aardse planeten - dwergplaneten - gasreuzen - planetoïden - kometen en meteorieten - overige

In deze rubriek worden de vier reuzenplaneten (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) en hun vele manen behandeld.

3 april 2014
Nieuwe resultaten van de ruimtesonde Cassini, die al tien jaar om de planeet Saturnus cirkelt, bevestigen dat er onder de korst van de kleine ijsmaan Enceladus een diepe oceaan schuilgaat. Dat blijkt uit nauwkeurige metingen van het zwaartekrachtsveld van deze maan die zijn gedaan op momenten dat Cassini op minder dan honderd kilometer langs het oppervlak scheerde (Science, 4 april). De metingen laten zien dat er een duidelijk ‘overschot’ aan massa zit rond de zuidpool van Enceladus. De ijskorst in dat gebied bevat namelijk te weinig massa om de zwaartekrachtsaantrekking ter plaatse te kunnen verklaren. Volgens het internationale onderzoeksteam dat de Cassini-metingen heeft geanalyseerd moet de extra massa voor rekening komen van iets dat zwaarder is dan ijs, en dat is vrijwel zeker simpelweg vloeibaar water. Om de afwijkende zwaartekracht rond de zuidpool van de Saturnusmaan te kunnen verklaren, moet zich onder de dertig tot veertig kilometer dikke ijskorst een laag water bevinden die zich uitstrekt tot halverwege te evenaar. Deze ‘ondergrondse’ oceaan zou op het diepste punt tien kilometer diep zijn. Dat er onder het oppervlak van Enceladus een voorraad vloeibaar water schuilgaat werd al een tijdje vermoed. In 2005 ontdekte Cassini dat er aan de zuidpool van deze maan fonteinen van waterdamp en ijsdeeltjes ontsnappen. Het lijkt er nu dus op dat de bron van deze ijsfonteinen bij een diep gelegen oceaan moet worden gezocht. Maar het is nog onduidelijk hoe het water daarvan door het tientallen kilometers dikke ijs omhoog weet te sijpelen. Voor het feit dat het oceaanwater in Enceladus vloeibaar blijft bestaat al wel een verklaring. Dat is deels te danken aan de daarin oploste zouten. De wisselende getijkrachten die het ongeveer vijfhonderd kilometer grote maantje ondervindt doordat zijn afstand tot Saturnus varieert doen de rest: die veroorzaken spanningen en wrijvingen in de dikke ijskorst, waarbij warmte vrijkomt. (EE)
Gravity measurements confirm subsurface ocean on Enceladus

24 maart 2014
Waterstofmoleculen krijgen pas metallische eigenschappen bij een kolossale druk van 500 gigapascal (5 miljoen atmosfeer). Die conclusie trekken Italiaanse onderzoekers uit nieuwe computersimulaties die deze week gepubliceerd zijn in Nature Communications. Zulke hoge drukken komen uitsluitend in de binnenste delen van gasvormige reuzenplaneten als Jupiter voor.Moleculair waterstof (H2) is onder aardse omstandigheden een gas. Onder hoge druk wordt het gas vloeibaar, maar als de druk nóg veel verder toeneemt, raken de afzonderlijke atomen in de waterstofmoleculen zo sterk opeen geperst dat ze metaalachtige eigenschappen krijgen, zoals elektrische geleiding. Zulke extreme omstandigheden zijn in aardse laboratoria niet na te bootsen, en er is dan ook niet exact bekend onder welke druk die overgang plaatsvindt.Theoretici van SISSA (de International School of Advanced Studies in Triëst) hebben nu nieuwe, zeer gedetailleerde computermodellen ontwikkeld waarin het gedrag van moleculair waterstof onder extreme omstandigheden kan worden nagebootst. Het zijn de meest gedetailleerde simulaties ooit. Ze tonen aan dat de metallische eigenschappen pas optreden bij extreem hoge druk. (GS)
Like Being Inside a Star (origineel persbericht)

18 maart 2014
Franse en Amerikaanse geofysici hebben vastgesteld dat het oppervlak van Ligeia Mare, de op één na grootste zee op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan, zo glad is als een spiegel. Dat volgt uit radarmetingen van de ruimtesonde Cassini, waarvan de resultaten onlangs online in Geophysical Research Letters zijn gepubliceerd. Titan wordt gezien als het primitieve, ijskoude evenbeeld van de aarde. De maan heeft een planeetachtige atmosfeer en grote zeeën die met vloeibare methaan en ethaan gevuld zijn. Met afmetingen van 420 bij 350 kilometer is Ligeia Mare nog niet half zo groot als de Kaspische Zee. Het dichte wolkendek maakt het onmogelijk om vanuit de ruimte duidelijke foto’s te maken van het Titanoppervlak. Daarom moeten wetenschappers op radarpeilingen vertrouwen. Daarbij laat men radiogolven door het oppervlak weerkaatsen en worden de echo’s ervan geanalyseerd. Uit de radarmetingen van Cassini blijkt dat als Ligeia Mare al deining vertoont, de golfjes kleiner dan een millimeter moeten zijn. Een gebrek aan wind lijkt de meest waarschijnlijke verklaring. Maar het is ook mogelijk dat er een dunne laag van het een of andere materiaal op de zee drijft die het ontstaan van golven onderdrukt. Cassini heeft ook de microgolfstraling gemeten die wordt uitgezonden door het oppervlak van Titan. Deze metingen wijzen erop dat de vaste oevers van Ligeia Mare uit stijf bevroren methaan en ethaan bestaan en niet uit bevroren water. (EE)
Surface of Titan Sea is mirror smooth

12 februari 2014
Meer dan vierhonderd jaar na zijn ontdekking door de Italiaanse astronoom Galileo Galilei is de Jupitermaan Ganymedes voor het eerst volledige geologisch in kaart gebracht. Ganymedes is de grootste maan van ons zonnestelsel: hij is zelfs groter dan de planeet Mercurius. Bij de totstandkoming van de geologische kaart is gebruik gemaakt van de beste beelden die de ruimtesondes Voyager 1 en 2 (in 1979) en de orbiter Galileo (tussen 1995 en 2003) hebben vastgelegd. De kaart illustreert het gevarieerde geologische karakter van het ijzige oppervlak van de grote Jupitermaan. Het oppervlak van Ganymedes vertoont twee verschillende soorten terreinen: donkere, zeer oude, met kraters bezaaide gebieden en iets jongere gebieden die gekenmerkt worden door groeven en ruggen. Volgens de wetenschappers die de geologische kaart hebben samengesteld, wordt de geschiedenis van de Jupitermaan gekenmerkt door drie episoden. Eerst was hij het doelwit van grote inslagen, die tot de vorming van talrijke kraters hebben geleid. Vervolgens kwam een periode van grote tektonische beroering en ten slotte een afname van de geologische activiteit. Het zal nog bijna twintig jaar duren voordat er een betere kaart van Ganymedes kan worden gemaakt. Als alles volgens plan verloopt wordt in 2022 de Europese Jupiter Icy Moons Explorer gelanceerd. Deze zal vanaf 2032 om Ganymedes gaan cirkelen. (EE)
Largest Solar System Moon Detailed in Geologic Map

11 februari 2014
Recente beelden van de Hubble-ruimtetelescoop en de ruimtesonde Cassini geven een compleet beeld van het poollicht van Saturnus. Het resultaat is een reeks filmpjes die laten zien hoe deze magnetische ‘lichtshow’ reageert op uitbarstingen van de zon. Het poollicht op Saturnus gedraagt zich heel wisselvallig: vaak is er weinig van te zien, maar soms zijn er ook plotselinge oplevingen, zoals 5 april en 20 mei 2013. Fluctuaties in de ‘wind’ van geladen deeltjes, afkomstig van de zon, trakteerden wetenschappers toen op een scala aan poollichtverschijnselen. De gegevens die Hubble en Cassini bij die gelegenheden hebben verzameld laten duidelijk het verband zien tussen de zonnewind en de poollichtactiviteit op Saturnus. De geladen deeltjes van de zon worden door het magnetische veld van de planeet richting polen afgebogen, en dringen daar de atmosfeer binnen. De lichtverschijnselen die daarbij ontstaan zijn het gevolg van botsingen tussen de zonnedeeltjes en atomen in de atmosfeer. In dat opzicht vertoont het poollicht van Saturnus duidelijke overeenkomsten met dat van de aarde. Maar er zijn ook verschillen. Enkele jaren geleden bleek dat er geladen deeltjes van de maan Enceladus naar Saturnus stromen, die eveneens een bijdrage aan het poollicht leveren. De nieuwe beelden laten zien dat ook een andere Saturnusmaan, Mimas, zijn steentje bijdraagt. (EE)
NASA Spacecraft Get a 360-Degree View of Saturn's Auroras

12 december 2013
Tijdens recente scheervluchten langs Titan heeft de ruimtesonde Cassini detailrijke(re) radaropnamen gemaakt van het merengebied op het noordelijk halfrond van de grote Saturnusmaan. Op de nieuwe beelden zijn vooral de twee grootste meren, Kraken Mare en Ligeia Mare, beter te zien. De meren op Titan zijn niet gevuld met water, maar met vloeibare koolwaterstoffen. Ze liggen bijna allemaal binnen een gebied van 900 bij 1800 kilometer. Slechts drie procent van alle vloeistof op Titan bevindt zich daarbuiten. Voor het eerst is ook informatie verkregen over de diepte van een van de meren. Uit een nauwkeurige analyse van de radarbeelden blijkt dat Ligeia Mare ongeveer 170 meter diep is. De nieuwe resultaten laten verder zien dat de vloeistof waarmee het meer is gevuld grotendeels uit methaan bestaat. Alles bij elkaar bevatten de meren van Titan ongeveer 9000 kubieke kilometer aan ijskoude, vloeibare koolwaterstoffen – ongeveer veertig keer zo veel als de totale (bekende) olievoorraad op aarde. Wetenschappers zijn zeer benieuwd wat daarmee gaat gebeuren nu de zomer op het noordelijk halfrond van de Saturnusmaan voor de deur staat. (EE)
NASA's Cassini Spacecraft Reveals Clues About Saturn Moon

12 december 2013
Amerikaanse planeetwetenschappers hebben aanwijzingen gevonden dat de Jupitermaan Europa soms grote pluimen van waterdamp uitstoot (Science Express, 12 december). Als het inderdaad om waterdamp gaat, zou dit kunnen betekenen dat het water van de ‘ondergrondse’ oceaan van Europa op sommige plekken relatief gemakkelijk aan de oppervlakte kan komen. Europa, de op drie na grootste maan van Jupiter, is bedekt met tientallen kilometers dikke ijskorst. Daaronder bevindt zich waarschijnlijk een oceaan van water die vloeibaar blijft dankzij de warmte die vrijkomt bij de getijwerking van Jupiter. Bij een analyse van ultraviolet-opnamen die eind 2012 door de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt, hebben de planeetwetenschappers ontdekt dat het zuidelijk halfrond van Europa op twee plaatsen een overschot aan waterstof en zuurstof vertoont. De meest voor de hand liggen interpretatie is dat het hierbij gaat om een tweetal pluimen van waterdamp van ongeveer 200 kilometer hoog. De pluimen verschijnen wanneer Europa zich in het verste punt van zijn omloopbaan om Jupiter bevindt, en verdwijnen weer wanneer hij de planeet dichter is genaderd. Dat doet vermoeden dat de waterdamp ontsnapt via scheuren in de ijskorst, die door de getijwerking van de planeet ontstaan. In dat opzicht lijkt Europa dus duidelijke overeenkomsten te vertonen met de ijzige Saturnusmaan Enceladus. (EE)
Hubble discovers water vapour venting from Jupiter’s moon Europa

11 december 2013
Een nieuwe analyse van gegevens van de ruimtesonde Galileo wijst erop dat er klei-achtige mineralen op het oppervlak van de ijzige Jupitermaan Europa liggen. Volgens NASA-wetenschappers is het materiaal afkomstig van een planetoïde of komeet die op deze maan is ingeslagen. Behalve klei-achtig materiaal kunnen er bij zo’n inslag ook organische moleculen op Europa terecht zijn gekomen. De klei-achtige mineralen zijn opgespoord aan de hand van nabij-infraroodbeelden die Galileo in 1998 heeft vastgelegd. Erg detailrijk zijn deze opnamen niet, maar Amerikaanse onderzoekers hebben er met nieuwe beeldtechnieken meer informatie uit kunnen halen dan vijftien jaar geleden mogelijk was. Daarbij hebben zij ontdekt dat de mineralen zijn verspreid over een ongeveer veertig kilometer groot gebied dat op ruim honderd kilometer van een dertig kilometer grote inslagkrater ligt. De verdeling van het materiaal laat zich het makkelijkst verklaren met de schampende inslag van een ongeveer één kilometer grote komeet of planetoïde. In zo’n geval valt een deel van het oorspronkelijke materiaal van het ingeslagen object terug naar het oppervlak. Bij een directere inslag zou het object grotendeels verdampen of zou het materiaal ervan zich diep in het ijs hebben geboord. Veel wetenschappers denken dat Europa een geschikte locatie is om naar levende organismen te zoeken. Dat lijkt vergezocht, omdat deze maan bedekt is met een kilometers dikke laag ijs. Maar onder die ijskorst gaat hoogstwaarschijnlijk een oceaan van vloeibaar water schuil. Bovendien is er een warmtebron: de getijwerking van de planeet Jupiter. En daar komt nu dus de mogelijke aanwezigheid van organische moleculen bij, al gaat het nog maar om een indirecte aanwijzing. (EE)
Clay-Like Minerals Found on Icy Crust of Europa

4 december 2013
De Amerikaanse ruimtesonde Cassini heeft een reeks detailrijke opnamen gemaakt van de unieke, zeshoekige straalstroom rond de noordpool van Saturnus. De beelden zijn verwerkt tot een aantal korte filmpjes. De polaire straalstroom van Saturnus heeft een spanwijdte van ongeveer 30.000 kilometer en kent windsnelheden tot ongeveer 330 kilometer per uur. In het hart ervan bevindt zich een kolossale wervelstorm. Nergens anders in het zonnestelsel is zo’n weersysteem te zien – niet zo standvastig als deze ‘hexagoon’ althans. Doorgaans zijn vergelijkbare luchtstromingen heel turbulent en instabiel. Wetenschappers vermoeden dat de stabiliteit van de zeshoekige straalstroom iets te maken heeft met het ontbreken van een vast planeetoppervlak dat grote regionale verschillen vertoont, zoals op aarde. Saturnus is in feite immers een grote gasbol. Door opnamen door verschillende kleurenfilters te maken, hebben wetenschappers kunnen vaststellen dat de aerosolen – kleine in de lucht zwevende deeltjes – in en rond de hexagoon verschillende afmetingen hebben. Binnen het door de straalstroom omsloten gebied is een grote concentratie van fijne aerosolen aangetroffen, terwijl daarbuiten juist meer grote deeltjes te vinden zijn. De zeshoekige straalstroom fungeert dus als een barrière, en dat resulteert in iets dat op het beruchte gat in ozonlaag boven Antarctica lijkt. Ook het Antarctische ozongat ontstaat in een gebied dat omsloten is door een straalstroom. Wanneer in de winter chemische stoffen in de aardatmosfeer voor de afbraak van ozon zorgen, houdt die straalstroom de aanvoer van ozon van buitenaf tegen. Op Saturnus blokkeert de hexagoon de aanvoer van grote aerosolen, die dichter bij de evenaar onder invloed van zonlicht zijn ontstaan. (EE)
NASA's Cassini Spacecraft Obtains Best Views of Saturn Hexagon

3 december 2013
In de oceaan die onder de ijskorst van de Jupitermaan Europa schuilgaat treden mogelijk stromingen op die gunstig kunnen zijn voor het instandhouden van primitieve organismen. Dat volgt uit computersimulaties door onderzoekers van twee Amerikaanse universiteiten en het Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung (Nature Geosciences, 1 december). De berekeningen laten zien dat de oceaan van Europa een circulatiepatroon in stand kan houden waarbij aan de evenaar relatief warm water opstijgt, terwijl aan de polen juist koud water de diepte in zakt. Zo’n circulatiepatroon zou het bestaan kunnen verklaren van de chaotische gebieden die de ijskorst van Europa rond de evenaar vertoont. De toetsing van deze circulatiehypothese zal overigens nog wel even op zich laten wachten. Pas over een jaar of tien vertrekken er weer één of twee ruimtesondes richting Jupiter: de Europese JUICE-missie en wellicht ook de Europa Clipper van NASA. Dat betekent dat we pas rond 2030 meer te weten zullen komen over het inwendige van deze intrigerende Jupitermaan. (EE)
Model Suggests Ocean Currents Shape Europa’s Icy Shell in Ways Critical for Potential Habitats

14 november 2013
Al meer dan driehonderd jaar is in de atmosfeer van de planeet Jupiter een kolossale wervelstorm te zien: de Grote Rode Vlek. Maar eigenlijk zou die storm al eeuwen geleden verdwenen moeten zijn. Nieuw theoretisch onderzoek kan verklaren waarom dat niet is gebeurd. Wervelingen zoals de Rode Vlek verpieteren normaal gesproken vanzelf. De turbulentie en golven in en rond de wervelstorm onttrekken er energie aan, en ook raakt energie verloren door de uitstraling van warmte. Bovendien zit de Rode Vlek ingeklemd tussen twee sterke, tegengesteld gerichte straalstromen die zijn draaiing zouden kunnen afremmen. Volgens sommige wetenschappers wordt dat energieverlies gecompenseerd doordat de Rode Vlek kleinere wervelingen opslokt. Maar voor zover bekend gebeurt dat niet vaak genoeg om de extreem lange levensduur van de superstorm te kunnen verklaren. Amerikaanse natuurkundigen denken het raadsel nu te hebben opgelost door verticale luchtstromingen in het proces te betrekken. Tot nu toe werd aangenomen dat die stromingen van ondergeschikt belang zijn, maar dat lijkt toch niet zo te zijn. De verticale luchtstromingen transporteren warme gassen van boven en koude gassen van onderen naar het centrum van de Rode Vlek, en geven deze nieuwe energie. Het nieuwe model voorspelt ook dat er radiale stromingen optreden die energie aan de naastgelegen straalstromen onttrekken. (EE)
A question for Jupiter (via Phys.org)

23 oktober 2013
Dankzij een combinatie van de juiste zonnestand en gunstige weersomstandigheden heeft de Amerikaanse ruimtesonde Cassini nieuwe, duidelijke opnamen kunnen maken van de meren rond de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan. Anders dan de meren op aarde zijn deze gevuld met vloeibare methaan en ethaan – eenvoudige koolwaterstoffen die op de ijskoude Saturnusmaan zo’n beetje dezelfde rol vervullen als het water op onze planeet. Hoewel er ook rond de zuidpool van Titan meren te vinden zijn, moet het grootste merengebied rond de noordpool worden gezocht. Tot nu toe kon dit gebied niet gedetailleerd in beeld worden gebracht, maar daar is tijdens twee recente scheervluchten van Cassini verandering in gekomen. De nabij-infraroodopnamen die Cassini heeft gemaakt laten zien dat het terrein rond de meren helderder is dan elders. Dat wijst erop dat het oppervlak aldaar duidelijk afwijkt van de rest van Titan. Mogelijk is dat ook de reden waarom hier zoveel meren te vinden zijn, al bestaat er nog veel onduidelijkheid over de manier waarop deze zijn ontstaan. De meren op Titan hebben heel opvallende vormen: ze zijn sterk afgerond en hebben steile oevers. Voor hun ontstaan zijn verschillende mechanismen bedacht. Mogelijk zijn ze gevormd doordat na vulkaanuitbarstingen plaatselijke verzakkingen ontstonden. Een andere theorie is dat het een soort ‘zinkgaten’ zijn, ontstaan door het oplossen van gesteente in vloeistoffen. (EE)
Cassini Gets New Views of Titan's Land of Lake

15 oktober 2013
Al meer dan negen jaar worden de planeet Saturnus en zijn manen in de gaten gehouden door de ruimtesonde Cassini. Uit een nauwkeurige analyse van Cassini-gegevens blijkt dat de dichtheid van de ionosfeer van de grote maan Titan (zoals voorspeld) wordt beïnvloed door de activiteit van de zon. Alle planeten en manen die door een atmosfeer omgeven zijn hebben een ionosfeer, een gebied hoog in de atmosfeer dat rijk is aan geïoniseerde (elektrisch geladen) deeltjes. De ionosfeer is vooral het gevolg van de inwerking van ultraviolette straling van de zon. Deze energierijke vorm van straling zorgt ervoor dat atmosferische moleculen in ionen en elektronen worden gesplitst. De dichtheid van de ionosfeer volgt automatisch een dag-nachtritme: aan de dagzijde van een planeet of maan is hij hoger dan aan de nachtzijde. Ook reageert hij op variaties in de zonnestraling, die op hun beurt weer de 11-jarige activiteitscyclus van de zon volgen. Metingen die de afgelopen negen jaar door de ruimtesonde Cassini zijn gedaan, laten zien dat dit op Titan net zó gaat. Vanaf 2010, toen de activiteit van de zon na een langdurig minimum weer begon op te lopen, is de elektronendichtheid in zijn ionosfeer met 15 tot 30 procent toegenomen. (EE)
The Active Sun Boosts Titan's Outer Atmosphere

12 oktober 2013
Jupitersonde Juno is weer volledig in bedrijf. Na zijn recente scheervlucht langs de aarde was hij door onbekende oorzaak in ‘ruststand’ geschakeld, wat wil zeggen dat alle niet-essentiële systemen waren uitgeschakeld. Er was echter nog wel radiocontact en Juno heeft intussen zelfs al enkele beelden van de aarde overgeseind. De ruimtesonde vloog woensdag op een afstand van slechts 560 kilometer langs het aardoppervlak om voldoende snelheid te krijgen voor zijn reis naar Jupiter. De storing ontstond op het moment dat hij zich in de schaduw van de aarde bevond. Voor zijn verdere reis naar de grootste planeet van ons zonnestelsel heeft deze kleine episode geen gevolgen. (EE)
Meer informatie over de Juno-missie

9 oktober 2013
Recent onderzoek laat zien dat de diepe atmosferen van de planeten Jupiter en Saturnus brokken diamant kunnen bevatten die in vloeibare waterstof en helium drijven. Dat hebben Amerikaanse planeetwetenschappers vandaag bekendgemaakt op de 45ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Denver, Colorado. De wetenschappers komen tot hun conclusie na een analyse van een nauwkeurig fasediagram van koolstof – een grafiek die laat zien welke vormen koolstof onder verschillende omstandigheden aanneemt – en van recente informatie over het verloop van druk en temperatuur in de atmosferen van Jupiter en Saturnus. Uit die analyse blijkt dat op bepaalde diepten in deze atmosferen diamant de stabiele vorm van koolstof is. Ook in de direct daaronder gelegen lagen is diamant stabiel, maar daar zijn druk en temperatuur dermate hoog dat het diamant vloeibaar wordt. Daar kan het dus diamant ‘regenen’. De diamanten zouden hun bestaan te danken hebben aan enorme bliksemontladingen in de planeetatmosferen. Het roet of grafiet dat daarbij vrijkomt zou omlaag zakken en op grote diepte tot diamanten worden samengeperst. Onder bepaalde omstandigheden zouden deze diamanten groot genoeg kunnen worden om van ‘diamantbergen’ te spreken. (EE)
Planetary Scientists Find Jupiter And Saturn Are Awash In Diamonds

9 oktober 2013
Vanavond (woensdag 9 oktober) om 21.21 uur scheert de Amerikaanse ruimtesonde Juno op een afstand van 560 kilometer langs het aardoppervlak. Het punt van dichtste nadering ligt boven Zuid-Afrika. Juno werd op 5 augustus 2011 gelanceerd voor een reis die op 4 juli 2016 bij de planeet Jupiter moet eindigen. Hij is dus nog niet zo ver opgeschoten. Dat heeft alles te maken met de grote massa van de fors bemeten ruimtesonde. Zelfs de grootste raket kon hem niet genoeg snelheid geven om hem direct richting Jupiter te sturen. Daarom is Juno in eerste instantie in een baan om de zon gebracht die hem tot even voorbij de omloopbaan van Mars bracht. Nu, ruim twee jaar later, is Juno weer bijna bij ‘af’. De scheervlucht langs de aarde geeft hem echter zoveel extra snelheid dat hij alsnog de grootste planeet van ons zonnestelsel kan bereiken. Hij wordt als het ware voor de tweede keer gelanceerd. Hoewel de scheervlucht vooral bedoeld is om Juno extra snelheid te geven, maakt de vluchtleiding ook van de gelegenheid gebruik om de wetenschappelijke instrumenten van de ruimtesonde te testen. Verder worden unieke opnamen van het aarde-maanstelsel gemaakt: het gebeurt immers niet vaak dat een ruimtesonde onze planeet vanaf de schaduwkant nadert. (EE)
Juno spacecraft to slingshot past Earth en route to Jupiter

8 oktober 2013
Het kleine, binnenste Neptunusmaantje Naiad, in 1989 ontdekt door de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 2, is voor het eerst opnieuw gezien, op foto's die tussen 2004 en 2009 zijn gemaakt met de Hubble Space Telescope. De analyse van de Hubble-foto's werd uitgevoerd door Mark Showalter van het SETI Institute in Mountain View, Californië, in samenwerking met enkele collega's onder wie de Nederlands-Amerikaanse planeetonderzoekster Imke de Pater. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 45ste bijeenkomst van de Division for Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Denver, Colorado. Eerder dit jaar ontdekte Showalter al een tot nu toe onbekend Neptunusmaantje, S/2004 N1 genaamd.Naiad heeft een middellijn van enkele tientallen kilometers, maar bevindt zich zeer dicht bij de veel helderder planeet Neptunus, waardoor hij vanaf de aarde nauwelijks waarneembaar is. Door een groot aantal Hubble-opnamen te combineren, is het binnenste Neptunusmaantje nu voor het eerst sinds 1989 opnieuw gelokaliseerd. Daarbij bleek merkwaardig genoeg dat hij zich niet op de berekende positie in zijn baan bevindt, mogelijk als gevolg van zwaartekrachtsstoringen van andere Neptunusmanen. Ook de mysterieuze ringbogen van Neptunus - smalle, donkere stofringen rond de planeet die niet overal even helder zijn - blijken in de afgelopen kwart eeuw van uiterlijk te zijn veranderd. Twee van de vier ringbogen die door Voyager 2 werden gefotografeerd zijn nog steeds prominent aanwezig; twee andere lijken geheel van het toneel te zijn verdwenen. Hoe dat komt is niet bekend. (GS)
Archival Hubble Images Reveal Neptune's 'Lost' Inner Moon (origineel persbericht)

30 september 2013
De infrarode CIRS-spectrometer aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft propyleen (C3H6) ontdekt in de dampkring van de grote Saturnusmaan Titan. Propyleen is een belangrijk bestanddeel van vele harde plastics in de dagelijkse wereld om ons heen - de koolwaterstoffen zijn daar aaneengeregen in lange ketens (polypropyleen). De dikke Titandampkring bevat veel stikstof en methaan (CH4). Onder invloed van de ultraviolette straling van de zon worden methaanmoleculen op grote hoogte in de atmosfeer afgebroken. De 'brokstukken' rijgen zich vervolgens weer aaneen tot allerlei koolwaterstoffen - verbindingen van koolstof en waterstof. Veel van die organische moleculen werden ruim dertig jaar geleden al ontdekt door de Amerikaanse Voyager-ruimtesondes, maar de aanwezigheid van propyleen was nog nooit eerder vastgesteld.De ontdekking is vandaag gepubliceerd in The Astrophyisical Journal Letters. (GS)
NASA's Cassini Spacecraft Finds Ingredient of Household Plastic in Space

19 september 2013
Door de opvallend rechte barsten in het ijsoppervlak van Europa te analyseren, zijn NASA-wetenschappers tot de ontdekking gekomen dat de rotatieas van deze Jupitermaan ooit schuin heeft gestaan. De barsten in het oppervlak van Europa zijn het gevolg van getijkrachten, die op hun beurt weer ontstaan doordat de omloopbaan van deze maan niet precies cirkelvormig is, maar een beetje ovaal. Wanneer Europa wat dichter bij Jupiter komt, wordt zij enkele tientallen meters uitgerekt. Op grote afstand van de planeet neemt zij de bolvorm weer aan. De ijskorst van Europa is vrij buigzaam, maar als de spanning in het ijs te groot wordt, ontstaan er barsten. De grote vraag was echter waarom die barsten in de loop van de tijd verschillende richtingen vertonen, terwijl toch altijd hetzelfde halfrond van Europa naar Jupiter is gericht. Een mogelijke verklaring was dat de rotatietijd van de ijskorst, die op een diepe oceaan ‘dobbert’, iets korter is dan de omlooptijd van Europa om Jupiter. Maar de nauwkeurige analyse heeft nu laten zien dat die theorie het waargenomen barstenpatroon niet goed kan verklaren. Een veel beter verklaring lijkt te zijn dat de rotatieas van Europa ooit schuin stond en een precessiebeweging maakte, net als de rotatieas van de aarde. Als dat inderdaad zo is, zouden de barsten in de korst van Europa wel eens veel jonger kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Als een iets snellere rotatie van de ijskorst de oorzaak was geweest, zou hun ontstaan honderdduizenden jaren hebben geduurd. Maar als ze het gevolg zijn van precessie, kunnen ze binnen enkele jaren zijn gevormd. Daarbij moet wel worden aangetekend dat niet duidelijk is wanneer de rotatieas van Europa voor het laatst schuin stond. (EE)
Long-stressed Europa Likely Off-kilter at One Time

13 september 2013
De explosie van een meteoroïde boven de Russische stad Tsjeljabinsk, in februari van dit jaar, heeft ons er weer eens aan het herinnerd dat het zonnestelsel wemelt van de kleine objecten. Daar kan de planeet Jupiter over meepraten: gemiddeld één keer per jaar slagen amateurastronomen erin een flinke explosie in zijn atmosfeer op video vast te leggen. Jupiter is door zijn grote omvang en sterke aantrekkingskracht een veel gemakkelijker doelwit dan de aarde. Uit de frequentie van de inslagen die de laatste jaren zijn waargenomen kan worden afgeleid dat de planeet twaalf tot zestig keer per jaar door objecten groter dan tien meter wordt getroffen – honderd keer zo vaak als de aarde. Verreweg de meeste van deze inslagen worden echter niet opgemerkt. Dat komt voor een belangrijk deel doordat de lichtgloed die bij zo’n inslag ontstaat van zeer korte duur is. Daarom lukt het doorgaans ook niet om ze met grote instrumenten, zoals de Hubble-ruimtetelescoop of de Very Large Telescope, te registreren. Tegen de tijd dat deze op Jupiter kunnen worden gericht, is er niets meer van het verschijnsel te zien. Het onderzoek van de inslagen op Jupiter zal dus ook de komende jaren afhankelijk zijn van amateurs. Hun instrumentarium mag dan van bescheiden omvang zijn, alleen zij zijn in staat om een planeet vele nachten achtereen in de gaten te houden. (EE)
Fireballs In Jupiter's Atmosphere Observed By Amateur Astronomers

13 september 2013
Veranderingen die de afgelopen vier jaar op Titan hebben plaatsgevonden, wijzen erop dat er actieve ijsvulkanen zijn op deze grote Saturnusmaan. Rond de evenaar zijn bovendien structuren ontdekt die in overeenstemming zijn met dit ‘cryovulkanisme’ – vulkanisme waarbij vluchtige stoffen zoals water, ammoniak of methaan worden uitgestoten in plaats van hete lava. Het vermoeden dat er actieve ijsvulkanen op Titan zijn bestaat al langer. Er zijn sterke aanwijzingen dat er onder het ijsoppervlak van deze maan een oceaan van vloeibaar water schuilgaat. Bovendien is het aantal inslagkraters op Titan gering, wat betekent dat het oppervlak relatief jong is en regelmatig wordt ‘ververst’. Uit onderzoek van opnamen van het oppervlak van Titan, gemaakt door de ruimtesonde Cassini, is nu gebleken dat enkele gebieden waar cryovulkanisme zou kunnen voorkomen in de loop van de jaren van helderheid zijn veranderd. Het ene gebied, Tui Regio, is donkerder geworden, het andere, Sotra Patera – de meest veelbelovende kandidaat voor cryovulkanisme, werd juist lichter. (EE)
Changes In Titan's Surface Brightness Point To Cryovolcanism

3 september 2013
De monsterstorm die in 2011 woedde op het noordelijk halfrond van de planeet Saturnus is zo krachtig geweest dat hij ijs- en ammoniak-kristallen uit diepere dampkringlagen omhoog heeft 'gewoeld'. Dat blijkt uit spectroscopische infraroodmetingen die in februari 2011 zijn uitgevoerd door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini en die nu zijn gepubliceerd in het vakblad Icarus.De Saturnusstorm ontstond eind 2010, en strekte zich enkele maanden later uit over een lengte van 300.000 kilometer. Uit de Cassini-metingen blijkt dat er in de wolkentoppen van de storm (bevroren) water, ammoniak en - waarschijnlijk - ammoniumhydrosulfide voorkomen. IJskristallen ontstaan op grotere diepte in de Saturnusdampkring, vermoedelijk minstens 150 kilometer onder het wolkendek. Ze moeten door de explosieve kracht van de superstorm omhoog zijn gebracht, aldus de onderzoekers. Daarbij is de nette gelaagdheid van de Saturnusdampkring, met afzonderlijke lagen van water-, ammoniumhydrosulfide- en ammoniakwolken (van beneden naar boven) ingrijpend verstoord geraakt.Het is voor het eerst dat waterijs is waargenomen in de Saturnusdampkring. (GS)
Cassini Sees Saturn Storm's Explosive Power

29 augustus 2013
Canadese en Franse astronomen hebben voor het eerst een planetoïde ontdekt die (met enige voorsprong) dezelfde omloopbaan om de zon volgt als de planeet Uranus. Volgens de ontdekkers wijzen berekeningen erop dat er bij de verste planeten van ons zonnestelsel meer van zulke ‘Trojanen’ te vinden zijn dan tot nu toe werd aangenomen (Science, 30 augustus). Verschillende planeten van ons zonnestelsel (Jupiter, Mars, Neptunus) zijn in gezelschap van Trojanen. Zelfs de aarde heeft er eentje. Deze planetoïden volgen dezelfde omloopbaan als de planeet, maar houden wel afstand. Ze bevinden zich nabij de zogeheten Lagrangepunten L4 en L5, waar de gezamenlijke aantrekkingskracht van zon en planeet precies groot genoeg is om dezelfde omlooptijd te hebben als de planeet. De ontdekking van de zestig kilometer grote Trojaan 2011 QF99 bij Uranus komt niettemin als een verrassing. Astronomen dachten namelijk dat de aantrekkingskrachten van de grotere naburige planeten een destabiliserende werking op deze objecten zouden hebben. Hierdoor zou Uranus zijn Trojanen allang kwijtgeraakt moeten zijn. Om te onderzoeken waar de Trojaan van Uranus vandaan komt, hebben zijn ontdekkers modelberekeningen uitgevoerd. Deze laten zien dat op elk moment ruim drie procent van alle kleine objecten die voorbij de baan van Jupiter om de zon cirkelen tijdelijk de omloopbaan van Uranus (0,4%) of Neptunus (2,8%) delen – aanzienlijk meer dan eerdere schattingen aangaven. Volgens de astronomen is 2011 QF9 nog maar enkele honderdduizenden jaren geleden door Uranus ‘ingevangen’. Het kleine object zal nog zeker 70.000 in de buurt van het L4-punt van de planeet blijven. Over ongeveer een miljoen jaar ontsnapt de planetoïde weer aan de zwaartekrachtsaantrekking van Uranus. (EE)
‘Trojan’ Asteroids In Far Reaches Of Solar System

29 augustus 2013
Canadese en Franse astronomen hebben voor het eerst een planetoïde ontdekt die (met enige voorsprong) dezelfde omloopbaan om de zon volgt als de planeet Uranus. Volgens de ontdekkers wijzen berekeningen erop dat er bij de verste planeten van ons zonnestelsel meer van zulke ‘Trojanen’ te vinden zijn dan tot nu toe werd aangenomen (Science, 30 augustus). Verschillende planeten van ons zonnestelsel (Jupiter, Mars, Neptunus) zijn in gezelschap van Trojanen. Zelfs de aarde heeft er eentje. Deze planetoïden volgen dezelfde omloopbaan als de planeet, maar houden wel afstand. Ze bevinden zich nabij de zogeheten Lagrangepunten L4 en L5, waar de gezamenlijke aantrekkingskracht van zon en planeet precies groot genoeg is om dezelfde omlooptijd te hebben als de planeet. De ontdekking van de zestig kilometer grote Trojaan 2011 QF99 bij Uranus komt niettemin als een verrassing. Astronomen dachten namelijk dat de aantrekkingskrachten van de grotere naburige planeten een destabiliserende werking op deze objecten zouden hebben. Hierdoor zou Uranus zijn Trojanen allang kwijtgeraakt moeten zijn. Om te onderzoeken waar de Trojaan van Uranus vandaan komt, hebben zijn ontdekkers modelberekeningen uitgevoerd. Deze laten zien dat op elk moment ruim drie procent van alle kleine objecten die voorbij de baan van Jupiter om de zon cirkelen tijdelijk de omloopbaan van Uranus (0,4%) of Neptunus (2,8%) delen – aanzienlijk meer dan eerdere schattingen aangaven. Volgens de astronomen is 2011 QF9 nog maar enkele honderdduizenden jaren geleden door Uranus ‘ingevangen’. Het kleine object zal nog zeker 70.000 in de buurt van het L4-punt van de planeet blijven. Over ongeveer een miljoen jaar ontsnapt de planetoïde weer aan de zwaartekrachtsaantrekking van Uranus. (EE)
‘Trojan’ Asteroids In Far Reaches Of Solar System

28 augustus 2013
Een analyse van de gravitatie- en topografische gegevens van Titan laat zien dat de ijskorst van deze grote Saturnusmaan onvermoede eigenschappen heeft. De beste verklaring voor de meetgegevens, die zijn verzameld door de ruimtesonde Cassini, is dat relatief kleine verhogingen aan het oppervlak gepaard gaan met diepe ‘wortels’ die zich tot in de onderliggende oceaan uitstrekken (Nature, 29 augustus). Normaal gesproken is boven een berg een toename van de zwaartekracht merkbaar, die simpelweg het gevolg is van de extra massa van de berg. Maar op Titan laten bergen juist een verminderde zwaartekracht zien. Dat is eigenlijk alleen verklaarbaar als zich onder elke berg een aanzienlijke hoeveelheid ijs bevindt, die zich tot in de oceaan onder de ijskorst uitstrekt. Omdat ijs lichter is dan water, resulteert dat in een verminderde zwaartekracht. Als dit model klopt, moet de ijskorst van Titan heel dik een stevig zijn. De omgekeerde ijsbergen onder het oppervlak gedragen zich immers als een soort ondergedompelde boeien, die een grote opwaartse druk uitoefenen. Als de korst dun en broos was, zou deze gemakkelijk breken. Berekeningen wijzen erop dat de dikte van Titans ijskorst minstens veertig kilometer bedraagt. Hoe het diepgewortelde karakter van de bergen op de Saturnusmaan tot stand is gekomen, is echter nog niet duidelijk. Mogelijk hebben de excentrische omloopbaan van Titan en de daarmee gepaard gaande sterke getijkrachten er iets mee te maken: door het steeds weer buigen en opwarmen van de ijskorst zouden variaties in de dikte ervan kunnen ontstaan. (EE)
New Cassini data from Titan indicate a rigid, weathered ice shell

31 juli 2013
De intensiteit van de geisers van ijs en organische deeltjes op Enceladus is afhankelijk van de afstand van deze maan tot zijn moederplaneet, Saturnus. Dat blijkt uit gegevens die zijn verzameld door de ruimtesonde Cassini. De ontdekking bevestigt het vermoeden dat er onder het ijsoppervlak van de Saturnusmaan een oceaan van vloeibaar water schuilgaat (Nature, 1 augustus). De ijsgeisers op Enceladus bevinden zich rond de zuidpool, in een gebied waar de ijskorst breuklijnen vertoont die de bijnaam 'tijgerstrepen' hebben gekregen. Via deze smalle openingen spuiten fonteinen van ijsdeeltjes en stof naar buiten. De Cassini-gegevens laten zien dat de geisers bijna stilvallen wanneer de afstand van Enceladus tot Saturnus op zijn kleinst is. Als Enceladus het verste punt van zijn ellipsvormige omloopbaan nadert, neemt hun activiteit met een factor drie à vier toe. Volgens de wetenschappers die de gegevens hebben geanalyseerd, lijkt het erop dat de breuken in de ijskorst reageren op de getijkrachten van Saturnus. Deze krachten zorgen er blijkbaar voor dat de breuklijnen zich vrijwel sluiten zodra Enceladus zich relatief dicht bij zijn moederplaneet bevindt. (EE)
NASA's Cassini Sees Forces Controlling Enceladus Jets

22 juli 2013
Op vrijdagavond 19 juli maakte de ruimtesonde Cassini vanuit zijn baan rond de geringde planeet Saturnus een fotomozaïek waarop ook de aarde zichtbaar is, als een kleine blauwe stip op 1,44 miljard kilometer afstand. De opname werd gemaakt op het moment dat Cassini door de schaduw van Saturnus bewoog; op de foto is de nachtzijde van de planeet te zien, en de onverlichte zijde van het ringenstelsel (dat de ringen toch zichtbaar zijn komt door voorwaartse verstrooiing van zonlicht door kleine stofdeeltjes).In totaal maakte Cassini 323 opnamen door verschillende kleurfilters; op het resulterende mozaïek (dat nog onder constructie is) is de gehele planeet zichtbaar. Op uitvergrotingen van de opname is behalve de aarde ook de maan zichtbaar. Op 19 en 20 juli werden aarde en maan ook vastgelegd door de ruimtesonde Messenger, die in een baan rond de planeet Mercurius beweegt. (GS)
NASA Releases Images of Earth by Distant Spacecraft (origineel persbericht)

15 juli 2013
Op foto's van Neptunus, tussen 2004 en 2009 gemaakt door de Hubble Space Telescope, is een nieuwe maan van de verre reuzenplaneet ontdekt. Het kleine hemellichaam - hooguit twintig kilometer in middellijn en daarmee de kleinst bekende Neptunusmaan tot nu toe - is S/2004 N 1 genoemd. De omloopbaan van het maantje ligt tussen de banen van de Neptunusmanen Larissa en Proteus. Met de nieuwe ontdekking is het aantal bekende manen van Neptunus gestegen tot 14.Het kleine, zwakke maantje kon alleen ontdekt worden door verschillende Neptunusfoto's op zo'n manier 'over elkaar heen te leggen' dat het licht van mogelijke rondcirkelende objecten bij elkaar 'opgeteld' zou raken. Mark Showalter van het SETI-instituut in Mountain View, Californië, analyseerde op die manier 150 Hubble-foto's van Neptunus.S/2004 N 1 draait op een gemiddelde afstand van ca. 105.000 kilometer afstand rond de planeet, en heeft een omlooptijd van 23 uur. (GS)
Hubble Finds New Neptune Moon (origineel persbericht)

25 juni 2013
Spaanse onderzoekers hebben computersimulaties uitgevoerd die meer licht werpen op de grote storm die zich in 2010 ontwikkelde in de dampkring van de planeet Saturnus. Zulke kolossale stormsystemen - zichtbaar als witte vlekken in de atmosfeer - ontstaan elk Saturnusjaar (29,5 aardse jaren). Uit foto's en metingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini is afgeleid dat de storm zich op enkele tientallen kilometers boven het wolkendek van de planeet bevond, en dat in de 'kop' van de storm windsnelheden van maar liefst 500 kilometer per uur optraden.Onderzoekers van de Planetary Sciences Group van de Universiteit van Baskenland zijn er nu in geslaagd om het ontstaan van dergelijke stormsystemen na te bootsen met behulp van computersimulaties. De storm ontstaat doordat enorme hoeveelheden vochtig gas (met een hoog waterdampgehalte) omhoog worden getransporteerd. Het normale circulatiepatroon van de Saturnusdampkring wordt daarbij niet sterk verstoord, maar de wisselwerking met die reguliere circulatie leidt wel tot de extreem hoge windsnelheden. De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Geoscience. (GS)
Nieuwsbericht op www.phys.org

5 juni 2013
Wetenschappers hebben de bevestiging gevonden dat er hoog in de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan polycyclische aromatische koolwaterstoffen (pak's) aanwezig zijn. Het onderzoek verschaft een verklaring voor het ontstaan van aerosolen – zeer fijne deeltjes – in de onderste nevellaag die het Titanoppervlak aan het zicht onttrekt. De pak's, die hoog in de atmosfeer ontstaan, groeien later uit tot grotere aggregaten die als een soort sneeuwvlokjes omlaag dwarrelen en geven de aanzet tot de vorming van aerosolen. De atmosfeer van Titan bestaat grotendeels uit moleculaire stikstof, maar bevat daarnaast ook een flinke hoeveelheid methaan. Wanneer zonlicht of energierijke deeltjes uit de magnetosfeer van Saturnus de hoogste regionen van deze atmosfeer binnendringen, worden de daar aanwezige stikstof- en methaanmoleculen afgebroken. Dat ionen en elektronen die daarbij vrijkomen brengen een keten van chemische reacties op gang waarbij allerlei koolwaterstoffen ontstaan. Toen de landingscapsule Huygens in 2005 op Titan landde, ontdekte deze tijdens zijn afdaling al aerosolen in de onderste mistlagen, maar de oorsprong ervan bleef onduidelijk. De ontdekking van pak's – grote moleculen die uit de samenvoeging van kleinere koolwaterstoffen ontstaan – lijkt een einde aan die onduidelijkheid te hebben gemaakt. (EE)
Cassini Sees Precursors To Aerosol 'Snow' On Titan

29 mei 2013
De ijzige Saturnusmaan Dione heeft waarschijnlijk - net als zijn kleinere broertje Enceladus - een ondergrondse oceaan. Die conclusie trekken planeetonderzoekers uit nieuwe waarnemingen van Dione, verricht door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini.Cassini ontdekte een zwakke stroom van elektrisch geladen deeltjes die van Dione afkomstig is. Aan het oppervlak zijn oude breuklijnen gevonden die sterk lijken op de zogeheten 'tijgerstrepen' in het zuidpoolgebied van Enceladus - een systeem van breuklijnen waaruit geisers van stof en ijs ontspringen. Ook zijn er oppervlaktestructuren op Dione ontdekt die suggereren dat er sprake is van een 'zachte' onderlaag - vermoedelijk een mengsel van ijs en water.Een van de sterkste aanwijzingen voor het bestaan van een ondergrondse oceaan - in elk geval in het verleden maar mogelijk nu nog steeds - is het feit dat de 800 kilometer lange bergrug Janiculum Dorsa (aan de onderzijde van de foto, net links van de dag/nacht-lijn) deels in het Dione-oppervlak gezakt lijkt te zijn. Dat is eigenlijk alleen te verklaren wanneer de korst onder de bergrug tijdens het ontstaan relatief warm was. De nieuwe resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het vakblad Icarus. (GS)
Cassini Finds Hints of Activity at Saturn Moon Dione (origineel persbericht)

22 mei 2013
Wetenschappers zijn heel benieuwd naar de veranderingen die zich de komende jaren zullen afspelen op het noordelijk halfrond van de grote Saturnusmaan Titan. De verwachting is dat de wind met het naderen van de zomer zal aantrekken. En dat kan een verschijnsel veroorzaken dat daar tot nu toe niet is waargenomen: deining. Omdat op Titan windduinen zijn aangetroffen, verbaasden wetenschappers zich over het feit dat er in de vloeibare koolwaterstoffen in de meren rond de noordpool van deze maan nog geen golfslag is waargenomen. Modelberekeningen die nu in het tijdschrift Icarus zijn gepubliceerd laten echter zien dat daar een goede verklaring voor is: tot nu toe waait het er simpelweg niet hard genoeg. De verwachting is echter dat daar binnenkort verandering in komt. Met het vorderen van de lente, die nog tot 2017 duurt, zouden de windsnelheden moeten toenemen. En dat zou de ijskoude vloeistoffen in de meren op Titan alsnog aan het golven moeten brengen. Niet dat dit direct enorme deining zal geven. De modellen voorspellen windsnelheden van enkele kilometers per uur – genoeg voor golfjes van een centimeter of vijftien. Alleen als komende zomer ook, zoals wetenschappers in maart al voorspelden, orkanen in de atmosfeer van Titan zullen ontstaan, kan het echt onstuimig worden op de meren. (EE)
Forecast for Titan: Wild Weather Could be Ahead

16 mei 2013
Wetenschappers hebben vastgesteld dat de hevige winden van de planeten Uranus en Neptunus zich tot het bovenste deel van de atmosfeer beperken (Nature, 16 mei). Deze ontdekking moet meer inzicht geven in de inwendige dynamiek van de beide planeten en hun soortgenoten bij andere sterren. De atmosferen van de verste planeten van ons zonnestelsel worden gekenmerkt door hevige oost-west gerichte straalstromen, die aan de evenaar snelheden van 1200 kilometer per uur bereiken en aan de polen snelheden van 900 kilometer. Tot nu toe was onduidelijk tot op welke diepte deze opvallend hevige winden zich uitstrekken. Er bestonden grofweg twee theorieën voor de snelle straalstromen. De eerste was dat zij worden aangedreven door atmosferische processen die zich relatief dicht aan het 'oppervlak' van de planeet afspelen. De andere mogelijkheid was dat ze het gevolg waren van dynamische processen dieper in het inwendige. Om erachter te komen welke theorie de juiste is, hebben Israëlische en Amerikaanse wetenschappers een nieuwe analyse gemaakt van gegevens van de zwaartekrachtsvelden van Uranus en Neptunus die al in 1986 en 1989 tijdens de scheervluchten van de ruimtesonde Voyager 2 zijn verzameld. De snelle winden veroorzaken namelijk kleine dichtheidsverschillen in het inwendige van de beide planeten, en daarmee ook meetbare variaties in hun zwaartekrachtsvelden. Uit de analyse blijkt dat de eerste theorie het best bij de meetresultaten past. Berekeningen laten zien dat de straalstromen zich tot de bovenste 1100 kilometer van de atmosfeer beperken. Dat geldt zowel voor Uranus als voor Neptunus. Het lijkt er dus op dat de straalstromen van de verste planeten van ons zonnestelsel een relatief oppervlakkig verschijnsel zijn. De onderzoekers benadrukken echter dat desondanks niet kan worden uitgesloten dat de inwendige warmte van de beide planeten een rol speelt bij het 'aandrijven' van deze krachtige luchtstromen. (EE)
Storms on Uranus, Neptune Confined to Upper Atmosphere

15 mei 2013
Wetenschappers hebben voor het eerst een 'complete' topografische kaart van de grote Saturnusmaan Titan gemaakt. De kaart is gebaseerd op gegevens die zijn verzameld met de ruimtesonde Cassini. Met een straal van 2574 kilometer is Titan niet alleen de grootste maan van Saturnus, maar ook de op één na grootste maan van het zonnestelsel. Maar Titan is vooral wetenschappelijk interessant, omdat hij de enige maan is met een dichte, wolkenrijke atmosfeer. Jammer is wel dat het vrijwel gesloten wolkendek het oppervlak van Titan aan het zicht onttrekt. Bijna alles wat we van Titan weten is te danken aan de verrichtingen van Cassini, die de afgelopen tien jaar bijna honderd keer dicht langs deze maan is gevlogen. Bij veel van die 'flyby's' is het radarsysteem van de ruimtesonde gebruikt om, door de wolken heen, het oppervlak van Titan af te tasten. En deze radargegevens kunnen worden gebruikt om de hoogteverschillen op de Saturnusmaan te schatten. Dat laatste leverde echter nog niet direct een complete hoogtekaart op: Cassini heeft maar ongeveer de helft van het Titanoppervlak in beeld gebracht, en van slechts een vijfde daarvan kon de hoogte worden bepaald. De grote gaten in de kaart zijn op wiskundige wijze gedicht door gebieden waarvan de hoogte bekend is vloeiend met elkaar te verbinden. De hoogtekaart zal onder meer worden gebruikt om modellen te kunnen maken van de rivieren van vloeibare methaan die over het oppervlak van Titan stromen. Dat moet meer inzicht geven in de methaankringloop die op Titan ongeveer dezelfde rol speelt als de waterkringloop op aarde. (EE)
Cassini Shapes First Global Topographic Map of Titan

30 april 2013
Planeetonderzoekers van de Universiteit van Exeter en de Ecole Normale Supérieure in Lyon hebben een verklaring gevonden voor het 'jeugdige' uiterlijk van de geringde planeet Saturnus. Gasvormige reuzenplaneten worden in de loop van hun bestaan normaal gesproken koeler, maar Saturnus is warmer dan je op basis van de leeftijd van 4,6 miljard jaar zou verwachten. In het tijdschrift Nature Geoscience schrijven de onderzoekers dit nu toe aan zogeheten gelaagde convectie: als gevolg van instabiliteiten in het binnenste van de planeet bevinden zich daar verschillende gaslagen die een normale warmtestroom van binnen naar buiten gedeeltelijk belemmeren. Het afkoelen van de planeet wordt daardoor vertraagd. (GS)
Saturn's Youthful Appearance Explained (origineel persbericht)

29 april 2013
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft gedetailleerde foto's gemaakt van de kolossale orkaan op de noordpool van de reuzenplaneet Saturnus. De orkaan lijkt qua structuur verrassend veel op tropische orkanen op aarde, maar is ongeveer twintig keer zo groot: hij heeft een middellijn van ongeveer 2000 kilometer. De windsnelheden aan de buitenrand van de orkaan bedragen 150 meter per seconde - ongeveer vier keer zo hoog als windsnelheden in aardse orkanen.De gigantische poolwervel werd negen jaar geleden al ontdekt, toen Cassini bij Saturnus aankwam. Toen lag de noordpool echter in het donker (het was winter op het noordelijk halfrond van Saturnus), waardoor alleen waarnemingen verricht konden worden met een infraroodinstrument. Inmiddels is het zomer op het noordelijk halfrond, en bovendien beweegt Cassini sinds enkele maanden in een baan die sterker geheld is ten opzichte van de Ssaturnus-evenaar. Daardoor kon nu voor het eerst een gedetailleerde opname van de orkaan gemaakt worden op zichtbare golflengten. Overigens zijn de kleuren op de Cassini-foto niet 'echt'; de foto is een combinatie van opnames in zichtbaar licht en valsekleurenfoto's op infrarode golflengten.Onderzoek aan de reusachtige orkaan op de noordpool van Saturnus kan wellicht meer informatie opleveren over het precieze ontstaan van tropische orkanen op aarde. (GS)
NASA Probe Gets Close-Up Views of Large Hurricane on Saturn (origineel persbericht)

25 april 2013
Opnamen van de ruimtesonde Cassini hebben voor het eerst het directe bewijs geleverd dat ook het ringenstelsel van de planeet Saturnus het doelwit is van meteorietinslagen. Op de beelden zijn de puinwolken te zien die de meteorieten hebben veroorzaakt (Science, 26 april). Het zonnestelsel wemelt van de kleine, snel bewegende brokken en brokjes ijs en gesteente. Dat het ringenstelsel van Saturnus regelmatig door een meteoriet wordt getroffen, is dus niet verbazingwekkend. De waargenomen inslagen lijken te zijn veroorzaakt door objecten met afmetingen van een centimeter tot een paar meter. Het heeft overigens de nodige moeite gekost om beelden te vinden waarop sporen van inslagen in het ringenstelsel van Saturnus te zien zijn. Tot nu toe zijn er, in het beeldarchief van de afgelopen acht jaar, nog maar negen aangetroffen. Dat komt onder meer doordat het opstuivende puin alleen goed te zien is als de zon het ringenstelsel zo ongeveer van opzij verlicht. (EE)
NASA Probe Observes Meteors Colliding with Saturn's Rings

23 april 2013
Minstens 95 procent van het water in de stratosfeer van de reuzenplaneet Jupiter is afkomstig van komeet Shoemaker-Levy 9, die zich in de zomer van 1994 in de dampkring van de planeet boorde. Dat blijkt uit precisiemetingen met het Britse PACS-instrument en de Nederlandse HIFI-spectrograaf aan boord van de Europese infraroodruimtetelescoop Herschel. In de lagere delen van de reuzenplaneten komt ook water voor, maar de aanwezigheid daarvan kan goed verklaard worden. Water in de veel hoger gelegen stratosfeer van een reuzenplaneet moet echter zo goed als zeker een externe oorsprong hebben. In het geval van Saturnus is het water in de stratosfeer bijvoorbeeld afkomstig van de ijsmaan Enceladus. Het Europese Infrared Space Observatory (ISO) verrichtte de eerste metingen van water in de stratosfeer van Jupiter al in 1997. Er werd toen al vermoed dat op z'n minst een deel van het water afkomstig zou zijn van de brokstukken van komeet Shoemaker-Levy 9, die in juli 1994 insloegen op het zuidelijk halfrond van de planeet. Dat vermoeden is nu bevestigd door veel preciezere metingen van Herschel. Met het PACS-instrument is de verdeling van water over het 'oppervlak' van Jupiter in kaart gebracht. Er blijkt een sterke noord-zuid-asymmetrie te zijn: op het zuidelijk halfrond van de planeet komt veel meer water voor dan op het noordelijk halfrond. Een relatie met temperatuurverschillen tussen de dag- en nachtzijde van de planeet is er niet.Met HIFI is de verticale verdeling onderzocht. Het water blijkt zich vooral in de hogere lagen van de Jupiterstratosfeer te bevinden. Dat wijst erop dat het grootste deel van het water afkomstig moet zijn van een sporadische, incidentele gebeurtenis.De verwachting is dat de hoeveelheid water in de stratosfeer van Jupiter in de loop van de tijd heel geleidelijk zal afnemen. De resultaten zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Herschel links Jupiter’s water to comet impact (origineel persbericht)

15 april 2013
Methaan (CH4) speelt op de grote Saturnusmaan Titan een rol die vergelijkbaar is met de rol van water op aarde. Zo komen er op Titan meren van vloeibaar methaan voor, is er sprake van een methaancyclus in de dampkring, en zijn er af en toe zware regenbuien van methaan. Maar onderzoekers van NASA's Jet Propulsion Laboratory denken nu dat de aanwezigheid van methaan in de Titanatmosfeer mogelijk van 'tijdelijke' aard is.Uit infraroodfoto's en radarbeelden die de afgelopen jaren door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini zijn gemaakt, blijkt dat de meren op Titan een opmerkelijk lange levensduur hebben. Dat betekent dat er nauwelijks sprake is van verdamping. Omdat methaan op Titan vrij snel verdampt, is de conclusie dat de meren voor het grootste deel uit ethaan (C2H6) bestaan. Veel methaan-'regen' komt er op Titan ook niet voor (er zijn slechts sporadische buien waargenomen), wat doet vermoeden dat het methaangas in de atmosfeer niet voortdurend wordt aangevuld door vers methaan uit het inwendige. Omdat methaanmoleculen in de loop van de tijd worden omgezet in andere koolwaterstoffen, zou het grootste deel van het methaan in de Titandampkring over pakweg tien miljoen jaar verdwenen kunnen zijn. De onderzoekers denken dat het huidige methaangehalte mogelijk het gevolg is van een grote 'uitbarsting' uit het Titaninwendige, mogelijk als gevolg van een zware kosmische inslag. (GS)
Titan's Methane: Going, Going, Soon to Be Gone? (origineel persbericht)

11 april 2013
Wetenschappers hebben ontdekt dat er op grote delen van het oppervlak van Saturnus geladen waterdeeltjes neerkomen. Zij zijn afkomstig van de ringen van de planeet en worden via het magneetveld van de planeet naar het oppervlak getransporteerd. Dit effect was al bekend, maar nieuwe observaties laten zien dat het sterker is dan gedacht, bovendien komt het op grotere delen van Saturnus voor. Eenmaal aangekomen op het oppervlak van Saturnus reageren de deeltjes met de ionosfeer van de planeet. Daar bevinden zich normaal gesproken grote hoeveelheden ionen en vrije elektronen. De interactie met het geladen water zorgt er echter voor dat een deel van de deeltjes wordt geneutraliseerd, aldus de astronomen.De ontdekking werd gedaan door naar een specifieke emissie van waterstof in de ionosfeer te kijken. Astronomen zagen dat deze emissie op bepaalde breedtegraden nauwelijks voorkomt. Een sterke aanwijzing voor het neutraliserende effect van de 'regen' van de ringen is dat de donkere en lichte gebieden op het oppervlak van Saturnus een verband laten zien met de ringstructuur (zie de afbeelding). De donkere en lichte gebieden werden voor het eerste gezien door de Voyager-sondes in de jaren ’80. Ze zijn nu voor het eerst weer gezien en blijken groter dan in eerste instantie werd aangenomen. (Roel van der Heijden)
Blame it on the Rain (from Saturn's Rings)

11 april 2013
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft een wolk van ijskristallen ontdekt boven de zuidpool van de grote Saturnusmaan Titan. Om wat voor ijs het precies gaat is nog niet bekend. Eerder was een vergelijkbare wolk al waargenomen boven de noordpool. Het verschijnen van de wolk boven de zuidpool van Titan wijst op een grootschalige verandering in de luchtcirculatie op de Saturnusmaan - de enige maan in het zonnestelsel met een substantiële dampkring. De veranderingen in de Titandampkring zijn gerelateerd aan de trage seizoenswisselingen. Net als Saturnus zelf kent Titan seizoenen die elk ruim zeven jaar duren. De ijswolk boven de zuidpool markeert het begin van de herfst op het zuidelijk halfrond. Planeetonderzoekers verwachten dat de wolk in de komende jaren steeds groter zal worden. Vermoedelijk gaat het overigens om een mengsel van verschillende (bevroren) organische verbindingen. (GS)
Ice Cloud Heralds Fall at Titan's South Pole (origineel persbericht)

5 april 2013
Wetenschappers van onder andere NASA hebben aangetoond dat waterstofperoxide wijdverspreid is op het oppervlak van Jupitermaan Europa. Zou dat in de vermeende oceanen onder de dikke laag ijs van de maan terecht komen dan kan het daar mogelijk dienen als energiebron voor leven.Met het Keck-observatorium op Hawaii werden verschillende kanten van de maan onder de loep genomen. Het bleek dat de concentraties waterstofperoxide het hoogst waren aan de kant van Europa die altijd ‘naar voren’ is gericht in de baan om Jupiter. Op de achterkant van de maan bleek de stof nauwelijks voor te komen.Het waterstofperoxide wordt gevormd door de sterke straling die het oppervlak van Europa te verwerken krijgt. Als de stof in water terecht komt dan kan het reageren tot zuurstof, wat in ieder geval op aarde erg belangrijk is voor complexere levensvormen. Over de kansen van leven in de diepe oceanen van Europa blijft het voorlopig nog speculeren.Door ruimtesonde Galileo is al langer bekend dat er waterstofperoxide aanwezig is op Europa, maar deze kon maar een beperkt deel van het oppervlak analyseren. (Roel van der Heijden)
Mapping the Chemistry Needed for Life at Europa

5 april 2013
De locatie van veel vulkanen op Jupitermaan Io klopt niet met modellen die het inwendige van de maan beschrijven. De vulkanen zitten 30 tot 60 graden te ver naar het oosten. De modellen moeten daarom op de schop, aldus wetenschappers van de Amerikaanse en Europese ruimtevaartorganisaties.In een poging te voorspellen waar het vulkanisme op Io het heftigst zou zijn keken de wetenschappers naar de opwarming van het binnenste van de maan. Vulkanen zouden vooral voorkomen op de plekken die het heetst zijn. De opwarming wordt onder andere veroorzaakt door sterke getijkrachten van Jupiter. De theorie stelt bovendien dat de opwarming vooral plaatsvindt in de zogenoemde asthenosfeer. Een dunne gesteentelaag die op veel plekken onder het oppervlakte van de maan aanwezig zou zijn.Met behulp van metingen van onder andere de New Horizons-missie van NASA, die in 2007 langs Jupiter en zijn manen vloog, kon een kaart gereconstrueerd worden van deze opwarmende asthenosfeer. Maar deze kaart laat nu een systematische afwijking zien ten opzichte van de vulkaan-locaties.De wetenschappers gissen nog naar een verklaring. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het interieur van Io sneller ronddraait dan gedacht, waardoor de vulkanen op een bepaalde afstand van het opgewarmde gesteente ontstaan. Ook kan het zijn dat de modellen over de opwarming door getijkrachten niet kloppen.Io is vulkanische gezien de meest actieve plek in het zonnestelsel. Op het oppervlak bevinden zich meer dan 400 actieve vulkanen. Sommige van hen spuwen lava tot honderden kilometers boven het oppervlak uit. (Roel van der Heijden)
Scientists to Io: Your Volcanoes Are in the Wrong Place

4 april 2013
Complexe organische moleculen kunnen veel dieper in de atmosfeer van Saturnus-maan Titan gevormd worden dan werd gedacht. De kans dat ze daardoor ook op het oppervlak van de maan voorkomen is daarom groter. Dat laat een laboratorium-experiment van NASA’s Jet Propulsion Laboratory zien.Wetenschappers beschenen ijs van dicyanoacetyleen, dat op Titan is gedetecteerd, met licht zoals dat in de lagere delen in de atmosfeer van Titan zou moeten voorkomen. Ze zagen dat er hierdoor naar verloop van tijd stoffen zoals methaan en ethaan vrijkwamen. Moleculen die op hun beurt weer complexere moleculen kunnen vormen en misschien wel leven mogelijk kunnen maken.Dit experiment laat volgens de wetenschappers zien dat er op Titan ondanks de lage zonintensiteit meer complexe moleculen kunnen voorkomen dan gedacht. Op aarde drijft het zonlicht chemische reacties en zorgt letterlijk en figuurlijk voor levendige chemische processen.Al sinds het bezoek van de Voyager sondes, begin jaren ’80, is bekend dat Titan een dikke atmosfeer heeft waarin in de hogere delen verschillende organische moleculen zoals methaan en ethaan voorkomen. (Roel van der Heijden)
NASA Team Investigates Complex Chemistry at Titan

27 maart 2013
Een nieuwe analyse van gegevens die verzameld zijn door de ruimtesonde Cassini wijst erop dat de manen en ringen van Saturnus licht versleten overblijfselen zijn uit de begintijd van het zonnestelsel. Hoewel hun oppervlakken sporen van recente 'vervuiling' vertonen, zijn deze objecten meer dan vier miljard jaar oud. Onderzoek met een van de spectrometers van Cassini heeft uitgewezen dat de kleurverschillen die de ringen en manen vertonen doorgaans heel oppervlakkig zijn. Ook is vastgesteld dat ze heel veel bevroren water bevatten – te veel om pas in recente tijden door kometen te zijn aangeleverd. Hieruit leiden de onderzoekers af dat het ijs van de ringen en manen van Saturnus al kort na de geboorte van het zonnestelsel is gevormd. De verschillende kleuren die de ringdeeltjes en manen vertonen, hangen samen met hun locatie binnen het Saturnusstelsel. Zo hebben de binnenste ringdeeltjes en manen een witte coating van waterijs, die door de ijsfonteinen van de maan Enceladus wordt aangeleverd. De rode tint van de verder naar buiten gelegen manen wordt toegeschreven aan stof dat afkomstig is van de maan Phoebe – een buitenbeentje in het Saturnusstelsel dat waarschijnlijk afkomstig is uit de Kuipergordel. (EE)
Saturn is Like an Antiques Shop

20 maart 2013
Titan, de grote Saturnusmaan waar het zo ijskoud is dat het vloeibare methaan regent, warmt in de zomer voldoende op om orkanen tot ontwikkeling te laten komen. Dat schrijven wetenschappers in het aprilnummer van het tijdschrift Icarus. Aan het ontstaan van de orkanen is wel een belangrijke voorwaarde verbonden: dat gebeurt alleen boven zeeën die grotendeels uit methaan bestaan. De orkanen op Titan zouden ontstaan zoals tropische cyclonen op aarde: door de aanvoer van warmte uit een onderliggende oceaan. Alleen bestaat zo'n oceaan op Titan niet uit zeewater, maar uit een mengsel van vloeibare koolwaterstoffen. Omdat de precieze samenstelling van de zeeën op Titan onbekend is, is het niet zeker dat hier orkanen kunnen ontstaan. Dat gebeurt namelijk alleen als er voldoende energie van het zeeoppervlak naar de atmosfeer wordt getransporteerd. En dat lukt alleen als de vloeistof waarmee de zeeën zijn gevuld voor meer dan de helft uit methaan bestaat. Als aan deze voorwaarde is voldaan, zouden vanaf 2015 orkanen op Titan kunnen optreden. De wetenschappers hopen hun optreden met de rond Saturnus cirkelende ruimtesonde Cassini te kunnen volgen. (EE)
Cyclones May Swirl on Icy Saturn Moon Titan

14 maart 2013
Gaten in het dichte wolkendek van Jupiter zijn zo zeldzaam, dat voor de grote exemplaren een speciale naam is bedacht: 'hot spots'. Hoe deze open plekken ontstaan, en waarom ze alleen in de buurt van de evenaar van de planeet voorkomen, was lang onduidelijk. Opnamen van de NASA-ruimtesonde Cassini wijzen erop dat ze worden veroorzaak door Rossby-golven – lange golfpatronen die ook in de atmosfeer en de oceanen van de aarde te zien zijn. De onderzoekers hebben ontdekt dat de golven die de hot spots veroorzaken op en neer gaan zoals de paarden in een draaimolen. Aanvankelijk werd gedacht dat de hot spots optreden op plaatsen waar grote hoeveelheden lucht diep de atmosfeer in zakken en onderwijl worden verhit of uitdrogen. Maar veelal zijn rijtjes van acht tot tien van die hot spots te zien, op regelmatige afstanden van elkaar. Dit patroon wijst erop dat er een golf aan het werk is. Een analyse van de reeksen hot spots heeft nu laten zien dat hun patronen overeenstemmen met die van Rossby-golven. In onze aardatmosfeer zorgen zulke golven er onder meer voor dat de west-oost-gerichte straalstromen een sterk meanderend patroon in de noord-zuidrichting vertonen. Op Jupiter gedragen de golven zich anders: ze golven niet van noord naar zuid, maar op en neer. Geschat dat de amplitude van de Rossby-golven op Jupiter 24 tot 50 kilometer bedraagt. (EE)
'Hot Spots' Ride a Merry-Go-Round on Jupiter

11 maart 2013
Op zaterdag 9 maart vloog de Amerikaanse planeetverkenner Cassini voor de vierde maal op korte afstand langs de grote ijsmaan Rhea. De dichtste nadering vond plaats op een afstand van slechts 997 kilometer. De eerste ruwe, onbewerkte beelden die van Rhea zijn gemaakt, zijn inmiddels op internet geplaatst. Tijdens de scheervlucht werden metingen verricht aan het zwaartekrachtsveld van Rhea en aan de hoeveelheid kleine stofdeeltjes in de omgeving van de Saturnusmaan, van het oppervlak weggeblazen door meteorietinslagen. In totaal zijn twaalf nieuwe opnamen van Rhea gemaakt. De eerstvolgende scheervlucht langs Rhea staat gepland voor over een paar jaar, maar die vindt plaats op een aanzienlijk grotere afstand. (GS)
Cassini Returns Images of Battered Saturn Moon (origineel persbericht)

4 maart 2013
Op het bevroren oppervlak van de Jupitermaan Europa zijn mineralen gevonden die afkomstig moeten zijn uit de zilte oceaan die zich onder de ijskorst bevindt. Dat betekent dat er op de een of andere manier een chemische uitwisseling plaatsvindt tussen de ondergrondse oceaan en het oppervlak. De Amerikaanse planeetonderzoekers Mike Brown en Kevin Hand gebruikten de 10-meter Keck II-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, voor gedetailleerd spectroscopisch onderzoek van het Europa-oppervlak. Zo werd de aanwezigheid ontdekt van epsomiet - gehydrateerd magnesiumsulfaat. Dat mineraal kan aan het bevroren oppervlak van Europa nooit zijn ontstaan, en moet dus afkomstig zijn uit de oceaan. De twee astronomen vermoeden dat er aan het oppervlak ook veel natrium en kalium voorkomt, maar die elementen zijn spectroscopisch minder gemakkelijk te traceren. Vermoedelijk is de ondergrondse oceaan rijk aan zouten. Astrobiologen speculeren dat er in de Europa-oceaan mogelijk micro-organismen voorkomen. Om de samenstelling van het oceaanwater te bestuderen is het blijkbaar niet nodig om door het ijs te boren, aldus Brown en Hand in een artikel dat binnenkort gepubliceerd wordt in The Astronomical Journal. (GS)
Astronomers Open Window Into Europa’s Ocean (origineel persbericht)

21 februari 2013
De ruimtesonde JUICE (JUpiter ICy moons Explorer), die in 2022 wordt gelanceerd, wordt uitgerust met elf wetenschappelijke experimenten. Daarmee zal hij vanaf 2030 zeker drie jaar lang de reuzenplaneet Jupiter en drie van zijn grootste manen onderzoeken. Vermoed wordt dat er onder het ijsoppervlak van deze manen een grote oceaan van water schuilgaat. De instrumenten van JUICE worden ontwikkeld door wetenschappelijke teams uit vijftien Europese landen, de VS en Japan. Het gaat onder meer om camera's en spectrometers, een laserhoogtemeter en een radarsysteem waarmee onder de ijskorst kan worden 'gekeken'. Na een tour die hem een aantal malen in de buurt van de manen Callisto en Europa brengt, zal de ruimtesonde in een omloopbaan om de maan Ganymedes worden gebracht. Ganymedes is de grootste maan van het zonnestelsel en de enige die zijn eigen magnetische veld genereert. JUICE zal onder meer de interacties tussen dit magnetische veld en de magnetosfeer van Jupiter onderzoeken. (EE)
ESA chooses instruments for its Jupiter icy moons explorer

18 februari 2013
De planeetverkenner Cassini heeft op 3 februari 2007 metingen verricht aan elektrisch geladen deeltjes in de zonnewind die door de schokgolf rond het magnetisch veld van de planeet Saturnus tot extreem hoge snelheden en energieën werden versneld. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in Nature Physics.Sterrenkundigen weten dat elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk waterstofkernen en elektronen) tot bijna de lichtsnelheid versneld kunnen worden door schokgolven rond supernova-explosies. Supernovaresten vormen dan ook de bron van de zogeheten kosmische straling. De precieze oriëntatie van magnetische velden in zo'n supernovarest kan echter niet gemakkelijk achterhaald worden, en die is van groot belang voor het uiteindelijke versnellingsmechanisme.Cassini heeft nu voor het eerst metingen verricht aan de versnelling van geladen deeltjes (uit de zonnewind) in een situatie waar de magnetische veldlijnen min of meer evenwijdig liggen met de loodlijn op de schokgolf. Uit de metingen aan deze 'quasi-paralelle schokgolven' blijkt dat het versnellingsmechanisme onder die omstandigheden veel efficiënter kan zijn dan tot nu toe werd gedacht. De resultaten kunnen leiden tot een beter begrip van de herkomst van kosmische straling. (GS)
Cassini sheds light on cosmic particle accelerators (origineel persbericht)

31 januari 2013
Net als de mythische slang Ouroboros heeft een groot stormgebied in de atmosfeer van de planeet Saturnus zichzelf in de 'staart' gebeten. Daarmee groef de storm klaarblijkelijk zijn eigen graf: hij sputterde uit. Een en ander blijkt uit onderzoek met de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, waarvan de resultaten nu in het tijdschrift Icarus zijn gepubliceerd. Het is voor het eerst dat wetenschappers getuige waren van een storm die zichzelf opeet. Zelfs op Jupiter, waar dit soort stormgebieden veel vaker zijn waargenomen, is het verschijnsel nog nooit gezien. Ook op aarde komen stormen zichzelf nooit tegen: er staat altijd wel een gebergte in de weg. Het stormgebied ontstond op 5 december 2010 op het noordelijk halfrond van Saturnus. Anders dan orkanen op aarde, die energie onttrekken aan warm oceaanwater en een spoor van koud water achterlaten, deed de storm op Saturnus zich te goed aan warme lucht. Het gevolg: tal van onweersbuien, die met donder en bliksem gepaard gingen. Kort na zijn ontstaan begon de turbulente 'kop' van de storm zich in westelijke richting te verplaatsen, onder achterlating van een lange, turbulente staart. Binnen enkele maanden strekte hij zich uit over de volledige omtrek van de planeet op die breedtegraad, een afstand van 300.000 kilometer. Toen kop en staart in juni 2011 bij elkaar kwamen, ging de storm al vrij snel liggen. Eind augustus werden de laatste onweersverschijnselen gezien. Waarom de storm zo snel uitgeput raakte, is nog een raadsel. (EE)
NASA's Cassini Watches Storm Choke on Its Own Tail

28 januari 2013
Japanse onderzoekers hebben ontdekt dat de vulkanische activiteit van de binnenste grote Jupitermaan Io van invloed is op de poollichtactiviteit van de planeet. Io's zwavelvulkanen blazen elektrisch geladen gasdeeltjes de ruimte in die in wisselwerking treden met het magnetisch veld van Jupiter. Vooral geïoniseerde natriumatomen in deze zogeheten Io-plasmatorus kunnen vanaf de aarde goed waargenomen worden. In het voorjaar van 2007 was die natriumwolk extra opvallend, wat erop wijst dat er een toename in de vulkanische activiteit van Io had plaatsgevonden. Kort daarna bleek uit radiowaarnemingen vanuit de ruimte dat de poollichtactiviteit van Jupiter juist was afgenomen. Kennelijk heeft de vulkanische activiteit van Io een remmende werking op de poollichtactiviteit van Jupiter. De resultaten zijn gepubliceerd in Geophysical Research Letters. (GS)
Io's volcanism controls Jupiter's magnetospheric activity (origineel nieuwsbericht)

17 januari 2013
Afgaande op het aantal inslagkraters, lijkt het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan heel jong. Maar schijn bedriegt: eenmaal gevormde kraters blijken snel te worden opgevuld. Dat blijkt uit onderzoek met de NASA-ruimtesonde Cassini.De meeste andere manen van Saturnus zijn bezaaid met vele duizenden kraters. Dat is een duidelijke aanwijzing dat hun oppervlakken al vele honderden miljoenen jaren nauwelijks veranderingen hebben ondergaan. Maar tot nu toe zijn op Titan niet meer dan zestig kraters aangetroffen, terwijl toch al de helft van zijn oppervlak nauwkeurig is bekeken.Uit onderzoek van de weinige kraters op Titan blijkt bovendien dat deze gemiddeld honderden meters minder diep zijn dan vergelijkbare kraters op de grote Jupitermaan Ganymedes. Er moet dus een proces zijn dat de kraters op de Saturnusmaan opvult.Er zijn twee kandidaten voor dat proces. De eerste is erosie door een stromende vloeistof – niet water, want daarvoor is het veel te koud op Titan, maar bijvoorbeeld methaan. Bij dat type verwering zou het opvulproces aanvankelijk heel snel verlopen om vervolgens, naarmate de kraterranden verder afslijten en minder steil worden, steeds verder te vertragen. In dat geval zouden er echter veel net-niet-volle kraters op Titan te vinden moeten zijn, maar die ontbreken. De Cassini-beelden tonen kraters die nog maar amper opgevuld zijn, half opgevulde kraters en kraters die bijna helemaal opgevuld zijn. En dat wijst erop dat het opvulproces juist heel gelijkmatig verloopt.Volgens de onderzoekers lijkt het er nog het meest op dat de kraters worden opgevuld door zand dat door de wind wordt meegevoerd. Op Titan bestaat dat 'zand' overigens niet uit verweerd gesteente, maar uit bevroren koolwaterstoffen. (EE)
'Zandverstuivingen' houden Titan jong

14 januari 2013
Vandaag is het acht jaar geleden dat de Europese Huygens-capsule een zachte landing maakte op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan. Het was voor het eerst dat er een landing werd uitgevoerd op de maan van een andere planeet dan de aarde. Titan is de grootste maan in het zonnestelsel, en de enige met een substantiële dampkring. Daardoor kon Huygens gebruik maken van een parachute. De Huygens-capsule maakte deel uit van het internationale Cassini-project; het moederschip Cassini draait nog steeds in een baan rond Saturnus, en brengt met infraroodinstrumenten en radar het oppervlak van Titan in kaart.Ter gelegenheid van de verjaardag van de Huygens-landing heeft de Europese ruimtevaartorganisatie ESA een nieuwe animatie van de landing geproduceerd, waarin alle beschikbare informatie over valsnelheid, wind, etc. is verwerkt. (GS)
Animatie van de Huygens-landing op Titan

9 januari 2013
Op de koolwaterstofmeren van de grote Saturnusmaan Titan drijven mogelijk ijsschotsen. De meren op Titan, waar de temperatuur 180 graden onder nul bedraagt, bestaan uit vloeibaar methaan. Omdat bevroren methaan een hoger soortelijk gewicht heeft dan vloeibaar methaan, gingen planeetdeskundigen er tot nu toe vanuit dat er geen ijs op de meren zou kunnen drijven. Nader onderzoek wijst echter uit dat er toch ijsschotsen kunnen voorkomen wanneer de temperatuur net onder het vriespunt van methaan ligt, en wanneer er - net als in zeeijs op aarde - een paar procent lucht in het ijs is ingesloten. De dampkring van Titan bestaat voor het overgrote deel uit licht stikstofgas, zodat gasinsluitsels het soortelijk gewicht sterk kunnen reduceren. Of er daadwerkelijk ijs voorkomt op de Titanmeren zal in de toekomst mogelijk achterhaald kunnen worden door het radarinstrument van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini: de radarhelderheid van de meren zou dan in de loop van de Titanseizoenen moeten variëren. (GS)
Cassini Suggests Icing on a Lake (origineel persbericht)

12 december 2012
De ruimtesonde Cassini heeft op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan een kronkelende rivierbedding ontdekt die zich over meer dan vierhonderd kilometer uitstrekt. Het is voor het eerst dat zo'n omvangrijk riviersysteem op een wereld buiten de aarde is waargenomen.Wetenschappers vermoeden dat er op dit moment ook vloeistof door de rivierbedding loopt, omdat deze op radarbeelden over de gehele lengte donker van tint is. Dat wijst erop dat de radiogolven van Cassini's radarsysteem door een glad oppervlak zijn weerkaatst.Het kan overigens geen water zijn dat door deze 'mini-Nijl' stroomt. Op Titan zijn de temperaturen dermate laag dat het aanwezige water stijfbevroren is. Wel zijn op de Saturnusmaan vloeibare ethaan en methaan aangetroffen. De nu ontdekte rivier mondt uit in een zee van deze koolwaterstoffen. (EE)
Cassini spots mini Nile River on Saturn moon

4 december 2012
Volgens Franse onderzoekers zijn de meeste 'echte' manen van de planeten in ons zonnestelsel ontstaan uit de omvangrijke ringenstelsels die deze planeten hebben omgeven. De manen zouden het resultaat zijn van een samenklonteringsproces dat op gang komt zodra het ringenstelsel zich ver genoeg van de planeet heeft uitgebreid (Science, 30 november).De meeste astronomen denken dat de grote vier manen van Jupiter zijn geboren uit de grote schijf van gas en stof die de planeet kort na zijn ontstaan omringde. Ook zijn er sterke aanwijzingen dat de allerkleinste manen ingevangen planetoïden zijn. Maar hoe zit het met de overige manen?Aurélien Crida en Sébastien Charnoz opperen de mogelijkheid dat de meeste manen zijn geboren uit de massarijke ringenstelsels die de planeten kort na hun ontstaan kunnen hebben gehad. De vorming van manen zou op gang zijn gekomen als zo'n ringenstelsel zich wist uit te breiden tot voorbij de zogeheten Roche-straal – de grens waarbuiten de getijdenkrachten van de planeet niet sterk genoeg zijn om het samenklonteren van materie tegen te gaan.Bij grote planeten, zoals Saturnus, Uranus en Neptunus, zou de uitbreiding van de ring geleidelijk zijn verlopen, waardoor een hele reeks manen kon ontstaan – kleine en middelgrote, maar ook een grote maan als Titan. Bij een kleine planeet als de aarde, kon de ring zich sneller uitbreiden en vormde zich maar één grote maan. Dat laatste zou het veelgebruikte botsingsmodel, dat zegt dat onze maan is voortgekomen uit een botsing tussen de aarde en een kleinere planeer, overbodig maken. (EE)
Planet Rings Could Be Behind the Formation of Solar System Satellites

28 november 2012
Terwijl we ons op het noordelijk halfrond van de aarde opmaken voor de winter, beginnen ook op Saturnus' grootste maan Titan de seizoensveranderingen merkbaar te worden. Een internationaal team van wetenschappers, onder wie Remco de Kok van ruimteonderzoeksinstituut SRON, heeft de grootste toename van de concentraties spoorgassen in de Titanatmosfeer waargenomen sinds de Cassini-ruimtesonde in 2004 bij Saturnus is aangekomen. Deze verandering houdt waarschijnlijk verband met de veranderende luchtstroming op de Saturnusmaan (Nature, 29 november).Net als de aarde heeft Titan een dikke stikstofrijke atmosfeer, zij het een veel koudere. En doordat zijn omwentelingsas scheef staat ten opzichte van de zon, ondervindt ook Titan seizoenen. Hierdoor ontvangt de ene pool een half Titanjaar – bijna vijftien aardse jaren – continu zonlicht, terwijl de andere pool donker blijft. Daarna worden de rollen omgedraaid. Tussen 1995 en 2009 was het donker op Titans noordpool. Sindsdien is het de zuidpool die afkoelt en is het herfst op het zuidelijk halfrond. De verwachting was dat met deze seizoenswisseling ook de atmosfeer zou veranderen.Die verwachting is uitgekomen. De infraroodspectrometer van Cassini heeft, binnen relatief korte tijd, boven de zuidpool van Titan een enorme toename van een aantal exotische spoorgassen waargenomen. Deze spoorgassen worden hoog in de atmosfeer gevormd, waar zonlicht en hoog-energetische deeltjes de gassen methaan en stikstof afbreken. Op zulke grote en snelle veranderingen was niet gerekend: sommige gasconcentraties namen binnen enkele maanden tijd meer dan duizend keer toe. Dat gebeurde bovendien op grotere hoogte dan oorspronkelijk gedacht.De snel stijgende gasconcentraties worden toegeschreven aan de omkering van de verticale luchtstroming op Titan. Vlak voor 2009 ging de lucht nog omhoog bij de zuidpool, om vervolgens hoog in de atmosfeer richting noorden te bewegen en weer af te dalen bij de noordpool. En dat lijkt te veranderen: nu wordt juist bij de zuidpool dalende lucht waargenomen. (EE)
Herfst valt nu snel in op Saturnusmaan Titan

27 november 2012
NASA’s ruimtesonde Cassini heeft op de Saturnusmaan Tethys een bijzonder patroon in de oppervlaktetemperatuur waargenomen. Een dergelijke vorm werd eerder al gezien op de maan Mimas en heeft nog het meeste weg van het spelicoon Pac-man.Met zijn infraroodcamera kan Cassini de oppervlaktetemperatuur van de talrijke manen van Saturnus in detail meten. Op Tethys blijkt dat de dagtemperatuur van plek tot plek behoorlijk verschilt. In de ‘mond’ van Pac-man is het ongeveer 15 graden koeler dan in grote delen daaromheen. De gemiddelde temperatuur op Tethys is overigens bijna 200 graden onder nul.Wetenschappers denken dat een interactie van de manen met hoogenergetische elektronen in de omgeving van Saturnus de oorzaak van dit fenomeen kan zijn. De elektronen zouden in staat zijn het normaalgesproken zachte oppervlakte van de manen te veranderen in een harde ijzige massa. Als gevolg daarvan verloopt de afkoeling en opwarming van die plekken gedurende de dag en nacht anders. De Pac-man-vorm ontstaat doordat de ‘voorkant’ van de manen in hun baan rond Saturnus meer interactie met de elektronen hebben dan de achterkant.Cassini werd in 1997 gelanceerd en draait sinds 2004 om Saturnus. Onderdeel van de missie was de Europese Huygenssonde die in 2005 op de grootste maan van Saturnus, Titan, wist te landen. (Roel van der Heijden)
Cassini Finds a Video Gamers' Paradise at Saturn

1 november 2012
Opnamen van de NASA-ruimtesonde Cassini laten zien dat de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan een zwakke gloed uitzendt. Iemand die met een ballon in de nevelachtige Titanatmosfeer zou opstijgen, zou daar weinig van merken: de gloed is tientallen miljoenen keren zo zwak als het licht van een gloeilamp. Alleen op zeer lang belichte opnamen is er iets van te zien.De gloed is enigszins vergelijkbaar met het licht van gasontladingslampen, zoals die bijvoorbeeld voor neonreclames worden gebruikt. Hij ontstaat doordat geladen deeltjes in botsing komen met gasatomen – in dit geval stikstofatomen in de atmosfeer van Titan. Soortgelijke processen spelen zich ook af in de atmosferen van Venus en de aarde.Tot verrassing van wetenschappers beperkt de atmosferische gloed van Titan zich niet tot het bovenste deel van de atmosfeer, dat gemakkelijk bereikbaar is voor geladen deeltjes uit het magnetische veld van de planeet Saturnus. Het wordt ook op kleinere hoogte gezien, terwijl geladen deeltjes van Saturnus of de zon niet zover in de atmosfeer kunnen doordringen. Mogelijk wordt die lagere gloed veroorzaakt door de energierijkere deeltjes van de kosmische straling. Het is echter ook denkbaar dat er een nog onbekend proces achter steekt. (EE)
Titan Glows in the Dark

25 oktober 2012
Met de ruimtesonde Cassini en telescopen op aarde zijn nog steeds restanten te zien van de grote 'voorjaarsstorm' die in 2011 op het noordelijk halfrond van de planeet Saturnus woedde. Zichtbare sporen, in de vorm van opvallende wolkenstructuren, vertoont de planeet niet meer: het restant van de storm beperkt zich tot een reusachtige ellipsvormige maalstroom die alleen op infraroodgolflengten waarneembaar is.Het lijkt erop dat de opvallend witte wolken die in december 2010 in de atmosfeer van Saturnus verschenen slechts het topje van de spreekwoordelijke ijsberg waren. Het leeuwendeel van de stormactiviteit ging en gaat in feite aan het oog van de waarnemer voorbij. In veel opzichten lijkt de onzichtbare maalstroom in de Saturnusatmosfeer op de 'Grote Rode Vlek' van de planeet Jupiter. De krachtige winden aan de rand van de maalstroom sluiten een deel van de atmosfeer af van de rest, wat in een opvallend hoge temperatuur en bijzondere chemische kenmerken resulteert. Maar de maalstroom op Jupiter bevindt zich diep in een turbulent gedeelte van de atmosfeer, terwijl die van Saturnus juist hoger in de atmosfeer is gesitueerd, waar zo'n wervelstorm eigenlijk niet werd verwacht.Een ander verschil is dat het stormgebied op Saturnus sinds mei vorig jaar al flink is gekrompen en afgekoeld, terwijl de wervelstorm op Jupiter al zeker drie eeuwen standhoudt. Naar verwachting zullen de laatste restanten ervan eind 2013 vervagen. (EE)
After-effects of Saturn’s super storm shine on

17 oktober 2012
Recente waarnemingen laten zien dat het wolkenpatroon van de planeet Jupiter op korte tijdschalen aanzienlijk kan veranderen. Dat geldt vooral voor de donkere wolkenbanden bij de evenaar, maar er worden ook steeds vaker kleinschaliger veranderingen gezien, onder meer ten gevolge van de inslagen van brokstukken van kometen of planetoïden.Een internationaal team van astronomen heeft professionele infraroodbeelden die vanaf 2009 van Jupiter zijn gemaakt naast de gedetailleerde opnamen gelegd die door een steeds groter worden contingent van amateurs worden gemaakt. De beelden tonen onder meer het vervagen en weer verschijnen van de donkere zuidelijke equatoriale wolkenband van de planeet, dat zich tussen 2009 en 2011 afspeelde. Dit verschijnsel was de afgelopen winter ook bij de noordelijke equatoriale wolkenband te zien, maar het verloop ervan was wel anders. Uit de infraroodgegevens blijkt dat bij het verbleken van de zuidelijke wolkenband zowel de hogere bewolking als de dieper gelegen bewolking in de Jupiteratmosfeer dikker werd. Bij het vervagen van de noordelijke wolkenband werden alleen de diepere wolkenlagen dikker.Tijdens de onderzoeksperiode werd Jupiter maar liefst drie keer getroffen door brokstukken van kometen of planetoïden, voor het laatst op 10 september van dit jaar. In geen van deze gevallen lieten de inslagen duidelijke sporen achter in de atmosfeer, wat erop wijst dat de inslaande objecten veel kleiner zijn geweest dan de brokstukken van komeet Shoemaker-Levy, die in 1994 in de atmosfeer van Jupiter doken.Het lijkt niet waarschijnlijk dat Jupiter de laatste jaren vaker dan vroeger het doelwit is van inslagen. Vermoedelijk is de toename in het aantal waarnemingen simpelweg het gevolg van het feit dat steeds meer amateurs over semi-professionele apparatuur beschikken, waardoor de planeet beter in de gaten wordt gehouden. (EE)
Jupiter: Turmoil from Below, Battering from Above

17 oktober 2012
Een van de merkwaardigheden van ons zonnestelsel zijn de middelgrote manen van de planeet Saturnus: een handjevol ijsachtige objecten die veel kleiner zijn dan de grote Saturnusmaan Titan. Volgens een nieuw model van het Saturnus-stelsel zijn de middelgrote manen voortgekomen uit een reeks grote botsingen waarbij enkele forse manen zich samenvoegden tot Titan. Dit scenario wordt op 19 oktober gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van Amerikaanse planeetwetenschappers in Nevada (VS).Volgens het botsingsscenario is het Saturnus-stelsel begonnen met een familie van manen die qua omvang vergelijkbaar waren met de vier grote manen van de planeet Jupiter. Dit viertal neemt bij Jupiter 99,998 procent van de totale massa van het manenstelsel voor zijn rekening. Anders dan Saturnus geen middelgrote manen.Het model geeft niet alleen een verklaring voor het bestaan van de middelgrote manen van Saturnus, maar ook voor de samenstelling ervan. Het materiaal waaruit deze manen bestaat vertoont namelijk sterke overeenkomsten met de ijsmantel van de grote maan Titan. Ook kan het botsingsscenario, dat met een computer is doorgerekend, verklaren waarom de omloopbaan van Titan niet precies cirkelvormig is. (EE)
Giant Impact Scenario May Explain The Unusual Moons Of Saturn

17 oktober 2012
Toen de beide Voyager-ruimtesondes in 1986 langs de planeet Uranus scheerden, lieten zij een vrijwel egale blauwgroene bal zien. Dankzij nieuwe technieken zijn nu echter veel betere opnamen van Uranus beschikbaar, die een duidelijker beeld geven van de weersomstandigheden op de verre planeet.De atmosfeer van Uranus bestaat grotendeels uit waterstof, helium en methaan. Ondanks de grote afstand tot de zon, en de daarmee gepaard gaande lage temperaturen (-220 °C), bereikt de wind er snelheden tot 900 kilometer per uur. Maar de grote weersystemen gedragen zich heel anders dan die op aarde: sommige blijven op hun plek, terwijl andere naar de evenaar van de planeet drijven.Om meer inzicht te krijgen in deze atmosferische verschijnselen hebben astronomen, onder wie Imke de Pater van de universiteit van Californië te Berkeley, nieuwe infraroodtechnieken ontwikkeld waarmee deze weersystemen gedetailleerder in beeld kunnen worden gebracht. Ook tonen de beelden nooit eerder waargenomen wolkenstructuren bij de polen van Uranus. De opnamen zijn gemaakt met de Keck-telescoop op Hawaï. (EE)
Keck Observations Bring Weather Of Uranus Into Sharp Focus

11 oktober 2012
Toen de Europese ruimtesonde Huygens in januari 2005 op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan landde, duurde het even voordat hij tot stilstand kwam. Een nieuwe analyse van zijn gestuiter en geschuif geeft nieuw inzicht in de aard van het oppervlak van deze maan.Bij de analyse is gekeken naar schokken en schommelingen zoals die door instrumenten van de ruimtesonde zijn gemeten. Deze gegevens werden vergeleken met de resultaten van computersimulaties en van een valproef met een model van Huygens.De analyse laat zien dat de ruimtesonde bij zijn eerste aanraking met het Titan-oppervlak een twaalf centimeter diep gat uitgroef, eventjes opstuitte en vervolgens nog een centimeter of veertig over het oppervlak gleed. Voordat hij ten gevolge van de wrijving tot stilstand kwam, maakte Huygens nog een uitdempende schommelbeweging, mogelijk doordat hij onderweg nog een boven het oppervlak uitstekende kiezel tegenkwam. Dit gedrag wijst erop dat de landingsplek de consistentie van zacht, vochtig zand had. Als het oppervlak 'modderig' was geweest, zou de ruimtesonde niet zijn teruggeveerd, en in een hard oppervlak zou geen kuiltje zijn geslagen. De meetgegevens bevatten ook aanwijzingen dat bij de landing een soort 'stof' is opgestoven, waarschijnlijk bestaande uit organische deeltjes zoals die bij tijd en wijle uit de atmosfeer van Titan omlaag dwarrelen. Een en ander betekent dat het op de landingsplaats al een tijdje niet meer had geregend. Daarbij moet worden aangetekend dat 'regen' op Titan niet uit druppels water bestaat, maar uit ijskoude druppels ethaan of methaan. (EE)
Bouncing on Titan

28 september 2012
De grote Saturnusmaan Titan - de grootste planeetmaan in het zonnestelsel - vertoont verrassend grote seizoensvariaties. Net als op aarde worden die veroorzaakt door de scheve stand van de draaiingsas, waardoor het noordelijk en het zuidelijk halfrond van Titan afwisselend meer en minder zonlicht ontvangen. Omdat Saturnus echter een omlooptijd heeft van 29,5 jaar, duurt elk Titanseizoen bijna 7,5 jaar.Athena Coustenis van de Parijse sterrenwacht heeft waarnemingen van Titan verzameld en geanalyseerd die in de loop van drie decennia zijn verricht door de Amerikaanse planeetverkenner Voyager 1 (1980), het Europese Infrared Space Observatory (ISO, 1997) en de Saturnusverkenner Cassini (vanaf 2004). In totaal beslaan die waarnemingen één compleet Saturnusjaar, en dus vier Titanseizoenen. Door de variërende ultraviolette instraling van de zon vallen stikstof- en methaanmoleculen in de dampkring van Titan uiteen, waarna de samenstellende atomen zich aaneenrijgen tot complexe organische moleculen, zoals ethaan. Het gevolg is dat er uitgestrekte heiïge lagen in de dichte Titandampkring ontstaan, en dat koolwaterstoffen op het oppervlak neerdwarrelen. In de winter vormen zich meren van methaan en ethaan rond de pool, terwijl de heiïge lagen in de poolgebieden rond de dag- en nachteveningen (het begin van de lente en de herfst) juist minder dik zijn als gevolg van seizoensgebonden atmosferische circulatie.Coustenis presenteert haar analyse vandaag op het European Planetary Science Congress in Madrid. (GS)
Titan shows surprising seasonal changes

25 september 2012
Van Jupiters maan Europa wordt al lang vermoed dat er zich onder de laag ijs op het oppervlakte een oceaan van vloeibaar water bevindt. Wetenschappers denken nu dat eventuele toekomstige missies naar deze maan diep moeten boren om hem bloot te leggen.Klára Kalousová, een astronoom van de Universiteit van Nantes en Karelsuniversiteit in Praag, maakte een computermodel van de 100 kilometer dikke water- en ijslaag en bracht daar regio’s van vloeibaar water in aan. Daarvan wordt gedacht dat ze dicht bij het oppervlakte zouden kunnen voorkomen. Wat ze echter zag is dat de vloeibare gedeeltes over de loop van tienduizenden jaren – een oogwenk op kosmische schaal – naar beneden bewegen, richting de vloeibare oceaan. ‘Ik denk dat er een vloeibare oceaan aanwezig is, maar dat die pas begint tussen de 25 en 50 kilometer diepte’, zegt Kalousová vandaag op het European Planetary Science Congress in Madrid.Europa bestaat voornamelijk uit steen en ijzer, met daaromheen een mantel van water. Vervormingen die Jupiter veroorzaakt met zijn sterke zwaartekracht zouden genoeg warmte genereren om het water op sommige plekken vloeibaar te houden. Wetenschappers denken zelfs dat er leven in deze oceaan kan zitten. Mochten we dat willen ontdekken, dan moeten we dus diep boren. (RvdH)
European Planetary Science Congress 2012

11 september 2012
Op 10 september om 13.35 uur Nederlandse tijd is de reuzenplaneet Jupiter mogelijk getroffen door een kleine planetoïde. Amateurastronoom Dan Peterson in Wisconsin zag een twee seconden durende lichtflits in de dampkring van de planeet; George Hall in Dallas vond de flits terug op video-opnamen die hij van Jupiter had gemaakt. In de zomer van 1994 werden voor het eerst inslagen in de Jupiterdampkring waargenomen: brokstukken van de uiteengevallen komeet Shoemaker-Levy 9 creëerden grote explosies en lichtflitsen en lieten donkere littekens in de atmosfeer achter. In de afgelopen jaren zijn meer van dit soort flitsen en littekens gezien, vrijwel steeds door oplettende sterrenkunde-amateurs.
Meer informatie:
Nieuwsbericht op skyandtelescope.com
Nieuwsbericht op spaceweather.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 september 2012
Het buitenste gedeelte van de heldere B-ring van Saturnus, zichtbaar in het linkerdeel van deze foto, vertoont een klonterige structuur. De ijsdeeltjes in dit deel van de Saturnusring klonteren samen als gevolg van periodieke zwaartekrachtsstoringen van de ijsmaan Mimas, die een exact twee maal zo grote omlooptijd heeft als het buitendeel van de B-ring. Deze foto, vandaag vrijgegeven door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, is gemaakt door de ruimtesonde Cassini, die al sinds de zomer van 2004 in een baan rond Saturnus beweegt. Op de rechterhelft van de foto zijn de relatief donkere banden en ringetjes zichtbaar in de zogeheten Cassini-scheiding, een breed 'leeg' gebied in het ringenstelsel dat vanaf de aarde al met amateurtelescopen zichtbaar is.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 augustus 2012
NASA-ruimtesonde Juno, die onderweg is naar de planeet Jupiter, heeft zijn eerste koerscorrectie ondergaan. Deze was nodig om ervoor te zorgen dat Juno de juiste koers en snelheid heeft voor zijn scheervlucht langs de aarde, op 9 oktober volgend jaar. Hoewel de op 5 augustus 2011 gelanceerde ruimtesonde inmiddels bijna 500 miljoen kilometer van de aarde verwijderd is, is hij volgend jaar dus weer zo'n beetje terug bij af. Die merkwaardige route is nodig om hem met een flinke snelheid van ruim zeven kilometer per seconde richting Jupiter te sturen, zonder dat dit veel brandstof kost. Ter indicatie: bij de recente koerscorrectie is in een half uur tijd 376 kilogram brandstof gebruikt om een snelheidsverandering van 344 meter per seconde te realiseren. Op 4 september vindt een koerscorrectie van vergelijkbare omvang plaats. De aankomst bij Jupiter staat gepland voor 4 juli 2016.
Meer informatie:
NASA's Jupiter-Bound Juno Changes its Orbit

30 juli 2012
Op de middelgrote Saturnusmaan Japetus komen gigantische 'ijsverschuivingen' voor die zich in horizontale richting over veel grotere afstanden uitstrekken dan je zou verwachten op basis van de plaatselijke topografie en zwaartekracht. Volgens planeetdeskundigen van de Washington University in Saint Louis is dat - gek genoeg - het gevolg van wrijving. Door de wrijvingswarmte wordt het vallende ijs minder stroef, en kan het zich gemakkelijker over veel grotere afstanden verplaatsen. Op aarde komen hier en daar vergelijkbare grote aardverschuivingen voor, de zogeheten 'sturzstroms'. De onderzoekers beschrijven hun theorie in Nature Geosciences van 29 juli. Laboratoriumexperimenten moeten duidelijk maken of het voorgestelde mechanisme inderdaad verantwoordelijk kan zijn voor de gigantische ijsverschuivingen.
Nieuwsbericht op www.phys.org
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 juli 2012
De NASA-ruimtesonde Cassini heeft voor het eerst op zichtbare golflengten bliksemontladingen waargenomen aan de door de zon verlichte kant van de planeet Saturnus. De bliksems zijn gedetecteerd in een groot stormgebied dat zich vorig jaar in de atmosfeer van de planeet ontwikkelde. Het is niet voor het eerst dat bliksemontlading op Saturnus zijn waargenomen. Maar eerder gebeurde dat ofwel aan de nachtzijde van de planeet ofwel op radiogolflengten. Het feit dat de bliksemflitsen nu gewoon overdag te zien waren, wijst erop dat het onweer van 2011 zeer hevig moet zijn geweest. De intensiteit van de geregistreerde bliksems is vergelijkbaar met de hevigste flitsen op aarde. Alleen al op zichtbare golflengten komt in een seconde ongeveer 3 miljard joule aan energie vrij.
Meer informatie:
Cassini Spots Daytime Lightning on Saturn

10 juli 2012
De vorming van een opvallende wolkenwervel boven de zuidpool van Titan is vermoedelijk het gevolg van de seizoenswisselingen op de grote Saturnusmaan. De wervel is gedetailleerd in beeld gebracht door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die sinds kort in een iets 'steilere' baan rond Saturnus beweegt, en daardoor een beter uitzicht heeft op de poolgebieden van de planeet en zijn manen. Toen Cassini in 2004 bij Saturnus aankwam, was het winter op het noordelijk halfrond van Titan. In de dikke, smog-rijke dampkring van de Saturnusmaan kwam een hooggelegen laag voor, die als een soort deksel over de noordpool lag. Toen het in 2009 lente op het noordelijk halfrond werd (en herfst op het zuidelijk halfrond), verdween die wolkenkap langzaam maar zeker. De wervel die nu boven de zuidpool is waargenomen, vormt misschien de aanzet tot de vorming van een soortgelijke hooggelegen wolkenlaag die tijdens de zuidelijke winter zijn maximale afmetingen zou kunnen bereiken.
Meer informatie:
The Titanian Seasons Turn, Turn, Turn
Foto's van Cassini's camerateam
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 juli 2012
De baan van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini rond de geringde planeet Saturnus is in de afgelopen maanden langzaam maar zeker steeds 'steiler' gemaakt (voornamelijk door handig gebruik te maken van de zwaartekrachtsinvloed van enkele Saturnusmanen). Hierdoor heeft de succesvolle planeetverkenner, die al sinds 2004 onderzoek doet aan dampkring, ringen en manen van de planeet, sinds kort weer een veel beter zicht op het ringenstelsel. Onlangs zijn bijvoorbeeld - voor het eerst sinds twee jaar - weer zogeheten 'propellers' waargenomen en bestudeerd: langgerekte kleine openingen in het ringenstelsel die veroorzaakt worden door de aanwezigheid van kleine, ingebedde mini-maantjes.
Meer informatie:
Saturn's Rings are Back
Uitleg over de baancorrecties van Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 juni 2012
Er zijn opnieuw sterke aanwijzingen gevonden dat Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, een oceaan van vloeibaar water onder zijn ijskorst heeft. Uit metingen van de ruimtesonde Cassini blijkt namelijk dat de getijkrachten van Saturnus een veel grotere uitwerking op Titan hebben dan het geval zou zijn als deze maan volledig uit star gesteente bestond. Dan zou het verschil tussen hoogtij en laagtij slechts ongeveer een meter mogen bedragen. Bij Titan is echter een verschil van tien meter geconstateerd (Science, 29 juni). Titan draait in ongeveer zestien dagen in een niet exact cirkelvormige baan om Saturnus. De maan is niet volmaakt bolvormig, maar enigszins langwerpig, en hij is langwerpiger naarmate hij zich dichter bij de planeet bevindt - een effect dat vergelijkbaar is met het ontstaan van de vloedbergen in de oceanen op aarde onder invloed van onze maan. De getijkrachten die op Titan werken zijn lang niet zo sterk als de krachten die de planeet Jupiter op sommige van zijn manen uitoefent. Maar ze zijn wel sterk genoeg om een indruk te krijgen van de inwendige structuur van deze Saturnusmaan. De gemeten effecten laten zich het beste verklaren als de buitenste korst van Titan enigszins buigzaam is en zich daaronder een laag vloeistof bevindt. Omdat het oppervlak van Titan grotendeels uit bevroren water bestaat, is het aannemelijk dat het gaat om vloeibaar water waarin allerlei zouten opgelost zijn. Modelberekeningen laten zien dat de vermoedelijke oceaan maximaal 250 kilometer diep kan zijn en dat de ijskorst een kilometer of vijftig dik is. Deze 'ondergrondse' oceaan zou een belangrijke rol kunnen spelen bij het op peil houden van het methaangehalte van de atmosfeer van Titan.
Meer informatie:
Titan's tides point to hidden ocean
Cassini Finds Likely Subsurface Ocean on Saturn Moon

25 juni 2012
Planeetonderzoekers hebben ontdekt dat de krachtige straalstromen in de dampkring van de geringde planeet Saturnus niet worden aangedreven door de energie van de zon, zoals het geval is met de (kleinschaliger) straalstromen in de aardatmosfeer, maar door energie uit het inwendige van de reuzenplaneet. Die conclusie is getrokken op basis van gedetailleerde foto's die in de afgelopen jaren zijn gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die in een baan rond Saturnus draait. De resultaten zijn gepubliceerd in het juninummer van het vakblad Icarus. Het blijkt dat de inwendige warmte van Saturnus leidt tot condensatie van waterdamp in de bovenste lagen van de atmosfeer. Daardoor ontstaan temperatuurverschillen die aanleiding geven tot de vorming van kleine draaikolken. Die versnellen op hun beurt de oost-west-gerichte straalstromen.
Meer informatie:
Cassini Shows Why Jet Streams Cross-Cut Saturn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 juni 2012
Wetenschappers hebben aanwijzingen gevonden voor het bestaan van één groot en enkele kleine meren van vloeibare methaan aan de evenaar van de grote Saturnusmaan Titan (Nature, 14 juni). Eerder waren zulke meren al op hogere breedtegraden aangetroffen. Tot nu toe werd aangenomen dat het rond de evenaar van Titan te warm zou zijn om methaan in vloeibare vorm te laten bestaan. Sterker nog: volgens de bestaande inzichten zou er op deze maan juist sprake zijn van een kringloop die methaan van de 'tropen' naar de polen voert. Toch is op infraroodbeelden, gemaakt door de ruimtesonde Cassini, nabij de evenaar een donker gebied van zestig bij veertig kilometer te zien dat de kenmerken van een vloeistofoppervlak vertoont. Het methaanmeer zou zeker een meter diep zijn. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat het vloeibare methaan afkomstig is uit ondergrondse bronnen. Dat zou ook de aanwezigheid van methaangas in de atmosfeer kunnen verklaren. Dit gas wordt namelijk afgebroken onder invloed van zonlicht en moet dus op de een of andere manier worden aangevuld.
Meer informatie:
Cassini Sees Tropical Lakes on Saturn Moon

8 juni 2012
Uit nieuw onderzoek, grotendeels gebaseerd op metingen van de ruimtesondes Voyager en Galileo, blijkt dat het algemeen geaccepteerde model voor het vulkanisme op de Jupitermaan Io onvolledig is. De warmte die door de honderden actieve vulkanen op Io wordt geproduceerd, wijst op een ingewikkelde warmteproductie die zich op verschillende diepten afspeelt. De warmte van Io is het gevolg van de getijwerking van moederplaneet Jupiter. Door de daarbij optredende krachten wordt het inwendige van Io als het ware warm gekneed. De bestaande modellen voor de warmteproductie in Io gingen ervan uit dat de meeste warmte relatief dicht onder het oppervlak van de Jupitermaan zit. Maar uit de nieuwe resultaten volgt dat ook op grotere diepte veel warmte ontstaat. Bij het onderzoek is ook een nieuw raadsel opgedoken: de actieve vulkanen nemen slechts ongeveer zestig procent van de warmte van Io voor hun rekening. Waar de overige veertig procent blijft, is nog onduidelijk. Onderzocht wordt of er verspreid over het oppervlak wellicht nog talrijke kleine vulkanen aanwezig zijn, die moeilijk de detecteren zijn, maar alles bij elkaar toch veel warmte afvoeren.
Meer informatie:
Mapping Volcanic Heat on Io

31 mei 2012
De kleine, ijzige Saturnusmaan Enceladus produceert een bijzonder soort plasma in de magnetosfeer van Saturnus. Dat blijkt uit recent gepubliceerde metingen van het plasma-instrument van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Een plasma is een gas dat uit elektrisch geladen deeltjes bestaat - in de meeste gevallen negatief geladen elektronen en positief geladen atoomkernen. Normaal gesproken zijn de negatief geladen deeltjes in een plasma dus veel lichter dan de positief geladen deeltjes. In de omgeving van Saturnus komt echter een tot nu toe onbekend soort 'stoffig plasma' voor, waarin het precies andersom is: de negatief geladen deeltjes zijn veel zwaarder dan de positief geladen deeltjes. De oorzaak ligt in de geiser van de 500 kilometer grote maan Enceladus. Die geisers bestaan uit waterdampmoleculen (die onder invloed van zonlicht al snel uiteenvallen in afzonderlijke elektronen en atoomkernen) en neutrale stofdeeltjes en ijskristallen. Het blijkt nu dat die microscopisch kleine deeltjes elektronen uit het omringende plasma oppikken, en op die manier een negatieve elektrische lading krijgen. Zo ontstaan dus negatieve 'nano-deeltjes', die veel zwaarder zijn dan afzonderlijke elektronen, en ook veel zwaarder dan de meeste positief geladen atoomkernen.
Meer informatie:
Enceladus Plume is a New Kind of Plasma Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 mei 2012
De eerstvolgende grote wetenschappelijke ruimtemissie van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA is een onbemande vlucht naar de ijsmanen van de reuzenplaneet Jupiter. JUICE (JUpiter ICy moons Explorer) is vandaag geselecteerd door ESA's wetenschappelijke programmacommissie. JUICE zal in 2022 gelanceerd worden met een Ariane 5-raket vanaf de Europese lanceerbasis in Kourou, Frans-Guyana. In 2030 komt de ruimtesonde bij Jupiter aan, waar hij één keer langs de grote maan Callisto en twee keer langs de ijsmaan Europa zal vliegen. Daarna wordt JUICE in 2032 in een omloopbaan rond Ganymedes gebracht, de grootste planeetmaan in het zonnestelsel, en de enige met een eigen magnetisch veld. JUICE moet onder andere informatie opleveren over de inwendige structuur van de drie Jupitermanen, die mogelijk alledrie een ondergrondse oceaan van vloeibaar water hebben. De ruimtevlucht is de eerste grote missie in het Europese programma Cosmic Vision 2015-2025.
Meer informatie:
JUICE is Europe's next large science mission
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 april 2012
Uit gegevens van de ruimtesonde Cassini blijkt dat de kleine Saturnusmaan Phoebe meer planeetachtige kenmerken vertoont dan tot nu toe werd gedacht. Waarschijnlijk is Phoebe een zogeheten planetesimaal - een overgebleven 'bouwsteen' uit de tijd dat het planeetvormingsproces in ons zonnestelsel in volle gang was. De Cassini-gegevens laten zien dat Phoebe in zijn jeugd bolvormig en heet is geweest. Hij vertoont namelijk kenmerken van differentiatie: zijn kern bestaat uit relatief zwaar rotsachtig materiaal, terwijl de rest voornamelijk uit ijs bestaat. Omdat zijn dichtheid vergelijkbaar is met die van de ijsachtige dwergplaneet Pluto, wordt aangenomen dat Phoebe oorspronkelijk afkomstig is uit de Kuipergordel - de grote verzameling oude objecten voorbij de baan van de planeet Neptunus. Saturnus heeft meer dan zestig manen van uiteenlopende aard en afmetingen, maar Phoebe is echt een buitenbeentje. Ten opzichte van de rest cirkelt hij in tegengestelde richting om de planeet heen. Dat versterkt het idee dat Phoebe een object is dat niet samen met Saturnus is ontstaan, maar werd ingevangen toen hij op de een of andere manier iets te dicht bij de planeet kwam.
Meer informatie:
Cassini Finds Saturn Moon has Planet-Like Qualities

24 april 2012
De huidige dampkring van de grote Saturnusmaan Titan is hooguit een miljard jaar oud, en moet dus veel later zijn ontstaan dan Titan zelf. Die conclusie trekken onderzoekers van het Southwest Research Institute in San Antonio, Texas, in een artikel dat op 20 april is verschenen in The Astrophysical Journal. Titan is de enige planeetmaan in het zonnestelsel met een substantiële dampkring. De Titandampkring bestaat voornamelijk uit moleculair stikstof, maar bevat ook methaangas. Methaan speelt op Titan de rol die water speelt op aarde. Scheikundige reacties in de dampkring, onder invloed van onder andere ultraviolet zonlicht, produceren ook allerlei organische verbindingen die op het Titanoppervlak neerdwarrelen. Door precisiemetingen te verrichten aan de isotopensamenstelling van het methaangas en van de organische verbindingen op het oppervlak konden de onderzoekers afleiden hoe lang de Titandampkring al methaan bevat. De meeste methaanmoleculen bevatten een 'gewoon' C12-koolstofatoom, maar ook de zwaardere isotoop C13 is vertegenwoordigd. Omdat methaanmoleculen met een C13-atoom iets minder snel chemische reacties aangaan dan moleculen met een C12-atoom, is de relatieve hoeveelheid C13 een maat voor de leeftijd van de Titanatmosfeer. De metingen zijn verricht door een spectrometer aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini en een vergelijkbaar instrument aan boord van de Europese Titanlander Huygens, die in januari 2005 een zachte landing op het oppervlak maakte.
Meer informatie:
SwRI Scientists Assess Age of Titan's Organic Atmosphere
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 april 2012
Poreuze sneeuw- en ijsballen van honderden meters in middellijn trekken glinsterende sporen van kleinere ijsdeeltjes in de smalle F-ring van de planeet Saturnus. Op foto's die in de afgelopen jaren gemaakt zijn door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini zijn honderden van zulke 'mini-fonteinen' gevonden, veroorzaakt doordat de sneeuwballen met relatief lage snelheid (enkele meters per seconde) door de ijle, ijzige F-ring bewegen. Eerder was al ontdekt dat veel grotere objecten, zoals het Saturnusmaantjre Prometheus (ca. 100 kilometer groot) met zijn zwaartekracht allerlei verstoringen in de F-ring veroorzaakt, waaronder welvingen, verdichtingen en strak opgewonden spiraalpatronen. De ca. 1 km grote sneeuwballen kunnen ook ontstaan onder invloed van de zwaartekracht van Prometheus. Kennelijk hebben ze een langere levensduur dan oorspronkelijk werd gedacht. De nieuwe Cassini-resultaten worden disndag gepresenteerd op een geofysisch congres in Wenen.
Meer informatie:
Cassini Sees Objects Blazing Trails in Saturn Ring
Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 april 2012
Het Ontario-meer in het zuidpoolgebied van de grote Saturnusmaan Titan (zo genoemd vanwege de vormgelijkenis met het Amerikaanse Lake Ontario) heeft veel weg van een aardse zoutpan zoals de Etosha-pan in Namibië. Dat schrijven planeetonderzoekers in het vakblad Icarus. Uit metingen van de planeetverkenner Cassini blijkt dat Ontario Lacus vermoedelijk niet continu gevuld is, maar afhankelijk van het seizoen vol kan lopen, en vervolgens grotendeels verdampt, met achterlating van sediment. Het Titan-meer is echter niet gevuld met (zout) water, maar met een mengsel van vloeibaar methaan en ethaan. Op het zuidelijk halfrond van Titan is het de afgelopen jaren langzaam maar zeker herfst aan het worden; in de komende jaren zal hopelijk duidelijk worden of bekende aardse geologische en hydrologische processen ook op Titan voorkomen.
Meer informatie:
Cassini Finds Titan Lake is Like a Namibia Mudflat
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 april 2012
Een adviescommissie van het Europese ruimteagentschap ESA heeft aanbevolen dat de volgende grote Europese ruimtemissie naar Jupiter zal gaan. De missie, met de grappige naam JUICE, zal vooral de grote ijsmanen Callisto, Europe en Ganymedes gaan verkennen. JUICE staat voor JUpiter ICy moons Explorer. Of deze 1 miljard euro kostende ruimtemissie er ook echt komt, zal op 2 mei worden beslist tijdens een bijeenkomst van vertegenwoordigers van alle ESA-lidstaten. Daar zou JUICE theoretisch nog concurrentie kunnen krijgen van twee andere kandidaten: de grote röntgensatelliet ATHENA en de uit drie satellieten bestaande zwaartekrachtsgolfdetector NGO. Het lijkt echter waarschijnlijk dat de Jupitermissie de voorkeur zal krijgen. In kringen van astrofysici, die zich vooral met zaken buiten ons zonnestelsel bezighouden, is dan ook teleurgesteld gereageerd op de voordracht. Als JUICE definitief groen licht krijgt, vertrekt er in 2022 een Europese ruimtesonde naar de grootste planeet van ons zonnestelsel. Na aankomst zal deze een aantal scheervluchten langs Callisto en Europa maken, om uiteindelijk in een baan om Ganymedes te gaan cirkelen.
Meer informatie:
ESA Targets Jupiter's Icy Moons for Next Large-Scale Mission
Verslag van de Science Programme Committee (pdf)

16 april 2012
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini is op 14 april op een hoogte van slechts 74 kilometer langs de kleine Saturnusmaan Enceladus gevlogen. Daarbij vloog de ruimtesonde dwars door een van de ijsfonteinen van de 500 kilometer grote ijsmaan heen. Die ijsfonteinen, in het zuidpoolgebied van Enceladus, wijzen op het bestaan van ondergronds water. Met een spectrometer aan boord van Cassini zijn metingen verricht aan de samenstelling van de geiserpluim; de analyse daarvan zal nog geruime tijd op zich laten wachten. Cassini maakte tijdens de passage ook gedetailleerde foto's van het oppervlak van Enceladus. Na de Enceladuspassage vloog Cassini ook nog op veel grotere afstand (9100 kilometer) langs de grotere Saturnusmaan Tethys. Daarbij werd de 'achterzijde' van Tethys gefotografeerd, die niet eerder zo gedetailleerd in beeld is gebracht.
Meer informatie:
Cassini Successfully Flies over Enceladus
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 april 2012
Wetenschappers hebben voor het eerst in lange tijd weer poollicht kunnen waarnemen bij de verre ijsplaneet Uranus. De 'lichtshow' op de planeet - zwakke lichtplekjes die slechts enkele minuten bestaan - is vastgelegd met de Hubble-ruimtetelescoop. Eerder was het poollicht van Uranus alleen waargenomen door de ruimtesonde Voyager 2, die in 1986 langs de planeet raasde. Poollicht is een eigenschap van de magnetosfeer - het gebied rond een planeet waar diens eigen magnetische veld en de zonnewind (geladen deeltjes die de zon uitzendt) om de hegemonie strijden. Het ontstaat waar de zonnedeeltjes door magnetische veldlijnen de atmosfeer boven de magnetische polen in worden geleid. Over het poollicht van de aarde, Jupiter en Saturnus is vrij veel bekend, maar de magnetosfeer van Uranus is nog vrijwel onbekend terrein. Het onderzoek ervan wordt bemoeilijkt doordat de planeet 4 miljard kilometer van de aarde verwijderd is, en doordat Uranus vrijwel op zijn kant 'ligt' en zijn magnetische as excentrisch is en ook nog eens zeer schuin op de rotatie-as staat. Het recent waargenomen poollicht verschilt niet alleen sterk van dat van de aarde, maar ook van het poollicht dat ruim 26 jaar geleden bij Uranus te zien was. De wetenschappers denken dat dit het gevolg is van de compleet verschillende oriëntatie van het magnetische veld van de planeet ten opzichte van de zon. Destijds stond de magnetische as van de planeet steeds schuin op de richting waaruit de zonnewind kwam, waardoor de situatie vergelijkbaar was met die op aarde. Nu is de situatie echter zo dat de rotatie-as van de planeet vrijwel haaks op de stroom zonnedeeltjes staat, waardoor elk van zijn magnetische polen elke dag maar eventjes in de richting van de zon wijst.
Meer informatie:
Uranus auroras glimpsed from Earth;

19 maart 2012
De United States Geological Survey heeft in samenwerking met planeetdeskundigen van het Planetary Science Institute in Tucson, Arizona, de eerste geologische kaart geproduceerd van de vulkanisch actieve Jupitermaan Io. In 1979 ontdekte de ruimtesonde Voyager 1 dat er op Io actieve zwavelvulkanen voorkomen, die aangedreven worden door de inwendige hitte van de Jupitermaan, opgewekt door de getijdenkrachten van de moederplaneet. In de jaren negentig werd Io opnieuw uitgebreid bestudeerd door de ruimtesonde Galileo. Alle waarnemingen aan vulkanen, zwavelafzettingen, lavastromen enzovoort zijn nu na een uitvoerige geologische analyse op een kleurrijke manier in kaart gebracht, waarbij de geologen wel met een probleem werden geconfronteerd: door de enorme vulkanische activiteit van Io is het oppervlak aan voortdurende veranderingen onderhevig. Een ander belangrijk verschil met de meeste andere hemellichamen in het zonnestelsel is dat er op Io geen inslagkraters voorkomen - nieuwe kraters worden binnen de kortste keren 'uitgewist' door de grote activiteit van het oppervlak. De nieuwe kaart is in hoge resolutie te downloaden op de website van de USGS.
Meer informatie:
New Geologic Map of Jupiter's Moon Io Documents Dynamic Volcanic Surface
Download de geologische kaart van Io
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 maart 2012
In de krachtige straalstromen in de Jupiterdampkring komen golfbewegingen voor, vergelijkbaar met de golfbewegingen in de (veel tragere) straalstromen in de aardatmosfeer. Die golfbewegingen worden veroorzaakt door zogeheten Rossby-golven, die in wisselwerking treden met de straalstroom. Ze zijn op Jupiter nu voor het eerst in beeld gebracht: kleine V-vormige structuren in een van Jupiters zuidelijke straalstromen die eerst netjes op één lijn liggen, blijken verderop enigszins naar het noorden en naar het zuiden af te buigen. Bij de analyse, die in het aprilnummer van Icarus wordt gepubliceerd, is gebruik gemaakt van opnamen die de planeetverkenner Cassini in 2000 maakte, en van waarnemingen van sterrenkundeamateurs hier op aarde. Door de dynamica van de dampkring van Jupiter in detail te vergelijken met die van de aardatmosfeer, hopen planeetonderzoekers uiteindelijk beide systemen beter te kunnen begrijpen.
Meer informatie:
Cassini Spies Wave Rattling Jet Stream on Jupiter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 maart 2012
Op 10 maart vloog de Amerikaanse planeetverkenner Cassini op 42.000 kilometer afstand langs de 1530 kilometer grote Saturnusmaan Rhea. Tijdens deze relatief 'wijde' fly-by zijn veel overzichtsfoto's van de ijzige maan gemaakt, onder andere van de grote inslagbekkens Mamaldi en Tirawa, en van de heldere stralenkrater Inktomi. De nieuwe Rhea-foto's zijn vandaag door NASA vrijgegeven; alle onbewerkte beelden kunnen zoals gebruikelijk teruggevonden worden op de Cassini-website.
Meer informatie:
Cassini Captures New Images of Icy Moon
Onbewerkte Cassini-foto's
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 maart 2012
De NASA-ruimtesonde Cassini heeft moleculaire zuurstofionen ontdekt bij de Saturnusmaan Dione. Dat bewijst dat de ruim 1100 kilometer grote ijsmaan een atmosfeer heeft, zij het een zeer ijle. De gedetecteerde hoeveelheid zuurstof is gering: ongeveer 1 ion per elf kubieke centimeter. Vertaald naar aardse begrippen is de atmosfeer van Dione ongeveer net zo ijl als de aardatmosfeer op een hoogte van 480 kilometer. De zuurstof van Dione is waarschijnlijk afkomstig van de inwerking van zonlicht of energierijke deeltjes uit de ruimte op het ijsoppervlak. Maar een deel ervan zou ook bij geologische processen kunnen vrijkomen. Een soortgelijke ijle atmosfeer is eerder ook bij Rhea, een andere ijsmaan van Saturnus, ontdekt.
Meer informatie:
Cassini Detects Hint of Fresh Air at Dione
Oxygen detected in atmosphere of Saturn's Moon Dione

1 maart 2012
De oceaan onder de ijskorst van de Jupitermaan Europa is mogelijk te zuur voor levende organismen. Dat stellen Amerikaanse onderzoekers die de chemische huishouding van de ijsmaan onderzocht hebben. Europa is ongeveer zo groot als onze eigen maan en volledig met ijs bedekt. Er zijn sterke aanwijzingen dat er onder dat ijs een misschien wel 150 kilometer diepe oceaan verstopt zit. Voor sommige wetenschappers was dat aanleiding om over de aanwezigheid van leven te speculeren. Door de inwerking van energierijke deeltjes, afkomstig van Jupiter, kunnen er in de ijskorst van Europa namelijk oxiderende stoffen als zuurstof en waterstofperoxide ontstaan. En ten gevolge van de stijgende en dalende stromingen in de onderliggende oceaan komen deze stoffen uiteindelijk in het oceaanwater terecht. Zuurstofrijk water is welhaast ideaal voor het ontstaan van leven. Maar volgens de onderzoekers gooien zwavelverbindingen in de oceaan op Europa roet in het eten. Door reacties met de oxidanten in het water zouden namelijk verbindingen als zwavelzuur ontstaan. Dat verandert de oceaan niet echt in een bijtend zuurbad, maar het water zuur genoeg maken om het ontstaan van organismen zoals wij die kennen te verhinderen.
Meer informatie:
Acidic Europa May Eat Away at Chances for Life(origineel persbericht)

23 februari 2012
Het inwendige van de grote Saturnusmaan Titan is mogelijk volledig gedifferentieerd. Dat wil zeggen: het heeft de gelaagde opbouw van een 5000 kilometer grote 'toverbal'. Tot die conclusie komt wetenschapper Dominic Fortes van University College London. Fortes construeerde een aantal computermodellen van het inwendige van Titan. En deze vergeleek hij met recent verkregen meetgegevens van de ruimtesonde Cassini. Het onderzoek laat zien dat het inwendige van Titan op z'n minst gedeeltelijk gedifferentieerd is. De kern heeft duidelijk een hogere dichtheid dan de buitenste delen van de Saturnusmaan, maar toch lijkt die dichtheid minder hoog te zijn dan verwacht. Dat laatste zou erop kunnen wijzen dat de kern nog een flinke hoeveelheid ijs of lichte mineralen bevat. De aarde en de overige aardse planeten zijn volledig gedifferentieerd en hebben een dichte ijzerkern. Het model van Fortes sluit echter uit dat Titan een kern van metaal heeft en is in overeenstemming met Cassini-metingen die erop wijzen dat het inwendige relatief koel en nat is.
Meer informatie:
The Many Moods of Titan

6 februari 2012
Sterrenkundigen hebben twee nieuwe, kleine maantjes ontdekt bij de reuzenplaneet Jupiter. Jupiter heeft nu in totaal 67 bekende satellieten. De twee nieuwe mini-maantjes zijn ongeveer een kilometer groot, en bewegen in wijde, trage banen rond de planeet, met omlooptijden van 580 en 726 dagen. Ze zijn voorlopig S/2011 J1 en S/2011 J2 genoemd. De twee maantjes werden in september 2011 ontdekt door Scott Sheppard van het Carnegie-instituut in Washington, met de 6-meter Baade-telescoop op de Las Campanas-sterrenwacht in Chili. De ontdekking is deze week bekendgemaakt in een circulaire van de Internationale Astronomische Unie. S/2011 J1 en S/2011 J2 maken deel uit van de 'retrograde' satellietenzwerm van Jupiter - kleine maantjes op grote afstand van de planeet die in de 'verkeerde' richting rond Jupiter bewegen, tegen de draairichting van de planeet in. De banen van de retrograde satellieten zijn bovendien sterk geheld en zeer excentrisch. Jupiter heeft naar schatting een stuk of honderd van dit soort kleine maantjes.
Satellieten van de reuzenplaneten (webpagina van Scott Sheppard)
Artikel over de ontdekking op National Geographic News
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 januari 2012
De vorming van duinenvelden op de grote Saturnusmaan Titan wordt beïnvloed door de hoogte waarop de duinen zich bevinden en door de seizoenen van Titan. Dat blijkt uit onderzoek van Franse en Amerikaanse wetenschappers naar de eigenschappen van de Titanduinen. Ongeveer 13% van het Titan-oppervlak (een gebied van ca. tien miljoen vierkante kilometer, zo groot als Canada) wordt bedekt door uitgestrekte duinenvelden. De Titanduinen doen denken aan de zandduinen in Namibië, maar ze zijn groter (1 à 2 kilometer breed, honderden kilometers lang en ca. honderd meter hoog) en ze bestaan niet uit zandkorrels maar uit korrels van koolwaterstofverbindingen met afmetingen van ca. een millimeter. Op foto's en radaropnamen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini is nu ontdekt dat de breedte en de spatiëring van de langgerekte duinen afhankelijk is van de hoogte en van de breedtegraad. De meeste duinen bevinden zich in relatief lage gebieden; op grotere hoogte worden ze smaller en liggen ze verder uiteen, vermoedelijk doordat er op grotere hoogte minder 'zand' aanwezig is. De duinen bevinden zich vooral in de 'tropen' van Titan, tussen 30 graden zuiderbreedte en 30 graden noorderbreedte. Op het noordelijk halfrond zijn de duinen echter ook smaller en wijder gespatieerd. Volgens de onderzoekers komt dat door de seizoenen op de Saturnusmaan: dankzij de ellipsbaan van Saturnus is de zomer op het zuidelijk halfrond korter maar intenser, waardoor het 'zand' droger wordt en zich gemakkelijker laat verplaatsen door de wind.
Meer informatie:
The two faces of Titan's dunes
Cassini
Persbericht Jet Propulsion Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 januari 2012
Sinds eind december hapert een deel van het radiosysteem van de ruimtesonde Cassini, die om de planeet Saturnus cirkelt. Het betreft de ultrastabiele oscillator die deels wordt gebruikt voor het overzenden van gegevens naar de aarde, maar vooral van belang is bij wetenschappelijke experimenten, zoals die waarbij Cassini radiosignalen dwars door het ringenstelsel van de planeet naar de aarde zendt, om de dichtheidsverschillen in het ringmateriaal te kunnen meten. De afgelopen weken gaat de radiocommunicatie via een backup-oscillator, die prima te gebruiken is voor het overzenden van gegevens, maar minder geschikt is voor onderzoeksdoeleinden. Later deze maand zullen tests worden uitgevoerd om te zien of de ultrastabiele oscillator weer aan de praat kan worden gekregen. Hoewel de oorzaak van de storing nog niet bekend is, mag niet worden uitgesloten dat er gewoon een onderdeel is stukgegaan. Het is immers al bijna vijftien jaar geleden dat Cassini werd gelanceerd.
Meer informatie:
Cassini Testing Part of Its Radio System

12 januari 2012
Sinds eind december hapert een deel van het radiosysteem van de ruimtesonde Cassini, die om de planeet Saturnus cirkelt. Het betreft de ultrastabiele oscillator die deels wordt gebruikt voor het overzenden van gegevens naar de aarde, maar vooral van belang is bij wetenschappelijke experimenten, zoals die waarbij Cassini radiosignalen dwars door het ringenstelsel van de planeet naar de aarde zendt, om de dichtheidsverschillen in het ringmateriaal te kunnen meten. De afgelopen weken gaat de radiocommunicatie via een backup-oscillator, die prima te gebruiken is voor het overzenden van gegevens, maar minder geschikt is voor onderzoeksdoeleinden. Later deze maand zullen tests worden uitgevoerd om te zien of de ultrastabiele oscillator weer aan de praat kan worden gekregen. Hoewel de oorzaak van de storing nog niet bekend is, mag niet worden uitgesloten dat er gewoon een onderdeel is stukgegaan. Het is immers al bijna vijftien jaar geleden dat Cassini werd gelanceerd.
Meer informatie:
Cassini Testing Part of Its Radio System

4 januari 2012
Onderzoekers van het California Institute of Technology hebben een nieuw computermodel ontwikkeld voor de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan (Nature, 5 januari). In deze atmosfeer vindt een methaankringloop plaats, die vergelijkbaar is met de waterkringloop op aarde - compleet met wolken, mist, regenbuien en meren. Het grote verschil met de aarde is de temperatuur waarbij dit alles zich afspeelt: bijna 200 graden onder nul. Het nieuwe model geeft een verklaring voor een aantal opvallende kenmerken van Titan. Het eerste is dat de meeste meren te vinden zijn rond de polen, en dan met name de noordpool. Het gebied rond de evenaar is doorgaans erg droog, maar uit beelden die in 2005 met de op Titan gelande Huygens-sonde zijn gemaakt bleek al dat er regelmatig grote hoeveelheden vloeistof over het oppervlak stromen. Vier jaar later werd ontdekt dat daar inderdaad 'tropische' buien kunnen optreden. Voor deze eigenschappen zijn verschillende verklaringen bedacht, maar eerdere modellen konden niet alles verklaren. Het nieuwe model, dat het gedrag van de Titanatmosfeer over een periode van 3000 aardse jaren nabootst, doet dat wel. Het kan de stortbuien rond de evenaar, die vooral in lente en herfst optreden, bijvoorbeeld goed reproduceren. Volgens het model verzamelt vloeibare methaan zich vooral in meren rond de polen, omdat het zonlicht daar gemiddeld het zwakst is, waardoor het methaan minder snel verdampt. Doordat Saturnus een enigszins langgerekte baan om de zon volgt, is Titan tijdens de zomer op zijn noordelijk halfrond verder van de zon verwijderd dan tijdens de zuidelijke zomer. Hierdoor duurt het noordelijke regenseizoen langer dan het zuidelijke, en vormen zich rond de noordpool gemakkelijker meren. Hoe goed het nieuwe model is, zal de komende jaren moeten blijken. Het voorspelt namelijk dat de methaanspiegel van de meren op het noordelijk halfrond zal stijgen. Ook zou de hoeveelheid bewolking rond de noordpool van Titan moeten toenemen.
Meer informatie:
New Computer Model Explains Lakes and Storms on Titan

30 december 2011
De grootste maan van de planeet Saturnus, Titan, zendt net zoveel warmte uit als dat hij van de zon ontvangt. Dat blijkt uit onderzoek van Amerikaanse wetenschappers dat in Geophysical Research Letters is gepubliceerd. Om het weer en klimaat op een planeet als de aarde te begrijpen, moeten wetenschappers de globale energiebalans kennen - de balans tussen de energie die afkomstig is van de zon en de warmte-energie die de planeet terug de ruimte in straalt. Sommige planeten, zoals Jupiter en Saturnus, stralen meer energie uit dan ze absorberen, wat erop wijst dat ze een interne warmtebron hebben. De aarde daarentegen is vrijwel in evenwicht. Dat laatste blijkt dus ook te gelden voor Titan - de enige maan in het zonnestelsel met een dichte atmosfeer. De hoeveelheid energie die Titan absorbeert is gemeten met verschillende telescopen en ruimtevaartuigen, de uitgezonden energie door instrumenten aan boord van de NASA-ruimtesonde Cassini. Binnen de meetfout zijn de beide hoeveelheden gelijk.
Meer informatie:
Evaluating the energy balance of Saturn's moon Titan

22 december 2011
Nieuwe berekeningen wijzen erop dat de rotsachtige kern van de planeet Jupiter bezig is om op te lossen. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat de kern van de gasreus kleiner is en zijn atmosfeer meer zware elementen bevat dan verwacht. Gasreuzen zoals Jupiter en Saturnus zijn hun leven waarschijnlijk begonnen als vaste objecten van gesteenten en ijs. De grote hoeveelheden gas waarin ze nu gehuld zijn, zouden ze pas in een iets later stadium hebben verzameld uit de materieschijf rond de zon waaruit alle planeten zijn ontstaan. Volgens dit accretiemodel zou de kern van Jupiter minstens tien aardmassa's zwaar moeten zijn. Maar er zijn aanwijzingen dat hij kleiner is is. Dat zou erop kunnen wijzen dat Jupiter in een vroeg stadium in botsing is gekomen met een andere planeet, maar onderzoekers van de universiteit van Californië hebben een andere verklaring. Volgens de Californische wetenschappers lost de kern van Jupiter geleidelijk op. Dat komt door de kolossale druk (40 miljoen atmosfeer) en temperatuur (20.000 graden) in de kern. Kwantummechanische berekeningen laten zien dat het mineraal magnesiumoxide - een belangrijk bestanddeel van de kern - onder die omstandigheden oplost in het omringende gas, dat bij die druk en temperatuur vloeibaar is. Het nieuwe model kan niet alleen verklaren waarom de Jupiterkern vrij klein is en de Jupiteratmosfeer relatief veel zware elementen bevat, maar ook waarom de kern van Saturnus veel groter is. De druk en temperatuur in deze laatste planeet zijn gewoon veel lager waardoor zijn kern niet of nauwelijks oplost.
Meer informatie:
Jupiter's heart is dissolving

12 december 2011
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini vloog op 12 december op kleine afstand langs de middelgrote Saturnusmaan Dione, en een dag later op slechts 3600 kilometer afstand langs de grote maan Titan. De ruwe beelden van de scheervluchten zijn inmiddels voor iedereen beschikbaar op internet. De afgebeelde foto toont het ijzige oppervlak van Dione (op de beste foto's zijn details van een paar honderd meter groot zichtbaar), met op de achtergrond een zijaanzicht van het ringenstelsel van Saturnus en de twee kleine maantjes Pandora en Epimetheus.
Meer informatie:
Portraits of Moons Captured by Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 november 2011
Elektrische ontladingen in grote onweerswolken op Saturnus produceren mogelijk 'sprites' zoals ze ook op grote hoogte in de dampkring van de aarde zijn waargenomen. Dat blijkt uit laboratoriumexperimenten van onderzoekers van de Tel Aviv Universiteit, die hierin samenwerken met Sander Nijdam van de Technische Universiteit Eindhoven. 'Sprites' werden pas enkele tientallen jaren geleden ontdekt. Het zijn krachtige ontladingen die zich niet onder, maar boven grote onweerswolken voordoen, waardoor ze vanaf het aardoppervlak maar zelden te zien zijn. Ze duren slechts een fractie van een seconde, en hebben een opvallende rode kleur. Bliksemontladingen in de atmosferen van Venus, Jupiter en Saturnus zijn vaak veel energierijker dan die op aarde. De onderzoekers bootsten de atmosferen van deze planeten na in kleine containers, waarin vervolgens krachtige elektrische ontladingen werden gegenereerd. De proeven, die vorige maand gepresenteerd zijn op een groot planeetonderzoekscongres in Nantes, doen vermoeden dat er ook op Venus, Jupiter en Saturnus 'sprites' kunnen voorkomen, waarbij kleur en intensiteit onder andere bepaald worden door de chemische samenstelling. De onderzoekers hopen wetenschappers van NASA's planeetverkenner Cassini ertoe te bewegen dat ze met de gevoelige camera's van de ruimtesonde gericht op zoek gaan naar 'sprites' in de dampkring van Saturnus, waar nog steeds een krachtige storm woedt die tientallen bliksemontladingen per seconde produceert.
Meer informatie:
Persbericht Tel Aviv University
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 november 2011
Nieuwe opnamen van NASA's ruimtesonde Cassini tonen de geboorte en evolutie van het kolossale onweersgebied dat het noordelijk halfrond van Saturnus bijna een jaar lang heeft geteisterd. De 'storm' verscheen op 5 december als een kleine witte vlek in het wolkendek, maar omsloot binnen twee maanden de hele planeet.Het monsterachtige onweerscomplex, dat zich in de noord-zuidrichting over ongeveer 15.000 kilometer uitstrekte, is het grootste dat de afgelopen twintig jaar op Saturnus is gezien en verreweg het grootste dat door een ruimtesonde van nabij is gevolgd. Op dezelfde dag dat Cassini de eerste beelden van het onweersgebied maakte, detecteerden andere instrumenten van de ruimtesonde elektrische ontladingen in de Saturnusatmosfeer. Aan deze actieve fase kwam eind juni een einde, maar zelfs nu nog zijn restanten van de turbulente onweerswolken te zien. Daarmee was dit ook het langdurigste onweersgebied dat ooit op Saturnus is waargenomen. De vorige recordhouder, die in 1903 werd opgemerkt, hield het 'maar'150 dagen vol. Het ontstaan van de grote onweersgebieden op Saturnus vertoont meer overeenkomsten met een vulkaanuitbarsting dan met een aards weersysteem. Het lijkt erop dat zich in de atmosfeer met tussenpozen van twintig tot dertig jaar een enorme druk opbouwt. Maar wat die druk in bedwang houdt tot het tot een uitbarsting komt, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Cassini Chronicles Life of Saturn's Giant Storm

16 november 2011
Volgens Amerikaanse wetenschappers worden de bobbelige plekken die de ijzige Jupitermaan Europa her en der vertoont, veroorzaakt door grote 'meren' van vloeibaar water die op een diepte van enkele kilometers in de ijskorst zitten. De ruwweg cirkelvormige structuren zouden bestaan uit verbrokkelde dikke ijsschollen (Nature, 17 november). Uit eerder onderzoek was al gebleken dat Europa is gehuld in een misschien wel tientallen kilometers dikke ijskorst, waar een oceaan van vloeibaar water onder schuilgaat. Voor de chaotische terreinen die deze ijskorst vertoont bestond echter nog geen bevredigende verklaring. Door zich te baseren op soortgelijke processen hier op aarde - op ijsschollen en onder gletsjers boven vulkanen - hebben de wetenschappers een nieuw model voor het ontstaan van de vreemde plekken op Europa bedacht. Dat model gaat ervan uit dat zich op een diepte van slechts drie kilometer grote bellen water bevinden. Interacties tussen dit water en het bovenliggende ijs zouden dan het verbrokkelde karakter van het ijsoppervlak ter plaatse kunnen verklaren. Als dit model juist is, kan dit betekenen dat er tussen de diepe oceaan en het oppervlak van Europa uitwisseling van warmte en mineralen plaatsvindt. Maar of dat ook echt zo is, kan alleen met een toekomstige ruimtemissie worden vastgesteld. Zo'n ruimtesonde zou dan moeten worden uitgerust met radarapparatuur.
Meer informatie:
Scientists find evidence for 'great lake' on Europa and potential new habitat for life
Scientists Find Evidence for Subsurface 'Great Lake' on Europa

6 oktober 2011
De extreem schuine stand van de rotatie-as van Uranus wordt doorgaans toegeschreven aan één grote botsing met een planeet die enkele malen groter was dan de aarde. Maar nieuw onderzoek, gepresenteerd tijdens het grote internationale planeetonderzoekscongres dat deze week in Nantes wordt gehouden, wijst erop dat die theorie wat verfijning kan gebruiken. De rotatie-as van Uranus ligt vrijwel in het baanvlak van de planeet. Anders gezegd: Uranus ligt op zijn kant. En vreemd genoeg zijn de banen van zijn manen mee gekanteld. Met name dat laatste is met het enkelvoudige botsingsmodel moeilijk verklaarbaar. Daarom heeft een internationaal team van wetenschappers, onder leiding van Alessandro Morbidelli van de sterrenwacht van de Cote d'Azur, een computer aan het werk gezet om allerlei botsingsscenario's door te rekenen. Deze computersimulaties laten zien dat de huidige situatie zich goed laat reproduceren als Uranus in een heel vroeg stadium - toen zijn manen nog niet waren gevormd - minstens twee keer door een flink hemellichaam is getroffen. Door die botsingen kantelde niet alleen de planeet, maar ook de schijf van restmateriaal waar hij nog door omringd was. Uit die puinschijf zouden vervolgens de huidige manen zijn gevormd.
Meer informatie:
Series of bumps sent Uranus into its sideways spin

4 oktober 2011
Planeetonderzoekers van de Universiteit van Nantes hebben alle beschikbare infraroodwaarnemingen van het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan samengevoegd tot een 'wereldkaart'. Het resultaat werd vandaag gepresenteerd op een groot internationaal planeetonderzoekscongres in Nantes. De Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die in juli 2004 in een baan rond Saturnus aankwam, heeft tot nu toe 78 scheervluchten langs Titan gemaakt (er staan er tot 2017 nog 48 op het programma). De Visual and Infrared Mapping Spectrometer (VIMS) van Cassini legde bij elke passage delen van het oppervlak vast; op sommige infrarode golflengten is het mogelijk om door de dikke dampkring en de heiïge lagen in de Titanatmosfeer heen te kijken. Het samenstellen van de infrarode 'wereldkaart' was een enorme klus, omdat elke opname gecorrigeerd moest worden voor de lokale atmosferische omstandigheden. Ook zijn lang niet alle delen van het oppervlak met dezelfde beeldscherpte in kaart gebracht. Op sommige VIMS-opnamen (onder andere de infraroodfoto van het landingsgebied van de Europese lander Huygens) zijn details van ca. 500 meter groot te zien. Titan is de op een na grootste planeetmaan in het zonnestelsel, de enige planeetmaan met een substantiële dampkring, en afgezien van de aarde het enige hemellichaam in het zonnestelsel met meren aan het oppervlak (van vloeibaar methaan en ethaan, in het geval van Titan).
Meer informatie:
Titanic Jigsaw Challenge:Piecing together a global colour map of Saturn's largest Moon
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 oktober 2011
De kleine Saturnusmaan Enceladus lijkt een ideale bestemming voor ski-liefhebbers. Op sommige delen van het bevroren oppervlak ligt een ca. honderd meter dikke laag van de fijnst denkbare poedersneeuw. Dat blijkt uit gedetailleerde waarnemingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die vandaag gepresenteerd worden op een internationaal planeetonderzoekscongres in Nantes. Aan de zuidpool van Enceladus komen actieve geisers voor die onder andere stofdeeltjes en ijskristallen de ruimte in spuiten. Op basis van modelberekeningen werd vorig jaar al voorspeld dat materiaal uit die pluimen in de vorm van extreem fijne poedersneeuw op sommige delen van het oppervlak zou neerdalen. Dat lijkt nu bevestigd te worden door de nieuwe Cassini-metingen. De sneeuwkorreltjes zijn uitzonderlijk klein: één à twee micrometer in middellijn. Hard sneeuwen doet het overigens niet op de ca. 500 kilometer grote ijsmaan: de dikte van de sneeuwlaag neemt toe met niet meer dan een duizendste millimeter per jaar. Dat doet vermoeden dat de Enceladus-geisers al tientallen miljoenen jaren actief zijn. Ze worden vermoedelijk aangedreven door getijdenenergie.
Meer informatie:
Enceladus weather: Snow flurries and perfect powder for skiing
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 augustus 2011
Afgelopen donderdag heeft de Europees/Amerikaanse ruimtesonde Cassini nieuwe opnamen gemaakt van de vreemd gevormde Saturnusmaan Hyperion. De ruimtesonde passeerde de ijsmaan op een afstand van ongeveer 25.000 kilometer - de op één na kleinste afstand tot nu toe. Hyperion is slechts 270 kilometer groot. Hij heeft een onregelmatige vorm en zijn oppervlak heeft een sponsachtige structuur. Nog een eigenaardige eigenschap van Hyperion is zijn chaotische rotatie, die het onmogelijk maakt om exact te voorspellen welk deel van het oppervlak in beeld is als een ruimtesonde erlangs scheert. Toch lijkt Cassini een deel van het oppervlak van Hyperion in beeld te hebben gebracht dat niet eerder bekeken is. De opnamen zullen onder meer worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in de kleur en textuur van het pokdalige oppervlak.
Meer informatie:
Cassini Closes in on Saturn's Tumbling Moon Hyperion

5 augustus 2011
Vrijdagavond, om vijf voor half zeven Nederlandse tijd, is de Amerikaanse ruimtesonde Juno begonnen aan zijn vijf jaar durende reis naar de planeet Jupiter. Aan boord zijn drie passagiers: 2,5 centimeter grote Lego-poppetjes die de oppergod Jupiter en zijn vrouw Juno, en de Italiaanse geleerde Galileo Galilei - ontdekker van de vier grootste Jupitermanen - voorstellen. De bijna drie miljard kilometer lange reis naar Jupiter zal vijf jaar duren. Na aankomst begint Juno aan een uitgebreid onderzoeksprogramma dat meer inzicht moet geven in het ontstaan en de evolutie van de grote gasplaneet. Volgens de huidige inzichten heeft Jupiter een belangrijke rol gespeeld bij de vorming van ons planetenstelsel. Als grootste en oudste planeet bevat hij meer massa dan alle andere planeten, planetoïden en kometen bij elkaar. Soms wordt hij ook wel een 'mislukte ster' genoemd, maar dat is wat overdreven: daarvoor is hij tachtig keer te licht. Na afloop van de missie, die een jaar moet duren, zullen Juno en zijn 'bemanning' een gecontroleerde slotduik maken in de dichte wolkenmassa van Jupiter.
Meer informatie:
NASA's Juno Spacecraft Launches To Jupiter
Juno Spacecraft to Carry Three Figurines to Jupiter Orbit
Website Juno-missie

26 juli 2011
Onderzoek met de Europese infraroodsatelliet Herschel heeft aangetoond dat het water dat de Saturnusmaan Enceladus de ruimte in blaast een reusachtige gordel van waterdamp om zijn planeet vormt. Daarmee is nu ook duidelijk wat de bron is van het water in de hoge atmosfeer van Saturnus, waarvan het bestaan in 1997 werd ontdekt. Enceladus stoot ongeveer 250 kilogram water per seconde uit. Dat gebeurt bij een soort ijsfonteinen aan de zuidpool van het ijsmaantje. De gegevens van Herschel laten zien dat drie tot vijf procent van dit uitgestoten water terechtkomt in de gordel rond Saturnus. De rest verdwijnt de ruimte in of eindigt op andere manen en in de ringen van de planeet. Voor zover bekend is Saturnus de enige planeet in ons zonnestelsel die van buitenaf wordt 'beregend'.
Meer informatie:
Enceladus rains water onto Saturn

12 juli 2011
Vandaag is het precies één Neptunusjaar (165,79 aardse jaren) geleden dat de reuzenplaneet Neptunus werd ontdekt, door Johann Gottfried Galle op de sterrenwacht van Berlijn. Dat gebeurde op basis van berekeningen van de Fransman Urbain Le Verrier, die uit waargenomen baanafwijkingen van Uranus afleidde waar zich de onbekende planeet moest bevinden die met zijn zwaartekracht verantwoordelijk zou zijn voor deze afwijkingen. Om de 'verjaardag' van Neptunus te vieren, zijn met de Wide Field Camera 3 van de Hubble Space Telescope nieuwe opnamen van Neptunus gemaakt (op nabij-infrarode golflengten) waarop verschillende wolkenstructuren zichtbaar zijn. Neptunus werd voor het eerst (en voor het laatst) van nabij gefotografeerd door de Amerikaanse planeetverkenner Voyager 2, in augustus 1989.
Meer informatie:
Neptune Completes Its First Circuit Around The Sun Since Its Discovery
Achtergrondinformatie bij de nieuwe Neptunusfoto's
Detailinformatie over de 'Neptunusverjaardag'
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 juli 2011
Wetenschappers hebben voor het eerst een kolossaal onweersgebied op de planeet Saturnus kunnen onderzoeken met de ruimtesonde Cassini. Uit de waarnemingen blijkt onder meer dat in het gebied hevige, vrijwel onophoudelijke bliksemflitsen optraden (Nature, 7 juli). Op 5 december 2010 zag Cassini het onweersgebied, dat nog steeds bestaat, voor het eerst. Het verscheen op ongeveer 35 graden noorderbreedte als een witte wolk, die zich in de loop van enkele weken over vrijwel de gehele omtrek van de planeet uitbreidde. Daarmee was het weersysteem ongeveer 500 keer zo groot als het grootste stormgebied dat tot dan toe door Cassini was waargenomen. Op zijn hoogtepunt genereerde het meer dan tien bliksemontladingen per seconde. Volgens de wetenschappers die zich met het onderzoek van Saturnus bezighouden gedraagt het weer op deze planeet zich heel anders dan dat op de aarde of Jupiter, waar heel vaak onweersbuien ontstaan. Het weer op Saturnus kent jarenlange perioden van betrekkelijk rust, onderbroken door sterke oplevingen. De laatste keer dat een onweersgebied van deze omvang te zien was, was in 1990 op beelden van de Hubble-ruimtetelescoop. Sinds hij in 2004 bij Saturnus aankwam, heeft Cassini tien onweersgebieden op Saturnus waargenomen. Deze bevonden zich bijna allemaal op het zuidelijk halfrond, waar het op dat moment zomer was. Twee jaar geleden begon echter de lente op het noordelijk halfrond van de planeet: het nu waargenomen onweersgebied is daar een eerste uiting van.
Meer informatie:
Cassini Captures Images and Sounds of Saturn Storm

29 juni 2011
Neptunus doet precies 15 uur, 57 minuten en 59 seconden over één aswenteling. Dat is het resultaat van onderzoek door planeetwetenschapper Erich Karkoschka van de universiteit van Arizona, die de bewegingen van details in de atmosfeer van de Neptunus nauwkeurig in kaart heeft gebracht. Anders dan de aardse planeten - Mercurius, Venus, de aarde en Mars - hebben de grote buitenplaneten van ons zonnestelsel geen vast oppervlak. Ze bestaan grotendeels uit gassen die voor een belangrijk deel in vaste en vloeibare vorm voorkomen. Het enige wat je van buitenaf aan zo'n planeet kunt zien, zijn wolken en andere weersverschijnselen. En doorgaans zijn die niet geschikt om de rotatietijd van de planeet vast te stellen: de ene wolk beweegt nu eenmaal sneller dan de andere. Om dat probleem te omzeilen, is lange tijd gebruik gemaakt van de regelmatig variërende radiostraling die de grote gasplaneten uitzenden. Recent is echter gebleken dat de variaties in die radiostraling niet zo regelmatig zijn als ze leken, wat betekent dat ze waarschijnlijk niet precies synchroon lopen met de draaiing van het planeetinwendige. Vandaar dat Karkoschka teruggreep op de wolkenmethode, waarbij hij gebruik maakte van honderden opnamen van de Hubble-ruimtelescoop en de Voyager-ruimtesondes. Het gros van de structuren in de Neptunusatmosfeer bleek de bekende grote snelheidsvariaties te laten zien, maar enkele ervan vertonen een grote regelmaat, net als de Grote Rode Vlek op Jupiter. Volgens Karkoschka wijst die regelmaat erop dat de bewegingen van deze weersystemen de rotatie van het inwendige van Neptunus op de een of andere manier volgen.
Meer informatie:
Clocking Neptune's Spin

22 juni 2011
Er zijn nieuwe sterke aanwijzingen gevonden dat er onder de ijskorst van de Saturnusmaan Enceladus vloeibaar zout water zit (Nature, 23 juni). Daarmee lijkt een einde te komen aan alle twijfel over het bestaan van deze oceaan. Met een middellijn van 500 kilometer is Enceladus geen opvallend groot object. Maar die bescheiden omvang maakt hij ruimschoots goed met zijn bijzondere gedrag. De ijskorst aan zijn zuidpool vertoont tal van breuken en kloven die fonteinen van waterdamp en kleine ijsdeeltjes uitstoten. Dat gebeurt met zulke grote snelheden, dat veel van het materiaal terechtkomt in de ijle E-ring van Saturnus. Uit metingen met een instrument van de ruimtesonde Cassini bleek dat een gedeelte van de ijsdeeltjes in de E-ring zouten bevat. Als Enceladus de bron van deze deeltjes was, kon dat betekenen dat er onder zijn ijskorst een oceaan van zout water zit, maar volgens sommige wetenschappers kon het 'zoute ijs' ook op andere manieren worden verklaard. Toen Cassini in 2008 en 2009 enkele keren op een hoogte van slechts 21 kilometer langs de zuidpool van Enceladus scheerde, bood dat de gelegenheid om vers uitgestoten materiaal van de Saturnusmaan te onderzoeken. Analyse van deze metingen heeft nu uitgewezen dat de samenstelling van de verse ijsdeeltjes in grote lijnen gelijk is aan die van de E-ring. Maar dichter bij Enceladus is het aandeel zouthoudende ijsdeeltjes beduidend groter dan verder daarvandaan. Volgens de onderzoekers kan dat maar één ding betekenen: onder de ijskorst van Enceladus zit echt een oceaan. Omdat de door de barsten naar buiten geperste zoute ijsdeeltjes relatief groot en zwaar zijn, vallen de meeste naar het maanoppervlak terug. De zuivere ijsdeeltjes, die als waterdamp zijn ontsnapt, zijn lichter en kunnen daardoor het ringenstelsel van Saturnus gemakkelijker bereiken.
Meer informatie:
Cassini Captures Ocean-Like Spray at Saturn Moon
Flash-frozen seawater sprays from Enceladus
Cassini samples the icy spray of Enceladus' water plumes
Strongest evidence yet indicates icy Saturn moon hiding saltwater ocean

20 juni 2011
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft spectaculaire opnamen gemaakt van de kleine Saturnusmaan Helene. Op de foto's zijn merkwaardige structuren te zien op het ijzige oppervlak van het maantje, dat iets meer dan dertig kilometer groot is. Op 18 juni passeerde Cassini Helene op een afstand van 6970 kilometer, en konden delen van het maantje gefotografeerd worden die eerder nog niet zichtbaar waren. Op 10 maart 2010 vloog de ruimtesonde al eens op slechts 1820 kilometer afstand voorbij. Helene werd in 1980 ontdekt en beweegt in dezelfde baan rond Saturnus als de grote maan Dione. De vreemde structuren aan het oppervlak zijn mogelijk veroorzaakt door poreus stof.
Meer informatie:
Cassini Captures Ice Queen Helene
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 mei 2011
De testfase van de drie reusachtige zonnepanelen van de Amerikaanse ruimtesonde Juno, uitgevoerd bij het ruimtevaartbedrijf Astrotech in Titusville, Florida, is 26 mei met succes afgesloten. Juno wordt in augustus 2011 gelanceerd; de ruimtesonde gaat onderzoek doen aan het magnetisch veld en de atmosfeer van de reuzenplaneet Jupiter. Nooit eerder is een ruimtesonde op zo'n grote afstand van de zon voor zijn energievoorziening afhankelijk geweest van zonnepanelen. De drie panelen van Juno meten elk 2,7 bij 8,9 meter, maar leveren bij Jupiter toch slechts 450 watt aan vermogen.
Meer informatie:
Juno Solar Panels Complete Testing
Juno
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 mei 2011
ESO's Very Large Telescope (VLT) en de ruimtesonde Cassini hebben gedetailleerder dan ooit een zeldzame storm in de atmosfeer van de planeet Saturnus waargenomen. De resultaten van het internationale onderzoek verschijnen deze week in het tijdschrift Science.De atmosfeer van Saturnus lijkt altijd kalm en rustig. Slechts eenmaal per Saturnus-jaar (ongeveer 30 aardse jaren), als het voorjaar wordt op het noordelijk halfrond van de reuzenplaneet, wordt het ver onder de wolken onrustig in de atmosfeer en ontstaat er een enorme verstoring. De laatste grote storm is in december 2010 ontdekt door een instrument aan boord van NASA's ruimtesonde Cassini dat radio- en plasmagolven onderzoekt. Hij is ook gezien door sterrenkunde-amateurs. De storm is recent ook in detail bekeken met VISIR, de infraroodcamera van ESO's Very Large Telescope, en het CIRS-instrument op Cassini. Het is pas de zesde keer sinds 1876 dat er zo'n grote storm op Saturnus heeft gewoed, en het is de eerste keer dat er één is bestudeerd in infraroodlicht, waardoor temperatuurvariaties in de storm te zien zijn. De storm zou zijn ontstaan diep beneden in de waterwolken, waar een soort onweersbui een gigantische convectiepluim heeft gevormd: net zoals hete lucht opstijgt in een verwarmde ruimte, is het gas omhooggestegen en door de rustige bovenste atmosfeer van Saturnus gestoten.
Meer informatie:
Looking Deep into a Huge Storm on Saturn
Cassini & Telescope See Violent Saturn Storm
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

12 mei 2011
Jupitermaan Io is veruit het meest vulkanisch actieve hemellichaam in ons zonnestelsel. Gelijkmatig verdeeld over het oppervlak komen vulkanen voor, dit in tegenstelling tot op aarde, waar deze vooral voorkomen daar waar continentale platen op elkaar botsen. De vulkanen op Io produceren honderd keer meer lava dan die op aarde. Uit nieuwe analyse van waarnemingen gedaan met de Galileo-sonde is nu nieuw bewijs afgeleid dat zich onder de korst van de maan een 30 km dikke oceaan van vloeibare magma bevindt met een temperatuur van 1200 graden. Deze oceaan heeft effect op de manier waarop Io reageert met het immense magnetische veld van Jupiter. Het bestaan ervan is dan ook afgeleid uit waarnemingen aan het magnetische veld, die door de Galileo-sonde zijn verricht tussen 1995 en 2003. Maar voor een nauwkeurige analyse was beter inzicht nodig in de manier waarop de mineralen op Io reageren met het magnetische veld van Jupiter. Dat onderzoek is pas onlangs gedaan. Er wordt vermoed dat ook andere hemellichamen, zoals de aarde en de maan, kort na hun ontstaan zo'n magma-oceaan hadden en vulkanisch veel actiever waren. Maar deze objecten zijn sindsdien zo afgekoeld dat de magma-oceaan verdwenen is. Op Io wordt de oceaan vloeibaar gehouden door de wisselende getijdenkrachten van Jupiter en de andere grote manen.
Meer informatie:
Galileo Data Reveal Magma Ocean Under Jupiter Moon
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

12 mei 2011
Er wordt al lang gespeculeerd dat er in de atmosfeer van Saturnusmaan Titan ook bliksemontladingen kunnen optreden. In de atmosfeer, die rijk is aan koolwaterstoffen, zou dat wellicht kunnen leiden tot de vorming van meer complexe organische moleculen die nodig zijn voor het ontstaan van leven. Maar uitgebreide analyses van radiowaarnemingen van de Cassini-sonde, gedaan tijdens 72 nauwe passages van Titan, hebben geen bliksem aangetoond. Als bliksem al voorkomt op Titan, dan is het waarschijnlijk erg zeldzaam. Een artikel over dit onderzoek is onlangs verschenen in Geophysical Research Letters.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Artikel in Geophysical Research Letters
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

8 mei 2011
De unieke atmosfeer van Titan bestaat mogelijk uit gassen die vrijkwamen bij komeetinslagen in de ijskorst van de grote Saturnusmaan. Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Tokio in Nature Geoscience (8 mei). Titan is de enige maan in het zonnestelsel met een aanzienlijke atmosfeer. Waar het daarin rijkelijk aanwezige stikstof vandaan komt, is een raadsel. Veelal wordt de verklaring gezocht bij vulkaanuitbarstingen of bij de afbraak van atmosferische ammoniak door zonlicht. Maar dat zou betekenen dat Titan aanvankelijk warm was, terwijl metingen van de ruimtesonde Cassini er juist op wijzen dat deze maan altijd tamelijk koud is geweest. De Japanse wetenschappers opperen nu dat komeetinslagen, die in de begintijd van het zonnestelsel veel vaker plaatsvonden dan nu, de sleutel tot de oplossing kunnen zijn. Om de gevolgen van zulke inslagen na te bootsen, hebben zij een mengsel van bevroren ammoniak en water, vergelijkbaar met de samenstelling van de ijskorst van Titan, met kleine projectielen bestookt. Bij zulke inslagen wordt een deel van het ammoniak omgezet in stikstof. Berekeningen laten zien dat de hoeveelheid stikstof die daarbij vrijkomt voldoende kan zijn om de huidige atmosfeer van Titan te verklaren.
Meer informatie:
Saturn moon's atmosphere forged by comet impacts

20 april 2011
Net als Jupiter blijkt ook Saturnus elektrisch verbonden met één van zijn manen. Bij Jupiter is het vooral de uitstoot van de werkende vulkanen op de maan Io die geladen deeltjes in de magnetosfeer van de planeet brengt. De beweging van de maan rond de planeet en door het magneetveld werkt als een dynamo en wekt een lusvormige elektrische stroom op van noordpool van planeet naar maan en verder naar de zuidpool. Daar waar de stroom bij de beide polen de atmosfeer van de planeet raakt, wordt poollicht opgewekt. Met de Cassini-sonde die rond Saturnus draait is nu ontdekt dat de kleine maan Enceladus, die aan zijn zuidpool ook gas en ijsachtige korrels de ruimte inblaast, op dezelfde wijze een stroomkring opwekt, die verantwoordelijk is voor een deel van de poollichtverschijnselen op Saturnus. De ontdekking is gedaan met de elektronspectrometer aan boord van de Cassini-sonde waarmee de elektronen van de elektrische stroom rechtstreeks konden worden gedetecteerd, tijdens de 14 keer dat de sonde de 500-km grote maan passeerde. Het onderzoek wordt deze week gepubliceerd in het tijdschrift Nature.
Meer informatie:
Cassini Sees Saturn Electric Link with Enceladus
Icy Moon Zaps Saturn with Electron Beams
Beams of electrons link Saturn with its moon Enceladus
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl

19 april 2011
Waarnemingen van de rotatie en baanbeweging van Titan, door onderzoekers van de Koninklijke Sterrenwacht van België, wijzen erop dat deze grote Saturnusmaan zich niet precies als een vast lichaam gedraagt. Zijn bewegingen wijzen erop dat zijn inwendige voor een belangrijk deel vloeibaar is. Het onderzoek van Titan door de ruimtesonde Cassini heeft al de nodige verrassingen opgeleverd. De Saturnusmaan heeft een atmosfeer met een grotere dichtheid dan de aardatmosfeer, die een kringloop van methaan in stand houdt. En op zijn ijskoude oppervlak zijn rivieren en meren van vloeibare methaan ontdekt. Maar misschien is dat maar het topje van de ijsberg. Volgens de Belgische wetenschappers is het denkbaar dat de korst van Titan betrekkelijk dun is en een enorme methaanoceaan aan het zicht onttrekt. Dat zou niet alleen de variaties in de bewegingen van Titan verklaren, maar ook de vraag kunnen beantwoorden waar al dat methaan in zijn atmosfeer vandaan komt. Want methaan wordt onder invloed van zonnestraling afgebroken: ergens moet een flinke voorraad van het spul zitten.
Meer informatie:
Is Titan Hiding an Ocean?

8 april 2011
De Amerikaanse planeetverkenner Juno, die in augustus 2011 gelanceerd moet worden naar de reuzenplaneet Jupiter, is aangekomen in Florida. De ruimtesonde is gebouwd bij Lockheed Martin Space Systems in Denver, Colorado, en gisteren vervoerd naar de omgeving van Cape Canaveral voor de laatste voorbereidingen op de lancering. Juno zal na een reis van ongeveer vijf jaar aankomen in een baan rond Jupiter en uitgebreid onderzoek verrichten naar de dampkring en het magnetisch veld van de grootste planeet in het zonnestelsel. Het lanceervenster voor de ruimtesonde is geopend van 5 tot 26 augustus, in verband met de vereiste onderlinge stand van de reuzenplaneet en de aarde.
Meer informatie:
NASA's Jupiter-Bound Spacecraft Arrives in Florida
Juno
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 april 2011
De grote Saturnusmaan Titan is mogelijk veel minder geologisch actief dan tot nog toe werd aangenomen. Tot die conclusie komen NASA-wetenschappers op basis van gegevens van de ruimtesonde Cassini. Titan vertoont een gevarieerd landschap van meren van vloeibare methaan, valleien die door methaanstromen zijn uitgesleten en inslagkraters. Volgens een gangbare theorie zou dit landschap voor een belangrijk deel zijn gevormd onder invloed van de inwendige warmte van de Saturnusmaan, die een zekere mate van (ijs)vulkanisme in stand zou houden. Volgens de onderzoekers laat recent onderzoek van het inwendige van Titan echter weinig ruimte voor eventuele vulkanische activiteit. Bovendien kunnen de geologische structuren op de Saturnusmaan heel goed door de werking van wind en regen zijn ontstaan. Het valt overigens niet mee om uitsluitsel te krijgen over de geologische toestand van Titan. De maan is in een dichte atmosfeer gehuld, wat het onderzoek van zijn oppervlak nogal bemoeilijkt.
Meer informatie:
New Theory: Titan Shaped By Weather, Not Ice Volcanoes

31 maart 2011
De rimpelingen die worden waargenomen in de ringenstelsels van de planeten Saturnus en Jupiter kunnen worden teruggevoerd op botsingen met komeetfragmenten die meer dan tien jaar geleden hebben plaatsgevonden. Tot die conclusie komen wetenschappers die gegevens van drie ruimtesondes hebben doorgespit (Science, 1 april). In het geval van Jupiter zijn de rimpelingen veroorzaakt door de komeet Shoemaker-Levy 9, waarvan de brokstukken zich in juli 1994 een weg baanden door de ijle ring van de planeet. De rimpelingen in de ringen van Saturnus worden aan een soortgelijke botsing toegeschreven, die in de tweede helft van 1983 moet hebben plaatsgevonden. De gebeurtenissen bij Jupiter zijn destijds uitgebreid waargenomen, maar van die bij Saturnus bestaan geen waarnemingen. Bij beide planeten is een spiraalvormig patroon in de ring waargenomen dat zich in de loop van de tijd steeds strakker opwindt. Door de beschikbare beelden achteruit af te spelen, konden de onderzoekers vaststellen wanneer de verstoring van het ringmateriaal, dat uit ontelbare kleine brokstukjes bestaat, moet hebben plaatsgevonden. Bij Jupiter rolde daar de periode juni-september 1994 uit, wat een verband met de doortocht van komeet Shoemaker-Levy 9 zeer waarschijnlijk maakt. Uit de reconstructie van de gebeurtenissen die zich in 1983 in het ringenstelsel van Saturnus afspeelden, blijkt dat ook daarbij een forse komeet in het spel moet zijn geweest. Bij de botsing moet een bijna 20 duizend kilometer groot gebied, op de grens van de D- en C-ring van de planeet, verstoord zijn geraakt. Helaas waren er op dat moment geen ruimtesondes in de buurt van Saturnus en bevond de planeet zich vanaf de aarde gezien net achter de zon.
Meer informatie:
Forensic Sleuthing Ties Ring Ripples to Impacts

22 maart 2011
Recente gegevens van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini laten zien dat de variaties in de radiostraling die Saturnus uitzendt seizoensafhankelijk zijn. Hierdoor lopen de variaties op het noordelijk halfrond niet gelijk met die op het zuidelijk halfrond. De radiostraling die Saturnus uitzendt, heeft golflengten in de orde van kilometers. Lang werd aangenomen dat deze straling, net als bij Jupiter, verband hield met de rotatietijd van Saturnus, die zich - bij gebrek aan vast planeetoppervlak - lastig laat vaststellen. Maar het lijkt er steeds meer op dat het ingewikkelder ligt. Toen Cassini in 2004 bij Saturnus aankwam, lieten de radiogolven van het noordelijke halfrond een periode van 10,6 uur zien, die van het zuidelijk halfrond een periode van 10,8 uur. Recente gegevens laten zien dat deze situatie aan het kantelen is: de periode van het noordelijk halfrond neemt toe, die van het zuidelijk halfrond neemt af. In maart 2010, zeven maanden na het begin van de lente op Saturnus, waren beide perioden gelijk. En inmiddels is de noordelijke periode 10,71 uur en de zuidelijke 10.54 uur. De Cassini-onderzoekers denken nu dat de variaties in de radiostraling van Saturnus geen verband houden met de draaiing van de planeet. Volgens hen moet de oorzaak worden gezocht met de stand van de zon die, net als op aarde, van seizoen tot seizoen verschilt. Hierdoor varieert ook de invloed van de zon op het magnetische veld van de planeet, dat de bron is van de waargenomen radiostraling.
Meer informatie:
Cassini Finds Saturn Sends Mixed Signals(origineel persbericht)

17 maart 2011
Met de ruimtesonde Cassini zijn aanwijzingen gevonden dat er in de lente een regen van methaan valt op de duinen aan de evenaar van Titan (Science, 18 maart). Eerder was al gebleken dat er op de grote, ijskoude Saturnusmaan een weercyclus plaatsvindt die enigszins vergelijkbaar is met die op aarde. Anders dan op onze planeet gaat het echter niet om een waterkringloop, maar om een kringloop van methaan. Hoewel er dichter bij de polen van Titan al methaanmeren waren ontdekt, leek het gebied rond de evenaar 'droog' te zijn. Weliswaar zijn daar rivierbeddingachtige structuren waargenomen, maar die werden beschouwd als overblijfselen uit een natter verleden. Een internationaal team van wetenschappers heeft onlangs echter plotselinge afnamen geconstateerd in de oppervlaktehelderheid rond de evenaar van Titan. Deze verdonkeringen traden op na een periode dat er boven het gebied wolken waren verschenen. Volgens de onderzoekers kan dat allerlei oorzaken hebben, van gewone stormen tot vulkanisme. Maar het lijkt nog het meest waarschijnlijk dat het effect is veroorzaakt door een neerslag van vloeibare methaan. Cassini observeert de Saturnusmaan al sinds 2004, maar heeft sindsdien nog maar een kwart Titanjaar meegemaakt - ruwweg de overgang van zomer naar lente op het zuidelijk halfrond. Atmosfeermodellen voorspellen voor die periode een grotere kans op neerslag. Het is dus denkbaar dat de droge rivierbeddingen in het gebied van veel recentere datum zijn dan gedacht.
Meer informatie:
Cassini Sees Seasonal Rains Transform Titan's Surface

7 maart 2011
Het testprogramma voor de Jupiterverkenner Juno is afgerond. Eerder dit jaar onderging de ruimtesonde uitvoerige tests bij Lockheed Martin Space Systems in Denver. Begin april wordt Juno getransporteerd naar het Kennedy Space Center in Florida. Het lanceervenster voor de Jupitersonde opent op 5 augustus. Juno zal in een baan over de polen van de reuzenplaneet Jupiter worden gebracht en moet onderzoek doen aan de dampkring en de inwendige opbouw van de planeet.
Meer informatie:
NASA's Jupiter-Bound Spacecraft Taking Shape In Denver
Juno
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 maart 2011
De kleine Saturnusmaan Enceladus produceert veel meer energie dan planeetonderzoekers hadden verwacht. Dat blijkt uit nieuwe metingen met de infraroodspectrometer van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die op 4 maart gepubiceerd zijn in Journal of Geophysical Research. Enceladus is een ijsmaan met een middellijn van slechts 500 kilometer. Aan de zuidpool zijn uitgestrekte breuksystemen en krachtige geisers van waterdamp en ijskristalletjes ontdekt. Op basis van modelberekeningen aan de getijdenkrachten van Saturnus werd geschat dat de inwendige energieproductie minder dan anderhalve gigawatt zou moeten bedragen. Uit de nieuwe metingen blijkt echter dat Enceladus 15,8 gigawatt produceert - ongeveer even veel als twintig kolencentrales. Volgens onderzoekers is het denkbaar dat Cassini geluk heeft en dat Enceladus toevallig een extra actieve periode doormaakt. Mogelijk zijn de getijdeneffecten variabel door subtiele baanveranderingen van Enceladus en de buurmaan Dione. De enorme energieproductie van de kleine ijsmaan maakt het extra waarschijnlijk dat zich onder het bevroren oppervlak een oceaan van vloeibaar water bevindt. Volgens sommige astrobiologen is het denkbaar dat zich daarin micro-organismen hebben ontwikkeld.
Meer informatie:
Cassini Finds Enceladus is a Powerhouse
Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 februari 2011
De terugkeer van de donkere wolkenband op het zuidelijk halfrond van Jupiter, die in het voorjaar van 2010 'verdween', verloopt voorspoedig maar langzaam. Dat blijkt uit gedetailleerde infraroodopnamen die met de Keck-telescoop op Hawaï zijn gemaakt. Bij het maken van deze foto's kreeg Keck assistentie van de grote Jupitermaan Europa. Het zicht op de donkere wolkenband is het afgelopen jaar gehinderd door een lage van hoge, heldere wolken van ijsdeeltjes. In het infrarood kan dwars door deze hoge bewolking heen gekeken worden. De Keck-opnamen zijn gemaakt met behulp van een zogeheten adaptief optisch systeem, waarmee de beeldonscherpte wordt gecorrigeerd die het gevolg is van turbulenties in de aardatmosfeer. Doorgaans maakt dat systeem gebruik van een kunstmatige 'ster' die met een laserbundel aan de hemel wordt geprojecteerd. Jupiter geeft echter zo veel licht, dat de zwakke richtster van het systeem niet waarneembaar is. In plaats daarvan hebben astronomen ditmaal gebruik gemaakt van de maan Europa, die op het moment van de opname vlak naast de planeet stond.
Meer informatie:
Europa Helps Astronomers Penetrate Jupiter's Lost Belt

3 februari 2011
Met behulp van een instrument aan boord van de ruimtesonde Cassini zijn sluierwolken ontdekt in de dichte atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan. Anders dan de bruine smog die de rest van de Titanatmosfeer kenmerkt, zijn deze wolken van ijsdeeltjes parelwit. Het is voor het eerst dat deze hoge bewolking op Titan zo gedetailleerd is waargenomen. Eerder waren ze alleen vaag te zien geweest op beelden die in 1980 door de ruimtesonde Voyager 1 waren gemaakt. En ook zijn al verscheidene keren ijle wolken van methaan- en ethaanijs op geringere hoogte gezien. Wetenschappers hopen dat de sluierwolken aanwijzingen bevatten voor de merkwaardige 'halve kringloop' die zich in de Titanatmosfeer afspeelt. Op de ijskoude Saturnusmaan 'regent' het koolwaterstoffen en andere organische verbindingen. Maar nergens op het oppervlak lijkt het warm genoeg voor verdamping, om de atmosfeer weer aan te vullen.
Meer informatie:
Surprise Hidden in Titan's Smog: Cirrus-Like Clouds

26 januari 2011
De donkere plek die in juli 2009 plotseling in de atmosfeer van Jupiter verscheen, is hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door de inslag van een planetoïde. Dat schrijven wetenschappers in het meest recente nummer van het tijdschrift Icarus. De onderzoekers baseren hun conclusie op waarnemingen met drie infraroodtelescopen, waarmee de temperatuur en samenstelling van de Jupiteratmosfeer is geanalyseerd. Eerder waren ook met de Hubble-ruimtetelescoop al aanwijzingen gevonden dat het inslagobject een planetoïde moet zijn geweest. Uit de infraroodwaarnemingen blijkt dat het onderste deel van de stratosfeer van Jupiter door de inslag drie tot vier graden is opgewarmd. Dat lijkt weinig, maar daar is een enorme hoeveelheid energie voor nodig: het equivalent van 5 gigaton tnt. De wetenschappers leiden hieruit af dat de inslaande planetoïde tweehonderd tot vijfhonderd meter groot moet zijn geweest,
Meer informatie:
Jupiter Scar Likely from Rocky Body

27 december 2010
Omstreeks 10 december verscheen op het noordelijk halfrond van Saturnus een opvallende witte vlek. Het bestaan van dit stormgebied in de atmosfeer van de planeet werd ontdekt door amateurastronomen. Enkele dagen geleden kon de 'Grote Witte Vlek' voor het eerst ook in beeld worden gebracht door de ruimtesonde Cassini, die om Saturnus cirkelt. Dergelijke stormgebieden, die duizenden kilometers groot zijn, verschijnen wel vaker op Saturnus. Maar zo helder als dit exemplaar zijn ze maar zelden: doorgaans ontnemen mistlagen hoog in de atmosfeer het zicht erop. Uit de Cassini-beelden blijkt dat het stormgebied nog steeds in omvang toeneemt. Het gebied sleept een inmiddels vele tienduizenden kilometers lange 'staart' van heldere wolken achter zich aan.
Meer informatie:
Saturn Storm Rev 142 Raw Preview
Bright White Storm Raging on Saturn

21 december 2010
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft nieuwe opnamen van de Saturnusmaan Rhea gepresenteerd, die in november 2009 en maart 2010 door de ruimtesonde Cassini zijn gemaakt. De opnamen, die een goed beeld geven van het kraterrijke oppervlak van Rhea, zijn de meest gedetailleerde die tot nu toe van deze ijsmaan zijn gemaakt.De nieuwe beelden geven meer duidelijkheid of het netwerk van heldere lijntjes dat dertig jaar geleden door de beide Voyager-ruimtesonde werd ontdekt. De Voyager-beelden waren niet scherp genoeg om precies te kunnen zien wat dit was. Sommige onderzoekers meenden dat deze barsten in de korst van Rhea door ijsvulkanisme konden zijn veroorzaakt. Uit eerdere Cassini-beelden was echter al gebleken dat de lijnen in werkelijkheid steile ijswanden zijn, wat erop wijst dat er in de ijskorst van Rhea tektonische bewegingen plaatsvinden. Op 3D-beelden die aan de hand van de meest recente Cassini-opnamen zijn gemaakt, is nu te zien dat delen van de ijskorst zijn opgetild. De breuklijnen die daardoor zijn ontstaan, lopen dwars door enkele betrekkelijk jonge inslagkraters heen. Dat betekent dat Rhea waarschijnlijk nog steeds geologisch actief is. Op 11 januari 2011 brengt Cassini opnieuw een bezoek een Rhea. Het oppervlak van de Saturnusmaan zal dan tot op een afstand van 76 kilometer worden genaderd.
Meer informatie:
Cassini Marks Holidays with Dramatic Views of Rhea

14 december 2010
Op 3D-radarbeelden van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini zijn op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan twee vulkaanachtige structuren ontdekt. Volgens wetenschappers zouden dat vulkanen kunnen zijn die in plaats van lava ijs uitbraken. Ze vertonen overeenkomsten met bijvoorbeeld de vulkaan Etna op Sicilië. Wetenschappers discussiëren al jaren over het bestaan van ijsvulkanen op de koude manen van de verre reuzenplaneten. Daarvoor is het nodig dat er ondergrondse geologische activiteit is, die het inwendige van zo'n ijsmaan deels doet smelten, waarna de gesmolten ijsdrab door een opening in de korst naar buiten stroomt. Dat dat proces niet altijd tot het ontstaan van een vulkaanachtige structuur leidt, bewijst de kleinere Saturnusmaan Enceladus, die wel water en ijs uitstoot, maar daarbij geen bergen vormt. In een gebied op Titan zijn nu echter twee diepe kraters ontdekt, omgeven door bergpieken van een kilometer hoog. Over de omgeving lijkt een ijsmassa te zijn uitgestroomd, maar vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat de vulkanen momenteel actief zijn.
Meer informatie:
Cassini Spots Potential Ice Volcano on Saturn Moon

14 december 2010
Uit een nieuwe analyse van gegevens van de ruimtesonde Cassini blijkt dat er een direct verband bestaat tussen periodieke radiopulsen uit het magnetische veld van Saturnus en explosies van heet gas in de buurt van de planeet. Deze explosies bemoeilijken het vaststellen van de rotatietijd van Saturnus, die net als de overige grote planeten van ons zonnestelsel, geen vast oppervlak heeft. Net als bij de aarde is het magnetische veld van Saturnus geen volmaakte bol. Onder invloed van de zonnewind waaieren de veldlijnen aan de schaduwkant van de planeet uit tot een lange staart. Het lijkt erop dat die magnetische staart wordt meegesleept door elektrisch geladen gas dat oorspronkelijk van de maan Enceladus afkomstig is. Daarbij wordt de staart uitgerekt tot het niet verder gaat, waarna hij terugschiet. Door het losschieten van de magnetische staart wordt het geladen gas rond Saturnus verhit. Dat hete gas raakt gevangen in het magnetische veld en draait als een soort wolken met de planeet mee. Elektrische stromen in deze wolken verstoren op hun beurt het magnetische veld van Saturnus.
Meer informatie:
Hot Plasma Explosions Inflate Saturn's Magnetic Field

13 december 2010
De kilometers hoge bergrug langs de evenaar van Japetus geeft deze Saturnusmaan het aanzien van een reusachtige walnoot. In oktober suggereerden Amerikaanse wetenschappers dat de bergrug is veroorzaakt door de vroegere snelle rotatie van dit hemellichaam. Enkele van hun collega's denken daar anders over. Volgens onderzoekers van twee Amerikaanse universiteiten is de bergrug het restant van een maan die tijdelijk om Japetus heeft gecirkeld. Het maantje dat rond Japetus zou hebben gedraaid, zou het gevolg zijn geweest de inslag van een groot object. Dat maantje zou onder invloed van getijdenkrachten uit elkaar zijn gevallen en een ring van (ijs)puin hebben achtergelaten, waarvan het materiaal uiteindelijk op Japetus is neergeploft. De onderzoekers hebben hun theorie onderbouwd met berekeningen, die laten zien dat op deze manier inderdaad een bergrug langs de evenaar van Japetus kan zijn ontstaan. Computersimulaties zullen de theorie meer kracht moeten bijzetten.
Meer informatie:
How Iapetus got its ridge

30 november 2010
Met de ruimtesonde Cassini is een netwerk van warme barsten ontdekt in de ijskorst van de Saturnusmaan Enceladus. De barsten, die ook wel 'tijgerstrepen' worden genoemd, bevinden zich in het zuidpoolgebied van Enceladus, waar deze maan waterdamp en ijsdeeltjes de ruimte in blaast. De 'warmste' barst op Enceladus vertoont een temperatuur van 190 kelvin oftewel -83 graden Celsius. Het lijkt er bovendien op dat deze geleidelijk warmer wordt. Onduidelijk is nog of de gemeten stijging van temperatuur te maken heeft met een toename van de activiteit van de 'ijsfonteinen' op Enceladus. Helaas zal Cassini dat voorlopig ook niet kunnen onderzoeken, omdat hij pas in 2015 weer een blik op het zuidpoolgebied van de ijsmaan zal werpen. En tegen die tijd wordt dat gebied niet meer door de zon verlicht.
Meer informatie:
Cassini Finds Warm Cracks on Enceladus

25 november 2010
De op één na grootste maan van de planeet Saturnus, Rhea, heeft een atmosfeer die rijk is aan zuurstof en kooldioxide, maar dan vijf biljoen maal zo ijl als de aardatmosfeer. Dat blijkt uit onderzoek met de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, die in maart van dit jaar langs deze ruim 1500 kilometer grote ijsmaan scheerde (Science Express, 25 november). Rhea is niet de eerste maan in het zonnestelsel waarbij zuurstof is ontdekt, en waarschijnlijk ook niet de laatste. Het heeft er namelijk alle schijn van dat de zuurstof afkomstig is van de afbraak van ijs onder invloed van deeltjesstraling. En ijs en deeltjesstraling zijn in de omgeving van de buitenplaneten van ons zonnestelsel rijkelijk aanwezig. De bron van het kooldioxide dat dertig procent van de Rhea-atmosfeer vormt, laat zich minder gemakkelijk verklaren. Het is mogelijk dat zich in de ijskorst van de Saturnusmaan organische moleculen bevinden. Maar het is ook denkbaar dat het kooldioxide afkomstig is uit het inwendige van Rhea.
Meer informatie:
Thin Air - Cassini Finds Ethereal Atmosphere at Rhea
Saturn Moon Rhea's Surprise: Oxygen-Rich Atmosphere

24 november 2010
Dit voorjaar verdween een van de opvallende donkere wolkenbanden in de atmosfeer van Jupiter. Nieuwe NASA-opnamen wijzen erop dat de band zich aan het herstellen is. Begin november ontdekte een Filippijnse amateurastronoom een opvallend heldere plek op de plaats waar normaal gesproken de zuidelijke equatoriale wolkenband van Jupiter te vinden is. Volgens Amerikaanse astronomen is dat het begin van het herstel van de donkere streep die doorgaans ten zuiden van evenaar van de planeet te vinden is. De oorzaak van het verdwijnen van de wolkenband lijkt te liggen bij het tijdelijk wegvallen van de droge valwinden die het betreffende gebied vrijhouden van hoge, heldere wolken van ammoniakijs. Hierdoor werd de lager gelegen donkere wolkenband tijdelijk aan het zicht onttrokken. Het was niet voor het eerst dat dit gebeurde. Zo eens in de paar decennia herhaalt de zuidelijke equatoriale band - en alleen díé - dit kunstje. Naar de oorzaak van deze abrupte verandering wordt nog gezocht.
Meer informatie:
Jupiter Gets Its Stripe Back
Stripes Are Back in Season on Jupiter

24 november 2010
Sinds 24 november is de Amerikaanse ruimtesonde Cassini weer volledig operationeel. Alle wetenschappelijke instrumenten zijn ingeschakeld en zullen naar verwachting de komende scheervlucht langs de Saturnusmaan Enceladus normaal kunnen registreren. Cassini schakelde zichzelf op 2 november in 'sluimerstand'. De oorzaak lijkt een kleine storing in de computer van een subsysteem te zijn geweest, maar onduidelijk is nog waardoor deze is ontstaan. Op dinsdag 30 november zal de ruimtesonde op een afstand van slechts 48 kilometer langs het noordelijk halfrond van Encelacus scheren. Drie weken later gebeurt dat nog eens. Tijdens beide scheervluchten zal onder meer het zwaartekrachtsveld van de Saturnusmaan onderzocht worden.
Meer informatie:
Cassini Back to Normal, Ready for Enceladus

10 november 2010
Tussen 2005 en 2009 is Saturnus geleidelijk minder energie uit gaan stralen. Maar daarbij bleef het zuidelijk halfrond van de planeet wel meer energie uitstralen dan het noordelijk halfrond. Daar bovenop vertoonde het energieniveau nog seizoensveranderingen. Een en ander blijkt uit metingen met de infraroodspectrometer van de ruimtesonde Cassini, die sinds 2004 om Saturnus cirkelt. Dat Saturnus twee keer zo veel energie uitzendt als dat hij van de zon ontvangt, vormt al decennialang een groot vraagstuk. Het Cassini-onderzoek moet helpen uitwijzen waar die extra energie vandaan komt. Het is voor het eerst dat de energiehuishouding van een gasplaneet zo gedetailleerd onderzocht is. Dat het zuidelijk halfrond de grootste energieleverancier was, komt overigens niet als een verrassing. In de genoemde periode was het daar namelijk zomer (een seizoen duurt op Saturnus zeven aardse jaren). Maar vreemd genoeg constateerden de Voyager-ruimtesondes in 1980 en 1981 - precies een Saturnusjaar eerder - geen verschillen tussen de energie die de beide halfronden uitzonden. Volgens de wetenschappers die zich met dit onderzoek hebben beziggehouden moet het waargenomen verschil worden toegeschreven aan veranderde bewolkingspatronen.
Meer informatie:
Cassini Sees Saturn on a Cosmic Dimmer Switch

4 november 2010
Op dinsdag 2 november besloot NASA's ruimtesonde Cassini zichzelf in 'veilige modus' te schakelen - de sluimerstand die na een storing automatisch in werking treedt. Sinds dat moment stuurt Cassini geen gegevens over de planeet Saturnus en zijn manen meer naar de aarde. Alleen technische informatie wordt nog overgezonden. Sinds Cassini's lancering in 1997 is het voor de zesde keer dat dit gebeurt, maar tot nog toe kon het euvel steeds worden verholpen en er zijn geen aanwijzingen dat dit nu niet zal lukken. De storing is waarschijnlijk veroorzaakt door een commando dat onderweg van de aarde naar Cassini verhaspeld is geraakt, mogelijk ten gevolge van een zonneuitbarsting. Normaal gesproken negeert de ruimtesonde zulke onzinnige commando's, maar deze is blijkbaar toch 'verwerkt'. Een beetje op een ongelukkig moment komt de storing wel: voor 11 november staat een scheervlucht langs de grote Saturnusmaan Titan op het programma. Deze zal nu ongemerkt voorbijgaan: naar verwachting zal Cassini pas op 24 november weer volledig operationeel zijn.
Meer informatie:
Status Report: Engineers Assessing Cassini Spacecraft
NASA: Cassini Camera Will Be Offline Until Nov. 24

1 november 2010
Wetenschappers denken eindelijk te weten waarom een van de meest dynamische gebieden in het ringenstelsel van Saturnus zo'n onregelmatige en veranderlijke vorm heeft. De ringen gedragen zich zoals een miniatuurversie van ons eigen Melkwegstelsel. Dit nieuwe inzicht is gebaseerd op opnamen die door de ruimtesonde Cassini zijn gemaakt van de zogeheten B-ring van Saturnus. Al sinds de ontdekking van de verstoringen aan de buitenrand van de B-ring, dertig jaar geleden, was duidelijk dat deze slechts zeer ten dele konden worden toegeschreven aan de zwaartekrachtsinvloed van naburige manen. Uit analyse van duizenden Cassini-opnamen is nu gebleken dat de verstoringen een optelsom zijn van een aantal onafhankelijk roterende golfpatronen. In een medium waarin de deeltjesdichtheid groot genoeg is en dat scherp begrensd is, ontstaan zulke oscillaties spontaan. Astronomen denken dat dergelijke 'natuurlijke' oscillaties ook in andere schijfsystemen voorkomen, zoals in spiraalvormige sterrenstelsels en in de protoplanetaire schijven rond jonge sterren. Maar de B-ring van Saturnus is de eerste plek waar ze ook daadwerkelijk zijn waargenomen.
Meer informatie:
Cassini Sees Saturn Rings Oscillate Like Mini-Galaxy

14 oktober 2010
Amerikaanse planeetdeskundigen denken een sluitende verklaring te hebben gevonden voor de merkwaardige vorm van de Saturnusmaan Japetus. Het zou gewoon een kwestie van draaiing zijn geweest. Op dit moment duurt één aswenteling van Japetus precies even lang als één volledige omloop om zijn moederplaneet (79 dagen) - een verschijnsel dat synchrone rotatie wordt genoemd. In dat opzicht onderscheidt de 1500 kilometer grote Saturnusmaan zich niet van de meeste andere volwaardige manen in ons zonnestelsel. Maar zijn vorm is nogal merkwaardig: een dertien kilometer hoge bergrug rond zijn evenaar geeft Japetus het aanzien van een walnoot. Getracht is om het bestaan van de opvallende structuur te verklaren door middel van geologische processen, zoals tektoniek en vulkanisme. Doorgaans resulteren deze modellen echter in een veel bredere bergrug dan we nu op Japetus waarnemen. De nieuwe verklaring gaat ervan uit dat Japetus in het verleden veel sneller om zijn as heeft getold dan nu, en dat hij die snelle rotatie ook veel langer heeft volgehouden dan de overige Saturnusmanen. Kort gezegd: Japetus is ontstaan in een positie die ver genoeg van Saturnus was verwijderd om nog lange tijd snel te blijven roteren, maar net dicht genoeg bij de planeet lag om uiteindelijk toch bij een synchrone rotatie uit te komen. De equatoriale bergrug zou dan kunnen zijn ontstaan door centrifugale werking. Modelberekeningen laten zien dat Japetus voor de vorming van zo'n smalle bergrug eens in de vier tot zes uur om zijn as moet hebben gewenteld.
Meer informatie:
Saturn's "Walnut" Moon Mystery Cracked?

7 oktober 2010
Wetenschappers hebben aan de hand van beelden van de ruimtesonde Cassini vastgesteld dat de oppervlakken van de binnenste, middelgrote manen van de planeet Saturnus kleurrijke banden en vlekken vertonen. De rood- en blauwachtige tinten op de ijsoppervlakken van Mimas, Enceladus, Tethys, Dione en Rhea lijken het gevolg te zijn van grotere en kleinere bombardementen. Tussen deze manen en het ringenstelsel van Saturnus vindt klaarblijkelijk een levendige uitwisseling van deeltjes plaats. De kleurtinten op de Saturnusmanen zijn nogal subtiel en vallen pas op als de Cassini-opnamen worden bewerkt. Daarbij worden niet alleen opnamen in zichtbaar licht gebruikt, maar ook ultraviolet- en infraroodopnamen. Leverancier van de blauwachtige tinten is de maan Enceladus, die met zijn ijsfonteinen ook de zogeheten E-ring van Saturnus van materiaal voorziet. Een groot deel van het blauwe materiaal valt terug op Enceladus zelf, maar ook Tethys, Dione en Rhea krijgen er wat van mee. Deze drie manen vertonen daarnaast ook donkerdere, roodachtige plekken, die waarschijnlijk worden veroorzaakt door geïoniseerd gas dat gevangen zit in het magnetische veld van Saturnus. Maar niet alle kleurenspetters laten zich eenvoudig verklaren. Zo wordt nog gezocht naar de oorzaak van de keten van blauwachtige vlekken langs de evenaar van Rhea. Deze lijken niet te bestaan uit materiaal dat van Enceladus afkomstig is: het zijn eerder plekken waar vers ijs bloot is komen te liggen. Het lijkt er op dat zich hier een reeks kleine inslagen heeft voltrokken.
Meer informatie:
Cassini Catches Saturn Moons in Paintball Fight;

7 oktober 2010
Een internationaal team van wetenschappers heeft de mogelijke chemische processen in de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan nagebootst. Daarbij is vastgesteld dat de omstandigheden ter plaatse geschikt zijn voor de vorming van aminozuren en nucleotidebasen. Op aarde zijn dit de bouwstenen waaruit levende organismen zijn voortgekomen. De intense straling die de dikke atmosfeer van Titan van boven bestookt, is in staat om zelfs de stabielste moleculen af te breken. Deze toestand werd nagebootst in een koude reactiekamer, gevuld met een mengsel van stikstof, methaan en koolmonoxide dat met radiostraling werd bestraald. Dat was voldoende om de aminozuren en nucleotidebasen tot produceren: er kwam opmerkelijk genoeg geen druppel water aan te pas. Volgens de onderzoekers is daarmee aangetoond dat complexe moleculen gewoon in de atmosfeer van een planeet kunnen ontstaan. Het is zelfs denkbaar dat op die manier ook de eerste aanzet is gegeven tot het ontstaan van leven op aarde.
Meer informatie:
Titan's Hazes May Hold Ingredients Of Life

5 oktober 2010
De ringen van Saturnus bestaan mogelijk uit de buitenlagen van een grote maan die uit elkaar viel terwijl hij naar de planeet toe spiraalde. Dat zegt planeetwetenschapper Robin Canup van het Southwest Research Institute in Boulder (VS). Een van de opmerkelijke eigenschappen van het ringenstelsel is dat het voor meer dan negentig procent uit ijsdeeltjes bestaat. Dat is vreemd, omdat de oermaterie waaruit Saturnus is ontstaan ongeveer voor de helft uit gesteente bestond. Om het ijsachtige karakter van de ringdeeltjes te verklaren, is wel geopperd dat de ringen zijn ontstaan door het uiteenvallen van een kleine maan of een grote komeet die te dicht in de buurt van Saturnus kwam. In het eerste geval zou er echter meer gesteente in de ringen moeten zitten. En waarom zou Saturnus wel een ring van komeetmateriaal hebben en Jupiter en de beide andere grote buitenplaneten niet? Volgens Canup zijn de ringen van Saturnus ontstaan toen een maan ter grootte van Titan (nu de grootste maan van Saturnus) naar de nog jonge planeet toe is gespiraald. Getijdenkrachten zouden de ijsmantel van deze oermaan hebben losgescheurd voordat deze op Saturnus neerstortte. Als deze theorie juist, moet Saturnus vroeger een nog indrukwekkender ringenstelsel hebben gehad dan nu. Een deel van het ijsmateriaal van de verwoeste planeet zou namelijk zijn samengeklonterd tot enkele van de ijsmanen van Saturnus, zoals Enceladus, Dione en Tethus.
Meer informatie:
Saturn's rings formed by destruction of giant moon

5 oktober 2010
De befaamde ijsfonteinen van de Saturnusmaan Enceladus worden mogelijk aangedreven door een oceaan van zout bronwater die schuilgaat onder zijn ijskorst. Dat opperden Amerikaanse wetenschappers gisteren tijdens een bijeenkomst van planeetdeskundigen die deze week in Pasadena (Californië) wordt gehouden. Het idee van een 'onderijse' oceaan op Enceladus is niet nieuw. Maar tot nog toe kon geen enkel model alle waargenomen eigenschappen van de Saturnusmaan verklaren. Het grootste knelpunt was het ogenschijnlijk ontbreken van zout (natriumchloride) in de ijsfonteinen, dat in strijd lijkt met het vermoeden dat Enceladus de bron is van het natrium dat in de buitenste ringen van Saturnus aanwezig is. Volgens de wetenschappers is het ontbreken van zout verklaarbaar als de oceaan van Enceladus gasbelletjes bevat. Dit zoute bronwater heeft een geringere dichtheid dan ijs en kan dus via barsten in de ijskorst gemakkelijk naar de oppervlakte stijgen. Daar aangekomen, zouden de gasbelletjes uit elkaar spatten en een fijne mist van zout verspreiden, terwijl de eigenlijke ijsfontein zoutvrij blijft.
Meer informatie:
Bubbly Ocean on Enceladus Explains Plume Mystery

4 oktober 2010
Een van de lege zones in het ringenstelsel van Saturnus wordt mogelijk veroorzaakt door Titan, de grootste maan van de planeet. Uit een nieuwe analyse van de gegevens van de ruimtesonde Cassini blijkt namelijk dat Titan in een deel van het ringenstelsel een getijdengolf veroorzaakt. Het ringenstelsel van Saturnus bestaat uit ontelbare kleine brokjes ijs en vormt geen aaneengesloten geheel. Her en der zitten lege zones, die ook wel scheidingen worden genoemd. Veel van deze scheidingen worden in stand gehouden door kleine maantjes die om de planeet cirkelen. Maar niet alle scheidingen laten zich op die manier verklaren. Een van die 'onverklaarbare' scheidingen ligt in de zogeheten C-ring. Deze leek bij zijn ontdekking door de ruimtesonde Voyager 1 in 1980 wel vijftien kilometer breed, maar toen 25 jaar later Cassini zijn camera op de scheiding richtte, was dat nog maar 2,5 kilometer. Soms leek de scheiding zelfs geheel te verdwijnen. Met het getijdengolfmodel laat dit vreemde gedrag zich gemakkelijk verklaren. In werkelijkheid is de scheiding in de C-ring waarschijnlijk nog geen kilometer breed. De deeltjes in dit deel van de ring golven door de zwaartekrachtsinlvoed van TItan echter enkele kilometers op en neer. En daardoor lijkt de scheiding, afhankelijk van het standpunt van de waarnemer, breder of smaller dan hij in werkelijkheid is.
Meer informatie:
Titan Raises Tsunamis in Saturn Ring

4 oktober 2010
De ijskorst van de Jupitermaan Europa verbergt misschien niet alleen een oceaan. Waarschijnlijk vinden er, ondanks de extreem lage temperaturen, ook opmerkelijk snelle chemische reacties plaats tussen bevroren water en zwavel. Dat stellen wetenschappers van NASA's Goddard Space Flight Center, die de omstandigheden op Europa in het laboratorium hebben nagebootst. De temperaturen in het ijs van Europa liggen veelal onder de 150 graden onder nul. Doorgaans wordt aangenomen dat chemische reacties onder deze omstandigheden alleen kunnen optreden als er energie beschikbaar is in de vorm van (deeltjes)straling of licht. En dat is alleen het geval in het toplaagje van de dikke ijskorst van de Jupitermaan. Als er zwavel in het ijs zit, en dat is op Europa het geval, blijkt die extra energiebron echter niet nodig te zijn. Ook diep in de ijskorst van deze en andere Jupitermanen kunnen dus chemische reacties plaatsvinden.
Meer informatie:
Europa's Hidden Ice Chemistry

24 september 2010
Nieuwe videobeelden van Saturnus moeten meer inzicht geven in het poollicht dat zich hoog in de atmosfeer van de planeet afspeelt. De beelden laten zien hoe het lichtschijnsel in de loop van twee dagen varieert. Net als bij de aarde ontstaat het poollicht op Saturnus doordat geladen deeltjes van de zon door het magnetische veld van de planeet naar de polen worden geleid. Hoog in de atmosfeer komen de deeltjes in botsing met gasmoleculen, waardoor deze laatste licht gaan uitzenden. Bij Saturnus spelen daarnaast ook enkele manen een rol bij het optreden van poollicht. Uit de videobeelden blijkt dat de intensiteit van het poollicht in de loop van een Saturnusdag, die bijna elf uur duurt, aanzienlijk varieert. Aan de middag- en middernachtzijde van de polen is het schijnsel enkele uren lang duidelijk helderder dan elders. Dat wijst er op dat de variaties verband houden met de richting van de zon. Andere structuren in het poollicht zijn de volgende dag op hetzelfde tijdstip weer op dezelfde plek te zien, wat er op kan wijzen dat in dit geval de richting van het magnetische veld van Saturnus bepalend is.
Meer informatie:
Two Days In The Life Of Saturn's Aurora - The Movie

22 september 2010
Uit Europees onderzoek blijkt dat het weer op de grote Saturnusmaan Titan aan het veranderen is. Met name in de poolstreken is de bewolking vrijwel verdwenen. De vier seizoenen op Titan duren elk een jaar of zeven. De afgelopen zes jaar lieten opnamen van de ruimtesonde Cassini zien dat de bewolking op de Saturnusmaan zich beperkte tot de poolstreken en een smalle gordel rond veertig graden zuiderbreedte. Kort voor de noordelijke lente, die in augustus 2009 is begonnen, is daar echter verandering in gekomen. De wolken boven de zuidpool zijn volledig verdwenen, en die boven de noordpool worden steeds dunner. Dat betekent overigens niet dat het op die plaatsen ook echt zonnig wordt. Titan heeft een dichte stikstofatmosfeer waarin een dikke smog van organische moleculen rondzweeft. De wolken die daarin ontstaan, bestaan ook niet uit waterdruppeltjes, maar uit methaan en ethaan.
Meer informatie:
Spring On Titan Brings Sunshine And Patchy Clouds

23 augustus 2010
Opnieuw is er een lichtflits waargenomen in de dampkring van de reuzenplaneet Jupiter, vermoedelijk veroorzaakt door de inslag van een relatief klein kosmisch projectiel. De flits, die ongeveer twee seconden duurde, werd op video vastgelegd in de nacht van 20 op 21 augustus door de Japanse amateurastronoom Masayuki Tachikawa. Later bleek dat Aoki Kazuo op precies hetzelfde tijdstip en op dezelfde plaats ook een korte lichtflits had gefilmd. In de zomer van 1994 sloegen brokstukken van komeet Shoemaker-Levy 9 in op de reuzenplaneet Jupiter, waarbij grote, donkere 'littekens' in de dampkring ontstonden. In de zomer van 2009 werd een vergelijkbare donkere vlek ontdekt door een Australische amateur-astronoom, waarvan ook wordt aangenomen dat hij door een inslag was veroorzaakt. Diezelfde Australiër, Anthony Wesley, legde op 3 juni jongstleden een lichtflits in de Jupiterdampkring vast, die ook gefilmd werd door de Filippijn Chris Go. De lichtflitsen van 3 juni en 20 augustus hebben kennelijk geen 'littekens' in de dampkring achtergelaten, en zijn vermoedelijk veroorzaakt door relatief kleine projectielen. Hoe groot een brok ijs of steen moet zijn om zo'n lichtflits te produceren, is echter niet bekend. Nu dergelijke verschijnselen vaker lijken voor te komen dan tot nu toe altijd is gedacht, is het volgens planeetdeskundige Glenn Orton van NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena wellicht tijd om een wereldwijd netwerk van 'bewakingscamera's' op Jupiter te richten.
Nieuwsbericht over de Jupiterflits (Sky & Telescope)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 augustus 2010
Op de grote Saturnusmaan Titan wemelt het van de bergketens die evenwijdig aan elkaar lopen. Volgens wetenschappers ontstaan deze 'rimpels' in het landschap doordat het inwendige van Titan afkoelt en krimpt. Titan koelt langzaam af, doordat hij geleidelijk de warmte uitstraalt die hij bij zijn ontstaan heeft verkregen en door het natuurlijke verval van de radioactieve isotopen in zijn gesteenten. Modelberekeningen laten zien dat zich onder het ijsoppervlak van de Saturnusmaan nog vloeibaar water moet bevinden, dat door de afkoeling steeds meer bevriest. Omdat ijs een groter volume in beslag neemt dan vloeibaar water, begint het oppervlak te plooien. Tegelijkertijd verandert de inwendige structuur van de Saturnusmaan, waardoor het volume afneemt, zo blijkt uit de modelberekeningen. Door deze processen zijn op Titan gebergten ontstaan die hoogten van twee kilometer kunnen bereiken. Sinds zijn ontstaan, meer dan vier miljard jaar geleden, is de Saturnusmaan al een kilometer of zeven gekrompen. Maar er is nog voldoende warmte over om deze geologische activiteit nog een hele tijd door te laten gaan.
Meer informatie:
Raisin' Mountains on Saturn's Moon Titan

4 augustus 2010
De spookachtige, ultraviolette poollichten in de atmosfeer van de planeet Saturnus blijken te pulseren. Bovendien loopt het komen en gaan van de gloed in de pas met de radiostraling die de planeet uitzendt. Wetenschappers vroegen zich al jaren af waar de langzame variaties in die radiopulsen vandaan komen. Net als andere planeten met een magnetisch veld zendt Saturnus vanuit zijn poolstreken radiostraling de ruimte in. Deze radiostraling pulseert met een periode van bijna elf uur, wat ook ongeveer de rotatietijd van de planeet is. Daarom is lang gedacht dat er een verband was tussen die twee. Maar de periode van de radiopulsen bleek te variëren - iets wat je van de draaiing van Saturnus niet kunt zeggen. Poollichten ontstaan als geladen deeltjes uit de ruimte door het magnetische veld van een planeet naar zijn polen worden geleid, waar zij in botsing komen met moleculen in de atmosfeer. Dat daarbij radiostraling ontstaat was bekend, maar tot nog toe waren geen variaties waargenomen in het poollicht van Saturnus. Na een nauwgezette analyse van opnamen die gemaakt zijn met de Hubble-ruimtetelescoop is daar nu verandering in gekomen: radiostraling en poollicht blijken dezelfde variaties te vertonen.
Meer informatie:
Long-sought connection found between Saturn's aurora and puzzling radio pulses

29 juli 2010
Begin 2008 maakte een internationaal onderzoeksteam bekend dat er met behulp van instrumenten aan boord van de ruimtesonde Cassini indirecte aanwijzingen waren gevonden voor een ring van stof rond de Saturnusmaan Rhea. Onderzoekers van Cornell University denken daar inmiddels anders over: volgens hen bestaat die stofring gewoon niet. De conclusie uit 2008 was gebaseerd op de waarneming dat het aantal geladen deeltjes aan weerszijden van Rhea een duidelijke 'dip' vertoont. De verklaring die daarvoor werd opgevoerd was dat deze geladen deeltjes door stofdeeltjes worden geabsorbeerd. Alle pogingen die de Cornell-onderzoekers de afgelopen jaren hebben ondernomen om de vermeende stofring in beeld te krijgen, zijn echter mislukt. Hun conclusie is duidelijk: om Rhea cirkelt lang niet genoeg stof om de eerdere onderzoeksresultaten te kunnen verklaren. Rest natuurlijk de vraag wat dan wél de oorzaak is van de geringere aantallen geladen deeltjes bij Rhea. Een sluitende verklaring hebben de Cornell-wetenschappers nog niet, maar volgens hen moet het antwoord worden gezocht bij de magnetische velden rond de Saturnusmaan.
Meer informatie:
No rings around Saturn's Rhea, astronomers find

29 juli 2010
In 2005 bleek uit metingen van de Europese ruimtesonde Huygens dat de wind rond de evenaar van de grote Saturnusmaan Titan doorgaans van oost naar west waait. Maar toen Huygens' moedersonde Cassini korte tijd later de eerste opnamen van duinen op Titan maakte, leken deze juist te zijn gevormd door een wind die precies de andere kant op waait. Een periodieke omkering van de windrichting, zoals die ook rond de evenaar van de aarde wel wordt waargenomen, is de vermoedelijke oorzaak. Planeetwetenschapper Tetsuya Tokano heeft een nauwkeurig computermodel gemaakt van de luchtstromingen op Titan. Daaruit blijkt dat de wind rond de evenaar niet altijd dezelfde kant op waait. Rond het begin van lente en herfst, als de zon precies boven de evenaar staat, veroorzaakt de zonnewarmte opstijgende luchtstromen, die tot een omkering en verheviging van de heersende winden leiden. Waar de normale oost-west gerichte wind niet krachtig genoeg is om significante hoeveelheden zand te verplaatsen, is de omgekeerde seizoenswind dat wél. De duinen op Titan, waar extreem lage temperaturen heersen, lijken overigens niet uit gewoon zand te bestaan, maar uit bevroren koolwaterstoffen, zoals methaan en ethaan.
Meer informatie:
Blowing in the Wind: Cassini Helps with Dune Whodunit

20 juli 2010
Uit nieuwe opnamen, gemaakt door de ruimtesonde Cassini, blijkt dat de ijsdeeltjes in een van de ringen van Saturnus samenklonteren tot enorme sneeuwballen. De veroorzaker is het maantje Prometheus, dat vlak langs de binnenrand van de zogeheten F-ring om de planeet draait. Met zijn zwaartekrachtveld veroorzaakt het een soort boeggolven in het ringmateriaal, waardoor ijsobjecten met afmetingen tot wel twintig kilometer kunnen ontstaan. Prometheus is een aardappelvormig maantje met een lengte van 148 kilometer. Zijn omloopsnelheid om Saturnus is iets groter dan die van de ontelbare ijsdeeltjes die de F-ring vormen. Door die hogere snelheid haalt hij dezelfde deeltjes eens in de ongeveer 68 dagen in, en brengt deze in beroering. De samenklonteringen van deeltjes die daarbij ontstaan, bestaan niet allemaal even lang. Sommige worden al bij de eerstvolgende passage van Prometheus uiteen getrokken, terwijl andere uitgroeien tot grote, stabiele objecten die nog meer ijsdeeltjes naar zich toe trekken.
Meer informatie:
Cassini Sees Moon Building Giant Snowballs In Saturn Ring

15 juli 2010
Uit gegevens van de ruimtesonde Cassini blijkt dat de meren op de grote Saturnusmaan Titan de afgelopen jaren ondieper geworden zijn. Het peil zakt ongeveer een meter per jaar. Net als op aarde is er op TItan een kringloop van verdamping en neerslag actief. Niet van water - daarvoor is het er veel te koud - maar van methaan. In het iets minder koude zomerseizoen verdampt er blijkbaar zo veel methaan uit de waargenomen meren, dat deze geleidelijk ondieper worden. De afgelopen vier jaar was het 'hoogzomer' op het zuidelijk halfrond van Titan. Hierdoor heeft de oever van het grootste meer aldaar, dat het Ontariomeer wordt genoemd, zich ongeveer tien kilometer teruggetrokken.
Meer informatie:
Caltech Scientists Measure Changing Lake Depths on Titan
See Beautiful Ontario Lacus: Cassini's Guided Tour

8 juli 2010
Met behulp van de ruimtesonde Cassini is een nieuwe klasse van mini-maantjes opgespoord in het ringenstelsel van Saturnus. De onwaarneembaar kleine maantjes veroorzaken tijdens hun omloop om de planeet propellerachtige verstoringen in het ringmateriaal. De eerste van zulke sporen werden in 2006 ontdekt. Ze beperkten zich tot een ongeveer drieduizend kilometer brede zone in de buitenste heldere ring van Saturnus. Maar inmiddels zijn ze ook in een ander, meer naar buiten gelegen deel van deze zogeheten A-ring ontdekt. En deze nieuwe klasse van propellersporen is honderd keer zo groot. Naar schatting gaan er in het ringenstelsel van Saturnus miljoenen van deze mini-maantjes schuil. Ze zijn kleiner dan echte maantjes, maar groter dan de overige deeltjes waaruit de ringen bestaan. Geschat wordt dat de grootste van deze mini-maantjes ongeveer vijfhonderd meter groot zijn. De sporen die zij achterlaten zijn duizenden kilometers lang en een paar kilometer breed. In de loop van de afgelopen vier jaar lijken de banen van de grootste 'propellermaantjes' een beetje te zijn veranderd. Mogelijk komt dat door botsingen tussen de mini-maantjes met kleinere brokstukken ringmateriaal. Een andere mogelijkheid is dat hun baanbewegingen worden beïnvloed door de zwaartekrachtsinvloed van grotere Saturnusmanen.
Meer informatie:
Saturn Propellers Reflect Solar System Origins

29 juni 2010
Wetenschappers van de universiteit van Arizona hebben onderzocht hoe en welke organische moleculen er kunnen ontstaan in een atmosfeer zoals die van de Saturnusmaan Titan. Daartoe hebben zij in het laboratorium een ijl gasmengsel met ultraviolette straling bestookt. Vermoed wordt dat de atmosfeer van Titan veel overeenkomsten vertoont met de atmosfeer van de aarde, voordat hier leven was. Net als de oeratmosfeer van de aarde bestaat de atmosfeer van Titan grotendeels uit stikstof. Daarnaast is er een klein percentage methaan. Bovendien blijkt uit metingen van de ruimtesonde Cassini dat er hoog in de Titanatmosfeer allerlei grote organische moleculen rondzweven. Om er achter te komen hoe deze organische moleculen zijn ontstaan, hebben de Amerikaanse onderzoekers de omstandigheden op Titan zou nauwkeurig mogelijk nagebootst.Tijdens het experiment ontstonden allerlei organische verbindingen, waarbij voor het eerst ook stikstofhoudende organische moleculen konden worden aangetoond. Vermoed wordt dat stoffen als deze aan de basis hebben gestaan van het ontstaan van het leven op aarde.
Meer informatie:
Zapping Titan-Like Atmosphere with UV Creates Life Precursors

16 juni 2010
Op 7 juni zijn met de Hubble-ruimtetelescoop gedetailleerde opnamen gemaakt van de planeet Jupiter. De hoop bestond dat daarop sporen te zien zouden zijn van de grote lichtflits die drie dagen eerder in de atmosfeer van de planeet plaatsvond. Maar net als de vele andere opnamen die de afgelopen anderhalve week week van Jupiter zijn gemaakt, laten de Hubble-foto's niets bijzonders zien op de plek waar de lichtflits verscheen. Volgens wetenschappers van het Space Science Institute in Boulder, Colorado (VS), wijst dat erop dat er geen planetoïde of komeet in het wolkendek van Jupiter is geëxplodeerd. Bij zo'n explosie zou namelijk een wolk van donker puin omhoog zijn geblazen, die vervolgens op de heldere wolken was neergedwarreld. Vermoedelijk was de lichtflits afkomstig van een flink uit de kluiten gewassen meteoroïde die hoog in de Jupiteratmosfeer is verbrand.
Meer informatie:
Hubble scrutinises site of mysterious flash and missing cloud belt on Jupiter

11 juni 2010
Op donderdag 3 juni vond er een reusachtige explosie plaats in de atmosfeer van de planeet Jupiter. De eerste gedachte was dat er een komeet of planetoïde op de planeet was ingeslagen. Maar anders dan bij vorige inslagen verscheen er ditmaal geen donkere puinwolk in het dichte wolkendek van Jupiter. Was het wel een inslag? De afgelopen week waren tal van telescopen op Jupiter gericht om de gevolgen van de inslag van 3 juni te kunnen waarnemen. Tevergeefs: het is alsof er niets is gebeurd. Door sommige onderzoekers wordt nu de mogelijkheid geopperd dat de waargenomen lichtflits geen inslag was, maar een enorme bliksemflits. Toch lijkt dat niet waarschijnlijk: Jupiter is jarenlang door allerlei ruimtesondes onderzocht, maar deze hebben nooit een bliksemontlading van deze omvang gezien. Vooralsnog houden wetenschappers het erop dat er wel degelijk een komeet of planetoïde op Jupiter is neergestort. Waarschijnlijk was het object gewoon net groot genoeg om een flits te veroorzaken, maar te klein om veel puin achter te laten. De vraag is nu hoeveel inslagen de afgelopen decennia om die reden onopgemerkt zijn gebleven.
Meer informatie:
Jupiter Impact: Mystery of the Missing Debris

3 juni
2010

Iets op de grote Saturnusmaan Titan 'eet' moleculen waterstof en acetyleen. Hoewel niet-biologische reacties de meest waarschijnlijke oorzaak zijn, achten sommige onderzoekers het mogelijk dat er een exotische vorm van leven is op deze verre ijswereld. Het verdwijnen van de moleculen is vastgesteld met instrumenten van de ruimtesonde Cassini, die regelmatig in de buurt van Titan komt. Het proces is in overeenstemming met wat er zou gebeuren als er organismen actief zijn die waterstof en acetyleen opnemen. Deze organismen zouden zich kunnen bevinden in de grote meren van methaan en ethaan - de enige stoffen die onder de ijskoude omstandigheden op Titan vloeibaar blijven. De afwezigheid van acetyleen op het oppervlak van de Saturnusmaan kan echter ook op andere manieren worden verklaard. Zo zou het onder invloed van zonlicht of kosmische straling in andere organische moleculen kunnen veranderen. Vooralsnog wordt de biologische verklaring dan ook beschouwd als een laatste uitweg, voor het geval alle 'normale' verklaringen voor het verdwijnen van de moleculen tekort blijken te schieten.
Meer informatie:
What is Consuming Hydrogen and Acetylene on Titan?

3 juni 2010
Op dezelfde dag dat Amerikaanse onderzoekers in Science de resultaten bekendmaakten van hun onderzoek van de inslag die in juli 2009 op Jupiter plaatsvond, lijkt de planeet opnieuw het doelwit te zijn geweest van een komeet of planetoïde. Dezelfde Australische amateursterrenkundige die vorig jaar een donkere inslagplek in de atmosfeer van Jupiter ontdekte, is er ditmaal in geslaagd om videobeelden te maken van een heldere lichtflits. De vermoedelijke inslag voltrok zich donderdagavond om 22.31 uur Nederlandse tijd. Mogelijk zal al in de loop van vrijdag bekend worden of ook ditmaal weer een tijdelijk 'litteken' in de Jupiter te zien is.
Meer informatie:
Jupiter Impact!

3 juni 2010
Vorig jaar juli verscheen er plotseling een donkere vlek in de atmosfeer van Jupiter. Deze vertoonde dezelfde kenmerken als de inslagplekken die de uiteengevallen komeet Shoemaker-Levy 9 in 1994 veroorzaakte. Maar ditmaal was er vooraf geen komeet te zien geweest. Om erachter te komen wat zich in 2009 op Jupiter heeft afgespeeld, hebben Baskische en Amerikaanse sterrenkundigen de waarnemingen van de mogelijke inslagplek nader geanalyseerd. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat het tijdelijke 'litteken' in de Jupiteratmosfeer een grootte van ongeveer 5000 kilometer had en dat er bij de inslag materiaal tot een hoogte van 8000 kilometer is opgeworpen. Wat er precies is neergestort, laat zich moeilijk achterhalen. Het zou een ongeveer 500 meter grote komeet kunnen zijn geweest, maar ook een planetoïde. Volgens de Amerikaanse onderzoekers is dat laatste waarschijnlijker: de deeltjes die bij de laatste inslag zijn opgeworpen lijken zwaarder te zijn geweest dan die van vijftien jaar geleden (Science, 4 juni). Mogelijk behoorde het ingeslagen object tot de kleine zwerm planetoïden waarvan de banen dicht in de buurt van de Jupiterbaan liggen. Hoe dan ook: vaststaat dat Jupiter binnen vijftien jaar tweemaal als schietschijf heeft gefungeerd. En dat terwijl de inschatting was dat zoiets maar eens in de 50 tot 250 jaar zou gebeuren. Dat kan erop wijzen dat het zonnestelsel een gevaarlijker oord is dan tot nog toe werd gedacht.
Meer informatie:
Hubble Images Suggest Rogue Asteroid Smacked Jupiter
First results dealing with the impact of a celestial body on the planet Jupiter

11 mei 2010
De planeet Jupiter ziet er anders uit dan normaal. Eén van de opvallende donkere banden in zijn atmosfeer is om onbekende redenen verdwenen. Normaal gesproken is ten noorden en ten zuiden van de evenaar van Jupiter een donkere band te zien. Maar de zuidelijke band, die eind vorig jaar nog gewoon waarneembaar was, ontbreekt nu. Wanneer hij precies is verdwenen, is onduidelijk. Vanaf de aarde gezien stond de planeet de eerste maanden van 2010 te dicht bij de zon om waarneembaar te zijn. Het is niet voor het eerst dat Jupiter een van zijn strepen kwijtraakt. In de jaren zeventig en negentig van de afgelopen eeuw gebeurde dat ook al eens. Vermoed wordt dat zo'n verdwijning optreedt als er boven de donkere band een hogere, licht getinte wolkenlaag is ontstaan. Waarom dat soms gebeurt is echter nog een raadsel.
Meer informatie:
Jupiter loses a stripe

11 mei 2010
Het lijkt erop dat de met duizenden ijskeien bezaaide 'rivierbeddingen' in het Xanadu-gebied op de grote Saturnusmaan Titan door stortvloeden zijn ontstaan. Dat volgt uit radaronderzoek door de ruimtesonde Cassini. De keien zijn waarschijnlijk afkomstig van hoger gelegen delen van Xanadu en met snel stromende, vloeibare methaan meegevoerd. Daarbij zijn de brokken ijs net zo glad afgesleten als de stenen die in sommige rivierbeddingen op aarde worden gevonden. Door de lage temperaturen op Titan (ongeveer 180 graden onder nul) is bevroren water net zo hard als aards gesteente. Momenteel staan de betreffende rivierbeddingen droog. Vermoed wordt dat de stortvloeden slechts periodiek optreden, als de hooglanden van Xanadu tijdelijk warm genoeg zijn om methaanijs te laten smelten.
Meer informatie:
Rock and Roll: Titan's Gem Tumbler

29 april 2010
Dankzij amateurastronomen hebben NASA-wetenschappers voor het eerst nauwkeurig onderzoek kunnen doen van een groot onweersgebied in de atmosfeer van de planeet Saturnus. Dat onderzoek is verricht met behulp van een instrument van de ruimtesonde Cassini, die in een baan om Saturnus draait. De planning voor dat instrument, een infraroodspectrometer, liggen al maanden van tevoren vast. De op onvoorspelbare momenten optredende onweersgebieden gaan daardoor eigenlijk altijd aan de neuzen van de wetenschappers voorbij. Wel zijn met een radio-instrument van Cassini vaak signalen van bliksemontladingen waargenomen. Eind maart kwam daar verandering in, nadat de Australische amateursterrenkundige Anthony Wesley een zelf gemaakte opname van Saturnus naar het Cassini-team mailde, waarop het onweersgebied te zien was. Al snel bleek dat de infraroodspectrometer van Cassini enkele dagen later toevallig het juiste gebied in de Saturnusatmosfeer zou bekijken. Uit de metingen die toen zijn verricht blijkt dat het onweersgebied een verhoogde concentratie fosfine bevatte - een gas dat doorgaans op grotere diepte zit. Dat wijst erop dat er in het gebied sterke opwaartse luchtstromingen actief waren. Het hevige onweer op Saturnus gaat gepaard met enorme sneeuwstormen van ammoniakijs.
Meer informatie:
Cassini and Amateurs Chase Storm on Saturn

15 april 2010
In het kielzog van de kleine Saturnusmaan Enceladus zijn bellen en golven ontdekt in een ijl gas van elektrisch geladen deeltjes. Dat gas - een zogeheten plasma - bevindt zich in de magnetische invloedssfeer van de planeet. Enceladus bevindt zich binnen de magnetosfeer, en beweegt dus door het ijle plasma, met een relatieve snelheid van ongeveer 30 kilometer per seconde. Omdat het maantje een groot deel van de elektrisch geladen deeltjes absorbeert, ontstaat er achter Enceladus een langgerekte holte in het plasma. Met meetinstrumenten aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini zijn nu allerlei veranderlijke onregelmatigheden ontdekt rond die plasmaholte. Dat betekent dat de plasmawolk zich niet op een gelijkmatige manier sluit. Het precieze mechanisme is nog niet bekend, maar onderzoekers denken dat de onregelmatigheden ontstaan doordat laagenergetisch plasma vanuit andere richtingen de holte binnenstroomt dan hoogenergetische geladen deeltjes. De nieuwe resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 april 2010
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft bliksemflitsen gefotografeerd in de dampkring van Saturnus. Van een reeks ontladingen op 30 november 2009 konden planeetonderzoekers zelfs een filpmje samenstellen. In de dampkringen van de reuzenplaneten komen hevige stormen en krachtige bliksemontladingen voor. In de Jupiteratmosfeer zijn die jaren geleden al voor het eerst vastgelegd, door de planeetverkenner Galileo. Radiowaarnemingen van Cassini wezen al uit dat het ook in de Saturnusdampkring goed tekeer moest gaan, maar de bliksemflitsen waren nog niet eerder in beeld gebracht. Dat kwam voornamelijk doordat de korte flitsen overstraald werden door de heldere ringen van Saturnus. In augustus 2009 werd het ringenstelsel van de planeet echter exact van opzij door de zon beschenen. Rond die tijd was het ringoppervlak dus veel donkerder, en konden de bliksemschichten worden vastgelegd. Op het filmpje is een 3000 kilometer lange wolk in de Saturnusdampkring te zien, waarin gebieden van een paar honderd kilometer groot oplichten door krachtige, kortdurende bliksemontladingen. De radiogolven van de bliksemontladingen zijn omgezet in geluid.
Meer informatie:
Flash: NASA's Cassini Sees Lightning on Saturn
Filmpje van bliksemontladingen in de dampkring van Saturnus.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 april 2010
Als er leven voorkomt op de grote Saturnusmaan Titan, gaat het om explosieve organismen met een misselijkmakende geur. Dat beweert William Bains van Rufus Scientific in Cambridge vandaag op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. Bains heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van organische chemie op Titan - een maan met een dikke, methaan- en stikstofrijke dampkring en een oppervlaktetemperatuur van 180 graden onder nul. Aan het Titanoppervlak komen meren van vloeibaar methaan- en ethaangas voor. Mogelijke (micro-)organismen op Titan zullen in die vloeibare omgevingen moeten zijn ontstaan, aldus Bains. Maar alleen relatief kleine moleculen kunnen in vloeibaar methaan en ethaan worden opgelost. Om tot succesvolle levensvormen te komen, moet er daarom sprake zijn van een veel grotere chemische verscheidenheid, waaronder zwavel- en fosforverbindingen, met hun bijbehorende stank. Bovendien gaat het om reactieve moleculen, die in contact met bijvoorbeeld zuurstof spontaan zullen exploderen.
Rufus Scientic Ltd.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 april 2010
Uit de allereerste infraroodanalyse van de Neptunusmaan Triton blijkt dat het volop zomer is op het zuidelijk halfrond van dit hemellichaam. Europese astronomen hebben met de Very Large Telescope koolmonoxide in de ijle atmosfeer van Triton ontdekt en detecteerden (voor het eerst met een telescoop op aarde) ook methaan. Uit de waarnemingen blijkt dat de atmosfeer van Triton in de loop van de seizoenen verandert en dikker wordt als zij wordt opgewarmd. Door de grote afstand tot de zon verlopen de seizoensveranderingen wel trager dan die op aarde: een seizoen duurt op Triton iets meer dan veertig jaar. Op Triton, waar de gemiddelde oppervlaktetemperatuur rond de -235 graden Celsius ligt, is het momenteel zomer op het zuidelijk halfrond en winter op het noordelijk halfrond. Nu het zuidelijk halfrond opwarmt, sublimeert een dunne laag bevroren stikstof, methaan en koolmonoxide op het oppervlak tot gas, waardoor Tritons ijzige atmosfeer langzaam dikker wordt. Op basis van de gemeten hoeveelheid gas schatten de sterrenkundigen dat de luchtdruk sinds 1989 met een factor vier is gestegen. De huidige waarde ligt tussen de 40 en 65 microbar - 20.000 keer lager dan de luchtdruk op aarde. De aanwezigheid van koolmonoxide (CO) op Triton was al bekend, maar nu is ook ontdekt dat zich op het oppervlak tien keer meer CO bevindt dan in de diepere lagen, en dat het dit laagje is dat de atmosfeer voedt. De atmosfeer van Triton bestaat overwegend uit stikstof, maar ook methaan blijkt een belangrijke rol te spelen.
Meer informatie:
Triton's Summer Sky of Methane and Carbon Monoxide

2 april 2010
De Europees/Amerikaanse ruimtesonde Cassini krijgt het druk de komende week. Dankzij een gunstige stand van de Saturnusmanen Titan en Dione kan hij beide kort na elkaar van dichtbij bekijken. Als eerste is, op maandag 5 april, de grootste Saturnusmaan Titan aan de beurt. Deze in wolken gehulde maan wordt alweer voor de 67ste keer genaderd, ditmaal tot op een afstand van 7500 kilometer. Daarbij zal met name onderzoek worden gedaan van twee donkere duingebieden langs zijn evenaar. In de nacht van dinsdag op woensdag volgt dan de scheervlucht langs de aanzienlijk kleinere maan Dione, die nu pas voor de tweede keer dicht wordt genaderd - tot op ongeveer 500 kilometer. Bij eerder onderzoek zijn aanwijzingen gevonden dat Dione deeltjes uitstoot die uiteindelijk in het ringenstelsel van Saturnus terechtkomen. Met meetinstrumenten aan boord van Cassini zal worden geprobeerd om dit te bevestigen.
Meer informatie:
Cassini Doubleheader: Flying By Titan and Dione
Informatie over de scheervlucht langs Titan (T67)
Informatie over de scheervlucht langs Dione (D2)

29 maart 2010
Tijdens een recente scheervlucht langs de 400 kilometer grote Saturnusmaan Mimas heeft de Amerikaanse ruimtesonde Cassini nauwkeurige temperatuurmetingen aan het ijzige oppervlak verricht. De resulterende 'warmtekaart' toont een opmerkelijk Pac-Man-achtig patroon. De grote inslagkrater Herschel is wat warmer dan de omgeving (-189 graden Celsius in plaats van -196), wat veroorzaakt wordt doordat de hoge kraterwanden warmte vasthouden. Maar de oorzaak van het scherp begrensde, V-vormige gebied links op de warmtekaart, met een temperatuur van -181 graden Celsius, wordt niet goed begrepen. Het gaat om het 'ochtendhalfrond' van Mimas, terwijl je zou verwachten dat het 'middaghalfrond', dat al langere tijd door de zon wordt beschenen, warmer is. Planeetonderzoekers denken dat er sprake is van een verschil ik oppervlakte-eigenschappen: poederachtige 'sneeuw' houdt zonnewarmte veel beter vast dan compact ijs. Daarmee is de scherpe begrenzing van de 'Pac-Man-mond' echter nog niet verklaard.
Meer informatie:
1980s Video Icon Glows on Saturn Moon
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 maart 2010
Enkele jaren geleden werd op beelden van de ruimtesonde Cassini ontdekt dat er in het zuidpoolgebied van Enceladus verbluffend actieve geisers bestaan. De deeltjes die deze geisers uitstoten, belanden in een van de ringen van Saturnus, en worden pas op de lange duur weer door Enceladus opgeveegd. Maar volgens onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Kernfysica in Heidelberg verlaten sommige ijsdeeltjes Enceladus niet: ze veroorzaken lichte sneeuwval in de omgeving. De snelheden waarmee ijsdeeltjes door Enceladus worden uitgestoten vertonen namelijk grote variaties. Slechts twee groepen deeltjes kunnen daarbij aan de betrekkelijk zwakke zwaartekrachtsaantrekking van de Saturnusmaan ontsnappen. Dat betreft alle deeltjes met snelheden van meer dan 750 kilometer per uur en kleine, tragere deeltjes die door het magnetische veld van Saturnus worden meegesleurd. De overige ijsdeeltjes die geisers uitstoten vallen terug naar het oppervlak van Enceladus. Een dik pak sneeuw geeft dat niet: het gaat om slechts een halve millimeter per jaar.
Meer informatie:
Snowblower on Enceladus
Schneekanonen auf Enceladus

22 maart 2010
Op aarde is helium een gas dat gebruikt wordt om ballonnen op te laten. Maar in het inwendige van Jupiter heersen zulke extreme omstandigheden, dat helium tot druppeltjes condenseert en als regen omlaag valt. Volgens onderzoekers van de universiteit van Californië te Berkeley vormt deze 'heliumregen' de beste verklaring voor de waargenomen schaarste aan neon in de buitenlagen van de planeet. Het neon, net als helium een edelgas, lost op in de heliumdruppeltjes, valt mee de diepte in en ontsnapt daar weer. De heliumregen op Jupiter laat zich overigens nauwelijks vergelijken met het aardse equivalent. De heliumdruppeltjes vormen zich meer dan tienduizend kilometer onder de wolkentoppen van de planeet, waar druk en temperatuur dermate hoog zijn dat alle gassen vloeibaar zijn geworden. De 'heliumdruppeltjes' vallen omlaag in een zee van vloeibaar waterstofgas.
Meer informatie:
Helium rain on Jupiter explains lack of neon in atmosphere

18 maart 2010
Al bijna zes jaar verzamelt de Europees/Amerikaanse ruimtesonde Cassini gegevens over de planeet Saturnus en zijn manen en ringen. Maar nog lang niet alles wat zich op en rond de planeet afspeelt is verklaarbaar, zo blijkt uit de twee overzichtsartikelen die planeetonderzoekers vrijdag (19 maart) in Science publiceren. In het ringenstelsel van Saturnus zijn veranderingen waargenomen op tijdschalen van jaren, maanden en zelfs dagen. Het verloop van deze dynamische processen wijst erop dat de ringen, of ten minste delen ervan, mogelijk minder dan een half miljard jaar oud zijn. Maar helemaal zeker is dat allerminst. De hoeveelheid ringmateriaal komt namelijk overeen met die van een forse maan (kaliber Mimas of groter), en het lijkt onwaarschijnlijk dat zo'n groot object in zo'n korte tijd volledig kan verbrokkelen. Volgens de onderzoekers zijn veel van de processen die zich in Saturnus' ringen afspelen overigens goed vergelijkbaar met die in zogeheten protoplanetaire schijven. Het Saturnus-stelsel stelt sterrenkundigen als het ware in de gelegenheid om het begin van planeetvorming te observeren. Ook de planeet zelf is nog verre van ontraadseld. Zo is Saturnus de enige planeet in ons zonnestelsel waarvan we de windsnelheid nog niet goed kennen. Wel staat vast dat de relatieve windsnelheden op de planeet veel groter zijn dan op aarde, wat opmerkelijk is, omdat Saturnus honderd keer zo weinig zonnewarmte ontvangt. Het is onduidelijk waar de benodigde energie voor de waargenomen sterke straalstromen vandaan komt.
Meer informatie:
Cassini Shows Saturnian Roller Derby, Strange Weather
Six years in, Cassini provides insights into Saturn's rings

16 maart 2010
Nieuwe warmtebeelden van de Grote Rode Vlek op Jupiter, gemaakt met onder meer de Europese Very Large Telescope (VLT), tonen stromingen van warme lucht die nog nooit eerder zijn waargenomen. De beelden stellen wetenschappers voor het eerst in staat om gedetailleerde 'weerkaarten' te maken van dit grote stormgebied. Lange tijd is gedacht dat de Grote Rode Vlek een tamelijk structuurloze, ovale wervelstorm is, maar uit de nieuwe beelden blijkt dat deze kolossale wervelstorm toch wel wat ingewikkelder in elkaar steekt. Een van de ontdekkingen is dat het centrale deel van de Grote Rode Vlek drie tot vier graden warmer is dan de naaste omgeving. Dat lijkt een klein verschil, maar het is voldoende om de stormcirculatie, die gewoonlijk tegen de klok in gaat, ter plaatse om te keren tot een zwakke tegengesteld gerichte circulatie. Ook elders op Jupiter blijken zulke kleine temperatuurverschillen van grote invloed te zijn op windsnelheden en wolkenpatronen. De gegevens die de afgelopen jaren met de VLT zijn verzameld geven meer inzicht in de onderlinge samenhang tussen temperatuur, windsnelheid, luchtdruk, chemische samenstelling en de kleur van de Grote Rode Vlek. Maar nog steeds is onduidelijk welke chemische stoffen nu precies verantwoordelijk zijn voor de oranjerode kleur van dit stormgebied, dat al eeuwenlang stand weet te houden.
Meer informatie:
Jupiter’s Spot Seen Glowing

11 maart 2010
Door tijdens dichte naderingen van Titan heel nauwkeurig de bewegingen van de ruimtesonde Cassini te volgen. hebben wetenschappers meer inzicht gekregen in het inwendige van de grote Saturnusmaan. De subtiele zwaartekrachtsvariaties die de sonde ondervond wijzen erop dat het inwendige van Titan te koud is geweest om afzonderlijke lagen van ijs en gesteente te vormen. (Science, 12 maart). Dat de ruim 5000 kilometer grote Saturnusmaan ongeveer voor de helft uit ijs en voor de andere helft uit gesteente bestaat, was al langer bekend. Onduidelijk was echter hoe deze beide bestanddelen over het inwendige verdeeld waren. Uit het Cassini-onderzoek blijkt dat dit inwendige een 'sorbet' van ijs en gesteente is, die waarschijnlijk nooit erg warm is geweest. Alleen de buitenste 500 kilometer van Titan bestaat vrijwel geheel uit ijs. Dit betekent dat de vorming van deze maan vrij traag moet zijn verlopen - in de loop van ruwweg een miljoen jaar. Bij een sneller vormingsproces zou het inwendige zo heet zijn geworden, dat het ijs tijdelijk was gesmolten en al het gesteente naar de kern van het hemellichaam was gezakt.
Meer informatie:
Cassini Data Show Ice and Rock Mixture Inside Titan

23 februari 2010
Op 21 november 2009 vloog de Amerikaanse ruimtesonde Cassini op een afstand van 1600 kilometer langs de actieve Saturnusmaan Enceladus. Bij die gelegenheid zijn zeer gedetailleerde opnamen gemaakt van het zuidpoolgebied van deze maan, waar fonteinen van waterdamp en ijsdeeltjes de ruimte in worden geblazen. Dit materiaal ontsnapt via breuken in de ijskorst van Enceladus. Wetenschappers wilden de flyby van Cassini gebruiken om nieuwe en/of kleine fonteinen te ontdekken die op eerdere opnamen niet te zien waren geweest. Dat is meer dan gelukt: één van de overzichtsmozaïeken toont meer dan dertig ijsfonteinen, waarvan tweederde niet eerder was gezien. Ook lijken sommige reeds bekende fonteinen in intensiteit te zijn afgenomen. De temperatuur rond de breuken in het zuidpoolgebied van Enceladus liggen bij 100 tot 135 graden onder nul. Dat is tamelijk warm: op de rest van het maanoppervlak is het nog eens honderd graden kouder. Waarschijnlijk zijn deze hogere temperaturen te danken aan de relatief warme waterdamp die hier vanuit het binnenste van Enceladus naar buiten wordt geperst. De beelden die Cassini van het gebied heeft gemaakt, zullen voorlopig de laatste zijn. De komende vijftien jaar is de zuidpool van Enceladus in duisternis gehuld.
Meer informatie:
Cassini Finds Plethora of Plumes, Hotspots at Enceladus

11 februari 2010
Wetenschappers hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop unieke bewegende beelden kunnen vastleggen van het poollicht boven de beide polen van Saturnus. Doorgaans is slechts één van die polen goed te zien, maar vorig jaar keken we vanaf de aarde vrijwel precies tegen de evenaar van Saturnus aan - een gelegenheid die zich slechts eens in de vijftien jaar voordoet. En omdat vrijwel tegelijkertijd de nachtevening op Saturnus plaatsvond, werden beide poolgebieden door de zon verlicht. Ondanks zijn grote afstand ondervindt Saturnus nog duidelijke invloed van de zon, en met name van de zonnewind. Geladen zonnedeeltjes die in de buurt van de planeet terechtkomen, raken verstrikt in diens magnetische veld en kaatsen heen en weer tussen zijn beide polen. In de buurt van die polen, waar het magnetische veld het sterkst is, botsen de zonnedeeltjes met atomen hoog in de Saturnusatmosfeer, waardoor een spookachtig lichtverschijnsel ontstaat: het poollicht. De filmbeelden van Saturnus zijn in de loop van enkele dagen in januari en maart 2009 verzameld. Op het eerste gezicht zijn de lichtverschijnselen bij de polen symmetrisch, maar uit nauwkeurige analyse blijkt dat er toch kleine verschillen zijn. Zo is het noordelijke poollichtgebied iets kleiner en intenser dan het zuidelijke, wat er op wijst dat het magnetische veld van Saturnus niet gelijkmatig verdeeld is over de planeet.
Meer informatie:
Saturn's aurorae offer stunning double show

3 februari 2010
De missie van de succesvolle Amerikaans/Europese ruimtesonde Cassini, die de planeet Saturnus en zijn manen verkent, wordt voortgezet tot 2017. Cassini werd, samen met de kleine atmosfeersonde Huygens, in oktober 1997 gelanceerd en kwam in 2004 op zijn bestemming aan. Huygens daalde af naar het oppervlak van de grote maan Titan en stuurde de eerste closeupbeelden van dit in wolken gehulde hemellichaam naar de aarde. En Cassini produceert met zijn twaalf instrumenten een niet aflatende stroom gegevens over Saturnus en verschillende van zijn manen. Aanvankelijk zou de missie tot eind 2008 duren, maar dat werd verlengd tot september 2010. Nu komen er - als alles goed gaat - dus nog eens bijna zeven jaar bij. Dat biedt de wetenschappers de unieke gelegenheid om de trage seizoensinvloeden op de verre planeet te onderzoeken. Toen Cassini bij Saturnus aankwam, was de winter op het noordelijk halfrond net voorbij, en in 2017 is het daar juist zomer. Tijdens de verlengde missie zal Cassini zijn aantal omlopen om Saturnus ruimschoots verdubbelen. Bovendien zal hij Titan nog eens 54 maal en de kleine ijsmaan Enceladus 11 maal van nabij kunnen onderzoeken.
Meer informatie:
NASA Extends Cassini's Tour of Saturn

29 januari 2010
De spookachtige vegen of 'spaken' die in sommige seizoenen in de meest opvallende ring van Saturnus verschijnen, blijken gedeeltelijk uit grotere deeltjes te bestaan dan tot nog toe werd gedacht. De spaken, die op tijdschalen van uren verschijnen en ook weer verdwijnen, werden dertig jaar geleden voor het eerst waargenomen door de Voyager-ruimtesondes. Maar hun ontstaan wordt nog steeds niet goed begrepen. Nieuwe metingen met instrumenten van de ruimtesonde Cassini hebben uitgewezen dat de spaken uit bevroren waterdeeltjes bestaan. En een aanzienlijk deel ervan blijkt groter dan een micrometer (een duizendste millimeter) te zijn. De belangrijkste theorie voor het ontstaan van de spaken stelt dat zij ontstaan doordat elektrostatische krachten microscopisch kleine deeltjes uit het ringvlak optillen. Maar de vraag is of die vlieger nog wel opgaat voor de waargenomen 'grote' ijsdeeltjes.
Meer informatie:
Icy spokes in Saturn's ring analyzed

24 januari 2010
Onderzoekers van het Southwest Research Institute in San Antonio (VS) hebben een verklaring gevonden voor de duidelijke verschillen tussen de grote Jupitermanen Ganymedes en Callisto. De oorzaak moet worden gezocht in de prille jeugd van deze hemellichamen (Nature Geoscience, 24 januari). Ganymedes en Callisto zijn van vergelijkbare grootte en bestaan uit een soortgelijk mengsel van ijs en gesteente. Maar uit gegevens die met diverse ruimtesondes zijn verzameld blijkt dat ze desondanks zeer verschillend zijn. Volgens de onderzoekers zijn die verschillen ongeveer 3,8 miljard jaar geleden ontstaan, toen ons zonnestelsel nog wemelde van de kometen en alle hemellichamen aan een groot bombardement blootstonden. Dankzij zijn grote aantrekkingskracht was Jupiter destijds een echte 'kometenmagneet'. Maar sommige van deze projectielen bereikten de planeet nooit en werden door een van zijn manen onderschept. Manen die zich het dichtst bij Jupiter bevonden werden daarbij het vaakst en het hardst getroffen. Tijdens die periode zou de buitenste mantel van Ganymedes, die zich dichter bij Jupiter bevindt dan Callisto, zo grondig zijn gesmolten dat de zwaarste bestanddelen (gesteente) naar de kern zakten. Hierdoor bestaat de buitenste schil van deze maan nu grotendeels uit bevroren water. Callisto had het minder zwaar te verduren en heeft daardoor een kleinere kern en een mantel die uit een mengsel van ijs en gesteente bestaat.
Meer informatie:
SwRI researchers offer explanation for the differences between Ganymede and Callisto

11 januari 2010
Opstijgende bellen van relatief warm ijs kunnen het geologisch jonge oppervlak aan de zuidpool van de Saturnusmaan Enceladus verklaren. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in het tijdschrift Nature Science van 11 januari. Het zuidpoolgebied van Enceladus vertoont opmerkelijke kenmerken. Er zitten tal van barsten in de ijskorst, waaruit waterdamp en ijsdeeltjes ontsnappen. Inslagkraters zijn er vrijwel niet, en dat duidt erop dat het oppervlak in dit gebied regelmatig 'ververst' wordt. Vier jaar geleden is met een instrument van de ruimtesonde Cassini een krachtige warmtestroom in het zuidpoolgebied van Enceladus gedetecteerd. Later bleek het gebied ook een bron van argon te zijn - een gas dat vrijkomt bij radioactieve vervalprocessen in gesteente. Uit berekeningen bleek dat deze warmte- en gasproductie niet kon worden verklaard met behulp van normale getijbewegingen in de ijskorst van Enceladus. Er moest dus een andere oorzaak zijn. Het nieuwe model voor het inwendige van Enceladus biedt mogelijk uitkomst. Daarin zouden soortgelijke processen optreden als in de mantel van de aarde. Maar in plaats van bellen van magma zouden in Enceladus bellen van ijs opstijgen. IJs dat door inwendige warmteophoping een temperatuur van net onder het vriespunt heeft en daarmee bijna 200 graden warmer is dan het oppervlak van de ijsmaan. Dat verschijnsel zou ongeveer eens in de 100 miljoen jaar optreden en 10 miljoen jaar duren.
Meer informatie:
As The Crust Turns: Cassini Data Show Enceladus in Motion

23 december 2009
De Amerikaanse ruimtesonde Cassini heeft dit najaar een bijzonder filmpje gemaakt. De bewegende beelden tonen de trage dans van vier manen van Saturnus, met het majestueuze ringenstelsel van de planeet als decor. Gezien vanuit de ruimtesonde lijken de manen elkaar traag te passeren. Maar in werkelijkheid speelt dit kosmische ballet zich af met snelheden van vele kilometers per seconde.
Meer informatie:
Cassini Holiday Movies Showcase Dance of Saturn's Moons

17 december 2009
De grootste maan van de planeet Saturnus, Titan, is misschien wel de enige plek in het zonnestelsel - buiten de aarde dan - waar grote hoeveelheden vloeistof aan het oppervlak aanwezig zijn. Volgens Caltech-astronoom Mike Brown is er nóg een overeenkomst met onze planeet: op Titan komt mist voor. De aanwezigheid van mist is het directe bewijs voor het bestaan van een kringloop, alleen gaat het op de verre Saturnusmaan niet om een kringloop van water, maar om een kringloop van methaan en ethaan. Mist is in feite niets anders dan en wolk op grondniveau. En wolken zijn er in overvloed op Titan. De ontdekking van mist is dus niet echt verrassend. Of misschien toch wel: het valt immers niet mee om door het dichte wolkendek van Titan heen te kijken. Het kostte dan ook de grootste moeite om op beelden die de ruimtesonde Cassini heeft gemaaktaanwijzingen te vinden voor de aanwezigheid van methaandruppeltjes op lage hoogte. Uiteindelijk lukte het de onderzoekers om afzonderlijke wolken op 750 meter boven de grond op te sporen, die zich niet uitstrekten tot de grotere hoogten waar zich normale bewolking vormt: mist dus. Net als mist op aarde ontstaat de mist op Titan wanneer de luchtvochtigheid ongeveer honderd procent bedraagt. Dat kan op twee manieren: door 'vocht' aan de lucht toe te voegen of door de lucht af te koelen, zodat deze minder vocht kan vasthouden. Dat laatste gaat op Titan echter niet zo gemakkelijk: veel zonnewarmte is er niet, waardoor de temperatuurverschillen op deze maan gering zijn. De mist op Titan moet dus ontstaan door de verdamping van methaan uit de meren op het oppervlak.
Meer informatie:
Caltech Scientists Discover Fog on Titan

17 december 2009

Ruimtesonde Cassini heeft voor het eerst een opname kunnen maken van zonlicht dat door een meer op de grote Saturnusmaan Titan wordt weerspiegeld. Daarmee is definitief vast komen te staan dat de grote meervormige bekkens op Titan met vloeistof zijn gevuld. Cassini-wetenschappers keken al jaren uit naar de spiegelende reflectie van zonlicht. Maar het noordelijk halfrond van Titan, waar de meren veel talrijker zijn dan op het zuidelijk halfrond, was tot voor kort gehuld in winterse duisternis. Pas sinds eind 2008 ontvangen de noordelijke meren weer wat zonlicht. Een bijkomend probleem is de dichte atmosfeer van Titan, die maar weinig zonlicht doorlaat. Dat er meren zijn op Titan wordt al tientallen jaren vermoed, en is in 2008 ook indirect aangetoond. Maar een 'tastbaar' bewijs was er nog niet, totdat op 8 juli de glinstering van het 400.000 vierkante kilometer grote meer 'Kraken Mare' werd waargenomen. Het meer is overigens niet gevuld met water - daarvoor is het veel te koud op Titan - maar met vloeibare methaan en andere koolwaterstoffen.
Meer informatie:
Glint of Sunlight Confirms Liquid in Northern Lake District of Titan

10 december 2009
Amerikaanse wetenschappers denken een verklaring te hebben voor het merkwaardige uiterlijk van de Saturnusmaan Japetus (Science, 11 december). De ene helft van deze maan is zo zwart als roet, terwijl de andere bijna maagdelijk wit is. Al sinds de Voyager 2 de eerste close-ups van Japetus maakte, is bekend dat dat komt doordat de donkere helft met een dikke laag stof bedekt is. Omdat alleen de helft die tijdens de baanomloop van de maan naar voren wijst met stof bedekt is, bestond direct al het vermoeden dat dit materiaal van buitenaf afkomstig is. Dat vermoeden werd eerder dit jaar bevestigd door de ontdekking van een reusachtige, ijle stofring rond Saturnus door de infraroodsatelliet Spitzer. Deze stofring ligt aan weerszijden van de baan van een andere Saturnusmaan, Phoebe, die blijkbaar de bron van het stof is. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat dit stof inderdaad de oorzaak is van de donkere verkleuring van de voorkant van Japetus is. De begrenzingen van het donkere gebied zijn echter veel te scherp om door neerslaand stof te zijn veroorzaakt. Er is nog een tweede factor in het spel: de gebieden die met stof bedekt zijn warmen op onder invloed van het zonlicht, waardoor het onderliggende ijs verdampt. Deze waterdamp slaat aan de koude kant van Japetus weer neer als vers ijs. Door dit zichzelf versterkende effect wordt niet alleen de donkere helft van de maan steeds warmer en donkerder, maar de heldere helft steeds kouder en lichter.
Meer informatie:
Saturnian satellite Iapetus is coated with foreign dust

9 december 2009
Voor het eerst in bijna dertig jaar hebben wetenschappers weer direct zicht op de noordpool van de planeet Saturnus. De laatste beelden die van het gebied zijn gemaakt, zijn afkomstig van de Voyager-ruimtesondes en stammen dus uit begin jaren tachtig. Weliswaar cirkelt er al sinds 2004 een andere ruimtesonde om Saturnus, de Cassini, maar toen deze aankwam was het winter op het noordelijk halfrond van de planeet. Daardoor was dit gebied tot begin dit jaar in duisternis gehuld en kon het alleen in het infrarood worden bekeken. Uit de nieuwe, veel gedetailleerdere opnamen in zichtbaar licht blijkt dat de atmosferische straalstroom rond Saturnus' noordpool de opmerkelijke zeshoekige vorm, die destijds al door de Voyagers is waargenomen, heeft behouden. De stabiliteit van deze sterke luchtstroming, die een middellijn heeft die meer dan tweemaal zo groot is als de aarde, heeft de planeetonderzoekers verbaasd. Het is ook nog steeds een raadsel hoe de straalstroom aan zijn merkwaardige vorm komt.
Meer informatie:
Saturn's Mysterious Hexagon Emerges from Winter Darkness

29 november 2009
Onderzoekers van het California Institute of Technology (Caltech) hebben een verklaring gevonden voor het feit dat er aan de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan veel meer meren zijn dan aan de zuidpool. De reden daarvoor wordt gezocht bij de variërende afstand van Saturnus tot de zon (Nature Geoscience, 29 november). Dat er meren zijn op Titan, werd enkele jaren geleden ontdekt met een radarinstrument van de ruimtesonde Cassini. Deze meren zijn niet gevuld met vloeibaar water - daarvoor is het veel te koud op Titan - maar met vloeibare koolwaterstoffen (ethaan en methaan). Omdat er verder geen duidelijke verschillen zijn tussen het noordelijke en het zuidelijke poolgebied van de maan, was het toch nog toe onduidelijk waarom er rond de noordpool veel meer van die meren zijn. Volgens de Californische onderzoekers komt dat doordat Saturnus tijdens de zomer op het zuidelijke halfrond van Titan ongeveer 12 procent dichter bij de zon staat dan tijdens de zomer op het noordelijke halfrond. Hierdoor zijn de noordelijke zomers langer en kouder dan de zuidelijke. Het gevolg van deze asymmetrie is dat de verdamping op het zuidelijk halfrond relatief sterk is en op het noordelijk halfrond relatief veel neerslag valt.
Meer informatie:
Caltech scientists explain puzzling lake asymmetry on Titan
Titan's Lakes

24 november 2009
De Amerikaanse ruimtesonde Cassini heeft bewegende beelden vastgelegd van het poollicht boven het noordelijk halfrond van de planeet Saturnus. De videobeelden tonen de veranderingen in het spookachtige verschijnsel met tussenpozen van enkele minuten. Poollicht is een algemeen voorkomend verschijnsel bij alle planeten met een duidelijk magnetisch veld en een atmosfeer, waaronder dus ook de aarde. Ze treden op waar deeltjes, die 'gevangen' zijn door het magnetische veld, naar de magnetische pool worden geleid en onderweg in botsing komen met moleculen in de atmosfeer. De aangeslagen moleculen stralen de verkregen energie vervolgens uit als licht. Het poollicht op Saturnus vertoont sterke overeenkomsten met dat op aarde, maar er is ook een belangrijk verschil. De atmosfeer van Saturnus bestaat voor een belangrijk deel uit het lichte waterstofgas, waardoor deze zich tot op veel grotere hoogte uitstrekt dan de aardatmosfeer, die grotendeels uit stikstof en zuurstof bestaat. Daardoor bereikt het poollicht op Saturnus ook veel grotere hoogten dan dat op aarde.
Meer informatie:
Cassini Captures Ghostly Dance of Saturn's Northern Lights

8 oktober 2009
De ondergrondse oceaan van de Jupitermaan Europa bevat honderd keer zoveel vrije zuurstof als tot nu toe werd gedacht. Dat beweert planeetdeskundige en geoloog Richard Greenberg van de Universiteit van Arizona. Daardoor is er volgens Greenberg leven mogelijk in de Europa-oceaan, mogelijk zelfs in de vorm van grote, complexe organismen. Europa heeft een bevroren oppervlak, maar daaronder gaat een oceaan schuil van vloeibaar water - minstens twee keer zo veel als al het water in de aardse oceanen. Tot nu toe werd aangenomen dat die oceaan weinig vrije zuurstof bevat. Zuurstof wordt aan het oppervlak wel geproduceerd door de inwerking van energierijke deeltjes uit het heelal. Onduidelijk was of dat zuurstof gemakkelijk in de ondergrondse oceaan terecht kon komen. Metingen van ruimtesondes hebben echter uitgewezen dat het Europa-oppervlak erg jong is - hooguit vijftig miljoen jaar. Het wordt kennelijk voortdurend ververst door verschillende geologische processen. Volgens modelberekeningen van Greenberg worden er bij al die processen grote hoeveelheden zuurstof in de oceaan afgeleverd. Greenberg presenteert zijn conclusies vrijdag op de 41e bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Fajardo, Puerto Rico.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 oktober 2009
Rond de planeet Saturnus is een nieuwe ring ontdekt met een middellijn van ruim twintig miljoen kilometer. Het is verreweg de grootste planeetring in het hele zonnestelsel. De nieuwe ring is buitengewoon ijl. Hij bestaat uit kleine ijs- en stofdeeltjes. Hij strekt zich uit van 6 tot 18 miljoen kilometer afstand van de planeet, en heeft een dikte van meer dan 2 miljoen kilometer. De ring ligt scheef ten opzichte van de andere, kleinere Saturnusringen, en draait in de verkeerde richting rond de planeet, net als het kleine maantje Phoebe dat in de nieuw ontdekte ring beweegt. Met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope is de zeer geringe warmtestraling van de stofdeeltjes in de ring gemeten. De stofjes zijn afkomstig van Phoebe; ze zijn bij inslagen van kometen en meteorieten de ruimte in geworpen. De nieuwe ring, waarvan de ontdekking donderdag bekend wordt gemaakt in het wetenschappelijk weekblad Nature , biedt een verklaring voor het merkwaardige uiterlijk van de grotere Saturnusmaan Japetus, die op kleinere afstand rond Saturnus draait. Eén halfrond van Japetus is extreem donker, vermoedelijk doordat stofjes uit de 'Phoebe-ring' zijn opgeveegd.
Meer informatie:
NASA Space Telescope Discovers Largest Ring Around Saturn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;

6 oktober 2009
Meren van vloeibaar methaan in het zuidpoolgebied van de grote Saturnusmaan Titan krimpen en verdampen in de loop van de seizoenen. Dat blijkt uit radarmetingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die het oppervlak van Titan in de afgelopen jaren meerdere malen in kaart heeft gebracht. Ondiepe meren van vloeibare koolwaterstofverbindingen, zoals Ontario Lacus, blijken in de loop van enkele jaren kleiner te zijn geworden. Andere meren zijn zelfs helemaal verdwenen. De nieuwe metingen dragen bij aan een beter begrip van de zogeheten hydrologische cyclus op de grote Saturnusmaan, waarbij methaan en ethaan via de dichte dampkring getransporteerd wordt van het zuidelijk naar het noordelijk halfrond, als gevolg van de trage seizoenscyclus. De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd op de 41e bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Fajardo, Puerto Rico.
Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 oktober 2009
De rotatieperiode van de reuzenplaneet Saturnus bedraagt 10 uur, 34 minuten en 13 seconden. Dat is ongeveer vijf minuten korter dan tot nu toe altijd is aangenomen. Die conclusie trekt Timothy Dowling van de Universiteit van Louisville uit metingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini en uit computermodellen van de dampkring van de geringde planeet. De rotatiepierode (de 'dag') van Saturnus was nooit nauwkeurig bekend; net als bij de andere reuzenplaneten zien sterrenkundigen alleen de dynamische dampkring van de planeet. Bij Jupiter, Uranus en Neptunus kon de ware rotatieperiode worden afgeleid uit de gemeten draaisnelheid van het enigszins gehelde magnetisch veld. Bij Saturnus is dat echter niet mogelijk omdat de magnetische as samenvalt met de draaiingsas. In plaats daarvan gebruikten sterrenkundigen zwakke, veranderlijke radiosignalen uit het inwendige van de planeet als maat voor de draaisnelheid. Op basis daarvan leverden de recente Cassini-metingen echter een andere daglengte op dan de metingen van de Voyager-ruimtesondes uit de jaren tachtig. Dowling en zijn collega's hebben nu grootschalige staande golven in de Saturnusatmosfeer ontdekt en gemodelleerd. Door het bestaan van die golven in rekening te brengen, zijn de verschillen tussen de Voyager- en de Cassini-metingen te verklaren, en kan ook de ware daglengte van Saturnus worden bepaald. Dowling presenteerde zijn resultaten (die eerder deze zomer al in Nature zijn gepubliceerd) op de 41e bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Fajardo, Puerto Rico.
41e DPS-bijeenkomt
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl 

5 oktober 2009
Het gaat om extreem subtiele kleurvariaties, maar de vijf binnenste ijsmanen van de planeet Saturnus vertonen rode vlekken en andere kleurpatronen die veroorzaakt worden door de inslagen van stofdeeltjes in het manenstelsel van de geringde planeet. De subtiele kleurpatronen zijn in kaart gebracht door Paul Schenk van het Lunar and Planetary Institute in Arizona. Schenk maakte gebruik van infrarood- en ultravioletopnamen van de manen Mimas, Enceladus, Tethys, Dione en Rhea, gemaakt door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini. Op Mimas en Tethys zijn ook equatoriale banden ontdekt die waarschijnlijk het gevolg zijn van de inslagen van elektrisch geladen deeltjes in het Saturnusstelsel. Op Rhea tenslotte zijn blauwige vlekjes gevonden die vermoedelijk ontstaan zijn door de inslag van deeltjes uit de zeer ijle stofring rond deze Saturnusmaan. Schenk presenteerde zijn resultaten vandaag op de 41e bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Fajardo, Puerto Rico.
Kleurenkaarten van de vijf binnenste grote Saturnusmanen.
41e DPS-bijeenkomst
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 oktober 2009
De kleine ijzige Saturnusmaan Enceladus is - na de aarde - het 'best bewoonbare' hemellichaam in het zonnestelsel. Dat beweert biofysicus Abel Mendez van de Universiteit van Puerto Rico in Arecibo. Mendez ontwikkelde een nieuwe techniek om de 'bewoonbaarheid' van hemellichamen te kwantificeren. Daarbij worden verschillende factoren gewogen die bepalend zijn voor de overlevingskansen van eventuele micro-organismen. Op Enceladus zouden die vlak onder het oppervlak kunnen voorkomen. De techniek maakt het ook mogelijk een 'cijfer' te geven voor de bewoonbaarheid van planeten bij andere sterren, of voor die van de aarde in het geologische verleden. Volgens Mendez was het met de bewoonbaarheid van de aarde aan het eind van het Krijt-tijdperk bijvoorbeeld beter gesteld dan nu. Hij presenteerde zijn conclusies op de 41e bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences (DPS) van de American Astronomical Society in Fajardo, Puerto Rico.
Universiteit van Puerto Rico
41e DPS-bijeenkomst
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 september 2009
Het ringenstelsel van de reuzenplaneet Saturnus vertoont veel meer verticaal reliëf dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit foto's die vorige maand gemaakt zijn door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, toen Saturnus exact van opzij door de zon werd beschenen. Twee maal per omloop van 29,7 jaar is er sprake van equinox op Saturnus. De zon staat dan exact boven de evenaar van de planeet, en het dunne ringenstelsel, dat uit talloze ijs- en gruisdeeltjes bestaat, wordt precies van opzij beschenen. Voor het laatst gebeurde dat op 11 augustus. Rond de equinox-datum zijn eventuele verticale structuren in het ringenstelsel veel beter zichtbaar, en kan het verticale reliëf bepaald worden uit de waargenomen schaduwen. Ook golfpatronen in het ringenstelsel springen dan veel meer in het oog. Tot nu toe werd aangenomen dat de Saturnusringen, met een middellijn van een paar honderdduizend kilometer, hooguit tien meter dik zouden zijn, doordat alle ringdeeltjes exact in het evenaarvlak van de planeet zouden bewegen. De ringen blijken echter veel meer verticaal reliëf te vertonen. De 'hoogste' structuur die in het ringenstelsel is ontdekt, is een 'muur' van ijsdeeltjes die zich tot vier kilometer boven het ringvlak verheft. Deze verticale structuur is het gevolg van zwaartekrachtsstoringen van het kleine Saturnusmaantje Daphnis. Daphnis heeft een middellijn van slechts 8 kilometer en beweegt in de Keeler-scheiding, een relatief smalle 'opening' in het buitenste deel van het ringenstelsel.
Meer informatie:
Cassini Reveals New Ring Quirks, Shadows During Saturn Equinox
Cassini
Hogeresolutieversie van het fotomozaïek van Saturnus
Vier kilometer hoge 'ijsmuur' in de Saturnsring
Ciclops (Cassini Imaging Team)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 september 2009
Door duizenden foto's te onderzoeken die de afgelopen jaren van de reuzenplaneet Jupiter zijn gemaakt door de Hubble Space Telescope, hebben onderzoekers van de Universiteit van Luik, België, meer inzicht gekregen in de rol van de Jupitermanen Io en Ganymedes op de poollichtactiviteit van hun moederplaneet. Poollicht ontstaat wanneer elektrisch geladen deeltjes via magnetische veldlijnen in de buurt van de polen van een planeet de dampkring binnendringen en daar gasatomen tot gloeien brengen. De poollichtvlekken op Jupiter zijn door de Hubble-telescoop vastgelegd op ultraviolette golflengten. De nieuwe opnamen en analyses worden vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland. Io en Ganymedes, de eerste en derde van de vier grote Jupitermanen, blijken een belangrijke invloed te hebben op de vorming van poollicht. Io doordat hij vulkanisch zeer actief is en regelmatig materiaal de ruimte in blaast, waarna die atomen geïoniseerd en elektrisch geladen raken; Ganymedes doordat het de enige planeetmaan is met een eigen magnetisch veld. De analyse van de Hubble-foto's biedt planeetdeskundigen meer zicht op de mechanismen die hierbij een rol spelen. Zo blijken poollichtvlekken die geassocieerd zijn met Ganymedes op drie verschillende tijdschalen variaties te vertonen: anderhalve minuut, tien tot veertig minuten, en vijf uur. Die laatste, trage variaties hebben waarschijnlijk te maken met de rotatie van Jupiter, waarbij Ganymedes twee keer per omwenteling door de magnetische equator van de planeet beweegt. De oorsprong van de twee andere variaties is nog niet met zekerheid bekend.
Meer informatie:
Ganymede's Magnetosphere Makes Big Impression on Jupiter's Auroral Lightshows
European Planetary Science Congress 2009
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 september 2009
Op het noordelijk halfrond van de grote Saturnusmaan Titan (de op een na grootste planeetmaan in het zonnestelsel en de enige met een dichte dampkring) komen regelmatig zware regenbuien voor van vloeibaar methaangas. Die conclusie trekken Duitse planeetonderzoekers uit radarwaarnemingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. De nieuwe resultaten worden vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland. Cassini heeft tijdens zijn scheervluchten van Titan een groot deel van het oppervlak in kaart gebracht met behulp van radar en infraroodcamera's. De Duitse onderzoekers, onder leiding van Mirjam Langhans van de Duitse ruimtevaartorganisatie DLR, hebben al die metingen nu gecombineerd tot een 'wereldkaart' waarop details van 300 meter groot zichtbaar zijn. Een gedetailleerde analyse van die kaart laat onder andere zien dat er met name op hoge noordelijke breedtegraden veel geulen en valleien voorkomen die gevormd zijn door vloeibare koolwaterstoffen aan het oppervlak. Die gassen, zoals ethaan en methaan, zijn vloeibaar bij de extreem lage temperaturen op Titan (ca. 180 graden onder nul). Op Titan zijn ook meren van vloeibaar methaan of ethaan ontdekt, ook voornamelijk in het noordpoolgebied. Veel van de vertakte stromingspatronen eindigen in een van deze meren.
European Planetary Science Congress 2009
Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 september 2009
Planetair geoloog Wes Patterson van de Johns Hopkins University in Baltimore en zijn collega's hebben voor het eerst een geologische kaart samengesteld van de grote Jupitermaan Ganymedes. Ganymedes is met een middellijn van 5262 kilometer de grootste maan in het zonnestelsel. Hij is zelfs groter dan de planeet Mercurius. Ganymedes is bovendien de enige planeetmaan met een eigen magnetisch veld. Patterson en zijn colelga's hebben waarnemingen van de Voyager-ruimtesonde en van de planeetverkenner Galileo gebruikt om de geologie van Ganymedes te bestuderen en in kaart te brengen. Ganymedes vertoont merkwaardige gebieden met 'gegroefd terrein', maar ook veel oudere gebieden met veel inslagkraters. De geologen zijn er nu in geslaagd om te bepalen in welke volgorde die verschillende gebieden zijn ontstaan. De nieuwe kaart, die vandaag gepresenteerd wordt op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland, zal als basis dienen voor nieuw geologisch onderzoek aan Ganymedes door de toekomstige Amerikaan-Europese Europa Jupiter System Mission. De Europese ESA zal in het kader van die nieuwe onderzoeksmissie een ruimtesonde leveren die in een baan rond Ganymedes wordt gebracht.
European Planetary Science Congress 2009
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

15 september 2009
Een gigantische onweersbui op het zuidelijk halfrond van de reuzenplaneet Saturnus is met een duur van acht maanden de langst levende onweersbui in het zonnestelsel. Het record stond tot nu toe op zeveneneenhalve maand, ook voor een onweersbui op Saturnus, die aanhield van november 2007 tot juli 2008. De nieuwe recordhouder vertoonde half januari 2009 de eerste bliksemactiviteit. De bliksemontladingen in de dampkring van Saturnus produceren een bepaald type radiogolven, die gedetecteerd worden door een instrument aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Saturnus. De radiogolven zijn tienduizend keer zo krachtig als vergelijkbare radiogolven van aardse bliksemontladingen. Het onweerssysteem op Saturnus heeft een middellijn van naar schatting drieduizend kilometer. De onweersactiviteit op Saturnus komt voornamelijk voor in een gordel op ongeveer 35 graden zuiderbreedte. Hoe dat komt is niet precies bekend, maar vermoedelijk is er sprake van een seizoenseffect: begin jaren tachtig, toen Saturnus op een andere manier door de zon beschenen werd dan nu, registreerden de Voyager-ruimtesondes de meeste bliksemontladingen in het evenaarsgebied van de planeet. De waarnemingen aan de nieuwe, recordlange onweersbui worden vandaag gepresenteerd op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland.
Meer informatie:
Longest lightning storm on Saturn breaks Solar System record
European Planetary Science Congress 2009
Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 september 2009
Voor het eerst zijn er veranderingen gemeten in de stralingsgordels van de reuzenplaneet Saturnus. Dat maken planeetdeskundigen vandaag bekend op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland. Stralingsgordels zijn gordels waarin zich relatief grote aantallen energierijke elektrisch geladen deeltjes bevinden. Die deeltjes zijn gevangen door het magnetisch veld van de planeet. De stralingsgordels van de aarde (de Van Allen-gordels) werden in 1958 ontdekt; ook Jupiter, Uranus en Neptunus hebben stralingsgordels. Met een magnetometer aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini is ontdekt dat zich in 2005 tot drie maal toe een tijdelijke stralingsgordel rond Saturnus vormde, die min of meer samenviel met de baan van de Saturnusmaan Dione. De Dione-gordel ontstond steeds na een krachtige uitbarsting op de zon, waarbij grote hoeveelheden geladen deeltjes de ruimte in worden geblazen.
Meer informatie:
New transient radiation belt discovered at Saturn
European Planetary Science Congress 2009
Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 september 2009
Planeetonderzoekers zijn er voor het eerst in geslaagd om de hoeveelheid propaangas in de dampkring van de grote Saturnusmaan Titan te meten. Propaan is een relatief complex koolwaterstofmolecuul. Op aarde wordt het onder andere gebruikt in vlammenwerpers en gasbranders.
Meer informatie:
Saturn Moon Could Power 150 Billion Labor Day Barbecues
Cassini-project

12 augustus 2009
Met grote telescopen op aarde zijn grote wolkencomplexen ontdekt in het evenaargebied van de Saturnusmaan Titan. Dat betekent dat ook daar hevige 'regen'-buien van vloeibaar methaangas voorkomen. Eerder waren alleen op hoge noordelijke en zuidelijke breedtegraden wolken waargenomen; planeetdeskundigen gingen ervan uit dat de 'tropen' van Titan droog zouden zijn. (De term 'tropen' is misleidend: de temperatuur op Titan ligt rond de 180 graden onder nul.) De evenaar-wolken zijn in april 2008 op infrarode golflengten gefotografeerd met de Gemini North-telescoop op Mauna Kea, nadat NASA's Infra-Red Telescope Facility een nacht eerder verhoogde infrarood-emissie van Titan waarnam. De ontdekking, die deze week gepubliceerd wordt in Nature , doet vermoeden dat de stromingspatronen in het evenaargebied van Titan wel degelijk veroorzaakt zijn door neerslag. Die patronen zijn in 2005 gefotografeerd door de Europese Huygens-lander, die een afdaling naar het evenaargebied van Titan maakte. Eerder werd aangenomen dat ze zouden zijn ontstaan door vloeibaar methaan dat uit de bodem omhoog sijpelt.
Meer informatie:
Storm brews over Titan's tropical desert
Persbericht University of Hawaii
Persbericht Lowell Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 augustus 2009
Een klein maantje in de ring van de planeet Saturnus heeft zijn bestaan verraden door de langgerekte schaduw die het werpt op het ringenstelsel. Twee maal per omloop (ongeveer eens in de vijftien jaar) staat de zon exact boven de evenaar van Saturnus, en wordt het brede ringenstelsel van de planeet van opzij beschenen. Op 11 augustus 2009 zal er opnieuw zo'n 'equinox' plaatsvinden. Kleine oneffenheden en verticale structuren in het ringenstelsel - dat een dikte van slechts een meter of tien heeft - werpen dan opvallende schaduwen. De Amerikaanse planeetverkenner Cassini fotografeerde onlangs een veertig kilometer lange schaduw in de zogeheten B-ring van Saturnus (het breedste en helderste deel van het ringenstelsel), die afkomstig is van een klein maantje dat in het ringenstelsel ligt ingebed. Uit de schaduwlengte en de bekende invalshoek van het zonlicht is berekend dat het object ongeveer tweehonderd meter boven het ringvlak moet uitsteken. Dat betekent dat het mini-maantje een middellijn van zo'n vierhonderd meter moet hebben. Het bevindt zich op ca. 480 kilometer binnen de Cassini-scheiding, het relatief lege deel in het ringenstelsel van de planeet tussen de A- en de B-ring. Net als de kleine deeltjes waaruit het ringenstelsel bestaat, gaat het zo goed als zeker om een klomp ijs, of wellicht een verzameling ijsbrokken die door de onderlinge zwaartekracht bijeengehouden worden. Overigens heeft Cassini ook verticale structuren ontdekt in de dunne F-ring van Saturnus.
Meer informatie:
A Small Find Near Equinox
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 augustus 2009
Nieuwe infraroodfoto's van het gebied Hotei Regio op de grote Saturnusmaan Titan, gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, doen vermoeden dat er actief ijsvulkanisme voorkomt op deze intrigerende planeetmaan. De nieuwe opnamen zijn gepresenteerd door Robert Nelson en Rosaly Lopes van NASA's Jet Propulsion Laboratory tijdens het driejaarlijkse congres van de Internationale Astronomische Unie dat gehouden wordt in Rio de Janeiro. Volgens de planeetonderzoekers is het variërende uiterlijk van Hotei Regio op de infraroodfoto's het gevolg van afzettingen van bevroren ammoniak dat samen met bevroren water uit het inwendige van Titan omhoog komt aan het oppervlak. Titan is de op een na grootste maan in het zonnestelsel, en de enige met een dichte dampkring. De temperatuur is er 180 graden onder nul, maar aan het oppervlak van Titan spelen zich dezelfde geologische processen af als op aarde: wind, regen (maar dan van vloeibaar methaan), gebergtevorming, tektonische processen, en mogelijk dus ook (ijs-)vulkanisme. Tot dusver is ongeveer een derde van het Titan-oppervlak door Cassini in kaart gebracht met behulp van radar. Op die manier zijn ook duinen en methaanmeren ontdekt.
Meer informatie:
Surface features on Titan form like Earth’s, but with a frigid twist
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 juli 2009
Nieuwe weerkundige gegevens, verkregen met de NASA-ruimtesonde Cassini, wijzen er op dat de rotatietijd van de planeet Saturnus meer dan vijf minuten korter is dan tot voor kort werd aangenomen (Nature, 30 juli). Het meten van de rotatietijd van grote gasplaneten zoals Saturnus en Jupiter is moeilijk, omdat deze geen vast oppervlak hebben dat als referentie kan dienen. De beste schattingen waren vaak gebaseerd op metingen van het met de planeet mee draaiende magnetische veld, maar de resultaten van die metingen varieerden nogal. Onderzoekers van de universiteiten van Oxford (GB) en Louisville (VS) hebben voor een andere aanpak gekozen. Zij hebben een driedimensionale kaart gemaakt van de windsnelheden in de Saturnusatmosfeer. Aan de hand van die gegevens kon de ontwikkeling van golven en wervelingen in de atmosfeer worden gevolgd, en daaruit kon een nieuwe schatting worden gemaakt van de rotatietijd van Saturnus: 10 uur, 34 minuten en 13 seconden.
Meer informatie:
Study puts new spin on Saturn’s rotation

24 juli 2009
De testprocedure van de Hubble-ruimtetelescoop is gisteren even onderbroken om de uitwaaierende inslagplek in de atmosfeer van de planeet Jupiter te bekijken. De vlek, die door de inslag van een enkele honderden meters grote komeet of planetoïde is veroorzaakt, verandert van dag tot dag. De Hubble-opname is gemaakt met de nieuwe Wide Field Camera 3 (WFC3), die afgelopen mei door astronauten is geïnstalleerd. Het is verreweg de scherpste foto die tot nog toe van de onverwachte inslag op Jupiter is gemaakt. En dat terwijl de WFC3 nog niet helemaal nauwkeurig is afgesteld.
Meer informatie:
Hubble captures rare Jupiter collision

22 juli 2009
Uit gegevens die met de ruimtesonde Cassini zijn verzameld, blijkt dat de Saturnusmaan Enceladus ammoniak uitstoot (Nature, 23 juli). Deze ontdekking werd gedaan toen Cassini in juli en oktober 2008 door de damppluimen vloog die afkomstig zijn van de ijsfonteinen op Enceladus. De aanwezigheid van ammoniak is een indirecte aanwijzing dat er onder de ijskorst van de Saturnusmaan vloeibaar water verborgen zit. Ammoniak fungeert namelijk als antivries, waardoor water zelfs bij een temperatuur van 200 graden onder nul nog vloeibaar kan zijn. Omdat de temperatuur van de korst rond de ijsfonteinen van Enceladus hoger is dan dat, versterkt dit het vermoeden dat er onder die korst vloeibaar water zit. Om hoeveel water het gaat, is echter onduidelijk. Tot voor kort werd het voor mogelijk gehouden dat het om een complete ondergrondse oceaan zou kunnen gaan. Maar recente metingen vanaf de aarde, die op 25 juni in Nature werden gepubliceerd, hebben daar twijfel over gezaaid.
Meer informatie:
Saturnian Moon Shows Evidence of Ammonia

20 juli 2009
Waarnemingen met de Infrared Telescope Facility en de Keck II-telescoop op Mauna Kea (Hawaï) wijzen erop dat Jupiter onlangs inderdaad door een onbekend object is getroffen. De donkere vlek, die afgelopen weekend door een Australische amateur bij de zuidpool van de planeet werd ontdekt, is op de nabij-infraroodbeelden juist heel helder. Dat betekent dat er materiaal uit de atmosfeer de hoogte in is geblazen. Ook blijkt er nu meer ammoniak in de hoge Jupiter-atmosfeer aanwezig te zijn. Daarmee heeft de vlek alle kenmerken van de tijdelijke 'littekens' die precies vijftien jaar geleden in de atmosfeer van Jupiter werden achtergelaten door de brokstukken van komeet Shoemaker-Levy 9. Wat de inslag heeft veroorzaakt, zal wel een raadsel blijven. Het zou een ijsachtig object uit de directe omgeving van Jupiter kunnen zijn geweest, maar ook een mini-komeetje dat niet is opgemerkt.
Meer informatie:
New NASA Images Indicate Object Hits Jupiter
Jupiter Adds A Feature

20 juli 2009
In de atmosfeer van de planeet Jupiter is een zeer donkere vlek verschenen, die treffende overeenkomsten vertoont met de inslagen van de brokstukken van komeet Shoemaker-Levy 9, zoals die in 1994 hebben plaatsgevonden. De vlek is afgelopen zaterdag ontdekt door een ervaren Australische amateurastronoom die Jupiter met grote regelmaat fotografeert. Of er ook echt een kleine komeet of planetoïde op de planeet is ingeslagen, of dat het een atmosferisch verschijnsel betreft, is nog onduidelijk. Ook het moment van de vermeende inslag staat nog niet vast: op opnamen van 17 juli was het 'litteken' nog niet te zien, maar twee dagen later wel. Ongeacht de ontstaanswijze zal de vlek, die zich dichtbij de zuidpool van de planeet bevindt, onder invloed van de hevige winden in de Jupiteratmosfeer steeds verder uitwaaieren en verdwijnen.
Meer informatie:
Possible Impact Event On Jupiter
Impact mark on Jupiter, 19th July 2009

6 juli 2009
Officieel is de buitenste planeet van ons zonnestelsel, Neptunus, in 1846 ontdekt door de Duitse sterrenkundige Galle. Maar het staat vast dat Neptunus al eerder is waargenomen. Tot nog toe werd aangenomen dat alle eerdere waarnemers Neptunus voor een ster hebben aangezien. De Australische natuurkundige David Jamieson denkt echter dat Galileo Galilei de planeet niet alleen gezien heeft, maar ook wist dat hij iets bijzonders op het spoor was. Op 6 januari 1613 tekende Galilei een sterretje naast de planeet Jupiter, waarvan later is komen vast te staan dat het Neptunus was. En op 28 januari 1613 schreef hij in zijn notitieboek dat deze ster zich ten opzichte van een andere (echte) ster leek te verplaatsen. Volgens Jamieson is het denkbaar dat Galilei zich ervan bewust was dat hij een verre planeet had gezien, en misschien heeft hij Neptunus pas na die ingeving alsnog aan de tekening van 6 januari toegevoegd. Maar waarom heeft hij dat dan niet opgeschreven? Dat deed hij immers wel bij andere belangrijke ontdekkingen, zoals die van de schijngestalten van Venus en de ring van Saturnus. Galilei had echter de gewoonte om dat in de vorm van verhaspelde zinnen te doen: anagrammen. Jamieson denkt nu dat er in de aantekeningen van de Italiaanse geleerde nóg een anagram te vinden kan zijn, waarin deze de ontdekking van een nieuwe planeet aankondigt.
Meer informatie:
Galileo’s notebooks may reveal secrets of new planet

25 juni 2009
Het lijkt vergezocht, maar volgens onderzoekers van de universiteit van Keulen is leven op de ijskoude Saturnusmaan Titan niet onmogelijk. De temperaturen op Titan zijn dermate laag, dat de daar ontdekte meren niet gevuld zijn met water, maar met vloeibare koolwaterstoffen zoals methaan en ethaan. Toch zouden, afhankelijk van de precieze samenstelling van de vloeistof, in deze meren chemische reacties kunnen optreden die aan de basis van het ontstaan van leven staan. Dat zou dan gebeuren onder invloed van energierijke kosmische straling, die reacties kan veroorzaken die tot de vorming van complexere moleculen leiden. Maar als hier al leven uit zou ontstaan, zou dat heel anders zijn dan dat op aarde. Vanwege de lage temperaturen en het ontbreken van water en zuurstof, lijkt Titan een goede kandidaat voor leven dat op silicium is gebaseerd in plaats van koolstof.
Meer informatie:
Exotic Life Could Sprout From Chemistry on Titan

24 juni 2009
De waterdamp die uit het oppervlak van de Saturnusmaan Enceladus spuit, heeft geen ondergrondse oceaan als bron. Dat zeggen Amerikaanse onderzoekers in het meest recente nummer van Nature (25 juni). Tot nog toe gingen veel planeetwetenschappers ervan uit dat de geisers optraden waar water van een ondergrondse oceaan bijna explosief door de ijskorst van Enceladus omhoog wordt geperst. Om deze theorie te testen, hebben de onderzoekers met grote telescopen op aarde naar de samenstelling van de uitgestoten damp gekeken. Als oceaanwater de bron was, zou de waterdamp een hoge concentratie mineralen moeten bevatten. Maar dat blijkt niet het geval: de natriumconcentratie is onmeetbaar laag. Vreemd genoeg blijkt uit Europees onderzoek, dat tegelijkertijd is gepubliceerd, dat de ijsdeeltjes die de geisers samen met de waterdamp uitstoten wel degelijk natrium bevatten. Een mogelijke verklaring voor deze tegenstrijdige resultaten is dat er onder de ijskorst van Enceladus weliswaar een 'zoute' oceaan zit, maar dat dit water niet rechtstreeks door de korst naar buiten wordt geperst. In de korst van het maantje zouden grote holten kunnen zitten waarin een meer geleidelijke verdamping van water optreedt. Water dat traag verdampt, zou namelijk veel minder natrium bevatten dan snel verdampend water.
Meer informatie:
Jets on Saturn's moon Enceladus not geysers from underground ocean
Cassini finding hints at ocean within Saturn’s moon Enceladus
Der kalte Mond und das Meer

22 juni 2009
Ter gelegenheid van de opening van een nieuwe tentoonstelling over Saturnus, in de Greenwich-sterrenwacht bij Londen, zijn een aantal nieuwe opnamen van de planeet en zijn ringen en maantjes gepresenteerd. De betreffende Cassini-opnamen geven een impressie van Saturnus rond zijn naderende equinox - het moment waarop de zon vrijwel recht boven zijn evenaar staat en het ringenstelsel van opzij wordt aangelicht. Hierdoor werpt alles wat er ook maar een beetje bovenuit steekt nu zeer lange schaduwen op het ringvlak. Op de beelden zijn de schaduwwerkingen van de maantjes Mimas en Tethys te zien, en ook is er een filmpje van een verduistering van Mimas door de schaduw van het maantje Enceladus.
Meer informatie:
Never-Before-Seen Images From Saturn
The March to Equinox Continues
Visions of Saturn

18 juni 2009
Sterrenkundigen houden een nieuwe rode vlek in de gaten die op het noordelijk halfrond van Jupiter is verschenen - een stormgebied dat bijna net zo groot is als de befaamde Grote Rode Vlek. Een Filipijnse amateursterrenkundige, die de vlek al sinds medio april volgt, heeft hem onlangs gefotografeerd met een middelgrote amateurtelescoop. Volgens hem was het stormgebied aanvankelijk vrij klein, maar is het in de loop van mei flink gegroeid. Hoe standvastig de nieuwe rode vlek is, moet nog blijken.
Meer informatie:
Great Red Spot Rival

3 juni 2009
De wolken in de dampkring van de grote Saturnusmaan Titan reageren veel trager op de wisseling der seizoenen dan door atmosferische modellen wordt voorspeld. Op infraroodfoto's van Titan, gemaakt tussen juli 2004 en december 2007 door de Amerikaanse Saturnusverkenner Cassini, zijn in totaal meer dan tweehonderd wolken ontdekt. De meeste daarvan bevonden zich rond de zuidpool van Titan, waar het de afgelopen jaren zomer was. Ook waren er wolken zichtbaar op veertig graden zuiderbreedte. Circulatiemodellen van de Titandampkring wisten het ontstaan van die wolken goed te verklaren. Alleen voorspellen diezelfde modellen dat de 'zomerwolken' op het zuidelijk halfrond al in de loop van 2005 verdwenen zouden moeten zijn, omdat het langzaam maar zeker herfst begint te worden. Bovendien voorspellen de modellen dat er op veertig graden noorderbreedte óók wolken zichtbaar moeten zijn. Blijkbaar reageert de Titandampkring veel trager op de seizoenswisselingen dan de theoretische modellen doen vermoeden. Mogelijk is het temperatuurverschil tussen de poolgebieden en de evenaargebieden van Titan kleiner dan algemeen wordt aangenomen. De wolkenwaarnemingen van Titan worden deze week gepubliceerd in Nature.
Meer informatie:
Cassini Finds Titan's Clouds Hang on to Summer
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 mei 2009
Op 12 maart en 9 oktober 2008 scheerde de Amerikaanse ruimtesonde Cassini op geringe afstand langs de Saturnusmaan Enceladus. Bij die gelegenheid analyseerde de massaspectrometer van Cassini het materiaal dat de in 2005 ontdekte ijsfonteinen van deze maan uitstoten. Een van de bevindingen is dat het uitgestoten materiaal ammoniak bevat, een verbinding die gemakkelijk oplost in water en dienst kan doen als antivries. Ook aangetroffen is het edelgas argon-40 dat doorgaans vrijkomt bij het radioactieve verval van kalium-40, en pas ontsnapt als er een vloeistof (meestal water) door en langs kaliumhoudende mineralen stroomt. Een ander maakt het nog aannemelijker dat er vloeibaar water in het inwendige van Enceladus zit.
Meer informatie:
Evidence Mounts For Enceladus’ Liquid Interior

15 mei 2009
NASA is bezig met het renoveren van zijn Deep Space Network, een stelsel van radioschotels in Californië, Spanje en Australië dat gebruikt wordt om de signalen van ruimtesondes op te vangen en door te geven. Die renovatie komt geen moment te vroeg, want op 20 april ging er iets mis met de 70-meter grote radioschotel in Californië. Terwijl deze werd voorbereid op de ontvangst van gegevens van de ruimtesonde Cassini, kwam hij door een mechanisch defect vast te zitten. Hierdoor kon hij niet in de juiste stand worden gezet en raakten de kostbare gegevens die Cassini bij zijn laatste scheervlucht langs de grote Saturnusmaan Titan had verzameld verloren.
Meer informatie:
Telescope glitch hits deep space internet

13 april 2009
Een radio-amateur uit New Mexico (VS) heeft met behulp van zijn kortegolfontvanger bijzondere kraak- en plopgeluiden opgevangen. De geluiden leken op de radioruis die hoorbaar is tijdens bliksemontladingen in de aardatmosfeer, maar de bron was veel verder weg: het was de planeet Jupiter. Dat Jupiter krachtige radiopulsen op de kortegolf uitzendt die op aarde te ontvangen zijn, is niets nieuws. Maar de ontvangstomstandigheden zijn momenteel wel uitermate gunstig. De belangrijkste stoorzender aan de hemel, de zon, is namelijk zeer inactief en dat maakt de aardatmosfeer zeer 'transparant' voor kortgolvige radiostraling. Hierdoor zijn de radiosignalen van Jupiter nu relatief gemakkelijk herkenbaar. De kortstondige uitbarstingen van radiostraling zijn overigens niet afkomstig van bliksemontladingen, maar ontstaan door verstoringen van het magnetische veld van Jupiter door de op relatief geringe afstand om de planeet draaiende maan Io. Naar verwachting zal Jupiter ook de komende maanden goed 'hoorbaar' zijn.
Meer informatie:
Radio Storms On Jupiter
Geluidsopname van Jupiters radiostorm
The Jovian Decametric Radio Emission

2 april 2009
De ruimtesonde Cassini heeft voor het eerst heel nauwkeurig de vorm gemeten van de grootste Saturnusmaan, Titan. Uit de metingen, gedaan met radarapparatuur, blijkt dat Titan bepaald geen volmaakte bol is: ten opzichte van de evenaar liggen zijn polen een slordige 700 meter lager. En zelfs die evenaar is niet precies rond: doordat Titan steeds met dezelfde kant naar Saturnus toe gekeerd is, is hij in de richting van de planeet een paar honderd meter uitgerekt. Volgens Amerikaanse wetenschappers wijzen deze afwijkingen van de bolvorm er op dat Titan zacht van binnen is (Science Express, 2 april). Mogelijk zitten onder het oppervlak grote hoeveelheden vloeibare methaan verborgen. De lagere ligging van de polen kan in elk geval helpen verklaren waarom de meren van vloeibare ethaan en methaan op Titan juist dáár te vinden zijn. Het is denkbaar dat die meren gewoonweg de gebieden zijn die zo laag liggen, dat de ijskoude vloeistoffen dáár aan de oppervlakte komen.
Meer informatie:
Titan's squashed shape hints at soggy interior

24 maart 2009
Door verschillende radarmetingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini met elkaar te combineren, zijn wetenschappers erin geslaagd om 3D-beelden te reconstrueren van het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de Lunar and Planetary Science Conference in Texas. Titan is de op een na grootste maan in het zonnestelsel. Het oppervlak gaat schuil onder een dikke, heiïge dampkring, maar inmiddels is bijna 40 procent in kaart gebracht met behulp van radar. Van twee procent van het Titanoppervlak zijn meerdere radarmetingen beschikbaar, zodat stereoscopie mogelijk is. Op basis daarvan zijn 3D-beelden en perspectivische filmpjes gemaakt, onder andere van de methaanmeren in het noordpoolgebied van Titan, van de 1200 meter hoge bergtoppen en van de uitgestrekte duingebieden. De 3D-beelden leveren belangrijke nieuwe informatie op over de merkwaardige Saturnusmaan, waar de temperatuur 180 graden onder nul bedraagt, en waar vloeibaar methaan de rol speelt van water op aarde.
Meer informatie:
Cassini Provides Virtual Flyover of Saturn's Moon Titan
Cassini-project
3D-filmpje van een vlucht over Titan
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 maart 2009
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft foto's gemaakt van de langgerekte schaduwen die kleine Saturnusmaantjes op het ringenstelsel van de planeet werpen. In en vlak buiten het ringenstelsel bewegen maantjes met afmetingen van enkele tientallen kilometers. Wanneer het ringenstelsel van Saturnus schuin van boven of schuin van onderen door de zon wordt verlicht, zijn de schaduwen van die maantjes niet te zien. Maar rond de tijd dat het ringenstelsel exact van opzij door de zon wordt beschenen, vallen de langgerekte schaduwen van de maantjes op de Saturnusringen. Komende zomer, op 11 augustus 2009, is het equinox op Saturnus (nachtevening, wanneer de zon exact boven de evenaar van de planeet staat), en wordt het dunne ringenstelsel - hooguit enkele tientallen meters dik - precies van opzij verlicht. Maar eerder dit jaar slaagde Cassini er al in om de schaduwen van de maantjes Epimetheus (op 8 januari) en van Pan (op 12 februari) vast te leggen. Epimetheus heeft een middellijn van 113 kilometer; Pan - een maantje dat zich in de smalle Encke-scheiding bevindt - is niet groter dan ca. 30 kilometer. Saturnuswaarnemingen die rond het equinox worden verricht, kunnen veel informatie opleveren over de verticale structuur van het ringenstelsel, dat uit talloze kleine rotblokken, ijsklompen en gruisdeeltjes bestaat.
Meer informatie:
The Dance of the Moon Shadows
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 maart 2009
Eind februari heeft de Hubble-ruimtetelescoop een bijzondere waarneming gedaan. Kort na elkaar bewogen vier manen van Saturnus voor de planeet langs. Met name de grote Saturnusmaan Titan wierp daarbij een opvallende schaduw op het wolkendek van de planeet. Deze zeldzame maanovergangen zijn alleen te zien als we het ringenstelsel van Saturnus vanaf de aarde vrijwel van opzij zien. Zulke ringvlakpassages komen eens in de 14 à 15 jaar voor.
Meer informatie:
Quadruple Saturn Moon Transit Snapped By Hubble

8 maart 2009
In de ontstaansperiode van het zonnestelsel heeft de reuzenplaneet Jupiter verscheidene generaties van grote manen verzwolgen. Dat concluderen Robin Canup en William Ward van het Southwest Research Institute in Boulder op basis van computersimulaties. Jupiter werd kort na zijn geboorte omgeven door een ronddraaiende materieschijf, die continu werd aangevuld door gas en stof uit de zonnenevel - de schijf rond de jonge zon waaruit de planeten zijn ontstaan. In de zogeheten accretieschijf rond Jupiter klonterden grote manen samen, maar door wisselwerking met het materiaal in de schijf spiraalden die manen naar binnen toe, waar ze door Jupiter werden opgeslokt. Vervolgens ontstond een nieuwe generatie manen, die hetzelfde lot onderging. Volgens Canup en Ward zijn er op die manier misschien wel vijf eerdere generaties van grote manen geweest. De huidige vier grote Jupitermanen (Io, Europa, Ganymedes en Callisto) vormen de laatste generatie. Die ging níet verloren, omdat de zonnenevel toen grotendeels was weggeblazen door de stralingsdruk van de zon, zodat de accretieschijf rond Jupiter niet langer werd aangevuld.
Nieuwsbericht op newscientist.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 maart 2009
De Amerikaanse ruimtesonde Cassini heeft een piepklein maantje ontdekt in een van de buitenste ringen van de planeet Saturnus. Wetenschappers vermoeden dat dit maantje ook de belangrijkste bron van het materiaal in deze zogeheten G-ring is. Dat er met de G-ring iets bijzonders aan de hand is, was al langer bekend. Aan de binnenrand bevindt zich een verdichting van ringmateriaal die zich over ongeveer 1/6 van de omtrek uitstrekt. Binnen die verdichting blijkt zich een ongeveer 500 meter groot maantje te bevinden. Het is de derde ringboog in het ringenstelsel van Saturnus waarin een maantje ontdekt is. Het materiaal van deze ringbogen ontstaat door meteorietinslagen op de maantjes en botsingen tussen de maantjes met andere brokstukken in het ringenstelsel.
Meer informatie:
Newfound Moon May Be Source Of Outer Saturn Ring

26 februari 2009
Het enorme stormgebied in de atmosfeer van de planeet Jupiter wordt kleiner. Tot die conclusie komen onderzoekers van de universiteit van Californië te Berkeley na het analyseren van tal van opnamen die met de ruimtesondes Galileo en Cassini en de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt. De Grote Rode Vlek bestaat al zeker 300 jaar en heeft in de loop van de jaren de nodige veranderingen vertoont. Maar in hoeverre ook zijn omvang verandert, was tot nog toe niet geheel duidelijk. Echt scherpe opnamen worden pas sinds een jaar of vijftien gemaakt, maar zelfs die laten niet altijd even duidelijk de precieze omvang van de Grote Rode Vlek zien. De atmosfeer van Jupiter is één en al turbulente bewolking, en het stormgebied is niet echt scherp begrensd. Om niet afhankelijk te zijn van visuele indrukken hebben de onderzoekers de windsnelheden in en rond de Grote Rode Vlek in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat het stormgebied de afgelopen twaalf jaar een klein beetje in omvang is afgenomen. Het ziet er echter niet naar uit dat het indrukwekkende 'oog' in de Jupiteratmosfeer op korte termijn zal verdwijnen.
Meer informatie:
Great Red Spot Not As Great

26 februari 2009
Aan het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan is de overheersende windrichting van west naar oost in plaats van andersom. Dat concluderen planeetonderzoekers op basis van een nieuwe kaart van duinenvelden op Titan. Het resultaat is verrassend omdat eerdere circulatiemodellen voor Titan (de enige planeetmaan in het zonnestelsel met een dikke dampkring) impliceerden dat de wind voornamelijk van oost naar west zou waaien. In de Titandampkring komen vrijwel geen wolken voor, dus het bepalen van de windrichting is niet eenvoudig. Aan het oppervlak hebben zich echter wel uitgestrekte duinenvelden gevorme, die vermoedelijk bestaan uit korreltjes koolwaterstofverbindingen. De Titanduinen zijn de afgelopen jaren met behulp van radar in kaart gebracht door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die in 1997 is gelanceerd. In totaal zijn op twintig langgerekte radarkaarten zestienduizend stukjes duin vastgelegd. Uit de waargenomen structuur van de duinenvelden blijkt dat de wind op Titan voornamelijk in oostelijke richting waait. De resultaten zijn op 11 februari gepubliceerd in Geophysical Journal Letters.
Meer informatie:
Cassini Maps Global Pattern of Titan's Dunes
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 februari 2009
Op dinsdag 24 februari, vanaf ongeveer half vier 's middags Nederlandse tijd, vinden er tegelijkertijd vier zogeheten overgangen van Saturnusmanen plaats. Bij zo'n overgang beweegt een maan - vanaf de aarde gezien - vóór de planeet langs. Daarbij werpt hij een schaduw op het wolkendek. Overgangen van Saturnusmanen kunnen alleen plaatsvinden wanneer we het Saturnusstelsel min of meer van opzij bekijken, zoals dit jaar inderdaad het geval is. Maar dat er vier overgangen tegelijkertijd plaatsvinden, is zeer zeldzaam. Het gaat om de manen Titan, Mimas, Dione en Enceladus. Het bijzondere schouwspel speelt zich af terwijl Saturnus zich voor waarnemers in Europa onder de horizon bevindt. Bovendien zijn de overgangen alleen met een niet al te kleine telescoop zichtbaar. Morgen wordt wel de Hubble Space Telescope in stelling gebracht om het zeldzame verschijnsel vast te leggen. Daarbij zullen sterrenkundigen ook onderzoek doen aan de doorzichtigheid van de dampkring van de grote Saturnusmaan Titan, door op te meten in welke mate het 'achtergrondlicht' van de planeet zelf wordt tegengehouden.
Nieuwsbericht op space.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 februari 2009
Tijdens een bijeenkomst die vorige week plaatsvond in Washington hebben het Europese ruimteagentschap ESA en zijn Amerikaanse tegenhanger NASA besloten om een ruimtemissie naar Jupiter en zijn vier grote manen te sturen. Een latere missie heeft de planeet Saturnus en zijn maan Titan als doel. Aanvankelijk hadden beide ruimteagentschappen afzonderlijk plannen voor verscheidene missies naar de grootste planeten van ons zonnestelsel, maar nu is dus besloten om de krachten te bundelen. Als eerste is de Europa Jupiter System Mission aan de beurt. Deze bestaat uit de Jupiter Europa Orbiter (NASA) en de Jupiter Ganymede Orbiter (ESA), die omstreeks 2020 afzonderlijk gelanceerd moeten worden. Ze zouden Jupiter dan in 2026 bereiken en daar minstens drie jaar onderzoek doen. Daarvan is één jaar gereserveerd voor intensief onderzoek van de manen Europa en Ganymedes, die beide mogelijk een oceaan onder hun oppervlak hebben. De Titan Saturn System Mission moet gaan bestaan uit een Amerikaanse ruimtesonde en een Europese lander annex onderzoeksballon, die de grote Saturnusmaan Titan moet onderzoeken.
Meer informatie:
NASA and ESA prioritise outer planet missions

29 januari 2009
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft nabij de zuidpool van de grote Saturnusmaan Titan nieuwe meren ontdekt. Van de donkere, scherp begrensde vlekken die in de omgeving van de noord- en zuidpool van Titan zijn gevonden (onder andere met behulp van radar), wordt algemeen aangenomen dat het meren van vloeibare koolwaterstofverbindingen zijn, vermoedelijk methaan en ethaan. De temperatuur op Titan bedraagt ca. 180 graden onder nul. Water is er stijf bevroren, maar methaan en ethaan (bij ons bekend als vluchtige gassen) komen op Titan in vloeibare vorm voor. Op het zuidelijk halfrond van Titan zijn nu enkele nieuwe donkere vlekken ontdekt die er een jaar geleden nog niet waren. Wel heeft Cassini in de tussenliggende periode in het betreffende gebied uitgestrekte wolkenstructuren waargenomen in de Titandampkring. Dat doet sterk vermoeden dat er het afgelopen jaar een hoge neerslagactiviteit is geweest, en dat de nieuwe meren daardoor zijn ontstaan. De verwachting is dat ook de meren op het noordelijk halfrond van Titan (die talrijker en groter zijn) de komende tijd in afmetingen en in aantal zullen groeien, naarmate het zomer wordt op het noordelijk halfrond van de Saturnusmaan. De nieuwe resultaten, tezamen met een nieuwe kaart van Titan, worden vandaag gepubliceerd in Geophysical Research Letters. Overigens wijzen de auteurs erop dat de methaanmeren op Titan niet groot genoeg zijn om (via verdamping) de hoeveelheid gasvormig methaan in de atmosfeer te verklaren. Dat doet vermoeden dat er nog andere methaanbronnen op Titan actief zijn, mogelijk in de vorm van vulkanen.
Meer informatie:
Cassini Captures Changes in Titan's Lakes
Cassini-project
Nieuwe kaart van de Saturnusmaan Titan
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 januari 2009
In het hete inwendige van de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus regent het helium. Dat blijkt uit theoretisch onderzoek van natuurkundigen van het Lawrence Livermore Natiional Laboratory, uitgevoerd in samenwerking met Amerikaanse en Italiaanse collega's. De twee reuzenplaneten bestaan voor het overgrote deel uit waterstof en helium, de twee lichtste elementen in de natuur. Op grote diepte in het planeetinwendige zijn druk en temperatuur zo hoog dat waterstof vloeibaar en elektrisch geleidend wordt. Dat zogeheten 'metallisch' waterstof is in grote delen van het planeetinwendige vermengd met helium. Nieuwe modelberekeningen tonen echter aan dat die menging boven een bepaalde temperatuur niet langer mogelijk is. De temperatuur waarop de twee gassen niet langer mengen is sterk afhankelijk van de druk; bij de extreem hoge druk in het binnenste van Jupiter is daarvoor een veel hogere temperatuur vereist, zo blijkt uit de berekeningen, die vandaag online gepubliceerd zijn in de Proceedings of the National Academy of Science. Dat betekent dat er in een relatief klein gebied in het binnenste van Jupiter en in een veel groter gebied in het binnenste van Saturnus een 'regen' van helium plaatsvindt, waarbij het zwaardere gas naar grotere diepte zakt. Die differentiatie produceert warmte, en vormt mogelijk de verklaring voor de ongewoon grote hoeveelheid eigen warmtestraling van Saturnus, aldus de onderzoekers.
Meer informatie:
Helium rains inside Jovian planets
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 januari 2009
Onderzoek met de 30-meter IRAM-radiotelescoop in het zuiden van Spanje heeft opnieuw een aanwijzing opgelevert dat zich rond bepaalde dubbelsterren gemakkelijk planeten kunnen vormen. Rond de 210 lichtjaar verre dubbelster V4046 Sgr in het sterrenbeeld Boogschutter is namelijk een schijf van moleculair materiaal gevonden. Volgens de onderzoekers wijst de aanwezigheid van het moleculaire gas er op dat zich hier onlangs een grote, Jupiter-achtige planeet heeft gevormd. De beide sterren van V4046 Sgr zijn naar schatting slechts 10 miljoen jaar oud en draaien op een afstand van slechts 15 miljoen kilometer om elkaar. Die onderlinge afstand is dermate klein, dat zich rond het tweetal een gasschijf heeft gevormd zoals die ook rond enkelvoudige sterren wordt waargenomen. Eerder waren ook bij de dubbelster HD 98800 al aanwijzingen voor planeetvorming gevonden.
Meer informatie:
Jupiter-like Planets Could Form Around Twin Suns

5 januari 2009
Waarnemingen met de NASA-infraroodsatelliet Spitzer hebben zes witte dwergsterren opgeleverd die omringd zijn door de overblijfselen van verbrijzelde planetoïden. Dat klinkt niet erg hoopgevend, maar dit planetoïdenpuin geeft informatie over het materiaal waaruit planeten bij andere sterren kunnen bestaan. Tot dusver lijken de resultaten er op te wijzen dat het materiaal waaruit de aarde en andere rotsachtige planeten van ons zonnestelsel zijn opgebouwd, ook elders in het heelal veel voorkomt. Anders gezegd: ook bij andere sterren zullen zulke planeten geen zeldzaamheid zijn. Planetoïden en planeten ontstaan uit stofrijk materiaal dat in schijven rond jonge sterren aanwezig is. Als zo'n ster het einde van zijn bestaan nadert, zwelt hij op tot een rode reus, waardoor de meest nabijgelegen planeten en planetoïden worden opgeslokt en de banen van objecten op grotere afstanden verstoord worden. Uiteindelijk blaast de reuzenster zijn buitenste lagen weg, en blijft er een klein restant over: de witte dwerg. Planetoïden die nadien een baan hebben die hen te dicht bij de witte dwerg voert, zullen onder invloed van getijkrachten verbrijzeld worden. Hierdoor ontstaat een nieuwe gordel van stof rond de witte dwerg. Tot nu toe is bij acht witte dwergen zo'n stofgordel waargenomen. De hoeveelheid stof zou in alle gevallen toe te schrijven zijn aan één forse verbrijzelde planetoïde.
Meer informatie:
Dead Stars Tell Story Of Planet Birth

5 januari 2009
De planeet Jupiter is in zijn jeugd snel in gewicht aangekomen. Dat moet wel, omdat uit een nieuw onderzoek van planeetvorming rond jonge sterren blijkt dat het materiaal waaruit planeten ontstaan al binnen enkele miljoenen jaren grotendeels verdwenen is. Waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer laten namelijk zien dat in de slechts vijf miljoen jaar oude sterrenhoop NGC 2362 alle sterren van ten minste één zonsmassa geen omringende protoplanetaire schijf meer hebben waaruit grote planeten kunnen ontstaan. Wel hebben enkele van de sterren nog een schamele 'puinschijf' waaruit kleine, rotsachtige planeten gevormd kunnen worden. Hoewel deze kleinere planeten minder materiaal weten te verzamelen, hebben ze wel meer tijd om hun uiteindelijke omvang te bereiken.
Meer informatie:
Baby Jupiters must gain weight fast

 

vervolg archief gasreuzen