31 juli 2015 • Supernova’s blazen Orion-reuzenbel steeds verder op
De Leidse sterrenkundige Bram Ochsendorf heeft in zijn promotieonderzoek de invloed van zware sterren in het Oriongebied op hun omgeving in kaart gebracht. Het was al bekend dat de zware sterren in het Orioncomplex een reuzenbel in de ruimte tussen de sterren hebben geblazen, maar nu blijkt dat deze Orion-Eridanus-reuzenbel met een omvang van 45 bij 45 graden nog veel omvangrijker en ingewikkelder is dan werd gedacht. Het resultaat is deze week gepubliceerd in The Astrophysical Journal. In de Orion-Eridanus-reuzenbel verdampt materiaal van moleculaire wolken. Opeenvolgende supernova-explosies in het centrale deel van de reuzenbel vegen dit verdampte materiaal op in expanderende schillen en verplaatsen het vervolgens naar de buitenkant, waar het samensmelt met de buitenste rand van de bel en op deze manier de verdere expansie van de reuzenbel aandrijft. Hierdoor kan de reuzenbel tientallen miljoenen jaren lang doorgroeien. De cyclus van stervorming, verdamping en schoonmaak van het centrale gedeelte van de reuzenbel door supernova’s gaat door totdat de moleculaire wolken compleet zijn verdampt of uiteengereten, waarna de aandrijvingskracht zal verdwijnen en de reuzenbel op zal gaan in het interstellaire medium (de materie en energie die zich tussen de sterren bevinden). Ochsendorf heeft gegevens van verscheidene telescopen gecombineerd voor dit nieuwe beeld van de morfologie en evolutie van het Orion-gebied. Hij hoopt op 1 september te promoveren aan de Universiteit Leiden. Daarna gaat hij als postdoc aan de slag aan de Johns Hopkins Universiteit in Baltimore, VS.
Volledig persbericht

   
30 juli 2015 • Onderzoeksresultaten van komeetlander Philae gepubliceerd
Complexe moleculen die aan de basis kunnen staan van de bouwstenen van het leven, het dagelijkse stijgen en dalen van de temperatuur en een bepaling van de oppervlakte-eigenschappen en de inwendige structuur van komeet 67P/Churyumov­-Gerasimenko. Dat zijn enkele van de hoogtepunten van de eerste wetenschappelijke analyse van de gegevens die komeetlander Philae in november vorig jaar heeft verzameld. De resultaten ervan zijn vandaag gepubliceerd in een speciale editie van het wetenschappelijke tijdschrift Science. De gepubliceerde onderzoeksresultaten hebben betrekking op het onderzoek dat Philae heeft gedaan voordat hij, ruim twee dagen na zijn stuiterende landing, door stroomgebrek in ‘winterslaap’ ging. Zijn meetinstrumenten hebben de aanwezigheid van 16 verschillende organische moleculen kunnen aantonen. Vier daarvan waren nog nooit eerder bij kometen aangetroffen. Sommige van deze moleculen spelen een belangrijke rol bij de vorming van aminozuren en suikers – belangrijke ingrediënten voor het ontstaan van leven. Metingen van de temperatuursensor MUPUS wezen uit dat de temperatuur op de plek waar Philae uiteindelijk terechtkwam in de loop van de dag – die op de komeet ongeveer 12 aardse uren duurt – varieerde tussen 180 en 145 graden onder nul. Het snelle stijgen en dalen van de temperatuur wijst erop dat de korst van de komeet bestaat uit een compact mengsel van stof en ijs, en met een laag stof is bedekt. Als onderdeel van zijn onderzoeksprogramma heeft Philae ook radiogolven dwars door de ‘kop’ van de komeet naar zijn moederschip Rosetta gezonden. Uit de signalen die Rosetta heeft opgevangen, blijkt dat het inwendige van de komeet vrij homogeen is. Het lijkt erop dat de komeet bestaat uit een ‘luchtig’ mengsel van stof en ijs, met een porositeit van minstens 75 procent. Of het meetprogramma van Philae nog een vervolg krijgt, is uiterst onzeker. Weliswaar is de komeetlander half juni uit zijn winterslaap ontwaakt, maar de communicatie – die via moederschip Rosetta gaat – verloopt moeizaam. Op 9 juli jl. is er voor het laatst iets van Philae vernomen. (EE)
Science on the surface of a comet

   
30 juli 2015 • Nabij planetenstelsel ontdekt
Astronomen hebben ontdekt dat om HD 219134, een tamelijk nabije ster in het sterrenbeeld Cassiopeia, minstens vier planeten cirkelen. Eén daarvan blijkt een rotsplaneet te zijn die ruim anderhalf keer zo groot is als de aarde. Het planetenstelsel is opgespoord met de 3,6-meter Galileo-telescoop op het Canarische eiland La Palma. Deze telescoop is uitgerust met een meetinstrument waarmee regelmatige schommelbewegingen van sterren kunnen worden gedetecteerd. Zo’n schommelbeweging wijst erop dat er een of meer planeten om de ster cirkelen. De massa’s van de vier planeten van HD 219134 lopen uiteen van 1,6 tot 62 aardmassa’s. Van de meeste is (nog) niet bekend hoe groot zijn. Maar uit waarnemingen met de Spitzer-ruimtetelescoop blijkt dat de binnenste, HD 219134b, vanaf de aarde gezien steeds weer voor zijn ster langs schuift. En dat maakte het mogelijk om zijn grootte te bepalen. Omdat ook de massa van HD 219134b bekend is – deze bedraagt 4,5 aardmassa – kan zijn gemiddelde dichtheid worden vastgesteld. Met 6 g/cm3 is die vergelijkbaar met die van onze aarde. Dat bewijst dat HD 219134b een rotsachtige planeet is. Het is denkbaar dat ook (sommige van) de andere planeten van HD 219134, die beduidend langere omlooptijden hebben dan de binnenste planeet, voor hun ster langs trekken. De astronomen zullen daar de komende maanden naar uit kijken. De afstand van HD 219134 bedraagt 21 lichtjaar. De ster is iets koeler, kleiner en lichter dan onze zon. (EE)
Cassiopeia's Hidden Gem: The Closest Rocky, Transiting Planet

   
30 juli 2015 • Veel sterren veranderen van baan
Wetenschappers die betrokken zijn bij de Sloan Digital Sky Survey (SDSS) hebben vastgesteld dat dertig procent van de sterren van onze Melkweg van baan veranderd is. Van omloopbaan welteverstaan. De ontdekking volgt uit een grootschalig onderzoek waarbij de chemische samenstellingen van 100.000 sterren zijn gemeten. In de loop van hun bestaan produceren sterren allerlei chemische elementen, die ze uiteindelijk de ruimte in blazen. De vrijgekomen elementen, die allemaal zwaarder zijn dan helium, voegen zich vervolgens bij het gas waaruit weer een nieuwe generatie van sterren ontstaat. Ten gevolge van deze ‘chemische verrijking’ bevat elke nieuwe generatie van sterren meer ‘zware’ elementen dan de vorige. Omdat op de ene plek in de Melkweg meer stervorming plaatsvindt dan op de andere, varieert het aandeel zware elementen van plaats tot plaats. Anders gezegd: de hoeveelheid zware elementen die een ster bevat, geeft een globale indicatie van zijn geboorteplaats. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat ongeveer 1 op de 3 sterren zich inmiddels ver van zijn geboorteplaats bevindt. Zo worden in het buitenste deel van de Melkwegschijf, dat relatief weinig zware elementen bevat, veel sterren aangetroffen die juist karakteristiek zijn voor het chemisch rijkere binnendeel. (EE)
Stars in Our Galaxy Move Far From Home

   
30 juli 2015 • Kosmisch lenseffect verraadt bestaan van verre Uranus-achtige exoplaneet
Uit waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop en de Keck-telescoop op Hawaï blijkt dat een ster die tien jaar geleden precies voor een verre achtergrondster langs schoof, wordt begeleid door een planeet van het kaliber Uranus. De planeet leverde een kleine, maar meetbare bijdrage aan het zogeheten microlenseffect dat bij die ‘sterbedekking’ optrad (The Astrophysical Journal, 30 juli). Het microlenseffect ontstaat wanneer het licht van een verre ster wordt afgebogen en versterkt door de zwaartekracht van een nabijere ster die vanaf de aarde gezien precies vóór zijn verre soortgenoot langs schuift. Wanneer de voorgrondster planeten heeft, kunnen ook die het licht van de achtergrondster (eventjes) versterken. In 2005 werd zo’n ‘dubbel’ microlenseffect waargenomen bij OGLE-2005-BLG-169L, een ster op ongeveer 8800 lichtjaar van de aarde. Uit de waarnemingen kon destijds echter niet precies vastgesteld hoeveel massa de planeet heeft en hoe ver hij van zijn ster verwijderd is. Om daar achter te komen, is met Hubble en Keck gezocht naar de ‘lensster’, die inmiddels een stukje moet zijn opgeschoven. Bij die zoekactie is inderdaad een ster gevonden die de versterkte achtergrondster net niet meer precies overlapt. Uit de waarnemingen blijkt dat het een ster is die ongeveer dertig procent minder massa heeft als onze zon. En daaruit kan worden afgeleid dat de planeet die aan het microlenseffect heeft bijgedragen van vergelijkbare massa is als Uranus en op een afstand van ongeveer 600 miljoen kilometer om zijn ster draait. (EE)
Telescopes Team Up To Find Distant Uranus-Size Planet Through Microlensing

   
29 juli 2015 • Ook ‘mislukte’ sterren vertonen poollicht
Astronomen hebben voor het eerst poollicht ontdekt bij een object buiten ons zonnestelsel. Het verschijnsel is waargenomen bij een zogeheten bruine dwergster – een object dat het midden houdt tussen een ster en een gasplaneet zoals Jupiter. De ontdekking toont aan dat deze ‘mislukte sterren’ zich nog het meest als bovenmaatse planeten gedragen (Nature, 30 juli). De bruine dwerg, die de aanduiding LSR J1835+3259 heeft, bevindt zich op ruim 18 lichtjaar van de aarde. Dat hij poollicht vertoont, werd ontdekt bij waarnemingen met de VLA-radiotelescoop en enkele grote optische telescopen in de VS. Met de VLA werden heldere pulsen van radiostraling gedetecteerd zoals die ook bij poollicht optreden. Deze pulsen bleken precies in de pas te lopen met helderheidsvariaties van de bruine dwerg, die eens in 2,84 uur om zijn as draait. De helderheidsvariaties wijzen erop dat de bruine dwerg een heldere plek vertoont. Nauwkeurige metingen met de 10-meter Keck-telescoop hebben laten zien dat het uitgezonden licht waarschijnlijk afkomstig is van elektronen die in botsing komen met waterstofgas in de atmosfeer. Daarmee staat vrijwel vast dat het om poollicht gaat. Poollicht ontstaat wanneer geladen deeltjes uit de ruimte worden ingevangen door het magnetische veld van een planeet (of bruine dwerg dus). Deze deeltjes worden via de magnetische veldlijnen naar de polen van de planeet geleid, waar ze in botsing komen met atomen in de atmosfeer. Het poollicht van LSR J1835+3259 is naar schatting 10.000 keer zo intens als het helderste poollicht in ons eigen zonnestelsel – dat van Jupiter. (EE)
Astronomers Discover Powerful Aurora Beyond Solar System

   
29 juli 2015 • IJsmaan van Saturnus vertoont vreemde rode krassen
Nieuwe opnamen, gemaakt door de Amerikaanse ruimtesonde Cassini, laten zien dat het noordelijk halfrond van de Saturnusmaan Tethys talrijke rode ‘krassen’ vertoont. Een paar daarvan waren al vaag te zien op eerdere Cassini-opnamen. Maar ze vallen nu veel meer op dan een aantal jaren geleden, omdat de noordelijke zomer nu is aangebroken in het Saturnus-stelsel. Hierdoor worden de strepen beter aangelicht door de zon. Wetenschappers hebben nog geen idee hoe de strepen zijn ontstaan. Mogelijk bestaan ze uit ijs met chemische verontreinigingen dat recent aan de oppervlakte is gekomen. Een andere mogelijkheid is dat er gas ontsnapt uit het inwendige van Tethys. Hoe dan ook: de strepen zijn geologisch jong, want ze lopen dwars over oudere structuren, zoals inslagkraters, heen. Afgezien van enkele kleine kraters op de maan Dione, zijn rode tinten schaars op de manen van Saturnus. Het geologisch jonge oppervlak van de Jupitermaan Europa vertoont echter ook rode structuren. In november van dit jaar zal Cassini de krassen nog eens wat beter bekijken. Mogelijk wordt dan meer duidelijk over hun aard en samenstelling. (EE)
Unusual Red Arcs Spotted on Icy Saturn Moon

   
29 juli 2015 • Lithium ontdekt bij stellaire explosie
Voor het eerst hebben astronomen het element lithium kunnen aantonen in het materiaal dat bij een nova-explosie is weggeblazen. Daarmee is een stukje van de puzzel van de chemische evolutie van de Melkweg gevonden waar al lang naar gezocht werd. Naast waterstof en helium is het lichte lithium het enige element dat (in geringe hoeveelheden) al tijdens de oerknal, 13,8 miljard jaar geleden, is gevormd. Lithium is dus overal, maar de hoeveelheden ervan lopen sterk uiteen. Zo bevatten sterren in de oudste delen van de Melkweg – de centrale verdikking en de halo – veel minder lithium dan verwacht, terwijl sterren in jongere schijf van de Melkweg veel meer lithium bevatten. Het vermoeden bestond al dat die laatste sterren hun hoge lithiumgehalte te danken hebben aan nova-explosies – ontploffingen op het oppervlak van witte dwergsterren. Daarbij zou lithiumrijk materiaal de ruimte in worden geslingerd, dat zich vermengd met het daar aanwezige gas, waaruit later weer nieuwe sterren ontstaan. Dat vermoeden kon tot nu toe echter niet worden bevestigd: bij onderzoek van nova-explosies werd geen lithium waargenomen. Dankzij twee relatief kleine Europese telescopen in Chili, is daar nu verandering in gekomen. Met deze instrumenten is lithium aangetoond in Nova Centauri 2013. De hoeveelheid lithium die deze nova heeft uitgestoten is gering: minder dan een miljardste zonsmassa. Maar omdat er in de geschiedenis van de Melkweg miljarden nova-explosies zijn geweest, is dat voldoende om de waargenomen en onverwacht grote hoeveelheden lithium in de schijf van ons sterrenstelsel te kunnen verklaren. (EE)
Eerste detectie van lithium van een ontploffende ster

   
28 juli 2015 • Ruimtesonde Dawn brengt topografie van dwergplaneet Ceres in kaart
Op basis van waarnemingen van de Amerikaanse ruimtesonde Dawn is een topografische kaart gemaakt van de dwergplaneet Ceres, met 950 kilometer het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel tussen de banen van Mars en Jupiter. Dawn kwam afgelopen voorjaar aan in een omloopbaan rond Ceres. De dwergplaneet blijkt een gevarieerde topografie te vertonen, met 15 kilometer grote hoogteverschillen tussen kraterbodems en bergpieken. Volgens het Dawn-team vertoont de topografie van Ceres veel overeenkomsten met die van de ijzige Saturnusmanen Dione en Tethys, die vergelijkbare afmetingen hebben. De metingen ondersteunen de theorie dat de korst van Ceres voornamelijk uit ijs bestaat. Sommige kraters op Ceres hebben inmiddels officiële namen gekregen. Ceres was de Romeinse godin van de vruchtbaarheid en de landbouw; de kraters op Ceres zijn genoemd naar goden en godinnen uit verschillende culturen die op de een of andere manier geassocieerd zijn met de landbouw. De grote krater waarin mysterieuze heldere plekken zijn ontdekt (vermoedelijk zeer recente ijsafzettingen) is bijvoorbeeld Occator genoemd, naar een andere Romeinse landbouwgod. Occator is 90 kilometer in middellijn en ongeveer 4 kilometer diep. Eerder werden in Occator aanwijzingen gevonden voor recente geologische activiteit; de heldere ijsgebieden zijn mogelijk afzettingen die ontstaan zijn als gevolg van een soort ijsvulkanisme. Momenteel beweegt Dawn langzaam maar zeker naar een lagere baan rond Ceres, op een hoogte van midner dan 1500 kilometer. Vanaf half augustus zullen vanuit deze lage baan nieuwe foto's worden gemaakt en metingen worden uitgevoerd. (GS)
New Names and Insights at Ceres (origineel persbericht)

   
27 juli 2015 • Studenten ontdekken ultra-compacte sterrenstelsels
Sterrenkundestudenten van San José State Univerity in Californië hebben twee extreem compacte sterrenstelsels ontdekt. Het gaat om kleine verzamelingen van sterren die qua afmetingen het midden houden tussen bolvormige sterrenhopen en 'gewone' sterrenstelsels. Het eerste van de twee nieuw ontdekte stelsels, M59-UCD3 geheten, is 200 keer zo klein als ons eigen Melkwegstelsel, maar bevat toch zoveel sterren dat de sterdichtheid ongeveer 10.000 keer zo hoog is als in de omgeving van de zon. Gezien vanaf een hypothetische planeet rond een van de sterren in M59-UCD3 zou de nachtelijke hemel gevuld zijn met miljoenen heldere sterren - een spectaculair schouwspel. Het tweede stelsel, M85-HCC1, heeft een nog veel hogere sterdichtheid: ongeveer één miljoen keer zo hoog als die in de omgeving van de zon. Hoe de ultracompacte sterrenstelsels zijn ontstaan is niet helemaal duidelijk. Mogelijk gaat het om de compacte kernen van sterrenstelsels die aanvankelijk veel groter waren, maar die het grootste deel van hun buitengebieden kwijt zijn geraakt in de nasleep van een kosmische aanvaring met een ander stelsel. Die theorie wordt ondersteund door het feit dat de sterren in de twee ultracompacte stelsels relatief rijk zijn aan zware elementen - die worden efficiënter geproduceerd in grote, zware sterrenstelsels. De ontdekking is gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Hiding in Plain Sight: Undergraduates Discover the Densest Galaxies Known (origineel persbericht)

   
27 juli 2015 • Kosmische wind beïnvloedt evolutie van sterrenstelsels
Een spectaculaire Hubble-opname van het sterrenstelsel NGC 4921 in de Coma-cluster, op ca. 300 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, toont de invloed van 'kosmische wind' op de evolutie van sterrenstelsels. NGC 4921 beschrijft een baan rond het centrum van de cluster, en beweegt daarbij door het ijle gas dat zich in de cluster bevindt. Het sterrenstelsel voelt daardoor een 'kosmische wind' waaien. Stofwolken in het sterrenstelsel worden door die kosmische wind langzaam maar zeker samengedrukt en geërodeerd, waarbij de gebieden met de hoogste dichtheid het langst weerstand bieden tegen die eroderende werking. Het gevolg is dat er een patroon van stofpilaren ontstaat, enigszins vergelijkaar met de beroemde 'zuilen der schepping' in de Adelaarnevel (in 1995 gefotografeerd door de Hubble-telescoop), maar dan ongeveer duizend keer groter. Op de Hubble-foto van NGC 4921 zijn die stofpilaren duidelijk zichtbaar. Uit de waarnemingen blijkt zonneklaar hoe groot de invloed van kosmische wind op de evolutie van sterrenstelsels kan zijn. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Dust pillars of destruction reveal impact of cosmic wind on galaxy evolution (origineel persbericht)

   
27 juli 2015 • Bolvormige sterrenhopen zijn minder oud dan gedacht
Bolvormige sterrenhopen - kolossale verzamelingen van honderdduizenden sterren - zijn minder oud dan tot nu toe altijd is aangenomen. Dat blijkt uit nauwkeurige leeftijdsbepalingen, uitgevoerd met de DEIMOS-spectrograaf op de 10-meter Keck-telescoop op Mauna Kea, Hawaii. Uit de metingen blijkt bovendien dat bolhopen in twee 'geboortegolven' zijn ontstaan - de eerste ca. 12,5 miljard jaar geleden, de tweede ongeveer één miljard jaar later. Ons eigen Melkwegstelsel bevat ruim honderd bolvormige sterrenhopen, verdeeld in een grote 'halo' rond het Melkwegcentrum. Ook in en rond andere sterrenstelsels zijn talloze bolhopen ontdekt. Ze bevatten extreem oude sterren; algemeen werd aangenomen dat de bolhopen de allereerste structuren in het pasgeboren heelal waren, en dat ze ontstonden voordat het betreffende sterrenstelsel echt gestalte kreeg, misschien wel 13,5 miljard jaar geleden. De nieuwe waarnemingen wijzen echter uit dat bolvormige sterrenhopen min of meer gelijktijdig met hun moederstelsels zijn ontstaan. Dat gebeurde ná de periode van kosmische reïonisatie, toen het heelal gevuld was met energierijke ultraviolette straling, afkomstig van de allereerste generatie zware sterren en zwarte gaten. Voorheen was het altijd enigszins raadselachtig hoe de bolhopen dat energierijke stralingsbombardement konden overleven. Nu blijkt dat ze minder oud zijn, lijkt dat probleem voorlopig uit de weg geruimd. (GS)
Fossil Star Clusters Reveal Their Age (origineel persbericht)

   
24 juli 2015 • New Horizons ontdekt ‘ijsmist’ en stromend ijs op Pluto
NASA heeft nieuwe beelden van, en gegevens over, de dwergplaneet Pluto gepresenteerd, die de ruimtesonde New Horizons deze week naar de aarde heeft gezonden. In grote lijnen bevestigen deze de al eerder ontstane indruk dat Pluto een complexe, geologisch actieve wereld is. Een van de opvallende ontdekkingen is dat de luchtdruk op Pluto snel verandert. Metingen van New Horizons wijzen erop dat die luchtdruk de laatste paar jaar is gehalveerd. Mogelijk komt dit doordat Pluto zich geleidelijk van de zon verwijdert, waardoor de temperaturen dalen en steeds meer atmosferisch gas vastvriest aan het oppervlak. De huidige luchtdruk is 100.000 keer zo laag als op aarde. Uit foto’s die New Horizons heeft gemaakt nadat hij Pluto was gepasseerd, en tegen de donkere kant van de dwergplaneet aan keek, blijkt dat de atmosfeer enkele ‘mistlagen’ vertoont. Deze worden veroorzaakt door vrij complexe koolwaterstoffen die op grote hoogte onder invloed van de uv-straling van de zon ontstaan, en vervolgens omlaag dwarrelen. In de lagere, koudere delen van de atmosfeer condenseren ze tot een mist van ijsdeeltjes. Beelden van ’Tombaugh Regio’, de grote hartvormige ijsvlakte op Pluto, laten zien dat het ijs ter plaatse stroomt, ongeveer zoals aardse gletsjers dat doen. Enkele grote kraters langs de randen van de vlakte zijn volgelopen met ijs, en elders is te zien hoe het ijs zich om bergen heen heeft gewurmd. Meer beeldmateriaal, waaronder een nieuwe, scherpere overzichtsfoto van de dwergplaneet en een 'valse kleuren'-opname die de verschillen in de samenstelling van het oppervlaktemateriaal toont, is te vinden op http://www.nasa.gov/mission_pages/newhorizons/images/index.html. Alles bij elkaar is nu ongeveer vijf procent van de gegevens die New Horizons tijdens zijn recente scheervlucht langs Pluto heeft verzameld naar de aarde overgezonden. Tot medio september staat het overseinen van gegevens op een laag pitje, omdat de ruimtesonde dan druk bezig is met het onderzoeken van deeltjes en plasma in de omgeving van Pluto. (EE)
NASA’s New Horizons Team Finds Haze, Flowing Ice on Pluto

   
23 juli 2015 • Bruine dwergen ontstaan op dezelfde manier als sterren
Uit waarnemingen met de Amerikaanse VLA-radiotelescoop blijkt dat jonge, onvolgroeide bruine dwergsterren jets van materie uitstoten. Deze ontdekking wijst erop dat bruine dwergen, die het midden houden tussen sterren en planeten, op dezelfde manier ontstaan als ‘normale’ sterren. Bruine sterren hebben minder massa dan sterren, maar meer massa dan reuzenplaneten zoals Jupiter. Hun massa’s zijn te gering om de thermonucleaire reacties in gang te zetten die normale sterren van energie te voorzien. Het bestaan van bruine dwergen werd al vijftig jaar geleden voorspeld, maar de eerste werd pas in 1994 ontdekt. De grote vraag was of het vormingsproces van bruine dwergen meer op dat van planeten of meer op dat van sterren zou lijken. Sterren ontstaan wanneer een enorme wolk van gas en stof onder invloed van zijn eigen zwaartekracht samentrekt. Rond de pas gevormde ster blijft dan een schijf van materie over, waarin zich uiteindelijk planeten kunnen vormen. Een ster-in-wording blaast een deel van het gas dat hij verzamelt terug de ruimte in. De materieschijf rond de ster zorgt ervoor dat dit uitgestoten gas maar twee kanten op kan: omhoog of omlaag. Hierdoor ontstaan twee bundels of ‘jets’. Bij de vorming van planeten ontstaan zulke jets niet. Nu bij vier jonge bruine dwergen in een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Stier, 450 lichtjaar van de aarde, jets zijn waargenomen, staat vrijwel vast dat hun ontstaansproces veel weg heeft van dat van gewone sterren. (EE)
Brown Dwarfs, Stars Share Formation Process, New Study Indicates

   
23 juli 2015 • Nieuwe oogst van exoplaneten gepresenteerd
Astronomen hebben vandaag een nieuwe lijst van meer dan 500 ’exoplaneet-kandidaten’ gepresenteerd. De (mogelijke) planeten zijn opgespoord in gegevens die de afgelopen vier jaar zijn verzameld door de NASA-satelliet Kepler. Een eerdere versie van de Kepler-catalogus telde al 4175 kandidaten. De Kepler-satelliet spoort planeten op door te letten op periodieke ‘dipjes’ in de helderheden van sterren. Of deze regelmatige helderheidsveranderingen ook werkelijk door planeten worden veroorzaakt, moet uit (tijdrovende) vervolgwaarnemingen blijken. De geschiedenis heeft echter geleerd dat dit bijna altijd het geval is. Op de nieuwe lijst staan twaalf kandidaten die minder dan twee keer zo groot zijn als de aarde en bovendien binnen de zogeheten ‘leefbare zone’ om hun ster cirkelen. Deze zone is de gordel rond de ster waarbinnen de temperaturen op het oppervlak van een planeet zo gematigd kunnen zijn dat er water in vloeibare vorm kan bestaan. Dat er ook werkelijk water aanwezig is, staat allerminst vast. Van een van de twaalf kandidaten, Kepler 452b, is het bestaan inmiddels al bevestigd. Deze planeet, die anderhalf keer zo groot is als de aarde, draait om een zonachtige ster die 1400 lichtjaar van ons is verwijderd. De afstand tussen Kepler 452b en zijn moederster is vergelijkbaar met de afstand aarde-zon. De massa van Kepler 452b wordt geschat op vijf aardmassa’s. Daarmee behoort hij tot de klasse van de ‘superaardes’ – planeten die qua omvang tussen de aarde en de planeet Neptunus in zitten. Uit de massa/grootte-verhouding van de planeet kan worden afgeleid dat het een rotsachtig object is. Over de omstandigheden op de planeet kan voorlopig alleen maar worden gespeculeerd. Elke overeenkomst tussen de artist’s impression die het SETI Institute aan zijn persbericht heeft toegevoegd en de werkelijkheid berust dus op zuiver toeval. (EE)
New Kepler Exoplanet Catalog Includes Terrestrial Sized World Orbiting Cousin Of The Sun

   
22 juli 2015 • Opsporing verzocht: vreemde Marslandschappen
Het wetenschappelijke team van NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) vraagt het publiek om te assisteren bij het onderzoek van de vele vreemde structuren rond de zuidpool van de planeet Mars. Door overzichtsbeelden te bekijken, kunnen vrijwilligers gebieden helpen aanwijzen die nog eens goed moeten worden bekeken met de HiRISE-camera van de orbiter. Veel landschappen op Mars lijken op die van de aarde. Maar de poolstreken van de planeet vertonen veel exotischere structuren. Dat heeft te maken met het afwisselend bevriezen en dooien van koolstofdioxide (CO2) – een proces dat van nature niet op aarde optreedt. In de lente verandert het CO2-ijs dat zich in de winter heeft gevormd in gas, waardoor allerlei vreemde gaten en scheuren in het oppervlak ontstaan. Wie meedoet aan het nieuwe project, dat ‘Planet Four: Terrains’ heet, krijgt de taak om bepaalde terreinsoorten op te sporen. Dat gebeurt aan de hand van foto’s die details met afmetingen tot zes meter laten zien. Interessante structuren zullen vanaf medio 2016 nog eens met HiRISE worden gefotografeerd. Met deze camera kunnen details van een halve meter worden vastgelegd. ‘Planet Four: Terrains’ maakt deel uit van Zooniverse, een organisatie die inmiddels al dertig wetenschappelijke projecten heeft lopen waar iedereen aan kan meedoen. (EE)
New Website Gathering Public Input on NASA Mars Images

   
22 juli 2015 • Pulsar doorboort schijf rond ster
Een snel bewegende pulsar lijkt een gat te hebben geslagen in de gasschijf rond de ster die hem begeleid. Daarbij is een deel van de schijf met een snelheid van ongeveer 6,5 miljoen kilometer weggeschoten. Uit waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra blijkt dat de snelheid van de ’gasklont’ nog steeds toeneemt. De pulsar vormt een dubbelster met een ster die ongeveer dertig keer zo zwaar is als onze zon. De pulsar zelf is veel lichter: hij is het compacte restant van een andere zware ster die een supernova-explosie heeft ondergaan. De zware ster roteert zo snel om zijn as, dat hij bijna uit elkaar valt. Hierdoor heeft zich rond zijn evenaar een schijf van gas gevormd. De pulsar, die in een langgerekte baan om de ster draait, vliegt eens in de 41 maanden door die schijf heen.De klont materie die de pulsar de afgelopen keer (december 2010) heeft weggeslagen is kolossaal van formaat: hij is honderd keer zo groot als ons zonnestelsel. Maar qua massa valt het wel mee (of tegen): die is vergelijkbaar met de massa van al het water op aarde. Uit waarnemingen van de Chandra-satelliet blijkt dat de gemiddelde snelheid van de gasklont aanvankelijk ongeveer 7 procent van de lichtsnelheid bedroeg. Maar tussen mei 2013 en februari 2014 is die snelheid ongeveer verdubbeld. Dat de gasklont nog steeds aan het versnellen is, komt door de krachtige ’wind’ van energierijke deeltjes die de pulsar voortdurend uitzendt. (EE)
Pulsar Punches Hole In Stellar Disk

   
22 juli 2015 • Astronomen ontdekken sterrenstelsel 'in aanbouw'
In een sterrenstelsel op bijna 13 miljard lichtjaar van de aarde is een grote wolk van koud gas gedetecteerd waaruit sterren kunnen ontstaan. Door zijn grote afstand zien we het stelsel, dat de aanduiding BDF3299 heeft gekregen, zoals het er 800 miljoen jaar na de oerknal ‘bijstond’. Het is voor het eerst dat het vormingsproces van een ‘normaal’ sterrenstelsel als dit in zo’n vroeg stadium is waargenomen. De gaswolk is ontdekt met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), een internationale radiotelescoop in het noorden van Chili. Gewone telescopen, zoals de Europese Very Large Telescope of de Hubble-ruimtetelescoop, kunnen de wolk niet ‘zien’: zij registreren alleen het centrale deel van het stelsel, waar zich al sterren hebben gevormd. Astronomen denken dat de door ALMA waargenomen gaswolk bestaat uit ‘vers’ gas dat vanuit de intergalactische ruimte naar BDF3299 is toegestroomd. Anders gezegd: BDF3299 is een sterrenstelsel ‘in aanbouw’. (EE)
ALMA voor het eerst getuige van de vorming van sterrenstelsels in het vroege heelal

   
21 juli 2015 • Meer ijsbergen op Pluto; activiteit op Ceres
Op de verre dwergplaneet Pluto is een tweede terrein met ijsbergen ontdekt, aan de zuidwestrand van het heldere, hartvormige gebied Tombaugh Regio. De ijsbergen zijn vastgelegd door de LORRI-camera van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons toen die op 14 juli op kleine afstand langs Pluto scheerde. Door de trage gegevensverbinding komen de foto's en meetgegevens slechts 'druppelgewijs' binnen. Er zijn ook foto's ontvangen van de twee kleine Plutomaantjes Nix en Hydra, die in 2005 werden ontdekt. Nix heeft afmetingen van ca. 42 bij 36 kilometer; Hydra meet 55 bij 40 kilometer. Op Nix lijkt zich een grote inslagkrater met een afwijkende kleur te bevinden. Op een persconferentie die gepland staat voor vrijdag 24 juli zullen New Horizons-wetenschappers meer resultaten presenteren en de nu gepubliceerde foto's verder duiden. Dichter bij de zon, tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter, doet de eveneens Amerikaanse ruimtesonde Dawn inmiddels al geruime tijd onderzoek aan de dwergplaneet Ceres, het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel. Dawn-onderzoekers hebben vandaag gemeld dat Ceres komeetachtige activiteit vertoont: in de grote krater Occator waarin ook mysterieuze heldere plekken zijn ontdekt (vermoedelijk relatief 'vers' oppervlakteijs) zijn 'dampen' waargenomen die doen vermoeden dat er watermoleculen uit de mantel van Ceres ontsnappen. Eerder was niet bekend of de heldere plekken uit ijs of uit zoutafzettingen bestaan. (GS)
NASA-persbericht over Nix en Hydra

   
21 juli 2015 • Oude ster in Melkwegcentrum is binnendringer
Sterrenkundigen hebben in de kern van het Melkwegstelsel een ster ontdekt die afkomstsig is uit de halo - het allerbuitenste deel van het stelsel. De ontdekking doet vermoeden dat er meer van zulke 'binnendringers' zijn, waardoor 'demografisch' onderzoek van de Melkwegkern bemoeilijkt wordt. De astronomen bestudeerden zogeheten RR Lyrae-sterren - sterren die op een voorspelbare manier opzwellen en weer inkrimpen, en daarbij periodiek van helderheid veranderen. RR Lyrea-sterren zijn over het algemeen zeer oud; er zijn er dan ook al bijna veertigduizend ontdekt in het langgerekte kerngebied van het Melkwegstelel (de zogeheten bulge, of 'centrale verdikking'), dat voornamelijk oude sterren bevat. Eén van de 100 onderzochte RR Lyrae-sterren bleek verrassend genoeg met een extreem hoge snelheid van 482 kilometer per seconde door het Melkwegstelsel te bewegen - ongeveer vijf keer zo snel als 'normaal', en bijna snel genoeg om aan de zwaartekracht van het Melkwegstelsel te ontsnappen. Omdat de afstand van een RR Lyrea-ster vrij nauwkeurig kan worden afgeleid uit zijn helderheidsvariaties, was het mogelijk de ruimtelijke positie van de ster (MACHO 176.18833.411 geheten) te bepalen. Daarna kon op basis van de waargenomen snelheid de baan worden gereconstrueerd die de ster in de afgelopen één miljard jaar door het Melkwegstelsel heeft afgelegd. Op die manier kwam vast te staan dat hij oorspronkelijk geen deel uitmaakte van de centrale verdikking, maar afkomstig is uit de (eveneens oude) halo van het Melkwegstelsel. (GS)
Starry surprise in the bulge: encounter of a halo passerby (origineel persbericht)

   
20 juli 2015 • Bewoonbaarheid van planeten mede bepaald door samenstelling
De bewoonbaarheid van een aardeachtige exoplaneet wordt niet alleen bepaald door de afstand van de planeet tot zijn moederster, maar ook door de samenstelling. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit van Californië in Santa Barbara op basis van nieuwe modelberekeningen. Tot ca. tien jaar geleden werd aangenomen dat de samenstelling van de aarde vergelijkbaar zou zijn met die van zogeheten chondrieten (een bepaald type steenmeteorieten) - de aardse planeten zijn immers uit zulke kleine brokstukken samengeklonterd. Later bleek echter dat de samenstelling van de aarde in bepaalde opzichten toch afwijkt van die van chondrieten. Een nieuw model, opgesteld door de Californische aardwetenschappers, gaat er nu vanuit dat de aarde minder radioactieve elementen (uranium, thorium en kalium) bevat dan tot dusver werd aangenomen. Recente berekeningen, vandaag gepubliceerd in Nature Geoscience, laten zien dat het nieuwe model wél leidt tot het ontstaan van plaattektoniek, terwijl de aarde in het 'oude' model géén plaattektoniek zou vertonen, vanwege een te grote warmteproductie. Plaattektoniek werkt als een soort planetaire thermostaat, en speelt een belangrijke rol bij het bewoonbaar houden van een planeet zoals de aarde. De onderzoekers concluderen dan ook dat bij het beoordelen van de bewoonbaarheid van aardeachtige exoplaneten niet alleen gekeken moet worden naar de afstand tot hun moederster, maar ook naar de samenstelling. (GS)
Plate Tectonics Depend on Elemental Abundances (origineel persbericht)

   
20 juli 2015 • 100 miljoen dollar voor grootste SETI-project ooit
Internet-investeerder Yuri Milner, oprichter van de Breakthrough Prize Foundation en van de Milner Global Foundation, steekt 100 miljoen dollar in de speurtocht naar buitenaardse intelligentie (Search for Extraterrestrial Intelligence, SETI). Dat maakte hij vandaag bekend op een bijeenkomst van de Royal Society in Londen, in aanwezigheid van wetenschappelijke kopstukken als natuurkundige Stephen Hawking, Astronomer Royal Sir Martin Rees en de Amerikaanse SETI-pionier Frank Drake. Met het geld wordt gedurende een periode van tien jaar waarneemtijd 'gekocht' op enkele van de grootste radiotelescopen ter wereld, waaronder de 110-meter Green Bank Telescope in de Verenigde Staten en de 64-meter Parkes-telescoop in Australië. Ook worden nieuwe ontvangers en analysetechnieken ontwikkeld. Het 'Breakthrough Listen'-project zal gericht gaan zoeken naar mogelijke kunstmatige radiosignalen, afkomstig van één miljoen sterren in ons eigen Melkwegstelsel en in 100 andere nabijgelegen sterrenstelsels. Daarnaast gaat de Automatic Planet Finder van de Lick-sterrenwacht in Californië speuren naar mogelijke optische communicatiesignalen van buitenaardse beschavingen. Volgens SETI-onderzoeker Dan Werthimer van de Universiteit van Californië in Berkeley zal Breakthrough Listen vijftig maal zo gevoelig zijn als eerdere SETI-projecten, een tien maal zo groot gebied aan de hemel bestrijken, een vijf keer zo breed deel van het radiospectrum afspeuren, en honderd maal zo snel zijn. Bij de analyse van de vele metingen, die in de zomer van 2016 van start gaan, wordt via het programma SETI@home ook gebruik gemaakt van de rekenkracht van miljoenen thuiscomputers. (GS)
Investor Yuri Milner Commits $100M to Search for E.T. Intelligence (origineel persbericht)

   
17 juli 2015 • Rondtollende planetoïde moet uit één stuk bestaan
Planetoïde (436724) 2011 UW158 is geen losse verzameling gruis en stenen die door de zwaartekracht bijeen wordt gehouden, zoals veel andere planetoïden, maar is een object uit één stuk. Dat concluderen onderzoekers op basis van radarwaarnemingen van het hemellichaam die op 14 juli zijn verricht met de 305 meter grote radioschotel bij Arecibo op Puerto Rico. De planetoïde passeerde de aarde die dag op een veilige afstand van ca. 6,9 miljoen kilometer (18 maal de afstand van de aarde tot de maan). Uit de radarmetingen is afgeleid dat het rotsblok qua vorm enigszins doet denken aan een walnoot, en dat het relatief groot is, met afmetingen van ca. 300 bij 600 meter. Maar ook kwam vast te staan dat (436724) 2011 UW158 in slechts 37 minuten om zijn as draait, in overeenstemming met eerdere metingen aan de helderheidsvariaties. Een object met deze afmetingen dat zo snel roteert, moet wel uit één massief stuk gesteente bestaan, anders zou het door de middelpuntvliedende krachten uiteen zijn gevallen. Er zijn slechts twee andere snel roterende planetoïden met vergelijkbare afmetingen bekend. (GS)

   
17 juli 2015 • NASA toont foto van ijsvlakte op Pluto
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft een nieuwe opname van de dwergplaneet Pluto gepresenteerd. Het afgebeelde gebied is een ijsvlakte die grenst aan het eerder getoonde berggebied, en maakt deel uit van de grote hartvormige vlakte die ‘Tombaugh Regio’ is gedoopt – naar de ontdekker van Pluto. De ijsvlakte vertoont een patroon van onregelmatig gevormde, veelhoekige segmenten die omringd zijn door smalle troggen. In sommige van die troggen zijn heuvels te zien. Het ijs zelf vertoont plaatselijk talrijke putjes. De segmenten hebben afmetingen van enkele tientallen kilometers. Volgens geoloog Jeff Moore, die de foto tijdens een persconferentie van uitleg voorzag, is de structuur van de ijsvlakte moeilijk te verklaren. Het ontbreken van kraters wijst erop dat het om jong terrein gaat. Maar of de vlakte 100 miljoen jaar geleden is ontstaan of bij wijze van spreke vorige week, is onduidelijk. Ook onduidelijk is hoe de gesegmenteerde structuur is ontstaan. Mogelijk is convectie, aangedreven door warmte in het inwendige van Pluto, de oorzaak. Een andere mogelijkheid is dat het ooit een aaneengesloten ijsvlakte was, die door krimp in stukken is gebroken. De heuvels die in de troggen te zien zijn, zien eruit alsof ze uit materiaal bestaan dat vanuit het inwendige omhoog is geduwd. Maar volgens Moore is het te vroeg voor conclusies. Het is bijvoorbeeld ook denkbaar dat de heuvels boven hun omgeving uit steken, omdat ze uit erosie-bestendig materiaal bestaan, terwijl het omliggende ijs is weggesleten. Volgens het New Horizons-team is tot nu toe pas 1 à 2 procent van de door de ruimtesonde verzamelde gegevens binnen. Eind volgende week moet dat een procent of 5 zijn. Het overgrote deel van het materiaal wordt pas na half september verwacht, want vanaf eind juli heeft New Horizons het weer te druk met het doen van metingen. Van de ijsvlakte en de naburige bergen is ook een 'flyover'-video gemaakt. (EE)
NASA’s New Horizons Discovers Frozen Plains in the Heart of Pluto’s ‘Heart’

   
17 juli 2015 • Bijzondere dubbelster ontdekt
Een internationaal team van astronomen, onder wie een aantal amateurs, heeft een uniek dubbelstersysteem ontdekt: het is de eerste in zijn soort waarbij de ene ster de andere volledig bedekt. Het gaat om een zogeheten cataclysmische veranderlijke, een witte dwergster die gas steelt van de ster die hem begeleidt (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). De dubbelster, die de aanduiding Gaia14aae heeft gekregen, staat op een afstand van ongeveer 730 lichtjaar in het sterrenbeeld Draak. Hij werd in augustus 2014 opgemerkt door de Europese satelliet Gaia, toen hij in binnen een dag vijf keer zo helder werd. Deze uitbarsting werd veroorzaakt doordat de witte dwerg plotseling een grote hoeveelheid gas te verwerken kreeg. Aanvullende waarnemingen door leden van de internationale amateur-organisatie CBA (Center for Backyard Astrophysics) hebben laten zien dat de dubbelster niet alleen een cataclysmische veranderlijke is, maar ook een bedekkingsveranderlijke. Dat betekent dat we vanaf de aarde het baanvlak van de dubbelster van opzij zien, waardoor om de vijftig minuten de ene ster precies voor de andere schuift. De begeleidende ster is ongeveer vijf keer zo groot als de zon en vijfhonderd keer zo groot als de witte dwerg waarmee hij een dubbelster vormt. (EE)
Gaia satellite and amateur astronomers spot one in a billion star

   
16 juli 2015 • Chili en La Palma gekozen als locaties voor grote gammatelescoop
De Cherenkov Telescope Array (CTA), een internationaal project waaraan ook Nederland bijdraagt, komt te staan in het noorden van Chili en op het Canarische eiland La Palma. Dat heeft de CTA Resource Board bekendgemaakt. De twee locaties krijgen de voorkeur boven die in Namibië en Mexico. De CTA zal gaan bestaan uit 120 telescopen, waarvan er 100 dicht bij de Europese sterrenwacht op Paranal komen te staan, verspreid over een oppervlakte van 3 vierkante kilometer. De overige twintig komen op de locatie van de Instituto Astrofisica de Canarias Observatorio del Roque de los Muchachos. De gesegmenteerde spiegels van de telescopen krijgen afmetingen variërend van 4 tot 24 meter.Daarmee wordt de CTA vele malen groter dan bestaande Cherenkov-telescopen, zoals de H.E.S.S. in Namibië. De instrumenten zijn bedoeld om de lichtflitsjes te registreren die ontstaan wanneer zeer energierijke gammastraling uit het heelal de aardatmosfeer binnenkomt. Deze straling is afkomstig van objecten als supernova’s, pulsars en actieve zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels, maar ook de zogeheten donkere materie kan een bron zijn. (EE)
Paranal and La Palma Sites Chosen for Final Negotiations to Host World’s Largest Array of Gamma Ray Telescopes

   
16 juli 2015 • Interstellaire materie bevat buckminsterfullereen
Wetenschappers van de universiteit van Basel hebben voor het eerst een van de moleculen geïdentificeerd die verantwoordelijk zijn voor de absorptie van sterlicht in de ruimte. Het blijkt te gaan om buckminsterfullereen, een bolvormig molecuul dat uit zestig koolstofatomen bestaat (Nature, 16 juli). Ongeveer honderd jaar geleden ontdekten astronomen dat het spectrum van sterlicht dat de aarde bereikt merkwaardige onderbrekingen vertoont: zogeheten diffuse interstellaire banden. Sindsdien wordt gezocht naar het soort materie in de ruimte dat verantwoordelijk is voor de absorptie van sterlicht op honderden verschillende golflengten. Al een tijdje bestond het vermoeden dat de oorzaak gezocht moet worden bij grote koolstofhoudende moleculen. Moleculen zoals buckminsterfullereen dus. Laboratoriumonderzoek heeft nu bevestigd dat geïoniseerde fullerenen – moleculen met een positieve lading – onder de zeer koude omstandigheden in de ruimte absorptie veroorzaken op twee van de golflengten waar diffuse interstellaire banden te zien zijn. Een klein deel van het oude raadsel is nu dus opgelost. (EE)
Old Astronomic Riddle on the Way to Be Solved

   
15 juli 2015 • Zo ziet Pluto er van dichtbij uit
Zojuist heeft NASA de eerste close-up beelden vrijgegeven van de dwergplaneet Pluto en twee van zijn manen. De opnamen zijn gemaakt door de ruimtesonde New Horizons, die afgelopen dinsdag een kort bezoek bracht aan het Pluto-stelsel. De drie opnamen – een detail aan de rand van de hartvormige ‘sneeuwvlakte’ op Pluto, een overzichtsfoto van de grote maan Charon en een blokkerig beeld van het maantje Hydra – roepen voorlopig meer vragen op dan dat ze beantwoorden. Zo zijn op de Pluto-foto jong ogende bergen van meer dan drie kilometer hoog te zien, maar helemaal geen inslagkraters. Dat betekent dat het terrein, inclusief de bergen, geologisch jong moet zijn – niet veel ouder althans dan 100 miljoen jaar. Maar welke processen hier aan het werk zijn, is nog onduidelijk. Ook grote delen van het oppervlak van Charon vertonen weinig kraters. Wel zijn op allerlei plaatsen valleien en kloven te zien, waaronder een 6 tot 10 kilometer diepe canyon. Opvallend is verder het donkere gebied bij de noordpool van Charon, waarvan de tint waarschijnlijk voor rekening komt van een dun laagje van nog onbekende samenstelling. Het maantje Hydra blijkt enigszins aardappelvormig te zijn en meet 33 bij 43 kilometer. Uit de hoeveelheid zonlicht die het maantje weerkaatst kan worden afgeleid dat het oppervlak ervan waarschijnlijk met bevroren water is bedekt. In de loop van de komende dagen en weken zullen meer opnamen van Pluto en zijn gevolg gepresenteerd worden. (EE)
From Mountains to Moons: Multiple Discoveries from NASA’s New Horizons Pluto Mission

   
15 juli 2015 • Lijkt planetenstelsel van HIP 11915 op het onze?
Een internationaal team van astronomen heeft een planeet opgespoord die qua massa en qua afstand tot zijn moederster veel op Jupiter lijkt. Daarbij komt nog dat deze ster, HIP 11915, sterke overeenkomsten vertoont met onze zon. Het is voor het eerst dat er een combinatie van een ster en een planeet is opgespoord die zoveel op het duo zon-Jupiter lijkt. Volgens de meest recente theorieën is de ordening van ons zonnestelsel – rotsachtige planeten dicht bij de zon en gasreuzen verder naar buiten – te danken aan de zwaartekrachtsinvloed die de planeet Jupiter tijdens zijn ontstaansfase op de rest van het planetenstelsel uitoefende. De ontdekking van ‘Jupiter 2.0’ kan erop wijzen dat dit ordeningsproces zich ook bij HIP 11915 heeft afgespeeld. Daarbij moet overigens wel worden aangetekend dat de massa van de planeet nog niet goed bekend is. Het is zelfs niet helemaal zeker dat hij überhaupt bestaat. Zijn bestaan wordt afgeleid uit het feit dat zijn moederster een kleine, trage schommelbeweging lijkt te vertonen. Maar theoretisch zou het waargenomen signaal in het licht van de ster ook een andere oorzaak kunnen hebben. Verder onderzoek zal hier uitsluitsel over moeten geven. Maar intrigerend is deze zonachtige ster met zijn (potentiële) Jupiter-dubbelganger wel. (EE)
Evenbeeld Jupiter ontdekt bij dubbelganger zon

   
15 juli 2015 • Pluto-sonde heeft scheervlucht goed doorstaan
Om even voor 3 uur vannacht is bij het vluchtleidingscentrum van New Horizons het verlossende bericht binnengekomen dat de ruimtesonde zijn scheervlucht langs Pluto goed heeft doorstaan. Het bericht, bestaande uit een 15 minuten durende reeks statusrapporten, maakte een einde aan een geplande zendpauze van 21 uur. New Horizons had het simpelweg te druk met het maken van foto’s en het verrichten van metingen. Alles bij elkaar verzamelt de ruimtesonde zoveel gegevens, dat het 16 maanden gaat duren voordat alles naar de aarde is overgezonden. Op de eerste close-ups van Pluto hoeven we niet zo lang te wachten: die moeten vandaag al binnenkomen. Of beter gezegd: binnendruppelen. Want door de grote afstand verloopt de data-overdracht heel langzaam: ongeveer 1 kilobit per seconde. (EE)
NASA’s New Horizons ‘Phones Home’ Safe after Pluto Flyby