28 augustus 2014 • Controverse omtrent afstand Pleiaden is beslecht
Astronomen hebben, met behulp van een wereldwijd netwerk van radiotelescopen, een einde gemaakt aan een vraagstuk waar al meer dan twintig jaar mee wordt geworsteld: hoe ver weg staan de Pleiaden? De nieuwe meting toont aan dat deze bekende sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier beduidend verder weg staat dan de resultaten van de Europese satelliet Hipparcos aangaven (Science, 29 augustus).  Tot de jaren ’90 van de vorige eeuw gingen astronomen ervan uit dat de Pleiaden ongeveer 430 lichtjaar van de aarde staan. Dat was echter niet meer dan een schatting, gebaseerd op de kleur en de helderheid van deze sterren. Toch kwam het als een verrassing dat de in 1989 gelanceerde ‘afstandsmeetsatelliet’ Hipparcos uitkwam op een afstand van slechts 390 lichtjaar.  Dat verschil van iets minder dan tien procent zou betekenen dat de Pleiaden aanzienlijk minder licht uitstralen dan vergelijkbaar jonge sterren. Waren de bestaande modellen voor de eigenschappen van sterren als deze aan herziening toe of was er misschien toch iets mis met de Hipparcos-meting?  Om die vraag te kunnen beantwoorden hebben Amerikaanse radioastronomen heel nauwkeurig de parallax van vijf van de Pleiaden gemeten. De parallax is de schijnbare verplaatsing van een object ten opzichte van een (ver) achtergrondobject als het vanuit verschillende posities wordt bekeken. In dit geval is gemeten hoe de vijf sterren zich vanaf de (om de zon draaiende) aarde gezien lijken te verplaatsen ten opzichte van de heldere kern van een sterrenstelsel op miljarden lichtjaren afstand.  De conclusie van de metingen, die verspreid over een periode van anderhalf jaar zijn gedaan, is dat de Pleiaden 443 lichtjaar van ons verwijderd zijn. Voor astrofysici is dat een hele opluchting: deze afstand zorgt ervoor dat de sterrenhoop weer keurig aan de bestaande stermodellen voldoet.  Rest alleen nog de vraag wat er mis is gegaan met de meting van Hipparcos. Die vraag is nu weer heel actueel, omdat de opvolger van Hipparcos – Gaia – op dit moment bezig is om de afstanden tot nog veel meer sterren te meten. En Gaia gebruikt daarbij ongeveer dezelfde techniek… (EE)
Controversy Settled Over Distance to Pleiades

   
28 augustus 2014 • Astronomen zijn getuige van botsing tussen verre planetoïden
Via de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer hebben astronomen een uitbarsting van stof rond een jonge ster waargenomen. Vermoed wordt dat de ‘stofexplosie’ het gevolg was van een botsing tussen grote planetoïden. Zulke botsingen kunnen uiteindelijk tot de vorming van rotsachtige planeten leiden (Science 29 augustus). Rotsachtige planeten, zoals onze eigen aarde, beginnen hun leven als stofrijk materiaal dat rond een jonge ster cirkelt. Dit materiaal klontert samen tot kilometers grote planetoïden die zo nu en dan met elkaar in botsing komen. Vaak verwoesten de planetoïden elkaar, maar soms versmelten ze tot een groter object. In de loop van ongeveer 100 miljoen jaar kan zo een planeet ontstaan. Het lijkt erop dat dit proces bij de ster NGC 2547-ID8, die op een afstand van 1200 lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Zeilen staat, in volle gang is. De pas 35 miljoen jaar oude ster, waarvan al bekend was dat hij omgeven is door stof, wordt sinds mei 2012 in de gaten gehouden door de Spitzer-satelliet. Helaas vond de spectaculaire verandering in de infraroodstraling van de ster plaats op een moment dat deze niet door Spitzer kon worden waargenomen, omdat onze zon in de weg stond. Pas toen de satelliet vijf maanden later weer naar NGC 2547-ID8 keek bleek dat zich een grote stofwolk had gevormd. Wel konden de astronomen naderhand het geleidelijke oplossen van de stofwolk volgen. (EE)
UA Astronomers Witness Asteroid Smashup

   
28 augustus 2014 • Zeldzame röntgenuitbarstingen op neutronensterren vestigen snelheidsrecord
Nieuw onderzoek van thermonucleaire röntgenuitbarstingen op neutronensterren heeft onthuld dat heel, heel soms een schil van de ster wordt weggeschoten met een snelheid die kan oplopen tot 30 procent van de lichtsnelheid. Dat is een record voor kernfusiereacties in het heelal. Dit zeer zeldzame fenomeen, ontdekt in de gegevens van veertig jaar röntgenwaarnemingen die minder dan een tiende van een seconde bestrijken, werpt nieuw licht op hoe thermonucleaire vlammen zich over het oppervlak van neutronensterren verspreiden. Een neutronenster is het overblijfsel van een ster die enkele malen zwaarder was als onze zon en, nadat hij zijn nucleaire brandstof had verbruikt, tijdens een supernova-explosie is ingestort. In ons Melkwegstelsel kennen we ongeveer honderd neutronensterren die regelmatig röntgenuitbarstingen vertonen. Zo’n ‘röntgenflits’ ontstaat wanneer de neutronenster een normale ster als begeleider heeft, die waterstof en/of helium vanuit zijn atmosfeer aan de neutronenster overdraagt. Het op de neutronenster opgehoopte gas ontsteekt in een thermonucleaire kettingreactie die resulteert in een minutenlange röntgenuitbarsting. Meestal geven deze röntgenuitbarstingen geen aanleiding tot explosies: de zwaartekracht is zo sterk dat de buitenste laag van de ster intact blijft. Alleen wanneer een uitbarsting sterk genoeg is (in 20% van alle gevallen), kan de druk van de straling de zwaartekracht overtreffen. In zo’n geval wordt de ‘atmosfeer’ van de ster eventjes opgetild, om vervolgens weer terug te vallen. Bij het nieuwe onderzoek, dat is uitgevoerd door Jean in 't Zand (SRON), Laurens Keek (Georgia Institute for Technology, Atlanta) en Yuri Cavecchi (UvA), zijn nu tussen tienduizend waargenomen uitbarstingen twee gevallen geïdentificeerd die zo krachtig waren dat een schil met enorme snelheid van de ster werd weggeblazen. De zeldzaam hoge snelheden die bij deze twee uitbarstingen zijn waargenomen, gingen gepaard met een snelle ontbranding van het gehele oppervlak van de neutronenster. Het hele proces duurt nog geen milliseconde. Hoe deze recordsnelle ‘ontsteking’ tot stand komt, is nog onduidelijk: de normale ontstekingsmechanismen voor thermonucleaire kettingreacties schieten tekort. (EE)
Volledig persbericht

   
27 augustus 2014 • Hubble ziet geboorte elliptisch sterrenstelsel
Astronomen hebben met de Hubble-ruimtetelescoop voor het eerst de vroege fase van stervorming gezien in de kern van een elliptisch sterrenstelsel op elf miljard lichtjaar van de aarde. De groeiende kern vlamt op door het licht van miljoenen pasgeboren sterren die in razend tempo worden gevormd. Het team, met onder anderen de Nederlandse astronomen Marijn Franx (Sterrewacht Leiden) en Pieter van Dokkum (Yale, VS), publiceert het onderzoeksresultaat op 28 augustus in Nature.  Elliptische sterrenstelsels zijn grote, gasarme verzamelingen van oudere sterren. De theorie voorspelt dat deze reusachtige stelsels van binnenuit worden gevormd, maar het bewijs daarvoor ontbrak tot nu toe.  Het onderzoeksteam heeft nu voor het eerst een compacte galactische kern-in-wording waargenomen. Het licht van het betreffende sterrenstelsel, dat de bijnaam ‘Sparky’ heeft gekregen, heeft er elf miljard lichtjaar over gedaan om ons te bereiken. We zien het stelsel dus zoals het er ongeveer drie miljard jaar na de oerknal uitzag.   Hoewel het ‘kleuterstelsel’ veel kleiner is dan onze Melkweg, bevat het zoveel jonge sterren dat het al twee keer zoveel ‘weegt’ als het onze. De astronomen verwachten dat het prille sterrenstelsel zal uitgroeien tot een elliptisch reuzenstelsel. (EE)
Volledig persbericht

   
27 augustus 2014 • Neutrino’s uit kern zon gedetecteerd
Met behulp van een van de gevoeligste neutrinodetectors op aarde heeft een internationaal team van wetenschappers voor het eerst de neutrino’s gedetecteerd die vrijkomen bij de fusiereacties in de kern van onze zon. Daarbij is vastgesteld dat deze deeltjes – zoals al werd verwacht – vrijkomen bij het samensmelten van twee protonen (Nature, 28 augustus). Dat is de eerste stap in de reactieketen die verantwoordelijk is voor ongeveer 99 procent van de energie die de zon produceert.  De neutrino’s die vrijkomen bij de fusiereacties in het hart van de zon stromen met bijna de snelheid van het licht de ruimte in. Per seconde wordt elke vierkante centimeter van het aardoppervlak getroffen door ruwweg honderd miljard van deze deeltjes. Neutrino’s gaan echter bijna geen interacties aan met materie, waardoor ze maar heel moeilijk te detecteren zijn.  Het moeilijkst detecteerbaar zijn neutrino’s die relatief weinig energie hebben, zoals die welke vrijkomen bij de proton-protonreactie. Deze laten zich namelijk moeilijk onderscheiden van de neutrino’s die vrijkomen bij natuurlijke radioactieve processen op aarde.  Om dat probleem te omzeilen hebben de wetenschappers gebruik gemaakt van de Borexino-detector, die diep onder het Italiaanse Apennijnengebergte ligt. Deze detecteert de schaarse interacties tussen neutrino’s met de elektronen in een extreem zuivere organische vloeistof. De detector, die zich in een bijna veertien meter grote bol van roestvrij staal bevindt, omringd door duizend ton water, wordt beschouwd als de meest stralingsvrije plek op aarde. (EE)
Detecting Neutrinos from the Heart of the Sun

   
27 augustus 2014 • Metingen onder oerknalomstandigheden bevestigen lithiumprobleem
Experimenten die in een ondergronds laboratorium in Italië zijn uitgevoerd, laten zien dat onder ‘oerknalomstandigheden’ behalve waterstof en helium ook kleine hoeveelheden van het element lithium worden gevormd. Kosmologen zullen daar niet van opkijken, want hun berekeningen hadden dat al ‘voorspeld’. Astrofysici blijven nu echter met een hardnekkige kwestie zitten… De elementen waterstof, helium en lithium zijn volgens de oerknaltheorie ontstaan toen het heelal nog maar enkele minuten oud was – ruimschoots vóór de vorming van de eerste sterren. Het ligt dus voor de hand dat de oudste sterren in bijvoorbeeld onze Melkweg de oorspronkelijke lithiumconcentratie vertonen. Alleen, dat doen ze niet: ongeveer de helft van het lithium is zoek. Nu de vroege vorming van lithium ook experimenteel is aangetoond, is deze kwestie alleen maar prangender geworden. De oplossing het lithiumprobleem moet blijkbaar niet bij de oerknal worden gezocht, maar bij de sterren. (EE)
Measurement at Big Bang Conditions Confirms Lithium Problem

   
27 augustus 2014 • Kiezelgrote deeltjes kunnen planeetvorming versnellen
Rotsachtige planeten zoals de aarde ontstaan door het samenklonteren van deeltjes kleiner dan zandkorreltjes. Dat is althans de theorie. Waarnemingen met de Green Bank-radiotelescoop hebben nu echter laten zien dat filamenten van gas in de omgeving van de bekende Orionnevel veel deeltjes bevatten die honderd tot duizend keer groter zijn. Astronomen denken dat deze linten van grof rotsachtig materiaal wel eens een belangrijke rol zouden kunnen spelen bij de vorming van planeten.  De filamenten zijn aangetroffen in het noordelijke deel van het grote stervormingsgebied op ongeveer 1500 lichtjaar van de aarde, waar de Orionnevel deel van uitmaakt. Ze vertonen talrijke verdichtingen, waar gas en stof op het punt staan om tot sterren samen te trekken. Aangenomen wordt dat dit gebied binnen een miljoen jaar in een nieuwe sterrenhoop zal zijn veranderd. De filamenten zijn ruwweg tien lichtjaar lang.  De deeltjes in de filamenten zijn niet veel groter dan een centimeter, maar dat is ongelooflijk groot voor zo’n jong stervormingsgebied. Onduidelijk is nog of de kiezelgrote deeltjes in de filamenten zelf zijn ontstaan of dat ze elders in de interstellaire ruimte zijn gevormd. (EE)
Orion Rocks! Pebble-Size Particles May Jump-Start Planet Formation

   
27 augustus 2014 • Meteoriet helpt klimaatgeschiedenis Mars te ontrafelen
De planeet Mars is nu een koude, droge woestijn. Maar hoe lang is dat al zo? Al heel lang, zo blijkt uit nieuw onderzoek door een internationaal team van wetenschappers (Nature Geoscience, 24 augustus).  De wetenschappers hebben een brokstuk van Mars onderzocht dat in 2011 werd gevonden in de Sahara. Deze meteoriet, ‘Black Beauty’ geheten, bevat zirkonen – een mineraal dat goed bestand is tegen verwering en extreme veranderingen in zijn omgeving, en zelfs informatie over dit soort gebeurtenissen kan opslaan.  Vorig jaar heeft hetzelfde team van wetenschappers al aangetoond dat de zirkonen in de meteoriet maar liefst 4,4 miljard jaar oud zijn. Dat betekent dat ze zijn gevormd toen Mars nog heel jong was. Op dat moment was de rode planeet veel warmer en natter dan nu.  Uit vervolgonderzoek is nu gebleken dat de grote klimaatverandering op Mars – van warm en nat naar koud en droog – op zijn laatst 1,7 miljard jaar geleden heeft plaatsgevonden. Die omslag heeft geresulteerd in een veranderende verhouding tussen de verschillende soorten zuurstofatomen (isotopen) die van nature op Mars voorkomen. En de zirkonen in Black Beauty hebben die verandering keurig vastgelegd. (EE)
Scientist uncovers Red Planet's climate history in unique meteorite

   
26 augustus 2014 • Verre botsende sterrenstelsels in beeld gebracht
Een internationaal team van astronomen heeft de beste opname ooit gemaakt van een botsing tussen twee sterrenstelsels die plaatsvond toen het heelal nog maar half zo oud was als nu. De opname is gemaakt met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) en andere telescopen op aarde en in de ruimte. Doordat een tussenliggend sterrenstelsel als ‘vergrootglas’ fungeert zijn op de opname details te zien die normaal gesproken onzichtbaar zouden zijn. De botsende sterrenstelsels vormen het vreemdsoortige object H-ATLAS J142935.3-002836, dat met de Europese infraroodsatelliet Herschel is ontdekt. Op zichtbare golflengten is het object moeilijk te zien, maar op infrarood- en millimetergolflengten is het heel helder. De gezamenlijke inspanningen van de Hubble-ruimtetelescoop, de Keck II-telescoop op Hawaï, de JVLA-radiotelescoop in de VS en de ALMA-(sub)millimetertelescoop in het noorden van Chili hebben voor het eerst een compleet beeld van het object opgeleverd. Het blijkt te bestaan uit twee botsende sterrenstelsels op ongeveer zeven miljard lichtjaar afstand waarvan het licht wordt afgebogen door de zwaartekracht van een spiraalstelsel dat er – vanaf de aarde gezien – precies vóór staat. Het resultaat van dit zogeheten zwaartekrachtslenseffect is een tot een ring vervormde afbeelding van de verre botsende sterrenstelsels die doorsneden wordt door het nabijere spiraalstelsel, dat we van opzij zien. Uit de ALMA-waarnemingen blijkt dat het ‘gelensde’ object inderdaad uit twee afzonderlijke stelsels bestaat. Door de botsing is het gas in deze stelsels zodanig in beroering gekomen dat er in hoog tempo nieuwe sterren ontstaan – honderden per jaar. (EE)
Beste beeld tot nu toe van twee botsende sterrenstelsels in het verre heelal

   
25 augustus 2014 • Ruimtesonde passeert Neptunusbaan
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons, die op 14 juli 2015 langs de dwergplaneet Pluto zal scheren, is de omloopbaan van Neptunus gepasseerd. Dat gebeurde precies 25 jaar nadat de ruimtesonde Voyager 2 een historische ontmoeting met de verre planeet had. New Horizons werd in januari 2006 gelanceerd en bevindt zich nu op 4,4 miljard kilometer van de aarde. Anders dan zijn vermaarde voorganger kan hij geen gedetailleerde foto’s van Neptunus maken, omdat de planeet zich in een heel ander deel van diens omloopbaan bevindt. Hierdoor is zijn afstand tot Neptunus momenteel bijna net zo groot als die tot de aarde. New Horizons heeft er acht jaar en acht maanden over gedaan om de Neptunusbaan te bereiken. Dat is een nieuw snelheidsrecord: Voyager 2 deed daar twaalf jaar over. Het afstandsrecord is voorlopig in handen van ruimtesonde Voyager 1, die inmiddels ongeveer 19 miljard kilometer van ons verwijderd is. (EE)
New Horizons Crosses Neptune's Orbit En Route to Pluto

   
25 augustus 2014 • Mogelijke landingsplaatsen op komeet geselecteerd
Op basis van gedetailleerde informatie die door de Europese ruimtesonde Rosetta is verzameld, hebben wetenschappers vijf locaties op de komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko geselecteerd waar medio november de landingsmodule Philae zou kunnen neerdalen. Bij het vinden van een landingsplek is enige haast geboden, omdat de komeet geleidelijk dichter bij de zon komt en opwarmt, wat de missie van Philae kan bemoeilijken. Het vinden van een geschikte landingsplek is een ingewikkeld proces, waarbij het beperkte navigatievermogen van Rosetta een belangrijke rol speelt. Waar Philae terechtkomt laat zich simpelweg niet exact voorspellen. Het is dus zaak om gebieden te vinden waar binnen een straal van enkele honderden meters geen grote rotsblokken, diepe kloven of steile hellingen te vinden zijn. Ook moet er ter plaatse genoeg zonlicht zijn om de accu’s van de lander te kunnen opladen. Drie van de vijf locaties die nu zijn uitgekozen liggen op de kleinste van de twee lobben waaruit komeet 67P bestaat, de beide andere op de grootste lob. De komende weken zal Rosetta de kandidaten nog nauwkeuriger onder de loep nemen. De definitieve landingsplek wordt pas medio oktober gekozen. (EE)
Rosetta: Landing site search narrows

   
21 augustus 2014 • Nieuwe 'wereldkaart' van Triton, 25 jaar na Voyager-passage
Vijfentwintig jaar na de historische scheervlucht van de Amerikaanse planeetverkenner Voyager 2 langs de verre planeet Neptunus en zijn grote ijsmaan Triton (op 25 augustus 1989) heeft NASA een nieuwe 'wereldkaart' van Triton gepubliceerd, gemaakt op basis van de oorspronkelijke Voyagerfoto's en -metingen. Bij het produceren van de kaart (grotendeels door Paul Schenk van het Lunar and Planetary Institute in Houston) zijn verbeterde technieken gebruikt voor het corrigeren van bewegingseffecten van Voyager, en is ook gebruik gemaakt van modernere beeldbewerkings- en kleurcorrectietechnieken. De kaart heeft een hoogste resolutie van 600 meter per pixel (in het deel waar de afstand van Voyager 2 het kleinst was). Het noordelijk halfrond van Triton is door Voyager 2 niet waargenomen. Op het oppervlak van Triton zijn merkwaardige stromingspatronen en stikstofgeisers ontdekt. Triton lijkt in veel opzichten op de verre dwergplaneet Pluto, die volgend jaar juli van dichtbij bestudeerd zal worden door de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. De productie van de nieuwe 'wereldkaart' van Triton kan dan ook als een 'vingeroefening' voor de scheervlucht langs Pluto worden beschouwd. (GS)
Voyager Map Details Neptune's Strange Moon Triton (originbeel persbericht)

   
21 augustus 2014 • Aanwijzingen gevonden voor extreem zware sterren in prille jeugd heelal
Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is een ster ontdekt met een bijzondere chemische samenstelling. De ster bevat vrijwel geen elementen zwaarder dan waterstof en helium, wat doet vermoeden dat hij in de vroege jeugd van het heelal is ontstaan, toen de interstellaire materie in het heelal nog nauwelijks 'verontreinigd' was door de kernfusieproducten van eerdere sterren. De kleine hoeveelheden zware elementen die in het spectrum van de ster (SDSS J0018-0939) zijn aangetroffen, moeten geproduceerd zijn bij kernfusiereacties in het binnenste van echte eerste-generatiesterren, die na een kort leven explodeerden als supernova. Het bijzondere aan SDSS J0018-0939 is dat de ster verhoudingsgewijs veel ijzer bevat. IJzer ontstaat alleen in zeer zware sterren in grote hoeveelheden. Uit onderzoek aan de relatieve verhoudingen van elementen als koolstof, stikstof en ijzer leiden Japanse en Amerikaanse sterrenkundigen nu af dat sommige eerste-generatiesterren in het heelal enkele honderden keren zo zwaar geweest moeten zijn als de zon. Zulke 'supersterren' zullen een belangrijke invloed hebben gehad op de allervroegste evolutie van het heelal. De zwarte gaten die gevormd worden wanneer extreem zware sterren exploderen, zouden mogelijk als 'kiemen' gediend kunnen hebben voor de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels. Toekomstige waarnemingen met grote, gevoelige telescopen zoals de Thirty Meter Telescope, die ook op Mauna Kea gebouwd gaat worden, zullen hopelijk meer sterren als SDSS J0018-0939 aan het licht brengen, zodat de conclusies over de eigenschappen van de eerste-generatiesterren betrouwbaarder worden. De resultaten van het onderzoek zijn op 22 augustus gepubliceerd in Science. (GS)
A Chemical Signature of First-Generation Very-Massive Stars (origineel persbericht)

   
20 augustus 2014 • LOFAR brengt laagfrequente radiostraling van Draaikolkstelsel in kaart
Met de International LOFAR Telescope (LOw-Frequency ARray) is de laagfrequente radiostraling van het Draaikolkstelsel in kaart gebracht. De waarnemingen, die gepubliceerd worden in Astronomy & Astrophysics, bieden informatie over de ruimtelijke verdeling van magnetische velden in het sterrenstelsel. Het Draaikolkstelsel (M51) is een groot spiraalstelsel op ca. 30 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Jachthonden. LOFAR, een groot netwerk van antennevelden in Noordwest-Europa, met het centrale deel in Drenthe, is een nieuw type radiotelescoop waarmee extreem laagfrequente kosmische radiostraling bestudeerd kan worden. Radiostraling in sterrenstelsels wordt (o.a.) geproduceerd door elektronen die spiraalvormige banen rond magnetische veldlijnen beschrijven. Door deze zogeheten synchrotronstraling te bestuderen kan informatie verkregen worden over de structuur van magnetische velden. De laagfrequente radiostraling die LOFAR bestudeert, wordt geproduceerd door iets minder energierijke elektronen, die zich gemakkelijker over grotere afstanden in het sterrenstelsel kunnen verplaatsen (de elektronen worden voornamelijk versneld in supernova-explosies, die voornamelijk in de spiraalarmen van sterrenstelsels optreden). Met LOFAR kunnen daardoor magnetische velden onderzocht worden op grotere afstanden van de spiraalarmen. Uit de LOFAR-waarnemingen van het Draaikolkstelsel blijkt dat er tot op 40.000 lichtjaar afstand van de kern van het stelsel nog synchrotronstraling in magnetische velden wordt opgewekt. Nooit eerder is een sterrenstelsel zo gedetailleerd bestudeerd op deze lage radiofrequenties (115-175 megahertz). (GS)
Swirling Electrons in the Whirlpool Galaxy (origineel persbericht)

   
19 augustus 2014 • Meteorieten gestolen uit Sonnenborgh
Bij een inbraak in Sonnenborgh Museum en Sterrenwacht in Utrecht in de nacht van 18 op 19 augustus zijn onder andere enkele meteorieten ontvreemd, waaronder de unieke Serooskerken (zie foto). Deze broze meteoriet viel in 1925 bij de Zeeuwse plaats Serooskerken, tegelijkertijd met een tweede fragment, de Ellemeet (ook genoemd naar de vindplaats); vaak worden beide fragmenten met de naam Ellemeet aangeduid. De ontvreemde meteoriet is uniek: er zijn slechts vijf Nederlandse meteorieten bekend; de Serooskerken en de Ellemeet zijn zo goed als zeker fragmenten van de planetoïde Vesta. (GS) Aanvulling: Diverse media berichtten op vrijdagochtend 22 augustus dat de meteoriet door Utrechtse tennissers is teruggevonden in de bosjes achter een tennisbaan.
Nederlandse meteorieten

   
17 augustus 2014 • M82 X-1 is echt een middelzwaar zwart gat
De hedere röntgenbron M82 X-1 in het nabijgelegen sterrenstelsel M82 (het Sigaarstelsel) is daadwerkelijk een 'middelzwaar' zwart gat, met een massa die een paar honderd keer zo groot is als de massa van de zon. Dat schrijven Amerikaanse sterrenkundigen vandaag in een online publicatie in Nature. In tegenstelling tot stellaire zwarte gaten (de overblijfselen van supernova-explosies, enkele keren zo zwaar als de zon) en superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels (miljoenen tot miljarden keren zo zwaar als de zon) zouden middelzware zwarte gaten enkele tientallen tot enkele honderden zonsmassa's wegen. Er zijn in de afgelopen decennia vele kandidaten ontdekt, maar tot nu toe was het nooit gelukt hun massa daadwerkelijk te bepalen. Sommige astronomen betwijfelden dan ook of middelzware zwarte gaten wel echt bestaan. Met NASA's (inmiddels niet meer operationele) Rossi X-ray Timing Explorer-kunstmaan zijn nu korte periodieke röntgenflitsen waargenomen in M82 X-1, met verschillende frequenties: 5,1 en 3,3 keer per seconde, precies in de verhouding 3:2. Zulke 'beat-frequenties', te vergelijken met overtonen in de muziekleer, zijn gerelateerd aan de rotatie van materiaal in de hete accretieschijf rond een zwart gat. Ze kunnen gebruikt worden om de massa van het zwarte gat af te leiden. De conclusie luidt dat M82 X-1 ruim vierhonderd keer zo zwaar is als de zon, en dus inderdaad een middelzwaar zwart gat moet zijn. Over het ontstaan van middelzware zwarte gaten is nog weinig bekend; mogelijk gaat het om de versmelting van verscheidene kleinere zwarte gaten. (GS)
Fascinating rhythm: light pulses illuminate a rare black hole (origineel persbericht)

   
15 augustus 2014 • Tumultueuze geschiedenis Novato-meteoriet achterhaald
Een team van meteorietdeskundigen onder leiding van de Nederlands-Amerikaanse expert Peter Jenniskens van het SETI-instituut heeft de tumultueuze historie achterhaald van de Novato-meteoriet, een grote ruimtesteen die op 17 oktober 2012 op het dak van een huis in Novato, Califonië terechtkwam. Uit onderzoek aan de baan van de meteoriet, op basis van opnamen van NASA's Cameras for Allsky Meteor Surveillance, en aan de samenstelling van de steen, is vast komen te staan dat de geschiedenis van het 'moederlichaam' van de meteoriet (een planetoïde) al teruggaat tot het moment waarop de maan ontstond, enkele tientallen miljoenen jaren na de vorming van het zonnestelsel. De botsing tussen de aarde en een andere protoplaneet, die aanleiding gaf tot de vorming van de maan, produceerde zoveel rondvliegend puin dat kleinere hemellichamen erdoor geraakt werden. Het moederlichaam van de Novato-meteoriet ondervond daardoor schokverhitting, waardoor de zwarte kleur ontstond. Ongeveer 470 miljoen jaar geleden, bij een andere botsing, brak het moederlichaam in kleinere fragmenten uiteen; mogelijk zijn alle zogeheten 'L6 gewone chondrieten' - een bepaald type meteorieten - terug te voeren op deze botsing. Circa 9 miljoen jaar geleden werd de Novato-meteoriet (aanvankelijk misschien nog steeds 'opgeslotenen' in een wat groter brokstuk) uit de planetoïdengordel geslingerd en kwam hij in een excentrischer baan terecht. Minder dan honderdduizend jaar geleden vond mogelijk opnieuw een botsing plaats; in elk geval is er toen opnieuw sprake geweest van verhitting. De resultaten van het onderzoek aan de Novato-meteoriet zijn gepubliceerd in Meteoritics and Planetary Science. (GS)
NASA, Partners Reveal California Meteorite's Rough and Tumble Journey (origineel persbericht)

   
15 augustus 2014 • Rosetta brengt oppervlaktedetails komeet 67P/C-G in beeld
Op een onlangs vrijgegeven opname van de kern van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, op 7 augustus gemaakt door de OSIRIS-camera van de Europese komeetverkenner Rosetta vanaf ca. 100 kilometer afstand, zijn opmerkelijke oppervlaktedetails zichtbaar, waaronder lineaire 'kliffen' in de 'kop' van de komeet (bovenaan de foto) en individuele rotsblokken op een gladdere ondergrond in de 'nek'. Het 'lichaam' van de ca. 4 kilometer grote komeetkern (onderaan) vertoont een afwisseling van ruwe en gladdere gebieden, met pieken en valleien. (GS)
As Seen by Rosetta: Comet Surface Variations (origineel persbericht)

   
15 augustus 2014 • Mysterieuze moleculen vertonen andere verdeling dan Melkwegstof
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Amina Helmi van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft voor het eerst de verdeling in kaart gebracht van mysterieuze moleculen in de interstellaire ruimte die verantwoordelijk zijn voor de zogeheten 'diffuse interstellaire banden' (DIBs) in het spectrum van sterren. Deze relatief brede absorptiebanden werden in 1922 ontdekt, maar tot nu toe is het niet gelukt om te achterhalen door welke moleculen ze veroorzaakt worden. Vermoedelijk gaat het om grote, complexe en mogelijk organische (koolstofhoudende) macromoleculen die vele honderden atomen bevatten. Met het RAVE-experiment (RAdial VElocity) - een spectroscoop op de UK Schmidt Telescope in Australië, zijn de spectra van enkele honderdduizenden sterren opgemeten, en op basis hiervan is de ruimtelijke verdeling van de DIB-producerende moleculen tot op ca. tienduizend lichtjaar afstand van de aarde in kaart gebracht. Die blijkt anders te zijn dan de verdeling van interstellaire stofdeeltjes - een eerste mogelijke aanwijzing in de oplossing van het DIB-mysterie. De resultaten zijn deze week gepubliceerd in Science. (GS)
New Milky Way Maps Help Solve Stubborn Interstellar Material Mystery (origineel persbericht)

   
14 augustus 2014 • Stardust@home vindt interstellaire stofdeeltjes
Dankzij de hulp van 'burgerwetenschappers' (citizen scientists) hebben astronomen voor het eerst microscopisch kleine stofdeeltjes in handen die afkomstig zijn uit de interstellaire ruimte, dus van buiten ons eigen zonnestelsel. De stofjes zijn gevonden in de stofcollectoren van de Amerikaanse komeetverkenner Stardust, die in 1999 werd gelanceerd, in 2004 door de coma (de ijle 'dampkring' van gas en stof) van komeet Wild 2 vloog, en in 2006 capsules met opgevangen stofjes op aarde afleverde. De snel bewegende stofdeeltjes lieten microscopisch dunne 'inslagsporen' achter in het aerogelmateriaal van de stofdetectoren. Via het citizen science-project Stardust@home hebben enkele tienduizenden vrijwilligers microscoop-opnamen van het aerogel bestudeerd om de sporen te vinden. Een van de twee detectoren van Stardust was zo gericht dat hij komeetstofjes moest opvangen; de andere was precies andersom georiënteerd, en zou mogelijkerwijs stofjes uit de interstellaire ruimte kunnen opvangen. In Science wordt deze week de ontdekking gepubliceerd van zeven van die interstellaire stofdeeltjes. Twee daarvan (Orion en Hylabrook gedoopt) zijn ontdekt door de 'Dusters' van Stardust@home. Zij vonden ook een derde spoor van een interstellair stofdeeltjes dat echter volledig is verdampt. De vier overige interstellaire stofdeeltjes zijn ontdekt door onderzoekers van het Naval Research Laboratory in het aluminium tussen de afzonderlijke aerogel-tegels. De interstellaire stofjes zijn buitengewoon poreus, en bevatten onder andere olivijnkristallen. Ze zijn mogelijk afkomstig uit de protoplanetaire schijf rond een andere ster dan de zon. Sommige stofjes blijken ook zwavel te bevatten. Nog lang niet alle aerogel-tegels van Stardust zijn onderzocht. De verwachting is dat er de komende tijd nog meer interstellaire stofdeeltjes gevonden zullen worden. (GS)
Grains Captured by Stardust Likely Interstellar Visitors (origineel persbericht)

   
14 augustus 2014 • Supernova 2014J veroorzaakt door versmeltende witte dwergen
Supernova 2014J, die op 21 januari van dit jaar explodeerde in het 'nabijgelegen' sterrenstelsel M82, op 12 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, ontstond waarschijnlijk door de botsing en versmelting van twee witte dwergsterren. Die conclusie trekken astronomen op basis van röntgenwaarnemingen die uitgevoerd zijn door NASA's ruimtetelescoop Chandra. SN2014J was een supernova van het zogeheten type Ia. Deze supernova's spelen een belangrijke rol in het achterhalen van de uitdijingsgeschiedenis van het heelal. Sterrenkundigen willen dan ook precies weten hoe ze ontstaan, maar daarover zijn de meningen verdeeld. Eén mogelijkheid is dat Ia-supernova's ontstaan wanneer een witte dwergster te veel materie van een begeleider opzuigt en daardoor boven een kritische massa komt. Als die verklaring zou kloppen, zou de exploderende ster echter omgeven worden door een materiewolk die na de explosie helder zou oplichten op röntgengolflengten. Met Chandra is echter geen röntgenstraling uit de omgeving van de supernova waargenomen. Dat doet volgens de onderzoekers vermoeden dat de explosie het gevolg was van de versmelting van twee witte dwergen - daarbij ontstaat geen omringende materiewolk. (GS)
NASA's Chandra Observatory Searches for Trigger of Nearby Supernova (origineel persbericht)

   
13 augustus 2014 • Bolhoop blijkt toch bejaard
De bolvormige sterrenhoop IC 4499 blijkt toch zo'n 12 miljard jaar oud te zijn - ongeveer even oud als het Melkwegstelsel. In de jaren negentig leken sommige metingen op een veel jongere leeftijd te wijzen, wat niet goed verklaard kon worden: algemeen wordt aangenomen dat bolvormige sterrenhopen tot de oudste objecten in het Melkwegstelsel behoren. Nieuwe waarnemingen en metingen die verricht zijn met de Hubble Space Telescope wijzen nu uit dat IC 4499 toch even 'bejaard' is als andere bolhopen in het Melkwegstelsel. Uit de Hubble-metingen volgt ook dat de sterren in IC 4499 allemaal dezelfde leeftijd hebben. De grootste en zwaarste bolvormige sterrenhopen in het Melkwegstelsel bevatten soms verscheidene generaties van sterren; in de kleinere en lichtere exemplaren zijn alle sterren altijd even oud. (GS)
Hubble Revisits a Globular Cluster’s Age (origineel persbericht)

   
13 augustus 2014 • Van der Waals-krachten houden planetoïde bijeen
Sommige poreuze planetoïden worden niet door de zwaartekracht bijeengehouden, maar door Van der Waals-krachten - cohesiekrachten op moleculair niveau tussen de afzonderlijke stof- en gruisdeeltjes waaruit het kleine 'hemellichaam' bestaat. Dat blijkt uit onderzoek van astronomen van de Universiteit van Tennessee aan de kleine planetoïde 1950 DA. Uit infraroodwaarnemingen blijkt dat de planetoïde geen 'vast' hemellichaam kan zijn, maar moet bestaan uit een losse verzameling deeltjes - een soort 'vliegende zandbak'. De planetoïde draait echter zo snel rond zijn as dat hij door de middelpuntvliedende kracht uit elkaar zou moeten vallen. Het kan niet anders of moleculaire Van der Waals-krachten spelen een rol bij het bijeenhouden van het materiaal. De ontdekking, die deze week gepubliceerd wordt in Nature, is van belang voor het ontwikkelen van methoden om in de toekomst planetoïden af te buigen die op een ramkoers met de aarde liggen. Sommige technieken, zoals het laten exploderen van een krachtige bom in de nabijheid van de planetoïde, lijken door de nieuwe ontdekking minder aantrekkelijk: het hemellichaam zou dan uiteen kunnen vallen in een aantal kleinere brokstukken, die stuk voor stuk nog steeds veel schade kunnen aanrichten. (GS)
UT Research Uncovers Forces that Hold Gravity-Defying Near-Earth Asteroid Together (origineel persbericht)

   
12 augustus 2014 • Cassini ziet wolkenvorming boven meren op Titan
De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft eind juli gezien hoe grote wolkencomplexen zich ontwikkelen boven Ligeia Mare, een van de methaanmeren nabij de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan. Eerder zijn al wolken waargenomen op het zuidelijk halfrond van Titan, toen het daar 'zomer' was (de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op Titan is ca. 180 graden onder nul). Inmiddels is op het zuidelijk halfrond de winter aangebroken, en wordt het op het noordelijk halfrond van Titan zomer; op basis van atmosferische modellen was dan ook verwacht dat er wolkenactiviteit op het noordelijk halfrond zou gaan optreden. Nog onduidelijk is of de nu gefotografeerde wolken inderdaad het begin van een noordelijk 'wolkenseizoen' markeren. Ook is onbekend of de wolken bij voorkeur boven de methaanmeren ontstaan, of dat ze ook boven het 'landoppervlak' van Titan voorkomen, waar ze veel minder gemakkelijk zijn waar te nemen. (GS)
Cassini Tracks Clouds Developing Over a Titan Sea (origineel persbericht)

   
12 augustus 2014 • NuSTAR ziet corona van zwart gat naar binnen gezogen worden
Met de Amerikaanse röntgentelescoop NuSTAR is een zeldzaam verschijnsel rond een superzwaar zwart gat waargenomen. Het gaat om het superzware zwarte gat (tien miljoen zonsmassa's) in de kern van het sterrenstelsel Mrk 335, op ruim 300 miljoen lichtjaar afstand. Een gebied in de directe omgeving van het snel roterende zwarte gat dat extreem energierijke röntgenstraling uitzendt, de zogeheten corona van het zwarte gat, is door nog onbekende oorzaak in de loop van enkele dagen 'naar binnen' gezogen, met als gevolg dat de röntgenstraling zich door de extreme zwaartekrachtswerking van het zwarte gat in de accretieschijf heeft opgehoopt - de afgeplatte schijf van materie die uiteindelijk het zwarte gat in gezogen zal worden. Wat zich in de omgeving van het superzware zwarte gat precies heeft afgespeeld is nog niet opgehelderd, maar doordat de accretieschijf nu 'verlicht' wordt door de röntgenstraling, zijn astronomen in staat het gebied nét buiten de 'horizon' van het zwarte gat te bestuderen. De opmerkelijke waarnemingen zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
NASA's NuSTAR Sees Rare Blurring of Black Hole Light (origineel persbericht)

   
12 augustus 2014 • Chemische vingerafdruk van kleinste aromatische molecuul bepaald
Een team van Leidse astronomen heeft de 'chemische vingerafdruk' van het kleinste aromatische molecuul bepaald. Volgens astrochemische modellen komt dit molecuul veel voor in het heelal, maar omdat het molecuul niet herkenbaar was, kon er niet gericht met telescopen naar worden gezocht. Na een decennialange zoektocht, is eindelijk het lichtspectrum in het laboratorium gemeten. Het molecuul is een belangrijk tussenproduct in een scala aan astrochemische reacties waarbij uiteindelijk moleculen worden gevormd die een rol spelen bij het ontstaan van leven. Het onderzoek is online gepubliceerd in The Astrophysical Journal Letters. Het molecuul waarvan het lichtspectrum in het laboratorium is bepaald heet Cyclopropenyl-ion. Het is het kleinste aromatische molecuul en bestaat uit een ring van drie koolstofatomen met ieder een waterstofatoom. Het geladen deeltje gaat gemakkelijk nieuwe verbindingen aan met andere atomen en moleculen en is daarom in de ruimte van belang bij tientallen chemische reacties. Omdat het absorptiespectrum nu gemeten is, kunnen astronomen onderzoeken waar en hoeveel van deze moleculen in kosmische gaswolken tussen en rondom sterren voorkomen. Postdoc Dongfeng Zhao, werkzaam in het laboratorium voor astrofysica van de Sterrewacht Leiden: "Er bestaan een paar belangrijke moleculen waarvoor het maar niet wil lukken om de chemische vingerafdruk te meten. Het Cyclopropenyl-ion mag nu van de lijst." Hiervoor moesten wel meerdere moeilijkheden worden opgelost. Zo moest het molecuul ter plekke in een plasma worden gemaakt. In zo'n plasma ontstaan vele verschillende deeltjes die moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het aantal moleculen is ook nog eens gering, waardoor bijzonder gevoelige metingen nodig zijn. Toch lukte het Zhao en masterstudente Kirstin Doney om het absorptiespectrum van het positief geladen Cyclopropenyl-ion te meten door twee superspiegels aan weerszijden van het plasma te plaatsen en een laserlichtbundel tienduizenden keren erdoor heen en weer te schieten. Wanneer zo’n molecuul in het plasma dan een beetje licht absorbeert, gaat de laserstraal minder vaak op en neer. Door vervolgens het aantal weerkaatsingen te meten voor elke kleur van de laserstraal kan het absorptiespectrum worden bepaald. Het Cyclopropenyl-ion duikt in veel astrochemische modellen op, maar tot nu toe was het niet mogelijk om er daadwerkelijk in de ruimte naar op zoek te gaan. Astronomen kunnen nu met infraroodtelescopen de aanwezigheid van het molecuul bevestigen. Professor Harold Linnartz van de Sterrewacht Leiden: "Dat zo'n belangrijke schakel nu in ons laboratorium het licht heeft gezien is een prachtig resultaat; een stukje van de universele puzzel is zichtbaar geworden. Aan anderen nu de uitdaging om het in de ruimte op de juiste plaats te leggen."
Origineel persbericht

   
11 augustus 2014 • Komeetonderzoek ALMA brengt vorming organische moleculen in beeld
Sommige organische (koolstofhoudende) verbindingen ontstaan in de ijle atmosferen van kometen, waarschijnlijk door afbraak van grotere organische stofdeeltjes. Dat blijkt uit gedetailleerde waarnemingen die verricht zijn met het ALMA-observatorium in Noord-Chili. ALMA bracht de atmosferen (de zogeheten coma's) van kometen ISON en Lemmon in beeld. Door 2D-afbeeldingen van de verdeling van bepaalde moleculen te combineren met spectroscopische metingen, kon een driedimensionaal beeld verkregen worden van de ruimtelijke verdeling van verschillende verbindingen, zoals HCN (waterstofcyanide), HNC (waterstofisocyanide) en H2CO (formaldehyde). De ALMA-metingen, verricht door een internationaal team van onderzoekers onder wie komeetdeskundigen van NASA's Goddard Space Flight Center, laten zien dat HCN gelijkmatig in alle richtingen van de komeetkern wegstroomt, zoals te verwachten is wanneer het onder invloed van zonnewarmte vrijkomt uit de bevroren kern. De verdeling van HNC en H2CO is echter veel minder regelmatig; ALMA onderscheidde duidelijke concentraties, waarvan de beweging in de loop van dagen en zelfs uren te volgen was. Dat doet vermoeden dat deze stoffen pas in de coma van de komeet ontstaan. De nieuwe waarnemingen zijn vandaag gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Ze zijn belangrijk voor een beter begrip van de wijze waarop organische moleculen op de pasgeboren aarde zijn terechtgekomen, en daar de basis hebben gevormd voor het ontstaan van leven. Veel van die moleculen zelf zullen de reis door de aardse dampkring niet eenvoudig overleven, maar als er in kometen grotere organische stofdeeltjes voorkomen, hebben die meer kans om intact op aarde aan te komen. (GS)
ALMA Confirms Comets Forge Organic Molecules in Their Dusty Atmospheres (origineel persbericht)

   
8 augustus 2014 • Spaanse telescoop bevestigt planeet rond reuzenster
Spaanse en Duitse astronomen hebben het bestaan bevestigd van een Jupiter-achtige planeet in een kleine, excentrische baan rond een rode reuzenster. Het is voor het eerst dat het bestaan van een exoplaneet bevestigd is via waarnemingen die verricht zijn op de Calar Alto-sterrenwacht in het zuidoosten van Spanje. Waarnemingen met de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler deden al vermoeden dat de reuzenster vergezeld werd door een planeet met een omlooptijd van 6,25 dagen. Er was echter geen zekerheid of het daadwerkelijk een planeet betrof; sommige teams waren van mening dat de Kepler-waarnemingen ook verklaard konden worden door een zogeheten eclipserende dubbelster die zich aan de hemel extreem dicht bij de reuzenster zou bevinden. De Calar Alto-waarnemingen van dopplerverschuivingen in het licht van de ster hebben aan die onzekerheid nu een eind gemaakt; de exoplaneet kreeg vervolgens de officiële aanduiding Kepler-91b. De planeet is negen procent zwaarder dan Jupiter, en bevindt zich zo dicht bij de ster dat die aan de hemel een hoek van 48 graden beslaat. Vermoedelijk is de dampkring van de planeet sterk verhit en enorm 'opgeblazen' door de intense straling van de rode reus. De astronomen denken dat Kepler-91b 'op het punt staat' om door de ster verzwolgen te worden. De waarnemingen zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics Letters. (GS)

   
8 augustus 2014 • Maanlicht stoort Perseïden-sterrenregen in de nacht van 12 op 13 augustus
In de nacht van dinsdag 12 op woensdag 13 augustus vindt het maximum plaats van de jaarlijkse meteorenzwerm de Perseïden. Door storend maanlicht zijn er tijdens het maximum rond 4.30 uur volgens Marc van der Sluys van hemel.waarnemen.com met het blote oog tot slechts 20 'vallende sterren’ per uur te zien. Op een maanloze, heldere nacht zouden dat er 85 zijn. De Perseïden zijn vernoemd naar het sterrenbeeld Perseus, waar de vallende sterren vandaan lijken te komen. Dit sterrenbeeld staat bij ons 's nachts hoog boven de noordoostelijke horizon. De meteorenzwerm bestaat uit achtergelaten puin van de komeet Swift-Tuttle. Doordat de aarde in haar baan om de zon door de puinwolk beweegt, zien wij deze meteorenzwerm ieder jaar rond dezelfde datum. Vallende sterren zijn lichtflitsen die af en toe aan de sterrenhemel verschijnen. De flitsen hebben echter niets met sterren te maken. Ze worden veroorzaakt door ruimtepuin, vaak niet groter dan een zandkorrel, dat circa 100 kilometer boven ons hoofd in de aardatmosfeer terecht komt. Door de hoge snelheden van het ruimtepuin worden de luchtmoleculen vóór zo’n gruisdeeltje gecomprimeerd, verhit en aan het gloeien gebracht, wat wij zien als een flitsje. De snelheden van de Perseïden zijn meestal meer dan 200.000 km/uur. De beste tijd om waar te nemen is rond 4.30 uur 's nachts, maar ook voor middernacht zijn er al meteoren te zien. Een nacht eerder en later zijn ook vallende sterren zichtbaar, maar dit zijn er ongeveer 15 per uur. Om de meteoren waar te nemen is geen speciale apparatuur nodig; het blote oog en een heldere hemel volstaan. De Perseïden kenmerken zich door hun helderheid en snelheid, en incidenteel nalichtende sporen. Veel van de lichtzwakkere meteoren zijn dit jaar echter niet te zien doordat de maan net vol is geweest en nog voor 90% is verlicht.
Origineel persbericht

   
8 augustus 2014 • ‘Eenzame’ supernova-explosies verklaard?
Britse astronomen hebben ontdekt dat de ‘eenzaamste’ supernova’s in het heelal waarschijnlijk ontstaan door botsingen tussen witte dwergsterren en neutronensterren. Deze botsingen treden op in dubbelsterren die uit hun sterrenstelsels zijn ontsnapt (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 8 augustus). Het Britse onderzoek draait om een bepaald type supernova dat zich onderscheidt door een opvallend hoog calciumgehalte. Deze explosies zijn niet zo helder en duren ook niet zo lang als ‘normale’ supernova’s. Daardoor laten ze zich minder gemakkelijk ontdekken en onderzoeken. Een bijzonder aspect van de calcium-rijke uitbarstingen is dat ze zich doorgaans afspelen op tienduizenden lichtjaren van het dichtstbijzijnde sterrenstelsel. De vraag is hoe ze daar terecht zijn gekomen. Om dat te onderzoeken hebben de astronomen met behulp van de Europese Very Large Telescope en de Hubble-ruimtetelescoop de restanten van enkele van deze objecten onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat bij deze bijzondere supernova-explosies geen zware sterren betrokken zijn. Dat betekent dat het om dubbelsterren moet gaan, omdat een enkelvoudige lichte ster niet van zichzelf supernova kan worden. Omdat andere opties afvielen, zijn de astronomen tot de conclusie gekomen dat het waargenomen gedrag van de calcium-rijke supernova’s het best verklaarbaar is als het gaat om compacte dubbelsterren, bestaande uit een witte dwergster en een neutronenster. Een neutronenster ontstaat wanneer een zware ster aan het eind van zijn leven een supernova-explosie ondergaat. Door de explosie kan de neutronenster met hoge snelheid uit zijn sterrenstelsel worden ‘geschopt’. En als de dubbelster deze schop overleeft, zullen de neutronenster en zijn begeleidende witte dwerg uiteindelijk naar elkaar toe spiralen en samensmelten. Met een tweede, minder hevige supernova-explosie tot gevolg. (EE)
White dwarfs crashing into neutron stars explain loneliest supernovae