16 januari 2019 • Datum geprikt voor landing op planetoïde Ryugu
Ergens in de week van 18 februari zal het Japanse ruimteagentschap JAXA ruimtesonde Hayabusa2 de opdracht geven om af te dalen naar het oppervlak van de planetoïde Ryugu. Mochten er in de tussentijd problemen opdoemen, dan wordt uitgeweken naar de week van 4 maart. Hayabusa2 kwam op 27 juni 2018 aan bij Ryugu en heeft deze slechts één kilometer grote planetoïde het afgelopen half jaar uitgebreid verkend. Daarbij is onder meer uitgekeken naar een geschikte ‘landingsplek’. Het is namelijk de bedoeling dat de ruimtesonde Ryugu even zal aantikken om een bodemmonster op te halen. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, omdat het oppervlak van de planetoïde veel ruiger is dan vooraf was gehoopt. Maar na veel wikken en wegen zijn dan toch twee potentiële locaties gekozen: eentje van 20 meter breed en eentje van slechts enkele meters. Het komt dus nogal nauw, zeker als je bedenkt dat Hayabusa2 zelf een spanwijdte van 6 meter heeft. Het is overigens niet zo dat de ruimtesonde in zijn geheel zal landen. Hij is uitgerust met een één meter lange hoorn die het oppervlak zal aanraken. Op dat moment wordt een klein projectiel afgeschoten, om stof te doen opspatten. Als het goed is, komt een deel van de opspattende deeltjes vanzelf in de hoorn terecht. Gezien de lengte van de hoorn moeten al te grote rotsblokken op het oppervlak van Ryugu worden vermeden. (EE)
Meer informatie:
Hayabusa2 team sets date for sample collection

   
16 januari 2019 • Kosmische explosie in kiem gekiekt
Het is een internationaal team van sterrenkundigen met daarbij onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam gelukt om de start van een gammaflits te volgen. De astronomen hielden de daarmee gepaard gaande supernova SN 2017iuk met meerdere telescopen in de gaten vanaf anderhalf uur na de detectie van de gammaflits op 5 december 2017. Nooit eerder werd het supernovasignaal zo snel en uitgebreid na de gammaflits geregistreerd (Nature, 17 januari). Het onderzoek van de astronomen begint op 5 december 2017 als de zogeheten Burst Alert Telescope (BAT) op de Swift-satelliet alarm slaat. De BAT registreert een gammaflits met een duur van zo’n drie minuten. Een röntgentelescoop, ook aan bord van Swift, stelt vast dat de gammastraling komt van een ontploffende ster in de buitenste delen van een groot spiraalstelsel op zo’n vijfhonderd miljoen lichtjaar afstand van de aarde – relatief dichtbij voor een gammaflits. Binnen anderhalf uur na het eerste signaal worden telescopen uit Spanje, de VS, Polen en Chili op de supernova gericht. Ook de X-shooter-spectrograaf op de Very Large Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili richt zijn vizier op SN 2017iuk/GRB 171205A. Een internationale onderzoeksgroep, geleid door Luca Izzo en Antonio de Ugarte Postigo van het Instituto de Astrofisica de Andalucia (Spanje), analyseert vervolgens de gegevens die van de exploderende ster komen. Tijdens de eerste dag van de ontploffing blijkt er een straalstroom van materie weg te schieten met een snelheid van 115.000 kilometer per seconde (ongeveer een derde van de lichtsnelheid). Daarna verliest deze zogeheten relativistische jet energie en snelheid. Ondertussen vormt zich een cocon rond de jet met daarin elementen zoals silicium, calcium, ijzer, titaan, chroom en nikkel. Die elementen zijn in de ineenstortende kern van de ster gevormd en worden naar buiten gestuwd. De ster, oorspronkelijk tientallen keer zo zwaar als onze zon, zal waarschijnlijk als zwart gat eindigen.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
16 januari 2019 • Camera van Hubble-ruimtetelescoop is/was niet defect
De Wide Field Camera 3 van de Hubble-ruimtetelescoop doet het weer. Het instrument had zichzelf op 8 januari jl. in ‘veilige modus’ gezet toen er een ongewenste spanningspiek werd geregistreerd in zijn stroomvoorziening. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat er geen sprake is geweest van een te hoge elektrische spanning, en dat de telemetrische circuits die de boel in de gaten houden verkeerde meetwaarden rapporteerden. Met de stroomvoorziening van de camera lijkt niets aan de hand. Na een reset van de telemetrische circuits lijkt alles weer normaal. Toch wordt de Wide Field Camera 3, voordat hij weer in bedrijf wordt genomen, nog twee tot drie dagen getest. Ook zal nog onderzocht worden waarom het systeem onjuiste meetwaarden meldde. (EE)
Meer informatie:
Hubble’s Wide Field Camera 3 to Resume Operations

   
16 januari 2019 • Er heeft een botsing plaatsgevonden in de planetoïdengordel
Er heeft zich iets bijzonders voorgedaan in de planetoïdengordel. Niet ver buiten de omloopbaan van de planeet Mars lijkt planetoïde 6478 Gault in botsing te zijn gekomen met een andere planetoïde. Als gevolg daarvan sleept Gault nu een meer dan 400.000 kilometer lang spoor van ‘puin’ van onbekende samenstelling achter zich aan. Het opvallende gedrag van de planetoïde werd begin januari als eerste opgemerkt door astronomen van het ATLAS-project op Hawaï. Planetoïde Gault is een lid van de zogeheten Phocaea-familie, een zwerm van relatief kleine rotsblokken die 2,2 miljard jaar geleden is ontstaan na een botsing tussen twee planetoïden. De zwerm is genoemd naar het grootste overblijfsel van die botsing: de 75 kilometer grote planetoïde 25 Phocaea. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen waar de ‘staart’ van Gault nu precies uit bestaat. Volgens sommige onderzoekers zou waterdamp weleens het belangrijkste bestanddeel kunnen zijn. (EE)
Meer informatie:
A collision in the asteroid belt

   
15 januari 2019 • Op de maan groeit nu katoen
Er groeit een katoenplantje op de maan. Weliswaar in de beschermde omgeving van de Chinese maanlander Chang’e 4, maar toch. De groene scheut is ontsproten aan zaad dat in een kiembakje is meegereisd. Het is voor het eerst dat er een biologisch groei-experiment op de maan wordt uitgevoerd. [Update 16 januari: het experiment is alweer voorbij. De maannacht is nu aangebroken, waardoor de plantjes aan duisternis en extreme koude worden blootgesteld.] In het 18 centimeter grote bakje zit behalve katoenzaad ook aardappelzaad en zaad van de zandraket, evenals eitjes van de fruitvlieg en gist. In lucht, water en aarde is voorzien, maar de katoen is tot nu toe de enige die zich thuis lijkt te voelen op de maan. De maanlander Chang’e 4 – genoemd naar een Chinese maangodin – maakte begin januari de eerste geslaagde landing op de achterkant van de maan. Kort daarna gaf hij de kleine mobiele maanverkenner Yutu 2 de vrijheid. Deze rijdt nu rond op de bodem van de krater Von Kármán om allerlei experimenten te gaan doen. (EE)
Meer informatie:
Cottoning on: Chinese seed sprouts on moon

   
14 januari 2019 • Gammaflitsen gedragen zich ordelijk en chaotisch tegelijk
Onderzoekers van de universiteit van Genève hebben, in samenwerking met een team van Chinese astronomen, ontdekt dat fotonen die tijdens de vorming van een zwart gat worden gegenereerd wanordelijk zijn. Dat wil zeggen: op het ene moment zijn ze sterker gepolariseerd dan op het andere (Nature Astronomy, 14 januari). De ontdekking is gedaan met behulp van een meetinstrument aan boord van het Chinese ruimtestation Tiangong 2. Met dit instrument is gekeken naar de gammastraling die vrijkomt bij een zogeheten gammaflits – een kortstondige uitbarsting van intense gammastraling die vrijkomt bij een hevige supernovaexplosie. Bij dit proces stort de kern van een zware ster ineen tot een zwart gat. Anders dan theoretisch was verwacht laten de eerste meetresultaten zien dat de energierijke fotonen die bij een gammaflits vrijkomen noch volledig chaotisch, noch volledig georganiseerd zijn. Het ene moment oscilleren ze allemaal in dezelfde richting, het volgende moment weer niet. In jargon: de straling is afwisselend sterk en minder sterk gepolariseerd. De polarisatie van de gammastraling geeft inzicht in de processen die zich tijdens zo’n gammaflits afspelen – met de name in de vorming van een jet van relativistische deeltjes. Als de straling sterk gepolariseerd is, dan wijst dat erop dat de bron van de gammafotonen een sterk en ordentelijk magnetisch veld is, dat in de nasleep van de vorming van het zwarte gat werd gevormd. Zijn de fotonen niet gepolariseerd, dan komen de fotonen uit een chaotischere omgeving. Deze ontdekking wijst erop dat terwijl de explosie zich voltrekt er iets gebeurt wat de polarisatie van de gammafotonen verstoord. Wat dat ‘iets’ is, is echter onduidelijk. (EE)
Meer informatie:
The Orderly Chaos of Black Holes

   
14 januari 2019 • Protoplanetaire schijf van jonge dubbelster is gekanteld
Bijna alle jonge sterren zijn omringd door een protoplanetaire schijf: een brede gordel van gas en stof waarin zich in veel gevallen planeten vormen. Dat geldt niet alleen voor solitaire sterren, maar ook voor compacte dubbelsterren – sterren die op geringe afstand om elkaar cirkelen. Voor deze laatste hebben berekeningen laten zien dat er twee stabiele toestanden mogelijk zijn: het schijfvlak kan zowel samenvallen met de omloopbanen van beide sterren als daar loodrecht op staan. Van die eerste mogelijkheid waren al diverse voorbeelden bekend, en nu hebben astronomen ook een protoplanetaire schijf ontdekt die haaks op het baanvlak van de dubbelster staat (Nature Astronomy, 14 januari). Waarnemingen met de ALMA-telescoop in het noorden van Chili wijzen erop dat deze schijf zich net zo ontwikkelt als protoplanetaire schijven rond enkelvoudige sterren. Het is dus goed mogelijk dat zich hierin uiteindelijk planeten vormen. Mocht zich aan de binnenkant van de stofschijf een planeet bevinden, dan zou deze schijf zich vertonen als een brede band die bijna loodrecht op de horizon staat. De beide sterren zouden ten opzichte van deze band op- en neer gaan. En dat is nog niet alles: buiten de schijf cirkelen nóg twee sterren. Alles bij elkaar zouden er dus vier ‘zonnen’ aan de hemel staan. Dit bijzondere tafereel speelt zich af in het stersysteem HD 9880, dat bijna 150 lichtjaar van de aarde verwijderd is. HD 9880 behoort tot een groep sterren die niet veel ouder is dan 10 miljoen jaar. (EE)
Meer informatie:
Double star system flips planet-forming disk into pole position

   
14 januari 2019 • Sommige superzware zwarte gaten vertonen raadselachtige uitbarstingen
De kolossale zwarte gaten die in de kernen van de meeste sterrenstelsels worden aangetroffen zouden op twee manieren kunnen groeien: door passerende sterren aan flarden te trekken en te verslinden of door zich te voeden met de materie die zich in een omringende ‘accreteschijf’ heeft verzameld. Bij nieuw onderzoek zijn echter voorbeelden gevonden van een derde manier (Nature Astronomy, 14 januari). Wanneer een superzwaar zwart gat wordt gevoed vanuit een materieschijf, dan is dat een gelijkmatig proces. Zo’n zwart gat vertoont gedurende vele jaren een min of meer gelijkmatige activiteit, waarbij zichtbaar licht, ultraviolette straling en röntgenstraling vrijkomen. Bij het verslinden van een ster – de officiële term is ‘tidal disruption event’ – ontstaat een grote stralingspiek van slechts enkele maanden. Met diverse instrumenten, waaronder de röntgensatellieten Swift en NuSTAR, zijn nu echter ook gematigde uitbarstingen in de omgeving van superzware zwarte gaten waargenomen die meer dan een jaar aanhouden. Een goede verklaring voor dit soort uitbarstingen hebben de ontdekkers nog niet: geen van de meest gangbare scenario’s voor dit soort activiteit lijkt bij deze specifieke gevallen te passen. (EE)
Meer informatie:
LCO Works With NASA and the International Space Station in Black Hole Discovery

   
10 januari 2019 • Bij supernova AT2018cow werd een zwart gat of neutronenster geboren
Een groot internationaal onderzoeksteam is dichter bij de verklaring gekomen van een geheimzinnig helder object dat afgelopen zomer opdook aan de noordelijke hemel. Op 16 juni 2018 zagen twee telescopen op Hawaï het object, dat officieel AT2018cow heet maar ook wel ‘The Cow’ wordt genoemd, snel oplichten en bijna even snel weer uitdoven. Door de gegevens van een breed scala instrumenten, waaronder radio- en röntgentelescopen, te combineren zijn de astronomen nu tot het sterke vermoeden gekomen dat zij getuige zijn geweest van het moment waarop een zware ster is ineengestort tot een zwart gat of neutronenster. De opmerkelijk heldere gloed van het object zou afkomstig zijn van het stellaire ‘puin’ dat rond het compacte object achterbleef. Van meet af aan was duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand was met The Cow. Het object gedroeg zich simpelweg niet als een ‘gewone’ supernova. Op de eerste plaats was hij binnen enkele dagen 10 tot 100 keer zo helder als een supernova en bovendien was hij binnen twee weken – ongekend snel – alweer zo goed als uitgedoofd. In zijn spectrum werden duidelijke sporen van waterstof en helium gevonden, wat aangaf dat er wel degelijk een stellair object bij betrokken was. Het onderzoek van The Cow werd vergemakkelijkt door het feit dat er rondom het uiteindelijk gevormde object tien keer zo weinig stellair puin achterbleef dan bij een normale supernova-explosie. Hierdoor hadden radio- en röntgentelescopen goed zich op de ‘centrale motor’ van het object, dat de kenmerken vertoont van een zwart gat of neutronenster. Ook gunstig was dat het verschijnsel zich afspeelde in een klein sterrenstelsel op ‘slechts’ 200 miljoen lichtjaar van de aarde. Hoewel een supernova als AT2018cow nog nooit eerder was waargenomen, gaan de astronomen ervan uit dat ze in de toekomst nog meer van deze verschijnselen gaan zien. Momenteel zijn er diverse surveys gaande die ook bedacht zijn op oplichtende objecten die veel korter waarneembaar zijn dan de gemiddelde supernova. De resultaten van dit onderzoek zijn gepresenteerd tijdens de 233e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (EE)
Meer informatie:
Birth of a black hole or neutron star captured for first time

   
10 januari 2019 • Gigantisch wolkenpatroon op Venus ontdekt - en verklaard
In de lagere delen van de atmosfeer van Venus komen reusachtige diagonale wolkenstructuren voor die vermoedelijk veroorzaakt worden door de wisselwerking van een polaire straalstroom met de bijzondere rotatie-eigenschappen van de planeet. Het oppervlak van Venus gaat schuil onder een gesloten wolkendek, en in zichtbaar licht en op ultraviolette golflengten zijn alleen de bovenste lagen in de dampkring waarneembaar. Met de infraroodcamera van de Japanse planeetverkenner Akatsuki, die sinds december 2015 in een baan rond Venus draait, zijn nu ook de dieper gelegen delen van de dikke atmosfeer in beeld gebracht, op zo'n 50 kilometer boven het oppervlak. Daarin blijken kolossale diagonale wolkenstructuren voor te komen van honderden kilometers breed en zo'n tienduizend kilometer lang. Computersimulaties doen vermoeden dat die structuren op indirecte wijze veroorzaakt worden door een polaire straalstroom op Venus (vergelijkbaar met de polaire straalstroom in de aardse dampkring). Er treedt een wisselwerking op met de trage rotatie van het Venusoppervlak (Venus draait eens per 243 dagen om zijn as) en de sterke 'atmosferische superrotatie' van de hogere wolkenlagen (één omwenteling in ca. 4 dagen). De nieuwe waarnemingen en de computersimulaties zijn gepubliceerd in Nature Communications. (GS)
Meer informatie:
Giant pattern discovered in the clouds of planet Venus (origineel persbericht)

   
10 januari 2019 • ‘Morsende’ ster bracht begeleidende witte dwerg tot ontploffing
Astronomen hebben ontdekt welk soort ster ervoor heeft gezorgd dat een witte dwergster op 545 miljoen lichtjaar van de aarde op explosieve wijze aan zijn einde kwam. Na de gebeurtenis, die bekendstaat als supernova 2015cp, werd waterstofrijk materiaal waargenomen dat moet hebben toebehoord aan een begeleidende ster die de witte dwerg met materie heeft overvoerd. SN 2015cp was een supernova van type Ia. De kolossale explosies van dit type spelen zich af in dubbelstersystemen waarin een witte dwerg een kritische massa bereikt. Dat kan gebeuren doordat hij met zijn begeleider – eveneens een witte dwerg – in botsing komt. Een andere mogelijkheid is dat de begeleider een normale ster is die materie aan de witte dwerg overdraagt. Een witte dwerg is het compacte restant van een uitgeputte ster die zijn buitenste lagen heeft afgestoten. Uit de waarnemingen van het stellaire materiaal dat achterbleef na SN 2015cp leiden de astronomen af dat de begeleider voordat de witte dwerg explodeerde grote hoeveelheden materie had uitgestoten. Dat bewijst dat dit niet ook een witte dwerg kan zijn geweest: die bevatten geen waterstof. Vermoedelijk betrof het een rode reuzenster: een normale ster die aan het einde van zijn bestaan is opgezwollen ten gevolge van ‘brandstoftekort’. Het materiaal van de ontploffende witte dwerg is met bijna tien procent van de lichtsnelheid tegen de stermaterie aan geklapt, waardoor dit ultraviolette straling is gaan uitzenden. Deze straling werd twee jaar na de explosie gedetecteerd met onder meer de Hubble-ruimtetelescoop. Tegelijk met SN 2015cp hebben de astronomen nog bijna zeventig andere supernova-resten van enkele jaren oud onderzocht. Daarbij stelden ze vast dat hooguit zes procent van alle supernova’s van type Ia door zo’n morsende stellaire begeleider zijn veroorzaakt. Het merendeel van deze explosies wordt toegeschreven aan botsingen tussen twee witte dwergen. Het onderzoek van supernova’s van type Ia is van bijzonder belang, omdat deze objecten een cruciale rol spelen bij de afstandsbepaling in het heelal. De resultaten van dit onderzoek zijn gepresenteerd tijdens de 233e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (EE)
Meer informatie:
Astronomers find signatures of a ‘messy’ star that made its companion go supernova

   
10 januari 2019 • Misschien toch leven mogelijk op planeet rond Ster van Barnard
Op de planeet die vorig jaar ontdekt werd in een baan rond de Ster van Barnard (een nabije rode dwergster) is - ondanks de lage temperatuur van ca. 170 graden onder nul - misschien toch leven mogelijk. Dat beweren astronomen van Villanova University. Volgens de onderzoekers zou er op de 'superaarde' (de planeet is groter en ongeveer drie keer zo zwaar als de aarde) geothermische activiteit kunnen voorkomen, waardoor de oppervlaktetemperatuur op sommige plaatsen toch hoog genoeg zou kunnen zijn voor het bestaan van bepaalde micro-organismen. Ze wijzen erop dat de Jupitermaan Europa ook een zeer koud oppervlak heeft, maar toch een ondergrondse oceaan van vloeibaar water herbergt, als gevolg van getijdenkrachten van de moederplaneet. Het (speculatieve) idee werd ind e vorm van een wetenschappelijke poster gepresenteerd tijdens de 223e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (GS)
Meer informatie:
New Findings by Villanova Astrophysicists Indicate Geothermal Activity on Icy Barnard b Super-Earth Planet May Signal Potential for Existence of Primitive Life (origineel persbericht)

   
10 januari 2019 • Camera van Hubble-ruimtetelescoop is uitgevallen
Een van de belangrijkste instrumenten van de Hubble-ruimtetelescoop – de Wide Field Camera 3 – is woensdag uitgevallen ten gevolge van een niet nader omschreven hardwareprobleem. Het probleem kan waarschijnlijk wel worden verholpen – de camera beschikt over backupsystemen – maar zolang de Amerikaanse federale overheid platligt zal dat niet gebeuren. De Hubble-missie wordt geleid door NASA’s Goddard Space Flight Center, en het meeste personeel is naar huis gestuurd. Het voor de tweede keer in een paar maanden tijd dat de bijna 30 jaar oude ruimtetelescoop met problemen kampt. In oktober was Hubble drie weken lang niet bruikbaar door het uitvallen van een van zijn gyroscopen, waarmee de telescoop zich oriënteert in de ruimte. (EE)
Meer informatie:
Hubble telescope camera is broken — and US government shutdown could delay repairs

   
9 januari 2019 • Afgeketste jet van sterrenstelsel Cygnus A slaat gat in deeltjeswolk
Met behulp van de röntgensatelliet Chandra hebben astronomen bijzonder gedrag waargenomen van de ‘jet’ van superzware zwarte gat in het hart van het sterrenstelsel Cygnus A. Deze straalstroom van energierijke deeltjes is afgeketst aan een muur van heet gas en heeft even verderop een gat geslagen in de gaswolk. Cygnus A is een groot sterrenstelsel in het centrum van een cluster op 760 miljoen lichtjaar van de aarde. Het rondwentelende superzware zwarte gat in het hart van het stelsel slokt materie uit zijn omgeving op en blaast een deel ervan in de vorm van twee bundels van energierijke deeltjes terug de ruimte in. Na een reis van meer dan 200.000 lichtjaar worden deze zogeheten jets afgeremd door het hete intergalactische gas dat Cygnus A omhult. Daarbij zijn aan weerszijden van het zwart gat twee enorme wolken van energierijke deeltjes ontstaan die röntgen- en radiostraling uitzenden. Nieuwe Chandra-beelden laten zien dat een van de jets, na te zijn afketst, een gat heeft geslagen in de omringende deeltjeswolk. Het gat is 50.000 tot 100.000 lichtjaar diep en 26.000 lichtjaar breed. Hoe dat gat precies is ontstaan, is nog onduidelijk. Wetenschappers zijn nog bezig om uit te puzzelen welke vormen van energie – kinetische energie, warmte of straling – de jet van Cygnus A meevoert. Dat is bepalend voor de wijze waarop zo’n jet zich gedraagt. (EE)
Meer informatie:
Ricocheting Black Hole Jet Discovered by Chandra

   
9 januari 2019 • Aan flarden gescheurde ster verraadt rotatiesnelheid van superzwaar zwart gat
Astronomen hebben, met behulp van de Europese röntgensatelliet XMM-Newton, waargenomen hoe een superzwaar zwart gat op 300 miljoen lichtjaar van de aarde een ster heeft opgeslokt. Daarbij hebben ze kunnen vaststellen hoe snel dit zwarte gat om zijn as wentelt (Science, 9 januari). In het centrum van zo’n beetje elk volwaardig sterrenstelsel schuilt een kolossaal zwart gat. Sterren die zich te dicht in de buurt van dit object wagen worden letterlijk aan flarden getrokken. De vrijgekomen stermaterie spiraal vervolgens naar het zwarte gat toe, wordt extreem heet en zendt intense röntgenstraling uit. Op 22 november 2014 hebben astronomen zo’n gebeurtenis, die in elk stelsel maar eens in de ongeveer 100.000 jaar plaatsvindt, waargenomen. Deze werd voor het eerst opgemerkt door de All-Sky Automated Survey for SuperNovae (ASASSN) – een mondiaal netwerk van 20 autonoom werkende telescopen dat de hemel afspeurt naar plotseling oplichtende objecten. Vervolgens is het verschijnsel, dat te boek staat als ASASSN-14li, met drie grote röntgentelescopen in de ruimte waargenomen. Uit de waarnemingen blijkt dat het röntgensignaal van ASASSN-14li gedurende ruim een jaar regelmatige fluctuaties vertoonde met een periode van 131 seconden. Door deze informatie te combineren met de bekende massa (minstens 1 miljoen zonsmassa’s) van het zwarte gat, konden de astronomen berekenen dat dit met ongeveer 50 procent van de lichtsnelheid om zijn as tolt en dat het signaal afkomstig was van dicht bij de zogeheten waarnemingshorizon van het zwarte gat. Het fluctuerende röntgensignaal wordt veroorzaakt door stermateriaal dat (tijdelijk) in de binnenste stabiele omloopbaan rond het zwarte gat cirkelt. Uiteindelijk wordt deze materie opgeslokt door het zwarte gat, en verdwijnt het signaal. (EE)
Meer informatie:
XMM-Newton Captures Final Cries of Star Shredded by Black Hole

   
9 januari 2019 • Astronomen ontdekken helderste quasar in het vroege heelal
Astronomen hebben een nieuwe verre quasar ontdekt. Het licht van het object heeft er 12,8 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken. Normaal gesproken zou zijn schijnsel bij aankomst onwaarneembaar zwak zijn geweest, maar het zwaartekrachtlenseffect van een tussenliggend sterrenstelsel heeft het licht van de quasar met een factor 50 versterkt. Nooit eerder werd een quasar van deze helderheid op zo’n grote afstand waargenomen. Quasars zijn de heldere kernen van (doorgaans) zeer verre sterrenstelsels. Vermoed wordt dat zij hun grote helderheid te danken hebben aan een superzwaar zwart gat dat bezig is om stermaterie op te slokken. De grote helderheid van quasar J043947.08+163415.7 wijst erop dat ook hij zijn energie ontleend aan een centraal zwart gat. Onderzoek van het spectrum van de quasar heeft laten zien dat dit zwarte gat 700 miljoen keer zoveel massa heeft als onze zon. De detectie van de verre heldere quasar wordt als een belangrijke ontdekking gezien. Op theoretische gronden werd al tientallen jaren aangenomen dat zulke ‘versterkte’ quasars in het verre heelal heel talrijk moeten zijn. Maar dit is pas de eerste die is opgespoord. De resultaten van het onderzoek van quasar J043947.08+163415.7 zijn vandaag gepubliceerd in The Astrophysical Journal Letters en gepresenteerd tijdens de 233e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Uncover the Brightest Lensed Quasar in the Early Universe

   
9 januari 2019 • Naburig spiraalstelsel vertoont opvallend gebrek aan ‘satellieten’
Nieuw onderzoek laat zien dat het grote spiraalstelsel Messier 94 (M94) bijzonder weinig satellietstelsels heeft. Verder dan twee komen astronomen op dit moment niet, terwijl er rond ons Melkwegstelsel minstens tien en misschien zelfs enkele tientallen kleine sterrenstelsels zwermen. Dat wijst erop dat het aantal ‘satellieten’ rond grote spiraalstelsels flink kan variëren, en dat is in strijd met de voorspellingen van de theoretische modellen voor het ontstaan van sterrenstelsels. Deze modellen gaan ervan uit dat sterrenstelsels zijn ontstaan in grote halo’s van donkere materie. Zulke halo’s oefenenen een grote aantrekkingskracht uit en kunnen grote hoeveelheden gas uit hun omgeving naar zich toe trekken. Grote sterrenstelsels zoals de Melkweg en M94 zouden doorgaans ontstaan in halo’s die niet veel voor elkaar onderdoen. Hun satellieten zouden echter zich vormen in kleinere subhalo’s, die veel gevoeliger zijn voor de gevolgen van stervorming, zoals de supernova-explosies die relatief kort na de vorming van zware sterren optreden. Deze supernova-explosies zouden al het gas uit de (sub)halo van het sterrenstelsel kunnen verdrijven, waardoor diens verdere groei stagneert. Onduidelijk is echter bij welke halo-omvang dit effect van belang wordt. Volgens de astronomen die M94 hebben onderzocht bewijst het tekort aan satellietstelsels bij dit spiraalstelsel dat de vorming van die kleinere stelsels wel eens een veel onzekerder proces zou kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen. De resultaten van dit onderzoek worden vandaag gepresenteerd tijdens de 233e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (EE)
Meer informatie:
The Lonely Giant: Milky Way-Sized Galaxy Lacking Galactic Neighbors

   
9 januari 2019 • Magnetar in Melkwegcentrum vertoont overeenkomsten met ‘snelle radioflitser’
Amerikaanse astronomen hebben de pulsen radiostraling geanalyseerd van een magnetar – een ronddraaiende neutronenster met een sterk magnetisch veld – in de nabijheid van het superzware zwarte gat in het hart van ons Melkwegstelsel. Het nieuwe onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd dat magnetars als deze, die een zwart gat als buurman hebben, weleens een bron van snelle radioflitsen zouden kunnen zijn. Snelle radioflitsen zijn korte stoten radiostraling die van bronnen ver buiten onze Melkweg afkomstig zijn. Magnetars zijn een zeldzame subklasse van de zogeheten pulsar, die op hun beurt tot de neutronensterren behoren. Aangenomen wordt dat magnetars simpelweg jonge pulsars zijn die langzamer ronddraaien dan gewone pulsars en een veel sterker magnetisch veld hebben. Dat kan erop wijzen dat alle pulsars ooit als magnetar zijn begonnen. De astronomen hebben gekeken naar de magnetar PSR J1745-2900, die oorspronkelijk is ontdekt met de röntgensatelliet Swift. Bij het nieuwe onderzoek is het object onderzocht met radioschotels van NASA. PSR J1745-2900 is slechts 0,3 lichtjaar verwijderd van het superzware zwarte gat in het Melkwegcentrum. Behalve dat PSR J1745-2900 overeenkomsten vertoont met de snelle radioflitsers hebben de astronomen ook ontdekt dat de afzonderlijke pulsen van deze magnetar sterke variaties vertonen. Dit zou erop kunnen wijzen dat er wolken plasma met hoge snelheid rond de magnetar bewegen, maar het is ook denkbaar dat de variabiliteit een eigenschap van de magnetar zelf is. De nieuwe waarnemingen zijn gepresenteerd tijdens de 233e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (EE)  
Meer informatie:
Probing the Magnetar at the Center of Our Galaxy: New Observations Find Possible Links Between Magnetars and Extragalactic Radio Bursts

   
9 januari 2019 • Astronomen zien hoe een zwart gat stellair materiaal verorbert
Waarnemingen van MAXI J1820+070 – een dubbelstersysteem bestaande uit een zwart gat van 10 zonsmassa’s en een normale ster – hebben meer inzicht gegeven in de wijze waarop dit zwarte gat materie van zijn begeleider aantrekt en verwerkt. De waarnemingen, gedaan met instrumenten in het internationale ruimtestation ISS, wijzen erop dat de röntgenuitbarstingen die daarbij optreden worden gereguleerd door de compacte ‘corona’ rond het zwarte gat (Nature, 10 januari). Op 11 maart 2018 registreerde de Japanse experimentenmodule MAXI aan boord van het ISS een enorme röntgenuitbarsting van een object op bijna 10.000 lichtjaar van de aarde. MAXI bestaat uit een aantal röntgendetectors die de complete hemel afspeuren naar uitbarstingen van röntgenstraling. Na de ontdekking van J1820 werd de gebeurtenis ook gevolgd met een ander instrument in het ISS: NASA’s Neutron star Interior Composition Explorer (NICER). De waarnemingen laten zien dat terwijl het zwarte gat in het dubbelstersysteem enorme hoeveelheden stermateriaal te verwerken kreeg diens corona – de halo van energierijke elektronen in de onmiddellijke omgeving van het zwarte gat – binnen een maand kromp van ongeveer 100 kilometer tot slechts 10 kilometer. De corona kan worden gezien als het centrale deel van de zogeheten accretieschijf rond het zwarte gat. Deze miljoenen kilometers grote schijf is de plek waar de materie die de begeleidende ster aan het zwarte gat overdraagt naartoe spiraalt. Vanuit de accretieschijf, die tijdens de waargenomen röntgen uitbarsting stabiel bleef, stroomt er bij vlagen stermaterie over naar het zwarte gat. Onduidelijk is nog wat er precies voor zorgt dat de corona samentrekt. Vermoed wordt dat de wolk van energierijke elektronen wordt samengeperst door de enorme van druk die door het vanuit de de accretieschijf toestromende gas wordt opgewekt. Maar waarom dat gebeurt is onbekend. (EE)
Meer informatie:
Astronomers observe evolution of a black hole as it wolfs down stellar material

   
9 januari 2019 • Tweede ‘repeterende’ radioflitser ontdekt
Astronomen hebben een tweede object ontdekt dat met enige regelmaat uiterst korte stoten radiostraling produceert. Deze ‘snelle radioflitsen’, die afkomstig zijn van ver buiten ons Melkwegstelsel, zijn opgetekend met het Canadian Hydrogen Intensity Mapping Experiment (CHIME) – een geavanceerde radiotelescoop die eind 2017 in gebruik is genomen (Nature, 10 januari). In de zomer van 2018 registreerde CHIME, die toen nog niet eens op volle sterkte was, binnen slechts drie weken dertien snelle radioflitsen. Nadien werden van een van de ‘radioflitsers’ nog meer uitbarstingen waargenomen. Daarmee vertoont deze een sterke overeenkomst met het object FRB121102 dat in 2015 met de Arecibo-radiotelescoop op Puerto Rico is ontdekt. Omdat er nog niet heel erg systematisch naar zulke repeterende radioflitsers is gezocht, doet deze tweede ontdekking vermoeden dat dergelijke objecten wel eens heel talrijk kunnen zijn. Van verreweg de meeste objecten die radioflitsen uitzenden is tot nu toe pas één uitbarsting waargenomen. Wat de snelle radioflitsen nu precies veroorzaakt staat nog steeds niet vast. (EE)
Meer informatie:
Canada’s CHIME Telescope Detects Second Repeating Fast Radio Burst

   
9 januari 2019 • Veel sterren veranderen in kristallen
Astronomen hebben bewijs gevonden dat witte dwergsterren kristalliseren. Witte dwergen zijn de uitdovende restanten van sterren zoals onze zon die grotendeels uit zuurstof en koolstof bestaan. Op theoretische gronden was al vermoed dat deze objecten op enig moment in hun bestaan een kern van vaste zuurstof en koolstof ontwikkelen. Dat zou het gevolg zijn van een fase-overgang vergelijkbaar met die van water naar ijs, maar dan bij veel hogere temperaturen. Gegevens van de Europese ruimtetelescoop lijken dat nu te staven (Nature, 10 januari).Met behulp van de Gaia-gegevens hebben de astronomen 15.000 witte dwergen op afstanden tot ongeveer 300 lichtjaar van de aarde geselecteerd, en de helderheden en kleuren van deze sterren geanalyseerd. Daarbij hebben ze ontdekt dat er bij bepaalde kleuren en helderheden een overschot aan witte dwergen bestaat. Modelberekeningen laten zien dat deze ‘ophopingen’ waarschijnlijk zijn veroorzaakt door de warmte die vrijkomt bij het kristallisatieproces. Deze warmte kan het afkoelproces van een witte dwerg met meer dan een miljard jaar vertragen, waardoor deze veel jonger lijkt dan hij in werkelijkheid is. Naar verwachting zullen alle witte dwergsterren ooit kristalliseren, de zwaarste als eerste. Dat betekent dat er alleen al in onze Melkweg miljarden gekristalliseerde witte dwergen moeten rondzwerven. Ook onze zon zal, over ongeveer 10 miljard jaar, dit proces gaan doorlopen. (EE)
Meer informatie:
Thousands of Stars Turning Into Crystals

   
9 januari 2019 • Herhaaldelijke nova-explosies veroorzaken grote holte in interstellair medium
Astronomen hebben voor het eerst het kolossale overblijfsel opgespoord dat is achtergelaten door een witte dwergster die waarschijnlijk al miljoenen jaren aan de lopende band nova-explosies produceert. Door deze explosies is een bijna 400 lichtjaar grote holte ontstaan in het interstellaire gas dat de ster omringt (Nature, 10 januari). De witte dwergster, die bekendstaat als M31N 2008-12a, behoort tot de zogeheten recurrente nova’s. De witte dwerg zelf produceert geen energie meer, maar hij ontvangt wel materie van een begeleidende normale ster. Hierdoor hoopt zich zoveel waterstofgas op aan zijn oppervlak, dat er met tussenpozen van ongeveer een jaar een thermonucleaire explosie of ‘nova’ optreedt. Bij die explosie wordt M31N 2008-12a tijdelijk een miljoen keer zo helder als onze zon en produceert hij een schokgolf die zich aanvankelijk met een snelheid van 10.000 kilometer per seconde uitbreidt. Deze schokgolf veegt het interstellaire gas in de omgeving van de ster bijna letterlijk aan de kant en zo is de nu waargenomen kolossale holte ontstaan. Volgens de astronomen zal er over niet al te lange tijd een einde komen aan de nova-reeks van M31N 2008-12a. Ze hebben berekend dat de witte dwerg meer materie van zijn begeleidende ster ontvangt dan dat hij per explosie kwijtraakt. Naar verwachting zal hij hierdoor binnen 40.000 jaar de kritische massa van bijna anderhalve zonsmassa bereiken en een verwoestende supernova-explosie ondergaan.M31N 2008-12a maakt overigens geen deel uit van ons Melkwegstelsel, maar behoort tot het 2,5 miljoen lichtjaar verre Andromedastelsel. (EE)
Meer informatie:
First evidence of gigantic remains from star explosions

   
8 januari 2019 • Nieuws van de winterbijeenkomst van de AAS - dinsdag 8 januari
Deze week wordt in Seattle (Verenigde Staten) de 233e bijeenkomst gehouden van de American Astronomical Society. Hieronder een beknopt overzicht van enkele nieuwe resultaten die op de tweede dag van de bijeenkomst (dinsdag 8 januari) zijn gepresenteerd. (GS) Dark Energy Survey afgerond: Op 9 januari zijn de laatste metingen verricht voor de Dark Energy Survey, uitgevoerd met de 520-megapixel Dark Energy Camera op de 4-meter Blanco-telescoop van de Cerro Tololo-sterrenwacht in Chili. In zes jaar tijd zijn ruim 300 miljoen sterrenstelsels gefotografeerd en opgemeten (50 terabyte aan data!). De survey-resultaten moeten een beter inzicht geven in de verdeling van donkere materie in het heelal en de rol die de mysterieuze donkere energie heeft gespeeld in de evolutie van de kosmos.  Stervorming in Magelhaense Wolken kwam langzaam op gang: De stervormingsactiviteit in de Grote en de Kleine Magelhaense Wolk (de twee kleine buren van ons Melkwegstelsel) kwam in de eerste paar miljard jaar van hun bestaan maar langzaam op gang. Pas vrij recent deed zich een nieuwe geboortegolf van sterren voor, vermoedelijk als gevolg van onderlinge getijdenwerking en de zwaartekrachtsinvloed van ons Melkwegstelsel. Dat blijkt uit gedetailleerde metingen aan de chemische samenstelling van sterren, uitgevoerd door de Sloan Digital Sky Survey.  Algoritmes vinden versmeltende sterrenstelsels: Dankzij slimme computeralgoritmes en machine learning komen astronomen meer voorbeelden op het spoor van sterrenstelsels die met elkaar in botsing zijn gekomen en zijn versmolten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het uiterlijk van het resulterende stelsel, maar ook naar de bewegingen van de sterren in de 'merger'. Zo kunnen veel meer botsende sterrenstelsels gevonden worden dan wanneer foto's alleen 'op het oog' worden beoordeeld.  Nieuwe catalogus van sterspectra gepubliceerd: Op basis van waarnemingen van de Sloan Digital Sky Survey is een catalogus gepubliceerd van duizenden sterspectra. (Uit het spectrum van een ster valt informatie af te leiden over de chemische samenstelling.) Het gaat om sterren van de meest uiteenlopende typen in ons eigen Melkwegstelsel. Momenteel is deze 'MaNGA Stellar Library' de meest complete catalogus van sterspectra ooit. Tot 2020 worden nog voortdurend nieuwe metingen toegevoegd. 
Meer informatie:
Persbericht over de Dark Energy Survey

   
8 januari 2019 • Planeten rond rode dwergsterren zouden weleens onleefbaar kunnen zijn
Rotsachtige planeten die rond rode dwergsterren cirkelen zouden wel eens gortdroog en levenloos kunnen zijn, zo blijkt uit nieuw onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop. Water en organische verbindingen – cruciaal voor leven zoals wij dat kennen – worden mogelijk weggeblazen voordat ze het oppervlak van jonge planeten kunnen bereiken.  Deze hypothese is gebaseerd op verrassende waarnemingen van de snel eroderende schijf van gas en stof rond de jonge, nabije rode dwerg AU Microscopii (AU Mic). In zulke schijven ontstaan planeten. De waarnemingen laten zien dat snel bewegende samenballingen van materiaal deeltjes uit de schijf van AU Mic verdrijven. Als de schijf in dit tempo blijft oplossen, zal hij over ongeveer 1,5 miljoen jaar verdwenen zijn. Dat zou betekent dat er tegen die tijd ook geen ijzige kometen en planetoïden meer in de schijf te vinden zullen zijn. Kometen en planetoïden zijn belangrijke ‘leveranciers’ van water en organische verbindingen. Waar de samenballing van materie vandaan komen is nog onduidelijk. Een mogelijke verklaring is dat ze zijn gevormd bij grote uitbarstingen van de centrale ster. Jonge, rode dwergen zijn berucht om hun wispelturige gedrag. Als de activiteit rond AU Mic maatgevend is voor het planeetvormingsproces rond rode dwergsterren, zou het aantal leefbare planeten in de Melkweg wel eens fors lager kunnen zijn dan gedacht. Rode dwergen zijn namelijk de meest voorkomende sterren in ons sterrenstelsel. De resultaten van dit onderzoek zijn gepresenteerd tijdens de 233e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (EE)
Meer informatie:
Young Planets Orbiting Red Dwarfs May Lack Ingredients for Life

   
8 januari 2019 • Nieuwe exoplaneet houdt het midden tussen Neptunus en Saturnus
Astronomen hebben een nieuwe exoplaneet ontdekt die de bestaande ideeën over het ontstaan van planeten wel eens op hun kop zouden kunnen zetten. De planeet zit qua massa tussen Neptunus en Saturnus in en bevindt zich voorbij de ‘sneeuwgrens’ van zijn moederster, waar dit planetaire ‘tussenmaatje’ theoretisch niet zou mogen voorkomen. De exoplaneet, die de aanduiding OGLE-2012-BLG-0950Lb draagt, is ontdekt via het zogeheten microlenseffect. In de loop van enkele maanden schoof de moederster van de (zelf onwaarneembare) planeet vanaf de aarde gezien voor een verre achtergrondster langs. Daarbij zorgde haar zwaartekrachtsveld ervoor dat het licht van de verre ster werd versterkt. De ster fungeerde dus als een natuurlijk ‘vergrootglas’. Tijdens die toevallige samenstand van sterren werd gedurende ongeveer een dag nog een klein dipje in de helderheid van de achtergrondster geregistreerd. Dat dipje wordt toegeschreven aan de verstorende invloed van OGLE-2012-BLG-0950Lb op het lenseffect van zijn moederster. Vervolgwaarnemingen met de Keck-telescoop op Hawaï hebben astronomen in staat gesteld om de massa van de planeet en zijn afstand tot zijn ster te bepalen. Een recente statistische analyse van microlensgebeurtenissen als deze heeft trouwens aangetoond dat ‘sub-Saturnussen’ zoals OGLE-2012-BLG-0950Lb bepaald niet schaars zijn. De sneeuwgrens is de afstand tot een jonge ster waarbij het koud genoeg is om water tot ijs te laten condenseren. Volgens de meest gangbare planeetvormingstheorie is voorbij de sneeuwgrens aanzienlijk meer vast materiaal nodig om grote gasplaneten te laten ontstaan. Dat vaste materiaal is nodig om een forse rotsachtige kern te vormen, die vervolgens in steeds sneller tempo gas uit zijn omgeving aantrekt. Theoretisch zou er voorbij de sneeuwgrens niet genoeg vast materiaal aanwezig mogen zijn voor planeten met meer massa dan Neptunus. De ontdekking van OGLE-2012-BLG-0950Lb kan erop wijzen dat de betreffend theorie aan herziening toe is. De resultaten van dit onderzoek zijn gepresenteerd tijdens de 233e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (EE)
Meer informatie:
Microlensing Reveals That Sub-Saturn Giant Planets Are Common, Not Rare

   
8 januari 2019 • Nieuws van de winterbijeenkomst van de AAS - maandag 7 januari
Deze week wordt in Seattle (Verenigde Staten) de 233e bijeenkomst gehouden van de American Astronomical Society. Hieronder een beknopt overzicht van enkele nieuwe resultaten die op de eerste dag van de bijeenkomst (maandag 7 januari) zijn gepresenteerd. (GS) Wolken op hete Jupiters: Met NASA's Spitzer Space Telescope is ontdekt dat er op de nachtzijde van zogeheten 'hete Jupiters' (gasvormige reuzenplaneten in kleine omloopbanen) altijd wolken voorkomen. De planeten keren hun ster altijd dezelfde kant toe (net zoals de maan dat doet bij de aarde); aan de koelere nachtzijde blijkt altijd sprake te zijn van wolkenvorming. De ontdekking kan leiden tot een beter begrip van de eigenschappen en ontstaanswijze van deze bizarre planeten.  Amateurs ontdekken nieuwe planeet: Burgerwetenschappers hebben in de waarnemingsgegevens van de (inmiddels niet langer operationele) ruimtetelescoop Kepler een nieuwe exoplaneet gevonden die eerder aan de aandacht van beroepsastronomen was ontsnapt. Planeet K2-288Bb is ongeveer twee keer zo groot als de aarde, heeft mogelijk een rotsachtige samenstelling (maar dat is niet zeker), en draait in een kleine baan rond een rode dwergster die deel uitmaakt van een dubbelstersysteem op een afstand van 226 lichtjaar in het sterrenbeeld Stier.  Planetoïdenbotsingen bij jonge ster: Infraroodwaarnemingen met de Spitzer Space Telescope doen vermoeden dat er in de materieschijf rond de pasgeboren ster NGC 2547-ID8 twee botsingen tussen planetoïden hebben plaatsgevonden - Spitzer kan de infraroodstraling detecteren van het resulterende stof. Ook in ons eigen zonnestelsel moeten lang geleden veel vaker dergelijke zware botsingen hebben plaatsgevonden: veel planetoïden (waaronder Bennu, die momenteel van nabij wordt bestudeerd) blijken brokstukken te zijn van grotere hemellichamen.  Student simuleert zwarte gaten: Lia Medeiras, een sterrenkundestudent aan de Universiteit van Arizona, heeft computersoftware ontwikkeld om zwarte gaten te simuleren, op basis van verschillende theoretische aannames met betrekking tot de precieze voorspellingen van de algemene relativiteitstheorie. Door toekomstige waarnemingen van het superzware zwarte gat in de kern van de Melkweg (met de Event Horizon Telescope) te vergelijken met deze simulaties, kunnen sterrenkundigen mogelijke afwijkingen van Einsteins relativiteitstheorie op het spoor komen. 
Meer informatie:
Vakpublicatie over wolken op hete Jupiters

   
8 januari 2019 • TESS ontdekt relatief koele exoplaneet
NASA's Transiting Exoplanet Survey Satellite (TESS), die afgelopen voorjaar is gelanceerd om jacht te maken op planeten bij relatief nabijgelegen sterren, heeft zijn derde exoplaneet gevonden. Het gaat om een zogeheten 'mini-Neptunus' - een vermoedelijk gasvormige planeet die ongeveer drie keer zo groot is (in middellijn) als de aarde en ca. 23 maal zo zwaar. De nieuw ontdekte planeet, HD 21749b, beschrijft een baan rond een relatief heldere ster die zich op een afstand van 53 lichtjaar van de aarde bevindt. Het bijzondere aan de ontdekking is de omlooptijd van 36 dagen. TESS is vooral gevoelig voor planeten in kleine omloopbanen; de eerste twee ontdekte exoplaneten hadden omlooptijden van 6,3 dagen en van slechts 11 uur. Doordat de nieuw ontdekte planeet zich op relatief grote afstand van zijn moederster bevindt, is hij ook niet zo extreem heet als de andere twee: 'slechts' zo'n 150 graden Celsius. De ontdekking is gepresenteerd op de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle, en zal gepubliceerd worden in Astrophysical Journal Letters. De ontdekking was het resultaat van een gecompliceerde zoekactie in de waarnemingsgegevens van TESS; om het bestaan van de planeet te bevestigen zijn ook metingen verwerkt van o.a. de HARPS-spectrograaf van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht. De waarnemingen doen bovendien vermoeden dat er nog een tweede planeet rond de ster beweegt, met een omlooptijd van slechts 7,8 dagen. Als dat bevestigd wordt door nieuwe metingen, zou het om de eerste aarde-achtige exoplaneet kunnen gaan die door TESS is gevonden. De verwachting is dat de satelliet over pakweg twee jaar vijftig relatief nabije aarde-achtige planeten heeft ontdekt die zich lenen voor gedetailleerd vervolgonderzoek met bijvoorbeeld de James Webb Space Telescope. (GS)
Meer informatie:
TESS Discovers Its Third New Planet, with Longest Orbit Yet

   
7 januari 2019 • Aantal sterrenstelsel-clusters in heelal is 50 procent groter dan gedacht
Naar schatting één op de drie clusters van sterrenstelsels in het heelal is tot nu toe nooit eerder als zodanig herkend, aldus astronomen van het Chileense Center for Excellence in Astrophysics and Associated Technologies (CATA) in Santiago. Dat zou betekenen dat het aantal clusters in het heelal ongeveer anderhalf maal zo groot is als tot nu toe werd gedacht. De meeste sterrenstelsels in het heelal maken deel uit van een kleine of grote zwerm - een cluster - die bijeengehouden wordt door de onderlinge zwaartekracht van de stelsels zelf, van het ijle hete gas in de ruimte tussen de stelsels, en van grote hoeveelheden donkere materie. Het valt echter niet altijd mee om een cluster als zodanig aan de hemel te herkennen. De sterrenkundigen hebben nu nieuwe computeralgoritmes losgelaten op een bestaande catalogus van de ruimtelijke posities van een kleine 200.000 sterrenstelsels in het heelal (de 2dFGRS-survey). Daarbij bleek dat veel clusters nooit eerder zijn herkend doordat ze minder leden tellen, minder sterk geconcentreerd zijn, of doordat de afzonderlijke sterrenstelsels op grotere onderlinge afstanden staan. Op het oog ziet zo'n cluster er dan niet heel anders uit dan een willekeurig stukje sterrenhemel. De nieuwe resultaten zijn op 20 december gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
Nearly a Third of All Galaxy Clusters May Have Been Previously Unnoticed (origineel persbericht)

   
7 januari 2019 • Hubble fotografeert Driehoekstelsel
Met de Hubble Space Telescope is een spectaculair fotomozaïek vastgelegd van het centrale deel van het relatief kleine spiraalstelsel M33 (ook wel het Driehoekstelsel genoemd, naar het sterrenbeeld waarin het zich bevindt). M33 maakt deel uit van de Lokale Groep van sterrenstelsels waartoe ook ons eigen Melkwegstelsel en het Andromedastelsel behoren; de afstand bedraagt ca. 3 miljoen lichtjaar. Het fotomozaïek is samengesteld uit 54 afzonderlijke opnamen, gemaakt door Hubble's Advanced Camera for Surveys, en beslaat een gebied met een middellijn van ca. 20.000 lichtjaar. In totaal zijn er naar schatting zo'n 25 miljoen afzonderlijke sterren vastgelegd. Het tempo waarin er in M33 nieuwe sterren ontstaan is ongeveer tien maal zo hoog als in het Andromedastelsel, dat enkele jaren geleden ook in detail door de Hubble-telescoop is gefotografeerd. De nieuwe foto is gepresenteerd tijdens de 233e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Seattle. (GS)
Meer informatie:
Triangulum Galaxy Shows Stunning Face in Detailed Hubble Portrait (origineel persbericht)

   
7 januari 2019 • Jonge sterren in de Orionnevel doen aan geboortebeperking
Astronomen van de Universiteit Leiden hebben in SOFIA-data ontdekt dat de sterrenwind van een pasgeboren ster in de Orionnevel verhindert dat er in de directe omgeving meer sterren worden gevormd. Dat maakte coauteur Xander Tielens bekend tijdens een persconferentie op de 233ste bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS) in Seattle, VS. Het onderzoeksresultaat verschijnt op 7 januari in Nature. Het resultaat is verrassend omdat wetenschappers dachten dat andere processen zoals exploderende sterren (supernova’s) grotendeels voor het reguleren van stervorming verantwoordelijk zijn. Maar de SOFIA-waarnemingen suggereren dat de babysterren sterrenwinden genereren die het basismateriaal voor de productie van sterren wegblazen. SOFIA is NASA’s stratosferisch observatorium voor infraroodsterrenkunde, dat zijn waarnemingen doet vanuit een aangepaste Boeing 747SP jetliner. De Orionnevel is een kraamkliniek van sterren, die vaak is waargenomen en gefotografeerd. Het is de sterrenfabriek die het dichtst bij de aarde staat. Sluiers van gas en stof maken de Orionnevel prachtig om te zien, maar zorgen er ook voor dat het geboorteproces van de sterren goeddeels aan het oog blijft onttrokken. Telescopen zoals SOFIA kunnen het infrarode licht waarnemen dat wel door de stofwolken heen komt, en dus stervormingsprocessen zien die in optisch licht verborgen blijven. In het hart van de Orionnevel ligt een klein groepje jonge, zware en heldere sterren. Het GREAT-instrument op SOFIA ontdekte dat de sterke sterrenwind van de helderste van deze babysterren, Theta1 Orionis C (θ1 Ori C), een grote schil van materiaal heeft weggeveegd uit de wolk waarin deze ster is geboren, zoals een sneeuwschuiver een straat schoonveegt door de sneeuw naar de kant van de weg te schuiven. “De wind is verantwoordelijk voor het blazen van zo’n grote bel rond de centrale sterren,” legt eerste auteur en promovenda aan de Leidse Sterrewacht Cornelia Pabst uit. “Hij rukt de stervormingswolk uit elkaar en voorkomt daarmee de geboorte van nieuwe sterren” De onderzoekers maten met het GREAT-instrument op SOFIA de chemische vingerafdruk van geïoniseerde koolstof. De aardse dampkring houdt infrarood licht tegen, maar doordat SOFIA hoog vliegt (waardoor het geen last heeft van 99 procent van de waterdamp in de atmosfeer) konden de fysische eigenschappen van de sterrenwind worden bestudeerd. Astronomen gebruiken de spectraallijn van geïoniseerde koolstof om de snelheid van het gas door de nevel heen vast te stellen, en de interacties tussen de zware sterren en de wolken waarin ze zijn geboren te bestuderen. In het hart van de Orionnevel vormt de sterrenwind van θ1 Ori C een bel die de stergeboorte in de buurt ontregelt. Tegelijkertijd duwt de wind moleculair gas naar de randen van de bel, en vormt op die manier nieuwe regio’s van dicht opeengepakt materiaal waaruit in de toekomst nieuwe sterren kunnen worden gevormd.
Meer informatie:
Origineel persbericht