28 september 2016 • Elon Musk wil naar Mars - en verder
Ruimtevaartbedrijf SpaceX wil binnen een paar jaar bemande vluchten naar de planeet Mars uitvoeren en in de toekomst zelfs verder het zonnestelsel in. Dat maakte topman Elon Musk (ook bekend van PayPal en Tesla) dinsdag bekend, onder het motto 'Making life multiplanetary'. Musk ontvouwde zijn plannen zonder in te gaan op de technische details of op de financiële haalbaarheid. Centraal onderdeel in de nieuwe plannen is een extreem zware uitvoering van de huidige Falcon-raket van SpaceX. Deze Big Falcon Rocket (ook wel de Big Fucking Rocket genoemd) zou in staat moeten zijn om vele tientallen mensen te vervoeren op ruimtereizen van maanden of zelfs jaren. In 2018 hoopt Musk een grote onbemande lander op Mars neer te zetten (de Red Dragon), om technologieën uit te testen. Zijn extreem optimistische schatting is dat de eerste Marskolonisten al in 2024 aan zullen komen. Ruimtevaartexperts zijn buitengewoon sceptisch over de haalbaarheid van Musks jongensdroom. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht 'de Volkskrant'

   
27 september 2016 • Kolossale hoogvlakte op Mars gevormd door vulkanisme
Thaumasia Planum, een kolossale hoogvlakte op Mars, is ontstaan door langdurige vulkanische activiteit in het verleden. Die conclusie trekken planeetonderzoekers van de Louisiana State University op basis van geografisch en mineralogisch onderzoek dat gepubliceerd is in Journal of Geophysical Research - Planets. Thaumasia Planum (ook wel Greater Thaumasia genoemd) is een hoogvlakte die aan de noordwestzijde wordt begrensd door een aantal grote schildvulkanen en aan de noordzijde door het kolossale breuksysteem Valles Marineris. In het zuiden wordt de hoogvlakte omringd door bergketens. Het gebied is in feite één grote 'puist' op het oppervlak van Mars, qua grootte vergelijkbaar met Noord-Amerika. Dat de hoogvlakte is ontstaan door een vorm van vulkanische activiteit is eigenlijk nooit door iemand betwijfeld. Het nieuwe onderzoek, onder andere aan gamma-metingen van de Amerikaanse ruimtesonde Mars Odyssey, biedt nu echter tastbaar bewijs, onder andere in de gemeten variatie van de hoeveelheden silicium, water en kalium in het bodemgesteente. Zwavelafzettingen in het gebied zijn volgens de onderzoekers afkomstig van vulkanische as. Dat doet vermoeden dat er in het verleden ook grootschalig explosief vulkanisme op Mars voorkwam. Dat zou weer van grote invloed geweest kunnen zijn op de klimaatevolutie van de planeet. (GS)
Meer informatie:
Unusual Martian Region Leaves Clues to Planet’s Past (origineel persbericht)

   
27 september 2016 • Rosetta’s komeet is een paar meter slanker geworden
De afgelopen twee jaar heeft de Europese ruimtesonde Rosetta allerlei eigenschappen van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko in de gaten gehouden. Daarbij ging het onder meer om de hoeveelheid waterdamp die de komeet de ruimte in blaast, en de mate waarin zijn waterproductie op verschillende afstanden tot de zon varieert. Uit de gegevens van Rosetta blijkt dat toen de ruimtesonde in augustus 2014 bij de komeet aankwam, de wateruitstoot enkele tientallen tonnen per dag bedroeg. Toen de komeet een jaar later zijn kleinste afstand tot de zon bereikte, liep het waterverlies op tot bijna een miljoen ton per dag. In de maanden daarna nam de uitstoot weer sterk af. Het onderzoek heeft verder laten zien dat tijdens de eerste paar maanden de waterdamp voornamelijk afkomstig was van het noordelijk halfrond van de komeet, dat op dat moment het meeste zonlicht opving. Nadat in mei 2015 de zuidelijke zomer was aangebroken, verschoof de productie van waterdamp – veel sneller dan verwacht – naar het andere halfrond. Alles bij elkaar is komeet 67P de afgelopen twee jaar ongeveer 6,4 miljoen ton aan water kwijtgeraakt. Omdat de komeet behalve waterdamp ook andere gassen en stof uitstoot, zal het totale massaverlies naar schatting nog eens tien keer groter zijn geweest. Dat betekent dat de komeet tijdens deze nadering van de zon globaal een meter of vier is afgeslankt. (EE)
Meer informatie:
Rosetta measures production of water at comet over two years

   
26 september 2016 • Hubble bevestigt bestaan van fonteinen op Jupitermaan Europa
Nieuwe waarnemingen door de Hubble Space Telescope lijken het bestaan van waterdampfonteinen op de ijzige Jupitermaan Europa te bevestigen. In 2012 werden ook al aanwijzingen gevonden voor zeer ijle 'pluimen' van watermoleculen, die vermoedelijk afkomstig zijn uit de diepe oceaan die zich onder de stijf bevroren ijskorst van Europa bevindt. De nieuwe Hubble-waarnemingen zijn verricht tijdens zogeheten overgangen van Europa. Gezien vanaf de aarde beweegt Europa dan voor zijn moederplaneet langs. Met de Space Telescope Imaging Spectrograph is onderzoek gedaan aan ultraviolet zonlicht dat door Jupiter is weerkaatst en vervolgens rakelings langs Europa bewoog in de richting van de (rond de aarde cirkelende) ruimtetelescoop. Van de tien overgangen die in ruim een jaar tijd zijn waargenomen, is in drie gevallen absorptie door watermoleculen gedetecteerd. Uit de metingen, die deze week gepubliceerd worden in The Astrophysical Journal, blijkt dat de fonteinen slechts sporadisch voorkomen en een hoogte van ca. 200 kilometer kunnen bereiken, waarna de waterdamp terugvalt op het Europa-oppervlak. Deze resultaten komen overeen met de bevindingen uit 2012. De 'ondergrondse' oceaan van Europa bevat ongeveer twee maal zoveel water als alle zeeën en oceanen op aarde samen. Het is niet ondenkbaar dat er micro-organismen leven. Als er (vermoedelijk via barsten in de ijskorst) af en toe water uit het inwendige de ruimte in gespoten wordt, biedt dat een unieke mogelijkheid om in de toekomst onderzoek aan de Europa-oceaan te doen zonder de ijskorst te hoeven doorboren. (GS)
Meer informatie:
NASA's Hubble Spots Possible Water Plumes Erupting on Jupiter's Moon Europa (origineel persbericht)

   
26 september 2016 • Mercurius vertoont nog tektonische activiteit
De kleine planeet Mercurius vertoont net als de aarde tektonische activiteit. Die conclusie trekken Amerikaanse geologen op basis van gedetailleerde foto's van het Mercuriusoppervlak, gemaakt door de planeetverkenner MESSENGER. Op de foto's zijn kleine plooiingsruggen ontdekt die in een geologisch recent verleden moeten zijn ontstaan. Eerder zijn op Mercurius al veel grotere plooiingsruggen gevonden. Die zijn ontstaan doordat de relatief grote metaalkern van de planeet sinds zijn geboorte is afgekoeld in 'ingeklonken'. Anders gezegd: Mercurius is gekrompen, en dat heeft geleid tot een rimpelig oppervlak. Op de MESSENGER-foto's zijn nu echter ook veel kleinere plooiingsruggen ontdekt, van enkele kilometers lang en hooguit enkele tientallen meters hoog. Het feit dat die nog niet zijn geërodeerd (bijvoorbeeld door de grote temperatuurschommelingen op de planeet, of door inslagen van micrometeorieten) wijst uit dat ze relatief jong moeten zijn. Mercurius is dus nog steeds aan het krimpen. De nieuwe resultaten zijn vandaag gepubliceerd in Nature Geoscience. De onderzoekers verwachten dat er door de tektonische activiteit van de planeet ook af en toe kleine bevingen zullen voorkomen. Een seismometer aan boord van een toekomstige lander zou die moeten kunnen meten. (GS)
Meer informatie:
Mercury Found To Be Tectonically Active (origineel persbericht)

   
26 september 2016 • Planeetvormende schijven gevonden rond bruine dwergen
Astronomen van het Institute for Research in Exoplanets (Universiteit van Montreal, Canada) en van het Carnegie Institution for Science in Washington, D.C., hebben actieve planeetvormende schijven ontdekt rond bruine dwergsterren. Een bruine dwerg is een soort tussenvorm tussen een gasvormige reuzenplaneet en een 'gewone' (rode) dwergster. Bruine dwergen zijn ongeveer even groot als de planeet Jupiter, maar wel aanzienlijk zwaarder. De dichtheid en temperatuur in hun inwendige is echter niet hoog genoeg om spontane kernfusie van waterstof op gang te brengen. De karakteristieke infraroodstraling van een zogeheten protoplanetaire schijf - een schijf van gas en stof waarin planeten aan het samenklonteren zijn - is ontdekt bij drie bruine dwergen (van 13 tot 18 Jupitermassa's) en bij één rode dwergster, die 120 keer zo zwaar is als Jupiter. Opmerkelijk genoeg zijn twee van de dwergsterren vermoedelijk ruim 40 miljoen jaar oud. Eerder zijn protoplanetaire schijven alleen aangetroffen bij sterren die veel jonger zijn: maximaal 10 à 20 miljoen jaar. Kennelijk kan het ontstaansproces van planeten bij lichte dwergsterretjes meer tijd in beslag nemen. De ontdekking van langlevende protoplanetaire schijven rond extreem lichte dwergsterretjes zal naar verwachting nieuwe inzichten opleveren in de geboorte van dwergsterren en de vorming en evolutie van planetenstelsels. De nieuwe ontdekking is gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
New Low-Mass Objects Could Help Refine Planetary Evolution (origineel persbericht)

   
23 september 2016 • Pluto heeft mogelijk 100 km diepe ondergrondse oceaan
De verre dwergplaneet Pluto heeft mogelijk een 100 kilometer diepe oceaan onder het stijf bevroren oppervlak. Die conclusie trekken geologen van Brown University op basis van computermodellen die de ligging verklaren van de grote ijsvlakte Sputnik Planum. De resultaten van de simulaties zijn gepubliceerd in Geophysical Research Letters. Sputnik Planum is de westelijke ('linker') helft van de grote hartvormige structuur die op Pluto werd ontdekt door de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. De uitgestrekte vlakte, waarop vrijwel geen kleinere inslagkraters voorkomen, heeft een middellijn van ca. 900 kilometer en is zo goed als zeker ontstaan bij de inslag van een kleinere ijsdwerg in de Kuipergordel. Pluto en zijn grote maan Charon keren elkaar continu dezelfde kant toe, en Sputnik Planum ligt exact op de denkbeeldige verbindingslijn tussen de twee hemellichamen. Dat doet vermoeden dat zich op de plaats van het inslagbekken een massaconcentratie bevindt. De modelberekeningen proberen het bestaan van zo'n mascon te verklaren; het blijkt dat dat eigenlijk alleen lukt wanneer zich onder het oppervlak een diepe oceaan van vloeibaar, zout water bevindt. Na de inslag waarbij Sputnik Planum ontstond, zou dat water (met een grotere dichtheid dan ijs) omhoog zijn geweld; later werd de vlakte nog bedolven met een laag stikstofijs. De benodigde extra massa valt het best te verklaren door aan te nemen dat de Pluto-oceaan een diepte heeft van ca. 100 kilometer en een zoutgehalte van 30 procent, vergelijkbaar met het zoutgehalte van de Dode Zee. (GS)
Meer informatie:
Pluto’s ‘heart’ sheds light on a possible buried ocean (origineel persbericht)

   
23 september 2016 • Korte uitbarstingen van komeet 67P werden veroorzaakt door de zon
In de drie maanden rond zijn dichtste nadering van de zon, op 13 augustus 2015, heeft de Europese ruimtesonde Rosetta 34 korte maar hevige uitbarstingen geregistreerd van de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Onderzoek heeft laten zien waar die uitbarstingen zich hebben afgespeeld (Monthly Notices of the Astronomical Society, 23 september). De kortstondige uitbarstingen van de komeet onderscheiden zich duidelijk van zijn normale, gestage uitstoot van waterdamp en stof, die op en neer gaat met de opkomst en ondergang van de zon. Bij zo’n uitbarsting worden binnen luttele minuten grote hoeveelheden stof weggeblazen. Tijdens zijn dichtste nadering van de zon verdween op die manier gemiddeld eens in de dertig uur – ruwweg 2,5 rotatie van de komeet – naar schatting 60 tot 260 ton aan materiaal de ruimte in. Het onderzoek van de uitbarstingen laat zien dat ongeveer de helft optrad in gebieden waar de zon net was opgekomen en het komeetoppervlak na een koude nacht weer begon op te warmen. Vermoed wordt dat de snelle temperatuurstijging zoveel spanning in het oppervlak veroorzaakt dat er breuken ontstaan en vluchtig materiaal op explosieve wijze kan ontsnappen. De overige uitbarstingen, die bijna allemaal rond het middaguur optraden, kennen waarschijnlijk een andere oorsprong. Zij worden waarschijnlijk veroorzaakt door dieper gelegen ‘pockets’ van vluchtige stoffen, die pas na enkele uren zo ver zijn opgewarmd dat ze op explosieve wijze kunnen ontsnappen. De meeste uitbarstingen lijken te zijn opgetreden waar het komeetlandschap sterke topografische overgangen vertoont, bijvoorbeeld bij steile kliffen en diepe zinkgaten. Ook het vele puin dat in deze gebieden is aangetroffen wijst erop dat hier sterke erosieprocessen aan het werk zijn. Slechts één van de uitbarstingen vond bij nacht plaats. Waarschijnlijk betrof het hier een klifwand die door erosie zo sterk was verzwakt, dat hij onder zijn eigen gewicht bezweek. (EE)
Meer informatie:
Summer fireworks on Rosetta’s comet

   
22 september 2016 • Astronomen bekijken het verre heelal op millimetergoflengten
Astronomen hebben, met behulp van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), het zogeheten Hubble Ultra Deep Field (HUDF) verkend. De nieuwe waarnemingen laten duidelijk zien dat er een sterk verband bestaat tussen het stervormingstempo in jonge sterrenstelsels en hun totale massa aan sterren. De eerste foto’s van het Hubble Ultra Deep Field werden in 2004 gemaakt met de Hubble-ruimtetelescoop. Deze spectaculaire beelden reikten tot verder in het heelal dan ooit tevoren en toonden een menagerie van sterrenstelsels die terugging tot minder dan een miljard jaar na de oerknal. Nadien is hetzelfde stukje hemel – ruwweg honderd keer zo klein als de volle maan – nog verscheidene keren waargenomen met Hubble en vele andere telescopen. Alleen op millimetergolflengten was het HUDF nog niet volledig waargenomen. En daar heeft ALMA nu verandering in gebracht. Hierdoor kon nu voor het eerst de zwakke gloed van gas- en stofwolken in het vroege heelal worden waargenomen. Uit de ALMA-waarnemingen blijkt duidelijk dat voor verre (en dus jonge) stelsels de stellaire massa de beste ‘voorspeller’ van het stervormingstempo in een sterrenstelsel is. Ook is ontdekt dat naarmate we dieper het heelal in kijken – verder terug in de tijd dus – sterrenstelsels meer gas bevatten. De nieuwe ALMA-resultaten zullen worden gepubliceerd in een reeks artikelen die in de Astrophysical Journal en de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society zullen verschijnen. De resultaten worden ook gepresenteerd tijdens de ‘Half a Decade of ALMA’-conferentie die deze week in Palm Springs (Californië, VS) wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
ALMA verkent het Hubble Ultra Deep Field

   
22 september 2016 • Moederster van verre planeet blijkt een dubbelster te zijn
Astronomen hebben ontdekt dat de 8000 lichtjaar verre ster OGLE-2007-BLG-349, waar een Saturnus-achtige planeet omheen draait, in werkelijkheid een compacte dubbelster is. Dat blijkt uit waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop. De planeet werd al in 2007 ontdekt. Dat was te danken aan het zogeheten microlenseffect. Dit effect treedt op wanneer de zwaartekracht van een voorgrondster het licht van een ster die vanaf de aarde gezien precies achter haar staat afbuigt en versterkt. Het verloop van zo’n (tijdelijke) ‘sterbedekking’ verraadt de eigenschappen van de voorgrondster en haar eventuele planeten. Het lensverschijnsel werd destijds gevolgd door vijf sterrenwachten op aarde. Daarbij werd al ontdekt dat OGLE-2007-BLG-349 uit minstens één ster en één planeet bestaat. Maar een nauwkeurige analyse wees erop dat het stelsel misschien nog een derde object bevatte – een tweede planeet of een tweede ster. Uit vervolgwaarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop is nu gebleken dat de ’lens’ vrijwel zeker uit twee om elkaar wentelende rode dwergsterren bestaat – sterren die zwakker en kleiner zijn dan onze zon. De planeet cirkelt op een afstand van ruwweg 500 miljoen kilometer om dit stellaire duo. De beide sterren zijn slechts 11 miljoen kilometer van elkaar verwijderd. Het nieuwe onderzoeksresultaat zal binnenkort worden gepubliceerd in The Astronomical Journal. (EE)
Meer informatie:
Hubble Finds Planet Orbiting Pair of Stars

   
22 september 2016 • Heelal heeft geen richtingsgevoel
Volgens Britse wetenschappers gaat de uitdijing van het heelal alle kanten op even snel. Anders gezegd: de kosmische uitdijing vertoont geen voorkeursrichting. Ook lijkt het heelal niet te roteren. Een en ander volgt uit onderzoek van de kosmische achtergrondstraling – de alomaanwezige straling die een overblijfsel is van de oerknal (Physical Review Letters, 22 september). Theoretisch is het niet ondenkbaar dat ons heelal de ene kant op sneller uitdijt dan de andere en/of roteert. Volgens de algemene relativiteitstheorie van Einstein kunnen zulke ‘anisotrope’ heelallen namelijk best bestaan. Om te kunnen bepalen of ons heelal isotroop dan wel anisotroop is, hebben de wetenschappers met behulp van computermodellen uitgerekend welke eigenschappen de kosmische achtergrondstraling zou hebben als het heelal een voorkeursrichting zou hebben of een rotatie zou vertonen. De uitkomsten van deze berekeningen zijn vergeleken met de meetgegevens van de Europese Planck-satelliet. Als ons heelal werkelijk anisotroop was, zouden er bijvoorbeeld ‘hete’ en ‘koude’ plekken te zien moeten zijn in de kosmische achtergrondstraling. Zelfs spiraalpatronen zouden mogelijk zijn. Helemáál uitsluiten kunnen de wetenschappers die mogelijkheid niet, maar de kans dat het heelal een voorkeursrichting heeft is wel heel gering: slechts 1 op 121.000. Dat is goed nieuws voor de meeste kosmologische modellen van dit moment: die gaan er namelijk van uit dat ons heelal volmaakt isotroop is. (EE)
Meer informatie:
Cosmology safe as universe has no sense of direction

   
21 september 2016 • Zichtbare materie kan rotatiegedrag sterrenstelsels volledig verklaren
Astronomen van twee Amerikaanse instituten hebben een nauw verband ontdekt tussen de verdeling van zichtbare materie in spiraalstelsels en de vorm van de zogeheten rotatiekromme – de grafiek van de draaisnelheden van sterren als functie van hun afstand tot het centrum van hun sterrenstelsel. Het nieuwe verband roept twijfels op over de aanwezigheid van donkere materie. Eind jaren ‘70 ontdekten de astronomen Vera Rubin en Albert Bosma, onafhankelijk van elkaar, dat spiraalstelsels een vrijwel uniforme rotatie vertonen. Dat wil zeggen: de snelheden van sterren en gaswolken nemen niet af naarmate zij zich verder van het centrum bevinden – iets dat je op grond van de verdeling van de zichtbare materie wel zou verwachten. Deze ‘vlakke rotatiekrommen’ worden doorgaans verklaard door te stellen dat sterrenstelsels zijn omgeven door flinke hoeveelheden onzichtbare c.q. donkere materie. Astronomen Federico Lelli, Stacy McGaugh en James Schombert hebben, aan de hand van gegevens van de NASA-infraroodsatelliet Spitzer, nu echter vastgesteld dat de rotatiekrommen van 153 sterrenstelsels precies worden bepaald door de verdeling van normale materie. Dat hoeft niet te betekenen dat de stelsels geen donkere materie bevatten, maar biedt wel ruimte voor andere verklaringen, zoals aangepaste versies van de zwaartekrachtstheorie (zoals MOND). De discrepantie tussen het nieuwe onderzoeksresultaat en de bevindingen van Rubin en Bosma is volgens de astronomen goed verklaarbaar. Zij stellen dat het nabij-infrarode licht dat sterren uitzenden een veel nauwkeuriger beeld geeft van de massaverdeling in een sterrenstelsel dan normaal zichtbaar licht. De drie astronomen hebben geen theoretische verklaring voor hun ontdekking, die zij vooralsnog als een empirisch verband presenteren. Maar volgens sommige van hun collega’s zou het idee dat sterrenstelsels zijn omgeven door een halo van donkere materie wel eens aan herziening toe kunnen zijn. (EE)
Meer informatie:
In rotating galaxies, distribution of normal matter precisely determines gravitational acceleration

   
21 september 2016 • Sterrenstelsels laten verre ’reuzengaswolk’ stralen
Een internationaal onderzoeksteam heeft, met behulp van ALMA, de Europese Very Large Telescope en andere telescopen, de ware aard ontdekt van een bijzonder object in het verre heelal dat een Lyman-alpha blob (LAB) wordt genoemd. LABs zijn kolossale wolken van waterstofgas op grote kosmische afstanden die zich over honderdduizenden lichtjaren kunnen uitstrekken. Hun naam verwijst naar de karakteristieke ultraviolette straling die zij uitzenden: zogeheten Lyman-alfastraling. Het grootste en best bestudeerde object van dit type wordt simpelweg LAB-1 genoemd. LAB-1 werd pas zestien jaar geleden ontdekt. De gaswolk is zo ver weg dat zijn licht er 11,5 miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. Tot nu toe begrepen astronomen niet waardoor reusachtige gaswolken als deze zo helder zijn, maar met ALMA is nu ontdekt dat zich in het hart van LAB-1 twee sterrenstelsels bevinden die in zo’n hoog tempo nieuwe sterren produceren dat hun omgeving gaat stralen. De twee grote sterrenstelsels zijn op hun beurt omgeven door een zwerm van kleinere stelsels waarmee zij een cluster-in-wording vormen. Naar verwachting zal het centrale tweetal uiteindelijk samensmelten tot één groot elliptisch sterrenstelsel. (EE)
Meer informatie:
ALMA ontraadselt reusachtige kosmische gaswolk

   
20 september 2016 • Steractiviteit kan bepaling van baanoriëntatie exoplaneten beïnvloeden
Exoplaneten - planeten bij andere sterren dan de zon - bewegen soms eens per omloop voor hun moederster langs, gezien vanaf de aarde. Nauwkeurige metingen aan dit soort planeetovergangen kunnen informatie opleveren over de ligging van de baan van zo'n planeet ten opzichte van het evenaarvlak van de moederster. Dat zegt mogelijk iets over de ontstaans- en migratiegeschiedenis van het planetenstelsel in kwestie - sommige planeetbanen blijken zeer sterk geheld te zijn. Computersimulaties, verricht door Portugese en Duitse astronomen, wijzen nu echter uit dat het wel oppassen geblazen is bij het interpreteren van de metingen. Wanneer de ster actieve gebieden op het oppervlak heeft (donkere zonnevlekken of juist heldere fakkelvelden), kan de planeet tijdens een overgang ook voor zo'n gebied langs bewegen. Dat levert subtiele verstoringen op in het waargenomen helderheidsverloop van de ster. Als daarvoor niet gecorrigeerd wordt, kan de afgeleide hellingshoek van het baanvlak wel tot dertig graden afwijken van de werkelijke waarde, aldus de astronomen. De resultaten van de simulaties zijn gepbulcieerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Meer informatie:
Stellar activity can mimic misaligned exoplanets (origineel persbericht)

   
20 september 2016 • IAU komt met gratis planetoïden-nieuwsbrief
Het Minor Planet Center van de Internationale Astronomische Unie (IAU), gevestigd op het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, komt met een gratis digitale nieuwsbrief over planetoïden: de Daily Minor Planet (de titel is een knipoog naar de Daily Planet, de fictieve krant waarvoor Superman Clark Kent schrijft). De nieuwsbrief gaat informatie bevatten over planetoïden in het algemeen, maar in het bijzonder over de vele zogeheten aardscheerders die met gepaste regelmaat op kleine afstand langs de aarde vliegen. Doel van de nieuwsbrief is het grote publiek meer vertrouwd maken met het onderwerp. De nieuwsbrief wordt grotendeels verzorgd door vrijwilligers van de Oracle Corporation. (GS)
Meer informatie:
Introducing the Daily Minor Planet: Delivering the Latest Asteroid News (origineel persbericht)

   
19 september 2016 • Verlenging IRIS-missie voor zonneonderzoek
De missie van de kleine Amerikaanse IRIS-kunstmaan (Interface Region Imaging Spectrograph), die in 2013 werd gelanceerd voor onderzoek aan de zon, wordt verlengd tot september 2018 en misschien uiteindelijk wel tot september 2019. IRIS maakt gedetailleerde closeups van het onderste deel van de ijle dampkring van de zon. Tot nu toe zijn ruim 24 miljoen foto's gemaakt. Ook voert de satelliet nauwkeurige spectroscopische waarnemingen uit. Een van de hoofddoelen is het achterhalen van de oorsprong van de zogeheten snelle zonnewind. (GS)
Meer informatie:
NASA’s $19 Million Contract Extends Lockheed Martin-Built IRIS Space Observatory for Deeper Look at the Sun (origineel persbericht)

   
19 september 2016 • Noordelijk deel gamma-telescoop komt op La Palma
Het noordelijk deel van de toekomstige internationale Cherenkov Telescope Array (CTA) zal gebouwd worden op de Roque de los Muchachos-sterrenwacht, op 2200 meter hoogte op het Canarische eiland La Palma. De overeenkomst daarvoor is vandaag ondertekend door Ulrich Straumann van het Cherenkov Telescope Array Observatory en Rafael Rebolo van het Spaanse Instituto de Astrofisica de Canarias. De CTA gaat bestaan uit 118 spiegelende schotels met een middellijn van 12 meter die zwakke Cherenkov-straling in de dampkring van de aarde registreren. Zulke straling ontstaat wanneer hoogenergetische gammafotonen de atmosfeer binnendringen en in botsing komen met atoomkernen. Met grote netwerken van Cherenkov-telescopen is het dus mogelijk om de herkomst van kosmische gammastraling te bestuderen. Op La Palma staan al twee Cherenkov-telescopen (de zogeheten MAGIC-telescopen, wat staat voor Major Atmospheric Gamma Imaging Cherenkov); Duitsland heeft in Namibië vier grote spiegels in gebruik die samen het H.E.S.S.-observatorium vormen (High Energy Stereoscopic System). De internationale CTA krijgt twee locaties: op La Palma komen 19 spiegels te staan; op het zuidelijk halfrond moeten er 99 geplaatst worden. Naar verwachting zal nog voor het eind van dit jaar een overeenkomst worden getekend met de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), voor plaatsing van het zuidelijke deel van de CTA in de buurt van de Paranal-sterrenwacht in Chili. De bouw van de eerste spiegels op La Palma moet in 2017 nog van start kunnen gaan. (GS)
Meer informatie:
Instituto de Astrofisica de Canarias and CTA Observatory Sign Agreement on Hosting CTA's Northern Hemisphere Array (origineel persbericht)

   
19 september 2016 • Saturnusmaan Titan heeft diepe, uitgesleten rivierdalen
Nee, dit is geen satellietfoto van een kustgebied op aarde. Deze radaropname, gemaakt door de Amerikaanse planeetverkenner Cassini, toont een rivierdelta op de grote Saturnusmaan Titan. Het gaat om een rivier die Vid Flumina is genoemd (linksboven); hij stroomt uit in Ligeia Mare (het donkere gebied rechtsonder), een groot meer in het noordpoolgebied van Titan. Het grote verschil met de aarde is dat de meren en rivieren op Titan niet bestaan uit water, maar uit vloeibare koolwaterstoffen, voornamelijk methaan en ethaan. Op de extreem koude Saturnusmaan (ca. 180 graden onder nul) spelen die 'vloeibare gassen' dezelfde rol die water op aarde speelt, inclusief verdamping en neerslag. Er is nu ook een belangrijke nieuwe overeenkomst met de aarde ontdekt: onderzoek aan de radarwaarnemingen van Cassini heeft uitgewezen dat de vele vertakkingen van Vid Flumina steile, diepe rivierdalen zijn, die zo goed als zeker zijn uitgesleten door de eroderende werking van methaan. Een vergelijkbare langdurige erosie, veroorzaakt door de Colorado-rivier, heeft in de Verenigde Staten de Grand Canyon doen ontstaan. Het is voor het eerst dat dit proces op grote schaal op een ander hemellichaam is aangetroffen. Uit de analyse, uitgevoerd door Italiaanse en Amerikaanse planeetonderzoekers, blijkt dat de meeste dalen minder dan een kilometer breed zijn, ruim 500 meter diep, en hellingen hebben die steiler zijn dan 40 graden. (GS)
Meer informatie:
Titan's flooded canyons

   
19 september 2016 • Meetgegevens RAVE-project vormen aanvulling op metingen Gaia
Het internationale RAVE-project (RAdial Velocity Experiment) heeft vandaag de nieuwste meetgegevens gepubliceerd in de vijfde zogeheten data release. Het gaat om de radiale snelheden (naar ons toe of van ons af) van 457.588 sterren aan de zuidelijke hemel, afgeleid uit spectroscopische waarnemingen die verricht zijn met de 1,2-meter telescoop op het Anglo-Australian Observatory. Het RAVE-project is in 2003 van start gegaan. De nieuwe RAVE-metingen vormen een welkome aanvulling op de eerste data release van de Europese ruimtetelescoop Gaia. Die publiceerde vorige week nauwkeurige posities, afstanden en eigenbewegingen (aan de hemel) van ca. twee miljoen sterren, waaronder vrijwel alle sterren die nu ook door RAVE zijn waargenomen. Wanneer van een ster zowel de eigenbeweging aan de hemel, de afstand én de radiale snelheid bekend is, kan de werkelijke driedimensionale ruimtelijke beweging achterhaald worden - belangrijke informatie om inzicht te krijgen in de structuur en dynamica van het Melkwegstelsel. Overigens zal Gaia in de toekomst van ruim één miljard sterren posities, afstanden, eigenbewegingen en radiale snelheden meten, zij het niet in alle gevallen met dezelfde extreem hoge nauwkeurigheid. (GS)
Meer informatie:
The Dynamic Duo: RAVE complements Gaia (origineel persbericht)

   
15 september 2016 • Sommige opgedroogde meren op Mars zijn jonger dan gedacht
Op Mars lijkt honderden miljoenen jaren langer water te hebben gestroomd dan tot nu toe werd aangenomen. Tot die conclusie komen Amerikaanse wetenschappers op basis van beelden die gemaakt zijn met de Mars Reconnaissance Orbiter. Het onderzoek van de wetenschappers concentreerde zich op een keten van meren en stroomdalen op het noordelijk halfrond van Mars. Hier zou tijdens warmere perioden water hebben gestroomd. Om te bepalen wanneer dat is gebeurd hebben de wetenschappers schattingen gemaakt van de leeftijden van 22 inslagkraters die in dit gebied zijn aangetroffen. Daarbij is gekeken of het stromende water wel of geen erosiesporen heeft achtergelaten in het puin dat bij de betreffende inslagen over de omgeving is verspreid. Daaruit kan worden afgeleid of de stroomdalen jonger of ouder zijn dan de kraters. De wetenschappers komen tot de conclusie dat deze vrij natte periode op Mars twee tot drie miljard jaar geleden heeft plaatsgevonden. Dat is opmerkelijk laat, omdat doorgaans ervan wordt uitgegaan dat Mars toen al een groot deel van zijn oorspronkelijke atmosfeer was kwijtgeraakt. Het resterende water op de planeet zou vanaf dat moment bevroren zijn geweest. De kenmerken van de stroomdalen bevestigen het vermoeden dat het klimaat koud was. Ze lijken niet te zijn gevormd door kolkende rivieren, maar kalme stroompjes smeltwater. Blijkbaar was het destijds in de zomermaanden nog warm genoeg om Mars een beetje te laten ontdooien. (EE)
Meer informatie:
Some Ancient Mars Lakes Came Long After Others

   
15 september 2016 • Laatste jaar aangebroken voor ruimtesonde Cassini
Na meer dan twaalf jaar de planeet Saturnus en zijn ringen en manen te hebben onderzocht, is het laatste jaar aangebroken voor NASA-ruimtesonde Cassini. De meest spectaculaire onderdelen van zijn missie moeten echter nog komen. Vanaf eind november zal Cassini een baan volgen die hem tot heel dicht bij het ringenstelsel van Saturnus brengt. Twintig weken achtereen zal de ruimtesonde de hartlijn van de smalle F-ring tot op minder dan 8000 kilometer naderen. Dat moet ongekend gedetailleerde beelden opleveren van de vreemde kinken in de F-ring, die mogelijk door (nog te ontdekken) mini-maantjes worden veroorzaakt. Het absolute klapstuk van de missie begint eind april 2017. Dan zal Cassini op zo’n manier langs de grote maan Titan scheren, dat hij in een baan terechtkomt die hem bijna letterlijk door het oog van de naald voert: de slechts 2400 kilometer brede lege gordel tussen Saturnus en de binnenste ring. Alles bij elkaar moet hij deze stunt 22 keer herhalen. Tijdens die ‘Grand Finale’ zal de ruimtesonde Saturnus van dichterbij kunnen onderzoeken dan ooit tevoren. Daarbij wordt onder meer het magnetische veld en het zwaartekrachtsveld van de planeet in kaart gebracht – een onderneming die meer inzicht moet geven in de inwendige structuur van de planeet en een schatting moet opleveren van de totale massa van het ringenstelsel. Op 15 september valt het doek voor Cassini: dan wordt de ruimtesonde de atmosfeer van Saturnus in gestuurd. Tot zijn laatste snik zal hij gegevens over de samenstelling van de planeet naar de aarde blijven sturen. (EE)
Meer informatie:
Cassini Begins Epic Final Year at Saturn

   
15 september 2016 • Kleine komeet valt uiteen
De kleine komeet 332P/Ikeya-Murakami is bezig om uit elkaar te vallen. Tot die conclusie komen astronomen op basis van opnamen die in januari van dit jaar zijn gemaakt met de Hubble-ruimtetelescoop (Astrophysical Journal Letters, 15 september). De Hubble-opnamen laten zien dat de komeet 25 brokstukken van zich heeft afgeschud. Letterlijk, want de beelden wijzen erop dat komeet 332P zo snel om zijn as draait – de rotatietijd bedraagt enkele uren – dat er materiaal wordt weggeslingerd. Het resulterende puin heeft zich inmiddels verspreid over een 5000 kilometer lange staart. Volgens de astronomen, onder wie David Jewitt van de universiteit van Californië in Los Angeles, zijn de Hubble-beelden de scherpste die ooit van zo’n uiteenvallende komeet zijn gemaakt. Gedurende de drie dagen dat de komeet is gevolgd was zelfs de rotatie van de afzonderlijke brokstukken waarneembaar. De afgebrokkelde delen vormen naar schatting ongeveer vier procent van de massa van hun moederkomeet. Hun afmetingen variëren van ongeveer 20 tot 70 meter. Ze verwijderen zich met een snelheid van een paar kilometer per uur van 332P. Uit de Hubble-gegevens leiden de astronomen af dat de komeet bij zijn nadering van de zon zodanig is opgewarmd dat hij fonteinen van stof en gas uitstoot. Omdat het met een middellijn van 500 meter een vrij kleine komeet is, fungeren deze zogeheten jets als een soort raketmotoren die de rotatie van de komeet doen versnellen. Geschat wordt dat komeet 332P nog genoeg massa over heeft voor 25 van deze uitbarstingen. Omdat het ijzige hemellichaam de zon eens in de zes jaar nadert, zou dat betekenen dat hij over 150 jaar verdwenen is. (EE)
Meer informatie:
Hubble Takes Close-up Look at Disintegrating Comet

   
15 september 2016 • ‘Sterren-etende’ zwarte gaten onderzocht
De afgelopen jaren zijn astronomen tientallen keren getuige geweest van een zogeheten tidal disruption flare – de gebeurtenis waarbij een superzwaar zwart gat een ster in zijn greep krijgt, aan flarden trekt en opslokt. Dankzij gegevens van de infraroodsatelliet WISE hebben astronomen nu meer inzicht gekregen in de eigenschappen van zo’n flare. Het onderzoek stond onder leiding van de Nederlandse astronoom Sjoert van Velzen. De flares zelf zijn niet waarneembaar voor WISE: ze bestaan uit energierijkere straling zoals ultraviolet en röntgen. Maar op enige afstand van het zwarte gat worden stofwolken opgewarmd door deze straling, waardoor deze een bron van infraroodstraling worden. Door te kijken hoeveel tijd er verstrijkt tussen de eigenlijke flare en de latere ‘infraroodecho’s’ kunnen astronomen berekenen hoe ver het stof van het zwarte gat verwijderd is. Van Velzen en collega’s hebben vastgesteld dat het stof tot wel een jaar na de flare waarneembaar blijft in het infrarood. Ze komen tot de conclusie dat het nagloeiende stof een dunne schil rond het zwarte gat vormt en daar ruwweg een half lichtjaar van verwijderd is. Van het stof dat zich dichterbij het zwarte gat bevond blijft niets over: het wordt wordt vernietigd door de intense straling van de flare. (EE)
Meer informatie:
Studies Find Echoes of Black Holes Eating Stars

   
15 september 2016 • Zwart gat gaat schuil in zijn eigen ‘uitlaatgassen’
De superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels zijn in veel gevallen omgeven door een dikke ring of stof en gas – de zogeheten torus – die hen aan het zicht onttrekt. Waarnemingen met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in het noorden van Chili laten zien waar dat materiaal vandaan komt: het is weggeblazen uit de dunnere, meer naar binnen gelegen accretieschijf rond het zwarte gat. Met ALMA is gekeken naar de kern van het ongeveer 47 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel NGC 1068 (ook bekend als M77). In het centrum daarvan is een superzwaar zwart gat bezig om zich te voeden uit een dunne, roterende schijf van gas en stof: de accretieschijf. Het materiaal dat vanuit de schijf naar het zwarte gat toe spiraalt wordt extreem heet en is een krachtige bron van ultraviolette straling. De buitenste delen zijn echter veel koeler en zenden minder energierijke straling uit die ALMA kan detecteren. Uit de ALMA-waarnemingen blijkt dat vanuit de buitenste delen van de accretieschijf koele wolken van koolstofmonoxide opstijgen. Dat gas wordt door de ultraviolette straling van het hete binnenste deel van de schijf geïoniseerd, waardoor het in de greep komt van de magnetische velden rond de schijf. Bijgevolg worden de wolken meegesleurd door de draaiing van de schijf en worden ze door de centrifugale kracht met snelheden van 400 tot 800 kilometer per seconde weggeslingerd. Uiteindelijk komen ze dan in de torus terecht. (EE)
Meer informatie:
Black Hole Hidden Within Its Own Exhaust

   
15 september 2016 • Actief sterrenstelsel wisselt twee keer van gedaante
Het mysterie van een vreemde verandering in het gedrag van een superzwaar zwart gat in het centrum van een ver sterrenstelsel is opgelost. Een internationaal team van astronomen heeft ontdekt dat het zwarte gat moeilijke tijden doormaakt. Het ontvangt niet meer voldoende brandstof om het te laten stralen. Veel sterrenstelsels vertonen een extreem heldere kern die van energie wordt voorzien door een superzwaar zwart gat. Deze kernen maken dat de ‘actieve sterrenstelsels’ tot de helderste objecten in het heelal behoren. Vermoed wordt dat deze grote helderheid te danken is aan gloeiendheet materiaal dat naar het zwarte gat toe stroomt – een proces dat accretie wordt genoemd. Van sommige actieve sterrenstelsels is vastgesteld dat zij in de loop van slechts tien jaar – een astronomische oogwenk – spectaculair kunnen veranderen. Bij het nieuwe onderzoek is ontdekt dat het Seyfert-stelsel Markarian 1018 het nóg bonter maakt: het werd eerst helderder, maar viel vijf jaar later weer terug naar zijn oorspronkelijke niveau. Zo’n helderheidsfluctuatie kan allerlei oorzaken hebben. Maar nader onderzoek heeft geleerd dat het ‘uitdoven’ van Markarian 1018 simpelweg het gevolg is van het stilvallen van het accretieproces. Het zwarte gat krijgt geen ‘brandstof’ meer. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat het stelsel niet één, maar twee superzware zwarte gaten in zijn kern heeft. Heel vreemd zou dat niet zijn, omdat Markarian 1018 het resultaat is van een fusie tussen twee afzonderlijke stelsels, die waarschijnlijk beide een superzwaar zwart gat in hun kern hebben gehad. (EE)
Meer informatie:
Verhongerend zwart gat dimt het licht van een sterrenstelsel

   
14 september 2016 • Pluto ‘verft’ de polen van zijn grootste maan rood
Wetenschappers hebben een verklaring gevonden voor de roodbruine tint van de noordpool van Charon, de grootste maan van Pluto. Uit een analyse van beeldmateriaal en andere gegevens van de ruimtesonde New Horizons blijkt dat de kleur wordt veroorzaakt door methaangas uit de atmosfeer van Pluto. Dat gas slaat als ijs neer op de koude pool van Charon, waarna het door inwerking van het ultraviolette licht van de zon wordt omgezet in zwaardere koolwaterstoffen en uiteindelijk in roodachtige organische verbindingen die tholines worden genoemd (Nature, 15 september). Dat dit de gang van zaken is op Charon werd al langer vermoed, maar een theoretische onderbouwing van dat vermoeden ontbrak tot nu toe. Nu hebben wetenschappers met behulp van modelberekeningen echter weten aan te tonen dat Charon voldoende methaangas van Pluto kan invangen om – in de loop van de miljoenen jaren – een laag tholines aan zijn polen op te bouwen. Ten tijde van de scheervlucht van New Horizons langs Pluto en Charon, in juli 2015, was de zuidpool van Pluto in duisternis gehuld. Toch was ook dat deel van de maan niet helemaal donker: het werd bijgelicht door Pluto. Op de opnamen van dat donkere deel van Charon is te zien dat ook de zuidpool donkerder is dan zijn omgeving. De vorming van tholines lijkt zich dus aan beide polen af te spelen. (EE)
Meer informatie:
Pluto 'Paints' its Largest Moon Red

   
14 september 2016 • Pluto is een bron van röntgenstraling
Uit metingen van de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra blijkt dat de dwergplaneet Pluto een bron van röntgenstraling is. De straling is het gevolg van de interactie tussen de zonnewind – de stroom energierijke geladen deeltjes die de zon voortdurend uitzendt – en de gassen in de ijle atmosfeer van Pluto. Vermoed wordt dat ook andere hemellichamen in de verre buitenwijken van ons zonnestelsel röntgenstraling kunnen produceren. Helemaal als een verrassing komt de ontdekking niet: twintig jaar geleden werd al ontdekt dat ook kometen röntgenstraling uitzenden. En later bleek dat ook te gelden voor de ringen van Saturnus. Maar de röntgenhelderheid van Pluto is wel veel groter dan verwacht. Aanvankelijk bestond zelfs de vrees dat de gevoeligheid van Chandra niet toereikend zou zijn om de zwakke röntgengloed van de dwergplaneet te kunnen zien. De vraag is nu waarom Pluto relatief veel röntgenstraling produceert. Een mogelijke verklaring is dat de ‘staart’ van gassen die de dwergplaneet achter zich aansleept langer en breder is dan de detectors van de in 2015 langs Pluto scherende ruimtesonde New Horizons hebben gemeten. Andere mogelijkheden zijn dat interplanetaire magnetische velden meer zonnedeeltjes dan verwacht in de richting van Pluto geleiden of dat zich langs de omloopbaan van Pluto een torus van neutraal gas heeft gevormd. (EE)
Meer informatie:
X-ray Detection Sheds New Light on Pluto

   
14 september 2016 • Bouwstenen van de aarde vertoonden chemische variaties
Nieuw onderzoek wijst erop dat de aarde en andere planetaire objecten die in de begintijd van het zonnestelsel zijn ontstaan ruwweg uit dezelfde chemische bron hebben geput. Dit resultaat is in tegenspraak met de gangbare opvattingen over de oorsprong van ons zonnestelsel (Nature, 15 september). Bij het onderzoek hebben Audrey Bouvier (Universiteit van West-Ontario, Canada) en Maud Boyet (Blaise Pascal Universiteit, Frankrijk) gekeken naar neodymium-142, een van de zeven isotopen van dit metaal. In 2005 werd een klein verschil ontdekt tussen het neodymium-142-gehalte van zogeheten chondrieten – steenmeteorieten die het bouwmateriaal van de aarde vormden – en gesteenten van de aarde zelf. Dat werd als een aanwijzing gezien dat de differentiatie van de aarde al vroeg op gang moest zijn gekomen. De nieuwe onderzoeksresultaten laten echter zien dat deze verschillen in neodymium-142-gehalte al tijdens de ‘groei’ van de aarde zijn ontstaan, en niet pas later. Met behulp van geavanceerde meettechnieken hebben Bouvier en Boyet vastgesteld dat ook de isotopensamenstelling van meteorieten kleine verschillen vertoont. De bouwstenen waaruit de aarde is ontstaan waren in chemisch opzicht dus niet allemaal gelijk. (EE)
Meer informatie:
New discovery shatters beliefs about Earth’s origin

   
14 september 2016 • Enorme meteoriet opgegraven in Argentinië
In Argentinië is afgelopen weekend een naar schatting 30 ton wegende meteoriet opgegraven – een van de grootste die ooit op aarde zijn gevonden. De ontdekking is gedaan in de provincie Chaco, ruim duizend kilometer ten noordwesten van Buenos Aires. De vindplaats wijst erop dat de meteoriet, die ‘Gancedo’ is gedoopt, deel heeft uitgemaakt van een groter object waarvan de brokstukken vier- tot vijfduizend jaar geleden in dezelfde omgeving zijn neergeploft. De ijzermeteorieten die hiervandaan komen staan bekend onder de naam ‘Campo del Cielo’. Tot nu toe is in dit gebied naar schatting 100 ton aan kosmisch puin opgegraven. Het nu gevonden brokstuk is niet het grootste van de Campo del Cielo-familie. In 1980 is al een ongeveer 37 ton wegend exemplaar geborgen dat elf jaar daarvóór met een metaaldetector was opgespoord. De grootste meteoriet die tot nu toe op aarde is aangetroffen is de ongeveer 66 ton wegende Hoba-meteoriet die bijna een eeuw geleden in Namibië is opgegraven. (EE)
Meer informatie:
A giant meteorite has just been unearthed in Argentina

   
14 september 2016 • ERC starting grant voor twee Nederlandse astronomen
De European Research Council (ERC) heeft aan twee Nederlandse astronomen een Starting Grant toegekend. Deze persoonsgebonden subsidie bedraagt per project ongeveer 1,5 miljoen euro. Het biedt talentvolle jonge wetenschappers de kans hun eigen onderzoeksteam op te zetten of uit te breiden en aan de slag te gaan met baanbrekende ideeën. In het onderzoek van Dr. Selma de Mink (Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde, API) staan zware dubbelsterren, dat wil zeggen twee sterren die om elkaar heen draaien, centraal. Samen met collega’s toonde De Mink eerder al aan dat nauwe dubbelsterren veel vaker voorkomen dan gedacht. Met haar onderzoeksteam gaat ze nu onderzoeken wat het effect hiervan is op de vele rollen die zware sterren hebben gespeeld in onze eigen kosmische geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is de invloed op de productie van chemische elementen in het universum, zoals de zuurstof die we inademen en het calcium in onze botten. De Mink is ook erg geïnteresseerd in de consequenties van de grote variatie aan kosmische explosies die het einde van het leven van zware sterren markeren, die sterrenkundigen tegenwoordig kunnen observeren met robot-telescopen die elke nacht de hemel scannen. Met haar onderzoek wil De Mink bijdragen aan een beter begrip van hoe sommige dubbelsterren hun leven eindigen als een dubbel zwart gat, wat – zoals onlangs is waargenomen – kan leiden tot een sterke bron van zwaartekrachtsstraling. Dr. Diederik Kruijssen (gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht en Universiteit Leiden, nu Universiteit van Heidelberg) gaat onderzoeken hoe sterrenstelsels zoals de Melkweg hun vele miljarden sterren hebben gevormd. Kruijssen: ‘We hebben een nieuwe methode ontwikkeld waarmee we uit afbeeldingen van sterrenstelsels precies kunnen meten hoe snel interstellaire gaswolken ineenstorten tot sterren en hoe de jonge sterren het overgebleven gas vervolgens weer wegblazen. Deze methode is ideaal om toe te passen op waarnemingen met reuzentelescopen zoals de Atacama Large Millimeter/sub-millimeter Array (ALMA) en de toekomstige European Extremely Large Telescope (E-ELT). Zo kunnen we voor het eerst de vorming van sterren bestuderen tot op afstanden van vele miljarden lichtjaren, vlak na de oerknal.’ Vervolgens zal Kruijssen de resultaten van zijn nieuwe techniek toepassen in grote computersimulaties van vormende sterrenstelsels. Kruijssen: ‘Het is een enorm vraagstuk hoe de grote variëteit aan sterrenstelsels is ontstaan. Computersimulaties hebben grote problemen met het beantwoorden van die vraag, omdat de eigenschappen van sterrenstelsels sterk afhangen van de details van het stervormingsproces. Met onze nieuwe waarnemingen zullen we dit proces eindelijk op een realistische manier kunnen opnemen in computersimulaties, en hopen we de vorming en eigenschappen van sterrenstelsels zoals de Melkweg te kunnen verklaren.’
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht