17 augustus 2018 • Protoster blaast stoom de ruimte in
In de directe omgeving van een pasgeboren ster in de Kattepootnevel (NGC 6334I), op 4300 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Schorpioen, zijn jets ('straalstromen') van stoom ontdekt, enigszins vergelijkbaar met de stoom die uit een fluitketel wordt geblazen. De hete watermoleculen worden in twee tegenovergestelde richtingen de ruimte in geblazen, maar de stoom-jets vallen qua richting niet precies samen met eerder ontdekte (en langere) jets van materiaal in het stervormingsgebied; mogelijk zijn ze pas vrij recent ontstaan. De ontdekking, gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters, is gedaan met de Band 10-ontvangers van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in Noord-Chili. Deze ontvangers, deels ontwikkeld door het Kapteyn-laboratorium in Groningen, detecteren hoogfrequente, kortgolvige millimeterstraling in het grensgebied van infraroodstraling en radiostraling. Het gaat om elektromagnetische straling met golflengten tussen 0,3 en 0,4 millimeter en met frequenties tussen 787 en 950 gigahertz. ALMA heeft in het stervormingsgebied ook de aanwezigheid vastgesteld van een enorme verscheidenheid aan organische moleculen, waaronder glycolaldehyde, een aan suikers verwant molecuul. Dankzij de enorme gevoeligheid van ALMA zijn meer dan tien maal zoveel spectraallijnen gedetecteerd dan er enkele jaren in hetzelfde gebied zijn gevonden door de Europese ver-infraroodkunstmaan Herschel. De nieuwe ontdekking - een van de eerste wetenschappelijke resultaten behaald met de Band 10-ontvangers - toont opnieuw aan dat water en organische (koolstofhoudende) moleculen in grote hoeveelheden aanwezig zijn in jonge stervormingsgebieden. (GS)
Meer informatie:
First Science with ALMA’s Highest-Frequency Capabilities (origineel persbericht)

   
17 augustus 2018 • Satellietstelsels van de Melkweg behoren tot de oudste sterrenstelsels in het heelal
Sommige van de kleine, zwakke dwergstelsels die een baan beschrijven rond ons eigen Melkwegstelsel behoren tot de alleroudste sterrenstelsels in het heelal. Die opmerkelijke conclusie trekken Britse en Amerikaanse onderzoekers in een artikel in The Astrophysical Journal waarin de eigenschappen van dwergstelsels vergeleken worden met gedetailleerde theoretische modellen. Het gaat onder andere om de dwergstelsels Segue-1, Bootes I, Tucana II en Ursa Major I. Hun leeftijden zouden meer dan 13 miljard jaar bedragen. Volgens het standaardmodel van de kosmologie, waarin de evolutie van het heelal gedomineerd wordt door donkere materie, ontstonden de allereerste halo's van donkere materie kort na de oerknal. Ook koel waterstofgas werd door de zwaartekracht van die eerste, relatief kleine halo's aangetrokken; daaruit ontstond de eerste generatie kleine sterrenstelsels. De vorming daarvan kwam echter tot stilstand doordat het waterstofgas verhit en geïoniseerd raakte door de energierijke ultraviolette straling van de eerste sterren. Pas in een later stadium, honderden miljoenen jaren na de oerknal, waren de halo's van donkere materie zo sterk gegroeid dat het aanwezige waterstofgas toch weer voldoende kon afkoelen. Toen begon de vorming van grotere sterrenstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel. Uit een vergelijking van deze theoretische modellen met de eigenschappen van dwergsterrenstelsels blijkt nu dat sommige van de 'satellietstelsels' van de Melkweg tot de allereerste generatie sterrenstelsels behoren. Astronomen vergelijken de ontdekking met de vondst van fossiele resten van de oudste voorlopers van de mens. (GS)
Meer informatie:
Physicists reveal oldest galaxies (origineel persbericht)

   
16 augustus 2018 • Hubble brengt kosmische evolutie in beeld
Twee gebiedjes aan de sterrenhemel, één op het noordelijk halfrond en één op het zuidelijk halfrond, zijn gedetailleerd in beeld gebracht op ultraviolette golflengten, in het kader van de HUDV (Hubble Deep UltraViolet) Legacy Survey. Op de foto's zijn vele duizenden sterrenstelsels op uiteenlopende afstanden te zien. Eerder zijn vergelijkbare 'deep field'-opnamen gemaakt in zichtbaar licht en op infrarode golflengten; daaraan zijn nu waarnemingen in het ultraviolet (UV) toegevoegd - een golflengtegebied dat vanaf het aardoppervlak niet waarneembaar is doordat ultraviolette straling uit het heelal geabsorbeerd wordt door de aardse dampkring. De UV-waarnemingen bieden sterrenkundigen inzicht in de evolutie van sterrenstelsels in de loop van de kosmische geschiedenis: vooral jonge, hete, pasgeboren sterren stralen veel ultraviolet licht uit. De grootste geboortegolf van nieuwe sterren in het heelal lag zo'n drie miljard jaar na de oerknal; de UV-metingen van Hubble laten zien hoe de stervormingsactiviteit daarna langzaam maar zeker weer afnam. Op de allergrootste afstanden moeten sterrenstelsels bestudeerd worden op infrarode golflengten, omdat de energierijke straling van pasgeboren sterren naar het infrarood wordt 'uitgerekt' door de uitdijing van het heelal. Op veel kleinere afstanden bieden waarnemingen in zichtbaar licht in het algemeen een beter beeld. Maar juist in het gebied daartussen zijn metingen in het ultraviolet belangrijk. (GS)
Meer informatie:
Hubble Paints Picture of the Evolving Universe (origineel persbericht)

   
16 augustus 2018 • Heldere quasar blijkt in centrum van grote cluster te liggen
De heldere quasar PKS1353-341 blijkt het centrum te vormen van een tot nu toe onopgemerkt gebleven cluster van sterrenstelsels. De quasar - de extreem energierijke kern van een ver sterrenstelsel met een superzwaar zwart gat in het centrum - produceert zoveel straling dat de zwakkere sterrenstelsels in de directe omgeving nooit eerder waren gedetecteerd. In plaats daarvan namen astronomen aan dat het om een redelijk geïsoleerde quasar ging. Waarnemingen met het Chandra X-ray Observatory en met de 6,5-meter Magellan Telescope in Chili hebben nu echter het bestaan aan het licht gebracht van een grote zwerm sterrenstelsels, waarvan de quasar het centrum vormt. De nieuw ontdekte cluster ligt op 'slechts' 2,4 miljard lichtjaar afstand, telt honderden leden en heeft een totale massa van naar schatting 690 biljoen zonsmassa's. De nieuwe ontdekking is gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De quasar zelf is maar liefst 46 miljard maal zo helder als de zon. Dat betekent dat het zwarte gat in de quasar veel materie uit zijn omgeving opslokt: de straling wordt geproduceerd door materie in de directe omgeving van het zwarte gat, kort voordat het naar binnen gezogen wordt. Vermoedelijk is het eetgedrag van het zwarte gat op de een of andere manier gerelateerd aan de positie in het centrum van de cluster. Het CHiPS-project (Clusters Hiding in Plain Sight) zal de komende tijd mogelijk nog meer voorbeelden vinden van clusters die eerder aan de aandacht zijn ontsnapt door de aanwezigheid van een extreem heldere centrale quasar. (GS)
Meer informatie:
Sprawling galaxy cluster found hiding in plain sight (origineel persbericht)

   
16 augustus 2018 • Magnetisch veld stuurt eetgedrag van zwart gat in Melkwegcentrum
De beweging van gas en stof in de directe omgeving van Sagittarius A* - het superzware zwarte gat in het centrum van ons Melkwegstelsel - wordt in belangrijke mate beïnvloed door het (relatief zwakke) magnetisch veld ter plaatse. Dat werd al lange tijd vermoed, maar is nu voor het eerst bevestigd door metingen. Het zwarte gat (ca. 4 miljoen maal zo zwaar als de zon) wordt omgeven door een dikke 'ring' van koel moleculair gas en stof - de circumnucleaire schijf. Binnen die ring is een 'mini-spiraal' ontdekt van heet geïoniseerd gas, waarin zogeheten 'streamers' voorkomen. De circumnucleaire schijf wordt algemeen beschouwd als het belangrijkste 'voedselreservoir' voor het zwarte gat. Metingen aan de polarisatie van stofdeeltjes met behulp van de 15-meter James Clerk Maxwell Telescope op Mauna Kea, Hawaii (een schotelantenne voor het bestuderen van straling op millimieter-golflengten), hebben nu aangetoond dat de oriëntatie van het magnetisch veld geassocieerd is met die van de circumnucleaire schijf. De binnenste magnetische veldlijnen blijken bovendien samen te vallen met de structuur van de mini-spiraal. Dat bevestigt het idee dat magnetische velden een belangrijke rol spelen bij de toevoer van materiaal naar het centrale zwarte gat. Hetzelfde effect zal naar verwachting een rol spelen bij de zwarte gaten in de kernen van andere sterrenstelsels. (GS)
Meer informatie:
Discovering Magnetized Inflow Accreting to the center of Milky Way Galaxy (origineel persbericht)

   
16 augustus 2018 • Inwendige van Jupiter en Saturnus nagebootst in laboratorium
Reuzenplaneten zoals Jupiter en Saturnus bestaan voor een belangrijk deel uit waterstof. In de atmosferen van zulke planeten is dat waterstof gasvormig, maar op geruime diepte is het onder invloed van de exreem hoge druk vloeibaar. In het inwendige van de planeten krijgt dat vloeibare waterstofgas zelfs metallische, elektrisch geleidende eigenschappen. Althans, dat voorspellen theoretische berekeingen - de extreme omstandigheden in het inwendige van een reuzenplaneet zijn nooit in een aards laboratorium nagebootst. Tot nu toe, zo melden Amerikaanse en Franse onderzoekers deze week in Science. Experimenten aan het Lawrence Livermore National Laboratory in Californië hebben deuterium ('zwaar waterstof') bestudeerd onder extreem hoge druk maar bij relatief lage temperatuur (minder dan 1700 graden). Bij een druk van ca. 150 gigapascal (1,5 miljard atmosfeer) veranderde het vloeibare deuterium van transparant in ondoorzichting, en bij 200 gigapascal (2 miljard atmosfeer) kreeg het materiaal reflecterende eigenschappen - een aanwijzing dat de overgang naar de metallische fase was voltooid. De nieuwe experimenten zullen het naar verwachting mogelijk maken om gedetailleerdere modellen te ontwikkelen van de inwendige opbouw van reuzenplaneten. (GS)
Meer informatie:
Under Pressure, Hydrogen Reflects on Planet Interiors (origineel persbericht)

   
15 augustus 2018 • Samenstelling aarde is 'vrij normaal'
De samenstelling van de aarde - en van ons zonnestelsel in het algemeen - wijkt niet af van die van andere planetenstelsels in het heelal. Dat blijkt uit een groot onderzoek aan de chemische samenstelling van gas en stof rond 18 andere sterren, tot op afstanden van ruim 450 lichtjaar. Normaal gesproken is de samenstelling van zulk 'circumstellair materiaal' moeilijk te meten, maar wanneer een ster zoals de zon aan het eind van zijn leven komt, krimpt hij in tot een kleine, zwakke witte dwerg. Materiaal uit het omringende planetenstelsel (inclusief complete planetoïden en uiteengerukte planeten) wordt door de zwaartekracht van de witte dwerg naar binnen gezogen, waardoor de buitenste gaslagen van het sterretje 'vervuild' raken. Spectroscopisch onderzoek aan het sterlicht geeft dan informatie over de samenstelling van dat materiaal. Metingen met de Keck-telescoop op Hawaii en met de Hubble Space Telescope hebben nu laten zien dat elementen zoals calcium, magnesium en silicium in andere planetenstelsels in grofweg dezelfde relatieve hoeveelheden voorkomen als in ons eigen zonnestelsel. Dat betekent dat de aarde in elk geval qua chemische samenstelling geen uitzondering is in het heelal. Anders gezegd: het lijkt heel waarschijnlijk dat veel andere planeten een vergelijkbare samenstelling hebben - en dus vergelijkbare eigenschappen - als de aarde. De nieuwe resultaten zijn gepresenteerd op de Goldschmidt 2018 Conference in Boston, Massachusetts. (GS)
Meer informatie:
Persbericht Goldschmidt 2018 Conference

   
15 augustus 2018 • IJzer ontdekt in dampkring van exoplaneet KELT-9b
De dampkring van de extreem hete exoplaneet KELT-9b bevat atomair ijzer. Dat schrijft een internationaal team van onderzoekers onder leiding van de Nederlandse astronoom Jens Hoeijmakers van de Universiteit van Genève deze week in Nature. KELT-9b is een ultrahete gasvormige reuzenplaneet met een oppervlaktetemperatuur van ruim 4000 graden - heter dan sommige sterren. Die extreme temperatuur wordt veroorzaakt doordat de planeet op zeer kleine afstand in 36 uur rond een heldere, hete moederster draait. Daarbij beweegt hij (gezien vanaf de aarde) elke omloop voor zijn moederster langs. Planeetonderzoekers verwachten dat de dampkring van zo'n hete planeet geen wolken bevat. IJzer - het meest voorkomende 'transitie-metaal' in de natuur - zal er niet voorkomen als onderdeel van grotere moleculen, maar de verwachting was dat afzonderlijke ijzeratomen mogelijk wél detecteerbaar zouden zijn. Waarnemingen met de HARPS-North spectrograaf op de Italiaanse Telescopio Nazionale Galileo (TNG) op het Canarische eiland La Palma hebben nu inderdaad tijdens planeetovergangen van KELT-9b de spectrale 'vingerafdruk' aan het licht gebracht van neutrale ijzeratomen (Fe), éénmaal geïoniseerd ijzer (Fe+) en éénmaal geïoniseerd titanium (Ti+), een ander transitiemetaal. De relatieve sterkte van het Fe- en het Fe+-signaal bevestigen dat de dampkring van KELT-9b ook een temperatuur van rond de 4000 graden heeft. (GS)
Meer informatie:
Iron & Titanium in the Atmosphere of an Exoplanet (origineel persbericht)

   
15 augustus 2018 • Muhlmann Award voor Pieter van Dokkum
De Maria and Eric Muhlmann Award 2018 van de Astronomical Society of the Pacific is toegekend aan de Nederlandse astronoom Pieter van Dokkum, verbonden aan de Yale University in New Haven, Connecticut, voor zijn Dragonfly-project. Dragonfly is een verzameling van tientallen commerciële telefotolenzen, die samen een groot deel van de sterrenhemel in het oog houden. Het instrument, opgesteld in New Mexico, maakt jacht op extreem lichtzwakke en diffuse objecten. Onlangs was Dragonfly nog in het nieuws met de ontdekking van een klein, lichtzwak en zeer diffuus sterrenstelsel dat vrijwel geen donkere materie lijkt te bevatten. De Maria and Eric Muhlmann Award wordt toegekend voor recente, belangwekkende waaranemingsresultaten die verkregen zijn dankzij innovatieve technieken. (GS)
Meer informatie:
Persbericht Astronomical Society of the Pacific

   
14 augustus 2018 • Vroege heelal was lokaal 'ondoorzichtig' door schaarste aan sterrenstelsels
Ruim 12 miljard jaar geleden waren bepaalde gebieden in het jonge heelal relatief 'ondoorzichtig', door de aanwezigheid van grote hoeveelheden neutraal waterstofgas. Tegenwoordig is al het intergalactische gas geïoniseerd door de ultraviolette straling van sterrenstelsels, en is de ruimte tussen de sterrenstelsels vrijwel volledig transparant. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat er in een gebied waarin veel koel, neutraal waterstofgas voorkomt ook relatief veel sterrenstelsels zullen zijn ontstaan. Dat blijkt echter niet het geval te zijn. Met de 8,3-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is een relatief 'ondoorzichtig' gebied van een half miljard lichtjaar groot in het verre, vroege heelal bestudeerd. Daarbij werd ontdekt dat er in dit gebied verhoudingsgewijs juist weinig sterrenstelsels voorkomen. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De ontdekking doet vermoeden dat de 'ondoorzichtigheid' het directe gevolg is van de schaarste aan sterrenstelsels in het betreffende gebied. Minder sterrenstelsels betekent minder ultraviolet licht, en dus ook een minder sterk ioniserend effect. Kennlijk was de ultraviolette straling van verder weg gelegen sterrenstelsels in de jeugd van het heelal niet goed in staat om grote afstanden af te leggen. (GS)
Meer informatie:
In a massive region of space, astronomers find far fewer galaxies than they expected (origineel persbericht)

   
14 augustus 2018 • Oudste gesteenten op aarde mogelijk gevormd door kosmische inslagen
De oudste gesteenten op aarde zijn mogelijk ontstaan door catastrofale inslagen van planetoïden. Dat beweren geologen van de Australische Curtis University in Perth in Nature Geoscience op basis van onderzoek aan gesteenten uit het noordwesten van Canada. Het gaat om de oudste granietformaties die op aarde zijn terug te vinden, met leeftijden van meer dan vier miljard jaar. De samenstelling ervan wijkt af van die van de continentale korst van de aarde. De gemeten samenstelling kan verklaard worden door aan te nemen dat er sprake is geweest van het gedeeltelijk smelten van ijzerrijke gehydrateerde bazalten. Dat moet dan echter wel gebeurd zijn onder een lage druk, dus niet op grote diepte in de mantel van de aarde. De meest voor de hand liggende oorzaak van het gedeeltelijk smelten van gesteenten aan het aardoppervlak is een kosmische inslag. Omdat de aarde kort na het ontstaan regelmatig 'onder vuur' lag van grote en kleine planetoïden, denken de geologen dat zulke kosmische inslagen verantwoordelijk zijn geweest voor de vorming van het steenoude Canadese graniet. (GS)
Meer informatie:
Curtin research suggests asteroid strikes created Earth’s oldest rocks (origineel persbericht)

   
14 augustus 2018 • Bouw Giant Magellan Telescope gaat van start
Op de top van Cerro Las Campanas in Noord-Chili is een begin gemaakt met de bouwwerkzaamheden voor de toekomstige Giant Magellan Telescope (GMT), die in 2024 operationeel moet zijn. Tot op een diepte van 7 meter moet keihard gesteente uitgegraven worden voor de ondersteuningsconstructie van de 1600 ton zware telescoop. Het cilindrische gebouw waarin het instrument wordt gehuisvest, krijg teen middellijn van 56 meter en een hoogte van 65 meter. De GMT krijgt zeven 8,4-meter spiegels die samen een reuzentelescoop met een middellijn van 25 meter vormen. Vijf van de spiegels zijn al gegoten en geslepen; één spiegel is ook al gepolijst. De GMT is een van de drie toekomstige 'monstertelescoop'-projecten; de andere twee zijn de Amerikaanse Thirty Meter Telescope (TMT) en de Europese Extremely Large Telescope (ELT). (GS)
Meer informatie:
Excavation Begins on Giant Magellan Telescope Site in Chile (origineel persbericht)

   
14 augustus 2018 • Upgrade voor Arecibo-radiotelescoop
De Amerikaanse National Science Foundation (NSF) heeft 5,8 miljoen dollar beschikbaar gesteld voor de bouw en installatie van een nieuwe 'phased array antenna feed' voor de 305 meter grote radiotelescoop bij Arecibo, Puerto Rico. Het gaat om een instrument met 166 antennes, waarmee de waarnemingscapaciteiten van de radiotelescoop met 500 procent zullen toenemen. De Arecibo-telescoop wordt onder andere gebruikt voor onderzoek aan pulsars en fast radio bursts (snelle radioflitsen). Een eerdere phased array feed ging verloren toen Puerto Rico werd getroffen door de tropische orkaan Maria. Het nieuwe instrument, ALPACA geheten (Advanced Cryogenic L-Band Phased Array Camera for Arecibo) moet in 2022 in bedrijf zijn. (GS)
Meer informatie:
Arecibo Observatory to Get $5.8 Million Upgrade to Expand View (origineel persbericht)

   
13 augustus 2018 • Gedrag neutronensterren wordt deels bepaald door protonen
Neutronensterren worden doorgaans beschreven als extreem compacte verzamelingen van louter neutronen. Toch worden hun bizarre eigenschappen mogelijk voor een belangrijk deel bepaald door protonen, zo blijkt uit onderzoek van Amerikaanse natuurkundigen dat vandaag gepubliceerd wordt in Nature. Atoomkernen bestaan uit positief geladen protonen en elektrisch neutrale neutronen. Aan het eind van het leven van een zware ster stort de kern van de ster ineen tot een kleine, extreem compacte en snel rondtollende bal materie, die grotendeels uit stijf opeengepakte neutronen bestaat. Slechts ongeveer 5 procent van de massa van een neutronenster wordt vertegenwoordigd door protonen. Je zou dan ook verwachten dat protonen van verwaarloosbare invloed zijn op de eigenschappen van de neutronenster. Er is echter bekend dat protonen soms energierijke paren vormen wanneer ze elkaar heel dicht naderen. Uit onderzoek aan atoomkernen van koolstof, aluminium, ijzer en lood is nu gebleken dat zulke energierijke protonenparen vaker ontstaan wanneer de atoomkern verhoudingsgewijs meer neutronen en minder protonen bevat. Dat doet volgens de onderzoekers vermoeden dat paarvorming van (zeldzame) protonen een belangrijke rol speelt in een neutronenster - in feite een kolossale atoomkern die bijna geheel uit neutronen bestaat. Die energierijke protonenparen zouden daarom van relatief grote invloed kunnen zijn op de eigenschappen van neutronensterren. (GS)
Meer informatie:
In Neutron Stars, Protons May Do the Heavy Lifting (origineel persbericht)

   
12 augustus 2018 • Parker Solar Probe met succes gelanceerd
NASA heeft vanmorgen om 09.31 uur Nederlandse tijd de Parker Solar Probe met succes gelanceerd, met behulp van een Delta 4-Heavy raket vanaf het Kennedy Space Center in Florida. De ruimtesonde zal in de komende jaren onderzoek doen aan de corona van de zon (de extreem ijle en hete 'atmosfeer'), aan de zonnewind (de stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen), en aan uitbarstingen op de zon zoals zonnevlammen en zogeheten coronal mass ejections. Parker Solar Probe is genoemd naar de inmiddels 91-jarige zonnefysicus Eugene Parker, die in 1958 het bestaan van de zonnewind voorspelde. In de komende 8 jaar beschrijft de ruimtesonde in totaal 24 elliptische baantjes rond de zon, op steeds kleinere afstanden. In december 2024 bedraagt de minimale afstand tot de zon nog slechts 6,2 miljoen kilometer (ruim vier maal de middellijn van de zon). De ruimtesonde zal dan een topsnelheid van ca. 200 kilometer per seconde bereiken - de hoogste snelheid ooit door een ruimtevaartuig behaald. Tijdens die extreem dichte naderingen loopt de temperatuur van het speciaal ontworpen hitteschild op tot ca. 1350 graden. Wanneer in de toekomst de brandstof voor de stuurraketjes opraakt en de stand van de ruimtesonde niet langer geregeld kan worden, zal het toestel zelf onder invloed van de hitte langzaam maar zeker vergaan, terwijl het hitteschild zijn baantjes om de zon zal blijven trekken. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA lanceert overigens binnenkort een eigen zonnesonde, de Solar Orbiter. Beide ruimtesondes zullen hopelijk meer inzicht verschaffen in de fysica van de zon en indirect in de wisselwerking van de zonnewind met het magnetisch veld van de aarde. (GS)
Meer informatie:
Parker Solar Probe

   
11 augustus 2018 • Meteoren-camera's geplaatst bij Meteor Crater
De Lowell-sterrenwacht in Flagstaff (Arizona) heeft een nieuwe batterij videocamera's voor het vastleggen van meteoren geplaatst nabij Meteor Crater, de 50.000 jaar oude en 1200 meter grote inslagkrater in het noorden van Arizona. Eerder werden al twee waarnemingsstations in gebruik genomen op de Lowell-sterrenwacht zelf en bij de iets zuidelijker gelegen Discovery Telescope van het observatorium. Meteoren ('vallende sterren') zijn de kortdurende lichtverschijnselen die hoog in de aardse dampkring ontstaan wanneer een klein stof- of gruisdeeltjes uit het heelal met hoge snelheid de atmosfeer binnendringt. Komend weekend zijn er meer meteoren zichtbaar dan gemiddeld: in de nacht van zondag 12 op maandag 13 augustus valt de activiteitspiek van de jaarlijkse Perseïden-zwerm. De zestien videocamera's (commerciële beveiligingscamera's) leggen elke heldere nacht samen vrijwel de gehele sterrenhemel boven Meteor Crater vast. Wanneer gedetecteerde meteoren ook door andere stations zijn waargenomen, is het mogelijk om de driedimensionale baan van het binnenkomende gruisdeeltje te achterhalen. Het nieuwe waarnemingsstation maakt deel uit van het wereldwijde CAMS-netwerk (Cameras for All-sky Meteor Surveillance), dat geleid wordt door de Nederlandse astronoom Peter Jenniskens, die verbonden is aan het SETI-instituut en het NASA Ames Research Center. (GS)
Meer informatie:
Network of Video Cameras Poised to Catch Meteor Showers Over Meteor Crater (origineel persbericht)

   
10 augustus 2018 • Italiaanse scholieren ontdekken mysterieuze röntgenvlam in bolhoop
Leerlingen van een middelbare school in de Italiaanse plaats Saronno, nabij Milaan, hebben een merkwaardige röntgenuitbarsting ontdekt die in 2005 plaatsvond in de bolvormige sterrenhoop NGC 6540. De leerlingen waren enkele weken te gast op het Italiaanse Nationaal Instituut voor Astrofysica (INAF) in Milaan, waar ze de mogelijkheid kregen om waarnemingen te analyseren van de Europese röntgenkunstmaan XMM-Newton. Daarbij ging het om ongeveer een half miljoen kosmische röntgenbronnen uit de EXTraS-catalogus (Exploring the X-ray Transient and variable Sky) - bronnen die in de loop van de tijd helderheidsvariaties vertonen. De scholieren selecteerden en analyseerden 200 potentieel interessante veranderlijke röntgenbronnen, waarbij ze op de merkwaardige uitbarsting in de bolhoop stuitten. Binnen slechts een paar minuten nam de röntgenhelderheid van deze bron toe met een factor 50, om vervolgens in even korte tijd weer af te zwakken tot het oorspronkelijke niveau. Volgens röntgenastronomen van INAF is nog niet duidelijk om wat voor object het zou kunnen gaan. Gewone uitbarstingen aan het oppervlak van sterren duren normaal gesproken veel langer, terwijl röntgenexplosies op compacte objecten zoals neutronensterren doorgaans enorm veel krachtiger zijn. De waarnemingen zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Meer informatie:
Students digging into data archive spot mysterious X-ray source (origineel persbericht)

   
9 augustus 2018 • Botsende dwergstelsels leveren gas voor nieuwe sterren
Dwergsterrenstelsels zijn veel kleiner en bevatten veel minder sterren dan grote sterrenstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel. Daarentegen bevatten ze verhoudingsgewijs veel interstellair gas - het materiaal waaruit nieuwe sterren kunnen ontstaan. Computersimulaties, uitgevoerd door astronomen van Columbia University en gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, laten nu zien dat twee botsende dwergstelsels een groot deel van hun gasvoorraad gemakkelijk kwijt kunnen raken aan een naburig groter stelsel. De astronomen simuleerden de botsing en versmelting van de sterrenstelsels NGC 4490 en NGC 4485, op 23 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Door getijdeneffecten wordt het interstellaire gas tijdens en na de botsing uit de dwergstelsels verdreven, tot op grote afstanden, in langgerekte 'getijdenstaarten'. Een naburig groot sterrenstelsel kan dat gas vervolgens gemakkelijk invangen, waarna er in het grote stelsel een geboortegolf van nieuwe sterren kan ontstaan. De Grote en de Kleine Magelhaense Wolk, twee relatief kleine begeleiders van ons eigen Melkwegstelsel, kwamen volgens de onderzoekers enkele miljarden jaren geleden ook met elkaaar in botsing. Grote hoeveelheden interstellair gas, met name afkomstig uit de Kleine Magelhaense Wolk, stroomden vervolgens ons eigen Melkwegstelsel in. De botsing van twee kleine satellietstelsels kan op die manier van grote invloed zijn op de stervormingsgeschiedenis van grote sterrenstelsels. (GS)
Meer informatie:
Study Highlights Role of Dwarf-Galaxy Mergers in Refueling Other Galaxies with Gas (origineel persbericht)

   
9 augustus 2018 • Astronomen ontdekken vele tientallen middelzware zwarte gaten
Waarnemingen met het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory hebben het bestaan van vele tientallen 'middelzware' zwarte gaten aan het licht gebracht. Ze blijken vooral voor te komen in de kernen van dwergsterrenstelsels. Sterrenkundigen kennen twee soorten zwarte gaten: de stellaire exemplaren (de restanten van geëxplodeerde sterren), die hooguit enkele tientallen zonsmassa's wegen, en de superzware zwarte gaten in de kernen van veel sterrenstelsels, met massa's van miljoenen tot miljarden zonsmassa's. De laatste jaren zijn wel aanwijzingen gevonden voor het bestaan van middelzware zwarte gaten (een paar honderd tot een paar honderdduizend maal zo zwaar als de zon), maar er was weinig bekend over de aantallen waarin die voorkomen. In waarnemingen van de COSMOS Legacy Survey, uitgevoerd met de Chandra-röntgentelescoop, zijn nu tientallen middelzware zwarte gaten ontdekt in de kernen van dwergsterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand van de aarde. De röntgenstraling wordt uitgezonden door heet gas dat door het zwarte gat wordt opgeslokt; de intensiteit van de röntgenstraling is een maat voor de massa van het zwarte gat. Een tweede onderzoeksteam komt op een iets indirectere manier tot de ontdekking van ruim 150 middelzware zwarte gaten, eveneens in de kernen van dwergstelsels. Het gaat om zwarte gaten die nog steeds fors aan het groeien zijn; de waargenomen massa's liggen tussen enkele duizenden en enkele honderdduizenden zonsmassa's. De nieuwe ontdekkingen, gepubliceerd in twee artikelen in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society en in The Astrophysical Journal, bieden meer inzicht in de levensloop van zwarte gaten. De middelzware exemplaren kunnen zijn ontstaan door de zwaartekrachtscollaps van een grote gaswolk, of door de versmelting van grote aantallen stellaire zwarte gaten, terwijl superzware zwarte gaten mogelijk ontstaan door de botsing en versmelting van meerdere middelzware exemplaren. (GS)
Meer informatie:
Finding the Happy Medium of Black Holes (origineel persbericht)

   
9 augustus 2018 • ’Ultrahete jupiters’ hebben twee gezichten
Het ontbreken van water in de atmosferen van ultrahete, Jupiter-achtige exoplaneten is het gevolg van het grote temperatuurverschil tussen de dagzijde en de nachtzijde van deze planeten. Dat concludeert een internationaal team van astronomen uit waarnemingen met de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer. Ultra-hete jupiters zijn grote gasplaneten die op geringe afstand om hun ster cirkelen. Zulke planeten hebben een dagzijde die altijd naar de ster is gericht en waar de temperatuur oploopt tot 3000 °C, en een donkere nachtzijde waar het niet warmer wordt dan 1000 °C. Deze laatste is met de huidige instrumenten niet waarneembaar. Tot nu toe konden wetenschappers niet goed verklaren waarom alleen op de grens tussen dag- en nachtzijde van zo’n planeet waterdamp werd gedetecteerd. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat de temperaturen aan de dagzijde zo hoog zijn, dat watermoleculen worden afgebroken en daardoor niet detecteerbaar zijn. De waterstof- en zuurstofatomen die daarbij vrijkomen worden door krachtige winden naar de nachtzijde geblazen, waar ze zich weer tot watermoleculen verenigen. Hierdoor is er alleen op de grens tussen dag en nacht waterdamp aanwezig in de atmosfeer. (EE)
Meer informatie:
Ultrahot Planets Have Starlike Atmospheres

   
9 augustus 2018 • Omega Centauri lijkt niet geschikt voor leven
Bij de zoektocht naar leven buiten ons zonnestelsel kan de bolvormige sterrenhoop Omega Centauri wel worden overgeslagen. Tot die conclusie komen Amerikaanse wetenschappers op basis van waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop. Op zich leek Omega Centauri niet zo’n slechte plek voor de ontwikkeling van leven. De bolhoop op 16.000 lichtjaar van de aarde bestaat uit 10 miljoen sterren, waarvan vele planeten zouden kunnen hebben. Het probleem is echter dat de onderlinge afstanden tussen de sterren in de bolhoop heel klein zijn: gemiddeld maar 0,16 lichtjaar. Dat betekent dat de sterren zo eens in de miljoen jaar in elkaars ‘vaarwater’ komen. De daarbij optredende zwaartekrachtsinteracties maken dat de omloopbanen van eventuele planeten, en daarmee ook hun klimatologische omstandigheden, niet stabiel zijn. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor andere bolvormige sterrenhopen waarin de sterren zo dicht op elkaar zitten. (EE)
Meer informatie:
Omega Centauri Unlikely to Harbor Life

   
9 augustus 2018 • Magnetische velden houden straalstromen Jupiter in toom
Onderzoek door de ruimtesonde Juno heeft onlangs laten zien dat de kleurrijke straalstromen in de atmosfeer van de planeet Jupiter zich tot een diepte van 3000 kilometer uitstrekken. Dat ze niet verder de diepte in gaan, komt waarschijnlijk door interacties tussen de atmosfeer van de planeet en magnetische velden. Anders dan de aarde heeft Jupiter geen vast oppervlak. De grootste planeet van ons zonnestelsel bestaat vrijwel geheel uit gas, met name waterstof en helium. In de Jupiteratmosfeer zijn sterke straalstromen te zien die van west naar oost stromen. Deze straalstromen voeren wolken van ammoniak mee, die wit, rood, oranje, bruin en geel van tint zijn. Anders dan de straalstromen in de aardatmosfeer zijn die van Jupiter heel recht. Dat komt doordat ze geen obstakels tegenkomen zoals continenten of gebergten. En eigenlijk leek ook niets ze ervan te weerhouden om tot op grote diepte door te gaan. Berekeningen hebben nu echter laten zien dat er wel degelijk een obstakel is: het sterke magnetisch veld dat wordt opgewekt in het inwendige van Jupiter. De resultaten zijn verschenen in het meest recente nummer van The Astrophysical Journal. (EE)

   
9 augustus 2018 • Heeft een stellaire indringer ons zonnestelsel verstoord?
Ons zonnestelsel is ontstaan uit een schijf van gas en stof. Omdat de gezamenlijke massa van alle objecten voorbij Neptunus kleiner is dan verwacht, en deze hemellichamen veelal langgerekte, gehelde banen, lijkt het erop dat het buitengebied van het zonnestelsel op enig moment is verstoord. Nieuwe computersimulaties suggereren dat een passerende ster de oorzaak kan zijn geweest (The Astrophysical Journal, 10 augustus). De modelberekeningen geven resultaten die veel op ons huidige zonnestelsel lijken, als er een ster van 0,3 tot 1,0 zonsmassa op 50 tot 150 astronomische eenheden van de zon schuin door het vlak van het zonnestelsel is getrokken. Dat is ruim buiten de baan van Neptunus, in het gebied tussen de Kuipergordel en de Oortwolk. Verrassend genoeg kan deze fly-by niet alleen de vreemde banen van de verre objecten in ons zonnestelsel verklaren, maar ook enkele andere kenmerken van ons zonnestelsel, zoals de massaverhouding tussen Neptunus en Uranus en het bestaan van twee verschillende populaties van Kuipergordelobjecten. De astronomen die de modelberekeningen hebben gedaan, hebben ook onderzocht hoe groot de kans is dat dit scenario zich ook daadwerkelijk heeft voltrokken. Die kans is best groot, omdat onze zon waarschijnlijk deel heeft uitgemaakt van een grote groep sterren. Tijdens het eerste miljard jaar van hun bestaan zal ongeveer een kwart van alle zonachtige sterren in deze groep zo’n fly-by hebben meegemaakt. (EE)
Meer informatie:
Impact of a stellar intruder on our solar system

   
9 augustus 2018 • Bij helder weer elke minuut een vallende ster tussen 12 en 14 augustus
In de nacht van zondag 12 op maandag 13 augustus is er met een beetje geluk elke minuut een ‘vallende ster’ te zien. De aarde trekt dan door de meteorenzwerm Perseïden. Volgens Marc van der Sluys van hemel.waarnemen.com is maandagochtend 3.30 uur het beste moment. Ook een nacht eerder en later zijn er veel gloeiende gruisdeeltjes te zien. Je kunt de meteoren met het blote oog zien vanaf een onbewolkte, donkere plek. Vallende sterren zijn lichtflitsen die af en toe aan de sterrenhemel verschijnen. De flitsen hebben echter niets met sterren te maken. Ze worden veroorzaakt door ruimtegruis dat meestal kleiner is dan een zandkorrel. Het gruis raakt op ongeveer honderd kilometer boven ons hoofd de aardatmosfeer. De gruisdeeltjes kunnen snelheden bereiken van meer dan 200.000 kilometer per uur. Ieder deeltje drukt de lucht ervoor samen. Daardoor wordt de lucht even heel heet. Dat zien wij als een flitsje. De Perseïden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Perseus, omdat de vallende sterren vanuit dat sterrenbeeld lijken te komen. In de nacht van het maximum, van zondag op maandag, zijn er vanaf 23.00 uur ongeveer 25 meteoren per uur te zien. Om middernacht zijn dat er al zestig per uur. Tussen 3.00 en 4.00 uur worden er tachtig meteoren verwacht. Ook in de nacht voor en de nacht na het maximum zijn er veel meteoren. Zo zijn er in de nacht van zaterdag op zondag rond 3.30 uur zo’n zestig meteoren per uur te zien. In de nacht van maandag op dinsdag zijn het er ongeveer zeventig per uur. De Perseïdenzwerm valt dit jaar gunstiger dan gemiddeld. Dat komt doordat het maximum in de ochtend plaatsvindt en doordat de maan nauwelijks verlicht is en niet stoort.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
8 augustus 2018 • Lithiumrijke reuzenster ontdekt
Chinese astronomen hebben, met behulp van de LAMOST-telescoop, een opgezwollen ster ontdekt die bijzonder rijk is aan lithium: TYC 429-2097-1. Zulke sterren zijn heel schaars, en dat laat zich moeilijk rijmen met de bestaande modellen van de oerknal (Nature Astronomy, 6 augustus). Lithium is een van de drie elementen die bij de oerknal gevormd zouden zijn – de andere zijn waterstof en helium. Bij de meeste sterren zijn de gedetecteerde hoeveelheden lithium echter heel gering. Er zijn maar weinig lithiumrijke reuzensterren bekend. Dat laatste wil echter niet per se zeggen dat er ook werkelijk een tekort aan lithium in het heelal is. De samenstelling van sterren wordt bepaald aan de hand van spectroscopisch onderzoek, en dat beperkt zich tot buitenste lagen van de ster. Met TYC 429-2097-1 is echter iets bijzonders aan de hand. De ster bevindt zich in een fase waarin de materie in zijn inwendige flink door elkaar wordt geklutst. Blijkbaar heeft de beroering in het sterinwendige ervoor gezorgd dat er meer lithium aan de oppervlakte komt. Dat versterkt het vermoeden dat sterren meer lithium bevatten dan op het eerste gezicht lijkt. TYC 429-2097-1 staat in het sterrenbeeld Slangendrager en is 4500 lichtjaar verwijderd van de aarde. (EE)
Meer informatie:
Chinese Astronomers Discover Giant Star Rich in Lithium

   
7 augustus 2018 • Radiotelescoop op Maagdeneilanden wordt gerepareerd
De National Science Foundation heeft 2 miljoen dollar beschikbaar gesteld voor de reparatie van de 25-meter radiotelescoop in St. Croix, op de Amerikaanse Maagdeneilanden. De telescoop raakte in september 2017 beschadigd door de tropische orkaan Maria, die huishield in het Caribisch gebied. De St. Croix-telescoop is een van de tien radiotelescopen die deel uitmaken van de Very Long Baseline Array (VLBA) - een netwerk van schotelantennes dat zich uitstrekt van Hawaii tot de Maagdeneilanden. De VLBA werd in 1993 in gebruik genomen; door de afzonderlijke telescopen onderling te 'koppelen' kunnen sterrenkundigen extreem gedetailleerde waarnemingen verrichten van kosmische radiobronnen. (GS)
Meer informatie:
Observatory Receives Funds to Repair St. Croix Radio Telescope (origineel persbericht)

   
7 augustus 2018 • Planetaire nevel HuBi 1 lijkt binnenstebuiten te zijn gekeerd
Met de planetaire nevel HuBi 1 is iets bijzonders aan de hand: hij lijkt binnenstebuiten te zijn gekeerd (Nature Astronomy, 6 augustus). Een planetaire nevel bestaat uit gas dat door een ‘opgebrande’ zonachtige ster is uitgestoten. Bij dat proces krimpt de ster zelf ineen tot een hete witte dwergster. De straling van zo’n witte dwerg ioniseert het eerder uitgestoten gas van binnenuit. Daarop begint dat gas te gloeien en krijgen we een planetaire nevel te zien. Bij planetaire nevel HuBi 1 is het gas aan de binnenkant echter minder geïoniseerd dan dat aan de buitenkant. Tegelijkertijd lijkt de centrale ster verrassend koel. Volgens het internationale onderzoeksteam dat de nevel heeft onderzocht wijst deze omgekeerde structuur erop dat er een schokgolf door de planetaire nevel is gegaan, die nu net de buitenste regionen heeft bereikt. Dat suggereert dat de witte dwerg vrij recent nog materie heeft uitgestoten. Deze hypothese wordt gesteund door de ontdekking dat de helderheid van de centrale ster de afgelopen 50 jaar ster is afgenomen, of beter gezegd: lijkt te zijn afgenomen. Vermoedelijk komt dit doordat een deel van de uitgestoten materie tot stof is gecondenseerd. Hierdoor wordt de straling van de ster getemperd, en straalt deze de planetaire nevel minder fel aan. (EE)
Meer informatie:
Researchers spot an inside-out planetary nebula

   
7 augustus 2018 • Astronomen ontdekken verst verwijderde radiostelsel ooit
Na bijna twintig jaar is het record van het verst verwijderde radiostelsel gebroken. Een team onder leiding van de Leidse promovendus Aayush Saxena heeft een radiostelsel gevonden uit de tijd dat het heelal nog maar 7% van zijn huidige leeftijd had. Het staat op een afstand van 12 miljard lichtjaar. Het team gebruikte de Giant Meter-wave Radio Telescope (GMRT) in India om het radiosterrenstelsel te identificeren. Daarna is met de Gemini Telescope op Hawaï en de Large Binocular Telescope in Arizona de afstand bepaald door de roodverschuiving van het stelsel te meten. De roodverschuiving van z = 5,72 betekent dat het sterrenstelsel wordt waargenomen zoals het eruitzag toen het heelal nog maar een miljard jaar oud was. Dat betekent dat het licht van dit stelsel bijna 12 miljard jaar oud is. Het team bestaat uit astronomen uit Nederland, Brazilië, het Verenigd Koninkrijk en Italië. Het onderzoek is geaccepteerd voor publicatie in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Het meten van de roodverschuiving van een sterrenstelsel vertelt astronomen de afstand van het stelsel. Hoe verder weg sterrenstelsels staan, des te sneller bewegen ze van ons af. Het licht van deze stelsels is daardoor roder. Naarmate de vluchtsnelheid hoger is, is de roodverschuiving groter. Radiostelsels zijn zeldzaam. Het zijn kolossale sterrenstelsels met een superzwaar zwart gat in hun centrum dat actief gas en stof uit zijn omgeving naar zich toetrekt. Deze eigenschap zet de lancering van hoogenergetische straalstromen in gang, die met bijna de lichtsnelheid geladen deeltjes de ruimte in spuwen. Deze jets zijn zeer helder op radiogolflengten. De ontdekking van dit soort stelsels op extreem grote afstanden is belangrijk voor ons begrip van de vorming en evolutie van deze stelsels. Het kan bovendien iets zeggen over de vorming van oer-zwarte gaten, die de groei van sterrenstelsels hebben aangedreven en gereguleerd. Maar dat dergelijke stelsels bestaan, verbaast astronomen. Eerste auteur Aayush Saxena (Sterrewacht Leiden): ‘We zijn benieuwd hoe deze zeer zware, verre sterrenstelsels hun massa hebben opgebouwd.’ Coauteur Huub Röttgering (Sterrewacht Leiden) voegt daaraan toe: ‘Heldere radiostelsels herbergen superzware zwarte gaten. Het is verbazingwekkend om zo vroeg in de geschiedenis van het heelal zulke objecten aan te treffen; de tijd om zulke zware zwarte gaten tot wasdom te laten komen is wel erg kort.’ Een radiosterrenstelsel met een roodverschuiving van z=5,19 was sinds zijn ontdekking in 1999 de vorige recordhouder. De volgende generatie radiotelescopen zal in combinatie met ‘s werelds grote optische en infraroodtelescopen radiostelsels op nog grotere roodverschuiving kunnen ontdekken.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
7 augustus 2018 • Jupitermaan Ganymedes versterkt elektromagnetische velden in zijn omgeving een miljoen keer
Onderzoek door wetenschappers van de Universiteit van Potsdam (Duitsland) wijst erop dat de natuurlijke elektromagnetische golven rond Ganymedes, de grootste maan van Jupiter, bijna een miljoen keer zo sterk zijn als normaal is op deze afstand van de planeet, en altijd nog honderd keer zo sterk als bij de kleinere Jupitermaan Europa. Een en ander blijkt uit gegevens van de ruimtesonde Galileo, die tussen 1995 en 2003 om Jupiter cirkelde. De radiogolven rond Ganymedes en Europa zijn vele malen sterker dan de vergelijkbare elektromagnetische golven in de buurt van de aarde. Een goede verklaring daarvoor hebben de onderzoekers nog niet. Het is raadselachtig hoe de beide manen, die elk hun eigen magnetische veld hebben, de golven zo enorm kunnen versterken. Maar mogelijk ligt de sleutel bij het kolossale magnetische veld van Jupiter, dat 20.000 keer zo sterk is als dat van onze eigen planeet. De onderzochte golven zijn een speciaal soort radiogolven met zeer lage frequenties. Ze zijn in staat om elektronen tot zeer hoge snelheden te versnellen, wat schadelijk kan zijn voor ruimtesondes en satellieten in de omgeving. Ook zijn de golven betrokken bij het ontstaan van poollicht. (EE)
Meer informatie:
Million fold increase in the power of waves near Jupiter's moon Ganymede

   
6 augustus 2018 • Opnieuw aanwijzingen dat gammastraling uit Melkwegcentrum niet afkomstig is van donkere materie
Waarnemingen met de Fermi Large Area Telescope van de gammastraling die uit het Melkwegcentrum komt, hebben zo’n 10 jaar geleden een mysterieuze diffuse straling onthuld die uit een uitgestrekt gebied afkomstig is. Toen deze straling werd ontdekt, leidde dat tot opwinding onder deeltjesfysici, aangezien de straling alle karakteristieken had van een signaal waar al lang naar gezocht werd: dat van donkeremateriedeeltjes in de binnendelen van de Melkweg die elkaar opheffen. Het vinden van een dergelijk signaal zou bevestigen dat donkere materie, een substantie die tot nu toe alleen is waargenomen aan de hand van haar zwaartekrachtseffecten op andere objecten, gemaakt is uit nieuwe fundamentele deeltjes. Bovendien zou een dergelijke ontdekking helpen bij het bepalen van de massa en andere eigenschappen van deze ongrijpbare deeltjes. Recente studies tonen echter aan dat verreweg de beste astrofysische verklaring voor overtollige straling een nieuwe populatie van duizenden snel ronddraaiende neutronensterren – millisecondepulsars – in het Melkwegcentrum is. Tot dusverre waren deze sterren aan waarnemingen bij andere frequenties ontsnapt. ‘Het in detail begrijpen van de morfologie [de locatie en vorm] en het spectrum [het totaal aan frequenties] van de overtollige straling, is van wezenlijk belang om het onderscheid te kunnen maken tussen de twee interpretaties van de Galactic Center Excess-straling’, zegt Christoph Weniger, een van de wetenschappers. Het nieuwe onderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam en het Laboratoire d’Annecy-le-Vieux de Physique Théorique, een onderzoekseenheid van het Franse Centre National de la Recherche Scientifique, vond overtuigende aanwijzingen voor het feit dat de straling afkomstig is uit gebieden waar ook veel stellaire massa voorkomt, zowel in de verdikking in de Melkweg (de ‘boxy bulge’) als het echte Melkwegcentrum (de ‘nuclear bulge’). Bovendien ontdekten de onderzoekers dat de verhouding tussen licht en massa in de verdikking en het centrum van de Melkweg onderling consistent waren, wat wil zeggen dat de gammastraling een verrassend goede indicator is voor de stermassa in de binnenste delen van de Melkweg. De studie, gepubliceerd in Nature Astronomy, is gebaseerd op een nieuw analyseprogramma, SkyFACT (Sky Factorization with Adaptive Constrained Templates), dat door de onderzoekers zelf is ontwikkeld en dat natuurkundig modelleren combineert met beeldanalyse. De resultaten ondersteunen de interpretatie dat de overtollige straling afkomstig is van millisecondepulsars, aangezien noch een donkeremateriesignaal, noch andere astrofysische interpretaties een dergelijk verband zouden moeten vertonen. ‘Deze resultaten zullen helpen bij toekomstige zoektochten met radiotelescopen naar de verborgen populatie van millesecondepulsars in het binnenste van de Melkweg, bijvoorbeeld met MeerKAT en de toekomstige Square Kilometre Array,’ zegt Francesca Calore, een andere auteur van het artikel. ‘Dat maakt die toekomstige zoektochten nóg veelbelovender.’
Meer informatie:
Origineel persbericht