30 oktober 2014 • Ruimtesonde maakt zonnig plaatje van zeeën op Titan
Een nieuwe, schitterende opname van de ruimtesonde Cassini, gemaakt in het nabij-infrarood, toont zonlicht dat is weerspiegeld door de zeeën rond de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan. Het is voor het eerst dat de meren en de zonneglinstering in één beeld zijn vastgelegd. De weerspiegeling van het zonlicht is op zijn helderst in het noordelijke deel van Kraken Mare, de grootste zee op Titan. Het weerkaatste licht was zelfs zo helder dat de detector waarmee Cassini het licht vastlegde oververzadigd raakte. Ook het zuidelijke deel van Kraken Mare is op de foto te zien. De heldere rand van dat deel duidt erop dat de zee voorheen groter was. Mogelijk is door verdamping van de vloeibare methaan en ethaan, waarmee de zee is gevuld, de zeespiegel gedaald. Dat is opmerkelijk, omdat de naastgelegen zee Ligeia Mare, die in verbinding staat met Kraken Mare, sinds 2012 niet van vorm lijkt te zijn veranderd. (EE)
Specular Spectacular

   
30 oktober 2014 • Ruimtetelescoop ziet ‘spooklicht’ van verwoeste sterrenstelsels
De Hubble-ruimtetelescoop heeft de zwakke gloed gedetecteerd van sterren die miljarden jaren geleden uit hun sterrenstelsels zijn geslingerd. Plaats delict: Abell 2744, alias de Pandora-cluster – een verzameling sterrenstelsels op vier miljard lichtjaar van de aarde. De verdreven sterren zwerven nu rond tussen de stelsels van deze cluster (The Astrophysical Journal, 1 oktober). Uit de Hubble-opnamen kan worden afgeleid dat in de Pandora-cluster de afgelopen zes miljard een stuk of zes sterrenstelsels zijn gesneuveld. De onfortuinlijke stelsels zijn waarschijnlijk aan flarden getrokken toen ze zich in het centrum van de cluster waagden, waar kolossale getijkrachten heersen. Computermodellen wijzen erop dat de stelsels ongeveer zo groot waren als onze Melkweg. De astronomen die de beelden hebben geanalyseerd schatten dat nu alles bij elkaar 200 miljard sterren ontheemd door de cluster dolen. Ze zijn goed voor tien procent van het licht dat Abell 2744 uitzendt. (EE)
Hubble Sees ‘Ghost Light’ From Dead Galaxies

   
30 oktober 2014 • Exoplaneet houdt zich niet aan ‘dienstregeling’
Astronomen van Yale University en het Planet Hunters-programma hebben een planeet opgespoord die met een punctualiteitsprobleem kampt. De planeet, die de aanduiding PH3c heeft gekregen, bevindt zich op 2300 lichtjaar van de aarde en heeft een atmosfeer die veel waterstof en helium bevat (The Astrophysical Journal, 29 oktober). PH3c schuift vanaf de aarde gezien tijdens elke omloop voor zijn moederster langs. Doorgaans gebeurt zoiets met grote regelmaat. Maar de omlooptijd van deze planeet laat variaties in de orde van uren zien. Door dit onregelmatige gedrag ontsnapte hij bijna aan zijn detectie. De computerprogramma’s waarmee het helderheidsgedrag van sterren worden geanalyseerd herkennen namelijk alleen regelmatige ‘helderheidsdipjes’. Dat PH3c alsnog werd opgespoord is te danken aan Planet Hunters, een zoekprogramma dat wordt uitgevoerd door 300.000 vrijwillige ‘burgerwetenschappers’. Zij bekijken de helderheidsgrafiekjes die zijn aangeleverd door de Kepler-satelliet met iets andere ogen, wat soms onverwachte resultaten oplevert. Het vreemde gedrag van PH3c is overigens goed verklaarbaar. Hij maakt deel uit van een stelsel dat uit minstens drie planeten bestaat. De onderlinge zwaartekrachtsinteracties tussen de drie planeten resulteren in enigszins onregelmatige baanbewegingen. (EE)
Yale finds a low-density planet that won’t stick to a schedule

   
30 oktober 2014 • Aarde werd nat geboren
Vanwege haar omvangrijke oceanen wordt onze aarde ook wel de blauwe planeet genoemd. Maar waar komt al dat water vandaan? Nieuw onderzoek laat zien dat verreweg het meeste water verstopt zat in de rotsachtige brokstukken waaruit onze planeet is opgebouwd (Science, 31 oktober). Om de oorsprong van het water op een planeet te kunnen bepalen, meten wetenschappers de verhouding tussen twee stabiele isotopen (varianten) van waterstof: gewone waterstof en het zwaardere deuterium. De verschillende delen van het zonnestelsel laten sterk uiteenlopende verhoudingen tussen deze isotopen zien. Bij het nieuwe onderzoek hebben wetenschappers een unieke klasse van meteorieten onderzocht die waarschijnlijk afkomstig zijn van de grote planetoïde Vesta. Daarbij is voor het eerst de isotopenverhouding van het waterstof in deze zogeheten eucrieten bepaald. Vesta is in hetzelfde deel van het zonnestelsel ontstaan als de aarde en heeft een oppervlak van gestolde lava. Aangenomen wordt dat brokstukken van dit oppervlak die bij inslagen de ruimte in zijn geblazen – eucrieten dus – sterke overeenkomsten vertonen met het materiaal waaruit de jonge aarde werd opgebouwd. De uitkomst van het onderzoek is dat de samenstelling van het water in de eucrieten veel lijkt op die van koolstofrijke chondrieten. Omdat ook de isotopenverhoudingen van koolstof en stikstof in deze eucrieten op die van de aarde lijken, komen de wetenschappers tot de conclusie dat zowel Vesta als de aarde door chondrieten van water zijn voorzien. Volgens de wetenschappers betekent dit dat de hemellichamen in het binnenste deel van het zonnestelsel al in een heel vroeg stadium – ongeveer tien miljoen jaar na de vorming van de eerste vaste stoffen – over een rijke bron van water beschikten. Dat sluit overigens niet uit dat kometen en planetoïden later nog meer water naar onze planeet hebben gebracht. (EE)
New Study Finds Oceans Arrived Early to Earth

   
30 oktober 2014 • Sterrenstelsels kwamen al vroeg tot rust
Gegevens die verzameld zijn door de honderdduizenden vrijwillige 'burgerwetenschappers' van het Galaxy Zoo-project hebben belangrijke inzichten opgeleverd over ontstaan en evolutie van de spiraalvormige sterrenstelsels in ons heelal. Een van de bevindingen is dat deze stelsels twee miljard vroeger hun huidige vorm hebben bereikt dan tot nu toe werd aangenomen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). De deelnemers aan het Galaxy Zoo-project hebben geholpen om de vormen van tienduizenden sterrenstelsels in kaart te brengen. De afstanden van deze door de Hubble-ruimtetelescoop vastgelegde stelsels zijn doorgaans erg groot: ruwweg tien miljard lichtjaar. De stelsels worden dus waargenomen zoals ze er nog geen vier miljard jaar na de oerknal uitzagen. De geclassificeerde spiraalstelsels blijken treffende overeenkomsten te vertonen met de stelsels in het huidige heelal. Ze zijn schijfvormig en vertonen een centrale 'balk' en spiraalarmen. Gezien hun jonge leeftijd is dat verrassend: op theoretische gronden was aangenomen dat zulke structuren pas twee miljard later zouden zijn ontstaan. (EE)
When did galaxies settle down?

   
29 oktober 2014 • Stofschijf rond ster wordt aangevuld van buitenaf
Astronomen hebben een lint van gas en stof gedetecteerd tussen de omvangrijke buitenschijf en de binnenste regionen van een dubbelstersysteem. Deze structuur zou verantwoordelijk kunnen zijn voor de instandhouding van een tweede, kleinere schijf van planeetvormend materiaal, die anders allang geleden verdwenen zou zijn. Omdat de helft van alle zonachtige sterren in dubbelstersystemen wordt geboren, heeft deze ontdekking grote gevolgen voor de jacht op exoplaneten (Nature, 30 oktober). Het onderzochte stersysteem, dat GG Tau-A heet, is pas een paar miljoen jaar oud en staat op een afstand van ongeveer 450 lichtjaar in het sterrenbeeld Stier. Het stelsel bevat twee schijven van gas en stof: een grote buitenschijf die het complete stelsel omringt en een kleinere schijf rond de centrale hoofdster. Deze binnenschijf heeft ongeveer net zoveel massa als de planeet Jupiter. Het bestaan van de binnenschijf stelde astronomen voor een raadsel, omdat deze in zo’n hoog tempo materie overdraagt aan de centrale ster, dat hij allang leeg had moeten zijn. Nu is duidelijk geworden waarom dat niet zo is: de nieuwe waarnemingen, verricht met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), laten zien dat er materiaal van de buitenschijf naar de binnenschijf stroomt. De twee schijven zijn als het ware verbonden door een navelstreng. Planeten ontstaan uit het materiaal dat overblijft bij de geboorte van een ster. Dat is een traag proces, wat betekent dat planeetvorming een materieschijf vereist is die lang in stand blijft. Als de toevoer van materie naar de binnenschijf ook bij andere meervoudige sterren zo groot is als nu is waargenomen, neemt het aantal potentiële locaties waar naar exoplaneten kan worden gezocht aanzienlijk toe. (EE)
Planeetvormende navelstreng ontdekt in dubbelstersysteem

   
29 oktober 2014 • Verre ‘rustige’ quasars opgespoord
Naast heel verre, extreem heldere quasars, die geassocieerd worden met botsende sterrenstelsels, bestaat er waarschijnlijk ook een populatie van quasars die zich veel rustiger gedragen. Dat blijkt uit waarnemingen met de Gran Telescopio Canarias (GTC). Met deze 10-meter telescoop zijn verre quasars opgespoord die veel minder helder zijn dan hun soortgenoten. Miljarden jaren geleden was het heelal heel anders dan nu. Botsingen tussen sterrenstelsels waren aan de orde van de dag, en daarbij vormden zich zwarte gaten van miljarden zonsmassa’s in hun kernen. Door gas uit hun omgeving op te slokken, genereerden deze zwarte gaten kolossale hoeveelheden energie, waardoor de kernen van de stelsels – die quasars worden genoemd – waarneembaar zijn tot op afstanden van miljarden lichtjaren. Bekend was al dat er ook op veel kleinere afstanden quasar-achtige objecten bestaan, die echter veel minder energie produceren. De vraag was of dit simpelweg langzaam wegkwijnend overblijfselen van vroegere quasars zijn, of dat er ook in het verre heelal van die ‘rustige’ quasars te vinden zijn. Met de GTC-telescoop zijn nu voor het eerst verre quasars ontdekt die sterke overeenkomsten vertonen met hun nabije, rustige soortgenoten. Het belangrijkste verschil is dat de verre zwakke quasars veel minder zware elementen als aluminium en ijzer bevatten. Dat is goed verklaarbaar, omdat de hoeveelheid zware elementen in de loop van kosmische geschiedenis is toegenomen. (EE)
Existence of a group of “quiet” quasars confirmed

   
28 oktober 2014 • Antares-raket met ISS-voorraden explodeert op lanceerplatform
Een onbemande Antares-raket, met aan boord een Cygnus-vrachtschip vol voorraden voor het internationale ruimtestation ISS en een aantal mini-satellieten, is dinsdagavond Nederlandse tijd geëxplodeerd op het lanceerplatform van NASA's Wallops-lanceerbasis in Virginia, enkele seconden na de lancering. Bij de explosie is veel materiële schade aangericht, maar er zijn volgens NASA geen doden of gewonden gevallen. Het ging om de derde lancering van een Cygnus-vrachtschip door het commerciële ruimtevaartbedrijf Orbital Sciences Corp., tevens bouwer van de Antares-raket. De oorzaak van de explosie is nog onbekend. De ISS-bemanning loopt overigens geen gevaar; er zijn voldoende voorraden aan boord. (GS)
Verklaring NASA over de Antares-explosie

   
28 oktober 2014 • Kunstmatige maankrater in beeld gebracht
De Lunar Reconnaissance Orbiter heeft een nieuw kratertje ontdekt op de maan. De inslagkrater is veroorzaakt door een andere maansonde, LADEE, die op 18 april van dit jaar gecontroleerd neerplofte op de achterkant van de maan. De slechts enkele meters grote krater werd aangetroffen op minder dan driehonderd meter van de geschatte inslagplek van LADEE. De ruimtesonde, die de ijle maanatmosfeer heeft onderzocht, blijkt even ten oosten van de natuurlijke krater Sundman V te zijn ingeslagen. Het puin dat bij de inslag is opgeworpen heeft zich tot op ongeveer driehonderd meter van de inslagplek verspreid. De ontdekking van kleine verse maankrater is het resultaat van nieuwe computersoftware. Daarmee kunnen LRO-beelden die een tijdje na elkaar zijn gemaakt, gemakkelijk op veranderingen worden onderzocht. (EE)
NASA’s LRO Spacecraft Captures Images of LADEE’s Impact Crater

   
28 oktober 2014 • Polen sluit zich aan bij de Europese Zuidelijke Sterrenwacht
Vandaag heeft professor Lena Kolarska-Bobińska, de Poolse minister van Wetenschap en Hoger Onderwijs, een overeenkomst getekend die ertoe zal leiden dat Polen toetreedt tot de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) – het meest productieve observatorium op aarde. ESO verheugt zich erop Polen, na de komende ratificatie van het toetredingsverdrag, als lidstaat te mogen verwelkomen. Het toetredingsverdrag van Polen werd vandaag in de Poolse hoofdstad Warschau, in aanwezigheid van hoge functionarissen uit Polen en van ESO, ondertekend door minister Kolarska-Bobińska en ESO’s directeur-generaal Tim de Zeeuw. Omdat het om een internationaal verdrag gaat, moet de overeenkomst nu ter ratificatie worden voorgelegd aan het Poolse parlement. Tijdens een buitengewone vergadering op 8 oktober 2014 werd de overeenkomst al unaniem goedgekeurd door de ESO Raad. Polen, het thuisland van Nicolaus Copernicus, de astronoom die opperde dat de zon en niet de aarde in het middelpunt van het zonnestelsel staat, heeft een rijke astronomische traditie die zich tot in het heden uitstrekt. Polen zal toegang krijgen tot enkele van de beste telescopen en observatoria ter wereld, waaronder de Very Large Telescope op Paranal, ALMA op Chajnantor en, in het komende decennium, ook de Extremely Large Telescope op Armazones.
Volledig persbericht

   
28 oktober 2014 • LOFAR ontdekt grootste koolstofatomen buiten onze Melkweg
Een internationaal team van astronomen onder leiding van de Leidse promovenda Leah Morabito heeft met de LOFAR-radiotelescoop, die zich vanuit Noordoost-Nederland uitstrekt over Europa, de grootste koolstofatomen buiten ons Melkwegstelsel ontdekt, in het starburst-stelsel M82. Astronomen kunnen nu bepalen hoe koud en compact het gas rond deze atomen is. Dit gas heeft invloed op het stervormingstempo en de evolutie van het sterrenstelsel. De resultaten worden op 28 oktober gepubliceerd in het tijdschrift Astrophysical Journal Letters. Koolstofatomen zijn normaalgsproken ongeveer een half miljoen keer zo klein als de dikte van een mensenhaar, maar in koud, ijl gas kunnen ze wel een miljard keer zo groot zijn. Het buitenste elektron draait dan op een veel grotere afstand rond de kern van het atoom. Dit buitenste elektron kan worden ingevangen door een ander atoom dat een elektron te weinig heeft. In het lichtspectrum is dan een spectraallijn te zien. In de jaren '70 voorspelden theoretici al dat deze koolstoflijn detecteerbaar zou zijn in andere sterrenstelsels. De eerste waarneming is nu, 40 jaar later, gedaan. De koolstoflijn is moeilijk te detecteren omdat hij te lichtzwak is als het gas in de omgeving van de koolstofatomen te warm is of te compact. In starburst-stelsels zoals M82 - waarin het stervormingstempo ongeveer tien keer zo hoog ligt als in ons Melkwegstelsel - is het gas juist wél koud en ijl. In dit type sterrenstelsels is de koolstoflijn dus makkelijker te detecteren, vooral op de lage frequenties waarop LOFAR waarneemt.
Origineel persbericht

   
28 oktober 2014 • Hubble fotografeert 'oog' op Jupiter
Het Space Telescope Science Institute neemt vast een voorschotje op Halloween met de publicatie van een bijzondere Hubble-opname van een spookachtig 'oog' op de reuzenplaneet Jupiter, die op 21 april 2014 werd gemaakt door Hubble's Wide Field Camera 3. Het oog is in feite de Grote Rode Vlek - een reusachtig stormsysteem op de planeet - waar de schaduw van de Jupitermaan Ganymedes precies overheen beweegt. Wie zich op het moment van de opname in de Grote Rode Vlek zou bevinden, zou dus getuige zijn van een totale zonsverduistering. (GS)
Here's Looking At You: Spooky Shadow Play Gives Jupiter a Giant Eye (origineel persbericht)

   
27 oktober 2014 • Turbulentie in clustergas beïnvloedt stervorming
Turbulentie in ijl gas belemmert het ontstaan van nieuwe sterren. Dat blijkt uit nieuw onderzoek met NASA's Chandra X-ray Observatory dat vandaag gepubliceerd is in de online editie van Nature. Chandra registreert de energierijke röntgenstraling van het hete, ijle gas in clusters van sterrenstelsels. Normaalgesproken zou je verwachten dat het gas in de loop van de tijd afkoelt, vervolgens onder invloed van de zwaartekracht in de afzonderlijke sterrenstelsels valt, en daar aanleiding geeft tot de geboorte van grote aantallen nieuwe sterren. In werkelijkheid blijkt die stervorming echter niet in de verwachte mate op gang te komen, doordat het clustergas een veel te hoge temperatuur behoudt. Eerder was al aangetoond dat dat op de een of andere manier veroorzaakt wordt door de invloed van superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels, die bundels van straling en elektrisch geladen deeltjes de ruimte in blazen. De nieuwe Chandra-waarnemingen laten nu zien dat daarbij ook op grote schaal turbulente bewegingen in het gas optreden. Die turbulentie dumpt zoveel energie in het ijle gas dat het niet voldoende kan afkoelen om op termijn tot de vorming van veel nieuwe sterren te leiden. De conclusies zijn gebaseerd op röntgenwaarnemingen aan de Perseus- en de Virgo-cluster, waarin golfachtige patronen zijn ontdekt die het resultaat zijn van grootschalige turbulentie. (GS)
NASA's Chandra Observatory Identifies Impact of Cosmic Chaos on Star Birth (origineel persbericht)

   
26 oktober 2014 • Vuurbal van nova gedetailleerd in beeld gebracht
Met de CHARA Array (Center for High-Angular Resolution Astronomy), een telescopennetwerk op Mount Wilson in Californië, zijn gedetailleerde waarnemingen verricht aan Nova Delphini 2013 - een sterexplosie die op 14 augustus 2013 plaatsvond op bijna 15.000 lichtjaar afstand van de aarde in het kleine sterrenbeeld Dolfijn. De resultaten van de waarnemingen zijn vandaag online gepubliceerd in Nature. De 'nieuwe ster' werd ontdekt door de Japanse amateurastronoom Koichi Itagaki. Bij een nova vindt een thermonucleaire explosie plaats aan het oppervlak van een compacte witte dwergster, doordat er zich materie van een begeleider ophoopt. Astronomen van Georgia State University richtten vijftien uur na de ontdekking de CHARA Array op de sterexplosie, om de uitdijende vuurbal op te meten. CHARA is een zogeheten optische interferometer, die extreem gedetailleerde metingen kan verrichten. Uit de CHARA-metingen blijkt dat de vuurbal zich uitbreidde met een snelheid van ca. 600 kilometer per seconde. Dag na dag zagen de sterrenkundigen de vuurbal groeien, tot hij zes weken na de uitbarsting een afmeting had bereikt vergelijkbaar met de baan van de planeet Neptunus in ons eigen zonnestelsel. Uit de metingen kon ook de afstand tot Nova Delphini 2013 worden afgeleid: 14.800 lichtjaar. Dertig dagen na de explosie zagen de onderzoekers de vuurbol wat diffuser en transparanter worden, vermoedelijk als gevolg van de vorming van stofdeeltjes. Nooit eerder is een nova-explosie zo gedetailleerd in kaart gebracht. (GS)
Stellar Explosion Seen with Unprecedented Clarity (origineel persbericht)

   
25 oktober 2014 • Ruimtesondes zien zonsverduistering
Verschillende ruimtesondes hebben vanuit een baan om de aarde opnamen gemaakt van de zonsverduistering van 23 oktober jongstleden. Die was vanuit Europa niet zichtbaar, maar aan de westkust van Noord-Amerika was te zien hoe de zon gedeeltelijk werd bedekt door de maan. Nergens op aarde was de verduistering totaal. Ook de Europese Proba 2-kunstmaan en de Japanse Hinode-kunstmaan hebben geen totale eclips waar kunnen nemen. Hoewel beide ruimtesondes door de aardschaduw bewogen (Proba 2 zelfs drie keer), was er geen sprakje van een totale zonsverduistering, omdat de maan op de betreffende dag relatief ver van de aarde af stond en net niet in staat was de gehele zonneschijf af te dekken. De röntgentelescoop van Hinode zag dan ook een ringvormige zonsverduistering. Proba 2 nam de eclips waar met de ultraviolettelescoop SWAP. (GS)
Persbericht over de eclipswaarnemingen van Hinode

   
23 oktober 2014 • Komeet 67P ruikt (een beetje) naar rotte eieren en paardenstal
Hoe ruikt een komeet? Dankzij een instrument van de Europese kometensonde Rosetta, die sinds enkele maanden om komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko cirkelt, weten we het. In de gaswolk die zich rond te komeet heeft gevormd zijn sporen gevonden van waterstofsulfide, ammoniak, formaldehyde, waterstofcyanide, alcohol, zwaveldioxide en koolstofdisulfide. Erg lekker zal deze cocktail niet ruiken, maar de dichtheid van de verschillende gassen is gering. Het gas rond de komeet bestaat voor het overgrote deel uit waterdamp en koolstofmonoxide. De samenstelling van het gas komt als een verrassing. De verwachting was dat de komeet, die nog meer dan 450 miljoen kilometer van de zon verwijderd is, in eerste instantie vooral zeer vluchtige gassen als koolstofdioxide en koolstofmonoxide zou uitwasemen. Overigens laten camerabeelden van Rosetta zien dat de activiteit van komeet 67P duidelijk aan het toenemen is. Speelde de stofuitstoot zich aanvankelijk alleen rond de 'nek' van de komeet af, inmiddels zijn er overal op het oppervlak ‘fonteinen’ van stof te zien. Naar verwachting zal de komeet, die de zon nadert, de komende maanden alleen maar actiever worden. (EE)
Der Duft des Kometen «Chury»

   
23 oktober 2014 • Vorm magnetisch veld in accretieschijf eindelijk bepaald
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Woojin Kwon van SRON Groningen, is er voor het eerst in geslaagd om het magnetisch veld in de gas- en stofschijf rond een jonge ster in beeld te brengen. De vorm van het veld was een grote verrassing. De ontdekking lijkt erop te duiden dat magnetische velden een belangrijke rol spelen bij de vorming van planetenstelsels als het onze, en dat dit proces ingewikkelder is dan tot nu toe werd aangenomen (Nature, 23 oktober).Sterren vormen zich in de koude en dichte kernen van moleculaire wolken. Als de kern ineenstort tot een nieuwe jonge ster (een protoster) vormt zich een schijf van gas en stof rond de ster. Uit deze ‘accretieschijf’ vormen zich uiteindelijk planeten. Maar in de vroege stadia zorgt de accretieschijf ervoor dat de ster massa kan opnemen. Sterrenkundigen nemen aan dat deze ‘accretie’ wordt gereguleerd door magnetische velden. In de huidige theorieën kunnen deze magnetisch velden verschillende vormen aannemen: toroïdaal (circulaire velden in de disk) of poloïdaal (velden die worden opgewekt aan de polen van de protoster). Sterrenkundigen konden deze aanname ondanks talloze waarnemingen echter niet bevestigen.De sterrenkundigen deden daarom nieuwe waarnemingen met de Combined Array for Research in Millimeter-wave Astronomy (CARMA) in California (VS). Ze probeerden de vorm te bepalen van magnetische velden in de accretieschijf van de ster HL Tau, behorend tot een klasse van heel jonge sterren die zich nog in de fase van ineenstorting bevinden (T Tauri-sterren). HL Tau staat 450 lichtjaar van de aarde.Met CARMA is het inderdaad gelukt het magnetische veld van deze ster in beeld te brengen. Het gevonden veld is duidelijk meer toroïdaal dan poloïdaal, maar verrassend genoeg is het eigenlijk geen van beide. En dat past niet in de theoretisch modellen tot nu toe zijn gehanteerd.
Origineel persbericht

   
23 oktober 2014 • Ster ontsnapt nét aan zwart gat
Sterren die te dicht in de buurt van een zwart gat komen, worden genadeloos aan flarden gescheurd en opgeslokt. Maar er moeten ook situaties zijn waarbij een ster nog nét weet te ontsnappen. Sterrenkundigen van Ohio State University zijn mogelijk getuige geweest van zo'n ontsnapping (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). Op 25 januari van dit jaar detecteerde ASASSN, een kleine, geautomatiseerde telescoop die voortdurend de hemel afspeurt, een plotselinge toename van de helderheid van de kern van een 650 miljoen lichtjaar ver sterrenstelsel. In eerste instantie werd gedacht aan een supernova – een ontploffende ster. Maar daarvoor was de helderheidstoename te gering. De astronomen hebben berekend dat de hoeveelheid energie die bij het verschijnsel is vrijgekomen, overeenkomt met de energie die vrijkomt als het superzware zwarte gat in de kern van het sterrenstelsel ongeveer een duizendste zonsmassa aan materie opslokt. Het slachtoffer kan dus geen complete ster zijn geweest. De astronomen denken dat een zware ster vlak langs het zwarte gat is gescheerd. Daarbij is de ster een deel van zijn buitenlagen kwijtgeraakt, maar de kans is groot dat hij de ontmoeting wel heeft overleefd. (EE)
Lucky Star Escapes Black Hole with Minor Damage

   
23 oktober 2014 • Het superzware zwarte gat in de Melkweg verorbert inderdaad planetoïden
Het superzware zwarte gat Sgr A* in ons Melkwegcentrum vertoont dagelijks een flits. Astronomen suggereerden eerder dat deze flitsen worden veroorzaakt doordat het zwarte gat planetoïden opslokt. De Leidse astronoom Simon Portegies Zwart en zijn promovendus Adrian Hamers hebben dit vermoeden nu bevestigd door de baanevolutie van de planetoïden nabij Sgr A* nauwkeurig te berekenen. Uit het onderzoek volgt ook dat de planetoïden zijn ontstaan rond sterren in het hart van de Melkweg, op dezelfde manier als planetoïden in ons zonnestelsel zijn ontstaan. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. De astronomen hebben in hun berekeningen twee scenario’s vergeleken: in het ene geval zijn de planetoïden – rotsblokken van enkele tientallen kilometers in doorsnede – afkomstig uit een wolk rond het centrale superzware zwarte gat, en in het andere zijn ze ontstaan rond sterren in het hart van de Melkweg. In beide scenario’s komen ze uiteindelijk te dicht bij het zwarte gat en worden verpulverd, wat een flits veroorzaakt. Uit het onderzoek blijkt dat het tweede scenario de beste verklaring is. Volgens dat laatste scenario worden de planetoïden uit hun oorspronkelijke planeetstelsel geslingerd door interacties met andere sterren. Ze komen vervolgens in een baan rond Sgr A* terecht. Door verdere zwaartekrachtsinteracties met sterren worden hun banen zo langgerekt dat ze binnen een afstand van 150 miljoen kilometer van het zwarte gat komen, worden vernietigd en een waarneembare flits veroorzaken. Als de planetoïde op kleine afstand van het zwarte gat wordt verpulverd is een röntgenflits te zien, en op grote afstand een infraroodflits.
Origineel persbericht

   
22 oktober 2014 • Organische moleculen in atmosfeer Titan zijn vreemd verdeeld
Bij een onderzoek van de atmosfeer van de Saturnusmaan Titan hebben wetenschappers intrigerende zones van organische moleculen ontdekt. De zones zijn gekanteld ten opzichte van de rotatieas van de maan. Dat is vreemd, omdat verwacht werd dat de sterke winden in de Titanatmosfeer er voor zouden zorgen dat de moleculen zich snel zouden verdelen (Astrophysical Journal Letters). De ontdekking is gedaan met ALMA, een grote (sub)millimetertelescoop in het noorden van Chili. Met dit instrument, dat uit 66 schotelantennes bestaat, is de straling opgevangen van waterstofisocyanide- (HNC) en cyanoacetyleenmoleculen HC3N. In eerste instantie leken de moleculen rond de noord- en zuidpool van Titan gelijkmatig te zijn verdeeld, in overeenkomst met metingen van de ruimtesonde Cassini. Maar toen werd gekeken naar de hoogteverdeling van de de moleculen, bleek de verdeling hoog in de atmosfeer heel anders te zijn. De onderzoekers hebben nog geen goede verklaring voor de waarnemingen. Mogelijk is de scheve verdeling van de moleculen het gevolg van een circulatiepatroon in de hoge atmosfeer van Titan. Een andere mogelijkheid is dat het krachtige magnetische veld van moederplaneet Saturnus een rol speelt. (EE)
Organic Molecules in Titan's Atmosphere Are Intriguingly Skewed

   
22 oktober 2014 • Honderden kometen geteld bij jonge ster
Franse astronomen hebben bijna 500 afzonderlijke kometen onderzocht die om de ster Bèta Pictoris draaien. Daarbij hebben zij ontdekt dat de ‘exokometen’ tot twee verschillende families behoren (Nature, 23 oktober 2014).Bèta Pictoris is een jonge ster op ongeveer 63 lichtjaar van de zon. De pas ongeveer 20 miljoen jaar oude ster is omgeven door een enorme schijf van materiaal. Dat is een planetenstelsel-in-wording, waarin verdampende kometen en botsende planetoïden gas en stof produceren. Al sinds bijna dertig jaar zien astronomen subtiele veranderingen in het licht van Bèta Pictoris, die worden toegeschreven aan kometen die vanaf de aarde gezien vóór de ster langs trekken. Kometen zijn ijsachtige objecten die bij nadering van hun ster verdampen. Daarbij ontstaan reusachtige staarten van gas en stof die een deel van het sterlicht dat door hen heen gaat absorberen. De astronomen hebben meer dan duizend waarnemingen van het licht van Bèta Pictoris geanalyseerd die tussen 2003 en 2011 zijn verkregen met de 3,6-meter telescoop van de Europese sterrenwacht op La Silla (Chili). Daarbij zijn 493 verschillende kometen ontdekt, waarvan sommige meerdere keren voor de ster langs schoven. De analyse heeft informatie opgeleverd over de hoeveelheid stof en gas die de afzonderlijke kometen uitstoten. Ook konden enkele eigenschappen van de omloopbanen van de kometen worden bepaald. Daaruit kan worden geconcludeerd dat de kometen tot twee verschillende families behoren. De kometen van de eerste familie vertonen allerlei verschillende omloopbanen, maar produceren weinig gas en stof. Dit wijst erop dat hun ijsvoorraad door achtereenvolgende naderingen van Bèta Pictoris uitgeput is geraakt. Die van de tweede familie zijn veel actiever en volgen ruwweg dezelfde baan. Waarschijnlijk zijn dit brokstukken van een groter object dat nog niet zo lang geleden uit elkaar is gevallen. (EE)
Twee families van kometen gevonden rond nabije ster

   
21 oktober 2014 • Bemande reis naar Mars wordt steeds gevaarlijker
Het wordt steeds gevaarlijker om een bemande reis naar Mars te maken. Oorzaak: de zon. Die is de laatste tijd veel minder actief dan normaal. De magnetische veldsterkte van de zon is daardoor ook geringer, en dat betekent dat de zon minder bescherming biedt tegen kosmische straling - energierijke elektrisch geladen deeltjes uit het heelal. Dat resulteert weer in een hoger stralingsrisico voor astronauten die zich buiten de magnetische invloedssfeer van de aarde begeven. De activiteit van de zon - zonnevlekken, uitbarstingen en sterke magnetische velden - vertoont een cyclus van elf jaar. Tijdens een activiteitsminimum is de hoeveelheid kosmische straling in de binnendelen van het zonnestelsel hoger dan gemiddeld, en kan een 30-jarige mannelijke astronaut ongeveer een jaar lang in de interplanetaire ruimte verblijven voordat hij significant meer risico loopt op kanker. Voor een even oude vrouwelijke astronaut wordt die grens al na tien maanden bereikt. Dat blijkt uit metingen van een stralingsexperiment aan boord van de Amerikaanse maansonde LRO (Lunar Reconnaissance Orbiter). Tijdens het meest recente zonneminimum, in 2009, bereikte de zonneactiviteit echter haar laagste waarde sinds ongeveer honderd jaar. Het huidige zonnemaximum is ongewoon zwak, en veel astronomen verwachten dat er bij het volgende zonneminimum, rond 2020, opnieuw records gaan sneuvelen. Dat zou betekenen dat de hoeveelheid kosmische straling verder toeneemt, zodat er na een verblijf van ongeveer negen maanden al sprake is van ernstige stralingsrisico's. In een artikel in het vakblad Space Weather waarschuwen de onderzoekers voor de potentiële gevaren die dat met zich meebrengt voor toekomstige bemande reizen naar Mars, zoals die onder andere zijn gepland door het Nederlandse bedrijf Mars One. Een enkele reis naar Mars duurt al snel minstens acht maanden; Mars heeft zelf bovendien geen beschermend magneetveld. (GS)
Increasing cosmic radiation may boost danger for manned missions to Mars (origineel persbericht)

   
21 oktober 2014 • Radarreflecties van Venus blijven raadselachtig
Een nieuwe analyse van twintig jaar oude meetgegevens heeft geen oplossing opgeleverd voor de raadselachtige radarreflectie-eigenschappen van de planeet Venus. Het Venusoppervlak gaat schuil onder een permanent gesloten wolkendek, en kan alleen met behulp van radar in kaart worden gebracht. De Amerikaanse planeetverkenner Magellan ontdekte in de jaren negentig al dat radarsignalen sterker door het Venusoppervlak worden gereflecteerd naarmate het betreffende terrein hoger ligt. Bovendien werden op grote hoogte enkele merkwaardige donkere vlekken ontdekt - gebieden die juist vrijwel géén radarsignaal reflecteren. Amerikaanse geologen hebben de Magellan-metingen nu aan een uitgebreide nieuwe analyse onderworpen. Daarbij zijn honderden nieuwe donkere vlekken ontdekt. De resultaten zijn gepresenteerd op een bijeenkomst van de Geological Society of America in Vancouver, Canada. Het nieuwe onderzoek spitste zich toe op het hooggebergte in Ovda Regio. Op 2400 meter hoogte blijkt de radarreflectiviteit van het Venusoppervlak vrij gering te zijn; op 4500 meter hoogte is de reflectiviteit aanzienlijk hoger. Maar op een hoogte van 4700 meter is er sprake van een plotselinge afname van de radarhelderheid. De oorzaak is nog steeds onopgehelderd. Vermoedelijk is er een relatie met de temperatuur, die op Venus extreem hoog is (ca. 500 graden) maar wel afneemt bij toenemende hoogte. Er is al gesuggereerd dat er sprake zou kunnen zijn van een soort metallische neerslag met bepaalde elektrische eigenschappen die van invloed zijn op de radarreflectiviteit, maar om wat voor verbindingen het dan zou gaan is onduidelijk. (GS)
Heavy Metal Frost? A New Look at a Venusian Mystery (origineel persbericht)

   
21 oktober 2014 • Sterbevingen oorzaak van kleine magnetar-uitbarstingen
Ook de kleine uitbarstingen van röntgen- en gammastraling die geproduceerd worden door magnetars zijn vermoedelijk het resultaat van sterbevingen. Dat blijkt uit onderzoek aan metingen van de Amerikaanse ruimtetelescoop Fermi, uitgevoerd door een team van astronomen onder wie Anna Watts en Daniela Huppenkothen van de Universiteit van Amsterdam. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op een internationale Fermi-conferentie in Japan; ze werden op 1 juni ook al gepublicered in The Astrophysical Journal. Magnetars zijn extreem compacte neutronensterren - anderhalf keer zo zwaar als de zon maar hooguit 20 à 30 kilometer in middellijn - met een onvoorstelbaar sterk magnetisch veld. Neutronensterren ontstaan wanneer een zware ster aan het eind van zijn leven explodeert als supernova; er zijn er duizenden bekend. Magnetars lijken veel zeldzamer: tot nu toe zijn er slechts 23 ontdekt. Heel af en toe produceren magnetars zeer krachtige uitbarstingen van gamma- en röntgenstraling, vergelijkbaar met energierijke gammaflitsen. Die grote uitbarstingen zijn in verband gebracht met 'bevingen' aan het oppervlak van de ster. Magnetars vertonen echter ook 'stormen' van honderden kleinere uitbarstingen in relatief korte tijd. De astronomen onderzochten 263 kleine uitbarstingen van magnetar SGR J1550−5418, op 15.000 lichtjaar afstand van de aarde. De frequenties van de bevingen die afgeleid zijn uit de analyse van de waargenomen uitbarstingen komen overeen met eerdere resultaten op basis van zeldzame, grote uitbarstingen. Vermoedelijk worden de kleine uitbarstingen dus ook veroorzaakt door bevingen van de ster. De korst en de kern van de ster, die zijn verbonden door het supersterke magnetisch veld, vibreren dan tegelijkertijd, aldus Watts. (GS)
Origineel persbericht

   
21 oktober 2014 • Zware zwarte gaten zetten rem op geboorte van nieuwe sterren
Sterrenkundigen hebben ontdekt hoe superzware zwarte gaten in de kernen van grote elliptische sterrenstelsels een effectieve rem kunnen zetten op de vorming van nieuwe sterren in die stelsels. Normaalgesproken kan een sterrenstelsel heet gas uit zijn omgeving aantrekken. Dat gas koelt vervolgens af, waarna er onder invloed van de zwaartekracht dichtheidsconcentraties in kunnen ontstaan waaruit nieuwe sterren worden geboren. In veel grote elliptische stelsels blijkt het interstellaire gas echter een zeer hoge temperatuur te hebben (zo hoog dat er röntgenstraling wordt uitgezonden), waardoor de vorming van nieuwe sterren tot stilstand komt. Uit metingen die verricht zijn met verschillende radio- en submillimetertelescopen op aarde en door de Europese infraroodruimtetelescoop Herschel blijkt nu dat de hoge temperatuur van het gas veroorzaakt wordt door straalstromen van energierijke elektrisch geladen deeltjes die radiostraling produceren. De straalstromen worden vanuit de directe omgeving van het superzware zwarte gat in twee tegenovergestelde richtingen de ruimte in geblazen. De resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Big Black Holes Can Block New Stars (origineel persbericht)

   
21 oktober 2014 • Ook POLARBEAR-experiment ziet B-mode polarisatie in kosmische achtergrondstraling
Met het POLARBEAR-experiment op het 5000 meter hoog gelegen Chajnantor-plateau in Noord-Chili zijn bijzondere patronen ontdekt in de polarisatie van de kosmische achtergrondstraling - het verzwakte en afgekoelde restant van de energie van de oerknal waarmee het heelal 13,8 miljard jaar geleden ontstond. De resultaten zijn op 20 oktober gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De waargenomen patronen - zogeheten B-mode polarisatie - kunnen verschillende oorzaken hebben; volgens de auteurs gaat het in dit geval waarschijnlijk om patronen die veroorzaakt zijn door zwaartekrachtslenswerking van verschillende structuren in het heelal. Eerder dit jaar maakte de BICEP 2-telescoop op de Zuidpool ook de ontdekking van B-mode polarisatie in de kosmische achtergrondstraling bekend, maar dan op veel grotere schaal. Die ontdekking werd indertijd gepresenteerd als een bewijs voor het bestaan van zwaartekrachtsgolven (extreem kleine periodieke vervormingen van de ruimtetijd), veroorzaakt door kosmische inflatie - de snelle exponentiële uitdijing van het heelal in de allereerste fractie van een seconde na het ontstaan. Later werden de claims afgezwakt, en recent gepubliceerde metingen van de Europese ruimtetelescoop Planck wezen uit dat de metingen van BICEP 2 in principe ook volledig te verklaren zijn door het polariserende effect van stof in ons eigen Melkwegstelsel. Het POLARBEAR-team is er echter van overtuigd dat in dit geval geen sprake kan zijn van 'verontreiniging' van de metingen door Melkwegstof: de metingen zijn verricht in drie kleine, relatief 'schone' gebiedjes aan de sterrenhemel, en bovendien gaat het om patronen op kleine schaal (enkele boogminuten), die minder sterk beïnvloed worden door stof. Op de kleine schaal waarop de B-mode polarisatie nu is waargenomen, is het overigens vrijwel uitgesloten dat het om de 'vingerafdruk' van zwaartekrachtsgolven uit het inflatietijdperk gaat. (GS)
POLARBEAR Detects Curls in the Universe’s Oldest Light (origineel persbericht)

   
21 oktober 2014 • Marssondes en -karretjes fotograferen langsrazende komeet
De Amerikaanse ruimtesonde Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) en het eveneens Amerikaanse Marswagentje Opportunity hebben foto's gemaakt van komeet C/2013 A1 die op 19 oktober 'rakelings' langs Mars vloog. Opportunity had daarbij nog wat last van de nasleep van een stofstorm in de Marsdampkring; de foto's werden enkele uren vóór de dichtste nadering gemaakt. De HiRISE-camera van MRO fotografeerde de kern van de komeet; uit de opnamen blijkt dat die vermoedelijk slechts zo'n 300 meter groot is in plaats van de eerder aangenomen 700 meter. De MRO-foto's (klik op bovenstaand beeld voor een volledig overzicht) tonen de komeet op twee tijdstippen met negen minuten verschil (links en rechts); de bovenste opnamen laten vooral de kern en het heldere binnenste deel van de coma van de komeet zien; op de onderste is het dynamisch bereik zodanig aangepast dat vooral de buitenste delen van de coma goed zichtbaar zijn (het binnenste deel is overbelicht). Het is voor het eerst dat er opnamen zijn gemaakt waarop de kern van een langperiodieke komeet uit de Oortwolk zichtbaar is. (GS)
First Resolved Image of a Long-Period Comet's Nucleus (origineel persbericht)

   
20 oktober 2014 • Marssondes overleven komeetpassage probleemloos
De drie operationele Amerikaanse Marsverkenners die momenteel in een baan rond de rode planeet draaien, hebben zondagavond de scheervlucht van komeet C/2013 A1 Siding Spring probleemloos overleefd. Uit voorzorg waren de ruimtesondes (Mars Odyssey, Mars Reconnaissance Orbiter en MAVEN) op het moment van dichtste nadering naar de 'achterzijde' van de planeet gemanoeuvreerd. De700 meter grote, poreuze kern van komeet Siding Spring, die om 20.27 uur Nederlandse tijd op slechts ca. 140.000 kilometer langs Mars scheerde met een relatieve snelheid van bijna 60 kilometer per seconde, is gehuld in een ijle 'coma' van gas- en stofdeeltjes, die mogelijk schade aan de ruimtesondes zou kunnen veroorzaken. Tijdens de passage van Siding Spring is de komeet waargenomen door verschillende instrumenten aan boord van de drie ruimtesondes, zoals de infrarode THEMIS-spectrometer van Odyssey en de HiRISE-camera van Mars Reconnaissance Orbiter. De drie ruimtesondes overleefden ook de passage van de staart van de komeet, enkele uren na de dichtste nadering. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft laten weten dat ook de Europese Marsverkenner Mars Express in goede gezondheid verkeert. Een officiële bevestiging van de status van de Indiase Mars Orbiter Mission (Mangalyaan) is nog niet gepubliceerd. Binnen enkele dagen worden waarschijnlijk de eerste voorlopige meetgegevens bekendgemaakt van de verschillende Marsverkenners, en mogelijk ook van de Amerikaanse Marswagentjes Opportunity en Curiosity, die waarnemingen vanaf het planeetoppervlak hebben verricht. (GS)
All Three NASA Mars Orbiters Healthy After Comet Flyby (oorspronkelijk persbericht)

   
19 oktober 2014 • Krachtige zonnevlam, maar (nog) geen poollicht
De grote zonnevlek AR2192, die kort geleden aan de westzijde van de zon tevoorschijn is gekomen, produceerde op zondagochtend 19 oktober een krachtige zonnevlam (klasse X1). Metingen door de Amerikaans-Europese SOHO-kunstmaan laten echter zien dat er bij de zonnevlam geen CME (coronal mass ejection) is ontstaan. Zo'n CME is een grote wolk van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in geblazen wordt, en bij aankomst op aarde poollicht kan veroorzaken. De komende dagen draait het actieve gebied op de zon echter steeds meer naar het centrum van de zichtbare zonneschijf; toekomstige uitbarstingen zouden eventueel wél voor opvallend poollicht kunnen zorgen. (GS)
Informatie over de zonnevlam op www.spaceweather.com

   
16 oktober 2014 • Saturnusmaan Mimas ‘schommelt’ onverwacht hard
Meetresultaten van de ruimtesonde Cassini laten zien dat Mimas, de binnenste van de zeven grote manen van de planeet Saturnus, heviger ‘nee’ schudt dan verwacht. Volgens een astronoom van Cornell University die de resultaten heeft geanalyseerd, wijst dit erop dat de materie in het inwendige van de ongeveer 400 kilometer grote ijsmaan niet gelijkmatig is verdeeld (Science, 17 oktober). De rotatie en de baanbeweging van Mimas lopen synchroon: in dezelfde tijd dat het maantje één omloop om Saturnus volbrengt (ongeveer 23 uur), draait het ook één keer om zijn as. Klinkt bekend? Klopt: ook onze maan heeft een synchrone rotatie. Het gevolg is dat gemiddeld steeds hetzelfde halfrond naar de planeet is gericht. Doordat de omloopsnelheid van Mimas enigszins varieert lopen rotatie en omloop niet altíjd synchroon. Soms loopt de rotatie een beetje voor of achter. Hierdoor lijkt het vanaf Saturnus alsof het maantje nee-schudt. (Ook dat verschijnsel, dat ‘libratie’ heet, treedt bij onze maan op.) Door het nee-schudden van Mimas draait zijn oppervlak vanaf Saturnus gezien een kilometer of zes heen en weer. Rekening houdend met vorm van zijn omloopbaan en van de verstorende invloed van naburige manen was op drie kilometer gerekend. De extra afwijking kan allerlei oorzaken hebben. Eén mogelijkheid is dat de rotsachtige kern van Mimas niet rond is, maar de vorm van een rugbybal heeft. Ook is het denkbaar dat zich enkele tientallen kilometers onder het oppervlak een klotsende ‘oceaan’ van vloeibaar water bevindt. (EE)
Wobbling of a Saturn moon hints at what lies beneath