26 februari 2015 • Very Large Telescope streeft Hubble voorbij
Dankzij een nieuw instrument heeft de Europese Very Large Telescope een twintigtal sterrenstelsels kunnen opsporen die zelfs te lichtzwak waren voor de Hubble-ruimtetelescoop. De stelsels bevinden zich in het Hubble Deep Field South (HDF-S), dat in 1997 langdurig door Hubble is bekeken. Het nieuwe instrument – MUSE geheten – maakt een soort 3D-foto’s van de hemel. Van elk beeldpunt (pixel) wordt niet alleen de helderheid geregistreerd, maar ook een kleurenspectrum verkregen. In het geval van de MUSE-opname van het HDF-S bevatten deze spectra informatie over de afstanden, samenstellingen en interne bewegingen van honderden verre sterrenstelsels. Door nauwkeurig naar alle spectra in de MUSE-opnamen te kijken, hebben astronomen de afstanden van 189 sterrenstelsels kunnen meten. Daarmee is het aantal afstandsmetingen in dit stukje hemel in één klap vertienvoudigd. Sommige van de stelsels staan relatief dichtbij, maar andere zien we zoals ze waren toen het heelal nog geen miljard jaar oud was. (EE)
Een diepe 3D-blik in het heelal

   
25 februari 2015 • Extreem zwaar zwart gat gevonden in prille jeugd van heelal
Op bijna 13 miljard lichtjaar afstand van de aarde is een zwart gat ontdekt dat 12 miljard keer zo zwaar is als de zon. Niet eerder is op zo'n grote afstand zo'n extreem zwaar zwart gat gevonden. Het superzware zwarte gat is zichtbaar als een zogeheten quasar - de heldere kern van een ver verwijderd sterrenstelsel: het hete gas in de omgeving van het zwarte gat (SDSS J0100+2802 geheten) straalt 420 biljoen keer zoveel energie uit als de zon. Chinese astronomen ontdekten de ultra-lichtsterke quasar in waarnemingen van de Sloan Digital Sky Survey. Vervolgens zijn gedetailleerde spectroscopische waarnemingen verricht met grote telescopen in de Verenigde Staten en in Chili. De ontdekking wordt deze week gepubliceerd in Nature. De vondst is bijzonder omdat er op 12,9 miljard lichtjaar afstand wordt teruggekeken naar een tijd waarin het heelal slechts 900 miljoen jaar oud is. Zelfs als het zwarte gat al die tijd in het hoogst mogelijke tempo materie uit zijn omgeving heeft opgeslokt, is het maar nét mogelijk om aan de waargenomen massa van 12 miljard zonsmassa's te komen. (GS)
Ancient, Bright Quasar Found with Massive Black Hole (origineel persbericht)

   
25 februari 2015 • Dawn komt steeds dichter bij Ceres
Op 19 februari heeft de Amerikaanse ruimtesonde Dawn weer nieuwe foto’s gemaakt van de 950 kilometer grote dwergplaneet Ceres. De opnamen tonen Ceres van een afstand van 46.000 kilometer. Voor het eerst is nu te zien dat een van de opvallend heldere plekken op het oppervlak in feite uit twee naast elkaar gelegen vlekjes bestaat. Het zouden vulkanische structuren kunnen zijn, maar dat zal verder onderzoek moeten uitwijzen. Dawn zal op 6 maart bij Ceres aankomen en de dwergplaneet vanuit een omloopbaan zestien maanden lang nauwkeurig onderzoeken. (EE)
'Bright Spot' on Ceres Has Dimmer Companion

   
24 februari 2015 • Komeet(je) overleeft scheervlucht langs zon
De afgelopen dagen is er een kleine komeet langs de zon gescheerd. Dat gebeurt wel vaker, maar deze komeet is in twee opzichten bijzonder. Hij behoort niet tot de grootste familie van ‘zonnescheerders’, en hij heeft zijn hachelijke tocht langs de zon overleefd. Elk jaar komen er een stuk of honderd komeetjes dicht in de buurt van de zon. Het overgrote deel ervan behoort tot de zogeheten Kreutz-familie. Hoogstwaarschijnlijk gaat het om kleine brokstukken van een grote komeet die enkele duizenden jaren geleden uit elkaar is gevallen. Het is vooral aan deze Kreutz-kometen te danken dat de Europees/Amerikaanse SOHO-satelliet, die vooral zonne-onderzoek doet, sinds zijn lancering in 1995 maar liefst 2875 kometen heeft ontdekt. Het overgrote deel van die zonnescheerders verdampt in de nabijheid van de zon. ‘SOHO-2875’, die tussen 18 en 21 februari op een afstand van 3,5 miljoen kilometer langs de zon trok, heeft de intense hitte echter overleefd. Hoe het de komeet, die inmiddels is omgedoopt tot C/2015 D1 (SOHO), verder zal vergaan is heel onzeker. Maar er bestaat een redelijke kans dat hij de komende week zal opduiken aan de westelijke avondhemel. (EE)
SOHO Sees Something New Near The Sun

   
24 februari 2015 • Hongarije wordt 22e ESA-lidstaat
Hongarije wordt de 22ste lidstaat van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De Hongaarse minister voor Infocommunicatie en Consumentenveiligheid, Ákos Kara (rechts op de foto), en de directeur-generaal van ESA, Jean-Jacques Dordain (links), ondertekenden vandaag de overeenkomst waarmee Hongarije de ESA-conventie onderschrijft. De ceremonie vond plaats in het Paleis der Kunsten in Boedapest. Zodra de overeenkomst door de Hongaarse regering wordt geratificeerd, is de toetreding van Hongarije een feit. Het land was in 2003 de eerste European Cooperating State van ESA. Ook Estland treedt binnenkort toe tot de ESA. (GS)
Hungary accedes to ESA Convention (origineel persbericht)

   
23 februari 2015 • Infrarood-portret van Kleine Magelhaense Wolk
Op basis van metingen van twee grote ruimtetelescopen is een gedetailleerd infraroodbeeld gemaakt van de Kleine Magelhaense Wolk, een klein sterrenstelsels op ca. 200.000 lichtjaar afstand. De kleuren op de foto geven de temperatuur aan van stofdeeltjes die vermengd zijn met het interstellaire gas in het stelsel. De Europese ruimtetelescoop Herschel is vooral gevoelig voor langgolvige infrarode straling, overeenkomend met lage temperaturen, tot wel 260 graden onder nul. Die koele gebieden zijn hier weergegeven in rood (het eigenlijke sterrenstelsel) en in groenachtige tinten (linksonder). De Amerikaanse Spitzer Space Telescope neemt vooral kortgolvige infraroodstraling waar, afkomstig van warmer stof, in de directe omgeving van actieve stervormingsgebieden (blauwe tinten). (GS)
Exploring the colours of the Small Magellanic Cloud (origineel persbericht)

   
19 februari 2015 • ‘Wind’ van superzware gaten waait alle kanten op
Waarnemingen met de röntgensatellieten NuSTAR (VS) en XMM-Newton (Europa) laten zien dat superzware zwarte gaten een hevige deeltjeswind produceren die alle kanten op gaat. Uit het onderzoek blijkt dat de wind aanzienlijk bijdraagt aan het massaverlies van het sterrenstelsel waar zo’n zwart gat deel van uitmaakt (Science, 20 februari). Astronomen hebben NuSTAR en XMM-Newton in 2013 en 2014 verschillende malen gericht op de quasar PDS 456, de heldere kern van een sterrenstelsel op twee miljard lichtjaar van de aarde. Beide satellieten nemen de intense straling waar die afkomstig is van deeltjes die met ongeveer een derde van de lichtsnelheid uit die kern worden weggeblazen. Bij eerdere waarnemingen met XMM-Newton was al vastgesteld dat het zwarte gat dat in die kern schuilgaat deeltjes onze kant op blaast. Metingen van NuSTAR hebben nu laten zien dat de deeltjeswind in feite alle kanten op ‘waait’ en niet min of meer gebundeld is. Alles bij elkaar wordt daarbij een hoeveelheid energie afgevoerd die groter is dan die van een biljoen zonnen. Daarmee is het al bestaande vermoeden bevestigd dat de deeltjeswinden van superzware zwarte gaten in staat zijn om groter hoeveelheden gas uit het omringende sterrenstelsel weg te blazen. Uiteindelijk resulteert dat erin dat de vorming van nieuwe sterren in zo’n stelsel stil komt te vallen. (EE)
NASA, ESA Telescopes Give Shape to Furious Black Hole Winds

   
19 februari 2015 • Hubble neemt schijf rond Bèta Pictoris onder de loep
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een nieuwe, detailrijke foto gemaakt van de grote schijf van gas en stof rond de jonge ster Bèta Pictoris. In 1984 was deze nabije ster – afstand 63 lichtjaar – de eerste waarbij zo’n schijf ontdekt werd. Tot nu toe is Bèta Pictoris de enige ster waarbij niet alleen de ‘puinschijf’ in beeld is gebracht, maar waarbij ook een grote planeet is ontdekt (in 2009). Omdat deze planeet een relatief kort omlooptijd van ongeveer twintig jaar heeft, kunnen astronomen zijn beweging volgen. Ook kunnen ze onderzoeken hoe de planeet de schijf rond de ster vervormd. De nieuwe Hubble-opname toont de schijf, die we van opzij zien, vanaf een afstand van ongeveer een miljard kilometer van de ster – iets minder dan de afstand zon-Saturnus. Volgens sommige computersimulaties zou het centrale deel van de schijf door de aanwezigheid van de planeet een complexe structuur moeten vertonen. De nieuwe beelden bevestigen die voorspelling. (EE)
Hubble Gets Best View of a Circumstellar Debris Disk Distorted by a Planet

   
19 februari 2015 • Magnetisch veld snoert zonnewind in
Nieuw onderzoek wijst erop dat de heliosfeer – het deel van de ruimte waarin de zonnewind de overheersende stroom van deeltjes is – veel sterker dan gedacht wordt beïnvloed door het magnetische veld van de zon. Tot nu toe werd aangenomen dat de vorm van de heliosfeer vooral werd bepaald door de thermische druk die de deeltjes van de zonnewind op het omringende interstellaire medium uitoefenen (Astrophysical Journal Letters, 19 februari). Tijdens haar tocht door de Melkweg stoot de zon voortdurend geladen deeltjes uit. Deze zonnewind veroorzaakt een reusachtige ‘zeepbel’ die zich tot ver buiten het zonnestelsel uitstrekt: de heliosfeer. Decennialang zijn wetenschappers ervan uitgegaan dat de heliosfeer een honderden miljarden kilometers lange ‘staart’ heeft, maar een nieuw model, gebaseerd op gegevens van de ruimtesonde Voyager 1, geeft een ander beeld. In het nieuwe model snoert het magnetische veld van de zon de deeltjesstroom van de zon in, waardoor twee noord-zuid gerichte bundels of ‘jets’ ontstaan die vervolgens worden meegesleept met de stroming van het interstellaire medium waar de heliosfeer doorheen beweegt. Het model wijst erop dat de staart van de heliosfeer tamelijk kort en gespleten is. De wetenschappers die de modelberekeningen hebben uitgevoerd, vergelijken de heliosfeer met een tube tandpasta met twee openingen waar een elastiek omheen gewikkeld is. Het elastiek stelt het magnetische veld van de zon voor, de tandpasta de deeltjesstroom van de zon. Als je dat elastiek maar hard genoeg aantrekt, komt aan twee kanten een ‘pasta’ van zonnedeeltjes naar buiten. (EE)
A new view of the solar system: astrophysical jets driven by the sun

   
19 februari 2015 • Marsorbiter voltooit eerste ‘duik’
De NASA-ruimtesonde MAVEN heeft de eerste van vijf duiken in de Marsatmosfeer volbracht. De manoeuvres zijn bedoeld om het onderste gedeelte van de hoge atmosfeer van de rode planeet te onderzoeken. Normaal gesproken volgt MAVEN een langgerekte baan om Mars die hem tot op 150 kilometer van de planeet brengt. Tijdens de duikcampagnes, die een dag of vijf in beslag nemen, wordt die afstand verkleind tot ongeveer 125 kilometer. Dat lijkt een verwaarloosbaar verschil, maar op die geringere hoogte is de dichtheid van de Marsatmosfeer al meer dan tien keer zo hoog. Hoewel de Marsatmosfeer ook op 125 kilometer nog heel ijl is, is de luchtweerstand op die hoogte al groot genoeg om een ruimtesonde af te remmen. Ook kan de wrijvingswarmte schade toebrengen aan de instrumenten aan boord. Enige voorzichtigheid is dus geboden. Daar staat tegenover dat de duikmanoeuvres essentieel zijn voor de missie van MAVEN, die speciaal gericht is op de hoge atmosfeer van Mars. Een van de hoofddoelen van die missie is om erachter te komen hoe gas uit de Marsatmosfeer naar de ruimte ‘weglekt’, en welke invloed dat proces heeft gehad op de klimaatgeschiedenis van de planeet. (EE)
NASA’s MAVEN Spacecraft Completes First Deep Dip Campaign

   
19 februari 2015 • Nieuwe ‘aardscherende’ planetoïde ontdekt
Voor de tweede keer in zijn carrière heeft de Nederlandse amateur-astronoom Marco Langbroek een ‘aardscheerder’ ontdekt – een planetoïde die dicht in de buurt van onze planeet kan komen. Het object werd aangetroffen op opnamen die met een Hongaarse telescoop zijn gemaakt. Astronomen in Tsjechië en Engeland hebben de ontdekking bevestigd. De planetoïde, die de aanduiding 2015 CA40 heeft gekregen, doorloopt een baan om de zon die net buiten de aardbaan ligt. In de nacht van 23 op februari a.s. passeert het naar schatting veertig meter grote object de aarde op een afstand van ongeveer 2,4 miljoen kilometer – ruim zesmaal de afstand aarde-maan. Zoals het er nu naar uitziet, komt 2015 CA40 de eerstkomende vijftig jaar niet meer zo dichtbij als volgende week.In 2005 ontdekte Marco de aardscheerder 2005 GG81. Daarnaast heeft hij ook enkele planetoïden opgespoord die deel uitmaken van de planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter. (EE)
The discovery of Near Earth Asteroid 2015 CA40

   
19 februari 2015 • Is donkere materie oorzaak van aardse catastrofes?
Volgens de Amerikaanse bioloog Michael Rampino worden geologische en biologische processen op aarde beïnvloed door de beweging van het zonnestelsel om het Melkwegcentrum. Dat zou komen doordat de donkere materie in de schijf van de Melkweg de banen van kometen verstoort en het inwendige van de aarde extra opwarmt – twee verschijnselen die in verband worden gebracht met massa-uitstervingen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). De schijf is het deel van de Melkweg waar de meeste sterren en gaswolken te vinden zijn. Vermoed wordt dat tussen die sterren ook donkere materie aanwezig is – een substantie die weliswaar onwaarneembaar is (tot nu toe dan), maar wel zwaartekrachtsaantrekking uitoefent. Eerder onderzoek heeft laten zien dat de zon eens in de 250 miljoen jaar een rondje om het Melkwegcentrum voltooid. Tijdens die omloop maakt zij een golfbeweging die tot gevolg heeft dat het zonnestelsel ongeveer eens in de dertig miljoen jaar de Melkwegschijf doorkruist. Volgens Rampino vallen deze schijfpassages samen met perioden dat de aarde vaak door kometen is getroffen en veel soorten op onze planeet uitstierven. Dat zou komen doordat de Oortwolk – het grote kometenreservoir dat ons zonnestelsel omgeeft – bij zo’n passage wordt verstoord door de zwaartekracht van de donkere materie. Dat zou ertoe leiden dat grote aantallen kometen in de richting van de zon worden gedirigeerd, waarvan sommige in botsing komen met onze planeet. Tegelijkertijd zou zich ook donkere materie verzamelen in de kern van de aarde. De warmte die vrijkomt bij de onderlinge annihilatie van donkeremateriedeeltjes zou een opleving van vulkanisch activiteit veroorzaken, met dramatische gevolgen voor het leven op aarde. (EE)
Does Dark Matter cause mass extinctions and geologic upheavals?

   
18 februari 2015 • Schokgolf van zon op heterdaad betrapt
Op 8 oktober 2013 veroorzaakte een explosie op het zonsoppervlak een supersonische schokgolf van zonnewind die het magnetische veld van de aarde een flinke klap gaf. Die gebeurtenis is – voor het eerst – live waargenomen door de twee Amerikaanse Van Allen-sondes, die in de stralingsgordels diep in het aardmagnetische veld om onze planeet cirkelen (Journal of Geophysical Research). De schokgolf veroorzaakte een 60 seconden durende ‘magnetosonische puls’, een verschijnsel waarbij grote aantallen elektronen in de stralingsgordels van de aarde tot een snelheid van 1000 km/sec worden versneld. Zulke deeltjes kunnen grote schade toebrengen aan de elektronica van satellieten. Een nauwkeurige analyse van de gegevens van de Van Allen-sondes laat zien dat met name de elektronen worden versneld, die aanvankelijk ongeveer dezelfde snelheid hebben als de magnetosonische puls. Deze deeltjes trekken het langst met de puls op, en krijgen daardoor de meeste snelheid. Volgens de wetenschappers die de gegevens hebben uitgeplozen, worden de stralingsgordels van de aarde een paar keer per maand getroffen door een schokgolf van de zon. De schokgolf van oktober 2013 was maar een kleintje. (EE)
For the first time, spacecraft catch a solar shockwave in the act

   
18 februari 2015 • Donkere materie bepaalt omvang van superzware zwarte gaten
Zo’n beetje elk sterrenstelsel heeft een zwart gat in zijn centrum, en hoe lijviger het stelsel, des te zwaarder is het zwarte gat. Maar waarom is er een verband tussen die twee? Nieuw onderzoek van zogeheten elliptische sterrenstelsels wijst erop dat de onzichtbare hand van donkere materie in het spel is. Elk sterrenstelsel is gehuld in een halo van donkere materie, die een biljoen zonsmassa’s kan wegen en zich over honderdduizenden lichtjaren uitstrekt. Het nieuwe onderzoek laat zien dat er een duidelijk verband bestaat tussen de massa van de halo en de massa van het centrale zwarte gat. Deze relatie is zelfs sterker dan die tussen het zwarte gat en de omvang van het sterrenstelsel. Volgens de astronomen die het onderzoek hebben gedaan, heeft dat te maken met de manier waarop elliptische sterrenstelsels ontstaan. Zo’n stelsel is het gevolg van een botsing tussen twee kleinere sterrenstelsel, waarbij sterren en donkere materie worden vermengd. Omdat er in ons heelal veel meer donkere materie is dan normale materie, wordt de verdere ontwikkeling van het stelsel en het daarin aanwezige zwarte gat voornamelijk door de donkere materie bepaalt. Vandaar dat er – indirect – ook een (zwakker) verband ontstaat tussen de omvang van het uiteindelijke stelsel en het centrale zwarte gat. (EE)
Dark Matter Guides Growth of Supermassive Black Holes

   
18 februari 2015 • Nova-explosies zijn een belangrijke bron van lithium
Japanse astronomen hebben ontdekt dat bij nova-explosies grote hoeveelheden lithium vrijkomen. Dat blijkt uit waarnemingen van Nova Delphini 2013, die met de Subaru-telescoop op Hawaï zijn gedaan (Nature, 18 februari). Lithium speelt een sleutelrol bij het onderzoek van de chemische evolutie van het heelal, omdat het op verschillende manieren wordt gevormd. Vermoed wordt dat een deel van het lithium tijdens de oerknal is ontstaan, een ander deel in het inwendige van sterren, en de rest bij nova- en supernova-explosies. De nieuwe waarnemingen tonen voor het eerst aan dat nova-explosies inderdaad een belangrijke bron van lithium zijn. Nova-explosies treden op in dubbelsterren bestaande uit een normale ster en een witte dwergster – het compacte restant van een zonachtige ster. Materie die van de normale ster naar het oppervlak van de witte dwerg stroomt, hoopt zich daar op totdat er een kritieke hoeveelheid wordt bereikt. Op dat moment komt een nucleaire kettingreactie op gang, waarbij waterstof en helium worden omgezet in zwaardere elementen – waaronder lithium dus. De hoeveelheid lithium die bij Nova Delphini 2013 is waargenomen, is overigens veel groter dan op theoretische gronden werd verwacht. Als andere nova’s ook zoveel van dit element produceren, moeten nova’s tot de grootste ‘lithiumfabrieken’ in het heelal worden gerekend. (EE)
Classical Nova Explosions Are Major Lithium Factories In The Universe

   
18 februari 2015 • Bruine dwerg is zoek
Astronomen wisten het zeker: rond de dubbelster V471 Tauri draait nog een derde zwakke ster – een bruine dwerg. Bij recente waarnemingen met het nieuwe instrument SPHERE van de Europese Very Large Telescope is echter niets gevonden. De vermeende bruine dwerg bestaat niet. Er moet dus een andere verklaring worden gevonden voor het onregelmatige gedrag van V471 Tauri. V471 Tauri maakt deel uit van de Hyaden, een sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier, en is ongeveer 600 miljoen jaar oud en ongeveer 163 lichtjaar van de aarde verwijderd. De onderlinge afstand tussen beide sterren is zo gering, dat ze in twaalf uur om elkaar heen wentelen. Vanaf de aarde gezien schuiven de beide sterren tijdens elke omloop twee keer voor elkaar langs. Deze onderlinge bedekkingen resulteren in regelmatige veranderingen in de helderheid van de dubbelster. Of eigenlijk: in bijna regelmatige veranderingen. Want als je heel nauwkeurig meet, blijken er toch kleine variaties te zitten in de bedekkingsmomenten van V471 Tauri. Deze variaties werden toegeschreven aan een bruine dwergster die om de dubbelster cirkelt en met zijn zwaartekrachtsaantrekking de baanbeweging van de twee sterren verstoort. Nu die bruine dwerg niet is gevonden, moeten de kleine onregelmatigheden in het V471-stelsel op een andere manier worden verklaard. Er bestaan nog diverse andere theorieën, maar voorlopig wordt de oplossing gezocht bij variaties in het magnetische veld van de grootste van de twee sterren. (EE)
De merkwaardige zaak van de vermiste dwerg

   
18 februari 2015 • Nieuwe lasertechniek houdt belofte in voor detectie exoplaneten
Duitse onderzoekers hebben met succes een nieuwe lasertechniek toegepast in spectroscopische waarnemingen van de zon. De nieuwe techniek maakt het mogelijk om minieme golflengteverschuivingen in het licht van de zon ongeveer honderd maal zo nauwkeurig te meten als tot nu toe mogelijk was. Dezelfde techniek kan in de toekomst toegepast worden in het onderzoek aan exoplaneten. De Duitse onderzoekers werkten met een zogeheten laserfrequentiekam - een instrument dat laserpulsjes produceert op een groot aantal specifieke golflengten. Wanneer het resulterende licht uiteengerafeld wordt met een spectroscoop, ontstaan een kam-achtig patroon van een groot aantal parallelle lijntjes - vandaar de naam. Het spectrum van een lichtbron (zoals de zon of een ster) kan met dit lijntjespatroon vergeleken worden, waardoor een heel nauwkeurige golflengtebepaling mogelijk wordt. In een artikel in New Journal of Physics worden waarnemingen aan de zon beschreven die zijn uitgevoerd met behulp van een laserfrequentiekam op een Duitse zonnetelescoop op Tenerife. De enorme precisie van de golflengtekalibratie werd bereikt dankzij het feit dat zowel het laserlicht van de frequentiekam als het onderzochte zonlicht door een en dezelfde enkelvoudige glasvezel werden geleid. De nieuwe techniek biedt ongekende mogelijkheden voor de speurtocht naar exoplaneten. Die verraden hun bestaan door periodieke schommelingen van de ster waar ze omheen draaien. Die schommelingen zijn waarneembaar als minieme periodieke golflengteverschuivingen in het licht van de ster. Met een laserfrequentiekam moet het in de toekomst mogelijk zijn om snelheidsvariaties te meten van slechts één centimeter per seconde - grofweg de snelheidsvariaties van de zon als gevolg van de zwaartekracht van de aarde. (GS)
Laser "Ruler" Holds Promise for Hunting Exoplanets (origineel persbericht)

   
17 februari 2015 • Dwergster vloog 70.000 jaar geleden door Oortwolk
Zeventigduizend jaar geleden vloog een rode dwergster op kleine afstand langs de zon. De 'Ster van Scholz' - genoemd naar de astronoom die hem in 2013 ontdekte - bevindt zich nu op een afstand van ca. 20 lichtjaar, maar in de prehistorie passeerde hij de zon op niet meer dan 0,8 lichtjaar afstand - vijf maal zo dichtbij als Proxima Centauri, die momenteel de naaste buur van de zon is. Dat blijkt uit nauwkeurige snelheidsmetingen aan de ster, verricht met telescopen in Chili en Zuid-Afrika. De resultaten zijn vandaag gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Uit de metingen blijkt dat de Ster van Scholz zo goed als zeker door de buitenste delen van de Oortwolk moet zijn gevlogen - de uitgestrekte wolk van komeetkoppen die de zon op grote afstand omgeeft. Het buitenste deel van de Oortwolk is echter relatief dun bevolkt; van grootschalige zwaartekrachtsstoringen en een bijbehorend kometenbombardement op aarde was dan ook geen sprake. Ook tijdens de dichtste nadering was de Ster van Scholz (officieel WISE J072003.20-084651.2 geheten) te zwak om met het blote oog gezien te kunnen worden. De rode dwergster wordt op kleine afstand vergezeld door een zogeheten bruine dwerg - een gasbol die te klein en te koel is voor kernfusiereacties van waterstof in het inwendige. (GS)
A close call of 0.8 light years (origineel persbericht)

   
17 februari 2015 • Nieuwe Dawn-opnamen van Ceres
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft op 12 februari nieuwe foto's gemaakt van de 950 kilometer grote dwergplaneet Ceres. De opnamen, gemaakt vanaf 83.000 kilometer afstand, laten details van 8 kilometer groot zien. Dawn zal op 6 maart bij Ceres aankomen en vanuit een omloopbaan gedetailleerde waarnemingen gaan verrichten. Eerder onderzocht Dawn de grote planetoïde Vesta. (GS)
Dawn Captures Sharper Images of Ceres (origineel persbericht)

   
17 februari 2015 • Ook sterren als de zon sterven explosief
Ook lichte sterren zoals de zon kunnen op explosieve wijze aan het eind van hun leven komen. Dat blijkt uit metingen aan IRAS 15103-5754, een ster die op het punt staat een zogeheten planetaire nevel te vormen. Dat lot staat onze eigen zon over een paar miljard jaar ook te wachten. Astronomen van het Astrofysisch Instituut van Andalusië in Spanje hebben snelheidsmetingen verricht aan gaswolken in de directe omgeving van de stervende ster. Daaruit blijkt dat er materiaal de ruimte in is geblazen met snelheden van honderden kilometers per seconde. Sterren zoals de zon verliezen aan het eind van hun leven een groot deel van hun buitenste gasmantel. Zo ontstaat een 'planetaire nevel', die langzaam maar zeker uitdijt en 'oplost', terwijl de kern van de ster ineenkrimpt tot een kleine, hete witte dwerg. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat het ontstaan van een planetaire nevel een langzaam, rustig proces is, in tegenstelling tot een supernova-uitbarsting - de terminale explosie van een zware ster. Uit de nieuwe metingen, verricht aan zogeheten watermasers, blijkt echter dat ook de eerste aanzet tot de vorming van een planetaire nevel een zeer explosief verschijnsel kan zijn. (GS)
Stars akin to the sun also explode when they die (origineel persbericht)

   
17 februari 2015 • Eenmalige subsidie voor Sonnenborgh
Sonnenborgh – museum & sterrenwacht ontvangt eenmalig extra steun voor een gezonde toekomst. De Gemeente Utrecht, de Universiteit Utrecht, pandeigenaar K.F. Hein Fonds Monumenten en de Stichting Vrienden van Sonnenborgh hebben hiertoe besloten. In totaal betreft het bijna €400.000,- zowel in geld als in natura. Directeur Bas Nugteren: “Wij zijn hartstikke blij met de steun die we gekregen hebben van onze vier partners en een aantal kleinere samenwerkende partijen. Daarmee kunnen we met vertrouwen verder aan de toekomst van Sonnenborgh werken. Ik zie het ook als waardering voor wat Sonnenborgh voor scholen en een breed publiek doet.” Ondanks vele successen in het verleden werd de toekomst van Sonnenborgh bedreigd. De extra steun maakt noodzakelijke investeringen mogelijk: in gebouw, aanbod en organisatie zijn vernieuwingen nodig om bezoekers nog beter te kunnen ontvangen. Sonnenborgh heeft hiertoe een businessplan opgesteld voor de komende jaren. Sonnenborgh zal meer eigen inkomsten moeten verwerven omdat de relatie met de universiteit verandert. Sonnenborgh verdient nu ruim de helft van haar inkomsten zelf. Daarnaast ontvangt het museum jaarlijks een bijdrage van de Gemeente Utrecht. Sonnenborgh doet het de laatste jaren goed. 2014 was met 20.000 bezoekers het beste jaar voor het museum sinds 2010 en de monumentale zalen zijn in trek voor borrels, huwelijken en vergaderingen. In 2014 is bovendien de interne bedrijfsvoering van Sonnenborgh veranderd en verzelfstandigd. Sonnenborgh is een grote vrijwilligersorganisatie met een kleine vaste staf. Sinds 2003 is Sonnenborgh een museum en publiekssterrenwacht gericht op sterrenkunde, weerkunde, ruimtevaart en de geschiedenis van het bastion. Dit doet Sonnenborgh met schoolprogramma’s, tentoonstellingen, kijkavonden en (culturele) activiteiten. Sonnenborgh is een unieke historische plek in het Utrechtse Museumkwartier. Het markante gebouw herbergt een monumentaal middeleeuws bastion en een sterrenwacht uit de negentiende eeuw waar wereldberoemd zonne-onderzoek werd gedaan. Bovendien is Sonnenborgh de geboorteplaats van het KNMI. Sonnenborgh trok in augustus 2014 nationale aandacht door de roof van enkele waardevolle meteorieten waaronder de beroemde ‘Serooskerke’. Na enkele dagen werden de meteorieten teruggevonden. Ze zijn nu te bewonderen in de mini-tentoonstelling ‘Stenen uit de ruimte’.
Sonnenborgh - Museum en Sterrenwacht

   
17 februari 2015 • Zware reuzenplaneet wacht vurig lot
Astronomen hebben een ongewoon zware exoplaneet gevonden die over niet al te lange tijd opgeslokt zal worden door zijn moederster. De ontdekking is gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. Kepler-432b beschrijft elke 52 dagen een sterk excentrische baan rond een rode reuzenster, op een afstand van slechts enkele tientallen miljoenen kilometers. De temperatuur op de planeet varieert tussen de 500 en 1000 graden. De planeet is ongeveer even groot als de reuzenplaneet Jupiter, maar uit periodieke schommelingen van de ster, opgemeten met telescopen in Zuidoost-Spanje en op La Palma, blijkt dat hij ongeveer zes keer zo zwaar is als Jupiter. Rode reuzen zijn sterren die aan het eind van hun leven opzwellen tot afmetingen van een paar honderd miljoen kilometer. Kepler-432b is dan ook geen lang leven beschoren: in de toekomst zal hij door zijn moederster worden opgeslokt, net zoals dat over een paar miljard jaar zal gebeuren met Mercurius en Venus, wanneer de zon verandert in een rode reus. Hoe het komt dat de planeet zo zwaar is, is niet met zekerheid bekend. Vermoedelijk heeft hij in de loop van de tijd veel gas 'onderschept' uit de steeds sterker wordende sterrenwind van de instabiele rode reuzenster. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

   
17 februari 2015 • Weinig ‘aardes’ bij rode dwergsterren
Computersimulaties door Japanse en Chinese astronomen wijzen erop dat de kans om leefbare planeten bij rode dwergsterren aan te treffen veel kleiner is dan gedacht. De astronomen pleiten er dan ook voor om de zoektocht naar zulke ‘aardse’ werelden te richten op sterren die meer op onze zon lijken (Nature Geoscience, 16 februari). De zoektocht naar leefbare werelden concentreert zich momenteel op zogeheten M-dwergen – koele, rode sterren die meer dan twee keer zo weinig massa bevatten als onze zon. Vermoed werd dat rond deze sterren relatief veel leefbare planeten cirkelen, die ook nog eens makkelijker waarneembaar zijn dan planeten bij de veel feller stralende zonachtige sterren. Door het nieuwe onderzoek bestaat daar nu toch twijfel over. Om leefbaar te zijn, moet een planeet binnen de zogeheten leefbare zone om een ster draaien. Binnen die zone zijn de temperaturen op een planeet zo gematigd, dat er vloeibaar water aanwezig kan zijn. De ligging van die leefbare zone wordt bepaald door de helderheid van de centrale ster. Bij jonge, zonachtige sterren-in-wording verandert die helderheid niet zo sterk, maar bij onvolwassen rode dwergsterren juist wel: zij worden in die fase meer dan twee keer zo zwak. Hierdoor raken planeten in de leefbare zone in het begin (te) veel water kwijt, en later juist (te) weinig. Het gevolg is dat de meeste kleine, rotsachtige planeten binnen de leefbare zone van een rode dwerg uiteindelijk zo droog zijn als Venus of, als ze oorspronkelijk al heel nat waren, juist grotendeels onder water staan. De computersimulaties laten zien dat planeten zoals onze aarde – niet te nat, niet te droog – bij M-dwergen tien tot honderd keer zo schaars zijn als bij zonachtige sterren. (EE)
Earth-like planets are more likely to orbit Sun-like stars rather than lower-mass stars

   
16 februari 2015 • Rosetta scheert op 6 km afstand langs komeet Churyumov-Gerasimenko
De Europese komeetverkenner Rosetta is op 14 februari op een afstand van slechts 6 kilometer langs het oppervlak van komeet Chruyumov-Gerasimenko gescheerd. De dichtste nadering vond plaats om 13.41 uur Nederlandse tijd, boven een gebied dat Imhotep is genoemd. Op de foto's die gemaakt zijn door de navigatiecamera van Rosetta zijn details van slechts enkele tientallen centimeters groot te onderscheiden, waaronder grote rotsblokken en cirkelvormige structuren die iets hoger liggen dan het omringende terrein. De komende weken zullen meerdere scheervluchten worden uitgevoerd op iets grotere afstand, tussen 15 en 100 kilometer. Komeet Churyumov-Gerasimenko bevindt zich momenteel op 345 miljoen kilometer afstand van de zon. De komeetkern begint langzaam maar zeker steeds actiever te worden: onder invloed van de zonnewarmte ontstaan geisers van gas en stof. Rosetta blijft met de komeet mee vliegen, ook wanneer hij op 13 augustus 2015 de kleinste afstand tot de zon bereikt - 186 miljoen kilometer. Overigens is de exacte locatie van de komeetlander Philae nog steeds niet vastgesteld. Vluchtleiders blijven hopen dat de lander later dit voorjaar weer 'tot leven' zal komen, wanneer hij meer zonlicht opvangt zodat de batterijen opgeladen kunnen worden. (GS)
Close encounter (origineel persbericht)

   
16 februari 2015 • Mysterieuze pluimen op Mars: wolken of 'poollicht'?
Het Britse weekblad Nature publiceert vandaag waarnemingen van mysterieuze 'pluimen' in de ijle dampkring van Mars die tot een hoogte van maar liefst 250 kilometer reiken. De pluimen zijn in het voorjaar van 2012 waargenomen door amateursterrenkundigen op aarde. Nader onderzoek wees uit dat soortgelijke extreem hoge pluimen al eerder zijn vastgelegd, onder andere door de Hubble Space Telescope in 1997. De ware aard van de pluimen is onbekend. Het zou kunnen gaan om zonlicht dat gereflecteerd wordt door ijskristalletjes of stofdeeltjes in zeer hoge wolken in de Marsdampkring. Het probleem met die verklaring is dat zulke hoge wolken eigenlijk niet voor zouden kunnen komen, volgens de gangbare atmosferische modellen voor Mars. Een andere verklaring is dat er sprake is van een aurora, geassocieerd aan plaatselijk magnetisme in de Marsbodem - een zelfde soort lichtverschijnsel dat op aarde het poollicht veroorzaakt. Waarnemingen van de toekomstige Europese Marsverkenner ExoMars Trace Gas Orbiter, die in 2016 wordt gelanceerd, zullen hopelijk uitsluitsel kunnen geven over de ware aarde van de raadselachtige pluimen. De ruimtesondes die op dit moment in een baan rond Mars draaien hebben de pluimen niet waargenomen, doordat ze zich aan de verkeerde kant van de planeet bevonden. (GS)
Mystery Mars plume baffles scientists (origineel persbericht)

   
16 februari 2015 • Honderd kandidaten over voor enkeltje Mars
Mars One, het Nederlandse initiatief om midden jaren twintig een permanent bemande kolonie op Mars te vestigen, heeft het aantal kandidaat-kolonisten teruggebracht van ruim 600 naar 100: 39 uit Noord- en Zuid-Amerika, 31 uit Europa, 16 uit Azië, 7 uit Afrika en 7 uit Australië en Oceanië. Nederlandse gegadigden maken niet langer deel uit van het kandidatencorps. Mars One zegt voor een relatief gering bedrag van 'slechts' vijf- à zes miljard dollar een enkele bemande reis naar Mars voor een kleine groep pioniers te kunnen realiseren. Het gaat om een enkele reis: de kolonisten kunnen niet terug naar aarde. (GS)
The Mars 100: Mars One Announces Round Three Astronaut Candidates - See more at: http://www.mars-one.com/news/press-releases/the-mars-100-mars-one-announces-round-three-astronaut-candidates (origineel persbericht)

   
15 februari 2015 • ALMA ontraadselt 'geheim' van starburst-stelsels
Met het ALMA-observatorium in Noord-Chili is het geheim van zogeheten starburst-stelsels ontraadseld. Starburst-stelsels zijn sterrenstelsels waarin enorme geboortegolven van sterren voorkomen: in sommige ligt het tempo waarin gas wordt omgezet in sterren duizend maal zo hoog als in ons eigen Melkwegstelsel. Wat daar precies de oorzaak van is, was nooit echt duidelijk. ALMA (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) heeft nu gedetailleerde waarnemingen verricht aan het nabijgelegen starburst-stelsel NGC 253, op 11,5 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Sculptor (Beeldhouwerswerkplaats). Op de golflengten waarop ALMA werkt is de verdeling van allerlei moleculen in kaart te brengen. Daaruit kunnen de eigenschappen van stervormingsgebieden worden afgeleid. Dankzij ALMA's grote gezichtsscherpte zijn er in het binnenste deel van NGC 253 tien afzonderlijke grote stervormingsgebieden ontdekt. Maar de starburst-eigenschappen van het stelsel blijken niet uitsluitend bepaald te worden door het aantal grote stervormingsgebieden. Uit de ALMA-waarnemingen - onder andere aan de verdeling van koolmonixide (CO), waterstofcyanide (HCN) en nog zeldzamere moleculen als H13CO+ en H13CN - blijkt dat de stervormingsgebieden in het sterrenstelsel niet alleen talrijker zijn, maar ook veel meer gas en stof bevatten. Behalve de massa blijkt ook de dichtheid veel hoger te zijn dan normaal, en komen er sterkere turbulente bewegingen in voor. De volgende vraag is of er in starburst-stelsels zoals NGC 253 ook een ander type sterren geproduceerd wordt dan in 'gewone' stelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel. De nieuwe metingen zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal en gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Science (AAAS) in San Jose, Californië. (GS)
Why Do Starburst Galaxies 'Burst'? ALMA Sees Super Stellar Nurseries at Heart of Sculptor Galaxy (origineel persbericht)

   
13 februari 2015 • Oorsprong Tsjeljabinsk-meteoroïde blijft onduidelijk
Twee jaar jaar geleden explodeerde een ongeveer twintig meter groot brokstuk van een planetoïde uiteen boven de Russische stad Tsjeljabinsk. Waar dat fragment vandaan kwam, is onduidelijk, zo blijkt uit een nieuw artikel dat in het tijdschrift Icarus is gepubliceerd. Aanvankelijk waren wetenschappers tot de conclusie gekomen dat de twee kilometer grote planetoïde 1999 NC43 de bron van de Tsjeljabinsk-meteoroïde was. De twee objecten volgden soortgelijke banen om de zon en leken zelfs een vergelijkbare samenstelling te hebben. Maar uit een nieuwe analyse van de baanparameters en spectrale gegevens, uitgevoerd door en internationaal onderzoeksteam, blijkt dat er waarschijnlijk toch geen verband tussen de twee is. Het onderzoek toont ook aan dat het heel moeilijk is om meteorieten aan een specifieke planetoïde te linken: de omloopbanen van deze objecten zijn simpelweg te chaotisch. (EE)
Two Years On, Source of Russian Chelyabinsk Meteor Remains Elusive

   
12 februari 2015 • Datering maangesteenten vraagt om verfijning
Het is meer dan veertig jaar geleden dat de laatste Apollo-astronauten naar de aarde terugkeerden. Maar nog steeds levert onderzoek van de maangesteenten die destijds zijn verzameld nieuwe inzichten op. Met behulp van lasertechniek hebben Amerikaanse onderzoekers nu vastgesteld dat de datering van gesteenten die bij grote inslagen zijn ontstaan, minder eenduidig is dan gedacht (Science Advances, 12 februari). Het nieuwe onderzoek richtte zich op zogeheten breccies: samenklonteringen van glas, gesteenten en kristalfragmenten die zijn ontstaan bij inslagen op het maanoppervlak. Tot voor kort bestond het idee dat verreweg de meeste breccies zijn ontstaan bij de inslagen die de grootste inslagbekkens op de maan hebben achtergelaten. De chronologie van die inslagen is dan ook voor een belangrijk deel op de datering van deze brokstukken gebaseerd. Recente beelden van het maanoppervlak die door de Lunar Reconnaissance Orbiter zijn gemaakt, hebben echter laten zien dat zelfs de vorming van relatief kleine kraters met een middellijn van een meter of honderd gepaard kan gaan met smeltprocessen. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat dit belangrijke gevolgen kan hebben voor de datering van de grootste inslagen. Bij nader inzien vertonen sommige Apollo-monsters namelijk de sporen van meerdere inslagen die honderden miljoenen jaren na elkaar hebben plaatsgevonden. Niet al die inslagen kunnen betrekking hebben op het ontstaan van de grote inslagbekkens. Volgens de onderzoekers betekent dit dat er niet alleen zorgvuldiger moet worden omgegaan met de datering van maangesteenten, maar ook met de datering van gesteenten die bij toekomstige ruimtemissies in het binnenste deel van het zonnestelsel worden verzameld. (EE)
Application of laser microprobe technology to Apollo samples refines lunar impact history

   
12 februari 2015 • Radarbeelden van Saturnusmaan Titan ‘ontspikkeld’
Dankzij een nieuwe techniek kunnen radarbeelden van het oppervlak van de grote Saturnusmaan Titan sterk worden verbeterd. De resultaten zijn spectaculair. Omdat Titan is gehuld in een dicht wolkendek, kan zijn oppervlak niet op de normale manier worden gefotografeerd. Daarom is de ruimtesonde Cassini, die al meer dan tien jaar om Saturnus cirkelt, voorzien van radarapparatuur. Daarmee worden radiogolven naar het oppervlak van Titan gezonden, die na weerkaatsing kunnen worden ‘vertaald’ naar beelden die laten zien wat er onder die wolken schuilgaat. De afgelopen tien jaar heeft Cassini op die manier bijna de helft van het oppervlak van Titan in kaart gebracht. Op de radarbeelden zijn onder meer uitgestrekte duinlandschappen en meren van vloeibare methaan ontdekt. Een nadeel van die radarbeelden is dat ze niet erg scherp zijn: ze bevatten nogal wat ruis. Hierdoor zijn kleine oppervlaktestructuren vaak niet goed herkenbaar. Op zoek naar een manier om de beeldkwaliteit te verbeteren, heeft het ‘radarteam’ van Cassini de hulp ingeroepen van Franse wiskundigen die mathematische modellen ontwikkelen voor het onderdrukken van elektronische ruis. De samenwerking heeft geresulteerd in een nieuwe ‘ontspikkeltechniek’. De resultaten van de nieuwe techniek zijn spectaculair, maar er kleeft wel een nadeel aan: het opschonen van de radarbeelden kost veel rekentijd. Daarom wordt de techniek voorlopig heel selectief ingezet. (EE)
A New Way to View Titan: ‘Despeckle’ It