aardse planeten - dwergplaneten - gasreuzen - planetoïden - kometen en meteorieten - overige

In deze rubriek worden de vier reuzenplaneten (Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus) en hun vele manen behandeld.

30 december 2008
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini maakte op 23 juli 2008, vier jaar nadat de ruimtesonde was aangekomen in een omloopbaan rond Saturnus, dertig opnamen van de geringde reuzenplaneet. Die zijn samengevoegd tot dit indrukwekkende mozaïek, dat vandaag is vrijgegeven voor publicatie. De opnamen zijn gemaakt vanaf ca. 1,1 miljoen kilometer afstand. Behalve wolkenbanden en -wervels en tal van details in het ringenstelsel zijn op de oorpsronkelijke foto zes Saturnusmanen te zien: Titan, Janus, Mimas, Pandora, Epimetheus en Enceladus. Doordat Saturnus momenteel min of meer van opzij wordt verlicht door de zon, ligt de schaduw van het ringenstelsel vlak bij de evenaar van de planeet.
Meer informatie:
Saturn... Four Years On
Cassini-project
Hogeresolutieversie van het mozaïek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

22 december 2008
De reuzenplaneet Saturnus ziet er rond de Kerstdagen uit als een enigszins afgeplatte kerstbal. Van de beroemde ringen van de planeet is niets te zien. Saturnus is in december 2008 en januari 2009 zichtbaar als een heldere 'ster' in het oostelijk deel van het sterrenbeeld Leeuw. In de tweede helft van de nacht staat de planeet hoog aan de hemel. Maar eind december kijken we vanaf de aarde vrijwel exact van opzij tegen het ringenstelsel aan; de gezichtshoek bedraagt minder dan een graad. Dat betekent dat de ringen niet zichtbaar zijn. Met een telescoop is alleen de schaduw van het ringenstelsel op de planeetbol te zien, als een donkere lijn die vrijwel samenvalt met de evenaar van de planeet. In de loop van januari neemt de 'openingshoek' van het ringenstelsel weer enigszins toe, maar later in het jaar is er weer sprake van een afname. Op 4 september 2009 beweegt de aarde echt door het ringvlak, maar rond die tijd staat Saturnus min of meer in dezelfde richting aan de hemel als de zon, en is de planeet in het geheel niet waarneembaar.
Meer informatie:
Saturn's Crazy Christmas Tilt
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

18 december 2008
Het Space Telescope Science Institute in Baltimore heeft een indrukwekkende Hubble-foto van de reuzenplaneet Jupiter vrijgegeven die op 9 april 2007 is gemaakt met de Wide Field and Planetary Camera 2. Op de opname is te zien hoe de grote Jupitermaan Ganymedes achter de planeet verdwijnt. Zulke bedekkingen komen regelmatig voor; Ganymedes heeft een omlooptijd van ca. 7 dagen. Op het oppervlak van Ganymedes zijn verrassend veel details zichtbaar, waaronder de heldere inslagkrater Tros met zijn stralenstelsel. In de dampkring van Jupiter is de Grote Rode Vlek de meest opvallende structuur. Hubble heeft de reuzenplaneet de afgelopen jaren zeer regelmatig gefotografeerd, om een goed beeld te krijgen van de dynamica van het wolkendek.
Meer informatie:
Hubble Catches Jupiter's Largest Moon Going to the 'Dark Side'
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

15 december 2008
Op de grote Saturnusmaan Titan zijn mogelijk ijsvulkanen actief. Dat concluderen onderzoekers op basis van foto's en metingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Eerder werden al indirecte aanwijzingen gevonden voor het bestaan van ijsvulkanisme op Titan. De nieuwe metingen, die vandaag gepresenteerd zijn op een bijeenkomst van de American Geophysical Union, doen vermoeden dat sommige delen van het Titanoppervlak in de loop van de tijd van helderheid veranderen, alsof er nieuw, reflecterend materiaal is neergedaald. In die heldere gebieden is bovendien de aanwezigheid van bevroren ammoniak vastgesteld - een molecuul waarvan algemeen wordt aangenomen dat het onder het Titanoppervlak voorkomt. Absolute zekerheid over het voorkomen van actief ijsvulkanisme op Titan is er echter nog niet; de metingen zijn mogelijk ook te verklaren door lokale veranderingen in de dampkring van de Saturnusmaan.
Meer informatie:
Titan's Volcanoes Give Nasa Spacecraft Chilly Reception
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

15 december 2008
Op de kleine Saturnusmaan Enceladus komt 'ijsbodemspreiding' voor - een tektonisch proces dat grote overeenkomst vertoont met de bekende zeebodemspreiding die op aarde plaatsvindt langs midoceanische ruggen. Foto's en metingen van de planeetverkenner Cassini, die op 11 augustus en 31 oktober 2008 detailopnamen heeft gemaakt van het zuidpoolgebied van Enceladus, laten zien dat de zogeheten 'tijgerstrepen' veel overeenkomsten vertonen met midoceanische ruggen op aarde. Als gevolg van inwendige warmte (ten gevolge van getijdenkrachten van Saturnus) en convectiebewegingen in de mantel van de 500 kilometer grote ijssatelliet wordt materiaal uit de mantel aan het oppervlak gebracht, waarna het zich zijwaarts beweegt. In tegenstelling tot de zeebodemspreiding op aarde is de 'ijsbodemspreiding' op Enceladus echter asymmetrisch: het proces vindt voornamelijk in één richting plaats. De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd op een bijeenkomst van de American Geophysical Union. De Cassini-onderzoekers vonden ook aanwijzingen dat de geisers van waterdamp en stofdeeltjes die uit de 'tijgerstrepen' omhoog spuiten in de loop van de tijd van positie veranderen. Op 9 oktober vloog Cassini dwars door zo'n geiser heen.
Meer informatie:
Saturn's Dynamic Moon Enceladus Shows More Signs of Activity
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 december 2008
Waarnemingen van magnetische velden en elektrisch geladen deeltjes in de omgeving van de reuzenplaneet Jupiter, uitgevoerd door de Amerikaanse planeetverkenner Galileo, werpen nieuw licht op de oorzaak van zogeheten magnetische substormen in de omgeving van de aarde. Dat schrijven onderzoekers van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA in Journal of Geophysical Research. Bij magnetische substormen krijgen elektrisch geladen deeltjes in korte tijd een grote hoeveelheid energie, waarna ze met hoge snelheid in de richting van de aarde bewegen, en daar onder andere verstoringen in satellietcommunicatie en poollicht veroorzaken. Waardoor zo'n twee à drie uur durende substorm door getriggerd wordt - een gebeurtenis op de zon, of een verschijnsel dat zich binnen de aardse magnetosfeer afspeelt - was echter nooit duidelijk. Door Galileo-waarnemigen van Jupiter te vergelijken met metingen van ESA's Cluster-satellieten (die langgerekte banen rond de aarde beschrijven) is een begin gemaakt met de oplossing van het raadsel. De substormen in de Jupiter-magnetosfeer (die veel groter is dan die van de aarde) duren enkele dagen in plaats van een paar uur. Ze zijn geassocieerd met materiaal dat vanaf de vulkanisch actieve Jupitermaan Io de ruimte in wordt geblazen. Dat doet vermoeden dat ook de aardse substormen getriggerd worden door verschijnselen in de magnetosfeer zelf.
Meer informatie:
Observing Jupiter to understand Earth
Cluster
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 november 2008
Waarnemingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini doen vermoeden dat de ijle geisers van stof en ijksristallen op de kleine Saturnusmaan Enceladus gevoed worden door een ondergrondse oceaan van vloeibaar water. De geisers werden enkele jaren geleden door Cassini ontdekt. Ze zijn afkomstig uit openingen in de bevroren korst van Enceladus, nabij de zuidpool van het 500 kilometer grote ijsmaantje. Eerder werd gesuggereerd dat scheuren in het oppervlak zich regelmatig zouden openen en sluiten als gevolg van de getijkrachten van Saturnus. Daarbij zouden explosieve uitbarstingen kunnen optreden van ijs dat voor het eerst aan het vacuüm van de ruimte wordt blootgesteld. In dat geval zouden de geisers actiever zijn wanneer Enceladus zich in zijn licht elliptische baan dicht bij Saturnus bevindt, en juist minder actief wanneer de afstand groter is. Waarnemingen van Cassini uit 2005 en 2007 die deze week gepubliceerd worden in Nature lijken juist op het tegenovergestelde te wijzen. Cassini mat de dichtheid van de geisers door metingen te doen aan het licht van sterren dat door de geisers heen scheen. De onderzoekers hechten meer waarde aan een model waarin de openingen in de Enceladuskorst als een soort ventielen fungeren voor ondergronds water, dat vloeibaar is als gevolg van de hogere druk en temperatuur.
Meer informatie:
Enceladus Jets: Are They Wet or Just Wild?
Persbericht University of Central Florida
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 november 2008
De vaste kern van de reuzenplaneet Jupiter is ruim twee keer zo zwaar als tot nu toe werd aangenomen. Dat beweren Burkhard Militzer van de Universiteit van Californië in Berkeley en Bill Hubbard van het Lunar and Planetary Laboratory in Tucson in Astrophysical Journal Letters van 20 november. Jupiter bestaat grotendeels uit waterstof en helium. In het centrum van de gasreus heerst een enorm hoge druk en temperatuur. Algemeen werd aangenomen dat zich binnen in de planeet een kleine rotsachtige kern bevindt, met een massa van ongeveer zeven aardmassa's. Uit computersimulaties van Militzer en modelberekeningen van Hubbard blijkt nu dat die kern minstens 14 à 18 aardmassa's weegt, en behalve metaal en gesteente ook grote hoeveelheden bevroren water, methaan en ammoniak bevat. Het nieuwe model voor het Jupiterinwendige doet vermoeden dat de planeet langzaam is ontstaan door samenklontering van vaste brokstukken in de buitendelen van het zonnestelsel, en pas daarna zijn zware gasmantel heeft verkregen.
Meer informatie:
Jupiter's rocky core bigger and icier, model predicts
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 november 2008
NASA heeft groen licht gegeven voor een nieuwe onbemande ruimtevlucht naar de reuzenplaneet Jupiter. De ruimtesonde Juno moet in augustus 2011 gelanceerd worden, en zal in 2016 in een sterk elliptische polaire baan rond Jupiter aankomen. Doel van de missie is onderzoek aan de wolken en de inwendige structuur van de planeet, onder andere door zeer nauwkeurige zwaartekrachtmetingen. Bij elke omloop zal Juno op een afstand van minder dan vijfduizend kilometer boven de wolkentoppen van Jupiter scheren. Ondanks de grote afstand tot de zon wordt bij het ontwerp van de ruimtesonde gebruik gemaakt van zonnepanelen voor de energie-opwekking. Het Juno-project wordt geleid door NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena.
Meer informatie:
NASA Prepares for New Juno Mission to Jupiter
Juno
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 november 2008
Een infraroodcamera aan boord van de ruimtesonde Cassini heeft een uniek soort poollicht waargenomen boven de noordpool van Saturnus. Het poollicht vormt niet alleen een krans rond de pool, zoals bij Jupiter en de aarde, maar strekt zich ook een flink stuk boven de pool uit. Volgens de onderzoekers die hun bevindingen deze week in Nature publiceren, voorspellen bestaande theorieën over het ontstaan van het poollicht boven Saturnus juist dat daar helemaal geen poollicht te zien zou moeten zijn. Poollicht ontstaat als geladen deeltjes in het magnetische veld van een planeet terechtkomen en de atmosfeer boven de polen in worden geleid. Bij het aardse poollicht zijn deze deeltjes afkomstig uit de zonnewind, wat in een sterk wisselende activiteit resulteert. De krans van poollicht bij Jupiter ontstaat door interacties binnen de magnetosfeer van Jupiter zelf, en is daardoor heel constant. Maar bij Saturnus is iets bijzonders aan de hand: het zojuist ontdekte poollicht lijkt in geen van beide categorieën te vallen. De onderzoekers verwachten dat de nog onbekende oorzaak gezocht moet worden in een aspect dat specifiek is voor de magnetische omgeving van Saturnus.
Meer informatie:
Cassini Finds Mysterious New Aurora on Saturn

23 oktober 2008
Een internationaal team van wetenschappers heeft in een Brits laserlaboratorium de omstandigheden nagebootst zoals die in de kernen van (grote) planeten optreden. Doel van het onderzoek was niet alleen het verkrijgen van meer inzicht in die planeten zelf, maar ook het opdoen van ervaringen die van pas komen bij het opwekken van energie door middel van kernfusie. De omstandigheden van het planeetinwendige, waar de temperaturen in de vaste materie kunnen oplopen tot meer dan 50.000 graden, zijn gereproduceerd met een krachtige röntgenlaser. Met die bundel röntgenstraling werd een samengeperst doelwit, bestaande uit een kleine hoeveelheid van het metaal lithium, bestookt. Uit de metingen blijkt dat de materie in de kernen van planeten als Jupiter en Saturnus zich in een toestand bevindt die het midden houdt tussen een (geladen) vloeistof en een gas. Of iets preciezer gezegd: op grote schaal gedraagt deze materie zich als een vloeistof, maar op microscopische schaal als een gas.
Meer informatie:
Secrets from within planets pave way for cleaner energy

22 oktober 2008
Wetenschappers van de universiteiten van Granada en Valencia (Spanje) hebben een nieuwe analyse losgelaten op de gegevens die de Huygens-sonde in januari 2005 heeft verzameld bij zijn afdaling naar het oppervlak van Titan, de grootste Saturnusmaan. Hun conclusie luidt dat het onomstotelijk vaststaat dat er natuurlijke elektrische activiteit in de atmosfeer van die maan is. Dat is een interessant gegeven, omdat bliksemontladingen de vorming van complexe organische moleculen bevorderen. De onderzoekers hebben gebruik gemaakt van de gegevens van een instrument van Huygens dat voornamelijk bedoeld was om het geleidend vermogen van de Titan-atmosfeer te meten. Maar de elektroden van dat instrument fungeerden ook als dipoolantenne waarmee de aanwezigheid gemeten kon worden van elektrisch velden, zoals die optreden in een atmosfeer waarin bliksemontladingen plaatsvinden. Aanvankelijk leken de Huygens-metingen niets in die richting te hebben opgeleverd, maar de Spaanse onderzoekers menen nu de gezochte signalen toch te hebben gevonden.
Meer informatie:
Spanish scientists confirm the existence of electric activity in Titan

13 oktober 2008
Recente opnamen, gemaakt met de Keck-telescoop op Hawaï, laten zien dat het weersysteem op de verre planeet Uranus maar traag op seizoensveranderingereageertn. Het is nu zo ongeveer lente/herfst op Uranus, wat betekent dat beide halfronden van de planeet evenveel warmte van de zon ontvangen. Maar ondanks deze symmetrische opwarming, laat de atmosfeer nog grote verschillen zien tussen noord en zuid. Uranus wordt gekenmerkt door een blauwgroene atmosfeer die uit waterstof, helium en methaan bestaat. Deze atmosfeer vertoont, net als die van Jupiter, een regelmatig bandenpatroon dat soms verstoord wordt door merkwaardige wolkenstructuren. Het jaar op Uranus duurt 84 aardse jaren en de seizoenen veranderen daardoor maar langzaam. Daarbij komt nog dat de stand van de planeet nogal bijzonder is: hij ligt zo'n beetje op zijn kant, waardoor zijn polen gemiddeld meer zonnewarmte ontvangen dan zijn evenaar. Dat zou relatief grote seizoensveranderingen tot gevolg moeten hebben, maar tot nog toe is daar niet veel van te merken. Toch laten de Keck-beelden van de afgelopen jaren langzame veranderingen in de wolkenstructuur van de planeet zien.
Meer informatie:
New Images Yield Clues To Seasons Of Uranus

13 oktober 2008
Op nieuwe opnamen van de ruimtesonde Cassini is een enorme cycloon aan de noordpool van de planeet Saturnus te zien. Eerder was al een soortgelijke cycloon aan de zuidpool van Saturnus ontdekt. De recent ontdekte noordelijke cycloon is alleen waarneembaar op nabij-infrarode golflengten, omdat het ter plaatse winter en dus donker is. Cassini heeft het hele noordpoolgebied van de planeet meerdere malen in kaart gebracht. Daarbij is vastgesteld dat de wind ter plaatse snelheden tot 530 kilometer per uur bereikt - meer dan twee keer zo snel als de hardste winden op aarde. Anders dan orkanen op aarde, die hun energie onttrekken aan warm oceaanwater, zit er onder de cyclonen op Saturnus geen watermassa. Een ander verschil is dat de cyclonen op Saturnus aan de polen geketend lijken, terwijl hun aardse soortgenoten zich over grote afstanden verplaatsen. Maar voor het overige lijken de orkanen op beide planeten sterk op elkaar. Vermoed wordt dat de cyclonen op Saturnus hun energie ontlenen aan enorme onweerswolken, en met name aan de warmte die wordt afgegeven door het condenserende water daarin.
Meer informatie:
Giant Cyclones at Saturn's Poles Create a Swirl of Mystery

23 september 2008
Het ringenstelsel van Saturnus bevat wellicht meer materie dan tot nog toe werd aangenomen. Dat blijkt uit berekeningen aan de botsingen tussen ringdeeltjes onderling en tussen ringdeeltjes en meteorieten. De resultaten laten de mogelijkheid open dat het ringenstelsel al miljarden jaren oud is en misschien al is gevormd ten tijde van het 'grote bombardement' in de begintijd van het zonnestelsel, toen ook de grote inslagbekkens op de maan zijn ontstaan. De hoeveelheid materie in de ringen van Saturnus wordt doorgaans geschat door te kijken naar de hoeveelheid licht die zij absorberen als ze vóór een ster langs schuiven. In 1983 werd uit zulke waarnemingen geconcludeerd dat de hoeveelheid ringmateriaal rond Saturnus vergelijkbaar is met de massa van de 400 kilometer grote maan Mimas. Maar de nieuwe berekeningen laten zien dat daarbij onvoldoende rekening is gehouden met de samenklontering van ringdeeltjes. Als dat samenklonteringsproces wordt meegenomen, zou de totale hoeveelheid ringmaterie driemaal zo groot zijn. En dat heeft gevolgen voor de bepaling van de ouderdom ervan: grotere ringdeeltjes worden minder snel donker van tint onder invloed van kleine meteorietinslagen. Juist de helderheid van de ringdeeltjes van Saturnus was tot nu toe aanleiding om te veronderstellen dat het ringenstelsel relatief jong is (ongeveer 100 miljoen jaar). Maar die schatting is nu op losse schroeven komen te staan.
Meer informatie:
Calculations Show Saturn’s Rings May Be More Massive, Older

22 september 2008
In 2000 ontstond een nieuwe grote wervelstorm in de atmosfeer van de planeet Jupiter. Deze storm was aanvankelijk vrijwel wit van kleur, maar kleurde in het voorjaar van 2006, vooral langs de rand, opeens rood, wat hem de bijnaam 'Rode Vlek Junior' opleverde. Volgens Spaanse onderzoekers kwam dat niet zo zeer omdat de wervelstorm echt roder werd: in feite werd hij minder blauw. Dat lijkt niet het gevolg van veranderingen in de dynamiek van de storm zelf: luchtcirculatie en temperatuur ter plaatse bleven gelijk. Ook de interactie met de (nog rodere) Grote Rode Vlek, een al eeuwenlang woedende wervelstorm die vele malen dicht gepasseerd werd, lijkt niet de oorzaak te zijn geweest. Volgens de onderzoek lijkt het er nog het meest op dat gekleurd gas (of kleurloos gas dat op grotere hoogte onder invloed van de ultraviolette straling van de zon verkleurde) vanuit diepere lagen door diffusie omhoog is gekomen. Overigens blijft nog onverklaard welke chemische verbindingen al die rode en bruine tinten op Jupiter veroorzaken.
Meer informatie:
Diffusion Caused Jupiter’s Red Spot Junior To Colour Up

5 september 2008
Bij de verre reuzenplaneet Neptunus werden ze al eerder gevonden, maar nu blijkt ook Saturnus vergezeld te worden door merkwaardige ringbogen: ijle ringen van microscopisch kleine stofdeeltjes die de planeet niet volledig omgeven. De ringbogen, die samenvallen met de banen van de kleine Saturnusmaantjes Anthe en Methone, zijn ontdekt op foto's van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Ze bestaan uit stofjes die de ruimte in geworpen zijn bij inslagen van micrometeorieten op de twee maantjes. Normaalgesproken zouden die stofjes zich in de loop van de tijd over de volledige omloopbaan verspreiden, maar periodieke zwaartekrachtsstoringen van de grotere Saturnusmaan Mimas verhinderen dat. Diezelfde 'resonanties' zijn er de oorzaak van dat Anthe en Methone een beetje heen en weer slingeren in hun baan, precies over hetzelfde traject waar nu de ringbogen zijn gevonden. Ook in de banen van de kleine Saturnusmanen Pan, Janus, Pallene en Epimetheus blijken zich stofdeeltjes te bevinden, maar die ijle ringen omgeven de planeet wél volledig, doordat er geen sprake is van zwaartekrachtresonanties. Eerder is in de zogeheten G-ring van Saturnus ook een onvolledige ringboog-structuur ontdekt; ook die is het gevolg van storingen van Mimas.
Meer informatie:
Cassini Images Ring Arcs Among Saturn's Moons
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 augustus 2008
Het is de ruimtesonde Cassini gelukt om scherpe opnamen te maken van de brongebieden van enkele ijsfonteinen op Enceladus. De opnamen laten talrijke breuken in het zuidpoolgebied van de Saturnusmaan zien, die ongeveer 300 meter diep zijn en V-vormige binnenwanden hebben. Langs de flanken van enkele van deze breuken zijn verse ijsafzettingen waargenomen. De opnamen zijn gemaakt tijdens de scheervlucht langs Enceladus, die afgelopen maandag plaatsvond. Cassini vloog toen met een snelheid van 64.000 kilometer per uur langs de ijsmaan en naderde deze daarbij tot op vijftig kilometer. Om met die snelheid scherpe close-ups te kunnen maken, liet men de sonde en de camera zelf zo snel mogelijk tegen de bewegingsrichting in draaien en zo veel mogelijk opnamen te maken. Een eerste analyse van deze opnamen duidt erop dat de openingen waaruit de ijsfonteinen ontspringen steeds opschuiven. Blijkbaar komt er warme waterdamp uit de diepte, die tot ijsdeeltjes condenseert, die op hun beurt de uitstroom na verloop van tijd blokkeren. Op dat moment zoekt de waterdamp ergens langs de breuk een andere uitweg. Onduidelijk is nog of zich onder het oppervlak van Enceladus ook een reservoir van vloeibaar water bevindt.
Meer informatie:
Cassini Pinpoints Source Of Jets On Saturn's Moon Enceladus
NASA Blogs

6 augustus 2008
Amerikaanse en Britse onderzoekers denken dat het diepe inwendige van de planeten Jupiter en Saturnus niet alleen uit vloeibare waterstof bestaat, maar uit een mengsel van waterstof en helium. De wetenschappers hebben onderzocht wat er gebeurt als helium, een gas dat vijf tot tien procent van alle materie in het heelal vertegenwoordigt, onder extreem hoge druk wordt gezet. De druk in de kern van de planeet Jupiter bijvoorbeeld is 70 miljoen maal de luchtdruk aan het aardoppervlak, en de temperatuur bedraagt er 10.000 graden Celsius. Tot nog toe is alleen gekeken wat er onder die omstandigheden met waterstof gebeurt, maar ook helium blijkt een rol te spelen. Wat op aarde een ondoorzichtig gas is, verandert in de kern van een reuzenplaneet in een vloeibare, elektrisch geleidende substantie, enigszins vergelijkbaar met het metaal kwik. Die conclusie is verrassend, omdat tot nog toe werd gedacht dat helium minder gemakkelijk 'metalliseert' dan waterstof. Maar het lijkt er nu op dat de kernen van Jupiter en Saturnus uit een vloeibare 'legering' van waterstof en helium bestaan. Als dat inderdaad zo is, ontstaat er wel een probleem. Zowel Jupiter als Saturnus zendt meer energie uit dan van de zon ontvangen wordt. Om die warmteproductie te verklaren, is de theorie bedacht dat uit de atmosfeer van de planeet druppeltjes helium omlaag vallen, waarbij zwaartekrachtsenergie vrijkomt. Maar als waterstof en helium een homogeen mengsel vormen, gaat de vlieger van die 'heliumregen' niet langer op.
Meer informatie:
Jupiter and Saturn full of liquid metal helium;

30 juli 2008
Amerikaanse en Franse wetenschappers hebben vastgesteld dat ten minste één ander hemellichaam in het zonnestelsel een met vloeistof gevuld meer aan zijn oppervlak heeft: de grote Saturnusmaan Titan. Dat blijkt uit onderzoek met de VIMS-spectrometer van de ruimtesonde Cassini, dat morgen in Nature wordt gepubliceerd. VIMS analyseert de chemische samenstelling van objecten door naar het door hen weerkaatste licht te kijken. Gebleken is dat het ongeveer 20.000 vierkante kilometer grote 'Ontario Lacus' (Ontariomeer), dat in het zuidpoolgebied van Titan ligt, is gevuld met een vloeibaar mengsel van ethaan, methaan, stikstof en enkele andere stoffen. Het onderzoek van het oppervlak van de Saturnusmaan wordt ernstig belemmerd door diens dichte atmosfeer: slechts op enkele infrarode golflengten kan een glimp ervan worden opgevangen. Op de betrekkelijk vage beelden die dat oplevert, is een meer met een strand te zien. Hoe diep het meer is - meters of centimeters, is echter onduidelijk.
Meer informatie:
Cassini instrument confirms liquid surface lake on Titan

17 juli 2008
Met de Hubble-ruimtetelescoop is fraai in beeld gebracht hoe drie kolossale wervelstormen in de atmosfeer van de planeet Jupiter met elkaar wisselwerken. Hoofdrolspelers zijn de bekende Grote Rode Vlek en de iets zuidelijker gelegen 'Rode Vlek Junior', die net genoeg afstand houden om elkaar te passeren. Maar met de 'Baby Rode Vlek', die eerder dit jaar is ontstaan, is het minder goed afgelopen. Deze bevond zich op vrijwel dezelfde breedte als de Grote Rode Vlek en is bij zijn eerste inhaalpoging geheel verkleurd en vervormd. De verwachting is dat hij uiteindelijk geheel door de Grote Rode Vlek zal worden opgeslokt.
Meer informatie:
Three Red Spots Mix it Up on Jupiter

27 juni 2008
Op 30 juni komt officieel een einde aan de eerste missie van ruimtesonde Cassini. De afgelopen vier jaar heeft de ruimtesonde de planeet Saturnus en enkele van zijn manen uitgebreid onderzocht. Maar helemaal klaar met onderzoeken ben je natuurlijk nooit. Daarom is al in april besloten om Cassini nog eens twee jaar aan het werk te zetten. Daarbij zal de aandacht met name uitgaan naar de manen Titan en Enceladus. Ook wordt uitgekeken naar het begin van de lente op het noordelijke halfrond van Saturnus, in augustus 2009, als het licht van de zon het ringenstelsel van de planeet precies van opzij verlicht. Aan dat aspect ontleent de vervolgmissie ook haar naam: Cassini Equinox Mission.
Meer informatie:
Cassini to Earth: 'Mission Accomplished, but New Questions Await!'

21 mei 2008
Met behulp van gegevens van de ruimtesonde New Horizons en twee telescopen op aarde heeft een internationaal team van wetenschappers vastgesteld dat de 'Kleine Rode Vlek' op Jupiter - ondanks de naam een enorm stormgebied - door zeer grote windsnelheden wordt gekenmerkt. New Horizons is op weg naar de verre dwergplaneet Pluto, en passeerde onderweg daarheen in februari 2007 de planeet Jupiter. De Kleine Rode Vlek is een cycloonsysteem ter grootte van de aarde dat aan het eind van de vorige eeuw is ontstaan uit de samensmelting van enkele kleinere stormgebieden. Uit nader onderzoek van de cycloon blijkt dat de windsnelheden hierin aanzienlijk groter zijn dan die in zijn voorgangers. De hoogst gemeten snelheden liggen boven de 600 km/uur en daarmee steekt de Kleine Rode Vlek zijn oudere soortgenoot, de Grote Rode Vlek, naar de kroon. Overigens is op Jupiter sinds kort nog een derde rode stormgebied te zien. Dit laatste was aanvankelijk vrijwel wit van kleur, maar heeft nu ook een rode tint aangenomen. Dat duidt erop dat zijn activiteit toeneemt, en dat er gassen van ver onder het wolkendek van Jupiter omhoog worden gezogen. Vermoed wordt dat de ultraviolette straling van de zon deze gassen rood doet kleuren. De snelle veranderingen in de Jupiteratmosfeer wijzen erop dat er roerige tijden zijn aangebroken op de grote planeet.
Meer informatie:
Storm Winds Blow In Jupiter's Little Red Spot
New Red Spot Appears On Jupiter
New Hubble, Keck images show turbulent Jupiter

20 mei 2008
De Amerikaanse ruimtesonde Cassini is al bijna vier jaar bezig met het onderzoek van de planeet Saturnus en zijn manen. De vele opnamen die van de Saturnusmanen zijn gemaakt, worden stukje bij beetje ingepast in complete kaarten van de oppervlakken van deze kleine, ijsachtige hemellichamen. Vandaag is de derde van deze 'atlassen' gepresenteerd: die van de 1125 kilometer grote maan Dione. Eerder waren al atlassen van Enceladus en Phoebe gemaakt, en Japetus en Tethys zijn als volgende aan de beurt. De gedetailleerde kaart van Dione - schaal 1:1.000.000 - is opgebouwd uit 449 Cassini-opnamen, aangevuld met enkele oude Voyager-opnamen van een gebied dat Cassini nog niet heeft kunnen bekijken. Kaarten als deze worden gebruikt voor geologische doeleinden, maar vooral om interessante oppervlaktestructuren exact te kunnen lokaliseren en van namen te voorzien.
Meer informatie:
Cassini Maps Of Saturn's Moons Provide Guideposts For Future Explorers

14 mei 2008
Vrijwel cirkelvormige groeven in het oppervlakte-ijs van de Jupitermaan Europa kunnen erop duiden dat de polen van deze maan in de loop van de tijd ongeveer 80 graden opgeschoven zijn. Dat melden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Nature (15 mei). Europa bestaat grotendeels uit vast gesteente, maar is bedekt met een dikke laag ijs waar tal van barsten in zitten. Planeetonderzoekers vermoeden al een tijdje dat onder die ijskorst een oceaan van vloeibaar water schuilgaat en de nieuwe bevindingen lijken dat vermoeden te bevestigen. De drastische verschuiving van de polen van Europa wordt toegeschreven aan de sterkere ijsvorming rond de polen. De daardoor ontstane onevenwichtigheden in de massaverdeling van de korst zouden deze aan het kantelen brengen.
Meer informatie:
Wandering poles left scars on Europa

30 april 2008
Wetenschappers van de universiteit van Maryland en het Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung lijken een verklaring te hebben gevonden voor enkele bijzondere aspecten van het ringenstelsel van de planeet Jupiter. Uit nieuwe modelberekeningen, gebaseerd op gegevens die in 2002 en 2003 door de ruimtesonde Galileo zijn verzameld, blijkt dat een zwakke uitloper van de buitenste ring, voorbij de baan van het kleine maantje Thebe, en andere kenmerken van het ringenstelsel het resultaat zijn van de werking van schaduw en zonlicht op de stofdeeltjes waaruit de ringen bestaan (Nature, 1 mei). Tijdens hun omlopen om Jupiter worden de deeltjes afwisselend geladen en ontladen als ze door de schaduw van de planeet gaan. Deze wisselende statische ladingen hebben gevolgen voor de interactie van de deeltjes met het sterke magnetische veld van Jupiter. Dat leidt ertoe dat er verder van de planeet dan verwacht nog ringdeeltjes te vinden zijn en dat zeer kleine deeltjes ook ver boven en onder het vlak van de ringen kunnen uitstijgen. Dezelfde effecten treden waarschijnlijk ook op bij de andere ringenstelsels in het zonnestelsel, maar niet in zo'n sterke mate. De ijsdeeltjes van de ringen van Saturnus bijvoorbeeld zouden te groot en te zwaar zijn om zich sterk door het schaduwspel te laten beïnvloeden. De stofdeeltjes die de buitenste ringen van Jupiter vormen, zijn afkomstig van enkele kleine maantjes, die geregeld het doelwit zijn van kleine inslagen van meteorieten.
Meer informatie:
Scientists Find Rings of Jupiter Are Shaped in Shadow
Staubige Begleiter durch Licht und Schatten

29 april 2008
In de atmosfeer van de planeet Saturnus woedt al bijna vijf maanden een hevig onweer. De eerste tekenen ervan, bestaande uit korte pulsen radiostraling die kenmerkend zijn voor bliksemontladingen, werden op 27 november van het afgelopen jaar opgemerkt door de om Saturnus draaiende ruimtesonde Cassini. De eerste visuele waarnemingen van het buiencomplex volgden op 6 december. Onweerscomplexen op Saturnus verschillen niet wezenlijk van hun aardse tegenhangers. Maar ze zijn met een omvang van enkele duizenden kilometers veel groter en de bijbehorende bliksemontladingen zijn 10.000 keer zo krachtig als die op aarde. Ook in 2004 en 2006 zijn langdurige onweersgebieden op Saturnus waargenomen, maar deze hielden nog geen maand stand. Mogelijk dat de hevigheid van het onweer samenhangt met de intredende herfst op het zuidelijk halfrond van de planeet.
Meer informatie:
Nasa Spacecraft Tracks Raging Saturn Storm

15 april 2008
Geheel volgens verwachting heeft het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA besloten om de missie van de succesvolle ruimtesonde Cassini met twee jaar te verlengen. Cassini stuurt al vier jaar schitterende beelden van de planeet Saturnus en zijn manen naar de aarde. Volgens de oorspronkelijke planning zou zijn missie in juli van dit jaar echter ten einde komen. Omdat de ruimtesonde nog uitstekend functioneert, is nu besloten om zestig extra omlopen om Saturnus te maken. Daarbij zal de aandacht niet alleen uitgaan naar de planeet zelf, maar ook naar de seizoensvariaties op de grote maan Titan en de recent ontdekte ijsfonteinen op de kleinere maan Enceladus.
Meer informatie:
NASA Extends Cassini's Grand Tour of Saturn

26 maart 2008
De geisers in het zuidpoolgebied van de Saturnusmaan Enceladus bevatten niet alleen stof, waterdamp en ijskristallen, maar ook koolmonoxide, kooldioxide en verscheidene organische verbindingen. Dat blijkt uit metingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die op 12 maart door een van de geisers vloog tijdens een scheervlucht langs de 500 kilometer grote ijsmaan. De gasdichtheid van de geisers bleek bovendien hoger dan verwacht. Aan het oppervlak van Enceladus, op de plaats waar de geisers ontspringen, werden temperaturen gemeten tot 93 graden Celsius onder nul - warmer dan tot nu toe werd aangenomen. Planeetonderzoekers van NASA's Jet Propulsion Laboratory denken dat er niet al te diep onder het bevroren oppervlak van Enceladus misschien een oceaan van vloeibaar water schuilgaat. Dat de samenstelling van de geysers sterk doet denken aan de samenstelling van de 'jets' die afkomstig zijn van kometen, was totaal onverwacht. Over de herkomst van de koolstofhoudende verbindingen in de Enceladus-geisers tast men voorlopig nog in het duister.
Meer informatie:
Cassini Tastes Organic Material at Saturn's Geyser Moon
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 maart 2008
Radaronderzoek met de ruimtesonde Cassini wijst erop dat er op de grote Saturnusmaan Titan een ondergrondse oceaan van water en ammoniak aanwezig is (Science, 21 maart). Tussen oktober 2005 en mei 2007 is Cassini negentien keer langs Titan gevlogen en daarbij zijn met behulp van de radar een vijftigtal opvallende meren, kloven en bergen in kaart gebracht. Uit de waarnemingen blijkt dat deze structuren in de loop van de onderzoeksperiode enkele tientallen kilometers zijn opgeschoven. Deze systematische verschuiving laat zich moeilijk anders verklaren dan met een ijskorst die op een vloeibare onderlaag drijft. Volgens deze onderzoekers zou deze inwendige oceaan zich op een diepte van ongeveer 100 kilometer bevinden.
Meer informatie:
Cassini spacecraft finds ocean may exist beneath titan's crust

17 maart 2008
Wetenschappers van de universiteit van Luik hebben heldere vlekken bij de polen van Jupiter ontdekt, die aan de maan Io te danken zijn. Io wordt gekenmerkt door actief vulkanisme en veel van het materiaal dat daarbij wordt uitgestoten, ruwweg duizend kilo per dag, wordt door het magnetische veld van zijn snel roterende moederplaneet weggesleurd. Hierdoor is langs zijn baan een grote band van plasma ontstaan. Bij zijn beweging rond Jupiter veroorzaakt Io golven in dit plasma, die ertoe leiden dat er elektronen in het magnetische veld van de planeet terechtkomen en daar poollichten veroorzaken. Dat resulteert in heldere vlekken, die overigens alleen in het ultraviolet te zien zijn. Waar de hoofdmacht van de elektronen de Jupiteratmosfeer binnenkomt is een heldere poollicht vlek te zien, die 'stroomafwaarts' gevolgd wordt door een reeks minder heldere poollichtvlekken. Recent onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop heeft nu echter aangetoond dat ook al vóór de hoofdvlek zwakke poollichten te zien zijn. Hoe deze voorlopers ontstaan, is nog onduidelijk, maar de onderzoekers denken dat de interacties tussen Io en Jupiter ervoor zorgen dat er elektronen van het ene halfrond van de planeet via de maan naar het andere halfrond stromen.
Meer informatie:
Des planétologues de l'Université de Liège dévoilent des aspects cachés de Jupiter

13 maart 2008
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini vloog op woensdag 12 maart rakelings langs de kleine ijzige Saturnusmaan Enceladus. Tijdens de passage vloog de ruimtesonde ook met een snelheid van 15 kilometer per seconde door een van de geysers van ijs, gas en stof die in het zuidpoolgebied van Enceladus actief zijn. De waarnemingsgegevens moeten nog in detail geanalyseerd worden, maar er zijn al wel foto's vrijgegeven die voor en na de dichtste nadering zijn gemaakt. Daarop is onder andere te zien dat het noordpoolgebied van Enceladus heel andere eigenschappen heeft en veel ouder is dan het zuidpoolgebied. Ook zijn overal op het maantje parallelle scheuren en barsten in het ijsoppervlak aangetroffen die mogelijk wijzen op grote inwendige spanningen. Tijdens de vlucht door de geyser werkte de stofdetector van Cassini helaas niet. Andere instrumenten hebben wel waardevolle meetgegevens verzameld. De hoop is dat de waarnemingen informatie opleveren over de aanwezigheid van een ondergrondse oceaan van vloeibaar water en misschien over het vóórkomen van organische moleculen in het inwendige van het 500 kilometer grote maantje. Op 9 oktober 2008 vliegt Cassini opnieuw vlak langs Enceladus.
Meer informatie:
Cassini Flies Through Watery Plumes of Saturn Moon
Cassini-project
Alle ruwe beelden van het Cassini-project
Blog van de Cassini-wetenschappers over de Enceladus-passage
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 maart 2008
De Amerikaanse ruimtesonde Cassini vliegt op woensdag 12 maart door een van de geysers van de kleine Saturnusmaan Enceladus. De geysers werden een par jaar geleden ontdekt door Cassini. Ze bestaan uit ijskristallen en stof- en gasdeeltjes die met een snelheid van een paar honderd meter per seconde de ruimte in worden geblazen. Indirect worden ze vermoedelijk veroorzaakt door getijdenwerking in het inwendige van de 500 kilometer grote ijsmaan. Cassini scheert woensdag op slechts vijftig kilometer hoogte boven het oppervlak van Enceladus langs; tijdens de vlucht door een van de geysers zal de hoogte boven het oppervlak 200 kilometer bedragen. Tijdens de passage worden voornamelijk de deeltjesexperimenten van de ruimtesonde aan het werk gezet. Die moeten informatie opleveren over de samenstelling, de afmetingen, de snelheid en de dichtheid van de gas-, stof- en ijsdeeltjes.
Meer informatie:
Cassini Spacecraft to Dive Into Water Plume of Saturn Moon
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 maart 2008
Een internationaal onderzoeksteam heeft met behulp van instrumenten aan boord van de ruimtesonde Cassini aanwijzingen gevonden dat zich in een baan om de Saturnusmaan Rhea stof en gruis heeft verzameld. Anders gezegd: Rhea lijkt een stofring te hebben - een miniatuurversie van het grote ringenstelsel van Saturnus (Science, 7 maart). Het is nog niet gelukt om de ring van Rhea met de camera van Cassini vast te leggen. Het betreft een indirecte waarneming, waarbij een detector van de ruimtesonde de verdeling van elektronen in de omgeving van Rhea in kaart heeft gebracht. Elektronen volgen de magnetische veldlijnen in het Saturnusstelsel en zijn doorgaans gelijkmatig verdeeld. Maar waar de elektronen onderweg op materie stuiten - een maan of een stofwolk - worden ze geabsorbeerd en zijn dus minder van deze deeltjes te zien. Toen Cassini de omgeving van Rhea onder de loep nam, bleek de elektronendichtheid daar duidelijk geringer te zijn. Tegelijkertijd liet de stofdetector van de ruimtesonde een duidelijke toename van de hoeveelheid stof zien. Uit berekeningen achteraf blijkt dat er om Rhea inderdaad stabiele banen mogelijk zijn waarin zich in de loop van de tijd stofdeeltjes kunnen verzamelen.
Meer informatie:
Saturn's Moon Rhea Also May Have Rings
Ringe um Rhea

19 februari 2008
Onderbrekingen in de 'soep' van energierijke deeltjes rond de banen van twee kleine Saturnusmanen wijzen erop dat Saturnus wellicht nog enkele vrijwel onzichtbare ringen heeft. Daaruit zou blijken dat niet alleen de grotere Saturnusmanen producenten van ringmateriaal zijn. De merkwaardige gaten in de vrijwel uniforme regen van hoogenergetische elektronen zijn ontdekt met een instrument van de ruimtesonde Cassini. Ze bevinden zich langs de banen van twee recent ontdekte mini-maantjes: Methone en Anthe. Het gebrek aan elektronen in deze zeker duizend kilometer brede gordels toont aan dat zich hier stofdeeltjes bevinden, die door de beide maantjes zijn achtergelaten. Dat stof komt waarschijnlijk vrij bij (kleine) meteorietinslagen op Methone en Anthe. Het is overigens nog niet gelukt om de uiterst zwakke stofringen rechtstreeks te fotograferen.
Meer informatie:
High Energy Electron Holes Reveal Unseen Rings

19 februari 2008
De kleine, ijzige manen van Saturnus vertonen een grote verscheidenheid. Maar toch hebben vele iets gemeen: het donkere spul dat op hun oppervlak ligt. Dat doet vermoeden dat er een gemeenschappelijke factor aan het werk is, een proces dat op de een of andere manier voor de distributie van het materiaal zorgt. Op alle onderzochte manen vertoont het donkere materiaal dezelfde spectrale eigenschappen: het bevat water en mogelijk ook ammoniak, is zeer fijnkorrelig en vormt slechts een dun laagje. Nergens anders in het zonnestelsel is materiaal met dezelfde eigenschappen aangetroffen. Waar het 'zwarte stof' vandaan komt, is nog onzeker, maar volgens de onderzoekers is het niet onmogelijk dat kometen de bron ervan zijn.
Meer informatie:
Cassini Finds Mingling Moons May Share a Dark Past

13 februari 2008
Op aarde is er binnenkort misschien een tekort aan olie en gas, maar op de grote Saturnusmaan Titan is de brandstof voorlopig nog niet op. Volgens berekeningen van de Amerikaanse planeetonderzoeker Ralph Lorenz en zijn collega's bevatten de methaanmeren van Titan honderden keren zo veel vloeibare koolwaterstoffen als alle natuurlijke olie- en gasvoorraaden op aarde tezamen. De meren zijn ontdekt op radarfoto's van de ruimtesonde Cassini, die tot nu toe 20 procent van het oppervlak van Titan beslaan. In Geophysical Research Letters van 29 januari rekenen Lorenz en zijn collega's voor dat sommige van die meren ruim honderd miljard ton aan methaan en ehtnaan bevatten. Op 22 februari vliegt Cassini opnieuw op korte afstand langs Titan; het radarinstrument legt dan onder andere het landingsgebied van de Europese Huygens-sonde vast.
Meer informatie:
Titan's Surface Organics Surpass Oil Reserves on Earth
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 februari 2008
Wetenschappers die bij het onderzoek met de ruimtesonde Cassini betrokken zijn, doen verwoede pogingen om de werking van de ijsfonteinen of 'geisers' op de kleine Saturnusmaan Enceladus te begrijpen. Enceladus braakt enorme pluimen van ijsdeeltjes uit, maar tot nog toe was onduidelijk waar deze ijsdeeltjes vandaan komen. De meest recente onderzoekresultaten duiden er nu op dat ondergrondse meren als bron fungeren (Nature, 7 februari). Modelberekeningen laten zien dat de grote, constante uitstoot van ijsdeeltjes zich het beste laat verklaren als er onder het oppervlak van Enceladus watervoorraden met een temperatuur van rond het vriespunt zijn. Dat is uitzonderlijk warm, want de normale temperaturen in dit deel van het zonnestelsel liggen meer dan honderd graden onder nul. Bij die hoge temperatuur - die aan de getijdewerking van Saturnus wordt toegeschreven - vormt zich een ondergronds mengsel van vloeibaar water, ijs en waterdamp. De waterdamp kan door barsten in de ijskorst van Enceladus ontsnappen, waarbij hij onderweg al tot ijsdeeltjes condenseert. De ijsdeeltjes die aan de oppervlakte komen hebben veelal te weinig snelheid om aan de aantrekkingskracht van de Saturnusmaan te ontsnappen en vallen terug naar het oppervlak, maar tien procent verdwijnt de ruimte in en komt in de zogeheten E-ring van Saturnus terecht. Andere verklaringen voor de werking van de ijsfonteinen op Enceladus gaan uit van verse ijsvoorraden die plotseling aan het vacuüm van de ruimte worden blootgesteld en daarbij sublimeren (verdampen). Maar dit model levert een veel minder constante uitstoot van ijsdeeltjes op.
Meer informatie:
Scientists Study "Plumbing" in Plumes of Enceladus

5 februari 2008
Eén van de ringen van Saturnus, de zogeheten A-ring, fungeert als een reusachtige spons die materiaal opneemt dat door de kleine ijsmaan Enceladus is uitgestoten. Dat blijkt uit waarnemingen van de ruimtesonde Cassini. De afstand tussen de A-ring en Enceladus bedraagt 100.000 kilometer en lang gingen onderzoekers er dan ook van uit dat er geen direct contact tussen de twee was. Maar nu is gebleken dat Enceladus, die een aantal actieve ijsfonteinen heeft, rechtstreeks materiaal aflevert aan de buitenrand van de A-ring. Eerder was al vast komen te staan dat de ijsfonteinen het materiaal ook een ander deel van het ringenstelsel (de E-ring) van materiaal voorzien. De deeltjes die door Enceladus de ruimte in worden geblazen, worden daar geïoniseerd door het licht van de zon. Dat wil zeggen dat ze een elektrische lading krijgen en gevoelig zijn voor het krachtige magnetische veld van Saturnus. Door dit magnetische veld worden ze naar de polen van de planeet geleid, waarbij ze onderweg de A-ring kunnen kruisen en door het daar aanwezige materiaal worden opgenomen.
Meer informatie:
Saturn Has a 'Giant Sponge'

31 januari 2008
In bepaalde delen van het ringenstelsel van Saturnus komen regelmatige patronen voor: langgerekte lijnen of slierten van ringdeeltjes die gedurende lange tijd op dezelfde onderlinge afstand blijven. De ijzige brokstukken in de dichtste delen van de Saturnusring (de B-ring en het binnenste deel van de A-ring) beschrijven allemaal hun eigen baan rond de planeet, met een snelheid die in principe bepaald wordt door de afstand tot Saturnus, dus je zou verwachten dat patronen en structuren in korte tijd 'uitgesmeerd' raken. Door allerlei subtiele zwaartekrachtseffecten ontstaan er echter toch dichtheidsgolven in het ringenstelsel. De nu ontdekte regelmatige lijnpatronen zijn de kleinste structuren die ooit zijn waargenomen. Het gaat om langgerekte slierten van ringdeeltjes op onderlinge afstanden van 100 tot 250 meter. Ze zijn ontdekt toen de ruimtesonde Cassini zich vanaf de aarde gezien achter het ringenstelsel bevond, en radiosignalen naar de aarde stuurde. In de opgevangen signalen zijn diffractiepatronen gevonden die alleen verklaard kunnen worden door aan te nemen dat het ringenstelsel dit soort regelmatige lijnpatronen bevat. De ontdekking is gepubliceerd in Geophysical Journal Letters.
Meer informatie:
Cassini Finds Rhythm in Saturn's Rings
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 januari 2008
Op het noordelijk halfrond van de planeet Jupiter is vorig jaar een forse verstoring in het wolkenpatroon ontstaan. Dat was niet voor het eerst, want ook in 1975 en 1990 is zoiets gebeurd. De verstoring die eind maart 2007 voor het eerst werd opgemerkt, is het gevolg van het ontstaan van twee grote nieuwe wervelstormen. Sindsdien worden de ontwikkelingen in de Jupiter-atmosfeer met tal van telescopen nauwlettend in de gaten gehouden (Nature, 24 januari). De atmosfeer van de gasplaneet is altijd turbulent en wordt gekenmerkt door enorm sterke straalstromen en plotselinge veranderingen. Waar de energie voor al deze processen vandaan komt, is nog steeds niet helemaal duidelijk: zij zou afkomstig kunnen zijn van de zon, uit het inwendige van Jupiter of uit een combinatie van beide. Modelberekeningen laten echter zien dat de straalstromen in de Jupiteratmosfeer zich tot een diepte van meer dan honderd kilometer onder de wolkentoppen uitstrekken. Dat verklaart ook waarom de straalstromen zich weer zo snel herstellen als de storm weer is gaan liggen. Het lijkt er dus op dat de energie voor het weer op Jupiter voor een belangrijk deel uit het inwendige van de planeet afkomstig is.
Meer informatie:
Giant Storm Eruption at Jupiter Unearths a Buried Past

3 januari 2008
Ondanks meer dan tien jaar ijzige duisternis vertoont de noordpool van Saturnus net zo'n warme plek als de zonnige zuidpool van de planeet (Science, 4 januari). Waar de warmte aan de noordpool vandaan komt is vooralsnog een raadsel. Volgens de onderzoekers lijkt het erop dat beide warme plekken het resultaat zijn van lucht die naar de polen stroomt, wordt samengedrukt en verwarmd en vervolgens de diepte in gaat. Maar hoe deze circulatie ontstaat, en zo lang in stand kan blijven, is onduidelijk. Hoewel de beide poolgebieden dezelfde warme plek vertonen, zijn deze niet identiek: de wervel aan de noordpool vertoont een opmerkelijke (en ook nog onverklaarbare) zeshoekvorm.
Meer informatie:
Hot Cyclones Churn at Both Ends of Saturn

12 december 2007
Het indrukwekkende ringenstelsel van de planeet Saturnus is veel ouder dan tot nu toe algemeen werd aangenomen. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die sinds 2004 rond Saturnus draait. Op basis van oudere waarnemingen, onder andere van de Voyager-ruimtesondes, hadden planeetonderzoekers aangenomen dat de ringen van Saturnus relatief jong waren - misschien niet ouder dan honderd miljoen jaar. Ze zouden zijn ontstaan als gevolg van een catastrofale botsing in het manenstelsel van Saturnus. Een belangrijk argument daarbij was de relatieve helderheid van het ijzige ringmateriaal: als de ringen al veel ouder waren, zou je verwachten dat ze donkerder zouden zijn door de inwerking van micrometeorieten en straling. Maar de nieuwe Cassini-resultaten doen vermoeden dat Saturnus misschien toch al miljarden jaren lang door planeetringen wordt omgeven. In het ringenstelsel vindt een permanent recycling-proces plaats, waarbij rotsblokken, ijsklompen en mini-maantjes verpulverd worden bij onderlinge botsingen, waarna de kleine ijs- en gruisdeeltjes weer samenklitten tot nieuwe objecten. De relatieve helderheid van de ringen kan verklaard worden door deze continue kringloop. De nieuwe inzichten in de leeftijd van het ringenstelsel van Saturnus worden deze week gepubliceerd in Nature .
Meer informatie:
Saturn's Rings May be Old Timers
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 december 2007
Met de beeldvormende magnetometer aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini is de ring van elektrisch geladen atomen (ionen) rond Saturnus in beeld gebracht. De deeltjes in de plasma-ring zijn afkomstig van geysers op de Saturnusmaan Enceladus; ze raken gevangen in het magnetisch veld van de planeet. De nieuwe meetresultaten werden afgelopen voorjaar verkregen, en zijn deze week gepubliceerd in Nature . Op de 'foto's' is te zien dat de 'ringstroom' zeer asymmetrisch is, als gevolg van de invloed van de zonnewind - de stroom elektrisch geladen deeltjes van de zon. In tegenstelling tot soortgelijke ionenringen rond de aarde is de ringstroom van Saturnus gewelfd ten opzichte van het (magnetisch) evenaarvlak van de planeet. Ook is hij aan de zonzijde veel dikker dan aan de nachtzijde van de planeet.
Meer informatie:
Cassini Captures Best View Yet Of Saturn’s Ring Currents
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 december 2007
Sommige kleine Saturnusmaantjes die in de buitengebieden van het ringenstelsel om de planeet draaien, hebben een bijzondere vorm. Recent onderzoek duidt erop dat deze maantjes zijn begonnen als brokstukken van grotere, uiteengevallen manen later puin uit het ringenstelsel verzameld (Science, 7 december). Brokstukken van 10 kilometer kunnen op die manier zijn aangegroeid tot 30 kilometer grote ijsmaantjes met een dikke poreuze mantel. Bij de maantjes Pan en Atlas, die een opmerkelijke discusvorm hebben, heeft deze ontwikkeling klaarblijkelijk nog een staartje gekregen. Zij hebben nog ringmateriaal verzameld, toen het ringenstelsel van Saturnus al sterk was afgeplat. Hierdoor verzamelde het ingevangen ringmateriaal zich vooral langs hun evenaar.
Meer informatie:
Images Of Saturn's Small Moons Tell The Story Of Their Origins

8 november 2007
Saturnus is geen vast hemellichaam zoals de aarde. De reuzenplaneet bestaat uit gassen en vloeistoffen en zijn rotatiesnelheid varieert met de afstand tot de evenaar. In de jaren tachtig, toen de twee Voyager-ruimtesondes langs Saturnus vlogen, werd een periodiciteit ontdekt in de radiostraling van de planeet. Aanvankelijk werd deze toegeschreven aan de rotatie van de binnenste kern van Saturnus, zodat er toch een vaste rotatietijd voor de planeet kon worden vastgesteld. Maar vorig jaar bleek dat de periodiciteit in het radiosignaal variabel is, en dus geen goede maat vormt voor de daglengte van de planeet. Frans onderzoek heeft een mogelijke verklaring voor de variabiliteit opgeleverd. De oorzaak lijkt bij de zonnewind te liggen – de stroom geladen deeltjes die van de zon afkomstig is (Nature, 8 november). De kleine variaties in de radiostraling van Saturnus, die op een tijdschaal van enkele maanden tot jaren maximaal ongeveer zes minuten bedragen, volgen precies de veranderingen in de snelheid van de zonnewind ter plaatse.
Meer informatie:
The puzzle of the variable radio period of Saturn

24 oktober 2007
In de A-ring van de planeet Saturnus is een relatief smalle gordel van kleine mini-maantjes ontdekt. De maantjes hebben afmetingen van hooguit een paar honderd meter. Ze zijn niet zichtbaar, maar verraden hun aanwezigheid door karakteristieke propeller-achtige verstoringen in het omringende ringmateriaal. Onderzoekers van de Universiteit van Colorado in Boulder hebben acht van die propellers gevonden op foto's van NASA's planeetverkenner Cassini. De ontdekking wordt deze week gepubliceerd in Nature. (Een ander team, van de Cornell-universiteit publiceert binnenkort overigens de ontdekking van vele tientallen propellers, allemaal in dezelfde smalle band in de A-ring.) De mini-maantjes komen alleen voor in een ca. 3000 kilometer brede zone in de buitenste heldere ring van Saturnus. Ze vormen waarschijnlijk de brokstukken van een maantje met een middellijn van enkele tientallen kilometers dat bij een kosmische botsing is verbrijzeld.
Meer informatie:
New CU-Boulder Study Confirms First-Known Belt Of Moonlets In Saturn Rings
Cassini-project
Foto-release Jet Propulsion Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 oktober 2007
Astronomen van het Southwest Research Institute hebben een nieuwe theorie opgesteld voor de structuur en het gedrag van de magnetosfeer van Jupiter. Tot nu toe werd aangenomen dat de wisselwerking tussen de magnetische invloedssfeer van de reuzenplaneet en de zonnewind min of meer vergelijkbaar zou zijn aan de situatie bij onze eigen aarde. Maar omdat Jupiter veel groter is en sneller roteert, zijn er aanzienlijke verschillen. Daar komt bij dat de vulkanische Jupitermaan Io enorme hoeveelheden zwavel- en zuurstofatomen uitspuwt die in de magnetosfeer van Jupiter terechtkomen. Het resultaat is dat de zogeheten Dungey-cyclus (die bij de aarde beschrijft hoe magnetische veldlijnen van de planeet en van de zon met elkaar in wisselwerking treden) op Jupiter niet actief is. Het nieuwe model, dat op 24 oktober gepubliceerd wordt in Geophysical Research Letters, komt veel beter overeen met alle beschikbare waarnemingen van de Jupitermagnetosfeer, en verklaart ook waarom het poollicht op Jupiter er heel anders uitziet dan op aarde.
Meer informatie:
New theory proposes Jovian magnetosphere circulates magnetic field in a way remarkably different from that at Earth
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 oktober 2007
Met de Amerikaanse Keck-telescoop op Hawaï en de Europese Very Large Telescope in Chili is motregen ontdekt op de grote Saturnusmaan Titan. Het gaat echter niet om 'gewone' regen, maar om druppels vloeibaar methaan - op Titan is het 180 graden onder nul, waardoor water er stijfbevroren is. De methaanmiezer is ontdekt dankzij zeer gevoelige infraroodwaarnemingen, onder andere met het SINFONI-instrument op de Very Large Telescope. De waarnemingen zijn verricht door een team astronomen van de Universiteit van Californië in Berkeley, waaronder de Nederlandse Imke de Pater. Uit de waarnemingen blijkt dat de motregen alleen in de ochtenduren voorkomt, op de westelijke flanken van het Xanadu-gebergte op Titan. Het bestaan van methaanregen op Titan wordt al langer verondersteld, maar het is voor het eerst dat er daadwerkelijk neerslag is waargenomen op een ander hemellichaam dan de aarde.
Meer informatie:
Drizzly Mornings on Xanadu
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 oktober 2007
Nieuwe radaropnamen die met de ruimtesonde Cassini zijn gemaakt, hebben een duidelijker beeld gegeven van de koolwaterstofmeren en -zeeën op de grote Saturnusmaan Titan. Daarbij is onder meer vastgesteld dat er ook in het zuidpoolgebied van Titan van die meren zijn. Dit laatste gebied is bij de laatste scheervlucht van Cassini, op 2 oktober jl. in kaart gebracht, juist om zulke meren op te sporen. Dat er rond de noordpool veel meren en zeeën van vloeibare methaan en ethaan te vinden zijn, was al langer bekend. Deze koolwaterstoffen vertolken op Titan zo'n beetje dezelfde rol als het water op aarde: het regent er methaan en ethaan, en er stromen ook rivieren van deze vloeistoffen.
Meer informatie:
Cassini's new view of land of lakes and seas

10 oktober 2007
De watergeisers op de kleine, koude Saturnusmaan Enceladus blijken hun oorsprong te hebben in de warmste gebiedjes van langgerekte scheuren in het opperlvak. Dat blijkt uit nauwkeurige analyse van tientallen foto's van de geisers die de afgelopen jaren gemaakt zijn door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Doordat de ijle pluimen vanuit verschillende richtingen zijn gefotografeerd, was het mogelijk om nauwkeurig vast te stellen op welke plaatsen aan het oppervlak ze precies ontstaan. Het was al duidelijk dat de geisers gerelateerd zijn aan de zogeheten 'tijgerstrepen' op Enceladus - langgerekte scheuren in het ijzige oppervlak nabij de zuidpool van de Saturnusmaan. De nieuwe metingen tonen nu aan dat ze ontspringen op de warmste plekken van deze tijgerstrepen. De ontdekking ondersteunt de theorie dat de onverwachte geologische activiteit van Enceladus veroorzaakt wordt door de getijdenwerking van Saturnus, waardoor warmte wordt geproduceerd in de ijsmantel van de maan. De nieuwe resultaten worden deze week gepubliceerd in Nature , en zijn gepresenteerd op de bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Orlando, Florida.
Meer informatie:
Cassini Pinpoints Hot Sources of Jets on Enceladus
Persbericht Cassini Imaging-team
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

9 oktober 2007
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons, op weg naar de dwergplaneet Pluto, vloog op 28 februari op korte afstand langs Jupiter. Enkele maanden lang hebben de camera's en meetinstrumenten van New Horizons onderzoek aan de reuzenplaneet gedaan. De resultaten van die campagne staan deze week in het Amerikaanse weeblad Science , en werden vandaag gepresenteerd op een groot planeetonderzoekscongres in Orlando, Florida. New Horizons maakte de eerste detailfoto's van de Kleine Rode Vlek, een recent gevormd wervelsysteem in de dampkring, en registreerde onder andere bliksemontladingen nabij de polen van de planeet. In de ijle stofring van Jupiter werden opeenhopingen van grotere deeltjes ontdekt - mogelijk de overblijfselen van een recente botsing van twee mini-maantjes - en op de grote Jupitermaan Io bleek de Tvashtar-vulkaan actief, wat een uitgelezen mogelijkheid bood om het zwavelvulkanisme van deze geologisch actieve maan te bestuderen. New Horizons vloog ook door de langgerekte magnetostaart van Jupiter, en ontdekte onder andere dat daar veel moleculen in voorkomen die afkomstig zijn uit de dampkring van de reuzenplaneet. De ruimtesonde is nu op weg naar Pluto, waar hij in juli 2015 zal aankomen.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Sees Changes in Jupiter System
Persbericht Southwest Research Institute
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 oktober 2007
Nieuwe opnamen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini laten zien dat scherp begrensde donkere vlekken op de Saturnusmaan Japetus voornamelijk voorkomen op kraterwanden die verhoudingsgewijs sterker door de zon worden beschenen. Dat doet vermoeden dat de vlekken het indirecte gevolg zijn van zonnewarmte. Het idee is dat ijs op de warmere kraterhellingen langzaam verdampt, waardoor donker materiaal (oorspronkelijk vermengd met het ijs) vrijkomt aan het oppervlak. Donker materiaal houdt meer zonnewarmte vast, waardoor dit proces zichzelf versterkt. Hetzelfde mechanisme (thermische segregatie geheten) verklaart vermoedelijk ook het grote helderheidscontrast tussen het oostelijk en het westelijk halfrond van Japetus. De 'voorzijde' van de maan (het halfrond dat tijdens de baanbeweging rond Saturnus naar voren is gericht) is tien keer zo donker als de 'achterzijde'. Vermoedelijk is er ooit donker materiaal op terecht gekomen dat afkomstig is van andere kleine manen in het Saturnusstelsel. Maar door het effect van thermische segregatie is het helderheidsverschil in de loop van de tijd alleen maar toegenomen. De nieuwe foto's van Japetus werden gemaakt tijdens Cassini's scheervlucht op 10 september, en zijn vandaag gepresenteerd op een bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Orlando, Florida.
Meer informatie:
Cassini is on the Trail of a Runaway Mystery
Persbericht Cassini Imaging-team
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 oktober 2007
De klimatologische omstandigheden op de grote Saturnusmaan Titan lijken sterk op die van de tropen en subtropen op aarde. Dat zeggen onderzoekers van de universiteit van Chicago. Deze uitspraak lijkt vreemd, omdat de temperaturen op Titan meer dan 150 graden onder nul liggen en er een regen van vloeibare methaan valt. Toch zijn er ook duidelijke overeenkomsten: zo zijn de atmosferische circulatiepatronen ongeveer dezelfde als die op aarde, waarbij methaan de rol van water heeft aangenomen. Grappig detail daarbij is dat, hoewel het op Titan veel kouder is, bij de heersende temperaturen methaan veel vluchtiger is dan het water op aarde. Daarbij komt nog dat de trage rotatie van Titan ertoe leidt dat er geen grote klimatologische verschillen zijn tussen de gebieden rond de evenaar en de poolstreken: eigenlijk heeft Titan één grote tropische zone.
Meer informatie:
Though colder than Earth, Titan is tropical in nature

18 september 2007
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft met behulp van de Europese Very Large Telescope vastgesteld dat de zuidpool van Neptunus tien graden warmer is dan de rest van de planeet. Dat is in overeenstemming met het feit dat het einde van de zuidelijke zomer nadert en het betreffende gebied al ongeveer veertig jaar in het zonlicht baadt. De verhoogde temperaturen vormen de sleutel tot de oplossing van een probleem waar sterrenkundigen al een tijdje mee worstelden: de herkomst van het methaangas in de hoge atmosfeer (stratosfeer) van Neptunus. Vrijwel overal in de atmosfeer zijn de temperaturen zo laag, dat stratosferisch methaangas tot ijsdeeltjes zou moeten bevriezen. Maar boven de zuidpool is het warm genoeg om methaan in gasvorm naar de stratosfeer te laten weglekken. Verwacht wordt dat deze gasstroom de komende jaren afneemt; over ruim veertig jaar – als de noordelijke zomer aanbreekt – zal de gasproductie naar verwachting door de noordpool worden overgenomen. Overigens is het een beetje eigenaardig om bij Neptunus van 'warm' te spreken, want de gemiddelde temperatuur ligt er rond de 200 graden onder nul.
Meer informatie:
A Warm South Pole? Yes, on Neptune!

12 september 2007
Tijdens zijn vlucht langs de merkwaardige Saturnusmaan Japetus, op 10 september, heeft de Amerikaanse ruimtesonde Cassini honderden foto's gemaakt. De beelden illustreren overduidelijk het scherpe contrast tussen de voor- en achterzijde van deze maan: de ene wit als sneeuw, de andere zwart als roet. Verder tonen de beelden een zwaar bekraterd landschap en de al eerder waargenomen, twintig kilometer hoge bergrug die langs de evenaar loopt en Japetus het aanzien van een walnoot geeft. De foto's zullen worden gebruikt om het nog vreemde uiterlijk van de Saturnusmaan beter te leren begrijpen.
Meer informatie:
Saturn's Moon Iapetus is the Yin-and-Yang of the Solar System

28 augustus 2007
Turbulentie is een bekend verschijnsel op planeten waar een atmosfeer omheen zit. Op aarde wordt er veel onderzoek aan gedaan, onder meer met behulp van weerballonnen. Gewapend met de resultaten van dit soort turbulentieonderzoek heeft de Amerikaanse planeetwetenschapper Ralph Lorenz nog eens goed gekeken naar de gegevens van de ruimtesonde Huygens, die in januari 2005 naar het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan afdaalde. Deze was onder meer uitgerust met een sensor die de stand van de sonde tijdens de afdaling in de gaten hield. Uit nadere analyse van de destijds verzamelde gegevens heeft Lorenz nu afgeleid dat zich op ongeveer 20 kilometer in de atmosfeer van Titan een turbulente wolkenlaag bevindt.
Meer informatie:
Fasten your seat belts, turbulence ahead - lessons from Titan

24 augustus 2007
Als Jupiter twee keer zo licht zou zijn, zouden er op aarde vaker catastrofale inslagen van kometen voorkomen. Dat blijkt uit computersimulaties van Jonathan Horner van de Open University in Milton Keynes, Engeland, die vandaag gepresenteerd worden op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland. Merkwaardig genoeg tonen Horners simulaties ook aan dat de inslagfrequentie van kortperiodieke kometen op aarde nauwelijks zou veranderen als Jupiter er helemaal niet zou zijn. Kortperiodieke kometen - met omlooptijden van minder dan tweehonderd jaar - zijn afkomstig uit de Kuipergordel buiten de baan van Neptunus. Via zwaartekrachtsstoringen van de reuzenplaneten kunnen ze uiteindelijk in kleine, langgerekte banen terechtkomen die de baan van de aarde kruisen. Als Jupiter er niet zou zijn, zouden er veel minder van die potentieel gevaarlijke kometen zijn. Dankzij Jupiter is het aantal risico-kometen dus relatief groot, maar tegelijkertijd zorgt de grote massa van de reuzenplaneet ervoor dat een flink deel van deze gevaarlijke populatie uiteindelijk de ruimte in geslingerd wordt. De twee effecten heffen elkaar min of meer op, waardoor de inslagfrequentie op aarde in beide gevallen (wel of geen Jupiter) ongeveer gelijk is. Maar als Jupiter minder zwaar was geweest, zou het wegslingereffect minder sterk zijn, en was de inslagfrequentie van kortperiodieke kometen op aarde een stuk groter, aldus Horner en zijn collega's. Toekomstige simulaties moeten aantonen wat voor effect Jupiter heeft op het inslagrisicio van planetoïden en langperiodieke kometen.
Meer informatie:
Jupiter: Friend or Foe?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 augustus 2007
Sterrenkundigen hebben er jaren op moeten wachten: de eerste zijaanblik van het ringenstelsel van Uranus. Maar dit jaar was het dan eindelijk zo ver, en met enkele grote telescopen op aarde en de ruimtetelescoop Hubble is dit verschijnsel uitgebreid bekeken (Science Express, 23 augustus). Dat Uranus, net als Saturnus, door ringen van puinmateriaal omgeven is, is pas sinds 1977 bekend. Vanaf de aarde zien we die ringen doorgaans onder een hoek, maar eens in de 42 jaar bevinden we ons enkele malen kort na elkaar precies in het vlak van het ringenstelsel, waardoor dit zich als een dunne streep vertoont. Zo'n 'ringvlakpassage' kan worden aangegrepen om meer te weten te komen over de aard van de stofdeeltjes in de ringen en eventueel ook om nieuwe maantjes te ontdekken. Uit onderzoek dat rond de eerste ringvlakpassage in mei met de Keck II-telescoop op Hawaï is verricht, blijkt dat de ringen aanzienlijk veranderd zijn sinds ze 21 jaar geleden door de ruimtesonde Voyager 2 van nabij werden gefotografeerd. Recente Hubble-opnamen, die kort voor de tweede ringvlakpassage in augustus zijn gemaakt, hebben dat bevestigd. De (zwakke) binnenste ringen zijn veel geprononceerder dan verwacht en ook de stofverdeling is veranderd. Het lijkt er zelfs op dat de zogeheten zèta-ring nu een paar duizend kilometer verder van de planeet ligt dan in 1986. Het kan zijn dat de betreffende stofdeeltjes zijn opgeschoven, maar het is ook denkbaar dat de oorspronkelijke ring is vervaagd en een compleet nieuwe ring is ontstaan – bijvoorbeeld door een inslag op een maantje. Zo'n drastische herschikking van ringmateriaal zou niet uniek zijn: bij Saturnus en Neptunus is iets dergelijks al eerder waargenomen. Op 20 februari 2008 krijgen onderzoekers nog een (voorlopig laatste) gelegenheid om de ringen van Uranus van opzij te bestuderen. Maar ook op 7 december is er nog een bijzondere gebeurtenis: dan worden de ringen precies van opzij door de zon beschenen.
Meer informatie:
Going, going, gone: Hubble captures Uranus's rings on edge
Keck, Hubble provide new view of Uranus' rings

23 augustus 2007
Wanneer de Amerikaanse planeetverkenner Cassini volgend jaar maart op zeer geringe hoogte over het oppervlak van Enceladus vliegt, loopt de ruimtesonde een klein risico om geraakt te worden door grotere ijs- en stofdeeltjes in de geisers van de ijzige Saturnusmaan. De geisers, die vooral rond de zuidpool van Enceladus voorkomen, zijn twee jaar geleden door Cassini ontdekt. Ze bestaan voornamelijk uit waterdamp, en bevatten veel ijskristallen en microscopisch kleine stofdeeltjes. Hogedrukgeisers zouden echter ook grotere deeltjes kunnen bevatten, die schade kunnen toebrengen aan Cassini, wanneer de ruimtesonde over ruim een halfjaar op minder dan honderd kilometer hoogte door de Enceladus-pluimen zal vliegen. Om beter zicht te krijgen op het risico dat Cassini daarbij loopt, hebben Amerikaanse astronomen onderzoek gedaan aan de deeltjesgrootte en -dichtheid in de geisers. Ze komen tot de conclusie dat de kans op beschadiging van de ruimtesonde zeer klein is: minder dan twee promille. De resultaten zijn gepresenteerd op het European Planetary Science Congress in Potsdam, Duitsland.
Meer informatie:
Could Enceladus's Icy Plumes Pose a Hazard to Cassini?
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 augustus 2007
De ijzige Saturnusmaan Enceladus heeft waarschijnlijk géén diepe ondergrondse oceaan van vloeibaar water. Dat beweren geologen van de Universiteit van Illinois. Als er op Europa geen vloeibaar water voorkomt, zijn er vermoedelijk ook geen micro-organismen. De aanwezigheid van een ondergrondse oceaan was indirect afgeleid uit de ontdekking, door de Saturnusverkenner Cassini, van breuken, scheuren en waterrijke geisers op het zuidelijk halfrond van de kleine maan. Eind 2006 werd echter een ander model voorgesteld, waarbij de geisers geproduceerd worden in een tientallen kilometers dikke laag klatraten - bevroren verbindingen van water en andere moleculen. Dat model is nu verder uitgewerkt door Gustavo Gioia en zijn collega's. In een artikel voor de Proceedings of the National Academy of Sciences laten de onderzoekers zien dat het model ook een sluitende verklaring biedt voor het barsten- en scheurenpatroon in de ijskorst van Europa. Die 'tijgerstrepen' zouden veroorzaakt worden doordat de dieper gelegen laag klatraten uitzet als gevolg van de aanwezigheid van een inwendige warmtebron. Een temperatuurverschil van veertig graden is al voldoende om de waargenomen patronen te verklaren.
Meer informatie:
Frigid Enceladus: an unlikely harbor for life
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

19 juli 2007
Wetenschappers hebben op beelden die met de ruimtesonde Cassini zijn gemaakt een nieuw Saturnusmaantje ontdekt. Dat is op zich geen groot nieuws meer, maar in dit geval is de ontdekking toch een beetje bijzonder: het is namelijk het zestigste maantje dat bij de geringde planeet is waargenomen. Maar liefst 42 van deze maanden zijn in de afgelopen tien jaar ontdekt. De nieuwste aanwinst (voorlopige aanduiding S/2007 S4) is waarschijnlijk maar twee kilometer groot en beweegt in een baan tussen de eerder ontdekte maantjes Methone en Pallene. Mogelijk vormt het drietal een familie die uit uiteengevallen, grotere maan is voortgekomen.
Meer informatie:
A new moon for Saturn a family affair
Sixty for Saturn

17 juli 2007
Toen de ruimtesonde Cassini begin 2005 langs de Saturnusmaan Japetus vloog, verscheen een opmerkelijk gevormde maan in beeld. Japetus lijkt op een reusachtige walnoot: hij puilt uit aan zijn evenaar. Dat zou niet zo vreemd zijn, als de maan snel om zijn as zou tollen. Maar dat is niet zo: Japetus heeft een rotatietijd van bijna tachtig dagen. Volgens Amerikaanse wetenschappers is de uitpuilende vorm dan ook al meer dan drie miljard jaar geleden ontstaan. Japetus zou tijdens de eerste paar honderd miljoen jaar van zijn bestaan een rotatietijd van vijf tot zestien uur hebben gehad. Zijn inwendige moet toen nog zacht zijn geweest, vermoedelijk door de warmte die vrijkwam bij het verval van kortlevende radioactieve elementen. In de loop van de miljoenen jaren nam de betekenis van deze warmtebron af en vertraagde de rotatie van Japetus door de getijdenwerking van Saturnus. Dat leidde ertoe dat de Saturnusmaan op een gegeven moment zo stijf bevroren was dat hij verstarde.
Meer informatie:
Saturn's Old Moon Iapetus Retains Its Youthful Figure

4 juli 2007
Ruimtesonde Cassini heeft voor het eerst gedetailleerd onderzoek gedaan van het oppervlak van Hyperion. Daarbij is onder meer ontdekt dat de diepe kraters van deze Saturnusmaan deels gevuld zijn met koolwaterstoffen (Nature, 5 juli). Deze ontdekking bevestigt eens te meer dat organische verbindingen overal in ons zonnestelsel te vinden zijn. Koolwaterstoffen' verbindingen van koolstof en waterstof' worden bijvoorbeeld ook aangetroffen in kometen en meteorieten. Cassini deed zijn onderzoek alweer bijna twee jaar geleden, tijdens een scheervlucht langs Hyperion. Daarbij werd het oppervlak van de Saturnusmaan met verscheidene spectrometers onderzocht. Het ijs dat delen van het oppervlak bedekt, is een mengsel van bevroren water, kooldioxide en organisch stof. De maan zelf heeft een sponsachtig uiterlijk, dat een gevolg blijkt te zijn van de extreem lage dichtheid van het kleine hemellichaam: de helft van die van water. De 'luchtige' structuur heeft tot gevolg dat objecten die op Hyperion inslaan, een diepere deuk in het oppervlak slaan dan bij hemellichamen met een grotere dichtheid. Bovendien leidt de geringe zwaartekrach van de maan ertoe dat veel van het materiaal dat bij een inslag wordt opgeworpen, de ruimte in verdwijnt en niet terugvalt. Hierdoor is het oppervlak van Hyperion betrekkelijk puinvrij.
Meer informatie:
NASA Finds Hydrocarbons on Saturn's Moon Hyperion
Cassini scientists wring out the details on spongy Hyperion

14 juni 2007
De Amerikaanse Saturnusverkenner Cassini ontdekte anderhalf jaar geleden geiseractiviteit op de kleine ijsmaan Enceladus - een verrassende vondst, gezien de lage temperatuur op de Saturnusmaan. Nieuwe Cassiniwaarnemingen laten nu zien dat ook de grotere ijsmanen Tethys en Dione actief zijn. Dat blijkt uit de ontdekking van grote hoeveelheden elektrisch geladen deeltjes in de magnetosfeer van Saturnus. Uit de beweging van dat zogeheten plasma volgt dat de deeltjes afkomstig zijn uit de omgeving van de twee manen. Hoewel er op Tethys en Dione tot nu toe geen directe aanwijzingen voor geologische of vulkanische activiteit zijn ontdekt, lijkt het waarschijnlijk dat er ook een soort geisers actief zijn. Toekomstige waarnemingen en nieuwe analyses van oude foto's en metingen moeten daar uitsluitsel over geven.
Meer informatie:
Cassini Finds Saturn Moons are Active
Persbericht ESA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 juni 2007
Op opnamen die de ruimtesonde Cassini eind april heeft gemaakt, is in de binnenste heldere ring van Saturnus een twaalftal zogeheten spaken te zien. De spaken bestrijken een gebied van ongeveer 5000 bij 2000 kilometer. De donkere radiale structuren, die zich binnen enkele minuten kunnen vormen en soms urenlang zichtbaar blijven, zijn geen nieuwe verschijning. Hun bestaan is al bekend sinds de vluchten van de beide Voyagers in 1980/81. Dat betekent echter niet dat ze altijd te zien zijn. Recent onderzoek heeft aangetoond dat spaken alleen ontstaan wanneer het zonlicht onder een heel kleine hoek op het ringvlak valt' iets dat pas weer sinds de tweede helft van 2005 het geval is. Het verschijnsel ontstaat doordat elektrostatische en magnetische krachten microscopisch kleine ringdeeltjes uit het ringvlak optillen.
Meer informatie:
Spoke Set
Spokes in Saturn's Rings

22 mei 2007
De afzonderlijke deeltjes in de buitenste, heldere B-ring van de reuzenplaneet Saturnus zijn niet gelijkmatig verdeeld, maar vormen grote, tijdelijke klonters van enkele tientallen meters groot. Dat blijkt uit waarnemingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Cassini heeft in de afgelopen maanden een groot aantal sterbedekkingen door het ringenstelsel waargenomen. Bij zo'n bedekking schuift een ster achter de ring langs. Precisiemetingen aan de helderheidsvariatie van de ster bieden dan informatie over de structuur van de ring. Tot nu toe werd aangenomen dat de ijzige deeltjes in de ring gelijkmatig verdeeld zouden zijn. In plaats daarvan blijken ze samen te klonteren tot clusters van dertig tot vijftig meter, gescheiden door vrijwel lege gebieden. Doordat het binnenste deel van zo'n deeltjeswolk een hogere baansnelheid heeft dan het buitenste deel, vallen de klonters weer uit elkaar wanneer hun afmetingen boven een bepaalde grens komen. Elders ontstaan dan echter weer nieuwe klonters. Omdat de deeltjesverdeling van de ring anders is dan gedacht, is tot nu toe de massa van de B-ring ook onderschat. Rekening houdend met de klonterige structuur leiden de Cassini-onderzoekers af dat de ring twee maal zo zwaar is als tot nu toe altijd werd aangenomen.
Meer informatie:
Cassini 'Cat Scan' Maps Clumps In Saturn's Rings
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 mei 2007
De watergeisers in het zuidpoolgebied van de kleine Saturnusmaan Enceladus ontstaan waarschijnlijk door kruiend ijs onder het oppervlak. Dat schrijven Amerikaanse planeetonderzoekers deze week in Nature. Door een baanresonantie met de maan Dione is de baan van Enceladus een beetje excentrisch, waardoor de getijkrachten van de reuzenplaneet Saturnus niet altijd even sterk zijn. Als gevolg daarvan treden er periodieke spanningen op in de kilometers dikke ijskorst van het kleine maantje. Schuivende bewegingen in het ijs produceren voldoende warmte om het bestaan van de watergeisers te verklaren. Die werden de afgelopen jaren ontdekt en bestudeerd door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini. In een andere publicatie in Nature wordt beschreven hoe diezelfde getijkrachten tot een periodiek openen en sluiten van barsten en scheuren in het ijsoppervlak kunnen leiden. Uit de theoretische modellen volgt dat de ijskorst van Enceladus hooguit enkele kilometers dik is, en dat hij waarschijnlijk drijft op een diepe oceaan van vloeibaar water. De inwendige opbouw van Enceladus vertoont dus mogelijk veel overeenkomsten met die van de Jupitermaan Europa.
Meer informatie:
Frictional heating explains plumes on Saturn's moon Enceladus
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 mei 2007
Organische verbindingen op de grote Saturnusmaan Titan ontstaan op veel grotere hoogte in de dampkring dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit metingen door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini. Onderzoekers van het Southwest Research Institute in San Antonio (Texas) schrijven deze week in Science dat de tholinen - simpele organische verbindingen die voornamelijk koolstof, stikstof en waterstof bevatten - op hoogten van meer dan duizend kilometer kunnen ontstaan. Tot nu toe ging men er vanuit dat tholinen op hoogten van maximaal een paar honderd kilometer zouden ontstaan. Verschillende deeltjesspectrometers aan boord van Cassini hebben op grote hoogte benzeenringen en grote ionen (elektrisch geladen atomen en moleculen) gevonden, die doen vermoeden dat de tholinen geproduceerd worden door scheikundige reacties tussen koolstof- en stikstofhoudende 'voorlopers' die 'ion-neutraal' verlopen. Tholinen vormen de fundamentele bouwstenen voor complexere organische moleculen die in een later stadium aanleiding zouden kunnen geven tot het ontstaan van leven. Een beter begrip van de ontstaanswijze van tholinen biedt wellicht meer inzicht in de manier waarop het leven op aarde ontstond.
Meer informatie:
Cassini spacecraft reveals evidence of tholin formation at high altitudes in Titan's atmosphere
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

8 mei 2007
De krachtige straalstromen in de dampkring van de geringde reuzenplaneet Saturnus worden aangedreven door relatief kleine stormsystemen. De roterende wervelstormen pompen energie in de straalstromen, ongeveer zoals rupsbanden worden aangedreven door draaiende wielen. Tot op heden waren planeetonderzoekers van mening dat het precies andersom werkte, en dat de rotatie van de wervelstormen veroorzaakt werd door de energie uit de straalstromen, die met hoge snelheid evenwijdig aan de evenaar van de planeet bewegen. De ontdekking, die gedaan is op basis van gedetailleerde foto's van de ruimtesonde Cassini, betekent ook dat donkere wolken overeenkomen met opstijgende lucht, terwijl lichtere wolken juist corresponderen met dalende lucht - eveneens precies tegenovergesteld aan wat tot nu toe altijd werd aangenomen. Hetzelfde geldt vermoedelijk voor de planeet Jupiter. De resultaten van het onderzoek worden binnenkort gepubliceerd in het vakblad Icarus.
Meer informatie:
Cassini Finds that Storms Power Saturn's Jet Streams
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 mei 2007
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons, die de dwergplaneet Pluto als bestemming heeft, heeft onderweg foto's gemaakt van de planeet Jupiter en zijn grote manen. Op 28 februari jl. naderde New Horizons de reuzenplaneet tot op ruim 2 miljoen kilometer. Dat was voornamelijk bedoeld om het sterke zwaartekrachtsveld van Jupiter te gebruiken om meer snelheid te maken. Maar de gelegenheid is tevens benut om de zeven camera's en sensors van New Horizons te testen. Alles bij elkaar zijn bijna 700 waarnemingen gedaan, digitaal opgeslagen en in porties naar de aarde gezonden. Inmiddels is ongeveer driekwart van de verzamelde gegevens aangekomen; het zal nog maanden duren voordat alles verwerkt zal zijn. De beelden die New Horizons heeft vastgelegd, tonen onder meer de Kleine Rode Vlek (het op één na grootste stormgebied) in de atmosfeer van Jupiter, het ringenstelsel van de planeet en de pluim van een actieve vulkaan op de maan Io. Inmiddels vervolgt de sonde met een recordsnelheid van 80.000 kilometer per uur zijn reis naar Pluto, die hij in juli 2015 moet passeren.
Meer informatie:
Pluto-Bound New Horizons Provides New Look at Jupiter System

16 april 2007
In de diverse handboeken staat te lezen dat het bestaan van het ringenstelsel van Uranus in 1977 tijdens een sterbedekking is ontdekt. Maar volgens de Brit Stuart Eves was eigenlijk sprake van een her-ontdekking. Volgens hem is het ringenstelsel al tweehonderd jaar geleden waargenomen door de ontdekker van Uranus, William Herschel. Herschel publiceerde in 1797 een artikel waarin hij een ring rond de planeet beschreef, maar niemand kon zijn waarnemingen bevestigen. Ook na 1977 ging men er eigenlijk van uit dat Uranus' ring te zwak was voor Herschels telescopen. Maar volgens Eves kloppen teveel details van Herschels waarnemingen om op toeval te berusten: zowel de afmetingen als de oriëntatie ten opzichte van de planeet kloppen. Bovendien beschreef Herschel nauwkeurig hoe het uiterlijk van de ring in de loop van de jaren veranderde en gaf hij een goede indicatie van de (rode) kleur. Volgens Eves is het denkbaar dat de hoofdring van Uranus een paar eeuw geleden aanzienlijk helderder was dan nu. Dat zou komen doordat de ringdeeltjes zich in de loop van de jaren verspreiden en donkerder worden, zoals recentelijk ook bij de ringen van Saturnus is waargenomen.
Meer informatie:
Did William Herschel discover the rings of Uranus in the 18th century?

29 maart 2007
Met het Chandra X-ray Observatory zijn reusachtige poollichtverschijnselen vastgelegd op de planeet Jupiter. Aards poollicht ontstaat wanneer elektrisch geladen deeltjes van de zon in de dampkring van een planeet binnendringen en daar de luchtmoleculen tot gloeien brengen. Het magnetisch veld van de aarde zorgt ervoor dat de deeltjes voornamelijk in de buurt van de magnetische noord- en zuidpool geconcentreerd zijn. Poollicht op aarde treedt vooral op tijdens perioden van hevige zonneactiviteit. Jupiter genereert echter zijn eigen poollicht. Door de snelle rotatie en het sterke magneetveld ontstaan rond de polen spanningsverschillen in de orde van tien miljoen volt. Elektrisch geladen deeltjes afkomstig van vulkaanuitbarstingen op de grote Jupitermaan Io worden door dit elektrisch veld ingevangen, en veroorzaken eigenlijk constant poollicht, met een energie die een paar honderd keer zo hoog is als die van het poollicht op aarde. Het Chandra-observatorium heeft regelmatig de röntgenstraling van het Jupiterpoollicht vastgelegd, maar de nieuwste waarnemingen (van afgelopen maand) zijn uitzonderlijk vanwege de kwaliteit en de duur, aldus Randy Gladstone van het Southwest Research Institute in San Antonio, Texas. Gladstone en zijn collega's hebben ook een soort 'röntgenknipperlicht' ontdekt in het poollicht rond Jupiters noordpool, met een frequentie van ca. 45 minuten. Het ontstaan daarvan is nog niet opgehelderd. De foto toont de röntgenwaarnemingen van Chandra in paars; de zwartwitfoto van Jupiter zelfs is gemaakt door de Hubble Space Telescope.
Meer informatie:
Big Auroras on Jupiter
Chandra X-ray Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 maart 2007
Het wolkendek boven de noordpool van de planeet Saturnus vertoont een merkwaardige, honingraatvormige structuur. Dat blijkt uit infrarood-waarnemingen met de ruimtesonde Cassini. De zeshoekige wolkenstructuur bestaat al een tijdje, want hij is twintig jaar geleden ook waargenomen door de Voyager-ruimtesondes. Onderzoekers staan voor een raadsel, want zo'n hoekige polaire stroming is bij geen van de andere planeten van ons zonnestelsel te zien' ook niet aan de zuidpool van Saturnus. Het is eigenlijk ook het laatste wat je verwacht in de atmosfeer van een planeet die gedomineerd wordt door cirkelvormige wolkengordels en convectiecellen. De zeshoek heeft een middellijn van ongeveer 25.000 kilometer en strekt zich zeker tot op een diepte van honderd kilometer uit. Omdat de noordpool van Saturnus momenteel in de duisternis verkeert, kan de structuur alleen met infrarood-instrumenten worden waargenomen. Daar komt de komende jaren veranderingen in, en onderzoekers hopen dan meer te weten te komen over de opmerkelijk gevormde polaire stroming.
Meer informatie:
Saturn's active north pole Cassini images bizarre hexagon on Saturn

20 maart 2007
De fotogenieke planeet Saturnus is nu filmster. Sterrenkundigen van het Space Telescope Science Institute hebben Hubble-opnamen van de planeet, zijn ringen en enkele manen softwarematig aan elkaar geknoopt tot drie korte filmpjes. De filmpjes geven een indruk van de veranderende stand van de ringen en de bewegingen van de manen om de planeet.
Meer informatie: Saturn stars in three Hubble movies

22 maart 2007
De maan Enceladus heeft een onverwachte uitwerking op de metingen die de rotatietijd van de planeet Saturnus moeten vaststellen. Omdat gasplaneten als Saturnus geen vast oppervlak hebben, is het niet mogelijk om van buitenaf vast te stellen hoe snel de planeet om zijn as draait. Daarom wordt gebruik gemaakt van de regelmatige variaties in de radiostraling die zo'n planeet uitzendt, die op hun beurt weer een afspiegeling zouden zijn van de rotatie van het inwendige magnetische veld van de planeet. Maar uit recent onderzoek met instrumenten van de ruimtesonde Cassini blijkt dat de gasdeeltjes die de recent ontdekte geisers op de Saturnusmaan Enceladus uitstoten deze metingen in de war sturen (Science Xpress, 22 maart). De neutrale gasdeeltjes uit de geisers vormen een gordel om Saturnus en krijgen daar een elektrische lading die in een magnetisch veld resulteert. Het lijkt er nu op dat de radiometingen van Saturnus niet de rotatieduur van de planeet opleveren, maar de rotatieduur van die deeltjesgordel.
Meer informatie:
Enceladus geysers mask the length of Saturn's day

14 maart 2007
Instrumenten van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini hebben op het noordelijk halfrond van de grote Saturnusmaan Titan aanwijzingen gevonden voor het bestaan van zeeën. Anders dan de zeeën op aarde zijn deze niet met water gevuld, maar waarschijnlijk met vloeibare methaan of ethaan. De zeeën zijn opgespoord met het radarinstrument van Cassini, die enkele zeer donkere (= gladde) gebieden in de buurt van Titans noordpool waarnam. Eerder zijn op Titan al soortgelijke gebieden ter grootte van meren ontdekt, maar de nu ontdekte zeeën zijn duidelijk groter. De grootste, die nog niet geheel in beeld is gebracht, heeft een oppervlak van zeker 100.000 vierkante kilometer (ongeveer een vijfde van onze Noordzee). Nader onderzoek moet uitwijzen of de zeeën ook daadwerkelijk met vloeibare methaan of ethaan gevuld zijn.
Meer informatie: Seas on Titan!

12 maart 2007
In 2005 werd door camera's van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini vastgelegd dat er aan de zuidpool van de Saturnusmaan Enceladus geisers actief zijn, die waterdamp en ijskristallen uitstoten. De vraag is hoe een betrekkelijk klein hemellichaam voldoende warmte kan produceren om deze 'vulkanische' activiteit te kunnen vertonen. Nieuwe modelberekeningen duiden er nu op dat de oorzaak mogelijk in het verre verleden gezocht moet worden. De opwarming van het inwendige van Enceladus zou te danken zijn aan het snelle verval van kortlevende radioactieve elementen, kort na het ontstaan van deze maan. Trager vervallende radioactieve elementen en de getijkrachten van Saturnus zouden de boel vervolgens op temperatuur hebben gehouden. Omdat de geisers niet alleen waterdamp uitstoten, maar ook kleine hoeveelheden stikstof, methaan, kooldioxide, propaan en acetyleen, denken de onderzoekers dat het inwendige van Enceladus warm genoeg is om allerlei organische verbindingen te laten ontstaan. In maart 2008 zal Cassini de uitstoot van de geisers nader gaan onderzoeken.
Meer informatie: A Hot Start Might Explain Geysers on Enceladus

5 maart 2007
De landingsplaats van de Europese Huygens-capsule, die op 14 januari 2005 een zachte landing maakte op de grote Saturnusmaan Titan, wordt officieel het 'Hubert Curien Memorial Station' genoemd. Dat is besloten door de ESA, de NASA en de internationale commissie voor ruimteonderzoek COSPAR. Hubert Curien (1924-2005) was een belangrijke promotor van het Franse en het Europese ruimteonderzoek, en speelde een sleutelrol bij het tot stand komen van het ESA-programma 'Horizons 2000', waar ook de Huygens-missie deel van uitmaakte. Hij wordt gezien als de geestelijk vader van het Ariane-programma (de Europese draagraket), was altijd een groot voorstander van internationale samenwerking, en fungeerde van 1981-1984 als voorzitter van de ESA Council. Van 1994-1996 was Curien bovendien directeur van CERN, het Europese laboratorium voor deeltjesfysica. Curien overleed drie weken na de Huygens-landing. Op 14 maart is er op het ESA-hoofdkwartier in Parijs een officiële naamgevings-ceremonie.
Meer informatie:
Huygens landing site to be named after Hubert Curien
Huygens
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 februari 2007
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons vloog in de vroege ochtend van woensdag 28 februari op korte afstand langs de reuzenplaneet Jupiter, om snelheid te maken voor zijn lange reis naar de verre dwergplaneet Pluto. De meeste foto's die tijdens de scheervlucht zijn gemaakt moeten nog binnenkomen, maar inmiddels zijn al beelden ontvangen van de Jupitermaan Io, waarop New Horizons een actieve vulkaan heeft vastgelegd. Io is het vulkanisch meest actieve hemellichaam in het zonnestelsel. De pluim van de vulkaan is alleen te zien op zeer sterk overbelichte beelden van Io. De foto werd gemaakt vanaf vier miljoen kilometer afstand. De vulkaanpluim is afkomstig van de vulkaan Tvashtar, en rijkt tot ruim tweehonderd kilometer boven het Io-oppervlak. De New Horizons-opname van Io is de meest gedetailleerde foto van de Jupitermaan sinds de ruimtevlucht van Voyager 2 in 1979 - de opname toont twaalf maal zoveel detail als foto's die gemaakt zijn met de Hubble Space Telescope.
Meer informatie:
An Eruption on Io
New Horizons
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

1 februari 2007
Rond de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan is een reusachtig wolkensysteem gefotografeerd met een middellijn van 2400 kilometer. De reuzenwolk bestaat uit methaan, ethaan en andere organische moleculen. De opnamen van de wolk zijn gemaakt door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, die al geruime tijd in een baan rond Saturnus draait. Eerder was de wolk niet zichtbaar, omdat de noordpool van Titan in de schaduw lag. Nu het echter voorjaar wordt op het noordelijk halfrond van de Saturnusmaan, komt de wolk steeds beter in beeld. Het bestaan van een dergelijk wolkensysteem was al voorspeld: op hoge noordelijke breedten zijn meren van vloeibaar methaan gevonden, en vermoedelijk speelt zich op Titan een methaancyclus van verdamping en condensatie af die vergelijkbaar is met de watercyclus op aarde. De verwachting is dat de methaanwolk nog enkele jaren intact zal blijven; naarmate de seizoenen op Titan verstrijken zal de wolkenactiviteit zich verplaatsen naar de zuidpool, en zullen juist op het zuidelijk halfrond van de Saturnusmaan methaanmeren ontstaan.
Meer informatie:
Cassini Images Mammoth Cloud Engulfing Titan's North Pole
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 januari 2007
Britse en Amerikaanse onderzoekers hebben vastgesteld dat de verrassend hoge temperatuur bovenin de atmosfeer van Saturnus (en andere gasreuzen) niet wordt veroorzaakt door hetzelfde (poollicht)mechanisme dat in de aardatmosfeer werkzaam is (Nature, 25 januari). De hoge atmosferen van de gasreuzen in ons zonnestelsel zijn warmer dan je op grond van de opgevangen zonnestraling zou verwachten' in het geval van Saturnus zelfs een paar honderd graden. Lang is aangenomen dat de magnetische velden van de gasreuzen, die ook poollichtverschijnselen veroorzaken, de vereiste energie bij de polen in de planeetatmosfeer pompen. Maar computermodellen duiden er nu op dat de winden die door dit mechanisme veroorzaakt worden de atmosfeer juist zouden moeten afkoelen. Blijkbaar moet de bron van de verhoogde temperatuur in de hoge atmosfeer van gasreuzen elders worden gezocht.
Meer informatie:
Unexpected cooling effect in Saturn's upper atmosphere

3 januari 2007
Op de grote Saturnusmaan Titan komen kleine en grote meren voor van vloeibaar methaangas. Dat blijkt uit radaropnamen die afgelopen zomer zijn gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. De opzienbarende resultaten zijn vandaag gepubliceerd op de website van Nature. Ooit werd aangenomen dat er op Titan misschien een uitgestrekte oceaan van vloeibaar methaan zou zijn, maar die werd niet gevonden, waardoor de aanwezigheid van grote hoeveelheden methaangas in de dampkring van de Saturnusmaan moeilijker te verklaren was. Cassini heeft nu 75 meren ontdekt, met afmetingen van 3 tot 70 kilometer, die zich uitsluitend op hoge noordelijke breedtegraden bevinden, waar het momenteel winter is. Vermoedelijk condenseert het methaangas alleen bij lage temperaturen, en verdampen de meren wanneer het op het noordelijk halfrond zomer wordt. Tegen die tijd (over circa vijftien jaar) zouden er juist in het zuidpoolgebied van Titan methaanmeren kunnen ontstaan.
Meer informatie:
Titan Has Liquid Lakes, Scientists Report in Nature
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 december 2006
Toen de ruimtesonde Cassini vorig jaar ontdekte dat de Saturnusmaan Enceladus een pluim van waterdamp uitstoot, werd al snel de conclusie getrokken dat er onder het ijsoppervlak van deze maan vloeibaar water moet zitten. Dat zou opmerkelijk zijn, omdat Enceladus slechts 500 kilometer groot is en door en door bevroren zou moeten zijn. Onderzoekers van de universiteit van Illinois te Urbana-Champaign hebben nu echter een alternatieve verklaring voor de pluim bedacht (Science, 15 december). Volgens hen is het opmerkelijk dat de pluim voor tien procent uit kooldioxide, stikstof en methaan bestaat. Onder de lage druk in het inwendige van Enceladus zou water eigenlijk niet zo veel stikstof en methaan mogen bevatten. Wat wel mogelijk is, is dat het inwendige van Enceladus methaanhydraat of -clathraat bevat. Dat is water in bevroren toestand, dat binnen zijn kristalstructuur gasmoleculen heeft ingevangen. Als zulk ijs aan de luchtledige ruimte wordt blootgesteld, breken deze gasmoleculen uit, waardoor het ijs verpulverd. Tektonische processen aan de zuidpool van Enceladus zouden ertoe kunnen leiden dat er steeds nieuwe barsten in het ijsoppervlak ontstaan, waardoor er steeds weer vers methaanhydraat komt bloot te liggen.
Meer informatie:
Scientists propose alternate model for plume on Enceladus

12 december 2006
Met de Amerikaanse ruimtesonde Cassini is een forse bergketen ontdekt op de grootste Saturnusmaan, Titan. De ongeveer 150 kilometer lange en anderhalf kilometer hoge bergketen is bedekt met organisch materiaal' mogelijk afgetopt met ethaansneeuw' en door wolken omgeven. De ontdekking ervan is gedaan op 25 oktober jl., toen Cassini op relatief korte afstand langs Titan vloog en gedetailleerde infraroodbeelden van het oppervlak kon maken. Het gebergte is waarschijnlijk ontstaan uit opwellend organisch materiaal dat door de openingen tussen de tektonische platen van Titan omhoog werd geperst, ongeveer zoals bij de mid-oceanische ruggen op aarde. Op de beelden is ook een waaiervormige structuur te zien, die aan een voormalige lavastroom doet denken; een naastgelegen cirkelvormige structuur zou wel eens een vulkaan kunnen zijn,
Meer informatie:
Massive Mountain Range Imaged on Saturn's Moon Titan

9 november 2006
De NASA-ruimtesonde Cassini heeft een stormgebied in de atmosfeer van Saturnus onder de loep genomen. De 8000 kilometer grote 'orkaan' bevindt zich boven de zuidpool van de planeet. Net als zijn soortgenoten op aarde vertoont de storm een duidelijk 'oog' met hoog erbovenuit torenende wolken daaromheen. Maar daar houden de overeenkomsten ook wel zo'?n beetje op, want de storm op Saturnus gedraagt zich heel anders dan onze orkanen. Hij blijft namelijk steeds op dezelfde plek liggen. Bovendien moet het ontstaansmechanisme ervan anders zijn dan dat op aarde, want onder deze storm bevindt zich uiteraard geen warm oceaanwater; wel is de atmosfeer hier enkele graden warmer dan elders. Wetenschappers zijn in elk geval blij met het weerfenomeen, want door het oog kunnen ze twee keer zo diep de atmosfeer van Saturnus in kijken als op andere plaatsen. De donkere wolken die daar te zien zijn, zijn vooralsnog een raadsel.
Meer informatie:
NASA Sees into the Eye of a Monster Storm on Saturn

6 november 2006
De organische smog in de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan vertoont grote overeenkomsten met de oeratmosfeer van de aarde. Dat zeggen onderzoekers van het Astrobiology Institute van NASA, die de atmosferische omstandigheden van de jonge aarde en die van Titan op dit moment in het laboratorium hebben nagebootst. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat de organische smog destijds een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontstaan van leven op aarde. De aërosolen (kleine deeltjes) waaruit de smog bestaat zouden de belangrijkste bron van organische verbindingen op het aardoppervlak zijn geweest. Helemaal gelijk waren de omstandigheden op de jonge aarde en Titan overigens niet: beide atmosferen bevatten methaan en stikstof, maar de aardatmosfeer bevatte daarnaast ook veel kooldioxide. De aërosolen, die onder invloed van ultraviolette zonnestraling ontstaan, hadden hierdoor op de toenmalige aarde een andere samenstelling dan op Titan nu.
Meer informatie:
NASA Study Shows Titan and Early Earth Atmospheres Similar

11 oktober 2006
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft verschillende nieuwe ringen ontdekt rond de reuzenplaneet Saturnus. De ringen zijn dun en ijl, en waren alleen zichtbaar in tegenlicht, toen de ruimtesonde zich in de schaduw van de planeet bevond, en de kleine stofdeeltjes in de planeetringen van achteren beschenen werden door de zon. De ringen vallen samen met de banen van kleine maantjes van Saturnus, die al eerder bekend waren. Eén ring valt samen met de banen van de tweelingmaantjes Janus en Epimetheus; een andere met de baan van Pallene - een klein maantje dat in 2004 door Cassini is ontdekt. Ook in de 'lege' Cassinischeiding - de donkere zone tussen de heldere A- en B-ring - zijn twee smalle ringetjes ontdekt, die merkwaardig genoeg niet zichtbaar waren op foto's die begin jaren tachtig gemaakt werden door de Voyager-ruimtesondes. De nieuwe ontdekkingen zijn gepresenteerd op een bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Pasadena, Californië. Daar werd ook bekendgemaakt dat er in de ijle D-ring, dicht bij de planeet, een merkwaardige, regelmatige golfstructuur is ontdekt, die een beetje doet denken aan een golfplaten dak. De 'golflengte' van dat patroon is de afgelopen jaren afgenomen, en sterrenkundigen denken dat er sprake is van een uitdovend effect, dat midden jaren tachtig op gang is gebracht door de botsing van een komeet of een planetoïde.
Meer informatie:
NASA Finds Saturn's Moons May Be Creating New Rings
Persbericht over recente botsing in de D-ring van Saturnus
Meer ring-resultaten van Cassini
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

11 oktober 2006
Het noordelijk halfrond van de planeet Saturnus lijkt versierd te zijn met een parelsnoer op deze infraroodopname van de planeetverkenner Cassini. De infraroodcamera legt de warmtestraling uit het inwendige van Saturnus vast, maar wanneer zich op grote diepte in de dampkring wolken bevinden, zijn die op de opnamen zichtbaar als donkere silhouetten. De heldere 'kralen' in het snoer komen dus overeen met openingen in een wolkenband, die zich op geruime diepte in de Saturnusatmosfeer bevindt. De afzonderlijke parels liggen op een onderlinge afstand van ca. 3,5 lengtegraden; de 'ketting' is in totaal ca. 60.000 kilometer lang. Hoe de regelmatige structuur is ontstaan is niet bekend; mogelijk is er sprake van een soort golfpatroon in de dampkring.
Meer informatie:
Cassini Image Shows Saturn Draped in a String of Pearls
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 oktober 2006
De 'Kleine Rode Vlek', een recente wervelstorm in de dampkring van de reuzenplaneet Jupiter, wordt steeds krachtiger, zo blijkt uit waarnemingen van de Hubble Space Telescope. Met de Advanced Camera for Surveys van de ruimtetelescoop zijn afzonderlijke wolkstructuren in de vlek zichtbaar, waardoor het mogelijk is de windsnelheden te bepalen. Die bedragen ruim zeshonderd kilometer per uur, evenveel als in de Grote Rode Vlek. Jupiters Grote Rode Vlek is al zichtbaar sinds de zeventiende eeuw; de Kleine Rode Vlek is in de afgelopen jaren ontstaan door het 'versmelten' van drie kleinere wervelstormen. Vorig jaar begon de nieuwe vlek eenzelfde zalmroze kleur te vertonen als zijn grote broer. Over de oorzaak van die verkleuring en van de toenemende windsnelheden is weinig met zekerheid bekend.
Meer informatie:
Jupiter's Little Red Spot Growing Stronger
Meer informatie over Jupiters Kleine Rode Vlek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 oktober 2006
Infraroodfoto's van Saturnus, gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, laten diepe wolken zien in de dampkring van de geringde planeet. Op foto's die gemaakt zijn in zichtbaar licht zijn de wolken niet zichtbaar, omdat ze schuilgaan onder dikke lagen heiïgheid. Maar de infraroodcamera's van Cassini leggen onder andere de inwendige warmtestraling van de planeet vast. De diepe Saturnuswolken zijn op de warmtebeelden zichtbaar in silhouet, alsof Saturnus een grote lampion is. Op de foto zijn de diepe wolken zichtbaar als donkerrode vlekken; de helderrode gebieden markeren delen in de Saturnusdampkring waar juist minder diepe wolken voorkomen.
Meer informatie:
'Chinese Lantern' Technique Helps Track Clouds at Saturn
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

28 september 2006
In de atmosfeer van Uranus is een nieuw stormgebied verschenen: een 1700 bij 3000 kilometer metende donkere vlek. Dat is niet voor het eerst: berichten over donkere vlekken in de Uranus-atmosfeer gaan al terug tot het begin van de negentiende eeuw, en ook de Voyager-sonde die in 1986 langs de planeet vloog heeft ze gezien. Het is echter voor het eerst dat er eentje voor de 'ogen' van de Hubble-ruimtetelescoop is verschenen. Donkere stormgebieden komen op Neptunus doorgaans vaker voor dan op Uranus, maar de laatste jaren lijkt de activiteit van de Uranus-atmosfeer wat toe te nemen. Dat kan te maken hebben met de grote seizoensverandering die zich momenteel op de planeet voltrekt: de noordelijke lente staat op het punt van beginnen. In dat opzicht is het niet zo verrassend dat de donkere vlek op het noordelijk halfrond van de planeet is verschenen.
Meer informatie:
Hubble discovers a dark cloud in the atmosphere of Uranus

14 september 2006
Uit een grote wolk rond de noordpool van de Saturnusmaan Titan, die met behulp van de spectrometer van de ruimtesonde Cassini is waargenomen, dwarrelt mogelijk ethaansneeuw omlaag (Science, 15 september). Vóór de aankomst van Cassini bij Titan werd nog verwacht dat de atmosfeer van deze maan zou wemelen van de ethaanwolken. Ethaan ontstaat namelijk bij de afbraak van methaan, dat een belangrijk bestanddeel van de Titan-atmosfeer is. De vermeende ethaanwolken zouden zelfs zo veel 'regen' moeten geven dat zich grote meren of zelfs zeeën hadden gevormd. Maar niets van dat al, totdat eind 2004 de eerste aanwijzingen voor het bestaan van de polaire ethaanwolk ontdekt werden. Het betreft een soort sluierwolk op dertig tot zestig kilometer hoogte langs de noordelijke poolcirkel, waar het momenteel winter is. Dit kan erop duiden dat het ethaan zich in de winter boven de polen verzamelt en daardoor geen neerslag kan geven op meer gematigde breedten. Eventuele meren of sneeuwvelden zouden zich dan ook tot de poolstreken beperken, maar gevonden zijn deze nog niet.
Meer informatie:
Cassini's VIMS Detects Vast Polar Ethane Cloud on Titan

31 augustus 2006
Voor het eerst zijn sterrenkundigen erin geslaagd om een schaduwovergang bij de planeet Uranus waar te nemen. Op beelden die op 26 juli met de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt, is te zien hoe de ongeveer 1100 kilometer grote maan Ariël zijn schaduw op het wolkendek van de planeet werpt. Voor een denkbeeldige waarnemer op Uranus vindt op dat moment een zonsverduistering plaats. Schaduwovergangen als deze zijn bij Jupiter en Saturnus vaker te zien, maar bij Uranus is dat een bijzonderheid. Door de extreem scheve stand van de rotatie-as van de planeet bewegen zijn manen vanaf de aarde gezien namelijk zelden vóór de planeet langs. Het is voor het eerst sinds 1965 dat zo’n schaduwovergang weer waarneembaar is, maar destijds waren de beschikbare instrumenten niet goed genoeg om dit vast te leggen.
Meer informatie:
Hubble captures a rare eclipse on Uranus

29 juli 2006
Met de 10-meter Keck-telescoop op Hawaï zijn vorige week zeer gedetailleerde foto's gemaakt van twee rode vlekken in de dampkring van Jupiter. De ene vlek is de beroemde Grote Rode Vlek - een kolossale wervelstorm die al een paar eeuw in de Jupiteratmosfeer woedt. De andere is 'Red Spot Jr.', een oorspronkelijk witte vlek die ongeveer twee keer zo klein is (maar altijd nog even groot als de aarde), pas enkele jaren geleden ontstond uit de versmelting van drie kleinere witte vlekken, en vorig jaar van kleur veranderde. De vlekken hebben hun eigen bewegingssnelheid in de dampkring; half juli werd de Grote Rode Vlek door Red Spot Jr. 'ingehaald'. Uit infraroodmetingen met de Keck-telescoop, uitgevoerd door een team onder leiding van de Nederlands-Amerikaanse planeetonderzoekster Imke de Pater, blijkt dat Red Spot Jr. waarschijnlijk minder hoog boven de omringende wolkenlagen uittorent. Over de oorzaak van de rode kleur is overigens nog niets met zekerheid bekend; vermoedelijk worden fosforhoudende moleculen omhooggebracht uit diepere lagen in de dampkring, en kleuren die rood onder invloed van ultraviolet zonlicht.
Meer informatie:
Keck Telescope captures Jupiter's Red Spot Jr. as it zips past planet's Great Red Spot
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

27 juli 2006
Op de grote Saturnusmaan Titan motregent het voortdurend. Maar er valt geen water uit de hemel (de temperatuur op Titan is 180 graden onder nul); het motregent vloeibaar methaan. In totaal valt er ongeveer vijf centimeter neerslag per jaar, volgens een internationaal team van onderzoekers dat zich baseert op metingen van de Europese Huygens-sonde. Huygens maakte op 14 januari 2005 een zachte landing op Titan. Door de methaanmotregen is het oppervlak van Titan continu vochtig en 'modderig'. De motregen is afkomstig uit laaghangende bewolking die uit vloeibare methaandruppeltjes bestaat. Op grotere hoogte in de Titandampkring bevinden zich wolken waarin kristallen van bevroren methaan voorkomen. De resultaten van het onderzoek zijn deze week gepubliceerd in Nature.
Meer informatie:
NASA Reports That Methane Drizzles on Saturn's Moon, Titan
Huygens
Huygens-resultaten in Nature
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 juli 2006
De grote Saturnusmaan Titan bevat waarschijnlijk toch meren van vloeibare koolwaterstoffen, zoals methaan of ethaan. Dat blijkt uit recente radarwaarnemingen van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini. Op hoge noordelijke breedten zijn tal van donkere vlekken ontdekt op de radar-'foto's' die buitengewoon vlak moeten zijn, zoals een vloeistofoppervlak. Bovendien zijn in de directe omgeving van sommige vlekken ook stromingspatronen te zien. Het bestaan van methaanmeren op Titan werd jaren geleden al voorspeld, maar aanvankelijk werden ze door Cassini niet gevonden. Toekomstige radarwaarnemingen en infraroodfoto's zullen hopelijk definitief uitsluitsel kunnen geven: de methaanmeren kunnen in de loop van de tijd van omvang veranderen, en de oppervlakteruwheid (en dus de radarreflecitiviteit) kan variëren als gevolg van de wind. Als de donkere vlekken op de radarbeelden inderdaad vloeistofoppervlakken zijn, is Titan het enige hemellichaam in het zonnestelsel naast de aarde waarop meren voorkomen.
Meer informatie:
Cassini's Radar Spots 'Great Lakes' on Titan
Cassini-Huygens
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 juli 2006
De Europese Huygens-capsule, die op 14 januari 2005 een zachte landing maakte op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan, fotografeerde ijskiezels met afmetingen van enkele centimeters. Het bestaan van deze 'stenen' is nu ook afgeleid uit een nauwkeurige analyse van de radiosignalen van de Huygens-sonde. Een deel van het op aarde opgevangen radiosignaal van de Huygens-lander blijkt eerst door het Titan-oppervlak te zijn weerkaatst. Computersimulaties wijzen uit dat de resulterende interferentiepatronen in het signaal het best verklaard kunnen worden door aan te nemen dat het oppervlak bezaaid is met structuren van vijf à tien centimeter in middellijn. Deze nieuwe techniek maakt het in de toekomst mogelijk om meer over het oppervlak van een hemellichaam te weten te komen puur op basis van de analyse van de radiosignalen van een lander.
Meer informatie:
Titan's pebbles 'seen' by Huygens radio
Cassini-Huygens
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

20 juli 2006
Op een detailrijke opname die op 14 juli jl. met de Gemini-telescoop op Hawaï is gemaakt, is mooi te zien hoe twee ‘rode vlekken’ in de atmosfeer van Jupiter elkaar passeren. Beide rode vlekken zijn reusachtige stormgebieden. De bovenkant van de grootste van de twee, de doorgaans de Grote Rode Vlek wordt genoemd, steekt ongeveer acht kilometer boven de omringende wolken uit. De kleinere, die tussen 1998 en 2000 uit een samensmelting van drie kleinere stormen is ontstaan en ook wel Rode Vlek Junior wordt genoemd, heeft ruwweg dezelfde hoogte en vertoont dezelfde grote windsnelheden. De Gemini-foto is in het nabij-infrarood gemaakt, waardoor de ovale stormgebieden niet de rode tint vertonen zoals die in het zichtbare golflengtegebied waarneembaar is. Hoe de rode kleur precies ontstaat is nog onduidelijk, maar het is mogelijk dat de kleur afkomstig is van materiaal uit de diepten van de Jupiter-atmosfeer, dat alleen door de grootste stormgebieden wordt ‘aangeboord’. Volgens een andere theorie zou de rode kleur juist te danken zijn aan de grote hoogte van de stormgebieden en door de inwerking van ultraviolette zonnestraling ontstaan.
Meer informatie: Gemini observatory captures close encounter of Jupiter's red spots

19 juli 2006
Nieuwe radarbeelden die met de Amerikaanse ruimtesonde Cassini zijn gemaakt duiden erop dat het heldere gebied Xanadu op de grote Saturnusmaan Titan geologische structuren vertoont die we ook op aarde tegenkomen. Aan de westkant bevindt zich een heuvellandschap met meanderende rivierbeddingen en kriskras over het gebied zijn bergketens te zien. Ook is er een krater aangetroffen, al staat nog niet vast of het om een inslagkrater gaat of om het product van (water)vulkanisme. Door de rivierbeddingen op Xanadu kan overigens geen water stromen: daarvoor is het er veel te koud. Ze zijn vrijwel zeker uitgesleten door vloeibare ethaan of methaan.
Meer informatie: Cassini reveals Titan's Xanadu region to be an Earth-like land

5 juli 2006
Uit waarnemingen met de NASA-sonde Cassini blijkt dat de ijle G- en E-ring van Saturnus duidelijk structuren vertonen. De 7000 kilometer brede G-ring, die uit fijne ijsdeeltjes bestaat, vertoont aan de binnenrand een boog met helder materiaal die duidelijk helderder is dan rest van de ring. De onderzoekers denken dat het materiaal van deze boog bijeengehouden wordt door de zwaartekrachtswisselwerking met de maan Mimas. Soortgelijke bogen zijn ook waargenomen in het ringenstelsel van Neptunus. Het middenvlak van de E-ring, waarvan eerder al is vastgesteld dat het materiaal afkomstig is van ijsgeisers bij de zuidpool van de maan Enceladus, blijkt iets minder helder te zijn dan de delen erboven en eronder: in zijaanzicht lijkt de ring in twee delen gesplitst te zijn. Blijkbaar mijden de ringdeeltjes het centrale vlak, maar waarom ze dit doen is nog onduidelijk.
Meer informatie: Saturn's Faint Rings Share Their Secrets

1 juli 2006
Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaï, zijn negen nieuwe kleine Saturnusmaantjes ontdekt. De maantjes draaien in wijde, teruglopende banen rond de planeet, met omlooptijden tussen 862 en 1300 dagen. De nieuwe ontdekkingen werden op 30 juni aangekondigd in een elektronische circulaire van de Internationale Astronomische Unie. Een van de negen is gevonden op een opname uit 2004, de andere acht zijn allemaal eerder dit jaar voor het eerst gefotografeerd. Net als de twaalf Saturnusmaantjes die in 2005 werden aangekondigd, hebben de negen nieuwe maantjes nog geen officiële namen. Het totale aantal manen van Saturnus is hiermee op 56 gekomen. Jupiter spant met 63 manen nog steeds de kroon; Uranus en Neptunus hebben er 27 resp. 13. Met de maan van de aarde, de twee maantjes van Mars en de drie bekende satellieten van Pluto is het totaal aantal planeetmanen nu 165.
Het manenstelsel van Saturnus
Baanelementen van de nieuw ontdekte Saturnusmaantjes
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 juni 2006
Amerikaanse sterrenkundigen denken een verklaring te hebben gevonden voor de beperkte omvang van de manenstelsels van de reuzenplaneten (Nature, 15 juni). Elk van deze planeten heeft een verzameling manen waarvan de totale massa ruwweg tienduizend keer zo klein is als de planeetmassa. Het merkwaardige is dat deze massa nogal verschillend verdeeld is: Jupiter heeft vier grote manen van vergelijkbare omvang, terwijl in het geval van Saturnus bijvoorbeeld bijna alle massa in één maan zit. Ook vreemd is dat de manen van de reuzenplaneten relatief klein zijn ten opzichte van de manen van de aarde en Pluto. Volgens de onderzoekers komt dit door de ontstaansgeschiedenis van de grote planeten, die voor het grootste deel uit gas bestaan. Dat gas hebben die planeten vroeg in hun geschiedenis uit hun omgeving verzameld en daarbij zou zich tijdelijk een gasschijf om hen heen hebben gevormd, waarin zich manen vormden. Het spel van de zwaartekracht van deze manen zou spiraalgolven in het gas hebben veroorzaakt, die ervoor zorgden dat hun banen steeds dichter bij de planeet kwamen te liggen' en hoe groter de maan, des te sneller deze migratie. Er werden als het ware aan de lopende band manen geproduceerd, maar veel ervan' en met name de grootste' stortten al snel op de planeet. Hierdoor bleef de hoeveelheid 'maanmassa' in de gasschijf constant, tot op het moment dat deze opgelost was en alleen de laatst geproduceerde 'modellen' achterbleven. Computermodellen die op dit idee zijn gebaseerd, leiden inderdaad tot manenstelsels als die van Jupiter en Saturnus.
Meer informatie:
SwRI researchers offer first explanation for the near constant scale of the gas planet satellite systems

31 mei 2006
De vulkanisch actieve Saturnusmaan Enceladus is mogelijk 'omgevallen'. Dat blijkt uit berekeningen van planeetdeskundigen van de Universiteit van Californië in Santa Cruz, die donderdag gepubliceerd worden in Nature. Enceladus is een relatief kleine maan die grotendeels uit ijs bestaat. De ruimtesonde Cassini ontdekte dat zich aan de zuidpool van Enceladus een 'hot spot' bevindt, en dat daar geisers van waterdamp voorkomen. Het lijkt vreemd dat een relatief warm gebied zich aan de pool van een hemellichaam bevindt. Volgens Francis Nimmon en Robert Pappalardo is het dan ook goed mogelijk dat de hot spot oorspronkelijk op de evenaar van Enceladus was gesitueerd. Vermoedelijk gaat het om warm materiaal met een relatief geringe dichtheid, dat uit het binnenste van de Saturnusmaan is opgeweld. Een hemellichaam roteert echter het stabielst wanneer de meeste massa zich in het evenaarvlak bevindt. Het lijkt dan ook waarschijnlijk dat de oriëntatie van Enceladus in de geologisch recente geschiedenis ingrijpend is veranderd. Toekomstig onderzoek aan de verdeling van inslagkraters op het ijzige hemellichaam moet het kantelscenario kunnen bevestigen.
Meer informatie:
NASA-funded Study Says Saturn's Moon Enceladus Rolled Over
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 mei 2006
Amerikaanse sterrenkundigen denken dat de grote Neptunusmaan Triton een ingevangen object is (Nature, 11 mei). Dat er iets bijzonders met deze maan aan de hand is, was al langer duidelijk. Hij beweegt namelijk, als enige van de grote manen in het zonnestelsel, tegengesteld aan de rotatie van Neptunus om de planeet ('retrograad'). Uit computersimulaties blijkt nu dat Triton wellicht tot een 'Pluto/Charon'-achtig tweetal om elkaar draaiende objecten heeft behoord dat toevallig te dicht in de buurt van Neptunus is gekomen. Daarbij zou Triton door de planeet zijn ingevangen. Eerdere scenario's gingen ervan uit dat Triton een passerend object was dat in botsing kwam met een van de oorspronkelijke manen van Neptunus. Maar dat zou alleen tot de huidige situatie hebben geleid, als deze maan groot genoeg was om Triton af te remmen en klein genoeg om hem niet te verpulveren. Omdat inmiddels is gebleken dat er in de Kuipergordel vrij veel dubbelobjecten te vinden zijn, wordt het nieuwe scenario aannemelijker geacht.
Meer informatie:
New capture scenario explains origin of Neptune's oddball moon Triton

4 mei 2006
De 'zeeën' op de grote Saturnusmaan Titan bestaan uit 'zand', maar verder is elke vergelijking met aardse landschappen niet van toepassing. Met het radarinstrument van de planeetverkenner Cassini zijn lineaire zandduinen ontdekt, die veel weg hebben van soortgelijke duinen in aardse woestijnen, zoals die in Namibië. De duinenvelden op Titan hebben afmetingen van vele honderden kilometers, en de afzonderlijke duinen bereiken hoogtes van honderd à honderdvijftig meter. De gebieden die donker op de radar-'foto's' verschijnen, bestaan dus niet uit vloeibare koolwaterstoffen, zoals ooit werd gedacht, maar uit fijnkorrelig materiaal dat net als zand door de wind opgeveegd wordt. Het kan echter niet om echt zand (silicaatverbindingen) gaan; vermoedelijk bestaan de Titanduinen uit korrels van gestolde koolwaterstoffen, of uit kleine ijsdeeltjes. De ontdekking van duinen op Titan is deze week gepubliceerd in Nature.
Meer informatie:
Titan's Seas Are Sand
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 mei 2006
NASA's planeetverkenner Cassini heeft de daglengte van de planeet Saturnus nauwkeurig bepaald. Saturnus is geen solide hemellichaam zoals de aarde, met één vaste rotatieperiode. In plaats daarvan bestaat de reuzenplaneet uit gassen en vloeistoffen, en hebben verschillende delen ook verschillende rotatieperioden. In de jaren tachtig, toen de twee Voyager-ruimtesondes langs Saturnus vlogen, werd een periodiciteit ontdekt in de radiostraling van de planeet. Die zou veroorzaakt worden door de rotatie van de binnenste kern van Saturnus. Zo werd de daglengte van de geringde planeet vastgesteld op 10 uur en 55 minuten. De nieuwe meting van Cassini is gebaseerd op metingen aan het magnetisch veld van Saturnus. Ze komen uit op een rotatieperiode van 10 uur, 47 minuten en 6 seconden, met een onzekerheid van circa één minuut. De nieuwe resultaten, die deze week zijn gepubliceerd in Nature , betekenen niet dat Saturnus in de afgelopen kwart eeuw langzamer om zijn as is gaan draaien. In plaats daarvan is ontdekt dat de periodiciteit in het radiosignaal variabel is, en dus geen goede maat vormt voor de daglengte van de planeet.
Meer informatie:
Cassini Offers New Hints on Length of Saturn Day
Cassini-project
Persbericht Jet Propulsion Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 mei 2006
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft nieuwe foto's en filmpjes geproduceerd van de spectaculaire zachte landing op de grote Saturnusmaan Titan, die op 14 januari 2005 werd uitgevoerd door de Europese Huygens-capsule. Op basis van honderden foto's en gegevens van verschillende meetinstrumenten aan boord van Huygens is hiermee een zo compleet mogelijk beeld geschetst van de succesvolle landing. De Huygens-camera's zagen aanvankelijk alleen heiïge lagen in de dikke dampkring van de Saturnusmaan, maar toen de capsule eenmaal op een hoogte van minder dan ca. zestig kilometer kwam, konden oppervlaktedetails worden vastgelegd. Na de landing waren afzonderlijke 'ijsblokken' van enkele centimeters groot te zien. Op de nieuwe groothoek- en panoramafoto's is ook de omgeving van de landingsplaats gedetailleerd in beeld gebracht. Huygens landde op de grens van een helder en een donker gebied op Titan. De donkere gebieden zijn vermoedelijk gestolde vlaktes van teer-achtige koolwaterstofverbindingen.
Meer informatie:
Landing on Titan – the new movies
Persbericht Jet Propulsion Laboratory
Film van de Huygens-landing op Titan (zonder geluid, 10 MB)
Film van de Huygens-landing op Titan (met Engels commentaar, 16 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 mei 2006
Met de Hubble Space Telescope zijn detailopnamen gemaakt van "Red Spot Junior" - een recente 'Kleine Rode Vlek' in de dampkring van de reuzenplaneet. Het nieuwe stormsysteem is in de afgelopen jaren ontstaan door de versmelting van drie kleinere 'witte ovalen' die al sinds enkele decennia in de Jupiterdampkring aanwezig zijn. Eind februari werd ontdekt dat de nieuwe vlek (die officieel nog steeds 'Oval BA' genoemd wordt) dezelfde rozerode kleur heeft aangenomen als de Grote Rode Vlek, de beroemde wervelstorm die al ruim driehonderd jaar in de Jupiteratmosfeer wordt waargenomen. Verschillende teams van sterrenkundigen (waaronder een Amerikaans team onder leiding van de Nederlandse planeetdeskundige Imke de Pater) hebben de afgelopen weken Hubble-foto's van 'Red Spot Jr.' gemaakt; de wetenschappelijke resultaten van deze waarnemingscampagnes verschijnen later dit jaar in Nature. Jupiter staat vandaag in oppositie met de zon, waardoor hij de gehele nacht kan worden waargenomen en relatief dicht bij de aarde staat.
Meer informatie:
Hubble snaps baby pictures of Jupiter's "Red Spot Jr."
Achtergrondinformatie over Red Spot Junior
Speciale website over Red Spot Junior
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 april 2006
De buitenste stofring van de planeet Uranus heeft een opvallend blauwe kleur. Dat blijkt uit waarnemingen met de 10-meter Keck-telescoop op Hawaï, verricht door de Nederlandse planeetonderzoekster Imke de Pater. De stofring werd vorig jaar ontdekt met de Hubble Space Telescope. Zijn baan valt samen met die van het kleine Uranusmaantje Mab. Het materiaal in de ring is dan ook vrijwel zeker afkomstig van Mab. De blauwe kleur suggereert dat het om extreem kleine stof- en ijsdeeltjes gaat. Ook de ijle E-ring van Saturnus is blauw; die bestaat uit materiaal dat de ruimte in wordt geblazen door watergeisers op de Saturnusmaan Enceladus. Het Uranusmaantje Mab is echter veel te klein (ca. vijftien kilometer in middellijn) om geologische activiteit te vertonen. De Pater en haar collega's schrijven deze week in in Science dat de kleine deeltjes in de blauwe Uranusring waarschijnlijk geproduceerd worden door inslagen van micrometeorieten op Mab.
Meer informatie:
Blue ring discovered around Uranus
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 april 2006
De A-ring van de planeet Saturnus bevat meer materiaal dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit waarnemingen van NASA's ruimtesonde Cassini. Cassini registreerde de helderheid van een ster die achter het ringenstelsel langs bewoog. Op die manier kon de materiedichtheid van de ring worden bepaald. De A-ring is het op een na helderste deel van het ringenstelsel; alleen de B-ring, die verder naar buiten ligt, is nog helderder. Uit de Cassini-waarnemingen blijkt ook dat het materiaal in de A-ring gegroepeerd is in langgerekte wolken van ongeveer vijftig meter lang. Die verdichtingen ontstaan door zwaartekrachtsinvloeden van de planeet en de ringdeeltjes zelf. Na verloop van tijd vallen ze weer uiteen, waarna zich nieuwe deeltjeswolken vormen. Het feit dat de meeste deeltjes in de A-ring zich in zulke wolken bevinden, betekent volgens de onderzoekers ook dat de ring voor het grootste deel uit lege ruimte bestaat.
Meer informatie:
New Cassini Image At Saturn Shows 'A' Ring Contains More Debris Than Once Believed
Cassini-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

4 april 2006
Eind 2009 zullen er merkwaardige verdichtingen en lege zones zichtbaar zijn in de smalle F-ring van Saturnus. Dat voorspellen Britse planeetdeskundigen op basis van een computermodel waarmee het gedrag van de F-ring kan worden gesimuleerd. De stofdeeltjes in de ring worden in hun baanbeweging sterk beïnvloed door het Saturnusmaantje Prometheus, dat net binnen de ring rond de planeet draait. Op foto's van de F-ring die gemaakt zijn door de ruimtesonde Cassini is die invloed duidelijk zichtbaar. Het Britse computermodel weet alle waargenomen structuren goed te reproduceren, en voorspelt dat ze over ruim drie jaar nog veel markanter zullen zijn, wanneer Prometheus in zijn licht elliptische baan veel dichter bij de eveneens elliptische F-ring kan komen dan nu het geval is.
Meer informatie:
Prometheus and its pull on the passing particles of Saturn's F ring
Cassini-project
Computersimulatie van het gedrag van de F-ring
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

16 maart 2006
Toen de Voyager-ruimtesondes 25 jaar geleden langs de planeet Saturnus vlogen, zagen zij vreemde, snel veranderende radiale strepen in de ringen van de planeet. Maar toen in 2004 de ruimtesonde Cassini bij Saturnus arriveerde, was er geen spoor meer van te bekennen. Onderzoekers van de universiteit van Colorado denken dat daar verandering in komt. Volgens hen zullen de 'spaken', die het gevolg zijn van een bepaalde inval van zonlicht op het ringenstelsel, in juli 2006 terugkeren (Science, 17 maart). De spaken ontstaan doordat zeer fijne stofdeeltjes, die statisch geladen zijn, af en toe een kilometer of 80 uit het ringvlak opspringen en zonlicht verstrooien.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)

9 maart 2006
De ijsfonteinen bij de zuidpool van de Saturnusmaan Enceladus, die vorig jaar met de Amerikaanse ruimtesonde Cassini zijn ontdekt, kunnen het beste worden verklaard door aan te nemen dat er dicht onder het oppervlak vloeibare watervoorraden zitten. Dat concluderen de wetenschappers die de Cassini-gegevens hebben geanalyseerd (Science, 10 maart). De aanwezigheid van vloeibaar water op, of beter gezegd in Enceladus is opmerkelijk, omdat het een vrij klein en vooral ijskoud hemellichaam betreft. Het lijkt waarschijnlijk dat een combinatie van het verval van inwendige radioactieve materialen en getijdenwerking ter plaatse voor voldoende opwarming zorgt om de temperatuur van de doorgaans stijf bevroren ijskorst net boven het vriespunt te laten uitkomen. De verhoogde druk die dat oplevert, zorgt er dan voor dat het water door zwakke plekken in de ijskorst omhoog wordt geperst. Hoe diep het water precies zit, staat nog niet vast, maar volgens de onderzoekers gaat het om niet meer dan enkele tientallen meters. Wellicht dat in 2008 uitsluitsel wordt verkregen, als Cassini opnieuw op korte afstand langs het oppervlak van deze intrigerende maan vliegt.
Meer informatie:
http://saturn.jpl.nasa.gov/news/press-release-details.cfm?newsID=639

1 maart 2006
Een internationaal team van planeetwetenschappers heeft wellicht het vraagstuk van de aanwezigheid van methaangas in de atmosfeer van de grootste Saturnusmaan, Titan, opgelost (Nature, 2 maart). Methaan wordt onder invloed van zonlicht in de loop van de miljoenen jaren afgebroken, en dus moet er een bron zijn die de voorraad af en toe aanvult. Volgens de onderzoekers zit het methaan, dat op Titan zo’n beetje dezelfde rol vervult als water op aarde, doorgaans opgesloten in methaanrijk waterijs dat een korst vormt op een oceaan van vloeibaar water, vermengd met ammoniak. Van daaruit zou het bij drie gelegenheden in de atmosfeer zijn terechtgekomen. De beide eerste methaanontsnappingen zouden het gevolg zijn van vulkanische activiteit vroeg in de geschiedenis van Titan, toen het inwendige van de maan nog warm was ten gevolge van het verval van radioactieve elementen. De meest recente (en waarschijnlijk laatste) methaanuitstoot begon ongeveer 500 miljoen jaar geleden, en zou het gevolg zijn van afkoeling ten gevolge van convectie in de vaste ijskorst.
Meer informatie:
http://uanews.org/cgi-bin/WebObjects/UANews.woa/14/wa/SciDetails?ArticleID=12333

14 februari 2006
De Amerikaanse ruimtesonde Cassini heeft, na de detectie van een krachtige uitbarsting van radiostraling op 23 januari, opnamen gemaakt van een onweersgebied aan de nachtzijde van de planeet Saturnus. De kleine hoeveelheid zonlicht die door de ringen van de planeet werd weerkaatst was de enige lichtbron, maar desondanks waren er in de atmosfeer structuren waarneembaar. De radio-uitbarsting bleek te zijn veroorzaakt door een duizenden kilometers groot onweersgebied op het zuidelijk halfrond. Zulke grote onweersgebieden kunnen op Saturnus wekenlang standhouden. Aangenomen wordt dat de benodigde energie afkomstig is uit het relatief warme inwendige van de planeet.
Meer informatie:
http://ciclops.org/view.php?id=1838
http://cassini.physics.uiowa.edu/cassini/

Saturnus-onderzoek 2005
Kort na de jaarwisseling volgt het voorlopige hoogtepunte van de Cassini-missie: de landing van de kleine Huygens-sonde op Titan. Huygens zendt vanaf het maanoppervlak bijna twee uur lang gegevens naar zijn moederschip. Helaas is daarbij door een foutje in de software de helft van alle foto's verloren gegaan. Omdat er veel overlap tussen de verschillende opnamen zat, viel de schade echter mee. Een deel van de atmosferische gegevens die verloren gingen, blijkt met behulp van de signalen die radiotelescopen op aarde tijdens de afdaling van Huygens hebben opgevangen gereconstrueerd te kunnen worden.

Uit de gegevens die tijdens de afdaling werden verzameld, blijkt dat de atmosfeer van Titan minder rustig is dan men aanvankelijk dacht. Vooral hoog in de atmosfeer werd Huygens flink door elkaar geschud. Bovendien bleek de dikke smoglaag die de Saturnusmaan aan het zicht onttrekt tot op grotere diepte door te gaan: de ondergrens ligt bij 30 km in plaats van 50-70 km. De landing daarentegen verliep gesmeerd, mede doordat de ondergrond onverwacht zacht bleek. Mede daardoor bleef Huygens lang in bedrijf.

Uit alles blijkt dat Titan in geologisch opzicht veel op de aarde lijkt: er is neerslag, erosie en riviervorming. Dit alles wordt echter niet veroorzaakt door een kringloop van water, maar van methaan. Hoewel de rivieren en meren op Titan nu droog lijken te staan, zijn er sterke aanwijzingen dat er niet lang geleden neerslag (van methaan) is geweest. Mogelijk is de methaanregen ook medeverantwoordelijk voor het verpulveren van de korst van Titan, die nu een zandachtige structuur heeft.
Andere bevindingen zijn:
• de ‘kiezels’ op het oppervlak bestaan waarschijnlijk uit stijf bevroren verontreinigd water;
• de bodem is minstens voor een deel bedekt met donkere afzettingen van organische smog uit de atmosfeer;
• er is waarschijnlijk vulkanische activiteit (geweest), maar niet gebaseerd op lava, maar in de vorm van opwellend waterijs en ammoniak.

Ondertussen gaat Cassini natuurlijk gewoon verder met het onderzoek van Saturnus en omgeving. Daarbij wordt onder meer vastgesteld dat de ruimte ter plekke zeer stofrijk is. Dit stof is ofwel afkomstig van het ringenstelsel van de planeet ofwel van de manen Dione en Rhea. De deeltjes zijn positief geladen en worden door het sterke magnetische veld van Saturnus de ruimte in geslingerd.

Ook Cassini onderzoekt Titan, waarbij onder meer een 440 km grote inslagkrater wordt ontdekt. Voor het overige blijkt de grote Saturnusmaan opmerkelijk arm aan kraters te zijn. Uit zwakke, lineaire dichtheidsgolven in de ringen van Saturnus kan een nieuwe massa worden afgeleid voor de kleine ‘herdermaantjes’ Atlas en Pan. Daaruit blijkt dat deze maantjes erg poreus moeten zijn: mogelijk zijn het slechts losse opeenhopingen van puin. Een andere ontdekking is een vijf kilometer groot maantje, Polydeuces, dat op enige afstand van de grotere maan Dione dezelfde baan om Saturnus volgt.

Een volgende verrassing is de aanwezigheid van moleculaire zuurstof boven het vlak van de ringen. Deze ontdekking kan van belang zijn voor het onderzoek naar tekenen van leven op planeten bij andere sterren. De aanwezigheid van moleculaire zuurstof wordt doorgaans in verband gebracht met biologische processen. Maar het onderzoek van Saturnus toont nu aan dat deze vorm van zuurstof ook op geheel andere wijze kan ontstaan: aan het oppervlak van ijsrijke objecten.

Ook de maan Enceladus blijkt een atmosfeer te hebben. Volgens de onderzoekers zou de atmosfeer het gevolg zijn van het ontsnappen van (vulkanische) gassen' met name waterdamp' uit het inwendige van de ongeveer 500 kilometer grote maan. Omdat Enceladus zo klein is, kan hij de waargenomen gassen niet lang vasthouden. Dat betekent dus dat de atmosfeer voortdurend ‘bijgevuld’ moet worden.

In april blijkt dat Epimetheus, een maantje dat in dezelfde baan om Saturnus draait als het maantje Janus, een onregelmatige ‘gatenkaas’ van kraters is. Epimetheus en Janus veroorzaken ingewikkelde golfpatronen in de ringen van Saturnus. Uit het spectrum van Epimetheus blijkt dat het maantje grotendeels uit waterijs bestaat; gezien zijn dichtheid is het niet veel meer dan een losse verzameling brokstukken.

Als Cassini op 3 mei vanaf de aarde gezien achter de ringen van Saturnus langs beweegt, maken wetenschappers van de gelegenheid gebruik door de ruimtesonde radiosignalen door de ringen heen naar de aarde te laten sturen. Dat maakt het mogelijk om dichtheidsverschillen in het ringenstelsel in kaart te brengen. Over het ontstaan van de ringen van Saturnus bestaan nog veel vragen, maar zeker is dat ze zijn opgebouwd uit deeltjes en brokstukken tot afmetingen van vele meters. Het ringenstelsel bestaat in feite uit een zevental hoofdringen, die bij nadere beschouwing weer in ontelbare smalle ringetjes uiteenvallen. Tussen de hoofdringen bestaan opmerkelijke verschillen: in ring B en in het binnendeel van ring A worden weinig deeltjes kleiner dan 5 cm aangetroffen, terwijl het buitendeel van ring A en ring C er juist rijk aan zijn. Ook zijn in de ringen A en B ‘dichtheidsgolven’ te zien, die waarschijnlijk worden veroorzaakt door maantjes die even buiten de ring om Saturnus draaien.

Ook in mei ontdekt Cassini een klein maantje in een lege zone van de buitenste ring van Saturnus. Op beelden die Cassini heeft gemaakt is duidelijk te zien hoe de zwaartekracht van het slechts 7 km grote maantje (S/2005 S1) een golfpatroon in het naburige ringmateriaal veroorzaakt. Het bestaan van het maantje was al bijna een jaar geleden voorspeld, nadat men in aan de buitenrand van de lege zone enkele vage spaakachtige patronen had waargenomen.

Op 13 mei 2005 worden in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science de nieuwste bevindingen van het voortgaande onderzoek aan Titan op een rijtje gezet. Op Titan blijkt tijdens de lange poolwinter een krachtige atmosferische circulatie op gang te komen, die de polaire lucht afsnijdt van de rest van de atmosfeer. Hierdoor kunnen zich ter plaatse organische stoffen in de atmosfeer ophopen. Dit verschijnsel vertoont overeenkomsten met het ontstaan van de ozongaten boven de noord- en zuidpool van de aarde. Een raadselachtige ontdekking is die van een rode vlek op het oppervlak (?) van Titan. Men denkt dat het bijna 500 km grote gebied, dat Xanadu is genoemd, de locatie van een grote inslag zou kunnen zijn. Een andere mogelijkheid is dat hier relatief warm ijs uit het inwendige van Titan opwelt. Het zou zelfs laaghangende bewolking kunnen zijn. Maar wat het ook is: de vlek moet vrij recent zijn ontstaan.

In Nature van 9 juni maken onderzoekers bekend dat er op Titan waarschijnlijk actieve vulkanen zijn die methaan uitstoten. Een tijd lang dacht men dat er op Titan zeeën van vloeibare koolwaterstoffen zouden zijn die als bron van methaan konden dienen, maar zulke zeeën zijn tot nog toe vrijwel niet aangetroffen (de enige uitzondering is een niervormig gebied bij de zuidpool). Wel is nu een ongeveer 30 kilometer grote, ronde structuur op Titan ontdekt die een vulkaankoepel zou kunnen zijn. En uit deze vulkaan zou een mengsel van waterijs en koolwaterstoffen kunnen stromen.

In juli ontwikkelt de Saturnusmaan Enceladus zich steeds meer tot de grote verrassing van de Cassini-missie. Rond de zuidpool is een geologisch ‘jong’ gebied te zien, waar vrijwel geen inslagkraters te vinden zijn. Er is blijkbaar de nodige geologische activiteit op deze maan, ook nog eens van zeer recente datum, maar een sluitende verklaring daarvoor ontbreekt nog, al lijkt getijdenwerking de meest waarschijnlijke oorzaak. Vreemd is wel dat de activiteit zich tot het zuidpoolgebied beperkt. Door de uitstoot van waterdamp bij de zuidpool heeft zich een ijle, maar uitgebreide atmosfeer rond de maan gevormd.

Niet alleen Enceladus blijkt een atmosfeer te hebben, dat geldt ook voor het ringenstelsel van Saturnus! Uit metingen blijkt dat de ringen zijn gehuld in een ijle wolk van (voornamelijk) moleculaire zuurstof. De zuurstofmoleculen zijn vrijwel zeker afkomstig van de ijsdeeltjes in het ringenstelsel. Onder invloed van het ultraviolette licht van de zon worden watermoleculen gesplitst in waterstof en zuurstof.

Op Titan wordt een kustlijn ontdekt, of althans een structuur die daar sterk aan doet denken. Het gaat om een grillige grenslijn tussen een hoog, bergachtig gebied en een lager gelegen vlakte. Die vlakte is mogelijk een oude zeebodem: op Titan regent het af en toe vloeibaar methaangas, en kunnen tijdelijk meren van organische verbindingen voorkomen. De nieuwe waarnemingen zijn verkregen door het radarinstrument van de ruimtesonde Cassini, die op 7 september vlak langs Titan vloog.

In september 2005 vindt in Cambridge (Engeland) een bijeenkomst van planeetwetenschappers plaats, en dat levert onder meer een aardig blokje nieuws over Saturnus en zijn atmosfeer, ringen en manen op:
* delen van de binnenste ring van Saturnus (de D-ring) zijn de afgelopen 25 jaar een paar honderd kilometer naar binnen verschoven en in helderheid afgenomen; dat duidt erop dat de levensduur van deze ring beperkt is.
* de nogal klonterige F-ring vertoont een spiraalstructuur; dat duidt erop dat er één of meerdere maantjes aan het werk zijn, die dichtheidsgolven in het ringmateriaal veroorzaken.
* de grotere brokstukken in de helderste ringen van Saturnus hebben eerder de structuur van losse sneeuwballen dan van harde ijsklonten. De brokstukken in de A-ring hebben bovendien de neiging om groepjes te vormen, waardoor de ring grotendeels uit lege ruimte bestaat.
* diep in de atmosfeer van Saturnus is de bewolking veel veelzijdiger dan men tot nu toe dacht: op 30 kilometer onder het bovenste wolkendek komen individuele wolken in allerlei soorten en maten voor.
* de grote verrassing is wederom de bescheiden Saturnusmaan Enceladus, die rond zijn zuidpool een soort ijsvulkanisme vertoont dat de E-ring van Saturnus van verse deeltjes voorziet. Het ijsvulkanisme wordt waarschijnlijk aangedreven door een ondergrondse voorraad vloeibaar (!) water. Uit nader onderzoek is nu gebleken dat de samenstelling van het uitgestoten materiaal een nogal aards karakter heeft: zij bestaat uit waterdamp, stikstof, kooldioxide en eenvoudige organische moleculen.

Cassini heeft weer ‘spaken’ gevonden in het ringenstelsel van Saturnus. De radiale structuren, die licht of donker afsteken tegen de brede, heldere B-ring van Saturnus, werden voor het eerst gefotografeerd door de Voyager-ruimtesondes, vijfentwintig jaar geleden. Ze ontstaan waarschijnlijk doordat elektrostatisch geladen stofdeeltjes uit het ringvlak omhoog getild worden, en meedraaien met het magnetisch veld van de planeet. Toen Cassini in 2004 in een baan om Saturnus aankwam en veel scherpere foto's van de ringen maakte, was er van de mysterieuze spaken geen spoor te bekennen. Ringdeskundigen vermoedden toen echter dat dat te maken had met de kleinere hoek waaronder het ringenstelsel verlicht wordt door de zon. Ze voorspelden dat de spaken in het najaar van 2005 weer terug zouden keren. In september werden ze voor het eerst opgemerkt.

Eind september vloog Cassini langs de manen Tethys en Hyperion, waarbij dit tweetal dichter werd genaderd dan ooit tevoren. Tethys wordt gekenmerkt door een oud, bekraterd oppervlak, terwijl Hyperion wel wat wegheeft van een spons. Een opmerkelijke eigenschap van het oppervlak van Hyperion is het donkere materiaal dat op de bodem van veel kraters te zien is. Wetenschappers die deze maan nader willen onderzoeken, hebben pech: het was waarschijnlijk de enige keer dat Cassini hem bekeek.

De 500 kilometer grote, heldere vlek op het oppervlak van Titan, die begin 2005 in het infrarood werd ontdekt, is geen berg, wolk of geologisch actieve ‘hot spot’. Volgens de onderzoekers van de Universiteit van Arizona en het Cassini-team, die de temperatuur van de vlek hebben gemeten, moet het gaan om een gebied met een afwijkende oppervlaktesamenstelling, mogelijk ijs dat met een bepaalde stof ‘vervuild’ is.

In oktober maakt Cassini een geslaagde vlucht langs de maan Dione. Ondertussen breken onderzoekers zich het hoofd over de bewolking die op gematigde breedten van het zuidelijk halfrond van Titan te zien is. Opmerkelijk genoeg beperkt de bewolking zich tot een vrij smal gebied rond 40 graden zuiderbreedte en 350-360 graden westerlengte. Een mogelijke verklaring is dat de wolken ontstaan doordat bij ijsvulkanisme aan het oppervlak grote hoeveelheden methaan vrijkomen, die wolken vormen en zelfs ‘regen’ geven. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat de methaanuitstoot zich tot die 40ste breedtegraad beperkt. Volgens de onderzoekers moet er haast wel een verband bestaan met de smoglaag boven de zuidpool van Titan, waarvan de buitengrens bij dezelfde breedtegraad ligt. Dat zou erop kunnen duiden dat er een grootschalige atmosferische circulatie heerst, die ervoor zorgt dat de lucht op een bepaalde breedte opstijgt. Computermodellen laten inderdaad zien dat de zonnewarmte ervoor zorgt dat er op 40 graden zuiderbreedte een zone van opstijgende lucht ontstaat. Dat verklaart echter nog niet waarom de bewolking een voorkeur voor een bepaalde lengtegraad heeft...

Onderzoek van Cassini-beelden duidt erop dat de regelmatige golvingen in de smalle F-ring van Saturnus worden veroorzaakt door eenvoudige zwaartekrachtsinteracties met de kleine maan Prometheus. Prometheus is slechts ongeveer 100 kilometer groot en beweegt in een baan die net binnen de F-ring ligt. Naar verwachting zal Prometheus de komende jaren steeds grotere verstoringen in de F-ring veroorzaken.

Uit nadere analyse van de gegevens die de Huygens-sonde begin 2005 op Titan verzamelde, duiden erop dat de rivierbeddingen die op deze maan te zien zijn, ook echt rivierbeddingen zijn. Volgens de Amerikaanse geoloog Gary Parker zijn ze door stromen van vloeibare methaan uitgesleten in het ijsachtige oppervlak van Titan. Uit Parkers berekeningen blijkt dat de verschillen tussen zo’n methaanrivier en een rivier op aarde niet zodanig zijn dat het eindresultaat erg zal verschillen. Alleen zullen de rivierbeddingen op Titan door de geringere zwaartekracht breder, dieper en minder steil zijn dan die op aarde.

Tegen het einde van het jaar kan dan eindelijk overduidelijk worden aangetoond dat Enceladus geologisch actief is. Bij de zuidpool van de maan zijn duidelijke ‘fonteinen’ van ijsdeeltjes te zien, die waarschijnlijk door barsten in het oppervlak naar buiten komen.

22 december 2005
Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn twee nieuwe, ijle ringen en twee nieuwe maantjes bij de planeet Uranus ontdekt. De grootste van de twee ringen ligt twee keer zo ver van de planeet als het reeds bekende ringenstelsel. Omdat stof dat om een planeet draait de neiging heeft om daarvan weg te spiralen, moet er bij Uranus een mechanisme actief zijn dat de ringen voortdurend van vers stof voorziet. Volgens de onderzoekers is de ‘stofbron’ van de buitenste ring een 20 kilometer klein maantje, Mab, dat in 2003 met Hubble is ontdekt. Het stof zou vrijkomen bij meteorietinslagen.
Een andere ontdekking is dat er sinds 1994 talrijke kleine veranderingen zijn waargenomen in de banen van de binnenste manen van Uranus. Er lijkt een nogal chaotisch proces aan de gang te zijn, waarbij de manen onderling energie en impulsmoment uitwisselen. Uit berekeningen blijkt dat er eens in de paar miljoen jaar ook botsingen tussen deze manen plaatsvinden. Daarbij zou dan een compleet nieuwe ring kunnen ontstaan.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2005/33/full/
Science, 23 december 2005

10 november 2005
In de atmosfeer van de planeet Jupiter heersen enorm hevige winden, die een opvallende bandenstructuur tot gevolg hebben. Hoewel deze banden al honderden jaren worden waargenomen, bestond er nog steeds geen goede verklaring voor dit complexe systeem van tegengesteld gerichte luchtstromingen. Wetenschappers zijn er nu echter in geslaagd een driedimensionaal computermodel van Jupiter te maken, dat de eigenschappen van de atmosfeer goed kan beschrijven. Uit het model blijkt dat de winden, die worden aangedreven door kleinschalige turbulenties, zich voortzetten tot op een diepte van 7000 kilometer. Verder naar binnen gaat de atmosfeer onder hevige druk over in een metallische toestand en remmen magnetische velden de stromingen sterk af.
Meer informatie:
http://www.mpg.de [Duitstalig]
Nature, 10 november 2005

20 oktober 2005
Volgens Edward B. Bierhaus en collega’s zouden het tellen van kraters op de oppervlakken van planeten en manen wel eens kunnen leiden tot een overschatting van het aantal inslagen. Niet elke kleine krater hoeft immers het gevolg te zijn van een afzonderlijke inslag: volgen Bierhaus en de zijnen zou zelfs 95% van de kleine kraters op de Jupitermaan Europa te wijten zijn aan secundaire inslagen' inslagen die ontstaan nadat het puin dat bij een grote inslag is opgeworpen terugvalt op het oppervlak. Dat betekent dat er in het recente verleden waarschijnlijk veel minder kleine kometen langs Jupiter zijn gescheerd dan men dacht. Bovendien is het denkbaar dat de schattingen van de leeftijden van de oppervlakken van bijvoorbeeld de maan en Mars, die doorgaans op kratertellingen zijn gebaseerd, moeten worden aangepast.
Meer informatie: Nature, 20 oktober 2005

6 september 2005
De oost-west gerichte straalstromen in de atmosferen van Jupiter en Saturnus worden mogelijk veroorzaakt door turbulenties die door zonnewarmte worden aangedreven en onweersactiviteit. Dat blijkt uit computersimulaties van onderzoekers van de Universiteit van Arizona. Uit de simulaties blijkt dat de straalstromen zich tot op grote diepte kunnen voortzetten en niet beperkt zijn tot de bovenkant van het wolkendek. Eerder hadden andere onderzoekers, op basis van de gegevens die de atmosfeersonde van Galileo had verzameld, geopperd dat de ‘motor’ achter de straalstromen wel eens in het inwendige van de planeet zou kunnen liggen.
Meer informatie: http://uanews.org

26 mei 2005
Uit gegevens die met de Galileo- en Voyager-ruimtesondes zijn verzameld, blijkt dat de kleine Jupitermaan Amalthea waarschijnlijk uit poreus ijs en gesteente bestaat. Dat is verrassend omdat de andere poreuze ijsmanen van Jupiter juist ver van de planeet worden aangetroffen, terwijl Amalthea een van de binnenste manen is. De lage dichtheid van Amalthea duidt erop dat het maantje in een kouder deel van het zonnestelsel is ontstaan' in elk geval op grotere afstand van Jupiter en misschien zelfs verder van de zon. In het eerste geval zou het maantje na verloop van tijd naar de planeet toe zijn ‘gemigreerd’, in het tweede geval zou het op een zeker moment door Jupiter zijn ingevangen.
Meer informatie:
http://galileo.jpl.nasa.gov/news/display.cfm?News_ID=11055
Science, 27 mei 2005

4 mei 2005
Onderzoekers hebben twaalf nieuwe kleine maantjes opgespoord bij de planeet Saturnus. Daarmee is het totaal voor Saturnus opgelopen tot 49; een jaar geleden was dat nog 31. Het gaat waarschijnlijk om objecten van een kilometer of vijf die bijna allemaal retrograad om de planeet draaien. Hun banen zijn zeer langwerpig en staan schuin op het vlak van de ringen: dat duidt erop dat het om ingevangen objecten (planetoïden) betreft.
Meer informatie:
http://skyandtelescope.com/news/article_1510_1.asp
http://www.ifa.hawaii.edu/~jewitt/saturn2005.html

4/6 mei 2005
Onderzoekers van het Lunar and Planetary Laboratory van de Universiteit van Arizona hebben vastgesteld dat de kleine Saturnusmaan Phoebe waarschijnlijk een ingevangen object is. De gesteente-ijs-verhouding van de maan lijkt veel op die van Pluto en de Neptunusmaan Triton' twee objecten waarvan wordt aangenomen dat ze uit de Kuipergordel afkomstig zijn. Daarbij komt nog dat de scheikundige samenstelling van het Phoebe-oppervlak sterke overeenkomsten vertoont met die van Kuipergordelobjecten.
Meer informatie:
http://www.nasa.gov/mission_pages/cassini/media/cassini-050605.html
Nature, 5 mei 2005

2 maart 2005
De röntgensatelliet Chandra heeft het poollicht van Jupiter onderzocht. Uit de röntgenspectra van de planeet blijkt dat het schijnsel afkomstig is van zuurstofionen en andere elementen die de meeste van hun elektronen zijn kwijtgeraakt. Dat duidt erop dat deze deeltjes door sterke elektrische velden boven de polen van Jupiter zijn versneld tot enorme snelheden.
Op aarde ontstaat poollicht doordat grote aantallen energierijke deeltjes van de zon het aardmagnetische veld verstoren. Dat kan op Jupiter ook gebeuren, maar uit de waarnemingen van Chandra blijkt dat de meeste poollichten op deze planeet op een andere manier ontstaan. De planeet beschikt over een eigen voorraad ionen, die afkomstig zijn van de vulkanisch actieve maan Io. Deze geladen deeltjes worden door het krachtige magnetische veld van de planeet naar de polen afgevoerd en veroorzaken daar poollicht.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2005/jupiter/

16 februari 2005
Onderzoek van het poollicht van Saturnus heeft nieuwe inzichten opgeleverd over het ontstaan ervan. In grote lijnen gedraagt het poollicht van Saturnus zich op dezelfde manier als dat op aarde. Het is echter veel stabieler en is, in tegenstelling tot het aardse poollicht, minder gevoelig voor het magnetische veld dat met de zonnewind wordt meegesleept. Poollicht ontstaat als geladen deeltjes uit de ruimte in het magnetische veld van een planeet terechtkomen, en via de veldlijnen naar de polen worden geleid, alwaar ze in botsing komen met atmosferische gassen.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/news/2005/06
http://saturn.jpl.nasa.gov/news/press-release-details.cfm?newsID=542

3 februari 2005
Amerikaanse sterrenkundigen hebben met de Keck-telescoop op Hawaï de merkwaardige ‘warme’ plek bij de zuidpool van Saturnus onderzocht. Het blijkt een polaire vortex te zijn, een stabiel groot weersysteem zoals we dat ook op aarde kennen. Maar op aarde zijn zulke systemen doorgaans kouder dan hun omgeving. Toch is het niet zo gek dat de zuidpool van Saturnus nu aan de warme kant is: het zuidelijke halfrond van de planeet is immers al vijftien jaar naar de zon toe gericht. Merkwaardig is wel dat het temperatuurverloop in de atmosfeer niet gelijkmatig is: er zitten vrij abrupte overgangen in. De onderzoekers denken dat deze wellicht worden veroorzaakt door donkere deeltjes hoog in de atmosfeer, die meer zonnewarmte zouden absorberen. Maar dan moet nog worden verklaard waarom deze deeltjes zich tot de waargenomen zone beperken.
Meer informatie: http://www.nasa.gov/vision/universe/solarsystem/saturn-020305.html

Saturnus-onderzoek 2004
Op 30 juni 2004 kwam de Amerikaans/Europese ruimtesonde Cassini-Huygens aan bij de planeet Saturnus. Een week eerder passeerde de sonde reeds de verre Saturnusmaan Phoebe, waarvan de samenstelling doet vermoeden dat dit kleine hemellichaam in de verre buitenwijken van het zonnestelsel is ontstaan. Wellicht is Phoebe een voormalige komeet.

Al spoedig na aankomst bij Saturnus werden de eerste wetenschappelijke resultaten van de missie bekendgemaakt. Cassini onderzocht de magnetosfeer van Saturnus, stelde vast dat de bekende Cassini-scheiding in het ringenstelsel rijk is aan stof (en arm aan waterijs) en maakte en passant de eerste opnamen van het oppervlak van de grote maan Titan.Boven de atmosfeer van deze laatste blijkt een fotochemische ‘mist’ zichtbaar te zijn, waarvan het bestaan overigens al wat langer bekend was.

In augustus worden onder meer fraaie kleurenbeelden van het ringenstelsel en van Janus, de maan met de twee ‘gezichten’, gepresenteerd. Bovendien blijkt Saturnus nog meer maantjes te hebben dan we al dachten. Nader onderzoek van het ringenstelsel levert op dat de dichtste delen ervan kouder zijn (bijna 200 graden onder nul) dan de ijlere (ruim 150 graden onder nul). Verder blijkt er langs de baan van het maantje Atlas nog een zwakke ring te liggen die eerder onopgemerkt was gebleven.

Onderzoek met de plasmaspectrometer van Cassini levert in oktober nieuwe inzichten op over de omgeving van Saturnus. Het lijkt erop dat de buitenkant van de magnetosfeer van de planeet geladen deeltjes (plasma) bevat die afkomstig zijn van de zonnewind. Meer naar binnen toe is het plasma vooral afkomstig van de ringen en/of de binnenste ijsmanen.

In oktober komt ook het onderzoek van de maan Titan goed op gang. Cassini heeft de eerste gedetailleerde beelden van het maanoppervlak gemaakt. Daarop is een ingewikkeld patroon van lichte en donkere gebieden te zien, waarvoor men echter nog geen goede verklaring heeft. Wel staat vast dat er weinig inslagkraters zijn, wat erop duidt dat er processen aan de gang zijn die het oppervlak regelmatig ‘herstellen’. Op een van de radarbeelden die Cassini van Titan heeft gemaakt is een brede, lobvormige structuur te zien. De vorm kan erop duiden dat hier iets omlaag gestroomd is' bijvoorbeeld gesmolten ijs.

Onderzoek aan de samenstelling van de atmosfeer van Titan duidt erop dat deze meer zware stikstofisotopen bevat dan lichte. Dat kan erop duiden dat de maan bovenin zijn atmosfeer veel lichte stikstof is kwijtgeraakt. Overigens duidt onderzoek met het UVIS-instrument van Cassini erop dat er voortdurend onderlinge botsingen plaatsvinden tussen de kleine brokstukken in de ringen van Saturnus. Hierdoor is om de planeet een reusachtige wolk van zuurstofatomen ontstaan, die onder invloed van het zonlicht UV-straling uitzenden. Waarschijnlijk vindt er in de ringen een voortdurend proces plaats waarbij kleine brokstukken samenklonteren tot maantjes, die bij botsingen weer uiteenvallen.

Begin november maken onderzoekers bekend dat de vele bandjes of ‘ringlets’, die de ringen van Saturnus vormen, nog ‘scherper’ begrensd zijn dan men al dacht. Tussen de plek waar nog wél brokstukjes te vinden zijn en de lege ruimte zit hooguit enkele tientallen meters (!). Zulke scherpe randen ontstaan niet vanzelf: ze moeten worden bijgewerkt door passerende mini-maantjes.

Behalve van Titan heeft Cassini ook prachtige opnamen gemaakt van een andere Saturnusmaan: Tethys. Deze is een stuk kleiner dan Titan en heeft geen atmosfeer, waardoor we het dicht bekraterde oppervlak duidelijk kunnen zien. Het grote aantal kraters duidt erop dat het oppervlak van Tethys al lange tijd onveranderd is.

In december beginnen de voorbereidingen van de Huygens-missie: de kleine Europese landingsmodule maakt zich op Eerste Kerstdag los van het moederschip. Uit onderzoek van Titan blijkt dat er in de dichte atmosfeer van deze Saturnusmaan kleine veranderingen te zien zijn (zelfs vanaf de aarde!). Voor het eerst is ook bewolking op gematigde breedte te zien (eerder waargenomen wolken lagen boven de poolgebieden). Hierdoor kunnen nu ook windsnelheden voor dat deel van de Titan-atmosfeer worden bepaald.

Ook de kleinere Saturnusmaan Dione had een kleine verrassing in petto. De ingewikkelde, gevlochten oppervlaktestructuren die op Dione te zien zijn, blijken niet uit dikke ijsafzettingen te bestaan. Het zijn heldere ijskliffen die door breukvorming zijn ontstaan.

Behalve de (vele) manen van Saturnus wordt ook de planeet zelf nader bestudeerd. De bliksemontladingen in de atmosfeer van de planeet ruwweg een miljoen maal heviger dan die op aarde. Bij de aarde kon Cassini de radiostraling die bij bliksem vrijkomt waarnemen tot op een afstand van bijna 90 duizend kilometer' bij Saturnus lukte dat al vanaf 161 miljoen kilometer! Ook is nu een indruk gekregen van de deeltjesdichtheid die een ruimtesonde ondervindt als hij het vlak van de ringen van Saturnus passeert. Bij zo’n passage is Cassini duizend keer per seconde door (zeer) kleine deeltjes getroffen. Gelukkig waren de deeltjes slechts enkele micrometers groot, zodat er geen schade is aangericht.

Op oudejaarsdag vliegt Cassini langs de Saturnusmaan Japetus. Daarbij zijn gedetailleerde opnamen van het maanoppervlak gemaakt. Japetus is een buitenbeentje in het Saturnusstelsel: de ene helft van de maan is zeer licht van kleur, de andere zeer donker. Waarom dit zo is, is nog onbekend. Een andere bijzonder kenmerk van Japetus is de lange, smalle bergrug die de donkere helft van de maan in twee deelt. De bergrug is meer dan 1300 km lang en plaatselijk 20 km hoog. Het is voor het eerst dat zo’n opmerkelijke geologische structuur is waargenomen.

10 november 2004
De planeten Mars en Saturnus trekken momenteel alle aandacht, maar met de Keck-telescoop op Hawaï is de afgelopen tijd juist de planeet Uranus onderzocht. Nu het zomerseizoen op het zuidelijk halfrond van de planeet ten einde loopt, vinden er allerlei veranderingen plaats in zijn atmosfeer. Hierdoor zijn nu meer details in het wolkendek te zien dan in 1986, toen Uranus bezoek kreeg van de ruimtesonde Voyager 2. Ook is, door de veranderde zonnestand, vanaf de aarde voor het eerst de binnenste ring van de planeet te zien. Het hele ringenstelsel van Uranus blijkt overigens zeer dun te zijn: de ringen bestaan' anders dan die van Saturnus' uit één enkele laag van (forse) brokstukken.
Meer informatie: http://astron.berkeley.edu/~newstar/Infrared/UranusAo/pressrelease2004.htm

14 september 2004
Voor de tweede maal in zijn loopbaan is de Europees/Amerikaanse ruimtesonde Ulysses bestookt met stofdeeltjes van de Jupitermaan Io. Deze stofdeeltjes zijn afkomstig van de actieve vulkanen van Io, die door het magnetische veld van Jupiter tot snelheden van 300 km/s worden aangedreven. Hun bestaan werd ontdekt toen Ulysses in 1992 voor het eerst in de buurt van Jupiter kwam. Begin dit jaar was dat opnieuw het geval, en dat leverde opnieuw een verrassing op: de deeltjes kwamen uit de verkeerde richting. Modellengeven aan dat de deeltjes in rechte lijn vanuit het evenaarsvlak van Jupiter bewegen. Maar in dat geval zouden ze boven het noordpoolgebied van Jupiter niet aanwezig mogen zijn. Toch heeft Ulysses ze ook daar waargenomen.
Meer informatie: http://science.nasa.gov/headlines/y2004/14sep_jupiterdust.htm?list137719

17 augustus 2004
De planeten Saturnus en Neptunus blijken meer maantjes te hebben dan we tot voor kort dachten. De ruimtesonde Cassini heeft bij Saturnus twee piepkleine exemplaren ontdekt, die tussen de banen van de reeds bekende manen Mimas en Enceladus bewegen. De ontdekking van vijf nieuwe maantjes bij Neptunus is ‘gewoon’ vanaf de aarde gedaan. De beide planeten hebben nu (voor zover bekend) 33 en 13 manen.
Meer informatie:
http://saturn.jpl.nasa.gov/news/press-releases-04/20040816-pr-a.cfm
http://news.bbc.co.uk/1/hi/sci/tech/3578210.stm

13 juli 2004
Computerberekeningen duiden erop dat Saturnus een veel grotere kern heeft dan Jupiter.
Meer informatie: http://www.lanl.gov/worldview/news/releases/archive/04-067.shtml

22 april 2004
Amerikaanse onderzoekers denken dat Jupiter op het punt staat een grote klimaatverandering te ondergaan: het wordt warmer rond de evenaar en kouder bij de polen. Dat zou het gevolg zijn van feit dat de meeste grote ‘wervelstormen’ op de planeet momenteel ‘verdwijnen’. De Grote Rode Vlek blijft dankzij zijn ligging bij de evenaar waarschijnlijk wel bestaan. De temperatuurverschuivingen zullen er uiteindelijk toe leiden dat de straalstromen in de hoge Jupiter-atmosfeer instabiel worden en daarbij weer nieuwe wervelstormen doen ontstaan. De veranderingen maken deel uit van de 70-jarige klimaatcyclus van Jupiter: de laatste cyclus begon in 1939 met het ontstaan van drie grote wervelstormen ten zuiden van de Grote Rode Vlek.
Meer informatie: http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2004/04/21_jupiter.shtml

14 april 2004
Nieuwe VLT-opnamen laten de Saturnusmaan Titan in ongekende details zien. Net als op eerdere foto’s van Titan zijn donkere gebieden op het oppervlak te zien, die mogelijk de locaties van zeeën van (ijskoude) vloeibare koolwaterstoffen aangeven. Recent onderzoek met de Keck-telescoop op Hawaï heeft een ‘filmpje’ opgeleverd waarin niet alleen structuren op het oppervlak van Titan te zien zijn, maar ook in de atmosfeer.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/pr-09-04.html
http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2004/04/15_titan.shtml

8 april 2004
Drie maanden voor zijn aankomst bij Saturnus heeft de ruimtesonde Cassini opnamen van de planeet gemaakt, waarop te zien is hoe twee stormgebieden samensmelten tot één, groter stormgebied. Het is pas voor de tweede keer dat dit verschijnsel bij de planeet met de ringen is waargenomen. Saturnus is de meest stormachtige planeet van ons zonnestelsel, maar tot nu toe is onbekend waarom dat zo is. Tot eind mei zal elke donderdag een nieuwe Cassini-opname worden gepresenteerd, daarna gebeurt dat frequenter.
Meer informatie:
http://saturn.jpl.nasa.gov/news/press-releases-04/20040408-pr-a.cfm
http://ciclops.lpl.arizona.edu/

5 april 2004
Nog een opname van Titan, ditmaal in het röntgengebied. Eigenlijk is alleen de schaduw van Titan te zien, die op het moment van de opname (5 januari 2003) net vóór de bekende supernovarest M1 (de Krabnevel) langs bewoog. Deze unieke overgang werd vastgelegd met de röntgensatelliet Chandra. Uit de metingen blijkt onder meer dat de atmosfeer van Titan zich tot op iets grotere hoogte uitstrekt dan tijdens de passage van de ruimtesonde Voyager 1 in 1980, mogelijk doordat Saturnus en zijn maan in 2003 iets dichter bij de zon stonden.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2004/titan/

1 april 2004
Franse sterrenkundigen hebben nieuwe, gedetailleerde opnamen gemaakt van de grootste Saturnusmaan, Titan. De opnamen zijn gemaakt met de VLT en tonen ‘details’ van 200 km.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/phot-08-04.html

31 maart 2004
Als de Europese ruimtesonde Huygens begin volgend jaar afdaalt in de dichte atmosfeer van de Saturnusmaan Titan, zou deze wel eens in een zee van vloeibare koolwaterstoffen terecht kunnen komen. Britse wetenschappers hebben alvast onderzocht hoe de ‘zeegang’ zou kunnen zijn: de golven kunnen op Titan zeven keer zo hoog worden als op aarde, maar ze gaan langzamer op en neer en de toppen liggen verder uiteen.
Meer informatie: http://www.ras.org.uk/html/press/pn0411ras.html

8 maart 2004
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra zijn de eerste duidelijke röntgenopnamen van de planeet Saturnus gemaakt. De beelden laten zien dat de röntgenstraling van de planeet voornamelijk van de evenaar afkomstigs is. Dat is opmerkelijk, omdat eerdere waarnemingen van Jupiter juist hadden opgeleverd dat deze planeet juist aan zijn polen de meeste röntgenstraling produceert. Het verschil tussen beide planeten kan nog niet worden verklaard. Zeker is wel dat de röntgenstraling eigenlijk ‘tweedehands’ zonnestraling is.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2004/saturn/

22 januari 2004
Met de Hubble-ruimtetelescoop is nieuw onderzoek gedaan van de reuzenplaneten Uranus en Neptunus. Beide planeten vertonen nog steeds het patroon van wolkenbanden zoals we dat ook van Jupiter en Saturnus kennen, al moet je er veel moeite voor doen om de structuren te herkennen. Door bepaalde soorten filters te gebruiken, worden ze echter goed zichtbaar.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2004/05

2 oktober 2003
Radarwaarnemingen vanaf de aarde lijken erop te wijzen dat er op het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan meren van vloeibare koolwaterstoffen te vinden zijn. Dat zou in overeenstemming zijn met de al enkele tientallen jaren oude theorie dat zich in de atmosfeer van Titaan een koolwaterstofkringloop afspeelt, die vergelijkbaar is met de waterkringloop op aarde. Evenwel kan niet worden uitgesloten dat het bij de waargenomen gladde gebieden gewoon om vast oppervlak gaat.
Meer informatie: http://www.news.cornell.edu/releases/Oct03/Titan.Campbell.bpf.html

25 september 2003
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop zijn twee nieuwe kleine maantjes van de planeet Uranus ontdekt. De maantjes zijn 12 en 16 km groot en bewegen op afstanden van slechts 75.000 en 98.000 km tot de planeet. In totaal heeft Uranus nu, voor zover bekend, 24 manen.
Meer informatie: http://hubblesite.org/newscenter/2003/29

22 september 2003
Onderzoek met een 35-cm (!) telescoop heeft interessant nieuws opgeleverd over de grote Saturnusmaan Titan. Bij het onderzoek heeft een studente gedurende een half jaar nauwgezet opnamen van Titan gemaakt, om te zien of er iets van wolken op die maan te zien zijn. Op momenten dat er veelbelovende helderheidsveranderingen waarneembaar leken, werd contact gezocht met de Keck-sterrenwacht om gedetailleerdere opnamen te maken. Het onderzoek leidde uiteindelijk tot de ontdekking van bewolking rond de zuidpool van Titan en een publicatie in Nature.

12 september 2003
Bij de planeet Neptunus is een nieuw maantje ontdekt. Het ongeveer 40 kilometer grote object beweegt in een onregelmatige baan op gemiddeld 50 miljoen kilometer van de planeet. Het is de twaalfde maan die Neptunus rijk is.
Overigens heeft ander onderzoek uitgewezen dat Neptunus’ tweede maan, Nereïde, waarschijnlijk een object is dat, net als Triton, is ingevangen en dus niet gelijktijdig uit hetzelfde materiaal als de planeet is ontstaan.
Meer informatie:
http://www.ifa.hawaii.edu/~sheppard/satellites/iaucneptune.html
http://skyandtelescope.com/news/article_1044_1.asp

9 september 2003
Een reeks nieuwe Hubble-opnamen, gemaakt bij verschillende golflengten, toont de ringen van de planeet Saturnus. De opnamen zijn begin dit jaar gemaakt, toen de stand van de ringen zodanig was dat we de zuidkant ervan het best konden zien.
Meer informatie: http://hubblesite.org/newscenter/archive/2003/23/

4 juni 2003
De equatoriale winden op Saturnus nemen in hevigheid af. In 1980/81 maten de beide Voyager-sondes nog windsnelheden van 1700 km/uur, maar inmiddels zijn deze afgenomen tot minder dan 1000 km/uur. Veel van de energie die de weersystemen op de grootste planeten van ons zonnestelsel aanzwengelt is uit het planeetinwendige afkomstig. Waarom de wind daarbij zulk enorm hoge snelheden kan bereiken is echter nog onduidelijk. Bij Saturnus speelt mogelijk het ringenstelsel een rol: de schaduw die de ringen momenteel op het evenaargebied werpen zouden tot een afzwakking van de wind kunnen leiden. Dat zou betekenen dat de zon een grotere rol speelt bij de hoge windsnelheden dan sommige onderzoekers dachten.
Meer informatie: http://www.wellesley.edu/PublicAffairs/Releases/2003/060403.html

3 juni 2003
Er is opnieuw een (klein) onregelmatig maantje bij de planeet Jupiter ontdekt. Het totaal van de planeet komt daarmee op 61. Het nieuwste exemplaar maakt deel uit van een klein groepje maantjes dat zich in de buurt van de grotere Jupitermaan Ananke ophoudt.
Meer informatie: http://www.astro.ubc.ca/people/gladman/jup2003.html

15 mei 2003
De laatste jaren worden steeds meer kleine maantjes ontdekt bij (met name) de planeten Jupiter en Saturnus. Deze maantjes kunnen in twee groepen worden onderverdeeld: regelmatige en onregelmatige. De regelmatige bewegen in (bijna) cirkelvormige banen om hun planeet en begeleiden deze waarschijnlijk al sinds de begintijd van het zonnestelsel. Onregelmatige maantjes hebben vaak zeer langgerekte banen en bewegen op grote afstand van hun moederplaneet: deze zijn waarschijnlijk door de laatste ‘ingevangen’. Hoe dat invangen precies in zijn werk gaat, was lange tijd onduidelijk. Maar Britse onderzoekers hebben een nieuw rekenmodel ontwikkeld' gebaseerd op de chaostheorie' dat het invangproces goed lijkt weer te geven. Het bijzondere van het model is dat het is gebaseerd op berekeningen die oorspronkelijk voor het verklaren van chemische reacties zijn bedacht.
Meer informatie: http://www.bris.ac.uk/news/2003/188

15 mei 2003
Onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop en de Keck-telescoop op Hawaï duidt erop dat ook Neptunus aan seizoenen onderhevig is. Het is nu lente op het zuidelijke halfrond van de planeet, en dat gepaard met een toenemende helderheid van het wolkendek. De wolkenbanden ter plaatse zijn ook breder geworden. Omdat de seizoenen op Neptunus erg lang duren (een Neptunusjaar duurt 165 aardse jaren), zou het helderder worden van het wolkendek nog tientallen jaren kunnen doorgaan.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/news/2003/17
http://www.ssec.wisc.edu/media/Neptune2003.htm

24 april 2003
Nieuwe onderzoek laat zien dat het oppervlak van de Saturnusmaan Titan niet geheel met vloeibare methaan en andere organische stoffen is bedekt: er zijn ook grote gebieden van ijs en gesteente. Het is niet gemakkelijk om vast te stellen hoe het Titanoppervlak er uit ziet, omdat deze maan in een dichte atmosfeer van stikstof gehuld is. De nieuwe conclusie is gebaseerd op spectroscopische waarnemingen in het infrarood, waarbij de atmosfeer van Titan enigszins doorzichtig is. Daarbij is vast komen te staan dat het spectrum van Titan op dat van de Jupitermaan Ganymedes lijkt. Hoe het precies zit, zullen we weten als in juli 2004 de sonde Huygens naar Titan afdaalt.
Meer informatie: http://uanews.org/cgi-bin/WebObjects/UANews.woa/4/wa/SRStoryDetails?ArticleID=7248

13 april 2003
Op 4 april zaten we nog op 58, nu alweer op 60. We hebben het over het aantal manen van Jupiter. Bij de nieuwkomers zit ook een exemplaar dat mogelijk niet-retrograad om de planeet draait.
Meer informatie: http://www.ifa.hawaii.edu/~sheppard/satellites/jup2003.html

9 april 2003
Bij zijn ontmoeting met de Jupitermaan Amalthea, vijf maanden geleden, heeft de Amerikaanse ruimtesonde Galileo een achttal kleine objecten ontdekt die in vrijwel dezelfde baan om Jupiter draaien. Het zijn mogelijk brokstukken van Amalthea, die zich na een of meer inslagen hebben losgemaakt. De bijzondere ontdekking is waarschijnlijk het laatste wapenfeit dat de Galileo op zijn naam zal schrijven: de sonde zal in september in de atmosfeer van Jupiter duiken.
Meer informatie: http://galileo.jpl.nasa.gov/news/release/press030409.html

8 april 2003
De speurtocht naar maantjes bij de reuzenplaneten heeft een nieuw exemplaar opgeleverd, bij Saturnus ditmaal. Het maantje, S/2003 S1, beweegt in een retrograde baan om de planeet en is ongeveer 8 kilometer groot. Het totale aantal manen van Saturnus ligt nu op 31.
Meer informatie: http://www.ifa.hawaii.edu/~sheppard/satellites/sat2003.html

4 april 2003
Om te voorkomen dat we de tel kwijtraken: de voortgaande speurtocht naar nieuwe maantjes bij Jupiter heeft opnieuw 7 nieuwe exemplaren opgeleverd. Daarmee komt het totaal voor dit jaar op 18, en het totale aantal Jupitermanen op 58. Alle nieuw ontdekte maantjes lijken retrograad (tegen de rotatie van de planeet in) om Jupiter te draaien. Het betreft ingevangen planetoïden en/of brokstukken van grotere maantjes die door inslagen uiteengevallen zijn.
Meer informatie: http://www.ifa.hawaii.edu/~sheppard/satellites/jup2003.html

12 maart 2003
Jupiter-waarnemingen met de ruimtesonde Cassini hebben een tweede grote vlek in de atmosfeer van de planeet aan het licht gebracht. Deze ‘Grote Donkere Vlek’ is van vergelijkbare omvang als de bekende Grote Rode Vlek, maar bevindt zich dichtbij de noordpool van de planeet, waardoor hij van de aarde niet of nauwelijks te zien is (en dan nog alleen in het ultraviolet). In tegenstelling tot laatstgenoemde bevindt de GDV zich hoog in de atmosfeer: het betreft mogelijk een neveneffect van de poollichten op Jupiter.
Meer informatie: http://science.nasa.gov/headlines/y2003/12mar_darkspot.htm

7 maart 2003
In februari zijn met telescopen op Hawaï opnieuw nieuwe maantjes bij de planeet Jupiter ontdekt. Aanvankelijk werd de ontdekking van zeven nieuwe exemplaren gemeld, maar inmiddels zijn het er al twaalf, waarmee het totaal van Jupiter op 52 komt. Het betreft waarschijnlijk ingevangen planetoïden van slechts enkele kilometers groot. Hun banen zijn nog vrij onzeker.
Meer informatie: http://www.ifa.hawaii.edu/~sheppard/satellites/jup2003.html

6 maart 2003
Opnamen die de ruimtesonde Cassini van Jupiter heeft gemaakt, lijken een nieuwe kijk te geven op de manier waarop de atmosfeer van die planeet in elkaar zit. De atmosfeer van Jupiter is verdeeld in donkere banden en lichte tussenzones, en daarbij is altijd aangenomen dat de zones uit opstijgende wolken bestaan, en dat de atmosfeer in de donkere banden juist daalt. Op de Cassini-beelden is echter te zien hoe in de donkere banden ook kleine lichte wolken opstijgen. Het lijkt er steeds meer op dat het juist de banden zijn die stijgen en de zones die dalen!
Meer informatie:
http://saturn.jpl.nasa.gov/gallery/jupiter-flyby/index.cfm
http://ciclops.lpl.arizona.edu/ciclops/images_jupiter.html

27 februari 2003
Instrumenten aan boord van de ruimtesonde Cassini hebben een grote, vrij dichte gaswolk bij Jupiter ontdekt, die om de baan van de maan Europa ligt. Aangenomen wordt dat de miljoenen kilometers lange wolk het resultaat is van het hevige ionenbombardement waaraan het oppervlak van Europa voortdurend blootstaat. Door de deeltjesstraling vallen de watermoleculen van het oppervlakte-ijs uit elkaar, waarna ze het resulterende neutrale gas een grote wolk om Europa volgt.
Meer informatie: http://www.jhuapl.edu/newscenter/pressreleases/2003/030227.htm

13 januari 2003
Er zijn weer eens wat nieuwe maantjes ontdekt' bij de planeet Neptunus ditmaal. Het betreft een drietal kleine exemplaren van een kilometer of 30 à 40. Daarmee komt het totale aantal manen van Neptunus op elf. Aangenomen wordt dat kleine maantjes als deze het resultaat zijn van een botsing tussen een voormalige, grotere maan en een komeet of planetoïde.
Meer informatie: http://cfa-www.harvard.edu/press/pr0303.html

1 januari 2003
Amerikaanse en Franse sterrenkundigen hebben een bijna dertig jaar oud raadsel rond de Jupitermaan Io opgelost. In 1974 werd vastgesteld dat er wolken neutrale natrium rond Io hangen. Naar nu blijkt bevat deze ‘atmosfeer’ ook natriumchloride' keukenzout dus' dat waarschijnlijk wordt uitgestoten bij de vele vulkaanuitbarstingen die op Io plaatsvinden. Bij deze uitbarstingen wordt per seconde ongeveer twee ton materiaal de ruimte in geblazen.
Meer informatie: http://www.jhu.edu/news_info/news/home02/dec02/volcano.html

17 december 2002
Met de Keck- en Gemini-telescopen op Hawaï heeft men voor het eerst methaanwolken aangetoond in de atmosfeer van de Saturnusmaan Titan. Titan is de enige maan in het zonnestelsel met een dichte atmosfeer en een mistlaag hoog in de atmosfeer verhindert dat we de atmosfeer en het oppervlak kunnen bestuderen in zichtbaar licht. Op infraroodgolflengen kan met echter door de mist heenkijken. De aanwezigheid van dit soort wolken, die bestaan uit kleine methaandruppeltjes, was tevoren verwacht, maar het bleek erg moeilijk te zijn om ze ook aan te tonen. De wolken lijken waarschijnlijk veel op aardse onweerswolken en veranderen op betrekkelijk korte tijdschalen. Deze ontdekking was mogelijk dankzij adaptieve optiek, waardoor de telescopen zeer scherp konden kijken.
Meer informatie: http://www.gps.caltech.edu/~antonin/nature02.html

9 december 2002
De Galileosonde die rond Jupiter draait, blijft ook aan het eind van zijn missie verrassen. Uit de recente passage van de kleine maan Amalthea blijkt dat de dichtheid van deze maan erg klein is. Waarschijnlijk bevat de maan vele grote holle ruimten en wellicht is de maan eerder te beschouwen als een losse kluit kleinere brokstukken. De lage zwaartekracht van deze maan was te gering om hem tot een meer bolvormig geheel samen te trekken.
Meer informatie: http://galileo.jpl.nasa.gov/

1 november 2002
Tijdens een geslaagde test met de camera van de ruimtesonde Cassini is een mooie opname van het reisdoel, de planeet Saturnus, gemaakt. De ruimtesonde moet over ongeveer twintig maanden bij de planeet aankomen.
Meer informatie:
http://photojournal.jpl.nasa.gov/catalog/PIA02884
http://saturn.jpl.nasa.gov/index.cfm
http://ciclops.lpl.arizona.edu/

30 oktober 2002
De rode vlekken die her en der op het ijsoppervlak van de Jupitermaan Europa te zien zijn, bestaan wellicht uit ‘warmer’ ijs dat uit de diepte opstijgt. Dit opstijgen zou deel uit kunnen maken van een ijskringloop die in de ‘onderijse’ oceaan van Europa begint. Als deze oceaan, zoals sommige onderzoekers mogelijk achten, levende organismen bevat, zouden deze door de kringloop naar het oppervlak kunnen worden gebracht.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2002/release_2002_200.cfm

29 oktober 2002
De missie van Jupitersonde Galileo loopt tegen zijn eind. Volgende week begint hij aan zijn laatste omloop om de planeet, maar voor die tijd zal nog een bezoek worden gebracht aan de kleine Jupitermaan Amalthea, een van de vier maantjes die binnen de baan van de binnenste grote maan (Io) om Jupiter draaien. Galileo zal Amalthea op slechts 160 km passeren. Bij die gelegenheid zal onder meer de massa van het maantje worden bepaald, maar foto’s zullen er niet worden gemaakt. Onderweg naar Amalthea zal Galileo ook een ijle ring van deeltjes rond Jupiter doorkruisen. In september 2003 zal de ruimtesonde op Jupiter neerstorten.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2002/release_2002_199.cfm

11 oktober 2002
Wetenschappers hebben een nieuwe verklaring bedacht voor de merkwaardige bewegingen van twee kleine maantjes die de zogeheten F-ring van Saturnus in bedwang houden: Pandora, die ervoor zorgt dat het materiaal in de ring zich niet naar buiten toe kan verspreiden, en Prometheus, die de binnengrens van de ring op orde houdt. De gemeten posities van de beide maantjes zijn de laatste decennia nogal af gaan wijken van de theoretisch voorspelde posities. Volgens de onderzoekers is dit het gevolg van chaotische zwaartekrachtsinteracties tussen de beide maantjes. Elke keer dat Pandora zijn soortgenoot via de binnenbocht ‘inhaalt’' dat gebeurt elke 28 dagen' geven de maantjes elkaar een ‘schop op afstand’. Dit gedrag leidt tot onvoorspelbare baanveranderingen.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2002/release_2002_190.cfm

8 oktober 2002
Hoog in de atmosfeer boven de noordpool van Jupiter bevindt zich een koude werveling die doet denken aan de werveling die het ozongat boven de zuidpool van de aarde laat ontstaan. De ‘vortex’, die uit koude ‘lucht’ bestaat, strekt zich tot diep in de Jupiter-atmosfeer uit en draait heel langzaam in het rond.
Meer informatie: http://photojournal.jpl.nasa.gov/catalog/PIA03864

2 oktober 2002
Na een maandenlange speurtocht is een nieuw maantje bij de planeet Uranus ontdekt. Het object is een kilometer of 20 groot en daarmee het kleinst bekende maantje van de planeet, die nu voor zover bekend 21 manen heeft. Er is misschien nóg een maantje, maar dat is al geruime tijd ‘zoek’ (zie archief, 31 december 2001).
Meer informatie: http://www.space.com/scienceastronomy/uranus_moon_021002.html

21 augustus 2002
In de atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan hangt voortdurend een dichte smog. Deze smog is verdeeld over verschillende lagen, die onafhankelijk van elkaar lijken te bewegen. Een nieuw computermodel duidt erop dat dit komt doordat de smogdeeltjes van het warme zomerhalfrond naar het winterhalfrond van Titan stromen en na het omkeren van de seizoenen weer terug, maar dan op een lagere hoogte. Hierdoor ontstaan gescheiden smoglagen, die uit een mengsel van methaan, ethaan en organische moleculen bestaan..
Meer informatie: http://amesnews.arc.nasa.gov/releases/2002/02_93AR.html

28 mei 2002
De laatste opnamen die de Amerikaanse ruimtesonde Galileo in oktober 2001 van Jupitermaan Io heeft gemaakt zijn binnen. Daarmee is een einde gekomen aan een onderzoek dat verspreid over een periode van zes jaar heeft plaatsgevonden. Daarbij bleek dat Io vulkanisch nóg actiever is dan men al dacht: alles bij elkaar zijn er nu 120 actieve vulkanische gebieden op de maan bekend, waarvan er 74 met de Galileo ontdekt zijn. De vulkanen op Io zijn veel lager dan die op aarde, maar het lijkt er wel op dat het vulkanisme gebergtevorming in de naaste omgeving veroorzaakt.
De dagen van de Galileo zijn nu geteld. Al tijdens de laatste scheervlucht van Jupitermaan Io, in januari van dit jaar, konden geen opnamen meer worden gemaakt, en dat geldt waarschijnlijk ook voor de vlucht langs de kleine maan Amalthea, later dit jaar. De sonde zal vervolgens nog één omloop om Jupiter maken en in september 2003 in de atmosfeer van de planeet storten.
Meer informatie
http://www.jpl.nasa.gov/images/io
http://pirlwww.lpl.arizona.edu/Galileo/Releases

23 mei 2002
Het meeste intrigerende aan de Jupitermaan Europa is ongetwijfeld de oceaan die mogelijk onder de kilometersdikke ijsmantel schuilgaat. Onderzoekers van het Planetary Science Institute en het SETI Institute denken nu dat deze oceaan mogelijk niet alleen water bevat, maar ook elementen koolstof, stikstof, zwavel en fosfor die als voeding voor (eenvoudige) levensvormen zouden kunnen dienen. Volgens de onderzoekers zouden de elementen afkomstig zijn van de inslagen van kometen. Daarbij zou weliswaar veel oppervlaktemateriaal de ruimte in worden geslingerd, maar niettemin zouden in de loop van de tijd vele miljarden tonnen van de genoemde elementen worden afgezet. Het ‘enige’ dat dan nog ontbreekt is een mechanisme waardoor de stoffen in het dieper gelegen water terecht zouden kunnen komen.
Wat dat laatste betreft is er slecht nieuws: onderzoek door Paul Schenk van het Lunar and Planetary Institute duidt erop dat de ijslaag op Europa minstens 19 kilometer dik is. Hij baseert deze conclusie op onderzoek aan inslagkraters op Europa.
Meer informatie:
http://www.seti.org/general/press_release/europa_05_21_02.html
http://www.lpi.usra.edu/research/europa/thickice/

16 mei 2002
Sterrenkundigen van de universiteit van Hawaï hebben' net als een jaar eerder (!)' elf nieuwe maantjes ontdekt bij de planeet Jupiter. Daarmee komt het totaal op 39. De nieuwe Jupitermaantjes zijn medio december 2001 ontdekt met de Canada-France-Hawaii Telescope, een 3,6-m instrument dat voor de gelegenheid was uitgerust met een grote digitale camera, waarmee een groot gebied rond Jupiter kon worden vastgelegd. De elf maantjes behoren tot de categorie ‘onregelmatige satellieten’, wat betekent dat ze in langgerekte banen om hun planeet draaien en dat bovendien tegen de rotatierichting van Jupiter in doen. Ze zijn allemaal twee tot vier kilometer groot en hebben een donker oppervlak. Waarschijnlijk gaat het om ingevangen planetoïden. Omdat sommige van de in totaal 31 onregelmatige maantjes van Jupiter vergelijkbare baaneigenschappen hebben, is het denkbaar dat sommige brokstukken zijn van grotere moederobjecten.
Meer informatie: http://www.ifa.hawaii.edu/~sheppard/satellites/jup.html