20 oktober 2018 • Europa (en Japan) op weg naar Mercurius
In de nacht van vrijdag 19 op zaterdag 20 oktober, om 03.45 uur Nederlandse tijd, is de Europees-Japanse ruimtesonde BepiColombo met succes gelanceerd, met behulp van een Ariane 5-raket vanaf de Europese lanceerbasis in Kourou, Frans-Guiana. Het reisdoel is Mercurius, de binnenste planeet in het zonnestelsel. Tot nu toe hebben slechts twee andere (Amerikaanse) ruimtesondes van nabij onderzoek aan deze planeet gedaan: Mariner 4 en Messenger. BepiColombo (genoemd naar een Italiaanse ruimteonderzoeker) zal in 2025 bij Mercurius aankomen en twee ruimtesondes in een baan rond de kleine planeet brengen: de Europese Mercury Planetary Orbiter (MPO) en de kleinere Japanse Mercury Magnetospheric Orbiter (MMO, of ‘Mio’). De sondes gaan onderzoek doen aan de samenstelling van het oppervlak, de inwendige structuur en het magnetisch veld van Mercurius, en aan de aanwezigheid van ijs op de bodems van diepe kraters rond de poolgebieden van de planeet. (GS)
Meer informatie:
BepiColombo blasts off to investigate Mercury’s mysteries (origineel persbericht)

   
19 oktober 2018 • Nieuwe ruimtemissie naar Mercurius staat in de startblokken
Zoals het er nu naar uitziet wordt komende nacht (zaterdag 20 oktober) om 3.45 uur Nederlandse tijd de Europees/Japanse ruimtemissie BepiColombo gelanceerd. Deze missie bestaat uit twee ruimtesondes die eind 2025 de planeet Mercurius moeten bereiken. Eenmaal aangekomen bij Mercurius zullen de Europese Mercury Planetary Orbiter (ook wel Bepi genoemd) en de Japanse Mercury Magnetospheric Orbiter (bijnaam Mio) zich van elkaar losmaken en twee verschillende banen om de planeet gaan draaien. Van daaruit zullen ze minstens één jaar metingen gaan doen. Bepi zal de planeet zelf onder de loep gaan nemen, en Mio zal diens ijle atmosfeer en magnetische veld gaan onderzoeken. Mercurius is de kleinste planeet van ons zonnestelsel en in sommige opzichten ook de meest raadselachtige. Wetenschappers zoeken nog naar een verklaring voor de buitenproportioneel grote ijzerkern van de planeet, die ongeveer de helft van diens volume beslaat. Ook is onduidelijk wat de oorsprong is van zijn magnetische veld. Het Europese ruimteagentschap ESA verzorgt live-beelden van de lancering, die via internet te zien zijn. Normaal gesproken begint het programma om 3.15 uur en is het rond 4.30 uur afgelopen. [Update 20 oktober: de lancering van BepiColombo is geslaagd. Beelden ervan kunnen hier worden teruggekeken.] (EE)  
Meer informatie:
Meer informatie over BepiColombo

   
18 oktober 2018 • Jonge rode dwergster produceerde kolossale ‘supervlam’
Bij waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop is een hevige uitbarsting van een jonge rode dwergster opgemerkt – een zogeheten supervlam. De straling die daarbij vrijkwam was intenser dan die van de hevigste uitbarstingen van onze zon. Voor het leven op eventuele planeten rond de 125 lichtjaar verre ster zou zo’n supervlam fataal kunnen zijn, maar in de loop van zijn bestaan wordt een rode dwerg wel ‘rustiger’. De supervlam werd gedetecteerd tijdens een speciale, nog lopende waarneemcampagne, HAZMAT geheten, waarbij rode dwergsterren van uiteenlopende leeftijden worden bekeken. Dat gebeurt op ultraviolette golflengten, waarop deze sterren de meeste activiteit vertonen. Rode dwergsterren zijn de kleinste, langstlevende en meest voorkomende sterren in onze Melkweg. Aangenomen wordt dat supervlammen ontstaan wanneer magnetische veldlijnen van een ster zodanig verstrengeld raken, dat ze ‘knappen’ en vervolgens weer aansluiting zoeken. Bij zo’n ‘reconnectie’ komen enorme hoeveelheden energie vrij. Tot nu toe zijn in de waarneemcampagne alleen jonge rode dwergen bekeken. Het feit dat de supervlam al binnen één dag van waarnemingen werd opgetekend, toont volgens de betrokken astronomen aan dat dit soort uitbarstingen heel vaak voorkomen – dagelijks of misschien zelfs enkele keren per dag. Het vervolg van het HAZMAT-onderzoek zal moeten uitwijzen hoe het met oudere rode dwergen is gesteld. (EE)
Meer informatie:
ASU Astronomers Catch Red Dwarf Star in Superflare Outburst

   
18 oktober 2018 • De pulsar in supernovarest Kes 75 is maar 500 jaar oud
Waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra hebben de bevestiging opgeleverd dat de 19.000 lichtjaar verre supernovarest Kes 75 de jongste pulsar bevat die we kennen. De snelle rotatie en het sterke magnetische veld van de pulsar hebben een ‘wind’ van energierijke materie- en antimateriedeeltjes gegenereerd die zich met bijna de lichtsnelheid uit de voeten maken. Hierdoor is een bel van energierijke deeltjes ontstaan – een ‘pulsarwindnevel’. Als een zware ster al zijn nucleaire brandstof heeft verbruikt, stort zijn kern in en blaast hij zijn buitenlagen weg. In veel gevallen laat zo’n supernova een zogeheten neutronenster achter. Deze snel roterende objecten hebben een sterk magnetisch veld en produceren twee vuurtorenachtige bundels van straling. Dat maakt dat astronomen de neutronenster als een snel knipperend object kunnen waarnemen: een pulsar. Er zijn de afgelopen vijftig jaar meer dan 2000 van deze kosmische ‘knipperbollen’ ontdekt. De pulsar in Kes 75 is de meest ‘verse’ pulsar die tot nu toe is opgespoord, zo blijkt uit waarnemingen met de Chandra-satelliet. Deze laten zien dat de pulsarwindnevel met een snelheid van 1000 kilometer per seconde opzwelt. Daaruit kan worden afgeleid dat Kes 75 vanaf de aarde gezien ongeveer 500 jaar geleden is ontstaan. Er zijn echter geen aanwijzingen dat betreffende supernova-explosie is waargenomen. Vermoedelijk komt dit doordat de ster schuilging achter dichte wolken van stof en gas. (EE)  
Meer informatie:
Milky Way’s Youngest Pulsar Exposes Secrets of Star’s Demise

   
17 oktober 2018 • Helderheidscyclus van ver actief sterrenstelsel bevestigd op gammagolflengten
De bijna 4 miljard lichtjaar verre ‘blazar’ PG 1553+113 vertoont een tweejarige helderheidscyclus op gammagolflengten. Dat volgt uit waarnemingen die de afgelopen tien jaar met de Amerikaanse ruimtetelescoop Fermi zijn gedaan. Een blazar is een actief sterrenstelsel met een superzwaar zwart gat in zijn kern dat bezig is om materie uit zijn omgeving op te slokken. Volgens de ontdekkers is het voor het eerst dat het periodieke gedrag van een actief sterrenstelsel op gammagolflengten is aangetoond. Eerder was diezelfde periodiciteit bij PG 1553+113 al waargenomen op andere golflengten, waaronder die van zichtbaar licht. Het periodieke gedrag van de blazar kan erop wijzen dat er in zijn kern niet één maar twee superzware zwarte gaten schuilgaan. Een van die zwarte gaten zou een deel van de door hem opgeslokte materie in de vorm van een relatief smalle deeltjesbundel terug de ruimte in blazen. Deze bundel, die tevens een bron van allerlei soorten elektromagnetische straling is, zou ten gevolge van interacties met het andere zwarte gat enigszins heen en weer schommelen. Als deze interpretatie klopt zou PG 1553+113 ook een bron van zwaartekrachtgolven zijn. De nieuwe Europese detector voor zwaartekrachtgolven LISA, die na 2030 in de ruimte zal worden gebracht, zou in staat moeten zijn om die waar te nemen. Het is overigens ook best mogelijk dat de cyclische uitstoot van straling een andere oorzaak heeft. De nieuwe bevindingen omtrent PG 1553+113 zijn bekendgemaakt tijdens het achtste internationale Fermi-symposium, dat deze week in Baltimore wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Blazar’s Brightness Cycle Confirmed by NASA’s Fermi Mission

   
17 oktober 2018 • Grootste proto-supercluster van sterrenstelsels ontdekt
Een internationaal team van astronomen heeft, met het VIMOS-instrument van de Very Large Telescope van ESO, een kolossale structuur in het vroege heelal ontdekt. Deze proto-supercluster van sterrenstelsels, die de bijnaam Hyperion heeft gekregen, is de grootste en meest massarijke structuur die tot nu toe op zo’n grote afstand en in zo’n ver verleden – slechts 2,3 miljard jaar na de oerknal – is ontdekt. De enorme massa van de proto-supercluster wordt geschat op meer dan duizend biljoen keer de massa van de zon. Dat is vergelijkbaar met de massa van de grootste structuren die in het huidige heelal worden waargenomen. Astronomen zijn verbaasd dat er zo vroeg al zulke grote structuren bestonden. Hyperion is gesitueerd in het sterrenbeeld Sextant. Zijn bestaan werd opgemerkt bij een analyse van de enorme hoeveelheid gegevens die voortkwamen uit de VIMOS Ultra-deep Survey. Deze survey heeft een unieke 3D-kaart van de verdeling van meer dan 10.000 sterrenstelsels opgeleverd. De astronomen hebben ontdekt dat Hyperion een zeer complexe structuur heeft, bestaande uit minstens zeven gebieden van hoge dichtheid die door filamenten van sterrenstelsels met elkaar verbonden zijn. Zijn afmetingen zijn vergelijkbaar met die van nabije superclusters, hoewel deze een heel andere structuur hebben. Nabijere superclusters hebben doorgaans een veel geconcentreerdere massaverdeling. Dit verschil is waarschijnlijk toe te schrijven aan het feit dat de zwaartekracht bij nabije superclusters miljarden jaren de tijd heeft gehad om de beschikbare materie dichter bijeen te brengen. Daar is in het geval van de veel jongere Hyperion veel minder tijd voor geweest. Gezien zijn grote omvang zo vroeg in de geschiedenis van het heelal, zal Hyperion naar verwachting tot iets evolueren dat vergelijkbaar is met de grootste structuren in het lokale heelal, zoals de superclusters die tezamen de Grote Muur van Sloan vormen of de Virgo-supercluster, waartoe ons eigen Melkwegstelsel behoort. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
17 oktober 2018 • Dubbele-ringtest kan migrerende exoplaneten helpen opsporen
Astronomen hebben een manier bedacht om onderscheid te maken tussen stofschijven waarin planeten gewoon op hun plek blijven en stofschijven waarin planeten aan het ‘wandelen’ zijn geslagen. Dat zou je kunnen zien aan de afmetingen van de stofdeeltjes in zo’n schijf. Er zijn aanwijzingen dat de planeten in jonge planetenstelsels niet altijd op dezelfde afstanden van hun moederster blijven cirkelen. Door interacties met de schijf van gas en stof waarbinnen ze zijn gevormd, en met de andere planeten-in wording, kun ze geleidelijk naar de ster toe spiralen. Dat zou onder meer het bestaan kunnen verklaren van de zogeheten hete jupiters – grote exoplaneten die op geringe afstand om hun ster cirkelen. Met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), een grote radiotelescoop in het noorden van Chili, worden de laatste jaren bijna aan de lopende band opnamen gemaakt van de stofschijven rond jonge sterren. In sommige van deze schijven zijn lege gordels te zien, die erop wijzen dat zich daar een planeet aan het vormen is. Door zo’n schijf op verschillende golflengten te bekijken, is ALMA in staat om stofdeeltjes van verschillende grootten op te sporen. Volgens een team van astronomen, onder leiding van Farzana Meru van de universiteit van Warwick, zou dat wel eens de sleutel kunnen zijn tot het opsporen van migrerende planeten. Als uit de ALMA-opnamen blijkt dat het stof aan de binnenzijde van zo’n gordel uit kleinere deeltjes bestaat dan het stof aan de buitenzijde ervan, is dat een duidelijke aanwijzing dat de betreffende planeet naar binnen migreert – naar de ster toe. Dat komt doordat grote stofdeeltjes sneller naar binnen spiralen dan kleine. Hierdoor kunnen de grote deeltjes de migrerende planeet beter bijbenen dan de kleine en ontstaat aan de buitenkant van de planeetbaan een tekort aan kleine deeltjes. Tegelijkertijd slagen de grote stofdeeltjes aan de binnenkant van de planeetbaan er beter in om uit de buurt van de naar binnen migrerende planeet te blijven. Hierdoor ontstaat daar juist een overschot aan kleine stofdeeltjes. (EE)
Meer informatie:
Double dust ring test could spot migrating planets

   
16 oktober 2018 • Tweede neutronensterbotsing gedetecteerd?
Op 17 augustus 2017 registreerden gevoelige detectoren op aarde de zwaartekrachtgolven (minieme rimpelingen in de ruimtetijd) die geproduceerd waren door de botsing van twee neutronensterren - de extreem compacte overblijfselen van supernova-explosies. Dat het om een neutronensterbotsing ging, bleek indertijd uit het feit dat de zwaartekrachtgolven vergezeld werden door een verrassend zwakke flits van gammastraling, een kort durende uitbarsting van blauw licht, en een langzaam uitdovende bron van infraroodstraling en röntgenstraling - precies in overeenstemming met theoretische voorspellingen. Sterrenkundigen denken nu dat ze op 1 januari 2015 precies zo'n neutronensterbotsing hebben waargenomen. Ook toen was er sprake van een zwakke gammaflits, een relatief snel uitdovende lichtbron en een lang nagloeiende bron van röntgenstraling. Zwaartekrachtgolven van die gammaflits (GRB150101B geheten) zijn echter niet waargenomen; de Amerikaanse LIGO-detectoren en de Europese Virgo-detector waren op dat moment niet in bedrijf, en bovendien vond deze explosie op een veel grotere afstand plaats: 1,7 miljard lichtjaar in plaats van 130 miljoen lichtjaar. Opmerkelijk genoeg vlamde de zogeheten 'kilonova' van 1 januari 2015 op in een sterrenstelsel dat veel overeenkomsten vertoont met het 'gaststelsel' van de neutronensterbotsing van 17 augustus 2017. In een artikel in Nature Communications schrijven de onderzoekers dat het vrijwel zeker om een vergelijkbaar verschijnsel ging, met de kanttekening dat het ook de botsing van een neutronenster met een zwart gat geweest zou kunnen zijn. Nu sterrenkundigen beter weten hoe zulke neutronensterbotsingen eruit zien, zullen er in de toekomst ongetwijfeld meer ontdekt worden. Bij de onderlinge botsing van neutronensterren worden grote hoeveelheden zware, zeldzame elementen geproduceerd, zoals goud en platina. (GS)
Meer informatie:
All in the Family: Kin of Gravitational-Wave Source Discovered (origineel persbericht)

   
15 oktober 2018 • Bizar planetenstelsel stelt astronomen voor raadsels
Bij de jonge ster CI Tauri, op ca. 500 lichtjaar afstand van de aarde, is een bizar planetenstelsel ontdekt. Althans, in de zogeheten protoplanetaire schijf rond de ster - de ronddraaiende schijf van gas en stof waarin planeten samenklonteren - zijn lege zones ontdekt waarvan het bestaan eigenlijk alleen goed te verklaren valt door aan te nemen dat zich in die zones al zware planeten bevinden. Eerder was bij de ster al een zogeheten 'hete Jupiter' gevonden: een planeet die qua massa vergelijkbaar is met de reuzenplaneet Jupiter in ons eigen zonnestelsel, maar die op slechts een paar miljoen kilometer afstand rond de ster beweegt. Die planeet is ontdekt door de kleine schommelingen die hij veroorzaakt in de beweging van de ster. Met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Telescope (ALMA) in Chili is de protoplanetaire schijf van CI Tauri nu gedetailleerd in beeld gebracht. Daarbij zijn drie lege zones ontdekt op grotere afstand van de ster, die volgens de onderzoekers veroorzaakt worden door andere reuzenplaneten, waarvan er dan één ongeveer tien keer zo zwaar zou zijn als Jupiter, en de andere twee ongeveer even zwaar als Saturnus. Wat het stelsel zo bijzonder maakt is dat de buitenste planeet zich op een ruim duizend maal zo grote afstand van de ster bevindt als de binnenste. Bovendien is de aanwezigheid van de 'hete Jupiter' al heel bijzonder - zulke zware planeten in kleine omloopbanen worden meestal gevonden rond veel oudere sterren; algemeen wordt aangenomen dat ze op grotere afstand zijn ontstaan en pas in een latere fase naar binnen 'migreren'. Of de hete Jupiter van CI Tau in zijn huidige baan terecht is gekomen door de zwaartekrachtinvloed van de andere drie reuzenplaneten is niet bekend. De nieuwe waarnemingen zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
Giant planets around young star raise questions about how planets form (origineel persbericht)

   
15 oktober 2018 • Nieuwe infraroodtelescoop houdt noordelijke hemel continu in het oog
Op de Palomar-sterrenwacht in Zuid-Californië is een nieuwe, kleine robottelescoop in gebruik genomen die elke heldere nacht de gehele noordelijke sterrenhemel waarneemt, op zoek naar snel veranderende bronnen van infrarode straling. De Palomar Gattini-IR telescoop heeft een spiegelmiddellijn van slechts 30 centimeter, maar een groot beeldveld en een hoge gevoeligheid. Het instrument is ontwikkeld door Australische en Amerikaanse wetenschappers. Er bestaan al verschillende robottelescopen die de zichtbare hemel afspeuren naar snel veranderende bronnen, zoals variabele sterren, verre supernova-explosies enzovoort. Palomar Gattini-IR is de eerste telescoop die dit doet op infrarode golflengten. Zo wordt het mogelijk om ook objecten te bestuderen die zich schuilhouden in absorberende stofwolken. Het instrument is echter vooral ontwikkeld om heel snel de infraroodstraling op te pikken van botsende neutronensterren. Zo'n neutronensterbotsing vond op 17 augustus 2017 plaats en veroorzaakte een uitbarsting van zwaartekrachtgolven die op aarde werden gedetecteerd. De botsing, waarbij grote hoeveelheden zware elementen zoals goud en platina werden gevormd, was ook zichtbaar in het infrarood. De hoop is dat de nieuwe telescoop meer van dat soort botsingen zal kunnen opsporen. Er bestaan plannen voor een soortgelijk maar iets groter instrument op het zuidelijk halfrond. (GS)
Meer informatie:
New Infrared Telescope First to Monitor Entire Northern Sky (origineel persbericht)

   
15 oktober 2018 • Röntgentelescoop Chandra weer operationeel
NASA's Chandra X-ray Observatory, een grote ruimtetelescoop voor het bestuderen van röntgenstraling uit het heelal, is binnenkort weer operationeel. Vorige week zette de ruimtetelescoop zichzelf in een 'veilige modus', en moesten de waarnemingen tijdelijk gestaakt worden. De oorzaak van het probleem is nu achterhaald: een storing in een van de gyroscopen van Chandra. De taken van de problematische gyroscoop zullen nu worden overgenomen door een reserve-gyroscoop aan boord. Eind deze week moeten de wetenschappelijke waarnemingen van Chandra weer van start gaan. (GS)
Meer informatie:
Chandra Operations Resume; Cause of Safe Mode Identified (origineel persbericht)

   
15 oktober 2018 • Net sluit zich rond planeet met reuzenringen dankzij foto's uit 1890
Minutieuze analyses van honderden fotografische platen van de ster J1407 tussen 1890 en 2007 tonen geen sterverduisteringen. Robin Mentel, masterstudent aan de Universiteit Leiden, kon geen verduisteringen ontdekken van de ster J1407 door J1407b, een planeet met mogelijke reuzenringen. Er kunnen overigens nog wel sterverduisteringen zijn geweest, omdat de meetreeks gaten bevat. Het onderzoek van Mentel is geaccepteerd voor publicatie in het vaktijdschrift Astronomy and Astrophysics. Robin Mentel bestudeerde J1407. Dat is een zonachtige ster van ongeveer 16 miljoen jaar jong op zo'n 460 lichtjaar van de aarde in het sterrenbeeld Centaur. De ster liet in 2007 een vreemde serie sterverduisteringen zien. In 2015 kwam een team van onderzoekers, onder wie Mentels begeleider Matthew Kenworthy, met een verklaring voor die verduisteringen. Er zou een planeet, J1407b, rond de ster draaien met een reusachtig ringenstelsel dat meer dan honderd keer zo groot was als het ringenstelsel van Saturnus. In 2016 liet Kenworthy met collega's zien dat het ringenstelsel eigenlijk alleen goed stand kan houden als de ringen tegen de draairichting bewegen van de planeet rond de ster. En nu, in 2018, heeft het Leidse team laten zien dat er in grote periodes tussen 1890 en 2007 geen sterverduisteringen hebben plaatsgevonden. Mentel, toen nog bachelorstudent op bezoek in Leiden vanuit Duitsland, bestudeerde twee jaar geleden 490 fotografische platen met daarop J1407. De oudste platen zijn van de Harvard DASCH survey en komen uit 1890. Er zijn ook platen van verzamelingen van observatoria in Bamberg en Sonneberg. Mentel vergeleek de helderheid van de ster J1407 met twee even heldere sterren die op de foto's in de buurt liggen. Als de ster J1407 op enig moment verduisterd zou zijn, dan zou deze minder helder op de foto staan dan de twee nabije sterren. Mentel kon geen verduisteringen ontdekken. Als extra controle vergeleek Mentel J1407 met een derde ster in de buurt die juist even zwak was als J1407 bij de verduistering van 2007. Dankzij de uitkomsten van het onderzoek konden de onderzoekers vervolgens uitrekenen hoe lang de tijd tussen twee sterverduisteringen zou kunnen zijn. Mentel en zijn collega's denken dat er in 2021 of 2024 mogelijk weer een sterverduistering kan zijn. Daar zullen ze dus op moeten wachten. Professionele sterrenkundigen en amateursterrenkundigen over de hele wereld houden de ster J1407 inmiddels continu in de gaten. Als er in 2021 een verduistering zou zijn, kunnen grote telescopen meteen op de ster worden gericht. De onderzoekers bedanken overigens in hun wetenschappelijke artikel de op 29 oktober 2017 overleden Alison Doane. Zij was de curator van de Harvard Astronomical Plate collection en leerde aan de onderzoekers hoe ze de platen het beste konden bestuderen. Ook zorgde Doane er voor dat in januari 2016 61.000 platen konden worden gered van een overstroming van het Harvard College Observatory.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
12 oktober 2018 • Na Hubble staat nu ook ruimtetelescoop Chandra in pauzestand
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA zoekt nog steeds naar een oplossing voor de problemen met de Hubble-ruimtetelescoop. Deze ging een week geleden in ‘pauzestand’ nadat een van zijn drie gyroscopen het had begeven. Deze apparaten zorgen ervoor dat de ruimtetelescoop kan draaien en nauwkeurig op hemelobjecten kan worden gericht. De reserve gyroscoop die vervolgens werd ingeschakeld meldde veel te hoge rotatiesnelheden. Wel hebben tests laten zien dat hij de bewegingen van de ruimtetelescoop goed volgt. Het is alsof je in een auto rijdt waarvan de snelheidsmeter consequent 100 km/uur teveel aangeeft, maar wel goed laat zien wanneer en hoeveel de auto optrekt of afremt. De snelle rotatie van de gyroscoop is vooral hinderlijk op momenten dat de ruimtetelescoop heel nauwkeurig op een object moet blijven gericht. De ‘gyro’ kan dan heel kleine bewegingen van de ruimtetelescoop niet registreren. Onderzocht wordt nu of daar nog iets aan te doen is. Zo ja, dan kan Hubble gewoon weer met drie gyroscopen gaan werken. Zo niet, dan zal ervoor worden gekozen om het met slechts één gyroscoop te doen. Dan kan de enig andere overgebleven gyroscoop dienst doen als reserve. NASA zet alles op alles om de Hubble-ruimtetelescoop nog tot ver in het volgende decennium in bedrijf te houden. Tot overmaat van ramp heeft afgelopen woensdag ook NASA’s ruimtetelescoop Chandra zichzelf in veilige modus gezet. Ook daar lijkt een gyroscoop debet aan te zijn. Aan een oplossing wordt gewerkt. (EE)
Meer informatie:
Update on the Hubble Space Telescope Safe Mode

   
11 oktober 2018 • Verre supernova-explosie liep met een sisser af
Een internationaal team van astronomen heeft een ontploffing van een zware ster waargenomen die opmerkelijk zwak was en snel uitdoofde. De waarneming wijst erop dat de ontploffende ster een (onwaarneembaar zwakke) begeleider had die zijn buitenste lagen heeft afgestroopt. Hierdoor liep de uiteindelijke supernova-explosie met een sisser af (Science, 12 oktober). Wanneer een ster met minstens acht keer zoveel massa als onze zon zonder nucleaire ‘brandstof’ komt te zitten, komt het tot een supernova-explosie. Bij deze ontploffing worden de buitenste lagen van de ster weggeblazen en blijft een compacte neutronenster – de ingestorte kern van de ster – achter. Doorgaans zijn de buitenste lagen van zo’n ster goed voor enkele zonsmassa’s aan materie. Maar bij supernova iPTF 14gqr was dat veel minder: die blies maar een vijfde zonsmassa de ruimte in. Het bestaan van zulke ‘mislukte’ supernova’s was al voorspeld, maar het is voor het eerst dat zo’n duidelijk praktijkvoorbeeld is waargenomen. Het feit dat de oorspronkelijke ster überhaupt explodeerde bewijst dat hij oorspronkelijk heel veel massa moet hebben gehad. Maar waar is die massa gebleven? Volgens de astronomen kan er maar één verklaring zijn: de massa is gestolen. En de dief zou een nabije witte dwergster, een neutronenster of een zwart gat zijn geweest. Het is dus mogelijk dat er na de supernova twee om elkaar wentelende neutronensterren zijn achtergebleven, die heel geleidelijk naar elkaar toe zullen spiralen en uiteindelijk samensmelten. Klinkt bekend? Inderdaad: vorig jaar detecteerden wetenschappers zwaartekrachtgolven die aan een botsing tussen twee neutronensterren wordt toegeschreven. (EE)
Meer informatie:
Dying star emits a whisper

   
11 oktober 2018 • ‘Touchdown’ van Japanse ruimtesonde Hayabusa2 uitgesteld
De eerste ‘touchdown’ van de ruimtesonde Hayabusa2 op de planetoïde Ryugu is enkele maanden uitgesteld. Het Japanse ruimteagentschap JAXA heeft meer tijd nodig om de landingsmanoeuvre voor te bereiden, omdat het oppervlak van Ryugu ruiger is dan verwacht. Er is vrijwel geen plek te vinden die niet met stenen bezaaid is. Eerder zijn wel al drie kleine hulpjes van Hayabusa2 veilig op Ryugu geland. De gegevens die zij hebben verzameld worden momenteel naar de aarde overgeseind. De eigenlijk voor eind deze maand geplande landing van Hayabusa2, waarbij een eerste bodemmonster zou worden verzameld, zal nu op z’n vroegst eind januari 2019 plaatsvinden. Uiteindelijk moet dezelfde ruimtesonde het bodemmateriaal ook weer op aarde afleveren. Het onderzoek ervan moet meer inzicht geven in de vroege geschiedenis van ons zonnestelsel. (EE)
Meer informatie:
Japan delays touchdown of Hayabusa2 probe on asteroid: official

   
10 oktober 2018 • Weer twintig snelle radioflitsen gedetecteerd
Australische astronomen hebben in een jaar tijd twintig snelle radioflitsen gedetecteerd – krachtige flitsen van radiostraling van buiten ons Melkwegstelsel. Daarmee is het totale aantal detecties bijna verdubbeld (Nature, 11 oktober). Snelle radioflitsen komen uit alle mogelijke hemelrichtingen en duren slechts een paar milliseconden. Astronomen weten nog niet hoe ze ontstaan, maar er komen enorme hoeveelheden energie bij vrij: ruwweg 80 keer de totale jaarproductie van onze zon. De nieuwe detecties zijn gedaan met de Australia Square Kilometre Array Pathfinder (ASKAP), een relatief nieuwe array van radioschotels in West-Australië. Ze omvatten onder meer de meest nabije en de helderste radioflitsen die tot nu toe zijn opgetekend. ASKAP is vanwege zijn grote beeldveld bij uitstek geschikt voor het opsporen van radioflitsen. (EE)  
Meer informatie:
Aussie Telescope Almost Doubles Known Number of Mysterious ‘Fast Radio Bursts’

   
10 oktober 2018 • Planeetvorming wordt geholpen door gasstromen
Wetenschappers van het California Institute of Technology hebben een nieuw mechanisme ontdekt dat de vorming van planeten kan verklaren. Daarbij speelt naast stof ook gas een belangrijke rol. Er wordt altijd gezegd dat planeetvorming het resultaat is van een samenklonteringsproces waarbij kleine stofdeeltjes aan elkaar blijven ‘plakken’ en uitgroeien tot steeds grotere brokstukken. Maar dat ‘aan elkaar blijven plakken’ valt nog niet mee. Zodra de deeltjes afmetingen van meer dan een millimeter hebben bereikt, voegen ze zich bij botsingen niet meer samen, maar ketsen ze af. In het nieuwe model wordt het samenklonteringsproces geholpen door het gas dat zich naast de stofdeeltjes in de protoplanetaire schijf rond een ster bevindt. Dat gas meandert langs een stofdeeltje, zoals het water van een rivier langs een rotsblok, en datzelfde gebeurt bij alle naastgelegen stofdeeltjes. Het resultaat is een verzameling gasstroompjes die tezamen het effect hebben dat de stofdeeltjes bijeengeveegd worden. Doordat het ‘afketsen’ van deeltjes door de gasstromen wordt tegengegaan, kunnen stofdeeltjes op deze manier heel snel samenklonteren tot grotere planetaire bouwstenen. (EE)
Meer informatie:
How the Seeds of Planets Take Shape

   
10 oktober 2018 • Ook Jupitermaan Ganymedes vertoont sporen van ‘ijstektoniek’
Onderzoek door planeetwetenschappers van de universiteit van Hawaï in Manoa wijst erop dat Ganymedes, de grootste maan van Jupiter, perioden van grootschalige geologische activiteit heeft gekend. Het gaat daarbij met name om ‘zijschuivingen’ – een proces waarbij de beide zijden van een breuk in horizontale richting langs elkaar schuiven. Op aarde spelen zijschuivingen zich af langs de grenzen tussen tektonische platen. Een bekend voorbeeld daarvan is de San Andreasbreuk in Californië. De korst van Ganymedes bestaat echter niet uit gesteente, maar uit ijs. Vermoed wordt dat zich onder dat ijs een oceaan van vloeibaar water bevindt, net als bij Europa, een van de andere grote ijsmanen van Jupiter. Van deze laatste maan was al bekend dat zich daar tektonische processen afspelen die vergelijkbaar zijn met die op aarde. Maar Ganymedes is op dit moment niet meer geologisch actief. Bij nauwkeurige bestudering van opnamen van Ganymedes, die tussen 1995 en 2003 zijn gemaakt door de ruimtesonde Galileo, hebben de wetenschappers ontdekt dat dit vroeger anders moet zijn geweest. Op negen plaatsen op het oppervlak van de Jupitermaan hebben ze tekenen van zijschuiving gevonden. De overeenkomsten tussen deze locaties zijn dermate treffend, dat de onderzoekers vermoeden dat ze zijn ontstaan door een en hetzelfde grootschalige proces. Het lijkt er dus sterk op dat ijstektoniek een belangrijke rol heeft gespeeld in de geologische geschiedenis van Ganymedes. (EE)
Meer informatie:
Icy Jupiter moon shows tectonic activity

   
10 oktober 2018 • Chemisch raadsel in Melkwegcentrum lijkt opgelost
Astronomen van de universiteit van Lund (Zweden) en Californië hebben een verklaring gevonden voor een recent raadsel in het centrum van onze Melkweg. Het betreft de hoge concentraties van een drietal elementen die afgelopen voorjaar nabij het superzware zwarte gat in het Melkwegcentrum leken te zijn ontdekt. Die hoge concentraties zijn maar schijn. Afgelopen voorjaar meldden onderzoekers dat rode reuzensterren in de nabijheid van het kolossale zwarte gat in het centrum van de Melkweg opvallend veel scandium, vanadium en yttrium bevatten. Er werden allerlei verklaringen voor bedacht, bijvoorbeeld dat de betreffende sterren waren ontwricht door de zwaartekracht van het zwarte gat. Nieuw onderzoek heeft een geheel andere verklaring opgeleverd. De spectraallijnen die tot de vermeende ontdekking hebben geleid geven een vertekend beeld. Spectraallijnen worden gebruikt om de chemische samenstelling van een ster te kunnen vaststellen. Daarbij wordt elk element gekenmerkt door zijn eigen specifieke spectraallijnen. Veelal is het zo dat de ‘sterkte’ van een spectraallijn een maat is voor de concentratie van het bijbehorende element. Maar er zijn meer factoren die de sterkte van een spectraallijn beïnvloeden, waaronder de temperatuur. In nauwe samenwerking met atoomfysici zijn de astronomen nu tot de conclusie gekomen dat de spectraallijnen van scandium, vanadium en yttrium in het licht van rode reuzensterren geen betrouwbaar beeld geven van de hoeveelheden van deze elementen. Dat zou te maken hebben met de relatief lage temperaturen van deze sterren, die rond de 3000 graden Celsius liggen. Hoe lager de temperatuur, des te sterker worden de lijnen van de elementen in kwestie. Dat er met de rode reuzensterren in het galactisch centrum niets bijzonders aan de hand is, wordt tevens bevestigd door spectraalonderzoek van koele reuzen in onze naaste omgeving. Ook die vertonen bijvoorbeeld schijnbaar verhoogde concentraties scandium, terwijl er geen zwart gat in de buurt is. (EE)
Meer informatie:
Researchers solve mystery at the centre of the Milky Way

   
9 oktober 2018 • Oude astrofoto's digitaal beschikbaar dankzij citizen science project
Vrijwilligers van het citizen science-project Astronomy Rewind hebben vele duizenden astrofoto's uit oude jaargangen van sterrenkundige vakbladen gescand en op de juiste hemelpositie geplaatst in World Wide Telescope, een soort Google Earth van de sterrenhemel. Sinds eind negentiende eeuw zijn tienduizenden foto's van objecten en gebieden aan de sterrenhemel geplaatst in astronomische tijdschriften zoals The Astrophysical Journal. Al dat materiaal was tot nu toe echter nooit digitaal toegankelijk of doorzoekbaar, waardoor hedendaagse astronomen meestal geen gelegenheid hebben om de oude opnamen te vergelijken met recentere waarnemingen. Dankzij Astronomy Rewind - een 'burgerwetenschaps'-project dat gelieerd is aan Zooniverse - is dat binnenkort wél mogelijk. De eerste fase van het project is voltooid: foto's waarop hemelcoördinaten zichtbaar zijn, zijn verwerkt. De tweede fase is vandaag van start gegaan; daarbij gaat het om opnamen waarvan niet direct duidelijk is welk deel van de hemel ze tonen en wat de 'schaal' van de opname is. World Wide Telescope is oorspronkelijk ontwikkeld door Microsoft, maar wordt nu beheerd door de American Astronomical Society. In feite is het een grote kaart van de sterrenhemel waarop naar hartenlust kan worden ingezoomd en waarop talloze professionele astrofoto's in alle denkbare golflengtegebieden te bestuderen zijn. (GS) 
Meer informatie:
Astronomy Rewind Fast Forwards to Reanimate "Zombie" Astrophotos (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Hubble-telescoop kampt met gyro-problemen
De succesvolle Hubble Space Telescope kampt met defecte gyroscopen, en staat om die reden sinds enkele dagen in de 'veilige modus', waardoor er geen sterrenkundige waarnemingen verricht kunnen worden. Hubble heeft drie gyroscopen nodig voor de precieze standregeling. Sinds 2009 beschikt de ruimtetelescoop over zes van die instrumenten, drie van een wat ouder type en drie nieuwere, die in principe een langere levensduur zouden moeten hebben. Twee van de oude gyroscopen zijn al langere tijd stuk; de afgelopen jaren draaide Hubble op één 'oude' en twee 'nieuwe' exemplaren. Vrijdag begaf het derde en laatste 'oude' exemplaar het, en werd de derde 'nieuwe' gyroscoop in gebruik genomen. Die vertoonde echter per direct problemen. Vluchtleiders proberen deze gyroscoop nu opnieuw aan de praat te krijgen, maar het is nog onduidelijk of dat zal lukken. In principe kan de ruimtetelescoop ook op twee gyroscopen werken (en zelfs op één als het moet), maar dan is hij wel veel minder effectief en kunnen bepaalde waarnemingen niet langer worden uitgevoerd. Omdat NASA de spaceshuttle uit de vaart heeft genomen, kunnen er geen reparatiemissies naar de Hubble-telescoop meer worden uitgevoerd, zoals die in het verleden enkele malen hebben plaatsgevonden. (GS)
Meer informatie:
Hubble in Safe Mode as Gyro Issues are Diagnosed (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Dwergplaneet Ceres onderging 'pooldrift'
De dwergplaneet Ceres, het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter, heeft in het verleden een zogeheten 'pooldrift' van ca. 36 graden ondergaan. Dat blijkt uit geofysisch onderzoek aan korst en mantel van Ceres, uitgevoerd op basis van metingen van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn, en gepubliceerd in Nature Geoscience. Uit variaties in de dichtheid van de korst en de mantel van de dwergplaneet en uit het waargenomen patroon van breuklijnen aan het oppervlak blijkt dat de rotatiepolen zich in het verleden op een andere locatie bevonden moeten hebben. In de loop van de geologische geschiedenis heeft Ceres zich geheroriënteerd ten opzichte van zijn rotatieas. De onderzoekers concluderen dat die heroriëntatie zich in verschillende fasen voltrok. Dat doet vermoeden dat korst en mantel van Ceres min of meer los van elkaar hebben bewogen - een mogelijke (extra) aanwijzing dat zich onder het oppervlak een oceaan van vloeibaar water heeft bevonden. (GS)
Meer informatie:
Polar Wandering on Dwarf Planet Ceres Revealed (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Adrian Hamers ontvangt Christiaan Huygens wetenschapsprijs voor proefschrift over meervoudige ster- en planeetsystemen
Astronoom Adrian Hamers heeft uit handen van Marjan Hammersma, secretaris-generaal van het ministerie van OCW, de Christiaan Huygens wetenschapsprijs voor ruimtewetenschappen ontvangen. Hamers krijgt de prijs voor het onderzoek waarop hij in 2016 is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden. Het proefschrift is “bijzonder goed geschreven, het is aantoonbaar baanbrekend en zal ongetwijfeld jarenlang veel impact hebben,” zegt juryvoorzitter prof. Amina Helmi, in 2004 zelf prijswinnaar in dit wetenschapsgebied. De prijs, een bronzen beeld en een geldbedrag van 10.000 euro, werd uitgereikt in de Oude Kerk te Voorburg.Adrian Sven Hamers (27 december 1988, Utrecht) promoveerde op 21 juni 2016 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift ‘Hierarchical Systems’. Promotores waren prof. dr. Simon Portegies Zwart (Universiteit Leiden) en prof. dr. Hagai Perets (Israel Institute of Technology). Hamers is postdoctoral fellow (member) bij het Institute for Advanced Study, Princeton, New Jersey, VS. Hij studeerde in 2012 cum laude af in Astronomy & Space Research aan de Universiteit Utrecht en behaalde daarvoor zijn bachelor aan diezelfde universiteit.De jury is van oordeel dat Hamersin zijn proefschrift fundamentele problemen adresseert in overschrijdende gebieden binnen de dynamica van astronomische systemen. Naast “een enorme hoeveelheid origineel werk”, heeft het proefschrift “een zeldzame diepgang en karakteriseert het zich door de breedte”. Het werk bestrijkt voorspellingen over het aantal supernova's (Type Ia) tot de vorming van hete Jupiter-achtige planetenstelsels. “Een dergelijke combinatie van uitzonderlijke hoge kwaliteit, breedte, diepgang en productiviteit is uiterst zeldzaam,” aldus de jury.De andere genomineerden voor de Christiaan Huygensprijs 2018 waren Tjalling de Haas en Nienke van der Marel. Tjalling de Haas kreeg een eervolle vermelding voor zijn dissertatie: ‘Life, death and revival of debris-flow fans on Earth and Mars: fan dynamics and climate inferences’ (5 februari 2016, Universiteit Utrecht). In zijn onderzoek past De Haas kennis uit de geologie toe op onderzoek naar de planeet Mars. Middels deze interdisciplinaire connectie begrijpen astronomen nu meer van de geologie van planeten en hoe die per planeet verschilt. De inzichten die hij hiermee heeft opgedaan zijn relevant voor de gehele astronomie. Nienke van der Marel ontving lof voor haar dissertatie: ‘Mind the Gap: Gas and Dust in Planet-forming Disks’ (29 september 2015, Universiteit Leiden). Van der Marels onderzoek richt zich op roterende gas- en stofschijven rondom jonge sterren, die de oorsprong van planeten vormen. Haar grote ontdekking betreft het eerste aantoonbare bewijs van een grote ‘stofval’ waarin planetesimalen (de bouwstenen van planeten) kunnen groeien. Daarmee heeft zij de era van observationele planeetvorming ontsloten. De Christiaan Huygens wetenschapsprijs beoogt de contacten tussen de Nederlandse universiteiten en het bedrijfsleven te bevorderen en de instroom van studenten in de bètawetenschappen positief te beïnvloeden. Hierbij staan de wetenschapsgebieden centraal die zich mede door het werk van Christiaan Huygens (1629 – 1695) hebben kunnen ontwikkelen: wiskunde, natuurkunde en sterrenkunde (ruimtewetenschappen). De jury wordt jaarlijks samengesteld door de KNAW. Voorzitter was prof. dr. Amina Helmi hoogleraar dynamica, structuur en vorming van de Melkweg aan de Rijksuniversiteit Groningen. De overige leden waren prof. dr. Henny Lamers, emeritus-hoogleraar astronomie en ruimteonderzoek en dr. Jason Hessels, universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
8 oktober 2018 • Astronomen ontdekken ster uit prille jeugd van het heelal
Astronomen hebben een van de oudste sterren in het Melkwegstelsel ontdekt. Sterren die in de prille jeugd van het heelal ontstonden, bestaan vrijwel volledig uit de elementen waterstof en helium, en bevatten nauwelijks zwaardere elementen. Pas in de loop van de kosmische geschiedenis zijn er (door kernfusieprocessen in het inwendige van sterren) zwaardere elementen gevormd, die vervolgens ook deel gaan uitmaken van latere generaties sterren. In de atmosfeer van onze eigen zon (die 'pas' 4,6 miljard jaar oud is), bedraagt het gehalte aan elementen zwaarder dan waterstof en helium bijvoorbeeld zo'n 2 procent. De hoeveelheid zware elementen in de buitenlagen van de ster Pristine_221.8781+9.7844 is echter nog eens ruim tienduizend maal zo klein. De ster is ontdekt in het kader van de Pristine-survey, waarbij speciale kleurfilters worden gebruikt op de 3,6-meter Canada-France-Hawaii Telescope op Mauna Kea, Hawaii, om sterren op te sporen met een zo 'primitief' mogelijke atmosferische samenstelling. De ontdekking van de ster is gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
Journey to the Beginning of Time (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Sterexplosie in 1670 was botsing van witte en bruine dwerg
De 'nieuwe ster' die in het jaar 1670 plotseling verscheen in het sterrenbeeld Zwaan was geen gewone nova. Dat blijkt uit onderzoek van het restant van de sterexplosie met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Gewone nova's zijn thermonucleaire explosies aan het oppervlak van een compacte witte dwergster, die ontstaan doordat gas van een begeleidende ster op de witte dwerg valt. In het geval van de nova uit 1670 ging het volgens de onderzoekers echter om de botsing van een witte dwerg en een bruine dwerg. Witte dwergen zijn de kleine, extreem compacte overblijfselen van sterren zoals onze eigen zon. Ze zijn niet veel groter dan de aarde, maar in massa vergelijkbaar met de zon. Een bruine dwerg is een stuk groter, maar veel minder zwaar: het is een gasbol ter grootte van Jupiter (en enkele tientallen malen zo zwaar als die reuzenplaneet), waarvan de temperatuur in het binnenste niet hoog genoeg is voor de spontane kernfusie van waterstofatomen. Door het licht te bestuderen van sterren die zich áchter het nova-restant bevinden, werd ontdekt dat er in dat expanderende overblijfsel lithiumatomen voorkomen. Lithium is in kleine hoeveelheden ontstaan tijdens de oerknal, maar wordt in 'gewone' sterren snel en effectief omgezet in zwaardere elementen. In bruine dwergen kan lithium echter 'overleven'. Ook de relatieve hoeveelheden van verschillende isotopen van koolstof, zuurstof en stikstof in het nova-restant wijzen uit dat de explosie van 1670 moet zijn ontstaan toen de bruine dwerg uiteen werd gerukt door de getijdenkrachten van de witte dwerg. (GS)
Meer informatie:
When Is a Nova Not a 'Nova'? When a White Dwarf and Brown Dwarf Collide (origineel persbericht)

   
8 oktober 2018 • Nieuw onderzoek verklaart ontstaan organische smog in atmosfeer Titan
De atmosfeer van Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, staat bekend om zijn dichte atmosfeer, die behalve veel stikstofgas ook allerlei organische bestanddelen bevat, waaronder moleculen met meerdere benzeenringen. Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat voor de vorming van deze laatste hoge temperaturen nodig zijn. Nieuw onderzoek wijst er echter op dat dit ook bij lage temperaturen lukt (Nature Astronomy, 8 oktober). Dat de atmosfeer van Titan benzeen bevat, is ontdekt door de ruimtesonde Cassini. Benzeen – een eenvoudige koolwaterstof bestaande uit een ring van zes koolstofatomen – wordt gezien als ‘bouwsteen’ voor grotere koolwaterstoffen met twee of drie benzeenringen – de polycyclische aromatische koolwaterstoffen of PAK’s. Deze laatste kunnen op hun beurt weer uitgroeien tot aerosolen – kleine deeltjes die verantwoordelijk zijn voor de oranjebruine ‘smog’ in de Titanatmosfeer. Met behulp van een combinatie van laboratoriumexperimenten en modelberekeningen hebben de onderzoekers aangetoond dat PAK’s onder sterk uiteenlopende temperaturen kunnen ontstaan. Vandaar dat ze niet alleen kunnen voorkomen in de atmosferen van rode reuzensterren, maar ook in de veel koudere atmosfeer van een maan als Titan. (EE)
Meer informatie:
Scientists Present New Clues to Cut Through the Mystery of Titan’s Atmospheric Haze

   
8 oktober 2018 • Landen op Jupitermaan Europa zou wel eens lastig kunnen zijn
Brits/Amerikaans onderzoek wijst erop dat een landing op de ijzige Jupitermaan Europa een riskante onderneming is. In een brede gordel langs de evenaar kunnen zich meters hoge ‘messen’ van ijs hebben gevormd (Nature Geoscience, 8 oktober). Europa wordt gerekend tot de meest ‘leefbare’ hemellichamen van ons zonnestelsel. Onder zijn dikke ijskorst zou een grote zee van vloeibaar water schuilgaan, waar zich eenvoudige organismen in stand zouden kunnen houden. Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA overweegt dan ook om een landingsmissie naar de grote Jupitermaan te sturen. De ‘penitentes’ zouden zo’n missie wel eens kunnen bemoeilijken. Penitentes zijn scherpe bladen of spiesen van ijs die in de richting van de middagzon wijzen. Ze ontstaan door een proces dat sublimatie wordt genoemd – het rechtstreeks in dampvorm overgaan van ijs. Onder koude, droge, windstille omstandigheden kan een ijsdek daardoor veranderen in veld van opstaande ijsrichels – penitentes dus. Op aarde komen zulke ijsrichels vooral voor op hooggelegen plekken rond de evenaar, zoals in de Andes. Hun benaming – Spaans voor ‘boetelingen’ – hebben ze eraan te danken dat ze van een afstand aan een menigte van knielende pelgrims doen denken. Het nieuwe onderzoek laat zien dat de omstandigheden op Europa nog veel geschikter zijn voor de vorming van penitentes dan die in de Andes. Hierdoor zouden de ijzige uitsteeksels hoogten tot wel 15 meter kunnen bereiken. Of dat ook inderdaad zo is, zal wellicht blijken uit de detailrijke foto’s die de Europa Clipper tegen het einde van het volgende decennium van de Jupitermaan gaat maken. De al bestaande opnamen van Europa zijn niet scherp genoeg. (EE)
Meer informatie:
Icy warning for space missions to Jupiter’s moon

   
5 oktober 2018 • Ook voor ruimtesonde Voyager 2 lonkt de interstellaire ruimte
Net als de Voyager 1 enkele jaren geleden staat nu ook de ruimtesonde Voyager 2 op het punt om de interstellaire ruimte te bereiken. Voyager 2, die in 1977 werd gelanceerd voor een verkenning van de vier grote buitenplaneten van onze zonnestelsel, is inmiddels iets minder dan 18 miljard kilometer van de aarde verwijderd. Sinds 2007 doorkruist de ruimtesonde de buitenste laag van de heliosfeer – de enorme bubbel rond zon en planeten die wordt gedomineerd door materiaal van de zon en magnetische velden. Detectoren van de Voyager 2 laten de laatste maanden echter een toename zien in de intensiteit van de kosmische straling – deeltjes die van buitenaf ons zonnestelsel binnendringen. Dat is een teken dat de grens van de heliosfeer – de ‘heliopauze’ – in zicht is. Als de ruimtesonde inderdaad op het punt staat om de heliosfeer te verlaten, dan zal deze deeltjesstraling de komende tijd in hevigheid toenemen. De Voyager 1, die een flinke voorsprong heeft, registreerde in mei 2012 een soortgelijke toename van de kosmische straling. Enkele maanden later passeerde hij de heliopauze. Overigens is de zon de komende tijd veel minder actief dan zes jaar geleden. Het gevolg daarvan is dat de heliosfeer in omvang afneemt. En dat proces is medebepalend voor het moment dat de Voyager 2 de interstellaire ruimte bereikt. (EE)
Meer informatie:
NASA Voyager 2 Could Be Nearing Interstellar Space

   
5 oktober 2018 • Hoe gevaarlijk zijn de verre Centauren?
Astrofysici van de Universiteit van Wenen en Brown University (VS) hebben het langetermijngedrag onderzocht van de Centauren – kleine, komeetachtige hemellichamen die normaal gesproken tussen de planeten Jupiter en Neptunus om de zon draaien. Hun berekeningen laten zien dat baanverstoringen ervoor zorgen dat veel Centauren uiteindelijk in ons deel van het zonnestelsel verzeild raken. Ongeveer de helft van alle Centauren zou op enig moment het centrale deel van het zonnestelsel kunnen bereiken en ongeveer 7 procent van hen zou in botsing kunnen komen met een van de daar aanwezige planeten. Voor de aarde betekent dit dat er gemiddeld eens in de 14 miljoen jaar een kleine Centaur van minstens 1 kilometer op onze planeet inslaat. Daarmee komen inslagen van Centauren tien keer minder voor dan die van planetoïden uit de hoofdgordel tussen Mars en Jupiter. Daar staat tegenover dat binnenkomende Centauren doorgaans een veel hogere snelheid hebben en groter zijn. De gevolgen van een eventuele inslag zijn dus ook veel groter. Catastrofale inslagen van Centauren zijn overigens heel zeldzaam. Geschat wordt dat de aarde de afgelopen 3,8 miljard jaar twee keer door een verdwaalde Centaur is getroffen, en de planeet Venus slechts één of twee keer. (EE)
Meer informatie:
The threat of Centaurs for the Earth

   
4 oktober 2018 • Ringen dumpen chemische cocktail in atmosfeer Saturnus
Nieuw onderzoek, gebaseerd op de laatste meetgegevens van de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, wijst erop dat de ringen van Saturnus een verrassende chemische complexiteit vertonen. Ook blijkt dat de binnenste ring van de planeet – de D-ring – stofdeeltjes in de Saturnus-atmosfeer dumpt. Op die manier zou het koolstof- en zuurstofgehalte van die atmosfeer mettertijd kunnen veranderen (Science, 5 oktober). Tot nu toe werd aangenomen dat de ringdeeltjes van Saturnus bijna geheel uit bevroren water bestaan. Maar dat blijkt dus niet zo te zijn. Ze bevatten een ‘chemische cocktail’ van allerlei verbindingen zoals methaan, ammoniak, koolstofmonoxide, moleculaire stikstof en koolstofdioxide. Volgens de onderzoekers wijst het tempo waarin de D-ring materiaal aan Saturnus overdraagt – 10.000 kilogram per seconde – erop dat de levensduur van deze ring tien keer korter is dan tot nu toe werd geschat. Een bijkomend effect is dat de ringdeeltjes met hoge snelheden in de atmosfeer van Saturnus belanden. Hierdoor kan de hoge atmosfeer van de planeet opwarmen, waardoor zijn samenstelling verandert. Cassini cirkelde vanaf 2004 dertien jaar lang om Saturnus, en heeft de planeet en zijn manen uitgebreid onderzocht. Pas tegen het einde van de missie is de ruimtesonde ingezet voor het relatief riskante onderzoek van de binnenste ring en de atmosfeer van Saturnus. (EE)
Meer informatie:
Surprising chemical complexity of Saturn’s rings changing planet’s upper atmosphere