29 juli 2014 • Gaia begint eindelijk met waarnemen
De Europese ruimtetelescoop Gaia kan eindelijk van start met zijn wetenschappelijk waarnemingsprogramma. Dat maakt de Europese ruimtevaartorganisatie ESA vandaag bekend. Gaia werd op 19 december 2013 gelanceerd. De komende vijf jaar moet hij van één miljard sterren in het Melkwegstelsel heel nauwkeurig posities en snelheden opmeten. Tijdens het uittesten van de ruimtetelescoop, die zich inmiddels in een baan rond de zon bevindt op 1,5 miljoen kilometer afstand van de aarde, kwamen enkele onverwachte problemen aan het licht. Zo bleek er sprake te zijn van afzetting van kleine hoeveelheden ijskristallen op enkele optische onderdelen. Ook komt er iets meer strooilicht in de telescoop terecht dan was voorzien, voornamelijk zonlicht dat op de een of andere manier toch achter het 10 meter grote zonnescherm weet door te dringen. Het ijsprobleem lijkt grotendeels onder controle door tijdelijke opwarming van de optiek, hoewel ESA verwacht dat dat in de toekomst misschien nog een paar keer moet gebeuren. Het strooilichtprobleem valt niet eenvoudig te verhelpen; het zal tot gevolg hebben dat de meetnauwkeurigheid voor de zwakste sterren minder hoog is dan gehoopt. Naar verwachting zal de eerste tussentijdse Gaia-catalogus in de zomer van 2016 gepubliceerd worden. (GS)
Gaia: ‘Go’ for science (origineel persbericht)

   
29 juli 2014 • Drie Veni-beurzen toegekend aan sterrenkunde
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft Veni-subsidies toegekend aan Adam Ingram en Fabio Zandanel van de Universiteit van Amsterdam (UvA), en John Tobin die zijn onderzoek zal uitvoeren aan de Sterrewacht Leiden. Zij ontvangen maximaal 250.000 euro om onderzoek te doen naar een zelfgekozen onderwerp. De ruimte rond een zwart gat wordt volgens de Algemene Relativiteitstheorie vervormd. Als water door een gootsteen wegloopt is een vergelijkbare vorm te zien. Sterrenkundige Adam Ingram zal dit effect bestuderen door middel van waarnemingen aan gas dat in zwarte gaten valt. Deze zwarte gaten bevinden zich in ons Melkwegstelsel. Astronoom John Tobin zal revolutionaire radiotelescopen gebruiken om onderzoek te doen naar het ontstaan van sterren en de stof-en gasschijven die hen omringen. Uit deze schijven ontstaan planeten zoals die in ons zonnestelsel. Natuurkundige Fabio Zandanel zal de aard van donkere materie onderzoeken aan de hand van clusters van melkwegstelsels, de grootste materiestructuren in het heelal. Het heelal bestaat voor voor ongeveer 25 procent uit donkere materie, maar omdat het geen licht uitzendt is het moeilijk te onderzoeken. Door middel van de Veni-subsidies stimuleert NWO nieuwsgierigheidsgedreven en vernieuwend onderzoek. Dit jaar zijn 152 van de 1086 aanvragen toegekend. 65 vrouwelijke onderzoekers hebben een Veni-subsidie ontvangen. De Veni-, Vidi- en Vici-beurzen, die gericht zijn op de verschillende carrièrefasen van wetenschappers ,maken deel uit van NWO’s Vernieuwingsimpuls.
Oorspronkelijk persbericht

   
28 juli 2014 • 101 Enceladus-geisers in kaart gebracht
Op basis van metingen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini zijn 101 actieve geisers nauwkeurig in kaart gebracht in het zuidpoolgebied van de kleine, bevroren Saturnusmaan Enceladus. De geisers zijn gelegen langs vier kolossale 'scheuren' in het oppervlakte-ijs. Ze werden een kleine tien jaar geleden voor het eerst ontdekt, en zijn sindsdien uitvoerig bestudeerd. Via een soort kosmische driehoeksmeting zijn hun locaties op het Enceladus-oppervlak nu zeer nauwkeurig bepaald. Daarbij blijkt dat ze samenvallen met kleine 'hot spots' - slechts enkele tientallen meters groot - op het ijzige oppervlak van de Saturnusmaan, die ontdekt zijn met infraroodinstrumenten van de ruimtesonde. Dat wijst erop dat de geisers inderdaad openingen in de ijskorst zijn, waardoor water uit een ondergronds reservoir naar buiten spuit. Daarbij condenseert het water overigens direct in ijskristallen. De nieuwe metingen zijn online gepubliceerd in Astronomical Journal. (GS)
Cassini Spacecraft Reveals 101 Geysers and More on Icy Saturn Moon (origineel persbericht)

   
28 juli 2014 • Messenger scheert rakelings over Mercurius-oppervlak
De Amerikaanse planeetverkenner Messenger, die in maart 2011 in een elliptische baan rond de kleine, hete planeet Mercurius aankwam, heeft de afgelopen dagen enkele baanmanoeuvres uitgevoerd waardoor het laagste punt van de omloopbaan sinds 25 juli op slechts 100 kilometer hoogte boven het bekraterde oppervlak van de planeet ligt. Zo'n geringe hoogte is mogelijk doordat Mercurius geen dampkring heeft die de ruimtesonde zou kunnen afremmen. Nooit eerder is een ruimtevaartuig op zo'n geringe afstand van Mercurius geweest. Er worden precisiemetingen verricht aan het zwaartekrachtsveld, het magnetisme van Mercurius, interessante geologische structuren en ijsafzettingen in poolkraters. De komende weken volgen meer baanmanoeuvres. Op 19 augustus wordt het laagste punt verder omlaag gebracht, naar 50 kilometer; op 12 september zelfs naar 25 kilometer. Daarna wordt weer voor een 'veilige' minimum-hoogte van 94 kilometer gekozen. In maart 2015 zal Messenger een geplande crash maken op het Mercuriusoppervlak. (GS)
MESSENGER Gets Closer to Mercury than Ever Before (origineel persbericht)

   
28 juli 2014 • Opportunity breekt 'wereld'-record buitenaards rijden
De Amerikaanse Marswagen Opportunity, die in januari 2014 op de rode planeet landde, heeft het wereldrecord 'buitenaards rijden' verbroken. Op 27 juli had Opportunity in totaal 25 mijl (40,25 kilometer) afgelegd - net iets meer dan de Russische maanwagen Loenochod 2, die in 1973 in minder dan vijf maanden tijd een afstand van 24,2 mijl (39 km) aflegde op de maan. Het record is opmerkelijk omdat Opportunity was ontworpen voor een ritje van ongeveer één kilometer. Een 6 meter grote krater langs de route van Opportunity is inmiddels Lunokohd genoemd. Vluchtleiders hopen dat de Marswagen nog minstens 2 kilometer zal weten af te leggen; hij komt dan (na 42,2 kilometer rijden) aan in - hoe kan het ook anders - Marathon Valley. (GS)
NASA Long-Lived Mars Opportunity Rover Sets Off-World Driving Record (origineel persbericht)

   
28 juli 2014 • Meeste zachte röntgenstraling afkomstig uit 'lokale hete bel'
Zeker zestig procent van de zachte röntgenstraling uit het heelal is afkomstig uit de Local Hot Bubble - een grote 'bel' van zeer ijl, heet gas (plasma) waar de zon doorheen beweegt. Dat blijkt uit metingen van een röntgeninstrument aan boord van een sondeerraket. De resultaten zijn op 27 juli online gepubliceerd in Nature. In 1990 ontdekte de Duitse kunstmaan ROSAT al een kosmische 'achtergrond' van zachte röntgenstraling, met een relatief lange golflengte en een relatief geringe energie. De herkomst daarvan was echter lange tijd niet duidelijk. Het zou om röntgenstraling kunnen gaan die afkomstig is van plasma in de Local Hot Bubble, of om röntgenstraling die geproduceerd wordt door de wisselwerking van zonnewinddeeltjes met elektrisch geladen deeltjes in de interplanetaire ruimte in ons eigen zonnestelsel. Het DXL-experiment (Diffuse X-ray emission from the Local galaxy), dat op 12 december 2012 een vijf minuten durende vlucht maakte aan boord van een Amerikaanse sondeerraket, heeft nu op overtuigende wijze aangetoond dat hooguit veertig procent van de zachte röntgenachtergrond afkomstig is uit ons eigen zonnestelsel. De rest wordt geproduceerd door het ijle plasma in de Local Hot Bubble. Deze interstellaire 'bel' moet in de afgelopen 20 miljoen jaar zijn ontstaan door één of meer supernova-explosies in de omgeving van de zon. Er was al langer bekend dat de zon zich momenteel in een relatief 'leeg' gebied in het Melkwegstelsel bevindt; de DXL-metingen bieden voor het eerst informatie over het zeer ijle, hete gas in de bel. (GS)
NASA-funded X-ray Instrument Settles Interstellar Debate (origineel persbericht)

   
28 juli 2014 • Levensduur Venus Express met paar maanden verlengd
De Europese planeetverkenner Venus Express heeft de gewaagde 'aerobrake'-manoeuvre van de afgelopen weken overleefd, maar zal desondanks binnen een paar maanden definitief verbranden in de dampkring van Venus. De ruimtesonde draaide acht jaar lang in een langgerekte baan rond Venus, om onderzoek te doen aan de atmosfeer. Omdat de brandstof aan boord bijna op is, voerden vluchtleiders nog een laatste kunststukje uit: Venus Express werd diep de dampkring in gestuurd, tot 131 à 135 kilometer boven het planeetoppervlak, om ter plaatse metingen te verrichten aan samenstelling, temperatuur en dichtheid van atmosferische lagen die niet eerder in detail bestudeerd zijn. Er werd rekening mee gehouden dat de ruimtesonde deze 'duikvluchten' niet zou overleven. Inmiddels is het laagste punt van de elliptische omloopbaan echter weer omhooggebracht tot een veilige 460 kilometer (het verste punt van de baan ligt op 63.000 kilometer van de planeet). De meetgegevens moeten nog in detail worden geanalyseerd, maar nu al blijkt dat de Venusdampkring veranderlijker is dan werd aangenomen. Zodra de brandstofvoorraad echt op is (en dat kan niet lang meer duren), zal Venus Express echter langzaam maar zeker steeds sterker worden afgeremd door de ijle buitenste lagen van de atmosfeer. Naar verwachting zal de ruimtesonde in december definitief de geest geven. (GS)
Venus Express: up above the clouds so high (origineel persbericht)

   
28 juli 2014 • Bouw Amerikaanse Thirty Meter Telescope kan van start
De bouw van de toekomstige Thirty Meter Telescope (TMT) kan officieel van start. De Hawaii Board of Land and Natural Resources is accoord gegaan met een zogeheten sublease door het TMT International Observatory (TIO) van een deel van het Mauna Kea-observatorium op Hawaii, waar de 30 meter-telescoop gebouwd moet gaan worden. Het TMT-project wordt geleid door een samenwerkingsverband van Canadese universiteiten, het California Insitute of Technology, en de Universiteit van Californië. Bij het project zijn ook Japanse en Indiase instituten betrokken. Het ontwerp en een deel van de ontwikkelkosten van de reuzentelescoop zijn gesponsord door een gift van 141 miljoen dollar van de Amerikaanse Gordon and Betty Moore Foundation. De financiering van het project is overigens nog niet geheel rond. De TMT krijgt een gesegmenteerde spiegel en wordt uitgerust met adaptieve optiek, waarbij een laser gebruikt wordt om atmosferische trillingen op te meten en vervolgens te compenseren. Aan verschillende technieken voor de telescoop wordt inmiddels gewerkt. In oktober zullen op Mauna Kea de eerste bouwwerkzaamheden van start gaan. Behalve de TMT worden de komende jaren nog twee andere grote reuzentelescopen gebouwd: de Giant Magellan Telescope (GMT, effectieve spiegelmiddellijn 21,4 meter) en de European Extremely Large Telescope (39,2 meter). (GS)
Next-Generation Thirty Meter Telescope Begins Construction in Hawaii (origineel persbericht)

   
28 juli 2014 • Infraroodfoto Driehoekstelsel legt stervormingsactiviteit bloot
De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft een foto van het sterrenstelsel M33 (het Driehoekstelsel) gepubliceerd, gemaakt door de ruimtetelescoop Herschel op ver-infraroodgolflengten. Het stelsel is na het Andromedastelsel het dichtstbijzijnde grote sterrenstelsel in het heelal; de afstand bedraagt ca. 3 miljoen lichtjaar. Het is met een lichtsterke verrekijker al zichtbaar in het kleine sterrenbeeld Driehoek. Op de Herschel-foto, die samengesteld is uit opnames op drie verschillende infraroodgolflengten (70, 100 en 160 micrometer) heeft het spiraalstelsel een 'vlokkerig' uiterlijk: de meeste ver-infraroodstraling is afkomstig van uitgestrekte wolken van koel gas en stof waarin grote hoeveelheden nieuwe sterren ontstaan. Met name het kolossale stervormingsgebied NGC 604 (linksboven) is opvallend. (GS)
Nearby M33 galaxy blossoming with star birth (origineel persbericht)

   
26 juli 2014 • Brazilië partner in Giant Magellan Telescope
Via de Sao Paulo Research Foundation, een door belastinggeld gefinancierde onderzoeksinstelling in de rijke Braziliaanse staat Sao Paulo, gaat Brazilië deelnemen aan de voornamelijk Amerikaanse Giant Magellan Telescope (GMT). Het gaat om een bijdrage van 40 miljoen euro, zo meldt de website http://tucson.com van de Arizona Daily Star. De zeven 8,4-meter spiegels van de GMT worden in Tucson (Arizona) gegoten en gepolijst; er zijn er al drie in de maak. Samen geven de zeven spiegels de toekomstige telescoop hetzelfde lichtverzamelend vermogen als één 21,4 meter groot instrument. De GMT moet gebouwd gaan worden op de bergtop Las Campanas in Chili. Projectleider is het Carnegie Institute of Washington; naast een Koreaans insitituut zijn het tot nu toe vooral Amerikaanse universiteiten die aan het project deelnemen. De financiering is nog steeds niet helemaal rond. De keuze van Brazilië is enigszins verrassend. De Europese Zuidelijke Sterrenwacht ESO, die de bouw van de 39,2-meter European Extremely Large Telescope (E-ELT) voorbereidt, wacht al enkele jaren op de Braziliaanse ratificatie van het ESO-lidmaatschap. Het entreegeld van Brazilië is nodig om de E-ELT in het geplande tempo te realiseren. Directeur-generaal Tim de Zeeuw van ESO gaat er echter nog steeds vanuit dat Brazilië binnen afzienbare tijd officieel tot ESO zal toetreden, en dat de bouw van de E-ELT geen vertraging hoeft op te lopen. Vorige maand is ter voorbereiding van de bouw de top van Cerro Armazones in Noord-Chili geblazen. (GS)
Nieuwsbericht op http://tucson.com

   
25 juli 2014 • Mars-orbiters worden voorbereid op nadering van komeet
NASA onderneemt stappen om de ruimtesondes die rond de Mars cirkelen te beschermen tegen de deeltjes van komeet Siding Spring, die op 19 oktober dicht langs de planeet zal scheren. Tegelijkertijd worden de sondes voorbereid om wetenschappelijke gegevens te verzamelen over die bijzondere gebeurtenis. De komeet zal Mars naderen tot op een afstand van ongeveer 132.000 kilometer – een kosmisch kattensprongetje. De deeltjes die hij daarbij uitstoot hebben ten opzichte van de Mars-orbiters een snelheid van 56 kilometer per seconde. Bij die snelheid kunnen zelfs deeltjes van een halve millimeter flinke schade veroorzaken. Er draaien momenteel twee NASA-sondes om Mars, en een derde komt in september aan. Hun omloopbanen worden nu zodanig aangepast dat ze zich aan de andere kant van de rode planeet bevinden op het moment dat de komeet voorbij komt. Modelberekeningen laten zien dat de kans dat deeltjes van de komeet schade aanrichten niet erg groot is, maar NASA speelt liever op safe. In de dagen vóór en ná de passage van de komeet zullen verschillende instrumenten van de Mars-orbiters op de komeet worden gericht. Daarbij zal onder meer worden gekeken naar de gassen die de komeetkern tijdens zijn opwarming door de zon uitstoot. Ook zal worden gelet op mogelijke veranderingen in de Marsatmosfeer, zoals temperatuurstijging en wolkenvorming. Opportunity en Curiosity, de twee Marswagentjes die nog in bedrijf zijn, lopen hoogstwaarschijnlijk geen risico. Misschien zullen ze wel deeltjes van de komeet als ‘vallende sterren‘ in de Marsatmosfeer zien verbranden. (EE)
NASA Mars Spacecraft Prepare for Close Comet Flyby

   
24 juli 2014 • Nieuwe ‘massakaart’ van verre cluster van sterrenstelsels is nauwkeurigste ooit
Astronomen hebben, met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop, de massaverdeling binnen een grote cluster van sterrenstelsels in kaart gebracht. De 4,5 miljard lichtjaar verre cluster, die MCS J0416.1-2403 wordt genoemd, blijkt 160 triljoen (= miljard x miljard) zonsmassa’s aan materie te bevatten (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 24 juli). Bij de massabepaling is gebruik gemaakt van het feit dat een ‘zwaar’ object, zoals een cluster van sterrenstelsels, het licht van verder weg staande objecten afbuigt en vervormt. Bij dit zogeheten gravitatielenseffect geldt: hoe meer massa, des te sterker de afbuiging c.q. vervorming. Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn rond MCS J0416.1-2403 nieuwe vervormde beelden ontdekt van 51 verre sterrenstelsels. Daarmee is het totaal op 68 gebracht. Het licht van veel van deze stelsels wordt zodanig afgebogen dat er twee of meer beelden van hetzelfde stelsel te zien zijn. Hierdoor bedraagt het aantal vervormde beelden bijna tweehonderd. Dankzij deze nieuwe oogst aan gravitatielens-beelden hebben de astronomen de verdeling van de massa in MCS J0416.1-2403 – zowel de normale als de donkere – nu tweemaal zo nauwkeurig in kaart kunnen brengen als voorheen. De waarnemingen maken deel uit van het Frontier Fields-programma. Bij dit programma is eerder de cluster Abell 2744 onder de loep genomen, en binnenkort komt ook MACS J0717.5+3745 aan de beurt. (EE)
New mass map of a distant galaxy cluster is the most precise yet

   
24 juli 2014 • Rosetta’s komeet wordt langzaam ontsluierd
Op nieuwe opnamen die de Europese ruimtesonde Rosetta van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko heeft gemaakt, zijn de eerste duidelijke oppervlaktestructuren te zien. Een ervan is het gebied dat wel de ‘nek’ van de komeet wordt genoemd: dat is duidelijk lichter van kleur dan de rest van dit vreemd gevormde, ijzige object. Op eerdere beelden was al te zien dat de komeet uit twee delen lijkt te bestaan: een kleinere ‘kop’ en een groter ‘lijf’. Dat heeft hem al de bijnaam ‘badeend’ heeft opgeleverd. En die badeend heeft dus ook een ‘halsband’. Onduidelijk is nog of de lichtere tint wordt veroorzaakt door afwijkend oppervlaktemateriaal of door hoogteverschillen. De opnamen, die van een afstand van 5500 kilometer zijn gemaakt, zijn nog niet scherp genoeg om daar uitsluitsel over te kunnen geven. De lichte hals van de komeet doet echter denken aan de smalle taille van de komeet 103P/Hartley, die in 2010 door een andere ruimtesonde is bezocht. Wetenschappers vermoeden dat zich in die taille materiaal verzamelt dat door de komeet is uitgestoten, maar niet genoeg snelheid had om te ontsnappen. Rosetta zal vanaf 6 augustus in een lage baan om komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko cirkelen. (EE)
Surface impressions of Rosetta’s comet

   
24 juli 2014 • ‘Hete jupiters’ hebben watergebrek
Een internationaal team van astronomen heeft, met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop, de hoeveelheid waterdamp gemeten in de atmosferen van drie planeten die om zonachtige sterren cirkelen. Uit de metingen blijkt dat de onderzochte planeetatmosferen tien tot duizend keer minder water bevatten dan de gangbare theorieën over het ontstaan van planeten voorspellen (Astrophysical Journal Letters, 24 juli). De drie planeten, HD 189733b, HD 209458b en WASP-12, draaien om sterren op afstanden van 60 tot 900 lichtjaar. Het gaat in alle gevallen om zogeheten ‘hete jupiters’ – zware planeten die zich zo dicht bij hun moederster bevinden, dat hun temperaturen oplopen tot 900 graden en meer. Dat er zo weinig water werd aangetroffen, ligt waarschijnlijk niet aan de meetnauwkeurigheid. De bepaling van de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer van HD 189733b is zelfs de meest nauwkeurige tot nu toe. Toch laat ook deze meting maar 4 tot 24 ppm (deeltjes per miljoen) waterdamp zien. Het resultaat wekt verbazing, omdat hete jupiters volgens de bestaande theorieën over het ontstaan van planetenstelsel juist veel water in hun atmosfeer zouden moeten hebben. Volgens de astronomen zou dit wel eens kunnen betekenen dat de gemiddelde exoplaneet aanzienlijk droger is dan tot nu toe wordt aangenomen. (EE)
Highest-precision measurement of water in planet outside the solar system

   
23 juli 2014 • Exoplaneet nauwkeurig opgemeten
Gegevens van de ruimtetelescopen Kepler en Spitzer hebben astronomen in staat gesteld om heel nauwkeurig een planeet buiten ons zonnestelsel ‘op te meten’. De exoplaneet, die Kepler-93b wordt genoemd, heeft een middellijn van 18.800 kilometer, met een onzekerheid van 240 kilometer. Daarmee is de planeet ongeveer anderhalf maal zo groot als de onze. Met die omvang behoort Kepler-93b tot de ‘superaardes’ – planeten die een slag groter zijn dan de aarde. Eerdere metingen met de Keck-telescoop op Hawaï hadden al laten zien dat de planeet ongeveer 3,8 keer zoveel massa heeft als onze planeet. Daaruit kan worden afgeleid dat hij grotendeels uit zware materialen bestaat, zoals gesteenten en ijzer. Kepler-93b draait om een ster die ongeveer 300 lichtjaar van ons verwijderd is. De afstand tussen beide bedraagt minder dan tien miljoen kilometer. Door die kleine afstand is de temperatuur aan het oppervlak van de planeet zeer hoog: ruwweg 760 graden Celsius. Geen kans dus op leven. (EE)
The Most Precise Measurement of an Alien World's Size

   
23 juli 2014 • Ruimtesonde Voyager toch niet in de interstellaire ruimte?
‘Voyager 1 heeft het zonnestelsel verlaten.’ Die mededeling hebben we de afgelopen twee jaar verschillende keren mogen lezen. Maar nog steeds zijn lang niet alle wetenschappers ervan overtuigd dat de inmiddels 37 jaar oude ruimtesonde de grens met de interstellaire ruimte is gepasseerd.Twee wetenschappers van het Voyager-team hebben nu echter een test ontwikkeld die – naar eigen zeggen – echt de knoop zal doorhakken. De wetenschappers voorspellen dat de Voyager 1 binnen twee jaar de dunne grenslaag zal passeren waar de polariteit van het magnetische veld van de zon van richting omkeert. Als dat inderdaad gebeurt, bevindt de ruimtesonde zich nog binnen de heliosfeer – het deel van de ruimte waar het magnetische veld van de zon de overhand heeft. Gebeurt het niet, dan heeft Voyager 1 de interstellaire ruimte bereikt. Volgens collega’s is het overigens nog maar de vraag of de test echt doorslaggevend zal blijken te zijn. De heliosfeer hoeft namelijk geen vaste omvang te hebben: ze kan uitdijen of krimpen. Het is dus niet ondenkbaar dat Voyager 1 de grens van het zonnestelsel meerdere keren tegenkomt. Voyager 1 en haar zustersonde Voyager 2 werden in 1977 gelanceerd om de planeten Jupiter en Saturnus te onderzoeken. Voyager 2 scheerde ook langs Uranus en Neptunus. Beide zijn hard op weg naar de grens van ons zonnestelsel – waar die momenteel ook mag liggen. (EE)
Voyager Spacecraft Might Not Have Reached Interstellar Space

   
22 juli 2014 • Fermi ontdekt een 'transformer' pulsar
Een millisecondepulsar op 4400 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Sextant is vorig jaar zomer plotseling 'uitgedoofd' op radiogolflengten en vijf maal zo helder geworden in energierijke gammastraling. De gammametingen zijn verricht door NASA's Fermi-ruimtetelescoop, nadat uit waarnemingen met de Westerbork-radiotelescoop in Drenthe en met de Lovell-radiotelescoop in het Verenigd Koninkrijk was geconstateerd dat de pulsar plotseling was uitgedoofd op radiogolflengten. De plotselinge 'gedragsverandering' van de pulsar wordt zo goed als zeker veroorzaakt door de manier waarop hij materie opzuigt van een begeleidende ster. Pulsar PSR J1023+0038 (kortweg J1023 genoemd) is in 2007 ontdekt door Anne Archibald van ASTRON Netherlands Institute for Radio Astronomy. De pulsar - een kleine, supercompacte neutronenster die het overblijfsel is van een supernova-explosie - draait elke 1,7 milliseconden één maal om zijn as. Hij maakt deel uit van een dubbelstersysteem: een ster die ongeveer 20 procent van de massa van de zon heeft draait er elke 4,8 uur omheen. Waarschijnlijk wordt de materieoverdracht van de 'gewone' ster naar de pulsar normaalgesproken grotendeels geblokkeerd door een energierijke 'pulsarwind', die veroorzaakt wordt door de snelle rotatie en het sterke magnetische veld van de pulsar. Tegelijkertijd met de pulsarwind worden ook jets ('straalstromen') van energierijke elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen, in twee tegenovergestelde richtingen. Die jets zijn verantwoordelijk voor de radiostraling van de pulsar. Het idee is nu dat er af en toe zoveel materie van de gewone ster naar de pulsar stroomt dat het naar binnen vallende gas zich ophoopt in een snel roterende accretieschijf die zo heet wordt dat er röntgenstraling wordt uitgezonden. Tegelijkertijd worden de radio-jets dan aan het zicht onttrokken, of verdwijnen ze zelfs geruime tijd volledig. De gammastraling van J1023 wordt mogelijk opgewekt door schokgolven in de directe omgeving van de pulsar. De nieuwe resultaten zijn op 20 juli gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
NASA's Fermi Finds A 'Transformer' Pulsar (origineel persbericht)

   
22 juli 2014 • Nieuwe meteorenzwerm bestond uit fragiele deeltjes
De nieuwe meteorenzwerm die voor de nacht van 23 op 24 mei jl. werd voorspeld, viel erg tegen. Wetenschappers die het verloop van de zwerm hebben gevolgd, onder wie de Nederlands/Amerikaanse astronoom Peter Jenniskens, zijn tot de conclusie gekomen dat de deeltjes van komeet 209P/LINEAR – de bron van de meteoren – klaarblijkelijk uiteenvielen vóórdat ze een opvallend lichtspoor konden veroorzaken. Waarom dat gebeurde, is nog onduidelijk. Vermoed wordt dat kometendeeltjes simpelweg heel fragiel waren. Zó fragiel zelfs dat ze al verpulverden toen ze door de komeet werden uitgestoten. Een andere mogelijkheid is dat de deeltjes tijdens hun langdurige verblijf in de ruimte zijn gefragmenteerd. De wolk deeltjes waar de aarde in mei doorheen trok was immers al meer dan een eeuw geleden door de komeet uitgestoten. (EE)
Nieuwe meteorenzwerm bestond uit fragiele deeltjes

   
22 juli 2014 • Hubble brengt halo van reuzenstelsel in beeld
Het elliptische reuzenstelsel Centaurus A (ook bekend als NGC 5128) strekt zich over een veel groter gebied in de ruimte uit dan tot nu toe bekend was. De buitenste regionen van het sterrenstelsel - de zogeheten halo - zijn onderzocht met behulp van de Hubble Space Telescope. De halo blijkt niet alleen veel groter dan verwacht, maar ook langgerekt, met afmetingen van ca. 300.000 bij 450.000 lichtjaar. Ter vergelijking: de middellijn van ons eigen Melkwegstelsel is ongeveer 120.000 lichtjaar. Onderzoek aan de sterren in de halo van Centaurus A wijst ook uit dat ze relatief veel zware elementen bevatten. In de halo van ons eigen Melkwegstelsel komen vooral zeer oude sterren voor, die relatief arm zijn aan elementen zwaarder dan waterstof en helium. De nieuwe metingen, die deze week online gepubliceerd worden in The Astrophysical Journal, doen vermoeden dat de halo is ontstaan in de nasleep van de botsing van twee kleinere sterrenstelsels, die zijn samengesmolten tot Centaurus A. (GS)
Hubble traces the halo of a galaxy more accurately than ever before (origineel persbericht)

   
22 juli 2014 • Krabnevel op verjaardagsfoto van Chandra
NASA's Chandra X-ray Observatory, een kolossale ruimtetelescoop die röntgenstraling uit de kosmos bestudeert, viert deze week zijn vijftiende verjaardag. Chadra werd gelanceerd op 23 juli 1999 (enkele maanden later gevolgd door de Europese röntgentelescoop XMM-Newton). Ter gelegenheid van het derde lustrum heeft NASA enkele nieuwe röntgenfoto's gepubliceerd van supernovaresten - uitdijende gasschillen die de ruimte in geblazen zijn bij de terminale explosies van zware sterren. Op de röntgenfoto van het centrale deel van de Krabnevel (ontstaan bij een supernova-explosie in het jaar 1054) is de schijfvormige nevel van energierijke deeltjes te zien die weggeblazen wordt door de pulsar in het centrum van de nevel. Chandra is genoemd naar de Indiaas-Amerikaanse astrofysicus en Nobelprijswinnaar Subrahmanyan Chandrasekhar. Het ruimte-observatorium is nog steeds volledig operationeel. (GS)
Chandra X-ray Observatory Celebrates 15th Anniversary (origineel persbericht)

   
22 juli 2014 • Ontstaan van 'eerste generatie-ster' gesimuleerd
Dankzij het astrochemische softwarepakket KROME zijn Duitse en Deense onderzoekers erin geslaagd om het ontstaan van de oudst bekende ster in het Melkwegstelsel succesvol te simuleren. De ster, SMSS J031300.36-670839.3 geheten, bevat vrijwel geen zwaardere elementen dan waterstof en helium en moet tot de zogeheten 'eerste generatie-sterren' behoren. De oude ster bevat echter wel een bepaalde hoeveelheid koolstof, vermoedelijk door 'verontreiniging' met materiaal dat door de supernova-explosie van een andere, veel zwaardere ster de ruimte in is geblazen. Uit de computersimulaties, die gedetailleerd rekening houden met hydrodynamische gasbewegingen en met de scheikundige samenstelling van het gas, blijkt dat de aanwezigheid van kleine hoeveelheden koolstof er al toe kan leiden dat gaswolken snel afkoelen, waardoor ze gemakkelijker fragmenteren en aanleiding geven tot de vorming van lichte sterren, zoals SMSS J031300.36-670839.3. De resultaten van de computersimulaties zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. (GS)
Vakpublicatie over het onderzoek

   
21 juli 2014 • Gasplaneet ontdekt met 'jaar' van 704 dagen
In de waarnemingsgegevens van de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler is een exoplaneet ontdekt met een omlooptijd van 704 dagen - bijna twee jaar. Van alle planeten die ontdekt zijn via de zogeheten overgangsmethode is Kepler-421b de planeet met de langste omlooptijd. Ter vergelijking: de planeet Mars heeft een omloopperiode van 780 dagen. Net als andere exoplaneten die door Kepler zijn ontdekt, verraadt Kepler-421b zijn aanwezigheid doordat hij een klein beetje licht van zijn moederster onderschept wanneer hij - gezien vanaf de aarde - voor die ster langs beweegt. Door zijn lange omlooptijd zijn van Kepler-421b slechts twee van zulke overgangen waargenomen tijdens de periode dat Kepler actief was (2009-2013). Uit de grootte van het helderheidsdipje in de moederster (een oranje ster die kleiner en koeler is dan de zon) kon afgeleid worden dat het om een planeet gaat die qua afmetingen vergelijkbaar is met Uranus. De afstand tot de aarde bedraagt ongeveer 1000 lichtjaar. De planeet moet op een afstand van ca. 180 miljoen kilometer rond zijn ster bewegen. Dat is slechts twintig procent groter dan de afstand van de aarde tot de zon. Als gevolg van de lagere temperatuur van de moederster is de exoplaneet toch niet 'warmer' dan 90 graden onder nul. Gasvormige reuzenplaneten zoals Kepler-421b ontstaan volgens de gangbare theorie altijd op relatief grote afstand van hun moederster - buiten de zogeheten 'sneeuwgrens', waar lichte gassen zoals waterdamp, methaan en ammoniak gecondenseerd zijn in ijskristallen. In de afgelopen 20 jaar zijn ook veel gasreuzen ontdekt op zeer kleine afstand van hun moederster; algemeen wordt aangenomen dat die daar terecht zijn gekomen als gevolg van een migratieproces. De ontdekking van Kepler-421b, die gepubliceerd wordt in The Astrophysical Journal, maakt duidelijk dat er ook planetenstelsels bestaan waarin dat migratieproces niet heeft plaatsgevonden - evenmin als in ons eigen zonnestelsel. (GS)
Transiting Exoplanet with Longest Known Year (origineel persbericht)

   
20 juli 2014 • Meeste dwergstelsels bewegen in sterk afgeplatte schijven
Dwergsterrenstelsels bewegen niet altijd in willekeurig georiënteerde banen rond hun moederstelsel, zoals algemeen wordt aangenomen, maar bevinden zich vaak in een sterk afgeplatte schijf, waarbij ze een redelijk ordelijke snelheidsverdeling vertonen. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen, vandaag online gepubliceerd in Nature. Theorieën over de vorming van sterrenstelsels voorspellen dat elk groot stelsel omringd wordt door een uitgestrekte halo van kleine dwergstelsels. Hun banen zouden alle denkbare oriëntaties moeten vertonen. Sterrenkundigen hebben echter ontdekt dat de dwergstelsels rond ons eigen Melkwegstelsel en rond het nabijgelegen Andromedastelsel een veel ordelijker verdeling vertonen: ze bevinden zich voornamelijk in een grote, platte 'pannenkoek'. Tot nu toe werd aangenomen dat dit uitzonderingen op de regel zouden zijn. Een internationaal team van astronomen heeft nu echter waarnemingen van de Sloan Digital Sky Survey bestudeerd, en ontdekt dat er ook bij andere grote sterrenstelsels in ongeveer de helft van de gevallen sprake is van een geordende, schijfvormige verdeling van kleine dwergstelsels. Een bevredigende verklaring voor de ordelijke verdeling van dwergstelsels is er nog niet. Mogelijk is er sprake van een nog onbekend natuurkundig proces dat tijdens de vorming van grote sterrenstelsels een rol speelt. Sommige onderzoekers denken echter dat het tijd is voor een aanpassing van onze huidige theorieën over de zwaartekracht. (GS)
Mysterious dance of dwarfs may force a cosmic rethink (origineel persbericht)

   
17 juli 2014 • Planeetvorming laat sporen achter in sterspectrum
Een team van Braziliaanse en Amerikaanse astronomen heeft ontdekt dat de vorming van planeten subtiele sporen achterlaat in het spectrum van de ster waar ze omheen draaien. Daarnaast zijn bij het onderzoek sterke aanwijzingen gevonden dat de reuzenplaneet bij de ster 16 Cygni B (zoals verwacht) een grote rotsachtige kern heeft. De astronomen hebben met behulp van de Canada-France-Hawaii Telescope (CFHT) het licht van de dubbelster 16 Cygni A/B geanalyseerd. Dat is een perfect laboratorium voor exoplanetenonderzoek. De twee zonachtige sterren zijn namelijk tegelijkertijd geboren en lijken daardoor veel op elkaar. Er is eigenlijk maar één groot verschil: rond 16 Cygni B draait een reuzenplaneet die ruim twee keer zo zwaar is als Jupiter. Bij 16 Cygni A is geen planeet van dat kaliber te vinden. Door het licht van de beide sterren tot zijn samenstellende kleuren te ontleden, en naar de verschillen te kijken, hebben de astronomen ontdekt welke sporen de vorming van de zware planeet bij 16 Cygni B in het spectrum van zijn moederster heeft achtergelaten. Daarbij is gebleken dat ster B minder elementen zwaarder dan helium bevat dan ster A. Blijkbaar zijn bij de vorming van de reuzenplaneet veel zware elementen aan de protoplanetaire schijf rond de ster onttrokken. Als dat niet was gebeurd, zou dit materiaal uiteindelijk in de ster terecht zijn gekomen. Daarnaast vertoont 16 Cygni B een extra tekort aan ‘hittebestendige’ elementen zoals ijzer, aluminium en silicium. Daarmee is indirect aangetoond dat de reuzenplaneet die rond de ster cirkelt een forse rotsachtige kern heeft. Theoretisch wordt namelijk verwacht dat zo’n kern veel van die niet-vluchtige elementen bevat. (EE)
Fingerprinting the formation of giant planets

   
16 juli 2014 • Harde schokken maken heldere planetoïden donker
Tot voor kort gingen veel wetenschappers ervan uit dat de planetoïde die 65 miljoen jaar geleden insloeg op aarde, en het uitsterven van onder meer de dinosauriërs veroorzaakte, donker en koolstofrijk was. Dat zou betekenen dat het inslaande object tot een vrij zeldzame klasse van planetoïden behoorde. Nieuw onderzoek, waarvan de resultaten in het tijdschrift Icarus zijn gepubliceerd, laat echter zien dat dit niet zo hoeft te zijn. Uit onderzoek van een meteoriet die vorig jaar bij de Russische stad Tsjeljabinsk werd gevonden blijkt namelijk dat de schok die optreedt bij het uiteenspatten van een planetoïde tot verkleuring van helder siliciumhoudend materiaal kan leiden. De Tseljabinsk-meteoriet bevat zowel helder, ‘ongeschokt’ materiaal als donker, ‘geschokt’ materiaal. En de spectrale eigenschappen van dat donkere materiaal lijken sprekend op die van vermeend koolstofrijke planetoïden. Kortom: de schok van een explosie of inslag maakt heldere planetoïden donker. En dat betekent dat niet niet alle donkere planetoïden rijk zijn aan koolstof, zoals werd aangenomen. Deze ontdekking kan gevolgen hebben voor de risico’s van eventuele planetoïden die de aarde gevaarlijk dicht naderen en voor de selectie van planetoïden voor de winning van grondstoffen. Een object dat op grond van zijn kleur rijk lijkt te zijn aan koolstof en organische verbindingen kan in werkelijkheid een heel andere samenstelling hebben. (EE)
Russian Meteorite Sheds Light On Dinosaur Extinction Mystery

   
16 juli 2014 • Planetoïde Vesta heeft een bijzonder dikke korst
Gegevens van de ruimtesonde Dawn en computersimulaties hebben wetenschappers meer inzicht gegeven in de inwendige structuur van de grote planetoïde Vesta. De onderzoeksresultaten, die vandaag in Nature zijn gepubliceerd, roepen twijfels op over de bestaande modellen voor het ontstaan van rotsachtige planeten als de aarde. Met een middellijn van 500 kilometer is Vesta een van de grootste planetoïden van ons zonnestelsel. Net als andere planetoïden wordt zij gezien als een overblijfsel van het vormingsproces dat 4,5 miljard jaar geleden tot het ontstaan van de planeten heeft geleid. De gegevens van Dawn, die tussen juli 2011 en juli 2012 om Vesta cirkelde, laten zien dat de korst van deze planetoïde veel dikker moet zijn dan dertig kilometer, zoals werd verondersteld. Op het oppervlak van Vesta is namelijk geen olivijn aangetroffen – een mineraal dat prominent aanwezig is in de mantels van planeten. Dat betekent dat de twee grote inslagen waarbij de zuidpool van de planetoïde tot een diepte van tachtig kilometer werd ‘uitgegraven’ niet tot de olivijnrijke mantel zijn doorgedrongen. Als Vesta inderdaad minder mantelmateriaal en meer korstmateriaal bevat – dat laatste heeft een heel andere mineralogische samenstelling – dan waren de verhoudingen tussen de materialen waaruit deze planetoïde is gevormd wellicht heel anders dan tot nu toe werd aangenomen. En datzelfde geldt dan waarschijnlijk ook voor het oermateriaal waaruit de aarde en overige rotsachtige planeten van ons zonnestelsel zijn ontstaan. (EE)
Asteroid Vesta to Reshape Theories of Planet Formation

   
16 juli 2014 • Komeet was al vóór scheervlucht langs zon uitgeput
Een reconstructie door wetenschappers van het Max-Planck-Institut für Sonnensystemforschung laat zien dat de komeet die eind vorig jaar – onder grote belangstelling – langs de zon scheerde al uren vóór het moment suprême stopte met de uitstoot van stof. Dat blijkt uit gegevens die met een instrument van de ruimtesonde SOHO zijn verzameld. Op 28 november 2013 scheerde komeet ISON op een afstand van slechts 1,8 miljoen kilometer langs de zon. Even leek het erop dat hij de helse tocht had overleefd. Maar het vage overblijfsel van de komeet dat nog dagen na scheervlucht te zien was, loste uiteindelijk geheel op. Achteraf gezien lijkt het al in een vroeg stadium mis te zijn gegaan met de komeet. De SOHO-gegevens laten zien dat de komeet ongeveer 8,5 uur voordat de kleinste afstand tot de zon werd bereikt een forse hoeveelheid stof uitstootte. Daarna viel de stofproductie binnen enkele uren volkomen stil. Wat er precies is gebeurd en of de komeetkern op dat moment al volledig gedesintegreerd was, laat zich niet met zekerheid vaststellen. Maar berekeningen laten zien dat er in korte tijd ongeveer 11.500 ton stof aan de komeet ontsnapte. Dat betekent dat er op het moment van de scheervlucht al niet veel meer over kan zijn geweest van ‘ISON’. (EE)
Comet ISON’s final hours

   
15 juli 2014 • Grote hemelsurvey krijgt uitbreiding
De Sloan Digital Sky Survey (SDSS), een grote inventarisatie van honderdduizenden sterren en miljoenen sterrenstelsels die veertien jaar geleden van start ging, wordt uitgebreid. De 2,5-meter telescoop in New Mexico (VS) die tot nu toe is gebruikt, krijgt versterking van een 2,5-meter telescoop in het noorden van Chili. Daarmee heeft de SDSS voor het eerst een venster op het meest zuidelijke deel van de hemel. Door deze uitbreiding zullen er nog vele honderdduizenden nieuwe sterren en sterrenstelsels aan de toch al indrukwekkende SDSS-catalogus kunnen worden toegevoegd. De nieuwe telescoop heeft een beter zicht op het ‘dichtbevolkte’ centrum van onze Melkweg en kan voor het eerst ook de naburige Magelhaense Wolken in kaart brengen. De SDSS krijgt er niet alleen een telescoop bij, ook is het instrumentarium gemoderniseerd. Bij de nieuwe survey zullen behalve de kernen van andere sterrenstelsels nu ook de buitendelen worden bekeken. Dat moet meer inzicht geven in de levenscyclus van deze stelsels. En ten slotte zal ook de uitdijingsgeschiedenis van het heelal, vanaf ongeveer drie miljard jaar na de oerknal, nauwkeurig worden gemeten. Daarmee bestrijkt SDSS voor het eerst ook de periode waarin de geheimzinnige ‘donkere energie’ zijn invloed deed gelden en het heelal steeds sneller begon uit te dijen. (EE)
The Sloan Digital Sky Survey Expands Its Reach

   
15 juli 2014 • Voorstellen gevraagd voor instrumenten op Europa-missie
Nadat NASA in april 2014 al een oproep deed voor ideeën over een ruimtemissie naar de ijzige Jupitermaan Europa, heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie nu een Announcement of Opportunity gepubliceerd voor wetenschappelijke instrumenten aan boord van zo'n Europa-missie. Instituten, universiteiten, onderzoeksgroepen en ruimtevaartbedrijven kunnen tot 17 oktober met voorstellen voor wetenschappelijke instrumenten komen. Twintig projectvoorstellen krijgen in april 2015 ca. 25 miljoen dollar om een zogeheten fase A-studie te verrichten; op basis daarvan worden uiteindelijk acht instrumenten daadwerkelijk geselecteerd. Europa is een van de vier grote manen van de reuzenplaneet Jupiter (hij is iets kleiner dan onze eigen maan). Onder het stijf bevroren oppervlak gaat een diepe oceaan van vloeibaar water schuil, waarin mogelijk micro-organismen voorkomen. Onderzoek aan de Jupitermaan wordt gezien als een van de grootste wetenschappelijke prioriteiten van NASA. (GS)
NASA Seeks Proposals for Europa Mission Science Instruments (origineel persbericht)

   
15 juli 2014 • Verdeling donkere materie vertoont veel dichtheidspieken
Door precisiemetingen aan de morfologie van ruim vier miljoen ver verwijderde sterrenstelsels hebben astronomen een kaart kunnen samenstellen van de verdeling van donkere materie in het heelal. Donkere materie vertegenwoordigt naar schatting 80% van alle materie in het heelal; vermoedelijk gaat het om een onbekend type elementair deeltje. De zwaartekracht van donkere materie heeft een klein maar meetbaar effect op de beeldjes van verre sterrenstelsels: hun licht wordt enigszins afgebogen door de zogeheten microzwaartekrachtlenswerking. Met de 3,6-meter Canada-France-Hawaii Telescope op Mauna Kea, Hawaii, zijn opnamen gemaakt van een langgerekte strook aan de sterrenhemel met een oppervlakte van 170 vierkante graden, en van ruim vier miljoen sterrenstelsels in dit gebied zijn metingen verricht aan de minieme vervormingen als gevolg van microzwaartekrachtlenswerking. Op basis daarvan kon vervolgens een kaart worden samengesteld met de verdeling van donkere materie. Het hier afgebeelde gebied beslaat slechts 4 vierkante graden - 2,5% van de complete survey. Statisctisch onderzoek aan de dichtheidspieken in de verdeling van de donkere materie geeft hopelijk meer informatie over de evolutie van het heelal (m.n. het ontstaan van de groteschaalstructuur van clusters en superclusters) en de ware aard van de donkere materie. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Large number of Dark Matter peaks found using Gravitational Lensing (origineel persbericht)