De maan was langer magnetisch dan gedacht. 27 januari 2012 • Maan was langer magnetisch
Er is een nieuwe aanwijzing gevonden dat het magnetische veld van onze maan langer heeft standgehouden dan lang is aangenomen. Nieuw onderzoek van maangesteente dat in 1969 door astronauten van Apollo 11 is verzameld, wijst erop dat de maan 3,7 miljard jaar geleden nog een kern van vloeibaar metaal moet hebben gehad die een sterk magnetisch veld opwekte (Science, 27 januari). De vondst van magnetische gesteenten op de maan kwam destijds als een verrassing, omdat de maan op dit moment geen globaal magnetisch veld heeft. Blijkbaar heeft dat magnetische veld vroeger dus wel bestaan, maar verondersteld werd dat de maan enkele honderden miljoenen jaren na zijn ontstaan al zo sterk was afgekoeld, dat ook zijn kleine ijzerkern stolde. Dat laatste zou betekenen dat het magnetische veld van de maan al 4,2 miljard jaar geleden verdween. De nieuwe analyse van het Apollo-gesteente, dat onmiskenbare sporen van magnetisme vertoont, lijkt er echter op te wijzen dat de maan 500 miljoen jaar later nog steeds een magnetisch veld had. De vraag is hoe de maan zijn magnetische 'dynamo' zo lang in stand heeft weten te houden. Mogelijk biedt de theorie die wetenschappers van de universiteit van Californië te Santa Cruz eind vorig jaar in Nature publiceerden uitkomst. Volgens deze theorie kon de ijzerkern van de maan zo lang vloeibaar blijven door sterke getijdenkrachten van de aarde. Miljarden jaren geleden was de afstand tussen aarde en maan veel kleiner dan nu, en waren de getijdeneffecten daardoor veel groter. Hierdoor zou het inwendige van de maan veel langzamer zijn afgekoeld dan aanvankelijk voor mogelijk werd gehouden.
Meer informatie:
What drove the lunar dynamo?

Elf nieuwe planetenstelsels. 26 januari 2012 • Elf nieuwe planetenstelsels ontdekt
NASA-satelliet Kepler heeft elf nieuwe planetenstelsels aan zijn prijzenkast toegevoegd. Bij elkaar bevatten de stelsels minstens 26 planeten, wat betekent dat het aantal bevestigde Kepler-planeten in één keer bijna verdubbeld is. De nieuwe exoplaneten bewegen op kleine afstanden om hun respectievelijke moedersterren en variëren in grootte van anderhalf keer de aarde tot groter dan Jupiter. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of er aardse (rotsachtige) planeten tussen zitten. Kepler spoort nieuwe planeten op door de helderheden van meer dan 150.000 sterren in de gaten te houden. Sterren waar planeten omheen cirkelen kunnen vanaf de aarde gezien kleine, regelmatige helderheidsvariaties vertonen. En daaruit kunnen zowel de afmetingen van de planeten als hun omlooptijden worden afgeleid. Tot nu toe heeft Kepler meer dan 2300 kandidaat-planeten opgespoord. In iets meer dan zestig gevallen hebben is het bestaan van deze planeten door middel van vervolgwaarnemingen bevestigd. Elk van de nu bevestigde planetenstelsels bevat twee tot vijf planeten die op kleine onderlinge afstanden om hun moederster cirkelen. In zulke compacte planetenstelsels is de onderlinge aantrekkingskracht van de planeten groot genoeg om elkaars baanbewegingen te versnellen of vertragen. Dat veroorzaakt kleine, maar meetbare afwijkingen in de helderheidsvariaties van de ster, waarmee het bestaan van extra planeten in het stelsel snel kan worden aangetoond.
Meer informatie:
NASA's Kepler Announces 11 New Planetary Systems

Eén van de oude Harvard-opnamen. 26 januari 2012 • Bijzondere sterren ontdekt op antieke fotografische platen
Analyse van een oude collectie van fotografische platen levert een stortvloed aan nieuwe veranderlijke sterren op. Het gaat daarbij met name om sterren die heel langzaam, maar niettemin aanzienlijk in helderheid variëren. De unieke collectie omvat 500.000 foto's die in de periode 1885-1993 zijn gemaakt door het Harvard College Observatory en de complete hemel bestrijken. Tot twintig jaar geleden bestonden er nog vrijwel geen digitale camera's en maakten de Harvard-astronomen bij het maken van hemelopnamen doorgaans gebruik van glasplaten met lichtgevoelige zilveremulsies. Deze glasplaten worden momenteel gedigitaliseerd - een klus die nog zeker drie, en misschien wel vijf jaar in beslag zal nemen. Hoewel pas vier procent van het werk voltooid is, is nu al duidelijk dat de platen waardevolle informatie bevatten over de veranderingen die sterren op termijnen van tientallen jaren vertonen. Eén van de eerste ontdekkingen is een klasse van koele reuzensterren, die in de loop van de decennia een factor twee in helderheid variëren. Onderzoek aan deze en andere veranderlijke sterren moet meer inzicht geven in de wijze waarop sterren in de loop van de tijd evolueren.
Meer informatie:
New Star Discoveries Found in Antique Telescope Plates
The Harvard College Observatory Astronomical Plate Stacks

Blik op de zuidpool van Vesta. 25 januari 2012 • Planetoïde Vesta lijkt koud en donker genoeg voor ijs
Ongeveer het halve oppervlak van de grote planetoïde Vesta is waarschijnlijk koud en donker genoeg om water te kunnen bevatten - in bevroren toestand dan. Dat blijkt uit een eerste analyse van de temperatuur- en lichtverdeling op Vesta, die gebaseerd is op opnamen van onder meer de Hubble-ruimtetelescoop. De beste plekken voor de 'wateropslag' zijn de poolstreken van de ogenschijnlijk kurkdroge planetoïde. Anders dan bij onze maan zijn daar echter niet veel kraters te vinden die diep genoeg zijn om in permanente duisternis gehuld te zijn. Dat komt doordat de rotatie-as van Vesta ongeveer net zo schuin staat als die van de aarde. Hierdoor krijgen alle delen van het oppervlak in de loop van het jaar wel wat zon te zien. Ondanks de temperatuurvariaties die daardoor optreden, is de gemiddelde temperatuur aan de polen dermate laag - 130 graden onder nul - dat er ijs in de bodem kan zitten. Aan de evenaar is het met een gemiddelde temperatuur van 120 graden onder nul al te 'warm' daarvoor: in het vacuüm van de ruimte sublimeert ('verdampt') bevroren water al bij zeer lage temperaturen. Of er in de bodem van de poolgebieden van Vesta ook echt ijs is opgeslagen, moet nog blijken. De momenteel in een lage baan om de planetoïde cirkelende ruimtesonde Dawn is uitgerust met een instrument waarmee dat kan worden vastgesteld.
Meer informatie:
Vesta Likely Cold and Dark Enough for Ice

NuSTAR wordt op transport gezet. 25 januari 2012 • Nieuwe röntgensatelliet is klaar voor lancering
De nieuwe, kleine NASA-satelliet Nuclear Spectroscopic Telescope Array, of NuSTAR, wordt deze week overgebracht naar de Vandenberg-luchtmachtbasis in Californië om met zijn Pegasus-lanceerraket verenigd te worden. NuSTAR zal de 'harde' (energierijke) röntgenstraling waarnemen van uiteenlopende objecten als de zon en de superzware zwarte gaten in de kernen van verre sterrenstelsels. De lancering van NuSTAR is gepland voor 14 maart. Anders dan de meeste andere wetenschappelijke satellieten zal hij niet vanaf een vaste lanceerbasis vertrekken, maar bevestigd aan de onderkant van een Lockheed L-1011 TriStar-vliegtuig boven de Stille Oceaan naar grote hoogte worden gebracht en dan worden losgelaten. De kleine Pegasus-raket brengt NuSTAR vervolgens in een baan om de aarde. NuSTAR is uitgerust met een speciale telescoop bestaande uit twee sets van 133 in elkaar geneste, cilindrische spiegels. Deze constructie is nodig, omdat normale telescoopspiegels niet in staat zijn om röntgenstraling op te vangen: deze zou dwars door de spiegel heen gaan. Bij röntgentelescopen 'schampt' de binnenkomende straling als het ware langs de spiegels, om een flink eind verderop - in dit geval tien meter - te worden gebundeld. Vanwege die lange brandpuntsafstand is NuSTAR voorzien van een opvouwbare mast, die een week na de lancering moet worden uitgevouwen.
Meer informatie:
NASA's NuSTAR Ships to Vandenberg for March 14 Launch
Website NuSTAR

Laser-schokgolven (l) lijken op die van computersimulaties van sterrenstelsels-in-wording (r). 25 januari 2012 • Intergalactische magneetvelden verklaard
Waar komen de magnetische velden in de ruimte tussen de sterrenstelsels vandaan? Dat is een vraag die wetenschappers al tientallen jaren bezighoudt, al bestond het sterke vermoeden dat deze velden worden veroorzaakt door bewegende geladen deeltjes. Een internationaal onderzoeksteam heeft dat vermoeden nu op experimentele wijze bevestigd (Nature, 26 januari). Met behulp van een krachtige gepulste lasers hebben de onderzoekers in een Frans laboratorium omstandigheden nagebootst die vergelijkbaar zijn met die in het vroege heelal. De resultaten van het experiment wijzen erop dat de oorsprong van de intergalactische magneetvelden - zoals verwacht - gezocht moet worden bij het zogeheten Biermann-proces. Dit proces, dat in 1950 door de Duitse astronoom Ludwig Biermann werd ontdekt, voorspelt dat in (turbulente) plasma's - wolken van geladen deeltjes - spontaan magnetische velden kunnen ontstaan. Plasma's zijn alom aanwezig in het heelal, en zijn dus een voor de hand liggende oorzaak van de intergalactische magneetvelden. Volgens de onderzoekers zouden de magnetische velden het gevolg zijn van de asymmetrische schokgolven die in het vroege heelal optraden in de kolossale gaswolken die tot sterrenstelsels optraden. Zulke schokgolven zouden elektrische stromingen in het plasma van het intergalactische medium veroorzaken. En net als bij een elektromagneet leidt dat tot het ontstaan van magnetische velden.
Meer informatie:
A Galactic Magnetic Field In A Lab Bolsters Astrophysical Theory

APEX-opname van verre starburststelsels. 25 januari 2012 • Zwarte gaten breken stervorming af
Met behulp van de APEX-submillimetertelescoop in het noorden van Chili hebben astronomen een sterk verband gevonden tussen de krachtigste uitbarstingen van stervorming in het vroege heelal en de zwaarste sterrenstelsels van nu. De hevige stervorming in de sterrenstelsels werd abrupt afgebroken, waardoor ze eindigden als de huidige zware - maar passieve - stelsels van ouder wordende sterren. De astronomen, onder wie Paul van de Werf (Sterrewacht Leiden), hebben ook de waarschijnlijke oorzaak voor het plotselinge einde van de 'starbursts' ontdekt: de opkomst van superzware zwarte gaten. Met de APEX-telescoop is gekeken naar sterrenstelsels die zich op een afstand van ongeveer tien miljard lichtjaar bevinden. Door de massa's van de halo's van donkere materie rond de stelsels te meten, en computersimulaties te gebruiken die laten zien hoe zulke halo's in de loop van de tijd groeien, hebben de astronomen ontdekt dat deze verre starburststelsels uit de begintijd van het heelal uiteindelijk zijn veranderd in elliptische reuzenstelsels - de zwaarste sterrenstelsels in het huidige heelal. Verder wijzen de nieuwe waarnemingen erop dat de 'geboortegolven' in deze stelsels slechts honderd miljoen jaar duren - erg kort naar kosmologische begrippen. Toch slagen de verre sterrenstelsels erin om in die korte tijd hun aantallen sterren te verdubbelen. De oorzaak van het abrupte einde van de starbursts wordt gezocht bij de superzware zwarte gaten in de kernen van de stelsels. Er zijn aanwijzingen dat door de stellaire geboortegolven enorme hoeveelheden materie naar het zwarte gat worden toegevoerd. Hierop produceert dat zwarte gat krachtige uitbarstingen van energie die het nog in het sterrenstelsel aanwezige gas - het bouwmateriaal voor nieuwe sterren - wegblazen. Hierdoor valt het stervormingsproces stil.
Meer informatie:
De wilde jeugd van de zwaarste sterrenstelsels
Superzware zwarte gaten breken ‘starbursts’ af

Het recente poollicht boven Noorwegen. 25 januari 2012 • Zonnestorm veroorzaakt lichtshow boven Noord-Europa
Afgezien van een vage groene en rode gloed aan de noordelijke horizon, is de afgelopen nacht vanuit Nederland geen poollicht gezien. Voor het echte spektakel moest je in noordelijker streken zijn, zo blijkt. Met name in het noorden van Scandinavië gaf het poollicht een indrukwekkende lichtshow. Volgens sommige waarnemers was het een van de fraaiste poollichtverschijningen van de afgelopen decennia. Ook vanuit Schotland, Ierland en het noorden van Duitsland en Engeland is het hemelverschijnsel gezien. Het poollicht werd veroorzaakt door de krachtige uitbarsting die afgelopen maandag op de zon plaatsvond. De wolk elektrisch geladen deeltjes van deze 'zonnestorm' - de grootste sinds 2003 - bereikte de aarde in de loop van dinsdagmiddag. Poollicht ontstaat wanneer grote aantallen van deze deeltjes in botsing komen met zuurstof- en stikstofmoleculen in de hoge aardatmosfeer. Naar verwachting zal de activiteit van de zon de komende maanden en jaren alleen maar verder toenemen. De kans is dus groot dat het poollicht de komende tijd vaker te zien zal zijn - óók vanuit Nederland.
Meer informatie:
Solar storm sparks dazzling northern lights
Largest Solar Radiation Storm Since 2003
Noorderlicht boven de Waddenzee
Aurora Sky Station (live beelden)

Het uitzicht van Opportunity. 24 januari 2012 • Marswagentje begint aan negende onderzoeksjaar
De Amerikaanse Marsrover Opportunity is aan zijn negende onderzoeksjaar begonnen. Daarmee heeft hij alle verwachtingen overtroffen: toen hij in 2004 op Mars landde, ging NASA er nog van uit dat zijn missie drie maanden zou duren. Het identieke Marswagentje Spirit heeft de acht jaar niet vol kunnen maken: in maart 2010 viel hij uit. Een echte kilometervreter is Opportunity niet. Sinds zijn aankomst op onze buurplaneet heeft hij slechts iets meer dan 34 kilometer afgelegd. En dat totaal komt voor een groot deel voor rekening voor de drie jaar durende overtocht van de krater Victoria, dicht bij zijn landingsplek, naar de geologisch interessantere krater Endeavour, die hij in augustus vorig jaar bereikte. Het onderzoek van Endeavour, die met een middellijn van 22 kilometer aanzienlijk groter is dan Victoria, wordt gezien als een compleet nieuwe onderzoeksmissie. Al aan de rand van de krater stuitte Opportunity op gesteenten die nooit eerder op Mars waren gezien. De aangetroffen mineralen bevestigen het beeld dat er ooit vloeibaar op de planeet moet zijn geweest. Of Opportunity de komende winter overleeft, is enigszins onzeker. Er heeft zich inmiddels zo veel stof op zijn zonnepanelen verzameld, dat ervoor gezorgd moet worden dat hij elk lichtstraaltje opvangt. Voorlopig is het Marswagentje geparkeerd op een zonnige helling, maar ook vanuit die positie doet hij nuttig werk. Door de radiosignalen die het stilstaande Marswagentje naar de aarde zendt te analyseren, kunnen wetenschappers de kleine schommelingen in de rotatie van Mars meten. Het onderzoek van deze schommelingen kan uitwijzen of de planeet een vloeibare kern heeft of niet.
Meer informatie:
Durable NASA Rover Beginning Ninth Year of Mars Work

Ultraviolet-opname van de zonneuitbarsting op maandagochtend 23 januari. 24 januari 2012 • Grootste zonnestorm sinds 2005 nadert aarde
Een krachtige uitbarsting op de zon op maandagochtend 23 januari om 04.59 uur Nederlandse tijd heeft een wolk van elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen met een snelheid van ruim tweeduizend kilometer per seconde. De plasmawolk zal naar verwachting in de loop van dinsdagmiddag 24 januari bij de aarde aankomen, en kan mogelijk verstoringen teweegbrengen in satellietelektronica en radiocommunicatie. Daarnaast veroorzaken de deeltjes in de wolk waarschijnlijk indrukwekkend poollicht, dat vooral zichtbaar is in een brede ring rond de magnetische noord- en zuidpool van de aarde. De kans dat er komende nacht ook vanuit (Noord-)Nederland poollicht zichtbaar is, is klein maar niet uitgesloten. Om poollicht te zien is een donkere omgeving, een wolkenloze hemel en bij voorkeur een vrij uitzicht naar het noorden vereist.
SpaceWeather
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

Duinenvelden op Titan. 23 januari 2012 • Duinvorming op Titan beïnvloed door hoogte en seizoenen
De vorming van duinenvelden op de grote Saturnusmaan Titan wordt beïnvloed door de hoogte waarop de duinen zich bevinden en door de seizoenen van Titan. Dat blijkt uit onderzoek van Franse en Amerikaanse wetenschappers naar de eigenschappen van de Titanduinen. Ongeveer 13% van het Titan-oppervlak (een gebied van ca. tien miljoen vierkante kilometer, zo groot als Canada) wordt bedekt door uitgestrekte duinenvelden. De Titanduinen doen denken aan de zandduinen in Namibië, maar ze zijn groter (1 à 2 kilometer breed, honderden kilometers lang en ca. honderd meter hoog) en ze bestaan niet uit zandkorrels maar uit korrels van koolwaterstofverbindingen met afmetingen van ca. een millimeter. Op foto's en radaropnamen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini is nu ontdekt dat de breedte en de spatiëring van de langgerekte duinen afhankelijk is van de hoogte en van de breedtegraad. De meeste duinen bevinden zich in relatief lage gebieden; op grotere hoogte worden ze smaller en liggen ze verder uiteen, vermoedelijk doordat er op grotere hoogte minder 'zand' aanwezig is. De duinen bevinden zich vooral in de 'tropen' van Titan, tussen 30 graden zuiderbreedte en 30 graden noorderbreedte. Op het noordelijk halfrond zijn de duinen echter ook smaller en wijder gespatieerd. Volgens de onderzoekers komt dat door de seizoenen op de Saturnusmaan: dankzij de ellipsbaan van Saturnus is de zomer op het zuidelijk halfrond korter maar intenser, waardoor het 'zand' droger wordt en zich gemakkelijker laat verplaatsen door de wind.
Meer informatie:
The two faces of Titan's dunes (origineel persbericht)
Cassini
Persbericht Jet Propulsion Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

Eén van de insluitsels in de Murchison-meteoriet. 20 januari 2012 • 'Sterrenstof' in meteoriet chemisch onderzocht
Een internationaal team van wetenschappers heeft stofdeeltjes die opgesloten zitten in de 4,6 miljard jaar oude Murchison-meteoriet aan chemisch onderzoek onderworpen. De minuscule insluitsels zijn ouder dan ons zonnestelsel en hun samenstelling wijst erop dat ze afkomstig zijn van een supernova - een zware ster die aan het einde van zijn leven is ontploft. Uit de chemische analyse van het 'sterrenstof' blijkt dat deze onder meer verschillende isotopen van de element silicium en zwavel bevatten. De metingen laten zien dat de deeltjes veel zware siliciumisotopen bevatten en relatief weinig zware zwavelisotopen, wat niet goed in overeenstemming te brengen is met de huidige modellen voor de chemische samenstelling van zware sterren. De beide elementen zijn dus waarschijnlijk na de eigenlijke supernova-explosie ontstaan. Supernova-modellen laten zien dat zich enkele maanden na de explosie in de binnenste regionen van de uitgestoten materie bij temperaturen van enkele duizenden graden siliciumsulfidemoleculen vormen. Naderhand raken deze moleculen opgesloten in kristallen van siliciumcarbide. In die vorm kwam het materiaal van de supernova ongeveer 4,6 miljard jaar geleden in de gaswolk terecht waaruit later ons zonnestelsel ontstond. De Murchison-meteoriet werd in 1969 gevonden bij de gelijknamige plaats in Australië. Behalve insluitsels van een supernova zijn in de ruimtesteen ook deeltjes aangetroffen die waarschijnlijk afkomstig zijn uit de sterrenwinden van rode reuzensterren.
Meer informatie:
The chemistry of exploding stars (origineel persbericht)

De laatste minuten van komeet C/2011 N3. 19 januari 2012 • Astronomen onderzoeken verdampende komeet
Op 4 juli 2011 werd met de zonnesatelliet SOHO voor de zoveelste keer een kleine komeet ontdekt die op het punt stond de atmosfeer van de zon in te duiken. Zoiets gebeurt om de paar dagen wel een keer, maar anders dan zijn vele voorgangers kon komeet C/2011 N3 met een instrument van een andere zonnesatelliet - het Solar Dynamics Observatory - tot op het laatste moment worden gevolgd. Een internationaal team van astronomen, onder wie de Nederlander Karel Schrijver, was er getuige van en publiceert zijn onderzoeksresultaten deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Komeet C/2011 N3 verdampte uiteindelijk op 100.000 kilometer boven het zonsoppervlak. Door zijn emissie en absorptie van zichtbaar licht en extreem-ultraviolette straling te meten, konden de astronomen zijn grootte en massa bepalen. Het is voor het eerst dat de fysieke kenmerken van een komeet op deze manier zijn gemeten. Doorgaans worden grootte en massa van een komeet afgeleid uit de hoeveelheid zonlicht die hij weerkaatst. Uit de metingen van Schrijver en zijn collega's volgt dat het ijzige hemellichaam aanvankelijk vijftig tot honderd meter groot was en een massa van meer dan 60.000 ton had - ruwweg de massa van een vliegdekschip. Bij het betreden van de zonsatmosfeer viel hij in een groot aantal stukken uiteen en vertoonde zijn 15.000 kilometer lange staart een sterk fluctuerende helderheid. Komeet C/2011 N3 behoorde tot de grote familie van Kreutz-kometen, waarvan wordt aangenomen dat het brokstukken zijn van een komeet die ruwweg 2500 jaar geleden uiteenviel. Alleen de grootste leden van de Kreutz-familie, zoals de recente heldere komeet Lovejoy, kunnen een scheervlucht langs de zon doorstaan.
Meer informatie:
Comet's Demise Seen Deep Inside Sun's Atmosphere (origineel persbericht)
Catching a Comet Death on Camera
Comet Corpses in the Solar Wind

Het zwaartekrachtslenseffect in beeld. 18 januari 2012 • Ver donker sterrenstelsel ontdekt
Een internationaal team van astronomen, onder wie Léon Koopmans van het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft een ver dwergsterrenstelsel ontdekt dat vrijwel geheel uit donkere materie lijkt te bestaan (Nature, 19 januari). Het dwergstelsel, dat zich op de kolossale afstand van tien miljard lichtjaar bevindt, heeft zijn bestaan verraden door zijn zwaartekracht. Volgens de huidige inzichten zijn grote sterrenstelsels zoals de Melkweg ontstaan door het 'samenklonteren' van vele kleine stelsels. Als dat model klopt, zouden er rond ons Melkwegstelsel nog duizenden dwergstelsels moeten zwermen, maar tot nu toe zijn daar slechts enkele tientallen van ontdekt. Dit heeft astronomen tot het vermoeden gebracht dat veel van de dwergstelsels weinig of geen sterren bevatten. Ze zouden als donkere satellieten om de grote sterrenstelsels in het heelal draaien. Alles bij elkaar zouden zij een aanzienlijk deel van de donkere materie in het heelal voor hun rekening kunnen nemen. Het probleem is natuurlijk dat stelsels die vrijwel geheel uit donkere materie bestaan uiterst moeilijk waarneembaar zijn. Het nu ontdekte stelsel, dat de aanduiding JVASB1938+66 draagt, is opgespoord met de grote Keck-telescoop op Hawaï. Daarbij is gebruik gemaakt van het zogeheten gravitatielenseffect: dat treedt op als twee sterrenstelsel vanaf de aarde gezien precies op één lijn staan. De zwaartekracht van het voorste stelsel fungeert dan als een soort lens, die een vervormde afbeelding van het achterste stelsel maakt. Door het vervormde beeld van het achtergrondstelsel te analyseren, kan worden vastgesteld of het 'lensstelsel' satellietstelsels heeft. Ook kan de massa van deze stelsels worden bepaald. Het donkere dwergstelsel dat nu is opgespoord heeft een massa van ongeveer 113 miljoen zonsmassa's en is minstens enkele duizenden lichtjaren groot. Ter vergelijking: ons Melkwegstelsel 'weegt' 180 miljard zonsmassa's en heeft een middellijn van 75.000 lichtjaar.
Meer informatie:
Dark Matter Galaxy Found Far, Far Away (origineel persbericht)
Astronomen ontdekken ver, donker dwergsterrenstelsel
Most Distant Dwarf Galaxy Detected
Faint 'satellite galaxy' discovered

Voyager 1: de krasse knar onder de ruimtesondes. 18 januari 2012 • Verwarming ruimtesonde Voyager 1 lager gezet
Om het stroomverbruik terug te dringen, is een van de verwarmingselementen van Voyager 1 uitgeschakeld. Door deze handeling is de temperatuur van de ultravioletspectrometer van de in 1977 gelanceerde ruimtesonde met meer dan 23 graden gedaald. Het instrument werkt nu bij een temperatuur van 79 graden onder nul - de laagste temperatuur die het ooit te verduren heeft gehad. De maatregel heeft tot doel om Voyager 1 tot 2025 van genoeg stroom te voorzien om metingen te doen en de verzamelde gegevens naar de aarde te zenden. Deze stroom wordt opgewekt door een 'radio-isotoop thermo-elektrische generator', die gebruik maakt van de hoog radioactieve stof plutonium. Bij het verval van plutonium komt naast straling ook warmte vrij, en deze laatset wordt in elektrische spanning omgezet. Doordat de radioactiviteit van het plutonium aan boord van Voyager 1 geleidelijk afneemt, daalt ook het vermogen van zijn 'elektriciteitscentrale'. Van het oorspronkelijke vermogen van 470 watt is nog maar ongeveer de helft over. De in 1977 gelanceerde Voyager 1 is het verst van de zon verwijderde object dat door mensen is gemaakt. Hij bevindt zich momenteel op bijna 18 miljard kilometer van de aarde. Dat is zo ongeveer op de drempel tussen de invloedssfeer van de zon en de interstellaire ruimte. Omdat wetenschappers graag willen weten wat zich hier allemaal afspeelt, wordt geprobeerd om de actieve fase van de stokoude ruimtesonde zo lang mogelijk te rekken.
Meer informatie:
Voyager instrument cooling after heater turned off (origineel persbericht)

Impressie van de ster V1052 Cen. 18 januari 2012 • Gasring rond jonge ster roept vragen op
Astronomen hebben een geheimzinnige ring van koolmonoxide-gas ontdekt rond de jonge ster V1052 Centauri, die zich op een afstand van ongeveer 700 lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus bevindt. De ring maakt deel uit van de protoplanetaire schijf rond de ster en is ongeveer net zo ver van deze verwijderd als de aarde van de zon. De met de Europese Very Large Telescope ontdekte gasring is opmerkelijk scherp begrensd. Koolmonoxide wordt wel vaker waargenomen bij jonge sterren, maar doorgaans is het gas over de hele protoplanetaire schijf verdeeld. Waarom het in dit geval een dunne ring is, is nog onduidelijk. Eén mogelijkheid is dat zich aan binnen- en buitenkant van de ring een planeet bevindt die het gas bijeendrijft, ongeveer zoals de 'herdersmaantjes' delen van het ringenstelsel van de planeet Saturnus in bedwang houden. Een andere mogelijkheid is dat de ring in stand wordt gehouden door magnetische velden. V1052 Cen onderscheidt zich door een opvallend sterk magnetisch veld en een extreem trage rotatie. In hoeverre die factoren van invloed kunnen zijn op de protoplanetaire schijf rond de ster moet nog blijken.
Meer informatie:
Gaseous ring around young star raises questions (origineel persbericht)

Ebb en Flow in hun baan rond de maan. 17 januari 2012 • Tweeling-maansondes heten 'Eb' en 'Vloed'
De twee identieke GRAIL-ruimtesondes die sinds Nieuwjaarsnacht in een baan om de maan cirkelen, zijn 'Ebb' en 'Flow' genoemd ('Eb' en 'Vloed'). De namen zijn voorgesteld door de leerlingen van een basisschoolklas in Bozeman, Montana, die deelnamen aan een door NASA uitgeschreven wedstrijd. De twee GRAIL-ruimtesondes (Gravity Recovery And Interior Laboratory) zullen de komende maanden precisiemetingen verrichten aan het zwaartekrachtsveld van de maan. Vóór de lancering droegen de twee ruimtesondes de bijnamen Tom en Jerry, maar die zijn nooit officieel door NASA geaccepteerd. De naamgevingswedstrijd leverde bijna 900 inzendingen op. De winnende namen zijn gekozen door een jury bestaande uit GRAIL-hoofdonderzoekster Maria Zuber van het Massachusetts Institute of Technology en NASA-astronaute Sally Ride.
Meer informatie:
Montana Students Pick Winning Names for Moon Craft (origineel persbericht)
GRAIL
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

Simulatie van de waarneming van een zwart gat. 17 januari 2012 • Event Horizon Telescope moet zwart gat in beeld brengen
Hoe breng je een zwart gat in beeld? Sterrenkundigen van over de hele wereld spreken daar deze week over op een bijeenkomst in Tucson, Arizona, waar de plannen worden uitgewerkt voor de virtuele 'Event Horizon Telescope' (EHT). In feite gaat het om een reusachtig netwerk van onderling gekoppelde millimeter- en submillimeter-telescopen, waaronder de Submillimeter Telescope op Mount Graham, Arizona, de CARA-array in Californië, en - in de toekomst - de internationale Atacama Large Millimeter Array (ALMA) in Chili. Submillimetertelescopen kunnen op dezelfde wijze onderling gekoppeld worden als radiotelescopen, zoals de afzonderlijke radioschotels die deel uitmaken van de Very Large Baseline Array in de Verenigde Staten of van het European VLBI Network. Voor de kortere submillimetergolflengten is de techniek weliswaar moeilijker te realiseren, maar inmiddels niet langer onmogelijk. Door op deze manier een interferometer zo groot als de aarde te creëren, kan een extreem hoge gezichtsscherpte worden bereikt. De EHT kan op die manier de gloed in beeld brengen van gas dat in een zwart gat wordt gezogen. OP die manier moet het zwarte gat zelf zichtbaar worden: vanuit het gebied binnen de zogeheten 'gebeurtenishorizon' (event horizon) kan geen licht ontsnappen, waardoor het zwarte gat zichtbaar moet zijn als een zwarte, ronde vlek in het centrum van de gloeiende gaswolk. Door in de komende jaren steeds meer submillimetertelescopen in het netwerk op te nemen, zal de Event Horizon Telescope langzaam maar zeker steeds gevoeliger worden.
Meer informatie:
Scientists Prepare to Take First-Ever Picture of a Black Hole (origineel persbericht)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

Een protoplanetaire schijf in het stervormingsgebied Cygnus OB2. 17 januari 2012 • Ook protoplanetaire schijven gevonden in de Zwaan
In de jaren negentig ontdekten sterrenkundigen met de Hubble Space Telescope protoplanetaire schijven rond pasgeboren sterren in de Orionnevel. Zulke 'protoplanetary disks' (kortweg 'proplyds' genoemd) zijn schijven van gas en stof waaruit planetenstelsels kunnen ontstaan. Nu zijn vergelijkbare structuren ook ontdekt in het stervormingsgebied Cygnus OB2, in het sterrenbeeld Zwaan. Dit stervormingsgebied ligt op een grotere afstand dan de Orionnevel, en bevat ook meer sterren. De proplyds in Cygnus OB2 zijn bovendien groter dan in Orion. Ze vertonen langgerekte 'staarten', die vermoedelijk ontstaan door de energierijke sterrenwinden van nabijgelegen reuzensterren. Mogelijk gaat het om een soort tussenvorm tussen interstellaire stofwolken die geërodeerd worden door stralingsverdamping ('evaporating gaseous globules', ofwel EGGs) en 'echte' protoplanetaire schijven.
Artikel op Universe Today
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

Opname van het landingsgebied van de Beagle 2-lander. 17 januari 2012 • Speurtocht naar Beagle gaat door
Planeetonderzoekers speuren nog steeds naar de onfrotuinlijke Britse Marslander Beagle 2, die eind december 2003 op de rode planeet te pletter moet zijn geslagen. Op gedetailleerde foto's die vanuit een baan rond Mars gemaakt worden door de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) wordt gezocht naar de parachute van de Beagle (waarvan overigens niet zeker is dat die inderdaad heeft gefunctioneerd) en naar de gecrashte lander zelf. Het grote publiek wordt uitgenodigd om op de beelden van de HiRISE-camera van MRO mee te zoeken naar de lander. Inmiddels staat de twaalfde HiRISE-opname van het landingsgebied online.
Achtergrondinformatie op website HiRISE
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

De ruimtetelescoop Planck, met op de achtergrond een infraroodopname van de Melkweg. 16 januari 2012 • Planck voltooit onderzoek aan oerknalstraling
De Europese ruimtetelescoop Planck heeft zijn onderzoek aan de kosmische achtergrondstraling voltooid. De koelvloeistof van het High Frequency Instrument (HFI) van de geavanceerde ruimtetelescoop, die in het voorjaar van 2009 werd gelanceerd, raakte afgelopen zaterdag (zoals verwacht) op. De gevoelige detectoren van HFI moesten tot vlak boven het absolute nulpunt worden gekoeld om precisiemetingen te kunnen verrichten aan minieme variaties in de temperatuur van de kosmische achtergrondstraling - het afgekoelde overblijfsel van de energie waarmee het heelal kort na de oerknal was gevuld. Sinds de lancering heeft HFI de gehele sterrenhemel in totaal vijf maal opgemeten, waardoor de resultaten nog nauwkeuriger zullen zijn dan oorspronkelijk was verwacht. Voordat ze gepresenteerd en gepubliceerd worden, moet echter nog een zeer uitgebreide analyse worden uitgevoerd. Planck-wetenschappers verwachten de eerste resultaten begin 2013 te kunnen presenteren.
Meer informatie:
Planck's HFI completes its survey of early Universe (origineel persbericht)
Planck
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

Phobos-Grunt: nooit bij Mars aangekomen. 15 januari 2012 • Phobos-Grunt stort in Stille Oceaan
De Russische Marsverkenner Phobos-Grunt is vandaag rond 19.45 uur Nederlandse tijd neergestort op aarde. De grootste brokstukken van de onfortuinlijke ruimtesonde liggen volgens de Russische ruimtevaartorganisatie Roskosmos op de bodem van de Stille Oceaan, ten westen van Chili. Phobos-Grunt werd op 9 november gelanceerd vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan. De raketmotor die het toestel vanuit een baan om de aarde op weg naar Mars had moeten brengen, werkte echter niet; het radiocontact met Phobos-Grunt kon niet hersteld worden, en als gevolg van de wrijving met de bovenste ijle lagen van de dampkring kwam de planeetverkenner in een steeds lagere baan terecht. Phobos-Grunt had bodemmonsters moeten ophalen van de kleine Marsmaan Phobos voor onderzoek in een aards laboratorium.
Artikel op www.spaceflightnow.com
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

Een ultraviolet kijkje in kraters aan de zuidpool van de maan. 12 januari 2012 • Maansonde onderzoekt duistere poolkraters
Nieuwe maankaarten, gemaakt met een uv-instrument van de Lunar Reconnaissance Orbiter, tonen een glimp van het inwendige van kraters nabij de noord- en zuidpool van de maan. De bodem van deze kraters is permanent in duisternis gehuld, omdat de zon nooit hoog genoeg aan de hemel komt te staan. Dankzij de zwakke ultravioletgloed van waterstofatomen in de interplanetaire ruimte die ultraviolette zonnestraling verstrooien en het zwakke uv-schijnsel van sterren, worden de kraterbodems op ultraviolette golflengten echter toch een beetje 'aangelicht'. De kaarten laten zien dat veel permanent beschaduwde gebieden donkerder zijn op ver-ultraviolette golflengten en 'roder' dan het omliggende oppervlak dat wel door de zon wordt verlicht. De donkere gebieden wijzen op een poreuze bodemstructuur, en de roodverkleuring op de aanwezigheid van bevroren water in de vorm van een rijplaagje. Waar het water in de ijskoude, donkere maankraters vandaan komt, is nog onduidelijk. Het kan gaan om moleculen die ontstaan zijn door de inwerking van de zonnewind op het maanoppervlak, maar water kan ook met meteorieten en (brokstukken van) kometen op de man terechtkomen. Hoe dan ook: volgens de wetenschappers die de kaarten hebben samengesteld, wordt de rijplaag in de kraters veel minder snel afgebroken dan tot nu toe werd gedacht.
Meer informatie:
Lunar Reconnaissance Orbiter's LAMP reveals lunar surface features (origineel persbericht)

Ruimtesonde Cassini draait sinds 2004 om Saturnus. 12 januari 2012 • Radiosysteem van ruimtesonde Cassini hapert
Sinds eind december hapert een deel van het radiosysteem van de ruimtesonde Cassini, die om de planeet Saturnus cirkelt. Het betreft de ultrastabiele oscillator die deels wordt gebruikt voor het overzenden van gegevens naar de aarde, maar vooral van belang is bij wetenschappelijke experimenten, zoals die waarbij Cassini radiosignalen dwars door het ringenstelsel van de planeet naar de aarde zendt, om de dichtheidsverschillen in het ringmateriaal te kunnen meten. De afgelopen weken gaat de radiocommunicatie via een backup-oscillator, die prima te gebruiken is voor het overzenden van gegevens, maar minder geschikt is voor onderzoeksdoeleinden. Later deze maand zullen tests worden uitgevoerd om te zien of de ultrastabiele oscillator weer aan de praat kan worden gekregen. Hoewel de oorzaak van de storing nog niet bekend is, mag niet worden uitgesloten dat er gewoon een onderdeel is stukgegaan. Het is immers al bijna vijftien jaar geleden dat Cassini werd gelanceerd.
Meer informatie:
Cassini Testing Part of Its Radio System (origineel persbericht)

Impressie van een gammadubbelster. 12 januari 2012 • Zeldzame gammadubbelster ontdekt
Astronomen hebben met de Fermi-satelliet een zeldzaam soort dubbelster ontdekt, die een bron van energierijke gammastraling is. Anders dan andere gammadubbelsterren, die bij toeval werden ontdekt, is deze ontdekking het gevolg van een gerichte zoekactie (Science, 13 januari). Naar verwachting zullen dergelijke zoekacties de klasse van gammadubbelsterren op termijn minder zeldzaam worden. Gammadubbelsterren bestaan uit een normale ster en compact object dat een neutronenster of een zwart gat kan zijn. De exemplaren die tot nu toe werden opgespoord, stralen zowel gamma- als röntgenstraling uit en werden aan de hand van die laatste, minder energierijke vorm van straling opgemerkt. Pas later bleek dat ze ook (veel moeilijker detecteerbare) gammastraling uitzenden. Met de ontdekking van het object 1FGL J1018.6-5856 is daar verandering in gekomen. Deze gammadubbelster is ontdekt aan de hand van de gammastraling die hij uitzendt. Achteraf bleek overigens dat het object ook een bron van röntgenstraling is. 1FGL J1018.6-5856 bestaat waarschijnlijk uit een snel roterende neutronenster en een extreem hete, heldere ster die met een periode van ongeveer zeventien dagen om hun gezamenlijke zwaartepunt wentelen. Normaal gesproken zendt zo'n rondtollende neutronenster pulsen van straling uit, maar dat is hier niet het geval. De astronomen vermoeden dat dit komt doordat deze pulsen worden gemaskeerd door de intense sterrenwind van de begeleidende ster.
Meer informatie:
Rare Gamma-Ray Star Twins Discovered by New Method (origineel persbericht)

De Catalina Schmidt telescope op Mount Bigelow. 12 januari 2012 • Reusachtige catalogus van veranderlijke hemelobjecten gepresenteerd
Astronomen van het California Institute of Technology (Caltech) en de universiteit van Arizona hebben de grootste catalogus van sterren en andere hemelobjecten van veranderlijke helderheid samengesteld. De gegevens voor de lijst, die tweehonderd miljoen objecten bevat, zijn verzameld met een telescoop van bescheiden omvang: de 70-cm telescoop op Mount Bigelow in Arizona. De waarnemingen maken deel uit van de Catalina Sky Survey, een systematische zoekactie naar planetoïden die dicht in de buurt van de aarde (kunnen) komen. In het kader van die zoekactie worden steeds nieuw opnamen gemaakt van grote stukken hemel. Door opeenvolgende opnamen met elkaar te vergelijken, worden behalve planetoïden ook andere veranderlijke objecten opgespoord. De vandaag tijdens de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society gepresenteerde lijst omvat onder andere meer dan duizend supernova's, honderden cataclysmische veranderlijken (dubbelstersystemen waarin een normale ster materie overdraagt aan een witte dwerg) en tienduizenden andere sterren van variabele helderheid. Binnenkort hoopt het Catalina-team ook de gegevens vrij te geven die met twee andere telescopen, een 1,5-meter telescoop op Mount Lemmon (Arizona) en een 50-cm telescoop op Siding Spring (Australië), zijn gemaakt.
Meer informatie:
Unprecedented Data Set on Variable Celestial Objects (origineel persbericht)
Website Catalina Real-Time Transient Survey

Illustratie van een quasar die energierijke 'jets' de ruimte in blaast. 11 januari 2012 • ALMA bevestigt theorie over evolutie sterrenstelsels
Met de in aanbouw zijnde Atacama Large Millimeter Array (ALMA) in Chili hebben Amerikaanse radioastronomen ontdekt dat er in quasars - de heldere kernen van actieve sterrenstelsels - vrijwel geen stervorming optreedt. De ontdekking bevestigt een populaire theorie over de evolutie van sterrenstelsels. Volgens die theorie leidt de botsing van twee sterrenstelsels aanvankelijk tot een geboortegolf van nieuwe sterren, maar ook tot een veel grotere activiteit van het centrale zwarte gat in het resulterende reuzenstelsel. Het zwarte gat zendt daarbij twee energierijke bundels de ruimte in, en die zogeheten 'jets' blazen uiteindelijk een groot deel van het gas weg, waardoor de stervormingsactiviteit tot stilstand komt. Met het ALMA-observatorium zijn ruim twintig quasars bestudeerd. ALMA is gevoelig voor de millimeterstraling van stofwolken die opgewarmd worden door pasgeboren sterren. De onderzochte quasars bleken echter vrijwel geen millimeterstraling uit te zenden, wat erop wijst dat er inderdaad vrijwel geen nieuwe sterren worden geboren. De resultaten zijn vandaag gepresenteerd op de 219e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, Texas. Als in een later stadium de quasaractiviteit ook langzaam maar zeker uitdooft, blijft een groot, zwaar elliptisch sterrenstelsel over waarin praktisch geen stervorming meer voorkomt, en dat daardoor voornamelijk uit oude, rode sterren bestaat - precies zoals in het heelal wordt waargenomen.
Meer informatie:
ALMA Early Science Result Reveals Starving Galaxies (origineel persbericht)
Atacama Large Millimeter Array
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

De ruimtelijke verdeling van de 900.000 sterrenstelsels die in het onderzoek zijn gebruikt. 11 januari 2012 • Sloan-hemelkaart is goudmijn voor kosmologen
De reusachtige kaart van de sterrenhemel die de afgelopen jaren is samengesteld op basis van metingen van de Sloan Digital Sky Survey is een goudmijn voor kosmologen die meer te weten willen komen over de samenstelling en de evolutie van het heelal. De Sloan-kaart beslaat ruim één biljoen pixels, en toont vele miljoenen sterren en sterrenstelsels, waarvan de helderheden in vijf verschillende kleuren zijn opgemeten. Op de 219e bijeenkomst van de American Astronomical Scoiety in Austin, Texas, zijn vandaag enkele kosmologische resultaten gepresenteerd op basis van onderzoek aan de manier waarop 900.000 sterrenstelsels zijn samengeschoold in clusters. Door de mate van clustering van deze relatief heldere en nabijgelegen stelsels te vergelijken met de cluster-eigenschappen van het heelal op grotere afstanden, kon informatie verkregen worden over de uitdijingsgeschiedenis van de kosmos. Die wordt onder meer bepaald door de relatieve hoeveelheden gewone materie, donkere materie, donkere energie en neutrino's in het heelal. Op basis van de Sloan-gegevens concluderen sterrenkundigen dat 73 procent van de totale materie/energie-inhoud van het heelal voor rekening komt van donkere energie. Bovendien blijkt uit de Sloan-metingen dat de (zeer geringe) massa van het neutrino niet groter kan zijn dan 0,3 elektronvolt. De kosmologische resultaten worden binnenkort gepubliceerd in the Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Sloan Digital Sky Survey (origineel persbericht)
Calculating What’s in the Universe from the Biggest Color 3-D Map
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

Mini-zonnestelsel: rode dwerg met drie planeten. 11 januari 2012 • Drie kleine exoplaneten opgespoord
Amerikaanse astronomen hebben drie kleine planeten buiten ons zonnestelsel opgespoord. De ontdekking van de drie exoplaneten - de kleinste tot nu toe - is bekendgemaakt tijdens de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin (Texas). De drie rotsachtige planeten cirkelen om dezelfde ster: de rode dwerg KOI-961. Ze variëren in afmetingen van 0,57 tot 0,87 maal de middellijn van de aarde. Tot nu toe waren nog maar een stuk of vier planeten van vergelijkbaar kleine omvang bekend. Hoewel het drietal tot de 'aardse' planeten wordt gerekend, zijn ze alles behalve leefbaar. Ze zijn slechts ongeveer anderhalf miljoen kilometer van hun moederster verwijderd, en hebben daardoor oppervlaktetemperaturen van 200 tot 500 graden Celsius. De planeten doen minder dan twee dagen over een rondje om hun ster. Ook KOI-961 zelf is een onderdeurtje: ze is slechts zeventig procent groter dan de planeet Jupiter. Daarmee is dit planetenstelsel het kleinste dat we kennen.
Meer informatie:
Smallest Solar System Found (origineel persbericht)
Astronomers Find Three Smallest Exoplanets
Smallest Exoplanets - The Barnard's Star Connection
NASA's Kepler Mission Finds Three Smallest Exoplanets

Geen uitzondering: planeet bij dubbelster. 11 januari 2012 • Planeten met twee zonnen zijn heel normaal
Astronomen hebben met de Amerikaanse Kepler-satelliet een planeet ontdekt bij twee dubbelsterren in het sterrenbeeld Zwaan (Nature, 12 januari). Daarmee komt het totale aantal 'circumbinaire' planeten op drie - in september 2011 werd namelijk ook al zo'n planeet met twee zonnen opgespoord. De nieuwe ontdekkingen tonen aan het helemaal niet zo uitzonderlijk is dat er planeten om een dubbelster cirkelen. Alleen al in ons eigen melkwegstelsel kunnen er vele miljoenen van bestaan. Nog niet zo lang geleden dachten astronomen dat de directe omgeving van een dubbelster te chaotisch zou zijn voor de vorming van planeten. De twee dubbelsterren in de Zwaan waar een planeet om cirkelt hebben de aanduidingen Kepler-34 en Kepler-35. De beide sterren van Kepler-34 zijn vergelijkbaar met de zon, die van Kepler-35 zijn iets kleiner. Hun onderlinge afstanden zijn van de orde van zestig miljoen kilometer: de beide dubbelsterren zouden dus ruimschoots binnen de omloopbaan van Mercurius, de binnenste planeet van ons zonnestelsel, passen. De planeten die om de twee dubbelsterren cirkelen, Kepler-34b en Kepler-35b, zijn qua grootte vergelijkbaar met de planeet Saturnus. Hoewel ze tamelijk cirkelvormige banen met omlooptijden van respectievelijk 289 en 131 dagen volgen, zal het klimaat op de twee planeten nogal wisselend zijn. Door de onderlinge bewegingen van hun moedersterren zal de hoeveelheid energie die de planeten ontvangen immers flink variëren.
Meer informatie:
Kepler discovery establishes new class of planetary systems (origineel persbericht)
Planets with double suns are common
NASA's Kepler mission and UF astronomer find 2 new planets orbiting double suns