16 november 2018 • Overstromende kratermeren veroorzaakten talrijke ravijnen op Mars
Tegenwoordig zit het grootste deel van het water op Mars opgesloten in bevroren ijskappen. Maar miljarden jaren geleden stroomde het gewoon over het oppervlak en vormde het stromende rivieren die uitmondden in kraters, en meren en zeeën deden ontstaan. Nieuw Amerikaans onderzoek heeft bewijs opgeleverd dat deze meren soms zoveel water opnamen, dat ze overstroomden en uit hun natuurlijke bekkens braken. Daardoor ontstonden hevige overstromingen die heel snel – misschien zelfs binnen enkele weken – ravijnen uitsneden (Geology, 16 november). Onderzoek van satellietbeelden van Mars heeft wetenschappers geleerd dat honderden Marskraters ooit met water waren gevuld. Veel van deze ‘paleomeren’ hebben kronkelige afvoerkanalen van tientallen tot honderden kilometers lang en enkele kilometers breed, die door wegstromend water zijn uitgesleten. Tot nu toe was onduidelijk hoe snel deze ravijnen zijn ontstaan. Aan de hand van detailrijke opnamen van de Mars Reconnaissance Orbiter hebben de wetenschappers de topografie van de afvoerkanalen en de kraterranden onderzocht. Daarbij ontdekten ze een verband tussen de omvang van het afvoerkanaal en de hoeveelheid water die bij een grote overstroming van het kratermeer zou vrijkomen. Dat wijst erop dat de afvoerkanalen heel snel zijn gevormd, omdat bij een meer geleidelijk uitstroom van water het verband tussen het watervolume en de grootte van het afvoerkanaal veel minder duidelijk zou zijn. (EE)
Meer informatie:
Overflowing crater lakes carved canyons across Mars

   
16 november 2018 • Exploderende sterren zijn grootfabrikanten van silica
Nieuw onderzoek, gebaseerd op infraroodwaarnemingen met de ruimtetelescoop Spitzer, heeft laten zien dat bij de explosie van een zware ster silica oftewel siliciumdioxide vrijkomt – een van de meest voorkomende mineralen op aarde. Silica is een belangrijk bestanddeel van bijvoorbeeld gesteenten, zand en (dus ook) glas. Silica komt zo’n beetje overal in het heelal voor, maar onduidelijk was waar het spul nu precies vandaan komt. Bij het nieuwe onderzoek is nu silica ontdekt in twee bekende restanten van supernova-explosies – Cassiopeia A en G54.1+0.3. In beide gevallen gaat het om een ster, veel zwaarder dan de zon, waarvan de kern ineenstortte toen de daar aanwezige nucleaire brandstof opraakte. Bij dat proces ontstaan allerlei zware elementen, waaronder silicium. Hoewel in het spectrum van Cassiopeia A eerder al spectraallijnen waren gezien die dicht bij die van silica lagen, werden die niet onmiddellijk als zodanig herkend. Dat bleek te liggen aan de vorm van de silicadeeltjes in de supernovarest: die zijn niet volmaakt rond, maar enigszins langwerpig. Hierdoor geven ze een iets andere spectrale ‘vingerafdruk’ dan verwacht. Toen dat eenmaal duidelijk was, kon met behulp van aanvullende gegevens van de Europese infraroodsatelliet ook een schatting worden gemaakt van de hoeveelheid silica die bij zo’n supernova-explosie vrijkomt. De conclusie is de ontploffende zware sterren genoeg silica de ruimte in blazen, om de grote verspreiding van dit mineraal te kunnen verklaren. (EE)
Meer informatie:
Exploding Stars Make Key Ingredient in Sand, Glass

   
16 november 2018 • Nieuw zusje van de zon ontdekt
Een team onder leiding van Vardan Adibekyan van het Instituto de Astrofísica e Ciências do Espaço (Portugal) heeft een nieuw ‘zusje’ van de zon opgespoord. De ster – HD 186302 – heeft hoogstwaarschijnlijk deel uitgemaakt van dezelfde gaswolk als waaruit onze zon is ontstaan. De sterren die deel hebben uitgemaakt van de sterrenhoop waartoe ook de zon heeft behoord, hebben zich in de loop van de miljarden jaren over het Melkwegstelsel verspreid, en zijn daardoor niet gemakkelijk meer te traceren. Bij de nieuwe zoektocht zijn 230.000 stellaire spectra gebruikt, die zijn verzameld in het kader van het AMBRE-project – een samenwerking van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) en de Sterrenwacht van de Côte d’Azur. Met behulp van gegevens van de Europese astrometrische satelliet Gaia zijn daaruit de sterren geselecteerd die de juiste leeftijd en ruimtelijke snelheden hebben. Nou ja, sterren… Uiteindelijk bleef er dus maar één ster over: HD 186302. Hoewel deze ster in het persbericht zelfs een ‘tweelingzusje’ van de zon wordt genoemd, voldoet zij niet aan alle eisen. Haar temperatuur is daarvoor iets te laag. Zusjes van de zon zijn gewilde onderzoeksobjecten. Het onderzoek van de sterren kan ons meer leren over de omstandigheden waaronder onze eigen ster is ontstaan. Ook zouden zulke sterren goede kandidaten kunnen zijn voor de zoektocht naar buitenaards leven. Het is namelijk niet ondenkbaar dat de planeten van de sterren van de sterrenhoop waar de zon deel van heeft uitgemaakt levende organismen hebben uitgewisseld. Adibekyan en zijn collega’s willen HD 186302 dan ook op de aanwezigheid van planeten onderzoeken. (EE)
Meer informatie:
A solar sibling identical to the Sun

   
15 november 2018 • In stof gehulde quasar steelt materiaal van de buren
Het helderste sterrenstelsel dat we kennen, de quasar W2246-0526, blijkt inderdaad materiaal van naburige sterrenstelsels te ‘stelen’ om het superzware zwarte gat in zijn centrum te kunnen voeden (Science, 16 november). W2246-0526 behoort tot een bijzondere categorie van quasars, die aan het zicht onttrokken worden door enorme hoeveelheden interstellair gas en stof. Deze stelsels worden ook wel Hot DOG's genoemd, wat staat voor ‘hot, dust-obscured galaxies’. Hot DOG’s zenden voornamelijk infraroodstraling uit. Ze ontlenen hun energie aan de materie die zich in de accretieschijf rond het centrale zwarte gat ophoopt. Tot nu toe was echter onduidelijk waar dat materiaal nu precies vandaan kwam, al bestond wel het vermoeden dat het aan naburige stelsels werd onttrokken. Bij nieuw onderzoek zijn minstens drie kleine satellietstelsels bij W2246-0526 ontdekt. Opnamen die met de radiotelescopen ALMA en VLA en de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt laten zien dat deze stelsels met lange ‘bruggen’ van stof en gas met het centrale stelsel verbonden zijn. Tezamen bevatten deze bruggen net zoveel gas als W2246-0526 zelf. Dit bewijst dat W2246-0526 inderdaad grote hoeveelheden stof en gas van zijn buren steelt. Deze instroom van materiaal is voldoende om het centrale zwarte gat te voeden (en verborgen te houden) en tegelijkertijd de vorming van nieuwe sterren elders in het sterrenstelsel in gang te houden. (EE)
Meer informatie:
Scientists observe galaxy ‘stealing material’ to feed black hole

   
15 november 2018 • Voorganger van kolossale supernova-explosie opgespoord
Astronomen hebben misschien eindelijk de voorganger gevonden van een supernova van type Ic. Van dit soort supernova-explosies wordt aangenomen dat ze ontstaan nadat een hete, zware ster zijn buitenste lagen heeft afgestoten of deze is kwijtgeraakt aan een begeleidende ster. In mei 2017 waren astronomen getuige van een supernova-explosie die plaatsvond nabij het centrum van het relatief nabije spiraalstelsel NGC 3938 (afstand 65 miljoen lichtjaar). Door archiefgegevens van de Hubble-ruimtetelescoop te doorzoeken hebben ze opnamen uit 2007 ontdekt waarop de vermoedelijke voorganger van de supernova te zien is. Het betrof een supernova van type Ic, een soort supernova dat ontstaat door de explosie van een ster die tientallen keren zoveel massa heeft als onze zon. Omdat zulke sterren enorm helder zijn, zou je denken dat het niet moeilijk zou zijn om beelden van de voorgangers van deze explosies op te sporen. Maar de meeste supernova’s van type Ic die zijn waargenomen speelden zich op te grote afstand af. Een analyse van de voorganger van supernova 2017ein laat zien dat het object extreem heet is. Maar wat was het eigenlijk? Er lijken twee mogelijkheden te zijn. Volgens één scenario was het een enkelvoudige ster met 45 tot 55 keer zoveel massa als onze zon. Een alternatief scenario geeft aan dat het ook een dubbelster kan zijn geweest, bestaande uit een ster van 60 tot 80 zonsmassa’s en een ster van ongeveer 48 zonsmassa’s. In het laatste geval zou de zwaarste ster zijn buitenste lagen van waterstof en helium zijn kwijtgeraakt aan zijn nabije begeleider. Het is dus nog steeds niet helemaal duidelijk hoe supernova-explosies van type Ic – verantwoordelijk voor ongeveer 20 procent van alle explosies van zware sterren – ontstaan. Maar mogelijk komt daar binnenkort verandering in. Over een jaar of twee zal het overblijfsel van supernova 2017ein voldoende ‘uitgegloeid’ zijn om te kijken wat er nu precies is achtergebleven. Dat kan meer inzicht geven in de voorgeschiedenis van deze sterexplosie. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Find Possible Elusive Star Behind Supernova

   
14 november 2018 • Ook zwakke warmtestraling wijst erop dat ‘Oumuamua een komeet is
Astronomen zijn iets meer te weten gekomen over het interstellaire object ‘Oumuamua, dat ons zonnestelsel eind vorig jaar met een bezoek vereerde. Deze nieuwe kennis nu eens niet te danken aan wat er werd waargenomen, maar juist aan wat er níét werd waargenomen (Astronomical Journal, 14 november). In de weken na zijn ontdekking zijn tal van (ruimte)telescopen op ‘Oumuamua gericht, waaronder de infraroodsatelliet Spitzer. Deze laatste slaagde er, twee maanden nadat het object de aarde op relatief kleine afstand was gepasseerd, echter niet in om ‘Oumuamua te detecteren. Deze ‘non-detectie’ legt een nieuwe bovengrens op aan de afmetingen van het vreemde object. De nieuwe bovengrens is in overeenstemming met de bevindingen van eerder onderzoek, waaruit bleek dat ‘Oumuamua een beetje leek te versnellen. Dat werd en wordt toegeschreven aan de uitstoot van kleine hoeveelheden gas, zoals een komeet dat doet. (Al hebben sommige astronomen daar andere ideeën over.) Het feit dat ‘Oumuamua te zwak was om door Spitzer te worden opgemerkt betekent ook dat deze waarnemingen geen aanvullende informatie hebben opgeleverd over de vorm van dit waarschijnlijk zeer langwerpige object. Wel vermoeden de onderzoekers dat het licht-weerkaatsende vermogen van het oppervlak van ‘Oumuamua wel eens groter zou kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Een object met een donker oppervlak wordt namelijk sneller opgewarmd door de zon, en blijft daarna ook een tijdje warmer, dan een object met een licht oppervlak. En het feit dat ‘Oumuamua niet zichtbaar was voor Spitzer, die warmtestraling registreert, wijst erop dat hij snel is afgekoeld. Deze eigenschap is in overeenstemming met het vermeende komeetachtige karakter van ‘Oumuamua. Wanneer een komeet in de buurt van de zon komt, warmt het ijs in zijn inwendige op, om vervolgens als gas te ontsnappen. Bij dat proces wordt het komeetoppervlak als het ware schoon geblazen en komt helderder ijs bloot te liggen. (EE)
Meer informatie:
NASA Learns More About Interstellar Visitor ‘Oumuamua

   
14 november 2018 • Voor micro-organismen op Mars kan water dodelijk zijn
Een internationaal team van planetaire astrobiologen heeft ontdekt dat zware regenval funest kan zijn voor micro-organismen die gewend zijn aan zeer droge omstandigheden. Dat blijkt uit onderzoek van bodemmonsters uit de Atacama-woestijn, in het noorden van Chili (Nature Scientific Reports, 12 november). Vóór de regenval werden in de kurkdroge bodem zestien verschillende soorten micro-organismen aangetroffen. Na de regenval waren dat er nog maar vier. De bevindingen van de onderzoekers kunnen implicaties hebben voor het onderzoek van eventuele micro-organismen op Mars. De microben in de Atacama-woestijn leven van de stikstofverbindingen die miljoenen jaren geleden in drooggevallen valleien en meren zijn afgezet. Vergelijkbare verbindingen zijn ook op Mars aangetroffen. Met die nieuwe kennis is het volgens de wetenschappers zinvol om nog eens goed te kijken naar de experimenten die de beide Vikinglanders in 1976 op Mars hebben gedaan. Bij deze experimenten werden kurkdroge bodemmonsters gevoed met waterige oplossingen. Of Marsorganismen daar zo content mee zouden zijn, is nog maar de vraag. Het Atacama-onderzoek laat namelijk zien dat het toedienen van water aan micro-organismen die zich aan kurkdroge omstandigheden hebben aangepast dodelijke gevolgen kan hebben. Zulke organismen bezwijken aan ‘osmotische stress’. (EE)
Meer informatie:
For arid, Mars-like desert, rain brings death

   
14 november 2018 • Grote inslagkrater ontdekt op Groenland
In het noorden van Groenland is een grote inslagkrater ontdekt die verscholen ligt onder een bijna 1000 meter dikke laag gletsjerijs. De eerste aanwijzingen voor het bestaan van deze krater, die Hiawatha wordt genoemd, werden al in 2015 gevonden. Maar het heeft enkele jaren geduurd voordat het vervolgonderzoek van de structuur – radarwaarnemingen en veldwerk ter plaatse – was afgerond. De resultaten van dat onderzoek zijn vandaag in Science Advances gepubliceerd. De krater heeft een middellijn van meer dan 31 kilometer en behoort daarmee tot de 25 grootste inslagkraters op aarde. Hij is gevormd door de inslag van een ongeveer één kilometer grote ijzermeteoriet. De krater is bijzonder goed geconserveerd, wat verrassend is omdat schuivend gletsjerijs sterke erosie veroorzaakt. De onderzoekers leiden daaruit af dat de krater geologisch jong moet zijn – om elk geval jonger dan 3 miljoen jaar, want toen is de ijskap van Groenland ontstaan. Het is zelfs denkbaar dat de krater pas tegen het einde van de laatste ijstijd – 12.000 jaar geleden – is gevormd. Toeval of niet, tussen 1894 en 1984 zijn op Groenland – niet ver van de Hiawatha-krater – een aantal brokstukken van een grote ijzermeteoriet gevonden. Deze zijn naar schatting 10.000 jaar geleden neergekomen. (EE)
Meer informatie:
Massive impact crater from a kilometer-wide iron meteorite discovered in Greenland

   
14 november 2018 • Superaarde ontdekt bij de nabije Ster van Barnard
Bij de Ster van Barnard, de dichtstbijzijnde enkelvoudige ster na de zon, is een planeet ontdekt die minstens drie keer zoveel massa heeft als de aarde – een zogeheten super-aarde. Daarmee is deze bevroren, zwak verlichte wereld de op één na meest nabije exoplaneet die we kennen. De ontdekking is het resultaat van de grote observatieprojecten Red Dots en CARMENES, waarbij eerder ook de dichtstbijzijnde exoplaneet is ontdekt – die van de ster Proxima Centauri (Nature, 15 november). De planeet draait eens in de ongeveer 233 dagen om zijn ster. Die laatste is een rode dwerg: een koele ster van geringe massa die maar weinig licht uitstraalt. De planeet ontvangt slechts 2% van de hoeveelheid energie die de aarde van de zon ontvangt. Hierdoor is hij waarschijnlijk ijskoud en niet geschikt voor leven zoals wij het kennen. De Ster van Barnard, genoemd naar de Amerikaanse sterrenkundige Edward Emerson Barnard, is de dichtstbijzijnde enkelvoudige buurster van de zon. De ster is waarschijnlijk twee keer zo oud als onze zon en relatief inactief. Wel vertoont hij van alle sterren de grootste eigenbeweging – zijn verplaatsing ten opzichte van verre achtergrondsterren. Superaardes zijn het meest voorkomende soort planeten dat zich rond sterren als deze kan vormen. De nieuwe planeet is ontdekt via het dopplereffect. Terwijl de planeet om zijn ster draait, zorgt zijn zwaartekrachtsaantrekking ervoor dat de ster een beetje heen en weer wiebelt. Wanneer de ster zich ten gevolge van deze schommelbeweging van de aarde verwijdert, vertoont zijn lichtspectrum een geringe roodverschuiving. Dat wil zeggen dat het sterlicht naar langere golflengten opschuift. Wanneer de ster richting aarde beweegt, verschuift zijn licht naar kortere, blauwere golflengten. Astronomen gebruiken dit effect om de veranderingen in de snelheid van een ster te meten zoals die door een om de ster cirkelende exoplaneet worden veroorzaakt. Dat gebeurt met een verbluffende nauwkeurigheid: het HARPS-instrument van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili kan snelheidsveranderingen van 3,5 km/u detecteren – ongeveer wandeltempo. Het is voor het eerst dat met behulp van deze ‘radialesnelheidsmethode’ een ​​superaarde is opgespoord die in zo’n wijde baan om zijn ster draait. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
14 november 2018 • Europese ruimtemissies krijgen meer tijd
De wetenschappelijke-programmacommissie van ESA heeft goedkeuring verleend aan de verlenging van tien wetenschappelijke ruimtemissies waar het Europese ruimteagentschap bij betrokken is. De missies worden nu voortgezet tot uiterlijk 2022. Vijf van de missies voert ESA zelfstandig uit. Het gaat daarbij om Cluster (onderzoek van de aardse magnetosfeer), Gaia (meet posities en bewegingen van een miljard sterren), INTEGRAL (detecteert gammastraling), Mars Express en XMM-Newton (onderzoekt röntgenobjecten). De overige vijf worden uitgevoerd in samenwerking met andere ruimteagentschappen. Het betreft drie satellieten voor zonneonderzoek (Hinode, IRIS en SOHO), de Hubble-ruimtetelescoop en de ExoMars Trace Gas Orbiter. (EE)
Meer informatie:
Extended Life for ESA’s Science Missions

   
14 november 2018 • Botsende neutronensterren versmolten toch niet tot een zwart gat
In augustus 2017 detecteerden wetenschappers zowel zwaartekrachtgolven als een flits gammastraling van een gebeurtenis die zich afspeelde in een sterrenstelsel op 130 miljoen lichtjaar van de aarde. Het verschijnsel werd veroorzaakt door een botsing tussen twee neutronensterren die – zoals tot nu toe werd aangenomen – samensmolten tot een zwart gat. Nieuw onderzoek door Maurice van Putten van de Sejong Universiteit in Zuid-Korea en Massimo della Valle van de Osservatorio Astronomico de Capodimonte in Italië, wijst er nu echter op dat het eindproduct toch geen zwart gat is geweest (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society: Letters, 14 november).  Zwaartekrachtsgolven zijn rimpelingen in de ruimtetijd die worden gegenereerd door snel bewegende massa's, en zich van daaruit door de ruimte voortplanten. Tegen de tijd dat de golven de aarde bereiken, zijn ze ongelooflijk zwak en hun detectie vereist extreem gevoelige apparatuur. Het duurde dan ook tot 2016 voordat wetenschappers er voor het eerst in slaagden om zwaartekrachtgolven te detecteren met het Laser Interferometer Gravitational Wave Observatory (LIGO).  Sinds dat baanbrekende resultaat zijn nog zes keer zwaartekrachtgolven gedetecteerd. Een van deze detecties, GW170817, was het resultaat van de botsing tussen twee neutronensterren. Tegelijk met de uitbarsting van zwaartekrachtgolven van deze samensmelting, werden allerlei soorten straling van het verschijnsel waargenomen – van gammastraling tot radiostraling. De waarnemingen suggereerden dat de beide neutronensterren samensmolten tot een zwart gat. Met behulp van een nieuwe techniek hebben Van Putten en Della Valle de LIGO-gegevens nu echter nogmaals geanalyseerd. Hun onderzoek laat zien dat de beide detectoren van LIGO, die meer dan 3000 kilometer uit elkaar staan, gelijktijdig een afnemende ‘tsjirp’ van ongeveer vijf seconden oppikten. De frequentie van dit signaal daalde van 1 kilohertz naar 49 hertz, wat suggereert dat het samengevoegde object langzamer is gaan roteren. Daaruit leiden de onderzoekers af dat er een grotere neutronenster is ontstaan in plaats van een zwart gat. (EE)
Meer informatie:
Gravitational waves from a merged hyper-massive neutron star

   
13 november 2018 • 'Wasbordterrein' op Pluto wijst op grotere gletsjeractiviteit in ver verleden
Merkwaardige parallelle landschapsvormen op Pluto wijzen uit dat de dwergplaneet lang geleden een veel grotere gletsjeractiviteit kende. Dat concluderen onderzoekers van het Amerikaanse SETI-instituut en van NASA's Ames Research Center in een artikel in Nature Astronomy. In een gebied van meer dan 70.000 vierkante kilometer aan de noordwestelijke rand van de grote bevroren vlakte Sputnik Planum - voor het eerst in detail gefotografeerd door de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons in de zomer van 2015 - komen merkwaardige wasbord-achtige patronen voor met een voorkeursrichting van oostnoordoost naar westzuidwest. De onderzoekers concluderen nu dat het gaat om structuren van ijs (H2O) die achter zijn gebleven nadat kolossale gletsjers van bevroren stikstofgas (N2) zich kort na de vorming van Sputnik Planum (ca. 4 miljard jaar geleden) begonnen terug te trekken. Waterijs heeft een minder hoge dichtheid dan bevroren stikstsof, waardoor het indertijd aan de oppervlakte van de stikstofgletsjers terecht kwam en daardoor werd meegevoerd. Na sublimatie ('verdamping') van de stikstofgletsjers bleef het ijs achter. (GS)
Meer informatie:
Washboard and Fluted Terrains on Pluto as Evidence for Ancient Glaciation (origineel persbericht)

   
13 november 2018 • 'Coating chamber' voor LSST-telescoop arriveert in Chili
Op de bergtop Cerro Pachón in Chili, enkele honderden kilometers ten noordoosten van de hoofdstad Santiago, is het grootste onderdeel (tot nu toe!) van de toekomstige Large Synoptic Survey Telescope (LSST) gearriveerd: de 128 ton zware en bijna tien meter grote 'coating chamber' (veraluminiseertank) waarin de 8,4-meter spiegel van de LSST in de toekomst regelmatig voorzien zal worden van een nieuwe spiegelende aluminiumcoating. De coating chamber is gebouwd in Duitsland en is in de afgelopen maanden via Antwerpen en het Panamakanaal verscheept naar de Chileense havenstad Coquimbo, vanwaar hij over de weg naar Cerro Pachón is getransporteerd. De LSST moet over enkele jaren in gebruik worden genomen; de groothoektelescoop - uitgerust met een gigantische en extreem gevoelige digitale camera - gaat onder andere jacht maken op kortstondige verschijnselen aan de sterrenhemel (zogeheten transients) en kleine planetoïden. (GS)
Meer informatie:
LSST Coating Chamber Arrives on Cerro Pachón (origineel persbericht)

   
13 november 2018 • Gaia vindt 'spookstelsel' op drempel Melkweg
Een internationaal team van astronomen heeft een groot maar extreem lichtzwak 'spooksterrenstelsel' gevonden dat zich op relatief kleine afstand van het Melkwegstelsel bevindt. Het stelsel, Antlia 2 (of Ant 2) genoemd, naar het (zuidelijke) sterrenbeeld waarin het is ontdekt, is qua afmetingen vergelijkbaar met de Grote Magelhaense Wolk, maar straalt tienduizend keer zo weinig licht uit. Het is nooit eerder opgemerkt omdat het zich - gezien vanaf de aarde - min of meer achter de centrale schijf van ons eigen Melkwegstelsel bevindt, waarin veel absorberend stof voorkomt. Ant 2 werd ontdekt in meetgegevens van de Europese astrometrische ruimtetelescoop Gaia, die van 1,7 miljard sterren de posities, helderheden, afstanden en bewegingen heeft opgemeten. De astronomen brachten zogeheten RR Lyrae-sterren in kaart (een bepaald type veranderlijke sterren), die veel voorkomen in dwergsterrenstelsels. Uit de Gaia-metingen bleek dat een groot aantal verre RR Lyrae-sterren in het sterrenbeeld Antlia een gezamenlijke beweging door het heelal uitvoeren. Vervolgonderzoek wees uit dat het hier inderdaad om een tot nu toe onbekende begeleider van ons eigen Melkwegstelsel gaat, op een afstand van ca. 130.000 lichtjaar. Dat Ant 2 zo weinig sterren bevat, komt vermoedelijk doordat het langzaam maar zeker uiteen wordt getrokken door de getijdenkrachten van het Melkwegstelsel. Hoe het 'spookstelsel' zo groot heeft kunnen blijven is nog onduidelijk. Nader onderzoek zal hopelijk ook meer licht werpen op de rol - en misschien op de eigenschappen - van de donkere materie die naar alle waarschijnlijkheid in het sterrenstelsel aanwezig is. De ontdekking is gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. (GS)
Meer informatie:
Gaia spots a ‘ghost’ galaxy next door (origineel persbericht)

   
13 november 2018 • Sterrenkunde-amateurs ontdekken mogelijk veelbelovende komeet
Over een paar weken is er mogelijk met het blote oog een komeet zichtbaar aan de sterrenhemel. De komeet (met de catalogusaanduiding C/2018 V1) werd afgelopen week ontdekt door drie amateursterrenkundigen, één in Arizona (Verenigde Staten) en twee in Japan. Hij wordt naar de ontdekkers komeet Machholz-Fujikawa-Iwamoto genoemd. Het is tegenwoordig zeer ongebruikelijk dat nieuwe kometen door amateurs ontdekt worden - de sterrenhemel wordt vrijwel continu in de gaten gehouden door beroepsastronomen met grote telescopen. Kometen zijn kleine, ijzige en poreuze hemellichamen die dateren uit de ontstaansperiode van het zonnestelsel. Wanneer ze in de buurt van de zon komen, verdampt het ijs en komen ook stofdeeltjes vrij. Rond de kleine komeetkern vormt zich dan een uitgestrekte wolk van gas en stof (de coma), en door de invloed van de zon ontstaat ook een lange staart, die altijd van de zon af is gericht. Uit de langgerekte baan van komeet C/2018 V1 Machholz-Fujikawa-Iwamoto blijkt dat hij voor het eerst een bezoek aan de binnendelen van het zonnestelsel brengt. Het gedrag van zulke 'verse' kometen is heel onvoorspelbaar; de nieuwe komeet is in de afgelopen dagen al vier keer zo helder geworden. Eind november bereikt hij zijn kleinste afstand tot de aarde (ca. 100 miljoen kilometer); begin december de kleinste afstand tot de zon, net binnen de baan van de kleine planeet Mercurius. Momenteel beweegt de komeet door het sterrenbeeld Maagd, dat aan de ochtendhemel zichtbaar is. Om hem te zien is een verrekijker of een kleine telescoop nodig. Maar met een beetje geluk wordt Machholz-Fujikawa-Iwamoto binnenkort zo helder dat hij met het blote oog zichtbaar is. (GS)
Meer informatie:
Nieuwsbericht op spaceweather.com

   
9 november 2018 • ExoMars 2020 rover gaat landen in Oxia Planum
De Europese ExoMars 2020 rover, die (na een lancering in de zomer van 2020) op 19 maart 2021 bij de rode planeet Mars moet aankomen, zal een zachte landing gaan uitvoeren in Oxia Planum, iets ten noorden van de Marsevenaar. Dat heeft de ExoMars Landing Site Selection Working Group besloten na een tweedaagse bijeenkomst in Leicester, Verenigd Koninkrijk. De laatst overgebleven alternatieve landingsplaats, Mawrth Vallis, is daarmee komen te vervallen. De ExoMars 2020 rover (die nog geen officiële naam heeft) gaat tot twee meter diepte boren om in ondergrondse bodemmonsters op zoek te gaan naar (eventueel fossiele) sporen van micro-organismen. Oxia Planum is een gebied dat doorsneden wordt door valleien en opgedroogde stromingspatronen, die gevormd zijn door vloeibaar water dat enkele miljarden jaren geleden in grote hoeveelheden aan het Marsoppervlak stroomde. (GS)
Meer informatie:
Oxia Planum favoured for ExoMars surface mission (origineel persbericht)

   
8 november 2018 • Parker Solar Probe overleeft zijn eerste nadering van de zon
De Parker Solar Probe heeft zijn eerste scheervlucht langs de zon goed doorstaan. Op 5 november bereikte de NASA-ruimtesonde zijn kleinste afstand tot het zonsoppervlak: 24 miljoen kilometer. Nooit eerder heeft een aardse onze ster zo dicht genaderd. Tijdens de passage van de zon is de ruimtesonde blootgesteld aan intense hitte en zonnestraling. Maar die heeft hij goed doorstaan. Gisteravond (7 november) ontving de vluchtleiding het signaal waarmee de Solar Probe aangaf dat alles in orde is. Gedurende de scheervlucht was de ruimtesonde op zichzelf aangewezen. Terwijl hij met een recordsnelheid van 343.000 kilometer per uur langs de zon raasde, verschool hij zich achter zijn eigen zonneschild. Daarbij liep de temperatuur aan de zonzijde van het schild op tot ruim 400 graden Celsius. Dat is echter nog maar het begin. Bij komende passages zal de Solar Probe de zon nog dichter naderen en nog grotere snelheden bereiken. Daarbij zullen de temperaturen gedurende korte tijd kunnen oplopen tot bijna 1400 graden Celsius. Desondanks zal het in de schaduw van het hitteschild niet veel warmer worden dan een graad of 30. De gegevens die de Solar Probe tijdens zijn eerste ontmoeting met de zon heeft verzameld zullen overigens pas vanaf eind november worden doorgeseind naar de aarde. (EE)
Meer informatie:
Parker Solar Probe Reports Good Status After Close Solar Approach

   
7 november 2018 • Talrijke paren van superzware zwarte gaten ontdekt in de kernen van botsende sterrenstelsels
Voor het eerst is het astronomen gelukt om een aantal paren sterrenstelsels op te sporen die bijna tot één groter sterrenstelsel zijn samengesmolten. Daarbij zijn ook paren van superzware zwarte gaten ontdekt die uiteindelijk tot één nog kolossaler zwart gat zullen samensmelten (Nature, 8 november). De astronomen lieten zich inspireren door een Hubble-opname van twee botsende sterrenstelsels die tezamen NGC 6240 worden genoemd. Om te beginnen doorzochten ze het archief van de röntgensatelliet Swift naar actieve superzware zwarte gaten die door dichte wolken van gas en stof aan het zicht worden onttrokken. Alleen de röntgenstraling van deze objecten weet door het omringende stof heen te dringen. Vervolgens werden de objecten die daarbij opdoken op nabij-infrarode golflengten nader onderzocht met de Keck-telescoop op Hawaï. Ook in de Hubble-archieven werden op dit soort objecten uitgeplozen. Het resultaat: bijna 500 sterrenstelsels, waarvan meer dan 17 procent twee superzware zwarte gaten in hun centrum bleken te hebben die naar elkaar toe spiralen. Dat is een verrassend groot percentage, omdat computersimulaties hebben laten zien dat zulke compacte paren van superzware zwarte gaten maar heel kort bestaan. De nieuwe resultaten bevestigen het al bestaande vermoeden dat botsingen tussen sterrenstelsels een belangrijke rol spelen bij de vorming van dubbele superzware zwarte gaten die uiteindelijk met elkaar samensmelten. Bij zo’n samensmelting komen kolossale hoeveelheden energie vrij in de vorm van zwaartekrachtgolven – rimpelingen in de ruimtetijd die recent voor het eerst zijn waargenomen met de detectors van het Laser Interferometer Gravitational-wave Observatory (LIGO). Over een paar miljard jaar zal ook ons Melkwegstelsel bij zo’n botsing betrokken zijn – met het Andromedastelsel als partner. Na die ontmoeting zullen ook de centrale superzware zwarte gaten van deze beide sterrenstelsels met elkaar samensmelten. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Find Pairs of Black Holes at the Centers of Merging Galaxies

   
7 november 2018 • Leeftijdsverschillen in sterrenhopen zijn maar schijn
Bevatten sterrenhopen sterren van meerdere generaties of niet? Nieuw onderzoek van de sterrenhoop M11, die uit sterren van verschillende leeftijden lijkt te bestaan, wijst toch op het laatste (Nature, 8 november). In M11 vertonen sterren van dezelfde helderheid een opvallende variatie in kleuren, c.q. temperaturen. Dat suggereert dat deze sterren verschillende leeftijden hebben. En dat is opmerkelijk omdat ervan wordt uitgegaan dat de sterren in zo’n sterrenhoop allemaal tegelijk en uit hetzelfde materiaal zijn ontstaan. Doorgaans wordt deze variatie verklaard door aan te nemen dat er toch enige spreiding is geweest in het ontstaansmoment van de sterren. Het nieuwe onderzoek van M11 heeft echter een andere verklaring opgeleverd: de kleurverschillen zijn waarschijnlijk het gevolg van verschillen in rotatietijd. Dit blijkt uit metingen van de rotatiesnelheden van de sterren in M11, die met de MMT-telescoop van de universiteit van Arizona zijn gedaan. Uit deze metingen blijkt dat de sterren in deze sterrenhoop niet allemaal even snel om hun as roteren. Daardoor kan de ene ster wat jonger lijken dan de andere, terwijl ze beide even oud zijn. Hoe sneller een ster ronddraait, des te beter wordt het waterstof – de ‘brandstof’ – in de ster door elkaar ‘geroerd’. Als gevolg hiervan komt er meer waterstof in de kern terecht en blijft de ster er langer ‘jong’ uitzien. (EE)
Meer informatie:
Aging a Flock of Stars in the Wild Duck Cluster

   
7 november 2018 • Niet alle water op aarde is van planetoïden afkomstig
Het water op aarde is afkomstig van twee bronnen: van planetoïden en van gas dat is overgebleven van de vorming van de zon. Dat is de conclusie van nieuw onderzoek, waarvan de resultaten in het geofysische tijdschrift Journal of Geophysical Research: Planets zijn gepubliceerd.Om de oorsprong van het aardse water te kunnen achterhalen heeft een team van wetenschappers nu eens niet gekeken naar het aandeel zuurstof, maar naar dat van waterstof. Tot nu toe werd aangenomen dat al het water op aarde afkomstig is van planetoïden. Dat wordt afgeleid uit de verhouding tussen deuterium – een zwaardere isotoop van waterstof – en normale waterstof. In het geval van oceaanwater ligt die verhouding dicht bij wat in planetoïden is aangetroffen.Volgens de nieuwe publicatie is dat echter niet het volledige verhaal. Recent onderzoek wijst er namelijk op dat het waterstof in de oceanen niet representatief is voor de hele planeet. Boormonsters van grote diepte laten namelijk zien dat het waterstof aldaar duidelijk minder deuterium bevat, wat erop wijst dat dít waterstof niet van planetoïden afkomstig is. Bovendien komt de samenstelling van de edelgassen helium en neon die daar zijn aangetroffen overeen met die van de ‘zonnenevel’ – de wolk van interstellair gas waaruit onze zon is ontstaan.De onderzoekers suggereren nu dat de aarde tijdens haar vormingsproces – waarbij planetoïden samenklonterden tot een groter hemellichaam – ook gas uit de zonnenevel heeft aangetrokken. Gas dat minder deuterium bevatte dan het waterstof in planetoïden. Via een proces dat isotopenfractionering wordt genoemd is het normale waterstof naar de kern van de jonge aarde getrokken, terwijl het zwaardere deuterium achterbleef in de magma waaruit na afkoeling de aardmantel ontstond.Aan de hand van dit nieuwe model hebben de auteurs een schatting gemaakt van hoeveel waterstof van beide bronnen afkomstig is. Ze komen tot de conclusie dat 98 of 99 van elke 100 watermoleculen op aarde afkomstig zijn van planetoïden. De resterende een of twee zouden uit de zonnenevel zijn gekomen.Erg significant lijkt deze bevinding niet, maar het scenario kan van belang zijn in andere planetenstelsels waarin aarde-achtige planeten geen water hebben kunnen putten uit planetoïden. Het nieuwe scenario suggereert dat zelfs die exoplaneten water kunnen hebben verkregen uit hun eigen zonnenevel. (EE)
Meer informatie:
Scientists Theorize New Origin Story for Earth’s Water

   
7 november 2018 • Ultraheet gas verraadt magnetisch veld rond witte dwerg
Door een tientallen jaar oud raadsel op te lossen, heeft een internationaal team van astronomen een extreem hete magnetosfeer ontdekt rond een witte dwerg – het overblijfsel van een ster zoals onze zon (Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 7 november). Aan het einde van hun bestaan stoten sterren zoals onze zon hun buitenste lagen af. Daardoor blijft een hete, compacte en dichte kern achter, die in de loop van de miljarden jaren geleidelijk afkoelt: een witte dwerg. De temperatuur aan het oppervlak van zo’n ster ligt veelal rond de 100.000 graden Celsius. Ter vergelijking: het oppervlak van onze zon heeft een temperatuur van 5800 graden. Sommige witte dwergen vertonen sporen van sterk geïoniseerde ‘metalen’ – de astronomische term voor alle elementen die zwaarder zijn dan helium. Dat is merkwaardig omdat de ionisatiegraad van deze elementen – het aantal elektronen dat ze zijn kwijtgeraakt – erop wijst dat ze tot een temperatuur van 1 miljoen graden Celsius zijn verhit. Bij spectraalwaarnemingen van de 1200 lichtjaar verre witte dwergster GALEXJ014636.8 + 323615 is nu een bijzondere ontdekking gedaan. De signatuur van de sterk geïoniseerde metalen in het spectrum van deze ster blijken variaties van zes uur te vertonen – een periode die overeenkomt met de rotatietijd van de witte dwerg. De astronomen vermoeden nu dat de witte dwerg omgeven is door een gordel van ultraheet gas dat door zijn magnetische veld bijeengehouden wordt. De hoge temperatuur van dat gas zou veroorzaakt zijn door schokken in deze magnetosfeer. (EE)
Meer informatie:
Ultra-hot gas around remnants of Sun-like stars

   
6 november 2018 • ALMA en MUSE detecteren galactische fontein
Op slechts één miljard lichtjaar van ons vandaan, in de nabije cluster die bekendstaat als Abell 2597, bevindt zich een reusachtige galactische fontein. In het hart van een van de stelsels in deze cluster is een enorme straal van koud moleculair gas waargenomen die de ruimte in spuit en vervolgens als een intergalactische stortbui op het zwarte gat neerregent. De in- en uitstroom van zo'n enorme kosmische fontein zijn nog nooit eerder gezamenlijk waargenomen. Ze vinden hun oorsprong in de binnenste 100.000 lichtjaar van het helderste sterrenstelsel in Abell 2597. De ontdekking is gedaan door een team onder leiding van Grant Tremblay van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics. Tremblay en zijn collega's hebben de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) gebruikt om de posities en bewegingen van koolstofmonoxidemoleculen in het sterrenstelsel te volgen. Deze koude moleculen, met temperaturen tot minus 250 à 260 °C, bleken naar binnen – dat wil zeggen: naar het zwarte gat toe – te vallen. Aan de hand van gegevens van het MUSE-instrument van de Europese Very Large Telescope hebben de astronomen ook het warmere gas kunnen volgen dat in de vorm van jets door het zwarte gat wordt uitgestoten. In combinatie geven deze gegevens een compleet beeld van het volledige proces: koud gas valt in de richting van het zwarte gat, waardoor deze wordt geactiveerd en in reactie daarop twee snel bewegende jets van gloeiende plasma de ruimte in blaast. Deze jets spuiten vervolgens als spectaculaire galactische fonteinen het zwarte gat uit. Het plasma kan echter niet aan de zwaartekrachtsgreep van het sterrenstelsel ontsnappen: het koelt af, vertraagt en regent uiteindelijk weer terug naar het zwarte gat, waarna de cyclus opnieuw begint. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
5 november 2018 • Extreem 'puur' dwergsterretje wijst op hogere leeftijd Melkwegstelsel
Astronomen hebben een kleine, zwakke rode dwergster in het Melkwegstelsel ontdekt die mogelijk rond de 13,5 miljard jaar oud is - bijna even oud als het heelal zelf. Het feit dat de ster zich in de centrale, dunne Melkwegschijf bevindt, doet vermoeden dat ons Melkwegstelsel drie miljard jaar ouder is dan tot nu toe werd aangenomen. De ontdekking wordt gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De ouderdom van de ster blijkt uit het zeer geringe gehalte aan elementen zwaarder dan waterstof en helium; de ster heeft nog vrijwel de 'pure' samenstelling van het pasgeboren heelal. Zwaardere elementen ('metalen' in astronomisch jargon) worden in de loop van de tijd gevormd door kernfusiereacties in het inwendige van sterren, maar in de prille jeugd van het heelal waren ze nauwelijks aanwezig. 2MASS J18082002-5104378 B, zoals het sterretje heet, is een zogeheten ultra metal poor star; hij ontstond kort nadat de allereerste sterren in het heelal hun korte leven beëindigden in supernova-explosies. De meeste van de ca. 30 ultra-metaalarme sterren die tot nu toe bekend zijn, zijn qua massa vergelijkbaar met onze eigen zon. De nieuwe recordhouder heeft een massa van slechts één zevende van die van de zon. Hij beschrijft een baan rond een zwaardere ster, die eveneens weinig zware elementen bevat. Na de ontdekking van die zwaardere ster meenden sterrenkundigen aanvankelijk dat er een neutronenster of een zwart gat omheen cirkelde, maar nader onderzoek (o.a. met de Gemini South Telescope in Chili) heeft nu echter uitgewezen dat de begeleider een rode dwerg is. De hoop is dat er in de toekomst meer lichte ultra-metaalarme sterren gevonden zullen worden. Onderzoek aan deze sterren biedt astronomen een unieke blik in de begindagen van ons Melkwegstelsel en van het heelal als geheel. (GS)
Meer informatie:
Johns Hopkins Scientist Finds Elusive Star with Origins Close to Big Bang (origineel persbericht)

   
1 november 2018 • Mars was (soms) rijk aan meren
Langs de noordoostelijke rand van het grote inslagbekken Hellas, op het zuidelijke halfrond van Mars, lagen talrijke tijdelijke meren. Tot die conclusie komt een team van Amerikaanse wetenschappers in een artikel dat in het tijdschrift Astrobiology is gepubliceerd. Volgens de onderzoekers was het water waarmee deze meren waren gevuld afkomstig van verschillende bronnen: neerslag, rivierwater en grondwater. In de ‘paleomeren’ zouden ook sedimenten zijn afgezet – in één geval zelfs bijna tot aan de rand. Alles bij elkaar hebben de wetenschappers 34 locaties aangewezen waar meren kunnen zijn geweest. In een aantal gevallen gaat het om (geërodeerde) inslagkraters. De nieuwe bevindingen wijzen erop dat Mars bij vlagen in hydrologisch opzicht veel actiever is geweest dan tot nu toe werd aangenomen. (EE)
Meer informatie:
Groundwater and Precipitation Provided Water to Form Lakes along the Northern Rim of Hellas Basin throughout Mars’s History

   
1 november 2018 • Eerste foto’s van planetoïde Bennu zijn binnen
Na een ruimtereis van twee jaar is NASA-ruimtesonde OSIRIS-REx begonnen met het maken van foto’s van zijn reisdoel: de 500 meter grote planetoïde Bennu. De eerste beelden tonen een object dat qua vorm verbluffende overeenkomsten vertoont met de tweemaal zo grote planetoïde Ryugu, die momenteel door de Japanse ruimtesonde Hayabusa2 wordt verkend. OSIRIS-REx werd gelanceerd op 8 september 2016 en zal op 3 december a.s. aankomen bij Bennu, die hij al tot op ruim 300 kilometer is genaderd. De eerste acht opnamen van de planetoïde zijn vanaf die afstand gemaakt. Tussen de eerste en de laatste opname is Bennu over iets meer dan een graad gedraaid. Met behulp van een computeralgoritme zijn de beelden zodanig gecombineerd, dat er een foto van hogere resolutie is verkregen. Het resultaat is scherp genoeg om grote rotsblokken op het oppervlak van de planetoïde te kunnen herkennen. In december worden de eerste kleurenfoto’s van Bennu gemaakt. Deze zullen meer informatie geven over de mineralogische eigenschappen van zijn oppervlak. Uiteindelijk zal de ruimtesonde daarop neerdalen, om een bodemmonster op te pikken en in 2023 op aarde af te leveren. (EE)
Meer informatie:
First images of asteroid Bennu obtained by the NASA OSIRIS-REx spacecraft

   
1 november 2018 • Ook ruimtesonde Dawn geeft er de brui aan
Na elf jaar is er een einde gekomen aan de missie van NASA-ruimtesonde Dawn. Sinds gisteren is het radiocontact met de ruimtesonde verbroken, en na andere mogelijke oorzaken te hebben weggestreept is de vluchtleiding tot de conclusie gekomen dat Dawn haar laatste druppels hydrazine heeft verbruikt. Zonder deze brandstof kan de ruimtesonde haar antennes niet op de aarde richten en haar zonnepanelen niet op de aarde. Dawn heeft de afgelopen jaren de twee grootste objecten van de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter onderzocht: Vesta (van 2007 tot 2015) en Ceres (sinds 2015). Momenteel maakt de ruimtesonde nog gewoon haar rondjes om deze laatste, en dat zal ze waarschijnlijk nog wel vijftig jaar blijven doen. Het is voor de tweede keer deze week dat NASA een langlopende onderzoeksmissie moest afsluiten. Een paar dagen geleden viel het doek voor ‘planetenjager’ Kepler. En ook voor een andere NASA-missie – de kleine Marsverkenner Opportunity – begint het er somber uit te zien. Afgelopen zomer ging het radiocontact met Opportunity verloren, tijdens de zeer omvangrijke stofstorm die Mars toen teisterde. De vluchtleiding is er nog steeds niet in geslaagd om de verbinding te herstellen, maar helemaal vervlogen is de hoop nog niet. Er zal nog minstens tot januari volgend jaar worden geluisterd naar mogelijke ‘levenstekenen’ van het ruim 17 jaar oude Marskarretje. (EE)
Meer informatie:
NASA's Dawn Mission to Asteroid Belt Comes to End

   
31 oktober 2018 • Jonge Melkweg heeft kleiner sterrenstelsel opgeslokt
Een team onder leiding van de Groningse astronoom Amina Helmi heeft met ESA’s Gaia-satelliet ontdekt dat ons sterrenstelsel, de Melkweg, niet in zijn eentje is gevormd maar in zijn vroege jeugd is samengesmolten met een ander groot stelsel (Nature, 1 november 2018). Gaia meet de positie, beweging en helderheid van sterren met een nauwkeurigheid die voorheen niet kon worden bereikt. De astronomen gebruikten 22 maanden aan waarnemingen en keken naar de 7 miljoen sterren waarvan de 3D-posities en -snelheden beschikbaar zijn. Ze ontdekten dat 33.000 van deze door de Melkweg bewegende sterren tot een opvallende collectie behoren. De sterren vielen op door hun langgerekte banen, die ze in vergelijking met de overige sterren van de Melkweg, in precies de tegenovergestelde richting doorlopen. Het enorme aantal sterren met afwijkend gedrag intrigeerde de astronomen en zij vermoedden dat dit iets met de ontstaansgeschiedenis van ons sterrenstelsel te maken zou kunnen hebben. Daarop hebben ze eerdere simulaties van het fuseren van twee grote sterrenstelsels vergeleken met de waarnemingen van Gaia, en die komen met elkaar overeen. Eerste auteur Amina Helmi: ‘De verzameling sterren die we met Gaia hebben gevonden heeft alle kenmerken die horen bij de overblijfselen van een galactische versmelting.’ De sterren behoorden dus ooit tot een ander sterrenstelsel, dat is opgeslokt door de Melkweg. Ze vormen nu het grootste deel van de binnenste halo, een gebied met oude sterren dat de centrale verdikking en de schijf van de Melkweg omgeeft. De galactische schijf zelf bestaat uit twee delen, een dunne en een dikke schijf. De dikke schijf bevat ongeveer 20 procent van de Melkwegsterren. Ten tijde van de botsing waren de sterren die nu in de dikke schijf zitten er al, maar de botsing zorgde ervoor dat de schijf werd opgeschud en dikker werd. Nadere analyse wijst erop dat het stelsel ongeveer zo groot moet zijn geweest als een van de Magelhaense Wolken, ongeveer 10 keer zo klein als de huidige Melkweg. Maar 10 miljard jaar geleden was de Melkweg zelf veel kleiner en daarom wordt de verhouding ten tijde van de versmelting geschat op 4:1. De astronomen hebben het opgeslokte stelsel Gaia-Enceladus gemunt, naar een van de Giganten in de Griekse mythologie, zoon van Gaia (de oermoeder, de aarde) en Uranus (de personificatie van de hemel).
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
31 oktober 2018 • Natuurlijke ‘batterijwerking’ kan organische stoffen op Mars hebben gevormd
De organische koolstof op Mars kan afkomstig zijn van een reeks elektrochemische reacties tussen zout water en vulkanische mineralen. Dat is de conclusie van nieuw onderzoek van drie Marsmeteorieten waarvan de resultaten vandaag in Science Advances zijn gepubliceerd. Het onderzoek van de drie brokstukken van Mars, die op verschillende momenten op aarde zijn beland, toont aan dat de samenstelling van de daarin aanwezige organische koolstof opmerkelijke overeenkomsten vertoont met die van organische verbindingen die door de Marsverkenner Curiosity zijn gedetecteerd. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat de organische koolstof in Marsmeteorieten inderdaad afkomstig is van de rode planeet, en niet door aardse verontreinigingen is veroorzaakt. Ook is duidelijk dat deze koolstof niet van biologische oorsprong is. Bij het nieuwe onderzoek hebben wetenschappers zich dan ook gebogen over niet-biologische processen die tot de vorming van organische verbindingen kunnen leiden. Met behulp van geavanceerde microscopie en spectroscopie zijn ze te tot conclusie gekomen dat de verbindingen waarschijnlijk zijn ontstaan door elektrochemische corrosie van mineralen in Marsgesteenten onder invloed van pekelwater. Simpel gezegd zou die natte, zoutrijke omgeving elektrische stroompjes kunnen opwekken, net als een batterij. Onder invloed van zulke stroompjes kunnen allerlei reacties optreden. Hetzelfde effect zou overigens ook een rol kunnen spelen in de ondergrondse oceanen van de Jupitermaan Europa en de Saturnusmaan Enceladus. (EE)
Meer informatie:
Naturally Occurring “Batteries” Fueled Organic Carbon Synthesis on Mars

   
31 oktober 2018 • Filmpje toont de uitdijing van het restant van Supernova 1987A
Op basis van waarnemingen met de Australia Compact Telescope Array – een radiotelescoop in New South Wales (Australië) – is een kort filmpje gemaakt dat de ontwikkeling laat zien van het restant van Supernova 1987A. Sinds hij op 24 februari 1987 aan de zuidelijke nachthemel opdook is Supernova 1987A een van de meest bestudeerde objecten in de geschiedenis van de sterrenkunde. Hij luidde het einde in van een blauwe superreuzenster in de Grote Magelhaense Wolk, op ongeveer 168.000 lichtjaar van de aarde. Het was voor het eerst sinds 1604 dat een supernova met het blote oog waarneembaar was vanaf de aarde. De ‘nieuwe ster’ werd voor het eerst opgemerkt door astronomen van de Las Campanas-sterrenwacht in het noorden van Chili. Yvette Cendes, masterstudent aan de universiteiten van Toronto en Leiden, heeft nu een time-lapse gemaakt van de nasleep van de supernova over de periode 1992-2017. Het ‘filmpje’ laat zien hoe de schokgolf van de explosie uitdijt en op het ‘puin’ stuit dat de oorspronkelijke ster voordien al had uitgestoten. In een begeleidend wetenschappelijk artikel, dat vandaag in de Astrophysical Journal is verschenen, versterken Cendes en haar collega’s het vermoeden dat de uitdijende supernovarest niet plat is, zoals de ringen van Saturnus, maar als een torus of donut. De onderzoekers bevestigen ook dat de schokgolf nu 1000 kilometer per seconde sneller uitdijt. Deze versnelling is ontstaan doordat de expanderende torus zich een weg door het omringende puin heeft gebaand. (EE)
Meer informatie:
Time-Lapse Shows Thirty Years in the LifeOf One Of the Most Studied Objects in Astronomy: Supernova 1987A

   
31 oktober 2018 • ESO’s GRAVITY-instrument bevestigt aanwezigheid van zwart gat in Melkwegcentrum
ESO’s uiterst gevoelige GRAVITY-instrument heeft de al lang bestaande aanname dat er een superzwaar zwart gat in het centrum van de Melkweg huist verder onderbouwd. Nieuwe waarnemingen laten zien dat er gas met ongeveer 30% van de snelheid van het licht net buiten de waarnemingshorizon rondcirkelt. Het is voor het eerst dat er materiaal is waargenomen in een baan nabij het zwarte gat van waaruit er geen weg terug meer is. Het GRAVITY-instrument, dat deel uitmaakt van de Very Large Telescope (VLT)-interferometer, is ingezet om infraroodstraling waar te nemen die afkomstig is van de accretieschijf rond Sagittarius A* – het massarijke object in het hart van de Melkweg. De opvlammingen die dit materiaal vertoont verschaffen de langverwachte bevestiging dat het object in het centrum van onze Melkweg een superzwaar zwart gat is. De opvlammingen zijn afkomstig van materiaal dat heel dicht bij de waarnemingshorizon rond het zwarte gat cirkelt. Hoewel een deel van de materie in de accretieschijf – de gordel van gas die met relativistische snelheden om Sagittarius A* beweegt – veilig om het zwarte gat kan cirkelen, is alles wat te dichtbij komt gedoemd om voorbij de waarnemingshorizon te worden getrokken. De kleinste afstand tot het zwarte gat waarop materiaal kan rondcirkelen zonder onherroepelijk naar binnen getrokken te worden door de kolossale massa, wordt de binnenste stabiele baan genoemd. Dat is de plek waar de waargenomen opvlammingen hun oorsprong vinden.Eerder dit jaar hebben GRAVITY en SINFONI, een ander instrument van de VLT, al nauwkeurige metingen gedaan van de snelheid van de ster S2, terwijl deze door het extreme zwaartekrachtveld van Sagittarius A* scheerde. Daarbij werden voor het eerst de effecten waargenomen zoals Einsteins algemene relativiteitstheorie die voor zo’n extreme omgeving voorspelde. Tijdens de scheervlucht van S2 werd bij toeval ook een sterke emissie van infraroodstraling waargenomen.Deze straling, afkomstig van energierijke elektronen nabij het zwarte gat, was zichtbaar als drie opvallende heldere opvlammingen die exact in overeenstemming waren met theoretische voorspellingen van de hotspots zoals die rond een zwart gat van vier miljoen zonsmassa’s zouden ontstaan. Aangenomen wordt dat de opvlammingen worden veroorzaakt door magnetische interacties in het zeer hete gas dat op geringe afstand om Sagittarius A* cirkelt. (EE)
Meer informatie:
Meest gedetailleerde waarnemingen van materiaal dat nabij een zwart gat cirkelt