14 juni 2018 • Astronomen zien uitbarsting bij ver zwart gat dat ster verwoest
Voor het eerst hebben astronomen de vorming en expansie waargenomen van een ‘jet’ van materie die vrijkwam toen een ster te dicht bij een superzwaar zwart gat kwam en daardoor aan flarden werd getrokken. De gebeurtenis – een ‘tidal eruption event’ – wordt al sinds 2005 gevolgd (Science, 14 juni). Een team van 36 wetenschappers, onder wie Peter Jonker (SRON/Radboud Universiteit), heeft de stellaire slooppartij waargenomen met onder meer radio- en infraroodtelescopen. De gebeurtenis voltrekt zich in het hart van een sterrenstelsel dat in botsing is met een soortgenoot. Dit tweetal, dat Arp 299 wordt genoemd, is bijna 150 miljoen lichtjaar van ons verwijderd. Een tidal eruption event of kortweg TDE is een vrij zeldzaam verschijnsel. Op theoretische gronden werd voorspeld dat een ster die aan de getijdenkrachten van een superzwaar zwart gat bezwijkt, zodanig wordt uitgerekt dat er een draaiende schijf van materie om het zwarte gat ontstaat. Deze schijf is een bron van intense röntgenstraling en zichtbaar licht. Maar niet alle stermaterie wordt door het zwarte gat opgeslokt: een deel ervan zou in de vorm van twee bundels van deeltjes (jets) terug de ruimte in worden geblazen. Het ontstaan van zo’n jet is nu rechtstreeks waargenomen. De bundel van ontsnappende materie heeft zijn bestaan verraden via de radiostraling die hij uitzendt. Uit de waarnemingen blijkt dat de uitgestoten materie met ongeveer een kwart van de lichtsnelheid beweegt. Desondanks heeft het jaren geduurd voordat het langer worden van de jet ook rechtstreeks waarneembaar was met radiotelescopen op aarde. (EE)
Meer informatie:
Astronomers See Distant Eruption as Black Hole Destroys Star

   
14 juni 2018 • Dwergstelsels rond Melkweg bevatten géén donkere materie
Een team van Franse en Chinese astronomen zegt het bewijs onderuit te hebben gehaald dat de dwergsterrenstelsels rond onze Melkweg veel donkere materie bevatten. Ze hebben aangetoond dat de bewegingen van de sterren in deze stelsels volledig kunnen worden toegeschreven aan de zwaartekrachtsaantrekking van de Melkweg. Tot nog toe werd aangenomen dat de sterbewegingen werden bepaald door donkere materie in de stelsels zelf (Astrophysical Journal, 14 juni). Sinds de jaren 70 zijn astronomen ervan overtuigd dat het overgrote deel van de materie in het heelal uit donkere materie bestaat. De donkere materie is ook nodig om de snelle bewegingen van gas en sterren in de buitenste delen van grote sterrenstelsels zoals onze Melkweg te kunnen verklaren, zoals de astronomen Vera Rubin en Albert Bosma lieten zien. In de jaren 80 vond de Amerikaanse astronoom Marc Aaronson aanwijzingen dat iets vergelijkbaars ook zou gelden voor de kleine sterrenstelsels die als satellieten om onze Melkweg zwermen. De sterren in deze stelsels zouden te snel bewegen om alleen onder invloed te staan van de zwaartekracht van de daarin aanwezige zichtbare materie. De kleinste stelsels moesten tot wel duizend keer zoveel donkere materie bevatten dan er aan sterren en gas te zien was. De analyse van het Frans-Chinese team laat echter zien dat daarbij onvoldoende rekening is gehouden met de zwaartekracht van de Melkweg. Volgens hen bestaat er een buitengewoon sterk verband tussen de veronderstelde hoeveelheid donkere materie in de dwergstelsels en de zwaartekracht die zij van de Melkweg ondervinden. Volgens hen kan dat geen toeval zijn en is het simpelweg de zwaartekracht van de Melkweg die de stellaire bewegingen in de dwergstelsels bepaalt. (EE)
Meer informatie:
No Need for Dark Matter to Explain Dynamics of Dwarf Galaxies

   
14 juni 2018 • Stof kan raadselachtige eigenschappen van actieve galactische kernen verklaren
Twee onderzoekers van de Universiteit van California te Santa Cruz (VS) denken dat wolken stof, in plaats van dubbele zwarte gaten, de verklaring zijn voor de kenmerken zoals veel actieve galactische kernen die vertonen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 14 juni). Menig groot sterrenstelsel heeft een actieve kern: een klein, helder centraal gebied dat zijn energie ontleent aan materie die naar een superzwaar zwart gat toe stroomt. Wanneer deze zwarte gaten flinke hoeveelheden materie opslokken, zijn ze omgeven door heet, snel bewegend gas. De straling die door het gas wordt uitgezonden kan worden gebruikt om de massa van het centrale zwarte gat te meten en een schatting te maken van de hoeveelheid materie die het te verwerken krijgt. De kenmerken van dat gas worden echter nog niet goed begrepen. Zo lijkt het er in veel gevallen op dat het gas rond het zwarte gat niet symmetrisch verdeeld is. Een mogelijke verklaring daarvoor kan zijn dat er nog een tweede zwart gat in het spel is. Volgens de Californische onderzoekers bestaat er ook een eenvoudigere verklaring. De complexiteit en variabiliteit van de straling die van het gas afkomstig is, is volgens hen ook begrijpelijk als delen van de actieve kern schuilgaan achter wolken van stof. Het gevolg hiervan is dat het licht van het hete gas dat zich achter zo’n gaswolk bevindt roder en zwakker lijkt dan het in werkelijkheid is. (EE)
Meer informatie:
One black hole or two? Dust clouds can explain puzzling features of active galactic nuclei

   
13 juni 2018 • Marsverkenner Opportunity zit grote stofstorm uit
Op Mars is eind mei een stofstorm uitgebroken, die inmiddels een kwart van de planeet teistert. Ook voor de kleine Marsverkenner Opportunity heeft dat consequenties. Er zit zoveel stof in de atmosfeer, dat het ook overdag aardedonker is. Hierdoor produceren zijn zonnepanelen inmiddels zo weinig stroom, dat de kleine Marsrover zichzelf in de ‘spaarstand’ heeft gezet. Het enige wat nu continu werkt is zijn klok, die af en toe de boordcomputer wakker maakt om de status van de accu af te lezen. Het natuurgeweld heeft ook zo zijn voordelen. Het biedt wetenschappers de kans om de invloed van de stofstorm op de Marsatmosfeer vanuit allerlei posities te volgen. De rol van Opportunity zal uiteraard klein zijn. Maar zijn grotere collega Curiosity, die zich aan de andere kant van de planeet bevindt, is nog in bedrijf. Daarnaast cirkelen ook nog diverse orbiters om Mars die van bovenaf metingen kunnen doen. NASA-technici achten de kans klein dat Opportunity de komende dagen iets van zich zal laten horen. Pas als hij langdurig zonder stroom zou blijven zitten, ziet het er somber uit. Dan zou zijn elektronica wel eens aan de kou op Mars kunnen bezwijken. Datzelfde overkwam zijn ‘broertje’ Spirit al in 2010. Overigens hebben zowel Spirit als Opportunity in 2007 een omvangrijke stofstorm weten te doorstaan. Helemaal hopeloos is de situatie dus niet. Als er na de storm niet te veel stof op de zonnepanelen van Opportunity achterblijft, zal de zon zijn accu weer snel kunnen opladen. (EE)
Meer informatie:
NASA Encounters the Perfect Storm for Science

   
13 juni 2018 • Er ligt misschien meer organisch materiaal op Ceres dan gedacht
Een nieuwe analyse van data van NASA-ruimtesonde Dawn wijst erop dat er op dwergplaneet Ceres verrassend hoge concentraties organisch materiaal bestaan. Dat er op Ceres organische verbindingen te vinden zijn was al bekend. Alleen is nog onduidelijk om welke verbindingen het precies gaat. En dat maakt nogal uit voor de interpretatie van de meetresultaten van Dawn. De aanwezigheid van organisch materiaal wordt afgeleid uit gegevens van de spectrometer voor zichtbaar en infraroodlicht die Dawn bij zich heeft. Uit deze gegevens kan worden afgeleid op welke specifieke golflengten het Ceres-oppervlak zonlicht weerkaatst dan wel absorbeert. Om een schatting te kunnen maken van de hoeveelheden van dat materiaal werden de Dawn-gegevens vergeleken met reflectiespectra van organisch materiaal dat op aarde is gevormd. Op basis van die standaard kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat hooguit 10 procent van de spectrale signatuur die zij op Ceres hadden waargenomen voor rekening kan komen van organisch materiaal. Bij nieuw onderzoek door wetenschappers van Brown University is een ander vergelijkingsmateriaal gebruikt: meteorieten. Die bevatten ook organisch materiaal, maar dan in iets andere verhoudingen dan het organische materiaal dat op aarde wordt aangetroffen. Uit de nieuwe, wellicht realistischere vergelijking trekken de onderzoekers de conclusie dat misschien wel 50 procent van het spectrale signaal van Ceres voor rekening komt van organische verbindingen. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat dit materiaal grotendeels afkomstig is van inslaande kometen en planetoïden. Dat zijn immers ook de bron van meteorieten. Het is echter nog maar de vraag of zij zoveel organisch materiaal op Ceres kunnen hebben afgeleverd. Een andere mogelijkheid is dat het materiaal op Ceres zelf is gevormd. Maar dat verklaart dan weer niet waarom het alleen heel lokaal is aangetroffen. (EE)
Meer informatie:
Organics on Ceres may be more abundant than originally thought

   
13 juni 2018 • Onderzoek bevestigt: botsende neutronensterren veroorzaken korte gammaflits
Onderzoekers van Oregon State University hebben bevestigd dat de botsing tussen twee neutronensterren van vorige herfst een korte gammaflits heeft veroorzaakt (Physical Review Letters, 13 juni). Gammaflitsen zijn nauwe bundels van energierijke elektromagnetische straling, die zich doorgaans op miljarden lichtjaren van de aarde afspelen. Er zijn twee soorten: lange en korte. Lange gammaflitsen ontstaan wanneer de kern van een zware ster ineenstort tot een zwart gat en duren enkele seconden tot minuten. Van korte gammaflitsen, die maximaal twee seconden duren, werd al vermoed dat ze ontstaan wanneer twee neutronensterren samensmelten tot een zwart gat. Neutronensterren zijn op hun beurt weer de ingestorte kernen van zware sterren die niet genoeg massa hebben om in hun eentje een zwart gat te produceren. In november 2017 namen wetenschappers in de VS en Europa een korte flits van gamma- en röntgenstraling waar, die samenviel met een stoot zwaartekrachtgolven die aan een botsing tussen neutronensterren kon worden toegeschreven. Kort daarop werd ook zichtbaar licht van deze gebeurtenis waargenomen. Daarmee leek het rechtstreekse verband tussen korte gammaflitsen en samensmeltende neutronensterren te zijn aangetoond. Toch was er nog wat twijfel: de waargenomen gammaflits was namelijk ongebruikelijk zwak. Met behulp van computermodellen hebben de onderzoekers nu aangetoond dat dit goed te verklaren is. Hun berekeningen laten zien dat onze instrumenten de korte gammaflits hebben gezien onder een hoek van 30 graden. De bundel gammastraling kwam dus niet recht op ons af, en leek daardoor veel zwakker. In de toekomst zal blijken of deze verklaring hout snijdt. Bij ongeveer 1 op de 20 botsingen tussen neutronensterren zou de bundel namelijk wél op ons gericht moeten zijn en een korte gammaflits van normale sterkte moeten produceren. (EE)
Meer informatie:
Research shows short gamma-ray bursts do follow binary neutron star mergers

   
13 juni 2018 • Astronomen ontdekken drie ‘baby-planeten’ bij jonge ster
Astronomen hebben, met behulp van de ALMA-telescoop in het noorden van Chili, drie zware planeten-in-wording ontdekt. De planeten verraden hun aanwezigheid doordat ze de schijf van gas en stof rond hun moederster verstoren. Het is voor het eerst dat er planeten zijn opgespoord met de ALMA-array, die millimeterstraling – een soort radiostraling – detecteert. Met ALMA is gekeken naar de karakteristieke straling van koolstofmonoxidemoleculen in de protoplanetaire schijf rond HD 16329. Dat is een slechts 4 miljoen jaar oude ster in het sterrenbeeld Boogschutter, op ongeveer 330 lichtjaar van de aarde. Normaal gesproken cirkelt het gas in zo’n schijf gelijkmatig om de ster. Maar de ALMA-waarnemingen laten zien dat de gasstroom op drie plaatsen wordt verstoord. Dat blijkt uit het feit dat het gas ter plaatse een afwijkende snelheid vertoont. Dankzij het dopplereffect veroorzaakt dat een subtiele verandering in de golflengte van de uitgezonden straling. De afwijkingen worden toegeschreven aan drie planeten op afstanden van 12 miljard, 21 miljard en 39 miljard kilometer van de ster. Deze verstoren de normale gasstroom ongeveer net zoals stenen de stroming van het water in een rivier verstoren. (EE)
Meer informatie:
ALMA ontdekt drietal jeugdige planeten rond pasgeboren ster

   
13 juni 2018 • Melkweg heeft tal van kleinere sterrenstelsels opgeslokt
Sterrenkundigen van de RUG hebben in de halo van de Melkweg sporen gevonden van oude samensmeltingen. Vijf groepjes sterren lijken afkomstig van fusies met kleine sterrenstelsels, terwijl een grote ‘klodder’ van enkele honderden sterren afkomstig lijkt van een grotere fusie (Astrophysical Journal Letters, 12 juni). Het onderzoek is gebaseerd op de tweede dataset van de Gaia-ruimtetelescoop die eind mei is vrijgegeven. Deze dataset bevat nauwkeurige informatie over de posities en bewegingen van miljoenen sterren, hoofdzakelijk in de Melkweg. Promovendus Helmer Koppelman maakt deel uit van de onderzoeksgroep van Amina Helmi, die al in een zeer vroeg stadium bij de Gaia-missie betrokken was. Hij begon de nieuwe gegevens direct te analyseren en plaatste acht dagen later al een artikel op een preprintserver, dat nu officieel gepubliceerd is. Koppelman heeft zijn analyse gericht op de halo van de Melkweg, de bolvormige wolk sterren die de centrale schijf omhult. De gedachte is namelijk dat de meeste sterren in de halo afkomstig zijn van fusies. Door de banen van deze sterren te berekenen, spoorde Koppelman sterren met een gemeenschappelijke oorsprong op. Hij en zijn team ontdekten vijf kleine sterrenhopen die de restanten van vijf opgeslokte sterrenstelseltjes lijken te zijn. Daarnaast is een veel grotere groep sterren ontdekt die eveneens bij elkaar horen. Deze groep draait tegen de richting van de Melkweg in. Dat laatste vormt een sterke aanwijzing dat ook deze sterren van buitenaf afkomstig zijn. Volgens Koppelman en zijn team zijn het restanten van een groter sterrenstelsel. De botsing met dat stelsel zou zelfs de vorm van de centrale schijf van de Melkweg hebben veranderd. Koppelman heeft ook nog gezocht naar sterren die horen bij de zogeheten Helmi-stroom. Deze groep sterren is vernoemd naar zijn promotor Amina Helmi, die in 1999 aantoonde dat ze het restant vormen van een stelsel dat gefuseerd is met de Melkweg. Tot nu toe waren er nog geen twintig sterren bekend die bij de Helmi-stroom horen. Dankzij Gaia zijn het er nu meer dan honderd. (EE)
Meer informatie:
Nieuwe data Gaia telescoop toont fusies van de Melkweg

   
12 juni 2018 • LIGO kan misschien ook botsende wormgaten 'zien'
Spaanse en Belgische natuurkundigen hebben uitgerekend hoe de zwaartekrachtgolven eruit zien die geproduceerd worden door botsende wormgaten. Wormgaten zijn hypothetische 'tunnels' door de ruimtetijd, die als een soort sluiproutes zouden kunnen fungeren tussen twee punten op grote onderlinge afstand in ruimte en tijd. Hun bestaan is nog nooit aangetoond, maar kan ook niet worden ontkracht. Uit de nieuwe berekeningen, gepubliceed in Physical Review D, blijkt dat het zwaartekrachtgolfsignaal van twee botsende wormgaten nauwelijks valt te onderscheiden van dat van twee 'gewone' zwarte gaten. Het verschil zit 'm in zogeheten 'echo's' van de zwaartekrachtgolven, die waarneembaar zouden moeten zijn nadat het feitelijke signaal is uitgedoofd. Die echo's treden bij de botsing en versmelting van twee zwarte gaten niet op, omdat zwarte gaten begrensd worden door een 'gebeurtenishorizon'. De onderzoekers, onder wie Thomas Hertog van de Katholieke Universiteit Leuven (de co-auteur van het laatste wetenschappelijke artikel van Stephen Hawking), denken dat zwaartekrachtgolfdetectoren als LIGO en Virgo in principe gevoelig genoeg zijn om dergeljke echo's waar te nemen. Op die manier zou het bestaan van wormgaten bevestigd kunnen worden. (GS)
Meer informatie:
Wormhole echoes that may revolutionize astrophysics (origineel persbericht)

   
11 juni 2018 • Japanse Mercuriussonde heet voortaan Mio
De Japanse onderzoekssonde die deel uitmaakt van het Europese BepiColombo-project heeft een nieuwe naam: Mio. Tot nu toe werd de Japanse sonde aangeduid als MMO (Mercury Magnetospheric Orbiter). Samen met de grotere Europese Mercury Planetary Orbiter (MPO) wordt hij komend najaar gelanceerd in de richting van de kleine binnenste planeet Mercurius. Het Europees-Japanse onderzoeksprogramma heet BepiColombo, naar de Italiaanse planeetonderzoeker Giuseppe Colombo (1920-1984). De twee ruimtesondes worden eind 2025 in verschillende banen rond Mercurius gebracht. De Europese sonde bestudeert vooral de planeet zelf; de Japanse sonde doet onderzoek aan het zwakke magnetisch veld van de planeet. De naam Mio is gekozen uit een groot aantal voorstellen van het Japanse publiek. Mio is Japans voor waterweg of vaargeul. (GS)
Meer informatie:
Mio – Mercury Magnetospheric Orbiter’s New Name (origineel persbericht)

   
11 juni 2018 • Nanodiamantjes verklaren anomale microgolfstraling
Microscopisch kleine diamantjes - zogeheten nanodiamantjes - vormen de beste verklaring voor de zogeheten anomale microgolfstraling (anomalous microwave emission, AME) die geproduceerd wordt in sommige stervormingsgebieden. Die mysterieuze straling werd ruim twintig jaar geleden al ontdekt. Astronomen gingen er lange tijd vanuit dat zij geproduceerd wordt door PAK's - polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Waarnemingen met de Green Bank Telescope in West Virginia en met de Australia Telescope Compact Array (ATCA) aan drie protoplanetaire schijven (V892 Tauri, HD 97048 en MWC 297) laten nu echter zien dat de microgolfspectra nauwkeurig overeenkomen met wat je verwacht van extreem snel roterende nanodiamantjes - minuscule koolstofkristalletjes die een paar honderdduizend maal zo klein zijn als een zandkorrel. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepubliceerd in Nature Astronomy. De nanodiamantjes zijn vermoedelijk gecondenseerd uit oververhitte koolstofdamp in stervormingsgebieden. Naar schatting bevatten ze ca. 1 à 2 procent van alle koolstofatomen in de betreffende protoplanetaire schijven. (GS)
Meer informatie:
Diamond Dust Shimmering Around Distant Stars (origineel persbericht)

   
8 juni 2018 • Zestienjarige Kim Bui wint Sterrenkundeolympiade 2018
De zestienjarige scholier Kim Bui van de Helen Parkhurstschool in Almere (5 VWO) heeft de Nederlandse Sterrenkundeolympiade 2018 gewonnen en mag een week op waarneemreis naar het Canarische Eiland La Palma, waar grote professionele telescopen staan. De Sterrenkundeolympiade is een jaarlijks terugkerende sterrenkundewedstrijd voor de bovenbouw HAVO/VWO. De tweede prijs, een telescoop, ging naar Sverre Creuwels van het Carolus Borromeus College in Helmond (6 VWO) en de derde prijs, een Raspberry Pi, was voor Arnaud Saint-Genez van OSG Erasmus in Almelo (5 VWO). De wedstrijd wordt beurtelings georganiseerd door een van de vier NOVA-instituten (de sterrenkundige instituten aan de universiteiten van Amsterdam, Groningen, Leiden en Nijmegen). Dit jaar was de eer aan het Anton Pannekoek Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Uit de voorronde, die sloot op 1 mei, werden de 13 beste inzendingen geselecteerd voor de finale, die plaatsvond van 6-8 juni in Amsterdam. Tijdens deze drie dagen gaven onderzoekers van het Anton Pannekoek Instituut masterclasses over onderwerpen die zij bestuderen. Denk aan neutronensterren en snelle radioflitsen. Hierna moesten de finalisten vragen beantwoorden over deze onderwerpen. Daarbij eindigde Kim nipt op de eerste plaats. Naast het wetenschappelijke programma was er ook tijd voor sociale activiteiten met een sterrenkundig tintje.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
7 juni 2018 • Marsbodem is rijk aan organische verbindingen en stoot methaan uit
Gegevens van de Marsrover Curiosity wijzen erop dat het methaan op Mars in elk geval voor een deel opgesloten zit in kristallen van bevroren water. Verder laat een nieuwe analyse van boormonsters die door Curiosity zijn verzameld zien dat de bodem van Mars – zoals al werd vermoed – rijk is aan organische verbindingen (Science, 8 juni). Dat de Marsatmosfeer kleine hoeveelheden methaan bevat was al langer bekend, maar over de oorsprong ervan bestond nog veel onduidelijkheid. Op aarde is het meeste methaan afkomstig van biologische bronnen – levende organismen dus. Maar daarnaast bestaan er ook tal van niet-biologische bronnen van methaangas. Uit drie Marsjaren (ruim vijf aardse jaren) van metingen blijkt nu dat de hoeveelheid methaan in de Marsatmosfeer met de seizoenen op en neer gaat. Aan het einde van de zomer op het noordelijk halfrond c.q. het einde van de winter op het zuidelijk halfrond van de planeet is steevast een piek te zien. De wetenschappers die de gegevens hebben geanalyseerd hebben nog geen definitieve verklaring voor deze seizoenscylcus. Volgens hen kunnen veel van de tot nu toe aangedragen suggesties dit golfgedrag niet verklaren – ook de suggestie dat de oorzaak bij meteorenregens ligt niet. Het lijkt hen het meest waarschijnlijk dat er in de koude ondergrond van Mars methaanhydraten (ook wel clathraten) genoemd zitten. Dat zijn ijskristallen waarin methaanmoleculen opgesloten zitten. Seizoensgebonden temperatuurvariaties zouden er de oorzaak van zijn dat er af en toe flinke hoeveelheden van dit gas ontsnappen. Chemische analyses van boormonsters die Curiosity op twee plaatsen in de Gale-krater heeft verzameld, laat zien dat de bodem van de planeet allerlei organische (koolstofhoudende) moleculen bevat. Het materiaal is afkomstig uit 3 miljard jaar oud gesteente dat onder natte omstandigheden is ontstaan. De wetenschappers die bij het onderzoek zijn betrokken vermoeden dat de gevonden (relatief kleine) moleculen fragmenten van grotere organische moleculen kunnen zijn. Of dat ook betekent dat er ooit levende organismen op Mars zijn geweest, kan op basis van dit onderzoek niet worden vastgesteld. (EE)
Meer informatie:
Mars exhumes methane on a seasonal cycle, Curiosity reveals; rover also detects ancient organic matter

   
7 juni 2018 • Magnetische velden spelen belangrijke rol bij de stervorming
Een internationaal team van astronomen heeft magnetische velden in de ruimte ontdekt die licht kunnen werpen op het ontstaan van sterren. De zeer subtiele magnetische velden zijn waargenomen in de ‘Zuilen der schepping’ – een structuur die beroemd werd dankzij een iconische opname van de Hubble-ruimtetelescoop. De ‘zuilen’ bestaan uit kosmisch stof en koud gas van (relatief) hoge dichtheid en hebben kraamkamers van de sterren aan hun uiteinden. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de magnetische velden die in de lengterichting langs de zuilen lopen loodrecht op de velden in het omringende geïoniseerde gas staan. Volgens de astronomen wijst dit erop dat het ontstaan van de zuilen te danken is aan het magnetische veld. De sterkte en de vorm ervan suggereren dat het veld de vorming van globulen – dichte gaswolken waaruit sterren ontstaan – afremt. Anders gezegd: het magnetische veld voorkomt dat de zuilen snel verbrokkelen. De ontdekking is gedaan met de James Clerk Maxwell Telescope op Hawaï. Deze telescoop, die submillimeterstraling detecteert, is uitgerust met een polarimeter. Met dat instrument is aangetoond dat het licht van de zuilen gepolariseerd is. De polarisatierichting van dit licht heeft de richting van het magnetische veld ter plaatse aan. (EE)
Meer informatie:
Magnetic Fields Could Hold The Key To Star Formation

   
6 juni 2018 • Nog meer raadselachtige ‘gaswolken’ ontdekt in centrum Melkweg
Astronomen hebben opnieuw een aantal objecten in het centrum van ons Melkwegstelsel ontdekt die zich voordoen als gaswolken, maar zich gedragen als sterren. De compacte, stofrijke stellaire objecten bewegen met hoge snelheden om het superzware zwarte gat dat zich daar schuilhoudt. De eerste van deze raadselachtige objecten, G1, werd in 2004 ontdekt. Acht jaar later volgde G2. Van beide werd vermoed dat het gaswolken waren, totdat ze dicht in de buurt van het zwarte gat kwamen. Gewone gaswolken zouden bij die gelegenheid aan flarden zijn getrokken, maar G1 en G2 overleefden het. En nu zijn er dan ook G3, G4 en G5. Vermoed wordt dat de G-objecten in feite sterk opgezwollen sterren zijn – sterren die zo groot zijn geworden dat het centrale zwarte gat gas aan hen kan onttrekken, maar die een stevige kern hebben die de boel nog een beetje bij elkaar houdt. De grote vraag is waarom deze sterren zo groot zijn. Een mogelijke verklaring is dat het oorspronkelijk dubbelsterren zijn geweest. Deze sterparen zouden, onder invloed van de zwaartekracht van het zwarte gat, met elkaar samengesmolten zijn. In de nasleep van zo’n stellaire fusie zou de atmosfeer van het uiteindelijke object sterk opzwellen. Dat laatste zou overigens maar tijdelijk zo zijn. Na een miljoen jaar of zo komt de atmosfeer weer tot rust, en blijft een normaal ogende ster achter. De nieuwe ontdekkingen zijn gepresenteerd tijdens de 232ste bijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in Denver wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
More Mystery Objects Detected Near Milky Way’s Supermassive Black Hole

   
6 juni 2018 • Is bolhoop NGC 6441 een voormalig sterrenstelsel?
Wetenschappers en studenten van Saint Martin’s University in de staat Washington (VS) hebben, aan de hand van gegevens van de Europese satelliet Gaia, ontdekt dat de bolvormige sterrenhoop NGC 6441 sterren verliest. Dat wijst erop dat de bolhoop ooit deel heeft uitgemaakt van een groter geheel. Het zou het restant van een klein sterrenstelsel kunnen zijn. Rond ons Melkwegstelsel zwermen ongeveer 150 bolvormige sterrenhopen – bolvormige verzamelingen van sterren die door de zwaartekracht bijeengehouden worden. Opmerkelijk is dat de zwaarste van die bolhopen uit een nogal gemêleerde populatie van sterren bestaan, die zich niet gemakkelijk laat verklaren. Een mogelijk scenario is dat het de kernen van voormalige sterrenstelsels zijn, die lang geleden door de Melkweg zijn ingevangen. Daarbij zouden ze een groot deel van hun sterren zijn kwijtgeraakt. NGC 6441 is de op vier na grootste bolvormige sterrenhoop van de Melkweg. Gegevens van de Gaia-satelliet hebben nu bevestigd dat in de omgeving van NGC 6441 sterren te vinden zijn die met de bolhoop meebewegen. Twee daarvan hebben zich van ons uit gezien al een kwart graad van het centrum van NGC 6441 verwijderd. En in de omgeving van de bolhoop zijn nog meer ontsnapte sterren te zien. Het lijkt er dus op dat NGC 6441 sterren aan het verliezen is en vroeger dus (nog) meer massa heeft gehad dan nu. Het zou dus best eens een ‘gestript’ sterrenstelsel kunnen zijn, al is het mogelijke verband tussen bolvormige sterrenhopen en dwergsterrenstelsels nog steeds een punt van discussie. De resultaren van dit onderzoek zijn gepresenteerd tijdens de 232ste bijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in Denver wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Use Gaia to Confirm Extra-Tidal Stars Surrounding the Massive Globular Cluster NGC 6441

   
6 juni 2018 • Ruimtesonde Juno lost raadsel van bliksems op Jupiter op – bijna dan
Uit onderzoek met de Amerikaanse ruimtesonde Juno blijkt dat de bliksems in de atmosfeer van de planeet Jupiter in sommige opzichten veel op hun aardse tegenhangers lijken. Maar in andere opzichten juist weer niet (Nature, 7 juni). Juno is de eerste ruimtesonde die de bliksemontladingen op Jupiter heeft waargenomen op een breed scala aan radiofrequenties – van megahertz tot gigahertz. Alles bij elkaar zijn 377 bliksems geregistreerd. Hun piekintensiteit blijkt dicht bij die van onweersbuien op aarde te lijken: 4 bliksems per seconde. Maar er is ook een groot verschil. De onweersbuien op Jupiter komen het meest voor rond de polen, terwijl die op aarde juist het meest rond de evenaar optreden. Dat heeft er vermoedelijk mee te maken dat Jupiter een ander warmteregime heeft. Op aarde is de zon de belangrijkste warmtebron. En omdat de evenaar de meeste zonnewarmte ontvangt, stijgt daar de meeste vochtige lucht op. Warme opstijgende lucht is de ‘motor’ achter het ontstaan van onweersbuien. Jupiter is vijf keer zo ver verwijderd van de zon en ontvangt dus 25 keer zo weinig zonnewarmte als de aarde. Zijn atmosfeer ontvangt juist de meeste warmte van onderaf: uit het planeetinwendige. Verwaarloosbaar is de bijdrage van de zon echter niet. De onderzoekers denken nu dat de zonnewarmte en de inwendige warmte elkaar aan de evenaar zo’n beetje in evenwicht houden. De atmosfeer is er dermate stabiel dat het opstijgen van warme lucht wordt geremd. Aan de polen, waar de ‘bovenwarmte’ vrijwel nihil is, kan wel warme lucht opstijgen. Daarom komen juist daar de meeste onweersbuien tot ontwikkeling. Vreemd is wel dat rond de noordpool van Jupiter veel meer onweer wordt gedetecteerd dan rond de zuidpool... Ruimtesonde Juno draait sinds 5 juli 2016 in een polaire baan om Jupiter. NASA heeft inmiddels besloten om de termijn voor de onderzoeksmissie, die formeel komende maand zou verlopen, te verlengen tot juli 2021. (EE)
Meer informatie:
Juno Solves 39-Year Old Mystery of Jupiter Lightning

   
6 juni 2018 • Toestand in Alfa Centauri-stelsel is niet hopeloos voor leven
Een langlopend onderzoek met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra heeft meer inzicht gegeven in de leefbaarheid in de omgeving van het stersysteem Alfa Centauri – de drie naaste buren van onze zon. De meetresultaten wijzen erop dat eventuele planeten die om de twee grootste en helderste sterren van dit stersysteem draaien – ‘A’ en ‘B’ – niet worden geteisterd door enorme hoeveelheden dodelijke röntgenstraling. Uit de Chandra-gegevens blijkt dat Alfa Centauri A zelfs minder röntgenstraling produceert dan de zon. Alfa Centauri A produceert meer röntgenstraling, maar niet catastrofaal veel. De derde ster – ‘C’ of Proxima – vertoont daarentegen kolossale uitbarstingen van röntgenstraling. Dat maakt zijn omgeving waarschijnlijk ongeschikt voor leven. Ironisch genoeg is juist deze ster de enige van de drie waarbij een planeet is ontdekt. Bij de beide andere sterren is dat tot op heden niet gelukt. De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd tijdens de 232ste bijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in Denver wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Chandra Scouts Nearest Star System for Possible Hazards

   
6 juni 2018 • Nieuw compact planetenstelsel met drie ‘aardes’ ontdekt
Spaanse astronomen hebben twee nieuwe planetenstelsels ontdekt. Een daarvan omvat drie planeten ter grootte van de aarde. Het eerste planetenstelsel behoort tot de ster K2-239 – een rode dwergster in het sterrenbeeld Sextant op 160 lichtjaar van de aarde. Het is een compact stelsel met minstens drie rotsachtige planeten, die in grootte vergelijkbaar zijn met onze eigen planeet. Ze bevinden zich heel dicht bij hun ster en hebben zeer korte omlooptijden van 5, 8 en 10 dagen. Ook de rode dwergster K2-240 blijkt een planetenstelsel te hebben. Dat omvat (voor zover nu bekend) twee planeten die ruwweg twee keer zo groot zijn als de aarde – ‘superaardes’ worden planeten van deze omvang genoemd. De exoplaneten zijn ontdekt in gegevens van de Kepler-satelliet van NASA. Ze bewegen met regelmatige tussenpozen voor hun moederster langs, wat ertoe leidt dat de helderheid een beetje lijkt af te nemen. Kepler spoort zulke helderheidsvariaties op door frequente metingen te doen van de helderheden van een groot aantal sterren. Hoewel de beide moedersterren beduidend kleiner en koeler zijn dan onze zon, zijn de oppervlaktetemperaturen op alle ontdekte planeten naar verwachting enkele tientallen graden hoger dan die op planeet aarde. Dat komt doordat ze op kleine afstanden om hun ster cirkelen. (EE)
Meer informatie:
Researchers discover a system with three Earth-sized planets

   
5 juni 2018 • Botsende neutronensterren verspreiden zware elementen door kleine sterrenstelsels
Wetenschappers van het California Institute of Technology hebben ontdekt dat botsende neutronensterren – de ‘uitgebrande’ kernen van sterren die als supernova zijn ontploft – de meeste zware elementen in kleine dwergsterrenstelsels hebben geproduceerd. Over de oorsprong van het merendeel van de zwaarste elementen in het periodiek systeem, waaronder 95 procent van al het goud op aarde, wordt al tientallen jaren gediscussieerd. Bekend is inmiddels dat deze elementen ontstaan wanneer de kernen van atomen neutrale deeltjes invangen die neutronen worden genoemd. In de meeste gevallen gebeurt dat via het ‘r-proces’, waarbij de ‘r’ staat voor ‘rapid’ – snel dus. Dat r-proces kan zich theoretisch op twee plaatsen afspelen. De eerste is een zeldzaam soort supernova-explosies waarbij grootschalige magnetische velden ontstaan: zogeheten magnetorotationele supernova’s. De andere mogelijkheid is een botsing tussen twee neutronensterren. Om daar uitsluitsel over te krijgen hebben de Caltech-onderzoekers diverse nabije dwergstelsels onderzocht met de Keck-telescoop op Hawaï. Door de verhoudingen tussen verschillende chemische elementen in sterren van uiteenlopende leeftijden te bepalen, konden ze vaststellen wanneer de zwaarste elementen in deze stelsels zijn gevormd. Uit het onderzoek blijkt dat die vorming relatief laat in de geschiedenis van de stelsels heeft plaatsgevonden. Dat spreekt ervoor dat ze bij botsingen tussen neutronensterren zijn gevormd, omdat magnetorotationele supernova’s voornamelijk in de begintijd van het heelal hebben plaatsgevonden. De nieuwe bevindingen zijn gepresenteerd tijdens de 232ste bijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in Denver wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Collisions of Dead Stars Spray Heavy Elements Throughout Small Galaxies

   
5 juni 2018 • Ruimtesonde New Horizons wordt voorbereid op historische ontmoeting
NASA-ruimtesonde New Horizons is weer ‘wakker’ en wordt voorbereid voor de verste planetaire ontmoeting ooit. Op Nieuwjaarsdag 2019 scheert hij langs een Kuipergordelobject dat officieel 2104 MU69 heet, maar inmiddels de bijnaam Ultima Thule heeft gekregen. New Horizons vloog op 14 juli 2015 dicht langs de dwergplaneet Pluto en heeft zich sindsdien alleen maar verder van de aarde verwijderd. Inmiddels is hij al meer dan 6 miljard kilometer van huis. De radiosignalen die hij na een welverdiende ‘winterslaap’ van vijf maanden naar de aarde heeft gezonden wijzen erop dat de ruimtesonde normaal functioneert. De komende maanden worden de diverse systemen van New Horizons grondig getest. Ook worden zijn boordcomputers voorzien van instructies die nodig zijn om de kortstondige ontmoeting met Ultima Thule goed te laten verlopen. Vanaf augustus zal de ruimtesonde opnamen van de slechts enkele tientallen kilometers grote ijsdwerg gaan maken. (EE)
Meer informatie:
New Horizons Wakes for Historic Kuiper Belt Flyby

   
4 juni 2018 • Anderhalf miljard jaar geleden was de maan 44.000 kilometer dichterbij
Een nieuwe reconstructie van de geschiedenis van het aarde-maanstelsel laat zien dat een aardse dag 1,4 miljard jaar geleden nog geen 19 uur duurde. Dat kwam doordat de maan zich dichter bij onze planeet bevond (Proceedings of the National Academy of Sciences, 4 juni). De toenmalige rotatieperiode van de aarde wordt afgeleid uit een nieuwe analyse van oude sedimentgesteenten – gesteenten die zijn opgebouwd uit laagjes die min of meer regelmatige diktevariaties vertonen. Deze diktevariaties worden toegeschreven aan klimaatveranderingen, die op hun beurt zijn veroorzaakt door variaties in de draaiing van de aarde, door schommelingen van haar rotatieas en door veranderingen van de vorm de baan van de aarde om de zon. Deze factoren worden ook wel de ‘Milanković-parameters’ genoemd, en de quasi-periodieke klimaatveranderingen die zij veroorzaken ‘Milanković-cycli’. Twee Amerikaanse aardwetenschappers hebben met behulp van een complexe statistische methode geologische gegevens over 1,4 miljard en 55 miljoen jaar oude sedimentgesteenten verenigt met de theorie van de Milanković-parameters. Deze aanpak heeft een aantal kengetallen opgeleverd over de toestand waarin het aarde-maanstelsel op de genoemde momenten verkeerde. Zo zou de aardse dag 1,4 miljard jaar geleden bijna 18 uur en 45 minuten hebben geduurd en 55 miljoen jaar geleden al ruim 23 uur en 45 minuten. De oorzaak van het langer worden van de dagen, oftewel het vertragen van de aardrotatie, ligt bij de maan. Die verwijdert zich van de aarde: 1,4 miljard jaar geleden bedroeg zijn afstand nog maar 341 duizend kilometer en inmiddels is dat 384 duizend kilometer. Dat resulteert in hetzelfde effect dat je ziet bij een om zijn as draaiende kunstschaatser die zijn armen strekt: deze gaat vanzelf langzamer draaien. Overigens neemt de afstand van de maan nog steeds met bijna 4 centimeter per jaar toe. De dagen blijven dus ‘lengen’. (EE)
Meer informatie:
Thank the moon for Earth's lengthening day

   
4 juni 2018 • Twijfel over bestaan van ‘planeet 9’
Een team van Amerikaanse onderzoekers zegt twijfel te hebben over het bestaan van een negende grote planeet die zich ver voorbij de baan van Neptunus zou schuilhouden. De baanverstoringen die aan dit object worden toegeschreven kunnen ook zijn veroorzaakt door interacties met kleinere objecten. Het bestaan van ‘planeet 9’ wordt afgeleid uit de bijzondere baaneigenschappen van een klasse van kleine hemellichamen in het buitengebied van ons zonnestelsel – de zogeheten detached objects (‘ongebonden objecten’). Het bekendste voorbeeld van deze objecten is Sedna. Deze klasse van hemellichamen dankt zijn naam aan het feit dat ze in zeer wijde, cirkelvormige banen om de zon draaien, die hen ver uit de buurt houden van grote planeten zoals Jupiter en Saturnus. Hoe zij in dat verre buitengebied zijn beland, is onduidelijk. Met behulp van computersimulaties hebben de onderzoekers laten zien dat deze ijzige objecten zich wellicht gedragen als de wijzers van een klok. De kleinere bewegen sneller om de zon dan de grotere. Hierdoor vinden er voortdurend interacties plaats tussen kleinere en grotere exemplaren. En dat leidt ertoe dat de banen van de grote objecten geleidelijk steeds cirkelvormiger worden. De onderzoekers hebben hun bevindingen vandaag gepresenteerd tijdens de 232ste bijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in Denver wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Collective gravity, not Planet Nine, may explain the orbits of ‘detached objects’

   
4 juni 2018 • Starburststelsels bevatten opvallend veel zware sterren
Astronomen hebben met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) ontdekt dat starburststelsels in het vroege heelal naar verhouding veel meer zware sterren bevatten dan ‘kalmere’ sterrenstelsels (Nature Astronomy, 4 juni). Dat wordt afgeleid uit waarnemingen van vier van deze sterrenstelsels. Omdat de stelsels worden gezien op een moment dat het heelal veel jonger was dan nu, is het niet waarschijnlijk dat ze al talrijke episoden van stervorming hebben meegemaakt. Dat laatste zou de interpretatie van de waarnemingen kunnen verstoren. Met ALMA zijn metingen gedaan van de relatieve hoeveelheden van twee verschillende soorten koolstofmonoxide in de starburststelsels. De ene variant wordt het meest geproduceerd in sterren met veel massa, de andere in lichtere sterren.De massa is de belangrijkste factor die bepaalt hoe een ster zal evolueren. Zware sterren stralen fel en hebben een korte levensduur. Minder zware sterren, zoals onze zon, doen het wat rustiger aan en kunnen miljarden jaren blijven stralen. Door vast te stellen hoeveel sterren van verschillende massa’s er in sterrenstelsels worden gevormd, krijgen astronomen meer inzicht in de vorming en evolutie van sterrenstelsels. Daaruit kan worden afgeleid welke chemische elementen er beschikbaar zijn voor de vorming van nieuwe sterren en planeten. En uiteindelijk levert dat weer kennis op over het aantal stellaire zwarte gaten dat kan samenklonteren tot de superzware zwarte gaten die we in de kernen van veel sterrenstelsels waarnemen. Het nieuwe onderzoeksresultaat wordt gesteund door de ontdekking, begin dit jaar, dat ook het grote stervormingsgebied 30 Doradus in de nabije Grote Magelhaense Wolk, een overschot zware sterren vertoont. (EE)
Meer informatie:
ALMA en VLT ontdekken een overschot aan zware sterren in nabije en verre starburststelsels

   
4 juni 2018 • Mogelijk zijn bolvormige sterrenhopen aanzienlijk jonger dan gedacht
Volgens astronomen van de universiteiten van Warwick (VK) en Auckland (Nieuw-Zeeland) zouden bolvormige sterrenhopen weleens 4 miljard jaar jonger kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Ze leiden dat af uit modelberekeningen waarbij rekening is gehouden met de aanwezigheid van dubbelstersystemen waarin materie-uitwisseling plaatsvindt. Bolvormige sterrenhopen bestaan uit honderdduizenden doorgaans oude sterren. Aangenomen werd dat deze objecten ongeveer zou oud zijn als het heelal zelf – ruwweg 13 miljard jaar. In de meeste gevallen is die schatting gebaseerd op de spectrale eigenschappen van de sterrenhoop als geheel, omdat de betreffende sterrenhopen te ver weg staan om afzonderlijke sterren te kunnen waarnemen. Dat brengt met zich mee dat de leeftijdsbepalingen van deze objecten sterk afhankelijk zijn van het stellaire-populatiemodel dat gebruikt wordt. Bij het nieuwe onderzoek hebben de astronomen gebruik gemaakt van modellen (BPASS) die eerder met succes zijn toegepast op jonge stellaire populaties. Het belangrijkste kenmerk van deze modellen is dat ze rekeningen houden met de specifieke bijdragen van dubbelsterren. Bij dubbelsterren gebeurt het vaak dat de ene ster opzwelt tot een reuzenster, waardoor de andere ster de kans krijgt om zijn begeleider van gas te ontdoen. Dat heeft gevolgen voor de kleur van het licht van het tweetal en voor de chemische elementen die in hun spectra te zien zijn. De BPASS-modellen calculeren dit in, en dat is de reden waarom het de leeftijden van de bolvormige sterrenhopen lager inschat dan conventionele modellen. (EE)
Meer informatie:
Globular clusters 4 billion years younger than previously thought

   
4 juni 2018 • ASTRON ontwikkelt hart van nieuwe supercomputer voor grootste radiotelescoop ter wereld
ASTRON, het Nederlands instituut voor radioastronomie, heeft het hart ontwikkeld van de nieuwe supercomputer voor de Square Kilometre Array (SKA), de toekomstige grootste en meest gevoelige radiotelescoop ter wereld. Dit hart, een computerbord met de naam Gemini, is vandaag gepresenteerd aan de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap, die op kennismakingsbezoek in Dwingeloo was. De Square Kilometre Array (SKA) is een nieuwe radiotelescoop die door een internationale samenwerking wordt gebouwd in West-Australië en Zuid-Afrika. In West-Australië zal de telescoop bestaan uit 130.000 kleine antennes, verdeeld over 512 antennevelden. Het ontwerp is gebaseerd op ASTRON’s Low Frequency Array (LOFAR) in Drenthe. Met al die antennes gaat SKA enorme hoeveelheden data genereren: één petabit per seconde – meer dan drie keer het wereldwijde internetverkeer in 2018. Het computerbord Gemini, dat alle data in West-Australië gaat verwerken, wordt samen met het Australische onderzoeksinstituut CSIR ontwikkeld. Gemini maakt het mogelijk om de duizenden antennes te combineren tot één grote telescoop, wat cruciaal is voor het astronomisch onderzoek van SKA. Uiteindelijk zal met in totaal 288 Gemini-borden een supercomputer worden gemaakt. Voor de productie ervan werkt ASTRON nauw samen met het bedrijf Neways Electronics in Leeuwarden.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
1 juni 2018 • Snel roterende planetoïden zijn niet erg stoffig
Infraroodgegevens van de NASA-satelliet NEOWISE hebben informatie opgeleverd over de temperatuureigenschappen en het rotatiegedrag van meer dan honderd planetoïden. Op die manier zijn wetenschappers meer te weten gekomen over de oppervlakte-eigenschappen van deze kleine rotsachtige hemellichamen. Een van de conclusies van het onderzoek is dat snel roterende planetoïden weinig of geen stof op hun oppervlak hebben. Dat kan erop wijzen dat fijne stofdeeltjes door de snelle draaiing de ruimte in worden geslingerd. Maar het is ook denkbaar dat de snelle rotatie ervoor zorgt dat de zonnewarmte gelijkmatig over het oppervlak wordt verdeeld, waardoor het daar aanwezige gesteente niet zo sterk erodeert. In dat geval ontstaat er dus simpelweg weinig stof. (EE)
Meer informatie:
NEOWISE Thermal Data Reveal Surface Properties of Over 100 Asteroids

   
1 juni 2018 • Vidi-beurzen voor Pratika Dayal en Jean-Michel Désert
De sterrenkundigen Pratika Dayal (RUG) en Jean-Michel Désert (UvA) ontvangen een Vidi-subsidie van NWO. Ze krijgen 800.000 euro waarmee ze de komende vijf jaar een eigen, vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en een onderzoeksgroep opzetten. Dayal onderzoekt de donkere kant van het heelal. Désert bestudeert het weer op buitenaardse werelden. Pratika Dayal: ‘Hoe werden de eerste melkwegstelsels gevormd, en hoe eindigden de kosmische donkere tijden? Wat is die mysterieuze donkere materie waaruit 80% van alle materie in het heelal bestaat? Door theorie en waarnemingen op nieuwe manieren te combineren, proberen we licht te laten schijnen op deze twee belangrijke problemen.’ Jean-Michel Désert: ‘Sterrenkundigen hebben een verbazingwekkende diversiteit aan planeten buiten het zonnestelsel ontdekt. Om de aard, de herkomst en de lotsbestemming van zowel deze nieuwe werelden als van onze eigen planeet beter te begrijpen, zullen we de atmosferische samenstelling, wolken en weersystemen van deze exoplaneten verzamelen.’
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
31 mei 2018 • Bij neutronensterbotsing ontstond extreem licht zwart gat
De neutronensterbotsing waarvan de zwaartekrachtgolven op 17 augustus 2017 op aarde zijn gedetecteerd, heeft geresulteerd in de vorming van een extreem licht zwart gat. Dat concluderen sterrenkundigen op basis van röntgenwaarnemingen van de botsing, verricht met NASA's Chandra X-ray Observatory. Uit de eigenschappen van de waargenomen zwaartekrachtgolven (GW170817) kan vrij precies berekend worden hoe zwaar het product van de botsing moet zijn geweest: 2,7 maal zo zwaar als de zon. Het zou om een extreem zware neutronenster kunnen gaan, of om een lichtgewicht zwart gat. De Chandra-metingen wijzen nu uit dat er bij de botsing inderdaad een zwart gat moet zijn ontstaan. Als er sprake was van een zware neutronenster, zou er veel energierijke röntgenstraling zijn gedetecteerd, afkomstig van een uitdijende bel van elektrisch geladen deeltjes die het gevolg is van de snelle rotatie en het extreem sterke magneetveld van zo'n pasgeboren zware neutronenster. In werkelijkheid is de waargenomen röntgenstraling relatief zwak, en kan hij volledig verklaard worden door de schokgolf die de botsing van de twee neutronensterren heeft veroorzaakt in het omringende interstellaire gas. In een artikel in Astrophysical Journal Letters concluderen de onderzoekers dan ook dat er bij de neutronensterbotsing een zwart gat moet zijn gevormd. In dat geval gaat het om het lichtste zwarte gat dat ooit is 'waargenomen'. (GS)
Meer informatie:
Gravitational Wave Event Likely Signaled Creation of a Black Hole (origineel persbericht)

   
31 mei 2018 • Afremming zonnewind in detail bestudeerd
Met behulp van de Amerikaanse MMS-kunstmaan (Magnetospheric Multiscale Mission) is in detail vastgelegd hoe de zonnewind wordt afgeremd door de boeggolf van de aardse magnetosfeer. De resultaten van het onderzoek zijn vandaag gepubliceerd in Physical Review Letters. De zonnewind is een continue stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon, die met hoge snelheid door het zonnestelsel bewegen. Al langer is bekend dat een groot deel van de bewegingsenergie van de zonnewinddeeltjes ter hoogte van de boeggolf van de magnetosfeer van de aarde wordt omgezet in warmte. De magnetosfeer is de magnetische invloedssfeer van onze planeet; doordat die beweegt ten opzichte van de zonnewind ontstaat er een boeggolf, vergelijkbaar met de boeggolf van een schip dat door het water beweegt. De MMS-kunstmaan is in staat om elke 30 milliseconden metingen te verrichten aan de eigenschappen van elektrisch geladen deeltjes, waardoor dit proces in detail bestudeerd kon worden. Het blijkt dat elektronen in de zonnewind door de boeggolf tijdelijk zo sterk worden versneld dat er geen sprake meer is van een samenhangende stroom. Als gevolg daarvan verliezen de elektronen vervolgens een groot deel van hun bewegingsenergie; die wordt omgezet in warmte. De nieuwe resultaten zijn van belang voor een beter begrip van de wisselwerking tussen zon en aarde. (GS)
Meer informatie:
UMD-led Study Shows How Earth Slows the Solar Wind to a Gentle Breeze (origineel persbericht)