26 november 2014 • Stofring rond zwart gat verraadt afstand sterrenstelsel
Astronomen hebben een nieuwe manier bedacht om de afstanden van sterrenstelsels op tientallen miljoenen lichtjaren nauwkeurig te meten. De methode lijkt op die van landmeters op aarde: van het stelsel worden zowel de werkelijke als de schijnbare afmetingen gemeten (Nature, 27 november). De nieuwe methode is voor het eerst toegepast op NGC 4151, een actief sterrenstelsel waarvan de afstand tot nu toe niet goed kon worden bepaald. De schattingen liepen uiteen van 13 tot 95 miljoen lichtjaar. Om de afstand van NGC 4151 beter te kunnen meten, is gekeken naar de ring van heet stof rond het superzware zwarte gat in het centrum van dit stelsel. Dat stof wordt verhit door de ultraviolette straling die vrijkomt wanneer materie door het zwarte gat wordt opgeslokt. Om de werkelijke afmetingen van de stofring te kunnen bepalen, maten de astronomen de tijd die verstrijkt tussen het uitzenden van de uv-straling die dicht in de buurt van het zwarte gat ontstaat, en de infrarood-emissie van de verder naar buiten gelegen stofring. Dat interval – een dag of dertig – komt overeen met de tijd die licht nodig heeft om de betreffende afstand te overbruggen. Anders gezegd: de stofring heeft een straal van ongeveer 30 ‘lichtdagen’ (780 miljard kilometer). De schijnbare middellijn van de ring – twaalf miljoensten van een graad – is gemeten met de beide 10-meter Keck-telescopen op Hawaï, die daarbij als interferometer werden ingezet – een methode die de beeldscherpte van een 85-meter telescoop oplevert. Het resultaat is dat NGC 4151 zich op een afstand van 62 miljoen lichtjaar bevindt, met een onzekerheid van tien procent. De nieuwe afstand van NGC 4151 heeft onder meer gevolgen voor de (berekende) massa’s van de superzware zwarte gaten in actieve sterrenstelsels. Het ziet er naar uit dat deze massa’s systematisch met veertig procent onderschat zijn. (EE)
Using supermassive black holes to measure cosmic distances

   
26 november 2014 • Onzichtbaar schild behoedt aarde voor ‘killer-elektronen’
Wetenschappers hebben ontdekt dat zich ongeveer 11.000 kilometer boven de aarde een onzichtbaar ‘schild’ bevindt dat elektronen tegenhoudt die met bijna de snelheid van het licht langs onze planeet suizen. Zulke ‘killer-elektronen’, die vrijkomen bij hevige uitbarstingen van de zon, vormen een bedreiging voor astronauten, satellieten en ruimtestations (Nature, 27 november). De elektronenbarrière is aangetroffen in de Van Allen-gordels, twee donutvormige ringen om de aarde die gevuld zijn met energierijke elektronen en protonen. Hij bevindt zich aan de binnenzijde van de buitenste gordel. Volgens de ontdekkers lijkt het alsof ultrasnelle-elektronen daar op een glazen muur in de ruimte stuiten. Een sluitende verklaring voor het bestaan van die scherpe begrenzing ontbreekt vooralsnog. Er zijn wel aanwijzingen dat de hevigste uitbarstingen van de zon in staat zijn om het schild te doorbreken. Een van de mogelijkheden is dat de ‘plasmasfeer’ van de aarde, een grote wolk van koud, elektrisch geladen gas die duizend kilometer boven het aardoppervlak begint en zich tot op een afstand van vele duizenden kilometers uitstrekt, er iets mee te maken heeft. Verder onderzoek moet uitwijzen of de laagfrequente elektromagnetisch golven die in de deze wolk optreden de elektronen afweren. (EE)
Star Trek-like invisible shield found thousands of miles above Earth

   
25 november 2014 • ESO-topman Tim de Zeeuw ontvangt eredoctoraat in Padua
ESO-directeur-generaal Tim de Zeeuw heeft gisteren een eredoctoraat ontvangen van de Universiteit van Padua, Italië. Tim de Zeeuw is een expert op het gebied van de vorming, structuur en dynamica van sterrenstelsels, inclusief het Melkwegstelsel. De Zeeuw is sinds september 2007 directeur-generaal van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), die de grote telescopen in Noord-Chili bouwt en beheert. Daarvoor was hij directeur van de Leidse Sterewacht en sinds de oprichting directeur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA). De Zeeuw is honorary fellow van de Britse Royal Astronomical Society, werd met diverse prijzen onderscheiden, en ontving eerder eredoctoraten van de universiteiten van Lyon en Chicago.
Origineel persbericht

   
24 november 2014 • Dark Energy Survey classificeert 10.000 supernova-kandidaten per minuut
Dankzij nieuwe, geavanceerde software lukt het astronomen om tienduizend supernova-kandidaten per minuut te classificeren. Het gaat daarbij om mogelijke supernova-explosies in ver verwijderde sterrenstelsels, gedetecteerd door de Dark Energy Survey. Supernova's van type Ia worden gebruikt om de uitdijingsgeschiedenis van het heelal in kaart te brengen; op die manier hopen sterrenkundigen een beter begrip te krijgen van de rol die donkere energie speelt in de kosmische evolutie. De Dark Energy Survey wordt uitgevoerd met een speciaal voor dit doel ontwikkelde 540 megapixel-camera op de 4-meter Victor Blanco-telescoop op de Cerro Tololo-sterrenwacht in noord-Chili. De survey levert elke helderde nacht een paar honderd gigabyte aan waarnemingsgegevens op. Opnamen van hetzelfde deel van de sterrenhemel die enkele dagen na elkaar zijn gemaakt worden door computersoftware van elkaar 'afgetrokken'; op die manier komen nieuwe objecten zoals supernova's aan het licht. De aftrekmethode levert per nacht vele tienduizenden supernova-kandidaten op. Verreweg de meeste daarvan zijn geen echte sterexplosies, maar zijn ontstaan door andere effecten. Normaalgesproken zou een grote groep sterrenkundigen zich dagelijks over de tienduizenden kandidaten moeten buigen om de 'echte' supernova's eruit te kunnen pikken. Onderzoekers van het Lawrence Berkeley Laboratory en de Universiteit van Californië in Berkeley hebben nu nieuwe software ontwikkeld die een eerste grote schifting mogelijk maken. Met de nieuwe software kunnen tienduizend supernovakandidaten per minuut geanalyseerd en geclassificeerd worden. Uiteindelijk blijven er hooguit een paar honderd over die nog 'op het oog' beoordeeld moeten worden door een sterrenkundige. (GS)
Berkeley Algorithms Help Researchers Understand Dark Energy (origineel persbericht)

   
24 november 2014 • Gaswolk in Melkwegcentrum is deel van grotere gasstroom
De mysterieuze gaswolk G2, die afgelopen voorjaar op zeer kleine afstand langs het superzware zwarte gat in het centrum van ons Melkwegstelsel scheerde, maakt waarschijnlijk deel uit van een veel grotere gasstroom. Die conclusie trekken astronomen van het Max-Planck-Institut für Extraterrestrische Physik in Garching op basis van waarnemingen die het afgelopen jaar zijn verricht met de Europese Very Large Telescope in Chili. G2 is door de getijdenwerking van het zwarte gat sterk uitgerekt; op de getoonde opname (uit april 2014) is te zien dat een deel van de wolk het zwarte gat al gepasseerd is (blauw gekleurd), terwijl een ander deel het zogeheten pericentrum nog moet bereiken (rood). (S2 is een ster die in korte tijd een sterk elliptische baan rond het Melkwegcentrum beschrijft.) Stefan Gillessen (de ontdekker van G2) en zijn collega's hebben nu ontdekt dat de gaswolk vrijwel dezelfde baan beschrijft als de wolk G1, die tussen 2004 en 2008 werd waargenomen, en vermoedelijk in 2001 op kleine afstand langs het zwarte gat bewoog. Dat doet vermoeden, aldus de onderzoekers in een artikel dat gepubliceerd zal worden in The Astrophysical Journal, dat beide wolken deel uitmaken van een veel grotere gasstroom, die zich over een groot deel van de omloopbaan uitstrekt. Vermoedelijk gaat het om verdichtingen in een ijle materiewolk die ruim een eeuw geleden door een reuzenster is uitgestoten. Op basis van de waarnemingen van de Very Large Telescope concluderen de Max Planck-onderzoekers overigens dat het heel onwaarschijnlijk is dat G2 een grote ster is die door een gaswolk wordt omgeven, zoals onlangs nog gesuggereerd werd door Amerikaanse astronomen. (GS)
Gas cloud in the galactic centre is part of a larger gas streamer (origineel persbericht)

   
21 november 2014 • Nieuwe 'ava' voor Jupitermaan Europa
De Amerikaanse NASA publiceerde vrijdag een nieuwe 'profielfoto' (op Twitter ook wel avatar of kortweg ava genoemd) van de ijzige Jupitermaan Europa. De zeer gedetailleerde foto - het origineel heeft een schaal van 3 kilometer per pixel - is samengesteld uit verschillende opnamen, door nabij-infrarode, groene en violette filters, gemaakt in 1995 en 1998 door de planeetverkenner Galileo. Het is voor het eerst dat de opnamen zijn samengevoegd tot een mozaïek met gebruikmaking van de modernste beeldbewerkingstechnieken. Europa is de tweede grote Jupitermaan; hij is net een slagje kleiner dan onze eigen maan. Het oppervlak is stijf bevroren (op de foto zijn tal van scheuren en barsten te zin); onder die ijskorst bevindt zich een diepe oceaan van vloeibaar water waarin mogelijk micro-organismen voorkomen. (GS)
NASA Issues 'Remastered' View of Jupiter's Moon Europa (origineel persbericht)

   
20 november 2014 • Magnetisch veld van exoplaneet indirect gemeten
Een internationaal team van astronomen heeft een schatting gemaakt van de sterkte en richting van het magnetische veld van een planeet buiten ons zonnestelsel. De ‘magnetosfeer’ van de planeet – die bekendstaat als HD 209458b – lijkt vrij klein en zwak te zijn (Science, 21 november). HD 209458b is een zogeheten hete jupiter: een planeet die van vergelijkbare omvang is als ‘onze’ planeet Jupiter, maar op zeer kleine afstand om zijn moederster draait. Vanaf de aarde gezien schuift deze planeet twee keer per week voor de ster langs. Tijdens zo’n planeetovergang of transit absorbeert de wolk waterstofgas waar HD 209458b in gehuld is een deel van het sterlicht. Dat maakt het mogelijk om de omvang en vorm van de gaswolk te bepalen. Wetenschappers gaan ervan uit dat de grootte van zo’n gaswolk wordt bepaald door de interactie tussen de geladen deeltjes die de moederster uitzendt (de sterrenwind) en de atmosfeer van de planeet. Net als bij onze aarde vindt die interactie plaats boven de magnetosfeer. Afhankelijk van de omvang van de magnetosfeer en de sterkte van het bijbehorende magnetische veld heeft de gaswolk rond een planeet een andere vorm. De eigenschappen van de gaswolk rond HD 209458b geven dus indirect inzicht in zijn magnetosfeer. Rechtstreekse metingen van het magnetische veld van exoplaneten zijn op dit moment nog niet mogelijk.  Aan de hand van modelberekeningen laten de onderzoekers zien dat de magnetosfeer van HD 209458b zich uitstrekt tot een afstand van minder dan drie planeetstralen. Ter vergelijking: de magnetosfeer van Jupiter strekt zich in de richting van de zon uit tot op 7 miljoen kilometer – honderd maal de straal van de planeet. (EE)
Estimating the magnetic field of an exoplanet

   
20 november 2014 • ESA-ruimtemissies worden verlengd
Het Europese ruimteagentschap ESA heeft besloten om het leven van de bestaande vloot van ruimtesondes en onderzoekssatellieten te verlengen. Dat is op 19 november in Madrid besloten tijdens een vergadering van ESA’s Science Programme Committee.  Het gaat om zes missies waar ESA de leiding over heeft – Cluster, INTEGRAL, Mars Express, PROBA-2, SOHO en XMM-Newton – en drie internationale missies waar ESA een bijdrage aan levert – Hinode (met JAXA en NASA), en Cassini-Huygens en de Hubble Space Telescope (met NASA). Ook is bevestigd dat een tiende missie – Venus Express – volgend jaar zijn laatste fase in gaat. Overigens is ook voor ruimtesonde Cassini het einde in zicht: die zal eind 2017 neerstorten in de atmosfeer van de planeet Saturnus. De succesvolle kometensonde Rosetta stond niet op de agenda van de vergadering. Hoewel deze missie normaal gesproken in december 2015 zal worden beëindigd, is het wetenschappelijke onderzoek nog maar net begonnen. Daarom zal pas begin 2015 worden bekeken of Rosetta voor een verlenging in aanmerking komt. De besluiten om ESA-ruimtemissies al dan niet te verlengen worden met tussenpozen van twee jaar genomen. De volgende vergadering is in 2016. (EE)
Working life extensions for ESA's science missions

   
20 november 2014 • Bolvormige sterrenhopen blijven raadselachtig
Nieuwe waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop laten zien dat de bolvormige sterrenhopen in het naburige Fornax-dwergstelsel sterke overeenkomsten vertonen met de bolhopen in onze eigen Melkweg. Dat wijst erop dat deze sterrenhopen ook op dezelfde manier zijn ontstaan. En dat is in strijd met de theorie dat dergelijke sterrenhopen alleen kunnen ontstaan in een omgeving waarin veel oude sterren te vinden zijn (The Astrophysical Journal, 20 november). Vroeger werd gedacht dat de sterren van een bolvormige sterrenhoop allemaal even oud zijn. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat veel bolhopen uit minstens twee populaties van sterren bestaan: een oude generatie en een recentere. Deze laatste onderscheidt zich door een veel hoger stikstofgehalte. Het aandeel stikstofrijke sterren in de bolhopen van de Melkweg is veel hoger dan verwacht. Astronomen verklaarden dit door te veronderstellen dat veel sterren van de eerste generatie in de loop van de miljarden jaren zijn ontsnapt. De sterren zouden nog wel bestaan, maar zich 'verschuilen' tussen de sterren in de uitgestrekte halo van de Melkweg, die van vergelijkbare leeftijd zijn. Nieuw onderzoek van vier bolhopen in het Fornax-dwergstelsel, waar onder anderen Søren Larsen van de Radboud Universiteit bij betrokken is, trekt deze verklaring echter in twijfel. Die bolhopen bevatten namelijk net zo veel stikstofrijke sterren als hun soortgenoten in de Melkweg. Maar anders dan de Melkweg heeft het Fornax-sterrenstelsel geen halo van oude sterren, waar ontsnapte eerste-generatiesterren zich zouden kunnen verschuilen. Het lijkt er dus op dat de theorie die verklaart waarom bolhopen zo weinig stikstofarme sterren bevatten de prullenbak in kan. (EE)
The riddle of the missing stars

   
20 november 2014 • Inslagen op aarde vervormen de kristalstructuur van diamant
Lonsdaleïet, een vermeende zeldzame soort diamant, is eigenlijk ‘gewone’ diamant die aan een hevige schok is blootgesteld. Tot die conclusie komt een internationaal team van wetenschappers na onderzoek van stukjes meteoriet die zijn gevonden bij de grote Barringerkrater in de Amerikaanse staat Arizona (Nature Communications, 20 november). Wetenschappers steggelen al bijna een halve eeuw over de ware aard van lonsdaleïet. Dat begon met de ontdekking van afwijkende diamantkristallen in een meteoriet die in de omgeving van de krater werden aangetroffen. Zij vernoemden de nieuwe diamantsoort naar Kathleen Lonsdale, een beroemde Ierse kristallograaf. Sindsdien geldt ‘lonsdaleïet’ als een indicator van grote inslagen op aarde. Bovendien zou het materiaal in vergelijking met diamant superieure mechanische eigenschappen hebben. Maar op de een of andere manier lukte het maar niet om een synthetische vorm van deze ‘superdiamant’ te maken. Nieuw onderzoek met behulp van geavanceerde elektronenmicrocopen heeft nu uitgewezen dat lonsdaleïet eigenlijk dezelfde kubische structuur heeft als diamant. Door de grote schok die optreedt bij de meteorietinslag zijn echter zogeheten roosterdefecten ontstaan die de indruk wekken dat het materiaal een geheel eigen kristalstructuur heeft. Een van de consequenties van het nieuwe onderzoek is dat veel wetenschappelijke studies die gebaseerd zijn op de aanname dat lonsdaleïet een afzonderlijke diamantsoort is herzien moeten worden. (EE)
Asteroid Impacts On Earth Make Structurally Bizarre Diamonds

   
20 november 2014 • ERC-beurs voor UvA-astronoom Anna Watts
De Amsterdamse astronoom dr. Anna Watts heeft een ‘Starting Grant’ gekregen van de European Research Council (ERC). Deze Europese beurs, ter grootte van 1,5 miljoen euro, is bedoeld om aanstormend wetenschappelijk talent de mogelijkheid te bieden een eigen onderzoeksgroep te vormen. Watts gaat met haar groep ‘forensische’ fysica bedrijven om explosies op neutronensterren te verklaren. In de kernen van neutronensterren (het restant van een geëxplodeerde zware ster) zit materie soms wel tien keer zo dicht opeengepakt als in gewone atoomkernen. De fysica daarvan is nog niet goed begrepen, maar de theorie voorspelt een keur aan exotische mogelijkheden. Watts wil de massa en straal van neutronensterren meten, om zo de onbekende samenstelling te bepalen. De techniek die zij daarvoor gaat inzetten richt zich op de ‘hotspots’ die op het oppervlak van een neutronenster ontstaan wanneer materiaal dat is aangetrokken van een begeleidende ster, een thermonucleaire explosie ondergaat. Doordat de ster draait, pulseert de hotspot. Door relativistische effecten zit er informatie over de massa en de straal in het profiel van de puls.
Oorspronkelijk persbericht

   
20 november 2014 • Zon ‘regisseert’ Britse blikseminslagen
Volgens onderzoekers van de universiteit van Reading (VK) zou de zon een rol kunnen spelen bij het genereren van blikseminslagen op aarde. De wetenschappers hebben ontdekt dat tussen 2001 en 2006 het aantal blikseminslagen in het Verenigd Koninkrijk op de momenten dat het aardmagnetische veld werd ‘verbogen’ door het draaiende magnetische veld van de zon met vijftig procent toenam (Environmental Research Letters, 19 november). Het aardmagnetische veld schermt onze planeet af tegen energierijke deeltjes uit de ruimte – de zogeheten kosmische straling. Gebleken is dat deze deeltjes een keten van gebeurtenissen in onweerswolken kunnen veroorzaken die tot bliksemvorming leiden. Wanneer het aardmagnetische veld vervormt, worden delen van de hoge atmosfeer aan meer kosmische straling blootgesteld. Volgens de onderzoekers wordt daardoor de vorming van onweersbuien versterkt. En waar al onweerswolken zijn, wordt de ontwikkeling van bliksem gestimuleerd. Bij eerder onderzoek hebben de wetenschappers van Reading al een verband geconstateerd tussen energierijke deeltjes van de zon en de bliksemfrequentie op aarde. (EE)
Sun’s rotating ‘magnet’ pulls lightning towards UK

   
19 november 2014 • Quasars richten zich naar het kosmische web
Nieuwe waarnemingen met de Europese Very Large Telescope (VLT) in Chili hebben een opvallende eendracht aan het licht gebracht. De rotatie-assen van de centrale superzware zwarte gaten in quasars hebben de neiging om zich te richten naar het ‘kosmische web’ waar de quasars deel van uitmaken. Door naar de verdeling van sterrenstelsels op schalen van miljarden lichtjaren kijken, hebben astronomen ontdekt dat de stelsels in ons heelal niet gelijkmatig zijn verdeeld. Ze vormen een kosmisch web van filamenten (‘draden’) en knooppunten rond leemtes waar bijna geen sterrenstelsels te zien zijn. VLT-waarnemingen door een team onder leiding van Damien Hutsemékers van de Universiteit van Luik hebben nu uitgewezen dat de ‘jets’ van quasars die deel uitmaken van zo’n miljarden lichtjaren lange ‘draad’ opvallend vaak in dezelfde richting wijzen als het filament zelf. Quasars zijn verre sterrenstelsels met een zeer actief superzwaar zwart gat in hun centrum. Zo’n zwart gat is omringd door een draaiende schijf van extreem hete materie die langs de rotatie-as van de schijf in gebundelde vorm (‘jets’) wordt weggeblazen. De onderzoekers schatten dat de kans dat de waargenomen gelijkgerichtheid van de quasars op toeval berust minder dan één procent bedraagt. Deze correlatie tussen de oriëntatie van quasars en de structuur waartoe ze behoren wordt overigens ook voorspeld door numerieke modellen van de evolutie van ons heelal. (EE)
Spookachtige eendracht onder quasars strekt zich uit over miljarden lichtjaren

   
19 november 2014 • Is het een zwart gat? Een supernova? Het is...
Astronomen hebben mogelijk een superzwaar zwart gat opgespoord dat bij een botsing tussen twee sterrenstelsels de ruimte in is geslingerd. Het object bevindt zich op een afstand van 90 miljoen lichtjaar van de aarde (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). Als twee sterrenstelsels met elkaar in botsing komen, versmelten ze tot één groter stelsel. En als zich in het centrum van beide stelsels een superzwaar zwart gat bevindt, zullen ook die normaal gesproken ‘fuseren’. Bij dat proces kunnen echter zwaartekrachtsgolven (vervormingen van ruimte en tijd) optreden die zó hevig zijn dat een van de zwarte gaten wordt verstoten. Tot nu toe is geen enkel voorbeeld van zo’n eenzaam superzwaar zwart gat opgespoord. Maar daar lijkt nu verandering in te zijn gekomen. Een internationaal team van astronomen heeft met behulp van de Keck-telescoop op Hawaï vastgesteld dat het object SDSS 1133 bezig is om materie uit de buitenste regionen van een naburig klein sterrenstelsel op te slokken. SDSS 1133 is compact en helder, maar lijkt niet omgeven te zijn door een sterrenstelsel. Volgens de astronomen zou het kunnen gaan om een zwart gat dat uit het dwergstelsel is geslingerd. Er zijn ook andere verklaringen mogelijk, maar die zijn bijna net zo exotisch. Zo zou SDSS 1133 ook een bijzonder soort supernova-explosie kunnen zijn: uit archiefbeelden blijkt dat het object dertien jaar geleden op zijn helderst was, maar ook al lang vóór die tijd waarneembaar was. Dat zou betekenen dat het om een zware ster gaat die sinds 1950 een reeks uitbarstingen heeft vertoond, om uiteindelijk pas in 2001 als supernova te exploderen. Als het inderdaad om een supernova gaat, is het een van de hevigste sterexplosies die ooit zijn waargenomen. Vervolgwaarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop, die voor volgend jaar op het programma staan, moeten uitsluitsel geven. (EE)
Mystery Of Dwarf Galaxy Could Be Ejected Black Hole

   
19 november 2014 • Philae gespot, boorexperiment mislukt, organische moleculen gevonden
De Europese komeetverkenner Rosetta, die een baan beschrijft rond komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, heeft de kleine lander Philae gefotografeerd tijdens zijn 'stuiterbeweging' over de komeet. Philae daalde op 12 november af naar het oppervlak van komeet 67P, maar na de eerste 'landing' stuiterde hij terug de ruimte in, om pas na bijna twee uur weer neer te komen, bijna een kilometer verderop. Daarna stuiterde hij nóg een keer, voordat hij zeven minuten later definitief tot stilstand kwam op de komeet. Met de OSIRIS-camera van Rosetta zijn opnamen van de komeet gemaakt tijdens de afdaling, en daarop is goed te zien hoe Philae over het komeetoppervlak vliegt. Ook de tweede landingsplaats is vastgelegd. Vluchtleiders hopen dat de exacte locatie van Philae snel kan worden vastgesteld, deels op basis van deze foto's, en deels op basis van driehoeksmetingen met een van de instrumenten aan boord van Philae. Uit een voorlopige analyse van de doorgestuurde meetgegevens blijkt overigens dat het boorexperiment van Philae hoogstwaarschijnlijk mislukt is. De boor heeft gewerkt; het instrument waarin het omhoog gehaalde bodemmonster verhit en geanalyseerd moest worden (COSAC geheten) heeft ook goed gewerkt, maar het ziet er naar uit dat er om de een of andere reden geen materiaal in het kleine oventje is gedeponeerd. Wel is de massaspectrograaf van COSAC erin geslaagd om de aanwezigheid van organische moleculen op de komeet vast te stellen - verbindingen van onder andere koolstof en waterstof. Er is nog niet bekend om welke moleculen het precies gaat. Dat er organische moleculen voorkomen in komeetstaarten is overigens al veel langer bekend. Mogelijk zijn het de bouwstenen geweest voor het leven op aarde. Een ander instrument, MUPUS geheten, heeft geconstateerd dat de 'bodem' onder PHilae extreem hard is, vergelijkbaar met stijf bevroren ijs. De meetsonde van MUPUS kon niet door het ijs geslagen worden. Op het keiharde ijs ligt op veel plaatsen een dunne laag stof. Hoewel de komeet dus een harde 'korst' lijkt te hebben, is uit zwaartekrachtsmetingen gebleken dat de dichtheid van het hemellichaam aanzienlijk lager is dan die van water - er moet dus sprake zijn van een uiterst poreus inwendige. (GS) [NB: Dit nieuwsbericht is oorspronkelijk geplaatst op 17 november en is op 18 en 19 november aangevuld.]
OSIRIS spots Philae drifting across the comet (origineel persbericht)

   
18 november 2014 • Kosmische mist trok 13 miljard jaar geleden op
Een team van Japanse astronomen heeft, met behulp van de Subaru-telescoop op Hawaï, zeven sterrenstelsels opgespoord die al 700 miljoen jaar na de oerknal bestonden. Vermoed wordt dat stelsels als deze een belangrijke rol hebben gespeeld bij de zogeheten kosmische herionisatie – het proces dat het heelal doorzichtig maakte. Volgens de huidige inzichten is het heelal 13,8 miljard jaar geleden voortgekomen uit de oerknal. In het prille begin was het gevuld met een hete ‘soep’ van protonen en elektronen. Door de uitdijing en afkoeling van het heelal konden deze deeltjes zich 400.000 jaar later verenigen tot neutrale waterstofatomen. Dat veroorzaakte een dichte mist die ondoordringbaar was voor licht. Uiteindelijk werden de waterstofatomen weer in protonen en elektronen gesplitst door de uv-straling van de eerste sterren en sterrenstelsels. Astronomen vermoeden dat deze ‘kosmische herionisatie’ ongeveer een miljard jaar heeft geduurd. Maar wanneer precies dat proces werd afgesloten, is nog onduidelijk. De nu ontdekte sterrenstelsels bevinden zich op een afstand van 13,1 miljard lichtjaar. Volgens de Japanse astronomen kan dat erop wijzen dat er ongeveer 13 miljard jaar na de oerknal een einde kwam aan het herionisatieproces. De stelsels zouden in dat geval tot de eerste behoren die opdoemden uit de kosmische mist. Het is overigens niet voor het eerst dat er sterrenstelsels op deze grote afstand zijn ontdekt. Eerder werden zulke stelsels al waargenomen met de Hubble-ruimtetelescoop. (EE)
Subaru Telescope Detects Sudden Appearance of Galaxies in the Early Universe

   
18 november 2014 • Heeft de zwaartekracht het jonge heelal gered?
In 2012 werd bij CERN het Higgs-boson opgespoord – een deeltje waarvan het bestaan al theoretisch was voorspeld. Een andere voorspelling is dat dit deeltje, dat alle andere deeltjes massa ‘geeft’, er kort na de oerknal voor zou hebben gezorgd dat het heelal vrijwel onmiddellijk weer instortte – wat duidelijk niet is gebeurd. Volgens een team van Britse, Deense en Finse natuurkundigen is dat te danken aan de zwaartekracht. In een artikel in Physical Review Letters beschrijven de wetenschappers dat de kromming van de ruimtetijd – in feite de zwaartekracht – het heelal de stabiliteit gaf die nodig was om de korte periode van hevige uitdijing ('inflatie') kort na de oerknal te kunnen doorstaan. Daartoe is het wel nodig dat er een (uiterst zwakke) wisselwerking bestaat tussen het Higgs-deeltje en de zwaartekracht. Deze interactie zou niet meetbaar zijn in een deeltjesversneller. Om het bestaan ervan aan te tonen zijn kosmologische meetgegevens nodig. De wetenschappers hopen dat huidige en toekomstige Europese satellietmissies voor het onderzoeken van de kosmische achtergrondstraling en zwaartekrachtsgolven deze zullen kunnen leveren. (EE)
Gravity may have saved the universe after the Big Bang, say researchers

   
18 november 2014 • Dawn levert geologische kaart van Vesta
OP basis van foto's en metingen van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn hebben planeetonderzoekers een gedetailleerde geologische kaart samengesteld van de grote planetoïde Vesta. Vesta (ca. 500 km in middellijn) is tussen juli 2011 en september 2012 van nabij bestudeerd door Dawn. De ruimtesonde verrichtte metingen in zeven golflengtegebieden en maakte stereoscopische foto's. Aan de geologische kaart is ca. tweeënhalf jaar gewerkt. Hij is deze week gepubliceerd in het vakblad Icarus, samen met elf wetenschappelijke artikelen over Vesta. De geologische geschiedenis van de grote planetoïde wordt gekenmerkt door zware inslagen, die onder andere twee gigantische en elkaar overlappende inslagbekkens op de zuidpool hebben geproduceerd, en aanleiding gaven tot tektonische groeven langs de evenaar. Dankzij het Dawn-onderzoek is van verschillende delen van het oppervlak de leeftijd nu goed bekend. De oudste delen van het oppervlak blijken te dateren van vóór de twee grote inslagen. Dawn vliegt momenteel naar de grootste planetoïde, de dwergplaneet Ceres. Daar zal hij in maart 2015 aankomen. (GS)
Geologic Maps of Vesta from NASA's Dawn Mission Published (origineel persbericht)

   
17 november 2014 • Mars was mogelijk maar sporadisch warm
Hoe kan er miljarden jaren geleden water over het oppervlak van Mars hebben gestroomd, terwijl de planeet waarschijnlijk ijskoud was? Nieuw onderzoek laat zien dat Mars kan zijn opgewarmd door broeikasgas dat vrijkwam bij vulkanische activiteit. Die warme perioden waren dan wel van korte duur (Nature Geoscience, 17 november). De huidige planeet Mars is koud en droog, maar rond zijn evenaar zijn tal van opgedroogde rivierbeddingen en meren te zien. Het moet er dus ooit – waarschijnlijk 3,7 miljard jaar geleden – warm genoeg zijn geweest om water te laten stromen. Het vreemde is dat de zon in die tijd juist minder licht en warmte gaf dan nu – het zou dus juist heel koud moeten zijn geweest op Mars. De verklaring van deze schijnbare paradox wordt veelal gezocht bij de vulkanische processen die zich op de toen nog jonge planeet afspeelden. Bij hun nieuwe onderzoek komen aardwetenschappers Itay Halevy en James Head tot de conclusie dat het zwaveldioxidegas dat vrijkomt bij vulkanische activiteit wel eens een sleutelrol kan hebben gespeeld. Met behulp van computersimulaties hebben ze aangetoond dat dit broeikasgas de Marsatmosfeer net genoeg kan hebben opgewarmd om ijs en sneeuw rond de evenaar te laten smelten. Volgens de wetenschappers was die opwarming wel steeds kortstondig: de warme perioden duurden slechts enkele tientallen of honderden jaren. (EE)
Warmth and flowing water on early Mars were episodic

   
15 november 2014 • Philae slaapt
Door het leegraken van zijn accu’s, en een gebrek aan zonlicht om deze weer op te laden, is kometenlander Philae vannacht om 1.36 uur stilgevallen. Al zijn instrumenten en de meeste systemen aan boord zijn uitgeschakeld. Er zijn geen wetenschappelijke gegevens verloren gegaan: op het moment dat de verbinding met de lander werd verbroken, waren alle verzamelde data al binnen. Van nu af aan is verder contact met Philae alleen mogelijk als er voldoende zonlicht op zijn zonnepanelen valt om de systemen weer te kunnen opstarten. Of dat ooit nog zal gebeuren, is hoogst onzeker. Wel is op het laatste moment gelukt om de lander een klein beetje te draaien, zodat hij wellicht wat meer zonlicht kan oppikken. Hoe dan ook zal moedersonde Rosetta de komende tijd naar eventuele signalen van Philae blijven ‘luisteren’. (EE)
Our lander’s asleep

   
14 november 2014 • NASA brengt ‘inslagen’ van kleine planetoïden in kaart
Een kaart die door het Near Earth Object-programma van NASA is gepresenteerd laat zien dat er jaarlijks 25 tot 30 kleine (brokstukken van) planetoïden in de aardatmosfeer desintegreren. De kaart, gebaseerd op gegevens die tussen 1994 en 2013 door sensoren van de Amerikaanse regering, laat zien dat de verdeling van de ‘inslagen’ volkomen willekeurig is. Slechts één keer veroorzaakte het binnenkomende brokstuk schade: de beroemde explosie boven de Russische stad Tsjeljabinsk in 2013. In alle overige gevallen bleef het bij een bolide of vuurbol – een zeer heldere ‘vallende ster’. De geregistreerde boliden zijn veroorzaakt door objecten met afmetingen van één tot twintig meter. (EE)
New Map Shows Frequency of Small Asteroid Impacts

   
14 november 2014 • Nederlander Van der Marel gaat leiding geven aan nieuwe NASA-ruimtetelescoop
De Nederlande astronoom Roeland van der Marel gaat leiding geven aan een toekomstige ruimtetelescoop van NASA. Dat maakte het Space Telescope Science Institute vrijdag bekend. De nieuwe telescoop, WFIRST-AFTA geheten, levert dezelfde beeldscherpte op als de Hubble Space Telescope, maar dan op infrarode golflengten en met een veel groter beeldveld. WFIRST-AFTA zal de gehele sterrenhemel gedetailleerd in kaart brengen; uit de metingen aan de ruimtelijke verdeling en de vormen van ver verwijderde sterrenstelsels hopen sterrenkundigen veel informatie af te kunnen leiden over de mysterieuze donkere materie in het heelal. WFIRST-AFTA (Wide-Field Infrared Survey Telescope-Astrophysics Focused Telescope Assets) moet midden jaren twintig gelanceerd worden, maar het project heeft nog geen definitief groen licht gekregen. De telescoopspiegel is echter al 'in huis' - het gaat om een 2,4 meter grote spiegel (even groot als die van Hubble) die aan NASA geschonken is door de United States National Reconnaissance Office. Roeland van der Marel studeerde sterrenkunde in Leiden en werkt sinds 1997 op het Space Telescope Science Institute. Hij is een expert op het gebied op sterrenstelsels en zwarte gaten. (GS)
Dr. Roeland van der Marel Appointed as STScI Lead on Proposed "Wide View" Space Telescope (origineel persbericht)

   
14 november 2014 • Accu’s Philae raken snel uitgeput
Tijdens een ‘ESA Hangout’-sessie zijn vanmiddag de laatste ontwikkelingen rond Philae doorgenomen. Gisteravond is, zoals bekend, het MUPUS-instrument geactiveerd. Daarnaast is ook Alpha Proton X-ray Spectrometer in gebruik genomen. Met dit instrument kan de chemische samenstelling van het materiaal op de landingsplek van Philae worden bepaald. Ook de boor waarmee bodemmonsters kunnen worden genomen is aan het werk gezet. Op dit moment is echter onduidelijk of de boor de bodem überhaupt kan bereiken. Naar verwachting wordt daar pas tegen middernacht, als er weer radioverbinding is met Philae, meer duidelijkheid over verkregen. Een onzekere factor is de hoeveelheid stroom die de accu’s van Philae nog kunnen leveren. In het slechtste geval raken ze al in de loop van vrijdagavond uitgeput, in het gunstigste geval in de loop van zaterdag. Omdat de sonde in een soort kuil ligt, vangen zijn zonnepanelen weinig zonlicht op. Te weinig, om de accu’s te kunnen opladen. Daarom heeft het verzamelen van gegevens momenteel prioriteit. Maar ondertussen wordt ook nagedacht over mogelijkheden om Philae nog een beetje te draaien, zodat hij meer zonlicht ontvangt. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door het vliegwiel in de sonde op te starten. De zoektocht naar Philae met de Osiris-camera van Rosetta heeft nog niets opgeleverd. Er bestaat een kans dat de camera het terugkaatsen van Philae na de eerste touchdown heeft vastgelegd. Ook dat kan informatie opleveren over plek waar de sonde terecht is gekomen. (EE)
Herhaling van ESA Hangout-sessie

   
13 november 2014 • Philae is niet in Agilkia terechtgekomen
Kometenlander Philae is niet in het beoogde landingsgebied Agilkia terechtgekomen. Dat hebben wetenschappers van het Europese ruimteagentschap ESA vanmiddag bekendgemaakt. De eerste touchdown was weliswaar precies in de roos, maar doordat de verankering van de sonde mislukte, stuitte deze weer omhoog. Daarbij werd een hoogte van naar schatting één kilometer bereikt. Uiteindelijk kwam Philae, na een tweede sprongetje, een kilometer verderop terecht. Waar de sonde zich nu precies bevindt is onduidelijk. Maar waarschijnlijk is hij terechtgekomen op een andere plek die vooraf als landingsgebied in aanmerking kwam: gebied 'B'. Ook hoe Philae erbij staat is nog onzeker. De panoramafoto’s die de lander heeft gemaakt lijken erop te wijzen dat hij op z’n zij ligt, met één poot in de ‘lucht’. Erger is dat hij op een schaduwrijke plek is terechtgekomen, waardoor zijn zonnepanelen maar een kwart van de gehoopte hoeveelheid zonlicht ontvangen. Dat laatste kan grote gevolgen hebben voor het verdere verloop van de missie. De vooraf opgeladen accu’s van Philae hebben stroom tot zaterdag. Daarna komt het onderzoek op een laag pitje te staan. Of de boring in het oppervlak van de komeet, die eigenlijk voor vandaag op het programma stond, alsnog kan plaatsvinden wordt nog onderzocht. De zorg bestaat dat, omdat de sonde niet verankerd is en schuin staat, de boring ertoe kan leiden dat Philae kantelt of zelfs van het oppervlak wordt geduwd. Wel heeft ESA donderdagavond besloten om ‘MUPUS’ te activeren. Dit instrument bestaat uit een 35 centimeter lange pen die de bodem in wordt geprikt om de thermische en mechanische eigenschappen ervan te onderzoeken. Berekeningen laten zien dat Philae daardoor in een richting wordt geduwd die ervoor zorgt dat hij meer zonlicht kan opvangen. Na het uitschuiven van MUPUS zal een nieuw panorama worden gemaakt, om te zien of er inderdaad beweging in de sonde zit. (EE)
Webcast van de persconferentie

   
13 november 2014 • Magnetisch veld bracht vorming zonnestelsel in stroomversnelling
Planetenstelsels-in-wording zijn doorgaans niet veel meer dan wervelende schijven van gas en stof. In de loop van een paar miljoen jaar wordt dit gas naar het centrum van de schijf gezogen, waardoor een ster ontstaat. Het overgebleven stof klontert samen tot steeds grotere brokken – de bouwstenen van aardse planeten. Tot nu toe was onduidelijk hoe dat alles zo snel kan gebeuren. Een internationaal team van wetenschappers heeft nu echter ontdekt dat de schijf waaruit ons zonnestelsel is voortgekomen, is gevormd door een sterk magnetisch veld dat ervoor zorgde dat er binnen enkele miljoenen jaren een enorme hoeveelheid gas naar de zon werd gedreven (Science, 14 november). Datzelfde magnetische veld zou ook het planeetvormingsproces in gang hebben gezet. Het bracht stofdeeltjes in de schijf in botsing met elkaar. Een en ander blijkt uit de analyse van een meteoriet, Semarkona geheten, die in 1940 in India neerplofte. De ruimtesteen wordt beschouwd als een van de meest maagdelijke overblijfselen van het jonge zonnestelsel die ooit op aarde zijn gevonden. Bij hun onderzoek hebben de wetenschappers een aantal chondrulen, kleine bolvormige insluitsels, uit de meteoriet verwijderd. Vervolgens is van elke chondrule de magnetische sterkte gemeten. Uit die meetwaarde kan worden afgeleid hoe sterk het magnetische veld was waarin de chondrulen zich ten tijde van hun ontstaan bevonden. Uit de berekeningen blijkt dat de magnetische veldsterkte van het jonge zonnestelsel 5 tot 54 microtesla bedroeg. Dat is 100.000 keer zo sterk als het huidige magnetische veld van de interstellaire ruimte, en sterk genoeg om gas in hoog tempo richting zon te laten stromen. (EE)
Pulling together the early solar system

   
13 november 2014 • Sterfabrieken graven hun eigen graf
Astronomen hebben, met behulp van de ruimtetelescopen Hubble en Chandra, jonge, zware sterrenstelsels ontdekt die in zo'n hoog tempo nieuwe sterren produceren, dat ze hun eigen graf graven. De stortvloed aan nieuwe sterren produceert zo'n hevige 'wind' dat het gas waaruit toekomstige sterren zouden kunnen ontstaan uit de stelsels weggeblazen wordt. Eerdere waarnemingen hadden al laten zien dat zulke sterrenstelsels gas met snelheden van enkele miljoenen kilometers per uur de ruimte in blazen. Vermoed werd dat de superzware zwarte gaten in de kernen van deze stelsels verantwoordelijk waren voor deze gasuitstroom. Maar een analyse van twaalf botsende sterrenstelsels waarbij het einde van de actieve stervormingsfase nadert, heeft nu laten zien dat het de sterren zelf zijn die hun stelsels laten uitdoven. Dat gebeurde toen het heelal ongeveer de helft van zijn huidige leeftijd van 13,7 miljard jaar had bereikt. De onderzochte sterrenstelsels bevatten evenveel massa als onze Melkweg, maar pakken deze samen in een veel kleiner gebied. De kleinste stelsels in het onderzoek zijn maar ongeveer 650 lichtjaar groot. (Ter vergelijking: de diameter van de Melkweg bedraagt 100.000 tot 120.000 lichtjaar.) In dat relatief kleine stukje ruimte produceren de stelsels een paar honderd 'zonnen' per jaar (de Melkweg maar één). Zo'n snelle productie van nieuwe sterren ontstaat waarschijnlijk wanneer twee gasrijke sterrenstelsels met elkaar in botsing komen. Dat leidt ertoe dat er veel gas naar het centrum van de samensmeltende stelsels stroomt, waardoor ter plaatse gemakkelijk nieuwe sterren kunnen ontstaan. De combinatie van de hevige deeltjeswinden van zware, kortlevende sterren en de daaropvolgende supernova-explosies zorgt ervoor dat het resterende gas uit de stelsels wordt verdreven. Daardoor komt er binnen enkele tientallen miljoenen jaren een einde aan de stellaire geboortegolf. (EE)
The Party's Over for These Youthful Compact Galaxies

   
13 november 2014 • Galactisch zwart gat produceert mogelijk neutrino’s
Sagittarius A*, het superzware zwarte gat in het centrum van de Melkweg, zendt mogelijk neutrino’s uit. Dat blijkt het waarnemingen van drie Amerikaanse röntgensatellieten – Chandra, Swift en NuSTAR. Neutrino’s zijn kleine subatomaire deeltjes zonder lading die nauwelijks wisselwerken met elektronen en protonen. Anders dan licht of geladen deeltjes kunnen neutrino’s uit het diepe inwendige van hun kosmische bronnen ontsnappen en het hele heelal doorkruisen zonder zich onderweg door magnetische velden te laten afbuigen of door de materie die ze tegenkomen te laten absorberen. De aarde wordt voortdurend gebombardeerd door neutrino’s van de zon. Maar neutrino’s van buiten het zonnestelsel zijn miljoenen of miljarden keren energierijker. Wetenschappers zijn al lang op zoek naar de oorsprong van deze hoogenergetische neutrino’s. Omdat neutrino’s gemakkelijk door elk soort materiaal heen gaan, is het heel moeilijk om detectors te bouwen die precies laten zien waar een neutrino vandaan komt. De speciaal voor dit doel gebouwde neutrinodetector IceCube, die zich in het ijs van Antarctica bevindt, heeft sinds de begin van zijn metingen pas 36 hoogenergetische neutrino’s gedetecteerd. Door de gegevens van IceCube te vergelijken met die van de drie röntgensatellieten, hebben wetenschappers nu ontdekt dat uitbarstingen van Sagittarius A* enkele uren tot dagen later worden gevolgd door de neutrinodetectie van IceCube. Als deze correlatie niet op toeval berust, zou dat een verrassing zijn. Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat de meest energierijke neutrino’s afkomstig zijn van veel grotere gebeurtenissen in het heelal, zoals botsingen tussen sterrenstelsels. (EE)
X-ray Telescopes Find Black Hole May Be a Neutrino Factory

   
13 november 2014 • Marsweer laat zich moeilijker voorspellen dan ons weer
Naast het weer, dat van dag tot dag verandert, en het klimaat, dat op tijdschalen van decennia varieert, bestaat er ook nog zoiets als het 'macroweer. Met dat laatste wordt het relatief stabiele regime tussen weer en klimaat bedoeld. Nieuwe onderzoek door Amerikaanse wetenschappers laat zien dat de atmosfeer van Mars zo'n zelfde driedeling vertoont. Ook blijkt dat de zon een bepalende rol speelt bij het macroweer (Geophysical Research Letters). De wetenschappers kozen Mars uit als onderzoeksobject, omdat daar relatief veel gegevens over zijn. Ze gebruikten informatie die bijna in de jaren zeventig en tachtig zijn verzameld door de Vikinglanders en recentere gegevens van Marsarbiters. Door rekening te houden met de hoeveelheid zonnewarmte die Mars ontvangt, en me de dikte van zijn atmosfeer, voorspelden de wetenschappers dat temperatuur en de wind op Mars net zo fluctueren als die op aarde. De overgang van weer naar macroweer zou op Mars echter bij een tijdschaal van ongeveer 1,8 Marsdag liggen (twee aardse dagen), terwijl dat op aarde bij 7 tot 10 dagen is. De gegevens van Mars laten inderdaad het voorspelde patroon zien. Dat versterkt het vermoeden dat de zon een belangrijke factor is bij de overgang van het kortetermijnweer naar het macroweer. Concreet betekent dit dat het weer op Mars zich niet meer dan twee dagen vooruit laat voorspellen. Het Marsweer is dus beduidend moeilijker voorspelbaar dan ons weer. (EE)
Mars, too, has macroweather

   
13 november 2014 • Kometensonde is veilig geland
Het Europese ruimteagentschap ESA heeft zojuist de eerste foto vrijgegeven die de kleine kometenlander Philae van zijn landingsplek heeft gemaakt. Volgens het begeleidende bericht is Philae veilig aangekomen op het oppervlak van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Over dat laatste bestond enige twijfel, omdat gegevens van de magnetometer van Philae erop duidden dat de sonde na de eerste touchdown nog eens twee keer is ‘geland’. Tussen de eerste en de tweede touchdown verstreken bijna twee uur, wat aangeeft dat Philae een honderden meters hoge sprong maakte. Het lijkt er nu echter op dat de sonde uiteindelijk toch op zijn pootjes is terechtgekomen. Het volledige panorama dat hij van zijn omgeving heeft gemaakt, wordt vanmiddag om 14 uur tijdens de volgende persconferentie getoond. Update: volgens de laatste geruchten is op het panorama geen spoor van een horizon te zien. Dat kan betekenen dat Philae in een kuil of greppel is beland. (EE)
Welcome to a comet!

   
12 november 2014 • Philae bereikt oppervlak komeet
Het wordt een spannende dag voor het Europese ruimteagentschap ESA. Vanochtend heeft de landingsmissie van de kleine onderzoekssonde Philae groen licht gekregen. Om 9.35 uur onze tijd is hij losgekoppeld van moedersonde Rosetta en begon zijn ongeveer zeven uur durende val naar het oppervlak van komeet 67P/Churyumov–Gerasimenko. Even na tienen vanochtend werd het signaal ontvangen dat de loskoppeling inderdaad gelukt is.  Om even na twaalven werd radiocontact gelegd met Philae: dat betekent dat het verloop van zijn afdaling ‘live’ kan worden gevolgd. Dat wil zeggen: met een vertraging van bijna een half uur. Want zo lang doen de radiosignalen van Rosetta en Philae er over om de afstand naar de aarde te overbruggen. Uit de telemetrische gegevens blijkt dat het landingsgestel van Philae uitgevouwen is en het toestel naar behoren functioneert. Ook heeft Philae kort na zijn vertrek een foto van Rosetta gemaakt. En omgekeerd fotografeerde Rosetta de vertrekkende Philae. Tijdens de controles van de toestand van Philae is eerder vandaag wel ontdekt dat de kleine raket die bovenop de sonde zit om hem bij de landing tegen het komeetoppervlak aan te drukken niet werkt. De vluchtleiding moet er dus op vertrouwen dat de ijsschroeven en harpoenen waarmee de lander is uitgerust toereikend zijn om hem te verankeren. 17:03 uur: de landing lijkt te zijn gelukt! Het is echter niet helemaal zeker dat de sonde goed verankerd is aan het komeetoppervlak. Het lijkt erop dat Philae na de landing minstens één keer is teruggestuiterd. Nadere berichten daarover worden in de loop van donderdag verwacht. De gebeurtenissen rond de landingsmissie zijn te volgen via rosetta.esa.int. (EE)
Touchdown! Rosetta’s Philae probe lands on comet