16 augustus 2017 • Superzware zwarte gaten voeden zich met kosmische kwallen
Waarnemingen van zeven ‘kwalsterrenstelsels’ met de Europese Very Large Telescope hebben het bestaan aan het licht gebracht van een tot nog toe onbekende manier om superzware zwarte gaten van brandstof te voorzien. Het lijkt erop dat het mechanisme dat de tentakels van gas en nieuwe sterren doet ontstaan waaraan deze sterrenstelsels hun bijnaam danken, er ook voor zorgt dat gas de centrale delen van de stelsels kan bereiken. Op die manier wordt het zwarte gat gevoed dat zich daar schuilhoudt, waardoor dit fel gaat stralen. De resultaten zijn vandaag in het tijdschrift Nature gepubliceerd. Een team onder leiding van Italiaanse astronomen heeft de Multi-Unit Spectroscopic Explorer (MUSE) van de Very Large Telescope (VLT) van de ESO-sterrenwacht op Paranal in Chili gebruikt om te onderzoeken hoe sterrenstelsels gas kunnen kwijtraken. Daartoe zijn enkele extreme voorbeelden van zogeheten kwalsterrenstelsels in nabije clusters onder de loep genomen. Deze stelsels danken hun bijnaam aan hun opmerkelijk lange ‘tentakels’ van materie, die zich tot op tienduizenden lichtjaren van hun galactische schijven uitstrekken. De tentakels van de kwalsterrenstelsels ontstaan door een proces dat ram pressure stripping wordt genoemd. Door hun onderlinge zwaartekrachtsaantrekking duiken sterrenstelsels met hoge snelheid in clusters van soortgenoten. Daarbij stuiten ze onderweg op heet, dicht gas dat als een krachtige tegenwind fungeert. Hierdoor laten de stelsels lange staarten van gas achter en treden er starbursts – stellaire geboortegolven – in hun inwendige op. Zes van de zeven onderzochte kwalsterrenstelsels blijken een superzwaar zwart gat in hun centrum te hebben, dat zich voedt met gas uit de omgeving. Dat is een verrassend grote fractie: doorgaans is dit bij minder dan één op de tien sterrenstelsels het geval. ‘Dit sterke verband tussen ram pressure stripping en actieve zwarte gaten was niet voorspeld en is ook nooit eerder gemeld,’ zegt teamleider Bianca Poggianti van de INAF-sterrenwacht in Padua, Italië. ‘Het lijkt erop dat het centrale zwarte gat zich kan voeden doordat een deel van het gas niet wordt weggeblazen, maar het centrum van het stelsel bereikt.’ Een vraag waar astronomen al lang mee worstelen is waarom maar zo weinig superzware zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels actief zijn. In bijna elk sterrenstelsel is wel een superzwaar gat te vinden, dus waarom weten slechts enkele daarvan materie aan te trekken en helder te stralen? De nieuwe resultaten laten zien dat er een tot nog toe onbekend mechanisme bestaat met behulp waarvan zulke zwarte gaten zich kunnen voeden. Yara Jaffé, een ESO-staflid dat aan het onderzoeksartikel heeft bijgedragen, legt het belang ervan uit: ‘Deze MUSE-waarnemingen wijzen erop dat er een manier bestaat waarop gas naar de omgeving van het zwarte gat kan terugstromen. Dat is een belangrijke ontdekking, omdat de verklaring van de slecht begrepen verbanden tussen superzware zwarte gaten en hun moederstelsels hiermee een stapje dichterbij is gekomen.’ De huidige waarnemingen maken deel uit van een veel omvangrijker onderzoek van kwalsterrenstelsels dat momenteel in uitvoering is. ‘Als deze survey is voltooid, zullen we weten hoeveel, en welke, gasrijke sterrenstelsels die clusters binnendringen een periode van verhoogde activiteit in hun kernen doorlopen,’ concludeert Poggianti. ‘De astronomie worstelt al lang met de vraag hoe sterrenstelsels ontstaan en veranderen in ons uitdijende en evoluerende heelal. Kwalsterrenstelsels zijn een sleutel tot een beter begrip van de evolutie van sterrenstelsels, omdat zij bezig zijn met een dramatische transformatie.’
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
15 augustus 2017 • Welke boodschap moet NASA aan 40-jarige Voyager 1 sturen?
Op 5 september is het 40 jaar geleden dat de Amerikaanse ruimtesonde Voyager 1 werd gelanceerd. Voyager 1 bestudeerde als eerste de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus van nabij, en is momenteel het verst verwijderde door mensen gemaakte object in het heelal: de ruimtesonde bevindt zich op een afstand van ruim 20 miljard kilometer van de aarde. Vluchtleiders op aarde hebben nog steeds radiocontact met het toestel; een radiosignaal doet er (met de snelheid van het licht) ruim 19 uur en een kwartier over om de afstand tot Voyager 1 te overbruggen. Om de 40ste verjaardag van de succesvolle ruimtesonde te vieren, wil NASA op 5 september een korte boodschap aan Voyager 1 sturen. Via Twitter, Facebook en andere sociale media heeft iedereen de afgelopen twee weken suggesties kunnen doen voor een boodschap van maximaal 60 karakters. Tussen 23 en 29 augustus kan er gestemd worden op de binnengekomen voorstellen; de winnende boodschap zal daadwerkelijk verzonden worden. Overigens heeft Voyager 1 zelf ook een 'boodschap' aan boord voor mogelijke buitenaardse beschavingen die de ruimtesonde wellicht ooit uit het heelal zullen 'oppikken': een beeldplaat met foto's, geluiden en groeten van de aarde. Pas over zo'n 20.000 jaar bevindt Voyager 1 (die een snelheid ten opzichte van de zon heeft van ca. 17 kilometer per seconde) zich dichter bij een andere ster dan bij de zon. (GS) 
Meer informatie:
Send a #MessageToVoyager! (aankondiging NASA)

   
15 augustus 2017 • Ruimtesondes zien hoe zonsuitbarsting door zonnestelsel raast
Een kolossale uitbarsting op de zon die plaatsvond op 19 oktober 2014 is door tien ruimtesondes op verschillende plaatsen in het zonnestelsel gedetecteerd. Uit de metingen kunnen astronomen veel informatie afleiden over de eigenschappen en de evolutie van zo'n 'coronale massa-ejectie' (CME). De resultaten van de uitgebreide analyse van alle metingen zijn deze week gepubliceerd in Journal of Geophysical Research: Space Physics. Een CME is een krachtige explosie van elektrisch geladen deeltjes die vanuit de ijle dampkring van de zon (de corona) het zonnestelsel in wordt geblazen. De uitbarsting van 19 oktober 2014 was al gezien op foto's van de zonnesatellieten Proba 2, SOHO en Solar Dynamics Observer. In de loop van de daarop volgende dagen werden de langsrazende geladen deeltjes geregistreerd door achtereenvolgens de Amerikaanse ruimtesonde Stereo-A, de Europese Venus Express, de Marssondes Mars Express, MAVEN en Mars Odyssey en het Marswagentje Curiosity, de komeetverkenner Rosetta, en de ruimtesondes Cassini (in een baan rond Saturnus), New Horizons (op weg naar Pluto) en Voyager 2 (aan de buitenrand van het zonnestelsel). Uit de metingen is nieuwe informatie afgeleid over de evolutie van het magnetisch veld dat door de zonnestorm werd meegevoerd. Ook kon de snelheidsafname van de uitbarsting in kaart worden gebracht: van ca. 1000 kilometer per seconde dicht bij de zon tot 650 km/s bij Mars (na 3 dagen) en 550 km/s bij Rosetta (in een baan rond komeet 67/P) na 5 dagen. De metingen hebben bovendien uitgewezen dat de langsrazende deeltjeswolk gedurende enkele dagen een forse afname veroorzaakte in de hoeveelheid kosmische straling die door de verschillende ruimtesondes werd gemeten: de zonnestorm werkt als een buffer tegen deze continue stroom van geladen deeltjes uit het verre heelal. (GS)
Meer informatie:
Tracking a solar eruption through the Solar System (origineel persbericht)

   
11 augustus 2017 • Planetenstelsel TRAPPIST-1 is ouder dan ons zonnestelsel
Wetenschappers hebben schatting gemaakt van de leeftijd van een van de meest intrigerende planetenstelsels die tot nu toe zijn ontdekt: dat van TRAPPIST-1. Rond deze rode dwergster, die slechts 40 lichtjaar van ons is verwijderd, hebben Belgische astronomen recent zeven planeten ontdekt die qua grootte vergelijkbaar zijn met de aarde. Uit de nieuwe schatting blijkt dat TRAPPIST-1 vrij oud moet zijn: tussen de 5,4 en 9,8 miljard jaar. Dat wordt onder meer afgeleid uit de snelheid waarmee de ster om het centrum van de Melkweg beweegt (snelle sterren zijn doorgaans ouder). Ook de chemische samenstelling van de atmosfeer van de ster en het relatief kleine aantal uitbarstingen dat deze produceert wijzen op een hoge leeftijd. De ster en haar planetenstelsel zijn dus in elk geval ouder dan ons eigen zonnestelsel (4,6 miljard jaar). Dat betekent dat het planetenstelsel van TRAPPIST-1 zeer stabiel moet zijn, anders zou het allang uit elkaar zijn gevallen. Wat deze hoge leeftijd betekent voor de leefbaarheid van de planeten, is nog onduidelijk. Weliswaar bevinden enkele van de planeten zich binnen de leefbare zone van de ster – de gordel waarbinnen de temperatuur op het oppervlak van een planeet gematigd genoeg is om water vloeibaar te laten zijn – maar rode dwergsterren vertonen wispelturig gedrag – vooral in hun jeugd. De zeven planeten hebben miljarden jaren blootgestaan aan intense uitbarstingen van extreem ultraviolette straling. Hierdoor is de kans groot dat de planeten, die op geringe afstanden om TRAPPIST-1 draaien, hun atmosferen en hun watervoorraden allang zijn kwijtgeraakt. Alleen de twee buitenste planeten zijn de dans wellicht ontsprongen. Waarnemingen met de James Webb-ruimtetelescoop, die eind volgend jaar wordt gelanceerd, zullen daar mogelijk uitsluitsel over kunnen geven. (EE)
Meer informatie:
TRAPPIST-1 is Older Than Our Solar System

   
10 augustus 2017 • Zware sterrenstelsels ‘dansen’ niet in gezelschap
Eerdere onderzoeken leken erop te wijzen dat de rotatiesnelheden van sterrenstelsels vooral door hun omgeving worden bepaald. Maar dat blijkt bij nader inzien toch niet zo te zijn. Astronomen hebben driehonderd sterrenstelsels onderzocht die deel uitmaken zogeheten clusters – dichtbevolkte groepen van stelsels. Daarbij hebben ze gebruik gemaakt van 4-meter Anglo-Australian Telescope op Siding Spring (Australië), die is uitgerust met een spectrograaf waarmee de rotatiesnelheden van dertien sterrenstelsels tegelijk kunnen worden gemeten.Het onderzoek, dat omvangrijker was dan zijn voorgangers, laat zien dat de omgeving van een sterrenstelsel er niet veel toe doet. Zijn rotatiesnelheid wordt geheel bepaald door zijn massa. Anders gezegd: galactische zwaargewichten ‘dansen’ trager dan hun lichtere soortgenoten. (EE)
Meer informatie:
Why massive galaxies don’t dance in crowds

   
9 augustus 2017 • Magnetisch veld van de maan hield lang stand
Het magnetische veld van de maan heeft veel langer standgehouden dan veelal wordt aangenomen. Tot die conclusie komen wetenschappers van een aantal Amerikaanse instituten, na onderzoek van maangesteente dat in 1971 door de bemanning van Apollo 15 naar de aarde is gebracht (Science Advances, 9 augustus). Bij hun onderzoek is het de wetenschappers voor het eerst gelukt om maangesteente op zo’n manier te verhitten dat er een nauwkeurige bepaling kon worden gedaan van de sterkte van het magnetische veld waaraan het tijdens zijn vorming was blootgesteld. De hete, deels vloeibare kern van een hemellichaam kan een magnetisch veld genereren, ongeveer zoals een dynamo dat doet. En zo’n magnetisch veld laat sporen achter in de gesteenten die eraan zijn blootgesteld. De onderzochte maansteen is waarschijnlijk gevormd tijdens een meteorietinslag op de maan, die ‘pas’ 1 tot 2,5 miljard jaar geleden heeft plaatsgevonden. Desalniettemin heeft de steen een magnetisch veld met een sterkte van ongeveer 5 microtesla geregistreerd – toch nog tien procent van de oorspronkelijke sterkte van het magnetische veld van de maan, dat ruwweg 3,5 miljard jaar geleden op zijn sterkst moet zijn geweest. Een en ander betekent dat de maan in elk geval 2,5 miljard jaar geleden, en misschien zelfs nog 1 miljard jaar geleden, behoorlijk ‘magnetisch’ was. Inmiddels is van dat magnetische veld vrijwel niets meer over. De vraag is nu hoe de ‘dynamo’ van de maan zo lang kon blijven werken. Een mogelijke verklaring is dat de kern van de maan behalve ijzer ook een ander element bevat, zoals zwavel of koolstof. Hierdoor kon deze langer vloeibaar blijven. (EE)
Meer informatie:
Moon's magnetic field lasted far longer than once believed

   
9 augustus 2017 • Omloopbaan van ster in Melkwegcentrum vertoont relativistische afwijking
Een nieuwe analyse van gegevens van de Europese Very Large Telescope (VLT) wijst erop dat de omloopbanen van sterren rond het superzware zwarte gat in het centrum van de Melkweg relativistische afwijkingen vertonen. In het centrum van de Melkweg bevindt zich een superzwaar zwart gat dat miljoenen keren zoveel massa heeft als onze zon. Daaromheen draait een klein groepje sterren, dat al tientallen jaren in de gaten wordt gehouden. Een team van Duitse en Tsjechische astronomen heeft het omloopgedrag van deze sterren nu aan een nauwgezette analyse onderworpen. Daaruit blijkt dat een van de sterren, S2 geheten, een geringe afwijking vertoont ten opzichte van de omloopbaan zoals die wordt voorspeld door de klassieke zwaartekrachtswet van Newton. Een vergelijkbaar, maar veel kleiner, effect is te zien bij de baan die de planeet Mercurius om onze zon volgt.De waargenomen baanafwijking stemt overeen met de voorspellingen van de algemene relativiteitstheorie van Einstein. Ook heeft de analyse een nauwkeurigere bepaling van de massa van het zwarte gat en zijn afstand tot de aarde opgeleverd. Het zwarte gat ‘weegt’ 4,2 miljoen zonsmassa’s en is bijna 27.000 lichtjaar van ons verwijderd. In de loop van 2018 zal de ster S2 het superzware zwarte gat zeer dicht naderen. Deze gebeurtenis zal worden gevolgd met het instrument GRAVITY dat onlangs op de VLT Interferometer is geïnstalleerd. Daarmee zal de baan die de ster volgt nóg nauwkeuriger kunnen worden opgemeten. (EE)
Meer informatie:
Aanwijzing voor relativistische effecten bij sterren die rond het superzware zwarte gat in het centrum van de Melkweg bewegen

   
8 augustus 2017 • Planetenstelsel van ster Tau Ceti is kleiner dan werd aangenomen
Een internationaal team van astronomen heeft vastgesteld dat er om de nabije zonachtige ster Tau Ceti waarschijnlijk maar vier planeten cirkelen. Eerdere onderzoeksresultaten hadden er nog op gewezen dat het om vijf of zes planeten zou gaan. Het bestaan van het viertal wordt afgeleid uit de kleine schommelbewegingen die Tau Ceti vertoont. Deze schommelbewegingen zijn het gevolg van de onderlinge aantrekkingskrachten tussen de ster en haar planeten. Het is echter niet zo eenvoudig om de geringe bewegingen van de ster te onderscheiden van de ‘ruissignalen’ die worden veroorzaakt door activiteit op het oppervlak van de ster zelf. Dat vereist een lange reeks waarnemingen, en pas nu is het zo ver dat de eerdere schijndetecties kunnen worden rechtgezet. De vier planeten van Tau Ceti zijn van aards formaat. Ze behoren tot de kleinste die ooit bij een nabije, zonachtige ster zijn ontdekt. Twee ervan bevinden zich zelfs binnen de leefbare zone van ster, wat betekent dat er vloeibaar water op hun oppervlak kan bestaan. (EE)
Meer informatie:
Four Earth-sized planets detected orbiting the nearest sun-like star

   
7 augustus 2017 • Stellaire zwarte gaten zijn talrijker dan gedacht
Met behulp van kosmische ‘boekhoudkunde’ zijn astronomen van de universiteit van Californië in Irvine tot de conclusie gekomen dat er tientallen miljoenen stellaire zwarte gaten – de restanten van ingestorte zware sterren – in onze Melkweg moeten zijn. Dat zijn er veel meer dan verwacht. De conclusie van de astronomen is gebaseerd op de recente detecties van zwaartekrachtsgolven door de Laser Interferometer Gravitational-Wave Observatory (LIGO). De betreffende rimpelingen in de ruimtetijd worden toegeschreven aan botsingen tussen zwarte gaten die enkele tientallen keren zoveel massa hebben als onze zon. Omdat verreweg de meeste stellaire zwarte gaten veel minder ‘zwaar’ zullen zijn dan dat, kwamen de astronomen op het idee om een schatting te maken van de kans dat twee kolossen van tientallen zonsmassa’s een paar vormen en uiteindelijk met elkaar in botsing komen. Daarbij kwamen ze erop uit dat maximaal één procent van alle gevormde zwarte gaten het LIGO-scenario zal doorlopen. Daarnaast moet er echter nog een veel grotere populatie van solitaire zwarte gaten en lichtere paren van zwarte gaten bestaan, die LIGO niet kan detecteren. Volgens de astronomen kan alleen al onze Melkweg tot wel 100 miljoen van deze objecten bevatten. (EE)
Meer informatie:
UCI celestial census indicates that black holes pervade the universe

   
4 augustus 2017 • Volgende bestemming van Pluto-sonde is een bijzonder geval
Het lijkt erop dat er iets bijzonders aan de hand is met het volgende doelwit van de ruimtesonde New Horizons: de ‘ijsdwerg’ 2014 MU69, die deel uitmaakt van de zogeheten Kuipergordel voorbij de omloopbaan van de planeet Neptunus. MU69, die meer dan 6,5 miljard kilometer van de aarde verwijderd is, schoof op 17 juli jl. voor de derde keer dit jaar voor een ster langs. Deze sterbedekking is waargenomen met een aantal telescopen die speciaal voor dit doel in een afgelegen gebied in Argentinië werden opgesteld. Op basis van de nieuwe waarnemingen komen wetenschappers tot het vermoeden dat MU69 geen enkelvoudig is, maar uit twee om elkaar wentelende brokstukken bestaat. Als het toch om één object gaat, dan is het ofwel smal en langwerpig ofwel een object met een flinke hap eruit. De bedekkingsgegevens leveren ook een nieuwe schatting op van de grootte van MU69. Als het een enkelvoudig object is, is het hooguit dertig kilometer lang. Mocht het om twee om elkaar wentelende objecten gaan, dan zijn die elk niet groter dan een kilometer of twintig. Welke vorm MU69 precies heeft zullen we over ruim een jaar weten. Op 1 januari 2019 zal ruimtesonde New Horizons erlangs scheren. (EE)
Meer informatie:
New Horizons' Next Target Just Got a Lot More Interesting

   
3 augustus 2017 • Stokoude familie van ‘oerplanetoïden’ ontdekt
Een internationaal onderzoeksteam heeft een familie van donkere planetoïden ontdekt die ongeveer zo oud is als ons zonnestelsel (Science, 3 augustus). Tussen de omloopbanen van de planeten Mars en Jupiter bevindt zich een brede gordel van vele miljoenen planetoïden – kleine rotsachtige hemellichamen die gezamenlijk om de zon cirkelen. Vermoed wordt dat dit overblijfselen zijn van de ‘bouwstenen’ waaruit 4,5 miljard jaar geleden de planeten van ons zonnestelsel zijn ontstaan. In de loop van de miljarden jaren hebben er ontelbare botsingen tussen deze bouwstenen plaatsgevonden. De planetoïden die daarbij zijn ontstaan zijn sindsdien uit elkaar gedreven, maar kunnen aan de hand van hun uiterlijke overeenkomsten nog wel in families worden onderverdeeld. Bij een verkenning van het binnenste deel van de planetoïdengordel is nu een nog onbekende familie van donkere planetoïden ontdekt. Deze planetoïden zijn veel verder uit elkaar gedreven dan de helderdere families elders in de planetoïdengordel. Dat wijst erop dat er sinds hun ontstaan meer tijd verstreken is. De nieuwe familie bestaat uit minstens honderd brokstukken met afmetingen van ruwweg tien kilometer. Uit de omvang en de verdeling van de familie leiden de onderzoekers af dat deze ongeveer vier miljard jaar geleden is ontstaan. Daarmee is het een van de oudste families in de planetoïdengordel. (EE)
Meer informatie:
SwRI Part of International Team Identifying Primordial Asteroids

   
3 augustus 2017 • Kolossale heldere wolk duikt op aan evenaar Neptunus
In de atmosfeer van de planeet Neptunus is een kolossale helder wolkencomplex verschenen dat bijna net zo groot is als de aarde. Opmerkelijk is dat het zich dicht bij de evenaar van de planeet bevindt, een deel van de atmosfeer waar doorgaans weinig gebeurt. Volgens de Nederlands-Amerikaanse astronome Imke de Pater is een enorm hogedrukgebied diep in de atmosfeer van Neptunus de meest waarschijnlijke oorzaak van het heldere wolkendek. De opstijgende gassen in zo’n draaikolk koelen af en condenseren tot wolken, net zoals dat op aarde gebeurt. Alleen bestaan de wolken op Neptunus niet uit waterdamp, maar uit methaan. Het stormsysteem heeft een lengte van ongeveer 9000 kilometer en is in de week na zijn ontdekking aanzienlijk helderder geworden. (EE)
Meer informatie:
New Storm Makes Surprise Appearance on Neptune

   
3 augustus 2017 • Samenstelling zonnecorona volgt magnetische cyclus van de zon
De samenstelling van de corona – het extreem hete, buitenste deel van de zonneatmosfeer – en de 11-jarige magnetische cyclus van de zon gaan hand in hand. Dat blijkt uit onderzoek door Britse en Amerikaanse astronomen die daarover vandaag in Nature Communications berichten. In de loop van haar 11-jarige cyclus stijgt de magnetische activiteit van de zon van een relatief rustig minimum naar een soms zeer onstuimig maximum. De nieuwe onderzoeksresultaten, gebaseerd op gegevens die tussen 2010 en 2014 zijn verzameld met de zonnesatelliet SDO, laten zien dat deze toename gepaard gaat met een toename van bepaalde elementen, zoals ijzer, in de ijle corona. Bekend was al dat een nog onbekend mechanisme ervoor zorgt dat bepaalde elementen, waaronder ijzer, gemakkelijker in de corona belanden dan andere. De onderzoekers denken nu dat er een verband bestaat tussen dit mechanisme en het energietransport in de zonneatmosfeer. (EE)
Meer informatie:
New clue to solving the mystery of the sun's hot atmosphere

   
2 augustus 2017 • Verdeling van donkere materie in kaart gebracht
Sterrenkundigen hebben een nieuwe gedetailleerde kaart gepresenteerd van de verdeling van de donkere materie in het heelal. De kaart is gebaseerd op waarnemingen die zijn gedaan in het kader van de Dark Energy Survey (DES). Deze ‘hemelverkenning’ loopt al vier jaar, maar voor het samenstellen van de nu gepresenteerde kaart zijn alleen gegevens van het eerste onderzoeksjaar gebruikt. De Dark Energy Survey heeft tot doel om meer te weten te komen over de mysterieuze donkere energie, die verantwoordelijk wordt gehouden voor de huidige versnellende uitdijing van het heelal. Daartoe moet echter eerst een goed beeld worden verkregen van de precieze verdeling van de kosmische materie. Deze laatste bestaat voor het grootste deel uit (al even mysterieuze) donkere materie, die geen waarneembare straling uitzendt en alleen meetbaar is door de zwaartekrachtsinvloed die zij uitoefent. Om de verdeling van de donkere materie in kaart te brengen worden met een speciale camera van 4-meter Blanco-telescoop van de Cerro Tololo-sterrenwacht in Chili de posities en vormen van miljoenen verre sterrenstelsels vastgelegd. De beeldjes van die stelsels zijn een klein beetje vervormd door de zwaartekrachtswerking van de (donkere) materie die zich tussen ons en deze stelsels in bevindt. Door deze vervormingen te analyseren, kan de ruimtelijke verdeling van de donkere materie worden vastgesteld. De nieuwe kaart is ruim tien keer zo omvangrijk als de DES-kaart die in 2015 werd gepresenteerd. Voor het samenstellen ervan zijn de beelden van 26 miljoen verre sterrenstelsels geanalyseerd. De verdeling van de donkere materie zoals die nu is gemeten is in goede overeenstemming met de theorie dat het heelal voor 26 procent uit donkere materie bestaat en voor 70 procent uit donkere energie. Ook lijkt het resultaat sterk op de materieverdeling zoals die is ‘voorspeld’ op basis van de meetresultaten van de Europese satelliet Planck, die de verdeling van de kosmische achtergrondstraling in kaart heeft gebracht. (EE)
Meer informatie:
Dark Energy Survey reveals most accurate measurement of dark matter structure in the universe

   
2 augustus 2017 • Exoplaneet WASP-121b heeft ‘gloeiende waterdamp’ in zijn atmosfeer
Wetenschappers hebben sterke aanwijzingen gevonden dat de atmosfeer van exoplaneet WASP-121b een stratosfeer heeft – een laag in de atmosfeer waarin de temperatuur naar boven toe stijgt in plaats van daalt (Nature, 2 augustus). WASP-121b is een zogeheten ‘hete jupiter’ op ongeveer 900 lichtjaar van de aarde. De planeet heeft iets meer massa dan ‘onze’ Jupiter, maar draait op zo’n geringe afstand om zijn moederster dat zijn atmosfeer door de hoge temperatuur (2500 °C) is opgezwollen. Dat maakt hem bijna twee keer zo groot als Jupiter. Bij hun onderzoek hebben de wetenschappers gekeken hoe verschillende moleculen in de atmosfeer, zoals die van waterdamp, reageren op bepaalde golflengten van licht. Het licht van de moederster dringt diep de planeetatmosfeer binnen, waar het de temperatuur van het gas aldaar verhoogt. Op zijn beurt straalt het gas de warmte terug de ruimte in, in de vorm van infraroodstraling. Als alle bovenliggende atmosferische lagen koeler waren dan het opgewarmde gas, zouden deze het terug gestraalde ‘licht’ op bepaalde golflengten moeten absorberen. Maar dat is niet het geval: sterker nog, de watermoleculen hoog in de atmosfeer voegen op diezelfde golflengten juist infraroodstraling toe. Dat laatste betekent dat de hogere atmosferische lagen juist warmer zijn. In de aardatmosfeer is iets vergelijkbaars te zien: op enkele tientallen kilometers hoogte vinden, onder invloed van ultraviolette straling van de zon, reacties plaats waarbij ozon wordt gevormd (en ook weer wordt afgebroken). Het netto resultaat daarvan is dat deze laag – de stratosfeer dus – opwarmt. Onduidelijk is nog welke stof de ‘inversie’ van de temperatuur in de atmosfeer van WASP-121b veroorzaakt. Mogelijke kandidaten zijn vanadiumoxide en titaniumoxide. Dat zijn verbindingen waarvan op theoretische gronden wordt vermoed dat ze in de atmosferen van de allerheetste ‘jupiters’ voorkomen. Ook de twee exoplaneten die recent met het Leidse MASCARA-instrument zijn ontdekt, behoren tot deze laatste categorie. Wellicht zal dus ook bij dit tweetal een stratosfeer worden ontdekt. (EE)
Meer informatie:
Hubble Detects Exoplanet with Glowing Water Atmosphere

   
2 augustus 2017 • Europese Very Large telescope kan nu nóg scherpere opnamen maken
Eén van de vier telescopen die samen de Very Large Telescope vormen – UT4 of ‘Yepun’ – is voorzien van een nieuw adaptief optisch systeem. Adaptieve optiek onderdrukt de beeld-vertroebelende werking van de aardatmosfeer. Op die manier kunnen opnamen worden gemaakt die niet alleen veel scherper zijn, maar ook veel contrastrijker – zelfs in der niet=optimale weersomstandigheden. De nieuwe Adaptive Optics Facility (AOF) bestaat uit een groot aantal onderdelen, waaronder een lasersysteem en een zeer dunne, vervormbare spiegel die, met een middellijn van een meter, de grootste in zijn soort is. Het lasersysteem richt vier 22-watt laserbundels op de hemel om natriumatomen hoog in de atmosfeer aan het gloeien te brengen. Hierdoor ontstaan lichtvlekjes aan de hemel die sterren nabootsen. Speciale sensoren gebruiken deze kunstmatige richtsterren de heersende atmosferische omstandigheden te kunnen vaststellen. Vervolgens wordt duizend keer per seconde berekend hoe de vorm van de dunne spiegel moet worden bijgesteld om de atmosferische verstoringen te compenseren. Na een reeks van tests met het nieuwe systeem hebben astronomen opnamen van een aantal planetaire nevels en sterrenstelsels gemaakt. De beelden laten een indrukwekkende verbetering van de beeldscherpte zien. (EE)
Meer informatie:
Allernieuwste adaptieve-optiekfaciliteit ziet eerste licht

   
1 augustus 2017 • Inwendige van de zon roteert vier keer zo snel als oppervlak
De kern van de zon roteert ongeveer vier keer zo snel als het 'oppervlak'. De rotatieperiode aan de buitenzijde van de zon bedraagt ongeveer vier weken; de kern voltooit daarentegen één rotatie per week. Dat de kern van de zon sneller roteert dan de buitenzijde was eerder wel gesuggereerd, maar nooit met zekerheid aangetoond. Het verrassende resultaat is gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. De rotatie van de kern van de zon veroorzaakt zogeheten 'zwaartegolven' in het zonnegas. Zwaartegolven (niet te verwarren met zwaartekrachtgolven!) zijn 'klotsende' bewegingen van een gas of een vloeistof. De zwaartegolven in het zonsinwendige hebben op hun beurt invloed op de reistijd van akoestische golven ('geluidsgolven' - zich voortbewegende drukverschillen) door de zon. Uit metingen aan kleine, periodieke trillingen en bevingen van het zonsoppervlak, verricht door de Amerikaans-Europese zonnesatelliet SOHO, konden onderzoekers afleiden hoe lang akoestische golven erover doen om zich door het inwendige van de zon te verplaatsen - van het oppervlak naar de kern en weer terug. De techniek die daarbij wordt toegepast (helioseismologie) is analoog aan de manier waarop geologen informatie over het binnenste van de aarde afleiden uit de voortplantingssnelheden van seismische drukgolven. Omdat de reistijd van de akoestische golven in de zon wordt beïnvloed door de zwaartegolven in de kern, bieden de metingen ook informatie over die zwaartegolven, en daarmee over de rotatieduur van de zonnekern. De onderzoekers, onder leiding van Roger Ulrich van de Universiteit van Californië in Los Angeles, vermoeden dat de snelle rotatie van de zonnekern een overblijfsel is uit de ontstaansperiode van de zon, ca. 4,6 miljard jaar geleden. Kort na het ontstaan draaide de zon in zijn geheel in hoog tempo rond; de buitenlagen zijn in de loop van de tijd afgeremd, onder andere door de zogeheten zonnewind - een stroom van elektrisch geladen deeltjes die vanaf het zonsoppervlak de ruimte in wordt geblazen. (GS)
Meer informatie:
Astronomers find that the sun’s core rotates four times faster than its surface (origineel persbericht)

   
1 augustus 2017 • Virgo bundelt krachten met LIGO voor detectie zwaartekrachtgolven
Vanaf vandaag wordt er door drie extreem gevoelige detectoren jacht gemaakt op zwaartekrachtgolven - minieme rimpelingen in de ruimtetijd, veroorzaakt door extreem energierijke verschijnselen in het heelal, zoals botsende zwarte gaten. De Europese Virgo-detector (bij Pisa in Italië) neemt vanaf vandaag deel aan de tweede waarnemingsrun van de twee Amerikaanse LIGO-detectoren, die in het najaar van 2015 voor het eerst zwaartekrachtgolven registreerden. Virgo heeft in de afgelopen jaren een grondige upgrade ondergaan, waardoor de gevoeligheid veel hoger is geworden. Hoewel die gevoeligheid nog steeds lager is dan die van LIGO, kunnen de Virgo-waarnemingen van groot belang zijn voor het bevestigen van nieuwe detecties. Bovendien is het met drie detectoren veel beter mogelijk om de herkomstrichting van zwaartekrachtgolven vast te stellen. Frank Linde, leider van Nikhef’s zwaartekrachtsgolven-programma en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, is enthousiast: “Schitterend dat in een paar maanden tijd Virgo’s gevoeligheid met meer dan een factor honderd is verbeterd en nu ruimschoots voldoet aan de vooraf afgesproken criteria om samen met de twee LIGO-detectoren te gaan speuren naar zwaartekrachtgolven. Augustus wordt spannend, hopelijk gaan we voor het eerst een zwaartekrachtgolf gelijktijdig in drie detectoren registreren! Ik kijk er naar uit!” LIGO's tweede waarnemingsrun is op 30 november 2016 van start gegaan en zal eindigen op 25 augustus 2017. Tijdens deze run zijn al voor de derde keer zwaartekrachtgolven van samensmeltende zwarte gaten gedetecteerd, op 4 januari 2017. (GS)
Meer informatie:
Zwaartekrachtsgolvendetector VIRGO bundelt krachten met LIGO voor ‘Observation Run 2’ (O2) (origineel persbericht)

   
31 juli 2017 • Draait er een maan rond exoplaneet Kepler-1625b?
Rond exoplaneet Kepler-1625b draait mogelijk een grote maan. Dat meldt de website scientias.nl, op basis van een vakpublicatie op de preprintserver arXiv. Het bestaan van de maan is nog niet bevestigd; in oktober zal de planeet gedetailleerd bestudeerd worden door de Hubble Space Telescope. Ruimtetelescoop Kepler heeft duizenden planeten rond andere sterren ontdekt via de 'overgangsmethode': als een planeet - gezien vanaf de aarde - voor zijn moederster langs beweegt, onderschept hij een klein beetje sterlicht. In principe is op diezelfde manier ook het bestaan van een of meer manen rond een exoplaneet af te leiden. Tot op heden is dat echter nog niet gelukt. Twee astronomen van Columbia University in New York hebben nu samen met 'burgerwetenschapper' A.R. Schmitt ruim zesduizend overgangen van een kleine 300 exoplaneten in detail bestudeerd. In slechts één geval - Kepler-1625b - zijn er mogelijke aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een maan rond de planeet. De Hubble-waarnemingen moeten er komend najaar uitsluitsel over gaan geven. Als het bestaan van de exomaan wordt bevestigd, gaat het wel om een uitzonderlijk systeem. Kepler-1625b draait in een zeer kleine baan rond zijn moederster, is ongeveer even groot als Jupiter, maar heeft een veel grotere massa. De maan - als hij bestaat - zou ongeveer zo groot zijn als de planeet Neptunus, waardoor eerder sprake zou zijn van een 'dubbelplaneet'. Hoe zo'n stelsel zou kunnen zijn ontstaan is onduidelijk. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht scientias.nl

   
31 juli 2017 • Extreem lichtsterke sterexplosies blijken ook in spiraalstelsels voor te komen
Voor het eerst hebben sterrenkundigen een 'superlichtsterke supernova' ontdekt in een spiraalvormig sterrenstelsel. Tot nu toe werden deze extreem energierijke explosies uitsluitend waargenomen in kleine dwergsterrenstelsels. Supernova's zijn de explosies waarmee zware sterren hun leven beëindigen. De zogeheten superluminous supernovae zijn tientallen malen zo helder als normaal. Ze zijn bovendien erg zeldzaam. Er zijn er tot nu toe slechts een stuk of vijftig waargenomen. Die vonden allemaal plaats in ver verwijderde dwergstelsels. Die kleine sterrenstelsels bevatten verhoudingsgewijs weinig 'metalen' - elementen die zwaarder zijn dan waterstof en helium. Algemeen werd dan ook aangenomen dat een metaalarme omgeving nodig zou zijn voor de vorming van een superlichtsterke supernova. Op 23 mei 2017 werd door de Europese ruimtetelescoop Gaia echter een nieuw exemplaar ontdekt, op een afstand van 'slechts' 420 miljoen lichtjaar - de dichtstbijzijnde tot nu toe. Deze superlichtsterke supernova, SN 2017egm geheten, blijkt zich in een 'gewoon' spiraalsterrenstelsel te bevinden, met een veel hoger gehalte aan zware elementen. Uit vervolgwaarnemingen, gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters, blijkt bovendien dat de energie van de extreem heldere sterexplosie vermoedelijk geleverd wordt door een zogheten magnetar - een compacte neutronenster met een zeer sterk magnetisch veld. Een en ander doet vermoeden dat superlichtsterke supernova's op de een of andere manier gerelateerd zijn aan gammaflitsen, hoewel de ware aard van het buitengewoon energierijke verschijnsel nog steeds onopgehelderd is. (GS)
Meer informatie:
Astronomers Discover “Heavy Metal” Supernova Rocking Out (origineel persbericht)

   
31 juli 2017 • Quasars maakten een einde aan de sterproductie van kolossale sterrenstelsels
Quasars – de actieve kernen van verre sterrenstelsels – hebben een cruciale rol gespeeld bij het ‘uitdoven’ van de stervormingsactiviteit van sterrenstelsels. Dat blijkt uit waarnemingen met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), een grote opstelling van radiotelescopen in het noorden van Chili. De grootste sterrenstelsels in het heelal zitten vol met oude, bijna opgebrande sterren. Maar bijna 12 miljard jaar geleden waren zulke stelsels nog kolossale sterfabrieken die miljarden sterren produceerden. ALMA-waarnemingen van vier van deze stofrijke ‘starburst-stelsels’ laten zien dat quasars voldoende energie produceren om gas uit het hen omringende sterrenstelsel te verdrijven. Op die manier ontstaat er een tekort aan ‘bouwmateriaal’ voor de vorming van nieuwe sterren. De opgewekte energie is afkomstig van een kolossaal zwart gat dat materie aantrekt en vervolgens deels weer terug de ruimte in blaast. Vermoed wordt dat de vier ontdekte gevallen het topje van de ijsberg zijn. Doorgaans zijn quasars in zulke stofrijke stelsels niet waarneembaar, omdat ze door het vele stof aan het zicht onttrokken worden. Het nu ontdekte viertal zou alleen maar waarneembaar zijn omdat de stelsels min of meer donutvormig zijn en we vanaf de aarde toevallig in het centrale ‘gat’ daarvan kijken. (EE)
Meer informatie:
Quasars may answer how starburst galaxies were extinguished

   
28 juli 2017 • Ruisloze supergeleidende detectoren om buitenaards leven op te sporen
SRON-onderzoeker Pieter de Visser krijgt van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Veni-beurs van 250.000 euro voor de ontwikkeling van een nieuw type detector om exoplaneten te onderzoeken op onder meer de aanwezigheid van leven of de bouwstenen daarvoor. De gevoelige en efficiënte detector kan uit het zeer zwakke schijnsel van aardachtige exoplaneten, elk afzonderlijk lichtdeeltje (foton) detecteren én daar meteen de energie van meten. Dat laatste maakt dat je een spectrum van de atmosfeer van de exoplaneet kan verkrijgen. Als er leven of bouwstenen van leven op de planeet zijn, zullen de moleculaire lijnen daarvan in zulke spectra te zien zijn. Het onderzoek van Pieter de Visser legt het fundament voor toekomstige instrumenten in de ruimte, die gaan speuren naar aardachtige exoplaneten. Het gedetailleerd observeren van een aardachtige exoplaneet zal een flinke uitdaging zijn. Zo’n planeet draait om een ster waarvan het schijnsel 10 miljard keer feller is dan dat van de planeet zelf. Vergelijk het schijnsel van een vuurvliegje met het licht van een vuurtoren. De Visser werkt met supergeleidende detectoren die niet of nauwelijks ‘ruis’ geven bij metingen. Bovendien zijn ze zo goed in het meten van de energie van het foton - in specialistentaal: ze hebben een intrinsiek energie oplossend vermogen van 70 - dat daarmee een spectrum van de atmosfeer van de exoplaneet kan worden verkregen. En dankzij dat oplossend vermogen wel zo sterk dat de lijnen van de meeste karakteristieke moleculen te zien zijn. Het zal voor het eerst zijn dat een spectrometer met zulke ultragevoelige detectoren, een zogenaamde Integral Field Spectrograph (IFS), voor zichtbaar licht ontwikkeld wordt. Ook vijf andere pas gepromoveerde sterrenkundigen hebben een Veni-beurs gekregen. Het complete overzicht staat hier.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
27 juli 2017 • Stervorming in Orion-sterrenhoop ging in drie stappen
Aan de hand van nieuwe waarnemingen met de Europese VLT Survey Telescope (VST) hebben astronomen drie verschillende populaties van ‘babysterren’ ontdekt in de Orionnevel. Dat suggereert dat de vorming van sterren in dit stervormingsgebied schoksgewijs verloopt. De VST-gegevens zijn gebruikt om nauwkeurige metingen te kunnen doen van de helderheden en kleuren van alle sterren van de sterrenhoop in het hart van de Orionnevel. Deze metingen stellen astronomen in staat om de massa’s en leeftijden van de sterren te bepalen. Tot hun verrassing lieten de gegevens zien dat de sterren in drie verschillende groepen kunnen worden ingedeeld. De voorlopige conclusie is dat het gaat om drie opeenvolgende generaties van sterren die binnen minder dan drie miljoen jaar zijn ontstaan. Een en ander betekent dat de stervorming in de Orionnevel-sterrenhoop niet alleen met horten en stoten gaat, maar ook veel sneller verloopt dan voorheen werd aangenomen. (EE)
Meer informatie:
De geschiedenis van drie stellaire steden

   
27 juli 2017 • Melkweg bestaat voor de helft uit extragalactische materie
Britse astrofysici hebben ontdekt dat, anders dan doorgaans wordt aangenomen, misschien wel de helft van alle materie in onze Melkweg afkomstig is van andere sterrenstelsels. Dat blijkt uit omvangrijke computersimulaties, waarvan de resultaten vandaag in de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society zijn gepubliceerd. De simulaties laten zien dat de aanzienlijke hoeveelheden gas die bij supernova-explosies de ruimte in worden geblazen in een soort galactische wind resulteren. Deze uitstoot van atomen heeft tot gevolg dat sterrenstelsels onderling materie uitwisselen. Heel erg snel verloopt die ‘intergalactische overdracht’ niet. De afstand tussen twee sterrenstelsels bedraagt al snel een miljoen lichtjaar. De deeltjes van de galactische winden, die zich met snelheden van honderden kilometers per seconde voortplanten, doen er honderden miljoenen jaren over om zo’n kloof te overbruggen. Door de complexe materiestromen in de simulaties nauwkeurig te volgen, hebben de wetenschappers ontdekt dat gas van kleinere naar grotere sterrenstelsels stroomt. In die grotere stelsels, waartoe ook onze Melkweg wordt gerekend, wordt het aangevoerde gas gebruikt voor de vorming van nieuwe sterren. Een en ander betekent dat de eigen identiteit van sterrenstelsels in de loop van de kosmische geschiedenis aardig verwaterd moet zijn. Ook wijzelf zijn dus geen ‘rasecht’ product van onze Melkweg, maar een samenraapsel van atomen uit de wijde omgeving. (EE)
Meer informatie:
Milky Way’s origins are not what they seem

   
26 juli 2017 • Beginfase van kosmische gammaflits ontraadseld
Een internationaal team van astronomen heeft gedetailleerde waarnemingen kunnen doen van een zogeheten gammaflits – een intense stoot gammastraling uit een ver sterrenstelsel. Daarbij zijn de wetenschappers veel te weten gekomen over de beginfase van het verschijnsel (Nature, 27 juli). Gammaflitsen zijn catastrofale gebeurtenissen waarbij een ongeveer vijftig zonsmassa’s zware ster ineenstort tot een zwart gat. Bij dat proces komt binnen enkele seconden net zoveel energie vrij als onze zon in de loop van haar hele bestaan uitzendt. Deze energie wordt deels afgevoerd in de vorm van twee tegengesteld gerichte ‘jets’ van materie en energie. Uit waarnemingen van gammaflits GRB 160625B is nu gebleken dat de extreem heldere beginfase van flits wordt aangedreven door zogeheten synchrotronstraling. Deze straling ontstaat wanneer versnellende elektronen worden gedwongen om een spiraalbaan te volgen. De ‘dwang’ komt in dit geval van een sterk magnetisch veld, dat door het pas gevormde zwarte gat wordt gegenereerd. Tot nu toe waren ook twee andere kandidaten in de race als energieleverancier van de beginfase van de gammaflits: ‘zwartlichaamstraling’ (de warmte-emissie van extreem hete materie) en inverse Comptonstraling (ontstaat wanneer versnellende elektronen energie overdragen aan fotonen). (EE)
Meer informatie:
Gamma-Ray Burst Captured in Unprecedented Detail

   
26 juli 2017 • Bijzondere moleculen ontdekt in de atmosfeer van Saturnusmaan Titan
Meetapparatuur aan boord van de ruimtesonde Cassini heeft een bijzonder soort moleculen ontdekt in de atmosfeer van Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus. De moleculen – negatief geladen koolstofketens – spelen een belangrijke rol bij de productie van complexe organische verbindingen. Titan heeft een dichte atmosfeer van stikstof en methaan waarin zich – onder invloed van zonlicht en energierijke deeltjes uit de ruimte – tal van chemische reacties afspelen. Dat er in deze atmosfeer negatief geladen moleculen te vinden zijn, kwam dan ook als een verrassing. Dergelijke moleculen zijn namelijk zeer reactief en verbinden zich gemakkelijk met andere stoffen. Eenmaal gevormd zakken de koolstofketens dieper de atmosfeer in, waar ze zich alsnog aan andere moleculen binden. Waarschijnlijk is dat de manier waarop de organische ‘smog’ ontstaat die in het onderste deel van de Titanatmosfeer te zien is. Het is denkbaar dat het organische materiaal uiteindelijk het oppervlak van de grote Saturnusmaan bereikt. Wetenschappers vermoeden dat zich in de atmosfeer van de jonge aarde soortgelijke processen hebben afgespeeld. De atmosfeer van Titan wordt door hen gezien als een ‘laboratorium’ waarin de chemische reacties kunnen worden onderzocht die – op onze planeet althans – tot het ontstaan van leven hebben geleid. (EE)
Meer informatie:
Has Cassini found a universal driver for prebiotic chemistry at Titan?

   
25 juli 2017 • Langperiodieke kometen zijn groter (en talrijker) dan gedacht
Langperiodieke kometen - kometen met omlooptijden van meer dan 200 jaar - zijn groter en talrijker dan tot nu toe altijd is aangenomen. Dat blijkt uit waarnemingen van de Amerikaanse infraroodkunstmaan WISE, die gepubliceerd zijn in The Astronomical Journal. Langperiodieke kometen kunnen soms omlooptijden van duizenden of zelfs miljoenen jaren hebben. Het zijn bevroren objecten die afkomstig zijn uit de Oortwolk - een reusachtig kometenreservoir op zeer grote afstand rond de zon. Omdat kometen alleen waarneembaar zijn wanneer ze de zon dicht naderen, is er maar weinig over langperiodieke kometen bekend. (Kortperiodieke kometen, zoals komeet Halley en komeet Churyumov-Gerasimenko, hebben omlooptijden van minder dan 200 jaar; ze zijn in hun kleinere omloopbanen terecht gekomen door de zwaartekrachtwerking van reuzenplaneten zoals Jupiter.) Uit de WISE-waarnemingen blijkt dat het aantal langperiodieke kometen met afmetingen van meer dan één kilometer ongeveer zeven maal zo hoog is als tot nu toe werd aangenomen. Bovendien blijken de langperiodieke kometen gemiddeld twee keer zo groot te zijn als de kortperiodieke - niet zo vreemd, want kortperiodieke kometen komen veel vaker in de buurt van de zon, waarbij ze onder invloed van de zonnewarmte steeds verder eroderen. De nieuwe resultaten zijn van belang om een goed inzicht te krijgen in het risico van komeetinslagen op aarde. Het feit dat er meer en grotere brokstukken uit de Oortwolk door de binnendelen van het zonnestelsel scheren, betekent dat de aarde in de loop van de miljoenen jaren ook een grotere kans loopt om door zo'n kosmisch projectiel geraakt te worden. (GS)
Meer informatie:
Large, Distant Comets More Common Than Previously Thought (origineel persbericht)

   
25 juli 2017 • LOFAR Ierland officieel van start
Op 27 juli 2017 wordt het nieuwe Low Frequency Array (LOFAR) station in Ierland geopend. Hiermee breidt de grootste radiotelescoop ter wereld, met de centrale antennes in Noord-Nederland, zich uit tot een netwerk van maar liefst tweeduizend kilometer. Sterrenkundigen kunnen nu met nog meer detail de geschiedenis van het heelal bestuderen. Het station zal geopend worden door de Ierse minister voor Training, Vaardigheden, Innovatie, Onderzoek en Ontwikkeling, John Halligan. De internationale LOFAR telescoop (ILT) is een Europees netwerk van radio-antennes, die door middel van een supersnel glasvezelnetwerk zijn verbonden. Met de data van duizenden antennes, nu inclusief de Ierse antennes, wordt in krachtige computers een virtuele schotel met een diameter van tweeduizend kilometer gevormd. Hierdoor krijgt de telescoop een nog scherper en gevoeliger zicht op het heelal. René Vermeulen, directeur van de ILT, is erg enthousiast over deze nieuwe samenwerking. “Dankzij het nieuwe LOFAR-station in Ierland kunnen we het heelal nog gedetailleerder waarnemen. Zo kunnen we bijvoorbeeld met meer detail kijken naar nabije en verafgelegen objecten, van de zon tot zwarte gaten, magneetvelden en het ontstaan van sterrenstelsels in het vroege heelal. Dit zijn belangrijke onderzoeksgebieden voor astronomen in Nederland en andere ILT partner landen.” Het Ierse LOFAR-team staat onder leiding van hoogleraar Peter Gallagher van het Trinity College in Dublin, een expert op het gebied van zonnefysica. Vermeulen: “Het bestuderen van de Zon, inclusief zonnevlammen, is een belangrijke tak van het sterrenkundige onderzoek. Onder andere hierin brengen Ierse onderzoekers voor ons belangrijke versterking.” LOFAR is ontworpen en gebouwd door ASTRON, het Nederlandse instituut voor radioastronomie. Eerder deze maand heeft een team van ASTRON het opgeleverde Ierse station op het landgoed van Birr Castle getest. De antennes, die metingen verrichten op de laagste frequenties die vanaf de aarde waargenomen kunnen worden, werken naar behoren. Het glasvezelnetwerk is ook al succesvol verbonden met de supercomputer in het rekencentrum in Groningen, die de data van de duizenden antennes combineert. De opdracht voor de vervaardiging van alle onderdelen voor het Ierse LOFAR-station is uitgevoerd door AstroTec Holding BV, een dochteronderneming van ASTRON. De productie van elektronische onderdelen voor de ontvangers, de antennes en LOFAR-specifieke signaalbewerkingsapparatuur is vrijwel volledig door Noord-Nederlandse bedrijven uitgevoerd.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
25 juli 2017 • Planetoïde onopgemerkt langs de aarde gescheerd
Op 23 juli hebben astronomen een ongeveer vijftig meter grote planetoïde ontdekt. Dat zou geen opzienbarend nieuws zijn geweest als het stuk ruimtesteen niet drie dagen daarvóór op een afstand van slechts 123.000 kilometer langs de aarde was gescheerd. De planetoïde, die inmiddels de aanduiding 2017 OO1 heeft gekregen, was ongeveer drie keer zo groot als het object dat in 2013 boven de Russische Oeral de aardatmosfeer binnendrong. Die planetoïde veroorzaakte een reeks ontploffingen waarvan de schokgolven aanzienlijke schade aanrichtten in de stad Tsjeljabinsk en omgeving. De late ontdekking van 2017 OO1 bewijst dat een gebeurtenis als die in 2013 zich gemakkelijk kan herhalen. (EE)
Meer informatie:
Close shave from an undetected asteroid

   
24 juli 2017 • Donkere materie is niet 'fuzzy', blijkt uit quasarwaarnemingen
Recente theorieën dat de mysterieuze donkere materie in het heelal uit extreem lichte deeltjes bestaat (zogeheten fuzzy dark matter) kunnen naar de prullenbak, aldus onderzoekers van de University of Washington in Seattle. Waarnemingen aan de verdeling van intergalactische materie (in de ruimte tussen de sterrenstelsels) zijn niet in overeenstemming met voorspellingen van deze theorie. Het grootste deel van de materie in het heelal is 'donker', en bestaat uit tot nu toe onbekende elementaire deeltjes. Lange tijd is aangenomen dat het daarbij om cold dark matter moet gaan - zware deeltjes die gemakkelijk op relatief kleine schaal samenklonteren tot donkere 'halo's'. Zulke deeltjes zijn echter nooit gevonden, en de cold dark matter-theorie komt ook niet goed overeen met astronomische waarnemingen: de theorie voorspelt bijvoorbeeld veel meer kleine dwergsterrenstelsels dan er in werkelijkheid zijn. Om die reden heeft de theorie van de fuzzy dark matter de laatste jaren aan populariteit gewonnen; de term 'fuzzy' verwijst naar het feit dat de ultralichte deeltjes in deze theorie niet gemakkelijk samenklonteren tot compacte structuren. Uit waarnemingen van tientallen quasars (verre sterrenstelsels met extreem heldere kernen) hebben astronomen nu informatie afgeleid over de verdeling van de intergalactische materie. Waterstofatomen in het intergalactisch medium (het zogeheten 'kosmisch web') absorberen bepaalde golflengten van het quasarlicht, en op die manier is de ruimtelijke verdeling van het intergalactische waterstof te achterhalen. De verdeling van donkere materie zal in grote lijnen gelijk zijn aan die van het intergalactische waterstof: in beide gevallen is de ruimtelijke structuur namelijk ontstaan onder invloed van de zwaartekracht. Door de quasarwaarnemingen te vergelijken met de voorspellingen van verschillende kosmologische modellen, voor verschillende typen donkere materie, blijkt volgens de astronomen dat de verdeling van intergalactische materie niet valt te verklaren met fuzzy dark matter. Daarmee is het probleem van de ware aard van de mysterieuze donkere materie er alleen maar weer groter op geworden. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Physical Review Letters. (GS)
Meer informatie:
Dark matter is likely ‘cold,’ not ‘fuzzy,’ scientists report after new simulations (origineel persbericht)