In deze rubriek worden de vier reuzenplaneten (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) en hun vele manen behandeld.

18 mei 2017
Onderzoek door Amerikaanse geologen wijst erop dat Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, in topografisch opzicht meer weg heeft van de planeet Mars lijkt dan van de aarde. Dat komt waarschijnlijk door het ontbreken van platentektoniek (Science, 19 mei). Het landschap van Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, ziet er op het eerste gezicht vertrouwd uit. Er zijn wolken, het regent zo nu en dan, en er zijn rivieren die uitmonden in meren en zeeën. In dat opzicht doet Titan denken aan de aarde, al bestaan de regen en het rivierwater uit vloeibare methaan in plaats van water. De geologen hebben dit rivierenstelsel in kaart gebracht, en vergeleken met de (vroegere) rivierenstelsels op aarde en de inmiddels opgedroogde planeet Mars. Voor alledrie is nagegaan in welke richting elke rivier lijkt (of leek) te stromen. Deze gegevens zijn gebruikt om een completer beeld te krijgen van de hoogteverschillen op Titan. Dat was nodig, omdat de ruimtesonde Cassini bij zijn vele passages van Titan slechts ruwe topografische informatie heeft kunnen verzamelen. Om rechtstreekse vergelijking met de hoogteverschillen op de aarde en Mars mogelijk te maken, zijn de kaarten van de beide laatste werelden zodanig ‘vervaagd’ dat ze net zo weinig details laten zien als de kaart van Titan. Uit dit vergelijkende onderzoek blijkt dat de rivierenloop op Titan sterke overeenkomsten vertoont met die op Mars, en duidelijk afwijkt van die op aarde. Dat laat zich volgens de onderzoekers vrij eenvoudig verklaren: anders dan de aarde hebben Titan en Mars geen platentektoniek gekend. Hun korst bestaat dus niet uit losse platen die geregeld tegen elkaar botsten. En hierdoor ontstaan niet voortdurend nieuwe bergruggen, die de loop van de rivieren zouden veranderen. Net als op Mars zijn de belangrijkste hoogteverschillen op Titan vermoedelijk al miljarden jaren geleden ontstaan. Ze hebben wel een andere oorzaak. De hoogste bergen op Mars zijn van vulkanische oorsprong, terwijl de bergen op Titan waarschijnlijk het gevolg zijn van de getijdenwerking van moederplaneet Saturnus. (EE)
Study finds history of Titan's landscape resembles that of Mars, not Earth

10 mei 2017
Loki Patera, een 200 kilometer grote vulkaankrater op de binnenste grote Jupitermaan Io, blijkt daadwerkelijk gevuld te zijn met een gigantisch lavameer, ca. één miljoen maal zo groot als vergelijkbare lavameren op aarde. Planeetonderzoekers, onder wie de Nederlands-Amerikaanse hoogleraar Imke de Pater, hebben trage golven in het lavameer ontdekt, veroorzaakt doordat de gestolde bovenlaag in stukken breekt en naar de bodem zakt. De resultaten worden deze week gepubliceerd in Nature. Het vulkanisme op Io wordt veroorzaakt door getijdenkrachten van de nabije reuzenplaneet Jupiter. Loki Patera is een opvallende bron van infrarode (warmte-)straling. Op 8 maart 2015 bewoog de Jupitermaan Europa deels voor Io langs (gezien vanaf de aarde), en door acht keer per seconde infraroodmetingen te verrichten met de Large Binocular Telescope in Arizona tijdens de bedekking van Loki Patera kon een 'temperatuurkaart' van de vulkanische structuur worden gemaakt met een 'beeldscherpte' van ca. 10 kilometer. Loki Patera blijkt aan de westzijde een temperatuur te hebben van ongteveer 0 graden Celsius, en aan de zuidoostzijde van ca. 60 graden Celsius. Op basis van afkoelingsmodellen concluderen de astronomen dat het lava aan de westzijde zes à zeven maanden eerder nog vloeibaar geweest moet zijn, en aan de oostzijde twee à drie maanden eerder. Kennelijk bewegen er trage golven door het lavameer, met een snelheid van ca. 1 kilometer per dag. (GS)
Waves of Lava Seen in Io's Largest Volcanic Crater

4 mei 2017
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft een kort filmpje gepresenteerd van de eerste ‘snoekduik’ van ruimtesonde Cassini. Cassini dook op 26 april in het lege ‘gat’ tussen de planeet Saturnus en diens ringenstelsel. Daarbij heeft hij een groot aantal opnamen gemaakt van het wolkendek van de planeet. Deze zijn nu samengevoegd tot een filmpje, dat ongeveer een uur aan beelden beslaat. (EE)
New Movie Shows Cassini's First Dive over Saturn

1 mei 2017
Het gebied tussen de wolkentoppen van Saturnus en de binnenzijde van het ringenstelsel van de planeet bevat verrassend weinig stof. Dat blijkt uit metingen van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini. Cassini maakte op 26 april de eerste van 22 'snoekduiken' door de ca. 2000 kilometer brede opening tussen de planeetbol en de ringen. Metingen van het Radio and Plasma Wave Science-instrument (RPWS) aan boord van de ruimtesonde lieten zien dat zich in dit gebied nauwelijks stofdeeltjes bevinden - Cassini werd 'geraakt' door slechts een handjevol deeltjes met afmetingen in de orde van een duizendste millimeter. Het onverwachte resultaat betekent dat de komende 21 snoekduiken (ongeveer eens in de zes à zeven dagen) gewoon volgens plan uitgevoerd kunnen worden. Als Cassini meer stof was tegengekomen, zou hij in de komende weken en maanden een iets ander waarnemingsprogramma hebben uitgevoerd, omdat de grote radioschotel van de planeetverkenner dan als 'schild' dienst had moeten doen (zoals dat ook tijdens de eerste snoekduik van 26 april het geval was). De eerstvolgende passage tussen de planeetbol en het ringenstelsel vindt plaats op 2 mei, om 21.38 uur Nederlandse tijd. (GS)
Cassini Finds 'The Big Empty' Close to Saturn

27 april 2017
Er is weer contact met NASA-ruimtesonde Cassini na diens succesvolle eerste duik door de (relatief) smalle opening tussen de planeet Saturnus en zijn ringen. Cassini is momenteel bezig om de wetenschappelijke en technische gegevens die daarbij zijn verzameld naar de aarde over te seinen. Tijdens zijn duik, die gisterochtend plaatsvond, is de ruimtesonde het wolkendek van Saturnus tot op 3000 kilometer genaderd en de binnenste grens van het ringenstelsel tot op 300 kilometer. Daarbij had hij ten opzichte van de planeet een snelheid van ongeveer 124.000 km/uur. De komende maanden zal Cassini nog 21 van deze snoekduiken maken. De eerstvolgende staat gepland voor 2 mei. (EE)
NASA Spacecraft Dives Between Saturn and Its Rings

24 april 2017
Tijdens de bijeenkomst van de European Geosciences Union, die momenteel in Wenen plaatsvindt, zijn plannen onthuld voor een Amerikaans/Europese ruimtemissie naar de intrigerende Jupitermaan Europa. De Joint Europa Mission behelst de lancering, omstreeks 2025, van een ruimtesonde die de ijzige maan na een reis van bijna vijf jaar zou bereiken. Vermoed wordt dat er onder het oppervlak van Europa een relatief warme oceaan schuilgaat, waarin theoretisch leven mogelijk is. Zoals de plannen er nu uitzien zou de Joint Europa Mission uit drie onderdelen bestaan: een lander, een orbiter en een gecontroleerde crash op het oppervlak van Europa. De lander zou ongeveer een maand lang metingen gaan doen op Europa, om te zien of daar moleculair materiaal te vinden is dat van biologische oorsprong kan zijn. De orbiter zou de maan gedurende drie maanden vanuit een lage omloopbaan verkennen, om meer te weten te komen over de samenstelling en omvang van diens vermeende oceaan. Uiteindelijk zou de orbiter op het oppervlak moeten neerstorten, om onderweg gegevens te verzamelen over de samenstelling van de ijle atmosfeer van Europa. Daarbij moet ervoor worden gezorgd dat de kans verwaarloosbaar klein is dat de Jupitermaan met aardse organismen wordt ‘besmet’. Het nieuwe plan bouwt voort op bestaande plannen van NASA en ESA. Het Amerikaanse ruimteagentschap zal rond 2022 al een andere ruimtesonde richting Europa sturen – de Europa Clipper – maar die zal niet op het oppervlak van de Jupitermaan landen. Rond dezelfde tijd gaat ook de Europese ruimtemissie JUICE richting Jupiter, die onder meer ook de maan Europa zal verkennen. De Joint Europa Mission zou de eerste zijn die specifiek naar sporen van leven gaat zoeken en op het oppervlak van de Jupitermaan landt. Of het nieuwe plan doorgaat, hangt volledig af van de Amerikaanse deelname. NASA moet namelijk het meest cruciale onderdeel – de lander – leveren. De Joint Europa Mission staat of valt dus met de bereidheid van president Trump om de portemonnee ervoor te trekken. (EE)
NASA and ESA join forces to build life-seeking Europa lander

24 april 2017
Afgelopen zaterdag is de Amerikaanse ruimtesonde Cassini voor het laatst dicht langs de grote Saturnusmaan Titan gescheerd. De ‘flyby’ heeft Cassini in een zodanige baan gebracht dat hij aan zijn ‘grote finale’ kan beginnen. Morgenochtend – woensdag 26 april – duikt de ruimtesonde voor het eerst in het slechts 2400 kilometer brede ‘gat’ tussen de planeet Saturnus en de binnenste begrenzing van diens ringenstelsel. En dat kunstje zal de komende maanden 21 keer worden herhaald. Tijdens zijn laatste ontmoeting met Titan heeft de ruimtesonde nog een reeks radarbeelden gemaakt van de meren van vloeibare methaan en ethaan bij de noordpool van de grote Saturnusmaan. Daarbij is onder meer een gebied in kaart gebracht dat nog niet eerder met het radarinstrument is bekeken. De verzamelde gegevens zullen worden gebruikt om de diepte en samenstelling van enkele kleinere meren te bepalen. De 22 omlopen die Cassini door de opening tussen Saturnus en diens ringen voert, vormen het slotstuk van een succesvolle onderzoeksmissie die ruim dertien jaar heeft geduurd. Vanwege het enigszins riskante karakter ervan is dit onderdeel van de missie tot het laatst bewaard. Ongeacht de uitkomst van de 22 ‘snoekduiken’ komt er op 15 september aanstaande een definitief einde aan de Cassini-missie. De ruimtesonde zal dan met hoge snelheid de dichte atmosfeer van Saturnus binnendringen en spoedig daarna desintegreren. (EE)
Cassini Completes Final – and Fateful – Titan Flyby

13 april 2017
Afgelopen woensdag vloog de Amerikaanse ruimtesonde Cassini op een afstand van slechts 11.000 kilometer langs het kleine Saturnusmaantje Atlas. Bij die gelegenheid zijn de tot nu toe meest gedetailleerde opnamen van dit merkwaardig gevormde object verkregen. Bekend was al dat Atlas een beetje op een vliegende schotel lijkt (of een platgeslagen oliebol of een raviolo). Uit de nieuwe beelden blijkt nu ook dat de dunne opstaande rand langs zijn evenaar opmerkelijk glad is. Het lijkt erop dat deze is bedenkt met ‘donzig’ materiaal. Daarin onderscheidt Atlas zich van het Saturnusmaantje Pan, dat weliswaar ongeveer dezelfde vorm heeft, maar veel scherpere structuren vertoont. Het enige andere grote verschil tussen beide is dat Pan zich binnen een van de ringen van Saturnus bevindt en Atlas zich daar vlak buiten verblijft. Volgens de meest gangbare theorie zouden de dunne randen van maantjes als deze zijn opgebouwd uit ijsdeeltjes die afkomstig zijn uit de ringen. De maantjes zouden dit materiaal simpelweg hebben opgeveegd. Maar de opvallende verschillen tussen Atlas en Pan wijzen erop dat het wel eens om een ingewikkelder proces zou kunnen gaan. (EE)
Cassini Sees 'Flying-Saucer' Moon Atlas Up Close

13 april 2017
Gegevens van de ruimtesonde Cassini wijzen erop dat er op de bodem van de ‘ondergrondse’ oceaan van de Saturnusmaan Enceladus hydrothermale bronnen actief zijn. Het waterstofgas dat deze bronnen uitstoten zou, in combinatie met in water opgelost koolstofdioxide, door eventueel aanwezige micro-organismen als energiebron kunnen worden gebruikt. Bij de reactie tussen waterstof en koolstofdioxide ontstaat methaan (Science, 14 april). Dat de oceaan onder de ijskorst van Enceladus waterstof bevat, is ontdekt toen Cassini eind oktober 2015 zijn diepste ‘duik’ maakte in de pluim van gas en ijsdeeltjes die via barsten in de ijskorst bij de zuidpool van Enceladus ontsnapt. De metingen laten zien dat deze pluim voor bijna 98 procent uit waterdamp bestaat, voor één procent uit waterstof en voor de rest uit een mengsel van andere moleculen, waaronder koolstofdioxide en methaan. In een gelijktijdig gepubliceerd artikel in The Astrophysical Journal Letters maakt een ander team van wetenschappers bekend dat ook de veel grotere Jupitermaan Europa regelmatig pluimen van materiaal de ruimte in blaast. Deze uitstoot werd in 2014 voor het eerst opgemerkt door de Hubble-ruimtetelescoop, en lijkt zich in 2016 te hebben herhaald. Volgens de wetenschappers zou het bij Europa eveneens kunnen gaan om waterdamp die via barsten in de ijskorst naar de ruimte ontsnapt. (EE)
NASA Missions Provide New Insights into 'Ocean Worlds' in Our Solar System

11 april 2017
Behalve een Grote Rode Vlek - een kolossale wervelstorm - komt er in de dampkring van de reuzenplaneet Jupiter ook een Grote Koude Vlek voor. Dat blijkt uit onderzoek met de Europese Very Large Telescope in Chili en met NASA's Infrared Telescope Facility op Hawaii. De ontdekking is gepubliceerd in Geophysical Research Letters. De Grote Koude Vlek is een enorm gebied van ca. 24.000 bij 12.000 kilometer in de hooggelegen thermosfeer van de planeet. De temperatuur is er ca. 200 graden lager dan in de omgeving. De 'vlek' wordt veroorzaakt door de poollichtactiviteit van Jupiter: het poollicht transporteert energie naar de lager gelegen delen van de dampkring, waardoor er in de hoge, ijle thermosfeer een sterke afkoeling optreedt. Uit onderzoek aan infraroodfoto's blijkt dat de Grote Koude Vlek al minstens vijftien jaar op min of meer dezelfde locatie voorkomt. Wel is de vlek zeer veranderlijk, zowel in temperatuur als in afmetingen. (GS)
‘Cold’ Great Spot discovered on Jupiter

6 april 2017
De reuzenplaneet Jupiter staat vandaag (7 april 2017) in oppositie met de zon. Dat betekent dat de planeet gezien vanaf de aarde tegenover de zon aan de hemel staat, en dus de gehele nacht goed zichtbaar is, als een opvallende 'ster' in het sterrenbeeld Maagd. Bovendien is de afstand tussen de aarde en Jupiter rond de oppositiedatum het kleinst, waardoor Jupiter extra helder is. Planeetonderzoekers hebben de oppositie van Jupiter aangegrepen om een gedetailleerde opname van de planeet te maken met de Wide Field Camera 3 van de Hubble Space Telescope. De opname, die deel uitmaakt van Hubble's Outer Planets Atmospheres Legacy programma (OPAL), tonen de opvallend oranjekleurige Grote Rode Vlek (links), alsmede tal van kleinere stormen en wolkenbanden. (GS)
Hubble takes close-up portrait of Jupiter

4 april 2017
De Cassini-sonde van NASA, die al sinds 2004 rond Saturnus draait, gaat nu echt de laatste fase van zijn bestaan in. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan een nieuwe serie instructies, die op 11 april naar de sonde wordt gestuurd. Vervolgens brengt de sonde op 22 april een laatste nabij bezoek aan de maan Titan en gebruikt dan de zwaartekracht van deze maan om zijn baan te veranderen. Zijn nieuwe baan brengt de sonde dichter bij de planeet dan ooit te voren.  Op 26 april duikt de sonde namelijk voor het eerst tussen Saturnus en zijn ringen door, een opening van zo'n 2400 km. De opening tussen de ringen en de planeet is waarschijnlijk niet helemaal leeg, maar bevat vermoedelijk geen deeltjes die groot genoeg zijn om schade aan te richten aan de sonde. Maar tijdens deze eerste nauwe passage gebruikt men de grote antenne als schild en hoopt men te kunnen bepalen hoe veilig het is om hier daadwerkelijk waarnemingen te doen tijdens de latere passages. In totaal komen er 22 van deze passages en men hoopt nog veel te kunnen leren over deze nabije omgeving van Saturnus.  In september zal een verre passage van Titan worden gebruikt om de baan een laatste keer aan te passen. Na twintig jaar is de brandstof van Cassini vrijwel op. De baan wordt daarom zo aangepast dat de sonde op 15 september in de atmosfeer van Saturnus duikt. Tot het allerlaatst zullen daarbij metingen worden verricht en naar de aarde worden gestuurd. (EM)
NASA's Cassini Mission Prepares for 'Grand Finale' at Saturn

15 maart 2017
Laboratoriumexperimenten laten zien dat de methaanmeren op de grote Saturnusmaan Titan zo af en toe flink kunnen bruisen. In de extreem koude meren kunnen namelijk aanzienlijke hoeveelheden stikstofgas uit de atmosfeer worden opgelost. En een kleine verandering in temperatuur, luchtdruk of samenstelling is dan voldoende om het stikstof weer te laten ontsnappen. Dat effect is vergelijkbaar met het opendraaien van fles koolzuurhoudende frisdrank. Het opborrelen van stikstof zou een verklaring kunnen zijn voor een raadselachtig verschijnsel dat is waargenomen door de ruimtesonde Cassini: het ontstaan en weer verdwijnen van raadselachtige ‘eilanden’. Het is denkbaar deze eilanden bestaan uit bellen van stikstofgas die aan de oppervlakte zijn gekomen. Voor het radarinstrument van Cassini zouden zulke velden van gasbellen eruitzien als vaste structuren. (EE)
Experiments Show Titan Lakes May Fizz with Nitrogen

13 maart 2017
In 2005 lieten beelden van de ruimtesonde Cassini voor het eerst zien dat Enceladus geologisch actief is. Via breuken in de ijskorst aan de zuidpool van deze Saturnusmaan ontsnappen waterdamp en ijsdeeltjes de ruimte in. Dat wijst erop dat er onder die ijskorst een reservoir van vloeibaar water zit, en nieuw onderzoek lijkt dat te bevestigen. Uit microgolfwaarnemingen van het zuidpoolgebied van Enceladus blijkt namelijk dat de ijskorst ter plaatse op een diepte van enkele meters tot wel twintig graden warmer is dan verwacht (Nature Astronomy, 13 maart). De wetenschappers die de waarnemingen hebben geanalyseerd vermoeden dat dit komt doordat de ijskorst ter plaatse aan de dunne kant is, waardoor deze heftiger op en neer gaat door de getijdenwerking van Saturnus dan elders. Hierdoor komt meer warmte vrij, die de ondergrondse oceaan ‘vloeibaar’ helpt te houden. Mogelijk zit het water hier maar enkele kilometers onder het oppervlak. (EE)
Enceladus' South Pole Is Warm Under the Frost

9 maart 2017
NASA’s toekomstige ruimtemissie naar de intrigerende Jupitermaan Europa heeft een officiële naam gekregen: Europa Clipper. De naam verwijst naar de gestroomlijnde zeilschepen waarmee in de negentiende eeuw goederen over de oceanen werden vervoerd. De lancering van de Europa Clipper moet ergens tussen 2022 en 2025 plaatsvinden. Na aankomst, een aantal jaren later, zal de ruimtesonde in een vrij wijde baan om Jupiter worden gebracht, die hem om de twee weken dicht in buurt van Europa brengt. In totaal zijn 40 tot 45 van deze flyby’s gepland. De Europa Clipper zal onderzoek gaan doen aan de ijskorst en het inwendige van de Jupitermaan. Vermoed wordt dat zich onder die ijskorst een omvangrijke oceaan van vloeibaar zout bevindt. Het uiteindelijke doel van de missie is om vast te stellen of die oceaan warm genoeg is en de juiste chemische bestanddelen bevat voor het ontstaan van leven. (EE)
NASA Mission Named 'Europa Clipper'

9 maart 2017
Dat Pan, een van de binnenste maantjes van de planeet Saturnus, er vreemd uitziet, was al een tijdje bekend. Van een afstand gezien, deed het object aan een walnoot of een vliegende schotel denken. Maar van dichtbij blijkt het slechts 35 kilometer grote maantje eigenlijk nog het meest op een platte oliebol te lijken. Pan draait om Saturnus in een van de lege gordels in het ringenstelsel van de planeet. Daarbij trekt hij ringmateriaal aan, dat zich langs zijn evenaar ophoopt. Hierdoor heeft zich een opmerkelijk hoge, steile richel gevormd. (EE)
Cassini Reveals Strange Shape of Saturn's Moon Pan

17 februari 2017
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft besloten om de ruimtesonde Juno, die op 4 juli vorig jaar is aangekomen bij Jupiter, in haar huidige polaire omloopbaan te laten blijven. Momenteel volgt Juno een langgerekte baan met een omlooptijd van 53 dagen. Aanvankelijk was het de bedoeling om dat te bekorten tot 14 dagen, maar daar wordt nu dus van afgezien, voornamelijk vanwege een technisch probleem met de hoofdmotor van de ruimtesonde. Wetenschappers zijn overigens zeer tevreden over de kwaliteit van de gegevens die Juno’s meetinstrumenten momenteel verzamelen. Ze willen de missie dan ook niet in gevaar brengen. Voor de dichtste naderingen tot de planeet heeft het besluit overigens geen gevolgen: de nieuwe omloopbaan zou alleen minder langwerpig zijn geweest. Tijdens elke omloop scheert Juno op een afstand van ongeveer 4100 kilometer langs het wolkendek van Jupiter. De volgende keer zal op 27 maart zijn. Het langere verblijf in de huidige omloopbaan zal worden benut om de magnetische invloedssfeer van Jupiter aan een nader onderzoek te onderwerpen. Uit de metingen die tot nu toe zijn gedaan kan al worden geconcludeerd dat het magnetische veld van de planeet omvangrijker en krachtiger is dan tot nu toe werd gedacht. De missie van Juno duurt in principe tot en met juli 2018, maar kan nog worden verlengd. (EE)
NASA's Juno to Remain in Current Orbit at Jupiter

30 januari 2017
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft ongekend gedetailleerde foto's van de ringen van Saturnus gemaakt. Sinds eind november 2016 beschrijft de ruimtesonde een baan waarbij hij ongeveer eens per week vlak buiten de buitenrand van het ringenstelsel vliegt. Zowel van de verlichte als van de donkere zijde van de ringen zijn nu zeer gedetailleerde opnamen vrijgegeven, die in december zijn gemaakt. Ze tonen onder andere subtiele dichtheidsgolven, kleine langgerekte samenklonteringen van ringmateriaal ('stro' genoemd), en propeller-achtige structuren die veroorzaakt worden door zwaartekrachtsstoringen van ingebedde mini-maantjes. Op de scherpste foto's zijn details van slechts 550 meter groot zichtbaar. Eind april zal Cassini voor het eerst tussen het ringenstelsel en de planeet doorvliegen - iets wat nog nooit eerder is gedaan. Na een aantal van die 'snoekduiken' komt er op 15 september een einde aan de missie; de ruimtesonde duikt dan de dampkring van de reuzenplaneet in. (GS)
Close Views Show Saturn's Rings in Unprecedented Detail

18 januari 2017
Een recente opname van het ringenstelsel van Saturnus, gemaakt door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, geeft een goed beeld van het kleine maantje Daphnis. Het is voor het eerst dat dit ongeveer acht kilometer lange ijsmaantje zo duidelijk in beeld is gebracht. Ondanks haar kleine massa veroorzaakt Daphnis golven in de nabijgelegen A-ring van Saturnus. Ze had op die manier haar bestaan al verraden voordat zij in 2005 door Cassini werd ontdekt. De golven bestaan uit deeltjes die zowel in horizontale als in verticale richting door Daphnis zijn aangetrokken, en na de passage van het maantje merendeels weer ‘terugvallen’. Net als twee andere kleine manen die in het ringenstelsel van Saturnus verblijven, Atlas en Pan, vertoont Daphnis een smalle opstaande rand langs haar evenaar. Deze bestaat waarschijnlijk uit ringdeeltjes die niet aan haar zwaartekracht hebben kunnen ontsnappen. Even ten noorden daarvan is een tweede richel te zien. De opname is gemaakt op 16 januari jl., toen Cassini dicht langs het ringenstelsel van Saturnus scheerde. (EE)
Daphnis Up Close

9 december 2016
Nieuw onderzoek wijst erop dat Jupiter al ongeveer vijf miljoen jaar na de vorming van de eerste vaste stoffen in het zonnestelsel zijn huidige omvang had bereikt. Dat blijkt uit onderzoek dat het bestaan van een merkwaardige klasse van meteorieten moet verklaren (Science Advances, 9 december). Sinds een aantal jaren gaan wetenschappers ervan uit dat Jupiter waarschijnlijk niet op zijn huidige plek in het zonnestelsel (vijf keer zo ver van de zon als de aarde) is ontstaan. Een aanwijzing in die richting is dat de planeet Mars veel kleiner is dan planeetvormingsmodellen voorspellen. Een mogelijke verklaring daarvoor kan zijn dat Jupiter ooit op kleinere afstand om de zon cirkelde en daarbij als een kosmische stofzuiger het materiaal heeft opgeveegd dat anders door Mars zou zijn verzameld. Aan het feit dat reuzenplaneten binnen een planetenstelsel kunnen migreren, twijfelt eigenlijk bijna niemand meer. Maar over de timing van de migratie van Jupiter bestaat nog veel onzekerheid. Het onderzoek van zogeheten CB-chrondrieten kan daar een einde aan helpen maken. Meteorieten van dit type, die waarschijnlijk afkomstig zijn uit de huidige planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter, zijn ontstaan uit objecten die met enorme snelheid tegen elkaar zijn gebotst. Dat blijkt uit het feit dat deze ruimtestenen metallische deeltjes bevatten die rechtstreeks uit verdampt ijzer zijn gecondenseerd. Voor de verdamping van ijzer is veel warmte nodig – aanzienlijk meer dan de warmte die vrijkwam bij ‘gewone’ botsingen in het vroege zonnestelsel. Uit nieuwe computersimulaties blijkt dat die hoge snelheid heel goed kan zijn veroorzaakt door het sterke zwaartekrachtsveld van Jupiter. In dat geval moet de reuzenplaneet op het moment dat de CB-chrondrieten zijn gevormd, ongeveer vijf miljoen jaar nadat de eerste vaste stoffen in de materieschijf rond de zon ontstonden, wel al ongeveer zijn huidige omvang hebben gehad. Ook moet hij zich dicht in de buurt van de huidige planetoïdengordel hebben bevonden. (EE)
Research Offers Clues About the Timing of Jupiter's Formation

6 december 2016
Medio november maakten wetenschappers van onder meer de Koninklijke Sterrenwacht van België bekend dat de planeet Saturnus enigszins vervormd is onder invloed van de getijdenkrachten van enkele van zijn manen. In de berichtgeving daarover bleef één aspect van het betreffende onderzoek een beetje onderbelicht: de gevolgen voor die manen zelf. Want uit hetzelfde onderzoek blijkt dat de ijsmanen van Saturnus wellicht relatief jong zijn. Een analyse van de baanbewegingen van de vier kleine maantjes die hun banen delen met de grotere manen Tethys en Dione laat namelijk zien dat deze zich sneller van hun moederplaneet verwijderen dan verwacht. Zo snél dat wanneer ze 4,5 miljard jaar geleden gevormd zouden zijn, ze zich inmiddels veel verder van Saturnus verwijderd zouden moeten hebben dan nu het geval is. Daarmee bevestigen de nieuwe onderzoeksresultaten de uitkomsten van eerdere onderzoeken, die erop wijzen dat het ringenstelsel en de binnenste ijsmanen van Saturnus jonger zijn dan aanvankelijk werd aangenomen. Zo zou de heldere B-ring van de planeet slechts een paar honderd miljoen jaar oud zijn, en ijsmanen als Tethys en Dione nog minder dan dat. Deze laatste zouden eigenlijk niets anders zijn dan samenklonteringen van ringmateriaal. (EE)
Saturn’s bulging core implies moons younger than thought

5 december 2016
De succesvolle Amerikaanse planeetverkenner Cassini is begonnen aan het laatste deel van zijn missie, waarbij hij tientallen malen rakelings langs het ringenstelsel van de planeet Saturnus vliegt. Op 4 december om 14.09 uur Nederlandse tijd maakte Cassini zijn eerste 'snoekduik' door het ringvlak, op een afstand van 91.000 kilometer boven de wolkentoppen van Saturnus, en slechts 11.000 kilometer buiten de smalle F-ring, die uit kleine stofdeeltjes bestaat. Cassini is in 1997 gelanceerd, kwam in 2004 aan in een baan rond Saturnus, en heeft veel onderzoek gedaan aan de planeet zelf, aan de manen van Saturnus (waaronder de grote maan Titan), en aan het ringenstelsel. De komende maanden zal de ruimtesonde ongeveer eens per week het ringvlak doorkruisen, op kleine afstand buiten het ringenstelsel (grijze banen in de illustratie). Op 22 april 2017 vindt de laatste scheervlucht langs Titan plaats, waardoor de baan zodanig zal veranderen dat Cassini vanaf 26 april in totaal 22 keer tussen de ringen en de planeet door zal vliegen (blauwe banen). Op 15 september komt er een einde aan het project; Cassini duikt dan de dampkring van Saturnus in (oranje baan). (GS) [Update: inmiddels heeft NASA ook het eerste beeldmateriaal vrijgegeven dat Cassini tijdens zijn snoekduik heeft verzameld.]
Cassini Makes First Ring-Grazing Plunge

22 november 2016
Er breken spannende tijden aan voor de ruimtesonde Cassini, die al sinds 2004 om de planeet Saturnus cirkelt. Op 29 november zal hij door het zwaartekrachtveld van de grote maan Titan in een polaire omloopbaan worden geslingerd, van waaruit hij goed zicht heeft op de polen van Saturnus. Deze omloopbaan voert hem bovendien dicht langs de buitenste rand van het ringenstelsel van de planeet. Alles bij elkaar zal Cassini twintig keer langs het ringenstelsel scheren. Daarbij zullen zijn instrumenten proberen om ringdeeltjes en gasmoleculen te detecteren. Tijdens de eerste beide omlopen doorkruist de ruimtesonde een extreem ijl gedeelte van het ringenstelsel, dat bestaat uit deeltjes die zijn vrijgekomen bij meteorietinslagen op de kleine Saturnusmanen Janus en Epimetheus. Tijdens de vele ringpassages zullen detailrijke opnamen van het ringenstelsel worden gemaakt. Ook de kleine maantjes die aan de rand van het ringenstelsel om Saturnus cirkelen komen daarbij in beeld. En mogelijk zullen er zelfs nog een aantal ‘mini-maantjes’ worden opgespoord – objecten die als de veroorzakers worden gezien van propellervormige structuren die her en der in het ringmateriaal zijn waargenomen. Zijn nieuwe omloopbaan brengt Cassini tot op 90.000 kilometer van het wolkendek van Saturnus. Maar dat is nog maar een voorproefje van de dingen die na april te gebeuren staan. Omdat de brandstof van de ruimtesonde opraakt, is het einde van zijn missie in zicht. Op 15 september 2017 zal hij een fatale duik maken in de atmosfeer van Saturnus. Vóór het zover is, zal hij eind april echter nog een laatste keer langs Titan scheren. Dat moet hem in een baan brengen die hem tot op 1628 kilometer van het wolkendek van Saturnus voert. Van zó dichtbij is de planeet nog nooit waargenomen. (EE)
NASA Saturn Mission Prepares for 'Ring-Grazing Orbits'

16 november 2016
Dankzij de analyse van duizenden beelden van de manen van Saturnus gemaakt door de ruimtesonde Cassini (NASA/ESA) kon de internationale onderzoeksgroep ENCELADE, waartoe enkele leden van de Koninklijke Sterrenwacht van België behoren, aantonen dat er kleine fluctuaties zijn in het gravitatieveld van Saturnus. Deze zijn het gevolg van de getijdenwerking door de manen van de planeet. Het Saturnus-systeem is buitengewoon complex: de planeet is omgeven door ringen en maar liefst 62 manen. De ruimtesonde Cassini, die sinds 2004 in een baan rond de reuzenplaneet cirkelt, heeft een groot aantal beelden van de planeet en haar omgeving kunnen doorsturen. Na analyse van duizenden beelden van vijftien van de satellieten, heeft de onderzoeksgroep voor het eerst de minieme variaties in het zwaartekrachtveld van de planeet, die een gevolg zijn de getijdenwerking, kunnen observeren. Getijdenwerking is een gevolg van de verschillen in aantrekking van één hemellichaam op de verschillende plaatsen van een ander. Het lichaam dat de getijden ondervindt, krijgt dan een ellipsoïdale vorm, een beetje zoals een rugbybal. Als gevolg daarvan, zal het gravitatieveld van het vervormde object – in dit geval Saturnus – veranderen en dat zorgt dan weer voor afwijkingen in de bewegingen van wat er omheen draait – in dit geval de manen. Om deze minieme afwijkingen te kunnen detecteren, konden de onderzoekers gebruik maken van de speciale configuratie rond de Saturnusmanen Tethys en Dione. Deze delen hun omloopbaan met twee kleinere maantjes, waarvan de één 60° voorloopt op de grotere maan en de ander 60° achterloopt. Door de vervorming van Saturnus ten gevolge van de getijdenwerking van Tethys en Dione vertoont de baanbeweging van deze kleine maantjes kleine afwijkingen. Van jaar tot jaar zijn deze afwijkingen gering, maar ze stapelen zich wel op, waardoor na tien jaar afwijkingen van enkele tientallen kilometers waarneembaar zijn. De variaties in het zwaartekrachtveld van Saturnus leren ons meer over het inwendige van de planeet. Samen met de gegevens die de sonde Cassini zal verzamelen wanneer zij in september 2017 in de atmosfeer van de planeet duikt, zal een antwoord kunnen worden gegeven worden op de cruciale vraag over de centrale kern van de planeet: is het een harde, vaste kern of is de dichtheid kleiner?
Volledig persbericht

21 oktober 2016
Nieuw onderzoek, op basis van dertig jaar oude gegevens van de NASA-ruimtesonde Voyager 2, wijst erop dat zich in het ringenstelsel van de planeet Uranus nog twee onontdekte maantjes schuilhouden. Het onderzoek heeft laten zien dat de hoeveelheid materiaal aan de rand van twee van de helderste ringen van Uranus periodieke variaties vertoont. Volgens Amerikaanse planeetwetenschappers geven die variaties aan dat er twee kleine objecten vlak langs deze ringen om Uranus cirkelen. De reden om nog eens goed naar oude Voyager-gegevens te kijken, was dat de beide planeetwetenschappers de afgelopen jaren veel ervaringen hebben opgedaan met het interpreteren van gegevens van de Cassini-sonde, die om de planeet Saturnus cirkelt. Dat bracht Rob Chancia en Matt Hedman op het idee om nog eens goed te kijken naar de gegevens van de ‘radiobedekkingen’ van Voyager 2 – de momenten waarop de radiosignalen die de ruimtesonde naar de aarde sturen door de ringen van Uranus heen gingen. Ook gegevens van sterbedekkingen, gemaakt toen de ruimtesonde het licht mat van achtergrondsterren die door de ringen heen schenen, zijn nog eens onder de loep genomen. Op die manier kwamen Chancia en Hedman op het spoor van golven in de ringen van Uranus die veel weg hebben van vergelijkbare structuren in de ringen van Saturnus. Bij deze laatste planeet worden deze structuren door kleine maantjes veroorzaakt. Als dat bij Uranus ook het geval is, zou het gaan om maantjes met afmetingen van slechts 4 tot 14 kilometer. Dat maakt de objecten heel moeilijk waarneembaar: het zou dus niet zo heel vreemd zijn dat ze tot nu toe niet zijn opgemerkt – zelfs niet door de Voyager 2. (EE)
Uranus May Have Two Undiscovered Moons

20 oktober 2016
De Jupitermaan Io vertoont nog steeds grote vulkanische activiteit. Dat blijkt uit de langste reeks waarnemingen van de warmtestraling van de maan die ooit is verzameld.De waarnemingen, gedaan op nabij-infrarode golflengten, zijn verricht met twee van de grootste telescopen ter wereld: de 10-meter Keck II-telescoop en de 8-meter Gemini North-telescoop. Beide staan op de top van de Mauna Kea op Hawaï. Met deze telescopen kunnen structuren op Io worden waargenomen die slechts een paar honderd kilometer uit elkaar liggen.Onder leiding van de Nederlands-Amerikaanse astronome Imke de Pater is tussen augustus 2013 en eind 2015 de activiteit van vijftig van de meest actieve vulkanen op Io gevolgd. Daarbij zijn aanwijzingen gevonden voor een vulkanisch domino-effect: sommige uitbarstingen lijken honderden kilometers verderop weer nieuwe uitbarstingen te veroorzaken. De energie voor het intense vulkanisme op Io wordt geleverd door de getijdenwerking tussen Io, Jupiter en twee andere grote Jupitermanen. Door die onderlinge interacties ontstaat wrijving in het inwendige van Io, waarbij veel warmte vrijkomt. De verschillende modellen waarmee dit proces is doorgerekend voorspellen dat de meeste vulkanische energie zou moeten vrijkomen in de buurt van ofwel de polen ofwel de evenaar. Bovendien zouden de kant van Io die tijdens zijn baanbeweging om Jupiter vooroploopt grofweg dezelfde verdeling moeten vertonen als het andere halfrond. Dat is echter niet wat de waarnemingen laten zien. De helderste uitbarstingen vinden voornamelijk plaats op het achterop lopende halfrond en verder van de evenaar dan de gemiddelde uitbarsting. Onduidelijk is nog of dit te maken heeft met het relatief kleine aantal waarnemingen of dat de modellen niet kloppen. Ook is het denkbaar dat lokale geologische factoren veel bepalender zijn voor de plek waar vulkaanuitbarstingen plaatsvinden dan het getijdeneffect. De resultaten van dit onderzoek worden vandaag gepresenteerd tijdens de gezamenlijke bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society en het European Planetary Science Congress (EPSC) in Pasadena, Californië. (EE)
Long-Term, Hi-Res Tracking of Eruptions on Jupiter’s Moon Io

20 oktober 2016
Met het naderen van de zomer op het noordelijk halfrond van de grote Saturnusmaan Titan, heeft de Amerikaanse ruimtesonde Cassini opvallende veranderingen geregistreerd in de temperatuur en de samenstelling van diens atmosfeer. Hoog boven de zuidpool van de maan heeft zich een sterke vortex ontwikkeld die rijk is aan sporengassen. In 2004, toen Cassini bij Saturnus aankwam, was dat juist bij de noordpool – waar het toen hartje winter was – het geval. De warmtecirculatie in de atmosfeer van Titan vertoont een cyclus waarbij warme gassen opwellen bij de ‘zomerpool’ en koude gassen neerdalen bij de ‘winterpool’. Uit de waarnemingen van Cassini blijkt dat deze stroming rond de equinox omkeert. De beide halfronden van Titan reageren lang niet even heftig op deze seizoensveranderingen. Tijdens de laatste vier winterjaren is de temperatuur in de stratosfeer boven de zuidpool met maar liefst veertig graden gekelderd. Dat staat in schril contrast met de veel geleidelijkere opwarming van het noordelijk halfrond, waar de temperatuur sinds 2014 met maar zes graden is gestegen. In de maanden na de equinox van 2009 heeft de vortex boven de zuidpool zich sterk ontwikkeld, terwijl die boven de noordpool al in 2011 vrijwel verdwenen was. Binnen de zuidelijke polaire vortex, die steeds meer in de schaduw komt te liggen, hebben zich steeds meer sporengassen gehoopt, waaronder een aantal complexe koolwaterstoffen. Dat komt doordat deze moleculen nu niet meer worden afgebroken door ultraviolet zonlicht. Zoals verwacht zijn de sporengassen op het noordelijk halfrond nu juist aan de aftocht begonnen. Verrassend is wel dat zich over dat hele halfrond, op een hoogte van 400 tot 500 kilometer, nu een zone van uitgedund moleculair gas heeft ontwikkeld. Deze resultaten worden vandaag gepresenteerd tijdens de gezamenlijke bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society en het European Planetary Science Congress (EPSC) in Pasadena, Californië. (EE)
Titan Experiences Dramatic Seasonal Changes

19 oktober 2016
Afgelopen dinsdag heeft de Amerikaanse ruimtesonde Juno zichzelf na een computerstoring in ‘safe mode’ gezet. De boel is inmiddels opnieuw opgestart, maar alle meetinstrumenten blijven uitgeschakeld totdat duidelijk is wat er precies is gebeurd. De problemen ontstonden op een ongelukkig moment, namelijk kort voordat de ruimtesonde voor de tweede keer dicht langs de planeet Jupiter scheerde om allerlei metingen te doen. Ondertussen heeft Juno ook te kampen met twee onwillige kleppen van zijn aandrijvingssysteem. Dat heeft de vluchtleiding vorige week doen besluiten om het opstarten van de raketmotor van de ruimtesonde, bedoeld om de omloopbaan van Juno te verkleinen, uit te stellen. Tijdens de eerste scheervlucht langs Jupiter, op 27 augustus jl., heeft het wetenschappelijke team van de Juno-missie ontdekt dat de magnetische velden en poollichten van de planeet omvangrijker en krachtiger zijn dan aanvankelijk werd gedacht. Of de huidige problemen met de ruimtesonde daar iets mee te maken hebben, lijkt niet waarschijnlijk: op het moment van de storing was hij nog ver verwijderd van de planeet. (EE)
Juno Spacecraft in Safe Mode for Latest Jupiter Flyby

29 september 2016
Volgens nieuwe gegevens van de ruimtesonde Cassini heeft de Saturnusmaan Dione onder haar ijsoppervlak een oceaan van vloeibaar water. Bij twee andere manen van Saturnus, Titan en Enceladus, was men al vrij zeker dat er onder hun ijskorst grote oceanen waren, maar nu is er dus nog een ‘oceaanwereld’. Onderzoekers van de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB) hebben aangetoond dat zwaartekrachtsmetingen door de ruimtesonde Cassini verklaard kunnen worden, indien de korst van de Saturnusmaan drijft op een oceaan honderd kilometer onder het oppervlak. De oceaan is enkele tientallen kilometer diep en omsluit een grote harde kern. In dat opzicht lijkt Dione sterk op de naburige maan Enceladus, die bekend is van de fonteinen van waterdamp die bij zijn zuidpool worden uitgestoten. Dione lijkt nu wel rustig, maar de littekens op haar oppervlak, in de vorm van grote ijskliffen, wijzen op een tumultueus verleden. De resultaten van het Belgische onderzoek verschijnen deze week in Geophysical Research Letters.
Volledig persbericht KSB

26 september 2016
Nieuwe waarnemingen door de Hubble Space Telescope lijken het bestaan van waterdampfonteinen op de ijzige Jupitermaan Europa te bevestigen. In 2012 werden ook al aanwijzingen gevonden voor zeer ijle 'pluimen' van watermoleculen, die vermoedelijk afkomstig zijn uit de diepe oceaan die zich onder de stijf bevroren ijskorst van Europa bevindt. De nieuwe Hubble-waarnemingen zijn verricht tijdens zogeheten overgangen van Europa. Gezien vanaf de aarde beweegt Europa dan voor zijn moederplaneet langs. Met de Space Telescope Imaging Spectrograph is onderzoek gedaan aan ultraviolet zonlicht dat door Jupiter is weerkaatst en vervolgens rakelings langs Europa bewoog in de richting van de (rond de aarde cirkelende) ruimtetelescoop. Van de tien overgangen die in ruim een jaar tijd zijn waargenomen, is in drie gevallen absorptie door watermoleculen gedetecteerd. Uit de metingen, die deze week gepubliceerd worden in The Astrophysical Journal, blijkt dat de fonteinen slechts sporadisch voorkomen en een hoogte van ca. 200 kilometer kunnen bereiken, waarna de waterdamp terugvalt op het Europa-oppervlak. Deze resultaten komen overeen met de bevindingen uit 2012. De 'ondergrondse' oceaan van Europa bevat ongeveer twee maal zoveel water als alle zeeën en oceanen op aarde samen. Het is niet ondenkbaar dat er micro-organismen leven. Als er (vermoedelijk via barsten in de ijskorst) af en toe water uit het inwendige de ruimte in gespoten wordt, biedt dat een unieke mogelijkheid om in de toekomst onderzoek aan de Europa-oceaan te doen zonder de ijskorst te hoeven doorboren. (GS)
NASA's Hubble Spots Possible Water Plumes Erupting on Jupiter's Moon Europa

19 september 2016
Nee, dit is geen satellietfoto van een kustgebied op aarde. Deze radaropname, gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, toont een rivierdelta op de grote Saturnusmaan Titan. Het gaat om een rivier die Vid Flumina is genoemd (linksboven); hij stroomt uit in Ligeia Mare (het donkere gebied rechtsonder), een groot meer in het noordpoolgebied van Titan. Het grote verschil met de aarde is dat de meren en rivieren op Titan niet bestaan uit water, maar uit vloeibare koolwaterstoffen, voornamelijk methaan en ethaan. Op de extreem koude Saturnusmaan (ca. 180 graden onder nul) spelen die 'vloeibare gassen' dezelfde rol die water op aarde speelt, inclusief verdamping en neerslag. Er is nu ook een belangrijke nieuwe overeenkomst met de aarde ontdekt: onderzoek aan de radarwaarnemingen van Cassini heeft uitgewezen dat de vele vertakkingen van Vid Flumina steile, diepe rivierdalen zijn, die zo goed als zeker zijn uitgesleten door de eroderende werking van methaan. Een vergelijkbare langdurige erosie, veroorzaakt door de Colorado-rivier, heeft in de Verenigde Staten de Grand Canyon doen ontstaan. Het is voor het eerst dat dit proces op grote schaal op een ander hemellichaam is aangetroffen. Uit de analyse, uitgevoerd door Italiaanse en Amerikaanse planeetonderzoekers, blijkt dat de meeste dalen minder dan een kilometer breed zijn, ruim 500 meter diep, en hellingen hebben die steiler zijn dan 40 graden. (GS)
Titan's flooded canyons

15 september 2016
Na meer dan twaalf jaar de planeet Saturnus en zijn ringen en manen te hebben onderzocht, is het laatste jaar aangebroken voor NASA-ruimtesonde Cassini. De meest spectaculaire onderdelen van zijn missie moeten echter nog komen. Vanaf eind november zal Cassini een baan volgen die hem tot heel dicht bij het ringenstelsel van Saturnus brengt. Twintig weken achtereen zal de ruimtesonde de hartlijn van de smalle F-ring tot op minder dan 8000 kilometer naderen. Dat moet ongekend gedetailleerde beelden opleveren van de vreemde kinken in de F-ring, die mogelijk door (nog te ontdekken) mini-maantjes worden veroorzaakt. Het absolute klapstuk van de missie begint eind april 2017. Dan zal Cassini op zo’n manier langs de grote maan Titan scheren, dat hij in een baan terechtkomt die hem bijna letterlijk door het oog van de naald voert: de slechts 2400 kilometer brede lege gordel tussen Saturnus en de binnenste ring. Alles bij elkaar moet hij deze stunt 22 keer herhalen. Tijdens die ‘Grand Finale’ zal de ruimtesonde Saturnus van dichterbij kunnen onderzoeken dan ooit tevoren. Daarbij wordt onder meer het magnetische veld en het zwaartekrachtsveld van de planeet in kaart gebracht – een onderneming die meer inzicht moet geven in de inwendige structuur van de planeet en een schatting moet opleveren van de totale massa van het ringenstelsel. Op 15 september valt het doek voor Cassini: dan wordt de ruimtesonde de atmosfeer van Saturnus in gestuurd. Tot zijn laatste snik zal hij gegevens over de samenstelling van de planeet naar de aarde blijven sturen. (EE)
Cassini Begins Epic Final Year at Saturn

2 september 2016
Juno is er als eerste ruimtesonde in geslaagd om opnamen te maken van de noordpool van Jupiter. De beelden zijn gemaakt tijdens de eerste scheervlucht langs de planeet waarbij al haar instrumenten waren ingeschakeld. De opnamen tonen stormcomplexen en weeractiviteit die bij geen van de andere grote gasplaneten van ons zonnestelsel zijn waargenomen. De Amerikaanse ruimtesonde maakte op 27 augustus de eerste van 36 scheervluchten langs Jupiter. Daarbij werd het wolkendek van de planeet tot op 4200 kilometer genaderd. Het overzenden van het beeldmateriaal duurde anderhalve dag. Het noordpoolgebied van Jupiter ziet er duidelijk blauwer uit dan de rest van de planeet, en er zijn veel stormen te zien. Van bovenaf gezien vertoont de gasreus een compleet andere aanblik dan vanaf de aarde. Het karakteristieke patroon van donkere en lichte banden ontbreekt. Wat óók ontbreekt is het zeshoekige wolkenpatroon dat kenmerkend is voor de noordpool van de planeet Saturnus. Tijdens de recente scheervlucht hebben alle acht de wetenschappelijke instrumenten waarmee Juno is uitgerust metingen gedaan. Daarbij zijn voor het eerst infraroodopnamen gemaakt van het zuidelijke poollicht van Jupiter. (EE)
Jupiter's North Pole Unlike Anything Encountered in Solar System

10 augustus 2016
Uit onderzoek blijkt dat de kronkelige ‘rivierbeddingen’ bij de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan in werkelijkheid diepe canyons zijn. De vrij smalle ravijnen hebben wanden die ongeveer zou steil zijn als een skipiste en zijn gevuld met vloeibare koolwaterstoffen. De ravijnen fungeren waarschijnlijk als aanvoerkanalen voor Ligeia Mare – het op een na grootste meer op Titan. Daarvan was al langer bekend dat het met vloeibaar methaan is gevuld. Maar of dat methaan ook werkelijk via het ravijnenstelsel werd aangevoerd, was tot nu toe onduidelijk. Het was ook denkbaar dat het materiaal waarmee de canyons deels gevuld zijn uit een vaste substantie (ijs) bestond. Uit metingen met de radar van de ruimtesonde Cassini, die sinds 2004 regelmatig dicht in de buurt van Titan is gekomen, is nu gebleken dat het vrijwel zeker om vloeibare methaan gaat. En de vrij smalle ravijnen waar het methaan doorheen stroomt blijken enkele honderden meters diep te zijn. Deze aanzienlijke diepte wijst erop dat het proces waardoor het ravijnenstelsel is ontstaan al heel lang aan de gang is, tenzij de erosie ter plaatse zich veel sneller voltrekt dan elders op Titan. In sommige canyons rond Legeia Mare heeft de vloeistof hetzelfde niveau als het meer. In andere ligt de methaanspiegel tientallen meters hoger – vermoedelijk zijn dat zijrivieren die in de lager gelegen hoofdgeulen uitmonden. (EE)
Cassini Finds Flooded Canyons on Titan

2 augustus 2016
De extreem ijle dampkring van de binnenste grote Jupitermaan Io bevriest wanneer de maan door de planeet verduisterd wordt. De zwaveldioxidemoleculen in de dampkring, afkomstig van de talrijke vulkanen op Io, vriezen dan vast aan het oppervlak. Zo'n Io-verduistering treedt eens per omloop op (elke 1,7 dagen), en duurt ongeveer twee uur. Wanneer Io weer uit de schaduw van Jupiter tevoorschijn komt, sublimeren de zwaveldioxidekristallen weer, en herstelt de dampkring zich. Tijdens een verduistering daalt de temperatuur aan het oppervlak van Io van -150 tot -170 graden graden Celsius. Algemeen werd al aangenomen dat de ijle SO2-dampkring tijdens zo'n eclips op het oppervlak zou neerslaan, maar het verschijnsel was nog nooit direct waargenomen. Dat is nu voor het eerst wel gelukt, dankzij de grote gevoeligheid van de TEXES-infraroodspectrograaf op de 8-meter Gemini North-telescoop op Mauna Kea, Hawaii. De waarnemingen zijn verricht in november 2013 en vandaag gepubliceerd in Journal of Geophysical Research. (GS)
SwRI space scientists observe Io’s atmospheric collapse during eclipse

29 juli 2016
Vijf jaar na haar lancering, en een maand nadat zij in een omloopbaan om de planeet Jupiter terechtkwam, nadert de Amerikaans ruimtesonde Juno haar eerste keerpunt. Komende zondag (31 jul) bereikt Juno het verste punt van haar huidige omloopbaan – het zogeheten ‘apojovium’ – dat ruim 8 miljoen kilometer van de planeet verwijderd is. Vervolgens zal de ruimtesonde ‘terugvallen’ om eind augustus op een afstand van slechts 4200 kilometer langs de wolkentoppen van Jupiter te scheren. Juno is momenteel bezig aan de eerste van twee lange ‘warmlooprondjes’ die elk ruim vijftig dagen in beslag nemen. Hierna zal de ruimtesonde haar raketmotor opstarten om de definitieve, veel kortere omloopbaan te kunnen bereiken van waaruit zij haar wetenschappelijke onderzoek zal verrichten. Tijdens de eerste scheervlucht langs Jupiter, op 27 augustus a.s., zal Juno proefmetingen gaan doen. Vooralsnog zijn al haar meetinstrumenten, die onder meer de atmosfeer van de grote planeet gaan onderzoeken, in goede staat. (EE)
Five Years Post-Launch, Juno Is at a Turning Point

27 juli 2016
Een team van Britse en Amerikaanse astronomen heeft ontdekt dat de ‘Grote Rode Vlek’ van Jupiter een belangrijke rol speelt bij de opwarming van de hoge atmosfeer van de planeet (Nature, 28 juli). De Grote Rode Vlek is een kolossale wervelstorm in de atmosfeer van Jupiter die al honderden jaren standhoudt. Het zonlicht dat de aarde bereikt, warmt de atmosfeer tot ver boven het aardoppervlak op. Merkwaardig genoeg lopen de temperaturen in de hoge atmosfeer van Jupiter, die meer dan vijf keer zo ver verwijderd is van de zon, tot vergelijkbare waarden op. Wetenschappers vragen zich al geruime tijd af waar die extra warmte vandaan komt. Uit waarnemingen met NASA’s Infrared Telescope Facility op Hawaï blijkt nu dat de warmte in de hoge Jupiteratmosfeer niet gelijkmatig is verdeeld. De temperaturen zijn het hoogst in dat deel van de atmosfeer dat hoog boven de Grote Rode Vlek ligt. Daarmee bevestigen de waarnemingen de resultaten van eerdere computersimulaties, die aangaven dat een wervelstorm als de Grote Rode Vlek een enorme bron van energie is. Hij veroorzaakt golven in de atmosfeer die op grote hoogte ‘stukslaan’ als de golven van een oceaan op het strand. De energie die daarbij vrijkomt zorgt voor de opwarming van de atmosfeer. (EE)
Jupiter’s Great Red Spot heats planet’s upper atmosphere

13 juli 2016
Veel stelt het nog niet voor - amateurastronomen op aarde maken scherpere foto's - maar de Amerikaanse planeetverkenner Juno heeft zijn eerste opname doorgeseind van de reuzenplaneet Jupiter. Op de foto zijn ook de grote Jupitermanen Io, Europa en Ganymedes zichtbaar. Juno kwam op 4 juli aan in een langgerekte baan rond Jupiter. In het binnenste deel van die baan beweegt de ruimtesonde door de energierijke stralingsgordels van de planeet. De opname is gemaakt op 10 juli om 07.30 uur Nederlandse tijd, vanaf 4,3 miljoen kilometer afstand, toen Juno zich weer van Jupiter verwijderde. De belangrijkste boodschap is: de camera heeft de reis door de stralingsgordels overleefd. Hoge-resolutiefoto's van Juno volgen eind augustus, wanneer Juno opnieuw op kleine afstand langs Jupiter vliegt. JunoCam, zoals de camera officieel heet, is relatief klein en eenvoudig (fotografie is niet het hoofddoel van de missie) en wordt daarom zelfs niet beschouwd als een van de wetenschappelijke experimenten van de ruimtesonde. (GS)
NASA's Juno Spacecraft Sends First In-orbit View

5 juli 2016
De Amerikaanse planeetverkenner Juno is vanmorgen vroeg (Nederlandse tijd) met succes in een omloopbaan rond de reuzenplaneet Jupiter gebracht, na een reis van bijna 5 jaar en 2,8 miljard kilometer. Om 05.18 uur werd de remraket van de ruimtesonde ontstoken; na 35 minuten was de snelheid van Juno met 542 meter per seconde afgenomen, zodat hij door het zwaartekrachtveld van Jupiter kon worden 'ingevangen'. Vervolgens zijn de drie grote zonnepanelen van Juno op de zon gericht - de laatste kritische manoeuvre. Juno verwijdert zich nu weer van Jupiter; over zijn eerste elliptische omloopbaan doet hij 53,5 dag - bijna twee maanden. In oktober begint officieel het wetenschappelijke waarnemingsprogramma. De komende jaren zal Juno in totaal 37 langgerekte banen rond Jupiter beschrijven; de ruimtesonde gaat onderzoek doen aan de inwendige structuur, de dampkring en het magnetisch veld van de reuzenplaneet. De hoop is meer te weten te komen over het ontstaan van Jupiter, en daarmee over het ontstaan van het zonnestelsel in het algemeen. (GS)
Juno

30 juni 2016
Vanavond, 30 juni om 21.15 uur Nederlandse tijd, heeft de vluchtleiding van de Juno-misie het commando verzonden dat de ruimtesonde, die bijna bij Jupiter is, op zijn automatische piloot overschakelt. Het duurt ‘even’ – 48 minuten om precies te zijn – voordat het signaal de afstand tot de grootste planeet van ons zonnestelsel heeft overbrugd, maar vanaf dat moment is Juno op zichzelf aangewezen. Het signaal geeft de ruimtesonde de opdracht om het computerprogramma op te starten dat de acties afwerkt die nodig zijn om in de gewenste (polaire) omloopbaan om Jupiter te komen. De meest cruciale fase is het opstarten van de stuwraket, in de vroege ochtend van dinsdag 5 juli. Of de hele manoeuvre geslaagd is, is op zijn vroegst tegen 7 uur Nederlandse tijd bekend. Juno is op 5 augustus 2011 vertrokken van Cape Canaveral in Florida. De ruimtesonde zal onder meer de atmosfeer, de inwendige structuur en het magnetische veld van Jupiter gaan onderzoeken. (EE)
NASA's Juno Spacecraft to Kick into Planned Autopilot for July 4 Jupiter Burn

30 juni 2016
Wetenschappers van Harvard University zijn erin geslaagd om de extreme omstandigheden te evenaren zoals die voorkomen in het inwendige van de planeet Jupiter. In een experimentele opstelling werd een monster vloeibare waterstof samengeperst tussen de puntjes van twee diamanten en bestookt met laserpulsen om de temperatuur te verhogen. Daarbij is het gelukt om, heel eventjes, een kleine hoeveelheid metallische waterstof te maken – waterstof dat de geleidende eigenschappen van een metaal heeft. Vermoed wordt dat metallische waterstof aan de basis staat van het magnetische veld van Jupiter. Druk en temperatuur lopen halverwege de kern van de planeet zo hoog op dat waterstofatomen hun elektronen kwijtraken, waardoor een soort vloeibaar metaal ontstaat. Stromingen in dat metallische waterstof zouden een dynamo-effect kunnen veroorzaken, dat een magnetisch veld genereert. Het is niet voor het eerst dat metallische waterstof onder laboratoriumomstandigheden is geproduceerd, maar erg vaak is dat nog niet gelukt. Wel was de gebruikte opstelling met een omvang van 1,5 meter aanzienlijk kleiner en goedkoper dan eerdere opstellingen. Het principe van het experiment is vrij eenvoudig. Bij het samenpersen en verhitten van de waterstof wordt gekeken naar de laserbundels. Zodra gewone waterstof overgaat in metallische, is het niet meer doorzichtig, maar glanst het als een metaal. Op het moment van de faseovergang is dus een reflectie van laserlicht waarneembaar. Volgens de onderzoekers kent metallische waterstof ook allerlei ‘aardse’ toepassingen. Zo zou het bruikbaar zijn als een zeer krachtige raketbrandstof, waarmee een reis naar bijvoorbeeld Mars aanzienlijk kan worden ingekort. (EE)
Jupiter on a bench

30 juni 2016
Astronomen gebruiken de Hubble-ruimtetelescoop om de poollichten in de atmosfeer van Jupiter te onderzoeken. Dit waarnemingsprogramma word ondersteund door metingen van de ruimtesonde Juno, die over enkele dagen in een omloopbaan rond de grote planeet wordt gebracht. De heldere poollichten van Jupiter, die het best te zien zijn op ultraviolette golflengten, ontstaan wanneer energierijke deeltjes nabij de magnetische polen de atmosfeer binnendringen en in botsing komen met de daar aanwezige gasatomen. Anders dan het poollicht van de aarde, dat volledig afhankelijk is van de sterk wisselende aanvoer van zonnedeeltjes, is het poollicht van Jupiter permanent. Dat komt doordat de grote planeet over extra deeltjesbronnen beschikt: zijn maan Io en zijn eigen ionosfeer. Doel van het huidige waarnemingsprogramma is om meer te weten te komen over de wijze waarop Jupiters poollichten reageren op veranderingen in de zonnewind, de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitzendt. Ruimtesonde Juno, die zich momenteel in de zonnewind nabij Jupiter bevindt, doet ondertussen metingen aan de zonnewind zelf. Om de veranderingen in de poollichten goed in beeld te brengen, doet Hubble een maand lang elke dag waarnemingen van Jupiter. De eerste beelden geven al een aardige indruk van de huidige poollichtactiviteit op Jupiter, maar het analyseren ervan gaat nog maanden duren. (EE)
Hubble captures vivid auroras in Jupiter’s atmosphere

27 juni 2016
In voorbereiding op de naderende aankomst van NASA’s ruimtesonde Juno hebben astronomen ESO’s Very Large Telescope ingezet om spectaculaire nieuwe infraroodopnamen te maken van de planeet Jupiter. Ze maken deel uit van een campagne om de reuzenplaneet gedetailleerd in kaart te brengen. Deze waarnemingen dienen als inspiratiebron voor de werkzaamheden die Juno de komende maanden zal verrichten. Ze geven astronomen meer inzicht in de huidige toestand van de gasreus. Een team onder leiding van Leigh Fletcher van de universiteit van Leicester (VK) presenteert nieuwe beelden van Jupiter op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Nottingham. De beelden, verkregen met het VISIR-instrument van ESO’s Very Large Telescope, maken deel uit van een gerichte actie om meer te weten te komen over de atmosfeer van Jupiter, in aanloop naar de aankomst van NASA-ruimtesonde Juno op 4 juli van dit jaar. Bij de campagne is gebruik gemaakt van verscheidene telescopen op Hawaii en in Chili, maar ook van bijdragen van amateurastronomen uit alle windstreken. De daaruit voortkomende kaarten geven niet alleen momentopnamen van de planeet, maar laten ook zien welke veranderingen de Jupiteratmosfeer de afgelopen maanden heeft ondergaan. Ruimtesonde Juni werd in 2011 gelanceerd en heeft bijna 3 miljard kilometer moeten afleggen om het Jupiterstelsel te kunnen bereiken. Bij het verzamelen van gegevens blijven ruimtesondes verschoond van de beperkingen waar telescopen op aarde mee te kampen hebben. Daarom komt het misschien als een verrassing dat deze aardse campagne zo belangrijk werd gevonden. Leigh Fletcher legt uit wat het belang is van dit voorbereidende onderzoek: ‘Deze kaarten dienen als voorbereiding op wat Juno de komende maanden zal tegenkomen. Door op verschillende golflengten van het infraroodspectrum waarnemingen te doen, kunnen we een driedimensionale reconstructie maken van het verticale transport van energie en materiaal in de atmosfeer.’ Het vastleggen van scherpe beelden door de voortdurende veranderende aardatmosfeer is een van de grootste uitdagingen waar telescopen op de vaste grond voor staan. Deze glimp van Jupiters eigen atmosfeer, waarin wolken van koeler gas op en neer golven, is het resultaat van een techniek die lucky imaging wordt genoemd. Bij deze techniek maakt VISIR duizenden afzonderlijke, heel kort belichte opnamen van Jupiter. Daaruit wordt vervolgens de opname geselecteerd waarbij de atmosferische turbulentie het minst hinderde. Deze ‘toevalstreffers’ zijn vervolgens gecombineerd tot de opmerkelijke beelden die hier te zien zijn. Glenn Orton, leider van de Juno-waarnemingscampagne op de vaste grond, benadrukt het belang van de ‘aardse’ waarnemingen: ‘De gezamenlijke inspanning van een internationaal team van amateur- en beroepsastronomen, heeft ons de afgelopen acht maanden van een rijke hoeveelheid gegevens voorzien. Samen met de nieuwe resultaten van Juno, zullen met name de VISIR-data wetenschappers in staat stellen om de globale thermische structuur, de bedekkingsgraad en de soortelijke verdeling van gassen in de Jupiteratmosfeer te kenschetsen.’ De weg naar de nieuwe en lang verwachte resultaten van de moderne Juno-missie is dus geplaveid door observationele inspanningen hier op aarde.
Origineel persbericht

23 juni 2016
Opnamen die op 16 mei zijn gemaakt met de Hubble-ruimtetelescoop bevestigen dat zich in de atmosfeer van de planeet Neptunus een nieuwe donkere wervelstorm heeft ontwikkeld. Het is voor het eerst sinds 1994 dat de verre planeet weer zo’n donkere vlek vertoont. De donkere wervels van Neptunus zijn hogedruksystemen die doorgaans – en ook nu weer – worden begeleid door heldere wolken. Deze laatste ontstaan wanneer de heersende luchtstroom wordt gehinderd en over het wervelsysteem heen wordt geleid. Hierdoor vormen zich kristallen van methaanijs in het gasmengsel. De eerste aanwijzingen dat zich in de Neptunusatmosfeer een nieuwe donkere vlek aan het vormen was, werden al in juli 2015 gevonden. Zowel amateur- als beroepsastronomen maakten toen melding van heldere wolken. De donkere wervel, die vooral in het blauwe deel van het spectrum opvalt, zelf was niet waarneembaar voor hen: alleen de ruimtetelescoop is in staat om deze te onderscheiden. De donkere vlekken van Neptunus vertonen sterk uiteenlopende afmetingen en vormen, en ze ontstaan en verdwijnen veel sneller dan de vergelijkbare weersystemen in de atmosfeer van Jupiter. (EE)
Hubble Confirms New Dark Spot on Neptune

23 juni 2016
Waterstof is het meest voorkomende element in het heelal. Het is ook het meest eenvoudige: het bestaat uit slechts twee onderdelen – een proton en een elektron. Maar die eenvoud is bedrieglijk: waterstof blijkt onvermoede eigenschappen te hebben. Laboratoriumexperimenten door wetenschappers van Carnegie Institution en de universiteit van Edinburgh hebben een nieuwe ontdekking opgeleverd over het gedrag van waterstof onder extreme druk en temperatuur – omstandigheden zoals die voorkomen in het inwendige van grote gasplaneten zoals Jupiter en Saturnus. Bekend was al dat waterstof zich onder die omstandigheden als een vloeibaar metaal kan gedragen, en elektriciteit geleidt. Maar uit de nieuwe experimenten blijkt dat waterstof bij de overgang van waterstofgas naar metallische waterstof nog een tussentoestand doorloopt. In die tussenfase, die wordt aangeduid met de term ’donkere waterstof’, weerkaatst waterstof geen zichtbaar licht en zendt het ook geen licht uit. Wel is het dan een bron van infraroodstraling (warmte) en een zwakke geleider van elektriciteit. Volgens de onderzoekers zou donkere waterstof kunnen voorkomen op de overgang tussen de metallische waterstof in de kern van een gasplaneet en de daarboven gelegen atmosfeer. De aanwezigheid ervan zou kunnen verklaren waarom een planeet als Saturnus zo gemakkelijk warmte verliest. Ook zou de donkere waterstoflaag een rol kunnen spelen bij de vorming van de magnetische velden van gasplaneten. (EE)
Probing Giant Planets’ Dark Hydrogen

21 juni 2016
De ondergrondse oceaan van de kleine Saturnusmaan Enceladus ligt op sommige plaatsen niet meer dan vijf kilometer onder het bevroren oppervlak. Dat concluderen Europese planeetonderzoekers op basis van een nieuw model voor het inwendige van Enceladus, waarmee bepaalde eigenschappen van het ijsmaantje verklaard kunnen worden die tot nu toe raadselachtig bleven. Enceladus heeft een middellijn van ca. 500 kilometer; aan de zuidpool komen langgerekte barsten en scheuren voor waaruit geisers van waterdamp en ijskristalletjes de ruimte in geblazen worden. Alles wijst erop dat Enceladus een groot ondergronds reservoir heeft van zout water, maar tot nu toe was onduidelijk hoe uitgebreid die oceaan is. Ook wist niemand hoe dik de bovenliggende ijskorst is; algemeen werd een dikte van ca. 40 km aangenomen. De huidige modellen voor het inwendige van Enceladus bieden echter geen afdoende verklaring voor enkele waargenomen verschijnselen, zoals de schommelende beweging in de rotatie van het maantje (veroorzaakt door getijdeneffecten van Saturnus) en waarnemingen aan het zwaartekrachtveld en de topografie. Het nieuwe model, vandaag online gepubliceerd in Geophysical Research Letters, kan al die eigenschappen wél verklaren. Volgens het nieuwe model heeft Enceladus een rotsachtige kern met een middellijn van 370 km, omgeven door een oceaan van gemiddeld 45 km diep. De ijskorst heeft een gemiddelde dikte van slechts 20 km, maar is aan de evenaar dikker dan aan de zuidpool, waar de oceaan slechts zo'n 5 km onder het oppervlak ligt. Volgens dit model bestaat 40 procent van het totale volume van Enceladus uit water. Een en ander betekent dat het ijsmaantje ook een belangrijke inwendige warmtebron moet hebben. Omdat er in de geisers ook complexe organische moleculen zijn ontdekt, lijkt nu aan alle bekende voorwaarden voor het ontstaan van leven te worden voldaan: water, organische moleculen en energie. Toekomstige ruimtemissies kunnen hier hopelijk uitsluitsel over geven. (GS)
An ocean lies a few kilometers beneath Enceladus's icy surface

2 juni 2016
Astronomen hebben, met behulp van de Very Large Array – een grote opstelling van radiotelescopen in de VS, een gedetailleerde kaart gemaakt van de hoge atmosfeer van de planeet Jupiter. Daarbij is ontdekt dat er onder het kleurrijke wolkendek van de planeet grote hoeveelheden ammoniakgas op en neer golven (Science, 3 juni). Bij het onderzoek, onder leiding van de Nederlands-Amerikaanse astronome Imke de Pater, is de VLA op Jupiter gericht om radiostraling te kunnen opvangen op golflengten waarbij de dichte wolken in de Jupiteratmosfeer doorzichtig zijn. Op die manier kon tot 100 kilometer onder het wolkendek worden ‘gekeken’. Ammoniakgas absorbeert de radiostraling die Jupiter van nature uitzendt. Door te meten hoe sterk die absorptie is, hebben de astronomen kunnen vaststellen hoeveel ammoniak aanwezig is en op welke diepten dit gas zich bevindt. Uit het onderzoek blijkt dat ammoniakrijke gassen vanuit de diepte opstijgen, afkoelen en tot wolken condenseren. Op die manier ontstaan bij temperaturen van respectievelijk 170 en 210 graden onder nul wolken van ammoniumwaterstofsulfide en ammoniakijs. Tegelijkertijd stroomt ammoniak-arme lucht terug de diepte in.Verder laat de ‘radiokaart’ zien dat zich even ten noorden van de evenaar van Jupiter een gordel van ammoniak-arme gebieden heeft gevormd. Deze gebieden vertonen zich op radiogolflengten als heldere plekken, omdat ze de radiostraling uit het inwendige van Jupiter minder sterk absorberen. De gordel vertoont ook onderbrekingen: dat zijn plekken waar ammoniak-rijke gas vanuit de diepte opstijgt. De regelmatige afwisseling van heldere en donkere gebieden wijst erop dat er een golfverschijnsel aan het werk is. Het nieuwe onderzoek vormt de opmaat tot veel uitgebreider onderzoek van de Jupiteratmosfeer door de ruimtesonde Juno, die op 4 juli a.s. bij de grote gasplaneet aankomt. (EE)
New Radio Map Of Jupiter Reveals What’s Beneath Colorful Clouds

27 mei 2016
Sinds zijn lancering, vijf jaar geleden, ondervond de Amerikaanse ruimtesonde Juno de sterkste zwaartekrachtsaantrekking van afwisselend de aarde en de zon. Maar daar is nu verandering in gekomen: vanaf nu oefent zijn eindbestemming – de planeet Jupiter – de meeste aantrekkingskracht op hem uit. Juno werd op 5 augustus 2011 gelanceerd en zal op 4 juli aanstaande in een omloopbaan om Jupiter worden gebracht. Vanaf dat moment zal hij 37 keer om de reuzenplaneet cirkelen, waarbij hij diens wolkentoppen tot op 5000 kilometer nadert. Tijdens die scheervluchten zal Juno het dichte wolkendek en de poollichten van Jupiter onderzoeken. (EE)
NASA's Juno Spacecraft Crosses Jupiter/Sun Gravitational Boundary

18 mei 2016
Kosmische inslagen op de reuzenplaneet Jupiter die vanaf de aarde zichtbaar zijn als heldere 'vuurbollen' komen naar schatting gemiddeld eens in de twee maanden voor. Die conclusie trekken professionele planeetonderzoekers en amateursterrenkundigen op een Jupiter-congres in Nice. In 1994 zagen sterrenkundigen voor het eerst hoe Jupiter geraakt werd door de brokstukken van de uiteengevallen komeet Shoemaker-Levy 9. Daarna zijn nog vier kleinere inslagen waargenomen, door amateursterrenkundigen die de planeet op video vastleggen - voor het laatst nog op 17 maart dit jaar. Organisaties van amateurastronomen over de hele wereld hebben nu zoveel mogelijk video-opnamen van Jupiter verzameld en geanalyseerd. Nieuwe inslagen zijn daarop niet ontdekt. Op basis van het aantal waargenomen vuurbol-inslagen en de hoeveelheid videomateriaal kan nu geconcludeerd worden dat er gemiddeld 6,5 van zulke inslagen per jaar voorkomen - de meeste worden dus nog steeds gemist. Overigens is die schatting lager dan wat eerder werd aangenomen. (GS)
Jupiter blasted by 6.5 fireball impacts per year on average

17 mei 2016
Planeetonderzoekers denken te begrijpen hoe de merkwaardige bergen op de vulkanische Jupitermaan Io ontstaan. In Nature Geoscience beschrijven ze een nieuw computermodel waarmee de vorming van de vreemde, geïsoleerde Io-bergen verklaard kan worden. Io is de binnenste van de vier grote manen van Jupiter. Door getijdenkrachten van de moederplaneet wordt het inwendige sterk verhit; aan het oppervlak is sprake van grote vulkanische activiteit. Op Io zijn bovendien circa 100 vreemde, geïsoleerde kilometers hoge bergtoppen ontdekt. Het zijn geen vulkanen - hun ligging blijkt juist een zogeheten 'anticorrelatie' te vertonen met die van de talrijke vulkaanopeningen aan het oppervlak. William McKinnon van de Washington University St. Louis en zijn collega's hebben nu een computermodel ontwikkeld dat het ontstaan van deze bergen verklaart. Doordat er continu vulkanisch materiaal op het Io-oppervlak neerdaalt, is er op grotere diepte sprake van compressie: gesteente wordt sterker samengeperst door het gewicht van het bovenliggende materiaal. Daarbij vindt ook expansie plaats als gevolg van de toegenomen temperatuur. In het nieuwe model wordt het gesteente door scheuren en barsten in de mantel van Io naar buiten geperst, een beetje zoals tandpasta door een scheurtje in de tube naar buiten wordt geperst. De bergen op Io ontstaan dus op een totaal andere wijze dan hier op aarde, maar volgens de onderzoekers kan er kort na het ontstaan op onze eigen planeet een vergelijkbaar proces van gebergtevorming hebben plaatsgevonden, toen het gehele planeetoppervlak nog bedekt was door een relatief ondiepe oceaan. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

17 mei 2016
De ondergrondse oceaan van de Jupitermaan Europa heeft de juiste energiebalans om het bestaan van leven mogelijk te maken. Die conclusie trekken onderzoekers van NASA's Jet Propulsion Laboratory in een artikel in Geophysical Research Letters. Zelfs als Europa geen vulkanische activiteit of ondergrondse hydrothermische activiteit vertoont, is leven in principe mogelijk. De onderzoekers modelleerden de productie van waterstof en zuurstof in de Europa-oceaan. Waterstof ontstaat bij zogeheten serpentinisatie, waarbij water reageert met gesteenten op de oceaanbodem. Er ontstaan dan nieuwe mineralen, waarbij waterstofatomen vrijkomen. Het rotsachtige binnenste van Europa vertoont naar verwachting kilometers diepe scheuren en barsten (als gevolg van de afkoeling van de Jupitermaan sinds zijn ontstaan), zodat die serpentinisatieprocessen op grote schaal zullen voorkomen. Aan de bovenzijde van de oceaan komen zuurstofatomen (en andere oxydanten) vrij als gevolg van de invloed van energierijke elektrisch geladen deeltjes in de magnetosfeer van Jupiter op het ijs. Door die zuurstofproductie zou de Europa-oceaan normaal gesproken een veel te hoge zuurgraad krijgen om het bestaan van leven mogelijk te maken, maar de vrijkomende hoeveelheden waterstof verhinderen dat. De chemische energiebalans van de Europa-oceaan is volgens de geologen vergelijkbaar met die in de oceanen op aarde, en ook zonder aanvullende warmteproductie door vulkanische activiteit is er voldoende energie beschikbaar om biologische processen gaande te houden. Een toekomstige Amerikaanse ruimtemissie naar Europa zal hopelijk meer licht werpen op de eigenschappen van ijskorst en oceaan, en wellicht aanwijzingen vinden voor het bestaan van leven. (GS)
Europa's ocean may have an Earthlike chemical balance

12 mei 2016
Tijdens een workshop in Nice hebben professionele planeetonderzoekers en hobby-astronomen overeenstemming bereikt over een campagne waarbij amateuropnamen van de reuzenplaneet Jupiter gebruikt gaan worden voor het plannen van waarnemingen van de Amerikaanse ruimtesonde Juno. Juno komt op 4 juli aan in een langgerekte baan rond Jupiter. Tot februari 2018 zal de planeetverkenner metingen verrichten aan onder andere het zwaartekrachtveld, het magnetisch veld en de dampkring van de planeet. De camera aan boord van Juno heeft een relatief klein beeldveld, en zal voornamelijk gebruikt worden voor het maken van close-ups van wolkenpatronen. De bedoeling is nu dat de waarnemingen van Juno's camera gepland gaan worden op basis van gedetailleerde amateurwaarnemingen van de planeet die vanaf de aarde worden verricht. Jupiter heeft een rotatieperiode van nog geen 10 uur, en door foto's te maken vanuit zo veel mogelijk landen op aarde, kan het wolkendek van de planeet vrijwel continu in de gaten gehouden worden. (GS)
Amateurs prepare big-picture perspective to support Juno mission

6 mei 2016
Sommige van de ‘ijsfonteinen’ of geisers op Enceladus zijn actiever wanneer deze Saturnusmaan zich verder van zijn planeet bevindt. Dat blijkt uit waarnemingen van de ruimtesonde Cassini, die zijn gedaan toen het licht van een heldere ster door het uitgestoten mengsel van waterdamp en stofdeeltjes heen scheen. Kort nadat Cassini in 2004 bij de planeet Saturnus aankwam, ontdekte hij dat Enceladus voortdurend een brede pluim van gas en ijsdeeltjes de ruimte in blaast. De bron van dat materiaal wordt gezocht bij een oceaan van vloeibaar water die onder de ijskorst van de Saturnusmaan schuilgaat. Dit water baant zich een weg naar buiten via een aantal barsten aan de zuidpool van Enceladus, waar het verdampt. Meer dan 90 procent van het uitgestoten materiaal bestaat uit waterdamp. Dat gas sleept stofdeeltjes mee de ruimte in, die het zonlicht verstrooien. Dat maakt de diverse ijsfonteinen goed waarneembaar voor de camera’s van Cassini. Bij eerdere waarnemingen had de ruimtesonde vastgesteld dat Enceladus drie keer zo veel stof uitstoot wanneer hij het verste punt van zijn elliptische baan om Saturnus nadert. Maar tot nu toe was niet duidelijk of dat ook opgaat voor de hoeveelheid waterdamp. Spectraalwaarnemingen van het licht van de ster epsilon Orionis, de ster in het midden van de ‘gordel’ van het sterrenbeeld Orion, hebben nu bevestigd dat ook de uitstoot van waterdamp toeneemt wanneer Enceladus op zijn verst van Saturnus staat. Maar de toename is veel geringer dan die van de hoeveelheid stof: slechts 20 procent. Waarom dat zo is, is nog niet helemaal duidelijk. Maar een nadere analyse heeft laten zien dat er aan het oppervlak van Enceladus veranderingen optreden die van invloed zijn op de activiteit van de afzonderlijke ijsfonteinen. Zo nam de uitstoot van één specifieke geiser, die ‘Baghdad I’ wordt genoemd, met een factor 4 toe. Volgens de wetenschappers die de waarnemingen hebben geanalyseerd lijkt het erop dat de diverse barsten in de ijskorst van Enceladus niet allemaal even sterk reageren op de getijdenkrachten die deze Saturnusmaan ondervindt. Mogelijk verschillen de afzonderlijke barsten van vorm of blijft de ene gewoon wat verder open staan dan de andere. (EE)
Enceladus Jets: Surprises in Starlight

26 april 2016
Ligeia Mare, een van de grootste meren op de Saturnusmaan Titan, bestaat uit vrijwel louter methaan (CH4). Dat blijkt uit een gedetailleerde analyse van radarwaarnemingen, verricht door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Planeetonderzoekers hadden verwacht dat Ligeia Mare juist meer ethaan (C2H6) zou bevatten. De grote Saturnusmaan Titan is de enige maan in het zonnestelsel met een substantiële dampkring. Door dikke heïige lagen in die dampkring is het oppervlak vanuit de ruimte niet zichtbaar. Dat oppervlak heeft een temperatuur van 180 graden onder nul; water komt er alleen voor in de vorm van ijs. Het radarinstrument van Cassini heeft grote uitgestrekte meren ontdekt, die ongeveer twee procent van het oppervlak beslaan (meer dan 1,6 miljoen vierkante kilometer). De meren bevinden zich vooral op het noordelijk halfrond van Titan, en bestaan uit vloeibare gassen. Op de nieuwste radarwaarnemingen waren ook reflecties van de bodem van Ligeia Mare te zien. Dat grote meer, dichtbij Titans noordpool, blijkt op sommige plaatsen 160 meter diep te zijn. Mede op basis van infraroodmetingen is nu vastgesteld dat Ligeia Mare vrijwel uitsluitend methaan bevat, en dat er op het oppervlak vermoedelijk een dikkere laag van koolwaterstofverbindingen drijft. Ook blijkt dat de omgeving van het meer vermoedelijk moerasachtig is. (GS)
Profile of a methane sea on Titan

14 april 2016
Experimenteel onderzoek door Amerikaanse aardwetenschappers wijst erop dat de deinende ijskorst van de Jupitermaan Europa meer warmte genereert dan tot nu toe werd aangenomen. De overmatige warmteproductie zou voor rekening komen van ‘defecten’ in het kristalrooster van het ijs (Earth and Planetary Science Letters, 1 juni). De ijskorst van Europa vertoont talrijke barsten die aan tektonische activiteit worden toegeschreven. Ook lijkt het ijs – ondanks de extreem lage temperaturen in dit deel van ons zonnestelsel – niet overal even hard bevroren te zijn. De warmte die nodig is voor deze ‘geologische’ processen wordt toegeschreven aan getijdenwerking. Doordat zijn afstand tot Jupiter enigszins varieert, is Europa het ene moment wat minder bolvormig dan het andere. Dat resulteert in een kneedproces waarbij zoveel warmte vrijkomt dat het inwendige van de Jupitermaan deels vloeibaar kan blijven. De details van dit kneedproces zijn echter nog niet goed begrepen. Eenvoudige mechanische modellen van de ijskorst van Europa geven weliswaar aan dat er genoeg warmte wordt geproduceerd om een ‘ondergrondse’ oceaan in stand te houden, maar niet genoeg om ook de waargenomen tektoniek te verklaren. De aardwetenschappers hebben nu experimenteel onderzocht hoeveel warmte vrijkomt wanneer je een ijsmonster afwisselend sterk samendrukt en weer loslaat. Modelberekeningen hadden laten zien dat de meeste warmte die bij dit proces wordt gegenereerd afkomstig is van de wrijving tussen ijskorrels. Dat zou betekenen dat de grootte van de korrels van invloed is op de hoeveelheid warmte. Uit de experimenten blijkt echter dat de korrelgrootte nauwelijks van invloed is op de warmteproductie. Hieruit leiden de wetenschappers af dat wrijving niet de belangrijkste warmtebron is. In plaats daarvan lijkt de meeste warmte afkomstig te zijn van de zogeheten roosterdefecten die door de vervorming in de kristalstructuur van het ijs ontstaan. De onderzoekers doen de aanbeveling dat volgende modellen voor de ijskorst van Europa rekening houden met deze extra warmteproductie, die vrijwel zeker van invloed is op de dikte van de ijskorst van de Jupitermaan. (EE)
Europa’s Heaving Ice Might Make More Heat Than Scientists Thought

30 maart 2016
De reuzenplaneet Jupiter is op 17 maart mogelijk opnieuw getroffen door een kosmische projectiel - een planetoïde of een kleine komeet. Dat gebeurde in de afgelopen 22 jaar al vijf maal eerder; de beroemdste (en verreweg de zwaarste) inslag was die van komeet Shoemaker-Levy 9 in de zomer van 1994. De Oostenrijkse amateursterrenkundige Gerrit Kernbauer maakte in de nacht van woensdag 16 op donderdag 17 maart video-opnamen van Jupiter met zijn 20-centimeter spiegeltelescoop. Tien dagen later, toen hij de opnamen bekeek, zag hij aan de rand van de planeetschijf een korte lichtflits, rond 01.18 uur Europese tijd. Een vergelijkbare lichtflits werd rond hetzelfde tijdstip (eveneens op video) vastgelegd door de Ierse amateur-astronoom John McKeon, met een iets grotere telescoop. Eerder hebben hobby-astronomen al inslagen op Jupiter geregistreerd op 19 juli 2009, 3 juni 2010, 10 augustus 2010 en 10 september 2012. In 2009 veroorzaakte de inslag een duidelijk zichtbaar 'litteken' in de dampkring van de reuzenplaneet, vergelijkbaar met de donkere vlekken die in 1994 ontstonden na de inslagen van de brokstukken van komeet Shoemaker-Levy 9. (GS)
Nieuwsbericht Sky & Telescope

29 maart 2016
De kleine Saturnusmaan Enceladus vertoont al minstens 11 jaar lang continu vulkanische activiteit aan de zuidpool. Het 'ijsvulkanisme' van Enceladus werd in 2005 ontdekt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini; vermoedelijk is er al gedurende vele decennia sprake van dit zogeheten cryovulkanisme. De ijsgeisers, die ijskristalletjes, stofdeeltjes en waterdampmoleculen bevatten, zijn afkomstig uit parallelle breuklijnen in het bevroren oppervlak van de ca. 500 kilometer grote Saturnusmaan; ze doen vermoeden dat zich onder de ijskorst een oceaan van vloeibaar water bevindt. Dat de activiteit van Enceladus' ijsgeisers gekoppeld is aan de getijdenwerking van de moederplaneet Saturnus is al geruime tijd bekend - de baan van Enceladus is een klein beetje excentrisch, waardoor de getijdenkrachten gedurende één omloop enigszins variëren. Planeetonderzoekers hadden tot nu toe echter geen sluitende verklaring voor het feit dat er continu sprake is van cryovulkanische activiteit. Ook het feit dat de geisers gemiddeld zo'n vijf uur later dan verwacht de grootste activiteit vertonen, werd niet goed begrepen. Edwin Kite van de University of Chicago en Allan Rubin van Princeton University hebben nu een nieuw computermodel gepubliceerd (in Proceedings of the National Academy of Sciences) waarmee het gedrag van de Enceladusgeisers goed wordt verklaard. Zij gaan er vanuit dat de parallelle scheuren aan de zuidpool van het ijsmaantje zich tot op flinke diepte uitstrekken, tot in de (hypothetische) oceaan van vloeibaar water. Onder invloed van Saturnus' getijdenkrachten wordt water voortdurend omhoog en omlaag gepompt in die verticale sleuven. Een deel van de bewegingsenergie van het water wordt daarbij omgezet in warmte. Toekomstige temperatuurmetingen van Cassini moeten uitwijzen of het model van Kite en Rubin inderdaad juist is. (GS)
Computer model explains sustained eruptions on icy moon of Saturn

24 maart 2016
Nieuw onderzoek wijst erop dat de binnenste ijsmanen van Saturnus, evenals de befaamde ringen van de planeet, van relatief recente datum zijn. Hun geboorte heeft wellicht pas 100 miljoen jaar geleden plaatsgevonden. Tot die conclusie komen Amerikaanse wetenschappers op basis van computersimulaties en gegevens van de ruimtesonde Cassini. Met behulp van die modellen is berekend hoe de ijsmanen elkaar beïnvloeden. Ten gevolge van getijdeneffecten worden de banen van deze manen geleidelijk wijder, maar niet allemaal even snel. Hierdoor ontstaan paren manen waarvan de banen in resonantie zijn. Dat wil zeggen dat de omlooptijd van de ene maan een eenvoudige fractie (bijvoorbeeld 1/2 of 2/3) is van die van de andere maan. Als dat eenmaal het geval is, kunnen zelfs manen met een zwakke aantrekkingskracht elkaars banen sterk beïnvloeden. Daardoor worden hun banen langgerekter en komen ze steeds schuiner te staan. Door de huidige baanhellingen van de manen te vergelijken met de voorspellingen van de computersimulaties, hebben de wetenschappers uitgeplozen hoeveel wijder de banen van de Saturnus zijn geworden. Uit dat onderzoek blijkt dat de banen van de belangrijkste ijsmanen – Tethys, Dione en Rhea – niet zo sterk zijn veranderd als tot nog toe was aangenomen. Dat betekent dat er niet veel baanresonanties hebben plaatsgevonden en dat de betreffende manen sinds hun ontstaan niet ver zijn opgeschoven. Om een schatting te kunnen maken van het ‘geboortemoment’ van de ijsmanen hebben de wetenschappers gebruik gemaakt van waarnemingen van de actieve ijsmaan Enceladus. Aangenomen wordt dat de ijsfonteinen op deze maan hun energie ontlenen aan dezelfde getijdeneffecten die de banen van de ijsmanen beïnvloeden. Maar in dat geval zijn die effecten zo sterk, dat Enceladus volgens de simulaties binnen ongeveer 100 miljoen jaar op zijn huidige positie moet zijn aangekomen. Een en ander betekent dat de ijsmanen van Saturnus aanzienlijk jonger zijn dan grote maan Titan, die op grotere afstand om de planeet cirkelt. Mogelijk zijn het samenklonteringen van ijspuin dat afkomstig was van een generatie van ‘oermanen’ die elkaar door onderlinge botsingen hebben verwoest. De ringen van Saturnus zouden overblijfselen van dat ijspuin zijn. (EE)
Moons of Saturn May Be Younger Than the Dinosaurs

24 maart 2016
De hoogste bergtop op de grote Saturnusmaan Titan is 3337 meter hoog en maakt deel uit van een drietal bergruggen die de Mithrim Montes worden genoemd. Dat blijkt uit gegevens van het radarinstrument van de ruimtesonde Cassini, dat door de ‘mistige’ atmosfeer van Titan heen kan kijken. De meeste hoge bergen van Titan blijken dicht bij de evenaar liggen. En de hoogste toppen zijn steevast meer dan drie kilometer hoog. Het feit dat er zulke hoge bergen zijn op de Saturnusmaan, wijst erop dat er tektonische krachten aan het werk zijn die enigszins vergelijkbaar zijn met die op aarde. Maar hoe de vork precies in de steel zit, is nog onduidelijk. De ijskorst van Titan rust op een diepe oceaan van vloeibaar water, die zo’n beetje dezelfde rol vervult als de bovenste aardmantel – de laag van heet, kneedbaar gesteente. Omdat dat ‘waterbed’ veel zachter is dan de aardmantel gingen wetenschappers er al van uit dat bergen op Titan niet zo hoog konden worden als hun aardse soortgenoten. (EE)
Cassini Spies Titan’s Tallest Peaks

22 maart 2016
Krachtige zonsuitbarstingen in oktober 2011 hebben geleid tot energierijk 'röntgenpoollicht' op de reuzenplaneet Jupiter. Dat schrijven planeetonderzoekers vandaag in het vakblad Journal of Geophysical Research - Space Physics. Het röntgenpoollicht op Jupiter was acht maal zo krachtig als normaal, en ongeveer honderd maal zo energierijk als het 'gewone' poollicht op aarde. Dankzij zijn sterke magnetisch veld wordt Jupiter omgeven door een grote magnetosfeer - het gebied waarin het gedrag van elektrisch geladen deeltjes niet door het magnetisch veld van de zon wordt beïnvloed, maar door dat van de planeet. Bij een energierijke zonnestorm worden elektrisch geladen deeltjes van de zon met hoge snelheid de ruimte in geblazen. Wanneer die krachtige zonnewind bij Jupiter aankomt, wordt de magnetosfeer samengedrukt. Uit de metingen blijkt dat die wisselwerking tot het röntgenpoollicht leidt. De metingen vormen een voorproefje van wat de Amerikaanse ruimtesonde Juno gaat onderzoeken wanneer hij komende zomer, na een reis van vijf jaar, bij Jupiter aankomt. Juno zal zich voornamelijk richten op het bestuderen van de dampkring en de magnetosfeer van Jupiter. (GS)
Solar Storms Trigger Jupiter's 'Northern Lights'

2 februari 2016
De zogeheten B-ring, de helderste ring va de planeet Saturnus, bevat minder materiaal dan gedacht. Tot die conclusie komen wetenschappers op basis van gegevens die door de ruimtesonde Cassini zijn verzameld. Je zou denken dat ondoorzichtig materiaal een grotere dichtheid heeft dan transparanter materiaal, net zoals modderwater meer kleideeltjes bevat dan schoner water. Maar bij de ringen van Saturnus gaat dat niet op. De wetenschappers hebben ontdekt dat hoewel de ondoorzichtigheid van de B-ring met de afstand tot Saturnus varieert, de hoeveelheid massa van plaats tot plaats nauwelijks verschilt. Dat is vastgesteld aan de hand van de spiraalvormige dichtheidsgolven die in de ring optreden. Deze fijne ringstructuren zijn het gevolg van zwaartekrachtsinteracties tussen de ringdeeltjes, de manen van Saturnus en de planeet zelf. Eerder was al gebleken dat er ook in andere ringen van Saturnus geen relatie bestaat tussen massadichtheid en (on)doorzichtigheid. Hoe het kan dat gebieden met dezelfde hoeveelheid materie zo in doorzichtigheid kunnen verschillen, is onduidelijk. Maar mogelijk ligt de oorzaak bij de afmetingen of dichtheden van de afzonderlijke ringdeeltjes. Alles bij elkaar lijkt de B-ring maar twee tot drie keer zoveel massa te bevatten als de naburige A-ring. En dat terwijl sommige delen ervan tien keer zo ondoorzichtig zijn als de A-ring. De hoeveelheid massa die een ring bevat, is bepalend voor zijn levensduur. Dus hoe minder materie de B-ring bevat, des te jonger moet hij zijn. Het nieuwe resultaat kan erop wijzen dat hij pas een paar honderd miljoen jaar geleden is ontstaan in plaats van twee miljard jaar geleden. (EE)
Saturn's Rings: Less than Meets the Eye?

30 november 2015
Canadese en Duitse planeetonderzoekers hebben voor het eerst het ontstaan van de wolkenbanden en -wervels in de dampkring van de reuzenplaneet Jupiter succesol gesimuleerd met behulp van computerberekeningen. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepubliceerd in Nature Geoscience. De dampkring van de grotendeels gasvormige reuzenplaneet Jupiter wordt gekenmerkt door brede, equatoriaal georiënteerde wolkenbanden (met windsnelheden tot 550 kilometer per uur) en talloze kleine en grote 'cyclonen', waarvan de Grote Rode Vlek de allerbekendste is. Het ontstaan van de donkere banden en heldere zones in de Jupiterdampkring was nooit naar volle tevredenheid verklaard. Ook was niet duidelijk waarom de wervelstormen op Jupiter de andere kant op draaien dan op aarde, namelijk met de wijzers van de klok mee op het noordelijk halfrond van de planeet en tegen de wijzers van de klok in op het zuidelijk halfrond. De gedetailleerde nieuwe computersimulaties lijken nu uit te wijzen dat de wolkenbanden ontstaan door de wisselwerking van omhoog rijzend gas - afkomstig vanuit het inwendige van de planeet - met stabiele atmosferische lagen in de bovenste 350 kilometer van de dampkring. Dat de wervelstormen 'de verkeerde kant op' draaien, is volgens de onderzoekers te danken aan het feit dat de wervels op Jupiter aan de bovenzijde van een omhoog bewegende gaskolom gevormd worden, terwijl ze op aarde juist aan de onderzijde ontstaan. De onderzoekers zijn er nog niet in geslaagd om de lange levensduur van de wolkenwervels op Jupiter goed te verklaren. De meeste 'leven' langer dan een jaar, terwijl ze in het computermodel hooguit enkele dagen blijven bestaan. Vermoedelijk komt dat doordat in de computersimulatie bewust voor een te lage viscositeit van de atmosfeer is gekozen, om de benodigde rekentijd enigszins binnen de perken te houden. De extreem lange levensduur van de Grote Rode Vlek (minstens 350 jaar) blijft echter onverklaarbaar; vermoedelijk spelen hier nog andere processen een rol. (GS)
Jupiter’s whirlwinds: Turning the other way

30 oktober 2015
Ruimtesonde Cassini is begonnen met het overzenden van de opnamen die hij op 28 oktober tijdens zijn scheervlucht langs de zuidpool van Saturnusmaan Enceladus heeft gemaakt. Dat gaat nog wel enkele dagen duren. Kort na binnenkomst zijn de ‘ruwe’ versies van de opnamen al op de website van Cassini te vinden. Wetenschappers zullen binnenkort beginnen met het analyseren van de gegevens die de meetinstrumenten van Cassini hebben verzameld toen de ruimtesonde door de pluim van gas en ijsdeeltjes vloog die Enceladus uitstoot. Naar verwachting zullen die analyses, die enkele weken in beslag nemen, meer informatie geven over de samenstelling van de oceaan die onder de ijskorst van Enceladus schuilgaat. (EE)
Saturn's Geyser Moon Shines in Close Flyby Views

29 oktober 2015
De ruimtesonde Cassini heeft zijn scheervlucht langs het oppervlak van de ijzige Saturnusmaan Enceladus met success volbracht. Om 16.22 uur Nederlandse tijd (28 oktober) passeerde hij de zuidpool op een afstand van slechts 49 kilometer. Daarbij vloog Cassini door de wolk van ijsdeeltjes die de daar aanwezige ‘ijsfonteinen’ uitstoten. De overdracht van de gegevens die daarbij zijn verzameld is al begonnen. Maar de eerste foto’s worden pas in de loop van donderdagavond en vrijdag verwacht. De analyse van de ijsdeeltjes zal ongeveer een week gaan duren. (EE)
Deepest-Ever Dive Through Enceladus Plume Completed

27 oktober 2015
Aan het oppervlak van de Jupitermaan Europa zijn mogelijk zoutafzettingen ontdekt die inzicht kunnen geven in de samenstelling van de ondergrondse oceaan van het kleine, bevroren hemellichaam. Onderzoekers van het California Institute of Technology bestudeerden Europa met de OSIRIS-spectrograaf op de 10-meter Keck-telescoop op Mauna Kea, Hawaii. Door gebruik te maken van adaptieve optiek, waarmee de storende invloed van de aardse dampkring wordt 'uitgeschakeld', was het mogelijk om spectra vast te leggen van maar liefst 1600 afzonderlijke plaatsen aan het Europa-oppervlak. De waargenomen spectra vallen uiteen in drie groepen. Twee daarvan waren al eerder gedetecteerd: ijs (het belangrijkste bestanddeel van het Europa-oppervlak) en zwavelverbindingen (het gevolg van een bombardement van deeltjes die afkomstig zijn van vulkaanuitbarstingen op de naburige Jupitermaan Io). De derde groep spectra, waarvan de identificatie nog niet is voltooid, blijkt samen te vallen met het zogeheten 'chaosterrein' op Europa, waar sprake lijkt te zijn geweest vanverschoven en gebroken ijsplaten, vermoedelijk als gevolg van het opwellen van oceaanwater uit het inwendige. De onderzoekers, die hun resultaten publiceren in The Astronomical Journal, denken dat er sprake is van zoutafzettingen, enigszins vergelijkbaar met de afzettingen in opgedroogde zoutmeren in aardse woestijnen. Onderzoek aan het materiaal zou inzicht kunnen verschaffen in de samenstelling van de ondergrondse oceaan, en mogelijk zelfs in de processen die plaatsvinden op de bodem van die oceaan, waar volgens sommige astrobiologen micro-organismen zouden kunnen leven. (GS)
Probing the Mysteries of Europa, Jupiter's Cracked and Crinkled Moon

15 oktober 2015
De ruimtesonde Cassini heeft ongekend gedetailleerde opnamen naar de aarde gezonden van de noordpool van Enceladus, een van de ijsmanen van Saturnus. De opnamen zijn gemaakt op 14 oktober, toen Cassini op een afstand van minder dan tweeduizend kilometer langs Enceladus scheerde. Het overzenden van de beelden en gegevens die bij deze gelegenheid zijn verzameld, zal nog enkele dagen duren. Op basis van (veel minder scherpe) opnamen die de ruimtesonde Voyager 2 in 1981 heeft gemaakt, hadden wetenschappers verwacht dat het noordpoolgebied van Enceladus vooral veel inslagkraters zou vertonen. De nieuwe Cassini-opnamen laten echter een heel gevarieerd landschap zien. Zo vertonen de noordelijke regionen een web van dunne barsten die de talrijke kraters doorsnijden. Dergelijke dunne barsten komen ook elders op Enceladus veel voor. Op 28 oktober brengt Cassini opnieuw een bezoek aan Enceladus. Bij die gelegenheid zal hij de zuidpool van de Saturnusmaan zelfs tot op 49 kilometer naderen. Tijdens deze ontmoeting maakt de ruimtesonde een duik in de pluim van ijsdeeltjes die Enceladus uitstoot. Dat moet inzicht geven in de samenstelling van het vrijkomende materiaal, dat waarschijnlijk afkomstig is van een oceaan die onder het ijs schuilgaat. Op 19 december zal Cassini nog een laatste ontmoeting met Enceladus hebben. Dan zal worden gemeten hoeveel warmte er uit het inwendige van de ijsmaan komt. (EE)
Closest Northern Views of Saturn's Moon Enceladus

14 oktober 2015
Uit computerberekeningen door studenten van Williams College (Massachusetts, VS) blijkt dat de kans groot is dat de dikke ijskorst van de Jupitermaan Europa met enige regelmaat wordt doorboord door een inslaande komeet of planetoïde. Dat zou kunnen verklaren waarom die korst plaatselijk een chaotische aanblik biedt. De berekeningen laten zien dat, ongeacht de dikte van de ijskorst op Europa, er altijd wel een object van plausibele afmetingen te vinden is dat die ijslaag kan doorbreken. Zo kan een 500 meter grote komeet zich een weg banen door een vijf kilometer dikke ijslaag. En een exemplaar van vijf kilometer kan zelfs een veertig kilometer dikke ijslaag doorboren. Dat maakt het aannemelijk dat de oceaan die onder Europa’s ijskorst schuilgaat een aantal malen is ‘vervuild’ met organisch materiaal dat door kometen of planetoïden is aangevoerd. Of dat ook tot het ontstaan van leven heeft geleid, is natuurlijk gissen. Maar volkomen ‘maagdelijk’ zal de samenstelling van het water van de verborgen oceaan niet meer zijn. (EE)
Williams College Students' Research Results in New Paper on Jupiter's Moon Europa

13 oktober 2015
Planeetonderzoekers hebben een nieuwe 'wereldkaart' gemaakt van de gasvormige reuzenplaneet Jupiter, op basis van waarnemingen die verricht zijn met de Wide Field Camera 3 aan boord van de Hubble Space Telescope. De nieuwe kaart is gemaakt in het kader van het OPAL-programma (Outer Planet Atmsopheres Legacy), dat tot doel heeft om elk jaar de vier reuzenplaneten Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus in kaart te brengen. De nieuwe waarnemingen zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Uit de Hubble-waarnemingen blijkt dat de Grote Rode Vlek - een gigantisch stormsysteem in de dampkring van Jupiter - nog steeds kleiner aan het worden is: momenteel is de middellijn ca. 240 kilometer kleiner dan in 2014. Het tempo waarin de vlek krimpt is echter wel aan het afnemen. In het 'oog' van de storm is een langgerekte wolkenstructuur ontdekt die in de loop van enkele uren ronddraait onder invloed van windsnelheden tot wel 540 kilometer per uur. Op het noordelijk halfrond van Jupiter is een merkwaardige golfstructuur ontdekt, die slechts een keer eerder is waargenomen, door de Voyager-ruimtesondes die eind jaren zeventig op kleine afstand langs Jupiter vlogen. Vermoedelijk gaat het om zogeheten baroklinische golven, zoals ze (op kleinere schaal) ook voorkomen in de dampkring van de aarde. De onderzoekers denken dat de golfstructuur zijn oorsprong vindt in een transparant deel van de dampkring onder het wolkendek van Jupiter, en dat hij slechts af en toe zichtbaar is aan het 'oppervlak', wanneer hij zich voortplant tot in het wolkendek. (GS)
Hubble’s planetary portrait captures changes in Jupiter’s Great Red Spot

13 oktober 2015
Op woensdag 14 oktober vindt een nieuwe scheervlucht plaats van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini langs de kleine ijzige Saturnusmaan Enceladus. Ook op 28 oktober en 19 december zal Cassini op kleine afstand langs Enceladus vliegen. Daarna vinden er geen passages meer plaats langs de ijsmanen van Saturnus. In 2005 ontdekte Cassini geisers van gas en ijskristallen aan de zuidpool van Enceladus - een aanwijzing voor het bestaan van een ondergrondse oceaan. De scheervlucht van 14 oktober vindt plaats op 1839 kilometer boven het oppervlak. Cassini zal dan vooral het noordelijk halfrond van Enceladus goed kunnen waarnemen. Op 28 oktober vliegt de ruimtesonde echter rakelings over de zuidpool van de Saturnusmaan: op een hoogte van slechts 50 kilometer. Tijdens die passage zullen ter plekke metingen verricht worden aan de samenstelling en de eigenschappen van de ijsgeisers. De scheervlucht van 19 december vindt op veel grotere hoogte plaats: 5000 kilometer. De ruimtesonde zal dan vooral metingen verrichten aan de hoeveelheid warmte die vanuit het inwendige van Enceladus afkomstig is. Half september 2017 komt er een eind aan het succesvolle Cassini-programma. (GS)
Cassini Begins Series of Flybys with Close-up of Saturn Moon Enceladus

15 september 2015
De kleine Saturnusmaan Enceladus heeft een ondergrondse oceaan die het gehele hemellichaam omspant. Dat blijkt uit een zorgvuldige analyse van foto's die de afgelopen 11 jaar gemaakt zijn door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Eerder ontdekte Cassini al geisers van waterdamp en ijskristalletjes, die de ruimte in spoten vanuit langgerekte scheuren in het oppervlakteijs van de 500 kilometer grote Saturnusmaan. Aanvankelijk nam men aan dat zich in het zuidpoolgebied van Enceladus relatief kleine ondergrondse waterreservoirs zouden bevinden. Enkele jaren geleden werden aanwijzingen gevonden voor uitgestrektere ondergrondse 'zeeën'. Nu blijkt dat er sprake is van een 'wereldwijde' oceaan. Door de Cassini-foto's zeer zorgvuldig op te meten, kregen planeetonderzoekers een goed beeld van de kleine schommelingen die Enceladus vertoont. Hij keert Saturnus altijd hetzelfde halfrond toe, maar er treden toch kleine 'libraties' op als gevolg van getijdenkrachten. Uit modelberekeningen volgt dat die schommelingen nog veel kleiner zouden moeten zijn wanneer de bevroren ijskorst van Enceladus onbeweeglijk op het rotsachtige inwendige rust. De waargenomen schommelingen zijn alleen te verklaren wanneer de ijskorst als een losse schil 'drijft' op een ondergrondse oceaan. De nieuwe analyse is gepubliceerd in het vakblad Icarus. Op 28 oktober vliegt Cassini op zeer kleine afstand langs Enceladus, op slechts 50 kilometer boven het oppervlak, dwars door de zuidpoolgeisers. (GS)
Cassini Finds Global Ocean in Saturn's Moon Enceladus

2 september 2015
In augustus 2009 waren wetenschappers via de ruimtesonde Cassini getuige van een zonsondergang boven het ringenstelsel van de planeet Saturnus. De bijzondere lichtinval heeft een verrassende ontdekking opgeleverd: de ‘deeltjes’ van de buitenste grote ring van Saturnus – de A-ring – hebben lokaal een grotere dichtheid dan elders. Wanneer de zon de ring van Saturnus niet van boven of onderen maar van opzij aanlicht, treedt afkoeling op. Metingen van Cassini hebben nu laten zien dat de A-ring niet gelijkmatig afkoelt: een gedeelte blijft veel 'warmer' dan gedacht. Uit modelberekeningen leiden de wetenschappers af dat dit deel van de ring grotendeels bestaat uit brokken ijs van ongeveer een meter groot die een beduidend grotere dichtheid hebben dan de overige ijsdeeltjes van de A-ring. Waar deze compacte klonten vandaan komen is onbekend. Maar de meest voor de hand liggende verklaring is dat het gaat om brokstukken van een of meerdere maantjes. Het staat vrijwel vast dat de opeenhoping van brokstukken in geologisch recente tijden moet zijn ontstaan. Want normaal gesproken zouden ze zich in de loop van tientallen miljoenen jaren gelijkmatig over de ring moeten verdelen. (EE)
At Saturn, One of These Rings is not like the Others

20 augustus 2015
Ruimtesonde Cassini heeft voor het laatst close-ups gemaakt van de Saturnusmaan Dione. Twee ervan tonen meer details op het kraterrijke oppervlak van deze ijsmaan dan eerdere opnamen. Cassini vloog afgelopen maandag op een afstand van iets minder dan vijfhonderd kilometer langs Dione. De ‘scheervlucht’ was overigens niet primair bedoeld om foto’s van deze maan te maken, maar om haar zwaartekrachtsveld te onderzoeken. Dat moet inzicht geven in haar inwendige structuur. Het was voorlopig voor het laatst dat wetenschappers Dione van dichtbij konden onderzoeken. Cassini is bezig met een ’afscheidstournee’ langs de manen van Saturnus. Later dit jaar zal de ruimtesonde nog driemaal in de buurt komen van Enceladus, de Saturnusmaan die ‘ijsvulkanisme’ vertoont. Op 28 oktober wordt deze maan tot op minder dan vijftig kilometer genaderd, en zal Cassini door de ijle pluim van ijsdeeltjes vliegen die door Enceladus wordt uitgestoten. In 2016 en 2017 worden nog enkele van de kleine, onregelmatig gevormde Saturnusmaantjes bekeken, waaronder Daphnis, Telesto, Epimetheus en Aegaeon. In het laatste jaar verlaat Cassini het baanvlak van de manen van Saturnus om, ter afsluiting van zijn missie, enkele keren door het ‘gat’ tussen Saturnus en zijn ringenstelsel te duiken. (EE)
Cassini’s Final Breathtaking Close Views of Dione

19 augustus 2015
Japanse wetenschappers denken dat de zogeheten F-ring van Saturnus en zijn naburige ‘herdermaantjes’ zijn ontstaan door een botsing aan de rand van het omvangrijke ringenstelsel van de planeet. Door hen uitgevoerde computersimulaties geven aan dat de ogenschijnlijk vreemde configuratie van ring en maantjes een natuurlijk gevolg is van de evolutie van het ringenstelsel (Nature Geoscience, 17 augustus). De F-ring ligt net buiten het grote ringenstelsel van Saturnus. Vlak buiten en vlak binnen de slechts enkele honderden kilometers brede ring cirkelen twee kleine manen om Saturnus: Prometheus en Pandora. Deze maantjes zorgen ervoor dat ring smal en scherp begrensd blijft. Ringmateriaal dat op het pad van zo’n maantje komt, wordt ofwel opgeveegd, teruggedreven naar de ring ofwel de ruimte in geslingerd. Volgens de huidige inzichten bevatte het ringenstelsel van Saturnus oorspronkelijk veel meer ijsdeeltjes dan nu. Door samenklontering van die deeltjes ontstonden ‘minimaantjes’ die uiteindelijk naar buiten migreerden en door onderlinge botsingen tot de vorming van de grote Saturnusmanen leidden. De F-ring zou bestaan uit puin dat bij zo’n botsing is vrijgekomen. Uit de nieuwe computersimulaties blijkt dat als zulke botsende minimaantjes geheel uit kleine ijsdeeltjes bestaan, ze volledig verpulveren en alleen een ring van materiaal achterlaten. Als ze echter een compactere kern hebben, blijft er behalve een ring ook een tweetal maantjes over. Dat laatste is in overeenstemming met metingen van de ruimtesonde Cassini, die er inderdaad op wijzen dat de maantjes aan de buitenrand van het ringenstelsel van Saturnus een dichte kern hebben. Naar verwachting kan hetzelfde mechanisme ook worden toegepast op de ringenstelsels van andere planeten. Zoals de planeet Uranus, die ook twee van die herdermaantjes heeft. (EE)
Origin of Saturn’s F Ring and Its Shepherd Satellites Revealed

19 augustus 2015
Amerikaanse en Canadese astronomen hebben een mogelijke verklaring gevonden voor de snelle vorming van de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus. De ‘bouwstenen’ van de beide planeten waren waarschijnlijk veel kleiner dan tot nu toe werd aangenomen (Nature, 20 augustus). Volgens de meest gangbare theorie begint de ‘bouw’ van een reuzenplaneet met de vorming van een forse kern van ijs en gesteente. Deze zou vervolgens verder kunnen groeien door gas en stof uit zijn omgeving aan te trekken. Dat laatste moet heel snel zijn gebeurd, omdat uit waarnemingen blijkt dat jonge sterren het omringende gas binnen 10 miljoen jaar verdrijven. Tegelijkertijd moet de gevormde kern zeker tien aardmassa’s zwaar zijn geweest, omdat de planeet anders geen omvangrijke atmosfeer zou kunnen vasthouden. Volgens de bestaande ‘accretiemodellen’ zijn de kernen van de grote planeten opgebouwd uit brokstukken met afmetingen van 100 tot 1000 kilometer. Maar dat scenario kost te veel tijd om de planeet nog de kans te geven om grote hoeveelheden gas aan te trekken. De astronomen hebben dit probleem nu omzeild door hun computermodel te laten uitgaan van brokstukken ter grootte van een voetbal. Recent onderzoek heeft laten zien dat de aanwezigheid van gas het samenklonteringsproces van zulke kleine brokstukken bevordert. Het nieuwe model kan de huidige toestand van ons zonnestelsel inderdaad goed reproduceren. Maar nog steeds luistert de ‘timing’ vrij nauw. Als het samenklonteren van de brokstukken te snel gaat, vormen zich honderden ijsplaneten ter grootte van de aarde in plaats van enkele grote gasplaneten. Alleen als planeten-in-wording genoeg tijd hebben om via zwaartekrachtsinteracties hun concurrenten weg te slingeren, krijgen ze de kans om genoeg bouwmateriaal te verzamelen om tot ‘gasreuzen’ uit te groeien. Een vanzelfsprekende uitkomst lijkt een zonnestelsel als het onze dus niet te zijn. (EE)
SwRI scientists think ‘planetary pebbles’ were the building blocks for the largest planets

5 augustus 2015
Een internationaal team van wetenschappers heeft ontdekt dat de grootteverdeling van de brokstukjes in de ringen van Saturnus het gevolg is van hun onderlinge interacties. Het doet er daarbij weinig toe hoe die ringen zijn ontstaan: in principe zal elk willekeurig ringenstelsel uiteindelijk dezelfde kenmerken vertonen. Hoe de ringen van Saturnus zijn ontstaan, is onbekend. De vele brokstukjes waaruit de ringen zijn opgebouwd, zouden overblijfselen kunnen zijn van een maan die onder invloed de getijdenkrachten van Saturnus uiteengevallen is. Maar er bestaan ook andere verklaringen voor. Wat opvalt aan deze ringen, is dat de grootteverdeling van de brokstukken waaruit ze bestaan een wiskundige regelmaat vertoont. Het aantal brokstukken van 2 meter is 8 keer zo klein als het aantal brokstukken van 1 meter. En het aantal brokstukken van 3 meter is 27 keer zo klein. Anders gezegd: het aantal brokstukken is omgekeerd evenredig met de derde macht van hun omvang. Deze wiskundige relatie houdt stand tot een grootte van ongeveer tien meter. Vanaf die omvang neemt het aantal brokstukken drastisch af. Het hoe en waarom van de wiskundige relatie en de scherpe scheidslijn was tot nu toe een raadsel. De wetenschappers hebben dat vraagstuk nu opgelost. Ze tonen aan dat elk ringenstelsel, ongeacht zijn voorgeschiedenis, uiteindelijk dezelfde kenmerken zal vertonen. Daarbij is wel cruciaal dat de ‘deeltjes’ waaruit het ringenstelsel bestaat samenklonteringen van kleinere deeltjes zijn. De vele onderlinge botsingen tussen zulke zogeheten aggregaten doen de rest. Volgens de wetenschappers kan dit model worden toegepast op elk ringenstelsel waarin deeltjes die elkaar met lage snelheden tegenkomen samenklonteren, en deeltjes die met hoge snelheden op elkaar botsen fragmenteren. Ze verwachten dan ook dat de ringenstelsels van Jupiter, Uranus en Neptunus – en die van planeten buiten ons zonnestelsel – dezelfde wiskundige regelmaat vertonen als dat van Saturnus. (EE)
Scientists solve planetary ring riddle

29 juli 2015
Nieuwe opnamen, gemaakt door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, laten zien dat het noordelijk halfrond van de Saturnusmaan Tethys talrijke rode ‘krassen’ vertoont. Een paar daarvan waren al vaag te zien op eerdere Cassini-opnamen. Maar ze vallen nu veel meer op dan een aantal jaren geleden, omdat de noordelijke zomer nu is aangebroken in het Saturnus-stelsel. Hierdoor worden de strepen beter aangelicht door de zon. Wetenschappers hebben nog geen idee hoe de strepen zijn ontstaan. Mogelijk bestaan ze uit ijs met chemische verontreinigingen dat recent aan de oppervlakte is gekomen. Een andere mogelijkheid is dat er gas ontsnapt uit het inwendige van Tethys. Hoe dan ook: de strepen zijn geologisch jong, want ze lopen dwars over oudere structuren, zoals inslagkraters, heen. Afgezien van enkele kleine kraters op de maan Dione, zijn rode tinten schaars op de manen van Saturnus. Het geologisch jonge oppervlak van de Jupitermaan Europa vertoont echter ook rode structuren. In november van dit jaar zal Cassini de krassen nog eens wat beter bekijken. Mogelijk wordt dan meer duidelijk over hun aard en samenstelling. (EE)
Unusual Red Arcs Spotted on Icy Saturn Moon

8 juli 2015
Met behulp van 26 jaar oude meetgegevens en computersimulaties heeft een team wetenschappers van Imperial College London een nieuw model gemaakt van de magnetosfeer van Neptunus. Het computermodel geeft een ruimtelijk beeld van de magnetische velden en de zonnewind rond de verre planeet. Neptunus is pas door één ruimtesonde bezocht: de Voyager 2, die in 1989 langs de planeet scheerde. Daarbij werd onder meer ontdekt dat het magnetische veld van de planeet sterk gekanteld is ten opzichte van de rotatie-as. Dat vraagt natuurlijk om een verklaring, maar aangezien er binnen afzienbare tijd geen ruimtesondes naar Neptunus worden gestuurd, zijn wetenschappers voorlopig afhankelijk van modelberekeningen. Bij het nieuwe onderzoek hebben ruimte-, atmosfeer- en plasmawetenschappers de handen ineengeslagen. Daarbij hebben ze gebruik gemaakt van computersimulaties die zijn ontwikkeld om laboratoriumexperimenten met plasma te interpreteren. Plasma – de gasachtige ’vierde toestand van materie – bestaat uit elektrisch geladen deeltjes zoals die veel voorkomen in de ruimte. De computersimulaties laten zien hoe de zonnewind – de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitzendt – het magnetische veld van Neptunus binnenkomt en daaromheen circuleren. In combinatie met de snelle rotatie van de planeet resulteert dat in de ‘scheve’ magnetosfeer zoals Voyager 2 die heeft waargenomen. Het model ‘voorspelt’ verder dat de ‘staart’ van de magnetosfeer – de lange uitloper aan de schaduwkant van de planeet – een duidelijke noord/zuid-asymmetrie vertoont. Hij puilt uit aan de zuidkant, en ook dat is in goede overeenstemming met de meetgegevens van Voyager 2. De wetenschappers verwachten dat de lessen die ze bij het ‘modelleren’ van Neptunus hebben geleerd ook kunnen worden toegepast op de magnetische invloedssfeer van onze eigen planeet. Daarnaast zou het computermodel kunnen worden gebruikt bij het onderzoek van andere moeilijk bereikbare planeten, zoals de vele Neptunus-achtige werelden die bij andere sterren zijn ontdekt. De resultaten van dit onderzoek worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Llandudno (Wales). (EE)
Neptune’s badly behaved magnetic field

22 juni 2015
Het inwendige van de reuzenplaneten Uranus en Neptunus is mogelijk elektrisch geleidend als gevolg van de aanwezigheid van zouten in het ijs waaruit de planeetkernen grotendeels bestaan. Dat concluderen onderzoekers op basis van laboratoriumexperimenten, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences. Uranus en Neptunus worden wel de 'ijsreuzen' van het zonnestelsel genoemd, omdat hun kernen voor een belangrijk deel uit bevroren water bestaan (hetzelfde geldt overigens zo goed als zeker voor de kernen van veel exoplaneten met vergelijkbare massa's). Het bevroren H2O in de planeetkernen heeft echter geheel andere eigenschappen dan het ijs zoals dat bij ons thuis in het vriesvak van de koelkast ligt. IJs kan een groot aantal verschillende kristalstructuren vertonen, maar onder extreem hoge druk (ca. 20.000 atmosfeer) zijn nog slechts twee van die structuren mogelijk: ijs VII en ijs VIII. Neemt de druk nog eens met een factor drie toe, dan gaan deze kristalvormen over in ijs X. Dat wordt ook wel niet-moleculair ijs genoemd, omdat er niet langer echt sprake is van watermoleculen (H2O): de waterstofatomen worden 'gedeeld' door naburige zuurstofatomen. Franse en Zwitserse onderzoekers hebben nu onderzocht wat het effect is van de toevoeging van verschillende zouten aan ijs VII op de vorming van ijs X. Het blijkt dat zulke vervuilingen ertoe leiden dat ijs X pas onder een nóg veel hogere druk ontstaat. Bovendien zou het resulterende ijs X ook elektrisch geleidende eigenschappen kunnen gaan vertonen. Het lijkt aannemelijk dat er in de kern van Uranus en Neptunus zouten zijn opgelost, door de wisselwerking met omringend gesteente, of met een vloeibare oceaan. De laboratoriumresultaten werpen dan ook mogelijk nieuw licht op de omstandigheden in het inwendige van de twee reuzenplaneten. (GS)
Is salt the key to unlocking the interiors of Neptune and Uranus?

18 juni 2015
Britse wetenschappers hebben ontdekt waarom de atmosfeer van de Saturnusmaan Titan zoveel gas verliest. Dat blijkt het gevolg te zijn van interacties tussen zonlicht, moleculen hoog in de atmosfeer van Titan en het magnetische veld van Saturnus. Titan mag dan ‘slechts’ een maan van Saturnus zijn, hij vertoont grote overeenkomsten met sommige planeten. Net als de aarde en Venus heeft hij een vast, rotsachtig oppervlak en een dichte atmosfeer. En net als op aarde is er neerslag (in de vorm van vloeibare methaan) die via rivieren naar zeeën wordt afgevoerd. Dankzij deze unieke eigenschappen behoort Titan tot de best onderzochte manen van ons zonnestelsel. Dat is voor een belangrijk deel te danken aan ruimtesonde Cassini, die sinds 2004 in een baan om Saturnus draait en Titan al meer dan honderd keer van dichtbij heeft onderzocht. Met een van de instrumenten van Cassini is enkele jaren geleden vastgesteld dat de Titan-atmosfeer, die grotendeels uit stikstof en methaan bestaat, per dag ongeveer zeven ton aan koolwaterstoffen en nitrilen verliest. Tot nu toe was onduidelijk waarom dat gebeurt. Het nieuwe onderzoek, waarvan de resultaten vandaag in Geophysical Research Letters zijn gepubliceerd, geeft een verklaring. Onder invloed van zonlicht raken moleculen in de hoge atmosfeer van Titan elektronen kwijt, waardoor positief geladen deeltjes achterblijven. Uit de Cassini-metingen blijkt dat veel van de vrijgekomen elektronen zich verzamelen in het magnetische veld van Saturnus dat Titan omgeeft. (De Saturnusmaan zelf heeft geen magnetisch veld.)De negatief geladen elektronen veroorzaken een elektrisch veld, dat op zijn beurt de positief geladen koolwaterstoffen en nitrilen aantrekt. Aan de zonkant van Titan is de aantrekkingskracht sterk genoeg om de deeltjes te laten ontsnappen. In de aardatmosfeer treedt een enigszins vergelijkbaar effect op. (EE)
Titan’s atmosphere even more Earth-like than previously thought

15 juni 2015
Een onderzoeksteam van Amerikaanse en Duitse natuurkundigen heeft mogelijk een verklaring gevonden voor het feit dat de planeet Saturnus meer warmtestraling produceert dan zijn grotere broer Jupiter. Het materiaal in de compacte kern van Jupiter (waaronder ijzer en silicium) lost langzaam op in de dikke mantel van metallisch gas (voornamelijk waterstof en helium), met als gevolg dat de planeet effectief afkoelt. Bij Saturnus wordt die kern-erosie mogelijk verhinderd door een omhullende 'oceaan' van het edelgas neon, waardoor de planeet relatief warm blijft. De onderzoekers deden laboratoriumproeven om het gedrag van verschillende edelgassen te bestuderen onder de extreme omstandigheden die heersen in het inwendige van planeten en sterren. Helium, neon, argon en xenon werden samengeperst tot een druk van ruim 100.000 atmosfeer en verhit tot temperaturen van bijna 30.000 graden. Daarbij bleek dat de edelgassen veranderen van transparante isolatoren in ondoorzichtige geleiders. De onderzoeksresultaten, vandaag gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, werpen nieuw licht op het gedrag van materie in het inwendige van reuzenplaneten en sterren. Omdat de omstandigheden in het binnenste van Saturnus minder extreem zijn dan in het inwendige van Jupiter, gedraagt met name het edelgas neon zich anders, waardoor het niet gemakkelijk oplost en mengt met het metallische waterstof en helium waaruit de twee reuzenplaneten grotendeels bestaan. De voorspelling is dan ook dat Saturnus aan de basis van die metallische mantel een oceaanschil van samengeperst neon bevat, die de erosie van de kleine vaste kern verhindert. Uit het onderzoek blijkt ook dat sterk samengeperst helium in de buitenlagen van sommige witte dwergen sterker geleidend is dan tot nu toe werd aangenomen; dat zou kunnen leiden tot een (nog) tragere afkoeling van deze kleine, compacte sterren. (GS)
Lab Mimicry Opens a Window to the Deep Interiors of Stars and Planets

10 juni 2015
De grootste planeetring van het zonnestelsel, de zogeheten Phoebe-ring van Saturnus, is nóg groter dan tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit gegevens van de infraroodsatelliet WISE (Nature, 11 juni). Het bestaan van de Phoebe-ring werd in 2009 ontdekt met behulp van Spitzer, een andere infraroodsatelliet. Doordat het stof in de ijle ring wordt opgewarmd door de zon, is het een bron van infraroodstraling. Normaal zonlicht wordt door de ringdeeltjes vrijwel niet weerkaatst. Aanvankelijk werd aangenomen dat de Phoebe-ring – genoemd naar het maantje dat binnen de stofring om Saturnus draait – een middellijn van ongeveer 20 miljoen kilometer had. Maar uit de WISE-gegevens blijkt dat hij nog eens anderhalf keer zo groot is: 32 miljoen kilometer dus. Ter vergelijking: het ‘gewone’ ringenstelsel van Saturnus heeft een diameter van ongeveer 300.000 kilometer. Het onderzoek laat verder zien dat de ring uit uiterst fijne stofdeeltjes bestaat: ze zijn kleiner dan 100 micrometer (1 micrometer is een duizendste millimeter). Het stof is waarschijnlijk afkomstig van meteorietinslagen op Phoebe. (EE)
The biggest planetary ring in the solar system

2 juni 2015
Op 31 mei vloog de Amerikaanse planeetverkenner Cassini voor het laatst op 'kleine' afstand langs de onregelmatig gevormde, 'sponsachtige' Saturnusmaan Hyperion. Cassini maakte gedetailleerde foto's van het merkwaardige hemellichaam vanaf ca. 38.000 kilometer afstand. Op de oorspronkelijke opnamen zijn details van ca. 230 meter groot te onderscheiden. Hyperion heeft een extreem lage dichtheid, en is vermoedelijk zeer poreus. Kosmische inslagen zullen het oppervlaktemateriaal daardoor sterk samendrukken, waardoor het sponsachtige uiterlijk ontstaat. De Cassini-missie wordt in 2017 beëindigd; voor die tijd zijn geen nieuwe scheervluchten langs Hyperion meer voorzien. (GS) 
Cassini Sends Final Close Views of Odd Moon Hyperion

28 mei 2015
Komende zondag, 31 mei, brengt de ruimtesonde Cassini voor het laatst een bezoek aan de merkwaardige Saturnusmaan Hyperion. Daarbij zal het ongeveer 270 kilometer grote hemellichaam tot op 34.000 kilometer worden genaderd. De nieuwe beelden van Hyperion worden in de loop van maandag of dinsdag verwacht. NASA-wetenschappers hopen dat bij deze scheervlucht een nog niet eerder verkend deel van het Hyperion-oppervlak in beeld komt. Maar helemaal zeker is dat niet: de poreuze Saturnusmaan tuimelt dermate chaotisch rond, dat zich moeilijk laat voorspellen welk stuk te zien zal zijn. Zeker is wel dat de nieuwe opnamen veel minder gedetailleerd zullen zijn dan de beelden die Cassini tien jaar geleden van een afstand van 505 kilometer maakte.Cassini is in feite bezig met een afscheidstournee langs enkele interessante Saturnusmanen. Op 16 juni vliegt hij dicht langs Dione, en in oktober komt de actieve ijsmaan Enceladus nog twee keer aan de beurt. Daarna verlaat de ruimtesonde het baanvlak van de manen van Saturnus, om in zijn laatste missiejaar enkele keren door het ‘gat’ tussen de planeet en zijn ringenstelsel te duiken. (EE)
Cassini Prepares for Last Up-close Look at Hyperion

26 mei 2015
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft negen wetenschappelijke instrumenten geselecteerd voor een toekomstige ruimtemissie naar de Jupitermaan Europa. Europa heeft een stijf bevroren oppervlak, maar daaronder gaat een diepe oceaan van zout, vloeibaar water schuil waarin mogelijk micro-organismen voorkomen. Waarnemingen van de Hubble Space Telescope doen vermoeden dat er op Europa ook een vorm van ijsvulkanisme voorkomt. De ruimtesonde, die in de jaren twintig gelanceerd moet worden, zal in een langgerekte baan rond de planeet Jupiter worden gebracht, en in totaal 45 scheervluchten langs Europa maken, op afstanden variërend van 25 tot 2700 kilometer. Onder de negen geselecteerde instrumenten bevinden zich - naast camera's en spectrometers - een stofdetector, een infraroodinstrument waarmee actieve gebieden aan het oppervlak opgespoord kunnen worden, een magnetometer die informatie oplevert over de diepte en het zoutgehalte van de oceaan, en een radarinstrument waarmee onder de ijskorst 'gekeken' kan worden. (GS)
NASA’s Europa Mission Begins with Selection of Science Instruments

12 mei 2015
Het donkere materiaal in de directe omgeving van scheuren in het oppervlakte-ijs van de Jupitermaan Europa is mogelijk gewoon verkleurd zeezout. Dat blijkt uit laboratoriumexperimenten die zijn uitgevoerd door NASA-onderzoekers. De resultaten zijn geaccepteerd voor publicatie in Geophysical Research Letters. Europa is een van de vier grote manen van de reuzenplaneet Jupiter. Het oppervlak bestaat vrijwel geheel uit ijs, maar daaronder gaat een tientallen kilometers diepe oceaan van vloeibaar water schuil. Barsten en scheuren in het ijs wijzen op het voorkomen van tektonische krachten, vermoedelijk opgewekt door de getijdenwerking van Jupiter. Hoe dik de ijskorst van Europa precies is, is niet bekend. In de directe omgeving van de breuklijnen (en van andere geologisch jonge structuren op Europa) komt donker materiaal voor, waarvan de scheikundige samenstelling nooit is achterhaald. De NASA-onderzoekers hebben nu ontdekt dat (wit) zeezout - natriumchloride - donker kleurt wanneer het lang wordt blootgesteld aan energierijke elektrisch geladen deeltjes, zoals die ook voortdurend op Europa terecht komen. Het spectrum van het 'bestraalde' zout komt goed overeen met dat van het donkere materiaal op Europa. De experimenten bevestigt het vermoeden dat de ondergrondse oceaan inderdaad zout is (daar waren al andere aanwijzingen voor) en doen vermoeden dat er regelmatig 'contact' is tussen de oceaan en het oppervlak. Dat is weer van belang voor theorieën over het mogelijke bestaan van micro-organismen in de Europa-oceaan. GS)
NASA Research Reveals Europa's Mystery Dark Material Could Be Sea Salt

6 mei 2015
Op de kleine, ijzige Saturnusmaan Enceladus komen mogelijk geen krachtige, individuele 'ijsgeisers' voor. Zulke 'ijsfonteinen' zijn de afgelopen jaren gefotografeerd door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, maar volgens planeetonderzoekers gaat het om een soort optisch bedrog, en is er op Enceladus vooral sprake van 'gordijn-uitbarstingen' uit kronkelige spleten in het bevroren oppervlak. In een artikel dat deze week gepubliceerd wordt in Nature beschrijven ze hoe 'plooien' in zo'n gordijn-uitbarsting de illusie kunnen wekken dat er afzonderlijke ijsfonteinen in het spel zijn. Uit de analyse van de Cassini-foto's blijkt dat het weggeblazen materiaal (voornamelijk stof en ijskristalletjes) waarschijnlijk over de volle lengte van de scheuren naar buiten komt, en niet in de vorm van afzonderlijke geisers. (GS)
Saturn Moon's Activity Could Be 'Curtain Eruptions'

30 april 2015
Met de Large Binocular Telescope (LBT) in Arizona zijn voor het eerst vanaf de aarde details gezien in een lavameer op de vulkanisch actieve Jupitermaan Io. De nieuwe resultaten worden vandaag gepubliceerd in The Astronomical Journal door een team van planeetonderzoekers onder wie de Nederlands-Amerikaanse astronome Imke de Pater.De LBT heeft twee 8,4 meter grote spiegels die samen dezelfde beeldscherpte kunnen opleveren als een denkbeeldige spiegel van 22,8 meter in middellijn. Dankzij deze interferometrie-techniek was het mogelijk om ongekend scherpe infraroodopnamen te verkrijgen van Io.In het lavameer Loki Patera (eerder in detail gefotografeerd door de ruimtesondes Voyager en Galileo) zijn veranderlijke hete plekken ontdekt. Vermoedelijk gaat het om plaatsen waar deels gestolde lava het meer in zakt. Twee van de 'hete plekken' komen qua locatie overeen met een uitbarsting die enkele maanden eerder plaatsvond. De LBT legde ook een zeldzame (gedeeltelijke) bedekking van Io vast door de iets kleinere Jupitermaan Europa. (GS)
Giant telescope takes a close look at a lava lake on Jupiter's moon Io

14 april 2015
De lange, ijle slierten van deeltjes in de omgeving van de Saturnusmaan Enceladus zijn rechtstreeks afkomstig van de ‘ijsfonteinen’ op deze maan. Dat blijkt uit computersimulaties waarmee de banen van de uitgestoten deeltjes zijn nagebootst (Astronomical Journal, 14 april). De ijsfonteinen op Enceladus zijn in 2005 ontdekt door de ruimtesonde Cassini. Ze blazen een mengsel van waterijsdeeltjes, waterdamp en eenvoudige organische verbindingen de ruimte in. Bij een bepaalde lichtinval heeft de camera van Cassini ook vage slierten van ijsachtig materiaal in de omgeving van Enceladus vastgelegd. Van deze structuren, die zich over afstanden van tienduizenden kilometers uitstrekken, werd direct al vermoed dat ze door de ijsfonteinen werden veroorzaakt. Maar daar bestond tot nu toe geen zekerheid over. De computersimulaties hebben daar nu duidelijkheid over gegeven. En dat niet alleen: door de deeltjesgrootte in de simulaties te variëren, en de meest realistische uitkomst te selecteren, kon ook worden vastgesteld welke afmetingen de uitgestoten deeltjes hebben. Ze blijken enkele tienduizendsten van een millimeter groot te zijn. Daarmee komt de grootte van de deeltjes overeen met die van de deeltjes in de zogeheten E-ring van Saturnus – de ijle ring waarbinnen Enceladus om de planeet draait. Ook het bestaan van deze ring is dus aan de ijsfonteinen te danken. (EE)
Icy Tendrils Reaching into Saturn Ring Traced to Their Source

13 april 2015
Nieuw onderzoek door wetenschappers van het California Institute of Technology heeft een verklaring opgeleverd voor de grote ‘stormen’ die vooral tijdens de noordelijke zomer op de planeet Saturnus optreden. Volgens de wetenschappers hangt het ontstaan ervan samen met het relatief hoge vochtgehalte van de atmosfeer (Nature Geoscience, 13 april). Eens in de twintig à dertig jaar is de atmosfeer van Saturnus het toneel van reusachtige onweerscomplexen. Het begint met de verschijning van een witte vlek ter grootte van de aarde in het wolkendek. Deze ontwikkelt vervolgens een lange staart, die zich in de loop van de maanden over de hele omtrek van de planeet uitstrekt. Volgens de Caltech-wetenschappers hinderen de zware watermoleculen het opstijgen van warme ‘lucht’, die op Saturnus grotendeels uit de lichte gassen waterstof en helium bestaat. Mettertijd leidt dit ertoe dat de hoge atmosfeer van de planeet sterk afkoelt. Maar dat kost wel heel veel tijd: een jaar of dertig. Uiteindelijk wordt het temperatuurverschil tussen hoge en lagere luchtlagen dermate groot, dat de relatief zware vochtige lucht alsnog kan opstijgen. Pas dan ontstaat er een groot onweerscomplex. (EE)
Explaining Saturn's Great White Spots

30 maart 2015
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini vloog op 9 februari op relatief kleine afstand van de ijzige Saturnusmaan Rhea. De 'scheervlucht' markeert het begin van een nieuwe fase in het Cassini-onderzoek van de geringde planeet en zijn manenstelsel: de afgelopen paar jaar bewoog de ruimtesonde in een steile omloopbaan, min of meer over de polen van de planeet, waardoor scheervluchten langs de binnenste ijsmanen niet mogelijk waren. Inmiddels is Cassini weer in een min of meer equatoriale omloopbaan gebracht; de komende tijd zullen weer regelmatig vluchten langs de Saturnusmanen worden uitgevoerd. Rhea heeft een middellijn van 1528 kilometer. De kleurenfoto's laten details van enkele honderden meters groot zien. (GS)
Return to Rhea

25 maart 2015
Israëlische wetenschappers hebben een nieuwe methode ontwikkeld om de rotatieperiode van Saturnus te bepalen. De methode is gebaseerd op metingen van het zwaartekrachtsveld van de planeet, en het unieke feit dat zijn oost-westas korter is dan zijn noord-zuidas (Nature, 26 maart). De bepaling van de rotatietijd van Saturnus lijkt een triviale onderneming, maar is dat niet. Gasplaneten zoals Saturnus hebben geen vast oppervlak, waardoor je de rotatie van hun (min of meer) vaste inwendige niet rechtstreeks kunt waarnemen. Daarbij komt nog dat het magnetische veld van de planeet dezelfde oriëntatie heeft als zijn rotatie-as. Hierdoor ontstaan ook geen periodieke magnetische variaties die de rotatieperiode zouden verraden, zoals bij Jupiter. Vandaar dat wetenschappers al jaren worstelen met de rotatie van Saturnus. Eerdere meetwaarden variëren van 10 uur en 39 minuten tot 10 uur en 47 minuten. Bij de nieuwe methode wordt gebruik gemaakt van het gegeven dat Saturnus zo snel om zijn as draait dat hij uitpuilt aan zijn evenaar. Dit veroorzaakt een vervorming van zijn zwaartekrachtsveld. De Israëlische wetenschappers hebben een model van die vervorming gemaakt, en het resultaat vergeleken met meetwaarden van de ruimtesonde Cassini. Het resultaat: de rotatietijd van Saturnus bedraagt 10 uur, 32 minuten en 45 seconden. Dat is ruim zes minuten korter dan de kleinste meetwaarde tot nu toe. Toepast op Jupiter levert de methode de al bekende rotatietijd van deze planeet op: het lijkt er dus op dat de nieuwe meetwaarde betrouwbaar is. Een verschil van zes minuten lijkt niet veel, maar omdat Saturnus zo groot is, is het verschil in rotatiesnelheid aan zijn evenaar aanzienlijk: 400 kilometer per uur. En dat heeft weer gevolgen voor de windsnelheden ter plaatse, die ten opzichte van het roterende inwendige worden gemeten. (EE)
A New Spin on Saturn’s Peculiar Rotation

25 maart 2015
Nieuwe waarnemingen wijzen erop dat het poollicht op de planeet Jupiter in hoge mate wordt beïnvloed door de activiteit van Io, zijn binnenste grote maan (Geophysical Research Letters, 25 maart). Op aarde is de regie van het poollicht volledig in handen van de zon. Jupiter vertoont poollichten die duizenden keren helderder en vele malen groter zijn dan die van de aarde. Bij beide wordt het poollicht veroorzaakt door elektrisch geladen deeltjes van de zon die verstrikt raken in het magnetische veld van de planeet. De hevige uitbarstingen die het poollicht van Jupiter soms vertoont, moeten een andere oorzaak hebben. Nieuwe waarnemingen met de Japanse ultraviolet-satelliet Hisaki hebben namelijk aan het licht gebracht dat die sterke oplevingen óók optreden als de stroom geladen deeltjes van de zon – de zonnewind – betrekkelijk zwak is. Hoe de vork precies in de steel zit, moet nog blijken, maar het sterke vermoeden bestaat dat de interactie tussen Io en het magnetische veld van Jupiter de oorzaak is. Op de Jupitermaan wemelt het van de vulkanen, die wolken elektrisch geladen deeltjes uitstoten. Blijkbaar raken veel van die deeltjes onder bepaalde omstandigheden verzeild in het magnetische veld van de planeet, waar ze dezelfde effecten veroorzaken als de zonnewind. (EE)
Explosions of Jupiter’s Aurora Linked to Extraordinary Planet-Moon Interaction

12 maart 2015
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop zijn aanwijzingen gevonden dat zich onder het oppervlak van de grote Jupitermaan Ganymedes een oceaan bevindt. In de ondergrondse oceaan zit meer water dan al het water op het aardoppervlak bij elkaar (Journal of Geophysical Research: Space Physics, 12 maart). Ganymedes is de grootste maan van ons zonnestelsel en de enige maan met een eigen magnetisch veld. Dit magnetische veld veroorzaakt poollichten – gordels van gloeiend gas rond de noord- en zuidpool van de maan. Omdat Ganymedes zich dicht bij Jupiter bevindt, is deze maan ook ingebed in het magnetische veld van haar moederplaneet. Wanneer het magnetische veld van Jupiter verandert, schommelen de poollichten van Ganymedes heen en weer. Uit de schommelbeweging van de beide poollichten hebben wetenschappers nu afgeleid dat zich een grote hoeveelheid zoutwater onder de korst van Ganymedes moet bevinden, die haar magnetische veld beïnvloedt. Het magnetische veld van Jupiter veroorzaakt een secundair magnetisch veld in de oceaan, dat het veld van Jupiter tegenwerkt. Deze ‘magnetische wrijving’ onderdrukt het schommelen van de poollichten. Hierdoor bedraagt de waargenomen amplitude van de schommeling nog maar twee graden. Als er geen oceaan was, zou dat zes graden zijn. Geschat wordt dat de oceaan van Ganymedes honderd kilometer diep is. Hij bevindt zich onder een ongeveer 150 kilometer dikke korst van ijs. (EE)
NASA’s Hubble Observations Suggest Underground Ocean on Jupiter’s Largest Moon

11 maart 2015
Nieuw onderzoek door een internationaal team van wetenschappers wijst erop dat microscopisch kleine rotsdeeltjes die in de ruimte rond Saturnus zijn gedetecteerd, afkomstig zijn van hydrothermale activiteit in het inwendige van de maan Enceladus. Volgens de wetenschappers ontstaan de deeltjes waarschijnlijk op plekken waar heet, mineraalrijk water uit de rotskern van Enceladus in contact komt met koud water (Nature, 12 maart).De deeltjes zijn al in 2004 voor het eerst gedetecteerd. Uit een nauwgezette analyse van de metingen blijkt dat ze bestaan uit siliciumdioxide, dat op aarde het hoofdbestanddeel is van zand en kwarts. Dat ze afkomstig zijn van hydrothermale bronnen, wordt afgeleid uit hun geringe afmetingen: 6 tot 9 nanometer. Ook bij heetwaterbronnen op de bodem van Atlantische Oceaan worden zulke deeltjes gevormd. Vermoed wordt dat de kleine deeltjes worden meegevoerd met het water dat door de befaamde ijsfonteinen van Enceladus wordt uitgestoten. Dat water is afkomstig van een naar schatting tien kilometer diepe oceaan, die verscholen ligt onder een ongeveer dertig kilometer dikke ijskorst. Het ontsnapt via scheuren in het ijs rond de zuidpool van de Saturnusmaan.Het bestaan van heetwaterbronnen op de bodem van de oceaan van Enceladus is een intrigerende gedachte. Rond zulke bronnen treedt een breed scala van chemische reacties op. Veel wetenschappers denken dat reacties van dit type een belangrijke rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het leven op onze planeet. (EE)
New study shows Saturn moon's ocean may have hydrothermal activity

27 februari 2015
Op Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, zou leven mogelijk kunnen zijn dat sterk afwijkt van het leven op aarde. Dat concluderen scheikundigen en astronomen in een artikel in Science Advances.Op Titan is het ca. 180 graden onder nul. Water is er zo stijf bevroren dat het harder is dan aards gesteente. Toch komen er meren voor op Titan, bestaande uit vloeibare koolwaterstoffen zoals methaan en ethaan.De onderzoekers vroegen zich af of er met de beschikbare stoffen en moleculen op Titan een ‘buitenaardse’ vorm van leven mogelijk zou kunnen zijn. Dat blijkt inderdaad het geval: het is mogelijk om celmembranen van stikstofverbindingen te creëren die kunnen gedijen in een omgeving van vloeibaar methaan. Het hypothetische membraan is alvast ‘azotosoom’ genoemd (‘stikstoflichaam’).Vervolgonderzoek moet uitwijzen of zulke cellen theoretisch ook in staat zijn tot stofwisseling en reproductie. (GS)
Life 'not as we know it' possible on Saturn's moon Titan

12 februari 2015
Dankzij een nieuwe techniek kunnen radarbeelden van het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan sterk worden verbeterd. De resultaten zijn spectaculair. Omdat Titan is gehuld in een dicht wolkendek, kan zijn oppervlak niet op de normale manier worden gefotografeerd. Daarom is de ruimtesonde Cassini, die al meer dan tien jaar om Saturnus cirkelt, voorzien van radarapparatuur. Daarmee worden radiogolven naar het oppervlak van Titan gezonden, die na weerkaatsing kunnen worden ‘vertaald’ naar beelden die laten zien wat er onder die wolken schuilgaat. De afgelopen tien jaar heeft Cassini op die manier bijna de helft van het oppervlak van Titan in kaart gebracht. Op de radarbeelden zijn onder meer uitgestrekte duinlandschappen en meren van vloeibare methaan ontdekt. Een nadeel van die radarbeelden is dat ze niet erg scherp zijn: ze bevatten nogal wat ruis. Hierdoor zijn kleine oppervlaktestructuren vaak niet goed herkenbaar. Op zoek naar een manier om de beeldkwaliteit te verbeteren, heeft het ‘radarteam’ van Cassini de hulp ingeroepen van Franse wiskundigen die mathematische modellen ontwikkelen voor het onderdrukken van elektronische ruis. De samenwerking heeft geresulteerd in een nieuwe ‘ontspikkeltechniek’. De resultaten van de nieuwe techniek zijn spectaculair, maar er kleeft wel een nadeel aan: het opschonen van de radarbeelden kost veel rekentijd. Daarom wordt de techniek voorlopig heel selectief ingezet. (EE)
A New Way to View Titan: ‘Despeckle’ It

5 februari 2015
In de nacht van 23 op 24 januari jl. trokken drie van de vier grootste Jupitermanen voor hun planeet langs: Europa, Callisto en Io. De Hubble-ruimtetelescoop heeft het verloop van deze bijzondere gebeurtenis vastgelegd. Van het schouwspel is ook een korte video gemaakt.De vier grootste manen van Jupiter zijn aan het begin van de zeventiende eeuw ontdekt door de Italiaanse wetenschapper Galileo Galilei. Ze hebben omlooptijden variërend van 2 tot 17 dagen, wat betekent dat er nogal eens een maan voor Jupiter langs schuift. Ook twee manen tegelijk komt vrij vaak voor. Maar drie maanovergangen tegelijk is een zeldzaamheid: dat gebeurt maar één of twee keer in de tien jaar. (Vier tegelijk is niet mogelijk.)Tijdens zo’n overgang werpen de Jupitermanen hun schaduw op het wolkendek van de planeet. Deze donkere schaduwen zijn gemakkelijker waarneembaar dan de manen zelf. (EE)
March of the moons

8 januari 2015
Amerikaanse wetenschappers hebben, met behulp van een groot netwerk van radiotelescopen, de posities van de planeet Saturnus en zijn manen tot op ongeveer anderhalve kilometer nauwkeurig gemeten. De metingen moet meer inzicht geven in de dynamica van ons zonnestelsel en helpt ook de navigatie van toekomstige ruimtemissies te verbeteren. De onderzoekers hebben het VLBA-netwerk gebruikt om de ruimtesonde Cassini te lokaliseren, terwijl deze om Saturnus cirkelde. Dat leverde meetwaarden op die vijftig tot honderd keer zo nauwkeurig zijn als die van normale optische telescopen. Deze hoge meetnauwkeurigheid is te danken aan de grote omvang van het VLBA-netwerk: de tien schotelantennes staan verspreid over een gebied dat zich uitstrekt van Hawaï tot de Maagdeneilanden en fungeren als één grote radiotelescoop met een denkbeeldige middellijn van 8600 kilometer. De wetenschappers zijn van plan om met dezelfde techniek ook het Jupiterstelsel op te meten. Daarbij krijgen ze hulp van de ruimtesonde Juno, die medio 2016 bij de grote planeet aankomt. (EE)
Improved Saturn Positions Help Spacecraft Navigation, Planet Studies, Fundamental Physics

18 december 2014
Door nog eens goed te kijken naar gegevens die in 2001 zijn verzameld door de ruimtesonde Cassini, tijdens diens scheervlucht langs de planeet Jupiter, hebben wetenschappers ontdekt dat de atmosfeer van de Jupitermaan Europa veel ijler is dan gedacht. Op het moment van de scheervlucht stootte Europa blijkbaar geen grote hoeveelheden waterdamp uit. Europa is een van de meest intrigerende objecten in ons zonnestelsel. Er zijn sterke aanwijzingen dat zich onder zijn tientallen kilometers dikke ijskorst een oceaan van water bevindt. En eind 2013 maakten Amerikaanse planeetwetenschappers bekend dat de Jupitermaan soms grote pluimen van waterdamp vertoont, die vermoedelijk via scheuren in de ijskorst zijn ontsnapt. Gegevens van de ultraviolet-spectrograaf van Cassini laten echter zien dat verreweg het meeste hete gas rond Europa afkomstig is van de vulkanen van buurmaan Io. Van zichzelf had Europa – in 2001 althans – geen atmosfeer van betekenis. Dat laatste wijst erop dat Europa niet voortdurend waterdamp uitstoot. Hoe sporadisch deze activiteit is, zal mogelijk al snel duidelijk worden. Wetenschappers onderwerpen de Jupitermaan momenteel aan een nauwkeurig onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop – hetzelfde instrument dat de eerste aanwijzingen voor Europa’s uitstoot van waterdamp ontdekte. (EE)
Signs of Europa Plumes Remain Elusive in Search of Cassini Data

8 december 2014
Planeetonderzoekers hebben ontdekt waarom de duinen op de grote Saturnusmaan Titan ‘verkeerd’ georiënteerd zijn. De mysterieuze duinen komen vooral in de evenaarsgebieden van Titan voor, waar meestal een oostenwind waait. Uit de manier waarop de duinen rond bepaalde obstakels liggen, zoals bergtoppen en kraters, blijkt echter dat ze opgeblazen zijn door westenwinden. De oplossing van het raadsel ligt in de ongewone aard van de Titanduinen, die een paar honderd meter hoog en honderden kilometers lang kunnen zijn. In tegenstelling tot duinen op aarde bestaan ze niet uit zand (siliciumverbindingen), maar uit koolwaterstoffen, mogelijk vermengd met ijskorreltjes. Uit windtunnelexperimenten, uitgevoerd op het SETI-instituut in Mountain View, Californië, blijkt nu dat dit visceusere materiaal pas in beweging komt bij extreem hoge windsnelheden. Die komen op Titan niet vaak voor, maar af en toe treden er hevige westerstormen op, aangejaagd door seizoensvariaties. Alleen bij zulke hoge windsnelheden wordt het duinmateriaal verplaatst; de zwakkere oostenwinden krijgen de duinen niet in beweging. De nieuwe resultaten worden vandaag gepubliceerd in Nature. (GS)
Answers Blowing in the Titan Wind

28 november 2014
De Europese ruimtemissie JUICE (JUpiter ICy moons Explorer) heeft het groene licht gekregen voor verdere ontwikkeling. Dat moet ertoe leiden dat JUICE in 2022 richting Jupiter vertrekt. Na aankomst (in 2030) zal de ruimtesonde enkele jaren om de grootste planeet van ons zonnestelsel cirkelen, om diens atmosfeer, magnetische veld en ringenstelsel te onderzoeken. Dat is echter niet zijn hoofdtaak: de aandacht zal vooral uitgaan naar de drie grote ijsmanen van Jupiter: Ganymedes, Europa en Callisto. Uiteindelijk is het de bedoeling om JUICE in een omloopbaan om Callisto te brengen. Het onderzoek moet meer inzicht geven in de eigenschappen en de ‘leefbaarheid’ van de drie Jupitermanen. De ruimtesonde zal worden uitgerust met onder meer camera’s, spectrometers, een radar en een hoogtemeter. (EE)
NASA Issues ‘Remastered’ View of Jupiter’s Moon Europa

12 november 2014
De doorgaans nogal kalme atmosfeer van de planeet Uranus is de afgelopen maanden steeds stormachtiger geworden. De bijbehorende wolken zijn zo helder dat ze, voor het eerst, zelfs waarneembaar zijn voor amateur-astronomen. De activiteit komt op een onverwacht moment. Het is inmiddels zeven jaar geleden dat de zon precies boven de evenaar van Uranus stond – iets wat maar eens in de 42 jaar gebeurt. Dat was het moment waarop de grootste activiteit werd verwacht, en nu zou de Uranus-atmosfeer juist weer tot rust moeten komen. Vermoed wordt dat de stormgebieden samenhangen met wervelachtige verschijnselen die zich veel dieper in de atmosfeer afspelen. Hun heldere tint wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het opstijgen van methaangas, dat daarbij tot ijskristallen condenseert. Uranus is ongeveer vier zo groot als de aarde en heeft een dikke atmosfeer die grotendeels uit waterstof en helium bestaat, maar ook een beetje methaan bevat. Omdat de planeet geen inwendige warmtebron heeft, werd aangenomen dat zijn atmosferische activiteit wordt aangedreven door de zon. De timing van de huidige stormactiviteit trekt deze aanname in twijfel. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 46ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Tucson, Arizona. (EE)
Extreme storms on Uranus

11 november 2014
De Grote Rode Vlek op de reuzenplaneet Jupiter dankt zijn kleur aan de afbraak van moleculen hoog in de dampkring, onder invloed van ultraviolet zonlicht. Dat blijkt uit 14 jaar oude waarnemingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, gecombineerd met laboratoriumexperimenten. Tot nu toe werd veelal aangenomen dat de rode kleur veroorzaakt werd doordat bepaalde chemische verbindingen van grote diepte omhoog werden gebracht door turbulentie in het kolossale stormsysteem. De Grote Rode Vlek is een gigantische cycloon in de Jupiterdampkring die hoog uittorent boven de omringende wolkenlagen. Hij is groter dan de aarde, en draait in circa zes dagen één keer rond. De Vlek werd ruim driehonderd jaar geleden al voor het eerst waargenomen. De oorzaak van de rode kleur (in feite meer zalmroze of licht oranje) was echter nooit opgehelderd; algemeen werd aangenomen dat er sprake was van fosforhoudende moleculen die vanaf grotere diepte omhoog werden gebracht. Onderzoekers op NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena, Californië, hebben nu echter ontdekt dat de kleur van de Grote Rode Vlek, zoals die in 2000 nauwkeurig is vastgelegd door de planeetverkenner Cassini, heel goed overeenkomt met de kleur van de organische verbindingen die achterblijven wanneer ammoniak en acetyleen beschenen worden door ultraviolette straling. Spectroscopische waarnemingen die verricht zijn tijdens laboratoriumexperimenten komen goed overeen met de spectroscopische metingen van Cassini. Ammoniak en acetyleen zijn bekende bestanddelen van de Jupiterdampkring. Dat de oranjeroze kleur vooral in het stormsysteem zo goed zichtbaar is, komt vermoedelijk door de grote hoogte van de wolkentoppen in de Grote Rode Vlek, en doordat de wervelstructuur de verspreiding van het materiaal belemmert. De nieuwe resultaten zijn deze week gepresenteerd op de 46ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Tucson, Arizona. (GS)
Jupiter's Red Spot is Likely a Sunburn, Not a Blush

10 november 2014
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft dieptemetingen verricht in Kraken Mare, een van de grote methaanmeren op het noordelijk halfrond van de Saturnusmaan Titan. Dicht bij de kust, nabij de monding van wat op een brede rivierbedding lijkt, werd met het radarinstrument van Cassini een diepte gemeten van 20 tot 35 meter. Op andere plaatsen waar de radarhoogtemetingen zijn uitgevoerd werden geen echo's ontvangen, wat kan wijzen op een grotere diepte of op een sterker absorberende vloeistof. De hellingen nabij de kustlijn lijken vrij steil te zijn, wat overeen zou komen met een grote diepte. In Kraken Mare zijn ook vreemde heldere 'eilanden' ontdekt (gebieden met een hoge radarreflectiviteit), vergelijkbaar met het 'magische eiland' dat de afgelopen jaren gezien is in Ligeia Mare. In het geval van Kraken Mare gaat het met zekerheid om structuren aan het oppervlak: gebieden met sterke golfbewegingen, of vast drijvend materiaal - mogelijk 'ijsschotsen' van bevroren koolwaterstoffen. De nieuwe resultaten worden deze week gepresenteerd op de 46ste bijeenkomst van de Division for Planetary Science van de American Astronomical Society in Tucson, Arizona. (GS)
Cassini Sails into New Ocean Adventures on Titan

30 oktober 2014
Een nieuwe, schitterende opname van de ruimtesonde Cassini, gemaakt in het nabij-infrarood, toont zonlicht dat is weerspiegeld door de zeeën rond de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan. Het is voor het eerst dat de meren en de zonneglinstering in één beeld zijn vastgelegd. De weerspiegeling van het zonlicht is op zijn helderst in het noordelijke deel van Kraken Mare, de grootste zee op Titan. Het weerkaatste licht was zelfs zo helder dat de detector waarmee Cassini het licht vastlegde oververzadigd raakte. Ook het zuidelijke deel van Kraken Mare is op de foto te zien. De heldere rand van dat deel duidt erop dat de zee voorheen groter was. Mogelijk is door verdamping van de vloeibare methaan en ethaan, waarmee de zee is gevuld, de zeespiegel gedaald. Dat is opmerkelijk, omdat de naastgelegen zee Ligeia Mare, die in verbinding staat met Kraken Mare, sinds 2012 niet van vorm lijkt te zijn veranderd. (EE)
Specular Spectacular

28 oktober 2014
Het Space Telescope Science Institute neemt vast een voorschotje op Halloween met de publicatie van een bijzondere Hubble-opname van een spookachtig 'oog' op de reuzenplaneet Jupiter, die op 21 april 2014 werd gemaakt door Hubble's Wide Field Camera 3. Het oog is in feite de Grote Rode Vlek - een reusachtig stormsysteem op de planeet - waar de schaduw van de Jupitermaan Ganymedes precies overheen beweegt. Wie zich op het moment van de opname in de Grote Rode Vlek zou bevinden, zou dus getuige zijn van een totale zonsverduistering. (GS)
Here's Looking At You: Spooky Shadow Play Gives Jupiter a Giant Eye

22 oktober 2014
Bij een onderzoek van de atmosfeer van de Saturnusmaan Titan hebben wetenschappers intrigerende zones van organische moleculen ontdekt. De zones zijn gekanteld ten opzichte van de rotatieas van de maan. Dat is vreemd, omdat verwacht werd dat de sterke winden in de Titanatmosfeer er voor zouden zorgen dat de moleculen zich snel zouden verdelen (Astrophysical Journal Letters). De ontdekking is gedaan met ALMA, een grote (sub)millimetertelescoop in het noorden van Chili. Met dit instrument, dat uit 66 schotelantennes bestaat, is de straling opgevangen van waterstofisocyanide- (HNC) en cyanoacetyleenmoleculen HC3N. In eerste instantie leken de moleculen rond de noord- en zuidpool van Titan gelijkmatig te zijn verdeeld, in overeenkomst met metingen van de ruimtesonde Cassini. Maar toen werd gekeken naar de hoogteverdeling van de de moleculen, bleek de verdeling hoog in de atmosfeer heel anders te zijn. De onderzoekers hebben nog geen goede verklaring voor de waarnemingen. Mogelijk is de scheve verdeling van de moleculen het gevolg van een circulatiepatroon in de hoge atmosfeer van Titan. Een andere mogelijkheid is dat het krachtige magnetische veld van moederplaneet Saturnus een rol speelt. (EE)
Organic Molecules in Titan's Atmosphere Are Intriguingly Skewed

16 oktober 2014
Meetresultaten van de ruimtesonde Cassini laten zien dat Mimas, de binnenste van de zeven grote manen van de planeet Saturnus, heviger ‘nee’ schudt dan verwacht. Volgens een astronoom van Cornell University die de resultaten heeft geanalyseerd, wijst dit erop dat de materie in het inwendige van de ongeveer 400 kilometer grote ijsmaan niet gelijkmatig is verdeeld (Science, 17 oktober). De rotatie en de baanbeweging van Mimas lopen synchroon: in dezelfde tijd dat het maantje één omloop om Saturnus volbrengt (ongeveer 23 uur), draait het ook één keer om zijn as. Klinkt bekend? Klopt: ook onze maan heeft een synchrone rotatie. Het gevolg is dat gemiddeld steeds hetzelfde halfrond naar de planeet is gericht. Doordat de omloopsnelheid van Mimas enigszins varieert lopen rotatie en omloop niet altíjd synchroon. Soms loopt de rotatie een beetje voor of achter. Hierdoor lijkt het vanaf Saturnus alsof het maantje nee-schudt. (Ook dat verschijnsel, dat ‘libratie’ heet, treedt bij onze maan op.) Door het nee-schudden van Mimas draait zijn oppervlak vanaf Saturnus gezien een kilometer of zes heen en weer. Rekening houdend met vorm van zijn omloopbaan en van de verstorende invloed van naburige manen was op drie kilometer gerekend. De extra afwijking kan allerlei oorzaken hebben. Eén mogelijkheid is dat de rotsachtige kern van Mimas niet rond is, maar de vorm van een rugbybal heeft. Ook is het denkbaar dat zich enkele tientallen kilometers onder het oppervlak een klotsende ‘oceaan’ van vloeibaar water bevindt. (EE)
Wobbling of a Saturn moon hints at what lies beneath

16 oktober 2014
Een nieuwe analyse van gegevens van de ruimtesonde Cassini heeft uitgewezen dat de ruimtesonde in 2005, tijdens een flyby langs de Saturnusmaan Hyperion, door een bundel elektronen is gevlogen. De geladen deeltjes waren afkomstig van het statisch geladen oppervlak van deze maan. Hyperion is een poreus, ijsachtig object met een opvallend, sponsachtig uiterlijk. Zijn oppervlak baadt voortdurend in het ultraviolette licht van de zon en de geladen zonnedeeltjes die verstrikt zijn geraakt in het magnetische veld van Saturnus. Vermoed wordt dat de deeltjesbundel waar Cassini door werd getroffen het gevolg is van deze blootstelling aan het ‘ruimteweer’. Tijdens zijn flyby detecteerde een instrument aan boord van Cassini dat de ruimtesonde korte tijd magnetisch verbonden was met het oppervlak van Hyperion, waardoor elektronen van deze maan in de richting van de ruimtesonde konden ontsnappen. Het was alsof Cassini, die op dat moment 2000 kilometer van Hyperion verwijderd was, een elektrische schok van 200 volt kreeg. Dat leverde overigens geen schade op. Bekend is dat de opbouw van statische elektriciteit een belangrijke rol speelt op onze eigen luchtloze, stoffige maan. Maar bij andere objecten in het zonnestelsel was het verschijnsel tot nu toe niet waargenomen. (EE)
Cassini Caught in Hyperion’s Particle Beam

1 oktober 2014
Hoog boven de zuidpool van de Saturnusmaan Titan is sinds 2012 een geheimzinnige wolk te zien. Planeetonderzoekers onder leiding van Remco de Kok (SRON/Universiteit Leiden) hebben ontdekt dat deze wolk uit blauwzuurijs bestaat. Dat ijs heeft zich waarschijnlijk gevormd na een snelle en extreme afkoeling van atmosferische gassen (Nature, 2 oktober). De ontdekking van het (voor ons) zeer giftige blauwzuurijs, oftewel bevroren waterstofcyanide, kwam als een verrassing. Blauwzuur vormt namelijk pas bij extreem lage temperaturen wolken. Maar op de grote hoogte waarop de wolk verscheen (zo’n 300 kilometer boven het Titanoppervlak) waren eerder juist relatief ‘hoge’ temperaturen gemeten. Het ontstaan van de wolk wijst erop dat de atmosfeer ter plaatse in zeer korte tijd minstens vijftig graden is afgekoeld. Dat betekent dat de atmosfeer boven de zuidpool van Titan, waar het sinds 2009 ‘wintert’, veel kouder kan worden dan de bestaande atmosfeermodellen voorspellen. ‘Waarschijnlijk wordt deze snelle afkoeling onder andere veroorzaakt door de verhoogde concentraties blauwzuurgas boven de zuidpool, die weer het gevolg zijn van de huidige luchtstroming op Titan. Maar ook een gas als ethyn (acetyleen) kan bijgedragen hebben,’ aldus De Kok. ‘Deze gassen produceren veel infrarode (warmte)straling, terwijl de zuidpool tijdens de poolwinter zelf weinig warmte meer ontvangt van de zon. Hierdoor koelt de atmosfeer sneller af dan dat hij opwarmt.’
Volledig persbericht

29 september 2014
Planeetonderzoekers hebben een mysterieuze structuur ontdekt in Ligeia Mare, een van de grote methaanmeren op de Saturnusmaan Titan. De meren - die behalve methaan vermoedelijk ook ethaan bevatten - zijn donker op de radarmetingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, omdat het gladde oppervlak vrijwel geen radargolven verstrooit. Het omringende 'land' is veel ruwer en verstrooit de radargolven wél, waardoor het helder is op de radarfoto's. Nabij de kust van Ligeia Mare is in 2013 een nieuw helder gebied waargenomen, dat in 2012 niet zichtbaar was. Nieuwe waarnemingen in augustus 2014 tonen aan dat de merkwaardige structuur nog steeds zichtbaar is, maar iets minder helder en vooral groter is geworden: ca. 160 vierkante kilometer in plaats van 75 vierkante kilometer. Het Titanoppervlak is niet met gewone camera's zichtbaar, doordat het schuil gaat onder een dikke, smogrijke dampkring. Infraroodwaarnemingen van Cassini hebben in het betreffende gebied geen bijzonderheden aan het licht gebracht. Van 'zeespiegeldaling', bijvoorbeeld als gevolg van verdamping van methaan, kan geen sprake zijn: de kustlijn van Ligeia Mare is sinds 2012 niet van vorm veranderd. Planeetonderzoekers denken dat er mogelijk sprake is van golven aan het oppervlak van het Titan-meer, maar het zou ook kunnen gaan om vast materiaal dat in het methaanmeer ronddrijft. Een sluitende verklaring is er in ieder geval nog niet. (GS)
Cassini Watches Mysterious Feature Evolve in Titan Sea

16 september 2014
Het oppervlak van de kleine Uranusmaan Miranda vertoont enkele vreemde gebieden waar de ijskorst ‘aangeharkt’ lijkt te zijn. Nieuwe computermodellen laten zien dat deze zogeheten coronae waarschijnlijk het gevolg zijn van convectie: het opwellen van (relatief) warm ijs uit het inwendige van het maantje (New Geology, september 2014). De coronae op Miranda zijn veelhoekig en bestrijken oppervlakten van tienduizenden vierkante kilometers. De hoogteverschillen tussen de heuvelruggen lopen plaatselijk op tot twee kilometer. De computermodellen laten zien dat als ‘warm’ ijs van lagere dichtheid naar de oppervlakte stijgt, de ijskorst ter plaatse min of meer concentrisch wordt uitgerekt. Het patroon van tektonische breuken dat daardoor ontstaat, lijkt sprekend op de coronae. Deze vorm van convectie werd waarschijnlijk veroorzaakt door wisselende getijkrachten. Op dit moment draait Miranda in een vrijwel cirkelvormige baan om Uranus, maar die baan was vroeger waarschijnlijk sterk elliptisch. Hierdoor varieerde de afstand van Miranda tot Uranus, en daarmee ook de getijkracht die zij van haar moederplaneet ondervond, sterk. En bij dat ‘kneedproces’ kwam de nodige warmte vrij. (EE)
Miranda: An Icy Moon Deformed by Tidal Heating

8 september 2014
In de smalle F-ring van de planeet Saturnus ontstaan voortdurend kleine mini-maantjes, die korte tijd later weer uiteenvallen. Dat blijkt uit onderzoek van twee Amerikaanse astronomen die recente Cassini-foto's van de F-ring hebben vergeleken met opnamen van de Voyager-ruimtesondes van ruim dertig jaar geleden. De F-ring bevindt zich net buiten het heldere ringenstelsel van de planeet. Hij vertoont golven en 'knikken', voornamelijk veroorzaakt door de twee 'herdermaantjes' Prometheus en Pandora, die aan weerszijden van de ring bewegen. Daarnaast zijn er in de smalle F-ring vaak heldere 'verdichtingen' te zien. Volgens Robert French en Mark Showalter van het SETI Institute gaat het hier om tijdelijke mini-maantjes met afmetingen van een paar kilometer, die ontstaan door samenklontering van fijner ringmateriaal. Door botsingen met iets dichtere gedeelten van de F-ring fragmenteren de poreuze maantjes echter weer. De reden dat dit soort materieverdichtingen zo instabiel zijn is dat de F-ring zich nabij de zogeheten Roche-limiet van Saturnus bevindt. Buiten die Roche-limiet kunnen grotere objecten intact blijven door hun eigen zwaartekracht; daarbinnen worden ze gemakkelijk uiteengerukt door de getijdenkrachten van de planeet. Het herdermaantje Prometheus oefent elke 17 jaar een sterkere zwaartekrachtsverstoring op de F-ring uit dan gemiddeld. Dat zou tot de vorming van een groter aantal minimaantjes moeten leiden. Als de theorie (gepubliceerd in het vakblad Icarus) klopt, moet Cassini de komende jaren weer meer van die verdichtingen gaan waarnemen. (GS)
Mini-Moons Around Saturn Quickly Created & Destroyed (origineel persbericht)

8 september 2014
De grote Jupitermaan Europa vertoont een vorm van plaattektoniek. Dat blijkt uit een gedetailleerde analyse van foto's van het bevroren Europa-oppervlak die in de jaren negentig zijn gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Galileo. Europa heeft een ijskorst van 20 à 30 kilometer dik, met daaronder een diepe oceaan van vloeibaar water. Via spleten en barsten in het oppervlak komt nieuw ijs naar boven. Sommige delen van de ijskorst raken daarbij ten opzichte van elkaar verschoven. Door die kolossale 'schotsen' weer in elkaar te passen als de stukjes van een legpuzzel, ontdekten Simon Kattenhorn van de Universiteit van Idaho en zijn collega's dat er een stuk ter grootte van het eiland Manhattan ontbreekt. Vermoedelijk is een deel van de ijskorst dus onder het oppervlak verdwenen, in een proces dat vergelijkbaar is met geologische subductie. Dat betekent dat er op Europa een koude vorm van plaattektoniek voorkomt. Bij dat proces kan ook organisch materiaal van het oppervlak (daar achtergelaten door de inslagen van kometen) in de ondergrondse oceaan terechtkomen. De ontdekking, gepubliceerd in Nature Geoscience, wordt dan ook gezien als een ondersteuning van het idee dat er in de Europa-oceaan mogelijk leven zou kunnen zijn ontstaan. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

21 augustus 2014
Vijfentwintig jaar na de historische scheervlucht van de Amerikaanse planeetverkenner Voyager 2 langs de verre planeet Neptunus en zijn grote ijsmaan Triton (op 25 augustus 1989) heeft NASA een nieuwe 'wereldkaart' van Triton gepubliceerd, gemaakt op basis van de oorspronkelijke Voyagerfoto's en -metingen. Bij het produceren van de kaart (grotendeels door Paul Schenk van het Lunar and Planetary Institute in Houston) zijn verbeterde technieken gebruikt voor het corrigeren van bewegingseffecten van Voyager, en is ook gebruik gemaakt van modernere beeldbewerkings- en kleurcorrectietechnieken. De kaart heeft een hoogste resolutie van 600 meter per pixel (in het deel waar de afstand van Voyager 2 het kleinst was). Het noordelijk halfrond van Triton is door Voyager 2 niet waargenomen. Op het oppervlak van Triton zijn merkwaardige stromingspatronen en stikstofgeisers ontdekt. Triton lijkt in veel opzichten op de verre dwergplaneet Pluto, die volgend jaar juli van dichtbij bestudeerd zal worden door de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. De productie van de nieuwe 'wereldkaart' van Triton kan dan ook als een 'vingeroefening' voor de scheervlucht langs Pluto worden beschouwd. (GS)
Voyager Map Details Neptune's Strange Moon Triton (originbeel persbericht)

12 augustus 2014
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft eind juli gezien hoe grote wolkencomplexen zich ontwikkelen boven Ligeia Mare, een van de methaanmeren nabij de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan. Eerder zijn al wolken waargenomen op het zuidelijk halfrond van Titan, toen het daar 'zomer' was (de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op Titan is ca. 180 graden onder nul). Inmiddels is op het zuidelijk halfrond de winter aangebroken, en wordt het op het noordelijk halfrond van Titan zomer; op basis van atmosferische modellen was dan ook verwacht dat er wolkenactiviteit op het noordelijk halfrond zou gaan optreden. Nog onduidelijk is of de nu gefotografeerde wolken inderdaad het begin van een noordelijk 'wolkenseizoen' markeren. Ook is onbekend of de wolken bij voorkeur boven de methaanmeren ontstaan, of dat ze ook boven het 'landoppervlak' van Titan voorkomen, waar ze veel minder gemakkelijk zijn waar te nemen. (GS)
Cassini Tracks Clouds Developing Over a Titan Sea (origineel persbericht)

6 augustus 2014
Het weer op aarde is wispelturig, maar de verre planeet Uranus kan er ook wat van. De afgelopen dagen zijn tal van heldere stormgebieden in zijn atmosfeer verschenen, waaronder een kolossaal exemplaar. Toen de ruimtesonde Voyager 2 in 1986 langs Uranus vloog, vertoonde de atmosfeer van deze planeet slechts een handjevol vage wolken. Daar kwam verandering in toen in 2007 de zon boven de evenaar van de sterk gekantelde planeet kwam te staan. Toen ontstonden er grote stormen op de planeet, waarvan de meeste echter allang uitgeraasd zijn. Aan die rust lijkt nu plotseling een einde te zijn gekomen. Hoe lang de nieuwe wervelstormen zullen standhouden, zullen we moeten afwachten. Maar het grootste exemplaar vertoont overeenkomsten met een eerder stormgebied dat zeker negen jaar actief was. (EE)
Stormy Weather on Uranus

4 augustus 2014
Grote vulkaanuitbarstingen op de Jupitermaan Io zijn waarschijnlijk minder schaars dan doorgaans wordt aangenomen. Vorig jaar augustus vonden binnen twee weken drie uitbarstingen plaats waarbij materiaal honderden kilometers omhoog werd geblazen. De resultaten van het onderzoek dat toen werd gedaan worden binnenkort gepubliceerd in het tijdschrift Icarus. Gemiddeld wordt maar ongeveer één keer per jaar een uitbarsting van dit kaliber waargenomen. Maar dat zegt waarschijnlijk weinig over de werkelijke frequentie ervan. Waarschijnlijk wordt er gewoon niet vaak genoeg naar Io gekeken. Io is de binnenste van de vier grote manen van Jupiter. Hij heeft een middellijn van 3660 kilometer en vertoont de grootste vulkanische activiteit van alle planeten en manen in ons zonnestelsel. Door de relatief geringe zwaartekracht van Io wordt het uitgestoten materiaal daarbij tot grote hoogten geblazen. De uitbarstingen van augustus 2013 werden waargenomen met nabij-infraroodcamera’s van drie telescopen op Hawaï, waaronder de Keck II-telescoop. Het verloop van de derde en zwaarste werd bijna twee weken gevolgd, om te onderzoeken hoe de vulkaanuitbarstingen de atmosfeer van Io beïnvloeden en hoe een deel van het uitgestoten materiaal zich langs de omloopbaan van Io om Jupiter verspreid. De vulkanische activiteit van Io werd in 1979 voor het eerst opgemerkt door de Voyager-ruimtesondes. Vermoed wordt dat het vulkanisme op de Jupitermaan sterke overeenkomsten vertoont met het vroege vulkanisme op de aarde, toen de temperatuur van de lava veel hoger was dan nu. De activiteit van Io ontstaat overigens niet door de warmte die vrijkomt bij het verval van radioactieve elementen, zoals bij het aardse vulkanisme, maar door de getijwerking van Jupiter en de naburige manen Europa en Ganymedes. (EE)
A hellacious two weeks on Jupiter’s moon Io

28 juli 2014
Op basis van metingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini zijn 101 actieve geisers nauwkeurig in kaart gebracht in het zuidpoolgebied van de kleine, bevroren Saturnusmaan Enceladus. De geisers zijn gelegen langs vier kolossale 'scheuren' in het oppervlakte-ijs. Ze werden een kleine tien jaar geleden voor het eerst ontdekt, en zijn sindsdien uitvoerig bestudeerd. Via een soort kosmische driehoeksmeting zijn hun locaties op het Enceladus-oppervlak nu zeer nauwkeurig bepaald. Daarbij blijkt dat ze samenvallen met kleine 'hot spots' - slechts enkele tientallen meters groot - op het ijzige oppervlak van de Saturnusmaan, die ontdekt zijn met infraroodinstrumenten van de ruimtesonde. Dat wijst erop dat de geisers inderdaad openingen in de ijskorst zijn, waardoor water uit een ondergronds reservoir naar buiten spuit. Daarbij condenseert het water overigens direct in ijskristallen. De nieuwe metingen zijn online gepubliceerd in Astronomical Journal. (GS)
Cassini Spacecraft Reveals 101 Geysers and More on Icy Saturn Moon (origineel persbericht)

15 juli 2014
Nadat NASA in april 2014 al een oproep deed voor ideeën over een ruimtemissie naar de ijzige Jupitermaan Europa, heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie nu een Announcement of Opportunity gepubliceerd voor wetenschappelijke instrumenten aan boord van zo'n Europa-missie. Instituten, universiteiten, onderzoeksgroepen en ruimtevaartbedrijven kunnen tot 17 oktober met voorstellen voor wetenschappelijke instrumenten komen. Twintig projectvoorstellen krijgen in april 2015 ca. 25 miljoen dollar om een zogeheten fase A-studie te verrichten; op basis daarvan worden uiteindelijk acht instrumenten daadwerkelijk geselecteerd. Europa is een van de vier grote manen van de reuzenplaneet Jupiter (hij is iets kleiner dan onze eigen maan). Onder het stijf bevroren oppervlak gaat een diepe oceaan van vloeibaar water schuil, waarin mogelijk micro-organismen voorkomen. Onderzoek aan de Jupitermaan wordt gezien als een van de grootste wetenschappelijke prioriteiten van NASA. (GS)
NASA Seeks Proposals for Europa Mission Science Instruments (origineel persbericht)

8 juli 2014
De processen die hebben geleid tot de vorming van de heuvelruggen en dalen op de grote, ijzige Jupitermaan Ganymedes vertonen waarschijnlijk overeenkomsten met de tektonische processen op aarde. Tot die conclusie komen wetenschappers na laboratoriumproeven met een klei-achtig materiaal dat de broze consistentie van de korst van Ganymedes moet nabootsen. De experimenten wijzen erop dat de karakteristieke, gegroefde landschappen van de Jupitermaan zijn ontstaan doordat zijn oppervlak werd uitgerekt. De overeenkomsten tussen het kleimodel en de werkelijkheid zijn verbluffend. Alleen de schaal verschilt enorm: een factor 400.000. (EE)
Laboratory models suggest that stretching forces shaped Jupiter Moon's surface

2 juli 2014
De ondergrondse oceaan van de grote Saturnusmaan Titan is minstens zo zout als de Dode Zee. Dat beweren planeetonderzoekers deze week in een artikel in Icarus. De oceaan heeft een zeer hoge dichtheid, zo blijkt uit zwaartekracht- en topografie-metingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die al tien jaar lang in het Saturnusstelsel rondvliegt en regelmatig scheervluchten langs Titan uitvoert. Die hoge dichtheid wijst erop dat het oceaanwater veel zwavel-, natrium- en kaliumzouten moet bevatten. Uit de metingen blijkt ook dat de ijskorst waaronder de oceaan schuilgaat een grote stijfheid bezit, en langzaam maar zeker aan het kristalliseren is. Hij is namelijk niet overal precies even dik, zoals je van een wat meer viskeuze ijslaag zou verwachten. Hieruit volgt weer dat het methaangas dat 5 procent van de Titandampkring uitmaakt en dat afkomstig moet zijn uit het inwendige, slechts op bepaalde plaatsen naar boven zal kunnen komen, in een proces dat enigszins verwant is aan hot spot-vulkanisme op aarde. (GS)
Ocean on Saturn Moon Could be as Salty as the Dead Sea (origineel persbericht)

30 juni 2014
Het slotstuk van de missie van de ruimtesonde Cassini heeft de benaming ‘Cassini Grand Finale’ gekregen. De naam is door het publiek gekozen uit een lijst van suggesties die NASA in april van dit jaar online heeft gezet. Cassini draait al tien jaar rondjes rond de planeet Saturnus. Eind 2016 begint Cassini aan een reeks gewaagde omlopen om Saturnus. Daarbij zal hij twintig keer hoog boven de noordpool van de planeet uitstijgen en de buitenste begrenzing van het ringenstelsel op een afstand van slechts 10.000 kilometer passeren. Bij die gelegenheden zal hij onder meer de pluim van ijsdeeltjes onderzoeken die door de actieve maan Enceladus worden uitgestoten. Als klap op de vuurpijl zal Cassini op 22 april 2017 een laatste scheervlucht langs de grote Saturnusmaan Titan maken. Die ontmoeting brengt hem in een baan die hem door het ‘gat’ tussen Saturnus en de binnenste begrenzing van het ringenstelsel voert. Tweeëntwintig keer zal de ruimtesonde door dit ‘oog van de naald’ duiken. Op 15 september 2017 komt er een definitief einde aan de Cassini-missie. De zwaartekracht van Titan geeft hem dan een klein zetje dat ervoor zorgt dat hij in de atmosfeer van Saturnus duikt. (EE)
Cassini Names Final Mission Phase Its 'Grand Finale'

23 juni 2014
Het stikstof in de dampkring van de grote Saturnusmaan Titan is afkomstig uit de koude materieschijf rond de pasgeboren zon waaruit ook kometen ontstonden. Dat blijkt uit een nauwkeurige bepaling van de verhouding van twee stikstofisotopen (stikstof-14 en stikstof-15) - stikstofatomen met een verschillend aantal neutronen in de atoomkern. Eerder werd aangenomen dat het belangrijkste bestanddeel van de Titandampkring afkomstig zou zijn uit de warmere materieschijf rond de zich vormende planeet Saturnus. De isotopenverhouding van stikstof in de Titandampkring wijkt ook af van die in de aardatmosfeer. Dat betekent dat aards stikstof een andere herkomst moet hebben, en dus niet afkomstig kan zijn van ammoniakijs in kometen, zoals eerder is verondersteld. De resultaten van het isotopenonderzoek - op basis van metingen van de Europese Huygens-sonde die in januari 2005 een afdaling maakte door de damprking van Titan - is gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. (GS)
Titan's Building Blocks Might Pre-date Saturn (origineel persbericht)

22 juni 2014
Astronomen hebben een nieuwe heldere structuur ontdekt op radarbeelden van Ligeia Mare, de op een na grootste ‘zee’ op Titan. Volgens Franse en Amerikaanse wetenschappers zou het kunnen gaan om een radarreflectie, veroorzaakt door golven op het zeeoppervlak (Nature Geoscience, 22 juni). De ontdekking komt maar een half jaar nadat wetenschappers – deels dezelfde als nu – op basis van radarbeelden, verkregen met de ruimtesonde Cassini, juist hadden vastgesteld dat het oppervlak van Ligeia Mare zo glad was als een spiegel. De verklaring luidde toen dat het op deze maan wellicht niet hard genoeg waaide om golven te laten ontstaan. Recentere gegevens van Cassini wijzen er echter op dat het oppervlak van Ligeia Mare niet – of niet méér – spiegelglad is. Dat kan samenhangen met het veranderende seizoen. Op het noordelijk halfrond van de Saturnusmaan staat de zomer voor de deur en dat gaat naar verwachting gepaard met toenemende windsnelheden. Maar er zijn ook andere verklaringen mogelijk voor de nieuwe radarreflectie. Volgens de wetenschappers zouden deze ook kunnen zijn veroorzaakt door opborrelende gasbellen of brokken ijs die door temperatuurveranderingen aan de oppervlakte zijn gekomen.De zeeën op Titan zijn niet gevuld met water – daarvoor is het er veel te koud (–180°C). Waarschijnlijk bevatten ze een mengsel van vloeibare methaan (‘aardgas’) en ethaan. (EE)
Mysterious 'Magic Island' appears on Saturn's moon Titan

18 juni 2014
Waarnemingen met de Subaru-telescoop op Hawaï en de Hubble-ruimtetelescoop laten zien dat de grote manen van Jupiter nog steeds een beetje licht geven als ze in de schaduw van Jupiter verdwijnen en niet direct door de zon worden beschenen. Het kleine effect – slechts een miljoenste van de normale helderheid resteert – is vooral goed te zien bij de manen Ganymedes en Callisto. Waar het restlicht vandaan komt, is nog niet helemaal duidelijk. Maar de astronomen die het verschijnsel ontdekt hebben vermoeden dat het gaat om verstrooid zonlicht dat de manen via de hoge Jupiteratmosfeer bereikt. Een soortgelijk effect zorgt ervoor dat onze maan tijdens een totale maansverduistering een rode tint krijgt. Het zwakke schijnsel van de Jupitermanen is bij toeval ontdekt toen astronomen van plan waren om het diffuse licht van de verste delen van het heelal te detecteren. Daarbij wilden ze de verduisterde Jupitermanen gebruiken als ‘bedekkers’ van lichtbronnen op de verre achtergrond. Daarbij gingen zij ervan uit dat de verduisterde Jupitermanen helemaal donker zouden zijn, maar dat bleek dus niet zo te zijn. (EE)
Jupiter's Moons Remain Slightly Illuminated, Even in Eclipse

19 mei 2014
Het poollicht op de geringde planeet Saturnus ontstaat op dezelfde wijze als op aarde: door verstoringen in de zogeheten magnetostaart van de planeet. Dat blijkt uit ultraviolet-waarnemingen die in het voorjaar van 2013 zijn gedaan door de Advanced Camera for Surveys van de Hubble Space Telescope. De resultaten zijn gepubliceerd in Geophysical Research Letters. Poollicht in de dampkring van een planeet wordt veroorzaakt door elektrisch geladen deeltjes van de zon die atomen in de atmosfeer tot gloeien brengen. Net als de aarde heeft Saturnus een magnetisch veld met een lange, naar buiten gerichte 'magnetostaart', veroorzaakt door de zonnewind. Na een krachtige uitbarsting op de zon kan er turbulentie in die magnetostaart optreden, waardoor magnetische veldlijnen zich herschikken. Het gevolg is dat zonnewinddeeltjes vrij plotseling in grote hoeveelheden in de dampkring terechtkomen, rondom de magnetische polen. Zo gebeurt het in ieder geval op aarde. Uit de waarnemingen van Hubble blijkt dat dit mechanisme ook op Saturnus de belangrijste oorzaak van het poollicht is. (GS)
'Smoking Gun' Evidence of What Causes Saturn's Auroras (origineel persbericht)

15 mei 2014
Onderzoekers van Cornell University hebben een verklaring gevonden voor het feit dat de duinen op de grote Saturnusmaan Titan zich tegen de wind in lijken te verplaatsen: waarschijnlijk hebben ze gewoon nog geen tijd gehad om rechtsomkeert te maken. De duinen op aarde bestaan uit fijn zand, die op Titan uit koolwaterstofdeeltjes oftewel ‘plastic korrels’. Toch is het vreemd dat radarbeelden van de ruimtesonde Cassini de indruk geven dat de duinen aan de evenaar van Titan van west naar oost bewegen, terwijl de heersende wind uit het oosten waait. Volgens de Cornell-wetenschappers is dat maar schijn. De winden op Titan zijn zo zwak, dat de huidige oriëntatie van de duinen in feite een afspiegeling is van de toestand zoals die tienduizenden jaren geleden was. De huidige omloopbanen van Saturnus en Titan leiden ertoe dat de zuidelijke zomers op Titan warmer en korter zijn dan de noordelijke. Maar net als de aardbaan vertonen die omloopbanen in de loop van de millennia subtiele veranderingen. Zo waren 35.000 jaar geleden juist de noordelijke zomers op Titan het warmst. Op aarde duurt het duizenden jaren voordat grote duinen op een veranderende windrichting reageren. Door de zwakke wind op Titan doen de ‘plastic duinen’ daar nog veel langer over. De huidige windrichting zegt dus weinig over de omstandigheden waaronder die duinen zijn ontstaan. (EE)
Plastic, 'wrong-way' dunes arise on Saturn moon Titan

15 mei 2014
Het handelsmerk van Jupiter, de Grote Rode Vlek, is kleiner dan ooit. Dat de grote wervelstorm in de atmosfeer van de grote gasplaneet in omvang afneemt, was als bekend sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Maar sinds 2012 lijkt het proces veel sneller te gaan. De Grote Rode Vlek vertoont zich als een opvallend ‘oog’ ten zuiden van de evenaar van Jupiter. Eind 19de eeuw had hij nog een breedte van 41.000 kilometer – ruim drie keer de diameter van de aarde. Maar toen de Voyager-ruimtesondes in 1979 en 1980 langs de planeet scheerden, was deze al afgenomen tot 23.335 kilometer. Op nieuwe opnamen van de Hubble-ruimtetelescoop is de Grote Rode Vlek nog geen 16.500 kilometer breed. En in het huidige tempo gaat daar iets minder dan duizend kilometer per jaar van af.De oorzaak van de krimp is nog onduidelijk. Mogelijk spelen kleine atmosferische wervels in de omgeving van de Vlek daarbij een rol. (EE)
The shrinking of Jupiter’s Great Red Spot

1 mei 2014
De korst van Ganymedes, de grootste maan van Jupiter én van ons zonnestelsel, bestaat uit lagen van afwisselend ijs en water. Tot die conclusie komen NASA-wetenschappers op basis van laboratoriumexperimenten. Tot nu toe werd aangenomen dat de grote Jupitermaan slechts één ‘ondergrondse’ oceaan had, ingeklemd tussen twee ijslagen. Dat was de meest eenvoudige interpretatie van meetresultaten van de ruimtesonde Galileo, die in de jaren negentig van de afgelopen eeuw zes keer langs Ganymedes scheerde. Galileo vond ook aanwijzingen voor de aanwezigheid van zwavelhoudende zouten aan het oppervlak van Ganymedes. Voor de toenmalige modelberekeningen had dat geen gevolgen. Maar de recente laboratoriumexperimenten laten zien dat zout, onder de extreme omstandigheden in het inwendige van Ganymedes, de dichtheid van het oceaanwater sterk verhoogt. Daarbij komt nog dat ijs onder grote druk verschillende vormen kan aannemen. Gewoon ijs blijft op water drijven. Maar de compactere vormen zijn juist zwaarder dan water en zinken dus. Nieuwe modelberekeningen laten zien dat deze vreemde cocktail van zoutwater en verschillende soorten ijs in een sterk gelaagde opbouw resulteert: een ‘clubsandwich’ van ijs en water. (EE)
Ganymede May Harbor 'Club Sandwich' of Oceans and Ice

28 april 2014
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA roept wetenschappers en technici op om met ideeën te komen voor een onbemande ruimtevlucht naar de Jupitermaan Europa. Deze 'Requesst For Information' (RFI), met een deadline op 30 mei, betreft concepten voor een onderzoeksmissie die voor maximaal één miljard dollar kan worden uitgevoerd. In 2014 en 2015 is in totaal 95 miljoen dollar beschikbaar voor technologie-ontwikkeling voor een Europa-missie.Europa is een van de vier grote manen van Jupiter. De middellijn is iets kleiner dan die van onze eigen maan. Europa heeft een bevroren oppervlak, maar daaronder gaat een 'wereldwijde', diepe oceaan van vloeibaar water schuil. Mogelijk zouden zich in die ondergrondse oceaan micro-organismen kunnen bevinden. Een ruimtevlucht naar Europa werd in 2011 als een van de hoogste wetenschappelijke prioriteiten beschouwd door de Planetary Science Decadal Survey van de Amerikaanse National Research Council. (GS)
NASA Seeks External Concepts for Mission to Oceanic Jovian Moon (origineel persbericht)

14 april 2014
Saturnus heeft een nieuw maantje, dat de (onofficiële) naam Peggy heeft gekregen. Het is een poreuze ijsbal met een middellijn van ongeveer één kilometer - véél kleiner dan de andere ijsmanen van de geringde planeet. Maar volgens astronomen kan de geboorte van Peggy veel inzicht opleveren in de ontstaanswijze van de grotere manen van Saturnus.Het bestaan van Peggy wordt afgeleid uit merkwaardige verstoringen aan de buitenrand van de heldere A-ring van Saturnus, gefotografeerd door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. De opvallendste verstoring is een heldere 'boog' van 10 kilometer breed en 1200 kilometer lang.Uit computersimulaties blijkt dat alle waargenomen verstoringen aan de rand van de A-ring goed verklaard kunnen worden door de aanwezigheid van een klein ijsmaantje dat in het ringenstelsel is ontstaan en langzaam maar zeker naar buiten is gemigreerd. Het minimaantje is zelf niet waargenomen; het is zelfs mogelijk dat het in de komende tijd weer uiteen zal vallen.In een artikel dat vandaag online gepubliceerd is door het vakblad Icarus speculeren Carl Murray (Queen Mary University of London) en zijn collega's dat het ringenstelsel van Saturnus lang geleden veel meer materie bevatte, en dat daar door zwaartekrachtseffecten grotere hemellichamen in zijn samengeklonterd die vervolgens geleidelijk naar buiten bewogen. Op die manier zouden de grotere ijsmanen van de planeet ontstaan kunnen zijn.Nu het ringenstelsel veel minder ijs bevat dan lang geleden, kunnen er geen grote manen meer in ontstaan, maar af en toe nog wel kleintjes zoals Peggy, aldus de planeetonderzoekers. Cassini zal eind 2016 op kleinere afstand van de A-ring bewegen en dan misschien in staat zijn om het nieuwe mini-maantje te fotograferen. (GS)
NASA Cassini Images May Reveal Birth of a Saturn Moon (origineel persbericht)

3 april 2014
Nieuwe resultaten van de ruimtesonde Cassini, die al tien jaar om de planeet Saturnus cirkelt, bevestigen dat er onder de korst van de kleine ijsmaan Enceladus een diepe oceaan schuilgaat. Dat blijkt uit nauwkeurige metingen van het zwaartekrachtsveld van deze maan die zijn gedaan op momenten dat Cassini op minder dan honderd kilometer langs het oppervlak scheerde (Science, 4 april). De metingen laten zien dat er een duidelijk ‘overschot’ aan massa zit rond de zuidpool van Enceladus. De ijskorst in dat gebied bevat namelijk te weinig massa om de zwaartekrachtsaantrekking ter plaatse te kunnen verklaren. Volgens het internationale onderzoeksteam dat de Cassini-metingen heeft geanalyseerd moet de extra massa voor rekening komen van iets dat zwaarder is dan ijs, en dat is vrijwel zeker simpelweg vloeibaar water. Om de afwijkende zwaartekracht rond de zuidpool van de Saturnusmaan te kunnen verklaren, moet zich onder de dertig tot veertig kilometer dikke ijskorst een laag water bevinden die zich uitstrekt tot halverwege te evenaar. Deze ‘ondergrondse’ oceaan zou op het diepste punt tien kilometer diep zijn. Dat er onder het oppervlak van Enceladus een voorraad vloeibaar water schuilgaat werd al een tijdje vermoed. In 2005 ontdekte Cassini dat er aan de zuidpool van deze maan fonteinen van waterdamp en ijsdeeltjes ontsnappen. Het lijkt er nu dus op dat de bron van deze ijsfonteinen bij een diep gelegen oceaan moet worden gezocht. Maar het is nog onduidelijk hoe het water daarvan door het tientallen kilometers dikke ijs omhoog weet te sijpelen. Voor het feit dat het oceaanwater in Enceladus vloeibaar blijft bestaat al wel een verklaring. Dat is deels te danken aan de daarin oploste zouten. De wisselende getijkrachten die het ongeveer vijfhonderd kilometer grote maantje ondervindt doordat zijn afstand tot Saturnus varieert doen de rest: die veroorzaken spanningen en wrijvingen in de dikke ijskorst, waarbij warmte vrijkomt. (EE)
Gravity measurements confirm subsurface ocean on Enceladus

24 maart 2014
Waterstofmoleculen krijgen pas metallische eigenschappen bij een kolossale druk van 500 gigapascal (5 miljoen atmosfeer). Die conclusie trekken Italiaanse onderzoekers uit nieuwe computersimulaties die deze week gepubliceerd zijn in Nature Communications. Zulke hoge drukken komen uitsluitend in de binnenste delen van gasvormige reuzenplaneten als Jupiter voor.Moleculair waterstof (H2) is onder aardse omstandigheden een gas. Onder hoge druk wordt het gas vloeibaar, maar als de druk nóg veel verder toeneemt, raken de afzonderlijke atomen in de waterstofmoleculen zo sterk opeen geperst dat ze metaalachtige eigenschappen krijgen, zoals elektrische geleiding. Zulke extreme omstandigheden zijn in aardse laboratoria niet na te bootsen, en er is dan ook niet exact bekend onder welke druk die overgang plaatsvindt.Theoretici van SISSA (de International School of Advanced Studies in Triëst) hebben nu nieuwe, zeer gedetailleerde computermodellen ontwikkeld waarin het gedrag van moleculair waterstof onder extreme omstandigheden kan worden nagebootst. Het zijn de meest gedetailleerde simulaties ooit. Ze tonen aan dat de metallische eigenschappen pas optreden bij extreem hoge druk. (GS)
Like Being Inside a Star (origineel persbericht)

18 maart 2014
Franse en Amerikaanse geofysici hebben vastgesteld dat het oppervlak van Ligeia Mare, de op één na grootste zee op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan, zo glad is als een spiegel. Dat volgt uit radarmetingen van de ruimtesonde Cassini, waarvan de resultaten onlangs online in Geophysical Research Letters zijn gepubliceerd. Titan wordt gezien als het primitieve, ijskoude evenbeeld van de aarde. De maan heeft een planeetachtige atmosfeer en grote zeeën die met vloeibare methaan en ethaan gevuld zijn. Met afmetingen van 420 bij 350 kilometer is Ligeia Mare nog niet half zo groot als de Kaspische Zee. Het dichte wolkendek maakt het onmogelijk om vanuit de ruimte duidelijke foto’s te maken van het Titanoppervlak. Daarom moeten wetenschappers op radarpeilingen vertrouwen. Daarbij laat men radiogolven door het oppervlak weerkaatsen en worden de echo’s ervan geanalyseerd. Uit de radarmetingen van Cassini blijkt dat als Ligeia Mare al deining vertoont, de golfjes kleiner dan een millimeter moeten zijn. Een gebrek aan wind lijkt de meest waarschijnlijke verklaring. Maar het is ook mogelijk dat er een dunne laag van het een of andere materiaal op de zee drijft die het ontstaan van golven onderdrukt. Cassini heeft ook de microgolfstraling gemeten die wordt uitgezonden door het oppervlak van Titan. Deze metingen wijzen erop dat de vaste oevers van Ligeia Mare uit stijf bevroren methaan en ethaan bestaan en niet uit bevroren water. (EE)
Surface of Titan Sea is mirror smooth

12 februari 2014
Meer dan vierhonderd jaar na zijn ontdekking door de Italiaanse astronoom Galileo Galilei is de Jupitermaan Ganymedes voor het eerst volledige geologisch in kaart gebracht. Ganymedes is de grootste maan van ons zonnestelsel: hij is zelfs groter dan de planeet Mercurius. Bij de totstandkoming van de geologische kaart is gebruik gemaakt van de beste beelden die de ruimtesondes Voyager 1 en 2 (in 1979) en de orbiter Galileo (tussen 1995 en 2003) hebben vastgelegd. De kaart illustreert het gevarieerde geologische karakter van het ijzige oppervlak van de grote Jupitermaan. Het oppervlak van Ganymedes vertoont twee verschillende soorten terreinen: donkere, zeer oude, met kraters bezaaide gebieden en iets jongere gebieden die gekenmerkt worden door groeven en ruggen. Volgens de wetenschappers die de geologische kaart hebben samengesteld, wordt de geschiedenis van de Jupitermaan gekenmerkt door drie episoden. Eerst was hij het doelwit van grote inslagen, die tot de vorming van talrijke kraters hebben geleid. Vervolgens kwam een periode van grote tektonische beroering en ten slotte een afname van de geologische activiteit. Het zal nog bijna twintig jaar duren voordat er een betere kaart van Ganymedes kan worden gemaakt. Als alles volgens plan verloopt wordt in 2022 de Europese Jupiter Icy Moons Explorer gelanceerd. Deze zal vanaf 2032 om Ganymedes gaan cirkelen. (EE)
Largest Solar System Moon Detailed in Geologic Map

11 februari 2014
Recente beelden van de Hubble-ruimtetelescoop en de ruimtesonde Cassini geven een compleet beeld van het poollicht van Saturnus. Het resultaat is een reeks filmpjes die laten zien hoe deze magnetische ‘lichtshow’ reageert op uitbarstingen van de zon. Het poollicht op Saturnus gedraagt zich heel wisselvallig: vaak is er weinig van te zien, maar soms zijn er ook plotselinge oplevingen, zoals 5 april en 20 mei 2013. Fluctuaties in de ‘wind’ van geladen deeltjes, afkomstig van de zon, trakteerden wetenschappers toen op een scala aan poollichtverschijnselen. De gegevens die Hubble en Cassini bij die gelegenheden hebben verzameld laten duidelijk het verband zien tussen de zonnewind en de poollichtactiviteit op Saturnus. De geladen deeltjes van de zon worden door het magnetische veld van de planeet richting polen afgebogen, en dringen daar de atmosfeer binnen. De lichtverschijnselen die daarbij ontstaan zijn het gevolg van botsingen tussen de zonnedeeltjes en atomen in de atmosfeer. In dat opzicht vertoont het poollicht van Saturnus duidelijke overeenkomsten met dat van de aarde. Maar er zijn ook verschillen. Enkele jaren geleden bleek dat er geladen deeltjes van de maan Enceladus naar Saturnus stromen, die eveneens een bijdrage aan het poollicht leveren. De nieuwe beelden laten zien dat ook een andere Saturnusmaan, Mimas, zijn steentje bijdraagt. (EE)
NASA Spacecraft Get a 360-Degree View of Saturn's Auroras

12 december 2013
Tijdens recente scheervluchten langs Titan heeft de ruimtesonde Cassini detailrijke(re) radaropnamen gemaakt van het merengebied op het noordelijk halfrond van de grote Saturnusmaan. Op de nieuwe beelden zijn vooral de twee grootste meren, Kraken Mare en Ligeia Mare, beter te zien. De meren op Titan zijn niet gevuld met water, maar met vloeibare koolwaterstoffen. Ze liggen bijna allemaal binnen een gebied van 900 bij 1800 kilometer. Slechts drie procent van alle vloeistof op Titan bevindt zich daarbuiten. Voor het eerst is ook informatie verkregen over de diepte van een van de meren. Uit een nauwkeurige analyse van de radarbeelden blijkt dat Ligeia Mare ongeveer 170 meter diep is. De nieuwe resultaten laten verder zien dat de vloeistof waarmee het meer is gevuld grotendeels uit methaan bestaat. Alles bij elkaar bevatten de meren van Titan ongeveer 9000 kubieke kilometer aan ijskoude, vloeibare koolwaterstoffen – ongeveer veertig keer zo veel als de totale (bekende) olievoorraad op aarde. Wetenschappers zijn zeer benieuwd wat daarmee gaat gebeuren nu de zomer op het noordelijk halfrond van de Saturnusmaan voor de deur staat. (EE)
NASA's Cassini Spacecraft Reveals Clues About Saturn Moon

12 december 2013
Amerikaanse planeetwetenschappers hebben aanwijzingen gevonden dat de Jupitermaan Europa soms grote pluimen van waterdamp uitstoot (Science Express, 12 december). Als het inderdaad om waterdamp gaat, zou dit kunnen betekenen dat het water van de ‘ondergrondse’ oceaan van Europa op sommige plekken relatief gemakkelijk aan de oppervlakte kan komen. Europa, de op drie na grootste maan van Jupiter, is bedekt met tientallen kilometers dikke ijskorst. Daaronder bevindt zich waarschijnlijk een oceaan van water die vloeibaar blijft dankzij de warmte die vrijkomt bij de getijwerking van Jupiter. Bij een analyse van ultraviolet-opnamen die eind 2012 door de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt, hebben de planeetwetenschappers ontdekt dat het zuidelijk halfrond van Europa op twee plaatsen een overschot aan waterstof en zuurstof vertoont. De meest voor de hand liggen interpretatie is dat het hierbij gaat om een tweetal pluimen van waterdamp van ongeveer 200 kilometer hoog. De pluimen verschijnen wanneer Europa zich in het verste punt van zijn omloopbaan om Jupiter bevindt, en verdwijnen weer wanneer hij de planeet dichter is genaderd. Dat doet vermoeden dat de waterdamp ontsnapt via scheuren in de ijskorst, die door de getijwerking van de planeet ontstaan. In dat opzicht lijkt Europa dus duidelijke overeenkomsten te vertonen met de ijzige Saturnusmaan Enceladus. (EE)
Hubble discovers water vapour venting from Jupiter’s moon Europa

11 december 2013
Een nieuwe analyse van gegevens van de ruimtesonde Galileo wijst erop dat er klei-achtige mineralen op het oppervlak van de ijzige Jupitermaan Europa liggen. Volgens NASA-wetenschappers is het materiaal afkomstig van een planetoïde of komeet die op deze maan is ingeslagen. Behalve klei-achtig materiaal kunnen er bij zo’n inslag ook organische moleculen op Europa terecht zijn gekomen. De klei-achtige mineralen zijn opgespoord aan de hand van nabij-infraroodbeelden die Galileo in 1998 heeft vastgelegd. Erg detailrijk zijn deze opnamen niet, maar Amerikaanse onderzoekers hebben er met nieuwe beeldtechnieken meer informatie uit kunnen halen dan vijftien jaar geleden mogelijk was. Daarbij hebben zij ontdekt dat de mineralen zijn verspreid over een ongeveer veertig kilometer groot gebied dat op ruim honderd kilometer van een dertig kilometer grote inslagkrater ligt. De verdeling van het materiaal laat zich het makkelijkst verklaren met de schampende inslag van een ongeveer één kilometer grote komeet of planetoïde. In zo’n geval valt een deel van het oorspronkelijke materiaal van het ingeslagen object terug naar het oppervlak. Bij een directere inslag zou het object grotendeels verdampen of zou het materiaal ervan zich diep in het ijs hebben geboord. Veel wetenschappers denken dat Europa een geschikte locatie is om naar levende organismen te zoeken. Dat lijkt vergezocht, omdat deze maan bedekt is met een kilometers dikke laag ijs. Maar onder die ijskorst gaat hoogstwaarschijnlijk een oceaan van vloeibaar water schuil. Bovendien is er een warmtebron: de getijwerking van de planeet Jupiter. En daar komt nu dus de mogelijke aanwezigheid van organische moleculen bij, al gaat het nog maar om een indirecte aanwijzing. (EE)
Clay-Like Minerals Found on Icy Crust of Europa

4 december 2013
De Amerikaanse ruimtesonde Cassini heeft een reeks detailrijke opnamen gemaakt van de unieke, zeshoekige straalstroom rond de noordpool van Saturnus. De beelden zijn verwerkt tot een aantal korte filmpjes. De polaire straalstroom van Saturnus heeft een spanwijdte van ongeveer 30.000 kilometer en kent windsnelheden tot ongeveer 330 kilometer per uur. In het hart ervan bevindt zich een kolossale wervelstorm. Nergens anders in het zonnestelsel is zo’n weersysteem te zien – niet zo standvastig als deze ‘hexagoon’ althans. Doorgaans zijn vergelijkbare luchtstromingen heel turbulent en instabiel. Wetenschappers vermoeden dat de stabiliteit van de zeshoekige straalstroom iets te maken heeft met het ontbreken van een vast planeetoppervlak dat grote regionale verschillen vertoont, zoals op aarde. Saturnus is in feite immers een grote gasbol. Door opnamen door verschillende kleurenfilters te maken, hebben wetenschappers kunnen vaststellen dat de aerosolen – kleine in de lucht zwevende deeltjes – in en rond de hexagoon verschillende afmetingen hebben. Binnen het door de straalstroom omsloten gebied is een grote concentratie van fijne aerosolen aangetroffen, terwijl daarbuiten juist meer grote deeltjes te vinden zijn. De zeshoekige straalstroom fungeert dus als een barrière, en dat resulteert in iets dat op het beruchte gat in ozonlaag boven Antarctica lijkt. Ook het Antarctische ozongat ontstaat in een gebied dat omsloten is door een straalstroom. Wanneer in de winter chemische stoffen in de aardatmosfeer voor de afbraak van ozon zorgen, houdt die straalstroom de aanvoer van ozon van buitenaf tegen. Op Saturnus blokkeert de hexagoon de aanvoer van grote aerosolen, die dichter bij de evenaar onder invloed van zonlicht zijn ontstaan. (EE)
NASA's Cassini Spacecraft Obtains Best Views of Saturn Hexagon

3 december 2013
In de oceaan die onder de ijskorst van de Jupitermaan Europa schuilgaat treden mogelijk stromingen op die gunstig kunnen zijn voor het instandhouden van primitieve organismen. Dat volgt uit computersimulaties door onderzoekers van twee Amerikaanse universiteiten en het Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung (Nature Geosciences, 1 december). De berekeningen laten zien dat de oceaan van Europa een circulatiepatroon in stand kan houden waarbij aan de evenaar relatief warm water opstijgt, terwijl aan de polen juist koud water de diepte in zakt. Zo’n circulatiepatroon zou het bestaan kunnen verklaren van de chaotische gebieden die de ijskorst van Europa rond de evenaar vertoont. De toetsing van deze circulatiehypothese zal overigens nog wel even op zich laten wachten. Pas over een jaar of tien vertrekken er weer één of twee ruimtesondes richting Jupiter: de Europese JUICE-missie en wellicht ook de Europa Clipper van NASA. Dat betekent dat we pas rond 2030 meer te weten zullen komen over het inwendige van deze intrigerende Jupitermaan. (EE)
Model Suggests Ocean Currents Shape Europa’s Icy Shell in Ways Critical for Potential Habitats

14 november 2013
Al meer dan driehonderd jaar is in de atmosfeer van de planeet Jupiter een kolossale wervelstorm te zien: de Grote Rode Vlek. Maar eigenlijk zou die storm al eeuwen geleden verdwenen moeten zijn. Nieuw theoretisch onderzoek kan verklaren waarom dat niet is gebeurd. Wervelingen zoals de Rode Vlek verpieteren normaal gesproken vanzelf. De turbulentie en golven in en rond de wervelstorm onttrekken er energie aan, en ook raakt energie verloren door de uitstraling van warmte. Bovendien zit de Rode Vlek ingeklemd tussen twee sterke, tegengesteld gerichte straalstromen die zijn draaiing zouden kunnen afremmen. Volgens sommige wetenschappers wordt dat energieverlies gecompenseerd doordat de Rode Vlek kleinere wervelingen opslokt. Maar voor zover bekend gebeurt dat niet vaak genoeg om de extreem lange levensduur van de superstorm te kunnen verklaren. Amerikaanse natuurkundigen denken het raadsel nu te hebben opgelost door verticale luchtstromingen in het proces te betrekken. Tot nu toe werd aangenomen dat die stromingen van ondergeschikt belang zijn, maar dat lijkt toch niet zo te zijn. De verticale luchtstromingen transporteren warme gassen van boven en koude gassen van onderen naar het centrum van de Rode Vlek, en geven deze nieuwe energie. Het nieuwe model voorspelt ook dat er radiale stromingen optreden die energie aan de naastgelegen straalstromen onttrekken. (EE)
A question for Jupiter (via Phys.org)

23 oktober 2013
Dankzij een combinatie van de juiste zonnestand en gunstige weersomstandigheden heeft de Amerikaanse ruimtesonde Cassini nieuwe, duidelijke opnamen kunnen maken van de meren rond de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan. Anders dan de meren op aarde zijn deze gevuld met vloeibare methaan en ethaan – eenvoudige koolwaterstoffen die op de ijskoude Saturnusmaan zo’n beetje dezelfde rol vervullen als het water op onze planeet. Hoewel er ook rond de zuidpool van Titan meren te vinden zijn, moet het grootste merengebied rond de noordpool worden gezocht. Tot nu toe kon dit gebied niet gedetailleerd in beeld worden gebracht, maar daar is tijdens twee recente scheervluchten van Cassini verandering in gekomen. De nabij-infraroodopnamen die Cassini heeft gemaakt laten zien dat het terrein rond de meren helderder is dan elders. Dat wijst erop dat het oppervlak aldaar duidelijk afwijkt van de rest van Titan. Mogelijk is dat ook de reden waarom hier zoveel meren te vinden zijn, al bestaat er nog veel onduidelijkheid over de manier waarop deze zijn ontstaan. De meren op Titan hebben heel opvallende vormen: ze zijn sterk afgerond en hebben steile oevers. Voor hun ontstaan zijn verschillende mechanismen bedacht. Mogelijk zijn ze gevormd doordat na vulkaanuitbarstingen plaatselijke verzakkingen ontstonden. Een andere theorie is dat het een soort ‘zinkgaten’ zijn, ontstaan door het oplossen van gesteente in vloeistoffen. (EE)
Cassini Gets New Views of Titan's Land of Lake

15 oktober 2013
Al meer dan negen jaar worden de planeet Saturnus en zijn manen in de gaten gehouden door de ruimtesonde Cassini. Uit een nauwkeurige analyse van Cassini-gegevens blijkt dat de dichtheid van de ionosfeer van de grote maan Titan (zoals voorspeld) wordt beïnvloed door de activiteit van de zon. Alle planeten en manen die door een atmosfeer omgeven zijn hebben een ionosfeer, een gebied hoog in de atmosfeer dat rijk is aan geïoniseerde (elektrisch geladen) deeltjes. De ionosfeer is vooral het gevolg van de inwerking van ultraviolette straling van de zon. Deze energierijke vorm van straling zorgt ervoor dat atmosferische moleculen in ionen en elektronen worden gesplitst. De dichtheid van de ionosfeer volgt automatisch een dag-nachtritme: aan de dagzijde van een planeet of maan is hij hoger dan aan de nachtzijde. Ook reageert hij op variaties in de zonnestraling, die op hun beurt weer de 11-jarige activiteitscyclus van de zon volgen. Metingen die de afgelopen negen jaar door de ruimtesonde Cassini zijn gedaan, laten zien dat dit op Titan net zó gaat. Vanaf 2010, toen de activiteit van de zon na een langdurig minimum weer begon op te lopen, is de elektronendichtheid in zijn ionosfeer met 15 tot 30 procent toegenomen. (EE)
The Active Sun Boosts Titan's Outer Atmosphere

12 oktober 2013
Jupitersonde Juno is weer volledig in bedrijf. Na zijn recente scheervlucht langs de aarde was hij door onbekende oorzaak in ‘ruststand’ geschakeld, wat wil zeggen dat alle niet-essentiële systemen waren uitgeschakeld. Er was echter nog wel radiocontact en Juno heeft intussen zelfs al enkele beelden van de aarde overgeseind. De ruimtesonde vloog woensdag op een afstand van slechts 560 kilometer langs het aardoppervlak om voldoende snelheid te krijgen voor zijn reis naar Jupiter. De storing ontstond op het moment dat hij zich in de schaduw van de aarde bevond. Voor zijn verdere reis naar de grootste planeet van ons zonnestelsel heeft deze kleine episode geen gevolgen. (EE)
Meer informatie over de Juno-missie

9 oktober 2013
Recent onderzoek laat zien dat de diepe atmosferen van de planeten Jupiter en Saturnus brokken diamant kunnen bevatten die in vloeibare waterstof en helium drijven. Dat hebben Amerikaanse planeetwetenschappers vandaag bekendgemaakt op de 45ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Denver, Colorado. De wetenschappers komen tot hun conclusie na een analyse van een nauwkeurig fasediagram van koolstof – een grafiek die laat zien welke vormen koolstof onder verschillende omstandigheden aanneemt – en van recente informatie over het verloop van druk en temperatuur in de atmosferen van Jupiter en Saturnus. Uit die analyse blijkt dat op bepaalde diepten in deze atmosferen diamant de stabiele vorm van koolstof is. Ook in de direct daaronder gelegen lagen is diamant stabiel, maar daar zijn druk en temperatuur dermate hoog dat het diamant vloeibaar wordt. Daar kan het dus diamant ‘regenen’. De diamanten zouden hun bestaan te danken hebben aan enorme bliksemontladingen in de planeetatmosferen. Het roet of grafiet dat daarbij vrijkomt zou omlaag zakken en op grote diepte tot diamanten worden samengeperst. Onder bepaalde omstandigheden zouden deze diamanten groot genoeg kunnen worden om van ‘diamantbergen’ te spreken. (EE)
Planetary Scientists Find Jupiter And Saturn Are Awash In Diamonds

9 oktober 2013
Vanavond (woensdag 9 oktober) om 21.21 uur scheert de Amerikaanse ruimtesonde Juno op een afstand van 560 kilometer langs het aardoppervlak. Het punt van dichtste nadering ligt boven Zuid-Afrika. Juno werd op 5 augustus 2011 gelanceerd voor een reis die op 4 juli 2016 bij de planeet Jupiter moet eindigen. Hij is dus nog niet zo ver opgeschoten. Dat heeft alles te maken met de grote massa van de fors bemeten ruimtesonde. Zelfs de grootste raket kon hem niet genoeg snelheid geven om hem direct richting Jupiter te sturen. Daarom is Juno in eerste instantie in een baan om de zon gebracht die hem tot even voorbij de omloopbaan van Mars bracht. Nu, ruim twee jaar later, is Juno weer bijna bij ‘af’. De scheervlucht langs de aarde geeft hem echter zoveel extra snelheid dat hij alsnog de grootste planeet van ons zonnestelsel kan bereiken. Hij wordt als het ware voor de tweede keer gelanceerd. Hoewel de scheervlucht vooral bedoeld is om Juno extra snelheid te geven, maakt de vluchtleiding ook van de gelegenheid gebruik om de wetenschappelijke instrumenten van de ruimtesonde te testen. Verder worden unieke opnamen van het aarde-maanstelsel gemaakt: het gebeurt immers niet vaak dat een ruimtesonde onze planeet vanaf de schaduwkant nadert. (EE)
Juno spacecraft to slingshot past Earth en route to Jupiter

8 oktober 2013
Het kleine, binnenste Neptunusmaantje Naiad, in 1989 ontdekt door de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2, is voor het eerst opnieuw gezien, op foto's die tussen 2004 en 2009 zijn gemaakt met de Hubble Space Telescope. De analyse van de Hubble-foto's werd uitgevoerd door Mark Showalter van het SETI Institute in Mountain View, Californië, in samenwerking met enkele collega's onder wie de Nederlands-Amerikaanse planeetonderzoekster Imke de Pater. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 45ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Denver, Colorado. Eerder dit jaar ontdekte Showalter al een tot nu toe onbekend Neptunusmaantje, S/2004 N1 genaamd.Naiad heeft een middellijn van enkele tientallen kilometers, maar bevindt zich zeer dicht bij de veel helderder planeet Neptunus, waardoor hij vanaf de aarde nauwelijks waarneembaar is. Door een groot aantal Hubble-opnamen te combineren, is het binnenste Neptunusmaantje nu voor het eerst sinds 1989 opnieuw gelokaliseerd. Daarbij bleek merkwaardig genoeg dat hij zich niet op de berekende positie in zijn baan bevindt, mogelijk als gevolg van zwaartekrachtsstoringen van andere Neptunusmanen. Ook de mysterieuze ringbogen van Neptunus - smalle, donkere stofringen rond de planeet die niet overal even helder zijn - blijken in de afgelopen kwart eeuw van uiterlijk te zijn veranderd. Twee van de vier ringbogen die door Voyager 2 werden gefotografeerd zijn nog steeds prominent aanwezig; twee andere lijken geheel van het toneel te zijn verdwenen. Hoe dat komt is niet bekend. (GS)
Archival Hubble Images Reveal Neptune's 'Lost' Inner Moon (origineel persbericht)

30 september 2013
De infrarode CIRS-spectrometer aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft propyleen (C3H6) ontdekt in de dampkring van de grote Saturnusmaan Titan. Propyleen is een belangrijk bestanddeel van vele harde plastics in de dagelijkse wereld om ons heen - de koolwaterstoffen zijn daar aaneengeregen in lange ketens (polypropyleen). De dikke Titandampkring bevat veel stikstof en methaan (CH4). Onder invloed van de ultraviolette straling van de zon worden methaanmoleculen op grote hoogte in de atmosfeer afgebroken. De 'brokstukken' rijgen zich vervolgens weer aaneen tot allerlei koolwaterstoffen - verbindingen van koolstof en waterstof. Veel van die organische moleculen werden ruim dertig jaar geleden al ontdekt door de Amerikaanse Voyager-ruimtesondes, maar de aanwezigheid van propyleen was nog nooit eerder vastgesteld.De ontdekking is vandaag gepubliceerd in The Astrophyisical Journal Letters. (GS)
NASA's Cassini Spacecraft Finds Ingredient of Household Plastic in Space

19 september 2013
Door de opvallend rechte barsten in het ijsoppervlak van Europa te analyseren, zijn NASA-wetenschappers tot de ontdekking gekomen dat de rotatieas van deze Jupitermaan ooit schuin heeft gestaan. De barsten in het oppervlak van Europa zijn het gevolg van getijkrachten, die op hun beurt weer ontstaan doordat de omloopbaan van deze maan niet precies cirkelvormig is, maar een beetje ovaal. Wanneer Europa wat dichter bij Jupiter komt, wordt zij enkele tientallen meters uitgerekt. Op grote afstand van de planeet neemt zij de bolvorm weer aan. De ijskorst van Europa is vrij buigzaam, maar als de spanning in het ijs te groot wordt, ontstaan er barsten. De grote vraag was echter waarom die barsten in de loop van de tijd verschillende richtingen vertonen, terwijl toch altijd hetzelfde halfrond van Europa naar Jupiter is gericht. Een mogelijke verklaring was dat de rotatietijd van de ijskorst, die op een diepe oceaan ‘dobbert’, iets korter is dan de omlooptijd van Europa om Jupiter. Maar de nauwkeurige analyse heeft nu laten zien dat die theorie het waargenomen barstenpatroon niet goed kan verklaren. Een veel beter verklaring lijkt te zijn dat de rotatieas van Europa ooit schuin stond en een precessiebeweging maakte, net als de rotatieas van de aarde. Als dat inderdaad zo is, zouden de barsten in de korst van Europa wel eens veel jonger kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Als een iets snellere rotatie van de ijskorst de oorzaak was geweest, zou hun ontstaan honderdduizenden jaren hebben geduurd. Maar als ze het gevolg zijn van precessie, kunnen ze binnen enkele jaren zijn gevormd. Daarbij moet wel worden aangetekend dat niet duidelijk is wanneer de rotatieas van Europa voor het laatst schuin stond. (EE)
Long-stressed Europa Likely Off-kilter at One Time

13 september 2013
De explosie van een meteoroïde boven de Russische stad Tsjeljabinsk, in februari van dit jaar, heeft ons er weer eens aan het herinnerd dat het zonnestelsel wemelt van de kleine objecten. Daar kan de planeet Jupiter over meepraten: gemiddeld één keer per jaar slagen amateurastronomen erin een flinke explosie in zijn atmosfeer op video vast te leggen. Jupiter is door zijn grote omvang en sterke aantrekkingskracht een veel gemakkelijker doelwit dan de aarde. Uit de frequentie van de inslagen die de laatste jaren zijn waargenomen kan worden afgeleid dat de planeet twaalf tot zestig keer per jaar door objecten groter dan tien meter wordt getroffen – honderd keer zo vaak als de aarde. Verreweg de meeste van deze inslagen worden echter niet opgemerkt. Dat komt voor een belangrijk deel doordat de lichtgloed die bij zo’n inslag ontstaat van zeer korte duur is. Daarom lukt het doorgaans ook niet om ze met grote instrumenten, zoals de Hubble-ruimtetelescoop of de Very Large Telescope, te registreren. Tegen de tijd dat deze op Jupiter kunnen worden gericht, is er niets meer van het verschijnsel te zien. Het onderzoek van de inslagen op Jupiter zal dus ook de komende jaren afhankelijk zijn van amateurs. Hun instrumentarium mag dan van bescheiden omvang zijn, alleen zij zijn in staat om een planeet vele nachten achtereen in de gaten te houden. (EE)
Fireballs In Jupiter's Atmosphere Observed By Amateur Astronomers

13 september 2013
Veranderingen die de afgelopen vier jaar op Titan hebben plaatsgevonden, wijzen erop dat er actieve ijsvulkanen zijn op deze grote Saturnusmaan. Rond de evenaar zijn bovendien structuren ontdekt die in overeenstemming zijn met dit ‘cryovulkanisme’ – vulkanisme waarbij vluchtige stoffen zoals water, ammoniak of methaan worden uitgestoten in plaats van hete lava. Het vermoeden dat er actieve ijsvulkanen op Titan zijn bestaat al langer. Er zijn sterke aanwijzingen dat er onder het ijsoppervlak van deze maan een oceaan van vloeibaar water schuilgaat. Bovendien is het aantal inslagkraters op Titan gering, wat betekent dat het oppervlak relatief jong is en regelmatig wordt ‘ververst’. Uit onderzoek van opnamen van het oppervlak van Titan, gemaakt door de ruimtesonde Cassini, is nu gebleken dat enkele gebieden waar cryovulkanisme zou kunnen voorkomen in de loop van de jaren van helderheid zijn veranderd. Het ene gebied, Tui Regio, is donkerder geworden, het andere, Sotra Patera – de meest veelbelovende kandidaat voor cryovulkanisme, werd juist lichter. (EE)
Changes In Titan's Surface Brightness Point To Cryovolcanism

3 september 2013
De monsterstorm die in 2011 woedde op het noordelijk halfrond van de planeet Saturnus is zo krachtig geweest dat hij ijs- en ammoniak-kristallen uit diepere dampkringlagen omhoog heeft 'gewoeld'. Dat blijkt uit spectroscopische infraroodmetingen die in februari 2011 zijn uitgevoerd door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini en die nu zijn gepubliceerd in het vakblad Icarus.De Saturnusstorm ontstond eind 2010, en strekte zich enkele maanden later uit over een lengte van 300.000 kilometer. Uit de Cassini-metingen blijkt dat er in de wolkentoppen van de storm (bevroren) water, ammoniak en - waarschijnlijk - ammoniumhydrosulfide voorkomen. IJskristallen ontstaan op grotere diepte in de Saturnusdampkring, vermoedelijk minstens 150 kilometer onder het wolkendek. Ze moeten door de explosieve kracht van de superstorm omhoog zijn gebracht, aldus de onderzoekers. Daarbij is de nette gelaagdheid van de Saturnusdampkring, met afzonderlijke lagen van water-, ammoniumhydrosulfide- en ammoniakwolken (van beneden naar boven) ingrijpend verstoord geraakt.Het is voor het eerst dat waterijs is waargenomen in de Saturnusdampkring. (GS)
Cassini Sees Saturn Storm's Explosive Power

29 augustus 2013
Canadese en Franse astronomen hebben voor het eerst een planetoïde ontdekt die (met enige voorsprong) dezelfde omloopbaan om de zon volgt als de planeet Uranus. Volgens de ontdekkers wijzen berekeningen erop dat er bij de verste planeten van ons zonnestelsel meer van zulke ‘Trojanen’ te vinden zijn dan tot nu toe werd aangenomen (Science, 30 augustus). Verschillende planeten van ons zonnestelsel (Jupiter, Mars, Neptunus) zijn in gezelschap van Trojanen. Zelfs de aarde heeft er eentje. Deze planetoïden volgen dezelfde omloopbaan als de planeet, maar houden wel afstand. Ze bevinden zich nabij de zogeheten Lagrangepunten L4 en L5, waar de gezamenlijke aantrekkingskracht van zon en planeet precies groot genoeg is om dezelfde omlooptijd te hebben als de planeet. De ontdekking van de zestig kilometer grote Trojaan 2011 QF99 bij Uranus komt niettemin als een verrassing. Astronomen dachten namelijk dat de aantrekkingskrachten van de grotere naburige planeten een destabiliserende werking op deze objecten zouden hebben. Hierdoor zou Uranus zijn Trojanen allang kwijtgeraakt moeten zijn. Om te onderzoeken waar de Trojaan van Uranus vandaan komt, hebben zijn ontdekkers modelberekeningen uitgevoerd. Deze laten zien dat op elk moment ruim drie procent van alle kleine objecten die voorbij de baan van Jupiter om de zon cirkelen tijdelijk de omloopbaan van Uranus (0,4%) of Neptunus (2,8%) delen – aanzienlijk meer dan eerdere schattingen aangaven. Volgens de astronomen is 2011 QF9 nog maar enkele honderdduizenden jaren geleden door Uranus ‘ingevangen’. Het kleine object zal nog zeker 70.000 in de buurt van het L4-punt van de planeet blijven. Over ongeveer een miljoen jaar ontsnapt de planetoïde weer aan de zwaartekrachtsaantrekking van Uranus. (EE)
‘Trojan’ Asteroids In Far Reaches Of Solar System

29 augustus 2013
Canadese en Franse astronomen hebben voor het eerst een planetoïde ontdekt die (met enige voorsprong) dezelfde omloopbaan om de zon volgt als de planeet Uranus. Volgens de ontdekkers wijzen berekeningen erop dat er bij de verste planeten van ons zonnestelsel meer van zulke ‘Trojanen’ te vinden zijn dan tot nu toe werd aangenomen (Science, 30 augustus). Verschillende planeten van ons zonnestelsel (Jupiter, Mars, Neptunus) zijn in gezelschap van Trojanen. Zelfs de aarde heeft er eentje. Deze planetoïden volgen dezelfde omloopbaan als de planeet, maar houden wel afstand. Ze bevinden zich nabij de zogeheten Lagrangepunten L4 en L5, waar de gezamenlijke aantrekkingskracht van zon en planeet precies groot genoeg is om dezelfde omlooptijd te hebben als de planeet. De ontdekking van de zestig kilometer grote Trojaan 2011 QF99 bij Uranus komt niettemin als een verrassing. Astronomen dachten namelijk dat de aantrekkingskrachten van de grotere naburige planeten een destabiliserende werking op deze objecten zouden hebben. Hierdoor zou Uranus zijn Trojanen allang kwijtgeraakt moeten zijn. Om te onderzoeken waar de Trojaan van Uranus vandaan komt, hebben zijn ontdekkers modelberekeningen uitgevoerd. Deze laten zien dat op elk moment ruim drie procent van alle kleine objecten die voorbij de baan van Jupiter om de zon cirkelen tijdelijk de omloopbaan van Uranus (0,4%) of Neptunus (2,8%) delen – aanzienlijk meer dan eerdere schattingen aangaven. Volgens de astronomen is 2011 QF9 nog maar enkele honderdduizenden jaren geleden door Uranus ‘ingevangen’. Het kleine object zal nog zeker 70.000 in de buurt van het L4-punt van de planeet blijven. Over ongeveer een miljoen jaar ontsnapt de planetoïde weer aan de zwaartekrachtsaantrekking van Uranus. (EE)
‘Trojan’ Asteroids In Far Reaches Of Solar System

28 augustus 2013
Een analyse van de gravitatie- en topografische gegevens van Titan laat zien dat de ijskorst van deze grote Saturnusmaan onvermoede eigenschappen heeft. De beste verklaring voor de meetgegevens, die zijn verzameld door de ruimtesonde Cassini, is dat relatief kleine verhogingen aan het oppervlak gepaard gaan met diepe ‘wortels’ die zich tot in de onderliggende oceaan uitstrekken (Nature, 29 augustus). Normaal gesproken is boven een berg een toename van de zwaartekracht merkbaar, die simpelweg het gevolg is van de extra massa van de berg. Maar op Titan laten bergen juist een verminderde zwaartekracht zien. Dat is eigenlijk alleen verklaarbaar als zich onder elke berg een aanzienlijke hoeveelheid ijs bevindt, die zich tot in de oceaan onder de ijskorst uitstrekt. Omdat ijs lichter is dan water, resulteert dat in een verminderde zwaartekracht. Als dit model klopt, moet de ijskorst van Titan heel dik een stevig zijn. De omgekeerde ijsbergen onder het oppervlak gedragen zich immers als een soort ondergedompelde boeien, die een grote opwaartse druk uitoefenen. Als de korst dun en broos was, zou deze gemakkelijk breken. Berekeningen wijzen erop dat de dikte van Titans ijskorst minstens veertig kilometer bedraagt. Hoe het diepgewortelde karakter van de bergen op de Saturnusmaan tot stand is gekomen, is echter nog niet duidelijk. Mogelijk hebben de excentrische omloopbaan van Titan en de daarmee gepaard gaande sterke getijkrachten er iets mee te maken: door het steeds weer buigen en opwarmen van de ijskorst zouden variaties in de dikte ervan kunnen ontstaan. (EE)
New Cassini data from Titan indicate a rigid, weathered ice shell

31 juli 2013
De intensiteit van de geisers van ijs en organische deeltjes op Enceladus is afhankelijk van de afstand van deze maan tot zijn moederplaneet, Saturnus. Dat blijkt uit gegevens die zijn verzameld door de ruimtesonde Cassini. De ontdekking bevestigt het vermoeden dat er onder het ijsoppervlak van de Saturnusmaan een oceaan van vloeibaar water schuilgaat (Nature, 1 augustus). De ijsgeisers op Enceladus bevinden zich rond de zuidpool, in een gebied waar de ijskorst breuklijnen vertoont die de bijnaam 'tijgerstrepen' hebben gekregen. Via deze smalle openingen spuiten fonteinen van ijsdeeltjes en stof naar buiten. De Cassini-gegevens laten zien dat de geisers bijna stilvallen wanneer de afstand van Enceladus tot Saturnus op zijn kleinst is. Als Enceladus het verste punt van zijn ellipsvormige omloopbaan nadert, neemt hun activiteit met een factor drie à vier toe. Volgens de wetenschappers die de gegevens hebben geanalyseerd, lijkt het erop dat de breuken in de ijskorst reageren op de getijkrachten van Saturnus. Deze krachten zorgen er blijkbaar voor dat de breuklijnen zich vrijwel sluiten zodra Enceladus zich relatief dicht bij zijn moederplaneet bevindt. (EE)
NASA's Cassini Sees Forces Controlling Enceladus Jets

22 juli 2013
Op vrijdagavond 19 juli maakte de ruimtesonde Cassini vanuit zijn baan rond de geringde planeet Saturnus een fotomozaïek waarop ook de aarde zichtbaar is, als een kleine blauwe stip op 1,44 miljard kilometer afstand. De opname werd gemaakt op het moment dat Cassini door de schaduw van Saturnus bewoog; op de foto is de nachtzijde van de planeet te zien, en de onverlichte zijde van het ringenstelsel (dat de ringen toch zichtbaar zijn komt door voorwaartse verstrooiing van zonlicht door kleine stofdeeltjes).In totaal maakte Cassini 323 opnamen door verschillende kleurfilters; op het resulterende mozaïek (dat nog onder constructie is) is de gehele planeet zichtbaar. Op uitvergrotingen van de opname is behalve de aarde ook de maan zichtbaar. Op 19 en 20 juli werden aarde en maan ook vastgelegd door de ruimtesonde Messenger, die in een baan rond de planeet Mercurius beweegt. (GS)
NASA Releases Images of Earth by Distant Spacecraft (origineel persbericht)

15 juli 2013
Op foto's van Neptunus, tussen 2004 en 2009 gemaakt door de Hubble Space Telescope, is een nieuwe maan van de verre reuzenplaneet ontdekt. Het kleine hemellichaam - hooguit twintig kilometer in middellijn en daarmee de kleinst bekende Neptunusmaan tot nu toe - is S/2004 N 1 genoemd. De omloopbaan van het maantje ligt tussen de banen van de Neptunusmanen Larissa en Proteus. Met de nieuwe ontdekking is het aantal bekende manen van Neptunus gestegen tot 14.Het kleine, zwakke maantje kon alleen ontdekt worden door verschillende Neptunusfoto's op zo'n manier 'over elkaar heen te leggen' dat het licht van mogelijke rondcirkelende objecten bij elkaar 'opgeteld' zou raken. Mark Showalter van het SETI-instituut in Mountain View, Californië, analyseerde op die manier 150 Hubble-foto's van Neptunus.S/2004 N 1 draait op een gemiddelde afstand van ca. 105.000 kilometer afstand rond de planeet, en heeft een omlooptijd van 23 uur. (GS)
Hubble Finds New Neptune Moon (origineel persbericht)

25 juni 2013
Spaanse onderzoekers hebben computersimulaties uitgevoerd die meer licht werpen op de grote storm die zich in 2010 ontwikkelde in de dampkring van de planeet Saturnus. Zulke kolossale stormsystemen - zichtbaar als witte vlekken in de atmosfeer - ontstaan elk Saturnusjaar (29,5 aardse jaren). Uit foto's en metingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini is afgeleid dat de storm zich op enkele tientallen kilometers boven het wolkendek van de planeet bevond, en dat in de 'kop' van de storm windsnelheden van maar liefst 500 kilometer per uur optraden.Onderzoekers van de Planetary Sciences Group van de Universiteit van Baskenland zijn er nu in geslaagd om het ontstaan van dergelijke stormsystemen na te bootsen met behulp van computersimulaties. De storm ontstaat doordat enorme hoeveelheden vochtig gas (met een hoog waterdampgehalte) omhoog worden getransporteerd. Het normale circulatiepatroon van de Saturnusdampkring wordt daarbij niet sterk verstoord, maar de wisselwerking met die reguliere circulatie leidt wel tot de extreem hoge windsnelheden. De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Geoscience. (GS)
Nieuwsbericht op www.phys.org

5 juni 2013
Wetenschappers hebben de bevestiging gevonden dat er hoog in de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak's) aanwezig zijn. Het onderzoek verschaft een verklaring voor het ontstaan van aerosolen – zeer fijne deeltjes – in de onderste nevellaag die het Titanoppervlak aan het zicht onttrekt. De pak's, die hoog in de atmosfeer ontstaan, groeien later uit tot grotere aggregaten die als een soort sneeuwvlokjes omlaag dwarrelen en geven de aanzet tot de vorming van aerosolen. De atmosfeer van Titan bestaat grotendeels uit moleculaire stikstof, maar bevat daarnaast ook een flinke hoeveelheid methaan. Wanneer zonlicht of energierijke deeltjes uit de magnetosfeer van Saturnus de hoogste regionen van deze atmosfeer binnendringen, worden de daar aanwezige stikstof- en methaanmoleculen afgebroken. Dat ionen en elektronen die daarbij vrijkomen brengen een keten van chemische reacties op gang waarbij allerlei koolwaterstoffen ontstaan. Toen de landingscapsule Huygens in 2005 op Titan landde, ontdekte deze tijdens zijn afdaling al aerosolen in de onderste mistlagen, maar de oorsprong ervan bleef onduidelijk. De ontdekking van pak's – grote moleculen die uit de samenvoeging van kleinere koolwaterstoffen ontstaan – lijkt een einde aan die onduidelijkheid te hebben gemaakt. (EE)
Cassini Sees Precursors To Aerosol 'Snow' On Titan

29 mei 2013
De ijzige Saturnusmaan Dione heeft waarschijnlijk - net als zijn kleinere broertje Enceladus - een ondergrondse oceaan. Die conclusie trekken planeetonderzoekers uit nieuwe waarnemingen van Dione, verricht door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini.Cassini ontdekte een zwakke stroom van elektrisch geladen deeltjes die van Dione afkomstig is. Aan het oppervlak zijn oude breuklijnen gevonden die sterk lijken op de zogeheten 'tijgerstrepen' in het zuidpoolgebied van Enceladus - een systeem van breuklijnen waaruit geisers van stof en ijs ontspringen. Ook zijn er oppervlaktestructuren op Dione ontdekt die suggereren dat er sprake is van een 'zachte' onderlaag - vermoedelijk een mengsel van ijs en water.Een van de sterkste aanwijzingen voor het bestaan van een ondergrondse oceaan - in elk geval in het verleden maar mogelijk nu nog steeds - is het feit dat de 800 kilometer lange bergrug Janiculum Dorsa (aan de onderzijde van de foto, net links van de dag/nacht-lijn) deels in het Dione-oppervlak gezakt lijkt te zijn. Dat is eigenlijk alleen te verklaren wanneer de korst onder de bergrug tijdens het ontstaan relatief warm was. De nieuwe resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het vakblad Icarus. (GS)
Cassini Finds Hints of Activity at Saturn Moon Dione (origineel persbericht)

22 mei 2013
Wetenschappers zijn heel benieuwd naar de veranderingen die zich de komende jaren zullen afspelen op het noordelijk halfrond van de grote Saturnusmaan Titan. De verwachting is dat de wind met het naderen van de zomer zal aantrekken. En dat kan een verschijnsel veroorzaken dat daar tot nu toe niet is waargenomen: deining. Omdat op Titan windduinen zijn aangetroffen, verbaasden wetenschappers zich over het feit dat er in de vloeibare koolwaterstoffen in de meren rond de noordpool van deze maan nog geen golfslag is waargenomen. Modelberekeningen die nu in het tijdschrift Icarus zijn gepubliceerd laten echter zien dat daar een goede verklaring voor is: tot nu toe waait het er simpelweg niet hard genoeg. De verwachting is echter dat daar binnenkort verandering in komt. Met het vorderen van de lente, die nog tot 2017 duurt, zouden de windsnelheden moeten toenemen. En dat zou de ijskoude vloeistoffen in de meren op Titan alsnog aan het golven moeten brengen. Niet dat dit direct enorme deining zal geven. De modellen voorspellen windsnelheden van enkele kilometers per uur – genoeg voor golfjes van een centimeter of vijftien. Alleen als komende zomer ook, zoals wetenschappers in maart al voorspelden, orkanen in de atmosfeer van Titan zullen ontstaan, kan het echt onstuimig worden op de meren. (EE)
Forecast for Titan: Wild Weather Could be Ahead

16 mei 2013
Wetenschappers hebben vastgesteld dat de hevige winden van de planeten Uranus en Neptunus zich tot het bovenste deel van de atmosfeer beperken (Nature, 16 mei). Deze ontdekking moet meer inzicht geven in de inwendige dynamiek van de beide planeten en hun soortgenoten bij andere sterren. De atmosferen van de verste planeten van ons zonnestelsel worden gekenmerkt door hevige oost-west gerichte straalstromen, die aan de evenaar snelheden van 1200 kilometer per uur bereiken en aan de polen snelheden van 900 kilometer. Tot nu toe was onduidelijk tot op welke diepte deze opvallend hevige winden zich uitstrekken. Er bestonden grofweg twee theorieën voor de snelle straalstromen. De eerste was dat zij worden aangedreven door atmosferische processen die zich relatief dicht aan het 'oppervlak' van de planeet afspelen. De andere mogelijkheid was dat ze het gevolg waren van dynamische processen dieper in het inwendige. Om erachter te komen welke theorie de juiste is, hebben Israëlische en Amerikaanse wetenschappers een nieuwe analyse gemaakt van gegevens van de zwaartekrachtsvelden van Uranus en Neptunus die al in 1986 en 1989 tijdens de scheervluchten van de ruimtesonde Voyager 2 zijn verzameld. De snelle winden veroorzaken namelijk kleine dichtheidsverschillen in het inwendige van de beide planeten, en daarmee ook meetbare variaties in hun zwaartekrachtsvelden. Uit de analyse blijkt dat de eerste theorie het best bij de meetresultaten past. Berekeningen laten zien dat de straalstromen zich tot de bovenste 1100 kilometer van de atmosfeer beperken. Dat geldt zowel voor Uranus als voor Neptunus. Het lijkt er dus op dat de straalstromen van de verste planeten van ons zonnestelsel een relatief oppervlakkig verschijnsel zijn. De onderzoekers benadrukken echter dat desondanks niet kan worden uitgesloten dat de inwendige warmte van de beide planeten een rol speelt bij het 'aandrijven' van deze krachtige luchtstromen. (EE)
Storms on Uranus, Neptune Confined to Upper Atmosphere

15 mei 2013
Wetenschappers hebben voor het eerst een 'complete' topografische kaart van de grote Saturnusmaan Titan gemaakt. De kaart is gebaseerd op gegevens die zijn verzameld met de ruimtesonde Cassini. Met een straal van 2574 kilometer is Titan niet alleen de grootste maan van Saturnus, maar ook de op één na grootste maan van het zonnestelsel. Maar Titan is vooral wetenschappelijk interessant, omdat hij de enige maan is met een dichte, wolkenrijke atmosfeer. Jammer is wel dat het vrijwel gesloten wolkendek het oppervlak van Titan aan het zicht onttrekt. Bijna alles wat we van Titan weten is te danken aan de verrichtingen van Cassini, die de afgelopen tien jaar bijna honderd keer dicht langs deze maan is gevlogen. Bij veel van die 'flyby's' is het radarsysteem van de ruimtesonde gebruikt om, door de wolken heen, het oppervlak van Titan af te tasten. En deze radargegevens kunnen worden gebruikt om de hoogteverschillen op de Saturnusmaan te schatten. Dat laatste leverde echter nog niet direct een complete hoogtekaart op: Cassini heeft maar ongeveer de helft van het Titanoppervlak in beeld gebracht, en van slechts een vijfde daarvan kon de hoogte worden bepaald. De grote gaten in de kaart zijn op wiskundige wijze gedicht door gebieden waarvan de hoogte bekend is vloeiend met elkaar te verbinden. De hoogtekaart zal onder meer worden gebruikt om modellen te kunnen maken van de rivieren van vloeibare methaan die over het oppervlak van Titan stromen. Dat moet meer inzicht geven in de methaankringloop die op Titan ongeveer dezelfde rol speelt als de waterkringloop op aarde. (EE)
Cassini Shapes First Global Topographic Map of Titan

30 april 2013
Planeetonderzoekers van de Universiteit van Exeter en de Ecole Normale Supérieure in Lyon hebben een verklaring gevonden voor het 'jeugdige' uiterlijk van de geringde planeet Saturnus. Gasvormige reuzenplaneten worden in de loop van hun bestaan normaal gesproken koeler, maar Saturnus is warmer dan je op basis van de leeftijd van 4,6 miljard jaar zou verwachten. In het tijdschrift Nature Geoscience schrijven de onderzoekers dit nu toe aan zogeheten gelaagde convectie: als gevolg van instabiliteiten in het binnenste van de planeet bevinden zich daar verschillende gaslagen die een normale warmtestroom van binnen naar buiten gedeeltelijk belemmeren. Het afkoelen van de planeet wordt daardoor vertraagd. (GS)
Saturn's Youthful Appearance Explained (origineel persbericht)

29 april 2013
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft gedetailleerde foto's gemaakt van de kolossale orkaan op de noordpool van de reuzenplaneet Saturnus. De orkaan lijkt qua structuur verrassend veel op tropische orkanen op aarde, maar is ongeveer twintig keer zo groot: hij heeft een middellijn van ongeveer 2000 kilometer. De windsnelheden aan de buitenrand van de orkaan bedragen 150 meter per seconde - ongeveer vier keer zo hoog als windsnelheden in aardse orkanen.De gigantische poolwervel werd negen jaar geleden al ontdekt, toen Cassini bij Saturnus aankwam. Toen lag de noordpool echter in het donker (het was winter op het noordelijk halfrond van Saturnus), waardoor alleen waarnemingen verricht konden worden met een infraroodinstrument. Inmiddels is het zomer op het noordelijk halfrond, en bovendien beweegt Cassini sinds enkele maanden in een baan die sterker geheld is ten opzichte van de Ssaturnus-evenaar. Daardoor kon nu voor het eerst een gedetailleerde opname van de orkaan gemaakt worden op zichtbare golflengten. Overigens zijn de kleuren op de Cassini-foto niet 'echt'; de foto is een combinatie van opnames in zichtbaar licht en valsekleurenfoto's op infrarode golflengten.Onderzoek aan de reusachtige orkaan op de noordpool van Saturnus kan wellicht meer informatie opleveren over het precieze ontstaan van tropische orkanen op aarde. (GS)
NASA Probe Gets Close-Up Views of Large Hurricane on Saturn (origineel persbericht)

25 april 2013
Opnamen van de ruimtesonde Cassini hebben voor het eerst het directe bewijs geleverd dat ook het ringenstelsel van de planeet Saturnus het doelwit is van meteorietinslagen. Op de beelden zijn de puinwolken te zien die de meteorieten hebben veroorzaakt (Science, 26 april). Het zonnestelsel wemelt van de kleine, snel bewegende brokken en brokjes ijs en gesteente. Dat het ringenstelsel van Saturnus regelmatig door een meteoriet wordt getroffen, is dus niet verbazingwekkend. De waargenomen inslagen lijken te zijn veroorzaakt door objecten met afmetingen van een centimeter tot een paar meter. Het heeft overigens de nodige moeite gekost om beelden te vinden waarop sporen van inslagen in het ringenstelsel van Saturnus te zien zijn. Tot nu toe zijn er, in het beeldarchief van de afgelopen acht jaar, nog maar negen aangetroffen. Dat komt onder meer doordat het opstuivende puin alleen goed te zien is als de zon het ringenstelsel zo ongeveer van opzij verlicht. (EE)
NASA Probe Observes Meteors Colliding with Saturn's Rings

23 april 2013
Minstens 95 procent van het water in de stratosfeer van de reuzenplaneet Jupiter is afkomstig van komeet Shoemaker-Levy 9, die zich in de zomer van 1994 in de dampkring van de planeet boorde. Dat blijkt uit precisiemetingen met het Britse PACS-instrument en de Nederlandse HIFI-spectrograaf aan boord van de Europese infraroodruimtetelescoop Herschel. In de lagere delen van de reuzenplaneten komt ook water voor, maar de aanwezigheid daarvan kan goed verklaard worden. Water in de veel hoger gelegen stratosfeer van een reuzenplaneet moet echter zo goed als zeker een externe oorsprong hebben. In het geval van Saturnus is het water in de stratosfeer bijvoorbeeld afkomstig van de ijsmaan Enceladus. Het Europese Infrared Space Observatory (ISO) verrichtte de eerste metingen van water in de stratosfeer van Jupiter al in 1997. Er werd toen al vermoed dat op z'n minst een deel van het water afkomstig zou zijn van de brokstukken van komeet Shoemaker-Levy 9, die in juli 1994 insloegen op het zuidelijk halfrond van de planeet. Dat vermoeden is nu bevestigd door veel preciezere metingen van Herschel. Met het PACS-instrument is de verdeling van water over het 'oppervlak' van Jupiter in kaart gebracht. Er blijkt een sterke noord-zuid-asymmetrie te zijn: op het zuidelijk halfrond van de planeet komt veel meer water voor dan op het noordelijk halfrond. Een relatie met temperatuurverschillen tussen de dag- en nachtzijde van de planeet is er niet.Met HIFI is de verticale verdeling onderzocht. Het water blijkt zich vooral in de hogere lagen van de Jupiterstratosfeer te bevinden. Dat wijst erop dat het grootste deel van het water afkomstig moet zijn van een sporadische, incidentele gebeurtenis.De verwachting is dat de hoeveelheid water in de stratosfeer van Jupiter in de loop van de tijd heel geleidelijk zal afnemen. De resultaten zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Herschel links Jupiter’s water to comet impact (origineel persbericht)

15 april 2013
Methaan (CH4) speelt op de grote Saturnusmaan Titan een rol die vergelijkbaar is met de rol van water op aarde. Zo komen er op Titan meren van vloeibaar methaan voor, is er sprake van een methaancyclus in de dampkring, en zijn er af en toe zware regenbuien van methaan. Maar onderzoekers van NASA's Jet Propulsion Laboratory denken nu dat de aanwezigheid van methaan in de Titanatmosfeer mogelijk van 'tijdelijke' aard is.Uit infraroodfoto's en radarbeelden die de afgelopen jaren door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini zijn gemaakt, blijkt dat de meren op Titan een opmerkelijk lange levensduur hebben. Dat betekent dat er nauwelijks sprake is van verdamping. Omdat methaan op Titan vrij snel verdampt, is de conclusie dat de meren voor het grootste deel uit ethaan (C2H6) bestaan. Veel methaan-'regen' komt er op Titan ook niet voor (er zijn slechts sporadische buien waargenomen), wat doet vermoeden dat het methaangas in de atmosfeer niet voortdurend wordt aangevuld door vers methaan uit het inwendige. Omdat methaanmoleculen in de loop van de tijd worden omgezet in andere koolwaterstoffen, zou het grootste deel van het methaan in de Titandampkring over pakweg tien miljoen jaar verdwenen kunnen zijn. De onderzoekers denken dat het huidige methaangehalte mogelijk het gevolg is van een grote 'uitbarsting' uit het Titaninwendige, mogelijk als gevolg van een zware kosmische inslag. (GS)
Titan's Methane: Going, Going, Soon to Be Gone? (origineel persbericht)

11 april 2013
Wetenschappers hebben ontdekt dat er op grote delen van het oppervlak van Saturnus geladen waterdeeltjes neerkomen. Zij zijn afkomstig van de ringen van de planeet en worden via het magneetveld van de planeet naar het oppervlak getransporteerd. Dit effect was al bekend, maar nieuwe observaties laten zien dat het sterker is dan gedacht, bovendien komt het op grotere delen van Saturnus voor. Eenmaal aangekomen op het oppervlak van Saturnus reageren de deeltjes met de ionosfeer van de planeet. Daar bevinden zich normaal gesproken grote hoeveelheden ionen en vrije elektronen. De interactie met het geladen water zorgt er echter voor dat een deel van de deeltjes wordt geneutraliseerd, aldus de astronomen.De ontdekking werd gedaan door naar een specifieke emissie van waterstof in de ionosfeer te kijken. Astronomen zagen dat deze emissie op bepaalde breedtegraden nauwelijks voorkomt. Een sterke aanwijzing voor het neutraliserende effect van de 'regen' van de ringen is dat de donkere en lichte gebieden op het oppervlak van Saturnus een verband laten zien met de ringstructuur (zie de afbeelding). De donkere en lichte gebieden werden voor het eerste gezien door de Voyager-sondes in de jaren ’80. Ze zijn nu voor het eerst weer gezien en blijken groter dan in eerste instantie werd aangenomen. (Roel van der Heijden)
Blame it on the Rain (from Saturn's Rings)

11 april 2013
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft een wolk van ijskristallen ontdekt boven de zuidpool van de grote Saturnusmaan Titan. Om wat voor ijs het precies gaat is nog niet bekend. Eerder was een vergelijkbare wolk al waargenomen boven de noordpool. Het verschijnen van de wolk boven de zuidpool van Titan wijst op een grootschalige verandering in de luchtcirculatie op de Saturnusmaan - de enige maan in het zonnestelsel met een substantiële dampkring. De veranderingen in de Titandampkring zijn gerelateerd aan de trage seizoenswisselingen. Net als Saturnus zelf kent Titan seizoenen die elk ruim zeven jaar duren. De ijswolk boven de zuidpool markeert het begin van de herfst op het zuidelijk halfrond. Planeetonderzoekers verwachten dat de wolk in de komende jaren steeds groter zal worden. Vermoedelijk gaat het overigens om een mengsel van verschillende (bevroren) organische verbindingen. (GS)
Ice Cloud Heralds Fall at Titan's South Pole (origineel persbericht)

5 april 2013
Wetenschappers van onder andere NASA hebben aangetoond dat waterstofperoxide wijdverspreid is op het oppervlak van Jupitermaan Europa. Zou dat in de vermeende oceanen onder de dikke laag ijs van de maan terecht komen dan kan het daar mogelijk dienen als energiebron voor leven.Met het Keck-observatorium op Hawaii werden verschillende kanten van de maan onder de loep genomen. Het bleek dat de concentraties waterstofperoxide het hoogst waren aan de kant van Europa die altijd ‘naar voren’ is gericht in de baan om Jupiter. Op de achterkant van de maan bleek de stof nauwelijks voor te komen.Het waterstofperoxide wordt gevormd door de sterke straling die het oppervlak van Europa te verwerken krijgt. Als de stof in water terecht komt dan kan het reageren tot zuurstof, wat in ieder geval op aarde erg belangrijk is voor complexere levensvormen. Over de kansen van leven in de diepe oceanen van Europa blijft het voorlopig nog speculeren.Door ruimtesonde Galileo is al langer bekend dat er waterstofperoxide aanwezig is op Europa, maar deze kon maar een beperkt deel van het oppervlak analyseren. (Roel van der Heijden)
Mapping the Chemistry Needed for Life at Europa

5 april 2013
De locatie van veel vulkanen op Jupitermaan Io klopt niet met modellen die het inwendige van de maan beschrijven. De vulkanen zitten 30 tot 60 graden te ver naar het oosten. De modellen moeten daarom op de schop, aldus wetenschappers van de Amerikaanse en Europese ruimtevaartorganisaties.In een poging te voorspellen waar het vulkanisme op Io het heftigst zou zijn keken de wetenschappers naar de opwarming van het binnenste van de maan. Vulkanen zouden vooral voorkomen op de plekken die het heetst zijn. De opwarming wordt onder andere veroorzaakt door sterke getijkrachten van Jupiter. De theorie stelt bovendien dat de opwarming vooral plaatsvindt in de zogenoemde asthenosfeer. Een dunne gesteentelaag die op veel plekken onder het oppervlakte van de maan aanwezig zou zijn.Met behulp van metingen van onder andere de New Horizons-missie van NASA, die in 2007 langs Jupiter en zijn manen vloog, kon een kaart gereconstrueerd worden van deze opwarmende asthenosfeer. Maar deze kaart laat nu een systematische afwijking zien ten opzichte van de vulkaan-locaties.De wetenschappers gissen nog naar een verklaring. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het interieur van Io sneller ronddraait dan gedacht, waardoor de vulkanen op een bepaalde afstand van het opgewarmde gesteente ontstaan. Ook kan het zijn dat de modellen over de opwarming door getijkrachten niet kloppen.Io is vulkanische gezien de meest actieve plek in het zonnestelsel. Op het oppervlak bevinden zich meer dan 400 actieve vulkanen. Sommige van hen spuwen lava tot honderden kilometers boven het oppervlak uit. (Roel van der Heijden)
Scientists to Io: Your Volcanoes Are in the Wrong Place

4 april 2013
Complexe organische moleculen kunnen veel dieper in de atmosfeer van Saturnus-maan Titan gevormd worden dan werd gedacht. De kans dat ze daardoor ook op het oppervlak van de maan voorkomen is daarom groter. Dat laat een laboratorium-experiment van NASA’s Jet Propulsion Laboratory zien.Wetenschappers beschenen ijs van dicyanoacetyleen, dat op Titan is gedetecteerd, met licht zoals dat in de lagere delen in de atmosfeer van Titan zou moeten voorkomen. Ze zagen dat er hierdoor naar verloop van tijd stoffen zoals methaan en ethaan vrijkwamen. Moleculen die op hun beurt weer complexere moleculen kunnen vormen en misschien wel leven mogelijk kunnen maken.Dit experiment laat volgens de wetenschappers zien dat er op Titan ondanks de lage zonintensiteit meer complexe moleculen kunnen voorkomen dan gedacht. Op aarde drijft het zonlicht chemische reacties en zorgt letterlijk en figuurlijk voor levendige chemische processen.Al sinds het bezoek van de Voyager sondes, begin jaren ’80, is bekend dat Titan een dikke atmosfeer heeft waarin in de hogere delen verschillende organische moleculen zoals methaan en ethaan voorkomen. (Roel van der Heijden)
NASA Team Investigates Complex Chemistry at Titan

27 maart 2013
Een nieuwe analyse van gegevens die verzameld zijn door de ruimtesonde Cassini wijst erop dat de manen en ringen van Saturnus licht versleten overblijfselen zijn uit de begintijd van het zonnestelsel. Hoewel hun oppervlakken sporen van recente 'vervuiling' vertonen, zijn deze objecten meer dan vier miljard jaar oud. Onderzoek met een van de spectrometers van Cassini heeft uitgewezen dat de kleurverschillen die de ringen en manen vertonen doorgaans heel oppervlakkig zijn. Ook is vastgesteld dat ze heel veel bevroren water bevatten – te veel om pas in recente tijden door kometen te zijn aangeleverd. Hieruit leiden de onderzoekers af dat het ijs van de ringen en manen van Saturnus al kort na de geboorte van het zonnestelsel is gevormd. De verschillende kleuren die de ringdeeltjes en manen vertonen, hangen samen met hun locatie binnen het Saturnusstelsel. Zo hebben de binnenste ringdeeltjes en manen een witte coating van waterijs, die door de ijsfonteinen van de maan Enceladus wordt aangeleverd. De rode tint van de verder naar buiten gelegen manen wordt toegeschreven aan stof dat afkomstig is van de maan Phoebe – een buitenbeentje in het Saturnusstelsel dat waarschijnlijk afkomstig is uit de Kuipergordel. (EE)
Saturn is Like an Antiques Shop

20 maart 2013
Titan, de grote Saturnusmaan waar het zo ijskoud is dat het vloeibare methaan regent, warmt in de zomer voldoende op om orkanen tot ontwikkeling te laten komen. Dat schrijven wetenschappers in het aprilnummer van het tijdschrift Icarus. Aan het ontstaan van de orkanen is wel een belangrijke voorwaarde verbonden: dat gebeurt alleen boven zeeën die grotendeels uit methaan bestaan. De orkanen op Titan zouden ontstaan zoals tropische cyclonen op aarde: door de aanvoer van warmte uit een onderliggende oceaan. Alleen bestaat zo'n oceaan op Titan niet uit zeewater, maar uit een mengsel van vloeibare koolwaterstoffen. Omdat de precieze samenstelling van de zeeën op Titan onbekend is, is het niet zeker dat hier orkanen kunnen ontstaan. Dat gebeurt namelijk alleen als er voldoende energie van het zeeoppervlak naar de atmosfeer wordt getransporteerd. En dat lukt alleen als de vloeistof waarmee de zeeën zijn gevuld voor meer dan de helft uit methaan bestaat. Als aan deze voorwaarde is voldaan, zouden vanaf 2015 orkanen op Titan kunnen optreden. De wetenschappers hopen hun optreden met de rond Saturnus cirkelende ruimtesonde Cassini te kunnen volgen. (EE)
Cyclones May Swirl on Icy Saturn Moon Titan

14 maart 2013
Gaten in het dichte wolkendek van Jupiter zijn zo zeldzaam, dat voor de grote exemplaren een speciale naam is bedacht: 'hot spots'. Hoe deze open plekken ontstaan, en waarom ze alleen in de buurt van de evenaar van de planeet voorkomen, was lang onduidelijk. Opnamen van de NASA-ruimtesonde Cassini wijzen erop dat ze worden veroorzaak door Rossby-golven – lange golfpatronen die ook in de atmosfeer en de oceanen van de aarde te zien zijn. De onderzoekers hebben ontdekt dat de golven die de hot spots veroorzaken op en neer gaan zoals de paarden in een draaimolen. Aanvankelijk werd gedacht dat de hot spots optreden op plaatsen waar grote hoeveelheden lucht diep de atmosfeer in zakken en onderwijl worden verhit of uitdrogen. Maar veelal zijn rijtjes van acht tot tien van die hot spots te zien, op regelmatige afstanden van elkaar. Dit patroon wijst erop dat er een golf aan het werk is. Een analyse van de reeksen hot spots heeft nu laten zien dat hun patronen overeenstemmen met die van Rossby-golven. In onze aardatmosfeer zorgen zulke golven er onder meer voor dat de west-oost-gerichte straalstromen een sterk meanderend patroon in de noord-zuidrichting vertonen. Op Jupiter gedragen de golven zich anders: ze golven niet van noord naar zuid, maar op en neer. Geschat dat de amplitude van de Rossby-golven op Jupiter 24 tot 50 kilometer bedraagt. (EE)
'Hot Spots' Ride a Merry-Go-Round on Jupiter

11 maart 2013
Op zaterdag 9 maart vloog de Amerikaanse planeetverkenner Cassini voor de vierde maal op korte afstand langs de grote ijsmaan Rhea. De dichtste nadering vond plaats op een afstand van slechts 997 kilometer. De eerste ruwe, onbewerkte beelden die van Rhea zijn gemaakt, zijn inmiddels op internet geplaatst. Tijdens de scheervlucht werden metingen verricht aan het zwaartekrachtsveld van Rhea en aan de hoeveelheid kleine stofdeeltjes in de omgeving van de Saturnusmaan, van het oppervlak weggeblazen door meteorietinslagen. In totaal zijn twaalf nieuwe opnamen van Rhea gemaakt. De eerstvolgende scheervlucht langs Rhea staat gepland voor over een paar jaar, maar die vindt plaats op een aanzienlijk grotere afstand. (GS)
Cassini Returns Images of Battered Saturn Moon (origineel persbericht)

4 maart 2013
Op het bevroren oppervlak van de Jupitermaan Europa zijn mineralen gevonden die afkomstig moeten zijn uit de zilte oceaan die zich onder de ijskorst bevindt. Dat betekent dat er op de een of andere manier een chemische uitwisseling plaatsvindt tussen de ondergrondse oceaan en het oppervlak. De Amerikaanse planeetonderzoekers Mike Brown en Kevin Hand gebruikten de 10-meter Keck II-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, voor gedetailleerd spectroscopisch onderzoek van het Europa-oppervlak. Zo werd de aanwezigheid ontdekt van epsomiet - gehydrateerd magnesiumsulfaat. Dat mineraal kan aan het bevroren oppervlak van Europa nooit zijn ontstaan, en moet dus afkomstig zijn uit de oceaan. De twee astronomen vermoeden dat er aan het oppervlak ook veel natrium en kalium voorkomt, maar die elementen zijn spectroscopisch minder gemakkelijk te traceren. Vermoedelijk is de ondergrondse oceaan rijk aan zouten. Astrobiologen speculeren dat er in de Europa-oceaan mogelijk micro-organismen voorkomen. Om de samenstelling van het oceaanwater te bestuderen is het blijkbaar niet nodig om door het ijs te boren, aldus Brown en Hand in een artikel dat binnenkort gepubliceerd wordt in The Astronomical Journal. (GS)
Astronomers Open Window Into Europa’s Ocean (origineel persbericht)

21 februari 2013
De ruimtesonde JUICE (JUpiter ICy moons Explorer), die in 2022 wordt gelanceerd, wordt uitgerust met elf wetenschappelijke experimenten. Daarmee zal hij vanaf 2030 zeker drie jaar lang de reuzenplaneet Jupiter en drie van zijn grootste manen onderzoeken. Vermoed wordt dat er onder het ijsoppervlak van deze manen een grote oceaan van water schuilgaat. De instrumenten van JUICE worden ontwikkeld door wetenschappelijke teams uit vijftien Europese landen, de VS en Japan. Het gaat onder meer om camera's en spectrometers, een laserhoogtemeter en een radarsysteem waarmee onder de ijskorst kan worden 'gekeken'. Na een tour die hem een aantal malen in de buurt van de manen Callisto en Europa brengt, zal de ruimtesonde in een omloopbaan om de maan Ganymedes worden gebracht. Ganymedes is de grootste maan van het zonnestelsel en de enige die zijn eigen magnetische veld genereert. JUICE zal onder meer de interacties tussen dit magnetische veld en de magnetosfeer van Jupiter onderzoeken. (EE)
ESA chooses instruments for its Jupiter icy moons explorer

18 februari 2013
De planeetverkenner Cassini heeft op 3 februari 2007 metingen verricht aan elektrisch geladen deeltjes in de zonnewind die door de schokgolf rond het magnetisch veld van de planeet Saturnus tot extreem hoge snelheden en energieën werden versneld. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in Nature Physics.Sterrenkundigen weten dat elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk waterstofkernen en elektronen) tot bijna de lichtsnelheid versneld kunnen worden door schokgolven rond supernova-explosies. Supernovaresten vormen dan ook de bron van de zogeheten kosmische straling. De precieze oriëntatie van magnetische velden in zo'n supernovarest kan echter niet gemakkelijk achterhaald worden, en die is van groot belang voor het uiteindelijke versnellingsmechanisme.Cassini heeft nu voor het eerst metingen verricht aan de versnelling van geladen deeltjes (uit de zonnewind) in een situatie waar de magnetische veldlijnen min of meer evenwijdig liggen met de loodlijn op de schokgolf. Uit de metingen aan deze 'quasi-paralelle schokgolven' blijkt dat het versnellingsmechanisme onder die omstandigheden veel efficiënter kan zijn dan tot nu toe werd gedacht. De resultaten kunnen leiden tot een beter begrip van de herkomst van kosmische straling. (GS)
Cassini sheds light on cosmic particle accelerators (origineel persbericht)

31 januari 2013
Net als de mythische slang Ouroboros heeft een groot stormgebied in de atmosfeer van de planeet Saturnus zichzelf in de 'staart' gebeten. Daarmee groef de storm klaarblijkelijk zijn eigen graf: hij sputterde uit. Een en ander blijkt uit onderzoek met de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, waarvan de resultaten nu in het tijdschrift Icarus zijn gepubliceerd. Het is voor het eerst dat wetenschappers getuige waren van een storm die zichzelf opeet. Zelfs op Jupiter, waar dit soort stormgebieden veel vaker zijn waargenomen, is het verschijnsel nog nooit gezien. Ook op aarde komen stormen zichzelf nooit tegen: er staat altijd wel een gebergte in de weg. Het stormgebied ontstond op 5 december 2010 op het noordelijk halfrond van Saturnus. Anders dan orkanen op aarde, die energie onttrekken aan warm oceaanwater en een spoor van koud water achterlaten, deed de storm op Saturnus zich te goed aan warme lucht. Het gevolg: tal van onweersbuien, die met donder en bliksem gepaard gingen. Kort na zijn ontstaan begon de turbulente 'kop' van de storm zich in westelijke richting te verplaatsen, onder achterlating van een lange, turbulente staart. Binnen enkele maanden strekte hij zich uit over de volledige omtrek van de planeet op die breedtegraad, een afstand van 300.000 kilometer. Toen kop en staart in juni 2011 bij elkaar kwamen, ging de storm al vrij snel liggen. Eind augustus werden de laatste onweersverschijnselen gezien. Waarom de storm zo snel uitgeput raakte, is nog een raadsel. (EE)
NASA's Cassini Watches Storm Choke on Its Own Tail

28 januari 2013
Japanse onderzoekers hebben ontdekt dat de vulkanische activiteit van de binnenste grote Jupitermaan Io van invloed is op de poollichtactiviteit van de planeet. Io's zwavelvulkanen blazen elektrisch geladen gasdeeltjes de ruimte in die in wisselwerking treden met het magnetisch veld van Jupiter. Vooral geïoniseerde natriumatomen in deze zogeheten Io-plasmatorus kunnen vanaf de aarde goed waargenomen worden. In het voorjaar van 2007 was die natriumwolk extra opvallend, wat erop wijst dat er een toename in de vulkanische activiteit van Io had plaatsgevonden. Kort daarna bleek uit radiowaarnemingen vanuit de ruimte dat de poollichtactiviteit van Jupiter juist was afgenomen. Kennelijk heeft de vulkanische activiteit van Io een remmende werking op de poollichtactiviteit van Jupiter. De resultaten zijn gepubliceerd in Geophysical Research Letters. (GS)
Io's volcanism controls Jupiter's magnetospheric activity (origineel nieuwsbericht)

17 januari 2013
Afgaande op het aantal inslagkraters, lijkt het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan heel jong. Maar schijn bedriegt: eenmaal gevormde kraters blijken snel te worden opgevuld. Dat blijkt uit onderzoek met de NASA-ruimtesonde Cassini.De meeste andere manen van Saturnus zijn bezaaid met vele duizenden kraters. Dat is een duidelijke aanwijzing dat hun oppervlakken al vele honderden miljoenen jaren nauwelijks veranderingen hebben ondergaan. Maar tot nu toe zijn op Titan niet meer dan zestig kraters aangetroffen, terwijl toch al de helft van zijn oppervlak nauwkeurig is bekeken.Uit onderzoek van de weinige kraters op Titan blijkt bovendien dat deze gemiddeld honderden meters minder diep zijn dan vergelijkbare kraters op de grote Jupitermaan Ganymedes. Er moet dus een proces zijn dat de kraters op de Saturnusmaan opvult.Er zijn twee kandidaten voor dat proces. De eerste is erosie door een stromende vloeistof – niet water, want daarvoor is het veel te koud op Titan, maar bijvoorbeeld methaan. Bij dat type verwering zou het opvulproces aanvankelijk heel snel verlopen om vervolgens, naarmate de kraterranden verder afslijten en minder steil worden, steeds verder te vertragen. In dat geval zouden er echter veel net-niet-volle kraters op Titan te vinden moeten zijn, maar die ontbreken. De Cassini-beelden tonen kraters die nog maar amper opgevuld zijn, half opgevulde kraters en kraters die bijna helemaal opgevuld zijn. En dat wijst erop dat het opvulproces juist heel gelijkmatig verloopt.Volgens de onderzoekers lijkt het er nog het meest op dat de kraters worden opgevuld door zand dat door de wind wordt meegevoerd. Op Titan bestaat dat 'zand' overigens niet uit verweerd gesteente, maar uit bevroren koolwaterstoffen. (EE)
'Zandverstuivingen' houden Titan jong

14 januari 2013
Vandaag is het acht jaar geleden dat de Europese Huygens-capsule een zachte landing maakte op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan. Het was voor het eerst dat er een landing werd uitgevoerd op de maan van een andere planeet dan de aarde. Titan is de grootste maan in het zonnestelsel, en de enige met een substantiële dampkring. Daardoor kon Huygens gebruik maken van een parachute. De Huygens-capsule maakte deel uit van het internationale Cassini-project; het moederschip Cassini draait nog steeds in een baan rond Saturnus, en brengt met infraroodinstrumenten en radar het oppervlak van Titan in kaart.Ter gelegenheid van de verjaardag van de Huygens-landing heeft de Europese ruimtevaartorganisatie ESA een nieuwe animatie van de landing geproduceerd, waarin alle beschikbare informatie over valsnelheid, wind, etc. is verwerkt. (GS)
Animatie van de Huygens-landing op Titan

9 januari 2013
Op de koolwaterstofmeren van de grote Saturnusmaan Titan drijven mogelijk ijsschotsen. De meren op Titan, waar de temperatuur 180 graden onder nul bedraagt, bestaan uit vloeibaar methaan. Omdat bevroren methaan een hoger soortelijk gewicht heeft dan vloeibaar methaan, gingen planeetdeskundigen er tot nu toe vanuit dat er geen ijs op de meren zou kunnen drijven. Nader onderzoek wijst echter uit dat er toch ijsschotsen kunnen voorkomen wanneer de temperatuur net onder het vriespunt van methaan ligt, en wanneer er - net als in zeeijs op aarde - een paar procent lucht in het ijs is ingesloten. De dampkring van Titan bestaat voor het overgrote deel uit licht stikstofgas, zodat gasinsluitsels het soortelijk gewicht sterk kunnen reduceren. Of er daadwerkelijk ijs voorkomt op de Titanmeren zal in de toekomst mogelijk achterhaald kunnen worden door het radarinstrument van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini: de radarhelderheid van de meren zou dan in de loop van de Titanseizoenen moeten variëren. (GS)
Cassini Suggests Icing on a Lake (origineel persbericht)

12 december 2012
De ruimtesonde Cassini heeft op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan een kronkelende rivierbedding ontdekt die zich over meer dan vierhonderd kilometer uitstrekt. Het is voor het eerst dat zo'n omvangrijk riviersysteem op een wereld buiten de aarde is waargenomen.Wetenschappers vermoeden dat er op dit moment ook vloeistof door de rivierbedding loopt, omdat deze op radarbeelden over de gehele lengte donker van tint is. Dat wijst erop dat de radiogolven van Cassini's radarsysteem door een glad oppervlak zijn weerkaatst.Het kan overigens geen water zijn dat door deze 'mini-Nijl' stroomt. Op Titan zijn de temperaturen dermate laag dat het aanwezige water stijfbevroren is. Wel zijn op de Saturnusmaan vloeibare ethaan en methaan aangetroffen. De nu ontdekte rivier mondt uit in een zee van deze koolwaterstoffen. (EE)
Cassini spots mini Nile River on Saturn moon

4 december 2012
Volgens Franse onderzoekers zijn de meeste 'echte' manen van de planeten in ons zonnestelsel ontstaan uit de omvangrijke ringenstelsels die deze planeten hebben omgeven. De manen zouden het resultaat zijn van een samenklonteringsproces dat op gang komt zodra het ringenstelsel zich ver genoeg van de planeet heeft uitgebreid (Science, 30 november).De meeste astronomen denken dat de grote vier manen van Jupiter zijn geboren uit de grote schijf van gas en stof die de planeet kort na zijn ontstaan omringde. Ook zijn er sterke aanwijzingen dat de allerkleinste manen ingevangen planetoïden zijn. Maar hoe zit het met de overige manen?Aurélien Crida en Sébastien Charnoz opperen de mogelijkheid dat de meeste manen zijn geboren uit de massarijke ringenstelsels die de planeten kort na hun ontstaan kunnen hebben gehad. De vorming van manen zou op gang zijn gekomen als zo'n ringenstelsel zich wist uit te breiden tot voorbij de zogeheten Roche-straal – de grens waarbuiten de getijdenkrachten van de planeet niet sterk genoeg zijn om het samenklonteren van materie tegen te gaan.Bij grote planeten, zoals Saturnus, Uranus en Neptunus, zou de uitbreiding van de ring geleidelijk zijn verlopen, waardoor een hele reeks manen kon ontstaan – kleine en middelgrote, maar ook een grote maan als Titan. Bij een kleine planeet als de aarde, kon de ring zich sneller uitbreiden en vormde zich maar één grote maan. Dat laatste zou het veelgebruikte botsingsmodel, dat zegt dat onze maan is voortgekomen uit een botsing tussen de aarde en een kleinere planeer, overbodig maken. (EE)
Planet Rings Could Be Behind the Formation of Solar System Satellites

28 november 2012
Terwijl we ons op het noordelijk halfrond van de aarde opmaken voor de winter, beginnen ook op Saturnus' grootste maan Titan de seizoensveranderingen merkbaar te worden. Een internationaal team van wetenschappers, onder wie Remco de Kok van ruimteonderzoeksinstituut SRON, heeft de grootste toename van de concentraties spoorgassen in de Titanatmosfeer waargenomen sinds de Cassini-ruimtesonde in 2004 bij Saturnus is aangekomen. Deze verandering houdt waarschijnlijk verband met de veranderende luchtstroming op de Saturnusmaan (Nature, 29 november).Net als de aarde heeft Titan een dikke stikstofrijke atmosfeer, zij het een veel koudere. En doordat zijn omwentelingsas scheef staat ten opzichte van de zon, ondervindt ook Titan seizoenen. Hierdoor ontvangt de ene pool een half Titanjaar – bijna vijftien aardse jaren – continu zonlicht, terwijl de andere pool donker blijft. Daarna worden de rollen omgedraaid. Tussen 1995 en 2009 was het donker op Titans noordpool. Sindsdien is het de zuidpool die afkoelt en is het herfst op het zuidelijk halfrond. De verwachting was dat met deze seizoenswisseling ook de atmosfeer zou veranderen.Die verwachting is uitgekomen. De infraroodspectrometer van Cassini heeft, binnen relatief korte tijd, boven de zuidpool van Titan een enorme toename van een aantal exotische spoorgassen waargenomen. Deze spoorgassen worden hoog in de atmosfeer gevormd, waar zonlicht en hoog-energetische deeltjes de gassen methaan en stikstof afbreken. Op zulke grote en snelle veranderingen was niet gerekend: sommige gasconcentraties namen binnen enkele maanden tijd meer dan duizend keer toe. Dat gebeurde bovendien op grotere hoogte dan oorspronkelijk gedacht.De snel stijgende gasconcentraties worden toegeschreven aan de omkering van de verticale luchtstroming op Titan. Vlak voor 2009 ging de lucht nog omhoog bij de zuidpool, om vervolgens hoog in de atmosfeer richting noorden te bewegen en weer af te dalen bij de noordpool. En dat lijkt te veranderen: nu wordt juist bij de zuidpool dalende lucht waargenomen. (EE)
Herfst valt nu snel in op Saturnusmaan Titan

27 november 2012
NASA’s ruimtesonde Cassini heeft op de Saturnusmaan Tethys een bijzonder patroon in de oppervlaktetemperatuur waargenomen. Een dergelijke vorm werd eerder al gezien op de maan Mimas en heeft nog het meeste weg van het spelicoon Pac-man.Met zijn infraroodcamera kan Cassini de oppervlaktetemperatuur van de talrijke manen van Saturnus in detail meten. Op Tethys blijkt dat de dagtemperatuur van plek tot plek behoorlijk verschilt. In de ‘mond’ van Pac-man is het ongeveer 15 graden koeler dan in grote delen daaromheen. De gemiddelde temperatuur op Tethys is overigens bijna 200 graden onder nul.Wetenschappers denken dat een interactie van de manen met hoogenergetische elektronen in de omgeving van Saturnus de oorzaak van dit fenomeen kan zijn. De elektronen zouden in staat zijn het normaalgesproken zachte oppervlakte van de manen te veranderen in een harde ijzige massa. Als gevolg daarvan verloopt de afkoeling en opwarming van die plekken gedurende de dag en nacht anders. De Pac-man-vorm ontstaat doordat de ‘voorkant’ van de manen in hun baan rond Saturnus meer interactie met de elektronen hebben dan de achterkant.Cassini werd in 1997 gelanceerd en draait sinds 2004 om Saturnus. Onderdeel van de missie was de Europese Huygenssonde die in 2005 op de grootste maan van Saturnus, Titan, wist te landen. (Roel van der Heijden)
Cassini Finds a Video Gamers' Paradise at Saturn

1 november 2012
Opnamen van de NASA-ruimtesonde Cassini laten zien dat de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan een zwakke gloed uitzendt. Iemand die met een ballon in de nevelachtige Titanatmosfeer zou opstijgen, zou daar weinig van merken: de gloed is tientallen miljoenen keren zo zwak als het licht van een gloeilamp. Alleen op zeer lang belichte opnamen is er iets van te zien.De gloed is enigszins vergelijkbaar met het licht van gasontladingslampen, zoals die bijvoorbeeld voor neonreclames worden gebruikt. Hij ontstaat doordat geladen deeltjes in botsing komen met gasatomen – in dit geval stikstofatomen in de atmosfeer van Titan. Soortgelijke processen spelen zich ook af in de atmosferen van Venus en de aarde.Tot verrassing van wetenschappers beperkt de atmosferische gloed van Titan zich niet tot het bovenste deel van de atmosfeer, dat gemakkelijk bereikbaar is voor geladen deeltjes uit het magnetische veld van de planeet Saturnus. Het wordt ook op kleinere hoogte gezien, terwijl geladen deeltjes van Saturnus of de zon niet zover in de atmosfeer kunnen doordringen. Mogelijk wordt die lagere gloed veroorzaakt door de energierijkere deeltjes van de kosmische straling. Het is echter ook denkbaar dat er een nog onbekend proces achter steekt. (EE)
Titan Glows in the Dark

25 oktober 2012
Met de ruimtesonde Cassini en telescopen op aarde zijn nog steeds restanten te zien van de grote 'voorjaarsstorm' die in 2011 op het noordelijk halfrond van de planeet Saturnus woedde. Zichtbare sporen, in de vorm van opvallende wolkenstructuren, vertoont de planeet niet meer: het restant van de storm beperkt zich tot een reusachtige ellipsvormige maalstroom die alleen op infraroodgolflengten waarneembaar is.Het lijkt erop dat de opvallend witte wolken die in december 2010 in de atmosfeer van Saturnus verschenen slechts het topje van de spreekwoordelijke ijsberg waren. Het leeuwendeel van de stormactiviteit ging en gaat in feite aan het oog van de waarnemer voorbij. In veel opzichten lijkt de onzichtbare maalstroom in de Saturnusatmosfeer op de 'Grote Rode Vlek' van de planeet Jupiter. De krachtige winden aan de rand van de maalstroom sluiten een deel van de atmosfeer af van de rest, wat in een opvallend hoge temperatuur en bijzondere chemische kenmerken resulteert. Maar de maalstroom op Jupiter bevindt zich diep in een turbulent gedeelte van de atmosfeer, terwijl die van Saturnus juist hoger in de atmosfeer is gesitueerd, waar zo'n wervelstorm eigenlijk niet werd verwacht.Een ander verschil is dat het stormgebied op Saturnus sinds mei vorig jaar al flink is gekrompen en afgekoeld, terwijl de wervelstorm op Jupiter al zeker drie eeuwen standhoudt. Naar verwachting zullen de laatste restanten ervan eind 2013 vervagen. (EE)
After-effects of Saturn’s super storm shine on

17 oktober 2012
Recente waarnemingen laten zien dat het wolkenpatroon van de planeet Jupiter op korte tijdschalen aanzienlijk kan veranderen. Dat geldt vooral voor de donkere wolkenbanden bij de evenaar, maar er worden ook steeds vaker kleinschaliger veranderingen gezien, onder meer ten gevolge van de inslagen van brokstukken van kometen of planetoïden.Een internationaal team van astronomen heeft professionele infraroodbeelden die vanaf 2009 van Jupiter zijn gemaakt naast de gedetailleerde opnamen gelegd die door een steeds groter worden contingent van amateurs worden gemaakt. De beelden tonen onder meer het vervagen en weer verschijnen van de donkere zuidelijke equatoriale wolkenband van de planeet, dat zich tussen 2009 en 2011 afspeelde. Dit verschijnsel was de afgelopen winter ook bij de noordelijke equatoriale wolkenband te zien, maar het verloop ervan was wel anders. Uit de infraroodgegevens blijkt dat bij het verbleken van de zuidelijke wolkenband zowel de hogere bewolking als de dieper gelegen bewolking in de Jupiteratmosfeer dikker werd. Bij het vervagen van de noordelijke wolkenband werden alleen de diepere wolkenlagen dikker.Tijdens de onderzoeksperiode werd Jupiter maar liefst drie keer getroffen door brokstukken van kometen of planetoïden, voor het laatst op 10 september van dit jaar. In geen van deze gevallen lieten de inslagen duidelijke sporen achter in de atmosfeer, wat erop wijst dat de inslaande objecten veel kleiner zijn geweest dan de brokstukken van komeet Shoemaker-Levy, die in 1994 in de atmosfeer van Jupiter doken.Het lijkt niet waarschijnlijk dat Jupiter de laatste jaren vaker dan vroeger het doelwit is van inslagen. Vermoedelijk is de toename in het aantal waarnemingen simpelweg het gevolg van het feit dat steeds meer amateurs over semi-professionele apparatuur beschikken, waardoor de planeet beter in de gaten wordt gehouden. (EE)
Jupiter: Turmoil from Below, Battering from Above

17 oktober 2012
Een van de merkwaardigheden van ons zonnestelsel zijn de middelgrote manen van de planeet Saturnus: een handjevol ijsachtige objecten die veel kleiner zijn dan de grote Saturnusmaan Titan. Volgens een nieuw model van het Saturnus-stelsel zijn de middelgrote manen voortgekomen uit een reeks grote botsingen waarbij enkele forse manen zich samenvoegden tot Titan. Dit scenario wordt op 19 oktober gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van Amerikaanse planeetwetenschappers in Nevada (VS).Volgens het botsingsscenario is het Saturnus-stelsel begonnen met een familie van manen die qua omvang vergelijkbaar waren met de vier grote manen van de planeet Jupiter. Dit viertal neemt bij Jupiter 99,998 procent van de totale massa van het manenstelsel voor zijn rekening. Anders dan Saturnus geen middelgrote manen.Het model geeft niet alleen een verklaring voor het bestaan van de middelgrote manen van Saturnus, maar ook voor de samenstelling ervan. Het materiaal waaruit deze manen bestaat vertoont namelijk sterke overeenkomsten met de ijsmantel van de grote maan Titan. Ook kan het botsingsscenario, dat met een computer is doorgerekend, verklaren waarom de omloopbaan van Titan niet precies cirkelvormig is. (EE)
Giant Impact Scenario May Explain The Unusual Moons Of Saturn

17 oktober 2012
Toen de beide Voyager-ruimtesondes in 1986 langs de planeet Uranus scheerden, lieten zij een vrijwel egale blauwgroene bal zien. Dankzij nieuwe technieken zijn nu echter veel betere opnamen van Uranus beschikbaar, die een duidelijker beeld geven van de weersomstandigheden op de verre planeet.De atmosfeer van Uranus bestaat grotendeels uit waterstof, helium en methaan. Ondanks de grote afstand tot de zon, en de daarmee gepaard gaande lage temperaturen (-220 °C), bereikt de wind er snelheden tot 900 kilometer per uur. Maar de grote weersystemen gedragen zich heel anders dan die op aarde: sommige blijven op hun plek, terwijl andere naar de evenaar van de planeet drijven.Om meer inzicht te krijgen in deze atmosferische verschijnselen hebben astronomen, onder wie Imke de Pater van de universiteit van Californië te Berkeley, nieuwe infraroodtechnieken ontwikkeld waarmee deze weersystemen gedetailleerder in beeld kunnen worden gebracht. Ook tonen de beelden nooit eerder waargenomen wolkenstructuren bij de polen van Uranus. De opnamen zijn gemaakt met de Keck-telescoop op Hawaï. (EE)
Keck Observations Bring Weather Of Uranus Into Sharp Focus

11 oktober 2012
Toen de Europese ruimtesonde Huygens in januari 2005 op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan landde, duurde het even voordat hij tot stilstand kwam. Een nieuwe analyse van zijn gestuiter en geschuif geeft nieuw inzicht in de aard van het oppervlak van deze maan.Bij de analyse is gekeken naar schokken en schommelingen zoals die door instrumenten van de ruimtesonde zijn gemeten. Deze gegevens werden vergeleken met de resultaten van computersimulaties en van een valproef met een model van Huygens.De analyse laat zien dat de ruimtesonde bij zijn eerste aanraking met het Titan-oppervlak een twaalf centimeter diep gat uitgroef, eventjes opstuitte en vervolgens nog een centimeter of veertig over het oppervlak gleed. Voordat hij ten gevolge van de wrijving tot stilstand kwam, maakte Huygens nog een uitdempende schommelbeweging, mogelijk doordat hij onderweg nog een boven het oppervlak uitstekende kiezel tegenkwam. Dit gedrag wijst erop dat de landingsplek de consistentie van zacht, vochtig zand had. Als het oppervlak 'modderig' was geweest, zou de ruimtesonde niet zijn teruggeveerd, en in een hard oppervlak zou geen kuiltje zijn geslagen. De meetgegevens bevatten ook aanwijzingen dat bij de landing een soort 'stof' is opgestoven, waarschijnlijk bestaande uit organische deeltjes zoals die bij tijd en wijle uit de atmosfeer van Titan omlaag dwarrelen. Een en ander betekent dat het op de landingsplaats al een tijdje niet meer had geregend. Daarbij moet worden aangetekend dat 'regen' op Titan niet uit druppels water bestaat, maar uit ijskoude druppels ethaan of methaan. (EE)
Bouncing on Titan

28 september 2012
De grote Saturnusmaan Titan - de grootste planeetmaan in het zonnestelsel - vertoont verrassend grote seizoensvariaties. Net als op aarde worden die veroorzaakt door de scheve stand van de draaiingsas, waardoor het noordelijk en het zuidelijk halfrond van Titan afwisselend meer en minder zonlicht ontvangen. Omdat Saturnus echter een omlooptijd heeft van 29,5 jaar, duurt elk Titanseizoen bijna 7,5 jaar.Athena Coustenis van de Parijse sterrenwacht heeft waarnemingen van Titan verzameld en geanalyseerd die in de loop van drie decennia zijn verricht door de Amerikaanse planeetverkenner Voyager 1 (1980), het Europese Infrared Space Observatory (ISO, 1997) en de Saturnusverkenner Cassini (vanaf 2004). In totaal beslaan die waarnemingen één compleet Saturnusjaar, en dus vier Titanseizoenen. Door de variërende ultraviolette instraling van de zon vallen stikstof- en methaanmoleculen in de dampkring van Titan uiteen, waarna de samenstellende atomen zich aaneenrijgen tot complexe organische moleculen, zoals ethaan. Het gevolg is dat er uitgestrekte heiïge lagen in de dichte Titandampkring ontstaan, en dat koolwaterstoffen op het oppervlak neerdwarrelen. In de winter vormen zich meren van methaan en ethaan rond de pool, terwijl de heiïge lagen in de poolgebieden rond de dag- en nachteveningen (het begin van de lente en de herfst) juist minder dik zijn als gevolg van seizoensgebonden atmosferische circulatie.Coustenis presenteert haar analyse vandaag op het European Planetary Science Congress in Madrid. (GS)
Titan shows surprising seasonal changes

25 september 2012
Van Jupiters maan Europa wordt al lang vermoed dat er zich onder de laag ijs op het oppervlakte een oceaan van vloeibaar water bevindt. Wetenschappers denken nu dat eventuele toekomstige missies naar deze maan diep moeten boren om hem bloot te leggen.Klára Kalousová, een astronoom van de Universiteit van Nantes en Karelsuniversiteit in Praag, maakte een computermodel van de 100 kilometer dikke water- en ijslaag en bracht daar regio’s van vloeibaar water in aan. Daarvan wordt gedacht dat ze dicht bij het oppervlakte zouden kunnen voorkomen. Wat ze echter zag is dat de vloeibare gedeeltes over de loop van tienduizenden jaren – een oogwenk op kosmische schaal – naar beneden bewegen, richting de vloeibare oceaan. ‘Ik denk dat er een vloeibare oceaan aanwezig is, maar dat die pas begint tussen de 25 en 50 kilometer diepte’, zegt Kalousová vandaag op het European Planetary Science Congress in Madrid.Europa bestaat voornamelijk uit steen en ijzer, met daaromheen een mantel van water. Vervormingen die Jupiter veroorzaakt met zijn sterke zwaartekracht zouden genoeg warmte genereren om het water op sommige plekken vloeibaar te houden. Wetenschappers denken zelfs dat er leven in deze oceaan kan zitten. Mochten we dat willen ontdekken, dan moeten we dus diep boren. (RvdH)
European Planetary Science Congress 2012

11 september 2012
Op 10 september om 13.35 uur Nederlandse tijd is de reuzenplaneet Jupiter mogelijk getroffen door een kleine planetoïde. Amateurastronoom Dan Peterson in Wisconsin zag een twee seconden durende lichtflits in de dampkring van de planeet; George Hall in Dallas vond de flits terug op video-opnamen die hij van Jupiter had gemaakt. In de zomer van 1994 werden voor het eerst inslagen in de Jupiterdampkring waargenomen: brokstukken van de uiteengevallen komeet Shoemaker-Levy 9 creëerden grote explosies en lichtflitsen en lieten donkere littekens in de atmosfeer achter. In de afgelopen jaren zijn meer van dit soort flitsen en littekens gezien, vrijwel steeds door oplettende sterrenkunde-amateurs.
Meer informatie:
Nieuwsbericht op skyandtelescope.com
Nieuwsbericht op spaceweather.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 september 2012
Het buitenste gedeelte van de heldere B-ring van Saturnus, zichtbaar in het linkerdeel van deze foto, vertoont een klonterige structuur. De ijsdeeltjes in dit deel van de Saturnusring klonteren samen als gevolg van periodieke zwaartekrachtsstoringen van de ijsmaan Mimas, die een exact twee maal zo grote omlooptijd heeft als het buitendeel van de B-ring. Deze foto, vandaag vrijgegeven door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, is gemaakt door de ruimtesonde Cassini, die al sinds de zomer van 2004 in een baan rond Saturnus beweegt. Op de rechterhelft van de foto zijn de relatief donkere banden en ringetjes zichtbaar in de zogeheten Cassini-scheiding, een breed 'leeg' gebied in het ringenstelsel dat vanaf de aarde al met amateurtelescopen zichtbaar is.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 augustus 2012
NASA-ruimtesonde Juno, die onderweg is naar de planeet Jupiter, heeft zijn eerste koerscorrectie ondergaan. Deze was nodig om ervoor te zorgen dat Juno de juiste koers en snelheid heeft voor zijn scheervlucht langs de aarde, op 9 oktober volgend jaar. Hoewel de op 5 augustus 2011 gelanceerde ruimtesonde inmiddels bijna 500 miljoen kilometer van de aarde verwijderd is, is hij volgend jaar dus weer zo'n beetje terug bij af. Die merkwaardige route is nodig om hem met een flinke snelheid van ruim zeven kilometer per seconde richting Jupiter te sturen, zonder dat dit veel brandstof kost. Ter indicatie: bij de recente koerscorrectie is in een half uur tijd 376 kilogram brandstof gebruikt om een snelheidsverandering van 344 meter per seconde te realiseren. Op 4 september vindt een koerscorrectie van vergelijkbare omvang plaats. De aankomst bij Jupiter staat gepland voor 4 juli 2016.
Meer informatie:
NASA's Jupiter-Bound Juno Changes its Orbit

30 juli 2012
Op de middelgrote Saturnusmaan Japetus komen gigantische 'ijsverschuivingen' voor die zich in horizontale richting over veel grotere afstanden uitstrekken dan je zou verwachten op basis van de plaatselijke topografie en zwaartekracht. Volgens planeetdeskundigen van de Washington University in Saint Louis is dat - gek genoeg - het gevolg van wrijving. Door de wrijvingswarmte wordt het vallende ijs minder stroef, en kan het zich gemakkelijker over veel grotere afstanden verplaatsen. Op aarde komen hier en daar vergelijkbare grote aardverschuivingen voor, de zogeheten 'sturzstroms'. De onderzoekers beschrijven hun theorie in Nature Geosciences van 29 juli. Laboratoriumexperimenten moeten duidelijk maken of het voorgestelde mechanisme inderdaad verantwoordelijk kan zijn voor de gigantische ijsverschuivingen.
Nieuwsbericht op www.phys.org
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 juli 2012
De NASA-ruimtesonde Cassini heeft voor het eerst op zichtbare golflengten bliksemontladingen waargenomen aan de door de zon verlichte kant van de planeet Saturnus. De bliksems zijn gedetecteerd in een groot stormgebied dat zich vorig jaar in de atmosfeer van de planeet ontwikkelde. Het is niet voor het eerst dat bliksemontlading op Saturnus zijn waargenomen. Maar eerder gebeurde dat ofwel aan de nachtzijde van de planeet ofwel op radiogolflengten. Het feit dat de bliksemflitsen nu gewoon overdag te zien waren, wijst erop dat het onweer van 2011 zeer hevig moet zijn geweest. De intensiteit van de geregistreerde bliksems is vergelijkbaar met de hevigste flitsen op aarde. Alleen al op zichtbare golflengten komt in een seconde ongeveer 3 miljard joule aan energie vrij.
Meer informatie:
Cassini Spots Daytime Lightning on Saturn

10 juli 2012
De vorming van een opvallende wolkenwervel boven de zuidpool van Titan is vermoedelijk het gevolg van de seizoenswisselingen op de grote Saturnusmaan. De wervel is gedetailleerd in beeld gebracht door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die sinds kort in een iets 'steilere' baan rond Saturnus beweegt, en daardoor een beter uitzicht heeft op de poolgebieden van de planeet en zijn manen. Toen Cassini in 2004 bij Saturnus aankwam, was het winter op het noordelijk halfrond van Titan. In de dikke, smog-rijke dampkring van de Saturnusmaan kwam een hooggelegen laag voor, die als een soort deksel over de noordpool lag. Toen het in 2009 lente op het noordelijk halfrond werd (en herfst op het zuidelijk halfrond), verdween die wolkenkap langzaam maar zeker. De wervel die nu boven de zuidpool is waargenomen, vormt misschien de aanzet tot de vorming van een soortgelijke hooggelegen wolkenlaag die tijdens de zuidelijke winter zijn maximale afmetingen zou kunnen bereiken.
Meer informatie:
The Titanian Seasons Turn, Turn, Turn
Foto's van Cassini's camerateam
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 juli 2012
De baan van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini rond de geringde planeet Saturnus is in de afgelopen maanden langzaam maar zeker steeds 'steiler' gemaakt (voornamelijk door handig gebruik te maken van de zwaartekrachtsinvloed van enkele Saturnusmanen). Hierdoor heeft de succesvolle planeetverkenner, die al sinds 2004 onderzoek doet aan dampkring, ringen en manen van de planeet, sinds kort weer een veel beter zicht op het ringenstelsel. Onlangs zijn bijvoorbeeld - voor het eerst sinds twee jaar - weer zogeheten 'propellers' waargenomen en bestudeerd: langgerekte kleine openingen in het ringenstelsel die veroorzaakt worden door de aanwezigheid van kleine, ingebedde mini-maantjes.
Meer informatie:
Saturn's Rings are Back
Uitleg over de baancorrecties van Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 juni 2012
Er zijn opnieuw sterke aanwijzingen gevonden dat Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, een oceaan van vloeibaar water onder zijn ijskorst heeft. Uit metingen van de ruimtesonde Cassini blijkt namelijk dat de getijkrachten van Saturnus een veel grotere uitwerking op Titan hebben dan het geval zou zijn als deze maan volledig uit star gesteente bestond. Dan zou het verschil tussen hoogtij en laagtij slechts ongeveer een meter mogen bedragen. Bij Titan is echter een verschil van tien meter geconstateerd (Science, 29 juni). Titan draait in ongeveer zestien dagen in een niet exact cirkelvormige baan om Saturnus. De maan is niet volmaakt bolvormig, maar enigszins langwerpig, en hij is langwerpiger naarmate hij zich dichter bij de planeet bevindt - een effect dat vergelijkbaar is met het ontstaan van de vloedbergen in de oceanen op aarde onder invloed van onze maan. De getijkrachten die op Titan werken zijn lang niet zo sterk als de krachten die de planeet Jupiter op sommige van zijn manen uitoefent. Maar ze zijn wel sterk genoeg om een indruk te krijgen van de inwendige structuur van deze Saturnusmaan. De gemeten effecten laten zich het beste verklaren als de buitenste korst van Titan enigszins buigzaam is en zich daaronder een laag vloeistof bevindt. Omdat het oppervlak van Titan grotendeels uit bevroren water bestaat, is het aannemelijk dat het gaat om vloeibaar water waarin allerlei zouten opgelost zijn. Modelberekeningen laten zien dat de vermoedelijke oceaan maximaal 250 kilometer diep kan zijn en dat de ijskorst een kilometer of vijftig dik is. Deze 'ondergrondse' oceaan zou een belangrijke rol kunnen spelen bij het op peil houden van het methaangehalte van de atmosfeer van Titan.
Meer informatie:
Titan's tides point to hidden ocean
Cassini Finds Likely Subsurface Ocean on Saturn Moon

25 juni 2012
Planeetonderzoekers hebben ontdekt dat de krachtige straalstromen in de dampkring van de geringde planeet Saturnus niet worden aangedreven door de energie van de zon, zoals het geval is met de (kleinschaliger) straalstromen in de aardatmosfeer, maar door energie uit het inwendige van de reuzenplaneet. Die conclusie is getrokken op basis van gedetailleerde foto's die in de afgelopen jaren zijn gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die in een baan rond Saturnus draait. De resultaten zijn gepubliceerd in het juninummer van het vakblad Icarus. Het blijkt dat de inwendige warmte van Saturnus leidt tot condensatie van waterdamp in de bovenste lagen van de atmosfeer. Daardoor ontstaan temperatuurverschillen die aanleiding geven tot de vorming van kleine draaikolken. Die versnellen op hun beurt de oost-west-gerichte straalstromen.
Meer informatie:
Cassini Shows Why Jet Streams Cross-Cut Saturn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 juni 2012
Wetenschappers hebben aanwijzingen gevonden voor het bestaan van één groot en enkele kleine meren van vloeibare methaan aan de evenaar van de grote Saturnusmaan Titan (Nature, 14 juni). Eerder waren zulke meren al op hogere breedtegraden aangetroffen. Tot nu toe werd aangenomen dat het rond de evenaar van Titan te warm zou zijn om methaan in vloeibare vorm te laten bestaan. Sterker nog: volgens de bestaande inzichten zou er op deze maan juist sprake zijn van een kringloop die methaan van de 'tropen' naar de polen voert. Toch is op infraroodbeelden, gemaakt door de ruimtesonde Cassini, nabij de evenaar een donker gebied van zestig bij veertig kilometer te zien dat de kenmerken van een vloeistofoppervlak vertoont. Het methaanmeer zou zeker een meter diep zijn. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat het vloeibare methaan afkomstig is uit ondergrondse bronnen. Dat zou ook de aanwezigheid van methaangas in de atmosfeer kunnen verklaren. Dit gas wordt namelijk afgebroken onder invloed van zonlicht en moet dus op de een of andere manier worden aangevuld.
Meer informatie:
Cassini Sees Tropical Lakes on Saturn Moon

8 juni 2012
Uit nieuw onderzoek, grotendeels gebaseerd op metingen van de ruimtesondes Voyager en Galileo, blijkt dat het algemeen geaccepteerde model voor het vulkanisme op de Jupitermaan Io onvolledig is. De warmte die door de honderden actieve vulkanen op Io wordt geproduceerd, wijst op een ingewikkelde warmteproductie die zich op verschillende diepten afspeelt. De warmte van Io is het gevolg van de getijwerking van moederplaneet Jupiter. Door de daarbij optredende krachten wordt het inwendige van Io als het ware warm gekneed. De bestaande modellen voor de warmteproductie in Io gingen ervan uit dat de meeste warmte relatief dicht onder het oppervlak van de Jupitermaan zit. Maar uit de nieuwe resultaten volgt dat ook op grotere diepte veel warmte ontstaat. Bij het onderzoek is ook een nieuw raadsel opgedoken: de actieve vulkanen nemen slechts ongeveer zestig procent van de warmte van Io voor hun rekening. Waar de overige veertig procent blijft, is nog onduidelijk. Onderzocht wordt of er verspreid over het oppervlak wellicht nog talrijke kleine vulkanen aanwezig zijn, die moeilijk de detecteren zijn, maar alles bij elkaar toch veel warmte afvoeren.
Meer informatie:
Mapping Volcanic Heat on Io

31 mei 2012
De kleine, ijzige Saturnusmaan Enceladus produceert een bijzonder soort plasma in de magnetosfeer van Saturnus. Dat blijkt uit recent gepubliceerde metingen van het plasma-instrument van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Een plasma is een gas dat uit elektrisch geladen deeltjes bestaat - in de meeste gevallen negatief geladen elektronen en positief geladen atoomkernen. Normaal gesproken zijn de negatief geladen deeltjes in een plasma dus veel lichter dan de positief geladen deeltjes. In de omgeving van Saturnus komt echter een tot nu toe onbekend soort 'stoffig plasma' voor, waarin het precies andersom is: de negatief geladen deeltjes zijn veel zwaarder dan de positief geladen deeltjes. De oorzaak ligt in de geiser van de 500 kilometer grote maan Enceladus. Die geisers bestaan uit waterdampmoleculen (die onder invloed van zonlicht al snel uiteenvallen in afzonderlijke elektronen en atoomkernen) en neutrale stofdeeltjes en ijskristallen. Het blijkt nu dat die microscopisch kleine deeltjes elektronen uit het omringende plasma oppikken, en op die manier een negatieve elektrische lading krijgen. Zo ontstaan dus negatieve 'nano-deeltjes', die veel zwaarder zijn dan afzonderlijke elektronen, en ook veel zwaarder dan de meeste positief geladen atoomkernen.
Meer informatie:
Enceladus Plume is a New Kind of Plasma Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 mei 2012
De eerstvolgende grote wetenschappelijke ruimtemissie van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA is een onbemande vlucht naar de ijsmanen van de reuzenplaneet Jupiter. JUICE (JUpiter ICy moons Explorer) is vandaag geselecteerd door ESA's wetenschappelijke programmacommissie. JUICE zal in 2022 gelanceerd worden met een Ariane 5-raket vanaf de Europese lanceerbasis in Kourou, Frans-Guyana. In 2030 komt de ruimtesonde bij Jupiter aan, waar hij één keer langs de grote maan Callisto en twee keer langs de ijsmaan Europa zal vliegen. Daarna wordt JUICE in 2032 in een omloopbaan rond Ganymedes gebracht, de grootste planeetmaan in het zonnestelsel, en de enige met een eigen magnetisch veld. JUICE moet onder andere informatie opleveren over de inwendige structuur van de drie Jupitermanen, die mogelijk alledrie een ondergrondse oceaan van vloeibaar water hebben. De ruimtevlucht is de eerste grote missie in het Europese programma Cosmic Vision 2015-2025.
Meer informatie:
JUICE is Europe's next large science mission
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 april 2012
Uit gegevens van de ruimtesonde Cassini blijkt dat de kleine Saturnusmaan Phoebe meer planeetachtige kenmerken vertoont dan tot nu toe werd gedacht. Waarschijnlijk is Phoebe een zogeheten planetesimaal - een overgebleven 'bouwsteen' uit de tijd dat het planeetvormingsproces in ons zonnestelsel in volle gang was. De Cassini-gegevens laten zien dat Phoebe in zijn jeugd bolvormig en heet is geweest. Hij vertoont namelijk kenmerken van differentiatie: zijn kern bestaat uit relatief zwaar rotsachtig materiaal, terwijl de rest voornamelijk uit ijs bestaat. Omdat zijn dichtheid vergelijkbaar is met die van de ijsachtige dwergplaneet Pluto, wordt aangenomen dat Phoebe oorspronkelijk afkomstig is uit de Kuipergordel - de grote verzameling oude objecten voorbij de baan van de planeet Neptunus. Saturnus heeft meer dan zestig manen van uiteenlopende aard en afmetingen, maar Phoebe is echt een buitenbeentje. Ten opzichte van de rest cirkelt hij in tegengestelde richting om de planeet heen. Dat versterkt het idee dat Phoebe een object is dat niet samen met Saturnus is ontstaan, maar werd ingevangen toen hij op de een of andere manier iets te dicht bij de planeet kwam.
Meer informatie:
Cassini Finds Saturn Moon has Planet-Like Qualities

24 april 2012
De huidige dampkring van de grote Saturnusmaan Titan is hooguit een miljard jaar oud, en moet dus veel later zijn ontstaan dan Titan zelf. Die conclusie trekken onderzoekers van het Southwest Research Institute in San Antonio, Texas, in een artikel dat op 20 april is verschenen in The Astrophysical Journal. Titan is de enige planeetmaan in het zonnestelsel met een substantiële dampkring. De Titandampkring bestaat voornamelijk uit moleculair stikstof, maar bevat ook methaangas. Methaan speelt op Titan de rol die water speelt op aarde. Scheikundige reacties in de dampkring, onder invloed van onder andere ultraviolet zonlicht, produceren ook allerlei organische verbindingen die op het Titanoppervlak neerdwarrelen. Door precisiemetingen te verrichten aan de isotopensamenstelling van het methaangas en van de organische verbindingen op het oppervlak konden de onderzoekers afleiden hoe lang de Titandampkring al methaan bevat. De meeste methaanmoleculen bevatten een 'gewoon' C12-koolstofatoom, maar ook de zwaardere isotoop C13 is vertegenwoordigd. Omdat methaanmoleculen met een C13-atoom iets minder snel chemische reacties aangaan dan moleculen met een C12-atoom, is de relatieve hoeveelheid C13 een maat voor de leeftijd van de Titanatmosfeer. De metingen zijn verricht door een spectrometer aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini en een vergelijkbaar instrument aan boord van de Europese Titanlander Huygens, die in januari 2005 een zachte landing op het oppervlak maakte.
Meer informatie:
SwRI Scientists Assess Age of Titan's Organic Atmosphere
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 april 2012
Poreuze sneeuw- en ijsballen van honderden meters in middellijn trekken glinsterende sporen van kleinere ijsdeeltjes in de smalle F-ring van de planeet Saturnus. Op foto's die in de afgelopen jaren gemaakt zijn door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini zijn honderden van zulke 'mini-fonteinen' gevonden, veroorzaakt doordat de sneeuwballen met relatief lage snelheid (enkele meters per seconde) door de ijle, ijzige F-ring bewegen. Eerder was al ontdekt dat veel grotere objecten, zoals het Saturnusmaantjre Prometheus (ca. 100 kilometer groot) met zijn zwaartekracht allerlei verstoringen in de F-ring veroorzaakt, waaronder welvingen, verdichtingen en strak opgewonden spiraalpatronen. De ca. 1 km grote sneeuwballen kunnen ook ontstaan onder invloed van de zwaartekracht van Prometheus. Kennelijk hebben ze een langere levensduur dan oorspronkelijk werd gedacht. De nieuwe Cassini-resultaten worden disndag gepresenteerd op een geofysisch congres in Wenen.
Meer informatie:
Cassini Sees Objects Blazing Trails in Saturn Ring
Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 april 2012
Het Ontario-meer in het zuidpoolgebied van de grote Saturnusmaan Titan (zo genoemd vanwege de vormgelijkenis met het Amerikaanse Lake Ontario) heeft veel weg van een aardse zoutpan zoals de Etosha-pan in Namibië. Dat schrijven planeetonderzoekers in het vakblad Icarus. Uit metingen van de planeetverkenner Cassini blijkt dat Ontario Lacus vermoedelijk niet continu gevuld is, maar afhankelijk van het seizoen vol kan lopen, en vervolgens grotendeels verdampt, met achterlating van sediment. Het Titan-meer is echter niet gevuld met (zout) water, maar met een mengsel van vloeibaar methaan en ethaan. Op het zuidelijk halfrond van Titan is het de afgelopen jaren langzaam maar zeker herfst aan het worden; in de komende jaren zal hopelijk duidelijk worden of bekende aardse geologische en hydrologische processen ook op Titan voorkomen.
Meer informatie:
Cassini Finds Titan Lake is Like a Namibia Mudflat
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 april 2012
Een adviescommissie van het Europese ruimteagentschap ESA heeft aanbevolen dat de volgende grote Europese ruimtemissie naar Jupiter zal gaan. De missie, met de grappige naam JUICE, zal vooral de grote ijsmanen Callisto, Europe en Ganymedes gaan verkennen. JUICE staat voor JUpiter ICy moons Explorer. Of deze 1 miljard euro kostende ruimtemissie er ook echt komt, zal op 2 mei worden beslist tijdens een bijeenkomst van vertegenwoordigers van alle ESA-lidstaten. Daar zou JUICE theoretisch nog concurrentie kunnen krijgen van twee andere kandidaten: de grote röntgensatelliet ATHENA en de uit drie satellieten bestaande zwaartekrachtsgolfdetector NGO. Het lijkt echter waarschijnlijk dat de Jupitermissie de voorkeur zal krijgen. In kringen van astrofysici, die zich vooral met zaken buiten ons zonnestelsel bezighouden, is dan ook teleurgesteld gereageerd op de voordracht. Als JUICE definitief groen licht krijgt, vertrekt er in 2022 een Europese ruimtesonde naar de grootste planeet van ons zonnestelsel. Na aankomst zal deze een aantal scheervluchten langs Callisto en Europa maken, om uiteindelijk in een baan om Ganymedes te gaan cirkelen.
Meer informatie:
ESA Targets Jupiter's Icy Moons for Next Large-Scale Mission
Verslag van de Science Programme Committee (pdf)

16 april 2012
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini is op 14 april op een hoogte van slechts 74 kilometer langs de kleine Saturnusmaan Enceladus gevlogen. Daarbij vloog de ruimtesonde dwars door een van de ijsfonteinen van de 500 kilometer grote ijsmaan heen. Die ijsfonteinen, in het zuidpoolgebied van Enceladus, wijzen op het bestaan van ondergronds water. Met een spectrometer aan boord van Cassini zijn metingen verricht aan de samenstelling van de geiserpluim; de analyse daarvan zal nog geruime tijd op zich laten wachten. Cassini maakte tijdens de passage ook gedetailleerde foto's van het oppervlak van Enceladus. Na de Enceladuspassage vloog Cassini ook nog op veel grotere afstand (9100 kilometer) langs de grotere Saturnusmaan Tethys. Daarbij werd de 'achterzijde' van Tethys gefotografeerd, die niet eerder zo gedetailleerd in beeld is gebracht.
Meer informatie:
Cassini Successfully Flies over Enceladus
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2012
Wetenschappers hebben voor het eerst in lange tijd weer poollicht kunnen waarnemen bij de verre ijsplaneet Uranus. De 'lichtshow' op de planeet - zwakke lichtplekjes die slechts enkele minuten bestaan - is vastgelegd met de Hubble-ruimtetelescoop. Eerder was het poollicht van Uranus alleen waargenomen door de ruimtesonde Voyager 2, die in 1986 langs de planeet raasde. Poollicht is een eigenschap van de magnetosfeer - het gebied rond een planeet waar diens eigen magnetische veld en de zonnewind (geladen deeltjes die de zon uitzendt) om de hegemonie strijden. Het ontstaat waar de zonnedeeltjes door magnetische veldlijnen de atmosfeer boven de magnetische polen in worden geleid. Over het poollicht van de aarde, Jupiter en Saturnus is vrij veel bekend, maar de magnetosfeer van Uranus is nog vrijwel onbekend terrein. Het onderzoek ervan wordt bemoeilijkt doordat de planeet 4 miljard kilometer van de aarde verwijderd is, en doordat Uranus vrijwel op zijn kant 'ligt' en zijn magnetische as excentrisch is en ook nog eens zeer schuin op de rotatie-as staat. Het recent waargenomen poollicht verschilt niet alleen sterk van dat van de aarde, maar ook van het poollicht dat ruim 26 jaar geleden bij Uranus te zien was. De wetenschappers denken dat dit het gevolg is van de compleet verschillende oriëntatie van het magnetische veld van de planeet ten opzichte van de zon. Destijds stond de magnetische as van de planeet steeds schuin op de richting waaruit de zonnewind kwam, waardoor de situatie vergelijkbaar was met die op aarde. Nu is de situatie echter zo dat de rotatie-as van de planeet vrijwel haaks op de stroom zonnedeeltjes staat, waardoor elk van zijn magnetische polen elke dag maar eventjes in de richting van de zon wijst.
Meer informatie:
Uranus auroras glimpsed from Earth;

19 maart 2012
De United States Geological Survey heeft in samenwerking met planeetdeskundigen van het Planetary Science Institute in Tucson, Arizona, de eerste geologische kaart geproduceerd van de vulkanisch actieve Jupitermaan Io. In 1979 ontdekte de ruimtesonde Voyager 1 dat er op Io actieve zwavelvulkanen voorkomen, die aangedreven worden door de inwendige hitte van de Jupitermaan, opgewekt door de getijdenkrachten van de moederplaneet. In de jaren negentig werd Io opnieuw uitgebreid bestudeerd door de ruimtesonde Galileo. Alle waarnemingen aan vulkanen, zwavelafzettingen, lavastromen enzovoort zijn nu na een uitvoerige geologische analyse op een kleurrijke manier in kaart gebracht, waarbij de geologen wel met een probleem werden geconfronteerd: door de enorme vulkanische activiteit van Io is het oppervlak aan voortdurende veranderingen onderhevig. Een ander belangrijk verschil met de meeste andere hemellichamen in het zonnestelsel is dat er op Io geen inslagkraters voorkomen - nieuwe kraters worden binnen de kortste keren 'uitgewist' door de grote activiteit van het oppervlak. De nieuwe kaart is in hoge resolutie te downloaden op de website van de USGS.
Meer informatie:
New Geologic Map of Jupiter's Moon Io Documents Dynamic Volcanic Surface
Download de geologische kaart van Io
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 maart 2012
In de krachtige straalstromen in de Jupiterdampkring komen golfbewegingen voor, vergelijkbaar met de golfbewegingen in de (veel tragere) straalstromen in de aardatmosfeer. Die golfbewegingen worden veroorzaakt door zogeheten Rossby-golven, die in wisselwerking treden met de straalstroom. Ze zijn op Jupiter nu voor het eerst in beeld gebracht: kleine V-vormige structuren in een van Jupiters zuidelijke straalstromen die eerst netjes op één lijn liggen, blijken verderop enigszins naar het noorden en naar het zuiden af te buigen. Bij de analyse, die in het aprilnummer van Icarus wordt gepubliceerd, is gebruik gemaakt van opnamen die de planeetverkenner Cassini in 2000 maakte, en van waarnemingen van sterrenkundeamateurs hier op aarde. Door de dynamica van de dampkring van Jupiter in detail te vergelijken met die van de aardatmosfeer, hopen planeetonderzoekers uiteindelijk beide systemen beter te kunnen begrijpen.
Meer informatie:
Cassini Spies Wave Rattling Jet Stream on Jupiter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 maart 2012
Op 10 maart vloog de Amerikaanse planeetverkenner Cassini op 42.000 kilometer afstand langs de 1530 kilometer grote Saturnusmaan Rhea. Tijdens deze relatief 'wijde' fly-by zijn veel overzichtsfoto's van de ijzige maan gemaakt, onder andere van de grote inslagbekkens Mamaldi en Tirawa, en van de heldere stralenkrater Inktomi. De nieuwe Rhea-foto's zijn vandaag door NASA vrijgegeven; alle onbewerkte beelden kunnen zoals gebruikelijk teruggevonden worden op de Cassini-website.
Meer informatie:
Cassini Captures New Images of Icy Moon
Onbewerkte Cassini-foto's
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 maart 2012
De NASA-ruimtesonde Cassini heeft moleculaire zuurstofionen ontdekt bij de Saturnusmaan Dione. Dat bewijst dat de ruim 1100 kilometer grote ijsmaan een atmosfeer heeft, zij het een zeer ijle. De gedetecteerde hoeveelheid zuurstof is gering: ongeveer 1 ion per elf kubieke centimeter. Vertaald naar aardse begrippen is de atmosfeer van Dione ongeveer net zo ijl als de aardatmosfeer op een hoogte van 480 kilometer. De zuurstof van Dione is waarschijnlijk afkomstig van de inwerking van zonlicht of energierijke deeltjes uit de ruimte op het ijsoppervlak. Maar een deel ervan zou ook bij geologische processen kunnen vrijkomen. Een soortgelijke ijle atmosfeer is eerder ook bij Rhea, een andere ijsmaan van Saturnus, ontdekt.
Meer informatie:
Cassini Detects Hint of Fresh Air at Dione
Oxygen detected in atmosphere of Saturn's Moon Dione

1 maart 2012
De oceaan onder de ijskorst van de Jupitermaan Europa is mogelijk te zuur voor levende organismen. Dat stellen Amerikaanse onderzoekers die de chemische huishouding van de ijsmaan onderzocht hebben. Europa is ongeveer zo groot als onze eigen maan en volledig met ijs bedekt. Er zijn sterke aanwijzingen dat er onder dat ijs een misschien wel 150 kilometer diepe oceaan verstopt zit. Voor sommige wetenschappers was dat aanleiding om over de aanwezigheid van leven te speculeren. Door de inwerking van energierijke deeltjes, afkomstig van Jupiter, kunnen er in de ijskorst van Europa namelijk oxiderende stoffen als zuurstof en waterstofperoxide ontstaan. En ten gevolge van de stijgende en dalende stromingen in de onderliggende oceaan komen deze stoffen uiteindelijk in het oceaanwater terecht. Zuurstofrijk water is welhaast ideaal voor het ontstaan van leven. Maar volgens de onderzoekers gooien zwavelverbindingen in de oceaan op Europa roet in het eten. Door reacties met de oxidanten in het water zouden namelijk verbindingen als zwavelzuur ontstaan. Dat verandert de oceaan niet echt in een bijtend zuurbad, maar het water zuur genoeg maken om het ontstaan van organismen zoals wij die kennen te verhinderen.
Meer informatie:
Acidic Europa May Eat Away at Chances for Life(origineel persbericht)

23 februari 2012
Het inwendige van de grote Saturnusmaan Titan is mogelijk volledig gedifferentieerd. Dat wil zeggen: het heeft de gelaagde opbouw van een 5000 kilometer grote 'toverbal'. Tot die conclusie komt wetenschapper Dominic Fortes van University College London. Fortes construeerde een aantal computermodellen van het inwendige van Titan. En deze vergeleek hij met recent verkregen meetgegevens van de ruimtesonde Cassini. Het onderzoek laat zien dat het inwendige van Titan op z'n minst gedeeltelijk gedifferentieerd is. De kern heeft duidelijk een hogere dichtheid dan de buitenste delen van de Saturnusmaan, maar toch lijkt die dichtheid minder hoog te zijn dan verwacht. Dat laatste zou erop kunnen wijzen dat de kern nog een flinke hoeveelheid ijs of lichte mineralen bevat. De aarde en de overige aardse planeten zijn volledig gedifferentieerd en hebben een dichte ijzerkern. Het model van Fortes sluit echter uit dat Titan een kern van metaal heeft en is in overeenstemming met Cassini-metingen die erop wijzen dat het inwendige relatief koel en nat is.
Meer informatie:
The Many Moods of Titan

6 februari 2012
Sterrenkundigen hebben twee nieuwe, kleine maantjes ontdekt bij de reuzenplaneet Jupiter. Jupiter heeft nu in totaal 67 bekende satellieten. De twee nieuwe mini-maantjes zijn ongeveer een kilometer groot, en bewegen in wijde, trage banen rond de planeet, met omlooptijden van 580 en 726 dagen. Ze zijn voorlopig S/2011 J1 en S/2011 J2 genoemd. De twee maantjes werden in september 2011 ontdekt door Scott Sheppard van het Carnegie-instituut in Washington, met de 6-meter Baade-telescoop op de Las Campanas-sterrenwacht in Chili. De ontdekking is deze week bekendgemaakt in een circulaire van de Internationale Astronomische Unie. S/2011 J1 en S/2011 J2 maken deel uit van de 'retrograde' satellietenzwerm van Jupiter - kleine maantjes op grote afstand van de planeet die in de 'verkeerde' richting rond Jupiter bewegen, tegen de draairichting van de planeet in. De banen van de retrograde satellieten zijn bovendien sterk geheld en zeer excentrisch. Jupiter heeft naar schatting een stuk of honderd van dit soort kleine maantjes.
Satellieten van de reuzenplaneten (webpagina van Scott Sheppard)
Artikel over de ontdekking op National Geographic News
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 januari 2012
De vorming van duinenvelden op de grote Saturnusmaan Titan wordt beïnvloed door de hoogte waarop de duinen zich bevinden en door de seizoenen van Titan. Dat blijkt uit onderzoek van Franse en Amerikaanse wetenschappers naar de eigenschappen van de Titanduinen. Ongeveer 13% van het Titan-oppervlak (een gebied van ca. tien miljoen vierkante kilometer, zo groot als Canada) wordt bedekt door uitgestrekte duinenvelden. De Titanduinen doen denken aan de zandduinen in Namibië, maar ze zijn groter (1 à 2 kilometer breed, honderden kilometers lang en ca. honderd meter hoog) en ze bestaan niet uit zandkorrels maar uit korrels van koolwaterstofverbindingen met afmetingen van ca. een millimeter. Op foto's en radaropnamen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini is nu ontdekt dat de breedte en de spatiëring van de langgerekte duinen afhankelijk is van de hoogte en van de breedtegraad. De meeste duinen bevinden zich in relatief lage gebieden; op grotere hoogte worden ze smaller en liggen ze verder uiteen, vermoedelijk doordat er op grotere hoogte minder 'zand' aanwezig is. De duinen bevinden zich vooral in de 'tropen' van Titan, tussen 30 graden zuiderbreedte en 30 graden noorderbreedte. Op het noordelijk halfrond zijn de duinen echter ook smaller en wijder gespatieerd. Volgens de onderzoekers komt dat door de seizoenen op de Saturnusmaan: dankzij de ellipsbaan van Saturnus is de zomer op het zuidelijk halfrond korter maar intenser, waardoor het 'zand' droger wordt en zich gemakkelijker laat verplaatsen door de wind.
Meer informatie:
The two faces of Titan's dunes
Cassini
Persbericht Jet Propulsion Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 januari 2012
Sinds eind december hapert een deel van het radiosysteem van de ruimtesonde Cassini, die om de planeet Saturnus cirkelt. Het betreft de ultrastabiele oscillator die deels wordt gebruikt voor het overzenden van gegevens naar de aarde, maar vooral van belang is bij wetenschappelijke experimenten, zoals die waarbij Cassini radiosignalen dwars door het ringenstelsel van de planeet naar de aarde zendt, om de dichtheidsverschillen in het ringmateriaal te kunnen meten. De afgelopen weken gaat de radiocommunicatie via een backup-oscillator, die prima te gebruiken is voor het overzenden van gegevens, maar minder geschikt is voor onderzoeksdoeleinden. Later deze maand zullen tests worden uitgevoerd om te zien of de ultrastabiele oscillator weer aan de praat kan worden gekregen. Hoewel de oorzaak van de storing nog niet bekend is, mag niet worden uitgesloten dat er gewoon een onderdeel is stukgegaan. Het is immers al bijna vijftien jaar geleden dat Cassini werd gelanceerd.
Meer informatie:
Cassini Testing Part of Its Radio System

12 januari 2012
Sinds eind december hapert een deel van het radiosysteem van de ruimtesonde Cassini, die om de planeet Saturnus cirkelt. Het betreft de ultrastabiele oscillator die deels wordt gebruikt voor het overzenden van gegevens naar de aarde, maar vooral van belang is bij wetenschappelijke experimenten, zoals die waarbij Cassini radiosignalen dwars door het ringenstelsel van de planeet naar de aarde zendt, om de dichtheidsverschillen in het ringmateriaal te kunnen meten. De afgelopen weken gaat de radiocommunicatie via een backup-oscillator, die prima te gebruiken is voor het overzenden van gegevens, maar minder geschikt is voor onderzoeksdoeleinden. Later deze maand zullen tests worden uitgevoerd om te zien of de ultrastabiele oscillator weer aan de praat kan worden gekregen. Hoewel de oorzaak van de storing nog niet bekend is, mag niet worden uitgesloten dat er gewoon een onderdeel is stukgegaan. Het is immers al bijna vijftien jaar geleden dat Cassini werd gelanceerd.
Meer informatie:
Cassini Testing Part of Its Radio System

4 januari 2012
Onderzoekers van het California Institute of Technology hebben een nieuw computermodel ontwikkeld voor de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan (Nature, 5 januari). In deze atmosfeer vindt een methaankringloop plaats, die vergelijkbaar is met de waterkringloop op aarde - compleet met wolken, mist, regenbuien en meren. Het grote verschil met de aarde is de temperatuur waarbij dit alles zich afspeelt: bijna 200 graden onder nul. Het nieuwe model geeft een verklaring voor een aantal opvallende kenmerken van Titan. Het eerste is dat de meeste meren te vinden zijn rond de polen, en dan met name de noordpool. Het gebied rond de evenaar is doorgaans erg droog, maar uit beelden die in 2005 met de op Titan gelande Huygens-sonde zijn gemaakt bleek al dat er regelmatig grote hoeveelheden vloeistof over het oppervlak stromen. Vier jaar later werd ontdekt dat daar inderdaad 'tropische' buien kunnen optreden. Voor deze eigenschappen zijn verschillende verklaringen bedacht, maar eerdere modellen konden niet alles verklaren. Het nieuwe model, dat het gedrag van de Titanatmosfeer over een periode van 3000 aardse jaren nabootst, doet dat wel. Het kan de stortbuien rond de evenaar, die vooral in lente en herfst optreden, bijvoorbeeld goed reproduceren. Volgens het model verzamelt vloeibare methaan zich vooral in meren rond de polen, omdat het zonlicht daar gemiddeld het zwakst is, waardoor het methaan minder snel verdampt. Doordat Saturnus een enigszins langgerekte baan om de zon volgt, is Titan tijdens de zomer op zijn noordelijk halfrond verder van de zon verwijderd dan tijdens de zuidelijke zomer. Hierdoor duurt het noordelijke regenseizoen langer dan het zuidelijke, en vormen zich rond de noordpool gemakkelijker meren. Hoe goed het nieuwe model is, zal de komende jaren moeten blijken. Het voorspelt namelijk dat de methaanspiegel van de meren op het noordelijk halfrond zal stijgen. Ook zou de hoeveelheid bewolking rond de noordpool van Titan moeten toenemen.
Meer informatie:
New Computer Model Explains Lakes and Storms on Titan

 

vervolg archief gasreuzen