het magnetische veld van de ster werden tegengehouden of dat hun migratie stopt zodra ze het lege hart bereiken van de protoplanetaire schijf waarin ze geboren zijn. Dat die beide laatste theorieën waarschijnlijk niet kloppen volgt uit een analyse van de omloopbanen van duizenden (kandidaat-)planeten. Daarbij is gekeken naar hoe de afstanden tussen de planeten en hun sterren correleren met de massa van de ster. Anders dan de beide andere theorieën voorspelde de getijkrachttheorie dat de hete Jupiters van de zwaarste sterren gemiddeld een wijdere omloopbaan volgen. En dat blijkt inderdaad zo te zijn. (EE)
→ Stars Don't Obliterate Their Planets (Very Often)
4 juni 2013
Promovenda Karen Collins van de universiteit van Louisville heeft een hete exoplaneet ter grootte van Saturnus ontdekt bij een zonachtige ster in het sterrenbeeld Haar van Berenice. Het instrument waarmee de planeet is ontdekt, de Kilodegree Extremely Little Telescope (KELT), is in feite niet veel meer dan een digitale camera met een lichtsterke lens die autonoom functioneert. Met KELT wordt een aantal hemelgebieden met grote regelmaat gefotografeerd om sterren op te sporen die met vaste tussenpozen een beetje minder helder zijn dan normaal. In sommige gevallen worden zulke helderheidsdipjes veroorzaakt doordat er vanaf de aarde gezien een planeet voor zijn moederster langs schuift. Dezelfde opsporingsmethode wordt ook gebruikt door de onlangs in problemen geraakte Kepler-satelliet. Planeet KELT-6b bevindt zich op een afstand van 700 lichtjaar en draait in iets minder dan acht dagen om zijn ster. Dat betekent dat een 'jaar' op deze planeet niet veel langer dan een aardse week duurt. Gedurende elke omloop bevindt hij zich ongeveer vijf uur vóór zijn ster. Vervolgonderzoek met de grote Keck-telescoop op Hawaï heeft geleerd dat KELT-6b weinig elementen zwaarder dan waterstof en helium bevat. In dat opzicht lijkt hij op HD 209458b, een uitvoerig onderzochte exoplaneet die al in 1999 werd ontdekt. Collins, die haar ontdekking vandaag heeft gepresenteerd op de 222ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Indianapolis, hoopt binnenkort nog het bestaan van een tweede planeet bij de ster KELT-6 te kunnen bevestigen. (EE)
→ Little Telescope Discovers Metal-Poor Cousin Of Famous Planet
4 juni 2013
Uit waarnemingen met de 4-meter Mayall-telescoop op Kitt Peak (Arizona) blijkt dat veel van de sterren waarbij de Kepler-satelliet planeten heeft ontdekt wat groter zijn dan tot nu werd aangenomen. Dat betekent automatisch dat ook de afmetingen van hun planeten onderschat zijn. Het nieuwe onderzoek laat zien dat een kwart van de 'Kepler-sterren' minstens 35% groter is dan gedacht. Omdat de afmetingen van hun planeten worden afgeleid uit de hoeveelheid sterlicht die deze wegnemen op het moment dat zij voor hun ster langs bewegen, moeten ook die naar boven toe worden bijgesteld. En dat heeft weer tot gevolg dat de Kepler-catalogus waarschijnlijk minder kandidaat-planeten van het formaat aarde bevat dan gehoopt. De bijstelling is het gevolg van een andere meetmethode. De geschatte afmetingen van de Kepler-sterren waren afgeleid uit hun kleuren en helderheden. Met de Mayall-telescoop zijn nu meer dan driehonderd van deze sterren spectraal onderzocht, wat nauwkeurigere resultaten oplevert. De astronomen, die hun resultaten vandaag op de 222ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Indianapolis hebben gepresenteerd, zullen de komende tijd nog meer Kepler-sterren opmeten. (EE)
→ Kepler Stars and Planets are Bigger than Previously Thought
4 juni 2013
Hete Jupiters, zware exoplaneten die op zeer kleine afstand om hun moederster cirkelen, zijn mogelijk nog vreemder dan astronomen al dachten. Een nieuw model wijst erop dat zij gedeeltelijk worden verwarmd door elektrische stromen die door het magnetische veld van hun moederster worden veroorzaakt. Een van de bijzondere eigenschappen van de hete Jupiters is dat ze sterk opgezwollen zijn – sterker zelfs dan je op grond van hun kleine afstanden tot hun moedersterren zou verwachten. Dit 'opgeblazen' karakter wordt doorgaans toegeschreven aan processen die de planeet extra opwarmen, zoals getijkrachten of interacties tussen de sterke winden en de magnetische velden die op deze planeten worden verwacht. Maar deze modellen kunnen niet verklaren waarom de meest opgezwollen hete Jupiters bij magnetisch actieve sterren worden aangetroffen. Bij de planeten in ons eigen zonnestelsel werkt het elektrische verwarmingsmodel niet goed, omdat de buitenste delen van hun atmosferen koud zijn en elektriciteit niet goed geleiden. Maar bij toch al hete planeten die zich dicht bij hun moederster bevinden is dat anders. Daarin kunnen zeer sterke elektrische stromen optreden. Astronomen van Florida Gulf Coast University hebben hun model vandaag gepresenteerd op de 222ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Indianapolis. (EE)
→ Stellar Winds May Electrify Exoplanets (via Phys.org)
3 juni 2013
Astronomen van het Space Telescope Science Institute in Baltimore gaan de komende jaren met behulp van de Hubble Space Telescope op zoek naar kleine, lichte planeten in een baan rond de rode dwergster Proxima Centauri - de ster die het dichtst bij de zon staat, op slechts 4,3 lichtjaar afstand. Andere waarnemingen hebben al uitgewezen dat Proxima in elk geval niet door zware planeten wordt vergezeld.Als gevolg van zijn kleine afstand vertoont de dwergster een grote eigenbeweging aan de sterrenhemel. Daarbij zal hij de komende paar jaar twee keer vrijwel exact voor een verre achtergrondster langs bewegen. Het licht van die verre ster wordt dan door het zwaartekrachtsveld van de ster een heel klein beetje afgebogen. Ook de zwaartekracht van eventuele planeten in een baan rond Proxima zal zeer kleine afwijkingen veroorzaken in de waargenomen positie van de achtergrondster.Uit zulke microlens-waarnemingen kan het bestaan van een planeet worden afgeleid. De waarnemingscampagne werd vandaag aangekondigd op de 222ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Indianapolis. (GS)
→ NASA's Hubble Will Use Rare Stellar Alignment to Hunt for Planets (origineel persbericht)
3 juni 2013
Met de Europese Very Large Telescope in Chili zijn opnamen gemaakt van een object dat met de jonge ster HD95086 mee beweegt. Het gaat volgens de onderzoekers om een gasvormige reuzenplaneet op relatief grote afstand van de ster: ca. 56 keer de afstand tussen de aarde en de zon. De planeet, HC95086b genoemd, zou vier à vijf keer zo zwaar zijn als Jupiter. Daarmee is het de lichtste exoplaneet die tot nu toe ooit direct in beeld is gebracht. Dat lukt alleen door het licht van de ster zelf weg te filteren. (Er zijn veel lichtere exoplaneten bekend, maar die zijn nooit direct waargenomen.) Hoe de planeet precies is ontstaan is niet bekend; de moederster is minder dan 20 miljoen jaar oud. (GS)
→ Tot nu toe lichtste exoplaneet in beeld gebracht? (origineel persbericht)
29 mei 2013
In een artikel in het juninummer van het Amerikaanse populair-wetenschappelijke maandblad Astronomy beschrijven vier astronomen hoe buitenaardse beschavingen gevonden zouden kunnen worden met behulp van een kolossale infraroodtelescoop op aarde. De Colossus-telescoop, die uit ca. zestig spiegels van acht meter groot moet bestaan, krijgt een effectieve diameter van 77 meter. Hij moet in staat zijn om de warmtestraling van planeten bij nabijgelegen sterren nauwkeurig te meten. Op die manier zou ontdekt kunnen worden of een bewoonbare planeet meer warmte uitstraalt dan hij van zijn moederster ontvangt. Die energieproductie zou kunnen wijzen op het bestaan van een intelligente beschaving op de planeet. Overigens bestaat de Colossus-telescoop voorlopig nog alleen op papier. (GS)
→ Publicatie in Astronomy.
15 mei 2013
Voor de tweede keer deze maand heeft NASA's ruimtetelescoop Kepler zichzelf in de 'spaarstand' gezet. Hoewel de directe oorzaak nog niet bekend is, gaat het waarschijnlijk om een probleem met het standregelsysteem. De satelliet, die zijn zonnepanelen op de zon heeft gericht, draait momenteel langzaam om zijn as. En dat heeft tot gevolg dat de radioverbinding met de aarde steeds onderbroken wordt. Het standregelsysteem van de satelliet is niet alleen nodig om in contact te blijven met de vluchtleiding, maar ook om de nauwkeurige metingen te kunnen doen die nodig zijn om planeten buiten ons zonnestelsel op te sporen. Het hart van dit systeem bestaat uit een aantal snel ronddraaiende vliegwielen. Bij zijn lancering in 2009 had Kepler er vier, maar één ervan heeft het in juli 2012 al begeven. Nu lijkt ook een tweede vliegwiel defect te zijn. Volgens NASA is het mogelijk om Kepler met behulp van zijn stuurraketjes weer zodanig te stabiliseren, dat de radioverbinding met de aarde kan worden hersteld. Maar dat betekent nog niet dat de satelliet zijn planetenjacht dan weer kan hervatten: daarvoor zijn minstens drie werkende vliegwielen nodig. Afhankelijk van de uitkomsten van de tests die de komende dagen worden gedaan, zal NASA besluiten of het waarneemprogramma van Kepler moet worden afgebroken. Maar zelfs als dat gebeurt, mag de missie een succes worden genoemd: de satelliet heeft bijna vier jaar gewerkt en honderden kandidaat-exoplaneten opgespoord. (EE)
→ Kepler Mission Manager Update
13 mei 2013
Sterrenkundigen hebben een exoplaneet ontdekt met behulp van een nieuwe techniek, die gebruik maakt van subtiele relativistische effecten. De planeet, Kepler-76b geheten, is een zogeheten 'hete Jupiter': een gasvormige reuzenplaneet in een zeer kleine omloopbaan rond zijn moederster.De meeste exoplaneten - planeten bij andere sterren dan de zon - worden ontdekt doordat ze hun moederster een klein beetje aan het wiebelen brengen, of doordat ze eens per omloop een klein beetje sterlicht onderscheppen wanneer ze (gezien vanaf de aarde) voor hun moederster langs bewegen.Bij de nieuwe techniek wordt het bestaan van de planeet afgeleid uit extreem kleine helderheidsvariaties van de ster, die door drie verschillende effecten worden veroorzaakt. Het eerste effect volgt uit de relativiteitstheorie van Albert Einstein: wanneer de ster, als gevolg van de zwaartekracht van de rondcirkelende planeet, periodiek naar ons toe en van ons af beweegt, wordt hij een klein beetje helderder en zwakker. Vanwege die 'relativistic beaming' wordt Kepler-76b ook wel de 'Einstein-planeet' genoemd.De andere twee subtiele helderheidseffecten worden veroorzaakt doordat de ster als gevolg van getijkrachten van de planeet een klein beetje wordt uitgerekt, en doordat de planeet een beetje sterlicht weerkaatst. Tijdens de baanbeweging van de planeet zien we het stelsel vanaf de aarde steeds vanuit een andere richting, waardoor de gemeten helderheid niet precies constant is. Kepler-76b is 25 procent groter en ongeveer twee keer zo zwaar als Jupiter, en beschrijft één omloop in anderhalve dag. Uit de metingen blijkt bovendien dat er krachtige stormen waaien in de dampkring van de planeet. (GS)
→ New Method of Finding Planets Scores its First Discovery (origineel persbericht)
9 mei 2013
De Hubble-ruimtetelescoop heeft sporen van aarde-achtige planeten ontdekt op een onwaarschijnlijke plek: de atmosferen van een tweetal uitgeputte sterren in een nabije sterrenhoop. Deze witte dwergen raken 'vervuild' met puin van planetoïde-achtige objecten die naar hen toe vallen. Deze ontdekking wijst erop dat ook sterrenhopen een rijke vindplaats van rotsachtige planeten kunnen zijn. De witte dwergen – kleine, zwakke overblijfselen van sterren die een slag groter en zwaarder waren dan onze zon – zijn 150 lichtjaar van ons verwijderd. Ze maken deel uit van een bekende open sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier: de Hyaden. Deze sterrenhoop is, met een leeftijd van 625 miljoen jaar, tamelijk jong. Astronomen gaan ervan uit dat alle sterren ooit deel hebben uitgemaakt van een sterrenhoop. Maar de zoektocht naar planeten in deze samenscholingen van sterren heeft nog niet veel opgeleverd: van de ongeveer 800 exoplaneten die we kennen, cirkelen er slechts vier rond sterren die deel uitmaken van een sterrenhoop. Dat kan ermee te maken hebben dat jonge sterren veel uitbarstingen vertonen, waardoor het moeilijk is om de subtiele schommelbewegingen te ontdekken die door hun eventuele planeten worden veroorzaakt. Maar nu is dus in de atmosferen van twee witte dwergen silicium ontdekt – een belangrijk bestanddeel van vast gesteente. Dat silicium kan afkomstig zijn van planetoïden die zich te dicht in de buurt van de beide sterren hebben gewaagd en door de getijkrachten uit elkaar getrokken zijn. Als dat vermoeden klopt, is de kans groot dat er rond de beide sterren planeten zoals onze aarde hebben gecirkeld of misschien nog wel cirkelen. Planetoïden worden immers beschouwd als de bouwstenen van rotsachtige planeten. (EE)
→ Hubble finds dead stars "polluted" with planetary debris
9 mei 2013
Met verschillende grote telescopen in de ruimte en op aarde zijn nieuwe metingen verricht aan het planetenstelsel van de ster HR8799. Het gaat om vier gasvormige reuzenplaneten die zich op grote afstand van hun moederster bevinden. Omdat het stelsel nog erg jong is, zijn de planeten warm en relatief eenvoudig te bestuderen met infraroodinstrumenten: HR8799 is een van de weinige stelsels waarin exoplaneten direct zijn waargenomen en gefotografeerd.In nieuw onderzoek, gepubliceerd in The Astrophysical Journal, worden waarnemingen van de Hubble Space Telescope en de infrarode Spitzer Space Telescope beschreven, alsmede spectroscopische metingen die verricht zijn met de 10-meter Keck-telescoop op Hawaii en de Large Binocular Telescope in Arizona. Uit de spectra blijkt dat de atmosferen van de vier planeten grote verschillen in samenstelling vertonen. Zo blijkt er in sommige gevallen verrassend genoeg geen methaan (CH4) voor te komen, terwijl er weer wel aanwijzingen zijn gevonden voor het bestaan van ammoniak (NH3). (GS)
→ Sifting Through the Atmospheres of Far-off Worlds (origineel persbericht)
6 mei 2013
Met de Amerikaanse infraroodruimtetelescoop Spitzer zijn langdurige, gedetailleerde waarnemingen verricht aan HAT-P-2b, een zware, gasvormige exoplaneet die in een kleine excentrische baan rond zijn moederster draait. De planeet behoort tot de klasse van de 'hete Jupiters'. Spitzer heeft de planeet zes dagen achtereen bestudeerd, op verschillende infraroodgolflengten, en kon op die manier vaststellen dat de dampkring van de exoplaneet in ongeveer één dag opwarmt en in vier à vijf dagen weer afkoelt als gevolg van de variërende afstand tot de moederster. Door de grote temperatuurverschillen vertoont de atmosfeer van de planeet veel meer dynamiek dan de dampkring van Jupiter. Ook is ontdekt dat er tijdens de dichtste nadering tot de ster een zogeheten inversielaag in de atmosfeer ontstaat. De resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
→ NASA's Spitzer Puts Planets in a Petri Dish (origineel persbericht)
29 april 2013
Met de gevoelige HARPS-North-spectrograaf op de Italiaanse Galileo-telescoop op het Canarische eiland La Palma zijn precisiemetingen verricht aan twee exoplaneten waarvan het bestaan eerder al werd vermoed op basis van waarnemingen van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler. Kepler ontdekt planeten bij andere sterren via de 'overgangstechniek': wanneer een planeet - gezien vanaf de aarde - voor zijn moederster langs beweegt, wordt een klein beetje sterlicht onderschept, waardoor er periodieke helderheidsdipjes optreden in het licht van de ster. Om de massa van de planeet in kwestie te bepalen, is het echter nodig om spectroscopische vervolgwaarnemingen te doen.De sterren die Kepler bestudeert bevinden zich in de noordelijke sterrenbeelden Zwaan en Lier, en kunnen alleen met spectroscopen op het noordelijk halfrond bestudeerd worden. De vervolgwaarnemingen gebeurden tot nu toe vooral met de SOPHIE-spectrograaf op de Haute Provence-sterrenwacht in Frankrijk. De Europese HARPS-spectrograaf (High Accuray Radial velocity Planet Searcher) bevindt zich op de La Silla-sterrenwacht in Chi8li, op het zuidelijk halfrond. Sinds enige tijd is op La Palma echter een identieke spectrograaf actief, HARPS-North (of kortweg HARPS-N) geheten.Zowel SOPHIE als HARPS-N hebben nu vervolgwaarnemingen verricht aan twee kandidaat-exoplaneten van Kepler, KOI-200b en KOI-889b geheten (KOI staat voor Kepler Object of Interest). KOI-200b blijkt iets groter maar tegelijkertijd minder zwaar te zijn dan Jupiter; KOI-889b is even groot als Jupiter maar tien keer zo zwaar - het is een van de zwaarste exoplaneten die tot nu toe zijn ontdekt. Beide planeten draaien in excentrische banen rond hun moederster, met omlooptijden van iets minder dan 7 en bijna 9 dagen; omdat ze zich zo dicht bij hun moederster bevinden, worden ze 'hete Jupiters' genoemd. De extreem zware KOI-889b is mogelijk op een andere manier ontstaan dan 'gewone' exoplaneten, maar veel duidelijkheid hierover is er nog niet. (GS)
→ Detection of two new exoplanets with Kepler, SOPHIE and HARPS-N (origineel persbericht)
18 april 2013
Met de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler zijn drie planeten ontdekt die slechts een slag groter zijn dan de aarde en die zich in de zogeheten bewoonbare zone van hun moederster bevinden - het gebied waarin er vloeibaar water kan voorkomen op het oppervlak van een planeet.Twee planeten, Kepler-62e en Kepler-62f, bewegen in een baan rond een ster die wat kleiner, koeler en zwakker is dan de zon. Dichter bij de ster bevinden zich nog drie planeten, maar daar is het veel te heet voor vloeibaar water. De derde planeet, Kepler-69c, draait - samen met een grotere, hetere planeet - rond een ster die veel op de zon lijkt. Deze planeet ligt aan de binnenzijde van de bewoonbare zone van de ster.De drie planeten zijn respectievelijk 40, 60 en 70 procent groter dan de aarde. De opbouw en samenstelling van de drie superaardes is niet bekend, omdat alleen de afmetingen maar niet de massa's bekend zijn. In minstens twee van de drie gevallen gaat het waarschijnlijk om zogeheten waterwerelden: een rotsachtige planeet, gehuld in een honderden kilometers dikke mantel van water. (GS)
→ NASA's Kepler Discovers its Smallest 'Habitable Zone' Planets to Date (origineel persbericht)
9 april 2013
Bij de ster Kappa Coronae Borealis, op ca. 100 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Noorderkroon, is een stofschijf ontdekt die in stand gehouden wordt door onderlinge botsingen van planetoïde-achtige objecten. De vondst, verricht met de Europese infraroodruimtetelescoop Herschel, is opmerkelijk omdat Kappa Coronae Borealis een ster-op-leeftijd is, die zijn waterstofvoorraad vrijwel heeft opgebruikt en zich momenteel in het subreuzen-stadium bevindt. De ster is ongeveer anderhalf keer zo zwaar als de zon en tweeënhalf miljard jaar oud; ook onze zon zal in de toekomst veranderen in een subreus en vervolgens in een rode reus. Bij Kappa Coronae Borealis is minstens één zware reuzenplaneet ontdekt; er zijn aanwijzingen voor het bestaan van een tweede planetaire begeleider. Kennelijk heeft het planetenstelsel van de ster de ingrijpende evolutionaire veranderingen van de moederster overleefd. De nieuwe Herschel-waarnemingen zijn gepubliceerd in Monthlyn Notices of the Royal Astronomical Society.De precieze structuur van de stofschijf - een zogheten 'puinschijf', vergelijkbaar met de planetoïdengordel of de ijzige Kuipergordel in ons eigen zonnestelsel - is onbekend. Ook is onduidelijk wat de rol is van de planeet (of planeten) op de ruimtelijke structuur van de stofschijf. Er wordt zelfs rekening mee gehouden worden dat de tweede begeleider van de ster geen planeet is maar een zogeheten bruine dwerg - een 'mislukte ster' die onvoldoende massa heeft om kernfusiereacties van waterstof in het inwendige op gang te brengen. (GS)
→ Retired star found with planets and debris disc (origineel persbericht)
22 maart 2013
Astronomen zijn er misschien in geslaagd om de eerste directe opname te maken van een planeet die om twee zonnen wentelt. De vraag is echter of het gefotografeerde object, 2MASS0103(AB)b, überhaupt wel een planeet is. Het heeft zoveel massa, dat het ook een bruine dwerg zou kunnen zijn – een mislukte ster dus. De foto van de planeet/dwergster werd in november vorig jaar gemaakt met een van de vier telescopen van de Europese Very Large Telescope in het noorden van Chili. Bij een zoektocht in de archieven doken gegevens op van de positie die het object in 2002 had. Daaruit kan worden afgeleid dat 2MASS0103(AB)b inderdaad om de dubbelster cirkelt en geen toevallig gefotografeerd achtergrondobject is. 2MASS0103(AB)b draait op een afstand van ongeveer 12,5 miljard kilometer om zijn dubbele moederster. Die relatief kleine onderlinge afstand kan erop wijzen dat het object is ontstaan uit een schijf van stof rond de dubbelster, net als een planeet. Maar tegelijkertijd is het minstens twaalf keer zo zwaar als de planeet Jupiter, en dat kan betekenen dat het om een bruine dwergster gaat. Spectroscopisch onderzoek zal moeten uitwijzen tot welke categorie 2MASS0103(AB)b behoort. Maar het is hoe dan ook een bijzonder object: het is zo'n beetje de zwaarst mogelijke planeet of de lichtst mogelijke ster. (EE)
→ Astrophile: Snapshot of a two-faced Tatooine world
14 maart 2013
Een van de zware, jonge exoplaneten die rond de ster HR 8799 draaien heeft waterdamp en koolmonoxide in zijn atmosfeer, maar geen methaan. Deze ontdekking wijst erop dat de planeet, die HR 8799c heet, is ontstaan door een proces dat kernaccretie wordt genoemd (Science, 15 maart). Zware gasplaneten zoals HR 8799c kunnen op twee manieren ontstaan. De eerste mogelijkheid is dat zich eerst een zware vaste kern vormt, die vervolgens vluchtige stoffen om zich heen verzamelt: kernaccretie – het proces dat vermoedelijk ook verantwoordelijk is geweest voor de vorming van de planeten van ons eigen zonnestelsel. Het alternatief is een mechanisme dat gravitationele instabiliteit heet. In dat geval ontstaan kern en atmosfeer van de planeet tegelijkertijd. Hoewel de atmosfeer van HR 8799c veel waterdamp bevat, is de hoeveelheid toch iets minder dan het geval zou zijn geweest als de planeet dezelfde samenstelling had gehad als zijn moederster. Dat wijst erop dat op het moment dat hij zijn atmosfeer verzamelde er al het nodige water(ijs) uit de protoplanetaire schijf rond de ster HR 8799 was verdwenen. Anders gezegd: de atmosfeer van HR 8799c lijkt relatief laat te zijn ontstaan. Het stelsel van HR 8799 telt nog minstens drie andere zware gasplaneten. Uit eerder onderzoek bleek al dat de atmosferen van deze planeten opmerkelijke onderlinge verschillen vertonen. (EE)
→ Exoplanet's spectrum hints at its origin
11 maart 2013
Astronomen hebben het planetenstelsel rond HR 8799, een ster op 128 lichtjaar van de aarde, onder de loep genomen. Daarbij is aan het licht gekomen dat de atmosferen van de vier reuzenplaneten van de ster opmerkelijke eigenschappen vertonen. De planeten zijn onderzocht met een nieuw instrumentenpakket dat speciaal voor dit doel op de 5-meter Hale-telescoop op Palomar Mountain (Californië) is geïnstalleerd. Daarmee is het mogelijk om het felle licht van een ster af te schermen, en het zwakke schijnsel van zijn planeten spectroscopisch te onderzoeken. Op die manier kan worden vastgesteld welke chemische samenstelling de atmosferen van deze planeten hebben. Bij het onderzoek van de planeten van HR 8799 is een opvallende disbalans ontdekt in de verhouding tussen de gassen ammoniak en methaan. Normaal gesproken zouden de atmosferen van zulke gasreuzen sporen van beide gassen moeten vertonen, maar dat blijkt hier niet het geval te zijn. De planeetatmosferen bevatten methaan óf ammoniak, maar nooit een combinatie van beide. Ook zijn de planeten roder dan verwacht, wat op de aanwezigheid van bewolking kan wijzen. Een en ander zou te maken kunnen hebben met de ster HR 8799 zelf. Deze is aanzienlijk zwaarder en heter dan onze zon, en vertoont bovendien flinke uitbarstingen waarbij veel ultraviolette straling vrijkomt. Deze factoren kunnen een grote invloed hebben op de chemische eigenschappen van haar planeten. (EE)
→ Astronomers Conduct First Remote Reconnaissance of Another Solar System
5 maart 2013
Nieuw theoretisch onderzoek wijst erop dat grote planeten als Jupiter en Saturnus weinig hinder hebben ondervonden van de grote, langdurige uitbarstingen die onze jonge zon kort na haar ontstaan moet hebben vertoond. Een pas gevormde ster is omringd door een draaiende schijf van gas en stof. Dat gas vormt niet alleen het 'bouwmateriaal' van planeten: ook de ster zelf put er nog regelmatig uit. Uit waarnemingen van jonge sterren met zo'n gasschijf blijkt dat dit in hevige uitbarstingen resulteert die ongeveer een eeuw duren. Modelberekeningen hebben nu laten zien dat, ongeachte de manier waarop zij zijn ontstaan, Jupiterachtige planeten niet veel last hebben van het wispelturige gedrag van hun moederster. Zelfs als zo'n uitbarsting meer dan duizend jaar aanhoudt, blijven de omloopbanen van zulke planeten stabiel. Ze lopen dus geen grote kans om naar hun ster toe te spiralen of juist uit hun planetenstelsel verbannen te worden. (EE)
→ Modeling Jupiter and Saturn’s possible origins
28 februari 2013
Waarschijnlijk hebben astronomen voor het eerst een planeet-in-wording waargenomen die nog in een dikke circumstellaire schijf van gas en stof genesteld zit. Indien bevestigd, zal deze ontdekking astronomen in staat stellen om de huidige theorieën over de vorming van planeten aan een waarneembaar object te toetsen. De mogelijke protoplaneet is ontdekt in de schijf van gas en stof rond de jonge ster HD 100546, een relatief nabije ster op 335 lichtjaar van de aarde. De planeet, die ontdekt is met de Europese Very Large Telescope, zou een gasplaneet van het kaliber Jupiter zijn. HD 100546 is een veelvuldig onderzochte ster. Eerder waren al aanwijzingen gevonden dat er een gasplaneet omheen cirkelt op een afstand die zes keer zo groot is als de afstand zon-aarde. De nu ontdekte kandidaat-planeet bevindt zich in het buitengebied van het stelsel, op een afstand die ruim tien keer zo groot is. Volgens de huidige inzichten groeien gasplaneten aan door een deel van het gas en stof op te nemen dat na de vorming van een ster is overgebleven. De astronomen hebben in de schijf rond HD 100546 verschillende details ontdekt die de protoplaneet-hypothese ondersteunen. In de buurt van de gedetecteerde protoplaneet zijn structuren in de stofrijke circumstellaire schijf te zien, die het gevolg kunnen zijn van interacties tussen de planeet en de schijf. Ook zijn er aanwijzingen dat de omgeving van de protoplaneet is opgewarmd door het planeetvormingsproces. Maar hoewel de protoplaneet de meest waarschijnlijke verklaring voor de waarnemingen is, is het bestaan ervan nog niet helemaal zeker. Zo is het denkbaar (maar onwaarschijnlijk) dat het gedetecteerde signaal afkomstig is van een achtergrondobject. Ook is het mogelijk dat het recent ontdekte object geen protoplaneet is, maar een volledig ontwikkelde planeet die uit zijn oorspronkelijke omloopbaan, dichter bij de ster, is geslingerd. Als echter blijkt dat het object bij HD 100546 inderdaad een planeet-in-wording is, wordt het een uniek laboratorium voor het onderzoek van het planeetvormingsproces. (EE)
→ De geboorte van een reuzenplaneet?
25 februari 2013
Zuurstof in de dampkring van een aardeachtige exoplaneet is het gemakkelijkst op te sporen wanneer die planeet een baan beschrijft rond een witte dwerg - een stervende ster. Dat concluderen astronomen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics op basis van een theoretisch onderzoek waarvan de resultaten gepubliceerd zijn in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Zuurstof is een zeer reactief gas, dat alleen in grote hoeveelheden in een planeetdampkring kan voorkomen wanneer het continu wordt 'ververst' door biologische activiteit aan het planeetoppervlak. De detectie van zuurstof in een planeetdampkring zou dan ook gezien worden als een zeer sterke aanwijzing voor het bestaan van buitenaards leven. Avi Loeb en zijn collega's rekenen nu voor dat zuurstof vrij eenvoudig te detecteren is in de dampkring van een aardeachtige exoplaneet die een kleine omloopbaan beschrijft rond een witte dwerg. Witte dwergen zijn de kleine, compacte, en hete kernen van zonachtige sterren die aan het eind van hun leven zijn gekomen en hun buitenste gasmantels de ruimte in hebben geblazen. Wanneer een planeet gezien vanaf de aarde voor zijn moederster langs beweegt, reist een deel van het licht van de ster door de planeetdampkring, die daarbij een herkenbare spectroscopische 'vingerafdruk' achterlaat. Die is bij een aardeachtige planeet in een baan rond een witte dwerg veel eenvoudiger te meten en te herkennen dan bij een planeet die een baan beschrijft rond een gewone zonachtige ster, aldus de onderzoekers. De vraag is natuurlijk wel of zulke planeten voorkomen. Er zijn veel indirecte aanwijzingen dat witte dwergen wel vergezeld worden door planeten, maar om leven te herbergen, moet zo'n planeet in een zeer kleine omloopbaan bewegen, omdat de kleine witte dwergster - ondanks zijn hoge temperatuur - weinig straling produceert. Dat kan alleen wanneer de planeet naar binnen is gemigreerd of zelfs pas is ontstaan nádat de oorspronkelijke ster zijn buitenlagen heeft weggeblazen. (GS)
→ Future Evidence for Extraterrestrial Life Might Come from Dying Stars (origineel persbericht)
20 februari 2013
De NASA-satelliet Kepler heeft een kleine planeet ontdekt bij de ster Kepler-37. De exoplaneet, die niet veel groter lijkt te zijn dan onze maan, is de binnenste van in totaal drie planeten; de ster is een iets koeler zusje van onze zon. Dat schrijven astronomen, onder wie Saskia Hekker van de Universiteit van Amsterdam, deze week in Nature.Sinds de ontdekking van de eerste exoplaneten is al duidelijk dat planetenstelsels heel divers kunnen zijn: er is zelfs nog geen enkel stelsel gevonden dat op ons eigen zonnestelsel lijkt. Tot voor kort werden vooral grote exoplaneten opgespoord, de meeste van het formaat van de grootste planeet van ons zonnestelsel – Jupiter. Maar de Kepler-satelliet is speciaal ontworpen om ook kleinere planeten op te sporen. Kepler meet continu de helderheden van 150.000 sterren. Op het moment dat een planeet voor zijn ster langs beweegt – een zogeheten transit of planeetovergang – neemt de helderheid van die ster een beetje af. De vorm en tijdsduur van het dipje in de helderheid geven informatie over de exoplaneet.Een transit geeft onder meer een indicatie van de grootte van de planeet, maar alleen als de grootte van de ster waar deze omheen draait bekend is. De straal van een ster kan zeer nauwkeurig worden gemeten aan de hand van zogeheten stertrillingen – golfbewegingen aan het steroppervlak die meetbare sporen achterlaten in het licht dat de ster uitstraalt. Uit metingen blijkt dat de ster Kepler-37 ongeveer een kwart kleiner is dan de zon. En daaruit volgt dat zijn binnenste planeet, Kepler-37b, een middellijn van ongeveer 3900 kilometer heeft. Daarmee is hij ruim drie keer zo klein als de aarde en amper groter dan de maan. Kepler-37b is de eerste exoplaneet die astronomen hebben gevonden die kleiner is dan Mercurius, de kleinste planeet van ons eigen zonnestelsel. Hij bestaat zeer waarschijnlijk uit gesteente en heeft geen atmosfeer of water. Zijn ontdekking laat zien dat de planetenstelsels bij andere sterren zowel veel kleinere als veel grotere planeten kunnen bevatten dan ons eigen zonnestelsel. (EE)
→ Planeet kleiner dan Mercurius ontdekt rond Kepler-37
14 februari 2013
Een team van Nederlandse sterrenkundigen van de Universiteit Leiden en SRON Netherlands Institute for Space Research heeft laten zien dat met een nieuw type telescoop mogelijk al in de komende 25 jaar aanwijzingen voor buitenaards leven gevonden kunnen gaan worden. Bepaalde, door organismen uitgeademde gassen kunnen in principe worden waargenomen in de atmosferen van exoplaneten – planeten rond andere sterren dan onze zon. Dit idee, dat al is ontwikkeld in de jaren zestig van de vorige eeuw, is nu gekoppeld aan een nieuwe waarnemingstechniek die gebruik maakt van relatief goedkope flux-collectoren - grote spiegeltelescopen die geen scherpe foto's kunnen maken, maar waarmee wel nauwkeurige spectroscopie kan worden gedaan. Tot nu toe werd gedacht dat zulke waarnemingen alleen met ruimtelescopen zouden kunnen worden gedaan. De studie wordt binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal.“De manier om zuurstof in een exoplaneetatmosfeer te onderscheiden van die in onze eigen dampkring, is heel precies de golflengtes van de absorptielijnen meten”, vertelt Ignas Snellen (Sterrewacht Leiden). "Door de hoge snelheid van zo'n planeet ten opzichte van de aarde zullen de zuurstoflijnen Doppler-verschoven zijn, en daardoor niet samenvallen met die van onze eigen atmosfeer. Op deze manier hoeft de telescoop niet buiten onze dampkring te zijn, wat een enorme kostenbesparing oplevert."Het team laat zien dat zuurstof in de dampkring van een hypothetische tweeling-aarde, gezien tegen het licht van een rode dwergster – koeler en kleiner dan onze zon – mogelijk al met de geplande European Extremely Large Telescope (E-ELT) gezien kan gaan worden. Voor spectroscopische metingen van heldere sterren en hun planeten is het echter niet nodig om een telescoop zoals de E-ELT te bouwen die heel scherpe foto’s kan maken. Het is alleen belangrijk om zoveel mogelijk licht op te vangen, wat kan worden gedaan met grote telescoopspiegels van veel lagere kwaliteit, die tegen veel lagere kosten kunnen worden vervaardigd. “Met een aantal van zulke flux-collectoren, samen ter grootte van een paar voetbalvelden, kunnen we een statistische studie gaan doen naar buitenaards leven op de planeten bij onze buursterren. Er is nog een hele weg te gaan, maar dit zou wel binnen 25 jaar moeten kunnen”, aldus Snellen.
→ Oorspronkelijk persbericht
8 februari 2013
Een internationaal team van astronomen heeft voor het eerst een duidelijke infraroodopname gemaakt van een boog van stofdeeltjes die zich uitstrekt over het centrale 'gat' van een stofschijf rond een jonge ster. Het bestaan van de stofboog wijst erop dat er planeten aanwezig zijn in het lege gebied.Veel jonge sterren zijn omringd door een schijf van gas en stof – een overblijfsel van de gaswolk waaruit de ster zelf is ontstaan. In zo'n schijf kunnen, door samenklontering van stof en gas, planeten ontstaan. Als dat gebeurt, ontstaan er één of meer lege zones in de schijf.Waarnemingen met de Subaru-telescoop op Hawaï hebben nu laten zien dat het centrale deel van de stofschijf rond de jonge ster J1604 niet zo leeg is als deze op het eerste gezicht lijkt. J1604 is een zonachtige ster in een groot stervormingsgebied in het sterrenbeeld Schorpioen, op 470 lichtjaar van de aarde. In het hart van de schijf rond J1604 is een boogvormige structuur van stofdeeltjes ontdekt. Het lijkt erop dat er stof vanuit het binnenste deel van de stofschijf naar een onzichtbaar object – waarschijnlijk een planeet – in het centrale deel stroomt. Onlangs zijn met de ALMA-submillimetertelescoop vergelijkbare structuren, maar dan van gas in plaats van stof, waargenomen bij een andere jonge ster. (EE)
→ Direct Infrared Image Of An Arm In Disk Demonstrates Transition To Planet Formation
8 februari 2013
Minder dan één op de miljoen planetenstelsels in de Melkweg herbergt een intelligente beschaving. Tot die conclusie komen wetenschappers van de universiteit van Californië te Berkeley na het 'afluisteren' van 86 sterren waar planeten omheen cirkelen. Bij geen van deze stelsels zijn radiosignalen waargenomen die overduidelijk kunstmatig van oorsprong zijn. De 86 sterren werden begin 2011 geselecteerd uit een lijst van 1235 kandidaat-planeten die waren opgespoord met de NASA-satelliet Kepler. Gekozen werd voor sterren met vijf of zes mogelijke planeten, en voor sterren met planeten met enigszins leefbare omstandigheden. Met de grote Green Bank-radiotelescoop in Virginia werd elk van de sterren vijf minuten afgeluisterd. Dat gebeurde in het frequentiegebied van 1,1 tot 1,9 GHz – het domein van onze mobiele telefoons en tv-zenders.Dat er geen opmerkelijke signalen zijn ontvangen, is eigenlijk niet zo verrassend. De meeste onderzochte sterren zijn meer dan duizend lichtjaar van ons verwijderd, wat betekent dat alleen signalen die opzettelijk in onze richting werden uitgezonden detecteerbaar waren.Volgens de onderzoekers leent de steekproef zich niettemin voor een statistische analyse. Hun berekeningen laten zien dat er op dit moment bij minder dan één op de miljoen sterren een planetaire beschaving bestaat die geavanceerd genoeg is om radiosignalen uit te zenden die wij kunnen detecteren.Helemaal hopeloos is de speurtocht naar buitenaardse beschavingen daarmee nog niet. Ons Melkwegstelsel telt immers honderden miljarden sterren en misschien wel een biljoen planeten. Theoretisch zouden er dus nog steeds honderdduizenden telefonerende en tv-kijkende beschavingen kunnen zijn. Maar de 'pakkans' lijkt erg klein. (EE)
→ Intelligent Civilizations Rarer Than One In A Million
6 februari 2013
Uit gegevens van de NASA-satelliet Kepler leiden astronomen af dat ongeveer één op de zestien rode dwergsterren een leefbare planeet ter grootte van de aarde heeft. Omdat rode dwergen de meest voorkomende soort sterren zijn, zou de meest nabije leefbare planeet dus wel eens heel dichtbij kunnen zijn.Rode dwergsterren zijn kleiner, koeler en minder helder dan onze zon. Hoewel we vanaf de aarde niet één van deze sterren met het blote oog kunnen zien, wemelt het ervan. Alleen al onze Melkweg telt er naar schatting 75 miljard.Kleine, koele sterren zijn heel geschikt voor het opsporen van planeten met behulp van de zogeheten transitmethode. Bij deze methode, waar ook de Kepler-satelliet gebruik van maakt, wordt gezocht naar de regelmatige helderheidsveranderingen die een ster vertoont wanneer een om hem heen cirkelende planeet steeds weer voor hem langs schuift. Bij een kleine ster is de hoeveelheid licht die bij zo'n planeetovergang of 'transit' wordt tegengehouden relatief groot. Astronomen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics (CfA) hebben nu vastgesteld dat 95 van de rode dwergen die door Kepler zijn waargenomen planeetovergangen vertonen. Daaruit kan worden afgeleid dat rond zeker zestig procent van zulke sterren planeten cirkelen. De meeste daarvan lijken echter in de verste verte niet op onze aarde. Toch zijn in het onderzoek drie kandidaatplaneten opgedoken die qua temperatuur en afmetingen op onze eigen planeet lijken. Statistisch gezien betekent dit dat bij ongeveer zes procent van alle rode dwergen een leefbare planeet ter grootte van de aarde te vinden is. En omdat driekwart van alle nabije sterren een rode dwerg is, kan daaruit weer worden berekend dat de meest nabije leefbare planeet waarschijnlijk niet veel verder weg is dan dertien lichtjaar – een astronomisch kattensprongetje. Bij temperatuur en afmetingen houden de overeenkomsten met onze aarde overigens wel zo'n beetje op. Om leefbaar te kunnen zijn, moet de afstand tussen planeet en ster veel kleiner zijn dan de afstand aarde-zon. En dat heeft weer tot gevolg dat steeds dezelfde kant van de planeet naar de ster toe is gekeerd. Alleen warmtetransport door een dichte atmosfeer of een diepe oceaan kan dan voorkomen dat de ene helft van de planeet onleefbaar heet en de andere helft onleefbaar koud is. Een stevige atmosfeer is trouwens toch al van levensbelang, omdat rode dwergsterren sterke uitbarstingen van ultravioletstraling produceren. (EE)
→ Earth-Like Planets Are Right Next Door
4 februari 2013
Volgens Helmut Lammer van het ruimteonderzoeksinstituut van de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen zijn veel van de 'super-aardes' die de afgelopen jaren bij andere sterren zijn ontdekt in werkelijkheid 'mini-Neptunussen': rotsachtige werelden die omgeven worden door een zeer dikke waterstofrijke dampkring. Planeten die ontstaan in een gasrijke protoplanetaire schijf kunnen veel van dat gas aan zich binden door de zwaartekracht. Ook de dikke gasmantels van de reuzenplaneten in ons eigen zonnestelsel zijn op die manier ontstaan. Bij de sterren Kepler 11, Gliese 1214 en 55 Cancri blijkt dat, volgens Lammers onderzoek, echter ook het geval te zijn voor de kleinere, lichtere planeten die op zeer kleine afstand rond hun ster cirkelen. Deze exoplaneten zijn een slagje groter en een paar keer zo zwaar als de aarde, maar uit de waarnemingen blijkt dat ze door waterstofrijke gasmantels worden omgeven.Lammer heeft nu uitgerekend dat die dikke atmosferen weliswaar in vrij hoog tempo 'verdampen', waardoor veel materie in de ruimte ontsnapt, maar dat dat proces niet efficiënt genoeg is om de gasmantels volledig kwijt te raken. Bij vergelijkbare planeten op grotere afstand van hun moederster, waar de temperatuur lager is, lukt dat dan zéker niet.Zijn conclusie, gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, is dan ook dat veel 'super-aardes' in feite 'mini-Neptunussen' zijn - en blijven. In dat geval is de kans dat er op zo'n 'super-aarde' leven kan voorkomen veel kleiner dan tot nu toe werd gedacht. (GS)
→ Vakpublicatie over het onderzoek
30 januari 2013
Een internationaal team van astronomen, onder wie de Leidse astronoom Ewine van Dishoeck, heeft met de Herschel-ruimtetelescoop zwaar moleculair waterstof gedetecteerd in de protoplanetaire schijf rond de nabije ster TW Hydrae. Ze schatten het gewicht van de gasrijke schijf op vijftig keer de massa van Jupiter – aanzienlijk meer dan de schijf van gas en stof waaruit ons eigen zonnestelsel is ontstaan (Nature, 31 januari). Zwaar moleculair waterstof of waterstofdeuteride bestaat uit één waterstofatoom en één deuteriumatoom – een vorm van waterstof die tweemaal zo zwaar is als normale waterstof. Het wordt beschouwd als een betrouwbare indicator voor het hoofdbestanddeel van de schijf: moleculair waterstof, dat uit twee normale waterstofatomen bestaat. Het is voor het eerst dat in een protoplanetaire schijf zwaar waterstof is opgespoord.Een protoplanetaire schijf bestaat uit materiaal – hoofdzakelijk waterstof, maar ook andere gassen en kleine hoeveelheden kosmisch stof – dat rond een pasgeboren ster is achtergebleven. Dit materiaal draait verscheidene miljoenen jaren rond de ster voordat het tot planeten condenseert of door sterwinden wordt weggedreven. Uit de protoplanetaire schijf rond TW Hydrae zou in de toekomst een complex planetenstelsel kunnen ontstaan. Tot nu toe zijn zo’n vijftig protoplanetaire schijven in detail onderzocht, maar het bepalen van hun massa is een heikel karwei. Dat komt doordat hun voornaamste bestanddeel, moleculair waterstof, niet rechtstreeks waarneembaar is. Hierdoor lagen eerdere schattingen van de massa van de TW Hydrae-schijf, gebaseerd op de detectie van veel schaarsere moleculen (zoals koolmonoxide) of stofkorreltjes, meer dan een factor 100 uit elkaar. De schattingen op basis van zwaar moleculair waterstof zijn veel nauwkeuriger, omdat van metingen in ons eigen zonnestelsel goed bekend is hoe groot het relatieve aandeel zware waterstof is. (EE)
→ Herschel weegt zware schijf rond nabije ster
29 januari 2013
Een team astronomen van Penn State University heeft de definitie van het begrip 'leefbare zone' een beetje bijgesteld. Deze aanpassing kan van invloed zijn op de manier waarop gezocht zal worden naar planeten bij andere sterren waar leven mogelijk is. De leefbare zone is de gordel rond een ster waar de temperatuur zodanig is, dat er aan het oppervlak van planeten die zich binnen deze gordel bevinden vloeibaar water kan bestaan. De positie van leefbare zone wordt voor een belangrijk deel bepaald door de oppervlaktetemperatuur van de ster, maar ook door andere factoren.Bij hun onderzoek hebben de astronomen recente bevindingen over de eigenschappen van broeikasgassen en water in rekening gebracht – factoren die van invloed zijn op de temperatuur van een planeet. Daaruit volgt dat de leefbare zones iets verder van hun sterren liggen dan tot nu toe werd aangenomen. Voor ons zonnestelsel betekent dit dat de leefbare zone zich niet uitstrekt van 0,95 tot 1,67 astronomische eenheid tot de zon (een astronomische eenheid is de gemiddelde afstand aarde-zon), maar van 0,99 tot 1,7 astronomische eenheid. De aarde bevindt zich dus verrassend dicht bij de binnenste rand van de leefbare zone van onze zon.De nieuwe definitie heeft tot gevolg dat exoplaneten die tot nu toe tot de 'leefbare' categorie werden gerekend, toch te heet zijn. Omgekeerd kunnen planeten die te koud leken in bepaalde gevallen toch leefbaar zijn. Overigens is bij het onderzoek geen rekening gehouden met de gecompliceerde invloed die wolken op het klimaat hebben. (EE)
→ Researchers develop model for identifying habitable zones around stars
24 januari 2013
Japanse astronomen hebben ontdekt dat het planetenstelsel van de ster HAT-P-7 ingewikkelder in elkaar zit dan tot nu toe bekend was. In 2008 werd bij deze ster al een Jupiter-achtige reuzenplaneet ontdekt: HAT-P-7b. En een jaar later maakten astronomen bekend dat deze planeet tegen de rotatierichting van zijn moederster in beweegt.Die tegendraadse baanbeweging wees er al op dat er iets bijzonders aan de hand moest zijn. Het leek erop dat de omloopbaan van de HAT-P-7b was gekanteld, mogelijk door de zwaartekrachtsinvloed van een andere zware planeet of van een naburige ster. Nieuw onderzoek met de Subaru-telescoop op Hawaï heeft nu aangetoond dat het HAT-P-7-stelsel beide bevat: een tweede reuzenplaneet (HAT-P-7c) én een stellaire begeleider (HAT-P-7B).HAT-P-7c veroorzaakt net als de eerder ontdekte planeet een schommelbeweging bij zijn moederster, maar dan trager. Dat wijst erop dat hij een wijdere omloopbaan heeft. De begeleidende ster is ontdekt op opnamen die de afgelopen jaren van HAT-P-7 zijn gemaakt.De astronomen vermoeden dat de zwaartekrachtsinvloed van de tweede ster heeft gezorgd voor de baankanteling van HAT-P-7b. De tweede planeet heeft de baankanteling versterkt en helpt deze in stand te houden. Zonder deze beide objecten zou de tegendraadse beweging van de planeet allang weer zijn gecorrigeerd. (EE)
→ The Origin And Maintenance Of A Retrograde Exoplanet
22 januari 2013
De Nederlandse LOFAR-radiotelescoop (Low-Frequency Array) kan wellicht 'poollicht' detecteren op planeten bij andere sterren dan de zon. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit van Leicester in een artikel in The Astrophysical Journal.Poollicht in de dampkring van de aarde ontstaat wanneer elektrisch geladen deeltjes van de zon in botsing komen met zuurstof- of stikstofatomen in de bovenste luchtlagen. Ook in de atmosferen van Jupiter en Saturnus is poollicht waargenomen. Het magnetisch veld van de planeet bundelt de geladen deeltjes; poollicht komt alleen in een gebied rond de magnetische noord- en zuidpool voor.Voordat de geladen deeltjes in de dampkring terechtkomen, zenden ze echter ook radiostraling uit, doordat ze spiraalvormige bewegingen beschrijven rond de magnetische veldlijnen. Die langgolvige, laagfrequente radiostraling is in het geval van Jupiter decennia geleden al voor het eerst waargenomen.Jonathan Nichols van de Universiteit van Leicester denkt nu dat de waargenomen laagfrequente radiostraling van sommige extreem koele dwergsterren ook op deze manier verklaard kan worden. Bovendien rekenen hij en zijn collega's in hun publicatie voor dat een vergelijkbaar proces moet optreden bij grote exoplaneten met een sterk magnetisch veld.De verwachting is dat radiotelescopen zoals LOFAR of de Indiase GMRT (Giant Meter-wave Radio Telescope) in principe in staat moeten zijn om de laagfrequente radiostraling van dit 'exo-poollicht' te detecteren. Zulke waarnemingen kunnen extra informatie opleveren over de betreffende planeet. (GS)
→ New evidence indicates auroras occur outside our solar system (origineel persbericht)
9 januari 2013
De heldere ster Wega in het sterrenbeeld Lier, een van de drie sterren in de Zomerdriehoek, heeft een planetoïdengordel net als de zon. Wega is ongeveer twee keer zo zwaar en dertig keer zo lichtsterk als de zon; de ster staat op een afstand van ca. 25 lichtjaar. De planetoïdengordel is ontdekt op foto's die gemaakt zijn met het PACS-instrument van de Europese infrarood-ruimtetelescoop Herschel en in spectroscopische metingen van de Amerikaanse Spitzer Space Telescope.De planetoïdengordel rond Wega strekt zich uit van ca. 11 tot 14 astronomische eenheden van de ster (1 AE is de gemiddelde afstand van de aarde tot de zon, ca. 150 miljoen kilometer). Op grotere afstand, van ca. 90 tot 120 AE bevindt zich een koudere gordel van ijzige brokstukken, vergelijkbaar met de Kuipergordel in ons eigen zonnestelsel. De twee gordels bevatten meer materiaal dan de overeenkomstige gordels in het zonnestelsel. Ze zijn bovendien 3 à 4 keer zo groot in middellijn.In de lege ruimte tussen de twee 'puingordels' van Wega bevinden zich mogelijk enkele tot nu toe onontdekte planeten, vergelijkbaar met de reuzenplaneten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus die zich in ons zonnestelsel tussen de planetoïdengordel en de Kuipergordel bevinden. Bij de ster HR8799, die ook door twee puingordels wordt omgeven, zijn die planeten daadwerkelijk ontdekt.De aanwezigheid van stof rond Wega werd een kleine dertig jaar geleden al ontdekt door de Nederlands-Amerikaanse Infra-Rood Astronomische Satelliet (IRAS). De precieze verdeling van het circumstellaire materiaal was echter nooit eerder zo gedetailleerd in kaart gebracht.De ontdekking van de planetoïdengordel werd deze week bekendgemaakt op de 221ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Long Beach, Californië. (GS)
→ NASA, ESA Telescopes Find Evidence for Asteroid Belt Around Vega (origineel persbericht)
9 januari 2013
Nieuwe Hubble-waarnemingen van de heldere ster Fomalhaut in het sterrenbeeld Zuidervis wijzen uit dat de merkwaardige planeet die bij deze ster is ontdekt (Fomalhaut b) afstevent op een ontmoeting met een brede gordel van kleine komeetachtige objecten. Fomalhaut b werd in 2004 en 2006 voor het eerst waargenomen door Hubble als een zwak, bewegend lichtstipje binnen de ijs-, gruis- en stofschijf waardoor de ster op grote afstand wordt omgeven. Inmiddels zijn ook in 2010 en in 2012 metingen aan de planeet verricht, waardoor de baan nauwkeuriger kon worden bepaald. Het blijkt dat Fomalhaut b in een zeer excentrische omloopbaan beweegt met een omlooptijd van ongeveer 2000 jaar. De verwachting is dat de planeet over ca. twintig jaar de 'puinschijf' rond de ster begint binnen te dringen. Aangezien die schijf tal van komeetachtige objecten bevat, is het mogelijk dat er tegen die tijd botsingen met kometen gaan plaatsvinden, vergelijkbaar met de botsing van komeet Shoemaker-Levy 9 op de reuzenplaneet Jupiter in 1994. De baanhelling van de planeet is echter niet bekend; het zou ook kunnen dat hij boven of onder de komeetgordel beweegt.Hoe de planeet in zijn langgerekte baan terecht is gekomen, is niet bekend. Mogelijk komen er meer planeten in het stelsel voor, en is er in het verleden sprake geweest van zwaartekrachtsstoringen. Een tweede planeet zou ook de structuur van de puingordel kunnen verklaren. De nieuwe Hubble-metingen uit 2012 zijn vandaag gepresenteerd op de 221ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Long Beach. (GS)
→ Hubble Reveals Rogue Planetary Orbit for Fomalhaut b (origineel persbericht)
8 januari 2013
Een op de zes zonachtige sterren wordt vergezeld door een planeet die ongeveer zo groot (of liever gezegd: zo klein) is als de aarde. Erik Petigura van de Universiteit van Californië in Berkeley en Francois Fressin van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics komen onafhankelijk van elkaar tot die conclusie op basis van een statistische analyse van de resultaten van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler. Het gaat wel om planeten in kleine omloopbanen, waar de temperatuur veel hoger is dan op aarde.Uit de analyses blijkt dat planeten talrijker zijn naarmate de middellijn kleiner is, hoewel dat verband niet langer opgaat voor de allerkleinste exemplaren: exoplaneten die even klein zijn als de aarde zijn ongeveer even talrijk als planeten die een twee keer zo grote middellijn hebben.Verder blijkt dat vrijwel alle zonachtige sterren wel door een of meer planeten worden vergezeld, en dat kleine exoplaneten bij elk type ster ongeveer even vaak voorkomen.De resultaten van Petigura en Fressin zijn deze week gepresenteerd op de 221e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Long Beach. (GS)
→ At Least One in Six Stars Has an Earth-sized Planet
8 januari 2013
Met de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler zijn in het afgelopen jaar 461 nieuwe exoplaneet-kandidaten ontdekt. Het totaal aantal kandidaatplaneten is daarmee op 2740 gekomen. Het aantal kandidaatplaneten met afmetingen kleiner dan twee keer de middellijn van de aarde is zelfs met 43 procent toegenomen. De nieuwe Keplercatalogus werd vandaag gepresenteerd op de 221ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Long Beach. Veel planeten blijken deel uit te maken van meervoudige stelsels.Vervolgwaarnemingen met aardse telescopen moeten uitwijzen of de kandidaten bona fide planeten zijn. Inmiddels is dat voor 105 exoplaneten gebeurd. Naar schatting is ca. 90 procent van alle kandidaatplaneten 'reëel'.Kepler werd in het voorjaar van 2009 gelanceerd. De ruimtetelescoop ontdekt exoplaneten met behulp van de 'overgangsmethode': wanneer een planeet - gezien vanaf de aarde - voor zijn moederster langs beweegt (een zogeheten planeetovergang), onderschept hij eens per omloop een klein beetje sterlicht. (GS)
→ NASA's Kepler Mission Discovers 461 New Planet Candidates
7 januari 2013
Astronoom Barry Welsh van de Universiteit van Californië in Berkeley heeft bij zes sterrenaanwijzingen gevonden voor het bestaan van kometen. Eerder waren bij vier andere sterren al kometen ontdekt; een van die sterren (Bèta Pictoris) wordt ook vergezeld door minstens ééngrote planeet.Kometen zijn kleine, ijzige hemellichamen die vaak in langgerekte banen rond sterren draaien. Wanneer ze hun moederster tot op kleine afstand naderen, verdampen ze gedeeltelijk. De vrijkomende gassen verraden hun aanwezigheid doordat ze bepaalde golflengten van het sterlicht absorberen.Volgens Welsh, die zijn resultaten vandaag presenteert op de 221e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Long Beach, zijn exo-kometen (kometen bij andere sterrendan de zon) misschien wel net zo talrijk als exoplaneten. Bovendien blijken ze gemakkelijker te detecteren dan algemeen werd aangenomen. De nieuwe waarnemingen zijn verricht met een relatief kleine telescoop op de McDonald-sterrenwacht in Texas.De sterren waarbij de kometen zijn ontdekt zijn jonge, heldere sterren, met een leeftijd van slechts enkele miljoenen jaren. Ze worden omgeven door ronddraaiende schijven van gas en stof. Algemeen wordt aangenomen dat het materiaal in zo'n protoplanetaire schijf eerst samenklontert tot kleine objecten (rotsachtige planetoïden en ijzige kometen), en dat die zich in een later stadium samenvoegen tot grotere planeten. (GS)
→ Exocomets may be as common as exoplanets
7 januari 2013
Vrijwilligers die deelnemen aan het Planethunters-programma hebben vijftien nieuwe exoplaneet-kandidaten ontdekt. Een van de vijftien is inmiddels bevestigd als echte planeet, door vervolgwaarnemingen met de 10-meter Keck-telescoop op Hawaii.Via de website www.planethunters.org kan iedereen in de waarnemingsgegevens van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler meezoeken naar planeten bij andere sterren. De vijftien nieuwe exoplaneet-kandidaten zijn grote reuzenplaneten die zich in de bewoonbare zone van hun moederster bevinden, waar de temperaturen zodanig zijn dat er vloeibaar water zou kunnen voorkomen.Pas door nauwkeurige vervolgwaarnemingen kan van exoplaneet-kandidaten achterhaald worden of het inderdaad om een bona fide planeet gaat. Dat is tot nu toe voor één van de vijftien nieuwe Planethunters-vondsten gelukt. De gasvormige reuzenplaneet, PH2b genoemd (via Planethunters werd eerder ook al een planeet gevonden), zou vergezeld kunnen worden door rotsachtige manen (net zoals de planeet Jupiter in ons eigen zonnestelsel), waarop dan oceanen van vloeibaar water kunnen voorkomen.De nieuwe ontdekkingen worden binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
→ 'Traffic jam' of moons in habitable zone
7 januari 2013
Planeten in een wijd dubbelstersysteem zijn hun leven niet zeker. Dat blijkt uit computersimulaties van Nathan Kaib van de Northwestern University. Op termijn kunnen zulke planeten de ruimte in geslingerd worden.Een wijde dubbelster is een stelsel waarvan de twee afzonderlijke sterren op een onderlinge afstand van meer dan 150 miljard kilometer staan. In veel gevallen kan zich rond een van de twee sterren in het stelsel (of misschien wel rond beide sterren) een planetenstelsel vormen. Je zou denken dat zo'n stelsel weinig hinder ondervindt van de aanwezigheid van een tweede ster op grote afstand, maar uit de simulaties van Kaib blijkt iets heel anders.Als gevolg van zwaartekrachtsstoringen van passerende sterren en de getijdenwerking van ons eigen Melkwegstelsel zijn de banen van wijde dubbelsterren op de lange termijn niet stabiel. Na honderden miljoenen of enkele miljarden jaren kan zo'n omloopbaan - die aanvankelijk vrijwel cirkelvormig geweest kan zijn - veranderen in een sterk excentrische baan, waarbij de twee sterren elkaar eens per omloop op kleine afstand passeren. Een planetenstelsel rond zo'n ster kan daarbij ingrijpend verstoord worden, waardoor planeten de ruimte in geslingerd kunnen worden.Door in zijn computersimulaties een hypothetische wijde dubbelsterbegeleider van de zon toe te voegen aan ons eigen zonnestelsel, toonde Kaib aan dat dat er in 50 procent van alle gevallen toe zou leiden dat een van de vier reuzenplaneten (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) het zonnestelsel uit geslingerd wordt.Kaibs resultaten zijn zondag gepubliceerd op de website van Nature en worden maandag gepresenteerd op de 221e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Long Beach. (GS)
→ Wide Binary Stars Can Wreak Havoc on Planets
2 januari 2013
Astronomen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) een cruciaal stadium in de geboorte van reuzenplaneten waargenomen: enorme gasstromen die een leemte in de materieschijf rond een jonge ster overbruggen. Vermoed wordt dat zulke stromen worden veroorzaakt door grote planeten-in-wording die gas uit hun omgeving op te slokken (Nature, 3 januari).Het onderzoek betreft de jonge ster HD 142527 in het sterrenbeeld Wolf. Deze is omringd door een schijf van gas en kosmisch stof – het restant van de wolk waaruit de ster is ontstaan. De stofschijf rond HD 142527 bestaat uit twee delen, die door een lege zone van elkaar gescheiden zijn. Vermoed wordt dat deze leemte is schoongeveegd door pas gevormde Jupiter-achtige planeten die om de ster cirkelen.Het binnenste deel van de schijf heeft een omtrek die overeenkomt met de omloopbaan van Saturnus in ons eigen zonnestelsel. Het buitenste deel begint op een veertien keer zo grote afstand van de ster. Die ‘buitenschijf’ omringt de ster niet volledig: hij heeft de vorm van een hoefijzer, vermoedelijk door de zwaartekrachtsinvloed van de reuzenplaneten.De astronomen hebben ontdekt dat er op twee plaatsen gas van de buitenschijf naar de binnenschijf stroomt. Het sterke vermoeden bestaat dat in beide gasstromen een reuzenplaneet schuilgaat. Zulke planeten groeien door gas uit de buitenschijf aan te trekken. Maar het zijn nogal slordige eters: een deel van het gas schiet zijn doel voorbij en komt in de binnenschijf terecht. (EE)
→ ALMA werpt licht op planeet-vormende gasstromen
19 december 2012
Een internationaal team van astronomen heeft ontdekt dat de ster Tau Ceti, een van de meest nabije buren van onze zon, vijf planeten heeft. Een van die planeten zou zich in de leefbare zone rond de ster kunnen bevinden – de gordel rond de ster waar de omstandigheden min of meer aangenaam kunnen zijn.Van alle enkelvoudige sterren is Tau Ceti de meest nabije die veel op de zon lijkt. Zijn vijf planeten zijn naar schatting twee tot zes keer zo zwaar als de aarde. Daarmee behoren ze tot de categorie 'superaardes'. De potentieel leefbare planeet is ruwweg vijf keer zo zwaar als onze planeet.Ondanks hun betrekkelijk kleine massa's veroorzaken de vijf planeten kleine schommelbewegingen bij hun moederster. Normaal gesproken zouden deze bewegingen met de huidige instrumenten niet of nauwelijks meetbaar zijn. Maar door de gegevens van telescopen in Chili (ESO), op Hawaï (Keck) en in Australië (AAT) met elkaar te combineren – wat in een tweemaal zo grote meetnauwkeurigheid resulteerde – is dat nu toch gelukt. (EE)
→ Closest single star like our Sun may have habitable planet (pdf)
5 december 2012
Astronomen hebben het jongste zonnestelsel-in-wording ontdekt dat ooit is waargenomen. De ontdekking betreft een kleine ster op 450 lichtjaar van de aarde, die omgeven is door een kolkende schijf van gas en stof (Nature, 6 december).De jonge ster, die L1527 IRS wordt genoemd, heeft nu nog vijf keer zo weinig massa als de zon, maar is nog bezig om gas uit zijn omgeving aan te trekken. Volgens de astronomen zal hij uiteindelijk ongeveer net zo zwaar zijn als de zon. En de schijf die hem omringt bevat genoeg materie voor de vorming van zeven planeten ter grootte van Jupiter.Het zonnestelsel-in-wording is hooguit 300.000 jaar oud. Ter vergelijking: het onze is ongeveer 4,6 miljard jaar geleden ontstaan. (EE)
→ Astronomers Discover and "Weigh" Infant Solar System
30 november 2012
Astronomen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) ontdekt dat het buitenste deel van de stofschijf rond een bruine dwerg millimeter-grote korreltjes kan bevatten, zoals die ook in de schijven rond pasgeboren sterren voorkomen. Deze verrassende ontdekking kan erop wijzen dat rotsachtige planeten talrijker zijn dan gedacht.Vermoed wordt dat rotsachtige planeten ontstaan door het willekeurig botsen en samenkleven van aanvankelijk microscopisch kleine deeltjes in de materieschijf rond een ster. Deze korreltjes, die kosmisch stof worden genoemd, zijn vergelijkbaar met roet of fijn zand. Astronomen dachten dat zulke korreltjes in de buitenste regionen rond bruine dwergen – sterachtige objecten die te klein zijn om te stralen zoals een ster – niet kunnen ontstaan, omdat hun schijven dun zijn en de daarin aanwezige deeltjes te snel bewegen om na een botsing aan elkaar te blijven plakken. Ook suggereren de huidige theorieën dat eventueel gevormde korreltjes zich snel in de richting van de centrale bruine dwerg zouden moeten verplaatsen. Ze zouden daardoor uit de buitenste delen van de schijf verdwijnen en niet meer te detecteren zijn.De jonge bruine dwerg ISO-Oph 102, die deel uitmaakt van een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Slangendrager, lijkt zich daar echter weinig van aan te trekken. De ALMA-metingen laten zien dat zich aan de rand van zijn stofschijf wel degelijk stofkorreltjes bevinden met afmetingen van een millimeter of groter. Het is onduidelijk of er uit dat stof ook een complete planeet kan ontstaan, of dat deze zich al heeft gevormd, maar de vorming van de millimeter-grote korreltjes is wel de eerste aanzet daartoe. De bestaande ideeën omtrent de omstandigheden waaronder deze vaste deeltjes ontstaan moeten dus worden herzien. (EE)
→ Zelfs bruine dwergen kunnen rotsachtige planeten voortbrengen
28 november 2012
Astronomen van de Universiteit van Amsterdam en ruimteonderzoeksinstituut SRON hebben berekend dat waterwolken op een exoplaneet ook zijn te herkennen wanneer de planeet slechts deels met wolken is bedekt, en zelfs als deze schuilgaan onder ijswolken. De waterwolken zijn te herkennen aan het 'regenboogsignaal'. Dit signaal bestaat uit weerkaatst sterlicht dat in één richting extra sterk is gepolariseerd (Astronomy & Astrophysics).Een exoplaneet is een planeet die niet om onze zon, maar om een andere ster draait. De afstanden tot exoplaneten zijn zo groot dat we van verreweg de meeste alleen de grootte en de afstand tot hun ster kennen. Om te bepalen hoe zo'n planeet eruitziet, kunnen astronomen de eigenschappen van het door hem weerkaatste sterlicht onderzoeken. Eén van deze eigenschappen is de polarisatie. In gepolariseerd licht hebben de lichtgolven een voorkeursrichting. De waterdruppels in wolken verstrooien het licht alle kanten op, maar als een exoplaneet zich in bepaalde punten van zijn baan bevindt, gebeurt die verstrooiing vooral onder een hoek van ongeveer 140 graden.Ook wanneer de zon door een regenbui schijnt, en er een regenboog ontstaat, wordt het licht op deze manier gepolariseerd. Als je door een polarisatiefilter naar de regenboog kijkt en het filter draait, zie je de helderheid van de regenboog veranderen. Dan blijkt dat de helderheid van de regenboog onder één bepaalde hoek het grootst is.Er was al eerder geopperd dat je waterwolken op exoplaneten zou kunnen herkennen aan hun gepolariseerde regenboogsignaal. Uit de nu gepubliceerde resultaten blijkt dat dit signaal ook te zien is als maar een klein deel van de planeet onder zulke wolken schuilgaat, zoals bij de aarde het geval is. Dit hebben de onderzoekers berekend door een model van onze planeet te gebruiken met een wolkendek zoals dat is gemeten door het MODIS-instrument van NASA’s AURA-satelliet. (EE)
→ Regenbogen op exoplaneten verraden de aanwezigheid van water
27 november 2012
Waarnemingen met de Europese infraroodsatelliet Herschel wijzen erop dat sterren waar geen grote, Jupiter-achtige planeten omheen cirkelen, zijn omgeven door een forse gordel van kometen. Als we mogen afgaan op de situatie bij de sterren Gliese 581 en 61 Virginis tenminste. Rond deze beide sterren cirkelen alleen planeten die qua grootte ergens tussen de aarde en Neptunus in zitten. Herschel heeft rond de twee sterren veel koud stof ontdekt, dat vermoedelijk afkomstig is van onderlinge botsingen tussen kometen. Afgaande op de waargenomen hoeveelheden stof zouden Gliese 581 en 61 Virginis omringd moeten zijn door een gordel die minstens tien keer zoveel kometen bevat als de zogeheten Kuipergordel in ons eigen zonnestelsel, voorbij de omloopbaan van de planeet Neptunus.Vermoed wordt dat de zwaartekracht van de grote planeten Jupiter en Saturnus 'onze' Kuipergordel zodanig in beroering heeft gebracht, dat veel kometen al in de begintijd van het zonnestelsel richting centrum zijn gedirigeerd. Daardoor waren de binnenste planeten, waaronder de aarde, miljoenen jaren lang doelwit van een groot kosmisch bombardement. Waarschijnlijk loopt het op de planeten van Gliese 581 en 61 Virginis zo'n vaart niet: door het ontbreken van Jupiter-achtige planeten zal de frequentie van komeetinslagen veel geringer zijn. Maar daar kleeft ook een nadeel aan: de mildere 'kometenregen' betekent ook dat de wateraanvoer naar eventuele 'leefbare' planeten trager is. Het zou dus veel langer duren voor zich daar een oceaan van betekenis vormt. (EE)
→ Do missing Jupiters mean massive comet belts?
22 november 2012
De mantels van de aarde en andere rotsachtige planeten bevatten veel magnesiumoxide-houdende mineralen. Onderzoek door wetenschappers van de Carnegie Institution of Science wijst uit dat dit magnesiumoxide een rol kan spelen bij de vorming van magnetische velden (Science Express, 22 november).Bij het onderzoek werden kleine monsters magnesiumoxide met behulp van laserpulsen blootgesteld aan een druk van drie tot veertien miljoen atmosfeer (de luchtdruk op aarde) en temperaturen tot 50.000 graden. Dat komt overeen met de omstandigheden in het centrum van onze aarde tot die in de kernen van 'superaardes' – planeten die een slag groter zijn dan onze planeet.De onderzoeksresultaten laten zien dat magnesiumoxide, en waarschijnlijk ook andere mineralen die we op aarde als 'gesteenten' kennen, onder de omstandigheden in het inwendige van een superaarde 'metallisch' worden. Magnesiumoxide gedraagt zich dan als een vloeibaar metaal en kan, net als de huidige vloeibare metalen in de kern van onze aarde, een magnetisch veld genereren. (EE)
→ Magnesium oxide: From Earth to super-Earth
20 november 2012
Astronomen ontdekken steeds meer planeten bij andere sterren. En zo af en toe zit daar ook een planeet bij die zich in de 'leefbare zone' van de ster bevindt – de gordel rond de ster waarbinnen de temperatuur op een planeetoppervlak gematigd genoeg is om water in vloeibare vorm te laten bestaan. Volgens astronomen uit Duitsland en de VS zijn echter niet alle leefbare zones even geschikt voor de instandhouding van leven. Vooral die rond witte en bruine dwergsterren lijken nauwelijks leefbaar.Witte dwergen zijn de hete kern van stervende sterren en bruine dwergen zijn koele 'mislukte' sterren – objecten die niet genoeg massa hebben om middels kernfusiereacties te stralen zoals onze zon. Theoretisch hebben ook zulke exotische sterren een leefbare zone. Maar ze hebben ook een andere eigenschap: ze koelen af.Door die afkoeling schuift de leefbare zone steeds dichter naar de dwergster toe. Planeten die eerst binnen de leefbare zone lagen, worden dus al snel te koud. (EE)
→ Can life emerge on planets around cooling stars?
19 november 2012
Het is astronomen van onder andere het Duitse Max-Planck-Institut für Astronomie gelukt een enorme exoplaneet te fotograferen. De planeet is bijna dertien keer zwaarder dan de zwaarste planeet in ons eigen zonnestelsel, Jupiter.De planeet, Kappa Andromeda b, draait in een ruime baan om de jonge ster Kappa Andromeda heen, die 2,5 keer zo zwaar is als de zon en op ongeveer 170 lichtjaar van de aarde staat. De directe waarneming van de planeet werd in het infrarode spectrum gedaan met de Japanse Subaru-telescoop op Hawaï.Deze ontdekking is volgens de astronomen belangrijk voor ons begrip van planeetvorming rond zware sterren zoals Kappa Andromeda. Eén theorie stelde dat de grote hoeveelheid straling van zo’n ster de vorming van zware planeten onmogelijk zou maken. Kappa Andromeda b laat zien dat zoiets toch mogelijk is.Het direct fotograferen van exoplaneten is een lastige klus voor astronomen. Om een lichtzwakke planeet zichtbaar te maken moet de grote hoeveelheid straling van de begeleidende ster geblokkeerd of weg gefilterd worden. Zo niet, dan overschijnt de ster alle objecten in haar directe omgeving. Vrijwel alle exoplaneten worden daarom gevonden via indirecte meetmethodes, waarbij bijvoorbeeld naar kleine variaties in de helderheid of het spectrum van de ster wordt gekeken. (Roel van der Heijden)
→ Super-Jupiter im Porträt
15 november 2012
Volgens astrofysicus Konstantin Batygin staat het baanvlak van sommige exoplaneten zo schuin op het evenaarsvlak van hun moederster, doordat deze ster ooit een andere ster als begeleider had. Stelsels die vroeger meer dan één ster hadden, zouden ook kunnen verklaren waarom sommige 'hete Jupiters' om hun moederster draaien in een richting die tegengesteld is aan de draaiing van de ster zelf (Nature, 15 november).'Hete Jupiters' zijn grote, Jupiter-achtige planeten die op zeer kleine afstand om hun ster draaien. Toen zulke planeten in 1995 voor het eerst werden ontdekt, namen astronomen aan dat zij op grotere afstand van hun ster waren gevormd en pas later naar hun huidige banen waren gemigreerd door de aantrekkende werking van het gas en stof rond de ster. Die theorie viel echter aan duigen toen in 2008 werd ontdekt dat sommige hete Jupiters in tegengestelde richting om hun ster draaien.Die tegengestelde draairichting wordt wel toegeschreven aan de aantrekkingskracht die andere planeten op zo'n planeet uitoefenden terwijl deze zijn ster naderde. Volgens Batygin is er echter ook een andere mogelijkheid: de vreemde draairichting kan het gevolg zijn van de zwaartekrachtsinvloed van een andere ster, die inmiddels uit het stelsel is ontsnapt.Het idee van Batygin is gebaseerd op het feit dat veel sterren deel uitmaken van meervoudige stersystemen. Om te onderzoeken wat de aanwezigheid van meerdere sterren voor gevolgen heeft voor de planeten in het stelsel heeft Batygin computermodellen gemaakt. Zijn simulaties laten zien dat de verstoringen die in zulke stelsels optreden er inderdaad toe kunnen leiden dat planeten uiteindelijk in tegengestelde richting om hun ster draaien. (EE)
→ Astrophysicist suggests planetary misalignment due to multiple star impact
14 november 2012
NASA-satelliet Kepler, die naar planeten bij andere sterren zoekt, heeft zijn drieënhalf jaar durende missie volbracht. Zijn eerste missie dan. Want de zoektocht is met nog eens maximaal vier jaar verlengd.De afgelopen jaren zijn met Kepler meer dan 2300 planeetkandidaten opgespoord. Tot nu toe zijn meer dan honderd van die ontdekkingen bevestigd. De resultaten bevestigen het idee dat ons Melkwegstelsel wemelt van de planeten: rond zeker één op de drie sterren cirkelt minstens één planeet.De verlenging van het Kepler-onderzoek heeft vooral tot doel om de ongeveer honderd detecties van planeetkandidaten ter grootte van de aarde te kunnen bevestigen. Ook hopen de onderzoekers meer planeten te ontdekken die zich in de 'leefbare zone' van hun ster bevinden – de gordel rond de ster waar gematigde temperaturen heersen en vloeibaar water op het planeetoppervlak kan bestaan.Kepler spoort planeetkandidaten op door de helderheden van meer dan 150.000 sterren in de gaten houden. Steeds als er een planeet voor een ster langs beweegt, wordt een beetje sterlicht tegengehouden. Uit de regelmaat waarmee dat gebeurt, kan de afstand van de planeet tot zijn ster worden afgeleid. En de mate van helderheidsafname geeft een indicatie van de grootte van de planeet. (EE)
→ NASA's Kepler Wraps Prime Mission, Begins Extension
14 november 2012
Franse en Canadese astronomen hebben een hemellichaam ontdekt dat zeer waarschijnlijk een planeet is die in zijn eentje door de ruimte zwerft. Met een afstand van ongeveer honderd lichtjaar staat de mogelijke planeet betrekkelijk dichtbij. En doordat er in zijn omgeving geen heldere ster te bekennen is, hebben de astronomen hem goed kunnen onderzoeken.In de afgelopen jaren zijn al verschillende objecten ontdekt die tot de categorie van de 'solitaire planeten' kunnen behoren. In de meeste gevallen kan echter niet worden vastgesteld of het ook echt om planeten gaat of om bruine dwergen – ‘mislukte’ sterren, die niet genoeg massa hebben om de reacties op te wekken die hen doen stralen.Het nu ontdekte object, dat de aanduiding CFBDSIR2149 heeft gekregen, lijkt echter bij een nabije verzameling van jonge sterren te horen die bekendstaat als AB Doradus. Als het nu ontdekte object inderdaad bij deze groep hoort – en dus jong is – volgt daaruit dat het om een planeet gaat die vier tot zeven keer zo zwaar als Jupiter en een temperatuur van ongeveer 430 graden heeft. Er bestaat overigens een (kleine) kans dat zijn connectie met de bewegende sterrenhoop op toeval berust: in dat geval zou CFBDSIR2149 ook een bruine dwergster kunnen zijn. Solitaire objecten kunnen zijn ontstaan als normale planeten, die later uit hun planetenstelsel zijn geschopt, maar ook als op zichzelf staande kleine sterren of bruine dwergen. Maar of het nu planeten zonder moederster zijn of de kleinst mogelijke sterren, het zijn hoe dan ook intrigerende objecten. (EE)
→ Verdwaald in de ruimte: solitaire planeet ontdekt?
9 november 2012
Door de Japanse Subaru-telescoop te richten op een schijf van gruis en stof rond de jonge ster PDS 70, denken astronomen dat ze aanwijzingen hebben gevonden voor meerdere planeten die rondom deze ster draaien. De stofschijf heeft namelijk een anders niet te verklaren groot gat.Volgens gangbare theorieën ontstaan planetenstelsels zoals ons eigen zonnestelsel uit grote, platte stofwolken die om jonge sterren draaien. Door de zwaartekracht kunnen delen van deze stofwolk over de loop van miljoenen jaren samenklonteren tot planeten. Het was juist zo’n jonge stofschijf die astronomen van het Nationale Astronomische Observatorium van Japan en de Princeton-universiteit wilden waarnemen. Bij de 10 miljoen jaar jonge ster PDS 70 – een zonachtige ster op een afstand van ongeveer 460 lichtjaar – zagen ze tot hun verrassing een stofschijf met een enorm gat.Volgens de astronomen is dit enkel te verklaren als er op die plek al meerdere planeten zijn samengeklonterd uit de schijf. Zij zouden het aanwezige stof en gruis met hun zwaartekracht netjes hebben opgeveegd. Geen enkele planeet, hoe zwaar ook, zou in haar eentje in staat zijn zo veel materie naar zich toe te trekken. Momenteel proberen de astronomen met nieuwe waarnemingen meer details van de schijf waar te nemen. Een hele klus, want sterren overschijnen de objecten in hun directe omging doorgaans compleet. Om dit probleem te overkomen werd HiCIAO ontwikkeld, een apparaat dat sinds 2009 op de Subaru-telescoop is gemonteerd en foto’s met een extra hoog contrast kan schieten van protoplanetaire schijven. (Roel van der Heijden)
→ Discovery of a Giant Gap in the Disk of a Sun-like Star May Indicate Multiple Planets
9 november 2012
De ster 49 Ceti in het sterrenbeeld Walvis wordt al miljoenen jaren met kometen bestookt. Tot die conclusie komen astronomen na onderzoek van een vreemde eigenschap van de ster. De afgelopen tientallen jaren hebben astronomen honderden sterren ontdekt die omringd zijn door een schijf van stof. Maar slechts twee daarvan, waaronder 49 Ceti, zijn ook omgeven door grote hoeveelheden gas – koolmonoxide om precies te zijn.De aanwezigheid van zowel stof als gas rond een ster wordt doorgaans gezien als een teken van jeugd. Alle sterren zijn de eerste miljoenen jaar van hun bestaan omringd door stof en gas. Maar normaal gesproken wordt dat gas binnen tien miljoen jaar verdreven. Behalve bij 49 Ceti dan, een ster die ongeveer 40 miljoen jaar oud lijkt (wat vergeleken met onze zon overigens nog heel jong is). Volgens Amerikaanse astronomen wordt het koolmonoxidegas rond 49 Ceti aangevoerd door grote aantallen kometen. Deze zouden afkomstig zijn van een gordel van ijsachtige objecten, vergelijkbaar met de Kuipergordel buiten de baan van de planeet Neptunus, die onze zon omringt. De verwachting is dat de Kuipergordel van een jonge ster veel meer materiaal bevat dan die in ons zonnestelsel, en dat zo'n ster heel vaak door kometen wordt getroffen. Maar in het geval van 49 Ceti zou je beter van een 'kometenregen' kunnen spreken. Want berekeningen laten zien dat de hoeveelheid gas rond de ster alleen verklaarbaar is als deze elke zes seconden door een komeet wordt getroffen. (EE)
→ Comet collisions every six seconds explain 17-year-old stellar mystery
8 november 2012
Astronomen hebben in het centrum van een opvallende planetaire nevel een bijzondere dubbelster ontdekt. De ontdekking bevestigt een veelbesproken theorie over het symmetrische karakter van het materiaal dat de centrale ster de ruimte in slingert (Science, 9 november 2012).Een planetaire nevel is een gloeiende schil van gas rond een witte dwerg – een zonachtige ster die een groot deel van zijn materie de ruimte in heeft geblazen en zijn laatste levensfase heeft bereikt. Fleming 1 is een prachtig voorbeeld van zo’n nevel: hij heeft opvallend symmetrische jets die een kronkelpatroon vertonen.Astronomen discussiëren al lang over het ontstaan van die symmetrische jets, maar konden het maar niet eens worden. Nieuwe waarnemingen van Fleming 1, verkregen met de Europese Very Large Telescope (VLT) in Chili, gecombineerd met bestaande computermodellen hebben nu voor het eerst precies laten zien hoe de soms bizarre vormen van planetaire nevels tot stand komen.Gebleken is dat in het centrum van Fleming 1 niet één, maar twee witte dwergen staan, die in ruim een dag om elkaar heen cirkelen. Hoewel er meer planetaire nevels bekend zijn die een dubbelster in hun hart hebben, zijn gevallen waarbij twee witte dwergen om elkaar heen draaien zeer zeldzaam.Het tweetal sterren speelt een cruciale rol bij de verklaring van de waargenomen vorm van de planetaire nevel. Terwijl de oorspronkelijke sterren ouder werden en opzwollen, gedroeg één van hen zich bij tijd en wijle als een stellaire vampier die zijn metgezel uitzoog. Hierdoor stroomde er materiaal naar de ‘vampier’, waardoor zich rond deze een zogeheten accretieschijf vormde. Door de interactie van de om elkaar heen draaiende sterren gedroeg deze schijf zich als een wiebelende tol – een beweging die precessie wordt genoemd. Deze beweging heeft tot gevolg dat het materiaal dat in de vorm van 'jets' loodrecht op de accretieschijf wordt uitgestoten niet altijd dezelfde kant op gaat. (EE)
→ Kosmische sproeiers verklaard
1 november 2012
De planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter zou wel eens redelijk uniek kunnen zijn. Dat schrijven astronomen in het Britse tijdschrift Monthly Notices. Volgens de beide wetenschappers kan dat ook betekenen dat buitenaards leven schaarser is dan gehoopt.Aan de hand van waarnemingen en modelberekeningen komen de astronomen tot de conclusie dat nog geen vier procent van alle tot nu toe ontdekte planetenstelsels een planetoïdengordel als die in ons zonnestelsel heeft, dat wil zeggen: een compacte planetoïdengordel op relatief kleine afstand tot de centrale ster. Dat betekent dat leefbare planeten in verreweg de meeste gevallen met te veel dan wel te weinig planetoïden worden bestookt.Planetoïden worden doorgaans gezien als een bedreiging voor het leven op een planeet. Maar de inslag van een planetoïde heeft ook zijn positieve kanten: er worden water en organische stoffen aangevoerd, en opkomende organismen worden gedwongen om slimmere overlevingstactieken te ontwikkelen. Een te gering aantal inslagen van planetoïden kan dus net zo ongunstig zijn voor de ontwikkeling van leven als een te groot aantal.Aangenomen wordt dat ligging en omvang van 'onze' planetoïdengordel grotendeels is bepaald door de planeet Jupiter. Deze zou met zijn grote aantrekkingskracht de vorming van een extra planeet binnen zijn omloopbaan hebben voorkomen. Volgens de astronomen kan het bij de zoektocht naar buitenaards leven dus zinvol zijn om vooral te letten op planetenstelsels met een reuzenplaneet die een vergelijkbare positie ten opzichte van zijn ster inneemt als Jupiter. (EE)
→ Asteroid belts of just the right size are friendly to life
26 oktober 2012
Een nieuwe analyse van beeldgegevens van de Hubble-ruimtetelescoop wijst erop dat er misschien tóch een zware planeet cirkelt om de nabije ster Fomalhaut. Uit het onderzoek blijkt dat de planeet, Fomalhaut b, wellicht in een dichte wolk stof is gehuld.Fomalhaut is een heldere ster in het sterrenbeeld Zuidervis, op 25 lichtjaar van de aarde. Eind 2008 kondigden astronomen aan dat er in een wijde baan rond deze ster een planeet cirkelt. Sterker nog: ze maakten zelfs opnamen waarop een nietig stipje bij de ster was te zien.In 2011 ontstonden er echter twijfels over het planetaire karakter van het lichtstipje. De snelheid waarmee het zich verplaatste, zijn sterk wisselende helderheid en de onzichtbaarheid ervan op infraroodbeelden van de Spitzer-satelliet trokken het bestaan van de planeet in twijfel. Het leek er eerder op dat het object bij Fomalhaut niet meer dan een stofwolk was.Uit een nieuwe analyse van Hubble-gegevens uit de periode 2004-2006 blijkt echter dat de helderheid van het vreemde object helemaal niet zo sterk wisselt als eerder het geval leek. Ook lijkt het bij nader inzien een keurige cirkelbaan om de ster te volgen. Alleen lukt het nog steeds niet om de vermeende planeet op infraroodbeelden terug te vinden.Dat laatste kan echter worden verklaard door aan te nemen dat de planeet geheel in stof is gehuld. Het lichtstipje op de Hubble-beelden zou dus niet de planeet zelf zijn, maar het stof daaromheen. In dat geval kan Fomalhaut b worden beschouwd als een planeet-in-aanbouw. (EE)
→ New Study Brings A Doubted Exoplanet 'Back From The Dead'
19 oktober 2012
Het Europese ruimteagentschap ESA wil in 2017 een kleine satelliet lanceren die specifiek naar 'superaardes' gaat zoeken – planeten bij andere sterren die een slag groter zijn dan onze planeet. De satelliet zal daarbij gebruik maken van dezelfde methode waarmee ook de succesvolle NASA-satelliet exoplaneten opspoort: het meten van de kleine helderheidsdipjes die optreden als een planeet voor zijn ster langs trekt.De nieuwe satelliet heeft de naam Cheops gekregen, een afkorting die staat voor 'CHaracterising ExOPlanets Satellite'. Anders dan Kepler zal hij niet grote aantallen sterren in de gaten houden, om compleet nieuwe planetenstelsels op te sporen. Cheops wordt gericht op nabije, heldere sterren waarbij eerder al (grotere) planeten zijn ontdekt. De verwachting is dat bij deze sterren ook kleinere planeten te vinden zullen zijn. (EE)
→ ESA Science Programme’s new small satellite will study super-Earths
17 oktober 2012
Europese astronomen hebben een planeet van ongeveer één aardmassa opgespoord die rond een ster van het nabije Alfa Centauri-stelsel draait (Nature online, 17 oktober). Alfa Centauri is een van de helderste sterren aan de zuidelijke hemel en, met een afstand van ongeveer 4,3 lichtjaar, tevens de meest nabije buur van ons zonnestelsel. Wat we met het blote oog als één ster zien, is in werkelijkheid een groepje van drie sterren. Twee daarvan, de zonachtige sterren Alfa Centauri A en B, vormen een nauwe dubbelster. Op ruime afstand van dit tweetal bevindt zich de rode dwergster Proxima Centauri, die iets dichter bij de aarde staat. De nu ontdekte planeet draait in een krappe baan om Alfa Centauri B: hun onderlinge afstand bedraagt slechts zes miljoen kilometer. Zijn omlooptijd is iets meer dan drie dagen. Ter vergelijking de afstand tussen de zon en Mercurius, de binnenste planeet van ons zonnestelsel, is bijna tien keer zo groot, en de omlooptijd van Mercurius is ruim 58 dagen.De onwaarneembaar kleine planeet is opgespoord door de geringe schommelbeweging die hij met zijn zwaartekrachtsaantrekking bij de ster veroorzaakt. Deze schommelbeweging zorgt ervoor dat Alfa Centauri B afwisselend op ons af komt en van ons weg beweegt. Het licht van de ster wordt hierdoor een beetje blauwer, respectievelijk roder – een effect dat met een nauwkeurige spectrograaf meetbaar is.In het geval van Alfa Centauri B is de schommelbeweging heel klein: onder invloed van de planeet gaat de ster met een snelheid van slechts 51 centimeter per seconde (1,8 km/uur) heen en weer – ongeveer de snelheid van een kruipende baby. Niet eerder zijn astronomen erin geslaagd om zo'n geringe stellaire schommelbeweging te detecteren.Hoewel de combinatie van een planeet ter grootte van de aarde en een ster van het type zon sterk tot de verbeelding spreekt, zal de planeet van Alfa Centauri B weinig overeenkomsten vertonen met onze thuiswereld. Daarvoor staat hij veel te dicht bij zijn ster: het is er simpelweg ziedend heet. (EE)
→ Planeet opgespoord bij naburige ster
16 oktober 2012
Steeds vaker worden er meerdere planeten gedetecteerd die rondom één ster draaien. Maar zo’n compact planetensysteem als KOI-500 hebben sterrenkundigen nog nooit gezien. De vijf planeten in dit systeem draaien in een schijf die een twaalfde deel van de aardbaan inneemt.De planeten staan tevens erg dicht bij hun ster en hebben daarom extreem korte omlooptijden. Het ‘jaar’ van de langzaamste planeet duurt 9,5 dagen, de snelste planeet voltooit een ronde om de ster in een dag. KOI-500 is te vinden op een afstand van 1100 lichtjaar van de aarde.De wetenschappers van de Universiteit van Florida, die bij de ontdekking zijn betrokken, denken niet dat de planeten oorspronkelijk zo dicht bij elkaar zaten. Waarschijnlijk zijn ze in veel ruimere banen ontstaan om later te zijn gemigreerd naar deze ultracompacte configuratie.Het planetaire systeem werd ontdekt met de Kepler-satelliet. Deze ruimtetelescoop draait sinds 2009 in een baan om de aarde en houdt continu de helderheid van zo’n 160.000 sterren in de gaten. Door de speuren naar kleine dipjes in de helder kunnen exoplaneten ontdekt worden. Op deze manier heeft Kepler al meer dan 2000 mogelijke planeten gevonden. (Roel van der Heijden)
→ Ultra-Compact Planetary System Is A Touchstone For Understanding New Planet Population (via SpaceDaily)
15 oktober 2012
Het palet aan exotische exoplaneten wordt steeds rijker. Astronomen van de Yale-universiteit hebben nu een planeet gevonden die rondom een dubbelster draait, die op haar beurt weer een koppel vormt met een tweede dubbelster.Op zich is het al vrij uniek dat er een planeet is ontdekt die rondom een dubbelster draait. Er zijn slechts zes van deze gevallen bekend. Maar geen enkel van deze dubbelsterren vormt een koppel met een andere (dubbel)ster.PH1, zoals de nieuwe planeet is genoemd, draait in ongeveer 138 dagen om twee sterren die een massa hebben van respectievelijk 0,41 en 1,5 keer de massa van de zon. Ver buiten de planeetbaan, op ongeveer 1000 keer de afstand aarde – zon, draait een tweede paar sterren. PH1 is een zogenoemde gasreus met een diameter van ruim zes keer die van de aarde.De planeet is de eerste die werd geïdentificeerd met behulp van de website planethunters.org. Telescoopdata wordt via die site naar duizenden vrijwilligers gestuurd, die speuren naar kleine ‘dipjes’ in het licht van sterren. Die dipjes kunnen ontstaan doordat planeten voor hun ster langs trekken. (Roel van der Heijden)
→ Armchair astronomers find planet in four-star system
11 oktober 2012
Onderzoek door wetenschappers van de Yale-universiteit wijst erop dat de exoplaneet 55 Cancri e voor een belangrijk deel uit diamant kan bestaan. Eerder gingen astronomen er nog van uit dat de planeet vooral ijzer, silicium en superheet water bevatte.55 Cancri e is ongeveer tweemaal zo groot als de aarde en heeft een acht keer zo grote massa. Daarmee behoort de planeet tot de 'superaardes'. Samen met vier andere planeten draait hij om de zonachtige ster 55 Cancri, die veertig lichtjaar van ons verwijderd is. De exoplaneet draait in een zeer krappe baan om zijn moederster. Hierdoor is het er ziedend heet: de oppervlaktetemperatuur wordt geschat op meer dan 2000 °C.Rechtstreekse metingen van de samenstelling van 55 Cancri e ontbreken nog. Daarom moeten astronomen hun toevlucht nemen tot modelberekeningen die, uitgaande van bestaande theorieën over planeetvorming, de waargenomen combinatie van massa en afmetingen zo goed mogelijk kunnen verklaren. Vaak wordt daarbij gekozen voor het meest 'aardse' resultaat, dat wil zeggen: een planeetinwendige dat veel zuurstof(verbindingen) bevat.De Yale-wetenschappers laten echter zien dat de kenmerken van 55 Cancri e ook verklaarbaar zijn als de planeet helemaal geen water bevat en vooral uit koolstof (in de vorm van grafiet en diamant), ijzer en siliciumverbindingen bestaat. In dat geval zou het diamantgehalte van deze superaarde minstens dertig procent kunnen bedragen.Daarmee willen de onderzoekers laten zien dat de samenstelling van superaardes wel eens een veel grotere variatie zou kunnen vertonen dan tot nu toe werd aangenomen. Wat de exacte samenstelling van 55 Cancri e is, zal pas blijken als zijn atmosfeer nader onderzocht kan worden. (EE)
→ Nearby super-Earth likely a diamond planet
3 oktober 2012
Met ruimtetelescoop Herschel hebben astronomen uit onder andere België en Nederland voor het eerst bepaald uit welke materialen de stofschijf rondom de zeer jonge ster Beta Pictoris bestaat. Ze kwamen erachter dat er veel overeenkomsten zijn tussen die stofschijf en kometen die we in ons eigen zonnestelsel vinden. Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in het tijdschrift Nature.De astronomen richtten zich specifiek op zogenoemde olivijnkristallen in de stofschijf. Van dit materiaal bestaan magnesium- en ijzerrijke varianten en ze worden in ons eigen zonnestelsel onder andere teruggevonden in kometen. Uit gegevens van de Herscheltelescoop blijkt nu dat er verrassende overeenkomsten zijn tussen de olivijnkristallen in de stofschijf van Beta Pictoris en kometen in ons zonnestelsel. De relatieve hoeveelheden en de positie van magnesium- en ijzerrijk materiaal komen overeen. En dat vinden de astronomen opvallend. Want hoewel de ster erg verschilt van onze eigen zon (anderhalf keer zo zwaar en acht keer zo helder) lijken er in de stofschijf dezelfde mechanismen aan het werk te zijn, die leiden tot de waargenomen verdeling van olivijn. Beta Pictoris staat op 63 lichtjaar van de aarde en is met haar 12 miljoen jaar nog erg jong. Zo jong zelfs dat er uit het stof rondom de ster nog geen planeten hebben kunnen vormen. Door naar zonnestelsels in wording te kijken kunnen astronomen veel leren over hoe de vorming van ons eigen zonnestelsel is verlopen. (Roel van der Heijden)
→ Comet crystals found in a nearby planetary system
14 september 2012
Astronomen hebben, voor het eerst, planeten ontdekt die rond zonachtige sterren in een sterrenhoop draaien. Dat bewijst dat planeten zelfs in een 'drukke' stellaire omgeving kunnen ontstaan (Astrophysical Journal Letters, 14 september).
De ontdekte planeten zijn zogeheten hete Jupiters: grote gasplaneten die in een krappe baan om hun moederster draaien. De twee sterren in kwestie maken deel uit van de jonge sterrenhoop M44, die ook wel Praesepe of de Kribbe wordt genoemd. M44 is een open sterrenhoop die uit ongeveer duizend sterren bestaat die vrijwel gelijktijdig uit één en dezelfde gaswolk zijn geboren.
De sterren van M44 bevatten relatief veel elementen zwaarder de helium - meer dan onze zon bijvoorbeeld. Dat maakt het waarschijnlijk dat rond meer sterren van deze sterrenhoop planeten cirkelen. Uit eerder onderzoek is namelijk gebleken dat zware elementen zoals silicium en ijzer als een soort 'planetaire kunstmest' fungeren: hoe meer zware elementen, hoe rijker de oogst aan zware gasplaneten.
Meer informatie:
First Planets Found Around Sun-Like Stars in a Cluster
PlanetQuest
11 september 2012
Bij de zoektocht naar exoplaneten gaat de aandacht vaak uit naar planeten die in de 'leefbare zone' rond hun ster cirkelen. Verreweg de meeste exoplaneten die tot nu toe zijn ontdekt bevinden zich echter buiten die gordel van gematigde temperaturen. Maar volgens Amerikaanse wetenschappers hoeft dat niet per se te betekenen dat die planeten echt onleefbaar zijn.
Menig ontdekte exoplaneet volgt namelijk geen cirkelbaan, maar een langgerekte baan die ervoor zorgt dat de afstand tot zijn moederster sterk varieert. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat zo'n planeet extreem lange, ijskoude winters kent, afgewisseld met korte, zeer hete zomers.
De onderzoekers denken dat met name microscopisch kleine organismen in staat kunnen zijn om zulke hevige fluctuaties te overleven. Zij pleiten er dan ook voor om het begrip 'leefbare zone' wat losser te hanteren: dat een planeet niet geschikt is voor menselijke bewoning, zegt immers niet veel over de overlevingskansen van korstmossen en bacteriën.
Meer informatie:
Extreme Life Forms Might be Able to Survive on Eccentric Exoplanets
Dawn
11 september 2012
In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, kunnen er ook in het centrum van ons Melkwegstelsel planeten ontstaan. Dat beweren theoretici van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in Nature.
De hoge dichtheid aan rondzwierende sterren, de getijdenkrachten van het superzware zwarte gat in het Melkwegcentrum en de enorme frequentie aan energierijke supernova-explosies lijken de vorming van een planetenstelsel op het eerste gezicht te bemoeilijken. Maar volgens Ruth Murray-Clay en Avi Loeb worden ook sterren op kleine afstand van het Melkwegcentrum omgeven door ronddraaiende schijven van gas en stof waaruit planeten kunnen samenklonteren.
Zij baseren zich op de ontdekking, vorig jaar met de Europese Very Large Telescope, van een langgerekte wolk van waterstof en helium die in de richting van het centrale zwarte gat wordt getrokken en daar komende zomer vermoedelijk geheel of gedeeltelijk in zal verdwijnen. Aanvankelijk werd aangenomen dat het hier gaat om gas dat door reuzensterren de ruimte in is geblazen, maar in hun publicatie maken Murray-Clay en Loeb aannemelijk dat er sprake is van een protoplanetaire schijf die van zijn moederster is losgerukt door de getijdenkrachten van het zwarte gat. In dat geval kunnen veel meer sterren in het Melkwegcentrum door zo'n protoplanetaire schijf worden omgeven, en ontstaan er daar dus ook planetenstelsels.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 september 2012
Niet alleen de afstand van een planeet tot zijn ster, ook de chemische samenstelling van die ster is van invloed op de leefbaarheid van de planeet. Dat volgt uit onderzoek door wetenschappers van Arizona State University, waarvan de resultaten in The Astrophysical Journal Letters zijn verschenen. Volgens de wetenschappers zijn met name de elementen koolstof, zuurstof, silicium, magnesium en natrium daarbij van groot belang. Hoe meer van deze elementen de ster bevat, des te trager is zijn evolutie en des te stabieler is de locatie van de 'leefbare zone' rond de ster. Een planeet die zich binnen deze zone bevindt is niet te warm of te koud om vloeibaar water op zijn oppervlak te kunnen hebben. Naarmate een jonge ster ouder wordt, straalt hij meer licht en warmte uit. Hierdoor schuift de leefbare zone langzaam naar buiten toe op. Als de ster veel van de genoemde elementen bevat, blijft hij langer koel, waardoor de leefbare zone langer op zijn plek blijft. En daardoor krijgen planeten in deze zone langer de kans om leven te ontwikkelen. In de context van ons zonnestelsel betekent dit dat als bijvoorbeeld het zuurstofgehalte van onze zon lager was geweest, de aarde al een miljard jaar geleden - dus vóór de ontwikkeling van complexe organismen - buiten de leefbare zone was beland.
Meer informatie:
Stellar makeup impacts habitable zone evolution
1 september 2012
Het Europese HARPS-team heeft met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili een 'superaarde' gevonden in de bewoonbare zone van een rode dwergster. De ster, Gliese 163, staat op ca. 50 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Dorado (Goudvis). Eerder werd bij deze ster al een reuzenplaneet gevonden (Gliese 163b) in een kleine omloopbaan met een periode van slechts 9 dagen. De nieuwe planeet, Gliese 163c, heeft een omlooptijd van 26 dagen en is minstens zeven keer zo zwaar en waarschijnlijk ongeveer twee keer zo groot als de aarde. Hij ontvangt ongeveer 40 procent meer licht en warmte van zijn moederster dan de aarde van de zon ontvangt; de oppervlaktetemperatuur zou rond de 60 graden Celsius kunnen bedragen. De ontdekking is gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics.
Nieuwsbericht op The Daily Galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 augustus 2012
Astronomen hebben voor het eerst een dubbelster ontdekt waar meer dan één planeet omheen cirkelt. Dat is bekendgemaakt tijdens de 28ste algemene bijeenkomst van de Internationale Astronomische Unie in Peking. Het resultaat wordt deze week ook in het tijdschrift Science gepubliceerd. De ontdekking is gedaan met de NASA-satelliet Kepler, die sterren onderzoekt op kleine regelmatige helderheidsvariaties die de aanwezigheid van planeten verraden. Bij de dubbelster Kepler-47, die zich op een afstand van 5000 lichtjaar bevindt, heeft dat tot de ontdekking van twee planeten geleid. De twee sterren van Kepler-47 wentelen met een periode van ruim een week in een krappe baan om elkaar. De ene ster lijkt op onze zon, de andere is een rode dwergster. De binnenste van de twee planeten die om deze dubbelster heen cirkelen is ongeveer drie keer zo groot als de aarde en heeft een omlooptijd van 49 dagen. De buitenste planeet is ruim vier keer zo groot als de aarde en heeft een omlooptijd van 303 dagen. De ontdekking bewijst dat ook rond dubbelsterren stabiele planetenstelsels kunnen ontstaan. Omdat de omgeving van een dubbelster nogal chaotisch kan zijn, werd lang aan deze mogelijkheid getwijfeld.
Meer informatie:
Kepler Discovers Planetary System Orbiting Two Suns
27 augustus 2012
Nederlandse sterrenkundigen hebben sterke aanwijzingen gevonden dat een ver weg staande exoplaneet uit elkaar valt. Een nieuwe analyse van waarnemingen van NASA's Kepler-satelliet laat zien dat de planeet, die in minder dan 16 uur om zijn ster draait, wordt gehuld in grote hoeveelheden stof die van het planeetoppervlak zijn losgekomen. De resultaten zijn geaccepteerd voor publicatie in Astronomy & Astrophysics. Kepler zoekt al enkele jaren naar planeten rondom andere sterren dan onze zon, zogeheten exoplaneten. Als zo'n exoplaneet voor zijn moederster langs draait, verduistert hij een heel klein beetje van het sterlicht. Door het licht van meer dan honderdduizend sterren te monitoren kan Kepler deze zeldzame planeetovergangen opsporen, en zo de populatie van planeten rondom andere sterren vastleggen. Onlangs heeft Kepler een mysterieus object gevonden, met de prozaïsche naam KIC 12557548, waarbij de hoeveelheid verduisterd sterlicht sterk varieert van de ene tot de andere overgang. Hierbij is de mogelijkheid geopperd dan het om een planeet gaat die langzaam uit elkaar valt. Een nieuwe, gedetailleerde analyse van de Kepler-data laat nu duidelijk zien dat tijdens de planeetovergang het sterlicht wordt verstrooid door grote hoeveelheden stof dat van de planeet afkomstig is.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 augustus 2012
Bij twee onderzoeken, gebaseerd op gegevens die met de NASA-satelliet Kepler zijn verzameld, zijn 41 nieuwe exoplaneten ontdekt die deel uitmaken van twintig verschillende planetenstelsels. Daarmee komt het totale aantal planeten dat met Kepler is ontdekt boven de honderd. Kepler spoort planeten op door 150.000 sterren voortdurend in de gaten te houden. Als een ster min of meer regelmatige helderheidsveranderingen vertoont, kan dat erop wijzen dat er één of meer planeten omheen cirkelen, die vanaf de aarde gezien steeds vóór hun ster langs bewegen. Op die manier zijn al meer dan tweeduizend 'kandidaat-planeten' ontdekt. Al deze Kepler-ontdekkingen moeten echter nog bevestigd worden, en de daarvoor noodzakelijke waarnemingen kosten heel veel tijd. Tot nu toe heeft dat pas 75 zekere exoplaneten opgeleverd. Om het bevestigingsproces wat te bespoedigen, hebben de beide onderzoeksteams hun toevlucht genomen tot een alternatieve analysetechniek. Ze hebben gezocht naar kleine variaties in de helderheidswisselingen die de door Kepler aangewezen sterren vertonen: zogeheten Transit Timing Variations. Deze variaties ontstaan als meerdere planeten om dezelfde ster draaien, die elkaars baanbeweging beïnvloeden. Als zo'n 'TTV' wordt ontdekt, is het niet alleen zeer waarschijnlijk dat de door Kepler waargenomen helderheidsveranderingen aan planeetovergangen moeten worden toegeschreven, maar ook dat er meer dan één planeet om de betreffende ster cirkelt. De kleinste planeten die bij deze nieuwe onderzoeken zijn ontdekt, zijn ongeveer zo groot als de aarde; de grootste zijn meer dan zeven keer zo groot. De meeste cirkelen in zulke krappe banen om hun moederster, dat het hete, levenloze werelden moeten zijn.
Meer informatie:
41 New Transiting Planets in Kepler Field of View
22 augustus 2012
De nabije Ster van Barnard heeft hoogstwaarschijnlijk geen leefbare planeten. Dat volgt uit een analyse van waarnemingen van deze rode dwergster, waarbij is gelet op de karakteristieke schommelbewegingen die een ster met één of meer planeten zou moeten vertonen. Als zich in de leefbare zone van de Ster van Barnard - de gordel rond de ster waarbinnen planeten met vloeibaar water kunnen bestaan - een planeet van enige omvang zou bevinden, zou de ster meetbaar moeten schommelen. Maar bij een analyse van 248 nauwkeurige dopplermetingen van de ster, verzameld over een periode van 25 jaar, zijn die schommelingen niet aan het licht gekomen. Decennialang is gedacht dat de Ster van Barnard één of meerdere grote planeten had. Dat was voornamelijk te danken aan de Nederlands-Amerikaanse astronoom Peter van de Kamp, die in de jaren zestig bekendmaakte dat hij een schommelbeweging bij deze (en enkele andere) sterren had waargenomen. Die conclusie kon later echter worden toegeschreven aan meetfouten. De nieuwe analyse laat zien dat áls de Ster van Barnard al planeten heeft, deze zich ver buiten de leefbare zone moeten bevinden. In dat geval zou de ster zo langzaam schommelen, dat er een zeer lange waarneemperiode nodig is om dat op te merken. Ook bestaat er nog de theoretische kans dat er planeten om de ster cirkelen waarvan het baanvlak precies loodrecht op de gezichtslijn naar de aarde staat. In dat specifieke geval is de schommelbeweging van de ster namelijk niet meetbaar met dopplertechnieken.
Meer informatie:
Barnard's Star is a Barren Star
20 augustus 2012
De rode reuzenster BD+48 470, die aanzienlijk ouder is dan de zon en elf keer zo groot in middellijn, heeft waarschijnlijk een van zijn planeten verorberd. Dat concludeert een internationaal team van sterrenkundigen onder leiding van Alex Wolszczan van de Pennsylvania State University in een artikel in Astrophysical Journal Letters. Een soortgelijk lot staat de planeten Mercurius en Venus te wachten wanneer de zon over een paar miljard jaar zal opzwellen tot een rode reus.
Wolszczans team onderzocht de ster met de Hobby Eberly Telescope in Texas. De astronomen vonden twee aanwijzingen. Rond de ster blijkt een planeet te bewegen die 1,6 keer zo zwaar is als Jupiter, maar die een zeer excentrische baan heeft - ongebruikelijk voor planeetbanen rond oude sterren. Die hoge baanexcentriciteit zou veroorzaakt kunnen zijn door de zwaartekrachtsverstoringen van de planeet voordat die door de ster werd opgeslokt. De tweede aanwijzing is het hoge lithiumgehalte in de atmosfeer van de ster. Lithium komt bijna niet voor in het heelal, en wordt in sterren eenvoudig vernietigd. Het lichte element kan echter weer geproduceerd worden wanneer de ster een object ter grootte van een planeet opslokt, zo zetten de sterrenkundigen uiteen in hun publicatie.
Meer informatie:
First Evidence Discovered of Planet's Destruction by Its Star
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 augustus 2012
Volgens een internationaal team van astronomen spelen metalen zoals magnesium mogelijk een belangrijke rol bij de vorming van kleine planeten. Die conclusie is gebaseerd op gedetailleerd onderzoek van de spectra van meer dan duizend sterren met een telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili. Ruim honderd van de onderzochte sterren hebben zware, Jupiter-achtige planeten als begeleiders, en enkele tientallen hebben iets lichtere planeten van het kaliber Neptunus. Uit het onderzoek blijkt dat sterren mét planeten doorgaans relatief veel magnesium en titanium bevatten. Dat kan erop wijzen dat deze lichte tot middelzware elementen een belangrijke rol spelen bij de vorming van planeten, vooral wanneer het beschikbare 'basismateriaal' betrekkelijk weinig ijzer bevatten. Naar verwachting zal dit effect bij kleine, lichte planeten nog sterker spelen dan bij zware. Volgens de huidige inzichten ontstaan planeten door het samenklonteren van kleine deeltjes in de schijf restmaterie die rond een pas ontstane ster is achtergebleven. Blijkbaar moeten die deeltjes een zekere hoeveelheid metalen bevatten om de planeetvorming tot een goed einde te brengen.
Meer informatie:
Exoplanet hosting stars give further insights on planet formation
2 augustus 2012
Amerikaanse astronomen hebben onderzocht wat er gebeurt als een planeet die, net als de aarde, uit gesteente bestaat, begint te verdampen. De resultaten van het onderzoek kunnen worden gebruikt om te voorspellen welke samenstelling de atmosfeer van zo'n planeet kan hebben als deze op kleine afstand om zijn moederster cirkelt. Het onderzoek richtte zich op de zogeheten superaardes - planeten die een slag groter zijn dan de aarde, maar wel grotendeels uit gesteenten bestaan. De afgelopen jaren zijn verscheidene superaardes ontdekt die op zó'n kleine afstand om hun ster cirkelen, dat hun oppervlakken heet genoeg zijn om gesteente te laten smelten. Computerberekeningen hebben nu laten zien dat de damp die daarbij vrijkomt, voornamelijk uit stoom en kooldioxide zal bestaan, aangevuld met kleinere hoeveelheden van andere gassen, waaruit de mineralogische samenstelling van de planeet zelf kan worden afgeleid. Zo zou de aanwezigheid van methaangas en ammoniak erop wijzen dat de planeet ongeveer dezelfde samenstelling heeft als onze aarde kort na haar ontstaan. En zwaveldioxide zou duiden op een samenstelling als die van de planeet Venus. Bij temperaturen van meer dan 1400 graden zou de planeetatmosfeer ook siliciummonoxide bevatten. 'Koudefronten' in zo'n exotische atmosfeer zouden tot condensatie van dat siliciumoxide kunnen leiden, waardoor het kiezels gaat regenen.
Meer informatie:
Vaporizing the Earth
25 juli 2012
Astronomen van een aantal Amerikaanse instituten hebben het planetenstelsel rond de ster Kepler-30 onder de loep genomen. Dat stelsel blijkt duidelijke overeenkomsten met ons eigen zonnestelsel te vertonen (Nature, 26 juli). Kepler-30 is een ster op een afstand van 10.000 lichtjaar, die net zo helder en zwaar is als onze zon. Om hem heen draaien - voor zover bekend - drie planeten. Een nauwkeurige analyse van gegevens van de Kepler-satelliet, waarmee deze planeten ook ontdekt zijn, laat zien dat hun omloopbanen vrijwel in één en hetzelfde vlak liggen. Bovendien staat de rotatie-as van de centrale ster loodrecht op dat vlak, en draaien de planeten in dezelfde richting om hun ster als de ster om haar as. Dat alles maakt het aannemelijk dat het planetenstelsel van Kepler-30 op dezelfde manier is ontstaan als het onze: door samenklontering van gas en stof in een schijf van materie die rond de ster draaide. Overigens zijn lang niet alle planetenstelsels zo 'netjes'. Bij veel sterren zijn zware Jupiter-achtige planeten ontdekt die maar heel weinig afstand tot hun moederster houden en de meest wilde banen volgen. Vermoed wordt dat deze stelsels al kort na hun ontstaan in beroering zijn gebracht doordat twee of meer grote planeten te dicht bij elkaar kwamen.
Meer informatie:
A far-off solar system
18 juli 2012
Astronomen hebben, met behulp van de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer, een planeet buiten ons zonnestelsel ontdekt die mogelijk een derde kleiner is dan de aarde. De kandidaat-exoplaneet, die de aanduiding UCF-1.01 heeft gekregen, draait om een relatief nabije ster op een afstand van 33 lichtjaar. UCF-1.01 lijkt in het geheel niet op onze eigen planeet. De afstand tot zijn moederster, de rode dwerg GJ 436, is vijftig keer zo klein als de afstand aarde-zon. Hierdoor duurt een 'jaar' op de planeet slechts anderhalve aardse dag. En de temperatuur aan zijn oppervlak bedraagt zeker 600 graden. Om GJ 436 draait nog zeker één andere planeet, GJ 436b, die van het formaat Neptunus is. In feite was deze reeds bekende planeet ook het primaire onderzoeksobject van Spitzer. Tijdens dat onderzoek kwam het bestaan van de veel kleinere planet UC-1.01 aan het licht. En misschien blijft het daar niet bij: Spitzer heeft aanwijzingen gevonden dat er nóg een kleine planeet om GJ 436 draait.
Meer informatie:
Astronomers Discover Exoplanet Neighbor Smaller than Earth
NASA'S Spitzer Finds Evidence for an Exoplanet Smaller than Earth
4 juli 2012
Australische en Amerikaanse astronomen hebben ontdekt dat de jonge, zonachtige ster TYC 8241 2652 1 sinds enkele jaren veel minder infraroodstraling uitzendt dan voorheen. Het lijkt erop dat het warme stof waar de ster tot voor kort door omringd was plotseling is verdwenen (Nature, 5 juli). Een verklaring voor de ongewoon snelle verandering ontbreekt. Sterren beginnen hun leven in een wolk van gas en stof. Kort na hun geboorte zijn ze omringd door een schijf van dat materiaal, waaruit planeten kunnen ontstaan. Het stof in deze schijf absorbeert de energie van het licht dat de ster uitstraalt, en zendt dat vervolgens weer uit als warmte/infraroodstraling. Toen TYC 8241 2652 1 in 1983 met de infraroodsatelliet IRAS werd ontdekt, had zij nog een circumstellaire schijf die veel infraroodstraling produceerde. Daar lijkt nu echter weinig meer van over: recente waarnemingen met de Gemini-telescoop in Chili laten zien dat de intensiteit van de warmtestraling met een factor 30 is afgenomen. Van het aanwezige warme stof, dat zou zijn ontstaan door botsingen tussen planeten-in-wording, lijkt weinig meer over. Volgens de heersende inzichten is planeetvorming een proces dat honderdduizenden, zo niet miljoenen jaren in beslag neemt. Het lijkt dus onwaarschijnlijk dat je op een tijdschaal van enkele jaren duidelijke veranderingen zou kunnen zien. Maar misschien gaat planeetvorming, onder de juiste omstandigheden, wel veel sneller dan gedacht.
Meer informatie:
Planet Forming Disk Turns Off Lights, Locks Doors…
Study in Nature sheds new light on planet formation
28 juni 2012
Astronomen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop sterke veranderingen waargenomen in de atmosfeer van de exoplaneet HD 189733b. Na een hevige röntgenuitbarsting van zijn moederster werd een grote hoeveelheid atmosferisch gas de ruimte in geblazen. Het verschijnsel kon worden waargenomen doordat HD 189733b vanaf de aarde gezien regelmatig voor zijn ster langs beweegt. Op zulke momenten schijnt het licht van de ster door de atmosfeer van de planeet heen. En hierbij laten de atmosferische gassen karakteristieke donkere lijnen in het sterspectrum achter. Zulke spectrale 'vingerafdrukken' kunnen worden gebruikt om de chemische samenstelling van de planeetatmosfeer vast te stellen. HD 189733b is een hete, Jupiterachtige gasplaneet die op een afstand van minder dan vijf miljoen kilometer om een ster draait die iets kleiner en koeler is dan onze zon. Door die kleine afstand is zijn atmosfeer hoe dan ook al bijzonder heet: 1000 °C of daaromtrent. Vorige week maakte een ander team van astronomen echter bekend dat hun meting van de temperatuur van de atmosfeer van HD 189733b uitkwam op 26.000 graden. Die uitschieter werd toegeschreven aan de hevige 'zonnevlammen' die de moederster van de planeet af en toe produceert. Bij zulke uitbarstingen komen kolossale hoeveelheden röntgen- en ultravioletstraling vrij, die de planeetatmosfeer sterk verhitten en doen opzwellen: de planeet verliest dan veel meer gas dan normaal. De waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop bevestigen dit scenario. Toen HD 189733b begin 2010 voor zijn ster langs trok, was er nauwelijks iets van een atmosfeer te bespeuren, maar vervolgwaarnemingen in 2011 gaven een volslagen ander beeld te zien. Op dat moment stootte de planeet minstens duizend ton gas per seconde uit. Opvallend detail: enkele uren daarvóór was met de satelliet Swift een röntgenuitbarsting van de ster waargenomen.
Meer informatie:
Dramatic change spotted on a faraway planet
Hubble, Swift Detect First-Ever Changes in an Exoplanet Atmosphere
27 juni 2012
Dankzij een slimme nieuwe techniek zijn wetenschappers erin geslaagd de zwakke gloed op te vangen van de exoplaneet Tau Boötis b. Hierdoor is het voor het eerst ook gelukt om de atmosfeer van deze planeet te onderzoeken. De wetenschappers, onder wie vier astronomen van de Sterrewacht Leiden en één van ruimteonderzoeksinstituut SRON in Utrecht, schrijven dat deze week in Nature. Tau Boötis b werd in 1996 als een van de eerste exoplaneten ontdekt doordat hij een schommelbeweging veroorzaakt bij zijn moederster. Het gaat om een 'hete Jupiter' - een grote planeet die in een zeer nauwe baan om zijn ster draait. Het is niet voor het eerst dat de atmosfeer van zo'n hete Jupiter onderzocht is. Maar het is wel voor het eerst dat dit is gebeurd bij een exemplaar dat vanaf de aarde gezien nooit voor zijn moederster langs schuift. Tot nu toe was zo'n 'planeetovergang' een cruciale voorwaarde om de atmosfeer van een hete Jupiter te onderzoeken: wanneer de planeet voor zijn ster langs trekt, laat zijn atmosfeer een soort vingerafdruk achter in het sterlicht. Omdat in het geval van Tau Boötis b het licht van de ster van ons uit gezien nooit door de planeetatmosfeer gaat, ontbreekt die vingerafdruk. De astronomen zijn er nu echter in geslaagd om met de Europese Very Large Telescope wat infraroodlicht van de planeet op te vangen. Daarbij is gebruik gemaakt van het feit dat de golflengte van het door Tau Boötis b uitgezonden licht enigszins varieert. Dat komt door de beweging van de planeet rond zijn moederster, die in een klein dopplereffect resulteert. Door dit dopplereffect onderscheidt het zwakke schijnsel van Tau Boötis b zich van andere bronnen van infraroodstraling, zoals zijn moederster en de aardatmosfeer. Uit het onderzoek blijkt dat de atmosfeer van Tau Boötis b koolmonoxidegas bevat en naar boven toe kouder wordt. Dat is precies het tegenovergestelde van de temperatuurinversie - een toename van de temperatuur met de hoogte - die bij andere hete Jupiters is waargenomen. Met de metingen kon voor het eerst ook de massa van Tau Boötis b nauwkeurig worden geschat. De planeet blijkt zes keer zo zwaar te zijn als Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Een nieuwe manier om atmosferen van exoplaneten te onderzoeken
Innovative technique enables scientists to learn more about elusive exoplanet
New Planet-weighing Technique Found
21 juni 2012
De atmosfeer van de Jupiter-achtige planeet bij de ster HD 189733 verdampt aanzienlijk sneller dan verwacht. Dat blijkt uit nieuwe metingen, die laten zien dat de temperatuur van de exoplaneet veel hoger is dan eerder werd geschat. De in 2005 ontdekte planeet, die de aanduiding HD 189733b heeft, draait op een afstand van minder dan vijf miljoen kilometer om een oranje dwergster die iets minder heet is dan onze zon. Een eerste schatting liet zien dat het buitenste deel van de atmosfeer van de planeet een temperatuur van ongeveer 1200 graden zou hebben. Maar directe metingen met de Hobby-Eberly Telescope in Texas wijzen er nu op dat deze in de orde van 26.000 graden moet liggen. Vermoed wordt dat de extreem hoge temperatuur het gevolg is van de hevige uitbarstingen, vergelijkbaar met de zonnevlammen van onze eigen ster, van de moederster van de planeet.
Meer informatie:
Alien Planet's Hot, Evaporating Atmosphere Revealed
Vakpublicatie
21 juni 2012
Met de NASA-satelliet Kepler zijn een rotsachtige 'superaarde' en een hete Neptunus-achtige planeet ontdekt die, zeer dicht bij elkaar, rond een ster op zo'n 1200 lichtjaar van de aarde draaien. Dat heeft een internationaal team van astronomen, onder wie Saskia Hekker van de universiteit van Amsterdam, vandaag bekendgemaakt via Science Express. Het planetenduo cirkelt rond de ster Kepler-36a in het sterrenbeeld Zwaan. De binnenste van de twee, Kepler-36b, is een rotsachtige planeet die anderhalf keer zo groot is als de aarde en vierenhalf keer zo zwaar. Hij draait in veertien dagen om zijn ster op een gemiddelde afstand van zo'n 17,5 miljoen kilometer. De buitenste, Kepler-36c, is een gas- of waterplaneet die 3,7 keer zo groot is als de aarde en acht keer zo zwaar. Deze 'hete Neptunus' draait in zestien dagen rond op een afstand van ruim 19 miljoen kilometer. De twee exoplaneten bewegen in vrijwel hetzelfde vlak en hun kleinste onderlinge afstand bedraagt 1,9 miljoen kilometer - slechts vijf keer de afstand aarde-maan. Nog niet eerder zijn twee planeten ontdekt die zo weinig afstand tot elkaar houden. De onderzoekers leiden af dat de kleinere planeet dertig procent ijzer bevat, één procent waterstof en helium in zijn atmosfeer heeft, en niet meer dan vijftien procent water. De grote heeft waarschijnlijk een rotsachtige kern, gehuld in een atmosfeer van waterstof en helium. De dichtheden van de planeten verschillen een factor acht van elkaar. Het bestaan van dit vreemde duo is moeilijk te verklaren aan de hand van bestaande modellen voor planeetvorming. In ons eigen zonnestelsel bevinden de rotsachtige planeten zich dicht bij de zon, terwijl de gasreuzen op grote afstand staan.
Meer informatie:
Planeten bij ster Kepler-36a vormen vreemd duo
Planetrise: Alien World Looms Large In Its Neighbor's Sky
Astronomers spy 2 planets in tight quarters as they orbit a distant star
Astronomers With NASA's Kepler Mission Find 'Puzzling Pair Of Planets'
13 juni 2012
Dat het opsporen van planeten bij andere sterren geen kolossale telescoop vereist, bewijst de ontdekking van een exoplaneet met de KELT North-telescoop in het zuiden van de Amerikaanse staat Arizona. De lens van deze telescoop is niet groter dan die van een (dure) digitale camera. De afkorting KELT staat dan ook voor 'Kilodegree Extremely Little Telescope'. Met deze 'mini-telescoop' is een Jupiter-achtige planeet ontdekt die om de heldere ster HD 42176 in het sterrenbeeld Voerman wentelt. De exoplaneet heeft de aanduiding Kelt-2Ab gekregen. Een tweede bijzondere ontdekking van de KELT-telescoop is die van een opgezwollen bruine dwerg - een 'mislukte' ster - die niet veel groter is dan de planeet Jupiter, maar ongeveer 27 keer zo zwaar. Dit object, KELT-1b, draait in een zeer krappe baan om een ster in het sterrenbeeld Andromeda. Zijn omlooptijd bedraagt slechts dertig uur. Dat de beide objecten niet eerder zijn opgespoord, heeft er vooral mee te maken dat andere (grotere) telescopen ontworpen zijn om naar lichtzwakke sterren te kijken. De KELT-telescopen - er staat er ook een in Zuid-Afrika - houden juist sterren in de gaten die te fel stralen voor grote telescopen. De KELT-onderzoekers nemen deze sterren frequent waar en proberen op die manier regelmatige helderheidsvariaties te ontdekken. Zo'n 'helderheidsdipje' treedt op als er vanaf de aarde gezien een planeet of bruine dwerg voor de heldere ster langs beweegt.
Meer informatie:
'Extremely little' telescope discovers pair of odd planets
13 juni 2012
Tot nu toe werd gedacht dat planeten vooral ontstaan bij sterren die relatief veel elementen zwaarder dan helium bevatten. Maar nieuw onderzoek door Europese en Amerikaanse astronomen laat zien dat met name de kleinere planeten bij allerlei soorten sterren kunnen ontstaan - zelfs bij sterren die weinig zware elementen bevatten (Nature, 14 juni). Er zijn inmiddels enkele duizenden planeten ontdekt die om een andere ster dan de zon wentelen. Van veel van deze 'exoplaneten' is de grootte vrij goed bekend. Daarbij is een klasse van planeten ontdekt - de zogeheten 'superaardes' - die slechts enkele keren zo groot zijn als onze aarde. De astronomen hebben onderzocht of er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van zulke 'kleine' planeten en de chemische samenstelling van de ster waar ze omheen draaien. Bij de veel grotere gasachtige exoplaneten lijkt zo'n verband inderdaad te bestaan: die zijn vooral waargenomen bij sterren die veel elementen zwaarder dan helium bevatten. Maar bij de superaardes komt het blijkbaar niet zo nauw. Uit een spectroscopische analyse van de sterren van 226 veelal kleine planeten blijkt dat deze ook kunnen ontstaan bij sterren die geringere hoeveelheden zware elementen bevatten. Dat betekent dat sterren met kleine planeten waarschijnlijk eerder regel dan uitzondering zijn in ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Planets can form around different types of stars
Alien Earths Could Form Earlier than Expected
31 mei 2012
Krachtige uitbarstingen op de ster HD189733 oefenen een grote invloed uit op de dampkring van de zware reuzenplaneet die er in een kleine omloopbaan omheen draait. Die planeet, HD189733b geheten, is twintig procent zwaarder dan Jupiter, en staat zó dicht bij zijn moederster dat hij langzaam maar zeker verdampt. De komeetachtige staart van weggeblazen gas die op die manier ontstaat is jaren geleden al ontdekt, maar sterrenkundigen van de Universiteit van Texas in Austin hebben nu ontdekt dat het waterstofgas in deze 'planeetstaart' extreem heet is. Dat doet vermoeden dat de dampkring van de planeet in hevige mate beïnvloed en verhit wordt door 'zonnevlammen' aan het oppervlak van de ster. De metingen zijn verricht met de Hobby-Eberly Telescope in Texas en gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Astronomers Probe 'Evaporating' Planet Around Nearby Star with Hobby-Eberly Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 mei 2012
Bij de oranje dwergster KIC 12557548 is een mogelijke planeet ontdekt die op zo'n kleine afstand om zijn ster draait, dat hij bezig is om te verdampen. Waarnemingen met de NASA-satelliet Kepler wijzen erop dat het object, dat waarschijnlijk ongeveer tweemaal zo klein is als de aarde, een lange staart van fijn gruis achter zich aan sleept. De planeet en zijn staart veroorzaken onregelmatige veranderingen in de helderheid van de 1500 lichtjaar verre ster. De omlooptijd van de kleine planeet bedraagt slechts vijftien uur - een van de kortste omlooptijden die ooit gemeten zijn. Dat betekent dat hij in zo'n krappe baan om zijn moederster draait, dat hij tot een temperatuur van ongeveer tweeduizend graden wordt verhit. Bij zo'n hoge temperatuur smelt en verdampt het gesteente aan het oppervlak. En dat verdampte gesteente zou de bron van het staartmateriaal zijn. Als deze interpretatie van de metingen juist is, zal de planeet niet zo heel lang meer bestaan. Volgens de ontdekkers zou hij binnen 100 miljoen jaar geheel uit elkaar zijn gevallen.
Meer informatie:
Newfound exoplanet may turn to dust
16 mei 2012
Sommige sterren produceren bij tijd en wijle enorme uitbarstingen, waarbij de zonnevlammen van onze eigen ster magertjes afsteken. Tot nu toe dachten astronomen dat deze 'supervlammen' het gevolg waren van magnetische interacties tussen de ster en een grote Jupiter-achtige planeet die daar op geringe afstand omheen cirkelt. Maar gegevens van de NASA-satelliet Kepler laten zien dat zonachtige sterren geen reuzenplaneet nodig hebben om supervlammen te produceren (Nature, 16 mei). Astronomen van de universiteit van Kyoto hebben met behulp van Kepler de helderheidsfluctuaties van 83.000 zonachtige sterren bestudeerd. Daarbij namen zij in de loop van vier maanden bij 148 van deze sterren in totaal 365 supervlammen waar. De sterren waarbij dat gebeurde vertonen ook omvangrijke 'zonnevlekken', wat wijst op grote magnetische activiteit. Maar grote planeten lijken deze sterren niet te hebben. Dat hoeft niet te betekenen dat de theorie van de magnetische interactie direct al de prullenmand in kan. Op de eerste plaats bestaat er geen goed alternatief voor en bovendien hoeft de veroorzaker niet per se een grote planeet te zijn: een kleintje in een nóg krappere omloopbaan voldoet ook. En het opsporen van kleine planeten is nu eenmaal veel moeilijker dan de detectie van een reuzenplaneet van het kaliber Jupiter.
Meer informatie:
Stellar superflares' trigger challenged
10 mei 2012
Met de Kepler-satelliet, die naar planeten buiten ons zonnestelsel speurt, is een nieuw planetenstelsel met minstens drie planeten ontdekt. Opmerkelijk gegeven: één van de drie planeten is niet rechtstreeks waarneembaar. Hij verraadt zijn bestaan slechts doordat hij de baanbeweging van een naburige, wél waarneembare planeet verstoort (Science, 11 mei). De drie planeten draaien om de zonachtige ster KOI-872. Twee ervan bewegen vanaf de aarde gezien tijdens elke omloop voor hun moederster langs, waardoor deze met tussenpozen een kleine helderheidsafname lijkt te vertonen. Het zijn deze 'helderheidsdipjes' die Kepler in staat stellen om planeten op te sporen. Normaal gesproken vinden zulke helderheidsdipjes plaats met de regelmaat van een klok. Maar bij de planeet KOI-872b, die een omlooptijd van bijna 34 dagen heeft, komen ze soms bijna een uur te vroeg of te laat. Die grote variatie wijst erop dat de planeet onder invloed staat van de zwaartekracht van een forse soortgenoot die klaarblijkelijknooit voor zijn ster langs trekt. Berekeningen laten zien dat de niet-waarneembare planeet, die de aanduiding KOI-872b heeft gekregen, ongeveer zo zwaar is als de planeet Saturnus en een omlooptijd van 57 dagen heeft. De derde planeet van het stelsel is maar ruim anderhalf keer zo groot als de aarde en heeft een omlooptijd van iets minder dan zeven dagen.
Meer informatie:
Unseen planet revealed by its gravity
8 mei 2012
Met NASA's infraroodsatelliet Spitzer is voor het eerst licht van een relatief kleine planeet buiten ons zonnestelsel waargenomen. De planeet, die om de nabije ster 55 Cancri draait en zelf 55 Cancri e wordt genoemd, is onleefbaar heet. 55 Cancri is twee keer zo groot en acht keer zo zwaar als onze planeet, maar kleiner dan een reuzenplaneet als Neptunus. Hij valt daarmee in de categorie van de 'superaardes'. Het was astronomen al gelukt om, met Spitzer en andere telescopen, te onderzoeken hoe het licht van 55 Cancri verandert wanneer de planeet voor deze ster langs schuift. Nu is echter ook rechtstreeks het infraroodlicht van de planeet zelf waargenomen. Uit de waarneming blijkt onder meer dat zijn oppervlak donker is en dat de temperatuur aan de dagzijde kan oplopen tot meer dan 1700 graden. Vermoed wordt dat 55 Cancri e het restant is van een Neptunus-achtige reuzenplaneet, waarvan een groot deel is 'weggekookt'.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Sees the Light of Alien 'Super Earth'
7 mei 2012
Planetenstelsels die zware gasvormige reuzenplaneten in kleine omloopbanen bevatten - zogeheteh 'hete Jupiters' - bevatten geen leefbare aarde-achtige planeten. Die conclusie trekt een team van astronomen onder leiding van Alan Boss van het Carnegie Institution for Science in Washington in een artikel in de Proceedings of the National Academies of Sciences.
De eerste exoplaneten die vanaf 1995 zijn ontdekt, waren bijna allemaal hete Jupiters. Vermoedelijk gaat het om reuzenplaneten die op grotere afstand van hun moederster zijn ontstaan, maar al snel na hun geboorte naar binnen migreerden. Pas later, onder andere door de ruimtetelescoop Kepler, werden er ook planetenstelsels ontdekt waarin kleine, aarde-achtige planeten voorkomen in de bewoonbare zone van hun moederster.
Boss en zijn collega's hebben nu bij 63 planetenstelsels met hete Jupiters gezocht naar de aanwezigheid van kleinere, aarde-achtige planeten. Voor het bestaan daarvan werden geen aanwijzingen gevonden. In stelsels met 'warme Jupiters' (gasreuzen op iets grotere afstanden van hun moederster) en 'hete Neptunussen' (lichtere gasplaneten op kleine afstand van hun ster) werden wél aanwijzingen gevonden voor het bestaan van kleinere, lichtere planeten.
De voorlopige conclusie luidt dat de migratie van Jupiter-achtige reuzenplaneten een pasgeboren planetenstelsel zo sterk kan verstoren dat eventuele kleinere, aarde-achtige planeten het stelsel uit geslingerd worden.
Meer informatie:
Looking for Earths by Looking for Jupiters
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 mei 2012
Astronomen van de universiteit van Warwick (Engeland) hebben vier witte dwergsterren ontdekt die omgeven zijn door het stof van voormalige planeten die qua samenstelling op de aarde leken. Het lijkt erop dat de sterren bezig zijn om dit restmateriaal op te slokken. Witte dwergen zijn de compacte overblijfselen van sterren zoals onze zon die aan het eind van hun bestaan zijn gekomen. Als de brandstof in de kern van zo'n ster opraakt, zwelt hij op tot een 'rode reus' die zijn buitenlagen ten slotte wegblaast. Hierdoor blijft in feit alleen de kern van de oorspronkelijke ster over. Uit waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop blijkt dat het stof rond vier witte dwergen rijk is aan zuurstof, magnesium, ijzer en silicium - de vier elementen die ongeveer 93 procent van de massa van onze aarde voor hun rekening nemen. Daarbij komt nog dat het waargenomen materiaal, net als de aarde en de overige rotsachtige planeten in ons zonnestelsel, extreem weinig koolstof bevat. Dat vormt een aanwijzing dat deze sterren minstens één rotsachtige exoplaneet hebben gehad, die nu verwoest is. Wat zich in de vier planetenstelsels precies heeft afgespeeld, is gissen. Een mogelijk scenario is dat de banen van de aanwezige planeten tijdens het rodereuzenstadium van de sterren zodanig zijn gedestabiliseerd, dat het tot catastrofale botsingen tussen planeten onderling kwam.
Meer informatie:
Four white dwarf stars caught in the act of consuming 'earth-like' exoplanets
2 mei 2012
Japanse astronomen hebben een stofschijf rond een andere ster ontdekt die opmerkelijk veel kwarts (een kristallijne siliciumverbinding) bevat. Het gaat om de ster HD 15407A, op 180 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Perseus. Uit waarnemingen met de Japanse infraroodkunstmaan AKARI bleek al dat de ster omgeven moet worden door een stoffige schijf. Metingen met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope wezen uit dat de schijf ongeveer 100 biljoen ton kwarts moet bevatten, geconcentreerd op een afstand van ongeveer 150 miljoen kilometer van de ster - de afstand tussen de zon en de aarde.
Dergelijke stofschijven ontstaan door onderlinge botsingen van zogeheten planetesimalen - de eerste samenklonteringen van materie in een protoplanetaire schijf. Planetesimalen vormen de bouwstenen van planeten. Omdat het stof rond HD 15407A zoveel kwarts bevat, moeten de planetesimalen rond de ster ook kwartsrijk zijn. Dat doet vermoeden dat zich rond deze ster aardachtige planeten hebben gevormd - ook in de mantel van de aarde komt veel kwarts voor.
De nieuwe metingen zijn op 20 april gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 april 2012
In persberichten over nieuwe ontdekkingen van planeten buiten ons zonnestelsel wordt vaak met de term 'levensvatbaar' geschermd. Dat zou de indruk kunnen wekken dat de ontdekking van buitenaards leven voor de deur staat. Maar volgens Edwin Turner en David Spiegel van de Princeton-universiteit is dat idee eerder gebaseerd op optimisme dan op wetenschappelijk bewijs. Turner en Spiegel hebben, op basis van wat we nu weten, een analyse gemaakt van de kans dat er leven op een planeet ontstaat. Volgens de beide astrofysici is het idee dat onder aardse omstandigheden leven kan of zal ontstaan nauwelijks onderbouwd. En wat er aan bewijs is, is niet veel meer dan een extrapolatie van wat bekend is over het ontstaan van leven op de jonge aarde. Het is volgens Turner en Spiegel dus heel goed mogelijk dat de aarde een zeldzame uitzondering is, waar het leven ongewoon snel tot wasdom kwam. En als dat zo is, is de kans dat de gemiddelde 'aardse' planeet leven herbergt gering. Daar kan ook het zoveelste persbericht over een 'mogelijk levensvatbare' planeet weinig aan veranderen.
Meer informatie:
Expectation of extraterrestrial life built more on optimism than evidence
17 april 2012
Een planeet die zijn moederster is kwijtgeraakt, kan soms door een andere ster worden 'geadopteerd'. Dat blijkt uit computersimulaties die op 20 april gepubliceerd worden in The Astrophysical Journal. De simulaties zijn uitgevoerd door Hagai Perets van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics en de Nederlandse astronoom Thijs Kouwenhoven, verbonden aan Peking University.
Door zwaartekrachtsstoringen van andere planeten in hetzelfde stelsel kan een planeet soms de ruimte in geslingerd worden. Zulke 'verweesde' planeten zijn naar schatting minstens zo talrijk als sterren. In jonge, compacte sterrenhopen kunnen de stellaire weesjes echter geadopteerd worden door nieuwe ouders: ze worden 'ingevangen' door andere sterren. Perets en Kouwenhoven berekenen dat 3 tot 6 procent van de sterren in een jonge sterrenhoop wordt vergezeld door zo'n adoptieplaneet.
Kenmerkend voor de geadopteerde planeten is dat ze in zeer wijde en vaak sterk gehelde banen rond hun 'pleegmoederster' draaien - in veel gevallen op afstanden die honderden tot duizenden keren zo groot zijn als de afstand van de aarde tot de zon.
Adoptieplaneten zijn nog nooit ontdekt. Wel werd in 2006 een merkwaardig stelsel gevonden van twee reuzenplaneten die een baan om elkaar heen beschrijven. Ook zo'n merkwaardige dubbelplaneet kan zijn ontstaan door het 'invang-mechanisme'.
Meer informatie:
Some Stars Capture Rogue Planets
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 april 2012
De nog in aanbouw zijnde Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), onderdeel van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili, heeft voor een grote doorbraak gezorgd in het onderzoek van een nabij planetenstelsel-in-wording. Met ALMA hebben astronomen ontdekt dat de planeten die om de ster Fomalhaut cirkelen veel kleiner moeten zijn dan oorspronkelijk werd gedacht. De ontdekking is te danken aan nieuwe scherpe opnamen van de ring van stof rond de ster, die op ongeveer 25 lichtjaar van de aarde staat. De opnamen tonen aan dat zowel de binnen- als de buitenrand van de dunne stofschijf heel scherp begrensd is. In combinatie met computersimulaties brengt dit de astronomen tot de conclusie dat de stofdeeltjes binnen de ring worden gehouden door de zwaartekrachtswerking van twee planeten - een die zich dichter bij de ster bevindt dan de schijf en een daarbuiten. Hun berekeningen geven ook een indicatie van de waarschijnlijke grootte van de beide planeten: groter dan Mars, maar niet groter dan een paar keer de aarde. Dat is veel kleiner dan astronomen voorheen dachten. Het ALMA-onderzoek laat zien dat de breedte van de ring ongeveer 16 keer zo groot is als de afstand zon-aarde en ongeveer zeven keer zo dun als breed - smaller en dunner dan eerder werd gedacht. De afstand van de ring tot Fomalhaut is ongeveer 140 keer de afstand zon-aarde. Ter vergelijking: in ons zonnestelsel is de afstand van Pluto tot de zon ongeveer 40 keer de afstand zon-aarde.
Meer informatie:
ALMA ontdekt hoe nabij planetenstelsel in elkaar zit
11 april 2012
Andere planetenstelsels zijn net zo 'plat' als het onze. Dat blijkt uit een statistische analyse van de banen van exoplaneten door een team van Europese astronomen. De onderzoekers hebben gekeken naar planetenstelsels rond sterren die op de zon lijken, zoals die zijn ontdekt met de HARPS-spectrograaf van de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili) en de NASA-satelliet Kepler. Deze beide instrumenten sporen planeten op compleet verschillende wijze op. HARPS meet de schommelbewegingen die sterren ondergaan als er planeten omheen cirkelen, Kepler betrapt planeten die vanaf de aarde gezien toevallig tijdens elke omloop voor hun moederster langs trekken. Als Kepler afwisselend meer dan één planeet voor een ster langs ziet schuiven, betekent dat per definitie dat de omloopbanen van deze planeten vrijwel in hetzelfde vlak moeten liggen. Bij HARPS is dat niet het geval: als een stelsel met diverse planeten wordt ontdekt, zouden hun omloopbanen theoretisch dus onder allerlei hoeken kunnen staan. Dat laatste lijkt echter niet het geval te zijn. De astronomen hebben computersimulaties uitgevoerd waarbij aan de planeetbanen in de stelsels die HARPS heeft opgespoord alle mogelijk verschillende hoeken zijn toegewezen. Vervolgens is berekend in hoeveel gevallen dat tot planeetovergangen zou leiden die Kepler kan waarnemen. Uit de statistische analyse blijkt dat het door Kepler waargenomen aantal meervoudige planeetovergangen alleen verklaarbaar is als de omloopbanen in de gevonden planetenstelsels zo goed als in hetzelfde vlak liggen. Dat versterkt het idee dat planeten binnen één en dezelfde materieschijf rond een ster ontstaan. Bovendien heeft het er alle schijn van dat er niet vaak verstoringen optreden die ervoor zorgen dat planeten in banen terechtkomen die schuin op het hoofdvlak staan.
Meer informatie:
Study On Extrasolar Planet Orbits Suggests That Solar System Structure Is The Norm;
11 april 2012
Nieuwe opnamen van de infraroodsatelliet Herschel laten zien dat de schijf van stof en gruis rond de jonge ster Fomalhaut extreem dynamisch is. De metingen van het stof in de schijf suggereren dat hij bestaat uit 'pluizige' samenklonteringen van stofkorreltjes die uit talrijke komeetbotsingen zijn voortgekomen. Wanneer rond een ster een planetenstelsel ontstaat, klontert niet al het aanwezige materiaal in de protoplanetaire schijf samen tot planeten. Uiteindelijk kunnen er gebieden ontstaan die louter door kleinere objecten worden bevolkt, zoals planetoïden en kometen. In ons eigen zonnestelsel kennen we twee van die gebieden: de planetoïdengordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter, en de Kuipergordel, een rijk reservoir van kometen buiten de baan van Neptunus. Vooral in het beginstadium van een planetenstelsel-in-wording botsen deze kleinere objecten veelvuldig. Deze aanvaringen leveren grote hoeveelheden stofkorreltjes op, die terechtkomen in een schijf van stof en gruis. De nabije, jonge ster Fomalhaut heeft een van de opvallendste stofschijven die ooit zijn waargenomen. In 2005 ving de Hubble-ruimtetelescoop voor het eerst licht op van de stofschijf. En nu heeft een team onder leiding van de Leuvense astronoom Bram Acke met Herschel voor het eerst op infrarood en sub-millimetergolflengten naar de stofschijf gekeken. Tot het onderzoeksteam behoren ook de astronomen Carsten Dominik (UvA/Radboud Universiteit) en Michiel Min (UvA). Door de Herschel- en Hubble-gegevens te combineren, hebben de astronomen ontdekt dat het stof in Fomalhauts schijf zich als kleine deeltjes gedraagt in termen van emissie en absorptie, maar het licht verstrooit zoals grote deeltjes dat doen. Een vorm van stof die deze eigenschappen combineert, bestaat uit pluizige opeenhopingen - grote samenklonteringen van kleine stofdeeltjes met grote lege ruimtes ertussen. Zulke pluizige structuren komen ook in ons zonnestelsel voor: ze worden veroorzaakt door botsingen van kometen.
Meer informatie:
Herschel fotografeert tweelingbroertje van de Kuipergordel
Herschel spots comet massacre around nearby star
7 april 2012
De ster HD10180, op ca. 130 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kleine Waterslang, heeft mogelijk negen planeten - meer dan er in ons eigen zonnestelsel voorkomen. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van meetgegevens die verkregen zijn met de Europese HARPS-spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op La Silla.
Uit de gecompliceerde wiebelingen die de ster beschrijft, was eerder al afgeleid dat er minstens zes en misschien zeven planeten rond de ster draaien. Een daarvan is slechts veertig procent zwaarder dan de aarde. In een artikel dat binnenkorte gepubliceerd wordt in Astronomy and Astrophysics zijn de HARPS-meetgegevens nu opnieuw geanalyseerd door Mikko Tuomi van de Universiteit van Hertfordshire in het Verenigd Koninkrijk. Volgens die nieuwe analyse cirkelen er geen zes of zeven planeten rond de ster, maar negen. De twee nieuw ontdekte planeten, beide in zeer kleine omloopbanen, zouden massa's van 1,9 en 5,1 aardmassa's hebben.
Sinds Pluto in augustus 2006 door de Internationale Astronomische Unie werd gedegradeerd tot dwergplaneet, telt ons eigen zonnestelsel nog maar acht planeten. HD10180 (een ster die overigens veel op de zon lijkt) zou dan nu de recordhouder zijn.
Artikel op Discovery News
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 april 2012
Astronomen van de Universiteit van Californië in Santa Cruz hebben een exoplaneten-app voor de iPhone en de iPad ontwikkeld rond alle ontdekkingen van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler. Met behulp van de app kunnen alle exoplaneten en planetenstelsels die door Kepler zijn ontdekt uitvoerig worden bekeken en bestudeerd. Ook de baanbewegingen van de exoplaneten worden in beeld gebracht. De gebruiker kan ook experimenteren met de samenstelling van de planeet, om te onderzoeken welke relatieve verhoudingen van metalen, gesteenten en gassen in overeenstemming zijn met de Kepler-waarnemingen. De app, Kepler Explorer geheten, is gratis te downloaden in de app-store.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Kepler Explorer in de app-store
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
28 maart 2012
Onderzoek met de HARPS-spectrograaf van de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili laat zien dat er in de leefbare zone rond vier op de tien rode dwergsterren rotsachtige planeten rondcirkelen die een slag groter zijn dan de aarde. Omdat alleen al in onze Melkweg ongeveer 160 miljard van die rode dwergen telt, moet het aantal leefbare 'superaardes' dus in de tientallen miljarden lopen. Statistisch gezien zullen een stuk of honderd daarvan binnen dertig lichtjaar van de zon te vinden zijn. De leefbare zone van een ster is de gordel waarbinnen de temperatuur aan het oppervlak van een planeet zodanig is, dat er vloeibaar water kan voorkomen. Bij onze zon ligt die gordel uiteraard rond de aardbaan, op 150 miljoen kilometer van de zon; bij rode dwergsterren, die minder warmte uitstralen, ligt de gordel veel dichter bij de ster. De schatting van het aantal leefbare superaardes (planeten die één tot tien keer zo zwaar zijn als de aarde) is gebaseerd op onderzoek van ruim honderd rode dwergen. Bij deze sterren zijn negen superaardes opgespoord, waarvan zich twee binnen de leefbare zones van de sterren Gliese 581 en Gliese 667 C bevinden. Omdat HARPS lang niet alle planeten kan 'zien', zal het werkelijke aantal leefbare superaardes bij rode dwergen aanzienlijk groter zijn. De astronomen komen uit op een schatting van ongeveer 41 procent. Of er op die planeten ook werkelijk leven is, is hoogst twijfelachtig. Rode dwergen staan namelijk bekend om hun hevige uitbarstingen van UV- en röntgenstraling. Op de afstand van hun leefbare zone hebben die 'stralingsbaden' een funeste uitwerking.
Meer informatie:
Miljarden rotsachtige planeten in de leefbare zones rond rode dwergen in de Melkweg
27 maart 2012
Bij een ster op 375 lichtjaar van de aarde zijn twee Jupiter-achtige planeten ontdekt. Zo'n ontdekking is al bijna geen nieuws meer, maar in dit geval is er toch wel iets bijzonders aan de hand. De ster waar de beide exoplaneten omheen draaien, HIP 11952, bevat naar de huidige maatstaven weinig elementen zwaarder dan helium en heeft een geschatte leeftijd van om en nabij de 13 miljard jaar. Het planetenstelsel is bij toeval ontdekt bij een onderzoek van 'metaalarme' sterren - de astronomische term voor sterren die weinig zware elementen bevatten. Tijdens dat onderzoek bleek dat HIP 11952 een schommelbeweging vertoont die kenmerkend is voor de zwaartekrachtsaantrekking van planeten. Aangenomen wordt dat planeten vrijwel gelijktijdig of kort na de geboorte van een ster worden gevormd, in feite uit de restanten van de gaswolk waaruit de ster zelf ontstond. In dit geval dus uit 'metaalarm' materiaal. En dat is opmerkelijk, want zelfs gasplaneten als Jupiter bestaan voor een groot deel uit zware elementen. Toch hoeft waarschijnlijk niet de hele sterrenkunde op de schop om het bestaan van deze stokoude planeten te verklaren. Want HIP 11952 mag dan honderd keer zo weinig zware elementen bevatten als onze zon, 13 miljard jaar geleden behoorde de ster daarmee juist tot de metaalrijkste sterren. Het lijkt daarmee aannemelijk dat het planeetvormingsproces bij de ster wat langer heeft geduurd dan bij de zon, die 8 miljard jaar later ontstond. Maar echt ondenkbaar was planeetvorming indertijd niet.
Meer informatie:
A planetary system from the early Universe
Most Ancient, 'Impossible' Alien Worlds Discovered
Oldest Alien Planets Discovered to Date
22 maart 2012
Zeven jaar geleden ontdekten astronomen voor het eerst een ster die met een snelheid van enkele miljoenen kilometers per uur ons Melkwegstelsel verlaat. Deze ontdekking riep de vraag op of iets dergelijks ook met planeten zou kunnen gebeuren. Nieuw onderzoek laat zien dat deze vraag bevestigend kan worden beantwoord. Zulke planeten kunnen zelfs nóg grotere snelheden bereiken - tot wel 50 miljoen kilometer per uur oftewel bijna drie procent van de lichtsnelheid. Deze hypersnelle planeten zouden op dezelfde manier ontstaan als de hypersnelle sterren. Als een dubbelster zich dicht in de buurt van een superzwaar zwart gat in het centrum van de Melkweg waagt, worden de beide sterren door de zwaartekracht uit elkaar getrokken. Het resultaat is dat de ene ster door het zwarte gat wordt ingevangen, terwijl de andere wordt weggeslingerd. Bij het nieuwe onderzoek hebben de wetenschappers gekeken naar wat er gebeurt als er dicht om beide sterren één of twee planeten cirkelen. Computersimulaties laten zien dat de ontsnappende ster zijn planeten dan gewoon bij zich kan houden. Maar de planeten van de ingevangen ster worden met enorme kracht de interstellaire ruimte in geslingerd. In de meeste gevallen bereikt zo'n ontsnapte planeet een snelheid van 10 tot 15 miljoen kilometer per uur. Onder ideale omstandigheden zou de planeet echter een aanzienlijk hogere snelheid kunnen meekrijgen. Met de huidige instrumenten kunnen zulke hypersnelle planeten overigens niet worden waargenomen. Daarvoor zijn ze te zeldzaam, te donker en te ver weg.
Meer informatie:
Planet Starship: Runaway Planets Zoom at a Fraction of Light-Speed
19 maart 2012
In planetenstelsels rond andere sterren blijken reuzenplaneten zoals Jupiter en Saturnus bepaalde gebieden te mijden, en juist voorkeur te vertonen voor andere gebieden, op andere afstanden van de moederster. Astronomen van het Amerikaanse Lunar and Planetary Laboratory en van de Universiteit van Leicester in het Verenigd Koninkrijk hebben ontdekt hoe dat komt. Ze presenteerden hun theorie vandaag op de 43ste Lunar and Planetary Science Conference in Texas, en publiceren er binnenkort over in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Planeten klonteren samen uit protoplanetaire schijven van gas en stof rond pasgeboren sterren. Die schijven staan echter bloot aan zogeheten 'stralingsverdamping': de energierijke straling van de jonge ster blaast het lichte materiaal van de schijf de ruimte in. Computersimulaties laten echter zien dat die stralingsverdamping slechts in een bepaalde zone invloed heeft op de schijf. Op kleinere afstanden wordt het gas weliswaar heel heet, maar laat het zich minder gemakkelijk wegblazen, doordat de zwaartekracht van de ster daar sterker is. Op grotere afstanden is de zwaartekrachtsgreep van de ster weliswaar veel zwakker, maar wordt het gas niet meer heet genoeg om te ontsnappen.
Afhankelijk van de massa van de ster ontstaat er volgens de onderzoekers dan ook een lege zone in de schijf op een afstand van een paar honderd miljoen kilometer. Reuzenplaneten die door wrijving in de resterende protoplanetaire schijf langzaam maar zeker naar binnen bewegen, kunnen die lege zone niet 'oversteken', en zullen zich daarbuiten als het ware 'ophopen'. (De zware exoplaneten die op héél kleine afstand van hun moederster zijn ontdekt, moeten dat migratieproces in een eerder stadium al hebben voltooid.)
De onderzoekers verwachten dat planetenjagers zoals de Kepler-ruimtetelescoop in de toekomst steeds meer stelsels zullen ontdekken waarin reuzenplaneten te hoop zijn gelopen op een afstand van een paar honderd miljoen kilometer van hun moederster.
Meer informatie:
Some Orbits More Popular than Others
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 maart 2012
Metingen van de Europese infraroodsatelliet Herschel laten zien dat de materieschijf rond de merkwaardige bruine dwergster 2M1207 nog genoeg 'bouwmateriaal' bevat voor een paar planeten van het kaliber Jupiter. De waarneming kan meer inzicht geven in het ontstaan van deze 'gasreuzen'. Bruine dwergen worden ook wel mislukte sterren genoemd: anders dan planeten kunnen ze wel wat energie produceren door middel van kernfusie, maar anders dan sterren houden ze dat niet lang vol. Net als volwaardige sterren zijn sommige bruine dwergen omringd door een schijf van gas en stof, en enkele hebben zelfs een grote gasplaneet als begeleider. Zo ook 2M1207: al in 2004 bleek dat er om deze bruine dwerg een ongeveer vijf Jupitermassa's zware planeet cirkelt. Volgens de huidige inzichten kan zo'n gasreus op verschillende manieren ontstaan. Het 'standaardscenario' schrijft voor dat zich door samenklontering van stofdeeltjes eerst een rotsachtige kern vormt, die vervolgens gas om zich heel verzamelt. Volgens een alternatief model valt de circumstellaire schijf onder zijn eigen gewicht in kleinere stukken uiteen, die vervolgens samentrekken tot 'protoplaneten' die zich uiteindelijk tot volwaardige planeten ontwikkelen. De nieuwe Herschel-waarnemingen lijken het tweede scenario te steunen. Bekend was al dat vorming van een rotsachtige kern veel langer zou duren dan de geschatte leeftijd van 2M1207. En nu is ook vastgesteld dat de materieschijf rond de bruine dwerg groot en zwaar genoeg is om tot fragmentatie over te gaan. Er bestaat echter nog een derde mogelijkheid: de bruine dwerg en zijn planeet kunnen ook gelijktijdig zijn gevormd. In dat geval zou het 2M1207-stelsel als het ware een mislukte dubbelster zijn.
Meer informatie:
Herschel's new view on giant planet formation
2 maart 2012
Wetenschappers van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler hebben een nieuwe catalogus gepubliceerd met gegevens van maar liefst 2321 kandidaat-exoplaneten bij 1790 sterren. Kepler werd drie jaar geleden gelanceerd; de ruimtetelescoop houdt ruim 150.000 sterren continu in de gaten en speurt naar planeten die eens per omloop voor hun ster langs bewegen en daarbij een klein beetje licht onderscheppen.
In februari 2011 werd al een catalogus met 1235 kandidaat-planeten gepubliceerd. De nieuwe catalogus telt ruim duizend nieuwe kandidaten, waaronder ruim tweehonderd planeten die qua grootte vergelijkbaar zijn met de aarde, of zelfs iets kleiner. Bij 365 sterren zijn twee of meer kandidaat-planeten gevonden; in totaal zijn nu 46 kandidaat-planeten ontdekt die zich in de bewoonbare zone van hun moederster bevinden, waar de temperatuur geschikt is voor het bestaan van vloeibaar water.
Keplers kandidaat-planeten krijgen pas de status van 'echte' exoplaneet wanneer op de een of andere manier is bevestigd dat er geen sprake kan zijn van een andere oorzaak voor de waargenomen helderheidsdipjes van de ster. Tot nu toe heeft Kepler het bestaan van 61 exoplaneten bevestigd.
Meer informatie:
NASA's Kepler Releases New Catalog- 2,321 Planet Candidates
Wetenschappelijke publicatie van de Kepler-catalogus
NASA Exoplanet Archive
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 februari 2012
De bewoonbare zone - de zone rond een ster waarin de oppervlaktetemperatuur op een planeet geschikt is voor het bestaan van water en mogelijk leven - strekt zich bij rode dwergsterren verder uit dan tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit modelberekeningen van Britse onderzoekers die gepubliceerd zijn in het tijdschrift Astrobiology.
Rode dwergen stralen veel minder (en bovendien veel roder) licht uit dan de zon. Hun bewoonbare zone ligt dan ook op veel kleinere afstand, en is bovendien smaller - planeten op te grote afstand van een rode dwerg zijn te koud voor het bestaan van water en leven.
Uit de nieuwe berekeningen blijkt echter dat ijs en sneeuw relatief meer rode en infrarode straling absorberen dan zichtbaar licht. Het gevolg is dat een exoplaneet op vrij grote afstand van een rode dwerg toch een aangename oppervlaktetemperatuur kan vasthouden.
Volgens de onderzoekers is het aantal bewoonbare planeten rond rode dwergsterren dan ook groter dan tot nu toe werd aangenomen.
Nieuwsbericht op www.astrobio.net
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 februari 2012
Ons melkwegstelsel wemelt misschien van de verweesde planeten, die eenzaam door de ruimte zwerven en niet om een ster cirkelen. Sterker nog: volgens onderzoekers van het Kavli Institute for Particle Astrophysics and Cosmology (KIPAC) van de Stanford-universiteit zouden er zelfs 100.000 keer zoveel 'dakloze' planeten als sterren kunnen zijn. In mei 2011 maakten wetenschappers bekend dat ze een tiental vrij rondzwervende planeten hadden opgespoord. Daarbij maakten zij gebruik van een effect dat 'microlensing' heet - de lenswerking die de zwaartekracht van een (zware) planeet uitoefent op het licht van een ster die (tijdelijk) toevallig recht achter de planeet staat. Op basis van een statistische analyse werd toen geschat dat er in de Melkweg twee keer zoveel vrij rondzwervende planeten als sterren zijn. Maar het nieuwe onderzoek komt dus uit op een schatting die nog een factor 50.000 hoger ligt. Dat astronomisch grote aantal is gebaseerd op een aantal bekende gegevens, zoals de bekende zwaartekrachtsaantrekking van de Melkweg en de hoeveelheid materie die potentieel beschikbaar is om zulke planeten te maken. Een onzekere factor is echter dat niemand precies weet door welke processen al die dakloze planeten zouden zijn ontstaan. Een aantal ervan zou uit planetenstelsels verbannen kunnen zijn, maar dat betreft dan waarschijnlijk maar het topje van de ijsberg. Meer inzicht in het aantal kleine objecten dat in ons melkwegstelsel rondzwerft zal pas worden verkregen als de volgende generatie van grote surveytelescopen in bedrijf komt. En dat kan nog wel een jaartje of tien gaan duren.
Meer informatie:
Researchers say galaxy may swarm with 'nomad planets'
21 februari 2012
Nieuwe metingen van de Hubble Space Telescope hebben uitgewezen dat exoplaneet GJ 1214b een 'sauna-wereld' is, die grotendeels uit water bestaat en omhuld wordt door een dikke dampkring van stoom. De planeet staat op 40 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Slangendrager. Hij beschrijft elke 38 uur een baan op slechts 2 miljoen kilometer afstand van zijn moederster, waardoor de oppervlaktetemperatuur ca. 230 graden Celsius bedraagt. Eerdere metingen aan de dampkring van de planeet konden nog op twee manieren worden verklaard: een atmosfeer die grotendeels uit waterdamp bestaat òf een dampkring waarin een absorberende heiïge laag voorkomt. De nieuwe Hubble-metingen hebben die tweede mogelijkheid nu uitgesloten. De planeet, die een 2,7 keer zo grote middellijn heeft als de aarde, heeft een soortelijke dichtheid van slechts 2 gram per kubieke centimeter. Dat betekent dat hij grotendeels uit water moet bestaan, met een verhoudingsgewijs kleine kern van gesteenten. Vermoedelijk is GJ 1214b op grotere afstand van zijn moederster ontstaan, en in de loop van de tijd langzaam maar zeker naar binnen gemigreerd.
Meer informatie:
Hubble Reveals a New Class of Extrasolar Planet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 februari 2012
Een internationaal team van wetenschappers heeft een mogelijk leefbare planeet ontdekt bij een ster op slechts 22 lichtjaar van de aarde. De planeet is minstens 4,5 keer zo zwaar als de aarde en behoort daarmee tot de 'superaardes' - planeten die een slag groter zijn dan onze planeet, maar niet tot de 'gasreuzen' à la Jupiter kunnen worden gerekend. De betrekkelijk kleine planeet cirkelt met een periode van slechts ongeveer 28 dagen om de ster Gliese 667C. De afstand tot zijn moederster is dus erg klein, maar dat betekent niet dat het er ondraaglijk heet is. Die ster is namelijk een zwakke rode dwerg. Hierdoor is de hoeveelheid warmte die de planeet ontvangt vergelijkbaar met de zonnewarmte die de aarde bereikt. De 'leefbare' superaarde is niet de enige planeet die om Gliese 667C cirkelt. Enkele jaren geleden werd al een (hete) superaarde met een omlooptijd van iets meer dan zeven dagen ontdekt. En het zal waarschijnlijk niet bij deze twee ontdekkingen blijven: analyse van de schommelbeweging die de ster vertoont wijst erop dat er in wijdere banen mogelijk een derde superaarde en een gasreus omheen draaien. Al met al is Gliese 667C een bijzonder object. Want niet alleen heeft de ster diverse planeten, ook vormt hij met twee andere sterren een drievoudig stersysteem.
Meer informatie:
New Super-Earth Detected Within The Habitable Zone Of A Nearby Cool Star
Potentially habitable planet found orbiting nearby star
26 januari 2012
NASA-satelliet Kepler heeft elf nieuwe planetenstelsels aan zijn prijzenkast toegevoegd. Bij elkaar bevatten de stelsels minstens 26 planeten, wat betekent dat het aantal bevestigde Kepler-planeten in één keer bijna verdubbeld is. De nieuwe exoplaneten bewegen op kleine afstanden om hun respectievelijke moedersterren en variëren in grootte van anderhalf keer de aarde tot groter dan Jupiter. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of er aardse (rotsachtige) planeten tussen zitten. Kepler spoort nieuwe planeten op door de helderheden van meer dan 150.000 sterren in de gaten te houden. Sterren waar planeten omheen cirkelen kunnen vanaf de aarde gezien kleine, regelmatige helderheidsvariaties vertonen. En daaruit kunnen zowel de afmetingen van de planeten als hun omlooptijden worden afgeleid. Tot nu toe heeft Kepler meer dan 2300 kandidaat-planeten opgespoord. In iets meer dan zestig gevallen hebben is het bestaan van deze planeten door middel van vervolgwaarnemingen bevestigd. Elk van de nu bevestigde planetenstelsels bevat twee tot vijf planeten die op kleine onderlinge afstanden om hun moederster cirkelen. In zulke compacte planetenstelsels is de onderlinge aantrekkingskracht van de planeten groot genoeg om elkaars baanbewegingen te versnellen of vertragen. Dat veroorzaakt kleine, maar meetbare afwijkingen in de helderheidsvariaties van de ster, waarmee het bestaan van extra planeten in het stelsel snel kan worden aangetoond.
Meer informatie:
NASA's Kepler Announces 11 New Planetary Systems
18 januari 2012
Astronomen hebben een geheimzinnige ring van koolmonoxide-gas ontdekt rond de jonge ster V1052 Centauri, die zich op een afstand van ongeveer 700 lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus bevindt. De ring maakt deel uit van de protoplanetaire schijf rond de ster en is ongeveer net zo ver van deze verwijderd als de aarde van de zon. De met de Europese Very Large Telescope ontdekte gasring is opmerkelijk scherp begrensd.Koolmonoxide wordt wel vaker waargenomen bij jonge sterren, maar doorgaans is het gas over de hele protoplanetaire schijf verdeeld. Waarom het in dit geval een dunne ring is, is nog onduidelijk. Eén mogelijkheid is dat zich aan binnen- en buitenkant van de ring een planeet bevindt die het gas bijeendrijft, ongeveer zoals de 'herdersmaantjes' delen van het ringenstelsel van de planeet Saturnus in bedwang houden. Een andere mogelijkheid is dat de ring in stand wordt gehouden door magnetische velden. V1052 Cen onderscheidt zich door een opvallend sterk magnetisch veld en een extreem trage rotatie. In hoeverre die factoren van invloed kunnen zijn op de protoplanetaire schijf rond de ster moet nog blijken.
Meer informatie:
Gaseous ring around young star raises questions
17 januari 2012
In de jaren negentig ontdekten sterrenkundigen met de Hubble Space Telescope protoplanetaire schijven rond pasgeboren sterren in de Orionnevel. Zulke 'protoplanetary disks' (kortweg 'proplyds' genoemd) zijn schijven van gas en stof waaruit planetenstelsels kunnen ontstaan. Nu zijn vergelijkbare structuren ook ontdekt in het stervormingsgebied Cygnus OB2, in het sterrenbeeld Zwaan. Dit stervormingsgebied ligt op een grotere afstand dan de Orionnevel, en bevat ook meer sterren. De proplyds in Cygnus OB2 zijn bovendien groter dan in Orion. Ze vertonen langgerekte 'staarten', die vermoedelijk ontstaan door de energierijke sterrenwinden van nabijgelegen reuzensterren. Mogelijk gaat het om een soort tussenvorm tussen interstellaire stofwolken die geërodeerd worden door stralingsverdamping ('evaporating gaseous globules', ofwel EGGs) en 'echte' protoplanetaire schijven.
Artikel op Universe Today
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 januari 2012
Amerikaanse astronomen hebben drie kleine planeten buiten ons zonnestelsel opgespoord. De ontdekking van de drie exoplaneten - de kleinste tot nu toe - is bekendgemaakt tijdens de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin (Texas). De drie rotsachtige planeten cirkelen om dezelfde ster: de rode dwerg KOI-961. Ze variëren in afmetingen van 0,57 tot 0,87 maal de middellijn van de aarde. Tot nu toe waren nog maar een stuk of vier planeten van vergelijkbaar kleine omvang bekend. Hoewel het drietal tot de 'aardse' planeten wordt gerekend, zijn ze alles behalve leefbaar. Ze zijn slechts ongeveer anderhalf miljoen kilometer van hun moederster verwijderd, en hebben daardoor oppervlaktetemperaturen van 200 tot 500 graden Celsius. De planeten doen minder dan twee dagen over een rondje om hun ster. Ook KOI-961 zelf is een onderdeurtje: ze is slechts zeventig procent groter dan de planeet Jupiter. Daarmee is dit planetenstelsel het kleinste dat we kennen.
Meer informatie:
Smallest Solar System Found
Astronomers Find Three Smallest Exoplanets
Smallest Exoplanets - The Barnard's Star Connection
NASA's Kepler Mission Finds Three Smallest Exoplanets
11 januari 2012
Astronomen hebben met de Amerikaanse Kepler-satelliet een planeet ontdekt bij twee dubbelsterren in het sterrenbeeld Zwaan (Nature, 12 januari). Daarmee komt het totale aantal 'circumbinaire' planeten op drie - in september 2011 werd namelijk ook al zo'n planeet met twee zonnen opgespoord. De nieuwe ontdekkingen tonen aan het helemaal niet zo uitzonderlijk is dat er planeten om een dubbelster cirkelen. Alleen al in ons eigen melkwegstelsel kunnen er vele miljoenen van bestaan. Nog niet zo lang geleden dachten astronomen dat de directe omgeving van een dubbelster te chaotisch zou zijn voor de vorming van planeten. De twee dubbelsterren in de Zwaan waar een planeet om cirkelt hebben de aanduidingen Kepler-34 en Kepler-35. De beide sterren van Kepler-34 zijn vergelijkbaar met de zon, die van Kepler-35 zijn iets kleiner. Hun onderlinge afstanden zijn van de orde van zestig miljoen kilometer: de beide dubbelsterren zouden dus ruimschoots binnen de omloopbaan van Mercurius, de binnenste planeet van ons zonnestelsel, passen. De planeten die om de twee dubbelsterren cirkelen, Kepler-34b en Kepler-35b, zijn qua grootte vergelijkbaar met de planeet Saturnus. Hoewel ze tamelijk cirkelvormige banen met omlooptijden van respectievelijk 289 en 131 dagen volgen, zal het klimaat op de twee planeten nogal wisselend zijn. Door de onderlinge bewegingen van hun moedersterren zal de hoeveelheid energie die de planeten ontvangen immers flink variëren.
Meer informatie:
Kepler discovery establishes new class of planetary systems
Planets with double suns are common
NASA's Kepler mission and UF astronomer find 2 new planets orbiting double suns
11 januari 2012
Een internationaal team van astronomen heeft statistisch onderzocht hoe algemeen planeten in ons melkwegstelsel zijn. Na zes jaar onderzoek, waarbij miljoenen sterren zijn gevolgd, komen de astronomen tot de conclusie dat er voor elke ster minstens één planeet is (Nature, 12 januari). De meeste planeten buiten ons zonnestelsel zijn gevonden door het effect van de zwaartekrachtsinvloed van de planeet op zijn moederster te detecteren of door de planeet te betrappen op het moment dat hij voor zijn ster langs beweegt en deze gedeeltelijk verduistert. Met deze technieken worden vooral planeten gevonden die ofwel zwaar zijn ofwel op kleine afstand om hun ster cirkelen (of allebei). Veel planeten worden zo dus niet opgemerkt. Bij het nieuwe onderzoek is een compleet andere methode gebruikt: 'gravitationele microlensing'. Daarmee kunnen planeten van sterk uiteenlopende massa's worden opgespoord, óók op grote afstanden van hun moederster. Bij deze techniek wordt gebruik gemaakt van het feit dat het zwaartekrachtsveld van een ster als een soort lens fungeert die het licht van een achtergrondster kan versterken. Wanneer er om de ster die als lens fungeert een planeet draait, kan deze een waarneembare bijdrage leveren aan het verhelderende effect op de achtergrondster. De techniek is dus wel afhankelijk van het toevallig op één lijn staan van een 'lens-ster' en een achtergrondster. Om op dat moment een planeet te kunnen ontdekken, moet de planeetbaan bovendien de juiste oriëntatie hebben. Hoewel deze beperkingen tot gevolg hebben dat het opsporen van een planeet via microlensing verre van eenvoudig is, hebben de astronomen zowaar drie exoplaneten ontdekt: een planeet die enkele malen zwaarder is dan de aarde (een 'superaarde') en planeten van het kaliber Neptunus en Jupiter. Dat er drie planeten zijn opgespoord, kan twee dingen betekenen: ofwel dat de astronomen ongelooflijk veel geluk hebben gehad, ofwel dat planeten in de Melkweg dermate talrijk zijn dat de ontdekkingen bijna onvermijdelijk waren. Voor een statistische analyse hebben de astronomen de gegevens van de drie planeetdetecties gecombineerd met zeven eerdere detecties plus het enorme aantal non-detecties in de gegevens van de afgelopen zes jaar (voor de statistische analyse zijn non-detecties net zo belangrijk als de eigenlijke detecties). De conclusie is dat sterren gemiddeld 1,6 planeet hebben, en dat zware planeten (kaliber Jupiter) aanzienlijk schaarser zijn dan lichte (superaardes).
Meer informatie:
Planeten in overvloed
A Wealth of Habitable Planets in the Milky Way
Milky Way Contains at Least 100 Billion Planets
9 januari 2012
Astrofysici van de Universiteit van Texas te Arlington willen de discussie over de recent ontdekte planeet bij de dubbelster Kepler-16 een bijzonder vervolg geven. Volgens de wetenschappers zou zich in hetzelfde stelsel ook een leefbare wereld kunnen bevinden - niet als zelfstandige planeet, maar als maan van de grote gasplaneet Kepler-16b. De ontdekking van Kepler-16b deed in september 2011 nogal wat stof opwaaien. Het feit dat de planeet om een dubbelster draait, deed namelijk denken aan de fictieve planeet Tatooine - de geboortewereld van Luke Skywalker, hoofdpersoon van de Star Wars-films. Volgens de Texaanse astrofysici zouden er in het dubbelstersysteem in principe twee leefbare zones kunnen zijn - gebieden waar planeten een zodanige temperatuur kunnen hebben dat er vloeibaar water kan bestaan én een stabiele baan kunnen volgen. De ene is de zone buiten de baan van Kepler-16b, maarin dat geval zou de atmosfeer van een eventuele planeet aanzienlijke hoeveelheden broeikasgas moeten bevatten om de juiste temperatuur te hebben. De andere leefbare zone is de directe omgeving van Kepler-16b zelf. Als er om deze grote gasplaneet manen wentelen, zouden ook dat leefbare werelden kunnen zijn.
Meer informatie:
Scientists Searching For Earth-Type Planets Should Consider Two-Star System
5 januari 2012
Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen, of de eerste ontdekkingen van planeten buiten ons zonnestelsel stromen alweer binnen. Astronomen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics hebben met een netwerk van telescopen op aarde (HATNet) vier hete, Jupiterachtige planeten ontdekt die op geringe afstand om even zovele sterren draaien. Ze hebben hun bestaan verraden doordat ze met tussenpozen van slechts enkele dagen vanaf de aarde gezien voor hun moederster langs trekken, waardoor de helderheid van de ster eventjes vermindert. Eind 2011 bedroeg het totale aantal exoplaneten dat is opgespoord 716. Daarnaast is er nog een lijst van 2326 kandidaat-planeten, veelal ontdekt met de Kepler-satelliet, waarvan het bestaan middels vervolgwaarnemingen bevestigd moeten worden. De verwachting is dat het aantal bekende exoplaneten de komende jaren steeds sneller zal oplopen. De volgende toevoegingen worden al volgende week verwacht, tijdens de jaarlijkse winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas.
Meer informatie:
Four New Exoplanets to Start Off the New Year!
Exoplanets, Supernovae, High-Energy Sky, New Images Among NASA News Highlights at American Astronomical Society Meeting
29 december 2011
Astronomen hebben met behulp van de Subaru-telescoop op Hawaï opnamen gemaakt van de stofring rond de ster HR 4796 A. Dat deze slechts acht tot tien miljoen jaar oude ster omgeven is door een ring van stofdeeltjes was al een tijdje bekend. Nu is echter voor het eerst onomstotelijk vastgesteld dat de ster niet precies in het centrum van de ring staat. De meest waarschijnlijke verklaring voor het excentrische karakter van de stofring, die ongeveer driemaal de omtrek van de baan van de planeet Neptunus heeft, is dat in het schijnbaar lege hart van de ring één of meer planeten om de ster cirkelen. Deze planeten, die te zwak zijn om met de huidige instrumenten waarneembaar te zijn, zouden met hun aantrekkingskracht de banen van de stofdeeltjes op voorspelbare wijze verstoren. Uit computersimulaties blijkt dat dit inderdaad kan resulteren in een excentrische stofring. Ook is bij een andere ster met zo'n excentrische ring, Fomalhaut, inderdaad een planeet waargenomen. Planeten ontstaan uit het stof en gas dat rond een pas gevormde ster overblijft.
Meer informatie:
Subaru's Sharp Eye Confirms Signs of Unseen Planets in the Dust Ring of HR 4796 A
27 december 2011
In een artikel in het tijdschrift Acta Astronautica stellen Paul Davies en Robert Wagner van de Arizona State University voor om een speurtocht te starten naar mogelijke buitenaardse voorwerpen of bouwwerken op de maan. Via een 'citizen science'-project zou het grote publiek ingschakeld kunnen worden bij het zorgvuldig bekijken van de talloze gedetailleerde foto's van het maanoppervlak die gemaakt worden door de Amerikaanse Lunar Reconnaissance Orbiter. Op die manier zouden kunstmatige structuren ontdekt kunnen worden die op de maan zijn achtergelaten door buitenaardse beschavingen die in het verleden eventueel een bezoek aan de aarde hebben gebracht. De gedachte achter het voorstel is dat aliens die de aarde en haar bewoners willen bestuderen, dat vermoedelijk bij voorkeur doen vanaf de maan, waar voorwerpen en bouwwerken bovendien veel langer bewaard blijven omdat er geen sprake is van wind- en watererosie. In de sciencefictionfilm 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick en Arthur C. Clarke wordt in de grote maankrater Tycho een 'alien artefact' gevonden, dat daar in de prehistorie is achtergelaten door buitenaardse bezoekers.
Publicatie in Acta Astronautica
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 december 2011
Astronomen hebben twee kleine planeten ontdekt die om een ziedend hete, stervende ster cirkelen. Hun afstanden tot de ster zijn dermate gering, dat ze zich lange tijd binnen de atmosfeer van de ster moeten hebben bevonden, toen deze tot een 'rode reus' was opgezwollen. Vermoedelijk gaat het om de schamele restanten van twee Jupiter-achtige planeten (Nature, 22 december). Als onze zon over ongeveer vijf miljard jaar het einde van haar leven nadert, zal zij zo ver opzwellen dat de binnenste planeten van het zonnestelsel - Mercurius, Venus, de aarde en Mars - door haar worden opgeslokt. Voor kleine planeten als de onze betekent een langdurig verblijf in de atmosfeer van een ster het definitieve einde. Maar het planetenstelsel van KOI 55 bewijst dat dit niet voor alle planeten hoeft te gelden. Deze ster is het rodereuzenstadium al gepasseerd, maar toch cirkelen er nog twee planeten om haar heen, die nog steeds flink worden geroosterd. De twee planeten, die iets kleiner zijn dan de aarde, zijn waarschijnlijk overblijfselen van twee gasreuzen - planeten die voor het overgrote deel uit gassen bestaan. Dat gas zijn ze kwijtgeraakt, maar hun harde kernen hebben het inferno blijkbaar overleefd. Ook van hun moederster is niet veel meer over. De voormalige rode reus is bijna al zijn buitenlagen kwijtgeraakt. De astronomen vermoeden dat de half-opgeslokte planeten daarbij een handje helpen geholpen.
Meer informatie:
Astronomers discover deep-fried planets
Discovery of 2 Earth-size planets raises questions about the evolution of stars
http://www.news.iastate.edu/news/2011/dec/KeplerPlanets
20 december 2011
Rond de 950 lichtjaar verre ster Kepler-20 draait inderdaad een planeet die kleiner is dan de aarde. Dat heeft een internationaal team van astronomen vandaag bekendgemaakt via de website van het tijdschrift Nature en een persconferentie van NASA. De 'mini-aarde', die dertien procent kleiner is dan onze planeet, is ontdekt met de satelliet Kepler. Rond dezelfde ster draait ook een planeet die ongeveer net zo groot is als de aarde, evenals drie grotere planeten. Kepler-20 verscheen in februari 2011 op de lijst van sterren met kandidaat-planeten die met de NASA-satelliet zijn opgespoord. Met 'kandidaat-planeet' wordt bedoeld dat Kepler wel periodieke helderheidsdipjes heeft waargenomen in het licht van de ster, maar dat nog niet met zekerheid vaststaat dat die dipjes ook werkelijk door een planeet worden veroorzaakt. Begin december konden de astronomen al bevestigen dat drie van de vijf kandidaat-planeten van Kepler-20 echt bestaan. Deze drie, die twee- tot driemaal zo groot zijn als de aarde, kregen de 'namen' Kepler-20b, -20c en -20d. En nu zijn daar officieel ook de kleine planeten Kepler-20e en -20f bij gekomen. Volgens de ontdekkers bestaan de laatste twee net als de aarde uit een forse ijzerkern die omgeven is door een dikke mantel van gesteente. Beide planeten zijn extreem heet, omdat ze op afstanden van slechts acht, respectievelijk achttien miljoen kilometer om hun moederster cirkelen. Een atmosfeer hebben ze dus vrijwel zeker niet.
Meer informatie:
First Earth-Sized Planets Found
NASA NASA Discovers First Earth-Size Planets Beyond Our Solar System
Kepler Discovers Earth-size Exoplanets
First 'Mini-Earth' May Have Been Spotted
7 december 2011
Voor het eerst is het bestaan bevestigd van een exoplaneet die kleiner is dan de aarde. De planeet, met de voorlopige aanduiding KOI-70.04, draait samen met vier grotere planeten op kleine afstand rond een ster die veel op de zon lijkt. De omlooptijd is 6,1 dagen; de afstand van de planeet tot de ster bedraagt nog geen tien miljoen kilometer, en de oppervlaktetemperatuur ligt waarschijnlijk rond de 600 graden Celsius.
KOI-70.04 staat sinds feburari 2011 al op de lijst van 'kandidaat-planeten', samen met drie andere planeten in het stelsel. In juni werd nummer vijf ontdekt. Met een kandidaat-planeet wordt bedoeld dat Kepler wel periodieke helderheidsipjes heeft waargenomen in het licht van de ster, maar dat nog niet met zekerheid vaststaat dat het inderdaad om een planeet gaat.
Voor de drie grootste planeten in het stelsel is dat inmiddels wél bevestigd. Ze heten nu officieel Kepler-20b, 20c en 20d. Hun eigenschappen werden dinsdag gepresenteerd op de First Kepler Science Conference in Californië.
De twee kleinere planeten, voorlopig nog KOI-70.04 en KOI-70.05 geheten, zijn vrijwel zeker ook 'gevalideerd'. Francois Fressin van het Harvard-Smithsonian Center of Astrophysics wil er nog geen details over kwijt, maar heeft wel een artikel in druk dat begin volgend jaar in Nature verschijnt. Dat zou nooit het geval zijn als het bestaan van deze planeten niet ook bevestigd was.
Bovendien zijn er sterke statistische argumenten dat kandidaatplaneten in multi-planetenstelsels, zoals Kepler-20, vrijwel zonder uitzondering 'echte' planeten moeten zijn, aldus Jack Lissauer van NASA's Ames Research Center.
KOI-70.04, die binnenkort waarschijnlijk zal worden omgedoopt in Kepler-20e, is volgens Fressin 'verreweg de kleinste exoplaneet' die tot nu toe is gevonden. De middellijn bedraagt naar schatting een kleine 11.000 kilometer - 85% van de middellijn van de aarde.
Artikel over Kepler-20 op www.sciencenow.org
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 december 2011
Volgens onderzoekers van de Ohio State University zouden er in het heelal grote, zware planeten kunnen voorkomen die voor meer dan de helft uit koolstof bestaan, in de vorm van diamant. Dat concluderen Wendy Panero en Jason Kabbes op basis van laboratoriumexperimenten waarbij mengsels van ijzer, koolstof en zuurstof onder extreem hoge druk werden gebracht (65 gigapascal, vergelijkbaar met de druk in de kern van de aarde). De resultaten van die experimenten werden vervolgens verwerkt in modelberekeningen van planeten.
Uit de nieuwe analyse, die morgen gepresenteerd wordt op de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union in San Francisco, blijkt dat er 'super-aardes' kunnen bestaan (ca. 15 keer zo zwaar als de aarde) met een kern van ijzer en koolstof zo hard als staal, en een mantel die voornamelijk uit diamant bestaat, als gevolg van de hoge druk. Zo'n planeet zou kunnen ontstaan in een omgeving die rijk is aan koolstof. Koolstof is na waterstof en helium het meest voorkomende element in het heelal.
Een diamanten planeet is echter vrijwel zeker onbewoonbaar, aldus de onderzoekers. Koolstof is een uitstekende warmtegeleider. De planeet zal daardoor zeer snel afkoelen, waardoor er geen energie meer beschikbaar is voor het opwekken van een magnetisch veld om schadelijke kosmische straling buiten de deur te houden.
Overigens blijkt uit de modelberekeningen van Panero en Kabbes dat er ook in het binnenste van de aarde, net buiten de kern, in het diepste deel van de aardmantel, waarschijnlijk een diamantrijke laag voorkomt.
Eerder dit jaar werd de ontdekking van een 'diamanten planeet' bekend gemaakt, maar in dat geval ging het om het afgekoelde, gecondenseerde overblijfsel van een ster.
Meer informatie:
Giant Super-Earths Made of Diamond Are Possible
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 december 2011
NASA's ruimtetelescoop Kepler heeft voor het eerst een planeet ontdekt die zich middenin de bewoonbare zone van zijn (zon-achtige) moederster bevindt - het gebied waar de temperaturen niet te hoog of te laag zijn voor het bestaan van vloeibaar water aan het oppervlak. De ontdekking van Kepler-22b, zoals de planeet heet, werd vandaag bekendgemaakt op een persconferentie tijdens de First Kepler Science Conference in Californië.
Kepler-22b is 2,4 keer zo groot als de aarde. Hij beschrijft elke 290 dagen een baan rond een ster die iets kleiner en koeler is dan onze eigen zon, op een afstand van 600 lichtjaar. De afstand van de planeet tot de ster is 15 procent kleiner dan de afstand van de aarde tot de zon. Omdat de massa van de planeet niet bekend is, is ook nog onduidelijk wat de samenstelling is, maar volgens de Kepler-onderzoekers gaat het waarschijnlijk om een planeet die naast gesteenten ook veel samengeperst ijs bevat.
Op de conferentie is bovendien bekendgemaakt dat Kepler inmiddels 2326 kandidaat-planeten heeft gevonden, waaronder 207 exemplaren die qua grootte vergelijkbaar zijn met de aarde. Tien daarvan bevinden zich in de bewoonbare zone van hun moederster, maar het gaat nog wel om onbevestigde planeten.
Jill Tarter van het SETI-instituut (Search for Extra-Terrestrial Intelligence) maakte bovendien bekend dat de Allen Telescope Array - een radio-observatorium bestaande uit 42 kleine schotelantennes in het noorden van Californië - met ingang van vandaag weer speurt naar mogelijke signalen van buitenaardse beschavingen, ook in de richting van de sterren waarbij Kepler planeten heeft gevonden. De Allen Telescope Array lag sinds april van dit jaar stil wegens geldgebrek, maar kan dankzij particuliere donaties weer twee jaar vooruit.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Confirms Its First Planet in Habitable Zone of Sun-like Star
Persbericht SETI-instituut
Persbericht Carnegie Institution for Science
Persbericht McDonald Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 december 2011
De afgelopen twintig jaar hebben astronomen meer dan zevenhonderd planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt, en daar zullen de komende jaren naar verwachting nog duizenden bij komen. Om het kaf van het koren te scheiden, heeft het Planetary Habitability Laboratory van de universiteit van Puerto Rico een catalogus van 'leefbare' exoplaneten in het leven geroepen. De meeste exoplaneten die tot nu toe zijn ontdekt, zijn gasreuzen die op kleine afstand om hun moederster draaien. Slechts enkele hebben de juiste grootte en omloopbaan om een vorm van leven mogelijk te maken. De Habitable Exoplanets Catalog geeft een overzicht van deze laatste categorie. Op de lijst staan overigens niet alleen exoplaneten die zelf min of meer leefbaar (kunnen) zijn, maar ook exoplaneten waarbij dat voor hun eventuele manen geldt. Aan al deze objecten - voorlopig gaat het om zestien exoplaneten en potentieel enkele tientallen exomanen - is een 'leefbaarheidsindex' toegekend. Of deze kandidaten ook echt leefbaar zijn, zal pas blijken als ze nader zijn onderzocht.
Meer informatie:
The Habitable Exoplanets Catalog, a new online database of habitable worlds
Planetary Habitability Laboratory
2 december 2011
Astronomen hebben, met behulp van onder meer de Keck-telescoop op Hawaï, achttien nieuwe exemplaren toegevoegd aan de snel groeiende lijst van exoplaneten. De planeten draaien om sterren die meer dan anderhalf keer zo zwaar zijn als de zon. De planeten zijn ontdekt met de veelgebruikte dopplermethode, waarbij sterren onderzocht worden op kleine, regelmatige schommelbewegingen. Met deze nieuwe oogst is het aantal planeten dat bij zware sterren is ontdekt in één klap anderhalf keer zo groot geworden. De gevonden planeten zijn allemaal van het kaliber Jupiter. Daarmee bevestigen deze ontdekkingen de al langer waargenomen trend dat Jupiter-achtige planeten vaak bij zware sterren worden aangetroffen. Een andere eigenschap die veel van deze planeten vertonen is dat zij in relatief wijde, cirkelvormige banen om hun moederster draaien. De nieuwe planeten zijn allemaal minstens honderd miljoen kilometer van hun ster verwijderd.
Meer informatie:
Caltech-Led Team of Astronomers Finds 18 New Planets
30 november 2011
Het planetenstelsel van de dubbelster 55 Cancri wordt regelmatig op z'n kop gezet. Dat blijkt uit computersimulaties die Canadese en Franse astronomen hebben uitgevoerd. Het 55-Cancristelsel zit nogal ingewikkeld in elkaar. Het bestaat uit een zonachtige ster (A) en een rode dwergster (B) die in een wijde baan om elkaar heen draaien, terwijl ondertussen minstens vijf planeten in veel kleinere banen om 55 Cancri A cirkelen. De buitenste van deze planeten, die ruim drie keer zo zwaar is als de planeet Jupiter, wordt zodanig beïnvloed door de aantrekkingskracht van 55 Cancri B, dat zijn rotatie-as ongeveer eens in de honderd miljoen jaar omkeert. En de overige, veel lichtere planeten van het stelsel doen hem na. Onduidelijk is nog wat er met de ster 55 Cancri A zelf gebeurt. In de modelberekeningen is ervan uitgegaan dat de ster volmaakt bolvormig is, maar dat is niet waarschijnlijk. Als de ster, net als de meeste andere sterren, een beetje uitpuilt aan zijn evenaar, zou deze het voorbeeld van zijn planeten kunnen volgen.
Meer informatie:
Alien Planet Is Rolling Over, Forcing 4 Others to Do Same
8 november 2011
Twee onderzoekers van de Pennsylvania State University rekenen in een artikel in Acta Astronautica voor dat het bestaan van buitenaardse objecten in ons eigen zonnestelsel nog lang niet kan worden uitgesloten. Als er ooit een buitenaardse beschaving op bezoek is geweest in ons zonnestelsel en daarbij kunstmatige objecten (zoals bijvoorbeeld ruimtesondes) heeft achtergelaten, zal het niet meevallen om die te vinden, aldus Jacob Haqq-Misra en Ravi Kumar Kopparapu. Op zich geen opzienbarende constatering natuurlijk, gegeven het feit dat de meeste objecten in het zonnestelsel nog lang niet volledig en gedetailleerd in kaart zijn gebracht. De twee onderzoekers hebben nu echter een soort rekenmethode ontwikkeld om erachter te komen of een bepaald gebied in het zonnestelsel intensief genoeg is onderzocht om de aanwezigheid van buitenaardse artefacten uit te kunnen sluiten, op basis van verschillende aannames.
Meer informatie:
Nonterrestrial artifacts hard to pin down
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 november 2011
Bij de zoektocht naar buitenaardse beschavingen wordt doorgaans geluisterd naar radiosignalen of gekeken naar korte laserpulsen. Maar twee Amerikaanse wetenschappers hebben een andere manier bedacht om 'E.T.' op te sporen: probeer het licht te detecteren waarmee deze zijn steden verlicht. De methode staat of valt natuurlijk met de vraag of zo'n buitenaardse beschaving überhaupt steden bouwt en deze ook net zo slordig verlicht als wij. Maar ondetecteerbaar zou die stedelijke verlichting niet zijn. Elke planeet die om een ster cirkelt, vertoont voor een buitenstaander net zulke schijngestalten als onze maan. En wanneer we vanaf de aarde tegen zijn nachtzijde aan kijken, zou een met verlichte steden bezaaide planeet er net even anders uitzien als een onbewoonde planeet. Voor de noodzakelijke metingen schieten de huidige telescopen overigens ruimschoots tekort.
Meer informatie:
City Lights Could Reveal E.T. Civilization
26 oktober 2011
Een internationaal onderzoeksteam heeft drie planeten ontdekt die elk om een ster cirkelen die het einde van zijn bestaan nadert. Rond een van de sterren cirkelt bovendien nog een ander object, waarvan niet helemaal duidelijk is wat het is. De drie sterren, die de aanduidingen HD 240237, BD +48 738 en HD 96127 dragen, bevinden zich op afstanden van enkele tientallen lichtjaren. Hun planeten zijn ontdekt met de Hobby-Eberly Telescope in Texas, de op drie na grootste telescoop ter wereld. Elk van de drie sterren is een soortgenoot van onze zon, maar dan in een veel latere levensfase. Het zijn rode reuzen - opgezwollen sterren met een relatief koel oppervlak. Het opsporen van planeten bij zulke reuzen is moeilijker dan bij normale sterren: hun atmosferen zijn zeer turbulent, wat de nauwkeurige metingen die nodig zijn om de aanwezigheid van planeten aan te tonen hindert. Rond HD 240237 en HD 96127 draait een planeet die vier tot vijf keer zo zwaar is als de planeet Jupiter. De planeet van BD +48 738 lijkt iets lichter dan Jupiter te zijn, maar om deze ster cirkel mogelijk nog een tweede object. Dat zou een (zware) planeet kunnen zijn, maar ook een (lichte) ster of een bruine dwerg - een hemellichaam dat het midden houdt tussen een reuzenplaneet en een dwergster.
Meer informatie:
Three new planets and a mystery object discovered outside our solar system;
20 oktober 2011
Sterrenkundigen hebben met de Herschel-ruimtetelescoop voor het eerst koude waterdamp gevonden in een planeetvormende schijf rond een jonge ster. Deze ontdekking duidt erop dat deze schijf, die bezig is zich tot een planetenstelsel te ontwikkelen, grote hoeveelheden water bevat - voldoende om duizenden aardse oceanen mee te vullen - en dat planeten met oceanen, zoals de aarde, wel eens op veel meer plaatsen in het heelal zouden kunnen voorkomen. Het onderzoeksteam, onder leiding van de Leidse astronoom Michiel Hogerheijde, publiceert het resultaat deze week in Science.
De vondst is gedaan bij TW Hydrae, een ster op slechts 175 lichtjaar afstand van ons zonnestelsel in - heel toepasselijk - het sterrenbeeld Hydra (Waterslang). Hogerheijde en zijn onderzoeksteam denken dat de ijzige mist die ze hebben ontdekt zijn oorsprong vindt in met ijs bedekte stofkorreltjes nabij het oppervlak van de schijf. UV-licht van de ster bevrijdt een klein deel van het water uit het ijs en vormt een dunne laag damp, die is gedetecteerd door Herschels infrarood-instrument HIFI.
De slechts 10 miljoen jaar oude ster TW Hydrae is omgeven door een schijf van stof en gas, in afmeting ruwweg 200 maal de afstand tussen de aarde en de zon. De ijzige stofdeeltjes hierin zullen naar verwachting in de loop van de komende paar miljoen jaar samenklonteren tot planeten, planetoïden en kometen. Deze laatste, in feite vuile sneeuwballen, kunnen door inslagen hun watervoorraad afleveren op nieuwgevormde, kurkdroge planeten, en deze zo voorzien van oceanen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
WISH onderzoeksteam (Water In Star-forming regions by Herschel)
Persbericht ESA (Engelstalig)
Persbericht NASA/JPL (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 oktober 2011
Met de Japanse 8,3-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn twee spiraalarmen ontdekt in de protoplanetaire schijf rond de ster SAO 206462, op ca. 450 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Lupus (Wolf). De gas- en stofschijf rond de 9 miljoen jaar oude ster heeft een middellijn van zo'n 20 miljard kilometer - ruim twee keer de middellijn van de baan van de verre dwergplaneet Pluto. Modelberekeningen hebben eerder al gesuggereerd dat een zware planeet spiraalvormige verdichtingen kan veroorzaken in een protoplanetaire schijf. Of de spiraalarmen in de schijf van SAO 206462 inderdaad veroorzaakt worden door één of twee zware planeten, is echter niet 100 procent zeker. De nieuwe waarnemingen zijn gepresenteerd op een conferentie op NASA's Goddard Space Flight Center.
Meer informatie:
Spiral Arms Point to Possible Planets in a Star's Dusty Disk
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 oktober 2011
Met behulp van NASA's Spitzer Space Telescope zijn aanwijzingen gevonden dat er bij de ster Eta Corvi, in het sterrenbeeld Raaf, een kometenbombardement gaande is zoals dat enkele miljarden jaren geleden ook in ons eigen zonnestelsel plaatsvond. Vrij dicht bij de ster is een stofgordel ontdekt waarvan de samenstelling overeenkomt met die van kometen. De gordel is mogelijk ontstaan door botsingen van kleine kometen met pas gevormde planeten in het stelsel. In ons eigen zonnestelsel vond zo'n oerbombardement ca. 3,8 miljard jaar geleden plaats, toen de banen van de ijzige komeetkernen in de Kuipergordel, buiten de baan van Neptunus, verstoord werden door zwaartekrachtsinvloeden van op drift geraakte reuzenplaneten. Eta Corvi heeft inderdaad ook een soort Kuipergordel, op ca. 20 miljard kilometer afstand van de ster, zoals in 2005 al is ontdekt. De ster zelf is betrekkelijk jong, ongeveer één miljard jaar, dus ook de leeftijd van het stelsel komt ruwweg overeen met de leeftijd van ons eigen zonnestelsel toen dat een kometenbombardement onderging. De Spitzer-resulaten zijn vandaag gepresenteerd op een conferentie op NASA's Goddard Space Flight Center, en worden binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Detects Comet Storm in Nearby Solar System
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 oktober 2011
Met behulp van de 10-meter Keck-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, hebben sterrenkundigen de geboorte van een planeet waargenomen. Het gaat om een gasvormige reuzenplaneet, een paar keer zo zwaar als de planeet Jupiter in ons eigen zonnestelsel, die nog aan het samentrekken is uit relatief koele wolken van gas en stof. De protoplaneet draait op minstens enkele honderden miljoenen kilometers afstand rond een pasgeboren ster in het sterrenbeeld Stier, die de aanduiding LkCa 15 heeft en hooguit twee miljoen jaar oud is.
Om de geringe hoeveelheid infrarode warmtestraling van de baby-planeet en het omringende koele stof te detecteren, maakten Adam Kraus van de Universiteit van Hawaii en zijn collega's gebruik van adaptieve optiek en masker-interferometrie - twee geavanceerde optische technieken om het licht van de centrale ster te onderdrukken. De ontdekking wordt binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal , en is vandaag gepresenteerd op een bijeenkomst op NASA's Goddard Space Flight Center in Greenbelt, Maryland.
Tot nu toe zijn nog nooit exoplaneten gevonden met leeftijden van minder dan 10 à 20 miljoen jaar. LkCa 15b is vijf keer zo jong. Kraus en zijn collega's gebruiken de Keck-telescoop voor een onderzoek aan 150 jonge, stofrijke sterren; LkCa 15 was pas de tweede ster die ze bestudeerden.
Meer informatie:
Youngest Planet Seen as It's Forming
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 oktober 2011
Een nauwgezette analyse van opnamen die in 1998 met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt, heeft beelden opgeleverd van twee exoplaneten die destijds niet werden opgemerkt. Of beter gezegd: nog niet werden opgemerkt. De twee planeten draaien om de jonge, zware ster HR 8799, waarbij de afgelopen jaren met andere instrumenten alsnog vier planeten zijn ontdekt. Met die kennis zijn de oude Hubble-foto's nog eens goed bekeken, wat in 2009 al resulteerde in de 'herontdekking' van de buitenste planeet. Nu zijn ook de twee volgende planeten op de Hubble-opnamen opgespoord. Alleen de binnenste van de vier was niet waarneembaar voor de ruimtetelescoop, omdat deze schuilging achter het minuscule schijfje dat het relatief felle licht van de centrale ster afschermde. Het opsporen van reeds bekende planeten op oude opnamen lijkt zinloos, maar is het niet. De gegevens kunnen worden gebruikt om de omloopbanen van de planeten nauwkeuriger vast te leggen, zodat meer inzicht wordt verkregen in de stabiliteit van het onderzochte planetenstelsel, in de banen die de planeten volgen en in de planeetmassa's. De drie buitenste planeten van HR 8799 hebben omlooptijden van ongeveer 100, 200 en 400 jaar. Het duurt dus erg lang voordat iets van een verplaatsing waarneembaar is.
Meer informatie:
Astronomers Find Elusive Planets in Decade-Old Hubble Data
4 oktober 2011
Met de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler is opnieuw een bijzonder planetenstelsel ontdekt: Kepler 18. De ster zelf is iets groter en iets minder zwaar dan onze eigen zon. Op kleine afstand van de ster heeft Kepler drie planeten gevonden (Kepler-18b, c en d), die alledrie veel kleinere banen beschrijven dan de baan van de planeet Mercurius in ons eigen zonnestelsel.
Kepler-18b heeft een omlooptijd van 3,5 dag. Het is een zogeheten 'superaarde', twee keer zo groot en ongeveer acht keer zo zwaar als onze eigen planeet. Kepler-18c en Kepler-18d zijn Neptunus-achtige planeten: ze zijn respectievelijk 17 en 16 keer zo zwaar als de aarde, en 5,5 en 7 keer zo groot. Hun omlooptijden bedragen ca. 7,5 en 15 dagen.
Het bijzondere van het planetenstelsel is dat planeten c en d een zogeheten baanresonantie vertonen: de omlooptijd van planeet c is precies half zo groot als die van planeet d. Hun baanbeweging wordt op een zeer regelmatige en voorspelbare manier versneld en vertraagd door onderlinge aantrekkingskrachten, en dat vertaalt zich in kleine variaties in de precieze tijdstippen waarop de planeten voor hun moederster langs bewegen, zoals waargenomen door Kepler.
De ontdekking van het nieuwe planetenstelsel werd vandaag bekendgemaakt op een groot planeetonderzoekscongres in Nantes en zal beschreven worden in een toekomstig nummer van Astrophysical Journal Supplement.
Meer informatie:
University of Texas-led Team Discovers Unusual Multi-Planet System with NASA's Kepler Spacecraft
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 september 2011
Astronomen van de universiteit van Jena (Duitsland) hebben 'stofschijven' ontdekt rond twee sterren waarvan bekend is dat ze minstens één planeet hebben. Zulke gordels van stof, gruis en grotere brokstukken worden gezien als de overblijfselen van planeetvorming. Het is niet voor het eerst dat dergelijke restmaterie bij sterren is waargenomen, maar eerder gebeurde dat vooral bij relatief nabije sterren. De nu onderzochte sterren, TrES-2 en XO-5 bevinden zich op afstanden van honderden lichtjaren. De stofschijven zijn ontdekt met behulp van de Amerikaanse infraroodsatelliet WISE. Het stof verraadt zijn aanwezigheid doordat het wordt opgewarmd door de ster en deze warmte weer uitstraalt als infraroodstraling.
Meer informatie:
Stardust discovered in far-off planetary systems
Sternenstaub in weit entfernten Planetensystemen entdeckt
29 september 2011
Gegevens van de NASA-satelliet Kepler, die planeten buiten ons zonnestelsel opspoort, wijzen erop dat planeten vaak te vinden zijn bij sterren die relatief veel 'metalen' (elementen zwaarder dan helium) bevatten. En de vindkans van planeten van het soort aarde - klein en 'rotsachtig' - is het grootst bij sterren van bescheiden afmetingen. Dat volgt uit een inventarisatie van de eerste 1235 kandidaat-planeten die Kepler heeft ontdekt. Dat metaalrijke sterren de meeste planeten produceren, komt niet als een verrassing. Alle planeten bestaan nu eenmaal voor het overgrote deel uit elementen zwaarder dan helium. En ook voor de relatie tussen de massa van een ster en de grootte van zijn planeten bestaat een voor de hand liggende verklaring. Voor de vorming van een grote planeet is veel meer materiaal nodig dan voor een kleine, en rond een zware ster blijft gewoon meer restmaterie achter waaruit zich planeten kunnen vormen. Dat de Kepler-resultaten deze eenvoudige vuistregels bevestigen, kan het opsporen van leefbare planeten als de onze helpen bespoedigen. Bij een gerichte zoektocht naar deze planeten kunnen zware, metaalarme sterren buiten beschouwing blijven.
Meer informatie:
Heavy Metal Stars Produce Earth-Like Planets
22 september 2011
In gegevens van de Amerikaanse satelliet Kepler zijn waarschijnlijk twee nieuwe planeten opgespoord. En dat is nu eens niet door professionele astronomen of een geavanceerd computerprogramma gedaan, maar door de vrijwilligers van het project Planet Hunters. Bij Planet Hunters, dat vorig jaar december van start ging, zijn 40.000 'burgerwetenschappers' aangesloten. Zij helpen bij de analyse van de helderheidsmetingen van 150.000 sterren die de Kepler-satelliet sinds maart 2009 aflevert. Kleine, regelmatige variaties in het licht van een ster kunnen erop wijzen dat er een planeet om de ster cirkelt. De kandidaat-planeten hebben omlooptijden van enkele tientallen dagen en zijn naar schatting tweeënhalf tot acht keer zo groot als de aarde. De kleinste van de twee zou een rotsachtige wereld kunnen zijn. Opmerkelijk genoeg maakte het tweetal geen deel uit van de lijst van 1200 veelbelovende kandidaat-planeten die het Kepler-team voor verder onderzoek had opgesteld. Toch heeft vervolgonderzoek met de Keck-telescoop op Hawaï nu laten zien dat het met 95 procent zekerheid wel degelijk om echte planeten gaat.
Meer informatie:
From the Comfort of Home, Web Users May Have Found New Planets
Planet Hunters
21 september 2011
Fomalhaut b - een van de weinige 'exoplaneten' waar foto's van zijn gemaakt - bestaat misschien niet. Op recente opnamen van de ster Fomalhaut is nog wel een heldere stip te zien, maar deze bevindt zich niet op de vooraf verwachte positie. De vermeende planeet werd in 2008 ontdekt op opnamen die in 2004 en 2006 met de Advanced Camera for Surveys (ACS) van de Hubble-ruimtetelescoop waren gemaakt. Uit de beelden bleek duidelijk dat Fomalhaut b in de tussentijd een stukje was opgeschoven, wat erop wees dat het object in een wijde baan om de ster draaide. In de drie jaar daarna konden geen nieuwe opnamen van de planeet worden gemaakt. De ACS-camera viel in 2007 uit en wordt ook niet meer gerepareerd. Opnamen die vorig jaar met een oudere Hubble-camera zijn gemaakt, laten wel een heldere stip zien, maar die bevindt zich op een onverwachte plek. Als het inderdaad om één en hetzelfde object gaat, zou de planeet een sterk elliptische baan moeten volgen die hem dwars door de stofschijf voert die de ster Fomalhaut omringt. En dat zou die stofschijf ernstig moeten verstoren, waar geen sprake van lijkt te zijn. Het is natuurlijk mogelijk dat de 'echte' Fomalhaut b om de een of andere reden niet zichtbaar is op de opnamen die vorig jaar zijn gemaakt, en dat het wél vastgelegde object iets anders is - een tijdelijke verdichting in de stofschijf bijvoorbeeld of een toevallig passerende achtergrondster. Volgend jaar zullen nieuwe opnamen met de ruimtetelescoop worden gemaakt, die wellicht uitsluitsel kunnen geven. Tot die tijd zit Fomalhaut b op de reservebank.
Meer informatie:
New doubts about 'poster child' of exoplanets
15 september 2011
Amerikaanse astronomen hebben een planeet ontdekt die niet om een gewone ster draait, maar om een dubbelster (Science, 16 september). In dat opzicht lijkt de exoplaneet, die de aanduiding Kepler-16b heeft gekregen, op de fictieve planeet Tatooine - de geboortewereld van Luke Skywalker, de hoofdpersoon van de Star Wars-films. Maar dat is zo'n beetje ook de enige overeenkomst, want Kepler-16b is een koude gasplaneet in plaats van een woestijnwereld. Kepler-16b is qua omvang en massa vergelijkbaar met de planeet Saturnus. Hij cirkelt op een afstand van ruim honderd miljoen kilometer om een tweetal kleine sterren die slechts ongeveer 35 miljoen kilometer van elkaar gescheiden zijn. Zijn omlooptijd bedraagt 229 dagen. Hoewel de afstand van Kepler-16b tot zijn beide moedersterren vergelijkbaar is met de afstand zon-Venus blijft de temperatuur er steken bij 70 tot 100 graden onder nul. Veel warmte geeft de dubbelster dus niet. Kepler-16b werd door de Kepler-satelliet opgemerkt doordat hij bij elke omloop vanaf de aarde gezien voor zijn (dubbel)ster langs beweegt, waardoor de ster steeds eventjes minder helder is. De ontdekking van de planeet werd overigens bemoeilijkt door het feit dat ook de beide sterren elkaar wederzijds bedekken, wat eveneens een periodieke helderheidsafname tot gevolg heeft. De planeet en de beide sterren zijn ongeveer tweehonderd lichtjaar van ons verwijderd.
Meer informatie:
Tatooine-Like Planet Discovered
From Star Wars To Science Fact: Tatooine-Like Planet Discovered
NASA's Kepler Mission Discovers a World Orbiting Two Stars
UCSB Scientist Contributes to First Discovery of a Planet With Two 'Suns'
13 september 2011
Exoplaneet CoRoT-2b verliest per seconde vijf miljoen ton materie doordat hij gebombardeerd wordt door energierijke röntgenstraling van zijn moederster. Dat concluderen sterrenkundigen op basis van metingen van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory en de Europese Very Large Telescope. De planeet is ongeveer drie keer zo zwaar als Jupiter, en beschrijft een baan op een afstand van niet meer dan zo'n vier miljoen kilometer. Hij werd in 2008 ontdekt door de Franse ruimtetelescoop CoRoT.
De ster (officieel CoRoT-2a geheten) staat op 880 lichtjaar afstand van de aarde en is een 'volwassen' dwergster van enkele honderden miljoenen jaren oud. De energierijke röntgenstraling van de ster wordt gegenereerd door een sterk magnetisch veld, dat op zijn beurt wordt opgewekt door de snelle rotatie van de ster. Normaal gesproken zou de ster vele tientallen miljoenen jaren geleden al zijn afgeremd en daardoor minder actief zijn geworden. De snelle rotatie van de ster is waarschijnlijk het gevolg van de nabijheid van de zware reuzenplaneet. CoRoT-2b heeft het röntgenbombardement dus indirect aan zichzelf te danken.
Ondersteuning voor deze hypothese komt van waarnemingen aan de stellaire begeleider van CoRoT-2a - een andere (en vermoedelijk even oude) dwergster op een afstand van ca. 150 miljard kilometer. Die begeleider straalt geen röntgenstraling uit, vermoedelijk omdat hij niet door een planetaire begeleider in een kleine omloopbaan wordt vergezeld.
Hert röntgenbombardement - honderdduizend keer zo intens als de röntgenstraling die de aarde van de zon ontvangt - is mogelijk ook de verklaring voor het feit dat CoRoT-2b een sterk 'opgezwollen' planeet is. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Star blasts planet with X-rays
CoRoT
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 september 2011
Met de extreem gevoelige HARPS-spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili zijn 55 nieuwe exoplaneten ontdekt, waaronder 20 zogeheten super-aardes - planeten die minder dan tien keer zo zwaar zijn als onze eigen aarde. Eén daarvan bevindt zich aan de binnenrand van de bewoonbare zone van zijn moederster; op het oppervlak van die planeet zou eventueel vloeibaar water, en dus leven kunnen voorkomen.
HARPS (High-Accuracy Radial-velocity Planet Searcher) meet de minieme schommelingen van sterren die veroorzaakt worden door de zwaartekracht van een rondcirkelende planeet. De spectrograaf is zo nauwkeurig dat er snelheidsvariaties van slechts twee kilometer per uur gedetecteerd kunnen worden. Daardoor is het mogelijk om planeten te vinden zoals HD 85512b, die slechts 3,6 keer zo zwaar is als de aarde. Daarbij helpt het dat de planeet in een vrij kleine baan rond een oranje dwergster beweegt. Eerder rekenden sterrenkundigen al voor dat er op deze planeet vloeibaar water kan voorkomen, vooropgesteld dat hij een redelijk dik wolkendek heeft.
Met HARPS zijn tot nu toe al 155 exoplaneten gevonden, waaronder een stelsel dat minstens zes en misschien zeven planeten bevat. HARPS-waarnemingen aan 376 zonachtige sterren wijzen uit dat veertig procent van al die sterren vergezeld wordt door een planeet die lichter is dan Saturnus. Het aantal sterren met aarde-achtige planeten is waarschijnlijk nog veel groter. HARPS ontdekte ook de planeet Gliese 781d, de eerst ontdekte super-aarde die zich zo goed als zeker in de bewoonbare zone van zijn moederster bevindt. (Een tweede kandidaat, Gliese 581g, blijkt bij nader inzien niet te bestaan; HD 85512b is nu de tweede bekende super-aarde die mogelijk bewoonbaar is.)
In tegenstelling tot de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler, die exoplaneten ontdekt wanneer ze gezien vanaf de aarde voor hun moederster langs bewegen, richt HARPS zich vooral op sterren op relatief kleine afstand van de zon. Volgens teamleider Michel Mayor van de Universiteit van Genève, die in 1995 de allereerste exoplaneet bij een normale ster ontdekte, zijn de nieuwe super-aardes dan ook geschikte kandidaten voor toekomstig vervolgonderzoek, waarbij gezocht wordt naar mogelijke 'biomarkers', zoals zuurstof in de dampkring.
De nieuwe ontdekkingen zijn vandaag gepresenteerd op de 'Extreme Solar Systems'-conferentie in het Grand Teton National Park in Wyoming, en worden gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. Zestien van de twintig super-aardes werden ook aangekondigd op een ESO-persconferentie.
Binnenkort wordt een kopie van HARPS geplaatst op de Italiaanse Galileo-telescoop op La Palma. ESO werkt ook aan nieuwe, gevoeliger instrumenten voor de jacht op exoplaneten: ESPRESSO voor de Very Large Telescope en CODEX voor de toekomstige European Extremely Large Telescope E-ELT). Volgens Markus Kissler-Patig van ESO zal de E-ELT ook in staat zijn om spectroscopisch onderzoek te verrichten aan de samenstelling van de dampkring van HD 85512b.
Meer informatie:
Fifty New Exoplanets Discovered by HARPS
HARPS
Vakpublicatie over het onderzoek (met 16 superaardes)
Vakpublicatie over 4 andere superaardes, waaronder HD 85512b
Extreme Solar Systems-conferentie
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
8 september 2011
Met de NASA-satelliet Kepler is een planeet ontdekt die niet met constante snelheid om zijn moederster draait: soms beweegt hij wat sneller, soms wat trager. Daaruit leiden astronomen af dat er nóg een planeet om de ster moet draaien, al is deze niet direct waarneembaar. Zowel de waargenomen als de 'onzichtbare' planeet draait om de zonachtige ster Kepler-19, die zich op een afstand van 650 lichtjaar in het sterrenbeeld Lier bevindt. De Kepler-satelliet spoort planeten bij zulke sterren op, door te letten op de kleine, regelmatige helderheidsdipjes die optreden als een planeet - vanaf de aarde gezien - bij elke omloop eventjes vóór zijn ster langs beweegt. Op die manier heeft ook planeet Kepler-19b zijn bestaan verraden. Kepler-19b draait met een periode van ruim negen dagen op een afstand van ruim dertien miljoen kilometer om zijn moederster. Hij is ruim twee keer zo groot als de aarde. Als Kepler-19b de enige planeet was die om de ster draaide, zou hij met de regelmaat van de klok voor deze langs gaan. Maar die planeetovergangen komen soms een paar minuten te vroeg, soms een paar minuten te laat. Zulke variaties ontstaan als er een tweede planeet om de ster draait, die met zijn zwaartekracht de baanbeweging van Kepler-19b beïnvloedt. Hetzelfde effect leidde in 1846 tot de ontdekking van de planeet Neptunus, die de baanbeweging van Uranus verstoort. Over de tweede planeet, Kepler-19c, is verder niet veel bekend. Zeker is alleen dat hij niet genoeg massa heeft om zijn ster heen en weer te trekken, en ook niet bij elke omloop voor zijn ster langs beweegt. Het zou een kleine planeet in een krappe omloopbaan kunnen zijn, maar ook een grotere planeet in een wijdere baan.
Meer informatie:
Invisible World Discovered
5 september 2011
Sterrenkundigen hebben bij de ster HD85512 een mogelijk bewoonbare planeet ontdekt. De oranje dwergster staat op 36 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Vela (Zeilen). De planeet, HD85512b geheten, is gevonden met de gevoelige HARPS-spectrograaf op de Europese 3,6-meter telescoop op de La Silla-sterrenwacht in het noorden van Chili. De planeet is 3,6 keer zo zwaar als de aarde, bestaat vrijwel zeker uit rotsachtig materiaal, en draait eens in de 54 dagen rond zijn moederster, op een gemiddelde afstand van 39 miljoen kilometer.
Volgens de astronomen bevindt de planeet zich nabij de binnenrand van de zogeheten 'bewoonbare zone', waar de temperatuur het bestaan van vloeibaar water aan het oppervlak mogelijk maakt. Dat blijkt uit modelberekeningen, waarbij overigens wel aangenomen moet worden dat de planeet een vrij dik wolkendek heeft dat een belangrijk deel van het opvallende zonlicht reflecteert.
Samen met exoplaneet GL581d is HD85512b nu de beste kandidaat voor een min of meer aarde-achtige planeet in de bewoonbare zone van zijn moederster. Een nóg betere kandidaat is GL581g, maar over het bestaan van die planeet bestaat de nodige onzekerheid.
Vakpublicatie over de ontdekking
Artikel in Universe Today
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 augustus 2011
Volgens een Duits-Brits team van astronomen zou ons zonnestelsel, met planeten van uiteenlopende afmetingen in bijna cirkelvormige omloopbanen, wel eens vrij bijzonder kunnen zijn. Het komt nogal eens tot botsingen tussen planetenstelsels-in-wording en naburige gaswolken. En die resulteren vaker wel dan niet in chaotische stelsels waarin de planeetbanen schots en scheef staan, en waaruit de kleinere (meest leefbare) planeten zelfs zijn verstoten. Aangenomen wordt dat ons zonnestelsel is ontstaan uit een wolk van gas en stof die onder zijn eigen gewicht 'inzakte' tot een draaiende materieschijf. Door samenklontering van het gas en stof in deze schijf zouden vervolgens de planeten zijn ontstaan. Het nieuwe onderzoek laat zien dat planeetvorming lang niet altijd zo soepel verloopt. Als de protoplanetaire schijf in een naburige gaswolk terechtkomt, kan deze tot wel dertig Jupitermassa's aan extra materie verzamelen. Uit computersimulaties blijkt dat die grote gevolgen kan hebben voor de banen van de planeten die uiteindelijk worden gevormd. Omdat planetenstelsels doorgaans ontstaan in een omgeving waar sterren relatief dicht bij elkaar staan, komen zulke interstellaire ontmoetingen waarschijnlijk vaak voor. Dat ons eigen zonnestelsel er zo netjes bij ligt, betekent dat de botsingen met naburige gaswolken - die vrijwel zeker hebben plaatsgevonden - tamelijk rustig zijn verlopen. Anders zou zich rond de zon wellicht een chaotisch, instabiel planetenstelsel hebben gevormd. En in dat geval was de aarde waarschijnlijk de ruimte in geslingerd, om als ijskoude, levenloze steenklomp te eindigen.
Meer informatie:
Interstellar crashes could throw out habitable planets
11 augustus 2011
Astronomen hebben ontdekt dat de verre Jupiter-achtige exoplaneet TrES-2b minder dan één procent van het licht van zijn moederster weerkaatst. Daarmee is de planeet zwarter dan welke planeet of maan in ons zonnestelsel dan ook. 'Onze' planeet Jupiter is gehuld in heldere ammoniakwolken die meer dan dertig procent van het ontvangen zonlicht weerkaatsen. Maar TrES-2b beweegt op zo'n kleine afstand om zijn ster, dat het er veel te heet is (bijna 1000 graden) voor ammoniakwolken. Zijn exotische atmosfeer bestaat uit licht-absorberende stoffen zoals natrium- en kaliumdamp en gasvormig titaniumoxide. Toch kunnen deze stoffen de extreme zwartheid van TrES-2b niet volledig verklaren. Die zwartheid wordt overigens enigszins gemaskeerd: door zijn hoge temperatuur vertoont de planeet een zwakke rode gloed, vergelijkbaar met die van gloeiende houtskool.
Meer informatie:
Alien World is Blacker than Coal
9 augustus 2011
Dankzij donaties van duizenden fans kan het Amerikaanse SETI-instituut, dat een zoektocht naar buitenaardse beschavingen onderneemt, weer even aan de slag. In april moest SETI zijn Allen Telescope Array (ATA), een opstelling van 42 radioschotels in het noorden van Californië, wegens geldgebrek stilleggen. Het in bedrijf houden van de ATA kost ongeveer 2,5 miljoen dollar per jaar. Een in juni gestarte geldinzamelingsactie heeft nu ruim 200.000 dollar opgebracht - genoeg om de ATA weer een paar maanden te gebruiken. Tot de gulle gevers behoren actrice Jodie Foster, die een SETI-onderzoekster speelde in de film Contact, sciencefictionschrijver Larry Niven en Apollo-astronaut Bill Anders. Het is de bedoeling dat de zoektocht naar E.T. in september wordt hervat. Ondertussen gaat ook een andere zoektocht verder: die naar geld voor de komende jaren.
Meer informatie:
Donations revive SETI quest
Geldinzameling voor SETI
21 juli 2011
Nieuw onderzoek door Amerikaanse wetenschappers laat zien dat de poollichten op hete Jupiter-achtige planeten honderd tot duizend keer zo intens kunnen zijn als op aarde. Poollicht ontstaat als geladen deeltjes van een ster - in ons geval de zon - door het magnetische veld van een planeet worden ingevangen en in botsing komen met moleculen in de atmosfeer. De sterkste poollichten op aarde ontstaan als onze planeet wordt getroffen door de deeltjes van een zogeheten coronale massa-ejectie (CME) - een kolossale uitbarsting op de zon. De Amerikaanse wetenschappers hebben aan de hand van computermodellen onderzocht wat er gebeurt als een grote gasplaneet, die op een afstand van slechts enkele miljoenen kilometers om zijn ster draait, zo'n uitbarsting meemaakt. Uit de modelberekeningen blijkt dat een CME het magnetische veld van zo'n planeet ernstig verzwakt, waardoor de geladen deeltjes diep doordringen in de atmosfeer. Bovendien begint het poollicht niet bij de polen, zoals bij de aarde, maar rond de evenaar. Pas later golft het richting de polen van de planeet.
Meer informatie:
Exoplanet Aurora: An Out-of-this-World Sight
19 juli 2011
Een team van Amerikaanse astronomen heeft een planeetovergang waargenomen bij een ster op slechts 40 lichtjaar van de aarde - een steenworp afstand naar kosmische maatstaven. De exoplaneet, die 55 Cancri e heet, is tweemaal zo groot als onze planeet en bijna negen keer zo zwaar. Hij heeft waarschijnlijk een vast, rotsachtig oppervlak waar de temperatuur kan oplopen tot 2700 graden. 55 Cancri e werd zeven jaar geleden ontdekt doordat hij zijn moederster enigszins doet schommelen. Hij doet dat overigens niet alleen: rond de ster draaien nog minstens vier andere planeten. Omdat de afstand tussen 55 Cancri e en zijn ster heel klein is - slechts een paar miljoen kilometer - leek de kans aanwezig dat de planeet vanaf de aarde gezien bij elke omloop voor zijn ster langs beweegt. En dat is nu bevestigd door metingen van de Canadese satelliet MOST, die gedurende twee weken de helderheid van 55 Cancri heeft gemeten. Uit die metingen blijkt dat de ster om de 18 uur - precies de omlooptijd van de planeet - eventjes in helderheid afneemt. Daaruit kan alleen maar worden geconcludeerd dat 55 Cancri e inderdaad steeds als een donker silhouet voor de ster langs beweegt.
Meer informatie:
Stellar eclipse gives glimpse of exoplanet
14 juli 2011
De bevestiging van de potentiële exoplaneten die de Amerikaanse satelliet Kepler heeft opgespoord vordert uiterst langzaam. Alleen al in het eerste half jaar na zijn lancering in maart 2009 ontdekte Kepler meer dan 1200 sterren waarbij regelmatige helderheidsvariaties op de aanwezigheid van één of meer planeten duiden. Tot nu toe is echter pas van zeventien 'Kepler-planeten' het bestaan bevestigd. De nieuwste bevestiging is die van planeet Kepler-15b met behulp van de Hobby-Eberly-telescoop (HET) van de universiteit van Texas. De Kepler-waarnemingen lieten zien dat deze planeet in minder dan vijf dagen om zijn moederster wentelt. Daarbij trekt hij, vanaf de aarde gezien, steeds voor die ster langs, waarbij diens helderheid met iets meer dan een procent afneemt. Tussen maart en november 2010 is met HET heel nauwkeurig naar het spectrum van de moederster van Kepler-15b gekeken, om te zien of deze een schommelbeweging met dezelfde regelmaat vertoont. Dat bleek inderdaad het geval. Uit de nieuwe metingen volgt wel dat de planeet minder groot is dan gedacht: hij is iets kleiner dan de planeet Jupiter, terwijl de eerste schatting uitkwam op bijna anderhalf maal Jupiter.
Meer informatie:
Another Kepler Planet Confirmed
13 juli 2011
Italiaanse astronomen hebben een planeet ontdekt bij de ster HD 132563. Na meer dan vijfhonderd van dit soort ontdekkingen is dat nauwelijks meer opzienbarend, ware het niet dat HD 132563 een drievoudige ster is. Tot voor kort dachten astronomen dat er in systemen van drie of meer sterren weinig of geen planeten te vinden zouden zijn. De voortdurend wisselende aantrekkingskrachten in zo'n stelsel zouden de banen van eventuele planeten destabiliseren. Maar inmiddels is nu al bij acht drievoudige sterren een planeet ontdekt. HD 132563 bestaat in feite uit een dubbelster en een enkelvoudige ster die op een onderlinge afstand van ongeveer 60 miljard kilometer om elkaar heen draaien. De nieuw ontdekte planeet draait om de enkelvoudige ster van het systeem. Hij is zeker 1,3 keer zo zwaar als de planeet Jupiter en draait op een gemiddelde afstand van 400 miljoen kilometer om zijn moederster. Pogingen om de opname van de exoplaneet te maken zijn (nog) niet gelukt.
Meer informatie:
New Planet Discovered In Trinary Star System
14 juni 2011
Een internationaal team van astronomen heeft aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een planetenstelsel dat rond een nogal bijzondere dubbelster cirkelt. Deze dubbelster, UZ For geheten, bestaat uit een witte en een rode dwergster. Daaromheen lijken twee reuzenplaneten te cirkelen, die aanzienlijk zwaarder zijn dan de planeet Jupiter. De afstand tussen de sterren die UZ For vormen is dermate klein dat de twee in slechts enkele uren om elkaar heen wentelen. Het duo zou gemakkelijk binnen onze zon passen! Toevallig is het baanvlak van de beide sterren zo georiënteerd, dat de sterren elkaar vanaf de aarde gezien bij elke omloop eventjes bedekken. Door heel nauwkeurig te timen op welke momenten die bedekkingen plaatsvinden, zijn de astronomen erachter gekomen dat daar kleine variaties in optreden. Soms zijn de bedekkingen een beetje te vroeg of te laat. Deze variaties laten zich het gemakkelijkst verklaren als er twee planeten, respectievelijk zes en acht keer zo zwaar als Jupiter, in wijde banen om de dubbelster cirkelen. Als de beide planeten echt bestaan, hadden ze geen slechtere plek kunnen uitzoeken. Door de kleine onderlinge afstand, 'steelt' de witte dwergster voortdurend materie van zijn kleine rode metgezel. De hoge snelheid waarmee dit gas op de witte dwerg terechtkomt, heeft tot gevolg dat het tot temperaturen van miljoenen graden wordt verhit. En daardoor worden de planeten voortdurend met enorme hoeveelheden röntgenstraling bestookt.
Meer informatie:
Astronomers in South Africa find evidence for a strange new planetary system
14 juni 2011
Met de Franse kunstmaan CoRoT zijn tien nieuwe exoplaneten ontdekt. Het gaat om zeven 'hete Jupiters' (zware reuzenplaneten in kleine omloopbanen), één planeet die kleiner en lichter is dan Saturnus, en twee Neptunus-achtige planeten die rond dezelfde ster cirkelen. De nieuwe ontdekkingen zijn vandaag bekend gemaakt op het tweede CoRoT-symposium in Marseille.
Net als de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler maakt CoRoT - een gezamenlijk project van het Franse ruimtevaartagentschap CNES en de Europese ESA - met behulp van een 27 cm-telescoop jacht op planeetovergangen, die optreden wanneer een exoplaneet vanaf de aarde gezien voor zijn moederster langs beweegt. Sinds de lancering in december 2006 heeft CoRoT ruim 400 kandidaat-planeten gevonden; tot nu toe zijn er 26 definitief bevestigd.
De nieuw ontdekte exoplaneten vertonen een grote verscheidenheid. Zo zijn er twee hete Jupiters ontdekt waarvan de baan erg langgerekt is en is er sprake van een grote variatie in soortelijke dichtheden. Ook de leeftijden van de moedersterren lopen sterk uiteen, van 600 miljoen jaar tot tien miljard jaar.
Meer informatie:
CoRoT's new detections highlight diversity of exoplanets
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
9 juni 2011
Ongeveer één op de twaalf aarde-achtige exoplaneten heeft een maan ter grootte van de onze. Dat is de uitkomst van computersimulaties door wetenschappers van de universiteiten van Zürich en Colorado. Dat onze planeet zo'n grote maan heeft, werd lange tijd als iets heel bijzonders gezien. Het bestaan van die maan heeft in elk geval grote invloed op de omstandigheden op aarde. Zonder de maan, zouden er geen getijden zijn en was de stand van de rotatie-as van de aarde veel minder stabiel. En dat zou grote klimaatfluctuaties tot gevolg hebben, die het ontstaan van leven waarschijnlijk sterk zouden bemoeilijken. Om te onderzoeken hoe uitzonderlijk de vorming van zo'n grote maan is, hebben de wetenschappers de vele botsingen doorgerekend zoals die plaatsvinden in een zonnestelsel-in-wording. Volgens de huidige inzichten is onze maan ontstaan uit het puin dat vrijkwam nadat de oeraarde werd getroffen door een proto-planeet ter grootte van Mars. Uit de computersimulaties blijkt dat dit scenario niet zo onwaarschijnlijk is als het lijkt. Uit het onderzoek blijk dat de meeste sterren zoals onze zon een rotsachtige planeet hebben op een afstand waar (naar onze maatstaven) aangename temperaturen heersen. Eén op de twaalf van deze 'leefbare' werelden onderging een inslag waar een grote, stabiliserende maan uit voortkwam. De computersimulaties laten overigens een grote spreiding zien: het percentage aarde-achtige planeten met een grote maan zou tussen 2 en 25 procent kunnen liggen.
Meer informatie:
Many Exo-Earths May Have Exo-Moons
23 mei 2011
De eerste 'rotsachtige' planeet die met de satelliet Kepler is ontdekt, blijkt gezelschap te hebben van een vrijwel even grote soortgenoot. Dat heeft het Kepler-team maandag bekendgemaakt tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst van Amerikaanse astronomen in Boston. Het bestaan van de planeet, die de aanduiding Kepler-10c heeft gekregen, is bevestigd door metingen met de infraroodsatelliet Spitzer. Daarbij is gebruik gemaakt van een statistisch methode die ook kan worden gebruikt om nog meer aarde-achtige planeten op te sporen in de database van 1235 kandidaat-planeten die met de Kepler-satelliet zijn ontdekt. Net als zijn buurplaneet (Kepler-10b) is Kepler-10c waarschijnlijk een geblakerde, deels gesmolten planeet. Hij is naar schatting 2,2 keer zo groot als de aarde en draait in 45 dagen om zijn moederster.
Meer informatie:
Kepler announces new rocky planet
Kepler-10c and a New Method to Validate Planets
23 mei 2011
De Amerikaanse satelliet Kepler, die naar planeten buiten ons zonnestelsel speurt, heeft bij opvallend veel sterren meer dan één planeet ontdekt. Dat maken astronomen vandaag bekend tijdens de 218de bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS). Vóór de lancering van Kepler gingen astronomen ervan uit dat bij slechts een handjevol sterren meer dan één planeet ontdekt zou worden. Die voorzichtige schatting was gebaseerd op het feit dat Kepler alleen planeten kan ontdekken die - vanaf de aarde gezien - bij elke omloop vóór hun ster langs passeren. Als op die manier meerdere planeten bij een ster worden ontdekt, betekent dit dat hun omloopbanen vrijwel precies in hetzelfde vlak moeten liggen. Een eerste inventarisatie van het Kepleronderzoek heeft, naast ongeveer 800 sterren met één planeet, echter meer dan 100 sterren met twee of meer planeten opgeleverd. Hoe dat komt is nog niet helemaal duidelijk, maar gebleken is dat in alle meervoudige stelsels geen planeten van het kaliber Jupiter voorkomen. Vermoed wordt dat zulke grote planeten een verstorende invloed hebben op de omloopbanen van de overige planeten in het stelsel. Dat zou bijvoorbeeld verklaren waarom de baanvlakken van de planeten in ons eigen zonnestelsel enigszins schuin op elkaar staan.
Meer informatie:
Kepler's Astounding Haul Of Multiple-Planet Systems
18 mei 2011
Astronomen hebben een nieuw soort planeten ontdekt die vrij rondzwerven in de lege ruimte tussen de sterren. Mogelijk zijn er zelfs meer van dit soort planeten dan er sterren zijn. Ze zijn wel gewoon ontstaan in jonge planetaire systemen maar vervolgens naar buiten weggeschoten. Deze 'verweesde' planeten zijn zeer moeilijk waar te nemen, maar bewegen ze tussen ons en een ster door, dan kan hun zwaartekracht het sterlicht iets bundelen waardoor de ster enkele dagen wat helderder lijkt. Zo'n gravitatielenseffect is moeilijk waarneembaar, tenzij je lang naar zeer veel sterren kijkt. Een team uit Japan en Nieuw-Zeeland deed dit in 2006 en 2007 en lette op grote aantallen sterren in de richting van het centrum van ons Melkwegstelsel. In die data zijn nu aanwijzingen gevonden voor het bestaan van 10 vrije planeten met een omvang van tenminste Jupiter op afstanden van 10.000 tot 20.000 lichtjaar. Op basis van statistiek schat het betrokken team dat er vele honderden miljarden van dit soort planeten zijn in ons Melkwegstelsel, ongeveer twee keer meer dan er sterren zijn. Ze komen minstens in de zelfde aantallen voor als planeten die wel om sterren draaien. Het was niet mogelijk om lichtere planeten waar te nemen, maar die moeten er wel zijn. Het ware aantal vrije planeten is dus mogelijk nog veel groter. Jonge planetenstelsels zijn erg turbulent en door nauwe passages tussen planeten onderling of met een andere ster, kunnen planeten naar buiten worden geschoten. Het waargenomen aantal vrije planeten onderschrijft dit idee. Planeetachtige objecten zouden ook direct kunnen ontstaan in stervormingsgebieden, maar dan zouden ze ze zeldzamer zijn. Het onderzoek verschijnt op 19 mei in Nature.
Meer informatie:
Free-Floating Planets May be More Common Than Stars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
11 mei 2011
Sinds 1995 zijn er al meer dan 500 hete Jupiters ontdekt: reuzenplaneten die zeer dicht om hun ster draaien. Maar pas sinds enkele jaren is bekend dat ongeveer een kwart van deze planeten een baanbeweging hebben, tegengesteld gericht aan de draairichting van hun ster. Dit is vreemd, vooral voor een planeet zo dichtbij een ster. Normaal verwacht je dat zowel ster als planeet draaien in de richting van de gasschijf waaruit beiden zijn ontstaan. In Nature van 12 mei publiceren astronomen een mogelijke verklaring gebaseerd op simulatieberekeningen. In hun model gaan ze uit van een zonachtige ster met twee planeten: een Jupiterachtige planeet op een afstand tot de ster typisch voor gasreuzen en een andere grote planeet, nog wat verder weg van de ster. De storende krachten van de buitenste planeet op de binnenste planeet zijn maar klein, maar leiden op de lange duur tot grote veranderingen in zijn baan. Hij komt in een zeer excentrische baan die hem zeer dicht bij de ster brengt en het baanvlak van de planeet kan gaan kantelen. Dichtbij de ster worden getijdeneffecten van de ster op de planeet belangrijk, waardoor de planeet bewegingsenergie verliest. Hierdoor komt de baan in zijn geheel steeds dichter bij de ster te liggen en kan de stand van het baanvlak zelfs geheel omklappen. Inzicht in het ontstaan van deze in onze ogen vreemde systemen leert ons ook meer over het ontstaan van ons eigen zonnestelsel, dat zonder hete Jupiter dichtbij de zon wellicht wel een buitenbeentje is.
Meer informatie:
Flipping hot Jupiters
Why some hot Jupiters spin the wrong way
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
28 april 2011
Rond de ster 55 Cancri draait een planeet die weliswaar zestig procent groter is dan de aarde, maar tegelijkertijd acht keer zo zwaar. Daarmee heeft de exoplaneet bijna de dichtheid van lood. De planeet, die de aanduiding 55 Cancri e draagt, werd in 2004 met een telescoop op aarde ontdekt. Hij verried zijn bestaan doordat hij zijn moederster enigszins aan het schommelen brengt: dat hij behoorlijk zwaar is, stond dus al vast. Dat hij ook relatief klein is, blijkt uit waarnemingen van de Canadese satelliet MOST. Vanaf de aarde gezien beweegt 55 Cancri e bij elke omloop, die minder dan achttien uur duurt, eventjes voor zijn moederster langs. Met MOST is gemeten dat bij elk van deze planeetovergangen de helderheid van de ster met 0,02 procent afneemt. Uit dat gegeven hebben astronomen de grootte van de planeet berekend. Geschat wordt dat de temperatuur aan het planeetoppervlak ongeveer 2700 graden bedraagt. 55 Cancri is dus niet alleen loodzwaar, maar ook gloeiendheet.
Meer informatie:
Astronomers unveil portrait of "super-exotic super-Earth
Student's Prediction Points the Way to Hot, Dense Super-Earth
26 april 2011
Het SETI-instituut, dat zich bezighoudt met de zoektocht naar intelligent buitenaards leven, is in geldnood. Zodanig zelfs, dat zijn paradepaardje - de Allen Telescope Array (ATA) - voorlopig is stilgelegd. Het SETI-instituut 'luistert' al vijftig jaar met radiotelescopen naar signalen uit de ruimte die het bestaan van buitenaardse beschavingen zouden kunnen aantonen. In 2007 werd zelfs begonnen met een speciaal voor dit doel gebouwde opstelling van radioschotels, die voor de helft werd gefinancierd door Paul Allen, mede-oprichter van softwarebedrijf Microsoft. De ATA bestaat momenteel uit 42 schotelantennes die verbonden zijn met 64 computerservers die gedoneerd zijn door Dell, Google en Intel. Aan financiële steun dus geen gebrek, zo lijkt het. Maar al die apparatuur moet ook in bedrijf worden gehouden. Tot nog toe werden deze operationele kosten gedragen door de staat Californië, de National Science Foundation, NASA en particuliere donateurs. Door de economische crisis zijn de laatste jaren echter steeds meer geldschieters afgehaakt. De hoop is nu gevestigd op (overheids)instellingen die de ATA voor andere doeleinden willen gebruiken, bijvoorbeeld voor astronomisch onderzoek of voor het in kaart brengen van het ruimteschroot dat rond de aarde cirkelt. Voor de gewenste uitbreiding van de ATA naar 350 radioschotels is het wachten op economisch betere tijden.
Meer informatie:
SETI telescope array suspends operations due to financial constraints
Website SETI-instituut
19 april 2011
Het klinkt als science fiction, maar op een exoplaneet met twee zonnen aan de hemel zouden zwarte bomen kunnen groeien. Dat beweert Jack O'Malley-James van de University of St Andrews vandaag op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales.
O'Malley-James heeft onderzocht hoe fotosynthese zich zou kunnen ontwikkelen op planeten die een baan beschrijven rond een dubbelster. Hij denkt dat zich op zo'n planeet plantaardig leven zou kunnen ontwikkelen dat niet alleen zichtbaar licht via fotosynthese omzet in voedingsstoffen, maar daarvoor ook infrarode of ultraviolette straling kan gebruiken. En wanneer een van de twee sterren een zwakke rode dwerg is, zullen bomen wellicht elke vorm van opvallende straling gebruiken voor fotosynthese, zodat ze niets meer weerkaatsen en er dus zwart uitzien.
Meer informatie:
Could black trees blossom in a world with two suns?
NAM 2011
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 april 2011
De twee Amerikaanse STEREO-ruimtesondes, die zich aan weerszijden van de zon bevinden voor gedetailleerd onderzoek aan onze eigen ster, kunnen in de toekomst wellicht planeten ontdekken bij andere sterren. Dat beweren sterrenkundigen van de University of Central Lancashire vandaag op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales.
De onderzoekers hebben met behulp van de STEREO-ruimtesondes 122 tot nu toe onbekende eclipserende dubbelsterren ontdekt. Op de foto's die gemaakt worden door de gevoelige camera's van de ruimtesondes zijn tot op heden bijna één miljoen sterren vastgelegd, waarvan de helderheidsveranderingen in de loop van de tijd nauwkeurig gemeten kunnen worden. Bij eclipserende dubbelsterren is die helderheid veranderlijk, doordat er sprake is van twee sterren die in een kleine baan om elkaar heen draaien en elkaar daarbij regelmatig bedekken.
Volgens Danielle Bewsher moet het mogelijk zijn om met de STEREO-camera's nog veel kleinere helderheidsvariaties te meten, en op die manier exoplaneten op het spoor te komen die eens per omloop voor hun moederster langs trekken en daarbij een klein beetje sterlicht onderscheppen.
Meer informatie:
STEREO turns its steady gaze on variable stars
NASA's STEREO Spacecraft Discovers New Eclipsing Binary Stars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 april 2011
Volgens Jonathan Nichols van de University of Leicester zijn exoplaneten op grote afstanden van hun moederster vanaf aarde te ontdekken met radiotelescopen zoals de in aanbouw zijnde LOFAR-telescoop in Noord-Nederland. Wanneer de ster veel ultraviolette straling uitzendt, en de reuzenplaneet snel roteert, kan de radiostraling van de planeet tot op een afstand van 150 lichtjaar gemeten worden, aldus Nichols, die zijn bevindingen presenteert op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales.
Met traditionele technieken zoals de dopplermethode en de overgangstechniek worden vooral grote, zware exoplaneten in kleine omloopbanen gevonden. Jupiter-achtige planeten op grote afstanden van hun moederster vallen minder op, of het kost veel meer tijd om ze te detecteren. Zulke planeten produceren echter wel laagfrequente radiostraling, veroorzaakt door poollicht in de atmosfeer. Die radiostraling is natuurlijk het sterkst wanneer er veel poollicht is (de ster moet dan veel energierijke straling produceren) en wanneer de planeet snel roteert.
Website van Jonathan Nichols, met informatie over het onderzoek
NAM 2011
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 april 2011
WASP-12b, een grote, zware exoplaneet in een kleine omloopbaan, blijkt een magnetisch veld te hebben en een 'bow shock' te veroorzaken in het magnetisch veld van zijn moederster. Dat concluderen astronomen van de University of St Andrews op basis van computersimulaties en waarnemingen met de Hubble Space Telescope.
WASP-12b draait in 26 uur een rondje rond zijn moederster, op slechts 3,4 miljoen kilometer afstand. Het is een van de grootste exoplaneten die bekend zijn: de middellijn bedraagt meer dan 250.000 kilometer. Vanaf de aarde zien we de baan van de planeet min of meer van opzij, waardoor hij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt.
Met de Hubble Space Telescope is ontdekt dat deze zogeheten overgangen op ultraviolette golflengten wat eerder beginnen dan in zichtbaar licht. Computersimulaties kunnen dit verschil verklaren door aan te nemen dat de planeet een magnetisch veld heeft, en een bijbehorende magnetosfeer. Als gevolg van de snelle beweging door het magnetisch veld van de moederster produceert die magnetosfeer een 'bow shock', en die absorbeert een deel van de ultraviolette straling van de ster.
De resultaten, die inmiddels gepubliceerd zijn in The Astrophysical Journal , zijn gepresenteerd op de National Astronomy Meeting (NAM 2011) van de Royal Astronomical Society in Llandudno, Wales.
Meer informatie:
The shocking environment of hot Jupiters
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 april 2011
Astronomen hebben een nieuwe manier bedacht om nabije zwakke sterren op te sporen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de gegevens van de Galaxy Evolution Explorer (GALEX), een satelliet die ultraviolette straling uit het heelal detecteert. Eventuele planeten bij deze dwergsterren zouden zich relatief gemakkelijk laten fotograferen. Bij de zoektocht naar planeten bij andere sterren wordt veel hinder ondervonden van het felle schijnsel van de sterren zelf. Dat is ook de reden waarom nog maar een handjevol van die exoplaneten rechtstreeks zijn gefotografeerd. Pasgeboren dwergsterren stralen minder fel, waardoor eventuele planeten makkelijker te zien zouden zijn. Maar die sterren zijn zelf weer veel moeilijker te vinden. Jonge sterren hebben echter de eigenschap dat ze relatief veel ultraviolette straling uitzenden, waardoor ze goed zichtbaar zijn voor GALEX. Deze satelliet heeft inmiddels driekwart van de hemel in kaart gebracht. Door deze 'ultraviolette hemelkaart' te vergelijken met hemelkaarten in zichtbaar licht en infraroodstraling, hebben Amerikaanse astronomen een kleine twintig nabije jonge dwergsterren opgespoord. Volgens de onderzoekers zijn dat heel geschikte kandidaten om exoplaneten bij te fotograferen. De sterren produceren niet alleen weinig zichtbaar licht, maar eventuele planeten in hun omgeving zouden nog heel jong en dus relatief warm en helder zijn.
Meer informatie:
NASA Telescope Ferrets Out Planet-Hunting Targets
30 maart 2011
De afgelopen tien jaar hebben astronomen honderden planeten buiten ons zonnestelsel ontdekt. Of daar planeten tussen zitten waar leven mogelijk is, moet nog blijken. Maar als het aan de Amerikaanse astronoom Eric Agol ligt, zal de eerste leefbare planeet op een nogal onverwachte plek worden gevonden: in de omgeving van een uitgeputte ster. In een artikel in de Astrophysical Journal Letters oppert Agol dat leefbare planeten ter grootte van de aarde veel gemakkelijker vindbaar zijn als ze om zogeheten witte dwergen cirkelen. Een witte dwerg is het restant van een ster die, tegen het einde van zijn bestaan, zijn buitenste gaslagen heeft afgestoten. Aanvankelijk is zo'n restant heel heet, maar uiteindelijk wordt hij koeler dan de zon, waardoor de zone waar aangename temperaturen heersen heel dicht bij de ster komt te liggen. Eventuele planeten die zich in die zone bevinden, zijn al vindbaar met een relatief kleine telescoop mits ze tijdens elke omloop, vanaf de aarde gezien, eventjes vóór hun ster langs trekken. Zulke planeetovergangen hebben tot gevolg dat de ster met grote regelmaat kleine helderheidsdipjes vertoont. Agol stelt voor om de 20.000 meest nabije witte dwergen op de aanwezigheid van planeten in de leefbare zone te onderzoeken. Dat is wel een hele klus, want daartoe moet elk van die sterren zeker enkele tientallen uren worden waargenomen.
Meer informatie:
White dwarfs could be fertile ground for other Earths
15 maart 2011
Exoplaneet GJ 1214b, die tot de 'superaardes' wordt gerekend, is hoogstwaarschijnlijk niet in wolken gehuld. Dat blijkt uit vervolgonderzoek door hetzelfde team van astronomen dat eind vorig jaar een eerste analyse van de atmosfeer van deze planeet publiceerde. De atmosfeer van GJ 1214b wordt spectroscopisch onderzocht op momenten dat de planeet voor zijn moederster langstrekt. Tijdens zo'n planeetovergang worden specifieke golflengten van het sterlicht door de atmosfeer geabsorbeerd, die kenmerkend zijn voor de chemische samenstelling ervan. De eerste metingen lieten twee mogelijkheden open. De ene was dat de planeet was gehuld in een waterstofrijke en zeer mistige atmosfeer, de andere dat de atmosfeer uit waterdamp en zwaardere gassen bestond. De vervolgmetingen laten zien dat de eerste mogelijkheid geschrapt kan worden en dat de atmosfeer van GJ 1214b voor ongeveer tien procent uit waterdamp bestaat. De temperatuur op de planeet bedraagt ongeveer 280 graden Celsius.
Meer informatie:
Exoplant May Have Metal-Rich Atmosphere
8 maart 2011
Bij de ster HD 213597 is waarschijnlijk een planeet ontdekt. Na meer dan vijfhonderd van die ontdekkingen is dat nauwelijks nieuws meer. Bijzonder is wel dat deze mogelijke exoplaneet is opgespoord met een instrument van de tweelingsatelliet STEREO. De beide STEREO-satellieten van NASA houden zich vooral bezig met het waarnemen van de zon. Maar als daar weinig activiteit is, doen ze ook andere waarnemingen. Zo hebben ze onder meer de atmosfeer van Venus en enkele kometen onderzocht. Ook worden met grote regelmaat opnamen gemaakt van stukjes sterrenhemel. Bij die laatste activiteit zijn honderden sterren ontdekt waarvan de helderheid niet geheel constant is. Van ruim honderd van die sterren was het veranderlijke gedrag niet eerder waargenomen. En in één geval lijken de regelmatige helderheidsvariaties te worden veroorzaakt door een planeet die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop voor de ster langs passeert. Vervolgwaarnemingen zullen moeten uitwijzen of er inderdaad een planeet om HD 213597 cirkelt.
Meer informatie:
STEREO Looks at the Sun; Finds Planets
3 maart 2011
Met de Europese Very Large Telescope in Chili zijn nieuwe opnamen gemaakt van de planeet bij de ster Bèta Pictoris. Ook zijn de massa en de temperatuur van de planeet gemeten. Bèta Pictoris is een jonge ster op een afstand van ruim 63 lichtjaar. Al meer dan 25 jaar is bekend dat deze ster omgeven is door een schijf van gas en stof waarin planeten kunnen ontstaan. Het heeft echter tot 2009 geduurd voordat in deze schijf ook werkelijk een planeet werd opgespoord. Uit de nieuwe VLT-waarnemingen blijkt dat deze planeet zeven tot elf keer zo zwaar is als de planeet Jupiter. Zijn oppervlaktetemperatuur ligt tussen de 1100 en 1700 graden. Volgens het internationale team van sterrenkundigen dat de planeet onderzocht heeft, wijst deze hoge temperatuur erop dat de planeet nog maar kort geleden is ontstaan. Hij heeft gewoon nog niet de tijd gehad om de warmte kwijt te raken die hij ten gevolge van het samenklonteringsproces in de stofschijf heeft verkregen.
Meer informatie:
New observations of the giant planet orbiting Beta Pictoris
25 februari 2011
Het Europese ruimteagentschap ESA heeft vier kandidaten geselecteerd voor een middelgrote wetenschappelijke ruimtemissie die in de periode 2020-2022 van start moet gaan. Voor deze missie werden vorig jaar in totaal 47 voorstellen ingediend. De vier kandidaat-missies zijn compleet verschillend van karakter. De Exoplanet Characterisation Observatory (EChO) zou de eerste satelliet zijn die de atmosferen van planeten buiten ons eigen zonnestelsel onderzoekt. De Large Observatory For X-ray Timing (LOFT) is bedoeld voor het onderzoek van de materie in de directe omgeving van zwarte gaten en neutronensterren. MarcoPolo-R is een ruimtemissie die een bodemmonster zou moeten ophalen van een planetoïde die in de buurt van de aarde komt. En de Space-Time Explorer and Quantum Equivalence Principle Space Test (STE-QUEST) is gericht op het onderzoek van de invloed van de zwaartekracht op tijd en materie. De missie die uiteindelijk wordt gekozen, zal deel uitmaken van het Cosmic Vision-programma. In 2017/2018 zullen de eerste twee lanceringen in het kader van dit programma plaatsvinden. Op 3 februari zijn in Parijs ook de drie kandidaten voor een grote Cosmic Vision-ruimtemissie gepresenteerd. Welke missies in de 'prijzen' vallen, zal later dit jaar worden beslist.
Meer informatie:
Four candidates selected for the next medium-class mission in ESA's Cosmic Vision
Cosmic Vision L-class missions presentation event 2011
Cosmic Vision 2015-2025 (pdf)
24 februari 2011
In de stortvloed aan gegevens die de naar planeten speurende Kepler-satelliet naar de aarde stuurt, is een uniek planetenstelsel aangetroffen. Rond de ster KOI-730 draaien vier planeten, waarvan er twee in dezelfde baan om hun moederster draaien. Het tweetal heeft een omlooptijd van iets minder dan tien dagen. Ze houden daarbij steeds dezelfde afstand tot elkaar: de ene loopt precies zestig graden - een zesde deel van een cirkel - voor op de andere. Die zestig graden is geen toeval. Zestig graden voor en achter elke planeet die om een ster draait, ligt een zogeheten Lagrangepunt. In dat punt is de gecombineerde zwaartekrachtsaantrekking van ster en planeet precies groot genoeg om een daar aanwezig object een stabiele positie te laten innemen. De planeet Jupiter bijvoorbeeld, heeft op die punten een aantal kleine planetoïden in bedwang.
Meer informatie:
Two planets found sharing one orbit
24 februari 2011
Met behulp van ESO's Very Large Telescope heeft een internationaal team van astronomen de kortlevende materieschijf waargenomen rond een jonge ster die in het beginstadium van planeetvorming verkeert. Voor het eerst is daarbij een kleine begeleider ontdekt die mogelijk de veroorzaker is van de brede lege zone in die schijf. Planeten ontstaan uit de materieschijven rond jonge sterren, maar de overgang van stofschijf naar planetenstelsel gaat snel en er zijn maar weinig objecten bekend die zich in dit stadium bevinden. Eén van die objecten is T Chamaeleontis (T Cha), een onopvallende ster in het kleine zuidelijke sterrenbeeld Kameleon die vergelijkbaar is met de zon, maar dan veel jonger. T Cha bevindt zich op ongeveer 330 lichtjaar van de aarde en is slechts ongeveer zeven miljoen jaar oud. In de stofschijf rond T Cha is een lege zone ontdekt, die ongeveer 20 miljoen kilometer van de ster begint en ruim een miljard kilometer verder naar buiten eindigt. Omdat dit een aanwijzing zou kunnen zijn dat zich hier planeten hebben gevormd, hebben de astronomen met een speciale camera van de VLT naar de ster gekeken. Daarbij is, op ongeveer een miljard kilometer van de ster, een klein object ontdekt. Latere waarnemingen zullen moeten uitwijzen of deze begeleider een planeet is of een bruine dwerg (een 'mislukte ster').
Meer informatie:
Planeetvorming in actie?
17 februari 2011
Met de Subaru-telescoop op Hawaï zijn opnamen gemaakt van de schijf van gas en stof rond twee jonge sterren. Daarbij is voor het eerst ook het binnenste deel van de schijf in beeld gebracht. Een van de onderzochte sterren is AB Aur, in het sterrenbeeld Voerman. Deze ster is nog maar een miljoen jaar oud en omringd door een schijf van gas en stof waaruit planeten kunnen ontstaan. Op de opname van AB Aur zijn details in deze 'protoplanetaire' schijf te zien op afstanden van de ster die kleiner zijn dan de afstand van de planeet Neptunus tot de zon. De schijf vertoont een brede gordel waar zich weinig materie bevindt: dat kan erop wijzen dat zich hier al een grote planeet aan het vormen is, die zijn omgeving 'schoonveegt'. De andere ster waarbij de stofschijf is gefotografeerd, is LkCa 15 in het sterrenbeeld Stier. Ook deze vertoont een leeg gebied, maar dan in de onmiddellijke omgeving van de ster. Het gebrek aan gas en stof is ook hier een aanwijzing dat er planeetvorming plaatsvindt.
Meer informatie:
Direct Images Of Disks Unravel Mystery Of Planet Formation
Back to the roots of the solar system
14 februari 2011
Europese en Amerikaanse sterrenkundigen werken aan de bouw van een extreem gevoelige spectrograaf, waarmee de ontdekkingen van mogelijke exoplaneten, gedaan door de ruimtetelescoop Kepler, bevestigd kunnen worden. Het instrument, HARPS-North geheten, moet in het voorjaar van 2012 in gebruik genomen worden op het Canarische eiland La Palma.
Kepler ontdekt kandidaatplaneten door periodieke helderheidsdipjes te registreren in het licht van verre sterren in de sterrenbeelden Zwaan en Lier, aan de noordelijke hemel. Eerder dit jaar werden niet minder dan 1200 kandidaatplaneten bekendgemaakt. Om zeker te weten dat het echt om planeten gaat, moeten de Kepler-ontdekkingen onafhankelijk worden bevestigd. Bij voorkeur door de minieme slingerbeweging van de ster te meten die veroorzaakt wordt door een rondcirkelende planeet.
Zulke dopplermetingen worden al jarenlang verricht met de High-Accuray Radial-velocity Planet Searcher (HARPS), een gevoelige spectrometer die bevestigd is op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op La Silla in Chili. Vanaf het zuidelijk halfrond kan HARPS de sterrenbeelden Zwaan en Lier echter niet goed bestuderen.
HARPS-North, een verbeterde kopie van de oorspronkelijke spectrometer, met een nog hogere gevoeligheid, moet geplaatst worden op de 3,6-meter Telescopio Nazionale Galileo, een middelgrote Italiaanse telescoop op de Europese Roque de los Muchachos-sterrenwacht op La Palma. De verwachting is dat HARPS-North van veel Kepler-kandidaten definitief kan verifiëren of het daadwerkelijk om een exoplaneet gaat. In dat geval kan ook de massa van de planeet worden bepaald.
Meer informatie:
HARPS-N Instrument Will Help Confirm Kepler's Planet Finds
HARPS-North
Het oorspronkelijke HARPS-instrument op La Silla
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 februari 2011
Naast het zesvoudige planetenstelsel dat deze week uitgebreid in Nature wordt besproken, heeft de NASA-satelliet Kepler nog veel meer (kandidaat-)planeten opgespoord. De teller staat inmiddels op 1235, en dat is alleen nog maar de oogst voor de periode mei-september 2009. Kepler houdt sinds 12 mei 2009 de helderheden van meer dan 156.000 zonachtige sterren in de gaten. De sterren waar, vanaf de aarde gezien, planeten voorlangs bewegen, zijn herkenbaar aan regelmatig optredende helderheidsdipjes. De op deze manier gevonden kandidaten moeten nader worden onderzocht, om te controleren of het ook echt om planeten gaat. En dat kan maanden, in sommige gevallen zelfs jaren duren. Van de 1235 kandidaten zijn er 68 ongeveer zo groot als de aarde, 288 zijn een maatje groter en worden 'superaardes' genoemd. Daarnaast zijn er 662 mogelijke planeten ter grootte van Neptunus gevonden, 165 van het kaliber Jupiter en 19 'superjupiters'. Een stuk of vijftig van de planeten bevinden zich in de 'leefbare zone' van hun ster: daar kunnen dus temperaturen heersen waarbij water in vloeibare vorm kan bestaan. Kepler zal nog tot zeker tot november 2012 naar planeten blijven zoeken. Het is goed om daarbij te bedenken dat de satelliet maar een kleine fractie van alle mogelijke planeten kan opsporen. Op de eerste plaats overziet zijn telescoop maar 1/400 deel van de hemel, en bovendien zullen de planeten van de meeste sterren vanaf de aarde gezien nooit voor hun moederster langs bewegen.
Meer informatie:
NASA Finds Earth-Size Planet Candidates In Habitable Zone
2 februari 2011
Met de Amerikaanse satelliet Kepler is een opmerkelijk planetenstelsel ontdekt bij een ster op 2000 lichtjaar van de aarde. Het stelsel telt minstens zes planeten, waarvan er vijf op geringe afstand om hun moederster draaien (Nature, 3 februari). De zes exoplaneten verraden hun bestaan doordat zij vanaf de aarde gezien bij elke omloop voor hun ster langs bewegen. Hierdoor ontstaan kleine, regelmatige 'dipjes' in de helderheid van de ster, die door Kepler zijn geregistreerd. Uit de regelmaat waarin de verschillende helderheidsdipjes optreden, kunnen de omlooptijden van de planeten worden afgeleid. En de grootte van de dipjes zegt iets over hun afmetingen. Over de massa's van de planeten kom je op deze manier doorgaans niets te weten, maar dat is in dit specifieke geval anders. Door heel goed op kleine onregelmatigheden in de omlooptijden van de vijf binnenste planeten te letten, kon worden vastgesteld hoe groot de aantrekkingskrachten zijn die zij op elkaar uitoefenen. Daaruit volgt dat zij twee tot dertien keer zo zwaar zijn als de aarde. Hun omlooptijden lopen uiteen van 10 tot 47 dagen, wat betekent dat hun afstanden tot de ster tussen de 14 en 68 miljoen kilometer liggen. De zesde planeet is groter en volgt een aanzienlijk ruimere baan. Zijn massa is onbekend. Drie van de vijf binnenplaneten hebben een opmerkelijk lage dichtheid. Dat wijst erop dat zij voor een groot deel uit lichte gassen bestaan.
Meer informatie:
Six Small Planets Orbiting A Sun-Like Star Amaze Astronomers
NASA's Kepler Spacecraft Discovers Extraordinary New Planetary System
18 januari 2011
In september vorig jaar maakten Amerikaanse astronomen de ontdekking bekend van de eerste potentieel leefbare exoplaneet. Maar enkele weken later al uitten sterrenkundigen van de universiteit van Genève die bij dezelfde ster - Gliese 581 - naar planeten hadden gespeurd hun twijfels over deze primeur. Het lijkt er steeds meer op dat de Geneefse onderzoekers gelijk krijgen. Het bestaan van planeet Gliese 581g - de zesde die bij Gliese 581 ontdekt zou zijn - werd afgeleid uit kleine schommelbewegingen van zijn moederster. Zijn afstand tot de rode dwergster zou precies goed zijn voor het ontstaan van leven: niet te koud, niet te warm. Een statistische analyse van de gezamenlijke Amerikaanse en Europese meetgegevens doet de hoop op een leefbare planeet echter vervliegen. Als er al een planeet op die afstand rond Gliese 581 draait, gaat de door hem veroorzaakte schommelbeweging geheel ten onder in de onvermijdelijke ruis van de meetonzekerheden. De kans dat Gliese 581g echt bestaat is daarmee geslonken tot minder dan 0,01 procent. Al zijn de oorspronkelijke ontdekkers van de planeet het daar natuurlijk niet mee eens.
Meer informatie:
New Study Finds No Sign of 'First Habitable Exoplanet'
16 januari 2011
Exoplaneet WASP-33b heeft een temperatuur van ca. 3200 graden en is daarmee de heetste exoplaneet die tot nu toe bekend is. De temperatuur is afgeleid uit infraroodmetingen die verricht zijn met de 4,2-meter William Herschel Telescope op La Palma. WASP-33b is een 'hete Jupiter' - een gasplaneet in een kleine omloopbaan. De omlooptijd bedraagt minder dan dertig uur. De witte moederster is met een oppervlaktetemperatuur van ca. 9000 graden zelf ook aanzienlijk heter dan de zon. De nieuwe metingen worden beschreven in een artikel dat binnenkort gepubliceerd wordt in Montly Notices of the Royal Astronomical Society.
Vakpublicatie over de temperatuurmetingen van WASP-33b.
Nieuwsbericht over WASP-33b op sciencenow.org
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 januari 2011
Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is ontdekt dat de omloopbanen van sommige exoplaneten sterk geheld zijn ten opzichte van het evenaarvlak van hun moederster. Het gaat om de exoplaneten HAT-P-11 en XO-4. Beide zijn 'hete Jupiters': zware reuzenplaneten in extreem kleine omloopbanen.
In ons eigen zonnestelsel vallen de banen van de planeten min of meer samen met het evenaarvlak van de zon - precies wat je verwacht wanneer het zonnestelsel ontstaan is uit een platte, ronddraaiende schijf van gas en stof.
Van de vele 'hete Jupiters' die de afgelopen vijftien jaar zijn ontdekt, wordt aangenomen dat ze op grotere afstand van hun moederster zijn ontstaan, en door een of ander mechanisme naar binnen zijn 'gemigreerd'. Welk mechanisme dat is geweest, is echter niet duidelijk.
De nieuwe resultaten doen vermoeden dat er in het geval van HAT-P-11 en XO-4 in elk geval geen sprake is geweest van wrijving en energieverlies door de beweging van de planeet in de resterende gas- en stofschijf waaruit hij bestond. In dat geval zou de baan nog steeds min of meer moeten samenvallen met het evenaarvlak van de ster. In plaats daarvan zou de baanmigratie veroorzaakt kunnen zijn door zwaartekrachtsstoringen van andere zware planeten in het stelsel. Computersimulaties laten zien dat zulke verstoringen kunnen leiden tot de meest uitzonderlijke planeetbanen. De 'verstorende' planeet kan zelfs de ruimte in zijn geslingerd.
De scheve ligging van de planeetbanen kon achterhaald worden door metingen aan een subtiel spectroscopisch effect tijdens de overgang van de planeet: vanaf de aarde zien we de planeetbanen vrijwel exact van opzij, waardoor hij eens per omloop voor zijn moederster langs beweegt.
Meer informatie:
Inclined Orbits Prevail in Exoplanetary Systems
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 januari 2011
De Amerikaanse satelliet Kepler heeft zijn eerste 'rotsachtige' planeet opgespoord. De planeet - die de aanduiding Kepler-10b heeft gekregen - is slechts 1,4 keer zo groot als de aarde en daarmee de kleinste die ooit buiten ons zonnestelsel ontdekt is. Kepler maakt gebruik van een gevoelige lichtmeter om de kleine helderheidsafname te kunnen meten die optreedt als een planeet vanaf de aarde gezien vóór zijn moederster langs beweegt. Uit de grootte van die 'helderheidsdip' kan worden afgeleid welke afmetingen de planeet heeft. De afstand tussen de planeet en zijn ster kan worden berekend uit de tijd die tussen twee achtereenvolgende planeetovergangen verstrijkt. Kepler-10b heeft een omlooptijd van minder dan een dag en bevindt zich dus op slechts enkele miljoenen kilometers van zijn ster. Dat betekent dat de temperatuur aan zijn oppervlak zeer hoog moet zijn. De planeet is naar schatting iets minder dan vijfmaal zo zwaar als de aarde en heeft een gemiddelde dichtheid van 8,8 gram per kubieke centimeter - vergelijkbaar met die van een haltergewicht.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Discovers Its First Rocky Planet
10 januari 2011
De kleine ster HD 189733 lijkt te zijn aangezwengeld door de forse planeet die er op geringe afstand omheen draait. Dat blijkt uit Amerikaanse onderzoek dat vandaag tijdens de 217de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle (VS) is gepresenteerd. Planeet HD 189733b is ongeveer net zo zwaar als Jupiter. Maar daar houden de overeenkomsten tussen de twee ook wel zo'n beetje op. HD 189733b bevindt zich op een afstand van minder dan vijf miljoen kilometer van zijn ster en cirkelt daar in iets meer dan twee dagen omheen. De invloed van getijden en magnetische velden is op die kleine afstand dermate groot, dat de planeet zijn moederster als het ware meesleept. Hierdoor gaat niet alleen de ster steeds sneller ronddraaien (de rotatietijd is nog maar twaalf dagen), maar neemt ook de baansnelheid van de planeet af. Dat laatste heeft tot gevolg dat de planeet steeds dichter naar de ster toe spiraalt. Dit proces zal er uiteindelijk waarschijnlijk toe leiden dat de planeet aan flarden wordt gescheurd.
Meer informatie:
Hot Jupiter Exoplanet Discovery Opens Gateway To Understanding Evolution Of Planetary Systems
15 december 2010
Sterrenkundigen die naar planeten bij andere sterren speuren, roepen de hulp in van vrijwilligers. Iedereen met een computer en interverbinding kan nu de gegevens helpen uitpluizen die met de NASA-satelliet Kepler zijn verzameld. De Kepler-satelliet houdt sinds een jaar de helderheden van ongeveer 150.000 sterren in de gaten. In de berg gegevens die dat oplevert, zoeken computers naar de regelmatige fluctuaties zoals die worden veroorzaakt door planeten die voor hun moederster langs trekken. Dat heeft al honderden potentiële exoplaneten opgeleverd. Computerzoekprogramma's werken echter volgens een aangeleerd stramien en 'zien' daardoor nog wel eens wat over het hoofd. Het is de bedoeling dat de deelnemers aan het Planet Hunters-project die missers opsporen. Het menselijk brein in nu eenmaal beter in patroonherkenning dan een computer. Deelnemers hoeven niets van sterrenkunde of exoplaneten af te weten. Ze krijgen chaotisch ogende grafiekjes te zien, waarin de meest opmerkelijke 'helderheidsdips' moeten worden aangegeven. Sterrenkundigen zorgen voor de verdere verwerking van deze meetpunten.
Meer informatie:
Become an Exoplanet Hunter With Newest Zooniverse Citizen Science Project
Planet Hunters
14 december 2010
Een internationaal team van astronomen heeft een planeet ontdekt bij een naamloze ster op een afstand van 550 lichtjaar. Dat is op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat de exoplaneet op naam komt van de oliestaat Qatar. De planeet is opgespoord met het automatische camerasysteem Alsubai, een opstelling van een handjevol digitale camera's, die zich overigens niet in Qatar bevindt, maar in de Amerikaanse staat New Mexico. Vergelijkbare systemen staan op La Palma en in Zuid-Afrika. Met Alsubai worden de helderheden van honderdduizenden sterren gemeten. Daarbij houdt een computer bij of daar sterren tussenzitten die regelmatige helderheidsveranderingen vertonen. In veel gevallen zullen deze fluctuaties een andere oorzaak hebben, maar zo af en toe wordt er op die manier een ster ontdekt waar een planeet omheen draait die (vanaf de aarde gezien) steeds voor zijn ster langs trekt. Vervolgwaarnemingen met grote telescopen in de VS en Groot-Brittannië hebben aangetoond dat één van de sterren die het Alsubai-systeem op deze manier heeft opgespoord inderdaad van die planeetovergangen vertoont. Planeet Qatar-1b is bijna een kwart groter en tien procent zwaarder dan de planeet Jupiter. Hij draait op een afstand van slechts 3,5 miljoen kilometer om zijn ster en heeft daardoor een oppervlaktetemperatuur van ongeveer 1100 graden Celsius. Zulke planeten worden ook wel 'hete Jupiters' genoemd.
Meer informatie:
Qatar-led international team finds their first alien world
Alsubai Project
8 december 2010
Sterrenkundigen hebben een vierde planeet ontdekt bij de jonge ster HR8799 (Nature, 9 december). De eerste drie planeten van de ster werden in 2008 ontdekt. Het planetenstelsel van HR8799 is een van de weinige waarvan beeldmateriaal bestaat. Alle vier de planeten zijn ruwweg vijf tot zeven keer zo zwaar als de planeet Jupiter. Het zijn dus echte reuzen, wat des te opmerkelijker is als je bedenkt dat hun moederster maar ongeveer dertig miljoen jaar oud is. Ter vergelijking: ons zonnestelsel bestaat al ongeveer 4,6 miljard jaar. De vorming van zulke grote planeten kan blijkbaar vlotjes verlopen.Computermodellen laten echter zien dat de reuzenplaneten zulke grote aantrekkingskrachten op elkaar uitoefenen, dat het een klein wonder is dat ze nog met z'n vieren zijn. De komende tientallen jaren zal naar verwachting uit verdere waarnemingen blijken hoe stabiel het huidige stelsel is. Ook zullen dan mogelijk nog meer planeten bij HR 8799 worden opgespoord.
Meer informatie:
New pictures show fourth planet in giant version of our solar system
Astronomers discover, image new planet in planetary system very similar to our own
Planetary family portrait reveals another exoplanet
Exoplanets cast doubt on astronomical theories
8 december 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft voor het eerst aanzienlijke hoeveelheden koolstof waargenomen in de atmosfeer van een exoplaneet. De atmosfeer van de zware exoplaneet WASP-12b bevat zelfs zo veel koolstof, dat het aannemelijk lijkt dat de planeet zelf niet uit siliciumhoudend gesteente is opgebouwd, maar uit pure koolstof, bijvoorbeeld in de vorm van diamant of grafiet (Nature, 9 december). De koolstofrijke planeet draait op een afstand van slechts 4 miljoen kilometer om de 1200 lichtjaar verre ster WASP-12, die iets heter is dan onze zon. Met een oppervlaktetemperatuur van meer dan 2200 graden is hij de heetste exoplaneet die we kennen. De samenstelling van WASP-12b is afgeleid uit de warmtestraling die hij op verschillende golflengten uitzendt. Theorieën over de samenstelling van 'hete Jupiters' zoals WASP-12b gaan ervan uit dat hun atmosferen veel (zuurstofhoudende) waterdamp en weinig (koolstofhoudende) methaan bevatten. Maar uit dit onderzoek blijkt dat er in de atmosfeer van WASP-12b juist veel methaan zit, en minder waterdamp dan verwacht. Volgens de onderzoekers kan dat betekenen dat de bouwstenen waaruit WASP-12b en eventuele soortgenoten miljarden jaren geleden zijn samengeklonterd uit een teerachtige substantie hebben bestaan. Als dat zo is, verschilt het planetenstelsel van WASP-12 sterk van het onze, dat uit ijzige, waterrijke bouwstenen is opgebouwd.
Meer informatie:
Astronomers detect first carbon-rich exoplanet
NASA's Spitzer Reveals First Carbon-Rich Planet
A 'heart of diamonds' for UK and US astronomers who find carbon-rich planet
3 december 2010
In het zoute en giftige Mono Lake in Californië is een bacterie gevonden die in staat is een deel van het fosfor in zijn DNA te vervangen door arseen. Een verrassing voor biologen, omdat die er tot nu toe altijd van uitgingen dat leven op zes onmisbare chemische bouwstenen is gebaseerd: koolstof, waterstof, zuurstof, stikstof, zwavel en fosfor.
Nu blijkt dus dat die laatste bouwsteen ook vervangen kan worden door een zevende. Als een aards organisme hier al toe in staat is, aldus onderzoekster Felisa Wolfe-Simon, moet je concluderen dat eventueel buitenaards leven wellicht ook een compleet verrassende biochemie zal kunnen vertonen.
Volgens de Amerikaanse NASA, die het onderzoek deels financierde, heeft de ontdekking mogelijk implicaties voor de speurtocht naar buitenaards leven. Voorlopig doet de bacterie echter vooral op aarde veel stof opwaaien: sommige microbiologen zetten nog vraagtekens bij de ontdekking van Wolfe-Simon en haar collega's.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 december 2010
Een internationaal team van astronomen dat gebruik maakte van ESO's Very Large Telescope is er voor het eerst in geslaagd om de atmosfeer van een 'superaarde' te analyseren (Nature, 2 december). Deze relatief kleine exoplaneet, die bekendstaat als GJ 1214b, werd onderzocht terwijl hij voor zijn moederster langstrok en een deel van het sterlicht door zijn atmosfeer ging. Tijdens zulke planeetovergangen worden specifieke golflengten van het sterlicht door de planeetatmosfeer geabsorbeerd, die kenmerkend zijn voor de chemische samenstelling van de atmosfeer en de weersomstandigheden ter plaatse. Vervolgens heeft het onderzoeksteam deze nauwkeurige nieuwe metingen vergeleken met wat zij voor verschillende atmosferische samenstellingen verwachtten. De resultaten sluiten uit dat GJ 1214b, net als de planeet Neptunus in ons zonnestelsel, een diepe atmosfeer met veel waterstof heeft, tenzij de daarin aanwezige waterstof wordt gemaskeerd door bewolking en mist. Een andere mogelijkheid is dat de atmosfeer van deze superaarde relatief dun is en grotendeels bestaat uit waterdamp (stoom) en andere gassen zwaarder dan waterstof. Vervolgwaarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop zullen moeten uitwijzen welke van beide mogelijkheden de juiste is.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Super-Earth Has An Atmosphere, But Is It Steamy Or Gassy?
NASA Aids in Characterizing Super-Earth Atmosphere
23 november 2010
Geheel zonder fanfare is het aantal planeten dat bij andere sterren is ontdekt de vijfhonderd gepasseerd. Volgens de Extrasolar Planets Encyclopedia werd de mijlpaal op vrijdag 19 november jl. bereikt. Nu, vier dagen later, staan er zelfs al 504 exoplaneten op deze toonaangevende lijst, die wordt bijgehouden door astrobioloog Jean Schneider van de sterrenwacht van Parijs-Meudon. Welke exoplaneet precies nummer 500 is, laat zich niet aangeven. Er worden vaak meerdere planeten tegelijk aan de lijst toegevoegd, en soms moet een vermeende ontdekking ook weer worden ingetrokken. Op 19 november sprong de teller in één keer van 497 naar 501. De vier die er toen bijkwamen, zijn allemaal lichter dan de planeet Jupiter. Daarmee zet de trend naar de ontdekking van steeds lichtere planeten zich geleidelijk voort. Niet zo vreemd, want de opsporing van kleinere, lichtere planeten kost nu eenmaal meer moeite dan die van grote, zware planeten. Een officiële status heeft de Extrasolar Planets Encyclopedia overigens niet. Er bestaan bovendien meerdere websites die het aantal exoplaneten bijhouden. Die van NASA's PlanetQuest staat pas sinds vandaag op 500. Het zal hoe dan ook niet lang duren voordat alle 'tellers' veel hogere cijfers laten zien: honderden mogelijke planeetontdekkingen wachten nog op bevestiging. Het mag dan bijna twintig jaar hebben geduurd voordat de 500 werd bereikt, in het huidige tempo zullen we op nummer 1000 lang niet zo lang hoeven te wachten.
Meer informatie:
500th Alien Planet Discovered, With Hundreds More to Come
Extrasolar Planets Encyclopedia
PlanetQuest
18 november 2010
Een Europees team van astronomen heeft een planeet ontdekt bij een ster van een klein sterrenstelsel dat door ons Melkwegstelsel is opgeslokt (Science Express). De Jupiter-achtige planeet is zeer uitzonderlijk, omdat hij om een ster draait die het einde van zijn leven nadert. De afgelopen vijftien jaar hebben astronomen bij sterren in onze kosmische omgeving bijna vijfhonderd planeten ontdekt, maar geen daarvan bevindt zich met zekerheid buiten ons Melkwegstelsel. Nu is er echter een planeet van minimaal 1,25 maal de massa van Jupiter ontdekt die om een ster van extragalactische oorsprong draait. De ster maakt deel uit van de zogeheten Helmi-stroom - een groep sterren die oorspronkelijk deel uitmaakte van een dwergstelsel dat door ons Melkwegstelsel is opgeslokt. Deze daad van galactisch kannibalisme moet zich ongeveer zes tot negen miljard jaar geleden hebben afgespeeld. De ster draagt de aanduiding HIP 13044 en staat, op een afstand van ongeveer 2000 lichtjaar, in de richting van het zuidelijke sterrenbeeld Fornax (Oven). Zijn planeet, HIP 13044 b, is een van de weinige exoplaneten waarvan bekend is dat zij de periode hebben doorstaan waarin hun moederster enorm is opgezwollen nadat zij de voorraad waterstof in haar kern had verbruikt - het zogeheten rodereuzenstadium. Het voortbestaan van HIP 13044 b is echter allerminst zeker. Zijn moederster zal tijdens het volgende stadium van haar evolutie namelijk opnieuw opzwellen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Jupiter from another galaxy
Jupiter aus einer anderen Galaxie
4 november 2010
SRON-onderzoeker Remco de Kok gaat met een Veni-subsidie van NWO onderzoek doen aan atmosferen van exoplaneten. De Kok ontvangt 250.000 euro om een nauwkeuriger rekenmethode te ontwikkelen voor het bepalen van de samenstelling van planeetatmosferen. In 1995 werd voor het eerst een planeet bij een andere ster dan onze zon ontdekt. Inmiddels is het aantal bekende exoplaneten opgelopen tot bijna 500. Van het overgrote deel van de ontdekte exoplaneten is helaas nog maar heel erg weinig bekend, simpelweg omdat ze te ver weg staan. Wel kunnen onderzoekers de samenstelling van exoplaneet-atmosferen achterhalen met de zogenaamde 'transit'-meetmethode. De transit-methode is geschikt voor exoplaneten die gedurende hun jaarlijkse omloop voor hun ster langs bewegen: tijdens een dergelijke 'transit' van de planeet bevat het sterlicht dat de telescoop bereikt ook licht dat door de buitenste lagen van de planeetatmosfeer is gereisd en dat daardoor sporen draagt van de chemische samenstelling van die lagen. Met de transit-methode zijn onder andere waterdamp en methaangas in exoplaneet-atmosferen gevonden. Dankzij de Veni-subsidie kan Remco de Kok de komende drie jaar werken aan het verbeteren van de analyse van transit-metingen. Daarbij zal hij onder meer factoren zoals lichtverstrooiing door moleculen, stofdeeltjes en wolken in rekening brengen. Eerst zal de nieuwe rekenmethode worden getest op de atmosferen van planeten in ons eigen zonnestelsel en dan pas worden toegepast op exoplaneten.
Meer informatie:
Exoplaneet-atmosferen ontsluierd
3 november 2010
Deze week vieren astronomen uit twaalf landen op bijzondere wijze de vijftigste verjaardag van de zoektocht naar intelligent buitenaardse leven (SETI). Op vrijdag 5 november wordt het startschot gegeven voor een korte waarnemingscampagne die in Australië, Japan en Korea begint en een vervolg krijgt in Italië, Nederland, Frankrijk, Argentinië en de VS. In ons land zal de pas in gebruik genomen radiotelescoop LOFAR zijn steentje bijdragen. De campagne, Project Dorothy geheten, is een eerbetoon aan het eerste SETI-project, Project Ozma, dat in april 1960 werd uitgevoerd door de Amerikaanse astronoom Frank Drake. Drake, die nu werkzaam is bij het SETI-instituut in Californië, richtte destijds een radiotelescoop op een aantal sterren, in de hoop signalen van buitenaardse beschavingen op te vangen. Twee van die sterren, Tau Ceti en Epsilon Eridani, zullen ook nu weer worden 'afgeluisterd'. Daarnaast staan enkele van de sterren op het programma waarbij de afgelopen twintig jaar planeten zijn ontdekt. Hoewel Project Dorothy maar heel kort duurt, zal het veel meer en veel betere gegevens opleveren dan Project Ozma destijds. De techniek heeft immers de afgelopen vijftig jaar niet stilgestaan.
Meer informatie:
Astronomers Worldwide Commemorate 50th Anniversary of Search for Extraterrestrials through New Observing Project
Project Dorothy
28 oktober 2010
Ongeveer één op de vier zonachtige sterren heeft planeten ter grootte van de aarde. Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Californië in Berkeley in Science (29 oktober). De astronomen baseren deze conclusie op een vijf jaar durende waarnemingscampagne met de 10-meter Keck-telescoop van 166 zonachtige sterren op afstanden van minder dan tachtig lichtjaar. Bij slechts 22 van deze sterren zijn één of meer planeten ontdekt (33 in totaal), maar de massaverdeling van deze exoplaneten laat wel iets bijzonders zien. Uit statistische analyse van de steekproef blijkt dat maar één à twee procent van alle zonachtige sterren planeten ter grootte van Jupiter heeft, zes procent heeft één of meer planeten ter grootte van Neptunus en twaalf procent heeft 'superaardes' met massa's van drie tot tien aardmassa's. Kleinere exoplaneten zijn momenteel nog niet waarneembaar, maar de trend is duidelijk: bij zonachtige sterren komen lichte planeten vaker voor dan zware. Extrapolatie van deze getallen leert dat iets minder dan een kwart van alle zonachtige sterren planeten ter grootte van de aarde zal hebben. Daarbij gaat het overigens alleen om exoplaneten met omlooptijden van minder dan vijftig dagen. Het is niet ondenkbaar dat er op grotere afstand van deze sterren procentueel nog meer aardachtige planeten te vinden zijn.
Meer informatie:
Study says solar systems like ours may be common
NASA Survey Suggests Earth-Sized Planets are Common
PlanetQuest
26 oktober 2010
Onderzoek van twee masterstudenten van het Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek van de Universiteit van Amsterdam heeft een nieuwe kijk opgeleverd op de structuur van de gas- en stofschijf rondom een zogeheten Herbig Be-ster. De door de studenten verrichte metingen hebben geleid tot een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Astrophysical Journal Letters, dat deze week is gepubliceerd. Studenten Rik van Lieshout en Tullio Bagnoli bestudeerden de Herbig Be-ster MWC 147, een pas gevormde ster van ongeveer zesmaal de massa van de zon. De vraag die de studenten wilden beantwoorden is of zulke 'middelzware' sterren in staat zijn om planeten te vormen. Herbig Be-sterren zijn omgeven door een schijf met gas-en vaststofdeeltjes. De metingen, die Van Lieshout en Bagnoli deden met de Belgische Mercator-telescoop, geven een nieuwe kijk op de structuur van die schijf. Er blijkt sprake te zijn van een binnen- en een buitenschijf. De binnenschijf is plat en loopt tot vlakbij het steroppervlak door; de buitenschijf is veel dikker en heeft een conische vorm (de vorm van een toeter). De binnenschijf bestaat volledig uit gas, vanwege de zeer hoge temperatuur door de korte afstand tot MWC 147. De vorming van rotsachtige planeten lijkt in dat deel van de schijf niet mogelijk, omdat daar geen stofkorrels kunnen bestaan. Dit platte deel van de schijf heeft een afmeting die ongeveer overeenkomt met de afstand tussen de zon en Mars in ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
22 oktober 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft twee Jupiter-achtige planeten ontdekt bij de oude, compacte dubbelster NN Serpentis. Aan de ontdekking ging twintig jaar aan waarnemingen vooraf. Planeten bij andere sterren worden doorgaans opgespoord aan de hand van de kleine schommelbewegingen die zij bij hun moederster veroorzaken. Bij planeten die om een dubbelster draaien is dit problematisch, omdat de beide sterren elkaars beweging beïnvloeden. Door een gelukkig toeval bewegen de beide sterren van NN Serpentis vanaf de aarde gezien echter bij elke omloop voor elkaar langs. Hierdoor is het mogelijk om kleine verstoringen op te sporen van de regelmaat waarmee ze elkaar 'bedekken'. Uit de waargenomen verstoringen blijkt dat er op ruime afstand twee planeten om de dubbelster draaien. De ene is bijna zes keer zo zwaar als de planeet Jupiter, de andere ruim anderhalf keer. Hun omlooptijden bedragen 15,5 en 7,75 jaar. Onduidelijk is nog of de beide planeten tegelijk met hun moedersterren zijn ontstaan - zo zouden ook van recente makelij kunnen zijn. Een van de sterren van NN Serpentis is namelijk een witte dwerg: een ster die ongeveer een miljoen jaar geleden nog een opgezwollen reuzenster was, die veel gas en stof de ruimte in blies. Het is denkbaar de twee exoplaneten uit deze uitgestoten materie zijn ontstaan.
Meer informatie:
University of Texas Students, Telescopes Help Discover Planets Around Elderly Binary Star
19 oktober 2010
Grote gasplaneten die op korte afstand om hun moederster wentelen, zijn aan één kant extreem heet. Wie denkt dat het heetste punt precies naar de ster is gericht, heeft het mis: dat punt ligt er een stukje naast. Volgens astronomen komt dat door stromingen in de atmosfeer van de planeet. Maar of deze theorie de eigenschappen van de planeet Upsilon Andromedae b kan verklaren, is nog maar de vraag. De heetste plek van Upsilon And ligt vanuit de ster gezien namelijk zowat aan de zijkant van de planeet, zo blijkt uit waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer. Zo'n grote afwijking is nog bij geen enkele andere hete exoplaneet waargenomen. Over de oorzaak van deze onverwachte ontdekking kan alleen maar worden gespeculeerd. Mogelijk treden er in de atmosfeer van de planeet supersonische winden op, die schokgolven veroorzaken. Of spelen magnetische interacties tussen ster en planeet een rol? Nader onderzoek zal het moeten uitwijzen.
Meer informatie:
Planetary Hot Spot Not Under the Glare of Star
14 oktober 2010
Hoewel er de afgelopen vijftien jaar bijna vijfhonderd planeten bij andere sterren zijn ontdekt, zijn nog maar weinige van deze exoplaneten in beeld gebracht. Dankzij een nieuwe optische techniek, mede-ontwikkeld door de Leidse Sterrewacht, komt daar mogelijk snel verandering in. Het op de gevoelige chip vastleggen van een exoplaneet is niet eenvoudig. Zo'n planeet geeft doorgaans een miljard keer zo weinig licht als de ster waar hij omheen draait. Bovendien staan ster en planeet vanaf de aarde gezien altijd dicht bij elkaar. De combinatie van deze factoren zorgt ervoor dat de planeet letterlijk verbleekt in de felle sterrengloed. De nieuwe techniek maakt gebruik van een zogeheten apodiserende faseplaat: een glasplaatje waarin op een zodanige manier cirkelvormig groefjes zijn gekrast, dat het felle licht van de ster als het ware wordt gedimd. Hierdoor wordt alles wat zich in de omgeving van de ster bevindt beter waarneembaar. Met behulp van dit glasplaatje heeft de Europese Very Large Telescope een opname gemaakt van de al eerder gefotografeerde planeet bij de ster Bèta Pictoris. Met dezelfde techniek kunnen overigens niet alleen exoplaneten in beeld worden gebracht: ook lichtzwakke structuren in de omgeving van de heldere kernen van actieve sterrenstelsels (quasars) laten zich hiermee vastleggen.
Meer informatie:
Planet Hunters no Longer Blinded by the Light
12 oktober 2010
Vorige maand maakten Amerikaanse astronomen de ontdekking bekend van de eerste potentieel leefbare exoplaneet. Maar deze week werden tijdens een bijeenkomst van de Internationale Astronomische Unie al twijfels geuit over het bestaan van deze planeet, die om de rode dwergster Gliese 581 zou draaien. In de loop van de jaren zijn bij Gliese 581 in totaal zes planeten ontdekt. Dat gebeurde steeds op dezelfde manier: het bestaan ervan werd afgeleid uit de kleine schommelbewegingen die de ster vertoont doordat er objecten van uiteenlopende massa's om haar heen draaien. De detectie van zo'n schommelbeweging is lastiger naarmate de massa van zo'n object geringer is en/of zijn afstand tot de ster groter. De ontdekking van de 'leefbare' planeet Gliese 581g, die slechts driemaal zo zwaar zou zijn als de aarde, kostte dan ook heel wat moeite. Er gingen honderden metingen aan vooraf, verspreid over een periode van elf jaar. Sterrenkundigen van de sterrenwacht van Genève, die vorig jaar de vierde planeet van Gliese 581 ontdekten en de ster zijn blijven volgen, hebben tevergeefs geprobeerd het bestaan van Gliese 581g te bevestigen. Ook de andere relatief lichte planeet die hun Amerikaanse collega's opgespoord meenden te hebben, Gliese 581f, lijkt onvindbaar. Volgens het Geneefse team is dat ook niet zo verwonderlijk: de schommelbewegingen die de beide planeten bij hun moederster zouden veroorzaken zijn zo gering, dat deze met de gebruikte meetinstrumenten nauwelijks waarneembaar zijn. Het is dus moeilijk om de kleine schommelingen van meetfouten te onderscheiden.
Meer informatie:
Doubt Cast on Existence of Habitable Alien World
29 september 2010
Amerikaanse astronomen hebben bij de ster Gliese 581 twee nieuwe planeten ontdekt. Een van de twee exoplaneten, die de aanduiding Gliese 581g heeft gekregen, is niet veel groter dan de aarde en plaatselijk heersen er mogelijk aangename temperaturen. Met de dubbele ontdekking komt het totale aantal planeten dat bij Gliese 581 is opgespoord op zes. Geen van deze planeten is overigens rechtstreeks waargenomen. Hun bestaan wordt afgeleid uit de regelmatige schommelbeweging die de ster vertoont. Uit de grootte en regelmaat van deze kleine schommelingen, zoals die de afgelopen elf jaar gemeten zijn, kunnen zowel de massa's als de omlooptijden van de verschillende planeten worden afgeleid. Uit berekeningen blijkt dat Gliese 581g drie- tot viermaal zo zwaar is als de aarde en een omlooptijd van iets minder dan 37 dagen heeft. De afstand tussen ster en planeet bedraagt iets meer dan twintig miljoen kilometer en is daarmee zeven keer zo klein als de afstand zon-aarde. Ondanks die kleine afstand tot zijn moederster is het op Gliese 581g niet overal extreem warm. Voor een deel komt dit doordat de ster een zogeheten rode dwerg is, die betrekkelijk weinig warmte afgeeft. Bovendien is de planeet waarschijnlijk steeds met dezelfde kant naar de ster gericht, waardoor het ene halfrond heet is enhet andere juist ijskoud. Op de grens van dag en nacht kunnen echter temperaturen heersen die je met wat fantasie 'leefbaar' zou kunnen noemen.
Meer informatie:
Potentially habitable planet discovered
Newly discovered planet may be first truly habitable exoplanet (UCSC)
Newly Discovered Planet May Be First Truly Habitable Exoplanet (NSF)
NASA and NSF-Funded Research Finds First Potentially Habitable Exoplanet
23 september 2010
Nieuwe supercomputermodellen waarmee de interacties tussen stofdeeltjes worden nagebootst, laten zien hoe ons zonnestelsel er wellicht uitziet voor buitenaardse astronomen. De modellen geven ook aan hoe het voorkomen van ons planetenstelsel in de loop van de tijd is veranderd. De planeten van ons zonnestelsel zijn van grote afstand waarschijnlijk te lichtzwak om waarneembaar te zijn. Toch zouden buitenaardse waarnemers Neptunus, de buitenste planeet, gemakkelijk kunnen ontdekken: deze heeft namelijk een smalle zone schoongeveegd in het stof dat uit de zogeheten Kuipergordel afkomstig is. De Kuipergordel is een uitgestrekt gebied buiten de baan van Neptunus waar zich miljoenen ijsachtige hemellichamen bevinden, die door onderlinge botsingen veel stof produceren. Volgens astronomen is de Kuipergordel een oude, afgeslankte versie van de puinschijf die rond sterren als Wega en Fomalhaut is waargenomen. De computermodellen laten zien hoe zo'n puinschijf in de loop van de miljoenen jaren evolueert, en welke invloed eventuele planeten op die ontwikkeling hebben. Aan de hand van de resultaten van de modellen hebben de onderzoekers infraroodbeelden nagebootst die tonen hoe ons zonnestelsel er van grote afstand uitziet. Het onderzoek zal worden gebruikt om de stofringen rond andere sterren te interpreteren. Mogelijk dat op die manier ook nieuwe planeten kunnen worden opgespoord.
Meer informatie:
Dust Models Paint Alien's View Of Solar System
14 september 2010
Er zijn aanwijzingen gevonden dat de zonachtige ster BP Piscium in recente tijden een soortgenoot of een forse gasplaneet heeft opgeslokt. Dat blijkt uit het feit dat de ster, ondanks zijn gevorderde leeftijd, is omgeven door een schijf van gas en stof, en twee materiestromen of jets uitstoot. De combinatie van gasschijf en jets is kenmerkend voor een jonge ster. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat BP Piscium eigenlijk een oude ster is. Zo produceert hij, anders dan jonge sterren, maar weinig röntgenstraling. Bovendien bevat zijn atmosfeer slechts weinig lithium, wat karakteristiek is voor een oude ster. Sterren zoals onze zon zwellen op zodra de voorraad brandstof in hun kern opraakt. Het heeft er alle schijn van dat BP Piscium bij dat opzwellen een forse planeet of een begeleidende ster heeft verzwolgen. Hierdoor is hij als het ware weer opgeleefd en zich als een veel jongere ster gaan gedragen. De omringende gasschijf zou dan het overblijfsel zijn van de onfortuinlijke planeet of ster. Volgens de astronomen die de ster hebben onderzocht, hoeft het hier niet bij te blijven. Volgens hen is het denkbaar dat uit de gasschijf rond BP Piscium een nieuwe generatie planeten ontstaat.
Meer informatie:
Chandra Finds Evidence for Stellar Cannibalism
Enigmatic Star Devours Companion
9 september 2010
Er is slecht nieuws voor 'planetenjagers': de hete exoplaneten waar in bolvormige sterrenhopen naar is gezocht, zijn waarschijnlijk al lang geleden opgeslokt. Dat is de verklaring die twee Amerikaanse astronomen geven voor het feit dat er in deze grote opeenhopingen van sterren nog geen planeten zijn opgespoord. Toen astronomen tien jaar geleden aan hun zoektocht naar planeten in bolvormige sterrenhopen begonnen, waren zij nog optimistisch. Bij de ruwweg 34.000 kandidaatsterren in de 'bolhoop' 47 Tucanae bijvoorbeeld werd gerekend op de ontdekking van toch zeker een tiental planeten. De teller staat echter nog steeds op nul. Weliswaar zijn inmiddels meer dan 450 planeten bij andere sterren ontdekt, maar verreweg de meeste daarvan draaien om sterren die in hun eentje zijn. De beide astronomen hebben een computermodel gemaakt van 47 Tucanae, bestaande uit sterren van uiteenlopende massa. Vervolgens hebben zij gekeken wat er gebeurt met planeten van het kaliber Jupiter die op kleine afstand om hun ster draaien - typisch het soort exoplaneten dat zich het gemakkelijkst laat ontdekken. Uit de computersimulatie blijkt dat al na een miljard jaar een derde van die 'hete Jupiters' onder invloed van de getijdenkrachten door hun moederster is opgeslokt. Na elf miljard jaar - de huidige leeftijd van 47 Tucanae - zou die fractie zelfs al zijn opgelopen tot meer dan 96 procent.
Meer informatie:
Deadly Tides Mean Early Exit for Hot Jupiters
7 september 2010
De afgelopen jaren hebben astronomen bij honderden sterren planeten ontdekt. Het zal nog tientallen jaren duren voordat er opnamen van het oppervlak van zo'n 'exoplaneet' kan worden gemaakt. Toch denken Amerikaanse astronomen dat het al veel eerder mogelijk zal zijn om eventueel vulkanisme op deze verre werelden te ontdekken. Voorwaarde voor die ontdekking is dat er bij de vulkaanuitbarsting(en)enorme hoeveelheden gas worden uitgestoten. Met de James Webb-ruimtetelescoop, de opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop die op z'n vroegst in 2014 wordt gelanceerd, zou de uitstoot van met name grote hoeveelheden zwaveldioxide bij de meest nabije exoplaneten al aantoonbaar kunnen zijn. Op aarde zijn vulkaanuitbarstingen van de gewenste omvang vrij zeldzaam. Maar jongere planeten zijn naar verwachting vulkanisch veel actiever, wat de kans op de detectie vergroot.
Meer informatie:
Can We Spot Volcanoes on Alien Worlds?
30 augustus 2010
Een gasvormige reuzenplaneet bij een ster op 130 lichtjaar afstand is 400 graden warmer dan sterrenkundigen hadden verwacht. Dat blijkt uit spectroscopische metingen aan de planeet, verricht met de 10-meter Keck II-telescoop op Hawaii. Een mogelijke verklaring is dat de dampkring van de planeet veel meer wolken en absorberende stofdeeltjes bevat.
Exoplaneet HR 8799b is zeven keer zo zwaar (maar ongeveer even groot) als Jupiter. Samen met twee andere planeten die een baan rond dezelfde ster beschrijven (in het sterrenbeeld Pegasus) werd hij in 2008 daadwerkelijk in beeld gebracht, eveneens met de Keck-telescoop. De meeste exoplaneten die tot nu toe zijn ontdekt zijn nooit echt 'gezien'; hun bestaan wordt indirect afgeleid uit schommelingen of helderheidsvariaties van de moederster.
Omdat HR 8799b wél echt gefotografeerd is, konden sterrenkundigen ook het spectrum van de planeet vastleggen en bestuderen. Op die manier werd ontdekt dat de dampkring van de reuzenplaneet - anders dan door modellen was voorspeld - vrijwel geen methaangas bevat. Dat doet vermoeden dat de temperatuur van de dampkring geen 500 graden bedraagt, maar minstens 900 graden.
De waarnemingen kunnen wat beter verklaard worden wanneer wordt aangenomen dat de planeetdampkring veel stof bevat, aldus de onderzoekers in een artikel dat later dit jaar gepubliceerd zal worden in Astrophysical Journal Letters.
Meer informatie:
Spectrum of Young Exoplanet Yields Surprising Results
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 augustus 2010
Kort na de ontdekking van een planetenstelsel met mogelijk zeven planeten, afgelopen dinsdag door Europese sterrenkundigen, komt ook het Amerikaanse Kepler-team met een opzienbarende vondst. Kepler - een NASA-kunstmaan die gericht jacht maakt op exoplaneten met behulp van de overgangsmethode - heeft bij een verre ster in het sterrenbeeld Lier twee Satrunus-achtige planeten ontdekt met omlooptijden van 19 en 38 dagen. Daarnaast zijn aanwijzingen gevonden voor een veel kleinere planeet, ongeveer anderhalf keer zo groot als de aarde, op kleine afstand van de ster, met een omlooptijd van slechts 1,6 dagen. Kepler houdt van 156.000 sterren continu de helderheid in de gaten. Als een ster vergezeld wordt door planeten, en we zien dat stelsel toevallig precies van opzij, zal de planeet elke omloop voor de moederster langsschuiven, die daardoor korte tijd een klein beetje zwakker zal zijn dan normaal. Het bestaan van de nieuw ontdekte planeten, Kepler 9b en 9c geheten, is bevestigd door metingen met telescopen op aarde. Uit die metingen konden ook de massa's van de twee planeten worden berekend: vergelijkbaar met maar iets kleiner dan die van Saturnus. De ontdekking is deze week gepubliceerd in Science.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Discovers Two Planets Transiting Same Star
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 augustus 2010
Met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili is een planetenstelsel ontdekt waarin zich maar liefst vijf middelzware planeten bevinden in een gebied dat kleiner is dan de baan van Mars om de zon. Er zijn aanwijzingen voor nóg twee planeten in hetzelfde stelsel, waaronder een kleine, lichte 'aarde-achtige' planeet in een zeer kleine baan.
Exoplaneten - planeten bij andere sterren - verraden hun aanwezigheid doordat ze met hun zwaartekracht kleine schommelingen veroorzaken in de positie van hun moederster. Nauwkeurige metingen met de Europese HARPS-spectrograaf hebben uitgewezen dat er rond de ster HD 10180, op 127 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kleine Waterslang, vijf Neptunus-achtige planeten draaien. De binnenste beweegt in een kleine baan met een omlooptijd van slechts 6 dagen; de buitenste staat 40% verder van zijn moederster dan de aarde van de zon af staat, en heeft een omlooptijd van ca. 600 dagen.
Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een zwaardere, Saturnus-achtige planeet met een omlooptijd van 6 jaar, en een kleine planeet die slechts 40% zwaarder is dan de aarde in een baan op slechts drie miljoen kilometer afstand van de ster. Die aarde-achtige planeet beschrijft één omloop in niet meer dan 1,18 dagen.
Het planetenstelsel van HD 10180 is het 'volste' dat ooit is ontdekt. Eerder werden bij de ster 55 Cancri, in het sterrenbeeld Kreeft, vijf planeten ontdekt. Opmerkelijk is dat het nieuwe stelsel geen echte zware reuzenplaneten lijkt te bevatten. Ook blijken de afmetingen van de banen van de vijf middelzware planeten een wiskundige regelmaat te vertonen - iets soortgelijks is ook het geval met de planeetbanen in ons eigen zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht NOVA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
27 juli 2010
De afgelopen vijftien jaar is bij honderden sterren een planeet ontdekt, bij sommige sterren zelfs meer dan één. Doorgaans zijn de afstanden tussen de planeten in meervoudige stelsels groot. Maar Amerikaanse sterrenkundigen hebben nu twee sterren ontdekt waar twee planeten omheen draaien in banen die akelig dicht bij elkaar liggen. Toch weten deze planeten elkaar met rust te laten. Bij een van de sterren, de stervende ster HD 200964, liggen de planeetbanen slechts 52 miljoen kilometer uit elkaar. Dat is vergelijkbaar met de afstand tussen de aarde en Mars, maar de beide exoplaneten zijn vele malen groter en zwaarder. Hun onderlinge aantrekkingskracht is drie miljoen keer zo groot als die tussen onze planeet en Mars. Opmerkelijk genoeg heeft dat nog niet tot ongelukken geleid - ook niet bij de ster 24 Sextanis, waar de situatie vergelijkbaar is. Het is voor het eerst dat zulke krap bemeten planetenstelsels zijn ontdekt. Hoe ze precies tot stand zijn gekomen, is nog onduidelijk. Vast staat wel dat de verhoudingen tussen de omlooptijden van de planeten van de beide sterren eenvoudige breuken zijn (2:1 en 4:3). Zulke zogeheten baanresonanties hebben een stabiliserende uitwerking.
Meer informatie:
Caltech Astronomer Finds Planets In Unusually Intimate Dance Around Dying Star
15 juli 2010
Astronomen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop vastgesteld dat een in 1999 ontdekte planeet een komeetachtige gasstaart heeft. De grote planeet, die de aanduiding HD 209458b draagt, draait op zo'n kleine afstand rond zijn moederster, dat zijn hete atmosfeer de ruimte in verdwijnt. Eerder hadden Europese astronomen al vastgesteld dat er in de atmosfeer van deze exoplaneet extreem hoge windsnelheden optreden. HD 209458b is iets lichter dan de planeet Jupiter, maar heeft een veel grotere omvang. Dat komt doordat zijn atmosfeer door de enorm hoge temperatuur sterk is opgezwollen. Op zich is het dus niet zo verrassend dat deze planeet gas kwijtraakt. Maar nu is het verschijnsel ook werkelijk gemeten. Steeds als de planeet vanaf de aarde gezien vóór zijn moederster langs beweegt, wordt er gas waargenomen dat met een snelheid van 35.000 kilometer per uur in onze richting komt. Dat is gas dat onder invloed van de deeltjeswind van de ster van de planeet wordt weggeblazen. Heel veel last heeft de planeet daar niet van: het zal nog vele miljarden jaren duren voordat hij door zijn gasvoorraad heen is.
Meer informatie:
NASA Finds Super-Hot Planet with Unique Comet-Like Tail
9 juli 2010
Een team astronomen uit Duitsland, Bulgarije en Polen heeft met een nieuwe techniek een nieuwe 'exoplaneet' ontdekt. De planeet is vijftien keer zo zwaar als de aarde en draait om een 700 lichtjaar verre ster in het sterrenbeeld Lier. De gebruikte techniek kan alleen worden toegepast bij sterren waarbij eerder al een andere planeet is ontdekt. En die andere planeet moet vanaf de aarde gezien dan ook nog eens tijdens elke omloop precies vóór zijn moederster langs trekken. Tijdens zo'n planeetovergang neemt de helderheid van de ster een beetje af. Als er geen andere factoren in het spel zijn, voltrekken zulke planeetovergangen zich met de regelmaat van een klok. Maar als er meer planeten rond de ster draaien, resulteert dat in kleine variaties in de cyclus van planeetovergangen. De astronomen hebben zulke variaties nu waargenomen bij de eerder ontdekte planeet van de ster Wasp-3. De nieuwe planeet, die de aanduiding Wasp-3c heeft gekregen, heeft een omlooptijd van slechts 3,75 dagen. De eerder ontdekte planeet (Wasp-3b) heeft een omlooptijd die vrijwel exact tweemaal zo kort is. De beide planeten draaien dus op afstanden van slechts enkele miljoenen kilometers rond de ster. Volgens de onderzoekers is de nieuwe waarnemingstechniek gevoelig genoeg voor het opsporen van exoplaneten ter grootte van de aarde.
Meer informatie:
Prospects of finding new Earths boosted by brand new planet-finding technique
Planetares Fliegengewicht
29 juni 2010
Het object dat twee jaar geleden bij de jonge, zonachtige ster 1RXS 1609 werd gefotografeerd, blijkt inderdaad een planeet te zijn. De planeet, die ongeveer achtmaal zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait in een zeer wijde baan om de ster. De afstand tussen de beide hemellichamen is meer dan driehonderd keer zo groot als die tussen aarde en zon. Bij zijn ontdekking in 2008 konden astronomen er nog niet helemaal zeker van zijn dat de ster en het naastgelegen object ook daadwerkelijk bij elkaar horen. Maar uit vervolgonderzoek is gebleken dat de beide hemellichamen gezamenlijk door de ruimte bewegen. Het tweetal bevindt zich op een afstand van 500 lichtjaar in het sterrenbeeld Schorpioen. De afgelopen jaren zijn ook bij een paar andere sterren planeten gefotografeerd, maar 1RXS 1609 blijft een bijzonder geval. Er is geen enkel ander geval bekend waarbij een planeet van deze afmetingen op zo'n grote afstand rond zijn moederster draait. Uit het onderzoek van de afgelopen jaren blijkt dat er geen zware planeten op kleinere afstanden van 1RXS 1609 te vinden zijn.
Meer informatie:
First Directly Imaged Planet Confirmed Around Sun-Like Star
23 juni 2010
Een team astronomen, onder wie drie Nederlanders, heeft voor het eerst een superstorm waargenomen in de atmosfeer van een planeet bij een andere ster. Zeer nauwkeurige waarnemingen van koolmonoxide laten zien dat dit gas met enorme snelheid van de extreem hete dagzijde van de planeet naar de koelere nachtzijde stroomt (Nature, 24 juni). De planeet, die de aanduiding HD209458b draagt, draait om een zonachtige ster in het sterrenbeeld Pegasus, op een afstand van 150 lichtjaar. De afstand tussen de ster en de planeet is twintig keer zo klein als die tussen zon en aarde. Hierdoor wordt de planeet sterk opgewarmd door zijn moederster: aan de dagzijde loopt de oppervlaktetemperatuur op tot ongeveer duizend graden. Maar omdat de planeet altijd dezelfde kant naar de ster toekeert, is zijn nachtzijde veel koeler. Het grote temperatuurverschil veroorzaakt een superstorm in zijn atmosfeer, die snelheden van 5000 tot 10.000 kilometer per uur bereikt. Behalve de superstorm hebben de onderzoekers ook de baansnelheid van de planeet kunnen meten. Dat maakte een directe bepaling van zijn massa mogelijk. HD209458b blijkt ongeveer 40% lichter te zijn dan de planeet Jupiter.
Meer informatie:
VLT detecteert eerste superstorm op exoplaneet
16 juni 2010
De eerste Pan-STARRS-telescoop op het Hawaïaanse eiland Maui is nu volledig operationeel. Met behulp van de grootste digitale camera ter wereld brengt hij de complete sterrenhemel nauwkeurig in kaart, terwijl ondertussen op langs de aarde scherende planetoïden wordt gelet. Pan-STARRS staat voor 'Panoramic Survey Telescope & Rapid Response System'. Uiteindelijk zal dit systeem uit vier 1,8-meter telescopen gaan bestaan, en daarvan is de eerste nu dus klaar. Later dan gepland overigens, want het afgelopen jaar hadden de astronomen met de nodige technische problemen te kampen. De Pan-STARRS-telescoop is uitgerust met een 1400 megapixel, oftewel 1,4 gigapixel, digitale camera, waarmee in één keer een flink stuk hemel kan worden gefotografeerd. In de loop van een maand kan ongeveer een zesde van de sterrenhemel worden vastgelegd. Behalve nabije planetoïden zal Pan-STARRS naar verwachting ook talrijke objecten in de buitengebieden van het zonnestelsel ontdekken.
Meer informatie:
Pan-STARRS Asteroid Hunter and Sky Surveyor Now Fully Operational
15 juni 2010
Met de Amerikaanse satelliet Kepler, die in maart 2009 werd gelanceerd, zijn alleen al tijdens de eerste zes waarnemingsweken meer dan 750 potentiële planeten bij andere sterren opgespoord. In naar schatting de helft van deze gevallen zal het ook werkelijk om planeten blijken te gaan. Maar dat is al bijna voldoende om het totale aantal planeten dat de afgelopen vijftien jaar bij andere sterren is ontdekt in één klap te verdubbelen. Net als de Franse satelliet CoRoT zoekt Kepler naar planeten door de helderheden van een groot aantal sterren in de gaten te houden. De telescoop van Kepler is echter ruim driemaal zo groot, waardoor hij naar verwachting veel meer planeten zal kunnen opsporen. De eerste lading kandidaat-planeten bestaat grotendeels uit objecten die de helft kleiner zijn dan de planeet Jupiter; sommige zijn zelfs niet groter dan onze aarde. Omdat het Kepler-team de enorme stroom gegevens van de satelliet niet meer kan behappen, heeft het besloten om bijna de helft van de mogelijke planeetontdekkingen vrij te geven. De beste kandidaten houden de onderzoekers voor zichzelf, wat hen door sommige collega-astronomen niet in dank wordt afgenomen. Hoe dan ook zal de verificatie van de meetgegevens nog geruime tijd in beslag nemen.
Meer informatie:
NASA Releases Kepler Data on Potential Extrasolar Planets
New Worlds to Explore? Kepler Spacecraft Finds 750 Exoplanet Candidates
14 juni 2010
Met de Franse satelliet CoRoT zijn zes nieuwe planeten bij andere sterren ontdekt. Een van die 'exoplaneten', CoRoT-11b, is tweemaal zo zwaar als Jupiter en draait om een ster die een rotatietijd van slechts twee dagen heeft. Het is voor het eerst dat een planeet bij zo'n snel ronddraaiende ster is waargenomen. Om planeten bij andere sterren te ontdekken, houdt de CoRoT-satelliet de helderheden van een groot aantal sterren in de gaten. Als een ster een regelmatige, kleine helderheidsafname vertoont, kan dat erop wijzen dat er een planeet om de ster draait die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt. De afgelopen jaren hebben sterrenkundigen met diverse technieken meer dan 450 exoplaneten ontdekt. Het voordeel van de CoRoT-methode is dat uit de helderheidsdipjes die de ster vertoont onmiddellijk de grootte van de planeet kan worden afgeleid. Wel moet elke potentiële planeetontdekking met telescopen op aarde worden geverifieerd, omdat regelmatige variaties in de helderheid van een ster ook andere oorzaken kunnen hebben. Met de zes nieuwe ontdekkingen komt het totaal van CoRoT, die eind 2006 werd gelanceerd, op vijftien.
Meer informatie:
CoRoT unveils a rich assortment of new exoplanets
10 juni 2010
Sterrenkundigen uit de VS en Duitsland hebben voor het eerst gedetailleerde waarnemingen kunnen doen van een aantal planetenstelsels-in-wording. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van een speciaal voor dit doel ontwikkeld instrument van de grote Keck-telescopen op Hawaï. Met dat instrument, ASTRA geheten, is het kolkende gas en stof rond vijftien jonge sterren waargenomen. Dat gas en stof stroomt deels nog naar de ster, terwijl de rest een materieschijf rond de ster vormt waaruit later planeten kunnen ontstaan. Bij het onderzoek met ASTRA is specifiek gekeken naar wat zich afspeelt bij de overgang tussen de ster en de omringende schijf. Daarbij zijn bij verschillende sterren aanwijzingen gevonden dat het toestromende gas via magnetische veldlijnen met hoge snelheid naar de polen van de ster wordt geleid en daardoor zeer hoge temperaturen bereikt. De onderzochte sterren zijn naar astronomische begrippen heel jong: waarschijnlijk pas een paar miljoen jaar. In de hen omringende schijven zijn nog geen planeten ontstaan: dat gaat nog zeker enkele miljoenen jaren duren.
Meer informatie:
Zooming In on an Infant Solar System
10 juni 2010
Voor het eerst zijn sterrenkundigen erin geslaagd om de beweging van een planeet bij een andere ster te volgen, terwijl deze van de ene kant van zijn moederster naar de andere bewoog. De planeet heeft de kleinste baan van alle tot nog toe rechtstreeks waargenomen exoplaneten: zijn afstand tot de ster is vergelijkbaar met die van Saturnus tot de zon. De planeet draait om Bèta Pictoris, een ster die pas twaalf miljoen jaar oud is en 75% zwaarder dan onze zon. Bèta Pictoris is een van de bekendste voorbeelden van een ster met omringende stofschijf. In 2003 werd een zwakke lichtbron in deze schijf gezien, maar toen kon nog niet helemaal worden uitgesloten dat het een achtergrondster betrof. Op nieuwe opnamen uit 2008 en het voorjaar van 2009 was de bron echter verdwenen. En op de meest recente waarnemingen, uit het najaar van 2009, is het object aan de andere kant van de schijf zien: klaarblijkelijk ging het een tijdje schuil achter de ster of is het (onzichtbaar door de sterrengloed) vóór de ster langs bewogen. Dit bewijst dat de zwakke lichtbron inderdaad een planeet is die om Bèta Pictoris draait.De planeet is ongeveer negen keer zo zwaar als de planeet Jupiter en moet - gezien de jonge leeftijd van zijn moederster - in recordtempo zijn ontstaan.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
8 juni
2010
Bij de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili) is een nieuwe geautomatiseerde telescoop in gebruik genomen. TRAPPIST (TRAnsiting Planets and PlanetesImals Small Telescope) heeft twee taken: het opsporen en karakteriseren van planeten buiten ons zonnestelsel (exoplaneten) en het onderzoeken van kometen die om de zon draaien. De 60-centimeter telescoop wordt op afstand bestuurd vanuit een controlekamer in Luik (België) - 12.000 kilometer ver weg. TRAPPIST zal exoplaneten opsporen en karakteriseren door nauwkeurige metingen te doen van de 'helderheidsdipjes' die kunnen optreden als een exoplaneet voor zijn ster langs beweegt. Tijdens zo'n planeetovergang neemt de helderheid van de ster een beetje af, doordat de planeet een deel van het sterlicht tegenhoudt. Hoe groter de planeet, des te meer licht wordt tegengehouden en des te meer zal de helderheid van de ster afnemen. TRAPPIST is een lichte, volledig geautomatiseerde telescoop die met grote snelheid nauwkeurig de hemel kan afspeuren. Het waarnemingsprogramma wordt vooraf opgesteld, waarna de telescoop op eigen houtje een nacht waarnemingen kan doen. Een weerstation houdt voortdurend het weer in de gaten en kan zonodig besluiten om de telescoopkoepel te sluiten.
Meer informatie:
Nieuwe nationale telescoop op La Silla
24 mei 2010
De planeten die rond de ster Upsilon Andromedae draaien, bewegen niet in één en hetzelfde vlak, zoals de planeten van ons zonnestelsel. Verre van dat: hun banen staan zeer schuin op elkaar. Dat meldden Amerikaanse sterrenkundigen vandaag tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst van de American Astronomical Society. Al sinds ruim tien jaar weten sterrenkundigen dat er rond de betrekkelijk nabije ster Upsilon Andromedae drie zware, Jupiterachtige planeten draaien. Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop en enkele grote telescopen op aarde is nu meer inzicht gekregen in de eigenschappen van dit planetenstelsel. Daaruit blijkt dat de banen van de twee binnenste planeten een hoek van 30 graden met elkaar maken. Ook lijkt het erop dat er nog een vierde planeet in het stelsel is. Blijkbaar is het geen vanzelfsprekendheid dat de planeten van een planetenstelsel allemaal ruwweg in hetzelfde vlak bewegen, zoals doorgaans wordt aangenomen. Anderzijds is Upsilon Andromeda wel een bijzonder geval, want de ster vormt een dubbelster met een andere, veel kleinere ster. Het is denkbaar dat die tweede ster verantwoordelijk is voor het rommelige karakter van dit planetenstelsel.
Meer informatie:
'Out Of Whack' Planetary System Offers Clues To Disturbing Past;
24 mei 2010
Kleine 'leefbare' planeten bij andere sterren hebben het niet altijd gemakkelijk. Hun banen zijn gevoelig voor verstoringen door naburige reuzenplaneten. Dat melden Amerikaanse en Franse sterrenkundigen. De zoektocht naar leefbare planeten bij andere sterren is vooral gericht op kleine, vaste planeten zoals onze aarde, waar gematigde temperaturen heersen en vloeibaar water aanwezig kan zijn. Nieuwe computermodellen laten echter zien dat die 'leefbaarheid' van tijdelijke aard kan zijn. Een eenzame aarde-achtige planeet die in een cirkelbaan op de geschikte afstand rond zijn moederster draait, is en blijft leefbaar. Maar als er rond dezelfde ster ook een zware, Jupiterachtige planeet in een langgerekte baan beweegt - zoals die al veel zijn waargenomen - heeft dat grote gevolgen voor de kleine planeet. De interactie tussen de beide hemellichamen zorgt voor sterke variaties in de baan van de aarde-achtige planeet. Daardoor kan een planeet die op het ene moment nog leefbaar is, duizend jaar later al dodelijk heet of koud zijn geworden. Lang niet elke 'leefbare' planeet is dus een goede broedplaats voor het ontstaan van leven.
Meer informatie:
Weird orbits of neighbors can make 'habitable' planets not so habitable
21 april 2010
Sterrenkundigen staan voor een raadsel: een gasvormige planeet in een baan rond een andere ster blijkt vrijwel geen methaan in zijn dampkring te bevatten, terwijl dat gas in grote hoeveelheden aanwezig zou moeten zijn.
De planeet, GJ436b geheten, draait elke 2,64 dagen om een kleine rode dwergster, op 33 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Leeuw. Met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope is de samenstelling van de dampkring van de planeet onderzocht. Dat was mogelijk doordat de planeet - gezien vanaf de aarde - regelmatig voor en achter de ster langs beweegt.
Gasvormige planeten met een temperatuur tot maximaal zo'n 700 graden moeten volgens modelberekeningen veel methaangas (CH4) bevatten: de aanwezige koolstofatomen (C) gaan bij die temperaturen bij voorkeur verbindingen aan met waterstof (H), zodat methaan ontstaat - een belangrijk bestanddeel van aardgas. In de atmosferen van de reuzenplaneten Uranus en Neptunus komt inderdaad veel meer methaan voor dan koolmonoxide (CO).
De Spitzerwaarnemingen wijzen echter uit dat GJ436b (die qua massa vergelijkbaar is met Neptunus) juist veel koolmonoxide en vrijwel geen methaan bevat. De meetresultaten zijn deze week gepubliceerd in Nature. Tot op heden is er geen bevredigende verklaring voor het opmerkelijke methaantekort.
Meer informatie:
'This Planet Tastes Funny,' According to Spitzer
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 april 2010
Amerikaanse sterrenkundigen zijn erin geslaagd exoplaneten te fotograferen met een relatief kleine telescoop op aarde. Ze maakten daarbij gebruik van een zogeheten vortex-coronagraaf. In de toekomst moet het met die techniek mogelijk zijn om veel meer planeten bij andere sterren in beeld te brengen. De nieuwe resultaten worden deze week gepubliceerd in Nature.
De werking van de vortex-coronagraaf - een instrument om het licht van de moederster efficiënt te blokkeren, zodat de veel zwakkere planeten zichtbaar worden - werd uitgetest op de ster HR8799, op 120 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Pegasus. Bij die ster zijn eind 2008 drie planeten gefotografeerd met behulp van de Keck- en Gemini-telescopen op Mauna Kea, Hawaii.
Die telescopen hebben echter spiegelmiddellijnen van tien en acht meter. De astronomen van NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena hebben het drietal nu echter weten vast te leggen met de Hale-telescoop op Palomar Mountain. Die heeft weliswaar een spiegelmiddellijn van vijf meter, maar voor de test was hij afgediafragmeerd tot slechts anderhalve meter.
Meer informatie:
Small, Ground-Based Telescope Images Three Exoplanets
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
14 april 2010
Met een gevoelig instrument op de Europese Very Large Telescope zijn gedetailleerde metingen verricht aan stofschijven rond twee sterren in de buurt van de zon. Nooit eerder zijn zulke stofschijven bestudeerd op zo'n kleine afstand rond hun moederster - vergelijkbaar met de afstand van de aarde tot de zon.
De stofschijven bevinden zich rond de sterren HD69830, op 41 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Puppis (Achtersteven), en Eta Corvi, op 59 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Raaf. De sterren hebben leeftijden van respectievelijk 2 en 1,3 miljard jaar. Het stof bevindt zich op afstanden van enkele miljoenen kilometers tot een paar honderd miljoen kilometer van de ster. Ter vergelijking: de afstand van de aarde tot de zon is 150 miljoen kilometer.
Vooral bij de ster HD69830 zijn grote hoeveelheden stof aangetroffen, mogelijk het resultaat van botsingen van planetoïden in het planetenstelsel rond deze ster: eerder zijn hier drie Neptunus-achtige planeten ontdekt.
De nieuwe metingen, die vandaag gepresenteerd worden op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow, zijn verricht met de MIDI-interferometer - een instrument waarmee de waarnemingen van de vier afzonderlijke telescopen van de Europese VLT (Very Large Telescope) in Chili worden gecombineerd.
Meer informatie:
Seeing into the heart of planetary systems
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 april 2010
Kleine stofdeeltjes in de ruimte spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van water - het belangrijkste ingrediënt voor leven. Dat blijkt uit laboratoriumexperimenten die zijn uitgevoerd aan de Heriot-Watt University.
Watermoleculen bestaan uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom. In het heelal komen deze atomen in zeer grote hoeveelheden voor, maar in de ruimte tussen de sterren, waar druk en temperatuur extreem laag zijn, reageren waterstof- en zuurstofatomen vrijwel niet met elkaar. Gasfase-reacties van waterstof met moleculair zuurstof (O2) of met ozon (O3) treden gemakkelijker op, maar in het heelal komt veel te weinig O2 en O3 voor om de waargenomen hoeveelheid water te verklaren.
Uit de laboratoriumexperimenten blijkt nu dat chemische reacties aan het oppervlak van een klein kosmisch stofdeeltje veel sneller verlopen. Op die manier kunnen verschillende moleculen ontstaan, waaronder H2O, die samen een dunne coating van ijs vormen. Een groot deel van het water in het heelal (en dus ook van het water op aarde) heeft zijn bestaan dus vermoedelijk te danken aan de aanwezigheid van kosmisch stof.
Vergelijkbare experimenten als die aan de Heriot-Watt University worden overigens al lange tijd uitgevoerd in het Sackler-laboratorium van de Universiteit Leiden. De Britse resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
Dusty experiments are solving interstellar water mystery
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 april 2010
Sterrenkundigen hebben planeten ontdekt die in sterk gehelde banen of zelfs in de verkeerde richting rond hun moederster cirkelen: tegen de draairichting van de ster in. Het gaat om zogeheten 'hete Jupiters' - zware planeten in kleine omloopbanen. Omdat een ster en het bijbehorende planetenstelsel uit één platte, ronddraaiende schijf van gas- en stofdeeltjes ontstaat, zou je verwachten dat alles dezelfde kant op draait, en dat de planeten bovendien in één plat vlak bewegen, loodrecht op de draaiingsas van de ster. Het bestaan van scheve en tegendraadse banen is alleen te verklaren door langdurige zwaartekrachtsstoringen van andere planeten, op veel grotere afstand van de ster. Kleinere, aarde-achtige planeten in het stelsel worden door zulke zwaartekrachtsstoringen de ruimte in geslingerd, of door hun moederster opgeslokt. De opzienbarende ontdekking doet dan ook vermoeden dat er in planetenstelsels met hete Jupiters geen aarde-achtige planeten voorkomen. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Meer informatie:
Ontdekking nieuwe exoplaneten stelt theorie over planeetvorming op de proef
Persbericht ESO (Engelstalig)
Persbericht Royal Astronomical Society (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 april 2010
Met de LOFAR-radiotelescoop, in aanbouw in Noord-Nederland, zal ook jacht worden gemaakt op buitenaardse beschavingen. LOFAR gaat speuren naar laagfrequente radioboodschappen van intelligent leven op andere planeten.
LOFAR (LOw-Frequency ARray) is een netwerk van tienduizenden eenvoudige radio-antennes, gegroepeerd in 44 stations die verspreid zijn over Nederland, Duitsland, Zweden, Frankrijk en Engeland. Momenteel zijn ruim twintig stations in bedrijf; later dit jaar moet LOFAR voltooid zijn. Op 12 juni vindt de officiële inauguratie plaats.
Tijdens de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow presenteerde John McKean van de stichting ASTRON de eerste astronomische resultaten van het nieuwe observatorium.
Ook zette McKean uiteen hoe met LOFAR gezocht zal gaan worden naar mogelijke kunstmatige radiosignalen van buitenaardse beschavingen. De Search for Extra-Terrestrial Intelligence (SETI) ging vijftig jaar geleden van start, maar heeft tot nu toe niets opgeleverd. Op lage radiofrequenties is er echter nog nooit gezocht.
Meer informatie:
LOFAR opens up the low-frequency universe - and starts a new SETI search
LOFAR
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 april 2010
Aarde-achtige planeten, met gesteenten en water, komen veel voor in het Melkwegstelsel. Dat blijkt uit onderzoek aan witte-dwergsterren dat vandaag gepresenteerd wordt op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Een team astronomen onder leiding van Jay Farihi van Leicester University ontdekte dat er in de buitenste gaslagen van witte dwergen 'verontreinigingen' voorkomen van zware elementen. Witte dwergen zijn de kleine, compacte overblijfselen van sterren zoals de zon die aan het eind van hun leven zijn gekomen. In hun buitenste gaslagen komen normaalgesproken alleen de lichte elementen waterstof en helium voor.
Uit de precisiemetingen van Farihi en zijn collega's blijkt echter dat 3 tot 20 procent van alle witte dwergen 'vervuild' zijn met materiaal dat afkomstig is van rotsachtige planetoïden - de bouwstenen van planeten zoals de aarde. Dat wijst erop dat het ontstaan van aarde-achtige planeten rond sterren zoals de zon veel voorkomt in het Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Rocky planets 'are commonplace' in our Galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 april 2010
Sterrenkundigen hebben een planeet ontdekt die binnen een miljoen jaar is ontstaan - veel sneller dan de gebruikelijke theorieën over planeetvorming voorspellen. De planeet, die vijf à tien keer zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait om een bruine dwerg. Deze 'mislukte ster' (2M044144) weegt zelf maar ongeveer 20 Jupitermassa's. De bruine dwerg is ontdekt met de Hubble-ruimtetelescoop en verder onderzocht met de Gemini-telescoop op Hawaï. Hij maakt deel uit van een verzameling van 32 bruine dwergen in een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Stier. De afstand tussen de dwergster en zijn planeet bedraagt 3,6 miljard kilometer - ongeveer anderhalf maal de afstand tussen onze zon en de planeet Saturnus. Alles wijst erop dat het bijzondere duo is ontstaan zoals een dubbelster dat normaal doet. De beide hemellichamen lijken elk afzonderlijk te zijn ontstaan door het samentrekken van een grote wolk gas en stof. Dat verklaart ook de snelle vorming van de jonge planeet. Doorgaans gaan sterrenkundigen ervan uit dat planeten ontstaan door de samenklontering van gas en stof in de schijf restmaterie rond een jonge ster. Dat proces verloopt echter heel traag. In de onmiddellijke nabijheid van 2M044144 zijn nog twee objecten ontdekt: nog een bruine dwerg en een rode dwergster. Tezamen lijken zij een bijzonder viervoudig stelsel te vormen, dat vermoedelijk uit één en dezelfde samentrekkende en fragmenterende gaswolk is ontstaan.
Meer informatie:
A Planet-like Companion Growing up in the Fast Lane
Small Companion to Brown Dwarf Challenges Simple Definition
17 maart 2010
Met de Franse satelliet CoRoT en een instrument van de 3,6-meter ESO-telescoop op La Silla (Chili) is voor het eerst een 'normale' exoplaneet ontdekt die zich gedetailleerd laat onderzoeken (Nature, 18 maart). De planeet, die de aanduiding Corot-9b heeft gekregen, draait om een zonachtige ster op 1500 lichtjaar van ons vandaan. Hij is ongeveer zo groot als 'onze' planeet Jupiter en beweegt in een baan die qua omvang vergelijkbaar is met die van Mercurius. Daarmee is dit de eerste exoplaneet die in veel opzichten op de planeten van ons zonnestelsel lijkt. Corot-9b beweegt vanaf de aarde gezien om de 95 dagen voor zijn ster langs. Deze overgang duurt ongeveer acht uur en stelt sterrenkundigen in de gelegenheid om de planeet nauwkeurig te onderzoeken. Net als Jupiter bestaat de exoplaneet grotendeels uit waterstof en helium. Van de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, hebben 70 hun bestaan verraden doordat ze bij elke omloop voor hun ster langs bewegen. Corot-9b onderscheidt zich van de overige 69 doordat hij tien keer zo ver van zijn moederster verwijderd is. Hierdoor is de temperatuur aan zijn gasoppervlak betrekkelijk gematigd. Afhankelijk van de mogelijke aanwezigheid van een wolkendek dat het sterlicht sterk weerkaatst, worden waarden van -20 tot +160 graden Celsius verwacht.
Meer informatie:
First Temperate Exoplanet Sized Up
24 februari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft vastgesteld dat een zware planeet die om een 600 lichtjaar verre ster draait, op het punt staat om door zijn moederster vernietigd te worden. Deze ontdekking kan de onverwacht grote omvang van de planeet, WASP-12b, helpen verklaren (Nature, 25 februari). WASP-12b werd in 2008 ontdekt en ontpopte zich gelijk al als een bijzonder geval. Het betreft een gasreus - een naaste verwant van Jupiter en Saturnus - die op een afstand van minder dan twee miljoen kilometer om zijn moederster draait. Door de geringe afstand tot de ster is de temperatuur aan de dagzijde van de planeet extreem hoog: 2500 °C. Het meest opvallende is echter dat de planeet een volume heeft waar zes Jupiters in passen, terwijl zijn massa slechts anderhalf maal zo groot is als die van Jupiter. De verklaring voor de grote omvang van WASP-12b wordt nu gezocht bij de sterke getijkrachten die de planeet van zijn moederster ondervindt. Op aarde leiden de getijkrachten tussen aarde en maan tot het op- en neergaan van de zeespiegel. Bij WASP-12b gebeurt iets soortgelijks, maar dan veel extremer: de getijkrachten hebben de grotendeels gasvormige planeet uitgerekt tot een kolossale rugbybal. Dezelfde getijkrachten veroorzaken ook wrijving en stijging van temperatuur in het inwendige, waardoor de planeet als geheel opzwelt. Volgens de onderzoekers kan dit niet lang zo doorgaan. WASP-12b is zo sterk opgezwollen, dat hij zijn eigen materie niet meer bij elkaar kan houden: hij draagt per seconde ongeveer zes miljard ton gas over aan de ster. In dit tempo zal hij binnen tien miljoen jaar geheel opgeslokt zijn.
Meer informatie:
Scientists Determine Massive Planet is Being Torn Apart by Its Own Tides
18 februari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een exoplaneet ontdekt die naar schatting slechts 35 miljoen jaar oud is. De reuzenplaneet, die zesmaal zo zwaar is als de planeet Jupiter, draait op kleine afstand om de eveneens jonge ster BD+20 1790. De ontdekking is opmerkelijk: jonge sterren worden bij de zoektocht naar planeten doorgaans overgeslagen. Ze vertonen namelijk zo veel (magnetische) activiteit in de vorm van donkere vlekken en heldere fakkelvelden, dat de aanwezigheid van een eventuele planeet maar moeilijk vast te stellen is. Toch is het uiteindelijk gelukt om de kleine schommelingen van de ster te detecteren die kenmerkend zijn voor de aanwezigheid van een planeet. De meeste van de meer dan 400 exoplaneten die tot nog toe ontdekt zijn, zijn aanzienlijk ouder. De op één na jongste heeft er al ongeveer 100 miljoen jaar opzitten. De ontdekking is dan ook welkom, want veel kennis over het beginstadium van planeetvorming is er nog niet.
Meer informatie:
Youngest Extra-Solar Planet Discovered
8 februari 2010
Astronomen hebben voor het eerst de locatie vastgesteld van hete waterdamp in de roterende schijf rond een jong zusje van onze zon. De waarnemingen zijn gedaan met de IRAM Plateau de Bure interferometer in de Franse Alpen. De in Leiden gepromoveerde astronoom Jes Jorgensen en de Leidse professor Ewine van Dishoeck publiceren het resultaat op 10 februari in Astrophysical Journal Letters. Normaal gesproken is water in de ruimte nauwelijks vanaf de aarde waar te nemen, doordat onze atmosfeer heel veel straling absorbeert. Om die reden is vorig jaar de Herschel-telescoop gelanceerd, die ver van de aarde op infraroodgolflengten dat water wel kan 'zien'. Een op de 500 watermoleculen in de ruimte bevat echter een zwaarder zuurstofisotoop dan normaal, en dit 'zware' water is wél in staat door te dringen in de aardatmosfeer en dus waarneembaar met aardse telescopen. Met de IRAM Plateau de Bure radiotelescoop is nu gekeken naar het 'zware' water rond de jonge ster NGC 1333 IRAS4B, die pas 10.000 tot 50.000 jaar geleden is gevormd. De astronomen ontdekten dat de meeste waterdamp zich bevindt op een plaats in de schijf die correspondeert met de baan van Neptunus in ons eigen zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
3 februari 2010
NASA-sterrenkundigen hebben aangetoond dat zelfs een betrekkelijk kleine, professionele telescoop toereikend is om de atmosferen van planeten bij andere sterren te onderzoeken. Met een dertig jaar oude, 3-meter nabij-infraroodtelescoop op Hawaï is namelijk kooldioxide en methaan waargenomen in de atmosfeer van de grote planeet HD 189733b (Nature, 4 januari). Overigens betreft het geen nieuwe ontdekking: de beide gassen waren met instrumenten in de ruimte al eerder bij deze planeet gedetecteerd. De wetenschappers hebben gebruik gemaakt van een nieuwe techniek, die de verstorende invloed van de aardatmosfeer en kleine foutjes in de volgbeweging van het telescoopsysteem corrigeert. Volgens hen zal het met dezelfde techniek uiteindelijk mogelijk zijn om organische moleculen op te sporen in exoplaneten die niet veel groter zijn dan onze aarde.
Meer informatie:
A Little Telescope Goes a Long Way
13 januari 2010
Canadese en Europese sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om het spectrum van een planeet bij een andere ster rechtstreeks vast te leggen. Deze 'vingerafdruk' van het licht van de planeet bevat informatie over de chemische samenstelling van het hemellichaam. De planeet maakt deel uit van het stelsel van ten minste drie planeten rond de ster HR 8799. Deze ster, die ongeveer anderhalf maal zo zwaar is als onze zon, bevindt zich op een afstand van 130 lichtjaar. Zijn planeten, die in 2008 zijn ontdekt, zijn zeer groot en draaien op ruime afstand om hem heen. Dat maakt het relatief makkelijk om hun zwakke schijnsels afzonderlijk te bestuderen. Maar dat neemt niet weg dat zelfs het geavanceerde infraroodinstrument NACO van de Europese Very Large Telescope in Chili vijf uur nodig had om het spectrum van de planeet vast te leggen. De onderzochte planeet is de middelste van de drie. Hij is ruwweg tienmaal zo zwaar als 'onze' planeet Jupiter en heeft een temperatuur van ongeveer 800 graden. De details in het spectrum van de planeet zijn helaas nog niet duidelijk genoeg om definitieve uitspraken te kunnen doen over zijn (atmosferische) samenstelling. Daarvoor zijn de diensten van een nog nauwkeuriger instrument nodig, dat in 2011 beschikbaar komt. Binnenkort hopen de sterrenkundigen ook de eerste spectra van de beide andere planeten bij HR 8799 te kunnen vastleggen.
Meer informatie:
VLT Captures First Direct Spectrum of an Exoplanet
7 januari 2010
Amerikaanse sterrenkundigen hebben weer een zogeheten superaarde ontdekt - een planeet die niet veel groter en zwaarder is dan de aarde. De planeet, die om de 80 lichtjaar verre ster HD156668 draait, is slechts vier maal zo zwaar als de aarde. Daarmee is hij de op één na kleinste exoplaneet die tot nog toe is opgespoord. De superaarde is ontdekt met dezelfde indirecte waarneemmethode waarmee ook de meeste andere exoplaneten (inmiddels meer dan 400) zijn ontdekt. Met zijn zwaartekracht brengt hij zijn moederster een beetje aan het schommelen, en die minieme schommelingen zijn opgemeten met het gevoelige HIRES-instrument (High Resolution Echelle Spectrograph) van de 10-meter Keck I-telescoop op Hawaï.
Meer informatie:
Second Smallest Exoplanet Found To Date Discovered At Keck
6 januari 2010
Amerikaanse en Australische sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat er rond de ster HD 131488 rotsachtige planeten zijn gevormd. Het merkwaardige is echter dat het puin dat bij de vorming van deze verre werelden is achtergebleven heel anders van samenstelling is dan de restmaterie in ons eigen zonnestelsel. En dat terwijl het stof dat tot nog toe rond andere sterren is waargenomen sterke overeenkomsten vertoont met het materiaal van 'onze' planetoïden en kometen. Het warme stof rond HD 131488 bevindt zich in een gordel waar de temperaturen vergelijkbaar zijn met die op aarde. Doorgaans bestaat zulk stof uit olivijn, pyroxenen en andere silicaatverbindingen. Maar bij deze ster is dat niet het geval. Sterker nog: de samenstelling van het stof is vooralsnog een raadsel. Alleen qua hoeveelheid is het stof vergelijkbaar met de restmaterie die rond andere sterren is aangetroffen. Toch is het volgens de onderzoekers waarschijnlijk dat het stof een overblijfsel is van het botsings- en samenklonteringsproces dat tot het ontstaan van rotsachtige planeten leidt. Ook op grotere afstand van de ster is overigens nog een (veel koudere) gordel van stofdeeltjes ontdekt. De enkele zonsmassa's zware ster HD 131488 bevindt zich op een afstand van ongeveer 500 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Centaurus. De ster is naar schatting slechts 10 miljoen jaar oud.
Meer informatie:
Astronomers Say Alien Dust Is Nothing To Sneeze At
6 januari 2010
De meeste zoektochten naar exoplaneten (planeten bij andere sterren) concentreren zich op sterren die enigszins vergelijkbaar zijn met onze zon. En dat heeft inmiddels een oogst van meer dan 400 planeten opgeleverd. Uit onderzoek van Amerikaanse sterrenkundigen blijkt echter dat planeetvorming ook vaak optreedt bij sterren die veel groter en heter zijn dan de zon. Die conclusie baseren zij op onderzoek van een 6500 lichtjaar ver stervormingsgebied in het sterrenbeeld Cassiopeia met de infraroodsatelliet Spitzer. Dat onderzoek was gericht op ruim vijfhonderd jonge, hete sterren van minstens twee zonsmassa's. Planeetvorming bij zware sterren is geen eenvoudige zaak. De centrale ster produceert zo veel straling en sterrenwind, dat het materiaal dat na zijn ontstaan in een omringende schijf achterblijft vrij snel wordt weggeblazen. Dat betekent dat er maar weinig tijd is voor de vorming van planeten uit dat materiaal. Toch blijkt uit het Amerikaanse onderzoek dat ongeveer tien procent van de zware sterren is omringd door een schijf van stofdeeltjes waaruit planeten kunnen ontstaan. Bij vijftien van deze sterren werden zelfs duidelijke aanwijzingen gevonden dat er daadwerkelijk planeten zijn gevormd. Erg aantrekkelijk zullen de omstandigheden op deze planeten overigens niet zijn: hun moedersterren hebben een levensduur van enkele tientallen tot honderden miljoenen jaren en produceren gedurende hun relatief korte bestaan enorme hoeveelheden straling en warmte.
Meer informatie:
Massive Stars: Good Targets For Planet Hunts, Bad Targets For SETI
6 januari 2010
Vorig jaar oktober maakten Franse sterrenkundigen bekend dat zij een planeet bij een andere ster hadden ontdekt die, net als de aarde, grotendeels uit gesteente bestaat. Deze planeet, COROT-7b, is bijna vijfmaal zo zwaar als onze planeet en draait op een afstand van slechts enkele miljoenen kilometers om zijn moederster. Uit dat laatste kon direct al worden geconcludeerd dat het oppervlak van de exoplaneet extreem heet moet zijn: aan de dagzijde kunnen de temperaturen oplopen tot meer dan 2000 graden Celsius. Maar volgens onderzoekers van de universiteit van Washington kan het zelfs nog erger: de kans is groot dat er extreme vulkanische activiteit is op de planeet. De Amerikaanse onderzoekers baseren dat op berekeningen van de mogelijke baanbeweging van COROT-7b. Als de omloopbaan van de planeet niet volmaakt cirkelvormig is, treden er namelijk zulk sterke getijkrachten op, dat zijn inwendige zeer heet en vloeibaar blijft. En dat zou betekenen dat er voortdurend vulkaanerupties optreden en overal hete magma over het oppervlak stroomt. Een ander Amerikaans onderzoeksteam denkt overigens dat COROT-7b het overblijfsel is van een zogeheten 'hete Jupiter' of beter gezegd: 'hete Saturnus'. Deze grotendeels gasvormige planeet zou door zijn kleine afstand tot zijn moederster grotendeels verdampt zijn, waarna alleen de rotsachtige kern overbleef.
Meer informatie:
First Earth-Like Planet Spotted Outside Solar System Likely A Volcanic Wasteland
Most Earth-Like Exoplanet Started Out As A Gas Giant
5 januari 2010
Op twee nieuwe filmpjes die de Amerikaanse ruimtesonde Deep Impact van de aarde heeft gemaakt, zijn heldere lichtflitsjes te zien die het gevolg zijn van de weerspiegeling van zonlicht aan oceaanwater. Op zich zijn dit soort glinsteringen de gewoonste zaak van de wereld, maar volgens NASA-wetenschappers zou het verschijnsel ook waarneembaar kunnen zijn bij planeten die om andere sterren draaien. Mits er water of ijs op het planeetoppervlak is natuurlijk. De intensiteit van de glinsteringen op de beelden die de ruimtesonde heeft vastgelegd, heeft de onderzoekers verrast. Toch zal het bepaald niet gemakkelijk zijn om het verschijnsel ook bij exoplaneten te detecteren. Op het oppervlak van zo'n verre planeet zijn met de huidige instrumenten geen details waarneembaar: de glinstering zou zichzelf moeten verraden als een regelmatig terugkerende toename van de helderheid van de planeet. Deep Impact is een ruimtesonde die in 2005 onderzoek deed bij de komeet Tempel en daar zelfs een projectiel op afschoot. Omdat de ruimtesonde na zijn ontmoeting met de komeet nog goed functioneerde, heeft hij een paar extra taken gekregen. Hij is nu op weg naar een andere komeet (Hartley 2), die hij in oktober van dit jaar zal bereiken. Tot die tijd worden zijn instrumenten gebruikt om een goede indruk te krijgen van hoe een planeet als de aarde er van grote afstand uitziet.
Meer informatie:
Sun Glints Seen from Space Signal Oceans and Lakes
5 januari 2010
Amerikaanse sterrenkundigen schatten dat slechts vijftien procent van alle planetenstelsels in ons Melkwegstelsel vergelijkbaar is met ons zonnestelsel. Dat wil zeggen: stelsels waarin de grootste planeten zich in de buitengebieden bevinden. Deze conclusie is gebaseerd op de huidige statistiek van een speurtocht naar planeten bij andere sterren: Microlensing Follow-Up Network (MicroFUN). De MicroFUN-onderzoekers gebruiken een methode die 'microlensing' wordt genoemd. Dat is een verschijnsel dat optreedt als een ster vanaf de aarde gezien precies voor een andere ster langs beweegt. Op dat moment bundelt de nabijere ster het licht van de achtergrondster zodanig, dat deze laatste kortstondig aanzienlijk helderder wordt. Als er planeten om de 'lens-ster' draaien, kunnen er nog meer (kleine) oplevingen in de helderheid van de achtergrondster optreden. De MicroFUN-methode is met name geschikt voor het opsporen van planetenstelsels waarin zich grote planeten op flinke afstand van hun moederster bevinden. Maar tot dusverre is er zegge en schrijven slechts één zo'n stelsel opgespoord. Als alle planetenstelsels in ons Melkwegstelsel op ons zonnestelsel leken, zouden dat er zeker zes moeten zijn geweest.
Meer informatie:
In All The Galaxy, Just 15 Percent Of Solar Systems Are Like Ours
4 januari 2010
De Amerikaanse satelliet Kepler heeft zijn eerste vijf planeten ontdekt. Dat blijkt uit analyse van de gegevens die de in maart 2009 gelanceerde satelliet tijdens zijn eerste zes onderzoeksweken heeft verzameld. Kepler spoort planeten op door naar regelmatige veranderingen in de helderheid van een groot aantal sterren uit te kijken. Het uiteindelijke doel is om op die manier planeten ter grootte van de aarde te ontdekken. Maar zover is het nog niet: de eerste vijf planeten die tot nog toe zijn gevonden zijn veel groter. Eén is van het formaat Neptunus, de vier overige van het kaliber Jupiter. Alle vijf bevinden zich dicht in de buurt van hun moederster en zijn dus zeer heet. De eerste bevindingen van Kepler vormen een aanwijzing dat er blijkbaar niet gemakkelijk planeten worden gevormd die fors zwaarder zijn dan Neptunus en aanzienlijk lichter dan Jupiter.
Meer informatie:
NASA's Kepler Space Telescope Discovers Five Exoplanets