In deze rubriek komen aan bod: exoplaneten (planeten die rond andere sterren dan de zon draaien), het planeetvormingsproces (stofschijven e.d.), en de speurtocht naar buitenaardse beschavingen.

16 december 2009
Sterrenkundigen hebben voor de tweede keer een 'superaarde' ontdekt waarvan zij zowel de massa als de grootte konden bepalen. Een 'superaarde' is een exoplaneet die lichter is dan een grote gasplaneet, maar zwaarder dan de aarde. Over de omstandigheden op de planeet zegt de term niets, maar deze superaarde is wel de eerste waarbij een atmosfeer is ontdekt (Nature, 17 december). De planeet, die de aanduiding GJ 1214b draagt, draait om een rode dwergster op slechts 40 lichtjaar van ons vandaan. Hij is bijna drie keer zo groot als onze planeet en zijn massa bedraagt ruim zes aardmassa's. Zijn inwendige bestaat waarschijnlijk voor het grootste deel uit bevroren water, maar omdat zijn afstand tot de ster slechts enkele miljoenen kilometers bedraagt, is zijn oppervlak tamelijk heet. De planeet is gehuld in een dikke, dichte atmosfeer. Het middel waarmee GJ 1214b is ontdekt, is bijna net zo bijzonder als de planeet zelf. Hij is opgespoord in het kader van het zogeheten MEarth-project: een opstelling van acht 'amateurtelescopen' bovenop Mount Hopkins (Arizona, VS) waarmee ongeveer 2000 nabije dwergsterren in de gaten worden gehouden. Het doel is om planeten te vinden die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop vóór hun moederster langs bewegen. Tijdens zo'n miniverduistering houdt de planeet een klein deel van het sterlicht tegen, waardoor de ster met grote regelmaat een beetje zwakker wordt. De ontdekking van de planeet is later met een grote telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op de Chileense berg La Silla bevestigd. Als volgende stap willen de sterrenkundigen de atmosfeer van de planeet nader onderzoeken. Waarschijnlijk zal dit gebeuren met de Hubble-ruimtetelescoop.
Meer informatie:
Astronomers Find World with Thick, Inhospitable Atmosphere and an Icy Heart
Astronomers Find Super-Earth Using Amateur, Off-The-Shelf Technology

16 december 2009
Een team van Chinese sterrenkundigen heeft een reuzenplaneet ontdekt in de bijzondere dubbelster QS Virginis. Hoewel nu rustig, zal deze dubbelster binnen afzienbare tijd het toneel zijn van een explosieve uitbarsting. QS Virginis staat op een afstand van 157 lichtjaar in het sterrenbeeld Maagd. De dubbelster bestaat uit een koele, rode dwergster en een hete witte dwerg. De twee sterren zijn slechts 840.000 kilometer van elkaar verwijderd (tweemaal de afstand aarde-maan) en draaien in drieëneenhalf uur om hun gezamenlijke zwaartepunt. In veel van zulke compacte dubbelsterren stroomt er materie over van de begeleider naar de witte dwergster. Maar in het geval van QS Virginis is de afstand tussen de sterren net te groot daarvoor. Dat is echter een kwestie van tijd: de onderlinge afstand neemt geleidelijk af, waardoor er binnen enkele duizenden jaren alsnog een materiestroom op gang komt. Dat is slecht nieuws voor de ruim 6 Jupitermassa's zware planeet die in een wijde baan om beide sterren tegelijk draait. Uiteindelijk zal zich op de witte dwerg namelijk zoveel materie verzamelen, dat er een explosieve fusiereactie op gang komt. Bij zo'n nova-uitbarsting is de witte dwerg kortstondig een intense bron van hitte en straling - interessant voor sterrenkundigen op de verre aarde, maar funest voor de zojuist ontdekte reuzenplaneet.
Meer informatie:
Giant Planet Set For A Cataclysmic Show

14 december 2009
Een internationaal team van 'planetenjagers' heeft in totaal zes relatief lichte planeten ontdekt bij twee nabije, zonachtige sterren. Twee van de zes worden gerekend tot de 'superaardes': het zijn planeten met een vast oppervlak die respectievelijk 'slechts' 5 en 7,5 maal zo zwaar zijn als onze aarde. Het is voor het eerst dat zulke lichte planeten zijn ontdekt bij naaste verwanten van onze eigen zon. Volgens de onderzoekers, die gebruik hebben gemaakt van telescopen op Hawaï en in Australië, duidt deze ontdekking erop dat kleine planeten een normaal verschijnsel zijn bij zonachtige sterren. Drie van de zes ontdekte planeten draaien om de ster 61 Virginis, die met het blote oog zichtbaar is in het sterrenbeeld Maagd. De lichtste van de drie is driemaal zo zwaar als de aarde, de zwaarste 'weegt' 25 aardmassa's. Eerder was rond 61 Virginis al een dikke ring van stof ontdekt: een duidelijke aanwijzing dat er rond de ster een planetenstelsel is ontstaan. Het andere planetenstelsel hoort bij de tamelijk anonieme ster HD 1461, die in het sterrenbeeld Walvis staat. Bij een derde zonachtige ster, 23 Librae, is bij dezelfde 'jacht' een planeet van het kaliber Jupiter opgespoord. Geen van de ontdekte planeten is geschikt voor leven of zelfs maar vloeibaar water: de zes licht planeten bevinden zich te dicht bij hun ster en zijn daardoor te heet. En de planeet bij 23 LIbrae is juist weer te koud.
Meer informatie:
New Planet Discoveries Suggest Low-Mass Planets Are Common Around Nearby Stars
First super-Earths discovered around Sun-like stars
New planets found around Sun-like stars

14 december 2009
De Hubble-ruimtetelescoop heeft dertig nog niet eerder bestudeerde plantenstelsels-in-wording in beeld gebracht. Deze zogeheten protoplanetaire schijven of 'proplyds' maken deel uit van de Orionnevel, een bekend, nabijgelegen stervormingsgebied waarin ook eerder al van deze objecten waren opgespoord. Protoplanetaire schijven bestaan uit gas en stof dat om een ster - doorgaans een jong exemplaar - draait. Door samenklontering kunnen uit dat gas en stof planeten ontstaan - een proces dat zich, naar astronomische maatstaven, betrekkelijk snel voltrekt: binnen ongeveer 10 miljoen jaar. In de Orionnevel zijn twee soorten protoplanetaire schijven ontdekt: schijven die zich in de buurt van de helderste ster in deze omgeving bevinden en die verder daarvandaan. De heldere ster verhit het gas in de nabije schijven sterk genoeg om deze te laten oplichten. De overige schijven steken als donkere silhouetten af tegen de heldere achtergrond van het gas van de Orionnevel. Het onderzoek aan deze objecten moet duidelijk maken hoe planetenstelsels als het onze (zijn) ontstaan.
Meer informatie:
Born in beauty: proplyds in the Orion Nebula

8 december 2009
Eén van de meer dan 400 planeten die sterrenkundigen de afgelopen jaren bij andere sterren hebben ontdekt, kan weer van de lijst worden geschrapt. Het betreft de 'exoplaneet' bij de nabije ster VB 10, die in mei van dit jaar werd ontdekt. Deze ontdekking gebeurde met een andere techniek dan de meeste andere exoplaneten, namelijk door heel nauwkeurig de positie van zijn moederster te meten. Daarbij werd een kleine schommelbeweging ontdekt, die op de aanwezigheid van een zes Jupitermassa's zware planeet zou duiden. Maar nu hebben andere onderzoekers vastgesteld dat deze ontdekking op een misverstand moet berusten. Zij hebben dezelfde ster nu bekeken op de manier waarop de meeste exoplaneten ontdekt zijn, namelijk door naar het spectrum van de ster te kijken. Als de ster daadwerkelijk zou schommelen, zou dat tot regelmatige verschuivingen van de lijnen in dat spectrum moeten leiden. Maar er zijn geen verschuivingen te zien die aan een planeet van zes Jupitermassa's toegeschreven kunnen worden. Deze ontwikkeling doet denken aan de vermeende ontdekking van planeten bij de Ster van Barnard, in 1963 door de Nederlandse sterrenkundige Peter van de Kamp, die op een instrumenteel effect bleek te berusten.
Meer informatie:
Exoplanet claim bites the dust

3 december 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een lichtzwak hemellichaam ontdekt en gefotografeerd dat in een baan om de ster GJ 758 draait. De geschatte massa van het object is 10 tot 40 maal zo groot als die van Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel. Daarmee zou het ofwel een reuzenplaneet ofwel een bruine dwergster kunnen zijn. Maar één ding staat vast: met een temperatuur van ongeveer 330 graden Celsius is het de koelste begeleider die ooit bij een zonachtige ster is waargenomen. Het valt niet mee om foto's van planeten bij andere sterren te maken: ze verbleken volkomen bij de ster waar ze omheen draaien. Daarom moeten sterrenkundigen hun toevlucht nemen tot trucs om het felle sterlicht te onderdrukken. In dit geval is dat gebeurd met een techniek die Angular Differential Imaging wordt genoemd. Daarbij wordt een aantal afzonderlijke opnamen zodanig gedraaid en bij elkaar opgeteld, dat het sterbeeldje onderdrukt en het zwakke beeldje van de planeet juist versterkt wordt. De begeleider van GJ 758 bevindt zich op een afstand die vergelijkbaar is met de afstand tussen onze zon en de planeet Neptunus. Dat hij veel warmer is dan Neptunus, wijst erop dat hij nog bezig is samen te trekken. Dat maakt het moeilijk om zijn massa precies vast te stellen. Daarom staat ook nog niet vast of het een planeet of een kleine, mislukte ster is. Ook onzeker is of een ander lichtzwak object dat op de opname staat, ook om de ster draait of dat het een toevallig gefotografeerd achtergrondobject is.
Meer informatie:
Discovery of an Exoplanet Candidate Orbiting a Sun-Like Star
Angular Differential Imaging
Das erste Porträt eines kühlen Planeten

19 november 2009
Japanse sterrenkundigen hebben bijzondere opnamen gemaakt van een dubbelstersysteem in het sterrenbeeld Slangendrager. Door het licht van de beide sterren zelf af te schermen, kon het omringende gas en stof zichtbaar worden gemaakt (Science, 20 november). De afgelopen jaren zijn wel meer opnamen van zulke 'protoplanetaire' stofschijven gemaakt, maar daarbij ging het bijna altijd om enkelvoudige sterren. En dat terwijl de meeste sterren in groepjes van twee of meer sterren ontstaan. Er bestonden wel computermodellen over hoe het stof in zulke stersystemen zich zal gedragen, maar het ontbrak aan goed waarnemingsmateriaal. De waarnemingen van de 500 lichtjaar verre dubbelster in de Slangendrager wijzen erop dat er gas en stof van de ene ster naar de andere stroomt. Volgens de onderzoekers kan die ontdekking helpen om vast te stellen waar in zulke systemen de meeste kans op planeetvorming bestaat.
Meer informatie:
Binary systems share stardust

12 november 2009
Twee teams van sterrenkundigen hebben ontdekt dat de in 2008 ontdekte planeet die rond de ster HAT-P-7 draait een merkwaardige baan volgt. De exoplaneet, die zich op een afstand van 1000 lichtjaar bevindt, beweegt namelijk tegen de rotatierichting van zijn moederster in. Dat is opmerkelijk omdat een planetenstelsel ontstaat uit een materieschijf die dezelfde draairichting volgt als de ster die in het centrum ervan staat. Het baanvlak van planeet HAT-P-7b moet dus op de een of andere manier flink zijn gekanteld. HAT-P-7b is de eerste van de ongeveer 400 bekende exoplaneten waarbij dit is waargenomen. De baankanteling kan het gevolg zijn van de zwaartekrachtswisselwerking met een andere planeet of die met een naburige ster.
Meer informatie:
Discovery Of A Retrograde Or Highly Tilted Extrasolar Planet;

12 november 2009
Britse en Duitse sterrenkundigen hebben twee hemellichamen ter grootte van de aarde ontdekt, die gezegend zijn met een zuurstofrijke atmosfeer. Helaas voor speurders naar buitenaards leven zijn het echter geen planeten, maar sterren - witte dwergen om precies te zijn (Science Express, 12 september). De beide dwergsterren, SDSS 0922+2928 en SDSS 1102+2054, zijn enkele honderden lichtjaren van ons verwijderd. Het zijn de restanten van zware sterren die aan het einde van hun bestaan zijn gekomen, doordat hun nucleaire brandstof uitgeput raakte. Uit modelberekeningen blijkt dat zware witte dwergen als deze voor een belangrijk deel uit zuurstof bestaan. Het nare is echter dat bijna al deze dwergsterren een omhulsel van waterstof en/of helium hebben, waardoor niet te zien is wat daaronder zit. Maar nu zijn dan twee witte dwergen ontdekt die hun zuurstofrijkdom wél vertonen, wat als een belangrijke bevestiging van de modelberekeningen wordt beschouwd. Geschat wordt dat de beide sterren oorspronkelijk 7 tot 10 maal zo zwaar waren als onze zon.
Meer informatie:
2 Earth-sized bodies with oxygen rich atmospheres found

11 november 2009
Een baanbrekende telling van vijfhonderd sterren, waaronder zeventig waarvan bekend is dat ze planeten bij zich hebben, heeft met succes het al lang bestaande 'lithium-mysterie', waargenomen in de zon, gekoppeld aan de aanwezigheid van planeetsystemen. Met behulp van ESO's succesvolle HARPS-spectrograaf hebben astronomen ontdekt dat zonachtige sterren die planeten bij zich hebben hun lithium veel efficiënter hebben afgebroken dan sterren zonder planeten. Deze ontdekking werpt niet alleen licht op het gebrek aan lithium in onze ster, maar geeft astronomen ook een heel efficiënte manier om te zoeken naar sterren met planetenstelsels.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Exoplanets Clue to Sun's Curious Chemistry

20 oktober 2009
NASA-onderzoekers hebben nu ook bij een tweede hete gasplaneet moleculen gedetecteerd die belangrijk zijn voor het ontstaan van leven zoals wij dat kennen. Het betreft de planeet HD 209458b, die om een ster op 150 lichtjaar van de aarde draait. Met behulp van instrumenten van de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer zijn in de atmosfeer van deze exoplaneet water, methaan en kooldioxide gevonden. Deze ontdekking duidt er op dat deze levensbelangrijke verbindingen alom aanwezig zijn in het heelal. Dat wil overigens niet zeggen dat er leven is op HD 209458b. Hij draait op een afstand van slechts 7 miljoen kilometer om zijn ster en heeft daardoor een oppervlaktetemperatuur van maar liefst 1000 graden.
Meer informatie:
Astronomers do it Again: Find Organic Molecules Around Gas Planet
PlanetQuest Historic Timeline

19 oktober 2009
Met het HARPS-instrument op ESO's 3,6-meter telescoop in Chili zijn 32 nieuwe exoplaneten gevonden. Dat is vandaag bekendgemaakt op de ESO/CAUP exoplanetenconferentie in Porto door het team dat de spectrograaf heeft gebouwd. Met de ontdekking heeft de High Accuracy Radial Velocity Planet Searcher (HARPS) zijn positie als belangrijkste exoplanetenjager verstevigd. Het aantal bekende lichte exoplaneten is in één klap met 30% gestegen. De afgelopen vijf jaar heeft HARPS meer dan 75 van de in totaal 400 exoplaneten gespot die nu bekend zijn. Juist dankzij de enorme precisie van de spectrograaf heeft de zoektocht naar 'kleine' planeten, met het gewicht van enkele malen die van de aarde (superaardes of Neptunus-achtige planeten), een enorme stimulans gekregen. HARPS heeft de ontdekking mogelijk gemaakt van 24 van de 28 planeten die lichter zijn dan 20 aardmassa's. Net zoals bij de eerder ontdekte superaardes, maken de nieuwe kandidaten deel uit van stelsels waarin zich soms wel vijf planeten bevinden.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
32 New Exoplanets Found

6 oktober 2009
Sommige sterren zijn eenzame kolossen waar geen planeten omheen cirkelen, terwijl andere het middelpunt vormen van een uitgebreid planetenstelsel. Nieuw onderzoek door onder anderen Anders Johansen van de Leidse Sterrewacht verklaart waarom dat zo is. Computersimulaties laten zien dat sterren die zijn ontstaan uit een gaswolk die relatief veel zware elementen - dat wil zeggen: stoffen zwaarder dan helium - bevatte, makkelijker planeten vormen. Rond een pasgeboren ster blijft een schijf van restmaterie achter waaruit planeten kunnen ontstaan. Uit het onderzoek van Johansen en collega's blijkt nu dat als de restmaterie voor minder dan 1 procent uit zware elementen bestaat, het samenklonteringsproces dat miljoenen jaren later in planeten resulteert maar moeilijk op gang komt. Hoe meer van dat 'vervuilende' materiaal, des te beter. Uit de samenstelling van onze zon blijkt overigens dat de materieschijf die haar bijna vijf miljard jaar geleden omringde maar nèt genoeg zware elementen bevatte. Het ontstaan van onze aarde was dus kantje boord.
Meer informatie:
Dirty stars make good solar system hosts

29 september 2009
De atmosfeer van de afgelopen voorjaar ontdekte exoplaneet COROT-7b zou wel eens bijzondere eigenschappen kunnen hebben. Dat schrijven onderzoekers van Washington University in The Astrophysical Journal van 1 oktober. De planeet draait op zo'n kleine afstand om zijn moederster, dat zijn dagzijde heet genoeg is om gesteente te doen smelten. Uit modelberekeningen van de Amerikaanse sterrenkundigen zou dat wel eens een bizarre kringloop kunnen geven. Waar op aarde water verdampt en elders weer neerregent, zou dat op COROT-7b met gesteente gebeuren. De damp die uit de grote gesmolten lavavlakten opstijgt, zou hoog in de atmosfeer afkoelen en weer omlaag komen als een 'hagel' van gesteente.
Meer informatie:
Simulation suggests rocky exoplanet has bizarre atmosphere

24 september 2009
Met de twee 10-meter Keck-telescopen op Mauna Kea, Hawaii, is een dubbele stofschijf ontdekt rond de reuzenster 51 Ophiuchi, op 410 lichtjaar afstand van de zon in het sterrenbeeld Slangendrager. De binnenste stofschijf strekt zich uit tot 600 miljoen kilometer afstand van de ster, en bevat voornamelijk deeltjes groter dan een honderdste millimeter. De buitenste stofschijf strekt zich uit van één miljard tot een kleine 200 miljard kilometer afstand van de ster, en bevat veel kleinere stofjes. Nooit eerder is bij een ster op zo'n relatief grote afstand een stofschijf gevonden die zo compact is als de binnenste schijf rond 51 Ophiuchi. De ontdekking was mogelijk doordat de twee Keck-telescopen via de techniek van de optische interferometrie met elkaar gekoppeld werden, zodat ze even scherp kunnen kijken als een denkbeeldige telescoop met een middellijn van 75 meter.
Meer informatie:
Twin 10-meter Telescopes Spot Double Dust Cloud
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 september 2009
Met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope zijn onverwacht snelle helderheidsvariaties ontdekt in het binnenste deel van de 'protoplanetaire schijf' rond een jonge ster. De waarnemingen kunnen het best verklaard worden door aan te nemen dat zich in de schijf al een volwaardige planeet bevindt. Spitzer heeft vijf maanden lang de infrarode straling bestudeerd van LrLL31, een slechts drie miljoen jaar oude ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Perseus. De infrarode straling is afkomstig van een afgeplatte, roterende gas- en stofschijf rond de ster waaruit planeten kunnen ontstaan. De infraroodstraling uit het binnenste deel van de schijf vertoonde snelle variaties, zowel in helderheid als in golflengte. In sommige gevallen traden meetbare variaties op in een periode van nog geen week. Volgens de onderzoekers, die hun resultaten binnenkort publiceren in Astrophysical Joural Letters , beweegt er mogelijk al een planeet in de schijf, op vrij kleine afstand van de ster - ongeveer 15 miljoen kilometer. Door de zwaartekracht van die begeleider zouden stofdeeltjes in de schijf bijeengeveegd kunnen worden. Wanneer we de roterende schijf min of meer van opzij zien, kan dat tot grote variaties in de waargenomen infraroodstraling leiden.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Spots Clump of Swirling Planetary Material
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 september 2009
Leven op aarde is gebaseerd op koolstofchemie, en vermoedelijk ontstaan in warme oceanen van vloeibaar water. Bij de speurtocht naar mogelijke kosmische bouwstenen voor buitenaards leven en naar bewoonbare planeten bij andere sterren wordt gewoonlijk ook vooral gekeken naar koolstof en water. Een nieuwe interdisciplinaire onderzoeksgroep aan de Universiteit van Wenen wil die blik echter wat verruimen. Onder leiding van Johannes Leitner willen de wetenschappers onderzoeken welke andere vloeistoffen geschikt zijn voor de vorming en het voortbestaan van leven. Ammoniak is bijvoorbeeld vloeibaar bij veel lagere temperaturen dan water. Ook willen Leitner en zijn collega's bestuderen of er alternatieven zijn voor organische koolstofchemie. Op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland, waar de nieuwe onderzoeksgroep vandaag wordt gepresenteerd, laat Leitner al zien dat op koolstofchemie gebaseerd leven zich waarschijnlijk niet kan handhaven in de zwavelzuurhoudende dampkring van Venus. Overigens is de focus op water en koolstof ook weer niet zo kortzichtig. Waterstof, zuurstof en koolstof behoren tot de meest voorkomende elementen in het heelal.
European Planetary Science Congress 2009
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 september 2009
Axel Hagermann en Charles Cockell van de Open University in Milton Keynes, Engeland, hebben een begin gemaakt met het opstellen van een nieuwe 'Drake-formule' om de bewoonbaarheid van planeten bij andere sterren te beschrijven. De Amerikaanse astronoom Frank Drake bedacht een kleine vijftig jaar geleden een beroemd geworden 'formule' om te berekenen met hoeveel inteliigente beschavingen in het Melkwegstelsel (radio-)communicatie mogelijk zou zijn. Omdat de meeste termen en factoren in de formule onbekend waren (en dat in veel gevallen nog steeds zijn) levert de Drake-formule geen eenduidig antwoord op. Maar hij maakt wel duidelijk welke eigenschappen van planeten (en levensvormen) daarbij relevant zijn. Hagermann en Cockell willen nu een soortgelijke formule ontwikkelen om de bewoonbaarheid van een planeet gedetailleerd te beschrijven, en om die vervolgens voor verschillende plaatsen in het Melkwegstelsel met elkaar te vergelijken. Ze werken daarbij met vier criteria: de beschikbaarheid van een oplosmiddel voor chemische reacties (bijvoorbeeld water), de aanwezigheid van de organische bouwstenen voor leven, gunstige condities (zoals temperatuur), en de aanwezigheid van een energiebron. Door die vier criteria gedetailleerd te kwantificeren hopen ze uiteindelijk de bewoonbaarheid van verschillende plaatsen op aarde of van verschillende exoplaneten in het Melkwegstelsel nauwkeurig met elkaar te kunnen vergelijken. De eerste ideeën over de nieuwe Drake-formule worden vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland.
European Planetary Science Congress
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 september 2009
Metingen met de Europese 3,6-meter telescoop in Chili hebben uitgewezen dat exoplaneet CoRoT-7b uit gesteenten en metalen is opgebouwd, net als de aarde. CoRoT-7b, die in een zeer kleine baan rond een ster cirkelt op 500 lichtjaar afstand van de aarde, is daarmee de eerste bevestigde 'aarde-achtige' exoplaneet. De planeet werd door de Europese ruimtetelescoop CoRoT ontdekt. Doordat hij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt, en daarbij een klein beetje licht onderschept, was het mogelijk de middellijn te bepalen: ongeveer 80 procent groter dan die van de aarde. Uit metingen aan de minieme schommelingen van de ster zelf is nu ok de massa afgeleid: 4,8 keer zo zwaar als de aarde. Door die twee gegevens met elkaar te combineren kon de dichtheid van de planeet berekend worden. Daaruit blijkt dat hij uit zware elementen moet bestaan, zoals gesteenten en metalen. Door de kleine afstand tot de moederster (2,5 miljoen kilometer) is de temperatuur op de 'super-aarde' zeer hoog, ca. 2000 graden, waardoor er geen leven op CoRoT-7b mogelijk is. De nieuwe metingen hebben ook een tweede planeet in het stelsel aan het licht gebracht. Die is ruim acht keer zo zwaar als de aarde, en beweegt op een drie maal zo grote afstand.
Meer informatie:
First Solid Evidence for a Rocky Exoplanet
Vakpublicatie over de ontdekking
CoRoT
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 september 2009
Eerder dit jaar werd de Amerikaanse Kepler-satelliet gelanceerd, die planeten bij andere sterren moet vinden door sterren op te sporen die kleine, regelmatige helderheidsfluctuatie vertonen. De kans dat daarbij leefbare werelden ontdekt worden, leek niet groot. Onleefbaar grote exoplaneten zijn nu eenmaal veel makkelijker te vinden dan kleine, aarde-achtige planeten. Volgens Britse sterrenkundigen zou Kepler echter ook manen bij exoplaneten kunnen opsporen. Uit computersimulaties blijkt namelijk dat een exomaan van 0,2 aardmassa een Saturnus-achtige exoplaneet al zodanig hard heen en weer trekt, dat dit in de door Kepler verzamelde baangegevens van de exoplaneet te zien moet zijn. Zulke exomanen zouden het arsenaal van leefbare werelden aanzienlijk kunnen vergroten.
Meer informatie:
Will Kepler find habitable moons?

28 augustus 2009
De stofschijven rond sterren, waarin planeten kunnen ontstaan, hebben de meest vreemde vormen. Volgens Amerikaanse sterrenkundigen zijn deze het resultaat van de beweging van de centrale ster door de ruimte (The Astrophysical Journal, 1 september). Zo'n protoplanetaire schijf bestaat voor een belangrijk deel uit fijne stofdeeltjes, en elke keer als de ster met omringende schijf een interstellaire gaswolk passeert, ondervinden deze deeltjes daar hinder van. Welke vorm de schijf vervolgens aanneemt, is afhankelijk van de hoek waaronder hij de gaswolk binnengaat. Als de schijf loodrecht op de bewegingsrichting staat, neemt hij een enigszins komvormig uiterlijk aan, zoals bij de ster HD 61005. Gaat de schijf zijwaarts de gaswolk in, dan ontstaat een asymmetrische schijf. Een en ander blijkt uit onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop.
Meer informatie:
Warped Debris Disks Around Stars Are Blowin’ In The Wind

26 augustus 2009
Sterrenkundigen van de universiteit van St Andrews (Schotland) hebben een opmerkelijke planeet bij een andere ster ontdekt. De reusachtige planeet, die de aanduiding WASP-18b heeft gekregen, draait op zo'n geringe afstand om de ster, dat hij er binnen afzienbare tijd op zal neerstorten. WASP-18b is tien keer zo zwaar als Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel, en draait in minder dan een aardse dag om zijn moederster. Daarmee behoort de planeet zonder enige twijfel tot de categorie 'hete Jupiters': zware, hete gasplaneten die op korte afstand om een ster draaien. Door de getijkracht die de ster op de planeet uitoefent, volgt deze laatste een spiraalbaan die uiteindelijk tot zijn ondergang zal leiden. Wanneer het zover zal zijn, is nog onduidelijk: misschien is het al binnen 500.000 jaar zo ver, maar het kan ook nog 500 miljoen jaar duren.
Meer informatie:
Found: The planet that shouldn't exist

12 augustus 2009
Bij een ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand van de aarde is een planeet ontdekt die in de verkeerde richting om zijn ster draait. Het is bovendien de grootste exoplaneet die ooit is waargenomen. De ontdekking van WASP-17b (WASP staat voor Wide Area Search for Planets) wordt binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De planeet is half zo zwaar als Jupiter, maar wel twee keer zo groot. De dichtheid is slechts één zeventigste van die van de aarde. Wat de planeet echter extra bijzonder maakt, is dat hij in de verkeerde richting om zijn moederster draait: niet in dezelfde richting waarin de ster om zijn as draait, zoals gebruikelijk, maar in tegenovergestelde richting. Dat doet vermoeden dat de planeet een ingrijpende baanverstoring heeft ondervonden, mogelijk als gevolg van de nauwe passage van een andere planeet of ster. De grote middellijn van WASP-17b is waarschijnlijk het gevolg van getijdenenergie. De planeet draait in een langgerekte baan, waardoor hij sterk wisselende getijdenkrachten van de moederster ondervindt. De energie die als gevolg daarvan vrijkomt, heeft de gasvormige planeet sterk doen opzwellen.
Een dag na de aankondiging van de ontdekking van WASP-17b meldden twee andere teams van onderzoekers dat ook exoplaneet HAT-P-7b niet netjes in het evenaarvlak van zijn moederster lijkt te bewegen. Hoe de baan van HAT-P-7b dan wél georiënteerd is, is niet helemaal duidelijk, doordat de metingen zeer moeilijk zijn uit te voeren.
Meer informatie:
Huge new planet tells of game of planetary billiards
Nieuwsbericht over HAT-P-7b op website New Scientist

Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 augustus 2009
Twee planeten in een baan rond een andere ster zijn kort geleden op catastrofale wijze met elkaar in botsing gekomen. De brokstukken van die botsing zijn ontdekt door de Amerikaanse Spitzer Space Telescope. De kosmische aanvaring vond plaats op ongeveer honderd lichtjaar afstand van de aarde, bij de ster HD 172555 in het zuidelijke sterrenbeeld Pauw. Uit de Spitzer-waarnemingen blijkt dat hier hooguit een paar honderdduizend jaar geleden (zeer recent naar sterrenkundige begrippen) twee hemellichamen met hoge snelheid op elkaar knalden. Spitzer heeft eerder aanwijzingen gevonden voor botsingen van kleinere planetoïden bij andere sterren. In het geval van HD 172555 gaat het echter om objecten waarvan er een ongeveer zo groot was als de maan en de ander ongeveer zo groot als de planeet Mercurius. Ze moeten met een onderlinge snelheid van minstens tien kilometer per seconde op elkaar zijn gebotst. Daarbij werd het kleinere hemellichaam volledig verpulverd. Een groot deel van de gesteenten waaruit de twee planeten bestonden, verdampte in korte tijd. Uit de infraroodmetingen van Spitzer is de aanwezigheid van grote hoeveelheden stof, puin en gruis afgeleid - de tastbare overblijfselen van de kosmische botsing. Daarnaast ontdekte Spitzer grote hoeveelheden amorf silicaat - glasachtige structuren die ontstaan wanneer druppels gesmolten lava afkoelen en stollen. Ook komt er rond de ster veel gasvormig siliciumoxide voor - een aanwijzing dat er veel gesteente is verdampt. De Spitzer-waarnemingen worden op 20 augustus gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Ze zijn alleen te verklaren door aan te nemen dat er in het recente verleden een catastrofale planetaire botsing heeft plaatsgevonden.
Meer informatie:
Planet Smash-Up Sends Vaporized Rock, Hot Lava Flying
Animatiefilmpje van de botsing (.mov, 25 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 augustus 2009
De aarde is de enige bekende planeet waarop leven voorkomt. Maar sterrenkundigen komen langzaam maar zeker tot de conclusie dat de aarde eigenlijk niet de optimale planeet is voor het ontstaan en het voortbestaan van leven. Bovendien is ook de zon niet de meest optimale ster. Een zwaardere planeet in een baan rond een lichtere ster zou een veel gastvrijere locatie zijn voor de vorming van leven. Tijdens de driejaarlijkse algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie, die momenteel gehouden wordt in Rio de Janeiro, werd een aparte sessie gewijd aan de invloed van de eigenschappen van sterren op de bewoonbaarheid van bijbehorende planeten. Volgens Ed Guinan van de Villanova-universiteit produceren sterren zoals de zon in hun jeugd veel meer gevaarlijke röntgenstraling en energierijke deeltjes die schadelijk zijn voor levende organismen. Die hogere activiteit is het gevolg van een sterker magnetisch veld, dat weer veroorzaakt wordt doordat sterren kort na hun ontstaan sneller roteren. Sterren die lichter zijn dan de zon (oranje dwergsterren, ook wel K-dwergen genoemd) hebben daar tijdens hun jeugd ook wel last van, maar hebben een veel langere levensduur, waardoor er meer tijd is voor de vorming en evolutie van leven op een bijbehorende planeet. Volgens Jean-Mathias Griessmeier van de stichting ASTRON in Nederland is ook het magnetisch veld van een planeet van groot belang voor de bewoonbaarheid. Het beschermt de planeet tegen kosmische straling, en het draagt er tevens toe bij dat de planeet zijn dampkring minder snel verliest. Een planeet die twee à drie keer zo zwaar is als de aarde, ontwikkelt een sterker magnetisch veld en heeft bovendien een sterker zwaartekrachtsveld, waardoor de dampkring gemakkelijker behouden wordt. Leven zou dus betere overlevingskansen hebben op een planeet die zwaarder is dan de aarde en die een baan beschrijft rond een ster die lichter is dan de zon. Zulke sterren zijn ongeveer tien keer zo talrijk als zonachtige sterren.
Meer informatie:
The violent youth of solar proxies steer course of genesis of life
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 augustus 2009
De Amerikaanse Kepler-satelliet, die op 6 maart 2009 gelanceerd werd en jacht gaat maken op aarde-achtige planeten bij andere sterren, heeft de dampkring en de schijngestalten van een reeds bekende exoplaneet gedetecteerd. Het gaat om HAT-P-7b, een Jupiter-achtige planeet die elke 2,2 dagen een kleine cirkelbaan beschrijft rond een ster op ongeveer duizend lichtjaar afstand. Tijdens de testfase van de Kepler-telescoop zijn precisiemetingen verricht aan het gecombineerde licht van de ster en de bijbehorende planeet. Niet alleen was daarbij de regelmatig terugkerende planeetovergang zichtbaar (wanneer de planeet gezien vanaf de aarde voor de ster langs beweegt en een deel van het sterlicht tegenhoudt), maar ook de bedekking van de planeet door de ster, een halve omloop later, die tot een veel kleinere helderheidsvariatie leidt. Bovendien registreerde Kepler in de tussenliggende periode een heel subtiele variatie in de totale hoeveelheid ontvangen straling, veroorzaakt door de schijngestalten van de planeet. Uit de metingen kon afgeleid worden dat de planeet een dampkring heeft met aan de dagzijde een temperatuur van ongeveer 2375 graden Celsius, en dat er vrijwel geen warmtetransport plaatsvindt naar de nachtzijde. Soortgelijke metingen (aan een andere exoplaneet) werden eerder dit jaar gerapporteerd door Leidse astronomen, die gebruik maakten van een veel grotere telescoop op aarde. De Kepler-metingen zijn zo nauwkeurig dat er niet meer aan wordt getwijfeld dat de satelliet de komende drieenhalf jaar aarde-achtige planeten moet kunnen ontdekken, als die tenminste bestaan.
Meer informatie:
NASA's Kepler Spies Changing Phases on a Distant World
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 juni 2009
Het Space Telescope Science Institute (STScI) in Baltimore doet mee aan de jacht op planeten ter grootte van de aarde die om andere sterren draaien. Het STScI fungeert namelijk als datacentrum voor de NASA-satelliet Kepler, die op 19 juni zijn eerste ruwe meetgegevens heeft afgeleverd. De keuze voor dit instituut was een logische, omdat dit ervaring heeft met de verwerking van de enorme gegevensstroom van de Hubble-ruimtetelescoop. In het STScI worden de ruwe Kepler-gegevens omgezet in zogeheten FITS-bestanden die door onderzoekers kunnen worden geanalyseerd. Kepler zal de komende drieënhalf jaar meer dan 100.000 zonachtige sterren in de gaten houden. Gelet wordt op kleine, regelmatige helderheidsfluctuaties van deze sterren, die erop kunnen duiden dat er één of meer planeten voor de ster langs bewegen. In het geval van een planeet ter grootte van de aarde zal de helderheidsafname minder dan een honderdste procent bedragen. Dat is vergelijkbaar met de lichtafname die een vlo geeft als hij op de brandende koplamp van een auto gaat zitten.
Meer informatie:
STScI Joins the Search for Other Earths in Space

10 juni 2009
Bij de zoektocht naar exoplaneten waarop leven mogelijk is, staat het begrip 'leefbare zone' centraal. Dat wil zeggen: de zone rond een ster waar het precies warm genoeg is om water op een planeetoppervlak in vloeibare toestand te houden. Bij zwakke sterren, zoals de veel voorkomende rode dwergen, ligt die leefbare zone op slechts enkele miljoenen kilometers de ster. Uit nieuwe berekeningen blijkt nu dat de getijkrachten op die kleine afstand zo groot zijn, dat je eigenlijk niet van een leefbare situatie kunt spreken. De tektonische activiteit op een eventuele planeet zou dermate groot zijn, dat het oppervlak voortdurend aan vulkanisme onderhevig is. De situatie op zo'n planeet zou goed vergelijkbaar zijn met die op de grote Jupitermaan Io, die zo'n grote vulkanische activiteit kent, dat zijn complete oppervlak in minder dan een miljoen jaar compleet 'ververst' wordt. Uit het rekenmodel blijkt dat de bijdrage van getijkrachten aan de inwendige warmte van een planeet niet groter dan een kwart mag zijn om van een leefbare planeet te kunnen spreken.
Meer informatie:
New definition could further limit habitable zones around distant suns

10 juni 2009
Onderzoekers van het Instituto de Astrofísica de Canarias hebben de aardatmosfeer geanalyseerd door naar een totale maansverduistering te kijken. Het zwakke schijnsel dat de maan op zo'n moment afgeeft, bestaat uit zonlicht dat door de aardatmosfeer is gegaan. Door dit licht spectroscopisch te onderzoeken, kon worden aangetoond dat de aardatmosfeer zuurstof, kooldioxide, water en andere verbindingen bevat die op de aanwezigheid van leven duiden. Zelfs een betrekkelijk schaars molecuul als methaan was duidelijk in het spectrum terug te vinden (Nature, 11 juni). Volgens de onderzoekers wijst het onverwachte gemak waarmee deze bestanddelen konden worden aangetoond erop, dat het spectroscopisch opsporen van leven op exoplaneten wel eens makkelijker zou kunnen zijn dan tot nog toe werd gevreesd. Ruim vijftig van de bijna 350 planeten die tot nog toe bij andere sterren ontdekt zijn, bewegen tijdens elke omloop vanaf de aarde gezien voor hun moederster langs. Op zo'n moment gaat het licht van de ster door de atmosfeer van de planeet, waardoor deze laatste daarin zijn (spectroscopische) sporen achterlaat - net als de aardatmosfeer in het spectrum van de totaal verduisterde maan. Door de spectra van de ster vóór en na zo'n planeetovergang met elkaar te vergelijken, kan worden vastgesteld wat de bijdrage van de planeetatmosfeer is. En eventueel aanwezige zuurstof, kooldioxide, water of methaan zouden wel eens prominent in dat spectrum te zien kunnen zijn.
Meer informatie:
Lunar eclipse observations give insights for finding new Earths

10 juni 2009
Met behulp van de Submillimeter Array-radiotelescoop op Hawaï is een roterende moleculaire schijf ontdekt rond de jonge dubbelster V4046 Sagittarii. De gemaakte beelden laten zien dat de schijf op een afstand van ongeveer 5 miljard kilometer van de beide sterren begint en zich uitstrekt tot ongeveer 50 miljard kilometer. Dat ook dubbelsterren omgeven kunnen zijn door een materieschijf was al langer bekend, maar dit is wel een bijzonder geval. De beide sterren van V4046 Sagittarii draaien op een onderlinge afstand van slechts 7 miljoen kilometer om elkaar en naar schatting 12 miljoen jaar geleden ontstaan. Dat maakt ze oud voor een materieschijf van dit type, omdat de vorming van (zware) planeten volgens de bestaande inzichten niet veel meer dan een paar miljoen jaar hoeft te duren.
Meer informatie:
Radio Telescope Images Reveal Planet-Forming Disk Orbiting Twin Suns

10 juni 2009
Een team van Italiaanse wetenschappers denkt weer een planeet te hebben opgespoord die rond een andere ster draait. Maar anders dan de meer dan 300 andere exoplaneten die tot nog toe zijn ontdekt, bevindt deze zich niet in ons Melkwegstelsel. Zijn moederster zou deel uitmaken van het bekende Andromedastelsel (M31). De methode waarmee de mogelijke exoplaneet is opgespoord, is dezelfde als waarmee in de halo van ons Melkwegstelsel naar donkere objecten wordt gezocht: gravitationele microlensing. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat licht van een achtergrondster door het zwaartekrachtsveld van een ster die er precies voorlangs beweegt wordt afgebogen en versterkt. Op die manier zijn de laatste jaren al verscheidene sterren in M31 waargenomen. De helderheid van sterren die door het microlenseffect worden versterkt, volgt in de loop van de dagen een karakteristiek verloop. Maar soms vertoont zo'n lichtkromme een kleine afwijking. Onderzoekers van het Istituto Nazionale di Fisica Nucleare in Rome hebben nu berekend hoe een mircolenslichtkromme er uit zou zien als het voorgrondobject (de 'lens') een planeet als begeleider heeft. En daarbij bleek dat het licht van een van de sterren in het Andromedastelsel in 2004 een helderheidsverloop heeft laten zien dat op de aanwezigheid van een planeet bij de lensster zou kunnen duiden. De best passende combinatie is die van een dwergster van een halve zonsmassa en een zware planeet van ruim zes Jupitermassa's. Eerder was de afwijkende lichtkromme geïnterpreteerd als die van een lichte dubbelster. Verificatie van dit eenmalige verschijnsel is helaas niet mogelijk. Maar volgens de onderzoekers is het slechts een kwestie van tijd voor er met zekerheid een exoplaneet in de Andromedanevel wordt opgespoord.
Meer informatie:
Pixel-lensing as a way to detect extrasolar planets in M31 (pdf)

28 mei 2009
Amerikaanse sterrenkundigen zijn er in geslaagd om een planeet bij een andere ster te ontdekken door heel nauwkeurig de beweging van de ster te volgen. Als er een planeet om een ster draait, wordt deze laatste een beetje heen en weer getrokken. Dat zou je in principe moeten terugzien in de beweging van de ster langs de hemel, maar het effect is zo klein dat het tot dusverre niet was gelukt om op die manier de aanwezigheid van een planeet aan te tonen. Daar is nu dus verandering in gekomen. Een tweetal sterrenkundigen van het Jet Propulsion Laboratory van NASA heeft de afgelopen twaalf jaar, met onderbrekingen, met de 5-meter telescoop op Palomar Mountain metingen gedaan aan een dertigtal nabije sterren. En één daarvan, de onooglijke rode dwergster VB 10 in het sterrenbeeld Arend, blijkt inderdaad een schommelende beweging te vertonen. Om het sterretje draait dan ook een planeet die maar liefst zes keer zo zwaar is als de planeet Jupiter. Hoewel VB 10 toch nog aanzienlijk zwaarder is dan zijn planeet, zijn beide vergelijkbaar van omvang. Het is voor het eerst dat met deze techniek, die astrometrie wordt genoemd, een planeet bij een andere ster is ontdekt. Weliswaar dacht de Nederlands/Amerikaanse astronoom Peter van de Kamp al bijna vijftig jaar geleden dat hij door middel van astrometrie een planeet had ontdekt bij de nabije Ster van Barnard, maar dat feest ging niet door: het was niet de ster die schommelde, maar Van de Kamps telescoop. Overigens zijn de afgelopen vijftien jaar wel ruim 300 planeten bij andere sterren opgespoord met andere technieken dan deze.
Meer informatie:
Planet-Hunting Method Succeeds at Last

27 mei 2009
Leidse sterrenkundigen laten voor het eerst zien dat een planeet rondom een andere ster dan de zon net zulke schijngestalten vertoont als onze maan. De exoplaneet, CoRoT-1b, staat op zo'n 1600 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Eenhoorn, en is ontdekt door de Frans/Europese CoRoT-satelliet. De resultaten van de Leidse onderzoekers worden aanstaande donderdag gepubliceerd in het tijdschrift Nature. Uit de waarnemingen van CoRoT maken de astronomen op dat de nachtzijde van de planeet compleet donker is, terwijl de dagzijde sterk wordt opgewarmd door de ster, tot waarschijnlijk zo'n 2000 graden Celsius. 'De afstand van CoRoT-1b tot de ster is dan ook minder dan 3 procent van de afstand aarde-zon', zegt Ignas Snellen, die het onderzoek heeft geleid. Gedurende de 36 uur dat de planeet om de ster draait, zien de astronomen afwisselend de lichte dagzijde en de donkere nachtzijde van de planeet. Omdat de ster zo'n 10.000 keer helderder is dan de planeet, zien ze het systeem bij elkaar steeds éénhonderdste van een procent lichter en donkerder worden. 'Een ongelooflijk precieze meeting, waarvoor het team rondom de CoRoT-satelliet alle credit moet krijgen', aldus Snellen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

26 mei 2009
Sterrenkundigen hebben tot nog toe meer dan 300 exoplaneten (planeten buiten ons zonnestelsel) opgespoord. De meeste van die planeten bestaan grotendeels uit gas en zijn te heet of te koud voor de aanwezigheid van vloeibaar water. Maar binnen afzienbare tijd zullen planeten worden ontdekt waar de omstandigheden veel meer op die van onze aarde lijken. Het nare is alleen dat die planeten zich zelfs op de beste opnamen slechts als een nietig stipje zullen vertonen. Toch denken NASA-wetenschappers dat het mogelijk moet zijn om vast te stellen of er oceanen op die verre werelden zijn. Dat zou dan moeten gebeuren aan de hand van de kleur van deze nietige stipjes. Omdat oceanen een blauwere tint hebben dan continenten, zou een 'aardachtige' exoplaneet door zijn rotatie regelmatige kleurveranderingen vertonen. Bij wijze van proef hebben de wetenschappers de voorgestelde waarneemtechniek getest door de ruimtesonde Deep Impact/EPOXI van een afstand van tientallen miljoenen kilometers naar de aarde te laten kijken. En daarbij werden inderdaad oceanen en continenten op onze planeet 'ontdekt'.
Meer informatie:
EPOXI Team Develops New Method to Find Alien Oceans;

19 mei 2009
SETI@home, een internationaal project waarbij thuiscomputers worden ingezet voor de speurtocht naar signalen van buitenaardse intelligentie, viert deze week zijn tiende verjaardag. SETI staat voor Search for Extra-Terrestrial Intelligence - de speurtocht naar buitenaardse intelligentie. Het SETI@home-project werd op 17 mei 1999 gelanceerd. Op de website van het project kan gratis software worden gedownload die het mogelijk maakt om met de eigen pc te helpen zoeken naar kunstmatige radiosignalen in enorme hoeveelheden waarnemingsgegevens die verkregen zijn met o.a. de 300 meter grote radiotelescoop van Arecibo op Puerto Rico. De software werkt in de 'screen save-modus': alleen als de gebruiker zelf niet op de pc aan het werk is, wordt gebruik gemaakt van de processorcapaciteit. Downloaden van nieuwe waarnemingsgegevens en uploaden van de resultaten van de analyse gebeurt volautomatisch. In de afgelopen tien jaar is de software ruim vijf miljoen maal gedownload; momenteel heeft SETI@home ongeveer 140.000 actieve gebruikers. Buitenaardse beschavingen zijn er nog niet gevonden.
Meer informatie:
SETI@Home celebrates 10th anniversary, though no E.T.'s
SETI@home
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 mei 2009
Al bijna vijftig jaar scant de Search for Extraterrestrial Intelligence (SETI) de hemel af naar berichten van buitenaardse beschavingen. Tot nu toe zonder succes. Maar stel dat daar ooit verandering in komt... Geven we dan antwoord? En zo ja, hoe luidt dat dan? Om daar meer inzicht in te kunnen krijgen, heeft SETI-wetenschapper Douglas Vakoch 'Earth Speaks' in het leven geroepen. Dat project heeft als doel om suggesties te verzamelen voor berichten die we onze buitenaardse tegenhangers zouden kunnen sturen. Het SETI-instituut zal de vele boodschappen inventariseren en op overeenkomsten en verschillen onderzoeken. Plannen om zelf berichten het heelal in te sturen heeft SETI vooralsnog niet. 'Earth Speaks' is vooral bedoeld om te leren begrijpen hoe de inhoud van een interstellaire boodschap wordt gekleurd door de (culturele) achtergrond van de verzender. Iedereen kan meedoen: http://messages.seti.org.
Meer informatie:
Earth Speaks: Scientists Gather Messages To The Cosmos

13 mei 2009
De NASA-satelliet Kepler is begonnen met zijn zoektocht naar planeten bij andere sterren. De satelliet, die op 6 maart werd gelanceerd, zal de komende drieënhalf jaar meer dan 100.000 sterren in de gaten houden. Kleine, regelmatige fluctuaties in de helderheden van deze sterren kunnen de aanwezigheid van eventuele planeten verraden. Theoretisch zou Kepler op die manier zelfs planeten moeten kunnen opsporen die niet groter zijn dan onze aarde. Maar in eerste instantie zullen het vooral grote planeten zijn die ontdekt worden - dat gaat nu eenmaal een stuk makkelijker. De eerste treffers worden in 2010 verwacht.
Meer informatie:
Let the Planet Hunt Begin

27 april 2009
Planeten die op kleine afstand rond hun moederster bewegen, worden uiteindelijk door de ster opgeslokt als gevolg van sterke getijdenwerking. Dat concluderen Amerikaanse astronomen op basis van onderzoek aan de verdeling van planeetbanen en gedetailleerde computersimulaties. Tot nu toe zijn ongeveer 350 planeten bij andere sterren (exoplaneten) ontdekt. Veel daarvan bewegen op zeer kleine afstand (enkele miljoenen kilometers) rond hun moederster, met omlooptijden van hooguit een paar dagen. Ze kunnen niet zo dicht bij de ster zijn ontstaan; kennelijk vindt er een of andere vorm van migratie plaats. Sterrenkundigen van de Universiteit van Washington en de Universiteit van Arizona hebben nu een verklaring gevonden voor het feit dat er in het geheel geen planeten gevonden zijn op minder dan 2,5 miljoen kilometer afstand van de ster. Zulke planeten oefenen sterke getijdenkrachten uit op hun moederster, en de resulterende vervormingen van de ster leiden ertoe dat de baan van de planeet in hoog tempo kleiner en kleiner wordt. Uiteindelijk wordt de planeet door de getijdenkrachten van de ster uiteengerukt en zal hij door de ster worden opgeslokt. Volgens de onderzoekers zal dat met de recent ontdekte planeet CoRoT-7B binnen hooguit één of twee miljard jaar gebeuren. De opsloktheorie verklaart ook waarom planeten in kleine omloopbanen erg jong zijn: oudere planeten worden eenvoudigweg niet meer aangetroffen omdat ze al door de ster zijn verorberd.
Meer informatie:
Missing planets attest to destructive power of stars' tides
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009
Een Europees team van planetenjagers onder leiding van Michel Mayor van de Universiteit van Genève heeft een exoplaneet gevonden die minder dan twee keer zo zwaar is als de aarde, en vermoedelijk slechts 25 procent groter. Nooit eerder is bij een gewone ster een planeet met zo'n geringe massa gevonden. Op de nieuwe planeet (Gliese 581e genoemd) kan echter geen leven voorkomen: hij beschrijft elke 3,15 dagen een baan rond zijn moederster op een afstand van slechts 4,5 miljoen kilometer, waardoor de oppervlaktetemperatuur te hoog is. De moederster, Gliese 581, is een rode dwergster op 20,5 lichtjaar afstand van de aarde. Eerder heeft Mayors team al drie andere planeten rond deze ster ontdekt: Gliese 581b, c en d. Uit de nieuwste meetgegevens, verkregen met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op Cerro La Silla in Noord-Chili, blijkt dat de buitenste planeet (d) zich in de zogeheten bewoonbare zone bevindt, waar de temperatuur niet te hoog en niet te laag is, zodat er vloeibaar water kan voorkomen. Gliese 581d heeft een omlooptijd van 66,8 dagen en staat op een gemiddelde afstand van 33 miljoen kilometer van zijn moederster. Gliese 581d is echter zeven keer zo zwaar als de aarde, en bestaat vermoedelijk niet volledig uit gesteenten en metalen. Volgens Mayor en zijn collega's is het echter denkbaar dat Gliese 581d een 'waterwereld' is, met een mantel die voor een belangrijk deel uit water bestaat. Het is dus niet uitgesloten dat er op die planeet wél leven voorkomt, hoewel daar tot op heden geen concrete aanwijzingen voor bestaan.
Meer informatie:
Lightest exoplanet yet discovered
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009

Een recent ontdekte exoplaneet die iets groter en zwaarder is dan de aarde, is mogelijkerwijs de kern van een gestripte reuzenplaneet. Dat beweert Helmut Lammer van de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen op basis van computerberekeningen aan exoplaneten die op zeer kleine afstand rond hun moederster draaien. Van de ruim 300 exoplaneten die tot nu toe zijn gevonden, beweegt een groot deel in extreem kleine banen, op slechts een paar miljoen kilometer afstand van de moederster. In verreweg de meeste gevallen gaat het om gasreuzen zoals de planeet Jupiter, die na hun ontstaan op de een of andere manier naar binnen zijn gemigreerd. De berekeningen van Lammer en zijn collega's doen vermoeden dat zo'n 'hete Jupiter' in de loop van de tijd een zeer groot deel van zijn gasmantel kan verliezen onder invloed van de krachtige straling van de ster. Bij sommige explaneten is dat verdampingsproces ook daadwerkelijk waargenomen. Is de afstand tussen planeet en ster kleiner dan drie à vier miljoen kilometer, dan kan de planeet zijn gasmantel zelfs volledig kwijtraken. Lammer denkt dat dat gebeurd is met de recent ontdekte exoplaneet CoRoT-7b, een zogeheten 'super-aarde' die minder dan twee keer zo groot is als onze eigen planeet, en slechts een paar keer zo zwaar. Oorspronkelijk zou CoRoT-7b een Neptunus-achtige planeet geweest kunnen zijn.
Meer informatie:
Mass Loss Leaves Close-In Exoplanets Exposed to the Core
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 april 2009
Sterrenkundestudenten van het University College London in Mill Hill, een voorstad van Londen, zijn erin geslaagd de zogeheten overgang van een exoplaneet waar te nemen. Bij zo'n overgang beweegt de planeet - gezien vanaf de aarde - voor zijn moederster langs, waardoor die enige tijd wat zwakker is dan normaal. Het is niet de eerste keer dat studenten belangrijke waarnemingen doen op het gebied van exoplaneten (planeten bij andere sterren dan de zon): twee jaar geleden werd een exoplaneet bij een verre ster ontdekt door bachelorstudenten van de Rijksuniversiteit Leiden, eveneens via de overgangsmethode. De planeetovergang die in de nacht van 13 op 14 februari door Ingo Waldmann, David Kipping en hun begeleider Steve Fossey is waargenomen, met een relatief kleine telescoop van de universiteit, was vooraf voorspeld op basis van eerdere metingen aan de baan van de exoplaneet. Het was echter niet zeker of er daadwerkelijk een overgang zou plaatsvinden: de planeet (HD 80606b geheten) beweegt in een extreem excentrische baan met een omlooptijd van 111 dagen, en de baanhelling was niet nauwkeurig bekend. Uit de metingen is afgeleid dat de planeet ongeveer even groot is als Jupiter. Eerdere metingen hebben al uitgewezen dat hij vier maal zo zwaar is als Jupiter. De buitengewoon langgerekte baan is mogelijk het gevolg van het feit dat de moederster deel uitmaakt van een dubbelstersysteem.
Meer informatie:
London students find Jupiter-sized oddball planet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 april 2009
De Leidse astronoom Dave Lommen heeft ontdekt dat planeetvorming in een protoplanetaire schijf een verbazingwekkend homogeen proces is. Lommen en zijn collega's onderzochten het stof rond een aantal jonge sterren met behulp van de Spitzer Space Telescope en met radiotelescopen. In zo'n afgeplatte protoplanetaire schijf klonteren kleine stofdeeltjes in de loop van de tijd samen tot steeds grotere brokstukken en uiteindelijk tot volwaardige planeten. Bestaande modellen voorspellen dat planeetvorming in twee stappen plaatsvindt: eerst ontstaan planeten in de binnenschijf en pas later ontstaan ze in de buitenschijf. Jonge sterren met de grootste stofdeeltjes in de binnenschijf bleken echter ook reeds de grootste kiezels in de buitendelen te hebben. 'Een bijzonder resultaat', volgens Lommen, 'want hieruit volgt dat planeetvorming niet geleidelijk van binnen naar buiten plaatsvindt, maar overal in de hele schijf gelijktijdig kan optreden.' Lommen promoveert deze week aan de Universiteit Leiden op onderzoek naar het ontstaan van planeten.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 april 2009
Waarnemingen van de Amerikaanse Spitzer Space Telescope doen vermoeden dat ook dode sterren vergezeld worden door planeten. Sterren zoals de zon blazen aan het eind van hun leven hun gasmantels de ruimte in. De kern van de ster schrompelt vervolgens ineen tot een kleine, compacte witte dwerg, die in de loop van miljarden jaren langzaam afkoelt. Spitzer-waarnemingen van witte dwergen hebben nu aan het licht gebracht dat hun oppervlak (dat voornamelijk uit koolstof en zuurstof bestaat) soms 'vervuild' is door zwaardere elementen. Kennelijk daalt er een fijne regen van stofdeeltjes op de sterren neer. Vermoedelijk gaat het om stof van uiteengerukte planetoïden die zich te dicht in het zwaartekrachtsveld van de witte dwerg hebben begeven en uiteengerukt zijn door de sterke getijdenkrachten. Planetoïden zijn de overblijfselen van het ontstaansproces van planeten, dus als er planetoïdenstof bij een witte dwerg gevonden wordt, is de kans groot dat er ooit planeten bij de ster zijn gevormd. Bovendien kunnen de planetoïden alleen zo dicht bij de witte dwerg komen als hun baan verstoord wordt, bijvoorbeeld door de zwaartekrachtsstoringen van grotere planeten. Op basis van de Spitzer-waarnemingen concluderen onderzoekers van de Universiteit van Leicester dat één tot drie procent van alle witte dwergen in het Melkwegstelsel vergezeld zou kunnen worden door planeten.
Meer informatie:
Solar systems around dead suns?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 april 2009
NASA-satelliet Kepler, die op zoek gaat naar planeten bij andere sterren, heeft de eerste foto's gemaakt van het stuk sterrenhemel dat hij in de gaten moet houden. Het betreft een gebied in de sterrenbeelden Zwaan en Lier. Een van de Kepler-opnamen toont zijn complete blikveld, waarin 14 miljoen sterren te zien zijn. Van ruim 100.000 van die sterren wordt de helderheid nauwkeurig in de gaten gehouden, zodat eventuele kleine, regelmatig terugkerende fluctuaties gemeten kunnen worden. Zulke helderheidsdipjes wijzen op het voor de ster langs trekken van een planeet. Op die manier hopen sterrenkundigen de komende drieënhalf jaar honderden nieuwe 'exoplaneten' van uiteenlopende omvang te kunnen opsporen. Maar de komende weken moet eerst nog het instrumentarium van Kepler nauwkeurig worden afgesteld. Pas als dat is gebeurd, kan de planetenjacht beginnen.
Meer informatie:
NASA's Kepler Captures First Views Of Planet-Hunting Territory

8 april 2009
NASA's ruimtetelescoop Kepler, die de komende jaren jacht gaat maken op aarde-achtige planeten bij andere sterren, heeft sinds afgelopen nacht een vrij uitzicht op het heelal. De ovale stofkap van de telescoop, met afmetingen van 1,7 bij 1,3 meter, is in de nacht van 7 op 8 april met succes afgestoten. De stofkap moest de gevoelige optiek en elektronica beschermen tijdens de lancering van de ruimtesonde, op 6 maart. Kepler gaat van honderdduizend sterren nauwkeurig de helderheid in het oog houden. Op die manier kunnen zogeheten planeetovergangen worden ontdekt: minieme helderheidsvariaties die ontstaan wanneer een planeet - gezien vanuit de omgeving van de aarde - precies voor zijn moederster langsbeweegt. De komende weken zullen de detectoren van de Kepler-telescoop nauwkeurig gekalibreerd worden. Daarna gaan de wetenschappelijke waarnemingen van start.
Meer informatie:
Dust Cover Jettisoned From NASA's Kepler Telescope
Kepler
Animatie van het afstoten van de stofkap.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 april 2009
Op planeten die een baan beschrijven rond een koele rode dwergster komt misschien geen leven voor. Dat is de voorzichtige conclusie van Amerikaanse astronomen die onderzoek hebben gedaan aan de samenstelling van protoplanetaire schijven rond jonge sterren. Uit zulke gas- en stofschijven kunnen in een later stadium planeten samenklonteren. De sterrenkundigen bestudeerden 17 schijven rond koele rode en bruine dwergsterren, en 44 schijven rond sterren zoals onze eigen zon, die helderder en heter is. Alle onderzochte sterren hadden leeftijden van hooguit een paar miljoen jaar. In een op de drie schijven rond de zonachtige sterren werd blauwzuur (HCN) aangetroffen - een molecuul dat een essentieel onderdeel vormt van DNA. In de schijven rond de koele dwergsterren blijkt blauwzuur echter in het geheel niet voor te komen. Omdat de basiselementen voor het leven op aarde vermoedelijk uit de ruimte afkomstig zijn (dus uitd e protoplanetaire schijf waaruit de aarde is ontstaan), luidt de voorzichtige conclusie dat er op planeten rond koele dwergsterren misschien nooit leven zal voorkomen. De vorming van blauwzuur in de schijven rond de hetere, zonachtige sterren wordt mogelijk op gang gebracht door de grotere hoeveelheid ultraviolette straling die deze sterren uitzenden. De metingen zijn verricht met NASA's Spitzer Space Telescope; de resultaten zijn op 10 april gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Cool Stars Have Different Mix of Life-Forming Chemicals
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 april 2009
Eén van de drie planeten bij de ster HR 8799, waarvan de ontdekking vorig jaar bekend werd gemaakt, blijkt in 1998 al eens gefotografeerd te zijn door de Hubble-ruimtetelescoop. In dat jaar maakte Hubble infrarood-opnamen in het kader van een zoektocht naar planeten rond jonge, nabije sterren. Die zoektocht leverde niets op - zo leek het tenminste. Toen sterrenkundigen vorig jaar de Gemini North-telescoop op HR 8799 richtten, bleek echter dat deze ster maar liefst drie planeten heeft, elk ruwweg tien keer zo zwaar als 'onze' planeet Jupiter. Dat drievoudige succes was te danken aan een nieuwe methode om de heldere straling van de ster van de opnamen af te trekken, waardoor alleen de zwakke infraroodgloed van de planeten overbleef. Twee Canadese sterrenkundigen besloten onlangs om dezelfde bewerking toe te passen op de tien jaar oude Hubble-opname van HR 8799. En daarbij kwam inderdaad de buitenste van de drie planeten tevoorschijn; de binnenste twee bevonden zich te dicht bij hun ster om op de opname zichtbaar te zijn. De beide sterrenkundigen zijn nu van plan om ook de opnamen die de Hubble-ruimtetelescoop van enkele honderden andere sterren heeft gemaakt nog eens onder de loep te nemen. Wellicht dat nog meer planeten verstoppertje hebben gespeeld.
Meer informatie:
Hubble Finds Hidden Exoplanet In Archival Data

19 maart 2009
Het moment dat sterrenkundigen planeten ter grootte van onze aarde gaan ontdekken, komt steeds dichterbij. Wellicht dat de recent gelanceerde Kepler-satelliet binnen enkele jaren al beet heeft. Maar aantonen dat zo'n planeet leefbaar is en een atmosfeer heeft als de onze, zal veel moeilijker zijn. Volgens Amerikaanse onderzoekers zal zelfs de grote James Webb Space Telescope (JWST), die in 2013 gelanceerd zal worden, de grootst mogelijk moeite hebben om bij zo'n planeet gassen als ozon en methaan te detecteren die een biologische oorsprong kunnen hebben. De atmosfeer van een planeet bij een andere ster laat zich alleen bestuderen als die planeet vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn moederster langs beweegt. Dan absorberen de atmosferische gassen namelijk een klein beetje licht van de ster, waarbij elk gas een specifieke 'vingerafdruk' in het kleurenspectrum van de ster achterlaat. Om de samenstelling van de atmosfeer te kunnen bepalen, zal de JWST honderden van die 'planeetovergangen' moeten waarnemen. En dan nog is er alleen bij de dichtstbijzijnde aarde-achtige planeten kans van slagen. Waarschijnlijk zal het dus nog vele jaren duren voordat er uitsluitsel kan worden gegeven over het bestaan van 'tweeling-aardes'.
Meer informatie:
Finding Twin Earths: Harder Than We Thought!

7 maart 2009
De Amerikaanse ruimtesonde Kepler is zaterdagochtend vroeg om 04.50 uur Nederlandse tijd gelanceerd met een Delta 2-draagraket vanaf het Kennedy Space Center in Florida. De lancering verliep geheel volgens het boekje. De ruimtesonde is eerst in een lage baan rond de aarde gebracht. Met behulp van de derde rakettrap wordt hij vervolgens zo sterk versneld dat hij aan het zwaartekrachtsveld van de aarde ontsnapt en in een eigen baan om de zon terechtkomt. Kepler gaat de komende 3,5 jaar honderdduizend sterren in het oog houden, op zoek naar exoplaneten. Het is de eerste ruimtemissie die in staat zal zijn om planeten zoals de aarde te vinden: kleine, rotsachtige werelden in de bewoonbare zone van hun moederster.
Kepler
NASA TV
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 maart 2009
Het komende etmaal is spannend voor het Amerikaanse ruimteagentschap NASA. Op Cape Canaveral staat een Delta 2 draagraket klaar om de 600 miljoen dollar kostende satelliet Kepler in een baan om de aarde te brengen. Kepler is uitgerust met een telescoop die verre zonnestelsels moet opsporen. De lancering vindt op zijn vroegst komende nacht om 4.49 uur Nederlandse tijd plaats, maar het zou ook een kwartier later kunnen gebeuren. De weersvooruitzichten zijn goed in elk geval. Als de lancering volgens plan verloopt, zal Kepler zich iets meer dan een uur later losmaken van de derde en laatste rakettrap. Vanaf dat moment volgt de satelliet zijn eigen baan om de zon, achter de aarde aan, op een afstand die in de loop van de jaren geleidelijk aan groter wordt. Over ongeveer twee maanden kan Kepler dan aan zijn hoofdtaak beginnen: het meten van de helderheden van 100.000 sterren in de sterrenbeelden Zwaan en Lier. Kleine periodieke afnamen in de sterhelderheden zullen de aanwezigheid van eventuele planeten verraden. De hoop bestaat dat daarbij ook planeten met de eigenschappen van onze aarde worden opgespoord. Maar daar zal pas over een jaar of drie uitsluitsel kunnen worden gegeven.
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Set For Launch
Kepler-site NASA
NASA TV (o.m. live-beelden van de lancering)
Finding Earth’s Twin: No Easy Task
Physicsworld maart (gratis pdf)

27 februari 2009
De lancering van de Amerikaanse ruimtesonde Kepler, die oorspronkelijk gepland stond voor de nacht van 5 op 6 maart, is één dag uitgesteld. Kepler gaat de komende drieënhalf jaar honderdduizend sterren nauwgezet in het oog houden, op zoek naar aarde-achtige exoplaneten. Ruimtevaarttechnici willen zich ervan vergewissen dat de Delta II-raket waarmee Kepler wordt gelanceerd geen risico loopt op soortgelijke hardwareproblemen als de Taurus XL-raket die enkele dagen geleden gebruikt werd voor de lancering van NASA's Orbiting Carbon Observatory. Die lancering mislukte doordat de neuskegel van de raket niet succesvol werd afgestoten. Kepler wordt gelanceerd vanaf Cape Canaveral in Florida. Er zijn in de nacht van vrijdag 6 op zaterdag 7 maart twee korte lanceervensters: van 04.49 tot 04.52 uur Nederlandse tijd en van 05.13 tot 05.16 uur Nederlandse tijd.
Meer informatie:
NASA'S Kepler Telescope to Launch Aboard Delta II Rocket
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 februari 2009
Wie er ook twijfelt aan het bestaan van buitenaards leven, onderzoekers van de universiteit van Edinburgh horen daar niet bij. Volgens hen zou het in ons Melkwegstelsel wel eens kunnen wemelen van de intelligente beschavingen. De onderzoekers hebben gekeken welke combinatie van sterren en planeten nodig is om een planetenstelsel tot stand te laten komen waar leven kan ontstaan. De volgende stap was het berekenen van de kans dat dit leven zich ontwikkelt tot een soort die biologisch complex is en met andere buitenaardse beschavingen zou kunnen communiceren. Beide stappen kennen natuurlijk de nodige onzekerheden. We weten niet precies hoe gemakkelijk leven (onder de juiste omstandigheden) kan ontstaan, en nog minder hoe dat leven intelligentie kan ontwikkelen. Maar dat heeft de Schotse onderzoekers er niet van kunnen weerhouden om, op basis van wat we wél weten, een schatting te maken van het huidige aantal intelligente beschavingen in ons Melkwegstelsel. En uit deze schatting rolt een getal dat tussen de 361 en 37.964 ligt.
Meer informatie:
Scientists get the measure of life on other planets;

4 februari 2009
De Franse satelliet COROT heeft de kleinste 'aarde-achtige' planeet buiten het zonnestelsel ontdekt. Het hemellichaam, dat de aanduiding COROT-Exo-7b heeft gekregen, is slechts tweemaal zo groot als de aarde en draait om een zonachtige ster. Daarmee houden de overeenkomsten met onze eigen wereld ook wel op, want op de planeet is heet genoeg om met vloeibare lava bedekt te zijn. COROT kon deze planeet ontdekken doordat deze vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn ster langs beweegt. Daarbij bleek dat zijn omlooptijd slechts 20 uur bedraagt. Zijn afstand tot de ster is dus zeer gering, en dat resulteert in een oppervlaktetemperatuur van 1000 tot 1500 graden.
Meer informatie:
COROT ontdekt kleinste aardachtige exoplaneet tot nu toe

19 januari 2009
In juni 2008 maakten sterrenkundigen de ontdekking bekend van een kleine planeet bij een kleine ster of bruine dwerg op 3000 lichtjaar afstand. De massa van de exoplaneet, met de aanduiding MOA-2007-BLG-192Lb, werd toen nog geschat op drie aardmassa's. Het heeft er nu echter alle schijn van dat de planeet nog aanzienlijk lichter is dan dat. De weegschaal staat nu op 1,4 aardmassa. De planeet werd ontdekt met behulp van microlensing. Daarbij passeert een ster vanaf de aarde gezien precies vóór een andere ster langs. Het licht van de achtergrondster wordt dan afgebogen door de zwaartekracht van de voorgrondster, wat in een enkele dagen durende helderheidstoename van de verre ster leidt. Als er bij de voorgrondster een planeet staat, geeft de zwaartekracht daarvan gedurende een paar uur nog een extra helderheidspiekje. Het is niet eenvoudig om uit die helderheidspieken af te leiden hoe zwaar de beide hemellichamen zijn. Aanvankelijk gingen de onderzoekers er nog van uit dat de ster een bruine dwerg was - een mislukte ster eigenlijk. Maar recentere waarneming wijzen erop dat de ster waarschijnlijk zwaarder is: het zou gaan om een rode dwerg. En in dat geval is de massa van de planeet ruim twee keer zo klein als tot nog toe werd aangenomen. Dit voorjaar zal met de Very Large Telescope opnieuw naar de ster worden gekeken, om zijn massa nauwkeurig vast te stellen.
Meer informatie:
Smallest known planet may actually be Earth-mass

16 januari 2009
Sterrenkundigen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics hebben bij een ster op 120 lichtjaar van de aarde een planeet ontdekt die iets groter en zwaarder is dan de planeet Neptunus. De planeet is ontdekt doordat hij vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn ster langs beweegt, waarbij hij 0,4 procent van het sterlicht tegenhoudt. De naam van de planeet, HAT-P-11b, is afgeleid van het netwerk van automatische telescopen waarmee de ontdekking is gedaan: HATNet. Met dit netwerk zijn tot nog toe elf 'transitplaneten' ontdekt, waarvan HAT-P-11b de kleinste is. De planeet beweegt op kleine afstand om zijn ster, heeft een omlooptijd van 4,88 dagen en een temperaturen van ongeveer 600 graden Celsius. Er zijn overigens aanwijzingen dat er nóg een planeet om deze ster draait, maar dat moet nog bevestigd worden.
Meer informatie:
Transit Search Finds Super-Neptune

14 januari 2009
Het is astronomen gelukt om met een telescoop vanaf de aarde warmtestraling van twee verschillende exoplaneten waar te nemen. De resultaten worden deze week gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics door twee onafhankelijke onderzoeksgroepen, waarvan één van de Universiteit Leiden. De gemeten straling duidt er op dat op de 'Leidse planeet' een temperatuur heerst van meer dan 1700 graden Celsius. Het team van de Sterrewacht Leiden, bestaande uit Ernst de Mooij en Ignas Snellen, heeft met behulp van de William Herschel Telescope op het Canarische Eiland La Palma voor het eerst vanaf de aarde een zogenoemde secundaire eclips waargenomen van de planeet die draait rond de ster TrES-3. TrES-3 staat op 800 lichtjaar afstand van de aarde in het sterrenbeeld Hercules. De planeet schuift eens in de 31 uur precies voor zijn moederster langs en verduistert daarbij een klein beetje van het sterlicht. De Leidse astronomen hebben de secundaire eclips gemeten, het moment dat de planeet achter de ster langs schuift, waarbij het planeetlicht wordt verduisterd. Dit licht komt van de warme gloed van de planeet. De planeet is zo warm omdat hij heel dicht bij de ster staat, 40 keer dichter bij zijn ster dan dat de aarde bij de zon staat. De tweede studie is uitgevoerd door David Sing van het Observatoire de Paris, en Mercedes Lopez-Moralez van het Carnegie Institution of Washington. Zij bestudeerden exoplaneet OGLE-TR-56b. Deze waarnemingen zijn op nog kortere golflengten gedaan en duiden op een nog hetere planeet dan TrES-3b.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
First ground-based detection of light from transiting exoplanets
Astronomers Observe Heat From Hot Jupiter
Exoplanet atmospheres detected from earth

18 december 2008
De Amerikaanse Kepler-satelliet heeft de laatste tests doorstaan en zal begin januari van Ball Aerospace in Boulder, Colorado, verscheept worden naar Florida. Op 5 maart 2009 wordt de kunstmaan met een Delta II-raket gelanceerd. Kepler gaat op jacht naar planeten bij andere sterren. De satelliet houdt van ruim honderdduizend sterren continu de helderheid nauwkeurig in de gaten. Als sommige van die sterren vergezeld worden door planeten waarvan we de baan precies van opzij zien, zullen er periodiek zogeheten planeetovergangen plaatsvinden. Tijdens zo'n overgang is de moederster enkele uren lang een heel klein beetje zwakker dan normaal. In principe moet Kepler op deze manier in staat zijn om aarde-achtige planeten te ontdekken in de zogeheten bewoonbare zone van een ster, waar de temperatuur precies goed is voor de aanwezigheid van vloeibaar water.
Meer informatie:
NASA's Kepler Spacecraft Ready to Ship to Florida
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

15 december 2008
Bij de vraag naar het bestaan van buitenaards leven richten astronomen zich meestal op aarde-achtige planeten in de bewoonbare zone van hun moederster - de zone waar de temperatuur hoog genoeg is voor het bestaan van vloeibaar water. Volgens drie Amerikaanse sterrenkundigen kan er echter ook leven voorkomen op zogeheten super-aardes. Dat zijn planeten die flink groter en zwaarder zijn dan onze eigen planeet, maar die wel een vast oppervlak hebben. In veel gevallen bevinden ze zich op grote afstand van hun moederster, en bestaan ze voor het grootste deel uit ijs. Onderzoek van Scott Gaudi, Eric Gaidos en Sara Seager toont echter aan dat zulke grote ijsplaneten een ondergrondse oceaan van vloeibaar water kunnen hebben, bijvoorbeeld wanneer ze groot en jong genoeg zijn om inwendige warmte vast te houden uit hun ontstaansfase. In die ondergrondse oceaan zou leven kunnen voorkomen. Gaudi - een exoplanetenondezoeker van Ohio State University - denkt dat zulke planeten relatief eenvoudig gevonden kunnen worden met behulp van de microlenstechniek, waarbij het licht van een verder weg gelegen achtergrondster tijdelijk versterkt wordt door de zwaartekrachtlenswerking van de planeet. De drie astronomen presenteerden hun bevindingen vandaag op een bijeenkomst van de American Geophysical Union.
Meer informatie:
Looking for extraterrestrial life in all the right places
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

12 december 2008
De vorming van zogeheten planetesimalen - samenballingen van materie met afmetingen in de orde van een kilometer waaruit in een later stadium volwaardige planeten kunnen ontstaan - wordt ernstig belemmerd door turbulentie in protoplanetaire schijven. Die conclusie trekken Joseph Barranco en zijn collega's van de San Francisco State University in een artikel dat op 20 januari gepubliceerd wordt in The Astrophysical Journal. Gewoonlijk wordt aangenomen dat kleine stofdeeltjes in relatief korte tijd samenklonteren tot planetesimalen onder invloed van de zwaartekracht. Nieuwe driedimensionale computersimulaties, waarbij ook corioliskrachten in rekening werden gebracht, laten nu echter zien dat de vorming van zulke zwaartekrachtsinstabiliteiten sterk belemmerd wordt door turbulentie in de roterende schijf van gas en stof rondom een pasgeboren ster. In plaats daarvan zouden de kernen van planetesimalen mogelijk kunnen ontstaan in relatief rustige gebieden in de turbulente schijf, bijvoorbeeld in de kernen van kleinschalige, turbulente wervelstormen.
Video van de computersimulatie.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 december 2008
Volgens David Kipping, sterrenkundige van het University College London, is het mogelijk om manen op te sporen die rond planeten bij andere sterren draaien. Uit zijn berekeningen blijkt dat een grote maan schommelingen in de baansnelheid van zijn moederplaneet veroorzaakt, die niet alleen groot genoeg zijn om detecteerbaar te zijn, maar ook zijn massa en afstand tot de planeet verraden (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 11 december). Om eventuele manen te kunnen opsporen, is het nodig om heel nauwkeurig de posities en snelheden te meten van planeten die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop voor hun ster langs bewegen. Zulke metingen zouden nu al nauwkeurig genoeg zijn om manen met de massa van de aarde bij planeten met de massa van Neptunus te vinden.
Meer informatie:
Wobbly planets could reveal Earth-like moons

10 december 2008
Een team van sterrenkundigen van de Universiteit van Hawaï heeft met behulp van een nieuwe techniek de grootte van een verre exoplaneet bepaald. De techniek maakt gebruik van een geavanceerde camera waarmee zeer kleine helderheidsveranderingen in het licht van een ster kunnen worden gemeten. In het geval van de 300 lichtjaar verre ster WASP-10 treden zulke helderheidsveranderingen met grote regelmaat op. Om de ster draait namelijk een planeet die, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop vóór de ster langs beweegt. Elk van die planeetovergangen veroorzaakt een kleine afname in het licht dat we van de ster ontvangen. De diameter van de planeet bij WASP-10 blijkt slechts zes procent groter te zijn dan 'onze' planeet Jupiter. Het gaat dus om een forse planeet, maar met de nieuwe camera op Hawaï kunnen ook veel kleinere planeten worden gedecteerd. Zelfs planeten die niet veel groter zijn dan de aarde.
Meer informatie:
UH Astronomer Uses Ultra-Sensitive Camera to Measure the Size of a Planet Orbiting a Distant Star

9 december 2008
Sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om kooldioxide te detecteren in de atmosfeer van een planeet buiten ons zonnestelsel. De exoplaneet, die iets groter is dan de planeet Jupiter, draait om de ster HD 189733. Hij doet dat op zó'n kleine afstand, dat de temperatuur aan zijn oppervlak oploopt tot ruwweg 800 graden Celsius - veel te heet dus om leven in stand te houden. Vanaf de aarde gezien beweegt de planeet bij elke omloop (die slechts twee dagen duurt) vóór zijn ster langs. En dat biedt interessante mogelijkheden. Als de planeet naast zijn ster staat, wordt het gecombineerde lichtspectrum van ster en planeet waargenomen. Maar als hij zich achter de ster bevindt, zien we alleen het spectrum van laatstgenoemde. Door de beide spectra van elkaar af te trekken, houd je het spectrum van de planeet over. En dat is precies wat Amerikaanse sterrenkundigen met behulp van de nabij-infraroodspectrometer van de Hubble-ruimtetelescoop hebben gedaan. In het planeetspectrum was op die manier eerder al waterdamp opgespoord, en nu dus ook kooldioxide - zij het een heel klein beetje. Het opmerkelijke van deze ontdekking is dat de atmosferen van Jupiter-achtige planeten naar verwachting geen meetbare hoeveelheden kooldioxide bevatten. Een mogelijke verklaring is de grote nabijheid van de ster: zijn intense ultraviolette straling zou tot veranderingen in de samenstelling van de planeetatmosfeer kunnen leiden. Overigens bevestigen Amerikaanse onderzoekers deze week in Nature (10 december) het al langer bestaande vermoeden dat de atmosfeer van de planeet bij HD 189733 ook waterdamp bevat.
Meer informatie:
Hubble Finds Carbon Dioxide on an Extrasolar Planet
Water Vapor Detected on Distant Planet
Carbon dioxide discovered on distant planet

4 december 2008
Vandaag is de exoplaneet aan de astronomische wereld gepresenteerd, die eind vorig jaar door drie Leidse studenten onder leiding van Ignas Snellen is ontdekt. Het blijkt een uniek object te zijn, een stuk groter dan Jupiter, en met bijna vijf keer zijn massa. Het is de eerste planeet die is ontdekt rondom een hete, snel draaiende ster. Het resultaat wordt deze maand gepubliceerd in het tijdschrijft Astronomy & Astrophysics. Alleen met behulp van een van de grootste telescopen op aarde, de Very Large Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili, was het mogelijk om minieme schommelingen van de moederster waar te nemen die door de planeet worden veroorzaakt. Zo kon de massa worden bepaald op ongeveer vijf keer die van Jupiter. De planeet, OGLE2-TR-L9b geheten, draait in 2,5 dag om zijn ster en bevindt zich op een afstand van 3% van de afstand van de aarde tot de zon. De planeet is heet en opgezwollen. De ster zelf is met 7000 graden Celsius zo'n 1000 graden warmer dan onze zon. Het is de heetste ster met een planeet die ooit is ontdekt.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht ESO (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 november 2008
Een team van Franse astronomen heeft met behulp van de Europese Very Large Telescope een object ontdekt bij de jonge, hete ster Bèta Pictoris. Het object, dat naar alle waarschijnlijkheid een forse planeet is, bevindt zich in het vlak van de stofschijf rond de ster, waarvan het bestaan al sinds 1983 bekend is. De afstand tussen de ster en de planeet (ongeveer 1,2 miljard km) is vergelijkbaar met de afstand tussen onze zon en de planeet Saturnus. Volgens de onderzoekers is de reuzenplaneet, die naar schatting acht keer zo zwaar is als de planeet Jupiter, verantwoordelijk voor de merkwaardige vervorming van de stofschijf rond Bèta Pictoris. Opmerkelijk genoeg is de ontdekking gedaan aan de hand van VLT-opnamen die al in 2003 zijn gemaakt. Een nieuwe analyse van de destijds vergaarde beeldgegevens bracht het bestaan van de kandidaat-planeet aan het licht. Als de ontdekking bevestigd wordt, hebben de ontdekkers een primeur: nog niet eerder werd een exoplaneet op zo'n kleine afstand van een ster gefotografeerd.
Meer informatie:
Beta Pictoris planet finally imaged?

21 november 2008
Een team van Franse astronomen heeft met behulp van de Europese Very Large Telescope een object ontdekt bij de jonge, hete ster Bèta Pictoris. Het object, dat naar alle waarschijnlijkheid een forse planeet is, bevindt zich in het vlak van de stofschijf rond de ster, waarvan het bestaan al sinds 1983 bekend is. De afstand tussen de ster en de planeet (ongeveer 1,2 miljard km) is vergelijkbaar met de afstand tussen onze zon en de planeet Saturnus. Volgens de onderzoekers is de reuzenplaneet, die naar schatting acht keer zo zwaar is als de planeet Jupiter, verantwoordelijk voor de merkwaardige vervorming van de stofschijf rond Bèta Pictoris. Opmerkelijk genoeg is de ontdekking gedaan aan de hand van VLT-opnamen die al in 2003 zijn gemaakt. Een nieuwe analyse van de destijds vergaarde beeldgegevens bracht het bestaan van de kandidaat-planeet aan het licht. Als de ontdekking bevestigd wordt, hebben de ontdekkers een primeur: nog niet eerder werd een exoplaneet op zo'n kleine afstand van een ster gefotografeerd.
Meer informatie:
Beta Pictoris planet finally imaged?

18 november 2008
Een team van Amerikaanse en Poolse sterrenkundigen heeft vastgesteld dat een van de planeten die om de reuzenster HD 102272 draaien gevaarlijk weinig afstand houdt. In juni van dit jaar maakten dezelfde onderzoekers bekend dat zij één en mogelijk zelfs twee planeten bij HD 102272 hadden ontdekt. Eén van de twee, HD 102272b, bleek ongeveer zesmaal zo zwaar te zijn als Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel, en een omlooptijd van ongeveer vier maanden te hebben. Uit dat laatste volgt dat de gemiddelde afstand tussen planeet en ster ongeveer 90 miljoen kilometer moet bedragen. Dat lijkt een veilige marge, maar HD 102772 is een rode reus: een vrij oude ster die bezig is op te zwellen. Bij dat proces worden alle planeten die te dicht rond de ster cirkelen opgeslokt. Tot nog toe is bij geen enkele rode reus een planeet ontdekt die minder dan 90 miljoen kilometer van de ster verwijderd is. Maar onduidelijk is nog of dat met het eerder genoemde opslokproces te maken heeft, of dat er een andere verklaring is voor het feit dat er bij deze sterren geen planeten op kleinere afstanden zijn waargenomen.
Meer informatie:
Scientists discover new planet orbiting dangerously close to giant star

13 november 2008
Amerikaanse sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om opnamen te maken van een compleet planetenstelsel bij een andere ster dan de onze (Science Express, 13 november). Tot nog toe werden zulke 'exoplaneten' alleen op indirecte wijze ontdekt, bijvoorbeeld door de kleine schommelbewegingen te meten van de sterren waar ze omheen draaien. Maar de drie planeten van de ster HR 8799 zijn rechtstreeks ontdekt op opnamen die gemaakt zijn met de Keck- en de Gemini North-telescoop op de Mauna Kea (Hawaï). HR 8799 is een jonge, hete ster in het sterrenbeeld Pegasus, op een afstand van 128 lichtjaar. De ster is iets omvangrijker en zwaarder dan de zon en ook de schaal van zijn planetenstelsel is groter. De exacte massa's en afmetingen van de drie planeten zijn nog niet bekend, maar geschat wordt dat ze iets groter zijn dan 'onze' planeet Jupiter en vijf tot dertien keer zo zwaar. Hun afstanden tot HR 8799 bedragen ongeveer 4, 6 en 10 miljard kilometer. De verste van de drie bevindt zich in de stofgordel die de ster omringt. Tegelijk met de ontdekking van dit planetenstelsel is ook de ontdekking van een planeet bij de nabije ster Fomalhaut bekendgemaakt.
Meer informatie:
The first pictures of not one, not two, but three planets orbiting a star
Gemini Releases Historic Discovery Image Of Planetary
Astronomers Capture First Images Of Newly-Discovered Solar System;

13 november 2008
Ook bij de nabije ster Fomalhaut is een planeet ontdekt (Science Express, 13 november). Fomalhaut is een hete, jonge ster waarvan al sinds begin jaren tachtig bekend is dat deze omgeven is door een brede gordel van stof. Omdat deze gordel een vrij scherpe binnenrand bleek te hebben, ontstond enkele jaren geleden al het vermoeden dat zich dicht bij die rand een planeet zou moeten bevinden. Opnamen die in 2004 en 2006 met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt, hebben dat nu bevestigd. Rond Fomalhaut draait een planeet (Fomalhaut b) die naar schatting maximaal driemaal zo zwaar is als de planeet Jupiter. De afstand tussen Fomalhaut b en de ster bedraagt 17 miljard kilometer, wat vier keer zo groot is als de afstand tussen onze zon en de verre planeet Neptunus. Zijn omlooptijd bedraagt 872 jaar. De helderheid van Fomalhaut b is enigszins raadselachtig. Hij is eigenlijk te helder voor een planeet van zijn gewichtsklasse, en is tussen 2004 en 2006 ook zomaar een factor anderhalf zwakker geworden. Of de oorzaak daarvan gezocht moet worden bij de waarschijnlijk nog zeer hete atmosfeer van de planeet of bij zijn interactie met de relatief nabijgelegen stofgordel is nog onbekend.
Meer informatie:
Hubble directly observes planet orbiting Fomalhaut
Hubble snaps first optical photo of exoplanet;

11 november 2008
Het 'bouwmateriaal' waaruit planeten ontstaan, dankt zijn bestaan waarschijnlijk aan schokgolven die optreden in de stofschijven rond jonge sterren. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer. Met Spitzer zijn bij enkele jonge sterren kwartsachtige kristallen ontdekt die vergelijkbaar zijn met materiaal dat in kometen en meteorieten, maar ook in lavastromen op aarde wordt aangetroffen. Sterrenkundigen wisten al dat gekristalliseerde stofdeeltjes tot grotere deeltjes samenklonteren, om uiteindelijk planeten te vormen. Maar de ontdekking van deze specifieke kwartsachtige kristallen (cristobaliet en tridymiet) kwam toch als een verrassing: normaal gesproken is de temperatuur in de stofschijf rond een jonge ster namelijk honderden graden te laag voor hun vorming. Daarom denken de onderzoekers dat schokgolven in het spel moeten zijn: deze kunnen voor een kortstondige verhitting van het aanwezige materiaal zorgen. Deze schokgolven zouden bijvoorbeeld kunnen optreden als afzonderlijke wolken van gas en stof in de protoplanetaire schijf rond een jonge ster met hoge snelheid met elkaar in botsing komen.
Meer informatie:
Dusty Shock Waves Generate Planet Ingredients

27 oktober 2008
De ster Epsilon Eridani, op 10,5 lichtjaar afstand van de zon, wordt omringd door drie gordels van kleine hemellichamen, zo blijkt uit nieuwe waarnemingen van NASA's Spitzer Space Telescope. Epsilon Eridani is een van de dichtstbijzijnde sterren. Met een leeftijd van 850 miljoen jaar is het een jonge versie van onze eigen zon. Spitzer ontdekte twee planetoïdengordels rond de ster, die vooral rotsachtig materiaal bevatten, en één brede gordel van ijzige hemellichamen, vergelijkbaar met de Kuipergordel in ons eigen zonnestelsel. De binnenste planetoïdengordel van Epsilon Eridani lijkt als twee druppels water op de planetoïdengordel in ons eigen zonnestelsel, zowel in afmetingen als in massa (ca. vijf procent van de massa van de maan). De tweede planetoïdengordel ligt op een bijna zeven maal zo grote afstand van de ster (in ons zonnestelsel zou dat overeenkomen met de positie van de planeet Uranus), en bevat ongeveer even veel massa als de maan. De 'Kuipergordel' van Epsilon Eridani is breder dan die in ons eigen zonnestelsel, en bevat honderd keer zoveel materie. Volgens de onderzoekers, die hun resultaten begin 2009 publiceren in The Astrophysical Journal , lijkt het Epsilon Eridani-stelsel waarschijnlijk veel op ons eigen zonnestelsel kort na het ontstaan. Toen moeten er ook veel meer kleine hemellichamen hebben rondgewenteld. Het grootste deel daarvan werd later weggeslingerd door zwaartekrachtsstoringen van de planeten. Het feit dat er drie afzonderlijke gordels bij de ster zijn ontdekt, doet vermoeden dat er ook volwaardige planeten rond Epsilon Eridani cirkelen, die met hun zwaartekracht de kleinere brokstukken in bedwang houden. Merkwaardig genoeg zijn de Spitzer-waarnemingen niet in overeenstemming met de veronderstelde baanexcentriciteit van een van de twee eerder ontdekte planeten rond de ster. Als de baan van die planeet echt zo excentrisch was, zou de binnenste planetoïdengordel van Epsilon Eridani al lang schoongeveegd moeten zijn.
Meer informatie:
Solar System's Young Twin Has Two Asteroid Belts
Persbericht Jet Propulsion Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

15 oktober 2008
Jonge planeten bij andere sterren laten zich misschien wel makkelijker opsporen dan sterrenkundigen denken. Dat is althans de mening van planeetwetenschapper Linda Elkins-Tanton van het Massachusetts Institute of Technology. Planeten zoals onze aarde kunnen nog miljoenen jaren na hun ontstaan - veel langer dan uit eerdere schattingen bleek - een heet oppervlak van vloeibaar gesteente hebben. En zelf nadat het gesteente is gestold, kan het nog lang heet genoeg zijn om nog tientallen miljoenen jaren een heldere bron van infraroodstraling te zijn. Dat maakt de detectie van zo'n planeet veel gemakkelijker, omdat het verschil in helderheid met de ster waar hij omheen draait - in het infrarood althans - dan veel minder groot is. In zichtbaar licht worden planeten ruimschoots door het sterlicht overstraald. Het veel langere vloeibare stadium van planeetoppervlakken wordt door Elkins-Tanton toegeschreven aan de warmte die vrijkomt bij het naar de kern zakken van zware, metaalrijke materialen.
Meer informatie:
Young planets stay hotter longer

14 oktober 2008
Eerder dit jaar werd bekend dat met de automatische camera's van het Britse SuperWASP-project (Wide Area Search for Planets) in een half jaar tijd maar liefst tien nieuwe exoplaneten waren ontdekt. Eén van die tien, WASP-12b, blijkt een bijzonder geval te zijn: met een temperatuur van maar liefst 2250 graden Celsius is hij zo heet als sommige ('koele') sterren. Dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat hij in slechts iets meer dan een dag om zijn ster draait, op een afstand die veertig keer zo klein is als de afstand zon-aarde - ook dat is een record. En er is nog meer bijzonder aan WASP-12b: zijn massa is anderhalf maal die van de planeet Jupiter, maar hij is bijna twee keer zo groot. Dat laatste is groter dan op basis van modelberekeningen mogelijk werd geacht. Volgens de sterrenkundigen die de planeet hebben onderzocht, is het mogelijk dat WASP-12b door de extreme nabijheid van de ster sterk is opgezwollen en misschien zelfs bezig is te verdampen.
Meer informatie:
Star-hugging planet is hottest and fastest found

13 oktober 2008
Sterrenkundigen die op zoek gaan naar leefbare planeten bij andere sterren moeten zich niet blindstaren op de zogeheten 'leefbare zone'. Dat zeggen onderzoekers van de Universiteit van Arizona. De leefbare zone is het gebied rond een ster waar de temperatuur gematigd genoeg is om water op het planeetoppervlak vloeibaar te laten zijn. Maar de ster is niet de enige potentiële warmtebron: ook getijdenwerking levert warmte op, zoals bijvoorbeeld blijkt bij de Jupitermaan Europa die ondanks zijn grote afstand tot de zon waarschijnlijk een oceaan van vloeibaar water onder zijn ijsoppervlak verbergt. Het mes van de getijdenwerking snijdt van twee kanten: planeten die eigenlijk te ver van hun moederster verwijderd zijn, zouden door getijdenopwarming leefbaar kunnen zijn, terwijl soortgelijke planeten binnen de leefbare zone hierdoor juist te warm worden. Ook is getijdenwerking van invloed op de plaattektoniek, het mechanisme dat een kringloop van oppervlaktegesteente veroorzaakt en daarmee de hoeveelheid kooldioxide in de planeetatmosfeer in toom houdt.
Meer informatie:
Tides Have Major Impact on Planet Habitability

13 oktober 2008
Computersimulaties van de atmosferische circulatie op Jupiter-achtige planeten bij andere sterren bieden meer inzicht in de weersomstandigheden aldaar. Tot nog toe zijn een stuk of 300 planeten bij andere sterren ontdekt. Van de meeste weten we weinig meer dan de massa en de omlooptijd, maar van enkele van die exoplaneten zijn ook de temperaturen bekend. Die zijn, naar aardse maatstaven, absurd hoog: meer dan 1000 graden Celsius. Veel van deze planeten draaien op geringe afstand rond hun ster en dat maakt het waarschijnlijk dat ze steeds dezelfde kant naar de ster toe keren - net zoals altijd hetzelfde halfrond van de maan naar de aarde wijst. Als zo'n planeet geen atmosfeer heeft, zou dat moeten betekenen dat zijn nachtzijde juist extreem koud is. Maar bij zeker één exoplaneet, HD 189733b, is een nachttemperatuur van 700 graden gemeten - een duidelijke aanwijzing dat er een atmosfeer is die warmte van de dagzijde naar de nachtzijde van de planeet transporteert. Onderzoekers van de Universiteit van Arizona hebben computermodellen gemaakt, om te zien wat zich in zo'n atmosfeer afspeelt. Daaruit lijkt dat er extreem krachtige luchtstromingen ('straalstromen') optreden met snelheden van meer dan 10.000 kilometer per uur. De superwinden voeren de warmte zelfs zo snel af, dat het heetste punt van de planeet niet daar ligt waar de 'zon' het hoogst aan de hemel staat, maar ongeveer dertig graden windafwaarts.
Meer informatie:
Computer Simulations Unveil The Exotic Weather On Distant Worlds

10 oktober 2008
Computersimulaties van stofringen rond zonachtige sterren laten zien dat planeten ter grootte van Mars of de aarde patronen in het stof veroorzaken die met toekomstige telescopen waarneembaar kunnen zijn. Dat is misschien wel nodig ook, omdat sommige wetenschappers denken dat het rechtstreeks waarnemen van aarde-achtige planeten bij andere sterren heel moeilijk zal zijn door de aanwezigheid van stof rond hun moedersterren. Ook in de binnenste delen van ons zonnestelsel zit relatief veel stof, dat vrijkomt bij botsingen tussen planetoïden en het verbrokkelen van kometen. Onder invloed van zwaartekracht en straling spiralen de aanwezige stofdeeltjes naar de ster (in ons geval: de zon) toe. Onderweg komen ze daarbij in zogeheten resonantiebanen terecht: banen waarin de omlooptijden eenvoudige breuken (bijvoorbeeld 2/3 of 5/6) zijn van de omlooptijd van een aanwezige planeet. Als een stofdeeltje bijvoorbeeld precies drie omlopen om zijn ster maakt in de tijd dat de planeet er één voltooid, 'voelt' het deeltje steeds in hetzelfde punt van zijn baan met grote regelmaat een extra zwaartekrachtsaantrekking. Hierdoor ontstaan subtiele, maar herkenbare structuren in de stofverdeling.
Meer informatie:
NASA Supercomputer Shows How Dust Rings Point To Exo-Earths

6 oktober 2008
Met de Frans-Europese kunstmaan COROT is een 'planeet' gevonden met een soortelijke dichtheid bijna twee maal zo groot als die van lood. Het hemellichaam is zo groot als de reuzenplaneet Jupiter, maar weegt ruim twintig keer zo veel. De 'planeet' beschrijft elke 4 dagen en 6 uur een baan rond een ster die groter en zwaarder is dan onze zon. COROT ontdekte de 'planeet' doordat hij elke omloop voor de ster langs beweegt, en daarbij steeds gedurende een paar uur een klein beetje sterlicht onderschept. Sterrenkundigen weten vooralsnog geen raad met het nieuwe object; het is onduidelijk of er wel sprake is van een planeet. Eerder zijn in kleine omloopbanen rond sterren uitsluitend planeten gevonden die maximaal twaalf keer zo zwaar zijn als de planeet Jupiter, of lichte dwergsterren die zwaarder zijn dan 70 Jupitermassa's. De massa van het nieuwe object doet vermoeden dat het misschien een lichte bruine dwerg is - een 'mislukte' ster die te klein en te licht is voor spontane kernfusie van waterstof in zijn inwendige. Tot op heden zijn er op zeer kleine afstanden van sterren nooit bruine dwergen ontdekt; het nieuwe hemellichaam (COROT-exo-3b geheten) zou de eerste kunnen zijn. Er is echter volstrekt niet duidelijk hoe een bruine dwerg op zo'n extreem kleine afstand van een 'gewone' ster kan ontstaan.
Meer informatie:
COROT discovery stirs exoplanet classification rethink
COROT
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 september 2008
Twee aarde-achtige planeten bij een zonachtige ster op 300 lichtjaar van de aarde zijn in relatief recente tijden geleden met elkaar in botsing gekomen. Dat schrijven Amerikaanse astronomen in een artikel dat in december in het tijdschrift The Astrophysical Journal zal worden gepubliceerd. De stille getuige van het planetaire drama is een stofschijf rond de ster, die overigens al in 2005 ontdekt werd. Op zich is een stofschijf rond een ster geen bijzonderheid: heel veel jonge sterren zijn omgeven door stof dat is overgebleven bij hun eigen ontstaan. Maar in dit geval gaat het om een miljarden jaren oude ster, BD+20 307 'geheten', waarbij normaal gesproken niet zo veel stof meer aanwezig zou mogen zijn. Een andere bijzonderheid van de ster is dat hij deel uitmaakt van een dubbelstersysteem: het blijkt te gaan om twee zonachtige sterren die, op zeer geringe onderlinge afstand, in iets meer dan drie dagen (!) om elkaar heen draaien. De stofschijf omringt beide sterren op een afstand die vergelijkbaar is met de afstand tussen zon en aarde. Omdat zulk stof zich in de loop van de tijd verspreid, kan de planetaire botsing niet zo erg lang geleden hebben plaatsgevonden - waarschijnlijk voltrok deze zich hooguit een paar honderdduizend jaar geleden.
Meer informatie:
Worlds in collision

22 september 2008
In mei 2007 maakte een internationaal team van amateur- en beroepsjagers op planeten bij andere sterren de ontdekking bekend van een zeer zware planeet bij een onopvallende ster in het sterrenbeeld Giraffe. Het object, dat de aanduiding XO-3b kreeg, zou maar liefst twaalf keer zo zwaar zijn als de planeet Jupiter en daarmee een grensgeval vormen tussen een planeet en een bruine dwerg (mislukte ster). Maar dat blijkt niet de enige bijzonderheid van dit object. Franse onderzoekers hebben nu vastgesteld dat de 'superplaneet' in een zeer langgerekte baan om zijn moederster draait, die ook nog eens een hoek van ongeveer zeventig graden met het evenaarsvlak van die ster maakt. Daarbij beweegt XO-3b in een razend tempo: in slechts iets meer dan drie dagen voltooit hij een omloop. De astronomen denken dat de planeet in deze bijzondere baan is terechtgekomen toen hij, enkele miljarden jaren geleden, in botsing kwam met een soortgenoot.
Meer informatie:
Une planète sur une orbite très oblique?

15 september 2008
Bij de ster 1RXS J160929.1-210524 is een planeet gezien. Het is voor het eerst dat er een foto is gemaakt van een exoplaneet in een (vermoedelijke) baan rond een ster die veel op de zon lijkt. De ster maakt deel uit van het stervormingsbegied Upper Scorpius 1, op ca. 500 lichtjaar afstand van de aarde. Zijn massa bedraagt 85 procent van die van de zon. Wel is de ster veel jonger: ongeveer vijf miljoen jaar. De eveneens zeer jonge planeet heeft nog een hoge temperatuur, en kon daardoor vastgelegd worden met de gevoelige NIRI-infraroodcamera op de 8-meter Gemini North-telescoop op Mauna Kea, Hawaï. De opnamen werden afgelopen voorjaar gemaakt door een team van drie astronomen van de Universiteit van Toronto in Canada, onder wie de Nederlander Marten van Kerkwijk. Door spectroscopische waarnemingen van de planeet te vergelijken met modelberekeingen, concluderen de astronomen dat de planeet acht keer zo zwaar is als Jupiter. Wel bevindt hij zich op een onwaarschijnlijk grote afstand van zijn moederster: minstens 330 astronomische eenheden (een astronomische eenheid is de gemiddelde afstand tussen aarde en zon). Het is onduidelijk hoe er op zo'n grote afstand van een ster een planeet kan ontstaan uit een protoplanetaire schijf. Mogelijk ontstond de planeet op een kleinere afstand, en is hij later naar buiten gemigreerd. Ook is het denkbaar dat ster en planeet op dezelfde manier ontstonden als de twee componenten van een dubbelster: door fragmentatie van een samentrekkende gas- en stofwolk. De reuzenplaneet die enkele jaren geleden werd gefotografeerd in een baan rond een lichte bruine dwergster is vermoedelijk op die manier ontstaan. De ontdekking wordt beschreven in een artikel dat voor publicatie is aangeboden aan Astrophysical Journal Letters .
Meer informatie:
First Picture of Likely Planet around Sun-like Star
Publicatie waarin de ontdekking wordt beschreven
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 september 2008
Een internationaal team van astronomen, onder wie de Leidse Spinozapremiewinnares Ewine van Dishoeck, heeft voor de eerste keer moleculair gas in kaart gebracht op plekken rond jonge sterren waar nieuwe planeten kunnen ontstaan. Uit de verdeling en beweging van het gas is af te leiden dat er zich al jonge planeten hebben gevormd. De sterrenkundigen deden hun ontdekking met het CRIRES-instrument op ESO's Very Large Telescope in Chili. Hun bevindingen worden gepubliceerd in Astrophysical Journal van 10 september. In de afgelopen jaren zijn meer dan 300 zogeheten exoplaneten ontdekt, planeten die hun rondjes draaien rond andere sterren dan onze zon. Deze planeten zijn, evenals de planeten in ons eigen zonnestelsel, in een miljoenen jaren durend proces gevormd uit wolken van circumstellair stof en gas. Het bestuderen van deze protoplanetaire schijven geeft sterrenkundigen inzicht in de manier waarop planeten ontstaan. Nieuw aan het onderzoek is dat de astronomen in de protoplanetaire schijven rond drie soortgenoten van onze zon moleculair gas hebben ontdekt, precies in de gaten waar het stof is verdwenen. De astronomen concluderen uit de verdeling en beweging van het gas dat het stof is samengebald tot planetaire embryo's of dat de planeten al zijn gevormd en nu als een soort zwaartekracht-stofzuigers het gas in de omgeving aan het 'opruimen' zijn.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht ESO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 juli 2008
Met de Franse satelliet COROT is een exoplaneet gevonden die altijd hetzelfde halfrond van zijn moederster 'ziet'. De rotatieperiode van de ster blijkt gelijk te zijn aan de omloopperiode van de planeet: 9,2 dagen. COROT is in december 2006 gelanceerd en heeft inmiddels tienduizenden sterren waargenomen, op zoek naar planeetovergangen. Op die manier zijn al verscheidene exoplaneten gevonden: wanneer we vanaf de aarde van opzij tegen de baan aankijken, bewegen ze elke omloop voor hun moederster langs, waarbij ze een klein beetje sterlicht onderscheppen. Exoplaanet COROT-exo-4b is een zogeheten 'hete jupiter': een gasvormige reuzenplaneet in een kleine omloopbaan. Hij is in grootte vergelijkbaar met Jupiter. Precisiemetingen aan de helderheid van de ster, die ook beïnvloed worden door de aanwezigheid van 'zonnevlekken' op het steroppervlak, wijzen nu uit dat de ster elke 9,2 dagen om zijn as draait - precies even lang als de omlooptijd van de planeet. Hoe die merkwaardige situatie is ontstaan, is niet duidelijk: de planeet lijkt te ver weg en te licht om de rotatieperiode van de ster te beïnvloeden.
Meer informatie:
COROT's new find orbits Sun-like star
COROT
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 juli 2008
De Amerikaanse ruimtesonde Deep Impact heeft, van een afstand van 50 miljoen kilometer, een filmpje van de aarde gemaakt. Daarop is onder meer te zien hoe de maan vóór onze planeet langs beweegt. Wetenschappers gebruiken deze beelden om technieken te ontwikkelen waarmee planeten buiten ons zonnestelsel bestudeerd kunnen worden. Deep Impact schoot op 4 juli 2005 een projectiel af op komeet Tempel 1 en is nu onderweg naar komeet Hartley 2, die hij op 4 november 2010 zal bereiken. Onderweg daar naartoe doet hij ander onderzoek, zoals het van een afstand bestuderen van de aarde. Uit de beelden kan onder meer worden afgeleid hoe de helderheid van een planeet als de onze verandert ten gevolge van zijn rotatie, en welke invloed het verschil tussen land (continenten) en water (oceanen) daarbij speelt. De onderzoekers hopen uiteindelijk in staat te zijn om de aanwezigheid van water en wolken op een verre (exo)planeet te kunnen aantonen, zelfs als deze zich door de grootste telescopen als niet meer dan een puntje vertoont.
Meer informatie:
Nasa's Deep Impact Films Earth As An Alien World

7 juli 2008
Slechts een op de tien zonachtige sterren in de Orionnevel zal in de toekomst vergezeld worden door een reuzenplaneet zoals Jupiter. Die conclusie trekken Amerikaanse astronomen op basis van nieuwe waarnemingen van het stervormingsgebied. De Orionnevel, op 1500 lichtjaar afstand, is ongeveer één miljoen jaar oud en bevat vele honderden pasgeboren sterren. Met twee schotelnetwerken (CARMA in Calirofnië en SMA op Hawaï) is de millimeter- en submillimeterstraling van die sterren nu in kaart gebracht. Zulke straling wordt uitgezonden door warm stof dat zich in schijven rond de pasgeboren sterren bevindt. Uit de metingen blijkt dat de meeste sterren onvoldoende stof hebben voor de vorming van grote, zware reuzenplaneten. Aangezien onze eigen zon waarschijnlijk ook in een compact stervormingsgebied is ontstaan, doet dat vermoeden dat ons planetenstelsel relatief zeldzaam is. Vermoedelijk verdampt een deel van het stof in een vroeg stadium door de energierijke straling van zeer hete, zware sterren in de nevel. De resultaten worden komende zomer gepubliceerd in The Astrophysical Journal .
Meer informatie:
Open clusters like Orion have low fertility rate
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 juni 2008
Bij de zonachtige ster HD 40307 aan de zuidelijke sterrenhemel zijn drie planeten ontdekt die slechts een paar keer zo zwaar zijn als de aarde. Tot nu toe zijn bij andere sterren voornamelijk exoplaneten gevonden die minstens zo zwaar zijn als Neptunus of Jupiter. Met de extreem gevoelige HARPS-spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht kunnen echter ook kleinere, lichtere planeten worden gevonden. Een Europees team onder leiding van Michel Mayor van de sterrenwacht van Genève (die in 1995 ook de eerste exoplaneet ontdekte, bij de ster 51 Pegasi) heeft nu drie superaardes gevonden bij HD 40307. De drie planeten zijn 4,2, 6,7 en 9,4 keer zo zwaar als onze eigen planeet, en bewegen in cirkelvormige banen met omlooptijden van 4,3, 9,6 en 20,4 dagen. Bij een andere ster (waarvan al bekend is dat hij wordt vergezeld door een Jupiterachtige planeet met een omlooptijd van bijna drie jaar) is ook een superaarde gevonden van 7,5 aardmassa's en met een baanperiode van 9,5 dagen. Bij een derde ster is een nieuwe planeet van 22 aardmassa's ontdekt. Tot nu toe zijn met de HARPS-spectrograaf aanwijzingen voor het bestaan van exoplaneten gevonden bij ongeveer dertig procent van de onderzochte sterren. Omdat lichte planeten in wijdere omloopbanen nog steeds niet waargenomen kunnen worden, is het goed denkbaar dat verreweg de meeste zonachtige sterren in het Melkwegstelsel door planeten worden vergezeld. De nieuwe resultaten worden vandaag gepresenteerd op een internationale conferentie over superaardes in Nantes, Frankrijk, en verschijnen later dit jaar in Astronomy and Astrophysics .
Meer informatie:
A Trio of Super-Earths
De Europese HARPS-spectrograaf.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 juni 2008
Als E.T. al niet wist dat aardbewoners rare vogels zijn, doet hij dat over 42 jaar wel. Chipsfabrikant Doritos heeft een wel heel bijzondere manier bedacht om met onze eventuele galactische buren te communiceren: je bestookt ze gewoon met reclame. Het reclamefilmpje, dat zondag ook op de Britse commerciële televisie te zien is, maakt deel uit van het Doritos Broadcast Project. Daarbij nodigde de chipsbakker het Britse publiek uit om een 30 seconden durende videoclip te maken die het heelal in gezonden kan worden. Het winnende filmpje, met de titel 'Tribe', zal zes uur achter elkaar de ruimte in worden gezonden met de radar van het EISCAT-station op Svalbard. De uitzending is gericht op een planetenstelsel van een zonachtige ster in het sterrenbeeld Grote Beer, dat 42 lichtjaar van ons verwijderd is. Mocht E.T. trek hebben in de gefrituurde aardappelschijfjes, kunnen we dus vanaf 2050 bezoek verwachten.
Meer informatie:
Doritos Makes History With World's First Extra Terrestrial Advert

9 juni 2008
ASTRON, het Nederlands Instituut voor Radioastronomie, overweegt om de in aanbouw zijnde LOFAR-radiotelescoop in te zetten voor de zoektocht naar buitenaards leven (SETI). Dat blijkt uit de woorden van ASTRON-directeur Michael Garrett, tijdens de SETI-workshop die deze week in Dwingeloo wordt gehouden. Er zijn meer dan honderd miljard sterren in ons Melkwegstelsel, en de meeste daarvan hebben planeten. Hoeveel van die planeten leefbaar zijn, is onbekend, maar doorgaans gaan astronomen ervan uit dat technologisch geavanceerde beschavingen schaars zullen zijn. Het zoeken naar signalen van buitenaards leven is dus vergelijkbaar met het zoeken naar een naald in een hooiberg. De LOFAR-radiotelescoop, die momenteel in Noord-Nederland wordt gebouwd, is in principe heel geschikt om naar deze 'naalden' te zoeken. Het instrument kan een nog 'onbeluisterd' deel van het radiospectrum ontvangen en bovendien een groot stuk hemel in één keer overzien.
Meer informatie:
ASTRON verwelkomt onderzoekers van SETI

4 juni 2008
Sterrenkundigen hebben voorgesteld om vooral in het baanvlak van de aarde - een smalle band aan de sterrenhemel die hooguit drie procent van de totale hemel beslaat - op zoek te gaan naar buitenaardse beschavingen. Met radiotelescopen zoals de nieuwe Allen Telescope Array kan gericht gezocht worden naar signalen die door buitenaardse beschavingen in de richting van de aarde worden gezonden. Richard Henry van de Johns Hopkins University en Seth Shostak van het SETI-instituut stellen nu voor om die speurtocht voorlopig te concentreren in het baanvlak van de aarde. Gezien vanaf planeten in die smalle band aan de sterrenhemel wordt ons zonnestelsel in zijaanzicht gezien. Dat betekent dat bewoners van zo'n planeet de aanwezigheid van planeten rond de zon ontdekt kunnen hebben met behulp van de overgangstechniek, waarbij de zon periodiek een heel klein beetje zwakker wordt wanneer er een planeet voor langs beweegt. De waarnemers in het verre planetenstelsel zullen dan extra gemotiveerd zijn om hun radioboodschappen in de richting van de zon uit te zenden, aldus Henry en Shostak. Overigens is er na bijna vijftig jaar intensief zoeken nog nooit een spoor van buitenaardse kunstmatige radiosignalen gevonden.
Meer informatie:
Team hopes to use new technology to search for ET's
Allen Telescope Array
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 juni 2008
NASA's komeetverkenner Deep Impact, die op 4 juli 2005 een projectiel afschoot op de kern van komeet Tempel 1, is door astronomen en technici omgetoverd tot een planetenjager, en omgedoopt tot EPOXI (Extrasolar Planet Observation and Deep Impact Extended Investigation). Afgelopen maand heeft de ruimtesonde waarnemingen verricht aan de rode dwergster GJ436, op 32 lichtjaar afstand van de aarde. Rond deze ster draait een Neptunus-achtige planeet die ontdekt is doordat hij eens per omloop voor zijn moederster langs beweegt en daarbij een klein beetje sterlicht onderschept. De planeet heeft echter een merkwaardige langgerekte baan. Volgens theoretici kan dat erop wijzen dat zich op grotere afstand van de ster een tweede planeet bevindt, met een geringere massa en een langere omlooptijd. Als die super-aarde in hetzelfde baanvlak beweegt als de Neptunus-achtige planeet, zal hij ook eens in de paar weken voor de ster langsbewegen. De helderheidsmetingen van EPOXI moeten daar uitsluitsel over geven. Drake Deming en zijn collega's van NASA's Goddard Space Flight Center werken momenteel aan de analyse van de meetgegevens. Ze beschreven de EPOXI-waarnemingen aan GJ436 tijdens de 212e bijeenkomst van de American Astronomical Society in St. Louis, Missouri.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 juni 2008
Op drieduizend lichtjaar afstand is een exoplaneet ontdekt die slechts drie keer zo zwaar is als de aarde. De planeet draait op enkele tientallen miljoenen kilometers in een trage baan rond een extreem licht sterretje. De nieuw ontdekte exoplaneet, met de aanduiding MOA-2007-BLG-192Lb, is de lichtste die tot nu toe ooit is gevonden. Leven op de planeet is zo goed als zeker onmogelijk: doordat de ster enorm veel zwakker en koeler is dan de zon, is de planeet waarschijnlijk zo koud als Pluto. De moederster van de planeet heeft een massa van zes tot acht procent van de massa van de zon. Vermoedelijk is het een zogeheten bruine dwerg: een 'mislukte' ster waarin geen kernfusiereacties voorkomen. De ontdekking doet vermoeden dat ook bruine dwergen en extreem lichtzwakke dwergsterretjes in de omgeving van de zon vergezeld kunnen worden door planeten. MOA-2007-BLG-192Lb is door een team astronomen onder leiding van David Bennett van de universiteit van Notre Dame ontdekt met behulp van de microlenstechniek, waarbij het licht van de moederster tijdelijk versterkt wordt door de zwaartekracht van een andere ster die op kleinere afstand tussen de aarde en de verre ster doorschuift. Pieken in het helderheidsverloop van zo'n microzwaartekrachtlens wijzen op het bestaan van planeten in een baan rond de verre ster. De ontdekking van MOA-2007-BLG-192Lb is vandaag bekendgemaakt op de 212e bijeenkomt van de American Astronomical Society in St. Louis, Missouri.
Meer informatie:
Astronomers find tiny planet orbiting tiny star
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 mei 2008
De eind 2006 gelanceerde Europese satelliet COROT heeft twee nieuwe planeten bij andere sterren opgespoord. Het gaat in beide gevallen om planeten van het soort 'hete Jupiter': grote planeten die op ongewoon kleine afstand om hun moederster draaien. De speurtocht van COROT is nu 510 dagen bezig en heeft tot nog toe vier treffers opgeleverd. Dat is aan de magere kant: bij de lancering gingen onderzoekers er nog van uit dat COROT in ruim twee jaar tijd vele tientallen exoplaneten zou vinden. Sinds mei van dit jaar bekijkt de satelliet zijn zesde 'sterrenveld'. Hij is tot oktober zoet met het voortdurend in de gaten houden van de helderheden van 12.000 sterren in dit veld. (Kleine, regelmatige helderheidsvariaties van een ster kunnen wijzen op de aanwezigheid van een planeet.) Naast de beide grote planeten heeft COROT mogelijk ook nog een veel kleinere planeet gevonden: de helderheidsvariaties bij één ster zouden veroorzaakt kunnen worden door een planeet die niet veel groter is dan onze aarde. Die waarneming moet echter nog bevestigd worden.
Meer informatie:
Exoplanet hunt update

20 mei 2008
Het is Leidse sterrenkundigen als eersten in de wereld gelukt om vanaf de aarde de dampkring van de bekendste exoplaneet HD209458b waar te nemen. Dit unieke resultaat wordt deze week gepresenteerd op een internationaal symposium aan de Universiteit van Harvard. Tijdens een planeetovergang is in sterlicht dat door de atmosfeer van de planeet wordt gefilterd, absorptie door natriumatomen gemeten. De ontdekking is gedaan met de Japanse Subaru-telescoop op het eiland Hawaï. De exoplaneten-onderzoeksgroep aan de Sterrewacht Leiden is al een tijdje bezig met het ontwikkelen van diverse waarneemmethodes en deze op nauwkeurigheid te testen. De groep maakt daarbij gebruik van het feit dat sommige exoplaneten, zoals HD209458b, vanaf de aarde gezien, toevallig voor hun ster langs bewegen, en daarbij een gedeelte van het sterlicht verduisteren. Op zo'n moment kan in tegenlicht ook aan de dampkring van de planeet worden gemeten, mits er met hoge precisie wordt waargenomen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

8 mei 2008
Astronomen van de Universiteit van Florida in Gainesville verwachten de komende jaren minstens 150 nieuwe exoplaneten te vinden. Tot nu toe zijn er een kleine driehonderd planeten bij andere sterren bekend. Binnenkort gaat het MARVELS-project van start, waarmee tientallen sterren tegelijkertijd onderzocht kunnen worden op de aanwezigheid van planeten. MARVELS staat voor Multi-object Apache Point Observatory Exoplanet Large-Area Survey. Er wordt gebruik gemaakt van de 2,5-meter Sloan-telescoop op Apache Point in New Mexico. Die heeft een beeldveld van zeven vierkante graden. Via glasvezels wordt het licht van zestig sterren in het beeldveld van de telescoop naar gevoelige spectrografen geleid (later wordt dit aantal verhoogd naar honderdtwintig). Op die manier kunnen minieme schommelingen van sterren worden gemeten, waaruit de aanwezigheid van zware reuzenplaneten blijkt. Het door NASA gesponsorde MARVELS-project moet het mogelijk maken om op grote schaal statistisch onderzoek te doen aan het geboorteproces en de ontstaansvoorwaarden van reuzenplaneten.
Meer informatie:
Planets by the Dozen
Nieuwsbericht University of Florida
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

5 mei 2008
Enkele miljoenen mensen kunnen hun naam de ruimte in sturen aan boord van NASA's Kepler-kunstmaan. Kepler wordt in februari 2009 gelanceerd. De satelliet gaat jacht maken op exoplaneten. Naar verwachting zal Kepler als eerste aarde-achtige planeten bij andere sterren vinden. Via de website van het project kun je tot 1 november 2008 je naam en thuisland opgeven, alsmede een beknopt antwoord op de vraag waarom het Kepler-project belangrijk is. Alle informatie wordt verzameld op een dvd die aan de buitenzijde van de satelliet wordt gemonteerd.
Meer informatie:
NASA Kepler Mission Offers Opportunity to Send Names Into Space
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 april 2008
Eén van de grote vragen waar wetenschappers mee bezig zijn, is of er elders in het heelal leven is - intelligent leven dan liefst. Volgens Andrew Watson van de universiteit van East Anglia, is de kans daarop gering. Die conclusie trekt de onderzoeker uit de resultaten van een wiskundig model dat berekent hoe waarschijnlijk het is dat een evolutie zoals die op aarde heeft plaatsgevonden ook elders optreedt. De evolutie die tot het ontstaan van de mens heeft geleid, was afhankelijk van ten minste vier cruciale stappen: het ontstaan van de eerste eencellige bacteriën, van complexe cellen, van gespecialiseerde cellen en van intelligent leven dat kan communiceren. Uit de modelberekeningen, die in het tijdschrift Astrobiology zijn gepubliceerd, blijkt dat de kans op elk van die cruciale stappen hooguit tien procent is. Dat betekent dat de kans dat er op een andere aarde-achtige planeet in de loop van vier miljard jaar intelligent leven ontstaat minder dan 0,01 procent is. Daarbij komt nog dat de leefbaarheid van een planeet afhankelijk is van de ster waar hij omheen draait. Verwacht wordt dat de zon over een miljard jaar zo heet is geworden, dat er geen leven meer mogelijk is op aarde. De kans op intelligent leven is dus niet alleen klein, ook de tijd dringt.
Meer informatie:
Is there anybody out there?

9 april 2008
Britse en Spaanse astronomen hebben een 'super-aarde' gevonden in een baan rond de ster GJ436, op 30 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Leeuw. Eerder was bij deze ster al een planeet ontdekt in een zeer kleine baan, met een omlooptijd van 2,6 dagen. Uit periodieke verstoringen in de baan van deze planeet blijkt dat zich op grotere afstand een tweede planeet moet bevinden. Die draait eens in de 5,2 dagen rond zijn moederster. De omlooptijd is dus precies twee keer zo lang als die van de binnenste planeet. Zulke baanresonanties komen in ons eigen zonnestelsel ook voor: de omlooptijd van Pluto is bijvoorbeeld exact anderhalf maal zo groot als die van Neptunus. De nieuwe planeet, GJ436c geheten, is vijf maal zo zwaar als de aarde. Het is de kleinste exoplaneet die tot nu toe is ontdekt. Leven is er zo goed als zeker niet mogelijk: als gevolg van de kleine afstand tot de moederster ligt de temperatuur op de planeet waarschijnlijk ver boven de 100 graden Celsius. De ontdekking wordt deze week gepubliceerd in The Astrophysical Journal .
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 april 2008
Met behulp van radiotelescopen in de VS en Groot-Brittannië hebben sterrenkundigen een zeer jonge planeet ontdekt. De planeet-in-wording bevindt zich in de stofschijf rond de ster HL Tauri, die naar schatting minder dan 100.000 jaar oud is. Met de radiotelescopen is vastgesteld dat deze stofschijf wemelt van de brokstukjes ter grootte van kiezelstenen. Dat duidt erop dat hier al volop sprake is van een samenklonteringsproces. Op één plaats in de stofschijf lijkt dat proces al tot een ongeveer 14 Jupitermassa's zware samenballing van gas en stof te hebben geleid. Het lijkt aannemelijk dat zich daar een reuzenplaneet aan het vormen is.
Meer informatie:
Astronomers Find Embryonic Planet

1 april 2008
Met de automatische camera's van het Britse SuperWASP-project (Wide Area Search for Planets) zijn in de afgelopen zes maanden maar liefst tien nieuwe exoplaneten ontdekt. SuperWASP bestaat uit twee verzamelingen van camera's met krachtige telelenzen en gevoelige ccd-detectoren (een op het Canarische eiland La Palma en een in Zuid-Afrika) waarmee bepaalde delen van de sterrenhemel vrijwel continu in het oog worden gehouden. Op die manier wordt jacht gemaakt op kleine tijdelijke, periodieke helderheidsveranderingen van sterren die het gevolg zijn van planeetovergangen: wanneer een reuzenplaneet vanaf de aarde gezien voor zijn moederster langs beweegt, leidt dat tot een tijdelijke helderheidsafname van ongeveer één procent. Van de 45 exoplaneten die tot op heden op deze manier zijn ontdekt, zijn er nu 15 gevonden door SuperWASP - het project is daarmee verreweg het succesvolst in het opsporen van planeetovergangen. De tien exoplaneten die het afgelopen jaar zijn ontdekt, hebben massa's tussen 0,5 en 8,3 maal de massa van de reuzenplaneet Jupiter. Eén van de nieuwe planeten bevindt zich zo dicht bij zijn moederster dat hij een omlooptijd heeft van slechts 1,1 dag.
Meer informatie:
The (Super)WASP factory finds 10 new planets in the last 6 months
SuperWASP
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 maart 2008
Met een telescoop van de Amerikaanse luchtmacht op Maui, Hawaï, is mogelijk voor het eerst een planeet-in-wording bij een andere ster gefotografeerd. Dat meldt de National Science Foundation, die het onderzoek financierde. Een team onder leiding van Ben Oppenheimer van de astrofysische afdeling van het American Museum of Natural History richtte de telescoop op de ster AB Aurigae, een één à drie miljoen jaar jonge ster in het sterrenbeeld Voerman. De ster wordt omgeven door een reeds bekende protoplanetaire schijf. Op de nieuwe opnamen is in die schijf een hoefijzervormig leeg gebied te zien, waarin zich een klein, puntvormig helder object bevindt. De astronomen denken dat het hier gaat om een planeet-in-wording, of mogelijk een bruine dwerg. De ontdekking werpt mogelijk licht op de manier waarop uit een dikke gas- en stofschijf een planetenstelsel kan ontstaan, waarin afzonderlijke grote objecten voorkomen, ingebed in een zeer dunne schijf. De resultaten worden op 10 juni gepubliceerd in The Astrophysical Journal .
Meer informatie:
Astrophysicists observe a circumstellar disk with telltale signs of planet formation
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 maart 2008
Sterrenkundigen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop voor het eerst de aanwezigheid van een organische verbinding in de atmosfeer van een planeet bij een andere ster ontdekt (Nature, 20 maart). Het betreft het gas methaan, dat aanwezig blijk te zijn in de atmosfeer van de exoplaneet HD 189733b. Ditzelfde gas vormt ook een belangrijk bestanddeel in de atmosferen van de meeste planeten van ons eigen zonnestelsel. De waarnemingen met de spectrometer van de ruimtetelescoop hebben ook nog eens bevestigd dat de atmosfeer van HD 189733b ook water bevat - iets dat vorig jaar al was ontdekt met de infraroodsatelliet Spitzer. De exoplaneet HD 189733b behoort tot de zogeheten 'hete jupiters': hij draait in een zeer krappe baan met een omlooptijd van twee dagen om zijn moederster en heeft een temperatuur van 900 graden. Vanaf de aarde gezien beweegt hij bij elke omloop voor zijn ster langs, waardoor een deel van het sterlicht eventjes door de atmosfeer van de planeet heen gaat voordat het de aarde bereikt. Het is die toevalligheid die sterrenkundigen in staat stelt om de samenstelling van de planeetatmosfeer spectroscopisch te onderzoeken. Verwacht wordt dat met dezelfde techniek straks ook de atmosferen van minder hete (en onleefbare) planeten onderzocht kunnen worden.
Meer informatie:
Hubble finds first organic molecule on extrasolar planet

18 maart 2008
Uit waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer en de Keck II-telescoop op Hawaï blijkt dat de binnendelen van de protoplanetaire schijven rond de jonge sterren DR Tauri en AS 205A waterdamp bevatten. Eerder was al bekendgemaakt dat de stofschijf rond de ster AA Tauri naast waterdamp ook organische moleculen bevat. De aanwezigheid van waterdamp in het centrale deel van een protoplanetaire schijf kan een indicatie geven van het stadium waarin de planeetvorming verkeert. In ons zonnestelsel heeft Jupiter veel van de beschikbare ijsachtige materialen in een vroeg stadium verzameld. Maar vóórdat Jupiter veel massa had verzameld, kon een deel van deze materialen mogelijk nog de binnendelen van het zonnestelsel bereiken, om daar te verdampen. Het is denkbaar dat de planeetvorming rond DR Tauri en AS 205A zich ongeveer in dit stadium bevindt.
Meer informatie:
Water Vapor Detected in Protoplanetary Disks

13 maart 2008
Sterrenkundigen hebben grote hoeveelheden water en simpele organische moleculen gevonden in de binnendelen van een protoplanetaire schijf. De ontdekking is gedaan met NASA's Spitzer Space Telescope, die metingen doet op infrarode golflengten. De gevoelige spectroscopen van Spitzer kunnen de samenstelling van gas- en stofwolken bestuderen. Jonge sterren worden vaak omgeven door een afgeplatte schijf van gas en stof waaruit in de toekomst planeten kunnen ontstaan. In de binnendelen van zo'n protoplanetaire schijf is eerder wel onderzoek gedaan aan de samenstelling van de stofdeeltjes, maar de precieze samenstelling van het gas was moeilijker te bepalen. Dat is nu wel gelukt dankzij een nieuwe techniek. Bij de ster AA Tauri in het sterrenbeeld Stier, die een leeftijd heeft van minder dan één miljoen jaar, is op die manier gevonden dat zich in de binnendelen van de protoplanetaire schijf grote hoeveelheden waterdamp bevinden, maar ook gasvormig blauwzuur, acetlyeen en kooldioxide - simpele koolstofhoudende (organische) moleculen. De moleculen zijn aangetroffen in het deel van de schijf waar in de toekomst aardachtige planeten zouden kunnen ontstaan. Kennelijk vindt er in de schijf actieve chemie plaats, want de relatieve hoeveelheid waterdamp en organische moleculen is groter dan in de moleculaire wolken waaruit jonge sterren als AA Tauri ontstaan.
Meer informatie:
Spitzer Finds Organics and Water Where New Planets May Grow
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 maart 2008
Volgens onderzoekers van de universiteit van Californië in Santa Cruz zouden eventuele aarde-achtige planeten bij de ster Alfa Centauri met bestaande middelen detecteerbaar moeten zijn. Dat deze drievoudige ster inderdaad van die planeten heeft, is niet ondenkbaar. Uit computersimulaties blijkt dat met name de ster Alfa Centauri B een geschikte kandidaat is. De zwaartekrachtsinvloed van een aarde-achtige planeet op deze ster zou weliswaar heel klein zijn, maar daar staat tegenover dat Alfa Centauri B helder is en gedurende een groot deel van het jaar waarneembaar. Hierdoor zou het vijf jaar achtereen consequent meten van de kleine schommelingen van de ster voldoende moeten zijn om eventuele soortgenoten van de aarde op te sporen.
Meer informatie:
Alpha Centauri should harbor detectable, Earth-like planets

17 februari 2008
De vorming van aardachtige planeten bij andere sterren is misschien eerder regel dan uitzondering. Dat blijkt uit onderzoek aan een groot aantal zonachtige sterren met de Spitzer Space Telescope. Die ruimtetelescoop neemt de infrarode warmtestraling waar van stofdeeltjes in de directe omgeving van jonge sterren. Het blijkt dat veel sterren aan het begin van hun leven warm stof bevatten (dat zich dus op relatief kleine afstand van de ster moet bevinden), maar dat dat warme stof veel minder voorkomt bij sterren die ouder zijn dan 300 miljoen jaar. Dat doet vermoeden dat die stofdeeltjes in de eerste paar honderd miljoen jaar van het leven van een ster samenklonteren tot grotere brokstukken, en uiteindelijk tot planeten zoals de aarde. De interpretatie van de Spitzer-resultaten is niet helemaal eenduidig, maar de onderzoekers concluderen dat minstens twintig procent en misschien wel zestig procent van de zonachtige sterren vergezeld wordt door aardse planeten. De resultaten zijn op 1 februari gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters.
Meer informatie:
Many, Perhaps Most, Nearby Sun-Like Stars May Form Rocky Planets
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 februari 2008
Bij een sterretje op vijfduizend lichtjaar afstand is een planetenstelsel ontdekt dat veel weg heeft van ons eigen zonnestelsel, zij het op een kleinere schaal. De ster is half zo zwaar als de zon; de twee planeten zijn een slag lichter dan Jupiter en Saturnus, en bewegen ook in kleinere banen. De ontdekking doet echter wel vermoeden dat de gasvormige reuzenplaneten op dezelfde manier zijn ontstaan als die in ons eigen zonnestelsel, dus op relatief grote afstand van hun moederster, waar de temperatuur laag genoeg was voor de vorming van ijskristallen. Op kleinere afstand van de ster draaien wellicht aardachtige planeten rond. Tot nu toe zijn reuzenplaneten bij andere sterren vooral in onverwacht kleine omloopbanen gevonden, waar ze vermoedelijk terecht zijn gekomen als gevolg van een soort migratieproces. De twee planeten bij de ster OGLE-2006-BLG-109 zijn ontdekt met behulp van de microzwaartekrachtlenstechniek: de moederster bewoog vanaf de aarde gezien voor een andere ster langs, op een nog veel grotere afstand, en de zwaartekracht van de ster en de twee planeten veroorzaakte een tijdelijke helderheidstoename van de achtergrondster. Die werd voorjaar 2006 ontdekt door het Poolse Optical Gravitational Lensing Experiment (OGLE), en vervolgens nauwgezet waargenomen door elf sterrenwachten verspreid over de aarde. Het bestaan en de eigenschappen van de twee planeten kon afgeleid worden uit een zeer nauwkeurige analyse van het waargenomen helderheidsverloop. De resultaten zijn op 15 februari gepubliceerd in Science .
Meer informatie:
Astronomers discover scaled-down Jupiter and Saturn in a faraway solar system like our own
Optical Gravitational Lensing Experiment
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 februari 2008
Bij een recent onderzoek door Japanse sterrenkundigen is een ster waargenomen waarbij zich mogelijk aarde-achtige planeten aan het vormen zijn. Het betreft FN Tau: een betrekkelijk nabije, lichte ster, die deel uitmaakt van een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Stier en waarschijnlijk pas ongeveer 100 duizend jaar geleden is ontstaan. FN Tau is, als zo vele andere jonge sterren, omringd door een schijf van stof en gas waarin een samenklonteringsproces plaatsvindt. Het bijzondere aan dit geval is dat de ster tien keer zo licht is als onze zon en dat ook de stofschijf weinig materie bevat: het is de lichtste protoplanetaire schijf rond de lichtste ster die ooit is waargenomen. De vraag is nu waar het samenklonteringsproces rond FN Tau toe zal leiden. Gezien de geringe hoeveelheid materie die beschikbaar is, lijkt het uitgesloten dat hier grote, gasplaneten gaan ontstaan. Het is waarschijnlijker dat hier alleen aarde-achtige planeten gevormd kunnen worden. De onderzoekers hopen hier in de komende jaren uitsluitsel over te kunnen geven.
Meer informatie:
Dusty Disk Around Nearby Star May Hide Earth-Like Planet

7 februari 2008
De Amerikaanse ruimtesonde Deep Impact is aan zijn tweede carrière begonnen. De sonde, die in 2005 een projectiel afschoot op de komeet Tempel 1, is momenteel op koers naar een andere komeet: Hartley 2. Maar die zal hij pas in oktober 2010 bereiken. Om de reistijd nuttig te gebruiken, zal Deep Impact zijn grootste telescoop onderweg op een vijftal nabije sterren richten, in een poging om zogeheten planeetovergangen waar te nemen. Het gaat om sterren waarbij eerder al grote Jupiter-achtige planeten zijn ontdekt, die op geringe afstand om hun ster draaien en vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór deze ster langs schuiven. Deep Impact heeft nu als taak om te onderzoeken of er nog meer planeten om de sterren draaien. Ook een andere manier zal Deep Impact aan het onderzoek van exoplaneten bijdragen: hij zal met enige regelmaat terugkijken naar de aarde, om vast te stellen welke kenmerken op zichtbare en infrarode golflengten onze planeet van grote afstand vertoont. Dat zou vergelijking met soortgelijke planeten bij andere sterren moeten vergemakkelijken.
Meer informatie:
NASA's Deep Impact Begins Hunt For Alien Worlds

9 januari 2008
Voor het eerst sinds de ontdekking van de planeet Neptunus, ruim anderhalve eeuw geleden, hebben sterrenkundigen met succes het bestaan van een onbekende planeet voorspeld - bij een andere ster ditmaal. De exoplaneet draait om HD 74156, een ster op een afstand van bijna 200 lichtjaar. De voorspelling van zijn bestaan was gebaseerd op een theoretisch onderzoek van de banen van twee planeten die al eerder bij deze ster ontdekt waren. De onderzoekers stelden vast dat planeten doorgaans in banen om hun moederster draaien die zo dicht bij elkaar liggen dat ze nog net stabiel zijn. Tussen de banen van de planeten 'B' en 'C' van HD 74156 zat echter een duidelijke lege kloof. Uit nader onderzoek is nu gebleken dat zich hier inderdaad nóg een planeet bevindt. De verwachting is dat dit theoretische inzicht ook bij andere planetenstelselsotde ontdekking van nieuwe planeten zal leiden.
Meer informatie:
Astronomers are First to Successfully Predict Extra-Solar Planet

9 januari 2008
Honderden miljoenen, misschien zelfs enkele miljarden jaren nadat ze (mogelijk) hun eerste planeten hebben gevormd, gaan twee bijzondere sterren op herhaling. Het betreft BP Piscium, een ster in het sterrenbeeld Vissen, en TYCHO 4144 329 2, in de Grote Beer. Het tweetal vertoont allerlei kenmerken van zeer jonge sterren. Ze zijn omringd door een schijf van gas en stof die veel infraroodstraling uitzendt en BP Piscium blaast zelfs twee straalstromen of jets van gas de ruimte in. In de schijven is de materie bezig samen te klonteren tot planetesimalen - de bouwstenen van planeten. Maar jong zijn de beide sterren bepaald niet. Omdat sterren al vroeg in hun bestaan het schaarse lithium verbruiken, zouden de spectra van beide sterren nog duidelijke tekenen van dit element moeten laten zien. Dat is bij BP Piscium echter niet het geval en bovendien vormt TYCHO 4144 329 2 een dubbelster met een normale, oude ster. Doorgaans zijn de beide componenten van een dubbelster gelijktijdig ontstaan. Een verklaring voor deze merkwaardige gang van zaken is er nog niet.
Meer informatie:
Two unusual older stars giving birth to second wave of planets

9 januari 2008
Amerikaanse sterrenkundigen denken dat de merkwaardige begeleider van de bruine dwergster 2M1207A mogelijk is voortgekomen uit de botsing tussen twee protoplaneten. De begeleider, 2M1207B, vertoont eigenschappen - qua temperatuur, leeftijd en lichtkracht - die moeilijk te begrijpen zijn. Uit computerberekeningen blijkt dat de bruine dwerg, en dus ook zijn begeleider, niet veel ouder dan 8 miljoen jaar kan zijn. Een normale protoplaneet zou dan echter allang zijn afgekoeld tot een temperatuur van minder dan 700 graden. Maar uit onderzoek blijkt dat 2M1207B een temperatuur van meer dan 1300 graden heeft. Een botsing met een kleinere soortgenoot zou de overtollige warmte kunnen verklaren. Heel onwaarschijnlijk is dat scenario niet, omdat botsingen in planetenstelsels-in-wording talrijk zijn - ook de planeten van ons zonnestelsel werden vroeg in hun bestaan door botsingen en inslagen geteisterd. Gezien zijn temperatuur zou 2M1207B tien keer helderder moeten zijn dan hij in werkelijkheid is. Om zijn gebrek aan lichtkracht te verklaren, bedachten sterrenkundigen in 2006 de hypothese dat het licht van de planeet getemperd wordt door het ongetwijfeld nog rijkelijk aanwezige stof in de omgeving. Maar volgens onderzoekers van de universiteit van Arizona is er ook een andere mogelijkheid: misschien is 2M1207B kleiner dan gedacht. Zij schatten dat de protoplaneet iets kleiner is dan de planeet Saturnus en ongeveer tachtig keer zo zwaar als de aarde. Welke van de beide hypothesen de juiste is, moet blijken uit nader (spectroscopisch) onderzoek.
Meer informatie:
When Worlds Collide: Have Astronomers Observed the Aftermath of a Distant Planetary Collision?

7 januari 2008
Het is een internationaal team van sterrenkundigen voor het eerst gelukt om directe waarnemingen te doen aan het licht dat door een planeet bij een andere ster is weerkaatst. Om dat te bewerkstelligen is gebruik gemaakt van dezelfde truc waarmee Polaroid zonnebrillen de schittering van zonlicht onderdrukken: met polarisatiefilters is het zwakke door de exoplaneet weerkaatste sterlicht 'opgevoerd'. De waarnemingen stellen de onderzoekers in staat om de baanbeweging van de planeet te volgen en de omvang van zijn atmosfeer te volgen. De exoplaneet, die om de rode dwergster HD189733 draait, is twee jaar geleden ontdekt en behoort tot de 'hete jupiters'. Hij bevindt zich zo dicht bij zijn moederster, dat zijn atmosfeer door de hitte opgezwollen is.
Meer informatie:
First reflected light from an extrasolar planet
Polarimetric studies of extrasolar planets

3 januari 2008
Amerikaanse sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat de stofschijf rond de jonge ster HR 4796A grote organische moleculen bevat. Zulke moleculen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van leven zoals wij dat kennen. De ontdekking is gedaan met de NICMOS-spectrometer van de Hubble-ruimtetelescoop. Het stof rond de ster blijkt zeer rood van kleur en vertoont de spectrale kenmerken van tholinen - grote koolstofmoleculen. Op aarde komen deze moleculen niet van nature voor, of beter gezegd: niet méér. Dat komt doordat ze gemakkelijk oxideren. Maar aangenomen wordt dat ze op de jonge aarde, die nog geen zuurstof in haar atmosfeer had, veel voorkwamen. Elders in het zonnestelsel, zoals in kometen en op de Saturnusmaan Titan, worden deze 'biomoleculen' nog steeds aangetroffen. Het is nu voor het eerst dat er aanwijzingen voor tholinen buiten het zonnestelsel zijn gevonden. HR 4796A is een ongeveer acht miljoen jaar oude ster van twee zonsmassa's in het sterrenbeeld Centaurus. Het stof rond de ster is waarschijnlijk bezig samen te klonteren tot planeten.
Meer informatie:
Red Dust in Planet-Forming Disk May Harbor Precursors to Life

2 januari 2008
Wetenschappers van het Max-Planck-Institut für Astronomie in Heidelberg hebben een zeer jonge exoplaneet ontdekt (Nature, 3 januari). De moederster van de planeet, TW Hydrae geheten, is nog omringd door de resten van de schijf van gas en stof waaruit zij zelf werd geboren. Geschat wordt dat deze zonachtige ster minder dan tien miljoen jaar geleden is ontstaan. Het is voor het eerst dat een planeet zo vroeg in zijn ontwikkeling is waargenomen. De planeet van TW Hydrae behoort tot de 'zwaargewichten': hij is ongeveer tien keer zo zwaar als de planeet Jupiter. Uit de kleine, regelmatige schommelbeweging van de ster blijkt dat de omlooptijd van de planeet slechts 3,56 dagen bedraagt en zijn afstand tot de ster ongeveer zes miljoen kilometer.
Meer informatie:
Ein junger, extrasolarer Planet in seiner kosmischen Krippe

26 december 2007
Op de Japanse 8,2-meter Subaru telescoop op Mauna Kea (Hawaï) is eerder deze maand de HiCIAO-camera in gebruik genomen. Het nieuwe instrument is met name geschikt voor het bestuderen van exoplaneten - planeten bij andere sterren dan de zon. Die zijn normaalgesproken niet zichtbaar doordat hun zwakke schijnsel wordt overstraald door het licht van hun moederster. Met de HiCIAO-camera (High Contrast Instrument for Adaptive Optics) is het echter mogelijk het licht van de ster grotendeels af te schermen, waardoor zwakke objecten dicht bij de ster zichtbaar worden. Behalve exoplaneten kunnen dat ook circumstellaire stofschijven zijn waaruit nieuwe planetenstelsels kunnen ontstaan. Zoals de naam al aangeeft, maakt de camera gebruik van adaptieve optiek, waarmee trillingen in de aardse dampkring gecompenseerd kunnen worden. Er is sinds 2004 aan het nieuwe instrument gewerkt; in de nacht van 3 december is hij officieel in gebruik genomen.
Meer informatie:
Say Aloha to new HiCIAO camera at Subaru telescope
Subaru Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 december 2007
Met de Franse satelliet COROT (COnvection, ROtation and planetary Transits) is voor de tweede maal een exoplaneet ontdekt. COROT houdt van 12.000 sterren tegelijkertijd de helderheid heel nauwkeurig in de gaten. Op die manier kunnen planeetovergangen gevonden worden: de ster is dan gedurende een paar uur iets zwakker dan normaal omdat er een planeet voor langs beweegt waarvan we de baan toevallig exact van opzij zien. COROT-exo-2b is een reuzenplaneet die 1,4 keer zo groot en 3,5 keer zo zwaar is als Jupiter. Hij beweegt in iets minder dan twee dagen rond een ster op 800 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Slang. Behalve aan exoplaneten verricht COROT ook onderzoek aan asteroseismologie: sterbevingen en -trillingen die ook tot kleine helderheidsvariaties kunnen leiden. De satelliet werd op 27 december 2006 gelanceerd; de wetenschappelijke resultaten van het eerste jaar na de lancering worden binnenkort in de vakpers gepubliceerd.
Meer informatie:
COROT surprises a year after launch
COROT
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 december 2007
In de dampkring van de exoplaneet HD189733b komen heiïge lagen voor. Dat blijkt uit metingen van de Hubble Space Telescope. De planeet draait elke paar dagen rond zijn moederster, en beweegt daarbij eens per omloop voor de ster langs. Omdat het sterlicht dan door de planeetdampkring schijnt, kunnen astronomen tijdens zo'n overgang meer te weten komen over de samenstelling van de dampkring, die een temperatuur van ca. 700 graden Celsius heeft. In de metingen werden spectroscopische vingerafdrukken verwacht van onder andere natrium, kalium en water. Die werden echter niet gevonden. In combinatie met de bijzondere vorm van het spectrum concludeerden de onderzoekers dat er op ca. 1000 kilometer hoogte een dikke heiïge laag van metaalrijke stofdeeltjes moet voorkomen. De afzonderlijke stofdeeltjes zijn vermoedelijk kleiner dan een micrometer. Uit de precieze Hubble-metingen volgt ook dat de moederster van HD189733b donkere zonnevlekken op het oppervlak heeft; een van de vlekken heeft een middellijn van ruim 80.000 kilometer.
Meer informatie:
Hazy red sunset on extrasolar planet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 december 2007
Een sterrenkundige van de universiteit van Texas in Austin heeft met behulp van de Hubby-Eberly Telescope de atmosfeer waargenomen van de planeet bij de ster HD189733. Deze planeet, die iets groter en zwaarder is dan onze planeet Jupiter, beweegt vanaf de aarde gezien bij elke (zeer korte) omloop voor zijn moederster langs. Daardoor schijnt een klein deel van het licht van de ster om de 2,2 dagen door de planeetatmosfeer heen, wat het mogelijk maakt de samenstelling van deze atmosfeer te bepalen. In juli maakten sterrenkundigen van het Parijse Institut d'Astrophysique en het California Institute of Technology al bekend dat ze met de infraroodsatelliet Spitzer waterdamp in de atmosfeer van deze exoplaneet hadden ontdekt. Nu is daar door de Texaanse onderzoeker het element natrium aan toegevoegd. Het betreft de eerste detectie van atmosferisch gas bij een exoplaneet vanaf de aarde. Eerdere detecties vonden vanuit de ruimte plaats.
Meer informatie:
Texas Astronomer Makes First Ground-Based Detection Of Extra-Solar Planet Atmsosphere Using Hobby-Eberly Telescope

5 december 2007
Britse wetenschappers hebben berekend hoe dichtbij een grote gasplaneet als Jupiter bij een (zonachtige) ster mag komen voordat zijn atmosfeer instabiel wordt en 'wegkookt'. Volgens de onderzoekers ligt de grens bij 0,15 astronomische eenheid (AE) oftewel ruim 20 miljoen kilometer (Nature, 6 december). Deze grens blijkt vrij scherp te zijn: tot 0,16 AE blijft de atmosfeer van een gasreus stabiel en vrij ondiep. Maar zodra de planeet de 0,15 AE passeert, zwelt zijn atmosfeer plotseling op en verdwijnen de gassen de ruimte in. Uit modelberekeningen blijkt dat de oorzaak van deze snelle verandering gezocht moet worden bij het geladen waterstofmolecuul H3+, dat heel effectief is in het weerkaatsen van zonlicht en ook nog eens in steeds grotere hoeveelheden wordt aangemaakt naarmate een planeet heter wordt. Bij 0,15 AE sneuvelen de H3+-moleculen echter, waardoor de planeetatmosfeer ongeremd gaat stijgen. Tot een jaar of tien geleden zou dit een zuiver academische kwestie zijn geweest, maar inmiddels zijn er al enkele tientallen 'hete jupiters' ontdekt die zich ruimschoots binnen de 'afbraakgrens' bevinden.
Meer informatie:
The fine line between stability and instability -- when do gas giants reach the point of no return?

29 november 2007
De afgelopen jaren zijn steeds meer planeten bij andere sterren ontdekt. De teller is inmiddels de 260 gepasseerd en zal alleen maar verder oplopen. Voor wie de ontwikkelingen een beetje wil bijhouden, bestaat de NASA-website PlanetQuest, die onlangs flink is uitgebreid. Er is nu een actuele 'visuele atlas', met veel illustratiemateriaal (onder meer artist's impressions), en een uitgebreid overzicht van de verschillende initiatieven die worden ondernomen om nieuwe exoplaneten op te sporen. Ook kan een 'widget' voor pc of Mac worden opgehaald, die de stand van het aantal ontdekte planeten bijhoudt. En ten slotte zijn er spelletjes, filmpjes en simulaties over de planetenjacht.
Meer informatie:
Keep Track of New Worlds: PlanetQuest 2.0
PlanetQuest 2.0

28 november 2007
De zonachtige ster UX Tau A, die pas ongeveer een miljoen jaar oud is, is mogelijk al omringd door een planetenstelsel. Dat zou blijken uit onderzoek met de infraroodsatelliet Spitzer. Daarmee is waargenomen dat de schijf van gas en stof rond de ster een lege gordel vertoont. Veel onderzoekers denken dat zulke onderbrekingen in een circumstellaire schijf worden veroorzaakt door een planeet (in wording) die tijdens zijn omwentelingen om de ster gas en stof opveegt. De lege gordel in de schijf rond UX Tau A is uitzonderlijk breed: verplaatst naar ons eigen zonnestelsel zou hij het hele gebied tussen de banen van Mercurius en Saturnus omvatten. Dat maakt het waarschijnlijk dat het om de vorming van meerdere planeten tegelijk gaat.
Meer informatie:
Youthful Star Sprouts Planets Early

20 november 2007
In een drie miljoen jaar oude sterrenhoop in het sterrenbeeld Orion zijn miniatuurversies ontdekt van planetenstelsels-in-wording. Alexander Scholz van de University of St Andrews in Schotland en Ray Jayawardhana van de Universiteit van Toronto gebruikten NASA's Spitzer Space Telescope voor een onderzoek aan de infraroodstraling van achttien zogeheten planemo's (planetary mass objects). Planemo's zijn mini-sterren die soms niet zwaarder zijn dan de reuzenplaneet Jupiter - hooguit een paar procent van de massa van de zon. Er is niet precies bekend of ze op dezelfde manier zijn ontstaan als sterren, of dat het misschien om weggeslingerde reuzenplaneten gaat. De nieuwe Spitzerwaarnemingen doen vermoeden dat planemo's echte miniatuursterren zijn. Een op de drie onderzochte planemo's in Orion wordt omgeven door een schijf van relatief warm gas en stof - materiaal waaruit in de toekomst een planetnstelsel kan ontstaan, zij het op zeer bescheiden schaal. In een artikel dat binnenkort verschijnt in Astrophysical Journal Letters stellen de twee astronomen dan ook dat er in het heelal miniatuur-zonnestelsels kunnen voorkomen.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 november 2007
In het Zevengesternte - de beroemde sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier, ook wel de Plejaden genoemd - zijn aanwijzingen gevonden voor de vorming van planeten zoals de aarde. Astronomen van de Universiteit van Californië in Los Angeles ontdekten grote hoeveelheden warm stof rond de ster HD23514, een van de zwakkere sterren in de Plejaden. Het stof is vermoedelijk het product van de onderlinge botsing van relatief grote protoplaneten. De Plejaden, op ongeveer vierhonderd lichtjaar afstand, zijn pas zo'n honderd miljoen jaar oud. Bij de afzonderlijke sterren in de sterrenhoop kan inmiddels planeetvorming op gang zijn gekomen. Het warme stof bij HD23514 (een ster die veel op de zon lijkt, maar die wel veel jonger is) bevindt zich in een gebied dat overeenkomt met de banen van de binnenste planeten in ons eigen zonnestelsel. In een artikel in The Astrophysical Journal schrijven de onderzoekers dat de enorme hoeveelheden stof waarschijnlijk geproduceerd zijn toen twee grote 'planeet-embryo's' met elkaar in botsing kwamen, in de slotfase van de vorming van een planetenstelsel. Een soortgelijke botsing moet miljarden jaren geleden in ons eigen planetenstelsel hebben plaatsgevonden, en aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van de maan. De ontdekking van het warme stof werd gedaan met een gevoelige infraroodspectroscoop op de 8,1-meter Gemini North Telescope op Mauna Kea, Hawaï.
Meer informatie:
Astronomers Spot Evidence for Colliding Planet Embryos in Famous Star Cluster
Persbericht University of California at Los Angeles
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 november 2007
Amerikaanse sterrenkundigen hebben vastgesteld dat de zonachtige ster 55 Cancri minstens vijf planeten heeft. Evenals de vier eerder ontdekte planeten is nummer vijf op indirecte wijze opgespoord: aan de hand van kleine schommelingen van de moederster. De planeet is ongeveer 45 keer zo zwaar als de aarde en draait in 260 dagen om 55 Cancri. Hij bevindt zich in de zogeheten 'leefbare zone', de gordel om de ster waar de temperatuur geschikt is voor de aanwezigheid van vloeibaar water. Het is echter onwaarschijnlijk dat de planeet een vast oppervlak heeft: qua samenstelling en uiterlijk zou hij eerder op Saturnus lijken. Of er manen om de planeet draaien, is uiteraard onbekend. Maar mocht dat zo zijn, dan zou vloeibaar water eventueel aldaar gevonden kunnen worden. Bijzonder aan het planetenstelsel van 55 Cancri is niet alleen dat er zo veel planeten zijn, maar ook dat de meeste in keurige cirkelbanen om hun moederster draaien. Ze vallen alle vijf in de categorie 'gasreuzen'.
Meer informatie:
Scientists Discover Record Fifth Planet Orbiting Nearby Star

6 november 2007
Studenten sterrenkunde aan de Universiteit Leiden hebben een exoplaneet, een planeet buiten ons eigen zonnestelsel, ontdekt. Het hemellichaam, net zo groot als Jupiter, draait in 2,5 dag om een ster die veel op onze zon lijkt. De afstand tot de ster is zo klein dat het aan het oppervlak van de planeet meer dan 1000 graden is. De voorlopige naam van het object is OGLE2-TR-L9. De onderzoeksresultaten worden binnenkort gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Origineel persbericht

22 oktober 2007
Een team van Leidse sterrenkundigen heeft aanwijzingen gevonden dat rond IRS48, een jonge ster vergelijkbaar met onze zon, een nieuwe planeet aan het ontstaan is. De vorming gaat gepaard met een opmerkelijke productie van 'roet'. Astronoom Vincent Geers promoveert op 23 oktober aan de Leidse Sterrewacht op onderzoek naar deze zogenaamde polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) in de ruimte. Rondom sterren zoals onze zon worden normaal geen PAK's waargenomen, vermoedelijk omdat het licht van de sterren niet sterk genoeg is en de concentraties PAK's ook te gering zijn. 'Maar bij IRS48 was duidelijk iets bijzonders aan de hand', aldus Geers. Hoogstwaarschijnlijk veegt een proto-planeet (een planeet in wording) als een kosmische bezem door de schijf, waardoor ter plekke de dichtheid van gas en stof afneemt. Alleen voor de kleine stofdeeltjes, de PAK's, bleek dit niet te gelden. Het is de eerste keer dat dit zo is waargenomen.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 oktober 2007
Uit spectrometrisch onderzoek met de infraroodsatelliet Spitzer zou blijken dat zich bij de ster HD 113766 een aarde-achtige planeet aan het vormen is. De onderzoekers hebben rond de slechts 10 miljoen jaar oude ster een omvangrijke gordel van warm stof ontdekt, die genoeg materie bevat om een planeet ter grootte van Mars of nog iets groter te maken. Interessant genoeg bevindt deze gordel zich ook precies in de 'leefbare zone' rond de ster – de afstand waarop vloeibaar water aan het oppervlak van een rotsachtige planeet kan bestaan. Volgens de onderzoekers vindt de planeetvorming hier ook precies op het goede moment plaats: als het proces eerder was begonnen, zou er nog te veel gas rond de ster aanwezig zijn, waardoor eerder een Jupiter-achtige gasplaneet zou ontstaan. HD 113766 is een dubbelster op een afstand van slechts 424 lichtjaar. De ster waarbij de 'nieuwe aarde' aan het ontstaan is, heeft ook nog een minder dichte, ijzige stofgordel op grotere afstand.
Meer informatie:
APL Astronomer Spies Conditions 'Just Right' for Building an Earth

1 oktober 2007
Sterrenkundigen van de universiteit van Rochester (VS) hebben bij drie nabije sterren aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van 'planetaire embryo's' – planeten in wording. Zij baseren deze conclusie op metingen, verricht met de Hubble-ruimtetelescoop, van de dikte van de stofschijven die de betreffende sterren omringen. Zulke stofschijven, die al bij veel sterren zijn waargenomen, bevatten het bouwmateriaal voor planeten. Naarmate de tijd vordert, klontert dit materiaal steeds meer samen, waardoor de schijf steeds dunner wordt. Maar als er eenmaal planetaire embryo's zijn ontstaan, stoten deze veel stof- en gruisdeeltjes in veel wijdere banen. Hierdoor raakt de nog steeds zeer dunne circumstellaire schijf gehuld in een breed uitwaaierende stofwolk. De onderzoekers hebben nu uitgerekend hoe groot de planetaire embryo's bij de drie sterren moeten zijn om de stofverdeling te kunnen verklaren. Zij komen daarbij uit op objecten ter grootte van dwergplaneet Pluto.
Meer informatie:
Sign of 'Embryonic Planets' Forming in Nearby Stellar Systems

24 september 2007
Planeten bij andere sterren hoeven niet per se te lijken op de planeten in ons eigen zonnestelsel. Een team van astronomen onder leiding van Sara Seager van het Massachusetts Institute of Technology heeft 14 verschillende typen aarde-achtige planeten beschreven met sterk uiteenlopende eigenschappen. Seager en haar collega's baseerden zich op de waargenomen eigenschappen van protoplanetaire gas- en stofschijven rond andere sterren, waaruit planeten samenklonteren. Op basis daarvan concluderen ze dat exoplaneten die ongeveer even groot zijn als de aarde niet noodzakelijkerwijs uit gesteenten en metalen bestaan. Volgens de astronomen zijn er bijvoorbeeld ook planeten mogelijk die volledig uit ijs, koolstof of ijzer bestaan. Bij exotische sterren als witte dwergen en pulsars zouden aarde-achtige planeten kunnen voorkomen die grotendeels uit vast koolmonoxide zijn opgebouwd. Voor alle verschillende planeettypen hebben Seager en haar collega's berekend wat de relatie is tussen massa en afmeting. De resultaten van het onderzoek kunnen van belang zijn bij de interpretatie van de meetgegevens van satellieten als Corot en Kepler, die in principe aarde-achtige planeten kunnen ontdekken wanneer ze voor hun moederster langs bewegen en daarbij een klein deel van het sterlicht tegenhouden.
Meer informatie:
Scientists Model a Cornucopia of Earth-sized Planets
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 september 2007
Nederlandse en Amerikaanse astronomen hebben voor het eerst neon ontdekt in de schijven van stof en gas rond jonge sterren. Als een soort kosmisch reclamebord belicht neon de plek waar nieuwe planeten kunnen ontstaan. Neon reageert niet met andere stoffen en is daarom een ideaal medium om planeetvorming te onderzoeken.
Meer informatie:
Neonreclame voor nieuwe planeet
Cosmic Neon Lights the Way

13 september 2007
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een planeet ontdekt die in een baan om een rode reuzenster draait (Nature, 13 september). Een rode reus is een zonachtige ster die aan het einde van zijn bestaan enorm opzwelt. Dat is funest voor planeten die op te kleine afstand om de ster draaien, maar soms gaat het net goed, zoals in het geval van de planeet bij de ster V 391 Pegasi. Op dit moment draait hij op 1,7 astronomische eenheid (de afstand zon-aarde) om de ster, maar de onderzoekers denken dat deze afstand oorspronkelijk kleiner was: ongeveer 1 astronomische eenheid. Dat betekent dat zijn lot vergelijkbaar was met dat van de aarde over vijf miljard jaar. Ook onze zon zal opzwellen tot rode reus en daarbij de binnenste planeten opslokken. Maar wat er dan met de aarde gebeurt is nog twijfelachtig: door het massaverlies van de zon zal zij in een steeds wijdere omloopbaan terechtkomen, maar of dat snel genoeg zal gaan is maar de vraag. Zeker is wel dat onze planeet veel kwetsbaarder is dan die van V 391 Pegasi: dat is namelijk een planeet groter dan Jupiter, die wel tegen een stootje kan.
Meer informatie:
Iowa State astronomer helps discover planet that offers clues to Earth's future

29 augustus 2007
Planeten ontstaan in de grote schijven van gas en stof rond jonge sterren. Het standaardverhaal is, dat dit gebeurt door de samenklontering van stof- en gasdeeltjes tot steeds grotere brokstukken. Dat klopt ook wel, maar eigenlijk ontbrak er een stukje van de puzzel. Want zodra de brokstukken meer dan een meter groot zijn, kan er eigenlijk geen sprake meer zijn van samenklonteren: als zulke brokstukken elkaar tegenkomen, zouden ze juist moeten verpulveren. Pas als de 'planetesimalen' een omvang van vele kilometers hebben bereikt, leiden ontmoetingen weer vanzelf tot de vorming van grotere objecten: dan pas namelijk is de zwaartekracht voldoende sterk om de brokstukken die bij een botsing zijn ontstaan bijeen te houden. Volgens een team van Duitse, Amerikaanse en Canadese onderzoekers moet de oplossing van deze paradox worden gezocht bij turbulente stromingen in de protoplanetaire schijf (Nature, 30 augustus). Uit computersimulaties van het gedrag van stof- en gasdeeltjes in een protoplanetaire schijf, blijkt dat magnetische velden turbulenties kunnen veroorzaken, die de gasdruk ter plaatse opvoert. Door deze druk van buitenaf worden de om een jonge ster heen draaiende schijfdeeltjes vertraagt en dichter op elkaar gedwongen, ongeveer zoals rijdende auto's bij een wegversmalling. En zo worden de voortijdige planetaire 'miskramen' voorkomen.
Meer informatie:
Turbulente Geburt in der Urwolke

23 augustus 2007
Japanse en Amerikaanse sterrenkundigen hebben met behulp van de Subaru-telescoop op Hawaï onderzoek verricht aan de exoplaneet TrES-1, die bij elke omloop voor zijn ster langs beweegt. Daarbij is de stand van het baanvlak van de planeet gemeten. In ons eigen zonnestelsel is de situatie heel eenvoudig: de planeten bewegen allemaal in min of meer hetzelfde vlak en dat vlak valt samen met het evenaarvlak van de zon. Aangenomen wordt dat dit al sinds het ontstaan van de planeten zo is, maar hoe 'normaal' is dat? Exoplaneten als TrES-1 kunnen deze vraag helpen beantwoorden: elke keer dat ze vanaf de aarde gezien voor hun ster langs bewegen, houden ze niet alleen een beetje sterlicht tegen, maar veroorzaken ze ook een kleine verandering in het kleurenspectrum van de ster. En deze spectrale afwijking is afhankelijk van de stand van de baanvlak van de planeet ten opzichte van de rotatie-as van de ster. TrES-1 is de derde exoplaneet waarbij dit zogeheten Rossiter-McLaughlin-effect is waargenomen. De uitkomst van de meting is nog erg onzeker – de gemeten hoek is 30 graden plus of min 21 graden – maar het lijkt erop dat TrES-1 niet zo keurig in het gareel is gebleven als de (meeste) planeten van ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Subaru Measures the Spin-Orbit Alignment of a Faint Transiting Extrasolar Planetary System

6 augustus 2007
Een internationaal team van sterrenkundigen die deelnemen aan de Trans-Atlantic Exoplanet Survey heeft de ontdekking bekendgemaakt van TrES-4, een nieuwe exoplaneet in het sterrenbeeld Hercules. De planeet is ontdekt doordat hij, vanaf de aarde gezien, bij elke omloop vóór zijn moederster langs beweegt. Dat is echter niet wat hem zo bijzonder maakt. Wél bijzonder zijn de eigenschappen van de planeet: TrES-4 blijkt ongeveer 1,7 maal zo groot te zijn als Jupiter, terwijl hij een kleinere massa heeft. Daardoor komt zijn gemiddelde dichtheid uit op 0,2 gram per kubieke centimeter. De planeet heeft zo weinig greep op zijn atmosfeer, dat hij' mede door zijn geringe afstand tot de ster' waarschijnlijk bezig is deze te verliezen. De temperatuur van TrES-4 moet in de orde van 1300 graden liggen. Het bestaan van een planeet van deze omvang is nogal raadselachtig: eigenlijk is hij groter dan de bestaande theorieën over 'hete Jupiters' voorspellen. Overigens is ook de moederster van TrES-4 een bijzonder geval: GSC 02620-00648 is ongeveer net zo oud als onze zon, maar aanzienlijk zwaarder; hij is bezig in een rode reus te veranderen.
Meer informatie:
Largest Transiting Extrasolar Planet Found Around A Distant Star
Trans-Atlantic Exoplanet Survey

2 augustus 2007
Sterrenkundigen van Penn State University hebben een planeet ontdekt bij een rode reuzenster op 300 lichtjaar van ons vandaan. De ster is twee keer zo zwaar als de zon, maar wel tien keer zo groot; de planeet draait er in 360 dagen omheen. De ontdekking is het resultaat van een specifieke zoektocht naar planeten bij rode reuzen, die met de Hobby-Eberly-telescoop wordt uitgevoerd. Verwacht wordt dat de komende jaren nog meer planeten bij rode reuzen ontdekt zullen worden. Zulke planetenstelsels hebben de bijzondere aandacht van sterrenkundigen, omdat ze mogelijk iets kunnen vertellen over de verre toekomst van ons eigen zonnestelsel' ook onze zon zal over ongeveer vijf miljard jaar opzwellen tot een rode reus.
Meer informatie:
Planet Orbiting a Giant Red Star Discovered with Hobby-Eberly Telescope

24 juli 2007
De ster HD 98800, die uit twee om elkaar draaiende dubbelsterren bestaat, heeft mogelijk ook een planetenstelsel. Dat van de dubbelsterren omringd wordt door een stofschijf was al bekend. Onderzoekers van de universiteit van Californië in Los Angeles hebben deze schijf nu nader onderzocht met de infraroodsatelliet Spitzer. Daaruit blijkt dat de schijf in feite uit twee concentrische ringen bestaat, de ene op 2 astronomische eenheden van de dubbelster, de andere (die meer materie bevat) op 6 astronomische eenheden. In de lege ruimte tussen de beide ringen kan zich een planeet bevinden. Het is echter ook mogelijk dat de tussenruimte wordt veroorzaakt door de zwaartekrachtsinteracties tussen de vier sterren.
Meer informatie:
Planets with Four Parents?

19 juli 2007
Sterrenkundigen die met behulp van de Keck-telescoop op Hawaï en de Hubble-ruimtetelescoop onderzoek hebben gedaan aan stofschijven rond sterren, hebben een nogal merkwaardig exemplaar ontdekt. De stofschijf rond de ster HD 15115 is heel dun en bovendien sterk asymmetrisch: aan de ene kant van de ster is hij veel breder dan aan de andere kant. Dat duidt erop dat hij zeer elliptisch van vorm is. Onderzocht wordt of de (vrij zwakke) zwaartekrachtsaantrekking van de dwergster HIP 12545, die tien lichtjaar verderop staat, sterk genoeg is om de vorm van de stofschijf te verklaren. Maar er is ook een andere mogelijkheid. De stofschijf rond HD 15115 is waarschijnlijk geen protoplanetaire schijf' een stofschijf waarin nog planeten moeten ontstaan' maar een puinschijf. Ze is het overblijfsel van de vorming van een planetenstelsel, vergelijkbaar met de Kuiper-gordel in ons eigen zonnestelsel. Het is mogelijk dat de zwaartekrachtsinteracties tussen de (grote) planeten die hier zijn ontstaan tot de asymmetrische schijfvorm hebben geleid.
Meer informatie:
Blue needle' presents new challenge for theorists
Astronomers Find Highly Elliptical Disk Around Young Star

11 juli 2007
In de buitendelen van andere planetenstelsels komen geen super-Jupiters voor. Dat concluderen Amerikaanse en Europese sterrenkundigen na een drie jaar durende speurtocht. De afgelopen twaalf jaar zijn enkele honderden exoplaneten gevonden; in de meeste gevallen Jupiter-achtige reuzenplaneten op zeer kleine afstand van hun moederster. De gebruikte radi?´le-snelheidstechniek is vooral gevoelig voor zulke zware planeten in kleine banen. Met een speciale camera is nu jacht gemaakt op reuzenplaneten op veel grotere afstand van 54 jonge sterren in de omgeving van de zon. De camera is gevoelig voor zwakke objecten met methaan in hun atmosfeer, net als Jupiter. Planeten die vier tot vijf keer zo zwaar zijn als Jupiter zouden met deze techniek ontdekt zijn op afstanden van anderhalf miljard kilometer en groter van hun moederster. Er werd echter niet super-Jupiter gevonden. Planeten die even zwaar zijn als Jupiter en in een soortgelijke baan rond hun moederster bewegen (op ruim 750 miljoen kilometer afstand) zijn overigens te zwak om met de gebruikte techniek te worden waargenomen. Maar super-Jupiters op grote afstanden van hun ster zijn kennelijk extreem zeldzaam, of bestaan misschien wel helemaal niet.
Meer informatie:
Benchmark survey shows that giant outer extrasolar planets are rare
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 juli 2007
Voor de tweede keer is bij een verre exoplaneet waterdamp ontdekt in de atmosfeer. Het gaat om de reuzenplaneet HD 189733b, die elke 2,2 dagen op 5 miljoen kilometer afstand een rondje draait rond een zonachtige ster op 63 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Vosje. De planeet is een zogeheten 'hete Jupiter': een gasreus op zeer kleine afstand van zijn moederster. De temperatuur van de planeet ligt tussen 650 en 930 graden. Vanaf de aarde zien we de baan van de planeet toevallig precies van opzij, zodat hij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt. Tijdens zo'n overgang schijnt sterlicht door de planeetdampkring heen, waarbij een deel van het licht geabsorbeerd wordt door moleculen in de dampkring. Met de Spitzer Space Telescope is op die manier ontdekt dat de atmosfeer van HD 189733b waterdamp bevat. Eerder werd ook al waterdamp ontdekt in de atmosfeer van de exoplaneet HD 209458b. Het nieuwe resultaat wordt deze week in Nature beschreven door Giovanna Tinetti van het Parijse Institut d'Astrophysique en collega's van het California Institute of Technology.
Meer informatie:
NASA'S Spitzer Finds Water Vapor on Hot, Alien Planet
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 juli 2007
Europese astronomen hebben ontdekt dat de buitenste gaslagen van sterren verontreinigd kunnen raken door de aanwezigheid van planetenstelsels. Als gevolg van die verontreiniging bevatten de buitenlagen meer zware elementen dan gemiddeld. Al sinds de ontdekking van de eerste exoplaneten, ruim tien jaar geleden, is bekend dat de moedersterren van andere planetenstelsels relatief rijk zijn aan 'metalen' (elementen zwaarder dan helium). Het was echter niet duidelijk of dat een eigenschap is van de ster als geheel, of alleen van de buitenste gaslagen. In het eerste geval zou dat betekenen dat planetenstelsels voornamelijk ontstaan rond sterren die geboren worden uit metaalrijke gas- en stofwolken. In het tweede geval zou de ster verontreinigd kunnen raken, bijvoorbeeld door de protoplanetaire schijf, of door planeetmigratie, waarbij een planeet naar binnen spiraalt en uiteindelijk door de ster wordt opgeslokt. Met telescopen in Chili en Duitsland is nu onderzoek gedaan aan rode reuzensterren, die een veel sterkere convectie (inwendige menging) vertonen dan sterren zoals de zon. Het blijkt dat er bij rode reuzen geen verschil in metaalgehalte is tussen sterren met planeten en sterren zonder planeten. Dat doet vermoeden dat het hoge metaalgehalte van sterren met exoplaneten geen eigenschap is van de ster als geheel. In plaats daarvan zou er dus sprake zijn van een proces waarbij alleen de buitenlagen van zonachtige sterren verontreinigd raken door de aanwezigheid van een planetenstelsel.
Meer informatie:
Star Surface Polluted by Planetary Debris
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 juni 2007
De rode dwergster Gliese 581 vertoont vrijwel geen variaties in helderheid. Dat blijkt uit nauwgezet onderzoek met de Canadese satelliet MOST, die de ster enkele weken achtereen in het oog hield. De grootste helderheidsvariaties in die periode bedroegen minder dan een procent, aldus onderzoekers van de Universiteit van Brist Columbia, die hun resultaten presenteerden op de jaarbijeenkomst van de Canadian Astronomical Society. De rode dwerg Gliese 581 kwam kort geleden in het nieuws omdat er in een kleine omloopbaan rond deze ster een aarde-achtige planeet is gevonden (Gliese 581c geheten), waarop de temperatuur gunstig is voor het voorkomen van vloeibaar water. Veel rode dwergen vertonen grote helderheidsvariaties en energierijke uitbarstingen, wat slecht nieuws kan betekenen voor de mogelijkheid van leven op een begeleidende planeet. Die bezwaren lijken in het geval van Gliese 581 dus niet op te gaan. Waarmee overigens nog niet gezegd is dat er op de planeet Gliese 581c daadwerkelijk iets leeft.
Meer informatie:
Boring star may mean livelier planet
MOST
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 mei 2007
De meest recente ontdekking van een internationaal team van amateur- en beroepsjagers op planeten is een grensgeval. Het object (XO-3b), dat in minder dan vier dagen om zijn moederster draait, is maar liefs dertien keer zo zwaar als de planeet Jupiter. Daarmee bevindt het zich in de overgangszone van planeet naar bruine dwerg. De ontdekking is gedaan door het zogeheten XO Project, dat Hawaï als thuisbasis heeft. Elke zoektocht begint met een kleine telescoop, bestaande uit twee normale 200 mm telelenzen, op de top van de Haleakala. Met dit instrument worden sterren opgespoord waarvan de helderheid met grote regelmaat een beetje afneemt, wat erop kan duiden dat er steeds een planeet voor de ster langs beweegt. Vervolgens worden extra waarnemingen gedaan door amateur-sterrenkundigen en zodra er genoeg aanwijzingen zijn dat het inderdaad om planeetovergangen gaat, worden grotere telescopen ingeschakeld. De recent ontdekte 'superplaneet' is de derde die in het kader van het XO Project is opgespoord. Overigens maken ook onderzoekers van de Gemini-sterrenwacht melding van de ontdekking van een object dat een grensgeval tussen planeet en bruine dwerg lijkt te zijn. Het betreft ULAS J0034-00, een object in het sterrenbeeld Walvis dat 15 à 30 Jupitermassa's zwaar is.
Meer informatie:
XO-3b: Supersized planet or oasis in the 'brown dwarf desert'?
XO Project
Discovery Narrows the Gap Between Planets and Brown Dwarfs

29 mei 2007
Een Amerikaans en een Engels-Australisch onderzoeksteam hebben de ontdekking bekendgemaakt van maar liefst 28 nieuwe exoplaneten en negen bruine dwergen ('mislukte sterren'). Twee van de 28 exoplaneten zitten aan het randje van wat je nog planeten zou kunnen noemen: mogelijk zijn ook dat bruine dwergen. De 37 objecten zijn de oogst van een jaar speuren; ze zijn allemaal op de 'klassieke' manier ontdekt, dat wil zeggen door de kleine schommelingen van hun moedersterren te detecteren. Het totale aantal exoplaneten dat we nu kennen bedraagt 236. Dertig procent van alle sterren waarbij planeten zijn waargenomen, blijken meer dan één planeet te hebben. De komende jaren zal dit percentage ongetwijfeld stijgen, omdat dankzij het verbeteren van de waarneemtechnieken steeds kleinere planeten en planeten op grotere afstand van hun moederster worden opgespoord. Naast de ontdekking van de 28 nieuwe exoplaneten is nog een andere bijzondere waarneming gedaan. Een Belgische sterrenkundige van de universiteit van Luik heeft ontdekt dat de betrekkelijk kleine planeet van de rode dwergster Gliese 436, die in 2004 is ontdekt, vanaf de aarde gezien bij elke omloop vóór zijn ster langs beweegt. Dat heeft het mogelijk gemaakt enkele gegevens van de planeet nauwkeurig vast te stellen. Hij is 22,4 aardmassa's zwaar en heeft een dichtheid van twee gram per kubieke centimeter. Dat laatste duidt erop dat de planeet ongeveer half gesteente half water is.
Meer informatie:
California, Carnegie team reports 28 new exoplanets, 7 new brown dwarfs
Exoplaneten.org

22 mei 2007
Sterrenkundigen van de Universiteit van Texas hebben een planetenstelsel ontdekt bij een ster die heel weinig zware elementen bevat. De vondst is opmerkelijk, omdat de afgelopen jaren juist is gebleken dat exoplaneten vooral voorkomen bij sterren met een hoog 'metaalgehalte' (sterrenkundigen gebruiken de term 'metalen' voor alle elementen die zwaarder zijn dan waterstof en helium). De ster, HD 155358, is iets heter maar tegelijkertijd iets minder zwaar dan onze eigen zon. Het metaalgehalte is vijf maal zo klein als dat van de zon. De twee planeten zijn vergelijkbaar met de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus. Ze draaien op 90 en 180 miljoen kilometer afstand rond hun ster, met omlooptijden van 190 en 530 dagen. Ze zijn ontdekt met de Hobby Eberly Telescope in Texas. Omdat de ster zo metaalarm is, zal de protoplanetaire schijf rondom de ster ook weinig zware elementen bevat hebben. Dat doet vermoeden dat twee reuzenplaneten waarschijnlijk geen zware kernen hebben. In plaats daarvan zijn ze mogelijk ontstaan door instabiliteiten in de roterende gasschijf. Die schijf moet tevens zwaar genoeg zijn geweest om de banen van de twee planeten te beïnvloeden - ze bevinden zich dichter bij hun moederster dan waar ze vermoedelijk zijn ontstaan.
Exoplaneten
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 mei 2007
Op de verre exoplaneet HD 149026b is het ruim tweeduizend graden heet. Dat blijkt uit waarnemingen die verricht zijn met NASA's Spitzer Space Telescope. De planeet is iets kleiner maar aanzienlijk zwaarder dan de reuzenplaneet Saturnus, en heeft een massa die minstens 70 keer zo groot is als de massa van de aarde. Hij beschrijft elke 2,9 dagen een baan rond een ster op 280 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Hercules. Uit de waarnemingen van de infrarooddetectoren van Spitzer is nu de temperatuur van de planeet afgeleid. Die kan alleen zo hoog zijn wanneer het hemellichaam bijna geen straling reflecteert. Dat doet vermoeden dat het niet alleen de heetste, maar ook de donkerste exoplaneet is. De Spitzer-resultaten zijn vandaag gepubliceerd op de website van het Britse weekblad Nature. Volgens teamleider Joseph Harrington van de University of Central Florida vindt er op de planeet waarschijnlijk geen grootschalig warmtetransport plaats van de dag- naar de nachtzijde. Eerder vonden de astronomen al een andere gasvormige reuzenplaneet met een groot temperatuurverschil tussen dag- en nachtzijde.
Meer informatie:
UCF Professor Finds That Hottest Measured Extrasolar Planet is 3,700 Degrees
Persbericht Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 mei 2007
Amerikaanse sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd om een 'wereldkaart' te maken van een planeet die een baan beschrijft rond een andere ster. Het woord 'wereldkaart' is misschien wat sterk uitgedrukt: er zijn geen oceanen en continenten te zien. Dat kan ook niet, want de planeet in kwestie (HD 189733b) is een gasvormige reuzenplaneet zoals Jupiter. Maar met de infrarooddetectoren van de Spitzer Space Telescope is het wel gelukt om temperatuurverschillen tussen het dag- en het nachthalfrond van de planeet vast te leggen. De reuzenplaneet draait in een kleine baan rond zijn moederster, en keert altijd hetzelfde halfrond naar de ster toe. Door infraroodmetingen op verschillende momenten uit te voeren, was het mogelijk om een ruwe warmtekaart te reconstrueren. Zoals te verwachten was, bevindt het heetste punt van de planeet zich aan de dagzijde. Opmerkelijk genoeg is er sprake van een verschuiving van ongeveer dertig graden ten opzichte van het punt recht 'onder' de moederster. Vermoedelijk wordt die verschuiving veroorzaakt door krachtige straalstromen in de dampkring met snelheden tot tienduizend kilometer per uur. Diezelfde straalstromen zorgen er ook voor dat een deel van de warmte van het daghalfrond verdeeld wordt over de nachthelft van de planeet. Het koudste punt op de nachthelft heeft een temperatuur van ca. 650 graden Celsius; op het daghalfrond zijn temperaturen van 930 graden Celsius geregistreerd. HD 189733b beschrijft elke 2,2 dagen een omloop rond zijn moederster, op een afstand van niet meer dan 5 miljoen kilometer. De ster staat op 60 lichtjaar afstand van de aarde, in het sterrenbeeld Vosje.
Meer informatie:
First map of an extrasolar planet
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 mei 2007
De Frans-Europese satelliet COROT heeft al binnen twee maanden zijn eerste succes te pakken. In de ruwe data die de satelliet heeft verzameld, is een planeetovergang bij een zonachtige ster in het sterrenbeeld Eenhoorn vastgelegd. De exoplaneet, die de aanduiding COROT-Exo-1b heeft gekregen, is een typisch voorbeeld van een 'hete Jupiter'. Het is een gasreus, ongeveer 1,78 keer zo groot als Jupiter, die in slechts anderhalve dag (!) om zijn moederster draait. Uit spectroscopische vervolgwaarnemingen vanaf de aarde blijkt dat de planeet ongeveer 1,3 Jupitermassa's zwaar is. Het vroege succes stemt de onderzoekers optimistisch: sommige systemen aan boord van COROT werken tien keer zo goed als verwacht. Dat maakt de kans aanzienlijk groter dat de satelliet in staat zal zijn om aardeachtige planeten bij een andere sterren op te sporen. Overigens zoekt COROT niet alleen naar planeten, maar bestudeert hij ook kleine helderheidsvariaties van sterren die het gevolg zijn van golfbewegingen aan het steroppervlak. Dit soort waarnemingen levert informatie op over het inwendige van sterren.
Meer informatie:
COROT discovers its first exoplanet and catches scientists by surprise

2 mei 2007
Amerikaanse sterrenkundigen hebben een nieuwe zware planeet ontdekt bij een 440 lichtjaar verre ster in het sterrenbeeld Hercules. Het hemellichaam (HAT-P-2b) is achtmaal zo groot als 'onze' planeet Jupiter, maar in afmetingen niet veel groter. Dat betekent dat de planeet ongeveer de dichtheid van de aarde heeft en dus geen normale gasreus is: als hij nog wat zwaarder was geweest, zou hij voor een kleine ster kunnen doorgaan. HAT-P-2b heeft nog meer opmerkelijke eigenschappen. Hij beweegt in een sterk elliptische baan, waarvan het meest nabije punt op slechts 5 miljoen kilometer van zijn moederster ligt en het verste punt op ruim 15 miljoen kilometer. Hierdoor ontstaan grote temperatuurverschillen tijdens zijn omloop, die nog geen zes dagen duurt. Bij elke omloop passeert de planeet vanaf de aarde gezien vóór zijn ster langs: het is dankzij deze regelmatige planeetovergangen, die in een kleine helderheidafname van de ster resulteren, dat HAT-P-2b ontdekt is. Deze ontdekking is gedaan met een netwerk van kleine, geautomatiseerde telescopen.
Meer informatie:
Astronomers find super-massive planet
Website HATnet

25 april 2007
Bij de rode dwergster Gliese 581 in het sterrenbeeld Weegschaal is een planeet ontdekt waar leven op zou kunnen voorkomen. De ster staat op ruim twintig lichtjaar afstand en is niet met het blote oog te zien. De nieuw ontdekte planeet is minstens vijf keer zo zwaar en anderhalf keer zo groot als de aarde, en voltooit elke dertien dagen een rondje om zijn moederster, op een afstand van minder dan elf miljoen kilometer. De temperatuur op de planeet wordt geschat op 0 tot 40 graden Celsius, zodat er op het rotsachtige hemellichaam in principe water zou kunnen voorkomen. Het is voor het eerst dat een aarde-achtige planeet gevonden is in de 'bewoonbare zone' van een ster. De ontdekking is gedaan door een team van Zwitserse, Franse en Portugese astronomen, met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili. Twee jaar geleden vond hetzelfde team al een veel zwaardere planeet bij de ster, in een nog kleinere baan. Ook buiten de bewoonbare planeet cirkelt nog een zware planeet rond.
Meer informatie:
Astronomers Find First Habitable Earth-like Planet
Exoplaneten
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 april 2007
Sterrenkundigen hebben in kaart gebracht tot op welke afstand van een zware, hete ster een jonge zonachtige ster mag staan om planeten te kunnen vormen. Die afstand blijkt 1,6 lichtjaar te zijn. Daarbinnen zijn de sterrenwind en straling van een hete ster zo intens, dat planeetvormend materiaal (= stof) van naburige sterren wordt weggeblazen. De ultraviolette straling van zo'n ster verhit het aanwezige stof en doet het verdampen; de sterrenwind blaast het stof weg. Sterren die meer dan een miljoen jaar binnen de gevarenzone verblijven, zijn niet in staat planeten te vormen. Een en ander blijkt uit waarnemingen, verricht met de infraroodsatelliet Spitzer, van een duizendtal jonge sterren in de Rosettenevel, die zich in de buurt van één of meer zogeheten O-sterren bevinden. Uit deze waarnemingen blijkt dat het aantal sterren met een proto-planetaire schijf afneemt, naarmate de afstand tot zo'n zware, hete ster kleiner is. Opmerkelijk genoeg gaan sterrenkundigen er doorgaans van uit dat ook onze zon in een omgeving met O-sterren is ontstaan. Als dat inderdaad zo is, dan hebben we het geluk gehad dat de zon destijds uit de buurt van deze sterren is gebleven.
Meer informatie:
Astronomers Map Out Planetary Danger Zone

11 april 2007
Onderzoekers van NASA hebben een instrument ontwikkeld waarmee in de toekomst aarde-achtige planeten bij andere sterren gezien kunnen worden. In een laboratoriumopstelling van hun coronagraaf hebben ze aangetoond dat het mogelijk is om planeten te detecteren die tien miljard maal zo zwak zijn als de ster waar ze omheen draaien. Het High Contrast and Imaging Testbed werkt met speciale maskers en instelbare spiegels. Een vergelijkbare coronagraaf zou in de toekomst deel uit kunnen maken van de Terrestrial Planet Finder, een voorgestelde Amerikaanse ruimtetelescoop die kleine planeten moet kunnen detecteren bij zonachtige sterren tot op enkele tientallen lichtjaren afstand. De resultaten van de laboratoriumproeven worden deze week beschreven in Nature. De huidige testopstelling werkt nog maar op één golflengte, maar in de toekomst zal ook gewerkt worden aan een instrument dat in meerdere kleuren tegelijk kan waarnemen.
Meer informatie:
NASA Shows Future Space Telescopes Could Detect Earth Twin
PlanetQuest
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 april 2007
Plantenbladeren op planeten bij andere sterren hoeven niet per se groen te zijn zoals op aarde. Afhankelijk van de kleur van het 'zonlicht' op zo'n exoplaneet kan fotosynthese ook leiden tot gele, oranje of rode bladeren. Dat concluderen wetenschappers van het Virtual Planetary Laboratory in Pasadena, Californië. Onderzoekers uit zeer uiteenlopende disciplines (sterrenkunde, biologie, scheikunde, etc.) doen daar interdisciplinair theoretisch onderzoek naar de omstandigheden op planeten in andere zonnestelsels. Op aarde absorberen groene planten voornamelijk rood zonlicht (daardoor is het gereflecteerde licht overwegend groen), waarschijnlijk omdat rode fotonen zeer talrijk zijn. Maar als de zon van een andere planeet een andere lichtsamenstelling heeft, of de dampkring van de planeet bepaalde kleuren wegfiltert, zou dat kunnen betekenen dat vegetatie op zo'n planeet ook een andere kleur heeft, aldus de onderzoekers in een artikel in het vakblad Astrobiology. Overigens blijkt uit de simulaties van het team dat blauwe planten zeer onwaarschijnlijk zijn. De resultaten van de simulaties kunnen in de toekomst van belang zijn bij het interpreteren van waarnemingen van aarde-achtige exoplaneten.
Meer informatie:
NASA Predicts Non-Green Plants on Other Planets
Virtual Planetary Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 april 2007
Voor het eerst is de aanwezigheid van water aangetoond op een planeet bij een andere ster dan de zon. Niet in vloeibare vorm, maar als waterdamp in de atmosfeer van de exoplaneet. De ontdekking werd gedaan door Travis Barman van de Lowell-sterrenwacht. Barman baseert zijn conclusie op bestaande waarnemingen van de Hubble Space Telescope, in combinatie met theoretische modellen. Het gaat om de exoplaneet HD209458b, een Jupiter-achtige reuzenplaneet in een kleine omloopbaan rond een zonachtige ster op 150 lichtjaar afstand. Vanaf de aarde zien we de baan precies van opzij, waardoor de planeet elke paar dagen voor de ster langsbeweegt. Sterlicht schijnt dan door de atmosfeer van de planeet, zodat de samenstelling van de dampkring afgeleid kan worden. Die metingen liggen aan de grens van wat technisch haalbaar is, maar door bestaande waarnemingen van de Hubble Space Telescope en de Spitzer Space Telescope te vergelijken met theoretische voorspellingen, lijkt de aanwezigheid van waterdamp nu voor het eerst aangetoond. Op zich is de ontdekking geen verrassing, want iedereen verwacht dat de dampkring van een hete, gasvormige reuzenplaneet waterdamp bevat, maar omdat water zo belangrijk is voor het bestaan van leven, wordt de eerste overtuigende identificatie toch gezien als een belangrijke mijlpaal.
Meer informatie:
Water Identified in Extrasolar Planet Atmosphere
Vakpublicatie over de ontdekking.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 maart 2007
Sterrenkundigen hebben met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer vastgesteld dat in dubbelstersystemen net zo vaak stofschijven voorkomen als rond enkelvoudige sterren. Dat maakt het waarschijnlijk dat ook veel dubbelsterren planeten hebben en, omgekeerd, dat er veel planeten zijn waar twee (of zelfs meer) zonnen aan de hemel staan. Lange tijd is gedacht dat planeetvorming alleen mogelijk zou zijn in dubbelstersystemen waarin de beide componenten minstens duizend astronomische eenheden (150 miljard kilometer) uit elkaar stonden. Maar het onderzoek met Spitzer laat juist zien dat in zeer nauwe dubbelstersystemen méér stofschijven gevonden worden dan in wijde. In die gevallen blijken de dicht om elkaar draaiende sterren zelfs door één stofschijf omringd te zijn. Het minst 'planeetvriendelijk' zijn dubbelsterren waarbij de twee sterren drie tot vijftig astronomische eenheden van elkaar verwijderd zijn.
Meer informatie:
NASA Telescope Finds Planets Thrive Around Stellar Twins
PlanetQuest

21 februari 2007
Met behulp van de infrarood-satelliet Spitzer is voor het eerst voldoende licht opgevangen van enkele planeten bij andere sterren, om spectra van hun atmosferen te kunnen vastleggen (Nature, 22 februari). Het betreft twee gasplaneten van het type 'hete Jupiter' die op korte afstand om de sterren HD 189733 en HD 209458 draaien. Uit de spectra blijkt dat de beide planeten droger zijn dan verwacht. Theoretici verwachtten dat hete Jupiters veel waterdamp in hun atmosferen zouden hebben. Maar dat is bij deze beide planeten klaarblijkelijk niet het geval. Wel zijn bij de planeet van HD 209458 aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van silicaten in de atmosfeer. Dat zou kunnen betekenen dat deze atmosfeer rijk is aan stof. Het is denkbaar dat hoge stofwolken de aanwezigheid van waterdamp maskeren.
Meer informatie:
NASA's Spitzer first to crack open light of far way worlds
Absence of water in distant planet's atmosphere surprises astronomers.
Extrasolars' light guides atmosphere research
Astronomers Puzzled by Spectra of Transiting Planet Orbiting Nearby Star

31 januari 2007
Met de Hubble Space Telescope is een extreem hete laag van waterstofgas ontdekt in de dampkring van HD 209458b, een exoplaneet op 150 lichtjaar afstand van de aarde in het sterrenbeeld Pegasus. Vanaf de aarde kijken we toevallig van opzij tegen de planeetbaan aan, waardoor hij elke omloop voor zijn moederster langs beweegt. Tijdens zo'n overgang laat de dampkring van de planeet een spectroscopische vingerafdruk achter in het licht van de ster. HD209458b is een zogeheten 'hete Jupiter' - een gasvormige reuzenplaneet die een zeer kleine baan rond zijn ster beweegt, en daardoor extreem sterk wordt verhit. Als gevolg daarvan verliest de planeet ongeveer tienduizend ton gas per seconde. In oude Hubble-waarnemingen is nu de aanwezigheid ontdekt van een hooggelegen laag in de dampkring, waar waterstofgas verhit wordt tot een temperatuur van ongeveer 15.000 graden. De resultaten zijn op 1 februari gepubliceerd in Nature.
Meer informatie:
Hubble Probes Layer-cake Structure of Alien World's Atmosphere
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 januari 2007
Op aarde zijn we gewend aan behoorlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Nieuw onderzoek van een drietal planeten buiten ons zonnestelsel (exoplaneten) duidt er op dat bij hen de temperaturen niet alleen erg hoog, maar ook erg constant zijn' dit ondanks het feit dat deze planeten (van het soort 'hete jupiter') waarschijnlijk steeds dezelfde kant naar hun ster richten. Volgens de onderzoekers komt dat waarschijnlijk doordat supersonische winden, met snelheden tot 15.000 kilometer per uur, voorkomen dat de temperatuur aan de nachtzijde van de planeet daalt. De drie planeten, gasreuzen van het soort Jupiter, draaien op afstanden van slechts enkele miljoenen kilometers om hun ster. Uit metingen met de infraroodtelescoop Spitzer blijkt dat de stelsels waar de planeten deel van uitmaken geen significante helderheidvariaties laten zien: hun temperaturen liggen steeds op een constant niveau van ongeveer 925 graden Celsius.
Meer informatie:
Earth's strongest winds wouldn't even be a breeze on these planets

8 januari 2007
Hubble-waarnemingen van de stofschijf rond de nabije rode dwergster AU Microscopii duiden erop dat de stofkorrels in de schijf de luchtige structuur van poedersneeuw hebben. De porositeit van de deeltjes duidt erop dat het samenklonteringproces dat tot de vorming van planeten moet leiden voor de deur staat. De microscopisch kleine stofkorrels bestaan waarschijnlijk uit een mengsel van ijs en gesteente, maar dan met meer dan 90 procent lege ruimte daartussen. De onderzoekers denken dat ze het resultaat zijn van het geleidelijk samenklitten van nog kleinere deeltjes.
Meer informatie:
Dust around nearby star like powder snow
Hubble Observations Provide Insight into Planet Birth

8 januari 2007
Nieuw onderzoek duidt erop dat gasreuzen zoals Jupiter en Saturnus al kort' dat wil zeggen binnen enkele miljoenen jaren' na het ontstaan van hun ster zijn ontstaan. Sterker nog: als het in die eerste korte periode niet lukt, lukt de vorming van deze grote planeten helemaal niet meer. Dat zeggen onderzoekers op basis van waarnemingen van het gas rond vijftien zonachtige sterren van uiteenlopende leeftijd met de infraroodsatelliet Spitzer. Alle onderzochte sterren, ook die slechts een paar miljoen jaar oud zijn, zijn omgeven door een hoeveelheid gas die overeenkomt met minder dan een tiende Jupitermassa. Dat wil zeggen dat eventuele reuzenplaneten bij deze stelsels al gevormd moeten zijn, want wat er aan materiaal resteert is onvoldoende om er alsnog eentje te 'maken'.
Meer informatie:
Gas giants jump into planet formation early

27 december 2006
De Franse satelliet Corot, die onder andere jacht gaat maken op aarde-achtige planeten bij andere sterren, is vandaag om 15.23 uur Nederlandse tijd met succes gelanceerd vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan. Corot houdt van twintigduizend sterren de helderheid in het oog. Als er periodieke helderheidsdipjes worden waargenomen, duidt dat erop dat er een planeet om de ster heen draait, die bij elke omloop een klein beetje sterlicht tegenhoudt. Op deze manier is het mogelijk om exoplaneten te ontdekken die slechts een paar keer zo groot zijn als de aarde. In 2008 zal de Amerikaanse NASA de Kepler-satelliet lanceren die soortgelijke waarnemingen gaat doen, maar dan nï gevoeliger. Corot is een project van de Franse ruimtevaartorganisatie CNES, waaraan verschillende andere Europese landen hebben meegewerkt, alsmede de Europese ESA. Met de satelliet wordt ook onderzoek gedaan aan sterbevingen, die informatie kunnen opleveren over de inwendige structuur van sterren.
Corot
Persbericht ESA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 december 2006
Voor astronomen die op zoek zijn naar planeten buiten ons zonnestelsel wordt 21 december een belangrijke dag. CNES en ESA lanceren dan COROT, de eerste ruimtemissie die volledig is gewijd aan het onderzoek naar exoplaneten. COROT moet tijdens zijn twee jaar durende missie het aantal gevonden exoplaneten drastisch vergroten. En bovendien de eerste rotsachtige planeten waarnemen, misschien wel met slechts een paar keer de massa van onze aarde. 'Deze telescoop kan zoveel exoplaneten waarnemen, dat astronomen er een statistische studie van kunnen maken', zegt Malcolm Fridlund, ESA's missiewetenschappers voor COROT. 'Ze kunnen dan een voorspelling doen over het aantal en type planeten dat te vinden is rond andere sterren.' COROT is de eerste missie die kleinere, rotsachtige werelden kan spotten in een baan dichtbij de moederster. Daarmee baant hij de weg voor NASA's Kepler-missie, die in oktober 2008 wordt gelanceerd. Kepler gebruikt dezelfde methode, maar kan ook kleine rotsachtige planeten zien in een baan vergelijkbaar met die van onze aarde.
Meer informatie:
Origineel persbericht
COROT
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 november 2006
De exoplaneet Tau Boo b draait zijn rondjes in het magneetveld van zijn moederster. Dat hebben Franse sterrenkundigen ontdekt met de Canada-France-Hawaii-telescoop (CFHT) op Mauna Kea. De ster, Tau Boo, bevindt zich op ca. vijftig lichtjaar afstand in het voorjaarssterrenbeeld Boötes (Ossenhoeder), en is op een heldere nacht met het blote oog zichtbaar. Tien jaar geleden werd bij deze ster een reuzenplaneet in een kleine omloopbaan ontdekt. Nu is met een gevoelige spectropolarimeter ontdekt dat de ster een vrij sterk magnetisch veld heeft. De planeet draait zijn rondjes dus diep in het magneetveld van de ster. Vermoedelijk is er sprake van een sterke wisselwerking tussen de planeet en de ster. Een soortgelijke wisselwerking treedt ook op tussen het magnetisch veld van de planeet Jupiter en de binnenste grote Jupitermaan Io. De ontdekking is gepubliceerd in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
A giant planet embedded in the magnetosphere of its star
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 oktober 2006
Door met de Subaru-telescoop op Mauna Kea (Hawaï) 'in te zoomen' op de gasschijf rond de nabije jonge ster HD 141569A is een internationaal team van sterrenkundigen erachter gekomen dat het centrale deel van de schijf vrijwel leeg is. Het bestaan van dit gat, dat ongeveer zo omvangrijk is als de baan van de planeet Saturnus, ondersteunt de theorie dat de jonge ster zijn eigen groei heeft beëindigd door het gas in zijn naaste omgeving op te ruimen. Dat laatste gebeurt door middel van een proces dat foto-evaporatie wordt genoemd en verloopt vrij abrupt: het gat in de circumstellaire schijf begint niet klein om vervolgens geleidelijk uit te groeien, maar heeft direct al een forse omvang. Door het verdwijnen van het gas in zijn omgeving komt er tevens een einde aan de groei van de ster. Het proces is bovendien van invloed op het ontstaan van planeten: als de foto-evaporatie te snel zijn werk doet, krijgen de aanwezige stofdeeltjes in de circumstellaire schijf niet de gelegenheid om samen te klonteren tot grotere brokstukken.
Meer informatie:
Star Ends Infancy Abruptly

23 oktober 2006
Door in een vallend vliegtuig kosmische omstandigheden na te bootsen hopen studenten sterrenkunde van de Universiteit Leiden en de Rijksuniversiteit Groningen morgen meer te weten te komen over het ontstaan van planeten in het heelal. Tijdens een zogenoemde paraboolvlucht boven de Golf van Biskaje kijken de studenten hoe materie aan elkaar klontert in gewichtloze omstandigheden. "Het is een geweldig experiment geworden, waar de studenten nu al vreselijk trots op mogen zijn", zegt begeleider Frank Molster van de Universiteit Leiden enthousiast. "De studenten hebben de hele experimentopstelling in verbluffend korte tijd ontworpen." Oorspronkelijk was het experiment, 'Cool Runnings' genaamd, ingediend bij de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA om mee te vliegen op de studentenparaboolvlucht vorig jaar. De studentenvlucht bleek uiteindelijk niet haalbaar door de geschatte lange ontwikkel- en bouwtijd, maar ESA vond het experiment zo goed, dat het mee mag op de reguliere wetenschappelijke paraboolvlucht.
Meer informatie:
Origineel persbericht

19 oktober 2006
De bruine dwerg die een wijde baan beschrijft rond de ster HD 3651 is ook waargenomen met telescopen op de grond. De ontdekking van de bruine dwerg werd in september aangekondigd door astronomen die waarnemingen hadden verricht met NASA's Spitzer Space Telescope. Hij vergezelt de ster HD 3651, die zich op ca. 35 lichtjaar afstand bevindt in het sterrenbeeld Vissen. Deze ster wordt op zeer kleine afstand ook al omcirkeld door een exoplaneet die iets zwaarder is dan Saturnus. Daarmee is de bruine dwerg de eerste die gevonden is in een baan rond een ster die ook door planeten wordt vergezeld. Het zeer lichtzwakke dwergsterretje (bruine dwergen hebben zo weinig massa dat er geen waterstofverbranding in hun binnenste plaatsvindt) werd enkele jaren geleden al gefotografeerd met de UKIRT-infraroodtelescoop op Mauna Kea, Hawaï. Latere waarnemingen met de Europese New Technology Telescope op La Silla (Chili) wezen uit dat het geen achtergrondobject is, maar dat het sterretje daadwerkelijk bij HD 3651 hoort.
Meer informatie:
First Directly Imaged Brown Dwarf Companion to an Exoplanet Host Star
Nieuwsbericht over de Spitzer-ontdekking
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 oktober 2006
Het temperatuurverschil tussen de dag- en de nachtzijde van de exoplaneet Upsilon Andromedae b bedraagt meer dan duizend graden. Dat blijkt uit infraroodmetingen die eerder dit jaar zijn uitgevoerd met NASA's Spitzer Space Telescope. Ups And b draait in een kleine, snelle baan rond zijn moederster. Vanaf de aarde kijken we soms wat meer tegen de daghelft en soms wat meer tegen de nachthelft van de planeet aan. Uit de gelijktijdige variaties in de waargenomen warmtestraling blijkt nu dat de temperatuur aan de dagzijde misschien wel 1000 tot 1500 graden hoger is dan aan de nachtzijde. Sterrenkundigen hadden verwacht dat de hele planeet ongeveer dezelfde temperatuur zou hebben, als gevolg van straalstromen in de dampkring. Kennelijk wordt de energie van de ster op grote hoogte in de dampkring al geabsorbeerd, en vrijwel onmiddellijk weer uitgestraald, voordat er een temperatuurevenwicht kan ontstaan.
Meer informatie:
NASA'S Spitzer Sees Day and Night on Exotic World
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 oktober 2006
Australische en Amerikaanse sterrenkundigen denken een verklaring te hebben voor het bestaan van 'super-aardes' bij rode dwergsterren. Het gaat om exoplaneten die vijf à vijftien maal zo zwaar zijn als de aarde. Vermoedelijk bestaan ze niet grotendeels uit gas, zoals de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus, maar uit een mengsel van gesteenten en - vooral - ijs. Er zijn er tot nu toe een handvol ontdekt, sommige in een omlooopbaan rond een zonachtige ster, maar ook een paar in een baan rond een rode dwergster. Volgens Grant Kennedy (Mt. Stromlo-sterrenwacht, Australië) en Scott Kenyon (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, VS) zijn de planeten ontstaan doordat de binnendelen van de gas- en stofschijf rond zo'n dwergster snel afkoelden. Toen de ster net was ontstaan, konden er in de warme binnendelen van die schijf geen gasplaneten gevormd worden, maar wel kleine planeetjes van gesteenten en metalen. Maar op jonge leeftijd neemt de temperatuur van een rode dwergster snel af, en daardoor trok er een soort koudefront van buiten naar binnen door de ronddraaiende materieschijf. Vluchtige gassen condenseerden daardoor tot ijskristallen, die vervolgens door de zwaartekracht van de pas gevormde planeten werden aangetrokken. Op die manier zouden koude, ijzige super-aardes kunnen zijn ontstaan. De theoretische resultaten worden binnenkort gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters.
Meer informatie:
Some Super-Earths Form in Super Snowstorms
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 oktober 2006
Voor het eerst is onomstotelijk aangetoond dat planeten ontstaan uit ronddraaiende schijven van gas en stof. Langs indirecte weg zijn al ruim tweehonderd planeten bij andere sterren gevonden, en bij veel jonge sterren zijn stofschijven ontdekt. Maar precisiemetingen met de Hubble Space Telescope hebben nu voor het eerst laten zien dat de planeet van Epsilon Eridani (een zonachtige ster op 10,5 lichtjaar afstand) in precies hetzelfde vlak beweegt als de stofschijf die enkele jaren geleden bij deze ster is gevonden. Volgens de onderzoekers is dat een zeer sterke aanwijzing dat de planeet inderdaad uit die schijf is ontstaan. Epsilon Eridani B is de dichtstbijzijnde exoplaneet. Hij beweeg in een ellipsbaan rond de ster, en heeft een omlooptijd van iets minder dan zeven jaar. De helling van de planeetbaan kon afgeleid worden uit zeer nauwkeurige positiemetingen van de moederster. Epsilon Eridani wiebelt een beetje aan de hemel als gevolg van de zwaartekracht van zijn planeet. Zulke astrometrische waarnemingen zijn alleen mogelijk voor sterren op kleine afstand van de zon, en dan nog liggen ze aan de grens van wat met de Hubble-telescoop mogelijk is. Bij sterren die verder weg staan zijn wel variaties te meten in de radiale snelheid van de ster (naar ons toe en van ons af). Daaruit kan het bestaan van een planeet worden afgeleid, maar niet de hoek waaronder we tegen de baan aankijken. Nu dat bij de planeet van Epsilon Eridani wél is gelukt, is ook de massa van de planeet bekend: anderhalf keer zo zwaar als Jupiter.
Meer informatie:
Hubble observations confirm that planets form from disks around stars
Persbericht Space Telescope Science Institute
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 oktober 2006
Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn mogelijk zestien nieuwe planeten ontdekt bij sterren in de richting van het centrum van ons Melkwegstelsel, 26.000 lichtjaar van ons vandaan (Nature, 5 oktober). Dat is het resultaat van een speciale, 7-daagse zoektocht naar exoplaneten in een klein stukje van het sterrenbeeld Boogschutter: de Sagittarius Window Eclipsing Extrasolar Planet Search (SWEEPS). Bij deze survey is gekeken naar de helderheid van 180.000 sterren, waarbij gelet werd op kleine, regelmatige fluctuaties die kunnen worden toegeschreven aan (grote) planeten die bij elke omloop vóór hun ster langs passeren. Vijf van de ontdekte planeten hebben een ongekend korte omlooptijd van minder dan een dag. De snelste van de vijf, SWEEPS-10, draait zelfs in slechts tien uur om zijn ster, wat betekent dat hun onderlinge afstand niet veel meer dan een miljoen kilometer kan bedragen. De temperatuur van deze 1,6 Jupitermassa zware planeet moet in de orde van 1600 graden liggen: dat is relatief laag, omdat de ster waar hij omheen beweegt een vrij koele rode dwerg is. Ook de andere snellopers zijn bij zulke dwergsterren aangetroffen. Overigens zijn nog maar twee van de zestien planeetontdekkingen bevestigd door aanvullend onderzoek met de Europese VLT-telescoop in Chili. Ervan uitgaande dat het inderdaad om zestien planeten gaat, wijst deze steekproef erop dat er in ons Melkwegstelsel ongeveer zes miljard Jupiter-achtige planeten om hun ster draaien. De definitieve bevestiging zal echter moeten komen van de volgende generatie ruimtetelescopen, omdat de meeste sterren in kwestie te zwak zijn om met telescopen op aarde spectroscopisch onderzocht te kunnen worden.
Meer informatie:
Hubble finds 16 candidate extrasolar planets far across our Galaxy
Increasing the Odds of the Sweep

3 oktober 2006
Volgens Amerikaanse onderzoekers moet een ster zich in een vrij rustige kosmische omgeving bevinden om planeten te kunnen vormen. Dat concluderen zij uit waarnemingen van de intense ultraviolette straling en sterrewinden van hete, jonge sterren, die de protoplanetaire schijven rond zonachtige sterren in hun omgeving blijken weg te blazen. Bij dat proces, dat fotovaporisatie wordt genoemd, raken deze schijven zo veel materiaal kwijt, dat ze helemaal worden weggevaagd. Daarbij vormt zich een lange staart van materie aan de 'schaduwzijde' van de onfortuinlijke ster, op een wijze die vergelijkbaar is met de vorming van komeetstaarten.
Meer informatie:
Planets prefer safe neighborhoods

28 september 2006
Een Frans-Nederlands onderzoeksteam is erin geslaagd om met het infrarood-instrument VISIR van de Very Large Telescope van ESO de protoplanetaire schijf rond een vrij zware, jonge ster in kaart te brengen (Science Express, 28 september). Hoewel sterrenkundigen een redelijk beeld hebben van de wijze waarop planeten ontstaan, is over het vroege stadium van planeetvorming nog niet zo veel bekend. Met name bij sterren zwaarder dan de zon zijn nog niet veel protoplanetaire schijven waargenomen. De nu waargenomen ster, die de aanduiding HD 97048 draagt, 'weegt' 2,5 zonsmassa en is naar schatting een paar miljoen jaar oud. De omringende schijf van gas en stof strekt zich tot op zeker 50 miljard kilometer van de ster uit. Uit de vorm en het helderheidsverloop in de schijf blijkt dat deze naar buiten toe dikker wordt. Zo'n structuur werd eerder al door theoretische modellen voorspeld, maar het is voor het eerst dat zij direct rond een vrij zware ster is waargenomen. Een dergelijke vorm valt alleen goed te verklaren als de schijf nog in een heel vroege evolutiefase verkeert en de dichtheden van gas en stof hoog zijn. De totale hoeveelheden gas en stof zijn dan ook groot: minstens tienmaal de massa van Jupiter aan gas en meer dan vijftigmaal de massa van de aarde aan stofdeeltjes' ruimschoots voldoende voor de vorming van meerdere planeten.
Meer informatie:
Watching how planets form

28 september 2006
De Leidse astronoom Sijme-Jan Paardekooper heeft aangetoond dat bestaande modellen die voorspellen dat planeten tijdens hun vormingsproces altijd in de richting van de centrale ster bewegen, niet kloppen. Paardekooper heeft berekend dat dit alleen geldt voor grote, Jupiter-achtige planeten, maar niet voor kleine, aarde-achtige. Planeten ontstaan uit een schijf van gas en stofdeeltjes die zich rondom een jonge ster bevindt. Zijn de planeten eenmaal gevormd, dan blijven ze niet waar ze zijn. De wisselwerking met het nog overgebleven gas maakt dat de planeet rondjes gaat draaien met verschillende diameters. De eerste modellen voorspelden dat planeten altijd naar de ster toe bewegen. Dit is ook in overeenstemming met de recente waarneming van een flink aantal zogenoemde exoplaneten: planeten die rond sterren buiten ons zonnestelsel zijn gevormd. Deze vaak zeer grote, Jupiter-achtige planeten bevinden zich op bijzonder geringe afstand van hun ster, veelal minder dan 1/100 van de afstand aarde-zon. Als dit ook zou opgaan voor kleinere planeten, zou dit een voortijdig einde betekenen voor planeten als onze aarde. Paardekooper toont in zijn proefschrift aan dat de bestaande modellen, die ervan uitgaan dat de temperatuur in de schijf van gas en stof niet verandert onder aanwezigheid van een bewegende planeet, niet juist zijn. Zijn berekeningen tonen aan dat planeten bij hun rondje om de ster een spoor van warm gas achter zich laten. In de buitenste, koele delen van de schijf kan deze warmte vrij wegstromen. Dichter bij de ster blijft de warmte echter hangen. Hierdoor stroomt het gas dat zich achter de planeet bevindt weg, waardoor aan de voor- en achterkant een verschillende dichtheidsverdeling ontstaat. Die duwt de planeet als het ware uit zijn baan. De grootte van deze kracht hangt af van de afmeting van de planeet. Een kleine planeet wordt naar buiten geduwd, maar een grote planeet is minder beïnvloedbaar omdat deze diepe gaten in de schijf graaft. Grote planeten bewegen daardoor langzaam naar de ster toe, kleinere planeten niet.
Meer informatie:
Alleen grote planeten in wording bewegen naar hun ster toe

25 september 2006
Het (geautomatiseerd) opsporen van exoplaneten die bij elke omloop vóór hun moederster langs bewegen, levert steeds vaker succes op. Europese sterrenkundigen hebben in het kader van SuperWASP (de Wide Angle Search for Planets) twee planeten ter grootte van Jupiter ontdekt. De twee bevinden zich dermate dicht bij hun respectievelijke ster, dat ze zeer heet zijn, zó heet zelfs dat hun atmosferen geleidelijk wegkoken. Bij SuperWASP wordt gebruik gemaakt van betrekkelijk eenvoudige camerabatterijen, één op het Canarische Eiland La Palma en één in Zuid-Afrika, bestaande uit acht camera’s voorzien van groothoeklenzen. Daarmee worden de helderheden van honderdduizenden sterren tegelijk in de gaten gehouden, met als doel de kleine helderheidsdipjes te detecteren die het gevolg zijn van planeetovergangen. De twee kandidaat-sterren die SuperWASP op die manier heeft opgespoord zijn ter bevestiging onderzocht met een groot instrument van de sterrenwacht in de Haute-Provence. Daarbij bleek dat de beide sterren door de om hen heen draaiende planeten heen en weer worden getrokken. Daaruit kan niet alleen worden geconcludeerd dat het inderdaad om planeten gaat, maar kunnen ook hun omlooptijden en afstanden worden bepaald. WASP-1b bevindt zich op slechts 6 miljoen kilometer van zijn ster en draait daar in tweeënhalve dag omheen; voor WASP-2b zijn die getallen 4,5 miljoen kilometer en twee dagen.
Meer informatie:
Wide-eyed telescope finds its first transiting planets around distant stars
SuperWASP website

18 september 2006
Met NASA's Spitzer Space Telescope zijn opnamen gemaakt van een bruine dwerg die samen met een planeet een baan beschrijft rond een zonachtige ster. Het is voor het eerst dat een bruine dwerg in een planetenstelsel is gevonden, zo melden onderzoekers van de Pennsylvania State University. In werkelijkheid is het misschien beter om te zeggen dat de bruine dwerg en de ster (die iets lichter is dan de zon) een dubbelsysteem vormen, en dat één van de componenten van deze dubbelster vergezeld wordt door een exoplaneet die iets zwaarder is dan Saturnus. De planeet draait in een zeer kleine, sterk excentrische baan. Op basis daarvan was al geopperd dat de ster op zeer grote afstand misschien vergezeld zou worden door een begeleider. Die bruine dwerg-begeleider (een zogeheten T-dwerg) is nu gevonden. Hij beweegt in een baan die ruim tien keer zo groot is als de baan van de dwergplaneet Pluto.
Meer informatie:
Scientists Snap Images of First Brown Dwarf in Planetary System
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 september 2006
Amerikaanse sterrenkundigen hebben met behulp van een klein netwerk van geautomatiseerde telescopen (HAT geheten) een bijzondere planeet ontdekt. Met een middellijn die 1,38 keer zo groot is als die van de planeet Jupiter is ‘HAT-P-1’ de grootste planeet die we kennen. Zijn massa is echter maar de helft van die van Jupiter en dat levert een gemiddelde dichtheid op die slechts een kwart van die van water is. Een andere bijzonderheid is dat de planeet om één van de beide sterren van een dubbelstersysteem draait. Daarbij passeert hij vanaf de aarde gezien steeds voor de ster langs, die daardoor gedurende enkele uren een klein beetje minder helder is. HAT-P-1 is niet de eerste exoplaneet met een opvallend lage dichtheid; iets soortgelijks geldt voor HD 209458b. Een overtuigende verklaring voor het ‘opgezwollen karakter’ van deze planeten is er nog niet. Je zou denken dat de oorzaak gezocht moet worden bij zijn kleine afstand tot de ster, maar in dat geval zouden alle exoplaneten die in zulke omstandigheden verkeren een lage dichtheid moeten hebben' wat niet het geval is. Een andere mogelijkheid is dat de planeten op de een of andere manier meer energie in hun inwendige produceren, maar ook daar zou nog geen goede verklaring voor bestaan.
Meer informatie:
Strange New Planet Baffles Astronomers

7 september 2006
Volgens Amerikaanse onderzoekers is het mogelijk dat in veel van de planetenstelsels die tot dusverre bij andere sterren zijn ontdekt ook planeten ter grootte van de aarde aanwezig zijn (Science, 9 september). Daarover bestond enige twijfel, omdat zich in deze stelsels vaak een zogeheten ‘hete jupiter’ bevindt: een reuzenplaneet die in de loop van zijn bestaan naar de binnendelen van het planetenstelsel is gemigreerd en daarbij alles wat hij tegenkwam heeft opgeslokt. Uit het recente onderzoek blijkt nu echter dat die migratie juist gunstig kan zijn voor de vorming van aardse planeten. Computersimulaties duiden erop dat de migrerende planeet de materie in de omgeving van de ster zodanig verstoord, dat er in veel gevallen nieuwe planeten ontstaan. Dat zou bovendien gebeuren op een plek in het planetenstelsel waar relatief veel water aanwezig is. De ‘aardes’ die de hete jupiters in hun spoor achterlaten, zouden dus ook nog eens waterrijk kunnen zijn.
Meer informatie:
Earth-Like Planets May Be More Common Than Once Thought

7 september 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een nieuwe exoplaneet ontdekt die op 500 lichtjaar afstand om een ster in het sterrenbeeld Draak draait. De ontdekking is gedaan met een netwerk van drie vrij kleine, geautomatiseerde telescopen (twee in de VS, één op Tenerife), die uitkijken naar kleine regelmatige helderheidsveranderingen van sterren. In sommige gevallen kunnen deze helderheids veranderingen ontstaan doordat er een (forse) planeet vanaf de aarde gezien tijdens zijn omloop steeds vóór de ster langs beweegt. Dat is ook het geval met TrES-2, de tweede planeet die in het kader van de ‘Trans-Atlantic Exoplanet Survey’ is opgespoord.
Meer informatie:
Jupiter-Sized Transiting Planet Found by Astronomers Using Novel Telescope Network

3 augustus 2006
Op 400 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Slangendrager is een merkwaardige 'dubbelplaneet' ontdekt. Het object bestaat uit twee gasbollen die respectievelijk zeven en veertien keer zo zwaar zijn als de planeet Jupiter. Ze draaien heel langzaam om elkaar heen op een onderlinge afstand van ongeveer vijfendertig miljard kilometer - zes keer de afstand tussen de zon en Pluto. Maar in tegenstelling tot 'gewone' planeten draait het duo niet rond een ster; de 'dubbelplaneet' leidt een solitair bestaan. De afgelopen jaren zijn veel zogeheten planemo's ontdekt (van planetary-mass objects), die een soort tussenvorm lijken te zijn tussen bruine dwergen en planeten. Vermoedelijk ontstaan ze, net als sterren, uit samentrekkende gaswolken. Dit is echter voor het eerst dat er een dubbele planemo is gevonden. Onderzoeker Ray Jayawardhana van de Universiteit van Toronto, die de ontdekking samen met zijn collega's deed met behulp van de Europese New Technology Telescope en de Very Large Telescope in Chili, denkt dat het merkwaardige object inderdaad op dezelfde manier is ontstaan als een gewone dubbelster, en gebruikt het woord 'dubbelplaneet' dan ook liever niet.
Meer informatie:
The 'Planemo' Twins - Astronomers Discover Double Planetary Mass Object

5 juli 2006
Sterrenkundigen van de universiteit van Colorado in Boulder (VS) hebben een plan bedacht om exoplaneten ter grootte van de aarde op te sporen en te onderzoeken. Het plan behelst het gelijktijdig in de ruimte brengen van een vijftig meter groot, uitvouwbaar sterrenschild en een ruimtetelescoop. Het schild kan het licht van een ster tegenhouden, zodat lichtzwakke objecten in diens omgeving ongestoord bestudeerd kunnen worden met de ruimtetelescoop die een positie ongeveer 25.000 kilometer verderop inneemt (Nature, 6 juli). Het zou dan mogelijk zijn om kleine planeten spectroscopisch te onderzoeken op de aanwezigheid van bijvoorbeeld methaan, zuurstof en water, en het zou zelfs mogelijkheid om oppervlaktestructuren waar te nemen, zoals oceanen, continenten en poolkappen. De onderzoekers hebben het voorstel ingediend om de opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop, de James Webb Space Telescope, van zo’n sterrenschild te voorzien.
Meer informatie: Orbiting Space Shield Could Help To Image Earth-Like Planets

27 juni 2006
De ster Beta Pictoris, op 63 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Schildersezel aan de zuidelijke hemel, wordt omringd door twee stofschijven die ten opzichte van elkaar vier graden zijn geheld. Dat blijkt uit nieuwe detailwaarnemingen die zijn verricht met de Advanced Camera for Surveys aan boord van de Hubble Space Telescope. De aanwezigheid van stof rond de ster werd begin jaren tachtig ontdekt door de Amerikaans-Nederlandse IRAS-satelliet. In 1984 werd de stofschijf voor het eerst gefotografeerd. Later bleek uit Hubble-foto's dat de schijf een merkwaardige welving vertoont. De nieuwste foto's laten nu zien dat er geen sprake is van een welving, maar van twee stofschijven die in iets verschillende vlakken liggen. In beide schijven zijn mogelijk al grotere planeten samengeklonterd uit kleinere stof- en gruisdeeltjes. Volgens computersimulaties is het inderdaad mogelijk dat stof rond een ster zich in verschillende vlakken kan ophopen, vermoedelijk onder invloed van de zwaartekracht van een groter hemellichaam. Ook in ons eigen zonnestelsel bewegen de planeten niet exact in hetzelfde vlak rond de zon.
Meer informatie: Hubble reveals two dust disks around nearby star Beta Pictoris
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 juni 2006
De bouwstenen van reuzenplaneten blijken nog in een laat stadium van stervorming aanwezig te zijn. De Leidse sterrenkundige Bastiaan Jonkheid heeft met computermodellen aangetoond dat uit het gat in de stofschijf rond een jonge ster nog wel degelijk een grote planeet kan worden gevormd aangezien er alleen een gat in de stofverdeling, en niet in de gasverdeling blijkt te zijn. Jonkheids bevindingen worden binnenkort gepubliceerd in het tijdschrift Astronomy & Astrophysics. Hij promoveert op dit onderzoek op 28 juni 2006. Jonkheid heeft een Hubble-opname van HD 141569A bestudeerd, een jonge ster die staat in het sterrenbeeld Weegschaal op een afstand van 300 lichtjaar. Jonkheids promotor Ewine van Dishoeck noemt het resultaat "verrassend". "Dit is de eerste keer dat zo duidelijk wordt aangetoond dat de verdeling van gas en stof in de schijf niet identiek is. Deze schijf is duidelijk in de kritieke bouwfase van planeten; binnen een miljoen jaar zal blijken of het al dan niet gelukt is", aldus Van Dishoeck.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 juni 2006
De gas- en stofschijf rond de jonge ster Beta Pictoris bevat grote hoeveelheden koolstof. Dat blijkt uit waarnemingen van NASA's Far Ultraviolet Spectroscopic Explorer (FUSE). De schijf is een van de beste voorbeelden van een planetenstelsel-in-wording. De stofdeeltjes zijn afkomstig van onderlinge botsingen van grotere brokstukken die in een eerder stadium al zijn samengeklonterd rond de ster, die minder dan 20 miljoen jaar oud is en zich op een afstand van 60 lichtjaar bevindt, in het zuidelijke sterrenbeeld Schildersezel (Pictor). De spectroscopische waarnemingen van FUSE hebben nu grote hoeveelheden koolstof in de gasschijf ontdekt; veel meer dan werd verwacht. Het is onduidelijk of Beta Pictoris in dit opzicht uitzonderlijk is en dat er koolstofrijke planeten zullen ontstaan (met mogelijke implicaties voor de vorming van organische moleculen). Het is ook mogelijk dat ons eigen planetenstelsel in de beginperiode ook veel meer koolstof bevatte dan nu het geval is.
Meer informatie:
NASA's FUSE finds infant solar system awash in carbon
FUSE
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 juni 2006
Ook rond objecten die nauwelijks zwaarder zijn dan de planeet Jupiter kunnen planetenstelsels ontstaan. Dat blijkt uit ontdekkingen van Canadese, Amerikaanse en Europese sterrenkundigen die vandaag gepresenteerd zijn op de 208e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Calgary, Canada. Planemo's (planetary mass objects) zijn hooguit een paar keer zwaarder dan Jupiter, en zelfs nog lichter en koeler dan bruine dwergen - 'mislukte' sterren waarin geen waterstoffusie plaatsvindt. Er zijn verschillende planemo's ontdekt in stervormingsgebieden, maar er is er ook een gevonden in een baan rond een bruine dwerg op 170 lichtjaar afstand van de aarde. Al deze lichtgewicht-objecten zijn zo goed als zeker ontstaan op dezelfde manier als echte sterren: door de ineenstorting van een interstellaire gas- en stofwolk. Met de Europese Very Large Telescope zijn nu bij een aantal planemo's aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een protoplanetaire schijf, zoals die ook ontdekt zijn rond pasgeboren sterren. Uit zo'n schijf kan een planetenstelsel ontstaan. Ook de planemo in een baan rond de bruine dwerg lijkt door zo'n schijf omgeven te worden. De ontdekking doet vermoeden dat de verscheidenheid aan planetenstelsels in het heelal nog veel groter is dan tot nu toe werd gedacht.
Meer informatie:
Planetary-Mass Objects Found to be Surrounded by Discs
Persbericht Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics
Persbericht University of Toronto
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 mei 2006
Een internationaal team van professionele en amateur-astronomen dat met behulp van betrekkelijk eenvoudige apparatuur werkt, heeft zijn eerste exoplaneet opgespoord. Het betreft een planeet ter grootte van Jupiter die om een zonachtige ster in het sterrenbeeld Noorderkroon draait. Het team maakt gebruik van de geautomatiseerde XO-telescoop op Hawaï, een soort verrekijker die uit twee 200-millimeter telelenzen en andere standaardcomponenten bestaat. Met dit instrument worden de helderheden van duizenden sterren in de gaten gehouden, om sterren te ontdekken die kleine, regelmatige helderheidsveranderingen vertonen. Een computerprogramma selecteert 'verdachte' gevallen, die vervolgens door astronomen nader worden bekeken. De gevallen waarbij de helderheidsdipjes kunnen worden toegeschreven aan een (grote) planeet die bij elke omloop vóór de ster lang beweegt, worden vervolgens doorgegeven aan vier amateur-astronomen die het helderheidgedrag van de betreffende sterren nader bestuderen. Het project loopt inmiddels een jaar of drie en had tot nog toe geen ontdekkingen van exoplaneten opgeleverd. Maar nu heeft men dan beet: een ster die XO-1 is gedoopt blijkt gezelschap te hebben van een planeet met een omlooptijd van slechts vier dagen. Vervolgwaarnemingen met de grote Hobby-Eberly-telescoop hebben uitgewezen dat de planeet ongeveer net zo zwaar is als de planeet Jupiter. Gezien zijn korte omlooptijd moet hij tot de klasse van 'hete Jupiters' worden gerekend.
Meer informatie:
Astronomers use innovative technique to find extrasolar planet
Haleakala telescope finds planet

18 mei 2006
Europese sterrenkundigen hebben met behulp van de 3,6-meter ESO-telescoop op La Silla (Chili) ontdekt dat een nabije ster waarschijnlijk gezelschap heeft van drie planeten met de massa van 'onze' planeet Neptunus (Nature, 18 mei). De binnenste van de drie is waarschijnlijk rotsachtig, de buitenste bevindt zich in de 'leefbare zone', dus op een afstand van de ster waar vloeibaar water kan bestaan. Onlangs is met de infraroodsatelliet Spitzer vastgesteld dat zich rond de ster waarschijnlijk ook een planetoïdengordel bevindt. Geen van de planeten is rechtstreeks waargenomen: het bestaan ervan kan worden afgeleid uit kleine, regelmatige verschuivingen van lijnen in het spectrum van de ster HD 69830. Die duiden erop dat de ster heen en weer wordt getrokken door meerdere objecten met verschillende omlooptijden (8,67, 31,6 en 197 dagen).
Meer informatie:
Trio of Neptunes and their belt

20 april 2006
Met behulp van de Subaru-telescoop op Hawaï is de tot op heden meest gedetailleerde (infrarood)opname van de beroemde stofschijf rond de nabije ster Bèta Pictoris gemaakt. Deze stofschijf bestaat waarschijnlijk uit restmaterie: er heeft al een samenklonteringsproces plaatsgevonden waarbij objecten ter grootte van planetoïden en kometen zijn ontstaan. Bij de vele botsingen tussen deze zogeheten planetesimalen, die uiteindelijk tot het ontstaan van planeten leiden, komt veel stof vrij. Uit de polarisatiemetingen van het sterlicht dat ons via dit stof bereikt, kan worden afgeleid hoe groot de lichtweerkaatsende stofdeeltjes zijn. Volgens de onderzoekers betreft het pluizige balletjes van ijs en stof ter grootte van een bacterie' ruwweg tien keer zo groot als normale interstellaire stofdeeltjes.
Meer informatie: http://subarutelescope.org/Pressrelease/index_2006.html#060420

11 april 2006
Vandaag wordt in Harvard de Planetary Society Optical SETI Telescope officieel in gebruik genomen. De telescoop heeft een spiegelmiddellijn van 1,8 meter, maar is niet geschikt voor het maken van scherpe foto's van de sterrenhemel. In plaats daarvan speurt hij de komende twaalf maanden de noordelijke Melkweg af naar extreem korte lichtflitsjes die mogelijk afkomstig zijn van buitenaardse beschavingen. Het idee is dat aliens laser-pulsen zouden kunnen gebruiken voor interstellaire communicatie. Tot nu toe is SETI ( Search for Extra-Terrestrial Intelligence) voornamelijk op radiogolflengten uitgevoerd; de nieuwe telescoop gaat de meest omvangrijke optische SETI-speurtocht tot nu toe ondernemen. Met een speciaal ontworpen camera is het mogelijk lichtflitsjes van niet langer dan een nanoseconde te detecteren. De bouw van de telescoop heeft 350.000 dollar gekost - een bedrag dat gesponsord is door de Planetary Society.
Planetary Society Optical SETI Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 april 2006
Met NASA's Spitzer Space Telescope is een planetenstelsel-in-wording ontdekt bij een pulsar op 13.000 lichtjaar afstand van de aarde. Spitzer registreerde de warmtestraling van een ronddraaiende stofschijf, die zich op zo'n anderhalf miljoen kilometer afstand van de pulsar bevindt. De schijf bevat naar schatting genoeg materiaal voor de vorming van tien planeten ter grootte van de aarde. Pulsars zijn de kleine, compacte en snel roterende overblijfselen van zware sterren die aan het eind van hun leven als supernova explodeerden. Eerder zijn bij een andere pulsar al planeten gevonden, maar er was nooit helemaal duidelijk of dat 'oude' planeten zijn die de supernova-explosie hebben overleefd, of nieuwe planeten die ontstaan zijn in de nasleep van de explosie. De ontdekking van de stofschijf rond de pulsar 4U 0142+62 in het sterrenbeeld Cassiopeia, die deze week gemeld wordt in het wetenschappelijke weekblad Nature, toont nu aan dat er inderdaad sprake kan zijn van een tweede generatie planeten. De supernova-explosie waarbij de pulsar ontstond, moet ongeveer honderdduizend jaar geleden hebben plaatsgevonden.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Finds Hints of Planet Birth Around Dead Star
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 maart 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een middelgrote planeet ontdekt in de koude buitengebieden van een planetenstelsel op 9000 lichtjaar afstand. De planeet heeft een massa van dertien aardmassa’s en een temperatuur van 200 graden onder nul. Daarmee is het een van de koudste exoplaneten die men tot nu toe heeft waargenomen. De planeet is in april 2005 ontdekt dankzij het microlenseffect, dat ervoor zorgt dat het licht van een ster en eventueel daaromheen draaiende planeten wordt versterkt door de zwaartekrachtswerking van een nabijere ster die vanaf de aarde gezien precies vóór het stelsel langs beweegt. Volgens de onderzoekers is het waarschijnlijk dat koude planeten van dit formaat een normaal verschijnsel zijn: waar sterren van de massa van onze zon gasreuzen als begeleiders hebben, hebben kleinere sterren van deze ijzige ‘superaardes’.
Meer informatie:
http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0614.html

13 februari 2006
Radioastronomen hebben een materieschijf rond een ster-in-wording ontdekt die een nogal opmerkelijke eigenschap heeft: het binnenste gedeelte van de schijf draait tegengesteld aan het buitendeel. Het is voor het eerst dat dit gedrag bij een circumstellaire schijf is waargenomen. Doorgaans gaat men ervan uit dat zulke materieschijven de geboortegronden van planeten zijn en tot nog toe was er geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat er ook wel eens planetenstelsels zouden kunnen ontstaan waarbinnen planeten in tegengestelde richting om hun ster bewegen. De onderzoekers vermoeden nu dat de jonge ster uit materie van twee verschillende gaswolken is ontstaan, die ten opzichte van elkaar in tegengestelde richting draaiden.
Meer informatie: http://www.nrao.edu/pr/2006/counterdisk/

8 februari 2006
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer zijn reusachtige stofschijven ontdekt rond twee sterren van de categorie ‘hyperreuzen’. De schijven zouden zowel het begin- als het eindstadium van planeetvorming kunnen zijn. De ontdekking komt als een verrassing, omdat tot nog toe werd aangenomen dat de omgeving van deze supergrote sterren niet geschikt is voor het ontstaan van planeten – hyperreuzen zijn namelijk enorm heet en produceren een intense sterrenwind. Overigens zullen eventuele planeten die rond zulke sterren ontstaan niet lang stand houden: hyperreuzen ontploffen al enkele miljoenen jaren na hun geboorte als supernova.
Meer informatie:
http://www.spitzer.caltech.edu
http://www.rit.edu/~930www/webnews/viewstory.php3?id=1819

1 februari 2006
Het grote Kuipergordelobject 2003 UB313 dat vorig jaar ontdekt werd, is inderdaad groter dan de planeet Pluto. Dat blijkt uit onderzoek door radioastronomen, die de warmtestraling van het object hebben gemeten. Hun conclusie is dat 2003 UB313 een middellijn van ongeveer 3000 kilometer heeft. Het nog naamloze object, dat ook wel de ‘tiende planeet’ wordt genoemd, is daarmee 700 kilometer groter dan Pluto. Uit de gemeten grootte en de helderheid van 2003 UB313 kan nu bovendien worden afgeleid dat dit hemellichaam een helder oppervlak heeft, dat zestig procent van het opvallende zonlicht weerkaatst.
Meer informatie:
http://www.astro.uni-bonn.de/~bertoldi/ub313/
http://www.mpg.de [Duitstalig]
Nature, 2 februari 2006

25 januari 2006
Met behulp van een netwerk van betrekkelijk kleine professionele telescopen, waaronder de Deense 1,54-m telescoop van ESO, hebben sterrenkundigen een nieuwe exoplaneet ontdekt, die je met een beetje fantasie ‘aards’ zou kunnen noemen. De planeet is slechts ongeveer vijf keer zo zwaar als onze planeet en draait in tien jaar om zijn moederster. Omdat de ster vrij koel is, moet het erg koud zijn op de planeet, die waarschijnlijk een vast oppervlak heeft. De oppervlaktetemperatuur zal ongeveer 220 graden onder nul bedragen. De exoplaneet is ontdekt bij een onooglijk sterretje op een afstand van ongeveer 20.000 lichtjaar, niet ver van het centrum van het Melkwegstelsel. Zijn bestaan kwam aan het licht bij een lopend onderzoek naar zogeheten microlensverschijnselen. Dit verschijnsel zorgt ervoor dat de ster en haar planeet, die beide onzichtbaar (!) zijn, hun bestaan verraden door het licht van een nog verder weg gelegen ster tijdelijk te versterken.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2006/pr-03-06.html
http://www.nsf.gov/news/news_summ.jsp?cntn_id=105759&org=NSF&from=news
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2006/06/full/
Nature, 25 januari 2006

19 januari 2006
Bij een onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop van 22 nabije sterren is bij twee sterren een puingordel ontdekt die overeenkomsten vertoont met de Kuipergordel van ons eigen zonnestelsel. Op ruime afstand van de beide sterren is een zwakke lichtring te zien, iets dat eerder pas bij zes andere sterren is vastgesteld. Het is denkbaar dat deze puingordels overblijfselen zijn van de vorming van planeten.
Meer informatie: http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2006/01/19_kuiper.shtml

11 januari 2006
Met de infraroodtelescoop Spitzer is stof van komeetachtige samenstelling waargenomen rond de witte dwergster G29-38. De aanwezigheid van het stof duidt erop dat er rond deze uitdovende ster nog het restant van een planetenstelsel aanwezig is. Waarschijnlijk heeft de ster tegen het eind van zijn bestaan, toen hij opzwol tot een rode reus, zijn binnenste planeten verzwolgen. Maar het is denkbaar dat planeten op grotere afstand van de ster deze fase hebben doorstaan.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2006-04/release.shtml

11 januari 2006
Sterrenkundigen hebben, gewapend met een vrij kleine telescoop, een planeet ontdekt bij een jonge ster op bijna 100 lichtjaar van de aarde. Verreweg de meeste planeten bij andere sterren hebben hun bestaan verraden door de kleine snelheidsveranderingen die zij tijdens hun omloop bij de ster veroorzaken. Deze snelheidsveranderingen uiten zich in kleine, regelmatige verschuivingen van de lijnen in het spectrum van de ster. Doorgaans worden deze spectraallijnen waargenomen met een spectrograaf, maar zo’n instrument is niet erg lichtgevoelig, waardoor er voor de planetenjacht grote telescopen nodig zijn. Bij het nieuwe instrument, de Exoplanet Tracker, is de spectrograaf vervangen door een interferometer. Omdat deze gevoeliger voor licht is dan een spectrograaf, hoeft de telescoop waarmee wordt waargenomen niet zo groot te zijn – in dit geval is een 90-cm kijker gebruikt. Het onderzoeksteam werkt momenteel aan een verbeterde versie van de ‘tracker’, waarmee honderd sterren tegelijk waargenomen kunnen worden. Met een dergelijk instrument zou het aantal ontdekte exoplaneten (nu nog minder dan 200) flink kunnen oplopen.
Meer informatie: http://news.ufl.edu/2006/01/11/new-planet/

20 december 2005
In de planeetvormende materieschijf rond de jonge ster IRS 46 zijn organische moleculen aangetoond. Het betreft acetyleen en waterstofcyanide, stoffen die ook in ons zonnestelsel veel voorkomen. Deze verbindingen kunnen worden beschouwd als de basisbestanddelen van aminozuren, die op hun beurt weer een cruciale rol hebben gespeeld bij het ontstaan van leven. Volgens de onderzoekers, onder leiding van de Leidse sterrenkundige Fred Lahuis, vertoont de schijf rond IRS 46 waarschijnlijk sterke overeenkomsten met ons zonnestelsel kort na zijn ontstaan.
Meer informatie:
http://www.sron.nl
http://www.keckobservatory.org/news/science/051220_irs46/051220.html
http://www.nasa.gov/vision/universe/starsgalaxies/spitzer-20051220.html

14 december 2005
Sterrenkundigen hebben een puinring ontdekt rond een zonachtige ster die mogelijk bezig is aardse planeten te vormen (of daar misschien zelfs al klaar mee is). De puinring, die veel weg zou hebben van onze planetoïdengordel, zou het restant zijn van de ontstaansfase van deze planeten. Het feit dat de ring vrij scherp begrensd is, duidt erop dat er al complete planeten rond de ster draaien. De ster, HD 12039, is naar schatting 30 miljoen jaar oud – vergelijkbaar met de leeftijd van onze zon, toen de aardse planeten bezig waren te ontstaan.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/happenings/20051214/

30 november 2005
Europese sterrenkundigen hebben een planeet ontdekt bij een kleine, rode dwergster. De ster, Gl 581, bevindt zich op een afstand van slechts 20,5 lichtjaar in het sterrenbeeld Weegschaal en is driemaal zo licht als de zon. De planeet heeft ongeveer dezelfde massa als Neptunus en bevindt zich op een afstand van slechts 6 miljoen kilometer van zijn moederster. Het is pas de derde rode dwerg waarbij een planeet is ontdekt.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-30-05.html

7 november 2005
Sterrenkundigen hebben een verklaring gevonden voor het bestaan van de Jupiter-achtige planeet die eerder dit jaar werd ontdekt rond de hoofdster in een driedubbelstersysteem in het sterrenbeeld Zwaan (HD188753). Volgens de onderzoekers, onder wie Simon Portegies Zwart van de UvA,  kan een bijna-botsing van een jonge ster, vergezeld van een planeet, met een driedubbelstersysteem hebben geleid tot de verwisseling van de inkomende ster (met planeet) met één van de drie sterren. Hun argumentatie wordt ondersteund door gedetailleerde baanberekeningen van dit soort bijna-botsingen. De wetenschappers doen op basis van hun bevindingen de voorspelling dat er binnen een afstand van 1500 lichtjaar van de zon zo’n 1200 systemen als HD188753 bestaan.
Bron: Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA)

20 oktober 2005
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer zijn rond enkele jonge bruine dwergen (‘mislukte sterren’) de bouwstenen van een planetenstelsel-in-wording ontdekt. Het betreft kleine samenklonteringen van stofdeeltjes en kristallen, die verder kunnen samenklonteren tot grotere brokstukken. Uit deze ontdekking blijkt dat zelfs de meest nietige sterren aan planeetvorming kunnen doen.
Meer informatie:
http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-21/release.shtml
http://www.mpg.de [Duitstalig]
Science, 21 oktober 2005

20 juli 2005
Sterrenkundigen hebben rond de zonachtige ster BD+20 307 enorme hoeveelheden warm stof ontdekt. Dat kan erop duiden dat er in het recente verleden flinke botsingen tussen planetoïden of mogelijk zelfs planeten hebben plaatsgevonden. De stofconcentratie rond de ster is ongeveer een miljoen keer zo groot als die in ons zonnestelsel. Het meeste stof bevindt zich bovendien op betrekkelijk kleine afstand van de ster' ongeveer op de plek waar zich aardse planeten zouden kunnen vormen. Omdat zulk stof door de stralingsdruk en sterrenwind wordt weggeblazen, kan de vorming ervan niet zo lang geleden hebben plaatsgevonden.
Meer informatie:
http://www.newsroom.ucla.edu/page.asp?RelNum=6304
Nature, 21 juli 2005

18 juli 2005
Doorgaans gaan sterrenkundigen ervan uit dat er in de stofschijven rond jonge sterren een samenklonteringsproces plaatsvindt, dat uiteindelijk tot het ontstaan van planeten én het verdwijnen van de schijf zelf leidt. Maar onderzoek aan het stof rond een tweetal rode dwergen in het sterrenbeeld Stier duidt erop dat het planeetvormingsproces in sommige gevallen misschien wel nooit op gang komt. De oudste protoplanetaire schijven die men tot nu toe had waargenomen waren niet ouder dan 10 miljoen jaar, maar het nu ontdekte exemplaar is ongeveer 25 miljoen jaar oud.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0525.html

13 juli 2005
Astronomen hebben voor het eerst een planeet ontdekt in een drievoudig stersysteem. De ster, HD 188753, bestaat uit een nauwe dubbelster die op iets ruimere afstand om een derde ster cirkelt. Om deze laatste blijkt een planeet te draaien die tot de ‘hete jupiters’ kan worden gerekend: hij is ongeveer zo zwaar als Jupiter en zijn omlooptijd om de ster bedraagt slechts 3,3 dagen. Het hele stelsel van drie sterren en (minstens) één planeet is ongeveer even groot als de afstand zon-Saturnus. Op zich is het al verrassend dat er in zo’n drukke stellaire omgeving een planeet kan ontstaan, maar dit geval is al helemaal bijzonder. Tot dusverre werd aangenomen dat ‘hete jupiters’ op grote afstand van hun ster ontstaan en pas later naar meer naar binnen gelegen banen migreren. Maar voor dat scenario is in dit stelsel eigenlijk niet genoeg ruimte.
Meer informatie:
http://planetquest.jpl.nasa.gov/news/tripleSunsets.html
http://pr.caltech.edu/media/Press_Releases/PR12716.html

30 juni 2005
NASA-onderzoekers hebben vastgesteld dat een van de planeten die bij andere sterren ontdekt zijn een opvallend grote kern moet hebben. Het betreft de planeet bij de ster HD 149026, die bij elke omloop voor de ster langs beweegt. Dat maakt het mogelijk om de grootte van de planeet vast te stellen en zijn atmosfeer te onderzoeken. Uit modelberekeningen blijkt nu dat de vaste kern van de planeet ongeveer 70 aardmassa’s zwaar moet zijn.
Meer informatie: http://www.nasa.gov/home/hqnews/2005/jun/HQ_05169_extrasolar__planet.html
http://tauceti.sfsu.edu/n2k/

24 juni 2005
Amerikaanse radiosterrenkundigen hebben vastgesteld dat de protoplanetaire schijf rond de ster TW Hydrae voor een belangrijk deel uit brokstukken ter grootte van kiezelstenen bestaat. Dat duidt erop dat in deze schijf het samenklonteringsproces bezig is dat binnen enkele miljoenen jaren tot de vorming van planeten leidt. Het lijkt er overigens op dat zich in de schijf al één grote planeet bevindt: op een afstand van ongeveer 650 miljoen kilometer van de ster zit een lege gordel in de schijf.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0521.html

22 juni 2005
Een gedetailleerde opname van de Hubble-ruimtetelescoop laat duidelijk zien dat het centrum van de stofring rond de nabije, jonge ster Fomalhaut niet samenvalt met de positie van de ster: de twee liggen 1,4 miljard kilometer uit elkaar. Deze verschuiving kan het best worden verklaard door aan te nemen dat er een planeet in een elliptische baan om Fomalhaut draait. Een groter object, zoals een bruine dwerg, kan het in elk geval niet zijn, want dat zou door Hubble als een afzonderlijk object waargenomen zijn. De ring rond Fomalhaut, die een middellijn van 24 miljard kilometer heeft, vertoont overeenkomsten met de Kuipergordel van ons zonnestelsel en bestaat waarschijnlijk uit brokstukken van gesteente en ijs. De vermeende planeet moet 4,7 tot 6,5 miljard kilometer van de ster verwijderd zijn.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2005/10/text/
http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2005/06/22_exoplanet.shtml
Nature, 23 juni 2005

14 juni 2005
Onderzoek met een submillimeter-instrument op Hawaï toont aan dat de protoplanetaire schijven of ‘proplyds’ die tien jaar geleden in de Orionnevel ontdekt werden, voldoende materiaal bevatten om planetenstelsels als het onze te vormen. Daar bestond enige twijfel over, omdat het stervormingsgebied in Orion nogal turbulent is: de hoge temperaturen en hevige sterrenwinden zouden wel eens voor een hevige ‘erosie’ van de schijven kunnen zorgen. Maar zoals het zich nu laat aanzien, zijn protoplanetaire schijven behoorlijk ‘taai’.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0517.html

13 juni 2005
Sterrenkundigen hebben de tot op heden kleinste exoplaneet opgespoord. Het object is zeker 6x zo zwaar als de aarde en ongeveer tweemaal zo groot. Mogelijk betreft het de eerste rotsachtige planeet die bij een andere ster is waargenomen. Alle andere (bijna 150) exoplaneten die tot dusver ontdekt waren, behoren waarschijnlijk tot de categorie gasreuzen en zijn minstens zo groot als de planeet Uranus. De nu ontdekte planeet draait om Gliese 876, een ster op slechts 15 lichtjaar in het sterrenbeeld Waterman die ook twee planeten ter grootte van Jupiter heeft. Levensvatbaar is de planeet zeker niet: hij beweegt zo dicht om zijn ster dat de omlooptijd slechts twee dagen bedraagt; zijn oppervlaktetemperatuur is 200 tot 400 graden.
Meer informatie:
http://www.carnegieinstitution.org/news_releases/news_0506_13.html
http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2005/06/13_planet.shtml

23 mei 2005
Voor de tweede keer heeft een samenwerking van beroepsastronomen en amateurs een planeet bij een zeer verre ster opgespoord. Het bestaan van de planeet, die ongeveer drie keer zo groot is als Jupiter, kwam aan het licht bij het OGLE-onderzoek naar ‘microlenzen’. Een microlens is niets anders dan een ster die precies voor verder weg gelegen ster langs schuift; door het gravitatielenseffect wordt het licht van de achtergrondster dan versterkt. Als de voorgrondster een planetaire begeleider heeft, ontstaan op het hoogtepunt van de versterking snelle verstoringen in de helderheid van de achtergrondster. En dat is precies wat in april van dit jaar werd waargenomen bij één van de OGLE-sterren, waarvan er ongeveer 600 per jaar worden ontdekt. De planeet bevindt zich naar schatting op een afstand van 15.000 lichtjaar.
Meer informatie: http://arXiv.org/abs/astro-ph/0505451

10 mei 2005
Langdurig röntgenonderzoek van de Orionnevel, uitgevoerd met de Chandra-satelliet, duidt erop dat sommige sterren in dit stervormingsgebied zeer regelmatig röntgenuitbarstingen produceren. In de Orionnevel en omgeving bevinden zich zeker 1400 jonge sterren, waarvan er dertig veel weg hebben van onze zon bij haar ontstaan. Volgens recent theoretisch onderzoek kunnen röntgenuitbarstingen een rol spelen bij het ontstaan van planeten: ze veroorzaken turbulenties in de protoplanetaire schijf rond de ster waardoor de posities van de planeten-in-wording daarin kunnen veranderen. Planeten in een nog onaangetaste schijf ‘migreren’ in een spiraalbaan naar de ster toe, en de meest hevige röntgenuitbarstingen lijken dit fatale proces tegen te gaan.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2005/orion/

1 mei 2005
Europese sterrenkundigen zijn er zeker van: het rode object dat een jaar geleden bij de bruine dwergster 2M1207 hebben ontdekt is een planeet. Dat zou blijken uit vervolgopnamen die in februari en maart van dit jaar zijn gemaakt: deze laten zien dat de onderlinge positie van het tweetal sinds de ontdekking niet is veranderd. Het rode object is naar alle waarschijnlijkheid een planeet van vijf Jupitermassa’s die op een afstand van ongeveer 55 astronomische eenheden om de zwakke ster draait. Om absolute zekerheid over de aard van het object te krijgen, zal de omloop om de ster moeten worden waargenomen. Maar dat gaat nog een aantal jaren duren.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-12-05-p2.html

20 april 2005
De infraroodsatelliet Spitzer heeft bij de ster HD69830 indirecte aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een planetoïdengordel. Planetoïdengordels worden beschouwd als de storthopen van planetenstelsels: hier hebben zich de brokstukken verzameld die zijn overgebleven na de vorming van planeten. De aanwezigheid van een planetoïdengordel bij HD69830 wordt afgeleid uit de detectie van een dikke schijf van warm stof om de ster. Aangezien zo’n stofschijf normaal gesproken binnen enkele honderden jaren zou verdwijnen, moet er iets zijn dat ervoor zorgt dat er steeds nieuw stof bijkomt. De waargenomen hoeveelheid is verklaarbaar als er gemiddeld elke duizend jaar een botsing tussen twee planetoïden plaatsvindt.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-10/release.shtml

13 april 2005
Veel planeten bij andere sterren bewegen in langgerekte, elliptische banen om hun moederster. Het is zelfs denkbaar dat zonnestelsels als het onze, waarin bijna alle planeten vrijwel cirkelvormige banen volgen, uitzonderlijk zijn. Maar waarom geeft Moeder Natuur dan de voorkeur aan ellipsbanen? Amerikaanse astronomen denken het te weten: de oorzaak zou liggen bij het geboorteproces van de planetenstelsels. Door zwaartekrachtinteracties tussen planeten-in-wording zouden veel van deze objecten in sterk ellipsvormige banen terechtkomen of zelfs uit het stelsel worden weggeslingerd. Uit computersimulaties blijkt dat dit effect, dat ook wel ‘planeetverstrooiing’ wordt genoemd, heel vaak optreedt. Langdurig stabiele zonnestelsels als het onze zijn misschien wel een zeldzaamheid.
Meer informatie:
http://www.eurekalert.org/pub_releases/2005-04/nu-msh041105.php
Nature, 14 april 2005

5 april 2005
Hoeveel soortgenoten heeft onze aarde? Dat is de vraag waar Britse sterrenkundigen zich over gebogen hebben. Uit hun onderzoek blijkt dat misschien wel de helft van de 130 planetenstelsels die we nu kennen leefbare planeten kunnen bevatten. Computermodellen laten zien dat een ‘zusteraarde’ zich in deze stelsels op een geschikte afstand van de ster zou kunnen handhaven. Belangrijkste voorwaarde lijkt te zijn dat de planeet niet te dicht in de buurt van de baan van een reuzenplaneet komt. Anders leidt dat op den duur tot een botsing of tot uitstoting uit het stelsel.
Meer informatie: http://www.sr.bham.ac.uk/nam2005/pr3.html

1 april 2005
Er is opnieuw een opname gemaakt van een object dat een planeet bij een andere ster zou kunnen zijn. De foto laat een zwak stipje vlak in de buurt van de ster GQ Lupi zien. Een team van Europese sterrenkundigen onder leiding van Ralph Neuhäuser denkt dat het object wellicht niet zwaarder is dan één tot drie Jupiter-massa’s. Het probleem is echter dat de massaschatting nogal onzeker is: het zou net zo goed om een 42 Jupitermassa’s zware bruine dwerg kunnen gaan. GQ Lupi is een jonge, hete ster die in feite nog niet ‘af’ is. Zelfs al is het naburige object een planeet, dan zou deze ondanks de forse afstand tot de ster (minstens 50 astronomische eenheden) zeer heet zijn.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-09-05.html
http://www.space.com/scienceastronomy/050401_first_extrasolarplanet_pic.html
http://skyandtelescope.com/news/article_1490_1.asp
http://www.obspm.fr/encycl/GQ-Lup.html

28 maart 2005
Stervende sterren zijn mogelijk in staat om bevroren planeten in hun omgeving zodanig op te warmen, dat er vloeibaar water en leven mogelijk wordt. Dat blijkt uit onderzoek van de evolutie van de zogeheten ‘leefbare zone’ rond sterren door een internationaal team van sterrenkundigen. De leefbare zone van ons zonnestelsel omvat het gebied tussen 0,95 en 1,67 astronomische eenheden van de zon. Maar naarmate sterren zoals de zon ouder en helderder worden, schuift de leefbare zone naar buiten toe op. Zo zal over een paar miljard jaar de planeet Mars gedurende enkele miljarden jaren binnen de leefbare zone komen te liggen, terwijl het op aarde juist te warm zal worden. Het is denkbaar dat het leven in ons zonnestelsel dan een planeetje opschuift.
Meer informatie: http://www.nasa.gov/centers/goddard/news/topstory/2004/0801frozenworlds.html

22 maart 2005
Er is ‘licht’ waargenomen van planeten buiten ons eigen zonnestelsel. Het betreft twee planeten die al eerder zijn ontdekt: de ene, HD 209458b, in 1999, de andere, TrES-1, in 2004. Beide bewegen vanaf de aarde gezien toevallig steeds vóór hun ster langs en veroorzaken daarbij regelmatige kleine helderheidsafnames. En beide zijn zogeheten ‘hete jupiters’, wat wil zeggen dat het grote planeten zijn die op betrekkelijk kleine afstand om hun ster draaien.
Met instrumenten van de infraroodsatelliet Spitzer is nu gemeten wat er gebeurt als de beide planeten achter hun moederster langs bewegen. Ook dan neemt de totale waargenomen helderheid af, maar veel minder sterk dan bij een passage voorlangs: het is immers alleen de honderden malen kleinere lichtbijdrage van de planeet die wegvalt. Maar het is nu dan toch gelukt om dat kleine beetje infraroodlicht van de twee planeten te meten. Uit deze metingen blijkt dat beide sterren een temperatuur van misschien wel 700 graden Celsius hebben.
De onderzoekers hopen uiteindelijk ook te kunnen vaststellen wat de scheikundige samenstelling van de atmosferen van planeten als deze is.
Meer informatie:
http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0509.html
http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-09/release.shtml

7 februari 2005
Niet alleen ‘gewone’ sterren blijken planetenstelsels te kunnen hebben, bruine dwergen kunnen dat ook. Dat blijkt maar weer eens uit onderzoek met de infraroodsatelliet Spitzer. De bruine dwergster OTS 44, die zelf maar 15 keer zo zwaar als onze planeet Jupiter, is omringd door een stofschijf waarin het samenklonteringsproces kan plaatsvinden dat tot de vorming van planeten leidt. Bruine dwergen worden wel ‘mislukte sterren’ genoemd, omdat ze te klein zijn om door middel van kernfusie energie te produceren.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-06/release.shtml

7 februari 2005
In 1992 ontdekte de sterrenkundige Alex Wolszczan een merkwaardig planetenstelsel dat om een pulsar' het restant van een ontplofte ster' draait. Het betreft de 1500 lichtjaar verre pulsar PSR B1257+12 in het sterrenbeeld Maagd. Bij dit stellaire overblijfsel werden drie planeten ontdekt' twee groter dan de aarde, een duidelijk kleiner. Uit verder onderzoek is nu gebleken dat er nog een vierde planeet in het stelsel zit, die qua massa vergelijkbaar is met Pluto.
Opmerkelijk is dat de afstanden van de vier planeten tot de pulsar grote overeenkomsten vertonen met de afstanden in het binnenste deel van ons eigen zonnestelsel. De eerste drie bewegen in banen die vergelijkbaar zijn met die van Mercurius, Venus en de aarde; de vierde volgt een baan op de afstand waar in ons zonnestelsel de planetoïdengordel te vinden is.
Deze en andere ontdekkingen betreffende exoplaneten zijn bekend gemaakt tijdens een grote conferentie die deze week plaatsvindt in de VS.
Meer informatie: http://www.astro.northwestern.edu/AspenW05/abstracts.txt

17 januari 2005
Amerikaanse sterrenkundigen denken een verklaring te hebben gevonden voor het feit dat verreweg de meeste rode dwergsterren niet door een schijf van stof omringd zijn. De oorzaak moet waarschijnlijk worden gezocht bij wrijving ten gevolge van sterrenwind. Rode dwergen zijn iets kleiner, koeler en zwakker dan onze zon; bijna zeventig procent van alle sterren in ons Melkwegstelsel behoort tot deze categorie. De stellaire onderdeurtjes winnen het echter op één terrein van hun grotere soortgenoten: ze zijn magnetisch actiever en blazen meer deeltjes uit in de vorm van sterrenwind. En dat laatste doen ze vooral als ze jong zijn' op het moment dus dat er normaal gesproken planeetvorming plaatsvindt in de schijf van materie rond de ster. De hevige sterrenwind zorgt ervoor dat al het stof dat bij de vorming van planeten vrijkomt verdwijnt: het stof wordt niet weggeblazen, maar wordt door de wrijving met de sterrenwind naar de ster toe getrokken.
Meer informatie: http://www.astro.ucla.edu/~plavchan/pr/missingdisks/

13 januari 2005
Amerikaanse sterrenkundigen denken exoplaneten te hebben opgespoord in wat je een ‘kosmisch kerkhof’ zou kunnen noemen. Ze hebben met de Hubble-ruimtetelescoop de omgeving van een twintigtal uitdovende sterren (witte dwergen) afgespeurd. Daarbij zijn twee kandidaat-planeten ontdekt: objecten die planeten kunnen zijn, maar mogelijk ook bruine dwergsterren of nog iets anders. Om te kunnen aantonen dat het inderdaad planeten betreft, zullen de komende maanden meer opnamen worden gemaakt. In veel gevallen blijkt het dan toch om een achtergrondobject te gaan: eerder zijn namelijk al drie andere kandidaat-planeten bij witte dwergen afgevallen.
Meer informatie: http://live.psu.edu/story/9658

13 januari 2005
Nieuwe infraroodopnamen van de nabije ster Bèta Pictoris laten een nieuw detail zien in de beroemde stofschijf rond de ster: een klont van grotere deeltjes, die mogelijk zijn vrijgekomen bij een botsing tussen twee planeten-in-wording. De botsing kan niet lang geleden hebben plaatsgevonden, omdat zulke stofconcentraties zich snel verspreiden.
Meer informatie: http://www.pparc.ac.uk/Nw/beta_pict.asp

10 januari 2005
Sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat de stofschijf rond de ster Wega groter is dan men aanvankelijk dacht. Dat blijkt uit waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer. De stofschijf is waarschijnlijk ontstaan na één of meer botsingen tussen planetesimalen' bouwstenen van planeten die honderden kilometers groot kunnen zijn. Het stof dat daarbij is vrijgekomen wordt door de intense straling van de ster naar buiten geblazen en moet normaal gesproken vrij snel de ruimte in verdwijnen. Dat laatste betekent dus dat het stof tamelijk kort geleden moet zijn ontstaan. Het gaat overigens om betrekkelijk geringe hoeveelheden: ongeveer een derde van de massa van onze maan. De stofschijf rond Wega heeft een straal van ten minste 815 astronomische eenheden en is daarmee ongeveer twintig keer zo groot als ons zonnestelsel. De binnenste 86 AE is leeg: waarschijnlijk zijn daar planeten ontstaan.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-01/release.shtml

10 januari 2005
In april 2004 ontdekten Europese sterrenkundigen een mogelijke exoplaneet bij een bruine dwergster op 225 lichtjaar van de aarde. Vervolgwaarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop laten zien dat het object, 2M1207, zeer waarschijnlijk inderdaad een planeet is. Zijn massa zou vijfmaal die van de planeet Jupiter bedragen.
Meer informatie: http://www.spacetelescope.org/news/html/heic0501.html

9 december 2004
Onderzoek met de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer heeft bijzondere beelden opgeleverd van stofschijven rond zonachtige sterren. Daarbij is onder meer ontdekt dat veel sterren waarvan al bekend was dat zij planeten hebben óók een stofschijf hebben. Dat klinkt makkelijker dan het is, omdat het planeetvormingsproces bij deze sterren al miljarden jaren aan de gang is: het stof en puin in de ster is dan al grotendeels samengeklonterd tot grotere objecten. Bij veel jongere sterren is de stofschijf makkelijker te zien, en daarbij is vastgesteld dat zulke schijven lege zones vertonen' een duidelijke aanwijzing dat het planeetvormingsproces daar al begonnen is.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/news/2004/33
http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2004-22/release.shtml

25 november 2004
Een team van onder meer Nederlandse astronomen heeft drie stofschijven rond sterren onderzocht. Daarbij is vastgesteld dat in deze zonnestelsels-in-wording de ingrediënten voor het ontstaan van een planeet zoals onze aarde ‘op de goede plaats’ zitten. De ontdekking is gedaan met de Very Large Telescope in Chili, die daarbij als interferometer is gebruikt. Daarmee hebben onderzoekers het binnenste gedeelte van de drie stofschijven spectroscopisch kunnen onderzoeken, wat informatie heeft opgeleverd over de samenstelling van het stof. De waarnemingen laten zien dat het binnengedeelte rijk is aan korrels kristallijn silicaat (‘zand’) met een diameter van 1 micron. Voor het ontstaan van aarde-achtige, voornamelijk uit gesteente bestaande planeten is een overvloedige voorraad van dit soort ‘zand’ op ongeveer de aarde-zon afstand (150 miljoen kilometer) tot de ster een vereiste.
Meer informatie:
http://www.astronomy.nl/inhoud/pers/persberichten/24_11_04.html
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/pr-27-04.html

11 november 2004
In juni maakten sterrenkundigen bekend een mogelijke planeet bij een zeer jonge ster te hebben ontdekt. Nadere analyse lijkt deze ontdekking te bevestigen: in de stofschijf rond de ster is een lege zone te zien, waar hoogstwaarschijnlijk een planeet ter grootte van Neptunus is ontstaan. De planeet zou echter hooguit een half miljoen jaar oud kunnen zijn. Op zich is dat niet onverklaarbaar: volgens een van de gangbare theorieën over planeetvorming kan een planeet heel snel' binnen enkele eeuwen (!)' ontstaan in een verdichting van de stofschijf rond de ster. Maar dan moet de dichtheid van de stofschijf wel voldoende groot zijn, en dat is in dit geval niet zo. Volgens een ander model kunnen ook in een minder dichte stofschijf planeten ontstaan, maar dat zou dan gebeuren door het geleidelijk verzamelen van stofdeeltjes. En dat is een langdurige kwestie die zeker 10 miljoen jaar in beslag neemt. De ‘baby-planeet’ voldoet dus aan geen van beide modellen.
Meer informatie: http://www.rochester.edu/news/show.php?id=1940

18 oktober 2004
Volgens een internationaal team van sterrenkundigen dat met de Spitzer-ruimtetelescoop het stof rond enkele honderden sterren heeft onderzocht, is planeetvorming een langdurig en chaotisch proces. Tot nog toe ging men ervan uit dat planeten vrij vroeg in de levensloop van een ster ontstaan door het aan elkaar klonteren van stofdeeltjes die uitgroeien tot planetesimalen, die op hun beurt door botsingen samensmelten tot planeten. Dat proces zou hooguit enkele tientallen miljoenen jaren duren, waarna de gevormde planeten het overgebleven stof in de omgeving van de ster zouden opvegen. Dat zou echter betekenen dat de stofschijf van oude sterren doorgaans ‘leger’ is dan die van jonge sterren. Maar nu is vastgesteld dat sommige oudere sterren juist een zeer dichte stofschijf hebben. Ervan uitgaande dat dit stof is ontstaan bij botsingen tussen planetesimalen, wijst dit erop dat planeetvorming nog honderden miljoenen jaren na het ontstaan van een ster bezig kan zijn.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2004-17/release.shtml

7 oktober 2004
Nieuw onderzoek aan de bekende ster Bèta Pictoris heeft nieuwe inzichten opgeleverd over de stofschijf die de ster omringt. Volgens de Japanse sterrenkundige Okamoto is de schijf geen overblijfsel van de oorspronkelijke protoplanetaire schijf, maar bestaat deze uit gruis dat ontstaat bij onderlinge botsingen tussen planetesimalen (planetaire bouwstenen) of kometen. De minder dan een micrometer grote korreltjes van amorfe silicaten bereiken een grootste dichtheid op 6, 16 en 30 astronomische eenheden van de ster. Omdat zulke deeltjes normaal gesproken door de stralingsdruk van de ster weggeblazen worden, wordt hun voorraad blijkbaar voortdurend aangevuld. Dat maakt het aannemelijk dat op genoemde afstanden planeten-in-wording aanwezig zijn.
Meer informatie: Nature, 7 oktober 2004

10 september 2004
Sterrenkundigen hebben mogelijk de eerste foto van een exoplaneet gemaakt. Het betreft een zwak rood object in de buurt van de bruine dwerg 2M1207' een mislukte ster dus. De begeleider van 2M1207 is nog eens honderd maal zo zwak als de bruine dwerg zelf. Uit berekeningen blijkt dat het object ongeveer vijf maal de massa van Jupiter zou moeten hebben, maar dat het ook echt een (reuzen)planeet staat nog niet vast. Men weet nog niet eens zeker of het ook werkelijk om 2M1207 draait: daarvoor moet de beweging ervan nog zeker een jaar in de gaten worden gehouden.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/pr-23-04.html

7 september 2004
De in aanbouw zijnde radiotelescoop ALMA zal planeten bij andere sterren veel makkelijker kunnen vinden dan tot nu toe werd aangenomen. Zelfs exoplaneten van bescheiden omvang zullen zich verraden doordat ze een duidelijk, ringvormig spoor trekken in de stofwolk die jonge sterren omhult. De Leidse astrofysici Sijme-Jan Paardekooper en Garrelt Mellema ontdekten dit in verbeterde modelberekeningen aan zulke zonnestelsels-in-wording. Zelfs een planeet als Neptunus, twintig keer lichter dan Jupiter, kan een voor ALMA waarneembaar spoor in een stofschijf produceren. De berekeningen laten verder zien dat zich buiten de baan van een planeet als Neptunus zo veel stof kan verzamelen, dat daaruit Pluto-achtige objecten ontstaan, precies zoals we dat in ons zonnestelsel waarnemen.
Meer informatie: http://www.astronomy.nl/inhoud/pers/persberichten/07_09_04.html

2 september 2004
Onderzoekers van het SETI@Home-project verkeren in staat van opwinding - volgens New Scientist althans. Bij het project, waarbij miljoenen pc's overal ter wereld naar mogelijke buitenaardse signalen in gegevens van de Arecibo-radiotelescoop zoeken, zou in april een verdacht signaal zijn opgespoord uit een richting waar geen sterren op afstanden kleiner dan 1000 lichtjaar te zien zijn. Dat het ook echt een bericht van ‘aliens’ is, is nog maar de vraag. Door medewerkers van SETI@Home is het bericht inmiddels genuanceerd.
Meer informatie:
http://www.space.com/searchforlife/setihome_signal_040903.html
http://www.newscientist.com/news/nographic.jsp?id=ns99996341

31 augustus 2004
Kort nadat hun Europese collega's als eerste de ontdekking van een exoplaneet van het kaliber Uranus bekend hadden gemaakt, kwamen ook Amerikaanse onderzoekers met de mededeling dat zij twee ‘kleine’ exoplaneten hebben opgespoord. Het gaat om een planeet in het reeds bekende planetenstelsel van de ster 55 Cancri en een planeet bij de kleine ster Gliese 436. Beide zijn 10 tot 20 maal zo zwaar als de aarde en bewegen heel snel' met een omlooptijd van slechts enkele dagen' om hun moederster. Omdat deze nieuwe planeten zo veel lichter zijn dan onze planeet Jupiter, is het mogelijk dat het om vaste objecten gaat, in plaats van gasreuzen: ze zouden onvoldoende aantrekkingskracht hebben om (zo dicht bij hun moederster) grote hoeveelheden gas vast te houden.
Meer informatie:
http://planetquest.jpl.nasa.gov/news/cancri.html
http://planetquest.jpl.nasa.gov/webcasts/ssu_0804.html
http://mcdonaldobservatory.org/news/releases/2004/0831.html
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/pr-22-04.html

24 augustus 2004
Ontdekkingen van planeten bij andere sterren zijn al bijna niet bijzonder meer. Een uitzondering is de ontdekking van de exoplaneet bij een ster in het sterrenbeeld Lier. Het bijzondere is het instrument waarmee de ontdekking is gedaan: een bescheiden 10-cm telescoop! De ontdekking is het resultaat van een gericht onderzoek van de helderheden van 12.000 sterren met behulp van een netwerk van kleine, geautomatiseerde telescopen (TrES). De planeet werd opgespoord doordat hij met een regelmaat van iets meer dan 3 dagen vóór zijn moederster langs beweegt.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0427.html

12 augustus 2004
Keck-telescoop maakt scherpste opname van proto-planetaire schijf tot nu toe.
Meer informatie: http://www.ifa.hawaii.edu/info/press-releases/Liu0804.html

3 augustus 2004
Aarde-achtige planeten mogelijk toch erg zeldzaam.
Meer informatie: http://www.innovations-report.de

22 juni 2004
Nieuwe camera zal mogelijk de eerste directe foto's van exoplaneten maken.
Meer informatie: http://uanews.org

10 juli 2004
Hobby-Eberle Telescoop (Texas) ontdekt zijn eerste exoplaneet.
Meer informatie: http://www.spaceflightnow.com/news/n0407/10planet/

6 juli 2004
Onderzoek aan Tau Ceti-stelsel duidt op grote aantallen planetoïden en kometen.
Meer informatie: http://www.pparc.ac.uk/Nw/Ateroid_alley.asp

7 mei 2004
Europese sterrenkundigen hebben twee nieuwe exoplaneten (planeten bij andere sterren) ontdekt. Het gaat om planeten die bij elke omloop vanaf de aarde gezien vóór hun moederster langs bewegen' net zoals de planeet Venus dat op 8 juni bij de zon zal doen. Hoewel de betreffende sterren veel te ver weg staan om de eigenlijke ‘overgang’ te kunnen zien, is het gevolg ervan wel waarneembaar als een kleine afname van de helderheid van de ster. De ontdekking is het resultaat van de ‘OGLE-survey’, een waarneemprogramma waarbij de helderheden van grote aantallen sterren in de gaten worden gehouden. Als er een helderheidsafname wordt geconstateerd, wordt vervolgens geprobeerd om de aanwezigheid van een eventuele planeet aan te tonen met behulp van spectroscopisch onderzoek van het licht van de moederster..
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/pr-11-04.html

15 april 2004
Sterrenkundigen hebben een (mogelijke) planeet ontdekt bij een rode dwergster op 17.000 lichtjaar afstand. Normaal gesproken is zo’n verre planeet niet waarneembaar, maar het toeval heeft een handje geholpen. Al jarenlang worden er zogeheten ‘microlensverschijnselen’ waargenomen: gebeurtenissen waarbij de zwaartekracht van een voorgrondster het licht van een achtergrondster (in dit geval een ster op 24.000 lichtjaar afstand) zodanig afbuigt, dat de laatste gedurende enige tijd duidelijk helderder is dan normaal. Dat levert normaal één helderheidspiek op. Maar ditmaal was er een tweede piek te zien, wat op de aanwezigheid van een tweede (kleiner) object duidt.
Op het Canarische Eiland La Palma is overigens een speciale waarneemfaciliteit in gebruik genomen, SuperWASP, waarmee systematisch naar exoplaneten zal worden uitgekeken. Daarbij gaat het echter niet om microlenseffecten, maar om planeten die vóór hun moederster langs bewegen en daarbij haar licht afzwakken.
Meer informatie:
http://www.jpl.nasa.gov/releases/2004/103.cfm
http://www.superwasp.org/firstlight.html

1 april 2004
Britse sterrenkundigen denken dat in de helft van de meer dan honderd planetenstelsels die tot dusverre bij andere sterren zijn ontdekt ‘leefbare’ aarde-achtige planeten aanwezig kunnen zijn. Zij baseren deze conclusie op computermodellen van negen planetenstelsels. In sommige gevallen bevindt zich een planeet ter grootte van Jupiter in de buurt van de ‘leefbare zone’ rond de ster, en worden kleine planeten al snel uit deze zone weggeslingerd. Maar in veel gevallen is de hele leefbare zone' de gordel rond de ster waarbinnen het niet te heet is voor de aanwezigheid van vloeibaar water' een veilige haven. In mei van dit jaar zal overigens een gerichte zoektocht naar aarde-achtige planeten bij andere sterren worden gehouden.
Meer informatie:
http://www.ras.org.uk/html/press/pn0413ras.html
http://www.ras.org.uk/html/press/pn0414ras.html

26 februari 2004
Sterrenkundigen van de universiteit van Californië te Berkeley hebben vastgesteld de rode dwergster AU Microscopium omgeven is door een stofschijf, die mogelijk een kraamkamer van planeten is. De ster bevindt zich op een afstand van slechts 33 lichtjaar en is daarmee het meest nabije voorbeeld van een ster met een stofschijf. De afstand is klein genoeg om eventuele verdichtingen in het stof, die op de vorming van planeten zouden wijzen, met bestaande instrumenten (zoals de Hubble-ruimtetelescoop) waar te nemen. Interessant detail is dat er op een afstand van 17 astronomische eenheden van de ster' ruwweg de afstand zon-Uranus' een leemte in de stofschijf lijkt te zitten. Het is mogelijk dat hier al een planeet aan het ontstaan is.
Meer informatie: http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2004/02/26_dust.shtml

25 februari 2004
De ster KH 15D zorgt al sinds 1998 voor verwarring. Hij vertoont namelijk regelmatige, langdurige helderheidsafnames, die tot nu toe werden toegeschreven aan grote materieconcentraties in de vermeende stofschijf rond de ster. Onderzoek van archiefmateriaal duidt er nu op dat de ‘knipperende’ ster eigenlijk een dubbelster is waarvan de beide componenten in 48 dagen om elkaar draaien. Een van beide sterren is inmiddels geheel verduisterd' mogelijk achter het stof van een schijf die de dubbelster als geheel omringt' en de tweede zal omstreeks 2012 volgen. Vanaf dat moment zal KH 15D gedurende tientallen jaren aan het zicht onttrokken zijn.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0411.html

2 februari 2004
Met Hubble-ruimtetelescoop is voor het eerst zuurstof en koolstof waargenomen in de atmosfeer van een planeet bij een andere ster. Het gaat om natuurlijke zuurstof, en niet om zuurstof dat door leven is geproduceerd: de planeet in kwestie beweegt in een angstig krappe baan om zijn moederster (HD 209458) en is te heet om leven te kunnen herbergen. Het gaat waarschijnlijk om een gasreus die bezig is te verdampen.
Meer informatie: http://hubble.stsci.edu/newscenter/newsdesk/archive/nuggets/1075730400

30 december 2003
Van de eerste honderd sterren waarbij planeten zijn ontdekt, hebben er meer dan dertig een planeet van formaat Jupiter die in een baan beweegt die krapper is dan die van de planeet Mercurius. Volgens Amerikaanse sterrenkundigen duidt dat erop dat het ontstaan van zulke stelsels letterlijk een race tegen de klok is: in veel gevallen zal de planeet door de centrale ster worden opgeslokt. Aangenomen wordt dat zulke grote planeten op vrij grote afstand van de ster ontstaan, en geleidelijk naar binnen spiralen. Aan die nadering komt pas een einde als de protoplanetaire schijf waarin het proces zich afspeelt (vrijwel) leeg is vóórdat de planeet te dicht bij de ster komt.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0326.html

10 december 2003
Computersimulaties van het ontstaan van planeten rond een ster zoals onze zon duiden erop dat het ontstaan van aarde-achtige planeten vrij normaal is. In ongeveer een kwart van de gevallen zou een planeet als de onze kunnen ontstaan binnen de ‘leefbare’ zone rond de ster. Opmerkelijk daarbij is de rol die reuzenplaneten daarbij spelen: afhankelijk van de baan die zij volgen, krijgen de aardse planeten in de simulatie meer of minder water. Het feit dat Jupiter een bijna cirkelvormige baan om de zon volgt, zou wel eens van cruciaal belang kunnen zijn geweest voor de grote hoeveelheden water op aarde.
Meer informatie: http://www.washington.edu

1 december 2003
Britse sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat de heldere ster Wega een planetenstelsel heeft dat overeenkomsten met het onze vertoont. Zij baseren dat op metingen met de submillimeter-(radio)telescoop JCMT op Hawaï. Met dit instrument is een opname gemaakt van de (reeds bekende) zeer koude stofschijf die Wega omringt. De schijf vertoont onregelmatigheden die op de aanwezigheid van planeten duiden. Modelberekeningen laten zien dat er mogelijk een Neptunus-achtige planeet rond de ster cirkelt, die in de loop van tientallen miljoenen jaren naar buiten toe (van Wega af dus) is opgeschoven. Daarbij zou hij talrijke kometen uit het planetenstelsel hebben weggeveegd. Dat proces vertoont sterke overeenkomsten met de vroege geschiedenis van ons eigen zonnestelsel, waarin Neptunus (onder invloed van Jupiter) naar buiten toe is opgeschoven, onder meeneming van de ijsobjecten die zich nu in de Kuipergordel bevinden. Toekomstige waarnemingen van de stofschijf zouden dit model kunnen bevestigen.
Meer informatie: http://outreach.jach.hawaii.edu/pressroom/2003-vegasolar/

12 november 2003
Amerikaanse sterrenkundigen hebben de vrij nieuwe techniek van de ‘uitdoofinterferometrie’ toegepast op een jonge ster. Bij deze techniek wordt het beeld van de eigenlijke ster met behulp van interferometrie ‘gewist’, zodat de omgeving van de ster zichtbaar wordt. De ster in kwestie, HD 100546, blijkt omringd te zijn door een schijf van gas en stof, waar een lege zone in zit: dat zou erop kunnen duiden dat er op ongeveer 10 astronomische eenheden van de ster een (grote) planeet aan het ontstaan is.
Meer informatie: http://uanews.org/cgi-bin/WebObjects/UANews.woa/4/wa/SRStoryDetails?ArticleID=8087

11 augustus 2003
Vorig jaar werd een ‘knipperende’ ster ontdekt, waarvan de helderheid elke 48 dagen gedurende 20 dagen afneemt. Aangenomen werd dat er een schijf van protoplanetaire materie rond de ster draait, die een precessiebeweging doormaakt en op die manier het licht van de ster regelmatig tempert. Nader onderzoek van oudere opnamen van de ster heeft nu aan het licht gebracht dat de ster tot voor enkele tientallen jaren niet knipperde! Astronomen denken nu dat er veranderingen zijn opgetreden in de stofschijf rond de ster, die mogelijk samenhangen met de vorming van een grote planeet.
Meer informatie: http://www.news.harvard.edu/gazette/daily/0308/11-star.html

20 juli 2003
Het komt nauwelijks als een verrassing, maar het lijkt er sterk op dat sterren met normale hoeveelheden ‘zware’ elementen minder vaak planeten hebben dan hun ‘metaalrijke’ soortgenoten. Dat blijkt na een inventarisatie van 754 nabije zonachtige sterren. Van de metaalrijke sterren heeft bijna 20 procent planeten, die uiteraard voor een belangrijk deel uit zware elementen' dat wil zeggen: alles zwaarder dan helium' zijn opgebouwd. Het metaalgehalte is overigens niet allesbepalend: ook sterren met normale hoeveelheden zware elementen, waartoe ook onze zon behoort, blijken in 5 tot 10 procent van de gevallen (grote) planeten te hebben.
Meer informatie: http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2003/07/21_stars.shtml

10 juli 2003
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een object waargenomen dat naar alle waarschijnlijkheid een stokoude (reuzen)planeet is. Het bestaan van het object, dat in een baan om een tweetal sterrestanten in het hart van de bolvormige sterrenhoop M4 beweegt, was al sinds 1988 bekend. Maar het was tot nu toe onduidelijk of het een kleine ster, zoals een bruine dwerg, was of een planeet. Uit de (indirecte) Hubble-waarnemingen blijkt nu dat zijn massa 2,5 maal die van Jupiter is, waarmee het vrijwel zeker een planeet is. Omdat de leeftijd van de sterren in M4 omstreeks 13 miljard jaar bedraagt, zou dat kunnen betekenen dat ook de eerste planeten al vrij snel naar de oerknal zijn ontstaan. Anders gezegd: planeetvorming lukt blijkbaar ook in een omgeving die betrekkelijk schaars is aan zware elementen.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/news/2003/19
http://science.nasa.gov/headlines/y2003/10jul_psrplanet.htm?list137719

3 juli 2003
Er is opnieuw een exoplaneet ontdekt, ditmaal bij de ster HD70642 (90 lichtjaar van ons verwijderd). Het bijzondere in dit geval is dat het om een planeet ter grootte van Jupiter gaat, die om zijn ster ook nog eens bijna dezelfde (cirkelvormige) baan volgt als Jupiter om de zon. Vooralsnog lijkt het stelsel van HD70642 dus nog veel op het onze.
Meer informatie: http://www.pparc.ac.uk/Nw/Md/Press/HomeFromHome.asp

1 juli 2003
Het lijkt erop dat de jonge ster DG Tau wordt omringd door een schijf van gas en stof waarin planeten kunnen ontstaan. Deze ontdekking is gedaan met de beide Keck-telescopen op Hawaï die voor de gelegenheid als interferometer aan elkaar gekoppeld waren. Met de Keck-interferometer is waargenomen dat er tussen de ster en de binnenrand van de stofschijf een lege ruimte van ongeveer 18 miljoen kilometer zit. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat in het betreffende gebied een (grote) planeet aanwezig is.
Meer informatie: http://www.nasa.gov/home/hqnews/2003/jul/HQ_03223_telescope.html

30 juni 2003
Europese sterrenkundigen hebben bekendgemaakt dat ze in totaal zeven nieuwe planeten bij andere sterren hebben ontdekt. Daarmee is het aantal bekende ‘exoplaneten’ opgelopen tot 115. Zes van de nieuwe planeten draaien om sterren waarbij nog niet eerder planeten waren waargenomen. Het gaat in alle gevallen om zware planeten, van iets lichter dan Jupiter tot maar liefst achtmaal zo zwaar. Geen van de planeten is rechtstreeks waargenomen: hun bestaan blijkt uit regelmatige fluctuaties in de spectra van hun moedersterren.
Meer informatie: http://planetquest.jpl.nasa.gov/Keck/keck_index.html

26 mei 2003
Veel nieuws op het gebied van de protoplanetaire schijven rond jonge sterren. Amerikaanse sterrenkundigen hebben zeven nieuwe exemplaren van deze schijven, waarin mogelijk planeten ontstaan, opgespoord. Daarmee is het totale aantal dat we kennen verdubbeld. De protoplanetaire schijven bestaan uit grote hoeveelheden gas en stof die rond een pas gevormde ster cirkelen. Onderzoek aan de samenklonteringsprocessen die in zulke schijven plaatsvinden duidt erop dat hierin al binnen enkele miljoenen jaren planeten kunnen ontstaan. Dat zou ook kunnen verklaren waarom veel jonge sterren al binnen enkele miljoenen jaren hun stofschijf lijken te zijn kwijtgeraakt: die schijf is niet ‘weg’, maar is door het samenklonteren van het stof moeilijker waarneembaar geworden.
Meer informatie:
http://www.napa.ufl.edu/2003news/planetdisks.htm
http://www.eurekalert.org/pub_releases/2003-05/vu-tmo052203.php

22 april 2003
Het aantal planeten dat bij andere sterren is ontdekt is al de 100 gepasseerd. Veel van deze ‘exoplaneten’ zijn zogeheten ‘hete jupiters’, planeten die in banen dicht om hun moederster draaien. Duitse sterrenkundigen hebben een nieuwe recordhouder ontdekt: OGLE-TR-3. Het betreft een planeet die bij elke omloop vóór zijn ster langs beweegt, waardoor de helderheid van de laatste iets afneemt. De waarnemingen duiden erop dat de planeet ongeveer zo groot is als Jupiter en een omlooptijd van 28,5 uur (!) heeft. Dat betekent dat de afstand tussen ster en planeet slechts ongeveer 3,5 miljoen kilometer kan bedragen. De temperatuur aan de zonzijde van de planeet zou ongeveer 2000 graden bedragen.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-09-03.html

4 april 2003
Met de nieuwe ACS-camera van de Hubble-ruimtetelescoop is een gedetailleerde opname gemaakt van de stofschijf die de jonge ster HD 141569A omringt. In de schijf zijn spiraalvormige structuren te zien, die waarschijnlijk veroorzaakt zijn door de zwaartekrachtswerking van een nabije begeleidende ster. Tot voor kort werd gedacht dat de verdichtingen het gevolg waren van planeten-in-wording.
Meer informatie: http://SkyandTelescope.com/news/current/article_911_1.asp

12 maart 2003
De Jupiter-achtige planeet die in een baan om de ster HD 209458 draait is misschien bezig te verdampen. Zoals veel van de exoplaneten die de laatste jaren ontdekt zijn, bevindt de planeet zich erg dicht bij zijn moederster. Waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop duiden er nu op dat de planeet is gehuld in een wolk van waterstofgas, die een mogelijk van de planeet is ‘weggedampt’. Dat zou erop wijzen dat ‘hete jupiters’ als deze slechts een beperkte levensduur hebben.
Meer informatie: http://sci.esa.int

10 maart 2003
Het SETI@home-project, dat nu ruim drie jaar loopt, heeft 150 hemelposities geselecteerd waar mogelijke signalen van buitenaardse intelligenties vandaan zijn gekomen. SETI@home maakt gebruik van de rekenkracht van miljoenen pc’s overal ter wereld om grote hoeveelheden gegevens die met radiotelescopen zijn verzameld op kunstmatige radiosignalen te onderzoeken. De 150 ‘meest verdachte’ plekjes aan de hemel zullen tussen 18 en 20 maart nader onderzocht worden met de grote Arecibo-radiotelescoop, omdat er ofwel zeer sterke signalen ofwel herhaaldelijke signalen uit de betreffende richting ontvangen zijn. De kans wordt overigens zeer klein geacht dat het in een van deze gevallen werkelijk om een signaal van een buitenaardse beschaving gaat. Er wordt momenteel overigens gewerkt aan geavanceerdere opvolgers van SETI@home, dat overigens gewoon doorgaat.
Meer informatie: http://www.planetary.org/stellarcountdown/reobservations_1.html

22 januari 2003
Spectroscopische waarnemingen van de reuzenster HD 47536 wijzen erop dat deze ten minste één grote planeet als begeleider heeft. HD 47536 is ruim twintig maal zo groot als de zon en zal de komende miljoenen jaren nog verder opzwellen. De afstand van de planeet tot de ster bedraagt slechts ongeveer 300 miljoen kilometer, hetgeen zal betekenen dat hij in de betrekkelijk nabije toekomst door zijn moederster zal worden verzwolgen.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-03-03.html

13 december 2002
David Weintraub and Jeff Bary van de Vanderbilt University vermoeden dat er veel meer zonachtige sterren moeten zijn met planeten. Lichte sterren zoals de zon gaan in hun jeugd door het T Tauri-stadium. De jonge ster is dan aanvankelijk omgeven door een gas- en stofschijf waarin planeten kunnen ontstaan. We zien echter ook veel T Tauri sterren zonder schijf en tot nog toe dacht men dat daar de schijf weggeblazen zou zijn. Weintraub en Bary komen nu met goede argumenten en ondersteunende waarnemingen dat bij deze sterren de schijf grotendeels is omgezet in planetisimalen, de bouwstenen voor de latere planeten.
Zie de multimediawebsite over dit onderzoek:
http://exploration.vanderbilt.edu/news/features/planet/news_planet.htm

3 december 2002
Op basis van nauwkeurige positiebepalingen met de Hubble-ruimtetelescoop  is voor het eerst een exacte massabepaling van een exoplaneet gedaan. Al eerder was ontdekt dat de rode dwergster Gliese 876 een grote planeet moest hebben. Dat was net als bij de andere exoplaneten die tot op heden zijn ontdekt, afgeleid uit de dopplerverschuiving van absorptielijnen in het spectrum van de ster. Met Hubble is nu voor het eerst de zeer kleine verplaatsing aan de hemel zelf waargenomen, die het gevolg is van de zwaartekrachtwisselwerking met de onzichtbare begeleider. Met hulp van deze extra informatie is afgeleid dat de ster een planeet heeft van 1.89 à 2.4 maal de massa van Jupiter.
Meer informatie: http://oposite.stsci.edu/pubinfo/pr/2002/27/

29 november 2002
Bijna alle exoplaneten die tot op heden zijn gevonden zijn reuzenplaneten van het formaat van Jupiter en zelfs nog veel groter. Dit suggereert dat reuzenplaneten erg makkelijk kunnen worden gevormd in de gas- en stofschijf rond een jonge ster. Dit is nu bevestigd door computersimulaties, die laten zien dat grote planeten zich in enkele honderden tot duizenden jaren kunnen samentrekken in plaats van in miljoenen jaren, zoals men tot voorheen dacht.
Meer informatie: http://www.washington.edu/newsroom/news/2002archive/11-02archive/k112802.html

23 oktober 2002
Sterrenkundigen lijken met behulp van een nieuwe techniek op het spoor te zijn gekomen van een nieuwe, tamelijk kleine planeet bij de ster Epsilon Eridani. De meeste van de ongeveer 100 exoplaneten zijn tot nog toe ontdekt door kleine, regelmatige snelheidsveranderingen bij de verschillende moedersterren te constateren. De nieuwe methode maakt gebruik van patronen die waarneembaar zijn in de stofschijven die sommige sterren omringen. Op die manier zouden zelfs planeten ter grootte van de aarde kunnen worden aangetoond, terwijl met de andere (spectrale) methode alleen de allergrootste planeten ontdekt kunnen worden. De nieuwe planeet bij Epsilon Eridani is ongeveer tienmaal zo licht als de planeet die al eerder bij deze ster ontdekt is; hij heeft een omlooptijd van 280 jaar.
Meer informatie: http://www.rochester.edu/pr/News/NewsReleases/latest/quillen-planet.html

10 oktober 2002
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft ontdekt dat de koude stofschijf rond de ster Fomalhaut, die in 1998 is ontdekt, vervormingen vertoont die duiden op de aanwezigheid van een planeet ter grootte van Saturnus die op grote afstand om de ster heen draait. De planeet zou baanresonanties veroorzaken die tot een opeenhoping van kometen in bepaalde banen leidt. De grote drukte in deze banen zou frequente botsingen tussen kometen tot gevolg hebben, waarbij veel stof vrijkomt. Dit stof is nu waargenomen met de James Clerk Maxwell submillimeter-telescoop op Hawaï. Ook bij andere sterren blijkt een dergelijke uitgestrekte stofschijf aanwezig te zijn.
Meer informatie:
http://www.roe.ac.uk/atc/news/scuba_pr/index.html
http://newsroom.ucla.edu/page.asp?id=3589

9 oktober 2002
Amerikaanse sterrenkundigen zeggen de eerste planeet te hebben ontdekt die om een ster in een nauw dubbelstersysteem draait. Het gaat om het stelsel Gamma Cepheï, waarvan de hoofdster 1,6 maal zo zwaar is als onze zon. De tweede, kleine ster draait op slechts ongeveer 4 miljard kilometer om deze ster heen. De planeet, die ongeveer 1,8 maal zo zwaar is als Jupiter, heeft een afstand van 300 miljoen km tot de hoofdster.
Meer informatie: http://mcdonaldobservatory.org/news/releases/2002/1009.html

3 oktober 2002
Amateur-astronomen kunnen de komende jaren meewerken aan het onderzoek van planeten bij andere sterren (exoplaneten). Een kleine fractie van deze planeten beweegt tijdens de omloop om zijn ster vanaf de aarde gezien namelijk vóór deze ster langs, waardoor het licht van deze laatste eventjes zwakker wordt. Zulke planeetovergangen kunnen door amateurs met geavanceerde (ccd-)apparatuur worden waargenomen. Op 5 en 30 oktober vindt zo’n verschijnsel mogelijk plaats bij de ster HD 68988 in de Grote Beer.
Geïnteresseerden vinden meer informatie op: http://www.transitsearch.org

19 september 2002
Italiaanse sterrenkundigen denken sporen van water te hebben gevonden bij drie sterren waarbij eerder het bestaan van planeten is aangetoond. Dat zou blijken uit onderzoek met de 32-m radiotelescoop van Bologna, waarmee microgolfstraling van water waargenomen kan worden. De gedetecteerde straling zou afkomstig kunnen zijn uit de atmosferen van de planeten die om de drie sterren (waaronder Upsilon Andromedae) draaien. Zekerheid is er echter nog niet, en sterrenkundigen zijn het erover eens dat de resultaten nader onderzoek behoeven.
Meer informatie: http://www.newscientist.com/news/news.jsp?id=ns99992810

17 september 2002
Hoewel er nog een hevige discussie woedt of alle ontdekte exoplaneten ook werkelijk exoplaneten zijn, is het totale aantal ontdekkingen inmiddels de 100 gepasseerd. Naarmate het onderzoek naar exoplaneten langer duurt, worden er ook meer op grotere afstand van hun moederster gevonden. (De eerste exoplaneten bevonden zich dichtbij hun ster en hadden korte omlooptijden.) De laatste aanwinst weegt 1,2 Jupitermassa’s en cirkelt op een afstand van 2,5 astronomische eenheden om de ster Tau 1 Gruis (zuidelijk halfrond).
Meer informatie:
http://www.pparc.ac.uk/Nw/Press/planets.asp
http://www.aao.gov.au/local/www/cgt/planet/aat.html
http://exoplanets.org/
http://www.obspm.fr/encycl/encycl.html

5 september 2002
Sommige van de exoplaneten die de afgelopen jaren ontdekt zijn, zijn misschien helemaal geen planeten. Uit nader onderzoek van de ster HD 192263 blijkt dat de snelheidsveranderingen die de ster vertoont, en die op de aanwezigheid van een planeet zouden duiden, precies in fase lopen met kleine helderheidsvariaties van de ster. Dat duidt er sterk op dat beide variaties niet door een planeet, maar door donkere vlekken op het oppervlak van de ster' ‘zonnevlekken’ dus' worden veroorzaakt. Daaruit volgt overigens niet dat het bestaan van alle exoplaneten nu onzeker is geworden: waarschijnlijk gaat het slechts om een handjevol van de ongeveer honderd exemplaren die tot nu toe ontdekt zijn.
Meer informatie: http://www.space.com/scienceastronomy/astronomy/planet_problem_020905.htm

19 juni 2002
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een zonachtige ster ontdekt die regelmatig wordt bedekt door de stofschijf die de ster omringt. De ster, KH 15D in het sterrenbeeld Eenhoorn, maakt deel uit van het stervormingsgebied rond de bekende ‘Kegelnevel’. In de loop van de jaren negentig bleek dat KH 15D om de 48 dagen gedurende 18 dagen veel zwakker is dan normaal. Normaal gesproken denkt men dan dat er een andere, zwakkere ster om zo’n ster heen draait. Maar in dit geval duren de bedekkingen veel te lang: een derde van de omlooptijd van het onbekende object. Zulke langdurige bedekkingen kunnen alleen door een uitgebreidere structuur worden veroorzaakt. Nader onderzoek heeft geleerd dat er waarschijnlijk ook een planeet of een andere kleinere ster om KH 15D draait: het stof is namelijk niet gelijkmatig over de schijf verdeeld en lijkt erg ‘klonterig’. Zonder invloed van buitenaf zou dit stof zich allang gelijkmatig over de schijf verdeeld moeten hebben
Meer informatie: http://www.astro.wesleyan.edu/kh15d/prnf.html

18 juni 2002
Nog geen week na de vorige aankondiging hebben sterrenkundigen opnieuw de ontdekking van een Jupiter-achtige planeet bekendgemaakt. Het betreft ditmaal een exoplaneet bij de ster Gliese 777A, die minstens zo zwaar is als Jupiter en op een afstand van 548 miljoen kilometer rond zijn ster draait. Het team van de universiteit van Genève dat de ontdekking heeft gedaan, heeft naast deze exoplaneet nog zeven nieuwe exemplaren opgespoord. De exoplaneten die de laatste tijd ontdekt worden hebben een grotere afstand tot hun moederster dan de eerst ontdekte exemplaren. Dat komt door hun omlooptijden: het duurt langer voordat de aanwezigheid van een exoplaneet op grotere afstand meetbaar is in het spectrum van de ster.
Meer informatie: http://spaceflightnow.com/news/n0206/19planets/

13 juni 2002
Het is nu zeven jaar geleden dat de eerste planeet bij een andere ster werd ontdekt. Sindsdien zijn een kleine honderd van deze ‘exoplaneten’ opgespoord. Daarbij zit nu ook een object dat veel overeenkomsten vertoont met een planeet die we kennen: Jupiter. Het betreft een planeet bij de ster 55 Cancri in het sterrenbeeld Kreeft. Bij deze planeet is in 1996 al een eerste planeet ontdekt, maar dat betrof een Jupiter-achtig object dat op een zeer kleine afstand rond zijn ster draait. De tweede planeet van 55 Cancri is enkele malen zwaarder en draait op 820 miljoen km om zijn ster.
De planeet is één van de dertien nieuwe exoplaneten waarvan de ontdekking vandaag werd bekendgemaakt. Tot deze nieuwe exemplaren behoort ook een planeet die de lichtste exoplaneet tot nu toe is: een object van 40 aardmassa’s bij de ster HD49674.
Meer informatie:
http://sci.esa.int/content/news/index.cfm?aid=1&cid=1&oid=30133
http://www.jpl.nasa.gov/images/newplanets
http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2002/06/13_planet.html
http://exoplanets.org
http://planetquest.jpl.nasa.gov

7 mei 2002
Europese sterrenkundigen hebben aan de rand van een donkere gaswolk in het Melkwegstelsel een ongeveer 1 miljoen jaar jonge, zonachtige ster ontdekt die omringd is door een stofrijke schijf. Het object is bij wijze van grap de ‘Vliegende Schotel’ genoemd. Het lijkt het schoolvoorbeeld van een zonnestelsel-in-wording. Mogelijk dat de afgezonderde ligging van de ster ertoe heeft bijgedragen dat hij veel stof om zich heen heeft kunnen verzamelen. In jonge sterrenhopen worden dit soort stofschijven mogelijk weggeblazen door de intense straling van de vele sterren. De waargenomen stofschijf heeft een middellijn van 45 miljard kilometer en bevat minimaal 600 aardmassa’s materie.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2002/pr-09-02.html

2 mei 2002
Om de een of andere reden draaien sommige jonge sterren sneller om hun as dan andere. Normaal gesproken wordt een jonge ster kleiner, naarmate de zwaartekracht gas en stof meer naar zijn centrum trekt. En hoe kleiner de ster wordt, des te sneller zou hij moeten gaan draaien. Maar nieuw onderzoek duidt erop dat sommige sterren zich niet aan deze regel houden. Over het hoe en waarom wordt nog nagedacht. Het is mogelijk dat de hevige zonnewind een deel van het draaimoment van deze sterren afvoert, maar het zou ook een magnetisch afremeffect kunnen zijn. Een derde optie is dat zich bij deze sterren (grote) planeten hebben gevormd. (Ook in ons zonnestelsel vertegenwoordigt de planeet Jupiter het meeste draaimoment.) In het laatste geval zouden de langzaam draaiende sterren een interessant doelwit zijn voor de speurtocht naar exoplaneten.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2002/release_2002_105.html

11 april 2002
Twee teams van sterrenkundigen hebben, onafhankelijk van elkaar, nieuwe details waargenomen in de stofschijf rond de ster Bèta Pictoris. De nieuwe (infrarood)waarnemingen wijzen hebben betrekking op de stofverdeling in het binnenste deel van de schijf. Eerder was al vastgesteld dat een deel van de schijf een hoek maak met de rest; nu blijkt het binnenste deel ook schuin te staan, maar dan precies de andere kant op. Anders gezegd: de stofschijf van Bèta Pictoris lijkt uit drie delen te bestaan. Aangenomen wordt dat vervormingen van de stofschijf het gevolg zijn van de aanwezigheid van één of meer planeten op 5 tot 30 astronomische eenheden van de ster. Het binnenster deel van de schijf lijkt overigens uit kleinere en warmere silicaathoudende deeltjes te bestaan dan de rest. Bèta Pictoris is een jonge ster in het zuidelijke sterrenbeeld Pictor (Schilder). Als sinds 1983 is bekend dat de ster omgeven is door een schijf van stof.

27 maart 2002
Wetenschappers zijn erin geslaagd om onder de omstandigheden van de lege ruimte aminozuren te maken. Aminozuren zijn belangrijke bestanddelen van eiwitten die op hun beurt weer een sleutelrol spelen in levende organismen. De experimenten bestonden uit het met ultraviolette straling bestoken een mengsel van bevroren water en eenvoudige koolstofverbindingen. De onderzoekers denken dat de chemische processen die de aminozuren doen ontstaan ook kunnen optreden in de dichte interstellaire gaswolken waaruit sterren met hun planetenstelsels ontstaan. De gemaakte aminozuren komen ook ‘van nature’ voor in sommige meteorieten en het is volgens de onderzoekers niet ondenkbaar dat het leven op aarde te danken is aan vergelijkbare processen elders in het Melkwegstelsel. Dat zou kunnen betekenen dat de kans op leven elders in het heelal groot is.
Meer informatie:
http://web99.arc.nasa.gov/~astrochm/pr.html
http://www.astrochem.org/
http://www.mpg.de/pri02/pri0219.htm