26 augustus 2014 • Verre botsende sterrenstelsels in beeld gebracht
Een internationaal team van astronomen heeft de beste opname ooit gemaakt van een botsing tussen twee sterrenstelsels die plaatsvond toen het heelal nog maar half zo oud was als nu. De opname is gemaakt met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) en andere telescopen op aarde en in de ruimte. Doordat een tussenliggend sterrenstelsel als ‘vergrootglas’ fungeert zijn op de opname details te zien die normaal gesproken onzichtbaar zouden zijn. De botsende sterrenstelsels vormen het vreemdsoortige object H-ATLAS J142935.3-002836, dat met de Europese infraroodsatelliet Herschel is ontdekt. Op zichtbare golflengten is het object moeilijk te zien, maar op infrarood- en millimetergolflengten is het heel helder. De gezamenlijke inspanningen van de Hubble-ruimtetelescoop, de Keck II-telescoop op Hawaï, de JVLA-radiotelescoop in de VS en de ALMA-(sub)millimetertelescoop in het noorden van Chili hebben voor het eerst een compleet beeld van het object opgeleverd. Het blijkt te bestaan uit twee botsende sterrenstelsels op ongeveer zeven miljard lichtjaar afstand waarvan het licht wordt afgebogen door de zwaartekracht van een spiraalstelsel dat er – vanaf de aarde gezien – precies vóór staat. Het resultaat van dit zogeheten zwaartekrachtslenseffect is een tot een ring vervormde afbeelding van de verre botsende sterrenstelsels die doorsneden wordt door het nabijere spiraalstelsel, dat we van opzij zien. Uit de ALMA-waarnemingen blijkt dat het ‘gelensde’ object inderdaad uit twee afzonderlijke stelsels bestaat. Door de botsing is het gas in deze stelsels zodanig in beroering gekomen dat er in hoog tempo nieuwe sterren ontstaan – honderden per jaar. (EE)
Beste beeld tot nu toe van twee botsende sterrenstelsels in het verre heelal

   
25 augustus 2014 • Ruimtesonde passeert Neptunusbaan
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons, die op 14 juli 2015 langs de dwergplaneet Pluto zal scheren, is de omloopbaan van Neptunus gepasseerd. Dat gebeurde precies 25 jaar nadat de ruimtesonde Voyager 2 een historische ontmoeting met de verre planeet had. New Horizons werd in januari 2006 gelanceerd en bevindt zich nu op 4,4 miljard kilometer van de aarde. Anders dan zijn vermaarde voorganger kan hij geen gedetailleerde foto’s van Neptunus maken, omdat de planeet zich in een heel ander deel van diens omloopbaan bevindt. Hierdoor is zijn afstand tot Neptunus momenteel bijna net zo groot als die tot de aarde. New Horizons heeft er acht jaar en acht maanden over gedaan om de Neptunusbaan te bereiken. Dat is een nieuw snelheidsrecord: Voyager 2 deed daar twaalf jaar over. Het afstandsrecord is voorlopig in handen van ruimtesonde Voyager 1, die inmiddels ongeveer 19 miljard kilometer van ons verwijderd is. (EE)
New Horizons Crosses Neptune's Orbit En Route to Pluto

   
25 augustus 2014 • Mogelijke landingsplaatsen op komeet geselecteerd
Op basis van gedetailleerde informatie die door de Europese ruimtesonde Rosetta is verzameld, hebben wetenschappers vijf locaties op de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko geselecteerd waar medio november de landingsmodule Philae zou kunnen neerdalen. Bij het vinden van een landingsplek is enige haast geboden, omdat de komeet geleidelijk dichter bij de zon komt en opwarmt, wat de missie van Philae kan bemoeilijken. Het vinden van een geschikte landingsplek is een ingewikkeld proces, waarbij het beperkte navigatievermogen van Rosetta een belangrijke rol speelt. Waar Philae terechtkomt laat zich simpelweg niet exact voorspellen. Het is dus zaak om gebieden te vinden waar binnen een straal van enkele honderden meters geen grote rotsblokken, diepe kloven of steile hellingen te vinden zijn. Ook moet er ter plaatse genoeg zonlicht zijn om de accu’s van de lander te kunnen opladen. Drie van de vijf locaties die nu zijn uitgekozen liggen op de kleinste van de twee lobben waaruit komeet 67P bestaat, de beide andere op de grootste lob. De komende weken zal Rosetta de kandidaten nog nauwkeuriger onder de loep nemen. De definitieve landingsplek wordt pas medio oktober gekozen. (EE)
Rosetta: Landing site search narrows

   
21 augustus 2014 • Nieuwe 'wereldkaart' van Triton, 25 jaar na Voyager-passage
Vijfentwintig jaar na de historische scheervlucht van de Amerikaanse planeetverkenner Voyager 2 langs de verre planeet Neptunus en zijn grote ijsmaan Triton (op 25 augustus 1989) heeft NASA een nieuwe 'wereldkaart' van Triton gepubliceerd, gemaakt op basis van de oorspronkelijke Voyagerfoto's en -metingen. Bij het produceren van de kaart (grotendeels door Paul Schenk van het Lunar and Planetary Institute in Houston) zijn verbeterde technieken gebruikt voor het corrigeren van bewegingseffecten van Voyager, en is ook gebruik gemaakt van modernere beeldbewerkings- en kleurcorrectietechnieken. De kaart heeft een hoogste resolutie van 600 meter per pixel (in het deel waar de afstand van Voyager 2 het kleinst was). Het noordelijk halfrond van Triton is door Voyager 2 niet waargenomen. Op het oppervlak van Triton zijn merkwaardige stromingspatronen en stikstofgeisers ontdekt. Triton lijkt in veel opzichten op de verre dwergplaneet Pluto, die volgend jaar juli van dichtbij bestudeerd zal worden door de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. De productie van de nieuwe 'wereldkaart' van Triton kan dan ook als een 'vingeroefening' voor de scheervlucht langs Pluto worden beschouwd. (GS)
Voyager Map Details Neptune's Strange Moon Triton (originbeel persbericht)

   
21 augustus 2014 • Aanwijzingen gevonden voor extreem zware sterren in prille jeugd heelal
Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is een ster ontdekt met een bijzondere chemische samenstelling. De ster bevat vrijwel geen elementen zwaarder dan waterstof en helium, wat doet vermoeden dat hij in de vroege jeugd van het heelal is ontstaan, toen de interstellaire materie in het heelal nog nauwelijks 'verontreinigd' was door de kernfusieproducten van eerdere sterren. De kleine hoeveelheden zware elementen die in het spectrum van de ster (SDSS J0018-0939) zijn aangetroffen, moeten geproduceerd zijn bij kernfusiereacties in het binnenste van echte eerste-generatiesterren, die na een kort leven explodeerden als supernova. Het bijzondere aan SDSS J0018-0939 is dat de ster verhoudingsgewijs veel ijzer bevat. IJzer ontstaat alleen in zeer zware sterren in grote hoeveelheden. Uit onderzoek aan de relatieve verhoudingen van elementen als koolstof, stikstof en ijzer leiden Japanse en Amerikaanse sterrenkundigen nu af dat sommige eerste-generatiesterren in het heelal enkele honderden keren zo zwaar geweest moeten zijn als de zon. Zulke 'supersterren' zullen een belangrijke invloed hebben gehad op de allervroegste evolutie van het heelal. De zwarte gaten die gevormd worden wanneer extreem zware sterren exploderen, zouden mogelijk als 'kiemen' gediend kunnen hebben voor de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels. Toekomstige waarnemingen met grote, gevoelige telescopen zoals de Thirty Meter Telescope, die ook op Mauna Kea gebouwd gaat worden, zullen hopelijk meer sterren als SDSS J0018-0939 aan het licht brengen, zodat de conclusies over de eigenschappen van de eerste-generatiesterren betrouwbaarder worden. De resultaten van het onderzoek zijn op 22 augustus gepubliceerd in Science. (GS)
A Chemical Signature of First-Generation Very-Massive Stars (origineel persbericht)

   
20 augustus 2014 • LOFAR brengt laagfrequente radiostraling van Draaikolkstelsel in kaart
Met de International LOFAR Telescope (LOw-Frequency ARray) is de laagfrequente radiostraling van het Draaikolkstelsel in kaart gebracht. De waarnemingen, die gepubliceerd worden in Astronomy & Astrophysics, bieden informatie over de ruimtelijke verdeling van magnetische velden in het sterrenstelsel. Het Draaikolkstelsel (M51) is een groot spiraalstelsel op ca. 30 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Jachthonden. LOFAR, een groot netwerk van antennevelden in Noordwest-Europa, met het centrale deel in Drenthe, is een nieuw type radiotelescoop waarmee extreem laagfrequente kosmische radiostraling bestudeerd kan worden. Radiostraling in sterrenstelsels wordt (o.a.) geproduceerd door elektronen die spiraalvormige banen rond magnetische veldlijnen beschrijven. Door deze zogeheten synchrotronstraling te bestuderen kan informatie verkregen worden over de structuur van magnetische velden. De laagfrequente radiostraling die LOFAR bestudeert, wordt geproduceerd door iets minder energierijke elektronen, die zich gemakkelijker over grotere afstanden in het sterrenstelsel kunnen verplaatsen (de elektronen worden voornamelijk versneld in supernova-explosies, die voornamelijk in de spiraalarmen van sterrenstelsels optreden). Met LOFAR kunnen daardoor magnetische velden onderzocht worden op grotere afstanden van de spiraalarmen. Uit de LOFAR-waarnemingen van het Draaikolkstelsel blijkt dat er tot op 40.000 lichtjaar afstand van de kern van het stelsel nog synchrotronstraling in magnetische velden wordt opgewekt. Nooit eerder is een sterrenstelsel zo gedetailleerd bestudeerd op deze lage radiofrequenties (115-175 megahertz). (GS)
Swirling Electrons in the Whirlpool Galaxy (origineel persbericht)

   
19 augustus 2014 • Meteorieten gestolen uit Sonnenborgh
Bij een inbraak in Sonnenborgh Museum en Sterrenwacht in Utrecht in de nacht van 18 op 19 augustus zijn onder andere enkele meteorieten ontvreemd, waaronder de unieke Serooskerken (zie foto). Deze broze meteoriet viel in 1925 bij de Zeeuwse plaats Serooskerken, tegelijkertijd met een tweede fragment, de Ellemeet (ook genoemd naar de vindplaats); vaak worden beide fragmenten met de naam Ellemeet aangeduid. De ontvreemde meteoriet is uniek: er zijn slechts vijf Nederlandse meteorieten bekend; de Serooskerken en de Ellemeet zijn zo goed als zeker fragmenten van de planetoïde Vesta. (GS) Aanvulling: Diverse media berichtten op vrijdagochtend 22 augustus dat de meteoriet door Utrechtse tennissers is teruggevonden in de bosjes achter een tennisbaan.
Nederlandse meteorieten

   
17 augustus 2014 • M82 X-1 is echt een middelzwaar zwart gat
De hedere röntgenbron M82 X-1 in het nabijgelegen sterrenstelsel M82 (het Sigaarstelsel) is daadwerkelijk een 'middelzwaar' zwart gat, met een massa die een paar honderd keer zo groot is als de massa van de zon. Dat schrijven Amerikaanse sterrenkundigen vandaag in een online publicatie in Nature. In tegenstelling tot stellaire zwarte gaten (de overblijfselen van supernova-explosies, enkele keren zo zwaar als de zon) en superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels (miljoenen tot miljarden keren zo zwaar als de zon) zouden middelzware zwarte gaten enkele tientallen tot enkele honderden zonsmassa's wegen. Er zijn in de afgelopen decennia vele kandidaten ontdekt, maar tot nu toe was het nooit gelukt hun massa daadwerkelijk te bepalen. Sommige astronomen betwijfelden dan ook of middelzware zwarte gaten wel echt bestaan. Met NASA's (inmiddels niet meer operationele) Rossi X-ray Timing Explorer-kunstmaan zijn nu korte periodieke röntgenflitsen waargenomen in M82 X-1, met verschillende frequenties: 5,1 en 3,3 keer per seconde, precies in de verhouding 3:2. Zulke 'beat-frequenties', te vergelijken met overtonen in de muziekleer, zijn gerelateerd aan de rotatie van materiaal in de hete accretieschijf rond een zwart gat. Ze kunnen gebruikt worden om de massa van het zwarte gat af te leiden. De conclusie luidt dat M82 X-1 ruim vierhonderd keer zo zwaar is als de zon, en dus inderdaad een middelzwaar zwart gat moet zijn. Over het ontstaan van middelzware zwarte gaten is nog weinig bekend; mogelijk gaat het om de versmelting van verscheidene kleinere zwarte gaten. (GS)
Fascinating rhythm: light pulses illuminate a rare black hole (origineel persbericht)

   
15 augustus 2014 • Tumultueuze geschiedenis Novato-meteoriet achterhaald
Een team van meteorietdeskundigen onder leiding van de Nederlands-Amerikaanse expert Peter Jenniskens van het SETI-instituut heeft de tumultueuze historie achterhaald van de Novato-meteoriet, een grote ruimtesteen die op 17 oktober 2012 op het dak van een huis in Novato, Califonië terechtkwam. Uit onderzoek aan de baan van de meteoriet, op basis van opnamen van NASA's Cameras for Allsky Meteor Surveillance, en aan de samenstelling van de steen, is vast komen te staan dat de geschiedenis van het 'moederlichaam' van de meteoriet (een planetoïde) al teruggaat tot het moment waarop de maan ontstond, enkele tientallen miljoenen jaren na de vorming van het zonnestelsel. De botsing tussen de aarde en een andere protoplaneet, die aanleiding gaf tot de vorming van de maan, produceerde zoveel rondvliegend puin dat kleinere hemellichamen erdoor geraakt werden. Het moederlichaam van de Novato-meteoriet ondervond daardoor schokverhitting, waardoor de zwarte kleur ontstond. Ongeveer 470 miljoen jaar geleden, bij een andere botsing, brak het moederlichaam in kleinere fragmenten uiteen; mogelijk zijn alle zogeheten 'L6 gewone chondrieten' - een bepaald type meteorieten - terug te voeren op deze botsing. Circa 9 miljoen jaar geleden werd de Novato-meteoriet (aanvankelijk misschien nog steeds 'opgeslotenen' in een wat groter brokstuk) uit de planetoïdengordel geslingerd en kwam hij in een excentrischer baan terecht. Minder dan honderdduizend jaar geleden vond mogelijk opnieuw een botsing plaats; in elk geval is er toen opnieuw sprake geweest van verhitting. De resultaten van het onderzoek aan de Novato-meteoriet zijn gepubliceerd in Meteoritics and Planetary Science. (GS)
NASA, Partners Reveal California Meteorite's Rough and Tumble Journey (origineel persbericht)

   
15 augustus 2014 • Rosetta brengt oppervlaktedetails komeet 67P/C-G in beeld
Op een onlangs vrijgegeven opname van de kern van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, op 7 augustus gemaakt door de OSIRIS-camera van de Europese komeetverkenner Rosetta vanaf ca. 100 kilometer afstand, zijn opmerkelijke oppervlaktedetails zichtbaar, waaronder lineaire 'kliffen' in de 'kop' van de komeet (bovenaan de foto) en individuele rotsblokken op een gladdere ondergrond in de 'nek'. Het 'lichaam' van de ca. 4 kilometer grote komeetkern (onderaan) vertoont een afwisseling van ruwe en gladdere gebieden, met pieken en valleien. (GShttp://go.nasa.gov/1t3K3FU)
As Seen by Rosetta: Comet Surface Variations (origineel persbericht)

   
15 augustus 2014 • Mysterieuze moleculen vertonen andere verdeling dan Melkwegstof
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Amina Helmi van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft voor het eerst de verdeling in kaart gebracht van mysterieuze moleculen in de interstellaire ruimte die verantwoordelijk zijn voor de zogeheten 'diffuse interstellaire banden' (DIBs) in het spectrum van sterren. Deze relatief brede absorptiebanden werden in 1922 ontdekt, maar tot nu toe is het niet gelukt om te achterhalen door welke moleculen ze veroorzaakt worden. Vermoedelijk gaat het om grote, complexe en mogelijk organische (koolstofhoudende) macromoleculen die vele honderden atomen bevatten. Met het RAVE-experiment (RAdial VElocity) - een spectroscoop op de UK Schmidt Telescope in Australië, zijn de spectra van enkele honderdduizenden sterren opgemeten, en op basis hiervan is de ruimtelijke verdeling van de DIB-producerende moleculen tot op ca. tienduizend lichtjaar afstand van de aarde in kaart gebracht. Die blijkt anders te zijn dan de verdeling van interstellaire stofdeeltjes - een eerste mogelijke aanwijzing in de oplossing van het DIB-mysterie. De resultaten zijn deze week gepubliceerd in Science. (GS)
New Milky Way Maps Help Solve Stubborn Interstellar Material Mystery (origineel persbericht)

   
14 augustus 2014 • Stardust@home vindt interstellaire stofdeeltjes
Dankzij de hulp van 'burgerwetenschappers' (citizen scientists) hebben astronomen voor het eerst microscopisch kleine stofdeeltjes in handen die afkomstig zijn uit de interstellaire ruimte, dus van buiten ons eigen zonnestelsel. De stofjes zijn gevonden in de stofcollectoren van de Amerikaanse komeetverkenner Stardust, die in 1999 werd gelanceerd, in 2004 door de coma (de ijle 'dampkring' van gas en stof) van komeet Wild 2 vloog, en in 2006 capsules met opgevangen stofjes op aarde afleverde. De snel bewegende stofdeeltjes lieten microscopisch dunne 'inslagsporen' achter in het aerogelmateriaal van de stofdetectoren. Via het citizen science-project Stardust@home hebben enkele tienduizenden vrijwilligers microscoop-opnamen van het aerogel bestudeerd om de sporen te vinden. Een van de twee detectoren van Stardust was zo gericht dat hij komeetstofjes moest opvangen; de andere was precies andersom georiënteerd, en zou mogelijkerwijs stofjes uit de interstellaire ruimte kunnen opvangen. In Science wordt deze week de ontdekking gepubliceerd van zeven van die interstellaire stofdeeltjes. Twee daarvan (Orion en Hylabrook gedoopt) zijn ontdekt door de 'Dusters' van Stardust@home. Zij vonden ook een derde spoor van een interstellair stofdeeltjes dat echter volledig is verdampt. De vier overige interstellaire stofdeeltjes zijn ontdekt door onderzoekers van het Naval Research Laboratory in het aluminium tussen de afzonderlijke aerogel-tegels. De interstellaire stofjes zijn buitengewoon poreus, en bevatten onder andere olivijnkristallen. Ze zijn mogelijk afkomstig uit de protoplanetaire schijf rond een andere ster dan de zon. Sommige stofjes blijken ook zwavel te bevatten. Nog lang niet alle aerogel-tegels van Stardust zijn onderzocht. De verwachting is dat er de komende tijd nog meer interstellaire stofdeeltjes gevonden zullen worden. (GS)
Grains Captured by Stardust Likely Interstellar Visitors (origineel persbericht)

   
14 augustus 2014 • Supernova 2014J veroorzaakt door versmeltende witte dwergen
Supernova 2014J, die op 21 januari van dit jaar explodeerde in het 'nabijgelegen' sterrenstelsel M82, op 12 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, ontstond waarschijnlijk door de botsing en versmelting van twee witte dwergsterren. Die conclusie trekken astronomen op basis van röntgenwaarnemingen die uitgevoerd zijn door NASA's ruimtetelescoop Chandra. SN2014J was een supernova van het zogeheten type Ia. Deze supernova's spelen een belangrijke rol in het achterhalen van de uitdijingsgeschiedenis van het heelal. Sterrenkundigen willen dan ook precies weten hoe ze ontstaan, maar daarover zijn de meningen verdeeld. Eén mogelijkheid is dat Ia-supernova's ontstaan wanneer een witte dwergster te veel materie van een begeleider opzuigt en daardoor boven een kritische massa komt. Als die verklaring zou kloppen, zou de exploderende ster echter omgeven worden door een materiewolk die na de explosie helder zou oplichten op röntgengolflengten. Met Chandra is echter geen röntgenstraling uit de omgeving van de supernova waargenomen. Dat doet volgens de onderzoekers vermoeden dat de explosie het gevolg was van de versmelting van twee witte dwergen - daarbij ontstaat geen omringende materiewolk. (GS)
NASA's Chandra Observatory Searches for Trigger of Nearby Supernova (origineel persbericht)

   
13 augustus 2014 • Bolhoop blijkt toch bejaard
De bolvormige sterrenhoop IC 4499 blijkt toch zo'n 12 miljard jaar oud te zijn - ongeveer even oud als het Melkwegstelsel. In de jaren negentig leken sommige metingen op een veel jongere leeftijd te wijzen, wat niet goed verklaard kon worden: algemeen wordt aangenomen dat bolvormige sterrenhopen tot de oudste objecten in het Melkwegstelsel behoren. Nieuwe waarnemingen en metingen die verricht zijn met de Hubble Space Telescope wijzen nu uit dat IC 4499 toch even 'bejaard' is als andere bolhopen in het Melkwegstelsel. Uit de Hubble-metingen volgt ook dat de sterren in IC 4499 allemaal dezelfde leeftijd hebben. De grootste en zwaarste bolvormige sterrenhopen in het Melkwegstelsel bevatten soms verscheidene generaties van sterren; in de kleinere en lichtere exemplaren zijn alle sterren altijd even oud. (GS)
Text Size Share on facebook4Share on twitterShare on google_plusone_shareShare on pinterest_shareShare on emailShare on printMore Sharing Services4 Hubble Revisits a Globular Cluster’s Age (origineel persbericht)

   
13 augustus 2014 • Van der Waals-krachten houden planetoïde bijeen
Sommige poreuze planetoïden worden niet door de zwaartekracht bijeengehouden, maar door Van der Waals-krachten - cohesiekrachten op moleculair niveau tussen de afzonderlijke stof- en gruisdeeltjes waaruit het kleine 'hemellichaam' bestaat. Dat blijkt uit onderzoek van astronomen van de Universiteit van Tennessee aan de kleine planetoïde 1950 DA. Uit infraroodwaarnemingen blijkt dat de planetoïde geen 'vast' hemellichaam kan zijn, maar moet bestaan uit een losse verzameling deeltjes - een soort 'vliegende zandbak'. De planetoïde draait echter zo snel rond zijn as dat hij door de middelpuntvliedende kracht uit elkaar zou moeten vallen. Het kan niet anders of moleculaire Van der Waals-krachten spelen een rol bij het bijeenhouden van het materiaal. De ontdekking, die deze week gepubliceerd wordt in Nature, is van belang voor het ontwikkelen van methoden om in de toekomst planetoïden af te buigen die op een ramkoers met de aarde liggen. Sommige technieken, zoals het laten exploderen van een krachtige bom in de nabijheid van de planetoïde, lijken door de nieuwe ontdekking minder aantrekkelijk: het hemellichaam zou dan uiteen kunnen vallen in een aantal kleinere brokstukken, die stuk voor stuk nog steeds veel schade kunnen aanrichten. (GS)
UT Research Uncovers Forces that Hold Gravity-Defying Near-Earth Asteroid Together (origineel persbericht)

   
12 augustus 2014 • Cassini ziet wolkenvorming boven meren op Titan
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft eind juli gezien hoe grote wolkencomplexen zich ontwikkelen boven Ligeia Mare, een van de methaanmeren nabij de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan. Eerder zijn al wolken waargenomen op het zuidelijk halfrond van Titan, toen het daar 'zomer' was (de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op Titan is ca. 180 graden onder nul). Inmiddels is op het zuidelijk halfrond de winter aangebroken, en wordt het op het noordelijk halfrond van Titan zomer; op basis van atmosferische modellen was dan ook verwacht dat er wolkenactiviteit op het noordelijk halfrond zou gaan optreden. Nog onduidelijk is of de nu gefotografeerde wolken inderdaad het begin van een noordelijk 'wolkenseizoen' markeren. Ook is onbekend of de wolken bij voorkeur boven de methaanmeren ontstaan, of dat ze ook boven het 'landoppervlak' van Titan voorkomen, waar ze veel minder gemakkelijk zijn waar te nemen. (GS)
Cassini Tracks Clouds Developing Over a Titan Sea (origineel persbericht)

   
12 augustus 2014 • NuSTAR ziet corona van zwart gat naar binnen gezogen worden
Met de Amerikaanse röntgentelescoop NuSTAR is een zeldzaam verschijnsel rond een superzwaar zwart gat waargenomen. Het gaat om het superzware zwarte gat (tien miljoen zonsmassa's) in de kern van het sterrenstelsel Mrk 335, op ruim 300 miljoen lichtjaar afstand. Een gebied in de directe omgeving van het snel roterende zwarte gat dat extreem energierijke röntgenstraling uitzendt, de zogeheten corona van het zwarte gat, is door nog onbekende oorzaak in de loop van enkele dagen 'naar binnen' gezogen, met als gevolg dat de röntgenstraling zich door de extreme zwaartekrachtswerking van het zwarte gat in de accretieschijf heeft opgehoopt - de afgeplatte schijf van materie die uiteindelijk het zwarte gat in gezogen zal worden. Wat zich in de omgeving van het superzware zwarte gat precies heeft afgespeeld is nog niet opgehelderd, maar doordat de accretieschijf nu 'verlicht' wordt door de röntgenstraling, zijn astronomen in staat het gebied nét buiten de 'horizon' van het zwarte gat te bestuderen. De opmerkelijke waarnemingen zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
NASA's NuSTAR Sees Rare Blurring of Black Hole Light (origineel persbericht)

   
12 augustus 2014 • Chemische vingerafdruk van kleinste aromatische molecuul bepaald
Een team van Leidse astronomen heeft de 'chemische vingerafdruk' van het kleinste aromatische molecuul bepaald. Volgens astrochemische modellen komt dit molecuul veel voor in het heelal, maar omdat het molecuul niet herkenbaar was, kon er niet gericht met telescopen naar worden gezocht. Na een decennialange zoektocht, is eindelijk het lichtspectrum in het laboratorium gemeten. Het molecuul is een belangrijk tussenproduct in een scala aan astrochemische reacties waarbij uiteindelijk moleculen worden gevormd die een rol spelen bij het ontstaan van leven. Het onderzoek is online gepubliceerd in The Astrophysical Journal Letters. Het molecuul waarvan het lichtspectrum in het laboratorium is bepaald heet Cyclopropenyl-ion. Het is het kleinste aromatische molecuul en bestaat uit een ring van drie koolstofatomen met ieder een waterstofatoom. Het geladen deeltje gaat gemakkelijk nieuwe verbindingen aan met andere atomen en moleculen en is daarom in de ruimte van belang bij tientallen chemische reacties. Omdat het absorptiespectrum nu gemeten is, kunnen astronomen onderzoeken waar en hoeveel van deze moleculen in kosmische gaswolken tussen en rondom sterren voorkomen. Postdoc Dongfeng Zhao, werkzaam in het laboratorium voor astrofysica van de Sterrewacht Leiden: "Er bestaan een paar belangrijke moleculen waarvoor het maar niet wil lukken om de chemische vingerafdruk te meten. Het Cyclopropenyl-ion mag nu van de lijst." Hiervoor moesten wel meerdere moeilijkheden worden opgelost. Zo moest het molecuul ter plekke in een plasma worden gemaakt. In zo'n plasma ontstaan vele verschillende deeltjes die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het aantal moleculen is ook nog eens gering, waardoor bijzonder gevoelige metingen nodig zijn. Toch lukte het Zhao en masterstudente Kirstin Doney om het absorptiespectrum van het positief geladen Cyclopropenyl-ion te meten door twee superspiegels aan weerszijden van het plasma te plaatsen en een laserlichtbundel tienduizenden keren erdoor heen en weer te schieten. Wanneer zo’n molecuul in het plasma dan een beetje licht absorbeert, gaat de laserstraal minder vaak op en neer. Door vervolgens het aantal weerkaatsingen te meten voor elke kleur van de laserstraal kan het absorptiespectrum worden bepaald. Het Cyclopropenyl-ion duikt in veel astrochemische modellen op, maar tot nu toe was het niet mogelijk om er daadwerkelijk in de ruimte naar op zoek te gaan. Astronomen kunnen nu met infraroodtelescopen de aanwezigheid van het molecuul bevestigen. Professor Harold Linnartz van de Sterrewacht Leiden: "Dat zo'n belangrijke schakel nu in ons laboratorium het licht heeft gezien is een prachtig resultaat; een stukje van de universele puzzel is zichtbaar geworden. Aan anderen nu de uitdaging om het in de ruimte op de juiste plaats te leggen."
Origineel persbericht

   
11 augustus 2014 • Komeetonderzoek ALMA brengt vorming organische moleculen in beeld
Sommige organische (koolstofhoudende) verbindingen ontstaan in de ijle atmosferen van kometen, waarschijnlijk door afbraak van grotere organische stofdeeltjes. Dat blijkt uit gedetailleerde waarnemingen die verricht zijn met het ALMA-observatorium in Noord-Chili. ALMA bracht de atmosferen (de zogeheten coma's) van kometen ISON en Lemmon in beeld. Door 2D-afbeeldingen van de verdeling van bepaalde moleculen te combineren met spectroscopische metingen, kon een driedimensionaal beeld verkregen worden van de ruimtelijke verdeling van verschillende verbindingen, zoals HCN (waterstofcyanide), HNC (waterstofisocyanide) en H2CO (formaldehyde). De ALMA-metingen, verricht door een internationaal team van onderzoekers onder wie komeetdeskundigen van NASA's Goddard Space Flight Center, laten zien dat HCN gelijkmatig in alle richtingen van de komeetkern wegstroomt, zoals te verwachten is wanneer het onder invloed van zonnewarmte vrijkomt uit de bevroren kern. De verdeling van HNC en H2CO is echter veel minder regelmatig; ALMA onderscheidde duidelijke concentraties, waarvan de beweging in de loop van dagen en zelfs uren te volgen was. Dat doet vermoeden dat deze stoffen pas in de coma van de komeet ontstaan. De nieuwe waarnemingen zijn vandaag gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Ze zijn belangrijk voor een beter begrip van de wijze waarop organische moleculen op de pasgeboren aarde zijn terechtgekomen, en daar de basis hebben gevormd voor het ontstaan van leven. Veel van die moleculen zelf zullen de reis door de aardse dampkring niet eenvoudig overleven, maar als er in kometen grotere organische stofdeeltjes voorkomen, hebben die meer kans om intact op aarde aan te komen. (GS)
ALMA Confirms Comets Forge Organic Molecules in Their Dusty Atmospheres (origineel persbericht)

   
8 augustus 2014 • Spaanse telescoop bevestigt planeet rond reuzenster
Spaanse en Duitse astronomen hebben het bestaan bevestigd van een Jupiter-achtige planeet in een kleine, excentrische baan rond een rode reuzenster. Het is voor het eerst dat het bestaan van een exoplaneet bevestigd is via waarnemingen die verricht zijn op de Calar Alto-sterrenwacht in het zuidoosten van Spanje. Waarnemingen met de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler deden al vermoeden dat de reuzenster vergezeld werd door een planeet met een omlooptijd van 6,25 dagen. Er was echter geen zekerheid of het daadwerkelijk een planeet betrof; sommige teams waren van mening dat de Kepler-waarnemingen ook verklaard konden worden door een zogeheten eclipserende dubbelster die zich aan de hemel extreem dicht bij de reuzenster zou bevinden. De Calar Alto-waarnemingen van dopplerverschuivingen in het licht van de ster hebben aan die onzekerheid nu een eind gemaakt; de exoplaneet kreeg vervolgens de officiële aanduiding Kepler-91b. De planeet is negen procent zwaarder dan Jupiter, en bevindt zich zo dicht bij de ster dat die aan de hemel een hoek van 48 graden beslaat. Vermoedelijk is de dampkring van de planeet sterk verhit en enorm 'opgeblazen' door de intense straling van de rode reus. De astronomen denken dat Kepler-91b 'op het punt staat' om door de ster verzwolgen te worden. De waarnemingen zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics Letters. (GS)

   
8 augustus 2014 • Maanlicht stoort Perseïden-sterrenregen in de nacht van 12 op 13 augustus
In de nacht van dinsdag 12 op woensdag 13 augustus vindt het maximum plaats van de jaarlijkse meteorenzwerm de Perseïden. Door storend maanlicht zijn er tijdens het maximum rond 4.30 uur volgens Marc van der Sluys van hemel.waarnemen.com met het blote oog tot slechts 20 'vallende sterren’ per uur te zien. Op een maanloze, heldere nacht zouden dat er 85 zijn. De Perseïden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Perseus, waar de vallende sterren vandaan lijken te komen. Dit sterrenbeeld staat bij ons 's nachts hoog boven de noordoostelijke horizon. De meteorenzwerm bestaat uit achtergelaten puin van de komeet Swift-Tuttle. Doordat de aarde in haar baan om de zon door de puinwolk beweegt, zien wij deze meteorenzwerm ieder jaar rond dezelfde datum. Vallende sterren zijn lichtflitsen die af en toe aan de sterrenhemel verschijnen. De flitsen hebben echter niets met sterren te maken. Ze worden veroorzaakt door ruimtepuin, vaak niet groter dan een zandkorrel, dat circa 100 kilometer boven ons hoofd in de aardatmosfeer terecht komt. Door de hoge snelheden van het ruimtepuin worden de luchtmoleculen vóór zo’n gruisdeeltje gecomprimeerd, verhit en aan het gloeien gebracht, wat wij zien als een flitsje. De snelheden van de Perseïden zijn meestal meer dan 200.000 km/uur. De beste tijd om waar te nemen is rond 4.30 uur 's nachts, maar ook voor middernacht zijn er al meteoren te zien. Een nacht eerder en later zijn ook vallende sterren zichtbaar, maar dit zijn er ongeveer 15 per uur. Om de meteoren waar te nemen is geen speciale apparatuur nodig; het blote oog en een heldere hemel volstaan. De Perseïden kenmerken zich door hun helderheid en snelheid, en incidenteel nalichtende sporen. Veel van de lichtzwakkere meteoren zijn dit jaar echter niet te zien doordat de maan net vol is geweest en nog voor 90% is verlicht.
Origineel persbericht

   
8 augustus 2014 • ‘Eenzame’ supernova-explosies verklaard?
Britse astronomen hebben ontdekt dat de ‘eenzaamste’ supernova’s in het heelal waarschijnlijk ontstaan door botsingen tussen witte dwergsterren en neutronensterren. Deze botsingen treden op in dubbelsterren die uit hun sterrenstelsels zijn ontsnapt (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 8 augustus). Het Britse onderzoek draait om een bepaald type supernova dat zich onderscheidt door een opvallend hoog calciumgehalte. Deze explosies zijn niet zo helder en duren ook niet zo lang als ‘normale’ supernova’s. Daardoor laten ze zich minder gemakkelijk ontdekken en onderzoeken. Een bijzonder aspect van de calcium-rijke uitbarstingen is dat ze zich doorgaans afspelen op tienduizenden lichtjaren van het dichtstbijzijnde sterrenstelsel. De vraag is hoe ze daar terecht zijn gekomen. Om dat te onderzoeken hebben de astronomen met behulp van de Europese Very Large Telescope en de Hubble-ruimtetelescoop de restanten van enkele van deze objecten onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat bij deze bijzondere supernova-explosies geen zware sterren betrokken zijn. Dat betekent dat het om dubbelsterren moet gaan, omdat een enkelvoudige lichte ster niet van zichzelf supernova kan worden. Omdat andere opties afvielen, zijn de astronomen tot de conclusie gekomen dat het waargenomen gedrag van de calcium-rijke supernova’s het best verklaarbaar is als het gaat om compacte dubbelsterren, bestaande uit een witte dwergster en een neutronenster. Een neutronenster ontstaat wanneer een zware ster aan het eind van zijn leven een supernova-explosie ondergaat. Door de explosie kan de neutronenster met hoge snelheid uit zijn sterrenstelsel worden ‘geschopt’. En als de dubbelster deze schop overleeft, zullen de neutronenster en zijn begeleidende witte dwerg uiteindelijk naar elkaar toe spiralen en samensmelten. Met een tweede, minder hevige supernova-explosie tot gevolg. (EE)
White dwarfs crashing into neutron stars explain loneliest supernovae

   
7 augustus 2014 • New Horizons ziet Charon rond Pluto draaien
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons heeft in de periode 19-24 juli opnamen van Pluto gemaakt waarop duidelijk te zien is dat de grote maan Charon een baan rond de dwergplaneet beschrijft. De foto's werden gemaakt met de Long Range Reconnaissance Imager (LORRI), vanaf een afstand van ruim 420 miljoen kilometer. New Horizons is in januari 2006 gelanceerd en moet half juli 2015 op kleine afstand langs Pluto scheren. Van eind augustus tot begin december wordt New Horizons overigens weer in 'winterslaap' gebracht. Begin januari 2015 starten de eigenlijke Pluto-waarnemingen. De verre, kleine dwergplaneet is nooit eerder van nabij bezocht door een ruimtesonde. (GS)
New Horizons Spies Charon Orbiting Pluto (origineel persbericht)

   
7 augustus 2014 • Inwendige maan is nog steeds heet
Een internationaal onderzoeksteam heeft ontdekt dat er diep in het inwendige van de maan een zachte laag zit, die door de getijwerking van de aarde warm wordt gehouden. Dat blijkt uit vergelijking van de vervorming van de maan, zoals gemeten door onder meer de Japanse maansonde Kaguya, en modelberekeningen. De eerste aanwijzingen over de inwendige bouw van de maan werden verkregen door middel van seismisch onderzoek dat ten tijde van het Apollo-programma werd uitgevoerd. Dat onderzoek liet zien dat de maan ruwweg uit twee delen bestaat: een kleine kern van metaal en een dikke mantel van gesteente. Om meer inzicht te krijgen in de toestand van dat inwendige, kan worden gekeken naar hoe de vorm van de maan reageert op krachten van buitenaf – in dit geval met name de getijwerking van de aarde. Hoe sterk een hemellichaam door getijkrachten wordt vervormd hangt vooral af van de hardheid van zijn inwendige. Het nieuwe onderzoek laat zien dat de waargenomen vervorming van de maan goed verklaarbaar is als wordt aangenomen dat er in het diepste deel van de maanmantel een zeer zachte laag zit. Eerdere onderzoeken hadden er al op gewezen dat het gesteente daar deels gesmolten kan zijn, en dat wordt door het nieuwe onderzoeksresultaat bevestigd. Gesmolten gesteente is immers zacht. Modelberekeningen laten inderdaad zien dat het inwendige van de maan niet gelijkmatig wordt opgewarmd door de aardse getijkrachten: de omzetting van energie in warmte gebeurt het efficiëntst in de zachte mantellaag. Volgens de wetenschappers houdt deze laag ook de kern van de maan op temperatuur. (EE)
Still Hot Inside The Moon

   
7 augustus 2014 • Prehistorie van het zonnestelsel ontrafeld
Een internationaal team van wetenschappers heeft meer inzicht gekregen in de prehistorie van ons zonnestelsel – de periode onmiddellijk voorafgaand aan de geboorte van onze zon. Door de zware radioactieve elementen in meteorieten te analyseren, hebben ze vastgesteld wanneer voor het laatst zware elementen zoals goud, zilver, platina, lood en zeldzame aardmetalen aan de oermaterie van het zonnestelsel werden toegevoegd (Science, 8 augustus). Sterren zoals onze zon ontstaan wanneer de dichtste delen van een grote wolk stof en gas onder invloed van de zwaartekracht samentrekken. Behalve waterstof en helium bevat zo’n oerwolk ook zwaardere elementen, die afkomstig zijn van sterren die aan het einde van hun leven een groot deel van hun materie hebben uitgestoten. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de oermaterie van ons zonnestelsel ongeveer 100 miljoen jaar voor de geboorte van de zon voor het laatst met goud, zilver en platinum is verrijkt. De laatste zeldzame aardmetalen – elementen die onder andere worden gebruikt bij de productie van smartphones – kwamen 70 miljoen jaar later. Dat betekent dat het materiaal waaruit het zonnestelsel is ontstaan zich al ongeveer 30 miljoen jaar voor de geboorte van de zon van de rest van het Melkwegstelsel heeft afgezonderd. Tijdens die lange ‘incubatieperiode’ ontstond een stellaire kraamkamer waarin naast de zon nog een x-aantal andere sterren ontstonden. (EE)
Step closer to birth of the sun

   
7 augustus 2014 • Waarom groeiden de eerste zwarte gaten zo snel?
De eerste zwarte gaten in het heelal danken hun grote omvang aan het vele dichte, koude gas in hun omgeving. Tot die conclusie komen wetenschappers van Yale University en het Weizmann Institute in Israël (Science, 8 augustus). Al jaren zoeken astronomen naar een verklaring voor het feit dat er nog geen miljard jaar na de oerknal al quasars bestonden. Quasars zijn de extreem heldere kernen van sterrenstelsels, die hun energie ontlenen aan een zwart gat dat zich met materie voedt. Hun grote helderheid wijst erop dat de zwarte gaten in kwestie een miljoen keer zoveel massa hebben als de zon. Aangenomen wordt dat die kolossale zwarte gaten zijn ontstaan uit de restanten die overbleven nadat de eerste sterren waren opgebrand. Maar onduidelijk is nog hoe ze vervolgens zo snel in massa konden toenemen. Rond een zwart gat dat materie opslokt vormt zich namelijk een schijf van hete materie die zó intens straalt, dat de verdere aanvoer van materie tegengehouden. Volgens wetenschappers Priyamvada Natarajan en Tal Alexander moet de oorzaak worden gezocht bij het vele gas dat aanwezig was in de stervormingsgebieden waarin zich de eerste sterren vormden. Dit dichte, koele gas schermde de intens stralende ‘accretieschijven’ af, waardoor er materie naar de zwarte gaten kon blijven stromen. (EE)
How do you feed a hungry quasar?

   
7 augustus 2014 • Rhöngebied uitgeroepen tot donkerehemelreservaat
De International Dark-Sky Association (IDA) heeft de Rhön, in het grensgebied van de Duitse deelstaten Hessen, Beieren en Thüringen, uitgeroepen tot ‘internationaal donker hemelreservaat’. Deze status is bedoeld om de uitzonderlijk donkere nachthemels boven het gebied, dat ‘Sternenpark Rhön’ wordt genoemd, te beschermen. De Rhön is het negende donkerehemelreservaat ter wereld. In 1991 werd dezelfde regio al door UNESCO uitgeroepen tot biosfeerreservaat: een gebied waarin ecosystemen en genetische waarden worden beschermd. Het reservaat is 1720 vierkante kilometer groot en omvat het centrale deel van het Rhöngebergte, een middengebergte met als hoogste piek de 950 meter hoge Wasserkuppe. Het initiatief om de Rhön als donkere hemellocatie te nomineren werd in 2009 genomen door studenten van de nabijgelegen Hochschule Fulda. Eerder dit jaar is ook het Westhavelland in de Duitse deelstaat Brandenburg uitgeroepen tot internationaal donker hemelreservaat. (EE)
Germany's Rhön Biosphere Reserve Named World's Ninth International Dark Sky Reserve (pdf)

   
7 augustus 2014 • Astronomen ontdekken 2,6 miljoen lichtjaar lange ‘gasstroom’
Astronomen hebben een ‘brug’ van atomair waterstofgas ontdekt die een 2,6 miljoen lichtjaar lange verbinding vormt tussen een aantal sterrenstelsels op 500 miljoen lichtjaar van de aarde. Het gas is gedetecteerd met de grote radioschotel van de Arecibo-sterrenwacht op Puerto Rico (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 7 augustus). De gasstroom is een miljoen lichtjaar langer dan de ‘gasstaart’ in de zogeheten Virgo-cluster, die enkele jaren geleden bij een ander Arecibo-project werd ontdekt. Gasstromen van deze omvang zijn schaars. Ze zijn doorgaans alleen te zien op plaatsen waar veel sterrenstelsels samenscholen. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. De hoeveelheid gas in de stroom is kolossaal. Het gaat alles bij elkaar om ruwweg 15 miljard zonsmassa’s – meer dan alle atomaire waterstof in ons Melkwegstelsel en het Andromedastelsel bij elkaar. Waar het gas vandaan komt, is nog onduidelijk. Een van de mogelijkheden is dat het grote sterrenstelsel aan een van de uiteinden van de gasstroom dicht langs de groep kleinere stelsels aan het andere uiteinde is gescheerd. Daarbij zou hij het gas aan die stelsels onttrokken kunnen hebben. Een andere mogelijkheid is dat het grote stelsel dwars door de groep heen is gegaan en het gas voor zich uit heeft geduwd. (EE)
Astronomers find stream of gas – 2.6 million light years long

   
6 augustus 2014 • Stormen teisteren Uranus
Het weer op aarde is wispelturig, maar de verre planeet Uranus kan er ook wat van. De afgelopen dagen zijn tal van heldere stormgebieden in zijn atmosfeer verschenen, waaronder een kolossaal exemplaar. Toen de ruimtesonde Voyager 2 in 1986 langs Uranus vloog, vertoonde de atmosfeer van deze planeet slechts een handjevol vage wolken. Daar kwam verandering in toen in 2007 de zon boven de evenaar van de sterk gekantelde planeet kwam te staan. Toen ontstonden er grote stormen op de planeet, waarvan de meeste echter allang uitgeraasd zijn. Aan die rust lijkt nu plotseling een einde te zijn gekomen. Hoe lang de nieuwe wervelstormen zullen standhouden, zullen we moeten afwachten. Maar het grootste exemplaar vertoont overeenkomsten met een eerder stormgebied dat zeker negen jaar actief was. (EE)
Stormy Weather on Uranus

   
6 augustus 2014 • Voorganger van ‘zwakke’ supernova-explosie opgespoord
Astronomen hebben in archieven van de Hubble-ruimtetelescoop beelden opgespoord van een ster die enkele jaren later betrokken was bij een bijzondere supernova-explosie (Nature, 7 augustus). De ster, een blauwe ‘heliumster’, droeg geleidelijk materie over aan een witte dwerg – het compacte restant van een ster die aan het einde van zijn leven is gekomen. Gevolg: een enorme explosie, maar wel één die aanzienlijk minder hevig was dan vergelijkbare supernova-explosies. Deze specifieke supernova wordt ingedeeld bij type Iax, een vrij recent ontdekte klasse van supernova-explosies. Deze sterontploffingen zijn tientallen keren zwakker dan supernova’s van type Ia, die ook door witte dwergen in dubbelstersystemen worden veroorzaakt. Type Iax komt ongeveer vijf keer minder vaak voor dan type Ia. De zwakke supernova SN 2012Z werd in januari 2012 opgemerkt in het 110 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel NGC 1309. Bij toeval was dat een stelsel dat de jaren daarvóór regelmatig met de Hubble-ruimtetelescoop was bekeken. Op die eerdere beelden was op de positie van de latere supernova inderdaad een ster te zien: een ster die zijn buitenste, waterstofrijke lagen was kwijtgeraakt, waardoor zijn hete, heliumrijke inwendige bloot kwam te liggen. Voor sommige theoretici was dat geen verrassing. Zij hadden in 2009 al voorspeld dat supernova’s van type Iax plaatsvonden in dubbelstersystemen bestaande uit zo’n heliumster en een witte dwerg. Het voorspelde scenario gaat uit van twee om elkaar draaiende sterren die respectievelijk zeven en vier keer zo zwaar zijn als onze zon. De zwaarste van de twee zwelt als eerste op, draagt een groot deel van zijn massa over aan zijn begeleider en verandert in een witte dwerg. Vervolgens gebeurt hetzelfde met de ster die aanvankelijk lichter was en nu een deel van zijn extra materie teruggeeft aan de oorspronkelijke eigenaar. Deze laatste wordt daardoor instabiel, en ontploft. Anders dan bij supernova’s van type Ia wordt deze explosie de witte dwerg niet fataal. Er blijft een gehavend restant achter, dat ook wel een ‘zombiester’ wordt genoemd. (EE)
Hubble Finds Supernova Star System Linked to Potential ‘Zombie Star’