aardse planeten - dwergplaneten - gasreuzen - planetoïden - kometen en meteorieten - overige
In deze rubriek komt het onderzoek van de vier binnenplaneten (Mercurius, Venus, aarde en Mars) en hun eventuele manen aan bod.
27 januari 2012
Er is een nieuwe aanwijzing gevonden dat het magnetische veld van onze maan langer heeft standgehouden dan lang is aangenomen. Nieuw onderzoek van maangesteente dat in 1969 door astronauten van Apollo 11 is verzameld, wijst erop dat de maan 3,7 miljard jaar geleden nog een kern van vloeibaar metaal moet hebben gehad die een sterk magnetisch veld opwekte (Science, 27 januari). De vondst van magnetische gesteenten op de maan kwam destijds als een verrassing, omdat de maan op dit moment geen globaal magnetisch veld heeft. Blijkbaar heeft dat magnetische veld vroeger dus wel bestaan, maar verondersteld werd dat de maan enkele honderden miljoenen jaren na zijn ontstaan al zo sterk was afgekoeld, dat ook zijn kleine ijzerkern stolde. Dat laatste zou betekenen dat het magnetische veld van de maan al 4,2 miljard jaar geleden verdween. De nieuwe analyse van het Apollo-gesteente, dat onmiskenbare sporen van magnetisme vertoont, lijkt er echter op te wijzen dat de maan 500 miljoen jaar later nog steeds een magnetisch veld had. De vraag is hoe de maan zijn magnetische 'dynamo' zo lang in stand heeft weten te houden. Mogelijk biedt de theorie die wetenschappers van de universiteit van Californië te Santa Cruz eind vorig jaar in Nature publiceerden uitkomst. Volgens deze theorie kon de ijzerkern van de maan zo lang vloeibaar blijven door sterke getijdenkrachten van de aarde. Miljarden jaren geleden was de afstand tussen aarde en maan veel kleiner dan nu, en waren de getijdeneffecten daardoor veel groter. Hierdoor zou het inwendige van de maan veel langzamer zijn afgekoeld dan aanvankelijk voor mogelijk werd gehouden.
Meer informatie:
What drove the lunar dynamo?
24 januari 2012
De Amerikaanse Marsrover Opportunity is aan zijn negende onderzoeksjaar begonnen. Daarmee heeft hij alle verwachtingen overtroffen: toen hij in 2004 op Mars landde, ging NASA er nog van uit dat zijn missie drie maanden zou duren. Het identieke Marswagentje Spirit heeft de acht jaar niet vol kunnen maken: in maart 2010 viel hij uit. Een echte kilometervreter is Opportunity niet. Sinds zijn aankomst op onze buurplaneet heeft hij slechts iets meer dan 34 kilometer afgelegd. En dat totaal komt voor een groot deel voor rekening voor de drie jaar durende overtocht van de krater Victoria, dicht bij zijn landingsplek, naar de geologisch interessantere krater Endeavour, die hij in augustus vorig jaar bereikte. Het onderzoek van Endeavour, die met een middellijn van 22 kilometer aanzienlijk groter is dan Victoria, wordt gezien als een compleet nieuwe onderzoeksmissie. Al aan de rand van de krater stuitte Opportunity op gesteenten die nooit eerder op Mars waren gezien. De aangetroffen mineralen bevestigen het beeld dat er ooit vloeibaar op de planeet moet zijn geweest. Of Opportunity de komende winter overleeft, is enigszins onzeker. Er heeft zich inmiddels zo veel stof op zijn zonnepanelen verzameld, dat ervoor gezorgd moet worden dat hij elk lichtstraaltje opvangt. Voorlopig is het Marswagentje geparkeerd op een zonnige helling, maar ook vanuit die positie doet hij nuttig werk. Door de radiosignalen die het stilstaande Marswagentje naar de aarde zendt te analyseren, kunnen wetenschappers de kleine schommelingen in de rotatie van Mars meten. Het onderzoek van deze schommelingen kan uitwijzen of de planeet een vloeibare kern heeft of niet.
Meer informatie:
Durable NASA Rover Beginning Ninth Year of Mars Work
17 januari 2012
De twee identieke GRAIL-ruimtesondes die sinds Nieuwjaarsnacht in een baan om de maan cirkelen, zijn 'Ebb' en 'Flow' genoemd ('Eb' en 'Vloed'). De namen zijn voorgesteld door de leerlingen van een basisschoolklas in Bozeman, Montana, die deelnamen aan een door NASA uitgeschreven wedstrijd.
De twee GRAIL-ruimtesondes (Gravity Recovery And Interior Laboratory) zullen de komende maanden precisiemetingen verrichten aan het zwaartekrachtsveld van de maan. Vóór de lancering droegen de twee ruimtesondes de bijnamen Tom en Jerry, maar die zijn nooit officieel door NASA geaccepteerd.
De naamgevingswedstrijd leverde bijna 900 inzendingen op. De winnende namen zijn gekozen door een jury bestaande uit GRAIL-hoofdonderzoekster Maria Zuber van het Massachusetts Institute of Technology en NASA-astronaute Sally Ride.
Meer informatie:
Montana Students Pick Winning Names for Moon Craft
GRAIL
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 januari 2012
Planeetonderzoekers speuren nog steeds naar de onfortuinlijke Britse Marslander Beagle 2, die eind december 2003 op de rode planeet te pletter moet zijn geslagen. Op gedetailleerde foto's die vanuit een baan rond Mars gemaakt worden door de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) wordt gezocht naar de parachute van de Beagle (waarvan overigens niet zeker is dat die inderdaad heeft gefunctioneerd) en naar de gecrashte lander zelf. Het grote publiek wordt uitgenodigd om op de beelden van de HiRISE-camera van MRO mee te zoeken naar de lander. Inmiddels staat de twaalfde HiRISE-opname van het landingsgebied online.
Achtergrondinformatie op website HiRISE
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
15 januari 2012
De Russische Marsverkenner Phobos-Grunt is vandaag rond 19.45 uur Nederlandse tijd neergestort op aarde. De grootste brokstukken van de onfortuinlijke ruimtesonde liggen volgens de Russische ruimtevaartorganisatie Roskosmos op de bodem van de Stille Oceaan, ten westen van Chili. Phobos-Grunt werd op 9 november gelanceerd vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan. De raketmotor die het toestel vanuit een baan om de aarde op weg naar Mars had moeten brengen, werkte echter niet; het radiocontact met Phobos-Grunt kon niet hersteld worden, en als gevolg van de wrijving met de bovenste ijle lagen van de dampkring kwam de planeetverkenner in een steeds lagere baan terecht. Phobos-Grunt had bodemmonsters moeten ophalen van de kleine Marsmaan Phobos voor onderzoek in een aards laboratorium.
Artikel op www.spaceflightnow.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 januari 2012
Nieuwe maankaarten, gemaakt met een uv-instrument van de Lunar Reconnaissance Orbiter, tonen een glimp van het inwendige van kraters nabij de noord- en zuidpool van de maan. De bodem van deze kraters is permanent in duisternis gehuld, omdat de zon nooit hoog genoeg aan de hemel komt te staan. Dankzij de zwakke ultravioletgloed van waterstofatomen in de interplanetaire ruimte die ultraviolette zonnestraling verstrooien en het zwakke uv-schijnsel van sterren, worden de kraterbodems op ultraviolette golflengten echter toch een beetje 'aangelicht'. De kaarten laten zien dat veel permanent beschaduwde gebieden donkerder zijn op ver-ultraviolette golflengten en 'roder' dan het omliggende oppervlak dat wel door de zon wordt verlicht. De donkere gebieden wijzen op een poreuze bodemstructuur, en de roodverkleuring op de aanwezigheid van bevroren water in de vorm van een rijplaagje. Waar het water in de ijskoude, donkere maankraters vandaan komt, is nog onduidelijk. Het kan gaan om moleculen die ontstaan zijn door de inwerking van de zonnewind op het maanoppervlak, maar water kan ook met meteorieten en (brokstukken van) kometen op de man terechtkomen. Hoe dan ook: volgens de wetenschappers die de kaarten hebben samengesteld, wordt de rijplaag in de kraters veel minder snel afgebroken dan tot nu toe werd gedacht.
Meer informatie:
Lunar Reconnaissance Orbiter's LAMP reveals lunar surface features
12 januari 2012
Nieuwe maankaarten, gemaakt met een uv-instrument van de Lunar Reconnaissance Orbiter, tonen een glimp van het inwendige van kraters nabij de noord- en zuidpool van de maan. De bodem van deze kraters is permanent in duisternis gehuld, omdat de zon nooit hoog genoeg aan de hemel komt te staan. Dankzij de zwakke ultravioletgloed van waterstofatomen in de interplanetaire ruimte die ultraviolette zonnestraling verstrooien en het zwakke uv-schijnsel van sterren, worden de kraterbodems op ultraviolette golflengten echter toch een beetje 'aangelicht'. De kaarten laten zien dat veel permanent beschaduwde gebieden donkerder zijn op ver-ultraviolette golflengten en 'roder' dan het omliggende oppervlak dat wel door de zon wordt verlicht. De donkere gebieden wijzen op een poreuze bodemstructuur, en de roodverkleuring op de aanwezigheid van bevroren water in de vorm van een rijplaagje. Waar het water in de ijskoude, donkere maankraters vandaan komt, is nog onduidelijk. Het kan gaan om moleculen die ontstaan zijn door de inwerking van de zonnewind op het maanoppervlak, maar water kan ook met meteorieten en (brokstukken van) kometen op de man terechtkomen. Hoe dan ook: volgens de wetenschappers die de kaarten hebben samengesteld, wordt de rijplaag in de kraters veel minder snel afgebroken dan tot nu toe werd gedacht.
Meer informatie:
Lunar Reconnaissance Orbiter's LAMP reveals lunar surface features
6 januari 2012
Planeetdeskundigen en geologen nemen aan dat er ca. 3,8 miljard jaar geleden een hevig 'oerbombardement' plaatsvond in het zonnestelsel - ruim 700 miljoen jaar na het ontstaan van de planeten. Dit 'Late Heavy Bombardment' zou onder andere verantwoordelijk zijn voor de vorming van de grote inslagbekkens op de maan, die met het blote oog zichtbaar zijn als de donkere vlekken op de maan. Nieuw onderzoek van maandeskundige Paul Spudis van het Lunar and Planetary Institute zet echter vraagtekens bij deze theorie.
Dat er sprake was van een heftig bombardement met veel gigantische inslagen in een relatief korte periode van hooguit anderhalf miljoen jaar, blijkt uit leeftijdsbepalingen van de inslagbekkens op de maan. Die leeftijdsbepalingen zijn mede gebaseerd op geologisch onderzoek aan de maanstenen die door de Apollo-astronauten mee terug naar de aarde zijn genomen.
Uit onderzoek van foto's die gemaakt zijn door de Amerikaanse Lunar Reconaissance Orbiter concluderen Spudis en zijn collega's in een artikel in Journal of Geophysical Research dat de Apollo-bodemmonsters mogelijk uit materiaal bestaan dat bij de vorming van het Imbrium-inslagbekken is weggeworpen. Het Imbrium-bekken is het jongste grote inslagbekken op de maan.
In dat geval zouden andere inslagbekkens aanzienlijk ouder kunnen zijn dan is geconcludeerd op basis van de Apollo-metingen, en is er misschien helemaal geen sprake geweest van een kortdurend, hevig bombardement. Overigens bestaat er wel een overtuigende verklaring voor het Late Heavy Bombardment: het zou zijn opgetreden toen de reuzenplaneten langzaam maar zeker van baan veranderden, en daarbij sterke zwaartekrachtsverstoringen veroorzaakten in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter en in de Kuipergordel van ijzige objecten buiten de baan van Neptunus.
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 januari 2012
De Amerikaanse Marswagen Opportunity, die deze maand zijn achtste 'verjaardag' op Mars viert, gaat de komende maanden overwinteren in 'Greeley Haven'. Opportunity bevindt zich ten zuiden van de Marsevenaar, waar het de komende maanden winter is, met korte dagen en een lage zonnestand. Om toch voldoende zonne-energie op te vangen zal Opportunity enkele maanden doorbrengen op een helling die naar het noorden is gericht. De uitgezochte plek bevindt zich op Cape York, aan de rand van de Marskrater Endeavour. 'Greeley Haven' is de officieuze naam van de overwinteringsplaats van Opportunity, genoemd naar de onlangs overleden Marsonderzoeker Ronald Greeley. Naast onderzoek aan het maangesteente ter plaatse zal Opportunity de komende maanden ook een 360 graden-kleurenpanorama van Greeley Haven maken.
Meer informatie:
'Greeley Haven' is Winter Workplace for Mars Rover
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 januari 2012
De Russische Marssonde Phobos-Grunt, die na zijn deels mislukte lancering op 8 november 2011 in een lage aardbaan strandde, zal volgens Russische ruimtevaartofficials waarschijnlijk in het weekend van 15 januari terugvallen naar de aarde. Het veertien ton wegende gevaarte zal naar verwachting grotendeels in de atmosfeer verbranden, maar het is niet uitgesloten dat enkele brokstukken het aardoppervlak zullen bereiken. Waar die brokstukken terecht zullen komen, is nog onduidelijk: dat kan zo'n beetje overal tussen 51 graden noorderbreedte en 51 zuiderbreedte zijn. Daarmee liggen het uiterste zuiden van Nederlands-Limburg en de zuidelijke helft van België net binnen de 'gevarenzone'. De kans is echter verreweg het grootst dat Phobos-Grunt boven de oceaan of onbewoond gebied neerkomt.
Meer informatie:
Doomed Russian Mars Probe May Crash to Earth on Jan. 15
5 januari 2012
Op verschillende plaatsen in West-Australië is een mineraal gevonden, dat tot voor kort alleen bekend was van maangesteenten. Het mineraal, dat tranquillityiet wordt genoemd, naar de landingsplaats van de Apollo 11 (Mare Tranquillitatis), komt op aarde slechts in minuscule hoeveelheden voor en heeft geen grote economische waarde. Maar wetenschappers kunnen het gebruiken voor het bepalen van de leeftijd van de gesteenten waar het in voorkomt. In de basaltgesteenten die de Apollo-astronauten van de maan meebrachten, werden bij analyse op aarde drie onbekende mineralen gevonden. Twee daarvan - armalcoliet en pyroxferroiet - werden al vrij kort daarna ook op aarde gevonden. Het derde mineraal, tranquillityiet, bleef echter veertig jaar spoorloos. Tranquillityiet is een roodbruine stof die grotendeels uit ijzer, silicium, zirkoon en titanium bestaat, maar ook schaarse elementen als yttrium bevat. Dat dit mineraal zo schaars is op aarde komt deels omdat het gemakkelijk kan worden aangezien voor een ander mineraal, rutiel, en alleen met nauwgezette analyse kan worden aangetoond. Maar het komt op de maan ook gewoon meer voor dan de aarde, waar het tranquillityiet wordt aangetast door weersinvloeden, levende organismen en platentektoniek.
Meer informatie:
Rare Moon Mineral Found on Earth
1 januari 2012
De eerste van de twee Amerikaanse GRAIL-ruimtesondes is rond de jaarwisseling (Nederlandse tijd) aangekomen in een zeer langgerekte baan rond de maan, met een laagste punt op 90 kilometer hoogte en een hoogste punt op 8363 kilometer boven het maanoppervlak. De tweede, identieke ruimtesonde arriveerde in de nacht van 1 op 2 januari. Samen zullen de twee ruimtesondes de komende maanden nauwkeurige metingen verrichten aan het zwaartekrachtsveld van de maan. Daaruit kan onder andere informatie worden verkregen over de inwendige bouw. De lancering van de twee relatief kleine ruimtesondes vond plaats op 10 september; de afgelopen maanden zijn ze langzaam maar zeker in de richting van de maan gedirigeerd. De komende maanden worden de GRAIL-sondes in een lage, polaire omloopbaan gebracht op een hoogte van 55 kilometer, waarbij ze dicht achter elkaar in exact dezelfde baan over het maanoppervlak scheren. Uit precisiemetingen aan kleine variaties in de onderlinge afstand kan informatie worden verkregen over het zwaartekrachtsveld van de maan. De GRAIL-sondes hebben ook een kleine camera aan boord, MoonKAM geheten, waarmee educatieve programma's voor Amerikaanse middelbare scholen uitgevoerd worden.
Meer informatie:
First of NASA's GRAIL Spacecraft Enters Moon Orbit
GRAIL
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
28 december 2011
De Amerikaanse tweelingsonde GRAIL is bijna op zijn bestemming. Op respectievelijk 31 december en 1 januari moeten GRAIL-A en GRAIL-B met een flinke stoot van hun raketmotoren, die ongeveer veertig minuten duurt, in een baan om de maan worden gebracht. GRAIL staat voor Gravity Recovery And Interior Laboratory. De belangrijkste taak van het tweetal is het in kaart brengen van het zwaartekrachtsveld van de maan. Maar beide sondes zijn ook voorzien van een eenvoudige camera, waarmee opnamen voor educatieve en publicitaire doeleinden zullen worden gemaakt. Aanvankelijk zullen de GRAIL-sondes in een langgerekte polaire baan om de maan draaien, met een omlooptijd van ruim elf uur. In de loop van de komende weken, zal die baan - opnieuw met behulp van de raketmotoren - worden 'bijgeschaafd' tot een vrijwel cirkelvormige omloopbaan met een periode van iets minder dan twee uur. In maart kunnen de GRAILS dan aan hun eigenlijke onderzoeksprogramma beginnen. Terwijl zij op een onderlinge afstand van ongeveer tweehonderd kilometer op een hoogte van vijftig kilometer om de maan cirkelen, zullen gebieden van sterkere en zwakkere zwaartekracht - veroorzaakt door zichtbare structuren als gebergten en kraters, maar ook door ondergrondse massaconcentraties - de beide sondes een beetje naar elkaar toe of van elkaar weg doen bewegen. Die variaties in hun onderlinge snelheid moeten meer inzicht geven in het inwendige van de maan. Het onderzoek zal drie maanden in beslag nemen.
Meer informatie:
NASA Twin Spacecraft On Final Approach For Moon Orbit
Website GRAIL
22 december 2011
Onderzoek door Nederlandse aardwetenschappers, onder leiding van Maarten Kleinhans van de Universiteit Utrecht, wijst erop dat voor het ontstaan van de geulen die in de wanden van veel hellingen op Mars te zien zijn, geen water nodig is. Dat blijkt uit onderzoek dat Kleinhans en zijn collega's hebben verricht aan boord van een onderzoeksvliegtuig van de TU Delft. Door een duikvlucht te maken kan de piloot van dat vliegtuig enige tijd de zwaartekracht van Mars nabootsen. De onderzoekers hebben op video vastgelegd hoe korrelige materialen van uiteenlopende aard zich onder die geringere zwaartekracht gedragen. Hun conclusies ontkrachten het bestaande idee dat de geulen op Mars niet steil genoeg zijn om door eenvoudige aardverschuivingen te zijn ontstaan: daarvoor zou een 'smeermiddel' nodig zijn geweest - water bijvoorbeeld. Volgens de Nederlandse onderzoekers lijkt het er echter op dat onder lagere zwaartekracht de inwendige wrijving van korrelachtig materiaal laag genoeg is om zonder smeermiddel een flauwe helling af te schuiven.
Meer informatie:
Gravity's effect on landslides: A strike against Martian water
22 december 2011
Al jarenlang breken wetenschappers zich het hoofd over de vraag waarom het magnetische veld van de planeet Mercurius zo zwak is. Een team van voornamelijk Duitse wetenschappers denkt het raadsel te hebben opgelost. Volgens hen is het veld zo zwak omdat de zonnewind het magnetische veld van Mercurius tegenwerkt (Science, 23 december). Van buiten lijkt de kleine planeet Mercurius als twee druppels water op onze maan. Maar van binnen moet hij ongeveer zo in elkaar zitten als de aarde, want anders dan de maan heeft Mercurius een globaal magnetisch veld. Zo'n magnetisch veld ontstaat doorgaans door stromingen in de hete, vloeibare ijzerkern van een planeet. Volgens modelberekeningen zou dat 'dynamoproces' bij Mercurius moeten resulteren in een magneetveld dat ongeveer net zo sterk is als dat van onze planeet. Maar dat is het niet: het is 150 keer zo zwak. De nieuwe computermodellen laten nu zien dat de zonnewind, die door de kleine binnenplaneet natuurlijk sterk wordt gevoeld, daar wel eens de hand in kunnen hebben. Deze gestage stroom geladen deeltjes van de zon veroorzaakt sterke elektrische stromen in de magnetosfeer van de planeet, waarvan de bijbehorende magnetische velden het inwendige dynamoproces tegenwerken.
Meer informatie:
Mercury's magnetic field – nipped in the bud
19 december 2011
Wetenschappers van NASA en het California Institute of Technology zien wel wat in de mogelijkheid om een telescoop naar de buitengebieden van ons zonnestelsel te sturen. Daar zou zo'n instrument veel minder hinder ondervinden van de felle gloed van de zon en van het zodiakale licht, dat wordt veroorzaakt door de verstrooiing van zonlicht aan stofdeeltjes die uit planetoïdengordel afkomstig zijn. De telescoop zou kunnen meeliften met een van de ruimtesondes die in de niet al te verre toekomst naar de buitenplaneten van ons zonnestelsel worden gestuurd. Met het instrument zou een beter beeld kunnen worden verkregen van de gloed van de hemelachtergrond, die afkomstig is van alle lichtbronnen in het heelal, waaronder de allereerste generatie sterren. Groot hoeft het instrument niet te zijn. Het huidige concept, dat de naam Zodiacal dust, Extragalactic Background and Reionization Apparatus (ZEBRA) heeft gekregen, gaat uit van een 15-centimeter telescoop met de nodige 'randapparatuur'.
Meer informatie:
NASA Considers Sending a Telescope to Outer Solar System
16 december 2011
De Russische Marssonde Phobos-Grunt, die door een mankement in een lage aardbaan is gestrand, zal waarschijnlijk tussen 6 en 19 januari terugvallen naar de aarde. Boven welk werelddeel dat gebeurt, zal pas enkele dagen van tevoren duidelijk worden. Het Russische ruimteagentschap Roskosmos verwacht dat twintig tot dertig fragmenten, met een totaal gewicht van maximaal tweehonderd kilo, het aardoppervlak kunnen bereiken. Daar zou een minimale hoeveelheid radioactief kobalt-57 bij kunnen zitten, maar dat levert naar verwachting geen groot risico op. De tien ton zeer giftige raketbrandstof die nog aan boord is, zal waarschijnlijk hoog in de aardatmosfeer verbranden, al zijn niet alle deskundigen daar gerust op. De ruim 130 miljoen euro kostende ruimtesonde werd op 8 november gelanceerd om bodemmonsters op te halen van de Marsmaan Phobos. Al kort na de lancering bleek echter dat de raketmotor die de Phobos-Grunt op weg naar Mars moest helpen hardnekkig dienst weigerde.
Meer informatie:
Russian probe meant for Mars to crash back to Earth next month
Russianspaceweb.com
15 december 2011
De stoflawines rond inslagkraters op de planeet Mars zijn mogelijk het gevolg van de schokgolf die voorafgaat aan de eigenlijke meteorietinslag. Tot die conclusie komt een team van Amerikaanse en Russische onderzoekers. Aanvankelijk bestond het idee dat de lawines werden veroorzaakt door de seismische bevingen die bij een inslag optreden. Maar door de ontdekking van symmetrische boogpatronen in de verdelingen van de vele duizenden stoflawines rond een groepje recent gevormde kraters is daar twijfel over ontstaan. Deze patronen laten zich niet gemakkelijk met seismische bevindingen verklaren. Meteorieten die met hoge snelheid door de ijle Marsatmosfeer bewegen, veroorzaken schokgolven in de lucht. Computersimulaties laten zien dat zulke schokgolven precies de waargenomen lawineverdeling kunnen veroorzaken. De Marsatmosfeer is honderd keer zo ijl als de aardatmosfeer. Hierdoor kunnen meteorieten veel gemakkelijker op het oppervlak inslaan dan op onze planeet, waar de meeste meteorieten al op grote hoogte uiteenvallen. Met de Mars Reconnaissance Orbiter worden jaarlijks ongeveer twintig verse inslagkraters ontdekt met middellijnen van één tot vijftig meter.
Meer informatie:
Meteorite Shockwaves Trigger Dust Avalanches on Mars
Airblast avalanches
13 december 2011
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft een nieuwe app gelanceerd waarmee recente beelden en waarnemingsgegevens van de milieusatelliet Envisat zijn te bekijken. De ESA App V2, zoals hij officieel heet, maakt het mogelijk om foto's van de aarde te bekijken die gemaakt zijn met het radarinstrument ASAR (dat door de wolken heen kan kijken) of met de MERIS-spectrometer. De tien meest recente beelden van Envisat worden automatisch gedownload en getoond, en de app is nauw geïntegreerd met Twitter en Facebook. Met de app is het onder andere mogelijk om het verloop van grote bosbranden of vulkaanuitbarstingen te volgen, of om even te checken of er al sneeuw ligt in je favoriete wintersportgebied. ESA App V2 is gratis te downloaden in de Apple AppStore.
Meer informatie:
Planet Earth in your pocket … and on your tablet
Persbericht over ESA App V2
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 december 2011
Hoewel hij nog maanden van zijn reisdoel verwijderd is, is de nieuwe Marsrover Curiosity alvast aan het meten geslagen. Met zijn Radiation Assessment Detector (RAD) detecteert hij de energierijke deeltjes die afkomstig zijn van de zon, verre supernova's en andere kosmische bronnen. De metingen, die ook na de landing op Mars in augustus 2012 zullen doorgaan, zijn bedoeld om vast te stellen hoe schadelijk de kosmische straling is voor astronauten en andere levende organismen in de ruimte en op het Marsoppervlak. De verzamelde gegevens kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt om stralingsschilden te ontwerpen voor toekomstige bemande ruimtemissies. Ook zullen de RAD-metingen helpen vaststellen of de omstandigheden rond de landingsplek van Curiosity geschikt zijn (geweest) voor leven. Voor toekomstige Marsmissies is het van belang om te weten hoe diep in de Marsbodem moet worden geboord om mogelijke bewijzen van leven te vinden.
Meer informatie:
NASA Mars-Bound Rover Begins Research in Space
Measuring the radiation environment on Mars
Curiosity and the Solar Storm
9 december 2011
Volgens Amerikaanse astronomen kan de succesvolle ruimtetelescoop Kepler, die jacht maakt op planeten bij andere sterren dan de zon, ook gebruikt worden om te speuren naar 'mini zwarte gaatjes' - hypothetische objecten die vlak na de oerknal ontstaan zouden kunnen zijn. Dat meldt de website physorg.com. Dergelijke 'oergaatjes' zouden mogelijk een verklaring kunnen vormen voor de mysterieuze donkere materie in het heelal. Het zou gaan om objecten met een massa tussen een tienmiljoenste en een tienbiljoenste van de massa van de zon.
Als er in de interstellaire ruimte inderdaad zulke kleine zwarte gaatjes rondzweven, zal het licht van sterren op de achtergrond af en toe een heel klein beetje versterkt worden door de zwaartekrachtlenswerking van de gaatjes. Zo'n 'microlenseffect' heeft een heel karakteristieke vorm, en zou door de extreem gevoelige fotometer van Kepler gemeten moeten kunnen worden, aldus Kim Griest van de Universiteit van Californië in Berkeley en Agnieszka Cieplak en Bhuvnesh Jain van de Universiteit van Pennsylvania. Er is via de microlenstechniek al eerder gespeurd naar het bestaan van 'oergaatjes', maar de grote nauwkeurigheid van de Kepler-metingen bieden compleet nieuwe perspectieven. De drie astronomen publiceren hun idee in Physical Review Letters.
Artikel op www.physorg.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 december 2011
Het Marswagentje Opportunity heeft heldere aders van een mineraal - vermoedelijk gips - ontdekt. Dat vormt opnieuw een aanwijzing dat er ooit water door het (vulkanische) gesteente van Mars is gesijpeld. Anders dan op andere vindplaatsen op Mars, betreft het een tamelijk zuivere afzetting van het mineraal. De ader die Opportunity het best bekeken heeft, is ongeveer duimbreed, een halve meter lang en steekt een klein stukje boven het omringende gesteente uit. Uit spectrometrisch onderzoek blijkt dat het mineraal rijk is aan calcium en zwavel, in een verhouding die overeenkomt met die van calciumsulfaat. Deze laatste verbinding kent allerlei minerale verschijningsvormen die zich onderscheiden door de hoeveelheid water die in de kristalstructuur van het mineraal is opgeslagen. Het mineraal dat Opportunity heeft ontdekt lijkt nog het meest op gips.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Finds Mineral Vein Deposited by Water
30 november 2011
Wetenschappers weten dat het magnetische veld van de aarde in de loop van de duizenden jaren vaak omkeert. Als we 800.000 jaar terug konden gaan in tijd, zou de naald van ons kompas naar het zuiden wijzen in plaats van het noorden. Onduidelijk was of zo'n magnetische omkering ook rampzalige gevolgen zou kunnen hebben. Analyse van geologische en fossiele gegevens wijst erop dat dat niet het geval is. De afgelopen twintig miljoen jaar is het magnetische veld van de aarde gemiddeld eens in de 200.000 tot 300.000 jaar omgekeerd. Dat gaat niet in één klap: het proces duurt honderden tot duizenden jaren. En daarbij verdwijnt het magnetische veld van onze planeet nooit volledig. De wisselende richting van het aardmagnetische veld is vastgelegd in lavasedimenten op de oceaanbodem. Uit onderzoek van fossiel materiaal blijkt dat tijdens de laatste omkering, die ongeveer 780.000 jaar geleden plaatsvond, niets opzienbarends is gebeurd met het dieren- en plantenleven op aarde. Ook klimaatveranderingen zijn toen niet opgetreden. De oorzaak van de omkering van het aardmagnetische veld wordt gezocht bij de bron ervan: de vloeibare, metalen buitenkern van onze planeet. Veranderende stromingen daarin zouden tot de omkering ervan leiden.
Meer informatie:
Magnetic Pole Reversal Happens All The (Geologic) Time
30 november 2011
Amerikaanse wetenschappers hebben, aan de hand van de oudste mineralen op aarde, de atmosferische omstandigheden gereconstrueerd zoals die kort na het ontstaan van onze planeet bestonden. Hun bevindingen, die deze week in Nature zijn gepubliceerd, geven een compleet nieuw beeld van de vroege aardatmosfeer. Volgens de wetenschappers bestond de aardatmosfeer 500 miljoen jaar na het ontstaan ervan niet grotendeels uit methaan, koolmonoxide, waterstofsulfide en ammoniak, zoals tot nu toe werd aangenomen, maar leek zij veel meer op de huidige atmosfeer. Ze werd gedomineerd door vertrouwde zuurstofverbindingen als waterdamp, kooldioxide en zwaveldioxide. De bevindingen kunnen van groot belang zijn voor het onderzoek naar het ontstaan van leven op onze planeet. Het lijkt erop dat de wetenschappers die zich met dat onderzoek bezighouden zijn uitgegaan van een verkeerde atmosferische samenstelling.
Meer informatie:
Scientists Make Key Discovery About the Atmosphere of Early Earth;
26 november 2011
De Amerikaanse Marswagen Curiosity (officieel Mars Science Laboratory geheten) is om 16.02 uur Nederlandse tijd met succes gelanceerd vanaf de basis Cape Canaveral in Florida. Curiosity zal in augustus 2012 bij Mars aankomen, en in de grote krater Gale onderzoek doen naar de mogelijke bewoonbaarheid van de rode planeet in het verre verleden. Vooral de landing op Mars, met behulp van een zogeheten sky crane , belooft spectaculair te worden.
Het kleinere Marswagentje Opportunity, dat bijna acht jaar geleden op Mars aankwam, is overigens nog steeds actief. De Russische ruimtesonde Phobos-Grunt, die bodemmonsters van de kleine Marsmaan Phobos terug had moeten halen naar de aarde, moet waarschijnlijk als verloren worden beschouwd: het radiocontact met de ruimtesonde, die nog steeds doelloos in een baan rond de aarde draait, leek eerder deze week even te zijn hersteld, maar is inmiddels weer verloren geraakt.
Mars Curiosity
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 november 2011
Sinds het Europese ruimteagentschap ESA afgelopen dinsdag voor het eerst signalen oppikte van de onwillige Russische Marssonde Phobos-Grunt, is een onregelmatige communicatie op gang gekomen. De gegevens die de afgelopen dagen tussen de ruimtesonde en het ESA-volgstation in Australië zijn uitgewisseld, zijn ter analyse naar de Russische vluchtleiding gestuurd. In de nacht van 23 op 24 november zijn voor het eerste telemetrische gegevens van de Phobos-Grunt opgevangen. Deze gegevens bevatten doorgaans informatie over de technische toestand van de diverse systemen aan boord. Maar niet elke keer dat de ruimtesonde binnen het blikveld van het Australische volgstation komt, kan er contact worden gemaakt. Dat kan erop wijzen dat niet alle antennes van de Phobos-Grunt werken. Hoe dan ook: er gloort weer een sprankje hoop.
Meer informatie:
ESA station keeps contact with Russian Mars mission Phobos-Grunt
23 november 2011
Op Cape Canaveral in Florida staat de Atlas V-raket klaar die komende zaterdag (26 november) het Mars Science Laboratory de ruimte in moet brengen. De lancering vindt op zijn vroegst om 16.02 uur Nederlandse tijd plaats, maar bij slecht weer of technische problemen volgt uitstel. De laatst mogelijke lanceerdatum is 18 december. De ruimtesonde, die in augustus 2012 bij de planeet Mars moet aankomen, heeft een geavanceerde mobiele onderzoeksrobot aan boord. Deze 'Marsrover', die de naam Curiosity heeft gekregen, zal landen in de grote inslagkrater Gale. Curiosity gaat onderzoeken hoe leefbaar die plek ooit kan zijn geweest voor micro-organismen. De lancering van het Mars Science Laboratory is te volgen via NASA TV. Als alles goed is gegaan, zal de ruimtesonde ongeveer 55 minuten na zijn lancering contact opnemen met de vluchtleiding. Pas dan zal blijken of deze Marsmissie een betere start heeft dan de twee weken gelanceerde Phobos-Grunt, die nog steeds in een baan om de aarde draait.
Meer informatie:
Mars Science Laboratory Launch Milestones
NASA TV
23 november 2011
Wetenschappers weten dat de vloeibare buitenkern van de aarde voor minstens negentig procent uit ijzer bestaat. Het resterende deel komt voor rekening van lichtere elementen, en omdat zuurstof het meest voorkomende element op aarde is, leek het aannemelijk dat ook de kern relatief veel zuurstof bevat. Nieuw onderzoek door Chinese en Amerikaanse geofysici, waarvan de resultaten in Nature van 24 november verschijnen, wijst er echter op dat de kern van de aarde aan 'zuurstoftekort' lijdt. Omdat we op geen enkele manier bij de kern van de aarde kunnen komen, moet de samenstelling ervan uit seismische gegevens worden afgeleid. Zo vertellen de snelheden waarmee aardbevingsgolven op verschillende diepten door de aardkern gaan ons iets over de dichtheid en de geluidssnelheid ter plaatse. Tot nu toe viel het echter niet mee om deze variaties te vertalen naar verschillen in chemische samenstelling, vooral omdat het heel moeilijk bleek om de diverse materialen onder de gewenste druk (300 gigapascal) en temperatuur (6000 graden) te onderzoeken. Daar hebben de wetenschappers nu verandering in gebracht. Door plaatjes van verschillende ijzerlegeringen met snelle projectielen te beschieten, werden gedurende korte tijd de omstandigheden in de aardkern nagebootst. Van het vloeibare materiaal dat bij deze schokexperimenten ontstond werd behalve de dichtheid ook de snelheid waarmee geluid door het materiaal ging gemeten. Door de gevonden gegevens te vergelijken met seismische waarnemingen, komen de wetenschappers tot de conclusie dat de buitenkern van de aarde niet veel zuurstof kan bevatten.
Meer informatie:
Earth's core deprived of oxygen
23 november 2011
Met het Europese volgstation in Perth, Australië, zijn radiosignalen opgevangen van de Russische Marsverkenner Phobos-Grunt, die bodemmonsters van de kleine Marsmaan Phobos naar de aarde had moeten brengen. Phobos-Grunt werd op 8 november gelanceerd, maar Russische vluchtleiders verloren het radiocontact met het ruimtevaartuig, dat vermoedelijk als gevolg daarvan in zijn tijdelijke baan rond de aarde bleef cirkelen, zonder ooit echt op pad te gaan naar Mars. De Russische ruimtevaartorganisatie gaf onlangs voor het eerst toe dat de missie als verloren moest worden beschouwd. Of daar nu verandering in komt moet nog worden afgewacht.
Meer informatie:
ESA tracking station establishes contact with Russia's Phobos Mars mission
Achtergrondinformatie over Phobos-Grunt
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 november 2011
Het wetenschappelijke team dat zich bezighoudt met het camerasysteem aan boord van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) heeft de meest nauwkeurige topografische kaart gepresenteerd die ooit van de maan is gemaakt. De nieuwe hoogtekaart toont vrijwel de complete maan op een schaal van ongeveer honderd meter per pixel. De getoonde hoogten hebben een nauwkeurigheid van een meter of twintig. Hoewel de maan onze naaste buur is, was zijn precieze vorm nog niet zo goed bekend. Daar is met deze hoogtekaart verandering in gekomen. Met de nieuwe gegevens hopen wetenschappers meer inzicht te krijgen in het ontstaan van inslagkraters en vulkanische structuren. Ook zal de kaart worden gebruikt voor de planning van toekomstige bemande of onbemande maanlandingen. De topografische maankaart is gebaseerd op de vele duizenden stereobeelden die tijdens het eerste jaar van de LRO-missie zijn gemaakt. Er is inmiddels nóg een jaar aan gegevens binnen, waarmee niet alleen de kleine lege plekjes op de huidige kaart kunnen worden ingevuld, maar ook de nauwkeurigheid van de kaart wordt vergroot.
Meer informatie:
LRO Camera Team Releases High Resolution Global Topographic Map of Moon
Lunar Topography - As Never Seen Before!
15 november 2011
Nieuw onderzoek door Portugese en Amerikaanse geofysici laat zien dat ook de zandduinen rond de evenaar van Mars aan het 'wandelen' zijn. Eerder was dit verschijnsel al waargenomen bij de duinen in de poolstreken van de planeet. Aardse duinen wandelen onder invloed van de wind. Windtunnelexperimenten en atmosferische computersimulaties gaven echter de indruk dat de huidige winden op Mars doorgaans niet sterk genoeg zijn om dat voor elkaar gekregen. Daarom werd de waargenomen verplaatsing van de poolduinen vooral toegeschreven aan de sublimatie - het rechtstreeks in gasvorm overgaan - van kooldioxide-ijs in de zomermaanden. Rond de relatief warme evenaar van Mars treedt dit seizoenseffect echter niet op. Toch blijkt uit opnamen van de Mars Reconnaissance Orbiter dat ook daar de duinen wandelen: per jaar schuiven ze ongeveer een meter op. Volgens de onderzoekers wijst dat er sterk op dat de wind een grotere rol speelt bij de duinverplaatsingen dan tot nu toe werd aangenomen. Er moet nog maar eens goed worden gekeken naar de windtunnelexperimenten en computersimulaties die aangaven dat het op Mars niet zo vaak hard waait.
Meer informatie:
Winds drive dune movement on Mars
NASA Orbiter Catches Mars Sand Dunes in Motion
15 november 2011
De maan is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan in de nasleep van een catastrofale botsing tussen de pas gevormde aarde en een protoplaneet ter grootte van Mars. Algemeen wordt aangenomen dat die botsing kort na de vorming van de aarde plaatsvond. Nieuwe modelberekeningen van geologen van de Harvard-universiteit laten echter zien dat de maan mogelijk pas 70 miljoen jaar na de aarde ontstond.
In hun modelberekeningen, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences , maken Stein Jacobsen en Gang Yu gebruik van een radioactieve dateringsmethode, waarbij gekeken wordt naar de relatieve hoeveelheden van de isotopen hafnium-182 en wolfraam-182 in de mantel van de aarde en in maanstenen.
Eerder waren op basis van isotopen-onderzoek al aanwijzingen gevonden dat de maan misschien relatief laat was ontstaan, maar dat leek niet in overeenstemming te zijn met modelberekeningen. Jacobsen en Yu weten die twee nu wél met elkaar in overeenstemming te brengen, met de kanttekening dat dat alleen lukt wanneer de aarde zelf in vrij korte tijd is gevormd, binnen 8 tot 12 miljoen jaar na het ontstaan van het zonnestelsel.
De twee geologen denken dat hun nieuwe modellen in de toekomst mogelijk ook kunnen leiden tot nieuwe inzichten in de wordingsgeschiedenis van de kleine planeet Mars.
Artikel op www.physorg.com
Link naar vakpublicatie over het onderzoek.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 november 2011
De Russische Marsverkenner Phobos-Grunt, die onder andere bodemmateriaal van de kleine Marsmaan Phobos naar de aarde zou brengen, moet als verloren worden beschouwd, aldus een bron binnen de Russische ruimtevaartindustrie die geciteerd wordt in een nieuwsbericht van het Russische persbureau Interfax.
Phobos-Grunt werd dinsdagavond 8 november Nederlandse tijd met succes in een baan om de aarde gebracht vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan, maar de motor die de ruimtesonde vervolgens op weg naar Mars moest helpen, kwam niet tot ontbranding. Technici zijn er niet in geslaagd contact met de ruimtesonde te krijgen, en inmiddels is het niet meer mogelijk de missie nog te redden. In de loop van december zal Phobos-Grunt terugvallen in de aardse dampkring.
Het is de zoveelste mislukking op rij voor het Russische Marsonderzoek. Ook andere sectoren van het Russische ruimtevaartprogramma kampten de afgelopen maanden met problemen en tegenslagen. De lancering van een bemande Sojoez met aan boord drie astronauten die een half jaar zullen doorbrengen aan boord van het internationale ruimtestation ISS verliep zondagavond ondanks barre weersomstandigheden echter probleemloos.
Achtergrondverhaal op www.spaceflightnow.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 november 2011
Terwijl hun Russische collega's nog steeds verwoede, maar vooralsnog vergeefse pogingen doen om contact te krijgen met de onwillige Marssonde Phobos-Grunt, bereiden NASA-medewerkers zich voor op de lancering van de Mars Science Laboratory (MSL), die voor 25 november op het programma staat. Deze ruimtesonde moet de nieuwe mobiele onderzoeksrobot Curiosity op onze buurplaneet afleveren. Het is de bedoeling dat Curiosity, die met een gewicht van 900 kilogram vijf keer zo zwaar is als zijn voorgangers Spirit en Opportunity, in de ruim 150 kilometer grote krater Gale landt, aan de voet van een vijf kilometer hoge berg van gelaagd gesteente. Uit het onderzoek moet blijken of de omstandigheden ter plaatse ooit geschikt zijn geweest voor het ontstaan van micro-organismen. Curiosity is uitgerust met tien wetenschappelijke instrumenten. De meest in het oog springende onderdelen zijn een twee meter lange 'mast' met camera's en een even lange robotarm die voorzien is van een boor en een schepje, waarmee bodemmonsters naar de instrumenten in de Marsrover kunnen worden overgebracht. Curiosity krijgt (in eerste instantie) twee jaar de tijd voor zijn onderzoek. Of de lancering ook werkelijk op 25 november plaatsvindt, is afhankelijk van het weer in Florida. De laatste lanceermogelijkheid is op 18 december.
Meer informatie:
NASA Ready For November Launch Of Car-Sized Mars Rover
NASA Sets Mars Science Laboratory Launch Coverage
Russianspaceweb.com
9 november 2011
De aanwezigheid van magnetische gesteenten op de maan, die zelf geen magnetisch veld heeft, is al sinds de Apollo-missies van de jaren zeventig een raadsel. Een team aardwetenschappers heeft nu een mechanisme bedacht dat de maan vroeger toch een magnetisch veld kan hebben gegeven (Nature, 10 november). De 'dynamo' die het magnetische veld van de aarde opwekt, wordt aangedreven door de hitte in de binnenkern van de planeet, die stromingen veroorzaakt in het vloeibare ijzer van de buitenkern. De maan is echter te klein om ooit op die manier een magnetisch veld te hebben opgewekt. De magnetische gesteenten op het maanoppervlak wijzen er echter op dat er ooit wel zo'n veld is geweest. Volgens de aardwetenschappers is het mogelijk dat de maan een ander soort dynamo had. Deze zou hebben bestaan uit een kleine kern van vloeibaar ijzer die in beroering werd gebracht door bewegingen van de mantel van het gesteente daaromheen. Deze bewegingen zouden het gevolg zijn van sterke getijdenkrachten: de afstand tussen aarde en maan was aanvankelijk namelijk veel kleiner dan nu. Modelberekeningen laten zien dat de maan op deze manier gedurende zeker een miljard jaar een magnetisch veld in stand kon houden. Dit veld verdween doordat de afstand tot de aarde geleidelijk toenam, waardoor de getijdenkrachten kleiner werden en de 'dynamo' van de maan stilviel.
Meer informatie:
Ancient lunar dynamo may explain magnetized moon rocks
9 november 2011
Dinsdagavond om 21.16 uur Nederlandse tijd is vanaf de lanceerbasis Bajkonoer in Kazachstan de Russische Marsverkenner Phobos-Grunt met succes gelanceerd. In oktober 2012 zou de ruimtesonde, samen met de kleine Chinese onderzoekssatelliet Yinghuo 1, moeten aankomen in een baan rond de rode planeet. Maar of dat lukt is nog maar de vraag. Het starten van de raketmotor van de bovenste rakettrap van de Fregat-draagraket waarmee de beide sondes zijn gelanceerd, lijkt te zijn mislukt. Onduidelijk is nog of het mankement hardware- of softwaregerelateerd is. In het laatste geval bestaat er een kleine kans dat de Marsmissie kan worden gered. Ook in de jaren tachtig en in 1996 deed Rusland vergeefse pogingen om onze buurplaneet te bereiken.
Meer informatie:
Russianspaceweb.com
Achtergrondartikel op www.spaceflightnow.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
8 november 2011
Metr de High Resolution Stereo Camera van de Europese ruimtesonde Mars Express zijn nieuwe stereoscopische opnamen gemaakt van de middelgrote Marsvulkaan Tharsis Tholus. Deze schildvulkaan meet aan de basis 155 bij 125 kilometer; hij torent 8 kilometer boven het omringende landschap uit. Op basis van de stereoscopische waarnemingen is een digitaal hoogtemodel van de vulkaan gecreëerd, dat vervolgens vanuit elke gewenste hoek kan worden getoond en bekeken. Op die manier is duidelijk te zien dat de vulkaan sterk gedeformeerd is geraakt. Zo is de caldeira gedeeltelijk verzakt; aan de ene kant ligt de kraterrand 2,7 kilometer lager dan aan de andere kant. Vermoedelijk is de vulkaantop tijdens of kort na een uitbarsting ingestort. Op het hier getoonde perspectiefbeeld zijn verschillende kleuren gebruikt om hoogten boven het omringende terrein aan te geven.
Meer informatie:
Battered Tharsis Tholus volcano on Mars
Mars Express
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 november 2011
Het oppervlak van de planeet Mars is nooit lang genoeg voldoende warm en vochtig geweest voor het ontstaan van leven. Dat blijkt uit een onderzoek waarvan de resultaten deze week in Nature zijn gepubliceerd. Áls er ooit al leven was op onze buurplaneet, moet dat ondergronds worden gezocht. Een en ander volgt uit een nieuwe inventarisatie van de meetgegevens van Europese en Amerikaanse ruimtesondes, die is opgesteld door Franse en Amerikaanse wetenschappers. De onderzoekers hebben nauwkeurig in kaart gebracht waar zich kleimineralen aan de oppervlakte bevinden - mineralen die alleen onder warme, vochtige omstandigheden worden gevormd. Op slechts enkele van de meer dan 350 onderzochte locaties zijn inderdaad kleimineralen aan de oppervlakte aangetroffen. Ook elders zijn kleimineralen te vinden, maar die liggen dieper. Volgens de onderzoekers betekent dit dat het Marsoppervlak de laatste vier miljard jaar vrijwel steeds ijskoud en gortdroog is geweest. Dat wil echter niet zeggen dat er op Mars nooit leven kan zijn geweest. Sommige van de gevonden kleimineralen ontstaan alleen bij temperaturen van meer dan 200 graden Celsius, wat erop wijst dat de ondergrondse omstandigheden op de planeet lange tijd veel gunstiger waren dan die aan het oppervlak.
Meer informatie:
NASA Study Of Clay Minerals Suggests Watery Martian Underground
1 november 2011
De merkwaardige heldere kuilen die NASA-ruimtesonde MESSENGER onlangs op Mercurius heeft ontdekt, zijn mogelijk veroorzaakt door de uitstoot van waterstof uit het inwendige van de planeet. Dat suggereert de Amerikaanse geofysicus Marvin Herndon. Volgens Herndon zouden de inwendige druk en temperatuur tijdens het vormingsproces van Mercurius hoog genoeg kunnen zijn geweest om het aanwezige ijzer te doen smelten. En dat vloeibare ijzer kan grote hoeveelheden waterstof hebben opgenomen. Door het afkoelen van het planeetinwendige zou dit waterstofgas weer vrijkomen en zich een weg naar buiten zoeken. Op plaatsen waar de waterstof uiteindelijk ontsnapt zouden op die manier niet alleen kuilen kunnen ontstaan: door een chemische reactie zou ijzersulfide, dat aan het oppervlak van Mercurius rijkelijk aanwezig is, weer in metallisch ijzer worden omgezet. Dat zou dan de heldere tint van de kuilen kunnen verklaren.
Meer informatie:
Hydrogen Geysers And Metallic Iron Could Explain Puzzling Hollows on Mercury
31 oktober 2011
In het computergeheugen van Mars Express zijn storingen opgetreden die de vluchtleiding ertoe hebben gebracht om het onderzoek met de al bijna acht jaar om Mars cirkelende ruimtesonde tijdelijk stil te leggen. Naar een oplossing voor het probleem, dat halverwege augustus voor de eerst de kop op stak, wordt nog gezocht. Drie jaar geleden kampte Mars Express ook al met 'geheugenproblemen', die toen werden opgelost door over te schakelen op een backupsysteem. De getroffen geheugenmodules worden gebruikt voor het opslaan van de gegevens die de meetinstrumenten van de ruimtesonde verzamelen, maar ook voor de opslag van de commando's die de ruimtesonde vanaf de aarde ontvangt. Het defect heeft niet alleen gevolgen voor het onderzoeksprogramma van Mars Express. Zolang de sonde in 'sluimerstand' verkeert, gebruikt hij meer brandstof dan normaal omdat hij probeert om steeds zoveel mogelijk zonlicht te blijven opvangen, wat de nodige draaimanoeuvres vereist.
Meer informatie:
Mars Express observations temporarily suspended
29 oktober 2011
Het Russische ruimteagentschap Roscosmos heeft 9 november gekozen als lanceerdatum voor de Phobos-Grunt-missie naar de planeet Mars en zijn kleine maantje Phobos. Een van de doelen van de missie is het ophalen van een bodemmonster van Phobos. Phobos-Grunt is de eerste Russische missie naar Mars in vijftien jaar. Bij de vorige poging, Mars 96, ging het al mis bij de lancering - zoals bijna alle Russische Marsmissies van de afgelopen vijftig jaar grotendeels op een mislukking uitliepen. Met de Phobos-Grunt reist nog een kleine Chinese ruimtesonde mee: de Yinghuo-1. Deze moet twee jaar om Mars gaan cirkelen en het oppervlak en de atmosfeer van de planeet onderzoeken. De reis naar Mars gaat elf maanden duren, waarna Phobos-Grunt enkele maanden zal zoeken naar een geschikte landingsplaats op Phobos. Het is de bedoeling om daar 200 gram bodemmateriaal te verzamelen en dit in augustus 2014 weer op aarde af te leveren. Op 25 november zal overigens nóg een ruimtesonde de oversteek naar Mars gaan wagen: het Amerikaanse Mars Science Laboratory. Deze moet in augustus 2012 de nieuwe mobiele onderzoeksrobot Curiosity op Mars afleveren.
Meer informatie:
Russia Fuels Phobos-Grunt and sets Mars Launch for November 9
25 oktober 2011
Op vrijdag 28 oktober, om 11.48 uur Nederlandse tijd, moet een nieuwe Amerikaanse klimaatsatelliet gelanceerd worden, met een Delta 2-raket vanaf de Vandenberg Air Force Base in Californië. De NPP-satelliet (NPOESS Preparatory Project) is de eerste kunstmaan in een nieuw klimaatonderzoeksprogramma van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration. De satelliet, zo groot als een bus, is uitgerust met vijf gevoelige meetinstrumenten waarmee onderzoek gedaan wordt aan klimaatverandering, de ozonlaag, ijsbedekking, luchtverontreiniging enz. Het project kost 1,5 miljard dollar.
Een veel kleinere (en goedkopere) aardonderzoekssatelliet van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA viert deze week ondertussen zijn tiende verjaardag. De microsatelliet Proba-1, met een afmeting van slechts een kubieke meter, werd in 2001 gelanceerd om allerlei ruimtevaarttechnologieën uit te testen en te demonstreren, maar met de camera aan boord van de satelliet zijn inmiddels ca. twintigduizend gedetailleerde opnamen van het aardoppervlak gemaakt, in verschillende golflengtegebieden, die door honderden wetenschappers zijn gebruikt voor onderzoek aan o.a. vegetatie en milieu.
Meer informatie:
NPP is 'Go' for Oct. 28 Liftoff
Persbericht ESA over Proba-1 satelliet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 oktober 2011
Op beelden van de NASA-ruimtesonde MESSENGER zijn duizenden merkwaardige kuilen ontdekt op het oppervlak van de planeet Mercurius. De kuilen variëren in grootte van twintig meter tot anderhalve kilometer en zijn twintig tot veertig meter diep. Hoe ze zijn ontstaan, is nog onduidelijk. Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat het oppervlak van Mercurius, inslagen van meteorieten daargelaten, vrijwel onveranderlijk was. Maar de nu ontdekte kuilen lijken jonger te zijn dan de kraters waarin ze zijn aangetroffen. En dat betekent dat het Mercurius-oppervlak nog steeds evolueert. Soortgelijke kuilen zijn ontdekt op de planeet Mars, maar daar ontstaan ze in het ijs aan de zuidpool. De kuilen op Mercurius zitten in het oppervlaktegesteente. Ze kunnen niet zijn ontstaan door wind- of watererosie, omdat de planeet nu eenmaal geen atmosfeer heeft. Wetenschappers vermoeden dat hun vorming te maken moet hebben met de hoge temperaturen op Mercurius. Mogelijk ontstaan ze als materiaal van grotere diepte door een inslag aan het oppervlak komt en aan het luchtledige wordt blootgesteld. Dat zou ertoe kunnen leiden dat zwavel en andere vluchtige stoffen in het gesteente plotseling verdampen, waardoor dit sponsachtig wordt en verkruimelt.
Meer informatie:
Strange Hollows Discovered on Mercury
19 oktober 2011
Met behulp van gedetailleerde computermodellen hebben geologen van Princeton University de gevolgen berekend van zware kosmische inslagen op aarde, zoals de inslag die 65 miljoen jaar geleden een einde maakte aan de heerschappij van de dinosauriërs. Uit de nieuwe berekeningen, die gepubliceerd zijn in het oktobernummer van Geophysical Journal International , blijkt dat de seismische golven van zo'n zware kosmische inslag minder verwoestend zijn dan tot nu toe werd gedacht.
Eerdere berekeningen gingen er voor het gemak van uit dat de aarde een structuurloze bol is. De seismische golven van een inslag convergeren dan weer aan het tegenoverliggende punt van de aardbol, waar enorme verwoestingen zouden kunnen optreden. Er is zelfs wel gesuggereerd dat de enorme vulkanische activiteit die ca. 65 miljoen jaar geleden aanleiding gaf tot de vorming van de Deccan Traps in India veroorzaakt zou kunnen zijn door de convergerende seismische golven van de Chicxulub-inslag op het Mexicaanse schiereiland Yucatán.
De Princeton-geologen hebben de berekeningen nu echter uitgevoerd met een veel gedetailleerder model van de aarde, waarin de ellipsvorm, de verdeling van land en water, en de inwendige opbouw is verwerkt. Het blijkt dat de seismische golven dan niet zo nauwkeurig in één punt bijeen komen, waardoor de verwoestende werking minder groot is.
Meer informatie:
Impact study: Princeton model shows fallout of a giant meteorite strike
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 oktober 2011
De Amerikaanse NASA en het Japanse ministerie van economie, handel en industrie (METI) hebben een nieuwe, extreem nauwkeurige topografische kaart van de aarde gepresenteerd. De 3D-kaart is gebaseerd op metingen van het Japanse ASTER-instrument (Advanced Spaceborne Thermal Emission and Reflection Radiometer), een van de meetinstrumenten aan boord van de Amerikaanse Terra-kunstmaan, die in 1999 is gelanceerd. Met ASTER is 99% van het aardoppervlak stereoscopisch opgemeten, tussen de 83ste noordelijke en zuidelijke breedtegraad, met een ruimtelijke resolutie van dertig meter. De metingen zijn verwerkt in een extreem gedetailleerd 'digital elevation model' (DEM) van de aarde, dat beschikbaar is gesteld in het publieke domein.
Meer informatie:
NASA, Japan Release ImprovedTopographic Map of Earth
Digital Elevation Model van ASTER
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 oktober 2011
Onderzoekers van het California Institute of Technology (Caltech) hebben voor het eerst rechtstreeks kunnen aantonen dat Mars vroeger warmer was dan nu. Een analyse van koolstofhoudende mineralen in een vier miljard jaar oude meteoriet die van de rode planeet afkomstig is, laat zien dat deze mineralen zijn gevormd bij een temperatuur van 14 tot 22 graden Celsius. Deze temperatuurbepaling is cruciaal voor het onderzoek van de klimaatgeschiedenis van Mars. Uit gegevens met Marswagentjes en om de planeet cirkelende ruimtesondes was al gebleken dat overal op Mars droge rivierbeddingen en afzettingen van waterhoudende mineralen te vinden zijn. Dat betekent dat er ooit water moet hebben gestroomd, en dat de temperaturen ter plaatse beduidend hoger moeten zijn geweest dan het huidige gemiddelde van 63 graden onder nul. Maar een direct bewijs daarvoor ontbrak tot nu toe. De koolstofhoudende mineralen in de Marsmeteoriet - zogeheten carbonaten - zijn niet alleen onder relatief warme omstandigheden gevormd, dat moet ook in een natte omgeving zijn gebeurd. Waarschijnlijk zijn ze ontstaan in kleine barstjes in oppervlaktegesteenten waar water naar binnen is gesijpeld en enkele uren of dagen later is verdampt.
Meer informatie:
Caltech Researchers Take the Temperature of Mars's Past
10 oktober 2011
De koude winters die Noordwest-Europa de afgelopen paar jaar in hun greep hielden, zijn te danken aan variaties in de energieproductie van de zon. Dat stellen onderzoekers in het vakblad Nature Geoscience op basis van meetresultaten van de Amerikaanse SORCE-satelliet (SOlar Radiation and Climate Experiment).
Uit metingen met de Spectral Irradiance Monitor (SIM) van de kunstmaan blijkt dat de intensiteit van de ultraviolette straling van de zon ongeveer vijf maal zo sterk varieert als altijd is aangenomen. Tijdens een activiteitsminimum van de zon, zoals we dat de afgelopen jaren beleefden, produceert de zon aanzienlijk minder ultraviolette straling dan tijdens een activiteitsmaximum. UV-straling wordt geabsorbeerd door ozon in de stratosfeer. Weinig UV-straling betekent minder absorptie, en dus een lagere temperatuur in de stratosfeer. Uit klimaatmodellen blijkt dat dat doorwerkt naar lagere delen van de aardse dampkring, en gevolgen heeft voor de straalstroom en de bijbehorende luchtcirculatie dichter bij het aardoppervlak. Terwijl daardoor in Europa de (winter-)temperaturen sterk kunnen dalen, is het op andere plaatsen juist warmer dan normaal - de UV-variatie heeft geen invloed op de gemiddelde wereldtemperatuur.
Het gevonden verband tussen variaties in de UV-productie van de zon en het Europese weer zou ook een verklaring kunnen bieden voor de Kleine IJstijd: tussen ca. 1645 en 1715 was de zon tientallen jaren lang vrijwel niet actief, en lagen de wintertemperaturen in Europa ongeveer een graad lager dan normaal.
Nieuwsbericht op Planet Earth online (Engelstalig)
Nieuwsbericht op BBC Science & Environment (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 oktober 2011
Op een nieuwe maankaart, gebaseerd op metingen van de Lunar Reconnaissance Orbiter, zijn gebieden te zien die rijk zijn aan titaniumerts. Titanium is niet alleen een waardevol metaal, het kan ook vraagstukken omtrent het inwendige van de maan helpen oplossen. Zo op het oog is de maan een eentonige, grijze wereld. Maar als je er ultraviolette golflengten bij betrekt, krijgt die wereld toch wat kleur. Op die manier kunnen verschillen in de samenstelling van het oppervlaktegesteente zichtbaar worden gemaakt. Uit de aldus 'bijgekleurde' beelden blijkt dat sommige gesteenten in de laaggelegen 'maanzeeën' meer dan tien procent titanium bevatten. Ter vergelijking: soortgelijke gesteenten op aarde bevatten hooguit één procent titanium. Onduidelijk is nog waarom het titaniumgehalte van de maankorst plaatselijk zo hoog is. Wel geeft de titaniumrijkdom aan dat het inwendige van de maan minder zuurstof bevatte dan tot nu werd gedacht.
Meer informatie:
Subtly Shaded Map of Moon Reveals Titanium Treasure Troves
6 oktober 2011
Afgelopen woensdag heeft de NASA-ruimtesonde GRAIL-B, die sinds 10 september op weg is naar de maan, zijn eerste koerscorrectie ondergaan. Vijf dagen eerder gebeurde dat al met de identieke GRAIL-A. Vanaf nu beweegt het tweetal, dat het zwaartekrachtsveld van de maan in kaart gaat brengen, geleidelijk uit elkaar. De koerscorrecties van de beide maansondes zijn bedoeld om hen met ongeveer een dag verschil op hun bestemming te laten aankomen. Naar verwachting zal GRAIL-A op 31 december zijn omloopbaan om de maan bereiken, GRAIL-B op 1 januari. Vanaf dat moment zullen ze in formatie, op een onderlinge afstand van ongeveer tweehonderd kilometer, op een hoogte van vijftig kilometer om de maan cirkelen en simpelweg radiosignalen naar elkaar en naar de aarde gaan zenden. Daaruit kan worden afgeleid hoe hun onderlinge afstand varieert onder invloed van regionale verschillen in de aantrekkingskracht van de maan.
Meer informatie:
NASA's Moon Twins Going Their Own Way
6 oktober 2011
De Europese ruimtesonde Venus Express heeft hoog in de atmosfeer van Venus een ozonlaag ontdekt. De laag bevindt zich ongeveer honderd kilometer boven het planeetoppervlak en is duizend keer zo ijl als de ozonlaag van de aarde. De ozonlaag van Venus werd ontdekt door de ruimtesonde naar sterren te laten kijken waarvan het licht door de ijle buitenlagen van de planeetatmosfeer heen scheen. Het ozon verried daarbij zijn aanwezigheid door ultraviolet sterlicht van specifieke golflengten te absorberen. Ozon is een molecuul dat uit drie zuurstofatomen bestaat. Volgens computermodellen ontstaat het ozon op Venus door de afbraak van kooldioxidemoleculen onder invloed van zonlicht, waarbij zuurstofatomen vrijkomen. Deze atomen worden door de wind meegevoerd naar de nachtzijde van de planeet, waar zij zich samenvoegen tot twee-atomige zuurstofmoleculen en drie-atomige ozonmoleculen. Eerder was ozon alleen waargenomen in de atmosferen van de aarde en Mars. Op onze planeet is het gas van groot belang, omdat het veel schadelijke ultraviolette straling van de zon tegenhoudt.
Meer informatie:
ESA finds that Venus has an ozone layer too
Tenuous ozone layer discovered in Venus' atmosphere
30 september 2011
De Amerikaanse Association of Universities for Research in Astronomy (AURA) heeft aangekondigd dat het hoofdkwartier van het National Solar Observatory (NSO) gevestigd zal worden aan de Universiteit van Colorado in Boulder. NSO heeft zonne-telescopen in bedrijf in New Mexico en Arizona, en werkt aan de bouw van de 4-meter Advanced Technology Solar Telescope, die in 2016 in gebruik genomen moet worden op de Haleakala-vulkaan op Maui, Hawaii. De oudere zonnetelescopen, elk met hun eigen administratieve centrum, zullen in de komende jaren geleidelijk aan uit bedrijf worden genomen, waardoor er ook behoefte ontstond aan een nieuw overkoepelend hoofdkwartier voor Amerikaans zonne-onderzoek.
Meer informatie:
CU-Boulder wins bid to host National Solar Observatory headquarters
National Solar Observatory
Advanced Technology Solar Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 september 2011
Een krachtige zonnevlam die op zaterdag 24 september om 11.40 uur Nederlandse tijd werd geproduceerd door zonnevlekkengroep 1302 heeft een zogeheten coronale massa-emissie (CME) veroorzaakt die maandagmiddag rond 14.15 uur bij de aarde aankwam en hier tot een geomagnetische storm leidde, met verstoringen in het aardmagnetisch veld en mogelijke schadelijke gevolgen voor geostationaire satellieten. Op verschillende plaatsen in Noord-Amerika en Noord-Europa is afgelopen nacht ook poollicht waargenomen.
Zonnevlekkengroep 1302 is groot en actief, en zal de komende dagen als gevolg van de rotatie van de zon steeds meer op het midden van de zichtbare zonneschijf komen te liggen. Dat betekent dat eventuele nieuwe CME's nog veel directer op de aarde gericht zijn.
Meer informatie:
Sunspot 1302 Continues to Turn Toward Earth
Spaceweather.com
Video van de zonnevlak, waargenomen door de SDO-kunstmaan
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 september 2011
De atmosfeer van de planeet Mars bevat, op hoogten van twintig tot vijftig kilometer, tien tot honderd keer zoveel water als tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit onderzoek door Franse en Russische wetenschappers, waarvan de resultaten in Science (30 september) zijn gepubliceerd. De onderzoekers baseren zich op gegevens van de Europese ruimtesonde Mars Express en de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter. Die laten zien dat in de hoge Marsatmosfeer een oververzadiging van waterdamp kan ontstaan - de situatie dat de lucht meer waterdamp bevat dan eigenlijk mogelijk is bij de gegeven temperatuur. Waarschijnlijk is dat het gevolg van het feit dat er weinig fijne stofdeeltjes in de atmosfeer zweven waarop waterdamp kan condenseren, zoals bij de wolkenvorming op aarde gebeurt. Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat de temperaturen in de Marsatmosfeer dermate laag zijn, dat de overtollige waterdamp simpelweg in de vorm van ijskristallen omlaag dwarrelt. Maar dat lijkt dus toch niet het geval te zijn. Dat de hoge Marsatmosfeer zoveel vochtrijker is, kan betekenen dat meer waterdamp onder invloed van zonnestraling wordt afgebroken tot waterstof- en zuurstofatomen. En dat zou dan niet alleen tot gevolg hebben dat Mars momenteel meer water verliest, maar ook dat er vroeger aanzienlijk meer water op de planeet is geweest dan werd aangenomen.
Meer informatie:
ESA orbiter discovers water supersaturation in the Martian atmosphere
Wetter Mars Atmosphere Shakes Up Old Climate Models
29 september 2011
De polen van de planeet Mercurius worden gezandstraald door de zonnewind. En zijn noordpool was 3,5 tot 4 miljard jaar geleden het toneel van enorme vulkanische uitbarstingen. Dat zijn twee van de ontdekkingen over Mercurius die wetenschappers deze week in het tijdschrift Science bekendmaken. De ontdekkingen zijn gedaan met de Amerikaanse ruimtesonde MESSENGER. Met de Fast Imaging Plasma Spectrometer van de ruimtesonde is ontdekt dat de polen van Mercurius geladen natriumdeeltjes uitstoten. Deze deeltjes komen vrij bij de 'inslagen' van geladen deeltjes van de zon, die door het magnetische veld van de planeet naar de polen worden geleid. Uit analyse van de detailrijke foto's die MESSENGER van het Mercuriusoppervlak heeft gemaakt, blijkt dat de gladde vlakten in het noordelijke poolgebied van de planeet zijn ontstaan door omvangrijke lava-overstromingen. Daarmee staat vast dat Mercurius lang geleden vulkanisch actief moet zijn geweest. Bij de snelle uitstroom van lava uit het inwendige van de planeet zijn geen vulkanen gevormd zoals we die op aarde kennen. De hete, dunne lava stroomde gewoon door barsten in de korst naar buiten, waardoor zes procent van het Mercuriusoppervlak onderliep. De vrijgekomen hoeveelheid lava moet reusachtig zijn geweest: voldoende om een gebied ter grootte van Frankrijk met een acht kilometer dikke laag te bedekken. Een analyse van de gammastraling die van het Mercuriusoppervlak af komt, wijst er overigens op dat in het inwendige van de planeet niet veel warmte meer wordt geproduceerd door het verval van radioactieve elementen. Dat betekent dat Mercurius waarschijnlijk al lang niet meer vulkanisch actief is.
Meer informatie:
Orbital Observations of Mercury Reveal Flood Lavas, Hollows, and Unprecedented Surface Details
Extreme Space Weather At Mercury Blasts The Planet's Poles
Epic volcanic activity flooded Mercury's north polar region
27 september 2011
Het weer op de planeet Venus is niet zo eentonig als gedacht. Het weer hoog in de atmosfeer althans - op het planeetoppervlak zelf zijn de variaties minimaal. Erwin Kroll zou op Venus weinig te doen hebben. Door de dichte atmosfeer is de temperatuur aan het oppervlak altijd en overal meer dan 400 graden en is de luchtdruk steevast negentig keer zo hoog als op aarde. Er is geen water, dus ook geen neerslag. En doordat de rotatie-as van de planeet niet zo schuin staat als die van de aarde zijn er zelfs geen seizoensverschillen. Uit een nieuwe analyse van oude NASA-gegevens blijkt echter dat zich in de ijle, koude lucht boven het gesloten wolkendek van Venus wél interessante verschijnselen afspelen. Hoewel deze lucht aan de polen doorgaans kouder is dan aan de evenaar, is de situatie soms ook omgekeerd. De temperatuur in de hoge luchtlagen kan binnen enkele dagen zelfs tientallen graden stijgen of dalen. Wat de oorzaak is van de weersveranderingen in de hoge Venusatmosfeer is nog onduidelijk. Er zou een verband kunnen zijn met de sterke luchtstromingen in dat deel van de atmosfeer, die met sterke turbulenties gepaard kunnen gaan. Ook grote uitbarstingen op de zon, zoals zonnevlammen, zouden van invloed kunnen zijn.
Meer informatie:
Venus Weather Not Boring After All
26 september 2011
Wetenschappers van het NASA Lunar Science Institute en de Universiteit van West-Ontario in Canada hebben op basis van onderzoek aan inslagkraters op de maan en de aardse planeten ontdekt dat het uitgeworpen materiaal van zulke kraters altijd uit verschillende lagen bestaat. Dat doet vermoeden dat er niet één maar twee momenten zijn waarop ten tijde van de inslag puin wordt weggeslingerd. De eerste episode vindt plaats op het moment dat de krater daadwerkelijk wordt gevormd, wanneer de bewegingsenergie van een kosmisch projectiel plotseling wordt omgezet in hitte. Bij de tweede fase gaat het volgens de onderzoekers om stromingen van gesmolten materiaal die uit grotere diepte afkomstig zijn. Dat betekent dat bestudering van kraterpuin mogelijk informatie oplevert over de samenstelling en eigenschappen van het mantelmateriaal onder het oppervlak van het betreffende hemellichaam. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd in Earth and PLanetary Science Letters.
Canadian Lunar Research Network
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 september 2011
Met behulp van de HiRISE-camera en de CRISM-spectrometer van de Mars Reconnaissance Orbiter zijn twee gebiedjes in de Marscanyon Noctis Labyrinthus gevonden waar in een relatief recent geologisch verleden mogelijk gunstige omstandigheden heersten voor het bestaan van micro-organismen. Het gaat om twee honderden meters diepe 'troggen' aan het westelijk uiteinde van het canyonsysteem, met afmetingen van enkele tientallen kilometers.
In de wanden van de troggen zijn klei-afzettingen gevonden die rijk zijn aan ijzer, magnesium, silicium en aluminium. Vergelijkbare klei-afzettingen (die ontstaan onder invloed van vloeibaar water) zijn ook op andere plaatsen op Mars aangetroffen, maar in vrijwel alle gevallen gaat het om structuren van meer dan 3,6 miljard jaar oud. De klei-afzettingen in Noctis Labyrinthus hebben echter leeftijden van ca. twee miljard jaar oud. Rond die tijd was Mars al een 'uitgedroogde' planeet; de vulkanische activiteit in het nabijgelegen Tharsis-plateau heeft misschien voor de aanvoer van ondergronds water gezorgd.
De nieuwe waarnemingen zijn gepubliceerd in het vakblad Geology.
Meer informatie:
http://www.psi.edu/news/press-releases#clays
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 september 2011
Een onderzoeksteam onder leiding van NASA heeft, met bodemradartechnologie die ontwikkeld is om onder het oppervlak van de planeet Mars te 'kijken', het diepe grondwater in de noordelijke woestijn van Koeweit in kaart gebracht. Het team vloog in een met bodemradar uitgeruste helikopter op een hoogte van driehonderd meter boven een gebied dat bekendstaat om zijn watervoerende bodemlagen (aquifers). Daarbij is aangetoond dat deze technologie kan worden gebruikt om ondergrondse watervoorraden op te sporen tot op diepten van 65 meter. De verkregen gegevens kunnen worden gebruikt om gerichter naar water te boren. De gebruikte bodemradar is vergelijkbaar met de radarsystemen aan boord van de Europese ruimtesonde Mars Express en de Mars Reconnaissance Orbiter van NASA. Met deze Marsradars is wel ondergronds ijs ontdekt, maar nog geen vloeibaar water. De onderzoekers hopen dat de ervaringen die in Koeweit zijn opgedaan ook de zoektocht naar water op Mars zullen vergemakkelijken.
Meer informatie:
NASA Mars Research Helps Find Buried Water on Earth
12 september 2011
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA werkt aan het ontwerp van een onbemande maanlander, die in 2018 gelanceerd zou kunnen worden. Deze Lunar Lander moet geheel autonoom een landing uitvoeren in de directe omgeving van de zuidpool van de maan, en daar onderzoeken of en zo ja hoe er water op de maan te vinden is. Dat kan van belang zijn voor toekomstige bemande maanvluchten.
In september 2010 ondertekende ESA een contract met ruimtevaartbedrijf EADS-Astrium voor het verrichten van een voorlopige studie. Die zal volgend jaar geëvalueerd worden, en kan daarna dienen als basis voor een definitief ontwerp.
Aan de zuidpool van de maan komen kraters voor waarvan de bodem permanent in de schaduw ligt. Op en odner deze kraterbodems is ijs aanwezig. Ook zijn er bij de zuidpool hoge bergtoppen die vrijwel continu door de zon worden beschenen, wat weer gunstig is voor de energievoorziening van mogelijke toekomstige maanbases.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 september 2011
Na een uitstel van twee dagen, vanwege de harde wind hoog boven Cape Canaveral, is zaterdagmiddag om 15.08 uur de NASA-maanmissie GRAIL gelanceerd. Deze bestaat uit twee identieke ruimtesondes die het zwaartekrachtsveld van de maan in kaart gaan brengen. Dat moet meer inzicht geven in het inwendige van de natuurlijke satelliet van de aarde. Vóór het zover is, moeten GRAIL-A en GRAIL-B echter eerst nog de oversteek naar de maan maken. Om brandstof te besparen en de gevoelige meetinstrumenten van de beide sondes te beschermen zullen zij een lange, trage omweg maken. Hierdoor zal het ruim drie maanden duren voordat de maan wordt bereikt. Vervolgens kost het nog eens twee maanden om de sondes in hun definitieve omloopbaan te manoeuvreren. Vanaf dat moment moeten GRAIL-A en GRAIL-B op een onderlinge afstand van ongeveer tweehonderd kilometer in een slechts vijftig kilometer hoge polaire baan om de maan cirkelen. Terwijl zij gedurende drie maanden in die formatie vliegen, zullen gebieden van sterkere en zwakkere zwaartekracht - veroorzaakt door zichtbare structuren als gebergten en kraters, maar ook door ondergrondse massaconcentraties - de beide sondes een beetje naar elkaar toe of van elkaar weg doen bewegen. Aan de hand van deze snelheidsvariaties kan een kaart van het zwaartekrachtsveld van de maan worden gemaakt. De beide ruimtesondes zijn ook voorzien van camera's. Deze zijn niet bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek: de opnamen zijn voor educatieve en publicitaire doeleinden.
Meer informatie:
GRAIL Launch News
GRAIL mission site
GRAIL and the Mystery of the Missing Moon
8 september 2011
Afgelopen dinsdag schakelde de HiRISE-camera van de Mars Reconnaissance Orbiter zichzelf voor de tweede keer in korte tijd vanzelf uit. In beide het gevallen gebeurde dit nadat een commando voor het maken van een opname niet goed was ontvangen door de geheugenmodule die één van de veertien ccd-detectors van deze camera aanstuurt. In de periode tussen deze storingen gebruikte de camera slechts dertien beelddetectoren. Het ging pas weer mis toen nummer 14 weer werd aangesproken. Voorlopig zal camera het met één detector minder moeten doen. Een geluk bij een ongeluk is dat de onwillige detector aan de rand zit: de opnamen die de komende tijd worden gemaakt zullen daardoor slechts een smaller gebied laten zien. Het is overigens niet voor het eerst dat de Mars Reconnaissance Orbiter, die al ruim vijf jaar om Mars cirkelt, met problemen kampt. In 2009 en 2010 werd hij getroffen door een computerstoring.
Meer informatie:
Orbiter Resumes Use of Camera
7 september 2011
Het kost wetenschappers al moeite genoeg om het ontstaan van goud en andere zware elementen in het heelal te verklaren. Maar er is nóg een probleem: hoe is dat goud in de aardkorst terechtgekomen? Gedacht wordt dat het vier miljard jaar geleden is afgeleverd door grote aantallen meteorieten, tijdens hetzelfde bombardement dat ook veel kraters op de maan achterliet. Onderzoek door wetenschappers van de universiteiten van Bristol en Oxford lijkt dat idee te bevestigen (Nature, 8 september). De aardkorst zou eigenlijk geen zware metalen mogen bevatten, omdat deze naar de kern zonken toen de aarde nog heet en vloeibaar was. De zware metalen in de aardkorst zouden dus een latere toevoeging moeten zijn, en het meteorietenbombardement lijkt de meest waarschijnlijke bron. Het Britse onderzoek, waarbij de samenstelling van oud gesteente van Groenland is geanalyseerd, laat zien dat het inderdaad zo kan zijn gegaan. Hoewel het onderzochte gesteente 3,8 miljard jaar geleden naar boven kwam - ná de meteorietenregen dus - is het ontstaan uit 4,3 miljard jaar oud mantelmateriaal. Uit de analyse van het gesteente blijkt dat de verhouding tussen verschillende isotopen van het element wolfraam ergens tussen die van latere korstgesteenten en die van meteorieten in ligt. Het is aannemelijk dat dit komt door een grote aanvoer van meteorieten. Rest alleen nog de vraag waarom deze oude gesteenten dan geen goud bevatten...
Meer informatie:
Meteorite storm showered planet in gold
The tungsten isotopic composition of the Earth's mantle before the terminal bombardment
6 september 2011
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft nieuwe foto's vrijgegeven die gemaakt zijn door de maansonde Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) van de landingsplaatsen van de Apollo's 12, 14 en 17. Twee jaar geleden werden al vergelijkbare foto's gemaakt, maaar LRO bevindt zich sinds begin augustus in een iets aangepaste omloopbaan, met een laagste punt op een hoogte van slechts 20 kilometer, waardoor op de nieuwe foto's meer details zichtbaar zijn. Zo zijn de sporen van de Lunar Rover (de 'maanbuggy') veel opvallender, en zijn ook de wandelsporen van de astronauten beter zichtbaar. Vandaag wordt LRO weer teruggebracht in zijn oorspronkelijke omloopbaan, met een laagste punt op ca. 50 kilometer hoogte.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Images Offer Sharper Views of Apollo Landing Sites
Lunar Reconnaissance Orbiter
New LROC images offer sharper views of Apollo 12, 14, 17 sites
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 september 2011
NASA's Marswagentje Opportunity is begonnen met het onderzoek van de 22 kilometer grote krater Endeavour, waar het - na een rit van bijna drie jaar - drie weken geleden aankwam. De eerste indrukken laten zien dat de bodemsamenstelling ter plaatse duidelijk afwijkt van die van de gesteenten die Opportunity de afgelopen zeven jaar heeft kunnen bekijken. De eerste steen die het Marswagentje heeft onderzocht heeft een vlakke bovenkant en is zo groot als een voetenbankje. De steen, die de bijnaam Tisdale 2 heeft gekregen, is klaarblijkelijk blootgelegd bij een inslag aan de rand van Endeavour waarbij een krater ter grootte van een tennisbaan is gevormd. Tisdale 2 lijkt vulkanisch van oorsprong, maar bevat veel meer zink en broom dan doorgaans het geval is. Het ziet ernaar uit dat Opportunity een heel scala aan nieuwe bodemmineralen kan gaan onderzoeken. Een visuele verkenning van de omgeving heeft geleerd dat zich hier oude gesteenten bevinden die dooraderd zijn met materiaal dat mogelijk door water is afgezet. Het onderzoek van deze gesteenten kan wellicht meer inzicht geven in het natte verleden van de inmiddels nogal dorre planeet.
Meer informatie:
NASA's Mars Rover Opportunity Begins Study of Martian Crater
30 augustus 2011
De Chinese ruimtesonde Chang'e 2 is aangekomen bij het tweede Lagrange-punt (L2) van het aarde-zonstelsel, dat op anderhalf miljoen kilometer van de aarde ligt. Daarmee is China, na de VS en Europa, de derde natie die een satelliet bij dit evenwichtspunt 'parkeert'.In het L2-punt is de gecombineerde aantrekkingskracht van aarde en zon precies groot genoeg om een object een vaste positie ten opzichte van onze planeet te laten innemen. Behalve Chang'e bevinden zich hier ook de Europese wetenschappelijke satellieten Herschel en Planck en de Amerikaanse Wilkinson Microwave Anisotropy Probe. Echt dringen is het nog niet, want in feite draaien deze satellieten in ruime banen om het eigenlijke L2-punt. Chang'e 2 begon zijn carrière als maansonde. Nadat hij begin dit jaar zijn onderzoeksprogramma had afgerond, en nog voldoende brandstof over had, besloot China hem in juli in de richting van het L2-punt te dirigeren. Op die manier willen de Chinezen ervaring opdoen voor toekomstige ruimtemissies. China's maanonderzoeksprogramma wordt in 2012 voortgezet met de lancering van een maanrover.
Meer informatie:
Chang'e-2 moon orbiter travels around L2 in outer space
24 augustus 2011
Energierijke deeltjes uit de ruimte kunnen de wolkenvorming in de aardatmosfeer beïnvloeden. Tot die conclusie komen onderzoekers van CERN in Genève (Nature, 25 augustus). Al ruim een eeuw is bekend dat de aarde voortdurend wordt gebombardeerd met geladen deeltje uit de ruimte. Deze zogeheten kosmische straling, die voornamelijk uit snelle protonen bestaat, is afkomstig van supernova-explosies. Als deze protonen de aardatmosfeer binnendringen, kunnen ze daarin aanwezige vluchtige stoffen ioniseren, waardoor deze tot minuscule druppeltjes (aerosolen) condenseren. En rond deze druppeltjes kunnen vervolgens wolken ontstaan. De hoeveelheid kosmische straling die de aarde bereikt, is niet constant: ze wordt beïnvloed door de zon. Als de zon actief is, weert haar magnetische veld meer kosmische straling af dan tijdens rustige perioden. Sommige wetenschappers menen dat de hoge zonneactiviteit aan het eind van de twintigste eeuw een belangrijke rol heeft gespeeld bij de recente opwarming van de aarde. Simpel gezegd: meer zonneactiviteit = minder kosmische straling = minder bewolking = meer opwarming. Zo simpel lijkt het echter niet te liggen. Het CERN-experiment laat zien dat energierijke protonen inderdaad de vorming van aerosolen bevorderen. Maar de aerosolen die in de CLOUD-testopstelling werden geproduceerd zijn veel te klein om tot wolkenvorming te leiden. Of dat betekent dat er geen verband is tussen kosmische straling en het klimaat op aarde zal nader onderzoek moeten uitwijzen.
Meer informatie:
Cloud formation may be linked to cosmic rays
22 augustus 2011
Een technisch testmodel van de Europese Mercury Planetary Orbiter, die deel uitmaakt van de BepiColombo-missie naar de kleine planeet Mercurius, staat sinds enkele weken letterlijk in het zonnetje in Noordwijk. Niet aan het strand, maar in de Large Space Simulator van het Europese technologiecentrum ESTEC, waar de extreem krachtige zonnestraling bij de binnenste planeet Mercurius wordt gesimuleerd met behulp van 19 gigantische lampen en speciale focusserende spiegels. Daarbij moesten extra technische maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de temperatuur in de ruimtesimulator te hoog oploopt. De intensiteit van het zonlicht is bij Mercurius ongeveer tien keer zo hoog als hier op aarde.
De tests bij ESTEC zijn eind juli van start gegaan. Later dit jaar volgen tests van de Japanse Mercury Magnetosphere Orbiter (BepiColombo bestaat uit twee ruimtesondes). De lancering staat gepland voor 2014; in 2020 moet BepiColombo in een baan rond Mercurius aankomen.
Meer informatie:
ESA simulates scorching sunlight for BepiColombo mission to Mercury
BepiColombo
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 augustus 2011
De Amerikaanse Marswagen Opportunity staat op het punt onderzoek te gaan verrichten aan een groot rotsblok dat is weggeslingerd bij de vorming van een kleine inslagkrater op Mars. Het gaat om de krater Odyssey, die zich bevindt op de rand van de veel grotere (21 km) krater Endeavour, waar Opportunity op 9 augustus na een reis van drie jaar aankwam. Onderzoek aan de binnenhellingen van Endeavour, en aan het kraterpuin dat is weggeslingerd bij de vorming van Odyssey, biedt een kijkje in oudere gesteentelagen van Mars. Op die manier komen planeetonderzoekers meer te weten over de geologische geschiedenis van de planeet. Opportunity landde begin 2004 op Mars en is dus al zevenenhalf jaar actief. Het tweelingwagentje Spirit gaf afgelopen voorjaar de geest.
Meer informatie:
New Rover Snapshots Capture Endeavour Crater Vistas
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 augustus 2011
Volgens onderzoekers van de universiteit van Kopenhagen en twee Amerikaanse instituten zou onze maan wel eens wat jonger kunnen zijn dan tot nu toe is aangenomen. Dat schrijven zij deze week in het tijdschrift Nature (18 augustus). Naar de huidige inzichten is de maan ontstaan door de botsing van een hemellichaam ter grootte van Mars en de aarde. Daarbij zou veel gesmolten gesteente de ruimte in zijn geblazen, dat samenklonterde tot de huidige maan. Bij het afkoelen van de maan stolde deze magma tot allerlei soorten gesteente. Volgens deze theorie zou ferro-anorthosiet of FAN het oudste gesteente in de maankorst moeten zijn. Maar het dateren van FAN is niet gemakkelijk. Met behulp van een nieuwe, verfijnde techniek hebben de onderzoekers nu vastgesteld dat het FAN in gesteentemonsters van de maan 4,36 miljard jaar oud is. Dat is 200 miljoen jaar jonger dan eerdere schattingen voor de leeftijd van de maan. De nieuwe leeftijd ligt dicht bij die van de oudste gesteenten op aarde, wat erop wijst dat de oudste korst van aarde en maan ruwweg gelijktijdig zijn ontstaan. Als dat inderdaad zo is, is de maan veel trager gestold dan je van zo'n klein hemellichaam zou verwachten. Het is echter ook denkbaar dat het stollingsproces van de maan anders is verlopen dan wetenschappers nu denken, waardoor ferro-anorthosiet mogelijk toch niet het oudste bestanddeel van de maankorst is.
Meer informatie:
Man in the moon looking younger
Moon younger than previously thought
16 augustus 2011
De afmetingen van de aarde veranderen niet of nauwelijks. Dat concludeert een internationaal team van onderzoekers (onder wie geofysici van de TU Delft) op basis van een nieuwe data-analysetechniek waarmee het International Terrestrial Reference Frame wordt berekend - een refererentiekader voor bepalingen van onder andere vorm en grootte van onze planeet.
Sommige onderzoekers hielden er rekening mee dat de vaste aarde in de loop van de tijd een klein beetje zou kunnen inkrimpen of uitzetten, als gevolg van verschillende geologische processen in het inwendige. Zo'n grootteverandering zou moeten blijken uit een combinatie van meettechnieken, waaronder radio-interferometrie, GPS-bepalingen, afstandsmetingen naar satellieten en dopplermetingen.
De onderzoekers, onder leiding van Xiaoping Wu van NASA's Jet Propulsion Laboratory, hebben deze metingen nu met een nieuwe rekenmethode geanalyseerd en vervolgens gecombineerd met metingen van de GRACE-missie - twee kunstmanen die samen het zwaartekrachtsveld van de aarde heel nauwkeurig in kaart hebben gebracht.
De resultaten, onlangs gepubliceerd in Geophysical Research Letters , geven aan dat de afmetingen van de vaste aarde met hooguit een tiende millimeter per jaar veranderen - verwaarloosbaar weinig.
Meer informatie:
NASA Research Confirms it's a Small World, After All
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 augustus 2011
Na een rit van bijna drie jaar is het Marswagentje Opportunity aangekomen bij de forse krater Endeavour. In augustus 2008 liet Opportunity de veel kleinere krater Victoria achter zich. Een echte kilometervreter is het wetenschappelijke 'golfkarretje' niet: de afstand tussen beide kraters bedraagt slechts 21 kilometer. De verwachting is dat Opportunity bij Endeavour veel oudere en andersoortige gesteenten zal tegenkomen dan tijdens de eerste zeven jaar van zijn verblijf op Mars. Eerder onderzoek met de om Mars cirkelende Reconnaissance Orbiter heeft aanwijzingen opgeleverd dat zich in de omgeving van de krater kleimineralen bevinden. Dat wijst erop dat de betreffende gesteenten zijn gevormd tijdens een veel warmere en nattere periode in de Marsgeschiedenis.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Arrives at New Site on Martian Surface
8 augustus 2011
De aarde wordt op een hoogte van enkele honderden kilometers omgeven door een - extreem ijle - gordel van antimaterie. Dat concludeert een internationaal team van natuurkundigen op basis van metingen van het PAMELA-experiment (Payload for Antimatter Matter Exploration and Light-nuclei Astrophysics), een Europees satellietexperiment dat vijf jaar geleden werd gelanceerd.
Antimaterie bestaat uit elementaire deeltjes waarvan sommige eigenschappen (zoals elektrische lading en spin) precies tegenovergesteld is aan die van 'gewone' materiedeeltjes in de wereld zoals wij die kennen. Op aarde wordt antimaterie in kleine hoeveelheden geproduceerd in deeltjesversnellers. Zodra antimaterie met gewone materie in aanraking komt, annihileren ze elkaar echter.
De antiprotonen in de aardse magnetosfeer, tussen de binnenste en de buitenste Van Allen-gordels, worden op soortgelijke wijze geproduceerd als in aardse deeltjesversnellers: door energierijke botsingen van gewone deeltjes. In dit geval gaat het om zeer snel bewegende kosmische-stralingsdeeltjes die in botsing komen met atomen in de ijle bovenste lagen van de atmosfeer. Als gevolg van hun (negatieve) elektrische lading raken de geproduceerde antiprotonen vervolgens gevangen in het magnetisch veld van de aarde, waaar ze enige tijd kunnen verblijven alvoren ze vernietigd worden bij een botsing met een 'gewoon', positief geladen proton.
Het bestaan van zo'n antimaterie-gordel werd geruime tijd geleden al voorspeld door theoretici. De PAMELA-metingen, die gepubliceerd zijn in Astrophysical Journal Letters , lijken deze voorspelling nu te bevestigen. De ontdekking zal hopelijk meer licht werpen op de eigenschappen van energierijke kosmische straling. Praktische toepassingen voor het nuttig 'gebruik' van de antimaterie zijn er vooralsnog niet; natuurkundigen hebben op aarde al de grootst mogelijke moeite om antimaterie gedurende korte tijd te 'isoleren' van gewone materie.
Vakpublicatie over het onderzoek
PAMELA
Artikel op forbes.com
Artikel op website BBC
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 augustus 2011
In relatief warme gebieden op de planeet Mars stroomt 's zomers mogelijk wat water langs de wanden van inslagkraters. Dat blijkt uit beelden van de Mars Reconnaissance Orbiter, die door Amerikaanse wetenschappers zijn geanalyseerd (Science, 5 augustus). De door de late lentezon opgewarmde hellingen vertonen donkere, vingerachtige structuren die in de winter steeds weer verdwijnen. Of deze strepen, die in de loop van de zomer langer worden, ook echt door vloeibaar water worden veroorzaakt, is niet honderd procent zeker. Onderzoek met de spectrometer van de Marsorbiter heeft geen direct bewijs opgeleverd dat er ter plaatse water aanwezig is. Dat zou kunnen betekenen dat de strepen door een andere vluchtige stof worden veroorzaakt, maar eigenlijk is zoutrijk water de enige voor de hand liggende kandidaat. In elk geval zijn de temperaturen ter plaatse in de zomermaanden hoog genoeg om zoutwater te doen smelten. Dat er op veel plaatsen bevroren water in de Marsbodem zit, is al langer bekend. De donkere tint van de strepen ontstaat overigens niet doordat de bodem ter plekke nat wordt. Het lijkt erop dat het langs de helling sijpelend zoutwater de korrelige oppervlaktestructuur van de kraterwand zodanig herschikt dat deze donker lijkt. Waarom de strepen in de winter dan weer lichter worden, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Briny Water May be at Work in Seasonal Flows on Mars
NASA Spacecraft Data Suggest Water Flowing on Mars
Salt Water May Flow on Mars
3 augustus 2011
Het omvangrijke bergachtige gebied aan de achterkant van onze maan kan het gevolg zijn van de botsing met een kleinere maan die tijdelijk om de aarde draaide. Dat schrijven planeetwetenschappers van de universiteit van Californië te Santa Cruz in Nature van 4 augustus. Tussen de voor- en achterkant van de maan bestaan grote verschillen. De voorkant bestaat voor een groot deel uit laaggelegen vlakten, terwijl de achterkant veel bergachtiger is. Volgens de Californische wetenschappers kan dat verschil worden verklaard door voort te borduren op de meest gevestigde theorie voor het ontstaan van de maan, die stelt dat onze begeleider is ontstaan uit het puin dat ruim vier miljard jaar geleden vrijkwam bij een grote inslag op aarde. Computersimulaties laten zien dat er door samenklontering van dat puin niet alleen een grote maan kan zijn gevormd, maar ook één of meer kleinere manen. Als zo'n secundaire maan later op de huidige achterkant van de maan is terechtgekomen zou dat de dikkere korst en het bergachtige karakter van dat halfrond kunnen verklaren. Omdat beide objecten in ruwweg dezelfde baan om de aarde draaiden, zou het onderlinge snelheidsverschil namelijk gering zijn geweest. Hierdoor hoeft er bij de botsing geen grote krater te zijn ontstaan, en kon het puin van het kleine maantje zich over de omgeving verspreiden. Overigens is dit niet de enige verklaring die voor de 'uitstulping' van de achterkant van de maan is bedacht. Nog maar in november vorig jaar publiceerden andere wetenschappers van dezelfde universiteit een theorie die stelt dat dit hoogland kan zijn ontstaan door de getijdenkrachten die lang geleden op de maan werkten, toen zijn vaste buitenkorst nog op een oceaan van gesmolten gesteente dreef (Science, 11 november 2010).
Meer informatie:
'Big Splat' May Explain The Moon's Mountainous Far Side
Forming The Lunar Farside Highlands By Accretion Of A Companion Moon
1 augustus 2011
Volgens Coryn Bailer-Jones van het Max-Planck-Institut für Astronomie zijn er geen aanwijzingen dat de frequentie van kosmische inslagen op aarde variaties vertoont op een termijn van tientallen miljoenen jaren. Sinds de jaren tachtig is dat regelmatig gesuggereerd, vaak op basis van leeftijdsbepalingen van aardse inslagkraters. Verschillende onderzoekers meenden regelmatige variaties in de inslagfrequentie te zien, met perioden van 13 tot 50 miljoen jaar. Die variaties werden doorgaans toegeschreven aan de golfbeweging van het zonnestelsel door de centrale schijf van het Melkwegstelsel, of aan de zwaartekrachtsinvloed van een tot nu toe onontdekte donkere begeleider van de zon. Uit de nieuwe analyse van Bailer-Jones, die gepubliceerd is in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society , blijkt echter dat er in werkelijkheid geen sprake is van zulke variaties, maar van statistische effecten. Hooguit is de inslagfrequentie op aarde (en op andere hemellichamen) in de afgelopen 250 miljoen jaar een klein beetje toegenomen, maar daarover bestaat geen absolute zekerheid.
Meer informatie:
Avoiding Nemesis: Does the impact rate for asteroids and comets vary periodically with time?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 juli 2011
In augustus 2012 landt een nieuw mobiel laboratorium op de planeet Mars. En vandaag heeft NASA bekendgemaakt waar precies. De bestemming van het Mars Science Laboratory, beter bekend onder haar bijnaam 'Curiosity', is de voet van een berg in de 154 kilometer grote inslagkrater Gale. De krater is geselecteerd vanwege zijn gelaagde bodemstructuur, die erop wijst dat het terrein regelmatig onder water heeft gestaan. Volgens Marsonderzoekers is het zelfs niet ondenkbaar dat de omstandigheden ter plaatse geschikt waren voor het ontstaan van microbieel leven. Of dat inderdaad zo is, zal Curiosity overigens niet met zekerheid kunnen vaststellen. Wel kan de Marsrover organische stoffen opsporen die kenmerkend zijn voor levende organismen. Curiosity is twee keer zo lang en meer dan vijf keer zo zwaar als haar voorgangers Spirit en Opportunity. Ze is uitgerust met tien wetenschappelijke instrumenten. Haar vertrek staat gepland voor eind november van dit jaar. Ondertussen werkt NASA overigens al aan een volgende Marsmissie, die voor eind 2013 op het programma staat: Mars Atmosphere and Volatile EvolutioN (MAVEN). Het ontwerp van deze missie, die de hoge atmosfeer van onze buurplaneet gaat onderzoeken, is vorige week - na drie jaar voorbereiding - goedgekeurd.
Meer informatie:
NASA's Next Mars Rover to Land at Gale Crater
MAVEN Mission Completes Major Milestone
13 juli 2011
Komende zondag, 17 juli, krijgt de maan voor de tweede keer in minder dan een maand een nieuwe begeleider. Dan arriveert, na een reis die twee jaar heeft geduurd, namelijk een tweede THEMIS-satelliet. De eerste cirkelt al sinds 27 juni om de maan. De beide satellieten waren oorspronkelijk niet bedoeld voor maanonderzoek. Samen met drie soortgenoten bewogen ze sinds 2007 in een baan om de aarde, om gezamenlijk de interactie van de zonnewind met het magnetische veld van onze planeet te onderzoeken. Toen dat onderzoek in 2009 was afgerond, besloot het THEMIS-team om de twee satellieten die zich het verst van de aarde bevonden geleidelijk in een steeds wijdere baan te manoeuvreren, die hen uiteindelijk bij de maan zou brengen. Vanuit hun omloopbanen om de maan zullen de beide satellieten, die nu de ARTEMIS-missie vormen, de ruimtelijke structuur van het magnetische veld van de maan in kaart brengen. Ook zal de invloed van de zonnewind op het maanoppervlak worden bestudeerd. In januari 2012 krijgt de maan trouwens nóg een tweeling op bezoek: de beide ruimtesondes van de GRAIL-missie, die het zwaartekrachtsveld van de maan gaan onderzoeken.
Meer informatie:
Twin ARTEMIS probes to study moon in 3-D
21 juni 2011
Ruim twee jaar na de lancering op 18 juni 2009, en na de voltooiing van de geplande operationele levensduur, heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA de maanverkenner LRO (Lunar Reconnaissance Orbiter) 100% succesvol verklaard. Het LRO-project had tot doel de maan zeer gedetailleerd in kaart te brengen met zeven verschillende wetenschappelijke instrumenten. LRO maakte foto's waarop details van slechts vijftig centimter groot te zien zijn, en creëerde de meest nauwkeurige hoogtekaarten van de maan. Ook werd de koudste plek in het zonnestelsel ontdekt, op de bodem van de noordpoolkrater Hermite, waar de temperatuur nooit boven de -248 graden uitkomt. In totaal produceerde LRO 192 terabyte aan wetenschappelijke data. Overigens is de ruimtesonde nog steeds actief, en blijven nieuwe foto's en metingen binnenkomen.
Meer informatie:
NASA Details Achievements Of Lunar Spacecraft
Lunar Reconnaissance Orbiter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 juni 2011
De Europese planeetverkenner Mars Express heeft een unieke reeks opnamen gemaakt van een zeldzame conjunctie (samenstand) tussen de kleine Marsmaan Phobos en de reuzenplaneet Jupiter. Dankzij een vooraf zorgvuldig berekende baanmanoeuvre zag Mars Express hoe Jupiter gedeeltelijk door Phobos werd bedekt. De afstand tot Phobos bedroeg 11.389 kilometer; Jupiter bevond zich op 529 miljoen kilometer afstand. Op basis van de Mars Express-foto's die ook zijn samengevoegd tot een filmpje, kan de baan van de kleine Marsmaan nog nauwkeuriger worden bepaald. Mars Express draait al sinds december 2003 in een baan rond de rode planeet, en maakt onder andere gedetailleerde stereoscopische kleurenbeelden van het oppervlak.
Meer informatie:
Phobos slips past Jupiter
Filmpje van de gedeeltelijke Jupiterbedekking door Phobos
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 juni 2011
De NASA-ruimtesonde MESSENGER, die sinds drie maanden om Mercurius cirkelt, levert veel nieuwe informatie op over de planeet. Hij heeft onder meer al tienduizenden gedetailleerde opnamen gemaakt, de chemische samenstelling van het planeetoppervlak gemeten en het magnetische veld van de planeet onderzocht. Dat wil overigens nog niet zeggen dat alle vragen over Mercurius nu in één klap zijn beantwoord. Zo zijn de heldere, vlekkerige afzettingen op de bodems van sommige kraters nog net zo raadselachtig als voorheen. De beelden van MESSENGER zijn weliswaar veel detailrijker, maar daaruit blijkt alleen dat de heldere plekken blijkbaar uit groepjes van onregelmatige putjes bestaan, in grootte variërend van enkele honderden meters tot een paar kilometer. Hoe deze putjes zijn gevormd, is nog onduidelijk, maar ze lijken vrij jong te zijn. Uit het chemische onderzoek van Mercurius blijkt onder meer dat het planeetoppervlak tamelijk rijk is aan zwavel. Dat wijst erop dat de oorspronkelijke bouwstenen waaruit de planeet is gevormd minder geoxideerd waren dan die van de overige aardse planeten. De magnetometer van MESSENGER heeft laten zien dat het magnetische veld van de planeet in zoverre op dat van de aarde lijkt, dat het een noordpool en een zuidpool heeft. Maar anders dan bij de aarde valt de magnetische evenaar niet samen met de geografische: het magnetische veld van Mercurius is 480 kilometer naar het noorden opgeschoven. Dat zou kunnen betekenen dat er fundamentele verschillen bestaan tussen de manieren waarop de magnetische velden van de beide planeten ontstaan.
Meer informatie:
MESSENGER Provides New Data about Mercury
NASA's MESSENGER Reveals Global Views From Mercury Orbit
MESSENGER Orbital Data Confirm Theories, Reveal Surprises
10 juni 2011
De Chinese ruimtesonde Chang'e-2, die met succes een half jaar maanonderzoek heeft volbracht, heeft zijn omloopbaan om de maan verlaten. De sonde is nu onderweg naar het zogeheten L2-punt: een locatie die vanuit de zon gezien anderhalf miljoen kilometer achter de aarde ligt. De reis daar naartoe zal ongeveer 85 dagen duren. Objecten die zich in de buurt van het L2-punt bevinden, houden een vaste positie ten opzichte van onze planeet. Het is een mooie plek om wetenschappelijke satellieten te stallen, onder meer omdat in het L2-punt, dat vrijwel in de schaduw van de aarde ligt, minder hinder wordt ondervonden van grote temperatuurfluctuaties. Ook de Europese infraroodsatelliet Herschel is daar gestationeerd. De reis die Chang'e-2 nu onderneemt is een bijzondere. Want het is voor het eerst dat een ruimtesonde vanuit een omloopbaan om de maan naar het L2-punt wordt gedirigeerd. De overige satellieten in dit punt kwamen rechtstreeks van de aarde. De verhuizing van Chang'e-2 moet vooral worden gezien als een oefening, want de maansonde heeft eigenlijk niets te doen in het L2-punt. China heeft echter grootse ruimtevaartplannen, en elke ervaring die op dit gebied kan worden opgedaan is meegenomen. Bovendien zal Chang'e-2 nu het Chinese afstandsrecord in de ruimte kunnen bijstellen. Volgend jaar hoopt China zijn eerste mobiele maanlander te lanceren. Niet lang daarna moet een tweede maanwagentje bodemmonsters verzamelen en terugbrengen naar de aarde.
Meer informatie:
Chang'e-2 Finishes Main Mission
China's Chang'e-2 Craft Is Done Orbiting the Moon
8 juni 2011
Het Marswagentje Curiosity, dat eind dit jaar moet worden gelanceerd, kampt met technische en financiële problemen. Dat blijkt uit een intern NASA-onderzoek, waarvan de resultaten woensdag zijn bekendgemaakt. De lancering van Curiosity is al enkele malen uitgesteld, wat de kosten van de Marsmissie flink heeft opgedreven. En om verdere vertraging te voorkomen, moet er waarschijnlijk nóg eens 44 miljoen dollar bij. De bouw van Curiosity heeft heel wat meer voeten in de aarde dan die van zijn succesvolle voorgangers, Spirit en Opportunity. Het nieuwe Marswagentje is vier keer zo zwaar, moet veel grotere afstanden afleggen en heeft twee keer zo veel meetapparatuur aan boord. Ook is hij uitgerust met een nieuw type stroomvoorziening en een hovercraftachtig landingsgestel. De kosten van al dat moois zijn inmiddels opgelopen tot 2,5 miljard dollar - 56 procent meer dan aanvankelijk de bedoeling was. Volgens plan zou de lancering van de nieuwe Marsmissie ergens tussen 25 november en 18 december van dit jaar moeten plaatsvinden. Of dat tijdschema wordt gehaald, is nog maar de vraag. Zo zijn er nog problemen met de software van Curiosity en blijkt het chemische laboratorium waarmee de Marsrover wordt uitgerust nog niet goed te werken. NASA blijft vol goede moed. Dat moet ook haast wel, want als het lanceervenster van dit jaar niet wordt gehaald, moet het vertrek van Curiosity weer twee jaar worden uitgesteld, wat het project nog eens een half miljard dollar duurder zou maken.
Meer informatie:
Next Mars Rover Faces Race Against Time, Funding
Audit: Mars mission faces hurdles before launch
7 juni 2011
Met de Europese planeetverkenner Mars Express, die acht jaar geleden werd gelanceerd en eind 2003 in een baan rond Mars aankwam, is een nieuwe gedetailleerde foto gemaakt van het zuidpoolgebied van de Rode Planeet. De opname beslaat een gebied van enkele honderden kilometers groot, op ca. duizend kilometer afstand van de zuidpool. Het linker deel van de foto (zuid is links op de foto; noord is rechts) is nog grotendeels bedekt door ijsafzettingen, die overigens grotendeels schuil gaan onder een laagje donker stof. Uit radarmetingen van Mars Express blijkt dat de ijslaag hier slechts 500 meter dik is - een direct gevolg van het feit dat het inmiddels voorjaar is op het zuidelijk halfrond van Mars. Dichter bij de pool bedraagt de dikte van de ijslaag bijna vier kilometer.
Meer informatie:
Springtime at Mars' south pole
Mars Express
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 juni 2011
De geringe massa en afmetingen van de planeet Mars zijn mogelijk veroorzaakt door het zwalkende gedrag van de reuzenplaneet Jupiter in de begindagen van het zonnestelsel. Dat blijkt uit gedetailleerde computersimulaties, uitgevoerd door een internationaal team van astronomen onder leiding van Kevin Walsh van het Planetary Science Institute in Tucson, Arizona.
Mars is veel kleiner en lichter dan de aarde en Venus. Eerdere simulaties van het ontstaan van de aardse planeten hadden moeite om dat verschil te verklaren. Walsh en zijn collega's, die hun resultaten donderdag publiceerden in Nature , denken nu dat het migratie-gedrag van Jupiter de boosdoener is.
De baan van de reuzenplaneet heeft grote veranderingen ondergaan toen het zonnestelsel nog jong was. Eerst bewoog hij naar binnen toe (misschien wel tot de omgeving van de huidige baan van Mars), als gevolg van wrijving met het resterende gas in de schijf waaruit de planeten ontstonden. Daarna migreerde Jupiter weer naar buiten, door de zwaartekrachtswisselwerking met Saturnus.
Tijdens dat migratieproces (dat ook is waargenomen in planetenstelsels bij andere sterren) moet Jupiter een grote verstorende invloed uitgeoefend hebben op de verdeling van de zogeheten planetesimalen - de kleine brokstukken van zwaardere elementen waaruit de aardse planeten zouden samenklonteren. Uit de nieuwe computersimulaties blijkt dat de kleine massa en afmetingen van Mars op deze manier goed te verklaren zijn.
Volgens de astronomen verklaart het nieuwe model ook het bestaan en de soms onverwachte eigenschappen van de planetoïdengordel - een band van overgebleven planetesimalen die zich nu tussen de banen van Mars en Jupiter bevindt.
Meer informatie:
Small Mass of Mars Could be Due to Planetary Orbital Migration
Persbericht Southwest Research Institute
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 mei 2011
Nieuwe analyses van materiaal verzameld tijdens de Apollo 17-missie laten zien dat het inwendige van de maan veel meer water bevat dan gedacht. Dit geeft mogelijk een andere draai aan de ontstaansgeschiedenis van de maan. Een team onder leiding van Erik Hauri van het Carnegie Institution for Science onderzocht insluitsels van gestolde magma in kristallen. Het magma bevat honderd keer meer water dan ooit eerder is gemeten in maangesteente. Doordat het is ingesloten in kristal, heeft het water niet kunnen ontsnappen. De kristallen met de insluitsels zijn zeer lang geleden tijdens vulkaanuitbarstingen vanuit het binnenste van de maan naar het oppervlak gebracht. Vergeleken met meteorieten bevat gesteente op aarde en de andere aardse planeten maar weinig water en andere vluchtige stoffen. Dit past in het beeld dat het binnenste deel van het zonnestelsel te heet was voor de aanwezigheid van deze stoffen, toen de aardse planeten werden gevormd. Het lage watergehalte dat tot nog toe op de maan was gemeten, sloot hier ook goed bij aan. De waarneming dat het maaninwendige meer water bevat dan gedacht heeft consequenties. Dit gaat namelijk niet goed samen met de theorie dat de maan gevormd is door een zeer gewelddadige (en hete) inslag van een planetair lichaam met de omvang van Mars op de proto-aarde.En een hoger watergehalte in het inwendige van de planeten heeft gevolgen voor het tektonische gedrag van planeetoppervlakken, het smeltpunt van materialen in het inwendige en het gedrag van vulkanen. Het is zelfs mogelijk dat het waterijs dat eerder is waargenomen in kraters op de polen van de maan niet alleen afkomstig is van komeetinslagen, maar is vrijgekomen uit het binnenste van de maan bij vulkaanuitbarstingen. Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in Science Express.
Meer informatie:
Lunar water brings portions of Moon's origin story into question
NASA-Funded Scientists Make Lunar Watershed Discovery
Scientists detect Earth-equivalent amount of water within the moon
Lunar water brings portions of Moon's origin story into question
Parts of moon interior as wet as Earth's upper mantle
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
25 mei 2011
NASA heeft vandaag voor het laatst geprobeerd in contact te komen met de Marsrover Spirit. Het laatste contact met Spirit was ruim een jaar geleden, op 22 maart 2010. Eerder was Spirit vast komen te zitten en kon niet langer meer rijden. Bij het invallen van de Marswinter bleek de stand van het zonnepaneel te ongunstig te zijn om de rover van voldoende energie te voorzien. Waarschijnlijk zijn kritische onderdelen tijdens de winter te koud geworden en stuk gegaan. De hoop was dat na de winter de rover weer op zou warmen en weer voldoende energie op zou kunnen wekken om met de aarde te communiceren en door te gaan met zijn waarneemprogramma. Later vandaag heeft NASA besloten geen nieuwe communicatiepogingen te doen en zich volledig te concentreren op de Opportunity, de tweede rover die nog wel goed werkt. Beide rovers landen op Mars in 2004 voor wat bedoeld was als een drie maanden durende missie. Die verwachting hebben beide rovers veruit overtroffen.
Meer informatie:
NASA Concludes Attempts to Contact Mars Rover Spirit
NASA's Spirit Rover Completes Mission on Mars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
25 mei 2011
Mars is waarschijnlijk zeer snel ontstaan, in pakweg 2 miljoen jaar. Dit volgt uit een analyse van radioactieve stoffen in meteorieten die afkomstig zijn van Mars, en die vergeleken zijn met andere meteorieten. Dit betekent dat Mars waarschijnlijk een soort van planetaire embryo is, die geen grote botsingen heeft ondergaan tijdens zijn ontstaan. Grotere aardse planeten zoals de aarde en Venus zijn waarschijnlijk ontstaan uit het botsen en samensmelten van planetaire embryo's van de omvang van Mars. Dit proces heeft zo'n 50 tot 100 miljoen jaar geduurd. Uit het feit dat Mars veel sneller is ontstaan, volgt dat hij waarschijnlijk zelf nog zo'n embryo is.
Meer informatie:
Mars formed rapidly into runt of litter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
13 mei 2011
Het bekraterde oppervlak van de maan vertelt ons veel over de geologische geschiedenis van onze naaste buur in de 4,5 miljard jaar van zijn bestaan. Maar om echt goed te begrijpen welke processen het oppervlak hebben vormgegeven, hebben Meg Rosenburg en haar collega's van het California Institute of Technology in Pasadena zeer gedetailleerde kaarten gemaakt van hellingen en oppervlakteruwheid op het maanoppervlak. De kaarten zijn gebaseerd op metingen gedaan met de Lunar Orbiter Laser Altimeter (LOLA) van NASA's Lunar Reconnaissance Orbiter. De ruwheid van het oppervlak vertelt ons bijvoorbeeld hoe oud dit oppervlak is. De ruwheid wordt bepaald door de afwisseling van stijgende en dalende hellingen over een bepaald traject. Daarbij wordt gekeken naar allerlei schaalgroottes, van 17 meter tot 2,7 km. Oude en jonge kraters blijken een verschillende ruwheid te hebben, mede doordat oude kraters hebben blootgestaan aan erosie als gevolg van kleinere meteorietinslagen. Hierdoor is het oppervlak minder ruw geworden. Deze techniek om het oppervlak te analyseren en in beeld te brengen kan ook heel goed op andere objecten in het zonnestelsel worden toegepast.
Meer informatie:
Moon's Rough 'Wrinkles' Reveal Clues To Its Past
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
13 mei 2011
NASA heeft een nieuwe interactieve website gemaakt waarin alle waarnemingen van eerdere en huidige maanmissies worden samengebracht. Het Moon Lunar Mapping Modeling Project is opgezet door NASA's Marshall Space Flight Center en biedt een on-line gereedschap aan iedereen - vakwetenschappers en liefhebbers - om grote aantallen maanfoto's te doorzoeken, te bekijken en te analyseren. Het kan o.a. een rol spelen bij het plannen van nieuwe missies, maar ook worden gebruikt in het onderwijs en bij publieksvoorlichting. De database bevat niet alleen gegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter die sinds 2009 om de maan draait, maar ook van Apollo, Lunar Orbiter, Lunar Prospector, Clementine, Kaguya (Japan) en Chandrayaan-1 (India). Niet alleen beeldmateriaal is toegankelijk, maar bijvoorbeeld ookhoogte-modellen, zwaartekrachtmodellen, kraterdistributie, oppervlakte-ruwheid, en verdeling van chemische elementen. De projectwebsite biedt toegang tot twee visualisatiegereedschappen: Lunar Mapper, een lichtgewicht webapplicatie, en ILIADS, een speciaal clientprogramma dat gedownload kan worden.
Meer informatie:
NASA Puts Earth's Nearest Neighbor, 'The Moon', Within Reach
Lunar Mapping and Modeling Project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Edwin Mathlener - www.dekoepel.nl
5 mei 2011
Het Amerikaanse ruimteagentschap heeft drie wetenschappelijke projecten geselecteerd waarvan er eentje in 2016 wordt gelanceerd. De kandidaten hebben een planeet, een maan en een komeet als reisdoel. De drie potentiële missies hebben elk 3 miljoen dollar gekregen om aan te tonen dat ze voor een bedrag van maximaal 425 miljoen dollar kunnen worden gerealiseerd. Welke van de drie het gaat worden, zal NASA volgend jaar beslissen. De eerste kandidaatmissie, GEMS geheten, bestaat uit een Marslander die de structuur en samenstelling van het inwendige van onze rode buurplaneet moet onderzoeken. De ruimtesonde TIME zou een drijvende meetcapsule afzetten op een van de grote methaanzeeën op de Saturnusmaan Titan. En de Comet Hopper zou enkele malen landen op de kern van een komeet, om te onderzoeken hoe het oppervlak ervan verandert onder invloed van de zon.
Meer informatie:
NASA Selects Investigations for Future Key Missions
Sailing the Titan Seas
"Whipple" Mission Selected by NASA for Technology Development
Discovery Program
2 mei 2011
De bacteriën in de camera die Apollo-astronauten in 1969 terugbrachten van de maan bevatte vrijwel zeker géén levende bacteriën. De 'besmetting' van de camera vond niet plaats vóór het vertrek naar de maan, maar pas na terugkeer op aarde. Dat er streptokokken in de camera van de maanlander Surveyor 3 zaten, was op z'n zachtst gezegd merkwaardig. Toen de astronauten van de Apollo 12 de camera van de maanlander in november 1969 loskoppelden, had deze jarenlang op de maan gestaan. De microben zouden dus al die tijd zonder voedsel en water het ijskoude luchtledige overleefd moeten hebben. Uit recent opgedoken filmbeelden blijkt dat in de 'schone kamer' waar de camera na zijn terugkeer onderzocht werd niet erg zorgvuldig werd gewerkt. Zo droegen de onderzoekers shirts met korte mouwen waarvan de onderrand boven de werktafel uitstak. Hierdoor konden bacteriën vanonder de kleding gemakkelijk in de camera terechtkomen. Daarmee is een einde gekomen aan een raadsel dat de astrobiologische gemoederen tientallen jaren heeft beziggehouden. De streptokokken van Surveyor 3 kwamen niet van de maan, maar uit de neus of keel van een NASA-wetenschapper.
Meer informatie:
Moon Microbe Mystery Finally Solved
21 april 2011
Uit radarmetingen van de Mars Reconnaissance Orbiter blijkt dat de dichtheid van de atmosfeer van Mars sterk kan fluctueren. In het ijs aan de zuidpool van de planeet blijkt namelijk veel meer kooldioxide opgeslagen te zijn dan gedacht. De gemeten hoeveelheid is voldoende om, bij verdamping, de Marsatmosfeer bijna tweemaal zo dicht te maken als hij nu is (Science, 22 april). Omdat de stand van de rotatie-as van Mars enigszins varieert, zijn er soms perioden dat de zuidpoolkap tijdens de zomer sterker wordt opgewarmd dan nu. De laatste keer dat dit gebeurde, is ongeveer 600.000 jaar geleden. Het is dus aannemelijk dat de Marsatmosfeer destijds aanzienlijk dichter was dan nu, en dat over niet al te lange tijd opnieuw zal zijn. Tijdens perioden van verhoogde atmosferische dichtheid winnen de winden op Mars aan kracht, waardoor de stofstormen op de planeet in hevigheid en aantallen toenemen. Bovendien zorgt de verhoogde luchtdruk ervoor dat op meer plaatsen op Mars in de zomermaanden water in vloeibare toestand kan bestaan. Op dit moment is de Marstmosfeer dermate ijl, dat bevroren water bij opwarming direct in damp verandert.
Meer informatie:
NASA Orbiter Reveals Big Changes in Mars' Atmosphere
18 april 2011
Ruimtewetenschappers in India maken zich zorgen over hun tweede onbemande maansonde, Chandrayaan-2. Deze moet in september 2013 gelanceerd worden, kort nadat de magnetische activiteit van de zon haar hoogtepunt zal hebben bereikt. Die zorgen zijn niet ongegrond: de missie van India's eerste maansonde, Chandrayaan-1, moest in augustus 2009 voortijdig worden afgebroken nadat intense zonnestraling de elektronica had verwoest. De inschatting is dat Chandrayaan-2 nog kwetsbaarder is voor uitbarstingen van de zon dan zijn voorganger. Daarbij komt dat de tweede maanmissie van India veel ambitieuzer is dan de eerste. Chandrayaan-2 heeft een mobiele maanlander bij zich, die bodemmonsters moet gaan analyseren. Voor de zekerheid is het Indiase ruimteagentschap daarom bezig om een beter stralingsschild voor de maansonde te ontwerpen. Dat betekent wel dat de kosten van de missie aanzienlijk zullen oplopen.
Meer informatie:
Solar flare could prove to be Chandrayaan-2's nemesis
1 april 2011
De planeten aarde en Mars zijn vier miljard jaar geleden sterk afgekoeld doordat ze met een regen van meteorieten ter grootte van suikerkorrels werden bestookt. Dat schrijven Britse wetenschappers in het vakblad Geochimica et Cosmochimica Acta (1 april). De wetenschappers onderzochten de gevolgen van het zogeheten late, zware bombardement - de periode kort na het ontstaan van het zonnestelsel waarin de pas gevormde planeten nog het doelwit waren van ruimtestenen van de meest uiteenlopende afmetingen. Doorgaans gaat de aandacht daarbij uit naar de grootste exemplaren, die bijvoorbeeld op onze maan grote kraters sloegen. Maar ook de allerkleinste overblijfselen van het materiaal waaruit de planeten ontstonden hadden grote gevolgen. Bij hun tocht door de atmosferen van de aarde en Mars gaven de micrometeorieten onder meer zwaveldioxide af, wat catastrofale gevolgen had voor het toenmalige klimaat. Zwaveldioxide in de lucht vormt namelijk zogeheten aerosolen - vaste en vloeibare deeltjes die in de lucht blijven zweven en het zonlicht weerkaatsen. De onderzoekers hebben berekend dat de regen van micrometeorieten op aarde tot de productie van 20 miljoen ton zwaveldioxide per jaar leidde. De aarde en Mars zouden hierdoor zo sterk zijn afgekoeld, dat het ontstaan van leven lange tijd werd bemoeilijkt. Op aarde moet miljoenen jaren een poolklimaat hebben geheerst, en Mars is feitelijk nooit meer van de regen van micrometeorieten hersteld.
Meer informatie:
Sugar-grain sized meteorites rocked the climates of early Earth and Mars
31 maart 2011
Na meer dan twaalf maanden meten heeft de Europese GOCE-satelliet genoeg gegevens verzameld om het zwaartekrachtsveld van de aarde nauwkeuriger dan ooit in kaart te brengen. Het resultaat, een driedimensionaal model dat een geoïde wordt genoemd, werd donderdag in München gepresenteerd. De geoïde is het oppervlak van een denkbeeldige, wereldomvattende oceaan waarin geen getijden en stromingen optreden. De vorm ervan wordt uitsluitend bepaald door het feit dat de aantrekkingskracht aan het oppervlak van onze planeet niet overal even groot is. Het model wordt onder meer gebruikt om oceaanstromingen en veranderingen van de zeespiegel te leren begrijpen. De GOCE-gegevens geven ook meer inzicht in het ontstaan van grote aardbevingen. Deze worden immers veroorzaakt door plotselinge bewegingen van de tektonische platen van onze planeet, die niet rechtstreeks waarneembaar zijn. Die bewegingen leiden echter ook tot veranderingen in de zwaartekrachtsaantrekking ter plaatse.
Meer informatie:
Earth's gravity revealed in unprecedented detail
29 maart 2011
De Amerikaanse ruimtesonde MESSENGER heeft, voor het eerst sinds hij enkele weken geleden in een baan om de planeet werd gebracht, weer enkele honderden foto's van Mercurius naar de aarde gezonden. Eerder fotografeerde MESSENGER de planeet al tijdens de drie scheervluchten die hij de afgelopen jaren langs Mercurius maakte. De eerste opname van de nieuwe reeks werd in de ochtend van dinsdag 29 maart gemaakt. De foto toont onder meer de heldere inslagkrater Debussy en een gebied in de buurt van de zuidpool van de planeet dat nog niet eerder in beeld was gebracht. In de loop van woensdag worden meer foto's gepresenteerd. Op 4 april valt het startschot voor de eigenlijke missie van MESSENGER, die een jaar moet gaan duren. In die tijd zullen niet alleen een slordige 75.000 foto's van het oppervlak van Mercurius worden gemaakt, maar ook uiteenlopende metingen worden verricht. Deze moeten meer duidelijkheid geven over de inwendige structuur van de planeet en de oorzaak van zijn magnetische veld.
Meer informatie:
First Image Ever Obtained from Mercury Orbit
New Images from Mercury
29 maart 2011
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA gaat niet in op het idee van Hollywood-regisseur James Cameron om het nieuwe Marswagentje Curiosity uit te rusten met een hoge resolutie 3D-zoomcamera. In plaats daarvan wordt de mobiele onderzoeksrobot, die komende zomer gelanceerd moet worden, voorzien van een camera met telelens en een groothoekcamera. Cameron opperde zijn idee een jaar geleden, toen de beide conventionele camera's al klaar waren. Na lang aandringen besloot NASA zijn idee alsnog in overweging te nemen, maar nu is besloten dat er te weinig tijd is om de geavanceerde 3D-camera grondig te testen. Dat wil overigens niet zeggen dat Cameron uit het veld geslagen is. Hij is er stellig van overtuigd dat zijn 'Avatar-technologie' voor toekomstige ruimtemissies zal worden gebruikt.
Meer informatie:
NASA Cans James Cameron's Mars Camera
James Cameron Building 3-D Camera For Mars Rover
29 maart 2011
Het is al meer dan een jaar geleden dat de NASA contact had met het Marswagentje Spirit. De missieleiding heeft de hoop nog niet opgegeven, maar het begint er wel somber uit te zien. De verwachting was dat Spirit in de loop van maart door de hoger wordende zonnestand uit zijn winterslaap zou komen. Maar hoewel de beschikbare zonne-energie op 10 maart haar hoogtepunt bereikte, is nog niets van Spirit vernomen. Dat betekent dat er iets mis moet zijn met het Marswagentje, dat al sinds mei 2009 niet meer van zijn plek kon komen doordat het vastliep in rul zand. NASA-technici onderzoeken nu of er misschien iets mis is met de communicatie-apparatuur of de interne klok van Spirit. In dat geval kan er wellicht nog iets worden gedaan om het contact te herstellen. Pas als er eind april nog niets van het Marswagentje is vernomen, wordt de handdoek echt in de ring gegooid. Ook dan zal er geen reden tot klagen zijn: Spirit heeft zes jaar prima gefunctioneerd, wat veel langer was dan gedacht. Aanvankelijk zou zijn missie drie maanden duren. Elders op Mars kart soortgenoot Opportunity overigens nog vrolijk verder.
Meer informatie:
NASA's Stuck Mars Rover Passes a Year in Silence
18 maart 2011
Voor het eerst in de geschiedenis draait er een kunstmaan om Mercurius. Afgelopen nacht is de NASA-ruimtesonde MESSENGER in een wijde polaire baan om de planeet gebracht. MESSENGER werd in augustus 2004 gelanceerd. Om zo min mogelijk brandstof nodig te hebben, heeft hij een lange omweg gemaakt, waarbij de aantrekkingskrachten van drie planeten zijn benut om de juiste snelheid en koers te krijgen. In de jaren na zijn lancering is de ruimtesonde één keer langs de aarde, twee keer langs Venus en drie keer langs Mercurius zelf gescheerd. In totaal heeft MESSENGER daarbij een afstand van bijna 8 miljard kilometer afgelegd. Dat betekent dat de ruimtesonde, ondanks die reistijd van zesenhalf jaar, een behoorlijke snelheidsduivel is: zijn gemiddelde snelheid bedroeg bijna 140 duizend kilometer per uur. Beschermd door een parasol van titanium, die de temperatuur in de ruimtesonde op een aangename 20 graden moet houden, zal MESSENGER met acht instrumenten Mercurius en zijn magnetosfeer onderzoeken. Wetenschappers hopen meer inzicht te krijgen in de samenstelling van de planeetkorst, de opbouw van het inwendige en de oorzaak van het magnetische veld. Ook zal onderzocht worden of er in de diepe, ijskoude kraters aan de polen van Mercurius ijs ligt. In eerste instantie zal de MESSENGER-missie een jaar gaan duren. Maar bij succes wordt een verlenging ervan niet uitgesloten. De eerste beelden vanuit de omloopbaan om Mercurius worden eind maart verwacht.
Meer informatie:
MESSENGER Begins Historic Orbit Around Mercury
Historic First: A Spacecraft Orbits Mercury
10 Surprising Facts About NASA's Mercury Probe
16 maart 2011
Bij heldere hemel is komende zaterdag, even na zeven uur 's avonds, een bijzondere maansopkomst te zien. De vol verlichte maan die dan boven de oostelijke horizon verschijnt, heeft de grootste afmetingen in bijna twintig jaar. Dat de maanschijf niet altijd even groot lijkt, komt doordat de baan die de maan om de aarde volgt geen cirkel is, maar een ellips. Hierdoor varieert de afstand - en dus ook de grootte - van de maan met ongeveer veertien procent. Bovendien geven de meest nabije volle manen ook ongeveer dertig procent meer licht dan de allerverste volle manen. Op het internet zijn nogal wat indianenverhalen over die 'supermaan' te vinden. Zo wordt deze zelfs verantwoordelijk gehouden voor de aardbeving en tsunami die Japan onlangs troffen. Dat de maan op 11 maart zelfs verder van de aarde stond dan gemiddeld, wordt voor het gemak maar even vergeten. Overigens is het juist dat de maan op momenten dat Volle Maan samenvalt met zijn kleinste afstand tot de aarde iets sterkere getijden veroorzaakt dan normaal. Maar de invloed op de waterstand (enkele centimeters) valt in het niet bij de gebruikelijke verschillen tussen eb en vloed.
Meer informatie:
Super Full Moon
No, the "supermoon" didn't cause the Japanese earthquake
March 19, 2011… "SuperMoon" or "SuperHype"?
15 maart 2011
De Amerikaanse NASA heeft het vijfde en laatste deel van de waarnemingsgegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) openbaar gemaakt. LRO draait in een baan over de polen van de maan en legde van september 2009 tot september 2010 het oppervlak van onze naaste buur in het heelal gedetailleerder vast dan ooit. Behalve foto's waarop soms details van een meter zichtbaar zijn, is ook de infraroodhelderheid van de maan in kaart gebracht, alsmede de mineralogische samenstelling, de temperatuur, de topografie en ruwheid van het oppervlak, de hellingen van bergen en kraterwanden, enzovoort. In totaal gaat het om ruim 192 terabytes aan gegevens - genoeg om 41.000 dvd's te vullen. Alle LRO-foto's (in veel gevallen samengevoegd tot indrukwekkende mozaïeken) zijn voor iedereen beschikbaar via het zogeheten Planetary Data System.
Meer informatie:
NASA Lunar Reconnaissance Orbiter Delivers Treasure Trove of Data
Planetary Data System
Lunar Reconnaissance Orbiter
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 maart 2011
Planeetonderzoekers van de Universiteit van Arizona hebben een nieuw, gedetailleerd fotomozaïek samengesteld van de achterkant van de maan, op basis van ruim 15.000 foto's die tussen november 2009 en februari 2011 zijn gemaakt door de groothoekcamera van de Lunar Reconnaissance Orbiter, die in een baan over de polen van de maan draait op een hoogte van slechts vijftig kilometer. Dit halfrond van de maan is vanaf de aarde nooit zichtbaar, omdat de maan tijdens zijn beweging rond de aarde altijd dezelfde zijde naar onze planeet gekeerd houdt. De eerste foto's van de achterzijde van de maan werden gemaakt door de Russische Loena 3 in 1959. Linksboven is de donkere Mare Moscoviense te zien (de Moskouzee); de donkere krater linksonder is Tsiolkovski. Deze week werden duizenden nieuwe foto's van de maanverkenner vrijgegeven.
Meer informatie:
Farside! And all the way around
Hogeresolutieversie van het fotomozaïek
Fotomozaïeken gecentreerd op andere lengtegraden
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
9 maart 2011
Op 10 maart is het precies vijf jaar geleden dat de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) in een baan om onze rode buurplaneet werd gebracht. De ruimtesonde heeft sinds die tijd veel informatie verzameld over de (klimaat)veranderingen op Mars. Alles bij elkaar gaat het om 131 terabit aan informatie, waaronder 70.000 foto's - meer dan alle overige interplanetaire ruimtemissies bij elkaar. In feite heeft de MRO zijn wetenschappelijke doelen drie jaar geleden al bereikt. Maar omdat de orbiter nog steeds goed functioneert, is zijn missie twee keer verlengd, voor het laatst in 2010. Behalve wetenschappelijk onderzoek doet de MRO ook ondersteunend werk voor andere Marsmissies. Zo houdt hij het weer in de gaten in de landingsgebieden van de Marswagentjes Spirit en Opportunity (de laatste heeft hij onlangs vanuit de ruimte gefotografeerd). Verder helpt hij bij het vinden van een geschikte landingsplek voor het volgende Marswagentje, Curiosity, dat in augustus 2012 moet aankomen. Amerikaanse Marsonderzoekers zijn momenteel overigens bepaald niet in een feeststemming. De nog latere, gemeenschappelijk Amerikaans/Europese Marsmissie die voor 2018 op het programma staat, kampt met ernstige budgettaire problemen.
Meer informatie:
Prolific NASA Orbiter Reaches Five-Year Mark
Color View from Orbit Shows Mars Rover Beside Crater
Difficult decisions ahead on Mars
8 maart 2011
Een groot deel van de voormalige dichte atmosfeer van Mars is waarschijnlijk terechtgekomen in het gesteente op de planeet. Dat blijkt uit onderzoek van gebieden op Mars waar diepliggend gesteente door grote inslagen is komen bloot te liggen. Op verschillende plaatsen op Mars zijn door het inslaan van planetoïden grote kraters ontstaan, waardoor gesteenten tot op diepten van vijf kilometer zichtbaar zijn geworden. Onderzoek met een instrument van de ruimtesonde Mars Reconnaissance Orbiter wijst uit dat deze gesteenten carbonaten bevatten - verbindingen met koolstof en zuurstof. Het is niet voor het eerst dat er op Mars carbonaathoudende mineralen zijn aangetroffen. Maar de nu opgespoorde mineralen vertonen een grotere variëteit dan eerdere vondsten. Dat wijst erop dat er in een ver verleden een grootschalige productie van deze gesteenten heeft plaatsgevonden. Volgens de onderzoekers zijn de nieuwe vondsten in overeenstemming met het idee dat Mars vroeger een dichte atmosfeer had, die rijk was aan kooldioxide. In combinatie met het water in de voormalige oceanen en meren op de planeet zou dat tot de vorming van carbonaten hebben geleid. Overigens is dat hoogstwaarschijnlijk niet de enige oorzaak van de uitdunning van de Marsatmosfeer geweest. Er is ook veel kooldioxidegas onder invloed van de zon de ruimte in ontsnapt.
Meer informatie:
Some of Mars' Missing Carbon Dioxide May be Buried
7 maart 2011
Een astrobiologische Marsrover, detailonderzoek aan de Jupitermaan Europa en een ruimtesonde in een baan rond de verre planeet Uranus - die drie grote, dure missies moeten het komende decennium prioriteit krijgen in het Amerikaanse planeetonderzoek, aldus een commissie onder leiding van planeetonderzoeker Steven Squyres die maandagavond de aanbevelingen presenteerde.
In het rapport, Vision and Voyages for Planetary Science in the Decade 2013-2022, gepubliceerd door de National Research Council, komen ook middelgrote en kleinere planeetonderzoeksprojecten aan bod. De commissie stelt dat die onder geen beding zouden moeten lijden onder budgetoverschrijdingen van de grote, dure 'vlaggenschip'-projecten.
De Mars Astrobiology Explorer Cacher (MAX-C), met een geplande lanceerdatum in 2018, zou volgens de onderzoekscommissie niet duurder mogen worden dan 2,5 miljard dollar - minder dan de huidige ramingen. Voor de dure Jupiter Europa Orbiter wordt gesuggereerd dat het project alleen doorgang zou moeten vinden wanneer NASA's planeetonderzoeksbudget wordt verhoogd. En de Uranus Orbiter and Probe zou een kostenplafond van 2,7 miljard dollar opgelegd moeten krijgen.
Voor middelgrote en kleine projecten in NASA's New Frontiers- en Discovery-programma's wordt geen prioriteitsvolgorde aangegeven. Wel luidt de aanbeveling dat grote missies vertraagd zouden moeten worden wanneer de kleinere projecten in het gedrang zouden komen door budgetproblemen.
Meer informatie:
Persbericht National Academies
Onderzoeksrapport
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 maart 2011
De Amerikaanse klimaatsatelliet Glory, die vanuit een baan om de aarde onderzoek had moeten doen aan de rol van aerosolen (kleine deeltjes in de damprking) in de energiehuishouding van de aarde, is kort na de lancering verloren gegaan. Glory moest vrijdagochtend 4 maart Nederlandse tijd vanaf de luchtmachtbasis Vandenberg in Californië in een polaire baan om de aarde worden gebracht, maar kort na de lancering bleek het schild waaronder de satelliet zich bevond niet afgeworpen te zijn. Vanwege die extra massa kon de tweede trap van de Taurus XL-draagraket de kunstmaan niet meer in een baan om de aarde brengen; hij is vermoedelijk ergens in de Stille Oceaan neergekomen. NASA stelt een onderzoek in naar de oorzaak van het ongeluk; twee jaar geleden ging ook de klimaatsatelliet OCO (Orbiting Carbon Observatory) verloren bij een vergelijkbaar euvel met dezelfde raket. Overigens is in de tussentijd wel overgeschakeld naar een ander ontkoppelmechanisme voor het beschermschild.
Meer informatie:
NASA's Glory Satellite Fails To Reach Orbit
Glory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 februari 2011
De vaste binnenkern van de aarde roteert nauwelijks sneller dan de rest van de planeet. Dat blijkt uit seismische metingen, uitgevoerd door geofysici van de Universiteit van Cambridge. Hun resultaten zijn zondag 20 februari online gepubliceerd in Nature Geoscience.
De vaste binnenkern van de aarde, op een diepte van 5200 kilometer, groeit langzaam maar zeker aan door stolling van gesteente in de vloeibare buitenkern. Een oost/west-asymmetrie in de snelheidsverdeling van die buitenkern geeft aanleiding tot een snellere rotatie van de binnenkern. Tot nu toe werd aangenomen dat de binnenkern één graad per jaar sneller zou roteren dan de rest van de planeet. Uit de nieuwe metingen blijkt dat het snelheidsverschil in werkelijkheid slechts één graad per één miljoen jaar is.
Een beter begrip van de structuur en de eigenschappen van de aardkern is onder andere van belang om meer inzicht te krijgen in ontstaan en evolutie van het magnetisch veld van de aarde.
Nieuwsbericht op www.physorg.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 februari 2011
Zandduinen bij de noordpool van Mars, waarvan lang gedacht werd dat ze volkomen statisch waren, blijken zowel geleidelijke als plotselinge veranderingen te vertonen. Dat blijkt uit beelden van de Mars Reconnaissance Orbiter (Science, 4 februari). Wetenschappers beschouwden het duinengebied - dat lang geleden werd gevormd, toen de winden op Mars veel sterker waren dan nu - als onveranderlijk. Maar opnamen die met tussenpozen van enkele jaren zijn gemaakt, vertellen een heel ander verhaal. De veranderingen op de 'voor- en na-opnamen' zijn verrassend groot, zowel in aantal als in omvang. Op sommige plaatsen zijn honderden kubieke meters zand het duin af gegleden. Volgens onderzoekers van de universiteit van Arizona, kunnen de zandverschuivingen worden toegeschreven aan het in de loop van de seizoenen smelten en weer aangroeien van kooldioxide-ijs en lokale windvlagen die blijkbaar sterker zijn dan atmosferische modellen voorspellen.
Meer informatie:
Northern Mars landscape actively changing
2 februari 2011
Onderzoek aan vijf meteorieten die afkomstig zijn van de planeet Mars heeft uitgewezen dat kosmische inslagen geleid hebben tot kortstondige waterstromen en mineraalafzettingen. Wetenschappers van de Universiteit van Leicester hebben vijf zogeheten nakhlieten bestudeerd (inclusief het prototype, de El-Nakhla-meteoriet, die honderd jaar geleden, in 1911, in Egypte neerkwam en daarbij een hond doodde) - meteorieten waarvan vaststaat dat ze afkomstig zijn van de planeet Mars. De Marsstenen zijn waarschijnlijk de ruimte in geblazen bij een zware inslag op de planeet, waarbij een krater met een middellijn van enkele kilometers gevormd moet zijn. In de vijf nakhlieten werden afzettingen van onder andere klei en carbonaat gevonden, die gevormd moeten zijn onder invloed van vloeibaar water. Dat ondersteunt de hypothese dat ondergronds ijs in de Marsbodem smolt als gevolg van de energie van kosmische inslagen.
Meer informatie:
Rare meteorites reveal Mars collision caused water flow
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 februari 2011
Twee van de vier identieke kunstmanen van het Europese Cluster-project hebben op 5 juni 2009 een natuurlijke deeltjesversneller boven het aardoppervlak doorkruist. Dat blijkt uit de analyse van de Cluster-meetgegevens, die vandaag door de Europese ruimtevaartorganisatie ESA werd vrijgegeven. De vier Cluster-satellieten hebben als taak het magnetisch veld van de aarde en de wisselwerking met elektrisch geladen deeltjes van de zon in drie dimensies in kaart te brengen, en tevens nieuw licht te werpen op de snelheid waarmee dergelijke wisselwerkingen zich voltrekken.
Dankzij een gestage baanverandering van de vier satellieten vlogen ze in de zomer van 2009 door de Auroral Acceleration Region, een gebied dat zich uitstrekt van ca. 4000 tot ca. 12.000 kilometer boven het aardoppervlak in de buurt van de magnetische polen. Door de wisselwerking met elektrische velden en het aardmagnetisch veld worden elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk afkomstig van de zon) hier tot hoge energieën versneld. Vervolgens kunnen die energierijke deeltjes in de bovenste lagen van de aardse dampkring aanleiding geven tot poollicht (aurora). De meetgegevens van Cluster zullen er hopelijk toe bijdragen dat de details van dit proces beter worden begrepen.
Meer informatie:
Cluster encounters a natural particle accelerator
Cluster
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 januari 2011
De Europese planeetverkenner Mars Express, die al sinds december 2003 in een baan om de rode planeet draait, maakte op 9 januari jongstleden opnieuw een scheervlucht langs Phobos, de grootste van de twee kleine maantjes van Mars. De kleinste afstand bedroeg slechts ca. 100 kilometer - vier keer de gemiddelde middellijn van Phobos. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA gaf vandaag een aantal closeups van Phobos vrij, waaronder een stereo-opname (die bekeken moet worden met een rood/groene bril) en een foto waarop de landingsplaats van de toekomstige Russische ruimtesonde Phobos-Grunt is gemarkeerd.
Meer informatie:
Mars Express close flybys of martian moon Phobos
Mars Express
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 januari 2011
Een model opgesteld door Canadese astronomen wijst erop dat één grote inslag op Mars niet voldoende kan zijn geweest om het magnetische veld van de planeet uit te schakelen. Daar was een snelle opeenvolging van enkele tientallen planetoïden voor nodig. Ooit had Mars een magnetisch veld zoals de aarde - dat blijkt uit sporen van magnetisme aan het planeetoppervlak. Ongeveer vier miljard jaar geleden moet het zijn verdwenen, waarschijnlijk door een oorzaak van buitenaf. Het Canadese model laat zien dat één inslag onvoldoende zou zijn om de stromingen in het vloeibare metaal in de kern van Mars zodanig te verstoren, dat het magnetische veld dat zij opwekken permanent uit te schakelen. Na zo'n inslag zou het magnetische veld zich binnen honderd miljoen jaar hebben hersteld. Om het veld helemaal uit te schakelen, moet zich binnen een periode van enkele honderden miljoenen jaren een reeks van zeker twintig inslagen hebben voorgedaan. Een magnetisch veld beschermt een planeet tegen de energierijke deeltjesstraling van de zon. Op aarde was deze factor cruciaal voor het ontstaan van leven.
Meer informatie:
Multiple Asteroid Strikes May Have Killed Mars's Magnetic Field
18 januari 2011
In de clean room van NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena is het instrument SAM (Sample Analysis at Mars) met succes geplaatst aan boord van Curiosity - een nieuwe Marsauto die eind 2011 gelanceerd wordt en in augustus 2012 op Mars moet aankomen. Curiosity (oorspronkelijk Mars Science Laboratory geheten) zal gedetailleerd onderzoek doen naar de geologie en de mineralogie van de rode planeet, met als belangrijkste doel het beantwoorden van de vraag of er ooit micro-organismen op Mars geleefd hebben. SAM - het grootste van de tien instrumenten aan boord - zal op drie verschillende manieren gaan speuren naar organische moleculen op Mars: verbindingen van onder andere koolstof en waterstof, die beschouwd worden als de fundamentele bouwstenen van het leven.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Will Check for Ingredients of Life
Curiosity
Live webcam van de clean room waar Curiosty wordt gebouwd
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 januari 2011
Belangrijke onderdelen van de Europees/Japanse planeetverkenner BepiColombo hebben een gesimuleerde reis naar de kleine planeet Mercurius overleefd. BepiColombo is een project dat uit twee ruimtesondes bestaat: de Japanse Mercury Magnetospheric Orbiter (MMO), uitgerust met een Europees zonneschild, en de Europese Mercury Planetary Orbiter. Beide ruimtesondes moeten in 2019 aankomen bij de kleine planeet Mercurius, die bijna drie keer zo dicht bij de zon staat als de aarde.
De hittebestendigheid van de MMO is nu uitgebreid getest in de Large Space Simulator van het Europese technologiecentrum ESTEC in Noordwijk. De ruimtesimulator moest daartoe eerst worden aangepast zodat de krachtige zonnestraling in de omgeving van Mercurius kon worden nagebootst. Daartoe werden extra spiegels en koelelementen aangebracht. De ruimtesonde heeft de tests - waarbij de temperatuur opliep tot 350 graden - glansrijk doorstaan. De Planetary Orbiter van BepiColombo zal in een later stadium getest worden.
Meer informatie:
ESA's Mercury mapper feels the heat
BepiColombo
Large Space Simulator
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 januari 2011
Wetenschappers hebben een belangrijke stap gezet bij de bepaling van de totale hoeveelheid energie die de aarde van de zon ontvangt, en de variaties daarin. Uit nieuwe laboratorium- en satellietgegevens blijkt dat onze planeet een beetje minder energie ontvangt van de zon dan eerder is gemeten: 1361 watt per vierkante meter, in plaats van 1365 watt per vierkante meter. De lagere hoeveelheid zonne-energie volgt uit metingen met een instrument aan boord van de NASA-satelliet SORCE. De verwachting is dat andere satellieten, die later dit jaar worden gelanceerd, het resultaat zullen bevestigen. Voorgaande meetinstrumenten hebben zich enigszins laten foppen door de lichtverstrooiing in de aardatmosfeer. De metingen moeten uitsluitsel geven over de vraag in hoeverre veranderingen in de hoeveelheid zonne-energie bijdragen aan de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde. Het is nog onduidelijk wat de nieuwe meetwaarden gaan betekenen voor de theoretische modellen van ons klimaat. Vooralsnog lijkt het erop dat de variaties in de zonneactiviteit slechts 0,1 graad bijdragen aan de opwarming van de aarde. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de zon de belangrijkste oorzaak is van de mondiale opwarming van de afgelopen dertig jaar.
Meer informatie:
Improved measurements of sun to advance understanding of climate change
Abstract in Geophysical Research Letters
10 januari 2011
Duitse en Amerikaanse wetenschappers hebben met behulp van NASA's gammasatelliet Fermi ontdekt dat onweersbuien op aarde antimaterie kunnen produceren. De antideeltjes worden veroorzaakt door de korte flitsen van gammastraling die (veelal ongemerkt) bij bliksemontladingen optreden. Dagelijks vinden er op aarde naar schatting vijfhonderd van die 'gammaflitsen' plaats. Hoewel de Fermi-satelliet ontworpen is voor de detectie van gammastraling uit het heelal, heeft hij ook zicht op de onmiddellijke omgeving van de aarde. Hierdoor heeft hij, sinds zijn lancering in 2008, 130 gammaflitsen in de aardatmosfeer kunnen waarnemen. In de meeste gevallen gebeurde dat op een moment dat Fermi zich direct boven een onweersbui bevond. Maar in één geval lag het meest nabije onweerscomplex 4500 kilometer verderop, achter de waarnemingshorizon van de satelliet. De gedetecteerde gammastraling kon dus niet rechtstreeks van die onweersbui afkomstig zijn. Waarschijnlijk is de betreffende gammaflits ontstaan doordat Fermi werd getroffen door positronen - antideeltjes met de zelfde massa als elektronen, maar een tegengestelde lading - van de onweersbui. Deze positronen zouden de satelliet hebben bereikt door de magnetische veldlijnen van de aarde te volgen. Bij aankomst kwamen ze in botsing met elektronen van Fermi zelf, wat in kleine gammaflitsjes resulteert. Wetenschappers vermoedden al langer dat de gammaflitsen die in onweersbuien optreden krachtig genoeg kunnen zijn om tot de vorming van paren van elektronen en positronen te leiden. Dat vermoeden lijkt nu dus te zijn bevestigd.
Meer informatie:
Nasa's Fermi Catches Thunderstorms Hurling Antimatter Into Space
Thunderstorms Make Antimatter
6 januari 2011
Een nieuwe analyse van meer dan dertig jaar oude gegevens wijst erop dat de kern van de maan vergelijkbaar is met die van de aarde (Science, 7 januari). De gegevens zijn afkomstig van de vier seismische instrumenten die Apollo-astronauten tussen 1969 en 1972 op de maan hebben geïnstalleerd, en die tot 1977 metingen van kleine maanbevingen hebben gedaan. Aan de hand van zulke seismische gegevens kan informatie worden verkregen over het inwendige van de maan. De gegevens van de afzonderlijke Apollo-seismometers bevatten veel ruis, maar de dataverwerkingstechnieken zijn de afgelopen dertig jaar sterk verbeterd. Hierdoor kon meer informatie uit de metingen worden gehaald dan eerder mogelijk was. Uit de analyse blijkt dat de maan een vaste, ijzerrijke kern met een straal van 240 kilometer heeft. Daaromheen zit, net als bij de aardkern, een buitenkern van vloeibaar ijzer met een straal van 330 kilometer. Anders dan de kern van onze planeet heeft die van de maan nog een 150 kilometer grenslaag van gedeeltelijk gesmolten materiaal. Daarmee is de maankern iets groter dan tot nog toe werd gedacht.
Meer informatie:
NASA Research Team Reveals Moon Has Earth-Like Core
The hunt for the lunar core
4 januari 2011
Meer dan dertig jaar geleden kwamen wetenschappers tot de conclusie dat de beide Viking-landers, die de Marsbodem aan een chemisch onderzoek hadden onderworpen, geen duidelijk bewijs hadden gevonden voor de aanwezigheid van organische verbindingen. Maar nieuw onderzoek wijst erop dat die stoffen er wel degelijk zijn. Het nieuwe onderzoek werd opgezet nadat de Marslander Phoenix in 2008 ontdekte dat de bodem van de planeet Mars veel zogeheten perchloraten bevat - zouten die een sterk oxiderende werking hebben en de aanwezigheid van organische stoffen kunnen maskeren. Analyse van bodemmonsters uit de Atacamawoestijn in Chili, waaraan perchloraten waren toegevoegd, heeft nu opmerkelijke overeenkomsten aan het licht gebracht met de resultaten van Viking-landers. Volgens de onderzoekers wijst dat erop dat de Viking-landers destijds toch organische stoffen op Mars hebben opgespoord, zij het in geoxideerde vorm. Ze benadrukken echter dat dit niet automatisch betekent dat er vroeger leven is geweest op onze buurplaneet. Het Mars Science Lab, dat eind dit jaar wordt gelanceerd, zal waarschijnlijk meer duidelijkheid kunnen geven over de samenstelling van de Marsbodem.
Meer informatie:
Experiment Confirms Viking Actually Did Find Organic Compounds on Mars 30 Years Ago
17 december 2010
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft een nieuwe nauwkeurige maankaart gepresenteerd. De kaart is gebaseerd op gegevens van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), die sinds een jaar om de maan draait. Voor de LRO-kaart is niet alleen het maanoppervlak gedetailleerd gefotografeerd, ook zijn - met behulp van een laser - hoogtemetingen gedaan. Sommige delen van de maan, zoals de achterkant en de diepe kraters rond de polen, werden nooit eerder zo nauwkeurig in kaart gebracht. Het landschap van de poolkraters spreekt tot de verbeelding, omdat veel van de kraters zo diep zijn, dat de bodem nooit zonlicht ziet. Het was tot nog toe dan ook niet helemaal duidelijk hoe steil de hellingen van de kraterwanden waren. Op sommige plaatsen blijken deze over enkele kilometers onder hoeken van maar liefst 36 graden te staan.
Meer informatie:
NASA's LRO Creating Unprecedented Topographic Map of Moon
16 december 2010
Een geofysicus van de universiteit van Californië in Berkeley is er als eerste in geslaagd om de sterkte van het magnetische veld in de vloeibare buitenkern van de aarde te meten. Daarbij is hij geholpen door de maan en door quasars - extreem heldere, verre sterrenstelsels. De veldsterkte in de buitenkern blijk 25 gauss te bedragen, wat vijftig keer zo sterk is als het magnetische veld aan het aardoppervlak (Nature, 16 december). De aarde heeft een ongeveer 2600 kilometer grote binnenkern van gestold ijzer en nikkel. Deze is omgeven door een ongeveer 2250 kilometer dikke laag waar de metalen nog vloeibaar zijn dankzij de warmte die onder meer afkomstig is van het verval van radioactieve stoffen. Stromingen in deze buitenkern veroorzaken een dynamo-effect, dat de bron is van het aardmagnetische veld. De aantrekkingskracht van de maan heeft een afremmende werking op de binnenkern van de aarde. Deze afremmende werking wordt echter weer gedempt door de magnetische velden die in de vloeibare buitenkern worden gegenereerd. Die dempende werking is nu indirect gemeten. Radiowaarnemingen van quasars, die als vast referentiekader fungeerden, hebben zeer exacte getallen opgeleverd over de invloed van de maan op de stand van de aardas. Met behulp van een computermodel kon daaruit de grootte van het dempende effect van de buitenkern worden gemeten en daarmee ook de sterkte van het magnetische veld ter plaatse.
Meer informatie:
First measurement of magnetic field in Earth's core
11 december 2010
Het mislukken van de poging om de Japanse ruimtesonde Akatsuki in een baan om de planeet Venus te brengen, lijkt te zijn veroorzaakt door een gebrekkige brandstoftoevoer in de remraket. Dat heeft het Japanse ruimteagentschap JAXA afgelopen vrijdag bekendgemaakt. Uit de technische gegevens die Akatsuki heeft geregistreerd, blijkt dat de druk in de brandstoftank van de ruimtesonde direct na het starten van zijn raketmotor begon weg te vallen. Hierdoor werd de sonde niet alleen onvoldoende afgeremd om in een baan om Venus te komen, hij raakte ook uit evenwicht. Dat laatste zorgde ervoor dat Akatsuki zijn raketmotor uitschakelde en zichzelf in 'veilige modus' bracht. Waarschijnlijk zat er een defect in een van de leidingen of kleppen die ervoor moesten zorgen dat de druk in het brandstofsysteem op peil bleef. Bovendien vrezen JAXA-technici dat door de mislukte poging om de raketmotor op starten zijn keramische straalpijp ('uitlaat') beschadigd is geraakt. Het begint er dus op te lijken dat ook de tweede Japanse poging om een ruimtesonde in een baan om een planeet te brengen definitief mislukt is. In 1998 strandde de missie van de Marssonde Nozomi al in een vroeg stadium. Saillant detail is dat ook toen de druk in het brandstofsysteem wegviel.
Meer informatie:
Fuel supply may have foiled Akatsuki
Akatsuki update: Failure to enter orbit due to insufficient fuel pressure
9 december 2010
Midden volgende week bereikt de Amerikaanse Mars Odyssey een mijlpaal. De Marssonde heeft dan langer gewerkt dan al zijn voorgangers. De Mars Odyssey werd op 24 oktober 2001 in een baan om Mars gebracht. Op 15 december aanstaande is dat precies 3340 dagen geleden, en daarmee passeert hij het duurrecord van zijn voorganger, de Mars Global Surveyor, die van 11 september 1997 tot 2 november 2006 in bedrijf was. De belangrijkste ontdekking die de Mars Odyssey op zijn naam heeft staan, is die van de grote hoeveelheden bevroren water dicht onder het Marsoppervlak. Daarnaast vormt hij een belangrijke schakel in het radioverkeer tussen de beide Marswagentjes Spirit en Opportunity en de aarde. Deze functie moet hij ook gaan vervullen bij de volgende mobiele Marslander Curiosity, die in augustus 2012 wordt gelanceerd.
Meer informatie:
Odyssey Orbiter Nears Martian Longevity Record
9 december 2010
Het goud en platina in de mantels van de aarde, de maan en Mars zijn daar waarschijnlijk gedeponeerd tijdens grote inslagen in de begintijd van het zonnestelsel. Dat schrijven Amerikaanse wetenschappers deze week in Science. De beide metalen kunnen niet van oudsher in de aardmantel zitten. Direct na haar ontstaan was de aarde immers vloeibaar en zouden deze zware elementen samen met ijzer naar haar kern zijn gezakt. Dat er toch goud en platina in de mantel van de aarde zit, wijst er dus op dat deze metalen later zijn toegevoegd. Computermodellen laten zien dat een reeks inslagen van forse planetoïden, tientallen miljoenen jaren na het ontstaan van de aarde, de gemeten hoeveelheden goud en platina in de aardkorst goed kunnen verklaren. De grootste objecten die onze planeet troffen hadden waarschijnlijk een middellijn van 2400 tot 3200 kilometer. Alles bij elkaar zou ongeveer een half procent van de massa van de aarde aan deze inslagen kunnen worden toegeschreven. Deze theorie is in goede overeenstemming met de bestaande inzichten over het ontstaan van de planeten. Na de vorming van aarde, maan, Mars en de overige planeten wemelde het zonnestelsel van het overgebleven bouwmateriaal. De grootste van deze 'planetesimalen' zouden hun kleinere soortgenoten hebben opgeslokt, waardoor een populatie van grote planetoïden ontstond.
Meer informatie:
The end of planet formation, as told by trace elements from the mantles of Earth, the moon and Mars
NASA Scientists Theorize Final Growth Spurt for Planets
New UMD Study Shows Earthly Gold Came from 'Alien' Bombardment
8 december 2010
Het is de Japanse ruimtesonde Akatsuki niet gelukt om in een omloopbaan om de planeet Venus terecht te komen. Er bestaat een kleine kans dat over zes jaar een nieuwe poging kan worden ondernomen. Maar er wordt al rekening mee gehouden dat Akatsuki als verloren moet worden beschouwd. De Japanse Venussonde kwam in de nacht van maandag op dinsdag aan op zijn bestemming. Hij activeerde op het juiste moment zijn raketmotor, maar daarna volgde een ongebruikelijk lange radiostilte. De communicatie met de sonde kon weliswaar worden hervat, maar inmiddels is duidelijk dat dat weinig meer zal uithalen. Waarschijnlijk is de raketmotor van Akatsuki voortijdig uitgeschakeld, waardoor de ruimtesonde langs de planeet is gescheerd. Het Japanse ruimteagentschap JAXA onderzoekt nu of over zeven jaar, als Akatsuki vanzelf weer in de buurt van Venus is gekomen, een nieuwe poging kan worden ondernomen om de ruimtesonde in een omloopbaan om de planeet te brengen. Er is niet voldoende brandstof om nu af te remmen en om te keren.
Meer informatie:
Japanese Spacecraft Misses Venus
JAXA's New Dawn Fades as Probe Misses Venus Orbit
7 december 2010
Na een reis die meer dan zes maanden heeft geduurd, is de Japanse ruimtesonde Akatsuki in de afgelopen nacht aangekomen bij Venus. De bedoeling was dat de sonde in een baan om deze planeet zou gaan cirkelen, maar het is maar de vraag of de daarvoor noodzakelijke baanmanoeuvres geslaagd zijn. De remraket van Akatsuki lijkt volgens plan te zijn gestart. Dat gebeurde kort voor het moment dat de ruimtesonde achter Venus langs trok en de radioverbinding met de aarde gedurende 22 minuten werd verbroken. De radiostilte die volgde, duurde echter vier keer zo lang. En dat wijst er sterk op dat Akatsuki niet in de gewenste omloopbaan is terechtgekomen. Op dit moment is het nog onduidelijk welke baan ruimtsonde dan wél volgt en of hij nog kan worden bijgestuurd. Akatsuki werd op 20 mei van dit jaar gelanceerd. Het is/was de bedoeling dat hij vanuit een langgerekte baan de komende twee jaar de dichte atmosfeer van Venus zal/zou onderzoeken.
Meer informatie:
Japan's First Venus Probe Hits Major Snag While Attempting to Enter Orbit
30 november 2010
Er is een verklaring gevonden voor de mysterieuze laag zwaveldioxide hoog in de atmosfeer van de planeet Venus. Het bestaan ervan is niet alleen interessant voor planeetdeskundigen, maar wellicht ook voor klimatologen. Venus is gehuld in dichte wolken van zwavelzuurdruppeltjes. Deze wolken ontstaan op hoogten van 50 tot 70 kilometer, waar zwaveldioxide van vulkanische oorsprong zich met waterdamp verenigt. Op grotere hoogte zou het resterende zwaveldioxide door de intense zonnestraling afgebroken moeten worden. De ontdekking van een laag zwaveldioxide op 90 tot 110 kilometer, in 1998 gedaan door de Europese ruimtesonde Venus Express, was dan ook nogal raadselachtig. Nieuwe computersimulaties van een internationaal team wetenschappers wijzer er nu op dat het zwaveldioxide ontstaat door een combinatie van de verdamping van zwavelzuurdruppeltjes en zonnestraling. Dat betekent dat de zwavelcyclus in de Venusatmosfeer ingewikkelder in elkaar zit dan tot nog toe werd gedacht. De ontdekking kan gevolgen hebben voor de oplossing die sommige klimaatwetenschappers hebben geopperd voor de opwarming van de aarde. Zij willen die opwarming bestrijden door grote hoeveelheden zwaveldioxide in de aardatmosfeer te brengen. De zwavelzuurdruppeltjes die zo ontstaan, zouden een deel van het zonlicht weerkaatsen en de aarde een halve graad afkoelen. Uit het Venus-onderzoek blijkt nu echter dat veel van die zwavelzuurdruppeltjes al snel weer worden afgebroken, waardoor hun afkoelende effect niet blijvend is.
Meer informatie:
Venus holds warning for Earth
11 november 2010
De reusachtige uitstulping aan de achterkant van de maan schreeuwt al decennialang om een verklaring. Wetenschappers van de universiteit van Californië in Santa Cruz denken die nu gevonden te hebben - voor een stukje dan. Dat hoogland zou het resultaat kunnen zijn van de getijdenkrachten die lang geleden op de maan werkten, toen zijn vaste buitenkorst nog op een oceaan van gesmolten gesteente dreef (Science, 11 november). Deze conclusie volgt op de ontdekking dat de vorm van de uitstulping zich met een verrassend eenvoudige wiskundige functie laat beschrijven. De aard van die functie wees erop dat er getijden aan het werk zijn geweest. Volgens de onderzoekers lijkt het erop dat de 'bult' een overblijfsel is van 4,4 miljard jaar geleden, toen het inwendige van de maan nog grotendeels kneedbaar was. De getijdenwerking van de aarde deed de rest. Er schuilt wel een addertje onder het gras: hoewel dit model de uitstulping van de achterkant van de maan goed kan verklaren, zou er aan de voorkant van de maan dan óók zo'n bult moeten zijn. En die is er niet. Het is natuurlijk denkbaar dat het hoogland aan de voorzijde van de maan in de loop van de miljarden jaren is weggewerkt door vulkanische activiteit en andere geologische processen. Maar helemaal bevredigend lijkt die oplossing niet.
Meer informatie:
New Analysis Explains Formation Of Bulge On Farside Of Moon
3 november 2010
Voor het eerst in tientallen jaren hebben astronomen een nieuw soort gesteente ontdekt op de maan. Het waarschijnlijk zeer oude gesteente bevindt zich in een groot inslagbekken aan de achterkant van de maan. Het gesteente, dat ontdekt is met een instrument van de Indiase maansonde Chandrayaan-1, bestaat uit een mengsel van de mineralen orthopyroxeen, olivijn en spinel. Vooral de hoeveelheid spinel is verrassend, omdat het elders op de maan heel schaars is. Wat de exacte oorsprong is van het gesteente, dat zich diep in het inslagbekken Moscovience bevindt, is nog onduidelijk. Volgens de onderzoekers zou het een overblijfsel kunnen zijn uit de prille begintijd van de maan, toen dit hemellichaam nog maar net begon af te koelen.
Meer informatie:
New rock type found on moon
29 oktober 2010
Uit analyse van opnamen die met de Mars Reconnaissance Orbiter zijn gemaakt, blijkt dat sommige van de verse geulen op de planeet Mars door kooldioxide-ijs zijn ontstaan. Tot nog toe werd de mogelijkheid opengelaten dat er water in het spel was. Amerikaanse onderzoekers hebben een aantal zandduinen op Mars in de gaten gehouden en erop gelet in welk seizoen deze geulvorming vertonen. Vergelijkbare geulen ontstaan op aarde door stromend water, maar op Mars lijkt dat niet het geval te zijn. Daar vindt de geulvorming steeds in de winter plaats, als al het aanwezige water stijf bevroren is. Het lijkt erop dat de geulen ontstaan door de winterse aangroei van kooldioxide-ijs. Wellicht zijn ze het gevolg van lawines die optreden als zich (te) veel kooldioxide-ijs op een duin heeft afgezet. Een andere mogelijkheid is dat zulke lawines het gevolg zijn van het sublimeren (het rechtstreeks in damp overgaan) van kooldioxide-ijs.
Meer informatie:
Study Links Fresh Mars Gullies to Carbon Dioxide
27 oktober 2010
Twee micro-satellieten die in 2007 door NASA in een baan om de aarde werden gebracht, zijn door wetenschappers van de universiteit van Californië in Berkeley richting maan gemanoeuvreerd. Vanuit hun nieuwe locatie zullen zij hun onderzoek van de interactie van aarde en maan met de zonnewind voortzetten. Het tweetal maakte oorspronkelijk deel uit van de THEMIS-missie, die uit vijf kleine satellieten bestond. Met deze satellieten werd onderzocht welke invloed verstoringen van het aardmagnetische veld, veroorzaakt door de zonnewind, hebben op het poollicht op aarde. Aan deze succesvolle missie kwam in 2008 een einde. Op dat moment hadden de twee buitenste THEMIS-satellieten echter nog voldoende brandstof om hen via een ingewikkelde reeks baanmanoeuvres in de richting van de maan te sturen. Daarmee is in juli 2009 begonnen en nu zijn de beide satellieten, waarvan de missie inmiddels is omgedoopt tot ARTEMIS, aangekomen in twee van de zogeheten Lagrangepunten van het aarde-maanstelsel. Vanuit deze 'parkeerplaatsen' in de ruimte, waar de aantrekkingskrachten van aarde en maan elkaar in evenwicht houden, zullen de satellieten een half jaar lang onderzoek doen. Uiteindelijk worden ze in langgerekte omloopbanen om de maan gebracht. De komende jaren zal de ARTEMIS-tweeling onderzoeken hoe de zonnewind vorm geeft aan de magnetische invloedssfeer van de aarde en hoe de zwakke magnetische velden op de maan op de zonnewind reageren.
Meer informatie:
Out Of Themis, Artemis: Earth's Loss Is Moon's Gain
Two Nasa Spacecraft Begin New Exploration Assignments
Dead Spacecraft Walking
25 oktober 2010
Planeetwetenschappers hebben op de planeet Venus een lavastroom ontdekt die volgens hen nog maar enkele tientallen jaren oud is. Als dat klopt, is dit het beste bewijs dat er nog steeds vulkanisme op Venus is. Dat de in dichte wolken gehulde planeet nog steeds geologische actief is, wordt al langer vermoed. Maar tot nog toe was daar geen enkel hard bewijs voor gevonden. De meer dan duizend vulkanen op Venus leken zich al zeker een paar honderdduizend jaar koest te houden. Een nieuwe analyse van meetgegevens die begin jaren negentig zijn verzameld met de Amerikaanse ruimtesonde Magellan wijst er echter op dat Venus niet zo doods is als het lijkt. Op het noordelijk halfrond van de planeet zou zich een lavastroom bevinden die 85 graden warmer is dan zijn (toch al erg hete) omgeving. Volgens de onderzoekers kan dat alleen maar betekenen dat de lavastroom minder dan een eeuw oud is - anders zou deze al zo ver zijn afgekoeld, dat Magellan hem niet had kunnen waarnemen. Recentere aanwijzingen dat de omgeving van de lavastroom vulkanisch actief is, zijn er helaas niet. Weliswaar draait er nog steeds een ruimtesonde om de planeet - de Europese Venus Express - maar die kan vanuit zijn langgerekte polaire baan om de planeet eigenlijk alleen het zuidelijk halfrond goed waarnemen.
Meer informatie:
Cooling Lava Flow Spotted on Venus
21 oktober 2010
Op 9 oktober 2009 sloegen, kort na elkaar, een rakettrap en een kleine sonde gecontroleerd in op de maan. In beide gevallen ontstond een puinwolk die geanalyseerd is. De verrassende resultaten van dat onderzoek zijn deze week te vinden in het tijdschrift Science (22 oktober). De beide inslagen vonden plaats in de krater Cabeus nabij de zuidpool van de maan. De diepe kraters in die omgeving hebben al in geen miljarden jaren zonlicht gezien en behoren met temperaturen van 240 tot 170 graden onder nul tot de koudste plekken in het zonnestelsel. In de loop van de tijd zijn op de maan ontelbare kometen, planetoïden en kleinere brokstukken uit de ruimte ingeslagen. Op de meeste plaatsen zijn de vluchtige stoffen die deze bevatten verdampt en de ruimte in verdwenen. Maar in de donkere kraters zijn restanten ervan in diepgevroren toestand achtergebleven. Bij de inslag van de rakettrap is een twintig tot dertig meter grote krater geslagen. Het opstuivende puin bereikte een hoogte van bijna een kilometer - hoog genoeg om door de zon te worden aangelicht en spectrale analyse mogelijk te maken. UIt deze analyse - uitgevoerd door de kleine maansonde LCROSS - blijkt dat de maanbodem ter plaatse niet alleen water bevat, maar ook stoffen als koolmonoxide, kooldioxide, natrium en zilver. Het gaat daarbij overigens om minieme hoeveelheden. Kort na de rakettrap boorde ook LCROSS zich in de maanbodem. De gevolgen van deze inslag zijn onderzocht door de grotere Lunar Reconnaissance Orbiter. Deze detecteerde behalve allerlei vluchtige verbindingen ook waterstof, calcium en magnesium. Maar de grootste verrassing was de detectie van kwik, dat in bijna dezelfde hoeveelheden in de kraterbodem blijkt te zitten als waterijs.
Meer informatie:
NASA-engineered collision spills new Moon secrets
LRO's LAMP ultraviolet spectrograph observes LCROSS blast, detects surprising gases in impact plume
NASA Missions Uncover The Moon's Buried Treasures
It's Cold and Wet at the Moon's South Pole
15 oktober 2010
Twee Duitse radarsatellieten vliegen sinds kort in tandemformatie om de aarde. Samen zullen zij gaan werken aan de meest gedetailleerde driedimensionale kaart die ooit van onze planeet is gemaakt. TanDEM-X en TerraSAR-X zijn elkaar genaderd tot op 350 meter en vliegen met een snelheid van zeven kilometer per seconde op een hoogte van ruim vijfhonderd kilometer. Doordat zij vanuit iets verschillende 'standpunten' omlaag kijken, kunnen de beide satellieten hoogteverschillen op het aardoppervlak meten. De gemeten hoogtes zijn tot op minder dan twee meter nauwkeurig. TerraSAR-X werd al in 2007 gelanceerd, maar TanDEM-X pas in juni van dit jaar. Sindsdien zijn de beide satellieten steeds dichter naar elkaar toe gemanoeuvreerd. De komende drie jaar zullen zij bij elkaar in de buurt blijven. Hun nieuwe hoogtekaart van de aarde moet in 2014 gereed zijn.
Meer informatie:
German radar satellites fly tight space waltz
TanDEM-X Science Home
6 oktober 2010
De geringe activiteit die de zon de afgelopen jaren tentoonspreidde, had een onverwachte uitwerking op de atmosfeer en het klimaat van de aarde. In plaats van tot afkoeling lijkt deze juist tot enige opwarming te hebben geleid (Nature, 7 oktober). Het is een vaststaand feit dat de activiteit van de zon met een periode van elf jaar op en neer gaat. Verwacht werd dat een geringe zonneactiviteit juist in een toename van de hoeveelheid zonnestraling resulteert. In de periode 2004-2007, toen de activiteit van de zon duidelijk afnam, lijkt de aarde echter juist te zijn opgewarmd. Volgens de Britse onderzoekers die dit verrassende effect uit satellietmetingen hebben afgeleid, is het denkbaar dat ook het omgekeerde gebeurt: in perioden van stijgende zonneactiviteit kan de aarde juist afkoelen in plaats van opwarmen. Doorgaans wordt aangenomen dat de gemiddeld hoge zonneactiviteit van de afgelopen eeuw een kleine bijdrage heeft geleverd aan de opwarming van de aarde. Maar volgens de onderzoekers is het niet ondenkbaar dat de zonneactiviteit juist voor enige afkoeling heeft gezorgd. Hoe dan ook lijkt de relatie zon-aarde ingewikkelder dan gedacht.
Meer informatie:
Study sheds new light on how the sun affects the Earth's climate
6 oktober 2010
De atmosfeer boven de polen van de planeet Venus is ruimschoots de helft ijler dan tot nog toe werd aangenomen. Dat blijkt uit onderzoek met de Europese ruimtesonde Venus Express, die een tiental keren door de hoogste regionen van deze atmosfeer gevlogen is om de luchtweerstand te kunnen meten. De Venusatmosfeer reikt tot een hoogte van ongeveer 250 kilometer. De ruimtesonde is er op een hoogte van ongeveer 175 kilometer doorheen gevlogen. Dat had niet alleen tot doel om meer te weten te komen over de structuur van de Venusatmosfeer, maar ook om de mogelijkheid te onderzoeken om Venus Express nog dieper de atmosfeer in te laten duiken. Dat zou het mogelijk maken om de omloopbaan van de ruimtesonde te verkleinen en de duur van zijn succesvolle missie te verlengen. De huidige baan van Venus Express is zeer langgerekt. Het verste punt ligt met 66.000 kilometer zo ver van de planeet, dat de ruimtesonde een beetje uit koers wordt getrokken door de zwaartekracht van de zon. Om dat de corrigeren moet eens in de veertig tot vijftig dagen worden bijgestuurd, wat uiteraard brandstof kost. In het huidige tempo zal de tank van de ruimtesonde in 2015 opraken, tenzij hij in een lagere omloopbaan kan worden gebracht. Volgende week duikt Venus Express nogmaals de Venusatmosfeer in. Ditmaal zal hij nog eens tien kilometer dichter bij het planeetoppervlak komen.
Meer informatie:
Venus Express Finds Planetary Atmospheres Such A Drag
5 oktober 2010
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft groen licht gegeven aan een nieuwe onbemande missie naar Mars. Deze missie, de Mars Atmosphere and Volatile Evolution Mission (MAVEN), zal onderzoek doen aan de atmosfeer van de rode planeet of beter gezegd: naar het grotendeels verdwijnen van die atmosfeer. De lancering van de ruimtesonde staat gepland voor november 2013. De aanwezigheid van droge rivierbeddingen en waterhoudende mineralen wijst er op dat er ooit vloeibaar water was op Mars. En dat is alleen mogelijk als de atmosfeer van de planeet in het verleden veel dichter is geweest dan nu. Door te onderzoeken hoe het momenteel met de afbraak van de Marsatmosfeer gesteld is, zal MAVEN proberen vast te stellen wat de belangrijkste oorzaak van dit proces is. Hoofdverdachte is de zonnewind - de aanhoudende stroom geladen deeltjes die de zon uitblaast. Anders dan de aarde heeft Mars vrijwel geen magnetisch veld (meer) dat de atmosfeer tegen deze deeltjes beschermt.
Meer informatie:
CU-Boulder-Led Mars Mission Given Green Light by NASA to Proceed to Development
MAVEN Mission to Investigate How Sun Steals Martian Atmosphere
NASA'S Mars Atmosphere Mission Given the Green Light to Proceed to Developmen
1 oktober 2010
Vrijdagmiddag om 13 uur Nederlandse tijd heeft China zijn tweede onbemande maansonde gelanceerd. De Chang'e-2 zal van een hoogte van vijftien kilometer het maanoppervlak in kaart brengen en allerlei technische systemen testen. De nieuwe maansonde wordt gezien als de wegbereider voor de Chang'e-3, die in 2013 een zachte landing op de maan moet maken. Vier jaar later wil China met een onbemande maanlander bodemmonsters van de maan ophalen. En omstreeks 2020 zou zelfs een bemande maanvlucht op het programma staan. Naar verwachting zal de Chang'e-2 over ongeveer vijf dagen bij de maan aankomen.
Meer informatie:
China launches Moon mission
China's Second Moon Probe to Launch This Weekend
27 september 2010
Afgelopen weekend heeft het Marswagentje Opportunity de donkere 'steen' onderzocht die hij ruim een week daarvoor in het vizier kreeg. Alle kenmerken van het object duiden er op dat het om een ijzermeteoriet gaat. Daarmee komt het aantal meteorieten dat Opportunity op Mars heeft ontdekt op vijf. Maar het heeft er alle schijn van dat daar binnenkort nog eentje bij komt. Tijdens het onderzoek van meteoriet nummer vijf zagen NASA-wetenschappers enkele tientallen meters verderop namelijk nóg een potentiële meteoriet liggen. Ook de zesde meteoriet zal door Opportunity van nabij worden bekeken. Daarna vervolgt hij zijn lange weg naar de krater Endeavour, die waarschijnlijk zijn eindbestemming zal zijn.
Meer informatie:
Opportunity Rover Finds 6th Mars Meteorite
23 september 2010
Europese wetenschappers hebben een verklaring gevonden voor de verdwijning en de kort daarop volgende terugkeer van het kooldioxide-ijs tijdens de lente op het noordelijk halfrond van Mars. De sleutel tot de verklaring van dit verschijnsel blijkt te liggen bij de waterkringloop in de Marsatmosfeer. Tijdens de winter vormt de ijle Marsatmosfeer rijp- en sneeuwafzettingen die tot wel een meter dik kunnen worden. In de lente verdampen deze seizoensgebonden ijsafzettingen, die voornamelijk uit kooldioxide en kleine hoeveelheden water en stof bestaan, weer tot gas. Metingen met de Europese ruimtesonde Mars Express lieten zien dat bij dat verdampingsproces het kooldioxide-ijs leek te verdwijnen om na enige tijd, ondanks de gestegen temperaturen, weer terug te komen. Uit nader onderzoek is nu echter gebleken dat het kooldioxide-ijs helemaal niet zo snel verdwijnt. Aan het begin van de lente is de zon voldoende warm om het bovenste laagje kooldioxide-ijs te doen verdampen. Maar op dat moment is het nog koud genoeg om waterdamp uit de atmosfeer te laten aanvriezen. Hierdoor vormt zich een dun bovenlaagje waterijs dat de aanwezigheid van het zich nog daaronder bevindende kooldioxide-ijs maskeert. Als de temperaturen voldoende zijn gestegen om dat bovenlaagje te doen verdwijnen, lijkt het of er opeens weer kooldioxide-ijs is gevormd. Maar feitelijk is dat ijs er al die tijd geweest.
Meer informatie:
Peculiar Phenomena During Northern Spring On Mars
23 september 2010
Nieuwe gegevens, verzameld met de Europese ruimtesonde Venus Express, laten zien dat het dubbele 'oog' in de reusachtige wervelwind aan de zuidpool van Venus verdwenen is. Het dubbele karakter van deze zogeheten polaire vortex werd enkele jaren geleden door dezelfde ruimtesonde ontdekt. Eerder was, in 1980, een soortgelijke dubbele wervelwind waargenomen aan de noordpool van de planeet. Hoewel aanvankelijk de indruk bestond dat de dubbele vortex aan de zuidpool van Venus redelijk stabiel was, veranderde deze al snel van vorm. Volgens de wetenschappers die zich met het verschijnsel hebben beziggehouden, was het waarschijnlijk niet meer dan toeval dat de vortex dubbel was op het moment dat de Venus Express in 2006 bij de planeet arriveerde.
Meer informatie:
The Many Faces of the Venus Polar Vortex
23 september 2010
Ondanks de grote verschillen tussen de atmosferen van Venus en de aarde, vertonen de bliksemontladingen op beide planeten sterke overeenkomsten. Het aantal ontladingen is vergelijkbaar, evenals hun intensiteit en ruimtelijke verdeling. Dat maakt de Amerikaanse wetenschapper Christopher Russell vandaag bekend bij het European Planetary Science Congress in Rome. Aanvankelijk bestond het idee dat het ontstaan van bliksem in de Venusatmosfeer waarschijnlijk niet mogelijk was. Recent onderzoek met de Europese ruimtesonde Venus Express heeft echter onomstotelijk aangetoond dat er ook hier bliksemontladingen plaatsvinden. Uit de metingen van Venus Express blijkt niet alleen dat de gemiddelde bliksem op Venus ongeveer net zo krachtig is als die op onze planeet. Ook is vastgesteld dat er overdag meer bliksemontladingen plaatsvinden dan 's nachts en dat het rond de evenaar van Venus, waar de meeste zonne-energie de atmosfeer binnenkomt vaker bliksemt dan elders.
Meer informatie:
The Strength of Venus Lightning Sparks Interest in the Scientific Community
22 september 2010
Amerikaanse wetenschappers hebben met behulp van de beide STEREO-satellieten, die uitbarstingen van de zon registreren, gas waargenomen dat door de planeet Mercurius wordt uitgestoten. Dat maakten zij woensdag bekend bij het European Planetary Science Congress in Rome. Het is al langer bekend dat Mercurius komeetachtige eigenschappen heeft. De planeet is gehuld in een wolk van ijl gas die, onder invloed van de zonnestraling, aan de nachtzijde van Mercurius is uitgerekt tot een meer dan anderhalf miljoen kilometer lange 'staart'. Vanaf de aarde is vastgesteld dat dit gas in elk geval deels uit natrium bestaat. Maar de gasstaart op de STEREO-beelden is te helder om aan het weinige natriumgas van Mercurius te kunnen worden toegeschreven. Eerder zijn ook met de ruimtesonde MESSENGER, die vanaf maart volgend jaar in een baan om Mercurius zal draaien, aanwijzingen gevonden dat de planeet ook andersoortige gassen uitstoot. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen welke gassen dat zijn.
Meer informatie:
Mercury's Comet-Like Appearance Spotted By Satellites Looking At The Sun
21 september 2010
Het Canadese ruimteagentschap CSA en de universiteit van Calgary zijn een website gestart waarop live-beelden zijn te zien van het poollicht. Zo kan iedereen vanuit zijn luie stoel getuige zijn van dit kleurrijke hemelverschijnsel, dat met name in de buurt van de poolcirkel vaak en goed waarneembaar is. Poollicht ontstaat als geladen deeltjes van de zon verstrikt raken in het aardmagnetische veld, dat hen naar de polen van onze planeet voert. Hoog in de atmosfeer komen de deeltjes in botsing met gasmoleculen, die als gevolg daarvan licht gaan uitzenden. Ook vanuit Nederland is soms poollicht te zien, maar spectaculaire vormen neemt dat doorgaans niet aan. Op de website AuroraMAX wordt het poollicht getoond, zoals dit in het winterseizoen vanuit het noorden van Canada te zien is. Daarnaast wordt informatie gegeven over het ontstaan van dit hemelverschijnsel.
Meer informatie:
Website AuroraMAX
21 september 2010
Op beelden die het Marswagentje Opportunity op 16 september naar de aarde zond, is op enkele tientallen meters afstand een donkere steen te zien. NASA-wetenschappers hebben Opportunity de opdracht gegeven om naar de steen toe te rijden, om te zien of het een ijzermeteoriet is. Het zou niet voor het eerst zijn dat het Marswagentje een meteoriet vindt. De afgelopen zes jaar heeft hij er bij zijn verkenning van de Meridani-vlakte al vier opgespoord. De mogelijk meteoriet heeft alvast de benaming 'Oileán Ruaidh' gekregen, de oude naam voor het kleine eiland Roy voor de kust van Ierland. Hij is iets minder dan een halve meter groot.
Meer informatie:
Mars Rover Opportunity Approaching Possible Meteorite
21 september 2010
De recente ontdekking van kleine hoeveelheden water in de maanbodem kan gevolgen hebben voor de plannen die astronomen met de maan hebben. Chinese wetenschappers hebben berekend dat de verstrooiende werking van de afbraakproducten van waterdamp de beeldkwaliteit van bepaalde telescopen op de maan sterk kan verminderen. Tijdens de koude nachten ontstaat er als het ware een flinterdun laagje dauw op de maan, dat na zonsopkomst verdampt. Door de ultraviolette straling van de zon wordt de waterdamp afgebroken tot waterstof- en hydroxylmoleculen. De Chinese berekeningen laten zien dat de hoeveelheden hydroxyl in de uiterst ijle maanatmosfeer hierdoor mogelijk vele malen hoger zijn dan tot nu toe werd gedacht. Die conclusie is in het bijzonder van belang voor de Chinese maanlander Chang'e 3, die in 2013 gelanceerd moet worden. Deze maanlander wordt uitgerust met een UV-telescoop, en met name op bepaalde ultraviolette golflengten is de verstrooiende werking van hydroxyl zeer hinderlijk. Gewone optische telescopen en radiotelescopen hebben overigens geen last van het hydroxyl.
Meer informatie:
Discovery Of Water On Moon May Cloud Plans For Lunar Astronomy
21 september 2010
De hitte in de atmosfeer van Venus, die het gevolg is van een sterk broeikaseffect, heeft mogelijk een verkoelende uitwerking op het inwendige van de planeet. Dat stellen Europese wetenschappers na modelberekeningen waarvan de resultaten vandaag bij het European Planetary Science Congress in Rome worden gepresenteerd. De hoge temperatuur van de Venusatmosfeer - 470 graden boven nul - is het gevolg van de enorme hoeveelheden kooldioxidegas en waterdamp die door duizenden vulkanen zijn uitgestoten. Volgens de wetenschappers laten hun modelberekeningen zien dat de planeet in het verleden mogelijk nog aanzienlijk heter is geweest. Immers: hoe meer broeikasgassen, des te heter de atmosfeer en uiteindelijk ook de planeetkorst, wat tot nog meer vulkanisme zou moeten leiden. Om te onderzoeken waarom dit niet in een roodgloeiende planeet Venus heeft geresulteerd, hebben de wetenschappers een computermodel gemaakt van de interactie tussen de hete atmosfeer en de planeetkorst. Daarbij bleek dat de isolerende werking van de korst bij een temperatuur van acht- tot negenhonderd graden zodanig afneemt, dat het planeetinwendige versneld afkoelt. Hierdoor daalt de vulkanische activiteit en daarmee (op den duur) ook de temperatuur van de atmosfeer.
Meer informatie:
Hot Atmosphere Of Venus Might Cool Interior Of Earth's Sister Planet
21 september 2010
Onderzoek door Italiaanse wetenschappers, dat vandaag bij het European Planetary Science Congress in Rome wordt gepresenteerd, laat zien dat methaan in de atmosfeer van Mars een levensduur van minder dan een jaar heeft. In de Marsatmosfeer komen slechts kleine hoeveelheden methaan voor, die van seizoen tot seizoen en van jaar tot jaar variëren. Waar het gas vandaan komt, is onzeker, maar het zou zowel van geologische als van biologische oorsprong kunnen zijn. De hoogste concentraties worden gemeten in de buurt van de reusachtige schildvulkanen op Mars en tijdens het zomerseizoen. Uit het toe- en afnemen van de methaanconcentraties blijkt dat het gevormde methaan minder dan een jaar in de Marsatmosfeer verblijft. Op welke manier het gas wordt afgebroken, is echter al bijna net zo onduidelijk als het ontstaan ervan. De afbraak kan slechts voor een deel aan de werking van zonlicht worden toegeschreven. Het grootste deel wordt mogelijk afgebroken door het sterk reactieve zout perchloraat, dat tijdens stofstormen de atmosfeer in wordt geblazen.
Meer informatie:
Martian Methane Lasts Less Than A Year;
20 september 2010
Wetenschappers hebben sterke aanwijzingen gevonden dat de Marsmaan Phobos is ontstaan door de samenklontering van puin van Mars dat na een grote inslag de ruimte in is geblazen. Dat zou blijken uit de samenstelling van het kleine maantje, zoals die gemeten is met de ruimtesondes Mars Express en Mars Global Surveyor. Over de oorsprong van de Marsmanen Phobos en Deimos bestaat al lang discussie. Aanvankelijk gingen astronomen er van uit dat de beide onregelmatig gevormde rotslichamen planetoïden waren die door de zwaartekracht van Mars zijn ingevangen. Eerder onderzoek van Phobos leek er inderdaad op te wijzen dat de samenstelling van dit maantje overeenkomt met die van planetoïden. Maar de resultaten van de nieuwe metingen geven een heel ander beeld te zien. In het gesteente van Phobos zijn fylosilicaten aangetroffen: mineralen die ontstaan zijn op een plek waar vloeibaar water is. Dat er op Phobos ooit water is geweest, lijkt uitermate onwaarschijnlijk. Bovendien zijn er ook andere aanwijzingen gevonden dat de mineralogische samenstelling van Phobos op die van Mars lijkt.
Meer informatie:
The Martian Moon Phobos May Have Formed By Catastrophic Blast
Exploring the moons of Mars : Phobos and Deimos
20 september 2010
Uit waarnemingen met de Europese infraroodsatelliet Herschel blijkt dat de bestaande modellen voor de circulatie in de Marsatmosfeer wellicht aan herziening toe zijn. Ook is de verdeling van zuurstof in de atmosfeer van de rode planeet anders dan gedacht. De spectraalmetingen die in april van dit jaar met Herschel zijn verricht laten zien dat de Marsatmosfeer tussen 40 en 80 kilometer hoogte meer dan tien graden kouder is dan de atmosfeermodellen voor de planeet voorspellen. Daarnaast blijkt er niet, zoals verwacht, overal ruwweg evenveel zuurstof in de ijle Marslucht te zitten: naar boven toe neemt de zuurstofconcentratie snel af. Als deze onderzoeksresultaten worden bevestigd, betekent dit dat er op nieuw moet worden gekeken naar de manier waarop zuurstof op Mars wordt gevormd en afgebroken.
Meer informatie:
Herschel Mars Observations: First Results;
17 september 2010
Net als ruim een jaar geleden is de Mars Reconnaissance Orbiter getroffen door een computerstoring. De Marssonde ging op 15 september in 'veilige modus', nadat zijn boordcomputer uit zichzelf opnieuw was opgestart. Hierdoor werden alle onderzoeksinstrumenten tijdelijk uitgeschakeld, in afwachting van nieuwe instructies. De vorige keer dat het misging, is de Mars Reconnaissance Orbiter drie maanden buiten gebruik gebleven. NASA heeft de boordcomputer toen van nieuwe software voorzien, die in elk geval voorkomt dat de ruimtesonde bij zo'n storing definitief uitvalt. Inmiddels is men dan ook alweer druk bezig om de boel volledig in bedrijf te zetten. Er zijn geen aanwijzingen dat de Mars Reconnaissance Orbiter met ernstige problemen kampt. De stroomvoorziening werkt en ook de temperaturen in de ruimtesonde zijn normaal. De verwachting is dat het normale onderzoeksprogramma binnenkort kan worden hervat.
Meer informatie:
Team Restoring Mars Orbiter After Reboot
16 september 2010
Amerikaanse planeetwetenschappers hebben met behulp van de Lunar Reconnaissance Orbiter een catalogus gemaakt van alle kraters op de maan die groter zijn dan twintig kilometer. Dankzij dit overzicht van 5185 maankraters hebben zij een beter beeld gekregen van de chaotische begintijd van ons zonnestelsel, toen manen en planeten het doelwit waren van ontelbare inslagen (Science, 17 september). Het pokdalige uiterlijk van de maan is grotendeels het gevolg van het spervuur van kometen en planetoïden, dat zich kort na het ontstaan van het zonnestelsel (4,5 miljard jaar geleden) heeft voltrokken. Omdat de sporen van de inslagen op de maan goeddeels intact zijn gebleven, is het mogelijk om hieruit het verloop van dit grote bombardement te reconstrueren. Jarenlang zijn wetenschappers ervan uitgegaan dat de relatieve aantallen kleine en grote objecten in de loop van het 'oerbombardement' ruwweg gelijk zijn gebleven. Maar in 2005 opperde de Amerikaanse geoloog Robert Strom dat deze voorstelling van zaken wel eens te simplistisch kon zijn. De nieuwe inventarisatie van maankraters lijkt zijn hypothese te bevestigen: tot 3,8 miljard jaar geleden was er waarschijnlijk een overschot aan grote projectielen. Wat de oorzaak is van het plotseling 'opraken' van grote inslaande objecten is nog onduidelijk. Het is denkbaar dat de planetoïdengordel voorbij de baan van Mars tot rust is gekomen nadat de grote buitenplaneten Jupiter en Saturnus eenmaal hun definitieve omloopbaan hadden ingenomen. Ook is het mogelijk dat er in de begintijd van het zonnestelsel een tijdelijk overschot aan kometen was.
Meer informatie:
Moon's craters give new clues to early solar system bombardment
NASA's LRO Exposes Moon's Complex, Turbulent Youth
16 september 2010
Vandaag komt er een einde aan de verkenningsmissie van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). De NASA-maansonde heeft het afgelopen jaar vanaf een hoogte van vijftig kilometer een ongekend gedetailleerde kaart van het maanoppervlak gemaakt. Daarbij is onder meer uitgekeken naar veilige landingsplaatsen en eventuele grondstoffen voor toekomstige maanmissies. Daarmee is de missie van LRO overigens nog lang niet ten einde. De komende twee tot vier jaar zullen de zeven wetenschappelijke instrumenten aan boord van de maansonde overuren draaien om 24 voornamelijk Amerikaanse teams van onderzoeksgegevens te voorzien. Zij zullen onder meer de geologische en mineralogische eigenschappen van het maanlandschap nader bestuderen.
Meer informatie:
NASA's Lunar Spacecraft Completes Exploration Mission Phase
Lunar Reconnaissance Orbiter (GSFC)
LRO Participating Scientists
9 september 2010
Gegevens die in 2008 zijn verzameld door de Amerikaanse Marslander Phoenix wijzen er op dat water tot op de dag van vandaag het oppervlak van de planeet Mars beïnvloedt. Ook blijkt uit het onderzoek dat er op Mars tot enkele miljoenen jaren geleden nog vulkanische activiteitwas (Science, 10 september). Hoewel Phoenix al geruime tijd buiten werking is, is de analyse van de gegevens die de Marslander heeft verzameld nog in volle gang. De recente bevindingen zijn gebaseerd op metingen van het gas kooldioxide, dat 95 procent van de ijle Marsatmosfeer voor zijn rekening neemt. De koolstof- en zuurstofatomen die kooldioxide vormen kennen verschillende varianten of isotopen, die kenmerkend zijn voor hun herkomst. Uit de analyse van het kooldioxide in de atmosfeer blijkt dat de verhoudingen tussen de koolstof- en zuurstofisotopen op Mars vergelijkbaar is met die op aarde. Dit verrassende resultaat wijst er op dat Mars in geologisch opzicht veel actiever is dan tot nog toe werd gedacht. Sterker nog: uit de metingen blijkt dat de kooldioxide in de Marsatmosfeer in relatief recente tijden is 'aangevuld' door vulkanische activiteit, en dat er in die periode ook vloeibaar water op de planeet moet zijn geweest. Ook is vastgesteld dat de temperatuur van dat vloeibare water dicht bij het vriespunt lag.
Meer informatie:
NASA Data Shed New Light About Water and Volcanoes on Mars
Phoenix Mars Lander Finds Surprises About Planet's Watery Past
3 september 2010
De hoop op de aanwezigheid van organische moleculen in de bodem van de planeet Mars is weer opgeleefd. Uit experimenten die de beide Viking-landers dertig jaar geleden hebben uitgevoerd, leek te volgen dat deze voor levende organismen cruciale bouwstenen op Mars vrijwel compleet ontbraken. Maar een ontdekking die in 2008 is gedaan met de Marslander Phoenix werpt een ander licht op de resultaten van het Viking-onderzoek. Het draait allemaal om de chemische stof perchloraat - een sterk oxiderende verbinding, bestaande uit chloor en zuurstof. Perchloraat, dat in 2008 door Phoenix in de Marsbodem werd ontdekt, is onder normale omstandigheden niet schadelijk voor organische moleculen. Bij verhitting breekt perchloraat deze moleculen echter juist snel af. Toen de Viking-landers destijds bodemmonsters na verhitting (!) analyseerden, werden daarin slechts twee organische verbindingen aangetroffen: chloormethaan en dichloormethaan. En volgens Mexicaanse en Amerikaanse wetenschappers die nog eens goed naar de Viking-resultaten hebben gekeken, zijn dat nu juist de twee verbindingen die overblijven als een bodemmonster dat behalve allerlei organische moleculen óók perchloraat bevat, wordt verhit. Een en ander betekent dat de Marsbodem wel degelijk rijk kan zijn aan organisch materiaal. Of dat inderdaad zo is, zal mogelijk blijken nadat in 2012 de nieuwe mobiele onderzoeksrobot Curiosity op Mars is afgeleverd.
Meer informatie:
Missing Piece Inspires New Look at Mars Puzzle
27 augustus 2010
De Europese ruimtesonde Mars Express heeft gedetailleerde foto's gemaakt van Orcus Patera, een mysterieuze langgerekte krater op Mars. De krater meet 380 bij 140 kilometer en bevindt zich tussen de vullkanen Elysium Mons en Olympus Mons. Over de oorsprong van de uitgerekte krater is weinig met zekerheid bekend. Het zou kunnen gaan om een vulkanische formatie, maar het is ook mogelijk dat Orcus Patera oorspronkelijk een mooie ronde inslagkrater was, die vervolgens is 'uitgerekt' door tektonische krachten in dit actieve deel van de Marskorst.
Meer informatie:
Mars's mysterious elongated crater
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 augustus 2010
De maan wordt steeds kleiner. Dat blijkt uit nieuwe foto's van de Amerikaanse maanverkenner Lunar Reconnaissance Orbiter. In de afgelopen één miljard jaar is de middellijn van de maan met ongeveer tweehonderd meter afgenomen. De oorzaak: het inwendige van de maan koelt nog steeds langzaam af.
Dat de maan een héél klein beetje kleiner wordt, blijkt uit de ontdekking van 'stuwwallen', verdeeld over het maanoppervlak. In totaal zijn er veertien gevonden; de grootste heeft een lengte van een kilometer of tien. Ze zijn vergelijkbaar met de rimpels die ontstaan op het oppervlak van een uitdrogend appeltje.
De maanrimpels zijn geologisch jonge structuren - hooguit een paar honderd miljoen jaar oud, maar misschien zelfs nog véél jonger. Dat zou erop kunnen wijzen dat de maan ook nu nog tektonische activiteit vertoont. De ontdekking wordt deze week beschreven in het weekblad Science.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Lunar Reconnaissance Orbiter
Nieuwsbericht over de ontdekking (space.com)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
5 augustus 2010
De afgelopen jaren maakten diverse onderzoeksteams bekend dat zij water hadden aangetroffen in maangesteenten. Nieuw onderzoek door wetenschappers van vier Amerikaanse instituten roept echter twijfel op over deze resultaten (Science Express, 5 augustus). Dat er water is op de maan staat zo goed als vast. Door inslagen van kometen is ijs op de maan terechtgekomen, dat in donkere, diepe kraters lang houdbaar is. Maar hoe zit het met het eigenlijke maangesteente? Om daar achter te komen, onderzochten de Amerikaanse onderzoekers een aantal maanmonsters van de Apollo-missies met een uiterst gevoelige gasmassaspectrometer. Daarbij werd gekeken naar de aanwezigheid van twee isotopen van het element chloor: chloor-35 en het zwaardere chloor-37. En daarbij bleek dat het maangesteente relatief rijk is aan de zwaardere variant. Dat is opmerkelijk omdat deze zich gemakkelijk met de waterstofatomen in water verbindt en vervolgens als gas ontsnapt. Als het maangesteente redelijke hoeveelheden water bevat, zou er juist relatief veel chloor-35 in moeten zijn achtergebleven. Uit de chloormetingen volgt dat het inwendige van de maan altijd extreem droog is geweest. Het bevat tienduizend tot honderdduizend keer zo weinig water als het inwendige van de aarde.
Meer informatie:
UNM Researchers Find No Water In Moon's Mantle
Chlorine study suggests moon is dry after all
2 augustus 2010
Het Europese ruimteagentschap ESA en zijn Amerikaanse tegenhanger NASA hebben vijf wetenschappelijke instrumenten geselecteerd voor hun eerste gezamenlijke missie naar de planeet Mars. Bij deze missie, die ExoMars Trace Gas Orbiter heet en voor 2016 op het programma staat, zal onder meer de chemische samenstelling van de Marsatmosfeer worden bestudeerd. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar het gas methaan, dat op het bestaan van leven kan wijzen. De ExoMars Trace Gas Orbiter is de eerste in een reeks Europees-Amerikaanse missies, die er uiteindelijk toe moet leiden dat er een bodemmonster van Mars naar de aarde wordt gebracht. Ter voorbereiding van die doelstelling zal de ExoMars Trace Gas Orbiter een kleine landingsmodule naar het Marsoppervlak laten afdalen. De volgende ExoMars-missie, die voor 2018 gepland staat, zal bestaan uit twee mobiele Marslanders: een Europese en een Amerikaanse. De ene zal boormonsters nemen, de andere verzamelt bodemmonsters voor een latere terugkeermissie naar de aarde.
Meer informatie:
Instruments selected for Mars
Robotic exploration of Mars
30 juli 2010
De extreme druk en temperatuur op Venus bemoeilijken te interpretatie van de meetgegevens die ruimtesondes van deze planeet verzamelen. Om de bestaande gaten in onze kennis te dichten, worden de omstandigheden op Venus nagebootst inlaboratoria in Berlijn en Rome. Als wetenschappers iets te weten willen komen over de atmosfeer en het oppervlak van een planeet, bestuderen zij de samenstelling van het licht dat daar vanaf komt. Onder aardse omstandigheden worden deze zogeheten spectra goed begrepen, maar omdat de omstandigheden op Venus zo anders zijn, laten de aldaar verzamelde gegevens zich veel minder makkelijk interpreteren. Om daar verandering in te brengen, worden in het Planetary Emissivity Laboratory in Berlijn allerlei soorten gesteenten en stofmonsters onderworpen aan temperaturen tot 500 graden. Het licht dat deze materialen onder hoge temperatuur uitzenden, wordt vergeleken met de spectra die door de Europese ruimtesonde Venus Express zijn opgenomen. Op die manier hopen de onderzoekers meer inzicht te krijgen in de mineralogische samenstelling van het Venusoppervlak. Wetenschappers in Rome houden zich ondertussen bezig met de spectrale eigenschappen van het in de Venusatmosfeer rijkelijk aanwezige kooldioxidegas. Want ook dat bemoeilijkt het onderzoek van onze buurplaneet.
Meer informatie:
Recreating Venus in the lab
30 juli 2010
De vluchtleiding van het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft al sinds 22 maart niets meer gehoord van het Marswagentje Spirit. Helemaal onverwacht komt die zenderstilte niet, want in verband met de winterse omstandigheden op Mars waren zijn systemen op een laag pitje gezet. Tijdens die winterslaap wordt alle beschikbare (zonne)energie gebruikt om de accu's op te laden en cruciale interne systemen te verwarmen. Maar zo langzamerhand zou Spirit weer eens een teken van leven kunnen geven. Sinds een paar dagen probeert NASA het contact te herstellen - tot nog toe tevergeefs. De hoop bestaat dat het Marswagentje de komende maanden alsnog zal antwoorden, maar helemaal gerust zijn de vluchtleiders daar niet op. Spirit heeft het namelijk ongekend koud. Tijdens de drie voorgaande winters stond hij geparkeerd op een zonnige helling, maar omdat hij vorig jaar vast kwam te zitten in het zand, is dat ditmaal niet gelukt. De winter op het zuidelijk halfrond van Mars duurt nog tot en met november. De verwachting is dat als Spirit niet vóór maart 2011 iets van zich laat horen, hij als verloren moet worden beschouwd.
Meer informatie:
NASA's Hibernating Mars Rover May Not Call Home
23 juli 2010
Met behulp van een camera aan boord van de Amerikaanse ruimtesonde Mars Odyssey is de tot nog toe meest nauwkeurige kaart van de planeet Mars gemaakt. De kaart kan via verschillende websites worden bekeken. De nieuwe Marskaart is opgebouwd uit 21.000 afzonderlijke opnamen, die de afgelopen acht jaar zijn verzameld. Deze opnamen zijn bewerkt tot een reusachtig mozaïek dat details tot ongeveer honderd meter toont. Weliswaar zijn kleine stukjes Mars nog gedetailleerder gefotografeerd, maar dit is het meest detailrijke complete overzicht van de planeet. Iedereen kan trouwens meehelpen aan de verbetering van de Marskaart door de afzonderlijke opnamen nog nauwkeuriger aan elkaar te 'plakken'. Instructies zijn te vinden op de NASA-website ''Be a Martian'.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Camera Yields Most Accurate Mars Map
ASU Mars camera yields best Red Planet map ever
THEMIS 100 meter global daytime mosaic
Deelkaarten in hoge resolutie
15 juli 2010
Tijdens het diepe minimum in de zonneactiviteit van 2008/2009 heeft zich hoog in de aardatmosfeer iets bijzonders afgespeeld. De zeer ijle buitenste luchtlaag, die aan de lege ruimte grenst, is aanzienlijk verder ingezakt dan tijdens eerdere zonneminima. Dat de dichtheid van deze zogeheten thermosfeer afneemt op het moment dat de zon minder actief is, is niet zo verrassend. Dat gebeurt namelijk tijdens elk zonneminimum. Maar ditmaal was de instorting twee tot drie keer zo sterk als anders. De thermosfeer strekt zich uit van een hoogte van 90 kilometer tot meer dan 600 kilometer. Hij onderschept de meest energierijke ultraviolette straling van de zon, wat verklaart waarom hij tijdens perioden van hoge zonneactiviteit opwarmt en opzwelt. Als de zonneactiviteit daalt, zakt de thermosfeer weer in. Paradoxaal genoeg zou het nu waargenomen versterkte effect deels het gevolg kunnen zijn van de verhoogde concentratie kooldioxide in de atmosfeer. Waar dit broeikasgas onderin de atmosfeer voor opwarming zorgt, koelt het de thermosfeer juist af. Maar zelfs de combinatie van kooldioxide en geringe zonneactiviteit kan de waargenomen instorting van de thermosfeer nog niet voor de helft verklaren.
Meer informatie:
A Puzzling Collapse of Earth's Upper Atmosphere
15 juli 2010
Uit analyse van de gegevens die in september 2009, tijdens de derde scheervlucht van de ruimtesonde MESSENGER, zijn verzameld, blijkt dat de planeet Mercurius beduidend langer vulkanisch actief is geweest dan werd vermoed (Science Express, 15 juli). Volgens de onderzoekers was en is Mercurius een dynamische wereld. Tijdens de beide eerste scheervluchten langs de planeet maakte MESSENGER opnamen waaruit duidelijk bleek dat er vroeg in de geschiedenis van de planeet veel vulkanisme is geweest. Bij de derde en laatste scheervlucht is een 290 kilometer groot inslagbekken ontdekt, dat een vrijwel ongeschonden bodem heeft. Het ontbreken van kleinere inslagkraters in deze structuur, die inmiddels Rachmaninoff is gedoopt, wijst er op dat deze zich in relatief recente tijden met vulkanische lava heeft gevuld. Ook is vlak bij het inslagbekken het mogelijke restant van een vulkaan te zien. Volgens de onderzoekers kan dit betekenen dat er twee miljard jaar geleden nog vulkanisme was op Mercurius. Tijdens de scheervlucht zijn ook het magnetische veld en de extreem ijle atmosfeer van de planeet onderzocht. Meer inzicht in de activiteit van Mercurius zal worden verkregen nadat MESSENGER in maart 2011 in een baan om de planeet is gebracht.
Meer informatie:
New revelations about Mercury's volcanism, magnetic substorms and exosphere from MESSENGER
MESSENGER Spacecraft Reveals New Information About Mercury
12 juli 2010
NASA en Microsoft brengen Mars tot leven met nieuwe functies in de WorldWide Telescope-software, die de gebruiker een driedimensionale indruk van de 'rode planeet' geven. WorldWide Telescope is een 'virtuele telescoop' waarmee je het heelal kunt verkennen. De nieuwe interactieve beelden bieden de kijker de mogelijkheid om een verkenningstocht op Mars te maken. Ze zijn gebaseerd op de meest gedetailleerde driedimensionale reconstructies van het Marsoppervlak die beschikbaar zijn. Het basismateriaal bestaat uit 87.000 opnamen die gemaakt zijn met de al sinds 1997 rond de planeet cirkelende Mars Global Surveyor en de negen jaar later gearriveerde Mars Reconnaissance Orbiter. Met name de opnamen van deze laatste ruimtesonde zijn ongelooflijk gedetailleerd: ze bestaan stuk voor stuk van uit meer dan duizend megapixels.
Meer informatie:
Microsoft and NASA Bring Mars Down to Earth Through the WorldWide Telescope
WorldWide Telescope
4 juli 2010
Met instrumenten van de Japanse maansonde Kaguya zijn rond grote kraters op de maan grote hoeveelheden van het mineraal olivijn gedetecteerd (Nature Geoscience). Dat mineraal is kenmerkend voor mantelmateriaal: het diepe ijzer- en magnesiumrijke gesteente dat onder de maankorst ligt. Volgens de huidige inzichten is de maan 4,5 miljard jaar geleden ontstaan nadat de aarde in botsing was gekomen met een object ter grootte van Mars. Het materiaal dat daarbij de ruimte in werd geblazen, balde uiteindelijk samen tot de huidige maan, die na afkoeling een dikke korst van lichtgekleurd aluminiumrijk materiaal vormde. Het idee bestond dat zich onder de maankorst nog geruime tijd een 'oceaan' van vloeibare magma heeft bevonden. Daarbij zou zich veel olijvijnrijk materiaal direct onder de korst moeten hebben verzameld. De metingen van Kaguya lijken dat nu te bevestigen. Bij de grote inslagen rond de zuidpool van de maan, waar de maankorst relatief dun is, is althans olivijnrijk materiaal bloot komen te liggen.
Meer informatie:
Japanese probe yields insights into Moon's inner life
1 juli 2010
Tot nog toe dachten wetenschappers dat de (minieme) hoeveelheden koolstof op het maanoppervlak afkomstig waren van de zonnewind. Maar Amerikaanse geofysici hebben vastgesteld dat de koolstof voor een deel uit grafiet bestaat, dat er misschien al vier miljard jaar ligt (Science, 2 juli). Het grafiet is aangetroffen in gesteenten die tijdens de Apollo 17-missie zijn verzameld. Bij het onderzoek zijn minuscule grafietplaatjes ontdekt die alleen bij zeer hoge temperaturen (1000-3600 graden) gevormd kunnen zijn. Zulke hoge temperaturen kwamen alleen voor in de begintijd van het zonnestelsel, toen het overbleven puin van de vorming van het zonnestelsel op maan en planeten stortte. Aan dat 'rote bombardement, waarbij ook de donkere maan'zeeën' zijn ontstaan, kwam 3,8 miljard jaar geleden een einde.
Meer informatie:
Scientists find moon whiskers
Man in the Moon has 'Graphite Whiskers'
25 juni 2010
Uit gedetailleerd onderzoek van mineralen in kraters op Mars blijkt dat er vrijwel overal op de planeet vloeibaar water moet zijn geweest. Dat er op het zuidelijk halfrond waterhoudende mineralen zijn, was al langer bekend. Maar nu zijn zulke chemische verbindingen ook aangetoond op het veel lager gelegen noordelijk halfrond, dat onder een dikke laag lava en sedimenten is bedolven (Science, 25 juni). De waterhoudende mineralen zijn aangetroffen in een negental inslagkraters. Daar hebben planetoïden kilometers diepe gaten in de bodem geslagen, waarbij het oorspronkelijke korstmateriaal is blootgelegd. De mineralen op het noordelijk halfrond van Mars blijken dezelfde samenstelling te hebben als die op het zuidelijk halfrond. Het is overigens naar schatting al meer dan vier miljard jaar geleden dat er op grote schaal vloeibaar water was op onze buurplaneet.
Meer informatie:
Wet era on early Mars was global
24 juni 2010
De planeet Venus had ruim vier miljard jaar geleden veel meer water dan nu. Maar modelberekeningen, gebaseerd op gegevens die met de Europese ruimtesonde Venus Express zijn verzameld, wijzen erop dat het er bepaald geen natte boel was. Afgezien van haar afmetingen lijkt Venus nauwelijks op de aarde. Het is er heter dan in een oven, en er is vrijwel geen water te vinden. Toch hebben de beide planeten veel gemeen. De diverse overeenkomsten en verschillen worden deze week besproken tijden een wetenschappelijke conferentie in Frankrijk. Uit waarnemingen van de Venus Express blijkt dat Venus grote hoeveelheden water moet zijn kwijtgeraakt. Dat komt doordat de ultraviolette straling van de zon de watermoleculen in de atmosfeer stukslaat. Elk watermolecuul valt daarbij uiteen in twee waterstofatomen en één zuurstofatoom, die de ruimte in verdwijnen. Hieruit kan worden afgeleid dat Venus vroeger natter was dan nu. Maar dit betekent nog niet dat de planeet oceanen heeft gehad, zoals sommige wetenschappers hebben geopperd. Franse modelberekeningen laten zien dat de aanwezigheid van water zich beperkte tot de atmosfeer. En zelfs die waterdamp is waarschijnlijk al kort na het ontstaan van Venus verdwenen.
Meer informatie:
Was Venus Once A Habitable Planet?
14 juni 2010
Amerikaanse wetenschappers hebben ontdekt dat de maan meer water bevat dan uit eerdere onderzoeken was gebleken. Het water zou afkomstig zijn uit de hete magma waaruit de maan 4,5 miljard jaar geleden ontstond. Meer dan veertig jaar is gedacht dat het maangesteente kurkdroog is. Maar onlangs bleek dat bodemmonsters die tijdens de Apollo-missies op de maan zijn verzameld toch een heel klein beetje water bevatten. Vervolgonderzoek aan een ander bodemmonster en een op aarde gevonden meteoriet die van de maan afkomstig is, bevestigt dat resultaat. Het watergehalte in het maangesteente blijkt in de orde van een duizendste promille te liggen. Dat is erg weinig, maar toch nog zo'n honderd keer meer dan uit eerder onderzoek was gebleken. Volgens de wetenschappers zijn er sterke aanwijzingen dat het water in het maangesteente al aanwezig was toen de maan kort na zijn bestaan nog aan het afkoelen was. Helemaal kurkdroog is de maan dus nooit geweest.
Meer informatie:
Moon whets appetite for water
Research Suggests Water Content of Moon's Interior Underestimated
13 juni 2010
Volgens onderzoekers van de universiteit van Colorado stond de planeet Mars 3,5 miljard jaar geleden voor ruim een derde onder water. Behalve een oceaan, die een groot deel van het noordelijk halfrond besloeg, zou er ook een waterkringloop zijn geweest, zoals die nu ook op aarde bestaat (Nature Geoscience, 13 juni).
De wetenschappers komen tot hun conclusie na een omvangrijk onderzoek van tientallen drooggevallen rivierdelta's op Mars. Deze riviermondingen liggen allemaal op dezelfde hoogte, wat erop wijst dat de voormalige rivieren ofwel direct op de oceaan uitkwamen ofwel op grote meren die langs de rand van de oceaan lagen. Gezien de omvang van het rivierenstelsel dat bij de oceaan uitkwam, moet er destijds veel neerslag zijn gevallen.
De afgelopen tientallen jaren is wel vaker gesuggereerd dat er ooit een oceaan was op Mars. Maar dit onderzoek is het eerste waarbij gegevens van verschillende Amerikaanse en Europese Marsmissies op zo'n grote schaal zijn gecombineerd. Onduidelijk is nog waar al dat Marswater - naar schatting 124 miljoen kubieke kilometer - is gebleven.
Meer informatie:
New CU-Boulder study indicates an ancient ocean may have covered one-third of Mars
7 juni 2010
Aarde en maan zijn misschien wel 150 miljoen jaar jonger dan gedacht. Dat schrijven Deense onderzoekers in Earth and Planetary Science Letters (15 juni). Wetenschappers gaan ervan uit dat aarde en maan zijn voortgekomen uit een botsing tussen twee oerplaneten ter grootte van Venus en Mars. Tot nog toe werd aangenomen dat deze botsing plaatsvond toen het zonnestelsel nog maar 30 miljoen jaar oud was - dat wil zeggen: 4,537 miljard jaar geleden. Maar nieuwe ouderdomsbepalingen, gebaseerd op het verval van het radioactieve element hafnium in het stabiele element wolfraam, komen iets later in de tijd uit. Hafnium kwam van nature voor in de oermaterie waaruit aarde en maan zijn ontstaan. Bij hafniumdateringen is er steeds van uitgegaan dat het wolfraam dat op het moment van de botsing al gevormd was naar de kern van de aarde is gezakt. Maar nieuwe modelberekeningen laten zien dat de vloeibare massa van gesteente en metalen die bij de botsing ontstond waarschijnlijk veel minder homogeen was dan gedacht. Dat betekent dat destijds lang niet alle reeds aanwezige wolfraam in de aardkern is terechtgekomen. En dat heeft tot gevolg dat de bestaande ouderdomsbepalingen van aarde en maan niet helemaal betrouwbaar zijn.
Meer informatie:
The Earth and moon formed later than previously thought
3 juni 2010
Volgens Amerikaanse onderzoekers was de aarde drie miljard jaar geleden gehuld in een dikke organische mist die de schadelijke uv-straling van de zon tegenhield. Vanuit de ruimte gezien leek onze planeet toen waarschijnlijk veel op Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus (Science, 4 juni). De wetenschappers denken dat de mist voornamelijk bestond uit microscopisch kleine deeltjes, opgebouwd uit methaan- en stikstofverbindingen, die zoals de pluisjes van een populier in de aardatmosfeer rondzweefden. De deeltjes konden niet alleen de ultraviolette zonnestraling tegengehouden, maar bevorderden ook de vorming van gassen zoals ammoniak, waardoor een broeikaseffect op gang kwam dat de aarde opwarmde. Tot nog toe werd verondersteld dat de aardatmosfeer drie miljard jaar geleden voornamelijk uit stikstofgas bestond, met kleine hoeveelheden methaan, waterstof en waterdamp. Het probleem met dat model was echter dat de aarde dan heel koud zou moeten zijn geweest - zó koud zelfs dat geen leven mogelijk was. Uit geologisch en biologisch bewijsmateriaal blijkt daarentegen dat onze planeet destijds minstens net zo warm was als nu.
Meer informatie:
Early Earth haze likely provided ultraviolet shield for planet
3 juni 2010
Onderzoek van gesteenten op Mars door het Marswagentje Spirit wijst erop dat de omstandigheden op de planeet gunstig kunnen zijn geweest voor het ontstaan van leven. De gesteenten blijken namelijk voor een kwart uit carbonaten te bestaan - mineralen die in een zuur milieu zouden oplossen. Dat betekent dat in elk geval niet al het vloeibare water dat in een grijs geleden op Mars aanwezig was een hoge zuurgraad had (Science Express, 3 juni). Het onderzoek aan de gesteenten heeft vier jaar geduurd. Niet omdat de carbonaten zo moeilijk aantoonbaar waren, maar omdat het gebruikte instrument van Spirit onder het stof zat. Hierdoor moest eerst een correctiemethode worden ontwikkeld die voor de aanwezigheid van dat stof corrigeerde. Dat Mars miljarden jaren geleden een warm en vochtig klimaat had, blijkt onder meer uit de talrijke drooggevallen beddingen die op de planeet zijn ontdekt. Klaarblijkelijk heeft Mars ooit een veel dichtere atmosfeer van kooldioxidegas gehad, die voor een sterk broeikaseffect zorgde.
Meer informatie:
NASA Rover Finds Clue To Mars' Past And Environment For Life
26 mei 2010
Er is een sluitende verklaring gevonden voor de diepe kloven en spiraalvormige dalen in de noordelijke ijskap van de planeet Mars. Uit radaronderzoek met de Mars Reconnaissance Orbiter blijkt dat hun ontstaan voornamelijk aan de wind te danken is (Nature, 27 mei). De noordelijke ijskap van Mars is een drie kilometer dikke opeenstapeling van ijs en stof. Op aarde ontstaan de structuren in zulke ijsmassa's doorgaans door het 'stromen' van het ijs. Maar op Mars zijn andere krachten aan het werk. Gebleken is dat zowel de spiraalvormige dalen als de diepe kloof Chasma Boreale voornamelijk door de wind zijn gevormd. De beide structuren zijn echter niet het gevolg van erosie: ze zijn in de loop van miljoenen jaren samen met het aangroeiende ijs ontstaan. Door beïnvloeding van windpatronen waren de heuvels, dalen en vlakten in het onderliggende, oude ijs bepalend voor de huidige ligging en vorm van de kloven en dalen. Het spiraalpatroon in de noordelijke ijskap van Mars ontstaat in feite op dezelfde manier als de grote wervelwinden in de aardatmosfeer. De koude lucht die vanaf de pool over de ijsvlakten stroomt, wordt door de draaiing van de planeet afgebogen, waardoor een spiraalvormig windpatroon ontstaat.
Meer informatie:
Planetary scientists solve 40-year-old mysteries of Mars' northern ice cap
24 mei 2010
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA doet geen verdere pogingen meer om in contact te komen met de succesvolle Marslander Phoenix. Uit nieuwe beelden, gemaakt met de Mars Reconnaissance Orbiter, blijkt dat de zonnepanelen van Phoenix tijdens de Marswinter zwaar beschadigd zijn. Eerder dit jaar deed NASA nog verscheidene pogingen om eventuele zwakke signalen van Phoenix op te vangen. De kans op succes werd gering geacht, maar helemaal onmogelijk leek het niet dat de Marslander de ijzige winter - tegen alle verwachtingen in - had doorstaan. De beelden van de Mars Reconnaissance Orbiter laten echter zien dat de vorm van Phoenix is veranderd. Hij lijkt nu duidelijk kleiner, wat erop wijst dat zijn zonnepanelen zijn bezweken onder het gewicht van het kooldioxide-ijs dat er in de loop van de winter op is afgezet. Déze Phoenix zal niet meer uit zijn as herrijzen.
Meer informatie:
Phoenix Mars Lander is Silent, New Image Shows Damage
20 mei 2010
Australische wetenschappers hebben in de Timorzee, ten noorden van Australië, een bedolven koepelberg ontdekt met een middellijn van zeker vijftig kilometer. Volgens de wetenschappers maakt de berg deel uit van een enorme krater die ongeveer 35 miljoen jaar geleden door de inslag van een planetoïde is ontstaan. Het bestaan van de koepelberg is aan het licht gekomen bij seismisch onderzoek voor het opsporen van olievoorraden. De bodemmonsters die ter plekke zijn genomen, vertonen de gefragmenteerde structuur die kenmerkend is voor grote inslagen. De berg zou het hart vormen van een krater die aanzienlijk groter moet zijn dan vijftig kilometer. Volgens de Australische onderzoekers vond de inslag in de Timorzee ongeveer tegelijkertijd plaats met twee grote inslagen in Siberië en Virginia (VS). Mogelijk speelde deze reeks kosmische treffers een rol bij de plotselinge daling van de temperaturen die destijds leidde tot de vorming van het Antarctische landijs.
Meer informatie:
Asteroid crater found under the Timor Sea
19 mei 2010
Het Marswagentje Opportunity breekt vandaag een bijna dertig jaar oud record. Het is nu meer dan zes jaar en 116 dagen bezig met de verkenning van het Marsoppervlak. Daarmee is Opportunity de (stilstaande) Viking 1, die van 1976 tot 1982 in werking was, gepasseerd als meest succesvolle Marsverkenner. Het identieke Marswagentje Spirit is weliswaar drie weken vóór Opportunity op de planeet geland, maar dat werd twee maanden geleden in 'winterslaap' gebracht. Mocht Spirit daar met goed gevolg uit ontwaken, en de communicatie met de aarde hervatten, dan neemt hij onmiddellijk het record van Opportunity over. De prestaties van de beide Marswagentjes zijn hoe dan ook opmerkelijk. Toen zij bijna zeven jaar geleden werden gelanceerd, stond een missie van 90 dagen op het programma. En de verdere vooruitzichten zijn, zeker wat Opportunity betreft, niet slecht. De winter op het zuidelijk halfrond van Mars is over zijn hoogtepunt heen, waardoor de stroomopbrengst van hun zonnepanelen weer zal toenemen.
Meer informatie:
NASA's Mars Rovers Set Surface Longevity Record
13 mei 2010
Water en andere vluchtige stoffen zaten grotendeels al vanaf het begin in de aarde en zijn maar voor een klein deel afkomstig van latere komeetinslagen. Dat is de conclusie van een internationaal onderzoek, waarvan de resultaten vrijdag in Science zijn gepubliceerd. De onderzoekers hebben gekeken naar de samenstelling van verschillende atomaire vormen van het element zilver in aardse gesteenten. Daaruit hebben ze een draaiboek samengesteld van de vroege ontstaansgeschiedenis van onze planeet. Volgens dat draaiboek bevatte het materiaal dat de aarde onmiddellijk na het ontstaan van ons zonnestelsel (4,568 miljard jaar geleden) verzamelde, weinig vluchtige stoffen. Die laatste kwamen er pas na 26 miljoen jaar bij, mogelijk op het moment dat een object ter grootte van de planeet Mars in botsing kwam met de oeraarde. Dat object leverde een aanzienlijke voorraad water af op onze planeet. Bovendien werd bij de botsing veel materie de ruimte in geblazen, die later weer samenklonterde tot onze maan.
Meer informatie:
Silver Tells a Volatile Story of Earth's Origin
11 mei 2010
Meer dan 37 jaar nadat de laatste mensen op de maan liepen, roepen NASA-wetenschappers de hulp in van het grote publiek bij de verkenning van de maan. Daar komt geen raket of ruimtepak aan te pas. Het enige wat je nodig hebt, is een computer met internetverbinding. Op de nieuwe interactieve website Moon Zoo toont NASA nieuwe, detailrijke beelden van kleine stukjes maanoppervlak, die gemaakt zijn met de camera van de Lunar Reconnaissance Orbiter. Na inschrijving kan iedereen helpen met het interpreteren van de talrijke opnamen. Er moet een inventarisatie worden gemaakt van alle kraters vanaf een bepaalde grootte, en ook andersoortige bijzonderheden op de beelden kunnen met een muisklik worden aangegeven. De kratertellingen worden gebruikt om een schatting te maken van de ouderdom van de verschillende stukjes maanoppervlak. Ook zijn de wetenschappers benieuwd naar de aantallen 'verse' maankraters.
Meer informatie:
NASA Invites Public To Take Virtual Walk On Moon
Moon Zoo
3 mei 2010
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA overweegt om een toekomstige onbemande missie naar de planeet Mars in drie delen op te splitsen. Dat zou de hoge kosten ervan over een langere periode uitsmeren en het onder druk staande jaarbudget van NASA enigszins ontlasten. De betreffende missie heeft tot doel om bodemmonsters van Mars te verzamelen en naar de aarde te brengen. In de oorspronkelijke opzet zouden alle onderdelen van de missie omstreeks 2018 in één keer naar de planeet worden gestuurd. Maar nu wordt erover gedacht om met tussenpozen van enkele jaren drie kleinere ruimtevaartuigen te lanceren. De eerste zou een mobiele robot op Mars neerzetten, die de gewenste bodemmonsters verzamelt. Vervolgens zou een landingsmodule naar de planeet worden gestuurd, om de bodemmonsters op te pikken en in een baan om de planeet te slingeren. Ten slotte zou een ruimtesonde de betreffende capsule ophalen en voor onderzoek naar de aarde brengen.
Meer informatie:
NASA may stretch out Mars missions to save money
26 april 2010
Amerikaanse wetenschappers hebben een laserreflector op de maan weten op te sporen die al sinds 1971 zoek was. De reflector van Franse makelij maakt deel uit van het onbemande Sovjet-maanwagentje Loenochod 1, dat in november 1970 op de maan landde. Sinds 1971 was het niet meer gelukt om de reflector terug te vinden. Ook de afgelopen twee jaar is nog verscheidene malen tevergeefs naar de reflector gezocht. De doorbraak volgde echter pas vorige maand, toen op gedetailleerde maanfoto's van de Lunar Reconnaissance Orbiter het kleine stipje van de Loenochod 1 werd opgemerkt. Naast die van de Loenochod 1 zijn er nog vier laserreflectors op de maan. Ze worden gebruikt om de baanbeweging van de maan tot op de millimeter nauwkeurig te kunnen volgen. Daartoe worden vanaf de aarde pulsen laserlicht naar de maan gezonden, waarna de zwakke reflecties worden opgevangen. Hoe meer reflectors op de maan beschikbaar zijn, des te nauwkeuriger kan de maanbaan worden vastgesteld. De metingen worden onder meer gebruikt om meer te weten te komen over de eventuele vloeibare kern van de maan en over mogelijke afwijkingen van de zwaartekrachtswet van Einstein. Op 22 april zijn vanaf een sterrenwacht in New Mexico (VS) de eerste pulsen laserlicht naar de teruggevonden reflector gestuurd. Het gereflecteerde signaal bleek verrassend helder.
Meer informatie:
UC San Diego Physicists Locate Long Lost Soviet Reflector on Moon
NASA's LRO Team Helps Track Laser Signals to Russian Rover Mirror
15 april 2010
Donker stof op de maan vormt een steeds groter wordend probleem voor een laser-experiment dat veertig jaar geleden van start ging. Apollo-astronauten plaatsten toen laser-reflectoren op de maan. Vanaf aarde wordt een laserstraal op zo'n reflector gericht. De reflectie van de laserpulsen wordt een paar seconden later weer op aarde ontvangen, en uit de reistijd van het signaal kan heel nauwkeurig de afstand tot de maan worden berekend.
Het laser-exeriment ondervindt echter steeds meer hinder van maanstof. Althans, volgens Tom Murphy van de Universiteit van Californië in San Diego is dat de oorzaak van het feit dat het opgevangen signaal langzaam maar zeker steeds zwakker wordt. Onder ideale omstandigheden wordt al niet meer dan één op de honderd biljard uitgezonden fotonen opgevangen, maar in de loop van de tijd is de laserreflectie nog eens tien keer zo zwak geworden.
Het probleem wordt niet zozeer veroorzaakt door de absorptie van het stof, aldus Murphy in een artikel in het vakblad Icarus , maar doordat de laserreflectoren als gevolg van stofdeeltjes ongelijkmatig worden opgewarmd door de zon. Dat zou ook verklaren waarom het verzwakkingseffect rond volle maan het sterkst is.
Achtergrondverhaal over het stof-probleem
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 april 2010
Op Mars komt vloeibaar water voor, en in sommige kraters op de maan bevinden zich ijslagen van een paar meter dik. Dat valt te lezen in het laatste nummer van het vakblad Geophysical Research Leters van de American Geophysical Union.
Met de HiRISE-camera aan boord van de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter zijn foto's gemaakt van een zogeheten gully in een duinenveld bij de krater Russell op Mars. Gullies - 'geulen' - zijn smalle, donkere sporen op bergwanden en kraterhellingen, die vermoedelijk zijn ontstaan door stromend water. Uit de foto's blijkt dat één zo'n geul in 2007 vijftig meter langer is geworden, en in 2008 ruim honderd meter. Dat wijst erop dat er af en toe nog steeds kleine hoeveelheden water vrijkomen.
Radarmetingen van de Indiase maanverkenner Chandrayaan-1 hebben het bestaan van ijs aan het licht gebracht op de bodems van enkele diepe, permanent beschaduwde kraters in de omgeving van de noordpool van de maan. Uit de radarwaarnemingen blijkt dat de ijslagen in sommige gevallen twee à drie meter dik zijn.
Meer informatie:
Liquid water on Mars, thick ice on the moon
GRL-artikel over water op Mars
GRL-artikel over ijs op de maan
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 april 2010
Voor het eerst zijn er directe metingen verricht aan de versnelling van elektrisch geladen deeltjes in de magnetosfeer van de aarde. Die deeltjes - voornamelijk afzonderlijke elektronen en waterstofkernen - komen met hoge energie in de aardse dampkring terecht, waar ze in de buurt van de magnetische polen spectaculair poollicht veroorzaken. Wetenschappers wisten al dat de deeltjes tot deze extreme energieën versneld worden in de aardse magnetosfeer - het gebied rondom onze planeet dat onder invloed staat van het aardse magneetveld.
De Europees-Amerikaanse Cluster-satellieten hebben nu voor het eerst directe metingen verricht aan dat versnellingsproces, dat zich op ongeveer vijftigduizend kilometer afstand van de aarde afspeelt. De vier identieke Cluster-satellieten draaien in verschillende banen om de aarde en doen metingen aan geladen deeltjes en elektrische en magnetische velden. Samen leveren ze een mooi driedimensionaal beeld op van de magnetosfeer. De nieuwe resultaten, die hopelijk een beter inzicht in het ontstaan van poollicht verschaffen, worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
8 april 2010
Helemaal zeker is het nog niet, maar er zijn sterke aanwijzingen gevonden dat de planeet Venus nog steeds vulkanisch actief is. Dat schrijven wetenschappers die de planeet onderzocht hebben met de Venus Express in het tijdschrift Science (9 april). Deze Europese ruimtesonde draait sinds 11 april 2006 om Venus. Een van de instrumenten van deze ruimtesonde kan op infrarode golflengten door het dikke wolkendek van de planeet heen kijken. Daarbij zijn negen gebieden ontdekt die een beetje heter zijn dan de rest van het helse Venusoppervlak. Deze nauwelijks verweerde gebieden kunnen zijn ontstaan door lava die hooguit enkele miljoenen jaren geleden - en mogelijk nog veel recenter dan dat - over het planeetoppervlak is gestroomd. Verdere analyse moet uitwijzen of de kleine temperatuurverschillen inderdaad een vulkanische oorsprong hebben.
Meer informatie:
Indications Of Volcanic Activity On Venus
NASA-Funded Research Suggests Venus is Geologically Alive
New evidence for recent volcanism on Venus
7 april 2010
Het lawineseizoen op Mars is in volle gang. In 2008 werd zo'n lawine voor het eerst gefotografeerd met de HiRISE-camera van de Mars Reconnaissance Orbiter. Dat gebeurde bij toeval, maar nu, precies een Marsjaar later, houden Marsonderzoekers de steile kliffen rond de Noordpool van de planeet scherp in de gaten. En met succes: in januari zijn al verschillende lawines waargenomen. Zo stortte op 27 januari een heel pakket kooldioxide-ijs van een 700 meter hoge ijsklif af. Dat resulteerde in spectaculaire stofwolken van tientallen meters hoog. De lawines ontstaan als de lente is aangebroken op het noordelijk halfrond van Mars, en de eerste zonnestralen de steile ijskliffen rond de Noordpool opwarmen. Op basis van de waarnemingen van dit jaar concluderen de onderzoekers dat de meeste lawines halverwege de lente optreden. Het lijkt een jaarlijks terugkerend verschijnsel.
Meer informatie:
Avalanche Clouds (HiRISE)
5 april 2010
Het staat vast dat de activiteit van de zon van invloed is op de temperatuur op aarde. Dat bleek vooral tijdens het zogeheten Maunder-minimum van 1645 tot 1715, die tot de zogeheten Kleine IJstijd leidde. Omdat de zon nu ook al enkele jaren weinig magnetische activiteit vertoont, meenden sommige wetenschappers dat dit wel eens de opmaat tot een nieuwe koude periode zou kunnen zijn. Maar berekeningen door onderzoekers van de universiteit van Potsdam (Duitsland) ontkrachten deze hypothese.
Volgens de Duitse wetenschappers zou de afkoeling ten gevolge van een geringe zonneactiviteit tot 2100 niet meer dan 0,3 graden Celsius bedragen. Dat is veel minder dan de temperatuurstijging die van het door de mens versterkte broeikaseffect wordt verwacht. Bovendien zou die afkoeling slechts tijdelijk zijn: perioden van geringe zonneactiviteit duren voor zover bekend hooguit enkele tientallen jaren.
Meer informatie:
Prolonged low solar activity will not offset global warming
5 april 2010
Nieuwe waarnemingen hebben het bestaan van een miniatuur magnetosfeer op de maan aangetoond. Anders dan de aarde heeft de maan geen globaal magnetisch veld en daardoor ook geen allesomvattende magnetosfeer. Wel zijn er her en der kleine magnetische gebieden die eigen 'minimagnetosferen' kunnen creëren, die sterk genoeg zijn om de geladen deeltjes van de zonnewind af te weren. Een internationaal team van wetenschappers heeft nu voor het eerst zo'n minimagnetosfeer waargenomen. Daarbij maakten zij gebruik van een instrument aan boord van de Indiase maansonde Chandrayaan-1. Daarmee werden de neutrale waterstofatomen gedetecteerd die van het maanoppervlak terugkaatsen als dit door protonen van de zon wordt getroffen. Bij één zo'n sterk magnetisch gebied op de maan was het aantal teruggekaatste waterstofatomen geringer dan in de omgeving. Dat wijst erop dat de zonnewind hier werd tegengehouden. De minimagnetosfeer was op het moment van de waarneming ongeveer 360 kilometer groot.
Meer informatie:
Researchers observe Moon's minimagnetosphere for the first tim;
2 april 2010
Onderzoekers van de universiteit van Kopenhagen en Stanford University denken een verklaring te hebben gevonden voor een raadsel waar wetenschappers al lang mee worstelen: de paradox van de zwakke zon. Begin jaren zeventig stelden de astronomen Carl Sagan en George Mullen vast dat het klimaat van de aarde sinds haar ontstaan, vierenhalf miljard jaar geleden, betrekkelijk constant is gebleven. En dat terwijl de straling van de zon met ruim een kwart is toegenomen. Er zijn geen aanwijzingen dat de aarde vroeg in haar bestaan geheel met ijs was bedekt. Tot voor kort werd de verklaring daarvoor gezocht bij het broeikasgas CO2, maar volgens de Deense en Amerikaanse wetenschappers is er nooit voldoende CO2 in de atmosfeer geweest om de jonge aarde voldoende op te warmen. Dat blijkt uit onderzoek van oude gesteenten op Groenland. De verklaring voor de 'ontbrekende ijstijd' moet dus elders worden gezocht. Volgens de onderzoekers is de oorzaak een combinatie geweest van wolkenschaarste en het feit dat de aarde grotendeels met water bedekt was. Hierdoor kon de relatief zwakke straling van de jonge zon de oceanen ongehinderd bereiken en opwarmen. Dat daarbij weinig wolkenvorming optrad zou te danken zijn aan het feit dat er nog geen algen bestonden. Deze eencellige organismen zijn nu een belangrijke producent van zwavel, dat een cruciale rol speelt bij het ontstaan van wolkendruppeltjes. Als er in de begintijd van de aarde al algen hadden geleefd, zou de bewolking die zij veroorzaakten een groot deel van de zonnestraling hebben weerkaatst. En dan zou onze planeet lange tijd een stijf bevroren ijsbal zijn geweest.
Meer informatie:
Researcher unravels one of science's great mysteries
31 maart 2010
Met de gevoelige HiRISE-camera aan boord van de Amerikaanse planeetverkenner Mars Reconnaissance Orbiter zijn de eerste acht opnamen gemaakt van gebiedjes op de planeet Mars die zijn uitgekozen door het grote publiek. Eerder dit jaar ontving de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA ongeveer duizend suggesties van websitebezoekers, in het kader van het programma HiWish. In de toekomst zullen meer gebiedjes op Mars gedetailleerd in beeld worden gebracht die door het grote publiek zijn uitgekozen. Ook bij eerdere Marsverkenners (Mars Global Surveyor en Mars Odyssey) zijn dergelijke publieksprogramma's uitgevoerd. HiRISE is de gevoeligste camera die ooit in een baan rond Mars is gebracht. Sinds 2006 zijn ongeveer dertienduizend opnamen gemaakt, waarbij extreem langgerekte, smalle stroken van het Marsoppervlak zijn vastgelegd, maar in totaal is slechts ongeveer één procent van de planeet op deze manier gedetailleerd waargenomen.
Meer informatie:
NASA Mars Spacecraft Snaps Photos Chosen by Public
De eerste acht Marsfoto's die gemaakt zijn in het kader van het HiWish-programma
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 maart 2010
De afgelopen weken heeft het Marswagentje Opportunity de omgeving van de 10 meter kleine en zeer jonge inslagkrater Concepción onderzocht. Van grote hoogte lijkt het of bij de inslag die deze krater veroorzaakte donker materiaal straalsgewijs is verspreid. Opportunity heeft vastgesteld dat het opgeworpen gesteente dezelfde samenstelling heeft als het bodemmateriaal dat het Marswagentje op tal van andere plekken op Mars heeft aangetroffen. Het betreft zachte, zwavelrijke zandsteen met hardere, donkere insluitsels. Deze ijzerrijke bolletjes ter grootte van peperkorrels worden ook wel 'bosbessen' genoemd. Het materiaal waarmee het bodemgesteente in de omgeving van Concepción is bedekt, bestaat zeker voor een deel uit dicht samengepakte 'bosbessen'. Het is voor het eerst dat Opportunity deze bolletjes in zulke grote concentraties heeft aangetroffen. Of er een direct verband bestaat tussen deze concentraties en het ontstaan van de inslagkrater is nog onduidelijk. Maar het is denkbaar dat de zandsteen ter plaatse door de inslag gedeeltelijk is gesmolten, onder achterlating van de bosbessen, die tegen hogere temperaturen bestand zijn. De bolletjes zijn overigens niet verantwoordelijk voor de donkere tint van de 'stralen' rond de inslagkrater. Deze blijken het gevolg te zijn van de schaduwwerking van de overal verspreide brokken zandsteen.
Meer informatie:
Mars Rover Examines Odd Material at Small, Young Crater
23 maart 2010
Het Amerikaanse Marswagentje Opportunity, dat al meer dan zes jaar op de planeet Mars rondrijdt, heeft er een kunstje bijgeleerd. Deze winter is hij van nieuwe software voorzien die hem in staat stelt om zelf te beslissen welke steen interessant genoeg lijkt voor nader onderzoek. Daarbij wordt vooral gelet op kenmerken zoals vorm en kleur. Het nieuwe systeem, AEGIS geheten, maakt gebruik van de groothoekbeelden die de navigatiecamera van Opportunity maakt. Voorheen werden die beelden eerst naar de aarde gezonden, zodat de vluchtleiding interessante onderzoeksobjecten kon aanwijzen. Daarbij ging soms zoveel tijd verloren, dat er van daadwerkelijk onderzoek maar weinig terechtkwam. Inmiddels heeft Opportunity zijn eerste onderzoeksobject gekozen: een grote, donkere steen ter grootte van een rugbybal. De verwachting is dat dit autonome systeem ook bij toekomstige Marsmissies zal worden ingezet.
Meer informatie:
NASA Mars Rover Getting Smarter as it Gets Older
15 maart 2010
Tijdens een dichte nadering op 7 maart jl. heeft de Europese ruimtesonde Mars Express gedetailleerde opnamen gemaakt van het oppervlak van de kleine Marsmaan Phobos. Daarop zijn onder meer de mogelijke landingsplaatsen van de toekomstige ruimtemissie Phobos-Grunt te zien. De Mars Express is momenteel de enige ruimtesonde die dicht in de buurt van het slechts enkele tientallen kilometers grote Marsmaantje kan komen. Phobos-Grunt is een Russische missie, die in 2011 van start moet gaan. Geprobeerd zal worden om een bodemmonster van de Marsmaan te verzamelen en deze naar de aarde terug te brengen. Het mogelijke landingsgebied van de Phobos-Grunt bevindt zich op het 'halfrond' dat altijd van de planeet Mars afgekeerd is.
Meer informatie:
Phobos flyby images
4 maart 2010
De lange, wijdvertakte Ascraeus-geul, die in het grootste vulkanische gebied op Mars meandert, is waarschijnlijk niet het gevolg van watererosie. Sommige onderzoekers meenden dat deze structuur kon zijn ontstaan in de tijd dat er nog veel vloeibaar water was op Mars. Maar nauwkeurige analyse van delen van de 'rivierbedding' die nog niet goed bestudeerd waren, lijkt er nu op te wijzen dat deze door stromende lava is uitgesleten. Omdat de vloeistof die het Ascraeus-geulenstelsel heeft gevormd allang verdwenen is, is het niet eenvoudig om te achterhalen wat zich hier precies heeft afgespeeld. Sommige kenmerken van het stelsel lijken sprekend op die van een drooggevallen rivier. Maar nu is ontdekt dat delen ervan 'overdekt' zijn, precies zoals dat bij lavabuizen het geval is. Deze en andere kenmerken wijzen er sterk op dat de erosie niet door water, maar door snel stromende lava is veroorzaakt.
Meer informatie:
Lava likely made river-like channel on Mars
4 maart 2010
Op woensdag 3 maart naderde de Europese ruimtesonde Mars Express het slechts enkele tientallen kilometers grote Marsmaantje Phobos tot op 67 kilometer. Deze scheervlucht is aangegrepen om meer te weten te komen over het inwendige van dit object. Uit eerder onderzoek is gebleken dat Phobos geen massief brok gesteente kan zijn: hij is voor 25 tot 35 procent poreus. Dat doet vermoeden dat dit maantje een tamelijk losse samenklontering van puin is. Het wordt denkbaar geacht dat er vrij grote lege holten in zijn inwendige zitten. Of dat inderdaad zo is, zal moeten blijken uit analyse van de radiosignalen die Mars Express naar de aarde zond. In verband met dit onderzoek waren alle wetenschappelijke instrumenten van de ruimtesonde uitgezet. Er zijn bij deze dichte nadering van Phobos dus geen foto's gemaakt. Die schade wordt bij volgende dichte naderingen, later deze maand, ingehaald.
Meer informatie:
Phobos flyby success
Mars Express Blog
4 maart 2010
Het magnetische veld dat onze planeet tegen de energierijke zonnewind en zonnestraling beschermt, is volgens Amerikaanse wetenschappers waarschijnlijk al bijna 3,5 miljard jaar geleden ontstaan. Dat is 200 miljoen jaar eerder dan tot nog toe kon worden aangetoond (Science, 5 maart). De onderzoekers baseren deze conclusie op onderzoek van zeer oude stollingsgesteenten uit Zuid-Afrika. Deze gesteenten bevatten kwartskristalletjes met minuscule magnetische insluitsels die, als een soort kleine kompasjes, gegevens over het vroegere aardmagnetische veld hebben vastgelegd. Uit een zorgvuldige analyse van deze gegevens blijkt dat de aarde destijds was voorzien van een magnetisch veld dat ongeveer half zo sterk was als het huidige. Ondanks de geringere veldsterkte zou het magnetische veld krachtig genoeg zijn geweest om het opkomende leven op aarde tegen de ergste gevolgen van zonnewind en -straling te beschermen. Bovendien zou het magnetische veld het verlies van water(stof) uit de aardatmosfeer hebben geremd.
Meer informatie:
Oldest measurement of Earth's magnetic field reveals battle between sun and Earth for our atmosphere
3 maart 2010
De Mars Reconnaissance Orbiter, die sinds maart 2006 om de planeet Mars cirkelt, heeft een bijzondere mijlpaal bereikt. In vier jaar tijd heeft de ruimtesonde 100 terabits (100.000 gigabits) aan gegevens naar de aarde gezonden. Dat staat gelijk aan 35 uur hoge kwaliteit videobeelden en is meer dan drie keer zo veel als alle andere ruimtemissies naar planeten in ons zonnestelsel bij elkaar. De Mars Reconnaissance Orbiter is uitgerust met een drie meter grote schotelantenne, die gegevens met een snelheid van 6 megabits per seconde naar de aarde kan zenden. Zijn wetenschappelijke instrumentarium bestaat uit drie camera's, een spectrometer, een radar en een radiometer voor atmosfeeronderzoek. Daarmee is nu ongeveer de helft van de planeet Mars nauwkeurig onderzocht.
Meer informatie:
NASA Mars Orbiter Speeds Past Data Milestone
2 maart 2010
Uitgebreid radaronderzoek van het noordelijk halfrond van Mars heeft nog eens bevestigd dat er op veel plaatsen dikke ijspakketten onder het oppervlak liggen. Het onderzoek, uitgevoerd door de Mars Reconnaissance Orbiter, richtte zich op het heuvelachtige gebied Deuteronilus Mensae, ongeveer halverwege de evenaar en de noordpool van Mars. Daar blijken de ijsafzettingen zich over honderden kilometers uit te strekken. De ijsafzettingen, die plaatselijk een kilometer dik zijn, liggen met name langs steile rotswanden, waar ze door omlaag gevallen puin tegen verdamping worden beschermd. Volgens de onderzoekers is het waarschijnlijk dat het hele gebied ooit onder een dikke laag ijs heeft gelegen, en dat het ondergrondse ijs daar het restant van is.
Meer informatie:
Radar Map of Buried Martian Ice Adds to Climate Record
1 maart 2010
Een Amerikaans radarinstrument aan boord van de Indiase maansonde Chandrayaan-1 heeft ijsafzettingen ontdekt rond de noordpool van de maan. In enkele tientallen betrekkelijk kleine kraters zijn de kenmerkende radarkenmerken van bevroren water waargenomen. De hoeveelheden variëren van krater tot krater, maar alles bij elkaar zou het gaan om 600 miljoen ton water. Ook eerder zijn al aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van water op de maan. Zo is met een ander instrument van de Chandrayaan-1 vastgesteld dat er watermoleculen zitten in de bovenste paar millimeter van het maanoppervlak. En ook in diepe kraters rond de zuidpool van de maan zijn ijsafzettingen ontdekt.
Meer informatie:
NASA Radar Finds Ice Deposits at Moon's North Pole
1 maart 2010
De zeer zware aardbeving die zich afgelopen weekend in Chili afspeelde, heeft kleine, maar meetbare gevolgen voor de draaiing van de aarde. Voorlopige berekeningen door wetenschappers van het Jet Propulsion Laboratory in Californië laten zien dat door het natuurgeweld de lengte van een dag op aarde met ongeveer 1,26 microseconde is afgenomen. (Een microseconde is een miljoenste van een seconde.) Ook de stand van de zogeheten figuuras van de aarde - de centrale lijn van de massaverdeling van onze planeet - is veranderd. Berekeningen laten zien dat de uiteinden daarvan 8 centimeter zijn opgeschoven. (De figuuras valt niet exact samen met de noord-zuidas, maar de afwijking is klein: slechts een meter of tien.) Hoewel de aardbeving in Chili veel minder hevig was dan die bij Sumatra in 2004, zijn de gevolgen ervan groter. Dat komt deels door de ligging van het epicentrum (verder van de evenaar) en deels door het feit dat de breuk waarlangs de aardplaat bij Chili is verschoven steiler is dan die bij Sumatra. Hierdoor is de verplaatsing van aardmassa in de verticale richting relatief groot.
Meer informatie:
Chilean Quake May Have Shortened Earth Days
16 februari 2010
Vanaf 16 februari brengt de Europese ruimtesonde Mars Express weer een aantal bezoekjes aan Phobos, het grootste maantje van de planeet Mars. De waarnemingscampagne zal op 3 maart zijn hoogtepunt bereiken: op die dag wordt Phobos tot op slechts 50 kilometer genaderd. De laatste nadering is op 26 maart. De nabije verkenning van de Marsmaan is mogelijk geworden door een baancorrectie van Mars Express die in 2009 plaatsvond. Het hoofddoel van die correctie was overigens om ervoor te zorgen dat de ruimtesonde bij zijn dichtste nadering van Mars niet steeds tegen de donkere nachtzijde van de planeet aan zou kijken. De dichtste nadering van Phobos op 3 maart zal worden aangegrepen om het zwaartekrachtsveld van het slechts enkele tientallen kilometers grote maantje te onderzoeken. Daarbij zal met name worden gelet op eventuele dichtheidsverschillen in zijn inwendige. Vermoed wordt namelijk dat Phobos geen massief object is, en dat er holtes in zijn gesteente zitten.
Meer informatie:
Phobos flyby season starts again
Mars Express blog
11 februari 2010
Rond de centrale bergpiek van de 150 kilometer grote Marskrater Gale heeft zich een enorme hoeveelheid puin verzameld die een gelaagde structuur vertoont. Het onderzoek van deze puinophoping maakt veel duidelijk over de grote klimaatveranderingen die zich miljarden jaren geleden op Mars hebben afgespeeld. Amerikaanse geologen hebben vastgesteld dat onderop de 'stapel' gesteenten, die zich in de loop van ongeveer twee miljard jaar hebben gevormd, lagen met kleimineralen liggen - mineralen die zich alleen onder natte omstandigheden vormen. Hoger gelegen lagen bevatten daarnaast ook sulfaten: ook die hebben een natte oorsprong, maar afzetting vindt pas plaats als het water waarin ze gevormd zijn verdampt. Nog hogere lagen in de puinberg blijken alleen sulfaten te bevatten en bovenaan zijn geen water-gerelateerde mineralen meer te vinden. Deze volgorde van lagen bevestigt de resultaten van onderzoek elders op Mars. Maar de Gale-krater is tot nog toe de enige plek waar één opstapeling van gesteenten het complete verhaal vertelt. De krater is dan ook een van de mogelijke landingsplaatsen van de mobiele onderzoeksrobot Curiosity van de Mars Science Laboratory, die in 2011 wordt gelanceerd.
Meer informatie:
Layers in a Mars Crater Record a History of Changes
26 januari 2010
Het Amerikaanse Marswagentje Spirit blijft staan waar hij staat. NASA heeft besloten om geen verdere pogingen te doen om de mobiele onderzoeksrobot uit zijn benarde toestand te bevrijden. Tien maanden geleden zakten de wielen van Spirit door de dunne harde oppervlaktekorst, waardoor hij vast kwam te zitten in het losse zand dat daaronder ligt. De beslissing om de mobiliteit van Spirit definitief op te offeren, is ingegeven door de naderende winter ter plaatse. Doordat de zon steeds lager aan de hemel komt te staan, daalt de opbrengst van Spirits zonnepanelen. Besloten is nu om de resterende manoeuvreerbaarheid te gebruiken om het Marswagentje een wat gunstigere positie te geven. Nu hellen zijn zonnepanelen een beetje naar het zuiden, terwijl de zon in het noorden staat. Dat kan enigszins worden verholpen door Spirit een klein stukje achteruit te laten rijden, zodat zijn achterkant een beetje omhoog komt. Dat is wel nodig ook, want nu is de stroomopbrengst te gering om de communicatie met Spirit tijdens de winter in stand te houden. Een en ander betekent overigens niet dat het Marswagentje geen onderzoek meer zal kunnen doen. Vanuit zijn vaste positie kan Spirit onder meer de kleine schommelingen in de rotatie van Mars gaan meten, wat informatie oplevert over het diepe inwendige van de planeet. En de nog steeds werkzame robotarm blijft bodemonderzoek doen.
Meer informatie:
NASA's Mars Rover Spirit Starts A New Chapter In Red Planet Scientific Studies
21 januari 2010
Het Marswagentje Opportunity heeft de afgelopen twee maanden onderzoek verricht aan een bijzonder brok gesteente. 'Marquette Island', zoals de donkere steen ter grootte van een basketbal is gedoopt, kan meer inzicht geven in de samenstelling van het inwendige van de planeet Mars. Marquette Island wijkt duidelijk af van de tientallen stenen en meteorieten die Opportunity eerder bekeken heeft. Hij bestaat uit grofkorrelig basaltgesteente, en is dus van vulkanische oorsprong. En zijn grofkorreligheid wijst erop dat hij uit voorheen gesmolten gesteente bestaat dat langzaam is afgekoeld, waardoor zich kristallen konden vormen. Volgens de onderzoekers moet dit gesteente oorspronkelijk diep in de korst van Mars hebben gezeten: oppervlaktegesteente koelt namelijk sneller af en is fijner van textuur.
Meer informatie:
Rover Gives Nasa An "Opportunity" To View Interior Of Mars
21 januari 2010
Uit een nieuwe NASA-analyse van de oppervlaktetemperaturen op aarde blijkt dat het afgelopen jaar tot de warmste jaren sinds 1880 moet worden gerekend. Op het zuidelijk halfrond was 2009 zelfs het warmste jaar waar temperatuurgegevens over bekend zijn. Nadat de temperaturen in 2008 een beetje werden getemperd door de verkoelende oceaanstroming La Niña, bereikte het kwik in 2009 weer vrijwel dezelfde gemiddelde waarde als in 1998, 2002, 2003, 2006 en 2007. Alleen het jaar 2005 was - gemiddeld gesproken - nog een fractie warmer. Al met al was het eerste decennium van de 21ste eeuw daarmee het warmste decennium sinds 1880, het moment waarop de eerste betrouwbare temperatuurmetingen werden gedaan. De afgelopen dertig jaar loopt de oppervlaktetemperatuur gemiddeld over de aarde op met ongeveer 0,2 graad per decennium. Wat de oorzaak ook moge zijn: de totale stijging sinds 1880 bedraagt 0,8 graad.
Meer informatie:
NASA Research Finds Last Decade Was Warmest On Record, 2009 One Of Warmest Years
Goddard Institute for Space Studies
20 januari 2010
Binnenkort zal HiRise, de meest geavanceerde camera aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO), foto's maken van gebieden die door het publiek zijn aangewezen. Sinds zijn aankomst bij Mars heeft de MRO bijna 13.000 opnamen gemaakt, maar alles bij elkaar is daarbij nog geen procent van het planeetoppervlak gedetailleerd vastgelegd. Wetenschappers hebben nog duizenden gebieden op hun verlanglijstje staan, die zullen worden gefotografeerd zodra de MRO daar de kans toe krijgt. Nieuwe ideeën zijn altijd welkom: vandaar het HiWish-initiatief. Op de HiWish-website kan iedereen een gebiedje op Mars aanwijzen dat nader onderzoek verdient. Daarbij moet echter wel een motivatie worden gegeven. Bovendien moet het voorstel passen in één van de achttien wetenschappelijke thema's waar het camerateam van de MRO zich mee bezighoudt. Tot de thema's behoren inslagprocessen, seizoenseffecten en (vroegere) vulkanische activiteit.
Meer informatie:
Public Invited To Pick Pixels on Mars
HiWish
11 januari 2010
Vanaf maandag 18 januari gaat de Amerikaanse ruimtesonde Mars Odyssey luisteren naar mogelijke zwakke signalen van de Marslander Phoenix, die sinds 2008 in het noordpoolgebied van de planeet Mars staat. Meer uit nieuwsgierigheid dan wat anders, want de elektronica van Phoenix is eigenlijk niet berekend op de extreem lage temperaturen van de zojuist afgelopen winter. In het extreem onwaarschijnlijke geval dat Phoenix de Marswinter heeft doorstaan, zal hij een vast ritueel volgen. Zodra zijn zonnepanelen voldoende energie leveren, zal hij regelmatig contact proberen te leggen met een van de ruimtesondes die om Mars draaien. Odyssey zal de komende maanden verschillende malen op een hoogte van enkele honderden kilometers het landingsgebied van Phoenix passeren en is in principe in staat om de signalen van de Marslander op te vangen. Als dat wonder zich inderdaad voltrekt, zal Odyssey informatie over de toestand van Phoenix proberen te verzamelen.
Meer informatie:
NASA to Check for Unlikely Winter Survival of Mars Lander
4 januari 2010
Volgens Britse onderzoekers zijn er op de planeet Mars nog veel later met water gevulde meren geweest dan tot nog toe werd aangenomen. Dat blijkt uit spectaculaire opnamen die door de Mars Reconnaissance Orbiter zijn gemaakt. Aan de warme, natte periode van Mars zou ongeveer 3,8 miljard jaar geleden een einde zijn gekomen, toen de planeet vrijwel zijn gehele atmosfeer kwijtraakte. Uit recente opnamen van het Marsoppervlak blijkt echter dat er ook later nog warmere perioden zijn geweest. Tellingen van de aantallen inslagkraters in het 'merengebied' rond de evenaar van de planeet duiden er namelijk op dat de opgedroogde meren daar ongeveer drie miljard jaar geleden zijn gevormd. Volgens de onderzoekers zouden de latere opwarmingen het resultaat kunnen zijn van vulkanische activiteit, meteorietinslagen of kleine veranderingen in de baanbeweging van Mars. Hierdoor zou de atmosfeer tijdelijk weer dichter zijn geworden en genoeg zonnewarmte hebben vastgehouden om het oppervlakte-ijs plaatselijk te laten smelten.
Meer informatie:
Spectacular Mars images reveal evidence of ancient lakes