21 juni 2018 • VLT doet meest precieze test van Einsteins algemene relativiteitstheorie buiten de Melkweg
Einsteins algemene relativiteitstheorie heeft een nieuwe test doorstaan, ditmaal op extragalactische schaal. Dat volgt uit waarnemingen van het ruim 450 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel ESO 325-G004 (Science, 22 juni). ESO 325-G004 is een zogeheten zwaartekrachtlens. Met zijn kolossale massa vervormt het stelsel de hem omringende ruimte zodanig, dat het licht van verder weg staande objecten wordt afgebogen en versterkt, ongeveer net zoals een gewone lens dat zou doen. In dit geval is daarbij het beeld van een 11 miljard lichtjaar ver sterrenstelsel vervormd tot een bijna complete ring – een zogeheten Einsteinring. Een internationaal team van astronomen, onder wie de Nederlander Remco van den Bosch, heeft de massa van ESO 325-G004 berekend. Dat hebben ze gedaan door, met behulp van het MUSE-instrument van de Europese Very Large Telescope, de snelheden te meten waarmee sterren om het centrum van dit elliptische reuzenstelsel bewegen. Ook hebben de astronomen met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop de door dit sterrenstelsel veroorzaakte Einsteinring onderzocht. Aan de hand daarvan konden ze vaststellen hoe licht, en daarmee dus ook de ruimtetijd, door de enorme massa van ESO 325-G004 wordt gekromd. Daarmee is zowel de massa van het voorgrondstelsel als de sterkte van het lenseffect bekend. Vervolgens hebben ze de beide manieren om de sterkte van de zwaartekracht van het stelsel te meten met elkaar vergeleken. Het resultaat was precies wat de algemene relativiteitstheorie voorspelt – binnen de meetnauwkeurigheid van 9 procent althans. Daarmee is dit de meest precieze test van de algemene relativiteitstheorie buiten de Melkweg tot nu toe.De bevindingen kunnen belangrijke gevolgen hebben voor alternatieve zwaartekrachtmodellen, zoals die zijn aangevoerd om de versnellende uitdijing van het heelal te verklaren. Deze alternatieve theorieën voorspellen dat de effecten van de zwaartekracht op de kromming van ruimtetijd ‘schaalafhankelijk’ zijn. Dit betekent dat de zwaartekracht zich op extragalactische lengteschalen anders zou moeten gedragen dan ​​op de kleinere schaal van het zonnestelsel. De astronomen hebben vastgesteld dat dit waarschijnlijk niet het geval is. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
21 juni 2018 • Rode oerstelsels zijn ‘uitgemolken’ door hun superzware zwarte gaten
Nieuw onderzoek met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra laat zien dat zwarte gaten de stervorming in zogeheten ‘red nugget’-stelsels de kop hebben ingedrukt. ‘Red nugget’-stelsels zijn kleine, maar massarijke sterrenstelsels op meer dan 10 miljard lichtjaar van de aarde, waarvan het bestaan pas ongeveer tien jaar geleden is ontdekt. Astronomen vermoeden dat deze sterrenstelsels de voorouders zijn van de elliptische reuzenstelsels die in het lokale heelal te zien zijn. Ze hebben ongeveer evenveel massa als die reuzenstelsels, maar zijn vijf keer zo klein. De meeste red nuggets zijn in de loop van de miljarden jaren gefuseerd met andere stelsels. Maar sommige zijn die dans ontsprongen. Met Chandra zijn twee van hen – MRK 1216 en PGC 032673 – onderzocht op de aanwezigheid van heet gas. Het tweetal is maar ongeveer 300 miljoen lichtjaar van ons verwijderd en laat zich dus relatief gemakkelijk bekijken. Uit de eigenschappen van het hete gas blijkt dat de superzware zwarte gaten in de kernen van de twee sterrenstelsels behoorlijk hebben huisgehouden. Materie die naar zulke zwarte gaten stroomt wordt niet zonder meer door hen opgeslokt. Een deel ervan wordt, voordat het zover is, terug de ruimte in geblazen. Dat leidt ertoe dat het interstellaire gas in het omringende sterrenstelsel niet genoeg afkoelt om grote aantallen sterren te kunnen vormen. Voor beide sterrenstelsels geldt dat het centrale superzware zwarte gat een massa van ongeveer vijf miljard zonsmassa’s heeft. Dat is erg veel in vergelijking met de massa aan sterren in het hart van de stelsels. Dit doet vermoeden dat de zwarte gaten niet alleen voorkomen dat zich nieuwe sterren vormen, maar ook relatief veel van het aanwezige gas opslokken. (EE)
Meer informatie:
‘Red Nuggets’ are Galactic Gold for Astronomers

   
21 juni 2018 • Alle beelden en gegevens van Europese kometenmissie zijn nu voor iedereen toegankelijk
Alle hoge-resolutiebeelden en de onderliggende data van de Rosetta-missie naar komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko zijn beschikbaar gemaakt door het Europese ruimteagentschap ESA. Het beeldmateriaal is nu compleet tot en met de laatste beelden die Rosetta heeft gemaakt tijdens haar afdaling naar het komeetoppervlak. Het totale aantal beelden dat voor iedereen toegankelijk is ligt dicht bij de 100.000. Ze kunnen worden bekeken via de Archive Image Browser. De meetgegevens van alle wetenschappelijke instrumenten van de ruimtesonde zijn te vinden in het Planetary Science Archive. Daar zijn overigens ook de gegevens van andere ESA-ruimtemissies in het zonnestelsel opgeslagen. Ruimtesonde Rosetta kwam op 6 augustus 2014 aan bij komeet ’67P’ en heeft daar tot 30 september 2016 omheen gecirkeld. Drie maanden na aankomst stootte zij een kleine landingsmodule (Philae) af, die na diens landing gedurende enkele dagen metingen heeft gedaan. (EE)
Meer informatie:
Rosetta image archive complete

   
21 juni 2018 • Bolvormige sterrenhopen hebben mogelijk ooit ‘supersterren’ bevat
Een internationaal team van astrofysici heeft mogelijk een oplossing gevonden waar wetenschappers al meer dan 50 jaar mee worstelen: waarom bestaan de sterren in bolvormige sterrenhopen uit materiaal dat afwijkt van dat in andere sterren die in de Melkweg worden aangetroffen? Het team brengt een nieuwe speler in het spel: een superzware ster (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 21 juni). Het Melkwegstelsel telt meer dan 150 oude bolvormige sterrenhopen, elk bestaande uit honderdduizenden dicht op elkaar gepakte sterren die door de zwaartekracht bijeen worden gehouden. Deze sterren zijn bijna zo oud als het heelal. Sinds de jaren 60 is bekend dat de meeste sterren in deze bolhopen andere chemische elementen bevatten dan alle andere sterren in de Melkweg. Deze elementen kunnen niet door de sterren zelf zijn geproduceerd, omdat de daarvoor vereiste temperaturen ongeveer tien keer zo hoog zijn als de temperaturen van de sterren zelf. Volgens de astrofysici, onder wie de Nederlander Henny Lamers, zouden sterren met tienduizenden keren zoveel massa als de zon weleens de bron van dat materiaal kunnen zijn. De sterren zouden zijn gevormd tijdens de jeugd van de bolvormige sterrenhopen, toen deze naast sterren-in-wording nog veel gas bevatten. Terwijl deze sterren steeds meer gas verzamelden, naderden ze elkaar dermate dicht dat er botsingen konden plaatsvinden. Daaruit zou dan uiteindelijk een ‘superster’ zijn ontstaan. Deze zware ster was heet genoeg om alle waargenomen elementen te produceren en de overige sterren in de sterrenhoop te ‘vervuilen’ met de vreemde elementen die nu worden waargenomen. (EE)
Meer informatie:
Old star clusters could have been the birthplace of supermassive stars

   
20 juni 2018 • Astronomen ontdekken 78 kandidaat-exoplaneten in recordtijd
Amerikaanse astronomen hebben in recordtijd bijna 80 nieuwe kandidaat-exoplaneten opgespoord in gegevens van de NASA-satelliet Kepler. Een van de mogelijke planeten cirkelt om de vrij heldere en nabije ster HD 73344, die heel geschikt is voor vervolgonderzoek. Deze planeet draait in ongeveer 15 dagen om HD 73344 en uit de hoeveelheid licht die hij tegenhoudt wanneer hij voor zijn ster langs trekt, leiden de onderzoekers af dat hij ongeveer 2,5 keer zo groot is als de aarde. Gezien de kleine afstand tot zijn moederster moet hij erg heet zijn: ergens tussen de 1200 en 1300 graden Celsius. Bij hun analyse van de Kepler-gegevens hebben de astronomen gebruik gemaakt van een slim zoekalgoritme. Op die manier konden de nieuwe kandidaat-exoplaneten binnen enkele weken na de vrijgave van de ruwe data al aan de astronomische gemeenschap worden gepresenteerd. Om te kunnen vaststellen of de gedetecteerde helderheidswisselingen ook werkelijk door voor hun ster langstrekkende planeten zijn veroorzaakt, is vervolgonderzoek nodig. Maar in 30 van de 78 gevallen leek het op voorhand al vrij zeker dat er planeten in het spel zijn. Vier daarvan zijn inmiddels ook daadwerkelijk bevestigd. (EE)
Meer informatie:
Nearly 80 exoplanet candidates identified in record time

   
20 juni 2018 • Stofstorm op Mars breidt zich verder uit
De stofstorm die zich de afgelopen weken op Mars heeft ontwikkeld breidt zich uit. Hij omspant nu zo’n beetje de hele planeet. Ook de Amerikaanse Marsrover Curiosity begint nu hinder te ondervinden van het weerverschijnsel, maar de gevolgen zijn voor hem minder groot dan voor zijn kleine voorganger Opportunity, die zich aan de andere kant van Mars bevindt. Laatstgenoemde staat momenteel in de ‘spaarstand’, omdat zijn zonnepanelen niet genoeg zonlicht meer ontvangen om zijn accu’s op te laden. Curiosity is uitgerust met een thermo-elektrische radio-isotopengenerator, beter bekend als ‘nucleaire batterij’, en is dus niet afhankelijk van zonne-energie. Ook zijn instrumenten ondervinden weinig hinder van het stof, met uitzondering dan van zijn camera’s, die nu een langere belichtingstijd nodig hebben. En de ‘Mastcam’ wordt nu regelmatig omlaag gericht om te voorkomen dat zich te veel stof op zijn objectieflens afzet. Stofstormen komen vaker voor op Mars, met name tijdens de zuidelijke lente en zomer, wanneer de planeet zich het dichtst bij de zon bevindt. Ze bereiken echter lang niet altijd zo’n grote omvang. (EE)
Meer informatie:
Martian Dust Storm Grows Global; Curiosity Captures Photos of Thickening Haze

   
20 juni 2018 • Japanse ruimtesonde nadert planetoïde Ryugu
De Japanse ruimtesonde Hayabusa 2 is na een reis van meer dan drie jaar bijna aangekomen bij de planetoïde Ryugu. Hij is de donkere, ongeveer 900 meter grote planetoïde inmiddels tot op een paar honderd kilometer genaderd en heeft al de nodige opnamen gemaakt. De beelden tonen een tamelijk hoekig hemellichaam dat – hoe kan het ook anders – de nodige inslagkraters vertoont. Ryugu doorloopt een elliptische baan om de zon, waarvan het verste punt even buiten de omloopbaan van Mars ligt en het meest nabije punt net binnen de aardbaan. Daarmee wordt hij tot de ‘aardscheerders’ gerekend, al komt hij de komende eeuwen niet dicht in de buurt van de onze planeet. Het meest bijzondere aan Ryugu is dat hij tot de koolstofrijke planetoïden behoort. Van deze objecten wordt aangenomen dat het betrekkelijk goed geconserveerde overblijfselen zijn uit de begintijd van ons zonnestelsel. Hayabusa 2 gaat deze bijzondere planetoïde van heel dichtbij onderzoeken. Hij zal ongeveer anderhalf jaar in de buurt van Ryugu blijven en vier kleine onderzoeksmodules naar diens oppervlak laten afdalen. Een daarvan is een landingsmodule van Duits/Franse makelij (MASCOT), die over het oppervlak kan ‘hoppen’ en daar onderzoek gaat doen. Ook de drie kleinere modules, Minerva II geheten, zullen al metend over het oppervlak gaan ‘stuiteren’. Verder zal nog een koperen projectiel op het oppervlak van de planetoïde worden afgeschoten, dat bij de inslag explodeert. Het is de bedoeling dat daarbij een kleine krater wordt geslagen, zodat de ruimtesonde kan onderzoeken wat er onder het verweerde oppervlak zit. Hayabusa 2 moet enkele bodemmonsters van deze plek verzamelen en deze eind 2020 op aarde afleveren. (EE)
Meer informatie:
Asteroid Ryugu starts to come into focus

   
20 juni 2018 • XMM-Newton vindt vermist intergalactisch materiaal
Astronomen van onder meer SRON en de Sterrewacht Leiden hebben met ESA’s ruimtetelescoop XMM-Newton gas gevonden dat een van de puzzelstukjes vormt om de totale hoeveelheid ‘normale’ materie in het heelal in kaart te brengen (Nature, 21 juni). Het heelal bestaat voor respectievelijk 25 en 70 procent uit mysterieuze donkere materie en donkere energie. Slechts 5 procent bestaat uit ‘gewone’ materie – dingen die wij kunnen zien, zoals sterren, planeten en mensen. Maar zelfs die 5 procent is moeilijk op te sporen. De totale hoeveelheid normale materie, die astronomen baryonen noemen, kan worden geschat op basis van de kosmische achtergrondstraling, het oudste licht in het heelal, dat afkomstig is uit de periode van slechts 380.000 jaar na de oerknal. Als je alle sterren en sterrenstelsels in het heelal bij elkaar optelt, inclusief het interstellaire gas, kom je op ongeveer 10 procent van alle normale materie. Als je daar het hete diffuse gas in de halo’s rond sterrenstelsels aan toevoegt, plus het nog hetere gas in clusters van sterrenstelsels, blijf je steken op nog geen 20 procent. Dat is op zich geen verrassing, want sterren, sterrenstelsels en clusters worden gevormd in de dichtste knopen van het kosmische web, de draadachtige groteschaalstructuur van het heelal, en die zijn zeldzaam. Astronomen denken dat de ‘vermiste’ baryonen zich schuilhouden in de filamenten van het kosmische web, waar de materie ijler is en dus lastiger waarneembaar. Tot nu toe is slechts 60 procent van deze intergalactische materie gelokaliseerd. Hoofdauteur Fabrizio Nicastro (Istituto Nazionale di Astrofisica (INAF), Italië) en zijn collega’s hebben in 2015 en 2017 in totaal 18 dagen lang met ESA’s röntgentelescoop XMM-Newton gekeken naar een quasar op 4 miljard lichtjaar afstand. Quasars zijn grote sterrenstelsels met een superzwaar zwart gat in het centrum en schijnen helder op röntgen- en radiogolflengten. In de data vonden de onderzoekers de vingerafdruk van zuurstof in het hete intergalactische gas tussen ons en de verre quasar, op twee locaties langs de zichtlijn. Tweede auteur Jelle Kaastra (Ruimteonderzoeksinstituut SRON): ‘Er liggen daar enorme voorraden aan materie, waaronder zuurstof, in de hoeveelheden die we verwachtten. Het lijkt erop dat we eindelijk het raadsel van de vermiste baryonen kunnen oplossen.’Het resultaat is het begin van een nieuwe zoektocht. De astronomen gaan nu met zowel XMM-Newton als NASA’s Chandra-observatorium nieuwe quasars onderzoeken. Coauteur Nastasha Wijers (promovenda aan de Sterrewacht Leiden): ‘We willen nu naar andere bronnen in het heelal gaan kijken om te kunnen bevestigen dat onze resultaten universeel zijn. Ook willen we de langgezochte materie verder gaan onderzoeken.’ Coauteur Joop Schaye (Sterrewacht Leiden) voegt daaraan toe: ‘Dit is een spannende eerste stap. We kijken ook uit naar de lancering van Athena in 2031 waarmee we door de veel grotere gevoeligheid het warme intergalactische medium tot in groot detail kunnen bestuderen.’
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
19 juni 2018 • Moleculen verraden bestaan van planeet
Astronomen van de Universiteit van Genève hebben aangetoond dat het mogelijk is om exoplaneten op te sporen en 'in beeld' te brengen door heel specifiek te kijken naar straling die (voornamelijk op infrarode golflengten) geproduceerd wordt door bepaalde moleculen. De resultaten van hun onderzoek zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. Normaal gesproken wordt een planeet bij een andere ster overstraald door het licht van die ster. Door echter in elke pixel van het beeld uitsluitend te focussen op licht dat door een bepaald molecuul wordt uitgestraald, is het mogelijk om een planeet zichtbaar te maken, terwijl de moederster onzichtbaar blijft. Tenminste, als het betreffende molecuul wél in de planeetdampkring voorkomt, maar niet in de buitenste gaslagen van de ster. De nieuwe techniek is uitgetest op de ster Bèta Pictoris. Die is zo heet dat er in de buitenlagen geen moleculen voorkomen, maar alleen losse atomen. Rond de ster draait echter een planeet, Bèta Pictoris b, die veel koeler is en wél bepaalde moleculen in zijn dampkring bevat. Door de straling te selecteren van kooldioxide (CO2) en waterdamp (H2O) lukte het inderdaad om Bèta Pictoris b in beeld te brengen. Bij methaan (CH4) en ammoniak (NH3) lukte dat echter niet - kennelijk komen die gassen niet in voldoende mate voor in de planeetatmosfeer. De sterrenkundigen verwachten dat de nieuwe techniek in de toekomst ook gebruikt kan worden om nog onbekende planeten bij andere sterren op te sporen en in beeld te brengen. (GS)
Meer informatie:
Hunting molecules to find new planets (origineel persbericht)

   
19 juni 2018 • Spanje elfde lid van SKA Organisation
Spanje is met ingang van vandaag lid van de SKA Organisation - de internationale organisatie die de Square Kilometre Array (SKA) gaat bouwen. SKA wordt het grootste radio-observatorium in de geschiedenis, met honderden schotelantennes in Zuid-Afrika en tienduizenden dipoolantennes (voor het opvangen van laagfrequente radiogolven uit het heelal) in Australië. Spanje is het elfde lid van de SKA Organisation, na Australië, Canada, China, India, Italië, Nederland, Nieuw Zeeland, het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika en Zweden. (GS)
Meer informatie:
Spain joins the SKA Organisation (origineel persbericht)

   
19 juni 2018 • Groningse software maakt supercomputer van laptop
Twee Groningse sterrenkundigen hebben software ontwikkeld die moeiteloos visualisaties kan genereren op basis van honderden miljoenen gegevens. Maarten Breddels en Jovan Veljanoski (Rijksuniversiteit Groningen) schreven hun programma in eerste instantie om de miljard sterren te lijf te gaan die door de Europese ruimtetelescoop Gaia in kaart zijn gebracht. De software kan echter ook patronen laten zien in andere grote gegevensbestanden. De onderzoekers stellen hun software gratis ter beschikking. Ze geven binnenkort tekst en uitleg over de software in een artikel dat is geaccepteerd voor publicatie in het vakblad Astronomy & Astrophysics. Breddels en Veljanoski ontwikkelden hun softwarepakket om grote gegevensbestanden te kunnen visualiseren. Het softwarepakket heet vaex: visualize and explore big tabular datasets. Sterrenkundigen over de hele wereld gebruiken de software inmiddels om de gegevens van de 1,3 miljard sterren die door Gaia zijn verzameld te visualiseren. De software kan miljarden gegevens in een seconde visualiseren. Het is enigszins te vergelijken met het inzoomen bij Google Maps. Tijdens het inzoomen moet je steeds heel even wachten voordat meer details zichtbaar worden. Google Maps draait echter op grote, snelle servers. De Groningse software werkt vanaf een laptop. De kracht van de software zit in de combinatie van een aantal slimmigheden. Een daarvan is dat door een simpel algoritme alle beschikbare rekenkracht maximaal wordt benut. Een tweede slimmigheid is dat alleen de hoognodige gegevens van de harde schijf naar het werkgeheugen worden gestuurd. En de derde slimmigheid is dat het werkgeheugen geen onnodige kopieën opslaat. Maarten Breddels gaf de afgelopen tijd geregeld live-demo's tijdens congressen. Zo liet hij bijvoorbeeld aan de hand van 1 miljard New Yorkse taxi-bewegingen zien welke taxiritten het meeste opleveren en op welke tijdstippen en plekken de meeste taxi's rijden. De gratis software is dus ook interessant voor maatschappelijke toepassingen buiten de sterrenkunde.
Meer informatie:
Gratis versie van de vaex-software

   
19 juni 2018 • Bewegingen van dwergstelsels verraden massa Melkwegstelsel
Het Melkwegstelsel is ongeveer één biljoen (duizend miljard) keer zo zwaar als de zon. Die conclusie trekken sterrenkundigen op basis van precisiemetingen aan de bewegingen van negen dwergstelsels die rond het Melkwegstelsel cirkelen. Tot nu toe liepen de schattingen voor de massa van het Melkwegstelsel uiteen van ca. 700 miljard tot 2 biljoen zonsmassa's. Met de Hubble Space Telescope zijn de minieme bewegingen opgemeten van sterren in enkele dwergstelsels. De meetresultaten zijn vergeleken met computersimulaties waarin de massa van het Melkwegstelsel gevarieerd kon worden. De metingen komen het best overeen met simulaties waarin het Melkwegstelsel een massa heeft van 0,96 biljoen zonsmassa's. De resultaten zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters en werden eerder deze maand gepresenteerd op een bijeenkomst van de American Astronomical Society. De onnauwkeurigheid in de nieuwe massabepaling van het Melkwegstelsel bedraagt nu nog ca. 30 procent. Daar zal echter snel verandering in komen: de Europese ruimtetelescoop Gaia heeft veel preciezere metingen gedaan aan de posities en bewegingen van sterren in dwergstelsels; de resultaten van een aanzienlijk nauwkeuriger analyse worden binnen niet al te lange tijd verwacht. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht op AASNova.org

   
18 juni 2018 • Ook middelzwaar zwart gat slokt passerende ster op
Kort nadat een internationaal team van astronomen heeft beschreven hoe een ster wordt opgeslokt door een superzwaar zwart gat in een ander sterrenstelsel, is een vergelijkbaar verschijnsel nu ook gezien bij een middelbaar zwart gat (intermediate-mass black hole, of IMBH). Middelzware zwarte gaten, met massa's van enkele honderden tot enkele tienduizenden zonsmassa's, ontstaan vermoedelijk door de botsing en versmelting van kleinere, 'stellaire' zwarte gaten. Ze kunnen uiteindelijk uitgroeien tot de superzware zwarte gaten die zich in de kernen van de meeste sterrenstelsels bevinden. De nieuwe röntgenwaarnemingen, deze week gepubliceerd in Nature Astronomy, vormen tot nu toe het beste bewijs voor het bestaan van zulke middelzware zwarte gaten. Met röntgentelescopen zoals de Europese XMM-Newton en de Amerikaanse Swift en Chandra is een jarenlange uitbarsting van röntgenstraling waargenomen in de buitendelen van een sterrenstelsel op ca. 740 miljoen lichtjaar afstand. Alles wijst erop dat het om een zogeheten tidal disruption event gaat, waarbij een passerende ster door de getijdenkrachten van het zwarte gat uiteen wordt gerukt. Het sterrengas zal uiteindelijk in het zwarte gat verdwijnen, maar voordat het zover is straalt het lange tijd energierijke röntgenstraling uit. De waarnemingen doen vermoeden dat het hier gaat om een middelzwaar zwart gat dat ongeveer 50.000 maal zo zwaar is als de zon. (GS)
Meer informatie:
Star Shredded by Rare Breed of Black Hole (origineel persbericht)

   
18 juni 2018 • Explosief vulkanisme produceerde mysterieus Marsgesteente
De mysterieuze Medusa Fossae-formatie op Mars is ontstaan door explosief vulkanisme op extreem grote schaal. Dat concluderen geologen op basis van radar- en zwaartekrachtmetingen, deze week gepubliceerd in Journal of Geophysical Research: Planets. Bij het explosieve vulkanisme, meer dan 3 miljard jaar geleden, kwam voldoende materiaal vrij om het gehele planeetoppervlak te bedekken met een 10 meter dikke gesteentelaag. Medusa Fossae is een uitgestrekte gesteenteformatie nabij de evenaar van Mars, met een oppervlakte van ca. 20 procent van dat van de Verenigde Staten. Het gaat om zacht, poreus gesteente met een lage dichtheid. Het terrein bevat tal van heuvels en tafelbergen. De oorsprong van Medusa Fossae was lange tijd onduidelijk. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat het gesteente ontstaan moet zijn bij gigantische explosieve vulkanische uitbarstingen van heet as, gesteente en veel gas. Naar schatting kwam er tijdens de uitbarstingen voldoende water uit het inwendige van Mars vrij om de hele planeet te bedekken met een 9 cm diepe oceaan. Op zich kan dat positief zijn geweest voor de leefbaarheid en potentiële bewoonbaarheid van Mars, maar tijdens de vulkanische uitbarstingen kwamen ook grote hoeveelheden giftige gassen vrij. Het ontstaan van Medusa Fossae heeft hoe dan ook een enorme invloed gehad op het karakter van de planeet. Het onderzoek werpt ook nieuw licht op het inwendige en de geologische geschiedenis van Mars. (GS)
Meer informatie:
Explosive Volcanoes Spawned Mysterious Martian Rock Formation (origineel persbericht)

   
14 juni 2018 • Astronomen zien uitbarsting bij ver zwart gat dat ster verwoest
Voor het eerst hebben astronomen de vorming en expansie waargenomen van een ‘jet’ van materie die vrijkwam toen een ster te dicht bij een superzwaar zwart gat kwam en daardoor aan flarden werd getrokken. De gebeurtenis – een ‘tidal eruption event’ – wordt al sinds 2005 gevolgd (Science, 14 juni). Een team van 36 wetenschappers, onder wie Peter Jonker (SRON/Radboud Universiteit), heeft de stellaire slooppartij waargenomen met onder meer radio- en infraroodtelescopen. De gebeurtenis voltrekt zich in het hart van een sterrenstelsel dat in botsing is met een soortgenoot. Dit tweetal, dat Arp 299 wordt genoemd, is bijna 150 miljoen lichtjaar van ons verwijderd. Een tidal eruption event of kortweg TDE is een vrij zeldzaam verschijnsel. Op theoretische gronden werd voorspeld dat een ster die aan de getijdenkrachten van een superzwaar zwart gat bezwijkt, zodanig wordt uitgerekt dat er een draaiende schijf van materie om het zwarte gat ontstaat. Deze schijf is een bron van intense röntgenstraling en zichtbaar licht. Maar niet alle stermaterie wordt door het zwarte gat opgeslokt: een deel ervan zou in de vorm van twee bundels van deeltjes (jets) terug de ruimte in worden geblazen. Het ontstaan van zo’n jet is nu rechtstreeks waargenomen. De bundel van ontsnappende materie heeft zijn bestaan verraden via de radiostraling die hij uitzendt. Uit de waarnemingen blijkt dat de uitgestoten materie met ongeveer een kwart van de lichtsnelheid beweegt. Desondanks heeft het jaren geduurd voordat het langer worden van de jet ook rechtstreeks waarneembaar was met radiotelescopen op aarde. (EE)
Meer informatie:
Astronomers See Distant Eruption as Black Hole Destroys Star

   
14 juni 2018 • Dwergstelsels rond Melkweg bevatten géén donkere materie
Een team van Franse en Chinese astronomen zegt het bewijs onderuit te hebben gehaald dat de dwergsterrenstelsels rond onze Melkweg veel donkere materie bevatten. Ze hebben aangetoond dat de bewegingen van de sterren in deze stelsels volledig kunnen worden toegeschreven aan de zwaartekrachtsaantrekking van de Melkweg. Tot nog toe werd aangenomen dat de sterbewegingen werden bepaald door donkere materie in de stelsels zelf (Astrophysical Journal, 14 juni). Sinds de jaren 70 zijn astronomen ervan overtuigd dat het overgrote deel van de materie in het heelal uit donkere materie bestaat. De donkere materie is ook nodig om de snelle bewegingen van gas en sterren in de buitenste delen van grote sterrenstelsels zoals onze Melkweg te kunnen verklaren, zoals de astronomen Vera Rubin en Albert Bosma lieten zien. In de jaren 80 vond de Amerikaanse astronoom Marc Aaronson aanwijzingen dat iets vergelijkbaars ook zou gelden voor de kleine sterrenstelsels die als satellieten om onze Melkweg zwermen. De sterren in deze stelsels zouden te snel bewegen om alleen onder invloed te staan van de zwaartekracht van de daarin aanwezige zichtbare materie. De kleinste stelsels moesten tot wel duizend keer zoveel donkere materie bevatten dan er aan sterren en gas te zien was. De analyse van het Frans-Chinese team laat echter zien dat daarbij onvoldoende rekening is gehouden met de zwaartekracht van de Melkweg. Volgens hen bestaat er een buitengewoon sterk verband tussen de veronderstelde hoeveelheid donkere materie in de dwergstelsels en de zwaartekracht die zij van de Melkweg ondervinden. Volgens hen kan dat geen toeval zijn en is het simpelweg de zwaartekracht van de Melkweg die de stellaire bewegingen in de dwergstelsels bepaalt. (EE)
Meer informatie:
No Need for Dark Matter to Explain Dynamics of Dwarf Galaxies

   
14 juni 2018 • Stof kan raadselachtige eigenschappen van actieve galactische kernen verklaren
Twee onderzoekers van de Universiteit van California te Santa Cruz (VS) denken dat wolken stof, in plaats van dubbele zwarte gaten, de verklaring zijn voor de kenmerken zoals veel actieve galactische kernen die vertonen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 14 juni). Menig groot sterrenstelsel heeft een actieve kern: een klein, helder centraal gebied dat zijn energie ontleent aan materie die naar een superzwaar zwart gat toe stroomt. Wanneer deze zwarte gaten flinke hoeveelheden materie opslokken, zijn ze omgeven door heet, snel bewegend gas. De straling die door het gas wordt uitgezonden kan worden gebruikt om de massa van het centrale zwarte gat te meten en een schatting te maken van de hoeveelheid materie die het te verwerken krijgt. De kenmerken van dat gas worden echter nog niet goed begrepen. Zo lijkt het er in veel gevallen op dat het gas rond het zwarte gat niet symmetrisch verdeeld is. Een mogelijke verklaring daarvoor kan zijn dat er nog een tweede zwart gat in het spel is. Volgens de Californische onderzoekers bestaat er ook een eenvoudigere verklaring. De complexiteit en variabiliteit van de straling die van het gas afkomstig is, is volgens hen ook begrijpelijk als delen van de actieve kern schuilgaan achter wolken van stof. Het gevolg hiervan is dat het licht van het hete gas dat zich achter zo’n gaswolk bevindt roder en zwakker lijkt dan het in werkelijkheid is. (EE)
Meer informatie:
One black hole or two? Dust clouds can explain puzzling features of active galactic nuclei

   
13 juni 2018 • Marsverkenner Opportunity zit grote stofstorm uit
Op Mars is eind mei een stofstorm uitgebroken, die inmiddels een kwart van de planeet teistert. Ook voor de kleine Marsverkenner Opportunity heeft dat consequenties. Er zit zoveel stof in de atmosfeer, dat het ook overdag aardedonker is. Hierdoor produceren zijn zonnepanelen inmiddels zo weinig stroom, dat de kleine Marsrover zichzelf in de ‘spaarstand’ heeft gezet. Het enige wat nu continu werkt is zijn klok, die af en toe de boordcomputer wakker maakt om de status van de accu af te lezen. Het natuurgeweld heeft ook zo zijn voordelen. Het biedt wetenschappers de kans om de invloed van de stofstorm op de Marsatmosfeer vanuit allerlei posities te volgen. De rol van Opportunity zal uiteraard klein zijn. Maar zijn grotere collega Curiosity, die zich aan de andere kant van de planeet bevindt, is nog in bedrijf. Daarnaast cirkelen ook nog diverse orbiters om Mars die van bovenaf metingen kunnen doen. NASA-technici achten de kans klein dat Opportunity de komende dagen iets van zich zal laten horen. Pas als hij langdurig zonder stroom zou blijven zitten, ziet het er somber uit. Dan zou zijn elektronica wel eens aan de kou op Mars kunnen bezwijken. Datzelfde overkwam zijn ‘broertje’ Spirit al in 2010. Overigens hebben zowel Spirit als Opportunity in 2007 een omvangrijke stofstorm weten te doorstaan. Helemaal hopeloos is de situatie dus niet. Als er na de storm niet te veel stof op de zonnepanelen van Opportunity achterblijft, zal de zon zijn accu weer snel kunnen opladen. (EE)
Meer informatie:
NASA Encounters the Perfect Storm for Science

   
13 juni 2018 • Er ligt misschien meer organisch materiaal op Ceres dan gedacht
Een nieuwe analyse van data van NASA-ruimtesonde Dawn wijst erop dat er op dwergplaneet Ceres verrassend hoge concentraties organisch materiaal bestaan. Dat er op Ceres organische verbindingen te vinden zijn was al bekend. Alleen is nog onduidelijk om welke verbindingen het precies gaat. En dat maakt nogal uit voor de interpretatie van de meetresultaten van Dawn. De aanwezigheid van organisch materiaal wordt afgeleid uit gegevens van de spectrometer voor zichtbaar en infraroodlicht die Dawn bij zich heeft. Uit deze gegevens kan worden afgeleid op welke specifieke golflengten het Ceres-oppervlak zonlicht weerkaatst dan wel absorbeert. Om een schatting te kunnen maken van de hoeveelheden van dat materiaal werden de Dawn-gegevens vergeleken met reflectiespectra van organisch materiaal dat op aarde is gevormd. Op basis van die standaard kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat hooguit 10 procent van de spectrale signatuur die zij op Ceres hadden waargenomen voor rekening kan komen van organisch materiaal. Bij nieuw onderzoek door wetenschappers van Brown University is een ander vergelijkingsmateriaal gebruikt: meteorieten. Die bevatten ook organisch materiaal, maar dan in iets andere verhoudingen dan het organische materiaal dat op aarde wordt aangetroffen. Uit de nieuwe, wellicht realistischere vergelijking trekken de onderzoekers de conclusie dat misschien wel 50 procent van het spectrale signaal van Ceres voor rekening komt van organische verbindingen. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat dit materiaal grotendeels afkomstig is van inslaande kometen en planetoïden. Dat zijn immers ook de bron van meteorieten. Het is echter nog maar de vraag of zij zoveel organisch materiaal op Ceres kunnen hebben afgeleverd. Een andere mogelijkheid is dat het materiaal op Ceres zelf is gevormd. Maar dat verklaart dan weer niet waarom het alleen heel lokaal is aangetroffen. (EE)
Meer informatie:
Organics on Ceres may be more abundant than originally thought

   
13 juni 2018 • Onderzoek bevestigt: botsende neutronensterren veroorzaken korte gammaflits
Onderzoekers van Oregon State University hebben bevestigd dat de botsing tussen twee neutronensterren van vorige herfst een korte gammaflits heeft veroorzaakt (Physical Review Letters, 13 juni). Gammaflitsen zijn nauwe bundels van energierijke elektromagnetische straling, die zich doorgaans op miljarden lichtjaren van de aarde afspelen. Er zijn twee soorten: lange en korte. Lange gammaflitsen ontstaan wanneer de kern van een zware ster ineenstort tot een zwart gat en duren enkele seconden tot minuten. Van korte gammaflitsen, die maximaal twee seconden duren, werd al vermoed dat ze ontstaan wanneer twee neutronensterren samensmelten tot een zwart gat. Neutronensterren zijn op hun beurt weer de ingestorte kernen van zware sterren die niet genoeg massa hebben om in hun eentje een zwart gat te produceren. In november 2017 namen wetenschappers in de VS en Europa een korte flits van gamma- en röntgenstraling waar, die samenviel met een stoot zwaartekrachtgolven die aan een botsing tussen neutronensterren kon worden toegeschreven. Kort daarop werd ook zichtbaar licht van deze gebeurtenis waargenomen. Daarmee leek het rechtstreekse verband tussen korte gammaflitsen en samensmeltende neutronensterren te zijn aangetoond. Toch was er nog wat twijfel: de waargenomen gammaflits was namelijk ongebruikelijk zwak. Met behulp van computermodellen hebben de onderzoekers nu aangetoond dat dit goed te verklaren is. Hun berekeningen laten zien dat onze instrumenten de korte gammaflits hebben gezien onder een hoek van 30 graden. De bundel gammastraling kwam dus niet recht op ons af, en leek daardoor veel zwakker. In de toekomst zal blijken of deze verklaring hout snijdt. Bij ongeveer 1 op de 20 botsingen tussen neutronensterren zou de bundel namelijk wél op ons gericht moeten zijn en een korte gammaflits van normale sterkte moeten produceren. (EE)
Meer informatie:
Research shows short gamma-ray bursts do follow binary neutron star mergers

   
13 juni 2018 • Astronomen ontdekken drie ‘baby-planeten’ bij jonge ster
Astronomen hebben, met behulp van de ALMA-telescoop in het noorden van Chili, drie zware planeten-in-wording ontdekt. De planeten verraden hun aanwezigheid doordat ze de schijf van gas en stof rond hun moederster verstoren. Het is voor het eerst dat er planeten zijn opgespoord met de ALMA-array, die millimeterstraling – een soort radiostraling – detecteert. Met ALMA is gekeken naar de karakteristieke straling van koolstofmonoxidemoleculen in de protoplanetaire schijf rond HD 16329. Dat is een slechts 4 miljoen jaar oude ster in het sterrenbeeld Boogschutter, op ongeveer 330 lichtjaar van de aarde. Normaal gesproken cirkelt het gas in zo’n schijf gelijkmatig om de ster. Maar de ALMA-waarnemingen laten zien dat de gasstroom op drie plaatsen wordt verstoord. Dat blijkt uit het feit dat het gas ter plaatse een afwijkende snelheid vertoont. Dankzij het dopplereffect veroorzaakt dat een subtiele verandering in de golflengte van de uitgezonden straling. De afwijkingen worden toegeschreven aan drie planeten op afstanden van 12 miljard, 21 miljard en 39 miljard kilometer van de ster. Deze verstoren de normale gasstroom ongeveer net zoals stenen de stroming van het water in een rivier verstoren. (EE)
Meer informatie:
ALMA ontdekt drietal jeugdige planeten rond pasgeboren ster

   
13 juni 2018 • Melkweg heeft tal van kleinere sterrenstelsels opgeslokt
Sterrenkundigen van de RUG hebben in de halo van de Melkweg sporen gevonden van oude samensmeltingen. Vijf groepjes sterren lijken afkomstig van fusies met kleine sterrenstelsels, terwijl een grote ‘klodder’ van enkele honderden sterren afkomstig lijkt van een grotere fusie (Astrophysical Journal Letters, 12 juni). Het onderzoek is gebaseerd op de tweede dataset van de Gaia-ruimtetelescoop die eind mei is vrijgegeven. Deze dataset bevat nauwkeurige informatie over de posities en bewegingen van miljoenen sterren, hoofdzakelijk in de Melkweg. Promovendus Helmer Koppelman maakt deel uit van de onderzoeksgroep van Amina Helmi, die al in een zeer vroeg stadium bij de Gaia-missie betrokken was. Hij begon de nieuwe gegevens direct te analyseren en plaatste acht dagen later al een artikel op een preprintserver, dat nu officieel gepubliceerd is. Koppelman heeft zijn analyse gericht op de halo van de Melkweg, de bolvormige wolk sterren die de centrale schijf omhult. De gedachte is namelijk dat de meeste sterren in de halo afkomstig zijn van fusies. Door de banen van deze sterren te berekenen, spoorde Koppelman sterren met een gemeenschappelijke oorsprong op. Hij en zijn team ontdekten vijf kleine sterrenhopen die de restanten van vijf opgeslokte sterrenstelseltjes lijken te zijn. Daarnaast is een veel grotere groep sterren ontdekt die eveneens bij elkaar horen. Deze groep draait tegen de richting van de Melkweg in. Dat laatste vormt een sterke aanwijzing dat ook deze sterren van buitenaf afkomstig zijn. Volgens Koppelman en zijn team zijn het restanten van een groter sterrenstelsel. De botsing met dat stelsel zou zelfs de vorm van de centrale schijf van de Melkweg hebben veranderd. Koppelman heeft ook nog gezocht naar sterren die horen bij de zogeheten Helmi-stroom. Deze groep sterren is vernoemd naar zijn promotor Amina Helmi, die in 1999 aantoonde dat ze het restant vormen van een stelsel dat gefuseerd is met de Melkweg. Tot nu toe waren er nog geen twintig sterren bekend die bij de Helmi-stroom horen. Dankzij Gaia zijn het er nu meer dan honderd. (EE)
Meer informatie:
Nieuwe data Gaia telescoop toont fusies van de Melkweg

   
12 juni 2018 • LIGO kan misschien ook botsende wormgaten 'zien'
Spaanse en Belgische natuurkundigen hebben uitgerekend hoe de zwaartekrachtgolven eruit zien die geproduceerd worden door botsende wormgaten. Wormgaten zijn hypothetische 'tunnels' door de ruimtetijd, die als een soort sluiproutes zouden kunnen fungeren tussen twee punten op grote onderlinge afstand in ruimte en tijd. Hun bestaan is nog nooit aangetoond, maar kan ook niet worden ontkracht. Uit de nieuwe berekeningen, gepubliceed in Physical Review D, blijkt dat het zwaartekrachtgolfsignaal van twee botsende wormgaten nauwelijks valt te onderscheiden van dat van twee 'gewone' zwarte gaten. Het verschil zit 'm in zogeheten 'echo's' van de zwaartekrachtgolven, die waarneembaar zouden moeten zijn nadat het feitelijke signaal is uitgedoofd. Die echo's treden bij de botsing en versmelting van twee zwarte gaten niet op, omdat zwarte gaten begrensd worden door een 'gebeurtenishorizon'. De onderzoekers, onder wie Thomas Hertog van de Katholieke Universiteit Leuven (de co-auteur van het laatste wetenschappelijke artikel van Stephen Hawking), denken dat zwaartekrachtgolfdetectoren als LIGO en Virgo in principe gevoelig genoeg zijn om dergeljke echo's waar te nemen. Op die manier zou het bestaan van wormgaten bevestigd kunnen worden. (GS)
Meer informatie:
Wormhole echoes that may revolutionize astrophysics (origineel persbericht)

   
11 juni 2018 • Japanse Mercuriussonde heet voortaan Mio
De Japanse onderzoekssonde die deel uitmaakt van het Europese BepiColombo-project heeft een nieuwe naam: Mio. Tot nu toe werd de Japanse sonde aangeduid als MMO (Mercury Magnetospheric Orbiter). Samen met de grotere Europese Mercury Planetary Orbiter (MPO) wordt hij komend najaar gelanceerd in de richting van de kleine binnenste planeet Mercurius. Het Europees-Japanse onderzoeksprogramma heet BepiColombo, naar de Italiaanse planeetonderzoeker Giuseppe Colombo (1920-1984). De twee ruimtesondes worden eind 2025 in verschillende banen rond Mercurius gebracht. De Europese sonde bestudeert vooral de planeet zelf; de Japanse sonde doet onderzoek aan het zwakke magnetisch veld van de planeet. De naam Mio is gekozen uit een groot aantal voorstellen van het Japanse publiek. Mio is Japans voor waterweg of vaargeul. (GS)
Meer informatie:
Mio – Mercury Magnetospheric Orbiter’s New Name (origineel persbericht)

   
11 juni 2018 • Nanodiamantjes verklaren anomale microgolfstraling
Microscopisch kleine diamantjes - zogeheten nanodiamantjes - vormen de beste verklaring voor de zogeheten anomale microgolfstraling (anomalous microwave emission, AME) die geproduceerd wordt in sommige stervormingsgebieden. Die mysterieuze straling werd ruim twintig jaar geleden al ontdekt. Astronomen gingen er lange tijd vanuit dat zij geproduceerd wordt door PAK's - polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Waarnemingen met de Green Bank Telescope in West Virginia en met de Australia Telescope Compact Array (ATCA) aan drie protoplanetaire schijven (V892 Tauri, HD 97048 en MWC 297) laten nu echter zien dat de microgolfspectra nauwkeurig overeenkomen met wat je verwacht van extreem snel roterende nanodiamantjes - minuscule koolstofkristalletjes die een paar honderdduizend maal zo klein zijn als een zandkorrel. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepubliceerd in Nature Astronomy. De nanodiamantjes zijn vermoedelijk gecondenseerd uit oververhitte koolstofdamp in stervormingsgebieden. Naar schatting bevatten ze ca. 1 à 2 procent van alle koolstofatomen in de betreffende protoplanetaire schijven. (GS)
Meer informatie:
Diamond Dust Shimmering Around Distant Stars (origineel persbericht)

   
8 juni 2018 • Zestienjarige Kim Bui wint Sterrenkundeolympiade 2018
De zestienjarige scholier Kim Bui van de Helen Parkhurstschool in Almere (5 VWO) heeft de Nederlandse Sterrenkundeolympiade 2018 gewonnen en mag een week op waarneemreis naar het Canarische Eiland La Palma, waar grote professionele telescopen staan. De Sterrenkundeolympiade is een jaarlijks terugkerende sterrenkundewedstrijd voor de bovenbouw HAVO/VWO. De tweede prijs, een telescoop, ging naar Sverre Creuwels van het Carolus Borromeus College in Helmond (6 VWO) en de derde prijs, een Raspberry Pi, was voor Arnaud Saint-Genez van OSG Erasmus in Almelo (5 VWO). De wedstrijd wordt beurtelings georganiseerd door een van de vier NOVA-instituten (de sterrenkundige instituten aan de universiteiten van Amsterdam, Groningen, Leiden en Nijmegen). Dit jaar was de eer aan het Anton Pannekoek Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Uit de voorronde, die sloot op 1 mei, werden de 13 beste inzendingen geselecteerd voor de finale, die plaatsvond van 6-8 juni in Amsterdam. Tijdens deze drie dagen gaven onderzoekers van het Anton Pannekoek Instituut masterclasses over onderwerpen die zij bestuderen. Denk aan neutronensterren en snelle radioflitsen. Hierna moesten de finalisten vragen beantwoorden over deze onderwerpen. Daarbij eindigde Kim nipt op de eerste plaats. Naast het wetenschappelijke programma was er ook tijd voor sociale activiteiten met een sterrenkundig tintje.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
7 juni 2018 • Marsbodem is rijk aan organische verbindingen en stoot methaan uit
Gegevens van de Marsrover Curiosity wijzen erop dat het methaan op Mars in elk geval voor een deel opgesloten zit in kristallen van bevroren water. Verder laat een nieuwe analyse van boormonsters die door Curiosity zijn verzameld zien dat de bodem van Mars – zoals al werd vermoed – rijk is aan organische verbindingen (Science, 8 juni). Dat de Marsatmosfeer kleine hoeveelheden methaan bevat was al langer bekend, maar over de oorsprong ervan bestond nog veel onduidelijkheid. Op aarde is het meeste methaan afkomstig van biologische bronnen – levende organismen dus. Maar daarnaast bestaan er ook tal van niet-biologische bronnen van methaangas. Uit drie Marsjaren (ruim vijf aardse jaren) van metingen blijkt nu dat de hoeveelheid methaan in de Marsatmosfeer met de seizoenen op en neer gaat. Aan het einde van de zomer op het noordelijk halfrond c.q. het einde van de winter op het zuidelijk halfrond van de planeet is steevast een piek te zien. De wetenschappers die de gegevens hebben geanalyseerd hebben nog geen definitieve verklaring voor deze seizoenscylcus. Volgens hen kunnen veel van de tot nu toe aangedragen suggesties dit golfgedrag niet verklaren – ook de suggestie dat de oorzaak bij meteorenregens ligt niet. Het lijkt hen het meest waarschijnlijk dat er in de koude ondergrond van Mars methaanhydraten (ook wel clathraten) genoemd zitten. Dat zijn ijskristallen waarin methaanmoleculen opgesloten zitten. Seizoensgebonden temperatuurvariaties zouden er de oorzaak van zijn dat er af en toe flinke hoeveelheden van dit gas ontsnappen. Chemische analyses van boormonsters die Curiosity op twee plaatsen in de Gale-krater heeft verzameld, laat zien dat de bodem van de planeet allerlei organische (koolstofhoudende) moleculen bevat. Het materiaal is afkomstig uit 3 miljard jaar oud gesteente dat onder natte omstandigheden is ontstaan. De wetenschappers die bij het onderzoek zijn betrokken vermoeden dat de gevonden (relatief kleine) moleculen fragmenten van grotere organische moleculen kunnen zijn. Of dat ook betekent dat er ooit levende organismen op Mars zijn geweest, kan op basis van dit onderzoek niet worden vastgesteld. (EE)
Meer informatie:
Mars exhumes methane on a seasonal cycle, Curiosity reveals; rover also detects ancient organic matter

   
7 juni 2018 • Magnetische velden spelen belangrijke rol bij de stervorming
Een internationaal team van astronomen heeft magnetische velden in de ruimte ontdekt die licht kunnen werpen op het ontstaan van sterren. De zeer subtiele magnetische velden zijn waargenomen in de ‘Zuilen der schepping’ – een structuur die beroemd werd dankzij een iconische opname van de Hubble-ruimtetelescoop. De ‘zuilen’ bestaan uit kosmisch stof en koud gas van (relatief) hoge dichtheid en hebben kraamkamers van de sterren aan hun uiteinden. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de magnetische velden die in de lengterichting langs de zuilen lopen loodrecht op de velden in het omringende geïoniseerde gas staan. Volgens de astronomen wijst dit erop dat het ontstaan van de zuilen te danken is aan het magnetische veld. De sterkte en de vorm ervan suggereren dat het veld de vorming van globulen – dichte gaswolken waaruit sterren ontstaan – afremt. Anders gezegd: het magnetische veld voorkomt dat de zuilen snel verbrokkelen. De ontdekking is gedaan met de James Clerk Maxwell Telescope op Hawaï. Deze telescoop, die submillimeterstraling detecteert, is uitgerust met een polarimeter. Met dat instrument is aangetoond dat het licht van de zuilen gepolariseerd is. De polarisatierichting van dit licht heeft de richting van het magnetische veld ter plaatse aan. (EE)
Meer informatie:
Magnetic Fields Could Hold The Key To Star Formation

   
6 juni 2018 • Nog meer raadselachtige ‘gaswolken’ ontdekt in centrum Melkweg
Astronomen hebben opnieuw een aantal objecten in het centrum van ons Melkwegstelsel ontdekt die zich voordoen als gaswolken, maar zich gedragen als sterren. De compacte, stofrijke stellaire objecten bewegen met hoge snelheden om het superzware zwarte gat dat zich daar schuilhoudt. De eerste van deze raadselachtige objecten, G1, werd in 2004 ontdekt. Acht jaar later volgde G2. Van beide werd vermoed dat het gaswolken waren, totdat ze dicht in de buurt van het zwarte gat kwamen. Gewone gaswolken zouden bij die gelegenheid aan flarden zijn getrokken, maar G1 en G2 overleefden het. En nu zijn er dan ook G3, G4 en G5. Vermoed wordt dat de G-objecten in feite sterk opgezwollen sterren zijn – sterren die zo groot zijn geworden dat het centrale zwarte gat gas aan hen kan onttrekken, maar die een stevige kern hebben die de boel nog een beetje bij elkaar houdt. De grote vraag is waarom deze sterren zo groot zijn. Een mogelijke verklaring is dat het oorspronkelijk dubbelsterren zijn geweest. Deze sterparen zouden, onder invloed van de zwaartekracht van het zwarte gat, met elkaar samengesmolten zijn. In de nasleep van zo’n stellaire fusie zou de atmosfeer van het uiteindelijke object sterk opzwellen. Dat laatste zou overigens maar tijdelijk zo zijn. Na een miljoen jaar of zo komt de atmosfeer weer tot rust, en blijft een normaal ogende ster achter. De nieuwe ontdekkingen zijn gepresenteerd tijdens de 232ste bijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in Denver wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
More Mystery Objects Detected Near Milky Way’s Supermassive Black Hole

   
6 juni 2018 • Is bolhoop NGC 6441 een voormalig sterrenstelsel?
Wetenschappers en studenten van Saint Martin’s University in de staat Washington (VS) hebben, aan de hand van gegevens van de Europese satelliet Gaia, ontdekt dat de bolvormige sterrenhoop NGC 6441 sterren verliest. Dat wijst erop dat de bolhoop ooit deel heeft uitgemaakt van een groter geheel. Het zou het restant van een klein sterrenstelsel kunnen zijn. Rond ons Melkwegstelsel zwermen ongeveer 150 bolvormige sterrenhopen – bolvormige verzamelingen van sterren die door de zwaartekracht bijeengehouden worden. Opmerkelijk is dat de zwaarste van die bolhopen uit een nogal gemêleerde populatie van sterren bestaan, die zich niet gemakkelijk laat verklaren. Een mogelijk scenario is dat het de kernen van voormalige sterrenstelsels zijn, die lang geleden door de Melkweg zijn ingevangen. Daarbij zouden ze een groot deel van hun sterren zijn kwijtgeraakt. NGC 6441 is de op vier na grootste bolvormige sterrenhoop van de Melkweg. Gegevens van de Gaia-satelliet hebben nu bevestigd dat in de omgeving van NGC 6441 sterren te vinden zijn die met de bolhoop meebewegen. Twee daarvan hebben zich van ons uit gezien al een kwart graad van het centrum van NGC 6441 verwijderd. En in de omgeving van de bolhoop zijn nog meer ontsnapte sterren te zien. Het lijkt er dus op dat NGC 6441 sterren aan het verliezen is en vroeger dus (nog) meer massa heeft gehad dan nu. Het zou dus best eens een ‘gestript’ sterrenstelsel kunnen zijn, al is het mogelijke verband tussen bolvormige sterrenhopen en dwergsterrenstelsels nog steeds een punt van discussie. De resultaren van dit onderzoek zijn gepresenteerd tijdens de 232ste bijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in Denver wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Use Gaia to Confirm Extra-Tidal Stars Surrounding the Massive Globular Cluster NGC 6441