27 mei 2016 • Rosetta’s komeet bevat bouwstenen van leven
De komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, die al bijna twee jaar gezelschap heeft van de Europese ruimtesonde Rosetta, bevat twee ingrediënten die cruciaal zijn voor levende organismen. Het gaat om het aminozuur glycine, dat aan de basis staat van veel eiwitten, en fosfor, een belangrijk bestanddeel van DNA en celmembranen (Science Advances, 27 mei). Aminozuren zijn organische verbindingen van koolstof, zuurstof, waterstof en stikstof. Glycine is het meest eenvoudige aminozuur, en teven het moeilijkst aantoonbare. Het is tot nu toe slechts in een tweetal buitenaardse objecten aangetoond: in deeltjes van de komeet Wild 2, die door de Amerikaanse ruimtesonde Stardust naar de aarde zijn gebracht, en in de Murchison-meteoriet. Helemaal onomstreden zijn die detecties echter niet: in beide gevallen zou de glycine van aardse oorsprong kunnen zijn. Daarmee is de detectie van glycine in (de stofrijke atmosfeer of coma van) komeet 67P de eerste waar geen twijfel over bestaat. Naast glycine zijn ook enkele andere organische moleculen opgespoord die als ‘voorlopers’ van glycine worden beschouwd. Glycine is het enige aminozuur dat geen vloeibaar water nodig heeft om zich te kunnen vormen. Wetenschappers nemen aan dat de gedetecteerde glycine oorspronkelijk is ontstaan in ijzige interstellaire stofdeeltjes of door de inwerking van ultraviolette straling op ijs, en pas later in komeet 67P is terechtgekomen. (EE)
Meer informatie:
Rosetta’s comet contains ingredients for life

   
27 mei 2016 • Ruimtesonde Juno bereikt gravitationele mijlpaal
Sinds zijn lancering, vijf jaar geleden, ondervond de Amerikaanse ruimtesonde Juno de sterkste zwaartekrachtsaantrekking van afwisselend de aarde en de zon. Maar daar is nu verandering in gekomen: vanaf nu oefent zijn eindbestemming – de planeet Jupiter – de meeste aantrekkingskracht op hem uit. Juno werd op 5 augustus 2011 gelanceerd en zal op 4 juli aanstaande in een omloopbaan om Jupiter worden gebracht. Vanaf dat moment zal hij 37 keer om de reuzenplaneet cirkelen, waarbij hij diens wolkentoppen tot op 5000 kilometer nadert. Tijdens die scheervluchten zal Juno het dichte wolkendek en de poollichten van Jupiter onderzoeken. (EE)
Meer informatie:
NASA's Juno Spacecraft Crosses Jupiter/Sun Gravitational Boundary

   
26 mei 2016 • Verre exoplaneet zou best eens leefbaar kunnen zijn
Volgens Amerikaanse astronomen is er een goede kans dat de in 2013 ontdekte exoplaneet Kepler-62f ‘leefbaar’ is, dat wil zeggen: vloeibaar water op zijn oppervlak heeft. Dat blijkt uit computersimulaties waarbij diverse combinaties van atmosferische samenstelling en baanvorm voor de planeet zijn doorgerekend. Kepler-62f draait, samen met vier andere planeten, om een 1200 lichtjaar verre ster in het sterrenbeeld Lier. Het enige wat we met zekerheid over de planeet kunnen zeggen, is dat hij ongeveer 40 procent groter is dan de aarde en in 267 dagen om zijn ster draait. Maar wat de vorm van zijn omloopbaan is en welke samenstelling zijn (eventuele!) atmosfeer heeft, is onduidelijk. Uit de computersimulaties blijkt echter dat er tal van atmosferische samenstellingen denkbaar zijn die de planeet warm genoeg zouden maken om water over zijn oppervlak te laten stromen. De belangrijkste voorwaarde is dat die atmosfeer minstens zoveel koolstofdioxide bevat als de aardatmosfeer. Anders blijft al het water op de planeet hoe dan ook bevroren. Het ‘leefbaarst’ zou Kepler-62f zijn wanneer de dichtheid van zijn atmosfeer drie tot vijf keer zo groot is als die van de aardatmosfeer en volledig uit koolstofdioxide bestaat. Ook met minder kan de planeet toe, maar dan moet zijn baan hem wel regelmatig dichter bij zijn moederster brengen. (EE)
Meer informatie:
A planet 1,200 light-years away is a good prospect for a habitable world

   
26 mei 2016 • IJstijd laat sporen achter aan noordpool van Mars
Met behulp van radargegevens verzameld door de Mars Reconnaissance Orbiter heeft een team van Amerikaanse wetenschappers ontdekt dat de laatste ijstijd op Mars duidelijke sporen heeft achtergelaten in het ijs van de noordelijke poolkap (Science, 26 mei). De ijstijden op Mars ontstaan door dezelfde processen die verantwoordelijk zijn voor de quasi-periodieke klimaatveranderingen op aarde: variaties in de omloopbaan en de stand van de rotatie-as van de planeet. De radargegevens laten zien dat het ijs in de bovenste paar honderd meter van de poolkappen van Mars in versneld tempo aangroeit. Sinds het einde van de laatste ijstijd, ongeveer 370.000 jaar geleden, is er 87.000 kubieke kilometer ijs bij gekomen – voornamelijk aan de noordpool. Als je deze hoeveelheid over de hele planeet verdeelt, komt dat neer op een laag van ongeveer 60 centimeter dik. Dat klinkt tegenstrijdig: je zou verwachten dat na een ijstijd de hoeveelheid ijs rond de polen juist afneemt. Maar de lange klimaatcycli op Mars hebben een ander verloop dan die op aarde. Waar de stand van de rotatie-as van de aarde op tijdschalen van honderdduizenden tot miljoenen jaren slechts enkele graden varieert, kan Mars tientallen graden kantelen. Dat heeft grote gevolgen voor de verdeling van het ijs op de planeet. Tijdens een ijstijd zijn de polen van Mars relatief warm, waardoor het daar aanwezige ijs begint te sublimeren (‘verdampen’). Deze waterdamp komt in de atmosfeer terecht en slaat elders op de planeet – ver van de polen – weer neer in de vorm van ijs en sneeuw. Wat nu op Mars wordt waargenomen, is het omgekeerde proces. Doordat de polen weer kouder zijn geworden, zet zich daar nu veel ijs af. (EE)
Meer informatie:
SwRI scientists discover evidence of ice age at martian north pole

   
26 mei 2016 • Reuzenplaneet ontdekt bij zeer jonge ster
Amerikaanse astronomen hebben een reuzenplaneet ontdekt die op geringe afstand om een ster cirkelt. Deze ster is zo jong dat hij nog omgeven is door een schijf van gas en stof – het restant van de gaswolk waaruit hij is ontstaan. Decennialang zijn astronomen ervan uitgegaan dat de vorming van een Jupiter-achtige planeet minimaal tien miljoen jaar in beslag neemt. Daar zijn de laatste jaren echter steeds meer twijfel over ontstaan. De nu ontdekte planeet – CI Tau b – heeft minstens acht keer zoveel massa als Jupiter en draait om een ster op 450 lichtjaar van de aarde die niet veel ouder kan zijn dan twee miljoen jaar. Het lijkt er dus op dat de vorming van zo’n kolossale planeet helemaal niet lang hoeft te duren.De ster CI Tau maakt deel uit van een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Stier. De astronomen hebben in datzelfde stervormingsgebied nog meer jonge sterren onderzocht, en daarbij zijn aanwijzingen gevonden dat hier nog meer jonge reuzenplaneten te vinden zijn. (EE)
Meer informatie:
Astronomers find giant planet around very young star

   
26 mei 2016 • Atmosferen staan leefbaarheid van 'aardse' planeten in de weg
Nieuw onderzoek wijst erop dat minder exoplaneten leefbaar zijn dan veelal wordt aangenomen, omdat hun atmosferen hen te heet houden (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society). Bij de speurtocht naar planeten waarop leven mogelijk kan zijn, zoeken wetenschappers vooral naar planeten in de zogeheten ‘leefbare’ zone van een ster – de gordel rond de ster waarbinnen de temperaturen op het oppervlak van een planeet zo gematigd kunnen zijn dat er vloeibaar water kan bestaan. Daarbij wordt dan vooral gedacht aan planeten die om sterren draaien die sterke overeenkomsten vertonen met onze zon. Maar de laatste tijd zijn ook diverse leefbare planeten ontdekt bij sterren die veel kleiner, koeler en vooral talrijker zijn: zogeheten rode dwergen. Tot nu toe werd aangenomen dat planeten van het formaat aarde die zich op de juiste afstand van zo’n rode dwerg bevinden, bijna ‘vanzelf’ leefbaar worden. Weliswaar zouden ze na hun ontstaan gehuld zijn in een dichte atmosfeer van waterstof en helium, die de temperatuur aan het oppervlak ondraaglijk hoog maakt, maar dat zou slechts tijdelijk zijn. De hevige uitbarstingen van ultraviolette en röntgenstraling die door rode dwergsterren worden geproduceerd, zouden deze verstikkende atmosfeer geleidelijk doen verdampen. Het nieuwe onderzoek geeft echter aan dat dit niet zo is. De gedetailleerde computersimulaties laten zien dat planeten die ongeveer net zoveel massa hebben als de aarde (of méér) in staat zijn om die verstikkende dampkring van waterstof en helium vast te houden. Alleen aanzienlijk kleinere, lichtere planeten van het kaliber Mars kunnen uiteindelijk met een leefbare atmosfeer achterblijven. (EE)
Meer informatie:
Number of habitable planets could be limited by stifling atmospheres

   
25 mei 2016 • Superzware zwarte gaten veroorzaken ‘galactische opwarming’
Astronomen hebben een verklaring gevonden voor de mysterieuze galactische opwarming waar veel sterrenstelsels mee te kampen hebben. Deze opwarming zorgt ervoor dat de stelsels, die ‘rode geisers’ worden genoemd, geen nieuwe sterren kunnen produceren. Het vermoeden bestond al dat de sleutel tot de verklaring gezocht moest worden bij de superzware zwarte gaten die in de kernen van bijna alle sterrenstelsels te vinden zijn. En nieuwe waarnemingen van het rode geiserstelsel Akira, waarvan de resultaten vandaag in Nature zijn gepubliceerd, lijken dat vermoeden te bevestigen. Akira wordt begeleid door een normaal sterrenstelsel, dat Tetsuo is gedoopt. (Beide stelsels zijn vernoemd naar personages uit een Japanse mangastrip.) Uit de waarnemingen blijkt dat Akira gas aan Tetsuo onttrekt, en die gasstroom voorziet het centrale zwarte gat van Akira van brandstof. In reactie hierop produceert het zwarte gat een krachtige ’sterrenwind’ die ervoor zorgt dat het gas in Akira zo heet blijft dat daaruit geen nieuwe sterren kunnen ontstaan. Voor stervorming is nu eenmaal koel gas nodig. De aanduiding ‘rode geisers’ verwijst naar het feit dat de uitbarstingen van sterrenwind aan die van vulkanische geisers doen denken, en naar het gegeven dat het onvermogen om nieuwe sterren te vormen er uiteindelijk toe leidt dat een sterrenstelsel met uitsluitend oude, rode sterren achterblijft. (EE)
Meer informatie:
Supermassive Black Holes Cause Galactic Warming

   
25 mei 2016 • Barsten in ijsmanen veroorzaakt door passerende hemellichamen?
Modelberekeningen door wetenschappers van de universiteit van Rochester bieden een mogelijke verklaring voor het ontstaan van de grote barsten die ijsmanen, zoals de Plutomaan Charon, vertonen. Tot nu toe werd het ontstaan ervan toegeschreven aan geodynamische processen, zoals platentektoniek, maar volgens de wetenschappers zouden de barsten ook het gevolg kunnen zijn van ontmoetingen met andere hemellichamen. Het nieuwe computermodel laat zien dat de aantrekkingskracht van een vergelijkbaar hemellichaam dat op geringe afstand passeert, sterk genoeg is om barsten te veroorzaken in het oppervlak van zulke ijsmanen. Theoretisch zou zelfs de grote kloof Valles Marineres op Mars bij zo’n ontmoeting kunnen zijn ontstaan. (EE)
Meer informatie:
Close encounters of a tidal kind could lead to cracks on icy moons

   
25 mei 2016 • Verre cluster-in-wording opgespoord
Astronomen hebben, in de richting van het sterrenbeeld Boötes, een cluster van jonge sterrenstelsels opgespoord die 12 miljard lichtjaar verwijderd is van de aarde. De galactische samenscholing, die al bestond toen het heelal pas 1,7 miljard jaar oud was, is een van de grootste structuren die op deze afstand is ontdekt. Volgens de astronomen gaat het waarschijnlijk op een protocluster: een cluster die nog niet zijn volle omvang heeft bereikt. Uiteindelijk zal de verzameling jonge sterrenstelsels uiteindelijk uitgroeien tot een cluster die qua omvang vergelijkbaar is met de nabije Coma-cluster. Clusters van dat kaliber zijn heel schaars. Onder invloed van de zwaartekracht organiseert de materie in het heelal zich in grote structuren. De meeste sterren maken deel uit van sterrenstelsels, die op hun beurt clusters vormen. Het ontstaansproces van deze clusters wordt nog niet goed begrepen, en het opsporen en onderzoeken van jonge proto-clusters moet daar verandering in brengen. (EE)
Meer informatie:
A Young Mammoth Cluster of Galaxies Sighted in the Early Universe

   
25 mei 2016 • ‘Webcam’ van Marssonde gaat professioneel onderzoek doen
De ‘webcam’ aan boord van de Europese ruimtesonde Mars Express zal worden ingezet voor professioneel wetenschappelijk onderzoek. Oorspronkelijk was de webcam, die slechts een geringe beeldresolutie heeft, alleen bedoeld om het loskoppelen van de (verloren gegane) Marslander Beagle 2 visueel te kunnen bevestigen. Later is de camera ook ingezet voor voor educatieve doeleinden en burgerwetenschapsprojecten. Anders dan de ‘echte’ camera’s aan boord van de Mars Express heeft de webcam een groot beeldveld. Dat maakt het mogelijk om overzichtsfoto’s te maken van Mars – iets waartoe verder alleen de Indiase Marssonde Mangalyaan toe in staat is. De afgelopen jaren hebben ‘amateurs’ beeldbewerkingssoftware ontwikkeld die de kwaliteit van de webcambeelden aanzienlijk verbeteren. Sommigen van hen hebben de beelden zelfs gebruikt om de ijle wolken in de Marsatmosfeer te onderzoeken. Daarbij kunnen ze gebruik maken van webcambeelden die automatisch naar een Flickr-pagina worden geüploadet. Daarop voortbordurend heeft ESA, in samenwerking met wetenschappers van de universiteit van Baskenland, nog geavanceerdere software ontwikkeld. Daarmee kan het atmosfeeronderzoek met de webcam naar een nog hoger plan worden getild. Vanaf nu zullen professionele wetenschappers Mars Express kunnen inzetten om het ontstaan van bewolking en stofstormen op Mars te volgen. (EE)
Meer informatie:
Mars Webcam goes pro

   
25 mei 2016 • Contract voor bouw Europese reuzentelescoop getekend
Vandaag (25 mei) zijn in het ESO-hoofdkwartier in Garching bei München (Duitsland) de handtekeningen gezet onder het megacontract voor de bouw van de nieuwe toekomstige Europese reuzentelescoop E-ELT. Het contract – het grootste in de geschiedenis van de astronomie op vaste grond – is gegund aan een consortium van Italiaanse bedrijven. Bij deze gelegenheid is tevens een nieuw gedetailleerd bouwontwerp van de telescoop gepresenteerd. De E-ELT zal, met zijn 39 meter grote hoofdspiegel, de grootste optische telescoop ter wereld worden. Hij wordt gebouwd in het noorden van Chili, op een locatie die al bouwrijp is gemaakt. Het vandaag ondertekende contract behelst de constructie van de koepel en de telescoopstructuur (de ‘buis’ waarin de spiegel is opgehangen). Aan de bouw van de beide cruciale onderdelen hangt een prijskaartje van ongeveer 400 miljoen euro. Maar dan heb je ook wat: een koepel met een middellijn van 85 meter en een hoogte van 80 meter – ruwweg vergelijkbaar met de Amsterdam Arena. Dit draaibare gevaarte heeft van zichzelf een gewicht van 5000 ton, en daar komt dan ook nog de 3000 ton van de telescoopbuis en -ophanging bij. De E-ELT wordt gebouwd op Cerro Armazones, een 3000 meter hoge piek op ongeveer twintig kilometer van de ESO-sterrenwacht op Paranal. De toegangsweg en het afvlakken van de top zijn al voltooid en naar verwachting zullen de werkzaamheden aan de koepel ter plaatse in 2017 beginnen. (EE)
Meer informatie:
ESO-persbericht

   
24 mei 2016 • Mogelijk 'kiemen' ontdekt van superzware zwarte gaten
Italiaanse onderzoekers hebben mogelijk de 'kiemen' ontdekt van superzware zwarte gaten in de jeugd van het heelal. Zulke zwarte gaten - met massa's van miljoenen of soms zelfs miljarden zonsmassa's - blijken voor te komen in de kernen van vrijwel alle sterrenstelsels. Merkwaardig genoeg zijn ze ook al aangetroffen in de kernen van sterrenstelsels op vele miljarden lichtjaren afstand, waar astronomen terugkijken in de tijd tot kort na de oerknal. Dat betekent dat de zwarte gaten in de prille jeugd van het heelal al een onvoorstelbaar grote massa gehad moeten hebben. Er zijn twee theorieën om dat te verklaren. Volgens de ene theorie zijn superzware zwarte gaten ontstaan door de cumulatieve versmelting van 'stellaire' zwarte gaten - de restanten van zware sterren die hun leven beëindigen in een supernova-explosie. Het probleem daarbij is dat die groei dan wel extreem snel moet hebben plaatsgevonden. Volgens de andere theorie groeien superzware zwarte gaten in een rustiger tempo, en waren ze bij hun geboorte al heel zwaar: ze zouden ontstaan zijn door de ineenstorting van gigantisch grote gaswolken in de jeugd van het heelal. Waarnemingen van de ruimtetelescopen Hubble, Chandra en Spitzer lijken die tweede theorie nu te ondersteunen. Op bijna 13 miljard lichtjaar afstand (overeenkomend met een terugkijktijd tot minder dan één miljard jaar na de oerknal) zijn twee objecten waargenomen die mogelijk de 'kiemen' van superzware zwarte gaten vormen, met massa's van zo'n 100.000 zonsmassa's. De waargenomen eigenschappen van de twee objecten kunnen volgens de Italiaanse onderzoekers het best verklaard worden door aan te nemen dat hier sprake is van de snelle samentrekking (onder invloed van de zwaartekracht) van een grote gaswolk tot een superzwaar zwart gat. De ontdekking is gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
Hubble finds clues to the birth of supermassive black holes (origineel persbericht)

   
24 mei 2016 • Bestaat donkere materie uit 'oer-zwartegaten'?
Volgens astrofysicus Alexander Kashlinsky van NASA's Goddard Space Flight Center bestaat de donkere materie in het heelal uit zwarte gaten die tijdens de oerknal al zijn ontstaan. Volgens sommige theorieën konden er tijdens de geboorte van het heelal kleine 'oer-zwartegaten' gevormd worden, die vervolgens een belangrijke rol speelden bij de evolutie van de groteschaalstructuur van de kosmos en de geboorte van sterrenstelsels. In een artikel in Astrophysical Journal Letters oppert Kashlinksy nu dat zulke oergaten relatief zwaar geweest kunnen zijn: enkele tientallen malen zo zwaar als de zon. Een groot aantal van dergelijke objecten in de jeugd van het heelal zou een verklaring kunnen vormen voor de onregelmatige helderheidsverdeling van de kosmische infrarood-achtergrondstraling en de kosmische röntgenachtergrondstraling. Beide vormen van achtergrondstraling vertonen een vergelijkbare (en ogenschijnlijk onderling samenhangende) helderheidsverdeling, die met andere objecten zoals sterren slecht verklaarbaar is. De botsing van twee zwarte gaten met massa's van 29 en 36 zonsmassa's, waarvan het Amerikaanse LIGO-observatorium vorig jaar zwaartekrachtgolven detecteerde, zou dan de versmelting van twee van zulke oergaten geweest kunnen zijn; de twee zwarte gaten waren zwaarder dan je zou verwachten wanneer ze ontstaan zouden zijn bij supernova-explosies. (GS)
Meer informatie:
NASA Scientist Suggests Possible Link Between Primordial Black Holes and Dark Matter (origineel persbericht)

   
24 mei 2016 • MeerKAT-telescoop levert eerste resultaten
Met het in aanbouw zijnde MeerKAT-radio-observatorium in de Karoo-woestijn in Zuid-Afrika zijn nooit eerder waargenomen radiostelsels ontdekt - verre sterrenstelsels die veel radiostraling uitzenden. MeerKAT moet gaan bestaan uit 64 schotelantennes van 13,5 meter in middellijn, verspreid over een gebied van 8 kilometer. Inmiddels is het observatorium voor ongeveer één derde compleet; de testwaarnemingen, op 14 mei 2016, zijn verricht met slechts vier schotels. In een klein gebiedje van de sterrenhemel (minder dan een honderdste procent van de totale hemel) werden al meer dan vijftig voorheen onbekende radiostelsels ontdekt. In de toekomst gaat MeerKAT deel uitmaken van het Zuid-Afrikaanse deel van de Square Kilometer Array (SKA); het totale aantal schotels komt dan rond de 200 te liggen. (GS)
Meer informatie:
MeerKAT Radio Telescope Produces Its First Remarkable Image (origineel persbericht)

   
23 mei 2016 • Carbonaten in Huygens-krater bevestigen nat verleden van Mars
Met de CRISM-spectrograaf van de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter zijn ijzer- en calciumhoudende carbonaten ontdekt in het 450 kilometer grote Huygens-inslagbekken op Mars. De carbonaten en kleiverbindingen hebben leeftijden van ca. 3,8 miljard jaar. Ze moeten lang geleden zijn ontstaan bij reacties van kooldioxide (in de dampkring van de planeet) en vloeibaar water aan het oppervlak. Inmiddels zijn de carbonaten bedekt door kilometers dikke lagen lava en afzettingsgesteenten, maar in sommige diepe kraters in het Huygens-bekken zijn de oude gesteentelagen weer bloot komen te liggen. De ontdekking (door onderzoekers van het Georgia Institute of Technology en het SETI Institute) is een nieuwe bevestiging van de theorie dat Mars lang geleden een warmere en nattere planeet was, waarop mogelijk micro-organismen konden leven. De resultaten zijn gebubliceerd in Journal of Geophysical Research. (GS)
Meer informatie:
Potential Habitats for Early Life on Mars (origineel persbericht)

   
23 mei 2016 • Jonge kraters gevonden nabij zuidpool van de maan
Planeetonderzoekers hebben twee voorheen onbekende inslagkraters op de maan ontdekt die relatief jong blijken te zijn: de ene krater is slechts ca. 16 miljoen jaar oud; de andere tussen de 75 en 420 miljoen jaar. De ontdekking is gepubliceerd in het vakblad Icarus. De maan is gedetailleerd in kaart gebracht, maar van een paar gebieden nabij de polen van de maan is vrij weinig bekend: de bodems van enkele grote inslagkraters en -bekkens die nooit door de zon beschenen worden. Met het LAMP-instrument aan boord van de Amerikaanse maanverkenner Lunar Reconnaissance Orbiter zijn die permanent beschaduwde gebieden nu echter ook 'in beeld' gebracht. LAMP registreert geen gereflecteerd zonlicht, maar de zeer zwakke reflectie van (ultraviolet) sterlicht. De kraterbodems zijn daarnaast ook bestudeerd met behulp van radar. Uit de metingen blijkt dat zich op de bodems van de kraters Slater en Faustini, nabij de zuidpool van de maan, kleinere inslagkraters bevinden die eerder nooit waren opgemerkt. De directe omgeving van de twee kraters heeft een hoge radarreflectiviteit, wat wijst op een relatief ruw oppervlak. Het gaat hier om materiaal dat bij de inslag naar buiten is geworpen. Pas in de loop van miljoenen jaren wordt dat materiaal bedekt door fijner maanstof, met een geringere radarreflectiviteit. Uit de radarmetingen kan dus een indicatie voor de leeftijd van de kraters worden afgeleid. (GS)
Meer informatie:
Scientists Discover Fresh Lunar Craters (origineel persbericht)

   
23 mei 2016 • Mysterieuze pluimen op Mars veroorzaakt door zonsuitbarstingen?
De mysterieuze 'pluimen' die in 2012 en (naar later bleek) in 1997 op grote hoogte in de ijle dampkring van Mars zijn waargenomen, werden mogelijk veroorzaakt door uitbarstingen op de zon. De pluim in het voorjaar van 2012 werd ontdekt door amateursterrenkundigen. Hij ontwikkelde zich in een periode van nog geen 10 uur, besloeg een oppervlak van 1000 x 500 kilometer, bereikte een hoogte van 250 kilometer - een hoogte waarop geen normale wolkenvorming kan voorkomen - en bleef anderhalve week zichtbaar. Uit archiefwaarnemingen van de Hubble Space Telescope bleek later dat er voorjaar 1997 een vergelijkbare pluim waarneembaar is geweest. Onderzoek aan metingen van de Europese Marsverkenner Mars Express heeft nu uitgewezen dat de planeet eind maart 2012, op het moment dat de pluim zich ontwikkelde, getroffen werd door een snel bewegende wolk van elektrisch geladen deeltjes van de zon - een zogehete coronale massa-ejectie (CME), die de ruimte in wordt geblazen bij een krachtige uitbarsting op de zon. Ook in mei 1997 was er sprake van zo'n CME, al waren er toen geen ruimtesondes in een baan rond Mars actief om die te registreren. Wellicht veroorzaakt de coronale massa-ejectie een ingrijpende verstoring in de ionosfeer van Mars, waardoor stofdeeltjes een elektrostatische lading krijgen en tot grote hoogte opgetild worden. Het precieze mechanisme wordt echter niet begrepen, en er zijn ook gevallen bekend waar wél sprake was van een CME die bij Mars aankwam, zonder dat er sprake was van een stofpluim. (GS)
Meer informatie:
Are mystery Mars plumes caused by space weather? (origineel persbericht)

   
23 mei 2016 • Prijzen voor Nederlandse radioastronomen
Jason Hessels (ASTRON, UvA) ontvangt vandaag de Pastoor Schmeitsprijs voor de Sterrenkunde 2016. De prijs is bedoeld voor astronomen die voor hun veertigste een wetenschappelijke bijdrage van uitzonderlijk belang leveren. Hessels krijgt zijn prijs vanwege zijn baanbrekende onderzoek naar pulsars en radioflitsers. Jason Hessels (Calgary, Canada, 1979) is astrofysicus bij ASTRON, Netherlands Institute for Radio Astronomy, en aan de Universiteit van Amsterdam. Volgens het stichtingsbestuur van de prijs heeft Hessels' onderzoek grote impact op de astronomie, de kernfysica en de theoretische fysica. Hij heeft zowel de snelst draaiende pulsar als de zwaarste pulsar ontdekt. Ook was Hessels medeontdekker van een pulsar bij een dubbele dubbelster. Daarnaast analyseerde hij een radioflitser die sinds 2012 maar liefst elf uitbarstingen liet zien. Hessels is een van de pioniers voor pulsaronderzoek met de nieuwe radiotelescoop LOFAR. Hessels ontving in 2013 twee grote onderzoeksbeurzen: een Vidi van NWO en een Starting Grant van de ERC. Sinds 2016 is Hessels lid van de Jonge Akademie van de KNAW. Aan de Pastoor Schmeitsprijs is een bedrag van 1500 euro verbonden. De prijs wordt vandaag uitgereikt op de 71ste Nederlandse Astronomenconferentie in Nunspeet. Daar is ook bekend gemaakt dat de Willem de Graaffprijs 2016 voor popularisatie van de sterrenkunde (eveneens 1500 euro) door de Nederlandse Astronomenclub (NAC) wordt toegekend aan astronoom Dr. Joeri van Leeuwen (ASTRON, UvA). De door het bestuur ingestelde jury schrijft in zijn rapport dat Joeri van Leeuwen (Waardenburg, 1975) kwalitatief en kwantitatief enorme verdiensten heeft geleverd op het gebied van de popularisatie van de sterrenkunde, over uiteenlopende onderwerpen, in verschillende vormen, en voor een divers publiek, van jong tot oud.
Meer informatie:
Persbericht Pastoor Schmeitsprijs 2016

   
19 mei 2016 • Hubble kiekt Mars tijdens dichtste nadering van aarde sinds 11 jaar
Met de Hubble Space Telescope is op 12 mei een nieuwe gedetailleerde foto gemaakt van de planeet Mars. Midden op de foto is de donkere vulkanische vlakte Syrtis Major te zien; het grote heldere gebied daarboven is Arabia Terra. Boven de zuidpool en aan de westrand van de planeet zijn wolkenstructuren zichtbaar. De kleinste details die nog op de foto te onderscheiden zijn, hebben afmetingen van 20 à 30 kilometer. Mars staat op 22 mei in oppositie met de zon. Dat betekent dat de planeet zich - gezien vanaf de aarde - tegenover de zon aan de hemel bevindt. Hij is daardoor de gehele nacht zichtbaar (helaas voor waarnemers in Nederland niet al te hoog boven de horizon, in het sterrenbeeld Schorpioen), en bereikt eind deze maand ook zijn kleinste afstand tot de aarde. Op het moment van de Hubble-opname stond Mars op een afstand van ca. 80 miljoen kilometer. Eind deze maand is die afstand afgenomen tot slechts 75,25 miljoen kilometer - de kleinste afstand tussen Mars en de aarde sinds 11 jaar. De oppositie-afstanden van Mars zijn niet altijd gelijk, doordat de planeten geen volmaakte cirkelbanen om de zon beschrijven. (GS)
Meer informatie:
Hubble Takes Mars Portrait Near Close Approach (origineel persbericht)

   
19 mei 2016 • Amerikaanse marinesterrenwacht publiceert kosmische afstandstabel
De sterren die we 's nachts aan de hemel zien, staan op zeer uiteenlopende afstanden. De waargenomen helderheid van een ster geeft daarover geen enkele informatie: het kan gaan om een zwak dwergsterretje dicht bij de zon, of om een gigantische reuzenster op duizenden lichtjaren afstand. Om de afstand tot sterren direct te meten, maken astronomen gebruik van de zogeheten parallax-methode: als gevolg van de jaarlijkse beweging van de aarde om de zon is er sprake van een zeer kleine periodieke verandering in de richting waarin we een ster aan de hemel zien staan. Hoe dichterbij de ster staat, hoe groter die jaarlijkse parallax-beweging. In het verleden heeft met name de Europese kunstmaan Hipparcos gedetailleerde parallaxmetingen aan vele tienduizenden sterren verricht. Het United States Naval Observatory (USNO) heeft nu een nieuwe parallaxcatalogus gepubliceerd, met resultaten voor ruim 112.000 sterren. De waarnemingen zijn in de afgelopen jaren verricht door het Flagstaff-station van de Amerikaanse marinesterrenwacht. De nieuwe URAT-catalogus (USNO Robotic Astrometric Telescope) bevat veel zwakke sterren, tot magnitude 17 - 25.000 keer zo zwak als de zwakste sterren die met het blote oog nog zichtbaar zijn. In de toekomst zullen nieuwe, grotere parallaxcatalogi verschijnen, onder andere van de PanSTARRS-telescoop op Hawaii en van de Europese ruimtetelescooop Gaia. (GS)
Meer informatie:
How far away are our stellar neighbors? USNO releases the URAT Parallax Catalog (origineel persbericht)

   
19 mei 2016 • Sporen van mega-tsunami's ontdekt op Mars
Op Mars was een paar miljard jaar geleden mogelijk sprake van mega-tsunami's. Amerikaanse wetenschappers komen tot die conclusie op basis van onderzoek aan afzettingsstructuren op het noordelijk halfrond van de planeet. Mars had ca. 3,4 miljard jaar geleden een veel warmer klimaat. Algemeen wordt aangenomen dat er toen zeeën en oceanen aan het oppervlak voorkwamen, met name op het (gemiddeld lager gelegen) noordelijk halfrond. Sporen van een oude kustlijn zijn echter op veel plaatsen niet teruggevonden. Volgens geologen van het Planetary Science Institute is dat mogelijk het gevolg van enkele mega-tsunami's. Er zou sprake geweest zijn van (minstens) twee van die mega-tsunami's, vermoedelijk niet meer dan een paar miljoen jaar na elkaar. Zulke kolossale vloedgolven kunnen ontstaan bij zware kosmische inslagen. Met golfhoogtes van 120 meter zouden de tsunami's tot honderden kilometers landinwaarts zijn doorgedrongen. Bij het terugtrekken van het water ontstonden lob-vormige structuren en diepe uitgesleten geulen. In de nasleep van de inslagen trad ook een kleine klimaatomslag op, met lagere temperaturen en een dalende zeespiegel. Dankzij al die effecten is de oorspronkelijke kustlijn van de Mars-oceaan op veel plaatsen niet meer goed herkenbaar, denken de onderzoekers. Ze hebben hun bevindingen gepubliceerd in Nature Scientific Reports. (GS)
Meer informatie:
Detection of Possible Mega-tsunami Deposits on Mars Revives Ancient Ocean Hypothesis (origineel persbericht)

   
19 mei 2016 • Keck-telescoop ziet zwakste sterrenstelsel ooit
Met de 10-meter Keck II-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is het zwakste sterrenstelsel geïdentificeerd dat ooit door astronomen is waargenomen. Het kleine stelseltje, waarvan het licht 13 miljard jaar nodig heeft gehad om de aarde te bereiken, was alleen waarneembaar dankzij de zwaartekrachtlenswerking van een zware cluster van sterrenstelsels op de voorgrond. De zwaartekracht van de cluster splitst het licht van het extreem ver verwijderde sterrenstelsel in drie afzonderlijke beeldjes. Met de DEIMOS-spectrograaf van de Keck-telescoop is de samenstelling van het licht van die drie beeldjes onderzocht. Daarbij bleek dat het inderdaad om één en hetzelfde stelsel te gaan, en kon bovendien de afstand worden bepaald. De zwaartekrachtlenswerking van de cluster heeft de helderheid van de drie beeldjes ook 11, 5 en 2 maal versterkt. Zonder dat effect zou het stelseltje nooit waarneembaar zijn geweest. Het bevat slechts één honderdste procent van de massa van ons eigen Melkwegstelsel in de vorm van sterren. Onderzoek aan dit soort verre sterrenstelsels, die we zien zoals ze er in de prille jeugd van het heelal uitzagen, biedt astronomen meer inzicht in het proces van reïonisatie, dat enkele honderden miljoenen jaren na de oerknal ten einde kwam. Bij die reïonisatie raakte het koude, neutrale intergalactische gas in het heelal geïoniseerd door de energierijke straling van de allereerste sterren en sterrenstelsels. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. (GS)
Meer informatie:
Faintest Early-Universe Galaxy Ever, Detected and Confirmed (origineel persbericht)

   
19 mei 2016 • Kobalt-57 verraadt ontstaanswijze supernova
Een team van Australische en Amerikaanse astronomen heeft radioactief kobalt-57 ontdekt in een supernova-explosie. Dat wijst erop dat de geëxplodeerde ster minstens veertig procent zwaarder moet zijn geweest dan de zon, vermoedelijk als gevolg van materieoverdracht van een begeleider. Supernova's van type Ia (herkenbaar aan de manier waarop hun helderheid verandert) ontstaan wanneer compacte witte dwergsterren volledig exploderen door uit de hand gelopen kernreacties in hun inwendige. Sterrenkundigen weten alleen niet met zekerheid wat de oorzaak van zo'n catastrofe is. Volgens één theorie gaat het om een botsing en versmelting van twee witte dwergen die in een steeds kleiner wordende baan om elkaar heen draaien. In dat geval vindt er al een supernova-explosie plaats wanneer de 'moedersterren' hooguit tien procent zwaarder zijn dan de zon. Volgens een tweede theorie zuigt een witte dwerg materie op van een begeleidende ster, waardoor hij uiteindelijk zwaarder wordt dan 1,4 zonsmassa's. De kern (voornamelijk bestaande uit koolstof en zuurstof) wordt dan zo heet en de druk neemt zo enorm toe dat er een catastrofale explosie volgt. Een goed begrip van de ware aard van type Ia-supernova's is van groot belang, omdat deze sterexplosies gebruikt worden voor onderzoek aan de uitdijingsgeschiedenis van het heelal. De aanwezigheid van kobalt-57 (een van de 'afval'-producten van de op hol geslagen kernfusiereacties) in supernova SN 2012cg wijst er nu op dat de geëxplodeerde ster minstens 40 procent zwaarder was dan de zon. De inwendige druk in zo'n ster is maar liefst 100 maal zo hoog als in sterren die 10 procent zwaarder zijn dan de zon. Uit modelberekeningen blijkt dat er bij de explosie van lichtere sterren (dus in het geval van het botsingsscenario) nauwelijks kobalt-57 wordt geproduceerd. Alles lijkt er dus op te wijzen dat in elk geval deze supernova veroorzaakt is door geleidelijke materie-overdracht van een begeleidende ster op een witte dwerg, die daardoor boven de kritische massa van 1,4 zonsmassa's uitkwam. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
Supernova reserve fuel tank clue to big parents (origineel persbericht)

   
18 mei 2016 • Ruimtesonde New Horizons bestudeert verre ijsdwerg
De Amerikaanse ruimtesonde New Horizons, die op 4 juli 2015 een scheervlucht langs de dwergplaneet Pluto en zijn grote maan Charon maakte, heeft voor de tweede maal waarnemingen verricht aan een veel kleinere en verder weg gelegen ijsdwerg, 1994 JR1 geheten. Dit hemellichaam, dat net als Pluto deel uitmaakt van de Kuipergordel buiten de baan van Neptunus, bevindt zich momenteel op een afstand van ruim 5 miljard kilometer van de zon. De geschatte middellijn van de ijsdwerg is 145 kilometer; New Horizons verrichtte begin april metingen vanaf 111 miljoen kilometer afstand. Eerder was 1994 JR1 al waargenomen in november 2015. Door de twee waarnemingssets te combineren, kon de baan van 1994 JR1 zeer nauwkeurig worden bepaald. Uit de nieuwe metingen is ook de rotatieperiode van de ijsdwerg afgeleid, op basis van periodieke helderheidsvariaties: 5,4 uur. Als de New Horizons-missie wordt verlengd, zullen er de komende jaren nog vele andere ijsdwergen 'op afstand' bestudeerd kunnen worden. Bovendien ligt New Horizons op koers voor een ontmoeting met ijsdwerg 2014 MU69, op 1 januari 2019. (GS)
Meer informatie:
New Horizons Collects First Science on a Post-Pluto Object (origineel persbericht)

   
18 mei 2016 • Elke twee maanden een vuurbol-inslag op Jupiter
Kosmische inslagen op de reuzenplaneet Jupiter die vanaf de aarde zichtbaar zijn als heldere 'vuurbollen' komen naar schatting gemiddeld eens in de twee maanden voor. Die conclusie trekken professionele planeetonderzoekers en amateursterrenkundigen op een Jupiter-congres in Nice. In 1994 zagen sterrenkundigen voor het eerst hoe Jupiter geraakt werd door de brokstukken van de uiteengevallen komeet Shoemaker-Levy 9. Daarna zijn nog vier kleinere inslagen waargenomen, door amateursterrenkundigen die de planeet op video vastleggen - voor het laatst nog op 17 maart dit jaar. Organisaties van amateurastronomen over de hele wereld hebben nu zoveel mogelijk video-opnamen van Jupiter verzameld en geanalyseerd. Nieuwe inslagen zijn daarop niet ontdekt. Op basis van het aantal waargenomen vuurbol-inslagen en de hoeveelheid videomateriaal kan nu geconcludeerd worden dat er gemiddeld 6,5 van zulke inslagen per jaar voorkomen - de meeste worden dus nog steeds gemist. Overigens is die schatting lager dan wat eerder werd aangenomen. (GS)
Meer informatie:
Jupiter blasted by 6.5 fireball impacts per year on average (origineel persbericht)

   
18 mei 2016 • ALMA ontdekt kometen bij jonge, zonachtige ster
Sterrenkundigen hebben ijzige komeetkernen gedetecteerd in een baan rond de jonge, zonachtige ster HD 181327, op 160 lichtjaar afstand in het zuidelijke sterrenbeeld Pictor (Schildersezel). De ster is 30 procent zwaarder dan de zon en is pas 23 miljoen jaar oud. Hij wordt omgeven door een ring van stofdeeltjes - een zogeheten debris disk, die het resultaat is van onderlinge botsingen van planetoïde-achtige hemellichamen. Vermoedelijk zijn er rond de ster ook al volwaardige planeten ontstaan, maar die kunnen niet eenvoudig gedetecteerd worden. Met het ALMA-observatorium - 66 grote schotels voor (sub-)millimeterstraling op 5000 meter hoogte in Noord-Chili - is nu de aanwezigheid van koolmonoxide in de ring aangetoond. Dat gas moet vrijgekomen zijn bij botsingen van ijzige, komeetachtige objecten. De relatieve hoeveelheid koolmonoxide komt goed overeen met de samenstelling van kometen in ons eigen zonnestelsel. In absolute termen gaat het om zeer geringe hoeveelheden: als al het gedetecteerde gas samengebald zou worden in één ijsbal, zou die een middellijn van slechts 200 kilometer hebben. De ontdekking is bekendgemaakt op een conferentie over het ontstaan van planetenstelsels in Santiago, Chili. (GS)
Meer informatie:
Evidence of Comets Orbiting a Sun-like Star (origineel persbericht)

   
18 mei 2016 • Kannibalisme verandert ster in bruine dwerg
Hoe verander je een gewone ster in een ondermaatse bruine dwerg? Het verrassende antwoord: eet hem leeg. Dat is wat er is gebeurd in de merkwaardige dubbelster J1433, op 730 lichtjaar afstand van de aarde. Oorpsronkelijk draaiden hier twee gewone sterren om elkaar heen. Een van de twee is aan het eind van zijn leven ineengeschrompeld tot een witte dwerg - een kleine, compacte ster met een massa vergelijkbaar met die van de zon maar een middellijn niet veel groter dan die van de aarde. De tweede ster is in een zeer kleine omloopbaan rond de witte dwerg terechtgekomen (momenteel bedraagt de omlooptijd slechts 78 minuten), en hij heeft zijn buitenste gaslagen in de loop van de tijd verloren aan de witte dwerg, als gevolg van diens sterke zwaartektrachtsveld. De ster is daardoor 90 procent van zijn massa verloren, en is veranderd in een zogeheten bruine dwerg, waarin geen kernfusie van waterstof meer voorkomt. Momenteel is hij ongeveer 60 maal zo zwaar (en ongeveer even groot) als de reuzenplaneet Jupiter. De ontdekking, gedaan met de X-Shooter spectrograaf van de Europese Very Large Telescope in Chili, is vandaag gepubliceerd in Nature. (GS)
Meer informatie:
Cannibalism Transforms Star into Brown Dwarf (origineel persbericht)

   
17 mei 2016 • Laatste artikel Allan Sandage: 'Gamow was mij voor'
In zijn laatste publicatie - onlangs posthuum verschenen - komt de grote Amerikaanse astronoom Allan Sandage (samen met enkele collega's) tot de conclusie dat fysicus en kosmoloog George Gamow hem tien jaar vóór is geweest met een belangrijk inzicht op het gebied van de sterevolutie. In de jaren vijftig ontdekte Allan Sandage (1926-2010) de ware aard van zogeheten subreuzen - een bepaalde klasse van sterren die in het Hertzsprung-Russell-diagram (waarin kleur en lichtkracht van sterren tegen elkaar worden uitgezet) een kleine maar opvallende groep vormen, ergens tussen de hoofdreeks en de rode reuzen in. Sandage realiseerde zich dat deze subreuzen ook evolutionair gezien een tussenstadium vormen: sterren die eerst energie produceerden door waterstoffusie (hoofdreekssterren) bevinden zich enige tijd in het subreuzen-stadium voordat ze verder evolueren tot opgezwollen rode reuzenster. Begin deze eeuw ontdekte Sandage een briefwisseling uit 1944 tussen George Gamow (een van de pioniers van de oerknaltheorie) en astronoom Walter Adams, waarin een door Gamow met de hand getekend Hertzsprung-Russell-diagram voorkomt. In dat diagram zijn de subreuzen gemarkeerd en in de brief gaat Gamow al in op hun evolutionaire rol - indertijd waren er 90 bekend, al werd hun belang door de meeste astronomen niet onderkend. Sandage overleed in 2010, maar zijn collega's hebben het historisch onderzoek nu volledig afgerond en gepubliceerd in Publications of the Astronomical Society of the Pacific; op hun uitdrukkelijke verzoek is Sandage de eerste auteur van het artikel, waarmee het tevens zijn laatste publicatie is. Sandage's bescheiden conclusie: als de astronomische gemeenschap halverwege de jaren veertig iets minder conservatief was geweest, zou het hele raamwerk van de sterevolutie veel eerder tot stand hebben kunnen komen. (GS)
Meer informatie:
Allan Sandage's Last Paper Unravels 100-Year-Old Astronomical Mystery (origineel persbericht)

   
17 mei 2016 • Ontstaan van bergen op Jupitermaan Io beter begrepen
Planeetonderzoekers denken te begrijpen hoe de merkwaardige bergen op de vulkanische Jupitermaan Io ontstaan. In Nature Geoscience beschrijven ze een nieuw computermodel waarmee de vorming van de vreemde, geïsoleerde Io-bergen verklaard kan worden. Io is de binnenste van de vier grote manen van Jupiter. Door getijdenkrachten van de moederplaneet wordt het inwendige sterk verhit; aan het oppervlak is sprake van grote vulkanische activiteit. Op Io zijn bovendien circa 100 vreemde, geïsoleerde kilometers hoge bergtoppen ontdekt. Het zijn geen vulkanen - hun ligging blijkt juist een zogeheten 'anticorrelatie' te vertonen met die van de talrijke vulkaanopeningen aan het oppervlak. William McKinnon van de Washington University St. Louis en zijn collega's hebben nu een computermodel ontwikkeld dat het ontstaan van deze bergen verklaart. Doordat er continu vulkanisch materiaal op het Io-oppervlak neerdaalt, is er op grotere diepte sprake van compressie: gesteente wordt sterker samengeperst door het gewicht van het bovenliggende materiaal. Daarbij vindt ook expansie plaats als gevolg van de toegenomen temperatuur. In het nieuwe model wordt het gesteente door scheuren en barsten in de mantel van Io naar buiten geperst, een beetje zoals tandpasta door een scheurtje in de tube naar buiten wordt geperst. De bergen op Io ontstaan dus op een totaal andere wijze dan hier op aarde, maar volgens de onderzoekers kan er kort na het ontstaan op onze eigen planeet een vergelijkbaar proces van gebergtevorming hebben plaatsgevonden, toen het gehele planeetoppervlak nog bedekt was door een relatief ondiepe oceaan. (GS)
Meer informatie:
Vakpublicatie over het onderzoek

   
17 mei 2016 • Jupitermaan Europa heeft juiste chemische energiebalans voor leven
De ondergrondse oceaan van de Jupitermaan Europa heeft de juiste energiebalans om het bestaan van leven mogelijk te maken. Die conclusie trekken onderzoekers van NASA's Jet Propulsion Laboratory in een artikel in Geophysical Research Letters. Zelfs als Europa geen vulkanische activiteit of ondergrondse hydrothermische activiteit vertoont, is leven in principe mogelijk. De onderzoekers modelleerden de productie van waterstof en zuurstof in de Europa-oceaan. Waterstof ontstaat bij zogeheten serpentinisatie, waarbij water reageert met gesteenten op de oceaanbodem. Er ontstaan dan nieuwe mineralen, waarbij waterstofatomen vrijkomen. Het rotsachtige binnenste van Europa vertoont naar verwachting kilometers diepe scheuren en barsten (als gevolg van de afkoeling van de Jupitermaan sinds zijn ontstaan), zodat die serpentinisatieprocessen op grote schaal zullen voorkomen. Aan de bovenzijde van de oceaan komen zuurstofatomen (en andere oxydanten) vrij als gevolg van de invloed van energierijke elektrisch geladen deeltjes in de magnetosfeer van Jupiter op het ijs. Door die zuurstofproductie zou de Europa-oceaan normaal gesproken een veel te hoge zuurgraad krijgen om het bestaan van leven mogelijk te maken, maar de vrijkomende hoeveelheden waterstof verhinderen dat. De chemische energiebalans van de Europa-oceaan is volgens de geologen vergelijkbaar met die in de oceanen op aarde, en ook zonder aanvullende warmteproductie door vulkanische activiteit is er voldoende energie beschikbaar om biologische processen gaande te houden. Een toekomstige Amerikaanse ruimtemissie naar Europa zal hopelijk meer licht werpen op de eigenschappen van ijskorst en oceaan, en wellicht aanwijzingen vinden voor het bestaan van leven. (GS)
Meer informatie:
Europa's ocean may have an Earthlike chemical balance (origineel persbericht)