Deze rubriek omvat ons eigen Melkwegstelsel en vrijwel alles wat zich daarbinnen afspeelt. Aan bod komen: (exotische) sterren, planetaire nevels, supernovaresten (neutronensterren en zwarte gaten), witte dwergen, gasnevels enzovoorts.
26 augustus 2010
Sterrenkundigen hebben ontdekt dat de ster HD 49933 een activiteitscyclus vertoont zoals de zon, maar dan veel korter. De activiteitscyclus van de zon duurt ongeveer 11 jaar: tijdens elk maximum zijn er veel meer zonnevlekken en zonnevlammen zichtbaar dan tijdens het minimum. De cyclus van HD 49933, op 100 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Eenhoorn, duurt echter minder dan één jaar, waarschijnlijk doordat de ster aanzienlijk groter en heter is dan de zon. De ontdekking van de cyclus werd gedaan met behulp van de Franse satelliet CoRoT, die stertrillingen opmeet. Het is voor het eerst dat de activiteitscyclus van een ster is ontdekt op basis van deze asteroseismologie-techniek. Onderzoek aan de cycli van andere sterren biedt mogelijk ook een beter inzicht in de cyclus van onze eigen zon. De nieuwe resultaten zijn deze week gepubliceerd in Science.
National Center for Atmospheric Research
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 augustus 2010
Planeten die een baan beschrijven rond een nauwe dubbelster - twee sterren die op heel kleine onderlinge afstand om elkaar heen bewegen - lopen grote kans om met elkaar in botsing te komen. Dat blijkt uit metingen van de Amerikaanse Spitzer Space Telescope die op 19 augustus gepubliceerd zijn in Astrophysical Journal Letters.
Spitzer mat de infrarode warmtestraling van drie nauwe dubbelstersystemen. Deze zogeheten RS CVn-sterren (genoemd naar het prototype RS Canes Venaticorum, in het sterrenbeeld Jachthonden) bestaan uit twee sterren die op een afstand van hooguit een paar miljoen kilometer om elkaar heen zwieren. De drie nauwe dubbelstersystemen blijken omgeven te worden door grote hoeveelheden warm stof. Dat kan geen stof zijn uit de ontstaansperiode van de sterren: dat zou in de afgelopen paar miljard jaar al lang uit het stelsel zijn weggeblazen. Er moet dus sprake zijn van een continue productie van nieuw stof.
De onderzoekers suggereren dat het stof afkomstig is van onderlinge botsingen van planeetachtige objecten in een baan rond de dubbelsterren. Doordat de twee sterren in de loop van de tijd steeds dichter om elkaar heen gaan cirkelen, ontstaan zwaartekrachtsverstoringen in een eventueel planetenstelsel. Die kunnen leiden tot onderlinge botsingen, waarbij relatief kleine planetoïden of volwaardige planeten compleet verpulverd worden.
Meer informatie:
Pulverized Planet Dust May Lie Around Double Stars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 augustus 2010
Nieuwe metingen aan een verre sterrenhoop zetten vraagtekens bij de gangbare ideeën over de evolutie van zware sterren. Sterren die meer dan tien keer zo zwaar zijn als de zon, exploderen aan het eind van hun leven als supernova. Wat er van de kern van de ster overblijft, hangt af van de beginmassa. Sterren tussen 10 en 25 keer de massa van de zon eindigen hun leven als kleine, supercompacte neutronenster; sterren die meer dan 25 keer zo zwaar zijn als de zon eindigen als zwart gat.
Tenminste, dat was de gangbare theorie. De nieuwe metingen zetten daar echter vraagtekens bij. Met de Europese Very Large Telescope in Chili is ontdekt dat een neutronenster in de sterrenhoop Westerlund 1 het overblijfsel is van een ster die ooit meer dan 40 keer zo zwaar is geweest als de zon. Om de een of andere reden is de kern van die reuzenster bij de supernova-explosie toch niet ineengestort tot een zwart gat.
Dat de voorloper van de 'magnetar' (een neutronenster met een extreem sterk magneetveld) zwaarder moet zijn geweest dan 40 zonsmassa's, blijkt uit massabepalingen van andere sterren in Westerlund 1. Alle sterren in de sterrenhoop zijn een paar miljoen jaar geleden tegelijkertijd ontstaan. De allerzwaarste sterren leven het kortst, en knallen het eerst uit elkaar als supernova. Omdat er in de sterrenhoop nog steeds sterren tussen 30 en 40 zonsmassa's worden aangetroffen, moet de voorloper van de magnetar wel zwaarder zijn geweest dan 40 zonsmassa's, anders was hij nog niet geëxplodeerd.
Hoe de ster heeft kunnen voorkomen dat hij ineenstortte tot een zwart gat is niet duidelijk. Mogelijk is hij tijdens zijn korte leven veel massa verloren door materie-overdracht aan een begeleider.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht ESO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 augustus 2010
Sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam en van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA hebben een snel rondtollende neutronenster ontdekt die pulsen van röntgenstraling uitzendt en een baan beschrijft rond een gewone ster, waardoor hij met de regelmaat van de klok aan het zicht wordt onttrokken. De ontdekking van de eclipserende röntgenpulsaar maakt het binnenkort hopelijk mogelijk om de middellijn en de massa van de neutronenster heel nauwkeurig te bepalen. Daardoor komen astronomen meer te weten over de inwendige opbouw van deze bizarre sterren.
Neutronensterren zijn de compacte overblijfselen van zware sterren die hun leven hebben beëindigd in een supernova-explosie. Ze zijn zwaarder dan de zon, maar niet groter dan een kilometer of twintig. De nieuw ontdekte ster (J1749 geheten) zuigt gas op van zijn begeleider. Dat gas wordt sterk verhit en zendt röntgenstraling uit. Doordat de neutronenster 518 keer per seconde (!) om zijn as draait, zien sterrenkundigen die röntgenstraling in de vorm van heel korte pulsen.
Tijdens een röntgenuitbarsting op 10 april werd de ster waargenomen door de Amerikaanse Rossi X-ray Timing Explorer. Uit de precisiemetingen blijkt dat de neutronenster en de begeleider eens in de 8,8 uur om elkaar heen bewegen. Daarbij wordt de neutronenster regelmatig door de begeleider bedekt - vanaf de aarde kijken we kennelijk vrijwel exact 'van opzij' tegen de baan van de dubbelster aan.
Door in de toekomst met een gewone telescoop ook nauwkeurige metingen te verrichten aan de beweging van de begeleider, is het mogelijk om de massa van de neutronenster te bepalen. Uit de waarnemingen van de onderlinge bedekkingen kan ook de middellijn worden afgeleid. Op die manier zal het mogelijk zijn om informatie te verkrijgen over de dichtheid en de inwendige structuur van de neutronenster.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Animatiefilmpje van de eclipserende röntgenpulsar.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
12 augustus 2010
Astronomen hebben met behulp van de Amerikaanse satelliet Fermi gammastraling waargenomen van een zogeheten nova (Science, 13 augustus). Dat is verrassend, omdat tot nog toe werd aangenomen dat deze sterexplosies niet krachtig genoeg zijn om zulke energierijke straling te produceren. Een nova is een ster die plotseling en kortstondig helderder wordt. De uitbarsting ontstaat als een onopvallende witte dwergster zo veel materie van een begeleidende ster heeft aangezogen, dat er aan zijn oppervlak een thermonucleaire explosie optreedt. Vergeleken met supernova-explosies, waarbij de ontploffende ster compleet aan flarden wordt geblazen, zijn nova-explosies van bescheiden omvang. Toch was de nova V407 Cygni, die op 11 maart verscheen, een krachtige bron van gammastraling - de meest energierijke vorm van straling die we kennen. De astronomen denken dat het ontstaan ervan op een toevalligheid berust: de begeleidende ster van de witte dwerg van V407 is een rode reuzenster die momenteel veel gas de ruimte in blaast. Hierdoor zou het tot een ongewoon harde botsing zijn gekomen tussen de schokgolf van de nova-explosie en het gas in de omgeving.
Meer informatie:
Fermi Detects 'Shocking' Surprise from Supernova's Little Cousin
12 augustus 2010
Drie amateurwetenschappers uit de VS en Duitsland hebben met hun eigen thuiscomputer een nieuwe neutronenster ontdekt, die nog 'verstopt' zat in signalen uit het heelal (Science Express, 12 augustus). Zulke neutronensterren, of pulsars, ontstaan als zware sterren aan het einde van hun leven ontploffen. Net als 250.000 andere vrijwilligers uit 192 landen stellen deze drie amateurwetenschappers iedere dag hun thuis- of werkcomputer beschikbaar voor sterrenkundige zoektochten met het project Einstein@Home. Dit internationale project maakt het voor iedereen mogelijk nieuwe sterren te ontdekken. Jason Hessels en Joeri van Leeuwen van het Nederlandse instituut voor radioastronomie ASTRON voeren, met een internationaal team van astronomen, een zoektocht naar zulke neutronensterren uit met de Arecibo-radiotelescoop in de Verenigde Staten. Deze zoektocht wordt door de honderdduizenden thuiscomputers geanalyseerd. Met de Westerbork Synthese Radio Telescoop van ASTRON werd de nieuw ontdekte ster daarna precies gelokaliseerd. Dit is de eerste sterrenkundige ontdekking die gedaan is door 'computervrijwilligers'. De neutronenster, PSR J2007+2722 genaamd, tolt 41 keer per seconde om zijn as. De meeste snel draaiende neutronensterren worden vergezeld door een tweede ster, die de snelle draaiing van de neutronenster veroorzaakt. De net ontdekte pulsar is echter alleen. Dat maakt de ster extra interessant: waarschijnlijk is de andere ster weggelanceerd.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Einstein@Home
2 augustus 2010
Dertig jaar geleden ontdekten sterrenkundigen dat ons Melkwegstelsel en andere sterrenstelsels in het heelal een mysterieuze gloed van infraroodstraling uitzenden. Door laboratoriumonderzoek hebben NASA-wetenschappers nu ontdekt waar die gloed vandaan komt. De bron blijkt te bestaan uit roetachtige deeltjes in de ruimte - zogeheten polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK's. Voor dit onderzoek zijn in het laboratorium de omstandigheden van de ruimte nagebootst. Daarbij is gekeken naar de soorten licht die PAK's in het luchtledige bij temperaturen van -270 tot +1000 graden Celsius uitzenden. Dat heeft geresulteerd in een database van bijna zevenhonderd spectra, waaruit blijkt dat de ruimte wemelt van de PAK's. Veelal betreft het exotische soorten die op aarde niet worden aangetroffen. De roetachtige deeltjes zijn waarschijnlijk afkomstig van koele, koolstofrijke sterren. De deeltjes, die ongeveer ontstaan zoals in de uitlaatgassen van een verbrandingsmotor, worden door de sterrenwind de ruimte in geblazen.
Meer informatie:
NASA Reveals Key to Unlock Mysterious Red Glow in Space
29 juli 2010
Amerikaanse astronomen hebben een bruine dwerg - een kleine, 'mislukte' ster - ontdekt die om een jonge, zonachtige ster draait. Het bijzondere aan de ontdekking is de kleine, maar toenemende afstand tussen de beide hemellichamen. De ster PZ Telescopii en zijn kleine begeleider zijn momenteel minder dan drie miljard kilometer van elkaar verwijderd - vergelijkbaar met de afstand tussen onze zon en de planeet Uranus. Op opnamen die zeven jaar geleden zijn gemaakt, is de begeleider echter niet te zien, wat er op wijst dat hij toen veel dichter bij de ster stond. Daaruit kan worden geconcludeerd dat de bruine dwerg in een langgerekte baan om de ster beweegt. PZ Telescopii is een jonge versie van onze zon, met een geschatte leeftijd van slechts twaalf miljoen jaar. Zijn begeleider is ongeveer 36 keer zo zwaar als de planeet Jupiter, en heeft daarmee te weinig massa om net zo veel licht en warmte te produceren als een normale ster.
Meer informatie:
Brown Dwarf Found Orbiting A Young Sun-Like Star
27 juli 2010
Het nog in aanbouw zijnde 'neutrino-observatorium' IceCube, bestaande uit duizenden sensors diep in de ijskap van Antarctica, levert al wetenschappelijke resultaten op. En wel op een onderzoeksterrein waar het eigenlijk niet voor ontworpen is: de kosmische straling. IceCube is bedoeld voor de detectie van energierijke neutrino's - vrijwel ongrijpbare deeltjes, afkomstig van supernova-explosies en zwarte gaten aan de noordelijke (!) hemel die dwars door de aarde heen zijn gegaan. Maar ondertussen worden de detectors voortdurend gebombardeerd met andere deeltjes uit de ruimte, die zijn vrijgekomen bij botsingen tussen deeltjes van de kosmische straling en atomen in de aardatmosfeer. Voor neutrinowetenschappers is die kosmische straling niets anders dan storende 'ruis', maar andere wetenschappers zijn er juist erg in geïnteresseerd. Uit de IceCube-metingen blijkt dat de kosmische straling aan de zuidelijke hemel niet gelijkmatig uit alle richtingen komt. Deze 'anisotropie' lijkt een voortzetting te zijn van de eerdere waargenomen ongelijkmatige verdeling van de kosmische straling op het noordelijk halfrond. Wat de oorzaak van het onregelmatige patroon is, is nog onduidelijk. Het is mogelijk dat de straling afkomstig is van het overblijfsel van een relatief recente en nabije supernova-explosie.
Meer informatie:
IceCube spies unexplained pattern of cosmic rays
22 juli 2010
Sterrenkundigen hebben, met behulp van de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer, voor het eerst zogeheten buckyballs waargenomen (Science Express, 22 juli). Dat zijn moleculen, bestaande uit zestig koolstofatomen die een bolletje vormen. Buckyballs werden een kwart eeuw geleden voor het eerst waargenomen in een laboratorium. Sterrenkundigen hielden er al geruime tijd rekening mee dat zij deze grote moleculen ook in de ruimte zouden ontdekken. En dat is nu dus gebeurd. Naast echte buckyballs is ook een rugbybalvormige variant, bestaande uit zeventig koolstofatomen, waargenomen. Beide soorten maken deel uit van een klasse van moleculen die officieel buckminsterfullerenen heten. De koolstofbolletjes zijn ontdekt in de planetaire nevel Tc 1 - het restant van een ster die zijn buitenste gaslagen heeft weggeblazen.
Meer informatie:
NASA Telescope Finds Elusive Buckyballs in Space for First Time
22 juli 2010
Honderd miljoen jaar geleden baande een drievoudige ster zich een weg door het drukke centrum van ons Melkwegstelsel. Daarbij kwam het trio sterren zó dicht bij het zwarte gat dat zich daar schuilhoudt, dat één van hen werd opgeslokt. De beide andere sterren werden het Melkwegstelsel uit geslingerd en zijn uiteindelijk tot één zware ster gefuseerd. Het lijkt vergezocht, maar dat is het scenario dat sterrenkundigen voor ogen hebben om de eigenschappen van de supersnelle ster HE 0437-5439 te kunnen verklaren. Uit waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop blijkt dat deze ster, die met een snelheid van 2,5 miljoen kilometer per uur door de ruimte scheurt, zich inderdaad van het melkwegcentrum verwijdert. Alles bij elkaar zijn de afgelopen vijf jaar een stuk of zestien van die supersnelle sterren ontdekt. En van allemaal werd al vermoed dat zij uit de kern van ons sterrenstelsel afkomstig zijn. Maar nu is dat voor één van die sterren ook met metingen bevestigd. Geschat wordt dat er op deze manier gemiddeld eens in de honderdduizend jaar een ster uit ons Melkwegstelsel wordt verbannen. De ster bevindt zich inmiddels al in de verre buitenwijken van het Melkwegstelsel, op ongeveer 200.000 lichtjaar van het centrum. Ondanks zijn grote snelheid moet HE 0437-5439 er honderd miljoen jaar over hebben gedaan om zo ver te komen.
Meer informatie:
Hyperfast Star Was Booted From Milky Way
Black hole at Milky Way core powers galaxy's fastest stars
14 juli 2010
Europese astronomen zijn er voor het eerst in geslaagd om de materieschijf rond een zware babyster in beeld te brengen. Daarmee is het directe bewijs geleverd dat zware sterren op dezelfde manier ontstaan als hun kleinere soortgenoten (Nature, 15 juli). De astronomen hebben een object onderzocht dat bekendstaat onder de cryptische naam IRAS 13481-6124 - een 20 zonsmassa's wegende, jonge ster op een afstand van ongeveer tienduizend lichtjaar. Uit eerdere waarnemingen was al gebleken dat de ster een jet vertoont - een straalstoom van materie. Zo'n jet wijst doorgaans op de aanwezigheid van een schijf van gas en stof, van waaruit materie naar een nog in 'aanbouw' zijnde ster toe stroomt. Om vast de stellen of dat ook bij deze ster het geval is, hebben de astronomen ESO's Very Large Telescope Interferometer (VLTI) ingezet - een instrument met een beeldscherpte die meer dan tien keer zo groot is als die van de huidige optische telescopen in de ruimte. Met de VLTI kon inderdaad worden vastgesteld dat IRAS 13481-6124 is omringd door een materieschijf. Bij lichte sterren zijn zulke schijven al veel vaker in beeld gebracht. Maar bij zo'n zware ster is nu voor het eerst gelukt. Daaruit blijkt dat de vorming voor alle sterren op dezelfde manier verloopt, ongeacht hun massa.
Meer informatie:
All Stars are Born the Same Way
Photo Proof: Super Stars Of The Universe Have Humble Beginnings
Dust Disk Found Around Massive Star;
7 juli 2010
Door waarnemingen met ESO's Very Large Telescope en NASA's röntgensatelliet Chandra met elkaar te combineren, hebben astronomen de krachtigste jets ontdekt die ooit bij een stellair zwart gat zijn waargenomen. Het object, dat ook wel een microquasar wordt genoemd, blaast een duizend lichtjaar grote bel van heet gas de ruimte in. En daarbij wordt tienmaal zo veel energie de ruimte in gepompt als bij de overige microquasars die we kennen (Nature, 8 juli). Bekend is dat zwarte gaten enorme hoeveelheden energie uitstoten als zij materie opslokken. Het vermoeden bestond dat deze energie grotendeels vrijkwam in de vorm van straling, en met name röntgenstraling. Uit dit nieuwe onderzoek blijkt echter dat sommige zwarte gaten net zo veel, en misschien zelfs veel meer, energie uitstoten in de vorm van twee bundels van snel bewegende deeltjes. Deze snelle jets komen in botsing met het omringende interstellaire gas, en verhitten het, waardoor het gaat uitdijen. De astronomen hebben de plekken waar de jets inbeuken op het interstellaire gas rond het zwarte gat kunnen waarnemen. Daarbij is vastgesteld dat de bel van heet gas uitdijt met een snelheid van bijna een miljoen kilometer per uur. Het bellenblazende zwarte gat bevindt zich op een afstand van 12 miljoen lichtjaar, in het buitengebied van het spiraalstelsel NGC 7793. Uit de waargenomen afmetingen en uitdijingssnelheid van de gasbel leiden de astronomen af dat de jet al minstens 200.000 jaar actief is.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
30 juni 2010
Veel van de oude sterren van het Melkwegstelsel zijn overblijfselen van kleinere sterrenstelsels die ongeveer vijf miljard jaar geleden door ons stelsel zijn opgeslokt. Dat blijkt uit computersimulaties door een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Amina Helmi van het Kapteyn Instituut in Groningen. De computersimulaties laten zien dat de oude sterren, die nu een reusachtige wolk om het Melkwegstelsel vormen, door de zwaartekrachtsinteracties uit de aan flarden getrokken dwergstelsels zijn ontsnapt. Sterrenkundigen denken dat het heelal ooit wemelde van de kleine sterrenstelsels, die door botsingen zijn uitgegroeid tot veel grotere exemplaren.
Meer informatie:
'Galactic archaeologists' find origin of Milky Way's ancient stars
29 juni 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft ontdekt hoe zware sterren worden gevormd. Uit onderzoek met de UKIRT-infraroodtelescoop op Hawaï blijkt dat ze in de meeste gevallen op dezelfde manier ontstaan als lichte sterren. Bekend was al dat lichte sterren zoals onze zon ontstaan door de 'instorting' van een wolk gas en stof. Dat gas en stof spiraalt naar de evenaar van de jonge ster, waardoor zich een schijf van materie rond de ster vormt. Een deel van die materie komt uiteindelijk niet in de ster terecht, maar wordt in richtingen loodrecht op de schijf terug de ruimte in geblazen. De vraag was of sterren van tien zonsmassa's en meer op dezelfde manier ontstaan. Dat is niet zo vanzelfsprekend, omdat deze sterren al heel snel zo veel energie uitstralen, dat de vorming van een materieschijf wordt geremd. Omdat de meeste zware sterren bij hun ontstaan in reusachtige stofwolken zijn gehuld, is er niet veel zicht op hun ontstaansproces. In het infrarood kan echter door dat stof heen worden gekeken. En dan blijkt dat zeker driekwart van de zware sterren-in-wording net zo'n dubbele uitstroom van materie vertonen als lichte sterren. Dat betekent dat ook zware sterren ontstaan door materie te verzamelen in een schijf rond hun evenaar.
Meer informatie:
UKIRT Unveils the Mysteries of Massive Star Formation
24 juni 2010
Sterrenkundigen hebben veertien sterren ontdekt die tot de koelste in het heelal behoren. Het betreft zogeheten bruine dwergen: sterren die niet genoeg massa hebben om door middel van kernfusie energie te produceren. Ze geven zo weinig licht, dat ze met normale telescopen niet waarneembaar zijn. De veertien bruine dwergen zijn ontdekt met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer. Ze hebben oppervlaktetemperaturen van 200 tot 350 graden Celsius, wat absurd koud is voor sterren. Ter vergelijking: de oppervlaktetemperatuur van de zon bedraagt ongeveer 5500 graden. Bruine dwergen teren voornamelijk op de warmte die ze bij hun ontstaan hebben gekregen. In de loop van hun bestaan worden ze steeds koeler. Naar verwachting zijn er nog veel meer van deze extreem koele sterren in ons Melkwegstelsel. Er wordt zelfs over gespeculeerd dat onze zon zo'n bruine dwerg als begeleider heeft. Mocht dat zo zijn, dan zal deze vrijwel zeker worden opgespoord met een andere infraroodsatelliet die momenteel de hemel afspeurt: de Wide-Field Infrared Survey Explorer (WISE).
Meer informatie:
The Coolest Stars Come Out of the Dark
24 juni 2010
Een internationaal team van radiosterrenkundigen heeft het gedrag van rondtollende neutronensterren bestudeerd, en een techniek bedacht om hun bruikbaarheid als natuurlijke klokken nog verder te vergroten (Science Express, 24 juni). Snel roterende neutronensterren of pulsars worden al sinds 1967 waargenomen, voornamelijk met radiotelescopen. Al kort na hun ontdekking bleek dat de stralingspulsen die zij produceren uitermate regelmatig zijn. Desondanks vertoont het rotatiegedrag van de neutronensterren kleine onregelmatigheden, die hun bruikbaarheid als natuurlijke klokken aanzienlijk beperken. De sterrenkundigen hebben tientallen jaren van waarnemingen met de 76-meter radioschotel in Jodrell Bank (Engeland) geanalyseerd, om de kleine afwijkingen in het 'tikken' van de pulsars beter te leren begrijpen. Bekend was al dat de rotatie van pulsars heel geleidelijk vertraagt. Naar nu gebleken is, gaat dat niet gelijkmatig, maar afwisselend in twee verschillende tempo's. En aan de vorm van de uitgezonden stralingspulsen is te zien welke vertraging op dat moment wordt gevolgd. Dit laatste maakt het mogelijk om een correctie op de waargenomen pulsen toe te passen. Daarmee wordt de nauwkeurigheid van de 'pulsarklokken' aanzienlijk vergroot.
Meer informatie:
Astronomers making good time
21 juni 2010
Spaanse en Amerikaanse wetenschappers hebben in de omgeving van een ster in het sterrenbeeld Perseus de stof anthraceen opgespoord. Deze organische stof bestaat uit zeer grote moleculen, en kan onder invloed van ultraviolette straling aminozuren vormen. De ontdekking is gedaan met de 4,2-meter William Herschel-telescoop op het Canarische eiland La Palma en de 9,2-meter Hobby-Eberly-telescoop in Texas. Eerder was anthraceen al aangetoond in meteorieten, maar het is nu voor het eerst dat dit molecuul in de omgeving van een ster is gevonden. Volgens de onderzoekers maakt hun ontdekking het waarschijnlijker dat er in de interstellaire ruimte ook aminozuren te vinden zijn. In de ruimte zijn zo'n beetje alle ingrediënten opgespoord die een belangrijke rol hebben gespeeld bij het ontstaan van leven op aarde.
Meer informatie:
Super-complex organic molecules found in interstellar space
21 juni 2010
Sterrenkundigen van SRON en de Universiteit Utrecht hebben de 'vingerafdrukken' van zuurstof gevonden in de röntgenstraling van een neutronenster die een witte dwerg opeet. Het bijzondere is dat die vingerafdrukken vervormd zijn door de extreme zwaartekracht die er heerst. Het is voor het eerst dat dit effect aan de hand van zuurstof kan worden bestudeerd. De neutronenster die de onderzoekers observeerden maakt deel uit van de dubbelster 4U 0614+091. Hierin draaien een neutronenster en een zuurstofrijke witte dwerg ruwweg elke vijftig minuten om elkaar heen. De witte dwerg - feitelijk een uitgebrande ster - draait op zo'n kleine afstand rond de neutronenster dat het zuurstofrijke gas van de dwerg wordt weggezogen en in een schijf dicht om de neutronenster heen gaat wervelen. Door de extreme zwaartekracht en het hete gas in de schijf is de 'vingerafdruk' van zuurstof in de röntgenstraling die de neutronenster uitzendt vervormd. Helaas zijn de tot nog toe verzamelde gegevens niet nauwkeurig genoeg om de omvang van de neutronenster nauwkeurig te kunnen bepalen. Hiervoor zijn meer waarnemingen nodig.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
17 juni 2010
Duitse en Amerikaanse sterrenkundigen hebben een ster ontdekt waarvan de geboorte in volle gang is. De ster is nog volop bezig met het aantrekken van gas en stof uit zijn omgeving. De ster-in-wording maakt deel uit van een stervormingsgebied L1448 in het sterrenbeeld Perseus en is ongeveer 800 lichtjaar van ons verwijderd. In die reusachtige gaswolk ontstaan onder invloed van de zwaartekracht verdichtingen van gas en stof. Als er op een plek voldoende materie bijeengebracht is, ontstaat een dichte, hete kern: de proto-ster. De nu ontdekte ster bevindt zich nog vóór het proto-sterstadium. Hij zendt nog maar weinig licht uit en is alleen waarneembaar met submillimeter- en infraroodtelescopen. Hoe lang het nog duurt voordat hij een 'echte' ster wordt, is onzeker.
Meer informatie:
Astronomers Witness A Star Being Born
2 juni
2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft ontdekt dat een jonge sterrenhoop in het stervormingsgebied NGC 3603 nog niet tot rust is gekomen. Dat blijkt uit een 'trajectmeting' met een tussenpoos van tien jaar met de Hubble-ruimtetelescoop. In de gasnevel NGC 3603 bevindt zich een verzameling van tienduizend jonge sterren binnen een slechts drie lichtjaar groot gebied. Deze compacte sterrenhoop is zowel in 1997 als in 2007 met de ruimtetelescoop waargenomen. De analyse van de opnamen, die twee jaar in beslag nam, heeft de exacte snelheden van een paar honderd leden van de sterrenhoop opgeleverd. Het resultaat is verrassend: zelfs nu, een miljoen jaar na hun ontstaan, bewegen de sterren die tweemaal zo zwaar zijn als onze zon gemiddeld nog even snel als de sterren van zeven zonsmassa's. Verwacht was dat inmiddels een evenwicht zou zijn bereikt, waarbij de zware sterren al aanzienlijk lagere snelheden zouden hebben dan de lichte sterren. De ontdekking maakt het minder waarschijnlijk dat deze sterrenhoop zich uiteindelijk zal ontwikkelen tot een zogeheten bolvormige sterrenhoop - een stabiele, kogelronde verzameling sterren die miljarden jaren intact blijft.
Meer informatie:
Hubble catches stars on the move
Sterne kommen nicht zur Ruhe
26 mei 2010
Amerikaanse radiosterrenkundigen hebben een groot aantal tot nog toe onbekende stervormingsgebieden in ons Melkwegstelsel opgespoord. De stellaire kraamkamers zijn aan het licht gekomen bij een gerichte selectie van gegevens, afkomstig van de infraroodsatelliet Spitzer en de grote VLA-radiotelescoop in New Mexico. Ze zijn vervolgens nader onderzocht met de Green Bank-radiotelescoop in Virginia. De gevonden stervormingsgebieden zijn niet of nauwelijks waarneembaar met gewone telescopen: ze gaan schuil achter gas- en stofwolken in de melkweg. Om ze te kunnen vinden, moeten sterrenkundigen hun toevlucht nemen tot golflengten langer dan die van zichtbaar licht - radio- en infraroodstraling. De aldus opgespoorde stervormingsgebieden liggen in het kerngebied en de spiraalarmen van ons Melkwegstelsel. Sommige bevinden zich op grotere afstand van het melkwegcentrum dan onze zon. Dat maakt hun ontdekking des te interessanter, omdat dit informatie kan opleveren over de chemische evolutie van het Melkwegstelsel. Er zijn aanwijzingen dat objecten meer elementen zwaarder dan waterstof bevatten, naarmate hun afstand tot het melkwegcentrum groter is. Onderzoek van de nu ontdekte stervormingsgebieden kan daar uitsluitsel over geven.
Meer informatie:
Astronomers discover new star-forming regions in Milky Way
26 mei 2010
Australische en Amerikaanse sterrenkundigen hebben ontdekt waar de raadselachtige koude gaswolken vandaan komen die 'boven' het vlak van ons Melkwegstelsel zweven. Hun oorsprong moet worden gezocht bij de intense deeltjeswinden en explosies van jonge, hete sterren. Begin deze eeuw werd met behulp van de Green Bank-radiotelescoop in Virginia (VS) een groot aantal wolken van koud waterstofgas ontdekt, die zich op hoogten van 400 tot 15.000 lichtjaar boven de schijf van het Melkwegstelsel bevinden. De gaswolken zijn ruwweg 200 lichtjaar groot en bevatten ongeveer 700 keer zoveel materie als onze zon. Onderzoek van ongeveer 650 van deze gaswolken boven twee ver uiteen gelegen gebieden van ons Melkwegstelsel heeft opmerkelijke verschillen aan het licht gebracht. Boven het ene onderzochte gebied is het aantal gaswolken, en bovendien ook hun gemiddelde hoogte, veel groter dan boven het andere. Dat blijkt de sleutel tot hun verklaring. Het gebied waarboven de meeste gaswolken zweven, is namelijk een veel actiever stervormingsgebied dan het andere. Daaruit concluderen de sterrenkundigen dat het gas is weggeblazen uit de omgeving van jonge, hete sterren, die een krachtige stroom deeltjes uitstoten en hun korte bestaan vaak met een supernova-explosie afsluiten.
Meer informatie:
Astronomers Discover Clue to Origin of Milky Way Gas Clouds
24 mei 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft hevige uitbarstingen waargenomen van een tweetal sterren dat in minder dan een half uur om elkaar heen wentelt. Deze uitbarstingen treden op met een opmerkelijke regelmaat: eens in de twee maanden. De twee sterren zijn heliumrijke witte dwergen - de compacte restanten van niet al te zware sterren. De dubbelster, die de aanduiding KL Draconis draagt, bevindt zich in het sterrenbeeld Draak. De onderlinge afstand tussen de beide sterren is dermate klein, dat de de zwaarste dwergster helium van de andere dwergster opslokt. Het aangezogen helium valt niet rechtstreeks op het oppervlak van de ster, maar hoopt zich op in een materieschijf rond de ster. Het is in deze schijf dat, zodra zich voldoende helium heeft verzameld, de tweemaandelijkse uitbarstingen optreden.
Meer informatie:
Helium pair have regular violent flare ups
20 mei 2010
Nieuwe waarnemingen met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer laten zien dat compacte dubbelsterren uit één en dezelfde gaswolk ontstaan. Dat werd op theoretische gronden al vermoed, maar doorslaggevend bewijsmateriaal ontbrak nog. De meeste sterren in ons Melkwegstelsel vormen tweetallen. De afstanden tussen de beide componenten van zo'n dubbelster lopen enorm uiteen. Aangenomen werd dat sterren die een wijde dubbelster vormen uit afzonderlijke gaswolken zijn ontstaan. Compacte dubbelsterren zouden ontstaan als een gaswolk tijdens de samentrekking die tot stervorming leidt in stukken uiteenvalt. De Spizer-waarnemingen lijken dat te bevestigen. Op infraroodopnamen van een twintigtal sterren-in-wording is te zien dat het gasomhulsel waarin de jonge sterren nog gehuld zijn in de meeste gevallen een uitgerekte vorm heeft. Dat beeld komt overeen met de resultaten van computersimulaties van de vorming van compacte dubbelsterren.
Meer informatie:
Two Peas in an Irregular Pod
20 mei 2010
De voor zover bekend heetste planeet van ons Melkwegstelsel is wellicht ook de kortst levende. Het onfortuinlijke hemellichaam wordt namelijk opgeslokt door zijn moederster. Zo blijkt uit waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop. De planeet, die bekendstaat als WASP-12b, draait op zo'n kleine afstand om zijn ster, dat hij is verhit tot meer dan 1500 graden. Bovendien is zijn vorm onder invloed van enorme getijkrachten uitgerekt tot die van een rugbybal. De kolos is driemaal zo groot en anderhalf keer zo zwaar als de planeet Jupiter. Uit waarnemingen met een instrument van de ruimtetelescoop blijkt dat de WASP-12b materie verliest, die uiteindelijk door de ster zal worden opgeslokt. Sterrenkundigen schatten dat de ster, die 600 lichtjaar van ons verwijderd is, haar planeet binnen ongeveer 10 miljoen jaar geheel verorberd zal hebben.
Meer informatie:
Hubble Finds Star Eating a Planet
18 mei 2010
Amerikaanse sterrenkundigen hebben een dubbelster ontdekt, die uit twee zogeheten witte dwergsterren bestaat. De kleine sterren draaien om elkaar heen, waarbij ze elkaar vanaf de aarde gezien beurtelings bedekken. Dat laatste heeft het mogelijk gemaakt om de grootte van de beide sterren te meten. Witte dwergen zijn de overblijfselen van sterren die aan het einde van hun bestaan hun buitenlagen hebben weggeblazen. Normale exemplaren bevatten ruwweg net zo veel massa als onze zon, maar zijn desalniettemin ongeveer net zo klein als onze aarde. De witte dwergen die de onderzochte dubbelster NLTT 11748 vormen, wentelen in minder dan zes uur om elkaar. De kleinste van de twee is een normale witte dwerg, die grotendeels uit koolstof en zuurstof bestaat. De ander is een bijzonder geval: deze is rijk aan helium, bevat veel minder massa en is ruim vier keer zo groot als de aarde. Het is voor het eerst dat de grootte van zo'n heliumrijke witte dwerg rechtstreeks is gemeten. Volgens de onderzoekers zullen de beide dwergsterren elkaar de komende miljarden jaren steeds dichter naderen. Uiteindelijk zal het tot een botsing komen, die een catastrofale explosie tot gevolg kan hebben.
Meer informatie:
Unique Eclipsing Binary Star System Discovered
12 mei 2010
Astronomen uit onder meer Spanje hebben een harde sterrenkundige noot gekraakt. Ze hebben aangetoond dat de sterrenhoop NGC 6791 niet zes miljard jaar oud is, zoals tot nog toe werd gedacht, maar acht miljard jaar (Nature, 13 mei). Tot nog toe lukte het maar niet om een eenduidige leeftijd voor NGC 6791 te vinden. Op basis van de eigenschappen van de oudste normale sterren in de sterrenhoop was een leeftijd van acht miljard jaar vastgesteld. Maar een andere dateringsmethode, gebaseerd op de snelheid waarmee witte dwergen (uitdovende sterren) afkoelen, bleef steken bij zes miljard jaar. Het nieuwe onderzoek toont nu aan dat witte dwergen minder snel afkoelen dan gedacht. Of beter gezegd: in het inwendige van deze sterren treden nog fysische processen op waarbij warmte vrijkomt. Als deze processen in rekening worden gebracht, blijkt dat ook de witte dwergsterren in NGC 6791 acht miljard jaar oud zijn.
Meer informatie:
Scientists from the UPC Barcelona Tech has precisely calculated the age of the stars
11 mei 2010
De Europese infraroodsatelliet Herschel heeft een opmerkelijke ontdekking gedaan: een gat in de ruimte. Het gat biedt sterrenkundigen een verrassend kijkje in de eindfase van het stervormingsproces. Sterren ontstaan in dichte wolken van gas en stof. Hoewel sterren-in-wording aanvankelijk steeds meer gas naar zich toe trekken, ontwikkelen ze op een gegeven moment twee jets die als reusachtige 'bladblazers' hun omgeving schoonblazen. Herschel lijkt nu het resultaat van zo'n schoonmaakactie te hebben waargenomen. Anders dan gedacht blijkt de zwarte plek naast het stervormingsgebied NGC 1999 namelijk geen dichte wolk van gas en stof te zijn, waar geen licht doorheen komt. Nader onderzoek met Herschel en telescopen op aarde heeft aangetoond dat zich hier juist weinig gas en stof bevinden. Sterrenkundigen vermoeden nu dat de jets van jonge sterren in NGC 1999 het gas en stof ter plaatse helemaal hebben weggeblazen. De vermeende donkere gaswolk is dus juist een opening in het lichtgevende gas van NGC 1999 zelf.
Meer informatie:
Herschel finds a hole in space
10 mei 2010
In augustus van dit jaar zal een internationaal team van sterrenkundigen een bijzonder stervormingsgebied aan de zuidelijke hemel nader onderzoeken. In deze stellaire kraamkamer, die de aanduiding BY72 draagt, ontstaan momenteel sterren die tot wel vijftig keer zo zwaar kunnen worden als onze zon. De manier waarop zulke zware sterren geboren worden, is tot nog toe niet helemaal duidelijk. BY72 is een wolk van gas en stof op een afstand van 8000 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Kiel. Het bijzondere aan deze gaswolk is dat de samentrekking die uiteindelijk tot de geboorte van nieuwe sterren leidt nog niet zo lang bezig is. Er zijn nog nietveel sterren uit het gas ontstaan. Andere opmerkelijke eigenschappen van BY72 zijn de snelheid waarmee hij samentrekt en de grote hoeveelheid materie die hij heeft verzameld. Hoewel de gaswolk slechts enkele lichtjaren groot is, bevat hij mogelijk 20.000 zonsmassa's aan gas en stof.
Meer informatie:
Astronomers plan second look at mega star birthing grounds
4 mei 2010
Onderzoek van oude sterren in ons Melkwegstelsel wijst erop dat ver uit elkaar gelegen delen van ons stelsel gelijktijdig en uit één en dezelfde gaswolk zijn ontstaan. Dat is in directe tegenspraak met de heersende theorie over het ontstaan van sterrenstelsels. Volgens deze theorie zouden stelsels als het onze klein zijn begonnen en geleidelijk zijn 'gegroeid' door het opslokken van andere kleine sterrenstelsels. Dit nieuwe, voorlopige onderzoeksresultaat is gebaseerd op waarnemingen van de bolvormige sterrenhoop 47 Tucanae met de Hubble-ruimtetelescoop. Deze sterrenhoop ligt ver van de kern van het Melkwegstelsel, maar blijkt daar niettemin sterke overeenkomsten mee te vertonen. Ze hebben een vergelijkbare chemische samenstelling en zijn beide 11 tot 12 miljard jaar oud. Eerdere ouderdomsschattingen van 47 Tucanae kwamen nog uit op 9 miljard jaar. Dit resultaat wijst erop dat de kern en de buitendelen van het Melkwegstelsel tegelijkertijd zijn ontstaan. Daaruit zou je kunnen concluderen dat ons stelsel in één keer is gevormd uit een kolossale gaswolk. Maar er zijn ook andere verklaringen denkbaar voor de waargenomen overeenkomsten. Zo zou een botsing met een ander sterrenstelsel materie uit de buitendelen van het Melkwegstelsel naar de kern kunnen hebben gedreven.
Meer informatie:
New Hubble pictures suggest Milky Way fell together
Webcast over onderzoek 47 Tucanae
23 april 2010
Op zaterdag 24 april 2010 is het precies twintig jaar geleden dat de Hubble Space Telescope gelanceerd werd. Ter gelegenheid van die verjaardag heeft het Space Telescope Science Institute in Baltimore een spectaculaire foto vrijgegeven van een deel van de Carina-nevel, een groot stervormingsgebied op 7500 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Carina (Kiel). Nevelflarden en stofkolommen worden beschenen door jonge, pasgeboren sterren in de omgeving, waardoor ze langzaam 'verdampen'. Binnenin de dichtste stofwolken ontstaan nieuwe sterren.
De Amerikaans-Europese Hubble-telescoop heeft de afgelopen twintig jaar op elk deelgebied van de astronomie voor revolutionaire ontwikkelingen gezorgd. In mei 2009 werd de vijfde en laatste onderhoudsvlucht uitgevoerd, waarbij onder andere een nieuwe camera werd geplaatst. De foto van de Carina-nevel is met deze Wide Field Camera 3 gemaakt. Naar verwachting zal de ruimtetelescoop nog vijf à tien jaar in bedrijf zijn.
Meer informatie:
Starry-Eyed Hubble Celebrates 20 Years of Awe and Discovery
Hogeresolutieversie van de 'verjaardagsfoto'
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 april 2010
Met de in aanbouw zijnde LOFAR-telescoop in Noord-Drenthe (LOw-Frequency ARay) is de langgolvige radiostraling van zes pulsars waargenomen, die tegelijkertijd op veel kortere golflengten werden bestudeerd door grote radioschotels in Duitsland en Engeland. LOFAR is een revoluitonaire radiotelescoop die uiteindelijk uit tienduizenden kleine, eenvoudige antennes zal bestaan, verspreid over een groot deel van Noordwest-Europa.
Pulsars - compacte, snel roterende sterren die regelmatige pulsen van radiostraling uitzenden - worden gewoonlijk op golflengten van enkele centimeters of decimeters waargenomen. Met LOFAR zijn nu simultaanwaarnemingen verricht op golflengten tot 7 meter. Door de pulsars in zo'n breed golflengtegebied te bestuderen, hopen astronomen meer te weten te komen over hun opbouw en over het ontstaan van de pulsen.
LOFAR zal in de loop van komend jaar worden voltooid. De officiële inauguratie staat al iets eerder gepland, op 12 juni.
Meer informatie:
Additional Eyes for Pulsar Astronomers
LOFAR
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 april 2010
Met de Europese VISTA-telescoop in Noord-Chili is een indrukwekkende infraroodfoto gemaakt van de Kattepootnevel, een groot stervormingsgebied op 5500 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Schorpioen. De nevel, met een middellijn van ongeveer 50 lichtjaar, bestaat uit dichte gas- en stofwolken waarin nieuwe sterren ontstaan. Op foto's die in zichtbaar licht zijn gemaakt ziet hij eruit als de pootafdruk van een kat. Op de nieuwe foto die op infrarode golflengten gemaakt is met de 4,1-meter VISTA-telescoop (Visible and Infrared Survey Telescope for Astronomy) op de bergtop Paranal zijn de dichtste stofwolken nog steeds donker, maar in grote delen van de nevel zijn ook de pas gevormde sterren te zien: de infrarode warmtestraling van die sterren dringt door het stof heen. De VISTA-telescoop zal de komende jaren worden ingezet om de zuidelijke sterrenhemel op infrarode golflengten in kaart te brengen, als voorbereiding voor detailwaarnemingen van interessante objecten met de Europese Very Large Telescope.
Meer informatie:
VISTA Captures Celestial Cat’s Hidden Secrets
VISTA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
15 april 2010
Metingen van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory - een röntgentelescoop in een baan om de aarde - wijzen uit dat een jonge neutronenster in het sterrenbeeld Cassiopeia in tien jaar tijd drie procent is afgekoeld. Het is voor het eerst dat astronomen de snelle afkoeling van een jonge neutronenster direct hebben waargenomen.
Neutronensterren zijn de uiterst compacte, snel roterende overblijfselen van zware sterren die aan het eind van hun leven een supernova-explosie ondergaan. Direct na het ontstaan hebben ze een temperatuur van miljarden graden, maar ze koelen aanvankelijk heel snel af, onder andere door het uitzenden van neutrino's - hoogenergetische elementaire deeltjes zonder elektrische lading en met een vrijwel verwaarloosbare massa.
Met de Chandra-ruimtetelescoop zijn tussen 2000 en 2009 regelmatig metingen verricht aan de neutronenster die eind zeventiende eeuw ontstond bij een supernova-explosie in het sterrenbeeld Cassiopeia. Die heeft momenteel een oppervlaktetemperatuur van ongeveer twee miljoen graden. De Chandra-metingen laten echter zien dat hij in het afgelopen decennium drie procent koeler is geworden.
De manier waarop neutronensterren afkoelen wordt mede bepaald door hun inwendige structuur. De nieuwe metingen, die vandaag gepresenteerd worden op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow, zullen dan ook mogelijk meer informatie opleveren over het inwendige van neutronensterren.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 april 2010
Met de Europese Herschel Space Telescope is een indrukwekkende infraroodfoto gemaakt van de Rozetnevel, waar momenteel zware sterren worden geboren. Sterren ontstaan in kosmische stofwolken. Door de absorberende werking van het stof is het geboorteproces niet te zien met een gewone telescoop. Een infraroodkunstmaan zoals Herschel kijkt echter door het stof heen. Eerder zijn al stervormingsgebieden in beeld gebracht waar relatief lichte sterren ontstaan, zoals onze eigen zon. Zware sterren zijn zeldzamer, en de dichtstbijzijnde zware protosterren bevinden zich op veel grotere afstanden. Met de gevoelige Herschel-satelliet kunnen die nu echter ook bestudeerd worden.
De Rozetnevel bevindt zich op ongeveer vijfduizend lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Eenhoorn. De bijbehorende moleculaire stofwolk bevat genoeg materiaal voor de vorming van tienduizend sterren zoals de zon. De heldere gebiedjes op de infraroodfoto van Herschel (die samengesteld is uit metingen op verschillende infraroodgolflengten) markeren de geboorteplaatsen van kosmische zwaargewichten: sterren die ongeveer tien keer zo zwaar zijn als de zon.
Meer informatie:
Baby stars in the Rosette cloud
Persbericht Jet Propulsion Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 april 2010
Sterrenkundigen van de universiteit van drie Amerikaanse universiteiten zijn er voor het eerst in geslaagd om een glimp op te vangen van het mysterieuze, donkere object dat de ster Epsilon Aurigae met grote tussenpozen bedekt. Op beelden die met een speciaal infrarood-instrument zijn gemaakt is de schaduw van het object te zien, dat blijkbaar zo plat is als een pannenkoek (Nature, 8 april). Epsilon Aurigae is een van de helderste sterren van het sterrenbeeld Voerman. Al meer dan 175 jaar is bekend dat Epsilon vrij weinig licht uitzendt voor een ster van deze massa. Bovendien neemt de helderheid van de ster eens in de 27 jaar gedurende meer dan jaar sterk af. Dat wees erop dat er een donkere begeleider om Epsilon heen draait. Maar gezien de duur van de 'verduistering' kon dat geen normaal sterachtig object zijn. De waargenomen sterbedekkingen zouden verklaarbaar zijn als de begeleider van Epsilon een kleine ster met een omringende stofschijf was. Dat blijkt nu inderdaad het geval te zijn: de beelden tonen hoe een dunne, deels doorzichtige, wolk voor de ster langs trekt.
Meer informatie:
Astronomers take close-up pictures of mysterious dark object
Astronomers Capture a Rare Stellar Eclipse in Opening Scene of Year-long Show
1 april 2010
Met de Spitzer Space Telescope houden sterrenkundigen een groep van vele honderden jonge sterren in de Orionnevel nauwlettend in de gaten. De sterren zijn ongeveer één miljoen jaar oud, en bijna even 'rumoerig' als een kleuterklas. Ze vertonen relatief grote helderheidsvariaties. Die worden deels veroorzaakt door koelere en hetere gebieden aan het oppervlak van de snel roterende sterren, maar deels ook doordat de sterren omgeven worden door ronddraaiende wolken en schijven van stof en gas waaruit in de toekomst planeten kunnen ontstaan. De Spitzer-ruimtetelescoop registreert de infrarode warmtestraling van de sterren en van de stofschijven, en door het gebied vele tientallen malen te fotograferen in de loop van enkele maanden, krijgen astronomen een beter idee van de processen die sterren in hun kleuterfase doormaken. De afgebeelde infraroodfoto (waarbij verschillende infraroodgolflengten kunstmatig zijn weergegeven in verschillende kleuren) is een van de Spitzer-opnamen van het betreffende deel van de Orionnevel.
Meer informatie:
Colony of Young Stars Shines in New Spitzer Image
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
31 maart 2010
Vorm en uiterlijk van het stervormingsgebied Gum 19 worden in sterke mate bepaald door de aanwezigheid van één extreem heldere reuzenster. Dat blijkt uit een nieuwe infraroodfoto van de nevel, gemaakt met de SOFI-camera van de Europese New Technology Telescope op de La Silla-sterrenwacht in Noord-Chili. De nevel, op 22.000 lichtjaar afstand in de richting van het zuidelijke sterrenbeeld Vela (Zeilen) heeft op de infraroodfoto één heldere en één donkere zijde. Het heldere gebied ontstaat doordat interstellair stof opgewarmd wordt door de straling van de reuzenster, V391 Velorum geheten. Die ster (in het midden van de foto) heeft een oppervlaktetemperatuur van zo'n 30.000 graden Celsius. Het veranderlijke karakter van de ster leidt ook tot schokgolven in de nevel, waaruit nieuwe sterren ontstaan - min of meer op de grens van het heldere en donkere deel van de nevel. In de toekomst, wanneer V391 Velorum zal exploderen als supernova, zal de structuur van de Gum 19-nevel nog veel ingrijpender worden beïnvloed.
Meer informatie:
The Light and Dark Face of a Star-Forming Nebula
De Europese infraroodcamera SOFI
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 maart 2010
De Amerikaanse ruimtetelescopen Chandra en Spitzer hebben de resten van een geëxplodeerde ster in beeld gebracht. De supernova-explosie vond plaats in een sterrenhoop, dus temidden van een groot aantal andere sterren. De stofdeeltjes in het weggeblazen materiaal worden verwarmd door deze sterren, waardoor ze infraroodstraling uitzenden. Die warmtestraling is vastgelegd door de Spitzer Space Telescope (oranje op de foto). De kern van de geëxplodeerde ster is ineengestort tot een compacte, snel roterende pulsar, die energierijke deeltjes de ruimte in blaast. Die 'pulsarwind' draagt ook bij aan de opwarming van het supernova-stof. De röntgenstraling van de pulsar (de witte stip) en de pulsarwind (blauw) is opgemeten door het Chandra X-ray Observatory. Normaal gesproken wordt het stof in een supernovarestant pas 'zichtbaar' wanneer er krachtige schokgolven optreden. Zulke schokgolven vernietigen echter de kleinste stofdeeltjes. In het geval van G54.1+0.3 (het catalogusnummer van deze supernovarest) is het echter mogelijk om het stof in de oorspronkelijke samenstelling te bestuderen.
Meer informatie:
Ashes to Ashes, Dust to Dust
Persbericht Chandra X-ray Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 maart 2010
Nieuwe beelden van de Europese satelliet Planck laten zien dat ons Melkwegstelsel doortrokken is van lange filamenten van koud stof en gas. Hoe deze draderige structuur is ontstaan, is nog niet helemaal duidelijk. Vermoedelijk worden het stof en gas door hete, jonge sterren uit het melkwegvlak weggeblazen, maar mogelijk spelen ook magnetische velden een rol bij hun ontstaan. Het stof heeft temperaturen die uiteenlopen van twaalf tot enkele tientallen graden boven het absolute nulpunt (-273 graden Celsius). Een van de vraagstukken die Planck moet oplossen, is waarom het stof zowel op grote als op kleine schaal een soortgelijke weefselstructuur vertoont. Dat is overigens niet de hoofdtaak van deze satelliet, die bestaat uit het nauwkeurig in kaart brengen van de kosmische achtergrondstraling. Daarbij wordt de hele hemel afgescand en ontstaat tegelijkertijd ook een zeer gedetailleerde kaart van ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Planck sees tapestry of cold dust
12 maart 2010
Nieuwe gegevens over de ruimtelijke snelheden van sterren in onze omgeving duiden erop dat de ster Gliese 710 vrijwel precies onze kant op komt. Volgens de Russische sterrenkundige Vadim Bobilev bestaat er een kans van 86 procent dat de ster over anderhalf miljoen jaar door de buitenwijken van ons zonnestelsel heen ploegt. In 1997 inventariseerde de Europese satelliet Hipparcos de nauwkeurige posities en snelheden van ongeveer 100.000 min of meer nabije sterren. Daaruit bleek dat 156 van die sterren op enig moment de zon tot op een afstand van minder dan drie lichtjaar kunnen naderen. En dat zou erop neer komen dat we ruwweg eens in de twee miljoen jaar een stellaire bezoeker mogen verwachten. In 2007 zijn de Hipparcos-gegevens echter enigszins bijgesteld en nadien zijn ook andere gegevens van stersnelheden beschikbaar gekomen. Daardoor moeten nog eens negen sterren aan de groep van potentiële passanten worden toegevoegd. Maar dat is niet de meest opmerkelijke aanvulling: gebleken is dat de oranje dwergster Gliese 710, die nu nog meer dan 60 lichtjaar van ons verwijderd is, nog dichterbij kan komen dan gedacht. Zoals het er nu naar uitziet, zal Gliese waarschijnlijk zo dichtbij komen, dat de wolk van vele miljarden komeetachtige objecten die ons zonnestelsel omhult in beroering wordt gebracht. Deze zogeheten Oortwolk strekt zich uit tot op een afstand van één à twee lichtjaar. Dat lijkt ver weg, maar een grote verstoring van de Oortwolk zou een zwerm kometen richting zon dirigeren. En daardoor zou de kans van een komeetinslag op aarde aanzienlijk kunnen toenemen.
Meer informatie:
Orange Dwarf Star Set to Smash into The Solar System
11 maart 2010
Astronomen van de Universiteit van Amsterdam hebben ontdekt dat de röntgenstraling die het zwarte gat in de dubbelster XTE J1550-564 uitzendt, soms wordt gedomineerd door de jet (de snelle straalvormige gasstroom die uit het zwarte gat komt) en niet door de accretieschijf. Dit opmerkelijke resultaat komt niet overeen met het heersende idee dat de röntgenstraling uit de schijf van materie komt waarmee het zwarte gat in dit dubbelstersysteem zich voedt. Bijzonder aan het onderzoek is dat de astronomen hun conclusie trekken op basis van waarnemingen, en niet van modellen. Ze bestudeerden XTE J1550-564 op röntgen-, optische en infraroodgolflengten en slaagden erin de emissie van de jet te scheiden van die van de accretieschijf. XTE J1550-564 is een dubbelstersysteem, waarvan het zwarte gat van tien zonsmassa's één component is. De andere is een gewone ster, waarvandaan voortdurend gas naar het zwarte gat toe stroomt. De twee draaien in een zeer nauwe baan om elkaar heen. Het materiaal dat de ster aan het zwarte gat verliest, verzamelt zich in een zeer snel roterende accretieschijf. Sinds de ontdekking van dit soort röntgendubbelsterren, is er onder astronomen veel discussie geweest over de oorsprong van de röntgenstraling. Gebleken is nu dat de 'harde' röntgenstraling wordt gedomineerd door de jet, variërend van 10 tot 100%, en niet door de accretieschijf.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
9 maart 2010
Astronomen van onder meer de Radboud Universiteit Nijmegen hebben ontdekt dat de twee sterren in de dubbelster HM Cancri in slechts 5,4 minuten om elkaar heen draaien. Daarmee is HM Cancri de dubbelster met veruit de kortst bekende baanperiode. Het is ook een van de allerkleinst mogelijke dubbelsterren, met een totale afmeting van niet meer dan 8 maal de diameter van de aarde. Het dubbelstersysteem HM Cancri bestaat uit twee witte dwergen, die zo dicht bij elkaar zitten dat er massa overstroomt van de ene naar de andere. Witte dwergen zijn de uitgebrande sintels van sterren zoals de zon en bestaan uit helium, of koolstof en zuurstof. HM Cancri werd in 1999 door ROSAT als zwakke röntgenbron ontdekt. In 2001 werd de 5,4 minuten-periode gevonden uit lichtvariaties in het röntgen en het optische licht. Of deze periode ook de baanperiode van de dubbelster was, is echter lang onduidelijk gebleven. Het zou zo kort zijn dat veel astronomen niet konden geloven dat dit klopte. Een internationaal team van astronomen, onder leiding van Gijs Roelofs van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, heeft nu met behulp van de grootste telescoop ter wereld, de 10-m Keck telescoop op Hawaï, kunnen aantonen dat ook de baanperiode daadwerkelijk 5,4 minuten is. Dit is gedaan door de snelheidsvariaties in de spectraallijnen van HM Cancri te detecteren.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
4 maart 2010
De Europese ruimtetelescoop Herschel heeft in de Orionnevel de chemische vingerafdrukken gevonden van vele organische en anorganische moleculen. HIFI, het Nederlandse meetinstrument van Herschel, onthulde deze vingerafdrukken in de vorm van een zeer gedetailleerd spectrum van de Orionnevel, een van de dichtstbijzijnde kraamkamers van sterren en planeten in ons Melkwegstelsel. Het spectrum geeft een goede indruk van de schat aan nieuwe informatie die Herschel-HIFI gaat opleveren over hoe organische moleculen zich vormen in de ruimte. Het Orion-spectrum - een grafiek die weergeeft hoeveel licht er van iedere kleur is gemeten - maakt duidelijk dat HIFI uitstekend werkt sinds het ruimte-instrument weer operationeel is (vanaf januari 2010). Een opvallend kenmerk van het HIFI-spectrum van Orion is het rijke, dichte patroon van 'pieken'. Elke piek in het spectrum vertegenwoordigt licht met een hele specifieke kleur. Doordat ieder molecuul zijn eigen serie kleuren heeft, vertegenwoordigt iedere piek dan ook een specifiek molecuul. De Orionnevel staat bekend als een van de meest veelzijdige chemische fabrieken in de ruimte, en omdat we de chemische processen en de vorming van moleculen nog niet volledig begrijpen is de nevel een ideaal studieobject. Na eerste bestudering van het patroon van pieken hebben sterrenkundigen een aantal 'gewone' moleculen geïdentificeerd zoals water, koolmonoxide, formaldehyde, methanol, dimethylether, waterstofcyanide, zwaveldioxide, zwavelmonoxide en hun bijbehorende isotopen. Naar verwachting zullen ook nieuwe organische moleculen opduiken.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
4 maart 2010
Een team van astronomen, onder leiding van de Groningse sterrenkundige Maarten Breddels, heeft de afstanden van twintigduizend nabijgelegen sterren in de Melkweg bepaald voor RAVE, het Radial Velocity Experiment.Deze stercatalogus is beschikbaar voor sterrenkundigen over de hele wereld om ons sterrenstelsel te doorgronden. Uiteindelijk zal de catalogus groeien tot een miljoen sterren. Bijna twaalf jaar geleden produceerde de Europese satelliet Hipparcos een catalogus met de geprojecteerde snelheden van de sterren op de hemelbol. Later, toen de snelheden van deze sterren in de gezichtslijn werden gemeten, kregen astronomen een compleet beeld van de nabije sterren en hun bewegingen. Het is relatief makkelijk de posities van sterren op de hemelbol te meten, maar het bepalen van de afstand van een ster tot de aarde stelt eisen aan de observatietijd en modelleertechnieken. Alleen wanneer de afstand bekend is, is het mogelijk te bepalen hoe snel de sterren echt bewegen. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk te bepalen hoeveel massa de Melkweg bevat, of om sterstromen te ontdekken waarmee we de geschiedenis van ons sterrenstelsel beter leren begrijpen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
3 maart 2010
Een pas ontdekte ster in een klein naburig sterrenstelsels heeft belangrijke aanwijzingen opgeleverd over de evolutie van ons Melkwegstelsel. De ster maakt deel uit van een dwergstelsel in het sterrenbeeld Sculptor (Beeldhouwer), op een afstand van 280.000 lichtjaar. Hij blijkt vrijwel dezelfde chemische samenstelling te hebben als de oudste sterren in het Melkwegstelsel (Nature, 4 maart). Dat versterkt het vermoeden dat ons stelsel is ontstaan door de geleidelijke samenklontering van dwergstelsels. Het buitenste omhulsel van ons Melkwegstelsel, de halo, bestaat uit sterren die - anders dan bijvoorbeeld onze zon - arm zijn aan elementen zwaarder dan helium. Omdat aangenomen werd dat deze sterren afkomstig zijn van recent opgeslokte dwergstelsels, werd verwacht dat in nog bestaande nabije dwergstelsels sterren met weinig zware elementen te vinden zouden zijn. Maar die sterren bleven spoorloos, waardoor enige twijfel ontstond over het samenklonteringsscenario. Die twijfel lijkt nu te zijn weggenomen: de vermeende verschillen in chemische samenstelling kunnen voor een belangrijk deel worden toegeschreven aan de gebruikte opsporingstechnieken. Hierdoor werden de sterren met de minste zware elementen juist over het hoofd gezien. De nu onderzochte ster in het Sculptor-stelsel bevat meer dan 4000 keer zo weinig elementen zwaarder dan helium dan onze zon. De verwachting is dat in de nabije toekomst, als grotere telescopen beschikbaar komen, meer van die 'metaalarme' sterren in nabije dwergstelsels kunnen worden opgespoord.
Meer informatie:
Ancient Star Supports Cannibal Theory Of Milky Way Growth
Old star is 'missing link' in galactic evolution
23 februari 2010
Ongeveer een kwart van de bolvormige sterrenhopen in ons Melkwegstelsel is afkomstig van andere sterrenstelsels. Dat stellen onderzoekers van de Swinburne University of Technology (Australië). Dat sommige van deze sterrenhopen, die ongeveer een miljoen oude sterren bevatten, elders vandaan komen, werd al langer vermoed. Maar het was moeilijk om aan te geven voor welke dat het geval is. De onderzoekers hebben dat nu opgelost door, met behulp van gegevens van de Hubble-ruimtetelescoop, een zeer nauwkeurige database van de chemische samenstelling van 93 bolvormige sterrenhopen aan te leggen. Daaruit blijkt dat een kwart van de sterrenhopen een samenstelling heeft die afwijkt van die van sterrenhopen die in ons Melkwegstelsel zelf zijn ontstaan. Volgens de onderzoekers betekent dit dat tientallen miljoenen sterren van ons Melkwegstelsel, dat overigens meer dan 100 miljard sterren telt, afkomstig is van naburige kleine sterrenstelsels. Sommige bolvormige sterrenhopen zouden zelfs de voormalige kernen van zulke dwergstelsels kunnen zijn.
Meer informatie:
Alien invaders pack the Milky Way
19 februari 2010
Een pas opgestart project van het Max Planck Instituut voor Radioastronomie heeft al binnen enkele weken een eerste pulsar opgeleverd. Het object, dat de aanduiding PSR J1745+10 heeft gekregen, bevindt zich op de positie waar eerder met de gammasatelliet Fermi een heldere bron van gammastraling is ontdekt. Hij blijkt zich als een kosmische 'vampier' te gedragen. Pulsars zijn de compacte restanten van zware sterren die met hoge snelheid om hun as tollen en aan beide magnetische polen een bundel van straling uitzenden. Doordat deze magnetische polen doorgaans niet aan de uiteinden van de rotatie-as liggen, zwiepen de beide bundels in de rondte als de lichtbundels van een vuurtoren. Bij sommige pulsars is één van de stralingsbundels bij elke draaiing eventjes op de aarde gericht, waardoor we de pulsar aan en uit zien knipperen. Tot nog toe zijn ongeveer 2000 van die knipperende objecten ontdekt, veelal met behulp van radiotelescopen. Sommige pulsars maken deel uit van een dubbelstersysteem en slokken materie van de begeleidende ster op. Dat leidt ertoe dat zij steeds sneller gaan rondtollen. De nu ontdekte pulsar maakt al bijna 400 omwentelingen per seconde en behoort daarmee tot de klasse van millisecondepulsars. De pulsar en zijn begeleidende ster draaien in minder dan achttien uur om hun gezamenlijke zwaartepunt. Het lijkt erop dat pulsar zijn begeleider al vrijwel geheel leeggezogen heeft. Op dit moment bevat de ster nog slechts een paar procent van een zonsmassa aan materie. Dat betekent dat de ster binnen afzienbare tijd geheel verdwenen zal zijn.
Meer informatie:
Schwarze Witwe im Weltall
18 februari 2010
Astronomen, onder wie de Nederlanders Wouter Vlemmings en Huib Jan van Langevelde, hebben met behulp van de MERLIN-radiotelescoop laten zien dat magneetvelden ook een belangrijke rol spelen bij de geboorte van zware sterren. Dat magneetvelden erg belangrijk zijn bij de vorming van lichtere sterren zoals onze zon, was al bekend. De nieuwe studie laat zien dat de manieren waarop zware en lichte sterren worden gevormd, veel meer op elkaar lijken dan eerder werd gedacht. Zware sterren met een massa van meer dan acht keer die van de zon, zijn van cruciaal belang voor de vorming van andere sterren, planeten en het leven in het heelal. Hoewel ze zeldzaam zijn, bestieren ze de samenstelling en de evolutie van de interstellaire materie in de Melkweg en zijn ze verantwoordelijk voor de productie van zware elementen zoals ijzer. Astronomen dachten altijd dat straling en turbulentie de dominante factoren zijn bij de vorming van zware sterren, en dat hun vormingsproces daardoor heel anders verloopt dan dat van lichtere sterren. Maar uit onderzoek van een zware proto-ster in het sterrenbeeld Cepheus blijkt wat anders. De ster, op 2300 lichtjaar afstand van de aarde, bevindt zich in een van de dichtstbijzijnde moleculaire wolken waar zware sterren worden gevormd. Bij eerdere waarnemingen van dit object werd de stofschijf ontdekt vanwaaruit gas op de proto-ster valt. In het nieuwe onderzoek hebben de astronomen ontdekt dat het magneetveld van de proto-ster verrassend regelmatig en sterk is. Dat impliceert dat het magneetveld bepaalt hoe materie wordt overgebracht van de schijf naar de groeiende protoster.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
16 februari 2010
Een Brits/Chinees team van sterrenkundigen heeft ontdekt dat de rode reuzenster Eta Cancri een kleine begeleider heeft. Deze begeleider is een zogeheten ultrakoele dwerg: een kleine ster die veel koeler is dan andere sterren. De oppervlaktetemperatuur van de rode dwerg bedraagt slechts 2000 graden, bijna 4000 graden minder dan de oppervlaktetemperatuur van onze zon. Ultrakoele dwergen zijn sterren met planeetachtige eigenschappen. Ze geven weinig licht en door hun betrekkelijk lage temperatuur kunnen er in de steratmosfeer zelfs een soort wolken ontstaan. Het oppervlak van rode reuzen zoals Eta Cancri is overigens ook tamelijk koel. Ze ontstaan doordat normale sterren van het kaliber zon aan het eind van hun bestaan tot enorme afmetingen opzwellen. Over ongeveer 5 miljard jaar zal ook onze zon deze ontwikkeling doormaken.
Meer informatie:
Red dwarf/red giant binary found in UK/China Collaboration
16 februari 2010
Op nieuwe opnamen van de Amerikaanse gammasatelliet Fermi is te zien waar supernovaresten - de overblijfselen van ontplofte zware sterren - hun energierijke deeltjesstraling produceren. Deze ontdekking brengt sterrenkundigen een stap dichter bij het begrijpen van de oorsprong van zogeheten kosmische straling. Kosmische straling bestaat voor het overgrote deel uit protonen die met bijna de snelheid van het licht door de ruimte razen. Op hun weg door het Melkwegstelsel worden deze deeltjes afgebogen door de alom aanwezige magnetische velden. Dat maakt het moeilijk om te achterhalen waar ze precies vandaan zijn gekomen. Maar waar de deeltjes in botsing komen met atomen van het interstellaire gas, ontstaat gammastraling. Bekend is dat supernovaresten belangrijke leveranciers van energierijke protonen zijn. Met de Fermi-satelliet zijn vier van die supernovaresten - één jonge en drie oudere - nader bekeken. Daarbij is gebleken dat oude supernovaresten extreem veel gammastraling van betrekkelijk lage energie produceren, en relatief weinig gammastraling van hoge energie. Bij jonge supernovaresten is die verdeling anders. Het lijkt erop dat jonge supernovaresten zowel sterkere magnetische velden als energierijkere kosmische straling hebben. En dat is in overeenstemming met de meest gangbare theorie voor het ontstaan van deze deeltjesstraling. Al in 1949 opperde de Italiaanse natuurkundige Enrico Fermi namelijk dat de deeltjes van de meest energierijke kosmische straling zijn versneld door magnetische velden in gaswolken.
Meer informatie:
NASA's Fermi Closes on Source of Cosmic Rays
10 februari 2010
Op dit moment werken tienduizenden pc's, verspreid over de hele wereld, aan het vaststellen van de exacte vorm van ons Melkwegstelsel. De gezamenlijke rekenkracht van dit MilkyWay@Home-project is reusachtig: onlangs werd de op één na snelste supercomputer op aarde in snelheid gepasseerd. Bij soortgelijke projecten wordt naar signalen van buitenaardse beschavingen gezocht (Seti@home) en de werking van eiwitten onderzocht (Folding@home). Tegenwoordig worden bij sterrenkundige waarnemingscampagnes zo veel gegevens verzameld, dat er nooit voldoende supercomputers beschikbaar zijn om alles door te rekenen. Bij MilkyWay@Home wordt gebruik gemaakt van de database van de Sloan Digital Sky Survey. Elk van de deelnemende pc's verwerkt een kleine portie gegevens. Daarbij wordt de driedimensionale verdeling van sterren en andere materie in het Melkwegstelsel in kaart gebracht. De projectwetenschappers zijn er vooral benieuwd naar hoe de sterren van de verschillende dwergstelsels die de afgelopen miljoenen jaren door het Melkwegstelsel zijn opgeslokt zich over het stelsel hebben verdeeld. Deze berekeningen leveren onder meer informatie op over de globale verdeling van de donkere materie in het Melkwegstelsel, waar nog weinig over bekend is.
Meer informatie:
PCs Around the World Unite To Map the Milky Way
MilkyWay@Home
9 februari 2010
Een Frans-Amerikaans team van sterrenkundigen heeft de ruimtelijke verdeling van het ons omringende interstellaire gas tot op een afstand van ongeveer duizend lichtjaar in kaart gebracht. Daarbij is gebruik gemaakt van het feit dat interstellair gas donkere (absorptie)lijnen veroorzaakt in het lichtspectrum van achtergrondsterren. In combinatie met eerder gepubliceerde resultaten heeft dat geresulteerd in een catalogus van absorptiemetingen van 1857 sterren binnen een omtrek van ruwweg 2600 lichtjaar. Op de overzichtskaart is duidelijk te zien dat onze zon zich in een relatief gasarme omgeving bevindt: de zogeheten Lokale Holte. Hoe deze leegte is ontstaan, is nog onduidelijk. Maar veel sterrenkundigen denken dat het lege gebied ontstaan is door een reeks nabije supernova-explosies die zich ongeveer 15 miljoen jaar geleden heeft voltrokken.
Meer informatie:
A New 3D Map Of The Interstellar Gas Within 300 Parsecs From The Sun
9 februari 2010
Met behulp van de nieuwe Europese surveytelescoop VISTA is een indrukwekkende overzichtsfoto gemaakt van de Orionnevel, een bekend stervormingsgebied in het gelijknamige sterrenbeeld. Vergeleken met de meeste andere telescopen van dit kaliber heeft VISTA een enorm groot beeldveld. Bovendien is VISTA behalve voor zichtbaar licht ook gevoelig voor nabij-infrarode straling. Dat laatste betekent dat er diep in stofrijke stervormingsgebieden kan worden gekeken, om te zien wat zich daar afspeelt. De Orionnevel bevindt zich op een afstand van 1350 lichtjaar en is al met een kleine telescoop te zien. Op zichtbare golflengten zijn de jonge sterren die zich in het hart van de nevel hebben gevormd echter moeilijk waarnembaar: alleen de vier helderste zijn te zien. De VISTA-opnamen tonen nog tal van andere sterren, waarvan vele nog onvoltooid zijn. Deze sterren-in-wording stoten gasstromen uit die snelheden van 700.000 km/uur kunnen bereiken. Met de VISTA-telescoop zal de komende jaren de gehele zuidelijke sterrenhemel nauwkeurig in beeld worden gebracht.
Meer informatie:
Orion in a New Light
3 februari 2010
Met de Europese Very Large Telescope is een opname gemaakt van het stervormingsgebied NGC 3603 en omgeving. NGC 3603 is een zogeheten starburst-gebied: een 'sterrenfabriek' die op volle toeren draait. Met een afstand van 22.000 lichtjaar is dit de meest nabije stellaire kraamkamer van deze omvang. De jonge, hete sterren die hier zijn ontstaan, produceren zo veel straling en sterrenwind dat zij het stof en gas uit hun omgeving hebben weggeblazen. Daardoor is een verzameling van duizenden sterren in alle soorten en maten tevoorschijn gekomen. De meeste daarvan hebben een massa die vergelijkbaar is met die van onze zon of minder dan dat. Deze staan dus nog maar aan het begin van een bestaan dat miljarden jaren gaat duren. Maar sommige van de jonge sterren zijn veel zwaarder en verbruiken hun brandstof dermate snel, dat hun einde al in zicht is. De recordhouder is een ster van bijna 120 zonsmassa's. Deze ster in NGC 3603 is daarmee - voor zover bekend - de zwaarste ster van ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
The Stars behind the Curtain
29 januari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een bruine dwerg - een kleine, 'mislukte' ster die weinig energie produceert- ontdekt met een ongekend lage temperatuur. Het object, dat de aanduiding SDSS1416+13B heeft gekregen, draait in een wijde baan om een andere bruine dwerg waarvan het bestaan al langer bekend was. De twee bevinden zich op een afstand van 15 tot 50 lichtjaar, wat heel nabij is naar sterrenkundige maatstaven. De oppervlaktetemperatuur van SDSS1416+13B bedraagt naar schatting ruim 200 graden. Het spectrum oftewel de samenstelling van het licht van het sterretje is echter zo ongewoon, dat het moeilijk is om zijn temperatuur exact te bepalen. De onderzoekers vermoeden dat beide bruine dwergen minstens 8 miljard jaar oud zijn.
Meer informatie:
Astronomers discover cool stars in nearby space
28 januari 2010
Op donderdag 28 januari detecteerden twee amateursterrenkundigen uit Florida (VS) een helderheidsuitbarsting van de ster U Scorpii. Daarmee gaven zij het startschot voor een snelle waarneemcampagne met de Hubble-ruimtetelescoop en andere satellieten. Haast was geboden, want naar verwachting zal de uitbarsting van de ster al binnen een dag over zijn hoogtepunt heen zijn. De uitbarsting van U Scorpii komt niet als een donderslag bij heldere hemel. Deze ster behoort namelijk tot de kleine categorie van zogeheten recurrente novae: sterren die eens in de tien tot honderd jaar aanzienlijk in helderheid toenemen. Een jaar geleden sprak de Amerikaanse sterrenkundige Bradley Schaefer al de verwachting uit dat de uitbarsting van U Scorpii aanstaande was. Recurrente novae zijn dubbelstersystemen waarin een normale ster en een compacte witte dwergster op geringe afstand om elkaar heen draaien. Door de overdracht van materie van de normale ster verzamelt zich gas aan het oppervlak van de witte dwerg. En steeds als zich daar genoeg gas heeft opgehoopt, vindt een thermonucleaire explosie plaats.
Meer informatie:
Long Anticipated Eruption of U Scorpii Has Begun
U Scorpii Erupts As Predicted
27 januari 2010
Een van de grootste vraagstukken in de moderne sterrenkunde betreft het ontstaan van de allerzwaarste sterren. Nieuwe waarnemingen met de Gemini North-telescoop op Hawaï wijzen er nu op dat deze stellaire reuzen op dezelfde manier geboren worden als lichtgewichten zoals onze zon. In vergelijking met lichte sterren voltrekt de geboorte van een zware ster zich heel snel. Tegen de tijd dat de laatste flarden van de gaswolk waaruit hij is ontstaan zijn opgetrokken, is de ster eigenlijk al volwassen. Het ontbreekt daardoor aan kennis over zware babysterren. Met geavanceerde infraroodinstrumenten is het nu gelukt om door het omringende gas en stof van een ster-in-wording heen te kijken. En wat blijkt? Hoewel hij al zeker tien keer zo zwaar is als onze zon, ziet de jonge ster er net zo uit als lichtere sterren-in-wording. Hij is omringd door een schijf van materie van waaruit gas naar de ster toe stroomt. Ook ontsnapt er gas met snelheden tot 300 kilometer per seconde aan de polen van de ster - een verschijnsel dat ook bij veel kleinere sterren is waargenomen.
Meer informatie:
Are the Largest Stars Born Like our Sun?
20 januari 2010
Met behulp van de 2,2-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op de berg La Silla (Chili) is een spectaculaire opname gemaakt van een groot stervormingsgebied dat bekend staat als de Kattenpootnevel. Dit complex van gloeiende gas- en stofwolken ligt niet ver van het centrum van ons Melkwegstelsel. De Kattenpootnevel dankt zijn bijnaam aan het opvallende patroon van heldere en minder heldere gaswolken, die een reusachtige pootafdruk van een kat lijken te vormen. De officiële aanduiding van het nevelcomplex is NGC 6334. NGC 6334 bevindt zich op een afstand van 5500 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Schorpioen. Het nevelcomplex, dat ongeveer 50 lichtjaar groot is, behoort tot de meest actieve stervormingsgebieden in ons Melkwegstelsel. Waarschijnlijk gaan tussen het gas en stof enkele tienduizenden sterren schuil, waarvan sommige bijna tienmaal zo zwaar zijn als onze zon.
Meer informatie:
On the Trail of a Cosmic Cat
13 januari 2010
Een van de sterren van het beroemde dubbelstersysteem Algol is de bron van een reusachtige magnetische lus. Dat blijkt uit onderzoek met een wereldwijd netwerk van gevoelige radiotelescopen (Nature, 14 januari). Algol bevindt zich op een afstand van 93 lichtjaar. Hij bestaat uit een ster van ongeveer drie zonsmassa's en een lichtere begeleider die op een afstand van minder dan 10 miljoen kilometer om elkaar wentelen. Vanaf de aarde gezien schuiven de om elkaar draaiende sterren bij elke omloop voor elkaar langs, wat in regelmatige helderheidsvariaties resulteert die gemakkelijk waarneembaar zijn met het blote oog. De pas ontdekte magnetische lus ontspringt aan de polen van de lichte begeleider en wijst steeds in de richting van de zware ster. Vermoed wordt dat de enorme omvang ervan te danken is aan de getijwerking van de begeleidende ster. Ook onze zon kent van deze magnetische (of coronale) lussen, maar die zijn beduidend kleiner. Volgens de onderzoekers kan het bestaan van de 'reuzenlus' de uitbarstingen op röntgen- en radiogolflengten helpen verklaren die eerder bij Algol zijn waargenomen. Volgens hen is de kans groot dat in andere dubbelstersystemen soortgelijke magnetische structuren bestaan.
Meer informatie:
Giant Magnetic Loop Sweeps Through Space Between Stellar Pair
UI astronomers capture first-of-kind image at distant star
10 januari 2010
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een gedetailleerde opname gemaakt van de ster Betelgeuze. Op het oppervlak van deze rode superreus zijn twee enorme heldere vlekken te zien, waarvan de omvang vergelijkbaar is met de afstand zon-aarde (150 miljoen kilometer). Deze vlekken, die daardoor een groot deel van het steroppervlak bedekken, zijn het gevolg van opstijgend (relatief) heet gas uit het inwendige van Betelgeuze. Afgezien van de zon zijn alle sterren zelfs door de grootste telescopen slechts waarneembaar als nietige puntjes van licht. Alleen met behulp van bijzondere instrumenten, zogeheten interferometers, lukt het om details te zien op het oppervlak van de allergrootste sterren. Betelgeuze, die 600 keer zo groot is als onze zon en niet al te ver weg staat, is in dat opzicht een dankbaar waarneemobject. Op Betelgeuze zijn al eerder lichte en donkere plekken waargenomen, maar niet eerder zo gedetailleerd als nu. Ze zijn het gevolg van convectie: reusachtige gasbellen uit het inwendige van de ster stijgen naar de oppervlakte, geven hun warmte af en zakken weer omlaag. Hetzelfde verschijnsel treedt ook op in onze zon, zij het op veel kleinere schaal. De heldere plekken op het oppervlak van Betelgeuze zijn ongeveer 500 graden warmer dan de gemiddelde temperatuur van de ster (ruim 3000 graden).
Meer informatie:
Unprecedented details on the surface of the Betelgeuse star
8 januari 2010
Bij onderzoek met de Japans/Amerikaanse röntgensatelliet Suzaku is in twee supernovaresten 'fossiele straling' van de supernova-explosie ontdekt. Dankzij deze straling kan zelfs nu, duizenden jaren na dato, nog worden vastgesteld hoe heet de inmiddels sterk afgekoelde supernovaresten ooit zijn geweest. Volgens de onderzoekers wijst de waargenomen röntgenstraling erop dat de supernova-explosies plaatsvonden in een relatief gasrijke omgeving. Dit gas is mogelijk door de ster zelf uitgestoten vóór deze supernova werd. Een zware ster verliest tegen het eind van zijn bestaan namelijk veel materie, waardoor een omhullende cocon van gas en stof ontstaat. Als de ster uiteindelijk explodeert, gaan er hevige schokgolven door de cocon, waardoor deze wordt verhit tot temperaturen van meer dan 50 miljoen graden. En hierdoor raken de aanwezige atomen van bijvoorbeeld silicium en zwavel al hun elektronen kwijt. Na de explosie koelt een supernovarest sterk af, maar door de uitdijing van het gas is de dichtheid ervan zo laag geworden, dat de 'naakte' atoomkernen niet zo snel meer elektronen kunnen invangen. Hierdoor blijft het gas ook duizenden jaren na de supernova-explosie nog een bron van röntgenstraling.
Meer informatie:
Suzaku finds 'fossil' fireballs from supernovae
7 januari 2010
Uit een internationaal onderzoeksproject blijkt dat het magnetische veld in het centrum van ons Melkwegstelsel zeker tien keer zo sterk is als dat in de rest van het stelsel. Meer dan tien procent van alle magnetische energie in het Melkwegstelsel blijkt geconcentreerd in een volume dat minder dan een tiende procent is van het totaal (Nature, 7 januari). Dat resultaat is van belang omdat het sterrenkundigen een ondergrens geeft voor de absolute sterkte van het magnetische veld van het Melkwegstelsel. Naar de exacte waarde voor het magnetische veld in het galactisch centrum wordt al dertig jaar gezocht. De magnetische veldsterkte in de ruimte tussen de sterren speelt een belangrijke rol bij tal van sterrenkundige berekeningen. Als dat veld sterker is dan gedacht, ontstaat de vraag hoe dat kan: vroeg in de geschiedenis van het heelal waren de magnetische velden namelijk nogal zwak.
Meer informatie:
Scientists reveal Milky Way's magnetic attraction
6 januari 2010
De halo van donkere materie die ons Melkwegstelsel omhult, heeft de vorm van een reusachtige, samengedrukte strandbal. Dat concluderen Amerikaanse sterrenkundige uit onderzoek van de baanbeweging van een klein dwergstelsel om het Melkwegstelsel. Sterrenstelsels zoals het onze bestaan voor meer dan zeventig procent uit donkere materie. Maar deze materie is, zoals de naam al aangeeft, onzichtbaar. De enige manier waarop donkere manier zich kenbaar maakt, is door middel van de zwaartekrachtsinvloed die zij op andere, zichtbare materie uitoefent - bijvoorbeeld op de beweging van sterren. Nu draaien er om het Melkwegstelsel enkele kleinere sterrenstelsels, die door de getijwerking van ons stelsel aan flarden worden getrokken. Hierdoor laten ze langs hun omloopbaan een heel spoor van sterren achter. Waarnemingen van deze 'kosmische broodkruimels' kunnen worden gebruikt om erachter te komen welke krachten er op deze 'Klein Duimpje'-stelsels werken. Maar dat klinkt makkelijker dan het is. Pogingen om het spoor van het zogeheten Sagittarius-dwergstelsel in overeenstemming te brengen met modellen van de vorm van de donkere halo van het Melkwegstelsel, leverden tot nog toe geen eenduidig resultaat op. Daar lijkt nu echter een oplossing voor te zijn gevonden: de halo is blijkbaar veel minder symmetrisch dan gedacht. Hij lijkt op een strandbal die van opzij wordt samengedrukt. Dat levert overigens weer een nieuw probleem op, want de mate van afplatting, en de oriëntatie ervan, is veel sterker dan op theoretische gronden werd verwacht.
Meer informatie:
Astronomers Map The Shape Of Galactic Dark Matter
5 januari 2010
Door nauwe samenwerking van gamma- en radiosterrenkundigen is een groot aantal 'snelle' pulsarkandidaten opgespoord. En dat opent de weg naar het aantonen van een verschijnsel dat al bijna een eeuw geleden door Albert Einstein is voorspeld: gravitatiegolven. Pulsars zijn de snel om hun as tollende restanten van ontplofte sterren. Vanaf de aarde zijn deze objecten herkenbaar als bronnen van zeer constante pulsen van straling. Aan de hand van uiterst kleine veranderingen in de rotatie van deze pulsars hopen sterrenkundigen het bestaan van gravitatiegolven - kleine verstoringen van ruimte en tijd - te kunnen aantonen. Maar daarvoor hebben zij gegevens nodig van grote aantallen pulsars, verspreid over de hele hemel, die honderden keren per seconde om hun as tollen: zogeheten millisecondepulsars. Tot nog toe waren slechts ongeveer 150 van deze pulsars ontdekt, waarvan meer dan de helft ook nog eens op een kluitje zit in enkele bolvormige sterrenhopen. Dankzij de Amerikaanse gammasatelliet Fermi komt daar nu verandering in. Met Fermi zijn honderden nieuwe bronnen van gammastraling ontdekt waarvan vele tot de gezochte categorie pulsars behoren. Vervolgwaarnemingen met radiotelescopen hebben in drie maanden tijd zeventien nieuwe millisecondepulsars opgeleverd - ongeveer net zo veel als in de afgelopen vijftien jaar. De onderzoekers hopen dat het 'netwerk' van millisecondepulsars nu binnenkort fijnmazig genoeg is om de voorspelling van Einstein te kunnen bevestigen.
Meer informatie:
Astronomers Get New Tools For Gravitational-Wave Detection
Nature's Most Precise Clocks May Make
Astronomen ontdekken handenvol milliseconde pulsars
5 januari 2010
Al geruime tijd is bekend dat het superzware zwarte gat in het centrum van ons Melkwegstelsel geen grote eter is. De brandstof voor dit zwarte gat, dat Sagittarius A* (of Sgr A*) wordt genoemd, is afkomstig van de intense winden van de zware, jonge sterren in zijn omgeving. Deze sterren bevinden zich echter niet zo heel erg dichtbij, waardoor het zwarte gat niet veel materie te pakken krijgt. Aanvankelijk hadden sterrenkundigen berekend dat Sgr A* ongeveer 1 procent van de sterrenwinden opslokt, maar dat blijkt nog veel minder te zijn: slechts een honderdste procent. De vraag is nu waarom dat zo is. Een theoretisch model op basis van gegevens die met de röntgensatelliet Chandra zijn verzameld, biedt mogelijk uitkomst. Het lijkt erop dat de materie in de directe omgeving van de zogeheten horizon van het zwarte gat zo heet is, dat zij een naar buiten gerichte druk uitoefent. Hierdoor kan veel minder stermaterie het zwarte gat bereiken dan tot nog toe werd aangenomen.
Meer informatie:
Peering Into The Heart Of Darkness
5 januari 2010
Rond Oud en Nieuw heeft de regelmatig optredende 'verduistering' van de doorgaans heldere ster Epsilon Aurigae zijn hoogtepunt bereikt. Om deze ster draait een merkwaardig object van forse omvang dat, vanaf de aarde gezien, eens in de 27 jaar het licht van Epsilon aanzienlijk tempert. De huidige verduistering begon in augustus 2009 en zal waarschijnlijk nog tot begin 2011 duren. Onder normale omstandigheden is Epsilon Aurigae helder genoeg om met het blote oog zichtbaar te zijn. Maar tijdens de verduistering is hij alleen nog waarneembaar met een verrekijker of telescoop. Het vermoeden bestaat dat er een schijfvormig object om de ster draait - bijvoorbeeld een ster of zelfs een dubbelster met omringende stofschijf. Maar de exacte vorm daarvan staat nog niet vast. Een bijkomende complicatie is dat Epsilon zelf mogelijk uit meerdere sterren bestaat. Omdat de beschikbare waarneemtijd bij grote sterrenwachten schaars en kostbaar is, leunt het onderzoek van Epsilon Aurigae zwaar op waarnemingen van amateurastronomen. Ditmaal zal hun bijdrage omvangrijker zijn dan ooit tevoren, want dankzij de opkomst van de digitale fotografie beschikken ook amateurs tegenwoordig over moderne waarneeminstrumenten. De eerste resultaten van hun waarnemingen zijn dinsdag bekendgemaakt tijdens de 215de bijeenkomst van de American Astronomical Society.
Meer informatie:
2010: The Year Of The Baffling Eclipse (pdf)
Centuries-Old Star Mystery Coming To A Close
4 januari 2010
Met behulp van adaptieve optiek, die het beeldvertroebelende effect van de aardatmosfeer tegengaat, heeft een internationaal team van sterrenkundigen een detailrijke opname gemaakt van de naaste omgeving van de zware ster Eta Carinae. Deze ster was in april 1843 het toneel van een enorme uitbarsting die twintig jaar duurde. Bij die uitbarsting is naar schatting twintig zonsmassa's aan materie de ruimte in geblazen en het resultaat is nog steeds waarneembaar: een compacte wolk van lichtend gas die de Homunculusnevel wordt genoemd. Met behulp van de Gemini South-telescoop in Chili is het hart van die Homunculusnevel nader bekeken. Binnen de gasnevel blijkt nóg een lichtende gaswolk aanwezig te zijn, die Kleine Homunculus is gedoopt. Volgens de onderzoekers zou deze het overblijfsel kunnen zijn van een kleinere uitbarsting van Eta Carinae, die aan het eind van de 19de eeuw is waargenomen. Eta Carinae bevindt zich op een afstand van ongeveer 8000 lichtjaar en bestaat uit ten minste twee sterren, waarvan de grootste zeker honderd maal zo zwaar is als onze zon. De nog onbegrepen uitbarsting die de ster halverwege de 19de eeuw onderging kan worden beschouwd als een mislukte supernova-explosie. Dat neemt niet weg dat Eta Carinae naar verwachting binnen een miljoen jaar alsnog een echte supernova zal worden.
Meer informatie:
Revealing the Explosive Heart of Eta Carinae
4 januari 2010
Sterrenkundigen van Villanova University in Pennsylvania denken dat de relatief nabije dubbelster T Pyxidis binnenkort het toneel zal zijn van een allesverwoestende supernova-explosie. T Pyxidis bestaat uit een normale ster die materie overdraagt aan een nabije witte dwergster. Dat leidde zo eens in de twintig jaar tot thermonucleaire ontploffingen aan het oppervlak van de witte dwerg: zogeheten nova-explosies. Maar de laatste van deze explosies was in 1967. Sindsdien houdt T Pyxidis zich opvallend stil. Volgens de sterrenkundigen kan dat betekenen dat zich nu zo veel materie op de witte dwergster verzamelt, dat deze uiteindelijk een bepaalde kritische massa zal bereiken. Dat idee wordt versterkt door de ontdekking dat T Pyxidis aanzienlijk dichterbij staat dan tot nog toe werd aangenomen: zijn afstand bedraagt ongeveer 3000 lichtjaar. Dat betekent dat de schattingen van de hoeveelheid materie die de witte dwerg bij de laatste nova-explosies is kwijtgeraakt naar beneden moeten worden bijgesteld. Daardoor is het denkbaar dat hij de afgelopen eeuwen niet lichter is geworden, maar juist zwaarder. Die gewichtstoename kan niet eeuwig doorgaan. Uiteindelijk wordt de witte dwergster zo zwaar, dat hij onder zijn eigen gewicht ineenstort, waardoor een nieuwe, veel grotere explosie optreedt. Bij zo'n supernova-explosie komt tien miljoen keer zo veel energie vrij als bij een 'gewone' nova-explosie. En een groot deel van die energie komt vrij in de vorm van gammastraling. Voor alles wat leeft op onze planeet is het te hopen dat het niet zo ver zal komen. Want zelfs op 3000 lichtjaar afstand kan de uitbarsting van gammastraling verwoestende gevolgen hebben voor de ozonlaag in de aardatmosfeer.
Meer informatie:
The Long Overdue Recurrent Nova T Pyxidis: Soon To Be A Type Ia Supernova?
23 december 2009
Sterrenkundigen hebben ontdekt dat sterren in zogeheten bolvormige sterrenhopen op twee manieren kunnen 'verjongen'. De sterren ondergaan een kosmische 'facelift' door botsingen met soortgenoten of door 'stellair vampirisme' (Nature, 24 december). De sterren in bolhopen zijn doorgaans erg oud: 12 tot 13 miljard jaar. Maar een klein gedeelte van de sterren lijkt aanzienlijk jonger dan de rest. Deze sterren, die blue stragglers ('blauwe nakomers') worden genoemd, zijn duidelijk heter en helderder dan de overige sterren. Het lijken wel kinderen in een bejaardenhuis. Uit onderzoek blijkt dat de blauwe nakomers gewoon net zo oud zijn als de overige sterren in de sterrenhoop. En al tientallen jaren proberen sterrenkundigen erachter te komen hoe zij verjongd zijn. In eerste instantie werd de oorzaak gezocht bij het bestaan van dubbelstersystemen waarin twee sterren op geringe afstand om elkaar heen draaien. In zo'n dubbelster zou de ene ster waterstofgas van de andere ster kunnen 'opzuigen', waardoor hij weer wat meer brandstof te verstoken heeft en heter wordt. Uit het nieuwe onderzoek blijkt echter dat er nóg een manier is om een jeugdige ster te verkrijgen: een botsing tussen twee sterren die in de complete samenvoeging van de beide sterren resulteert. Uit onderzoek van de bolhoop M30 blijkt dat vampirisme en botsingen tot enigszins verschillende blauwe achterblijvers leiden. Bovendien blijken de blauwe nakomers zich met name in het hart van de sterrenhoop te hebben verzameld, wat erop wijst dat deze sterren gemiddeld relatief zwaar zijn. Volgens de onderzoekers heeft zich in M30 één à twee miljard jaar geleden een zogeheten kerncollaps voltrokken. Bij zo'n 'ineenstorting', die in ongeveer tien procent van de bolvormige sterrenhopen is opgetreden, verzamelen zich veel sterren in het hart van de sterrenhoop, waardoor het aantal onderlinge botsingen toeneemt. Tegelijkertijd raken veel normale, wijde dubbelstersystemen zodanig verstoord, dat er meer nauwe dubbelstersystemen ontstaan. Voor het eerst is nu waargenomen welke gevolgen zo'n kerncollaps voor de sterbevolking van een bolhoop heeft.
Meer informatie:
Vampires and collisions rejuvenate stars
Stellar Mosh Pit, Complete With Crashing Stars, Resolves A Mystery
Stars engage in vampirism to look young, hot
21 december 2009
Twee bruine dwergsterren die om de oude reuzenster BD +20 2457 draaien, bewijzen dat de vorming van zulke hemellichamen verbazingwekkend snel kan verlopen. Een bruine dwerg is een klein object dat zo'n beetje het midden houdt tussen een planeet en een gewone ster. Het is voor het eerst dat in de omgeving van een oude, grote ster twee van zulke objecten zijn ontdekt. Over de wijze waarop bruine dwergen ontstaan, bestaat nog steeds onduidelijkheid. Ze kunnen ontstaan zoals sterren dat doen - door het samentrekken van een gaswolk onder invloed van de zwaartekracht - of net als planeten, dus door het samenklonteren van restmaterie die achterblijft rond een normale ster die net gevormd is. Uit het feit dat er nu twee bruine dwergen zijn waargenomen die rond één en dezelfde ster draaien, leiden sterrenkundigen af dat zich in dit geval vrijwel zeker het tweede scenario heeft afgespeeld. Dat laatste is echter om twee redenen opmerkelijk. Op de eerste plaats zou de schijf restmaterie rond ster dan enorm omvangrijk moeten zijn geweest. Uit metingen blijkt namelijk dat de bruine dwergen respectievelijk zeker 21 en 13 keer zo zwaar zijn als Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel. De tweede bijzonderheid betreft de ster BD +20 2457 zelf. Deze is drie keer zo zwaar als de zon en moet oorspronkelijk heel heet zijn geweest. Dat betekent dat de vorming van objecten in zijn omgeving onmogelijk was vanaf het moment dat de ster op volle kracht begon te stralen. En aangezien dat bij een ster van deze omvang al binnen tien miljoen jaar het geval is, kunnen de beide bruine dwergen dus maar heel weinig tijd hebben gehad om hun huidige grote omvang te bereiken.
Meer informatie:
Brown dwarf pair mystifies astronomers
18 december 2009
Een team astronomen onder leiding van de Leidse professor Ewine van Dishoeck heeft met het PACS-instrument op de Herschel-telescoop verrassende eerste resultaten geboekt. Ze namen onder meer spectra (of: vingerafdrukken) van water van de wolk rond L 1157 die duidelijk laten zien waar de ster energie dumpt. Deze piepjonge ster is slechts een klein beetje helderder dan onze eigen zon in zijn kleuterjaren. De vorming van sterren zoals onze zon is een proces dat zich niet in alle rust voltrekt. Terwijl de voorloper-ster groeit, verhit hij zijn omgeving en spuwt 'jets' van gas uit, die door de omringende donkere wolken ploegen. Dat leidt totschokken waarbij veel watermoleculen worden gevormd die nu door Herschel in beeld zijn gebracht.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
16 december 2009
De Europese infraroodsatelliet Herschel heeft een kijkje genomen in het hart van een donkere nevel in het sterrenbeeld Arend. In dit stervormingsgebied zijn een stuk of 700 sterren-in-wording ontdekt. Het complex maakt deel uit van de 'Gould-gordel', een mysterieuze ring van sterren en gaswolken die ons zonnestelsel lijkt te omsingelen. De wolk van gas en stof in de Arend bevindt zich op een afstand van 1000 lichtjaar. Hij bevat zo veel stof dat tot nog toe geen enkele infraroodsatelliet heeft kunnen laten zien wat zich erbinnen afspeelt. Omdat Herschel gevoeliger is voor straling van langere golflengten dan zijn voorgangers, is dat nu voor het eerst wel gelukt. Het onderzoek van de Gould-gordel staat hoog op de takenlijst van Herschel. Ook veertien andere stervormingsgebieden die deel uitmaken van deze ring zullen nader bekeken worden. Hoe de ring precies ontstaan is, is nog onduidelijk. Zeker is wel dat veel van de helderste sterren aan onze hemel, zoals die in het sterrenbeeld Orion, daaruit zijn voortgekomen. Volgens sommige onderzoekers zou hij het resultaat kunnen zijn van de botsing tussen een grote klont donkere materie en een gaswolk in ons deel van het Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Inside the dark heart of the Eagle
Orion's dark secret: Violence shaped the night sky
15 december 2009
Op ongeveer 550 lichtjaar van de aarde is een zonachtige ster bezig zijn laatste adem uit te blazen. De ster, Chi Cygni, is opgezwollen tot een rode reus die zo groot is, dat hij in ons zonnestelsel alle planeten tot en met Mars zou opslokken. Bovendien is hij gaan pulseren als een groot, kloppend hart. Nieuwe gedetailleerde opnamen van het oppervlak van de ster laten zijn pulsaties in ongekend detail zien. Chi Cygni bevindt zich in het stadium dat onze zon over ongeveer vijf miljard jaar zal bereiken. Hij heeft vrijwel alle brandstof in zijn kern verbruikt, en daardoor begint zijn nucleaire motor te sputteren. Als gevolg daarvan zetten zijn buitenlagen uit om vervolgens weer een stukje te krimpen. Het resultaat is een reusachtige, koele ster die met grote regelmaat van helderheid verandert. Elk van zijn pulsen duurt 408 dagen. Met behulp van een drietal betrekkelijk kleine infraroodtelescopen op Mount Hopkins (Arizona, VS), die samen één groot instrument vormen, is het gedrag van Chi Cygni de afgelopen jaren voor het eerst nauwkeurig waargenomen. Daarbij is gebleken dat hij niet alleen forse verschillen in omvang vertoont, maar ook dat hij daarbij duidelijk van uiterlijk verandert. Op zijn kleinst heeft de ster een middellijn van ongeveer 500 miljoen kilometer en verschijnen er heldere bellen van opstijgende plasma aan zijn oppervlak. Op zijn grootst meet hij bijna 800 miljoen kilometer en verdwijnen de heldere plekken weer.
Meer informatie:
Close-Up Photos Of Dying Star Show Our Sun’s Fate
10 december 2009
Waarnemingen aan een zogeheten röntgendubbelster blijken de bestaande ideeën over het gedrag van zulke systemen te bevestigen. Röntgendubbelsterren bestaan uit een normale ster en een zwart gat, die om elkaar heen draaien. De hete materie die van de ster naar het zwarte gat toe spiraalt, en een schijf daaromheen vormt, is een sterke bron van röntgenstraling. Als er veel stermaterie wordt overgedragen, reikt deze schijf bijna tot aan het zwarte gat. Maar als de stroom afneemt, zou de materie die het dichtst bij het zwarte gat zit zo heet moeten worden, dat het binnenste deel van de schijf verdampt. Tot zover de theorie. Om te onderzoeken of dit scenario beetje klopt, heeft een internationaal team van sterrenkundigen met de röntgensatellieten Suzaku en RXTE gekeken naar de röntgendubbelster GX 339-4. Deze bestaat uit een zonachtige ster en een zwart gat van ongeveer tien zonsmassa's, die in minder dan twee dagen om elkaar heen wentelen. GX 339-4 heeft de afgelopen zeven jaar vier grote uitbarstingen vertoond, wat erop duidt dat er grote veranderingen optreden in de materieschijf rond het zwarte gat. Uit de waarnemingen blijkt inderdaad dat op momenten dat de schijf minder röntgenstraling produceert, de binnenrand zich bijna duizend kilometer van het zwarte gat verwijdert.
Meer informatie:
Suzaku Catches Retreat of a Black Hole's Disk
9 december 2009
Amerikaanse sterrenkundigen hebben vlak naast één van de helderste sterren van het sterrenbeeld Grote Beer een nieuw sterretje ontdekt. De heldere ster, Alcor, staat halverwege het 'handvat' van de bekende 'steelpan' van de Grote Beer. Om deze heldere, jonge ster blijkt een rode dwergster te draaien, inmiddels Alcor B gedoopt, die overigens bij lange na niet met het blote oog waarneembaar is. Het sterretje is ontdekt met de 5-meter Hale-telescoop van de Palomar-sterrenwacht in Californië, die kort geleden met nieuwe instrumenten is uitgerust. Eén van de nieuwe hulpmiddelen is een zogeheten coronagraaf, waarmee het felle licht van heldere sterren kan worden afgedekt, zodat naar zwakkere objecten in de directe omgeving ervan gezocht kan worden. Alcor A en B bevinden zich op een afstand van 80 lichtjaar en draaien in ruwweg 90 jaar om elkaar heen.
Meer informatie:
A faint star orbiting the Big Dipper's Alcor discovered
7 december 2009
Een omvangrijk onderzoek met de Europese Very Large Telescope heeft geen einde kunnen maken aan een raadsel rond sterren zoals onze zon. Integendeel: het mysterie is alleen maar groter geworden. Alle sterren van het kaliber zon zwellen aan het einde van hun bestaan op tot koele, rode reuzensterren. Zulke sterren vertonen duidelijke, regelmatige helderheidsveranderingen met een periode van enkele jaren. Aangenomen werd dat deze variaties geheel te danken zijn aan het feit dat de ster pulseert, dat wil zeggen: afwisselend opzwelt en samentrekt. In ongeveer één op de drie gevallen vertoont zo'n rode reus echter nog een extra periodieke variatie met een nog iets langere periode. Om erachter te komen hoe die extra helderheidsvariatie ontstaat, zijn de afgelopen tweeënhalf jaar 58 van die sterren nauwgezet gevolgd. De resultaten van dat onderzoek kunnen echter niet met het pulseren van de sterren in overeenstemming worden gebracht. Ook de mogelijkheid dat de sterren deel uitmaken van dubbelstersystemen wordt uitgesloten geacht. Maar wat de onverklaarbare variaties ook moge veroorzaken, vaststaat dat ze gepaard gaan met massaverlies: de rode reuzen stoten forse hoeveelheden materie uit.
Meer informatie:
Brightness Variations of Sun-like Stars: The Mystery Deepens
7 december 2009
Utrechtse en Japanse onderzoekers hebben een nevel rond een magnetar (een ultramagnetische pulsar) ontdekt. Pulsars zijn snel roterende neutronensterren, die door hun sterke magneetveld worden afgeremd en daarbij tot hoge energieën versnelde elektronen hun omgeving inblazen. Hierdoor ontstaat een nevel die kan worden waargenomen met radio-, optische en röntgentelescopen. Deze 'pulsarwindnevels' kunnen zeer helder zijn, zoals de bekende Krabnevel. De ontdekking wordt binnenkort gepubliceerd in het Amerikaanse vakblad The Astrophysical Journal Letters. Tot nog toe was het niet duidelijk waarom de magnetars geen nevel leken te hebben. De waargenomen magnetars roteren weliswaar langzamer dan de meeste pulsars (ze draaien gemiddeld één tot twee maal per tien seconden om hun as, tegen pulsars zo'n tien tot honderd maal per seconde), maar dit komt doordat ze in het verleden veel sterker zijn afgeremd dan normale pulsars, juist door hun sterke magneetveld. Er is zelfs een populaire theorie die stelt dat magnetars geboren zijn met extreem snelle rotaties van wel zo'n duizend maal per seconde. Dus ook al draaien de waargenomen magnetars nu langzaam, in het verleden zouden ze juist heel efficiënt een nevel hebben moeten kunnen maken. Nu er voor het eerst een nevel gevonden is, rond de magnetar 1E1547-5408, is het mogelijk de kwestie rond de beginrotaties van magnetars verder te onderzoeken. De nevel is zwak en tot dusver alleen goed waargenomen met behulp van NASA's röntgensatelliet Chandra. 'Deze magnetar is de snelst draaiende van alle bekende magnetars, en dit zou wel eens de reden kunnen zijn dat juist deze magnetar een nevel blijkt te hebben', zegt Jacco Vink, sterrenkundige verbonden aan de Universiteit Utrecht en eerste auteur van het artikel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
4 december 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft voor het eerst nauwkeurig de afstand van de aarde tot een zwart gat gemeten. Zonder terug te hoeven vallen op rekenmodellen kwamen de onderzoekers uit op een afstand van 7.800 lichtjaar, veel dichterbij dan tot nu toe werd aangenomen. De onderzoekers bereikten deze doorbraak door de radiostraling van het zwarte gat en zijn begeleider - een stervende ster - te meten. Door de veel kleinere foutmarge (< 6%), krijgen sterrenkundigen een beter beeld van onder meer het ontstaan van zwarte gaten. Verder is een exacte afstand van belang voor metingen van de 'spin' van een zwart gat.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
3 december 2009
Astronomen hebben met behulp van het MAD-instrument op de Europese Very Large Telescope in Chili de jonge sterrenhoop Trumpler 14 zeer gedetailleerd gefotografeerd. Voor de foto is gebruik gemaakt van een geavanceerde methode van adaptieve optiek, waarmee atmosferische verstoringen kunnen worden gecorrigeerd. Dankzij de hoge kwaliteit van de MAD-beelden hebben de astronomen een prachtig familieportret kunnen maken. Ze ontdekten dat Trumpler 14 niet alleen de jongste - met een nieuwe geschatte leeftijd van slechts 500.000 jaar -, maar ook de dichtstbevolkte sterrenhoop in de zogeheten Carinanevel is. De astronomen hebben 2000 sterren geteld in de nieuwe opname, in zwaarte variërend van minder dan eentiende tot vele tientallen malen de massa van onze eigen zon. En dat in een gebied dat slechts ongeveer 6 lichtjaar beslaat - minder dan twee keer de afstand van de zon tot zijn naaste stellaire buur. De meest prominente ster is de superreus HD 93129A, een van de helderste sterren in de Melkweg. Deze gigant is naar schatting 80 zonsmassa's zwaar en zo'n 2,5 miljoen keer helderder dan de zon. Hij maakt met een andere heldere zware ster deel uit van een dubbelster. Trumpler 14 bevat verscheidene wit-blauwe, hete, zware sterren, waarvan het ultraviolette licht en de sterrenwind het omringende stof en gas wegduwen en opwarmen. Dergelijke zware sterren verbranden in hoog tempo hun royale voorraden brandstof en bestaan daarom slechts kort. Deze reuzensterren zullen hun korte leven over een paar miljoen jaar beëindigen in een supernova-explosie.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Stellar Family Portrait Takes Imaging Technique to New Extremes
1 december 2009
Op de nieuwe website Chromoscope is een overzicht van de complete hemel te zien. De gebruiker kan in- en uitzoomen, en scrollen, maar dat is niet alles. Je kunt de sterrenhemel namelijk ook door een hele andere bril bekijken: op gamma-, röntgen, H-alfa-, infrarode, microgolf- en radiogolflengten. Zo krijg je een goede indruk van de grote verschillen die tussen de verschillende golflengtegebieden optreden. Er is ook een zoekfunctie waarmee meer informatie over interessante objecten kan worden verkregen. De hele website (exclusief zoekfunctie) kan ook naar de eigen pc worden gedownload, zodat hij ook zonder internettoegang kan worden gebruikt.
Meer informatie:
Chromoscope
Quick Tour of Chromoscope
1 december 2009
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een detailopname gemaakt van de zogeheten Irisnevel. Dat is een stofrijke gasnevel die het licht van een naburige ster weerkaatst. Hoewel nevels als deze er vanaf de aarde tamelijk massief uit zien, zijn ze dat bepaald niet. Zo'n stofnevel kan nog het best worden vergeleken met een uiterst ijle rookwolk, bestaande uit deeltjes die honderd keer zo klein zijn als de stofdeeltjes die we thuis aantreffen. Zowel voor als achter de stofnevel zijn sterren te zien. Door onderzoek van dit soort nevels hopen sterrenkundigen erachter te komen uit welke ingrediënten het materieel bestaat waaruit uiteindelijk nieuwe sterren geboren worden. De Irisnevel bevindt zich in het sterrenbeeld Cepheus, op een afstand van 1400 lichtjaar.
Meer informatie:
Blushing dusty nebula
26 november 2009
De Amerikaanse gammasatelliet Fermi heeft voor het eerst energierijke gammastraling waargenomen van het raadselachtige dubbelstersysteem Cygnus X-3 (ScienceXpress, 26 november). Deze dubbelster bestaat uit een zware, hete ster en een compact object die om elkaar heen draaien. Wat dat compacte object precies is, staat nog niet vast: het kan een zogeheten neutronenster zijn, maar waarschijnlijk is het een zwart gat. De 'normale' ster verliest voortdurend materie aan zijn begeleider. Een groot deel van die materie wordt door het vermoedelijke zwarte gat opgeslokt, maar een deel ervan wordt in de vorm van twee smalle bundels van energierijke deeltjes (jet) de ruimte in geblazen. Zulke dubbelstersystemen worden ook wel microquasars genoemd, naar hun veel grotere soortgenoten die schuilgaan in de kernen van verre sterrenstelsels. Cygnus X-3 is in 1966 ontdekt en stond al bekend als een sterke bron van röntgenstraling.
Meer informatie:
Fermi Telescope Peers Deep into Microquasar
25 november 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft vastgesteld dat een compacte verzameling van sterren in de centrale verdikking van ons Melkwegstelsel waarschijnlijk het overblijfsel is van een klein sterrenstelsel dat door het onze is opgeslokt (Nature, 26 november). De bolvormige sterrenhoop, die de aanduiding Terzan 5 draagt, bestaat niet uit sterren van min of meer gelijke leeftijd, zoals andere sterrenhopen van dit type. In plaats daarvan zijn de sterren verspreid over twee perioden ontstaan: ongeveer 12 miljard jaar geleden en 6 miljard jaar geleden. Uit de waarnemingen, die gedaan zijn met de Europese Very Large Telescope in Chili, blijkt verder dat Terzan 5 meer sterren bevat dan tot nog toe werd gedacht. Er is voor zover bekend slechts één andere bolvormige sterrenhoop die dezelfde eigenschappen vertoont: Omega Centauri. En ook die wordt beschouwd als het overblijfsel van een opgeslokt sterrenstelsel.
Meer informatie:
Cosmic 'Dig' Reveals Vestiges of the Milky Way's Building Blocks
23 november 2009
Mede dankzij de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer zijn twee bijzondere bruine dwergsterren ontdekt: de jongste die tot nog toe zijn waargenomen. Bruine dwergen worden wel mislukte sterren genoemd, omdat ze te klein en te koel zijn voor een ster, maar ook te groot en te heet voor een planeet. Sterrenkundigen worstelen al geruime tijd met de vraag of deze objecten ontstaan zoals sterren dat doen of zoals planeten. In het eerste geval zijn ze het directe resultaat van het samentrekken van een (betrekkelijk kleine) gaswolk, in het tweede geval ontstaan ze uit de schijf van materie rond een ster van normale omvang. De bruine dwergen die nu zijn opgespoord, bevinden zich in een donkere wolk van gas en stof die bekendstaat onder de 'naam' Barnard 213. Uit infraroodwaarnemingen met de Spitzer-satelliet en telescopen op aarde blijkt dat de eigenschappen van de straling die de beide jonge bruine dwergen produceren nog het meest lijken op die van zeer jonge, lichte sterren.
Meer informatie:
Spitzer Telescope Observes Baby Brown Dwarf
22 november 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder leiding van de Utrechtse promovenda Selma de Mink, wijst dubbelsterren aan als hoofdverdachten voor de 'vervuiling' in bolvormige sterhopen. Rond onze Melkweg cirkelen ongeveer 150 bolvormige sterhopen, clusters van honderdduizenden sterren die door elkaars zwaartekracht bij elkaar blijven. Deze bolhopen bevatten de oudste sterren in de Melkweg. Een groot deel van de sterren in zulke clusters hebben een eigenaardige chemische samenstelling. Ze bevatten veel meer stikstof, natrium en aluminium dan normaal. Deze oude sterren zijn niet zwaar genoeg om zelf deze elementen te produceren. Daarom wordt verondersteld dat een eerdere generatie zwaardere sterren deze elementen heeft gevormd en de sterhoop ermee heeft vervuild. Tot nu toe werden twee soorten sterren verdacht de oorzaak te zijn: zogenoemde rode reuzen en snel roterende sterren. Voor geen van beide verdachten was echter hard bewijs. De rode reuzen lijken niet genoeg natrium te maken. Snel roterende sterren zijn zo zeldzaam dat het onwaarschijnlijk is dat ze de oorzaak zijn van vervuiling op zo grote schaal. Desalniettemin voerden voor- en tegenstanders van beide ideeën heftige discussies op conferenties en in de wetenschappelijke literatuur; alleen al in 2009 verschenen tientallen publicaties over dit onderwerp. In een artikel dat deze week in Astronomy & Astrophysics is verschenen beargumenteren bovengenoemde sterrenkundigen dat zware dubbelsterren de 'hoofdverdachten' zijn. Deze kunnen zeer efficiënt materiaal afscheiden met dezelfde eigenaardige chemische samenstelling. In het centrum van bolhopen is de dichtheid aan sterren zo hoog, dat zelfs botsingen tussen sterren niet ongebruikelijk zijn. Daarom is het aannemelijk dat vrijwel alle zware sterren tijdens hun leven een interactie aangaan met een andere ster, en een dubbelster vormen, waarbij een van de sterren zijn natriumrijke mantel verliest en de lichtere sterren in de omgeving vervuilt.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
20 november 2009
Japanse sterrenkundigen hebben met behulp van de Subaru-telescoop op Hawaï infraroodopnamen gemaakt van de materieschijf rond een de zware ster HD 200775 (Astrophysical Journal, 20 november). Het is voor het eerst dat een zware ster zo vroeg in zijn ontstaansproces zo gedetailleerd is waargenomen. Zware sterren, dat wil zeggen: sterren die meer dan acht keer zo zwaar zijn als de zon, zijn bij hun geboorte gehuld in dichte wolken van gas en stof. We krijgen deze sterren in feite pas te zien als ze dat omhulsel zelf hebben weggeblazen. Hierdoor was lang onduidelijk hoe zulke zware sterren nu precies ontstaan: uit een ronddraaiende schijf van materie, zoals hun lichtere soortgenoten, of door het samensmelten van verscheidene kleinere sterren? Het antwoord moet komen uit waarnemingen op golflengten waar je minder last hebt van het stof dat deze sterren aan het zicht onttrekt, zoals het infrarood. De nieuwe Subaru-opnamen lijken erop te wijzen dat in elk geval sommige zware sterren op de gebruikelijk manier ontstaan. HD 200775 blijkt een compacte dubbelster te zijn, die een ster van minstens 10 zonsmassa's bevat en in zijn geheel omgeven is door een circumstellaire schijf.
Meer informatie:
Infrared Image Of Circumstellar Disk Illuminates Massive Star Formation Process
17 november 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Paul Groot en Gijs Nelemans van de Universiteit Nijmegen, heeft een 'vampier-ster' waargenomen die mogelijk op ontploffen staat (The Astrophysical Journal, 20 november). Het object, dat de aanduiding V445 Puppis draagt, is een dubbelster waarin een normale ster materie overdraagt aan een witte dwergster. Van witte dwergen is bekend dat ze, zodra een bepaalde kritische massa wordt overschreden, een supernova-explosie kunnen veroorzaken. V445 heeft in november 2000 al een forse uitbarsting laten zien, waarbij hij 250 keer zo helder werd als voorheen en grote hoeveelheden gas afstootte. Onduidelijk is nog in hoeverre daarbij zo veel massa is kwijtgeraakt, dat een supernova-explosie voorlopig is voorkomen. Zeker is wel dat de witte dwergster aan de zware kant is en nog steeds materie van zijn begeleider opslokt. De eventuele supernova-explosie zou overigens op veilige afstand van de aarde plaatsvinden, want de afstand van V445 wordt geschat op 25.000 lichtjaar.
Meer informatie:
Ticking Stellar Time Bomb Identified
Astronomen zien uitdijende kandidaat-voorloper van type Ia supernova
16 november 2009
Amerikaanse radiosterrenkundigen hebben twee jaar lang het wel en wee van een jonge, zware ster in het sterrenbeeld Orion gevolgd. Dit sterrenbeeld is bekend om zijn rijke stervormingsgebieden, maar anders dan bijvoorbeeld de befaamde Orionnevel, is de nu onderzochte ster - 'Source 1' - niet waarneembaar met een normale telescoop. Net als veel andere jonge, zware sterren is hij namelijk gehuld in dichte wolken van gas en stof. Dat is ook de reden waarom het onderzoek van de geboorte van zware sterren nog in zijn kinderschoenen staat. Met behulp van radiotelescopen kan dwars door dat stof heen worden gekeken. Door verscheidene radiotelescopen op grote onderlinge afstanden met elkaar te verbinden, zoals hier is gebeurd, kunnen bovendien beelden worden verkregen die scherper zijn dan de foto's die met de Hubble-ruimtetelescoop worden gemaakt. Op de beelden is te zien hoe gaswolken rond de jonge ster zwermen en ander gas van de ster weg stroomt.
Meer informatie:
Close-Up Movie Shows Hidden Details In The Birth Of Super-Suns;
11 november 2009
De Ster van Kapteyn, die net in de top 25 van meest nabije sterren staat, hoort hier eigenlijk niet. Dat schrijft Elizabeth Wylie-de Boer van de Mount Stromlo-sterrenwacht (Australië) in een komend nummer van de Astronomical Journal. Dat er met deze ster iets bijzonders aan de hand is, was al langer duidelijk. De befaamde Nederlandse sterrenkundige Jacobus Kapteyn, die de later naar hem genoemde ster in 1897 catalogiseerde, stelde vast dat de ster zich met grote snelheid verplaatst ten opzichte van naburige sterren. En dat niet alleen: hij beweegt nog tegen de stroom in ook. Er zijn meer van zulke 'retrograde' sterren, en uit het onderzoek van Wylie-de Boer blijkt dat veertien van deze sterren precies dezelfde chemische samenstelling vertonen als de grote bolvormige sterrenhoop Omega Centauri. Het sterke vermoeden bestaat dat Omega Centauri het restant is van een klein sterrenstelsel dat door ons Melkwegstelsel is opgeslokt. Een paar van de op hol geslagen sterren van dat dwergstelsel zijn blijkbaar in ons deel van het Melkwegstelsel beland, waarvan de Ster van Kapteyn er één is.
Meer informatie:
Backward star ain't from around here
10 november 2009
Ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde hebben de drie grote ruimtetelescopen van NASA (Spitzer, Chandra en Hubble) opnamen gemaakt van het turbulente hart van ons Melkwegstelsel. Op basis van deze opnamen in het infrarood, röntgen en zichtbaar licht is één gedetailleerde afbeelding samengesteld. De samengestelde foto toont de verschillende aspecten van de stervorming in het melkwegstelsel: gebieden waar sterren geboren worden, jonge hete sterren, oude koele sterren en stellaire zwarte gaten. En natuurlijk ook de hete omgeving van het bijna 4 miljoen zonsmassa's zware zwarte gat dat zich in het hart schuilhoudt. Meer dan 150 planetaria, musea en scholen in de VS hebben een ongeveer 1 bij 2 meter grote afdruk van de foto gekregen.
Meer informatie:
NASA's Great Observatories Celebrate International Year of Astronomy
5 november 2009
Het Europese sterrenkundevakblad Astronomy & Astrophysics publiceert binnenkort een artikel waaraan is meegewerkt door drie middelbare scholieren uit Duitsland. Joshua Zachmann, Alexander-Maria Ploch en Sang Paik werkten samen met hun natuurkundeleraar Jens Diese en de astronoom Klaus Beuermann aan het ontraadselen van een zogeheten cataclysimisch veranderlijke ster. In zo'n (dubbel-)ster stroomt gas over van de hoofdster naar de kleinere begeleider, een witte dwerg. De twee sterren draaien op kleine afstand en in extreem korte tijd om elkaar heen. Met behulp van een op afstand bedienbare telescoop in Texas zijn nauwkeurige helderheidsmetingen verrricht aan de cataclysmisch veranderlijke ster EK Ursae Majoris in het sterrenbeeld Grote Beer. Daaruit kon de omlooptijd van de dubbelster bepaald worden met een nauwkeurigheid van een tiende milliseconde.
Meer informatie:
High-School Students Publish Research on Cataclysmic Variable Stars
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 november 2009
De neutronenster in het centrum van de supernovarest Cassiopeia A heeft waarschijnlijk een dunne 'dampkring' van koolstof. Neutronensterren zijn de compacte, snel roterende overblijfselen van zware sterren die aan het eind van hun leven exploderen als supernova. In het centrum van Cassiopeia A - de uitdijende gasschil die het resultaat is van zo'n supernova-explosie - werd tien jaar geleden door het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory inderdaad een zwakke bron van röntgenstraling gevonden. Het gaat zo goed als zeker om de neutronenster die bij de explosie werd gevormd.
Sterrenkundigen hadden echter verwacht dat de röntgenstraling van deze neutronenster snelle pulsaties zou vertonen, als gevolg van de snelle rotatie van het compacte hemellichaam, dat een middellijn van niet meer dan 25 kilometer heeft maar zwaarder is dan de zon. Volgens Wynn Ho van de Universiteit van Southampton en zijn collega's kan de afwezigheid van die röntgenpulsaties verklaard worden door aan te nemen dat de neutronenster een dunne 'dampkring' van koolstof heeft.
Die 'dampkring' zou dan een dikte van slechts tien centimeter hebben, een druk die tien keer zo hoog is als de druk in de kern van de aarde, en een dichtheid gelijk aan die van diamant. Het zwaartekrachtsveld aan het oppervlak van een neutronenster is honderd miljard keer zo groot als het zwaartekrachtsveld van de aarde.
Meer informatie:
Carbon Atmosphere Discovered on Neutron Star
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 november 2009
De Amsterdamse sterrenkundige Anna Watts (UvA) en haar Amerikaanse collega Andrew Steiner (Michigan State University) hebben ontdekt dat trillingen op magnetars als gevolg van sterbevingen, verband houden met bewegingen van de korst en niet met activiteit in de kern van de neutronenster. Ze stellen dat de atoomkernen in de korst van de magnetar minder protonen en meer neutronen bevatten dan eerder werd gedacht. De onderzoeksresultaten zijn op 30 oktober gepubliceerd in Physical Review Letters.
Magnetars zijn jonge neutronensterren met een ultra-sterk magnetisch veld, zo.n 10 miljard keer sterker dan dat van de aarde. Ze vormen de krachtigste magneten in de kosmos. Ze ontstaan nadat een zware ster in een supernova-explosie aan het einde van zijn leven is gekomen. De laagfrequente röntgenstraling komt vrij wanneer magnetars krachtige seismische erupties ondergaan, die sterbevingen worden genoemd, waarbij de hele ster trilt. Net zoals geologen de trillingen tijdens aardbevingen kunnen gebruiken om de interne structuur van de aarde te achterhalen, vertellen sterbevingen iets over de structuur van een ster. Een sterbeving ontstaat door het snelle verval van het sterke magnetische veld van een magnetar. Daardoor scheurt de dichte, harde korst en volgt een uitbarsting van gamma- of röntgenstraling. Volgens recente simulaties is de korst van een neutronenster 10 miljard keer zo sterk als staal.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 oktober 2009
Met telescopen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) zijn nieuwe, spectaculaire foto's gemaakt van een open sterrenhoop in het sterrenbeeld Zuiderkruis. Het gaat om NGC 4755, ook wel de Kappa Crucis-cluster of de 'Juwelendoos' genoemd. De bijnaam verwijst naar het kleurrijke, fonkelende uiterlijk van de sterrenhoop, die vanaf het zuidelijk halfrond met het blote oog zichtbaar is. De sterrenhoop staat op een afstand van 6400 lichtjaar. De kosmische Juwelendoos is gefotografeerd met de 2,2-meter telescoop op de Europese sterrenwacht op La Silla, en met de Very Large Telescope op Paranal. Ook de Hubble Space Telescope heeft opnamen van de sterrenhoop gemaakt, onder andere op ultraviolette golflengten.
Meer informatie:
Opening up a Colourful Cosmic Jewel Box
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 oktober 2009
De Europese infraroodsatelliet Herschel heeft begin september met twee van zijn instrumenten een detailrijke testopname gemaakt van een deel van de melkweg. Het betreft een gebiedje van twee bij twee graden in het sterrenbeeld Zuiderkruis. Dit hemelgebied is zeer geschikt voor het testen van infraroodinstrumenten, omdat het rijk is aan stervormingsgebieden die veel infraroodstraling uitzenden. Uit de Herschel-opnamen blijkt dat het hier aanwezige gas veel meer in beroering is dan aanvankelijk werd gedacht.
Meer informatie:
New Herschel images reveal previously unseen detail in the Milky Way
28 september 2009
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) heeft het derde en laatste van drie fotomozaïeken van het Melkwegstelsel online gezet. Dit 370 miljoen pixels tellende mozaïek, samengesteld uit opnamen die met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop op La Silla (Chili) zijn gemaakt, toont het indrukwekkende stervormingsgebied van de zogeheten Lagunenevel. Deze gasnevel beslaat aan de hemel een gebied dat in oppervlak achtmaal zo groot is als de volle maan. In werkelijkheid is de Lagunenevel ongeveer 100 lichtjaar groot; hij bevindt zich op een afstand van vier- à vijfduizend lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Sagittarius. ESO's melkwegtrologie gecreëerd in het kader van het GigaGalaxyZoom-project, dat onderdeel is van de activiteiten rond het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde.
Meer informatie:
The Trilogy is Complete — GigaGalaxy Zoom Phase 3
GigaGalaxy Zoom
23 september 2009
Alles wijst erop dat de evolutie van subdwerg B-sterren te begrijpen is met behulp van asteroseismologie, de studie van pulserende sterren. Het promotieonderzoek van sterrenkundige Haili Hu, die op 6 oktober promoveert aan de Radboud Universiteit Nijmegen (en tegelijkertijd ook aan de Katholieke Universiteit Leuven), maakt dat duidelijk. Eerste metingen, vanaf de aarde, bevestigen haar theorie.
Hu's onderzoek is van belang omdat tot op heden weinig bekend is over de ontstaansgeschiedenis van subdwerg B-sterren. Dit is een categorie sterren die door haar afwijkingen van de 'standaardster' meer inzicht kan bieden in de evolutie van sterren. En wie daar meer over weet, weet meer over de evolutie van het leven, de aarde, het heelal. Want de oerknal was het begin, maar pas in de afkoeling daarna zijn sterren ontstaan, die elementaire bouwstoffen voor alle leven opleverden.
Uit huidige en toekomstige ruimtemissies zullen preciezere asteroseismologische gegevens voortkomen, over onder meer de subdwerg B-sterren, omdat in de ruimte met minder storing gemeten kan worden. Haili Hu zit zelf in een team dat de metingen van de Keplermissie (gelanceerd in maart 2009) aan subdwerg B-sterren en andere compacte sterren bestudeert.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 september 2009
Lucas Bolyard, een middelbare scholier uit Clarksburg, West Virginia, heeft een mysterieuze neutronenster ontdekt. Het gaat om een zogeheten 'rotating radio transient' - een compacte, snel roterende ster die slechts heel incidenteel een krachtige puls van radiostraling uitzendt. De eerste rotating radio transients (RRATs) werden in 2006 ontdekt; er zijn er pas een stuk of dertig bekend. Waarom de pulsen niet bij elke rotatie van de neutronenster zichtbaar zijn, zoals bij 'gewone' radiopulsars, is niet bekend.
Bolyard ontdekte de puls van radiostraling in metingen die verricht zijn met de 100-meter Green Bank-radiotelescoop in West Virginia. Radioastronomen van het National Radio Astronomy Observatory hebben deze metingen beschikbaar gemaakt in een samenwerkingsproject met universiteiten en middelbare scholen in de omgeving, zodat scholieren en studenten ervaring kunnen opdoen met wetenschappelijke projecten en het analyseren van waarnemingsgegevens.
Meer informatie:
High-School Student Discovers Strange Astronomical Object
Green Bank Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 september 2009
De tweede van drie fotomozaïeken van het Melkwegstelsel is gepubliceerd door de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO). De opname is samengesteld uit 1200 afzonderlijke foto's, gemaakt door astrofotograaf Stéphane Guisard. Het mozaïek beslaat in totaal 340 miljoen pixels. De nieuwe foto toont de centrale delen van het Melkwegstelsel, met het zeer opvallende, kleurrijke stervormingsgebied Rho Ophiuchi. De Melkwegpanorama's zijn gecreëerd in het kader van het GigaGalaxyZoom-project. Volgende week publiceert ESO de derde en laatste Melkwegfoto.
Meer informatie:
Zooming to the centre of the Milky Way — GigaGalaxy Zoom phase 2
GigaGalaxyZoom
Website van Stéphane Guisard
Hogeresolutieversie (27 MB TIFF)
Filmpje dat inzoomt op M4
Filmpje dat inzoomt op M8
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 september 2009
Een internationaal team onder leiding van Leidse sterrenkundigen heeft ontdekt waardoor de twee sterren van dubbelster DI Hercules zo bizar om elkaar heen bewegen. De twee sterren, die in 10 dagen om elkaar heen draaien, liggen zeer verrassend allebei op hun kant met hun draaiingsas bijna 90 graden uit het lood, wat niet voor mogelijk werd gehouden. Het verklaart de rare baanbewegingen die al 30 jaar geleden voor deze dubbelster waren waargenomen, en die zelfs voor Einstein's relativiteitstheorie ooit een probleem vormden. De onderzoekers publiceren hun resultaat donderdag 17 september in Nature.
De dubbelster, DI Herculis, staat op een afstand van 2000 lichtjaar in het sterrenbeeld Hercules. Al in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn er afwijkende baanbewegingen voor deze sterren gevonden, die ogenschijnlijk in strijd zijn met de relativiteitstheorie van Einstein. De relativiteitstheorie voorspelt dat de oriëntatie van de ster- en planeetbanen in de loop van de tijd verandert, een effect dat voor het eerst in 1915 door Albert Einstein werd verklaard voor de baan van Mercurius. Dit betekende toen een grote doorbraak voor zijn relativiteitstheorie. Voor DI Herculis bleken de berekeningen voor dit effect niet te kloppen, waarna is geopperd dat Einstein's theorieën misschien niet gelden onder de extreme omstandigheden van deze dubbelster.
De Leidse onderzoekers hebben nu ontdekt waardoor deze discrepantie wordt veroorzaakt, en hebben daarmee het 30 jaar oude raadsel opgelost. "De oorzaak is dat beide sterren zeer ver uit het lood staan, en zelf met hun draaingsas bijna onder een haakse hoek ten opzichte van het baanvlak staan", zegt Simon Albrecht, de Leidse oud-promovendus die sinds kort met een prestigieuze NWO Rubicon fellowship aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) werkt. "Door de snelle rotatie van de sterren zijn deze afgeplat in een richting vrijwel loodrecht op het baanvlak. Deze bizarre configuratie zorgt ervoor dat het relativistische effect wordt tegengewerkt", aldus Albrecht.
"Alhoewel het oude raadsel hiermee de wereld is uitgeholpen, zitten we wel met een nieuw probleem", zegt mede-onderzoeker Ignas Snellen. "Hoe komt het dat deze sterren op deze vreemde manier rondtollen? We hebben een redelijk inzicht in het ontstaan van dubbelstersystemen, maar we verwachten dat de rotatie-assen van beide sterren en de baan-as dezelfde richting opstaan." Het antwoord ligt mogelijk in een nog niet waargenomen derde ster in hetzelfde systeem, die de banen van de twee andere sterren heeft verstoord. Nieuw onderzoek zal dit moeten uitwijzen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht MIT
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 september 2009
In het kader van het GigaGalaxy Zoom project, onderdeel van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde 2009, heeft de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) een 360 graden-panorama van het Melkwegstelsel gepubliceerd. Het panorama is samengesteld uit talloze afzonderlijke opnamen, gemaakt in een periode van enkele maanden door de Franse astrofotograaf Serge Brunier. Omdat de zon en de aarde zich in de buitengebieden van het Melkwegstelsel bevinden, zien we het stelsel in zijaanzicht. De centrale verdikking (met veel oude sterren) en de donkere stofwolken in het vlak van het Melkwegstelsel zijn duidelijk zichtbaar, evenals de twee Magelhaense Wolken, de relatief kleine begeleiders van de Melkweg (rechtsonder).
Meer informatie:
ESO unveils an amazing, interactive, 360-degree panoramic view of the entire night sky
Hogeresolutieversie van het panorama
Video 'Voyage in the Milky Way'
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
9 september 2009
Krachtige magnetische velden spelen een belangrijker rol bij de geboorte van nieuwe sterren dan tot dusver algemeen werd aangenomen. Dat blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse astronoom Hua-bai Li en zijn collega's. Zij maten de sterkte en de richting van het magnetisch veld in vijfentwintig compacte wolkjes in stervormingsgebieden op duizenden lichtjaren afstand van de aarde. Uit elk compact wolkje zal in de toekomst een ster ontstaan. Bij dat proces wordt de aantrekkende werking van de zwaartekracht tegengewerkt door magnetische velden en turbulentie. Li en zijn collega's ontdekten dat de magnetische velden van verschillende compacte wolkjes in hetzelfde stervormingsgebied vaak dezelfde oriëntatie vertonen. Dat wijst erop dat turbulentie in zo'n stervormingsgebied geen al te grote rol speelt. Kennelijk is de invloed van krachtige magnetische velden veel groter.
Meer informatie:
Magnetic Fields Play Larger Role in Star Formation than Previously Thought
Vakpublicatie over het onderzoek.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 september 2009
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton is een witte dwergster ontdekt die binnen enkele miljoenen jaren als supernova zal ontploffen (Science, 4 september). De witte dwerg, het compacte restant van een ster die aan het einde van zijn normale bestaan is gekomen, draait om een relatief nabije ster die de aanduiding HD 49798 draagt. Al in 1997 werd ontdekt dat 'iets' in de omgeving van deze ster röntgenstraling uitzendt. Maar nu pas is duidelijk geworden wat dat is: een witte dwerg dus. Uit metingen met XMM-Newton blijkt dat de dwergster 1,3 maal zo zwaar is als onze zon - ruimschoots zwaarder dan de gemiddelde witte dwerg. Die grote massa, en het feit dat de dwerg bijna vijf keer per minuut om zijn as tolt, wijst er op dat hij bezig is materie van de naburige normale ster op te slokken. Zodra de massa van de witte dwerg de kritieke waarde van 1,4 zonsmassa bereikt, zal hij onder zijn eigen gewicht instorten tot een neutronenster. Dat gaat gepaard met een enorme explosie die op aarde een spectaculaire hemelverschijning zal geven. Nog een miljard nachtjes slapen...
Meer informatie:
XMM-Newton Uncovers A Celestial Rosetta Stone
2 september 2009
Onderzoekers van de universiteit van Georgia (VS) hebben ontdekt dat sommige gaswolken tussen de sterren naftaleen bevatten. Dat is op aarde het belangrijkste bestanddeel van mottenballen. De gaswolken waar het om gaat zenden infraroodstraling op ongebruikelijke golflengten uit, en tot nu toe was onduidelijk door welke specifieke moleculen deze straling wordt geproduceerd. Uit laboratoriumonderzoek is nu gebleken dat een deel van de infraroodstraling afkomstig is van naftaleenmoleculen die van een extra waterstofkern (proton)voorzien zijn. Dat er naftaleen in interstellaire gaswolken zit, komt niet echt als een verrassing. Naftaleenmoleculen bestaan geheel uit waterstof- en koolstofatomen, en beide zijn rijkelijk aanwezig in de ruimte. Overigens kan het naftaleen niet het gehele infraroodspectrum van de gaswolken verklaren. Vermoedelijk komt de rest voor rekening van andere koolwaterstoffen waar zich extra waterstofkernen aan gebonden hebben.
Meer informatie:
University of Georgia researchers show component of mothballs is present in deep-space clouds;
31 augustus 2009
Rond ons Melkwegstelsel cirkelen ten minste enkele tientallen kleinere sterrenstelsels. Het lijkt vrijwel onvermijdelijk dat deze ooit met ons stelsel in botsing komen. Maar heeft dat ook nadelige gevolgen? Volgens sterrenkundigen van Ohio State University niet: ook na zulke botsingen behoudt ons Melkwegstelsel zijn schijfvorm. Wel zou de schijf, die uit honderden miljarden sterren bestaat, in dikte toenemen, mate name langs de buitenrand. Een en ander blijkt uit computersimulaties waarin zo realistisch mogelijk werd nagebootst wat er gebeurt als er een dwergstelsel ter grootte van bijvoorbeeld de Grote Magelhaense Wolk in botsing komt met een spiraalstelsel als het onze. Uit die simulaties blijkt dat zo'n botsing geen eenmalige gebeurtenis is. Het dwergstelsel passeert de schijf van het spiraalstelsel vele malen, en verliest daarbij steeds meer sterren en gas. Het wordt als het ware geabsorbeerd door het grote stelsel.
Meer informatie:
Milky Way Doomed To Be Destroyed By Galactic Bombardment? Probably Not, Study Says
26 augustus 2009
Met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop op de Chileense berg La Silla is een gedetailleerde overzichtsfoto gemaakt van de zogeheten Trifidnevel. De Trifidnevel is een bekende, kleurrijke stellaire kraamkamer in het sterrenbeeld Boogschutter. De hitte en sterrenwinden van de daarin aanwezige jonge sterren hebben het omringende gas en stof hevig in beroering gebracht. De gas- en stofwolken van de Trifidnevel zijn duidelijk verschillend van kleur. De blauwe delen zijn zogeheten reflectienevels, waarin stofdeeltjes het licht van naburige hete, blauwe sterren eenvoudig verstrooien. De rode delen van de nevel zijn emissienevels: deze worden zodanig verhit door de honderden jonge sterren ter plaatse, dat het gas zelf aan het gloeien wordt gebracht. En ten slotte zijn er nog de donkere banden die de Trifidnevel doorkruisen. Dat zijn wolken van gas en stof die bezig zijn met samentrekken, wat uiteindelijk tot de vorming van nieuwe sterren leidt.
Meer informatie:
Trifid Triple Treat;
20 augustus 2009
Met de Japanse Subaru-telescoop op de Mauna Kea (Hawaï) is de chemische samenstelling van de ster BD+44 493 vastgesteld. BD+44 493 is een zogeheten metaalarme ster. Dat betekent dat hij weinig elementen zwaarder dan helium bevat. Zulke sterren moeten volgens de huidige inzichten zijn ontstaan toen het heelal nog vrijwel uitsluitend waterstof en helium bevatte. Zwaardere elementen zijn pas gevormd door de eerste generaties sterren. Dat betekent dus dat BD+44 493, die deel uitmaakt van ons Melkwegstelsel, een zeer oude ster is. Sterrenkundigen zijn zeer geïnteresseerd in zulke sterren, omdat ze inzicht kunnen geven in de eigenschappen van de eerste sterren die ons heelal bevolkten. Er zijn meer van die metaalarme sterren ontdekt, maar BD+44 493 is wel een bijzonder geval: hij is aanzienlijk helderder dan andere sterren van dit type. En dat maakt het mogelijk om, door middel van spectraalonderzoek, heel nauwkeurig zijn samenstelling te onderzoeken. Gebleken is dat, hoewel BD+44 493 vijfduizend keer zo weinig zware elementen bevat als onze zon, hij relatief rijk is aan koolstof. Vermoed wordt dat deze ster is ontstaan uit een wolk van waterstof en helium die verrijkt is met materiaal van een supernova-explosie van een ster van de eerste generatie. Zo'n ster zou namelijk wel veel koolstof bevatten, maar weinig elementen zwaarder dan dat.
Meer informatie:
A Ninth-Magnitude Messenger From The Early Universe
19 augustus 2009
Met de Europese Very Large Telescope (VLT) in Chili zijn nieuwe, gedetailleerde opnamen gemaakt van het stervormingsgebied RCW 38. Dit gebied is enigszins vergelijkbaar met de beroemde Orionnevel: het omvat een sterrenhoop van jonge, hete sterren, omgeven door wolken van gas en stof. Uit de VLT-beelden is onder meer gebleken dat de grote, zware ster IRS2, die in het hart van het stervormingsgebied staat, in werkelijkheid uit twee afzonderlijke sterren bestaat. Het tweetal draait op een onderlinge afstand van slechts 75 miljard kilometer om elkaar. De intense uv-straling van de dubbelster IRS2 zorgt ervoor dat de sterren in zijn naaste omgeving veel minder materie kunnen verzamelen dan in een wat 'rustigere' omgeving het geval zou zijn geweest. Sommige zullen zich wellicht zelfs nooit tot volwaardige sterren kunnen ontwikkelen, en bij andere zal de planeetvorming worden bemoeilijkt.
Meer informatie:
A Look into the Hellish Cradles of Suns and Solar Systems
13 augustus 2009
De Amerikaanse Fermi Gamma-ray Space Telescope heeft energierijke gammastraling waargenomen die afkomstig is uit de bolvormige sterrenhoop 47 Tucanae. De ontdekking wordt deze week bekendgemaakt in Science. De gammastraling is zo goed als zeker afkomstig van tientallen millisecondepulsars in de bolhoop: kleine, compacte en supersnel roterende neutronensterren. Eerder ontdekte de Fermi-ruimtetelescoop van een aantal bekende (en dichterbij gelegen) millisecondepulsars ook al gammastraling. Daarnaast zijn tot nu toe zestien 'gamma-pulsars' gevonden: pulsars die niet zichtbaar zijn met optische telescopen of radiotelescopen, maar wel gammastraling uitzenden.
Hoe de gammastraling wordt opgewekt is nog niet precies bekend. Wel lijkt alles erop te wijzen dat vooral jonge pulsars een groot deel van hun energie op deze extreem korte golflengten uitzenden. Millisecondepulsars zijn weliswaar juist extreem oud, maar omdat hun rotatie sterk is versneld door materie-overdracht van een begeleidende ster gedragen ze zich in veel opzichten als jonge pulsars.
Fermi Gamma-ray Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 augustus 2009
Wetenschappers van het U.S. Naval Research Laboratory hebben de eerste resultaten gehaald uit de Long Wavelength Demontrator Array. Dat is een bescheiden voorloper van de Long Wavelength Array (LWA), die uiteindelijk uit 13.000 vaste radio-antennes zal bestaan en vergelijkbaar is met de LOFAR-array in het noorden van Nederland. Op dit moment bestaat de array uit maar twee prototype-antennes waarmee de radiostraling opgevangen van de naar schatting 300 jaar oude supernovarest Cassiopeia A (Cas A). Cas A is een van de helderste radiobronnen aan de hemel, maar de intensiteit van zijn radiostraling neemt wel geleidelijk af. Eerder waren met conventionele radioschotels al aanwijzingen gevonden dat de intensiteit van Cas A op lage radiofrequenties (= lange golflengten) langzamer en onregelmatiger afneemt dan op hogere frequenties. Met de LWA-testopstelling is dat nu bevestigd. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of de variaties in dit golflengtegebied een willekeurig karakter hebben of dat er een periodiciteit in de langgolvige radiostraling zit. De oorzaak wordt gezocht in de eigenschappen van het gebied rond Cas A, waar de schokgolven van de ontploffende ster op materie in de omgeving zijn gestuit.
Meer informatie:
Scientists make first discovery using revolutionary long wavelength demonstrator array
12 augustus 2009
De energierijke straling van een zware ster veroorzaakt schokgolven en verdichtingen in een grote wolk van koel waterstofgas, waardoor in het binnenste van die wolk honderden nieuwe, lichtere sterren ontstaan. Dit proces van 'getriggerde stervorming' is voor het eerst op grote schaal waargenomen in het stervormingsgebied Cepheus B, op ongeveer 2400 lichtjaar afstand van de aarde.
In de koude, donkere moleculaire wolk ontstaan op grote schaal nieuwe sterren, waarvan de leeftijden uiteenlopen van enkele miljoenen jaren tot een paar honderd miljoen jaar. Het stervormingsgebied is uitgebreid bestudeerd met twee ruimtetelescopen: het Chandra X-ray observatory en de Spitzer Space Telescope. Op basis van de rontgenwaarnemingen van Chandra konden sterrenkundigen de jonge sterren in het stervormingsgebied selecteren: pasgeboren sterren vertonen meer acitiviteit waarbij energierijke rontgenstraling geproduceerd wordt. De infraroodwaarnemingen van Spitzer lieten vervolgens zien welke van die sterren door stofschijven worden omgeven. Zulke protoplanetaire schijven komen uitsluitend bij de allerjongste sterren voor.
Uit de ruwe leeftijdsbepalingen die op deze manier zijn verkregen, blijkt duidelijk dat er zich een geboortegolf van nieuwe sterren door de wolk heeft voortgeplant. Die wordt grotendeels veroorzaakt door een zware ster die zich buiten de moleculaire wolk bevindt. De ontdekking van grootschalige 'getriggerde stervorming' is op 10 juli gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Space Telescopes Find Trigger-Happy Star Formation
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 augustus 2009
Een merkwaardig neveltje in het sterrenbeeld Carina (de Kiel) wordt gemodelleerd door een dubbelster. Het neveltje is gecentreerd rond de reuzenster HD 87643, en bestaat uit materiaal dat door die ster de ruimte in is geblazen. Die sterrenwind is nog steeds actief, met als gevolg dat het neveltje bijzondere tentakelachtige uitlopers vertoont. Eerder onderzoek aan de nevel doet vermoeden dat er eens in de 15 à 50 jaar extra veel materiaal door de ster wordt uitgestoten. De oorzaak daarvan was tot nu toe onbekend. Europese onderzoekers hebben HD 87643 nu echter in detail bestudeerd met de Very Large Telescope (VLT) op de bergtop La Silla in Noord-Chili. Daarbij is niet alleen gebruik gemaakt van adaptieve optiek om atmosferische trillingen te compenseren, maar ook van interferometrie: het onderling koppelen van verschillende VLT-telescopen om een extreem hoge beeldscherpte te bereiken. Het blijkt dat de ster in werkelijkheid een dubbelster is. De twee draaien eens in de 20 à 50 jaar om elkaar heen op een gemiddelde onderlinge afstand die ongeveer gelijk is aan de afstand tussen de zon en de verre dwergplaneet Pluto. De begeleider wordt omgeven door een stofschil; het gehele dubbelstersysteem ligt zelf weer ingebed in een afgeplatte schijf van stof. Vermoedelijk is er eens per omloop sprake van een periodieke verstoring van dat materiaal. De resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd in Astronomy and Astrophysics. De groothoekopname van HD 87643 en zijn omgeving is gemaakt met de Wide Field Imager op de 2,2-meter telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla.
Meer informatie:
Double Engine for a Nebula
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 juli 2009
Twee teams van sterrenkundigen hebben, met behulp van de Europese Very Large Telescope (VLT), ontdekt dat de heldere ster Betelgeuze enorme hoeveelheden gas uitstoot. Op de tot nu toe scherpste opnamen van de ster is een gaspluim te zien die bijna zo groot is als ons zonnestelsel. De rode 'superreus' Betelgeuze is een van de grootste en helderste sterren die we kennen: hij is bijna duizend keer zo groot als de zon en straalt 100.000 keer zo veel licht uit. Deze cijfers wijzen erop dat de ster het einde van zijn bestaan nadert. Sterren als Betelgeuze 'leven' slechts enkele miljoenen jaren en exploderen dan als supernova. Maar voor het zo ver is, stoten de rode superreuzen al grote hoeveelheden materie uit: ongeveer één zonsmassa in slechts 10.000 jaar. De VLT-beelden laten zien dat deze uitstoot van materie niet gelijkmatig alle kanten op gaat. Uit nader onderzoek blijkt dat de oorzaak van deze ongelijkmatige uitstoot gezocht moet worden in de ster zelf. In de atmosfeer van Betelgeuze gaan reusachtige gasbellen hevig op en neer. Volgens de sterrenkundigen staan deze grootschalige gasverplaatsingen aan de basis vande waargenomen uitstoot van materie.
Meer informatie:
Sharpest views of Betelgeuse reveal how supergiant stars lose mass
20 juli 2009
De Helixnevel is met een afstand van 710 lichtjaar een van de meest nabije planetaire nevels. Met de Subaru-telescoop op Hawaï zijn delen van deze nevel ongekend gedetailleerd in beeld gebracht. Planetaire nevels ontstaan als een lichte ster, zoals onze zon, aan het eind van zijn leven zijn buitenlagen afstoot. Dat gebeurt niet explosief, zoals bij een supernova, maar heel geleidelijk: in de loop van tien- tot honderdduizenden jaren. In het uitgestoten materiaal van de Helixnevel zijn talrijke komeetvormige klonten te zien, waarvan de oorsprong tot nog toe onduidelijk is. Ze zijn stuk voor stuk miljarden kilometers groot en tezamen bevatten ze ongeveer één zonsmassa materie. Uit het onderzoek met de Subaru-telescoop blijkt dat de klonten moleculaire waterstof bevatten, wat opmerkelijk is, omdat waterstofmoleculen onder invloed van ultraviolette straling uit de ruimte gemakkelijk uiteenvallen. De aanwezigheid van de moleculen wijst erop dat ze worden afgeschermd door stof en ander gas. De komeetachtige vorm is het resultaat van de geleidelijke verdamping van het klontmateriaal onder invloed van de sterke sterrenwind en straling van de stervende ster in het hart van de nevel. Anders dan op eerdere opnamen in zichtbaar licht, zijn op de nieuwe nabij-infraroodbeelden van de Helixbeelden tienduizenden van deze klonten te zien. Ze bevinden zich ook nog op grotere afstanden van de ster dan tot nog toe bekend was. En daarbij vertonen ze hetzelfde kenmerk als de (veel kleinere) kometen in ons zonnestelsel: hoe verder van de ster, des te kleiner hun staart van verdampingsmateriaal.
Meer informatie:
A Fireworks Display in the Helix Nebula
Scientists discovers 'firework' display in Helix Nebula
16 juli 2009
De ESO heeft een nieuwe overzichtsopname gepresenteerd van het hemelgebied rond de Adelaarnevel. Dat is het stervormingsgebied rond de stofzuilen die prominent op de overbekende Hubble-opname te zien zijn. De Adelaarnevel bevindt zich op een afstand van 7000 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Slang. In het gebied bevindt zich een sterrenhoop van jonge, hete sterren - NGC 6611 - die met hun intense straling het gas en stof uit hun omgeving verdrijven. Alleen in de stofzuilen is de gasdichtheid groot genoeg om deze 'stralingserosie' te weerstaan. Binnen enkele miljoenen jaren zullen ook hier nieuwe sterren ontstaan. De nieuwe ESO-foto, gemaakt met de 2,2-meter telescoop op La Silla (Chili), toont een veel groter gebied rond de stofzuilen dan eerdere opnamen van de Adelaarnevel.
Meer informatie:
An Eagle of Cosmic Proportions
8 juli 2009
Amerikaanse onderzoekers hebben een raadsel opgelost dat tot de speculatie heeft geleid dat een bepaald soort gammastraling in ons Melkwegstelsel, zoals waargenomen met de Europese satelliet INTEGRAL, afkomstig is van (overigens onwaarneembare) donkere materie. De onderzoekers hebben vastgesteld dat de bron van de gammastraling waarschijnlijk ligt bij de positronen (positief geladen elektronen) die vrijkomen bij supernova-explosies. Als een positron in de ruimte op een gewoon elektron stuit, annihileren de beide deeltjes elkaar. En daarbij komt gammastraling met een specifieke golflengte vrij. Maar anders dan tot nog toe werd aangenomen, blijken de meeste annihilaties niet in de directe omgeving van de exploderende sterren te gebeuren. Door hun enorme snelheden - dicht in de buurt van de lichtsnelheid - leggen de meeste positronen duizenden lichtjaren af voordat ze een elektron ontmoeten. De kans op zulke deeltjesbotsingen is het grootst in het kerngebied van het Melkwegstelsel, waar de materiedichtheid het grootst is. Vandaar dat dit type gammastraling juist uit die contreien komt.
Meer informatie:
Astrophysicists Solve Mystery In Milky Way Galaxy
7 juli 2009
De Omeganevel is een oogverblindende kraamkamer van sterren op een afstand van ongeveer 5500 lichtjaar. In deze ruwweg 15 lichtjaar metende wolk van gas en stof zijn de afgelopen paar miljoen jaar talrijke zware, hete sterren geboren. Door de intense straling en sterrenwind van deze sterren is een opmerkelijk streperige structuur in het gas ontstaan. Die structuur is nu in al haar glorie vastgelegd met het EMMI-instrument (een gecombineerde camera/spectrograaf) dat aan de 3,58-meter New Technology Telescope (NTT) in Chili is gekoppeld. De pasteltinten op de foto zijn het gevolg van de aanwezigheid van verschillende soorten gas (grotendeels waterstof, maar ook zuurstof, stikstof en zwavel) die door de intense uv-straling van de jonge, hete sterren aan het gloeien worden gebracht.
Meer informatie:
New portrait of Omega Nebula's glistening watercolours
2 juli 2009
Op infraroodfoto's van de Helixnevel, gemaakt met de Japanse Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn talloze relatief kleine condensaties van moleculair gas en stof gevonden die op het eerste gezicht doen denken aan aards vuurwerkspektakel. De Helixnevel, op 710 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Waterman, is de dichtstbijzijnde planetaire nevel - de langzaam uitdijende gasschil die de ruimte in is geblazen door een zonachtige ster die aan het eind van zijn leven is gekomen. Met de Hubble Space Telescope werden eerder al kleine condensaties ('knopen') in de nevel ontdekt, die een opmerkelijk komeet-achtig uiterlijk vertoonden. Op de nieuwe infraroodopnamen zijn er veel meer te zien. Ze blijken overal in de nevel voor te komen, en bovendien tot op veel grotere afstand van de centrale ster dan tot dusver werd aangenomen. De 'knopen' bevatten onder andere waterstofmoleculen (H2), die intact blijven doordat ze in de condensaties van gas en stof afgeschermd worden voor de energierijke ultraviolette straling van de centrale ster. Naar schatting komen er in de Helixnevel in totaal zo'n veertigduizend 'knopen' voor, met een gezamelijke massa gelijk aan dertigduizend aardmassa's. Hoe ze ontstaan is overigens nog steeds niet opgehelderd. Met echt explosief vuurwerk heeeft het in elk geval niets te maken: de vorming van een planetaire nevel neemt vele tienduizenden of honderdduizenden jaren in beslag.
Meer informatie:
A Fireworks Display in the Helix Nebula
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 juli 2009
Met de Amerikaanse Fermi-ruimtetelescoop is een nieuwe klasse van pulsars ontdekt. Pulsars zijn de snel roterende, compacte overblijfselen van geëxplodeerde sterren. Er zijn er ongeveer 1800 bekend; de meeste zijn ontdekt met behulp van radiotelescopen. De gammatelescoop aan boord van de Fermi-kunstmaan heeft nu echter gammapulsars ontdekt, die geen waarneembare radiostraling uitzenden. In korte tijd werden er zestien gevonden in het Melkwegstelsel. Ook van acht zeer snel roterende 'millisecondepulsars' is gepulste gammastraling gedetecteerd.
De ontdekking, die op 2 juli gepubliceerd is op Science Express, doet vermoeden dat er vele honderden tot nu toe onbekende gammapulsars in het Melkwegstelsel moeten zijn. Dertien van de zestien gammapulsars blijken inderdaad samen te vallen met ongeïdentificeerde bronnen van gammastraling die in de jaren negentig gevonden werden door het EGRET-instrument aan boord van NASA's Compton Gamma Ray Observatory. Mogelijk zijn de meeste ongeïdentificeerde EGRET-bronnen gammapulsars.
Hoewel de uitgezonden gammastraling extreem energierijk is, worden op aarde toch slechts af en toe gammafotonen opgevangen van deze snel roterende sterren. Alleen dankzij uitgebreide computeranalyse van de Fermi-metingen slaagden astronomen erin om het pulsgedrag van de gammastraling te achterhalen.
Meer informatie:
NASA's Fermi Telescope reveals a population of radio-quiet gamma-ray pulsars
Persbericht NASA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 juli 2009
In de beroemde Orionnevel, een geboorteplaats van nieuwe sterren op 1300 lichtjaar afstand van de aarde, is een dubbel zonnestelsel-in-wording ontdekt. Het gaat om twee jonge, relatief lichte sterren die eens in de paar duizend jaar om elkaar heen draaien, op een onderlinge afstand van ongeveer zestig miljard kilometer. Rond een van de sterren was door de Hubble Space Telescope al een afgeplatte schijf van gas en stof ontdekt, waaruit in de toekomst een planetenstelsel kan ontstaan. Met de Submillimeter Array, een netwerk van schotelantennes op de 4200 meter hoge vulkaantop Mauna Kea op Hawaii, is nu ontdekt dat de begeleidende ster ook door zo'n protoplanetaire schijf wordt omgeven. Het is voor het eerst dat een dubbelster is gevonden waarvan beide componenten in de toekomst mogelijk door planeten worden vergezeld. De ontdekking is gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters.
Meer informatie:
A Pair of Solar Systems in the Making
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 juli 2009
Met de Europese APEX-telescoop op de 5000 meter hoge Chajnantor-vlakte in Noord-Chili is een extreem gedetailleerde kaart gemaakt van de verdeling van koud stof in het Melkwegstelsel. APEX (Atacama Pathfinder EXperiment) is een schotelantenne waarmee kosmische submillimeterstraling wordt waargenomen. Die straling is voor een belangrijk deel afkomstig van koude stofwolken waaruit in de toekomst nieuwe sterren ontstaan. Op de stofkaart van het Melkwegstelsel zijn duizenden verdichtingen zichtbaar - de geboorteplaatsen van nieuwe sterren. Met het internationale ALMA-observatorium (Atacama Large Millimeter Array), dat momenteel in aanbouw is op de Chajnantor-vlakte, zullen vergelijkbare waarnemingen in de toekomst nog veel nauwkeuriger worden uitgevoerd. De APEX-kaart (ATLASGAL geheten, APEX Telescope Large Area Survey of the GALaxy) beslaat 95 vierkante graden aan de hemel.
Meer informatie:
Astronomer's new guide to the galaxy: largest map of cold dust revealed
APEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
25 juni 2009
Onderzoekers van de universiteit van Zürich hebben een geavanceerde computersimulatie gemaakt die de geboorte van ons Melkwegstelsel nabootst. De sterrenkundigen hebben alle basisingrediënten (kleine protostelsels, gaswolken, donkere materie) in het model opgenomen, en het model vervolgens laten berekenen waar de interacties (zwaartekrachtsaantrekking, schokgolven) tussen deze ingrediënten uiteindelijk toe leiden. Het resultaat is een sterrenstelsel dat qua massa en vorm verbluffend veel op ons Melkwegstelsel lijkt. Toch is het model niet volmaakt: de centrale verdikking van het stelsel, waar enorme aantallen sterren verzameld zijn, bevat ongeveer drie keer zo veel materie als die van het echte Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Baby Milky Way Modeled
25 juni 2009
Utrechtse astronomen hebben voor het eerst metingen verricht die direct laten zien dat supernovaresten uitstekende deeltjesversnellers zijn. In hun onderzoek, dat donderdag op Science Express is gepubliceerd, hebben ze gegevens van ESO's Very Large Telescope gecombineerd met die van NASA's röntgensatelliet Chandra. De astronomen keken naar een ster die explodeerde in het jaar 185, en is waargenomen door Chinese astronomen. Deze supernovarest, RCW 86, staat op 8200 lichtjaar afstand in de richting van het sterrenbeeld Circinus ('Passer'). Met behulp van de Europese Very Large Telescope in Chili deden Helder, Vink en collega's metingen aan de temperatuur van het gas direct achter de schokgolf die door de supernova-explosie wordt gevormd. Ze bepaalden ook de snelheid van de schokgolf door twee opnames van Chandra te vergelijken. Ze ontdekten dat de schokgolf beweegt met 10 tot 30 miljoen kilometer per uur. De temperatuur van het gas blijkt 30 miljoen graden Celsius te zijn. Dat is veel minder heet dan de minimaal 500 miljoen graden Celsius die op basis van de snelheid van de schokgolf zou worden verwacht. Deze ontbrekende energie is de energie die zorgt voor de versnelling van de kosmische deeltjes.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Milky Way's super-efficient particle accelerators caught in the act
23 juni 2009
Franse sterrenkundigen hebben voor het eerst een magnetisch veld waargenomen bij de ster Wega. Het spectrum van de ster blijkt namelijk de dubbele spectraallijnen te vertonen die kenmerkend zijn voor het zogeheten Zeemaneffect. Wega is een heldere, nabije ster die tweemaal zo zwaar is als de zon. Dat hij een magnetisch veld heeft, komt niet echt als een verrassing: overal waar stromingen van geladen deeltjes zijn, kunnen magnetische velden optreden. Maar onduidelijk was nog hoe sterk het magnetische veld van sterren zwaarder dan de zon zou zijn. Er is vaak geprobeerd om deze velden te meten, maar dat was tot nog toe niet gelukt. De sterkte van het magnetische veld van Vega blijkt vergelijkbaar te zijn met dat van de aarde en de zon. Het lijkt aannemelijk dat ook andere zware sterren zo'n magnetisch veld hebben, maar dat detectie daarvan door hun grote afstand wordt bemoeilijkt.
Meer informatie:
Magnetic field on bright star Vega
23 juni 2009
Met de 'deeltjestelescopen' van het Pierre Auger-observatorium in Argentinië zijn aanwijzingen gevonden dat de meest energierijke kosmische straling voor een belangrijk deel uit ijzerkernen bestaat in plaats van protonen. Kosmische straling ontstaat bij explosieve gebeurtenissen in het heelal, zoals supernova-explosies. Dat daarbij ijzerkernen de ruimte in worden geschoten, is op zich niet zo verrassend. Maar aangenomen werd dat zulke zware atoomkernen zó vaak bij botsingen betrokken zullen zijn, dat maar weinige intact de aarde bereiken. Met Auger is nu dus echter toch vastgesteld dat het aantal ijzerkernen bij zeer hoge energieën sterk oploopt. Onduidelijk is nog welke specifieke gebeurtenissen de bronnen van deze atoomkernen zijn. Bovendien zal nog moeten worden verklaard waarom een andere detector van kosmische straling, de Amerikaanse High Resolution Fly's Eye, bij deze hoge energieën alleen protonen heeft gedetecteerd.
Meer informatie:
Iron-Ic Twist Deepens Cosmic Ray Puzzle
16 juni 2009
Een internationaal team van astronomen, onder leiding van UvA-sterrenkundige Nanda Rea, heeft een nieuwe magnetar ontdekt. Van dit zeldzame type neutronenster zijn er slechts 15 bekend. De ontdekking wordt binnenkort gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Op 22 augustus 2008 kreeg NASA's Swift-satelliet een automatische melding van een gigantische uitbarsting van röntgenstraling. Slechts 12 uur later richtten Rea en collega's ESA's XMM-Newton röntgentelescoop op de bron en konden ze de meest gedetailleerde spectra ooit opnemen tijdens het verloop van een magnetar-uitbarsting. Tijdens de meer dan vier maanden durende uitbarsting werden ook honderden kleinere erupties geregistreerd. De door Rea en collega's ontdekte magnetar, SGR 0501+4516, staat op zo'n 15.000 lichtjaar van de aarde en was onbekend voordat de uitbarsting zijn bestaan verried. Zo'n uitbarsting vindt plaats als het instabiele magnetische veld de korst van de ster vervormt waardoor materie in een zeer gewelddadige vulkanische eruptie naar buiten wordt gespuwd. Dit materiaal interacteert vervolgens met het magnetische veld, met nog meer vrijkomende energie als gevolg. De gammatelescoop Integral ontdekte deze hoog-energetische straling vijf dagen na de initiële uitbarsting. Binnen tien dagen was deze straling weer verdwenen. Neutronensterren zijn de overblijfselen van zware sterren en bestaan voor het grootste deel uit neutronen. Een neutronenster heeft een diameter van 20 km, maar is zwaarder dan de zon. Een theelepel neutronenster-materiaal weegt ongeveer 100 miljoen ton. Andere karakteristieke eigenschappen van een neutronenster zijn een snelle rotatie en een sterk magnetisch veld. Magnetars vormen een aparte klasse van neutronensterren. Magnetars zijn jonge neutronensterren met een ultra-sterk magnetisch veld, zo'n 10 miljard keer sterker dan dat van de aarde. Ze vormen de krachtigste magneten in de kosmos. SGR 0501+4516 is een nieuwe zogeheten soft gamma-ray repeater (SGR). Rea en haar team hebben vervolgwaarneemtijd gekregen op de XMM-Newton en zullen volgend jaar SGR 0501+4516 in kalmere toestand opnieuw gaan bestuderen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht ESA (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
10 juni 2009
Sterrenkundigen van de Isaac Newton Group of Telescopes (ING) op het Canarische eiland La Palma hebben voor het eerst een zogeheten elektronenmultiplicatordetector ingezet voor sterrenkundige waarnemingen. Deze ccd-detector is zeer geschikt om snel verlopende hemelobjecten te bestuderen zoals cataclysmische veranderlijken. Tot deze laatste categorie behoort onder meer het object SDSSJ143317.78+101123.3: een dubbelster bestaande uit een witte dwerg en een andere dwergster. De twee draaien in slechts 78 minuten om elkaar, dus is het bij het opnemen van een spectrum van de dubbelster zaak om zo kort mogelijke opnametijden te realiseren. Door de nieuwe cdd-detector, QUCAM2 geheten, te combineren met de nauwkeurige ISIS-spectrograaf van de William Herschel-telescoop, konden de bewegingen van de beide sterren zeer nauwkeurig gemeten worden. Daarbij blijkt dat de begeleider van de witte dwerg niet zo maar een dwergster is maar een bruine dwerg - een ster die te weinig massa heeft om door middel van kernfusie energie te produceren.
Meer informatie:
First Spectroscopic Observations Using an Electron-Multiplying CCD
10 juni 2009
Sterrenkundigen hebben, met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer, eindelijk pasgeboren sterren ontdekt in het hart van ons Melkwegstelsel. Het melkwegcentrum wemelt van de sterren en gaswolken, en precies in het midden staat ook nog een superzwaar zwart gat. De omstandigheden zijn er - op z'n zachtst gezegd - niet erg gunstig voor de vorming van nieuwe sterren. Hevige sterrenwinden, krachtige schokgolven en andere factoren zitten het samentrekken van gaswolken tot sterren flink dwars. Toch blijkt uit de aanwezigheid van kortlevende, zware sterren in dit gebied al dat stervorming hier niet onmogelijk kan zijn. Maar door het rijkelijk aanwezige stof waren er nog nooit pasgeboren sterren waargenomen. Tot nog toe dan, want met Spitzer is het alsnog gelukt: na het uitpluizen van een catalogus met een miljoen objecten, kwamen honderd kandidaatsterren naar voren, waarvan er welgeteld drie alle kenmerken van zeer jonge sterren vertonen. De drie babysterren zijn minder dan een miljoen jaar oud.
Meer informatie:
Baby Stars Finally Found In Jumbled Galactic Center
9 juni 2009
Sterrenkundigen hebben, met behulp van de Submillimeter Array op Hawaï, een compacte kern ontdekt in een donkere wolk van gas en stof op 23.000 lichtjaar van de aarde. Vermoed wordt dat de kern, die nog ijskoud is en verder geen bijzondere activiteit vertoont, de voorloper is van één of meerdere zware sterren. Binnen een volume dat kleiner is dan de Oortwolk van kometen die ons zonnestelsel omhult, bevindt zich maar liefst 120 zonsmassa's aan materie. Uit recent theoretisch onderzoek en computersimulaties blijkt dat een compacte kern als deze binnen 50.000 jaar zware sterren kan vormen.
Meer informatie:
A Sleeping Giant: The Submillimeter Array Finds A Massive Core In A Cold Dark Cloud
9 juni 2009
Duitse en Spaanse sterrenkundigen denken dat de nu nog sterloze, donkere gaswolk Barnard 68 (B68) op het punt staat om in te storten en een nieuwe ster te vormen. B68 bevindt zich op een afstand van ongeveer 400 lichtjaar en is rijk aan stof. Vandaar dat de wolk het licht van achterliggende sterren tegenhoudt. Uit onderzoek van de dichtheidsverdeling van de gaswolk blijkt dat hierin ongeveer twee zonsmassa's aan materie aanwezig is. Even verderop bevindt zich een tweede, kleinere wolk die goed is voor nog eens 0,2 zonsmassa materie. De beide gaswolken lijken elkaar te naderen en dat zou er volgens de onderzoekers toe kunnen leiden dat de grote wolk al binnen afzienbare tijd - 200.000 jaar of daaromtrent - zou kunnen samentrekken en een nieuwe ster gaat vormen. Een en ander blijkt uit een computermodel waarmee de situatie rond B68 is nagebootst.
Meer informatie:
Birth of a star predicted
9 juni 2009
Betelgeuze, de heldere rode ster in het sterrenbeeld Orion, is de afgelopen vijftien jaar aanzienlijk kleiner geworden. Tot die conclusie komen onderzoekers van de universiteit van Californië in Berkeley. Zij houden de afmetingen van de ster, die overigens nog steeds zo groot is dat hij ons hele zonnestelsel tot aan de baan van Jupiter zou kunnen vullen, al geruime tijd in de gaten met de zogeheten Infrared Spatial Interferometer. Uit deze metingen blijkt dat Betelgeuze sinds 1993 met maar liefst 15 procent gekrompen is, en dat dit proces aan het versnellen is. Eigenaardig genoeg is zijn helderheid daarbij niet waarneembaar kleiner geworden. Onduidelijk is nog hoe lang deze krimp zal blijven doorgaan en waardoor hij wordt veroorzaakt. Eén mogelijkheid is dat de metingen worden beïnvloed door reusachtige opstijgende bellen gas uit het inwendige van de ster die ertoe zouden kunnen leiden dat zijn oppervlak soms plaatselijk opbolt. Maar omdat Betelgeuze er heel symmetrisch uitziet, moet de ware oorzaak misschien toch elders worden gezocht.
Meer informatie:
Red giant star Betelgeuse is mysteriously shrinking
9 juni 2009
Amerikaanse sterrenkundigen hebben vastgesteld dat sterren van een pas in 2003 ontdekt type - de zogeheten ultrakoele subdwergen - heel andere banen binnen het Melkwegstelsel volgen dan normale sterren. Ultrakoele subdwergen hebben opmerkelijk lage temperaturen en bevatten weinig elementen zwaarder dan waterstof en helium. De kleine sterren zijn in sommige gevallen maar net iets groter dan een bruine dwerg ('mislukte ster'). Ze produceren ook maar weinig licht, wat er ongetwijfeld toe heeft bijgedragen dat er nog maar enkele tientallen van ontdekt zijn. Toch viel het Adam Burgasser van het Massachusetts Institute of Technology op dat veel van die sterretjes een bijzonder hoge baansnelheid hebben. Uit nadere analyse blijkt nu dat de ultrakoele subdwergen niet alleen heel snel zijn, maar ook de meest vreemde banen hebben. Sommige volgen langgerekte trajecten die hen naar het hart van het Melkwegstelsel voeren, andere wagen zich juist heel ver naar buiten. Bovendien bevinden de ultrakoele subdwergen zich vaak duizenden lichtjaren boven of onder de schijf van het Melkwegstelsel, waar bijna alle andere sterren te vinden zijn. Berekeningen laten zien dat de ultrakoele subdwergen eigenlijk thuishoren in de zogeheten halo - het ijle omhulsel - van ons Melkwegstelsel, waar de oudste populatie van sterren te vinden is. Eén van de onderzochte sterren zou zelfs een bezoeker van een ander sterrenstelsel kunnen zijn. Deze ster, 2MASS 1227-0447 geheten, waagt zich tot op 200.000 lichtjaar van het melkwegcentrum.
Meer informatie:
Ultracool stars take 'wild rides' around, outside the Milky Way
8 juni 2009
Sterrenkundigen van de universiteit van Californië in Santa Cruz hebben een nieuwe techniek ontwikkeld om de leeftijden van milliseconde-pulsars (snel rondtollende neutronensterren) te bepalen. De standaardmethode voor de bepaling van pulsarleeftijden geeft onbetrouwbare resultaten, vooral bij de snelst rondtollende pulsars. Gewone pulsars draaien een paar keer per seconde om hun as en vertragen in de loop van hun bestaan. Maar milliseconde-pulsars roteren honderd keer zo snel: ze worden 'aangezwengeld' doordat ze materie van een begeleidende ster naar zich toe trekken. Doorgaans wordt de leeftijd van een pulsar geschat door naar twee parameters te kijken: de periode tussen opeenvolgende pulsen en de snelheid waarmee de pulsar vertraagt. De Californische sterrenkundigen hebben aangetoond dat deze methode niet geschikt is voor milliseconde-pulsars: de schatting kan er zo maar miljarden jaren naast zitten. Om tot betere resultaten te komen hebben zij extra parameters aan de methode toegevoegd.
Meer informatie:
New Technique Improves Estimates Of Pulsar Ages
4 juni 2009
Een zware, compacte sterrenhoop in de kern van ons Melkwegstelsel blijkt verrassend normaal te zijn waar het gaat om de relatieve hoeveelheden zware en lichte sterren. Europese astronomen hebben met de Very Large Telescope in Noord-Chili gedetailleerde waarnemingen verricht aan de Arches-sterrenhoop, op 25.000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Boogschutter. Arches is de zwaarste en meest compacte sterrenhoop in het Melkwegstelsel. De totale massa is dertigduizend zonsmassa's, en de sterdichtheid - met duizend sterren in een kubieke lichtjaar - is één miljoen keer zo groot als in de omgeving van de zon. De sterrenhoop bevindt zich in de directe omgeving van het superzware zwarte gat in de kern van het Melkwegstelsel, en astronomen hielden er rekening mee dat de geboorte van de sterrenhoop daardoor anders zou zijn verlopen dan normaal. Uit de gedetailleerde infraroodfoto's en -metingen (waarbij gebruik werd gemaakt van adaptieve optiek om te compenseren voor storende trillingen in de aardse dampkring) blijkt echter dat de Arches-sterrenhoop dezelfde relatieve hoeveelheden zware en lichte sterren vertoont als kleinere sterrenhopen elders in het Melkwegstelsel. De zwaarste ster in de sterrenhoop is ongeveer 120 keer zo zwaar als de zon. De resultaten van het onderzoek verschijnen in het Europese vakblad Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Stellar family in crowded, violent neighbourhood proves to be surprisingly normal
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 mei 2009
Astronomen hebben voor het eerst niet-radiale trillingen met een vrij lange levensduur waargenomen in rode reuzen. Ze deden dit met behulp van ultraprecieze metingen van de helderheidsvariaties in deze sterren. Het resultaat, dat deze week in Nature is gepubliceerd, opent de weg naar onderzoek aan de inwendige structuur van rode reuzen.
Een Europees team van astronomen, onder wie de Nederlandse sterrenkundige Saskia Hekker (Universiteit van Birmingham/KU Leuven/Koninklijke Sterrenwacht België), heeft de helderheid van rode reuzen gedurende vijf maanden onafgebroken gemeten met de CoRoT-satelliet. Op basis van deze metingen hebben zij kunnen aantonen dat de periodes van de helderheidsvariaties, veroorzaakt door stertrillingen, over lange tijd hetzelfde blijven. De aanwezigheid van niet-radiale trillingen kon worden afgeleid uit de specifieke verhoudingen tussen de verschillende waargenomen periodes.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 mei 2009
Met een internationaal team sterrenkundigen hebben Jason Hessels en Joeri van Leeuwen (ASTRON/UvA) een uniek dubbelstersysteem ontdekt dat het 'ontbrekende puzzelstuk' is in de geboorte van de snelst draaiende sterren in ons heelal: milliseconde pulsars. Ze publiceren dit vandaag in Science.
Pulsars zijn extreem compacte neutronensterren, die overblijven nadat zware sterren aan het eind van hun leven zijn ontploft in een supernova. Hun sterke magneetvelden vormen bundels radiostraling die als een vuurtoren rondzwiepen. Bij hun geboorte roteren pulsars enkele tientallen malen per seconde, daarna vertragen ze. 'Vreemd genoeg draaien sommige heel oude pulsars honderden keren per seconde rond. We vermoedden dat die snelle rotatie wordt veroorzaakt doordat een begeleidende ster een draaikolk van materie op de neutronenster dumpt. Pas wanneer er geen materie van de begeleidende ster meer bijkomt, breekt de radiostraling door en wordt de sterk versnelde radiopulsar zichtbaar', zo licht Van Leeuwen toe. Hij deed de waarnemingen waaruit de baan van de dubbelster werd bepaald. Dit vermoeden lijkt nu te zijn bevestigd met de waarneming van een dubbelstersysteem dat 4000 lichtjaar van ons is verwijderd.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
ASTRON
Persbericht NRAO (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 mei 2009
Sterrenkundigen uit Duitsland, Hongarije en Nederland hebben een verklaring gevonden voor de aanwezigheid van zogeheten silicaatkristallen in kometen. Die verklaring was nodig, omdat silicaatkristallen alleen in een hete omgeving kunnen ontstaan. En dat is nu precies het tegenovergestelde van een ijskoude komeet. Het vermoeden bestond dat de kristallen al aanwezig waren in de wolk gas en stof waaruit ons planetenstelsel is ontstaan. Maar waar kwam de noodzakelijke hitte dan vandaan? De oplossing van dit vraagstuk lijkt te liggen bij het wispelturige gedrag van de nog jonge zon (Nature, 14 mei). De sterrenkundigen kwamen de oplossing op het spoor dankzij waarnemingen van de jonge ster EX Lupi, die veel overeenkomsten vertoont met onze zon, maar dan vier miljard jaar geleden. Hij is omringd door een dichte schijf van gas en stof, die grotendeels erg koud is. Maar in het binnenste gedeelte van de schijf is dat soms anders, doordat de ster om de vier à vijf jaar een maandenlange uitbarsting vertoont, die wordt veroorzaakt doordat materie vanuit de stofschijf op de ster ploft. Waarschijnlijk heeft ook onze zon in het verre verleden zulke uitbarstingen vertoond. Uit waarnemingen van EX Lupi, kort nadat deze in 2008 was uitgebarsten, blijkt dat zich in de omgeving van de ster silicaatkristallen hadden gevormd. Bij eerdere waarnemingen tijdens een rustige periode waren die kristallen nog niet te zien: blijkbaar zijn ze bij de recente uitbarsting van de ster ontstaan. In de loop van de tijd wordt de stofschijf zo steeds rijker aan silicaatkristallen, die uiteindelijk terecht komen in de hemellichamen die zich daarin vormen.
Meer informatie:
Spitzer Catches Star Cooking Up Comet Crystals
Eine Backstube für Kometenkristalle
4 mei 2009
Vorig jaar werd met het ballonexperiment ATIC ontdekt dat de aarde wordt bestookt met grote aantallen uiterst energierijke elektronen. Dat kwam als een donderslag bij heldere hemel, met name omdat zulke deeltjes door botsingen met fotonen en interacties met magnetische velden in de ruimte heel snel hun energie kwijtraken. De ontdekte elektronen konden dus niet van erg ver komen. Nieuwe waarnemingen met de NASA-satelliet Fermi duiden erop dat de zogeheten kosmische achtergrondstraling inderdaad meer energierijke elektronen bevat dan andere experimenten en theoretische modellen aangeven. Maar de enorme piek bij extreem hoge energie van ATIC ontbreekt in de gegevens van Fermi, die juist over veel gevoeliger instrumenten beschikt. Dat neemt niet weg dat er toch een verklaring moet worden gevonden voor de (iets) grotere aantallen energierijke elektronen die de aarde vanuit de ruimte bereiken. De meest waarschijnlijke bron is een relatief nabije pulsar (rondtollende neutronenster), maar de deeltjes zouden ook afkomstig kunnen zijn van de mysterieuze donkere materie die het grootste deel van de massa in het heelal voor zijn rekening neemt. Getracht zal worden om met Fermi vast te stellen of de elektronen uit een bepaalde richting komen.
Meer informatie:
NASA’s Fermi Explores High-Energy “Space Invaders”
29 april 2009
De mysterieuze röntgengloed uit het centrale vlak van ons Melkwegstelsel, die meer dan twintig jaar geleden al ontdekt werd door röntgensatellieten als HEAO-1 en Exosat, is afkomstig van vele miljoenen afzonderlijke sterren. In de meeste gevallen gaat het om witte dwergen in dubbelstersystemen, die heet gas van hun begeleider opzuigen, waarna er energierijke explosies op de witte dwerg optreden die röntgenstraling produceren. Met de Amerikaanse röntgentelescoop Chandra is een klein gebiedje aan de hemel (drie procent van het oppervlak van de Volle Maan) gedurende twaalf dagen bestudeerd, en op de resulterende röntgenfoto zijn 473 afzonderlijke bronnen van röntgenstraling gevonden. Eerder was ook geopperd dat de röntgen-achtergrondgloed afkomstig zou kunnen zijn van extreem heet gas. De Chandra-resultaten zijn op 30 april gepubliceerd in Nature.
Meer informatie:
Resolving a galactic mystery
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 april 2009
In de buitengebieden van ons Melkwegstelsel zwerven misschien honderden zwarte gaten rond die duizend tot honderdduizend keer zo zwaar zijn als onze eigen zon. Dat beweren twee astronomen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Dat er talloze kleinere, 'stellaire' zwarte gaten in het Melkwegstelsel voorkomen, lijdt weinig twijfel: zulke zwarte gaten, die een paar keer tot hooguit enkele tientallen keren zo zwaar zijn als de zon, zijn de overblijfselen van gammaflitsen en supernova-explosies. De zwaardere zwarte gaten die Ryan O'Leary en Avi Loeb beschrijven, dateren echter uit de ontstaansperiode van het Melkwegstelsel, toen in de loop van enkele miljarden jaren honderden kleinere dwergstelsels met elkaar versmolten en op die manier het grote Melkwegstelsel vormden. Als de kleine dwergstelsels allemaal een centraal zwart gat hebben gehad, zullen die zwarte gaten ook met elkaar zijn versmolten. Daarbij zenden ze zwaartekrachtsstraling uit, en kunnen ze een resulterende snelheid in een bepaalde richting krijgen, waardoor ze uit het dwergstelsel worden 'geschoten'. Die 'fossiele' zwarte gaten zouden nu nog steeds in grote aantallen in de buitendelen van het Melkwegstelsel kunnen voorkomen. Mogelijk verraden ze hun aanwezigheid doordat ze omgeven worden door kleine, compacte sterrenhopen, die door de 'weggeschoten' zwarte gaten zijn meegesleurd. Overigens bevindt het dichtstbijzijnde zware zwarte gat zich vermoedelijk op een veilige afstand van duizenden lichtjaren van aarde en zon.
Meer informatie:
Rogue Black Holes May Roam the Milky Way
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 april 2009
Microscopische diamantjes in de ruimte worden geproduceerd door krachtige röntgenvlammen op jonge dwergsterren. Dat concludeert een internationaal team van sterrenkundigen op basis van waarnemingen met de Japanse 8,3-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii.
Sinds 1983 zijn in de stof- en gasschijven rond een handjevol pasgeboren sterren micro-diamantjes gevonden. Ze verraden hun aanwezigheid door een specifieke 'vingerafdruk' achter te laten in de infraroodspectra van die sterren. Er was echter niet bekend hoe de microscopische edelsteentjes ontstaan, en waarom ze niet in de circumstellaire schijven van álle jonge sterren worden aangetroffen.
Een team van Japanse, Duitse en Deense sterrenkundigen denkt de oplossing nu gevonden te hebben. In een artikel in The Astrophysical Journal beschrijven ze wat er nodig is om microdiamantjes te produceren. Om te beginnen moet de ster in kwestie omgeven worden door een vrij zware afgeplatte schijf van gas en stof, waarin kleine koolstofstructuren voorkomen die uit verschillende laagjes koolstofatomen bestaan (zogeheten koolstof-uien).
De ster moet bovendien wat heter zwaarder zijn dan de zon, zodat de schijf voldoende wordt opgewarmd. Daarnaast moet hij deel uitmaken van een dubbelster, en moet de begeleider een kleine rode dwergster zijn, waarop regelmatig krachtige röntgenuitbarstingen voorkomen.
De energierijke straling en de elektrisch geladen deeltjes van zo'n röntgenvlam oefenen een enorme druk uit op de kleine koolstof-uien, waardoor er microscopische diamantkorreltjes ontstaan - een proces dat in aardse laboratoria is aangetoond. Er moet dus wel aan veel voorwaarden worden voldaan; reden waarom diamanten ook in het heelal heel zeldzaam zijn.
Meer informatie:
Creating Diamonds in Space
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 april 2009
De opmerkelijke stofpilaren die zichtbaar zijn aan de randen van hete stervormingsgebieden ontstaan niet onder invloed van de zwaartekracht, maar groeien in de loop van relatief korte tijd in de schaduw van relatief compacte wolken van gas en stof. Dat concluderen Ierse astronomen op basis van gedetailleerde computerberekeningen. De stofpilaren werden voor het eerst gedetailleerd in beeld gebracht door de Hubble Space Telescope in de Adelaarnevel. Het gaat om langgerekte structuren van gas en stof met een hogere dichtheid en een lagere temperatuur dan de omgeving. Ze bevinden zich aan de randen van stervormingsgebieden waarin al hete, jonge sterren zijn ontstaan die grote hoeveelheden licht en ultraviolette straling uitzenden. Compacte wolken van gas en stof in zo'n stervormingsgebied werpen daardoor schaduwen, en verder weg gelegen materieconcentraties die zich gedeeltelijk in die schaduw bevinden, blijken volgens de computersimulaties in de loop van ca. 150.000 jaar verder de schaduw in te bewegen. Onder bepaalde omstandigheden hoopt zich in die schaduw vervolgens zo veel gas en stof op dat er sprake is van een langgerekte 'pilaar'. De stofpilaren (ook wel de 'pillars of creation ' genoemd) hebben volgens de Ierse onderzoekers een levensduur van ca. 100.000 jaar; in de loop van de tijd verdwijnen ze weer als gevolg van de eroderende werking van de energierijke ultraviolette straling van de jonge sterren in de kern van het stervormingsgebied.
Meer informatie:
Pillars of creation formed in the shadows
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 april 2009
In het stervormingsgebied IC 348, op 1000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Perseus, zijn drie extreem lichte bruine dwergen ontdekt. Het stervormingsgebied heeft een leeftijd van slechts drie miljoen jaar. Met de Canada-France-Hawaii Telescope op Mauna Kea zijn in IC 348 drie solitaire bruine dwergen gevonden - sterren die niet zwaar genoeg zijn voor spontane kernfusiereacties van waterstof in hun binnenste - die minder dan tien keer zo zwaar zijn als de reuzenplaneet Jupiter. Althans, dat volgt uit de bepaling van hun oppervlaktetemperatuur: 600 à 700 graden Celsius. Omdat bruine dwergen warm geboren worden en daarna langzaam maar zeker afkoelen, moeten de drie dwergen in IC 348 wel een zeer geringe massa hebben, anders zouden ze (gezien hun jonge leeftijd) een stuk warmer moeten zijn. Onderzoek aan jonge bruine dwergen in stervormingsgebieden biedt inzicht in de manier waarop sterren worden geboren en geeft ook informatie over de relatieve aantallen van sterren (en bruine dwergen) met verschillende massa's.
Meer informatie:
Astronomers discover youngest and lowest mass dwarfs
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 april 2009
De Nederlandse astronoom Klaas Wiersema, verbonden aan de Universiteit van Leicester, heeft als eerste een 'vliegtuigspoornevel' in het Melkwegstelsel ontdekt. Het bestaan van zulke jet trail nebulas was al voorspeld, maar er was er nog nooit een gezien. De nevel bestaat uit twee zwakke, langgerekte strepen, die nog het meest doen denken aan de dubbele condenssporen die door straalvliegtuigen worden veroorzaakt in de aardse dampkring. De door Wiersema en zijn collega's vastgelegde nevel ontstaat doordat een röntgendubbelster met hoge snelheid (ca. 100 kilometer per seconde) door het Melkwegstelsel beweegt. Het kleine, compacte object in deze röntgendubbelster (een neutronenster of een zwart gat) blaast twee bundels ('jets') van elektrisch geladen deeltjes en energierijke straling de ruimte in. Waar die in botsing komen met het ijle interstellaire gas, ontstaan gloeiende plekken. En door de snelle ruimtelijke beweging van de röntgendubbelsterren worden die als het ware uitgerekt tot strepen.
Meer informatie:
X-ray astronomers find 'garden hose' jet trail nebula
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 april 2009
Met de Hubble Space Telescope is een opname gemaakt van de gaswolk die op 12 februari 2006 werd uitgestoten door de ster RS Ophiuchi in het sterrenbeeld Slangendrager. De wolk (die vanwege de grote afstand tot de ster maar een paar pixels groot is op de Hubble-opnamen) blijkt een opvallende pindavorm te hebben. RS Ophiuchi is een zogeheten recurrente nova: gas van een rode reuzenster wordt ogezogen door een begeleidende witte dwerg. Ongeveer eens in de twintig jaar is de hoeveelheid opgezogen sterrengas zo groot dat er spontaan een thermonucleaire explosie optreedt, waarbij ongeveer één aardmassa aan gas de ruimte in wordt geblazen, met een snelheid van een paar duizend kilometer per seconde. Hubble fotografeerde RS Ophiuchi 155 en 449 dagen na de explosie. De waargenomen pindavorm wordt veroorzaakt doordat de sterexplosie als het ware in de ijle dampkring van de rode reus plaatsvindt. Die bevat meer gas in het evenaarvlak van de ster dan in de poolgebieden, waardoor het weggeblazen materiaal van de explosie in twee richtingen makkelijker weggeblazen kan worden.
Meer informatie:
A peanut-shaped stellar explosion
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 april 2009
In het grote stervormingsgebied Sagittarius B2, dicht bij de kern van ons Melkwegstelsel, zijn twee nieuwe, complexe moleculen ontdekt: ethyl formate (C2H5OCHO) en n-propyl cyanide (C3H7CN). De twee nieuwe moleculen behoren tot de grootste en meest complexe die ooit in de interstellaire ruimte zijn gevonden. De ontdekking is gedaan door astronomen van het Max-Planck-Institut für Radioastronomie (MPIfR) in Bonn, de Cornell-universiteit in Ithaca, New York, en de Universiteit van Keulen. De kenmerkende spectraallijnen van de twee moleculen werden gedetecteerd met de 30-meter IRAM-radiotelescoop in Spanje. Eerder zijn al tal van andere complexe moleculen in de interstellaire ruimte ontdekt. Algemeen werd aangenomen dat zulke moleculen ontstaan doordat afzonderlijke atomen zich in de loop van de tijd aaneenrijgen. Modelberekeningen wijzen nu echter uit dat de nieuw ontdekte moleculen waarschijnlijk zijn gevormd doordat kleinere segmenten (in feite kleinere moleculen) zich met elkaar verbinden. Volgens de onderzoekers kunnen op die manier nog veel complexere moleculen ontstaan, waaronder misschien aminozuren - de organische bouwstenen van het leven. Naar het eenvoudigste aminozuur, glycine (NH2CH2COOH), is regelmatig gezocht, maar het bestaan ervan in de interstellaire ruimte is nog nooit overtuigend aangetoond.
Meer informatie:
Two highly complex organic molecules detected in space
Vakpublicatie over de ontdekking
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
20 april 2009
Op veertig lichtjaar afstand van de zon is een klein, zwak 'sterretje' ontdekt met een oppervlaktetemperatuur van slechts 300 graden Celsius. De zogeheten bruine dwerg beschrijft een baan rond de dwergster Wolf 940. Ter vergelijking: het oppervlak van onze zon heeft een temperatuur van 5700 graden Celsius; blauwe superreuzen kunnen oppervlaktetemperaturen hebben van enkele tienduizenden graden. De ster, die Wolf 940 B is genoemd, is te klein en te licht voor spontane kernfusiereacties van waterstof in zijn inwendige. Er vindt hooguit een beetje kernfusie plaats van deuterium ('zwaar waterstof'); voor de rest is de gemeten oppervlaktetemperatuur voornamelijk het overblijfsel van de warmte die vrijkwam bij de geboorte van de dwerg. Wolf 940 B is twintig à dertig keer zo zwaar als de reuzenplaneet Jupiter, maar heeft ongeveer dezelfde afmetingen. Elke achttienduizend jaar beschrijft hij een trage, wijde baan rond zijn 'moederster', op een afstand van ca. 66 miljard kilometer. De ster is ontdekt in het kader van het UKIDSS-project (UKIRT Infrared Deep Sky Survey); pas later bleek dat het om een begeleider van een reeds bekende rode dwerg ging. Omdat de leeftijd van de rode dwerg relatief nauwkeurig kon worden bepaald, lag daarmee de leeftijd van de bruine dwerg ook vast. Leeftijdsbepalingen van bruine dwergen zijn belangrijk voor het opstellen van nauwkeurige modellen van hun opbouw en voor het afleiden van hun oppervlaktetemperatuur uit de opgemeten infraroodstraling.
Meer informatie:
UKIRT Astronomers Discover Local Star's Cool Companion
Persbericht Royal Astronomical Society
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 april 2009
In het stervormingsgebied in Orion zijn meer dan honderd krachtige 'stralen' (jets) van waterstofmoleculen ontdekt die met hoge snelheden de ruimte in geblazen worden vanaf de poolgebieden van pasgeboren sterren. Het bestaan van zulke bipolaire stralen bij jonge protosterren was al bekend, maar nooit eerder zijn ze in zulke enorme aantallen gevonden. De ontdekking is het resultaat van een grote internationale waarnemingscampagne aan de Orion Moleculaire Wolk, in het gelijkname sterrenbeeld. Die kolossale donkere, stofrijke wolk is een van de grootste kraamkamers van nieuwe sterren in het Melkwegstelsel. De beroemde Orionnevel is een relatief klein gebied aan de buitenzijde van de donkere wolk, waar het geboorteproces van nieuwe sterren ook met een optische telescoop goed te volgen is. In het grootste deel van de wolk (die aan de hemel ongeveer zo groot is als het hele sterrenbeeld Orion) zijn astronomen echter aangewezen op infraroodtelescopen, die dwars door de dichte stofwolken heen kunnen kijken. Door waarnemingen te combineren van de United Kingdom Infra-Red Telescope op Mauna Kea (Hawaii), de Amerikaanse Spitzer Space Telescope (in een baan om de aarde) en het Franse IRAM-millimeterobservatorium op Plateau de Bure zijn Chris Davis (Joint Astronomy Center, Hawaii) en zijn collega's erin geslaagd de Orion Moleculaire Wolk gedetailleerd in kaart te brengen. Voor het eerst was het mogelijk om van de talloze moleculaire jets , die snelheden hebben van honderden kilometers per seconde, de oorsprong te traceren: jonge, pasgeboren protosterren. Het onderzoek aan de Orion-kraamkamer laat bovendien zien dat het hier om een zeer overbevolkt en chaotisch stervormingsgebied gaat, waarin zich veel meer activiteit voordoet dan tot dusver werd aangenomen.
Meer informatie:
Glorious Orion: UKIRT helps reveal chaotic and overcrowded stellar nursery
Vakpublicatie over het onderzoek
Persbericht Royal Astronomical Society
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
3 april 2009
De Amerikaanse röntgensatelliet Chandra heeft een opname gemaakt van de jonge pulsar B1509. Een pulsar is een snel ronddraaiende neutronenster, de ingestorte kern van een zware ster die als supernova is ontploft. B1509 tolt bijna zeven keer per seconde om zijn as en heeft een zeer sterk magnetisch veld. De combinatie van zijn snelle rotatie en sterke magneetveld maakt deze pulsar tot een van de krachtigste elektromagnetische generatoren van het Melkwegstelsel. Deze generator blaast een intense 'wind' van elektronen en andere geladen deeltjes uit en oefent daarmee een sterke invloed uit op zijn omgeving. Het omringende gas, dat ook een overblijfsel is van de ongeveer 1700 jaar geleden ontplofte ster, wordt door de energierijke deeltjes straling tot lichten gebracht.
Meer informatie:
A Young Pulsar Shows Its Hand
2 april 2009
Sterrenkundigen hebben met behulp van de Very Large Telescope Interferometer (VLTI) van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili de dubbelster Thèta 1 Ori C bekeken. Het resultaat is de scherpste opname die ooit van deze dubbelster is gemaakt. Theta 1 Ori C is de helderste ster van de Trapezium-sterrenhoop, een groepje zeer jonge sterren in het hart van de Orionnevel. Op de VLTI-opname zijn de beide sterren van deze dubbelster voor het eerst afzonderlijk te zien. Uit nader onderzoek is gebleken dat de twee sterren zeer verschillend zijn: de ene is 38 keer zo zwaar als onze zon, de andere weegt 'slechts' 9 zonsmassa's. De sterren draaien op zeer korte afstand om elkaar, met een omlooptijd van 11 jaar. Met een afstand van ongeveer 1300 lichtjaar is de Orionnevel het meest nabije stervormingsgebied waar zulke zware sterren ontstaan.
Meer informatie:
In the heart of the Orion Nebula;
31 maart 2009
In 2007 is een groep vrijwilligers, verenigd in de stichting 'C.A. Muller Radio Astronomie Station' (CAMRAS), begonnen aan de restauratie van de 25 meter Dwingeloo-radiotelescoop en de modernisering van de apparatuur. De groep wil de historisch belangrijke en in onbruik geraakte radiotelescoop voor de toekomst conserveren, en deze daadwerkelijk gebruiken en beschikbaar maken voor publiek en onderwijs. Een van de eerste successen van de CAMRAS-vrijwilligers is dat zij de Dwingeloo-radiotelescoop zo ver in bedrijf hebben gekregen dat deze ook weer het neutrale waterstofgas in onze melkweg kan 'zien'. In de enorme uitgestrektheid van ons Melkwegstelsel zijn veel wolken atomaire waterstof aanwezig. Dat waterstofgas zendt op een frequentie van 1420,4 MHz (een golflengte van 21,1 cm) een heel zwak radiosignaal uit. Als je aan de hand van deze radiostraling de verdeling van de waterstof in de melkweg in kaart brengt, blijkt dat het gas niet gelijkmatig is verdeeld: het vertoont een spiraalstructuur. Juist om die spiraalstructuur in kaart te brengen, werd deze radiotelescoop in Dwingeloo gebouwd en in 1956 in bedrijf gesteld.
Meer informatie:
CAMRAS website
31 maart 2009
Onderzoekers van het Nederlands ruimteonderzoeksinstituut SRON hebben voor het eerst 'vingerafdrukken' gezien van interstellair stof in röntgenlicht. Cor de Vries en Elisa Costantini gebruikten de door SRON ontwikkelde reflectietraliespectrometer (RGS) om de absorptie van röntgenstraling door interstellair stof te analyseren. De vingerafdruk van deze stofdeeltjes kan meer vertellen over de samenstelling en het ontstaan van de deeltjes. De resultaten verschijnen op 31 maart in een persbericht van Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
25 maart 2009
De Utrechtse sterrenkundepromovenda Selma de Mink heeft een verrassend simpele verklaring gevonden voor het zware zwarte gat in de nauwe dubbelster M33-X7, dat veel zwaarder is dan standaard-stermodellen kunnen verklaren. De Mink heeft gekeken naar de mengprocessen in dergelijke snel roterende, zeer nauwe dubbelsterren en concludeert dat die ervoor zorgen dat de dubbelsterren niet uitzetten, maar klein blijven, geen massa aan elkaar overdragen en op gewicht blijven. Haar bevindingen worden binnenkort gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Meer informatie over De Mink's onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 maart 2009
De zon is 4,6 miljard jaar geleden ontstaan in een groep van een paar duizend sterren, zo blijkt uit onderzoek van Simon Portegies Zwart van de Universiteit van Amsterdam. Uit zijn analyse blijkt dat deze sterren zich bevonden in een sterrenhoop met een diameter van minder dan 20 lichtjaar en een massa van 500 tot 3000 zonsmassa's, helemaal aan de andere kant van het Melkwegstelsel, zo'n 44.000 lichtjaar van de plek waar wij nu leven. In de loop van tijd is de zon circa 27 keer rond de Melkweg geweest om uiteindelijk op zijn huidige locatie op ongeveer 28.000 lichtjaar van het centrum te belanden. De sterren die samen met de zon zijn gevormd, bleven gedurende die gehele reis vrij dicht in de buurt. Uit de analyse blijkt dat er nog steeds een stuk of veertig van hen binnen een afstand van een paar honderd lichtjaar van de zon staan, en nog steeds 'meereizen'. Deze sterren kunnen met toekomstige waarneemprogramma's worden geïdentificeerd, zoals de in 2011 te lanceren Gaia-satelliet, die 1 miljard sterren in kaart gaat brengen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
12 maart 2009
Met de Spitzer Space Telescope is ontdekt dat er in de kern van ons Melkwegstelsel wel degelijk veel koolstofrijke sterren voorkomen. Zulke sterren waren eerder wel in andere sterrenstelsels gevonden. Spitzer bestudeerde de infrarode straling van veertig planetaire nevels, waarvan 26 in de centrale verdikking van het Melkwegstelsel. Planetaire nevels zijn de uitdijende gasschillen die door stervende sterren zoals de zon de ruimte in worden geblazen. Uit de infraroodspectra blijkt dat veel planetaire nevels kristallijne silicaten en polycyclische aromatische koolwaterstoffen bevatten. Dat wijst erop dat ze rijk zijn aan zowel koolstof als zuurstof - elementen die door kernfusiereacties in sterren ontstaan. De sterren in de kern van het Melkwegstelsel bevatten meer zware elementen dan de sterren in de buitengebieden. Modelberekeningen doen vermoeden dat dat hogere 'metaalgehalte' ervoor zorgt dat koolstof en zuurstof minder gemakkelijk uit het sterinwendige omhoog wordt gebracht, met als gevolg dat de spectroscopische vingerafdruk van koolstof alleen gezien wordt bij relatief zware sterren, die aan het eind van hun leven zogeheten thermische pulsaties kunnen ondergaan: snelle, heftige pulsaties waarbij een groot deel van de mantel van de ster de ruimte in wordt geblazen. De Spitzer-resultaten verschijnen binnenkort in Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Galactic Dust Bunnies Found to Contain Carbon After All
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 maart 2009
IJsmonsters van Antarctica bevatten aanwijzingen dat er in ons Melkwegstelsel ongeveer duizend jaar geleden ongemerkt een ster is ontploft. Dat blijkt uit een diepe boring in het ijs die door een internationaal team van wetenschappers is uitgevoerd. Op ongeveer vijftig meter diepte blijkt het ijs drie dunne lagen te bevatten die een verhoogde nitraatconcentratie vertonen. Nitraat ontstaat uit stikstofoxiden in de lucht, die op hun beurt kunnen ontstaan als de aardatmosfeer door de gammastraling van een supernova wordt getroffen. Uit nauwkeurige datering van de drie lagen blijkt dat twee ervan samenvallen met bekende supernova-explosies: die van 1006 en 1054. Maar ook in 1060 is een nitraatpiek te zien. Volgens de onderzoekers zou deze veroorzaakt kunnen zijn door een supernova die alleen zichtbaar was vanaf het zuidelijk halfrond, waarvan weinig waarnemingen uit die periode bekend zijn. Een andere mogelijkheid is dat de supernova schuilging achter dichte interstellaire stofwolken.
Meer informatie:
Ancient supernovae may be recorded in Antarctic ice
26 februari 2009
Pulsar J0108-1431 zendt onverwacht veel energierijke röntgenstraling uit. Dat blijkt uit metingen van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory. Pulsars zijn de ultracompacte, snel roterende overblijfselen van geëxplodeerde sterren. In de loop van de tijd draaien ze steeds langzamer om hun as. Pulsar J0108-1431 is naar schatting tweehonderd miljoen jaar oud. Daarmee is het de oudst bekende geïsoleerde radiopulsar (er zijn wel oudere pulsars bekend, maar die maken deel uit van een dubbelstersysteem en zijn weer tot hogere rotatiesnelheden 'opgezweiept' door materie-overdracht van de begeleider). De pulsar heeft een rotatieperiode van iets minder dan één seconde. Van zulke oude pulsars wordt niet verwacht dat ze nog veel energierijke röntgenstraling uitzenden. Toch bleek de röntgenhelderheid opvallend hoog. De röntgenstraling is waarschijnlijk deels afkomstig van elektrisch geladen deeltjes die met hoge snelheden rond magnetische veldlijnen spiralen, en deels van extreem hete gebieden op de pulsar, rond de magnetische polen. De Chandra-waarnemingen aan de oude pulsar helpen sterrenkundigen een beter beeld te krijgen van de levenscyclus van deze bizarre objecten.
Meer informatie:
PSR J0108-1431: Geriatric Pulsar Still Kicking
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
25 februari 2009
Stofdeeltjes in de uitdijende gasschil van een geëxplodeerde ster veroorzaken het sterkste polarisatie-effect dat ooit is gemeten. Dat melden astronomen van de Universiteit van Nottingham in een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Een zware ster spat aan het eind van zijn leven uit elkaar in een supernova-explosie. Uit het wegvliegende gas condenseren kleine stofdeeltjes, waaruit later nieuwe sterren en planeten gevormd kunnen worden. Mogelijk is het overgrote deel van het stof in de interstellaire ruimte in zulke supernova-resten ontstaan. De onderzoekers gebruikten de SCUBA-camera op de Brits-Nederlandse James Clerk Maxwell Telescope op Mauna Kwa, Hawaii, om onderzoek te doen aan de millimeterstraling van Cassiopeia A, het overblijfsel van een supernova die aan het eind van de zeventiende eeuw plaatsvond. Wanneer asymmetrische stofdeeltjes een voorkeursrichting vertonen onder invloed van een magnetisch veld, veroorzaken ze een sterke polarisatie van de waargenomen straling. Dat polarisatie-effect bleek in het geval van Cassiopeia A extreem sterk te zijn. Mogelijk bevat de supernovarest langgerekte, microscopische ijzernaaldjes. Het bestaan daarvan in de interstellaire ruimte zou grote gevolgen kunnen hebben voor de kosmologie: de kosmische achtergrondstraling - het afgekoelde overblijfsel van de oerknal - wordt ster beïnvloed door de aanwezigheid van zulke langgerekte deeltjes.
Meer informatie:
Dust factory in a dead star
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
25 februari 2009
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) heeft vandaag een spectaculaire foto vrijgegeven van de Helix-nevel. De opname is gemaakt met de Wide Field Imager, een groothoekcamera die bevestigd is op de 2,2-meter telescoop van de Europese sterrenwacht op Cerro La Silla in Noord-Chili. De Helix-nevel (NGC 7293) is een zogeheten planetaire nevel in het sterrenbeeld Waterman, op ca. 700 lichtjaar afstand van de aarde. De Helix-nevel werd voor het eerst in 1824 beschreven door de Duitse astronoom Karl Ludwig Harding. De uitdijende, schilvormige nevel is ontstaan doordat de centrale ster aan het eind van zijn leven opzwol en het grootste deel van zijn buitenlagen de ruimte in blies. De ring heeft een middellijn van ongeveer twee lichtjaar. De uitdijingssnelheid bedraagt ongeveer honderdduizend kilometer per uur, en de nevel moet ca. 12.000 jaar geleden zijn gevormd. Eerder is de Helix-nevel ook al in detail waargenomen door de Hubble Space Telescope.
Meer informatie:
Into the Eye of the Helix
Wide Field Imager
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 februari 2009
De vorming van de allerzwaarste sterren in het heelal wordt mede mogelijk gemaakt door turbulentie in samentrekkende interstellaire gas- en stofwolken. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen van twee stervormingsgebieden op 15.000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Slang, die zijn uitgevoerd met de Amerikaans-Chinese Submillimeter Array op Mauna Kea, Hawaii. In grote stervormingsgebieden, zoals de beroemde Orionnevel, komen sterren voor die tientallen keren zo zwaar en honderdduizend keer zo helder zijn als de zon. Omdat samentrekkende gaswolken na verloop van tijd fragmenteren, werd het ontstaan van zulke reuzensterren nooit goed begrepen. Er is wel geopperd dat die alleen gevormd kunnen worden door botsingen en versmeltingen van kleinere, lichtere sterren. De nieuwe resultaten, die binnenkort gepubliceerd worden in The Astrophysical Journal , doen echter vermoeden dat fragmentatie van een samentrekkende wolk verhinderd kan worden door turbulente bewegingen van het gas.
Meer informatie:
Turbulence May Promote the Birth of Massive Stars
Submillimeter Array
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 februari 2009
Een team van Franse sterrenkundigen heeft een van de scherpste hemelfoto's ooit gemaakt. Het onderwerp is de ster T Leporis in het sterrenbeeld Haas. En de 'camera' werd gevormd door de vier 'hulptelescopen' van de Very Large Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili. Normaal gesproken zijn zelfs de grootste telescopen op aarde te klein om foto's van sterren te maken waarop details te zien zijn. Ook als de ster, zoals in dit geval, honderd keer zo groot is als onze zon. Maar door het licht van een aantal telescopen te combineren met behulp van een techniek die interferometrie wordt genoemd, kan een veel grotere beeldscherpte worden bereikt. In het geval van deze opname werd een 'virtuele telescoop' met een middellijn van ongeveer 100 meter nagebootst. Op de foto van T Leporis is niet alleen de ster zelf te zien, maar ook de gasschil die deze heeft uitgestoten. De reuzenster behoort tot de klasse van de zogeheten Mira-sterren: sterren die bijna door hun brandstof heen zijn, daardoor instabiel zijn geworden en afwisselend uitdijen en inkrimpen.
Meer informatie:
Hundred metre virtual telescope captures unique detailed colour image;
12 februari 2009
In een groot stervormingsgebied nabij het centrum van het Melkwegstelsel zijn veel onbekende moleculen gevonden. Dat maakten Amerikaanse radioastronomen bekend op het symposium 'Cosmic Cradle of Life' dat gehouden wordt tijdens de jaarbijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science in Chicago. De afgelopen veertig jaar zijn al ruim honderdvijftig moleculen ontdekt in de ruimte tussen de sterren. Daar zitten heel simpele moleculen bij zoals moleculair waterstof en koolmonoxide, maar ook zeer complexe organische moleculen zoals suikers en alcoholen. Tot nu toe werd gericht naar bepaalde moleculen gezocht, door met radiotelescopen metingen te verrichten op de frequenties waarop die specifieke moleculen spectraallijnen produceren. Met de 100-meter Green Bank Telescope is nu echter over een zeer groot frequentiegebied onderzoek verricht. Van de 720 gedetecteerde spectraallijnen zijn er 240 niet-geïdentificeerd. Laboratoriumproeven en theoretische berekeningen zullen in de nabije toekomst hopelijk uitwijzen om welke (organische) moleculen het gaat. De waarnemingen zijn direct publiek gemaakt, zodat astrochemici over de hele wereld ermee aan de slag kunnen.
Op hetzelfde symposium werden ook nieuwe waarnemingsresultaten gepresenteerd van de Sub Millimeter Array (SMA) op Mauna Kea, Hawaii. Daaruit blijkt dat jonge, zware sterren in een zogeheten protocluster in het sterrenbeeld Schorpioen, op 5500 lichtjaar afstand van de aarde, uiteenlopende leeftijden hebben, en gehuld zijn in gas- en stofwolken die grote hoeveelheden organische moleculen bevatten. Andere SMA-waarnemingen hebben nieuwe protoplanetaire schijven rond jonge sterren aan het licht gebracht waarin misschien al planeten zijn ontstaan. De grote verscheidenheid aan complexe organische moleculen in het heelal, en de ontdekking van exoplaneten en planetenstelsels-in-wording doet vermoeden dat er op tal van plaatsen in het heelal leven kan voorkomen.
Meer informatie:
Astronomers Unveiling Life's Cosmic Origins
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 februari 2009
Met de Wide Field Imager, een grote digitale camera op de 2,2-meter ESO/MPG-telescoop op de La Silla-sterrenwacht in Chili, is een indrukwekkende opname gemaakt van de Carina-nevel - een kolossaal stervormingsgebied op 7500 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Kiel. De Carina-nevel heeft een middellijn van ruim honderd lichtjaar (vier keer zo groot als de dichterbijgelegen Orionnevel), en bevat tientallen sterren die vijftig tot honderd keer zo zwaar zijn als de zon. De centrale ster in de nevel, Eta Carinae geheten, is meer dan honderd keer zo zwaar als de zon en ongeveer vier miljoen keer zo helder. Hij staat op het punt om in een geweldige supernova-explosie uiteen te spatten. Eta Carinae heeft een begeleider in een langgerekte baan met een omlooptijd van iets meer dan vijfenhalf jaar. Die begeleider bereikte half januari de kleinste afstand tot de hoofdster, waarbij mogelijk een sterke wisselwerking tussen beide sterren optrad. Eta Carinae is dan ook uitgebreid in het oog gehouden door telescopen op aarde; de waarnemingen moeten echter nog geanalyseerd worden. De foto van de Carina-nevel is een compositie van zes afzonderlijke opnamen, gemaakt door verschillende filters.
Meer informatie:
Strong Winds over the Keel
Hogeresolutieversie van de foto (14 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 februari 2009
De Amsterdamse sterrenkunde-promovenda Gemma Janssen heeft drie radiopulsars ontdekt met de Westerbork Synthese Radio Telescoop (WSRT) in Dwingeloo. Ze publiceert haar resultaat binnenkort in Astronomy & Astrophysics. In totaal zijn nu 1800 pulsars bekend. De recent ontdekte pulsars zijn de eerste drie die vanuit Nederland zijn gevonden.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 februari 2009
Dankzij waarnemingen van de Swift-satelliet en de Fermi Gamma-ray Space Telescope is een nieuwe 'soft gamma repeater' (SGR) ontdekt. Het gaat hier om een compacte neutronenster met een extreem sterk magnetisch veld (een zogeheten magnetar) die met enige regelmaat uitbarstingen op röntgen- en gammagolflengten vertoont. SGR J1550-5418, zoals het nieuwe exemplaar heet, is pas de zesde soft gamma repeater die bekend is. Het hemellichaam staat op ca. 30.000 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Norma (Winkelhaak). Het was al langere tijd bekend als bron van röntgenstraling. Begin oktober 2008 werd er voor het eerst een reeks uitbarstingen waargenomen. Op 22 januari werd de bron opnieuw zeer actief. In een periode van nog geen twintig minuten traden ruim honderd uitbarstingen op, waarvan de helderste evenveel energie produceerde als de zon in twintig jaar. Uit de metingen blijkt dat de neutronenster een rotatiesnelheid heeft van 2,07 seconden. Hoewel er pulsars bekend zijn die veel sneller roteren, is SGR J1550-5418 daarmee wel de snelst roterende soft gamma repeater die momenteel bekend is. Rond het mysterieuze object zijn ook röntgenlichtecho's waargenomen: de röntgestraling van een uitbarsting wordt daarbij gereflecteerd door interstellaire materie tussen de bron en de aarde.
Meer informatie:
NASA's Swift, Fermi Probe Fireworks From a Flaring Gamma-Ray Star
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 februari 2009
Het heelal wemelt van het stof - kleine deeltjes die uit zware elementen zoals ijzer, silicium en koolstof bestaan. Maar waar komt het vandaan? Sterrenkundigen van de universiteiten van Chicago en Toledo hebben in elk geval één mogelijke bron ontdekt: het dubbelstersysteem in een interstellaire nevel die bekendstaat als de Rode Rechthoek. Eén van beide sterren is een zogeheten post-AGB-ster, een reuzenster die alle waterstof in zijn kern heeft verbruikt en inmiddels bezig is om helium te 'verbranden'. Bij het overschakelen op die andere brandstof, een proces dat tienduizenden jaren duurt, zwellen sterren als deze enorm op. Maar de reuzenster in de Rode Rechthoek is veel te heet om de materie in zijn atmosfeer tot stof te laten condenseren. Toch is er veel stof in zijn omgeving. Volgens de onderzoekers komt dit, doordat er materie overstroomt van de reuzenster naar zijn begeleider.Hierdoor heeft zich rond de tweede ster een schijf van materie gevormd. En dáár is de temperatuur wél laag genoeg om de vorming van stofdeeltjes mogelijk te maken. Weliswaar komt een groot deel van deze materie uiteindelijk op de ster terecht, maar een deel ervan wordt in de vorm van twee zogeheten 'jets' de ruimte in geblazen.
Meer informatie:
Astronomers spot cosmic dust fountain
29 januari 2009
Japanse en Indiase sterrenkundigen hebben met behulp van de 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, een groot aantal zeer lichte sterren en bruine dwergen gevonden in een groot actief stervormingsgebied. De vondst is opmerkelijk, omdat stertellingen in sommige andere stervormingsgebieden, zoals de Orionnevel en IC 348, erop leken te wijzen dat zulke lichte sterren relatief schaars zijn - ze komen weliswaar veel vaker voor dan zware sterren, maar de allerlichtste exemplaren bleken toch minder talrijk dan je uit een eenvoudige extrapolatie zou verwachten. Door in jonge stervormingsgebieden zo precies mogelijk te tellen hoe veel sterren er zijn met verschillende massa's, hopen sterrenkundigen een beter beeld te krijgen van stervormingsprocessen in het Melkwegstelsel. Omdat bruine dwergen (sterren die te klein en te licht zijn voor kernfusie van waterstof) op zichtbare golflengten zeer zwak zijn, maakten de astronomen gebruik van de infrarode CISCO-camera van de Subaru-telescoop - jonge bruine dwergen zijn verhoudingsgewijs helder op infrarode golflengten, doordat ze nog warmte uitstralen uit hun ontstaansperiode. Het blijkt dat er een significant groot aantal bruine dwergen voorkomt in het stervormingsgebied W3 Main, op ca. 6000 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Cassiopeia. Kennelijk zijn de relatieve verhoudingen van aantallen sterren met verschillende massa's niet overal in het Melkwegstelsel gelijk. De resultaten woren binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Subaru Head Count of Low-mass Stars in W3 Main
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
27 januari 2009
Met de Europese kunstmaan Integral zijn de afgelopen dagen gedetailleerde waarnemingen verricht van een zogeheten magnetar tijdens een krachtige uitbarsting. De nieuwe metingen zullen er hopelijk toe bijdragen dat sterrenkundigen een beter inzicht krijgen in de ware aard van deze mysterieuze hemellichamen. Magnetars zijn kleine, compacte neutronensterren (zwaarder dan de zon maar niet veel groter dan een kilometer of dertig) met extreem sterke magneetvelden. Soms produceren ze periodieke pulsen van röntgenstraling, en af en toe meer of minder krachtige uitbarstingen van energierijke straling. De uitbarstingen zijn waarschijnlijk het gevolg van 'sterbevingen', veroorzaakt door een herrangschikking van de magnetische veldlijnen. De magnetar 1E 1547.0-5408 (een van de negen bekende anomale röntgenpulsars, een subklasse van magnetars) ondering op 22 januari een krachtige uitbarsting, die gedetecteerd werd door de Amerikaanse kunstmanen Swift en Fermi. Twee dagen later werd de gevoelige Europese gammasatelliet Integral op het hemellichaam gericht, in het kader van een zogeheten 'Target of Opportunity'-waarneming. De metingen, waaronder gevoelige röntgenspectra, zijn allemaal direct publiek gemaakt, zodat sterrenkundigen van over de hele wereld ermee aan de slag kunnen.
Meer informatie:
Magnetar observed during outburst thanks to rapid response of INTEGRAL
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 januari 2009
De Europese satelliet INTEGRAL heeft nauwkeurige waarnemingen gedaan aan twintig bedekkingsveranderlijke dubbelsterren. Dat zijn sterren die elkaar, vanaf de aarde gezien, beurtelings bedekken. De waarnemingen vonden niet plaats op de energierijke gammagolflengten waarvoor INTEGRAL gebouwd is, maar gewoon in het zichtbare deel van het spectrum. Ze zijn namelijk verricht met de Optical Monitoring Camera (OMC), een camera die voor ondersteunende waarnemingen op visuele golflengten wordt gebruikt. De OMC is zeer geschikt voor het waarnemen van veranderlijke sterren, omdat hij heel lang naar hetzelfde stuk hemel kan blijven kijken - zo nodig 2,5 dag achtereen. Hierdoor kan het op en neer gaan van de helderheid van een bedekkingsveranderlijke goed worden gevolgd. De twintig onderzochte sterren waren nog niet eerder zo nauwkeurig bekeken. Uit de nu verzamelde gegevens kan voor elke dubbelster onder meer worden afgeleid hoe snel de beide componenten om elkaar draaien, en hoe helder, groot en zwaar de afzonderlijk sterren zijn. Ook zijn bij vijf van de systemen aanwijzingen gevonden dat er wellicht nog een derde ster in het spel is.
Meer informatie:
First light curve analysis of 20 eclipsing binaries with INTEGRAL's OMC
15 januari 2009
Met de Hubble Space Telescope is een unieke opname gemaakt van een planetaire nevel in een open sterrenhoop. Planetaire nevels zijn langzaam uitdijende gasschillen, die de ruimte in worden geblazen wanneer een ster zoals de zon aan het eind van zijn leven komt. De nevel (NGC 2818) bevindt zich op ca. tienduizend lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Pyxis (Kompas). De opname is op 28 november 2008 gemaakt door de Wide Field and Planetary Camera 2 van de ruimtetelescoop, en werd vandaag vrijgegeven door het Space Telescope Science Institute.
Meer informatie:
Hubble Snaps Images of a Nebula Within a Cluster
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 januari 2009
Sterrenkundigen hebben ontdekt waar blue stragglers, sterren in bolvormige sterrenhopen die opmerkelijk heet en zwaar zijn, hun 'overgewicht' vandaan halen. Dat doen ze door gas op te slokken van de nabije ster waarmee ze een dubbelstersysteem vormen (Nature, 15 januari). De meeste sterren van een bolhoop zijn oud en rood. En omdat sterrenkundigen ervan uitgaan dat alle sterren van zo'n sterrenhoop gelijktijdig zijn ontstaan, moest er een verklaring worden gevonden voor het nogal jeugdige karakter van de blue stragglers. Tot nog toe waren twee theorieën in de race: ze konden het resultaat zijn van botsingen tussen sterren of gewoon door materie van een andere ster op te slokken. Door de blue stragglers van 56 bolhopen te inventariseren, lijkt de eerste theorie nu geschrapt te kunnen worden. De getelde aantallen zijn te groot om met sterbotsingen te kunnen verklaren. Bovendien is gebleken dat het aantal blue stragglers het grootst is in bolhopen die de meeste dubbelsterren bevatten.
Meer informatie:
'Stellar cannibalism' is key to formation of overweight stars
13 januari 2009
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton is de rotatieperiode gemeten van een zogeheten 'magnetar' - een snel roterende neutronenster met een extreem sterk magneetveld. Magnetars zijn de overblijfselen van geëxplodeerde sterren. Hoe ze aan hun sterke magneetvelden komen is niet precies bekend. Mogelijk worden ze geboren met rotatiesnelheden van twee à drie milliseconden, en is de enorme magnetische veldsterkte daaraan te danken. Er zijn pas vijf magnetars bekend. Vier van de vijf zijn tijdens uitbarstingen waargenomen op röntgengolflengten, zodat de rotatieperiode opgemeten kon worden. Bij de magnetar SGR 1627-41, in 1998 ontdekt door NASA's Compton Gamma-Ray Observatory, was dat tot nu toe echter nog niet gelukt.
Afgelopen zomer onderging SGR 1627-41 opnieuw een uitbarsting, maar helaas kon de röntgenstraling van de magnetar toen niet waargenomen worden door XMM-Newton, vanwege de ongunstige positie ten opzichte van de zon. In september lukte dat echter wel, en hoewel de röntgenhelderheid toen al sterk was afgenomen, slaagden Europese sterrenkundigen er toch in om met de gevoelige EPIC-camera van de kunstmaan de rotatieperiode te bepalen. Het kleine, compacte neutronensterretje blijkt momenteel elke 2,6 seconden één keer om zijn as te draaien.
Sterrenkundigen hopen bij een volgende uitbarsting opnieuw de rotatiesnelheid te kunnen bepalen. Die neemt continu af door energieverlies via het sterke magneetveld. Door die afnamesnelheid te meten, kan een schatting worden gemaakt van de rotatiesnelheid waarmee de magnetar is geboren. De leeftijd van het rondtollende hemellichaam wordt geschat op hooguit een paar duizend jaar, omdat de nevelresten van de sterexplosie waaruit hij voortkwam nog steeds zichtbaar zijn.
Meer informatie:
XMM-Newton measures speedy spin of rare celestial object
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 januari 2009
Sommige sterren racen als kogels door de interstellaire ruimte en scheuren met grote snelheid door de gaswolken die ze onderweg tegenkomen. Dat blijkt uit beelden van de Hubble-ruimtetelescoop, die veertien van die jonge 'wegrensterren' onderzocht heeft. De sterren die door gebieden van dicht interstellair gas voort ploegen, veroorzaken zogeheten boeggolven. Dat verschijnsel is vergelijkbaar met de golven die een snelle boot in het water van een meer veroorzaakt. Waar de krachtige sterrenwind van de ster op het omringende gas stuit, ontstaat een heldere, wigvormige structuur. Omdat niet precies bekend is hoe ver de sterren van de aarde verwijderd zijn, kan alleen maar een schatting worden gemaakt van de werkelijke afmetingen van de structuren die op de foto's te zien zijn. Voor de 'punt' van de boeggolf komen deze schattingen uit op 150 miljard tot anderhalf biljard kilometer. De snelheden van de sterren liggen in de orde van 180.000 kilometer per uur. Waarschijnlijk zijn de sterren verstoten uit de sterrenhoop waarin ze ontstaan zijn. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als twee dubbelsterren of een dubbelster en een normale ster elkaar op kleine afstand passeren. Of als een ster deel uitmaakt van een dubbelstersysteem waarin zijn begeleider als supernova ontploft. In de jaren tachtig zijn wel meer van dit soort wegrensterren ontdekt, maar de exemplaren die Hubble nu heeft ontdekt, zijn waarschijnlijk lichter en/of iets langzamer.
Meer informatie:
Hubble Finds Stars That 'Go Ballistic'
6 januari 2009
De Amerikaanse gammasatelliet Fermi heeft twaalf nieuwe pulsars ontdekt. Daarnaast zijn van achttien andere pulsars voor het eerst gammapulsen waargenomen. Een pulsar is het restant van een ontplofte zware ster: een snel rondtollende neutronenster met een sterk magnetisch veld. De meeste van de 1800 pulsars die we tot nog toe kennen, zijn ontdekt op radiogolflengten. Maar in dat golflengtegebied wordt slechts een fractie van de totale energie van de pulsar uitgezonden. Wat dat betreft is het gammagebied, dat tien procent van de energie-uitstoot vertegenwoordigt, interessanter. Door processen die nog niet goed worden begrepen, krijgen geladen deeltjes door de combinatie van het magnetische veld en de snelle rotatie van de pulsar een snelheid die de lichtsnelheid benaderd. De hoop is dat de precieze oorzaak van deze dynamowerking in het gammagebied opgespoord kan worden. Zeker is al wel dat de gammastraling niet op dezelfde plek ontstaat als de radiostraling, dat wil zeggen: op het oppervlak van de neutronenster, in de buurt van de magnetische polen. De gammastraling ontstaat juist op een hoogte van enkele honderden kilometers. De straling wordt uitgezonden door snelle geladen deeltjes die langs bogen van niet-gesloten magnetische veldlijnen bewegen.
Meer informatie:
NASA's Fermi Telescope Unveils A Dozen New Pulsars
6 januari 2009
Ongeveer 330 jaar geleden ontplofte er een zware ster in het sterrenbeeld Cassiopeia. Het restant van deze ster is nog steeds waarneembaar en is onder meer een bron van röntgenstraling. Een nieuw filmpje van Cassiopeia A, gebaseerd op gegevens van de NASA-röntgensatelliet Chandra, toont veranderingen in de tijd, zoals die nog niet eerder bij een object van dit type zijn waargenomen. Van de supernovarest is nu bovendien ook een driedimensionaal model beschikbaar. Bijna tien jaar geleden maakte Chandra zijn eerste opname van Cassiopeia A. Sindsdien zijn met enige regelmaat nieuwe opnamen gemaakt. Daarmee is een filmpje gemaakt waarop te zien is hoe de door een ontploffende ster uitgestoten gasnevel opzwelt en verandert. Uit metingen blijkt dat Cassiopeia A minder snel uitdijt dan op basis van de huidige theoretische modellen wordt verwacht. Volgens de sterrenkundigen die het object onderzoeken, komt dit mysterieuze energieverlies ten goede aan de versnelling van de deeltjes die bekend staan onder de verzamelnaam 'kosmische straling'. Het driedimensionale model van Cassiopeia A laat zien dat de supernovarest in feite uit twee componenten bestaat: een bolvormige component, bestaande uit de buitenste lagen van de oorspronkelijke ster, en een afgeplatte component, die uit materie van dieper gelegen lagen bestaat. Uit de schijfvormige component schieten verscheidene pluimen of jets van snel bewegende materie naar buiten.
Meer informatie:
Cassiopeia A Comes Alive Across Time And Space;
5 januari 2009
Een internationaal onderzoeksteam heeft met behulp van een groot netwerk van radiotelescopen (VLBI) vastgesteld dat ons Melkwegstelsel ongeveer 160.000 kilometer per uur sneller roteert dan tot nog toe werd aangenomen. Dat betekent dat ons stelsel aanzienlijk zwaarder is dan gedacht, omdat het anders al lang uiteengevallen zou zijn. Om het gevaarte met de nieuw vastgestelde rotatiesnelheid in toom te houden, is maar liefst vijftig procent extra massa nodig. Daarmee zou het Melkwegstelsel even zwaar zijn als het naburige Andromedastelsel. Een en ander betekent ook dat het Melkwegstelsel een aanzienlijk grotere aantrekkingskracht op naburige stelsels heeft, wat de kans op botsingen met deze (veelal veel kleinere) stelsel vergroot.
Meer informatie:
Milky Way a swifter spinner, more massive, new measurements show
5 januari 2009
In het centrum van ons Melkwegstelsel zijn tal van jonge sterren te vinden. Maar niemand weet precies waar die sterren vandaan komen. In het galactisch centrum huist immers ook een zwart gat van 4 miljoen zonsmassa's, dat enorme getijkrachten veroorzaakt. Aangenomen werd dat deze getijkrachten de vorming van nieuwe sterren uit gaswolken zouden tegengaan. Maar tegelijkertijd leek de kans klein dat de jonge sterren van elders kwamen en dichter naar het galactische zwarte gat toe zijn gemigreerd. Duitse en Amerikaanse onderzoekers hebben nu echter met behulp van de VLA-radiotelescoop twee protosterren - 'sterren in aanbouw' - ontdekt op luttele lichtjaren van het galactisch centrum. Eerder was al één protoster in dit gebied aangetroffen. Het lijkt er dus sterk op dat er dicht in de buurt van het galactische zwarte gat wel degelijk sterren kunnen ontstaan. Waarschijnlijk betekent dit dat de dichtheid van het moleculaire gas in het centrum van ons Melkwegstelsel groter is dan tot nog toe werd gedacht. Een gaswolk van hoge dichtheid heeft voldoende zwaartekracht van zichzelf om de getijwerking van het nabije superzware zwarte gat te weerstaan. Die zwaartekracht houdt de wolk niet alleen bij elkaar, maar zorgt er ook voor dat het gas zich plaatselijk tot nieuwe sterren kan samenballen.
Meer informatie:
Stars forming just beyond black hole's grasp at galactic center
5 januari 2009
Bruine dwergen - objecten die minder zwaar zijn dan sterren, maar zwaarder dan planeten - zijn schaarser dan gedacht. Dat blijkt uit een onderzoek van 233 nabije meervoudige sterren met de Hubble-ruimtetelescoop. In slechts twee van deze stersystemen blijkt een bruine dwerg voor te komen. Zelfs de kleinste normale sterren, de rode dwergen, blijken nooit een bruine dwerg als begeleider te hebben. Dat is opmerkelijk, omdat er wél dubbele bruine dwergen bestaan. Er lijkt nu zelfs een drievoudige bruine dwerg te zijn opgespoord.
Meer informatie:
Brown Dwarfs Don't Hang Out With Stars
5 januari 2009
Tussen februari en juni 2008 heeft de Hubble-ruimtetelescoop meer dan tweeduizend opnamen gemaakt van het centrum van ons Melkwegstelsel. Daarbij is het galactisch centrum gedetailleerder dan ooit in beeld gebracht. Op het mozaïek van opnamen is een nieuwe populatie van zware sterren ontdekt en zijn nieuwe details waargenomen in de complexe structuren van heet, geïoniseerd gas dat in de binnenste 300 lichtjaar van ons sterrenstelsel wervelt. Uit de opnamen blijkt dat ook buiten de drie reeds bekende sterrenhopen nabij het galactisch centrum zware sterren voorkomen. Het zou kunnen gaan om sterren die afzonderlijk zijn gevormd of oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van de sterrenhopen en daar op enig moment uit ontsnapt zijn.
Meer informatie:
Hubble Views Galactic Core in Unprecedented New Detail
5 januari 2009
Een team van Duitse, Zwitserse en Amerikaanse astronomen heeft de eerste complete kaart van de spiraalarmen van ons Melkwegstelsel gemaakt. De kaart laat zien dat er in het binnenste gedeelte van het Melkwegstelsel twee prominente, symmetrische spiraalarmen zijn, die zich verder naar buiten toe in vier spiraalarmen splitsen. Daarnaast zijn er in het centrale deel ook twee minder duidelijke spiraalarmen, die op ongeveer 10.000 lichtjaar van het centrum eindigen. Het in kaart brengen van ons eigen sterrenstelsel is geen eenvoudige opgave, omdat we ons in het melkwegvlak bevinden en het binnenste deel schuilgaat achter wolken van gas en stof. Hierdoor bestond lange tijd ook de nodige onzekerheid over het precieze aantal spiraalarmen. De astronomen hebben nu gebruik gemaakt van gegevens van de NASA-satelliet COBE, die het Melkwegstelsel in het infrarood in kaart heeft gebracht. Op infrarode golflengten zijn gas- en stofwolken zo goed als transparant. De COBE-gegevens hebben de onderzoekers in staat gesteld om de verdeling van moleculair gas in het centrale deel van het Melkwegstelsel vast te stellen. Deze verdeling bevestigt het al langer bestaande vermoeden dat ons Melkwegstelsel een symmetrisch balkspiraalstelsel is, dat wil zeggen: een spiraalstelsel met een langwerpige kern.
Meer informatie:
Iowa State astrophysicist helps map the Milky Way's 4 spiral arms
1 januari 2009
Een nieuwe computertechniek, ontwikkeld door onderzoekers van de Harvard-universiteit, heeft sterrenkundigen tot de conclusie geleid dat de zwaartekracht bij de vorming van nieuwe sterren een grotere rol speelt dan gedacht (Nature, 1 januari 2009). De nieuwe computertechniek is gebaseerd op middelen die ontwikkeld zijn voor onder meer de interpretatie van medische opnamen. Met behulp van een speciaal ontwikkeld algoritme kan nu een driedimensionaal model van bijvoorbeeld een grote moleculaire wolk in de ruimte worden gemaakt. Hierdoor is het mogelijk zo'n wolk van alle kanten te bekijken. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welke snelheden het gas in de verschillende delen van de wolk heeft. Bij onderzoek van het stervormingsgebied L1448 is nu gebleken dat, anders dan tot nog toe werd gedacht, ook in betrekkelijk ijle delen van zo'n moleculaire wolk de invloed van de zwaartekracht aanzienlijk is. In eerdere modellen werd ervan uitgegaan dat turbulenties in het gas de bepalende factor zouden zijn. Een en ander betekent dat die eerdere modellen, die te weinig rekening houden met de zwaartekracht, een te hoog tempo van stervorming in deze gaswolken voorspellen.
Meer informatie:
New Visualization Techniques Yield Star Formation Insights