26 mei 2017 • Maansonde geraakt door micrometeoroïde
De Amerikaanse maanverkenner LRO (Lunar Reconnaissance Orbiter), die in juni 2008 werd gelanceerd en al bijna negen jaar in een baan om de maan draait, is op 13 oktober 2014 geraakt door een klein kosmisch 'zandkorreltje' - een zogeheten micrometeoroïde. Dat is de enige verklaring die onderzoekers kunnen bedenken voor de hier afgebeelde bibberige foto van de maan, die op dat moment lijn voor lijn werd opgebouwd door het camerasysteem van LRO. Uit een analyse van de vastgelegde trillingen blijkt dat het kosmische korreltje een middellijn had van nog geen millimeter. Het bewoog echter met een snelheid van ca. 7 kilometer per seconde door de ruimte, dus ondanks de geringe massa was er toch sprake van een forse bewegingsenergie - voldoende om de ruimtesonde tijdelijk aan het trillen te brengen. Volgens de onderzoekers zijn dergelijke 'inslagen' overigens buitengewoon zeldzaam. (GS)
Meer informatie:
Lunar Reconnaissance Orbiter Camera Survives Meteoroid Hit (origineel persbericht)

   
26 mei 2017 • Eerste steen gelegd voor Europese monstertelescoop
Vandaag heeft de president van de Republiek Chili, Michelle Bachelet Jeria, de ceremonie bijgewoond waarbij de eerste steen is gelegd van ESO’s Extremely Large Telescope (ELT). De ceremonie vond plaats op ESO’s Paranal-sterrenwacht, dicht bij de locatie van de toekomstige reuzentelescoop in het noorden van Chili. Deze mijlpaal luidde het begin in van de bouw van de koepel en de hoofdstructuur van de grootste optische telescoop ter wereld en is het begin van een nieuw tijdperk in de astronomie. Het evenement markeerde ook de aansluiting van de sterrenwacht op het nationale stroomnet van Chili. Met zijn 39 meter grote hoofdspiegel zal de Extremely Large Telescope (ELT) de grootste optische/infrarood-telescoop ter wereld zijn en de telescoopbouw naar een geheel nieuw plan tillen. Hij zal worden ondergebracht in een enorme draaibare koepel met een middellijn van 85 meter – ruwweg de grootte van een voetbalveld. De ELT zal het grootste ‘oog’ zijn dat ooit op de hemel is gericht en kan onze kijk op het heelal radicaal veranderen. Hij zal een breed scala aan wetenschappelijke uitdagingen aangaan, zoals het zoeken naar tekenen van leven op aarde-achtige exoplaneten, het bestuderen van de aard van donkere energie en donkere materie en het waarnemen van de vroegste stadia van het heelal. Daarnaast zal hij nieuwe onvermoede vragen opwerpen en middels nieuwe technologie en technische doorbraken het leven hier op aarde veraangenamen. Het streven is om de ELT in 2024 zijn eerste licht te laten opvangen.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
25 mei 2017 • Eerste resultaten van de Juno-missie bij Jupiter gepubliceerd
In het wetenschappelijke tijdschrift Science berichten wetenschappers over de eerste resultaten van de Juno-missie bij Jupiter. Het is nog te vroeg voor eindconclusies, maar het begint erop te lijken dat de grote gasplaneet anders in elkaar zit dan tot nu toe werd vermoed. Op 27 augustus 2016 maakte de ruimtesonde Juno zijn eerste scheervlucht langs Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel. Sindsdien is dat nog vijf keer gebeurd, en er volgen er nog zeven. Doel hiervan is om meer te weten te komen over de atmosfeer, het magnetische veld en het inwendige van Jupiter. Anders dan de ruimtesondes die Jupiter eerder hebben verkend, volgt Juno een baan die hem over beide polen van de planeet voert. De opnamen die hij daarbij heeft gemaakt, tonen een chaotisch tafereel van heldere ovale structuren. Dat zijn cyclonen die afmetingen tot 1400 kilometer kunnen bereiken. Van de karakteristieke bandenstructuur die de Jupiteratmosfeer op lagere breedten laat zien is rond de polen niets meer terug te vinden. Bij thermisch onderzoek van de Jupiteratmosfeer is ontdekt dat rond de evenaar ammoniak uit de diepte opwelt. Dat resulteert in een weersysteem dat overeenkomsten vertoont met de zogeheten Hadleycellen op aarde: de circulaties waarbij warme lucht bij de evenaar opstijgt en vervolgens richting noord- en zuidpool stroomt. Wat zich in het hart van Jupiter afspeelt is echter nog onduidelijk. Metingen van het zwaartekrachtveld van de planeet hebben tot nu toe geen uitsluitsel kunnen geven over de vraag of deze – zoals voorspeld – een vaste rotsachtige kern ter grootte van de aarde heeft. Sommige onderzoekers leiden uit de Juno-metingen af dat die kern veel groter is en niet scherp begrensd: hij zou geleidelijk overgaan in de hoger gelegen mantel van samengeperste waterstof. Over het magnetische veld van Jupiter kan al wel iets concreets worden gezegd: dat is ruwweg tien keer zo sterk als het aardmagnetische veld, en daarmee ook aanzienlijk sterker dan de bestaande modellen voor het inwendige van de planeet hadden voorspeld. Verder blijkt uit de eigenschappen van Jupiters magnetische veld dat de ‘dynamo’ die dit veld opwekt zich relatief dicht onder het ‘oppervlak’ van de planeet bevindt. (EE)
Meer informatie:
First results from Juno show cyclones and massive magnetism

   
25 mei 2017 • Zware ster ging als nachtkaars uit
Voor het eerst in de geschiedenis lijken astronomen getuige te zijn geweest van het ontstaan van een zwart gat. Een zware ster in het 22 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel NGC 6946 is als een nachtkaars uitgegaan – zo blijkt uit waarnemingen met de Large Binocular Telescope en de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 25 mei). De ster, die N6946-BH1 heet, viel op doordat hij in 2009 een beetje helderder werd. Maar toen astronomen in 2015 opnieuw een telescoop op hem richtten, was hij verdwenen. Alle pogingen om een zwak overblijfsel van de ster op te sporen, zijn op niets uitgelopen. Normaal gesproken eindigen zware sterren hun (korte) bestaan met een zeer heldere supernova-explosie. Maar het lijkt er dus op dat sommige heel zware sterren dat lot weten te ontlopen. Dat zou ook kunnen verklaren waarom maar relatief weinig supernova’s worden waargenomen die aan de explosie van een zware ster kunnen worden toegeschreven. Hoe vaak zo’n supernova ‘mislukt’, is nog onduidelijk. Bij een gerichte zoekactie naar zulke objecten is maar één exemplaar ontdekt – N6946-BH1 dus. In diezelfde periode zijn in de onderzochte sterrenstelsels zes normale supernova’s geregistreerd. Dat wijst erop dat tien tot dertig procent van alle zware sterren rechtstreeks ineenstorten tot een zwart gat. (EE)
Meer informatie:
The big star that couldn’t become a supernova

   
24 mei 2017 • Hyper-productieve sterrenstelsels ontdekt nabij verre quasars
Astronomen hebben een nieuw soort sterrenstelsel ontdekt, dat al minder dan een miljard jaar na de oerknal bestond. De verre sterrenstelsels produceren sterren in een tempo dat meer dan honderd keer zo hoog ligt als dat van onze eigen Melkweg. De ontdekking, waarbij onder meer de Nederlander Bram Venemans betrokken is, kan een eerdere ontdekking helpen verklaren: die van een populatie verrassend zware sterrenstelsels in het vroege heelal (Nature, 25 mei). Toen astronomen een aantal jaren geleden ongewoon zware sterrenstelsels op afstanden van ruwweg 12 miljard lichtjaar ontdekten, ontstond een probleem. Hoe waren deze stelsels er, amper 1,5 miljard jaar na de oerknal, al in geslaagd om zoveel sterren te vormen? Het antwoord op deze vraag wordt gezocht bij de populatie van nog jongere, hyperactieve sterrenstelsels die nu is ontdekt. De nieuwe stelsels zijn bij toeval opgespoord met de ALMA-telescoop in het noorden van Chili. Met deze opstelling van radioschotels wilden de astronomen eigenlijk de stervormingsactiviteit onderzoeken van de moederstelsels waarin quasars (actieve superzware zwarte gaten) huizen. Daarbij ontdekten zij in vier gevallen een naburig sterrenstelsel dat in hoog tempo nieuwe sterren vormt. Volgens de astronomen kan het haast geen toeval zijn dat deze productieve stelsels in de buurt van quasars te vinden zijn. Vermoed wordt dat quasars ontstaan in gebieden in het heelal waar de materiedichtheid veel hoger is dan gemiddeld. Diezelfde omstandigheid zou ook heel gunstig moeten zijn voor de vorming van nieuwe sterren. Bij de ALMA-waarnemingen is overigens ook een voorbeeld gevonden van twee sterrenstelsels die in botsing zijn. Dat is het bewijs dat fusies tussen sterrenstelsels al in de begintijd van het heelal optraden. (EE)
Meer informatie:
Newly Discovered Fast-Growing Galaxies Could Solve Cosmic Riddle

   
24 mei 2017 • NASA-missie naar ‘metalen planetoïde’ vervroegd
Psyche, de NASA-ruimtemissie naar de gelijknamige planetoïde, is een jaar naar voren geschoven. De lancering zal nu plaatsvinden in de zomer van 2022, wat grote gevolgen heeft voor de geplande aankomst: die zal nu al in 2026 zijn – vier jaar eerder dan volgens het oorspronkelijke schema. De oorzaak ligt bij de route die de ruimtesonde gaat volgen. In het oorspronkelijke plan zou Psyche een jaar na de lancering eerst nog een scheervlucht langs de aarde maken, om meer snelheid te krijgen. Deze ‘tussenstop’ kan nu worden geschrapt, waardoor alleen de geplande scheervlucht langs Mars (in 2023) overblijft. De efficiëntere route betekent niet alleen dat de bestemming eerder wordt bereikt: de missie wordt daardoor ook goedkoper. Wel moet het vermogen van de ionenmotor van de ruimtesonde worden ‘opgevoerd’. Dat gebeurt door hem van grotere, kruisvormige zonnepanelen te voorzien. Planetoïde Psyche draait tussen de planeten Mars en Jupiter in een baan om de zon. Ze bestaat vrijwel volledig uit nikkel en ijzer, wat wetenschappers doet vermoeden dat het om de ontmantelde kern van een vroegere protoplaneet gaat. Het onderzoek van Psyche moet meer inzicht geven in de ontstaansgeschiedenis van de aarde en de overige rotsachtige planeten van ons zonnestelsel. (EE)
Meer informatie:
NASA Moves Up Launch of Psyche Mission to a Metal Asteroid

   
24 mei 2017 • ‘Burgerwetenschappers’ ontdekken nieuwe supernova
De jacht op supernova’s (exploderende sterren) waarvoor Australische astronomen onlangs vrijwilligers zochten, heeft al een eerste treffer opgeleverd. Twee ‘burgerwetenschappers’ uit België en Schotland hebben een supernova ontdekt die zich afspeelt – of eigenlijk: heeft afgespeeld – in een sterrenstelsel op 970 miljoen lichtjaar van de aarde. De ruim 700 vrijwilligers die zich tot nu toe bij het project hebben aangemeld, nemen recente hemelopnamen onder de loep die met de 1,3-meter SkyMapper-telescoop van het Australische Siding Spring Observatory zijn gemaakt. Door foto’s van hetzelfde stuk sterrenhemel die op verschillende tijdstippen zijn gemaakt met elkaar te vergelijken, kunnen sterrenstelsels worden onderzocht op ‘verdachte’ nieuwe heldere objecten. De supernova die nu door Elisabeth Baeten en Alan Craggs is opgespoord is van het type Ia. Dat is het type supernova dat kan worden gebruikt om de uitdijingssgeschiedenis van het heelal in kaart te brengen. Daarnaast zijn nog zeven andere potentiële supernova’s ontdekt, maar die moeten nog worden geverifieerd. (EE)
Meer informatie:
Volunteers help astronomers find star that exploded 970 million years ago

   
24 mei 2017 • Onderzoek naar crash Europese Marslander afgerond
Het onderzoek naar de crashlanding van de Europese Marslander Schiaparelli, op 19 oktober vorig jaar, heeft uitgewezen dat tegenstrijdige informatie ertoe heeft geleid dat de boordcomputer in de war raakte, en de afdalingsprocedure vroegtijdig afsloot. Verder lijkt zo’n beetje alles aan boord goed te hebben gewerkt. Ongeveer drie minuten nadat Schiaparelli de Marsatmosfeer was binnengegaan, ging zijn parachute geheel volgens plan open. In reactie hierop begon de landingsmodule echter onverwacht snel te draaien. Dit resulteerde in een kortstondige ‘oververzadiging’ van de inertiële meeteenheid, het instrument waarmee de rotatiesnelheid van de lander wordt gemeten. Als gevolg hiervan werd de boordcomputer ‘gevoerd’ met onjuiste informatie over de stand van de Marslander en gaven berekeningen van de hoogte boven het planeetoppervlak aan dat deze zich inmiddels beneden grondniveau zou moeten bevinden. Daarop besloot de computer om de parachute en het achterschild af te stoten en te doen of de landing al een feit was. In werkelijkheid bevond Schiaparelli zich op dat moment nog op een hoogte van 3,7 kilometer en sloeg hij even later met een snelheid van 540 kilometer per uur te pletter. David Parker, verantwoordelijk directeur van het Europese ruimteagentschap ESA, is tevreden over het onderzoek. Tegelijkertijd benadrukt hij dat ESA op een aantal punten is tekortgeschoten bij de voorbereiding van de landingsmissie. Een geluk bij een ongeluk is dat de ‘oververzadiging’ van de meeteenheid een aantal andere zwakke punten in de landingsprocedure aan het licht heeft gebracht. Deze lessen zullen worden gebruikt om de volgende Marslanding, die voor 2021 op het programma staat, een grotere kans van slagen te geven. (EE)
Meer informatie:
Schiaparelli landing investigation completed

   
23 mei 2017 • Tweede zwart gat ontdekt in sterrenstelsel Cygnus A?
In de kern van Cygnus A, een groot radiosterrenstelsel op 800 miljoen lichtjaar van de aarde, is mogelijk een tweede superzwaar zwart gat ontdekt. Radioastronomen detecteerden met de Amerikaanse Very Large Array een opvallende bron van radiostraling op 1500 lichtjaar afstand van de kern van het stelsel, die in eerdere waarnemingen (1996) niet zichtbaar was. Metingen met andere instrumenten heeft het bestaan van de tweede bron bevestigd. Cygnus A is een van de bekendste radiosterrenstelsels, in het sterrenbeeld Zwaan. De radiostraling is afkomstig uit de omgeving en van de jets (straalstromen) van een kolossaal zwart gat in de kern van het stelsel. De nieuw ontdekte radiobron kan volgens de onderzoekers geen supernova-explosie zijn; daarvoor is hij te helder. Vermoedelijk gaat get om een tweede zwart gat dat in de afgelopen twintig jaar een grotere activiteit is gaan vertonen. De ontdekking zou erop kunnen wijzen dat Cygnus A in het astronomisch recente verleden een kleiner sterrenstelsels heeft opgeslokt. Na zo'n versmelting eindigen de centrale zwarte gaten van de twee botsende sterrenstelsels in een baan om elkaar heen. De ontdekking wordt gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
VLA Reveals New Object Near Supermassive Black Hole in Famous Galaxy (origineel persbericht)

   
22 mei 2017 • Radioactiviteit kan energiebron zijn voor buitenaards leven
Het verval van radioactieve elementen zoals uranium, kalium en thorium kan indirect een voedingsbron vormen voor buitenaards leven, aldus Amerikaanse onderzoekers in een artikel in Astrophysical Journal Letters. Daarbij gaat het vooral om hemellichamen met vloeibaar water onder het oppervlak ('waterwerelden'), zoals de Jupitermaan Europa, de Saturnusmaan Enceladus en de dwergplaneten Ceres en Pluto. Onlangs is ontdekt dat er op Enceladus onderzeese heetwaterbronnen voorkomen. Door het proces van serpentinisatie - een reactie van water met ijzerhoudende mineralen - worden watermoleculen in zulke bronnen gesplitst in waterstof en zuurstof. Moleculair waterstof kan als energiebron dienen voor micro-organismen. Een team onder leiding van Alexis Bouquet van de University of Texas in San Antonio en het Southwest Research Institute concludeert nu dat watermoleculen ook gesplitst kunnen worden door de straling die vrijkomt bij het verval van radioactieve elementen in de kern van het hemellichamen - een proces dat radiolyse wordt genoemd. Volgens de modelberekeningen is radiolyse in sommige gevallen een vrijwel even belangrijke bron van moleculair waterstof als serpentinisatie. Dat zou betekenen dat er ook micro-organismen zouden kunnen leven op 'waterwerelden' zónder onderzeese heetwaterbronnen. (GS)
Meer informatie:
Study Shows How Radioactive Decay Could Support Extraterrestrial Life (origineel persbericht)

   
22 mei 2017 • Botsende planeten kunnen leiden tot de vorming van een 'synestia'
Wanneer twee roterende planeten met elkaar in botsing komen, kan er tijdelijk een groot, donut-vormig hemellichaam van verdampt gesteente ontstaan. Dat concluderen Amerikaanse geologen op basis van gedetailleerde modelberekeningen. In een artikel in Journal of Geophysical Research noemen ze zo'n object (qua structuur vergelijkbaar met een rood bloedlichaampje) een 'synestia' ('syn' betekent 'samen'; Estia was de Griekse godin van de architectuur). Grootte en vorm van het bizarre object worden mede bepaald door de massa, de rotatiesnelheid en de botsingskenmerken van de twee planeten. In het geval van de botsing van twee aarde-achtige planeten zal een dergelijke structuur binnen ca. honderd jaar afkoelen en condenseren tot één rotsachtig hemellichaam, maar bij de botsing van grotere objecten, zoals gasvormige reuzenplaneten of sterren, kan de donutvorm veel langer blijven bestaan, aldus de onderzoekers. De nieuwe inzichten werpen mogelijk ook een ander licht op de ontstaansgeschiedenis van de maan. Die zou een paar miljard jaar geleden gevormd zijn uit de brokstukken van een botsing tussen de aarde en een kleinere planeet. Mogelijk zijn aarde en maan na die botsing beide gecondenseerd uit een oververhitte synestia. (GS)
Meer informatie:
Researchers Propose New Type of Planetary Object (origineel persbericht)

   
22 mei 2017 • Antimaterie in Melkwegstelsel afkomstig van supernova's
Volgens Australische astronomen is de meeste antimaterie in ons Melkwegstelsel afkomstig van relatief zwakke supernova-explosies. In Nature Astronomy schrijven de onderzoekers dat botsende en versmeltende witte dwergen - extreem oude, uitgebluste sterren -  een thermonucleaire explosie ondergaan, waarbij antimaterie wordt geproduceerd. Antimaterie bestaat uit deeltjes die in veel opzichten tegenovergestelde eigenschappen hebben dan 'normale' deeltjes (bijvoorbeeld elektrische lading, spin, enzovoort). Wanneer materie en antimaterie met elkaar in aanraking komt, worden de deeltjes volledig omgezet in hoogenergetische gammastraling. Die gammastraling, met een karakteristieke energie, is inderdaad waargenomen in het Melkwegstelsel, maar de herkomst van de antimaterie was tot op heden niet bekend. Eerder werd al geopperd dat de antimaterie afkomstig zou zijn van het zwarte gat in de kern van het Melkwegstelsel, of van de annihilatie van donkere materie. Volgens de Australische astronomen is de herkomst echter veel minder exotisch. (GS)
Meer informatie:
Scientists solve mystery of how most antimatter in the Milky Way forms (origineel persbericht)

   
22 mei 2017 • Baan van zevende TRAPPIST-planeet nu ook bepaald
Dankzij waarnemingen van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler is nu ook de omlooptijd bepaald van de buitenste van de zeven planeten die vorig jaar ontdekt werden rond de ultrakoele dwergster TRAPPIST-1, op 40 lichtjaar afstand van de aarde. Alle zeven planeten draaien in zeer kleine banen rond hun moederster: het hele planetenstelsel past gemakkelijk binnen de baan van de planeet Mercurius, de binnenste planeet in ons eigen zonnestelsel. Planeet TRAPPIST-1h blijkt een omlooptijd te hebben van 18 dagen en 18 uur - precies de waarde die eerder op basis van theoretische overwegingen al was voorspeld. De Kepler-waarnemingen van TRAPPIST-1 werden op 8 maart vrijgegeven. Astronomen uit Bern en Seattle gingen er direct mee aan de slag. Na 60 uur continu gewerkt te hebben aan de data-analyse was duidelijk dat TRAPPIST-1h zich in de verwachte 'resonantie-baan' bevindt: de planeet maakt twee omlopen rond de dwergster in dezelfde tijd waarin TRAPPIST-1g drie omlopen voltooit, en TRAPPIST-1f vier. Mede dankzij die baanresontanties is het extreem compacte planetenstelsel stabiel. Uit de analyse, die gepubliceerd is in Nature Astronomy, blijkt ook dat de planeet een temperatuur heeft van ca. 100 graden onder nul, dat de moederster een rotatieperiode heeft van 3,3 dagen, en dat de ster ouder is dan tot nu toe werd aangenomen. (GS)
Meer informatie:
Astronomers Confirm Orbital Details of TRAPPIST-1’s Least Understood Planet (origineel persbericht)

   
22 mei 2017 • ASKAP-telescoop vindt eerste korte radiofilts
Met de Australian SKA Pathfinder-telescoop (ASKAP) is voor het eerst een zogeheten korte radioflits (fast radio burst, FRB) gevonden. Deze mysterieuze flitsen van radiostraling, die hooguit een paar milliseonden duren en afkomstig zijn van extreem grote afstanden in het heelal, komen vele tientallen malen per dag ergens aan de hemel voor, maar tot nu toe zijn er pas ruim twintig gedetecteerd - niemand weet van tevoren waar de volgende flits verschijnt, en vanwege hun korte duur zijn ze moeilijk waarneembaar. ASKAP, in West-Australië, is een in aanbouw zijnd netwerk van 36 onderling gekoppelde radioschotels; momenteel zijn er 12 standaard in gebruik. De ontdekking van FRB170107 (op 7 januari, in het sterrenbeeld Leeuw) werd gedaan met slechts 8 antennes. Die waren daartoe zodanig opgesteld dat ze elk in een net iets andere richting keken, zodat in totaal een gebied aan de hemel in de gaten werd gehouden dat ongeveer duizend maal zo groot is als het schijnbare oppervlak van de volle maan. De Australische astronomen, die hun ontdekking vandaag publiceren in Astrophysical Journal Letters, verwachten dat ASKAP in de nabije toekomst misschien wel een paar korte radioflitsen per week zal kunnen detecteren. De hoop is dat dan ook meer duidelijk zal worden over de herkomst - vermoedelijk gaat het om krachtige uitbarstingen op compacte neutronensterren. (GS)
Meer informatie:
ASKAP Telescope to Rule Radio-Burst Hun (origineel persbericht)

   
22 mei 2017 • Secundaire spiegel voor Extremely Large Telescope met succes gegoten
Bij glasfabriek SCHOTT in Mainz, Duitsland, is met succes de secundaire spiegel (M2) voor de toekomstige Extremely Large Telescope (ELT) gegoten. De 4,2 meter grote convexe ('bolle') spiegel moet nu eerst langzaam afkoelen, en wordt daarna geslepen en gepolijst in Frankrijk. Hij komt ondersteboven in de ELT te hangen, boven de 39 meter grote hoofdspiegel (M1), die uit vele honderden zeshoekige segmenten gaat bestaan. Op 26 mei 2017 wordt officieel de eerste steen gelegd voor de bouw van de ELT, op Cerro Armazones in Noord-Chili. De reuzentelescoop moet in 2024 in gebruik worden genomen. (GS)
Meer informatie:
Secondary Mirror of ELT Successfully Cast (origineel persbericht)

   
20 mei 2017 • Wispelturige ster speelt weer op
‘Tabby’s ster’ – de meest spraakmakende veranderlijke ster van de afgelopen jaren – roert zich weer eens. Sinds vrijdag (19 mei) vertoont de helderheid van de ster weer een duidelijke afname. Astronomen twitteren er inmiddels al lustig op los om zoveel mogelijk telescopen op de wispelturige ster, die officieel KIC 8462852 heet, te kunnen richten. KIC 8462852 is een onooglijke ster in het sterrenbeeld Zwaan, op 1300 lichtjaar van de aarde. In 2015 merkte een team van astronomen, onder leiding van Tabetha (‘Tabby’) Boyajian van de Yale-universiteit, op dat deze ster op onvoorspelbare momenten tijdelijk in helderheid afneemt. Uit gegevens van de Kepler-satelliet bleek later dat de ster in maart 2011 en februari 2013 een nog sterkere helderheidsafname had vertoond. En daarnaast laat de gemiddelde helderheid van KIC 8462852 ook nog eens een dalende trend zien. De afgelopen jaren zijn verschillende verklaringen voor dit merkwaardige gedrag geopperd, waaronder zelfs de mogelijkheid dat er een kolossaal bouwsel van een buitenaardse beschaving rond de ster wentelt. De meeste astronomen houden het er echter op dat er een zwerm van kometen, planetoïden of ander planetair puin om de ster draait. Een andere mogelijkheid is dat het de ster zelf is die onregelmatige helderheidsveranderingen vertoont. Wellicht dat de waarnemingen die de komende dagen worden gedaan, meer inzicht kunnen geven in het gedrag van Tabby’s ster. (EE)
Meer informatie:
Astronomers scramble as ‘alien megastructure’ star dims again

   
18 mei 2017 • Grote 3D-kaart gemaakt van het heelal
Astronomen hebben voor het eerst een kaart van de grootschalige structuur van het heelal gemaakt die volledig is gebaseerd op de ruimtelijke posities van quasars. Quasars zijn de intens heldere kernen van verre sterrenstelsels, die hun energie ontlenen aan materie-verslindende superzware zwarte gaten. Omdat quasars zo helder zijn, zijn ze tot op kolossale afstanden waarneembaar. Het licht van veel van deze objecten is uitgezonden toen zon en aarde nog niet eens bestonden: meer dan 4,5 miljard jaar geleden dus. Bij het maken van de nieuwe kaart hebben de astronomen gebruik gemaakt van de Sloan Foundation Telescope, een betrekkelijk klein instrument dat staat opgesteld in New Mexico (VS). Met deze telescoop zijn de posities en afstanden van meer dan 147.000 quasars gemeten. Op die manier is de ruimtelijke verdeling van de quasars in kaart gebracht. De resultaten van het nieuwe onderzoek zijn in overeenstemming met het standaardmodel dat kosmologen sinds een jaar of twintig gebruiken. Volgens het standaardmodel volgt het heelal de voorspellingen van Einsteins algemene relativiteitstheorie, al bevat het componenten waarvan we de gevolgen wel kunnen meten, maar waarvan we de oorzaak niet begrijpen: donkere materie en donkere energie. (EE)
Meer informatie:
Astronomers make the largest map of the Universe yet

   
18 mei 2017 • Topografische geschiedenis van Saturnusmaan Titan lijkt op die van Mars
Onderzoek door Amerikaanse geologen wijst erop dat Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, in topografisch opzicht meer weg heeft van de planeet Mars lijkt dan van de aarde. Dat komt waarschijnlijk door het ontbreken van platentektoniek (Science, 19 mei). Het landschap van Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, ziet er op het eerste gezicht vertrouwd uit. Er zijn wolken, het regent zo nu en dan, en er zijn rivieren die uitmonden in meren en zeeën. In dat opzicht doet Titan denken aan de aarde, al bestaan de regen en het rivierwater uit vloeibare methaan in plaats van water. De geologen hebben dit rivierenstelsel in kaart gebracht, en vergeleken met de (vroegere) rivierenstelsels op aarde en de inmiddels opgedroogde planeet Mars. Voor alledrie is nagegaan in welke richting elke rivier lijkt (of leek) te stromen. Deze gegevens zijn gebruikt om een completer beeld te krijgen van de hoogteverschillen op Titan. Dat was nodig, omdat de ruimtesonde Cassini bij zijn vele passages van Titan slechts ruwe topografische informatie heeft kunnen verzamelen. Om rechtstreekse vergelijking met de hoogteverschillen op de aarde en Mars mogelijk te maken, zijn de kaarten van de beide laatste werelden zodanig ‘vervaagd’ dat ze net zo weinig details laten zien als de kaart van Titan. Uit dit vergelijkende onderzoek blijkt dat de rivierenloop op Titan sterke overeenkomsten vertoont met die op Mars, en duidelijk afwijkt van die op aarde. Dat laat zich volgens de onderzoekers vrij eenvoudig verklaren: anders dan de aarde hebben Titan en Mars geen platentektoniek gekend. Hun korst bestaat dus niet uit losse platen die geregeld tegen elkaar botsten. En hierdoor ontstaan niet voortdurend nieuwe bergruggen, die de loop van de rivieren zouden veranderen. Net als op Mars zijn de belangrijkste hoogteverschillen op Titan vermoedelijk al miljarden jaren geleden ontstaan. Ze hebben wel een andere oorzaak. De hoogste bergen op Mars zijn van vulkanische oorsprong, terwijl de bergen op Titan waarschijnlijk het gevolg zijn van de getijdenwerking van moederplaneet Saturnus. (EE)
Meer informatie:
Study finds history of Titan's landscape resembles that of Mars, not Earth

   
18 mei 2017 • Nog veel onduidelijkheid over maan van dwergplaneet 2007 OR10
Het nieuws dat de op twee na grootste dwergplaneet van ons zonnestelsel – 2007 OR10 – een maan heeft, lekte vorig jaar al uit. Maar nu zijn in The Astrophysical Journal Letters wat meer details over de ontdekking gepubliceerd. 2007 OR10 maakt deel uit van het exclusieve gezelschap van negen (kandidaat-)dwergplaneten die ons zonnestelsel rijk is. Van die negen zijn alleen Pluto en Eris groter dan 2007 OR10. Laatstgenoemde is, zoals zijn officiële aanduiding al aangeeft, tien jaar geleden ontdekt. Net als Pluto en Eris maakt hij deel uit van de Kuipergordel – het ijzige buitengebied van ons zonnestelsel. Dat 2007 OR10 een maan heeft, blijkt uit een nadere analyse van archiefbeelden van de Hubble-ruimtetelescoop die al in 2009 en 2010 zijn gemaakt. Aanleiding om die beelden nog eens goed onder de loep te nemen, waren waarnemingen van een andere ruimtetelescoop – Kepler – waaruit bleek dat 2007 OR10 trager roteert dan de meeste andere objecten in de Kuipergordel. Dat was een aanwijzing dat de aswenteling van dwergplaneet wordt afgeremd door de getijdenwerking van een om hem heen cirkelende maan. Uit infrarood-waarnemingen van de Europese infraroodsatelliet Herschel kan worden afgeleid dat 2007 OR10 ongeveer 1530 kilometer groot is. De diameter van zijn maan wordt geschat op 240 tot 400 kilometer. Helaas zijn er nog te weinig waarnemingen van de maan om iets definitiefs te kunnen zeggen over zijn omloopbaan. Ervan uitgaande dat hij inderdaad de oorzaak is van de trage rotatie van 2007 OR10, moet zijn omlooptijd ergens tussen de 35 en 100 dagen liggen. Hoe dan ook: het feit dat bijna alle grote dwergplaneten van ons zonnestelsel – Sedna is de enige uitzondering – manen hebben, is veelzeggend. Het ontstaan van deze manen wordt toegeschreven aan het feit dat de Kuipergordel in de begintijd van ons zonnestelsel vrij ‘vol’ was, waardoor het geregeld tot onderlinge botsingen kwam. Hierbij kon rond de wat grotere Kuipergordelobjecten een ring van puin achterblijven, die uiteindelijk samenklonterde tot een maan. (EE)
Meer informatie:
Hubble Spots Moon Around Third Largest Dwarf Planet

   
18 mei 2017 • Planeetachtig object heeft sterachtige voorgeschiedenis
Waarnemingen met de internationale (sub)millimetertelescoop ALMA bevestigen dat het eenzame planeetachtige object OTS44 is omringd door een stofrijke schijf, die sterke overeenkomsten vertoont met de protoplanetaire schijven zoals die rond jonge sterren worden aangetroffen. Dat wijst erop dat de onstaansgeschiedenis van dit relatief lichte object sterke overeenkomsten vertoont met die van een ster. Dat laatste betekent dat OTS44 waarschijnlijk is voortgekomen uit een wolk van gas en stof die onder invloed van zijn eigen zwaartekracht is samengetrokken. Volgens de bestaande modellen voor het ontstaan van sterren en planeten zou dat voor een object van deze massa – ruwweg twaalf keer de massa van de planeet Jupiter – eigenlijk niet mogelijk moeten zijn. Weliswaar zou zo’n stofwolk tijdens het samentrekken in een aantal kleinere objecten uiteen kunnen vallen, maar in de omgeving van OTS44 is maar één ander object aangetroffen, en het lijkt er niet op dat dit deel heeft uitgemaakt van een fragmenterende wolk van gas en stof. De sterkte van de straling die door het stof wordt uitgezonden wijst erop dat de stofschijf rond OTS44 stofdeeltjes met afmetingen van enkele millimeters bevat. Ook dat is verrassend: de omstandigheden in de schijf rond zo’n (relatief) licht object zouden de vorming van zulke grote stofdeeltjes niet toe mogen laten. Volgens de astronomen die OTS44 hebben onderzocht, zou de aanwezigheid van het ‘grove’ stof er uiteindelijk toe kunnen leiden dat uit de stofschijf rond het 500 lichtjaar verre object een kleine maan ontstaat. (EE)
Meer informatie:
First radio detection of lonely planet disk shows similarities between stars and planet-like objects

   
17 mei 2017 • Bruine dwergster vertoont opmerkelijk lange ‘jets’
Astronomen hebben ontdekt dat een jonge bruine dwergster in het sterrenbeeld Orion flinke hoeveelheden materie de ruimte in blaast. Het is voor het eerst dat bij zo’n ‘mislukte ster’ een jet van deze omvang is waargenomen. Met een massa die te gering is om energie op te wekken door middel van waterstoffusie, houdt een bruine dwerg het midden tussen een zware planeet en een lichte ster. Van jonge sterren is bekend dat ze jets van materie uitstoten die meer dan een lichtjaar lang kunnen zijn. Bij bruine dwergen zijn deze jets doorgaans minstens tien keer zo kort. Nieuwe opnamen, gemaakt met de SOAR-telescoop in het noorden van Chili, laten echter zien dat de jets van de bruine dwergster Mayrit 1701117 zich uitstrekken over een afstand van ruwweg driekwart lichtjaar. Ook tonen de beelden dat de uitstoot variabel is, wat erop wijst dat de materie-aanvoer naar de dwergster ongelijkmatig verloopt. De ontdekking van de relatief lange jets bij Mayrit 1701117 bevestigen het vermoeden dat de vorming van bruine dwergsterren op ongeveer dezelfde manier verloopt als die van ‘normale’ sterren. Net als sterren zijn jonge bruine dwergen omgeven door een draaiende schijf van materie die onttrokken is aan een ‘oerwolk’ van moleculair gas. Niet alle materie van deze zogeheten accretieschijf komt uiteindelijk op de bruine dwerg terecht. Een deel ervan wordt via twee tegengesteld gerichte jets die loodrecht op de schijf staan terug de ruimte in geblazen. (EE)
Meer informatie:
Punching Above Its Weight, a Brown Dwarf Launches a Parsec-Scale Jet

   
17 mei 2017 • Heldere ster Sirius is (iets) zwaarder dan gedacht
Een langlopend meetprogramma met de Hubble-ruimtetelescoop heeft nieuwe nauwkeurige bepalingen opgeleverd van de massa’s van de ster Sirius en diens kleine begeleider. Beide blijken een tikkie zwaarder te zijn dan tot nu toe werd aangenomen (The Astrophysical Journal, 8 mei). Sirius is de helderste ster die we aan de nachthemel kunnen waarnemen. Die helderheid is voor een belangrijk deel te danken aan zijn relatief geringe afstand van 8,5 lichtjaar, waarmee de ster tot de meest nabije buren van de zon behoort. Halverwege de negentiende eeuw ontdekten astronomen dat Sirius een kleine zwakke begeleider heeft. Gebleken is dat dit een zogeheten witte dwergster is – het restant van een ster die zijn buitenlagen heeft afgestoten. De twee sterren wentelen met een periode van iets meer dan vijftig jaar om elkaar heen. Dat laatste biedt de mogelijkheid om de massa’s van de beide sterren te meten, mits hun omloopbanen nauwkeurig bekend zijn. Voor dat doel heeft een team van astronomen sinds 2001 regelmatig de posities van Sirius A en B gemeten. En nu, zestien jaar later, hebben ze genoeg meetpunten verzameld om precieze waardes voor de massa’s van de beide sterren te kunnen geven. Sirius A blijkt 2,063 keer zo zwaar te zijn als onze zon en heeft daarmee ongeveer twee procent meer massa dan eerdere (minder nauwkeurige) bepalingen aangaven. Sirius B komt uit op 1,018 zonsmassa en is daarmee vier procent zwaarder. De nieuwe metingen geven ook uitsluitsel over de vraag of het Sirius-systeem wellicht nog een derde ster bevat. Die kans is niet groot: als er al een derde object aanwezig is, dan kan moet het een bruine dwerg (‘mislukte ster’) van maximaal 25 Jupitermassa’s zijn. (EE)
Meer informatie:
Measuring Sirius: An Exercise in Patience

   
17 mei 2017 • ‘Nobelprijs van de kosmologie’ voor Sandra Faber
De Gruber Cosmology Prize 2017 is toegekend aan de Amerikaanse astronoom Sandra Faber. Daarmee wordt zij beloond voor haar baanbrekende onderzoeken aan sterrenstelsels, waarbij zij sterke aanwijzingen heeft gevonden voor het bestaan van donkere materie. Meer recent was zij betrokken bij CANDELS, het grootste project dat ooit met de Hubble-ruimtetelescoop is uitgevoerd. Bij het CANDELS-project zijn gegevens verzameld over de verste en dus ook jongste sterrenstelsels die we vanaf de aarde kunnen waarnemen. De Gruber-prijs wordt wel gezien als de ‘Nobelprijs van de kosmologie’. Er is een bedrag van 500.000 dollar aan verbonden, evenals een gouden medaille. Beide zullen tijdens een ceremonie dit najaar aan Faber worden uitgereikt. (EE)
Meer informatie:
2017 Gruber Cosmology Prize Press Release

   
16 mei 2017 • Nieuwe resultaten van MeerKAT-radiotelescoop gepresenteerd
Zuid-Afrikaanse astronomen hebben nieuwe waarnemingen gepresenteerd die verricht zijn door het MeerKAT-observatorium, een netwerk van inmiddels 32 onderling gekoppelde radioschotels nabij Carnarvon. In de loop van het komende jaar zal deze zogeheten interferometer worden uitgebreid met nog eens 32 schotels; MeerKAT zal in de toekomst deel gaan uitmaken van de nog veel grotere Square Kilometre Array (SKA). Een van de waarnemingen (hier afgebeeld) betreft het spiraalvormige sterrenstelsel M83. In het centrum is het eigenlijke sterrenstelsel te zien; de rode slierten in de wijde omgeving markeren wolken van koud, neutraal waterstofgas. De presentatie van de nieuwe waarnemingen vond plaats in het Iziko-museum in Kaapstad, in aanwezigheid van Naledi Pandor, de Zuid-Afrikaanse minister van wetenschap en technologie, die gisteren de benodigde financiering toezegde voor de voltooing van MeerKAT. Voor de M83-waarnemingen werden zeven 'opnamen' van elk 50 minuten gemaakt. Andere resultaten die gepresenteerd zijn betreffen een ver radiostelsel, stervormingsgebieden in ons eigen Melkwegstelsel, en een sterrenstelsel op 230 miljoen lichtjaar afstand. (GS)
Meer informatie:
First Array Release 1.5 Images Taken with MeerKAT 32 (origineel persbericht)

   
16 mei 2017 • Dawn fotografeert Ceres tijdens oppositie
Deze opname van de dwergplaneet Ceres - het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter - is op 29 april vanaf 20.000 kilometer afstand gemaakt door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn, die voor dat doel nauwkeurig tussen de zon en Ceres in werd gemanoeuvreerd. Ceres staat dus 'in oppositie' - tegenover de zon aan de hemel, en de foto is genomen 'met de zon in de rug'. Net als dat bij onze eigen maan (rond Volle Maan) het geval is, is er sprake van een opmerkelijk grote helderheidstoename, wat informatie opplevert over de korrelgrootte van het oppervlaktemateriaal van Ceres. De twee heldere vlekken in het midden van de opname zijn ijsafzettingen in de krater Occator. Verschillende Ceres-foto's zijn samengevoegd tot een filmje, waarin vrijwel een volledige rotatie van de dwergplaneet is vastgelegd. (GS)
Meer informatie:
Ceres During 'Opposition Surge' (origineel persbericht)

   
16 mei 2017 • Hoe hard regende het op Mars?
De planeet Mars was miljarden jaren geleden veel natter dan nu, dat staat vrijwel vast. Het ligt dus voor de hand om aan te nemen dat het er ook heeft geregend. En hard ook, zo blijkt uit nieuw onderzoek, waarvan de resultaten in het tijdschrift Icarus zijn gepubliceerd. Bij hun onderzoek hebben de Amerikaanse geologen Robert Craddock en Ralph Lorenz methoden gebruikt die zijn ontwikkeld om de erosieve effecten van regenval op het aardoppervlak te analyseren. Toegepast op Mars laten de berekeningen zien dat de regenval op deze planeet aanvankelijk niet tot veel erosie kan hebben geleid. Destijds had Mars namelijk een veel dichtere atmosfeer dan nu, en daardoor waren de regendruppeltjes niet groter dan drie millimeter – half zo groot als de gemiddelde regendruppel op aarde. Naarmate echter de atmosferische druk in de loop van de miljoenen jaren afnam, werden de regendruppels groter en groter. Uiteindelijk kunnen zelfs afmetingen van meer dan zeven millimeter hebben bereikt. En daarmee waren ze zwaar genoeg om de bestaande geologische structuren op Mars te eroderen. Aan die situatie kwam een eind doordat de Marsatmosfeer steeds ijler en droger werd. (EE)
Meer informatie:
How Hard Did It Rain on Mars?

   
16 mei 2017 • Meteo-modellen wijzen op bewoonbaarheid van exoplaneet Proxima b
Grote delen van de nabijgelegen exoplaneet Proxima b kunnen vloeibaar oppervlaktewater herbergen, en daarmee potentieel bewoonbaar zijn. Dat schrijven onderzoekers van de Univeristeit van Exeter vandaag in Astronomy & Astrophysics. Proxima b is de dichtstbijzijnde exoplaneet, op slechts 4,2 lichtjaar afstand van de aarde. Hij is ongeveer even groot als de aarde en draait in een kleine baan rond de rode dwergster Proxima Centauri. De onderzoekers gebruikten het succesvolle Unified Model van het Met Office (de Britse tegenhanger van het KNMI) om het klimaat van de planeet te modelleren. Daarbij werden verschillende opties onderzocht: een atmosferische samenstelling die lijkt op die van de aarde; een eenvoudiger samenstelling van voornamelijk stikstof en kooldioxide, een mogelijk licht excentrische baan, en verschillende rotatietoestanden van de planeet. Wanneer de planeet eenzelfde rotatietoestand heeft als Mercurius (de binnenste planeet in ons eigen zonnestelsel, die drie maal rond zijn as draait in dezelfde periode waarin hij twee maal rond de zon beweegt), zou er op grote delen van het oppervlak water kunnen voorkomen, aldus de onderzoekers. (GS)
Meer informatie:
Scientists Explore Potential Climate of Proxima B (origineel persbericht)

   
15 mei 2017 • Ontdek je eigen supernova
Australische astronomen nodigen iedereen uit om mee te zoeken naar supernova's - exploderende sterren. De 1,3-meter SkyMapper-telescoop op het Australische Siding Spring Observatory legt elke week een gebied aan de hemel vast dat 10.000 keer zo groot is als de volle maan. Door foto's met elkaar te vergelijken die op verschillende tijdstippen gemaakt zijn van hetzelfde deel van de sterrenhemel, is het mogelijk om supernova's te ontdekken in ver verwijderde sterrenstelsels. Via het citizen science-portal Zooniverse kan iedereen nu deelnemen aan die zoektocht. Onderzoek aan supernova's is onder andere van belang voor een beter begrip van de uitdijingsgeschiedenis van het heelal. (GS)
Meer informatie:
ANU invites everyone to join the search for exploding stars (origineel persbericht)

   
15 mei 2017 • Magnetisme beïnvloedt weer op hete exoplaneet
Het weer op de hete, zware exoplaneet HAT-P-7b wordt in sterke mate beïnvloed door het magnetisch veld van de planeet. Dat beweert Tamara Rogers van het Planetary Science Institute in een artikel in Nature Astronomy. HAT-P-7b werd in 2008 ontdekt door de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler. Hij is 40 procent groter en 80 procent zwaarder dan Jupiter, en draait in zó'n kleine baan rond zijn moederster dat de temperatuur aan de dagzijde bijna 2000 graden bedraagt. Doordat het aan de nachtzijde een stuk 'koeler' is (ca. 900 graden), treden er krachtige stormen op in de dampkring. Als gevolg daarvan ligt het punt met de hoogste temperatuur niet midden op de dagzijde van de planeet, zo is gebleken uit metingen van de infraroodkunstmaan Spitzer. De positie van dat 'hot point' blijkt echter zeer veranderlijk, wat wijst op grote variaties in de windsnelheden op HAT-P-7b. Rogers heeft nu modelberekeningen uitgevoerd die erop wijzen dat het magnetisch veld van de planeet daar verantwoordelijk voor is. Lithium-, natrium- en kaliumatomen in de dampkring raken geïoniseerd en elektrisch geladen door de hoge temperatuur, waarna ze onder invloed raken van magnetische velden. Uit de modelberekeningen blijkt dat het magnetisch veld van HAT-P-7b maximaal zes maal zo sterk is als het aardse magneetveld. (GS)
Meer informatie:
Variable Winds on Hot Giant Exoplanet Help Study of Magnetic Field (origineel persbericht)

   
15 mei 2017 • Lichtflitsen op foto's van de aarde veroorzaakt door ijskristalletjes
Mysterieuze lichtflitsen op aarde, gefotografeerd door de Amerikaanse DSCOVR-satelliet (Deep Space Climate Observatory), worden veroorzaakt door reflectie van zonlicht op horizontale ijskristalletjes op grote hoogte in de dampkring. Die conclusie trekken onderzoekers in een artikel in Geophysical Research Letters op basis van onderzoek aan de 866 flitsen die zijn vastgelegd tussen juni 2015 (toen DSCOVR gelanceerd werd) en augustus 2016. De korte, felle lichtflitsen worden niet veroorzaakt door bliksem; uit de geometrie van de foto's blijkt dat er sprake moet zijn van gereflecteerd zonlicht. Die reflectie vindt niet op een wateroppervlak plaats: de lichtflitsen verschijnen ook boven land, en vaak op plaatsen waar geen oppervlaktewater is. Uit de analyse blijkt dat de flitsen alleen optreden in gebieden waar sprake is van hoge cirrusbewolking (5-8 kilometer). Daarmee staat eigenlijk wel vast dat ze veroorzaakt worden door reflectie van zonlicht op horizontaal georiënteerde ijskristallen. De lichtflitsen blijken begin jaren negentig van de vorige eeuw ook al gefotografeerd te zijn door de ruimtesonde Galileo. (GS)
Meer informatie:
Ice Particles in Earth's Atmosphere Create Bright Flashes Seen from Space (origineel persbericht)