11 december 2017 • Jupiters Grote Rode Vlek is 300 km diep
De Grote Rode Vlek in de dampkring van Jupiter reikt tot ca. 300 kilometer diep in de atmosfeer van de reuzenplaneet. Dat blijkt uit metingen van de Microwave Radiometer (MWR) aan boord van de Amerikaanse ruimtesonde Juno, die afgelopen zomer voor het eerst over de gigantische wervelstorm vloog. De hoge windsnelheden in de Grote Rode Vlek zijn het gevolg van het temperatuurverschil tussen die diep gelegen 'basis' en de wolkentoppen van de planeet. De nieuwe resultaten zijn bekend gemaakt op de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union in New Orleans. Juno kwam op 4 juli 2016 aan in een langgerekte baan rond Jupiter en heeft tot nu toe acht omlopen voltooid. Vlak bij de evenaar van de planeet heeft de ruimtesonde ook een tot dusver onbekende stralingsgordel ontdekt, waarin zich snel bewegende waterstof-, zuurstof- en zwavelionen bevinden. De Grote Rode Vlek wordt sinds 1830 intensief waargenomen, maar bestaat mogelijk al ruim 350 jaar. Wel is het stormsysteem in de afgelopen decennia kleiner geworden; de huidge breedte is ca. 16.000 kilometer, 30 procent groter dan de middellijn van de aarde. De toekomst van de Vlek, die al met kleine amateurtelescopen zichtbaar is, is ongewis. (GS)
Meer informatie:
NASA's Juno Probes the Depths of Jupiter's Great Red Spot (origineel persbericht)

   
11 december 2017 • Meteoroïden exploderen van binnenuit
Wanneer een steen uit de ruimte (een zogeheten meteoroïde) met hoge snelheid de aardse dampkring binnendringt, is aan de hemel een kortdurend lichtverschijnsel te zien: een meteoor ('vallende ster'). Als de meteoroïde groot genoeg is, veroorzaakt hij zelfs een heldere vuurbol en kan er een restant op aarde terecht komen - een meteoriet. Meteoroïden fragmenteren en verdampen onder invloed van wrijving met luchtdeeltjes. Amerikaanse onderzoekers hebben nu echter aannemelijk gemaakt dat de grotere exemplaren ook van binnenuit kunnen 'exploderen'. Die conclusie, gepresenteerd op de najaarsbijeenkomst van de American Geophysical Union en gepubliceerd in Meteorites & Planetary Science, is gebaseerd op gedetailleerde computersimulaties waarbij ook rekening is gehouden met het poreuze karakter van veel meteoroïden. Bij een groot kosmisch brokstuk, zoald de Tsjeljabinsk-meteoriet die in 2013 boven Rusland neerkwam, wordt de lucht vlak vóór het aanstormende projectiel sterk samengeperst, en ontstaat er vlak áchter de meteoroïde een gebied met extreem lage druk. Als gevolg van dat drukverschil zal lucht zich onder hoge druk een weg banen door openingen, barsten en spleten in de ruimtesteen. Als gevolg daarvan kan de indringer uit elkaar spatten, zoals met de Tsjeljabinsk-meteoriet ook daadwerkelijk gebeurde. Volgens de onderzoekers tonen de nieuwe resultaten aan dat de aardse dampkring een betere bescherming tegen binnendringend ruimtepuin vormt dan tot nu toe algemeen werd aangenomen. (GS)
Meer informatie:
New simulations suggest meteors explode from the inside (origineel persbericht)

   
11 december 2017 • 'Luisteren' naar interstellaire bezoeker 'Oumuamua
Niemand denkt serieus dat de extreem langgerekte interstellaire planetoïde 'Oumuamua een buitenaards ruimteschip is, maar toch wordt vanaf woensdagavond 13 december om 21.00 uur Nederlandse tijd een 'luistercampagne' in gang gezet met de 110-meter grote Green Bank Telescope in de Verenigde Staten. Met de gigantische schotelantenne kunnen mogelijke kunstmatige radiosignalen van het merkwaardige hemellichaam worden opgevangen. 'Oumuamua werd dit najaar ontdekt, kort nadat hij op kleine afstand langs de zon was gevlogen. Uit de extreem hoge snelheid van het zeer langgerekte hemellichaam blijkt dat het afkomstig is van buiten het zonnestelsel. Inmiddels bevindt de donkere, roodgekleurde 'kosmische komkommer' zich alweer op ca. 300 miljoen kilometer afstand van de zon, maar eventuele radioboodschappen kunnen zeker nog gedetecteerd worden. Aanvankelijk zal er tien uur lang naar 'Oumuamua 'geluisterd' worden, verspreid over vier perioden. De campagne wordt bekostigd door Breakthrough Listen, een door miljardair Yuri Milner gefinancierd initiatief om jacht te maken op buitenaardse beschavingen. (GS)
Meer informatie:
Breakthrough Listen to Observe Interstellar Object 'Oumuamua (origineel persbericht)

   
11 december 2017 • Officiële namen voor nog eens 86 sterren
De Internationale Astronomische Unie (IAU) heeft aan 86 sterren een officiële naam toegekend. Eerder waren al 227 sterren van namen voorzien; het totaal aantal sterren aan de hemel met een officiële naam bedraagt nu 313. Bij de toekenning is geput uit traditionele namen van sterren in verschillende culturen, zoals de Chinezen, de Maya's en de Aboriginals. De twee componenten van de heldere dubbelster Mu1 en Mu2 Scorpii heten nu bijvoorbeeld Xamidimura en Pipirima - namen uit Zuid-Afrika en Tahiti. De nabije rode dwergster met de grootste eigenbeweging (verplaatsing aan de sterrenhemel) heet nu officieel 'Barnard's Star', naar de astronoom die de ster vorige eeuw ontdekte. De naam Gienah voor de ster Gamma Corvi (in het sterrenbeeld Raaf) is nu officieel toegekend; de ster Epsilon Cygni in het sterrenbeeld Zwaan, die vaak met dezelfde naam werd aangeduid, heet voortaan Aljanah (Arabisch voor 'de vleugel'). (GS)
Meer informatie:
Astronomers Approve 86 New Star Names from Around the World (origineel persbericht)

   
8 december 2017 • Marsatmosfeer is goed beschermd tegen de zonnewind
Hoewel Mars geen globaal magnetisch dipoolveld kent, zoals de aarde, is de Marsatmosfeer goed beschermd tegen de eroderende werking van de zonnewind – de stroom van geladen deeltjes die de zon voortdurend uitstoot. Dat blijkt uit onderzoek met de Zweedse deeltjesdetector ASPERA-3 aan boord van de ruimtesonde Mars Express. Nu is Mars een koude en droge planeet, met een luchtdruk die meer dan honderd keer zo gering is als op aarde. Er zijn echter aanwijzingen dat Mars 3 tot 4 miljard jaar geleden een veel dichtere en nattere atmosfeer had, die een sterk broeikaseffect veroorzaakte. Doorgaans gaan wetenschappers ervan uit dat het grotendeels verdwijnen van deze atmosfeer voor een belangrijk deel moet worden toegeschreven aan de zonnewind. Een analyse van de gegevens van het Zweedse meetinstrument heeft nu echter laten zien dat de zonnewind niet zo’n sterk eroderend effect heeft op de Marsatmosfeer. De extreem-ultraviolette straling van de zon heeft meer invloed. De zonnewind doet niet veel meer dan ionen die al zijn ontsnapt verder versnellen. Deze vaststelling zet de atmosferische ‘boekhouding’ van de jonge planeet Mars op z’n kop. Ondanks dat de zon in haar jeugd meer zonnewind en extreem-ultraviolette straling produceerde, kan Mars de afgelopen 4 miljard jaar geen kolossale hoeveelheden atmosferisch gas zijn kwijtgeraakt. Anders gezegd: de planeet lijkt helemaal geen dichte atmosfeer te hebben gehad. Volgens planeetwetenschapper Robin Ramstad, die op dit onderzoek is gepromoveerd, valt het verlies aan gas wel mee, omdat de zonnewind via inductie elektrische stromen in de geïoniseerde hoge atmosfeer veroorzaakt. Op die manier ontstaat een geïnduceerde magnetosfeer die – anders dan verondersteld – blijkbaar sterk genoeg is om de atmosfeer van Mars te beschermen. (EE)
Meer informatie:
Mars atmosphere well protected from the solar wind (via Phys.org)

   
8 december 2017 • Gunstig jaar voor winterse meteorenzwerm
Op donderdag 14 december vindt het maximum plaats van de Geminiden, de op een na grootste jaarlijkse meteorenzwerm aan de sterrenhemel. De omstandigheden zijn dit jaar bijzonder gunstig. In de nacht van woensdag op donderdag zijn bij helder weer met het blote oog meer dan 100 'vallende sterren' per uur te zien, zegt de Nijmeegse astronoom Marc van der Sluys, die de website hemel.waarnemen.com beheert. 
De Geminiden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Tweelingen (Gemini), waar de meteoren vandaan lijken te komen. Dit sterrenbeeld staat bij ons 's avonds boven de oostelijke en 's ochtends boven de westelijke horizon. De meteorenzwerm bestaat uit achtergelaten puin van de planetoïde (en mogelijk uitgedoofde komeet) Phaethon. Doordat de aarde in zijn baan om de zon door de puinwolk beweegt, zien wij deze 
meteorenzwerm ieder jaar rond dezelfde datum. De Geminiden kenmerken zich door hun helderheid, hun gelige kleur en de korte sporen die ze nalaten.

Vallende sterren zijn lichtflitsen die af en toe aan de sterrenhemel verschijnen. De flitsen hebben niets met sterren te maken, maar worden veroorzaakt door ruimtepuin, vaak niet groter dan een zandkorrel, dat op circa 100 kilometer hoogte in de aardatmosfeer terechtkomt. Door de hoge snelheden van het ruimtepuin wordt de lucht vóór zo’n gruisdeeltje gecomprimeerd, verhit en aan het gloeien gebracht, wat wij zien als een flitsje. De snelheden van de Geminiden zijn met circa 125.000 km/uur vrij gemiddeld.

De piek van de Geminiden is met minder dan 24 uur vrij kort, waardoor de Geminiden vaak ongunstig vallen. Doordat het maximum 's nachts rond 5 uur plaatsvindt en de maan tot dat moment onder de horizon staat zijn de astronomische omstandigheden dit jaar ideaal. Volgens hemel.waarnemen.com neemt het aantal meteoren gedurende de nacht toe van circa 80 per uur rond middernacht (kijk naar het zuidoosten) tot meer
dan 100 per uur rond 4 uur (in het zuidwesten). De laatste keer dat de Geminiden zo gunstig vielen was in 2009. Om de meteoren waar te nemen is geen speciale apparatuur nodig; het blote oog, een heldere hemel en warme kleding volstaan. Door een donkere plaats op te zoeken kunnen ook zwakkere meteoren worden waargenomen. 
Meer informatie:
Mogelijk bijzondere Geminiden-sterrenregen in de nacht van 13 op 14 december

   
7 december 2017 • Magnetisch veld van zwart gat is verrassend zwak
Zwarte gaten staan bekend om hun niets ontziende zwaartekracht, waarmee ze complete sterren aan flarden kunnen trekken. In magnetisch opzicht zijn het echter niet zulke grote krachtpatsers, zo blijkt uit onderzoek van het zwarte gat V404 Cygni (Science, 8 december). V404 Cygni bestaat uit een ongeveer 9 zonsmassa’s zwaar zwart gat en een opgezwollen ster die iets minder massa heeft dan onze zon. Een nieuwe meting van het magnetische veld rond het zwarte gat laat een veldsterkte zien van 461 gauss. Deze waarde is ongeveer 400 keer lager dan eerdere schattingen bij soortgelijke ‘dubbelsterren’ hadden aangegeven. De meting is gebaseerd op gegevens die in 2015 zijn verzameld tijdens eens van de schaarse uitbarstingen van (de jets van) het zwarte gat. Deze gebeurtenis werd waargenomen met de 10,4-meter Gran Telescopio Canarias, de grootste enkelvoudige optische telescoop ter wereld. Het zwakke magnetische veld van V404 Cygni roept vragen op over de ontstaanswijze van de jets – de twee bundels van snelle deeltjes die in loodrechte richting uit de accretieschijf rond het zwarte gat ontsnappen. In veel theoretische modellen wordt ervan uitgegaan dat sterke magnetische velden een cruciale rol spelen bij het versnellen van deze deeltjes. Maar blijkbaar zijn die velden helemaal niet zo sterk... (EE)
Meer informatie:
Black holes’ magnetism surprisingly wimpy

   
7 december 2017 • Melkwegstelsel blijft uit de greep van de Virgocluster
Astronomen uit de VS, Israël en Frankrijk hebben de baanbewegingen van sterrenstelsels in de Lokale Supercluster – onze kosmische ‘achtertuin’ – nauwkeuriger dan ooit in kaart gebracht. De driedimensionale kaart toont de bewegingen – ook de toekomstige – van 1400 sterrenstelsels binnen 100 miljoen lichtjaar van de Melkweg. De astronomen hebben een reconstructie gemaakt van hoe de sterrenstelsels zich de afgelopen 13 miljard jaar ten opzichte van elkaar hebben verplaatst. Die onderlinge bewegingen worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door de 50 miljoen lichtjaar verre Virgocluster, die 600 biljoen zonsmassa’s aan materie bevat. Tot nu toe hebben zich al meer dan duizend sterrenstelsels bij de Virgocluster aangesloten, en alle sterrenstelsels die zich binnen 40 miljoen lichtjaar van de cluster bevinden zullen dat voorbeeld volgen. Onze Melkweg ligt net buiten de invloedssfeer van de Virgocluster, maar zal over 5 miljard jaar wel samensmelten met het naburige Andromedastelsel. Van de baanbewegingen van de stelsels is behalve een video ook een interactief driedimensionaal model gemaakt. Deze 3D-visualisatie kan naar believen worden gedraaid, vergroot of gepauzeerd om het reilen en zeilen van de sterrenstelsels goed te kunnen bekijken. (EE)
Meer informatie:
Galaxy Orbits in the Local Supercluster

   
7 december 2017 • ESA-ruimtemissies krijgen meer tijd
De wetenschappelijke-programmacommissie van ESA heeft de verlenging van acht wetenschappelijke ruimtemissies waar het Europese ruimteagentschap bij betrokken is goedgekeurd. De levensduur van GAIA, de ESA-ruimtesonde die een miljard sterren in kaart brengt en onderzoekt, is verlengd tot 31 december 2020. Gaia werd in 2013 gelanceerd en haar missie zou aanvankelijk vijf jaar duren. Ook Mars Express, SOHO (zonsonderzoek) en XMM-Newton (röntgenobjecten) gaan in de verlenging. Hun missies zullen tot zeker eind 2020 doorgaan. Integral, die gammastraling uit de ruimte detecteert, krijgt in elk geval nog tot eind 2019 en misschien tot eind 2020. Over een eventuele verlenging van de Cluster-missie, die de magnetosfeer van de aarde onderzoekt, wordt in februari 2018 beslist.Ook de Europe bijdragen aan de gezamenlijke missies met NASA (Hubble-ruimtetelescoop en IRIS) en Japan (Hinode) worden voortgezet. (EE)
Meer informatie:
Green Light for Continued Operations of ESA Science Missions

   
6 december 2017 • Quasar ontdekt op 13 miljard lichtjaar van de aarde
Astronomen hebben een nieuwe quasar ontdekt op recordafstand van de aarde. Zijn licht heeft er bijna 13 miljard jaar over gedaan om ons te bereiken. Hierdoor zien we de quasar zoals hij er ‘slechts’ 690 miljoen jaar na de oerknal uitzag. In het centrum ervan schuilt een superzwaar zwart gat van ongeveer 1 miljard zonsmassa’s (Nature en Astrophysical Journal Letters, 7 december). De ontdekking van quasar J1342+0928 is het resultaat van een langlopende zoektocht naar verre quasars, onder leiding van twee astronomen van het Max-Planck-Institut für Astronomie in Heidelberg (Duitsland), onder wie de Nederlander Bram Venemans. Een quasar is de extreem heldere kern van een (ver) sterrenstelsel. Deze kernen ontlenen hun enorme energieproductie aan het superzware zwarte gat dat zich in hun centrum bevindt. Materie die naar zo’n zwart gat toe stroomt, verzamelt zich – voordat zij uiteindelijk wordt opgeslokt – in een zogeheten accretieschijf rond het zwarte gat. In zo’n schijf lopen de temperaturen dermate hoog op dat de materie een bron van intense straling wordt. Via verre quasars komen astronomen veel te weten over het vroege heelal. Een quasar is immers niets anders dan een helder baken dat door alle materie tussen hem en ons heen schijnt. Hierdoor bevat quasarlicht onder meer informatie over de waterstofatomen die het onderweg is tegengekomen. In het geval van deze verre quasar is gebleken dat zijn omgeving rijk aan neutraal waterstofgas is. Daarmee onderscheidt hij zich van zijn nabijere soortgenoten. Dat is een gevolg van de zogeheten reïonisatiefase van het heelal. Ongeveer 380.000 jaar na de oerknal was het heelal voldoende afgekoeld om neutrale waterstofatomen te vormen. Enkele honderden miljoenen jaren later begonnen de eerste sterren en de accretieschijven rond de eerste zwarte gaten dat gas te ioniseren (te splitsen in protonen en elektronen). Uiteindelijk is bijna al het waterstof in het heelal op die manier geïoniseerd, net zoals ook kort na de oerknal het geval was. Wanneer die reïonisatie precies heeft plaatsgevonden is nog onzeker. De waarnemingen van quasar J1342+0928 laten echter zien dat het ionisatieproces 690 miljoen jaar na oerknal nog niet was afgerond. Waarnemingen met de NOEMA millimetertelescoop in de Franse Alpen en de VLA-radiotelescoop in New Mexico (VS) hebben laten zien dat het sterrenstelsel waar de quasar deel van uitmaakt, ondanks zijn jonge leeftijd, veel zware elementen bevat. Dat betekent dat het al vele generaties van zware sterren moet hebben geproduceerd. Onduidelijk is hoe dit proces zich in zo’n korte tijd kan hebben voltrokken. (EE)
Meer informatie:
The most distant black hole in the cosmos: quasar at a distance of 13 billion light-years discovered

   
6 december 2017 • Grote sterrenstelsels ontstonden vroeg, maar waren wel ‘rommelig’
Bij waarnemingen met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) zijn enkele massarijke sterrenstelsels ontdekt die waarvan het licht er bijna 13 miljard over heeft gedaan om ons te bereiken. Dat wijst erop dat de vorming van relatief grote sterrenstelsels al vroeg in de geschiedenis van het heelal is begonnen (Nature, 7 december). Tot nu toe gingen astronomen ervan uit dat de eerste sterrenstelsels, die slechts enkele honderden miljoenen jaren na de oerknal ontstonden, veel weg zouden hebben van de dwergsterrenstelsels zoals die in het nabije heelal worden waargenomen. Deze samenscholingen van een paar miljard sterren zouden de ‘bouwstenen’ zijn geweest van de grotere sterrenstelsels die het heelal een paar miljard jaar later gingen domineren. Nieuwe ALMA-waarnemingen laten echter zien dat de vormingsgeschiedenis van de zware stelsels al veel eerder op gang kwam. Met ALMA zijn namelijk twee opmerkelijk forse sterrenstelsels ontdekt die al bestonden toen het heelal amper 780 miljoen jaar oud was. Ook is gebleken dat deze stelsels omgeven zijn door een zeer massarijke halo van donkere materie. De onderlinge afstand tussen beide stelsels is dermate gering – kleiner dan de afstand van de aarde tot het centrum van onze Melkweg – dat ze binnen afzienbare tijd zullen samensmelten tot een nog groter sterrenstelsel. Het grootste van de twee produceert nieuwe sterren in een tempo van 2900 zonsmassa’s per jaar. Verder bevat het 270 miljard zonsmassa’s aan gas en bijna 3 miljard zonsmassa’s aan stof. De snelle stervorming is waarschijnlijk het gevolg van de dichte nadering van het iets kleinere stelsel, dat in een iets minder hoog tempo sterren produceert. De twee sterrenstelsels zien er ‘rommeliger’ uit dan de stelsels die we in het nabije heelal zien. Het gas dat in de beide stelsels aanwezig is, wordt blijkbaar zodanig in beroering gebracht, dat zich makkelijk sterren kunnen vormen. (EE)
Meer informatie:
Massive Primordial Galaxies Found Swimming in Vast Ocean of Dark Matter

   
6 december 2017 • Kleimineralen op Mars zijn mogelijk ontstaan door de inwerking van stoom
Planeetwetenschappers van Brown University hebben een nieuwe verklaring bedacht voor de vorming van kleimineralen op de planeet Mars. Ze zouden zijn ontstaan tijdens de vorming van de Marskorst, lang voordat er vloeibaar water was op de planeet (Nature, 7 december). Op Mars zijn op tal van plaatsen phyllosilicaten aangetroffen. Dat zijn mineralen die naast siliciumzouten ook water bevatten. Doorgaans wordt aangenomen dat deze mineralen zijn ontstaan door de interactie van vulkanisch gesteente met vloeibaar water. Aan het nieuwe scenario komt echter geen vloeibaar water te pas. Op basis van laboratoriumexperimenten en computermodellen komen de planeetwetenschappers tot een heel ander scenario. Heel vroeg in de geschiedenis van het zonnestelsel waren Mars en de overige rotsachtige planeten waarschijnlijk bedekt met oceanen van vloeibare magma. Bij afkoeling en stolling van de magma-oceaan op Mars kwamen allerlei gassen vrij, waaronder waterdamp. Hierdoor zou zich een dichte atmosfeer vol stoom hebben gevormd. Het vocht en de warmte van dat ‘stoombad’ kunnen grote delen van het pas gestolde oppervlak in kleivlakten hebben veranderd. Miljarden jaren van vulkaanuitbarstingen en inslaande planetoïden zouden de kleimineralen vervolgens over het Marsoppervlak hebben verspreid. Het nieuwe scenario biedt een oplossing voor een probleem waar planeetwetenschappers al een tijdje mee worstelen. Om de kleivorming aan de inwerking van vloeibaar water toe te kunnen schrijven, moet de jonge planeet Mars langdurig warm en nat zijn geweest. Klimaatmodellen geven echter aan dat dat de temperaturen op Mars destijds maar zelden boven het vriespunt uitkwamen. Met behulp van laboratoriumexperimenten hebben de wetenschappers aangetoond dat basalt onder inwerking van stoom heel snel in klei verandert. Hun berekeningen laten zien dat zich op die manier binnen 10 miljoen jaar een drie kilometer dikke laag klei kan hebben gevormd. Computersimulaties laten zien dat vulkaanuitbarstingen en grote inslagen ertoe zouden leiden dat slechts een paar procent van de oude kleikorst aan de oppervlakte bleef. Dat komt goed overeen met de huidige verdeling van de kleimineralen op Mars. (EE)
Meer informatie:
Clay Minerals on Mars May Have Formed in Primordial Steam Bath

   
6 december 2017 • Eerste licht voor nieuwe Europese ‘planetenjager’ ESPRESSO
Voor de eerste keer ooit kan een instrument het licht van alle vier de VLT-telescopen bij elkaar optellen en daarmee het licht-opvangende vermogen van een 16-meter telescoop evenaren. Dat instrument, de Echelle SPectrograph for Rocky Exoplanet and Stable Spectroscopic Observations (ESPRESSO), heeft onlangs zijn eerste waarnemingen gedaan. ESPRESSO zoekt met ongekende precisie naar exoplaneten door naar de minuscule veranderingen in het licht van hun moedersterren te kijken. ESPRESSO, een zogeheten echellespectrograaf, is de opvolger van het enorm succesvolle HARPS-instrument van de ESO-sterrenwacht op La Silla. HARPS kan snelheden meten met een nauwkeurigheid van ongeveer één meter per seconde, terwijl ESPRESSO, dankzij technologische verbeteringen en zijn installatie op een veel grotere telescoop, een nauwkeurigheid van slechts enkele centimeters per seconde tracht te bereiken. Dat laatste betekent dat ESPRESSO veel lichtere planeten kan opsporen dan zijn voorganger. Dat gebeurt aan de hand van de kleine schommelbeweging zoals sterren waar planeten omheen draaien die vertonen. Hoe minder massa zo’n planeet heeft, des te kleiner is de schommeling. Voor de detectie van kleine rotsachtige exoplaneten is dus een zeer nauwkeurig meetinstrument vereist. Bij zijn eerste waarnemingen heeft ESPRESSO geen nieuwe planeten ontdekt. Hij heeft alleen gekeken naar sterren waarvan al bekend was dat er planeten omheen cirkelen. Daarbij is aangetoond dat ESPRESSO in aanzienlijk kortere tijd data kan vergaren die van vergelijkbare kwaliteit zijn als die van het HARPS-instrument. ESPRESSO zal overigens niet alleen voor de jacht op planeten worden gebruikt. Het instrument kent ook allerlei andere toepassingen. Zo zal de spectrograaf worden ingezet om te testen of de natuurkundige constanten sinds de begintijd van het heelal al dan niet zijn veranderd. Dergelijke kleine veranderingen worden door sommige natuurkundige theorieën voorspeld, maar zijn nooit overtuigend waargenomen. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
5 december 2017 • Twee superaardes ontdekt in baan rond dwergster
Rond de dwergster K2-18, op 111 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Leeuw, cirkelen twee zogeheten 'superaardes' - grote, zware broertjes van onze eigen thuisplaneet. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van metingen die zijn verricht met de Europese HARPS-spectrograaf op de La Silla-sterrenwacht in Chili. In 2015 ontdekte de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler een planeet die zich hoogstwaarschijnlijk in de zogeheten bewoonbare zone van de dwergster bevindt - het gebied waar de temperatuur goed is voor het bestaan van vloeibaar water aan het oppervlak. Deze planeet, K2-18b geheten, heeft een omlooptijd van 33 dagen. Met de Europese HARPS-spectrograaf op de La Silla-sterrenwacht in Chili is nu de massa van deze planeet bepaald. Die kan afgeleid worden uit minieme periodieke schommelingen in de beweging van de ster (naar ons toe en van ons af), veroorzaakt door de zwaartekracht van de planeet. Uit de HARPS-metingen blijkt dat K2-18b een zogeheten superaarde is. Er valt echter niet met zekerheid vast te stellen of het een rotsachtige planeet met een dunne dampkring is of een 'waterplaneet' met een dikke ijslaag. Bij de analyse van de HARPS-metingen ontdekten Canadese astronomen nog een tweede signaal, afkomstig van een ongeveer even zware planeet in een kleinere baan, met een omlooptijd van slechts 9 dagen. De nieuwe resultaten worden gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Meer informatie:
Two Super-Earths Around Star K2-18 (origineel persbericht)

   
4 december 2017 • Plaattektoniek mogelijk op Jupitermaan Europa
Op de grote Jupitermaan Europa komt mogelijk plaattektoniek voor. Dat schrijven onderzoekers van Brown University in een artikel in het tijdschrift Journal of Geophysical Research: Planets. Eerder waren al aanwijzingen gevonden voor het bestaan van 'expansie' in de bevroren ijskorst van Europa, vergelijkbaar met het verschijnsel van zeebodemspreiding op aardse oceaanbodems. Nu laten nieuwe modelberekeningen zien dat er op de Jupitermaan ook subductie kan plaatsvinden, waarbij oppervlaktemateriaal de mantel in kan duiken. Op aarde vindt subductie plaats doordat een continentale plaat een relatief hoge dichtheid heeft, en daardoor weg kan zakken in de mantel. Op Europa, waar de 'platen' grotendeels uit stijf bevroren water bestaan, zouden verschillen in zoutgehalte voor de benodigde dichtheidsverschillen kunnen zorgen, aldus de onderzoekers. Onder de ijskorst van Europa bevindt zich een diepe oceaan van vloeibaar water. Het is niet uitgesloten dat daarin micro-organismen leven. Via het proces van subductie kunnen er voedingsstoffen (oxidanten en andere scheikundige verbindingen) vanaf het oppervlak in de ondergrondse oceaan terecht komen. (GS)
Meer informatie:
Research Bolsters Possibility of Plate Tectonics on Europa (origineel persbericht)

   
4 december 2017 • Radiotelescopen brengen hogesnelheidswolken gedetailleerd in kaart
Met grote radiotelescopen in Australië (Parkes) en Duitsland (Effelsberg) is de meest gedetailleerde kaart ooit samengesteld van de verdeling van zogeheten hogesnelheidswolken. Dat zijn wolken van koel neutraal waterstofgas die met snelheden van enkele honderden kilometers per seconde naar ons toe of van ons af bewegen. Tientallen jaren lang is de ware aard van deze wolken onbekend geweest. Inmiddels staat vast dat ze zich op relatief kleine afstand van ons eigen Melkwegstelsel bevinden: minder dan ca. 30.000 lichtjaar. Vermoedelijk gaat het om gas dat door supernova-explosies het Melkwegstelsel wordt uitgeblazen en vervolgens weer terugvalt. Op basis van de nieuwe gedetailleerde kaart, gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, hopen sterrenkundigen meer over de wolken te weten te komen. (GS)
Meer informatie:
Astronomer's Map Reveals Location of Mysterious Fast-Moving Gas (origineel persbericht)

   
4 december 2017 • Jonge aarde veegde meer planetesimalen op dan gedacht
Tijdens het zogeheten 'Late Heavy Bombardment' is er twee tot vijf maal zo veel buitenaards materiaal op de jonge aarde terecht gekomen als tot nu toe werd gedacht. Dat concluderen onderzoekers van het Southwest Research Institute in een artikel in Nature Geoscience, op basis van nieuwe, gedetailleerde modelberekeningen. Na de catastrofale inslag van een protoplaneet ter grootte van Mars, waarbij de maan ontstond, vond gedurende enkele honderden miljoenen jaren een intensief bombardement plaats van kleine en grotere 'planetesimalen' - de restanten van het ontstaansproces van de aardse planeten. Gedurende die periode veegde de jonge aarde als het ware zijn omgeving schoon. Tot nu toe werd aangenomen dat de oorspronkelijke massa van de aarde daarbij met ongeveer een half procent toenam. Die schatting volgt uit de waargenomen concentratie van siderofiele ('ijzerminnende') elementen in de mantel van de aarde, zoals goud, platina en iridium. Bij de nieuwe modelberekeningen is echter rekening gehouden met het feit dat de grootste planetesimalen mogelijk gedifferentieerd waren - een proces waarbij de zwaarste elementen in de kern terecht zijn gekomen. Zo'n metaalrijke kern kan in de nasleep van een inslag gemakkelijker doordringen tot in de kern van de aarde, waardoor er verhoudingsgewijs minder siderofiele elementen achterblijven in de aardmantel. De totale massa aan buitenaards materiaal die tijdens het Late Heavy Bombardment door de aarde is opgeveegd, is tot nu toe dus waarschijnlijk onderschat, en bedraagt volgens de onderzoekers eerder één tot tweeënhalf procent van de aardmassa. (GS)
Meer informatie:
Collisions After Moon Formation Remodeled Early Earth (origineel persbericht)

   
1 december 2017 • Reserve-stuurraketjes van ruimtesonde Voyager 1 doorstaan test
Afgelopen woensdag hebben NASA-technici vier ‘stuurraketjes’ van de ruimtesonde Voyager 1 voor het eerst in 37 jaar weer eens opgestart. Ze bleken nog feilloos te werken. Voyager 1 werd veertig jaar geleden gelanceerd en heeft, na een vluchtig bezoek aan de planeten Jupiter en Saturnus in 1979 en 1980, ons zonnestelsel inmiddels met hoge snelheid verlaten. Om met de aarde te kunnen communiceren is de ruimtesonde afhankelijk van kleine raketjes die ervoor zorgen dat zijn antenne de goede kant op wijst. De nu geteste raketjes aan de achterkant van de ruimtesonde waren sinds 1980 niet meer gebruikt. Nu ze nog prima blijken te werken, is de communicatie met Voyager 1 voor nog eens twee of drie jaar veiliggesteld. De normale standregelraketjes, die steeds minder goed zijn gaan functioneren, worden waarschijnlijk in januari 2018 uitgeschakeld. Vanwege het succesvolle verloop van de test zal NASA mettertijd waarschijnlijk ook zustersonde Voyager 2 op de backup-raketjes laten overschakelen. Het huidige standregelsysteem van deze ruimtesonde, die binnen enkele jaren ook de interstellaire ruimte zal bereiken, werkt echter nog naar behoren. (EE)
Meer informatie:
Voyager 1 Fires Up Thrusters After 37 Years

   
1 december 2017 • Ingrediëntenlijst van komeet 67P vastgesteld
Het stof dat komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko de ruimte in blaast bestaat voor bijna de helft uit organische moleculen en behoort tot de meest maagdelijke materialen in ons zonnestelsel. Deze resultaten hebben wetenschappers die betrokken zijn bij de Rosetta-ruimtemissie vandaag gepubliceerd in het Britse tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bij nadering van de zon beginnen de bevroren gassen in een komeet te verdampen. Daarbij voeren ze kleine stofdeeltjes mee de ruimte in. Een van de instrumenten van de Rosetta-sonde, die komeet ’67P’ van augustus 2014 tot september 2016 van dichtbij heeft onderzocht, heeft meer dan 35.000 van die stofdeeltjes verzameld. De kleinste opgevangen deeltjes waren slechts 0,01 millimeter groot, de grootste ongeveer 1 millimeter. Deze deeltjes zijn met een microscoop bekeken en vervolgens bestookt met een energierijke bundel van indium-ionen. De secundaire ionen die daarbij vrijkwamen zijn ‘gewogen’ en geanalyseerd. De nu gepubliceerde resultaten hebben overigens slechts betrekking op dertig van deze deeltjes, die verspreid over de Rosetta-missie zijn verzameld. De metingen laten zien dat de samenstellingen van de deeltjes veel op elkaar lijken. De onderzoekers zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat het kometenstof dezelfde samenstelling heeft als de kern van komeet 67P. Hun analyse laat zien dat 67P tot de meest koolstofrijke hemellichamen behoort die ooit in ons zonnestelsel zijn waargenomen. Dat neemt overigens niet weg dat de komeet voor 55 procent uit andere mineralen bestaat, voornamelijk silicaten. Opvallend daarbij is dat waterhoudende mineralen schaars zijn. Dat is overigens wel verklaarbaar: kometen bevinden zich doorgaans in de ijzige buitenwijken van het zonnestelsel, waar water steevast stijf bevroren is en geen reacties met mineralen kan aangaan. Vandaar ook dat de samenstelling van de komeet sinds het ontstaan van het zonnestelsel zo weinig is veranderd. (EE)
Meer informatie:
Rosetta: A Comet’s List of Ingredients

   
30 november 2017 • Tweetal superzware zwarte gaten deed zich voor als dubbelster
Wat werd aangezien voor een dubbelster in het Andromedastelsel blijkt in werkelijkheid een tweetal superzware zwarte gaten op duizend keer zo grote afstand te zijn. Tot die ontdekking zijn astronomen gekomen na een analyse van gegevens van de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra en enkele optische telescopen. Het object waar het om draait heet LGGS J004527.30+413254.3 of kortweg J0045+41. Op basis van de periodieke helderheidsvariaties die het vertoont waren astronomen tot de conclusie gekomen dat het een dubbelster was, bestaande uit twee sterren die eens in de ongeveer 80 dagen om elkaar wentelen. Chandra-gegevens hebben echter laten zien dat J0045+41 een heldere bron van röntgenstraling is. Dat zou kunnen betekenen dat de vermeende dubbelster bestaat uit een neutronenster of een zwart gat dat materie aan een begeleidende ster onttrekt. Waarnemingen met de Gemini-North-telescoop op Hawaï hebben die theorie nu ontkracht. Uit het spectrum van J0045+41 blijkt dat het om twee superzware zwarte gaten gaat die op geringe afstand om elkaar draaien. Tezamen hebben de kolossen ongeveer 200 miljoen keer zoveel massa als onze zon. De afstand tussen de beide zwarte gaten is minder dan een honderdste lichtjaar oftewel enkele honderden malen de afstand zon-aarde. Vermoedelijk hebben ze oorspronkelijk deel uitgemaakt van twee sterrenstelsels die zich lang geleden met elkaar hebben verenigd. Naar verwachting spiralen de zwaargewichten geleidelijk naar elkaar toe, om uiteindelijk met elkaar in botsing komen. Wanneer dat precies zal gebeuren, hangt af van hun massaverhouding: het kan over 350 jaar al zo ver zijn, maar voor hetzelfde geld duurt het nog 360.000 jaar. (EE)
Meer informatie:
Giant Black Hole Pair Photobombs Andromeda Galaxy

   
29 november 2017 • Atmosfeer van exoplaneet WASP-18b is rijk aan ‘kolendamp’
De kolossale, hete exoplaneet WASP-18b is gehuld in een verstikkende stratosfeer vol met koolstofmonoxide, ook wel ’kolendamp’ genoemd. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van waarnemingen die met de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer zijn gedaan (Astrophysical Journal Letters, 1 december 2017). WASP-18b heeft ongeveer tien keer zoveel massa als Jupiter, de grootste planeet van ons zonnestelsel. Hij draait op zeer geringe afstand om een ster die 325 lichtjaar van ons verwijderd is. Exoplaneten van dit type worden ‘hete jupiters’ genoemd.In de atmosfeer van een planeet kan zich een stratosferische laag vormen als daarin moleculen aanwezig zijn die ultraviolette straling en zichtbaar licht van de moederster absorberen en de opgenomen energie in de vorm van warmte c.q. infraroodstraling teruggeven. Op aarde zijn het ozonmoleculen die deze functie vervullen, bij een hete jupiter gaat het waarschijnlijk om moleculen van titaniumdioxide. De gegevens van Hubble en Spitzer laten zien dat WASP-18b een bijzonder infraroodspectrum vertoont, zoals dat nog bij geen enkele andere exoplaneet was waargenomen. Om te kunnen achterhalen welke moleculen verantwoordelijk kunnen zijn voor dat spectrum, hebben astronomen gebruik gemaakt van computermodellen. Die modellen geven aan dat het spectrum van de planeet alleen reproduceerbaar zijn als zich veel koolstofmonoxide en heel weinig water in zijn atmosfeer bevindt. In de stratosfeer zou de koolstofmonoxide heet zijn, in de lager gelegen troposfeer koeler. Om de grote hoeveelheid koolstofmonoxide te kunnen verklaren, moet WASP-18b driehonderd keer zoveel elementen zwaarder dan helium bevatten dan andere hete jupiters. (EE)
Meer informatie:
Exoplanet Has Smothering Stratosphere Without Water

   
29 november 2017 • Sterrenkundigen blikken dieper in heelal dan ooit
Een internationaal team van astronomen met een grote Nederlandse inbreng heeft 72 nieuwe kandidaat-sterrenstelsels ontdekt in de diepste waarneemcampagne ooit. Dat is bijzonder omdat het onderzochte stuk hemel al tot in detail bestudeerd was. De astronomen gebruikten het mede in Nederland ontwikkelde MUSE-instrument op ESO’s Very Large Telescope in Chili. De sterrenkundigen publiceren hun resultaten in tien artikelen in een speciale editie van het vakblad Astronomy & Astrophysics. De astronomen keken met de Very Large Telescope in detail naar het Hubble Ultra Deep Field. Dat is een gebied in het zuidelijke sterrenbeeld Oven (Fornax) dat de Hubble-ruimtetelescoop eerder uitgebreid heeft bestudeerd. De onderzoekers vonden 72 kandidaat-sterrenstelsels die de Hubble-ruimtetelescoop over het hoofd had gezien. De kandidaat-sterrenstelsels moeten nog nader onderzocht worden voordat ze van het predicaat ‘kandidaat’ af kunnen. De 72 kandidaat-sterrenstelsels zijn zogeheten Lyman-alpha-stralers. Ze lijken alleen licht te geven op één bepaalde golflengte. Nadat het MUSE-instrument het licht uiteengerafeld had in afzonderlijke golflengten werden de 72 kandidaat-sterrenstelsel opeens wel zichtbaar. De onderzoekers maten ook nog de afstanden en de eigenschappen van 1600 zeer zwakke, zeer verre sterrenstelsels die ontstonden toen het heelal nog jong was. De gegevens leveren meer inzicht in het samensmelten van sterrenstelsels, galactische winden en stervorming in het jonge heelal.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
29 november 2017 • Luchtstromingen op nabije exoplaneten hinderen detectie van leven
Nieuwe computersimulaties wijzen erop dat de zoektocht naar (zuurstof-producerend) leven op planeten buiten ons zonnestelsels wel eens moeilijker zou kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Ongewone luchtstromingen zouden biomarkers – moleculen die door bacteriën of planten zijn geproduceerd – uit het zicht kunnen blazen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 29 november). Atmosfeeronderzoek is momenteel het enige middel waarmee wetenschappers naar mogelijke tekenen van leven op exoplaneten kunnen zoeken. Een van de chemische verbindingen waarnaar gezocht kan worden is ozon – een vorm van zuurstof. De meest voor de hand liggende doelwitten zouden de planeten zijn die bij enkele nabije rode dwergsterren, waaronder Proxima Centauri en TRAPPIST-1, zijn opgespoord. Dit zijn echter allemaal planeten met omlooptijden van minder dan 25 dagen die permanent met dezelfde kant naar hun ster zijn gericht. Modelberekeningen van de (eventuele) atmosferen van zulke planeten wijzen er nu op dat de belangrijkste luchtstromen van de polen af gericht zijn. Hierdoor verzamelt het daarin aanwezige ozon zich rond de evenaar. Dat bemoeilijkt niet alleen de detectie van deze ‘biomarker’, maar betekent ook dat grote delen van het oppervlak niet worden beschermd tegen schadelijke ultraviolette straling. (EE)
Meer informatie:
Traces of life on nearest exoplanets may be hidden in equatorial trap

   
28 november 2017 • Babysterren ontdekt vlakbij superzwaar zwart gat
Met het ALMA-observatorium in Chili zijn pasgeboren protosterren ontdekt op slechts een paar lichtjaar afstand van het superzware zwarte gat in de kern van het Melkwegstelsel. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat de energierijke straling uit de directe omgeving van het zwarte gat (Sagittarius A* of Sgr A* geheten) zoveel turbulentie zou veroorzaken in wolken van interstellair gas en stof dat daaruit nooit nieuwe sterren kunnen ontstaan. Het zwarte gat in de Melkwegkern is 4 miljoen maal zo zwaar als de zon. Het bevindt zich op een afstand van 26.000 lichtjaar. Eerder zijn al reuzensterren-op-leeftijd in de omgeving van Sgr A* ontdekt, en een paar jaar geleden zelfs protoplanetaire schijven rond sterren van slechts 6 miljoen jaar oud. In al die gevallen ging het echter om relatief zware sterren. De massa van de nieuw ontdekte protosterren is veel kleiner. Ze hebben leeftijden van niet meer dan ca. 6000 jaar. De protosterren zelf liggen ingebed in wolken van absorberend stof. Ze blazen echter jets van gas de ruimte in, in twee tegenovergestelde richtingen. ALMA detecteerde de millimeterstraling van koolmonoxidemoleculen (CO) in die jets. Door de waarnemingen te vergelijken met die van protosterren in nabijgelegen stervormingsgebieden was het mogelijk om de leeftijden en massa's van de sterren-in-wording te achterhalen. De ALMA-waarnemingen wijzen uit dat stervorming een zeer robuust proces is, dat ook kan plaatsvinden in de tumultueuze omgeving van een superzwaar zwart gat. Kennelijk wordt de turbulentie in interstellaire gas- en stofwolken op de een of andere manier gedempt, of worden de wolken door een ander mechanisme samengedrukt, mogelijk zelfs door schokgolven die veroorzaakt worden door uitbarstingen van het zwarte gat. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. (GS)
Meer informatie:
ALMA Discovers Infant Stars Surprisingly Near Galaxy’s Supermassive Black Hole (origineel persbericht)

   
28 november 2017 • Gedetailleerde radio-'foto' van Kleine Magelhaense Wolk
Australische radioastronomen hebben de meeste gedetailleerde radio-'foto' ooit gemaakt van de Kleine Magelhaense Wolk, een klein buurstelsel van ons eigen Melkwegstelsel. De opname is vervaardigd met behulp van de Australian Square Kilometre Array Pathfinder telescoop (ASKAP), een netwerk van radioschotels in het westen van Australië. De Kleine en de naburige Grote Magelhaense Wolk ondergaan zwaartekrachtsstoringen van het Melkwegstelsel, en ook van elkaar. Daardoor vertoont de verdeling van koel waterstofgas in de Kleine Wolk (die zichtbaar is op radiogolflengten) een zeer complexe structuur. De ASKAP-waarnemingen wijzen op een turbulent verleden voor het dwergstelsel. De nieuwe waarnemingen tonen drie maal zoveel details als eerdere radio-'foto's' van de Kleine Magelhaense Wolk, en hebben ongeveer dezelfde beeldscherpte als infraroodopnamen van het stelsel die gemaakt zijn door de Europese ruimtetelescoop Herschel. (GS)
Meer informatie:
Astronomers create most detailed radio image of nearby dwarf galaxy (origineel persbericht)

   
28 november 2017 • Niet alle 'gevleugelde' radiostelsels bevatten een dubbel zwart gat
Sommige radiosterrenstelsels (stelsels die veel radiostraling uitzenden) vertonen een karakteristiek Z-vormig patroon in hun radiostraling. Van deze zogeheten 'gevleugelde' radiostelsels wordt algemeen aangenomen dat ze een dubbel superzwaar zwart gat in hun kern herbergen. Het Z-vormige patroon zou dan veroorzaakt worden door de onderlinge baanbeweging van de twee zwarte gaten. De extreem laagfrequente zwaartekrachtgolven van zulke dubbele superzware zwarte gaten zouden in de toekomst ontdekt kunnen worden door precisiemetingen aan pulsars in ons eigen Melkwegstelsel. Onderzoek aan een zogeheten microquasar, GRS 1758-258, doet nu echter vermoeden dat niet alle 'gevleugelde' radiosterrenstelsels een dubbel zwart gat bevatten. Een microquasar is een soort miniatuurversie van de actieve kern van een radiostelsel: de radiostraling is afkomstig uit twee tegenovergesteld gerichte jets van energierijke geladen deeltjes. Van de microquasar is bekend dat hij een enkelvoudig zwart gat bevat (met een massa die slechts enkele malen zo groot is als de massa van de zon), maar toch hebben waarnemingen met de Amerikaanse Very Large Array laten zien dat de radiostraling van GRS 1758-258 óók een karakteristieke Z-vorm heeft. Modelberekeningen door Spaanse astronomen wijzen nu uit dat deze Z-vormige structuur verklaard kan worden door een hydrodynamische wisselwerking van de jets met materiaal in de omgeving. Diezelfde hydrodynamische wisselwerking zou ook de structuur van 'gevleugelde' radiosterrenstelsels kunnen verklaren. In dat geval zijn er misschien veel minder bronnen van laagfrequente zwaartekrachtgolven in het heelal dan tot nu toe werd gedacht, zo schrijven de onderzoekers in Nature Communications. (GS)
Meer informatie:
The study of a galactic microquasar provides the explanation for the structure of faraway radio galaxies (origineel persbericht)

   
27 november 2017 • Planeet kan opzwellen door hitte van moederster
Gasvormige reuzenplaneten kunnen enorm opzwellen onder invloed van de hitte van hun moederster. Die voorzichtige conclusie trekken astronomen van de Universiteit van Hawaii in een artikel in The Astronomical Journal. In de afgelopen jaren zijn veel gasreuzen ontdekt die in een zeer kleine baan rond hun moederster bewegen. In sommige gevallen lijken deze 'hete Jupiters' enorm te zijn opgezwollen. De oorzaak daarvan is onbekend, maar één van de theorieën is dat het opzwellen het resultaat is van energietoevoer in de dampkring van de planeet. Die energie zou dan op de een of andere manier getransporteerd moeten worden naar het inwendige van de gasreus. In metingen van de ruimtetelescoop Kepler zijn nu twee hete Jupiters ontdekt die een baan beschrijven rond een rode reus. Rode reuzen zijn zonachtige sterren die aan het einde van hun leven zijn gekomen, waarbij hun afmetingen en energieproductie enorm is toegenomen. De twee planeten lijken verrassend veel op elkaar: in beide gevallen hebben ze een omlooptijd van circa 9 dagen, een massa die half zo groot is als die van Jupiter, en een middellijn die 30 procent groter is dan die van Jupiter. De ontdekking doet vermoeden dat deze twee planeten inderdaad sterk opgezwollen zijn onder invloed van de toegenomen energieproductie van hun moederster. Dat zou erop kunnen wijzen dat ook andere opgezwollen hete Jupiters hun afmetingen (en relatief lage dichtheid) te danken hebben aan energietoevoer van buitenaf. (GS)
Meer informatie:
Newly Discovered Twin Planets Could Solve Puffy Planet Mystery (origineel persbericht)

   
27 november 2017 • 3D-beweging gemeten van sterren in ander sterrenstelsel
Sterrenkundigen hebben de ruimtelijke (3D-)bewegingen gemeten van 15 sterren in het Sculptor-dwergsterrenstelsel. Sculptor is een van de vele dwergsterrenstelsels in de directe omgeving van ons eigen Melkwegstelsel; het bevindt zich op een afstand van ca. 300.000 lichtjaar. De gemeten bewegingen zijn goed in overeenstemming met de voorspellingen van het 'standaardmodel' van de kosmologie, waarin het heelal gedomineerd wordt door donkere materie. Door het dopplereffect in het licht van een ster te meten, kun je vrij eenvoudig bepalen met welke snelheid een ster zich naar ons toe of van ons af beweegt - de zogeheten radiële snelheid. Om de werkelijke ruimtelijke snelheid te achterhalen, moet je echter ook de 'eigenbeweging' van de ster meten - de verplaatsing aan de sterrenhemel. Hoe verder een ster staat, hoe moeilijker dat is. De Europese ruimtetelescoop Gaia is er echter in geslaagd om die metingen voor een aantal sterren in het Sculptor-dwergsterrenstelsel uit te voeren. Volgens Amina Helmi van het Groningse Kapteyn-instiuut, een van de onderzoekers, wijzen de gevonden bewegingen in het dwergsterrenstelsel uit dat de sterren in langgerekte banen bewegen. Dat klopt goed met wat je zou verwachten op basis van het bestaan van grote hoeveelheden donkere materie, waarbij de dichtheid van die donkere materie toeneemt in de richting van het centrum van het stelsel. De nieuwe metingen zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
Meting 3D-beweging van sterren in nabij stelsel: praktijktest donkere-materiemodel (origineel persbericht)

   
22 november 2017 • Lichtvervuiling neemt toe dankzij ledverlichting
Steeds meer overheden, bedrijven en huishoudens schakelen over op ledverlichting om energie te besparen. Het lijkt er echter op dat een deel van die besparing verloren gaat doordat méér en fellere lampen worden geplaatst (Science Advances, 22 november). Een internationaal team van wetenschappers heeft namelijk vastgesteld dat de verspreiding en helderheid van kunstverlichting op aarde in de periode 2012-2016 jaarlijks met twee procent is toegenomen. Dat blijkt uit metingen met een instrument aan boord van de NOAA-satelliet Suomi-NPP, die sinds oktober 2011 om de aarde cirkelt. Mondiaal gezien volgt de toename in lichtproductie de stijging van het bruto nationaal product, waarbij de snelste groei plaatsvindt in ontwikkelingsladen. Dat leidt ertoe dat nu ook verlichting te zien is op plaatsen waar dat voorheen niet het geval was. Dit doet de verwachte kostenbesparingen deels teniet en verergert het probleem van de lichtvervuiling. (EE)
Meer informatie:
Five Years of Satellite Images Show Global Light Pollution Increasing at a Rate of Two Percent Per Year

   
22 november 2017 • Aarde kan energierijke neutrino’s tegenhouden
Onderzoeksgegevens van IceCube, een neutrinodetector op Antarctica, laten zien dat de aarde hoogenergetische neutrino’s kan tegenhouden. Tot nu toe was dit effect, dat overigens in overeenstemming is met de voorspellingen van het standaardmodel van de deeltjesfysica, alleen voor minder energierijke neutrino’s aangetoond (Nature, 22 november). Neutrino’s zijn zeer lichte subatomaire deeltjes die zich weinig aantrekken van normale materie trekken. Per seconde gaan ongemerkt ongeveer 100 biljoen neutrino’s met de snelheid van het licht door je lichaam heen en ook onze planeet is nauwelijks een obstakel voor ze. Toch blijkt uit waarnemingen van IceCube dat ook hoogenergetische neutrino’s niet ‘onvangbaar’ zijn. IceCube bestaat uit meer dan 5000 grote optische sensoren die diep in het heldere ijs van Antarctica zijn geplaatst. Deze sensoren nemen neutrino’s niet rechtstreeks waar, maar meten kleine lichtflitsjes die Tsjerenkovstraling worden genoemd. Deze straling wordt uitgezonden door snel bewegende geladen deeltjes die ontstaan wanneer neutrino’s interacties aangaan met het ijs. IceCube kan een schatting geven van de energie van de gedetecteerde neutrino’s en van de richting waaruit ze kwamen. Uit een analyse van ongeveer 10.800 neutrino-gerelateerde interacties die in de loop van een jaar zijn waargenomen blijkt nu dat de aantallen hoogenergetische neutrino’s die dwars door de aarde heen gaan geringer zijn dan de aantallen die uit meer horizontale richtingen komen. De meeste gedetecteerde neutrino’s zijn vrijgekomen bij botsingen tussen energierijke protonen en zwaardere atoomkernen – ontstaan bij astrofysische processen buiten ons zonnestelsel – en de kernen van stikstof- en zuurstofatomen in de aardatmosfeer. Daarnaast is ook een klein aantal neutrino’s gedetecteerd die rechtstreeks uit de kosmos afkomstig waren, mogelijk van processen die in de omgeving van superzware zwarte gaten optreden. (EE)
Meer informatie:
How the Earth stops high-energy neutrinos in their tracks