17 november 2017 • Recept voor rode kleur van Jupiters Grote Rode Vlek gevonden?
De meest opvallende structuur in de atmosfeer van de grote gasplaneet Jupiter is de Grote Rode Vlek. Maar waarom is deze kolossale wervelstorm eigenlijk zo rood? Amerikaanse wetenschappers denken het ‘recept’ te hebben gevonden: begin met een wolkendek dat rijk is aan ammoniak en bestook het eeuwenlang met energierijke deeltjes van de zon. Ammoniak vormt zich bovenin de Jupiteratmosfeer. Daaronder bevinden zich wolken van ammoniumhydrosulfide, en daaronder weer wolken van waterdamp. Het merkwaardige is nu dat al deze gassen normaal gesproken witte wolken vormen. Mark Loeffler en Reggie Hudson van het NASA Goddard Space Flight Center hebben experimenteel vastgesteld dat als je ammoniumhydrosulfide met energierijke protonen bestookt, de moleculen uiteenvallen en de brokstukken nieuwe verbindingen vormen die bij lage temperaturen een rode tint hebben. Toch kan dit effect de rode kleur van de Grote Rode Vlek niet helemáál verklaren. Collega-onderzoekers zoeken de oorzaak dan ook bij andere moleculen, met name koolwaterstoffen zoals acetyleen. Ook zogeheten tholines, roodbruine organische moleculen zoals die ook op de Saturnusmaan Titan en de dwergplaneet Pluto zijn aangetroffen, zouden aan de rode kleur van Jupiters ‘Grote Vlek’ kunnen bijdragen. (EE)
Meer informatie:
We may know why Jupiter’s Great Red Spot is red instead of white (New Scientist)

   
16 november 2017 • NASA selecteert meetinstrument voor Japanse Marsmissie
NASA heeft een meetinstrument geselecteerd voor de Japanse ruimtemissie naar de kleine manen van Mars, die voor 2024 op het programma staat. Het instrument, een geavanceerde neutronen- en gammaspectrograaf, moet de vraag helpen beantwoorden of de twee maantjes het gevolg zijn van een grote inslag op Mars of dat het ingevangen planetoïden zijn. De Mars Moons eXploration (MMX)-missie is een project van het Japanse ruimteagentschap JAXA. MMX zal beide maantjes onderzoeken, en meerdere landingen maken op de grootste van de twee: Phobos. Daarbij moet minstens tien gram aan bodemmateriaal worden verzameld en in 2029 op aarde worden afgeleverd. Het NASA-instrument, dat MEGANE heet, meet de energieën van de neutronen en gammafotonen die – onder invloed van de zonnewind en energierijke kosmische straling – van het oppervlak van Phobos af komen. Dat geeft inzicht in de samenstelling van het materiaal waaruit deze maan bestaat.Behalve NASA zullen ook het Europese ruimteagentschap ESA en het Franse ruimteagentschap CNES een bijdrage aan de missie leveren. (EE)
Meer informatie:
NASA Selects Instrument for Future International Mission to Martian Moons

   
16 november 2017 • Overschot aan energierijke antideeltjes is niet afkomstig van pulsars
Het overschot aan positronen – de positief geladen antideeltjes van elektronen – dat de aarde bereikt moet van een exotischere bron afkomstig zijn dan van nabije pulsars. Tot die conclusie komen wetenschappers op basis van waarnemingen van de High-Altitude Water Cherenkov (HAWC) ‘gamma-sterrenwacht’ in Mexico (Science, 17 november). HAWC detecteert de deeltjesregens die ontstaan wanneer hoogenergetische gammastraling uit de ruimte de aardatmosfeer binnendringt. Sinds 2008 hebben astronomen met behulp van diverse detectoren aan boord van satellieten en het internationale ruimtestation ISS vastgesteld dat de aarde wordt bestookt met onverwacht grote aantallen energierijke positronen. Voor dat overschot bestonden twee mogelijke verklaringen. De eenvoudigste verklaring was dat de extra deeltjes afkomstig waren van twee nabije pulsars – snel rondtollende neutronensterren die elektronen, positronen en andere deeltje de ruimte in schieten. Een andere mogelijkheid was dat de positronen afkomstig zouden zijn van processen waarbij donkere materie betrokken is – de onwaarneembare, alom aanwezige materie die haar bestaan alleen verraadt via de zwaartekracht die zij uitoefent. Met HAWC is nu specifiek gekeken naar de twee pulsars die als mogelijke bronnen van het positronenoverschot werden gezien: Geminga en PSR B0656+14. Daarbij is vastgesteld dat deze pulsars omgeven zijn door een wolk die positronen afremt. Er ontsnappen uiteindelijk wel wat positronen, maar dat zijn er te weinig om het waargenomen positronenoverschot bij de aarde te kunnen verklaren. Dat wil overigens nog niet zeggen dat bij de productie van die positronen inderdaad donkere materie betrokken is. Het is ook denkbaar dat de astrofysische processen rond de positronen-producerende pulsars nog niet voldoende begrepen worden. Voorlopig heeft de donkere materie echter een streepje voor. (EE)
Meer informatie:
High-altitude observatory sheds light on origin of excess anti-matter

   
16 november 2017 • Zwaartekrachtgolven gedetecteerd van twee relatief lichte versmeltende zwarte gaten
LIGO en Virgo hebben een nieuwe detectie bekendgemaakt van twee samensmeltende zwarte gaten. Zwaartekrachtgolf GW170608 is geproduceerd door twee relatief lichte zwarte gaten, van 7 en 12 zonsmassa’s, op een afstand van ongeveer een miljard lichtjaar van de aarde. De twee zwarte gaten zijn samengesmolten tot een nieuw zwart gat van 18 zonsmassa’s, wat betekent dat één zonsmassa aan materiaal tijdens de versmelting is uitgezonden als zwaartekrachtgolven. Het artikel van de detectie is door de LIGO-Virgo-collaboratie ingediend bij Astrophysical Journal Letters. Patricia Schmidt, postdoc in de zwaartekrachtgolfgroep van Samaya Nissanke (Radboud Universiteit/Nikhef), had een belangrijke rol bij de totstandkoming. De waarneming van de zwaartekrachtgolven vond plaats op 8 juni 2017. De gebeurtenis is de tweede samensmelting van twee zwarte gaten gedurende de tweede waarneemrun van de geüpgradede LIGO-detectoren in de VS, maar de aankondiging werd uitgesteld vanwege de tijd die het begrijpen van twee andere ontdekkingen vergde: de LIGO-Virgo-detectie van de zwaartekrachtgolven van een ander paar samensmeltende zwarte gaten op 14 augustus (GW170814), en de eerste detectie van de samensmelting van een dubbele neutronenster op 17 augustus (GW170817), gevolgd door een waarneemcampagne met telescopen. GW170608 is geproduceerd door het lichtste van de vijf paar zwarte gaten die LIGO en Virgo tot nu toe hebben waargenomen. De massa’s zijn vergelijkbaar met die van de zwarte gaten die al indirect, door bijvoorbeeld hun röntgenstraling, zijn gezien. Met de nieuwe detectie kunnen astronomen de eigenschappen van zwarte gaten die zijn gevonden met behulp van zwaartekrachtgolven vergelijken met zwarte gaten die eerder zijn ontdekt. De LIGO- en Virgo-detectoren staan nu uit voor een nieuwe upgrade, die de gevoeligheid verder zal verbeteren. De verwachting is dat in het najaar van 2018 een nieuwe waarneemronde (O3) van start gaat. Tot die tijd zijn er af en toe ‘test-runs’, die ook een detectie zouden kunnen opleveren.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
16 november 2017 • Interstellaire planetoïde ziet er verrassend bekend uit
Het eerste interstellaire hemellichaam dat ooit in ons eigen zonnestelsel is waargenomen – 1I/2017 U1 (’Oumuamua) – heeft de maatverhoudingen van een brandblusser. Hij is ongeveer 230 meter lang en 35 meter breed. Tot die conclusie komt een team van astronomen, onder leiding van David Jewitt (UCLA), dat de planetoïde gedurende vijf dagen heeft waargenomen met de 3,5-meter WIYN-telescoop op Kitt Peak (Arizona) en de 2,5-meter Nordic Optical Telescope op La Palma. De astronomen leiden deze afmetingen af uit de helderheid en de helderheidsvariaties die het object vertoont. Ze komen bovendien tot de (ietwat onzekere) conclusie dat het object eens in de ongeveer 8 uur ronddraait. De combinatie van de langgerekte vorm en de geschatte rotatiesnelheid wijst erop dat ’Oumuamua een samenhangend geheel is. Al met al vertoont 1I qua omvang, rotatie en (rode) kleur sterke overeenkomsten met die van planetoïden in ons eigen zonnestelsel. Toch lijkt er weinig twijfel over te bestaan dat de oorsprong van ’Oumuamua daarbuiten ligt. Dat blijkt uit de hyperbolische baan die hij volgt. Volgens de astronomen versterkt dit het al bestaande vermoeden dat zonnestelsels – ook het onze – vroeg in hun bestaan grote hoeveelheden planetair ‘bouwpuin’ de ruimte in slingeren. Waarschijnlijk is ’Oumuamua dus een naaste verwant van de planetoïden in ons eigen zonnestelsel. Hoewel we ’Oumuamua nadat hij het zonnestelsel heeft verlaten nooit meer zullen terugzien, zijn de astronomen optimistisch over de mogelijkheid dat nog meer van deze interstellaire bezoekers ontdekt zullen worden. Omdat het vermoeden bestaat dat de meeste sterren omgeven zijn door planeten, moet de Melkweg wemelen van het planetaire bouwpuin. Jewitt en zijn collega’s schatten dat er op elk moment ongeveer tienduizend interstellaire objecten van het type 1I door ons zonnestelsel trekken. Maar doordat dit in de meeste gevallen op grote afstand van zon en aarde gebeurt, ontsnappen de meeste aan onze aandacht. Toch zou er zo nu en dan eentje wél waarneembaar moeten zijn. De nieuwe bevindingen zijn voor publicatie ingediend bij het tijdschrift Astrophysical Journal Letters (preprint). (EE)
Meer informatie:
A Familiar-Looking Messenger From Another Solar System

   
15 november 2017 • Smog van koolwaterstoffen houdt Pluto koel
Een nieuwe analyse van de atmosfeer van Pluto verklaart waarom de ruimtesonde New Horizons tijdens zijn scheervlucht langs de dwergplaneet onverwacht lage temperaturen heeft gemeten. De oorzaak lijkt te liggen bij een smog van koolwaterstoffen (Nature, 16 november). Doorgaans wordt de hoeveelheid warmte die een planeetatmosfeer kan vasthouden bepaald door de samenstelling van de daarin aanwezige gassen. In het geval van Pluto voorspelden berekeningen op basis van de gassamenstelling van diens atmosfeer echter veel hogere temperaturen dan in 2015 door New Horizons werd gemeten. Het nieuwe onderzoek, onder leiding van planeetwetenschapper Xi Zhang van de universiteit van Californië in Santa Cruz, biedt een mogelijke verklaring. In de atmosfeer van Pluto zouden vaste deeltjes, gebaseerd op koolwaterstoffen, rondzweven die een verkoelend effect hebben. De deeltjes absorberen warmte om deze vervolgens in de vorm van radiostraling terug de ruimte in te stralen. Als gevolg hiervan is de atmosfeer 30 graden koeler (-203 graden Celsius in plaats van -173) dan verwacht. Volgens Zhang is Pluto het eerste planetaire hemellichaam waarbij het energiebudget van de atmosfeer wordt gedomineerd door vaste deeltjes in plaats van gassen. Op beelden die New Horizons van Pluto heeft gemaakt zijn inderdaad lagen van atmosferische smog te zien. Hun ontstaan wordt toegeschreven aan chemische reacties hoog in de atmosfeer, waar de ultraviolette straling van de zon stikstof en methaan ioniseert. Door onderlinge reacties ontstaan hierdoor koolwaterstofdeeltjes met afmetingen van enkele tientallen nanometers. De betreffende deeltjes dalen af en klonteren samen. Uiteindelijk bereiken ze het oppervlak. Vermoed wordt dat deze deeltjes verantwoordelijk zijn voor de rode en bruine afzettingen die op Pluto te zien zijn. (EE)
Meer informatie:
Pluto’s Hydrocarbon Haze Keeps Dwarf Planet Colder Than Expected

   
15 november 2017 • Meest nabije gematigde planeet bij rustige ster ontdekt
Astronomen hebben, op een afstand van iets minder dan elf lichtjaar, een nieuwe exoplaneet van aardse proporties ontdekt. De planeet, die de aanduiding Ross 128 b heeft gekregen, cirkelt om een inactieve rode dwergster, wat de kans vergroot dat zich hier leven in stand kan houden. De planeet is ontdekt met de High Accuracy Radial velocity Planet Searcher (HARPS) van de 3,6-meter ESO-telescoop op La Silla, in het noorden van Chili. Het bestaan van de planeet wordt afgeleid uit de kleine schommelbeweging die zijn moederster Ross 128 maakt. Uit die schommelbeweging blijkt dat Ross 128 b op twintig keer zo kleine afstand om zijn ster draait als de aarde om de zon. Desondanks ontvangt de planeet maar 38 procent meer straling dan de aarde, omdat zijn moederster een zwakke rode dwergster is, met een oppervlaktetemperatuur die slechts iets meer dan de helft is van die van de zon. Bijgevolg ligt de evenwichtstemperatuur van de exoplaneet ergens tussen de -60 en +20 graden Celsius. Hoewel de wetenschappers die bij deze ontdekking betrokken zijn Ross 128 b als een ‘gematigde’ planeet beschouwen, is het onzeker of de planeet zich binnen, buiten of op de rand van de leefbare zone bevindt, waar vloeibaar water op een planeetoppervlak kan bestaan. Rode dwergen zijn de koelste en zwakste, maar ook meest talrijke, sterren in het heelal. Dit maakt hen heel geschikt voor de zoektocht naar exoplaneten. Bij deze lichte sterren laten kleine, koele soortgenoten van de aarde zich namelijk gemakkelijker opsporen dan bij sterren die meer op de zon lijken. Veel rode dwergsterren, zoals bijvoorbeeld Proxima Centauri, produceren af en toe opvlammingen waarbij de planeten die om hen heen cirkelen met dodelijke ultraviolette en röntgenstraling worden bestookt. Het lijkt er echter op dat Ross 128 een veel kalmere ster is, en dus zouden zijn planeten wel eens de meest nabije aangename verblijfplaatsen voor eventueel leven kunnen zijn. Een aardig detail is dat Ross 128 momenteel onze kant op beweegt. Naar verwachting zal de ster over slechts 79.000 jaar – een kosmische oogwenk – zelfs onze meest nabije buurster zijn. Dan verdringt Ross 128 b dus ook Proxima b als meest nabije exoplaneet! (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
14 november 2017 • Murchison-radiotelescoop tien maal zo gevoelig
De Murchison Widefield Array-radiotelescoop (MWA) in de extreem dunbevolkte outback van West-Australië is tien maal zo gevoelig geworden en kan twee maal zo scherp 'kijken' dan voorheen, dankzij de voltooiing van een geplande uitbreidingsfase die halverwege 2016 van start ging. De MWA bestaat nu uit 256 'tegels' in plaats van de oorspronkelijke 128. Elke 'tegel' bestaat uit zestien eenvoudige dipoolantennes, gevoelig voor laagfrequente radiostraling uit het heelal. Alle antennes in de array zijn onderling gekoppeld via glasvezelkabels; een supercomputer verwerkt de meetgegevens tot kaarten van de sterrenhemel. Het ontwerp van de  MWA vertoont veel overeenkomsten met dat van de Europese LOFAR-telescoop (Low-Frequency Array), waarvan het centrale deel zich in Drenthe bevindt. De MWA is een van de vier 'precursor'-telescopen van de toekomstige Square Kilometre Array (SKA). SKA wordt het grootste radio-observatorium uit de geschiedenis en gaat bestaan uit vele honderden schotelantennes en tienduizenden dipoolantennes, verspreid over zuidelijk Afrika en Australië. (GS)
Meer informatie:
Major milestone for key radio-astronomy project (origineel persbericht)

   
14 november 2017 • Onze Melkweg heeft een dubbelganger
Twee astronomen van de universiteit van Seoel, Zuid-Korea, hebben vastgesteld dat van alle sterrenstelsels in onze omgeving NGC 2718 het meest wegheeft van onze Melkweg. Het is niet alleen een balkspiraalstelsel, maar heeft ook twee kleine satellietstelsels die veel op de beide Magelhaense Wolken – de grootste begeleiders van de Melkweg – lijken. De Magelhaense Wolken zijn de enige van de minstens vijftig satellietstelsels van de Melkweg die nog genoeg gas bevatten om nieuwe sterren te produceren. De overige zijn mettertijd van al hun gas – de ‘grondstof’ voor de vorming van nieuwe sterren – beroofd door de Melkweg. Het is dan ook vrij uniek dat een groot sterrenstelsel als het onze nog twee van die actieve begeleiders heeft. De meeste sterrenstelsels van deze omvang hebben geen enkele satelliet die nog sterren produceert. Toch zijn Sanjaya Paudel en Chandreyee Sengupta erin geslaagd om een vergelijkbaar geval op te sporen. Deze galactische dubbelganger, NGC 2718 dus, staat in het sterrenbeeld Waterslang en is 180 miljoen lichtjaar van ons verwijderd. Opmerkelijk aan twee grote satellietstelsels van deze balkspiraal is dat ze – net als de Magelhaense Wolken – zo dicht bij elkaar staan, dat ze gas uitwisselen en zich een soort verbindingsbrug heeft gevormd. Dat de Magelhaense Wolken nog zoveel gas bevatten komt waarschijnlijk doordat ze pas relatief kort geleden door de Melkweg zijn ingevangen. Volgens Paudel en Sengupta zou hetzelfde ook wel eens kunnen gelden voor NGC 2718 en zijn beide satellieten. (EE)
Meer informatie:
We found our galactic twin 180 million light years away (New Scientist)

   
14 november 2017 • 'First light' voor Zwicky Transient Facility
Op Palomar Mountain in het zuiden van Californië is de Zwicky Transient Facility (ZTF) officieel in gebruik genomen. Het gaat om een soort kosmisch surveillance-project waarmee jacht wordt gemaakt op supernova's, planetoïden, de optische tegenhangers van gammaflitsen en zwaartekrachtgolven, en andere veranderlijke verschijnselen in het heelal. Het project is genoemd naar de Zwitsers-Amerikaanse astronoom Fritz Zwicky, die in de eerste helft van de vorige eeuw de eerste systematische supernova-survey uitvoerde. De Zwicky Transient Facility maakt gebruik van de 1,2-meter Samuel Oschin Telescope (ook wel bekend als de Palomar Schmidt-telescoop). Dankzij ingrijpende aanpassingen aan de telescoopoptiek heeft die een extreem groot beeldveld van 47 vierkante graden. Met een zeer gevoelige digitale camera met bijna 600 miljoen pixels worden elke heldere nacht honderden opnamen van de gehele zichtbare sterrenhemel gemaakt. Computersoftware gaat in de digitale beelden op zoek naar veranderlijke objecten. Die kunnen vervolgens in detail bestudeerd worden met de andere twee telescopen op de sterrenwacht: een geautomatiseerde 1,5-meter telescoop en de beroemde 5-meter Hale-telescoop. De Zwicky Transient Facility is de opvolger van de succesvolle Palomar Transient Facility. Dankzij het grotere beeldveld en de gevoeliger camera is ZTF wel enorm veel efficiënter: elke drie nachten wordt de volledige zichtbare sterrenhemel vastgelegd. Op de 'first light'-opname is de omgeving van de Paardenkopnevel in het sterrenbeeld Orion vastgelegd. (GS)
Meer informatie:
Caltech: Zwicky Transient Facility Opens Its Eyes to the Cosmos (origineel persbericht)

   
14 november 2017 • Nieuw type kosmische explosies ontdekt
Een internationaal team van astronomen heeft een nieuw soort explosie ontdekt in een ver sterrenstelsel. De kolossale explosie, die de aanduiding PS1-10adi heeft gekregen, speelde zich af in een sterrenstelsel 2,4 miljard lichtjaar hiervandaan. Het verschijnsel werd op 15 augustus 2010 opgemerkt door de PanSTARRS 1-telescoop op Hawaï en gloeide nog drie jaar na (Nature Astronomy, 13 november). Onderzoek van archiefbeelden heeft uitgewezen dat de explosie geen uniek verschijnsel was. Er blijken vaker van zulke extreem energierijke uitbarstingen plaats te vinden, en dan met name in actieve sterrenstelsels met een superzwaar zwart gat dat gas en ander materiaal uit zijn omgeving opslokt. Explosie PS1-10adi was zo energierijk dat er maar twee oorzaken voor te bedenken zijn. Het was ofwel een extreem zware ster, van enkele honderden zonsmassa’s, die als supernova explodeerde ofwel een lichtere ster die door de zeer krachtige getijdenkrachten in de omgeving van het superzware zwarte gat aan flarden is getrokken. (EE)
Meer informatie:
Astronomers discover new type of cosmic explosion

   
14 november 2017 • Neutronenster met sterk magneetveld lanceert mogelijk toch jets
Een internationaal team van astronomen geleid vanuit de Universiteit van Amsterdam vermoedt dat neutronensterren met een sterk magneetveld toch zogeheten jets kunnen lanceren. Sinds de jaren tachtig werd gedacht dat het sterke magneetveld de vorming van deze plasmastralen tegenhoudt. Maar waarnemingen met geavanceerdere telescopen duiden toch op jet-achtige straling. De astronomen publiceren hun bevindingen in twee artikelen in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Jets zijn energierijke plasmastromen die met hoge snelheid uit zwarte gaten of uit neutronensterren worden geblazen. Jets zijn al tientallen jaren bekend, maar tot nu toe waren er nog nooit jets gezien vanaf neutronensterren met een sterk magneetveld. De heersende overtuiging was dat het sterke magneetveld de vorming van jets tegenhoudt. Astronomen hebben sinds de jaren tachtig eigenlijk nauwelijks meer actief gezocht naar jets bij neutronensterren met een sterk magneetveld. Sterrenkundige Nathalie Degenaar (Universiteit van Amsterdam) besloot in 2013 dat het hoog tijd werd om met verbeterde telescopen een paar neutronensterren aan een nader onderzoek te onderwerpen. Ze kreeg waarneemtijd op de Very Large Array (VLA), een Amerikaanse radiotelescoop met 27 schotels in de staat New Mexico. Op 6 juni 2013 en 16 juni 2013 was de VLA tientallen minuten lang gericht op de dubbelstersystemen Her X-1 en GX 1+4. Beide bestaan uit een neutronenster met een zeer sterk magnetisch veld en een gewone ster die eromheen draait. Er stroomt materiaal van de gewone ster naar de neutronenster. De waarnemingen waren bedoeld om te testen of de dubbelsterren met een sterk magnetisch veld wel of geen jet konden lanceren. Uit de analyse van de waarnemingsgegevens bleek dat beide neutronensterren radiostraling uitzenden en dat de sterkte van die straling te vergelijken is met die van jets. De onderzoekers durven nog niet te beweren dat er ook echt jets zijn, omdat daarvoor nog aanvullende metingen nodig zijn. Wel kunnen de astronomen nu een aantal processen wegstrepen. Er is bijvoorbeeld geen sprake van een zogeheten sterrenwind. Her X-1 heeft namelijk geen winden en bij GX 1+4 is de wind niet sterk genoeg. De onderzoekers hebben inmiddels vervolgwaarnemingen aangevraagd. Ze willen nog beter naar Her X-1 en GX 1+4 kijken om inderdaad te bepalen dat ze jets lanceren. En verder willen ze naar andere, vergelijkbare neutronensterren met sterke magneetvelden kijken om te checken of de waarnemingen uniek zijn of juist heel normaal.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
13 november 2017 • Perseus-cluster heeft dezelfde chemische samenstelling als de zon
Het hete gas in de Perseus-cluster van sterrenstelsels heeft vrijwel dezelfde chemische samenstelling als de zon. Dat blijkt uit een gedetailleerde analyse van metingen die uitgevoerd zijn door de Soft X-ray Spectrometer (SXS) aan boord van de Japanse röntgenkunstmaan Hitomi. Het SRON Netherlands Institute for Space Research bouwde een geavanceerd filterwiel voor dit instrument. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepubliceerd in Nature. Hitomi werd begin 2016 gelanceerd, maar was slechts 38 dagen operationeel. In die periode heeft het SXS-instrument 3,4 dagen lang metingen verricht aan de Perseus-cluster, een kolossale verzameling van enkele duizenden sterrenstelsels op 240 miljoen lichtjaar afstand. Tussen de afzonderlijke sterrenstelsels bevindt zich extreem heet gas, met een temperatuur van zo'n 50 miljoen graden. Uit spectroscopische metingen aan de röntgenstraling van dit hete intraclustergas kan de chemische samenstelling worden afgeleid. De relatieve verhoudingen van zogeheten ijzerpiek-elementen (o.a. chroom, mangaan, ijzer en nikkel) blijken gelijk te zijn aan die in de zon. Deze elementen ontstaan bij Type Ia-supernova's - de catastrofale explosies van witte dwergsterren met verschillende massa's. Het feit dat de chemische samenstelling van de Perseus-cluster zo verrassend veel lijkt op die van de zon doet vermoeden dat de stervormingsgeschiedenis in de verre cluster vrijwel identiek is aan die in ons eigen Melkwegstelsel. Het Japanse ruimtevaartagentschap JAXA werkt samen met NASA aan een vervanger voor Hitomi. Deze XARM-missie (X-ray Astronomy Recovery Mission) moet in 2021 gelanceerd worden. (GS)
Meer informatie:
Hitomi Mission Glimpses Cosmic 'Recipe' for the Nearby Universe (origineel persbericht)

   
13 november 2017 • Zware sterrenstelsel-crash gezien in vroege heelal
Astronomen hebben een extreem heftige botsing van sterrenstelsels waargenomen in het vroege heelal. Twee grote, zware, lichtsterke sterrenstelsels, met een onderlinge snelheid van een paar honderd kilometer per seconde, vertonen een sterke zwaartekrachtswisselwerking, die leidt tot een enorme geboortegolf van nieuwe sterren. De 'hyper-luminous starburst galaxies' bevatten vijftig maal zoveel gas als ons eigen Melkwegstelsel, en de stervormingsactiviteit ligt een factor 1000 hoger. De twee stelsels zullen met elkaar botsen en versmelten tot een kolossaal elliptisch stelsel, dat mogelijk de kern gaat vormen van een grote cluster van sterrenstelsels. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De botsing speelde zich 12,7 miljard jaar geleden af, toen het heelal nog maar één miljared jaar oud was. Vanwege de grote afstand bereikt het licht van het dubbelstelsel nú pas de aarde. De Europese Herschel-ruimtetelescoop detecteerde in 2012 een verdacht infrarood vlekje aan de sterrenhemel. Vervolgwaarnemingen met de APEX-millimetertelescoop in Chili en het eveneens in Chili gevestigde ALMA-observatorium hebben nu uitgewezen dat het in werkelijkheid om twee stelsels gaat. Ook slaagde ALMA erin om de afstand - en dus de terugkijktijd - tot het stelsel te bepalen. De geweldige hoeveelheid energierijk licht van de pasgevormde sterren wordt geabsorbeerd door grote hoeveelheden stof, dat daardoor wordt opgewarmd en infraroodstraling uitzendt. Door de uitdijing van het heelal is die straling bij aankomst op aarde opgerekt tot millimetergolflengten die door Herschel en ALMA waargenomen kunnen worden. (GS)
Meer informatie:
ALMA Captures Duo of Titanic Galaxies in Extreme Starbursting Merger (origineel persbericht)

   
13 november 2017 • Eerste onderzoeksprojecten voor James Webb Space Telescope bekend
Uit ruim honderd waarnemingsvoorstellen zijn de eerste dertien onderzoeksprojecten voor de James Webb Space Telescope (JWST) geselecteerd. De JWST is de opvolger van de Hubble Space Telescope. De nieuwe ruimtetelescoop krijgt een spiegelmiddellijn van 6,5 meter en zal voornamelijk waarnemingen doen op infrarode golflengten. De lancering staat gepland in het voorjaar van 2019. De geselecteerde waarnemingsprogramma's beslaan een breed scala aan astronomische objecten, van de reuzenplaneet Jupiter in ons eigen zonnestelsel tot verre sterrenstelsels aan de rand van het waarneembare heelal. Verder is er onder andere aandacht aan de jacht op organische moleculen in de interstellaire ruimte, massabepalingen van zwarte gaten, en exoplaneten. Eén van de geselecteerde programma's, een onderzoek aan de chemische evolutie van bevroren gassen in de omgeving van pasgeboren sterren, wordt geleid door Melissa McClure van de Universiteit van Amsterdam. De waarnemingsresultaten van de eerste onderzoeksprogramma's zullen per direct beschikbaar gesteld worden aan de wereldwijde astronomische gemeenschap. (GS)
Meer informatie:
NASA's James Webb Space Telescope Early Science Observations Revealed (origineel persbericht)

   
9 november 2017 • Ruimtetelescoop ‘filmt’ lichtecho van exploderende ster
De Hubble-ruimtetelescoop heeft de ‘lichtecho’ in beeld gebracht van een supernova die begin 2014 afging in het 11,4 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel M82. Het intense licht dat bij deze sterexplosie is vrijgekomen baant zich een weg door een omringende stofwolk, die daardoor oplicht. De ruimtetelescoop heeft tussen november 2014 en oktober 2016 diverse opnamen van het verschijnsel gemaakt. Daarmee is nu een kort filmpje gemaakt dat laat zien hoe de lichtecho zich voortplant als de uitdijende kringen in een vijver. (EE)
Meer informatie:
Hubble Movie Shows Movement of Light Echo Around Exploded Star

   
9 november 2017 • Inwendige processen veroorzaakten ‘groeven’ op dwergplaneet Ceres
Sommige van de duizenden langgerekte groeven op het oppervlak van Ceres zijn waarschijnlijk ontstaan door processen in het inwendige van deze dwergplaneet. Tot deze conclusie komen wetenschappers na onderzoek van de eigenschappen van deze oppervlaktestructuren. Ceres is het grootste hemellichaam in de planetoïdengordel tussen de omloopbanen van de planeten Mars en Jupiter. Sinds maart 2015 is de dwergplaneet in het gezelschap van de NASA-ruimtesonde Dawn. Op basis van de vele opnamen die Dawn naar de aarde heeft gezonden, hebben de wetenschappers de lineaire structuren op Ceres in kaart gebracht. In de meeste gevallen blijkt het te gaan om secundaire kraterketens: aaneenschakelingen van kleine kraters die zijn ontstaan door inslaand puin van een grotere inslag. Er zijn echter ook ketens van ‘putten’ die niet door inslagen zijn ontstaan. Deze putten zijn minder rond dan kraters en hebben ook geen opstaande rand. Volgens de wetenschappers is het aannemelijk dat de putketens zijn ontstaan doordat – honderden miljoenen jaren geleden – relatief licht materiaal opwelde uit het inwendige van Ceres. Dit zou ertoe hebben geleid dat de korst op een aantal plaatsen openscheurde en het oppervlaktemateriaal inzakte. (EE)
Meer informatie:
Dawn Explores Ceres' Interior Evolution

   
9 november 2017 • Nederlandse astronomen zien bewegende schaduwen rond planeetvormende ster
Een team van voornamelijk Nederlandse sterrenkundigen heeft in detail bewegende schaduwen waargenomen in een stofschijf rond een ster. Ze deden dat door op meerdere dagen een ‘foto’ van de ster plus zijn schijf te maken. Ze gebruikten hiervoor het mede in Nederland gebouwde SPHERE-instrument op de Very Large Telescope in Chili. Waarschijnlijk werpen processen in de binnenste schijf hun schaduw op de buitenste schijf. De sterrenkundigen publiceren hun bevindingen in het vaktijdschrift The Astrophysical Journal. De astronomen vonden de schaduwen bij de ster HD135344B. Dat is een jonge ster op een afstand van ongeveer 450 lichtjaar van de aarde. De stofschijf rond de ster vertoont opvallende spiraalarmen. De onderzoekers vermoeden dat deze zijn veroorzaakt door een of meer zware protoplaneten die tot Jupiter-achtige werelden zullen evolueren. De sterrenkundigen zagen subtiele helderheidsvariaties in de buitenste stofschijf. Ze denken dat dit komt doordat het gas en stof in de binnenschijf snel rond de ster draaien. Maar welk proces er precies achter zit, weten de astronomen nog niet. ‘Het kunnen bijvoorbeeld winden zijn, of wervelingen of botsingen tussen gruis,’ zegt Tomas Stolker, eerste auteur van de publicatie over de schaduwen. Stolker is nu postdoc aan de ETH in Zürich en was ten tijde van de waarnemingen promovendus aan de Universiteit van Amsterdam. SPHERE is een van de nieuwste instrumenten op ESO’s Very Large Telescope op Cerro Paranal in het noorden van Chili. Het instrument is mede in Nederland ontwikkeld en gebouwd. Het gebruikt adaptieve optiek om te corrigeren voor de trillende aardatmosfeer. Verder heeft het een coronagraaf die het meeste sterlicht tegenhoudt. Daarnaast verwijderen polarisatiefilters het laatste restje sterlicht. Uiteindelijk blijft een afbeelding van de stofschijf rond de ster over.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
8 november 2017 • Verre supernova weet niet van ophouden
Astronomen hebben een verre supernova-explosie waargenomen die merkwaardig lang standhoudt. Opmerkelijk genoeg lijkt de ontploffende ster ook eerder al enkele flinke uitbarstingen te hebben meegemaakt (Nature, 9 november). Toen de supernova, die de aanduiding iPTF14hls heeft gekregen, in september 2014 werd ontdekt door de intermediate Palomar Transient Factory, zag deze eruit als een normale supernova. Maar enkele maanden later deed hij iets wat nog nooit was waargenomen: in plaats van gestaag uit te doven, werd hij weer helderder. Een normale supernova bereikt een helderheidspiek en dooft vervolgens in de loop van ongeveer 100 dagen uit. Supernova iPTF14hls daarentegen is de afgelopen jaren minstens vijf keer helderder en zwakker geworden. En hij is nog steeds niet uitgedoofd. Nog opmerkelijk is dat uit archiefbeelden is gebleken dat dezelfde ster in 1954 ook al eens een explosie heeft ondergaan. De ster heeft die echter weten te doorstaan en is uiteindelijk pas zestig jaar later gesneuveld. De astronomen die de waarnemingen hebben gedaan hebben berekend dat de ontplofte ster minstens vijftig keer zoveel massa had als onze zon. Misschien is supernova iPTF14hls zelfs de zwaarste sterexplosie die ooit is waargenomen. Mogelijk is dat ook de reden waarom zijn gedrag zo afwijkt van dat van andere supernova’s. Theoretische modellen voorspellen dat zeer zware sterren meerdere kleinere uitbarstingen ondergaan voordat een supernova-explosie een einde maakt aan hun bestaan. Dat zou komen doordat de temperatuur in de kern van de ster dermate hoog oploopt, dat energie wordt omgezet elektronen en positronen. Daarbij zou steeds een deel van de buitenlagen van de ster worden weggeblazen. Deze modellen kunnen het vreemde gedrag van supernova iPTF14hls echter niet volledig verklaren. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Discover a Star That Would Not Die

   
7 november 2017 • ALMA-foto van rode reus toont toekomst zon
Met het ALMA-observatorium in Noord-Chili is een gedetailleerde opname gemaakt van het oppervlak van de rode reuzenster W Hydrae, op 320 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Waterslang. W Hydrae is een ster die bijna aan het eind van zijn leven is gekomen. Oorspronkelijk moet de ster qua massa veel op de zon hebben geleken. Ook de zon zal in de verre toekomst opzwellen tot zo'n rode reuzenster. Uit de ALMA-waarnemingen blijkt dat W Hydrae momenteel een middellijn heeft van ca. 600 miljoen kilometer - ongeveer twee maal zo groot als de middellijn van de baan van de aarde om de zon. Ter vergelijking: de middellijn van de zon is 1,4 miljoen kilometer. Of de zon over enkele miljarden jaren ook echt tot deze gigantische afmetingen zal opzwellen is niet precies bekend. Wel staat vast dat de planeten Mercurius en Venus tegen die tijd verzwolgen zullen worden. Verrassend genoeg blijkt W Hydrae een compacte, heldere 'vlek' op het oppervlak te vertonen. De ware aard daarvan is niet bekend; mogelijk is er sprake van krachtige schokgolven in de buitenlagen van de opgezwollen reuzenster. De nieuwe waarnemingen zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
ALMA’s image of red giant star gives a surprising glimpse of the Sun’s future (origineel persbericht)

   
7 november 2017 • Interstellaire bezoeker krijgt nummer en naam
Het eerste 'interstellaire hemellichaam' dat ooit is ontdekt in ons eigen zonnestelsel heeft een officiële aanduiding en naam ontvangen. Het gaat om een donker, traag roterend object met een middellijn van hooguit een paar honderd meter, dat afgelopen najaar werd ontdekt met de Pan-STARRS-telescoop in Hawaii. Uit de hyperbolische baan blijkt dat het hemellichaam afkomstig is uit de interstellaire ruimte. Aanvankelijk werd de kosmische bezoeker aangeduid als C/2017 U1 (met de C van comet); toen later bleek dat er geen sprake lijkt te zijn van komeetachtige activiteit, werd die voorlopige aanduiding gewijzigd in A/2017 U1 (met de A van asteroid, het Engelse woord voor planetoïde). Het Minor Planet Center van de Internationale Astronomische Unie heeft nu de definitieve aanduiding van het object vastgesteld: 1I/2017 U1. De I staat voor interstellar (een nieuwe categorie); het volgnummer 1 geeft aan dat dit het eerste interstellaire hemellichaam is dat ooit is ontdekt. De ontdekkers hebben ook een naam voor de bezoeker gekozen: 'Oumuamua (inclusief accent) - een Hawaiiaans woord dat zoveel betekent als 'verkenner' of 'boodschapper'. (GS)
Meer informatie:
Publicatie van het Minor Planet Center

   
6 november 2017 • Helderheidsvariatie ster wijst op baby-planeet
Een internationaal team van astronomen heeft met behulp van de 15-meter James Clerk Maxwell Telescope (JCMT) op Mauna Kea, Hawaii, aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een zeer jonge proto-planeet in een baan rond een zich vormende ster. De JCMT doet waarnemingen op submillimeter-golflengten. De baby-ster (EC53 geheten, in een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Slang) blijkt in de loop van anderhalf jaar in helderheid te variëren. Zulke helderheidsvariaties waren eerder al gezien op infrarode golflengten. De submillimeter-waarnemingen (geaccepteerd voor publicatie in The Astrophysical Journal) maken echter duidelijk dat de variaties het gevolg zijn van een periodieke toe- en afname van de hoeveelheid gas en stof die vanuit een protoplanetaire schijf op de zich vormende ster valt. Uit modelberekeningen blijkt dat de waargenomen variaties goed te verklaren zijn wanneer er rond de ster een Jupiter-achtige planeet-in-wording draait, die zwaartekrachtsstoringen veroorzaakt in de gasstroom naar de ster. (GS)
Meer informatie:
18-Month Twinkle in a Forming Star Suggests a Very Young Planet (origineel persbericht)

   
6 november 2017 • Poreuze kern kan verklaren waarom Saturnusmaan Enceladus nog steeds actief is
De 500 kilometer grote Saturnusmaan Enceladus heeft mogelijk een poreuze kern. Dat zou verklaren waarom de ijsmaan nog steeds zoveel geothermische activiteit vertoont. Planeetonderzoekers komen tot deze conclusie op basis van modelberekeningen, die ze gepubliceerd hebben in Nature Astronomy. De Amerikaanse planeetverkenner Cassini ontdekte geisers aan de zuidpool van Enceladus, afkomstig uit een diepe ondergrondse oceaan, die schuilgaat onder een vele kilometers dikke ijskorst. Getijdenwerking van de reuzenplaneet Saturnus in die oceaan levert echter onvoldoende warmte op om het water vloeibaar te houden: binnen ca. 30 miljoen jaar zou de oceaan bevriezen. De nieuwe modelberekeningen laten nu zien dat een poreuze gesteentekern uitkomst kan bieden. Water kan gemakkelijk in die kern doordringen, daar warmte opnemen en vervolgens omhoog stijgen. Volgens de onderzoekers kan Enceladus op die manier gedurende honderden miljoenen of zelfs enkele miljarden jaren zo'n 30 gigawatt aan energie produceren - ruim voldoende om de diepe ondergrondse oceaan vloeibaar te houden. (GS)
Meer informatie:
How to Heat the Ocean Moon Enceladus for Billions of Years (origineel persbericht)

   
6 november 2017 • Snel draaiende zwarte gaten lanceren kantelende jets
Astronomen van de Universiteit van Amsterdam hebben met computersimulaties onderzocht hoe een snel draaiend zwart gat bij het opslokken van materie ook energie uitstoot in de vorm van relativistische jets. Dankzij een revolutionair snellere rekenmethode konden ze - voor het eerst - laten zien dat deze straalstromen gestaag van richting kunnen veranderen (kantelen) doordat de ruimtetijd wordt meegesleept met de draaiing van het zwarte gat. Het resultaat is geaccepteerd voor publicatie in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Snel draaiende zwarte gaten blazen materie met bijna de lichtsnelheid de ruimte in. Dit komt doordat de kolkende materie rondom het zwarte gat is doorvlochten met magnetische velden. Het zwarte gat sleept de gekromde ruimtetijd met zich mee en wikkelt zo magneetvelden om zich heen. Hierbij ontstaat een soort lanceerbuis, van waaruit energie wordt uitgestoten: de relativistische jets. De kolkende materie rondom een zwart gat vormt een draaiende schijf. Deze draait vaak om een andere as dan het zwarte gat zelf. Astronomen denken dat door het meesleepeffect de schijf gaat kantelen rondom de draaiingsas van het zwarte gat. Dit wordt precessie genoemd. Dat de jets blijken mee te kantelen met de schijf, kan schommelingen verklaren in de intensiteit van infrarood licht bij zwarte gaten ('quasi-periodieke oscillaties' of QPO’s). Dat is vergelijkbaar met de manier waarop de zwiepende lichtbundel van een vuurtoren veel intenser wordt wanneer die precies richting waarnemer wijst. In 1985 werden QPO’s voor het eerst ontdekt in de omgeving van zwarte gaten (als röntgenstraling) door Michiel van der Klis, nu coauteur op het artikel. De reden dat het kantelen van de jets niet eerder werd gevonden, is dat 3D-simulaties van de omgeving van een snel draaiend zwart gat erg veel rekenkracht kosten. Er zijn effecten op kleine schaal (magnetische turbulentie in de schijf) én op grote schaal (relativistische jets). Bovendien moet in de berekeningen met alle complicaties van Einsteins zwaartekrachttheorie rekening worden gehouden. Hoofdauteur Matthew Liska, promovendus van Van der Klis, heeft in de afgelopen drie jaar een nieuwe simulatiecode ontwikkeld die veel snellere berekeningen kan uitvoeren. Met behulp van de Amerikaanse supercomputer Blue Waters werd een hogere resolutie bereikt dan ooit (tot wel een miljard pixels). Deze computer bevat duizenden grafische kaarten, oorspronkelijk ontworpen voor de gaming-industrie. “Elk van deze grafische kaarten bevat weer duizenden rekenmachines. De uitdaging is om deze efficiënt te benutten en met elkaar te laten communiceren,” zegt Liska. Tweede auteur Casper Hesp (masterstudent sterrenkunde en neurowetenschap aan de UvA) gebruikte dezelfde supercomputer om de simulaties in beelden om te zetten, waarop duidelijk is te zien hoe de jets van richting veranderen. De resultaten zijn van belang voor verdere berekeningen aan draaiende zwarte gaten die momenteel overal ter wereld worden uitgevoerd. Hiermee proberen sterrenkundigen recent ontdekte spectaculaire verschijnselen te begrijpen zoals versmeltingen van dubbele zwarte gaten, en het opslokken van gewone sterren door superzware zwarte gaten. De berekeningen worden ook ingezet bij de interpretatie van de waarnemingen van de Event Horizon Telescope (EHT), die de eerste opnamen maakt van het superzware zwarte gat in het centrum van de Melkweg. Coauteur Sera Markoff, begeleider van Hesp en lid van de wetenschappelijke adviesraad van de EHT: “Wat we willen weten is of Einsteins voorspellingen, die tot nu toe altijd zijn uitgekomen, ook precies kloppen voor de extreme zwaartekracht vlak bij een draaiend zwart gat. Dit soort simulaties zijn essentieel om theorie en waarnemingen aan elkaar te koppelen.”
Meer informatie:
Vakpublicatie over het onderzoek

   
6 november 2017 • Mexicaanse LMT-telescoop ontdekt extreem ver sterrenstelsel
Met de 50-meter Large Millimeter Telescope (LMT) in Centraal-Mexico is een extreem ver sterrenstelsel ontdekt. Het stelsel, G09 83808 geheten, werd voor het eerst waargenomen door het Europese Herschel Space Observatory, maar die ver-infraroodsatelliet was niet in staat om de afstand te bepalen. Dat is nu met de LMT wel gelukt, door de roodverschuiving te meten van spectraallijnen van koolmonoxide-moleculen in het stelsel. Die roodverschuiving (het 'oprekken' van de golflengte) wordt veroorzaakt door de uitdijing van het heelal. Uit de metingen blijkt dat het licht van G09 83808 maar liefst 12,8 miljard jaar onderweg is geweest voordat het op aarde aankwam. Omdat het heelal naar schatting 13,7 miljard jaar oud is, moet het sterrenstelsel minder dan één miljard jaar na de oerknal zijn ontstaan. Van slechts één ander sterrenstelsel is met zekerheid bekend dat het zich op een nog net iets grotere afstand bevindt. De nieuwe metingen zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. De LMT is sinds 2011 in bedrijf, en is momenteel de grootste enkelvoudige telescoop voor waarnemingen op millimetergolflengten. Astronomen verwachten in de toekomst nog veel meer van dit soort extreem verre sterrenstelsels te ontdekken. In het geval van G09 83808 werden de metingen vergemakkelijkt door de zwaartekrachtlenswerking van een dichterbij gelegen sterrenstelsel: de zwaartekracht van dat stelsel vervormt en versterkt het licht van G09 83808. (GS)
Meer informatie:
New Telescope Observes One of Universe's Oldest Objects (origineel persbericht)

   
6 november 2017 • Grote chemische verscheidenheid in stervormingsgebieden NGC 253
Met het ALMA-observatorium in Noord-Chili zijn detailwaarnemingen verricht aan stervormingsgebieden in het actieve sterrenstelsel NGC 253, op 11 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Schild. In de kern van het stelsel (dat we vanaf de aarde min of meer van opzij zien) zijn acht moleculaire wolken in kaart gebracht - koude wolken van moleculair gas en stof met afmetingen van enkele tientallen lichtjaren, waaruit in de nabije toekomst grote hoeveelheden nieuwe sterren zullen ontstaan. Verrassend genoeg blijken de wolken een grote chemische verscheidenheid te vertonen. In één van de acht moleculaire wolken zijn spectraallijnen ontdekt van maar liefst 19 verschillende moleculen, waaronder thioformaldehyde (H2CS), propyne (CH3CCH), methanol (CH3OH) en azijnzuur (CH3COOH). Naburige wolken, soms op niet meer dan honderd lichtjaar afstand, bevatten veel minder moleculen, hoewel ze vergelijkbare afmetingen en massa's hebben. De nieuwe metingen, gepubliceerd in The Astrophysical Journal, bieden mogelijk nieuwe informatie over aard en oorsprong van de grote stervormingsactiviteit in NGC 253 - het dichtstbijzijnde starburst-stelsel in het heelal. (GS)
Meer informatie:
Forest of Molecular Signals in Star Forming Galaxy (origineel persbericht)

   
3 november 2017 • Planetoïde 2012 TC4 op de voet gevolgd
De eerste internationale oefencampagne waarbij de gedragingen van een potentieel gevaarlijke planetoïde op de voet werden gevolgd is succesvol verlopen. Bij de actie, waaraan astronomen uit tien landen, waaronder Nederland, hebben deelgenomen, werd de kleine planetoïde 2012 TC4 in de gaten gehouden, die vorige maand dicht langs de aarde scheerde. Planetoïde 2012 TC4 werd op 27 juli ‘herontdekt’ met de Very Large Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili. Hij was toen nog 60 miljoen kilometer van de aarde verwijderd. Vanaf dat moment is de planetoïde met een groot aantal telescopen op aarde en in de ruimte gevolgd, met als doel om zijn precieze baan, vorm, rotatie en samenstelling te kunnen bepalen. Op 12 oktober naderde de planetoïde onze planeet tot op iets minder dan 44 duizend kilometer. Daarbij heeft hij een zodanige zwieper gekregen, dat zijn baan een stuk langwerpiger is geworden en zijn omlooptijd is verlengd van 1,67 tot 2,06 jaar. Daarmee is de kans verkeken dat het (binnen afzienbare tijd) tot een botsing met de aarde komt. Vóór de campagne werd de grootte van TC4 geschat op 10 à 30 meter. Uiteindelijk bleek hij iets kleiner te zijn: het is een langwerpig object met een breedte van 8 meter en een lengte van 15 meter. De planetoïde heeft een rotatietijd van 12 minuten en maakt daarbij een tuimelbeweging. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Complete First International Asteroid Tracking Exercise

   
3 november 2017 • ALMA ontdekt koud stof rond meest nabije ster
Astronomen hebben, met behulp van de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) in Chili, stof gedetecteerd rond de ster Proxima Centauri. Het zou gaan om twee stofgordels die overeenkomsten vertonen met de planetoïdengordel en de Kuipergordel in ons eigens zonnestelsel. De ontdekking doet vermoeden dat Proxima omgeven is door een uitgebreid planetenstelsel. Proxima Centauri is de meest nabije buur van onze zon. Ze is een zwakke rode dwergster op slechts vier lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Centaur. Om haar heen cirkelt de in 2016 ontdekte planeet Proxima b, die ongeveer zo groot is als onze aarde en een gematigde temperatuur heeft. Het Proxima-stelsel blijkt echter uit meer te bestaan dan een ster en een planeet. Nieuwe ALMA-waarnemingen laten zien dat de ster omgeven is door wolken van koud kosmisch stof. Vermoedelijk gaat het daarbij om de overblijfselen van materiaal dat niet is samengeklonterd tot grotere hemellichamen, zoals planeten. Dit materiaal zou bestaan uit rots- en ijsdeeltjes van uiteenlopende afmetingen. Het stof lijkt zich te bevinden in een gordel die zich uitstrekt tot op enkele honderden miljoenen kilometers van Proxima Centauri en ongeveer één honderdste van een aardmassa aan materiaal bevat. Deze gordel heeft een temperatuur van naar schatting –230 graden Celsius en is daarmee ongeveer net zo koud als de Kuipergordel in het buitengebied van ons zonnestelsel. De ALMA-gegevens bevatten ook aanwijzingen voor het bestaan van nog kouder stof op ongeveer tien keer zo grote afstand van de ster. Indien bevestigd, zou dat een intrigerende ontdekking zijn in die zeer koude omgeving ver van een ster die koeler en zwakker is dan de zon. De twee gordels bevinden zich veel verder van Proxima Centauri dan de planeet Proxima b, die op een afstand van slechts vier miljoen kilometer om zijn moederster cirkelt.Guillem Anglada, leider van het onderzoek, licht de implicaties van de ontdekking toe: ‘Dit resultaat wijst erop dat Proxima Centauri een meervoudig planetenstelsel kan hebben, met een rijke geschiedenis van interacties die tot de vorming van een stofgordel heeft geleid. Verder onderzoek kan informatie verschaffen over de locaties waar zich nog onontdekte planeten kunnen bevinden.’ (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
3 november 2017 • ‘Primitief’ spiraalstelsel ontdekt
Astronomen hebben een spiraalvormig sterrenstelsel ontdekt dat al bestond toen het heelal nog maar 2,6 miljard jaar oud was. Daarmee is het stelsel, dat de aanduiding A1689B11 heeft gekregen, het verste in zijn soort. Het spiraalstelsel is ontdekt op opnamen van een cluster die duizenden sterrenstelsels en grote hoeveelheden donkere materie bevat. De zwaartekracht van deze cluster, Abell 1689 geheten, vervormt de omliggende ruimte op zo’n manier dat het licht van verder weg staande objecten wordt afgebogen. Door dit ‘gravitatielenseffect’ zijn rond de cluster talrijke vervormde beelden van verre achtergrondstelsels te zien. Dankzij dit effect kunnen astronomen sterrenstelsels onderzoeken die eigenlijk te ver weg staan om rechtstreeks waarneembaar te zijn. Met behulp van geavanceerde software kan zelfs een reconstructie worden gemaakt van de werkelijke vorm van zo’n ‘gelensd’ sterrenstelsel. Het onderzoek van A1689B11 laat zien dat het stelsel in een twintig keer zo hoog tempo nieuwe sterren produceert als zijn huidige soortgenoten, waartoe ook onze Melkweg behoort. Desondanks lijkt het stelsel een oase van rust. Het is een koel, schijfvormig geheel dat verrassend weinig turbulentie vertoont. Zulke kalme spiraalstelsels waren extreem schaars in het vroege heelal. (EE)
Meer informatie:
Most ancient spiral galaxy

   
2 november 2017 • Hubble-ruimtetelescoop ontdekt vijf zwakke planetoïden
Op zeer ‘diepe’ opnamen van de Hubble-ruimtetelescoop, bedoeld om sterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand vast te leggen, zijn bij toeval vijf nieuwe planetoïden ontdekt. De objecten, die deel uitmaken van de planetoïdengordel tussen de omloopbanen van Mars en Jupiter, zijn herkenbaar aan de lichtsporen die zij over de foto’s hebben getrokken. Naast de vijf nieuwe planetoïden zijn ook twee al bekende exemplaren op de Hubble-foto te zien. Ook zijn enkele planetoïden meer dan één keer vastgelegd. Alles bij elkaar zijn twintig lichtsporen van planetoïden vastgelegd. De kromme vorm van de lichtsporen is voornamelijk het gevolg van de draaiing van de ruimtetelescoop om de aarde. Hierdoor lijken de planetoïden zich vanuit Hubble gezien te verplaatsen ten opzichte van de achtergrond van veel verder weg staande sterren en sterrenstelsels – een verschijnsel dat bewegingsparallax wordt genoemd. (EE)
Meer informatie:
Hubble Sees Nearby Asteroids Photobombing Distant Galaxies