29 april 2016 • Merkwaardige ‘komeet’ komt uit Oortwolk, maar is toch rotsachtig
Astronomen hebben een uniek object ontdekt dat lijkt te bestaan uit materiaal uit het binnenste deel van het zonnestelsel, uit de tijd dat de aarde ontstond. Er zijn echter sterke aanwijzingen dat het hemellichaam bijna zijn hele leven opgeslagen is geweest in de Oortwolk, ver van de zon (Science Advances, 29 april). Waarnemingen met de Europese Very Large Telescope en de Canada-France-Hawaii Telescope laten zien dat C/2014 S3 (PANSTARRS) een langgerekte baan doorloopt – zoals een komeet – maar tegelijkertijd rotsachtig is – zoals een planetoïde. Het is voor het eerst dat een object van dit type is opgespoord. C/2014 S3 (PANSTARRS) is ontdekt met de Pan-STARRS1-telescoop en werd oorspronkelijk geclassificeerd als een weinig actieve komeet, iets meer dan twee keer zo ver van de zon als de aarde. Zijn huidige lange omlooptijd (ongeveer 860 jaar) wijst erop dat hij uit de Oortwolk komt, en vrij recent in een baan is geduwd die hem dichter bij de zon brengt. Zijn grootte wordt geschat op 250 tot 700 meter.Anders dan andere kometen uit de Oortwolk ontwikkelde C/2014 S3 (PANSTARRS) opmerkelijk genoeg geen staart. Nauwkeurig onderzoek van het licht dat door de ‘komeet’ wordt weerkaatst heeft nu laten zien dat het een typisch voorbeeld is van een planetoïde van type S. Zulke objecten worden doorgaans aangetroffen in het binnenste deel van de planetoïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter. Daaruit leiden de astronomen af dat dit object waarschijnlijk bestaat uit vers materiaal uit het binnenste deel van het zonnestelsel, dat miljarden jaren opgeslagen is geweest in de Oortwolk en nu weer op de weg terug is naar zijn geboorteplaats. Onduidelijk is nog hoeveel van zulke ‘rotsachtige kometen’ er in ons zonnestelsel te vinden zijn. Diverse theoretische modellen voorspellen het bestaan van zulke objecten, maar de voorspellingen van hun aantallen lopen uiteen. ‘Afhankelijk van hoeveel we er gaan vinden, zullen we weten of de reuzenplaneten door het zonnestelsel hebben gedanst toen ze jong waren, of dat ze rustig zijn opgegroeid, zonder al te veel van hun plek te komen,’ aldus de Belgische astronoom Olivier Hainaut, die heeft meegewerkt aan het onderzoek van C/2014 S3 (PANSTARRS). (EE)
Meer informatie:
Uniek brokstuk van ontstaan aarde komt na miljarden jaren terug uit de vriescel

   
28 april 2016 • Donkere energie is al miljarden jaren constant
De donkere energie – de mysterieuze energie die de uitdijing van het heelal doet versnellen – is de afgelopen miljarden jaren niet wezenlijk veranderd. Tot die conclusie komen astronomen op basis van waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra, de Europese satelliet Planck en een hele batterij optische telescopen. Voor hun onderzoek hebben de astronomen een nieuwe techniek ontwikkeld, die gebruik maakt van het gegeven dat de vormen van clusters – verzamelingen sterrenstelsels die door de zwaartekracht bijeen worden gehouden – sterke overeenkomsten vertonen. Zwaardere clusters zijn – simpel geformuleerd – opgeschaalde versie van lichtere clusters. Met die kennis kunnen clusters als afstandsindicatoren worden gebruikt. Alles bij elkaar zijn 320 clusters onderzocht op afstanden van 760 miljoen tot 8,7 miljard lichtjaar. Deze selectie bestrijkt de periode waarin de oorspronkelijk vertragende uitdijing van het heelal in een versnellende uitdijing veranderde – een verschijnsel dat pas rond de laatste eeuwwisseling is ontdekt. Daarnaast is gebruik gemaakt van waarnemingen van supernova-explosies en van de kosmische achtergrondstraling. De gangbare theorieën over de versnelde uitdijing van het heelal gaan ervan uit dat de donkere energie constant is. Als dat toch niet het geval zou zijn, zou je dat moeten kunnen zien aan de afmetingen van verre clusters: die zouden dan groter of kleiner zijn dan verwacht. Daarvan lijkt echter geen sprake te zijn: de afgelopen acht miljard jaar zijn de eigenschappen van de donkere energie niet veranderd. (EE)
Meer informatie:
“Russian Doll” Galaxy Clusters Reveal Information About Dark Energy

   
28 april 2016 • Japanse röntgensatelliet opgegeven
Het Japanse ruimteagentschap JAXA heeft de hoop opgegeven dat de röntgensatelliet Astro-H – alias Hitomi – nog kan worden gered. Hitomi, met een door het Nederlandse ruimteonderzoekslaboratorium SRON gebouwd filterwiel aan boord, werd op 17 februari gelanceerd. Bij de start van de operationele fase, eind maart, ging het mis: het contact met de satelliet ging verloren. Opnamen die nadien vanaf de aarde zijn gemaakt, lieten zien dat er enkele stukken van de satelliet waren losgeraakt. Uit onderzoek blijkt dat het waarschijnlijk gaat om de zonnepanelen: die zouden zijn afgebroken nadat de satelliet – mogelijk ten gevolge van een softwarefout in het standregelsysteem – is gaan rondtollen. Even bestond nog de hoop dat het radiocontact met Hitomi kon worden hersteld, omdat enkele radiosignalen waren ontvangen. Het lijkt er echter op dat die signalen niet afkomstig waren van de Japanse satelliet. Overigens is de missie van Hitomi niet helemaal mislukt. Voordat de satelliet stukging zijn metingen gedaan van de snelheid van het hete gas in de Perseus-cluster. Ironisch detail: aan het instrument waarmee deze waarneming is gedaan, een röntgencalorimeter, is dertig jaar gewerkt en twee eerdere versies ervan gingen verloren bij vorige ruimtemissies. Pas in 2028 zal opnieuw een poging worden gedaan om zo’n instrument te lanceren – ditmaal als onderdeel van de Europese Athena-missie. (EE)
Meer informatie:
Operation Plan Of X-Ray Astronomy Satellite Astro-H (Hitomi)

   
28 april 2016 • Ook Perzische geleerde Avicenna zag heldere supernova
Drie Duitse onderzoekers hebben aanwijzingen gevonden dat ook de 11e-eeuwse Perzische geleerde Avicenna (alias Ibn Sina) getuige is geweest van de verschijning van supernova 1006. Voor zover bekend was dit het helderste hemelverschijnsel dat ooit door mensen is waargenomen. Avicenna reisde heel wat af en deed waarnemingen op de meest uiteenlopende terreinen. Ruim de helft van zijn geschriften is bewaard gebleven. In een van zijn teksten, Ketab Al-Sjifa, zit een passage waarin een beschrijving wordt gegeven van een helder object dat in het jaar 1006 aan de hemel verscheen. De passage is al eerder onderzocht, maar werd tot nu toe geïnterpreteerd als de beschrijving van een komeet. Volgens de Duitse onderzoekers zou het echter om de supernova gaan. In hun nieuwe vertaling beschrijft Avicenna een fonkelend object dat heel helder was en dat mettertijd van kleur veranderde, voordat het geleidelijk verdween. Het tijdstip van de waarneming lijkt overeen te stemmen met het moment waarop de supernova aan de hemel verscheen, en Avicenna spreekt van een ‘ster tussen de sterren’. Supernova 1006 is ook opgetekend door waarnemers uit Marokko, Japan, Jemen en China, maar geen van hen doet melding van kleurveranderingen. De waarneming van Avicenna voegt dus echt iets toe aan wat er al bekend was. Volgens de huidige astronomische inzichten zou het een supernova van type Ia zijn geweest, veroorzaakt door een botsing tussen twee witte dwergsterren. (EE)
Meer informatie:
Examination of ancient text reveals details of Ibn Sina's sighting of supernova

   
28 april 2016 • Mogelijke oorsprong van super-neutrino ‘Big Bird’ achterhaald
Bijna 10 miljard jaar geleden vond in het verre sterrenstelsel PKS B1424-418 een kolossale uitbarsting van energie plaats, die een jaar lang aanhield. Het licht van deze gebeurtenis begon in 2012 op aarde aan te komen. En het lijkt erop dat ook een neutrino ervan is geregistreerd – een neutrino dat het toenmalige energierecord brak (Nature Physics, 18 april). Neutrino’s zijn de snelste, lichtste en meest ongrijpbare elementaire deeltjes. Hoewel ze talrijker zijn dan alle atomen in het heelal, treden ze zelden in wisselwerking met normale materie, waardoor ze zich heel moeilijk laten detecteren. Enkele jaren geleden vond de IceCube Neutrino Observatory op Antarctica de eerste aanwijzingen dat onze planeet wordt bestookt met neutrino’s die ongekend energierijk zijn. Inmiddels zijn ongeveer honderd van die deeltjes geregistreerd, en de meest energierijke daarvan hebben zelfs een eigen naam gekregen, die is ontleend aan het tv-programma Sesamstraat. Een van die super-energierijke neutrino’s – ‘Big Bird’ – kwam binnen op 4 december 2012. Waar dat neutrino vandaan kwam, was tot nu toe onduidelijk. Maar volgens een team van astronomen staat het voor 95 procent vast dat PKS B1424-418 de bron was. IceCube kan niet precies aangeven uit welke richting de gedetecteerde neutrino’s komen: de bron van Big Bird kon ergens binnen een ongeveer 32 graden breed gebied aan de zuidelijke hemel liggen. De astronomen hebben nu bestaande gegevens doorzocht naar objecten in dit gebied die in staat zijn om zulke energierijke neutrino’s te produceren. En dat leverde eigenlijk maar één kandidaat op: PKS B1424-418. PKS B1424-418 is een actief sterrenstelsel waarvan bekend is dat het een bron van gammastraling is – de meest energierijke vorm van elektromagnetische straling. Uit waarnemingen van de Amerikaanse gammasatelliet Fermi blijkt dat PKS B1424-418 vanaf de zomer van 2012 een langdurige uitbarsting vertoonde, waarbij de intensiteit van zijn gammastraling sterk toenam. PKS B1424-418 staat dus op de juiste plek aan de hemel en vertoonde op het juiste moment een uitbarsting om de bron van ‘Big Bird’ te kunnen zijn. Daarbij komt nog dat stelsels als PKS B1424-418 – zogeheten blazars – inderdaad deeltjes produceren die zoveel energie hebben dat er – na een reeks interacties – gammastraling en neutrino’s vrijkomen. (EE)
Meer informatie:
Possible Extragalactic Source of High-Energy Neutrinos

   
28 april 2016 • Mysterieuze röntgendubbelsterren produceren krachtige ‘tegenwind’
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton zijn in twee nabije sterrenstelsels enkele bijzondere dubbelsterren ontdekt die gas uitstoten met bijna een kwart van de lichtsnelheid (Nature, 28 april). Er bestaan twee soorten dubbelsterren die veel röntgenstraling uitzenden. ‘Normale’ röntgendubbelsterren bestaat uit het compacte restant van een ster – een witte dwerg, neutronenster of zwart gat – dat gas opslokt van een begeleidende ster. Daarnaast bestaat er een klasse van röntgendubbelsterren die – om nog niet geheel begrepen redenen – tien tot honderd keer zoveel röntgenstraling produceren. In beide gevallen verzamelt het aangetrokken gas zich in een schijf rond het compacte object. Door wrijving in de schijf wordt het gas extreem heet en zendt het röntgenstraling uit. Maar niet al het gas komt uiteindelijk in het centrale object terecht: een deel ervan wordt door de tegendruk van de intense straling terug de ruimte in geblazen. Met XMM-Newton zijn voor het eerst metingen gedaan van de snelheden die de winden van de ultra-heldere röntgendubbelsterren bereiken. De onderzoeksresultaten wijzen erop dat de grote röntgenhelderheid van deze objecten te danken is aan een buitengewoon snelle overdracht van gas naar het compacte object. De gasschijf die hen omringt is sterk opgezwollen ten gevolge van de stralingsdruk die het rijkelijk aanwezige gas uitoefent. Onduidelijk is nog in hoeverre die sterke ‘tegenwind’ verband houdt met het centrale object. Mogelijk heeft dat object bij ultra-heldere röntgendubbelsterren simpelweg meer massa dan bij normale röntgendubbelsterren. Het zou dan gaan om zwarte gaten van enkele tientallen zonsmassa’s. (EE)
Meer informatie:
Powerful winds spotted from mysterious X-ray binaries

   
27 april 2016 • Europese telescoop is voorzien van nieuw ‘kunstster’-systeem
Op de ESO-sterrenwacht op Paranal, in het noorden van Chili, is een nieuw systeem in gebruik genomen dat, met behulp van krachtige lasers, vier kunstmatige sterren op de hemel kan projecteren. Deze ‘richtsterren’ worden gebruikt voor de adaptieve optische systemen van de Very Large Telescope, waarmee wordt gecorrigeerd voor de vertroebelende werking van de aardatmosfeer. De Four Laser Guide Star Facility (4LGSF) bestaat uit vier 22-watt lasers. Door deze op de hemel te richten worden natriumatomen in de hoge atmosfeer zodanig aan het gloeien gebracht dat zij op echte sterren lijken. Deze kunststerren stellen de systemen in staat om scherpe hemelopnamen te maken. Met vier lasers kan de atmosferische turbulentie veel nauwkeuriger in kaart worden gebracht dan met één laser, en kunnen scherpe opnamen van een groter stukje hemel worden gemaakt. De 4LGSF-lasers van ESO zijn ontwikkeld in samenwerking met de industrie. Een van de laseronderdelen is geleverd door het Nederlandse bedrijf TNO. Ook andere grote sterrenwachten maken gebruik van deze lasers of zullen dat in de toekomst gaan doen. (EE)
Meer informatie:
Vier lasers boven Paranal

   
26 april 2016 • Hubble ontdekt maantje bij dwergplaneet Makemake
De ijzige dwergplaneet Makemake heeft een maan. Makemake (genoemd naar de scheppingsgod van de oorspronkelijke bewoners van Paaseiland) is een van de grootste ijsdwergen in de Kuipergordel, buiten de baan van Neptunus. Hij werd in 2005 ontdekt. Vanwege zijn afmetingen (de middellijn bedraagt ca. 1400 km) is hij - net als de grote ijsdwergen Pluto, Eris en Haumea - officieel als dwergplaneet geklassificeerd (de vijfde dwergplaneet in ons zonnestelsel is Ceres, het grootste object in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter). Makemake valt op door zijn heldere oppervlak, dat vermoedelijk bedekt is met ijs. Op foto's die vorig jaar gemaakt zijn door de Wide Field Camera 3 van de Hubble Space Telescope is nu een maantje ontdekt, dat de voorlopige aanduiding S/2015 (136472)1 heeft gekregen. Het maantje heeft naar schatting een middellijn van 150 kilometer en bevindt zich op een afstand van minstens 20.000 kilometer van Makemake; de omlooptijd bedraagt dan minstens 12 dagen. Opmerkelijk is dat het maantje een veel donkerder oppervlak heeft. Ook de dwergplaneet Eris heeft een maan; Haumea heeft er twee, en Pluto zelfs vijf (de grote maan Charon en vier veel kleinere maantjes). Zulke manen kunnen zijn ontstaan bij een botsing van het moederlichaam met een andere, kleinere ijsdwerg, of het kan om 'ingevangen' objecten gaan. De ontdekking van het maantje van Makemake maakt het mogelijk om de massa en daarmee de dichtheid en de samenstelling van de dwergplaneet te bepalen. Op die manier hopen planeetonderzoekers te ontdekken of Makemake qua inwendige opbouw meer op Pluto of meer op Eris lijkt - Eris is vrijwel even groot als Pluto, maar is veel zwaarder en bestaat dus voor een minder groot deel uit ijs. (GS)
Meer informatie:
Hubble Discovers Moon Orbiting the Dwarf Planet Makemake (origineel persbericht)

   
26 april 2016 • Lichtecho's bieden informatie over protoplanetaire schijf
Astronomen hebben via een slim trucje achterhaald waar de binnenrand ligt van de protoplanetaire schijf rond een pasgeboren ster. Protoplanetaire schjijven zijn afgeplatte, roterende schijven van gas en stof rond jonge sterren; uit het materiaal in zo'n schijf klonteren in een later stadium planeten samen. Het binnenste deel van de schijf is vaak schoongeblazen door de straling van de ster, maar hoe groot die centrale opening is - met andere woorden: wat de afstand is van de ster tot de binnenrand van de schijf - is niet eenvoudig te achterhalen. Met behulp van de lichtecho-techniek is dat nu in het geval van de ster YLW 16B, op 400 lichtjaar afstand van de aarde, wél gelukt. De jonge ster (hij is ca. 1 miljoen jaar oud) vertoont flinke helderheidsvariaties, en die leiden tot variaties in de warmtestraling van de binnenrand van de relatief dikke protoplanetaire schijf. Met infraroodtelescopen in de ruimte en op de grond zijn die variaties nu opgemeten, en door ze te vergelijken met de helderheidsvariaties van de ster zelf, viel relatief eenvoudig te achterhalen met hoe veel 'vertraging' ze optreden. Die vertraging wordt veroorzaakt doordat het licht van de ster tijd nodig heeft om de binnenrand van de protoplanetaire schijf te bereiken. Uit de metingen, die gepubliceerd zijn in The Astrophysical Journal, blijkt dat de binnenrand van de protoplanetaire schijf van YLW 16B zich op 12 miljoen kilometer afstand van de ster bevindt. Het is voor het eerst dat de lichtecho-techniek gebruikt wordt voor metingen aan protoplanetaire schijven; de astronomen verwachten dat de techniek in de toekomst ook bij veel andere jonge sterren kan worden toegepast. (GS)
Meer informatie:
Light Echoes Give Clues to Protoplanetary Disk (origineel persbericht)

   
26 april 2016 • Titan-meer Ligeia Mare bevat louter methaan
Ligeia Mare, een van de grootste meren op de Saturnusmaan Titan, bestaat uit vrijwel louter methaan (CH4). Dat blijkt uit een gedetailleerde analyse van radarwaarnemingen, verricht door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini. Planeetonderzoekers hadden verwacht dat Ligeia Mare juist meer ethaan (C2H6) zou bevatten. De grote Saturnusmaan Titan is de enige maan in het zonnestelsel met een substantiële dampkring. Door dikke heïige lagen in die dampkring is het oppervlak vanuit de ruimte niet zichtbaar. Dat oppervlak heeft een temperatuur van 180 graden onder nul; water komt er alleen voor in de vorm van ijs. Het radarinstrument van Cassini heeft grote uitgestrekte meren ontdekt, die ongeveer twee procent van het oppervlak beslaan (meer dan 1,6 miljoen vierkante kilometer). De meren bevinden zich vooral op het noordelijk halfrond van Titan, en bestaan uit vloeibare gassen. Op de nieuwste radarwaarnemingen waren ook reflecties van de bodem van Ligeia Mare te zien. Dat grote meer, dichtbij Titans noordpool, blijkt op sommige plaatsen 160 meter diep te zijn. Mede op basis van infraroodmetingen is nu vastgesteld dat Ligeia Mare vrijwel uitsluitend methaan bevat, en dat er op het oppervlak vermoedelijk een dikkere laag van koolwaterstofverbindingen drijft. Ook blijkt dat de omgeving van het meer vermoedelijk moerasachtig is. (GS)
Meer informatie:
Profile of a methane sea on Titan (origineel persbericht)

   
26 april 2016 • Lintje voor Heino Falcke
De Duits-Nederlandse hoogleraar radioastronomie Heino Falcke van de Radboud Universiteit in Nijmegen is door de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls onderscheiden met een koninklijk lintje - de medaille die hoort bij het ridderschap in de Orde van Oranje-Nassau. Falcke is vooral bekend door zijn werk aan LOFAR (Low-Frequency Array) - de revolutionaire 'gedistribueerde' radiotelescoop met het centrum in Drenthe - en zijn werk aan zwarte gaten. Zo werkt hij onder andere aan de realisatie van BlackHoleCam - een netwerk van radioschotels over de hele wereld waarmee het mogelijk moet zijn om de 'schaduw' van het superzware zwarte gat in de kern van ons Melkwegstelsel in beeld te brengen. (GS)

   
26 april 2016 • Planet Nine misschien zichtbaar met 'oerknaltelescopen'
De hypothetische 'Planet Nine' in de buitendelen van ons zonnestelsel kan misschien gedetecteerd worden met telescopen die ontwikkeld zijn voor onderzoek aan de kosmische achtergrondstraling - de 'echo' van de oerknal. Dat schrijven Canadese onderzoekers in The Astrophysical Journal. Ameirkaanse sterrenkundigen opperden eerder dit jaar het bestaan van een grote, zware planeet op zeer grote afstand van de zon. De aanwezigheid van die 'Planet Nine' zou een sluitende verklaring kunnen bieden voor de baaneigenschappen van een aantal kleine, bevroren hemellichamen (ijsdwergen) buiten de baan van Neptunus. Uit computersimulaties blijkt dat Planet Nine, als hij bestaat, naar schatting 10 maal zo zwaar is als de aarde en dat hij zich momenteel op een afstand van ruim honderd miljard kilometer van de zon bevindt. Met gewone telescopen is zo'n koud, donker hemellichaam nauwelijks te vinden. Maar volgens Nicolas Cowan van de McGill University en zijn collega's is Planet Nine misschien wel zichtbaar voor telescopen die zijn ontworpen om metingen te doen aan de kosmische achtergrondstraling, op golflengten van ca. 1 millimeter. De astronomen rekenen voor dat Planet Nine een temperatuur zal hebben van 30 tot 50 graden boven het absolute nulpunt (tussen de 240 en 220 graden onder nul). Objecten met die temperatuur zenden zogeheten submillimeterstraling uit. Precies in datzelfde golflengtegebied wordt ook de kosmische achtergrondstraling onderzocht - het afgekoelde restant van de straling die tijdens de oerknalfase van het heelal is uitgezonden. Grote 'oerknaltelescopen' zoals de South Pole Telescope en de Atacama Cosmology Telescope zouden in staat moeten zijn om Planet Nine waar te nemen als een kleine puntvormige stralingsbron die in de loop van een jaar een piepklein beetje heen en weer schommelt als gevolg van de draaiing van de aarde om de zon. (GS)
Meer informatie:
Can CMB Experiments Find Planet Nine? (origineel persbericht)

   
26 april 2016 • Nieuwe techniek levert Marsfoto's in super-resolutie
Een nieuwe beeldbewerkingstechniek levert foto's van het Marsoppervlak op die tot vijf maal zo scherp zijn als wat voorheen mogelijk was. De SRR-techniek (Super Resolution Restoration) maakt daarbij gebruik van meerdere opnamen van hetzelfde gebied. Door die te 'stacken' (bij elkaar 'op te tellen') kunnen details met afmetingen van 5 tot 10 centimeter groot worden onderscheiden, ook al hebben de oorspronkelijke foto's een resolutie van 25 tot 50 centimeter (dat is bijvoorbeeld het geval voor de opnamen van de HiRISE-camera van de Amerikaanse Mars Reconaissance Orbiter). Onderzoekers van University College London hebben de techniek toegepast op foto's van de landingsplaatsen van de onfortuinlijke Britse Marslander Beagle-2, en van de Amerikaanse Marswagentjes Opportunity en Curiosity. De SRR-techniek is beschreven in een publicatie in Planetary and Space Science. Bij toepassing van de SRR-techniek op Mars kan gebruik worden gemaakt van foto's die in de loop van enkele jaren zijn gemaakt, omdat het Marslandachap nauwelijks verandert en de planeet een zeer ijle dampkring heeft. In het geval van de aarde, waarbij satellieten door de turbulente dampkring naar beneden moeten kijken, is de techniek volgens de onderzoekers alleen bruikbaar op foto's die binnen een fractie van een seconde zijn gemaakt. Ook dan is echter een flinke toename van de resolutie haalbaar. (GS)
Meer informatie:
Mars’ surface revealed in unprecedented detail (origineel persbericht)

   
25 april 2016 • Nieuwe Herschel-beelden van stervormingsgebieden in het Melkwegstelsel
Europese astronomen hebben de eerste resultaten gepubliceerd van het Hi-GAL project (Herschel infrared GALactic Plane Survey) - het meest omvangrijke waarnemingsprogramma van de Europese ruimtetelescoop Herschel. Herschel heeft gedurende vier jaar (2009-2013) metingen verricht op ver-infrarode en sub-millimetergolflengten. Op die relatief lange golflengten wordt straling gemeten van zeer koele objecten in het heelal, zoals donkere stofwolken en sterren-in-wording in verschillende stadia, van samentrekkende stofwolkjes tot verduisterde protosterren. De Hi-GAL-survey had tot doel om het Melkwegvlak gedetailleerd in kaart te brengen. Het eerste deel van de waarnemingsgegevens, in de richting van het Melkwegcentrum, is inmiddels geanalyseerd. De resultaten zijn in Astronomy & Astrophysics gepubliceerd in de vorm van 70 infrarood-'kaarten' met afmetingen van 2 bij 2 graden, en vijf catalogi met in totaal vele honderdduizenden waargenomen puntbronnen. Het tweede deel van de Hi-GAL-survey zal naar verwachting eind 2016 gepubliceerd worden. De ver-infraroodopnamen van Herschel bieden een verrassend nieuwe kijk op veel bekende stervormingsgebieden zoals onder andere de Adelaarnevel, die eerder gedetailleerd in beeld is gebracht door de Hubble Space Telescope. De Hi-GAL-catalogi zullen in de komende jaren een belangrijke bron van informatie vormen voor astronomen die onderzoek doen aan de geboorte van sterren. (GS)
Meer informatie:
New Herschel maps and catalogues reveal stellar nurseries across the Galactic plane (origineel persbericht)

   
25 april 2016 • Duits-Nederlandse impuls voor onderzoek zwaartekrachtgolven
Vandaag hebben Nikhef en het Duitse Albert-Einstein-Institut in aanwezigheid van minister-president Mark Rutte een verklaring ondertekend om de wetenschappelijke en technologische samenwerking op het gebied van zwaartekrachtsgolvenonderzoek verder te versterken. Plan is ook om een gezamenlijke visie op een nieuwe (derde generatie) detector voor zwaartekrachtsgolven te ontwikkelen. De ondertekening vond plaats tijdens de Hannover Messe 2016, de grootste technologiebeurs ter wereld. Eén van de meest veelbelovende toekomstige projecten is de ‘Einstein Telescoop’ (ET), een detector die veel nauwkeuriger kan meten dan de huidige instrumenten. Het doel van de nu getekende samenwerkingsovereenkomst tussen Nikhef en het Duitse Albert-Einstein-Institut (AEI) is om te komen tot een gezamenlijke visie op het zwaartekrachtsgolvenonderzoek en op de ontwikkeling van nieuwe detectoren. Een belangrijk onderdeel van de samenwerking zal zijn om gezamenlijk onderzoek te doen naar een mogelijke locatie voor een toekomstige detector in Europa. Dit zal onder andere in de vorm van haalbaarheidsstudies gebeuren, waarbij het Duits-Nederlandse grensgebied in Zuid-Limburg en Nordrhein-Westfalen een te onderzoeken locatie is.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
22 april 2016 • Ruimtetelescoop Kepler start microlenscampagne
Na een dagenlange storing is de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler sinds vrijdag 22 april weer volledig operationeel. Eerder deze maand zette Kepler zichzelf in de 'emergency mode'. De oorzaak van de storing is nog steeds niet achterhaald, maar door alle boordcomputers te resetten is het probleem verholpen. Het wetenschappelijk programma van Kepler - de speurtocht naar planeten bij andere sterren - is weer hervat. Iets later dan oorspronkelijk de bedoeling was begint Kepler nu aan een meetcampagne waarbij gezocht wordt naar planeten via de microlenstechniek. Daartoe is de ruimtetelescoop op het centrum van ons Melkwegstelsel gericht. Het licht van een ster in het Melkwegcentrum kan tijdelijk versterkt worden door de zwaartekracht van een dichterbij gelegen ster die exact tussen de verre ster en de aarde door beweegt - de zogeheten zwaartekrachtlenswerking. Wanneer er rond de lens-ster planeten bewegen, kunnen die kortstondige helderheidspieken veroorzaken in het licht van de achtergrondster. Voor deze campagne, die tot 1 juli duurt, werkt Kepler nauw samen met telescopen op de grond. De ruimtetelescoop draait in een baan om de zon, op grote afstand van de aarde. (GS)
Meer informatie:
Kepler Recovered and Returned to the K2 Mission (origineel persbericht)

   
22 april 2016 • Oude sterren in kern Melkweg ‘lopen’ uit de maat
Een internationaal team van astronomen heeft ontdekt dat zich in de binnenste 2000 lichtjaar van ons Melkwegstelsel een populatie van zeer oude sterren schuilhoudt. De omloopbanen van deze sterren, die meer dan 10 miljard jaar oud zijn, vertonen een grote mate van willekeur. De astronomen hebben met de Anglo-Australian Telescope op Siding Spring (Australië) een klasse van oude sterren onder de loep genomen die bekendstaan als RR Lyrae-sterren. Deze pulserende sterren vertonen helderheidsvariaties met een periode van ruwweg een dag, en behoren tot de zogeheten ‘standaardkaarsen’. Er bestaat een duidelijk verband tussen de absolute helderheid van deze sterren en hun pulsatieperiode, wat het mogelijk maakt om hun afstanden te bepalen. RR Lyrae-sterren worden alleen aangetroffen in oude sterpopulaties, zoals die in bolvormige sterrenhopen en in de kern van ons Melkwegstelsel. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de RR Lyrae-sterren op die laatste locatie zich merkwaardig gedragen. Waar de wat jongere sterren allemaal in ruwweg dezelfde richting om het galactisch centrum draaien, vertonen de banen van RR Lyra een veel grotere mate van willekeur. Dat laatste wijst erop dat deze sterren – die waarschijnlijk tot de oudste van onze Melkweg behoren – op grotere afstand van het centrum zijn ontstaan. Om daar meer te weten over te komen, willen de astronomen het exacte ’metaalgehalte’ – de hoeveelheid elementen zwaarder dan helium – van de RR Lyrae-sterren gaan meten. Hoe lager dat gehalte, des te ouder ze zijn. (EE)
Meer informatie:
Cosmic Beacons Reveal the Milky Way's Ancient Core

   
21 april 2016 • Radioactief ijzer van nabije supernova-explosie ook vanuit de ruimte gemeten
De meeste kosmische straling die vanuit ons eigen Melkwegstelsel op de aarde af komt, is afkomstig van (ontploffende) zware sterren in nabije sterrenhopen. Dat blijkt uit waarnemingen met de Cosmic Ray Isotope Spectrometer (CRIS) aan boord van de NASA-satelliet ACE (Science, 22 april). In de zeventien jaar dat CRIS zich in de ruimte bevindt, heeft het instrument ongeveer 300.000 atoomkernen van het element ijzer gedetecteerd die van buiten ons zonnestelsel afkomstig zijn. Vijftien van die atoomkernen zijn zwaarder dan normale ijzerkernen: het betreft een radioactieve isotoop van het element ijzer, die ijzer-60 wordt genoemd. Omdat ijzer-60 een halfwaardetijd van 2,6 miljoen jaar heeft, wordt de oorsprong van de ijzerkernen gezocht bij een supernova-explosie op maximaal 2000 lichtjaar van de aarde, die ergens in de laatste paar miljoen jaar moet hebben plaatsgevonden. Binnen een straal van 2000 lichtjaar zijn een stuk of twintig kleine sterrenhopen te vinden waar zich recent supernova-explosies kunnen hebben afgespeeld. Eerdere CRIS-metingen van isotopen van nikkel en kobalt hebben laten zien dat er tussen het ontstaan van de galactische kosmische straling en de versnelling van de daarin aanwezige atoomkernen een onderbreking van minstens 100.000 jaar zit. Dat betekent dat de gedetecteerde kernen niet rechtstreeks door één supernova de ruimte in worden geschoten. Het materiaal van de supernova wordt pas verspreid wanneer er een eindje verderop nóg een supernova—explosie plaatsvindt. Het is de schokgolf van die tweede supernova die de atoomkernen doet versnellen. De nieuwe onderzoeksresultaten zijn in overeenstemming met de conclusies van enkele andere recente onderzoeken, waarvan de resultaten de afgelopen weken zijn gepubliceerd. Bij deze onderzoeken is ijzer-60 aangetoond in sedimenten op de oceaanbodem en in bodemmonsters van de maan. (EE)
Meer informatie:
Microscopic ‘Clocks’ Time Distance To Source Of Galactic Cosmic Rays

   
21 april 2016 • Jarige ruimtetelescoop fotografeert kosmische zeepbel
Ter gelegenheid van de 26ste verjaardag van de Hubble-ruimtetelescoop is een nieuwe opname gepresenteerd van de zogeheten Zeepbelnevel. Dit object, dat officieel NGC 7635 heet, is een vrijwel bolvormige wolk van gas en stof met een ster daarbinnen. De Zeepbelnevel staat op een afstand van 8000 lichtjaar in het sterrenbeeld Cassiopeia. Het object werd in 1787 voor het eerst opgemerkt door de Britse astronoom William Herschel en is al verschillende keren eerder door ‘Hubble’ gefotografeerd. Vanwege de grote omvang van de nevel, was op eerdere opnamen echter steeds maar een stukje ervan te zien. De nu gepresenteerde foto – een mozaïek van vier nieuwe opnamen – toont de ‘zeepbel’ in zijn volle glorie. De vrijwel volmaakt symmetrische schil van gas en stof is het resultaat van een krachtige uitstoot van gas – de zogeheten sterrenwind – van de ster die links bovenin te zien is. Deze zeer hete ster, die tien tot twintig keer zoveel massa heeft als de zon, blaast het omringende interstellaire gas en stof alle kanten op. Merkwaardig is wel dat de ster bepaald niet in het centrum van de Zeepbelnevel staat. Astronomen zijn het er nog niet over eens hoe deze situatie is ontstaan. De grote wolk van moleculair gas die de ster omringt, probeert de uitdijing van de zeepbel tegen te houden. Maar voorlopig verliest hij de strijd: de Zeepbelnevel, die al ongeveer tien lichtjaar meet, wordt per uur 100.000 kilometer groter. (EE)
Meer informatie:
Hubble captures birthday bubble

   
19 april 2016 • Dawn levert haarscherpe foto's van kraters op Ceres
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft nieuwe opnamen gemaakt van kraters op het oppervlak van de dwergplaneet Ceres. Dawn draait momenteel in een zeer lage baan rond Ceres, op een hoogte van slechts 385 kilometer. Om verschillen in oppervlaktesamenstelling duidelijk zichtbaar te maken, zijn de kleuren op de opnamen versterkt. Op die manier is te zien dat zich rond de 34 kilometer grote krater Haulani blauwachtig materiaal bevindt. De precieze samenstelling en herkomst daarvan is nog een raadsel. Ook bij andere kraters op Ceres is blauwachtig materiaal gevonden. Haulani is een relatief jonge inslagkrater; op de kraterbodem komen vrijwel geen kleinere kratertjes voor. De onderzoeksmissie van Dawn komt deze zomer ten einde. (GS)
Meer informatie:
New Ceres Images Show Bright Craters

   
19 april 2016 • Hoge Venusdampkring kouder, ijler en turbulenter dan gedacht
De dampkring boven de polen van de planeet Venus is op grote hoogte ijler en kouder dan gedacht. Ook komen er verschillende soorten atmosferische golven in voor. Dat blijkt uit metingen die de Europese planeetverkenner Venus Express tussen 24 juni en 11 juli 2014 verzamelde, tijdens zijn afdaling in de Venusatmosfeer. De nieuwe resultaten zijn gepbuliceerd in Nature Physics. Venus Express kwam in 2006 aan in een baan rond Venus. Aan het eind van zijn missie werd hij in een steeds lagere omloopbaan gebracht, waarbij hij afremde op de wrijving met de bovenste dampkringlagen (aerobraking). Uiteindelijk verbrandde de planeetverkenner eind 2014 in de Venusatmosfeer. Tijdens de aerobrake-manoeuvre ondervond Venus Express een soort turbulentie (zoals je soms in een vliegtuig voelt, maar dan veel subtieler), die vastgelegd werd door de accelerometers aan boord. Daaruit leiden planeetonderzoekers af dat er verschillende atmosferische golven in de dampkring voorkomen. Uit de metingen van Venus Express bleek ook dat de temperatuur van de hoge polaire dampkring (tussen 130 en 140 kilometer boven het oppervlak) 70 graden lager is dan werd verwacht, namelijk 157 graden onder nul. Bovendien bleek dat de dichtheid van de atmosfeer op deze hoogte 20 tot 40 procent lager is dan eerder werd aangenomen. (GS)
Meer informatie:
Swansong Experiment Sheds Light on Venus's Polar Atmosphere (origineel persbericht)

   
18 april 2016 • Eindelijk gammastraling gemeten van actief sterrenstelsel Arp 220
Voor het eerst hebben sterrenkundigen energierijke gammastraling gedetecteerd van het actieve sterrentelsel Arp 220. De metingen zijn verricht door NASA's ruimtetelescoop Fermi. De gammastraling van Arp 220 kwam pas aan het licht nadat astronomen bestaande metingen opnieuw analyseerden met verbeterde software. Energierijke gammastraling wordt opgewekt wanneer snel bewegende elektrisch geladen deeltjes in botsing komen met atomen in het interstellaire medium - het zeer ijle gas in de ruimte tussen de afzonderlijke sterren van het stelsel. Die hoogenergetische deeltjes (verwarrend genoeg 'kosmische straling' genoemd) zijn op hun beurt afkomstig van schokgolven in uitdijende supernovaresten. Van Arp 220 is bekend dat het in werkelijkheid gaat om twee botsende sterrenstelsels. Als gevolg van de botsing, die ca. 700 miljoen jaar geleden plaatsvond, is er sprake van een enorme stervormingsactiviteit. Dat betekent automatisch dat er ook veel supernova-explosies in het stelsel moeten voorkomen: zware sterren leven maar kort voordat ze uit elkaar spatten. Veel supernova's betekent veel kosmische straling, en dus ook veel energierijke gammastraling. Die was bij Arp 220 tot nu toe echter niet gevonden, ondanks de relatieve nabijheid van het stelsel (ca. 250 miljoen lichtjaar). Uit de Fermi-metingen, gepresenteerd in The Astrophysical Journal, leiden de onderzoekers af dat ca. 4 procent van de kinetische (bewegings-)energie van een supernova wordt omgezet in kosmische-stralingsdeeltjes met een energie van meer dan 1 gigaelektronvolt. (GS)
Meer informatie:
Found: A Galaxy’s Missing Gamma Rays (origineel persbericht)

   
18 april 2016 • HAWC brengt energierijke gammastraling in kaart
Amerikaanse en Mexicaanse onderzoekers hebben op de jaarbijeenkomst van de American Physical Society een nieuwe kaart van de sterrenhemel gepresenteerd, waarop de herkomst zichtbaar is van de meest energierijke gammastraling uit het heelal. De meeste bronnen van deze VHE-gammastraling (very high energy) bevinden zich in ons eigen Melkwegstelsel, maar op de kaart zijn ook enkele actieve sterrenstelsels te zien, zoals Markarian 421 en Markarian 501. De kaart is gebaseerd op metingen die in het afgelopen jaar verzameld zijn door het High Altitude Water Cherenkov-observatorium (HAWC) - een verzameling van 300 grote tanks met ultrapuur water op 4100 meter hoogte op de Sierra Negra in Mexico. Energierijke gammastraling (of hoogenergetische geladen deeltjes) uit het heelal produceren in de aarde dampkring een 'waterval' aan secundaire deeltjes; die deeltjesregen veroorzaakt in de watertanks een zwak lichtschijnsel (Cherenkov-straling) dat met behulp van zeer gevoelige detectoren wordt geregistreerd. HAWC is veel gevoeliger en heeft vooral ook een veel hogere 'gezichtsscherpte' dan zijn kleinere voorganger Milagro in het noorden van de Amerikaanse staat New Mexico. Zo bleek dat de bekende VHE-bron TeV J1930+188 in werkelijkheid uit meerdere 'hot spots' bestaat. (GS)
Meer informatie:
HAWC Gamma-Ray Observatory Reveals New Look at the Very-high-energy Sky (origineel persbericht)

   
18 april 2016 • Röntgenopnamen van kometen bevestigen samenstelling zonnewind
Röntgenwaarnemingen van kometen kunnen informatie opleveren over de samenstelling van de zonnewind - de stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen. NASA's Chandra X-ray Observatory heeft in 2013 twee kometen bestudeerd die dat jaar door de binnendelen van het zonnestelsel bewogen: komeet C/2012S1 ISON en komeet C/2011S4 PanSTARRS. De röntgenstraling wordt opgewekt door ladingsuitwisseling tussen neutrale waterstofatomen in de ijle 'dampkring' van de komeet (de coma) en zware ionen in de zonnewind. Uit de mooie, regelmatige vorm van de waargenomen röntgenemissie blijkt dat de coma van komeet ISON een relatief grote dichtheid heeft en voornamelijk uit gas bestaat; de diffusere röntgenemissie van komeet PanSTARRS wijst op een lagere dichtheid en een relatief grotere hoeveelheid stofdeeltjes. Amerikaanse en Duitse astronomen hebben een nieuw model ontwikkeld om uit de waargenomen röntgenmetingen informatie af te leiden over de samenstelling van de zonnewind. Hun resultaten voor wat betreft de hoeveelheid koolstof- en zuurstof-ionen in de zonnewind komt goed overeen met metingen van de ACE-ruimtesonde (Advanced Composition Explorer). De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
Comets ISON & PanSTARRS: Comets in the "X"-Treme (origineel persbericht)

   
14 april 2016 • Interstellair stof opgevangen bij planeet Saturnus
De ruimtesonde Cassini, die al twaalf jaar om de planeet Saturnus cirkelt, heeft stofdeeltjes gedetecteerd die waarschijnlijk van buiten ons zonnestelsel afkomstig zijn. Het gaat om een gering aantal: slechts 36 van de miljoenen ijsrijke stofdeeltjes die Cassini’s Cosmic Dust Analyser heeft geregistreerd, hebben een signatuur die erop wijst dat ze uit de interstellaire ruimte afkomstig zijn (Science, 15 april). Dat laatste wordt onder meer afgeleid uit de grote snelheden waarmee de stofdeeltjes bewogen: 72.000 kilometer per uur – snel genoeg om uit ons zonnestelsel te kunnen ontsnappen. Ook de afwijkende samenstelling van de deeltjes wijst op hun exotische afkomst: ze bestaan uit een mengsel van vaste mineralen, en niet uit ijs. Opvallend is dat de samenstelling van de deeltjes, die dus verspreid over een lange periode werden opgevangen, heel uniform is. Dat betekent dat het ijle materiaal in de Lokale Interstellaire Wolk – waar de deeltjes vandaan zouden komen – homogeen moet zijn. Mogelijk zijn de deeltjes – onder invloed van de schokgolven van exploderende sterren – een aantal keren verdampt en opnieuw gecondenseerd voordat ze in ons zonnestelsel terechtkwamen. Het is niet voor het eerst dat een ruimtesonde interstellaire stofdeeltjes heeft opgepikt. Eerder deden ook de ruimtesondes Ulysses en Stardust dat. (EE)
Meer informatie:
Interstellar dust intercepted at Saturn

   
14 april 2016 • Deinende ijskorst van Europa genereert mogelijk meer warmte dan gedacht
Experimenteel onderzoek door Amerikaanse aardwetenschappers wijst erop dat de deinende ijskorst van de Jupitermaan Europa meer warmte genereert dan tot nu toe werd aangenomen. De overmatige warmteproductie zou voor rekening komen van ‘defecten’ in het kristalrooster van het ijs (Earth and Planetary Science Letters, 1 juni). De ijskorst van Europa vertoont talrijke barsten die aan tektonische activiteit worden toegeschreven. Ook lijkt het ijs – ondanks de extreem lage temperaturen in dit deel van ons zonnestelsel – niet overal even hard bevroren te zijn. De warmte die nodig is voor deze ‘geologische’ processen wordt toegeschreven aan getijdenwerking. Doordat zijn afstand tot Jupiter enigszins varieert, is Europa het ene moment wat minder bolvormig dan het andere. Dat resulteert in een kneedproces waarbij zoveel warmte vrijkomt dat het inwendige van de Jupitermaan deels vloeibaar kan blijven. De details van dit kneedproces zijn echter nog niet goed begrepen. Eenvoudige mechanische modellen van de ijskorst van Europa geven weliswaar aan dat er genoeg warmte wordt geproduceerd om een ‘ondergrondse’ oceaan in stand te houden, maar niet genoeg om ook de waargenomen tektoniek te verklaren. De aardwetenschappers hebben nu experimenteel onderzocht hoeveel warmte vrijkomt wanneer je een ijsmonster afwisselend sterk samendrukt en weer loslaat. Modelberekeningen hadden laten zien dat de meeste warmte die bij dit proces wordt gegenereerd afkomstig is van de wrijving tussen ijskorrels. Dat zou betekenen dat de grootte van de korrels van invloed is op de hoeveelheid warmte. Uit de experimenten blijkt echter dat de korrelgrootte nauwelijks van invloed is op de warmteproductie. Hieruit leiden de wetenschappers af dat wrijving niet de belangrijkste warmtebron is. In plaats daarvan lijkt de meeste warmte afkomstig te zijn van de zogeheten roosterdefecten die door de vervorming in de kristalstructuur van het ijs ontstaan. De onderzoekers doen de aanbeveling dat volgende modellen voor de ijskorst van Europa rekening houden met deze extra warmteproductie, die vrijwel zeker van invloed is op de dikte van de ijskorst van de Jupitermaan. (EE)
Meer informatie:
Europa’s Heaving Ice Might Make More Heat Than Scientists Thought

   
14 april 2016 • Was ’Wow!’-signaal afkomstig van een komeet?
Een voormalige analist die voor het Amerikaanse ministerie van defensie heeft gewerkt, denkt een verklaring te hebben voor een geheimzinnig radiosignaal uit de ruimte dat bijna 40 jaar geleden werd opgevangen. Volgens hem zou een komeet de oorzaak kunnen zijn geweest. In 1977 speurde astronoom Jerry Ehman de hemel af met een radiotelescoop van Ohio State University. Het ging om een gerichte poging om eventuele signalen van buitenaardse beschavingen op te pikken. Toen Ehman op 15 augustus van dat jaar de telescoop op een kluitje sterren in het sterrenbeeld Boogschutter richtte, werd inderdaad een krachtige puls radiostraling opgevangen die ruim een minuut aanhield. Hij omcirkelde de gebeurtenis op de uitdraai van de meetgegevens en schreef er ‘Wow!’ naast. Uit een analyse bleek dat de puls waarschijnlijk afkomstig was uit de interstellaire ruimte. Maar ondanks talrijke pogingen werd het signaal daarna nooit meer waargenomen. Het leek erop dat het wel altijd een raadsel zou blijven. Astrofysicus Antonio Paris van St Petersburg College, Florida, heeft nu echter toch een mogelijke verklaring gevonden. Hij heeft vastgesteld dat op de dag van het Wow!-signaal twee kometen in de betreffende hemelstreek stonden – zwakke kometen die pas in 2006 en 2008 zijn ontdekt. Kometen bevatten veel waterstof, een element dat van nature radiostraling met een frequentie van 1420 megahertz uitzendt – dezelfde frequentie als waarop het Wow!-signaal werd opgevangen. Het is volgens Paris dus denkbaar dat het intrigerende radiosignaal van een van deze kometen afkomstig was. Om deze hypothese te toetsen, wil Paris een kleine radiotelescoop aanschaffen. Deze wil hij begin 2017 en begin 2018 op de Boogschutter richten, waar eerst de ene, dan de andere komeet weer doorheen trekt. Op die manier hoopt Paris het Wow!-signaal te kunnen reproduceren, al menen deskundigen dat het 1420 megahertz-signaal van kometen niet sterk genoeg kan zijn. Daar laat Paris zich echter niet door ontmoedigen. Voor de financiering van zijn project is hij een crowdfunding-campagne gestart waarmee 16.000 dollar moet worden binnengehaald. Dat bedrag is al bijna binnen. (EE)
Meer informatie:
Alien ‘Wow!’ signal could be explained after almost 40 years

   
14 april 2016 • Ver donker dwergsterrenstelsel opgespoord
Astronomen hebben een donker dwergsterrenstelsel ontdekt op 4 miljard lichtjaar van de aarde. Het kleine stelsel verraadt zijn aanwezigheid doordat het subtiele afwijkingen veroorzaakt in een zogeheten Einsteinring – het bijna tot een complete ring vervormde beeld van een nog veel verder verwijderd sterrenstelsel. De ontdekking volgt op een computeranalyse van de Einsteinring, die in 2014 is ontdekt met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), een verzameling radiotelescopen in het noorden van Chili. Deze Einsteinring, die de aanduiding SDP.81 draagt, ontstaat doordat een sterrenstelsel op 4 miljard lichtjaar vanaf de aarde gezien precies vóór een sterrenstelsel op 12 miljard lichtjaar staat. Daarbij wordt het licht van het verre stelsel zodanig afgebogen door de zwaartekracht van het voorgrondstelsel dat we een ring te zien krijgen. Dankzij dit zogeheten gravitatielenseffect kunnen astronomen verre sterrenstelsels onderzoeken die eigenlijk te ver weg staan om rechtstreeks waarneembaar te zijn. Maar de waarnemingen leveren ook informatie op over het nabijere stelsel dat als ‘lens’ fungeert. Uit een computeranalyse van de Einsteinring SDP.81 blijkt dat er dicht in de buurt van het lensstelsel nog een ander, veel kleiner sterrenstelsel moet zijn. Waarschijnlijk gaat het om een satelliet van het lensstelsel, die grotendeels uit donkere materie bestaat. Dat laatste wordt afgeleid uit het feit dat er van dat satellietstelsel niets te zien is: heel veel sterren kan het dus niet bevatten. De meest gangbare theorieën omtrent het ontstaan van sterrenstelsels in ons heelal voorspellen dat grote sterrenstelsels omgeven zijn door aanzienlijke aantallen satellietstelsels. Maar tot nu toe zijn maar weinig van die kleine begeleiders opgespoord. De nieuwe ontdekking wijst erop dat er een simpele verklaring kan zijn voor dit schijnbare tekort: als satellietstelsels grotendeels uit donkere materie bestaan, zijn ze per definitie heel moeilijk waarneembaar. (EE)
Meer informatie:
Dwarf Dark Galaxy Hidden in ALMA Gravitational Lens Image

   
14 april 2016 • Europese Marssonde maakt eerste testopname
De Europees/Russische ruimtemissie ExoMars, die op weg is naar de planeet Mars, heeft zijn lancering op 14 maart jl. goed doorstaan. Er is een eerste (weinig spectaculaire) testopname van een stukje sterrenhemel naar de aarde overgeseind. De afgelopen weken hebben vluchtleiders en wetenschap de beide componenten van ExoMars – de Trace Gas Orbiter (TGO) en de Schiaparelli-testlander – uitvoerig getest. Alles lijkt naar behoren te werken. Na aankomst bij Mars, op 19 oktober van dit jaar, zal de TGO in een baan om de rode planeet worden gebracht. Van daaruit zal hij de chemische samenstelling van de Marsatmosfeer onderzoeken. Schiaparelli zal een zachte landing op de planeet maken en onderzoeken hoe de grote stofstormen op Mars tot stand komen. Op dit moment, precies een maand na hun lancering, hebben TGO en Schiaparelli ruim 83 miljoen kilometer afgelegd. Ze hebben nog ruim 400 miljoen kilometer te gaan. (EE)
Meer informatie:
First light for ExoMars

   
12 april 2016 • Supersnelle dubbelster stelt astronomen voor raadsel
In de buitendelen van het Melkwegstelsel is een wijde dubbelster ontdekt die met extreem hoge snelheid door de ruimte beweegt. De snelheid van de dubbelster, PB3877 geheten, is bijna gelijk aan de ontsnappingssnelheid van het Melkwegstelsel. De herkomst van de ster is vooralsnog een raadsel. In de afgelopen tien jaar zijn ruim twintig supersnelle sterren in het Melkwegstelsel ontdekt; in alle gevallen gaat het om enkelvoudige sterren. Sommige lijken afkomstig te zijn uit de kern van het Melkwegstelsel: een dubbelster die op kleine afstand langs het superzware zwarte gat in de Melkwegkern beweegt, kan uiteengerukt worden, waarbij één van de twee componenten met hoge snelheid wordt weggeslingerd. PB3877 werd in 2011 al ontdekt, maar pas onlangs hebben nieuwe spectroscopische waarnemingen uitgewezen dat het hier om een wijde dubbelster gaat. De heldere, hete hoofdster is half zo zwaar als de zon maar vijf keer zo heet; de koelere begeleider weegt 0,7 zonsmassa's en heeft een oppervlaktetemperatuur van ca. 4500 graden. De dubbelster bevindt zich op ca. 18.000 lichtjaar afstand van de aarde. PB3877 kan onmogelijk afkomstig zijn uit het Melkwegcentrum, zo blijkt uit de baan die de ster door de buitendelen van het stelsel beschrijft. Bovendien zou een wijde dubbelster niet intact blijven wanneer hij op kleine afstand langs het centrale zwarte gat beweegt. Maar ook andere mogelijke versnellingsmechanismen, zoals sterbotsingen en supernova-explosies, kunnen om die reden uitgesloten worden. In een artikel in Astrophysical Journal Letters suggereren de astronomen dat de supersnelle dubbelster mogelijk afkomstig is van buiten het Melkwegstelsel. Het zou zelfs kunnen gaan om een tijdelijke bezoeker: afhankelijk van zijn snelheid en van de hoeveelheid donkere materie in het Melkwegstelsel kan de ster het Melkwegstelsel misschien weer uitvliegen. (GS)
Meer informatie:
New Hypervelocity Binary Star Challenges Dark Matter, Stellar Acceleration Models (origineel persbericht)