19 juni 2013 • Nieuw detailrijk Marspanorama gepresenteerd
NASA heeft een nieuw 360 graden-panorama gepresenteerd van de planeet Mars. De foto, die meer dan een miljard pixels telt, is opgebouwd uit 900 afzonderlijke opnamen die door camera's van de Marswagen Curiosity zijn gemaakt. Het panorama geeft een gedetailleerd beeld van het landschap dat aan Curiosity voorbijtrekt. Op de Mars-site van NASA kan naar hartelust worden ingezoomd op het panorama. Daarbij valt op dat de afzonderlijke opnamen duidelijke verschillen vertonen. Dat komt doordat ze verspreid over een lange periode – zes weken – zijn gemaakt. Ondertussen veranderde niet alleen de lichtinval voortdurend, maar varieerde ook de transparantie van de nogal 'stoffige' Marsatmosfeer. (EE)
Billion-Pixel View of Mars Comes From Curiosity Rover

   
19 juni 2013 • Mars had zuurstofrijke atmosfeer
De verschillen in samenstelling tussen meteorieten van de planeet Mars en gesteenten die het Marswagentje Spirit heeft onderzocht, zijn verklaarbaar als Mars kort na zijn ontstaan een zuurstofrijke atmosfeer had. Dat schrijven Britse wetenschappers deze week in het tijdschrift Nature. Uit onderzoek blijkt dat het oude vulkanische gesteente in het gebied dat door Spirit is verkend veel meer nikkel en zwavel bevat dan de Marsmeteorieten die op aarde zijn gevonden. Hierdoor bestond enige twijfel over de meteorieten wel normale vulkanische producten van de rode planeet waren. Maar volgens de Britse wetenschappers stammen de meteorieten en de vulkanische oppervlaktegesteenten hoogstwaarschijnlijk af van hetzelfde oergesteente uit het inwendige van Mars. Het oppervlaktegesteente zou slechts een extra 'geologische behandeling' hebben ondergaan: subductie – een proces waarbij korstgesteente de diepte in verdwijnt en wordt 'gerecycled'. De onderzoekers suggereren dat het Marsoppervlak heel vroeg in de geschiedenis van de planeet geoxideerd was en dat dit zuurstofrijke materiaal door subductie onder de oppervlakte schoof, om 4 miljard jaar geleden via vulkanische uitbarstingen terug aan de oppervlakte te komen. De Marsmeteorieten bestaan uit veel jonger vulkanisch gesteente van grotere diepte, en zou niet zo sterk door dit proces zijn beïnvloed. Dat impliceert dat Mars al anderhalf miljard jaar vóór de aarde een dichte zuurstofrijke atmosfeer had. Maar daar is, zoals bekend, inmiddels weinig meer van over. (EE)
Mars had oxygen-rich atmosphere 4000m years ago

   
19 juni 2013 • Nabije supernova gedroeg zich onverklaarbaar normaal
In augustus 2011 verscheen een heldere supernova in het relatief nabije sterrenstelsel M101 in het sterrenbeeld Grote Beer. De internationale waarneemactie die vervolgens op gang kwam heeft zijn vruchten afgeworpen: nooit eerder werd een supernova van dit type zo vroeg en zo uitgebreid onderzocht. De opvallende conclusie: supernova 2011fe gedroeg zich onverklaarbaar normaal. Supernova 2011fe was van het type Ia. Supernova's van dit type worden ook wel 'standaardkaarsen' genoemd. Niet omdat ze allemaal even helder worden, maar omdat hun helderheid een vast patroon volgt. Daarbij geldt: hoe helderder de supernova, des te geleidelijker dooft hij uit. Dankzij dat karakteristieke gedrag kan, zonder verdere metingen te hoeven doen, de afstand van de supernova worden bepaald. Het helderheidsverloop van supernova 2011fe volgde precies de standaardkromme: je zou hem dus als een schoolvoorbeeld van een supernova van type Ia kunnen zien. Maar jammer genoeg laat de lichtkromme van deze 'normale' supernova zich niet gemakkelijk verklaren. Voor het ontstaan van supernova-explosies van type Ia bestaan twee modellen. Het ene model zegt dat zo'n explosie ontstaat wanneer een witte dwergster zoveel massa van een begeleidende ster opslokt dat hij instabiel wordt. Volgens het andere model zou de explosie het gevolg zijn van een botsing tussen twee witte dwergen. Het probleem is nu dat een groot deel van de lichtkromme van supernova 2011fe het best bij het tweede model past, maar dat sommige stukken beter in overeenstemming zijn met het eerste model of juist bij geen van beide modellen passen. Kortom: eigenlijk voldoen de modellen allebei niet. (EE)
Unusual Supernova is Doubly Unusual for Being Perfectly Normal

   
18 juni 2013 • Cassini gaat nieuwe 'Pale Blue Dot'-foto van de aarde maken
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini, die zich in een baan rond de geringde planeet Saturnus bevindt, zal op 19 juli om 23.27 uur Nederlandse tijd opnieuw een foto maken waarop de verre aarde zichtbaar is als een 'pale blue dot' - een kleine blauwe stip. In 2006 en 2012 gebeurde dat ook al, maar de opname die voor volgende maand staat gepland, zal de eerste zijn in 'natuurlijke kleuren'. Cassini bevindt zich op dat moment in de schaduw van Saturnus, zodat de camera´s op de aarde gericht kunnen worden zonder beschadigd te worden door het felle zonlicht: gezien vanuit Cassini bevindt de zon zich achter de Saturnusbol. (GS)
Cassini Probe to Take Photo of Earth From Deep Space (origineel persbericht)

   
18 juni 2013 • NASA gaat uitdaging aan om alle potentieel gevaarlijke planetoïden op te sporen
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft vandaag een zogeheten 'Grand Challenge' ('grote uitdaging') aangekondigd om alle potentieel gevaarlijke planetoïden op te sporen. In de afgelopen jaren is al 95% van alle aardscheerders groter dan één kilometer in middellijn opgespoord, maar kleinere ruimtekeien zijn nog lang niet allemaal in kaart gebracht. Het is de bedoeling dat overheidsorganisaties, industriële partners en universiteiten hierin gaan samenwerken. Ook is het de bedoeling dat het grote publiek aan het initiatief kan deelnemen, bijvoorbeeld door het online analyseren van astronomische waarnemingen. De Asteroid Grand Challenge maakt deel uit van president Obama's Strategy for American Innovation. Hoe e.e.a. exact gestalte moet krijgen is nog niet duidelijk. (GS)
NASA Announces Asteroid Grand Challenge (origineel persbericht)

   
18 juni 2013 • Op Venus gaat het steeds harder waaien
Uit een zorgvuldige analyse van ultravioletfoto's die de afgelopen jaren zijn gemaakt door de Europese planeetverkenner Venus Express blijkt dat de windshelheden op grote hoogte in de Venusdampkring in de loop van de tijd sterk zijn toegenomen: van gemiddeld ca. 300 kilometer per uur tot ongeveer 400 kilometer per uur in zes jaar. De Venusatmosfeer vertoont een zogeheten 'superrotatie': de wolken in de dampkring hebben een rotatieperiode van slechts vier dagen, terwijl de planeet zelf eens in de 243 dagen om zijn as draait. De oorzaak van de toenemende windsnelheden is niet bekend. Wel blijkt uit de analyse dat er ook grote variaties op korte termijn voorkomen. Zo schommelt de omlooptijd van bepaalde structuren in het wolkendek tussen 3,9 en 5,3 dagen. De opmerkelijke resultaten worden gepubliceerd in het vakblad Icarus. (GS)
The fast winds of Venus are getting faster (origineel persbericht)

   
18 juni 2013 • Uranus deelt baan met drie centaurs
Spaanse astronomen hebben bevestigd dat het kleine, ijzige hemellichaam Crantor in vrijwel dezelfde baan rond de zon beweegt als de planeet Uranus. Dat vermoeden werd in 2006 al uitgesproken door een Uruguayaanse sterrenkundige. Ook twee andere 'ijsdwergen', 2010 EU65 en 2011 QF99, hebben dezelfde omlooptijd en dezelfde gemiddelde afstand tot de zon als de reuzenplaneet, aldus de Spanjaarden. Crantor is een ca. 70 km grote bal die voornamelijk uit ijs bestaat. Net als 2010 EU65 en 2011 QF99 behoort hij tot de zogeheten centaurs - ijsdwergen die afkomstig zijn uit de Kuipergordel, maar door zwaartekrachtsstoringen in banen terecht zijn gekomen die de banen van de buitenste reuzenplaneten kruisen. Crantor en 2010 EU65 beschrijven 'hoefijzervormige' banen (ten opzichte van Uranus); 2011 QF99 bevindt zich altijd in de buurt van een punt dat 60 graden 'voorloopt' op Uranus. De conclusies van de Spaanse astronomen zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Three centaurs follow Uranus through the solar system (origineel persbericht)

   
17 juni 2013 • Contact met ruimtetelescoop Herschel definitief verbroken
Het radiocontact met de Europese infraroodruimtetelescoop Herschel is definitief verbroken. Herschels koelvloeistof was op 29 april opgebruikt, waarna er geen waarnemingen meer verricht konden worden. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA onderhield sindsdien nog wel radiocontact met de ruimtetelescoop, voornamelijk om diverse technologische tests uit te voeren. Half mei werd het grootste deel van de resterende brandstof aan boord verbruikt om Herschel in een veilige 'kerkhofbaan' rond de zon te brengen, iets buiten de baan van de aarde. Op 17 juni werd om 12.25 uur Nederlandse tijd voor het laatst een signaal naar de ruimtetelescoop gestuurd. (GS)
Herschel ends operations as orbiting testbed (origineel persbericht)

   
17 juni 2013 • Jeroen Winkel winnaar Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2013
De finale van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2013, die van 12 tot 14 juni werd georganiseerd door de Rijksuniversiteit Groningen, is gewonnen door Jeroen Winkel uit Nijmegen. Hij mag voor een waarneemreis afreizen naar het Roque de Los Muchachos Observatory op het Canarische eiland La Palma. Na een voorronde via internet was vorige week de drie dagen durende finale van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade. De 20 middelbare scholieren uit 2 tot 6 vwo volgden daarbij colleges rond het thema 'de evolutie van sterren'. Vier professoren van het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen verzorgden masterclasses over het ontstaan van sterren, kometen en planeten. Ook bezochten de deelnemers de sterrenwacht van ASTRON in Westerbork en de laboratoria van ruimteonderzoeksinstituut SRON in Groningen. De finale werd afgesloten met een 90 minuten durend examen, waarbij kennis en inzicht van de deelnemers werden beproefd. Alle deelnemers kregen een certificaat en een editie van tijdschrift Wetenschap in Beeld. De derde prijs werd gedeeld tussen Floor Broekgaarden uit Driebergen en Henk Jongbloed uit Veenendaal. De tweede prijs ging naar Mark Beijer uit Arnhem. Zij kregen alle drie een boek over de Nederlandse sterrenkunde. De eerste prijs werd gewonnen door Jeroen Winkel uit Nijmegen, die de waarneemreis naar La Palma in de wacht sleepte. Zijn school, het Stedelijk Gymnasium Nijmegen, kreeg ook nog een Celestron AstroMaster 70EQ telescoop van Ganymedes.
Origineel persbericht

   
14 juni 2013 • 'Harde' röntgenstraling van zwarte gaten ontstaat door magnetische turbulenties
Uit nieuw onderzoek door astronomen van een aantal Amerikaanse instituten blijkt dat de meest energierijke straling die stellaire zwarte gaten produceren het onvermijdelijke gevolg is van de manier waarop gas uit de omgeving naar het zwarte gat toe spiraalt. Zwarte gaten zijn de meest compacte objecten in het heelal. Een stellair zwart gat ontstaat wanneer een zware ster zonder brandstof komt te zitten en ineenstort. Daarbij worden vele zonsmassa's materie samengeperst tot iets dat minder dan 120 kilometer groot is. De wetenschappers hebben met behulp van computersimulaties de complexe bewegingen, deeltjesinteracties en magnetische velden geanalyseerd die zich afspelen in het hete gas in de directe omgeving van zo'n zwart gat. De berekeningen kunnen de verschillende soorten röntgenstraling die actieve zwarte gaten uitzenden goed reproduceren. Gas dat door een zwart gat wordt aangetrokken, valt daar niet rechtstreeks naartoe, maar volgt een spiraalbaan. Hierdoor ontstaat een schijf van gas rond het zwarte gat, waarin dichtheid en temperatuur naar binnen toe sterk oplopen. Uiteindelijk worden temperaturen tot twaalf miljoen graden bereikt – ongeveer tweeduizend keer zo heet als het zonsoppervlak. Bij die temperatuur zendt het gas betrekkelijk energiearme oftewel 'zachte' röntgenstraling uit. De afgelopen veertig jaar is echter gebleken dat zwarte gaten ook een sterke bron van 'harde' röntgenstraling zijn. Deze is tientallen of honderden keren zo energierijk als zachte röntgenstraling en daarbij horen temperaturen van miljarden graden. Het nieuwe onderzoek heeft nu laten zien dat de toenemende temperatuur, dichtheid en snelheid van het naar binnen stromende gas gepaard gaat met een sterke toename van de magnetische velden in de schijf. Hierdoor ontstaat een turbulent 'schuim' dat met bijna de lichtsnelheid rond het zwarte gat cirkelt. De magnetische turbulenties hebben tot gevolg dat zich boven (en onder) de accretieschijf rond het zwarte gat een corona van ijl gas vormt, die vergelijkbaar is met de hete buitenste atmosfeer van de zon. In die corona wemelt het van de snelle, geladen deeltjes. En bij botsingen met zulke deeltjes veranderen 'zachte' röntgenfotonen in 'harde' röntgenfotonen. (EE)
NASA-Led Study Explains Decades Of Black Hole Observations

   
14 juni 2013 • Ster wordt 15 keer helderder in minder dan 3 minuten
Armeense astronomen zijn er getuige van geweest dat een zwakke ster in nog geen drie minuten vele malen helderder werd. De ster in kwestie heet WX Ursae Majoris of kortweg WX UMa. WX Uma staat op een afstand van iets minder dan zestien lichtjaar in het sterrenbeeld Grote Beer. Samen met een andere ster, die doorgaans bijna honderd keer zo helder is, vormt hij een dubbelster. Enkele malen per jaar vertoont WX UMa een plotselinge opleving. Maar deze is gewoonlijk niet zo sterk als de uitbarsting die in het voorjaar van 2012 werd waargenomen. Tijdens deze uitbarsting zagen de astronomen de temperatuur van de ster toenemen van ongeveer 2500 graden tot meer dan 16.000 graden. Ter vergelijking: de oppervlaktetemperatuur van onze zon bedraagt ongeveer 5500 graden. Normaal gesproken is WX UMa dus aanzienlijk koeler en roder dan de zon. WX Uma behoort tot de zogeheten vlamsterren. Dat zijn rode dwergsterren die zich heel wispelturig gedragen. Waarschijnlijk zijn hun uitbarstingen vergelijkbaar met (de veel minder hevige) zonnevlammen, en worden ze veroorzaakt door magnetische 'kortsluitingen' in de atmosfeer van de ster. Maar hoe de 'vlammen' precies ontstaan is nog onduidelijk. (EE)
The flare star WX UMa becomes 15 times brighter in less than 3 minutes

   
13 juni 2013 • Recordmeting brengt detectie van zwaartekrachtsgolven dichterbij
Een internationaal team van onderzoekers, onder leiding van ASTRON-sterrenkundige Adam Deller, heeft een nieuw record gevestigd door heel nauwkeurig de afstand van de pulsar PSR J2222-0137 te meten. Met de Very Long Baseline Array (VLBA), een netwerk van radiotelescopen in de VS, heeft het team verspreid over twee jaar waarnemingen gedaan van de pulsar om de zogeheten ‘parallax’ ervan te bepalen – de zeer kleine beweging die het object lijkt te vertonen ten opzichte van de verre hemelachtergrond door de beweging van de aarde om de zon. Met een marge van minder dan vier lichtjaar is deze meting dertig procent nauwkeuriger dan het vorige record. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in de Astrophysical Journal.  Het onderzoek laat zien dat PSR J2222-0137 vijftien procent dichterbij staat dan wetenschappers tot nu toe dachten, namelijk op 871,4 lichtjaar van de aarde. Dit heeft belangrijke gevolgen voor ons begrip van dit pulsarsysteem. PSR J2222-0137 beweegt in een baan om een tot nu toe onzichtbare begeleider. Met de nu gemeten afstand kunnen sterrenkundigen met optische telescopen aantonen wat voor soort begeleider dat is. Als deze onzichtbaar blijft, moet hij, net als de pulsar, een neutronenster zijn. Maar als de begeleider een witte dwerg is, wat waarschijnlijker is, zal deze met optische telescopen zeker waarneembaar zijn.  Deze nauwkeurige metingen kunnen astronomen helpen bij de zoektocht naar de ongrijpbare zwaartekrachtsgolven die door de algemene relativiteitstheorie van Einstein worden voorspeld. Door een reeks pulsars verspreid over de Melkweg te observeren, hopen sterrenkundigen de vervormingen van tijd en ruimte, veroorzaakt door langskomende zwaartekrachtsgolven, te kunnen meten. Zeer nauwkeurige afstandsmetingen van pulsars kunnen de gevoeligheid van technieken die individuele bronnen van zwaartekrachtsgolven moeten detecteren flink verbeteren. (EE)
Astronomen vooruit in zoektocht naar zwaartekrachtsgolven

   
13 juni 2013 • Verre sterrenstelsels geven geheimen prijs dankzij 'opteltruc'
Australische radioastronomen hebben een nieuwe techniek beproefd die een duidelijker beeld moet geven van de evolutie van sterrenstelsels. De techniek bestaat uit het ‘stacken’ (optellen) van de zwakke signalen van grote aantallen verre stelsels die zich afzonderlijk maar heel moeilijk laten onderzoeken. Via de 'opteltruc' laat zich de (gemiddelde) hoeveelheid waterstofgas in de sterrenstelsels bepalen. En door de techniek toe te passen op groepen stelsels op verschillende afstanden van de aarde, kan worden vastgesteld hoe het waterstofgehalte in de loop van de miljarden jaren is veranderd. Waterstofgas is de grondstof voor de vorming van sterren. Omdat sterrenstelsels in het verre verleden in een veel hoger tempo nieuwe sterren produceerden dan nu, gaan astronomen ervan uit dat deze stelsels ook veel meer waterstof bevatten. Dat de nieuwe techniek werkt is nu aangetoond door promovenda Jacinta Delhaize van het International Centre for Radio Astronomy Research in West-Australië. Samen met haar begeleiders heeft zij met de Parkes-radiotelescoop de zwakke signalen van duizenden sterrenstelsels op afstanden tot twee miljard lichtjaar opgevangen en bij elkaar opgeteld.De resultaten van het onderzoek zijn verschenen in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (EE)
Stacking up a clearer picture of the Universe

   
13 juni 2013 • Donkere materie in clusters in kaart gebracht
Astronomen uit Taiwan, Engeland en Japan hebben de verdeling van donkere materie in clusters van sterrenstelsels gemeten. Daarbij is vastgesteld dat de dichtheid van de donkere materie in deze clusters naar binnen toe geleidelijk groter wordt. En dat is precies de voorspelling van het meest gebruikte model: het CDM-model (CDM staat voor ‘koude donkere materie’). Weinig astronomen twijfelen nog aan het bestaan van donkere materie. Maar waar deze materie – die niet rechtstreeks waarneembaar is, maar wel aantrekkingskracht uitoefent – uit bestaat is nog onduidelijk. De eenvoudigste verklaring is dat het gaat om vrij langzaam bewegende deeltjes die geen enkele vorm van elektromagnetische straling uitzenden. Deze deeltjes zouden echter wel massa hebben en dus aantrekkingskracht uitoefenen op hun omgeving. De verschillende modellen voor de donkere materie doen uiteenlopende voorspellingen voor de manier waarop deze materie binnen een cluster van sterrenstelsels verdeeld zou moeten zijn. Het is dus zaak om erachter te komen hoe deze verdeling er in werkelijkheid uit ziet. En dat hebben de astronomen nu gedaan. De astronomen hebben onderzocht hoe clusters het licht van verder weg staande sterrenstelsels afbuigen. Deze afbuiging, die het gravitatielenseffect wordt genoemd, komt voor minstens tachtig procent voor rekening van de donkere materie in de clusters. Het gevolg ervan is dat de beeldjes van achtergrondstelsels een klein beetje opschuiven en/of vervormd raken. Uit dit vervormingspatroon kan de materieverdeling in de cluster worden gereconstrueerd. Om geen last te hebben van toevallige verschillen tussen individuele clusters hebben de astronomen ten slotte een kaart gemaakt van de gemiddelde materieverdeling in vijftig zware clusters. Deze kaart vertoont een opmerkelijke symmetrie en een duidelijke massaconcentratie in het centrum. De overeenkomst met de voorspelde verdeling van het standaard CDM-model is treffend. (EE)
Cosmic Giants Shed New Light on Dark Matter

   
12 juni 2013 • 'Videokaart' toont bewegingen in het nabije heelal
Een internationaal team van astronomen heeft – nauwkeuriger dan ooit – de bewegingen van grote structuren in het nabije heelal in kaart gebracht. Van de kaarten die dat heeft opgeleverd is een video gemaakt die een dynamisch, driedimensionaal beeld van onze kosmische achtertuin geeft. De grootschalige structuur van het heelal bestaat uit een complex web van clusters, filamenten en leegten. In feite vertoont de kosmos een zeepbelstructuur van grote, relatief leeg gebieden die begrensd worden door filamenten die op hun beurt weer superclusters van sterrenstelsels vormen – de grootste structuren in het heelal. Onze eigen Melkweg behoort tot een supercluster van 100.000 sterrenstelsels. Net zoals de bewegingen van tektonische platen inzicht geven in de eigenschappen van het inwendige van de aarde, geven de bewegingen van sterrenstelsels inzicht in de hoofdbestanddelen van het heelal: donkere energie en donkere materie. Donkere materie is de onzichtbare materie die haar bestaan verraadt doordat zij met haar aantrekkingskracht de bewegingen van sterren en sterrenstelsels beïnvloedt. Donkere energie is de mysterieuze kracht die ervoor zorgt dat het heelal steeds sneller uitdijt. De video laat niet alleen heel nauwkeurig de verdeling zien van de zichtbare materie in sterrenstelsels, maar ook die van de donkere materie. Deze laatste neemt tachtig procent van alle materie in het heelal voor haar rekening en is de belangrijkste oorzaak van de onderlinge bewegingen van sterrenstelsels. (EE)
A Video Map of Motions in the Nearby Universe

   
12 juni 2013 • Temperatuur Marsatmosfeer volgt halfdaagse cyclus
De temperaturen in de atmosfeer van de planeet Mars stijgen en dalen niet één maar twee keer per dag. Dat blijkt uit metingen van de Mars Reconnaissance Orbiter. Zowel aan het begin van de middag als even na middernacht bereikt te temperatuur een maximum, dat tot wel 32 graden hoger ligt dan het minimum. Dat de Marsatmosfeer een halfdaagse temperatuurcyclus kent, was al bekend sinds de jaren zeventig. Maar tot nu toe werd aangenomen dat deze alleen optrad tijdens het stofstormseizoen en verband hield met het door zonlicht opgewarmde stof dat dan in de atmosfeer terechtkomt. De cyclus blijkt echter het hele jaar door op te treden. De onderzoekers zoeken de oorzaak nu bij de wolken van waterijskristallen die bijna het hele jaar door op hoogten van tien tot dertig kilometer in de Marsatmosfeer te vinden zijn. Boven de evenaar absorberen deze sluierwolken de warmtestraling die overdag door het planeetoppervlak wordt uitgestraald. Deze opgenomen warmte wordt later weer afgestaan aan de atmosfeer. (EE)
Mars Water-Ice Clouds Are Key to Odd Thermal Rhythm

   
12 juni 2013 • Andromedastelsel bevat veel zwarte gaten
Gegevens van de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra wijzen erop dat het Andromedastelsel, de naaste grote buur van onze Melkweg, wemelt van de zwarte gaten. In de gegevens, die verspreid over de afgelopen dertien jaar zijn verzameld, hebben astronomen 35 potentiële zwarte gaten ontdekt. Dat lijkt niet zo veel, maar het gaat vrijwel zeker om het topje van de ijsberg: de meeste zwarte gaten hebben geen normale ster als begeleider, en alleen dán zijn ze waarneembaar. De ontdekte zwarte gaten zijn de overblijfselen van sterren die vele malen zwaarder waren dan onze zon. De extreem compacte objecten zijn ontstaan toen deze sterren aan het eind van hun korte bestaan tot ontploffing kwamen. Astronomen kunnen de anderszins onzichtbare objecten opsporen wanneer deze gas van een begeleidende ster opslokken. Voordat deze materie het zwarte gat in verdwijnt, wordt zij heet genoeg om röntgenstraling uit te stralen. Veel van de zwarte gaten die in het Andromedastelsel zijn ontdekt bevinden zich op nogal verrassende locaties. Acht maken deel uit van zogeheten bolvormige sterrenhopen – compacte verzamelingen van oude sterren. Ook onze Melkweg bevat zulke sterrenhopen, maar daarin is nog niet één zwart gat aangetroffen. Zeven van de kandidaten bevinden zich in de kern van het Andromedastelsel. Ook dat zijn er meer dan in de kern van de Melkweg, maar die laatste is dan ook beduidend kleiner. (EE)
NASA's Chandra Turns Up Black Hole Bonanza in Galaxy Next Door

   
12 juni 2013 • Planeet-in-wording stelt astronomen voor een raadsel
Astronomen hebben aanwijzingen gevonden dat er ver van de ster TW Hydrae een planeet aan het ontstaan is. De planeet-in-wording bevindt zich op een afstand die bijna drie keer zo groot is als de afstand tussen de zon en Neptunus – de buitenste ‘echte’ planeet van ons zonnestelsel. TW Hydrae is een kleine, koele ster die omgeven is door een grote schijf van restmaterie – gas en stof dat is overgebleven na de geboorte van de ster, ongeveer tien miljoen jaar geleden. Met de Hubble-ruimtetelescoop is in die circumstellaire schijf een relatief lege zone ontdekt op 12 miljard kilometer van de ster. Modelberekeningen laten zien dat in de ongeveer 3 miljard brede gordel een planeet van 6 tot 28 aardmassa’s zou kunnen ontstaan. De ontdekkers zijn verrast dat op zo’n grote afstand van de ster een relatief kleine planeet-in-wording zou kunnen bestaan. Volgens de gangbare scenario’s kunnen zulke lichte planeten niet op zo’n grote afstand van een lichte ster ontstaan. Planeetvorming – het geleidelijk samenklonteren van stof, gesteenten en gas – is meer iets voor de nabijere omgeving van een ster. (EE)
Exoplanet Formation Surprise

   
12 juni 2013 • Zonneobservatorium succesvol 'gelanceerd'
Vanaf Kiruna, in het noorden van Zweden, is vanochtend (12 juni) met succes het zonneobservatorium Sunrise opgelaten. Polaire luchtstromingen op een hoogte van 35 kilometer zullen Sunrise, die aan een kolossale stratosferische ballon bungelt, de komende dagen meevoeren. Over een dag of vijf moet Sunrise een veilige landing maken in het noorden van Canada. In de tussentijd is zijn telescoop, de grootste die ooit van de aarde is opgestegen, voortdurend op de zon gericht. Met zijn wetenschappelijke instrumenten zal hij nauwkeurig kijken naar de magnetische velden op de zon. Het is niet de eerste vlucht van Sunrise: zijn eerste missie, waarbij de allerkleinste magnetische structuren op de zon konden worden vastgelegd, volbracht hij vier jaar geleden. Ditmaal krijgt hij waarschijnlijk een heel andere zon te zien, want de zon is nu veel actiever dan toen. (EE)
Sunrise 2 successfully launched

   
12 juni 2013 • Het is altijd zonnig op GJ3470b
Een Japans onderzoeksteam heeft voor de eerste keer de atmosfeer van de exoplaneet GJ3470b onderzocht. Uit de waarnemingen, die gedaan zijn met twee telescopen van de Okayama Astrophysical Observatory, blijkt dat deze zeer hete planeet waarschijnlijk geen dicht wolkendek heeft. GJ3470b draait om een ster in het sterrenbeeld Kreeft en is 'maar' 14 keer zo zwaar als onze planeet. Daarmee is hij de op één na lichtste exoplaneet die tot nu toe is opgespoord. De omlooptijd van GJ3470b bedraagt slechts iets meer dan drie dagen. Dat betekent dat de afstand tussen hem en zijn moederster heel klein is: enkele miljoenen kilometers. Vanwege de hoge temperaturen die dat oplevert wordt de planeet ook wel een 'hete Neptunus' genoemd, al omschrijven de Japanse astronomen hem liever als een 'superaarde'. Op de momenten dat de planeet voor zijn ster langs schuift, kan worden gemeten of zijn atmosfeer bepaalde golflengten uit het spectrum van de ster absorbeert of verstrooit. De Japanse waarnemingen laten zien dat de schijnbare afmetingen van de planeet op nabij-infrarode golflengten kleine verschillen vertonen. Dikke bewolking zouden dit effect, dat wordt toegeschreven aan de atmosferische absorptie, maskeren. Het lijkt er dus op dat het altijd zonnig is op GJ3470b. Zonnig, maar veel te heet. (EE)
Sunny Super-Earth?

   
12 juni 2013 • Nieuw soort veranderlijke sterren ontdekt
Astronomen hebben een nieuw soort veranderlijke sterren ontdekt. De ontdekking is gebaseerd zeer kleine regelmatige variaties in de helderheden van sterren in de sterrenhoop NGC 3766. De oorzaak van de helderheidsveranderingen is nog onduidelijk. Veel sterren worden veranderlijke sterren genoemd, omdat hun schijnbare helderheid in de loop van de tijd varieert. Hoe deze helderheid verandert hangt op allerlei ingewikkelde manieren af van de inwendige eigenschappen van deze sterren. Hoewel er al veel soorten veranderlijke sterren zijn ontdekt, komen er nog steeds nieuwe typen bij. De jongste ontdekking is het resultaat van regelmatige metingen, verspreid over een periode van zeven jaar, van de helderheid van meer dan drieduizend sterren in NGC 3766. Deze metingen laten zien dat 36 sterren in deze sterrenhoop een onverwacht patroon vertonen: uiterst kleine helderheidsveranderingen van ongeveer 0,1% van hun normale helderheid met een periode van twee tot twintig uur. De sterren zijn iets heter en helderder dan de zon, maar lijken verder niet ongewoon te zijn. Het bestaan van de nieuwe klasse van veranderlijke sterren, waarvoor nog geen naam is gekozen, wordt door de ontdekkers omschreven als ‘een uitdaging voor de astrofysica’. Volgens de bestaande theoretische modellen zou het licht van deze sterren helemaal geen periodieke veranderingen mogen vertonen. Hoewel de oorzaak van de variabiliteit nog onduidelijk is, is er wel iets intrigerends ontdekt: sommige van de sterren lijken heel snel om hun as te draaien. Ze roteren met een snelheid die meer dan de helft van de kritieke waarde heeft – de drempel waarbij sterren instabiel worden en materie de ruimte in slingeren. Of er een verband bestaat tussen de snelle rotatie en de helderheidsveranderingen moet nog blijken. (EE)
Nieuw soort veranderlijke ster ontdekt

   
12 juni 2013 • Speurtochten naar exoplaneten en ET zoeken donateurs
Steeds vaker wordt de hulp van het grote publiek gezocht bij het verwerken van grote hoeveelheden wetenschappelijke gegevens. Het succesvolle Zooniverse heeft inmiddels al bijna een miljoen deelnemers. Een nieuwe trend is dat geprobeerd wordt om nieuwe onderzoeksprojecten op te starten door middel van crowdfunding. Twee recente voorbeelden op dit gebied zijn Lone Signal en Arkyd. De eerste heeft tot doel om voortdurend signalen uit te zenden naar planetenstelsels waar zich intelligent leven kan hebben ontwikkeld. Arkyd wil een eigen satelliet lanceren om naar planeten bij andere sterren te zoeken. Lone Signal is een initiatief van de Amerikaanse astrobioloog Jacob Haqq-Misra. Hij en zijn team van wetenschappers en ondernemers willen een stroom berichten sturen naar de nabije ster Gliese 526, waar mogelijk leefbare planeten omheen cirkelen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een oude NASA-radioschotel in Californië. Iedereen die dat wil kan gratis een tweet met het datasignaal van Lone Signal meesturen. Tegen een vergoeding kunnen ook grotere berichten of foto's worden verzonden. Het Arkyd-project is een reactie op de problemen met de NASA-satelliet Kepler, die de speurtocht naar exoplaneten ernstig vertragen. Net als Kepler zou de Arkyd-satelliet gaan letten op planeetovergangen ('transits') bij sterren. Dat zijn kleine, regelmatige 'dipjes' in de helderheid van de ster waaruit onder meer grootte en omlooptijd van de betreffende planeet kunnen worden afgeleid. Arkyd streeft naar een startkapitaal van minstens een miljoen dollar, dat al bijna binnen is. Maar eigenlijk is voor het project minimaal het dubbele nodig: belangstellenden kunnen geld doneren via de eind mei gestarte Kickstarter-campagne. (EE)

   
11 juni 2013 • Droog ijs creëert lineaire geulen op Mars
Mysterieuze 'lineaire geulen' op Mars worden waarschijnlijk veroorzaakt door grote brokken van 'droog ijs' - bevroren kooldioxide (CO2). Die conclusie trekken planeetonderzoekers op basis van gedetailleerde foto's, gemaakt door de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO), en experimenten in woestijngebieden in Utah en Californië. De resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad Icarus. Op veel kraterwanden op Mars zijn gullies ('geulen') gevonden die vermoedelijk gevormd zijn door water dat gedurende korte tijd over de hellingen stroomde. Op zandduinen komen echter ook bijzondere 'lineaire geulen' voor, die er heel anders uitzien (ze eindigen bijvoorbeeld niet in 'puinwaaiers', en ze hebben een constante breedte), en waarvan de ontstaanswijze niet duidelijk was. De MRO-foto's en de veldexperimenten doen nu vermoeden dat er sprake is van brokken bevroren kooldioxide die in de lente losraken van de duintoppen en al sublimerend naar beneden glijden, op een soort luchtkussen van CO2-gas. (GS)
Marks on Martian Dunes May Be Tracks of Dry-Ice Sleds (origineel persbericht)

   
11 juni 2013 • Plastics bieden betere bescherming tegen kosmische straling dan aluminium
Bepaalde lichte plastics bieden (per kilogram) een betere bescherming tegen schadelijke kosmische straling dan aluminium. Dat blijkt uit metingen door het CRaTER-instrument aan boord van de Amerikaanse maansonde Lunar Reconnaissance Orbiter, gepubliceerd in het vakblad Space Weather. Energierijke kosmische straling vormt een groot probleem voor bemande ruimtevaart buiten het beschermende magnetische veld van de aarde. Altijd is aangenomen dat bij bemande reizen naar Mars bij voorkeur gebruik gemaakt kan worden van dikke aluminium behuizingen om astronauten te beschermen tegen de kankerverwekkende straling. Uit de nieuwe metingen blijkt nu dat bepaalde lichte plastics veel effectiever zijn in het (gedeeltelijk) absorberen van de straling. (GS)
Moon Radiation Findings May Reduce Health Risks to Astronauts (origineel persbericht)

   
11 juni 2013 • Melkwegstelsel bevat meer koel gas dan gedacht
In het Melkwegstelsel komt veel meer koel gas voor dan tot nu toe altijd is aangenomen. Dat blijkt uit metingen van de Europese infraroodruimtetelescoop Herschel, die gepubliceerd zijn in Astronomy & Astrophysics. Concreet betekent dit dat er veel meer 'bouwmateriaal' voor toekomstige generaties van sterren in het Melkwegstelsel voorkomt dan altijd werd gedacht. Sterren ontstaan uit samentrekkende wolken van gas, voornamlijk koel moleculair waterstofgas. Dat gas is echter vrijwel niet waarneembaar. De hoeveelheid en verdeling van het moleculaire waterstofgas (H2) wordt daarom afgeleid uit waarnemingen van een ander molecuul, dat gemakkelijker detecteerbaar is maar in geringere hoeveelheden voorkomt. Meestal wordt daarvoor koolmonoxide (CO) gebruikt. Koolmonoxide wordt echter afgebroken door ultraviolette straling, waardoor niet altijd goed bekend is in welke relatieve hoeveelheid het op verschillende locaties in het Melkwegstelsel voorkomt. Herschel heeft nu op ver-infrarode golflengten de verdeling van geïoniseerde koolstofatomen (C+) in kaart gebracht. C+ vormt een betrouwbaardere 'tracer' van moleculair waterstof. Uit de Herschel-metingen blijkt dat er bijna anderhalf keer zo veel interstellair gas in het Melkwegstelsel voorkomt dan tot nu toe werd aangenomen, en dat het gas zich bovendien tot op grotere afstanden van het Melkwegcentrum uitstrekt. (GS)
Shining a Light on Cool Pools of Gas in the Galaxy (origineel persbericht)

   
11 juni 2013 • Zwart gat in Sculptor-stelsel doet 'middagslaapje'
Het zware zwarte gat in de kern van het Sculptor-sterrenstelsel (NGC 253) is ergens in de afgelopen tien jaar 'in slaap gevallen'. Die voorzichtige conclusie trekken Amerikaanse röntgenastronomen in een artikel in The Astrophysical Journal, op basis van nieuwe waarnemingen van het stelsel met de röntgensatelliet NuSTAR. Het Sculptor-stelsel, op 13 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, is een zogeheten 'starburst'-stelsel, waarin dus veel nieuwe sterren worden geboren. In 2003 detecteerde de ruimtetelescoop Chandra röntgenstraling uit het centrum van het stelsel, die toegeschreven werd aan heet gas dat door een zwaar zwart gat naar binnen wordt gezogen - een proces dat accretie wordt genoemd. Het zwarte gat zou ongeveer vijf miljoen keer zo zwaar zijn als de zon. De nieuwe NuSTAR-waarnemingen, op hogere röntgenenergieën, wijzen echter onomstotelijk uit dat er momenteel géén accretie plaatsvindt. Er is een kleine kans dat Chandra tien jaar geleden een andere (tijdelijke) röntgenbron heeft waargenomen, maar de onderzoekers denken dat het waarschijnlijker is dat het zwarte gat in het afgelopen decennium aan activiteit heeft ingeboet. Dat is opmerkelijk, omdat er in de kern van het sterrenstelsel wel heel veel chaotische gasbewegingen en stervorming voorkomt. Of en zo ja wanneer het zwarte gat weer actief wordt, is onbekend. (GS)
Black Hole Naps Amidst Stellar Chaos (origineel persbericht)

   
10 juni 2013 • 'Bio-element' boor in Marsmeteoriet
Onderzoekers van de Universiteit van Hawaii hebben in een Marsmeteoriet hoge concentraties van het lichte element boor aangetroffen. In geoxideerde vorm (boraat) kan dit element een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van leven: op aarde zijn de bouwstenen voor RNA (de voorloper van DNA) onder chemische invloed van boraat ontstaan. De hoge boorconcentraties werden aangetroffen in klei-aders in de meteoriet MIL 090030, die in 2009 is gevonden op Antarctica en waarvan vaststaat dat hij afkomstig is van Mars. De onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in PLOS One. (GS)
UH Astrobiologists Find Martian Clay Contains Chemical Implicated in the Origin of Life (origineel persbericht)

   
7 juni 2013 • Opnieuw aardscheerder op bezoek
In de vroege ochtend van zaterdag 8 juni, om 06.42 uur Nederlandse tijd, vloog de ca. 10 meter grote planetoïde 2013 LR6 (op 6 juni ontdekt door de Amerikaanse Catalina Sky Survey) op een veilige afstand van 105.000 kilometer langs de aarde - ongeveer dertig procent van de gemiddelde afstand tussen de aarde en de maan. Zulke 'aardscheerders' vliegen vaak 'rakelings' langs onze planeet, maar ze worden lang niet allemaal opgemerkt. Het 17 meter grote rotsblok dat op 15 februari boven de Russische stad Tsjeljabinsk de aardse dampkring binnendrong en explodeerde, kwam bijvoorbeeld als een volslagen verrassing. (GS)
Small Asteroid Between Earth and Moon Tonight (origineel persbericht)

   
7 juni 2013 • Opportunity zet koers naar Solander Point
De Amerikaanse Marswagen Opportunity, die een kleine tien jaar geleden werd gelanceerd en in januari 2004 op Mars aankwam, zet koers naar een nieuwe bestemming: de heuveltop Solander Point, waar hij over enkele maanden aan moet komen. De afgelopen twintig maanden bracht Opportunity door op Cape York, waar onder andere onderzoek werd verricht naar kleimineralen in bepaalde gesteenten. Zo is onlangs bekendgemaakt dat het rotsblok Esperance enkele miljarden jaren geleden gedurende lange tijd bloot moet hebben gestaan aan vloeibaar water, met een geringe zuurgraad - volgens onderzoeksleider Steven Squyres 'geschikt om te drinken'. Solander Point is een gebied waar veel meer oude gesteentelagen aan het oppervlak liggen, zodat Opportunity gedetailleerder onderzoek kan doen aan de geologische geschiedenis van de rode planeet. (GS)
Mars Rover Opportunity Trekking Toward More Layers (origineel persbericht)

   
7 juni 2013 • Mini-sterrenstelsel ontdekt
Met de 10-meter Keck-telescoop op Hawaii is het kleinste sterrenstelsel ooit ontdekt. Segue 2, zoals het ministelsel heet, was al iets eerder bekend, maar de Keck-metingen hebben nu uitgewezen dat het hooguit zo'n duizend sterren telt. Ons eigen Melkwegstelsel bevat een paar honderd miljard sterren. Segue 2 bevindt zich op kleine afstand van het Melkwegstelsel, waar in de afgelopen decennia al tientallen andere dwergstelsels zijn gevonden. Die zijn echter allemaal toch nog veel groter en zwaarder. Dat er wel degelijk sprake is van een 'sterrenstelsel' en niet van een open sterrenhoop (zoals het Zevengesternte, dat enkele honderden sterren bevat) blijkt uit het feit dat de sterren van Segue 2 liggen ingebed in een kleine, relatief compacte wolk van donkere materie. Het bestaan van zulke 'dark matter clumps', al dan niet 'gevuld' met sterren, wordt voorspeld door theorieën over het ontstaan van grote sterrenstelsels zoals het Melkwegstelsel. Tot op heden zijn ze echter niet in de voorspelde grote aantallen gevonden. Segue 2 is volgens de onderzoekers mogelijk het topje van de ijsberg. De nieuwe massa- en lichtkrachtbepalingen van Segue 2 zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
UCI Scientists Size Up Universe’s Most Lightweight Dwarf Galaxy with Keck Observatory (origineel persbericht)