22 februari 2019 • Israëlische ruimtesonde op weg naar de maan
De sonde Beresheet, een project van de Israëlische non-profit organisatie SpaceIL is op weg naar de maan. De maansonde, oorspronkelijk ontwikkeld voor de Google Lunar XPrize, waarvoor de deadline al verstreken is, moet uiteindelijk een landing maken op de maan. Hij zal een paar dagen lang onderzoek doen van het magnetische veld op zijn landingsplek in de ‘maanzee’ Mare Serenitatis. Beresheet is, samen met een Indonesische telecommunicatiesatelliet, om 02.45 uur Nederlandse tijd met een Falcon 9 raket van SpaceX gelanceerd vanaf Cape Canaveral in Florida. Als alles goed gaat, zal de maansonde op 4 april in een omloopbaan om de maan worden gebracht, waar hij minstens zes dagen zal verblijven. De vroegst mogelijke datum voor de uiteindelijke landing is 11 april. Slaagt die, dan is Israël na de VS, de Sovjetunie en China het vierde land dat een (zachte) maanlanding heeft volbracht. (EE)
Meer informatie:
Beresheet has launched!

   
22 februari 2019 • Ruimtesonde Hayabusa2 heeft bodemmonster van planetoide Ryugu opgepikt
Het Japanse ruimteagentschap JAXA heeft bekendgemaakt dat de ruimtesonde Hayabusa2 met goed gevolg het oppervlak van planetoïde Ryugu heeft aangetikt. Uit de gegevens van de ruimtesonde blijkt dat deze volgens plan een klein projectiel op het oppervlak van het slechts één kilometer grote hemellichaam heeft afgevuurd, om opspattend bodemmateriaal op te vangen. De beelden die Hayabusa2 tijdens zijn afdaling heeft gemaakt worden later vandaag verwacht. De ruimtesonde blijft nog tot eind dit jaar in de buurt van Ryugu en keert dan terug naar de aarde om zijn bodemmonsters – er volgen nog twee touchdowns – in december 2020 hier af te leveren. (EE)
Meer informatie:
Hayabusa2 has touched down on Ryugu!

   
21 februari 2019 • NASA selecteert instrumenten voor mogelijke maanvluchten in 2019
Het wordt druk op en rond de maan, en de VS willen daar nu ook weer naartoe. Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft twaalf wetenschappelijke instrumenten en ‘tech-demonstraties’ geselecteerd voor maanmissies die al eind dit jaar zouden kunnen vertrekken. Dat laatste hangt af van de beschikbaarheid van commerciële maanlanders, want NASA zelf heeft er momenteel geen. Het ruimtevaartagentschap is van plan om zo mogelijk jaarlijks een nieuw instrumentenpakket naar de maan te sturen.  Bij de nu geselecteerde instrumenten, zitten bekende zoals stralingsmeters, spectrometers en magnetometers, maar ook een instrument om laagfrequente radiostraling mee op te vangen. Ook staan drie instrumenten op de lijst die gegevens moeten verzamelen tijdens de maanlanding zelf, die kunnen worden gebruikt voor het ontwerp van toekomstige bemande maanlanders.  De twee tech-demo’s omvatten een test met geavanceerde zonnepanelen, en een navigatiebaken dat maanorbiters en -landers moet helpen bij hun positiebepaling. De diverse onderdelen voor de maanmissies worden door NASA zelf ontwikkeld. Voor het leveren van de eigenlijke maanlanders komen negen Amerikaanse bedrijven in aanmerking.  NASA heeft ook plannen aangekondigd om, samen met het Amerikaanse bedrijfsleven, herbruikbare systemen te ontwikkelen die astronauten op de maan kunnen afzetten. De eerste tests met dergelijke systemen staan voor 2024 op het programma. Vier jaar later zouden er dan voor het eerst sinds eind 1972 weer Amerikanen op de maan kunnen rondwandelen. (EE)
Meer informatie:
NASA Selects Experiments for Possible Lunar Flights in 2019

   
21 februari 2019 • Mondiaal netwerk van radiotelescopen ziet nasleep neutronensterbotsing
Astronomen hebben met radiotelescopen op vijf continenten de aanwezigheid van een smalle straalstroom waargenomen die afkomstig is van de enige bekende bron van twee samensmeltende neutronensterren, ontdekt via zwaartekrachtgolven. Het resultaat wordt deze week gepubliceerd in Science. Vanuit Nederland nam zowel de Westerbork Radiotelescoop als de dataprocessor van JIVE deel aan de waarneemcampagne. Bij dit resultaat zijn bovendien astronomen betrokken van diverse instituten in Nederland (JIVE, Radboud Universiteit, TU Delft, Universiteit Leiden, SRON). De twee Amerikaanse LIGO-detectoren en de Europese Virgo-detector namen in augustus 2017 zwaartekrachtgolven waar van de botsing van twee neutronensterren. Neutronensterren zijn zeer compacte sterren met ruwweg de massa van de zon, maar de grootte van een stad als Amsterdam. GW170817 vond plaats in een sterrenstelsel op een afstand van 130 miljoen lichtjaar van de aarde, en is de enige versmelting van dit type die tot nu is waargenomen. Na de LIGO/Virgo-detectie richtten astronomen een scala aan telescopen op deze bron, over het hele elektromagnetisch spectrum (van gamma- en röntgen- tot optische en radiotelescopen). 200 dagen na de detectie ving een netwerk van telescopen in Europa, Afrika, Azië, Oceanië en Noord-Amerika radiostraling op van de straalstroom (jet) die afkomstig is van de gewelddadige botsing. Het internationale waarneemteam stond onder leiding van Giancarlo Ghirlanda van het National Institute for Astrophysics (INAF) in Italië. De neutronensterversmelting was de eerste gebeurtenis waarbij het mogelijk was om de detectie van zwaartekrachtgolven te koppelen aan een object dat licht uitzendt. Na de versmelting werd een grote hoeveelheid materiaal de ruimte in geslingerd, wat een schil rond het object vormde. De evolutie daarvan is door astronomen op diverse golflengten gevolgd. Een aantal vragen werd daarmee echter niet beantwoord. Teamleider Ghirlanda: ‘We verwachtten dat het materiaal deels via een jet zou worden uitgestoten maar het was onduidelijk of het door de omringende schil heen zou kunnen breken.’ Om die vraag te kunnen beantwoorden hadden de astronomen zeer gevoelige radio-opnamen met een heel hoge resolutie nodig. Daarbij gebruikten ze de techniek van de Very Long Baseline Interferometry (VLBI), die radiotelescopen over de hele wereld combineert. De astronomen keken op 12 maart 2018 in de richting van de bron met 33 radiotelescopen uit het Europese VLBI-netwerk, e-MERLIN in het VK, de Australian Long Baseline Array in Australië en Nieuw-Zeeland, en de Very Long Baseline Array in de VS. De data van deze waarneemcampagne werden met geavanceerde technieken verwerkt bij JIVE in Dwingeloo, Nederland, wat een beeld opleverde met een resolutie die is te vergelijken met het zien van een man op de maan vanaf de aarde. De expanderende schil of bel rond de bron heeft in deze vergelijking de afmeting van een vrachtwagen. Maar de VLBI-waarnemingen lieten een compacter beeld zien. ‘Dit komt overeen met de verwachting. We hebben de waarnemingen vergeleken met de modellen en alleen een straalstroom is compact genoeg om de waarnemingen te verklaren’, zegt coauteur Om Sharan Salafia (INAF). Het team stelde vast dat de jet evenveel energie bevat als alle sterren in onze Melkweg samen gedurende een jaar produceren. ‘En al die energie zat opgesloten in een straalstroom die maar 1 lichtjaar groot is’, merkt coauteur Zsolt Paragi (JIVE) op. Naar verwachting worden in de komende jaren meer neutronensterversmeltingen gedetecteerd. ‘Op basis van onze resultaten verwachten we dat minstens 10% van alle gebeurtenissen een jet zal produceren’, voegt coauteur Benito Marcote (JIVE) toe.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
20 februari 2019 • Kleinste Neptunus-maantje is mogelijk een brokstuk van grote buurmaan
Het laatst ontdekte maantje van de planeet Neptunus heeft eindelijk een naam. Het ongeveer 35 kilometer grote ijsachtige hemellichaampje is Hippocamp gedoopt. Een team van wetenschappers rond Mark Showalter, die het maantje in 2013 heeft ontdekt, heeft ook een nieuwe theorie over de herkomst ervan. Hippocamp zou een brokstuk zijn van de naburige, grotere maan Proteus (Nature, 21 februari). De omloopbanen van Hippocamp en Proteus liggen opvallend dicht bij elkaar: er zit maar 12.000 kilometer tussen. In een ver verleden moet hun onderlinge afstand zelfs nog kleiner zijn geweest, omdat de getijdeninteractie tussen Neptunus en Proteus ervoor zorgt dat deze maan zich geleidelijk van de planeet verwijdert. Het veel lichtere maantje Hippocamp blijft min of meer op zijn plek. Showalter en zijn collega’s denken nu dat Hippocamp bestaat uit materiaal dat is vrijgekomen bij een komeetinslag op Proteus. Op opnamen die ruimtesonde Voyager 2 in 1989 van Proteus heeft gemaakt is ook een grote inslagkrater te zien. Veel meer dan een vermoeden is het verband tussen deze krater en het ontstaan van Hippocamp echter niet. Wel zijn er aanwijzingen dat het manenstelsel van Neptunus miljarden jaren geleden flink door elkaar is geklutst. Dat is gebeurd toen de planeet zijn huidige grootste maan, Triton, heeft ingevangen. Daarvan wordt aangenomen dat het oorspronkelijk een object uit de Kuipergordel was. De plotselinge aanwezigheid van Triton was funest voor de oorspronkelijke manen van Neptunus. Die zijn waarschijnlijk allemaal uit elkaar getrokken. Het puin van deze manen zou later weer zijn samengeklonterd tot de huidige kleine manen van de planeet. (EE)
Meer informatie:
Hubble Helps Uncover Origin Of Neptune's Smallest Moon Hippocamp

   
20 februari 2019 • De superzware zwarte gaten in het Draaikolkstelsel zijn verrassend tam
In de nabije Draaikolkstelsel (M51) en diens begeleider (M51b) zijn twee superzware zwarte gaten bezig om materie uit hun omgeving op te slokken. Daarbij komt röntgenstraling vrij, maar eigenlijk veel te weinig voor objecten van dit kaliber. Een bescheiden neutronenster in M51 steekt het tweetal in röntgenopzicht naar de kroon.  In het centrum van zowel M51 als M51b schuilt een zwart gat van miljoenen zonsmassa’s. De beide sterrenstelsels zijn bezig om samen te smelten, en dat zou ertoe moeten leiden dat er veel gas en stof naar hun centrale zwarte gaten stroomt.  Toch komt er relatief weinig röntgenstraling uit de kernen van de sterrenstelsels. Dat werd tot nu toe verklaard door aan te nemen dat hun zwarte gaten door zoveel stof en gas omgeven zijn, dat de straling wordt getemperd. Nieuw onderzoek, gebaseerd op gegevens van de röntgensatelliet NuSTAR, trekt deze verklaring echter in twijfel.  Met NuSTAR kunnen astronomen door het gas en stof rond de zwarte gaten heen kijken, en daarbij is vastgesteld dat ze dan nog steeds minder röntgenstraling produceren dan verwacht. Onduidelijk is of dit blijvend zo is of dat hun röntgenhelderheid in de toekomst (weer) zal toenemen.  Verrassend genoeg laten de NuSTAR-gegevens zien dat een miljoenen keren kleiner object in M51 bijna net zo veel röntgenstraling produceert als de superzware zwarte gaten. Het gaat om een neutronenster, het compacte restant van een ster die als supernova is geëxplodeerd.  Neutronensterren staan erom bekend dat ze veel straling kunnen produceren, maar die in M51 is helderder dan gemiddeld: hij behoort tot de klasse van de ultraheldere neutronensterren. Berekeningen laten zien dat de intense straling van dergelijke neutronensterren kan worden veroorzaakt door sterkte magnetische velden. (EE)
Meer informatie:
In Colliding Galaxies, a Pipsqueak Shines Bright

   
20 februari 2019 • De aardatmosfeer strekt zich uit tot voorbij de maan
Met enige fantasie kun je stellen dat de maan door de hoogste regionen van de aardatmosfeer beweegt. Dat blijkt uit waarnemingen van het Europees/Amerikaanse Solar and Heliospheric Observatory (SOHO). Die laten zien dat de verste uitlopers van de aardatmosfeer zich uitstrekken tot op een afstand van 630.000 kilometer. Op de overgang van de aardatmosfeer naar de ruimte bevindt zich een wolk van waterstofatomen die de ‘geocorona’ wordt genoemd. Een van de instrumenten van SOHO is voorzien van gevoelige sensoren die dit ijle gas kunnen opsporen. Het is overigens niet voor het eerst dat de geocorona is geregistreerd: ook de eerste telescoop op de maan, daar in 1972 neergezet door astronauten van de Apollo 16, heeft hem al eens vastgelegd. De oorsprong van het waterstof ligt bij de waterdamp in de aardatmosfeer. De vrijgekomen waterstofatomen zenden, onder invloed van de straling van de zon, een bepaald soort ultraviolet licht uit. Omdat dit type licht door de aardatmosfeer wordt geabsorbeerd, is het schijnsel alleen vanuit de ruimte waarneembaar. Het nieuwe onderzoek laat zien dat het zonlicht de geocorona aan de dagzijde van de aarde samendrukt. Dat resulteert op 60.000 kilometer boven het aardoppervlak in een waterstofdichtheid van ‘maar liefst’ 70 atomen per kubieke centimeter. Op de afstand van de maan is dit nog maar 0,2 atoom per kubieke centimeter. Voor astronauten vormen die schaarse deeltjes geen bedreiging. De geocorona kan echter wel van invloed zijn op toekomstige astronomische waarnemingen vanuit de omgeving van de maan. Ruimtetelescopen die de hemel op ultraviolette straling waarnemen, kunnen er enige hinder van ondervinden. (EE)
Meer informatie:
Earth’s atmosphere stretches out to the Moon – and beyond

   
19 februari 2019 • Dagelijks weerbericht voor Mars
Vanaf vandaag presenteert NASA een dagelijks weerbericht voor Mars, of althans voor Elysium Planitia, de landingsplaats van de Marslander InSight. Met behulp van verschillende sensoren meet InSight de temperatuur, de luchtdruk en de windsnelheid en -richting op Mars. Het weerbericht voor zondag 17 februari luidde bijvoorbeeld: maximumtemperatuur -17 graden Celsius, minimumtemperatuur -95 graden Celsius; windsnelheid 17 meter per seconde (61 kilometer per uur) uit zuidwestelijke richting; gemiddelde luchtdruk 723 pascal (7,23 millibar). (GS)
Meer informatie:
InSight Is the Newest Mars Weather Service (origineel persbericht)

   
19 februari 2019 • Oude, koude witte dwerg gevonden met stofringen
Op 145 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Steenbok is een oude, koele witte dwergster gevonden die omgeven wordt door een of meer ringen van stof en gruis. De witte dwerg (LSPM J0207+3331 geheten, of kortweg J0207) heeft een oppervlaktetemperatuur van 'slechts' 5800 graden (erg koel voor een witte dwerg), wat wijst op een leeftijd van ca. 3 miljard jaar. Er zijn wel meer witte dwergen bekend die omgeven worden door stofgordels, maar die zijn altijd veel jonger - nooit meer dan 1 miljard jaar. Witte dwergen zijn de eindstadia van sterren zoals onze eigen zon. Over een paar miljard jaar zal ook de zon eerst opzwellen tot een rode reus, om vervolgens ineen te schrompelen tot een afkoelende witte dwerg, niet veel groter dan de aarde. De binnenste planeten in het zonnestelsel zullen het rode-reuzenstadium niet overleven. Botsingen tussen op drift geraakte planetoïden kunnen leiden tot het ontstaan van stofgordels. Dat stof spiraliseert in de loop van vele miljoenen jaren naar binnen, en komt uiteindelijk op de witte dwerg terecht. Dat er nu ook stof is ontdekt in een baan rond een zeer oude witte dwerg is dan ook opmerkelijk. De witte dwerg werd ontdekt door de Duitse burgerwetenschapper (citizen scientist) Melina Thévenot, in waarnemingsgegevens van de Europese ruimtetelescoop Gaia en de Amerikaanse infraroodkunstmaan WISE. De grote infraroodhelderheid van J0207 wijst op de aanwezigheid van stof. De ontdekking is gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters, met Thévenot als co-auteur. (GS)
Meer informatie:
Astronomers Zero In on Old, Cold White Dwarf with Ring System (origineel persbericht)

   
18 februari 2019 • Rosetta-komeet ondervindt 'afschuifspanning'
Het oppervlak en het inwendige van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko staan bloot aan 'afschuifspanning' (shear stress). Dat blijkt uit een gedetailleerd onderzoek aan de foto's van de Europese ruimtesonde Rosetta, die de komeetkern lange tijd van nabij heeft bestudeerd. De 'Rosetta-komeet' heeft een opvallende vorm, die enigszins doet denken aan een badeendje, met een 'lijf' en een iets kleinere 'kop', onderling verbonden door een dunne 'nek'. Die structuur lijkt veel op die van de (grotere) ijsdwerg 2014 MU69 ('Ultima Thule'), die op 1 januari 2019 van nabij werd gefotografeerd door de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons. Vermoedelijk is er in beide gevallen sprake van het resultaat van een botsing van twee kleinere hemellichamen, in de ontstaansperiode van het zonnestelsel. Op de Rosetta-foto's zijn aan het oppervlak complete netwerken van breuklijnen te zien, met een lengte van honderden meters, die tot een diepte van een paar honderd meter reiken. Volgens de onderzoekers is het uitgesloten dat die breuklijnen het gevolg zijn van de inwerking van warmte van de zon. Het moet om geologische en tektonische krachten gaan. Modelberekeningen en simulaties laten zien dat de breuklijnen goed verklaard kunnen worden door 'afschuifspanning'. Die ontstaat doordat de komeet nogal asymmetrisch is en toch als één hemellichaam roteert. Vooral rond de relatief dunne 'nek' zijn die krachten het grootst. Uit het feit dat de breuksystemen zich tot op zo'n grote diepte uitstrekken, blijkt dat het inwendige van de komeet relatief poreus en bros moet zijn. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Nature Geoscience. (GS)
Meer informatie:
Rosetta's Comet Sculpted by Stress

   
17 februari 2019 • Nieuwe LOFAR-hemelkaart toont honderdduizenden onbekende sterrenstelsels
Een internationaal team van meer dan 200 astronomen uit 18 landen heeft de eerste fase gepubliceerd van een grote nieuwe, ongekend gevoelige radiosurvey van de hemel die is uitgevoerd met de Low Frequency Array (LOFAR) telescoop. De survey toont honderdduizenden nooit eerder waargenomen sterrenstelsels en werpt nieuw licht op tal van onderzoeksterreinen, waaronder de fysica van zwarte gaten en de evolutie van clusters van sterrenstelsels. Het wetenschappelijke tijdschrift Astronomy & Astrophysics heeft een speciaal nummer gewijd aan de eerste 26 onderzoeksartikelen die de survey en zijn eerste resultaten beschrijven. De radioastronomie toont processen in het heelal die we met optische instrumenten niet kunnen waarnemen. Bij het eerste deel van de hemelsurvey heeft LOFAR een kwart van de noordelijke hemel op lage radiofrequenties waargenomen. Ongeveer tien procent van deze gegevens is nu openbaar gemaakt. De vrijgegeven data omvatten 300.000 bronnen, bijna allemaal sterrenstelsels in het verre heelal. Hun radiosignalen hebben miljarden lichtjaren afgelegd voordat ze de aarde bereikten.Huub Röttgering van de Universiteit Leiden: ‘Als we een radiotelescoop op de hemel richten zien we voornamelijk straling uit de onmiddellijke omgeving van enorme zwarte gaten. Met LOFAR hopen we het antwoord te vinden op de fascinerende vraag waar al deze zwarte gaten vandaan komen.' Wat we al weten is dat zwarte gaten nogal slordige eters zijn. Wanneer er gas op hen valt, stoten ze jets van materie uit die op radiogolflengten waarneembaar zijn. Philip Best van de Universiteit van Edinburgh (VK) voegt daaraan toe: ‘LOFAR heeft een uitzonderlijke gevoeligheid en daardoor kunnen we zien dat de meest massarijke sterrenstelsels stuk voor stuk jets vertonen. Dat betekent dat hun zwarte gaten onophoudelijk aan het ‘eten' zijn.'Clusters zijn groepen van honderden tot duizenden sterrenstelsels. Al tientallen jaren is bekend dat wanneer twee van die clusters samensmelten, ze over afstanden van miljoenen lichtjaren radio-emissie kunnen produceren. Vermoed wordt dat deze straling afkomstig is van deeltjes die tijdens het samengaan van de clusters worden versneld. Amanda Wilber van de Universiteit van Hamburg (Duitsland) licht dat nader toe: ‘Met radiowaarnemingen kunnen we straling detecteren van het ijle medium tussen de sterrenstelsels. Deze straling wordt opgewekt door krachtige schokken en turbulentie. LOFAR stelt ons in staat om veel meer van deze bronnen te detecteren en te begrijpen wat hen aandrijft.' Annalisa Bonafede van de Universiteit van Bologna en INAF (Italië) voegt daaraan toe: ‘Wat we met LOFAR beginnen te zien is dat ook sommige clusters die níét samensmelten deze emissie vertonen, zij het op een heel laag niveau dat voorheen niet detecteerbaar was. Deze ontdekking vertelt ons dat er, naast onderlinge fusies, ook andere verschijnselen bestaan die een grootschalige versnelling van deeltjes kunnen veroorzaken.'‘Overal in het heelal kom je magnetisch velden tegen, en we willen begrijpen hoe dit komt. Het meten van magnetische velden in de intergalactische ruimte is vaak moeilijk, omdat zij heel erg zwak zijn. De ongekende nauwkeurigheid van de LOFAR-waarnemingen heeft ons in staat gesteld om het effect te meten van kosmische magnetische velden op radiogolven van een reusachtig radiosterrenstelsel met een diameter van 11 miljoen lichtjaar. Dit onderzoek laat zien hoe we LOFAR kunnen gebruiken om de oorsprong van kosmische magnetische velden beter te leren begrijpen', legt Shane O'Sullivan van de Universiteit van Hamburg uit. Het maken van laagfrequente radiokaarten van de hemel kost aanzienlijke hoeveelheden telescoop- en rekentijd, en er zijn grote teams nodig om de verzamelde gegevens te analyseren. ‘LOFAR produceert enorme hoeveelheden data - we moeten het equivalent van tien miljoen dvd's met gegevens verwerken. De LOFAR-surveys zijn onlangs mogelijk geworden dankzij een wiskundige doorbraak in de wijze waarop we de interferometrie begrijpen', zegt Cyril Tasse van de radioastronomische waarneempost van de Sterrenwacht van Parijs in Nançay (Frankrijk).‘We hebben samengewerkt met SURF in Nederland om de enorme hoeveelheden data op efficiënte wijze om te zetten in beelden van hoge kwaliteit. Deze beelden zijn nu openbaar en zullen astronomen in staat stellen om de evolutie van sterrenstelsels ongekend gedetailleerd te onderzoeken', zegt Timothy Shimwell van ASTRON en de Universiteit Leiden. Het reken- en datacentrum van SURF, dat bij SURFsara in Amsterdam is ondergebracht, werkt voor 100 procent op duurzame energie en slaat meer dan 20 petabytes aan LOFAR-data op. ‘Dat is meer dan de helft van alle gegevens die de LOFAR-telescoop tot op heden heeft verzameld. Het is de grootse verzameling van astronomische gegevens ter wereld. Het verwerken van al die data stelt wetenschappers voor een grote uitdaging. Wat normaal gesproken eeuwen aan rekentijd op een gewone computer had gekost, is met behulp van het snelle rekencluster (Grid) en onze expertise in minder dan een jaar verwerkt', zegt Raymond Oonk (SURFsara).De LOFAR-telescoop, de Low Frequency Array, heeft het unieke vermogen om de hemel gedetailleerd in kaart te brengen op metergolflengten. LOFAR wordt beheerd door ASTRON en geldt als de voornaamste telescoop in zijn soort. ‘Deze hemelkaart zal een prachtige wetenschappelijke nalatenschap voor de toekomst zijn. Het siert de ontwerpers van LOFAR dat deze telescoop zo goed presteert', zegt Carole Jackson, algemeen directeur van ASTRON.De 26 onderzoeksartikelen in het speciale nummer van Astronomy & Astrophysics zijn gebaseerd op slechts de eerste twee procent van de hemelsurvey. Het team streeft ernaar om gevoelige hoge-resolutiebeelden van de hele noordelijke hemel te maken, waarop alles bij elkaar 15 miljoen radiobronnen te zien zullen zijn. ‘Stel je eens voor welke ontdekkingen dat kan opleveren. Ik kijk ernaar uit', zegt Jackson. ‘Daartussen zullen de eerste zware zwarte gaten zitten die zich vormden toen het heelal nog maar een ‘baby' was, van slechts een paar procent van zijn huidige leeftijd', voegt Röttgering daaraan toe.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
15 februari 2019 • Sterrenhoop Hyaden valt uit elkaar
Onderzoekers van de universiteiten van Heidelberg en Wenen hebben vastgesteld dat de Hyaden – een bekende open sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier – bezig is om uit elkaar te vallen. Ook hebben ze op slechts een paar honderd lichtjaar van de zon een nabije ‘rivier’ van minstens 4000 sterren opgespoord, die het restant lijkt te zijn van een veel grotere sterrenhoop. Beide ontdekkingen zijn gedaan aan de hand van gegevens van de Gaia-satelliet. In de loop van hun leven verliezen open sterrenhopen voortdurend sterren aan hun omgeving. De ‘slierten’ van sterren – zogeheten getijdenstaarten – die daarbij ontstaan geven inzicht in de manier waarop de sterrenhoop oplost. Tot nu toe waren in en rond de Melkweg alleen bij grote bolvormige sterrenhopen en dwergsterrenstelsels van die getijdenstaarten waargenomen. Maar theoretisch zouden ze ook bij open sterrenhopen moeten bestaan. Open sterrenhopen zijn verzamelingen van ruwweg honderd tot enkele duizenden sterren die vrijwel gelijktijdig uit dezelfde samentrekkende gaswolk zijn ontstaan en met dezelfde snelheid door de ruimte bewegen. Door invloeden van buitenaf beginnen deze sterren zich na een paar honderd miljoen jaar echter te verspreiden. Een belangrijke factor daarbij is de getijdenkracht van het sterrenstelsel waartoe ze behoren. Door de beweging van de sterrenhoop door de Melkweg vormen zich ‘staarten’ van sterren, die het begin van het einde van de sterrenhoop betekenen. De astronomen hebben dat verschijnsel nu voor het eerst waargenomen bij de Hyaden. Daartoe hebben ze gegevens bestudeerd van de Gaia-satelliet, die bezig is om de ruimtelijke posities en snelheden van sterren in onze Melkweg heel nauwkeurig te bepalen. Bij het onderzoek zijn twee getijdenstaarten in de Hyaden ontdekt, bestaande uit ongeveer 500 sterren die zich tot op 650 lichtjaar van de sterrenhoop hebben verspreid. Verrassend genoeg is in de Gaia-gegevens ook een grote verzameling sterren opgedoken die precies de verwachte kenmerken vertoont van een sterrenhoop die al helemaal uit elkaar getrokken is. Vanaf de aarde gezien bestrijken deze nabije sterren bijna de hele hemel, maar nu pas is duidelijk geworden dat ze bij elkaar horen. Geschat wordt dat ze een sterrenhoop hebben gevormd die aanzienlijk omvangrijker was dan alle sterrenhopen die momenteel in onze omgeving te zien zijn. Het verval van deze sterrenhoop zou ongeveer een miljard jaar geleden zijn begonnen. (EE)
Meer informatie:
Tidal tails -- The beginning of the end of an open star cluster

   
15 februari 2019 • Waterdichte methode om buitenaards leven op te sporen voor het eerst toegepast op aarde
Nederlandse wetenschappers hebben een instrument ontwikkeld waarmee ze op kilometers afstand het bestaan van levende planten kunnen aantonen. De techniek kan in de toekomst gebruikt worden bij de zoektocht naar buitenaards leven. Bioloog Lucas Patty maakt deze resultaten wereldkundig op 18 februari wanneer hij aan de VU zijn proefschrift verdedigt. Lucas Patty (Vrije Universiteit Amsterdam) bouwde de spectropolarimeter TreePol. Dat is een soort camera met speciale lenzen en ontvangers die de draaiing kan meten in licht dat door planten gereflecteerd wordt. Hij gebruikte het instrument eerst in het lab om bladeren van onder andere klimop en ficus te observeren. Daardoor bewees hij dat het instrument het verschil kan zien tussen gezonde gewassen en gewassen die aan het doodgaan zijn. TreePol maakt gebruik van het feit dat moleculen waaruit leven is opgebouwd, het invallend licht gedraaid weerkaatsen. Dit zogeheten circulair gepolariseerde licht verplaatst zich als een soort kurkentrekker en kan met de juiste apparatuur van grote afstand worden waargenomen. Bij TreePol gaat het specifiek om gedraaid licht dat van bladgroen komt, maar vrijwel alle moleculen waaruit het leven is opgebouwd, beschikken over de eigenschap om het licht gedraaid te weerkaatsen. Wetenschappers onderzoeken inmiddels of TreePol gebruikt kan worden voor het monitoren van landbouwgewassen vanuit een vliegtuig of een satelliet. In de toekomst willen de onderzoekers het instrument op nog grotere afstanden inzetten. Sterrenkundige en mede-ontwikkelaar Frans Snik (Universiteit Leiden): ‘We zijn zelfs al bezig met een versie die geschikt is voor het internationale ruimtestation ISS of voor een maanlander.’ Het onderzoeksproject maakt deel uit van het PEPSci-programma van NWO. Dat staat voor Planetary and Exoplanetary Science. In het programma werken biologen, sterrenkundigen, chemici en aardwetenschappers samen. De afgelopen twee decennia zijn bijna vierduizend exoplaneten ontdekt, planeten die draaien om andere sterren dan onze zon. Om uit te vinden of daar leven is, moeten eigenschappen worden geïdentificeerd die uniek zijn voor het leven zelf. Astrobiologen richten zich vaak op de aanwezigheid van water, zuurstof en koolstof, maar die moleculen en atomen duiden niet altijd op leven en leveren dus risico op vals alarm. Van het circulair gepolariseerde licht dat TreePol opspoort, is geen vals positief bekend. Dus áls TreePol in de toekomst een buitenaards signaal opvangt, dan duidt dat zeer waarschijnlijk op leven.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
14 februari 2019 • Zwaartekrachtgolven zullen kosmologisch raadsel oplossen
Metingen van de zwaartekrachtgolven van botsende neutronensterren kunnen uitsluitsel geven over een hardnekkig kosmologisch vraagstuk: de uitdijingssnelheid van het heelal. Dat stelt een internationaal team, met onder meer wetenschappers van de Radboud Universiteit in Nijmegen, in een artikel dat vandaag in Physical Review Letters is verschenen. Het heelal dijt al sinds zijn ontstaan – 13,8 miljard jaar geleden – uit. Op dit moment gebeurt dat met een snelheid die bekendstaat als de Hubble-constante. De twee beste methoden die worden gebruikt om de Hubble-constante te meten zijn echter niet met elkaar in overeenstemming. Dat kan betekenen dat het huidige ‘standaardmodel’ voor de structuur en evolutie van het heelal niet correct is. De ene methode is gebaseerd op waarnemingen van cepheïden (een bepaald type veranderlijke sterren) en supernova’s (exploderende sterren) in het nabije heelal. De andere maakt gebruik van metingen van de kosmische achtergrondstraling – de warmtestraling die kort na de oerknal is uitgezonden. Volgens de kosmologen kan deze kwestie met behulp van waarnemingen van zwaartekrachtgolven uit de wereld worden geholpen. Zwaartekrachtgolven ontstaan (bijvoorbeeld) wanneer twee om elkaar wentelende neutronensterren naar elkaar toe spiralen om uiteindelijk met elkaar in botsing te komen. Bij deze botsing ontstaat een explosie die gepaard gaat met een heldere lichtflits. De zwaartekrachtgolven die de neutronensterren tot aan de botsing produceren worden geregistreerd met detectoren zoals LIGO en Virgo. Dat levert een nauwkeurige waarde op voor de afstand van de dubbelster. Door bovendien het licht van de uiteindelijk explosie te detecteren, kunnen astronomen de snelheid bepalen waarmee de dubbelster ten opzichte van de aarde beweegt. Uit de combinatie van afstand en snelheid volgt de Hubble-constante. De onderzoekers hebben berekend dat waarnemingen van een vijftigtal van deze botsingen in de beste bepaling van de Hubble-constante ooit zullen resulteren. Jammer genoeg zijn de botsingen nogal zeldzaam: volgens de kosmologen zullen we nog vijf tot tien jaar geduld moeten hebben. (EE)
Meer informatie:
Gravitational Waves Will Settle Cosmic Conundrum

   
14 februari 2019 • ‘Ontbrekende materie’ opgespoord in het kosmische web
Astronomen hebben de vermoedelijke locatie gevonden waar een flink deel – een derde tot de helft – van de normale materie in het heelal zich schuilhoudt. Zoals computersimulaties al hadden voorspeld, blijkt deze materie te bestaan uit heet gas dat deel uitmaakt van het zogeheten kosmische web. Gewone materie zoals wij die kennen zou ongeveer vijf procent van het totaal aan materie en energie in het heelal moeten vertegenwoordigen. De rest komt voor rekening van de geheimzinnige ingrediënten donkere materie en donkere energie. Tot nu toe was een deel van die normale materie echter onvindbaar. Als je alles wat we aan gaswolken, sterren en sterrenstelsels waarnemen bij elkaar optelt, kom je namelijk niet aan die vijf procent. Een van de mogelijkheden was dat de ontbrekende materie zich ophoudt in de reusachtige filamenten van heet gas van het kosmische web – de draderige ‘hoofdstructuur’ van het heelal die de vele clusters en superclusters van sterrenstelsels met elkaar verbindt. Nieuwe waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra lijken dat nu te bevestigen. Met Chandra is gekeken naar een quasar – de heldere kern van een ver sterrenstelsel. Als zich inderdaad heet gas heeft verzameld in het kosmische web, zou dat gas een deel van de röntgenstraling van zo’n quasar moeten absorberen. Het probleem daarbij was dat het absorptiesignaal van het gas uiterst gering zal zijn ten opzichte van de röntgenintensiteit van de quasar. Dat hebben astronomen nu omzeild door zich op specifieke delen van het röntgenspectrum te richten. Dat deden ze door eerst sterrenstelsels op te sporen die nabij de gezichtslijn naar de quasar stonden en die zich ook nog eens op dezelfde afstand bevonden als gebieden van gas die eerder op ultraviolette golflengten waren gedetecteerd. Op die manier werden 17 mogelijke filamenten tussen de quasar en ons opgespoord. Door rekening te houden met de uitdijing van het heelal, die ervoor zorgt dat lichtgolven tijdens hun lange reis door de ruimte worden uitgerekt oftewel een langere golflengte krijgen, konden de astronomen nu voorspellen wáár in het röntgenspectrum de absorptie van de gasfilamenten zou moeten optreden. Omdat het absorptiesignaal ook dan nog erg zwak is, werden de spectra van de 17 filamenten bij elkaar opgeteld. Op die manier is een signaal van heet zuurstofgas ontdekt. Vervolgens hebben de onderzoekers de geschatte hoeveelheid zuurstof in de filamenten geëxtrapoleerd naar andere elementen en naar het volledige heelal. Dat brengt ze tot de conclusie dat ze de ontbrekende normale materie in het heelal – of tenminste een flink deel ervan – inderdaad hebben opgespoord. (EE)
Meer informatie:
Where is the Universe Hiding its Missing Mass?

   
13 februari 2019 • Nieuwe NASA-missie moet de oorsprong van het heelal doorgronden
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA zet een nieuwe ruimtemissie op touw die meer inzicht moet geven in de evolutie van het heelal: de Spectro-Photometer for the History of the Universe, Epoch of Reionization and Ices Explorer oftewel SPHEREx. De lancering van de 242 miljoen dollar kostende missie staat gepland voor 2023. SPHEREx zal de hemel zowel op optische als op nabij-infrarode golflengten gaan afspeuren. Op die manier zullen gegevens over meer dan 300 miljoen sterrenstelsels op afstanden tot 10 miljard lichtjaar en meer dan 100 miljoen sterren en stervormingsgebieden in onze eigen Melkweg worden verzameld. Het doel van de missie is drieledig. Ze moet de ruimtelijke verdeling van de materie in het heelal in kaart brengen, om zo meer te weten te komen over de vroege (snelle) uitdijing ervan. Ook moet de totale lichtproductie van alle sterren en sterrenstelsels in de loop van de kosmische geschiedenis worden gemeten. Dat geeft inzicht in het ontstaan en de evolutie van sterrenstelsels. Het laatste doel betreft de rol die interstellair ijs speelt bij de toelevering van water en organische verbindingen aan proto-planetaire schijven – stoffen die cruciaal zijn voor het ontstaan van leven zoals wij dat kennen. (EE)
Meer informatie:
NASA Selects New Mission to Explore Origins of Universe

   
13 februari 2019 • Marsverkenner Opportunity is opgegeven
Het doek is gevallen voor de Amerikaanse Marsverkenner Opportunity. Het einde van zijn succesvolle missie, die bijna 15 jaar heeft geduurd, is onvermijdelijk geworden nadat meer dan duizend keer tevergeefs is geprobeerd om het contact met Opportunity te herstellen – voor het laatst afgelopen dinsdag. De laatste keer dat er iets van hem werd vernomen was op 10 juni vorig jaar. Opportunity is bezweken aan de gevolgen van een kolossale stofstorm die Mars vorig jaar langdurig heeft geteisterd. Daarbij kwam zoveel stof in de planeetatmosfeer terecht dat zijn zonnepanelen nauwelijks meer stroom konden opwekken. Daar is ook na het einde van de storm geen verandering in gekomen, wat erop kan wijzen dat er veel stof op de panelen is blijven liggen. Opportunity landde in januari 2004 op Mars en heeft sindsdien de vlakte Meridiani Planum verkend. Zijn tweeling, Spirit, was drie weken daarvoor al op de planeet aangekomen. Aan diens onderzoeksmissie kwam in mei 2011 al een einde. Beide Marsverkenners hebben overigens veel langer gewerkt dan tevoren was ingeschat. Hun ontwerp ging uit van een levensduur van 90 dagen. De dubbele verkenningsmissie heeft sterke aanwijzingen opgeleverd dat Mars vroeger veel natter is geweest dan nu. Ook zijn honderdduizenden foto’s van de planeet gemaakt. Op Mars rijdt nu nog één andere ‘Marsrover’ rond: de in augustus 2012 gelande Curiosity. En twee andere Marsverkenners – een Amerikaanse (Mars 2020) en een Europese (ExoMars) – staan in de startblokken. Zij worden in 2020 gelanceerd en zullen naar sporen van voormalig microbieel leven op Mars gaan zoeken. (EE)
Meer informatie:
NASA’s Opportunity Rover Mission on Mars Comes to End

   
13 februari 2019 • ‘Marsthermometer’ in stelling gebracht
Op de dag dat het doek is gevallen voor de Marsverkenner Opportunity, heeft NASA bekend gemaakt dat de (stilstaande) Marslander InSight zijn tweede meetinstrument op het planeetoppervlak heeft neergezet. Het betreft het Heat Flow and Physical Properties Package (HP3). Dit instrument zal de temperatuur en het warmte-geleidende vermogen van de ondergrond gaan meten. Op die manier kan worden vastgesteld hoeveel warmte er vanuit het planeetinwendige naar buiten stroomt. Dat geeft weer informatie over de thermische activiteit van Mars en kan helpen vaststellen of de planeet nog een hete, vloeibare kern heeft. De warmtesonde is uitgerust met een 40 centimeter langer pin of ‘mol’ die zichzelf tot een diepte van vijf meter de bodem in kan slaan – dieper dan er ooit in Mars is ‘geprikt’. Het huidige record, gevestigd door de graafarm van de Viking 1 lander, staat op 22 centimeter. De mol moet binnen enkele dagen in actie komen. Als alles goed gaat, zal de procedure ongeveer een maand in beslag nemen. Zodra de mol zijn maximale diepte heeft bereikt, wordt er enkele maanden lang gemeten. Mocht de mol onderweg op een grote steen stuiten, dan zal de meetprocedure aanzienlijk langer (twee aardse jaren) gaan duren, om te kunnen corrigeren voor de ‘ruis’ die dat oplevert. (EE)
Meer informatie:
NASA’s InSight Prepares to Take Mars' Temperature

   
12 februari 2019 • Ondergronds meer op Mars alleen te verklaren met recent vulkanisme
Het ondergrondse meer dat vorig jaar werd ontdekt onder de zuidelijke poolkap van Mars kan alleen zijn ontstaan wanneer de planeet in het recente geologische verleden nog vulkanische activiteit heeft vertoond. Dat schrijven planeetonderzoekers in Geophysical Research Letters. Tot nu toe werd algemeen aangenomen dat Mars al zeer lange tijd niet meer vulkanisch actief is. Met het radarexperiment van de Europese ruimtesonde Mars Express is ontdekt dat zich aan de basis van de anderhalve kilometer dikke ijskap een reservoir van vloeibaar water bevindt, met afmetingen van ca. 20 kilometer. Die ontdekking werd vorig jaar gepubliceerd in Science; de auteurs suggereerden dat het water (ondanks de zeer lage temperatuur) vloeibaar kon blijven als gevolg van de aanwezigheid van zouten. Maar volgens modelberekeningen Michael Sori van de Universiteit van Arizona en zijn collega's is dat onmogelijk. Zij concluderen dat water onder de poolkap alleen vloeibaar kan blijven wanneer zich op grotere diepte een warmtebron bevindt, zoals een ondergrondse magmakamer. Dat zou betekenen dat er pakweg 300.000 jaar geleden (dus in het recente geologische verleden) nog vulkanische activiteit op Mars moet zijn geweest. De auteurs doen overigens geen uitspraak over de vraag of het ondergrondse meer wel echt bestaat. Als er in het recente verleden géén vulkanisme op Mars is geweest, zo stellen ze, is het onmogelijk dat er ondergrondse waterreservoirs voorkomen op de planeet. (GS)
Meer informatie:
Study Suggests Possibility of Recent Underground Volcanism on Mars (origineel persbericht)

   
12 februari 2019 • Isolerende korst hield ‘ijsmagma’ op dwergplaneet Ceres vloeibaar
Onderzoekers van de universiteit van Texas te Austin zijn dichterbij de oplossing gekomen van een vraagstuk rond het zogeheten ijsvulkanisme op de dwergplaneet Ceres. De eigenschappen van de korst van Ceres zouden daar een belangrijke rol bij spelen (Geophysical Research Letters, 8 februari). IJsvulkanisme komt voor op planeten en manen met een ijskorst, waar zoutwater vanuit ondergrondse reservoirs omhoog wordt geperst. Hoewel Ceres met een middellijn van nog geen duizend kilometer vrij klein is, zijn ook hier tekenen van ijsvulkanisme te zien. Het gaat daarbij om zoutafzettingen op de bodems van een aantal inslagkraters. Het feit dat deze afzettingen dicht bij het centrum van de kraterbekkens liggen, doet vermoeden dat de warmte en energie die vrijkomt bij inslagen van planeten de aanzet zijn geweest voor het ijsvulkanisme. Daarbij zou ondergronds ijs (deels) gesmolten zijn en via breuken in de korst aan de oppervlakte zijn gekomen. Er is echter iets merkwaardigs aan de hand. In de 20 miljoen jaar oude, 150 kilometer grote inslagkrater Occator zijn afzettingen te zien die niet veel ouder lijken dan 4 miljoen jaar. Dat suggereert dat het ondergrondse ijs 16 miljoen jaar gesmolten is gebleven, terwijl berekeningen aangeven dat dit ‘ijsmagma’ binnen 400.000 jaar na de inslag weer zou bevriezen. Op basis van de nieuwste gegevens over de chemische en fysische eigenschappen van de korst van Ceres komen de onderzoekers tot de conclusie dat er materialen in die korst kunnen zitten die de isolerende werking ervan versterken. Hierdoor zou het ijsmagma veel langzamer afkoelen dan tot nu toe werd aangenomen: dat proces zou wel eens 10 miljoen jaar kunnen duren. Daarmee is het ‘gat’ tussen het moment van inslag en de vorming van de zoutafzettingen aanzienlijk verkleind. Helemaal gedicht is het nog niet, maar wellicht is Occator simpelweg ook wat jonger dan gedacht en zijn de zoutafzettingen juist wat ouder. Dat maakt de discrepantie theoretisch overbrugbaar. (EE)
Meer informatie:
Insulating crust kept cryomagma liquid for millions of years on nearby dwarf planet

   
11 februari 2019 • Marssonde MAVEN verlaagt omloopbaan vanwege Mars 2020 Rover
De Amerikaanse ruimtesonde MAVEN (Mars Atmosphere and Volatile Evolution), die vanuit een elliptische omloopbaan rond Mars onderzoek doet aan de buitenlagen van de ijle dampkring van de planeet, wordt de komende maanden in een iets lagere en kleinere baan gebracht, met het hoogste punt op 4500 kilometer boven het oppervlak in plaats van 6200 kilometer. De omlooptijd wordt daardoor teruggebracht van 4,5 naar 3,5 uur. De reden voor het aanpassen van de baan is de lancering, volgend jaar, van een nieuwe Amerikaanse Marsrover, de Mars 2020. Wanneer die op de rode planeet aankomt, zal MAVEN (samen met andere Marssondes) dienst gaan doen als communicatiesatelliet. Dat lukt beter wanneer de ruimtesonde zich minder ver van de planeet bevindt, en wanneer er vaker per etmaal radiocontact kan zijn met de aarde. Om MAVEN in de lagere, kleinere omloopbaan te krijgen, wordt gebruik gemaakt van de aerobrake-techniek: met behulp van stuurraketjes wordt het laagste punt van de omloopbaan iets verlaagd (van 150 naar 125 kilometer), waardoor de ruimtesonde eens per omloop een klein beetje wordt afgeremd door wrijving met de extreem ijle bovenste lagen van de Marsdampkring. (GS)
Meer informatie:
NASA's MAVEN Shrinking Its Orbit for Mars 2020 Rover (origineel persbericht)

   
11 februari 2019 • Extreem heldere uitbarsting gezien op jonge protoster
Met de James Clerk Maxwell Telescope (JCMT) op Hawaii is op 26 november 2016 een extreem krachtige uitbarsting waargenomen op een pasgeboren protoster (JW566 geheten) in de Orionnevel, een van de dichtstbijzijnde grote stervormingsgebieden in het Melkwegstelsel. De explosie, die slechts enkele uren duurde, was tien miljard maal zo intensief als een gemiddelde zonnevlam. De uitbarsting is gedetecteerd door de diepgekoelde SCUBA2-camera van de JCMT, die gevoelig is voor straling op submillimetergolflengten. Sterrenkundigen denken dat de explosie het gevolg is ven een plotselinge verstoring in het magnetisch veld rond de protoster, waardoor er opeens een grote hoeveelheid gas uit de omgeving op de ster kon 'vallen'. De waarnemingen zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal. (GS)
Meer informatie:
A Stellar Flare 10 Billion Times More Powerful than Those on the Sun (origineel persbericht)

   
11 februari 2019 • Nóg een inslagkrater gevonden in Groenland
Onder de ijskap van Groenland ligt een tweede grote inslagkrater verborgen. Vorig jaar maakten geologen de ontdekking bekend van een 30 kilometer grote (en mogelijk slechts 12.000 jaar oude) krater onder de Hiawatha-gletsjer, aan de westkust van het mini-continent. Een glacioloog van NASA's Goddard Space Flight Center heeft in Geophysical Research Letters nu aanwijzingen gepubliceerd voor het bestaan van nóg een grote krater onder het ijs. Die heeft een middellijn van ca. 36 kilometer, en bevindt zich 180 kilometer ten zuidoosten van de Hiawatha-krater. De ronde structuur, met alle kenmerken van een inslagkrater, werd ontdekt in satellietmetingen van de Terra- en Aqua-satellieten, en in radarmetingen die de grenslaag tussen de ijskap en de bodem in kaart brengen. Uit de leeftijd van de bovenliggende ijslaag concluderen de onderzoekers dat de krater minstens 79.000 jaar oud is, maar hij kan ook veel ouder zijn - mogelijk tientallen miljoenen jaren. Dat de twee Groenlandse kraters tegelijkertijd zijn ontstaan, bijvoorbeeld bij de inslag van een dubbel-planetoïde, valt niet uit te sluiten, maar er zijn ook geen overtuigende aanwijzingen voor. (GS)
Meer informatie:
Possible Second Impact Crater Found Under Greenland Ice (origineel persbericht)

   
11 februari 2019 • Aarde is relatief droog dankzij nabije supernova
Het leven op aarde bestaat dankzij de aanwezigheid van water. Maar de hoeveelheid water op aarde is eigenlijk verrassend klein - veel kleiner dan je zou verwachten op basis van de hoeveelheid water die wordt aangetroffen in de meeste stervormingsgebieden. Dat is overigens maar goed ook: als onze planeet veel méér water zou bevatten, was er geen landoppervlak geweest, en zouden allerlei geochemische processen niet kunnen plaatsvinden. Een van die geochemische processen op aarde is de koolstofcyclus, waaraan we ons stabiele klimaat te danken hebben. Zwitserse onderzoekers hebben nu computersimulaties uitgevoerd waaruit blijkt dat de aarde (en de andere planeten in de binnendelen van het zonnestelsel) relatief droog zijn dankzij een nabije supernova-explosie in de ontstaansperiode van het zonnestelsel. Bij die explosie werden grote hoeveelheden radioactieve elementen geproduceerd, waaronder aluminium-26. Die gingen deel uitmaken van de planetesimalen - de kleine hemellichamen waaruit later de planeten zouden samenklonteren. Als gevolg van de hitte die geproduceerd werd door het radioactief verval van deze elementen verloren de planetesimalen een groot deel van hun oorspronkelijke watervoorraad. Met als uiteindelijk gevolg dat ook de aardse planeten relatief droog bleven. Zo beschouwd hebben we het leven op aarde dus mogelijk te danken aan het feit dat onze zon in een compacte sterrenhoop ontstond, waarin ook aanzienlijk zwaardere sterren voorkwamen. Die leefden maar kort, om vervolgens te exploderen als supernova. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Nature Astronomy. (GS)
Meer informatie:
Better to dry a rocky planet before use (origineel persbericht)

   
8 februari 2019 • ‘Sneeuwpop’ Ultima Thule is veel platter dan gedacht
Een nieuwe reeks opnamen van de Amerikaanse ruimtesonde New Horizons geeft een nogal verrassend beeld van het Kuipergordelobject Ultima Thule. New Horizons is nog steeds bezig om foto’s en meetgegevens naar de aarde te zenden van dit tweelobbige object, waar hij op nieuwjaarsdag dicht langs scheerde. De meest recent binnengekomen beelden zijn gemaakt tien minuten nadat New Horizons het punt van dichtste nadering had bereikt. Op basis van eerdere opnamen bestond de indruk dat Ultima Thule de vorm had van een sneeuwpop: twee bollen van verschillende afmetingen die aan elkaar waren geplakt. Maar de werkelijkheid blijkt toch een beetje anders te zijn. Uit een nieuwe analyse van beelden die voor en na de scheervlucht zijn gemaakt blijkt dat de beide lobben van Ultima Thule niet rond zijn. De kleinste van de twee heeft ongeveer de vorm van een walnoot, de grootste lijkt zelfs zo plat als een pannenkoek. De wetenschappers die bij het New Horizons-project betrokken zijn staan voor een raadsel. Het is nog volkomen onduidelijk hoe zo’n platte ijsdwerg kan zijn ontstaan. (EE)
Meer informatie:
New Horizons' Evocative Farewell Glance at Ultima Thule

   
7 februari 2019 • Nieuwe surveytelescoop ontdekt bijzondere planetoïde
Amerikaanse astronomen hebben de eerste oogst aan ontdekkingen gepresenteerd van de Zwicky Transient Facility (ZTF) op Palomar Mountain. De ZTF maakt gebruik van de 1,2-meter Samuel Oschin Telescope om de noordelijke hemel af te speuren naar alles wat ontploft, beweegt of van helderheid verandert. Tot nu toe zijn daarbij vijftig kleine aardscheerders (planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen) en meer dan 1100 supernova’s ontdekt. Twee van de ontdekte aardscheerders, 2018 NX en 2018 NW, passeerden onze planeet op nog geen 125.000 kilometer. Maar de meest opmerkelijke ontdekking is die van planetoïde 2019 AQ3. Deze heeft een omlooptijd van slechts 165 dagen – de kortste van alle bekende planetoïden. Bijzonder is ook dat zijn omloopbaan zowat haaks op het vlak van de planeten staat. Het binnenste punt van de omloopbaan van 2019 AQ3 ligt dichter bij de zon dan Mercurius, het verste punt even buiten de baan van Venus. Objecten van dit type, die Atira’s worden genoemd, zijn heel schaars. Tot nu toe zijn er nog maar een stuk of twintig bekend. De ZTF is de voorganger van de Large Synoptic Survey Telescope (LSST) die momenteel in het noorden van Chili wordt gebouwd. De LSST komt in 2022 in gebruik en zal naar verwachting nog grotere aantallen planetoïden en supernova’s ontdekken. (EE)
Meer informatie:
Asteroid from "Rare Species" Sighted in the Cosmic Wild

   
7 februari 2019 • Keukenzout ontdekt rond jonge, zware ster in Orionnevel
Een Amerikaans-Nederlands team van sterrenkundigen en chemici heeft keukenzout waargenomen in de planeetvormende schijf rond een jonge zware ster in de Orionnevel. Er was al wel zout gevonden rond stervende sterren, maar nu is er voor het eerst zout rond een jonge ster ontdekt. De onderzoekers publiceren hun bevindingen binnenkort in het tijdschrift The Astrophysical Journal. Het onderzoeksteam detecteerde met de ALMA-telescoop (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array in Chili) een reeks chemische streepjescodes die duidden op keukenzout (NaCl, natriumchloride) en enkele andere zoutverbindingen. Het zout is aanwezig in de stofschijf rond de ster Orion Source I. Dat is een jonge, zware ster in het stervormingsgebied de Orionnevel in het sterrenbeeld Orion op zo’n 1500 lichtjaar afstand van de aarde. Het zout bevindt zich in een gebied op dertig tot zestig astronomische eenheden van de ster (een astronomische eenheid is de afstand aarde-zon). De sterrenkundigen hebben berekend dat er mogelijk een triljard kilo zout in het gebied te vinden is (een 1 met 21 nullen erachter). De variatie in chemische streepjescodes duidt op grote temperatuurverschillen, van ongeveer -175 graden Celsius tot 3700 graden Celsius. Het is nog onduidelijk waar de zouten vandaan komen. De Italiaanse onderzoeker in Nederlandse dienst Ciriaco Goddi (Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit Leiden) en zijn collega’s vermoeden dat ze de nasleep zien van stofdeeltjes die uit elkaar worden geblazen in de protoplanetaire schijf rond de ster. In 2011 ontdekte een door Goddi geleid team namelijk dat Orion Source I ongeveer 550 jaar geleden vanuit zijn kraamkamer is weggeschoten. Het zou kunnen dat de ster en zijn schijf toen een andere ster hebben geschampt en dat de bijbehorende schokgolven ervoor zorgden dat de vaste zoutdeeltjes verdampten.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
7 februari 2019 • Botsing met Andromedastelsel komt later dan gedacht
Aan de hand van gegevens van de Europese satelliet Gaia hebben astronomen een nieuw tijdschema gemaakt voor de botsing tussen het Andromedastelsel (M31) en onze eigen Melkweg. Daarbij is ook de invloed van het kleinere Driehoekstelsel (M33) in rekening gebracht. Gaia heeft de afzonderlijke posities en snelheden van duizenden sterren in de beide extragalactische stelsels gemeten. Daaruit kunnen niet alleen de ruimtelijke bewegingen van de stelsels worden afgeleid, maar ook hun rotatiesnelheden – iets wat nog niet eerder was gelukt. Door de nieuwe meetwaarden te combineren met al beschikbare gegevens, hebben de astronomen kunnen vaststellen hoe M31 en M33 ten opzichte van elkaar en ten opzichte van het Melkwegstelsel bewegen. Vervolgens is berekend hoe de trage dans tussen de drie stelsels zich de komende miljarden jaren zal ontwikkelen. De modellen laten zien dat M33 bezig is om voor de eerste keer naar M31 toe te vallen. Het stelsel beweegt dus niet in een lange omloopbaan om M31, wat ook een mogelijkheid was. Het gevolg hiervan is dat de beweging van het Andromedastelsel iets zal afwijken ten opzichte van eerdere berekeningen. De botsing met het Melkwegstelsel zal daardoor eerder schampend zijn dan frontaal. Ook komt de botsing later dan gedacht: niet over 3,9 miljard jaar, maar over 4,5 miljard jaar. (EE)
Meer informatie:
Gaia clocks new speeds for Milky Way-Andromeda collision http://www.esa.int/Our_Activities/Space_Science/Gaia/

   
7 februari 2019 • Nieuwe donkere vlek verschenen in atmosfeer Neptunus
Tijdens zijn jaarlijkse waarnemingen van de buitenste planeten van ons zonnestelsel heeft de Hubble-ruimtetelescoop een geheimzinnige donkere storm in de atmosfeer van Neptunus ontdekt. Ook zijn nieuwe beelden gemaakt van de storm die al een hele tijd bij de noordpool van Uranus te zien is. Net als de aarde hebben Uranus en Neptunus seizoenen, die van invloed zijn op hun atmosferen. Hun seizoenen duren wel veel langer dan die op aarde: tientallen jaren in plaats van maanden. De donkere wervelstorm op Neptunus is tijdens de zuidelijke zomer van de planeet ontstaan. Het is voor de vierde keer sinds 1993 dat de ruimtetelescoop een weercomplex van dit type heeft waargenomen. Ook de ruimtesonde Voyager 2 heeft, toen hij in 1989 langs Neptunus vloog, zo’n donkere vlek gezien. Onderzoek laat zien dat ze eens in de ongeveer vijf jaar ontstaan en twee jaar later weer verdwenen zijn. De nieuwe storm is in september 2018 ontdekt en is ruwweg 11.000 kilometer groot. Net als de vorige keren gaat de donkere vlek gepaard met witte wolken, die lijken te ontstaan doordat luchtstromen moeten opstijgen om de storm te kunnen passeren, waardoor zich kristallen van methaanijs vormen. Hoe de storm zelf is ontstaan is nog een raadsel. De wervelstorm aan de noordpool van Uranus is vermoedelijk het resultaat van de bijzondere rotatie van deze planeet. Uranus ligt bijna precies op zijn kant, waardoor de zon tijdens de zomer vrijwel recht boven de noordpool staat en nooit ondergaat. De witte ‘poolkap’ van de planeet lijkt dus simpelweg een seizoenseffect te zijn. De beide planeten staan te boek als ‘ijsreuzen’. Ze hebben geen vast oppervlak, maar mantels van waterstof en helium, met daaronder een vaste kern van ijs en wellicht ook gesteente. Hun blauwe kleur hebben ze te danken aan het feit dat het methaangas in hun atmosfeer rood licht absorbeert en blauw-groen licht juist verstrooit. (EE)
Meer informatie:
Hubble Reveals Dynamic Atmospheres of Uranus and Neptune

   
7 februari 2019 • Nieuwe Europese Marsverkenner heet Rosalind
De nieuwe Europese onderzoeksrobot die in 2021 op de planeet Mars zal landen heeft een naam: Rosalind Franklin. Hij is vernoemd naar de Britse scheikundige die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de ontdekking van de dubbele-helixstructuur van het DNA-molecuul. De nieuwe Marsverkenner wordt de eerste die zich over de planeet kan verplaatsen en ook diep in de bodem kan boren. Mars heeft ooit water gehad, maar heeft nu een kurkdroog oppervlak dat aan dodelijke straling blootstaat.‘Rosalind’ zal diepe boringen gaan doen, om meer te weten te komen over de samenstelling ervan en misschien zelf sporen van (vroeger) leven te vinden. De Marsverkenner maakt deel uit van het ExoMars-programma dat het Europese ruimteagentschap ESA samen met het Russische staatsbedrijf Roscosmos uitvoert. (EE)
Meer informatie:
ESA’s Mars rover has a name – Rosalind Franklin