23 oktober 2014 • Komeet 67P ruikt (een beetje) naar rotte eieren en paardenstal
Hoe ruikt een komeet? Dankzij een instrument van de Europese kometensonde Rosetta, die sinds enkele maanden om komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko cirkelt, weten we het. In de gaswolk die zich rond te komeet heeft gevormd zijn sporen gevonden van waterstofsulfide, ammoniak, formaldehyde, waterstofcyanide, alcohol, zwaveldioxide en koolstofdisulfide. Erg lekker zal deze cocktail niet ruiken, maar de dichtheid van de verschillende gassen is gering. Het gas rond de komeet bestaat voor het overgrote deel uit waterdamp en koolstofmonoxide. De samenstelling van het gas komt als een verrassing. De verwachting was dat de komeet, die nog meer dan 450 miljoen kilometer van de zon verwijderd is, in eerste instantie vooral zeer vluchtige gassen als koolstofdioxide en koolstofmonoxide zou uitwasemen. Overigens laten camerabeelden van Rosetta zien dat de activiteit van komeet 67P duidelijk aan het toenemen is. Speelde de stofuitstoot zich aanvankelijk alleen rond de 'nek' van de komeet af, inmiddels zijn er overal op het oppervlak ‘fonteinen’ van stof te zien. Naar verwachting zal de komeet, die de zon nadert, de komende maanden alleen maar actiever worden. (EE)
Der Duft des Kometen «Chury»

   
23 oktober 2014 • Vorm magnetisch veld in accretieschijf eindelijk bepaald
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Woojin Kwon van SRON Groningen, is er voor het eerst in geslaagd om het magnetisch veld in de gas- en stofschijf rond een jonge ster in beeld te brengen. De vorm van het veld was een grote verrassing. De ontdekking lijkt erop te duiden dat magnetische velden een belangrijke rol spelen bij de vorming van planetenstelsels als het onze, en dat dit proces ingewikkelder is dan tot nu toe werd aangenomen (Nature, 23 oktober).Sterren vormen zich in de koude en dichte kernen van moleculaire wolken. Als de kern ineenstort tot een nieuwe jonge ster (een protoster) vormt zich een schijf van gas en stof rond de ster. Uit deze ‘accretieschijf’ vormen zich uiteindelijk planeten. Maar in de vroege stadia zorgt de accretieschijf ervoor dat de ster massa kan opnemen. Sterrenkundigen nemen aan dat deze ‘accretie’ wordt gereguleerd door magnetische velden. In de huidige theorieën kunnen deze magnetisch velden verschillende vormen aannemen: toroïdaal (circulaire velden in de disk) of poloïdaal (velden die worden opgewekt aan de polen van de protoster). Sterrenkundigen konden deze aanname ondanks talloze waarnemingen echter niet bevestigen.De sterrenkundigen deden daarom nieuwe waarnemingen met de Combined Array for Research in Millimeter-wave Astronomy (CARMA) in California (VS). Ze probeerden de vorm te bepalen van magnetische velden in de accretieschijf van de ster HL Tau, behorend tot een klasse van heel jonge sterren die zich nog in de fase van ineenstorting bevinden (T Tauri-sterren). HL Tau staat 450 lichtjaar van de aarde.Met CARMA is het inderdaad gelukt het magnetische veld van deze ster in beeld te brengen. Het gevonden veld is duidelijk meer toroïdaal dan poloïdaal, maar verrassend genoeg is het eigenlijk geen van beide. En dat past niet in de theoretisch modellen tot nu toe zijn gehanteerd.
Origineel persbericht

   
23 oktober 2014 • Ster ontsnapt nét aan zwart gat
Sterren die te dicht in de buurt van een zwart gat komen, worden genadeloos aan flarden gescheurd en opgeslokt. Maar er moeten ook situaties zijn waarbij een ster nog nét weet te ontsnappen. Sterrenkundigen van Ohio State University zijn mogelijk getuige geweest van zo'n ontsnapping (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). Op 25 januari van dit jaar detecteerde ASASSN, een kleine, geautomatiseerde telescoop die voortdurend de hemel afspeurt, een plotselinge toename van de helderheid van de kern van een 650 miljoen lichtjaar ver sterrenstelsel. In eerste instantie werd gedacht aan een supernova – een ontploffende ster. Maar daarvoor was de helderheidstoename te gering. De astronomen hebben berekend dat de hoeveelheid energie die bij het verschijnsel is vrijgekomen, overeenkomt met de energie die vrijkomt als het superzware zwarte gat in de kern van het sterrenstelsel ongeveer een duizendste zonsmassa aan materie opslokt. Het slachtoffer kan dus geen complete ster zijn geweest. De astronomen denken dat een zware ster vlak langs het zwarte gat is gescheerd. Daarbij is de ster een deel van zijn buitenlagen kwijtgeraakt, maar de kans is groot dat hij de ontmoeting wel heeft overleefd. (EE)
Lucky Star Escapes Black Hole with Minor Damage

   
23 oktober 2014 • Het superzware zwarte gat in de Melkweg verorbert inderdaad planetoïden
Het superzware zwarte gat Sgr A* in ons Melkwegcentrum vertoont dagelijks een flits. Astronomen suggereerden eerder dat deze flitsen worden veroorzaakt doordat het zwarte gat planetoïden opslokt. De Leidse astronoom Simon Portegies Zwart en zijn promovendus Adrian Hamers hebben dit vermoeden nu bevestigd door de baanevolutie van de planetoïden nabij Sgr A* nauwkeurig te berekenen. Uit het onderzoek volgt ook dat de planetoïden zijn ontstaan rond sterren in het hart van de Melkweg, op dezelfde manier als planetoïden in ons zonnestelsel zijn ontstaan. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in het tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. De astronomen hebben in hun berekeningen twee scenario’s vergeleken: in het ene geval zijn de planetoïden – rotsblokken van enkele tientallen kilometers in doorsnede – afkomstig uit een wolk rond het centrale superzware zwarte gat, en in het andere zijn ze ontstaan rond sterren in het hart van de Melkweg. In beide scenario’s komen ze uiteindelijk te dicht bij het zwarte gat en worden verpulverd, wat een flits veroorzaakt. Uit het onderzoek blijkt dat het tweede scenario de beste verklaring is. Volgens dat laatste scenario worden de planetoïden uit hun oorspronkelijke planeetstelsel geslingerd door interacties met andere sterren. Ze komen vervolgens in een baan rond Sgr A* terecht. Door verdere zwaartekrachtsinteracties met sterren worden hun banen zo langgerekt dat ze binnen een afstand van 150 miljoen kilometer van het zwarte gat komen, worden vernietigd en een waarneembare flits veroorzaken. Als de planetoïde op kleine afstand van het zwarte gat wordt verpulverd is een röntgenflits te zien, en op grote afstand een infraroodflits.
Origineel persbericht

   
22 oktober 2014 • Organische moleculen in atmosfeer Titan zijn vreemd verdeeld
Bij een onderzoek van de atmosfeer van de Saturnusmaan Titan hebben wetenschappers intrigerende zones van organische moleculen ontdekt. De zones zijn gekanteld ten opzichte van de rotatieas van de maan. Dat is vreemd, omdat verwacht werd dat de sterke winden in de Titanatmosfeer er voor zouden zorgen dat de moleculen zich snel zouden verdelen (Astrophysical Journal Letters). De ontdekking is gedaan met ALMA, een grote (sub)millimetertelescoop in het noorden van Chili. Met dit instrument, dat uit 66 schotelantennes bestaat, is de straling opgevangen van waterstofisocyanide- (HNC) en cyanoacetyleenmoleculen HC3N. In eerste instantie leken de moleculen rond de noord- en zuidpool van Titan gelijkmatig te zijn verdeeld, in overeenkomst met metingen van de ruimtesonde Cassini. Maar toen werd gekeken naar de hoogteverdeling van de de moleculen, bleek de verdeling hoog in de atmosfeer heel anders te zijn. De onderzoekers hebben nog geen goede verklaring voor de waarnemingen. Mogelijk is de scheve verdeling van de moleculen het gevolg van een circulatiepatroon in de hoge atmosfeer van Titan. Een andere mogelijkheid is dat het krachtige magnetische veld van moederplaneet Saturnus een rol speelt. (EE)
Organic Molecules in Titan's Atmosphere Are Intriguingly Skewed

   
22 oktober 2014 • Honderden kometen geteld bij jonge ster
Franse astronomen hebben bijna 500 afzonderlijke kometen onderzocht die om de ster Bèta Pictoris draaien. Daarbij hebben zij ontdekt dat de ‘exokometen’ tot twee verschillende families behoren (Nature, 23 oktober 2014).Bèta Pictoris is een jonge ster op ongeveer 63 lichtjaar van de zon. De pas ongeveer 20 miljoen jaar oude ster is omgeven door een enorme schijf van materiaal. Dat is een planetenstelsel-in-wording, waarin verdampende kometen en botsende planetoïden gas en stof produceren. Al sinds bijna dertig jaar zien astronomen subtiele veranderingen in het licht van Bèta Pictoris, die worden toegeschreven aan kometen die vanaf de aarde gezien vóór de ster langs trekken. Kometen zijn ijsachtige objecten die bij nadering van hun ster verdampen. Daarbij ontstaan reusachtige staarten van gas en stof die een deel van het sterlicht dat door hen heen gaat absorberen. De astronomen hebben meer dan duizend waarnemingen van het licht van Bèta Pictoris geanalyseerd die tussen 2003 en 2011 zijn verkregen met de 3,6-meter telescoop van de Europese sterrenwacht op La Silla (Chili). Daarbij zijn 493 verschillende kometen ontdekt, waarvan sommige meerdere keren voor de ster langs schoven. De analyse heeft informatie opgeleverd over de hoeveelheid stof en gas die de afzonderlijke kometen uitstoten. Ook konden enkele eigenschappen van de omloopbanen van de kometen worden bepaald. Daaruit kan worden geconcludeerd dat de kometen tot twee verschillende families behoren. De kometen van de eerste familie vertonen allerlei verschillende omloopbanen, maar produceren weinig gas en stof. Dit wijst erop dat hun ijsvoorraad door achtereenvolgende naderingen van Bèta Pictoris uitgeput is geraakt. Die van de tweede familie zijn veel actiever en volgen ruwweg dezelfde baan. Waarschijnlijk zijn dit brokstukken van een groter object dat nog niet zo lang geleden uit elkaar is gevallen. (EE)
Twee families van kometen gevonden rond nabije ster

   
21 oktober 2014 • Bemande reis naar Mars wordt steeds gevaarlijker
Het wordt steeds gevaarlijker om een bemande reis naar Mars te maken. Oorzaak: de zon. Die is de laatste tijd veel minder actief dan normaal. De magnetische veldsterkte van de zon is daardoor ook geringer, en dat betekent dat de zon minder bescherming biedt tegen kosmische straling - energierijke elektrisch geladen deeltjes uit het heelal. Dat resulteert weer in een hoger stralingsrisico voor astronauten die zich buiten de magnetische invloedssfeer van de aarde begeven. De activiteit van de zon - zonnevlekken, uitbarstingen en sterke magnetische velden - vertoont een cyclus van elf jaar. Tijdens een activiteitsminimum is de hoeveelheid kosmische straling in de binnendelen van het zonnestelsel hoger dan gemiddeld, en kan een 30-jarige mannelijke astronaut ongeveer een jaar lang in de interplanetaire ruimte verblijven voordat hij significant meer risico loopt op kanker. Voor een even oude vrouwelijke astronaut wordt die grens al na tien maanden bereikt. Dat blijkt uit metingen van een stralingsexperiment aan boord van de Amerikaanse maansonde LRO (Lunar Reconnaissance Orbiter). Tijdens het meest recente zonneminimum, in 2009, bereikte de zonneactiviteit echter haar laagste waarde sinds ongeveer honderd jaar. Het huidige zonnemaximum is ongewoon zwak, en veel astronomen verwachten dat er bij het volgende zonneminimum, rond 2020, opnieuw records gaan sneuvelen. Dat zou betekenen dat de hoeveelheid kosmische straling verder toeneemt, zodat er na een verblijf van ongeveer negen maanden al sprake is van ernstige stralingsrisico's. In een artikel in het vakblad Space Weather waarschuwen de onderzoekers voor de potentiële gevaren die dat met zich meebrengt voor toekomstige bemande reizen naar Mars, zoals die onder andere zijn gepland door het Nederlandse bedrijf Mars One. Een enkele reis naar Mars duurt al snel minstens acht maanden; Mars heeft zelf bovendien geen beschermend magneetveld. (GS)
Increasing cosmic radiation may boost danger for manned missions to Mars (origineel persbericht)

   
21 oktober 2014 • Radarreflecties van Venus blijven raadselachtig
Een nieuwe analyse van twintig jaar oude meetgegevens heeft geen oplossing opgeleverd voor de raadselachtige radarreflectie-eigenschappen van de planeet Venus. Het Venusoppervlak gaat schuil onder een permanent gesloten wolkendek, en kan alleen met behulp van radar in kaart worden gebracht. De Amerikaanse planeetverkenner Magellan ontdekte in de jaren negentig al dat radarsignalen sterker door het Venusoppervlak worden gereflecteerd naarmate het betreffende terrein hoger ligt. Bovendien werden op grote hoogte enkele merkwaardige donkere vlekken ontdekt - gebieden die juist vrijwel géén radarsignaal reflecteren. Amerikaanse geologen hebben de Magellan-metingen nu aan een uitgebreide nieuwe analyse onderworpen. Daarbij zijn honderden nieuwe donkere vlekken ontdekt. De resultaten zijn gepresenteerd op een bijeenkomst van de Geological Society of America in Vancouver, Canada. Het nieuwe onderzoek spitste zich toe op het hooggebergte in Ovda Regio. Op 2400 meter hoogte blijkt de radarreflectiviteit van het Venusoppervlak vrij gering te zijn; op 4500 meter hoogte is de reflectiviteit aanzienlijk hoger. Maar op een hoogte van 4700 meter is er sprake van een plotselinge afname van de radarhelderheid. De oorzaak is nog steeds onopgehelderd. Vermoedelijk is er een relatie met de temperatuur, die op Venus extreem hoog is (ca. 500 graden) maar wel afneemt bij toenemende hoogte. Er is al gesuggereerd dat er sprake zou kunnen zijn van een soort metallische neerslag met bepaalde elektrische eigenschappen die van invloed zijn op de radarreflectiviteit, maar om wat voor verbindingen het dan zou gaan is onduidelijk. (GS)
Heavy Metal Frost? A New Look at a Venusian Mystery (origineel persbericht)

   
21 oktober 2014 • Sterbevingen oorzaak van kleine magnetar-uitbarstingen
Ook de kleine uitbarstingen van röntgen- en gammastraling die geproduceerd worden door magnetars zijn vermoedelijk het resultaat van sterbevingen. Dat blijkt uit onderzoek aan metingen van de Amerikaanse ruimtetelescoop Fermi, uitgevoerd door een team van astronomen onder wie Anna Watts en Daniela Huppenkothen van de Universiteit van Amsterdam. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op een internationale Fermi-conferentie in Japan; ze werden op 1 juni ook al gepublicered in The Astrophysical Journal. Magnetars zijn extreem compacte neutronensterren - anderhalf keer zo zwaar als de zon maar hooguit 20 à 30 kilometer in middellijn - met een onvoorstelbaar sterk magnetisch veld. Neutronensterren ontstaan wanneer een zware ster aan het eind van zijn leven explodeert als supernova; er zijn er duizenden bekend. Magnetars lijken veel zeldzamer: tot nu toe zijn er slechts 23 ontdekt. Heel af en toe produceren magnetars zeer krachtige uitbarstingen van gamma- en röntgenstraling, vergelijkbaar met energierijke gammaflitsen. Die grote uitbarstingen zijn in verband gebracht met 'bevingen' aan het oppervlak van de ster. Magnetars vertonen echter ook 'stormen' van honderden kleinere uitbarstingen in relatief korte tijd. De astronomen onderzochten 263 kleine uitbarstingen van magnetar SGR J1550−5418, op 15.000 lichtjaar afstand van de aarde. De frequenties van de bevingen die afgeleid zijn uit de analyse van de waargenomen uitbarstingen komen overeen met eerdere resultaten op basis van zeldzame, grote uitbarstingen. Vermoedelijk worden de kleine uitbarstingen dus ook veroorzaakt door bevingen van de ster. De korst en de kern van de ster, die zijn verbonden door het supersterke magnetisch veld, vibreren dan tegelijkertijd, aldus Watts. (GS)
Origineel persbericht

   
21 oktober 2014 • Zware zwarte gaten zetten rem op geboorte van nieuwe sterren
Sterrenkundigen hebben ontdekt hoe superzware zwarte gaten in de kernen van grote elliptische sterrenstelsels een effectieve rem kunnen zetten op de vorming van nieuwe sterren in die stelsels. Normaalgesproken kan een sterrenstelsel heet gas uit zijn omgeving aantrekken. Dat gas koelt vervolgens af, waarna er onder invloed van de zwaartekracht dichtheidsconcentraties in kunnen ontstaan waaruit nieuwe sterren worden geboren. In veel grote elliptische stelsels blijkt het interstellaire gas echter een zeer hoge temperatuur te hebben (zo hoog dat er röntgenstraling wordt uitgezonden), waardoor de vorming van nieuwe sterren tot stilstand komt. Uit metingen die verricht zijn met verschillende radio- en submillimetertelescopen op aarde en door de Europese infraroodruimtetelescoop Herschel blijkt nu dat de hoge temperatuur van het gas veroorzaakt wordt door straalstromen van energierijke elektrisch geladen deeltjes die radiostraling produceren. De straalstromen worden vanuit de directe omgeving van het superzware zwarte gat in twee tegenovergestelde richtingen de ruimte in geblazen. De resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Big Black Holes Can Block New Stars (origineel persbericht)

   
21 oktober 2014 • Ook POLARBEAR-experiment ziet B-mode polarisatie in kosmische achtergrondstraling
Met het POLARBEAR-experiment op het 5000 meter hoog gelegen Chajnantor-plateau in Noord-Chili zijn bijzondere patronen ontdekt in de polarisatie van de kosmische achtergrondstraling - het verzwakte en afgekoelde restant van de energie van de oerknal waarmee het heelal 13,8 miljard jaar geleden ontstond. De resultaten zijn op 20 oktober gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De waargenomen patronen - zogeheten B-mode polarisatie - kunnen verschillende oorzaken hebben; volgens de auteurs gaat het in dit geval waarschijnlijk om patronen die veroorzaakt zijn door zwaartekrachtslenswerking van verschillende structuren in het heelal. Eerder dit jaar maakte de BICEP 2-telescoop op de Zuidpool ook de ontdekking van B-mode polarisatie in de kosmische achtergrondstraling bekend, maar dan op veel grotere schaal. Die ontdekking werd indertijd gepresenteerd als een bewijs voor het bestaan van zwaartekrachtsgolven (extreem kleine periodieke vervormingen van de ruimtetijd), veroorzaakt door kosmische inflatie - de snelle exponentiële uitdijing van het heelal in de allereerste fractie van een seconde na het ontstaan. Later werden de claims afgezwakt, en recent gepubliceerde metingen van de Europese ruimtetelescoop Planck wezen uit dat de metingen van BICEP 2 in principe ook volledig te verklaren zijn door het polariserende effect van stof in ons eigen Melkwegstelsel. Het POLARBEAR-team is er echter van overtuigd dat in dit geval geen sprake kan zijn van 'verontreiniging' van de metingen door Melkwegstof: de metingen zijn verricht in drie kleine, relatief 'schone' gebiedjes aan de sterrenhemel, en bovendien gaat het om patronen op kleine schaal (enkele boogminuten), die minder sterk beïnvloed worden door stof. Op de kleine schaal waarop de B-mode polarisatie nu is waargenomen, is het overigens vrijwel uitgesloten dat het om de 'vingerafdruk' van zwaartekrachtsgolven uit het inflatietijdperk gaat. (GS)
POLARBEAR Detects Curls in the Universe’s Oldest Light (origineel persbericht)

   
21 oktober 2014 • Marssondes en -karretjes fotograferen langsrazende komeet
De Amerikaanse ruimtesonde Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) en het eveneens Amerikaanse Marswagentje Opportunity hebben foto's gemaakt van komeet C/2013 A1 die op 19 oktober 'rakelings' langs Mars vloog. Opportunity had daarbij nog wat last van de nasleep van een stofstorm in de Marsdampkring; de foto's werden enkele uren vóór de dichtste nadering gemaakt. De HiRISE-camera van MRO fotografeerde de kern van de komeet; uit de opnamen blijkt dat die vermoedelijk slechts zo'n 300 meter groot is in plaats van de eerder aangenomen 700 meter. De MRO-foto's (klik op bovenstaand beeld voor een volledig overzicht) tonen de komeet op twee tijdstippen met negen minuten verschil (links en rechts); de bovenste opnamen laten vooral de kern en het heldere binnenste deel van de coma van de komeet zien; op de onderste is het dynamisch bereik zodanig aangepast dat vooral de buitenste delen van de coma goed zichtbaar zijn (het binnenste deel is overbelicht). Het is voor het eerst dat er opnamen zijn gemaakt waarop de kern van een langperiodieke komeet uit de Oortwolk zichtbaar is. (GS)
First Resolved Image of a Long-Period Comet's Nucleus (origineel persbericht)

   
20 oktober 2014 • Marssondes overleven komeetpassage probleemloos
De drie operationele Amerikaanse Marsverkenners die momenteel in een baan rond de rode planeet draaien, hebben zondagavond de scheervlucht van komeet C/2013 A1 Siding Spring probleemloos overleefd. Uit voorzorg waren de ruimtesondes (Mars Odyssey, Mars Reconnaissance Orbiter en MAVEN) op het moment van dichtste nadering naar de 'achterzijde' van de planeet gemanoeuvreerd. De700 meter grote, poreuze kern van komeet Siding Spring, die om 20.27 uur Nederlandse tijd op slechts ca. 140.000 kilometer langs Mars scheerde met een relatieve snelheid van bijna 60 kilometer per seconde, is gehuld in een ijle 'coma' van gas- en stofdeeltjes, die mogelijk schade aan de ruimtesondes zou kunnen veroorzaken. Tijdens de passage van Siding Spring is de komeet waargenomen door verschillende instrumenten aan boord van de drie ruimtesondes, zoals de infrarode THEMIS-spectrometer van Odyssey en de HiRISE-camera van Mars Reconnaissance Orbiter. De drie ruimtesondes overleefden ook de passage van de staart van de komeet, enkele uren na de dichtste nadering. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft laten weten dat ook de Europese Marsverkenner Mars Express in goede gezondheid verkeert. Een officiële bevestiging van de status van de Indiase Mars Orbiter Mission (Mangalyaan) is nog niet gepubliceerd. Binnen enkele dagen worden waarschijnlijk de eerste voorlopige meetgegevens bekendgemaakt van de verschillende Marsverkenners, en mogelijk ook van de Amerikaanse Marswagentjes Opportunity en Curiosity, die waarnemingen vanaf het planeetoppervlak hebben verricht. (GS)
All Three NASA Mars Orbiters Healthy After Comet Flyby (oorspronkelijk persbericht)

   
19 oktober 2014 • Krachtige zonnevlam, maar (nog) geen poollicht
De grote zonnevlek AR2192, die kort geleden aan de westzijde van de zon tevoorschijn is gekomen, produceerde op zondagochtend 19 oktober een krachtige zonnevlam (klasse X1). Metingen door de Amerikaans-Europese SOHO-kunstmaan laten echter zien dat er bij de zonnevlam geen CME (coronal mass ejection) is ontstaan. Zo'n CME is een grote wolk van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in geblazen wordt, en bij aankomst op aarde poollicht kan veroorzaken. De komende dagen draait het actieve gebied op de zon echter steeds meer naar het centrum van de zichtbare zonneschijf; toekomstige uitbarstingen zouden eventueel wél voor opvallend poollicht kunnen zorgen. (GS)
Informatie over de zonnevlam op www.spaceweather.com

   
16 oktober 2014 • Saturnusmaan Mimas ‘schommelt’ onverwacht hard
Meetresultaten van de ruimtesonde Cassini laten zien dat Mimas, de binnenste van de zeven grote manen van de planeet Saturnus, heviger ‘nee’ schudt dan verwacht. Volgens een astronoom van Cornell University die de resultaten heeft geanalyseerd, wijst dit erop dat de materie in het inwendige van de ongeveer 400 kilometer grote ijsmaan niet gelijkmatig is verdeeld (Science, 17 oktober). De rotatie en de baanbeweging van Mimas lopen synchroon: in dezelfde tijd dat het maantje één omloop om Saturnus volbrengt (ongeveer 23 uur), draait het ook één keer om zijn as. Klinkt bekend? Klopt: ook onze maan heeft een synchrone rotatie. Het gevolg is dat gemiddeld steeds hetzelfde halfrond naar de planeet is gericht. Doordat de omloopsnelheid van Mimas enigszins varieert lopen rotatie en omloop niet altíjd synchroon. Soms loopt de rotatie een beetje voor of achter. Hierdoor lijkt het vanaf Saturnus alsof het maantje nee-schudt. (Ook dat verschijnsel, dat ‘libratie’ heet, treedt bij onze maan op.) Door het nee-schudden van Mimas draait zijn oppervlak vanaf Saturnus gezien een kilometer of zes heen en weer. Rekening houdend met vorm van zijn omloopbaan en van de verstorende invloed van naburige manen was op drie kilometer gerekend. De extra afwijking kan allerlei oorzaken hebben. Eén mogelijkheid is dat de rotsachtige kern van Mimas niet rond is, maar de vorm van een rugbybal heeft. Ook is het denkbaar dat zich enkele tientallen kilometers onder het oppervlak een klotsende ‘oceaan’ van vloeibaar water bevindt. (EE)
Wobbling of a Saturn moon hints at what lies beneath

   
16 oktober 2014 • Hete explosies op 'koel' zonsoppervlak
De zon zit nog ingewikkelder in elkaar dan gedacht. Niet alleen in het buitenste deel van de atmosfeer vinden grote uitbarstingen van deeltjes en straling plaats, ook op het zonsoppervlak komt het tot echte explosies. Op sommige plaatsen hoopt zich magnetische energie op, die zich in luttele minuten ontlaadt. Daarbij kunnen de temperaturen oplopen tot 100.000 graden: dat is twintig keer zo heet als de rest van het zonsoppervlak (Science, 17 oktober). De betrekkelijk kleine explosies spelen zich af in de omgeving van actieve gebieden op de zon – gebieden die worden gekenmerkt door sterke magnetische velden en waar vaak ook donkere zonnevlekken ontstaan. In zichtbaar licht zijn de explosies niet waarneembaar: ze zijn ontdekt met de NASA-satelliet IRIS, die gevoelig is voor (de veel energierijkere) ultraviolette straling. De wetenschappers die de IRIS-beelden hebben geanalyseerd zoeken de oorzaak van de explosies bij de sterke magnetische velden in de fotosfeer. In de omgeving treden de magnetische veldlijnen boogvormig uit het zonsoppervlak naar buiten; door die bogen stroomt heet plasma. En soms treedt tussen deze plasmastromen een soort kortsluiting op, waarbij grote hoeveelheden energie vrijkomen. Een andere ontdekking die met IRIS is gedaan, is dat de zonnewind – de stroom deeltjes die de zon voortdurend uitzendt – het zonsoppervlak niet gelijkmatig verlaat, maar in de vorm van zeer lokale, energierijke 'jets' (straalstromen). (EE)
Hot Explosions on the Cool Sun

   
16 oktober 2014 • Kosmische ‘jet’ nagebootst in lab
In een Frans onderzoekslaboratorium hebben wetenschappers een miniatuurversie van een jonge ster nagebootst, compleet met ‘jet’. Het experiment was bedoeld om een nieuw model te testen dat stelt dat er voor de vorming van zo’n straalstroom alleen een magnetisch veld nodig is (Science, 17 oktober). Wanneer een jonge ster of zwart gat materie uit zijn omgeving aantrekt, vormt zich een materieschijf rond het object. Vaak ontstaan daarbij ook ‘jets’: twee smalle, rechte bundels van materie die vanuit het centrum van de worden weggeblazen. Er zijn tal van theorieën bedacht om het ontstaan van deze straalstromen te verklaren, waarvan sommige heel complex zijn. Om meer te weten te komen over het verschijnsel heeft een internationaal team van wetenschap zelf een jet laten ontstaan door een stukje kunststof met een laserbundel te bestoken. Daarbij ontstaat een wolkje plasma – een heet gas van elektronen en ionen – dat de materie in de omgeving van een jonge ster voorstelt. Dat plasma werd vervolgens blootgesteld aan een sterk pulserende magnetisch veld. Het idee daarachter: onder invloed van een magnetisch veld begint het plasma, dat normaal gesproken alle kanten op gaat, zich te bundelen. Daarbij ontstaat uiteindelijk een schokgolf van waaruit een heel dunne bundel naar buiten schiet. Het grote verschil met de kosmische realiteit: bij een jonge ster duurt de vorming van zo’n jet enkele jaren, in het lab maar 20 nanoseconden (miljardsten van een seconde). De aldus gevormde jets werden vergeleken met astronomische waarnemingen. Daarbij bleek dat de mini-jets duidelijke overeenkomsten vertonen met hun veel grotere kosmische soortgenoten. (EE)
Cosmic Jets of Young Stars Formed by Magnetic Fields

   
16 oktober 2014 • Afstand tot klein, ver sterrenstelsel gemeten
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop zijn astronomen erin geslaagd om de afstand te meten tot een van de zwakste en verste sterrenstelsels die ooit zijn waargenomen. Daarbij kregen ze hulp van een tussenliggende cluster van nabijere sterrenstelsels, die het licht van het verre stelsel ‘versterkt’ (Astrophysical Journal Letters, 4 september). Clusters hebben zo veel massa dat ze licht dat door hen heen gaat afbuigen. Daardoor worden de beelden van verder weg staande objecten vervormd en soms ook versterkt – een verschijnsel dat het gravitatielenseffect wordt genoemd. In sommige gevallen zorgt het gravitatielenseffect ervoor dat er meerdere beelden van één en hetzelfde achtergrondobject te zien zijn. Zo ook bij het verre sterrenstelsel dat zich achter de grote cluster Abell 2744 bevindt. Door het lenseffect zijn drie versterkte afbeeldingen van dat stelsel te zien. Door de hoekafstanden tussen de drie afbeeldingen te meten, kon heel nauwkeurig worden berekend op welke afstand het verre sterrenstelsel zich bevindt. Die afstand blijkt 13,3 miljard lichtjaar te zijn. Het licht van het stelsel heeft er dus 13,3 miljard jaar over gedaan om ons te bereiken en is uitgezonden toen het heelal nog ‘maar’ 500 miljoen jaar oud was. Hoewel al ongeveer tien andere stelsels op vergelijkbare afstanden zijn waargenomen, gaat het hier om een bijzonder geval. Het nu ontdekte object is aanzienlijk kleiner en zwakker dan de andere. Zijn grootte wordt geschat op 850 lichtjaar. Ter vergelijking: onze Melkweg heeft een diameter van meer dan 100.000 lichtjaar. (EE)
Probing the past

   
16 oktober 2014 • Ruimtesonde Cassini kreeg elektrische schok
Een nieuwe analyse van gegevens van de ruimtesonde Cassini heeft uitgewezen dat de ruimtesonde in 2005, tijdens een flyby langs de Saturnusmaan Hyperion, door een bundel elektronen is gevlogen. De geladen deeltjes waren afkomstig van het statisch geladen oppervlak van deze maan. Hyperion is een poreus, ijsachtig object met een opvallend, sponsachtig uiterlijk. Zijn oppervlak baadt voortdurend in het ultraviolette licht van de zon en de geladen zonnedeeltjes die verstrikt zijn geraakt in het magnetische veld van Saturnus. Vermoed wordt dat de deeltjesbundel waar Cassini door werd getroffen het gevolg is van deze blootstelling aan het ‘ruimteweer’. Tijdens zijn flyby detecteerde een instrument aan boord van Cassini dat de ruimtesonde korte tijd magnetisch verbonden was met het oppervlak van Hyperion, waardoor elektronen van deze maan in de richting van de ruimtesonde konden ontsnappen. Het was alsof Cassini, die op dat moment 2000 kilometer van Hyperion verwijderd was, een elektrische schok van 200 volt kreeg. Dat leverde overigens geen schade op. Bekend is dat de opbouw van statische elektriciteit een belangrijke rol speelt op onze eigen luchtloze, stoffige maan. Maar bij andere objecten in het zonnestelsel was het verschijnsel tot nu toe niet waargenomen. (EE)
Cassini Caught in Hyperion’s Particle Beam

   
16 oktober 2014 • Donkere materie opgespoord?
Ruimtewetenschappers van de universiteit van Leicester hebben een merkwaardig röntgensignaal aan de hemel gedetecteerd – een signaal dat wel eens inzicht zou kunnen geven in de aard van de geheimzinnige donkere materie. Het signaal zou afkomstig zijn van axionen – deeltjes waarvan het bestaan wel is voorspeld, maar die nog nooit zijn waargenomen (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 20 oktober). Het vreemde signaal is opgespoord in de zogeheten röntgenachtergrond – een röntgenkaart van de hemel waarvan alle heldere afzonderlijke bronnen zijn afgetrokken. Die röntgenachtergrond lijkt kleine, seizoensafhankelijke veranderingen te vertonen, waar geen voor de hand liggende verklaring voor bestaat, maar die de voorspelde signatuur van axionen vertonen. De axionen zouden afkomstig zijn uit de kern van de zon. Wanneer zulke deeltjes terechtkomen in het magnetische veld van de aarde worden ze omgezet in röntgenstraling. En voorspeld wordt dat het röntgensignaal van axionen op zijn grootst is wanneer we door de zonkant van dat magnetische veld kijken, waar het op zijn sterkst is. Geschat wordt dat 85% van alle materie in het heelal uit donkere materie bestaat. Donkere materie is niet waarneembaar met telescopen, maar verraadt zijn bestaan door de aantrekkingskracht die hij op gewone materie en op licht uitoefent. (EE)
Curious signal hints at dark matter – first evidence of axions?

   
16 oktober 2014 • 3D-kaart gemaakt van het jonge heelal
Een internationaal team van astronomen heeft een driedimensionale kaart gemaakt van het heelal, zoals dat er drie miljard jaar na de oerknal uitzag. Daarbij is gebruik gemaakt van een techniek die vergelijkbaar is met de computertomografie (CT), zoals die in de geneeskunde wordt toegepast. Op de allergrootste schaal is de materie in het heelal verdeeld over een enorm netwerk van honderden miljoenen lichtjaren lange, draderige structuren die het 'kosmische web' vormen. De 'ruggengraat' van dit web bestaat uit een mengsel van (onwaarneembare) donkere materie en waterstofgas. Net als bij een CT-scan, die een driedimensionale afbeelding reconstrueert uit de röntgenstraling die door een patiënt gaat, hebben de astronomen hun driedimensionale afbeelding van het kosmische web gereconstrueerd door gebruik te maken van het licht van 24 verre sterrenstelsels dat door het waterstofgas in het kosmische web is gegaan. De daaruit voortkomende kaart van de waterstofabsorptie toont een uitsnede van het heelal op een afstand van 10,8 miljard lichtjaar. Het is voor het eerst dat het kosmische web op zo'n grote afstand in kaart is gebracht. Het licht van het afgebeelde gebied heeft er bijna elf miljard jaar over gedaan om ons te bereiken. De kaart toont dus de prille structuur van het heelal, op een moment dat dit nog maar een kwart van zijn huidige leeftijd had bereikt. (EE)
‘CT Scan’ of Distant Universe Reveals Cosmic Web in 3D

   
15 oktober 2014 • Centrale verdikking Melkwegstelsel wordt gedetailleerd in kaart gebracht
De Amerikaanse National Science Foundation heeft 600.000 dollar ter beschikking gesteld om het centrale deel van ons Melkwegstelsel - de zogeheten centrake verdikking - gedetailleerd in kaart te brengen. Het internationale project, geleid door de Universiteit van Californië in Los Angeles, gaat gebruik maken van de 500 megapixel Dark Energy Camera op de 4-meter Victor Blanco-telescoop op de Cerro Tololo-sterrenwacht in Chili. Uiteindelijk moet het project resulteren in een kaart van de binnenste 3000 lichtjaar van het Melkwegstelsel. Onderzoek aan de verdeling van sterren (en hun kleuren en leeftijden) moet inzicht geven in de ontstaansgeschiedenis van het Melkwegstelsel. (GS)
UCLA to lead NSF-funded map of the Milky Way’s central bulge (origineel persbericht)

   
15 oktober 2014 • ’Hubble’ spoort extra doelwitten op voor Pluto-sonde
Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn drie kleine hemellichamen ontdekt waar de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons na zijn bezoek aan Pluto, in juli 2015, naartoe zou kunnen vliegen. De ontdekking van de drie zogeheten Kuipergordelobjecten is het resultaat van een gerichte zoekactie. De Kuipergordel is een brede ring van ‘oerpuin’ die ons zonnestelsel omgeeft. Dat puin bestaat uit ijsachtige objecten waarover nog vrij weinig bekend is. Pluto wordt wel beschouwd als het grootste lid van deze gordel. De Kuipergordelobjecten die met Hubble zijn ontdekt, zijn elk ongeveer tien keer zo groot als de gemiddelde komeet, maar honderd keer zo klein als Pluto. Doordat ze nooit veel zonnewarmte hebben opgevangen, zien ze er waarschijnlijk nog bijna net zo uit als 4,6 miljard jaar geleden, toen ons zonnestelsel ontstond. Het New Horizons-team is in 2011 begonnen met het zoeken naar geschikte Kuipergordelobjecten. Dat leverde tientallen ontdekkingen op, maar geen ervan lag binnen het bereik van de ruimtesonde. Dat er nu alsnog een paar veelbelovende kandidaten zijn opgespoord, is dan ook een hele opluchting. De drie nieuwe Kuipergordelobjecten bevinden zich anderhalf miljard kilometer voorbij Pluto – een afstand die New Horizons in drie tot vier jaar kan overbruggen. NASA zal overigens nog toestemming moeten geven voor het verlengen van de missie. (EE)
Hubble Finds Potential Kuiper Belt Targets for New Horizons

   
15 oktober 2014 • Melkweg rooft nabije sterrenstelsels leeg
Uit waarnemingen met radiotelescopen blijkt dat onze naaste galactische buren, de sferoïdale dwergstelsels, verstoken zijn van gas waaruit nieuwe sterren kunnen ontstaan. De vermoedelijke dief is bekend: dat is onze Melkweg (Astrophysical Journal Letters). De nieuwe radiowaarnemingen, de gevoeligste in hun soort die ooit zijn ondernomen, laten zien dat dwergstelsels tot op zekere afstand van onze Melkweg helemaal geen waterstofgas bevatten. Voorbij die grens zijn zulke kleine stelsels juist rijk aan gas. Vermoed wordt dat de gasloze dwergstelsels al miljarden jaren om onze Melkweg zwermen en geleidelijk zijn leeggeplunderd. Dat komt doordat ze zich binnen de uitgestrekte halo van ijl, heet waterstofgas bevinden waarin de Melkweg gehuld is. Door de grote snelheid waarmee de stelsels door deze halo bewegen is hun gas als het ware weggeblazen. (EE)
Milky Way Ransacks Nearby Dwarf Galaxies, Stripping Star-Forming Gas

   
15 oktober 2014 • IJs bij de noordpool van Mercurius gefotografeerd
De NASA-ruimtesonde MESSENGER heeft voor het eerst optische opnamen gemaakt van ijs en andere bevroren vluchtige stoffen in diepe kraters nabij de noordpool van Mercurius. De beelden lijken erop te wijzen dat het ijs betrekkelijk ‘vers’ is (Geology, 14 oktober). Twintig jaar geleden werden op radarbeelden van Mercurius die vanaf de aarde waren gemaakt de eerste aanwijzingen gevonden dat er rond de polen van Mercurius ijs te vinden is. Latere infraroodmetingen door de sinds 2011 om de planeet cirkelende ruimtesonde MESSENGER bevestigden die indruk. Hoewel het ijs permanent in de schaduw ligt is het nu ook gelukt om er ’normale’ foto’s van te maken. Daarbij is gebruik gemaakt van het feit dat het ijs een heel klein beetje wordt aangelicht door kraterwanden die wél door de zon worden beschenen. Door het contrast van de beelden te verhogen konden details in de ijsafzettingen zichtbaar worden gemaakt. Uit de beelden van de grote krater Prokofiev blijkt dat de ijsafzettingen daar in elk geval jonger zijn dan de kleine inslagkraters die op de bodem zijn aangetroffen. Het ijs is namelijk niet bedekt met puin dat bij deze kleine inslagen is opgeworpen. Daaruit kan worden afgeleid dat het ijs rond de polen van Mercurius niet zo heel erg lang geleden op de planeet is afgeleverd. Een andere mogelijkheid is dat het om oude ijsvoorraden gaat die door een gestaag proces aan de oppervlakte zijn gebracht. (EE)
MESSENGER Provides First Optical Images of Ice Near Mercury's North Pole

   
15 oktober 2014 • Sterrenstelsels zonder zware elementen groeien langzaam
Een internationaal team van astronomen heeft twee nabije sterrenstelsels onderzocht die weinig elementen zwaarder dan helium bevatten. Uit het onderzoek blijkt dat de stervorming in de twee stelsels heel traag verloopt (Nature, 16 oktober). De twee traag groeiende sterrenstelsels, Sextans A en ESO 146-G14, bevinden zich respectievelijk op ongeveer 4,5 miljoen en 70 miljoen lichtjaar van de aarde. Uit waarnemingen met de infraroodsatelliet Herschel en enkele radiotelescopen blijkt dat de twee stelsels behoorlijke hoeveelheden gas bevatten – de grondstof voor de vorming van nieuwe sterren. Maar gegevens van twee andere satellieten, Spitzer en Galex, laten zien dat de stervorming desondanks tien keer zo langzaam verloopt als in ‘normale’ sterrenstelsels. Heel erg verrassend is die ontdekking eigenlijk niet. De geboorte van een ster begint namelijk met een gaswolk die onder invloed van zijn eigen zwaartekracht samentrekt. Tijdens dat proces wordt het gas heet, wat verdere samentrekking tegengaat. Zware elementen zorgen ervoor dat de overtollige warmte van een samentrekkende gaswolk zo snel wordt uitgestraald, dat de samentrekking kan uitmonden in de geboorte van een nieuwe ster.Omdat de twee nabije sterrenstelsels qua chemische samenstelling veel overeenkomsten vertonen met de eerste sterrenstelsels in het heelal, kan hieruit worden geconcludeerd dat de stervorming in het vroege heelal een moeizaam proces moet zijn geweest. (EE)
Slow-Growing Galaxies Offer Window to Early Universe

   
15 oktober 2014 • ESA bevestigt landingsplek voor kometensonde
Het Europese ruimteagentschap ESA is nog steeds van plan om de landingsmodule Philae te laten neerkomen in gebied 'J' van de komeet 67P/Churyumov–Gerasimenko. Moedersonde Rosetta, die de komeet inmiddels tot op slechts tien kilometer is genaderd, heeft geen nieuwe obstakels in het gebied ontdekt die grote zorgen baren. Rosetta zal Philae op 12 november om 9.35 uur Nederlandse tijd op een afstand van ongeveer 22,5 kilometer van het centrum van de komeet loslaten. De landing volgt ongeveer zeven uur later, rond 16.30 uur Nederlandse tijd. Maar omdat de radiosignalen van Rosetta er bijna een half uur over doen om de aarde te bereiken, zullen we pas rond 17 uur Nederlandse tijd weten of de landing geslaagd is. Het enige dat nog roet in het eten kan werpen is de kleine koerscorrectie die Rosetta twee uur voor de 'lancering' van Philae moet maken. Kort na deze manoeuvre wordt besloten om de zachte landing op de komeet door te laten gaan (of niet). Al tijdens zijn afdaling zal Philae opnamen maken en meten gaan doen. Zo zullen het stof en de gassen in de naaste omgeving van de komeet worden geanalyseerd. Eenmaal aangekomen op het oppervlak zal Philae een panorama van zijn omgeving maken. Als alles meezit zal de lander tot maart 2015 onderzoek blijven doen. (EE) Update: ESA nodigt iedereen uit om een betere naam te verzinnen voor ‘gebied J’. Inzending zijn welkom tot en met 22 oktober.
ESA confirms the primary landing site for Rosetta

   
15 oktober 2014 • Verre cluster vertoont stervorming op vreemde plaatsen
Astronomen hebben een enorme cluster van sterrenstelsels op meer dan tien miljard lichtjaar van de aarde onderzocht. Daarbij is ontdekt dat de stervorming in deze verre cluster, die nog in 'aanbouw' is, op onverwachte plaatsen optreedt. Clusters zijn de grootste objecten in het heelal die door de zwaartekracht bijeengehouden worden, maar hun vorming wordt niet goed begrepen. Een ver voorbeeld van zo'n cluster is de samenscholing van sterrenstelsels rond het zogeheten Spinnenwebstelsel. De Spinnenwebcluster wordt al meer dan twintig jaar met 'gewone' telescopen onderzocht. Maar nu is hij voor het eerst ook uitgebreid bekeken met APEX: een telescoop in het noorden van Chili die gevoelig is voor (sub)millimeterstraling. Anders dan zichtbaar licht laat deze straling zich niet tegenhouden door de dichte stofwolken waar de stervormingsgebieden in jonge sterrenstelsels vaak achter schuilgaan. Met APEX zijn tal van stervormingsgebieden in de Spinnenwebcluster ontdekt. Verwacht werd dat deze stervorming vooral zou plaatsvinden in de lange filamenten van gas die de afzonderlijke sterrenstelsels met elkaar verbinden. Maar verrassend genoeg bleek die stervorming vooral op één plek geconcentreerd te zijn, en dat gebied is niet eens gecentreerd rond het Spinnenwebstelsel, die in het hart van de cluster-in-wording staat.Om dit mysterie te kunnen oplossen, zijn meer waarnemingen nodig. De astronomen zijn dan ook van plan om ook de veel grotere (sub)millimetertelescoop ALMA op de Spinnenwebcluster te richten. (EE)
Bouwgeheimen van een galactische metropolis

   
14 oktober 2014 • Ruimtesonde MAVEN brengt gasverlies van Marsdampkring in kaart
Nog niet alle meetinstrumenten zijn voor honderd procent in gebruik, maar de Amerikaanse Marsverkenner MAVEN (Mars Atmosphere and Volatile Evolution) heeft de eerste resultaten al binnen. MAVEN, gelanceerd in november 2013, kwam op 21 september aan in een baan om Mars. De ruimtesonde gaat onderzoek doen aan de Marsdampkring, met als belangrijkste doel: meer inzicht verkrijgen in de manier waarop Mars in de loop van vele honderden miljoenen jaren het grootste deel van zijn atmosfeer is kwijtgeraakt. Met de ultravioletcamera van MAVEN is de verdeling van koolstof-, zuurstof- en waterstofatomen in de directe omgeving van Mars in kaart gebracht. Die atomen maakten ooit deel uit van koolzuur- en watermoleculen. Uit de waarnemingen blijkt duidelijk dat de allerhoogste, ijle delen van de Marsdampkring nauwelijks door de zwaartekracht van de planeet vastgehouden worden. Ook de sterk variabele verdeling van ozon in de dampkring is in beeld gebracht. Daarnaast registreerde MAVEN op 29 september de aankomst van een grote wolk elektrisch geladen deeltjes die drie dagen eerder bij een uitbarsting op de zon de ruimte in was geblazen. Vermoedelijk vormen zulke zonnestormen een van de oorzaken van het gestage verlies van atomen uit de ijle bovenste lagen van de Marsatmosfeer. In de eerste helft van november zal het wetenschappelijke waarnemingsprogramma van MAVEN echt van start gaan. (GS)
NASA Mission Provides Its First Look at Martian Upper Atmosphere (origineel persbericht)

   
14 oktober 2014 • MIT: Plannen voor bemande Mars-missie rammelen
Het ‘Mars One’-project, dat onder leiding staat van een Nederlandse stichting zonder winstoogmerk, is technisch onhaalbaar. Tot die conclusie komen ingenieurs van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) na een analyse van het ambitieuze Marsproject, dat tot doel heeft om uiterlijk in 2025 een menselijke kolonie op Mars te stichten. De missie zou in eerste instantie vier astronauten naar Mars sturen, waar ze de rest van hun leven zouden besteden aan het opbouwen van de eerste permanent bemande nederzetting. Volgens de initiatiefnemers kan dit deel van de missie geheel worden uitgevoerd met reeds bestaande technieken. Daar hebben de MIT-ingenieurs echter zo hun twijfels over. Zo zou bij het verbouwen van gewassen dermate veel zuurstof vrijkomen dat de atmosfeer in de (hermetisch afgesloten) nederzetting binnen enkele maanden giftig wordt. Om dat te voorkomen kan een systeem worden ontwikkeld dat de overtollige zuurstof verwijdert, maar dat zou zo kostbaar zijn, dat het goedkoper is om de kolonie vanaf de aarde van voedselvoorraden te voorzien. Ook het onttrekken van voldoende water aan de Marsbodem lijkt vooralsnog onhaalbaar. Volgens het Mars One-plan zouden zes zware Falcon-draagraketten toereikend zijn om de voorraden voor de eerste astronauten op Mars af te leveren. Maar volgens de MIT-raming is dat veel te optimistisch: de ingenieurs komen uit op vijftien Falcons. Daarmee zou alleen al het eerste deel van de missie 4,5 miljard dollar gaan kosten. De MIT-onderzoekers benadrukken overigens dat ze het Mars One-project niet volkomen onhaalbaar achten. Maar in hun huidige vorm bevatten de plannen zo veel onzekerheden dat aan de uitvoerbaarheid ervan moet worden getwijfeld. (EE)
Mars One (and done?)