aardse planeten - dwergplaneten - gasreuzen - planetoïden - kometen en meteorieten - overige
In deze rubriek komt het onderzoek van de vier binnenplaneten (Mercurius, Venus, aarde en Mars) en hun eventuele manen aan bod.
17 mei 2013
Sinds acht jaar letten NASA-astronomen op tekenen van meteorietinslagen op de maan. Dat heeft honderden detecties per jaar opgeleverd. De lichtflitsjes zijn doorgaans niet waarneembaar met het blote oog, maar er zijn uitzonderingen... Op 17 maart jl. sloeg een klein rotsblok in op de 'maanzee' Mare Imbrium, wat resulteerde in de hevigste explosie in de geschiedenis van het waarneemprogramma. De flits bereikte een helderheid van magnitude 4 en was (theoretisch) dus waarneembaar zonder optische hulpmiddelen. De astronomen schatten dat een dertig tot veertig centimeter grote meteoroïde met een snelheid van 25 kilometer per seconde op de maan is ingeslagen. Bovendien leggen zij een verband met de vuurbollen die dezelfde nacht aan de hemel boven Noord-Amerika werden waargenomen. Het lijkt er sterk op dat aarde en maan die nacht het doelwit waren van een kleine zwerm van relatief grote brokstukken van een planetoïde. Vermoedelijk is bij de inslag op de maan een ongeveer twintig meter grote krater achterbleven, die waarneembaar zou moeten zijn voor de om de maan cirkelende Lunar Reconnaissance Orbiter. Het wachten is op het moment dat deze het inslaggebied weer eens in zicht krijgt. Op aarde hebben de meteoroïden geen blijvende sporen achtergelaten: ze zijn in de aardatmosfeer verbrand. (EE)
→ Bright Explosion on the Moon
16 mei 2013
Het Marswagentje Opportunity heeft een veertig jaar oud NASA-record gebroken. Sinds zijn landing op Mars, in januari 2004, heeft het een afstand van 35,76 kilometer afgelegd. Dat is iets meer dan de rit van 35,744 kilometer die de Apollo 17-astronauten Eugene Cernan en Harrison Schmitt in december 1972 met hun 'maanauto' hebben gemaakt. Cernan en Schmitt haalden wel een veel beter gemiddelde: zij deden er maar drie dagen over, Opportunity meer dan negen jaar. Het internationale record 'rondrijden op een andere wereld dan de aarde' is trouwens nog steeds in Russische handen: de onbemande maanwagen Loenochod 2 wist in 1973 een afstand van 37 kilometer te overbruggen. Of Opportunity ook dat record zal weten te breken, is een kwestie van afwachten. Nog ruim een kilometer... (EE)
→ Nine-Year-Old Mars Rover Passes 40-Year-Old Record
15 mei 2013
De planeet Mars wordt jaarlijks getroffen door meer dan tweehonderd kleine planetoïden en brokstukken van kometen. Dat blijkt uit een inventarisatie van zeer recent gevormde inslagkraters op het planeetoppervlak. Onderzoekers hebben, in het beeldarchief dat NASA's Mars Reconnaissance Orbiter de afgelopen zeven jaar heeft opgebouwd, 248 kleine inslagkraters ontdekt die minder dan tien jaar geleden moeten zijn ontstaan. De geschatte inslagfrequentie van 200 per jaar is gebaseerd op een systematische verkenning van een gedeelte van het Marsoppervlak. De verse kraters zijn gevormd door objecten die doorgaans niet veel groter zijn dan één of twee meter – ongeveer tien keer zo klein als de meteoroïde die in februari boven Rusland ontplofte. Brokstukken van deze grootte zijn te klein om het aardoppervlak te bereiken: ze vallen al tijdens hun tocht door de dichte aardatmosfeer uiteen. De ijle Marsatmosfeer kan echter niet voorkomen dat ze kraters slaan. Dankzij het nieuwe onderzoek is de inslagfrequentie op Mars nu beter bekend dan die van de andere leden van ons zonnestelsel. Eerdere schattingen, gebaseerd op onderzoek van maankraters, vielen nog drie tot tien keer zo hoog uit. (EE)
→ NASA Probe Counts Space Rock Impacts on Mars
9 mei 2013
Volgens nieuw onderzoek is het water in de mantel van onze maan afkomstig van primitieve meteorieten – dezelfde bron waar ook het meeste water op aarde vandaan komt. Deze ontdekking werpt nieuwe vragen op over de manier waarop de maan is ontstaan (Science, 10 mei). Wetenschappers vermoeden dat de maan is gevormd uit de schijf van puin die rond de aarde achterbleef, toen onze planeet 4,5 miljard jaar geleden werd getroffen door een object ter grootte van Mars. Bij zo'n botsing komt zoveel hitte vrij, dat waterstof en andere vluchtige elementen de ruimte in zouden moeten verdwijnen. En dat zou betekenen dat de maan bij zijn geboorte vrijwel kurkdroog is geweest. Bovendien zou het materiaal waaruit de maan bestaat grotendeels afkomstig moeten zijn van het object waarmee de aarde in botsing kwam.Recent onderzoek door maansondes en van gesteenten die de Apollo-astronauten naar de aarde hebben gebracht, wijst er echter op dat de maan wel degelijk water bevat – zowel aan zijn oppervlak als van binnen. In een poging om de herkomst van dat water te ontdekken, hebben onderzoekers van twee Amerikaanse universiteiten nu gekeken naar het soort moleculen waaruit dit water bestaat. De meeste watermoleculen bestaan uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom. Sommige watermoleculen bevatten echter deuteriumatomen in plaats van waterstofatomen – een zware variant van waterstof. En de verhouding waterstof/deuterium zegt iets over de oorsprong van dat water. Simpel gezegd: elke planeet heeft zijn eigen soort water. Uit het nieuwe onderzoek, waarbij water is geanalyseerd dat in vulkanische glasmonsters van de maan opgesloten zat, blijkt dat de samenstelling van dit water sterke overeenkomsten vertoont met dat van koolstofrijke chondrieten – een bepaald soort meteorieten. Omdat ook het water op aarde lijkt op dat in koolstofrijke chondrieten, is het water van beide hemellichamen dus waarschijnlijk van één en dezelfde bron afkomstig. Volgens de wetenschappers lijkt het er sterk op dat de aarde al nat was toen de grote inslag plaatsvond, en dat de maan gewoon water van de aarde heeft 'geërfd'. Dat zou echter betekenen dat bij zo'n inslag niet alle vluchtige stoffen de ruimte in verdwijnen. En de grote vraag is nu: waarom niet? (EE)
→ Where on Earth did the moon's water come from?
8 mei 2013
In fossiele overblijfselen van ijzerminnende bacteriën hebben onderzoekers van de Technische Universiteit München (TUM) radioactief ijzer aangetroffen, dat afkomstig moet zijn van een nabije supernova-explosie die ruim twee miljoen jaar geleden heeft plaatsgevonden. Het is voor het eerst dat er biologische sporen van een supernova op aarde zijn gevonden. Verreweg de meeste chemische elementen waaruit onze planeet bestaat zijn afkomstig van zware sterren die meer dan 4,5 miljard jaar geleden zijn ontploft en daarbij hun materie de ruimte in hebben geblazen. Maar in 2004 ontdekten TUM-wetenschappers dat de bodem van de Stille Oceaan ook het radioactieve isotoop ijzer-60 bevat. En dat moet van veel recentere datum zijn: het heeft namelijk een halfwaardetijd van slechts 2,62 miljoen jaar. Concreet betekent dit dat al het ijzer-60 dat de aarde bij haar ontstaan heeft meegekregen allang in nikkel is veranderd. Dat er toch ijzer-60 wordt gevonden, bewijst dat er in veel recentere geologische tijden een supernova-explosie in onze kosmische achtertuin heeft plaatsgevonden. Nieuw onderzoek van materiaal dat bij een diepe boring in de bodem van de Stille Oceaan is gevonden, heeft nu uitgewezen dat een deel van het ijzer-60 is opgenomen door zogeheten magnetotactische bacteriën – eencellige organismen die op de oceaanbodem leven en (ijzerhoudende) magnetietkristallen produceren. De datering van het sediment waar de gefossiliseerde bacteriën deel van uitmaken laat zien dat het radioactieve ijzer afkomstig moet zijn van een sterexplosie die zich ongeveer 2,2 miljoen jaar geleden heeft voltrokken. (EE)
→ First biological evidence of a supernova
8 mei 2013
De sneeuwbuien die tijdens de ijzige winter het noordelijke halfrond van de planeet Mars teisteren, laten zich lang van tevoren voorspellen. Tot die conclusie komen Duitse en Japanse wetenschappers na een analyse van de sneeuwval ter plaatse. Hun berekeningen laten zien dat er een sterk verband bestaat tussen de sneeuwbuien en een weersverschijnsel dat uniek is voor Mars: regelmatig optredende fluctuaties in luchtdruk, temperatuur, windsnelheid en -richting die zich op een golfachtige manier over het noordelijk halfrond verspreiden. Deze zogeheten planetaire golven maken het mogelijk om drie tot zes weken van tevoren te voorspellen waar het zal gaan sneeuwen. Voor toekomstige verkenningsmissies is dat nuttige kennis: aan de hand van deze weersverwachtingen kunnen Marsvoertuigen de ergste sneeuwbuien vermijden. (EE)
→ …and now for the weather on Mars
7 mei 2013
Een internationaal team van wetenschappers heeft een aanwijzing gevonden dat de 'dynamo' van de maan – het inwendige mechanisme dat de maan een magnetisch veld gaf – langer standhield dan tot nu toe werd aangenomen. Dat maakt het minder waarschijnlijk dat deze dynamowerking het gevolg was van een grote inslag. Op dit moment heeft de maan geen globaal magnetisch veld zoals onze aarde. Maar onderzoek van gesteenten die Apollo-astronauten van de maan hebben meegebracht wijst erop dat dit miljarden jaren geleden anders was. Om een magnetisch veld te hebben gehad, moet het inwendige van de maan niet alleen (deels) vloeibaar zijn geweest, maar ook in beweging. Sommige wetenschappers denken dat de inslag van een grote planetoïde hiervoor kan hebben gezorgd. Uit het nieuwe onderzoek is echter gebleken dat de dynamo van de maan tot ongeveer 3,6 miljard jaar geleden heeft gewerkt – 160 miljoen jaar langer dan gedacht en bovendien lang nadat de laatste grote inslag plaatsvond. Daarmee lijkt die mogelijke oorzaak van het magnetische veld van de maan af te vallen. Maar wat was de oorzaak dan wél? Hoewel de wetenschappers het niet kunnen bewijzen, denken zij dat de dynamo waarschijnlijk in stand werd gehouden door de interactie met de zwaartekracht van de aarde. Deze zou ervoor hebben gezorgd dat de vaste mantel en de (toen nog) vloeibare kern van de maan ten opzichte van elkaar verschoven, waardoor het inwendige lange tijd in beroering bleef. (EE)
→ New research sets back date of moon's dynamo 160 million years
7 mei 2013
Op dinsdag 7 mei om 04.06 uur Nederlandse tijd is de Europese draagraket Vega voor de tweede maal met succes gelanceerd vanaf de basis Kourou in Frans-Guyana. Aan boord bevinden zich drie aardobservatiesatellieten, waaronder de in België gebouwde Proba V - een kleine, 160 kg zware kunstsmaan die elke dag overzichtsbeelden van de aardse vegetatie gaat maken, o.a. om de gevolgen van klimaatveranderingen in de gaten te houden en tegenvallende oogsten (en dus hongersnoden) beter te kunnen voorspellen. De lancering van de Vega-raket was eerder enkele malen uitgesteld vanwege weersomstandigheden. (GS)
→ ESA's nieuwe lanceervoertuig Vega succesvol: drie satellieten in orbit (origineel persbericht)
6 mei 2013
Mount Sharp, de ruim vijf kilometer hoge berg in het midden van de Marskrater Gale, is mogelijk niet onder invloed van water, maar door de wind ontstaan. Tot die conclusie komen Amerikaanse aardwetenschappers na onderzoek van de eigenschappen van de berg. Volgens de wetenschappers wijzen die eigenschappen erop dat Mount Sharp waarschijnlijk nooit helemaal onder water heeft gestaan. En dat zou betekenen dat die berg is niet is opgebouwd door de afzetting van slib op de bodem van het meer dat zich in nattere tijden in de omringende krater zou hebben gevormd. Dat laatste was deels wel de reden waarom NASA de krater Gale als landingsplaats voor het Marsvoertuig Curiosity uitkoos. De aardwetenschappers denk dat Mount Sharp het resultaat is van stofafzettingen. Overdag stijgt lucht op uit de krater, die 's nachts weer langs de steile hellingen van de kraterwand en de (oorspronkelijk nog niet zo hoge) centrale berg neerdaalt. Daarbij valt de wind in het midden van de krater vrijwel stil, waardoor het stof dat deze meevoert omlaag dwarrelt. Computermodellen laten zien dat op die manier inderdaad een kilometers hoge berg kan ontstaan. Als Mount Sharp inderdaad op deze manier is opgebouwd, wil dat overigens nog niet zeggen dat er geen water in de omringende krater heeft gestaan. In december maakten NASA-wetenschappers al bekend dat Curiosity sporen van klei en waterhoudende moleculen heeft gevonden. Dat wijst erop dat water hoe dan ook een zekere rol heeft gespeeld in de vorming van het landingsgebied van het Marsvoertuig. Hoe groot die rol is geweest, zal uit verder onderzoek moeten blijken. (EE)
→ New analysis suggests wind, not water, formed mound on Mars
1 mei 2013
Een brokstuk van de planeet Mars dat in 2003 op Antarctica is gevonden, is aanzienlijk aangetast door verweringsprocessen op aarde. En dat maakt het heel moeilijk om vast te stellen welke veranderingen het gesteente heeft ondergaan vóórdat het op onze planeet terechtkwam. Tot die conclusie komen Amerikaanse en Australische aardwetenschappers in het tijdschrift Geochimica et Cosmochimica Acta. Het stuk gesteente, dat als meteoriet ML 03346 van het Antarctische ijs werd geplukt, is naar schatting een miljard jaar geleden op Mars ontstaan en bij de inslag van een grote soortgenoot de ruimte in geslingerd. Tot nu toe zijn ruim honderd van dit soort Marsmeteorieten op aarde gevonden. Voor wetenschappers zijn deze meteorieten heel interessant, omdat ze informatie kunnen bevatten over de vroegere omstandigheden op Mars, en met name de aanwezigheid van vloeibaar water op deze planeet. Het probleem is echter dat tegen de tijd dat ze gevonden worden, de meteorieten duizenden jaren hebben blootgestaan aan het natte aardse milieu. Bij het nieuwe onderzoek zijn de talrijke veranderingen die de meteoriet tijdens zijn verblijf op Antarctica heeft ondergaan in kaart gebracht. De resultaten zullen worden gebruikt om bij onderzoek van andere Marsmeteorieten beter onderscheid te kunnen maken tussen de verweringsprocessen die al op Mars hebben plaatsgevonden en de latere aardse invloeden. (EE)
→ Studying meteorites may reveal Mars' secrets of life
25 april 2013
Franse wetenschappers hebben vastgesteld dat de temperatuur in het middelpunt van de aarde ongeveer 6000 graden bedraagt – duizend graden méér dan tot nu toe werd gedacht. De meting is in overeenstemming met de theoretische voorspelling dat het temperatuurverschil tussen de vaste kern en de daarboven gelegen mantel minstens 1500 graden moet bedragen om te kunnen verklaren waarom onze planeet een magnetisch veld heeft (Science, 26 april). De aardkern bestaat grotendeels uit een bol van vloeibaar ijzer met temperaturen van meer dan 4000 graden en een druk van meer dan 1,3 miljoen atmosfeer. Onder die omstandigheden is ijzer zo vloeibaar als het water in de oceanen. Maar in het centrale deel van de kern, waar druk en temperatuur nóg hoger zijn, neemt ijzer een vaste vorm aan. Uit onderzoek van de seismische golven die na aardbevingen door onze planeet gaan, kan de dichtheid van de vaste en vloeibare kern worden afgeleid, en zelfs hoe groot de druk ter plaatse is. Maar deze golven verschaffen geen informatie over de temperatuur, terwijl deze laatste een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van het aardmagnetische veld. Om een beter beeld te krijgen van de temperatuur in het diepe inwendige van de onze planeet, hebben de wetenschappers een klein stukje ijzer aan extreme omstandigheden blootgesteld. Het werd, ingeklemd tussen twee diamantjes, blootgesteld aan drukken van miljoenen atmosferen en met laserbundels verhit tot temperaturen van meer dan 4000 graden. Vervolgens werd met behulp van een röntgentechniek gemeten bij welke combinaties van temperatuur en druk het ijzer vast, vloeibaar of gedeeltelijk gesmolten was. Uit het onderzoek blijkt dat bij 3,3 miljoen atmosfeer, de druk die gemeten is bij de overgang van de vloeibare naar de vaste aardkern, ijzer een temperatuur van ongeveer 6000 graden moet hebben. Een eerdere meting, in 1993, kwam duizend graden lager uit. Volgens de Franse wetenschappers komt dit doordat bij de optische techniek die destijds is gebruikt, gemakkelijk verkeerd wordt ingeschat wanneer ijzer precies begint te smelten. (EE)
→ The Earth's center is 1,000 degrees hotter than previously thought
13 april 2013
NASA heeft bekend gemaakt welke projecten vanaf 2017 de bovenste delen van de atmosfeer van de aarde gaan onderzoeken. De Ionospheric Connection (ICON) en de Global-scale Observations of the Limb and Disk (GOLD) gaan beide delen van de ionosfeer onder de loep nemen.Deze atmosferische laag begint op een hoogte van ongeveer 85 kilometer en wordt gekenmerkt door het feit dat vrijwel alle deeltjes geïoniseerd zijn door straling van de zon. Wetenschappers hopen met de missies een beter begrip te krijgen van het invloed van de zon op de atmosfeer. De zonnewind, ofwel de grote hoeveelheden geladen deeltjes die de zon op de aarde afvuurt, kan grote veranderingen veroorzaken in de samenstelling en temperatuur van de atmosfeer op grote hoogte. Op zijn beurt kan dat het functioneren van communicatie- en GPS-satellieten belemmeren. De nieuwe satellieten worden als alles goed gaat in 2017 gelanceerd. (Roel van der Heijden)
→ NASA Selects Explorer Projects To Probe Earth's Upper Atmosphere
11 april 2013
De Europese planeetverkenner Mars Express fotografeerde begin dit jaar het Arima-kraterduo op de planeet. De twee kraters (de rechter van de twee heet Arima; de linker is naamloos) hebben afmetingen van ca. 50 km. Beide kraters vertonen grote centrale depressies, die vermoedelijk gevormd zijn door de plotselinge verhitting en de resulterende 'explosie' van ondergronds ijs tijdens de (dubbele) inslag waardoor de kraters ontstonden. Mars Express legde ook de topografie van de twee kraters vast (verschillende hoogtes zijn weergegeven met verschillende kleuren). Soortgelijke centrale depressies in inslagkraters komen vaker voor op Mars, en ook op de ijsmanen van de reuzenplaneten. Hun ontstaan wordt nog steeds niet volledig begrepen, maar het is zo goed als zeker dat er sprake is van explosieve verschijnselen. (GS)
→ Explosive crater twins on Mars (origineel persbericht)
11 april 2013
Op gedetailleerde foto's van het Marsoppervlak, gemaakt met de HiRISE-camera aan boord van de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter, is mogelijk de Russische Marssonde Mars 3 teruggevonden. Mars 3 was de eerste succesvolle Marslander. In 1971 maakte het toestel met behulp van een parachute een zachte landing op Mars, maar het radiocontact met de aarde werd al na 14 seconden verbroken. De exacte landingsplaats van Mars 3 was niet bekend, maar de lander, het afgeworpen hitteschild en de parachute zijn nu mogelijk teruggevonden op foto's van de Mars Reconnaissance Orbiter. (GS)
→ NASA Mars Orbiter Images May Show 1971 Soviet Lander (origineel persbericht)
9 april 2013
Een instrument aan boord van de Amerikaanse maanverkenner Lunar Reconnaissance Orbiter heeft vanuit een omloopbaan op een hoogte van slechts 50 kilometer enkele jaren lang onderzoek verricht aan de stralingsomgeving op het oppervlak van de maan. Omdat de zonneactiviteit tijdens de meetperiode erg laag was, kon gevaarlijke kosmische straling uit het heelal gemakkelijker doordringen tot op het maanoppervlak. Het CRaTER-experiment (Cosmic Ray Telescope for the Effects of Radiation) heeft voor het eerst gedetailleerd kunnen vaststellen aan welke schadelijke stralingshoeveelheden mens en machine op de maan worden blootgesteld. De resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad Space Weather. (GS)
→ Vakpublicatie over het onderzoek
8 april 2013
Vulkanische activiteit in de vroege geologische geschiedenis van de planeet Mars creëerde een sterk broeikaseffect, waardoor de planeet lang geleden aanzienlijk warmer was dan nu. Dat broeikaseffect werd veroorzaakt door het vrijkomen van methaangas (CH4), samen met koolmonoxide (CO). Beide gassen bevatten koolstofatomen die zich oorspronkelijk in het mantelgesteente van Mars bevonden, maar die via de vloeibare magmafase overgingen in de gasfase. Deze uitwisseling van koolstof tussen de mantel en het oppervlak van een planeet blijkt een belangrijke rol te spelen in de evolutie van de planeetdampkring.Geologen weten dat koolstof in de aardmantel 'gevangen' wordt in vloeibaar magma in de vorm van carbonaat, en later in de atmosfeer vrijkomt in de vorm van kooldioxide (CO2). Er was echter niet bekend hoe vergelijkbare chemische processen zich op andere planeten afspelen - dat hangt o.a. sterk af van de hoeveelheid beschikbare vrije zuurstof. Onderzoekers van Brown University, Northwestern University en het Carnegie Institution of Washington hebben nu theoretische modelberekeningen en laboratoriumproeven gecombineerd om te achterhalen in welke vorm koolstof op Mars van de vaste mantel naar de gasvormige dampkring getransporteerd wordt. Hun resultaten zijn gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences.Het blijkt dat koolstofatomen uit de mantel van Mars in magma opgeslagen kunnen worden in de vorm van ijzercarbonylgroepen, en dat het koolstof voornamelijk in de vorm van methaan en koolmonoxide vrij moet zijn gekomen in de dampkring van de planeet. Omdat methaan een broeikasgas is, doet dit vermoeden dat de grotere vulkanische activiteit van Mars in het verre verleden een belangrijke bijdrage geleverd kan hebben aan een warmere oppervlaktetemperatuur. (GS)
→ Carbon’s role in atmosphere formation (origineel persbericht)
8 april 2013
Verschillende instrumenten aan boord van de Amerikaanse Marsrover Curiosity hebben gedetailleerd onderzoek verricht aan de samenstelling en de eigenschappen van de ijle dampkring van de rode planeet. Voorlopige resultaten zijn gepresenteerd op de algemene vergadering van de European Geosciences Union in Wenen.Het SAM-instrument (Sample Analysis at Mars) heeft de verhouding tussen twee isotopen van het edelgas argon bepaald. Uit de metingen blijkt dat de Marsdampkring verhoudingsgewijs weinig argon-36 bevat. Dat doet vermoeden dat de planeet in de loop van de geologische geschiedenis meer van deze lichte argon-isotoop is verloren dan van het zwaardere argon-38 - een aanwijzing dat de dampkring ooit een veel hogere dichtheid had, en dat het grootste deel van de atmosfeer in de ruimte is verdwenen.Het REMS-instrument heeft grote variaties ontdekt in de vochtigheid van de Marsatmosfeer, alsmede aanwijzingen voor het optreden van kleine, kortstondige wervelwindjes op Mars. Twee andere instrumenten, ChemCam en DAN, bestudeerden de rol van waterstof (mogelijk in de vorm van water- of hydroxyl-moleculen) in de wisselwerking tussen dampkring en bodem. (GS)
→ Remaining Martian Atmosphere Still Dynamic (origineel persbericht)
4 april 2013
Marsrover Curiosity rijdt al acht maanden op de rode planeet, en sindsdien ligt zijn landingsparachute er doelloos bij. Toch gebeurt er van alles mee. Beelden van NASA’s Reconnaissance Orbiter laten zien dat het gevaarte behoorlijk wappert in de Martiaanse wind.De beelden werden gemaakt tussen 12 augustus 2012, slechts een week na de landing, en 13 januari 2013. Ze laten zien dat de parachute enkele malen van vorm en positie is veranderd. Veroorzaker is de ijle wind op Mars. Hoewel de druk van de Marsatmosfeer minder dan een procent van de druk op aarde is kan er dus toch een flinke bries opsteken. Curiosity zelf meet windkracht en windrichting, met het weerstation dat hij heeft meegenomen naar Mars. Momenteel gaat de Marsmissie een periode van radiostilte in, die ongeveer een maand zal duren. Dat komt omdat de zon momenteel precies tussen de aarde en Mars in staat en communicatie lastig maakt. (Roel van der Heijden)
→ Used Parachute on Mars Flaps in the Wind
3 april 2013
Metingen met de Amerikaanse Moon Mineralogy Mapper (M3) aan boord van de Indiase maanverkenner Chandrayaan-1 hebben uitgewezen dat de lokale geologie en mineralogie van een hemellichaam niet altijd verloren gaat bij een zware kosmische inslag. De inslag van een grote planetoïde op een hemellichaam produceert zoveel energie dat het oppervlaktegesteente plaatselijk smelt. Na enige tijd stolt het gesmolten gesteente weer, en vormt zich een homogene kraterbodem. Althans, dat was altijd het idee.Het M3-instrument heeft de mineralogie van de maan in 2008 en 2009 extreem gedetailleerd in kaart gebracht, door de reflectiviteit van het oppervlak in maar liefst 83 golflengtes op te meten. Deepak Dhingra van Brown University heeft nu ontdekt dat zich op de bodem van de grote maankrater Copernicus een lange, vrij brede kronkelige structuur bevindt met een duidelijk andere samenstelling dan de omgeving. Op gewone foto's is er niets van te zien, maar uit de M3-metingen blijkt dat de kronkelige structuur veel magnesiumrijk pyroxeen bevat, terwijl de rest van de kraterbodem voor een groot deel uit ijzer- en calciumrijk pyroxeen bestaat.In een artikel in Geophysical Research Letters concludeert Dhingra dat het proces van kosmische inslagen kennelijk nog lang niet voldoende wordt begrepen - tot nu toe gingen geologen er altijd vanuit dat al het materiaal tijdens de smeltfase sterk vermengd zou raken. (GS)
→ Pre-existing mineralogy may survive lunar impacts (origineel persbericht)
27 maart 2013
Een nieuwe analyse van de omstandigheden na de inslag van een tien kilometer grote planetoïde in Mexico, 66 miljoen jaar geleden, wijst erop dat deze werd gevolgd door een wereldwijde vuurstorm waarbij alle struiken en bomen zouden zijn verbrand en acht op de tien soorten op aarde uitstierven. Modelberekeningen door wetenschappers van de universiteit van Colorado laten zien dat bij de inslag kolossale hoeveelheden verdampt gesteente de aardatmosfeer uit werden geblazen. Bij het terugvallen naar de aarde zou dit materiaal de hoge atmosfeer hebben verhit tot een temperatuur van ongeveer 1500 graden Celsius. Hierdoor fungeerde de atmosfeer urenlang als een roodgloeiende grill die alles wat zich niet ondergronds of onderwater bevond roosterde. Het idee dat de inslag werd gevolgd door catastrofale branden is niet nieuw. Er was echter twijfel over ontstaan, omdat er in 66 miljoen jaar oude sedimenten weinig roet en houtskool wordt aangetroffen. De nieuwe analyse laat zien dat dit schijnbare tekort het gevolg is van variaties in de snelheid waarmee de sedimenten werden gevormd. Als daarvoor wordt gecorrigeerd, blijkt de betreffende laag juist een overschot aan houtskool te bevatten. (EE)
→ Ancient asteroid may have triggered global firestorm on Earth
26 maart 2013
Wetenschappers van NASA zijn erachter gekomen dat onze maan en de grote planetoïde Vesta zo’n vier miljard jaar geleden met eenzelfde soort meteorietenregen werden gebombardeerd. Dat levert nieuwe aanwijzingen op voor het onderzoek naar het vroege zonnestelsel. Het onderzoek is gepubliceerd in Nature Geoscience.
De wetenschappers kwamen tot hun conclusie door maanstenen uit het Apollo-programma te vergelijken met op aarde gevonden meteorieten, waarvan is vastgesteld dat ze van Vesta af komen. Vesta is een van de grootste planetoïden van de planetoïdengordel die zich tussen Mars en Jupiter bevindt.
Van de maan werd al gedacht dat ze ruwweg vier miljard jaar geleden een periode meemaakte waarin ze heftig werd bestookt door meteorieten die met hoge snelheid het oppervlak raakten. Nu blijkt door bestudering van Vesta-meteorieten in combinatie met computersimulaties, dat op dat moment ook op Vesta eenzelfde bombardement heeft plaatsgevonden.
De verantwoordelijke voor dit bombardement kunnen Jupiter en Saturnus zijn. Zij zouden in de begindagen van het zonnestelsel veel dichter bij de zon hebben gestaan. Door een migratie naar de buitenste delen van het zonnestelsel, zo’n vier miljard jaar geleden, wisten ze waarschijnlijk een groot aantal objecten uit hun baan te stoten. Dit zorgde voor een, zo blijkt nu, zonnestelselwijd bombardement van planetoïden. (Roel van der Heijden)
→ NASA Scientists Find Moon, Asteroids Share History
25 maart 2013
Dat Venus een permanente wervelwind op haar zuidpool heeft wisten wetenschappers al lang. Maar nieuw onderzoek laat zien dat hij enorm chaotisch is en onverklaarbaar snel van vorm kan veranderen.
De poolwervel is meer dan 20 kilometer hoog en heeft een centrum dat van hoogte tot hoogte op verschillende plekken ligt. Deze centra bewegen zonder herkenbaar patroon rondom de planeetpool met snelheden tot 55 kilometer per uur.
Poolwervels worden in de atmosfeer van verschillende planeten waargenomen, maar die van Venus blijkt van dag tot dag van vorm te veranderen. En daarmee onderscheidt hij zich van wervels op bijvoorbeeld aarde en Saturnus.
De Spaanse, Franse en Italiaanse wetenschappers die het onderzoek uitvoerden konden vooralsnog geen verklaring vinden voor het gedrag van de wervel. En daarmee lijkt de atmosfeer van Venus er nog een mysterie bij te hebben gekregen. Er is bijvoorbeeld ook niet bekend waarom de extreem hete en dichte atmosfeer sneller ronddraait dan de planeet zelf.
Voor het onderzoek werd het VITRIS-instrument aan boord van de Europese Venus Express-satelliet gebruikt. Deze sonde draait sinds 2006 om onze buurplaneet. (Roel van der Heijden)
→ Venus Vortices Go for Chaotic Multi-Storey Strolls Around the Poles
19 maart 2013
Stenen op Mars zijn mogelijk bedenkt met een dun laagje 'rotsvernis'. Op aarde kan zo'n donkeroranje tot zwart laagje gevormd worden door micro-organismen, maar rotsvernis kan ook een niet-biologische oorsprong hebben. De ontdekking werd gedaan door Nina Lanza van het Los Alamos National Laboratory. De Marsstenen worden 'beschoten' met honderden laserpulsen die kleine dampwolkjes produceren. Analyse van die dampwolkjes met behulp van het ChemCam-instrument aan boord van de Amerikaanse Marsrover Curiosity levert dan informatie op over de samenstelling. Lanza onderzocht de samenstelling van de dampwolkjes die ontstaan bij de eerste vijf laserpulsen, en ontdekte dat die altijd min of meer gelijk is, ongeacht het type gesteente. Pas bij latere pulsen kwam de variatie tussen Marsstenen onderling aan het licht. Er kan geen sprake zijn van een dun stoflaagje, omdat dat al bij de eerste laserpuls zou moeten lostrillen, aldus de onderzoekster, die haar resultaten presenteerde op een planeetonderzoekscongres in The Woodlands, Texas. Alles lijkt erop te wijzen dat de stenen bedekt zijn met een dun laagje rotsvernis, waarvan de oorsprong echter nog onduidelijk is. (GS)
→ Los Alamos science sleuth on the trail of a Martian mystery (origineel persbericht)
19 maart 2013
De Amerikaanse Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) heeft de kleine inslagkraters vastgelegd die zijn ontstaan toen de twee GRAIL-ruimtesondes op de maan te pletter sloegen. GRAIL (Gravity Recovery and Interior Laboratory) was een project om extreem nauwkeurige metingen aan het zwaartekrachtsveld van de maan te verrichten met behulp van twee kleine ruimtesondes, Ebb en Flow geheten. Op 17 december 2012, na de beëindiging van de missie, lieten de vluchtleiders de twee sondes opzettelijk te pletter slaan op het maanoppervlak. LRO vloog op dat moment over het inslaggebied en bestudeerde de samenstelling van de opgeworpen stofwolk. Op LRO-foto's van het gebied (de zuidhelling van een bergmassief ten zuiden van de krater Mouchez en ten noordoosten van de krater Philolaus) zijn de twee inslagkraters te zien, met afmetingen van enkele meters. De kraters liggen op een onderlinge afstand van ruim twee kilometer. (GS)
→ Lunar Reconnaissance Orbiter Sees GRAIL's Explosive Farewell (origineel persbericht)
18 maart 2013
Yellowknife Bay, het gebied in de Marskrater Gale waarin de Amerikaanse Marswagen Curiosity zich momenteel bevindt, heeft een 'nat' verleden. Dat bleek onlangs al uit de analyse van een boormonster - in het bestudeerde poeder, afkomstig uit het inwendige van het bodemgesteente, blijken zich kleimineralen te bevinden. Op een planeetonderzoeksconferentie in The Woodlands, Texas, zijn nu resultaten van andere meetinstrumenten aan boord van Curiosity gepubliceerd die de eerdere bevindingen ondersteunen. Foto's van de bodem, gemaakt met behulp van infraroodfilters, en metingen aan de aanwezigheid van waterstofmoleculen in de bodem, wijzen uit dat er in de gesteente-aders in het gebied veel gehydrateerde mineralen voorkomen - mineralen die ontstaan zijn onder invloed van water. Bovendien blijkt dat het gehalte aan gehydrateerde mineralen in Yellowknife Bay groter is dan in eerdere gebieden die door Curiosity zijn bezocht. (GS)
→ Curiosity Mars Rover Sees Trend in Water Presence (origineel persbericht)
12 maart 2013
De belangrijkste opdracht voor de Amerikaanse Marswagen Curiosity was antwoord te vinden op de vraag of de rode planeet ooit bewoonbaar is geweest. Met andere woorden: of de omstandigheden op Mars in het verleden ooit gunstig zijn geweest voor het vóórkomen van micro-organismen. Het voorlopige antwoord, gebaseerd op een analyse van het eerste boormonster van Mars, luidt: 'ja'.
Curiosity landde afgelopen zomer in de grote Marskrater Gale, waar een paar miljard jaar geleden gedurende lange tijd water aan het oppervlak aanwezig moet zijn geweest. Enkele weken geleden werd voor het eerst een boring uitgevoerd in het plaatselijke bodemgesteente. Het resulterende poeder is nu geanalyseerd door de instrumenten SAM en CheMin aan boord van Curiosity.
Uit de analyse blijkt dat er in de Marsbodem sprake is van verschillende oxidatieniveaus, en dus ook van verschillende niveaus van (beschikbare) energie. Zulke energie-gradiënten worden op aarde vaak gebruikt door micro-organismen. Bovendien blijkt het boormonster (dat voor twintig procent uit kleimineralen bestaat) zwavel, stikstof, waterstof, zuurstof, fosfor en koolstof te bevatten - belangrijke chemische bestanddelen van leven.
Dat Mars ooit geschikt is geweest voor micro-organismen wil nog niet per se zeggen dat die er ook daadwerkelijk voorkwamen. Toekomstig onderzoek kan daarover mogelijk uitsluitsel geven. (GS)
→ NASA Rover Finds Conditions Once Suited for Ancient Life on Mars (origineel persbericht)
7 maart 2013
Radaropnamen van de Mars Reconnaissance Orbiter hebben wetenschappers in staat gesteld om een driedimensionale reconstructie te maken van oude overstromingsgeulen onder het oppervlak van de planeet Mars. De geulen zijn ongeveer 500 miljoen jaar geleden ontstaan, tijdens een periode die eigenlijk als droog bekendstaat (Science, 8 maart).De overstromingsgeulen liggen in Elysium Planitia, een jonge vulkanische vlakte aan de evenaar van Mars. De beelden laten zien dat de schaal van de erosie die destijds optrad aanzienlijk onderschat is. De geulen zijn minstens twee keer zo diep dan eerdere schattingen aangaven. Dat de geulen door watererosie zijn ontstaan, is overigens niet helemaal zeker. Sommige wetenschappers denken dat ze zijn uitgesleten door lavastromen. (EE)
→ NASA Helps See Buried Mars Flood Channels in 3-D
6 maart 2013
Recente luchtverkenningen, uitgevoerd door de U.S. Geological Survey, hebben bevestigd dat een ruim vijf kilometer grote structuur in de buurt van het dorpje Decorah (Iowa) een oude inslagkrater is. De krater zou 470 miljoen jaar oud zijn. Dat de cirkelvormige structuur in het landschap een oude, opgevulde inslagkrater is, werd al langer vermoed. In 2007 ontdekte een lokale geoloog dat sommige boormonsters in de omgeving van Decorah naast schalie ook geschokte kwarts bevatten – verbrijzelde kristallen die vaak door een meteorietinslag zijn ontstaan. Ingetekend op een kaart vormden de vindplaatsen een groot, cirkelvormig bekken. De uitkomsten van de luchtverkenningen, waarbij informatie over de dichtheid en elektrische geleidbaarheid van het gesteente ter plaatse is verzameld, zijn in overeenstemming met de kratertheorie. Berekeningen laten zien dat bij de inslag die zich hier 470 miljoen jaar geleden heeft voltrokken ongeveer honderd keer zoveel energie vrijkwam als bij de recente explosie van een meteoriet boven Rusland. Geschat wordt dat het inslaande object een ongeveer tweehonderd meter grote planetoïde is geweest. (EE)
→ Iowa Meteorite Crater Confirmed
4 maart 2013
De heldere planeet Venus is zichtbaar als een nietig lichtstipje op deze opname, op 10 november 2012 gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Cassini bevond zich op dat moment in de schaduw van de planeet: de buitenste lagen van de dampkring lichten helder op door verstrooid zonlicht. De ruimtesonde kijkt hier tegen de onverlichte zijde van het ringenstelsel aan; het zwakke schijnsel van de ringen is eveneens verstrooid zonlicht, waarbij vooral zones met kleine stofdeeltjes goed zichtbaar zijn. Venus is gefotografeerd door het ringenstelsel heen. Eerder is ook de aarde al gefotografeerd door Cassini; Venus staat nog dichter bij de zon, maar is wel helderder. (GS)
→ Cassini Spies Bright Venus From Saturn Orbit (origineel persbericht)
28 februari 2013
NASA heeft het Marsvoertuig Curiosity laten overschakelen naar een andere boordcomputer. Die actie was nodig, omdat de oorspronkelijke computer met een geheugenprobleem kampte. De storing, die afgelopen woensdag optrad, had tot gevolg dat het Marsvoertuig geen wetenschappelijke gegevens meer naar de aarde zond. Wel stuurde hij nog statusinformatie. Bij de overschakeling, die donderdagavond Nederlandse tijd plaatsvond, heeft Curiosity zichzelf – zoals verwacht – in 'veilige modus' gezet. In de loop van de komende dagen wordt het Marsvoertuig geleidelijk weer operationeel gemaakt, en wordt geprobeerd om de oorzaak van de storing in het flashgeheugen te vinden. Voor situaties als deze heeft Curiosity, net als andere ruimtevoertuigen, twee identieke hoofdcomputers aan boord. Hij is nu overgeschakeld op de 'B-computer' plus bijbehorende subsystemen, dezelfde die ook tijdens zijn overtocht van de aarde naar Mars werd gebruikt. Kort voor zijn geslaagde landing in augustus 2012 werd hij overgeschakeld naar het (nu defecte) A-systeem. De missieleiding hoopt de A-computer weer zodanig aan de praat te krijgen, dat hij als backupsysteem kan fungeren. Zo niet, dan moet Curiosity het al akelig vroeg in zijn missie met één computer (blijven) doen. (EE)
→ Computer Swap on Curiosity Rover
28 februari 2013
Uit onderzoek met de Van Allen-ruimtesondes van NASA blijkt dat onze planeet niet altijd omgeven is door twee stralingsgordels, maar soms door drie (Science, 1 maart). De ontdekking komt 55 jaar na de ontdekking van de beide eerste gordels. De stralingsgordels, die ook wel Van Allen-gordels worden genoemd, zijn in feite reusachtige 'donuts' die onze hele planeet omringen. Ze bestaan uit energierijke geladen deeltjes, grotendeels afkomstig van de zon, die verstrikt zijn geraakt in het aardmagnetische veld. De laagstgelegen gordel begint op een hoogte van ongeveer 2000 kilometer en is ongeveer 3000 kilometer dik. De grotere buitengordel begint op een hoogte van ongeveer 13.000 kilometer en is 6000 kilometer dik. Onderzoek met de Van Allen-gordels heeft nu laten zien dat die buitengordel zich soms splitst, waardoor er een derde stralingsgordel ontstaat. Het is nog onduidelijk hoe vaak dat gebeurt en hoe lang die extra gordel doorgaans standhoudt. Maar de nieuwe buitengordel die vorig jaar september ontstond, kort na de lancering van de twee satellieten, heeft het ongeveer een maand volgehouden. Hij werd verwoest door de schokgolf van een grote zonneuitbarsting. (EE)
→ Van Allen Probes Discover a New Radiation Belt
25 februari 2013
Eerder deze maand heeft het Amerikaanse Marsvoertuig Curiosity een gat geboord in een stuk Marsgesteente. Een deel van het daarbij verzamelde 'boorstof' is afgelopen weekend met succes overgeheveld naar twee minilaboratoria van het Marsvoertuig. De komende dagen en weken zal het fijne poeder worden geanalyseerd. Het onderzoek wordt gedaan met de instrumenten Chemistry and Mineralogy (CheMin) en Sample Analysis at Mars (SAM). CheMin is een röntgenspectrometer die mineralen kan herkennen en hun onderlinge verhoudingen bepalen. SAM onderzoekt het stofmonster op organische stoffen en gassen. Als de resultaten van de eerste analyses niet eenduidig zijn, kunnen het experiment worden herhaald. (EE)
→ Lab Instruments Inside Curiosity Eat Mars Rock Powder
21 februari 2013
Door het oppervlak van Mercurius te analyseren, krijgen wetenschappers een steeds duidelijker beeld van de geschiedenis van deze planeet. Uit de chemische samenstelling van gesteenten aan het oppervlak van de planeet leiden onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) af dat Mercurius kort na zijn ontstaan, ongeveer 4,5 miljard jaar geleden, was bedekt met een oceaan van magma – gesmolten gesteente. Tot die conclusie komen de wetenschappers op basis van gegevens van de NASA-ruimtesonde MESSENGER, die sinds maart 2011 om Mercurius cirkelt. Met een instrument van deze ruimtesonde is vastgesteld dat het oppervlak van de planeet wordt gekenmerkt door twee soorten gesteente die duidelijk van samenstelling verschillen. Om die tweeledige samenstelling te kunnen verklaren zijn de MIT-wetenschappers het laboratorium in gedoken, waar de beide soorten gesteenten werden nagebootst. Vervolgens werden deze synthetische gesteenten blootgesteld aan de hoge temperatuur en druk, zoals die ook optraden in de tijd dat het oppervlak van Mercurius werd gevormd. Uit de experimenten blijkt dat het verschil in samenstelling maar op één manier kan worden verklaard: er is een grote magma-oceaan geweest waaruit bij afkoeling en stolling twee afzonderlijke lagen van kristallen ontstonden. Later smolt deze gestolde oceaan weer tot magma, die door middel van vulkanische processen over het oppervlak van Mercurius uitstroomde. Een ruwe schatting laat zien dat de magma-oceaan maar heel kort heeft bestaat: misschien zelfs maar één tot tien miljoen jaar. (EE)
→ Mercury may have harbored an ancient magma ocean
17 februari 2013
In zeer oud maangesteente is water aangetroffen. Dat doet vermoeden dat er tijdens het ontstaan van de maan al water aanwzig was, zij het in vrij geringe hoeveelheden. De ontdekking valt moeilijk te rijmen met de populaire botsingstheorie over het ontstaan van de maan.Dat de maan geen kurkdroge wereld is, werd in de afgelopen jaren langzaam maar zeker steeds duidelijker door metingen van verschillende ruimtesondes. Laboratoriumonderzoek aan enkele oude maanstenen, waaronder de zogeheten 'Genesis'-steen (maansteen nr. 15415) die meegenomen is door de astronauten van de Apollo 15, laten nu echter zien dat er ook in dit extreem oude gesteente al water voorkwam. Niet in vloeibare vorm, maar in de vorm van hydroxyl-moleculen (OH) die zich in de minerale structuur van het gesteente bevinden. De nieuwe metingen zijn online gepubliceerd in Nature Geoscience.Omdat deze oude gesteenten deel uitmaken van de oorspronkelijke maankorst, moet er al tijdens de vorming van de maan water aanwezig zijn geweest. Dat valt moeilijk te verklaren wanneer de maan is ontstaan uit de brokstukken van de botsing van de aarde met een kleine protoplaneet. Volgens die populaire theorie zouden alle vluchtige elementen geheel 'uitgegast' moeten zijn. (GS)
→ Water on the moon: It’s been there all along (origineel persbericht)
14 februari 2013
Met de hoge-resolutie stereocamera van de Europese planeetverkenner Mars Express is een fraaie opname gemaakt van een deel van Tinto Vallis, een 190 kilometer lange vallei in het gebied Amenthes Planum, die uitmondt in de grote Marskrater Palos. Tinto Vallis, genoemd naar Rio Tinto in Zuid-Spanje, is vermoedelijk 3,7 miljard jaar geleden ontstaan toen ijs in de Marsbodem smolt als gevolg van vulkanische activiteit. Op de nieuwe Mars Express-opname zijn oude en iets recentere kraters zichtbaar, alsmede vertakte zijarmen van Tinto Vallis. Het perspectivisch beeld is geconstrueerd op basis van stereoscopische opnamen. (GS)
→ At the mouth of the Red Valley (origineel persbericht)
11 februari 2013
Zo af en toe maakt het Marsvoertuig Curiosity een foto waarop iets merkwaardigs te zien is. Een glinsterend stukje gesteente bijvoorbeeld. Of, zoals onlangs, iets wat op de deurkruk van een auto of een motorkap-ornament lijkt.Voor zo'n object bestaat doorgaans een heel prozaïsche verklaring. Ook in dit geval: het gaat hier vrijwel zeker om een zogeheten windkei – een steen die door wind en zanddeeltjes is afgeslepen. Daarbij slijten de zachtste delen van de steen het snelst; de harde stukjes die erin opgesloten zitten houden langer stand en kunnen een tijdje zichtbaar zijn als uitsteeksels. Ook de 'deurkruk' op Mars lijkt op die manier te zijn ontstaan. Het harde, fijnkorrelige gesteente van het uitsteeksel is door de wind gepolijst, waardoor het glinstert in de zon. Ook gesteenten op Antarctica vertonen zulke uitsteeksels. (EE)
→ Mars Rock Takes Unusual Form
9 februari 2013
De Amerikaanse Marsrover Curiosity heeft een gat geboord in een stuk afzettingsgesteente op Mars. Het is voor het eerst dat een dergelijk gesteentemonster is genomen. De komende dagen zal het bodemmonster worden onderzocht door automatische chemische laboratoria aan boord. Curiosity maakte eind augustus 2012 een zachte landing op Mars, in de grote krater Gale. Met behulp van een boormachine die bevestigd is op de beweegbare robotarm is nu een gat van 16 mm middellijn en 64 mm diep geboord in een Marssteen die de naam 'John Klein' heeft gekregen, naar een van de adjunct-projectmanagers van de missie die in 2011 overleed. Bij de booractie is het gesteente vermalen tot fijn poeder, dat onderzocht zal worden door CheMin (het Chemistry and Mineralogy instrument) en SAM (Sample Analysis at Mars). De hoop is dat de analyse van bodemmonsters meer informatie zal opleveren over het vóórkomen van water en mogelijk leven in de geologische geschiedenis van de rode planeet. (GS)
→ NASA Curiosity Rover Collects First Martian Bedrock Sample (origineel persbericht)
8 februari 2013
Terwijl de Marswagentjes Opportunity (geland in 2004) en Curiosity (geland in 2012) nog volop actief zijn, wordt de volgende Marsverkenner klaargemaakt voor een reis naar de rode planeet. MAVEN (Mars Atmosphere and Volatile EvolutioN) is bij het ruimtevaartbedrijf Lockheed Martin in Colorado geassembleerd en ondergaat daar nu een uitgebreid testprogramma. In augustus wordt MAVEN naar het Kennedy Space Center in Florida verscheept; de lancering staat gepland voor november 2013. Er wordt geen landing uitgevoerd op Mars; de ruimtesonde gaat vanuit een omloopbaan vooral onderzoek doen aan de bovenste dampkringlagen van de planeet. (GS)
→ NASA's MAVEN Mission Completes Assembly, Begins Environmental Testing (originlee persbericht)
7 februari 2013
Nieuw onderzoek heeft het verband versterkt tussen de inslag van een ongeveer tien kilometer grote planetoïde of komeet en het snelle uitsterven van de dinosauriërs, 66 miljoen jaar geleden. Volgens een internationaal team van wetenschappers, onder wie onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit Amsterdam, vielen de beide gebeurtenissen zo goed als samen. Als de inslag al niet de oorzaak van het uitsterven was, heeft hij in elk geval het laatste zetje gegeven (Science, 8 februari). Onder wetenschappers bestaat nog steeds discussie over de oorzaak van het massale uitsterven van dier- en plantensoorten, dat ongeveer 66 miljoen jaar geleden plaatsvond. Behalve de inslag van een planetoïde of komeet zijn ook vulkaanuitbarstingen en klimaatveranderingen als mogelijke oorzaken aangevoerd.Zeker is dat zich voor de kust van het Mexicaanse schiereiland Yucatán rond die tijd een grote inslag heeft voltrokken. Deze inslag heeft niet alleen een groot litteken achtergelaten, in de vorm van de ongeveer 180 kilometer grote Chicxulub-krater, maar ook een wereldwijd verspreid kleilaagje dat rijk is aan glasbolletjes, geschokte kwarts en het schaarse element iridium. Een nieuwe, nauwkeurige datering heeft nu laten zien dat de inslag 66.038.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden, met een onzekerheid van slechts 11.000 jaar. Daarmee zit er maar ongeveer 33.000 jaar tussen het moment van inslag en het snelle uitsterven van de dinosauriërs. De wetenschappers benadrukken echter dat dit niet bewijst dat de inslag de enige oorzaak was. In de miljoen jaar daarvóór vertoonde het klimaat op aarde een aantal perioden van flinke afkoeling, mogelijk ten gevolge van een reeks vulkaanuitbarstingen in India. Hierdoor stonden veel soorten toch al op het punt van uitsterven. (EE)
→ New evidence suggests comet or asteroid impact was last straw for dinosaurs
4 februari 2013
De Europese planeetverkenner Mars Express, die ruim negen jaar in een baan rond de rode planeet draait, heeft inmiddels bijna 90 procent van het oppervlak gedetailleerd in beeld gebracht met de High-Resolution Stereo Camera. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA presenteerde vandaag een nieuw fotomozaïek van de Mars Express-opnamen. Ruim zestig procent van het planeetoppervlak is gefotografeerd met een resolutie van twintig meter of beter.De tintverschillen op het fotomozaïek zijn voornamelijk het gevolg van verschillen in zonnestand of variaties in de hoeveelheid stof in de Marsdampkring. In de komende jaren worden hopelijk de resterende 'zwarte vlekken' op de Marskaart nog opgevuld; via intensieve beeldbewerking zal uiteindelijk een gelijkmatige kaart samengesteld kunnen worden. (GS)
→ Mapping Mars (origineel persbericht)
29 januari 2013
Heuvelkammen in oude, geërodeerde gebieden op Mars zijn ontstaan door de inwerking van ondergronds water in een ver verleden. Die conclusie trekken planeetonderzoekers van Brown University op basis van een uitgebreide analyse van foto's, gemaakt door de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter. Ze bestudeerden de oriëntatie en mineralogische samenstelling van ca. vierduizend heuvelkammen in de gebieden Nili Fossae en Nilosyrtis. Hun resultaten en conclusies worden binnenkort gepubliceerd in Geophysical Research Letters.De heuvelkammen, honderden meters lang en enkele meters breed, vertonen een systematische oriëntatie ten opzichte van nabijgelgen inslagkraters. Bovendien komen ze uitsluitend voor in gebieden die rijk zijn aan ijzer- en magnesiumrijke kleimineralen, die alleen onder invloed van de inwerking van water kunnen ontstaan.Dit alles doet vermoeden dat het hier oorspronkelijk om ondergrondse scheuren en barsten in de Marsbodem ging, ontstaan als gevolg van meteorietinslagen. Water dat vervolgens door deze ondergrondse breuksystemen stroomde, liet daar mineralen achter die harder waren dan het omringende gesteente. Bij de latere erosie van het oppervlaktegesteente bleven die mineraalrijke 'aders' over als heuvelkammen aan het Marsoppervlak. Dat de heuvelkammen alleen voorkomen in gebieden die ook rijk zijn aan kleimineralen, ondersteunt de hypothese dat hier sprake is geweest van waterrijke omgevingen.De onderzoekers denken dat de heuvelkammen mogelijk aanwijzingen kunnen bevatten voor het bestaan van micro-organismen in het verre verleden van Mars. Onderzoek van de Marswagen Curiosity aan kleinere maar vergelijkbare structuren in de grote Marskrater Gale zou hierover uitsluitsel kunnen geven. (GS)
→ Ridges on Mars suggest ancient flowing water (origineel persbericht)
29 januari 2013
De planeet Venus vertoont af en toe een soort 'gasstaart', vergelijkbaar met de staart van een komeet. Dat blijkt uit waarnemingen van de Europese planeetverkenner Venus Express in de zomer van 2010. De resultaten zijn vandaag bekendgemaakt.Venus heeft geen magnetisch veld zoals de aarde. De beweging van elektrisch geladen deeltjes in de zogeheten ionosfeer van de planeet wordt dan ook vrijwel volledig bepaald door de wisselwerking met de eveneens elektrisch geladen zonnewind - een continue stroom van geladen deeltjes van de zon.In augustus 2010 nam de Amerikaanse ruimtesonde Stereo-B een sterke afname in de zonnewind waar: gedurende 18 uur was die ongeveer vijftig maal minder krachtig dan normaal. Metingen van Venus Express hebben nu laten zien dat de ionosfeer van de planeet tijdens die periode sterk opzwelde, vooral aan de nachtzijde van de planeet. Zo ontstond een langgerekte 'staart' van elektrisch geladen deeltjes, enigszins vergelijkbaar met de gasstaart van een komeet. (GS)
→ When a planet behaves like a comet (origineel persbericht)
24 januari 2013
Beelden van de Mars Reconnaissance Orbiter laten zien dat de noordelijke zandduinen op de planeet Mars sterk onder invloed staan van de seizoenen. Als in het voorjaar de temperaturen stijgen, beginnen ijslagen onder de oppervlakte te smelten, waardoor 'zandfonteinen' ontstaan.Tijdens de wintermaanden vormt zich een laag kooldioxide-ijs op de zandduinen. Als in de lente de dooi intreedt, gebeurt dat niet aan de oppervlakte, maar aan de onderkant van de ijslaag. Dat komt doordat de slechts ongeveer zestig centimeter dikke ijslaag doorschijnend is en de donkere ondergrond dus kan opwarmen onder invloed van de zon. Door die opwarming hoopt zich kooldioxidegas op onder het winterijs, en zodra dit gas een uitweg vindt, stroomt het snel weg, waarbij het zand meeneemt. Door de uitstoot van zand ontstaan er donkere waaiers en strepen op duinen, maar die zijn van korte duur: in de zomer verdampt ook de rest van de ijslaag en begint het proces weer van voren af aan. (EE)
→ Thawing 'Dry Ice' Drives Groovy Action on Mars
21 januari 2013
Ruim twaalfhonderd jaar geleden is de aarde mogelijk getroffen door een korte flits van gammastraling. Dat schrijven de Valeri Hambaryan en Ralph Neuhӓuser van het Astrofysische Instituut van de universiteit van Jena (Duitsland) in het tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. In 2012 ontdekte de Japanse Wetenschapper Fusa Miyake dat de jaarringen van bomen rond het jaar 775 verhoogde concentraties van de radioactieve isotopen koolstof-14 en beryllium-10 bevatten. Dat wijst erop dat de aarde destijds door een uitbarsting van straling is getroffen. Genoemde isotopen ontstaan namelijk wanneer kosmische straling in botsing komt met stikstofatomen in de aardatmosfeer.Omdat er in het jaar 774 of 775, voor zover astronomen kunnen nagaan, geen nabije supernova-explosie heeft plaatsgevonden, moet de oorzaak van de stralingsuitbarsting vooralsnog elders worden gezocht. Miyake heeft de mogelijkheid geopperd dat het een uitbarsting van de zon is geweest. Maar zo'n zonnevlam lijkt het overschot aan koolstof-14 niet te kunnen verklaren. Ook wordt in historische verslagen geen melding gemaakt van de heldere poollichten die doorgaans bij grote zonsuitbarstingen optreden. Hambaryan en Neuhӓuser hebben een andere verklaring, die zowel de koolstof-14-metingen als het ontbreken van hemelverschijnselen zou kunnen verklaren. Volgens hen zou een korte gammaflits de oorzaak kunnen zijn. Zo'n uitbarsting van energierijke gammastraling ontstaat bijvoorbeeld wanneer twee compacte objecten (zwarte gaten, neutronensterren of witte dwergen) met elkaar in botsing komen. Dat levert behalve een enkele seconden durende flits gammastraling ook een uitbarsting van zichtbaar licht op, maar die duurt slechts enkele dagen en kan dus gemakkelijk over het hoofd worden gezien.Heel dichtbij kan die gammaflits zich niet hebben afgespeeld, omdat er dan veel leven op aarde zou zijn uitgestorven. Op grond van de koolstof-14-metingen komen Hambaryan en Neuhӓuser op een afstand van 3000 tot 12.000 lichtjaar. (EE)
→ Did an 8th century gamma ray burst irradiate the Earth?
20 januari 2013
De Marskrater McLaughlin stond ooit blank. In een ver verleden bevond zich op de bodem van de krater een meer, dat gevoed werd door grondwater. Die conclusie trekken planeetonderzoekers in National Geoscience op basis van metingen van de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter (MRO). MRO werd in 2005 gelanceerd en verricht vanuit een omloopbaan om Mars metingen aan mineralen op het oppervlak.McLaughlin is een 92 kilometer grote en 2,2 kilometer diepe krater aan de westzijde van Arabia Terra. Op de bodem van de krater zijn gelaagde gesteenteafzettingen ontdekt die carbonaten en kleimineralen bevatten. Die ontstaan alleen onder langdurige invloed van oppervlaktewater. Omdat er geen grote stromingspatronen zichtbaar zijn die in de krater uitkomen, nemen de onderzoekers aan dat de krater ooit gevuld werd door grondwater. (GS)
→ Martian Crater May Once Have Held Groundwater-Fed Lake (origineel persbericht)
15 januari 2013
De Amerikaanse Marswagen Curiosity gaat de komende dagen voor het eerst boren in het Marsgesteente. De boormonstertjes worden aan boord van Curiosity onderzocht en geanalyseerd. Het onderzoek moet antwoord geven op de vraag of Mars ooit een bewoonbare planeet is geweest.Voor de eerste boring is een grote, platte Marssteen uitgekozen die opmerkelijke lichtgekleurde 'aders' vertoont, die mogelijk uit gehydrateerd calciumsulfaat (zoals gips) bestaan - een aanwijzing dat er in het verleden gedurende lange tijd sprake moet zijn geweest van de inwerking van water.De platte steen is 'John Klein' genoemd, naar Curiosity's adjunct-projectmanager John Klein die in 2011 overleed. (GS)
→ NASA Mars Rover Preparing to Drill Into First Martian Rock (origineel persbericht)
8 januari 2013
NASA's Marsvoertuig Curiosity heeft een klein stukje Mars schoongeveegd. Daarbij is voor het eerst gebruik gemaakt van de gemotoriseerde borstel die, samen met vier andere instrumenten, aan het uiteinde van zijn robotarm zit. De schoonmaakactie was nodig om twee andere instrumenten, een spectrometer en een microscoop, de kans te geven het onderliggende gesteente te onderzoeken. Het alom aanwezige stof op Mars maakt dat normaal gesproken onmogelijk.Binnenkort zal ook het laatste stuk gereedschap van de robotarm, een boorhamer, voor het eerst worden ingezet. (EE)
→ NASA's Big Mars Rover Makes First Use of its Brush
3 januari 2013
Na uitgebreide analyse is een internationaal team wetenschappers tot de conclusie gekomen dat de unieke meteoriet NWA 7034, die in 2011 in Marokko werd gevonden, waarschijnlijk uit korstgesteente van Mars bestaat. De ruimtesteen, die waarschijnlijk 2,1 miljard jaar geleden bij een inslag van de planeet is losgebroken, bevat aanzienlijk meer water dan andere Marsmeteorieten (Science, 4 januari).NWA 7034 vertoont overeenkomsten met zogeheten SNC-meteorieten, waarvan er tot nu toe 110 op aarde gevonden zijn. Hoewel vrijwel vaststaat dat de SNC-meteorieten van Mars afkomstig zijn, wijkt hun samenstelling af van die van de Marskorst. Ze lijken dus van grotere diepte afkomstig. Het gesteente van meteoriet NWA 7034 heeft een vulkanische oorsprong: het uit basalt (snel afgekoelde lava) dat veel veldspaat en pyroxeen bevat. Deze samenstelling is karakteristiek voor vulkanisch gesteente zoals dat aan de oppervlakte van een planeet wordt aangetroffen.Het relatief hoge watergehalte van de meteoriet kan erop wijzen dat het gesteente in aanraking is geweest met oppervlaktewater – water van vulkanische oorsprong of afkomstig van inslaande kometen. (EE)
→ First Meteorite Linked To Martian Crust
20 december 2012
In de loop van de komende middag en avond trekt de planeet Venus voor de zon langs... vanuit Saturnus gezien dan. Dat betekent dat de ruimtesonde Cassini het verschijnsel kan waarnemen. Het zal voor het eerst zijn dat een Venusovergang van zo'n grote afstand wordt bekeken.Omdat Saturnus tien keer zo ver van de zon verwijderd is als de aarde, is deze Venusovergang niet gemakkelijk waarneembaar. Zowel zon als Venus lijken voor Cassini tien keer zo klein als voor ons. Bovendien heeft de ruimtesonde geen camera aan boord die geschikt is om het verschijnsel duidelijk in beeld te brengen.Spectaculaire beelden van het exotische hemelverschijnsel hoeven we dus niet te verwachten. Wel zal de infraroodspectrometer van Cassini metingen doen. Geprobeerd zal worden om de zwakke chemische vingerafdruk van de Venusatmosfeer in het zonnespectrum vast te leggen. Niet om wetenschappelijke ontdekkingen te doen, maar vooral om als 'oefening'. Cassini-wetenschappers zijn nieuwsgierig of ze op deze manier kunnen aantonen dat de Venusatmosfeer grotendeels uit kooldioxide bestaat. Soortgelijke technieken zullen in de niet al te verre toekomst worden gebruikt om de atmosferen van planeten bij andere sterren te analyseren. (EE)
→ Saturn's Transit of Venus on Dec. 21, 2012U
18 december 2012
De Japanse ruimtesonde Akatsuki, die door 'motorpech' in december 2010 zijn reisdoel – de planeet Venus – miste, krijgt wellicht een herkansing. Met behulp van zijn kleine stuurraketten kan hij over drie jaar alsnog in een omloopbaan om Venus worden gemanoeuvreerd.Of de 300 miljoen kostende ruimtesonde tegen die tijd nog functioneert, is overigens nog maar de vraag. Sinds Akatsuki twee jaar geleden langs Venus vloog, volgt hij een baan die hem dichter bij de zon brengt dan de bedoeling was. Dat resulteert in temperaturen die schadelijk kunnen zijn voor zijn apparatuur.Mocht Akatsuki de komende zes naderingen van de zon weten te overleven, dan kan hij in november 2015 alsnog in een omloopbaan om Venus worden gebracht. Dat zal dan niet de aanvankelijk geplande ellipsbaan met een omlooptijd van dertig uur zijn, maar een veel langgerektere baan met een omlooptijd van een week. (EE)
→ Ontspoorde Japanse ruimtesonde krijgt herkansing
18 december 2012
NASA’s maansatellieten Ebb en Flow zijn gisteravond gecontroleerd op de maan neergestort. Volgens planning raakten de satellieten vlak na elkaar een 2,5 kilometer hoge berg in de buurt van de noordpool van de maan. Het was het explosieve einde van een succesvolle missie.Veel zal er niet over zijn van de twee sondes, ze raakte de maan 30 seconden na elkaar met een vaart van ruim 6000 kilometer per uur.Ebb en Flow waren onderdeel van de GRAIL-missie, dat staat voor Gravity Recovery and Interior Laboratory. In januari van dit jaar kwamen de twee sondes in een lage baan rond de maan en konden daar onder andere het zwaartekrachtsveld in detail onderzoeken. Dat levert wetenschappers veel informatie op over de innerlijke structuur van het hemellichaam.De plek waar de sondes zijn neergestort is vernoemd naar de dit jaar overleden astronaut Sally K. Ride. Ze was de eerste vrouwelijke astronaut van de Verenigde Staten en maakte onderdeel uit van het GRAIL-team. (Roel van der Heijden)
→ NASA's GRAIL Lunar Impact Site Named for Astronaut Sally Ride
13 december 2012
De beide maansondes die het afgelopen jaar het zwaartekrachtsveld van de maan hebben onderzocht, storten maandagavond neer op de maan. Dat gebeurt met opzet: hun missie is volbracht en NASA wil niet dat ze uiteindelijk ongecontroleerd zomaar ergens crashen.De twee sondes, die de bijnamen Ebb en Flow (eb en vloed) hebben gekregen, zullen neerkomen op een berg in de buurt van de noordpool van de maan. Dat gebeurt om 23.28 uur Nederlandse tijd en met een snelheid van ruim 6000 kilometer per uur.De beide inslagen zullen zich ongezien voltrekken, omdat het crashgebied in de schaduw ligt. Toch zullen Ebb en Flow nog een laatste experiment doen: ze zullen hun raketmotoren ontsteken om ook de laatste restjes brandstof te verbruiken. Dat stelt NASA-technici in staat om de computermodellen te controleren die worden gebruikt om het brandstofverbruik van toekomstige ruimtemissies te voorspellen. (EE)
→ NASA Gravity Probes Prepare to Hit the Moon
6 december 2012
Dankzij een software-upgrade is de Gamma-ray Burst Monitor van de gammasatelliet Fermi nu tien keer zo gevoelig voor het registreren van gammaflitsjes op aarde. Deze korte uitbarstingen van energierijke straling ontstaan boven onweerswolken.De aardse gammaflitsen, die maar een paar duizendsten van een seconde duren, zijn veel zwakker dan hun kosmische tegenhangers. Aanvankelijk werden alleen de helderste van deze flitsjes volledig geregistreerd. Maar tests lieten zien dat op die manier veel informatie over dit nog niet helemaal begrepen verschijnsel verloren ging. Dankzij de nieuwe software, die eind november werd geïnstalleerd, kan de Gamma-ray Burst Monitor nu veel meer aardse gammaflitsen registeren dan voorheen. Werden er eerder ongeveer driehonderd van die flitsjes per jaar waargenomen, vanaf nu zullen dat er ongeveer 850 zijn. Dat is overigens nog steeds maar een fractie van het totale aantal aardse gammaflitsen, dat op meer dan duizend per dag wordt geschat.Wetenschappers vermoeden dat de bron van de aardse gammaflitsen moet worden gezocht bij de sterke elektrische velden bovenin onweerswolken. Onder bepaalde omstandigheden wordt zo'n veld dermate sterk, dat er een lawine van elektronen omhoog wordt geschoten. De gammastraling komt vrij bij botsingen tussen deze snelle elektronen en luchtmoleculen. Dezelfde lawine van elektronen zou ook de bron kunnen zijn van de laagfrequente radiostraling die vrijwel gelijktijdig met de gammaflitsjes wordt waargenomen. (EE)
→ Fermi Improves Its Vision For Thunderstorm Gamma-Ray Flashes
5 december 2012
Nieuwe satellietopnamen die wetenschappers tijdens de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union hebben gepresenteerd, geven een ongekend beeld van de natuurlijke en (vooral) kunstmatige lichtbronnen die de nachtzijde van onze planeet doen oplichten. Uit een selectie van wolkeloze opnamen is ook een gedetailleerde wereldkaart van de nachtelijke aarde samengesteld.De opnamen zijn gemaakt door de Suomi National Polar-orbiting Partnership-satelliet (NPP) van NASA en de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA). Deze nieuwe satelliet heeft een speciale sensor aan boord om atmosfeer en oppervlak van de aarde ook ’s nachts te kunnen bestuderen. De sensor is gevoelig genoeg om de natuurlijke nachtgloed van de aardatmosfeer en het licht van schepen op zee te registreren. (EE)
→ NASA-NOAA Satellite Reveals New Views of Earth at Night
5 december 2012
Wetenschappers van Amerikaanse en Franse instituten hebben bewijs gevonden dat de korst van de maan vrijwel compleet verpulverd is. Dat wijst erop dat de maan – en waarschijnlijk ook de aarde en andere planeten – tijdens de eerste miljard jaar van hun bestaan veel meer zware inslagen te verduren hebben gehad dan tot nu toe werd gedacht (Science, 7 december).Deze opmerkelijke ontdekking is gebaseerd op gegevens die zijn verzameld door de twee maansondes van de GRAIL-missie. Deze ruimtesondes cirkelen sinds maart om onze maan en onderzoeken zijn zwaartekrachtsveld. De nauwkeurige kaart die aan de hand van de verzamelde gegevens is samengesteld, toont een inwendig zwaartekrachtsveld dat in overeenstemming is met een sterk poreuze korst, die bovendien veel dunner is dan vermoed. Op plaatsen waar inslaande planetoïden diepe littekens hebben achtergelaten, is de korst zelfs zo goed als weggeslagen.Anders dan het oppervlak ziet het inwendige van de maan er buitengewoon gelijkmatig uit. De verschillen in zwaartekracht die de GRAIL-sondes hebben gemeten, worden voornamelijk toegeschreven aan oppervlaktestructuren, zoals kraterranden en bergen. (EE)
→ GRAIL Reveals A Battered Lunar History
4 december 2012
Terwijl het oude Marswagentje Opportunity een rondje maakte rond een heuvel aan de rand van de krater Endeavour, en zijn grote opvolger Curiosity zijn eerste hap Marsbodem analyseerde, was NASA druk bezig met het voorbereiden van het toekomstige onderzoek van onze buurplaneet. Voortbouwend op de recente succesvolle missies zal in 2020 opnieuw een mobiele onderzoeksrobot naar Mars worden gestuurd. De nieuwe verkenner zal deels bestaan uit reserve-onderdelen van Curiosity, die momenteel op Mars rondkart.NASA bestempelt de nog naamloze missie als een belangrijke stap in de richting van een bemande vlucht, die ergens na 2030 zou kunnen plaatsvinden. Niet dat het de komende jaren stil zal zijn op de rode planeet. In 2013 vertrekt eerst nog de Mars Atmosphere and Volatile EvolutioN (MAVEN), die de atmosfeer van Mars zal onderzoeken. En drie jaar later volgt de InSight-missie, een niet-mobiele lander die onder meer aardbevingsonderzoek gaat doen. Daarnaast draagt ook Europa zijn steentje bij met de tweedelige ExoMars-missie die voor 2016 en 2018 op het programma staat.Kortom: het wordt druk op Mars. Zeker als ook China, zoals aangekondigd, nog ruimtesondes in de richting van de planeet gaat sturen. (EE)
→ New Rover to Close Out Decade of New Missions
4 december 2012
Terwijl de ogen van de wereld vooral op Marsrover Curiosity zijn gericht, doet zijn kleinere broertje Opportunity ook nog werk op de rode planeet. Recentelijk maakte de rover een ommetje over de rand van een krater. Vermoed wordt dat de rover hier wellicht klei kan aantreffen.Het team van Opportunity stuurde de rover naar deze locatie omdat Mars-satellieten hier sporen van klei-mineralen waar hebben genomen. Dat is interessant, want klei vormt zich doorgaans onder natte en niet-zure condities. Omstandigheden die niet ongunstig zijn voor het ontstaan van leven.Aan de hand van de verkenning van het terrein door Opportunity hebben wetenschappers een aantal plekken uitgekozen die de moeite waard zijn voor een bezoekje van de Marsrover.Opportunity landde in 2003 op Mars. Zijn officiële missie duurde drie maanden, maar de rover houdt het een stuk langer uit. Met de Spirit-rover, die tegelijkertijd op een andere locatie op Mars landde, werd in 2010 het contact verloren. (Roel van der Heijden)
→ NASA Opportunity Rover Does Walkabout of Crater Rim
3 december 2012
Voor het eerst heeft Marsrover Curiosity een grondmonster volledig geanalyseerd. De instrumenten vonden onder andere water, zwavel en chloorhoudende stoffen. Er werden geen organische stoffen gedetecteerd.Het monster werd met een beweegbare arm genomen op de locatie die Rocknest wordt genoemd, uit een ondergrond van fijn stof en zand. Vervolgens werd het in een kleine oven in de Marsrover verwarmd zodat verschillende instrumenten de ontsnappende gassen uit het monster konden analyseren.Een van de gedetecteerde stoffen was water. Iets waar de wetenschappers al rekening mee hadden gehouden. Maar de concentraties waren iets hoger dan verwacht. Wat overigens niet betekent dat Curiosity ‘natte grond’ heeft opgeschept. Watermoleculen kunnen namelijk aan de zandkorrels gebonden zitten.De mineralen die een van de instrumenten, Chemistry and mineralogy, detecteerden duiden op een Marsbodem die ruwweg voor de helft bestaat uit vulkanische mineralen en voor de andere helft uit een glasachtig materiaal.Met een ander instrument, Sample Analysis at Mars, werd perchloraat gevonden. Een reactieve stof die jaren geleden ook al werd gedetecteerd door de Phoenix-Marsrover. Daarnaast werden er sporen ontdekt van methaan-achtige stoffen, maar de wetenschappers kunnen niet uitsluiten dat dit materiaal met de rover vanaf aarde is meegelift naar de rode planeet. Al met al laten deze resultaten vooral zien dat alle instrumenten aan boord van de Marsrover hun werk goed doen. Van opzienbarende ontdekkingen is nog geen sprake. De wetenschappers vinden de resultaten wel veelbelovend, met het oog op de ruim anderhalf jaar durende missie die Curiosity nog voor de boeg heeft.De verwachtingen rondom de Curiosity-missie waren de afgelopen weken hoog opgelopen. Nadat wetenschappers van NASA hadden laten weten dat de Marsrover een ‘wereldschokkende’ ontdekking had gedaan, gonsde het op internet van de geruchten. Wellicht had de Marsrover complexe organische moleculen gevonden, de bouwstenen van het leven op aarde.Vorige week voelde NASA zich echter genoodzaakt om de verwachtingen te temperen. Dat blijkt nu terecht te zijn. (Roel van der Heijden)
→ NASA Mars Rover Fully Analyzes First Soil Samples
3 december 2012
De Europese ruimtesonde Venus Express heeft de afgelopen zes jaar een grote variatie gemeten in de concentratie zwaveldioxide in atmosfeer van Venus. Wetenschappers denken dat deze schommeling het gevolg kan zijn van actieve vulkanen die grote hoeveelheden van het gas uitspuwen.De concentratie zwaveldioxide in de atmosfeer van Venus wordt geschat op ongeveer een miljoen keer de hoeveelheid op de aarde. Toch wordt er door ruimtesondes zelden een hoge concentratie gemeten in de hogere delen van de atmosfeer. Reden hiervoor is dat de stof binnen enkele dagen wordt afgebroken door zonlicht.Dat er in de afgelopen jaren toch een piek is gemeten in de concentratie zou wel eens het gevolg kunnen zijn van vulkaanuitbarstingen, waarbij de stof tot hoog in de atmosfeer is doorgedrongen. Alle zwaveldioxide op aarde is afkomstig uit actieve vulkanen, waarvan wordt vermoed dat ze ook op Venus aanwezig zijn. Wetenschappers hebben echter grote moeite met het vinden van harde bewijzen daarvoor. De planeet is omhuld met een extreem hete en dikke atmosfeer. Die maakt het bijvoorbeeld lastig om geavanceerde robots te doen landen, zoals al vaker op Mars is gebeurd.Ruimtesondes zoals de Venus Express, die sinds 2006 om de planeet cirkelt, kunnen vanwege het dikke wolkendek evenmin direct naar het vaste oppervlak van Venus kijken. Daarom doen ze onder andere radarmetingen en waarnemingen van de bovenste lagen van de atmosfeer. (Roel van der Heijden)
→ Have Venusian volcanoes been caught in the act?
30 november 2012
Een fysicus van NASA's Kennedy Space Center heeft ontdekt dat de laser en reflector die hij wil ontwikkelen voor het volgen van maanstof ook kan worden gebruikt om de afmetingen van vallende regendruppels te meten. Deze kennis kan worden gebruikt om de weersvoorspellingen op aarde te verbeteren.De doorbraak vond plaats toen fysicus John Lane naar een manier zocht om zijn lasersysteem te testen. Daarbij kwam hij tot de ontdekking dat regen een goede plaatsvervanger van opstuivend maanstof is.Wat Lane eigenlijk wil weten is of de op de maan achtergebleven onderdelen van de Apollo-missies schade zullen ondervinden van toekomstige maanlanders die dicht in de buurt komen. Gevreesd wordt dat het stof dat bij zo'n landing opstuift en later weer terugvalt de zes historische Apollo-locaties kan verstoren.Dat laatste zou niet alleen om nostalgische redenen jammer zijn. Wetenschappers zijn benieuwd wat de barre omstandigheden op de maan met door de mens gemaakte materialen doet. Ook de talrijke zakken met afval die de astronauten op de maan hebben achtergelaten kunnen interessant zijn: biologen willen graag weten of ze organismen bevatten die vijftig jaar zonder lucht kunnen en bestand zijn tegen een langdurig bombardement van kosmische straling. (EE)
→ Physicist Happens Upon Rain Data Breakthrough
29 november 2012
De Amerikaanse ruimtesonde MESSENGER heeft nieuw bewijs gevonden voor de aanwezigheid van bevroren water in kraters aan de polen van de planeet Mercurius (Science, 30 november). Door de vrijwel loodrechte stand van de rotatie-as van de planeet liggen deze kraters permanent in de schaduw, en is het er – ondanks de nabijheid van de zon – ijzig koud.Dat zich in de polaire kraters op Mercurius ijs kon bevinden, werd al tientallen jaren vermoed. Begin jaren negentig werden bij radaronderzoek met de Arecibo-radiotelescoop plekken op Mercurius ontdekt die radiogolven op dezelfde manier weerkaatsen als bevroren water. Toen kon echter niet met zekerheid worden vastgesteld dat deze plekken samenvielen met donkere kraters.De aankomst van MESSENGER bij Mercurius, in maart 2011, bracht daar verandering in. Beelden die de ruimtesonde de afgelopen anderhalf jaar heeft gemaakt, bevestigen dat de twintig jaar geleden waargenomen radar-heldere plekken overeenkomen met kraters die permanent in de schaduw liggen.Nieuwe MESSENGER-metingen laten zien dat bevroren water het belangrijkste bestanddeel is van de ijsafzettingen aan de noordpool van Mercurius. Op de koudste plekken ligt het ijs zelfs aan de oppervlakte. Op de iets warmere plaatsen lijkt het ijs te zijn bedekt met isolerend materiaal. De ijslaag zou minstens tien centimeter dik zijn. En er zijn aanwijzingen dat de donkere, isolerende bovenlaag rijk is aan complexe organische moleculen. Zowel het water als de organische verbindingen zijn waarschijnlijk door inslaande kometen en planetoïden op Mercurius terechtgekomen. (EE)
→ New Evidence for Ice on Mercury
15 november 2012
In de krater Gale, waar het Marsvoertuig Curiosity is geland, komen af en toe wervelwinden voor. Maar in echte stofhozen, zoals die elders op Mars zijn waargenomen, heeft dat nog niet geresulteerd. Dat is een van de conclusies die kunnen worden getrokken uit de windmetingen die Curiosity de afgelopen twaalf weken heeft gedaan.De heersende windrichting in de krater heeft wetenschappers verrast. Doorgaans komt de wind er uit het oosten, terwijl op noordenwind was gerekend: Curiosity bevindt zich aan de noordkant van de bijna vijf kilometer hoge Mount Sharp en verwacht wind dat de stijg- en valwinden langs de hellingen ervan bepalend zouden zijn voor de windrichting.Vermoed wordt dat de plek waar Curiosity zich nu bevindt – ergens tussen de verhoogde kraterrand in het noorden en Mount Sharp in het zuiden – bepalend is voor de onverwachte windrichting. Als dat inderdaad zo is, zou de windrichting moeten veranderen naarmate het Marsvoertuig dichter bij Mount Sharp komt. De luchtdrukmetingen die Curiosity doet laten, zoals verwacht, een duidelijk dag-nachtritme zien, dat wordt veroorzaakt door de dagelijkse opwarming door de zon en de daarop volgende nachtelijke afkoeling. Deze luchtdrukcyclus laat ook zijn sporen achter in de natuurlijke straling die het Marsoppervlak bereikt. Aan het eind van de dag, als de luchtdruk op zijn laagst is, is de gemeten straling vijf tot tien procent zwakker dan aan het eind van de nacht. (EE)
→ NASA Rover Providing New Weather and Radiation Data About Mars
11 november 2012
De NASA-ruimtesonde Mars Odyssey is overgeschakeld op een reservesysteem dat sinds zijn lancering in 2001 nog nooit was gebruikt. De wisseltruc was nodig, omdat een cruciaal onderdeel van de ruimtesonde tekenen van slijtage begon te vertonen.Net als bij veel andere ruimtesondes zijn cruciale onderdelen van de Mars Odyssey dubbel uitgevoerd. In dit geval gaat het om twee systemen, 'A' en 'B', beide bestaande uit een computer en daarmee verbonden subsystemen. Eén van die subsystemen is een gyroscoop die de Mars Odyssey in de juiste stand moet houden, wat cruciaal is voor het richten van antennes, zonnepanelen en camera's.Omdat de laatste maanden was gebleken dat de gyroscoop van het A-systeem kuren begon te vertonen, besloot de vluchtleiding om over te schakelen op het backupsysteem. Afgelopen zondag zond de 'verse' radiozender van de Odyssey voor het eerst gegevens van het Marsvoertuig Opportunity door naar de aarde. In de loop van deze week zal hij ook zijn eigen wetenschappelijke waarnemingen hervatten. (EE)
→ Long-Lived Orbiter Resumes Work With Fresh Equipment
2 november 2012
Met de eerste snufjes atmosfeer die Marsrover Curiosity recentelijk op de rode planeet analyseerde lijkt een proces te zijn gevonden dat verantwoordelijk is voor de enorme klimaatveranderingen op Mars. Het lijkt erop dat de planeet de bovenste lagen van zijn atmosfeer geleidelijk heeft verloren.De analyse werd gedaan met Sample Analysis at Mars, een apparaat dat onder andere kan bepalen in welke verhouding verschillende koolstofisotopen voorkomen. Dat zijn varianten van koolstof die net iets lichter of zwaarder zijn. Metingen aan koolstofdioxide laten zien dat er tegenwoordig ongeveer vijf procent meer zware isotopen in de atmosfeer zitten dan de geschatte waarde van het moment dat Mars zich vormde.Dat geeft volgens de onderzoekers van het Jet Propulsion Laboratory van NASA aanleiding om te denken dat Mars langzaam maar zeker de bovenste lagen van zijn atmosfeer heeft verloren aan de ruimte, waarschijnlijk door de beperkte zwaartekracht op Mars. Zo’n proces zou vooral de lichtere isotopen treffen omdat zij bovenin de atmosfeer ophopen.De huidige Marsatmosfeer is meer dan honderd keer dunner dan de aardatmosfeer. Gedacht wordt dat deze in het verleden veel dikker is geweest, waardoor de planeet op het oppervlakte veel warmer en natter kon zijn. (Roel van der Heijden)
→ NASA Rover Finds Clues to Changes in Mars' Atmosphere
31 oktober 2012
Japanse wetenschappers hebben aanwijzingen gevonden dat de 'maanzee' Oceanus Procellarium ('Oceaan van de stormen') 3,9 miljard jaar geleden is ontstaan door het inslaan van een planetoïde (Nature Geoscience, 28 oktober). Oceanus Procellarum is een donker gebied aan de voorzijde van de maan, ongeveer zo groot als Middellandse Zee, maar dan gortdroog.Sinds ruim een halve eeuw is bekend dat de voorkant van de maan – het halfrond dat altijd naar de aarde is gekeerd – aanzienlijk verschilt van de achterkant. Anders dan de voorkant vertoont de achterkant vrijwel geen donkere vlakten. Voor dat verschil zijn allerlei verklaringen bedacht, variërend van zwaartekrachtseffecten van de aarde tot botsingen met planetoïden.Het Japanse onderzoek wijst erop dat Oceanus Procellarum wellicht inderdaad het gevolg is van een planetoïdeninslag. De wetenschappers komen tot die conclusie na een analyse van de mineralogische samenstelling van het maanoppervlak, zoals gemeten met ruimtesonde Kaguya/Selene. Daarbij is ontdekt dat in de omgeving van grote inslagkraters en van de Procellarum-vlakte calciumarme pyroxeen te vinden is – een mineraal dat in verband wordt gebracht met het smelten van materiaal in de korst en mantel van de maan.Volgens de wetenschappers zou op de plek van Oceanus Procellarum een ongeveer driehonderd kilometer grote planetoïde zijn ingeslagen. Daardoor ontstond een honderden kilometers diepe 'zee' van gesmolten gesteente dat na afkoeling stolde tot de donkere basalt waar we nu tegenaan kijken. Latere, kleinere inslagen zouden de randen van het inslaggebied hebben vervaagd, waardoor de oorspronkelijke omvang ervan moeilijk te herkennen is. De nu gevonden kring van pyroxeenafzettingen zou daar meer duidelijkheid over kunnen geven. (EE)
→ Researchers find evidence that moon's Procellarum basin formed by asteroid strike (Phys.org)
30 oktober 2012
Analyse van het eerste bodemmonster dat door het Marsvoertuig Curiosity is opgeschept, laat zien dat de mineralen op Mars overeenkomsten vertonen met die op een vulkanisch eiland als Hawaï. Anders dan de (veel oudere) gesteenten die Curiosity enkele weken geleden onderzocht, vertoont het verzamelde stof en zand geen aanwijzingen dat er vloeibaar water in het spel is geweest.Het bodemmonster is onderzocht met behulp van röntgendiffractie, een techniek die op aarde al heel lang wordt toegepast, maar die nog nooit op Mars was gebruikt. Röntgendiffractie resulteert in een nauwkeurigere bepaling van de mineralogische samenstelling van gesteente dan andere technieken.Uit de röntgenanalyse blijkt dat de losse bovenlaag op de landingsplaats van Curiosity uit minstens twee componenten bestaat: stof dat door stofstormen over de hele planeet is verspreid en zand dat lokaal door erosieprocessen is ontstaan. Het onderzochte bodemmonster bestaat voor de helft uit (verweerd) vulkanisch glas en bevat daarnaast aanzienlijke hoeveelheden veldspaat, pyroxeen en olivijn – mineralen die kenmerkend zijn voor basaltachtig materiaal. (EE)
→ NASA Rover's First Soil Studies Help Fingerprint Martian Minerals
24 oktober 2012
Onderzoek met het Europese satellietenkwartet Cluster heeft aangetoond dat de magnetische bubbel van onze planeet minder bescherming biedt tegen de zonnewind dan tot nu toe werd gedacht.Het aardmagnetische veld vormt de belangrijkste bescherming tegen de zonnewind – de stroom geladen deeltjes die de zon voortdurend uitstoot. Die zonnewind sleept zijn eigen magnetische veld met zich mee, dat een veranderlijke oriëntatie vertoont. Afhankelijk van die oriëntatie kunnen er in de directe omgeving allerlei magnetische verschijnselen optreden die de deur openzetten voor de zonnewind, waardoor deze de aarde kan bereiken.In 2006 ontdekte Cluster al dat dit effect onder meer optreedt als het magnetische veld van de zonnewind dezelfde oriëntatie heeft als het magnetische veld van de aarde. Maar een analyse van latere meetgegevens heeft nu aangetoond dat er eigenlijk voortdurend situaties zijn waarbij er wat zonnewind de aardse magnetosfeer kan binnendringen. Sterker nog: er zijn bijna geen situaties denkbaar waarbij dat níét gebeurt. (EE)
→ Earth’s magnetosphere behaves like a sieve
18 oktober 2012
Marsvoertuig Curiosity heeft zijn eerste bodemmonster te pakken. Het schepje gezeefd zand – ongeveer de hoeveelheid van een aspirientje – wordt nu geanalyseerd door het CheMin-instrument, dat de chemische en mineralogische samenstelling ervan zal vaststellen.De activiteiten het verzamelen van het bodemmonster zijn enkele malen kort onderbroken. De eerste keer gebeurde dat op 7 oktober, toen op foto's van de graafplek een glimmend stukje materiaal van ongeveer een centimeter lang werd aangetroffen. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat dit materiaal, waarschijnlijk een stukje plastic, van Curiosity zelf afkomstig was.Toen na hervatting van de werkzaamheden, een week geleden, opnieuw lichte stukjes in het uitgegraven kuiltje te zien waren, werd voor de zekerheid besloten om ook het tweede bodemmonster niet voor analyse te gebruiken en het materiaal weg te gooien. Inmiddels zijn wetenschappers er echter van overtuigd dat díé witte stukjes wél op Mars thuishoren. Verder onderzoek moet laten zien waaruit zij bestaan. (EE)
→ Mars Soil Sample Delivered for Analysis Inside Rover
17 oktober 2012
Maanstenen bevatten een sterke aanwijzing dat onze naaste buur in het zonnestelsel het resultaat is van een botsing tussen de aarde en een andere (kleinere) planeet. Die aanwijzing bestaat uit een klein overschot van een zwaardere variant van het element zink, zoals dat voor het eerst in het maangesteente is opgespoord (Nature, 18 oktober). Volgens de wetenschappers die het onderzoek hebben verricht, is die verrijking waarschijnlijk ontstaan doordat zwaardere zinkatomen sneller uit de wolk van verdampt gesteente die bij de catastrofale botsing vrijkwam, is gecondenseerd dan lichtere zinkatomen. Het resterende deel van de wolk zou zijn ontsnapt vóórdat ook het lichtere zink kon condenseren.Dat er met de samenstelling van het maangesteente iets bijzonders aan de hand is, was al langer bekend. Maangesteente bevat heel weinig 'middelmatig vluchtige' elementen zoals natrium, kalium, zink en lood. Maar als dat tekort is ontstaan door het verdampingsproces bij een grote botsing tussen hemellichamen, zou er door verschillen in condensatietemperaturen een klein overschot aan zwaardere isotopen van de genoemde elementen waarneembaar moeten zijn. En dat is nu precies wat voor het element zink is aangetoond.Ook nieuw theoretisch onderzoek lijkt het botsingsscenario te schragen (Science online, 17 oktober). Dat onderzoek richt zich op de vrijwel identieke isotopensamenstelling van de zuurstof in gesteenten van de aarde en de maan. Eerdere modellen lieten zien dat deze samenstelling voor beide hemellichamen aanzienlijke verschillen zou moeten vertonen, omdat veel van het uiteindelijke maangesteente niet van de aarde afkomstig zou zijn, maar van de planeet waarmee de aarde in botsing kwam.Het nieuwe onderzoek lost deze discrepantie op door ervan uit te gaan dat zowel de oeraarde als de andere planeet ongeveer half zo zwaar waren als de huidige aarde. Dit zou in een vrijwel symmetrische botsing hebben geresulteerd, die de gelijkaardige samenstelling van aarde en maan goed kan verklaren. Beide zouden dan een mengsel zijn van materie van de oeraarde en de planeet waarmee deze in botsing kwam. (EE)
→ Proof At Last: Moon Was Created In Giant Smashup
15 oktober 2012
De meest waarschijnlijke bron voor het water dat in het oppervlaktegesteente van de maan zit opgesloten, is de zon. Dat blijkt uit recent onderzoek van bodemmonsters van de maan die door de Apollo-astronauten zijn verzameld (Nature Geoscience, 15 oktober).De afgelopen jaren is vastgesteld dat de maan niet zo gortdroog is als lange tijd werd aangenomen. Toen in 2009 de NASA-satelliet LCROSS opzettelijk insloeg in een donkere maankrater, stoof een pluim van materiaal op dat verrassend veel water bevatte. Ook in de puinachtige oppervlaktelaag van de maan, het zogeheten regoliet, is water aangetroffen.Waar dit water vandaan komt was lange tijd onduidelijk. Aanvankelijk werd gedacht aan (brokstukken) van kometen en planetoïden, maar al eind jaren zeventig wezen theoretische modellen op de mogelijkheid dat de waterstofionen (protonen) die de zon voortdurend alle kanten op blaast zich met de zuurstof in maangesteenten kunnen verbinden. Dat zou leiden tot de vorming van hydroxyl – een watermolecuul-in-aanbouw. Onderzoek van Apollo-gesteenten waaronder een zogeheten agglutinaat – een samengekoekt stuk regoliet met de structuur van gatenkaas – heeft nu bevestigd dat de waterstof van het daarin aanwezige hydroxyl grotendeels van de zon afkomstig is. Omdat de maan, en andere luchtloze werelden in het zonnestelsel, bedekt zijn met een dikke laag regoliet, moet de totale hoeveelheid hydroxyl aanzienlijk zijn. Het is dan ook aannemelijk dat het water dat LCROSS opspoorde voor een belangrijk deel door de zon is aangeleverd. (EE)
→ UT Study Confirms Solar Wind as Source for Moon Water
11 oktober 2012
De eerste Marssteen die door het Marsvoertuig Curiosity is 'betast' vertoont een onverwacht gevarieerde samenstelling. De steen vertoont overeenkomsten met vulkanisch stollingsgesteente dat ook op aarde wordt aangetroffen.De steen ter grootte van een voetbal, die de bijnaam 'Jake Matijevic' heeft gekregen, is met twee instrumenten van Curiosity onderzocht. Het gesteente bevat veel elementen die aan het mineraal veldspaat worden toegeschreven en weinig magnesium en ijzer. Op aarde zijn gesteenten met een dergelijke samenstelling doorgaans afkomstig uit de onder de korst gelegen aardmantel. Ze ontstaan door kristallisatie van relatief waterrijk magma onder verhoogde druk. Opmerkelijk is dat het instrument ChemCam, dat de Marssteen op veertien plaatsen met laserpulsen bestookte, een grote variatie in samenstelling heeft geconstateerd. Dat wijst erop dat de minerale samenstelling ervan tamelijk complex is. Het onderzoek van 'Jake Matijevic' is slechts een voorproefje. Curiosity is ook uitgerust met mini-laboratoria die bodemmonsters en boormonsters van gesteenten aan een nauwkeurigere chemische analyse kunnen onderwerpen. Of 'Jake' een buitenbeentje is of eentje van dertien in een dozijn zal dus snel duidelijk worden. (EE)
→ Mars Rock Touched by NASA Curiosity has Surprises
11 oktober 2012
Een meteoriet die ruim een jaar geleden in de woestijn van Marokko neerplofte bevat informatie over het verleden van Mars, de planeet waar het brok gesteente oorspronkelijk vandaan kwam. Dat blijkt uit internationaal onderzoek waarvan de resultaten deze week in Science zijn gepubliceerd. Volgens de onderzoekers bestaat de zogeheten Tissint-meteoriet uit 600 miljoen jaar oud vulkanisch gesteente dat bij een grote inslag op Mars de ruimte in werd geblazen. Daarbij ontstonden scheurtjes in het gesteente die door de hitte van de inslag direct werden 'verzegeld'. Hierdoor bevat de meteoriet kleine hoeveelheden opgesloten gas, waarvan na analyse is gebleken dat de samenstelling ervan overeenkomt met die van de Marsatmosfeer.Het gesteente zelf vertoont kenmerken van erosie onder vochtige omstandigheden. Dat bevestig nog eens dat er in de afgelopen paar honderd miljoen jaar vloeibaar water op Mars moet zijn geweest. (EE)
→ Meteorite delivers Martian secrets to U of A researcher
8 oktober 2012
Europa en Rusland werken samen aan een onbemande ruimtemissie die in 2020 of 2022 bevroren bodemmonsters bij de noord- of zuidpool van de maan moet ophalen. Doel van de missie Lunar Polar Sample Return (LPSR) is om meer inzicht te krijgen in de samenstelling van die bodem. Er bestaan sterke aanwijzingen dat er in diepe kraters rond de polen van de maan bevroren water te vinden is. De bodems van deze kraters zijn in eeuwige duisternis gehuld en daardoor zó koud dat water dat er ooit belandt bijna niet kan verdampen. Idealiter zou zo'n donkere kraterbodem dus dé plek zijn voor nader onderzoek, maar dat is met de huidige technologie niet haalbaar. Daarom is ervoor gekozen om de LPSR-sonde in vrijwel permanent door de zon verlichte maanbodem te laten boren. Door de boormonsters onmiddellijk tot een temperatuur van meer dan 100 graden onder nul af te koelen, hopen wetenschappers meer te weten te komen over de aanwezigheid van vluchtige stoffen op de maan. (EE)
→ Proposed Mission May Bring Frozen Moon Samples to Earth in 2020s
1 oktober 2012
Op 125 kilometer hoogte in de dampkring van Venus is een atmosferische laag ontdekt met een temperatuur van 175 graden onder nul, koud genoeg voor de vorming van bevroren kooldioxide. De extreem koude laag komt alleen voor boven de dag-nachtgrens van de planeet. De vondst is opmerkelijk omdat Venus als gevolg van een sterk broeikaseffect de heetste planeet in het zonnestelsel is. Zelfs in de aardatmosfeer komen zulke lage temperaturen niet voor.De koude laag is ontdekt door een team wetenschappers onder leiding van Arnaud Mahieux van het Belgische Instituut voor Ruimte-aëronomie in Brussel, op basis van metingen van de Europese planeetverkenner Venus Express, die in een baan rond Venus beweegt. De ontdekking wordt gepubliceerd in Journal of Geophysical Research.Het ontstaan van de koude laag wordt nog niet volledig begrepen. Wel is bekend dat de opbouw van de Venusdamprking aan de dagzijde van de traag roterende planeet heel anders is dan die aan de nachtzijde. Rond de dag-nachtgrens bevindt zich daardoor een overgangsgebied waarin de koude laag zich kennelijk vormt, tussen twee warmere lagen in. (GS)
→ A curious cold layer in the atmosphere of Venus
28 september 2012
De Amerikaanse Marswagen Curiosity, die in juli een zachte landing op het oppervlak van de Rode Planeet maakte, bevindt zich in een opgedroogde rivierbedding. Dat blijkt uit metingen aan de structuur van twee gesteenteformaties, die Hottah en Link zijn genoemd. In beide gevallen gaat het om kleine steentjes en kiezels die 'ingemetseld' liggen in ander gesteente. De kleine, vrijwel ronde steentjes hebben afmetingen van een millimeter tot enkele centimeters. Hun ronde vorm verraadt dat ze ooit over grote afstand getransporteerd zijn en daarbij zijn afgesleten; hun forse afmetingen wijzen erop dat dat transport niet door de wind werd veroorzaakt. Uit de grootteverdeling van de kiezeltjes leiden de onderzoekers van het Curioisty-project af dat ze aanvankelijk een snelheid gehad moeten hebben van minstens enkele tientallen centimeters per seconde.De stroombedding maakt deel uit van een grote opgedroogde 'delta' op de bodem van de Marskrater Gale. Die delta is vermoedelijk ontstaan toen er enorme hoeveelheden water over de kraterrand stroomden, afkomstig uit Peace Vallis (de Vallei van de Vrede). Het feit dat de delta zoveel stroomsystemen bevat, doet vermoeden dat er gedurende lange tijd herhaaldelijk water stroomde aan het Marsoppervlak. Het is voor het eerst dat er op een andere planeet grind is aangetroffen dat door stromend water is getransporteerd. (GS)→ NASA Rover Finds Old Streambed on Martian Surface
28 september 2012
Naast camera’s, lasers en boren heeft Marsrover Curiosity ook een weerstation meegenomen naar Mars. En die meet sinds de landing op 5 augustus een verrassend hoge druk en milde temperaturen.Meer dan de helft van de dagen dat het weerstation actief is zijn de temperaturen boven het vriespunt uitgekomen. En dat verrast de wetenschappers die de data van de rover onderzoeken. Bij de huidige hoge temperaturen denken zij dat er in de aankomende Marszomer wellicht temperaturen gemeten kunnen worden van meer dan 20 graden Celsius. Dat is hoger dan verwacht. Overigens is op Mars een trui voor de nacht aan te raden. Door de zeer dunne atmosfeer van de planeet kunnen de temperaturen er makkelijke zakken tot 70 graden onder nul.De druk die Curiosity meet is ook iets hoger dan verwacht en stijgt momenteel langzaam. De verklaring daarvoor is dat koolstofdioxide, dat als ijs op de poolkappen van Mars ligt opgeslagen, langzaam overgaat in de gasvorm en zo bijdraagt aan een hogere druk. Met 750 pascal is die overigens nog minder dan een procent van de aardse luchtdruk. (RvdH)
→ Gale crater set for summer heat wave?
25 september 2012
Voor het eerste heeft Marsrover Curiosity een steen op de rode planeet onder de loep genomen. De uitklapbare arm van de rover werd gebruikt om close-up-foto’s te maken en de samenstelling van de steen te bepalen. Voor dat laatste doel werd er eveneens met een laser op de steen gevuurd.De Alpha Particle X-Ray Spectrometer, die op het uiteinde van de 2,1 meter lange arm is gemonteerd, bestookt keien van dichtbij met hoogenergetische alfadeeltjes en röntgenstraling. Daardoor worden elektronen in de atomen van de steen naar een hoger energieniveau getild. Als ze vervolgens weer terugvallen naar het normale energieniveau zendt de steen straling uit. Het soort straling verraadt de elementen die in de steen voorkomen.Daarnaast werd er met het zogenoemde Chemistry and Camera instrument (ChemCam) een laserstraal op de steen afgevuurd. Deze straal is in staat kleine stukjes steen te verhitten waarbij materiaal vrijkomt die een speciale camera kan bestuderen. Ook dit experiment levert informatie op over de samenstelling van de steen.Deze twee experimenten zijn niet in de eerste plaats uitgevoerd om te achterhalen waar de steen van gemaakt is, maar om de resultaten van de twee verschillende instrumenten met elkaar te vergelijken. Curiosity is nu ongeveer zeven weken op Mars en is op weg naar Aeolis Mons, een ruim vijf kilometer hoge berg. Onderweg zal het talloze vergelijkbare inspecties uitvoeren. (RvdH)
→ Curiosity Finishes Close Inspection of Rock Target
24 september 2012
Spaanse wetenschappers hebben onderzoek verricht op enkele extreme plaatsen op aarde die mogelijk inzicht kunnen bieden in de omstandigheden op Mars. Een team van het Centrum voor Astrobiologie in Madrid onder leiding van Felipe Goméz presenteerde de resultaten vandaag op het European Planetary Science Congress in Madrid.In de kurkdroge Chott el Jerid-zoutpan in Tunesië en in de Atacama-woestijn in het noorden van Chili werd ontdekt dat er kort na zonsondergang een klein beetje water condenseert. Iets soortgelijks zou ook op Mars kunnen voorkomen. Op beide locaties werden ook zoutminnende bacteriën aangetroffen die in een soort winterslaap verkeerden, maar in het laboratorium weer tot 'leven' gewekt konden worden.In de extreem zuurrijke Rio Tinto in het zuiden van Spanje bleken bacteriën voor te komen die fotosynthese vertonen: omzetting van zonlicht in energie. Bovendien werd hier ontdekt dat de aanwezigheid van ijzer een beschermende functie kan hebben: micro-organismen in ijzerrijke omgevingen zijn beter bestand tegen o.a. ultraviolette straling. (GS)
→ Mars-Like places on Earth give new insights into rover data and conditions for life
19 september 2012
Op een paar honderd meter van zijn landingsplek heeft Curiosity een merkwaardig gevormde steen aangetroffen. Deze steen wordt het eerste onderzoeksobject van de robotarm van het Marsvoertuig. De steen, die de bijnaam 'Jake Matijevic' heeft gekregen (naar een onlangs overleden NASA-ingenieur), zal van heel dichtbij worden gefotografeerd en met een spectrometer zal de chemische samenstelling ervan worden gemeten.
Na dit kleine oponthoud rijdt Curiosity verder naar het gebied Glenelg, waar de eerste boorproeven zullen worden gedaan. Glenelg lijkt geologisch interessant, onder meer omdat het terrein ’s nachts maar langzaam afkoelt, wat erop wijst dat het gesteente ter plaatse een bijzondere samenstelling heeft.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Targets Unusual Rock on Its Journey
19 september 2012
Australische wetenschappers denken dat de inslag van een twee kilometer grote planetoïde, 2,5 miljoen jaar geleden, verantwoordelijk kan zijn geweest voor het begin van de zogeheten Kwartaire ijstijd - de huidige relatief koude periode op aarde. Volgens de wetenschappers veroorzaakte de inslag, die zich afspeelde in het diepe water van de Stille Oceaan, niet alleen een enorme tsunami, maar ontregelde hij ook het klimaat.
Dat er destijds sprake is geweest van een grote inslag leiden de onderzoekers af uit geologische afzettingen die in Chili, Australië, Antarctica zijn gevonden. Doorgaans worden die afzettingslagen toegeschreven aan de klimaatverandering zelf. Maar volgens de Australische wetenschappers kunnen ze ook zijn veroorzaakt doordat grote gebieden onderliepen ten gevolge van een mega-tsunami.
Bij de inslag zouden ook enorme hoeveelheden waterdamp, zwavel en stof hoog de atmosfeer in zijn geblazen. Als gevolg hiervan zou het zonlicht zijn getemperd, waardoor de temperaturen op aarde sterk daalden.Op zichzelf zou dat waarschijnlijk geen ijstijd hebben veroorzaakt. Maar de inslag vond plaats op een moment dat de aarde al aan het afkoelen was en kan de ijstijd voortijdig in gang hebben gezet.
Meer informatie:
Did a Pacific Ocean meteor trigger the Ice Age?
17 september 2012
Het oppervlak van de kleine binnenste planeet Mercurius wijkt qua samenstelling sterk af van dat van de andere aardse planeten. Shoshana Weider van het Carnegie Institution of Washington en haar collega's hebben metingen geanalyseerd die verricht zijn met de röntgenspectrometer van de Amerikaanse ruimtesonde Messenger, die sinds maart 2011 in een baan rond Mercurius draait. Uit die metingen blijkt dat het Mercuriusoppervlak rijk is aan zwavel en aan magnesiumhoudende mineralen. De metingen betroffen vooral de uitgestrekte vulkanische vlakten op het noordelijk halfrond van Mercurius en de oudere gebieden daar omheen. In een artikel in Journal of Geophysical Research - Planets meldt Weiders team dat de Messenger-metingen erop wijzen dat de gesteenten op de vlakten uit een andere magmabron afkomstig zijn dan de gesteenten in het omringende landschap.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 september 2012
Volgens Mexicaanse geofysici zou het methaangas dat op Mars is aangetoond wel eens gevormd kunnen worden door elektrische ontladingen in stofstormen en stofhozen. Tot nu toe werd de aanwezigheid van dit gas, dat onder invloed van zonlicht gemakkelijk wordt afgebroken, toegeschreven aan geologische of biologische (!) processen.
De geofysici baseren hun conclusie op laboratoriumonderzoek waarbij ijsmonsters in een nagebootste Marsatmosfeer aan elektrische ontladingen werden blootgesteld. Door deze ontladingen werden het atmosferische kooldioxide en de watermoleculen in het ijs geïoniseerd, en combineerden de vrijgekomen ionen zich deels tot methaanmoleculen.
De onderzoekers sluiten niet uit dat Mars ook andere bronnen van methaangas kent, maar het feit dat de meeste methaan in het stormenrijke zomerseizoen wordt waargenomen, en doorgaans slechts heel lokaal, lijkt hun theorie te bevestigen.
Meer informatie:
Methane on Mars may be result of electrification of dust-devils
6 september 2012
Na een ritje van iets meer dan honderd meter is een nieuwe fase aangebroken in de tests die het Marsvoertuig Curiosity moet ondergaan. Afgelopen woensdag heeft hij voor het eerst zijn ruim twee meter lange 'arm' gestrekt. Dat was het begin van een serie armoefeningen die ongeveer een week gaat duren. Tijdens deze testperiode zullen onder meer de bewegingen worden geoefend die nodig zijn om bodemmonsters naar de diverse analyse-instrumenten van Curiosity over te brengen. Weliswaar is de robotarm ook op aarde uitgebreid getest, maar nu zijn de omstandigheden - zoals temperatuur en zwaartekracht - heel anders. Na afloop zal het Marsvoertuig zijn rit naar het enkele honderden meters verderop gelegen terrein Glenelg vervolgen. Daar zal Curiosity dan zijn eerste gesteenteboringen gaan doen.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Curiosity Begins Arm-Work Phase
30 augustus 2012
Radaronderzoek met een instrument van de Lunar Reconnaissance Orbiter wijst erop dat de wanden van een krater bij de zuidpool van de maan ijs bevatten. Het zou gaan om maximaal vijf à tien procent van het materiaal van de kraterwand. Dat resultaat is in overeenstemming met eerdere onderzoeken. Het inwendige van de onderzochte krater, Shackleton geheten, ligt permanent in het donker. Hierdoor is en blijft het ter plaatse zeer koud. Alles wat zich hier in de miljoenen jaren aan water verzamelt, wordt dus goed geconserveerd. Omdat het radarinstrument van de Lunar Reconnaissance Orbiter slechts enkele meters in de maanbodem doordringt, moet het gedetecteerde ijs zich in de oppervlaktelaag bevinden. Waarschijnlijk is het ijs vermengd met de losse puinlaag waarmee de kraterwanden bedekt zijn.
Meer informatie:
Walls of Lunar Crater May Hold Patchy Ice
30 augustus 2012
Na een week vertraging vanwege het slechte weer in Florida heeft NASA vandaag met succes de 'Radiation Belt Storm Probes' gelanceerd. Dit tweetal identieke satellieten zal in tandem in een langgerekte baan om de aarde draaien en twee jaar lang metingen doen aan de stralingsgordels van onze planeet. De stralingsgordels van de aarde, die ook wel de Van Allen-gordels worden genoemd, bestaan uit twee concentrische, doughnutvormige ringen die krioelen van de energierijke elektronen en protonen. Dit zijn deeltjes afkomstig van de zon, die verstrikt zijn geraakt in het aardmagnetische veld. De nieuwe satellieten moeten onderzoeken hoe de gordels reageren op de sterk wisselende zonneactiviteit van de zon, en welke gevolgen dat heeft voor de buitenste regionen van de aardatmosfeer. Of de RBSP-satellieten hun lancering goed hebben doorstaan, moet de komende twee maanden blijken. In die periode zullen alle meetinstrumenten van het tweetal satellieten uitvoerig worden getest, en moeten hun lange antennemasten worden uitgeschoven.
Meer informatie:
NASA Launches Radiation Belt Storm Probes Mission
29 augustus 2012
Wetenschappers van de universiteit van Bern hebben een mogelijke oplossing gevonden voor de zogeheten maanparadox: het feit dat de samenstelling van de maan zoveel op die van de aarde lijkt, terwijl hij zou zijn voortgekomen uit een botsing tussen de aarde en een ander hemellichaam. Hun computersimulaties laten zien dat er botsingssituaties zijn waarbij het puin van de indringer grotendeels de ruimte in verdwijnt. Veel van de eigenschappen van het aarde-maansysteem laten zich het best verklaren met een botsing tussen de aarde en een planeet ter grootte van Mars. Bij die botsing, die ongeveer 4,5 miljard jaar geleden zou hebben plaatsgevonden, kwam veel puin vrij, dat later samenklonterde tot de maan. Dit scenario heeft één groot mankement: computersimulaties 'voorspellen' dat de maan voor een belangrijk deel uit materiaal vandie andere planeet zou moeten bestaan. Onderzoek laat echter zien dat de samenstelling van de maan sterk op die van de aarde lijkt, terwijl de kans dat de indringer dezelfde samenstelling had als onze eigen planeet uiterst klein lijkt. Volgens de Zwitserse onderzoekers kan deze paradox worden opgelost door uit te gaan van een iets andere botsingssituatie. In hun model is de indringer wat groter dan Mars en schampte hij de oer-aarde met relatief hoge snelheid. De berekende resultaten van zulke ontmoetingen komen dicht in de buurt van het echte aarde-maanstelsel, al zit er nog steeds geen perfect match bij.
Meer informatie:
New Research Eclipses Existing Theories on the Moon Formation
27 augustus 2012
De Amerikaanse Marswagen Curiosity heeft een stemopname van NASA-topman Charles Bolden naar de aarde geseind. Boldens tekst was vlak daarvoor vanaf de aarde naar Mars gestuurd, en aan boord van Curiosity tijdelijk opgeslagen. Curiosity maakte ook een telelens-opname van gesteentelagen op de helling van Aeolis Mons (Mount Sharp), het reisdoel van de Marswagen.
Curiosity heeft inmiddels een klein stukje gereden. De eerste wetenschappelijke metingen zijn verricht en worden geanalyseerd; het SAM-instrument, dat op zoek gaat naar organische materie in bodemmonsters van Mars, wordt getest en blijkt goed te functioneren.
Meer informatie:
NASA Rover Returns Voice and Telephoto Views from Mars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 augustus 2012
De steen die door het Marsvoertuig Curiosty met een laser is bestookt, vertoont de chemische kenmerken van basalt - vulkanisch stollingsgesteente. Dat concluderen wetenschappers van het Los Alamos National Laboratory uit de gegevens die naar de aarde zijn gezonden. Het Marsvoertuig heeft bijna vijfhonderd krachtige laserpulsen op de steen afgevuurd, om zoveel mogelijk gegevens over de samenstelling ervan te kunnen verzamelen. Bij elke puls verdampt een klein beetje gesteente, en de lichtflits die daarbij optreedt wordt met de spectrometer van Curiosity ontleed. Uit de verschillende kleuren die de lichtflits vertoont kan de chemische samenstelling van het verdampte materiaal worden afgeleid. Hoewel het dus een vrij gewone steen betreft, vertoonden de spectra wel enige variatie. Bij de eerste laserpulsen werden spectraallijnen van waterstof en magnesium gemeten, die later niet meer te zien waren. Dat kan betekenen dat het gesteente met een dun laagje stof van andere oorsprong bedekt was.
Meer informatie:
ChemCam laser first analyses yield beautiful results
23 augustus 2012
Duitse en Zwitserse klimatologen denken dat er een verband bestaat tussen de activiteit van de zon en de wintertemperaturen in Midden-Europa. Ze hebben vastgesteld dat de winters waarin de Rijn dichtvriest vaak samenvallen met perioden dat het aantal zonnevlekken gering is. Uit onderzoek van historische verslagen blijkt dat de Rijn tussen 1780 en 1963 her en der veertien keer is dichtgevroren. In tien gevallen gebeurde dit op momenten dat de zonneactiviteit gering was. Dat zou toeval kunnen zijn, maar dat is statistisch gezien onwaarschijnlijk. De klimatologen schrijven de koude winters toe aan verstoorde circulatiepatronen in de onderste lagen van de atmosfeer, die tot veranderingen van de windrichting leiden. Dat zou het gevolg zijn van het feit dat de zon in perioden van geringe activiteit minder ultraviolette straling uitzendt, waardoor de aardatmosfeer minder opwarmt. Hoewel Midden-Europa daardoor ongeveer eens in de elf jaar door één of twee koude winters wordt getroffen, laten de cijfers zien dat deze 'extreme' winters de afgelopen dertig jaar wel iets minder koud zijn geworden. Sinds 1963 is de Rijn dan ook niet meer dichtgevroren.
Meer informatie:
Link found between cold European winters and solar activity
22 augustus 2012
Curiosity is rijklaar. Die conclusie kan worden getrokken uit het testritje van enkele meters dat het Marsvoertuig woensdag heeft afgelegd. Bij deze testrit voldeden de zeswielsaandrijving en besturing volledig aan de verwachtingen. De komende dagen zal Curiosity nog in de buurt van zijn landingsplek blijven. Deze locatie heeft inmiddels de naam Bradbury Landing gekregen, naar de op 5 juni jl. overleden Amerikaanse sciencefictionschrijver Ray Bradbury, die onder meer bekend is van zijn verhalen over leven op Mars. Na de verkenning van zijn directe omgeving zal Curiosity zijn eerste echte rit maken, die hem naar een interessante geologische formatie 400 meter verderop zal voeren.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Begins Driving at Bradbury Landing
20 augustus 2012
NASA gaat een relatief kleine ruimtemissie ontwikkelen die in 2016 seismische metingen op het oppervlak van Mars gaat verrichten. De ruimtesonde InSight is vandaag gekozen als twaalfde missie in het Amerikaanse Discovery-programma. InSight bevat vier instrumenten, waarvan er één in Frankrijk en één in Duitsland wordt ontwikkeld. Met de ontwikkeling en bouw van de nieuwe ruimtemissie is een bedrag van ca 425 miljoen dollar gemoeid. InSight moet in september 2016 op Mars landen.
Meer informatie:
New NASA Mission to Take First Look Deep Inside Mars
Discovery-programma
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 augustus 2012
Vrijwel op de kop af 135 jaar na de ontdekking door de Amerikaanse astronoom Asaph Hall heeft de Europese ruimtesonde Mars Express een gedetailleerde 3D-opname geleverd van de kleine Marsmaan Phobos, die op een hoogte van slechts ca. 6000 kilometer boven het Marsoppervlak cirkelt. Mars Express vloog op een afstand van slechts 100 kilometer langs het onregelmatig gevormde rotsblok, dat een grootste afmeting van ca. 30 kilometer heeft. De 'hap' aan de rechterzijde van Phobos is het zijaanzicht van de grote krater Stickney. Op het Phobos-oppervlak zijn verder langgerekte kraterreeksen en groeven te zien, vermoedelijk ontstaan door materiaal dat bij de inslag van een planetoïde op Mars de ruimte in is geworpen. Overigens zal Phobos over ca. 50 miljoen jaar zelf ook op Mars te pletter slaan, of uiteenvallen in een ring van puin en gruis rond Mars.
Meer informatie:
Fantastic Phobos
Hogeresolutieversie van de foto
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 augustus 2012
De Amerikaanse Marswagen Curiosity heeft voor het eerst laserpulsen afgevuurd op een Marssteen. Met de extreem krachtige en zeer korte laserpulsen wordt een klein beetje materiaal van de steen verdampt, waarna de samenstelling ervan bepaald kan worden met de spectroscoop van het ChemCam-instrument aan boord van de lander.
Volgens de ChemCam-onderzoekers zijn zeer gedetailleerde spectra verkregen van een steen die Coronation is genoemd. De analyse van de metingen is in volle gang. In de komende jaren zal ChemCam op deze manier naar verwachting nog vele duizenden stenen bodemmonsters onderzoeken.
Meer informatie:
Rover's Laser Instrument Zaps First Martian Rock
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 augustus 2012
NASA-wetenschappers hebben de eerste bestemming gekozen voor het Marsvoertuig Curiosity. Het 'laboratorium op wielen' gaat op weg naar 'Glenelg', een plek waar drie soorten geologisch terrein bij elkaar komen.
Glenelg ligt 400 meter ten zuidoosten van de landingsplek van Curiosity. Een van de terreinsoorten die daar te zien zijn, bestaat uit gelaagd gesteente dat interessant is voor de eerste boorproef die het Marsvoertuig zal uitvoeren.
Vóórdat Curiosity op pad gaat, zal zijn 'Chemistry and Camera instrument', kortweg ChemCam, grondig worden getest. Met dat instrument zal een krachtige laserbundel op een nabijgelegen steen worden afgevuurd, om een klein beetje gesteente te verdampen. Van de lichtflits die daarbij optreedt zal het spectrum worden vastgelegd, om de chemische samenstelling van het verdampte materiaal te kunnen onderzoeken.
Verder zullen de komende dagen de vier stuurbare wielen - twee voor en twee achter - van Curiosity grondig worden getest en een 'proefritje' van een paar meter worden gemaakt. Pas dan mag het Marsvoertuig op pad.
NASA heeft ook een filmpje vrijgegeven, samengesteld op basis van beelden die gemaakt zijn door de afdalende Marslander, waarop de inslag van het hitteschild op Mars zichtbaar is.
Meer informatie:
NASA Curiosity Team Pinpoints Site for First Drive
ChemCam laser sets its sights on first Martian target
Filmpje van inslag hitteschild;
15 augustus 2012
Met de Lunar Reconnaissance Orbiter is voor het eerst helium gedetecteerd in de extreem ijle atmosfeer van onze maan. Onduidelijk is nog waar het heliumgas vandaan komt. De waargenomen hoeveelheid helium varieert van dag tot dag, mogelijk ten gevolge van fluctuaties in de zonnewind. Ook neemt het heliumgehalte duidelijk af als de maan gezien vanuit de zon achter de aarde langs trekt en zich in de 'luwte' van onze planeet bevindt. Deze effecten wijzen erop dat de zonnewind, de stroom deeltjes die de zon voortdurend uitzendt, een bron van het lunaire helium is. Maar of het ook de belangrijkste bron is, staat nog niet vast. Ook bij radioactieve processen in het maangesteente kan helium vrijkomen.
Meer informatie:
Lunar Reconnaissance Orbiter's LAMP spectrometer detects helium in Moon's atmosphere
9 augustus 2012
Tot nu gingen wetenschappers ervan uit dat de aarde de enige planeet binnen ons zonnestelsel is waar platentektoniek - het verschuiven van grote stukken planeetkorst - voorkomt. Maar een geoloog van de universiteit van Californië in Los Angeles (UCLA) heeft nu aanwijzingen gevonden dat dit proces ook op Mars optreedt. De ontdekking is gebaseerd op een analyse van een honderdtal satellietopnamen van de aarde en Mars. Daaruit blijkt dat laatstgenoemde planeet op een aantal plaatsen structuren vertoont die vergelijkbaar zijn met die in bekende breuksystemen op aarde. Zulke breuken worden aangetroffen waar tektonische platen uit elkaar schuiven. Een van de plaatsen op Mars waar dit ook zou zijn gebeurd, is de bekende Marinervallei. In het centrale deel van deze 4000 kilometer lange kloof is het restant van een oude inslagkrater te zien, die door het langs elkaar heen schuiven van de korst aan weerszijden van de kloof uit elkaar is getrokken. Dat zou erop wijzen dat de Marskorst aan weerszijden van de Marinervallei uit twee afzonderlijke platen bestaat, die sinds het ontstaan van de krater 150 kilometer langs elkaar zijn geschoven. Onduidelijk is nog of dat proces nog steeds doorgaat, en of de planeetkorst uit slechts twee platen bestaat of dat er meer van deze breukzones zijn op Mars.
Meer informatie:
UCLA scientist discovers plate tectonics on Mars
Op 23 augustus stuurt NASA twee identieke satellieten de ruimte in, die de stralingsgordels van de aarde gaan onderzoeken. Deze Radiation Belt Storm Probes zullen in tandem twee jaar lang in een langgerekte baan om onze planeet draaien en metingen doen. De stralingsgordels van de aarde, die ook wel de Van Allen-gordels worden genoemd, bestaan uit twee concentrische, doughnutvormige ringen die krioelen van de energierijke elektronen en protonen. Deze deeltjes zijn afkomstig van de zon, die verstrikt zijn geraakt in het aardmagnetische veld. De nieuwe satellieten moeten onderzoeken hoe de gordels reageren op de sterk wisselende activiteit van de zon. Wetenschappers willen onder meer te weten komen welk mechanisme ervoor zorgt dat de deeltjes in de stralingsgordels zulke hoge snelheden krijgen.
Meer informatie:
New NASA Mission Ready to Brave Earth's Radiation Belts
8 augustus 2012
Het deze week gelande Marsvoertuig Curiosity komt steeds meer tot leven. Woensdag is zijn ruim één meter lange cameramast uitgeschoven, zijn stralingsmetingen van de omgeving gedaan en werden de tests van de belangrijkste antenne afgesloten. Met de navigatiecamera's van Curiosity zijn enkele bijzondere opnamen gemaakt, waaronder een 'zelfportret' van bovenaf. Ook heeft NASA een 360-graden panorama van de omgeving gepresenteerd. De 'Navcam'-opnamen brachten onder meer aan het licht dat de landingsraketten van het Marsvoertuig een halve meter lange sleuf in het planeetoppervlak hebben 'gegraven'. Het lijkt erop dat daarbij het onderliggende harde gesteente is komen bloot te liggen. Die sleuf zou wel eens het eerste echte onderzoeksobject van Curiosity kunnen worden.
Meer informatie:
First 360-Degree Panorama from NASA's Curiosity Mars Rover
Meest recente opnamen van Curiosity
7 augustus 2012
Wetenschappers hebben in het arctische deel van Canada een nog bekende inslagkrater ontdekt. De sterk verweerde structuur op het schiereiland Prince Albert is ongeveer 25 kilometer groot en meer dan honderd miljoen jaar oud. De krater dook eigenlijk al twee zomers geleden op bij een helikopterzoektocht naar bodemschatten. Het verwerken van de geologische gegevens heeft bijna twee jaar in beslag genomen. De Prince Albert-krater is de dertigste die op het grondgebied van Canada is aangetroffen. Alles bij elkaar zijn op aarde nu meer dan 180 van deze kraters aangetroffen. Het onderzoek van deze oude geologische structuren levert niet alleen kennis op over de tektonische processen die de aardkorst 'verversen', maar ook over de frequentie waarmee planetoïden op aarde inslaan.
Meer informatie:
Researchers discover new impact crater in the Arctic
Earth Impact Database
7 augustus 2012
Onderzoek met de NASA-satelliet AIM heeft het vermoeden bevestigd dat meteorenstof een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van lichtende nachtwolken. Maar dat kan de waargenomen toename in het optreden van deze spookachtig blauwwitte wolkensluiers niet verklaren. Er lijkt nog een tweede factor in het spel: de uitstoot van broeikasgassen. Lichtende nachtwolken zijn de hoogste wolken in de aardatmosfeer. Ze ontstaan in de omgeving van de polen op een hoogte van ongeveer 83 kilometer, waar de temperatuur meer dan honderd graden onder nul is. De hoge wolkensluiers zijn in de vroege zomer, als de zon niet ver onder de horizon komt, ook aan de Nederlandse late avondhemel regelmatig te zien. De nachtwolken bestaan uit ijskristalletjes die rond stofdeeltjes zijn aangegroeid. Uit het onderzoek met de AIM-satelliet blijkt dat dit fijne stof voor een belangrijk deel uit de ruimte komt. Het meteorenstof, dat afkomstig is van kometen en planetoïden, wordt dagelijks met tonnen tegelijk door de aarde opgeveegd. Volgens de AIM-gegevens zijn de stofdeeltjes die als groeikernen van de ijskristalletjes fungeren slechts 20 tot 70 nanometer (miljoenste millimeter) groot. Die kleine afmetingen verklaren meteen de kleur van de wolken: kleine deeltjes verstrooien blauw licht sterker dan rood licht. Tot en met de 19de eeuw werden lichtende nachtwolken alleen gezien vanuit noordelijke streken, zoals Canada en Scandinavië. Maar sindsdien zijn ze ver naar het zuiden opgerukt. Volgens de NASA-wetenschappers moet dit worden toegeschreven aan de toename van dezelfde broeikasgassen die de opwarming van de aarde veroorzaken. Vooral het broeikasgas methaan speelt daarbij een belangrijke rol. Wanneer methaangas in de hoge atmosfeer terechtkomt, wordt het via een ingewikkelde reeks reacties voor een deel omgezet in waterdamp. En dat extra water leidt tot de vorming van lichtende nachtwolken.
Meer informatie:
Meteor Smoke Makes Strange Clouds
7 augustus 2012
De Amerikaanse Marswagen Curiosity heeft zijn eerste kleurenfoto van het Marsoppervlak gemaakt. Het gaat om een nogal wazige foto met een lage resolutie, gemaakt met de MAHLI-camera, die normaalgesproken gebruikt wordt voor onder andere microscoopopnamen. De foto is gemaakt terwijl de lens van de camera nog afgedekt was met een doorzichtige stofkap. De scheve stand van de foto wordt veroorzaakt doordat MAHLI op de nog niet uitgeklapte robotarm van Curiosity is bevestigd.
Inmiddels zijn ook lageresolutiefoto's ontvangen van de MARDI-camera, die tijdens de landing op amandagochtend 6 augustus recht naar beneden keek. Later zullen meer hogeresolutiebeelden van deze camera worden doorgeseind naar de aarde, zodat er een film van de afdaling gereconstrueerd kan worden.
Met de HiRISE-camera van de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) zijn foto's gemaakt van Curiosity tijdens zijn parachute-afdadling naar het oppervlak. MRO maakte ook een opname van de landingsplaats, waarop behalve de Marswagen zelf de overige gecrashte onderdelen van de missie zichtbaar zijn: het hitteschild, de zogeheten back shell, de parachute, en de luchtkraan.
De radiocommunicatie met Curiosity verloopt voorlopig nog via de ruimtesonde Mars Odyssey; pas later deze week wordt de eigen krachtige radioantenne van de Marswagen geactiveerd. Overigens speelde ook de Europese Mars Express een rol bij het tot stand brengen van de radioverbinding tussen de net gelande Curiosity en het vluchtleidingscentrum op aarde.
Curiosity's eerste kleurenfoto van het Marsoppervlak
Opnamen gemaakt tijdens de afdaling van Curiosity
MRO-opname van de Curiosity-afdaling
MRO-foto van de onderdelen van de Curiosity-missie
Persbericht ESA (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 augustus 2012
Na een reis van ruim acht maanden en een spectaculaire afdaling van zeven spannende minuten heeft de Amerikaanse Marswagen Curiosity - officieel Mars Science Laboratory geheten - een succesvolle zachte landing gemaakt in de 150 kilometer grote Marskrater Gale. De bevestiging van de geslaagde landing kwam via de kunstmaan Mars Odyssey, die het radiocontact tussen de lander en de aarde verzorgde. Op een van de eerste foto's die door Curiosity zijn gemaakt is de schaduw van de lander zichtbaar. Het lijkt erop dat Curiosity in een zanderige omgeving met een relatief klein aantal rotsblokken is neergekomen. De komende maanden gaat de Marswagen onderzoek doen aan de geologische geschiedenis van Mars, en antwoord proberen te vinden op de vraag of de rode planeet ooit geschikt is geweest voor het bestaan van leven.
Meer informatie:
NASA Lands Car-Size Rover Beside Martian Mountain
Afdaling van Curiosity, gefotografeerd door Mars Reconnaissance Orbiter
Eerste ruwe beelden van Curiosity
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 juli 2012
De grote veelhoekige patronen die op de uitgestrekte vlakten op het noordelijk halfrond van de planeet Mars zijn gevonden niet te verwarren met de veel kleinere polygonen die op veel plaatsen voorkomen), zijn mogelijk ontstaan op de bodem van een diepe oceaan. Dat concluderen Amerikaanse geologen in het augustusnummer van GSA Today op basis van een gedetailleerde vergelijking van de Mars-patronen met soortgelijke veelhoekige structuren op de bodems van aardse zeeën.
Op aarde, onder andere in de Noordzee, zijn de veelhoekige structuren zo goed als zeker ontstaan in een dikke, fijnkorrelige, natte en relatief slappe laag sediment, oorspronkelijk op grote diepte. De geologen concluderen dat de veelhoeken op Mars vermoedelijk onder soortgelijke omstandigheden zijn gevormd. Ze zouden dus de zoveelste aanwijzing vormen dat er lang geleden uitgestrekte zeeën en oceanen op de planeet voorkwamen.
Nieuwsbericht op www.phys.org
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 juli 2012
De Amerikaanse planeetverkenner Mars Odyssey, die sinds 2001 in een baan rond de rode planeet draait, zal tijdens de aankomst van de Marswagen Curiosity, in de vroege ochtend van maandag 6 augustus, vrijwel rechtstreeks verslag uitbrengen van de landing.
Net als een sportjournalist die ervoor zorgt op tijd op de Champs Elysées te zijn voor het verslaan van de finish van de Tour de France, heeft Mars Odyssey zijn baan een klein beetje gewijzigd, zodat hij tijdens de afdaling van Curiosity precies boven het landingsgebied vliegt. Vluchtleiders op aarde zullen de eerste bevestiging van de landing verkrijgen via Odyssey.
Vorige week ondervond de inmiddels oude ruimtesonde een klein technisch probleem, maar dat is inmiddels verholpen. Op 24 juli zijn de raketmotoren van Mars Odyssey zes seconden lang ontstoken, waardoor de baan op de juiste manier werd aangepast.
Curiosity zal op 6 augustus afdalen in de grote Marskrater Gale en daar de komende jaren onderzoek doen aan de geologische geschiedenis van de planeet.
Meer informatie:
Mars Orbiter Repositioned to Phone Home Mars Landing
Curiosity
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 juli 2012
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA grijpt de op handen zijnde landing van de Marswagen Curiosity aan om het grote publiek intensief te betrekken bij het planeetonderzoek. In nauwe samenwerking met Microsoft is gewerkt aan diverse softwarepakketten, apps en zelfs een Xbox 360-game waarmee de gebruiker kan ervaren hoe het is om een robotwagen op afstand te besturen. Ook wordt het publiek uitgenodigd om de Unity-softwareomgeving te downloaden en te testen - een 3D-toepassing waarmee het straks mogelijk moet zijn om de verrichtingen van Curiosity nauwgezet te volgen, o.a. met behulp van gedetailleerde driedimensionale terreinmodellen van de Marskrater Gale. De landing van Curiosity is voorzien voor maandagochtend 6 augustus Nederlandse tijd.
Meer informatie:
Follow Your Curiosity: Some New Ways to Explore Mars
Informatie over de genoemde applicaties
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 juli 2012
De maan is onze naaste buur in de ruimte, en nog steeds het enige hemellichaam buiten de aarde dat door mensen is bezocht. Die bezoekjes waren echter van korte duur: een dag of twee. Volgens een internationaal team van wetenschappers, onder wie Wim van Westrenen van de VU, is dat maar goed ook. Want een langdurig verblijf op de maan zou wel eens schadelijker kunnen zijn dan gedacht. De onderzoekers hebben een inschatting gemaakt van de gezondheidsrisico's van een langdurig verblijf op de maan. Daarbij is vooral gekeken naar de rol die het poederachtige maanstof daarbij speelt. Verreweg het schadelijkst zijn de stofdeeltjes voor de longen. Astronauten hebben weliswaar een beschermend pak aan, maar dat kan niet voorkomen dat er fijne, scherpe stofdeeltjes in verblijfsruimten terechtkomen - zoals de Apollo-astronauten destijds constateerden. Het maanstof kan diep de longen binnendringen en gezondheidsproblemen veroorzaken - van ontstekingen tot kanker. Door de inwerking van protonen en uv-straling op het onbeschermde maanoppervlak zou het fijne maanstof zelfs nog schadelijker kunnen zijn dan aardse tegenhangers als asbest en vulkaanstof. En omdat de stofdeeltjes op de maan zo scherp zijn, zijn ze ook schadelijk voor huid en ogen. Volgens de wetenschappers is verder onderzoek nodig - liefst ter plaatse - om de risico's van het maanstof in kaart te brengen. Maar het lijkt erop dat de gezondheidsrisico's van een langdurig verblijf op de maan niet onderschat mogen worden.
Meer informatie:
The Moon Is Toxic
Toxicity of lunar dust (vakpublicatie, pdf)
5 juli 2012
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft een nieuw 360°-panorama van het oppervlak van de planeet Mars gepresenteerd. Het panorama, opgebouwd uit 817 afzonderlijke opnamen, is gemaakt door Marsrover Opportunity, terwijl deze het einde van de zuidelijke winter afwachtte. Tijdens die winter stond Opportunity op een helling die naar het noorden was gericht, om met zijn (stoffige) zonnepanelen zoveel mogelijk zonlicht op te vangen. Het panorama toont een rossig, heuvelachtig landschap, aan de rand van de inslagkrater Endeavour. Ook is het spoor te zien dat Opportunity op weg was naar zijn winterstandplaats heeft achtergelaten. Opportunity landde in januari 2004 op Mars en maakte op 2 juli jl. precies 3000 Marsdagen vol. De identieke Marsrover Spirit, die elders op de planeet onderzoek deed, begaf het 'al' in 2010. Binnenkort krijgt Opportunity echter nieuw gezelschap: op 6 augustus arriveert de nieuwe mobiele onderzoeksrobot Curiosity op Mars.
Meer informatie:
Mars Panorama: Next Best Thing to Being There
Curiosity Rover on Track for Early August Landing
28 juni 2012
Aanwijzingen voor het bestaan van micro-organismen op de rode planeet Mars kunnen mogelijk gevonden worden op de kleine Marsmaan Phobos. Dat beweren planeetonderzoekers van de Purdue-universiteit in West Lafayette, Indiana.
Mars is kleiner dan de aarde, en heeft minder zwaartekracht. Als er een kosmische inslag op de planeet plaatsvindt, zal er dan ook gemakkelijker materiaal de ruimte in worden geslingerd. Zelfs hier op aarde zijn inmiddels veel van die Marsmeteorieten gevonden.
Maar uit computersimulaties van inslagexpert Jay Melosh en zijn collega's blijkt dat de kleine Marsmaan Phobos nog veel meer Marsmateriaal opveegt. Bodemmonsters van Phobos, opgehaald door een onbemande ruimtesonde, zullen dan ook vrijwel zeker Marsmateriaal bevatten. Zo'n Phobos-missie is dan ook verreweg de goedkoopste en eenvoudigste manier om er achter te komen of dat materiaal micro-organismen (of fossiele resten daarvan) bevat, aldus de onderzoekers.
Meer informatie:
Evidence of life on Mars could come from Martian moon
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
28 juni 2012
Wetenschappers hebben op West-Groenland het honderd kilometer grote restant van een inslagkrater ontdekt, die naar schatting drie miljard jaar geleden is ontstaan. Daarmee is dit met afstand de oudste inslagkrater die tot nu toe op aarde is aangetroffen. Bekend was al dat de planeten in het binnenste deel van ons zonnestelsel tussen drie en vier miljard jaar geleden door talrijke kometen en planetoïden zijn getroffen. Het zonnestelsel wemelde toen nog van de 'restmaterie' die na de vorming van de planeten was overgebleven. De maan en de planeet Mercurius, beide zeer kraterrijk, vertonen nog duidelijke sporen van dit oerbombardement. Maar op aarde was er tot nu toe niets van teruggevonden. Ongetwijfeld is ook onze planeet destijds vele malen getroffen, maar door erosie en andere geologische processen zijn de meeste bewijzen daarvan weggevaagd. Maar nu hebben Britse en Deense wetenschappers dus ook hier zo'n oude krater ontdekt - het sterk verweerde restant ervan althans. De inslagstructuur bevindt zich in de buurt van het Maniitsoq-gebied, in het zuidwesten van Groenland. Doordat de bovenste 25 kilometer van de oorspronkelijke aardkorst is geërodeerd, zijn de karakteristieke kraterkom en kraterwand verdwenen. Maar het onderliggende gesteente vertoont nog steeds de sporen van de enorme schok, die door de inslag van een ongeveer vijftien kilometer grote planetoïde moet zijn veroorzaakt. De krater op Groenland mag dan de oudste zijn, hij is niet de grootste: dat is nog steeds de drie keer zo grote Vredefort-krater in Zuid-Afrika, die met een ouderdom van 'slechts' twee miljard jaar de op één na oudste is. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de verweerde Groenlandse krater oorspronkelijk veel groter moet zijn geweest dan nu: misschien wel net zo groot als die van Vredefort.
Meer informatie:
Oldest known impact crater found
The remains of a gigantic, three-billion-year-old meteorite impact discovered in Greenland
25 juni 2012
Met de hogeresolutiecamera van de Amerikaanse maanverkenner Lunar Reconnaissance Orbiter zijn (gestolde) rivieren van gesmolten gesteente gefotografeerd op de maan. De maan heeft geen dampkring, zodat er nooit vloeibaar water op het oppervlak heeft kunnen stromen, maar in het relatief recente geologische verleden stroomde er af en toe wel vloeibaar gesteente. Dat gebeurde kort na hevige inslagen op de maan, zoals de grote inslag die 108 miljoen jaar geleden de maankrater Tycho vormde. Bij zo'n inslag komt zo veel energie vrij dat maangesteente kan smelten en gedurende korte tijd over het oppervlak kan stromen.
Fotoverslag op website Lunar Reconnaissance Orbiter
Artikel op www.universetoday.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 juni 2012
Tot nu toe was alleen van onze eigen planeet bekend dat zij veel water in haar inwendige heeft. Maar uit onderzoek van twee meteorieten van Mars blijkt dat het gesteente in deze planeet net zo veel water bevat - veel meer dan tot nu toe werd aangenomen. De beide Marsmeteorieten zijn waarschijnlijk brokstukken van de mantel van Mars - de laag onder de korst - en zijn ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden bij een grote inslag op de planeet de ruimte in geblazen. Hoewel de beide meteorieten duidelijk verschillende voorgeschiedenissen moeten hebben gehad, bevatten de daarin aanwezige mineralen ongeveer dezelfde hoeveelheden water. Dat laatste wijst erop dat Mars al tijdens zijn vorming veel water in zijn inwendige heeft opgeslagen. 'Veel' naar mineralogische begrippen dan, want het gaat om 70 tot 300 waterdeeltjes per miljoen (ppm). Ter vergelijking: het bovenste deel van de aardmantel bevat 50 tot 300 ppm water. De nieuwe schatting van de hoeveelheid water in het Marsgesteente is veel beter in overeenstemming met eerdere aanwijzingen dat er heel vroeger vloeibaar water op Mars is geweest. Volgens de onderzoekers is het een raadsel waarom eerdere schattingen lieten zien dat het inwendige van de planeet kurkdroog was.
Meer informatie:
Extensive Water In Mars's Interior
20 juni 2012
Waarnemingen van de krater Shackleton, die zo ongeveer op de zuidpool van de maan ligt en grotendeels in eeuwige duisternis is gehuld, wijzen erop dat deze maankrater zeer oud en goed geconserveerd is (Nature, 21 juni). Shackleton wordt gezien als een mogelijke vindplaats van bevroren water, maar daarover geven de waarnemingen geen uitsluitsel. Doordat de bodem van diepe maankraters in de omgeving van zuidpool van de maan nooit een sprankje zonlicht te zien krijgt, is de temperatuur er altijd zeer laag: 180 graden onder nul. Als hier ooit water is terechtgekomen, bijvoorbeeld in de vorm van kometenmateriaal, zou dat dus bewaard kunnen zijn gebleven. Amerikaanse wetenschappers hebben nu een nieuwe analyse gemaakt van de drie miljard jaar oude krater Shackleton, waarbij gebruik is gemaakt van gegevens van de laser-hoogtemeter van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). De laser van de LRO heeft het donkere inwendige van de krater als het ware aangelicht, zodat helderheidsverschillen in het bodemoppervlak in kaart konden worden gebracht. Daarbij is vastgesteld dat de bodem van Shackleton helderder is dan die van naburige kraters. Dat zou erop kunnen wijzen dat zich hier inderdaad ijs bevindt. Maar de wanden van de krater blijken nóg helderder te zijn dan de bodem, terwijl deze af en toe wél door de zon worden opgewarmd en dus geen ijs zouden mogen bevatten. Volgens de wetenschappers laten hun waarnemingen zich het makkelijkst verklaren als er langs de wanden van de krater af en toe lawines plaatsvinden, bijvoorbeeld ten gevolge van 'maanbevingen'. Daardoor zou de verweerde, iets donkerder geworden bovenlaag omlaag kunnen schuiven en de verse, helderdere onderlaag bloot komen te liggen. Dit scenario kan de aanwezigheid van bevroren water op de bodem van Shackleton niet uitsluiten. Maar meetresultaten van een ander instrument van de LRO wijzen erop dat de hoeveelheid waarschijnlijk niet bijzonder groot is.
Meer informatie:
Researchers Find Evidence Of Ice Content At The Moon's South Pole
Researchers Estimate Ice Content of Crater at Moon's South Pole
19 juni 2012
In hartje winter valt er een beetje sneeuw in de poolstreken van de planeet Mars. Wetenschappers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben nu berekend dat de 'sneeuwvlokjes' die dan vallen slechts ongeveer tien micrometer groot zijn. Daarmee zijn ze ongeveer net zo klein als de rode bloedcellen in ons bloed. Anders dan hun aardse tegenhangers bestaan de sneeuwvlokjes op Mars niet uit bevroren water, maar uit bevroren kooldioxide. Op het zuidelijk halfrond van de planeet lijken de sneeuwkristalletjes iets kleiner te zijn dan op het noordelijk halfrond. De grootte van de vlokjes is afgeleid uit metingen van twee ruimtesondes die al jarenlang om Mars cirkelen: de Mars Global Surveyor en de Mars Reconnaissance Orbiter.
Meer informatie:
Researchers calculate size of particles in Martian clouds of CO2 snow
18 juni 2012
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft met succes een volledig autonome Marswagen uitgetest in de Atacama-woestijn in Noord-Chili. Een internationaal team van wetenschappers en technici heeft zes maanden aan de ontwikkeling van het autonome navigatiesysteem gewerkt. De rover kreeg als opdracht om zes kilometer door het Marsachtige woestijnlandschap af te leggen, en met een nauwkeurigheid van één procent weer op zijn beginpunt terug te keren. Daartoe moest het wagentje ook uitgerust worden met software die zelfstandig beslissingen neemt over het ontwijken van hindernissen, zoals (te) grote rotsblokken. De toekomstige Europese ExoMars rover zal ook worden uitgerust met autonome navigatie, hoewel hij daarnaast ook regelmatig radiocontact met de aarde zal onderhouden.
Meer informatie:
ESA tests self-steering rover in 'Mars' desert
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 juni 2012
Wetenschapper Marek Zbik van de Queensland University of Technology (Australië) denkt de oorzaak te hebben gevonden van de merkwaardige eigenschappen van de dikke laag 'stof' op het oppervlak van de maan. Onderzoek met een speciale röntgenmicroscoop heeft laten zien dat de glasbelletjes in de maanbodem geen gas bevatten, zoals hun soortgenoten op aarde, maar een poreus netwerk van glasachtige 'nanodeeltjes'. Volgens Zbik ontstaan deze minuscule deeltjes in gesteente dat door een meteorietinslag gesmolten is. Als zulk gesteente later opnieuw door een meteoriet wordt getroffen en verpulvert, komen de nanodeeltjes vrij. Door dit voortdurende verpulveringsproces ontstaat een bodemsoort die op aarde niet voorkomt, omdat meteorietinslagen door de beschermende atmosfeer veel minder hevig zijn. Nanodeeltjes gedragen zich heel anders dan gewone stofdeeltjes. Het is dan ook denkbaar dat hun aanwezigheid de vreemde eigenschappen van het maanstof kan verklaren. Maanstof is elektrostatisch geladen, wat ertoe leidt dat grote aantallen stofdeeltjes meters boven het oppervlak 'zweven'. Het spul is bovendien erg 'plakkerig' en bros.
Meer informatie:
Nanoparticles found in moon glass bubbles explain weird lunar soil behaviour
11 juni 2012
Een internationaal onderzoeksteam heeft een nieuwe aanwijzing gevonden dat een ecologische ramp die zich ongeveer 13.000 jaar geleden heeft voltrokken een kosmische oorzaak had. In sedimentair gesteente in twee Amerikaanse staten en Syrië is glasachtig materiaal uit die tijd aangetroffen, dat bij een temperatuur van ongeveer 2000 graden gevormd moet zijn. Het materiaal is vrijwel zeker ontstaan bij de inslag van een (fors) object uit de ruimte. Een ander team heeft zulke glasachtige afzettingen ook in het Zuid-Amerikaanse land Venezuela gevonden. Het grote verspreidingsgebied wijst er volgens de onderzoekers op dat er binnen korte tijd verscheidene grote inslagen zijn geweest, veroorzaakt door brokstukken van één en dezelfde planetoïde of komeet. De inslagen zouden de oorzaak kunnen zijn geweest van de duizend jaar durende periode van lagere temperaturen die met name het noordelijk halfrond van onze planeet abrupt trof. Maar die interpretatie is omstreden: veel wetenschappers zoeken de oorzaak bij het stilvallen van de warme golfstroom in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan.
Meer informatie:
New Evidence Supporting Theory of Extraterrestrial Impact
11 juni 2012
Amerikaanse planeetonderzoekers hebben een catalogus aangelegd van niet minder dan 635.000 inslagkraters op de planeet Mars met een middellijn van een kilometer of meer. Van elke krater is de positie, middellijn, diepte en kraterrandhoogte vastgelegd, op basis van metingen van verschillende ruimtesondes. De nieuwe kratercatalogus wordt beschreven in een artikel in Journal of Geophysical Research - Planets. Ter vergelijking: op de maan en op de planeet Mercurius zijn alleen inslagkraters gecatalogiseerd die groter zijn dan ca. 10 of 20 kilometer. Op aarde, waar de meeste littekens van kosmische inslagen zijn geërodeerd door geologische activiteit, water en wind, zijn een kleine tweehonderd inslagkraters bekend.
De nieuwe database kan van grote waarde zijn voor onderzoek naar de geologische geschiedenis van Mars en voor leeftijdsbepalingen van verschillende gebieden op het Marsoppervlak: jongere gebieden tellen minder inslagkraters dan oudere. Ook erosieverschijnselen op Mars zullen beter bestudeerd kunnen worden met behulp van de nieuwe catalogus.
Meer informatie:
Impact atlas catalogs over 635,000 Martian craters
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 juni 2012
De Amerikaanse Marswagen Curiosity, die op 6 augustus een zachte landing gaat maken in de grote Marskrater Gale, zal dichter bij zijn uiteindelijke reisdoel landen dan aanvankelijk was gepland. Vluchtleiders zijn ervan overtuigd dat de precisielanding nog nauwkeuriger uitgevoerd kan worden dan oorspronkelijk gedacht. De afmetingen van de zogeheten 'landings-ellips' (het langgerekte gebied waarbinnen de feitelijke landing uitgevoerd moet worden) bedroegen eerst 20 bij 25 kilometer, maar dat is nu teruggebracht tot 7 bij 20 kilometer. Die kleinere landingsellips maakt het mogelijk om dichter bij de voet van Mount Sharp te landen - de grote centrale berg in de krater. Curiosity gaat onderzoek doen aan de samenstelling van de verschillende gesteentenlagen in deze berg, om er op die manier achter te komen of Mars in het geologische verleden mogelijk bewoonbaar is geweest.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Team Aims for Landing Closer to Prime Science Site
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 juni 2012
Waarnemingen van de Marskraters Danielson en Kalosca, verricht door de Europese planeetverkenner Mars Express, bieden ondersteuning voor de theorie dat de rode planeet sterke klimaatschommelingen vertoont, veroorzaakt door variaties in de stand van zijn draaiingsas.
Danielson (60 km in middellijn) en Kalosca (33 km) zijn twee dicht bijeen gelegen kraters in het gebied Arabia Terra. Kalosca ligt hoger en is zo goed als zeker jonger dan Danielson. Op de bodem van Danielson zijn gelaagde afzettingsgesteenten gevonden, en de door Mars Express gefotografeerde patronen doen vermoeden dat de gesteentelagen ontstaan zijn als gevolg van sterke fluctuaties in het Marsklimaat - de verschillende sedimentlagen zijn dan in verschillende perioden ontstaan.
Meer informatie:
Mars crater shows evidence for climate evolution
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 mei 2012
Hoewel de maan geen magnetisch veld heeft zoals de aarde, veroorzaakt hij toch turbulentie in de zonnewind - de stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen. Metingen van Amerikaanse, Japanse, Chinese en Indiase maanverkenners hebben daar in de loop van de afgelopen jaren aanwijzingen voor gevonden. Tot op afstanden van ca. tienduizend kilometer boven de dagzijde van de maan blijken er verstoringen in de zonnewind voor te komen, waaronder bundels van negatief geladen elektronen en 'fonteinen' van positief geladen ionen. Uit computersimulaties van onderzoekers van de Universiteit van Californië in Berkeley en van NASA's Goddard Space Flight Center blijkt nu dat de invloed van de maan te verklaren valt door plaatselijke elektrische en magnetische eigenschappen van het maanoppervlak. Sommige maangesteenten bevatten een kleine hoeveelheid restmagnetisme - een overblijfsel uit een ver verleden, toen de maan mogelijk wél een magnetisch veld had - en het maanoppervlak raakt ook geëlektrificeerd door de inwerking van onder andere ultraviolette straling van de zon.
Meer informatie:
Electric Moon Jolts the Solar Wind
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 mei 2012
De geringe hoeveelheden methaangas (CH4) in de dampkring van Mars hebben mogelijk geen biologische oorsprong, maar zouden afkomstig kunnen zijn uit meteorieten die op het Marsoppervlak liggen. Een team van geologen, onder wie onderzoekers van het Utrechtse Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek, trekt die conclusie deze week in een artikel in Nature. De onderzoekers stelden fragmenten van de Australische Murchison-meteoriet bloot aan de hoeveelheid ultraviolet licht die het Marsoppervlak van de zon ontvangt. Uit de experimenten blijkt dat meteorietmateriaal voldoende koolstofverbindingen bevat om onder invloed van UV-bestraling methaangas te produceren. De metingen van minieme hoeveelheden methaangas in de Marsdampkring zijn overigens enigszins omstreden; toekomstige ruimtesondes zullen er hopelijk uitsluitsel over kunnen geven. Maar als er daadwerkelijk geringe hoeveelheden methaan in de dampkring van de rode planeet voorkomen, wijst dat dus niet direct op het bestaan van Marsbacteriën, aldus de onderzoekers.
Meer informatie:
Persbericht University of Edinburgh
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 mei 2012
Iets eerder dan gepland hebben de twee ruimtesondes Ebb en Flow, die samen het Amerikaanse maanonderzoeksproject GRAIL vormen (Gravity Recovery And Interior Laboratory), hun primaire missie beëindigd. Vanaf 8 maart zijn de twee ruimtesondes bijna drie maanden continu in bedrijf geweest. Vanuit een lage polaire omloopbaan, op ca. 37 kilometer boven het maanoppervlak, hebben ze het zwaartekrachtsveld van de maan nauwkeurig in kaart gebracht. De meetgegevens leveren informatie op over de inwendige opbouw en structuur van de maan.
De GRAIL-missie moest vóór 4 juni zijn beëindigd, omdat er die dag een (gedeeltelijke) maansverduistering plaatsvindt, waardoor de instrumenten van de ruimtesonde tijdelijk geen zonne-energie krijgen. Eind augustus wordt de apparatuur echter weer aangezet: van 30 augustus tot 3 december voert GRAIL een verlengde missie uit, waarbij de omloopbaan nog verder omlaag wordt gebracht, tot een gemiddelde hoogte van slechts 23 kilometer boven het oppervlak.
Meer informatie:
NASA Lunar Spacecraft Complete Prime Mission Ahead of Schedule
GRAIL
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 mei 2012
Wetenschappers uit Duitsland, Engeland en de VS willen de komende jaren meer zekerheid krijgen over de hoeveelheid stof die vanuit de ruimte op onze planeet neerdwarrelt. Nu lopen de schattingen daarvan nog uiteen van vijf tot driehonderd ton per dag. Het 'Cosmic Dust in the Terrestrial Atmosphere'-project (CODITA) moet daar verbetering in brengen. De ruimte tussen de planeten van ons zonnestelsel is allesbehalve leeg. Bij botsingen tussen planetoïden en bij het verdampen van kometen die de zon naderen, komt veel stof vrij. Als je al het stof tussen de zon en de baan van Jupiter bijeen zou vegen, zou je er een 25 kilometer groot maantje van kunnen maken. Een klein gedeelte van dit stof komt met snelheden van 40.000 tot 250.000 km/uur bij de aarde aan. Hoeveel ervan op onze planeet terechtkomt, is echter onzeker. Satellietwaarnemingen wijzen erop dat het om een paar honderd ton per dag gaat. Maar radarmetingen in de aardatmosfeer zelf komen op veel geringere hoeveelheden uit. Bij het CODITA-project zal onder meer onderzocht worden wat de gevolgen zijn van de sterke verhitting die de stofdeeltjes ondergaan door botsingen met luchtmoleculen. Door dit proces in het laboratorium na te bootsen, moeten de schattingen van de hoeveelheden neerdwarrelend stof worden verbeterd. Ook zal in 2014 een kleine Noorse raket worden gelanceerd om hoog in de atmosfeer metingen te gaan doen. Het project zal niet alleen uitsluitsel moeten geven over de hoeveelheid kosmisch stof die op aarde terechtkomt, maar ook over de invloed die dit stof op ons klimaat heeft. De stofdeeltjes spelen onder meer een rol bij de vorming van ijskristallen in de hoge atmosfeer.
Meer informatie:
Is the Earth a cosmic feather-duster?
17 mei 2012
Wetenschappers hebben kleine fragmenten gevonden van meteorieten die 3,5 miljard jaar geleden op de maan zijn ingeslagen. Het was tot nu toe onduidelijk of de talrijke objecten waarmee aarde en maan vroeg in hun geschiedenis werden bestookt voornamelijk planetoïden waren, kometen of een mengsel van beide. De nieuwe bevindingen wijzen erop dat het voornamelijk planetoïden zijn geweest (Science, 17 mei). De meteorietfragmentjes zijn aangetroffen in oude maangesteenten die door de bemanning van de Apollo 16 zijn meegenomen. Ze zitten opgesloten in het zogeheten regolietbreccie, een verharde samenklontering van puin dat uit allerlei soorten oud gesteente bestaat. Aangenomen wordt dat de meteorietfragmentjes een goede indruk geven van de populatie van kleine hemellichamen die 3,4 tot 3,8 miljard jaar geleden door de binnenste delen van het zonnestelsel zwierven. De microscopisch kleine fragmenten vertonen niet zo'n grote chemische en mineralogische variatie als jongere regolietbreccie van de maan of de meteorieten die in recente tijden op aarde zijn beland. Maar ze zijn ook weer niet zo gelijksoortig dat ze van één en hetzelfde hemellichaam afkomstig kunnen zijn - een uit elkaar gevallen kleine protoplaneet bijvoorbeeld. Volgens de wetenschappers is het materiaal afkomstig van een specifieke klasse van primitieve planetoïden uit één en hetzelfde brongebied.
Meer informatie:
NLSI Team Detects Actual Remnants of Ancient Asteroids on the Moon
14 mei 2012
De Europese microsatelliet Proba-1, een experimentele satelliet voor aardobservatie, is weer volop in bedrijf nadat hij een 'oogoperatie' heeft ondergaan. Proba-1 werd op 22 oktober 2001 gelanceerd als een technologische demonstratiemissie voor autonome 'besturing', met een geplande levensduur van vijf jaar. De kubusvormige satelliet, kleiner dan een vierkante meter, bleek een groot succes, en leverde foto's en meetgegevens voor onderzoekers van over de gehele wereld. Als gevolg van de inwerking van kosmische straling raakten de zogeheten stervolgers echter onklaar. Die instrumenten zijn nodig voor de (autonome) oriëntatie van de kunstmaan. Dankzij nieuwe software, ontwikkeld door de Technische Universiteit Denemarken, zijn de stervolgers sinds kort echter weer in staat om onderscheid te maken tussen echte sterren en 'hot pixels', veroorzaakt door kosmische straling.
Meer informatie:
'Eye operation' puts Proba-1 back in business
Proba-1
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
9 mei 2012
Op 8 april jl., iets meer dan tien jaar na de lancering, werd de communicatie met de succesvolle Europese milieusatelliet Envisat verbroken. De afgelopen maand zijn verwoede pogingen gedaan om de verbinding te herstellen, maar die hebben geen succes gehad. Daarom heeft ESA nu besloten om de missie definitief te beëindigen, zij het met een kleine ontsnappingsclausule. Over de oorzaak van het mankement zal wel nooit meer zekerheid worden verkregen. Tot 8 april leken alle systemen van de satelliet nog goed te werken. Maar desondanks zweeg Envisat plotseling in alle toonaarden. Hoewel de kans dat Envisat alsnog kan worden gered extreem klein wordt geacht, heeft het ESA-team dat het uitvallen van de satelliet moet onderzoeken de hoop nog niet helemaal opgegeven. Ook de komende twee maanden zullen nog pogingen worden gedaan om hem weer aan de praat te krijgen. Envisat heeft twee keer zo lang gewerkt als vooraf was gepland. Tien jaar lang heeft de satelliet land, atmosfeer, oceanen en ijskappen onderzocht, wat in ongeveer 2500 wetenschappelijke publicaties heeft geresulteerd. In die periode is Envisat onder meer getuige geweest van het afkalven van het zee-ijs rond de Noordpool en de toename van de luchtvervuiling boven Azië.
Meer informatie:
ESA declares end of mission for Envisat
9 mei 2012
Wetenschappers hebben, met behulp van het California Institute of Technology (Caltech), onomstotelijk vastgesteld dat de zandduinen op de planeet Mars net zo snel 'wandelen' als hun aardse tegenhangers (Nature, 10 mei). Daarover bestond enige twijfel, omdat sommige wetenschappers dachten dat de Marsatmosfeer te ijl is om winden te produceren die zand kunnen verplaatsen. Met de door Caltech ontwikkelde software zijn nu detailrijke opnamen van het duinlandschap Nili Patera geanalyseerd, die verspreid over een periode van 105 dagen door de Mars Reconnaissance Orbiter zijn gemaakt. Daarbij is vastgesteld dat sommige ribbels in die tijd meer dan vier meter zijn opgeschoven, wat bijdraagt aan de globale beweging van de zandduinen. In dit opzicht lijken de duinen van Nili Patera op zandduinen als die in de droge Victoriavallei op Antartica. Wat het Marszand in beweging brengt, is echter nog onduidelijk.
Meer informatie:
Technology developed at Caltech measures Martian sand movement
4 mei 2012
In de vroege ochtend van 6 juni schuift de planeet Venus als een donker stipje voor de zon langs. Dat zeldzame hemelverschijnsel, dat maar ongeveer twee keer per eeuw optreedt - en dan vrij kort achter elkaar, zal niet alleen door duizenden (amateur)astronomen op aarde worden gevolgd, maar ook door de Hubble-ruimtetelescoop. Dat gaat echter niet zomaar: de gevoelige ruimtetelescoop, juist gebouwd om de allerzwakste objecten te detecteren, kan namelijk niet rechtstreeks op de zon worden gericht. In plaats daarvan zal Hubble naar het sterk verzwakte zonlicht kijken zoals dat door de maan wordt weerkaatst. Hoofddoel van deze onderneming is de detectie van de sporen die Venus in het zonlicht achterlaat. Tijdens de Venusovergang gaat namelijk één honderdduizendste deel van het zonlicht door de atmosfeer van de planeet voordat het bij de maan aankomt. En dat zou in minuscule 'vingerafdrukken' in het spectrum van het door de maan weerkaatste zonlicht moeten resulteren. Nu is allang bekend wat de samenstelling van de Venusatmosfeer is. Dat is dan ook niet het doel van de meting: astronomen zijn vooral benieuwd of de spectrale sporen van Venus, die ongeveer net zo groot is als onze aarde, überhaupt waarneembaar zijn in het licht van de zon. In de toekomst zal op vergelijkbare wijze worden geprobeerd om de atmosferische vingerafdrukken waar te nemen van verre, aarde-achtige planeten die van ons uit gezien voor hun moederster langs schuiven. Tijdens de Venusovergang zal de ruimtetelescoop zeven uur lang op de maankrater Tycho zijn gericht. Een groot deel van deze waarneemtijd gaat overigens verloren, omdat de maan elk anderhalf uur - de omlooptijd van Hubble - door de aarde wordt 'verduisterd'.
Meer informatie:
Hubble to Use Moon as Mirror to See Venus Transit
3 mei 2012
Amerikaanse onderzoekers hebben een nieuwe aanwijzing gevonden dat de atmosfeer van de planeet Mars ooit veel minder ijl en droog was dan nu. Het bewijsstuk is een overblijfsel van een oude vulkaanuitbarsting dat door het Marswagentje Spirit is bekeken. Ruwweg drieënhalf miljard jaar geleden werden bij een vulkaanuitbarsting op Mars stukken gesmolten gesteente de lucht in geblazen. Eén van die 'vulkanische bommetjes' plofte neer in de buurt van de latere landingsplaats van Spirit, stolde en bleef tot op de dag van vandaag in zijn eigen kuiltje liggen. Aan de hand van foto's die Spirit heeft gemaakt, hebben de wetenschappers de grootte, diepte en vorm van het kuiltje gemeten. Ook werd gekeken naar de bodemgesteldheid ter plaatse. Vervolgens hebben de onderzoekers deze bodem zo goed mogelijk nagebootst en deeltjes van verschillende materialen (glas, gesteente en staal) met verschillende snelheden laten inslaan. Daarbij werd ook het vochtigheidsgehalte van de bodem gevarieerd - van kurkdroog tot doorweekt. Uit het onderzoek blijkt dat het kuiltje op Mars het best kan worden nagebootst in een natte bodem. Ook werd vastgesteld dat de vulkanische bom met een snelheid van minder dan 40 meter per seconde moet zijn ingeslagen. Die pieksnelheid is alleen verklaarbaar als de dichtheid van de Marsatmosfeer destijds minstens twintig keer zo hoog was als nu.
Meer informatie:
Ancient Volcanic Blast Provides More Evidence Of Water On Early Mars
3 mei 2012
De bliksemontladingen die in planeetatmosferen plaatsvinden, kunnen indirect worden gebruikt om de atmosferische samenstelling te onderzoeken. Dat schrijven Amerikaanse wetenschappers in het meest recente nummer van The Astrophysical Journal. Vijftig keer per seconde flitst er ergens op aarde een bliksem. Tezamen produceren deze ontladingen elektromagnetische golven die rond de aarde cirkelen. Het resultaat: een kloppende puls tussen de grond en het onderste gedeelte van de ionosfeer, ongeveer honderd kilometer boven het aardoppervlak, die Schumann-resonantie wordt genoemd. Tot 2011 was deze elektromagnetische signatuur alleen vanaf de aarde waargenomen. Maar vorig jaar ontdekten wetenschappers dat zij ook detecteerbaar was met een instrument aan boord van een satelliet van de Amerikaanse luchtmacht. Volgens de onderzoekers kan deze nieuwe techniek ook worden gebruikt om andere planeten in het zonnestelsel te onderzoeken. De frequentie van de Schumann-resonantie wordt namelijk niet alleen bepaald door de afmetingen van de planeet, maar ook door het soort atomen en moleculen dat in de atmosfeer voorkomt. In principe maakt de techniek het mogelijk om van een hoogte van bijvoorbeeld duizend kilometer de hoeveelheden water, methaan en ammoniak te meten. De samenstelling van een planeetatmosfeer kan ook op andere manieren worden gemeten, maar die metingen beperken zich doorgaans tot specifieke gebieden. Via de Schumann-resonantie kan informatie worden verkregen over de globale dichtheid van bijvoorbeeld water op de planeet. Zulk onderzoek zou vooral interessant zijn bij de grote buitenplaneten van ons zonnestelsel. Vermoed wordt namelijk dat hun atmosferen een betrouwbare afspiegeling zijn van de wolk oergas waaruit het zonnestelsel is ontstaan.
Meer informatie:
Science Nugget: Lightning Signature Could Help Reveal the Solar System's Origins
26 april 2012
Het gebied Athabasca Valles, nabij de evenaar van Mars, is ontstaan door vulkanische processen en niet door processen die met ijsvorming samenhangen, zoals sommige wetenschappers dachten. Die conclusie trekken Amerikaanse onderzoekers na bestudering van detailrijke opnamen van het gebied die met de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) zijn gemaakt (Science, 27 april). Athabasca Valles vertoont een opvallend patroon van 'schubben' die aan ijsschotsen doen denken. Op de MRO-beelden is ontdekt dat dit patroon op honderden plaatsen wordt doorsneden door merkwaardige spiraalvormige groeven met afmetingen van enkele tientallen meters. Volgens de onderzoekers vertonen deze groeven sterke overeenkomsten met de spiraalstructuren die op lavastromen op Hawaï te zien zijn. Die op Mars zijn ze wel een slag groter. De spiralen ontstaan op plaatsen waar lavastromen elkaar met verschillende snelheden of in verschillende richtingen passeren.
Meer informatie:
Grad student discovers new form of lava flow on Mars
26 april 2012
Vijf jaar zwaartekrachtsonderzoek met de Europese ruimtesonde Mars Express heeft nieuwe inzichten opgeleverd over de structuur van de grootste vulkanen op Mars. De resultaten laten zien dat de lava die uit deze kraters stroomde mettertijd steeds dikker werd. De noodzakelijke metingen werden gedaan op de momenten dat Mars Express op een hoogte van ongeveer 300 kilometer over het zogeheten Tharsisgebied vloog - een reusachtige vulkanische hoogvlakte nabij de evenaar van Mars. In dit gebied zijn vier grote schildvulkanen te vinden, waaronder de grootste vulkaan van het zonnestelsel: de 21 kilometer hoge Olympus Mons. Het viertal was waarschijnlijk tot 100 à 250 miljoen jaar geleden actief. De grote massa van de vulkanen veroorzaakte kleine 'schommelingen' in de baanbeweging van de Mars Express, die middels radiosignalen vanaf de aarde meetbaar waren. De gegevens die daarbij zijn verzameld, laten zien dat de lavadichtheid tijdens de vorming van de drie kleinere Tharsis-vulkanen veranderde. Ze begonnen met de uitstroom van lichte andesitische lava, die in aanwezigheid van water kan ontstaan. Later stroomde daar de zwaardere basaltische lava overheen waar ook de zichtbare korst van Mars uit bestaat.
Meer informatie:
First Mars Express gravity results plot volcanic history
24 april 2012
Bij een supernova-explosie - de catastrofale ontploffing van een zware ster die aan het eind van zijn leven is gekomen - worden grote hoeveelheden energierijke straling en elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen. Algemeen wordt dan ook aangenomen dat supernova's in de omgeving van zon en aarde een nadelige invloed hebben op het leven op onze planeet; sommige grote uitstervingen in de geologische geschiedenis zouden er mogelijk door verklaard kunnen worden.
Maar volgens een artikel van de Deense natuurkundige Henrik Svensmark in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society hebben supernova's juist een positief effect op de biodiversiteit op aarde, mogelijk als gevolg van de plotselinge klimaatveranderingen die ze teweegbrengen. Svensmark deed onderzoek naar de biodiversiteit van mariene ongewervelden in de loop van de afgelopen vijfhonderd miljoen jaar. Die bleek groter te zijn in perioden waarin de continenten uit elkaar bewogen en de zeespiegel relatief hoog was, en juist kleiner toen er één supercontinent was (Pangaea), met een bijbehorende lage zeespiegel.
Svensmark ontdekte echter nog een ander verband: de biodiversiteit was ook hoger in perioden waarin de zon zich tijdens zijn beweging rond het centrum van het Melkwegstelsel min of meer in de buurt van jonge open sterrenhopen bevond. In zulke sterrenhopen vinden veel supernova-explosies plaats. Hoe supernova's precies van invloed zouden kunnen zijn op de biodiversiteit is niet bekend. Wel is duidelijk dat de elektrisch geladen deeltjes die door een supernova worden uitgezonden (galactische kosmische straling) tot een vrij plotselinge temperatuurdaling op aarde kunnen leiden. Volgens Svensmark zou dat ertoe kunnen leiden dat er op aarde een grotere verscheidenheid aan biologische habitats ontstaat, wat weer goed zou kunnen zijn voor de variatie in levensvormen.
Meer informatie:
Did exploding stars help life on Earth to thrive?
Centrum voor zon-klimaat-onderzoek (instituut van Henrik Svensmark)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 april 2012
Volgens onderzoekers van het Physical Research Laboratory in India kwam er ca. 100 miljoen jaar geleden nog actief vulkanisme voor op de maan. Die conclusie, op 10 april gepubliceerd in Current Science , is gebaseerd op onderzoek aan foto's die gemaakt zijn door de Amerikaanse maanverkenner Lunar Reconnaissance Orbiter en de Indiase maansatelliet Chandrayaan-1.
Op en rond de indrukwekkende centrale berg van de grote maankrater Tycho, die 110 miljoen jaar geleden ontstond, zijn volgens de onderzoekers structuren te zien zoals lavatunnels en gestolde lavastromen die suggereren dat er na de vorming van de krater actief vulkanisme voorkwam. Ook de gigantische rotsblokken die in het bergmassief zijn gevonden, waaronder één steenklomp van ruim honderd (!) meter groot die bovenop een bergtop ligt, zijn op een andere manier moeilijk te verklaren, aldus de Indiase groep, onder leiding van Deccan Herald.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 april 2012
Als er ooit micro-organismen op Mars hebben geleefd, zouden die misschien nog steeds gevonden kunnen worden op enige diepte onder grote inslagkraters op de planeet. Die verrassende bewering doen onderzoekers van de Universiteit van Edinburgh in het tijdschrift Astrobiology.
De wetenschappers voerden boringen uit onder de Chesapeake Bay-krater, een grote inslagkrater aan de Amerikaanse oostkust die ca. 35 miljoen jaar geleden werd gevormd. Op 2 kilometer diepte onder de krater werden micro-organismen aangetroffen. Die hebben daar lange tijd kunnen overleven doordat het gesteente als gevolg van de inslag op tal van plaatsen verbrijzeld en gebarsten is, zodat water gemakkelijk op grotere diepte kon doordringen.
Op grote diepte onder het oppervlak van een planeet worden micro-organismen beschermd tegen de gevolgen van o.a. klimaatomslagen, ijstijden etc. Mocht de planeet Mars ooit een biosfeer hebben gehad, dan is het dus mogelijk dat leven zich ook daar heeft kunnen handhaven op relatief grote diepte onder grote inslagkraters.
Meer informatie:
Persbericht Universiteit van Edinburgh (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 april 2012
Op 5 april 2010 stootte de zon een flinke lading geladen deeltjes uit, die met een snelheid van drie miljoen kilometer per uur het magnetische veld oftewel de 'magnetosfeer' van de aarde bereikte. De geomagnetische storm die daarbij optrad, werd vanuit verschillende posities bekeken door drie NASA-satellieten: IBEX en de beide TWINS. De resultaten van dit onderzoek zijn onlangs gepubliceerd in de Journal of Geophysical Research. De TWINS draaien in een sterk elliptische baan om de aarde, die door de magnetosfeer voert. Ook IBEX draait om de aarde, maar deze bevindt zich meestal buiten de magnetosfeer. Tezamen bekijken ze het aardmagnetische veld dus van binnen en van buiten, wat het mogelijk maakt om deze ruimtelijk in kaart te brengen. De IBEX-metingen laten zien dat de magnetosfeer direct werd samengedrukt door de inslag van de geladen deeltjes van de zon. Enkele minuten later nam een van de TWINS waar hoe de 'ringstroom' van de aarde - een gordel van bewegende geladen deeltjes op een hoogte van ongeveer 25.000 kilometer die soms om de evenaar ontstaat - de eerste zonnedeeltjes oppikte. Ongeveer een kwartier na aankomst van de zonnewind spiraalden de ingevangen deeltjes langs magnetische veldlijnen de aardatmosfeer in. Onderzoeken als deze moeten meer inzicht geven in de invloed van zonneuitbarstingen op het magnetische veld en de atmosfeer van de aarde.
Meer informatie:
Teamwork: IBEX and TWINS Observe a Solar Storm
5 april 2012
Met de High Resolution Stereo Camera van de Europese planeetverkenner Mars Express zijn kraterketens gefotografeerd op de flanken van de kolossale Marsvulkaan Alba Patera. Zulke kraterketens komen ook op aarde en op de maan voor. Ze kunnen op verschillende manieren ontstaan: door het instorten van grote lavabuizen, door tektonische spanningen in de korst, of door de inwerking van grondwater. Op de Mars Express-foto's zijn aan de randen van sommige kraters gelaagde structuren zichtbaar, die doen vermoeden dat het hier om afzettingsgesteenten gaat. In dat geval zijn de kraterketens (Tractus Catena geheten)lang geleden mogelijk door de inwerking van water ontstaan. Als daar micro-organismen in geleefd hebben, zouden die misschien nog steeds kunnen voorkomen in grottenstelsels die met de kraterketens zijn geassocieerd. Op basis van stereofoto's van Mars Express is het hier afgebeelde perspectiefbeeld gegenereerd. De originele opnamen werden gemaakt op 22 juni 2011.
Meer informatie:
The pit-chains of Mars – a possible place for life?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 april 2012
De planeet Venus genereert zelf geen magnetisch veld, maar kan desondanks het toneel zijn van magnetische 'kortsluitingen'. Dat blijkt uit onderzoek met de Europese ruimtesonde Venus Express, waarvan de resultaten deze week in Science zijn gepubliceerd. Planeten die een eigen magnetisch veld produceren, zoals de aarde en Jupiter, zijn omgeven door een onzichtbare 'magnetosfeer'. Hun magnetische veld weert de geladen deeltjes af die de zon voortdurend uitstoot. Dat resulteert in een beschermende 'bel' om de planeet, die aan de nachtkant uitloopt in een lange staart. Bij Venus gaat die vlieger niet op: de zonnewind kan daar ongehinderd de hoogste lagen van de atmosfeer bereiken. Maar net als bij de aarde zorgt ultraviolette zonnestraling ervoor dat atomen en moleculen in de hoge atmosfeer hun elektronen kwijtraken, waardoor er een laag van geladen gas ontstaat. Interacties tussen deze 'ionosfeer', de zonnewind en het magnetisch veld dat deze laatste meevoert, hebben tot gevolg dat ook aan de nachtzijde van Venus een magnetische 'staart' ontstaat, zij het een veel kortere dan bij bijvoorbeeld de aarde. Waarnemingen die in 2006 met de Venus Express zijn gedaan, laten zien dat in de magnetische staart van Venus net zulke kortsluitingen tussen tegengesteld gerichte veldlijnen optreden als bij de aarde. Deze zogeheten magnetische reconnecties kunnen niet alleen magnetische stormen en poollichtverschijnselen veroorzaken, maar ook helpen verklaren hoe en waarom Venus atmosferisch gas kwijtraakt.
Meer informatie:
A magnetic surprise for Venus Express;
27 maart 2012
Het oppervlak van de planeet Mars vertoont talrijke sporen van effusief vulkanisme - vulkanisme waarbij lava over het landschap uitvloeit. Voor explosief vulkanisme bestaan veel minder aanwijzingen. Nieuwe mineralogisch onderzoek door twee Amerikaanse geologen brengt daar mogelijk verandering in. Volgens de beide onderzoekers zijn de donkere gebieden die grote delen van het noordelijk halfrond van Mars bedekken bezaaid met verweerd glas. Dat glas is hoogstwaarschijnlijk ontstaan bij explosieve vulkaanuitbarstingen. Ook op aarde komt zulk vulkaanglas voor: een bekend voorbeeld is het zwarte obsidiaan. Het ontstaat bij de snelle afkoeling van lava die relatief weinig vluchtige bestanddelen bevat.
Meer informatie:
Widespread weathered glass on the surface of Mars
27 maart 2012
De aarde heeft doorgaans meer dan één maan. Dat stellen astronomen van de sterrenwacht van Parijs en de universiteiten van Helsinki en Hawaï. Behalve de ruim 3000 kilometer grote maan die iedereen kent, draaien er bij toerbeurt ook 'mini-maantjes' om de aarde. In feite zijn dat niets anders dan planetoïden van enkele meters groot, die in bijna dezelfde baan als onze planeet om de zon cirkelen. Zo'n maantje kan op een gegeven moment in de greep van de aarde komen en enige tijd daaromheen blijven draaien. De astronomen hebben uitgerekend hoe groot de kans is dat de aarde op een willekeurig moment een extra maantje heeft. Daarbij hebben ze gebruik gemaakt van een supercomputer die de passages van 10 miljoen fictieve planetoïden heeft nagebootst. 18.000 van deze objecten werden tijdelijk ingevangen door de aarde en gemiddeld zou er zeker één planetoïde van een meter of groter om de aarde moeten draaien. Nette cirkelbanen volgen deze objecten overigens niet: onder invloed van de gezamenlijke zwaartekracht van aarde, maan en zon volgens ze ingewikkelde banen. En erg stabiel zijn banen die niet: binnen een maand of negen ontsnapt zo'n mini-maantje weer. Slechts in uitzonderlijke gevallen blijft het tientallen jaren om de aarde draaien.
Meer informatie:
Earth's Other Moons
26 maart 2012
Volgens Italiaanse geologen is er een verband tussen vulkaanuitbarstingen en de maanstand. De Stromboli-vulkaan, ten noorden van Sicilië, vertoont meer uitbarstingen rond volle maan dan gemiddeld. Ook bij sommige andere actieve vulkanen lijkt zo'n verband te zijn aangetoond. Op de een of andere manier lijkt er dus een verband te bestaan tussen de getijdenwerking op aarde (die is rond volle en nieuwe maan het sterkst, omdat de getijden van de zon en de maan elkaar dan versterken) en de aanvoer van magma uit het binnenste van de aarde. Hoe dat mechanisme precies in zijn werk gaat is niet bekend; mogelijk heeft het te maken met de variërende druk in het mantelgesteente. De Italiaanse resultaten zijn gepubliceerd in Terra Nova.
Meer informatie:
Nieuwsbericht Geopersdienst
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
25 maart 2012
Amerikaanse geofysici zetten vraagtekens bij de populaire inslagtheorie voor het ontstaan van de maan. Volgens die theorie is de maan samengeklonterd uit de brokstukken van een botsing tussen de pasgeboren aarde en een kleinere proto-planeet ter grootte van Mars (Theia genaamd). In dat geval zou het maangesteente echter een mengsel moeten zijn van gesteente van Theia en gesteente uit de mantel van de aarde. Precisiemetingen aan titanium-isotopen laten nu echter zien dat maangesteenten tot een 250ste procent nauwkeurig dezelfde isotopensamenstelling hebben als aards mantelgesteente. Dat is volgens de auteurs met de inslagtheorie niet of nauwelijks te verklaren. De nieuwe metingen zijn zondag gepubliceerd in Nature Geoscience.
Meer informatie:
Titanium paternity test fingers Earth as moon's sole parent
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 maart 2012
Amerikaanse geologen hebben ontdekt dat sommige 'duinenrijen' op de planeet Mars niet uit zand bestaan, maar uit vast gesteente. De nieuwe soort landvorm dankt zijn bestaan wel aan de wind, maar dan door erosie en niet doordat er zandophopingen zijn gevormd. Op aarde komt deze landvorm niet voor. Volgens de geologen is het moedergesteente van de 'duinen' zachter dan andere soorten gesteente. Ze zouden ontstaan op plaatsen waar sterke oppervlaktewinden door een obstakel in het landschap naar boven worden afgebogen. Waar deze luchtstromen weer neerdalen eroderen ze het aanwezige gesteente. De onderlinge afstanden tussen de ruggen van gesteente wordt bepaald door de snelheid waarmee de winden weer neerdalen, en die hangt weer af van de windsterkte, de mate van afbuiging en de dichtheid van de atmosfeer. De ontdekking kan interessant zijn voor het onderzoek van de geologische geschiedenis van Mars. De winderosie heeft lagen van gesteente blootgelegd die elders aan het zicht onttrokken zijn.
Meer informatie:
Geologists discover new class of landform – on Mars
Periodic bedrock ridges on Mars
22 maart 2012
De grote uitbarstingen op de zon die in de eerste helft van maart plaatsvonden, pompten genoeg energie in de hoge aardatmosfeer om de stad New York voor twee jaar van energie te voorzien. Volgens NASA-onderzoekers was het de grootste dosis warmte die een zonnestorm sinds 2005 op onze planeet had afgeleverd. De energie-afgifte van de zonnestorm is gemeten met een instrument aan boord van de aardobservatiesatelliet TIMED. Dat instrument volgt de infraroodemissie ('warmtestraling') van de hoge aardatmosfeer, vooral die van kooldioxide en stikstofoxide. Deze beide gassen werken als een soort natuurlijke thermostaten: als de hoge aardatmosfeer opwarmt, doen deze moleculen hun uiterste best om die warmte weer terug de ruimte in te stralen. Nadat de zon op 8 maart een flinke stoot energierijke deeltjes onze kant op had geschoten, kreeg de hoge aardatmosfeer 26 miljard kilowattuur aan energie te verwerken. Daarbij zwol de thermosfeer, de buitenste laag van de aardatmosfeer, tijdelijk enorm op.
Meer informatie:
Solar Storm Dumps Gigawatts into Earth's Upper Atmosphere
Storms From the Sun
22 maart 2012
Een van de beide GRAIL-ruimtesondes die om de maan cirkelen, heeft de eerste foto's naar de aarde gezonden waar scholieren om hebben gevraagd. Het eerste verzoek dat werd vervuld kwam van de Emily Dickinson Elementary School in Bozeman, Montana - de school die bij de wedstrijd om twee aansprekende namen voor de tweelingsonde te bedenken (Ebb en Flow) als winnaar uit de bus kwam. De foto's worden gemaakt met de MoonKam, een kleine camera die uitsluitend voor educatieve doeleinden aan boord van de ruimtesondes is geplaatst. De hoofdtaak van de GRAIL-sondes is het in kaart brengen van het zwaartekrachtsveld van de maan. De eerste foto van MoonKam toont een stukje van het maanoppervlak aan de achterkant van de maan, met de aarde op de achtergrond.
Meer informatie:
NASA GRAIL Returns First Student-Selected Moon Images
21 maart 2012
Nieuwe waarnemingen van de om Mercurius cirkelende ruimtesonde MESSENGER laten zien dat deze planeet een nogal opmerkelijk inwendige heeft. En de topografie van het oppervlak vertoont tekenen van een dynamisch geologisch verleden (Science, 23 maart). MESSENGER draait sinds maart 2011 in een baan om Mercurius en heeft bijna 100.000 opnamen en meer dan vier miljoen metingen gedaan. Metingen van het zwaartekrachtsveld van Mercurius laten zien dat de planeetkorst rond de evenaar dikker is dan aan de polen. Volgens de onderzoekers betekent dit dat de korst een hogere dichtheid heeft dan gedacht, wat verrassend is omdat eerder was gebleken dat het vulkanische gesteente aan het oppervlak arm is aan ijzer en zwarte mineralen. Dat moet betekenen dat er op grotere diepte compacter materiaal ligt, bijvoorbeeld een laag ijzersulfide. Uit topografische metingen van het Mercuriusoppervlak blijkt dat veel van de kraters die daar worden aangetroffen, in de loop van de tijd zijn gekanteld. Dat wijst erop dat zich in het planeetinwendige processen hebben afgespeeld waardoor de korst na het ontstaan van de kraters is vervormd. De wetenschappers hebben nog geen sluitende verklaring voor die vervorming, vooral omdat het volume van Mercurius grotendeels in beslag wordt genomen door een kern van ijzer. Net als de aarde heeft de planeet wel een mantel van vloeibaar materiaal, maar die is heel dun. Het is daarom niet waarschijnlijk dat de waargenomen vervormingen van de korst met convectie (stijgende en dalende stromingen) van mantelmateriaal kan worden verklaard.
Meer informatie:
Messenger Provides New Look at Mercury's Landscape, Metallic Core, and Polar Shadows
Data from MESSENGER Spacecraft Reveals New Insights on Planet Mercury
A Close-Up View Of Mercury: Researchers Find The Planet May Have Had A Dynamic Past
20 maart 2012
Een nieuw 'citizen science'-project, 'MoonMappers', stelt het grote publiek in staat om meet helpen met de analyse van gedetailleerde foto's van het maanoppervlak die gemaakt zijn door de Amerikaanse maanverkenner Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). Het voorlopige doel van MoonMappers is het inventariseren van maankraters. Normaalgesproken gebeurt dat automatisch door computersoftware, maar in veel gevallen worden dan niet alle maankraters herkend. De nieuw opgerichte organisatie CosmoQuest, die de participatie van het grote publiek in professioneel sterrenkundig onderzoek wil bevorderen, heeft daarom MoonMappers in het leven geroepen. Eerder konden 'burgerwetenschappers' onder andere al bijdragen leveren op het gebied van de speurtocht naar buitenaards leven en de klassificatie van sterrenstelsels.
Meer informatie:
Persbericht CosmoQuest
MoonMappers
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 maart 2012
In de periode voordat zich meercellig leven op onze planeet ontwikkelde, zwalkte de samenstelling van de aardatmosfeer behoorlijk. Dat blijkt uit onderzoek van meer dan 2,5 miljard jaar oude mariene sedimenten door Britse en Amerikaanse wetenschappers (Nature Geoscience, 19 maart). Het onderzoek laat zien dat de aardatmosfeer bij vlagen rijk was aan koolwaterstoffen, net als de huidige atmosfeer van de grote Saturnusmaan Titan. In de tussenperioden was deze 'organische mist' vrijwel afwezig. De overgangen tussen beide toestanden, die grote gevolgen moeten hebben gehad op het klimaat, worden toegeschreven aan de activiteit van methaan-producerende micro-organismen in de oceanen. Aan de wisselende samenstelling van de aardatmosfeer kwam een einde toen ongeveer 2,4 miljard jaar geleden het zuurstofgehalte van de lucht sterk begon toe te nemen. Tot die tijd was de zuurstof die door sommige micro-organismen werd geproduceerd opgeslagen in oceanen en mineralen, maar die hadden hun verzadigingspunt bereikt.
Meer informatie:
Hazy shades of life on early Earth
19 maart 2012
Met behulp van een instrument aan boord van de Amerikaanse Lunar Reconnaissance Orbiter zijn de afgelopen jaren precisiemetingen verricht aan de stralingsniveaus op de maan als gevolg van het 'bombardement' van elektrisch geladen deeltjes uit het heelal. Die galactische kosmische straling kan schadelijk zijn voor astronauten, maar heeft een positieve bijwerking: op hemellichamen zonder beschermende dampkring en zonder magnetisch veld kan de energie van de kosmische straling zuurstofatomen losslaan uit watermoleculen (meestal in de vorm van ijs), die vervolgens verbindingen kunnen aangaan met koolstof en zo prebiotische moleculen kunnen vormen. De nieuwe metingen, deels verkregen in een periode van ongewoon lage zonneactiviteit, zullen gebruikt worden voor het opstellen van betere modellen om de stralingsniveaus in het zonnestelsel ook op andere plaatsen en onder andere omstandigheden nauwkeuriger te kunnen voorspellen. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd op de website van Journal of Geophysical Research.
Meer informatie:
Persbericht University of New Hampshire
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
8 maart 2012
Al sinds de eerste bemande maanvluchten vragen wetenschappers zich af waar de grote concentraties van sterk magnetisch materiaal vandaan komen, die her en der in de maankorst zijn aangetroffen. Franse en Amerikaanse wetenschappers zijn met een opmerkelijk simpele verklaring gekomen: de magnetische anomalieën zijn de overblijfselen van een grote planetoïde die ongeveer vier miljard jaar geleden op de maan is ingeslagen (Science, 9 maart). Hoewel er aanwijzingen zijn dat de maan ooit een eigen magnetisch veld had, lijkt het onaannemelijk dat dit veld sterk genoeg was om de waargenomen anomalieën te kunnen verklaren. En de modellen die er, met de nodige moeite, toch in slagen om de maan een magnetisch veld van betekenis te geven zijn moeilijk toetsbaar. De nieuwe theorie zou in elk geval twee aspecten van de magnetische anomalieën kunnen verklaren: hun afwijkende magnetisme ten opzichte van het omringend maangesteente en hun ligging op de maan - de meeste anomalieën bevinden zich langs de rand van het meer dan 2000 kilometer grote inslagbekken dat bij de zuidpool van de maan ligt. De enigszins langwerpige vorm van dat kolossale inslagbekken wijst erop dat daar een forse planetoïde onder een kleine hoek is ingeslagen. Modelberekeningen laten zien dat brokstukken van zo'n planetoïde inderdaad aan de rand van het inslagbekken kunnen zijn terechtgekomen. Anders dan gewoon maangesteente bevatten planetoïden vaak veel ijzer, dat door de schok van de inslag gemagnetiseerd kan zijn.
Meer informatie:
Magnetic moon
8 maart 2012
In 2008 waren de aarde en Mars zodanig gepositioneerd dat zij, kort na elkaar, dezelfde vlaag zonnewind te verwerken kregen. Dat heeft wetenschappers in de gelegenheid gesteld om de invloed van de wolk geladen zonnedeeltjes op beide planeten te vergelijken. Het resultaat is duidelijk: het magnetische veld van de aarde is van vitaal belang voor de instandhouding van onze atmosfeer. De wetenschappers hebben met de Europese ruimtemissies Cluster en Mars Express onderzocht in welke mate de atmosferen van de beide planeten zuurstof kwijtraakten toen de zonnedeeltjes hen troffen. Daarbij bleek dat hoewel de druk die de zonnewind op beide planeten uitoefende ongeveer even groot was, het zuurstofverlies van de atmosfeer van Mars tien keer zo sterk toenam als het zuurstofverlies van de aardatmosfeer, die door een sterk magnetisch veld wordt beschermd. In beide gevallen is het verlies in absolute cijfers heel klein, maar in de loop van de miljarden jaren stapelt het effect zich wel op. Het zou wel eens de belangrijkste oorzaak kunnen zijn van het feit dat de Marsatmosfeer zo ijl is. De komende maanden zijn de zon en de planeten Venus, aarde en Mars opnieuw gunstig gepositioneerd voor onderzoek van de invloed van de zonnewind. Dan kan ook de ruimtesonde Venus Express bij het onderzoek worden betrokken en zal blijken of ook Venus, die net als Mars geen globaal magnetisch veld heeft, veel zuurstof kwijtraakt aan de zonnewind.
Meer informatie:
Earth's magnetic field provides vital protection
7 maart 2012
De twee identieke NASA-sondes van het Gravity Recovery And Interior Laboratory (GRAIL), die sinds begin dit jaar om de maan cirkelen, zijn aan hun officiële meetprogramma begonnen. De komende 84 dagen zullen zij een gedetailleerde kaart maken van het zwaartekrachtsveld van de maan, om meer te weten komen over het inwendige en de samenstelling van dat hemellichaam. De GRAIL-sondes zijn ongeveer zo groot als een wasmachine. Ze vliegen op een onderlinge afstand van 65 tot 225 kilometer in een lage polaire baan om de maan en sturen radiosignalen naar elkaar. Steeds als ze over een gebied vliegen dat meer of minder zwaartekracht uitoefent dan gemiddeld, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bergen, kraters of ondergrondse massaconcentraties, zal die onderlinge afstand een beetje variëren. En dat komt tot uiting in afwijkende aankomsttijden van de uitgewisselde radiosignalen. Op 29 maart moeten de GRAIL-sondes het zwaartekrachtsveld van de maan op die manier drie keer in kaart hebben gebracht.
Meer informatie:
NASA's Twin GRAIL Spacecraft Begin Collecting Lunar Science Data
6 maart 2012
Wetenschappers van het California Institute of Technology (Caltech) denken te weten waarom uitgerekend het met donkere lavavlakten bezaaide halfrond van de maan - waarin veel mensen een 'gezicht' herkennen - naar de aarde is gericht. Dat is geen zuiver toeval, zo blijkt. Hoewel de maan bolvormig lijkt, is hij eigenlijk een beetje langgerekt, ongeveer zoals een rugbybal. Die vorm is meer dan vier miljard jaar geleden, toen de maan nog heet en grotendeels gesmolten was, ontstaan onder invloed van de aantrekkingskracht van de aarde. Eén van de 'punten' van de rugbybal - die met het 'gezicht' - wijst steeds naar de aarde. Dat laatste komt doordat één aswenteling van de maan net zo lang duurt als één omloop om de aarde. Dat is niet altijd zo geweest: een paar miljard jaar geleden draaide de maan sneller om zijn as dan nu. Door (opnieuw) de aantrekkingskracht van de aarde is zijn draaiing geleidelijk vertraagd. De vraag is waarom nu juist deze kant naar de aarde kwam te wijzen, terwijl de andere kant hogere bergen heeft en, simpel gezegd, daardoor een sterkere aantrekking van onze planeet ondervindt. Maar zo simpel is de fysica van het aarde-maanstelsel niet. Uit computerberekeningen van de Caltech-wetenschappers volgt dat de stand die de maan uiteindelijk innam voor een belangrijk deel werd bepaald door de snelheid waarmee zijn rotatie vertraagde. Als die afremming veel sneller was verlopen, zou de kans op het bereiken van de huidige situatie precies 50-50 zijn geweest. Maar in werkelijkheid voltrok de afremming zich veel geleidelijker, en dan blijkt de kans dat het bergachtige halfrond aan de achterkant terechtkomt juist twee op drie.
Meer informatie:
Looking at the Man in the Moon
5 maart 2012
De aarde is 12.900 jaar geleden mogelijk getroffen door een kleine komeet of planetoïde met een middellijn van enkele honderden meters. Die controversiële theorie lijkt bevestigd te worden door de ontdekking van nanodiamantjes in een sedimentlaag van die leeftijd op de bodem van het Laguna de Cuitzeo, een groot meer in Mexico. Zulke nanodiamantjes kunnen alleen ontstaan als gevolg van extreem energierijke processen, zoals zware inslagen. Eerder werden elders in Noord- en Midden-Amerika al mogelijke aanwijzingen gevonden voor een inslag aan het begin van het Jonge Dryas-stadiaal, een geologisch tijdperk dat gekenmerkt wordt door extreem lage temperaturen. Rond die tijd stierven onder andere de mammoet en de sabeltandtijger uit. De vondst van de nanodiamantjes wordt beschreven door een team van geologen onder leiding van James Kennett van de Universiteit van Californiè in Santa Barbara, in de Proceedings of the National Academy of Sciences.
Meer informatie:
Persbericht University of California at Santa Barbara
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 maart 2012
De stuurraketjes voor de toekomstige Europese Lunar Lander zijn succesvol getest in een laboratorium van ruimtevaartbedrijf Astrium in Lampoldshausen, Duitsland. De onbemande Lunar Lander moet in 2018 een zachte landing gaan uitvoeren in het zuidpoolgebied van de maan. Omdat de maan geen dampkring heeft, kunnen daarbij geen parachutes gebruikt worden. In plaats daarvan zal Lunar Lander gebruik maken van een centrale raketmotor en een aantal kleinere stuurraketjes, die identiek zijn aan de stuurraketjes van het Europese ATV-vrachtschip. Die blijken nu volledig te voldoen aan de eisen die er tijdens een landing op de maan aan worden gesteld.
Meer informatie:
Lunar lander firing up for touchdown
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 februari 2012
Drie Europese astronomen hebben de Very Large Telescope in Chili op de maan gericht om leven op aarde te ontdekken. Dat klinkt nogal merkwaardig, maar de nieuwe aanpak zou in de toekomst kunnen leiden tot de ontdekking van leven elders in het heelal (Nature). De astronomen hebben het zogeheten asgrauwe schijnsel of 'aardlicht' waargenomen dat de maan kort voor en na Nieuwe Maan vertoont. Dat aardlicht is niets anders dan weerkaatst licht van onze planeet. Er is zowel naar het spectrum als de polarisatie van het schijnsel gekeken - een aanpak die spectropolarimetrie wordt genoemd - en de resultaten zijn behandeld alsof het licht van een verre exoplaneet betrof. Uit de metingen konden de astronomen afleiden dat de aardatmosfeer deels bewolkt is, dat een deel van het aardoppervlak met oceanen is bedekt en - niet onbelangrijk - dat er vegetatie aanwezig is. Ze konden zelfs de veranderingen in het wolkendek en de hoeveelheid vegetatie detecteren, die optraden doordat steeds weer andere delen van de aarde licht naar de maan weerkaatsten. In principe kan op die manier ook het weerkaatste licht van echte exoplaneten onderzocht worden. Maar dat is zoiets als het waarnemen van een stofkorreltje naast een felle gloeilamp. Het zal dus niet eenvoudig zijn om exoplaneten spectropolarimetrisch te onderzoeken - het wachten is op de volgende generatie van reuzentelescopen, zoals de European Extremely Large Telescope, of beter nog een speciaal voor dit doel opgezette onderzoeksmissie in de ruimte.
Meer informatie:
VLT herontdekt leven op aarde...
27 februari 2012
Het 'oerbombardement' waardoor de maan zo'n vier miljard jaar geleden werd geteisterd, bestond uit kosmische projectielen met een ongewoon hoge snelheid. Dat leidt een internationaal team van astronomen en maanonderzoekers af uit waarnemingen van de Amerikaanse Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO).
Veel oude kraters op de maan ontstonden in de allervroegste geschiedenis, toen de pasgeboren grotere hemellichamen in het zonnestelsel het resterende 'puin' opveegden met hun zwaartekracht. Maar ca. vier miljard jaar geleden - honderden miljoenen jaren na het ontstaan van de maan - vond er een heftig bombardement plaats, het zogeheten Late Heavy Bombardment. Vermoedelijk was er toen sprake van een ingrijpende verstoring van de banen van planetoïden en ijsdwergen, als gevolg van baanveranderingen van de reuzenplaneten.
De onderzoekers, verbonden aan het NASA Lunar Science Institute, hebben nu de afmetingen en dieptes van maankraters in en rond het Nectaris-inslagbekken nauwkeurig geanalyseerd, op basis van LRO-metingen. Het blijkt dat de kraters die tijdens het Late Heavy Bombardment zijn ontstaan een wat afwijkende grootteverdeling vertonen. Dat wijst erop dat de projectielen waardoor deze kraters zijn veroorzaakt ongeveer twee keer zo snel bewogen als de brokstukken waardoor de oudere maankraters geproduceerd zijn.
De resultaten, gepubliceerd in Earth and Planetary Science Letters , vormen een ondersteuning voor de theorie dat het oerbombardement het gevolg is van zwaartekrachtsstoringen in het zonnestelsel.
Meer informatie:
NASA Lunar Scientists Shed Light on Moon's Impact History
NASA Lunar Science Institute
Lunar Reconnaissance Orbiter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 februari 2012
Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) hebben een verklaring gevonden voor een raadsel dat aardwetenschappers al lange tijd bezighoudt: hoe zijn de grote aantallen energierijke elektronen te verklaren die in de dampkring van de aarde aanleiding geven tot poollicht? De elektronen hebben hoge snelheden, en moeten dus sterk versneld zijn geraakt in een elektrisch veld. De locatie van dat veld bevindt zich ergens in de zogeheten magnetostaart van de aarde - het langgerekte deel van de magnetische invloedssfeer van onze planeet dat altijd van de zon af is gericht. In die magnetostaart treedt 'reconnectie' op van magnetische veldlijnen, en bij dat proces komt energie vrij en kan er sprake zijn van een elektrisch veld waarin elektronen worden versneld. Maar bestaande aannames over de afmetingen van dat reconnectiegebied kunnen de grote hoeveelheden versnelde elektronen niet verklaren.
Met behulp van supercomputersimulaties, die vergeleken werden met waarnemingen van de Cluster-satellieten, is nu aangetoond dat het reconnectiegebied ongeveer duizend keer zo groot moet zijn als tot nu toe altijd werd aangenomen. Die oplossing voor het elektronenraadsel was al eerder gesuggereerd door MIT-onderzoeker Jan Egedal, maar is nu voor het eerst onderbouwd met zeer gedetailleerde simulaties en waarnemingen. De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Physics.
Meer informatie:
Mysterious Electron Acceleration Explained
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 februari 2012
Zowel op de maan als op de planeet Mars zijn aanwijzingen gevonden voor geologische activiteit in het recente verleden. De Amerikaanse Lunar Reconnaissance Orbiter heeft kleine, langgerekte 'geulen' ontdekt (zogeheten 'graben') die wijzen op recente tektonische activiteit, vermoedelijk in de afgelopen vijftig miljoen jaar. Door afkoeling van het inwendige krimpt de maan in de loop van de miljarden jaren een beetje, waardoor de korst juist wordt samengedrukt en er langgerekte 'bergkammen' ontstaan. Het feit dat er desondanks ook 'graben' op de maan blijken voor te komen, wijst op geologische activiteit.
Op Mars, in het gebied Cerberus Fossae, zijn met de HiRISE-camera van de Mars Reconnaissance Orbiter rotsblokken gefotografeerd die van een klif af zijn gerold en daarbij sporen hebben achtergelaten. Onderzoek aan de sporen en de verdeling van de rotsblokken wijst uit dat ze aan het rollen zijn gebracht door 'Marsbevingen', en het feit dat de sporen nog steeds zichtbaar zijn, doet vermoeden dat die bevingen in het recente verleden hebben plaatsgevonden. De bevingen hebben mogelijk een kracht van 7 op de schaal van Richter gehad. Ze zouden kunnen wijzen op recente activiteit van de nabijgelegen grote Marsvulkaan Elysium Mons.
Meer informatie:
Persbericht NASA over recente geologische activiteit op de maan
Persbericht AGU over recente geologische activiteit op Mars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 februari 2012
Een internationaal team van geologen onder leiding van onderzoekers van de Vrije Universiteit van Amsterdam heeft een mogelijk antwoord gevonden op de vraag waarom de maan geen actief vulkanisme vertoont. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat het allerdiepste deel van de mantel van de maan wel gedeeltelijk vloeibaar is, dus je zou verwachten dat dat magma zich af en toe een weg naar boven zou banen, net zoals dat in het inwendige van de aarde gebeurt, met actief vulkanisme aan het oppervlak als gevolg.
Wim van Westrenen en zijn collega's hebben kleine gesteentemonsters geproduceerd met dezelfde samenstelling als echt maangesteente. Die monsters werden vervolgens onder extreem hoge druk en temperatuur gebracht, overeenkomend met de omstandigheden in het allerdiepste deel van de maanmantel, waar een druk van 45.000 bar en een temperatuur van 1500 graden heerst. Vervolgens werd met behulp van een röntgenbundel in de European Synchrotron Radiation Facility in Grenoble de dichtheid van het op die manier geproduceerde magma bepaald.
Uit de metingen, gepubliceerd in Nature Geoscience , blijkt dat de meeste geproduceerde magma's inderdaad een lagere dichtheid hebben dan het omringende vaste gesteente, maar dat dat niet geldt voor titaanrijk maangesteente zoals dat onder andere is aangetroffen in Apollo 14-bodemmonsters. De onderzoekers veronderstellen dat zulk titaanrijk gesteente in de jeugd van de maan op grote diepte terecht is gekomen als gevolg van verticale bewegingen in de mantel, en dat het resulterende titaanrijke magma vervolgens niet weer naar het oppervlak 'opborrelt' omdat het een te hoge soortelijke dichtheid heeft.
Meer informatie:
Persbericht ESRF
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 februari 2012
De kosmische botsing waaruit de maan is ontstaan, heeft een minder ingrijpende invloed op de mantel van de aarde gehad dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit onderzoek aan oud vulkanisch gesteente in Rusland, uitgevoerd door geologen van de Universiteit van Maryland.
Volgens de gangbare theorie is de maan ontstaan uit de brokstukken van een botsing tussen de jonge aarde en een kleinere protoplaneet. Algemeen wordt aangenomen dat de mantel van de aarde daarbij goeddeels is gesmolten. In dat zou het mantelmateriaal weer geheel gehomogeniseerd zijn.
Uit het onderzoek aan het Russische vulkaangesteente blijkt echter dat dat niet het geval was. Het bevat een afwijkende hoeveelheid van de isotoop wolfraam-182, een vervalproduct van het radioactieve hafnium-182. Omdat dat radioactieve verval snel verloopt, met een halfwaardetijd van ca. 9 miljoen jaar, moeten die isotopenvariaties ontstaan zijn binnen enkele tientallen miljoenen jaren na de vorming van het zonnestelsel, en lang vóórdat de maan ontstond.
Het feit dat mantelmateriaal met deze afwijkende isotopenconcentratie 2,8 miljard jaar geleden aan het oppervlak kon komen, betekent dat de aardse mantel bij de inslag waaruit de maan ontstond niet volledig gesmolten is geweest.
Meer informatie:
Building Blocks of Early Earth Survived Collision that Created Moon
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 februari 2012
NASA trekt zich terug uit het internationale ExoMars-project, een ambitieus onbemand ruimteonderzoeksprogramma dat uitgevoerd zou worden in nauwe samenwerking met de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Dat blijkt uit de NASA-begroting voor 2013 die vandaag is gepresenteerd (het fiscale jaar 2013 loopt van 1 oktober 2012 tot en met 30 september 2013). ESA zal ExoMars nu mogelijk uitvoeren in samenwerking met Rusland.
Het NASA-budget voor 2013 bedraagt 17,7 miljard dollar. Dat is slechts 59 miljoen dollar minder dan in 2012, dus in totaal wordt er niet veel bezuinigd. Het budget voor planeetonderzoek gaat echter fors omlaag (ca. 20 procent), en vooral het Marsonderzoek moet het ontgelden. De geplande ExoMars Trace Gas Orbiter die NASA in 2016 zou lanceren is geschrapt, en de bijdrage aan een internationale ExoMars-landingsmissie in 2018 komt niet meer in de Amerikaanse plannen voor. Wel wordt gesuggereerd dat er volgend jaar een nieuwe Marsmissie voor 2018 voorgesteld kan worden.
Voor ruimtetechnologie wordt juist extra geld vrijgemaakt. Aan de ontwikkeling van een nieuwe, zware draagraket en een capsule voor bemande ruimtevluchten mag in 2013 2,9 miljard dollar worden uitgegeven. Ook de James Webb Space Telescope (de geplande opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop) wordt gespaard: in 2013 zal hieraan 628 miljoen dollar worden gespendeerd.
Meer informatie:
NASA Reaches Higher With Fiscal Year 2013 Budget Request
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 februari 2012
De Europese ruimtesonde Venus Express heeft ontdekt dat onze wolkenrijke buurplaneet Venus een beetje langzamer draait dan eerder is gemeten. Het gaat maar om een klein verschil: sinds de nauwkeurige meting van de rotatietijd van de planeet door de ruimtesonde Magellan, begin jaren '90, lopen bepaalde oppervlaktestructuren op de planeet tot een kilometer of twintig achter bij hun verwachte posities. Destijds werd de rotatietijd van Venus vastgesteld op 243 (aardse) dagen, 26 minuten en 38 seconden. De gemeten posities van de oppervlaktestructuren wijzen er echter op dat een Venusdag de afgelopen zestien jaar gemiddeld 6,5 minuut langer heeft geduurd. Dat is ook in overeenstemming met de meest recente radarmetingen die vanaf de aarde zijn gedaan. De nieuwe metingen kunnen wellicht uitsluitsel geven over de vraag of Venus een vaste dan wel een vloeibare kern heeft. Als de kern vast is, is de massa van Venus meer in het centrum geconcentreerd. Dan is de planeetrotatie minder gevoelig voor externe krachten, zoals de wrijving die wordt opgewekt door de dichte atmosfeer. Volgens Venus-wetenschappers zou de afremming van de planeet verband kunnen houden met langetermijnvariaties in het weer op de planeet. Een andere mogelijkheid is dat de rotatie van Venus wordt beïnvloed door de zwaartekracht van de aarde.
Meer informatie:
Could Venus be shifting gear?
6 februari 2012
Mars had lang geleden een uitgestrekte oceaan. Dat wordt al lange tijd vermoed, maar het radarinstrument MARSIS aan boord van de Europese planeetverkenner Mars Express heeft er nu nieuwe, sterke aanwijzingen voor opgeleverd.
Mars Express draait sinds eind 2003 in een baan rond de rode planeet. De MARSIS-radarmetingen leveren informatie op over de structuur van de ondergrond, tot een diepte van 60 tot 80 meter. Uit de waarnemingen die de afgelopen jaren zijn verzameld, blijkt dat grote gebieden op het noordelijk halfrond van de planeet uit materiaal met een geringe dichtheid bestaan - zo goed als zeker afzettingsgesteenten vermengd met ijs. Dat doet vermoeden dat het om een oude oceaanbodem gaat.
Volgens de onderzoekers zijn er twee perioden geweest in de geschiedenis van Mars waarin er een oceaan voorkwam: ca. vier miljard jaar geleden, toen de planeet een warmer klimaat had, en nog eens ca. drie miljard jaar geleden. Die 'tweede' oceaan had echter een korte levensduur van ongeveer een miljoen jaar; hij ontstond vermoedelijk als gevolg van een catastrofale inslag op Mars.
Meer informatie:
ESA's Mars Express radar gives strong evidence for former Mars ocean
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 februari 2012
De planeet Mars is al meer dan 600 miljoen jaar gortdroog. En dat maakt het hoogst onwaarschijnlijk dat er aan het oppervlak van onze buurplaneet nog leven te vinden is. Dat is de conclusie die een internationaal team van wetenschappers, onder wie Urs Staufer van de TU Delft, komende week zal presenteren tijdens een bijeenkomst van de European Space Agency. De wetenschappers baseren hun conclusie op een uitgebreide analyse van gegevens over de Marsbodem, die in 2008 werden verzameld door de NASA-Marslander Phoenix. Phoenix landde in het noordelijk poolgebied van de planeet om bodem en oppervlakte-ijs te onderzoeken. De resultaten van dat bodemonderzoek wijzen erop dat het oppervlak van Mars al honderden miljoenen jaren uiterst droog is. Dit ondanks de aanwezigheid van ijs en het feit dat eerder onderzoek heeft aangetoond dat Mars heel vroeger - meer dan drie miljard jaar geleden - een warmer en natter klimaat heeft gehad. Volgens de nieuwe analyse was die natte periode maar van korte duur: mogelijk is er slechts gedurende 5000 jaar vloeibaar water op de planeet geweest. Dat wordt geconcludeerd uit het feit dat de Marsbodem klaarblijkelijk heel weinig kleideeltjes bevat - microscopisch kleine deeltjes die ontstaan als gesteente onder invloed van water wordt afgebroken. Dat betekent dat er waarschijnlijk veel te kort vloeibaar water op Mars is geweest om eventueel leven de kans te geven zich op het oppervlak te vestigen. Als er al sporen van leven te vinden zijn, moeten die ondergronds worden gezocht.
Meer informatie:
Surface of Mars an unlikely place for life after 600 million year drought
1 februari 2012
Een camera aan boord van een van de Amerikaanse tweelingsonde GRAIL heeft beelden naar de aarde gezonden van de achterkant van de maan. De filmbeelden zijn bedoeld voor onderwijsdoeleinden - hoofdtaak van de GRAIL-sondes is het in kaart brengen van het zwaartekrachtsveld van de maan. GRAIL bestaat uit twee identieke ruimtesondes, die onlangs Ebb en Flow zijn gedoopt. Beide zijn uitgerust met een eenvoudige camera. De nu getoonde beelden zijn van Ebb. Het ongeveer 30 seconden durende filmpje laat zien hoe Ebb van noordpool naar zuidpool de achterkant van de maan verkent. Beelden als deze zullen door Amerikaanse middelbare scholieren worden gebruikt om maanstructuren te selecteren die vanaf maart, als de GRAIL-sondes in een lagere omloopbaan om de maan cirkelen, nader kunnen worden geïnspecteerd.
Meer informatie:
NASA Mission Returns First Video From Moon's Far Side
30 januari 2012
De Kleine IJstijd, die meestal wordt toegeschreven aan een langdurige periode van geringe zonneactiviteit, is mogelijk veroorzaakt door vulkanen. Die conclusie trekt een team van wetenschappers onder leiding van Gifford Miller van de Universiteit van Colorado in Boulder.
Het langdurige zonneminimum (het zogeheten Maunder-minimum) duurde van ca. 1645 tot 1715. Lang daarvoor waren de winters echter ook al veel kouder dan normaal, vooral in Noord-Europa, waar zelfs complete dorpen ten prooi vielen aan groeiende gletsjers in de Alpen en in Scandinavië. Volgens sommige onderzoekers duurde de Kleine IJstijd alles bij elkaar enkele eeuwen.
Miller en zijn collega's onderzochten onder andere plantenresten en ijskernen. Hun conclusie: de Kleine IJstijd begon tussen 1275 en 1300, en was het directe gevolg van vier zware tropische vulkaanuitbarstingen. Vulkaanstof in de atmosfeer heeft een afkoelende werking, en uit modelberekeningen volgt dat er bij een reeks uitbarstingen in korte tijd sprake kan zijn van een cumulatief en langdurig effect. Het team publiceert zijn bevindingen deze week in Geophysical Research Letters.
Volgens de onderzoekers zou de Kleine IJstijd ook zijn opgetreden zónder langdurig zonneminimum. De invloed van het Maunder-minimum op het aardse klimaat wordt dus mogelijk overschat.
Meer informatie:
New CU-led study may answer long-standing questions about enigmatic Little Ice Age
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
27 januari 2012
Er is een nieuwe aanwijzing gevonden dat het magnetische veld van onze maan langer heeft standgehouden dan lang is aangenomen. Nieuw onderzoek van maangesteente dat in 1969 door astronauten van Apollo 11 is verzameld, wijst erop dat de maan 3,7 miljard jaar geleden nog een kern van vloeibaar metaal moet hebben gehad die een sterk magnetisch veld opwekte (Science, 27 januari). De vondst van magnetische gesteenten op de maan kwam destijds als een verrassing, omdat de maan op dit moment geen globaal magnetisch veld heeft. Blijkbaar heeft dat magnetische veld vroeger dus wel bestaan, maar verondersteld werd dat de maan enkele honderden miljoenen jaren na zijn ontstaan al zo sterk was afgekoeld, dat ook zijn kleine ijzerkern stolde. Dat laatste zou betekenen dat het magnetische veld van de maan al 4,2 miljard jaar geleden verdween. De nieuwe analyse van het Apollo-gesteente, dat onmiskenbare sporen van magnetisme vertoont, lijkt er echter op te wijzen dat de maan 500 miljoen jaar later nog steeds een magnetisch veld had. De vraag is hoe de maan zijn magnetische 'dynamo' zo lang in stand heeft weten te houden. Mogelijk biedt de theorie die wetenschappers van de universiteit van Californië te Santa Cruz eind vorig jaar in Nature publiceerden uitkomst. Volgens deze theorie kon de ijzerkern van de maan zo lang vloeibaar blijven door sterke getijdenkrachten van de aarde. Miljarden jaren geleden was de afstand tussen aarde en maan veel kleiner dan nu, en waren de getijdeneffecten daardoor veel groter. Hierdoor zou het inwendige van de maan veel langzamer zijn afgekoeld dan aanvankelijk voor mogelijk werd gehouden.
Meer informatie:
What drove the lunar dynamo?
24 januari 2012
De Amerikaanse Marsrover Opportunity is aan zijn negende onderzoeksjaar begonnen. Daarmee heeft hij alle verwachtingen overtroffen: toen hij in 2004 op Mars landde, ging NASA er nog van uit dat zijn missie drie maanden zou duren. Het identieke Marswagentje Spirit heeft de acht jaar niet vol kunnen maken: in maart 2010 viel hij uit. Een echte kilometervreter is Opportunity niet. Sinds zijn aankomst op onze buurplaneet heeft hij slechts iets meer dan 34 kilometer afgelegd. En dat totaal komt voor een groot deel voor rekening voor de drie jaar durende overtocht van de krater Victoria, dicht bij zijn landingsplek, naar de geologisch interessantere krater Endeavour, die hij in augustus vorig jaar bereikte. Het onderzoek van Endeavour, die met een middellijn van 22 kilometer aanzienlijk groter is dan Victoria, wordt gezien als een compleet nieuwe onderzoeksmissie. Al aan de rand van de krater stuitte Opportunity op gesteenten die nooit eerder op Mars waren gezien. De aangetroffen mineralen bevestigen het beeld dat er ooit vloeibaar op de planeet moet zijn geweest. Of Opportunity de komende winter overleeft, is enigszins onzeker. Er heeft zich inmiddels zo veel stof op zijn zonnepanelen verzameld, dat ervoor gezorgd moet worden dat hij elk lichtstraaltje opvangt. Voorlopig is het Marswagentje geparkeerd op een zonnige helling, maar ook vanuit die positie doet hij nuttig werk. Door de radiosignalen die het stilstaande Marswagentje naar de aarde zendt te analyseren, kunnen wetenschappers de kleine schommelingen in de rotatie van Mars meten. Het onderzoek van deze schommelingen kan uitwijzen of de planeet een vloeibare kern heeft of niet.
Meer informatie:
Durable NASA Rover Beginning Ninth Year of Mars Work
17 januari 2012
De twee identieke GRAIL-ruimtesondes die sinds Nieuwjaarsnacht in een baan om de maan cirkelen, zijn 'Ebb' en 'Flow' genoemd ('Eb' en 'Vloed'). De namen zijn voorgesteld door de leerlingen van een basisschoolklas in Bozeman, Montana, die deelnamen aan een door NASA uitgeschreven wedstrijd.
De twee GRAIL-ruimtesondes (Gravity Recovery And Interior Laboratory) zullen de komende maanden precisiemetingen verrichten aan het zwaartekrachtsveld van de maan. Vóór de lancering droegen de twee ruimtesondes de bijnamen Tom en Jerry, maar die zijn nooit officieel door NASA geaccepteerd.
De naamgevingswedstrijd leverde bijna 900 inzendingen op. De winnende namen zijn gekozen door een jury bestaande uit GRAIL-hoofdonderzoekster Maria Zuber van het Massachusetts Institute of Technology en NASA-astronaute Sally Ride.
Meer informatie:
Montana Students Pick Winning Names for Moon Craft
GRAIL
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 januari 2012
Planeetonderzoekers speuren nog steeds naar de onfortuinlijke Britse Marslander Beagle 2, die eind december 2003 op de rode planeet te pletter moet zijn geslagen. Op gedetailleerde foto's die vanuit een baan rond Mars gemaakt worden door de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) wordt gezocht naar de parachute van de Beagle (waarvan overigens niet zeker is dat die inderdaad heeft gefunctioneerd) en naar de gecrashte lander zelf. Het grote publiek wordt uitgenodigd om op de beelden van de HiRISE-camera van MRO mee te zoeken naar de lander. Inmiddels staat de twaalfde HiRISE-opname van het landingsgebied online.
Achtergrondinformatie op website HiRISE
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
15 januari 2012
De Russische Marsverkenner Phobos-Grunt is vandaag rond 19.45 uur Nederlandse tijd neergestort op aarde. De grootste brokstukken van de onfortuinlijke ruimtesonde liggen volgens de Russische ruimtevaartorganisatie Roskosmos op de bodem van de Stille Oceaan, ten westen van Chili. Phobos-Grunt werd op 9 november gelanceerd vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan. De raketmotor die het toestel vanuit een baan om de aarde op weg naar Mars had moeten brengen, werkte echter niet; het radiocontact met Phobos-Grunt kon niet hersteld worden, en als gevolg van de wrijving met de bovenste ijle lagen van de dampkring kwam de planeetverkenner in een steeds lagere baan terecht. Phobos-Grunt had bodemmonsters moeten ophalen van de kleine Marsmaan Phobos voor onderzoek in een aards laboratorium.
Artikel op www.spaceflightnow.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 januari 2012
Nieuwe maankaarten, gemaakt met een uv-instrument van de Lunar Reconnaissance Orbiter, tonen een glimp van het inwendige van kraters nabij de noord- en zuidpool van de maan. De bodem van deze kraters is permanent in duisternis gehuld, omdat de zon nooit hoog genoeg aan de hemel komt te staan. Dankzij de zwakke ultravioletgloed van waterstofatomen in de interplanetaire ruimte die ultraviolette zonnestraling verstrooien en het zwakke uv-schijnsel van sterren, worden de kraterbodems op ultraviolette golflengten echter toch een beetje 'aangelicht'. De kaarten laten zien dat veel permanent beschaduwde gebieden donkerder zijn op ver-ultraviolette golflengten en 'roder' dan het omliggende oppervlak dat wel door de zon wordt verlicht. De donkere gebieden wijzen op een poreuze bodemstructuur, en de roodverkleuring op de aanwezigheid van bevroren water in de vorm van een rijplaagje. Waar het water in de ijskoude, donkere maankraters vandaan komt, is nog onduidelijk. Het kan gaan om moleculen die ontstaan zijn door de inwerking van de zonnewind op het maanoppervlak, maar water kan ook met meteorieten en (brokstukken van) kometen op de man terechtkomen. Hoe dan ook: volgens de wetenschappers die de kaarten hebben samengesteld, wordt de rijplaag in de kraters veel minder snel afgebroken dan tot nu toe werd gedacht.
Meer informatie:
Lunar Reconnaissance Orbiter's LAMP reveals lunar surface features
12 januari 2012
Nieuwe maankaarten, gemaakt met een uv-instrument van de Lunar Reconnaissance Orbiter, tonen een glimp van het inwendige van kraters nabij de noord- en zuidpool van de maan. De bodem van deze kraters is permanent in duisternis gehuld, omdat de zon nooit hoog genoeg aan de hemel komt te staan. Dankzij de zwakke ultravioletgloed van waterstofatomen in de interplanetaire ruimte die ultraviolette zonnestraling verstrooien en het zwakke uv-schijnsel van sterren, worden de kraterbodems op ultraviolette golflengten echter toch een beetje 'aangelicht'. De kaarten laten zien dat veel permanent beschaduwde gebieden donkerder zijn op ver-ultraviolette golflengten en 'roder' dan het omliggende oppervlak dat wel door de zon wordt verlicht. De donkere gebieden wijzen op een poreuze bodemstructuur, en de roodverkleuring op de aanwezigheid van bevroren water in de vorm van een rijplaagje. Waar het water in de ijskoude, donkere maankraters vandaan komt, is nog onduidelijk. Het kan gaan om moleculen die ontstaan zijn door de inwerking van de zonnewind op het maanoppervlak, maar water kan ook met meteorieten en (brokstukken van) kometen op de man terechtkomen. Hoe dan ook: volgens de wetenschappers die de kaarten hebben samengesteld, wordt de rijplaag in de kraters veel minder snel afgebroken dan tot nu toe werd gedacht.
Meer informatie:
Lunar Reconnaissance Orbiter's LAMP reveals lunar surface features
6 januari 2012
Planeetdeskundigen en geologen nemen aan dat er ca. 3,8 miljard jaar geleden een hevig 'oerbombardement' plaatsvond in het zonnestelsel - ruim 700 miljoen jaar na het ontstaan van de planeten. Dit 'Late Heavy Bombardment' zou onder andere verantwoordelijk zijn voor de vorming van de grote inslagbekkens op de maan, die met het blote oog zichtbaar zijn als de donkere vlekken op de maan. Nieuw onderzoek van maandeskundige Paul Spudis van het Lunar and Planetary Institute zet echter vraagtekens bij deze theorie.
Dat er sprake was van een heftig bombardement met veel gigantische inslagen in een relatief korte periode van hooguit anderhalf miljoen jaar, blijkt uit leeftijdsbepalingen van de inslagbekkens op de maan. Die leeftijdsbepalingen zijn mede gebaseerd op geologisch onderzoek aan de maanstenen die door de Apollo-astronauten mee terug naar de aarde zijn genomen.
Uit onderzoek van foto's die gemaakt zijn door de Amerikaanse Lunar Reconaissance Orbiter concluderen Spudis en zijn collega's in een artikel in Journal of Geophysical Research dat de Apollo-bodemmonsters mogelijk uit materiaal bestaan dat bij de vorming van het Imbrium-inslagbekken is weggeworpen. Het Imbrium-bekken is het jongste grote inslagbekken op de maan.
In dat geval zouden andere inslagbekkens aanzienlijk ouder kunnen zijn dan is geconcludeerd op basis van de Apollo-metingen, en is er misschien helemaal geen sprake geweest van een kortdurend, hevig bombardement. Overigens bestaat er wel een overtuigende verklaring voor het Late Heavy Bombardment: het zou zijn opgetreden toen de reuzenplaneten langzaam maar zeker van baan veranderden, en daarbij sterke zwaartekrachtsverstoringen veroorzaakten in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter en in de Kuipergordel van ijzige objecten buiten de baan van Neptunus.
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 januari 2012
De Amerikaanse Marswagen Opportunity, die deze maand zijn achtste 'verjaardag' op Mars viert, gaat de komende maanden overwinteren in 'Greeley Haven'. Opportunity bevindt zich ten zuiden van de Marsevenaar, waar het de komende maanden winter is, met korte dagen en een lage zonnestand. Om toch voldoende zonne-energie op te vangen zal Opportunity enkele maanden doorbrengen op een helling die naar het noorden is gericht. De uitgezochte plek bevindt zich op Cape York, aan de rand van de Marskrater Endeavour. 'Greeley Haven' is de officieuze naam van de overwinteringsplaats van Opportunity, genoemd naar de onlangs overleden Marsonderzoeker Ronald Greeley. Naast onderzoek aan het maangesteente ter plaatse zal Opportunity de komende maanden ook een 360 graden-kleurenpanorama van Greeley Haven maken.
Meer informatie:
'Greeley Haven' is Winter Workplace for Mars Rover
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 januari 2012
De Russische Marssonde Phobos-Grunt, die na zijn deels mislukte lancering op 8 november 2011 in een lage aardbaan strandde, zal volgens Russische ruimtevaartofficials waarschijnlijk in het weekend van 15 januari terugvallen naar de aarde. Het veertien ton wegende gevaarte zal naar verwachting grotendeels in de atmosfeer verbranden, maar het is niet uitgesloten dat enkele brokstukken het aardoppervlak zullen bereiken. Waar die brokstukken terecht zullen komen, is nog onduidelijk: dat kan zo'n beetje overal tussen 51 graden noorderbreedte en 51 zuiderbreedte zijn. Daarmee liggen het uiterste zuiden van Nederlands-Limburg en de zuidelijke helft van België net binnen de 'gevarenzone'. De kans is echter verreweg het grootst dat Phobos-Grunt boven de oceaan of onbewoond gebied neerkomt.
Meer informatie:
Doomed Russian Mars Probe May Crash to Earth on Jan. 15
5 januari 2012
Op verschillende plaatsen in West-Australië is een mineraal gevonden, dat tot voor kort alleen bekend was van maangesteenten. Het mineraal, dat tranquillityiet wordt genoemd, naar de landingsplaats van de Apollo 11 (Mare Tranquillitatis), komt op aarde slechts in minuscule hoeveelheden voor en heeft geen grote economische waarde. Maar wetenschappers kunnen het gebruiken voor het bepalen van de leeftijd van de gesteenten waar het in voorkomt. In de basaltgesteenten die de Apollo-astronauten van de maan meebrachten, werden bij analyse op aarde drie onbekende mineralen gevonden. Twee daarvan - armalcoliet en pyroxferroiet - werden al vrij kort daarna ook op aarde gevonden. Het derde mineraal, tranquillityiet, bleef echter veertig jaar spoorloos. Tranquillityiet is een roodbruine stof die grotendeels uit ijzer, silicium, zirkoon en titanium bestaat, maar ook schaarse elementen als yttrium bevat. Dat dit mineraal zo schaars is op aarde komt deels omdat het gemakkelijk kan worden aangezien voor een ander mineraal, rutiel, en alleen met nauwgezette analyse kan worden aangetoond. Maar het komt op de maan ook gewoon meer voor dan de aarde, waar het tranquillityiet wordt aangetast door weersinvloeden, levende organismen en platentektoniek.
Meer informatie:
Rare Moon Mineral Found on Earth
1 januari 2012
De eerste van de twee Amerikaanse GRAIL-ruimtesondes is rond de jaarwisseling (Nederlandse tijd) aangekomen in een zeer langgerekte baan rond de maan, met een laagste punt op 90 kilometer hoogte en een hoogste punt op 8363 kilometer boven het maanoppervlak. De tweede, identieke ruimtesonde arriveerde in de nacht van 1 op 2 januari. Samen zullen de twee ruimtesondes de komende maanden nauwkeurige metingen verrichten aan het zwaartekrachtsveld van de maan. Daaruit kan onder andere informatie worden verkregen over de inwendige bouw. De lancering van de twee relatief kleine ruimtesondes vond plaats op 10 september; de afgelopen maanden zijn ze langzaam maar zeker in de richting van de maan gedirigeerd. De komende maanden worden de GRAIL-sondes in een lage, polaire omloopbaan gebracht op een hoogte van 55 kilometer, waarbij ze dicht achter elkaar in exact dezelfde baan over het maanoppervlak scheren. Uit precisiemetingen aan kleine variaties in de onderlinge afstand kan informatie worden verkregen over het zwaartekrachtsveld van de maan. De GRAIL-sondes hebben ook een kleine camera aan boord, MoonKAM geheten, waarmee educatieve programma's voor Amerikaanse middelbare scholen uitgevoerd worden.
Meer informatie:
First of NASA's GRAIL Spacecraft Enters Moon Orbit
GRAIL
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
28 december 2011
De Amerikaanse tweelingsonde GRAIL is bijna op zijn bestemming. Op respectievelijk 31 december en 1 januari moeten GRAIL-A en GRAIL-B met een flinke stoot van hun raketmotoren, die ongeveer veertig minuten duurt, in een baan om de maan worden gebracht. GRAIL staat voor Gravity Recovery And Interior Laboratory. De belangrijkste taak van het tweetal is het in kaart brengen van het zwaartekrachtsveld van de maan. Maar beide sondes zijn ook voorzien van een eenvoudige camera, waarmee opnamen voor educatieve en publicitaire doeleinden zullen worden gemaakt. Aanvankelijk zullen de GRAIL-sondes in een langgerekte polaire baan om de maan draaien, met een omlooptijd van ruim elf uur. In de loop van de komende weken, zal die baan - opnieuw met behulp van de raketmotoren - worden 'bijgeschaafd' tot een vrijwel cirkelvormige omloopbaan met een periode van iets minder dan twee uur. In maart kunnen de GRAILS dan aan hun eigenlijke onderzoeksprogramma beginnen. Terwijl zij op een onderlinge afstand van ongeveer tweehonderd kilometer op een hoogte van vijftig kilometer om de maan cirkelen, zullen gebieden van sterkere en zwakkere zwaartekracht - veroorzaakt door zichtbare structuren als gebergten en kraters, maar ook door ondergrondse massaconcentraties - de beide sondes een beetje naar elkaar toe of van elkaar weg doen bewegen. Die variaties in hun onderlinge snelheid moeten meer inzicht geven in het inwendige van de maan. Het onderzoek zal drie maanden in beslag nemen.
Meer informatie:
NASA Twin Spacecraft On Final Approach For Moon Orbit
Website GRAIL
22 december 2011
Onderzoek door Nederlandse aardwetenschappers, onder leiding van Maarten Kleinhans van de Universiteit Utrecht, wijst erop dat voor het ontstaan van de geulen die in de wanden van veel hellingen op Mars te zien zijn, geen water nodig is. Dat blijkt uit onderzoek dat Kleinhans en zijn collega's hebben verricht aan boord van een onderzoeksvliegtuig van de TU Delft. Door een duikvlucht te maken kan de piloot van dat vliegtuig enige tijd de zwaartekracht van Mars nabootsen. De onderzoekers hebben op video vastgelegd hoe korrelige materialen van uiteenlopende aard zich onder die geringere zwaartekracht gedragen. Hun conclusies ontkrachten het bestaande idee dat de geulen op Mars niet steil genoeg zijn om door eenvoudige aardverschuivingen te zijn ontstaan: daarvoor zou een 'smeermiddel' nodig zijn geweest - water bijvoorbeeld. Volgens de Nederlandse onderzoekers lijkt het er echter op dat onder lagere zwaartekracht de inwendige wrijving van korrelachtig materiaal laag genoeg is om zonder smeermiddel een flauwe helling af te schuiven.
Meer informatie:
Gravity's effect on landslides: A strike against Martian water
22 december 2011
Al jarenlang breken wetenschappers zich het hoofd over de vraag waarom het magnetische veld van de planeet Mercurius zo zwak is. Een team van voornamelijk Duitse wetenschappers denkt het raadsel te hebben opgelost. Volgens hen is het veld zo zwak omdat de zonnewind het magnetische veld van Mercurius tegenwerkt (Science, 23 december). Van buiten lijkt de kleine planeet Mercurius als twee druppels water op onze maan. Maar van binnen moet hij ongeveer zo in elkaar zitten als de aarde, want anders dan de maan heeft Mercurius een globaal magnetisch veld. Zo'n magnetisch veld ontstaat doorgaans door stromingen in de hete, vloeibare ijzerkern van een planeet. Volgens modelberekeningen zou dat 'dynamoproces' bij Mercurius moeten resulteren in een magneetveld dat ongeveer net zo sterk is als dat van onze planeet. Maar dat is het niet: het is 150 keer zo zwak. De nieuwe computermodellen laten nu zien dat de zonnewind, die door de kleine binnenplaneet natuurlijk sterk wordt gevoeld, daar wel eens de hand in kunnen hebben. Deze gestage stroom geladen deeltjes van de zon veroorzaakt sterke elektrische stromen in de magnetosfeer van de planeet, waarvan de bijbehorende magnetische velden het inwendige dynamoproces tegenwerken.
Meer informatie:
Mercury's magnetic field – nipped in the bud
19 december 2011
Wetenschappers van NASA en het California Institute of Technology zien wel wat in de mogelijkheid om een telescoop naar de buitengebieden van ons zonnestelsel te sturen. Daar zou zo'n instrument veel minder hinder ondervinden van de felle gloed van de zon en van het zodiakale licht, dat wordt veroorzaakt door de verstrooiing van zonlicht aan stofdeeltjes die uit planetoïdengordel afkomstig zijn. De telescoop zou kunnen meeliften met een van de ruimtesondes die in de niet al te verre toekomst naar de buitenplaneten van ons zonnestelsel worden gestuurd. Met het instrument zou een beter beeld kunnen worden verkregen van de gloed van de hemelachtergrond, die afkomstig is van alle lichtbronnen in het heelal, waaronder de allereerste generatie sterren. Groot hoeft het instrument niet te zijn. Het huidige concept, dat de naam Zodiacal dust, Extragalactic Background and Reionization Apparatus (ZEBRA) heeft gekregen, gaat uit van een 15-centimeter telescoop met de nodige 'randapparatuur'.
Meer informatie:
NASA Considers Sending a Telescope to Outer Solar System
16 december 2011
De Russische Marssonde Phobos-Grunt, die door een mankement in een lage aardbaan is gestrand, zal waarschijnlijk tussen 6 en 19 januari terugvallen naar de aarde. Boven welk werelddeel dat gebeurt, zal pas enkele dagen van tevoren duidelijk worden. Het Russische ruimteagentschap Roskosmos verwacht dat twintig tot dertig fragmenten, met een totaal gewicht van maximaal tweehonderd kilo, het aardoppervlak kunnen bereiken. Daar zou een minimale hoeveelheid radioactief kobalt-57 bij kunnen zitten, maar dat levert naar verwachting geen groot risico op. De tien ton zeer giftige raketbrandstof die nog aan boord is, zal waarschijnlijk hoog in de aardatmosfeer verbranden, al zijn niet alle deskundigen daar gerust op. De ruim 130 miljoen euro kostende ruimtesonde werd op 8 november gelanceerd om bodemmonsters op te halen van de Marsmaan Phobos. Al kort na de lancering bleek echter dat de raketmotor die de Phobos-Grunt op weg naar Mars moest helpen hardnekkig dienst weigerde.
Meer informatie:
Russian probe meant for Mars to crash back to Earth next month
Russianspaceweb.com
15 december 2011
De stoflawines rond inslagkraters op de planeet Mars zijn mogelijk het gevolg van de schokgolf die voorafgaat aan de eigenlijke meteorietinslag. Tot die conclusie komt een team van Amerikaanse en Russische onderzoekers. Aanvankelijk bestond het idee dat de lawines werden veroorzaakt door de seismische bevingen die bij een inslag optreden. Maar door de ontdekking van symmetrische boogpatronen in de verdelingen van de vele duizenden stoflawines rond een groepje recent gevormde kraters is daar twijfel over ontstaan. Deze patronen laten zich niet gemakkelijk met seismische bevindingen verklaren. Meteorieten die met hoge snelheid door de ijle Marsatmosfeer bewegen, veroorzaken schokgolven in de lucht. Computersimulaties laten zien dat zulke schokgolven precies de waargenomen lawineverdeling kunnen veroorzaken. De Marsatmosfeer is honderd keer zo ijl als de aardatmosfeer. Hierdoor kunnen meteorieten veel gemakkelijker op het oppervlak inslaan dan op onze planeet, waar de meeste meteorieten al op grote hoogte uiteenvallen. Met de Mars Reconnaissance Orbiter worden jaarlijks ongeveer twintig verse inslagkraters ontdekt met middellijnen van één tot vijftig meter.
Meer informatie:
Meteorite Shockwaves Trigger Dust Avalanches on Mars
Airblast avalanches
13 december 2011
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft een nieuwe app gelanceerd waarmee recente beelden en waarnemingsgegevens van de milieusatelliet Envisat zijn te bekijken. De ESA App V2, zoals hij officieel heet, maakt het mogelijk om foto's van de aarde te bekijken die gemaakt zijn met het radarinstrument ASAR (dat door de wolken heen kan kijken) of met de MERIS-spectrometer. De tien meest recente beelden van Envisat worden automatisch gedownload en getoond, en de app is nauw geïntegreerd met Twitter en Facebook. Met de app is het onder andere mogelijk om het verloop van grote bosbranden of vulkaanuitbarstingen te volgen, of om even te checken of er al sneeuw ligt in je favoriete wintersportgebied. ESA App V2 is gratis te downloaden in de Apple AppStore.
Meer informatie:
Planet Earth in your pocket … and on your tablet
Persbericht over ESA App V2
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 december 2011
Hoewel hij nog maanden van zijn reisdoel verwijderd is, is de nieuwe Marsrover Curiosity alvast aan het meten geslagen. Met zijn Radiation Assessment Detector (RAD) detecteert hij de energierijke deeltjes die afkomstig zijn van de zon, verre supernova's en andere kosmische bronnen. De metingen, die ook na de landing op Mars in augustus 2012 zullen doorgaan, zijn bedoeld om vast te stellen hoe schadelijk de kosmische straling is voor astronauten en andere levende organismen in de ruimte en op het Marsoppervlak. De verzamelde gegevens kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om stralingsschilden te ontwerpen voor toekomstige bemande ruimtemissies. Ook zullen de RAD-metingen helpen vaststellen of de omstandigheden rond de landingsplek van Curiosity geschikt zijn (geweest) voor leven. Voor toekomstige Marsmissies is het van belang om te weten hoe diep in de Marsbodem moet worden geboord om mogelijke bewijzen van leven te vinden.
Meer informatie:
NASA Mars-Bound Rover Begins Research in Space
Measuring the radiation environment on Mars
Curiosity and the Solar Storm
9 december 2011
Volgens Amerikaanse astronomen kan de succesvolle ruimtetelescoop Kepler, die jacht maakt op planeten bij andere sterren dan de zon, ook gebruikt worden om te speuren naar 'mini zwarte gaatjes' - hypothetische objecten die vlak na de oerknal ontstaan zouden kunnen zijn. Dat meldt de website physorg.com. Dergelijke 'oergaatjes' zouden mogelijk een verklaring kunnen vormen voor de mysterieuze donkere materie in het heelal. Het zou gaan om objecten met een massa tussen een tienmiljoenste en een tienbiljoenste van de massa van de zon.
Als er in de interstellaire ruimte inderdaad zulke kleine zwarte gaatjes rondzweven, zal het licht van sterren op de achtergrond af en toe een heel klein beetje versterkt worden door de zwaartekrachtlenswerking van de gaatjes. Zo'n 'microlenseffect' heeft een heel karakteristieke vorm, en zou door de extreem gevoelige fotometer van Kepler gemeten moeten kunnen worden, aldus Kim Griest van de Universiteit van Californië in Berkeley en Agnieszka Cieplak en Bhuvnesh Jain van de Universiteit van Pennsylvania. Er is via de microlenstechniek al eerder gespeurd naar het bestaan van 'oergaatjes', maar de grote nauwkeurigheid van de Kepler-metingen bieden compleet nieuwe perspectieven. De drie astronomen publiceren hun idee in Physical Review Letters.
Artikel op www.physorg.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 december 2011
Het Marswagentje Opportunity heeft heldere aders van een mineraal - vermoedelijk gips - ontdekt. Dat vormt opnieuw een aanwijzing dat er ooit water door het (vulkanische) gesteente van Mars is gesijpeld. Anders dan op andere vindplaatsen op Mars, betreft het een tamelijk zuivere afzetting van het mineraal. De ader die Opportunity het best bekeken heeft, is ongeveer duimbreed, een halve meter lang en steekt een klein stukje boven het omringende gesteente uit. Uit spectrometrisch onderzoek blijkt dat het mineraal rijk is aan calcium en zwavel, in een verhouding die overeenkomt met die van calciumsulfaat. Deze laatste verbinding kent allerlei minerale verschijningsvormen die zich onderscheiden door de hoeveelheid water die in de kristalstructuur van het mineraal is opgeslagen. Het mineraal dat Opportunity heeft ontdekt lijkt nog het meest op gips.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Finds Mineral Vein Deposited by Water
30 november 2011
Wetenschappers weten dat het magnetische veld van de aarde in de loop van de duizenden jaren vaak omkeert. Als we 800.000 jaar terug konden gaan in tijd, zou de naald van ons kompas naar het zuiden wijzen in plaats van het noorden. Onduidelijk was of zo'n magnetische omkering ook rampzalige gevolgen zou kunnen hebben. Analyse van geologische en fossiele gegevens wijst erop dat dat niet het geval is. De afgelopen twintig miljoen jaar is het magnetische veld van de aarde gemiddeld eens in de 200.000 tot 300.000 jaar omgekeerd. Dat gaat niet in één klap: het proces duurt honderden tot duizenden jaren. En daarbij verdwijnt het magnetische veld van onze planeet nooit volledig. De wisselende richting van het aardmagnetische veld is vastgelegd in lavasedimenten op de oceaanbodem. Uit onderzoek van fossiel materiaal blijkt dat tijdens de laatste omkering, die ongeveer 780.000 jaar geleden plaatsvond, niets opzienbarends is gebeurd met het dieren- en plantenleven op aarde. Ook klimaatveranderingen zijn toen niet opgetreden. De oorzaak van de omkering van het aardmagnetische veld wordt gezocht bij de bron ervan: de vloeibare, metalen buitenkern van onze planeet. Veranderende stromingen daarin zouden tot de omkering ervan leiden.
Meer informatie:
Magnetic Pole Reversal Happens All The (Geologic) Time
30 november 2011
Amerikaanse wetenschappers hebben, aan de hand van de oudste mineralen op aarde, de atmosferische omstandigheden gereconstrueerd zoals die kort na het ontstaan van onze planeet bestonden. Hun bevindingen, die deze week in Nature zijn gepubliceerd, geven een compleet nieuw beeld van de vroege aardatmosfeer. Volgens de wetenschappers bestond de aardatmosfeer 500 miljoen jaar na het ontstaan ervan niet grotendeels uit methaan, koolmonoxide, waterstofsulfide en ammoniak, zoals tot nu toe werd aangenomen, maar leek zij veel meer op de huidige atmosfeer. Ze werd gedomineerd door vertrouwde zuurstofverbindingen als waterdamp, kooldioxide en zwaveldioxide. De bevindingen kunnen van groot belang zijn voor het onderzoek naar het ontstaan van leven op onze planeet. Het lijkt erop dat de wetenschappers die zich met dat onderzoek bezighouden zijn uitgegaan van een verkeerde atmosferische samenstelling.
Meer informatie:
Scientists Make Key Discovery About the Atmosphere of Early Earth;
26 november 2011
De Amerikaanse Marswagen Curiosity (officieel Mars Science Laboratory geheten) is om 16.02 uur Nederlandse tijd met succes gelanceerd vanaf de basis Cape Canaveral in Florida. Curiosity zal in augustus 2012 bij Mars aankomen, en in de grote krater Gale onderzoek doen naar de mogelijke bewoonbaarheid van de rode planeet in het verre verleden. Vooral de landing op Mars, met behulp van een zogeheten sky crane , belooft spectaculair te worden.
Het kleinere Marswagentje Opportunity, dat bijna acht jaar geleden op Mars aankwam, is overigens nog steeds actief. De Russische ruimtesonde Phobos-Grunt, die bodemmonsters van de kleine Marsmaan Phobos terug had moeten halen naar de aarde, moet waarschijnlijk als verloren worden beschouwd: het radiocontact met de ruimtesonde, die nog steeds doelloos in een baan rond de aarde draait, leek eerder deze week even te zijn hersteld, maar is inmiddels weer verloren geraakt.
Mars Curiosity
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 november 2011
Sinds het Europese ruimteagentschap ESA afgelopen dinsdag voor het eerst signalen oppikte van de onwillige Russische Marssonde Phobos-Grunt, is een onregelmatige communicatie op gang gekomen. De gegevens die de afgelopen dagen tussen de ruimtesonde en het ESA-volgstation in Australië zijn uitgewisseld, zijn ter analyse naar de Russische vluchtleiding gestuurd. In de nacht van 23 op 24 november zijn voor het eerste telemetrische gegevens van de Phobos-Grunt opgevangen. Deze gegevens bevatten doorgaans informatie over de technische toestand van de diverse systemen aan boord. Maar niet elke keer dat de ruimtesonde binnen het blikveld van het Australische volgstation komt, kan er contact worden gemaakt. Dat kan erop wijzen dat niet alle antennes van de Phobos-Grunt werken. Hoe dan ook: er gloort weer een sprankje hoop.
Meer informatie:
ESA station keeps contact with Russian Mars mission Phobos-Grunt
23 november 2011
Op Cape Canaveral in Florida staat de Atlas V-raket klaar die komende zaterdag (26 november) het Mars Science Laboratory de ruimte in moet brengen. De lancering vindt op zijn vroegst om 16.02 uur Nederlandse tijd plaats, maar bij slecht weer of technische problemen volgt uitstel. De laatst mogelijke lanceerdatum is 18 december. De ruimtesonde, die in augustus 2012 bij de planeet Mars moet aankomen, heeft een geavanceerde mobiele onderzoeksrobot aan boord. Deze 'Marsrover', die de naam Curiosity heeft gekregen, zal landen in de grote inslagkrater Gale. Curiosity gaat onderzoeken hoe leefbaar die plek ooit kan zijn geweest voor micro-organismen. De lancering van het Mars Science Laboratory is te volgen via NASA TV. Als alles goed is gegaan, zal de ruimtesonde ongeveer 55 minuten na zijn lancering contact opnemen met de vluchtleiding. Pas dan zal blijken of deze Marsmissie een betere start heeft dan de twee weken gelanceerde Phobos-Grunt, die nog steeds in een baan om de aarde draait.
Meer informatie:
Mars Science Laboratory Launch Milestones
NASA TV
23 november 2011
Wetenschappers weten dat de vloeibare buitenkern van de aarde voor minstens negentig procent uit ijzer bestaat. Het resterende deel komt voor rekening van lichtere elementen, en omdat zuurstof het meest voorkomende element op aarde is, leek het aannemelijk dat ook de kern relatief veel zuurstof bevat. Nieuw onderzoek door Chinese en Amerikaanse geofysici, waarvan de resultaten in Nature van 24 november verschijnen, wijst er echter op dat de kern van de aarde aan 'zuurstoftekort' lijdt. Omdat we op geen enkele manier bij de kern van de aarde kunnen komen, moet de samenstelling ervan uit seismische gegevens worden afgeleid. Zo vertellen de snelheden waarmee aardbevingsgolven op verschillende diepten door de aardkern gaan ons iets over de dichtheid en de geluidssnelheid ter plaatse. Tot nu toe viel het echter niet mee om deze variaties te vertalen naar verschillen in chemische samenstelling, vooral omdat het heel moeilijk bleek om de diverse materialen onder de gewenste druk (300 gigapascal) en temperatuur (6000 graden) te onderzoeken. Daar hebben de wetenschappers nu verandering in gebracht. Door plaatjes van verschillende ijzerlegeringen met snelle projectielen te beschieten, werden gedurende korte tijd de omstandigheden in de aardkern nagebootst. Van het vloeibare materiaal dat bij deze schokexperimenten ontstond werd behalve de dichtheid ook de snelheid waarmee geluid door het materiaal ging gemeten. Door de gevonden gegevens te vergelijken met seismische waarnemingen, komen de wetenschappers tot de conclusie dat de buitenkern van de aarde niet veel zuurstof kan bevatten.
Meer informatie:
Earth's core deprived of oxygen
23 november 2011
Met het Europese volgstation in Perth, Australië, zijn radiosignalen opgevangen van de Russische Marsverkenner Phobos-Grunt, die bodemmonsters van de kleine Marsmaan Phobos naar de aarde had moeten brengen. Phobos-Grunt werd op 8 november gelanceerd, maar Russische vluchtleiders verloren het radiocontact met het ruimtevaartuig, dat vermoedelijk als gevolg daarvan in zijn tijdelijke baan rond de aarde bleef cirkelen, zonder ooit echt op pad te gaan naar Mars. De Russische ruimtevaartorganisatie gaf onlangs voor het eerst toe dat de missie als verloren moest worden beschouwd. Of daar nu verandering in komt moet nog worden afgewacht.
Meer informatie:
ESA tracking station establishes contact with Russia's Phobos Mars mission
Achtergrondinformatie over Phobos-Grunt
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 november 2011
Het wetenschappelijke team dat zich bezighoudt met het camerasysteem aan boord van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) heeft de meest nauwkeurige topografische kaart gepresenteerd die ooit van de maan is gemaakt. De nieuwe hoogtekaart toont vrijwel de complete maan op een schaal van ongeveer honderd meter per pixel. De getoonde hoogten hebben een nauwkeurigheid van een meter of twintig. Hoewel de maan onze naaste buur is, was zijn precieze vorm nog niet zo goed bekend. Daar is met deze hoogtekaart verandering in gekomen. Met de nieuwe gegevens hopen wetenschappers meer inzicht te krijgen in het ontstaan van inslagkraters en vulkanische structuren. Ook zal de kaart worden gebruikt voor de planning van toekomstige bemande of onbemande maanlandingen. De topografische maankaart is gebaseerd op de vele duizenden stereobeelden die tijdens het eerste jaar van de LRO-missie zijn gemaakt. Er is inmiddels nóg een jaar aan gegevens binnen, waarmee niet alleen de kleine lege plekjes op de huidige kaart kunnen worden ingevuld, maar ook de nauwkeurigheid van de kaart wordt vergroot.
Meer informatie:
LRO Camera Team Releases High Resolution Global Topographic Map of Moon
Lunar Topography - As Never Seen Before!
15 november 2011
Nieuw onderzoek door Portugese en Amerikaanse geofysici laat zien dat ook de zandduinen rond de evenaar van Mars aan het 'wandelen' zijn. Eerder was dit verschijnsel al waargenomen bij de duinen in de poolstreken van de planeet. Aardse duinen wandelen onder invloed van de wind. Windtunnelexperimenten en atmosferische computersimulaties gaven echter de indruk dat de huidige winden op Mars doorgaans niet sterk genoeg zijn om dat voor elkaar gekregen. Daarom werd de waargenomen verplaatsing van de poolduinen vooral toegeschreven aan de sublimatie - het rechtstreeks in gasvorm overgaan - van kooldioxide-ijs in de zomermaanden. Rond de relatief warme evenaar van Mars treedt dit seizoenseffect echter niet op. Toch blijkt uit opnamen van de Mars Reconnaissance Orbiter dat ook daar de duinen wandelen: per jaar schuiven ze ongeveer een meter op. Volgens de onderzoekers wijst dat er sterk op dat de wind een grotere rol speelt bij de duinverplaatsingen dan tot nu toe werd aangenomen. Er moet nog maar eens goed worden gekeken naar de windtunnelexperimenten en computersimulaties die aangaven dat het op Mars niet zo vaak hard waait.
Meer informatie:
Winds drive dune movement on Mars
NASA Orbiter Catches Mars Sand Dunes in Motion
15 november 2011
De maan is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan in de nasleep van een catastrofale botsing tussen de pas gevormde aarde en een protoplaneet ter grootte van Mars. Algemeen wordt aangenomen dat die botsing kort na de vorming van de aarde plaatsvond. Nieuwe modelberekeningen van geologen van de Harvard-universiteit laten echter zien dat de maan mogelijk pas 70 miljoen jaar na de aarde ontstond.
In hun modelberekeningen, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences , maken Stein Jacobsen en Gang Yu gebruik van een radioactieve dateringsmethode, waarbij gekeken wordt naar de relatieve hoeveelheden van de isotopen hafnium-182 en wolfraam-182 in de mantel van de aarde en in maanstenen.
Eerder waren op basis van isotopen-onderzoek al aanwijzingen gevonden dat de maan misschien relatief laat was ontstaan, maar dat leek niet in overeenstemming te zijn met modelberekeningen. Jacobsen en Yu weten die twee nu wél met elkaar in overeenstemming te brengen, met de kanttekening dat dat alleen lukt wanneer de aarde zelf in vrij korte tijd is gevormd, binnen 8 tot 12 miljoen jaar na het ontstaan van het zonnestelsel.
De twee geologen denken dat hun nieuwe modellen in de toekomst mogelijk ook kunnen leiden tot nieuwe inzichten in de wordingsgeschiedenis van de kleine planeet Mars.
Artikel op www.physorg.com
Link naar vakpublicatie over het onderzoek.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 november 2011
De Russische Marsverkenner Phobos-Grunt, die onder andere bodemmateriaal van de kleine Marsmaan Phobos naar de aarde zou brengen, moet als verloren worden beschouwd, aldus een bron binnen de Russische ruimtevaartindustrie die geciteerd wordt in een nieuwsbericht van het Russische persbureau Interfax.
Phobos-Grunt werd dinsdagavond 8 november Nederlandse tijd met succes in een baan om de aarde gebracht vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan, maar de motor die de ruimtesonde vervolgens op weg naar Mars moest helpen, kwam niet tot ontbranding. Technici zijn er niet in geslaagd contact met de ruimtesonde te krijgen, en inmiddels is het niet meer mogelijk de missie nog te redden. In de loop van december zal Phobos-Grunt terugvallen in de aardse dampkring.
Het is de zoveelste mislukking op rij voor het Russische Marsonderzoek. Ook andere sectoren van het Russische ruimtevaartprogramma kampten de afgelopen maanden met problemen en tegenslagen. De lancering van een bemande Sojoez met aan boord drie astronauten die een half jaar zullen doorbrengen aan boord van het internationale ruimtestation ISS verliep zondagavond ondanks barre weersomstandigheden echter probleemloos.
Achtergrondverhaal op www.spaceflightnow.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 november 2011
Terwijl hun Russische collega's nog steeds verwoede, maar vooralsnog vergeefse pogingen doen om contact te krijgen met de onwillige Marssonde Phobos-Grunt, bereiden NASA-medewerkers zich voor op de lancering van de Mars Science Laboratory (MSL), die voor 25 november op het programma staat. Deze ruimtesonde moet de nieuwe mobiele onderzoeksrobot Curiosity op onze buurplaneet afleveren. Het is de bedoeling dat Curiosity, die met een gewicht van 900 kilogram vijf keer zo zwaar is als zijn voorgangers Spirit en Opportunity, in de ruim 150 kilometer grote krater Gale landt, aan de voet van een vijf kilometer hoge berg van gelaagd gesteente. Uit het onderzoek moet blijken of de omstandigheden ter plaatse ooit geschikt zijn geweest voor het ontstaan van micro-organismen. Curiosity is uitgerust met tien wetenschappelijke instrumenten. De meest in het oog springende onderdelen zijn een twee meter lange 'mast' met camera's en een even lange robotarm die voorzien is van een boor en een schepje, waarmee bodemmonsters naar de instrumenten in de Marsrover kunnen worden overgebracht. Curiosity krijgt (in eerste instantie) twee jaar de tijd voor zijn onderzoek. Of de lancering ook werkelijk op 25 november plaatsvindt, is afhankelijk van het weer in Florida. De laatste lanceermogelijkheid is op 18 december.
Meer informatie:
NASA Ready For November Launch Of Car-Sized Mars Rover
NASA Sets Mars Science Laboratory Launch Coverage
Russianspaceweb.com
9 november 2011
De aanwezigheid van magnetische gesteenten op de maan, die zelf geen magnetisch veld heeft, is al sinds de Apollo-missies van de jaren zeventig een raadsel. Een team aardwetenschappers heeft nu een mechanisme bedacht dat de maan vroeger toch een magnetisch veld kan hebben gegeven (Nature, 10 november). De 'dynamo' die het magnetische veld van de aarde opwekt, wordt aangedreven door de hitte in de binnenkern van de planeet, die stromingen veroorzaakt in het vloeibare ijzer van de buitenkern. De maan is echter te klein om ooit op die manier een magnetisch veld te hebben opgewekt. De magnetische gesteenten op het maanoppervlak wijzen er echter op dat er ooit wel zo'n veld is geweest. Volgens de aardwetenschappers is het mogelijk dat de maan een ander soort dynamo had. Deze zou hebben bestaan uit een kleine kern van vloeibaar ijzer die in beroering werd gebracht door bewegingen van de mantel van het gesteente daaromheen. Deze bewegingen zouden het gevolg zijn van sterke getijdenkrachten: de afstand tussen aarde en maan was aanvankelijk namelijk veel kleiner dan nu. Modelberekeningen laten zien dat de maan op deze manier gedurende zeker een miljard jaar een magnetisch veld in stand kon houden. Dit veld verdween doordat de afstand tot de aarde geleidelijk toenam, waardoor de getijdenkrachten kleiner werden en de 'dynamo' van de maan stilviel.
Meer informatie:
Ancient lunar dynamo may explain magnetized moon rocks
9 november 2011
Dinsdagavond om 21.16 uur Nederlandse tijd is vanaf de lanceerbasis Bajkonoer in Kazachstan de Russische Marsverkenner Phobos-Grunt met succes gelanceerd. In oktober 2012 zou de ruimtesonde, samen met de kleine Chinese onderzoekssatelliet Yinghuo 1, moeten aankomen in een baan rond de rode planeet. Maar of dat lukt is nog maar de vraag. Het starten van de raketmotor van de bovenste rakettrap van de Fregat-draagraket waarmee de beide sondes zijn gelanceerd, lijkt te zijn mislukt. Onduidelijk is nog of het mankement hardware- of softwaregerelateerd is. In het laatste geval bestaat er een kleine kans dat de Marsmissie kan worden gered. Ook in de jaren tachtig en in 1996 deed Rusland vergeefse pogingen om onze buurplaneet te bereiken.
Meer informatie:
Russianspaceweb.com
Achtergrondartikel op www.spaceflightnow.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
8 november 2011
Metr de High Resolution Stereo Camera van de Europese ruimtesonde Mars Express zijn nieuwe stereoscopische opnamen gemaakt van de middelgrote Marsvulkaan Tharsis Tholus. Deze schildvulkaan meet aan de basis 155 bij 125 kilometer; hij torent 8 kilometer boven het omringende landschap uit. Op basis van de stereoscopische waarnemingen is een digitaal hoogtemodel van de vulkaan gecreëerd, dat vervolgens vanuit elke gewenste hoek kan worden getoond en bekeken. Op die manier is duidelijk te zien dat de vulkaan sterk gedeformeerd is geraakt. Zo is de caldeira gedeeltelijk verzakt; aan de ene kant ligt de kraterrand 2,7 kilometer lager dan aan de andere kant. Vermoedelijk is de vulkaantop tijdens of kort na een uitbarsting ingestort. Op het hier getoonde perspectiefbeeld zijn verschillende kleuren gebruikt om hoogten boven het omringende terrein aan te geven.
Meer informatie:
Battered Tharsis Tholus volcano on Mars
Mars Express
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 november 2011
Het oppervlak van de planeet Mars is nooit lang genoeg voldoende warm en vochtig geweest voor het ontstaan van leven. Dat blijkt uit een onderzoek waarvan de resultaten deze week in Nature zijn gepubliceerd. Áls er ooit al leven was op onze buurplaneet, moet dat ondergronds worden gezocht. Een en ander volgt uit een nieuwe inventarisatie van de meetgegevens van Europese en Amerikaanse ruimtesondes, die is opgesteld door Franse en Amerikaanse wetenschappers. De onderzoekers hebben nauwkeurig in kaart gebracht waar zich kleimineralen aan de oppervlakte bevinden - mineralen die alleen onder warme, vochtige omstandigheden worden gevormd. Op slechts enkele van de meer dan 350 onderzochte locaties zijn inderdaad kleimineralen aan de oppervlakte aangetroffen. Ook elders zijn kleimineralen te vinden, maar die liggen dieper. Volgens de onderzoekers betekent dit dat het Marsoppervlak de laatste vier miljard jaar vrijwel steeds ijskoud en gortdroog is geweest. Dat wil echter niet zeggen dat er op Mars nooit leven kan zijn geweest. Sommige van de gevonden kleimineralen ontstaan alleen bij temperaturen van meer dan 200 graden Celsius, wat erop wijst dat de ondergrondse omstandigheden op de planeet lange tijd veel gunstiger waren dan die aan het oppervlak.
Meer informatie:
NASA Study Of Clay Minerals Suggests Watery Martian Underground
1 november 2011
De merkwaardige heldere kuilen die NASA-ruimtesonde MESSENGER onlangs op Mercurius heeft ontdekt, zijn mogelijk veroorzaakt door de uitstoot van waterstof uit het inwendige van de planeet. Dat suggereert de Amerikaanse geofysicus Marvin Herndon. Volgens Herndon zouden de inwendige druk en temperatuur tijdens het vormingsproces van Mercurius hoog genoeg kunnen zijn geweest om het aanwezige ijzer te doen smelten. En dat vloeibare ijzer kan grote hoeveelheden waterstof hebben opgenomen. Door het afkoelen van het planeetinwendige zou dit waterstofgas weer vrijkomen en zich een weg naar buiten zoeken. Op plaatsen waar de waterstof uiteindelijk ontsnapt zouden op die manier niet alleen kuilen kunnen ontstaan: door een chemische reactie zou ijzersulfide, dat aan het oppervlak van Mercurius rijkelijk aanwezig is, weer in metallisch ijzer worden omgezet. Dat zou dan de heldere tint van de kuilen kunnen verklaren.
Meer informatie:
Hydrogen Geysers And Metallic Iron Could Explain Puzzling Hollows on Mercury
31 oktober 2011
In het computergeheugen van Mars Express zijn storingen opgetreden die de vluchtleiding ertoe hebben gebracht om het onderzoek met de al bijna acht jaar om Mars cirkelende ruimtesonde tijdelijk stil te leggen. Naar een oplossing voor het probleem, dat halverwege augustus voor de eerst de kop op stak, wordt nog gezocht. Drie jaar geleden kampte Mars Express ook al met 'geheugenproblemen', die toen werden opgelost door over te schakelen op een backupsysteem. De getroffen geheugenmodules worden gebruikt voor het opslaan van de gegevens die de meetinstrumenten van de ruimtesonde verzamelen, maar ook voor de opslag van de commando's die de ruimtesonde vanaf de aarde ontvangt. Het defect heeft niet alleen gevolgen voor het onderzoeksprogramma van Mars Express. Zolang de sonde in 'sluimerstand' verkeert, gebruikt hij meer brandstof dan normaal omdat hij probeert om steeds zoveel mogelijk zonlicht te blijven opvangen, wat de nodige draaimanoeuvres vereist.
Meer informatie:
Mars Express observations temporarily suspended
29 oktober 2011
Het Russische ruimteagentschap Roscosmos heeft 9 november gekozen als lanceerdatum voor de Phobos-Grunt-missie naar de planeet Mars en zijn kleine maantje Phobos. Een van de doelen van de missie is het ophalen van een bodemmonster van Phobos. Phobos-Grunt is de eerste Russische missie naar Mars in vijftien jaar. Bij de vorige poging, Mars 96, ging het al mis bij de lancering - zoals bijna alle Russische Marsmissies van de afgelopen vijftig jaar grotendeels op een mislukking uitliepen. Met de Phobos-Grunt reist nog een kleine Chinese ruimtesonde mee: de Yinghuo-1. Deze moet twee jaar om Mars gaan cirkelen en het oppervlak en de atmosfeer van de planeet onderzoeken. De reis naar Mars gaat elf maanden duren, waarna Phobos-Grunt enkele maanden zal zoeken naar een geschikte landingsplaats op Phobos. Het is de bedoeling om daar 200 gram bodemmateriaal te verzamelen en dit in augustus 2014 weer op aarde af te leveren. Op 25 november zal overigens nóg een ruimtesonde de oversteek naar Mars gaan wagen: het Amerikaanse Mars Science Laboratory. Deze moet in augustus 2012 de nieuwe mobiele onderzoeksrobot Curiosity op Mars afleveren.
Meer informatie:
Russia Fuels Phobos-Grunt and sets Mars Launch for November 9
25 oktober 2011
Op vrijdag 28 oktober, om 11.48 uur Nederlandse tijd, moet een nieuwe Amerikaanse klimaatsatelliet gelanceerd worden, met een Delta 2-raket vanaf de Vandenberg Air Force Base in Californië. De NPP-satelliet (NPOESS Preparatory Project) is de eerste kunstmaan in een nieuw klimaatonderzoeksprogramma van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration. De satelliet, zo groot als een bus, is uitgerust met vijf gevoelige meetinstrumenten waarmee onderzoek gedaan wordt aan klimaatverandering, de ozonlaag, ijsbedekking, luchtverontreiniging enz. Het project kost 1,5 miljard dollar.
Een veel kleinere (en goedkopere) aardonderzoekssatelliet van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA viert deze week ondertussen zijn tiende verjaardag. De microsatelliet Proba-1, met een afmeting van slechts een kubieke meter, werd in 2001 gelanceerd om allerlei ruimtevaarttechnologieën uit te testen en te demonstreren, maar met de camera aan boord van de satelliet zijn inmiddels ca. twintigduizend gedetailleerde opnamen van het aardoppervlak gemaakt, in verschillende golflengtegebieden, die door honderden wetenschappers zijn gebruikt voor onderzoek aan o.a. vegetatie en milieu.
Meer informatie:
NPP is 'Go' for Oct. 28 Liftoff
Persbericht ESA over Proba-1 satelliet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 oktober 2011
Op beelden van de NASA-ruimtesonde MESSENGER zijn duizenden merkwaardige kuilen ontdekt op het oppervlak van de planeet Mercurius. De kuilen variëren in grootte van twintig meter tot anderhalve kilometer en zijn twintig tot veertig meter diep. Hoe ze zijn ontstaan, is nog onduidelijk. Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat het oppervlak van Mercurius, inslagen van meteorieten daargelaten, vrijwel onveranderlijk was. Maar de nu ontdekte kuilen lijken jonger te zijn dan de kraters waarin ze zijn aangetroffen. En dat betekent dat het Mercurius-oppervlak nog steeds evolueert. Soortgelijke kuilen zijn ontdekt op de planeet Mars, maar daar ontstaan ze in het ijs aan de zuidpool. De kuilen op Mercurius zitten in het oppervlaktegesteente. Ze kunnen niet zijn ontstaan door wind- of watererosie, omdat de planeet nu eenmaal geen atmosfeer heeft. Wetenschappers vermoeden dat hun vorming te maken moet hebben met de hoge temperaturen op Mercurius. Mogelijk ontstaan ze als materiaal van grotere diepte door een inslag aan het oppervlak komt en aan het luchtledige wordt blootgesteld. Dat zou ertoe kunnen leiden dat zwavel en andere vluchtige stoffen in het gesteente plotseling verdampen, waardoor dit sponsachtig wordt en verkruimelt.
Meer informatie:
Strange Hollows Discovered on Mercury
19 oktober 2011
Met behulp van gedetailleerde computermodellen hebben geologen van Princeton University de gevolgen berekend van zware kosmische inslagen op aarde, zoals de inslag die 65 miljoen jaar geleden een einde maakte aan de heerschappij van de dinosauriërs. Uit de nieuwe berekeningen, die gepubliceerd zijn in het oktobernummer van Geophysical Journal International , blijkt dat de seismische golven van zo'n zware kosmische inslag minder verwoestend zijn dan tot nu toe werd gedacht.
Eerdere berekeningen gingen er voor het gemak van uit dat de aarde een structuurloze bol is. De seismische golven van een inslag convergeren dan weer aan het tegenoverliggende punt van de aardbol, waar enorme verwoestingen zouden kunnen optreden. Er is zelfs wel gesuggereerd dat de enorme vulkanische activiteit die ca. 65 miljoen jaar geleden aanleiding gaf tot de vorming van de Deccan Traps in India veroorzaakt zou kunnen zijn door de convergerende seismische golven van de Chicxulub-inslag op het Mexicaanse schiereiland Yucatán.
De Princeton-geologen hebben de berekeningen nu echter uitgevoerd met een veel gedetailleerder model van de aarde, waarin de ellipsvorm, de verdeling van land en water, en de inwendige opbouw is verwerkt. Het blijkt dat de seismische golven dan niet zo nauwkeurig in één punt bijeen komen, waardoor de verwoestende werking minder groot is.
Meer informatie:
Impact study: Princeton model shows fallout of a giant meteorite strike
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 oktober 2011
De Amerikaanse NASA en het Japanse ministerie van economie, handel en industrie (METI) hebben een nieuwe, extreem nauwkeurige topografische kaart van de aarde gepresenteerd. De 3D-kaart is gebaseerd op metingen van het Japanse ASTER-instrument (Advanced Spaceborne Thermal Emission and Reflection Radiometer), een van de meetinstrumenten aan boord van de Amerikaanse Terra-kunstmaan, die in 1999 is gelanceerd. Met ASTER is 99% van het aardoppervlak stereoscopisch opgemeten, tussen de 83ste noordelijke en zuidelijke breedtegraad, met een ruimtelijke resolutie van dertig meter. De metingen zijn verwerkt in een extreem gedetailleerd 'digital elevation model' (DEM) van de aarde, dat beschikbaar is gesteld in het publieke domein.
Meer informatie:
NASA, Japan Release ImprovedTopographic Map of Earth
Digital Elevation Model van ASTER
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 oktober 2011
Onderzoekers van het California Institute of Technology (Caltech) hebben voor het eerst rechtstreeks kunnen aantonen dat Mars vroeger warmer was dan nu. Een analyse van koolstofhoudende mineralen in een vier miljard jaar oude meteoriet die van de rode planeet afkomstig is, laat zien dat deze mineralen zijn gevormd bij een temperatuur van 14 tot 22 graden Celsius. Deze temperatuurbepaling is cruciaal voor het onderzoek van de klimaatgeschiedenis van Mars. Uit gegevens met Marswagentjes en om de planeet cirkelende ruimtesondes was al gebleken dat overal op Mars droge rivierbeddingen en afzettingen van waterhoudende mineralen te vinden zijn. Dat betekent dat er ooit water moet hebben gestroomd, en dat de temperaturen ter plaatse beduidend hoger moeten zijn geweest dan het huidige gemiddelde van 63 graden onder nul. Maar een direct bewijs daarvoor ontbrak tot nu toe. De koolstofhoudende mineralen in de Marsmeteoriet - zogeheten carbonaten - zijn niet alleen onder relatief warme omstandigheden gevormd, dat moet ook in een natte omgeving zijn gebeurd. Waarschijnlijk zijn ze ontstaan in kleine barstjes in oppervlaktegesteenten waar water naar binnen is gesijpeld en enkele uren of dagen later is verdampt.
Meer informatie:
Caltech Researchers Take the Temperature of Mars's Past
10 oktober 2011
De koude winters die Noordwest-Europa de afgelopen paar jaar in hun greep hielden, zijn te danken aan variaties in de energieproductie van de zon. Dat stellen onderzoekers in het vakblad Nature Geoscience op basis van meetresultaten van de Amerikaanse SORCE-satelliet (SOlar Radiation and Climate Experiment).
Uit metingen met de Spectral Irradiance Monitor (SIM) van de kunstmaan blijkt dat de intensiteit van de ultraviolette straling van de zon ongeveer vijf maal zo sterk varieert als altijd is aangenomen. Tijdens een activiteitsminimum van de zon, zoals we dat de afgelopen jaren beleefden, produceert de zon aanzienlijk minder ultraviolette straling dan tijdens een activiteitsmaximum. UV-straling wordt geabsorbeerd door ozon in de stratosfeer. Weinig UV-straling betekent minder absorptie, en dus een lagere temperatuur in de stratosfeer. Uit klimaatmodellen blijkt dat dat doorwerkt naar lagere delen van de aardse dampkring, en gevolgen heeft voor de straalstroom en de bijbehorende luchtcirculatie dichter bij het aardoppervlak. Terwijl daardoor in Europa de (winter-)temperaturen sterk kunnen dalen, is het op andere plaatsen juist warmer dan normaal - de UV-variatie heeft geen invloed op de gemiddelde wereldtemperatuur.
Het gevonden verband tussen variaties in de UV-productie van de zon en het Europese weer zou ook een verklaring kunnen bieden voor de Kleine IJstijd: tussen ca. 1645 en 1715 was de zon tientallen jaren lang vrijwel niet actief, en lagen de wintertemperaturen in Europa ongeveer een graad lager dan normaal.
Nieuwsbericht op Planet Earth online (Engelstalig)
Nieuwsbericht op BBC Science & Environment (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 oktober 2011
Op een nieuwe maankaart, gebaseerd op metingen van de Lunar Reconnaissance Orbiter, zijn gebieden te zien die rijk zijn aan titaniumerts. Titanium is niet alleen een waardevol metaal, het kan ook vraagstukken omtrent het inwendige van de maan helpen oplossen. Zo op het oog is de maan een eentonige, grijze wereld. Maar als je er ultraviolette golflengten bij betrekt, krijgt die wereld toch wat kleur. Op die manier kunnen verschillen in de samenstelling van het oppervlaktegesteente zichtbaar worden gemaakt. Uit de aldus 'bijgekleurde' beelden blijkt dat sommige gesteenten in de laaggelegen 'maanzeeën' meer dan tien procent titanium bevatten. Ter vergelijking: soortgelijke gesteenten op aarde bevatten hooguit één procent titanium. Onduidelijk is nog waarom het titaniumgehalte van de maankorst plaatselijk zo hoog is. Wel geeft de titaniumrijkdom aan dat het inwendige van de maan minder zuurstof bevatte dan tot nu werd gedacht.
Meer informatie:
Subtly Shaded Map of Moon Reveals Titanium Treasure Troves
6 oktober 2011
Afgelopen woensdag heeft de NASA-ruimtesonde GRAIL-B, die sinds 10 september op weg is naar de maan, zijn eerste koerscorrectie ondergaan. Vijf dagen eerder gebeurde dat al met de identieke GRAIL-A. Vanaf nu beweegt het tweetal, dat het zwaartekrachtsveld van de maan in kaart gaat brengen, geleidelijk uit elkaar. De koerscorrecties van de beide maansondes zijn bedoeld om hen met ongeveer een dag verschil op hun bestemming te laten aankomen. Naar verwachting zal GRAIL-A op 31 december zijn omloopbaan om de maan bereiken, GRAIL-B op 1 januari. Vanaf dat moment zullen ze in formatie, op een onderlinge afstand van ongeveer tweehonderd kilometer, op een hoogte van vijftig kilometer om de maan cirkelen en simpelweg radiosignalen naar elkaar en naar de aarde gaan zenden. Daaruit kan worden afgeleid hoe hun onderlinge afstand varieert onder invloed van regionale verschillen in de aantrekkingskracht van de maan.
Meer informatie:
NASA's Moon Twins Going Their Own Way
6 oktober 2011
De Europese ruimtesonde Venus Express heeft hoog in de atmosfeer van Venus een ozonlaag ontdekt. De laag bevindt zich ongeveer honderd kilometer boven het planeetoppervlak en is duizend keer zo ijl als de ozonlaag van de aarde. De ozonlaag van Venus werd ontdekt door de ruimtesonde naar sterren te laten kijken waarvan het licht door de ijle buitenlagen van de planeetatmosfeer heen scheen. Het ozon verried daarbij zijn aanwezigheid door ultraviolet sterlicht van specifieke golflengten te absorberen. Ozon is een molecuul dat uit drie zuurstofatomen bestaat. Volgens computermodellen ontstaat het ozon op Venus door de afbraak van kooldioxidemoleculen onder invloed van zonlicht, waarbij zuurstofatomen vrijkomen. Deze atomen worden door de wind meegevoerd naar de nachtzijde van de planeet, waar zij zich samenvoegen tot twee-atomige zuurstofmoleculen en drie-atomige ozonmoleculen. Eerder was ozon alleen waargenomen in de atmosferen van de aarde en Mars. Op onze planeet is het gas van groot belang, omdat het veel schadelijke ultraviolette straling van de zon tegenhoudt.
Meer informatie:
ESA finds that Venus has an ozone layer too
Tenuous ozone layer discovered in Venus' atmosphere
30 september 2011
De Amerikaanse Association of Universities for Research in Astronomy (AURA) heeft aangekondigd dat het hoofdkwartier van het National Solar Observatory (NSO) gevestigd zal worden aan de Universiteit van Colorado in Boulder. NSO heeft zonne-telescopen in bedrijf in New Mexico en Arizona, en werkt aan de bouw van de 4-meter Advanced Technology Solar Telescope, die in 2016 in gebruik genomen moet worden op de Haleakala-vulkaan op Maui, Hawaii. De oudere zonnetelescopen, elk met hun eigen administratieve centrum, zullen in de komende jaren geleidelijk aan uit bedrijf worden genomen, waardoor er ook behoefte ontstond aan een nieuw overkoepelend hoofdkwartier voor Amerikaans zonne-onderzoek.
Meer informatie:
CU-Boulder wins bid to host National Solar Observatory headquarters
National Solar Observatory
Advanced Technology Solar Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 september 2011
Een krachtige zonnevlam die op zaterdag 24 september om 11.40 uur Nederlandse tijd werd geproduceerd door zonnevlekkengroep 1302 heeft een zogeheten coronale massa-emissie (CME) veroorzaakt die maandagmiddag rond 14.15 uur bij de aarde aankwam en hier tot een geomagnetische storm leidde, met verstoringen in het aardmagnetisch veld en mogelijke schadelijke gevolgen voor geostationaire satellieten. Op verschillende plaatsen in Noord-Amerika en Noord-Europa is afgelopen nacht ook poollicht waargenomen.
Zonnevlekkengroep 1302 is groot en actief, en zal de komende dagen als gevolg van de rotatie van de zon steeds meer op het midden van de zichtbare zonneschijf komen te liggen. Dat betekent dat eventuele nieuwe CME's nog veel directer op de aarde gericht zijn.
Meer informatie:
Sunspot 1302 Continues to Turn Toward Earth
Spaceweather.com
Video van de zonnevlak, waargenomen door de SDO-kunstmaan
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 september 2011
De atmosfeer van de planeet Mars bevat, op hoogten van twintig tot vijftig kilometer, tien tot honderd keer zoveel water als tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit onderzoek door Franse en Russische wetenschappers, waarvan de resultaten in Science (30 september) zijn gepubliceerd. De onderzoekers baseren zich op gegevens van de Europese ruimtesonde Mars Express en de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter. Die laten zien dat in de hoge Marsatmosfeer een oververzadiging van waterdamp kan ontstaan - de situatie dat de lucht meer waterdamp bevat dan eigenlijk mogelijk is bij de gegeven temperatuur. Waarschijnlijk is dat het gevolg van het feit dat er weinig fijne stofdeeltjes in de atmosfeer zweven waarop waterdamp kan condenseren, zoals bij de wolkenvorming op aarde gebeurt. Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat de temperaturen in de Marsatmosfeer dermate laag zijn, dat de overtollige waterdamp simpelweg in de vorm van ijskristallen omlaag dwarrelt. Maar dat lijkt dus toch niet het geval te zijn. Dat de hoge Marsatmosfeer zoveel vochtrijker is, kan betekenen dat meer waterdamp onder invloed van zonnestraling wordt afgebroken tot waterstof- en zuurstofatomen. En dat zou dan niet alleen tot gevolg hebben dat Mars momenteel meer water verliest, maar ook dat er vroeger aanzienlijk meer water op de planeet is geweest dan werd aangenomen.
Meer informatie:
ESA orbiter discovers water supersaturation in the Martian atmosphere
Wetter Mars Atmosphere Shakes Up Old Climate Models
29 september 2011
De polen van de planeet Mercurius worden gezandstraald door de zonnewind. En zijn noordpool was 3,5 tot 4 miljard jaar geleden het toneel van enorme vulkanische uitbarstingen. Dat zijn twee van de ontdekkingen over Mercurius die wetenschappers deze week in het tijdschrift Science bekendmaken. De ontdekkingen zijn gedaan met de Amerikaanse ruimtesonde MESSENGER. Met de Fast Imaging Plasma Spectrometer van de ruimtesonde is ontdekt dat de polen van Mercurius geladen natriumdeeltjes uitstoten. Deze deeltjes komen vrij bij de 'inslagen' van geladen deeltjes van de zon, die door het magnetische veld van de planeet naar de polen worden geleid. Uit analyse van de detailrijke foto's die MESSENGER van het Mercuriusoppervlak heeft gemaakt, blijkt dat de gladde vlakten in het noordelijke poolgebied van de planeet zijn ontstaan door omvangrijke lava-overstromingen. Daarmee staat vast dat Mercurius lang geleden vulkanisch actief moet zijn geweest. Bij de snelle uitstroom van lava uit het inwendige van de planeet zijn geen vulkanen gevormd zoals we die op aarde kennen. De hete, dunne lava stroomde gewoon door barsten in de korst naar buiten, waardoor zes procent van het Mercuriusoppervlak onderliep. De vrijgekomen hoeveelheid lava moet reusachtig zijn geweest: voldoende om een gebied ter grootte van Frankrijk met een acht kilometer dikke laag te bedekken. Een analyse van de gammastraling die van het Mercuriusoppervlak af komt, wijst er overigens op dat in het inwendige van de planeet niet veel warmte meer wordt geproduceerd door het verval van radioactieve elementen. Dat betekent dat Mercurius waarschijnlijk al lang niet meer vulkanisch actief is.
Meer informatie:
Orbital Observations of Mercury Reveal Flood Lavas, Hollows, and Unprecedented Surface Details
Extreme Space Weather At Mercury Blasts The Planet's Poles
Epic volcanic activity flooded Mercury's north polar region
27 september 2011
Het weer op de planeet Venus is niet zo eentonig als gedacht. Het weer hoog in de atmosfeer althans - op het planeetoppervlak zelf zijn de variaties minimaal. Erwin Kroll zou op Venus weinig te doen hebben. Door de dichte atmosfeer is de temperatuur aan het oppervlak altijd en overal meer dan 400 graden en is de luchtdruk steevast negentig keer zo hoog als op aarde. Er is geen water, dus ook geen neerslag. En doordat de rotatie-as van de planeet niet zo schuin staat als die van de aarde zijn er zelfs geen seizoensverschillen. Uit een nieuwe analyse van oude NASA-gegevens blijkt echter dat zich in de ijle, koude lucht boven het gesloten wolkendek van Venus wél interessante verschijnselen afspelen. Hoewel deze lucht aan de polen doorgaans kouder is dan aan de evenaar, is de situatie soms ook omgekeerd. De temperatuur in de hoge luchtlagen kan binnen enkele dagen zelfs tientallen graden stijgen of dalen. Wat de oorzaak is van de weersveranderingen in de hoge Venusatmosfeer is nog onduidelijk. Er zou een verband kunnen zijn met de sterke luchtstromingen in dat deel van de atmosfeer, die met sterke turbulenties gepaard kunnen gaan. Ook grote uitbarstingen op de zon, zoals zonnevlammen, zouden van invloed kunnen zijn.
Meer informatie:
Venus Weather Not Boring After All
26 september 2011
Wetenschappers van het NASA Lunar Science Institute en de Universiteit van West-Ontario in Canada hebben op basis van onderzoek aan inslagkraters op de maan en de aardse planeten ontdekt dat het uitgeworpen materiaal van zulke kraters altijd uit verschillende lagen bestaat. Dat doet vermoeden dat er niet één maar twee momenten zijn waarop ten tijde van de inslag puin wordt weggeslingerd. De eerste episode vindt plaats op het moment dat de krater daadwerkelijk wordt gevormd, wanneer de bewegingsenergie van een kosmisch projectiel plotseling wordt omgezet in hitte. Bij de tweede fase gaat het volgens de onderzoekers om stromingen van gesmolten materiaal die uit grotere diepte afkomstig zijn. Dat betekent dat bestudering van kraterpuin mogelijk informatie oplevert over de samenstelling en eigenschappen van het mantelmateriaal onder het oppervlak van het betreffende hemellichaam. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in Earth and PLanetary Science Letters.
Canadian Lunar Research Network
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 september 2011
Met behulp van de HiRISE-camera en de CRISM-spectrometer van de Mars Reconnaissance Orbiter zijn twee gebiedjes in de Marscanyon Noctis Labyrinthus gevonden waar in een relatief recent geologisch verleden mogelijk gunstige omstandigheden heersten voor het bestaan van micro-organismen. Het gaat om twee honderden meters diepe 'troggen' aan het westelijk uiteinde van het canyonsysteem, met afmetingen van enkele tientallen kilometers.
In de wanden van de troggen zijn klei-afzettingen gevonden die rijk zijn aan ijzer, magnesium, silicium en aluminium. Vergelijkbare klei-afzettingen (die ontstaan onder invloed van vloeibaar water) zijn ook op andere plaatsen op Mars aangetroffen, maar in vrijwel alle gevallen gaat het om structuren van meer dan 3,6 miljard jaar oud. De klei-afzettingen in Noctis Labyrinthus hebben echter leeftijden van ca. twee miljard jaar oud. Rond die tijd was Mars al een 'uitgedroogde' planeet; de vulkanische activiteit in het nabijgelegen Tharsis-plateau heeft misschien voor de aanvoer van ondergronds water gezorgd.
De nieuwe waarnemingen zijn gepubliceerd in het vakblad Geology.
Meer informatie:
http://www.psi.edu/news/press-releases#clays
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 september 2011
Een onderzoeksteam onder leiding van NASA heeft, met bodemradartechnologie die ontwikkeld is om onder het oppervlak van de planeet Mars te 'kijken', het diepe grondwater in de noordelijke woestijn van Koeweit in kaart gebracht. Het team vloog in een met bodemradar uitgeruste helikopter op een hoogte van driehonderd meter boven een gebied dat bekendstaat om zijn watervoerende bodemlagen (aquifers). Daarbij is aangetoond dat deze technologie kan worden gebruikt om ondergrondse watervoorraden op te sporen tot op diepten van 65 meter. De verkregen gegevens kunnen worden gebruikt om gerichter naar water te boren. De gebruikte bodemradar is vergelijkbaar met de radarsystemen aan boord van de Europese ruimtesonde Mars Express en de Mars Reconnaissance Orbiter van NASA. Met deze Marsradars is wel ondergronds ijs ontdekt, maar nog geen vloeibaar water. De onderzoekers hopen dat de ervaringen die in Koeweit zijn opgedaan ook de zoektocht naar water op Mars zullen vergemakkelijken.
Meer informatie:
NASA Mars Research Helps Find Buried Water on Earth
12 september 2011
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA werkt aan het ontwerp van een onbemande maanlander, die in 2018 gelanceerd zou kunnen worden. Deze Lunar Lander moet geheel autonoom een landing uitvoeren in de directe omgeving van de zuidpool van de maan, en daar onderzoeken of en zo ja hoe er water op de maan te vinden is. Dat kan van belang zijn voor toekomstige bemande maanvluchten.
In september 2010 ondertekende ESA een contract met ruimtevaartbedrijf EADS-Astrium voor het verrichten van een voorlopige studie. Die zal volgend jaar geëvalueerd worden, en kan daarna dienen als basis voor een definitief ontwerp.
Aan de zuidpool van de maan komen kraters voor waarvan de bodem permanent in de schaduw ligt. Op en odner deze kraterbodems is ijs aanwezig. Ook zijn er bij de zuidpool hoge bergtoppen die vrijwel continu door de zon worden beschenen, wat weer gunstig is voor de energievoorziening van mogelijke toekomstige maanbases.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 september 2011
Na een uitstel van twee dagen, vanwege de harde wind hoog boven Cape Canaveral, is zaterdagmiddag om 15.08 uur de NASA-maanmissie GRAIL gelanceerd. Deze bestaat uit twee identieke ruimtesondes die het zwaartekrachtsveld van de maan in kaart gaan brengen. Dat moet meer inzicht geven in het inwendige van de natuurlijke satelliet van de aarde. Vóór het zover is, moeten GRAIL-A en GRAIL-B echter eerst nog de oversteek naar de maan maken. Om brandstof te besparen en de gevoelige meetinstrumenten van de beide sondes te beschermen zullen zij een lange, trage omweg maken. Hierdoor zal het ruim drie maanden duren voordat de maan wordt bereikt. Vervolgens kost het nog eens twee maanden om de sondes in hun definitieve omloopbaan te manoeuvreren. Vanaf dat moment moeten GRAIL-A en GRAIL-B op een onderlinge afstand van ongeveer tweehonderd kilometer in een slechts vijftig kilometer hoge polaire baan om de maan cirkelen. Terwijl zij gedurende drie maanden in die formatie vliegen, zullen gebieden van sterkere en zwakkere zwaartekracht - veroorzaakt door zichtbare structuren als gebergten en kraters, maar ook door ondergrondse massaconcentraties - de beide sondes een beetje naar elkaar toe of van elkaar weg doen bewegen. Aan de hand van deze snelheidsvariaties kan een kaart van het zwaartekrachtsveld van de maan worden gemaakt. De beide ruimtesondes zijn ook voorzien van camera's. Deze zijn niet bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek: de opnamen zijn voor educatieve en publicitaire doeleinden.
Meer informatie:
GRAIL Launch News
GRAIL mission site
GRAIL and the Mystery of the Missing Moon
8 september 2011
Afgelopen dinsdag schakelde de HiRISE-camera van de Mars Reconnaissance Orbiter zichzelf voor de tweede keer in korte tijd vanzelf uit. In beide het gevallen gebeurde dit nadat een commando voor het maken van een opname niet goed was ontvangen door de geheugenmodule die één van de veertien ccd-detectors van deze camera aanstuurt. In de periode tussen deze storingen gebruikte de camera slechts dertien beelddetectoren. Het ging pas weer mis toen nummer 14 weer werd aangesproken. Voorlopig zal camera het met één detector minder moeten doen. Een geluk bij een ongeluk is dat de onwillige detector aan de rand zit: de opnamen die de komende tijd worden gemaakt zullen daardoor slechts een smaller gebied laten zien. Het is overigens niet voor het eerst dat de Mars Reconnaissance Orbiter, die al ruim vijf jaar om Mars cirkelt, met problemen kampt. In 2009 en 2010 werd hij getroffen door een computerstoring.
Meer informatie:
Orbiter Resumes Use of Camera
7 september 2011
Het kost wetenschappers al moeite genoeg om het ontstaan van goud en andere zware elementen in het heelal te verklaren. Maar er is nóg een probleem: hoe is dat goud in de aardkorst terechtgekomen? Gedacht wordt dat het vier miljard jaar geleden is afgeleverd door grote aantallen meteorieten, tijdens hetzelfde bombardement dat ook veel kraters op de maan achterliet. Onderzoek door wetenschappers van de universiteiten van Bristol en Oxford lijkt dat idee te bevestigen (Nature, 8 september). De aardkorst zou eigenlijk geen zware metalen mogen bevatten, omdat deze naar de kern zonken toen de aarde nog heet en vloeibaar was. De zware metalen in de aardkorst zouden dus een latere toevoeging moeten zijn, en het meteorietenbombardement lijkt de meest waarschijnlijke bron. Het Britse onderzoek, waarbij de samenstelling van oud gesteente van Groenland is geanalyseerd, laat zien dat het inderdaad zo kan zijn gegaan. Hoewel het onderzochte gesteente 3,8 miljard jaar geleden naar boven kwam - ná de meteorietenregen dus - is het ontstaan uit 4,3 miljard jaar oud mantelmateriaal. Uit de analyse van het gesteente blijkt dat de verhouding tussen verschillende isotopen van het element wolfraam ergens tussen die van latere korstgesteenten en die van meteorieten in ligt. Het is aannemelijk dat dit komt door een grote aanvoer van meteorieten. Rest alleen nog de vraag waarom deze oude gesteenten dan geen goud bevatten...
Meer informatie:
Meteorite storm showered planet in gold
The tungsten isotopic composition of the Earth's mantle before the terminal bombardment
6 september 2011
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft nieuwe foto's vrijgegeven die gemaakt zijn door de maansonde Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) van de landingsplaatsen van de Apollo's 12, 14 en 17. Twee jaar geleden werden al vergelijkbare foto's gemaakt, maaar LRO bevindt zich sinds begin augustus in een iets aangepaste omloopbaan, met een laagste punt op een hoogte van slechts 20 kilometer, waardoor op de nieuwe foto's meer details zichtbaar zijn. Zo zijn de sporen van de Lunar Rover (de 'maanbuggy') veel opvallender, en zijn ook de wandelsporen van de astronauten beter zichtbaar. Vandaag wordt LRO weer teruggebracht in zijn oorspronkelijke omloopbaan, met een laagste punt op ca. 50 kilometer hoogte.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Images Offer Sharper Views of Apollo Landing Sites
Lunar Reconnaissance Orbiter
New LROC images offer sharper views of Apollo 12, 14, 17 sites
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 september 2011
NASA's Marswagentje Opportunity is begonnen met het onderzoek van de 22 kilometer grote krater Endeavour, waar het - na een rit van bijna drie jaar - drie weken geleden aankwam. De eerste indrukken laten zien dat de bodemsamenstelling ter plaatse duidelijk afwijkt van die van de gesteenten die Opportunity de afgelopen zeven jaar heeft kunnen bekijken. De eerste steen die het Marswagentje heeft onderzocht heeft een vlakke bovenkant en is zo groot als een voetenbankje. De steen, die de bijnaam Tisdale 2 heeft gekregen, is klaarblijkelijk blootgelegd bij een inslag aan de rand van Endeavour waarbij een krater ter grootte van een tennisbaan is gevormd. Tisdale 2 lijkt vulkanisch van oorsprong, maar bevat veel meer zink en broom dan doorgaans het geval is. Het ziet ernaar uit dat Opportunity een heel scala aan nieuwe bodemmineralen kan gaan onderzoeken. Een visuele verkenning van de omgeving heeft geleerd dat zich hier oude gesteenten bevinden die dooraderd zijn met materiaal dat mogelijk door water is afgezet. Het onderzoek van deze gesteenten kan wellicht meer inzicht geven in het natte verleden van de inmiddels nogal dorre planeet.
Meer informatie:
NASA's Mars Rover Opportunity Begins Study of Martian Crater
30 augustus 2011
De Chinese ruimtesonde Chang'e 2 is aangekomen bij het tweede Lagrange-punt (L2) van het aarde-zonstelsel, dat op anderhalf miljoen kilometer van de aarde ligt. Daarmee is China, na de VS en Europa, de derde natie die een satelliet bij dit evenwichtspunt 'parkeert'.In het L2-punt is de gecombineerde aantrekkingskracht van aarde en zon precies groot genoeg om een object een vaste positie ten opzichte van onze planeet te laten innemen. Behalve Chang'e bevinden zich hier ook de Europese wetenschappelijke satellieten Herschel en Planck en de Amerikaanse Wilkinson Microwave Anisotropy Probe. Echt dringen is het nog niet, want in feite draaien deze satellieten in ruime banen om het eigenlijke L2-punt. Chang'e 2 begon zijn carrière als maansonde. Nadat hij begin dit jaar zijn onderzoeksprogramma had afgerond, en nog voldoende brandstof over had, besloot China hem in juli in de richting van het L2-punt te dirigeren. Op die manier willen de Chinezen ervaring opdoen voor toekomstige ruimtemissies. China's maanonderzoeksprogramma wordt in 2012 voortgezet met de lancering van een maanrover.
Meer informatie:
Chang'e-2 moon orbiter travels around L2 in outer space
24 augustus 2011
Energierijke deeltjes uit de ruimte kunnen de wolkenvorming in de aardatmosfeer beïnvloeden. Tot die conclusie komen onderzoekers van CERN in Genève (Nature, 25 augustus). Al ruim een eeuw is bekend dat de aarde voortdurend wordt gebombardeerd met geladen deeltje uit de ruimte. Deze zogeheten kosmische straling, die voornamelijk uit snelle protonen bestaat, is afkomstig van supernova-explosies. Als deze protonen de aardatmosfeer binnendringen, kunnen ze daarin aanwezige vluchtige stoffen ioniseren, waardoor deze tot minuscule druppeltjes (aerosolen) condenseren. En rond deze druppeltjes kunnen vervolgens wolken ontstaan. De hoeveelheid kosmische straling die de aarde bereikt, is niet constant: ze wordt beïnvloed door de zon. Als de zon actief is, weert haar magnetische veld meer kosmische straling af dan tijdens rustige perioden. Sommige wetenschappers menen dat de hoge zonneactiviteit aan het eind van de twintigste eeuw een belangrijke rol heeft gespeeld bij de recente opwarming van de aarde. Simpel gezegd: meer zonneactiviteit = minder kosmische straling = minder bewolking = meer opwarming. Zo simpel lijkt het echter niet te liggen. Het CERN-experiment laat zien dat energierijke protonen inderdaad de vorming van aerosolen bevorderen. Maar de aerosolen die in de CLOUD-testopstelling werden geproduceerd zijn veel te klein om tot wolkenvorming te leiden. Of dat betekent dat er geen verband is tussen kosmische straling en het klimaat op aarde zal nader onderzoek moeten uitwijzen.
Meer informatie:
Cloud formation may be linked to cosmic rays
22 augustus 2011
Een technisch testmodel van de Europese Mercury Planetary Orbiter, die deel uitmaakt van de BepiColombo-missie naar de kleine planeet Mercurius, staat sinds enkele weken letterlijk in het zonnetje in Noordwijk. Niet aan het strand, maar in de Large Space Simulator van het Europese technologiecentrum ESTEC, waar de extreem krachtige zonnestraling bij de binnenste planeet Mercurius wordt gesimuleerd met behulp van 19 gigantische lampen en speciale focusserende spiegels. Daarbij moesten extra technische maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de temperatuur in de ruimtesimulator te hoog oploopt. De intensiteit van het zonlicht is bij Mercurius ongeveer tien keer zo hoog als hier op aarde.
De tests bij ESTEC zijn eind juli van start gegaan. Later dit jaar volgen tests van de Japanse Mercury Magnetosphere Orbiter (BepiColombo bestaat uit twee ruimtesondes). De lancering staat gepland voor 2014; in 2020 moet BepiColombo in een baan rond Mercurius aankomen.
Meer informatie:
ESA simulates scorching sunlight for BepiColombo mission to Mercury
BepiColombo
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 augustus 2011
De Amerikaanse Marswagen Opportunity staat op het punt onderzoek te gaan verrichten aan een groot rotsblok dat is weggeslingerd bij de vorming van een kleine inslagkrater op Mars. Het gaat om de krater Odyssey, die zich bevindt op de rand van de veel grotere (21 km) krater Endeavour, waar Opportunity op 9 augustus na een reis van drie jaar aankwam. Onderzoek aan de binnenhellingen van Endeavour, en aan het kraterpuin dat is weggeslingerd bij de vorming van Odyssey, biedt een kijkje in oudere gesteentelagen van Mars. Op die manier komen planeetonderzoekers meer te weten over de geologische geschiedenis van de planeet. Opportunity landde begin 2004 op Mars en is dus al zevenenhalf jaar actief. Het tweelingwagentje Spirit gaf afgelopen voorjaar de geest.
Meer informatie:
New Rover Snapshots Capture Endeavour Crater Vistas
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 augustus 2011
Volgens onderzoekers van de universiteit van Kopenhagen en twee Amerikaanse instituten zou onze maan wel eens wat jonger kunnen zijn dan tot nu toe is aangenomen. Dat schrijven zij deze week in het tijdschrift Nature (18 augustus). Naar de huidige inzichten is de maan ontstaan door de botsing van een hemellichaam ter grootte van Mars en de aarde. Daarbij zou veel gesmolten gesteente de ruimte in zijn geblazen, dat samenklonterde tot de huidige maan. Bij het afkoelen van de maan stolde deze magma tot allerlei soorten gesteente. Volgens deze theorie zou ferro-anorthosiet of FAN het oudste gesteente in de maankorst moeten zijn. Maar het dateren van FAN is niet gemakkelijk. Met behulp van een nieuwe, verfijnde techniek hebben de onderzoekers nu vastgesteld dat het FAN in gesteentemonsters van de maan 4,36 miljard jaar oud is. Dat is 200 miljoen jaar jonger dan eerdere schattingen voor de leeftijd van de maan. De nieuwe leeftijd ligt dicht bij die van de oudste gesteenten op aarde, wat erop wijst dat de oudste korst van aarde en maan ruwweg gelijktijdig zijn ontstaan. Als dat inderdaad zo is, is de maan veel trager gestold dan je van zo'n klein hemellichaam zou verwachten. Het is echter ook denkbaar dat het stollingsproces van de maan anders is verlopen dan wetenschappers nu denken, waardoor ferro-anorthosiet mogelijk toch niet het oudste bestanddeel van de maankorst is.
Meer informatie:
Man in the moon looking younger
Moon younger than previously thought
16 augustus 2011
De afmetingen van de aarde veranderen niet of nauwelijks. Dat concludeert een internationaal team van onderzoekers (onder wie geofysici van de TU Delft) op basis van een nieuwe data-analysetechniek waarmee het International Terrestrial Reference Frame wordt berekend - een refererentiekader voor bepalingen van onder andere vorm en grootte van onze planeet.
Sommige onderzoekers hielden er rekening mee dat de vaste aarde in de loop van de tijd een klein beetje zou kunnen inkrimpen of uitzetten, als gevolg van verschillende geologische processen in het inwendige. Zo'n grootteverandering zou moeten blijken uit een combinatie van meettechnieken, waaronder radio-interferometrie, GPS-bepalingen, afstandsmetingen naar satellieten en dopplermetingen.
De onderzoekers, onder leiding van Xiaoping Wu van NASA's Jet Propulsion Laboratory, hebben deze metingen nu met een nieuwe rekenmethode geanalyseerd en vervolgens gecombineerd met metingen van de GRACE-missie - twee kunstmanen die samen het zwaartekrachtsveld van de aarde heel nauwkeurig in kaart hebben gebracht.
De resultaten, onlangs gepubliceerd in Geophysical Research Letters , geven aan dat de afmetingen van de vaste aarde met hooguit een tiende millimeter per jaar veranderen - verwaarloosbaar weinig.
Meer informatie:
NASA Research Confirms it's a Small World, After All
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 augustus 2011
Na een rit van bijna drie jaar is het Marswagentje Opportunity aangekomen bij de forse krater Endeavour. In augustus 2008 liet Opportunity de veel kleinere krater Victoria achter zich. Een echte kilometervreter is het wetenschappelijke 'golfkarretje' niet: de afstand tussen beide kraters bedraagt slechts 21 kilometer. De verwachting is dat Opportunity bij Endeavour veel oudere en andersoortige gesteenten zal tegenkomen dan tijdens de eerste zeven jaar van zijn verblijf op Mars. Eerder onderzoek met de om Mars cirkelende Reconnaissance Orbiter heeft aanwijzingen opgeleverd dat zich in de omgeving van de krater kleimineralen bevinden. Dat wijst erop dat de betreffende gesteenten zijn gevormd tijdens een veel warmere en nattere periode in de Marsgeschiedenis.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Arrives at New Site on Martian Surface
8 augustus 2011
De aarde wordt op een hoogte van enkele honderden kilometers omgeven door een - extreem ijle - gordel van antimaterie. Dat concludeert een internationaal team van natuurkundigen op basis van metingen van het PAMELA-experiment (Payload for Antimatter Matter Exploration and Light-nuclei Astrophysics), een Europees satellietexperiment dat vijf jaar geleden werd gelanceerd.
Antimaterie bestaat uit elementaire deeltjes waarvan sommige eigenschappen (zoals elektrische lading en spin) precies tegenovergesteld is aan die van 'gewone' materiedeeltjes in de wereld zoals wij die kennen. Op aarde wordt antimaterie in kleine hoeveelheden geproduceerd in deeltjesversnellers. Zodra antimaterie met gewone materie in aanraking komt, annihileren ze elkaar echter.
De antiprotonen in de aardse magnetosfeer, tussen de binnenste en de buitenste Van Allen-gordels, worden op soortgelijke wijze geproduceerd als in aardse deeltjesversnellers: door energierijke botsingen van gewone deeltjes. In dit geval gaat het om zeer snel bewegende kosmische-stralingsdeeltjes die in botsing komen met atomen in de ijle bovenste lagen van de atmosfeer. Als gevolg van hun (negatieve) elektrische lading raken de geproduceerde antiprotonen vervolgens gevangen in het magnetisch veld van de aarde, waaar ze enige tijd kunnen verblijven alvoren ze vernietigd worden bij een botsing met een 'gewoon', positief geladen proton.
Het bestaan van zo'n antimaterie-gordel werd geruime tijd geleden al voorspeld door theoretici. De PAMELA-metingen, die gepubliceerd zijn in Astrophysical Journal Letters , lijken deze voorspelling nu te bevestigen. De ontdekking zal hopelijk meer licht werpen op de eigenschappen van energierijke kosmische straling. Praktische toepassingen voor het nuttig 'gebruik' van de antimaterie zijn er vooralsnog niet; natuurkundigen hebben op aarde al de grootst mogelijke moeite om antimaterie gedurende korte tijd te 'isoleren' van gewone materie.
Vakpublicatie over het onderzoek
PAMELA
Artikel op forbes.com
Artikel op website BBC
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 augustus 2011
In relatief warme gebieden op de planeet Mars stroomt 's zomers mogelijk wat water langs de wanden van inslagkraters. Dat blijkt uit beelden van de Mars Reconnaissance Orbiter, die door Amerikaanse wetenschappers zijn geanalyseerd (Science, 5 augustus). De door de late lentezon opgewarmde hellingen vertonen donkere, vingerachtige structuren die in de winter steeds weer verdwijnen. Of deze strepen, die in de loop van de zomer langer worden, ook echt door vloeibaar water worden veroorzaakt, is niet honderd procent zeker. Onderzoek met de spectrometer van de Marsorbiter heeft geen direct bewijs opgeleverd dat er ter plaatse water aanwezig is. Dat zou kunnen betekenen dat de strepen door een andere vluchtige stof worden veroorzaakt, maar eigenlijk is zoutrijk water de enige voor de hand liggende kandidaat. In elk geval zijn de temperaturen ter plaatse in de zomermaanden hoog genoeg om zoutwater te doen smelten. Dat er op veel plaatsen bevroren water in de Marsbodem zit, is al langer bekend. De donkere tint van de strepen ontstaat overigens niet doordat de bodem ter plekke nat wordt. Het lijkt erop dat het langs de helling sijpelend zoutwater de korrelige oppervlaktestructuur van de kraterwand zodanig herschikt dat deze donker lijkt. Waarom de strepen in de winter dan weer lichter worden, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Briny Water May be at Work in Seasonal Flows on Mars
NASA Spacecraft Data Suggest Water Flowing on Mars
Salt Water May Flow on Mars
3 augustus 2011
Het omvangrijke bergachtige gebied aan de achterkant van onze maan kan het gevolg zijn van de botsing met een kleinere maan die tijdelijk om de aarde draaide. Dat schrijven planeetwetenschappers van de universiteit van Californië te Santa Cruz in Nature van 4 augustus. Tussen de voor- en achterkant van de maan bestaan grote verschillen. De voorkant bestaat voor een groot deel uit laaggelegen vlakten, terwijl de achterkant veel bergachtiger is. Volgens de Californische wetenschappers kan dat verschil worden verklaard door voort te borduren op de meest gevestigde theorie voor het ontstaan van de maan, die stelt dat onze begeleider is ontstaan uit het puin dat ruim vier miljard jaar geleden vrijkwam bij een grote inslag op aarde. Computersimulaties laten zien dat er door samenklontering van dat puin niet alleen een grote maan kan zijn gevormd, maar ook één of meer kleinere manen. Als zo'n secundaire maan later op de huidige achterkant van de maan is terechtgekomen zou dat de dikkere korst en het bergachtige karakter van dat halfrond kunnen verklaren. Omdat beide objecten in ruwweg dezelfde baan om de aarde draaiden, zou het onderlinge snelheidsverschil namelijk gering zijn geweest. Hierdoor hoeft er bij de botsing geen grote krater te zijn ontstaan, en kon het puin van het kleine maantje zich over de omgeving verspreiden. Overigens is dit niet de enige verklaring die voor de 'uitstulping' van de achterkant van de maan is bedacht. Nog maar in november vorig jaar publiceerden andere wetenschappers van dezelfde universiteit een theorie die stelt dat dit hoogland kan zijn ontstaan door de getijdenkrachten die lang geleden op de maan werkten, toen zijn vaste buitenkorst nog op een oceaan van gesmolten gesteente dreef (Science, 11 november 2010).
Meer informatie:
'Big Splat' May Explain The Moon's Mountainous Far Side
Forming The Lunar Farside Highlands By Accretion Of A Companion Moon
1 augustus 2011
Volgens Coryn Bailer-Jones van het Max-Planck-Institut für Astronomie zijn er geen aanwijzingen dat de frequentie van kosmische inslagen op aarde variaties vertoont op een termijn van tientallen miljoenen jaren. Sinds de jaren tachtig is dat regelmatig gesuggereerd, vaak op basis van leeftijdsbepalingen van aardse inslagkraters. Verschillende onderzoekers meenden regelmatige variaties in de inslagfrequentie te zien, met perioden van 13 tot 50 miljoen jaar. Die variaties werden doorgaans toegeschreven aan de golfbeweging van het zonnestelsel door de centrale schijf van het Melkwegstelsel, of aan de zwaartekrachtsinvloed van een tot nu toe onontdekte donkere begeleider van de zon. Uit de nieuwe analyse van Bailer-Jones, die gepubliceerd is in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society , blijkt echter dat er in werkelijkheid geen sprake is van zulke variaties, maar van statistische effecten. Hooguit is de inslagfrequentie op aarde (en op andere hemellichamen) in de afgelopen 250 miljoen jaar een klein beetje toegenomen, maar daarover bestaat geen absolute zekerheid.
Meer informatie:
Avoiding Nemesis: Does the impact rate for asteroids and comets vary periodically with time?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 juli 2011
In augustus 2012 landt een nieuw mobiel laboratorium op de planeet Mars. En vandaag heeft NASA bekendgemaakt waar precies. De bestemming van het Mars Science Laboratory, beter bekend onder haar bijnaam 'Curiosity', is de voet van een berg in de 154 kilometer grote inslagkrater Gale. De krater is geselecteerd vanwege zijn gelaagde bodemstructuur, die erop wijst dat het terrein regelmatig onder water heeft gestaan. Volgens Marsonderzoekers is het zelfs niet ondenkbaar dat de omstandigheden ter plaatse geschikt waren voor het ontstaan van microbieel leven. Of dat inderdaad zo is, zal Curiosity overigens niet met zekerheid kunnen vaststellen. Wel kan de Marsrover organische stoffen opsporen die kenmerkend zijn voor levende organismen. Curiosity is twee keer zo lang en meer dan vijf keer zo zwaar als haar voorgangers Spirit en Opportunity. Ze is uitgerust met tien wetenschappelijke instrumenten. Haar vertrek staat gepland voor eind november van dit jaar. Ondertussen werkt NASA overigens al aan een volgende Marsmissie, die voor eind 2013 op het programma staat: Mars Atmosphere and Volatile EvolutioN (MAVEN). Het ontwerp van deze missie, die de hoge atmosfeer van onze buurplaneet gaat onderzoeken, is vorige week - na drie jaar voorbereiding - goedgekeurd.
Meer informatie:
NASA's Next Mars Rover to Land at Gale Crater
MAVEN Mission Completes Major Milestone
13 juli 2011
Komende zondag, 17 juli, krijgt de maan voor de tweede keer in minder dan een maand een nieuwe begeleider. Dan arriveert, na een reis die twee jaar heeft geduurd, namelijk een tweede THEMIS-satelliet. De eerste cirkelt al sinds 27 juni om de maan. De beide satellieten waren oorspronkelijk niet bedoeld voor maanonderzoek. Samen met drie soortgenoten bewogen ze sinds 2007 in een baan om de aarde, om gezamenlijk de interactie van de zonnewind met het magnetische veld van onze planeet te onderzoeken. Toen dat onderzoek in 2009 was afgerond, besloot het THEMIS-team om de twee satellieten die zich het verst van de aarde bevonden geleidelijk in een steeds wijdere baan te manoeuvreren, die hen uiteindelijk bij de maan zou brengen. Vanuit hun omloopbanen om de maan zullen de beide satellieten, die nu de ARTEMIS-missie vormen, de ruimtelijke structuur van het magnetische veld van de maan in kaart brengen. Ook zal de invloed van de zonnewind op het maanoppervlak worden bestudeerd. In januari 2012 krijgt de maan trouwens nóg een tweeling op bezoek: de beide ruimtesondes van de GRAIL-missie, die het zwaartekrachtsveld van de maan gaan onderzoeken.
Meer informatie:
Twin ARTEMIS probes to study moon in 3-D
21 juni 2011
Ruim twee jaar na de lancering op 18 juni 2009, en na de voltooiing van de geplande operationele levensduur, heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA de maanverkenner LRO (Lunar Reconnaissance Orbiter) 100% succesvol verklaard. Het LRO-project had tot doel de maan zeer gedetailleerd in kaart te brengen met zeven verschillende wetenschappelijke instrumenten. LRO maakte foto's waarop details van slechts vijftig centimter groot te zien zijn, en creëerde de meest nauwkeurige hoogtekaarten van de maan. Ook werd de koudste plek in het zonnestelsel ontdekt, op de bodem van de noordpoolkrater Hermite, waar de temperatuur nooit boven de -248 graden uitkomt. In totaal produceerde LRO 192 terabyte aan wetenschappelijke data. Overigens is de ruimtesonde nog steeds actief, en blijven nieuwe foto's en metingen binnenkomen.
Meer informatie:
NASA Details Achievements Of Lunar Spacecraft
Lunar Reconnaissance Orbiter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 juni 2011
De Europese planeetverkenner Mars Express heeft een unieke reeks opnamen gemaakt van een zeldzame conjunctie (samenstand) tussen de kleine Marsmaan Phobos en de reuzenplaneet Jupiter. Dankzij een vooraf zorgvuldig berekende baanmanoeuvre zag Mars Express hoe Jupiter gedeeltelijk door Phobos werd bedekt. De afstand tot Phobos bedroeg 11.389 kilometer; Jupiter bevond zich op 529 miljoen kilometer afstand. Op basis van de Mars Express-foto's die ook zijn samengevoegd tot een filmpje, kan de baan van de kleine Marsmaan nog nauwkeuriger worden bepaald. Mars Express draait al sinds december 2003 in een baan rond de rode planeet, en maakt onder andere gedetailleerde stereoscopische kleurenbeelden van het oppervlak.
Meer informatie:
Phobos slips past Jupiter
Filmpje van de gedeeltelijke Jupiterbedekking door Phobos
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 juni 2011
De NASA-ruimtesonde MESSENGER, die sinds drie maanden om Mercurius cirkelt, levert veel nieuwe informatie op over de planeet. Hij heeft onder meer al tienduizenden gedetailleerde opnamen gemaakt, de chemische samenstelling van het planeetoppervlak gemeten en het magnetische veld van de planeet onderzocht. Dat wil overigens nog niet zeggen dat alle vragen over Mercurius nu in één klap zijn beantwoord. Zo zijn de heldere, vlekkerige afzettingen op de bodems van sommige kraters nog net zo raadselachtig als voorheen. De beelden van MESSENGER zijn weliswaar veel detailrijker, maar daaruit blijkt alleen dat de heldere plekken blijkbaar uit groepjes van onregelmatige putjes bestaan, in grootte variërend van enkele honderden meters tot een paar kilometer. Hoe deze putjes zijn gevormd, is nog onduidelijk, maar ze lijken vrij jong te zijn. Uit het chemische onderzoek van Mercurius blijkt onder meer dat het planeetoppervlak tamelijk rijk is aan zwavel. Dat wijst erop dat de oorspronkelijke bouwstenen waaruit de planeet is gevormd minder geoxideerd waren dan die van de overige aardse planeten. De magnetometer van MESSENGER heeft laten zien dat het magnetische veld van de planeet in zoverre op dat van de aarde lijkt, dat het een noordpool en een zuidpool heeft. Maar anders dan bij de aarde valt de magnetische evenaar niet samen met de geografische: het magnetische veld van Mercurius is 480 kilometer naar het noorden opgeschoven. Dat zou kunnen betekenen dat er fundamentele verschillen bestaan tussen de manieren waarop de magnetische velden van de beide planeten ontstaan.
Meer informatie:
MESSENGER Provides New Data about Mercury
NASA's MESSENGER Reveals Global Views From Mercury Orbit
MESSENGER Orbital Data Confirm Theories, Reveal Surprises
10 juni 2011
De Chinese ruimtesonde Chang'e-2, die met succes een half jaar maanonderzoek heeft volbracht, heeft zijn omloopbaan om de maan verlaten. De sonde is nu onderweg naar het zogeheten L2-punt: een locatie die vanuit de zon gezien anderhalf miljoen kilometer achter de aarde ligt. De reis daar naartoe zal ongeveer 85 dagen duren. Objecten die zich in de buurt van het L2-punt bevinden, houden een vaste positie ten opzichte van onze planeet. Het is een mooie plek om wetenschappelijke satellieten te stallen, onder meer omdat in het L2-punt, dat vrijwel in de schaduw van de aarde ligt, minder hinder wordt ondervonden van grote temperatuurfluctuaties. Ook de Europese infraroodsatelliet Herschel is daar gestationeerd. De reis die Chang'e-2 nu onderneemt is een bijzondere. Want het is voor het eerst dat een ruimtesonde vanuit een omloopbaan om de maan naar het L2-punt wordt gedirigeerd. De overige satellieten in dit punt kwamen rechtstreeks van de aarde. De verhuizing van Chang'e-2 moet vooral worden gezien als een oefening, want de maansonde heeft eigenlijk niets te doen in het L2-punt. China heeft echter grootse ruimtevaartplannen, en elke ervaring die op dit gebied kan worden opgedaan is meegenomen. Bovendien zal Chang'e-2 nu het Chinese afstandsrecord in de ruimte kunnen bijstellen. Volgend jaar hoopt China zijn eerste mobiele maanlander te lanceren. Niet lang daarna moet een tweede maanwagentje bodemmonsters verzamelen en terugbrengen naar de aarde.
Meer informatie:
Chang'e-2 Finishes Main Mission
China's Chang'e-2 Craft Is Done Orbiting the Moon
8 juni 2011
Het Marswagentje Curiosity, dat eind dit jaar moet worden gelanceerd, kampt met technische en financiële problemen. Dat blijkt uit een intern NASA-onderzoek, waarvan de resultaten woensdag zijn bekendgemaakt. De lancering van Curiosity is al enkele malen uitgesteld, wat de kosten van de Marsmissie flink heeft opgedreven. En om verdere vertraging te voorkomen, moet er waarschijnlijk nóg eens 44 miljoen dollar bij. De bouw van Curiosity heeft heel wat meer voeten in de aarde dan die van zijn succesvolle voorgangers, Spirit en Opportunity. Het nieuwe Marswagentje is vier keer zo zwaar, moet veel grotere afstanden afleggen en heeft twee keer zo veel meetapparatuur aan boord. Ook is hij uitgerust met een nieuw type stroomvoorziening en een hovercraftachtig landingsgestel. De kosten van al dat moois zijn inmiddels opgelopen tot 2,5 miljard dollar - 56 procent meer dan aanvankelijk de bedoeling was. Volgens plan zou de lancering van de nieuwe Marsmissie ergens tussen 25 november en 18 december van dit jaar moeten plaatsvinden. Of dat tijdschema wordt gehaald, is nog maar de vraag. Zo zijn er nog problemen met de software van Curiosity en blijkt het chemische laboratorium waarmee de Marsrover wordt uitgerust nog niet goed te werken. NASA blijft vol goede moed. Dat moet ook haast wel, want als het lanceervenster van dit jaar niet wordt gehaald, moet het vertrek van Curiosity weer twee jaar worden uitgesteld, wat het project nog eens een half miljard dollar duurder zou maken.
Meer informatie:
Next Mars Rover Faces Race Against Time, Funding
Audit: Mars mission faces hurdles before launch
7 juni 2011
Met de Europese planeetverkenner Mars Express, die acht jaar geleden werd gelanceerd en eind 2003 in een baan rond Mars aankwam, is een nieuwe gedetailleerde foto gemaakt van het zuidpoolgebied van de Rode Planeet. De opname beslaat een gebied van enkele honderden kilometers groot, op ca. duizend kilometer afstand van de zuidpool. Het linker deel van de foto (zuid is links op de foto; noord is rechts) is nog grotendeels bedekt door ijsafzettingen, die overigens grotendeels schuil gaan onder een laagje donker stof. Uit radarmetingen van Mars Express blijkt dat de ijslaag hier slechts 500 meter dik is - een direct gevolg van het feit dat het inmiddels voorjaar is op het zuidelijk halfrond van Mars. Dichter bij de pool bedraagt de dikte van de ijslaag bijna vier kilometer.
Meer informatie:
Springtime at Mars' south pole
Mars Express
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 juni 2011
De geringe massa en afmetingen van de planeet Mars zijn mogelijk veroorzaakt door het zwalkende gedrag van de reuzenplaneet Jupiter in de begindagen van het zonnestelsel. Dat blijkt uit gedetailleerde computersimulaties, uitgevoerd door een internationaal team van astronomen onder leiding van Kevin Walsh van het Planetary Science Institute in Tucson, Arizona.
Mars is veel kleiner en lichter dan de aarde en Venus. Eerdere simulaties van het ontstaan van de aardse planeten hadden moeite om dat verschil te verklaren. Walsh en zijn collega's, die hun resultaten donderdag publiceerden in Nature , denken nu dat het migratie-gedrag van Jupiter de boosdoener is.
De baan van de reuzenplaneet heeft grote veranderingen ondergaan toen het zonnestelsel nog jong was. Eerst bewoog hij naar binnen toe (misschien wel tot de omgeving van de huidige baan van Mars), als gevolg van wrijving met het resterende gas in de schijf waaruit de planeten ontstonden. Daarna migreerde Jupiter weer naar buiten, door de zwaartekrachtswisselwerking met Saturnus.
Tijdens dat migratieproces (dat ook is waargenomen in planetenstelsels bij andere sterren) moet Jupiter een grote verstorende invloed uitgeoefend hebben op de verdeling van de zogeheten planetesimalen - de kleine brokstukken van zwaardere elementen waaruit de aardse planeten zouden samenklonteren. Uit de nieuwe computersimulaties blijkt dat de kleine massa en afmetingen van Mars op deze manier goed te verklaren zijn.
Volgens de astronomen verklaart het nieuwe model ook het bestaan en de soms onverwachte eigenschappen van de planetoïdengordel - een band van overgebleven planetesimalen die zich nu tussen de banen van Mars en Jupiter bevindt.
Meer informatie:
Small Mass of Mars Could be Due to Planetary Orbital Migration
Persbericht Southwest Research Institute
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 mei 2011
Nieuwe analyses van materiaal verzameld tijdens de Apollo 17-missie laten zien dat het inwendige van de maan veel meer water bevat dan gedacht. Dit geeft mogelijk een andere draai aan de ontstaansgeschiedenis van de maan. Een team onder leiding van Erik Hauri van het Carnegie Institution for Science onderzocht insluitsels van gestolde magma in kristallen. Het magma bevat honderd keer meer water dan ooit eerder is gemeten in maangesteente. Doordat het is ingesloten in kristal, heeft het water niet kunnen ontsnappen. De kristallen met de insluitsels zijn zeer lang geleden tijdens vulkaanuitbarstingen vanuit het binnenste van de maan naar het oppervlak gebracht. Vergeleken met meteorieten bevat gesteente op aarde en de andere aardse planeten maar weinig water en andere vluchtige stoffen. Dit past in het beeld dat het binnenste deel van het zonnestelsel te heet was voor de aanwezigheid van deze stoffen, toen de aardse planeten werden gevormd. Het lage watergehalte dat tot nog toe op de maan was gemeten, sloot hier ook goed bij aan. De waarneming dat het maaninwendige meer water bevat dan gedacht heeft consequenties. Dit gaat namelijk niet goed samen met de theorie dat de maan gevormd is door een zeer gewelddadige (en hete) inslag van een planetair lichaam met de omvang van Mars op de proto-aarde.En een hoger watergehalte in het inwendige van de planeten heeft gevolgen voor het tektonische gedrag van planeetoppervlakken, het smeltpunt van materialen in het inwendige en het gedrag van vulkanen. Het is zelfs mogelijk dat het waterijs dat eerder is waargenomen in kraters op de polen van de maan niet alleen afkomstig is van komeetinslagen, maar is vrijgekomen uit het binnenste van de maan bij vulkaanuitbarstingen. Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in Science Express.
Meer informatie:
Lunar water brings portions of Moon's origin story into question
NASA-Funded Scientists Make Lunar Watershed Discovery
Scientists detect Earth-equivalent amount of water within the moon
Lunar water brings portions of Moon's origin story into question
Parts of moon interior as wet as Earth's upper mantle
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
25 mei 2011
NASA heeft vandaag voor het laatst geprobeerd in contact te komen met de Marsrover Spirit. Het laatste contact met Spirit was ruim een jaar geleden, op 22 maart 2010. Eerder was Spirit vast komen te zitten en kon niet langer meer rijden. Bij het invallen van de Marswinter bleek de stand van het zonnepaneel te ongunstig te zijn om de rover van voldoende energie te voorzien. Waarschijnlijk zijn kritische onderdelen tijdens de winter te koud geworden en stuk gegaan. De hoop was dat na de winter de rover weer op zou warmen en weer voldoende energie op zou kunnen wekken om met de aarde te communiceren en door te gaan met zijn waarneemprogramma. Later vandaag heeft NASA besloten geen nieuwe communicatiepogingen te doen en zich volledig te concentreren op de Opportunity, de tweede rover die nog wel goed werkt. Beide rovers landen op Mars in 2004 voor wat bedoeld was als een drie maanden durende missie. Die verwachting hebben beide rovers veruit overtroffen.
Meer informatie:
NASA Concludes Attempts to Contact Mars Rover Spirit
NASA's Spirit Rover Completes Mission on Mars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
25 mei 2011
Mars is waarschijnlijk zeer snel ontstaan, in pakweg 2 miljoen jaar. Dit volgt uit een analyse van radioactieve stoffen in meteorieten die afkomstig zijn van Mars, en die vergeleken zijn met andere meteorieten. Dit betekent dat Mars waarschijnlijk een soort van planetaire embryo is, die geen grote botsingen heeft ondergaan tijdens zijn ontstaan. Grotere aardse planeten zoals de aarde en Venus zijn waarschijnlijk ontstaan uit het botsen en samensmelten van planetaire embryo's van de omvang van Mars. Dit proces heeft zo'n 50 tot 100 miljoen jaar geduurd. Uit het feit dat Mars veel sneller is ontstaan, volgt dat hij waarschijnlijk zelf nog zo'n embryo is.
Meer informatie:
Mars formed rapidly into runt of litter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
13 mei 2011
Het bekraterde oppervlak van de maan vertelt ons veel over de geologische geschiedenis van onze naaste buur in de 4,5 miljard jaar van zijn bestaan. Maar om echt goed te begrijpen welke processen het oppervlak hebben vormgegeven, hebben Meg Rosenburg en haar collega's van het California Institute of Technology in Pasadena zeer gedetailleerde kaarten gemaakt van hellingen en oppervlakteruwheid op het maanoppervlak. De kaarten zijn gebaseerd op metingen gedaan met de Lunar Orbiter Laser Altimeter (LOLA) van NASA's Lunar Reconnaissance Orbiter. De ruwheid van het oppervlak vertelt ons bijvoorbeeld hoe oud dit oppervlak is. De ruwheid wordt bepaald door de afwisseling van stijgende en dalende hellingen over een bepaald traject. Daarbij wordt gekeken naar allerlei schaalgroottes, van 17 meter tot 2,7 km. Oude en jonge kraters blijken een verschillende ruwheid te hebben, mede doordat oude kraters hebben blootgestaan aan erosie als gevolg van kleinere meteorietinslagen. Hierdoor is het oppervlak minder ruw geworden. Deze techniek om het oppervlak te analyseren en in beeld te brengen kan ook heel goed op andere objecten in het zonnestelsel worden toegepast.
Meer informatie:
Moon's Rough 'Wrinkles' Reveal Clues To Its Past
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
13 mei 2011
NASA heeft een nieuwe interactieve website gemaakt waarin alle waarnemingen van eerdere en huidige maanmissies worden samengebracht. Het Moon Lunar Mapping Modeling Project is opgezet door NASA's Marshall Space Flight Center en biedt een on-line gereedschap aan iedereen - vakwetenschappers en liefhebbers - om grote aantallen maanfoto's te doorzoeken, te bekijken en te analyseren. Het kan o.a. een rol spelen bij het plannen van nieuwe missies, maar ook worden gebruikt in het onderwijs en bij publieksvoorlichting. De database bevat niet alleen gegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter die sinds 2009 om de maan draait, maar ook van Apollo, Lunar Orbiter, Lunar Prospector, Clementine, Kaguya (Japan) en Chandrayaan-1 (India). Niet alleen beeldmateriaal is toegankelijk, maar bijvoorbeeld ookhoogte-modellen, zwaartekrachtmodellen, kraterdistributie, oppervlakte-ruwheid, en verdeling van chemische elementen. De projectwebsite biedt toegang tot twee visualisatiegereedschappen: Lunar Mapper, een lichtgewicht webapplicatie, en ILIADS, een speciaal clientprogramma dat gedownload kan worden.
Meer informatie:
NASA Puts Earth's Nearest Neighbor, 'The Moon', Within Reach
Lunar Mapping and Modeling Project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
5 mei 2011
Het Amerikaanse ruimteagentschap heeft drie wetenschappelijke projecten geselecteerd waarvan er eentje in 2016 wordt gelanceerd. De kandidaten hebben een planeet, een maan en een komeet als reisdoel. De drie potentiële missies hebben elk 3 miljoen dollar gekregen om aan te tonen dat ze voor een bedrag van maximaal 425 miljoen dollar kunnen worden gerealiseerd. Welke van de drie het gaat worden, zal NASA volgend jaar beslissen. De eerste kandidaatmissie, GEMS geheten, bestaat uit een Marslander die de structuur en samenstelling van het inwendige van onze rode buurplaneet moet onderzoeken. De ruimtesonde TIME zou een drijvende meetcapsule afzetten op een van de grote methaanzeeën op de Saturnusmaan Titan. En de Comet Hopper zou enkele malen landen op de kern van een komeet, om te onderzoeken hoe het oppervlak ervan verandert onder invloed van de zon.
Meer informatie:
NASA Selects Investigations for Future Key Missions
Sailing the Titan Seas
"Whipple" Mission Selected by NASA for Technology Development
Discovery Program
2 mei 2011
De bacteriën in de camera die Apollo-astronauten in 1969 terugbrachten van de maan bevatte vrijwel zeker géén levende bacteriën. De 'besmetting' van de camera vond niet plaats vóór het vertrek naar de maan, maar pas na terugkeer op aarde. Dat er streptokokken in de camera van de maanlander Surveyor 3 zaten, was op z'n zachtst gezegd merkwaardig. Toen de astronauten van de Apollo 12 de camera van de maanlander in november 1969 loskoppelden, had deze jarenlang op de maan gestaan. De microben zouden dus al die tijd zonder voedsel en water het ijskoude luchtledige overleefd moeten hebben. Uit recent opgedoken filmbeelden blijkt dat in de 'schone kamer' waar de camera na zijn terugkeer onderzocht werd niet erg zorgvuldig werd gewerkt. Zo droegen de onderzoekers shirts met korte mouwen waarvan de onderrand boven de werktafel uitstak. Hierdoor konden bacteriën vanonder de kleding gemakkelijk in de camera terechtkomen. Daarmee is een einde gekomen aan een raadsel dat de astrobiologische gemoederen tientallen jaren heeft beziggehouden. De streptokokken van Surveyor 3 kwamen niet van de maan, maar uit de neus of keel van een NASA-wetenschapper.
Meer informatie:
Moon Microbe Mystery Finally Solved
21 april 2011
Uit radarmetingen van de Mars Reconnaissance Orbiter blijkt dat de dichtheid van de atmosfeer van Mars sterk kan fluctueren. In het ijs aan de zuidpool van de planeet blijkt namelijk veel meer kooldioxide opgeslagen te zijn dan gedacht. De gemeten hoeveelheid is voldoende om, bij verdamping, de Marsatmosfeer bijna tweemaal zo dicht te maken als hij nu is (Science, 22 april). Omdat de stand van de rotatie-as van Mars enigszins varieert, zijn er soms perioden dat de zuidpoolkap tijdens de zomer sterker wordt opgewarmd dan nu. De laatste keer dat dit gebeurde, is ongeveer 600.000 jaar geleden. Het is dus aannemelijk dat de Marsatmosfeer destijds aanzienlijk dichter was dan nu, en dat over niet al te lange tijd opnieuw zal zijn. Tijdens perioden van verhoogde atmosferische dichtheid winnen de winden op Mars aan kracht, waardoor de stofstormen op de planeet in hevigheid en aantallen toenemen. Bovendien zorgt de verhoogde luchtdruk ervoor dat op meer plaatsen op Mars in de zomermaanden water in vloeibare toestand kan bestaan. Op dit moment is de Marstmosfeer dermate ijl, dat bevroren water bij opwarming direct in damp verandert.
Meer informatie:
NASA Orbiter Reveals Big Changes in Mars' Atmosphere
18 april 2011
Ruimtewetenschappers in India maken zich zorgen over hun tweede onbemande maansonde, Chandrayaan-2. Deze moet in september 2013 gelanceerd worden, kort nadat de magnetische activiteit van de zon haar hoogtepunt zal hebben bereikt. Die zorgen zijn niet ongegrond: de missie van India's eerste maansonde, Chandrayaan-1, moest in augustus 2009 voortijdig worden afgebroken nadat intense zonnestraling de elektronica had verwoest. De inschatting is dat Chandrayaan-2 nog kwetsbaarder is voor uitbarstingen van de zon dan zijn voorganger. Daarbij komt dat de tweede maanmissie van India veel ambitieuzer is dan de eerste. Chandrayaan-2 heeft een mobiele maanlander bij zich, die bodemmonsters moet gaan analyseren. Voor de zekerheid is het Indiase ruimteagentschap daarom bezig om een beter stralingsschild voor de maansonde te ontwerpen. Dat betekent wel dat de kosten van de missie aanzienlijk zullen oplopen.
Meer informatie:
Solar flare could prove to be Chandrayaan-2's nemesis
1 april 2011
De planeten aarde en Mars zijn vier miljard jaar geleden sterk afgekoeld doordat ze met een regen van meteorieten ter grootte van suikerkorrels werden bestookt. Dat schrijven Britse wetenschappers in het vakblad Geochimica et Cosmochimica Acta (1 april). De wetenschappers onderzochten de gevolgen van het zogeheten late, zware bombardement - de periode kort na het ontstaan van het zonnestelsel waarin de pas gevormde planeten nog het doelwit waren van ruimtestenen van de meest uiteenlopende afmetingen. Doorgaans gaat de aandacht daarbij uit naar de grootste exemplaren, die bijvoorbeeld op onze maan grote kraters sloegen. Maar ook de allerkleinste overblijfselen van het materiaal waaruit de planeten ontstonden hadden grote gevolgen. Bij hun tocht door de atmosferen van de aarde en Mars gaven de micrometeorieten onder meer zwaveldioxide af, wat catastrofale gevolgen had voor het toenmalige klimaat. Zwaveldioxide in de lucht vormt namelijk zogeheten aerosolen - vaste en vloeibare deeltjes die in de lucht blijven zweven en het zonlicht weerkaatsen. De onderzoekers hebben berekend dat de regen van micrometeorieten op aarde tot de productie van 20 miljoen ton zwaveldioxide per jaar leidde. De aarde en Mars zouden hierdoor zo sterk zijn afgekoeld, dat het ontstaan van leven lange tijd werd bemoeilijkt. Op aarde moet miljoenen jaren een poolklimaat hebben geheerst, en Mars is feitelijk nooit meer van de regen van micrometeorieten hersteld.
Meer informatie:
Sugar-grain sized meteorites rocked the climates of early Earth and Mars
31 maart 2011
Na meer dan twaalf maanden meten heeft de Europese GOCE-satelliet genoeg gegevens verzameld om het zwaartekrachtsveld van de aarde nauwkeuriger dan ooit in kaart te brengen. Het resultaat, een driedimensionaal model dat een geoïde wordt genoemd, werd donderdag in München gepresenteerd. De geoïde is het oppervlak van een denkbeeldige, wereldomvattende oceaan waarin geen getijden en stromingen optreden. De vorm ervan wordt uitsluitend bepaald door het feit dat de aantrekkingskracht aan het oppervlak van onze planeet niet overal even groot is. Het model wordt onder meer gebruikt om oceaanstromingen en veranderingen van de zeespiegel te leren begrijpen. De GOCE-gegevens geven ook meer inzicht in het ontstaan van grote aardbevingen. Deze worden immers veroorzaakt door plotselinge bewegingen van de tektonische platen van onze planeet, die niet rechtstreeks waarneembaar zijn. Die bewegingen leiden echter ook tot veranderingen in de zwaartekrachtsaantrekking ter plaatse.
Meer informatie:
Earth's gravity revealed in unprecedented detail
29 maart 2011
De Amerikaanse ruimtesonde MESSENGER heeft, voor het eerst sinds hij enkele weken geleden in een baan om de planeet werd gebracht, weer enkele honderden foto's van Mercurius naar de aarde gezonden. Eerder fotografeerde MESSENGER de planeet al tijdens de drie scheervluchten die hij de afgelopen jaren langs Mercurius maakte. De eerste opname van de nieuwe reeks werd in de ochtend van dinsdag 29 maart gemaakt. De foto toont onder meer de heldere inslagkrater Debussy en een gebied in de buurt van de zuidpool van de planeet dat nog niet eerder in beeld was gebracht. In de loop van woensdag worden meer foto's gepresenteerd. Op 4 april valt het startschot voor de eigenlijke missie van MESSENGER, die een jaar moet gaan duren. In die tijd zullen niet alleen een slordige 75.000 foto's van het oppervlak van Mercurius worden gemaakt, maar ook uiteenlopende metingen worden verricht. Deze moeten meer duidelijkheid geven over de inwendige structuur van de planeet en de oorzaak van zijn magnetische veld.
Meer informatie:
First Image Ever Obtained from Mercury Orbit
New Images from Mercury
29 maart 2011
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA gaat niet in op het idee van Hollywood-regisseur James Cameron om het nieuwe Marswagentje Curiosity uit te rusten met een hoge resolutie 3D-zoomcamera. In plaats daarvan wordt de mobiele onderzoeksrobot, die komende zomer gelanceerd moet worden, voorzien van een camera met telelens en een groothoekcamera. Cameron opperde zijn idee een jaar geleden, toen de beide conventionele camera's al klaar waren. Na lang aandringen besloot NASA zijn idee alsnog in overweging te nemen, maar nu is besloten dat er te weinig tijd is om de geavanceerde 3D-camera grondig te testen. Dat wil overigens niet zeggen dat Cameron uit het veld geslagen is. Hij is er stellig van overtuigd dat zijn 'Avatar-technologie' voor toekomstige ruimtemissies zal worden gebruikt.
Meer informatie:
NASA Cans James Cameron's Mars Camera
James Cameron Building 3-D Camera For Mars Rover
29 maart 2011
Het is al meer dan een jaar geleden dat de NASA contact had met het Marswagentje Spirit. De missieleiding heeft de hoop nog niet opgegeven, maar het begint er wel somber uit te zien. De verwachting was dat Spirit in de loop van maart door de hoger wordende zonnestand uit zijn winterslaap zou komen. Maar hoewel de beschikbare zonne-energie op 10 maart haar hoogtepunt bereikte, is nog niets van Spirit vernomen. Dat betekent dat er iets mis moet zijn met het Marswagentje, dat al sinds mei 2009 niet meer van zijn plek kon komen doordat het vastliep in rul zand. NASA-technici onderzoeken nu of er misschien iets mis is met de communicatie-apparatuur of de interne klok van Spirit. In dat geval kan er wellicht nog iets worden gedaan om het contact te herstellen. Pas als er eind april nog niets van het Marswagentje is vernomen, wordt de handdoek echt in de ring gegooid. Ook dan zal er geen reden tot klagen zijn: Spirit heeft zes jaar prima gefunctioneerd, wat veel langer was dan gedacht. Aanvankelijk zou zijn missie drie maanden duren. Elders op Mars kart soortgenoot Opportunity overigens nog vrolijk verder.
Meer informatie:
NASA's Stuck Mars Rover Passes a Year in Silence
18 maart 2011
Voor het eerst in de geschiedenis draait er een kunstmaan om Mercurius. Afgelopen nacht is de NASA-ruimtesonde MESSENGER in een wijde polaire baan om de planeet gebracht. MESSENGER werd in augustus 2004 gelanceerd. Om zo min mogelijk brandstof nodig te hebben, heeft hij een lange omweg gemaakt, waarbij de aantrekkingskrachten van drie planeten zijn benut om de juiste snelheid en koers te krijgen. In de jaren na zijn lancering is de ruimtesonde één keer langs de aarde, twee keer langs Venus en drie keer langs Mercurius zelf gescheerd. In totaal heeft MESSENGER daarbij een afstand van bijna 8 miljard kilometer afgelegd. Dat betekent dat de ruimtesonde, ondanks die reistijd van zesenhalf jaar, een behoorlijke snelheidsduivel is: zijn gemiddelde snelheid bedroeg bijna 140 duizend kilometer per uur. Beschermd door een parasol van titanium, die de temperatuur in de ruimtesonde op een aangename 20 graden moet houden, zal MESSENGER met acht instrumenten Mercurius en zijn magnetosfeer onderzoeken. Wetenschappers hopen meer inzicht te krijgen in de samenstelling van de planeetkorst, de opbouw van het inwendige en de oorzaak van het magnetische veld. Ook zal onderzocht worden of er in de diepe, ijskoude kraters aan de polen van Mercurius ijs ligt. In eerste instantie zal de MESSENGER-missie een jaar gaan duren. Maar bij succes wordt een verlenging ervan niet uitgesloten. De eerste beelden vanuit de omloopbaan om Mercurius worden eind maart verwacht.
Meer informatie:
MESSENGER Begins Historic Orbit Around Mercury
Historic First: A Spacecraft Orbits Mercury
10 Surprising Facts About NASA's Mercury Probe
16 maart 2011
Bij heldere hemel is komende zaterdag, even na zeven uur 's avonds, een bijzondere maansopkomst te zien. De vol verlichte maan die dan boven de oostelijke horizon verschijnt, heeft de grootste afmetingen in bijna twintig jaar. Dat de maanschijf niet altijd even groot lijkt, komt doordat de baan die de maan om de aarde volgt geen cirkel is, maar een ellips. Hierdoor varieert de afstand - en dus ook de grootte - van de maan met ongeveer veertien procent. Bovendien geven de meest nabije volle manen ook ongeveer dertig procent meer licht dan de allerverste volle manen. Op het internet zijn nogal wat indianenverhalen over die 'supermaan' te vinden. Zo wordt deze zelfs verantwoordelijk gehouden voor de aardbeving en tsunami die Japan onlangs troffen. Dat de maan op 11 maart zelfs verder van de aarde stond dan gemiddeld, wordt voor het gemak maar even vergeten. Overigens is het juist dat de maan op momenten dat Volle Maan samenvalt met zijn kleinste afstand tot de aarde iets sterkere getijden veroorzaakt dan normaal. Maar de invloed op de waterstand (enkele centimeters) valt in het niet bij de gebruikelijke verschillen tussen eb en vloed.
Meer informatie:
Super Full Moon
No, the "supermoon" didn't cause the Japanese earthquake
March 19, 2011… "SuperMoon" or "SuperHype"?
15 maart 2011
De Amerikaanse NASA heeft het vijfde en laatste deel van de waarnemingsgegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) openbaar gemaakt. LRO draait in een baan over de polen van de maan en legde van september 2009 tot september 2010 het oppervlak van onze naaste buur in het heelal gedetailleerder vast dan ooit. Behalve foto's waarop soms details van een meter zichtbaar zijn, is ook de infraroodhelderheid van de maan in kaart gebracht, alsmede de mineralogische samenstelling, de temperatuur, de topografie en ruwheid van het oppervlak, de hellingen van bergen en kraterwanden, enzovoort. In totaal gaat het om ruim 192 terabytes aan gegevens - genoeg om 41.000 dvd's te vullen. Alle LRO-foto's (in veel gevallen samengevoegd tot indrukwekkende mozaïeken) zijn voor iedereen beschikbaar via het zogeheten Planetary Data System.
Meer informatie:
NASA Lunar Reconnaissance Orbiter Delivers Treasure Trove of Data
Planetary Data System
Lunar Reconnaissance Orbiter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 maart 2011
Planeetonderzoekers van de Universiteit van Arizona hebben een nieuw, gedetailleerd fotomozaïek samengesteld van de achterkant van de maan, op basis van ruim 15.000 foto's die tussen november 2009 en februari 2011 zijn gemaakt door de groothoekcamera van de Lunar Reconnaissance Orbiter, die in een baan over de polen van de maan draait op een hoogte van slechts vijftig kilometer. Dit halfrond van de maan is vanaf de aarde nooit zichtbaar, omdat de maan tijdens zijn beweging rond de aarde altijd dezelfde zijde naar onze planeet gekeerd houdt. De eerste foto's van de achterzijde van de maan werden gemaakt door de Russische Loena 3 in 1959. Linksboven is de donkere Mare Moscoviense te zien (de Moskouzee); de donkere krater linksonder is Tsiolkovski. Deze week werden duizenden nieuwe foto's van de maanverkenner vrijgegeven.
Meer informatie:
Farside! And all the way around
Hogeresolutieversie van het fotomozaïek
Fotomozaïeken gecentreerd op andere lengtegraden
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
9 maart 2011
Op 10 maart is het precies vijf jaar geleden dat de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) in een baan om onze rode buurplaneet werd gebracht. De ruimtesonde heeft sinds die tijd veel informatie verzameld over de (klimaat)veranderingen op Mars. Alles bij elkaar gaat het om 131 terabit aan informatie, waaronder 70.000 foto's - meer dan alle overige interplanetaire ruimtemissies bij elkaar. In feite heeft de MRO zijn wetenschappelijke doelen drie jaar geleden al bereikt. Maar omdat de orbiter nog steeds goed functioneert, is zijn missie twee keer verlengd, voor het laatst in 2010. Behalve wetenschappelijk onderzoek doet de MRO ook ondersteunend werk voor andere Marsmissies. Zo houdt hij het weer in de gaten in de landingsgebieden van de Marswagentjes Spirit en Opportunity (de laatste heeft hij onlangs vanuit de ruimte gefotografeerd). Verder helpt hij bij het vinden van een geschikte landingsplek voor het volgende Marswagentje, Curiosity, dat in augustus 2012 moet aankomen. Amerikaanse Marsonderzoekers zijn momenteel overigens bepaald niet in een feeststemming. De nog latere, gemeenschappelijk Amerikaans/Europese Marsmissie die voor 2018 op het programma staat, kampt met ernstige budgettaire problemen.
Meer informatie:
Prolific NASA Orbiter Reaches Five-Year Mark
Color View from Orbit Shows Mars Rover Beside Crater
Difficult decisions ahead on Mars
8 maart 2011
Een groot deel van de voormalige dichte atmosfeer van Mars is waarschijnlijk terechtgekomen in het gesteente op de planeet. Dat blijkt uit onderzoek van gebieden op Mars waar diepliggend gesteente door grote inslagen is komen bloot te liggen. Op verschillende plaatsen op Mars zijn door het inslaan van planetoïden grote kraters ontstaan, waardoor gesteenten tot op diepten van vijf kilometer zichtbaar zijn geworden. Onderzoek met een instrument van de ruimtesonde Mars Reconnaissance Orbiter wijst uit dat deze gesteenten carbonaten bevatten - verbindingen met koolstof en zuurstof. Het is niet voor het eerst dat er op Mars carbonaathoudende mineralen zijn aangetroffen. Maar de nu opgespoorde mineralen vertonen een grotere variëteit dan eerdere vondsten. Dat wijst erop dat er in een ver verleden een grootschalige productie van deze gesteenten heeft plaatsgevonden. Volgens de onderzoekers zijn de nieuwe vondsten in overeenstemming met het idee dat Mars vroeger een dichte atmosfeer had, die rijk was aan kooldioxide. In combinatie met het water in de voormalige oceanen en meren op de planeet zou dat tot de vorming van carbonaten hebben geleid. Overigens is dat hoogstwaarschijnlijk niet de enige oorzaak van de uitdunning van de Marsatmosfeer geweest. Er is ook veel kooldioxidegas onder invloed van de zon de ruimte in ontsnapt.
Meer informatie:
Some of Mars' Missing Carbon Dioxide May be Buried
7 maart 2011
Een astrobiologische Marsrover, detailonderzoek aan de Jupitermaan Europa en een ruimtesonde in een baan rond de verre planeet Uranus - die drie grote, dure missies moeten het komende decennium prioriteit krijgen in het Amerikaanse planeetonderzoek, aldus een commissie onder leiding van planeetonderzoeker Steven Squyres die maandagavond de aanbevelingen presenteerde.
In het rapport, Vision and Voyages for Planetary Science in the Decade 2013-2022, gepubliceerd door de National Research Council, komen ook middelgrote en kleinere planeetonderzoeksprojecten aan bod. De commissie stelt dat die onder geen beding zouden moeten lijden onder budgetoverschrijdingen van de grote, dure 'vlaggenschip'-projecten.
De Mars Astrobiology Explorer Cacher (MAX-C), met een geplande lanceerdatum in 2018, zou volgens de onderzoekscommissie niet duurder mogen worden dan 2,5 miljard dollar - minder dan de huidige ramingen. Voor de dure Jupiter Europa Orbiter wordt gesuggereerd dat het project alleen doorgang zou moeten vinden wanneer NASA's planeetonderzoeksbudget wordt verhoogd. En de Uranus Orbiter and Probe zou een kostenplafond van 2,7 miljard dollar opgelegd moeten krijgen.
Voor middelgrote en kleine projecten in NASA's New Frontiers- en Discovery-programma's wordt geen prioriteitsvolgorde aangegeven. Wel luidt de aanbeveling dat grote missies vertraagd zouden moeten worden wanneer de kleinere projecten in het gedrang zouden komen door budgetproblemen.
Meer informatie:
Persbericht National Academies
Onderzoeksrapport
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 maart 2011
De Amerikaanse klimaatsatelliet Glory, die vanuit een baan om de aarde onderzoek had moeten doen aan de rol van aerosolen (kleine deeltjes in de damprking) in de energiehuishouding van de aarde, is kort na de lancering verloren gegaan. Glory moest vrijdagochtend 4 maart Nederlandse tijd vanaf de luchtmachtbasis Vandenberg in Californië in een polaire baan om de aarde worden gebracht, maar kort na de lancering bleek het schild waaronder de satelliet zich bevond niet afgeworpen te zijn. Vanwege die extra massa kon de tweede trap van de Taurus XL-draagraket de kunstmaan niet meer in een baan om de aarde brengen; hij is vermoedelijk ergens in de Stille Oceaan neergekomen. NASA stelt een onderzoek in naar de oorzaak van het ongeluk; twee jaar geleden ging ook de klimaatsatelliet OCO (Orbiting Carbon Observatory) verloren bij een vergelijkbaar euvel met dezelfde raket. Overigens is in de tussentijd wel overgeschakeld naar een ander ontkoppelmechanisme voor het beschermschild.
Meer informatie:
NASA's Glory Satellite Fails To Reach Orbit
Glory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 februari 2011
De vaste binnenkern van de aarde roteert nauwelijks sneller dan de rest van de planeet. Dat blijkt uit seismische metingen, uitgevoerd door geofysici van de Universiteit van Cambridge. Hun resultaten zijn zondag 20 februari online gepubliceerd in Nature Geoscience.
De vaste binnenkern van de aarde, op een diepte van 5200 kilometer, groeit langzaam maar zeker aan door stolling van gesteente in de vloeibare buitenkern. Een oost/west-asymmetrie in de snelheidsverdeling van die buitenkern geeft aanleiding tot een snellere rotatie van de binnenkern. Tot nu toe werd aangenomen dat de binnenkern één graad per jaar sneller zou roteren dan de rest van de planeet. Uit de nieuwe metingen blijkt dat het snelheidsverschil in werkelijkheid slechts één graad per één miljoen jaar is.
Een beter begrip van de structuur en de eigenschappen van de aardkern is onder andere van belang om meer inzicht te krijgen in ontstaan en evolutie van het magnetisch veld van de aarde.
Nieuwsbericht op www.physorg.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 februari 2011
Zandduinen bij de noordpool van Mars, waarvan lang gedacht werd dat ze volkomen statisch waren, blijken zowel geleidelijke als plotselinge veranderingen te vertonen. Dat blijkt uit beelden van de Mars Reconnaissance Orbiter (Science, 4 februari). Wetenschappers beschouwden het duinengebied - dat lang geleden werd gevormd, toen de winden op Mars veel sterker waren dan nu - als onveranderlijk. Maar opnamen die met tussenpozen van enkele jaren zijn gemaakt, vertellen een heel ander verhaal. De veranderingen op de 'voor- en na-opnamen' zijn verrassend groot, zowel in aantal als in omvang. Op sommige plaatsen zijn honderden kubieke meters zand het duin af gegleden. Volgens onderzoekers van de universiteit van Arizona, kunnen de zandverschuivingen worden toegeschreven aan het in de loop van de seizoenen smelten en weer aangroeien van kooldioxide-ijs en lokale windvlagen die blijkbaar sterker zijn dan atmosferische modellen voorspellen.
Meer informatie:
Northern Mars landscape actively changing
2 februari 2011
Onderzoek aan vijf meteorieten die afkomstig zijn van de planeet Mars heeft uitgewezen dat kosmische inslagen geleid hebben tot kortstondige waterstromen en mineraalafzettingen. Wetenschappers van de Universiteit van Leicester hebben vijf zogeheten nakhlieten bestudeerd (inclusief het prototype, de El-Nakhla-meteoriet, die honderd jaar geleden, in 1911, in Egypte neerkwam en daarbij een hond doodde) - meteorieten waarvan vaststaat dat ze afkomstig zijn van de planeet Mars. De Marsstenen zijn waarschijnlijk de ruimte in geblazen bij een zware inslag op de planeet, waarbij een krater met een middellijn van enkele kilometers gevormd moet zijn. In de vijf nakhlieten werden afzettingen van onder andere klei en carbonaat gevonden, die gevormd moeten zijn onder invloed van vloeibaar water. Dat ondersteunt de hypothese dat ondergronds ijs in de Marsbodem smolt als gevolg van de energie van kosmische inslagen.
Meer informatie:
Rare meteorites reveal Mars collision caused water flow
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 februari 2011
Twee van de vier identieke kunstmanen van het Europese Cluster-project hebben op 5 juni 2009 een natuurlijke deeltjesversneller boven het aardoppervlak doorkruist. Dat blijkt uit de analyse van de Cluster-meetgegevens, die vandaag door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA werd vrijgegeven. De vier Cluster-satellieten hebben als taak het magnetisch veld van de aarde en de wisselwerking met elektrisch geladen deeltjes van de zon in drie dimensies in kaart te brengen, en tevens nieuw licht te werpen op de snelheid waarmee dergelijke wisselwerkingen zich voltrekken.
Dankzij een gestage baanverandering van de vier satellieten vlogen ze in de zomer van 2009 door de Auroral Acceleration Region, een gebied dat zich uitstrekt van ca. 4000 tot ca. 12.000 kilometer boven het aardoppervlak in de buurt van de magnetische polen. Door de wisselwerking met elektrische velden en het aardmagnetisch veld worden elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk afkomstig van de zon) hier tot hoge energieën versneld. Vervolgens kunnen die energierijke deeltjes in de bovenste lagen van de aardse dampkring aanleiding geven tot poollicht (aurora). De meetgegevens van Cluster zullen er hopelijk toe bijdragen dat de details van dit proces beter worden begrepen.
Meer informatie:
Cluster encounters a natural particle accelerator
Cluster
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 januari 2011
De Europese planeetverkenner Mars Express, die al sinds december 2003 in een baan om de rode planeet draait, maakte op 9 januari jongstleden opnieuw een scheervlucht langs Phobos, de grootste van de twee kleine maantjes van Mars. De kleinste afstand bedroeg slechts ca. 100 kilometer - vier keer de gemiddelde middellijn van Phobos. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA gaf vandaag een aantal closeups van Phobos vrij, waaronder een stereo-opname (die bekeken moet worden met een rood/groene bril) en een foto waarop de landingsplaats van de toekomstige Russische ruimtesonde Phobos-Grunt is gemarkeerd.
Meer informatie:
Mars Express close flybys of martian moon Phobos
Mars Express
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 januari 2011
Een model opgesteld door Canadese astronomen wijst erop dat één grote inslag op Mars niet voldoende kan zijn geweest om het magnetische veld van de planeet uit te schakelen. Daar was een snelle opeenvolging van enkele tientallen planetoïden voor nodig. Ooit had Mars een magnetisch veld zoals de aarde - dat blijkt uit sporen van magnetisme aan het planeetoppervlak. Ongeveer vier miljard jaar geleden moet het zijn verdwenen, waarschijnlijk door een oorzaak van buitenaf. Het Canadese model laat zien dat één inslag onvoldoende zou zijn om de stromingen in het vloeibare metaal in de kern van Mars zodanig te verstoren, dat het magnetische veld dat zij opwekken permanent uit te schakelen. Na zo'n inslag zou het magnetische veld zich binnen honderd miljoen jaar hebben hersteld. Om het veld helemaal uit te schakelen, moet zich binnen een periode van enkele honderden miljoenen jaren een reeks van zeker twintig inslagen hebben voorgedaan. Een magnetisch veld beschermt een planeet tegen de energierijke deeltjesstraling van de zon. Op aarde was deze factor cruciaal voor het ontstaan van leven.
Meer informatie:
Multiple Asteroid Strikes May Have Killed Mars's Magnetic Field
18 januari 2011
In de clean room van NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena is het instrument SAM (Sample Analysis at Mars) met succes geplaatst aan boord van Curiosity - een nieuwe Marsauto die eind 2011 gelanceerd wordt en in augustus 2012 op Mars moet aankomen. Curiosity (oorspronkelijk Mars Science Laboratory geheten) zal gedetailleerd onderzoek doen naar de geologie en de mineralogie van de rode planeet, met als belangrijkste doel het beantwoorden van de vraag of er ooit micro-organismen op Mars geleefd hebben. SAM - het grootste van de tien instrumenten aan boord - zal op drie verschillende manieren gaan speuren naar organische moleculen op Mars: verbindingen van onder andere koolstof en waterstof, die beschouwd worden als de fundamentele bouwstenen van het leven.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Will Check for Ingredients of Life
Curiosity
Live webcam van de clean room waar Curiosty wordt gebouwd
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 januari 2011
Belangrijke onderdelen van de Europees/Japanse planeetverkenner BepiColombo hebben een gesimuleerde reis naar de kleine planeet Mercurius overleefd. BepiColombo is een project dat uit twee ruimtesondes bestaat: de Japanse Mercury Magnetospheric Orbiter (MMO), uitgerust met een Europees zonneschild, en de Europese Mercury Planetary Orbiter. Beide ruimtesondes moeten in 2019 aankomen bij de kleine planeet Mercurius, die bijna drie keer zo dicht bij de zon staat als de aarde.
De hittebestendigheid van de MMO is nu uitgebreid getest in de Large Space Simulator van het Europese technologiecentrum ESTEC in Noordwijk. De ruimtesimulator moest daartoe eerst worden aangepast zodat de krachtige zonnestraling in de omgeving van Mercurius kon worden nagebootst. Daartoe werden extra spiegels en koelelementen aangebracht. De ruimtesonde heeft de tests - waarbij de temperatuur opliep tot 350 graden - glansrijk doorstaan. De Planetary Orbiter van BepiColombo zal in een later stadium getest worden.
Meer informatie:
ESA's Mercury mapper feels the heat
BepiColombo
Large Space Simulator
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 januari 2011
Wetenschappers hebben een belangrijke stap gezet bij de bepaling van de totale hoeveelheid energie die de aarde van de zon ontvangt, en de variaties daarin. Uit nieuwe laboratorium- en satellietgegevens blijkt dat onze planeet een beetje minder energie ontvangt van de zon dan eerder is gemeten: 1361 watt per vierkante meter, in plaats van 1365 watt per vierkante meter. De lagere hoeveelheid zonne-energie volgt uit metingen met een instrument aan boord van de NASA-satelliet SORCE. De verwachting is dat andere satellieten, die later dit jaar worden gelanceerd, het resultaat zullen bevestigen. Voorgaande meetinstrumenten hebben zich enigszins laten foppen door de lichtverstrooiing in de aardatmosfeer. De metingen moeten uitsluitsel geven over de vraag in hoeverre veranderingen in de hoeveelheid zonne-energie bijdragen aan de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde. Het is nog onduidelijk wat de nieuwe meetwaarden gaan betekenen voor de theoretische modellen van ons klimaat. Vooralsnog lijkt het erop dat de variaties in de zonneactiviteit slechts 0,1 graad bijdragen aan de opwarming van de aarde. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de zon de belangrijkste oorzaak is van de mondiale opwarming van de afgelopen dertig jaar.
Meer informatie:
Improved measurements of sun to advance understanding of climate change
Abstract in Geophysical Research Letters
10 januari 2011
Duitse en Amerikaanse wetenschappers hebben met behulp van NASA's gammasatelliet Fermi ontdekt dat onweersbuien op aarde antimaterie kunnen produceren. De antideeltjes worden veroorzaakt door de korte flitsen van gammastraling die (veelal ongemerkt) bij bliksemontladingen optreden. Dagelijks vinden er op aarde naar schatting vijfhonderd van die 'gammaflitsen' plaats. Hoewel de Fermi-satelliet ontworpen is voor de detectie van gammastraling uit het heelal, heeft hij ook zicht op de onmiddellijke omgeving van de aarde. Hierdoor heeft hij, sinds zijn lancering in 2008, 130 gammaflitsen in de aardatmosfeer kunnen waarnemen. In de meeste gevallen gebeurde dat op een moment dat Fermi zich direct boven een onweersbui bevond. Maar in één geval lag het meest nabije onweerscomplex 4500 kilometer verderop, achter de waarnemingshorizon van de satelliet. De gedetecteerde gammastraling kon dus niet rechtstreeks van die onweersbui afkomstig zijn. Waarschijnlijk is de betreffende gammaflits ontstaan doordat Fermi werd getroffen door positronen - antideeltjes met de zelfde massa als elektronen, maar een tegengestelde lading - van de onweersbui. Deze positronen zouden de satelliet hebben bereikt door de magnetische veldlijnen van de aarde te volgen. Bij aankomst kwamen ze in botsing met elektronen van Fermi zelf, wat in kleine gammaflitsjes resulteert. Wetenschappers vermoedden al langer dat de gammaflitsen die in onweersbuien optreden krachtig genoeg kunnen zijn om tot de vorming van paren van elektronen en positronen te leiden. Dat vermoeden lijkt nu dus te zijn bevestigd.
Meer informatie:
Nasa's Fermi Catches Thunderstorms Hurling Antimatter Into Space
Thunderstorms Make Antimatter
6 januari 2011
Een nieuwe analyse van meer dan dertig jaar oude gegevens wijst erop dat de kern van de maan vergelijkbaar is met die van de aarde (Science, 7 januari). De gegevens zijn afkomstig van de vier seismische instrumenten die Apollo-astronauten tussen 1969 en 1972 op de maan hebben geïnstalleerd, en die tot 1977 metingen van kleine maanbevingen hebben gedaan. Aan de hand van zulke seismische gegevens kan informatie worden verkregen over het inwendige van de maan. De gegevens van de afzonderlijke Apollo-seismometers bevatten veel ruis, maar de dataverwerkingstechnieken zijn de afgelopen dertig jaar sterk verbeterd. Hierdoor kon meer informatie uit de metingen worden gehaald dan eerder mogelijk was. Uit de analyse blijkt dat de maan een vaste, ijzerrijke kern met een straal van 240 kilometer heeft. Daaromheen zit, net als bij de aardkern, een buitenkern van vloeibaar ijzer met een straal van 330 kilometer. Anders dan de kern van onze planeet heeft die van de maan nog een 150 kilometer grenslaag van gedeeltelijk gesmolten materiaal. Daarmee is de maankern iets groter dan tot nog toe werd gedacht.
Meer informatie:
NASA Research Team Reveals Moon Has Earth-Like Core
The hunt for the lunar core
4 januari 2011
Meer dan dertig jaar geleden kwamen wetenschappers tot de conclusie dat de beide Viking-landers, die de Marsbodem aan een chemisch onderzoek hadden onderworpen, geen duidelijk bewijs hadden gevonden voor de aanwezigheid van organische verbindingen. Maar nieuw onderzoek wijst erop dat die stoffen er wel degelijk zijn. Het nieuwe onderzoek werd opgezet nadat de Marslander Phoenix in 2008 ontdekte dat de bodem van de planeet Mars veel zogeheten perchloraten bevat - zouten die een sterk oxiderende werking hebben en de aanwezigheid van organische stoffen kunnen maskeren. Analyse van bodemmonsters uit de Atacamawoestijn in Chili, waaraan perchloraten waren toegevoegd, heeft nu opmerkelijke overeenkomsten aan het licht gebracht met de resultaten van Viking-landers. Volgens de onderzoekers wijst dat erop dat de Viking-landers destijds toch organische stoffen op Mars hebben opgespoord, zij het in geoxideerde vorm. Ze benadrukken echter dat dit niet automatisch betekent dat er vroeger leven is geweest op onze buurplaneet. Het Mars Science Lab, dat eind dit jaar wordt gelanceerd, zal waarschijnlijk meer duidelijkheid kunnen geven over de samenstelling van de Marsbodem.
Meer informatie:
Experiment Confirms Viking Actually Did Find Organic Compounds on Mars 30 Years Ago