22 juni 2017 • Oorzaak van de ‘zonnesprieten’ lijkt gevonden
Op elk moment van de dag ontspringen er miljoenen jets van heet plasma op het oppervlak van de zon. Deze zogeheten spicules bereiken snelheiden van 100 kilometer per seconde en lengten tot 10.000 kilometer. Nieuwe computersimulaties laten zien hoe deze ‘zonnesprieten’ ontstaan (Science, 22 juni). Het waarnemen van spicules is een lastige zaak. Elke spriet zakt maximaal tien minuten na zijn ontstaan weer ineen. Hierdoor valt het niet mee om nieuwe (computer)modellen aan de werkelijkheid te toetsen. Tot nu toe werd er bij het opstellen van zulke modellen ervan uitgegaan dat het onderste deel van de zonneatmosfeer uit ‘plasma’ bestaat – een heet gas van elektrisch geladen deeltjes. Maar deze eenvoudige modellen konden het optreden van spicules niet reproduceren. Bij het nieuwe model is neutraal gas aan het plasma toegevoegd. Dat is verdedigbaar, omdat het deel van de zonneatmosfeer waarin de spicules optreden betrekkelijk koel is. Deze toevoeging van de neutrale gasdeeltjes maakt het rekenwerk wel een stuk ingewikkelder. Maar na een jaar rekenen was de Pleiades-supercomputer van NASA eruit: de aanwezigheid van het neutrale gas helpt het plasma erbij om zich los te maken van het zonsoppervlak. Omdat de neutrale deeltjes ongevoelig zijn voor magnetische velden, geven zij het uit de diepte opborrelende plasma, dat anders door de magnetische velden aan het zonsoppervlak gebonden zou blijven, als het ware meer drijfvermogen. Het nieuwe model blijkt waarnemingen van spicules, zoals die zijn gedaan met de NASA-satelliet IRIS en de Swedish Solar Telescope op het Canarische eiland La Palma goed te kunnen reproduceren. En dat niet alleen: het laat ook zien dat bij het ‘losschieten’ van het plasma, dat de spicules veroorzaakt, zogeheten Alfvén-golven doet ontstaan. Van deze krachtige magnetische golven wordt vermoed dat zij een sleutelrol spelen bij de extreme opwarming van de hogere delen van de zonneatmosfeer en het ontstaan van de ‘zonnewind’. (EE)
Meer informatie:
Scientists Uncover Origins of the Sun’s Swirling Spicules

   
22 juni 2017 • Leidse astronomen ontdekken kosmisch recept voor maken van glycerol
Het is een team van Leidse sterrenkundigen gelukt om de biologisch belangrijke stof glycerol te maken onder omstandigheden die vergelijkbaar zijn met die in interstellaire wolken. Ze lieten hiervoor koolmonoxide-ijs met waterstofatomen reageren bij min 250 graden Celsius. De onderzoekers publiceren hun bevindingen in het vakblad Astrophysical Journal. In de afgelopen jaren zijn veel complexe moleculen in de ruimte ontdekt. Hoe die ontstaan is vaak onduidelijk. Gleb Fedoseev, nu postdoc bij het Osservatorio Astrofisico di Catania in Italië en eerste auteur van het artikel: ‘De dichtheid van deeltjes in de ruimte is zo klein, dat je complexe moleculen alleen kunt vormen in ijslaagjes op stofdeeltjes die gedurende honderdduizenden jaren ontstaan. Koolmonoxide speelt daarbij een belangrijke rol. Het is vluchtig, maar bevriest bij zeer lage temperaturen. Wanneer je het ijslaagje met daarin koolmonoxide vervolgens bombardeert met waterstofatomen, ontstaan nieuwe moleculen.’ In 2009 lieten de Leidse onderzoekers met behulp van hun ijskoude waterstofbombardementen zien dat koolmonoxide reageert tot formaldehyde (vier atomen) en methanol (zes atomen). In 2015 lukte het om de suiker glycoaldehyde (acht atomen) te maken. En nu is het dus gelukt om glycerol (veertien atomen) te maken. Harold Linnartz, hoofd van het Sackler Laboratory for Astrophysics bij de Universiteit Leiden: ‘Als je systematisch de reactieproducten die tijdens het atoombombardement ontstaan met elkaar laat reageren, dan ontstaan er steeds complexere moleculen. We zitten nu bij glycerol, nog twee van zulke stappen en je hebt ribose, een suiker dat van belang is bij de codering van onze genen.’ De grote vraag is nu of glycerol niet alleen in het laboratorium aanwezig is, maar ook in interstellaire wolken. De moleculen formaldehyde, methanol en glycolaldehyde zijn inmiddels met telescopen waargenomen in IRAS 16293-2422. Dat is een gebied in het sterrenbeeld Slangendrager op 460 lichtjaar van de aarde, waar jonge sterren ontstaan die lijken op hoe onze zon er 4,5 miljard jaar geleden uitgezien moet hebben. De astronomen willen nu met ALMA, de grootste radiotelescoop ter wereld, in datzelfde gebied zoeken naar glycerol. 
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
21 juni 2017 • Houdt zich nóg een planeet schuil in de Kuipergordel?
Planeet 9 is nog niet eens ontdekt of astronomen denken al op het spoor te zijn van Planeet 10. Nieuw onderzoek van de banen van honderden kleine, ijzige hemellichamen in de Kuipergordel – het buitengebied van ons zonnestelsel – wijst er namelijk op dat zich daar nog een planeet van het formaat Mars schuilhoudt. Het object zou zich ongeveer twee keer zo ver van de zon moeten bevinden als Neptunus (‘Planeet 8’). Het bestaan van de vermeende planeet wordt afgeleid uit de oriëntatie van de omloopbanen van de verre Kuipergordelobjecten. Die banen blijken gemiddeld namelijk een hoek van ongeveer acht graden te maken met ‘hoofdvlak’ van ons zonnestelsel. Kat Volk en Renu Malhotra van de universiteit van Arizona schrijven dat toe aan de zwaartekrachtsinvloed van een flink hemellichaam. Dit hemellichaam zou zich op ongeveer negen miljard kilometer van de zon moeten bevinden. Daarmee is het uitgesloten dat het om de (eveneens hypothetische) negende planeet van ons zonnestelsel gaat. Deze laatste zou zich namelijk op tien keer zo grote afstand van de zon moeten bevinden. En dat is te ver weg om invloed te kunnen uitoefenen op de nu onderzochte populatie van Kuipergordelobjecten. Er bestaan overigens alternatieve verklaringen. De afwijkende baanoriëntaties kunnen ook worden toegeschreven aan de gezamenlijke invloed van enkele kleinere hemellichamen. Een andere, maar minder waarschijnlijke mogelijkheid is dat er in het niet al te verre verleden een ster langs de Kuipergordel is gescheerd. (EE)
Meer informatie:
The Curious Case of the Warped Kuiper Belt

   
21 juni 2017 • Astronomen ontdekken verre, uitgeputte soortgenoot van de Melkweg
Astronomen ontdekken verre, uitgeputte soortgenoot van de MelkwegAstronomen hebben voor het eerst een compact, maar zeer massarijk en snel ronddraaiend schijfvormig sterrenstelsel ontdekt, dat luttele miljarden jaren na de oerknal is gestopt met de productie van nieuwe sterren. Volgens de ontdekkers is het ‘dode’ sterrenstelsel moeilijk in overeenstemming te brengen met de bestaande ideeën over de vorming en evolutie van zware sterrenstelsels. Toen de Hubble-ruimtetelescoop het sterrenstelsel fotografeerde, verwachtten de astronomen een chaotische bal van sterren te zullen zien: het resultaat van twee sterrenstelsels in botsing. In plaats daarvan bleek het stelsel, dat naar schatting drie keer zoveel massa heeft als onze Melkweg, zo plat als een pannenkoek. Daarmee is het eerste ‘tastbare’ bewijs gevonden dat op z’n minst sommige van de ‘dode’ elliptische sterrenstelsels in het huidige heelal afstammen van Melkweg-achtige schijfstelsels. Dat is verrassend, omdat elliptische stelsels doorgaans uit oude sterren bestaan, terwijl schijfstelsels veel jonge, blauwe sterren bevatten. Sommige van die vroege dode schijfstelsels hebben klaarblijkelijk een complete gedaanteverandering ondergaan. Om de vorm van een elliptisch stelsel aan te nemen, moeten de bewegingen van hun afzonderlijke sterren om de een of andere reden veel chaotischer zijn geworden. Mogelijk komt dit doordat ze talrijke kleine soortgenoten hebben ‘opgeslokt’. De vraag is nu hoe talrijk zulke dode schijfstelsels zijn. Het is denkbaar dat deze zwakke objecten tot nu toe simpelweg over het hoofd zijn gezien. Ook is nog onduidelijk waarom de sterproductie in het nu ontdekte stelsel is stilgevallen. De resultaten van het onderzoek van het verre dode sterrenstelsel verschijnen op 22 juni in het tijdschrift Nature. (EE)
Meer informatie:
Hubble Captures Massive Dead Disk Galaxy

   
20 juni 2017 • Marswagen Curiosity gefotografeerd vanuit baan om Mars
Kijk, daar staat-ie, in het kale Marslandschap aan de voet van Mount Sharp: de Amerikaanse Marswagen Curiosity. De foto is op 5 juni vanuit een baan om Mars gemaakt door de HiRISE-camera van de Mars Reconnaissance Orbiter. De kleuren zijn versterkt om verschillen in bodemsamenstelling beter zichtbaar te maken; daardoor heeft Curiosity een blauwige tint. Curiosity is onderweg naar een hoger gelegen deel op de flank van de berg: de Vera Rubin Ridge (genoemd naar de onlangs overleden Amerikaanse astronoom Vera Rubin), waar hematietmineralen voorkomen. Begin augustus is het vijf jaar geleden dat Curiosity op Mars landde, in de grote Marskrater Gale. (GS)
Meer informatie:
NASA Mars Orbiter Views Rover Climbing Mount Sharp

   
20 juni 2017 • Stergeboorte vertoont kettingreactie
Op 1400 lichtjaar afstand van de aarde, in het sterrenbeeld Orion, is de geboorte van een ster in gang gezet door een andere babyster. De pasgeboren ster FIR 3 blaast een krachtige straalstroom van gas de ruimte in. Die moet zo'n 100.000 jaar geleden in botsing zijn gekomen met een relatief ijle wolk van gas en stof. Als gevolg daarvan begon die wolk samen te trekken, en ontstond een nieuwe protoster, FIR 4 geheten. Dat er hier sprake is van een bijzondere kettingreactie werd in 2008 al geopperd door Japanse onderzoekers. Nieuwe metingen met de Very Large Array-radiotelescoop in New Mexico hebben nu het bewijs geleverd. De resultaten worden gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
Star’s Birth May Have Triggered Another Star Birth, Astronomers Say (origineel persbericht)

   
20 juni 2017 • ESA geeft groen licht voor LISA en PLATO
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft vandaag definitief groen licht gegeven voor twee belangrijke toekomstige projecten: LISA en PLATO. LISA (Laster Interferometer Space Antenna, voorheen eLISA geheten) wordt uiterlijk 2034 gelanceerd en gaat vanuit de ruimte jacht maken op zwaartekrachtgolven. Die minieme rimpelingen in de ruimtetijd zijn de afgelopen jaren voor het eerst ontdekt door geavanceerde instrumenten op aarde, maar vanuit zijn baan om de zon kan LISA 'Einsteingolven' waarnemen met een veel lagere frequentie. Zulke laagfrequente golven geven onder andere informatie over botsingen en versmeltingen van dubbele superzware zwarte gaten in de kernen van verre sterrenstelsels. Overigens heeft ESA ook aangekondigd dat er op 30 juni een einde komt aan de succesvolle missie van LISA Pathfinder - een technologiedemonstrator voor LISA, die op 3 december 2015 werd gelanceerd en vanaf maart 2016 in bedrijf is geweest. PLATO (Planetary Transits and Oscillations of stars) wordt eind 2026 gelanceerd; het ruimte-observatorium krijgt 26 telescopen waarmee onder andere gezocht wordt naar de aanwezigheid van planeten bij vele tienduizenden andere sterren. Ook doet PLATO onderzoek aan sterbevingen. Daarnaast gaat ESA bijdragen aan de Amerikaans-Japanse röntgentelescoop XARM (X-ray Astronomy Recovery Mission), die de verloren gegane Hitomi-satelliet moet vervangen. Het SRON Netherlands Institute for Space Research bouwt een belangrijk filterwiel voor deze missie. SRONen andere Nederlandse instituten, waaronder Nikhef en TNO, leveren ook bijdragen aan LISA en PLATO. (GS)
Meer informatie:
Persbericht ESA

   
19 juni 2017 • Kleine exoplaneten lijken óf op de aarde óf op Neptunus
Er bestaan bijna geen exoplaneten die anderhalf tot twee keer zo groot zijn als onze aarde. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van de gegevens die de Kepler-satelliet over exoplaneten heeft verzameld. De afgelopen twintig jaar hebben astronomen bijna 3500 exoplaneten ontdekt. Een groot deel daarvan staat op naam van Kepler, die sinds 2009 exoplaneten opspoort door sterren te onderzoeken op kleine, regelmatige helderheidsdipjes, zoals die optreden wanneer een planeet voor zijn moederster langs schuift. De meeste van deze exoplaneten zijn vrij klein en vormen, na nu is gebleken, ook nog eens twee verschillende populaties. De ene categorie bestaat uit rotsachtige objecten die maximaal 1,75 keer zo groot zijn als onze planeet. En daarnaast zijn er veel ‘mini-Neptunussen’ – exoplaneten die 2 tot 3,5 keer zo groot zijn als de aarde. Planeten die daar qua grootte tussenin zitten, zijn schaars. Hoe deze ‘kloof’ is ontstaan, is niet helemaal duidelijk. De oorzaak wordt voorlopig gezocht bij de manier waarop planeten ontstaan. Dat proces begint met de vorming van een rotsachtige kern, ruwweg ter grootte van de aarde. Veel planeten slagen er vervolgens in om waterstof- en heliumgas uit hun omgeving aan te trekken, en uit te groeien tot kleine gasplaneten. Die stap lukt schijnbaar of helemaal wel of helemaal niet – een tussenweg lijkt er niet te zijn. Bovendien kan een planeet die in eerste instantie wél gas weet aan te trekken, dat gas onder invloed van de straling van zijn moederster ook weer kwijtraken. (EE)
Meer informatie:
New Branch in Family Tree of Exoplanets Discovered

   
19 juni 2017 • De live zoekactie naar aardse planeten rond Proxima Centauri krijgt een vervolg
Het team achter de Pale Red Dot-campagne, dat vorig jaar een planeet ontdekte bij de meest nabije buurster van onze zon, zet zijn zoektocht naar aarde-achtige planeten voort en start vandaag een nieuw initiatief. De Red Dots-campagne zal astronomen volgen terwijl deze met behulp van ESO’s ‘exoplanetenjager’ speuren naar planeten rond enkele van onze meest nabije stellaire buren: Proxima Centauri, de Ster van Barnard en Ross 154. ESO sluit zich aan bij dit Open Notebook Science-experiment – echte wetenschap die live wordt gepresenteerd – dat het publiek en de wetenschappelijke gemeenschap gaandeweg de campagne toegang geeft tot waarnemingsgegevens van Proxima Centauri. Het wetenschappelijke team, dat onder leiding staat van Guillem Anglada-Escudé van Queen Mary University te London, zal gedurende negentig nachten gegevens verzamelen en analyseren van ESO’s High Accuracy Radial velocity Planet Searcher (HARPS) en instrumenten van elders ter wereld. De fotometrische waarnemingen begonnen op 15 juni en de spectroscopische waarnemingen starten op 21 juni. HARPS is een spectrograaf van ongekende nauwkeurigheid en de meest succesvolle ontdekker van lichte exoplaneten tot nu toe. Gekoppeld aan de 3,6-meter telescoop van de ESO-sterrenwacht op La Silla, speurt HARPS elke nacht naar exoplaneten. Daarbij wordt gelet op de minuscule schommelingen die een ster vertoont in reactie op de aantrekkingskracht van de eventuele planeet of planeten die om hem heen draaien. HARPS kan van een afstand van biljoenen kilometers schommelingen opmerken die zich in wandeltempo (3,5 km/uur) voltrekken. Een van de sterren die bij Red Dots onder de loep worden genomen, is Proxima Centauri, waarvan wetenschappers vermoeden dat er meer dan één aardse planeet omheen cirkelt. Met een afstand van slechts 4,2 lichtjaar is Proxima Centauri de meest nabije buur van onze zon. Het zou wel eens een van de meest geschikte plekken kunnen zijn om, met de geavanceerdere instrumenten van de nabije toekomst, naar leven buiten ons zonnestelsel te gaan zoeken. Eerder dit jaar maakte ESO bekend een samenwerking te zijn aangegaan met Breakthrough Initiatives, die tot doel heeft om de haalbaarheid aan te tonen van nieuwe technologie waarmee onbemande, ultralichte ruimtesondes snelheden van 20 procent van de lichtsnelheid kunnen bereiken. Zo’n ‘nanosonde’ zou naar de drie sterren van het Alfa Centauri-stelsel kunnen worden gestuurd, waarvan Proxima de dichtstbijzijnde is. De beide andere sterren die tijdens de Red Dots-campagne worden waargenomen zijn de Ster van Barnard, een lichte rode dwerg op een afstand van zes lichtjaar, en Ross 154, een andere rode dwerg, op 9,7 lichtjaar. De Ster van Barnard is een populair object in veel sciencefictionverhalen en is ook voorgesteld als bestemming van toekomstige interstellaire ruimtemissies zoals het Daedalus-project. De telescoopwaarnemingen zullen gepaard gaan met een publiekscampagne die gesteund wordt door ESO en andere instituten. Tijdens de Pale Red Dot-campagne werd het publiek wel op de hoogte gehouden van de wetenschappelijke middelen die werden ingezet, maar de resultaten werden pas na zorgvuldige toetsing bekendgemaakt. Dit keer zullen de waarnemingsgegevens van Proxima Centauri live worden getoond, geanalyseerd en besproken. Via sociale media en een forum zullen samenwerkingsverbanden tussen beroeps- en amateurastronomen en bijdragen van geïnteresseerde burgers en wetenschappers worden aangemoedigd. Daarbij zullen ook hulpmiddelen van de American Association of Variable Star Observers (AAVSO) worden ingezet. Alle waarnemingen die tijdens deze periode worden gepresenteerd hebben natuurlijk een voorlopig karakter en moeten niet worden gebruikt of geciteerd in vakliteratuur. Het team zal geen eindconclusies presenteren of eventuele ontdekkingen bekendmaken voordat een passend onderzoeksartikel is geschreven en voor publicatie in een vaktijdschrift is goedgekeurd. De Red Dots-campagne houdt het publiek op de hoogte via de website reddots.space, waarop wekelijkse updates zullen worden gepost, evenals ondersteunende artikelen en een overzicht van de hoogtepunten van de voorgaande week, inclusief bijdragen van de gemeenschap. Discussies zullen eveneens plaatsvinden via de Facebook-pagina van Red Dots, het Twitter-account van Red Dots en de hashtag #reddots. Niemand kan met zekerheid voorspellen wat de uitkomst van de Red Dots-campagne zal zijn. Na het verzamelen en verwerken van de gegevens, zal het onderzoeksteam de resultaten voor formele beoordeling aan vakgenoten voorleggen. Als er bij deze sterren inderdaad exoplaneten worden ontdekt, zou ESO’s Extremely Large Telescope, die in 2024 zijn eerste licht moet opvangen, in staat moeten zijn om deze rechtstreeks in beeld te brengen en de eigenschappen van hun atmosferen vast te stellen – een cruciale stap in de speurtocht naar leven buiten ons zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
15 juni 2017 • Radioastronomen turen diep in de Orionnevel
Astronomen hebben een ‘radio-opname’ gemaakt van een 50 lichtjaar metend filament van sterren-vormend gas in en rond de bekende Orionnevel. De afbeelding toont de verdeling van ammoniakmoleculen in deze draderige structuur, zoals die is vastgelegd met de grote radiotelescoop in Green Bank, West Virgina. Interstellaire ammoniak geldt als ‘verklikker’ van koud waterstofgas – de belangrijkste ’grondstof’ voor de vorming van nieuwe sterren. Dat waterstofgas is niet rechtstreeks waarneembaar, maar het vormt een mengsel met andere moleculen, waaronder dus ammoniak, die van nature radiostraling uitzenden. Door de verdeling van de ammoniak in kaart te brengen, kunnen astronomen de bewegingen en de temperatuur van het gas onderzoeken. Met behulp van deze informatie kan worden vastgesteld of en waar de stervorming in zo’n filament al op gang is gekomen. De nieuwe opname maakt deel uit van de Green Bank Ammonia Survey (GAS). Onderwerp van deze survey zijn alle grote, nabije stervormingsgebieden in het noordelijk deel van de zogeheten Gould-gordel – een ring van jonge sterren en gaswolken die vrijwel de complete hemel omspant en daarbij het sterrenbeeld Orion doorkruist. (EE)
Meer informatie:
Radio Astronomers Peer Deep Into the Stellar Nursery of the Orion Nebula

   
15 juni 2017 • Astronomen zien raadselachtig stikstofgebied in vlindervormige stervormingsschijf
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Veronica Allen en Floris van der Tak (beiden RUG en SRON), heeft in het zuidoostelijke deel van een vlindervormige stervormingsschijf een gebied ontdekt met veel stikstofhoudende moleculen. Het andere deel van de schijf is juist arm aan stikstof. Mogelijk worden de verschillen veroorzaakt doordat zich sterren van sterk uiteenlopende temperaturen aan het vormen zijn. De sterrenkundigen onderzochten het stervormingsgebied G35.20-0.74N op ruim 7000 lichtjaar van ons vandaan aan de zuidelijke sterrenhemel. Ze gebruikten hiervoor de (sub)millimetertelescoop ALMA op de Chileense Chajnantor-hoogvlakte, die de moleculaire gaswolken in kaart kan brengen waarin sterren ontstaan. De onderzoekers zagen in het stervormingsgebied iets bijzonders in de schijf rond een jonge, zware ster. Terwijl er overal in de schijf grote zuurstofhoudende en zwavelhoudende koolwaterstoffen aanwezig waren, vonden de astronomen alleen in het zuidoostelijke gedeelte van de schijf grote stikstofhoudende moleculen. Daarnaast bleek het aan de stikstofkant ook nog eens 150 graden warmer dan aan de andere kant van de schijf. Mede op basis van deze waarnemingen vermoeden de wetenschappers dat er zich tegelijkertijd meerdere sterren in deze ene schijf aan het vormen zijn. Daarbij zijn sommige sterren heter of zwaarder dan andere. De onderzoekers verwachten dat de schijf uiteindelijk zal opbreken in meerdere kleine schijven als de sterren verder groeien. Een artikel met onderzoeksresultaten is geaccepteerd voor publicatie in het vakblad Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
14 juni 2017 • Jonge ‘weesplaneet’ bestaat uit twee ‘Jupiters’
Het hemellichaam 2MASS J1119-1137 blijkt een ‘dubbelplaneet’ te zijn. Dat blijkt uit waarnemingen met de Keck II-telescoop, door een team onder leiding van William Best van de universiteit van Hawaï (New Scientist, 14 juni). 2MASS J1119-1137 werd vorig jaar ontdekt en stond te boek als ‘weesplaneet’ – een planeet die niet (meer) in een baan om een ster draait, maar op drift is geraakt. De massa van het hemellichaam werd geschat op vier tot acht keer de massa van de planeet Jupiter. Daarmee viel het in het grensgebied tussen een grote planeet en een kleine bruine dwerg – een mislukt sterretje. De nieuwe waarnemingen laten zien dat 2MASS J1119-1137 uit twee gasballen van het formaat Jupiter bestaat, die elk ongeveer vier keer zo zwaar zijn als deze planeet. Ze wentelen op een afstand van ongeveer 600 miljoen kilometer om elkaar. Hoe het object is ontstaan is nog onduidelijk. Mogelijk gaat het om een voormalige lichte protoster die tijdens zijn vormingsproces uiteengevallen is. (EE)
Meer informatie:
Mistaken brown dwarf is actually two planets orbiting each other

   
14 juni 2017 • ‘Babyster’ is omgeven door chaotisch magnetisch veld
Decennialang zijn wetenschappers ervan uitgegaan dat sterke magnetische velden een belangrijke rol spelen bij de vorming van nieuwe sterren. Maar nu hebben astronomen met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) een voorbeeld ontdekt van een ster-in-wording die omgeven is door een verrassend zwak en chaotisch magnetisch veld. Bij eerdere waarnemingen met andere telescopen is geconstateerd dat de magnetische velden rond jonge protosterren de vorm van een zandloper hebben. Deze vorm is karakteristiek voor een sterk magnetisch veld dat nabij de protoster ontstaat en zich over vele lichtjaren uitstrekt – tot diep in de omringende wolk van gas en stof dus. Bij de 1400 lichtjaar verre ‘babyster’ Ser-emb 8 is dat anders. Deze lijkt te zijn ontstaan in een zwak magnetische omgeving die door turbulenties wordt gedomineerd. Toekomstige onderzoeken zullen moeten uitwijzen of dit scenario vaker wordt doorlopen. Hoe dan ook lijkt de relatie tussen stervorming en magnetische velden ingewikkelder te zijn dan gedacht. (EE)
Meer informatie:
Chaotically Magnetized Cloud Is No Place to Build a Star, or Is It?

   
13 juni 2017 • Onze zon ontstond mogelijk als dubbelster, en alle andere sterren ook
Onze zon had ooit een tweelingbroertje. Ook vrijwel alle andere enkelvoudige sterren in het Melkwegstelsel zijn geboren als dubbelster. Die conclusie trekken Amerikaanse sterrenkundigen op basis van gedetailleerde waarnemingen aan een groot stervormingsgebied in het sterrenbeeld Perseus, op 600 lichtjaar afstand van de aarde. Met radiotelescopen zijn alle jonge protosterren in deze kosmische kraamkamer in kaart gebracht: 45 enkelvoudige sterren en 55 sterren die deel uitmaken van een dubbelster of een meervoudig stelsel. De waargenomen verdeling van de pasgeboren sterren in de Perseus-wolk kan echter alleen goed verklaard worden als je aanneemt dat alle sterren als wijde dubbelster zijn geboren, zo blijkt uit modelberekeningen. Na verloop van tijd is een deel van die dubbelsterren uiteengevallen, terwijl andere paren juist in steeds kleinere banen om elkaar heen zijn gaan draaien, aldus de onderzoekers. Als deze theorie voor elk stervormingsgebied opgaat, moet ook onze eigen zon 4,6 miljard jaar geleden als tweeling zijn geboren. De begeleider van de zon bevond zich aanvankelijk op een afstand van tientallen miljarden kilometers. Een paar honderdduizend jaar na hun geboorte gingen de tweelingsterren elk hun eigen weg. Overigens hoeft het verloren tweelingbroertje van de zon niet precies dezelfde afmetingen en massa gehad te hebben. Momenteel valt niet meer eenvoduig te achterhalen om welke ster het gaat. De astronomen, van de Universiteit van Californië in Berkeley en van het Smithsonian Astrophysical Observatory, publiceren hun resultaten binnenkort in het Britse maandblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
New evidence that all stars are born in pairs (origineel persbericht)

   
13 juni 2017 • Zwart gat draagt mogelijk bij aan ontstaan 'mini-halo' in Perseus-cluster
De raadselachtige 'mini-halo' in het centrum van de Perseus-cluster van sterrenstelsels heeft zijn bestaan mogelijk deels te danken aan de activiteit van een superzwaar zwart gat in het centrale sterrenstelsel van de cluster. De Perseus-cluster telt duizenden sterrenstelsels en bevindt zich op ruim 250 miljoen lichtjaar afstand. Met radiotelescopen is in het centrum van de cluster een 'halo' van radiostraling waargenomen met afmetingen van ca. 1,3 miljoen lichtjaar. De radiostraling wordt geproduceerd door snel bewegende elektrisch geladen deeltjes, maar het was altijd onduidelijk hoe die deeltjes op zo'n grote afstand van het clustercentrum nog zulke hoge snelheden konden hebben - door het uitzenden van straling zouden ze hun energie al lang kwijt moeten zijn. Nieuwe, gedetailleerde waarnemingen van de 'mini-halo', verricht met de geüpgradede Very Large Array-radiotelescoop in New Mexico, hebben nu een complexe structuur aan het licht gebracht die doet vermoeden dat er verschillende natuurkundige processen in het spel zijn. In een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society schrijven de onderzoekers dat de hoge snelheden van de geladen deeltjes in de mini-halo waarschijnlijk voor een deel te danken zijn aan krachtige straalstromen (jets), afkomstig uit de directe omgeving van het superzware zwarte gat in de kern van het centrale sterrenstelsel in de cluster. (GS)
Meer informatie:
VLA Gives New Insight Into Galaxy Cluster’s Spectacular “Mini-Halo” (origineel persbericht)

   
13 juni 2017 • Geestelijk vader van Keck-telescoop Jerry Nelson overleden
Jerry Nelson, de geestelijk vader van de 10-meter Keck-telescopen op Mauna Kea, Hawaii, is op 10 juni op 73-jarige leeftijd overleden. In 1977 ontwikkelde Nelson het concept van een gesegmenteerde telescoopspiegel: een grote spiegel die uit verscheidene kleinere zeshoekige segmenten bestaat. Het concept werd voor het eerst met succes toegepast in de twee identieke Keck-telescopen: de spiegels, met een middellijn van tien meter, bestaan uit enkele tientallen segmenten van ca. 1,5 meter groot. Dezelfde techniek is inmiddels ook toegepast in de Gran Telescopio Canarias op La Palma, de Hobby-Eberly Telescope in Texas, de SALT-telescoop in Zuid-Afrika en de James Webb Space Telescope, die in 2018 gelanceerd zal worden. Ook de toekomstige Thirty Meter Telescope en de Europese Extremely Large Telescope (resp. 30 en 39 meter in middellijn) krijgen gesegmenteerde hoofdspiegels, elk met vele honderden zeshoekige segmenten. Nelson was van 1985 tot 2012 project scientist van het W.M. Keck Observatory. Diezelfde functie bekleedde hij - ondanks een beroerte in 2011 - voor de Amerikaanse Thirty Meter Telescope. (GS)
Meer informatie:
Astronomer Jerry Nelson, pioneering designer of large telescopes, dies at age 73 (origineel persbericht)

   
13 juni 2017 • 'Jonge' valleien rond Marskrater Lyot ontstonden door smeltwater
Het netwerk van valleien - drooggevallen waterbeddingen - rond de 225 kilometer grote Marskrater Lyot is ontstaan door smeltwater. Die conclusie trekken onderzoekers van Brown University in een artikel in Geophysical Research Letters. Lang geleden had Mars een aangenamer klimaat, en kwam er veel oppervlaktewater voor. In de afgelopen drie miljard jaar was daarvan echter geen sprake meer. Toch zijn er in de onmiddellijke omgeving van de krater Lyot tal van drooggevallen waterbeddingen ontdekt. De krater ontstond 1,5 tot 3 miljard jaar geleden bij een zware kosmische inslag, toen er op Mars geen oppervlaktewater meer voorkwam. Eerder is wel gesuggereerd dat deze relatief jonge valleien ontstonden doordat water uit een groot ondergronds reservoir als gevolg van de inslag aan de oppervlakte kwam, of doordat de inslag een atmosferische hittegolf tot gevolg had, die voor grote hoeveelheden neerslag zorgde. Op basis van gedetailleerde foto's en modelberekeningen sluiten de onderzoekers deze twee verklaringen echter uit. In plaats daarvan vinden ze aanwijzingen dat het gebied waar de krater ontstond indertijd bedekt was met een laag ijs van 20 tot 300 meter dik. Heet, neerstortend inslagpuin moet die ijslaag enorm hebben verhit, en het netwerk van valleien ontstond vervolgens door de eroderende werking van het resulterende smeltwater. (GS)
Meer informatie:
Hot rocks, not warm atmosphere, led to relatively recent water-carved valleys on Mars (origineel persbericht)

   
13 juni 2017 • ALMA hoort geboortekreet van zware babyster
Japanse astronomen hebben met het ALMA-observatorium in Noord-Chili gedetailleerde opnamen gemaakt van een zware protoster op 1400 lichtjaar afstand van de aarde. De ALMA-waarnemingen, gepubliceerd in Nature Astronomy, hebben het bestaan aan het licht gebracht van een roterende 'straalstroom' (jet). Die ontdekking biedt inzicht in de wijze waarop protosterren hun overtollige hoekmoment kwijtraken. Sterren ontstaan uit samentrekkende gaswolken. Zo'n ineenstortende wolk draait steeds sneller rond, maar uiteindelijk ontstaat er toch een ster met een relatief lage rotatiesnelheid. Eerder was al gespeculeerd dat de overtollige hoeveelheid rotatie-energie (het zogeheten hoekmoment) wordt afgevoerd doordat er vanuit de materieschijf rond de protoster materiaal de ruimte in wordt geblazen. Bij lichte protosterren was dat al eens waargenomen, zij het in weinig detail. Nu is ook bij de zware protoster Orion KL Source 1 (in de Orionnevel) een naar buiten gerichte gasstroom ontdekt die inderdaad in dezelfde richting roteert als de circumstellaire schijf. De ontdekking vormt een ondersteuning voor de theorie dat centrifugale en magnetische krachten samenwerken in het 'lanceren' van de straalstromen. Die ontspringen ook niet dicht bij de ster, maar aan de buitenzijde van de schijf, waar het naar buiten geslingerde gas in verticale richting (omhoog en omlaag) wordt afgebogen door magnetische velden. (GS)
Meer informatie:
ALMA Hears Birth Cry of a Massive Baby Star (origineel persbericht)

   
12 juni 2017 • Zware sterrenstelsels waren 10 miljard jaar geleden al 'uitgelijnd'
Sterrenstelsels in clusters zijn meestal niet willekeurig georiënteerd. In plaats daarvan vertonen ze vaak een opmerkelijke onderlinge 'uitlijning'. Een internationaal team van astronomen onder leiding van Michael West van de Lowell-sterrenwacht in Arizona heeft nu ontdekt dat die uitlijning al lang geleden moet zijn ontstaan. Onderzoek aan 65 sterrenstelsels op zeer grote afstanden in het heelal, waar sterrenkundigen ver terug kijken in de tijd, wijst uit dat er 10 miljard jaar geleden al sprake was van een onderlinge voorkeursoriëntatie. De ontdekking, gepubliceerd door Nature Astronomy, betekent dat de oorzaak van de uitlijning in het verre verleden gezocht moet worden. Volgens één theorie is de uitlijning het gevolg van het feit dat sterrenstelsels in omvang toenemen door het opslokken van kleinere stelsels. Die zijn niet willekeurig in de ruimte verdeeld, maar zijn vooral afkomstig uit langgerekte filamenten van intergalactisch gas (het zogeheten kosmische web). De oriëntatie van de resulterende grote sterrenstelsels zou daardoor een afspiegeling vormen van de structuur van het kosmische web. Volgens een andere theorie is de onderlinge uitlijning van grote sterrenstelsels ontstaan door zwaartekrachteffecten en getijdenkrachten - een proces dat mogelijk meer tijd vergt. De waarnemingen van West en zijn collega's bieden nog geen definitief uitsluitsel, maar het team is van plan om het onderzoek uit te breiden naar sterrenstelsels op nog veel grotere afstanden. (GS)
Meer informatie:
Galaxy Alignments Traced Back Ten Billion Years (origineel persbericht)

   
12 juni 2017 • Planeet Jupiter ontstond als eerste
Wetenschappers uit Duitsland en de VS denken dat Jupiter de oudste planeet van ons zonnestelsel is. Ze komen tot die conclusie op basis van een onderzoek van ijzermeteorieten – brokstukken van de bouwstenen waaruit de planeten zijn ontstaan. Dat onderzoek laat zien dat er tussen 1 miljoen en ongeveer 4 miljoen jaar na het begin van het planetaire vormingsproces twee afgescheiden bronnen van bouwmateriaal bestonden (PNAS, 12 juni). Volgens de wetenschappers is de meest plausibele verklaring voor deze scheiding de vorming van de planeet Jupiter. Deze veroorzaakte een lege gordel in de schijf van gas en stof rond de zon, waarin de vorming van planeten zich heeft afgespeeld. Hierdoor was vanaf dat moment dus geen uitwisseling van materiaal tussen de beide delen van de schijf meer mogelijk. Een en ander zou betekenen dat de ‘groei’ van de vaste kern van Jupiter (en de lege gordel) al binnen een miljoen jaar op gang kwam en enkele miljoenen jaren heeft geduurd. Dat gaf de planeet-in-wording de kans om vervolgens grote hoeveelheden gas aan zich te binden. (EE)
Meer informatie:
Lab scientist finds Jupiter is one old-timer

   
9 juni 2017 • Bijzondere compacte dubbelster ontdekt
Een internationaal team van astronomen heeft, met behulp van de Kepler-satelliet, een bijzondere ontdekking gedaan: een dubbelster bestaande uit een witte dwerg – het restant van een ‘dode’ ster – en een bruine dwerg – een ‘mislukte’ ster. Opmerkelijk is ook dat de twee objecten zo dicht om elkaar heen wentelen, dat hun omlooptijd slechts iets meer dan een uur bedraagt. Daarbij ontwikkelen ze een snelheid van ongeveer 100 kilometer per seconde. Vanaf de aarde gezien schuift de bruine dwergster eens in de 71 minuten voor de witte dwerg langs. Hierdoor neemt de helderheid van laatstgenoemde periodiek aanzienlijk af. Doordat de beide dwergsterren geleidelijk naar elkaar toe spiralen, zullen deze bedekkingen op termijn met steeds kortere tussenpozen plaatsvinden. Binnen 250 miljoen jaar zullen de twee elkaar zo dicht genaderd zijn, dat de witte dwerg zijn kleine begeleider begint te kannibaliseren. Volgens de astronomen heeft de dubbelster oorspronkelijk bestaan uit een normale zonachtige ster en een bruine dwerg die eens in de 150 dagen om elkaar heen draaiden. Doordat de ster aan het einde van zijn leven opzwol tot een zogeheten rode reus, kwam de bruine dwerg in diens uitgedijde atmosfeer terecht en spiraalde hij naar zijn huidige, krappere omloopbaan toe. De ontdekking is bekend gemaakt tijdens de bijeenkomst van de American Astronomical Society die deze week in Austin, Texas is gehouden. (EE)
Meer informatie:
A Very Rare Discovery: Failed Star Orbits a Dead Star Every 71 Minutes

   
8 juni 2017 • Kometen brachten mogelijk veel xenon naar de aarde
Nieuw onderzoek wijst erop dat bijna een kwart van het element xenon dat in de aardatmosfeer wordt aangetroffen, afkomstig kan zijn van kometen. Daarmee lijkt het vraagstuk van de herkomst van dit aardse gas te zijn opgelost (Science, 9 juni). Xenon is het zwaarste stabiele edelgas. Het komt voor in negen verschillende isotopen (‘gewichten’), die wetenschappers kunnen terugvoeren op diverse kosmische bronnen, waaronder de zon en meteorieten. De isotopische samenstelling van het xenongas op aarde laat zich echter alleen verklaren als er nog een extra bron in het spel is. Die bron lijkt nu te zijn gevonden, en dat is te danken aan metingen die de Europese ruimtesonde Rosetta tegen het einde van haar onderzoeksmissie heeft gedaan. Tussen 14 en 31 mei 2016 cirkelde Rosetta op geringe hoogte om de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, en daarbij mat zij onder meer de samenstelling van het gas dat dit ijzige hemellichaam bij opwarming door de zon uitstoot. De metingen laten zien dat de isotopische signatuur van het kometaire xenongas sterk overeenkomt met die van de nog ontbrekende bron. Volgens de auteurs is het dan ook aannemelijk dat ongeveer 22 procent van het aardse xenon (en veel andere stoffen, waaronder water) door kometen op onze planeet is afgeleverd. (EE)
Meer informatie:
Comets may have delivered significant portions of Earth's xenon

   
8 juni 2017 • Chemische bouwsteen van leven ontdekt bij jonge sterren
Met de ALMA-telescoop in het noorden van Chili zijn sporen van methylisocyanaat ontdekt bij een groepje jonge, zonachtige sterren op 400 lichtjaar van de aarde. Eerder was bij dezelfde sterren al de suiker glycolaldehyde opgespoord. Methylisocyanaat en glycolaldehyde hebben een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van het leven op aarde. De ontdekking is gedaan bij het meervoudige stersysteem IRAS 16293-2422 dat uit een aantal zeer jonge sterren bestaat. Het complex maakt deel uit van het grote stervormingsgebied rond de ster Rho Ophiuchi in het sterrenbeeld Slangendrager. De nieuwe ALMA-resultaten laten zien dat elk van deze jonge sterren is omgeven door methylisocyanaat-gas. De vorming van methylisocyanaat begint waarschijnlijk met chemische reacties op het ijskoude oppervlak van stofdeeltjes in de ruimte. Het molecuul bestaat uit twee koolstofatomen, drie waterstofatomen, een stikstofatoom en een zuurstofatoom. Het onderzoek van naar zulke zonachtige ‘protosterren’ kan astronomen inzicht geven in de omstandigheden die 4,5 miljard jaar geleden tot de vorming van ons eigen zonnestelsel hebben geleid. (EE)
Meer informatie:
ALMA ontdekt ingrediënt van leven rond jonge zonachtige sterren

   
8 juni 2017 • Amsterdammers verklaren vorming van zeven exoplaneten rond Trappist-1
Astronomen van de Universiteit van Amsterdam hebben met een model verklaard hoe het mogelijk is dat rond het planetenstelsel Trappist-1 zeven planeten ter grootte van de aarde zo dicht rond hun ster draaien. De crux zit op de grens waar ijs in water verandert. Kiezels die van ver richting de ster zweven, ontvangen in de buurt van die ijslijn een extra portie water en klonteren samen tot planeten. Het artikel met de verklaring is geaccepteerd voor publicatie in het vakblad Astronomy & Astrophysics. In februari 2017 maakte een internationaal team van astronomen bekend dat ze een stelsel hadden ontdekt van zeven planeten ter grootte van de aarde die dicht rond hun ster draaien. Dat er zoveel relatief grote planeten dicht rond een kleine ster draaien, kwam als een verrassing. Het ging namelijk tegen de heersende theorieën en scenario's voor planeetvorming in. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam komen nu met een model dat verklaart hoe het planeetstelsel kan zijn ontstaan. Tot nu toe waren er twee heersende theorieën voor de vorming van planeten. De eerste theorie gaat ervan uit dat planeten zich vormen waar je ze nu ziet. Dat zou niet gaan bij Trappist-1, omdat de stofschijf waaruit de planeten ontstaan dan erg dicht moet zijn geweest. De tweede theorie gaat ervan uit dat een planeet zich aan de buitenkant van de stofschijf vormt en daarna naar binnen migreert. Deze theorie levert ook problemen op bij Trappist-1, omdat hij niet goed verklaart waarom de planeten allemaal ongeveer even groot zijn als de aarde. De Amsterdamse onderzoekers komen nu met een model waarbij gruis en kiezels migreren in plaats van complete planeten. Het model begint bij kiezels die van ver richting de ster zweven. Zulke kiezels bestaan voor een groot gedeelte uit ijs. Als de deeltjes in de buurt van de zogeheten ijslijn komen, het punt waar het warm genoeg is voor vloeibaar water, krijgen ze nog een extra portie waterdamp te verwerken. Daardoor klonteren ze samen tot een protoplaneet. Daarna beweegt de protoplaneet nog wat dichter naar de ster en onderweg zuigt hij als een stofzuiger zoveel kiezels op dat zich een planeet ter grootte van de aarde vormt. De planeet beweegt vervolgens nog wat verder naar binnen en maakt ruimte voor een nieuwe planeet. De crux, aldus de Amsterdammers, zit hem in het samenklonteren op de ijslijn. Daarbij verliezen de klonten namelijk water. Dat water kan vervolgens weer gebruikt worden door de volgende lading kiezels die in aantocht is uit de buitengebieden van de stofschijf. Dit proces kon zich bij Trappist-1 herhalen totdat er zeven planeten waren gevormd. De komende tijd willen de Amsterdamse onderzoekers hun model verfijnen. Daarnaast gaan ze computersimulaties uitvoeren om te kijken hoe hun model standhoudt bij verschillende begincondities. De onderzoekers verwachten nog wel wat discussie onder vakgenoten. Het model is namelijk vrij revolutionair omdat de kiezels vanuit het buitenste deel van de schijf helemaal naar binnen reizen zonder dat er veel gebeurt.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
7 juni 2017 • Massa van nabije witte dwergster bepaald via afbuiging van sterlicht
Een internationaal onderzoeksteam heeft een verschijnsel waargenomen waarvan Albert Einstein in 1936 voorspelde dat het nooit rechtstreeks waarneembaar zou zijn: de afbuiging van licht door de zwaartekracht van een andere ster dan onze zon. Het verschijnsel is opgetekend met de Hubble-ruimtetelescoop (Science, 9 juni). Wanneer het licht van een verre ster onderweg naar de aarde een tussenliggend object tegenkomt, werkt – volgens Einsteins algemene relativiteitstheorie – de zwaartekracht van dat object als een soort vergrootglas, dat het verre sterlicht afbuigt en versterkt. Wanneer een voorgrondster vanaf de aarde gezien precies voor een achtergrondster langs schuift, heeft dit effect tot gevolg dat het licht van de verre ster wordt uitgesmeerd tot een volmaakte ring – een ‘Einsteinring’. Wat astronomen nu hebben waargenomen is een veel waarschijnlijker scenario: een ster die net niet precies voor een andere ster langs trok. Hierdoor trad een niet-symmetrische variant van de Einsteinring op. De ring zelf was te klein om meetbaar te zijn, maar door zijn asymmetrische vorm leek de verre ster een klein stukje naast zijn ware positie te staan. Dat is in overeenstemming met de theoretisch voorspelde waarde. De voorgrondster – die dus als lens fungeerde – was in dit geval een witte dwergster op ongeveer 18 lichtjaar van de aarde: Stein 2051 B. Uit de mate waarin deze het licht van een achtergrondster afboog, kan worden afgeleid dat de massa van deze witte dwerg ongeveer een derde kleiner is dan die van onze zon. Bij onze eigen zon is het verschijnsel al veel eerder waargenomen. Tijdens een zonsverduistering in 1919 kon met behulp van fotografische opnamen worden aangetoond dat sterlicht dat vlak langs de zon scheert, enigszins wordt afgebogen. Dit heeft tot gevolg dat de ster in kwestie vanaf de aarde gezien een beetje naast zijn normale positie lijkt te staan. (EE)
Meer informatie:
Hubble Astronomers Develop a New Use for a Century-Old Relativity Experiment to Measure a White Dwarf’s Mass

   
6 juni 2017 • Zwaartekrachtlenzen bieden zicht op helderste sterrenstelsels in het heelal
Met de infraroodcamera van de Hubble Space Telescope zijn gedetailleerde opnamen gemaakt van extreem lichtsterke sterrenstelsels op vele miljarden lichtjaren afstand. Het gaat om sterrenstelsels waarin enorme geboortegolven van nieuwe sterren plaatsvinden: in elk stelsel ontstaan tot wel tienduizend nieuwe sterren per jaar. Astronomen zien de stelsels zoals ze er 8 tot 11,5 miljard jaar geleden uitzagen, toen het heelal nog relatief jong was. Doordat de stelsels grote hoeveelheden stof bevatten, zijn ze met een gewone telescoop niet goed zichtbaar: het sterlicht wordt geabsorbeerd door de stofwolken. De stelsels zijn echter extreem helder op infrarode golflengten. Vermoedelijk zijn het de extreme soortgenoten van de Luminous Infra-Red Galaxies (LIRGs) die op kleinere afstanden in het heelal ook zijn ontdekt en bestudeerd. Dankzij de lenswerking van dichterbij gelegen sterrenstelsels en clusters zijn de beeldjes van de verre ultra-lichtsterke infraroodstelsels versterkt en vervormd. Die zwaartekrachtlenswerking maakt het mogelijk om details van slechts ca. 100 lichtjaar grooot te bestuderen. Waardoor de zeer zeldzame stelsels zo'n hoge stervormingsactiviteit vertonen, is niet bekend. Mogelijk is er sprake geweest van de botsing en versmelting van twee kleinere sterrenstelsels. Een andere mogelijkheid is dat er om de een of andere reden grote hoeveelheden intergalactisch gas 'neerregenen' in de stelsels. De nieuwe Hubble-resultaten zijn gepresenteerd op de 230ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas. (GS)
Meer informatie:
Cosmic Magnifying-Glass Effect Captures Universe's Brightest Galaxies (origineel persbericht)

   
6 juni 2017 • Twee nieuwe Jupitermaantjes ontdekt; teller staat nu op 69
Met grote telescopen op aarde zijn twee nieuwe kleine maantjes ontdekt bij de reuzenplaneet Jupiter. Daarmee is het totale aantal manen en maantjes van deze planeet nu op 69 gekomen. De ontdekkingen zijn de afgelopen dagen gepubliceerd in de Minor Planet Electronic Circulars van de Internationale Astronomische Unie. S/2016 J1 en S/2017 J1 (de S staat voor 'satelliet'; de J voor 'Jupiter') zijn hooguit één à twee kilometer in middellijn. Ze draaien op grote afstand van de planeet in excentrische, sterk gehelde banen, waarbij ze bovendien (net als vele andere kleine Jupitermaantjes) in de 'verkeerde' richting bewegen: tegen de rotatierichting van de planeet in. Deze retrograde maantjes zijn vermoedelijk lang geleden door de zwaartekracht van Jupiter 'ingevangen'. S/2016 J1 werd voor het eerst in maart 2016 gezien, maar pas dit jaar zijn nieuwe metingen verricht op basis waarvan de baan kon worden bepaald. S/2017 J1 is in maart 2017 voor het eerst opgemerkt, en bleek ook voor te komen op oudere opnamen van vorig jaar. S/2016 J1 staat op een gemiddelde afstand van 20,6 miljoen kilometer en heeft een omlooptijd van 1,65 jaar; S/2017 J1 bevindt zich op 23,5 miljoen kilometer en doet iets meer dan twee jaar over één rondje. Behalve de vondst van twee nieuwe maantjes heeft het onderzoeksteam, onder leiding van Scott Sheppard van het Carnegie Institution for Science, ook minstens vijf 'verloren' Jupitermaantjes herontdekt, waardoor hun baan nu veel nauwkeuriger bekend is. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht www.skyandtelescope.com

   
6 juni 2017 • Veranderlijke ster vertoont mogelijk nieuwe uitbarsting in komende tien jaar
De veranderlijke ster R Aquarii, op 710 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Waterman, zal ergens in de komende tien jaar mogelijk een nieuwe uitbarsting vertonen. Die conclusie trekken astronomen op basis van röntgenwaarnemingen van de ster, verricht met NASA's Chandra X-ray Observatory. R Aqr is een nauwe dubbelster die bestaat uit een grote, koele, pulserende rode reuzenster en een kleinere, hete witte dwerg. Materie van de rode reus komt op het oppervlak van de witte dwerg terecht, wat eens in de paar honderd jaar tot een krachtige nova-achtige uitbarsting leidt. Zulke grote uitbarstingen zijn er geweest in 1073 en in of rond 1773; de eerstvolgende nova-uitbarsting wordt pas verwacht rond het jaar 2470. Uit de Chandra-waarnemingen blijkt echter dat R Aqr ook kleinere uitbarstingen vertoont. Die leiden tot schokgolven in het omringende gas, met als gevolg dat er röntgenstraling wordt uitgezonden. Metingen aan deze 'röntgen-jets' doen vermoeden dat er zulke kleine uitbarstingen zijn geweest in de jaren 50 en de jaren 80 van de vorige eeuw, en mogelijk ook aan het begin van de 21ste eeuw. De Chandra-metingen, die vandaag gepresenteerd zijn op de 230ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas, suggereren dat er ergens in de komende tien jaar opnieuw zo'n kleine uitbarsting kan plaatsvinden. (GS)
Meer informatie:
R Aquarii: Watching a Volatile Stellar Relationship (origineel persbericht)

   
6 juni 2017 • 'Lokaal' heelal is mogelijk leger dan gemiddeld
Ons Melkwegstelsel bevindt zich mogelijk in een gigantische kosmische 'holte' waarin de dichtheid van sterrenstelsels lager is dan gemiddeld. Deze KBC-holte (genoemd naar de astronomen Ryan Keenan, Amy Barger en Len Cowie) zou een middellijn van ca. 2 miljard lichtjaar hebben. Daarmee is het dan de grootst bekende 'superholte' in het heelal. Dat wij ons mogelijk in een extra leeg gebied van het heelal bevinden, werd in 2013 ontdekt door Keenan en Barger. Honderd procent overtuigend waren hun metingen echter niet. De resultaten zijn nu opnieuw geanalyseerd door een team van de University of Wisconsin. Daarbij bleek dat de conclusies van Keenan en Barger in elk geval niet in strijd zijn met andere bestaande waarnemingen. Het Wisconsin-team ontdekte ook dat het bestaan van de KBC-holte een verklaring oplevert voor een raadsel rond de uitdijingssnelheid van het heelal. Op basis van metingen aan relatief nabijgelegen supernova-explosies komen astronomen tot een hogere uitdijingssnelheid dan op basis van metingen aan de kosmische achtergrondstraling. Als ons Melkwegstelsel zich in een gigantische superholte bevindt, met een lager-dan-gemiddelde materiedichtheid, valt die discrepantie eenvoudig te verklaren: relatief lege gebieden in het heelal dijen sneller uit dan gebieden met een hogere materiedichtheid. De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd op de 230ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas. (GS)
Meer informatie:
Study Suggests We Live in Celestial Boondocks (origineel persbericht)

   
6 juni 2017 • Nieuwe atlas van heldere infraroodstelsels gepubliceerd
Sterrenkundigen hebben een nieuwe atlas gepubliceerd met gedetailleerde infraroodfoto's van ca. 200 sterrenstelsels. Het gaat hierbij om zogeheten Luminous Infra-Red Galaxies (LIRGs) - sterrenstelsels die vooral op infrarode golflengten veel energie uitstralen. Ze werden in 1984 voor het eerst ontdekt door de Amerikaans-Nederlandse infraroodsatelliet IRAS. Van de 200 helderste LIRGs zijn nu gedetailleerde ver-infraroodopnamen gepubliceerd, gemaakt door de Europese ruimtetelescoop Herschel. De grote infraroodhelderheid van de stelsels wijst op de aanwezigheid van grote hoeveelheden warm stof. In vrijwel alle bestudeerde gevallen blijken de stelsels niet enkelvoudig te zijn, maar het resultaat van een recente botsing en versmelting van twee grote sterrenstelsels (ook ons eigen Melkwegstelsel en het naburige Andromedastelsels zullen over ca. 4 miljard jaar met elkaar in botsing komen). Het stof in de sterrenstelsels wordt opgewarmd door een enorme geboortegolf van nieuwe sterren, en door de groei van het centrale superzware zwarte gat in het centrum van het versmolten stelsel. Beide effecten zijn het directe gevolg van de botsing. Op basis van de nieuwe Herschel-waarnemingen zijn sterrenkundigen veel beter in staat om onderzoek te doen naar temperartuur, massa, en ruimtelijke verdeling van het stof in de LIRGs, en naar de snelle groei van superzware zwarte gaten in de nasleep van sterrenstelselbotsingen. De nieuwe infraroodopnamen zijn gepresenteerd op de 230ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas, en gepubliceerd in Astrophysical Journal Supplement Series. (GS)
Meer informatie:
Best-Ever Infrared Maps of Super-Luminous Galaxies (origineel persbericht)