27 augustus 2015 • Nabije quasar heeft dubbel zwart gat
Astronomen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop ontdekt dat de actieve kern van het sterrenstelsel Markarian 231 zijn energie ontleent aan twee om elkaar draaiende superzware zwarte gaten. De zwarte gaten zouden afkomstig zijn van twee kleinere sterrenstelsels die zich met elkaar hebben verenigd. Het duo produceert kolossale hoeveelheden energie die in de vorm van straling vrijkomt. Volgens de astronomen is Markarian 231 met een afstand van 581 miljoen lichtjaar het meest nabije quasarstelsel dat we kennen. Een quasar is niets anders dan de extreem heldere kern van een sterrenstelsel. De intense straling van zo’n ‘actieve kern’ is afkomstig van de schijf van heet gas dat zich rond een superzwaar zwart gat heeft verzameld. Als er inderdaad maar één zwart gat in het centrum van de quasar staat, zou de hele gasschijf energierijke straling uitzenden. Maar in plaats daarvan laten de Hubble-waarnemingen zien dat het centrale deel van de schijf in Markarian 231 min of meer donker is. Dat wijst erop dat er een groot gat zit in het midden van de schijf. De beste verklaring hiervoor is dat het centrum van de schijf is schoongeveegd door twee om elkaar wentelende zwarte gaten. Het kleinste van de twee zou aan de rand van het gat in de schijf om zijn zwaardere soortgenoot heen draaien. Dat kleinere zwarte gat heeft zijn eigen ‘minischijf’, die ook energierijke straling produceert. Het centrale zwarte gat is naar schatting 150 miljoen keer zo zwaar als onze zon, zijn begeleider ‘maar’ 4 miljoen keer. De twee zwarte gaten draaien in iets meer dan een jaar om elkaar heen, wat erop wijst dat hun onderlinge afstand gering is. Naar verwachting zullen de beide kolossen geleidelijk steeds dichter naar elkaar toe spiralen en binnen enkele honderdduizenden jaren met elkaar in botsing komen. (EE)
Hubble Finds That the Nearest Quasar Is Powered by a Double Black Hole

   
26 augustus 2015 • Hart Melkweg bevat ‘allochtone’ sterren
Recent onderzoek wijst erop dat de sterren in de onmiddellijke omgeving van het centrum van onze Melkweg niet tot één en dezelfde populatie behoren. Hun ‘metaalgehaltes’ – de hoeveelheden elementen zwaarder dan helium – vertonen grote verschillen. Eerder onderzoek leek erop te wijzen dat de verschillen in samenstelling tussen de sterren nabij het galactisch centrum gering waren. Maar deze indruk was gebaseerd op metingen van slechts een stuk of tien sterren.Bij het nieuwe onderzoek is nu het metaalgehalte van 83 sterren binnen enkele lichtjaren van het centrum gemeten. De resultaten laten grote verschillen zien. Sommige van de sterren bevatten tien keer zo weinig zware elementen als onze zon, andere vele malen meer. De astronomen die het onderzoek hebben gedaan, vermoeden dat de ‘metaalrijke’ sterren in de omgeving van het galactische centrum zijn ontstaan. De metaalarme exemplaren (ongeveer 6% van de steekproef) lijken afkomstig te zijn van de zogeheten bolvormige sterrenhopen, die als ‘satellieten’ om onze Melkweg draaien. Sommige modellen wijzen erop dat de (eveneens bolvormige) kernen van sterrenstelsels als de Melkweg ontstaan doordat die bolvormige sterrenhopen geleidelijk naar het centrum van het stelsel toe spiralen. Het nieuwe onderzoek laat zien dat dit mechanisme inderdaad optreedt, maar wel in bescheiden mate. (EE)
Metallicity of the Stars at the Galactic Center

   
26 augustus 2015 • Witte dwerg lijdt aan onregelmatige hartslag
Waarnemingen met de Amerikaanse Kepler-satelliet hebben bevestigd dat sommige witte dwergen – de afkoelende, compacte restanten van sterren zoals onze zon – onregelmatig pulseergedrag vertonen. Dat blijkt uit onderzoek dat door Britse astronomen is gedaan. De astronomen hebben met Kepler gekeken naar PG1149+057, een witte dwerg in het sterrenbeeld Maagd op ruwweg 120 lichtjaar van de aarde. Behalve regelmatige pulsen met tussenpozen van een paar minuten blijkt deze ster om de paar dagen een uitbarsting te vertonen die de regelmatige hartslag doorbreekt. Bij zo’n uitbarsting nemen de helderheid en de temperatuur van de ster duidelijk toe. De verstoring van de regelmaat, die Kepler onlangs ook bij een andere witte dwerg heeft geregistreerd, komt als een verrassing. In de vijftig jaar dat witte dwergen vanaf de aarde onderzocht zijn, is dit gedrag nooit waargenomen. Maar het is dan ook voor het eerst dat astronomen de pulserende witte dwergen maanden achtereen vanuit de ruimte in de gaten kunnen houden. De twee ontdekkingen wijzen erop dat de onregelmatige hartslag een kenmerk is van de koelste pulserende witte dwergen. Het zou het begin van het einde kunnen zijn van het regelmatige pulseren van deze sterren. Vanaf een bepaalde temperatuur pulseren witte dwergen helemaal niet meer. (EE)
Dying star suffers ‘irregular heartbeats’

   
25 augustus 2015 • ‘Schoenendoos’ gaat op zoek naar maanijs
Binnenkort zal een ruimtesonde ter grootte van een schoenendoos om de maan cirkelen, om de daar aanwezige voorraad bevroren water in kaart te brengen. De maansonde wordt onderworpen en gebouwd door Arizona State University, die ook de vluchtleiding voor haar rekening neemt. De missie, die Lunar Polar Hydrogen Mapper of kortweg LunaH-Map wordt genoemd, is gericht op de zuidpool van de maan. De diepe kraters in dat gebied liggen permanent in de schaduw, waardoor het er heel koud is. In de loop van de miljoenen jaren heeft zich hier ijs verzameld. Dat ijs is mogelijk afkomstig van kometen, maar kan ook zijn ontstaan door de inwerking van de zonnewind op het maangesteente. LunaH-Map moet concrete informatie opleveren over de hoeveelheden water die in de kraters zijn opgeslagen. De verborgen watervoorraad kan een belangrijke rol gaan spelen bij toekomstige bemande ruimtemissies naar de maan (en verder). Het CubeSat-concept is in 1999 ontwikkeld om studenten op relatief goedkope wijze praktische ervaring te laten opdoen in het ontwerpen en bouwen van satellieten. Ook bij LunaH-Map zijn studenten betrokken. (EE)
ASU chosen to lead lunar CubeSat mission

   
25 augustus 2015 • 'Lonely Mountain' op Ceres
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft een merkwaardige, 6 kilometer hoge, kegelvormige berg gefotografeerd op het zuidelijk halfrond van de dwergplaneet Ceres, het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter. De berg heeft de bijnaam 'Lonely Mountain' gekregen, naar het Dwergenkoninkrijk in The Lord of the Rings. Dawn beschrijft momenteel een omloopbaan rond Ceres op een hoogte van 1470 kilometer. Elke elf dagen wordt het oppervlak van de dwergplaneet volledig vastgelegd, met een resolutie (beeldscherpte) van 140 meter. Eind oktober wordt Dawn in een nog lagere omloopbaan gebracht, op een hoogte van slechts 375 kilometer. (GS)
Dawn Sends Sharper Scenes from Ceres (origineel persbericht)

   
25 augustus 2015 • Ruimtetelescoop Gaia voltooit eerste meetjaar
De Europese ruimtetelescoop Gaia heeft zijn eerste jaar van wetenschappelijke metingen voltooid. Gaia werd op 19 december 2013 gelanceerd en begon een jaar geleden met zijn wetenschappelijke meetprogramma, waarbij posities, afstanden, bewegingen en kleuren van ruim één miljard sterren vastgelegd worden. In de zomer van 2016 zullen de eerste wetenschappelijke meetresultaten gepubliceerd worden, in de vorm van een uitgebreide digitale catalogus. Gaia-wetenschappers zijn momenteel druk bezig met de gegevensanalyse. Tot dusver heeft Gaia 272 miljard positiemetingen verricht (elke ster wordt uiteindelijk tientallen malen opgemeten); 54,4 miljard helderheidsmetingen verricht en 5,4 miljard spectra vastgelegd, op basis waarvan conclusies getrokken kunnen worden over chemische samenstelling en bewegingen van sterren. Voor twee miljoen sterren zijn inmiddels nauwkeurige afstanden bepaald. Daarnaast heeft Gaia vele veranderlijke sterren waargenomen (waaronder supernova's in andere sterrenstelsels) en een groot aantal planetoïden in ons eigen zonnestelsel ontdekt. (GS)
Gaia's first year of scientific observations (origineel persbericht)

   
24 augustus 2015 • Lavafonteinen op de maan 'aangedreven' door koolmonoxide
De lavafonteinen die enkele miljarden jaren geleden voorkwamen op de maan, werden veroorzaakt door koolmonoxide (CO). Dat blijkt uit onderzoek van Amerikaanse geologen dat vandaag is gepubliceerd in Nature Geoscience. Kleine bolletjes van vulkanisch glas, aangetroffen in maanstenen die zijn meegebracht door Apollo-astronauten, wijzen uit dat er ooit explosieve lava-uitbarstingen op de maan voorkwamen, zoals die op aarde onder andere optreden op Hawaii. Zulke lavafonteinen worden echter altijd 'aangedreven' door lichte, snel expanderende gassen, afkomstig uit het gesmolten magma. Voor de lavafonteinen op de maan was nooit duidelijk welke gassen dat geweest kunnen zijn: tot voor kort werd algemeen aangenomen dat er nauwelijks vluchtige bestanddelen voorkomen op de maan. In kleine gasinsluitsels in de glasbolletjes zijn nu echter koolstofatomen aangetroffen. Dat doet vermoeden dat koolmonoxide (CO) verantwoordelijk is geweest voor het ontstaan van de uitbarstingen. Op basis van de metingen en aanvullende modelberekeningen concluderen de geologen dat het koolstofpercentage in het maanmagma vrijwel exact gelijk moet zijn geweest als het koolstofgehalte van aards magma. (GS)
Research May Solve Lunar Fire Fountain Mystery (origineel persbericht)

   
20 augustus 2015 • Ruimtesonde Cassini neemt afscheid van Dione
Ruimtesonde Cassini heeft voor het laatst close-ups gemaakt van de Saturnusmaan Dione. Twee ervan tonen meer details op het kraterrijke oppervlak van deze ijsmaan dan eerdere opnamen. Cassini vloog afgelopen maandag op een afstand van iets minder dan vijfhonderd kilometer langs Dione. De ‘scheervlucht’ was overigens niet primair bedoeld om foto’s van deze maan te maken, maar om haar zwaartekrachtsveld te onderzoeken. Dat moet inzicht geven in haar inwendige structuur. Het was voorlopig voor het laatst dat wetenschappers Dione van dichtbij konden onderzoeken. Cassini is bezig met een ’afscheidstournee’ langs de manen van Saturnus. Later dit jaar zal de ruimtesonde nog driemaal in de buurt komen van Enceladus, de Saturnusmaan die ‘ijsvulkanisme’ vertoont. Op 28 oktober wordt deze maan tot op minder dan vijftig kilometer genaderd, en zal Cassini door de ijle pluim van ijsdeeltjes vliegen die door Enceladus wordt uitgestoten. In 2016 en 2017 worden nog enkele van de kleine, onregelmatig gevormde Saturnusmaantjes bekeken, waaronder Daphnis, Telesto, Epimetheus en Aegaeon. In het laatste jaar verlaat Cassini het baanvlak van de manen van Saturnus om, ter afsluiting van zijn missie, enkele keren door het ‘gat’ tussen Saturnus en zijn ringenstelsel te duiken. (EE)
Cassini’s Final Breathtaking Close Views of Dione

   
19 augustus 2015 • Ontstaan van herdermaantjes Saturnus verklaard
Japanse wetenschappers denken dat de zogeheten F-ring van Saturnus en zijn naburige ‘herdermaantjes’ zijn ontstaan door een botsing aan de rand van het omvangrijke ringenstelsel van de planeet. Door hen uitgevoerde computersimulaties geven aan dat de ogenschijnlijk vreemde configuratie van ring en maantjes een natuurlijk gevolg is van de evolutie van het ringenstelsel (Nature Geoscience, 17 augustus). De F-ring ligt net buiten het grote ringenstelsel van Saturnus. Vlak buiten en vlak binnen de slechts enkele honderden kilometers brede ring cirkelen twee kleine manen om Saturnus: Prometheus en Pandora. Deze maantjes zorgen ervoor dat ring smal en scherp begrensd blijft. Ringmateriaal dat op het pad van zo’n maantje komt, wordt ofwel opgeveegd, teruggedreven naar de ring ofwel de ruimte in geslingerd. Volgens de huidige inzichten bevatte het ringenstelsel van Saturnus oorspronkelijk veel meer ijsdeeltjes dan nu. Door samenklontering van die deeltjes ontstonden ‘minimaantjes’ die uiteindelijk naar buiten migreerden en door onderlinge botsingen tot de vorming van de grote Saturnusmanen leidden. De F-ring zou bestaan uit puin dat bij zo’n botsing is vrijgekomen. Uit de nieuwe computersimulaties blijkt dat als zulke botsende minimaantjes geheel uit kleine ijsdeeltjes bestaan, ze volledig verpulveren en alleen een ring van materiaal achterlaten. Als ze echter een compactere kern hebben, blijft er behalve een ring ook een tweetal maantjes over. Dat laatste is in overeenstemming met metingen van de ruimtesonde Cassini, die er inderdaad op wijzen dat de maantjes aan de buitenrand van het ringenstelsel van Saturnus een dichte kern hebben. Naar verwachting kan hetzelfde mechanisme ook worden toegepast op de ringenstelsels van andere planeten. Zoals de planeet Uranus, die ook twee van die herdermaantjes heeft. (EE)
Origin of Saturn’s F Ring and Its Shepherd Satellites Revealed

   
19 augustus 2015 • ‘Bouwstenen’ van reuzenplaneten mogelijk kleiner dan gedacht
Amerikaanse en Canadese astronomen hebben een mogelijke verklaring gevonden voor de snelle vorming van de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus. De ‘bouwstenen’ van de beide planeten waren waarschijnlijk veel kleiner dan tot nu toe werd aangenomen (Nature, 20 augustus). Volgens de meest gangbare theorie begint de ‘bouw’ van een reuzenplaneet met de vorming van een forse kern van ijs en gesteente. Deze zou vervolgens verder kunnen groeien door gas en stof uit zijn omgeving aan te trekken. Dat laatste moet heel snel zijn gebeurd, omdat uit waarnemingen blijkt dat jonge sterren het omringende gas binnen 10 miljoen jaar verdrijven. Tegelijkertijd moet de gevormde kern zeker tien aardmassa’s zwaar zijn geweest, omdat de planeet anders geen omvangrijke atmosfeer zou kunnen vasthouden. Volgens de bestaande ‘accretiemodellen’ zijn de kernen van de grote planeten opgebouwd uit brokstukken met afmetingen van 100 tot 1000 kilometer. Maar dat scenario kost te veel tijd om de planeet nog de kans te geven om grote hoeveelheden gas aan te trekken. De astronomen hebben dit probleem nu omzeild door hun computermodel te laten uitgaan van brokstukken ter grootte van een voetbal. Recent onderzoek heeft laten zien dat de aanwezigheid van gas het samenklonteringsproces van zulke kleine brokstukken bevordert. Het nieuwe model kan de huidige toestand van ons zonnestelsel inderdaad goed reproduceren. Maar nog steeds luistert de ‘timing’ vrij nauw. Als het samenklonteren van de brokstukken te snel gaat, vormen zich honderden ijsplaneten ter grootte van de aarde in plaats van enkele grote gasplaneten. Alleen als planeten-in-wording genoeg tijd hebben om via zwaartekrachtsinteracties hun concurrenten weg te slingeren, krijgen ze de kans om genoeg bouwmateriaal te verzamelen om tot ‘gasreuzen’ uit te groeien. Een vanzelfsprekende uitkomst lijkt een zonnestelsel als het onze dus niet te zijn. (EE)
SwRI scientists think ‘planetary pebbles’ were the building blocks for the largest planets

   
19 augustus 2015 • Sterrenkijken vanaf de stoep tijdens Sail Amsterdam
Bezoekers van het SAIL Amsterdam evenement kunnen van maandag 19 tot en met zaterdag 22 augustus een blik op de nachtelijke hemel werpen. Vanaf de ‘witte oceaan’, het evenemententerrein aan de overzijde van het centraal station, zullen sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) uitsluitend tijdens heldere avonden met telescopen langs de kade voor het EYE filmmuseum staan. Bezoekers kunnen ondermeer een blik werpen op de geringde planeet Saturnus, de maansikkel en kleurrijke dubbelsterren. Passanten maken tijdens Sidewalk Astronomy SAIL Amsterdam 2015 kennis met de nachtelijke sterrenhemel bij de kleine pop-up sterrenwacht. Het is de eerste keer dat in de hoofdstad wordt geëxperimenteerd met stoepsterrenkunde ('sidewalk astronomy'). Het initiatief komt van sterrenkundige Franka Buurmeijer en planeetonderzoeker Sebastiaan de Vet. Beiden zijn grote liefhebbers van het overbrengen van sterrenkunde naar het grote publiek. Tijdens SAIL Amsterdam wordt het tweetal ondersteund door een groep masterstudenten en promovendi van het Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde van de UvA.
Sail Amsterdam 2015

   
18 augustus 2015 • Stuur je naam naar Mars aan boord van NASA's InSight-missie
Tot 8 september 2015 kun je via een speciale NASA-website laten weten dat je je naam naar Mars wilt sturen aan boord van de onbemande Marslander InSight, die in maart 2016 gelanceerd moet worden en eind september 2016 op Mars zal aankomen. De namen worden opgeslagen op een microchip die door InSight wordt meegenomen naar Mars. Door je naam voor deze en soortgelijke PR-acties aan te melden, kun je bovendien 'frequent flier'-punten verzamelen, die volgens NASA aangeven in welke mate je geïnteresseerd bent in en 'deelneemt aan' het Amerikaanse ruimteonderzoeksprogramma. Eerder was dat al mogelijk met de eerste onbemande testvlucht van NASA's nieuwe Orion-ruimtecapsule - die had een microchip met 1,38 miljoen namen aan boord. De InSight-lander zal zich vooral richten op onderzoek aan het inwendige van Mars, onder andere met seismometers. (GS)
Send Your Name to Mars on NASA's Next Red Planet Mission (origineel persbericht)

   
18 augustus 2015 • IceCube ziet neutrino's van noordelijk halfrond
Met de IceCube-detector op de geografische zuidpool zijn ca. twintig energierijke neutrino's gedetecteerd die afkomstig zijn van het noordelijk halfrond van de sterrenhemel. Dat meldt de American Physical Society. Een stuk of tien van de hoogenergetische neutrino's hebben zo goed als zeker een extragalactische oorsprong - ze komen van buiten ons eigen Melkwegstelsel. Twee jaar geleden maakte het IceCube-team al de ontdekking bekend van acht energierijke neutrino's van het zuidelijk hemelhalfrond. De nieuwe metingen vertonen een vergelijkbare 'toevallige' verdeling aan de hemel als de detecties uit 2013. Dat wijst erop dat er inderdaad een populaite van extragalactische bronnen is waarin de extreem energierijke spookdeeltjes worden gegenereerd en versneld. IceCube bestaat uit enkele duizenden DOM-detectoren (digital optical modules) die zijn ingevroren in een kubieke kilometer poolijs, op grote diepte onder de zuidpool. Wanneer een energierijk neutrino een (zeer zeldzame) interactie aangaat met een atoomkern in het ijs, wordt een muon geproduceerd. Die muonen genereeren vervolgens bij verdere interacties minieme lichtflitsjes die door de DOMs worden opgepikt. De nuetrino's van het noordelijk hemelhalfrond die nu zijn waargenomen, reisden eerst dwars door de aarde heen voordat ze door IceCube werden 'gevangen'. De nieuwe resultaten worden op 20 augustus gepubliceerd in Physical Review Letters. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

   
18 augustus 2015 • Was supernova-explosie verantwoordelijk voor rotatie zonnestelsel?
Wij hebben het bestaan van planeten zoals de aarde en Jupiter mogelijk te danken aan het zogeheten impulsmoment van het schokfront van een supernova-explosie. Dat concluderen theoretici Alan Boss en Sandra Keiser van het Carnegie Institution for Science in een artikel in The Astrophysical Journal. Een supernova is de energierijke explosie waarmee een zware ster aan het eind van zijn leven komt. Al geruime tijd is bekend dat de schokgolf van zo'n supernova 4,6 miljard jaar geleden de aanzet heeft gegeven tot de vorming van de zon: als gevolg van de schokgolf begon een naburige interstellaire wolk van gas en stof onder zijn eigen gewicht ineen te storten. Boss en Keiser verrichtten eerder al modelberekeningen aan de wijze waarop materiaal van de supernova zich zou verdelen over de ineenstortende gas- en stofwolk. Daaruit blijkt dat er op sommige plaatsen 'vingers' van supernova-materiaal kunnen ontstaan die tot diep in de interstellaire wolk doordringen. Op die manier valt de verdeling van radioactieve vervalproducten in het zonnestelsel te verklaren. Uit recentere simulaties blijkt nu dat diezelfde 'vingers' ook aanleiding gegeven kunnen hebben tot (extra) rotatie van de ineenstortende wolk, dankzij de draaiing (het impulsmoment) van het schokfront. Zonder dat effect zou het overgrote deel van de samentrekkende wolk in de pasgeboren zon zijn verdwenen. Maar wanneer het rotatie-effect van het schokfront in rekening wordt gebracht, ontstaat een roterende wolk van materiaal waaruit in een later stadium planeten kunnen ontstaan. (GS)
Solar System formation don’t mean a thing without that spin (origineel persbericht)

   
18 augustus 2015 • Komeetinslagen mogelijk cruciaal voor ontstaan leven
Het ontstaan van leven op aarde is mogelijk op gang geholpen door inslagen van ijzige kometen. Ook op andere hemellichamen zou de inslag van kometen aanleiding gegeven kunnen hebben tot de vorming van de eerste levende organismen. Twee Japanse onderzoekers voerden laboratoriumexperimenten uit waarbij mengsels van ijs, silicaat (forsteriet) en aminozuren bij lage temperaturen (ca. 200 graden onder nul) zeer krachtige schokken ondergaan, vergelijkbaar met wat een komeetkern ondergaat wanneer hij op een hemellichaam zoals de aarde terecht komt. Kometen zijn bevroren samenballingen van ijs en gruis; de Amerikaanse Stardust-missie heeft aangetoond dat er in kometen ook aminozuren voorkomen. Bij de laboratoriumexperimenten ontstonden korte peptiden - de allereerste bouwstenen van het leven, en de voorlopers van langere organische moleculaire ketens. Volgens de twee Japanners, die hun resultaten presenteren op de 25e Goldschmidt-conferentie voor geochemie in Praag, wordt de vorming van peptiden gestimuleerd door de lage temperatuur in het onderzochte mengsel. Als komeetinslagen op aarde aanleiding hebben gegeven tot het ontstaan van leven, kan dat ook op andere hemellichamen zijn gebeurd, bijvoorbeeld op de ijzige manen van de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus, of op exoplaneten in een baan rond een andere ster. (GS)
Goldschmidt-conferentie voor geochemie 2015

   
17 augustus 2015 • Ook aardse evenaargebieden gevoelig voor gevolgen zonnestormen
Bij krachtige zonnestormen worden elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen. Wanneer die in de omgeving van de magnetische polen van de aarde de atmosfeer binnendringen, produceren ze niet alleen spectaculair poollicht, maar kunnen ze ook inductiestromen aan het aardoppervlak veroorzaken, die aanleiding kunnen geven tot storingen in onder andere elektriciteitscentrales. Dat was bijvoorbeeld het geval in 1989 in Quebec en in 2003 in Zweden. Uit nieuw onderzoek, gebaseerd op een analyse van 14 jaar aan meetgegevens en gepubliceerd in Geophysical Research Letters, blijkt nu echter dat ook de evenaargebieden van de aarde gevoelig zijn voor dit soort verstoringen, en zelfs voor de gevolgen van kleinere zonnestormen. Op ca. 100 kilometer hoogte boven de evenaar bevindt zich een soort elektronenstraalstroom (de equatorial electro-jet geheten), die opgewekte inductiestromen kan versterken, waardoor ook minder heftig 'ruimteweer' tot het uitvallen van elektriciteitscentrales en andere verstoringen kan leiden. (GS)
Equatorial Regions Are Prone to Disruptive Space Weather (origineel persbericht)

   
17 augustus 2015 • Opnieuw acht nieuwe dwergbegeleiders van Melkwegstelsel ontdekt
Met de Dark Energy Camera op de 4-meter Blanco-telescoop van de Cerro Tololo-sterrenwacht in Chili zijn opnieuw acht tot nu toe onbekende dwergbegeleiders van ons Melkwegstelsel ontdekt. Eerder dit jaar werd de ontdekking bekend gemaakt van negen dwergstelsels, eveneens als onderdeel van de Dark Energy Survey. De acht mini-stelseltjes staan op afstanden van 80.000 tot 700.000 lichtjaar. Ze zijn gemiddeld een miljoen keer minder zwaar en een miljard keer minder lichtsterk dan het Melkwegstelsel. Het kleinste stelseltje bevat niet veel meer dan een paar honderd sterren. Volgens de gangbare theorieën bevatten kleine dwergstelsels relatief veel donkere materie; ze worden beschouwd als de bouwstenen waaruit grote stelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel zijn ontstaan. Met de nieuwe ontdekkingen is het totale aantal dwergbegeleiders van het Melkwegstelsel boven de 40 uitgekomen. De stelseltjes bevinden zich aan de hemel in de directe omgeving van de Grote en Kleine Magelhaense Wolk - twee relatief grote satellietstelsels van de Melkweg. Het zou dus kunnen gaan om 'begeleiders van begeleiders'. Zo'n hiërarchische structuur wordt voorspeld door theorieën over de vorming van sterrenstelsels. (GS)
Dark Energy Survey finds more celestial neighbors (origineel persbericht)

   
17 augustus 2015 • Parkes-radiotelescoop gebruikt maan als neutrinodetector
Australische radioastronomen hebben de 64 meter grote Parkes-radiotelescoop gebruikt om jacht te maken op extreem energierijke neutrino's. Daarbij werd de maan gebruikt als neutrinodetector. De resultaten van het experiment (waarbij overigens geen flitsjes zijn waargenomen) zijn gepresenteerd op de 29ste algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie, die de afgelopen twee weken is gehouden in Honolulu, Hawaii. Af en toe worden op aarde extreem energierijke deeltjes (kosmische straling) waargenomen die mogelijk afkomstig zijn uit de kernen van ver verwijderde sterrenstelsels. Bij de processen waarbij deze Ultra High Energy Cosmic Rays (UHECR's) ontstaan, zouden ook zeer energierijke neutrino's geproduceerd kunnen worden. In de jaren zestig is al eens voorgerekend dat zulke hoogenergetische neutrino's radioflitsjes van een miljardste seconde kunnen veroorzaken wanneer ze - heel incidenteel - in wisselwerking treden met atoomkernen in de korst van de maan. De detectie van zulke extreem korte en zwakke flitsjes wordt bemoeilijkt doordat de signalen in de ionosfeer van de aarde 'uitgesmeerd' worden door variaties in de elektronendichtheid. De Australische astronomen hebben daarvoor nu echter kunnen corrigeren, door gebruik te maken van metingen aan de signalen van GPS-satellieten. Op die manier lukte het om de gevoeligheid van de metingen te verdrievoudigen ten opzichte van eerdere experimenten. De voorspelde nanoseconde-flitsjes zijn niet gedetecteerd; op basis daarvan kunnen sommige modellen voor de productie van extreem energierijke neutrino's worden uitgesloten. In de toekomst hopen de astronomen een groter beeldveld te kunnen realiseren, waardoor de gehele maan 'in het oog' gehouden kan worden in plaats van een klein deel. De toekomstige Square Kilometer Array-radiotelescoop (SKA) zal bovendien een nog veel grotere gevoeligheid kunnen bereiken. (GS)

   
17 augustus 2015 • Nabije botsing van sterrenstelsels ontdekt
Op een afstand van slechts 30 miljoen lichtjaar is een spectaculaire ring van gas en sterren ontdekt die gevormd is in de nasleep van de botsing van twee kleine sterrenstelsels. Zulke ringen ontstaan bij een frontale botsing van twee stelsels, waarbij schokgolven in het interstellaire gas zich naar buiten verplaatsen en aanleiding geven tot de vorming van nieuwe sterren. Tot nu toe zijn slechts een stuk of twintig van zulke complete ringen ontdekt; de beroemdste is het Wagenwielstelsel, op een afstand van ca. 500 miljoen lichtjaar. De nieuw ontdekte ring was nooit eerder gezien omdat hij zich - gezien vanaf de aarde - min of meer achter het centrum van ons eigen Melkwegstelsel bevindt. De ontdekking is gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Een van de ontdekkers is de van oorsprong Nederlandse astronoom Albert Zijlstra, verbonden aan de University of Manchester. Hij heeft het nieuwe object 'Kathryn's Wheel' genoemd, naar zijn vrouw Kathryn, maar ook omdat de ring eruit ziet als een 'Catherine Wheel' - een bepaald type ronddraaiend vuurwerk. Kahtryn's Wheel is ontdekt op foto's die gemaakt zijn met de U.K. Schmidt Telescope in Australië. Nooit eerder is op zo'n kleine afstand een botsting van twee sterrenstelsels waargenomen. De massa van de ring is relatief klein (minder dan één procent van de massa van ons eigen Melkwegstelel); kennelijk kunnen dergelijke ringvormige structuren ook al ontstaan bij de botsing van kleine dwergsterrenstelsels. (GS)
Celestial firework marks nearest galaxy collision (origineel persbericht)

   
15 augustus 2015 • Nederlandse astronoom Ewine van Dishoeck wordt topvrouw van de IAU
De Nederlandse astronoom Ewine van Dishoeck (Leiden, NOVA) is tijdens de driejaarlijkse Algemene Vergadering van de Internationale Astronomische Unie (IAU) in Honolulu, Hawaï, gekozen als de nieuwe president-elect. Van 2018-2021 zal zij de 32ste voorzitter zijn van de IAU. Tot die tijd maakt zij deel uit van de dagelijks leiding van de organisatie. De IAU, opgericht in 1919, is de wereldwijde organisatie voor astronomen, met meer dan 10000 leden uit 100 landen. De doelstelling van de IAU is het bevorderen en waarborgen van alle aspecten van de sterrenkunde door internationale samenwerking. De kerntaken bestaan uit het organiseren van wetenschappelijke congressen, het stimuleren van sterrenkundig onderwijs en outreach, en het bevorderen van duurzame mondiale ontwikkeling. ‘Het is een enorme eer en uitdaging om de IAU te gaan leiden’, zegt Van Dishoeck. ‘Ik zet mij graag in om astronomen uit de hele wereld bij elkaar te brengen, vooral de jonge mensen, en om ons prachtige vakgebied uit te dragen naar het algemene publiek. De IAU is ook een forum voor discussies over de vraag hoe we in de toekomst samen grote nieuwe faciliteiten gaan bouwen. Ten slotte is het belangrijk dat het kernprogramma van de IAU, het ‘Office of Astronomy for Development’ - mede dankzij collega-professor George Miley tot stand gekomen - veilig wordt gesteld en verder wordt uitgebouwd.’ Spinozapremiewinnaar en Akademiehoogleraar Van Dishoeck is al 25 jaar lang actief in de IAU, als (vice-)president van verschillende werkgroepen en commissies, en in de laatste drie jaar als president van een van de divisies. Zij wordt de vijfde Nederlandse IAU president(-elect) in de geschiedenis van de IAU. Eerder werd deze functie bekleed door Willem de Sitter (1925-1928), Jan Hendrik Oort (1958-1961), Adriaan Blaauw (1976-1979) en Lodewijk Woltjer (1994-1997).
Oorspronkelijk persbericht

   
13 augustus 2015 • Astronomen ontdekken ‘jonge Jupiter’
Astronomen hebben een Jupiter-achtige planeet ontdekt bij 51 Eridani, een ster op slechts 100 lichtjaar van de aarde. Het bijzondere aan de ontdekking is dat de ster, en dus ook haar planeet, met een geschatte leeftijd van 20 miljoen heel jong is (Science Express, 13 juli). De nieuwe planeet, die de aanduiding 51 Eridani b heeft gekregen, is de eerste die ontdekt is met de Gemini Planet Imager. Deze camera, die gekoppeld is aan de 8-meter Gemini South Telescope in het noorden van Chili, is speciaal ontwikkeld om planeten in de naaste omgeving van sterren op te sporen. Dat valt nog niet mee: het licht van 51 Eridani b bijvoorbeeld is een miljoen keer zo zwak als dat van zijn moederster. Toch is de nu ontdekte planeet relatief makkelijk waarneembaar. Dat komt doordat hij zo ‘vers’ is. Bij het samenklonteringsproces dat tot de vorming van een planeet leidt, komt veel warmte vrij. En 51 Eridani b is nog maar net begonnen met afkoelen. Dat doet hij door warmte weg te stralen, wat hem tot een sterke bron van infraroodstraling maakt. Uit de waarnemingen blijkt dat de planeet ruwweg twee keer zoveel massa heeft als ‘onze’ Jupiter. En zijn atmosfeer bevat aanzienlijke hoeveelheden methaan, net als die van de gasplaneten van ons zonnestelsel. Het lijkt dus te gaan om een zwaarder, heter en jonger neefje van Jupiter. Astronomen hopen dat het onderzoek van planeten als 51 Eridani b meer inzicht kan geven in het ontstaan van ons eigen planetenstelsel. (EE)
Astronomers discover ‘young Jupiter’ exoplanet

   
13 augustus 2015 • Mogelijke verklaring gevonden voor ‘eenzame’ supernova-explosies
Astronomen hebben een mogelijke verklaring gevonden voor de supernova-explosies die soms ver buiten de grenzen van een sterrenstelsel worden waargenomen. Waarschijnlijk gaat er een ingewikkelde voorgeschiedenis aan vooraf, die begint bij het samensmelten van twee sterrenstelsels. Waarnemingen van dertien ‘eenzame’ supernova-explosies laten zien dat de sterren die als supernova zijn ontploft zich met snelheden van miljoenen kilometers per uur verplaatsen. Dat zijn snelheden die kenmerkend zijn voor sterren die uit een sterrenstelsel zijn weggeslingerd onder invloed van de zwaartekracht van het centrale superzware zwarte gat van het stelsel. Gegevens van de Hubble-ruimtetelescoop hebben nu laten zien dat veel van de eenzame supernova’s zich hebben afgespeeld in de buurt van zware elliptische sterrenstelsels die bezig waren om met andere stelsels samen te gaan, of dat recent hadden gedaan. Bij zo’n galactische samensmelting migreren de twee superzware zwarte gaten van de deelnemende stelsels naar het centrum van het grotere sterrenstelsel dat uiteindelijk ontstaat. Daarbij slepen de twee om elkaar wentelende zwarte gaten miljoenen sterren met zich mee en worden veel sterren weggeslingerd – ruwweg honderd per jaar. Ter vergelijking: in een stelsel dat maar één superzwaar zwart gat bevat, overkomt dit maar één ster per eeuw. Tussen de sterren die de ontsnapping zonder kleerscheuren doorstaan zitten ook veel dubbelsterren, waaronder sterparen die uit twee witte dwergsterren bestaan – de opgebrande restanten van zonachtige sterren. En door de interactie met de superzware zwarte gaten zal de afstand tussen deze sterren afnemen. Mettertijd spiralen de twee witte dwergen steeds dichter na elkaar toe, totdat een van de twee door de getijdenkrachten aan flarden wordt getrokken. De andere witte dwerg slokt dit materiaal op, wordt instabiel en ontploft als supernova. Helemaal sluitend is dit scenario overigens niet. Het kan bijvoorbeeld niet verklaren waarom de waargenomen eenzame supernova-explosies zwakker zijn dan normaal. (EE)
NASA's Hubble Finds Supernovae in 'Wrong Place at Wrong Time'

   
13 augustus 2015 • Rosetta’s komeet verwijdert zich weer van de zon
Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko – de komeet waar de Europese ruimtesonde Rosetta omheen draait – heeft vannacht zijn kleinste afstand tot de zon bereikt. Op dit moment bedraagt die afstand ruim 186 miljoen kilometer, maar over een week wordt alweer de 187 miljoen gepasseerd. En in de loop van de komende drie jaar zal de afstand oplopen tot 850 miljoen kilometer – bijna zes keer de afstand zon-aarde. Tijdens zijn nadering van de zon is de geleidelijk opwarmende komeet steeds actiever geworden. Eind juli vertoonde hij zelfs een forse (kortstondige) uitbarsting. Daarbij registreerden de instrumenten van Rosetta een opvallende verandering in de samenstelling van het gas dat het kleine hemellichaam uitstoot. Er zat aanzienlijk meer koolstofdioxide, methaan en waterstofsulfide in dan enkele dagen daarvoor. Verder laten Rosetta’s metingen zien dat de komeet per seconde ongeveer 300 kilogram waterdamp verliest – ruwweg twee badkuipen vol. Dat is duizend keer zo veel als een jaar geleden, toen de ruimtesonde op haar bestemming aankwam. Daarnaast stoot de komeet nog ongeveer 1000 kilogram stof per seconde uit. Naar verwachting zal de verhoogde activiteit van ’67P’ nog zeker enkele weken aanhouden. Wetenschappers hopen dat uitbarstingen als die van 29 juli meer inzicht zullen geven in de samenstelling van het inwendige van de komeet. (EE)
Rosetta's Big Day in the Sun

   
12 augustus 2015 • Jaarlijkse ‘sterrenregen’ op komst
Donderdag 13 augustus vindt, ergens tussen 8 en 11 uur, het maximum plaats van de Perseïden. Omdat dit (voor ons) overdag gebeurt, is het hoogtepunt van deze jaarlijks terugkerende meteorenzwerm niet waarneembaar. Maar ook de komende nacht en de nacht daarna kunnen veel ‘vallende sterren’ te zien zijn. Als het weer een beetje meewerkt tenminste. Het beste moment om de Perseïden te bekijken, ligt tussen 2 en 4 uur ’s nachts. Dan kunnen er – vanaf een donkere locatie – ongeveer vijftig Perseïden per uur te zien zijn, plus nog een stuk of tien meteoren van andere, kleinere zwermen. Vóór middernacht blijft de teller steken bij twintig. Meteoren worden veroorzaakt door kleine deeltjes uit de ruimte die in de aardatmosfeer terechtkomen. Door de hoge snelheid waarmee dat gebeurt worden luchtmoleculen verhit en tot gloeien gebracht. Zo ontstaat het kortstondige lichtspoor dat in de volksmond ‘vallende ster’ wordt genoemd. De deeltjes die de Perseïden veroorzaken zijn afkomstig van de komeet Swift-Tuttle. De aarde trekt elk jaar rond deze tijd door het stofspoor van deze komeet. (EE)
De meteorenzwerm Perseïden in augustus 2015

   
12 augustus 2015 • Chileense Elqui-vallei is 'Dark Sky Sanctuary'
Een 35.000 hectare groot gebied in de Noord-Chileense Elqui-vallei is door de International Dark-Sky Association (IDA) uitgeroepen tot het eerste 'Dark Sky Sanctuary' ter wereld. Eerder hebben bepaalde donkere gebieden op aarde van IDA al de status 'Dark Sky Reserve' of 'Dark Sky Park' gekregen. De Gabriela Mistral Dark Sky Sanctuary, genoemd naar een beroemde Chileense dichter, omvat de professionele observatoria op Cerro Tololo en Cerro Pachón, alsmede een aantal kleinere toeristische sterrenwachten. De IDA-status voor dit deel van de Elqui-vallei werd bekendgemaakt op de 29ste algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie in Honolulu, Hawaii. (GS)
Persbericht International Dark-Sky Assoiciation

   
12 augustus 2015 • ‘Exowerelden’ krijgen namen
Vanaf vandaag kan iedereen zijn stem uitbrengen op de honderden namen die zijn gesuggereerd voor 32 planeten buiten ons zonnestelsel. Het initiatief om het grote publiek daarbij te betrekken, is afkomstig van de Internationale Astronomische Unie – de instantie die belast is met de officiële naamgeving van hemellichamen. In een eerder stadium van de naamgevingsprocedure konden sterrenkundeverenigingen en non-profitorganisaties suggesties voor namen indienen. Dat heeft alles bij elkaar 247 voorstellen opgeleverd. Niet alleen 32 planeten moeten van namen worden voorzien, ook vijftien van de twintig ‘moedersterren’ zijn nog naamloos. (Vijf van deze sterren hebben lang geleden al een naam gekregen.) Eén van de indieners van naamvoorstellen is de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS), die de ster 55 Cancri onder haar hoede heeft genomen. De KNVWS doet het voorstel om deze ster Copernicus te noemen, naar de Poolse astronoom die in 1543 het heliocentrische stelsel introduceerde. De vijf planeten van de ster zouden de namen Galileo, Brahe, Lippershey, Janssen en Harriot moeten krijgen. De ’NameExoWorlds’-verkiezing duurt tot en met 31 oktober. (EE)
NameExoWorlds Contest Opens for Public Voting

   
11 augustus 2015 • Astronautenfoto's helpen lichtvervuiling in kaart te brengen
Spaanse en Canadese onderzoekers hebben de lichtvervuiling op aarde in kaart gebracht en gekwantificeerd door gebruik te maken van nachtopnamen die gemaakt zijn door astronauten aan boord van het internationale ruimtestation ISS. In totaal zijn tot nu toe ruim 130.000 foto's geanalyseerd. Via het programma Cities at Night wordt ook samengewerkt met het grote publiek. Op basis van het onderzoek is nu met zekerheid vast komen te staan dat de zwakke, diffuse lichtgloed op aarde, die eerder al door Amerikaanse defensiesatellieten werd geregistreerd, het gevolg is van verstrooiing van kunstlicht in de aardse dampkring. Het is met name die lichtvervuiling waardoor de sterrenhemel vanuit stedelijke gebieden niet goed waaarneembaar is. De onderzoekers concluderen ook dat steden met een grotere overheidsschuld meer straatverlichting produceren per inwoner. Geschat wordt dat in de Europese Unie 6,3 miljard euro per jaar wordt besteed aan straatverlichting. De resultaten zijn gepresenteerd op de 29ste algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie in Honolulu, Hawaii. (GS)
First Use of ISS Astronaut Pictures for Light Pollution Studies (origineel persbericht)

   
11 augustus 2015 • Kleinste 'superzwaar' zwart gat ontdekt
Met het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory is het kleinste en lichtste 'superzware' zwarte gat ontdekt dat tot nu toe bekend is. Het zwarte gat bevindt zich - net als andere superzware zwarte gaten - in de kern van een sterrenstelsels. De meeste superzware zwarte gaten hebben massa's van miljoenen of zelfs miljarden zonsmassa's; het zwarte gat in de kern van het dwergstelsel RGG118, op 340 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, weegt echter niet meer dan 50.000 zonsmassa's - ongeveer één procent van de massa van het superzware gat in de kern van ons eigen Melkwegstelsel. De ruimtetelescoop Chandra detecteerde de energierijke röntgenstraling die afkomstig is van extreem heet gas dat zich heeft opgehoopt in een ronddraaiende schijf rond het zwarte gat. Met de 6,5-meter Clay-telescoop op de Las Campanas-sterrenwacht in Chili is de massa bepaald, op basis van metingen aan de bewegingssnelheden van koeler gas op grotere afstand van het zwarte gat. De ontdekking kan een bijdrage leveren aan een beter begrip van ontstaan en evolutie van echte superzware zwarte gaten. Die zijn hun leven vermoedelijk ook ooit begonnen als een relatieve lichtgewicht, en namen later in massa toe door botsingen en versmeltingen van sterrenstelsels. De ontdekking wordt gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

   
10 augustus 2015 • Tiende 'Star Wars-planeet' ontdekt
Voor de tiende maal hebben sterrenkundigen een planeet ontdekt die een baan beschrijft rond een dubbelster - net als Tatooine, de thuisplaneet van Luke Skywalker in de sciencefictionfilm Star Wars. Vier jaar geleden werd er voor het eerst een 'Tatooine-planeet' gevonden (Kepler-16b). Eerder gingen veel astronomen er vanuit dat er rond dubbelsterren geen planeten konden ontstaan. De nieuw ontdekte planeet, Kepler-453b, beschrijft eens in de 240 dagen een baan rond een dubbelster die bestaat uit een zonachtige ster en een rode dwerg. De twee sterren draaien elke 27 dagen om elkaar heen. De planeet bevindt zich in de 'bewoonbare zone' van de dubbelster (waar de temperatuur geschikt is voor vloeibaar water aan het oppervlak), maar leven zoals wij dat kennen kan er niet voorkomen, omdat het een gasvormige reuzenplaneet is, groter dan Neptunus. Eventuele rotsachtige manen van de planeet zouden misschien wel 'bewoond' kunnen zijn. Kepler-453b is ontdekt in waarnemingsgegevens van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler. Die heeft een aantal keren gezien hoe de planeet voor de dubbele moederster langsbewoog, en daarbij een klein beetje licht onderschepte. Als gevolg van de zogeheten precessie van de omloopbaan (een trage verandering in de ligging van de baan, in dit geval veroorzaakt door de wisselende zwaartekrachtswerking van de dubbelster) vinden overgangen van Kepler-453b niet bij elke omloop plaats. Pas in 2066 zal de planeet - gezien vanaf de aarde - opnieuw voor de dubbelster langsbewegen. Sterrenkundigen gaan er vanuit dat de gasreus op veel grotere afstand van de dubbelster is ontstaan, en pas daarna in een kleinere omloopbaan terecht is gekomen. Het is niet uitgesloten dat er nog meer planeten rond de dubbelster bewegen. De ontdekking is inmiddels gepubliceerd in Astrophysical Journal, en wordt later deze week gepresenteerd op de 29ste algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie in Honolulu, Hawaii. (GS)
Discovery of Tenth Tatooine-like Circumbinary Planet (origineel persbericht)

   
10 augustus 2015 • Astronomen brengen uitdoven van het heelal in kaart
Voor het eerst hebben astronomen het trage uitdoven van het heelal nauwkeurig 'in kaart' gebracht. Het blijkt dat de kosmos tegenwoordig nog maar half zo veel energie produceert als twee miljard jaar geleden. De oorzaak is dat er in de loop van de tijd steeds minder nieuwe sterren worden geboren. Ook de energieproductie in de directe omgeving van superzware zwarte gaten neemt langzaam maar zeker af, net als de warmtestraling van kosmische stofwolken. De evolutie van het 'energiebudget' van het heelal blijkt uit de resultaten van de GAMA-survey (Galaxy And Mass Assembly), een groot meerjarig onderzoeksproject waarin van ruim 200.000 sterrenstelsels nauwkeurig de afstanden zijn bepaald, en helderheidsmetingen zijn verricht op 21 golflengten, van infrarood tot ultraviolet. Vervolgens was het mogelijk om te berekenen wat de totale energieproductie van het heelal is per volume-eenheid, en hoe die in de loop van de afgelopen paar miljard jaar is afgenomen. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society en gepresenteerd op de 29ste algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie in Honolulu, Hawaii. (GS)
Charting the Slow Death of the Universe (origineel persbericht)