17 januari 2017 • 'Tiener-ster' blijkt hoogbejaard te zijn
Duitse astronomen hebben ontdekt dat een ogenschijnlijk jeugdige ster in werkelijkheid ca. 12 miljard jaar oud is. Het gaat om de ster 49 Librae, een ster die op zeer donkere nachten nét met het blote oog zichtbaar is, in het sterrenbeeld Weegschaal. De ster staat op ca. 115 lichtjaar afstand van de aarde. Mede op basis van het gehalte aan zware elementen in de buitenlagen van de ster was altijd aangenomen dat 49 Librae ongeveer 2,3 miljard jaar oud was - half zou oud als onze eigen zon. Elementen die zwaarder zijn dan waterstof en helium waren in de jeugd van het heelal namelijk nog niet voorradig (ze ontstaan bij kernfusiereacties in sterren), dus het feit dat 49 Librae relatief veel zware elementen bevat, deed vermoeden dat het een tweede- of derde-generatiester is, ontstaan uit interstellair gas dat in de loop van de tijd verrijkt is met de kernfusieproducten van eerdere sterren. Astronomen van de Ruhr-Universität Bochum hebben nu echter ontdekt dat de zware elementen in de buitenlagen van de ster afkomstig zijn van een begeleider. 49 Librae is een dubbelster; de begeleider is een vrijwel onzichtbare, compacte witte dwergster - het overblijfsel van een zonachtige ster die aan het eind van zijn leven is gekomen. Voordat die ster ineenschrompelde tot een witte dwerg is hij eerst opgezwollen tot een rode reus, en stroomde er materie (inclusief nieuw gevormde zware elementen) over op de andere ster. De astronomen, die hun analyse publiceren in The Astrophysical Journal, denken dat 49 Librae ca. 12 miljard geleden moet zijn ontstaan en oorspronkelijk ongeveer even zwaar was als de zon. Dankzij de materieoverdracht van de (oorspronkelijk zwaardere) begeleider nam de massa van de ster echter met ca. 55 procent toe. In de toekomst zal ook 49 Librae zélf opzwellen tot rode reus en een deel van zijn materie overdragen op zijn begeleider. Wanneer de witte dwerg daardoor boven een bepaalde kritische massa komt, zal hij exploderen als supernova. (GS)
Meer informatie:
Presumed young star turns out to be a galactic senior citizen (origineel persbericht)

   
17 januari 2017 • Aarde was lang geleden al eens geschikt voor complex leven
Lang voordat er op aarde complexe levensvormen voorkwamen waren de omstandigheden op onze planeet al eens geschikt voor het bestaan van zulke organismen. Dat concluderen Amerikaanse geologen op basis van onderzoek aan selenium-isotopen in oude gesteentelagen. Complexe organismen hebben zuurstof nodig. De oudste fossiele resten van complexe levensvormen dateren van ca. 1,75 miljard jaar geleden, toen bacteriën langzaam maar zeker voldende zuurstof in de dampkring hadden gebracht. Nu blijkt echter dat er tussen 2 en 2,4 miljard jaar geleden ook al eens een periode was met relatief veel zuurstof in de atmosfeer. Atmosferische zuurstof zorgt voor oxidatie van het element selenium. Bij de daaropvolgende reductie van selenium kan de isotopische samenstelling van het element veranderen. Door metingen te doen aan de relatieve verhoudingen van verschillende selenium-isotopen (atomen met een verschillend aantal neutronen in de kern) kun je dus achterhalen hoeveel zuurstof er aanwezig was. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences. Vóór en na de zuurstofrijke periode die nu ontdekt is, was het zuurstofgehalte in de aardse dampkring juist weer laag. Waardoor de nieuw ontdekte zuurstofrijke periode werd veroorzaakt, is nog een groot raadsel. De ontdekking maakt volgens de onderzoekers wel duidelijk dat de aanwezigheid van zuurstof in een planeetdampkring (bijvoorbeeld in de atmosfeer van een exoplaneet) niet noodzakelijkerwijs duidt op het bestaan van een complexe biosfeer. (GS)
Meer informatie:
Conditions right for complex life may have come and gone in Earth’s distant past (origineel persbericht)

   
17 januari 2017 • Curiosity vindt opgedroogde modder op Mars
Op de flanken van Mount Sharp, de centrale berg in de grote Marskrater Gale, heeft de Amerikaanse Marswagen Curiosity miljarden jaren oude sporen van opgedroogde modder gevonden. Een rotsblok dat Old Soaker is genoemd vertoont een netwerk van kleine richeltjes. Vermoedelijk was hier 3 miljard jaar geleden sprake van een opdrogende modderpoel waarin barsten ontstonden. Die raakten opgevuld met zand en stof, en werden in de loop van lange tijd bedekt door andere gesteentelagen. Winderosie legde de oorspronkelijke laag uiteindelijk weer bloot, waarbij het materiaal in de barsten minder snel erodeerde dan de opgedroogde modder zelf - vandaar dat er nu sprake is van een netwerk van opstaande richeltjes. Het is voor het eerst dat Curiosity zulke overtuigende sporen van opgedroogde modder op Mars heeft gevonden. De ontdekking doet vermoeden dat de krater Gale in het verre verleden niet alleen regelmatig gevuld was met een groot meer, maar ook lange tussentijdse perioden van droogte kende. (GS)
Meer informatie:
Mars Rover Curiosity Examines Possible Mud Cracks (origineel persbericht)

   
17 januari 2017 • Snelle 'dood' van sterrenstelsels verklaard
Astronomen denken een oplossing gevonden te hebben voor het raadsel van de snelle 'dood' van sommige sterrenstelsels. Normaal gesproken vindt er in een sterrenstelsel gedurende zeer lange tijd stervorming plaats: sterren ontstaan uit het interstellaire gas in het stelsel. In veel stelsels lijkt die stervormingsactiviteit echter tot stilstand te zijn gekomen, of in elk geval fors te zijn 'afgeknepen'. Voor stelsels die deel uitmaken van grote clusters (verzamelingen van duizenden sterrenstelsels) was al bekend dat zij hun interne gasvoorraad kwijt kunnen raken door ram pressure stripping: het gas wordt uit het stelsel weggeveegd door de 'tegenwind' die het ondervindt van de hete, ijle materie in de ruimte tussen de sterrenstelsels - het zogeheten intraclustergas. Op basis van waarnemingen aan 11.000 sterrenstelsels, verricht als onderdeel van de Sloan Digital Sky Survey en de ALFA Survey (Arecibo Legacy FAst survey), komen de astronomen nu tot de conclusie dat datzelfde proces van ram pressure stripping ook een belangrijke rol speelt voor sterrenstelsels die wat geïsoleerder door het leven gaan - stelsels die deel uitmaken van veel kleinere groepen. Deze sterrenstelsels bewegen af en toe door (onzichtbare) halo's van donkere materie, waarin zich ook extreem heet en ijl gas bevindt. Op die manier kunnen ze in een tijdsbestek van slechts enkele tientallen miljoenen jaren een groot deel van hun gasvoorraad verliezen, aldus de astronomen in een publicatie die vandaag verschijnt in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
Galaxy Murder Mystery (origineel persbericht)

   
17 januari 2017 • ALMA kijkt voor het eerst naar de zon
Met het internationale ALMA-observatorium (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) zijn in de periode 2014-2016 voor het eerst waarnemingen van de zon verricht op millimetergolflengten. Niet eerder is de zon in dit golflengtegebied bestudeerd. Met ALMA - een netwerk van 66 radioschotels op 5000 meter hoogte in Noord-Chili - is de millimeterstraling in kaart gebracht van de zogeheten chromosfeer, een ijle gaslaag die zich net boven het heldere 'oppervlak' van de zon bevindt. De waarnemingen zijn verricht op twee golflengten: 1,25 en 3 millimeter. In de waarnemingen zijn duidelijk helderheidsverschillen (en dus temperatuurverschillen) te zien tussen verschillende delen van de chromosfeer. Zo is onder andere een grote zonnevlek in beeld gebracht - een relatief koel gebied op de zon, dat ontstaat onder invloed van magnetische velden. De nieuwe waarnemingen zijn deze week voor verdere analyse beschikbaar gesteld aan de wereldwijde astronomische gemeenschap. (GS)
Meer informatie:
ALMA doet eerste zonnewaarnemingen (origineel persbericht)

   
16 januari 2017 • Dubbelster FO Aquarii lijkt van slag
Astronomen van de University of Notre Dame (Indiana) hebben de veranderlijke dubbelster FO Aquarii, op ca. 500 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Waterman, betrapt op onregelmatig gedrag. De nauwe dubbelster bestaat uit een compacte witte dwerg en een gewone ster. Gas van de gewone ster stroomt naar de witte dwerg, waarbij het extreem heet wordt en veel energierijke straling uitzendt. Uit helderheidsvariaties van de witte dwerg is afgeleid dat hij een rotatieperiode van 20 minuten heeft. De helderheid van de dubbelster is in 2014 drie maanden lang elke minuut opgemeten door de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler. Enige tijd na afloop van de Kepler-waarnemingen richtten de astronomen de nieuwe 80-centimeter Sarah L. Krizmanich Telescope van de universiteit op de ster. Tot hun verbazing ontdekten ze dat FO Aquarii in korte tijd zeven maal zo zwak is geworden. Inmiddels is de helderheid van de dubbelster wel weer aan het toenemen, maar dat proces voltrekt zich verrassend langzaam. Ook de helderheidsvariaties van de witte dwerg waren veel minder regelmatig; behalve de 20-minutenperiode leek er nu ook sprake te zijn van periodes van 11 en 21 minuten. De nieuwe metingen zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Een sluitende verklaring voor het onregelmatige gedrag van de ster is er nog niet. Vermoedelijk is de materieoverdracht van de begeleidende ster om de een of andere reden onderbroken geraakt. (GS)
Meer informatie:
Notre Dame astrophysicists discover dimming of binary star (origineel persbericht)

   
12 januari 2017 • Geen vlekje te zien op de zon
Dit jaar heeft onze zon nog vrijwel geen zonnevlekken vertoond. Alleen op 3 januari was een (relatief) koel plekje te zien dat donker afstak tegen het zonsoppervlak. Het is bijna zeven jaar geleden dat de zon voor het laatst zo vlekkeloos was. Dat was in mei 2010, tegen het einde van het vorige, zeer diepe zonnevlekkenminimum. De huidige schaarste aan zonnevlekken is dus een aanwijzing dat het volgende minimum in zicht is. De aantallen zonnevlekken gaan op en neer met een periode van ongeveer elf jaar. Deze cyclus houdt verband met de magnetische activiteit van de zon. In tijden van geringe zonnevlekkenactiviteit neemt de extreem-ultraviolette straling van de zon sterk af in intensiteit. Dat heeft onder meer gevolgen voor de hoge atmosfeer van de aarde, die afkoelt en samentrekt. Ook de heliosfeer – de invloedssfeer van de zon – wordt in zo’n periode kleiner. Als gevolg hiervan kan kosmische straling dieper het zonnestelsel binnendringen. [Update: op 13 januari zijn aan de rand van de zon weer enkele nieuwe zonnevlekken verschenen!] (EE)
Meer informatie:
Sunspots Vanish, Space Weather Continues

   
11 januari 2017 • De maan is al heel vroeg ontstaan
De maan is ouder dan tot nog toe werd gedacht. Tot die conclusie komt een team wetenschappers van Amerikaanse instituten op basis van radiometrische datering van gesteenten die in 1971 door Apollo-astronauten zijn verzameld (Science Advances, 11 januari). De onderzoekers komen tot de conclusie dat de maan al binnen 60 miljoen jaar na de geboorte van het zonnestelsel ‘af’ was – dat wil zeggen: een gestold oppervlak had. Eerdere schattingen liepen uiteen van 100 tot 200 miljoen jaar. Volgens de huidige inzichten is de maan ontstaan uit puin dat vrijkwam bij een grote inslag op aarde, die zelf ruwweg 4,54 miljard jaar oud is. De maan zou nu 4,51 à 4,52 miljard jaar oud zijn. (EE)
Meer informatie:
The moon is older than scientists thought

   
11 januari 2017 • Keplersatelliet bekijkt ‘spiegelbeeld’ van de zon
Een internationaal team van wetenschappers heeft onderzocht hoe onze zon eruit zou zien voor de Kepler-satelliet. Daarbij is de satelliet niet rechtstreeks op de zon gericht – die straalt veel te fel – maar op de planeet Neptunus. De Kepler-satelliet heeft als hoofdtaak om planeten bij andere sterren op te sporen. Daartoe doet hij heel nauwkeurige metingen van de helderheden van sterren. Deze metingen kunnen niet alleen worden gebruikt om zogeheten planeetovergangen te detecteren, maar ook om kleine helderheidsfluctuaties van de sterren zelf te registreren. Deze helderheidsfluctuaties zijn het gevolg van oscillaties of trillingen in het inwendige van de ster, die enigszins vergelijkbaar zijn met aardbevingen. Het onderzoek ervan levert informatie op over het inwendige van de ster en kan worden gebruikt om diens massa en grootte te bepalen. Kepler heeft inmiddels al vele duizenden sterren onder de loep genomen, maar de zon zat daar nog niet bij. En dat bemoeilijkt de directe vergelijking van de zon met andere sterren. De kleine oscillaties van de zon zijn dan wel met andere instrumenten waarneembaar, maar dat kan toch kleine afwijkingen opleveren. De onderzoekers hebben dat probleem omzeilt door Kepler alles bij elkaar zeven weken op Neptunus te richten. Het zwakke licht van deze verre planeet is niets anders dan weerkaatst zonlicht en vertoont dus ook hetzelfde helderheidsgedrag. Op basis van de gemeten oscillaties stelden de onderzoekers vast dat de massa van de zon ruwweg 1,14 zonsmassa’s bedraagt en zijn straal ongeveer 1,04 zonnestralen. Beide waarden komen dus wat te hoog uit, maar het nut van deze meetmethode is bewezen. (EE)
Meer informatie:
Neptune as a Mirror for the Sun

   
11 januari 2017 • Melkweg jat sterren van kleine buur
Astronomen van de Harvard-universiteit hebben de voorgeschiedenis gereconstrueerd van een nabij klein sterrenstelsel dat om onze Melkweg draait: de Sagittariusdwerg. Daarbij is vastgesteld dat vijf van de verste sterren die tot nu toe in het Melkwegstelsel zijn ontdekt mogelijk ooit deel hebben uitgemaakt van dat dwergstelsel. De Sagittariusdwerg is een van de tientallen mini-sterrenstelsels die om de Melkweg zwermen. Het stelsel volgt een langgerekte baan die hem in de loop van de miljarden jaren regelmatig in de buurt van ons sterrenstelsel brengt. Bij elke passage is het dwergstelsel onderhevig aan de getijdenkrachten van de Melkweg, waardoor het steeds verder wordt uitgerekt. De astronomen hebben met behulp van computersimulaties de levensloop van de Sagittariusdwerg gereconstrueerd. Daarbij hebben ze zijn beginsnelheid en de hoek waaronder hij de Melkweg nadert gevarieerd, om te kunnen bepalen welke uitkomst het best in overeenstemming is met de huidige waarnemingen. De berekeningen laten zien dat het dwergstelsel de afgelopen acht miljard jaar ongeveer een derde van zijn sterren en maar liefst negentig procent van zijn donkere materie aan de Melkweg is kwijtgeraakt. Dit resulteerde in drie afzonderlijke sterstromen die zich over een afstand van een miljoen lichtjaar – tienmaal de middellijn van het Melkwegstelsel – uitstrekken. Vijf van de elf verre sterren in onze Melkweg hebben posities en snelheden die overeenstemmen met wat je zou verwachten van sterren die van de Sagittariusdwerg zijn ‘gestript’. De overige zes kunnen van een ander dwergstelsel afkomstig zijn. (EE)
Meer informatie:
Farthest Stars in Milky Way Might Be Ripped from Another Galaxy

   
11 januari 2017 • Heeft ster KIC 8462852 een planeet verzwolgen?
Al meer dan een jaar breken astronomen zich het hoofd over het vreemde gedrag van de ster KIC 8462852, bijgenaamd Tabby’s Star. Uit metingen van de Kepler-satelliet blijkt dat deze ster zeer onregelmatige helderheidsvariaties vertoont, waarvoor allerlei exotische oplossingen zijn bedacht, inclusief de aanwezigheid van een kunstmatige ‘megastructuur’ van een buitenaardse beschaving. Onderzoekers van Columbia University en de Universiteit van Californië te Berkeley hebben nu een minder exotische oplossing voor het raadsel gevonden. In een verslag dat in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society zal verschijnen, schrijven zij de helderheidsvariaties van de ster toe aan het opslokken van een planeet of een grote verzameling planetoïden. Die gebeurtenis, die zich ongeveer tienduizend jaar geleden moet hebben afgespeeld, zou hebben geresulteerd in een forse helderheidsuitbarsting, waarvan de ster nu herstellende is. Om de ster zouden nog overblijfselen van de planeet cirkelen, die vanaf de aarde gezien met regelmatige tussenpozen voor de ster langs schuiven en periodieke helderheidsdipjes veroorzaken. (EE)
Meer informatie:
Finally, an Explanation for the Alien Megastructure?

   
11 januari 2017 • Reusachtige halo’s van licht rond vroege sterrenstelsels
Een team van astronomen onder leiding van Jorryt Matthee van de Universiteit Leiden en David Sobral van de University of Lancaster (VK) heeft ontdekt dat zich rond alle vroege sterrenstelsels gigantische halo’s van zogeheten Lyman-alfafotonen bevinden. Bovendien hebben de astronomen met behulp van een speciale telescoop-afstelling voor het eerst gemeten dat deze Lyman-alfafotonen veel moeite hebben gehad om uit deze sterrenstelsels te ontsnappen. Om meer te weten over de ontstaansgeschiedenis van onze eigen Melkweg kijken astronomen vaak naar verafgelegen sterrenstelsels. Het licht van verre sterrenstelsels doet er miljarden jaren over om ons te bereiken en vormt als het ware een tijdmachine om terug te kijken. Er was tot nu toe echter een groot probleem. De zogeheten Lyman-alfastraling die door verre sterrenstelsels wordt geproduceerd, ontsnapt vaak maar mondjesmaat van de sterrenstelsels. Het was tot nu toe lastig om op basis van de hoeveelheid straling die uiteindelijk op de aarde wordt waargenomen, iets te zeggen over de werkelijke omstandigheden op 11 miljard lichtjaar ter plekke. Daarop hebben de onderzoekers nu een oplossing bedacht. Jorryt Matthee legt uit: ‘Normaal gesproken meten we in het nabije heelal H-alfastraling en in het vroege heelal Lyman-alfa. Het is extreem lastig om beide tegelijk waar te nemen. Maar dat is ons bij een aantal sterrenstelsels wel gelukt. Daardoor konden we de telescopen kalibreren voor Lyman-alfastraling.’ De astronomen keken tientallen nachten met behulp van de Isaac Newton Telescope (INT) op La Palma naar bijna duizend verre sterrenstelsels. Ze gebruikten daarbij de Wide Field Camera, een soort stereobril voor de telescoop. Op de camera hadden de onderzoekers hun op maat gemaakte, gekalibreerde filters gezet. Daardoor konden ze nu wel goed meten hoeveel Lyman-alfastraling er aanwezig was. Wat blijkt? Slechts één tot twee procent van de Lyman-alfastraling ontsnapt uit het centrum van een sterrenstelsel en maximaal tien procent weet het omliggende gebied te verlaten. De zich vormende sterrenstelsels in het verre heelal houden dus een immense halo van Lyman-alfafotonen gevangen die tot nu toe onopgemerkt was gebleken. Een paar maanden geleden zagen sterrenkundigen al halo’s rond quasars.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
10 januari 2017 • Legendarische radiotelescoop is in gevaar
Het voortbestaan van de op één na grootste radiotelescoop ter wereld, de Arecibo-telescoop op het eiland Puerto Rico, hangt aan een zijden draadje. De eigenaar van de ruim 300 meter grote schotelantenne, de National Science Foundation (NSF), wil deze van de hand doen om geld vrij te maken voor modernere projecten. In mei wordt de knoop doorgehakt. In het ergste geval wordt de aluminium schotelantenne, die in een natuurlijke kom is gestationeerd, gesloopt. Pleitbezorgers van de legendarische radiotelescoop, die onder meer te zien is in bekende speelfilms als Golden Eye, Contact en Species, laten het er uiteraard niet bij zitten. Tijdens de bijeenkomst van de American Astronomical Society, vorige week in Texas, hebben zij betoogd dat de Arecibo-radioschotel belangrijk wetenschappelijk werk doet en wel degelijk een toekomst heeft. De NSF beaamt dat, maar zit simpelweg krap bij kas. Er gaat bijvoorbeeld veel geld zitten in de Large Synoptic Survey Telescope, die momenteel in Chili wordt gebouwd. Overigens staat niet alleen de Arecibo-telescoop op de helling, ook andere astronomische instrumenten zijn of worden (deels) afgestoten. Het jaarbudget voor Arecibo bedraagt 12 miljoen dollar. (EE)
Meer informatie:
Legendary radio telescope hangs in the balance

   
9 januari 2017 • Vele maantjes maken één grote
De aarde heeft lang geleden mogelijk meerdere manen gehad. Dat beweren Israelische wetenschappers in een artikel dat vandaag verschijnt in Nature Geoscience. Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat de maan ontstaan is uit de brokstukken van een catastrofale botsing tussen de pasgeboren aarde en een kleinere protoplaneet, Theia geheten. Volgens de Israelische onderzoekers is dat scenario mogelijk te simplistisch. Bij opeenvolgende botsingen met kleinere protoplaneten zouden verscheidene manen ontstaan kunnen zijn, zo blijkt uit honderden computersimulaties die de onderzoekers hebben uitgevoerd. Die manen klonteren stuk voor stuk samen uit het materiaal dat bij zo'n kosmische botsing werd weggeslingerd. Is er eenmaal een maan gevormd - het samenklonteringsproces duurt relatief kort - dan zal die als gevolg van getijdenwerking langzaam maar zeker in een steeds wijdere baan terechtkomen. Wanneer er in de nasleep van een nieuwe botsing echter een volgende maan ontstaat, kunnen de hemellichamen elkaars beweging sterk beïnvloeden. Op sommige momenten kan de aarde wellicht meerdere manen tegelijkertijd hebben gehad. Sommige daarvan zullen door zwaartekrachtstoringen de ruimte in zijn geslingerd, andere kwamen opnieuw met de aarde in botsing, en weer andere botsten op elkaar, waardoor in de loop van de tijd een steeds groter hemellichaam ontstond - onze huidige maan. (GS)
Meer informatie:
How Many Moons Became One (origineel persbericht)

   
9 januari 2017 • VLT gaat zoeken naar planeten bij Alfa Centauri
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) heeft met Breakthrough Initiatives een overeenkomst getekend om het VISIR-instrument van de Very Large Telescope in Chili aan te passen voor een zoektocht naar planeten in het nabije stersysteem Alfa Centauri. Deze planeten zouden het doelwit kunnen zijn voor de eventuele lancering van miniatuur-ruimtesondes door het Breakthrough Starshot initiative. De overeenkomst voorziet ook in de telescooptiijd die nodig is om in 2019 een zorgvuldig zoekprogramma uit te voeren. De ontdekking in 2016 van een planeet, Proxima b, bij Proxima Centauri, de derde en zwakste ster van het Alfa Centauri-stelsel, heeft een extra impuls gegeven aan deze zoektocht. Weten waar de dichtstbijzijnde exoplaneten te vinden zijn, is van het grootste belang voor Breakthrough Starshot, het in april 2016 gelanceerde onderzoeks- en constructieprogramma dat de haalbaarheid moet aantonen van de bouw van ultra-snelle, door licht aangedreven ‘nanosondes’, en daarmee het fundament moet leggen voor de eerste lancering naar Alfa Centauri. De detectie van een leefbare planeet is een enorme uitdaging vanwege de grote helderheid van de moederster, die het relatief zwakke schijnsel van planeten overstraalt. Een van de manieren om de detectie te vergemakkelijken is door uit te wijken naar mid-infrarode golflengten, waar de thermische gloed van een planeet de helderheidskloof tussen hem en zijn moederster sterk verkleint. Maar zelfs in het mid-infrarood is de ster nog altijd miljoenen keren helderder dan de op te sporen planeten. Dat vraagt om een specifieke techniek waarmee het verblindende sterlicht kan worden verminderd. Het bestaande mid-infraroodinstrument VISIR van de VLT kan daarin voorzien als de beeldkwaliteit ervan sterk wordt vergroot met behulp van adaptieve optiek en zogeheten coronagrafie wordt toegepast – een techniek waarmee sterlicht wordt onderdrukt, zodat het mogelijke signaal van potentieel aardse planeten duidelijker tot uiting komt. Breakthrough Initiatives zal een groot deel van de ontwikkelingskosten van dit experiment betalen, en ESO zal de vereiste waarnemingsfaciliteiten en -tijd leveren. Het detecteren en onderzoeken van potentieel leefbare planeten bij andere sterren is ook een van de belangrijkste wetenschappelijke doelen van de toekomstige European Extremely Large Telescope (E-ELT). Hoewel voor het vastleggen van planeten op grotere afstanden in de Melkweg de grotere omvang van de E-ELT is vereist, is het licht-opvangende vermogen van de VLT net voldoende om een planeet vast te leggen bij de meest nabije ster, Alfa Centauri. De ontwikkelingen rond VISIR komen ook ten goede aan het toekomstige instrument METIS, dat aan de E-ELT zal worden gekoppeld: de opgedane kennis is rechtstreeks overdraagbaar. De enorme afmetingen van de E-ELT zouden METIS is staat moeten stellen om eventuele exoplaneten ter grootte van Mars bij Alfa Centauri, en potentieel leefbare planeten bij andere nabije sterren, op te sporen en te onderzoeken.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
9 januari 2017 • China start bouw van zwaartekrachtgolventelescoop in Tibet
In Tibet, op 5250 meter boven zeeniveau, is een begin gemaakt met de bouw van een nieuwe Chinese telescoop die onderzoek gaat doen aan de polarisatie van de kosmische achtergrondstraling - het afgekoelde en sterk verzwakte overblijfsel van de energierijke straling die tijdens de oerknal werd geproduceerd. Uiteindelijk doel is het detecteren van polarisatiepatronen die veroorzaakt zijn door zwaartekrachtgolven in de eerste fractie van een seconde na de oerknal. De nieuwe Ngari-telescoop gaat deel uitmaken van het Shiquanzhe-observatorium, gelegen nabij de grens met India. Het moet de Chinese concurrent worden van de Amerikaanse South Pole Telescope op de geografische zuidpool en van de internationale Atacama Cosmology Telescope, op 5200 meter hoogte in Noord-Chili. Om de kosmische achtergrondstraling (die het sterkst is op een golflengte van ca. 1 millimeter) te bestuderen, moet een telescoop op een extreem hoge, droge plaats staan - millimeterstraling uit het heelal wordt geabsorbeerd door watermoleculen in de aardse dampkring. Het Ngari-plateau in Tibet (een heilig pelgrimsoord voor Tibetanen en Hindoes) is wat dat betreft een van de beste plaatsen ter wereld. De Ngari No. 1-telescoop moet in 2021 in gebruik genomen worden. De tweede fase van het project bestaat uit een reeks telescopen op 6000 meter hoogte. Het project is een initiatief van het Chinese instituut voor hoge-energiefysica, de nationale astronomische observatoria, en een technologisch instituut in Shanghai. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht op www.womenofchina.cn

   
7 januari 2017 • Vroegste sterrenstelsels waren groen
In de jeugd van het heelal hadden sterrenstelsels een overwegend groene kleur. Dat concludeert Matt Malkan van de Universiteit van Californië in Los Angeles op basis van metingen aan duizenden van die sterrenstelsels. Het gaat om relatief kleine stelsels die zo ver weg staan dat we ze zien zoals ze er ca. 11 miljard jaar geleden uitzagen - minder dan 3 miljard jaar na de oerknal. Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn vele duizenden van die verre sterrenstelseltjes gedetecteerd in het zogeheten Subaru Deep Field. Een groot aantal van die stelsels is door Malkan en zijn collega's vervolgens waargenomen met de UKIRT-infraroodtelescoop (eveneens op Mauna Kea) en met de Amerikaanse ruimtetelescoop Spitzer. Door de zwakke signalen van de afzonderlijke sterrenstelsels bij elkaar op te tellen, ontdekte het team dat er op een infrarood-golflengte van 2 micrometer veel meer straling wordt gedetecteerd dan je zou verwachten. Die straling werd 11 miljard jaar geleden uitgezonden in het groene deel van het zichtbare spectrum - de lichtgolven zijn uitgerekt door de uitdijing van het heelal, waardoor ze als infrarode golven op aarde aankomen. De groene tint van de stelsels is vermoedelijk afkomstig van twee maal geïoniseerde zuurstofatomen. Ook in planetaire nevels is die groene tint zichtbaar. Zuurstofatomen kunnen twee elektronen verliezen (twee maal geïoniseerd raken) wanneer ze beschenen worden door extreem-ultraviolette straling. In planetaire nevels is die straling afkomstig van hete witte dwergen. Maar drie miljard jaar na de oerknal kwamen die in het heelal nog praktisch niet voor - witte dwergen zijn de eindstadia van sterren met een levensduur van miljarden jaren. Malkan en zijn collega's veronderstellen nu dat er in de vroege, jonge sterrenstelsels veel zware, superhete sterren voorkwamen, met oppervlaktetemperaturen van ca. 50.000 graden. Die zouden voldoende extreem-ultraviolette straling produceren om de groene tint van de stelsels te verklaren. Mogelijk konden zulke superhete sterren lang geleden gemakkelijker ontstaan dan nu, omdat het heelal toen nog weinig elementen bevatte die zwaarder zijn dan waterstof en helium. (GS)
Meer informatie:
The Universe Going Green (origineel persbericht)

   
7 januari 2017 • 'Monster'-zwarte gaten ontdekt in kosmische achtertuin
In de kernen van twee relatief nabijgelegen spiraalvormige sterrenstelsels zijn superzware zwarte gaten ontdekt. Het gaat om IC 3639, op 170 miljoen lichtjaar afstand, en NGC 1448, op slechts 38 miljoen lichtjaar afstand. De zwarte gaten slokken materie uit hun omgeving op. Die materie hoopt zich eerst op in een hete accretieschijf, alvorens in het zwarte gat te verdwijnen. De straling van die accretieschijf wordt in het geval van deze twee sterrenstelsels echter geabsorbeerd door verduisterende stofwolken rond het zwarte gat. De stelsels zijn dan ook niet geklassificeerd als AGN-stelsels (active galacic nucleus). Met de NuSTAR-ruimtetelescoop (Nuclear Spectroscopic Telescope Array) is nu echter de energierijke röntgenstraling gedetecteerd die afkomstig is uit de directe omgeving van de twee superzware zwarte gaten. Die röntgenstraling heeft weinig tot geen last van absorptie door stof. De ontdekking van de twee nabije kosmische 'monsters' is vandaag gepresenteerd op de 229ste bijeenkomst van de American Astronomical Society. Het vermoeden bestaat dat er nog veel meer van dit soort 'verborgen' actieve kernen in het heelal voorkomen. (GS)
Meer informatie:
Black Holes Hide in Our Cosmic Backyard (origineel persbericht)

   
7 januari 2017 • Melkwegstelsel 'gewogen' met behulp van bolvormige sterrenhopen
De massa van ons Melkwegstelsel (tot op ca. 400.000 lichtjaar afstand van het centrum) bedraagt tussen de 400 en 580 miljard zonsmassa's. Die nieuwe massabepaling is afgeleid uit metingen aan de bewegingen van bolvormige sterrenhopen. Als je alle massa binnen één miljoen lichtjaar afstand van het centrum meeweegt, kom je uit op ongeveer 900 miljard zonsmassa's. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 229ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Grapevinde, Texas, en worden binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Het grootste deel van de massa van het Melkwegstelsel bevindt zich in een uitgestrekte, min of meer bolvormige halo van donkere materie. De totale massa van het Melkwegstelsel is niet precies bekend; verschillende methodes komen op nogal uiteenlopende waarden uit. Gwendolyn Eadie van McMaster University in Canada heeft het Melkwegstelsel nu opnieuw 'gewogen', door de bewegingen van bolvormige sterrenhopen te analyseren. Ons Melkwegstelsel bevat ruim 150 van deze bolvormige verzamelingen van honderdduizenden sterren elk, die in vrij willekeurige banen rond het centrum bewegen. Uit hun bewegingssnelheden en -richtingen is het massaprofiel van het Melkwegstelsel af te leiden. De nieuwe analyse was alleen mogelijk dankzij een speciale statistische techniek ('hiërarchische Bayesiaanse analyse' geheten), omdat van veel bolvormige sterrenhopen geen nauwkeurige eigenbewegingen (verplaatsingen aan de hemel) bekend zijn. Eadie verwacht dat de massabepaling in de nabije toekomst veel nauwkeuriger kan worden uitgevoerd, bijvoorbeeld op basis van metingen aan sterren in de halo, door de Europese ruimtetelescoop Gaia. (GS)
Meer informatie:
Scientists close in on the true mass of the Milky Way by calculating what they know, what they partially know and what is still uncertain (origineel persbericht)

   
7 januari 2017 • Hubble ziet 'schaduwspel', veroorzaakt door planeet
Rond de jonge ster TW Hydrae, op 192 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Hydra, draait vermoedelijk een Jupiterachtige planeet in een relatief kleine omloopbaan. Die conclusie trekken astronomen op basis van waarnemingen van de Hubble Space Telescope. TW Hydrae wordt omringd door een protoplanetaire schijf, waarin verschillende lege zones voorkomen. Met het ALMA-observatorium in Chili is zo'n lege zone ontdekt op ongeveer 1 astronomische afstand van de ster - de afstand aarde-zon. Het vermoeden bestaat dat die zone veroorzaakt wordt door de zwaartekrachtstoringen van een planeet. Hubble kan dat allerbinnenste deel van de protoplanetaire schijf niet goed zien: de ruimtetelescoop neemt waar in zichtbaar licht, en heeft veel last van overstraling door de ster zelf - een effect dat veel kleiner is op de millimetergolflengten die door ALMA worden waargenomen. Maar met de STIS- en NICMOS-instrumenten aan boord van Hubble zijn in de loop van de jaren wel opnamen gemaakt van de meer naar buiten gelegen delen van de schijf. Astronomen hebben nu in die buitendelen een soort ronddraaiende schaduw ontdekt: één helft van de schijf is merkbaar donkerder dan de tegenoverliggende helft, en die schaduw draait eens in de 16 jaar rond. Modelberekeningen laten zien dat het schaduwspel verklaard kan worden door een Jupiter-achtige planeet in de lege zone die door ALMA is ontdekt. Als die in een enigszins gehelde baan beweegt, kan het binnenste deel van de protoplanetaire schijf van TW Hydrae ook geheld zijn. Door de aanwezigheid van de planeet ontstaat er een trage precessie-beweging van dat gehelde binnendeel van de schijf, waardoor (op grotere afstand van de ster) één helft van de schijf minder sterlicht ontvangt. De ontdekking is gepresenteerd op de 229ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in Grapevine, Texas. (GS)
Meer informatie:
Hubble Captures 'Shadow Play' Caused by Possible Planet (origineel persbericht)

   
6 januari 2017 • Galactisch zwart gat spuugt planeetachtige ’gasballen’ uit
Zo eens in de paar duizend jaar komt een ongelukkige ster te dicht in de buurt van het superzware zwarte gat in het centrum van onze Melkweg. Door de sterke zwaartekracht wordt zo’n ster aan flarden getrokken. Een deel van het gas waaruit de ster bestaat wordt opgeslokt, de rest wordt juist weggeslingerd. Maar daar blijft het niet bij: nieuw onderzoek, waarvan de resultaten tijdens de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society zijn gepresenteerd, wijst erop dat dit gas zich kan samenballen tot planeetachtige objecten. En die gasballen schieten alle kanten op. Volgens de onderzoekers kunnen uit de materie van één verscheurde ster honderden van deze bijzondere objecten ontstaan. De grote vraag is natuurlijk waar ze blijven. Computersimulaties laten zien dat sommige van de ‘planeten’, die enkele Jupitermassa’s zwaar kunnen worden, tot op enkele honderden lichtjaren van ons zonnestelsel kunnen komen. In dat geval zouden ze in het infrarood waarneembaar kunnen zijn met de toekomstige Large Synoptic Survey Telescope en James Webb Space Telescope. Het overgrote deel van de gasballen krijgt echter zoveel snelheid mee, dat ze de Melkweg uit worden geslingerd. Omdat andere sterrenstelsels ook een superzwaar zwart gat in hun kern hebben, zou hetzelfde proces ook daar moeten optreden. Hoewel de hypothetische objecten van planeetachtig formaat zijn, zouden ze heel andere eigenschappen hebben. Ze bestaan immers uit stermaterie en vormen zich bijzonder snel. Waar de vorming van een planeet als Jupiter miljoenen jaren duurt, zouden de samenballingen al binnen een jaar ‘af’ zijn. (EE)
Meer informatie:
Our Galaxy's Black Hole is Spewing Out Planet-size "Spitballs"

   
6 januari 2017 • Hubble-telescoop ontdekt ‘kamikaze-kometen’
Voor de derde keer hebben astronomen een jonge ster ontdekt waar kometen op ‘neerregenen’. De ster is nog maar 23 miljoen jaar oud en is 95 lichtjaar van de aarde verwijderd. De ‘exokometen’ – de term die voor kometen buiten ons zonnestelsel wordt gehanteerd – zijn niet rechtstreeks waargenomen. Hun aanwezigheid wordt afgeleid uit de aanwezigheid van gas rond de ster, waarvan de samenstelling overeenkomt met die van verdampte komeetkernen. Dit gas bevat onder meer silicium en koolstof.De aanwezigheid van deze kometen-in-afbraak vormt een aanwijzing dat er ook een planeet van het formaat Jupiter om de ster cirkelt. Deze zou de banen van de kometen zodanig afbuigen dat ze naar de ster toe worden gekatapulteerd. Hetzelfde verschijnsel zou zich, 4,5 miljard jaar geleden, ook in ons eigen zonnestelsel kunnen hebben afgespeeld. Op die manier kan veel water op aarde en de andere binnenplaneten zijn terechtgekomen. De resultaten van het onderzoek, dat is uitgevoerd met de Hubble-ruimtetelescoop, zijn gepresenteerd tijdens de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in Texas is gehouden. (EE)
Meer informatie:
Hubble Detects 'Exocomets' Taking the Plunge into a Young Star

   
6 januari 2017 • Krijgt sterrenbeeld Zwaan een 'nieuwe' ster?
Amerikaanse astronomen voorspellen dat er rond 2022 tijdelijk een ‘nieuwe’ ster te zien zal zijn in het sterrenbeeld Zwaan. Dat zou dan het gevolg zijn van de botsing tussen twee om elkaar draaiende sterren die elkaar momenteel steeds dichter naderen. Naar verwachting zal het tweetal over een jaar of vijf samensmelten, wat gepaard zal gaan met een hevige explosie. De dubbelster in kwestie – KIC 9832227 – trok enkele jaren geleden de aandacht van astronomen doordat hij vrij snelle, regelmatige helderheidsveranderingen vertoont. Aanvankelijk werd gedacht dat het een enkelvoudige ster betrof die afwisselend opzwol en samentrok. Later onderzoek heeft echter laten zien dat het een dubbelster is waarvan de componenten in elf uur om elkaar wentelen. De twee sterren zijn elkaar inmiddels al zo dicht genaderd dat ze een gezamenlijke atmosfeer hebben ontwikkeld. De dubbelster laat zich dus vergelijken met twee pinda’s in een dop. Waarnemingen laten zien dat de omlooptijd van de dubbelster geleidelijk afneemt. Hun huidige gedrag vertoont sterke overeenkomsten met dat van een andere ster (V1309 Scorpii), kort voordat deze in 2008 volkomen onverwacht als een ‘rode nova’ explodeerde. De Amerikaanse astronomen twijfelen er bijna niet meer aan dat dit ook met KIC 9832227 zal gebeuren. Ze zullen het gedrag van de ster de komende jaren dan ook op de voet volgen, onder meer met de VLA-radiotelescoop, NASA’s Infrared Telescope Facility en de Europese röntgensatelliet XMM-Newton. Als hun voorspelling uitkomt zal de helderheid van de ster met een factor tienduizend toenemen. Hij zou dan ongeveer even helder zijn als de bekende Poolster en moeiteloos waarneembaar zijn met het blote oog. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Predict Change to the Night Sky

   
6 januari 2017 • Hubble-ruimtetelescoop verkent de route van de Voyager-sondes
In 1977 lanceerde NASA twee ruimtesondes die, na de buitenste planeten van ons zonnestelsel te hebben verkend, nu zo’n beetje de interstellaire ruimte hebben bereikt. Om te onderzoeken wat de Voyagers 1 en 2 daar zullen tegenkomen hebben astronomen de Hubble-ruimtetelescoop in hun richting laten kijken. De resultaten van dat onderzoek zijn vandaag gepresenteerd tijdens de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Texas. De Hubble-waarnemingen laten zien dat de beide Voyagers de komende tienduizenden jaren door een aantal verschillende interstellaire wolken zullen trekken. Deze gaswolken vertonen kleine, maar niettemin waarneembare verschillen in chemische samenstelling. De meetgegevens wijzen er ook op dat de zon momenteel door een gebied in de interstellaire ruimte trekt waar de gasdichtheid wat hoger is dan gemiddeld. Dat kan van invloed zijn op de heliosfeer, de grote ‘bubbel’ om ons zonnestelsel die in stand wordt gehouden door de krachtige zonnewind. Wanneer de zon door dichter materiaal trekt, wordt de heliosfeer een beetje samengedrukt, om weer uit te dijen zodra de gasdichtheid afneemt. Voyager 1 is inmiddels 21 miljard kilometer van de aarde verwijderd. Over ongeveer 40.000 jaar zal de (dan allang niet meer operationele) ruimtesonde de ster Gliese 445 op een afstand van ongeveer 1,6 lichtjaar passeren. Zijn tweeling, Voyager 2, bevindt zich ongeveer 17 miljard kilometer van de aarde en zal over 40.000 jaar de ster Ross 248 tot op ongeveer 1,7 lichtjaar naderen. (EE)
Meer informatie:
Hubble Provides Interstellar Road Map for Voyagers' Galactic Trek

   
6 januari 2017 • Bijzondere neutronenster vertoont twee gezichten
Astronomen hebben ontdekt dat de merkwaardige neutronenster J1119-6127 twee gezichten heeft. Hij lijkt een kruising te zijn tussen een ‘normale’ radiopulsar en een magnetar. Een radiopulsar is een neutronenster – het extreem compacte restant van een ontplofte ster – die ten gevolge van zijn snelle rotatie regelmatige pulsen radiostraling uitzendt. Magnetars daarentegen zijn oproerkraaiers: ze produceren hevige uitbarstingen van röntgen- en gammastraling en hebben magnetische velden die tot de sterkste in het heelal behoren. Tot ongeveer tien jaar geleden behandelden astronomen pulsars en magnetars als twee verschillende klassen van objecten. Maar de laatste tijd zijn er aanwijzingen gevonden dat het in feite om twee ontwikkelingsstadia van een en hetzelfde soort objecten gaat. Het gedrag van J1119 bevestigt dat. J1119 lijkt zich in een overgangsstadium te bevinden. Toen hij in 2000 werd ontdekt, gedroeg hij zich als een radiopulsar. Maar in 2016 produceerde het doorgaans rustige object opeens een aantal uitbarstingen van röntgen- en minder energierijke straling. Kort daarna deed hij zich weer voor als een radiopulsar. De vraag is nu wat er eerder was, de pulsar of de magnetar. Sommige astronomen denken dat objecten als J1119 als magnetars beginnen en mettertijd steeds minder uitbarstingen van röntgen- en gammastraling produceren. Anderen vermoeden dat het precies andersom is: het begint met een radiopulsar, die mettertijd een sterk magnetisch veld ontwikkelt en daardoor in een magnetar verandert. Om daar uitsluitsel over te krijgen, willen astronomen meer overgangsobjecten als J1119 vinden. Dit specifieke exemplaar is waarschijnlijk voortgekomen uit een supernova-explosie die 1600 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De kunst is het nu om zowel jongere als oudere soortgenoten op te sporen. Mogelijk dat dan duidelijk wordt of J1119 een buitenbeentje is of dat dit normaal gedrag is voor deze klasse van objecten. (EE)
Meer informatie:
The Case of the ‘Missing Link’ Neutron Star

   
5 januari 2017 • ‘Elementen van het leven’ in kaart gebracht
Astronomen hebben in kaart gebracht hoe de chemische elementen die cruciaal zijn voor het ontstaan van leven zoals wij dat kennen over de Melkweg zijn verdeeld. Het gaat daarbij om de elementen koolstof, waterstof, stikstof, zuurstof, fosfor en zwavel, die 97 procent van de massa van het menselijk lichaam voor hun rekening nemen. Voor het onderzoek zijn de gegevens van meer dan 150.000 sterren geput uit de grote database van de Sloan Digital Sky Survey. Van elk van die sterren zijn, langs spectroscopische weg, de abundanties van enkele tientallen elementen bepaald. De resultaten laten zien dat het binnenste deel van het Melkweg rijker is aan zware elementen dan de buitendelen. Dat is goed verklaarbaar, omdat de sterren in het binnendeel ouder zijn en dus meer tijd hebben gehad om – door middel van kernfusie – lichte elementen om te zetten in zwaardere. Wat dit betekent voor de kans op leven in het binnendeel van de Melkweg is onzeker. (EE)
Meer informatie:
The Elements of Life Mapped Across the Milky Way by SDSS/APOGEE

   
5 januari 2017 • Pluto-telescoop krijgt opknapbeurt
De telescoop van de Lowell-sterrenwacht waarmee Clyde Tombaugh in 1930 de (dwerg)planeet Pluto ontdekte krijgt een grote opknapbeurt. Het meerjarenplan, dat op 12 januari van start gaat, behelst de restauratie van zowel het historische instrument als de houten koepel waarin dit is ondergebracht. De Pluto-telescoop en zijn koepel dateren van eind jaren twintig van de vorige eeuw. Ze zijn speciaal gebouwd om naar een planeet voorbij de baan van Neptunus te zoeken. Strikt genomen is de Pluto-telescoop overigens geen telescoop, maar een astrograaf. Zo’n instrument is voornamelijk bedoeld voor het maken van (grote aantallen) foto’s die vervolgens met een speciaal instrument (bijvoorbeeld een blinkcomparator) worden bekeken. Op die manier kunnen objecten worden opgespoord die zich ten opzichte van de vaste sterren verplaatsen. Dat kunnen planeten zijn, maar ook kometen en planetoïden. De renovatie van de Pluto-telescoop wordt uitgevoerd door hetzelfde team dat twee jaar geleden een andere historische telescoop van de Lowell-sterrenwacht onder handen heeft genomen. Dat was de 50-cm lenzenkijker waarmee Percival Lowell de planeet Mars bestudeerde. Met een opening van 33 centimeter is de Pluto-telescoop een slag kleiner. (EE)
Meer informatie:
Lowell Observatory to Renovate Pluto Discovery Telescope

   
5 januari 2017 • Chandra-satelliet ontrafelt geschiedenis van superzware zwarte gaten
Met de Amerikaanse röntgensatelliet is een ongekend ‘diepe’ opname gemaakt van een stukje hemel ongeveer ter grootte van de volle maan: het Chandra Deep Field-South. Voor deze opname heeft Chandra bijna drie maanden lang röntgenfotonen verzameld, waarvan de meeste afkomstig zijn van de hete materie in de naaste omgeving van superzware zwarte gaten in de kernen van verre sterrenstelsels. Uit de Chandra-opname blijkt dat elk stukje hemel ter grootte van de volle maan ongeveer vijfduizend röntgenobjecten telt. Vertaald naar de volledige hemel kom je dan uit op een miljard objecten. Voor ongeveer driekwart zijn dat zwarte gaten met massa’s uiteenlopend van 100.000 tot tien miljard zonsmassa’s. Gas dat naar deze zwarte gaten toe stroomt wordt dermate heet dat het röntgenstraling gaat uitzenden. De nieuwe röntgenfoto stelt astronomen in staat om te onderzoeken hoe superzware zwarte gaten tijdens de eerste een tot twee miljard jaar na de oerknal zijn ‘gegroeid’. Uit een analyse blijkt dat deze ontwikkeling met horten en stoten is gegaan – dus niet door het gelijkmatig opslokken van gas uit de omgeving. Ook zijn er aanwijzingen dat de ‘kiemen’ waaruit de superzware zwarte gaten zijn voortgekomen al massa’s van tienduizend tot honderdduizend zonsmassa’s hadden. Dat kan verklaren waarom deze objecten al vroeg in de geschiedenis nog veel meer materie hebben kunnen verzamelen. De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd tijdens de 229ste bijeenkomst van de American Astronomical Society die deze week in Texas wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Deepest X-Ray Image Ever Reveals Black Hole Treasure Trove

   
5 januari 2017 • Botsende clusters vormen ‘superdeeltjesversneller’
Een nieuwe foto, gebaseerd op gegevens van onder meer de röntgensatelliet Chandra, de Giant Metrewave Radio Telescope (GMRT) in India en de Very Large Array-radiotelescoop in de VS, laat duidelijk zien dat Abell 3411 en Abell 3412, twee grote clusters van sterrenstelsels, met elkaar in botsing zijn. De foto toont hoe heet gas van de ene cluster zich een weg baant door de andere cluster. Hierdoor is een kolossale structuur ontstaan die qua vorm aan een komeet doet denken. Bij de botsing zijn enorme schokgolven ontstaan – het kosmische equivalent van de schokgolven die ontstaan wanneer een straalvliegtuig door de geluidsbarrière gaat. Elders zijn drie verschillende superzware zwarte gaten te zien die deel uitmaken van sterrenstelsels in de samensmeltende clusters. Deze rondtollende zwarte gaten genereren strak opgewonden magnetische velden die als deeltjesversnellers fungeren. Deze deeltjes krijgen nog een extra boost van de schokgolven die bij de botsingen zijn ontstaan. Een analyse laat zien dat de schokgolven die door de cluster trekken honderden miljoenen jaren kunnen standhouden. De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd tijdens de 229ste bijeenkomst van de American Astronomical Society die deze week in Texas wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Discover Powerful Cosmic Double Whammy

   
4 januari 2017 • Meeste pulsars knipperen maar heel af en toe
Bij een survey, uitgevoerd met de Arecibo-radiotelescoop op Puerto Rico, zijn twee pulsars ontdekt die vaker ’uit’ dan aan ’aan’ staan. Daarmee spotten de beide rondtollende neutronensterren met het heersende idee dat pulsars de betrouwbaarste klokken in het heelal zijn. Pulsars zijn snel ronddraaiende neutronensterren met sterke magnetische velden. Deze compacte objecten – overblijfselen van de kernen van zware sterren – zenden vanaf beide magnetische polen bundels van radiostraling uit. Door de rotatie van de neutronenster zwiepen deze bundels rond als de lichtbundel van een vuurtoren. Hierdoor kunnen radiotelescopen op aarde de pulsar met grote regelmaat zien knipperen. Er zijn inmiddels echter een aantal pulsars ontdekt die om de een of andere reden gedurende enige tijd uitvallen. Bij de meeste daarvan duurt de onderbreking niet erg lang, maar de twee recent ontdekte pulsars staan meestal uit. De meest extreme van het tweetal – pulsar J1929+1357 – knippert 99 procent van de tijd niet. Dat kan erop duiden dat er bij hemelsurveys veel pulsars over het hoofd worden gezien. Hoe korter zo’n pulsar in bedrijf is, des te kleiner is immers de kans dat hij wordt opgemerkt. De astronomen die de nieuwe onbetrouwbare pulsars hebben ontdekt, onder wie de Nederlander Ben Stappers, schatten zelfs dat het werkelijke aantal normaal knipperende pulsars wel eens in de minderheid zou kunnen zijn. Waarom veel – zo niet de meeste – pulsars zulk uitvalgedrag vertonen is onduidelijk. (EE)
Meer informatie:
The Mystery of Part-Time Pulsars