16 september 2014 • Nieuwe Melkwegcatalogus bevat 219 miljoen sterren
Een team van de universiteit van Hertfordshire, onder leiding van de Belgische astronoom Geert Barentsen, heeft een nieuwe catalogus samengesteld van het noordelijke deel van onze Melkweg. De catalogus, waaraan tien jaar is gewerkt, bevat gegevens van 219 miljoen sterren (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 16 september). Vanaf donkere plekken op aarde is vaak een vage band van licht langs de hemel te zien. Deze band – de Melkweg – is de schijf van het sterrenstelsel waar onze zon deel van uitmaakt. Omdat wij ons ín die ongeveer 100.000 lichtjaar grote schijf bevinden, zien we die schijf vrijwel precies van opzij. Ook de paar duizend afzonderlijke sterren die we met het blote oog aan de nachthemel zien staan, maken deel uit van de Melkweg. Dat is echter maar het topje van de ijsberg. Als je een grote telescoop – in dit geval de 2,5-meter Isaac Newtontelescoop op La Palma – op de Melkweg richt, lost deze op in honderden miljoenen sterren. In het kader van de ‘INT Photometric H-alpha Survey of the Northern Galactic Plane’ (IPHAS), is een groot gedeelte van deze sterren in kaart gebracht. De zwakste sterren in de catalogus zijn een miljoen keer zwakker dan de zwakste sterren die we met het blote oog kunnen waarnemen. (EE)
219 million stars: a detailed catalogue of the visible Milky Way

   
15 september 2014 • ESA kiest locatie voor landing op komeet
De landingsmodule van de ruimtesonde Rosetta zal op 11 november landen op de ‘kop’ van de komeet 67P/Churyumov–Gerasimenko. Dat heeft het Europese ruimteagentschap ESA vanochtend bekendgemaakt. Als alles goed gaat, zal de lander op 11 november zachtjes neerploffen op de komeet. Het beoogde landingsgebied is grotendeels vlak, maar er is ook ruw terrein in de vorm van kloven en grote rotsblokken. Helemaal perfect is ‘locatie J’ dus niet, maar een betere plek lijkt niet voorhanden. Philae is nu nog aan Rosetta gekoppeld. Het tweetal is momenteel ongeveer dertig kilometer van ‘67P’ verwijderd. De komende weken zal die afstand geleidelijk worden teruggebracht tot twintig of misschien zelfs tien kilometer. Vanaf die geringere hoogte zal locatie J nog eens goed onder de loep worden genomen. Als mocht blijken dat hier toch geen veilige landing mogelijk is, kan worden uitgeweken naar een plek op de ‘buik’ van de komeet (‘locatie C’). De definitieve beslissing wordt op 14 oktober genomen. (EE)
‘J’ marks the spot for Rosetta’s lander

   
12 september 2014 • Gaia ontdekt haar eerste supernova
De Europese satelliet Gaia, die bezig is om de posities en bewegingen van sterren in onze Melkweg te meten, heeft een ontploffende ster ontdekt op 500 miljoen lichtjaar van de aarde. De supernova viel op doordat het sterrenstelsel waar hij deel van uitmaakt van de ene maand op de andere veel helderder was geworden. Gaia, die op 25 juli met zijn meetprogramma is begonnen, scant de hele hemel bij herhaling af. Hierdoor wordt elk van de ruwweg één miljard sterren die onderzocht moeten worden in de loop van de komende vijf jaar gemiddeld zeventig keer bekeken. Deze tactiek leent zich heel goed voor het opsporen van objecten die – al dan niet plotseling – van helderheid veranderen. Supernova Gaia14aaa werd op 30 augustus jl. ontdekt. Uit de kenmerken van het lichtspectrum van het object blijkt dat het gaat om een supernova van type Ia – een ontploffende witte dwergster. Van supernova's van dit type kan relatief gemakkelijk de afstand worden bepaald. De astronomen die veranderlijke objecten in de enorme hoeveelheid Gaia-gegevens opsporen, zijn eigenlijk nog bezig om de detectiesoftware te optimaliseren. Naar verwachting zal Gaia binnen enkele maanden ongeveer drie supernova's per dag ontdekken. (EE)
Gaia discovers its first supernova

   
11 september 2014 • De magnetische 'staart' van Venus vertoont gaten
Bij onderzoek met de Europese ruimtesonde Venus Express zijn ‘gaten’ waargenomen in de ionosfeer – een deel van de atmosfeer waar zich veel doorgaans geladen deeltjes bevinden – van de planeet Venus. Dat is niet voor het eerst: de eerste aanwijzingen voor het bestaan van deze gaten werden in 1978 ontdekt door de Amerikaanse ruimtesonde Pioneer Venus. De herontdekking wijst erop dat de gaten – gebieden waar de ionosfeer een duidelijk lagere dichtheid vertoont – een normaal verschijnsel zijn. De Pioneer Venus zag de de gaten op een moment dat de activiteit van de zon een hoogtepunt bereikte. Uit de gegevens van de Venus Express blijkt nu dat ze ook optreden in tijden dat de zon rustig is. Anders dan de aarde heeft Venus geen planeetomvattend magnetisch veld. Haar ionosfeer vormt de enige bescherming tegen de geladen deeltjes die de zon voortdurend uitstoot. Door die zonnewind is de ionosfeer aan de zonkant samengedrukt tot een dunne laag, terwijl zij aan de nachtkant is uitgerekt tot een lange staart. Terwijl de zonnewind tegen de ionosfeer boort, hopen de zonnedeeltjes zich op als de auto’s bij een verkeersopstopping. Daarbij vormt zich een dunne magnetosfeer rond Venus – het veel zwakkere equivalent van het magnetische veld van de aarde. De Venus Express is uitgerust met een instrument dat dit zwakke magnetische veld kan meten. Op momenten dat de ruimtesonde door de ‘staart’ van Venus doorkruist registreert dat instrument op twee plaatsen een duidelijke afname van de hoeveelheid geladen deeltjes en van het magnetische veld. Nadere analyse van deze meetgegeven laat zien dat deze ‘gaten’ in feite brede cilinders zijn, die zich uitstrekken van het oppervlak van de planeet tot ver in de ruimte. Hoe ze precies ontstaan, zal verder onderzoek moeten uitwijzen. (EE)
NASA Research Helps Unravel Mysteries Of The Venusian Atmosphere

   
11 september 2014 • 'Hete jupiters' brengen sterren aan het wankelen
Hete jupiters (grote, gasrijke planeten buiten ons zonnestelsel) kunnen hun moedersterren aan het schommelen brengen. Tot die conclusie komen astronomen van Cornell University (Science, 12 september). Toen twintig jaar geleden de eerste exoplaneten werden ontdekt, waren dat planeten van het kaliber Jupiter. Verrassend genoeg bleken veel van deze planeten op geringe afstand om hun moederster te draaien (vandaar ‘hete jupiters’). Recente waarnemingen hebben laten zien dat de rotatie-assen van sterren waar hete jupiters omheen draaien soms heel schuin op het baanvlak van deze planeten staan. Dat lijkt vreemd, omdat zelfs de zwaarste planeten doorgaans minstens duizend keer zo weinig massa bevatten als hun moederster: veel te weinig om de stand van de ster te beïnvloeden. In ons zonnestelsel staat de rotatie-as van de zon dan ook vrijwel loodrecht op het vlak waarin de planeten op de zon draaien. Maar anders dan veel andere sterren is onze zon solitair: ze heeft geen andere ster als begeleider. De zwaartekrachtsinvloed van zo’n begeleidende ster zorgt ervoor dat een Jupiterachtige planeet in een steeds krappere baan om zijn moederster gaat draaien. Uit de computersimulaties van de Cornell-astronomen blijkt dat de rotatie-as van de ster ten gevolge van het dichterbij komen van de planeet een precessiebeweging gaat maken. Anders gezegd: de ster begint te wankelen als een ronddraaiende tol die niet precies rechtop staat. (EE)
‘Hot Jupiters’ provoke their own host suns to wobble

   
11 september 2014 • Marsvoertuig Curiosity bereikt bestemming
NASA’s Marsvoertuig Curiosity heeft Mount Sharp bereikt, de ongeveer vijf kilometer hoge berg in het centrum van de Marskrater Gale. Curiosity begint nu aan zijn ‘beklimming’ van de berg, die officieel overigens te boek staat als Aeolis Mons. Mount Sharp lijkt het geërodeerde overblijfsel te zijn van een dik pakket sedimenten dat ooit zo’n beetje de hele krater vulde. Vermoed wordt dat deze sedimenten zijn afgezet door een meer dat zich hier miljarden jaren geleden heeft bevonden. Curiosity bereikte zijn bestemming via een route die begin dit jaar werd aangepast om de wielen van het Marsvoertuig te ontzien. Eind 2013 ontdekte NASA’s Marsteam dat vier van de zes aluminium wielen flinke schade hadden opgelopen. Daarop werd besloten om terrein dat met scherpe stenen is bezaaid zoveel mogelijk te vermijden. Het is bedoeling dat Curiosity vanaf nu de verschillende lagen van de berg gaat onderzoeken. Daarbij zullen onder meer boormonsters van het gesteente worden genomen. (EE)
NASA’s Mars Curiosity Rover Arrives at Martian Mountain

   
11 september 2014 • ‘Onmogelijke’ supernova-explosie verklaard
Bij waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop is de begeleider opgespoord van een ster die drie jaar geleden is ontploft in het Draaikolkstelsel (M51), een sterrenstelsel op ongeveer 24 miljoen lichtjaar van de aarde. Daarmee lijkt het raadsel rond deze supernova-explosie, die de aanduiding SN 2011dh kreeg, te zijn opgelost. In het voorjaar van 2013 kwam vast te staan dat de ster die in 2011 explodeerde een gele superreus was – een kolossale ster die ongeveer net zo heet, maar ongeveer twintig keer zo ‘zwaar’ was als onze zon. Dat was opmerkelijk, omdat volgens de standaardtheorie alleen rode (koele) en blauwe (zeer hete) superreuzen tot supernova-explosies van dit type (‘type II’) in staat zijn. Computermodellen lieten zien dat de explosie van de gele superreus verklaarbaar zou zijn als deze een andere ster als begeleider had. Tussen twee dicht om elkaar draaiende sterren treedt namelijk massa-overdracht op, wat grote gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van beide sterren. Uit Hubble-waarnemingen die op 7 augustus jl. zijn gedaan is op de plek van de supernova-explosie nu inderdaad een andere ster ontdekt. De blauwe ster, die door het ‘nagloeien’ van de supernova tot nu toe aan het zicht werd onttrokken, heeft precies de eigenschappen die door de computermodellen werden voorspeld. (EE)
Lurking Bright Blue Star Caught!

   
11 september 2014 • Venus-achtige exoplaneten gezocht
Amerikaanse astronomen hebben de database van Kepler, een NASA-satelliet die planeten buiten ons zonnestelsel opspoort, doorzocht op kandidaten die op onze buurtplaneet Venus kunnen lijken. De inventarisatie heeft geleid tot de introductie van een nieuw begrip: de Venus-zone. Dat is het gebied rond een ster waarbinnen een ogenschijnlijk ‘aardse’ planeet net zo onleefbaar kan zijn als Venus.  Van ons eigen zonnestelsel weten we dat de grootte van een planeet weinig zegt over zijn leefbaarheid. Buurplaneet Venus is vrijwel net zo groot en zwaar als onze aarde, maar heeft een atmosfeer waarin het broeikaseffect op hol is geslagen. Daardoor zijn de temperatuur en de druk aan haar oppervlak zo hoog opgelopen, dat de planeet onleefbaar is geworden.  Maar waar ligt dat aan? Is het vooral het verschil in afstand tot de zon dat ervoor heeft gezorgd dat de omstandigheden op Venus (dichter bij de zon dan de aarde) onleefbaar zijn geworden? Of zijn er nog meer factoren in het spel, zoals de hoeveelheid koolstof in de atmosfeer?  Om die vragen te kunnen beantwoorden, moeten andere planetenstelsels onderzocht worden op de aanwezigheid van Venus-achtige planeten. De astronomen hebben aangegeven op welke afstanden van een ster zulke planeten gezocht moeten worden. De binnengrens van deze ‘Venus-zone’ ligt op een afstand waar de planeet zo sterk door de ster wordt opgewarmd dat hij geen atmosfeer kan vasthouden. De buitengrens geeft aan op welke afstand van de ster het broeikaseffect in de atmosfeer van een planeet nog nét uit de hand kan lopen.  De astronomen hebben in de Kepler-gegevens 43 exoplaneten van ruwweg de afmetingen van onze aarde opgespoord die zich binnen de Venus-zone van hun ster bevinden. Met de huidige telescopen kan echter niet worden vastgesteld of al deze planeten een atmosfeer hebben, en dus ook niet of het broeikaseffect ook dáár ontspoord is. Toekomstige instrumenten zoals de James Webb-ruimtetelescoop zullen daar naar verwachting wél toe in staat zijn. (EE)
SF State astronomer pinpoints ‘Venus Zone’ around stars

   
10 september 2014 • Forse uitbarsting waargenomen op de zon
Afgelopen donderdag (10 september) om 19.48 uur vond er een krachtige uitbarsting van straling plaats op de zon. De zonnevlam hing samen met een zonnevlekkengroep die zich op dat moment – vanaf de aarde gezien – vrijwel midden op de zonneschijf bevond. De ultraviolette straling die bij de explosie vrijkwam, bereikte korte tijd later de bovenste lagen van de aardatmosfeer. Hierdoor werden radioverbindingen op de korte golf meer dan een uur lang gestoord. Verder leidde de uitbarsting tot de uitstoot van een wolk zonneplasma uit de buitenste atmosfeer van de zon (de corona). Deze geladen deeltjes zullen de aarde waarschijnlijk op 12 september bereiken en een zogeheten geomagnetische storm veroorzaken. Dat vergroot de kans op poollicht dat waarneembaar is op de breedtegraad van Nederland. (EE)
Storm warning

   
10 september 2014 • Nieuwe mijlpaal voor ALMA-telescoop
De Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in het noorden van Chili heeft een nieuwe mijlpaal bereikt. Met de ingebruikname van de zogeheten Band 10-ontvangers kan de opstelling van schotelantennes voor het eerst ook straling met golflengten van minder dan 0,4 millimeter ontvangen. De detectie van deze kortgolvige straling levert informatie op over koude, donkere en verre objecten in het heelal. Als proeve van bekwaamheid heeft ALMA een submillimeter-opname gemaakt van de planeet Uranus. Op de ‘foto’ is de ijzige gloed van de atmosfeer van deze planeet te zien, die temperaturen van 224 graden onder nul kan bereiken. ALMA bestaat uit 66 schotelontvangers die zijn uitgerust met een scala aan ontvangers die gevoelig zijn voor straling van een specifiek deel van het elektromagnetische spectrum. Alles bij elkaar bestrijkt ALMA het golflengtegebied van 0,3 tot 9,6 millimeter. (EE)
ALMA Achieves New Observing Capabilities

   
10 september 2014 • ‘Vliegenoog’ kijkt uit naar gevaarlijke planetoïden
Het Europese ruimteagentschap ESA ontwikkelt een geautomatiseerde telescoop waarmee potentieel gevaarlijke hemelobjecten, zoals planetoïden en kometen, kunnen worden opgespoord. De telescoop, die wordt uitgerust met zestien lenzen, moet de eerste zijn van een toekomstig mondiaal netwerk dat de volledige nachthemel afspeurt naar objecten die gevaarlijk dicht bij de aarde komen. De nieuwe Europese telescoop, die de bijnaam ‘vliegenoog’ heeft gekregen, splitst het beeld in zestien kleinere subbeelden om het beeldveld te vergroten. De surveytelescoop zal ongeveer net zoveel licht opvangen als een conventionele 1-meter telescoop, maar heeft een beeldveld 6,7 bij 6,7 graden – riant naar astronomische maatstaven. Het prototype van de vliegenoogtelescoop, dat ongeveer 10 miljoen euro gaat kosten, moet begin volgend jaar klaar zijn. Als het instrument voldoet, zullen meer telescopen van dit type worden gebouwd. Het uiteindelijke netwerk moet alle objecten groter dan veertig meter kunnen opsporen, minstens drie weken voordat ze (eventueel) in botsing komen met de aarde. (EE)
ESA’s bug-eyed telescope to spot risky asteroids

   
10 september 2014 • Eigenschappen van quasars beter verklaard
Chinese astronomen hebben aangetoond dat de vele verschillende verschijningsvormen van quasars – heldere, verre objecten die worden ‘aangedreven’ door superzware zwarte gaten  – worden bepaald door slechts twee factoren. De ene is de snelheid waarmee materie in het zwarte gat valt, de andere is de richting waaronder we de quasar zien (Nature, 11 september).  Het zwarte gat in een quasar produceert zelf geen licht, maar de materie die het naar zich toe trekt doet dat wél. Dat komt doordat de aangetrokken materie zich in eerste instantie ophoopt in een schijf rond het zwarte gat en daarbij ziedend heet wordt. Een deel van deze hete materie wordt in de twee richtingen loodrecht op de schijf terug de ruimte in geblazen.  De ‘accretieschijf’ rond het zwarte gat maakt dat het nogal veel uitmaakt of we de quasar van ‘boven’, schuin van boven of van opzij zien. Hierdoor lijken quasars grote onderlinge verschillen te vertonen, terwijl ze in feite dezelfde opbouw hebben. Deze verklaring, waarvoor de basis al in 1989 door de Groningse astronoom Peter Barthel is gelegd, voldoet in veel opzichten heel goed, maar kan niet alle verschillen tussen quasars verklaren.  Door 20.000 quasars aan een grondige analyse te onderwerpen, hebben de astronomen Yue Shen en Luis Ho nu laten zien dat het unificatiemodel van quasars kan worden verbeterd door één extra element toe te voegen: de zogeheten Eddington-verhouding – een getal dat aangeeft hoe efficiënt de materie-opname van het zwarte gat is. (EE)
Mysterious Quasar Sequence Explained

   
10 september 2014 • Ook extragalactische sterrenhoop vertoont lithiumtekort
Waarnemingen met de Europese Very Large Telescope (VLT) laten zien dat de bolvormige sterrenhoop M54 net zo weinig lithium bevat als de oudste sterren van de Melkweg. Daarmee is dit lithiumgebrek voor het eerst ook buiten ons eigen sterrenstelsel waargenomen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society).  Het lichte chemische element lithium dat nu aanwezig is in het heelal is merendeels gevormd tijdens de oerknal, net als waterstof en helium, maar dan in veel kleinere hoeveelheden. Astronomen kunnen heel nauwkeurig berekenen hoeveel lithium er in het vroege heelal aanwezig moet zijn geweest, en daaruit afleiden hoeveel lithium de oudste sterren zouden moeten vertonen.  Maar de chemische boekhouding klopt niet: de sterren bevatten ongeveer drie keer zo weinig lithium als verwacht. Ondanks decennia van onderzoek is dit raadsel nog steeds onopgelost.  Tot nu toe was het alleen gelukt om het lithiumgehalte van sterren in de Melkweg te meten. Maar nu heeft een team van astronomen met behulp van de VLT gemeten hoeveel lithium enkele sterren van M54 bevatten. M54 is een grote bolvormige verzameling van sterren, die deel uitmaakt van een klein naburig sterrenstelsel: het Sagittarius-dwergstelsel.  Gebleken is dat het lithiumgehalte van de sterren in M54 vergelijkbaar is met dat van sterren in de Melkweg. Wat de oorzaak ook moge zijn, de ‘verdwijning’ van lithium beperkt zich dus niet tot ons eigen sterrenstelsel.  Voor het lithiumraadsel zijn verschillende verklaringen mogelijk. De eerste mogelijkheid is dat de berekeningen van de hoeveelheid lithium die bij de oerknal is gevormd niet kloppen – maar dat lijkt heel onwaarschijnlijk. De tweede is dat het verdwenen lithium, nog vóór het ontstaan van de Melkweg, op de een of andere manier is afgebroken in de eerste sterren. En ten slotte is het denkbaar dat zich in alle sterren een proces voltrekt dat ervoor zorgt dat het lithiumgehalte in de loop van het leven van een ster afneemt. (EE)
Deze sterrenhoop is niet wat het lijkt

   
10 september 2014 • Verklaring ‘magnetische reconnectie’ is stapje dichterbij
Bij magnetische reconnectie – het ‘knappen’ en vervolgens weer aaneenvoegen van magnetische veldlijnen – komt enorm veel energie vrij. Maar wetenschappers worstelen allang met de vraag hoe dat proces in zijn werk gaat, Wetenschappers van het Princeton Plasma Physics Laboratory (PPPL) in de VS lijken een stap dichter bij een verklaring te zijn gekomen (Nature Communications, 10 september). Bij een relatief klein laboratoriumonderzoek met plasma – heet, geïoniseerd gas – hebben de wetenschappers niet alleen gezien hoe de transformatie zich voltrekt, maar ook vastgesteld dat ongeveer de helft van de magnetische energie wordt omgezet in deeltjesenergie c.q. de snelheid waarmee de deeltjes in het plasma bewegen. Volgens de onderzoekers wordt de vrijgekomen energie in eerste instantie gebruikt om de elektronen in het plasma te versnellen. Hierdoor ontstaat een elektrisch veld dat op zijn beurt de belangrijkste energiebron voor de ionen (geïoniseerde atoomkernen) wordt. Overal waar sterke magnetische velden in het spel zijn kan magnetische reconnectie optreden. Op de zon resulteert deze omzetting van energie, waarbij het equivalent van miljoenen tonnen TNT vrijkomt, in kolossale uitbarstingen. Bij het magnetische veld van de aarde blijven de gevolgen beperkt tot geomagnetische ‘stormen’ die satellieten en kunnen beschadigen en (in extreme gevallen) stroomnetten op aarde kunnen platleggen. (EE)
PPPL scientists take key step toward solving a major astrophysical mystery

   
9 september 2014 • Recente aardscheerder tolt supersnel om zijn as
De kleine planetoïde 2014 RC, die afgelopen zondag 7 september op slechts 40.000 kilometer afstand langs de aarde scheerde, draait extreem snel rond zijn as. Dat blijkt uit metingen van subtiele periodieke helderheidsvariaties, verricht op de Lowell-sterrenwacht in Arizona. De aardscheerder heeft een draaisnelheid van bijna vier omwentelingen per minuut; één 'dag' op het kosmische rotsblok duurt slechts 15,8 seconden. Los materiaal aan het oppervlak van de planetoïde zou door de hoge draaisnelheid, in combinatie met het zwakke zwaartekrachtsveld, de ruimte in geslingerd worden. Dat betekent dat 2014 RC in ieder geval geen zogeheten 'rubble pile' kan zijn - een losjes bijeengehouden verzameling ijs-, gruis- en stofdeeltjes. De vorige recordhouder voor de snelst roterende planetoïde was 2010 JL88, met een rotatieperiode van 24,6 seconden. Hoe de hoge rotatiesnelheid is ontstaan, is niet duidelijk. Het is denkbaar dat 2014 RC ooit in botsing is gekomen met een andere planetoïde (of een brokstuk van een dergelijke botsing is), maar kleine hemellichamen kunnen ook 'opgezwiept' worden door het zogeheten Yarkovski-effect, waarbij een bestaande rotatie zorgt voor een asymmetrische uitstraling van zonnewarmte, wat een gering raket-effect tot gevolg heeft. Uit radarwaarnemingen aan 2014 RC blijkt overigens dat de middellijn minstens 22 meter moet bedragen. Deskundigen achten de kans extreem klein dat er een verband bestaat tussen de passage van de aardscheerder en de krater die afgelopen weekend is gevormd nabij de Nicaraguaanse hoofdstad Managua. Op internet is wel gesuggereerd dat de krater ontstaan zou kunnen zijn bij de inslag van een klein brokstukje van 2014 RC, maar het lijkt waarschijnlijker dat er sprake is van een explosiekrater. (GS)
Nieuwsbericht van NASA's Near Earth Object Program

   
9 september 2014 • Hubble vindt begeleider van supernova-explosie
Met de Hubble Space Telescope is de begeleider gevonden van een ster die ruim twintig jaar geleden explodeerde in het sterrenstelsel M81, op ca. 11 miljoen lichtjaar afstand. De (relatieve) helderheid van de uitdovende supernova - 1993J geheten - maakte het tot nu toe onmogelijk de begeleidende ster te identificeren. De resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. SN 1993J was een supernova van het zeldzame type IIb. Zulke sterexplosies blijken vrijwel geen waterstofgas te bevatten. Dat doet vermoeden dat de exploderende ster zijn waterstofrijke mantel in een eerder evolutiestadium is kwijtgerakt, vermoedelijk doordat materie is overgestroomd naar een begeleider. Die zou nog steeds aanwezig moeten zijn als een extreem hete ster, met heliumverbranding in de kern. Eerdere waarnemingen met de Keck-telescoop op Hawaii lieten al zien dat er uit de richting van de supernova veel ultravioletstraling afkomstig is, maar vanwege de grote afstand was niet met zekerheid bekend of die werd uitgestraald door de hete begeleider. De nieuwe Hubble-waarnemingen bieden daar nu uitsluitsel over. (GS)
Hubble Finds Supernova Companion Star after Two Decades of Searching (origineel persbericht)

   
9 september 2014 • Wolken van ijskristallen ontdekt in dampkring bruine dwerg
Met een telescoop op de Las Campanas-sterrenwacht in Chili zijn voor het eerst wolken van ijskristalletjes ontdekt in de atmosfeer van een hemellichaam buiten ons eigen zonnestelsel. De vondst werd gedaan in de dampkring van WISE J085510.83-071442.5 (kortweg W0855 genoemd) - de koudste bruine dwerg die tot nu toe ontdekt is, op een afstand van slechts 7 lichtjaar. Bruine dwergen zijn 'mislukte sterren': gasbollen die niet zwaar genoeg zijn om kernfusie van waterstof in hun binnenste op gang te brengen. Hun oppervlaktetemperatuur bedraagt maximaal een paar duizend graden, maar er zijn ook exemplaren bekend die temperaturen rond het vriespunt hebben, of zelfs daaronder. De ontdekking wordt vandaag gepubliceerd in The Astrophysical Journal Letters. (GS)
First Evidence for Water Ice Clouds Found outside Solar System (origineel persbericht)

   
9 september 2014 • SPLASH-survey vindt veel zware sterrenstelsels in pasgeboren heelal
Met NASA's Spitzer Space Telescope zijn honderden grote, zware sterrenstelsels ontdekt op zeer grote afstand van de aarde. Het licht van die stelsels is zo lang onderweg geweest dat astronomen in feite terugkijken tot kort na de oerknal. Sommige stelsels hebben een massa die honderd keer zo groot is als de massa van ons eigen Melkwegstelsel. Het bestaan van zulke zware sterrenstelsels in een heelal dat slechts 800 à 1600 miljoen jaar oud is, wordt niet goed begrepen. De ontdekking, gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters, is nog maar een voorlopig resultaat van de SPLASH-survey (Spitzer Large Area Survey with Hyper-Suprime-Cam) - een langdurig onderzoek aan twee gebiedjes aan de sterrenhemel die nauwelijks voorgrondobjecten bevatten, en dus vrij zicht bieden op het verre heelal: het COSMOS-veld en het SXDS-veld. Aan het eind van de survey zullen de twee velden in totaal 2475 uur lang (ruim honderd dagen) door Spitzer zijn waargenomen op infraroodgolflengten. Algemeen wordt aangenomen dat grote sterrenstelsels zijn ontstaan door het 'versmelten' van kleinere stelsels. Dat er op die manier in 'korte' tijd zo veel extreem zware sterrenstelsels ontstaan, kan niet goed verklaard worden. Mogelijk kwam de vorming van de allereerste sterren en sterrenstelsels in het heelal sneller op gang dan tot nu toe wordt gedacht. (GS)
Spitzer's SPLASH Project Dives Deep for Galaxies (origineel persbericht)

   
9 september 2014 • Eerste Nederlandse onderdeel van reuzentelescoop E-ELT doorstaat alle tests
De eerste Nederlandse bijdrage aan de toekomstige European Extremely Large Telescope (E-ELT) is succesvol getest. Het gaat om de 'chopper', een zeer wendbaar spiegeltje dat is ontwikkeld door een samenwerkingsverband van universiteiten, technologische instituten en het bedrijfsleven. Het high tech spiegeltje is een essentieel onderdeel van METIS (Mid-infrared E-ELT Imager and Spectrograph), de mid-infraroodcamera annex spectrograaf van de reuzentelescoop. De E-ELT, die in Noord-Chili wordt gebouwd door de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), zal straks haarscherpe beelden (ruim tien keer zo scherp als die van de Hubble Space Telescope) opleveren van het heelal. Hiermee kunnen astronomen voor het eerst aardachtige planeten bij andere sterren direct waarnemen en bestuderen. Ook de geboorte en evolutie van de allereerste sterren en sterrenstelsels staan op het wetenschappelijke verlanglijstje van de E-ELT. Met METIS -één van de zes instrumenten op de E-ELT- kunnen astronomen bovendien de vroegste stadia van het ontstaan van planetenstelsels onderzoeken, en water en organische moleculen vinden in de protoplanetaire schijven rond jonge sterren. Op die manier kan de E-ELT de antwoorden vinden op fundamentele vragen over de vorming en ontwikkeling van planeten. De chopper is een essentieel onderdeel van METIS. “De stabiliteit en precisie van de chopper in METIS zijn van groot belang voor de uiteindelijke scherpte van de toekomstige waarnemingen”, zo licht de projectleider van METIS, Bernhard Brandl (NOVA, Sterrewacht Leiden) toe.
Volledig persbericht

   
9 september 2014 • Trucje lost raadsel van ontbrekende dwergstelsels op
Theoretici van Durham University in het Verenigd Koninkrijk hebben een mogelijke oplossing bedacht voor het probleem van de ontbrekende dwergstelsels. Volgens het kosmologische standaardmodel zijn sterrenstelsels ontstaan uit samenballingen van mysterieuze donkere materie - materie die alleen via de zwaartekracht een wisselwerking vertoont met 'gewone' deeltjes. Computersimulaties van dat proces laten echter zien dat een sterrenstelsel zoals ons eigen Melkwegstelsel dan omgeven zou moeten worden door een zeer groot aantal kleinere donkere-materie-halo's. Die zouden we moeten waarnemen in de vorm van vele honderden of misschien zelfs enkele duizenden dwergsterrenstelsels. In plaats daarvan zijn er in de omgeving van het Melkwegstelsel slechts een dozijn dwergstelsels ontdekt. In een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society presenteren de onderzoekers, onder leiding van Celine Boehm, nu computersimulaties van een heelal waarin de donkere materie toch een bepaalde mate van interactie vertoont met massaloze (of vrijwel massaloze) deeltjes, zoals fotonen (lichtdeeltjes) en neutrino's. Door die wisselwerking worden de donkeremateriedeeltjes 'verstrooid', en zullen er minder kleine halo's ontstaan. De simulaties zijn uitgevoerd met de COSMA-supercomputer van Durham University. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

   
8 september 2014 • Mini-maantjes Saturnus hebben zeer korte levensduur
In de smalle F-ring van de planeet Saturnus ontstaan voortdurend kleine mini-maantjes, die korte tijd later weer uiteenvallen. Dat blijkt uit onderzoek van twee Amerikaanse astronomen die recente Cassini-foto's van de F-ring hebben vergeleken met opnamen van de Voyager-ruimtesondes van ruim dertig jaar geleden. De F-ring bevindt zich net buiten het heldere ringenstelsel van de planeet. Hij vertoont golven en 'knikken', voornamelijk veroorzaakt door de twee 'herdermaantjes' Prometheus en Pandora, die aan weerszijden van de ring bewegen. Daarnaast zijn er in de smalle F-ring vaak heldere 'verdichtingen' te zien. Volgens Robert French en Mark Showalter van het SETI Institute gaat het hier om tijdelijke mini-maantjes met afmetingen van een paar kilometer, die ontstaan door samenklontering van fijner ringmateriaal. Door botsingen met iets dichtere gedeelten van de F-ring fragmenteren de poreuze maantjes echter weer. De reden dat dit soort materieverdichtingen zo instabiel zijn is dat de F-ring zich nabij de zogeheten Roche-limiet van Saturnus bevindt. Buiten die Roche-limiet kunnen grotere objecten intact blijven door hun eigen zwaartekracht; daarbinnen worden ze gemakkelijk uiteengerukt door de getijdenkrachten van de planeet. Het herdermaantje Prometheus oefent elke 17 jaar een sterkere zwaartekrachtsverstoring op de F-ring uit dan gemiddeld. Dat zou tot de vorming van een groter aantal minimaantjes moeten leiden. Als de theorie (gepubliceerd in het vakblad Icarus) klopt, moet Cassini de komende jaren weer meer van die verdichtingen gaan waarnemen. (GS)
Mini-Moons Around Saturn Quickly Created & Destroyed (origineel persbericht)

   
8 september 2014 • Rosetta maakt eerste 'kaart' van een komeet
Op het European Planetary Science Congress 2014 in Portugal hebben onderzoekers van het Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung voor het eerst een kaart van de kern van een komeet gepresenteerd. Op basis van gedetaillerde waarnemingen van de Europese komeetverkenner Rosetta, die ruim een maand geleden bij zijn reisdoel aankwam, zijn de verschillende oppervlaktestructuren op komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko in kaart gebracht. De Rosetta-foto's zijn extreem gedetailleerd; het oplossend vermogen bedraagt in sommige gevallen slechts enkele tientallen centimeters. Op het komeetoppervlak zijn rotsblokken, onregelmatige kliffen, 'platen' en relatief structuurloze vlaktes te onderscheiden. Sommige 'landschapsvormen' zijn ontstaan onder invloed van uitgassing van de komeet. Op 13 en 14 september zal op basis van de Rosetta-foto's een keuze gemaakt worden voor de landingsplaats van de kleine lander Philae, die op 11 november naar het komeetoppervlak moet afdalen. (GS)
A Map of Rosetta's Comet (origineel persbericht)

   
8 september 2014 • Jupitermaan Europa vertoont plaattektoniek
De grote Jupitermaan Europa vertoont een vorm van plaattektoniek. Dat blijkt uit een gedetailleerde analyse van foto's van het bevroren Europa-oppervlak die in de jaren negentig zijn gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Galileo. Europa heeft een ijskorst van 20 à 30 kilometer dik, met daaronder een diepe oceaan van vloeibaar water. Via spleten en barsten in het oppervlak komt nieuw ijs naar boven. Sommige delen van de ijskorst raken daarbij ten opzichte van elkaar verschoven. Door die kolossale 'schotsen' weer in elkaar te passen als de stukjes van een legpuzzel, ontdekten Simon Kattenhorn van de Universiteit van Idaho en zijn collega's dat er een stuk ter grootte van het eiland Manhattan ontbreekt. Vermoedelijk is een deel van de ijskorst dus onder het oppervlak verdwenen, in een proces dat vergelijkbaar is met geologische subductie. Dat betekent dat er op Europa een koude vorm van plaattektoniek voorkomt. Bij dat proces kan ook organisch materiaal van het oppervlak (daar achtergelaten door de inslagen van kometen) in de ondergrondse oceaan terechtkomen. De ontdekking, gepubliceerd in Nature Geoscience, wordt dan ook gezien als een ondersteuning van het idee dat er in de Europa-oceaan mogelijk leven zou kunnen zijn ontstaan. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

   
4 september 2014 • Komeet ‘67P’ bekeken in het ultraviolet
Terwijl Rosetta de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko geleidelijk steeds dichter nadert, zijn wetenschappelijke instrumenten aan boord van de ruimtesonde druk bezig met het verzamelen van gegevens. Metingen van het instrument Alice, dat de komeet op ultraviolette golflengten onderzoekt, laten zien dat het oppervlak van de komeet in dat golflengtegebied uitzonderlijk zwart is – zwarter dan houtskool.  Een verrassende ontdekking is ook dat er aan het komeetoppervlak geen grote gebieden van bevroren water te vinden zijn. Dat werd eigenlijk wel verwacht, omdat de komeet zich te ver van de zon bevindt om zijn water in dampvorm te laten gaan.  Rosetta is de komeet inmiddels tot op ongeveer vijftig kilometer genaderd. Op 11 november zal de ruimtesonde de kleine landingsmodule Philae naar het oppervlak laten afdalen. Op maandag 15 september maakt het Europese ruimteagentschap ESA bekend op welk deel van de komeet Philae zal terechtkomen. (EE)
NASA Instrument on Rosetta: First Science Results

   
4 september 2014 • Vrijwilligers gezocht voor het digitaliseren van historische astronomische gegevens
Het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in Cambridge (VS) is op zoek naar vrijwilligers die willen helpen bij het overtypen van gegevens die zijn opgetekend in een historische collectie astronomische logboeken.  Tussen 1885 en 1992 heeft het Harvard College Observatory herhaaldelijk de nachthemel gefotografeerd met telescopen op zowel het noordelijk als het zuidelijk halfrond. Het resultaat: een archief van meer dan 500.000 glazen fotografische platen. Astronomen zijn druk doende om deze platen te digitaliseren – een klus die nog jaren gaat duren.  Om de berg aan beeldgegevens goed te kunnen inventariseren, moet elke plaat worden gekoppeld aan handgeschreven aantekeningen die in meer dan honderd logboeken zijn opgetekend. Dat is de enige manier om de exacte gegevens van de vele opnamen te kunnen achterhalen.  Het beeldmateriaal wordt onder meer gebruikt om objecten te kunnen opsporen die in de loop van de tientallen jaren opvallende helderheidsveranderingen hebben vertoond. (EE)
Volunteers Needed to Preserve Astronomical History & Promote Discovery

   
4 september 2014 • Planeet-in-wording ontdekt op 335 lichtjaar van de aarde
Een internationaal team van astronomen heeft opnieuw bewijs gevonden dat er bij een ster op ongeveer 335 lichtjaar van de aarde planeetvorming optreedt. Het gaat om een concentratie van gas en stof in de materieschijf die rond de relatief jonge ster HD 100546 draait. Het is de tweede planeet-in-wording die bij deze ster is ontdekt.  De astronomen denken dat de gaswolk uiteindelijk zal samentrekken tot een planeet die minstens drie keer zo groot is als Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel. Zijn afstand tot de ster is vergelijkbaar met de afstand tussen onze zon en de planeet Saturnus.   Vorig jaar werd op vier keer zo grote afstand van HD 100546 al een andere concentratie van gas en stof ontdekt, die bezig is om tot een planeet samen te trekken. Die buitenste planeet zou ongeveer net zo groot kunnen worden als Jupiter. (EE)
Evidence of forming planet discovered 335 light years from Earth

   
3 september 2014 • Planetoïde scheert langs de aarde
Komende zondag, 7 september, raast de kleine planetoïde 2014 RC op een afstand van slechts 40.000 kilometer langs de aarde. Op het moment van zijn dichtste nadering bevindt het ongeveer twintig meter grote rotsblok zich ruwweg boven Nieuw-Zeeland. De planetoïde vormt geen bedreiging voor onze planeet, en ook de gordel van geostationaire satellieten rond de evenaar komt niet in gevaar.  Planetoïde 2014 RC werd op 31 augustus jl. ontdekt door de Catalina Sky Survey in Arizona (VS). Hij volgt een baan die hem vaker in de buurt van de aarde brengt.  De nadering van de planetoïde kan live worden gevolgd via de ‘online sterrenwacht’ Slooh. De show begint zondagochtend om 4 uur. (EE)
Small Asteroid to Safely Pass Close to Earth Sunday

   
3 september 2014 • NASA verlengt planetaire missies
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft genoeg geld bij elkaar geschraapt om de zeven bestaande planetaire missies te kunnen verlengen. Wel moet het onderzoeksprogramma van het Marsvoertuig Curiosity worden aangepast. Van oudsher beoordelen adviescommissies van NASA jaarlijks alle lopende ruimtemissies op hun wetenschappelijke effectiviteit. Een slecht rapportcijfer kan, zeker in tijden van overheidsbezuinigingen, de doodsklap voor een missie zijn. Toen de planetaire adviescommissie begin dit jaar aan haar werk begon, bestond vooral zorg over twee ‘oudjes’: de maanorbiter Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) en het Marswagentje Opportunity. Maar uiteindelijk kregen beide een uitstekende beoordeling. Hetzelfde geldt voor de Saturnus-orbiter Cassini en de Mars-orbiters MRO, Mars Express (grotendeels Europees) en Mars Odyssey. Het laagste cijfer kreeg Curiosity, de nieuwste en duurste missie van het stel. De commissie toonde zich teleurgesteld over het feit dat het Marsvoertuig wel grote afstanden aflegt, maar relatief weinig gesteenten onderzoekt. ‘Minder rijden, méér wetenschap’ is dan ook de opdracht. Overigens moet het Amerikaanse Congres het NASA-budget voor 2015 nog goedkeuren. Dat proces begint volgende maand en zou er, in het geval van extra bezuinigingen, nog toe kunnen leiden dat er alsnog missies moeten worden geschrapt. (EE)
NASA extends seven planetary missions

   
3 september 2014 • Helft van alle sterren met planeten zijn dubbelsterren
Veertig tot vijftig procent van alle sterren waar planeten omheen draaien hebben ook een andere ster als begeleider. Tot die conclusie komen astronomen na vervolgonderzoek van sterren waarbij, met behulp van de Amerikaanse Kepler-satelliet, planeten zijn ontdekt. Bij het vervolgonderzoek is gebruik gemaakt van de WIYN-telescoop op Kitt Peak (Arizona) en de Gemini North-telescoop op Mauna Kea (Hawaï). Met deze telescopen zijn opnamen gemaakt van de directe omgeving van de sterren die scherper zijn dan de beelden van de Hubble-ruimtetelescoop. Een interessant gevolg van de ontdekking dat ongeveer de helft van alle sterren met planeten deel uitmaken van een dubbelstersysteem, is dat in veel gevallen niet kan worden vastgesteld om welke van de twee sterren de ontdekte exoplaneten draaien. Hoe dan ook is het aantal dubbelsterren met planeten veel groter dan tot voor enkele jaren geleden mogelijk werd geacht. Blijkbaar staat de aanwezigheid van een tweede ster de planeetvorming niet erg in de weg. (EE)
Half of all Exoplanet Host Stars are Binaries

   
3 september 2014 • Lokale Supercluster is maar een ‘zijtak’
De Lokale Supercluster – de verzameling van een honderdtal groepen en clusters van sterrenstelsels waartoe ook onze Melkweg behoort – maakt deel uit van een veel groter geheel.  Tot die conclusie komt een internationaal team van astronomen op basis van een nieuwe driedimensionale kaart van sterrenstelsels (Nature, 4 september).  Sterrenstelsels zijn niet willekeurig verdeeld over het heelal. Ze vormen groepen van enkele tientallen stelsels, zoals onze eigen Lokale Groep, en clusters die uit honderden stelsels kunnen bestaan. Deze groepen en clusters vormen op hun beurt lange ketens, die filamenten worden genoemd.  Waar deze filamenten elkaar kruisen komen we nog grotere samenscholingen van sterrenstelsels tegen: de superclusters. Deze kolossale structuren, met afmetingen van honderden miljoenen lichtjaren, zijn onderling verweven. Daardoor laat zich moeilijk vaststellen waar de ene supercluster ophoudt en de andere begint.  De astronomen hebben nu een nieuwe manier bedacht om de grenzen tussen superclusters te kunnen bepalen. Ze hebben gekeken naar de bewegingen van de sterrenstelsels in onze kosmische ‘achtertuin’.  Een sterrenstelsel dat zich ongeveer op de grens van twee superclusters bevindt, raakt verwikkeld in een krachtmeting tussen de zwaartekrachtsaantrekkingen van de beide kolossen. De beweging van het stelsel verraadt welke supercluster deze touwtrekwedstrijd zal winnen.  Op die manier hebben de astronomen vastgesteld dat onze Melkweg zich in de uithoek van een 500 miljoen lichtjaar grote supercluster bevindt. Voor deze supercluster, die naar schatting 100.000 sterrenstelsels telt, is de naam Laniakea bedacht. Dat is een samentrekking van de Hawaïaanse woorden ‘lani’ (hemel) en ‘akea’ (immens). (EE)
Oorspronkelijk persbericht, illustraties en video