20 februari 2017 • Astronomen achterhalen 'familiestamboom' van sterren
Astronomen van de Universiteit van Cambridge onderzoeken de mogelijkheid om de 'familiestamboom' van sterren te achterhalen op basis van precisiemetingen aan samenstelling, leeftijd en bewegingen. Daarbij worden technieken gebruikt die ontleend zijn aan de evolutiebiologie. Sterren met exact dezelfde scheikundige samenstelling en leeftijd zijn vermoedelijk tegelijkertijd ontstaan uit dezelfde interstellaire gas- en stofwolk. In de loop van het leven van een ster verandert de scheikundige samenstelling enigszins. Ook blaast vrijwel elke ster tijdens zijn leven (en tijdens zijn dood) materiaal de ruimte in, waaruit weer nieuwe sterren kunnen ontstaan. Uit onderzoek aan de samenstelling, de leeftijd en de bewegingen van sterren zou het mogelijk moeten zijn om informatie te achterhalen over hun 'genetische' relatie. De astronomen hebben een eerste proef uitgevoerd met 22 sterren, waaronder de zon. De onderzochte sterren hebben leeftijden tussen 700 miljoen en 10 miljard jaar (de zon is 4,6 miljard jaar oud). De fylogenetische algoritmes die bij het onderzoek zijn gebruikt, zijn ontleend aan de evolutiebiologie. De voorlopige resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. De hoop en verwachting is dat zulke technieken, toegepast op misschien wel tienduizenden of honderdduizenden sterren, in de toekomst veel informatie zullen opleveren over de evolutionaire geschiedenis van het Melkwegstelsel. (GS)
Meer informatie:
Mapping the family tree of stars (origineel persbericht)

   
18 februari 2017 • Explosies op witte dwergen bestudeerd in laboratorium
Hooguit dertig procent van het radioactieve element aluminium-26 is geproduceerd in nova-explosies. De rest moet afkomstig zijn van andere bronnen, zoals supernova's. Dat is een van de conclusies van laboratoriumexperimenten die zijn uitgevoerd in het National Superconducting Cyclotron Laboratory van Michigan State University. Nova-explosies zijn thermonuclearie explosies aan het oppervlak van witte dwergsterren, die optreden wanneer een witte dwerg materiaal opzuigt van een begeleider. In tegenstelling tot supernova-explosies, waarbij een ster volledig explodeert, is een 'gewone' nova geen terminale explosie - de witte dwergster overleeft. Er zijn zelfs flink wat gevallen bekend van herhalende nova's. Ook bij nova-explosies ontstaan veel nieuwe (en vaak radioactieve) elementen, als gevolg van thermonucleaire reacties. Daar zitten ook elementen tussen die van groot belang zijn voor de vorming van planeten en leven. In welke relatieve hoeveelheden die elementen ontstaan, is echter niet precies bekend. De laboratoriumexperimenten, gepresenteerd op een bijeenkomst van de American Association for the Advancement of Sciences, werpen daar nu een nieuw licht op. Het radioactieve aluminium-26 is in de ontstaansperiode van het zonnestelsel indirect van invloed geweest op de hoeveelheid water die ontstond. De kosmische herkomst van Al-26 stond echter niet volledig vast. Nu is ontdekt dat hooguit 30 procent in nova-explosies kan zijn ontstaan. In de toekomst hopen de onderzoekers nog veel meer kosmische reacties te kunnen nabootsen in de Facility for Rare Isotope Beams. (GS)
Meer informatie:
Examining Exploding Stars Through the Atomic Nucleus (origineel persbericht)

   
17 februari 2017 • Mysterieus geluid van vuurbol mogelijk veroorzaakt door licht
Wanneer een ruimtesteen van een paar centimeter tot een paar decimeter groot met hoge snelheid de aardse dampkring binnendringt, is er aan de hemel een heldere vuurbol zichtbaar. Soms gaat zo'n vuurbol vergezeld van mysterieuze sissende geluiden, die tegelijk met het lichtverschijnsel worden waargenomen. Een bevredigende verklaring voor die geluidswaaarnemingen is er echter niet. Vuurbollen ontstaan op tientallen kilometers hoogte in de dampkring, en omdat geluid een veel lagere snelheid heeft dan licht, verwacht je niet dat er sprake is van gelijktijdige waarneming - in elk geval niet wanneer het geluid veroorzaakt wordt door de wrijving van de ruimtesteen met de aardse dampkring. In het verleden is dan ook vaak geopperd dat de geluidswaarnemingen op suggestie zouden berusten. Onderzoekers van Sandia National Laboratories hebben nu echter aangetoond dat het krachtige licht van een heldere vuurbol kan leiden tot een geringe maar zeer snelle opwarming van objecten in de directe omgeving van de waarnemer, zoals gras, bladeren en zelfs hoofdhaar. Die minieme opwarming verwarmt ook de omringende lucht, met als gevolg dat er kleine drukgolfjes kunnen ontstaan - geluid. Het effect staat bekend als foto-akoestische koppeling. Uit de experimenten, ondersteund door theoretische berekeningen, blijkt dat de geluiden die soms tijdens vuurbolwaarnemingen worden gehoord, op deze manier zouden kunnen ontstaan. (GS)
Meer informatie:
Origin of Spooky Meteor Noises Reappraised by Researchers (origineel persbericht)

   
17 februari 2017 • Ruimtesonde Juno blijft in huidige baan om Jupiter
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft besloten om de ruimtesonde Juno, die op 4 juli vorig jaar is aangekomen bij Jupiter, in haar huidige polaire omloopbaan te laten blijven. Momenteel volgt Juno een langgerekte baan met een omlooptijd van 53 dagen. Aanvankelijk was het de bedoeling om dat te bekorten tot 14 dagen, maar daar wordt nu dus van afgezien, voornamelijk vanwege een technisch probleem met de hoofdmotor van de ruimtesonde. Wetenschappers zijn overigens zeer tevreden over de kwaliteit van de gegevens die Juno’s meetinstrumenten momenteel verzamelen. Ze willen de missie dan ook niet in gevaar brengen. Voor de dichtste naderingen tot de planeet heeft het besluit overigens geen gevolgen: de nieuwe omloopbaan zou alleen minder langwerpig zijn geweest. Tijdens elke omloop scheert Juno op een afstand van ongeveer 4100 kilometer langs het wolkendek van Jupiter. De volgende keer zal op 27 maart zijn. Het langere verblijf in de huidige omloopbaan zal worden benut om de magnetische invloedssfeer van Jupiter aan een nader onderzoek te onderwerpen. Uit de metingen die tot nu toe zijn gedaan kan al worden geconcludeerd dat het magnetische veld van de planeet omvangrijker en krachtiger is dan tot nu toe werd gedacht. De missie van Juno duurt in principe tot en met juli 2018, maar kan nog worden verlengd. (EE)
Meer informatie:
NASA's Juno to Remain in Current Orbit at Jupiter

   
16 februari 2017 • Organisch materiaal gedetecteerd op dwergplaneet Ceres
De Amerikaanse ruimtesonde Dawn heeft organische verbindingen gedetecteerd op het oppervlak van de dwergplaneet Ceres. Het materiaal, waarvan de chemische samenstelling niet precies bekend is, is slechts op enkele plekken te vinden. De meeste daarvan liggen in de omgeving van de vijftig kilometer grote inslagkrater Ernutet. Vermoed wordt dat het materiaal afkomstig is uit het inwendige van Ceres (Science, 17 februari). Theoretisch zou het ook mogelijk zijn dat het organische materiaal van buitenaf op Ceres is beland. Volgens de onderzoekers is het echter onwaarschijnlijk dat organische verbindingen als deze de hitte van een inslag zouden doorstaan. Bovendien stemt de verdeling over het oppervlak niet overeen met wat je na een inslag zou verwachten. Aangezien Ceres duidelijke tekenen van hydrothermale activiteit vertoont – haar inwendige is blijkbaar nog niet geheel afgekoeld – is het aannemelijk dat het organische materiaal langs die weg aan de oppervlakte is gekomen. De precieze gang van zaken is echter nog onduidelijk. (EE)
Meer informatie:
SWRI Scientist Studies Geology of Ceres to Understand Origin of Organics

   
16 februari 2017 • Tweede trojaanse planetoïde ontdekt bij Uranus
Er is een tweede planetoïde ontdekt die in dezelfde baan om de zon draait als de planeet Uranus. De planetoïde (2014 YX49) werd al eind 2014 opgespoord, maar pas medio 2016 bleek dat hij dezelfde omlooptijd heeft als Uranus. Nieuwe berekeningen hebben nu uitgewezen dat hij tijdelijk ‘gevangen’ zit in het L4-punt van het zon-Uranus-stelsel – een van de twee ‘libratiepunten’ in de omloopbaan van Uranus, waar kleine objecten een vaste positie kunnen behouden ten opzichte van de planeet. Planetoïden van dit type worden trojanen genoemd. De planeten Jupiter en Neptunus hebben talrijke trojanen, maar Saturnus heeft er voor zover bekend geen en Uranus leek er pas één te hebben. Dat komt doordat deze laatste planeten aan beide kanten van hun omloopbaan een grote planeet als buur hebben, in plaats van aan één kant. Dat maakt dat trojanen gemakkelijker kunnen ontsnappen. 2014 YX49 lijkt een slag groter dan de eerste trojaan van Uranus (2011 QF99), die maar ongeveer zestig kilometer meet. Omdat hij bij toeval werd ontdekt, vermoeden astronomen dat er bij Uranus nog meer trojanen te vinden zullen zijn. Maar door de verstorende zwaartekrachtsinvloed van de buurplaneten Saturnus en Neptunus zullen dat steevast tijdelijke trojanen zijn. Vermoedelijk behoort 2014 YX49 tot de klasse van de centaurs – een groep planetoïden die rondzwerven tussen de omloopbanen van Jupiter en Neptunus. Hij zal ongeveer 60.000 jaar geleden zijn aangekomen in het L4-punt, en over ongeveer 80.000 jaar weer daaraan ontsnappen. (EE)
Meer informatie:
Far-off asteroid caught cohabiting with Uranus around the sun

   
15 februari 2017 • Zoek mee naar Planeet 9
NASA heeft een nieuwe zoekcampagne opgezet die moet leiden tot de ontdekking van onbekende objecten aan de rand van ons zonnestelsel (of zelfs daarbuiten), waaronder de hypothetische ‘Planeet 9’. Via een nieuwe website, Backyard Worlds: Planet 9, kan iedereen aan de zoekactie meedoen. Op de website staan korte ‘filmpjes’ bestaande uit opnamen die gemaakt zijn met de infraroodsatelliet WISE. Op deze opnamen zijn, behalve veel beeldruis, voornamelijk sterren te zien. Maar zo af en toe duikt er een lichtstipje op dat zich ten opzichte van de sterren verplaatst. Dat is dan een nabijer object. Door de filmpjes grondig te bestuderen kunnen deelnemers aan het project bijvoorbeeld Pluto-achtige ijswerelden opsporen. Maar op de WISE-opnamen kunnen ook zogeheten bruine dwergen – ‘mislukte sterren’ – in de ruimte vlak buiten ons zonnestelsel zijn vastgelegd. (EE)
Meer informatie:
NASA-funded Website Lets the Public Search for New Nearby Worlds

   
14 februari 2017 • Straalstromen van zwart gat produceren brandstof voor stervorming
In het centrum van de Phoenix-cluster van sterrenstelsels, op 5,7 miljard lichtjaar afstand van de aarde, bevindt zich een groot sterrenstelsel met een superzwaar zwart gat in de kern. Uit de directe omgeving van dit zwarte gat worden twee jets (straalstromen) van straling en geladen deeltjes de ruimte in geblazen, in twee tegenovergestelde richtingen. Met NASA's Chandra X-ray Observatory was al ontdekt dat die straalstromen grote holtes creëren in de uitgestrekte halo van ijl, heet gas rond het sterrenstelsel. Algemeen werd aangenomen dat de activiteit van het zwarte gat een rem zet op de stervormingsactiviteit in het stelsel. Met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in Noord-Chili is nu ontdekt dat zich rond de wanden van de bovengenoemde holtes slierterige structuren bevinden van koel, moleculair gas, tot op afstanden van ruim 80.000 lichtjaar van het centrum. Op de een of andere manier ontstaan die koele structuren kennelijk onder invloed van de jets. Het koele gas 'valt' op den duur terug naar de kern van het stelsel, waar het de brandstof vormt voor de geboorte van nieuwe sterren (en ook voor het hongerige zwarte gat). De ontdekking, gepubliceerd in The Astrophysical Journal, maakt duidelijk dat de invloed van een superzwaar zwart gat op zijn omgeving veel complexer en veelzijdiger is dan tot nu toe werd aangenomen. Mogelijk is er sprake van een thermostaat-achtig 'feedback'-mechanisme, waardoor de geboorte van nieuwe sterren in het stelsel gereguleerd wordt. (GS)
Meer informatie:
Black-Hole-Powered Jets Forge Fuel for Star Formation (origineel persbericht)

   
14 februari 2017 • Planeet veroorzaakt pulsaties in moederster
Een hete, heldere ster op een kleine 400 lichtjaar afstand van de zon in het sterrenbeeld Hercules vertoont minieme helderheidsvariaties die het gevolg zijn van pulsaties in de buitenlagen van de ster, veroorzaakt door een rondcirkelende planeet. De ster, HAT-P-2, is heter en helderder dan de zon. Er draait een zware reuzenplaneet omheen (8 keer zo zwaar als Jupiter) in een zeer excentrische baan met een omlooptijd van 5,633 dagen. De planeet (HAT-P-2b) is ontdekt doordat hij eens per omloop voor zijn moederster langs beweegt en daarbij een klein beetje licht onderschept. Sterrenkundigen van onder andere het Massachusetts Institute of Technology hebben nu in totdaal 350 uur aan waarnemingsgegevens van de ster geanalyseerd, die tussen juli 2011 en november 2015 zijn verzameld door de Amerikaanse Spitzer Space Telescope. Daarbij ontdekten ze dat de ster continu minieme helderheidsvariaties vertoont met een periode van 87 minuten. De helderheidsfluctuaties worden veroorzaakt doordat de ster een beetje pulseert in een tempo dat in een zogeheten harmonische verhouding staat tot de omlooptijd van de planeet. Vermoedelijk veroorzaakt de zware planeet kleine vervormingen in de buitenlagen van de ster wanneer hij in zijn excentrische baan het punt bereikt waar de afstand tot de ster het kleinst is. Het is voor het eerst dat astronomen een ster ontdekken die 'reageert' op de aanwezigheid van een planeet. De ontdekking is gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)  
Meer informatie:
The heart of a far-off star beats for its planet (origineel persbericht)

   
14 februari 2017 • Verzwakking aards magneetveld past in natuurlijke variatie
De magnetische veldsterkte van de aarde is al vele tientallen jaren lang aan het afnemen. Volgens sommige onderzoekers zou dat kunnen wijzen op een op handen zijnde ompoling van het veld, zoals die in het geologische verleden wel vaker heeft plaatsgevonden. Tijdens zo'n ompoling staat de aarde bloot aan schadelijke kosmische straling, met alle gevolgen van dien. Archeologen van de Tel Aviv University komen nu echter met geruststellender nieuws: de sterkte van het aardse magneetveld is in de afgelopen duizenden jaren (dus op veel kortere tijdschaal dan waarop de ompolingen zich afspelen) regelmatig toe- en afgenomen. De grootste veldsterkte werd rond de 8ste eeuw voor Christus bereikt. De huidige afname van de veldsterkte past in dat patroon van 'natuurlijke variatie'. De resultaten, gepubliceerd in Publications of the National Academy of Sciences, zijn gebaseerd op onderzoek aan eeuwenoud Joods aardewerk. Keramiek bevat bepaalde mineralen die bij verhitting en daaropvolgende afkoeling informatie 'bewaren' over de sterkte van het magnetisch veld ten tijde van het bakproces. Het onderzoek kan wellicht ook meer informatie opleveren over het inwendige van de aarde, waar het magnetisch veld wordt opgewekt. (GS)
Meer informatie:
Ancient Jars Found in Judea Reveal Earth's Magnetic Field is Fluctuating, Not Diminishing (origineel persbericht)

   
14 februari 2017 • Mobiele telefoons kunnen nabije kosmische radioflitsen ‘horen’
Het lijkt een vroege aprilgrap, maar mobiele telefoons zouden wel eens een rol kunnen gaan spelen bij de ontraadseling van de zogeheten snelle radioflitsen – korte stoten radiostraling uit het verre heelal waar nog geen goede verklaring voor is. Alle snelle radioflitsen die tot nu toe zijn geregistreerd – het zijn er slechts enkele tientallen – speelden zich af buiten ons Melkwegstelsel. Ze zijn opgepikt met enkele van de grootste radiotelescopen op aarde. Er is echter geen enkele reden om aan te nemen dat de Melkweg gevrijwaard blijft van deze uitbarstingen van radiostraling. En als er dan eentje in onze eigen kosmische achtertuin optreedt, zou deze wel eens zo krachtig kunnen zijn dat hij door een mondiaal netwerk van mobieltjes kan worden ‘gehoord’. De frequenties waarop snelle radioflitsen hoorbaar zijn, liggen namelijk dicht bij de frequenties die worden gebruikt voor mobiele telefonie, wifi en vergelijkbare toepassingen. Twee astronomen van de universiteit van Tel-Aviv (Israël) en de Harvard-universiteit (VS) denken dan ook dat het mogelijk moet zijn om een op de achtergrond draaiende app te ontwikkelen die naar mogelijke kosmische radioflitsen luistert. Eventuele registraties kunnen automatisch naar een dataverwerkingscentrum worden doorgestuurd. Het vinden van de snelle radioflits in onze Melkweg zou wel veel geduld kosten. Op basis van de beschikbare gegevens schatten de astronomen dat er maar eens in de 30 tot 1500 jaar zo’n flits in ons sterrenstelsel afgaat. Anderzijds zijn er ook al gevallen ontdekt van objecten die vrij kort na elkaar meerdere radioflitsen produceren. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Propose a Cell Phone Search for Galactic Fast Radio Bursts

   
14 februari 2017 • Geen hechte partner voor jonge, zware sterren in Omeganevel
Astronomen uit Leuven (België) en Amsterdam hebben ontdekt dat de zware sterren in het stervormingsgebied M17 (de Omeganevel) tegen de verwachting in geen deel uitmaken van een nauwe dubbelster. Ze leiden hun leven alleen of met een verre partner-ster. De onderzoekers baseren hun conclusie op gegevens van de X-shooter-spectrograaf op ESO’s Very Large Telescope in Noord-Chili. Het onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics Letters. De Omeganevel is een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Boogschutter, op een afstand van zo’n 5000 lichtjaar. De centrale open sterrenhoop in de nevel bevat enkele tientallen jonge, hete sterren. Hugues Sana (KU Leuven), Maria Ramirez-Tannus, Lex Kaper en Alex de Koter (Universiteit van Amsterdam) ontdekten dat deze zware sterren een verrassend kleine spreiding hebben in hun radiële snelheid (naar ons toe of van ons af). Als deze sterren dubbelsterren waren, zou hun radiële snelheid variëren met enkele tientallen kilometers per seconde omdat zij in hun banen om elkaar heen draaien. In M17 varieert die met slechts vijf kilometer per seconde. De meeste sterren zijn niet alleen. Recent onderzoek toont aan dat 70% van de zware sterren (zo’n 10 tot 100 keer de massa van de zon), die hun leven eindigen als neutronenster of zwart gat, een of meer nabije begeleiders heeft. Een statistische analyse laat zien dat in M17 slechts ongeveer 10% van de zware sterren nauwe dubbelsterren zijn. Tegelijkertijd heeft M17 juist veel wijde dubbelsterren, vergeleken met oudere stervormingsgebieden die zowel nauwe als wijde dubbelsterren herbergen. Dit is de eerste keer dat zo’n jong stervormingsgebied is onderzocht op de aanwezigheid van dubbelsterren. De reden is dat dergelijke gebieden aan het zicht worden onttrokken door het gas en stof waaruit de nieuwe sterren worden gevormd. Het is dan ook een uitdaging om van zulke sterren spectra van hoge kwaliteit te krijgen, waaruit de radiële snelheid kan worden bepaald. Eerste auteur Sana: “Als M17 inderdaad geen nauwe dubbelsterren heeft, moeten dit soort systemen pas later in de evolutie ontstaan. Misschien vormen ze eerst wijde dubbelsterren, die pas later naar elkaar toe migreren.” Ramirez-Tannus is enthousiast over het resultaat. “We hebben er nu tien waargenomen en gaan er nog veel meer bestuderen om te begrijpen hoe wijde dubbelsterren veranderen in nauwe dubbelsterren.” Het antwoord op de vraag of zware sterren meestal dubbelsterren zijn is belangrijk voor meer begrip van het stervormingsproces. Het is ook een indicatie voor de vorming van het aantal neutronendubbelsterren en dubbele zwarte gaten, die uiteindelijk een zwaartekrachtgolf kunnen produceren.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
13 februari 2017 • Zwaarste sterren ontstaan ook uit schijven
Superzwaarlijvige sterren blijken óók te ontstaan in een proces met draaiende stofschijven, net als hun broertjes en zusjes met een ‘normaal’ gewicht. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van 24 onderzoekers, onder wie Floris van der Tak (SRON), die willen weten waarom niet alle sterren hetzelfde worden. Als een zon-achtige ster geboren wordt uit een wolk gas en stof, valt het stof en gas niet rechtstreeks op de aangroeiende baby-ster. Stof dat in de buurt komt, gaat eerst als een schijf om deze protoster heen draaien en voegt zich dan via de schijf bij de ster. Maar behalve de heel veel voorkomende sterren zoals onze zon, zijn er ook sterren uit veel zwaardere categorieën, waarbij het O-type de zwaarste categorie is. Zulke sterren zijn tenminste meer dan tien keer zo zwaar als onze zon. De onderzoekers vroegen zich af of ze ook ergens in het heelal de geboorte van deze zware types konden zien, en of er dan ook schijven omheen draaien. En wat dan de verschillen zijn in eigenschappen tussen de schijven van babyzonnen en die van hun zwaardere familieleden. In 2015 is de geboorte van een dergelijk zwaar O-type ster met een schijf eromheen al eens gezien. De 24 onderzoekers, onder leiding van Riccardo Cesaroni hebben er nu nog vier beschreven, en met de ALMA telescoop in Chili in infrarood licht bekeken. Zo konden ze ook hier de draaiende schijven zien. De zware schijven wogen zelf alleen al ongeveer de helft van hun protoster. Dat is veel: bij zonachtige sterren-in-spe weegt de schijf ongeveer 1 tot 10 procent van de protoster. "Zulk gewicht maakt de zware schijven bovendien instabiel vanwege hun eigen zwaartekracht. Misschien verklaart dit wel waarom dit type sterren zoveel zwaarder kan worden dan zonachtige sterren", aldus Van der Tak. De onderzoekers publiceren hun resultaat in het gerenommeerde vakblad Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
13 februari 2017 • Komeet Schwassmann-Wachmann valt uiteen
De kern van de periodieke komeet 73P/Schwassmann-Wachmann - of wat daarvan over is - is in de nacht van 12 op 13 februari in twee stukken uiteengevallen. Dat werd ontdekt door leden van Slooh - een organisatie die astronomische webcams in bedrijf heeft op telescopen in onder andere Chili. In 1995 en 2006 fragmenteerde de komeet ook al; het grootste resterende brokstuk is nu opnieuw uiteengevallen. Het kleine, poreuze hemellichaam - een samenballing van ijs, gruis en kiezels - zal vermoedelijk niet lang meer meegaan. Op 16 maart bereikt de komeet het punt in zijn baan waar de afstand tot de zon het kleinst is (het zogeheten perihelium). De zonnewarmte zorgt voor sublimatie van het ijs, waardoor de komeet nog verder zal eroderen. Als Schwassmann-Wachmann deze periheliumpassage overleeft, krijgt hij het in 2025 opnieuw zwaar te verduren: hij scheert dan op slechts 50 miljoen kilometer langs de reuzenplaneet Jupiter, wat tot extra grote getijdenkrachten leidt. De komeet heeft een omlooptijd van 5,36 jaar. (GS)
Meer informatie:
Comet Breaking Up on Flight By Earth Caught By Slooh Members (origineel persbericht)

   
13 februari 2017 • Iedereen kan nu op jacht naar exoplaneten
Een internationaal team van planetenjagers heeft vandaag 61.000 snelheidsmetingen aan 1600 nabijgelegen sterren gepubliceerd in een publiek toegankelijke database. Met behulp van eveneens beschikbaar gestelde software kan nu iedereen in de meetgegevens op zoek gaan naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van exoplaneten. Zelf heeft het team al een planeet gevonden in een kleine omloopbaan rond een nabijgelegen rode dwergster. De resultaten zijn gepubliceerd in The Astronomical Journal. Een exoplaneet (een planeet in een baan rond een andere ster dan de zon) verraadt zijn bestaan doordat hij met zijn zwaartekracht kleine periodieke variaties veroorzaakt in de zogeheten radiale snelheid van zijn moederster - de snelheid langs de gezichtslijn, dus naar ons toe of van ons af. Met de HIRES-spectrograaf op de 10-meter Keck-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn in de afgelopen jaren tienduizenden snelheidsmetingen verricht aan 1600 sterren op afstanden van minder dan ca. 325 lichtjaar. De analyse van al die metingen neemt echter veel tijd in beslag; door de metingen vrij te geven, hopen de astronomen dat er op korte termijn veel meer planeten ontdekt zullen worden. Een eerste snelle analyse van het team zelf heeft al ca. 100 kandidaatplaneten opgeleverd. Bij de rode dwergster GJ411 (ook bekend als Lalande 21185), op ruim 8 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Grote Beer, is met zekerheid een planeet ontdekt met een omlooptijd van nog geen tien dagen. GJ411 is de op 7 na dichtstbijzijnde ster. De verwachting is dat vrijwel elke ster door één of meer planeten wordt vergezeld. (GS)
Meer informatie:
Astronomy team releases planet-search data, finds more than 100 candidates (origineel persbericht)

   
13 februari 2017 • Planetoïde genoemd naar 6-jarige Tijn 'nagellak' Kolsteren
Er is een planetoïde genoemd naar de 6-jarige Tijn Kolsteren, die eind 2016 tijdens de benefietactie Serious Request van NPO 3FM met zijn nagellak-actie 2,5 miljoen euro ophaalde voor het Rode Kruis. Tijn lijdt aan terminale hersenstamkanker. Planetoïde 6327, ontdekt in 1991 door de Amerikaanse astronome Eleanore Helin, heet voortaan Tijn. Namen voor planetoïden worden toegekend door een speciale commissie van de Internationale Astronomische Unie. Eens per maand, altijd rond Volle Maan, worden nieuwe namen bekendgemaakt. Van de honderdduizenden planetoïden waarvan de banen goed bekend zijn, dragen er ruim twintigduizend een eigen naam. Daaronder zijn opvallend veel Nederlandse namen, dankzij het feit dat het Leidse astronomenechtpaar Van Houten-Groeneveld in de jaren zeventig samen met de Nederlands-Amerikaanse sterrenkundige Tom Gehrels ruim 4,5 duizend planetoïden ontdekte. (6327) Tijn beschrijft eens in de 4,58 jaar een nogal excentrische en enigszins gehelde baan om de zon, tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter. De middellijn van het mini-planeetje wordt geschat op 11 kilometer; de rotatieperiode bedraagt ongeveer 18 uur. Momenteel bevindt het hemellichaam zich in het sterrenbeeld Stier, op 476 miljoen kilometer afstand van de aarde. Tijn is alleen met een grote telescoop zichtbaar. Ook de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNWVS) is met ingang van vandaag aan de hemel vereeuwigd: planetoïde 6133 heet vanaf nu Royaldutchastro. (GS)
Meer informatie:
Officiële bekendmaking van nieuwe planetoïdennamen, waaronder (6327) Tijn

   
9 februari 2017 • Vorming Jupiter en Saturnus duurde maar vier miljoen jaar
Wetenschappers hebben een nieuwe schatting gemaakt van de duur van een cruciale fase in het ontstaan van ons zonnestelsel. De nieuwe schatting laat zien dat de vorming van de grootste planeten, Jupiter en Saturnus, nog geen vier miljoen jaar heeft geduurd (Science, 10 februari). Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden zakte een enorme wolk van waterstofgas en stof ineen onder zijn eigen gewicht. Er ontstond een platte schijf waaruit onze zon en haar planeten werden geboren. Dat is, heel in het kort, de ontstaansgeschiedenis van ons zonnestelsel. Om meer te weten komen over de duur van de schijffase, heeft een internationaal team van wetenschappers een zeldzaam soort meteorieten onderzocht: angrieten. Dat zijn basaltachtige brokstukken die tot de oudste gesteenten van ons zonnestelsel behoren. Ze zijn ongeveer 4,653 miljard jaar geleden gevormd oftewel ongeveer vier miljoen jaar na het begin van de schijffase. De wetenschappers hebben van monsters van vier angrieten de magnetische eigenschappen onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt dat deze stokoude ruimtestenen zijn ontstaan in een omgeving waar vrijwel geen magnetisch veld aanwezig was. De sterkte van dat veld was hooguit 0,6 microtesla. Daarmee zijn de angrieten aanzienlijk minder magnetisch dan andere meteorieten die één tot twee miljoen jaar ouder zijn. Deze laatste zijn gevormd toen het magnetische veld in de schijf van gas en stof rond de jonge zon tien tot honderd keer zo sterk was. Volgens de wetenschappers wijst dit erop dat die gasschijf vier miljoen jaar nadat de planeten zich begonnen te vormen al grotendeels was verdwenen. De grote gasplaneten van ons zonnestelsel hadden dus niet veel meer dan vier miljoen jaar de tijd om hun huidige gasvoorraden op te bouwen. (EE)
Meer informatie:
Scientists Estimate Solar Nebula’s Lifetime

   
9 februari 2017 • Ruimtesonde zoekt naar planetoïden in aardbaan
De Amerikaanse ruimtesonde OSIRIS-REx zoekt vanaf vandaag naar kleine planetoïden die in dezelfde baan om de zon draaien als de aarde. De zoekcapagne duurt tot 20 februari. OSIRIS-REx, die onderweg is naar de planetoïde Bennu, doorkruist momenteel het vierde Lagrangepunt (L4) van de aarde. Dat is een punt op de aardbaan, op ongeveer 150 miljoen kilometer van de aarde. In dat Lagrangepunt kan een klein object – een planetoïde bijvoorbeeld – een vaste relatieve positie behouden ten opzichte van zon én aarde. Rond deze ‘glooiende heuvel’ kunnen zich planetoïden verzamelen. De planeet Jupiter heeft op die manier een gevolg van duizenden planetoïden – trojanen geheten – opgebouwd. Bij de aarde is de teller tot nu toe blijven steken bij 1. Dat komt doordat het L4-punt zich vanuit de aarde gezien dicht bij de zon bevindt, wat het opsporen van aardse trojanen bemoeilijkt. Wetenschappers vermoeden dan ook dat de aarde meer trojanen heeft. Om die op te sporen zal OSIRIS-REx de komende weken 135 opnamen van zijn omgeving maken. Dat is tevens een mooie oefening voor de waarnemingen die hij in 2018 bij zijn nadering van planetoïde Bennu zal gaan doen. (EE)
Meer informatie:
NASA’s OSIRIS-REx Begins Earth-Trojan Asteroid Search

   
9 februari 2017 • Witte dwergster verorbert ‘superkomeet’
Astronomen hebben, met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop, een witte dwergster opgespoord die een forse komeet opgeslokt lijkt te hebben. Qua samenstelling moet het object op de beroemde komeet Halley hebben geleken, maar het had 100.000 keer zoveel massa en bevatte ook veel meer water. De ontdekking wijst erop dat de witte dwerg is omgeven door een gordel van komeetachtige objecten die op de Kuipergordel van ons zonnestelsel lijkt. Blijkbaar heeft deze gordel van ijsachtige hemellichamen de laatste levensfasen van de ster – die eerst is opgezwollen tot een rode reuzenster en vervolgens samentrok tot een compacte dwergster – kunnen doorstaan. Van een kwart tot de helft van de bekende witte dwergen is bekend dat ze ‘vervuild’ zijn met rotsachtig puin dat afkomstig is planetoïde-achtige objecten. Maar dit is voor het eerst dat een witte dwerg is ontdekt wiens atmosfeer komeetachtig materiaal bevat. Hoe de ‘superkomeet’ in de greep van de witte dwergster is gekomen, is onbekend. Mogelijk cirkelen er rond de dwergster nog één of meer planeten die de omloopbanen van de ijzige ijzige hemellichamen in de gordel hebben verstoord. Die verstoring kan echter ook zijn veroorzaakt door de stellaire begeleider van de witte dwerg. De onderzochte ster, die de aanduiding WD 1425+540 draagt, bevindt zich op 170 lichtjaar van de aarde. (EE)
Meer informatie:
Hubble Witnesses Massive Comet-Like Object Pollute Atmosphere of a White Dwarf

   
8 februari 2017 • Mogelijk zwart gat opgespoord in sterrenhoop 47 Tucanae
Astronomen zijn opnieuw een zwart gat van middelbare massa op het spoor. Het ongeveer 2200 zonsmassa’s zware object zou zich schuilhouden in het centrum van de grote bolvormige sterrenhoop 47 Tucanae (Nature, 9 februari). Zo’n beetje alle zwarte gaten die we kennen zijn ofwel enkele malen zwaarder dan onze zon of juist miljoenen keren zwaarder. De tussenmaat lijkt te ontbreken, al zijn de laatste jaren wel een aantal objecten opgespoord die in deze categorie zouden kunnen vallen. Over deze kandidaten bestaat echter nog veel onzekerheid. Doorgaans verraadt een zwart gat zijn bestaan doordat het zich heeft omringd met een schijf van hete materie die een krachtige bron van radiostraling is. Dat is echter alleen het geval wanneer het zich kan voeden met gas uit zijn omgeving. Bij 47 Tucanae gaat die vlieger niet op: het centrum ervan is vrij van gas. Dat zich toch een zwart gat in het centrum van deze bolvormige sterrenhoop bevindt, wordt op de eerste plaats afgeleid uit de bewegingen van de afzonderlijke sterren. In een bolvormige sterrenhoop hebben zware sterren doorgaans de neiging om naar het centrum te ‘zinken’. Bij 47 Tucanae lijkt dit proces echter te worden verstoord: veel zware sterren zijn in langgerekte omloopbanen terechtgekomen. Computersimulaties laten zien dat de baanverstoringen van deze sterren kunnen zijn veroorzaakt door een centraal zwart gat van middelbare massa. Iets soortgelijks geldt voor de verdeling van pulsars – de compacte restanten van zware sterren die pulsen radiostraling uitzenden – in 47 Tucanae. Ook deze objecten worden op grotere afstanden van het centrum van de sterrenhoop aangetroffen dan het geval zou zijn wanneer zich daar géén zwart gat zou bevinden. (EE)
Meer informatie:
A Middleweight Black Hole Is Hiding at the Center of a Giant Star Cluster

   
8 februari 2017 • Verre, zwakke sterrenstelsels opgespoord
Astronomen van de universiteit van Texas in Austin hebben een nieuwe techniek ontwikkeld om zeer zwakke sterrenstelsels in het vroege heelal op te sporen. Met de nieuwe techniek kan de periode rond 1 miljard jaar na de oerknal worden onderzocht, toen de eerste sterrenstelsels het heelal in licht lieten baden. Bij de zoektocht is gebruik gemaakt van de opnamen die de Hubble-ruimtetelescoop heeft gemaakt voor de Frontier Fields-survey. Daarbij zijn een aantal grote clusters van sterrenstelsels onderzocht die met hun grote massa’s het licht van verder weg staande stelsels afbuigen en versterken. Dankzij dat zwaartekrachtlenseffect kunnen astronomen verre sterrenstelsels waarnemen die normaal gesproken onzichtbaar zwak zouden zijn. Het probleem is echter dat de clusters die dit lenseffect veroorzaken het zicht op veel verre achtergrondstelsels benemen. Om dat probleem te omzeilen hebben de astronomen een manier ontwikkeld om de voorgrondstelsels uit de Hubble-opnamen weg te poetsen. Bij deze werkwijze wordt het licht van de voorgrondstelsels gescheiden van het licht van de achtergrondstelsels. Met behulp van de nieuwe methode zijn sterrenstelsels opgespoord die honderd keer zwakker zijn dan de zwakste stelsels die in het befaamde Hubble Ultra Deep Field zijn aangetroffen. De zwakke stelsels zijn bijzonder talrijk en hebben waarschijnlijk een cruciale rol gespeeld bij de reïonisatie – het ‘doorzichtig maken’ – van het heelal. (EE)
Meer informatie:
Texas Astronomers Find Faintest Early Galaxies Yet

   
8 februari 2017 • Buren Melkweg zijn verbonden door een ‘brug’
De Magelhaense Wolken, twee kleine sterrenstelsels in de naaste omgeving van de Melkweg, lijken verbonden te zijn door een 43.000 lichtjaar lange ’brug’ van sterren. Dat blijkt uit gegevens van de Europese satelliet Gaia, die door een internationaal team van astronomen zijn geanalyseerd (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 8 februari). Bij het onderzoek is gekeken naar een specifiek soort pulserende sterren: zogeheten RR Lyrae-sterren. Deze sterren zijn heel oud en hebben daardoor een ‘primitieve’ chemische samenstelling. Bovendien kunnen uit hun pulseergedrag hun afstanden worden afgeleid. Deze RR-Lyrae-sterren zijn gebruikt om de ware omvang van de Grote Magelhaense Wolk (GWM) te bepalen. Daarbij is vastgesteld dat dit stelsel is omgeven door een uitgestrekte, zwakke halo van sterren. De GMW kan zo’n omvangrijke halo alleen in stand houden als zijn massa beduidend groter is dan tot nu toe werd aangenomen – misschien wel tien procent van de massa van onze Melkweg. Verrassender nog is de ontdekking van een vrij smalle brugachtige structuur die de beide Magelhaense Wolken met elkaar verbindt. Het bestaan van zo’n structuur was al voorspeld, maar hij was nog nooit waargenomen. Vermoed wordt dat de brug voor een belangrijk deel bestaat uit sterren die door de Grote Magelhaense Wolk aan de Kleine Magelhaense Wolk (KMW) zijn onttrokken. De rest zou bestaan uit sterren die door de Melkweg aan de GMW zijn ontfutseld. Computersimulaties geven aan dat veel van de sterren in de brug uit de KMW zijn ontsnapt toen dit stelsel 200 miljoen jaar geleden vrij dicht langs zijn grotere soortgenoot scheerde. (EE)
Meer informatie:
A bridge of stars connects two dwarf galaxies

   
8 februari 2017 • Vorming zonachtige sterren beter verklaarbaar
Een internationaal team van astronomen is meer te weten gekomen over het ontstaansproces van zonachtige sterren. Dat is te danken aan waarnemingen van de gasschijf rond een jonge ster-in-wording, die met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) zijn gedaan. Een van de grote vraagstukken in de astrofysica is hoe het ‘ineenstorten’ van een gaswolk kan leiden tot de vorming van een ster zoals onze zon. De kern van het probleem is dat het gas in de wolk een draaiing vertoont, die in een naar buiten gerichte kracht resulteert. Op grote afstand van de uiteindelijke ster wordt deze centrifugale kracht ruimschoots overwonnen door de aantrekkingskracht van de ster. Maar naarmate het gas dichter naar de ster toe spiraalt, wordt de centrifugale kracht groter. Op zekere afstand van de ster zijn diens aantrekkingskracht en de centrifugale kracht met elkaar in evenwicht. Dat punt wordt de ‘centrifugale barrière’ genoemd. Gas kan alleen voorbij die grens komen als het impulsmoment – een maat voor de hoeveelheid draaibeweging – kwijtraakt. Uit waarnemingen van gasmoleculen rond de protoster L1527 blijkt nu dat het gebied vlak buiten de centrifugale barrière een complex karakter vertoont. Er treedt daar een soort ‘verkeersopstopping’ op die ertoe leidt dat gas uit de platte schijf van gas rond de ster wordt getild. En bij dat proces verliest het gas een aanzienlijk deel van zijn impulsmoment. Het waargenomen gedrag is in goede overeenstemming met de uitkomsten van berekeningen die de astronomen eerder hebben gedaan. Daarbij is uitgegaan van een eenvoudig ballistisch model, waarbij de gasdeeltjes als eenvoudige projectielen uit de schijf omhoog (of omlaag) worden geschoten. Meer is er kennelijk niet nodig om de centrifugale barrière te slechten. (EE)
Meer informatie:
Protostar displays a strange geometry

   
7 februari 2017 • Astronomen ontdekken 'witte dwerg-pulsar'
Witte dwergen en pulsars zijn bizarre maar heel verschillende hemellichamen die allebei overblijven aan het einde van het leven van een ster. Nu is er echter een witte dwerg ontdekt die zich tevens als pulsar gedraagt. Zoiets is nog nooit eerder waargenomen. De ontdekking is beschreven in Nature Astronomy. Een witte dwerg is het compacte restant van een relatief lichte ster. Witte dwergen zijn qua grootte vergelijkbaar met de aarde, maar wegen ongeveer even veel als de zon. Pulsars (neutronensterren die rondzwiepende bundels van straling de ruimte in blazen) zijn nog extremer: ze zijn minstens 40 procent zwaarder dan de zon, maar hebben een middellijn van pakweg 25 kilometer. Van de ster AR Scorpii, op 380 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Schorpioen, was al bekend dat hij ongeveer eens per minuut sterk in helderheid varieert. AR Sco is een dubbelster. Hij bestaat uit een witte dwerg waar elke 3,6 uur een rode dwergster omheen draait, op een afstand van 1,4 miljoen kilometer (ca. 3 maal de afstand aarde-maan). De rode dwerg is qua afmetingen vergelijkbaar met de reuzenplaneet Jupiter en heeft een massa van ongeveer 0,3 zonsmassa's. Uit nieuwe metingen blijkt nu dat de helderheidsvariaties van de dubbelster veroorzaakt worden doordat de snel roterende witte dwerg (één omwenteling per 2 minuten) twee tegenovergesteld gerichte pulsaar-achtige bundels van geladen deeltjes en straling de ruimte in blaast. Net als bij pulsars worden de bundels geproduceerd door een zeer sterk magnetisch veld. Twee maal per rotatie wordt de rode dwerg getroffen door zo'n bundel. Elektronen in de dampkring van de rode dwerg raken dan opgezwiept tot bijna de lichtsnelheid. (GS)
Meer informatie:
Mysterious white dwarf pulsar discovered (origineel persbericht)

   
6 februari 2017 • Hoe kan Mars ooit warm genoeg zijn geweest voor oppervlaktewater?
Planeetonderzoekers zitten met een probleem. Uit mineralogisch onderzoek aan gesteenten op Mars blijkt zonneklaar dat er een paar miljard jaar geleden oppervlaktewater geweest moet zijn op de rode planeet, in de vorm van meren en wellicht oceanen. Tegelijkertijd bevatten diezelfde gesteenten geen carbonaten. Carbonaten ontstaan door de inwerking van atmosferisch koolzuurgas (kooldioxide, CO2) op mineralen in de bodem; op aarde komen ze veelvuldig voor. Het ontbreken van carbonaten betekent dat de Marsdampkring lang geleden heel weinig koolzuurgas bevatte. Zonder het broeikaseffect dat door CO2 wordt veroorzaakt, kan het aan het oppervlak nooit warm genoeg zijn geweest om het bestaan van vloeibaar water mogelijk te maken. Sinds zijn landing in 2012 in de grote Marskrater Gale heeft de Amerikaanse Marswagen Curiosity geen enkele overtuigende aanwijzing gevonden voor de aanwezigheid van carbonaten. Geologen leiden daaruit af dat er ca. 3,5 miljard jaar geleden hooguit enkele tientallen millibar aan koolzuurgas in de dampkring voorkwam. Mede omdat de zon een paar miljard jaar geleden minder heet en fel was dan tegenwoordig, was dat onvoldoende om de oppervlaktetemperatuur op Mars boven het vriespunt te krijgen. Daarvoor was volgens de onderzoekers meer dan honderd maal zo veel CO2 nodig. (GS)
Meer informatie:
NASA's Curiosity Rover Sharpens Paradox of Ancient Mars (origineel persbericht)

   
6 februari 2017 • Zwart gat doet ruim tien jaar over ster-snack
Een superzwaar zwart gat in de kern van een ver verwijderd sterrenstelsel heeft er meer dan tien jaar over gedaan om een ster volledig te verorberen. Daarbij is de ster uiteengerukt door de sterke getijdenkrachten van de ster. Het sterrengas werd vervolgens het zwarte gat in getrokken, waarbij het zo sterk werd verhit dat het energierijke röntgenstraling uitzond. Zo'n tidal disruption event is wel vaker waargenomen, maar meestal duurt het verschijnsel niet langer dan een jaar. De röntgenstraling die afkomstig is uit de kern van het sterrenstelsel, op 1,8 miljard lichtjaar afstand van de aarde, werd in 2005 voor het eerst gedetecteerd door de Amerikaanse röntgenruimtetelescoop Chandra. Drie jaar later bereikte de röntgenstraling een honderd maal zo hoog niveau. Sindsdien is de intensiteit slechts heel geleidelijk afgenomen, zo blijkt uit waarnemingen van Chandra, de Amerikaanse röntgensatelliet Swift en de Europese kunstmaan XMM-Newton. De nieuwe metingen zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. Waarom het uiteenrukken en opslokken van deze ster zo onwaarschijnlijk lang duurt is niet goed bekend. Mogelijk gaat het om een uitzonderlijk zware ster. Het is ook denkbaar dat in andere gevallen een groot deel van de massa van de ster de ruimte in wordt geblazen, terwijl hier de ster volledig is opgeslokt. (GS)
Meer informatie:
Black Hole Meal Sets Record for Length and Size (origineel persbericht)

   
3 februari 2017 • Remmen fotonen zonnerotatie af?
De rotatie van het buitenste deel van de zon wordt mogelijk afgeremd door het licht dat uit de zon ontsnapt. Tot die conclusie komen wetenschappers van drie Amerikaanse en Braziliaanse instituten na een analyse van gegevens die zijn verzameld door de Solar Dynamics Observatory, een satelliet voor zonneonderzoek die sinds 2010 om de aarde cirkelt (Physical Review Letters, 3 februari). Waar het binnenste deel van de zon als een vast lichaam roteert, doen haar buitenlagen dat niet. De poolgebieden draaien langzamer dan de evenaar, en diepere lagen draaien sneller dan de hoger gelegen lagen. Zelfs bij de fotosfeer – de dunne laag die wij als het oppervlak van de zon zien – lijkt het bovenste deel langzamer te roteren dan het onderste deel. Bekend is dat stofdeeltjes in de interplanetaire ruimte wordt afgeremd door botsingen met fotonen met de zon. Dat resulteert in een verlies van impulsmoment, waardoor de deeltjes geleidelijk naar de zon toe spiralen. Geïnspireerd door dit idee vroegen de wetenschappers zich of zoiets ook zou kunnen gebeuren met de gasdeeltjes in de buitenste schil van de zon. Hun berekeningen laten zien dat dit inderdaad mogelijk is. Door de vele interacties tussen gasdeeltjes en de fotonen die bezig zijn om de zon te verlaten, zou de rotatie van de buitenste honderd kilometer van de zon in de loop van haar 4,5 miljard jaar lange geschiedenis met ongeveer drie procent zijn afgeremd. Bovendien zou deze toplaag een afremmende werking hebben op diepere lagen. (EE)
Meer informatie:
Focus: Photons Brake the Sun

   
2 februari 2017 • Telde dwergplaneet Ceres ooit meer ijsvulkanen?
Een van de opvallendste structuren op de dwergplaneet Ceres is de vier kilometer hoge berg Ahuna Mons, die als een ‘ijsvulkaan’ wordt beschouwd. Hij zou zijn ontstaan door opstuwing van (zout) water uit het inwendige van Ceres. De grote vraag is echter waarom hij de enige in zijn soort is. Volgens Amerikaanse planeetwetenschappers kunnen er veel meer van dit soort bergen van ijs op Ceres zijn geweest. Deze zouden in de loop van de miljarden jaren echter met de grond gelijk zijn gemaakt. Dat zou echter niet door erosie zijn gebeurd – er is nu eenmaal geen weer of wind op Ceres – maar door viskeuze verslapping. Met dat laatste wordt bedoeld dat zelfs ijs kan stromen, een proces dat we op aarde kennen van de traag bewegende gletsjers. Iets soortgelijks kan zich ook op Ceres afspelen. Berekeningen laten zien dat als Ahuna Mons voor minstens veertig procent uit bevroren water bestaat, hij door viskeuze verslapping vanzelf tientallen meters per miljoen jaar lager wordt. Dat is snel genoeg om de ijsvulkaan mettertijd weg te vagen. Blijkbaar is Ahuna Mons met zijn geschatte leeftijd van 200 miljoen jaar gewoon te jong om al slachtoffer te zijn geworden geworden van dit proces. Maar het is best mogelijk dat hij voorgangers heeft gehad. Het zoeken is nu naar structuren op Ceres die door dergelijke ‘ingezakte’ ijsvulkanen ontstaan zouden kunnen zijn. (EE)
Meer informatie:
New Research Shows Ceres May Have Vanishing Ice Volcanoes

   
2 februari 2017 • ‘Staart’ van gas verraadt bestaan van eenzaam zwart gat
Onderzoek van een uitzonderlijk snel bewegende gaswolk in onze Melkweg wijst erop dat daarin een snel bewegend zwart gat schuilgaat. Vermoedelijk bestaan er miljoenen van zulke objecten in ons sterrenstelsel, maar tot nu toe zijn er pas enkele tientallen opgespoord. Het opsporen van zwarte gaten is geen eenvoudige zaak. Ze zijn nu eenmaal niet rechtstreeks waarneembaar, waardoor je afhankelijk bent van indirecte aanwijzingen. In veel gevallen is dat de schijf van hete materie die menig zwart gat om zich heen heeft verzameld. Maar een zwart gat dat eenzaam door de ruimte zwerft, zendt geen enkele vorm van straling uit. Japanse astronomen denken nu echter toch zo’n solitair zwart gat te hebben opgespoord. Het zou zich bevinden aan de rand van een gaswolk die is achtergebleven na een supernova-explosie – de explosie van een ster op tienduizend lichtjaar van de aarde. Aan de rand van deze gaswolk, die de aanduiding W44 draagt, is een compacte subwolk aangetroffen die zich met een snelheid van meer dan honderd kilometer per seconde uit de voeten maakt. Daarbij beweegt hij tegen de draairichting van de Melkweg in. Waarnemingen van de subwolk, die de ‘Kogel’ is gedoopt, laten zien dat het daarin aanwezige gas met een snelheid van vijftig kilometer per seconde uitdijt. Opgeteld bij de snelheid waarmee de Kogel zich door de ruimte verplaatst, kom je dan bij een hoeveelheid bewegingsenergie die tientallen malen groter is dan de energie die de W44-supernova in het omringende gas heeft gepompt. De astronomen hebben twee mogelijke scenario’s bedacht die het bestaan van de Kogel kunnen verklaren. In beide gevallen is een cruciale rol weggelegd voor een zwart gat. De ene mogelijkheid is dat de uitdijende gaswolk van de supernova over een naburig zwart gat heen is gespoeld. Dat zwarte gat zou het gas dicht naar zich toe hebben getrokken, waardoor een tweede explosie optrad. Volgens het andere scenario zou een zwart gat met hoge snelheid door W44 heen zijn getrokken, waarbij hij een deel van het daarin aanwezige gas heeft meegesleept. (EE)
Meer informatie:
Tail of Stray Black Hole hiding in the Milky Way

   
1 februari 2017 • Vulkanen op Mars waren miljarden jaren actief
Uit een analyse van een brokstuk van Mars dat in 2012 in Noordwest-Afrika is aangetroffen, blijkt dat de planeet miljarden jaren vulkanisch actief is geweest. Dat bevestigt dat onze buurplaneet het decor moet zijn van enkele van de langstlevende vulkanen in ons zonnestelsel (Science Advances, 1 februari). Ongeveer 1 miljoen jaar geleden heeft er op Mars een grote inslag plaatsgevonden, waarbij brokstukken van een vulkaan of een vlakte van gestolde lava de ruimte in schoten. Enkele van deze brokstukken zijn uiteindelijk als meteorieten op aarde beland. De nu onderzochte Marsmeteoriet, de NWA 7635, werd in 2012 gevonden. De steen bleek voor een belangrijk deel te bestaan uit een vulkanisch gesteente dat shergottiet wordt genoemd. Daarmee vertoont hij een sterke overeenkomst met tien andere Marsmeteorieten. Het onderzoek van zulke meteorieten levert niet alleen informatie op over de leeftijd van de ‘ruimtesteen’ zelf, maar ook over de bron van het magma waaruit hij is ontstaan, de hoeveelheid tijd die hij in de ruimte heeft doorgebracht en hoe lang hij op aarde heeft gelegen. Van de elf vergelijkbare Marsmeteorieten is vast komen te staan dat ze allemaal rond dezelfde tijd – 1 miljoen jaar geleden – van Mars zijn vertrokken. Dat maakt het erg waarschijnlijk dat ze ook van hetzelfde gebied op Mars afkomstig zijn. De meeste van deze stenen zijn tussen de 327 miljoen en 600 miljoen jaar oud. Maar het nu onderzochte exemplaar is aanzienlijk ouder dan dat: 2,4 miljard jaar. Daarmee is het tastbare bewijs geleverd dat Mars langdurig vulkanisch actief is geweest. (EE)
Meer informatie:
UH research finds evidence of 2 billion years of volcanic activity on Mars