De Orionnevel in volle glorie. 9 februari 2010 • Spectaculaire overzichtsfoto van de Orionnevel gepresenteerd
Met behulp van de nieuwe Europese surveytelescoop VISTA is een indrukwekkende overzichtsfoto gemaakt van de Orionnevel, een bekend stervormingsgebied in het gelijknamige sterrenbeeld. Vergeleken met de meeste andere telescopen van dit kaliber heeft VISTA een enorm groot beeldveld. Bovendien is VISTA behalve voor zichtbaar licht ook gevoelig voor nabij-infrarode straling. Dat laatste betekent dat er diep in stofrijke stervormingsgebieden kan worden gekeken, om te zien wat zich daar afspeelt. De Orionnevel bevindt zich op een afstand van 1350 lichtjaar en is al met een kleine telescoop te zien. Op zichtbare golflengten zijn de jonge sterren die zich in het hart van de nevel hebben gevormd echter moeilijk waarnembaar: alleen de vier helderste zijn te zien. De VISTA-opnamen tonen nog tal van andere sterren, waarvan vele nog onvoltooid zijn. Deze sterren-in-wording stoten gasstromen uit die snelheden van 700.000 km/uur kunnen bereiken. Met de VISTA-telescoop zal de komende jaren de gehele zuidelijke sterrenhemel nauwkeurig in beeld worden gebracht.
Meer informatie:
Orion in a New Light

Overzichtskaart van de kosmische achtergrondstraling. 8 februari 2010 • Helium ontdekt in 'echo' van de oerknal
Het is voor het eerst gelukt om vingerafdrukken van het element helium aan te tonen in de kosmische achtergrondstraling - het overblijfsel van de straling waarmee het heelal kort na de oerknal was gevuld. Helium is na waterstof het op één na meest voorkomende element in het heelal. Onderzoek van oude sterren en maagdelijke gaswolken heeft uitgewezen dat helium ongeveer een kwart uitmaakte van de normale materie die na de oerknal ontstond. Dat is nu voor het eerst ook bevestigd door metingen van de kosmische achtergrondstraling. Die metingen zijn verricht met de WMAP-satelliet en twee telescopen op Antarctica. Daarmee zijn subtiele afwijkingen ontdekt in het patroon van de kosmische achtergrondstraling die aan de aanwezigheid van helium worden toegeschreven. Helium laat zijn eigen sporen in dat patroon achter doordat het zwaarder is dan waterstof en dus van invloed is op de wijze waarop drukgolven zich door het jonge heelal voortplantten. Het onderzoek van dit 'oerhelium' staat nu nog in zijn kinderschoenen: de huidige meetresultaten zijn dan ook niet erg nauwkeurig. Maar de verwachting is dat de volgende generatie van instrumenten, zoals de vorig jaar gelanceerde Europese Planck-satelliet, hierin verbetering zal brengen.
Meer informatie:
Helium clue found in echo of the big bang
WMAP 7-Year Results Released

Impressie van de materieschijf rond de jonge ster NGC 1333 IRAS4B. 8 februari 2010 • Water gelokaliseerd in schijf rond zonnestelsel in wording
Astronomen hebben voor het eerst de locatie vastgesteld van hete waterdamp in de roterende schijf rond een jong zusje van onze zon. De waarnemingen zijn gedaan met de IRAM Plateau de Bure interferometer in de Franse Alpen. De in Leiden gepromoveerde astronoom Jes Jorgensen en de Leidse professor Ewine van Dishoeck publiceren het resultaat op 10 februari in Astrophysical Journal Letters. Normaal gesproken is water in de ruimte nauwelijks vanaf de aarde waar te nemen, doordat onze atmosfeer heel veel straling absorbeert. Om die reden is vorig jaar de Herschel-telescoop gelanceerd, die ver van de aarde op infraroodgolflengten dat water wel kan 'zien'. Een op de 500 watermoleculen in de ruimte bevat echter een zwaarder zuurstofisotoop dan normaal, en dit 'zware' water is wél in staat door te dringen in de aardatmosfeer en dus waarneembaar met aardse telescopen. Met de IRAM Plateau de Bure radiotelescoop is nu gekeken naar het 'zware' water rond de jonge ster NGC 1333 IRAS4B, die pas 10.000 tot 50.000 jaar geleden is gevormd. De astronomen ontdekten dat de meeste waterdamp zich bevindt op een plaats in de schijf die correspondeert met de baan van Neptunus in ons eigen zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)

Pluto van alle kanten bekeken. 4 februari 2010 • Pluto vertoont seizoensveranderingen
De dwergplaneet Pluto is een stroopkleurige, vlekkerige ijswereld die seizoensveranderingen ondergaat. Dat blijkt uit de meest gedetailleerde opnamen die ooit van het hemellichaam zijn gemaakt. De foto's, gemaakt met de Hubble-ruimtetelescoop laten zien dat Pluto in korte tijd (de periode 2000-2002) aanzienlijk roder is geworden. Tegelijkertijd werd het door de zon beschenen noordelijke halfrond helderder van tint -waarschijnlijk door de verdamping van oppervlakte-ijs. De Hubble-beelden onderstrepen dat Pluto geen saaie bal van ijs en gesteente is, maar een dynamische wereld die duidelijke atmosferische veranderingen ondergaat. Deze zijn het gevolg van de stand van zijn rotatie-as en de langgerekte vorm van zijn baan om de zon. Dit resulteert in zeer ongelijke seizoenen, waarbij de overgang van winter naar 'zomer' op het noordelijk halfrond veel korter duurt dan op het zuidelijk halfrond. Pluto is dermate ver van ons verwijderd, dat er bijna geen details op zijn oppervlak te zien zijn. En zelfs dát lukt alleen met het nodige kunst- en vliegwerk. Op afzonderlijke Hubble-opnamen is het planeetje namelijk maar een paar pixels groot. Door de beeldgegevens van meerdere opnamen met elkaar te combineren, en computers flink aan het rekenen te zetten, kan een wat gedetailleerde reconstructie van het Pluto-oppervlak worden verkregen. Hierdoor zijn op de nieuwe opnamen 'details' van slechts enkele honderden kilometers groot te zien. Over een jaar of vijf zullen overigens veel betere opnamen van Pluto gepresenteerd kunnen worden. Dan krijgt de dwergplaneet namelijk kortstondig bezoek van de ruimtesonde New Horizons.
Meer informatie:
New Hubble Maps of Pluto Show Surface Changes
Pluto, the Ninth Planet

Vroeger waren er meer onregelmatige stelsels dan nu. 4 februari 2010 • Verscheidenheid sterrenstelsels was vroeger duidelijk anders
Onderzoek door Europese sterrenkundigen heeft uitgewezen dat de populatie van sterrenstelsels in het heelal er vroeger heel anders uitzag dan nu. Op dit moment behoort bijna driekwart van alle sterrenstelsels tot de spiraalstelsels: schijfvormige objecten met een min of meer duidelijke spiraalstructuur. De overige soorten stelsels - elliptische, lensvormige en onregelmatige - zijn nu relatief schaars. Uit een inventarisatie van 148 verre sterrenstelsels blijkt echter dat die verdeling 6 miljard jaar geleden heel anders was. Toen behoorde nog de helft van de stelsels tot de onregelmatige categorie en was slechts één op de drie stelsels spiraalvormig. Volgens de onderzoekers kan daaruit worden geconcludeerd dat in de tussentijd veel onregelmatige stelsels tot spiraalstelsels zijn geëvolueerd. Hoewel al langer bekend was dat een botsing tussen onregelmatige stelsels tot de vorming van een spiraalstelsel kan leiden, komt dit resultaat toch als een verrassing. Verondersteld werd namelijk de uitdijing van het heelal, die de sterrenstelsels uiteendrijft, ertoe zou leiden dat zulke samensmeltingen steeds minder vaak optreden. Het lijkt er nu echter op dat dit proces veel langer is doorgegaan dan tot nog toe werd aangenomen. Ook ons eigen Melkwegstelsel is een spiraalstelsel. Er zijn echter geen aanwijzingen dat het in recente tijden bij een grote botsing betrokken was. Daar komt echter verandering in: over 4 miljard zal het tot een botsing met het nu nog ruim 2 miljoen lichtjaar van ons verwijderde Andromedastelsel komen.
Meer informatie:
Forming the present-day spiral galaxies

De dubbele quasar SDSS J1254 en zijn getijstaarten. 3 februari 2010 • Botsende sterrenstelsels vormen dubbele quasar
Amerikaanse sterrenkundigen hebben voor het eerst een duidelijk bewijs gevonden voor het bestaan van een dubbele quasar in een tweetal sterrenstelsels dat in botsing is. Quasars zijn de extreem heldere kernen die sommige sterrenstelsels vertonen. Ze ontstaan doordat het superzware zwarte gat in het centrum van zo'n stelsel veel materie uit de omgeving naar zich toe trekt, die door wrijving enorm heet wordt. Samensmeltingen van sterrenstelsels worden gezien als een belangrijke oorzaak van het op gang komen van de materiestroom naar zo'n zwart gat. En eigenlijk ligt het voor de hand dat er bij zo'n samensmelting zo af en toe eens een dubbele quasar ontstaat - vrijwel elk sterrenstelsel heeft immers een centraal zwart gat. Maar tot nog toe bestond er geen enkel overtuigend voorbeeld van een dubbele quasar in twee stelsels die met elkaar in botsing zijn. De dubbele quasar SDSS J1254+0846 is al meer dan een jaar geleden ontdekt. Maar pas op opnamen die onlangs met de 6,5-meter Baade-Magellan-telescoop zijn gemaakt is goed te zien dat de stelsels waar de beide quasars deel van uitmaken inderdaad met elkaar in botsing zijn. Ze vertonen de lange uitlopers ('getijstaarten') die kenmerkend zijn voor zo'n interactie.
Meer informatie:
Merging Galaxies Create a Binary Quasar

Cassini-opname van Saturnus. 3 februari 2010 • Ruimtesonde Cassini tot 2017 in bedrijf
De missie van de succesvolle Amerikaans/Europese ruimtesonde Cassini, die de planeet Saturnus en zijn manen verkent, wordt voortgezet tot 2017. Cassini werd, samen met de kleine atmosfeersonde Huygens, in oktober 1997 gelanceerd en kwam in 2004 op zijn bestemming aan. Huygens daalde af naar het oppervlak van de grote maan Titan en stuurde de eerste closeupbeelden van dit in wolken gehulde hemellichaam naar de aarde. En Cassini produceert met zijn twaalf instrumenten een niet aflatende stroom gegevens over Saturnus en verschillende van zijn manen. Aanvankelijk zou de missie tot eind 2008 duren, maar dat werd verlengd tot september 2010. Nu komen er - als alles goed gaat - dus nog eens bijna zeven jaar bij. Dat biedt de wetenschappers de unieke gelegenheid om de trage seizoensinvloeden op de verre planeet te onderzoeken. Toen Cassini bij Saturnus aankwam, was de winter op het noordelijk halfrond net voorbij, en in 2017 is het daar juist zomer. Tijdens de verlengde missie zal Cassini zijn aantal omlopen om Saturnus ruimschoots verdubbelen. Bovendien zal hij Titan nog eens 54 maal en de kleine ijsmaan Enceladus 11 maal van nabij kunnen onderzoeken.
Meer informatie:
NASA Extends Cassini's Tour of Saturn

Impressie van de hete reuzenplaneet HD 189733b. 3 februari 2010 • Atmosfeer exoplaneet onderzocht met 'kleine' telescoop
NASA-sterrenkundigen hebben aangetoond dat zelfs een betrekkelijk kleine, professionele telescoop toereikend is om de atmosferen van planeten bij andere sterren te onderzoeken. Met een dertig jaar oude, 3-meter nabij-infraroodtelescoop op Hawaï is namelijk kooldioxide en methaan waargenomen in de atmosfeer van de grote planeet HD 189733b (Nature, 4 januari). Overigens betreft het geen nieuwe ontdekking: de beide gassen waren met instrumenten in de ruimte al eerder bij deze planeet gedetecteerd. De wetenschappers hebben gebruik gemaakt van een nieuwe techniek, die de verstorende invloed van de aardatmosfeer en kleine foutjes in de volgbeweging van het telescoopsysteem corrigeert. Volgens hen zal het met dezelfde techniek uiteindelijk mogelijk zijn om organische moleculen op te sporen in exoplaneten die niet veel groter zijn dan onze aarde.
Meer informatie:
A Little Telescope Goes a Long Way

Sterrenfabriek NGC 3603 en omgeving. 3 februari 2010 • Europese telescoop neemt kijkje in 'sterrenfabriek'
Met de Europese Very Large Telescope is een opname gemaakt van het stervormingsgebied NGC 3603 en omgeving. NGC 3603 is een zogeheten starburst-gebied: een 'sterrenfabriek' die op volle toeren draait. Met een afstand van 22.000 lichtjaar is dit de meest nabije stellaire kraamkamer van deze omvang. De jonge, hete sterren die hier zijn ontstaan, produceren zo veel straling en sterrenwind dat zij het stof en gas uit hun omgeving hebben weggeblazen. Daardoor is een verzameling van duizenden sterren in alle soorten en maten tevoorschijn gekomen. De meeste daarvan hebben een massa die vergelijkbaar is met die van onze zon of minder dan dat. Deze staan dus nog maar aan het begin van een bestaan dat miljarden jaren gaat duren. Maar sommige van de jonge sterren zijn veel zwaarder en verbruiken hun brandstof dermate snel, dat hun einde al in zicht is. De recordhouder is een ster van bijna 120 zonsmassa's. Deze ster in NGC 3603 is daarmee - voor zover bekend - de zwaarste ster van ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
The Stars behind the Curtain

Hubble-opname van het stofspoor P/2010 A2. 2 februari 2010 • Ruimtetelescoop onderzoekt stofspoor in planetoïdengordel
De Hubble-ruimtetelescoop heeft een merkwaardig X-vormig patroon ontdekt in het stofspoor dat op 6 januari in de planetoïdengordel is ontdekt. Oppervlakkig gezien lijkt het spoor, dat de aanduiding P/2010 A2 heeft gekregen, op de stofstaart van een komeet. Maar de structuur van het stofspoor vertoont de kenmerken van een frontale botsing tussen twee planetoïden. Er zijn nog meer aanwijzingen dat het hemellichaam dat stof achterlaat geen komeet is. Zo ligt de naar schatting 150 meter grote 'kern' van het object een klein stukje buiten het stofspoor: bij een komeet ligt de kern juist in het meest stofrijke deel. Bovendien vertoont het spectrum van het stofspoor niet de kenmerken van gassen zoals die in kometen worden aangetroffen. De baan die P/2010 A2 volgt stemt overeen met die van planetoïden van de zogeheten Flora-familie. Deze klasse van rotsachtige objecten is naar schatting meer dan 100 miljoen jaar geleden ontstaan uit een botsing tussen grote planetoïden. Het wordt zelfs mogelijk geacht dat één van de brokstukken van de toenmalige botsing 65 miljoen jaar geleden op aarde is ingeslagen en uiteindelijk het uitsterven van de dinosauriërs heeft veroorzaakt.
Meer informatie:
Suspected Asteroid Collision Leaves Trailing Debris

Het internationale ruimtestation ISS. 2 februari 2010 • NASA moet van koers veranderen
De regering van de VS heeft een streep gezet door de bestaande plannen voor de vervanging van de spaceshuttle en de terugkeer van de mens naar de maan. Hoewel deze beslissing nog door de Amerikaanse volksvertegenwoordiging moet worden goedgekeurd, lijkt daarmee een einde te zijn gekomen aan het zogeheten Constellation-programma. De belangrijkste elementen van dat programma waren de nieuwe ruimtecapsule Orion, de draagraketten Ares 1 en 5 en de maanlander Altair. In het licht van het 1,26 biljoen dollar grote begrotingstekort dat voor 2011 wordt verwacht, acht president Obama het ongepast om door te gaan met de peperdure plannen voor bemande vluchten naar de maan, om nog maar te zwijgen van Mars. Afgaande op de reactie van NASA-topman Charlie Bolden krijg je niet de indruk dat het Amerikaanse ruimteagentschap erg rouwig is over deze beslissing. De ambitieuze maanplannen van de regering Bush legden een zware druk op alle overige NASA-activiteiten, en de ontwikkeling van de Ares-raketten verliep - op z'n zachtst gezegd - toch al niet vlekkeloos. Bolden omschrijft de opgelegde koersverandering dan ook slechts als een 'grote uitdaging'. In de nieuwe Amerikaanse ruimteplannen is een belangrijke rol weggelegd voor aardgericht ruimteonderzoek en het internationale ruimtestation ISS, dat minimaal tot 2020 in bedrijf moet worden gehouden. Omdat nog dit jaar de laatste vlucht met een spaceshuttle plaatsvindt, betekent dit dat NASA bij het transport van mensen en goederen naar het ruimtestation voorlopig afhankelijk zal zijn van anderen. Aanvankelijk zullen dat vooral Russische Sojoez-capsules zijn, maar daarnaast zullen in samenwerking met commerciële partijen nieuwe transportmiddelen worden ontwikkeld, die de kosten van de bevoorrading en uitbreiding van het ISS moeten drukken. Het geld dat vrijkomt door het schrappen van de maanplannen zal deels worden gebruikt om het Amerikaanse ruimtevaartprogramma drastisch de moderniseren. Zo zal onder meer onderzocht worden hoe de planeet Mars sneller bereikt kan worden, en of er ook minder kostbare bemande vluchten naar de maan, planetoïden en Mars mogelijk zijn. Daarbij zal nadrukkelijk naar internationale samenwerking en financiering worden gestreefd.
Meer informatie:
A New Era of Innovation and Discovery

Aletta Jacobs. 1 februari 2010 • Vier nieuwe 'Nederlandse' planetoïden
Sinds afgelopen zaterdag cirkelen vier nieuwe 'Nederlandse' planetoïden rond in ons zonnestelsel. Ze zijn genoemd naar de eerste Nederlandse vrouwelijke arts en voorvechtster van het vrouwenkiesrecht Aletta Jacobs, de 17de-eeuwse meesterschilder Pieter Jansz. Saenredam (bekend van zijn realistische kerkinterieuren), de 17de-eeuwse dominee en taalpurist Samuel Ampzing en de 18de/19de-eeuwse Leidse medicus, dichter en lector in de Natuurlijke Historie aan de Leidse universiteit dr. Joannes le Francq van Berkhey. De vier planetoïden bewegen zich op honderden miljoenen kilometer afstand van de zon in de ruimte tussen de planeten Mars en Jupiter. Dat is het gebied in ons zonnestelsel waar zich nooit een grote planeet kon vormen en waar honderdduizenden kleinere rotsblokken rondcirkelen. De diameters van de planetoïden Alettajacobs, Saenredam, Ampzing en Berkhey bedragen naar schatting 4 à 5 kilometer. Ze draaien in 2,6 tot 4,4 jaar om de zon.
Meer informatie:
Achtergrondinformatie over planetoïde Alettajacobs
Achtergrondinformatie over planetoïde Saenredam
Achtergrondinformatie over planetoïde Ampzing
Achtergrondinformatie over planetoïde Berkhey
Lijst van Nederlandse planetoïden

Spaken in de B-ring van Saturnus. 29 januari 2010 • 'Spaken' in ringen Saturnus bestaan uit waterijs
De spookachtige vegen of 'spaken' die in sommige seizoenen in de meest opvallende ring van Saturnus verschijnen, blijken gedeeltelijk uit grotere deeltjes te bestaan dan tot nog toe werd gedacht. De spaken, die op tijdschalen van uren verschijnen en ook weer verdwijnen, werden dertig jaar geleden voor het eerst waargenomen door de Voyager-ruimtesondes. Maar hun ontstaan wordt nog steeds niet goed begrepen. Nieuwe metingen met instrumenten van de ruimtesonde Cassini hebben uitgewezen dat de spaken uit bevroren waterdeeltjes bestaan. En een aanzienlijk deel ervan blijkt groter dan een micrometer (een duizendste millimeter) te zijn. De belangrijkste theorie voor het ontstaan van de spaken stelt dat zij ontstaan doordat elektrostatische krachten microscopisch kleine deeltjes uit het ringvlak optillen. Maar de vraag is of die vlieger nog wel opgaat voor de waargenomen 'grote' ijsdeeltjes.
Meer informatie:
Icy spokes in Saturn's ring analyzed

De 'mislukte' sterretjes  SDSS1416+13A en B. 29 januari 2010 • Nabije koele ster ontdekt
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een bruine dwerg - een kleine, 'mislukte' ster die weinig energie produceert - ontdekt met een ongekend lage temperatuur. Het object, dat de aanduiding SDSS1416+13B heeft gekregen, draait in een wijde baan om een andere bruine dwerg waarvan het bestaan al langer bekend was. De twee bevinden zich op een afstand van 15 tot 50 lichtjaar, wat heel nabij is naar sterrenkundige maatstaven. De oppervlaktetemperatuur van SDSS1416+13B bedraagt naar schatting ruim 200 graden. Het spectrum oftewel de samenstelling van het licht van het sterretje is echter zo ongewoon, dat het moeilijk is om zijn temperatuur exact te bepalen. De onderzoekers vermoeden dat beide bruine dwergen minstens 8 miljard jaar oud zijn.
Meer informatie:
Astronomers discover cool stars in nearby space

Model van een recurrente nova. 28 januari 2010 • Verwachte uitbarsting van ster is begonnen
Op donderdag 28 januari detecteerden twee amateursterrenkundigen uit Florida (VS) een helderheidsuitbarsting van de ster U Scorpii. Daarmee gaven zij het startschot voor een snelle waarneemcampagne met de Hubble-ruimtetelescoop en andere satellieten. Haast was geboden, want naar verwachting zal de uitbarsting van de ster al binnen een dag over zijn hoogtepunt heen zijn. De uitbarsting van U Scorpii komt niet als een donderslag bij heldere hemel. Deze ster behoort namelijk tot de kleine categorie van zogeheten recurrente novae: sterren die eens in de tien tot honderd jaar aanzienlijk in helderheid toenemen. Een jaar geleden sprak de Amerikaanse sterrenkundige Bradley Schaefer al de verwachting uit dat de uitbarsting van U Scorpii aanstaande was. Recurrente novae zijn dubbelstersystemen waarin een normale ster en een compacte witte dwergster op geringe afstand om elkaar heen draaien. Door de overdracht van materie van de normale ster verzamelt zich gas aan het oppervlak van de witte dwerg. En steeds als zich daar genoeg gas heeft opgehoopt, vindt een thermonucleaire explosie plaats.
Meer informatie:
Long Anticipated Eruption of U Scorpii Has Begun
U Scorpii Erupts As Predicted

Geoffrey Burbidge (1925-2010). 28 januari 2010 • Sterrenkundige Geoffrey Burbidge (84) overleden
Op 26 januari is in Californië de markante Britse sterrenkundige Geoffrey Burbidge overleden. Burbidge, die veel samenwerkte met zijn vrouw Margaret, heeft cruciale bijdragen geleverd aan het onderzoek naar de vorming van zware chemische elementen in sterren. Maar de laatste decennia maakte hij vooral naam met zijn bijzondere denkbeelden over zogeheten actieve sterrenstelsels en de evolutie van het heelal. Samen met collega Fred Hoyle en anderen hing hij de zogeheten steady state-theorie aan, die zegt dat het heelal niet uitdijt, maar stationair is. Volgens Burbidge zijn quasars veel minder ver van ons verwijderd dan de meeste sterrenkundigen denken. Het zouden niet de extreem heldere kernen zijn van verre sterrenstelsels die zich - ten gevolge van de uitdijing van het heelal - met grote snelheid van ons verwijderen, maar objecten bestaande uit nieuwe materie, die door betrekkelijk nabije sterrenstelsels zijn uitgestoten. Deze laatste theorie heeft nooit veel aanhang gekregen. Maar Burbidge wordt alom geroemd als een bekwaam waarnemer en theoreticus.
Meer informatie:
Renowned UC San Diego Astrophysicist and Astronomer Dies at 84

Model van een supernova met gammaflits. 27 januari 2010 • Eerste gammaflits-supernova's zonder gammastraling waargenomen
Voor het eerst hebben sterrenkundigen supernova-explosies waargenomen met de eigenschappen van een gammaflits, maar zonder de karakteristieke uitbarsting van gammastraling (Nature, 28 januari). Gammaflitsen zijn enorme uitbarstingen van gammastraling in verre sterrenstelsels. Veel van deze uitbarstingen worden in verband gebracht met de explosies van zeer zware sterren - explosies die tot op zeer grote afstand waarneembaar zijn doordat de bijbehorende gammastraling in sterk gebundelde vorm vrijkomt. Een ander kenmerk van deze extreme supernova-explosies is dat een deel van de materie die wordt uitgestoten vrijwel de snelheid van het licht bereikt. Bij 'gewone' supernova-explosies blijft de snelheidsmeter bij ongeveer drie procent van de lichtsnelheid steken. Met behulp van een groot aantal radiotelescopen, waaronder die in Westerbork, is bij twee recente supernova-explosies materie ontdekt die met onverwacht hoge snelheid is uitgestoten. Bij geen van beide supernovae (SN 2007gr en 2009bb) is echter een gammaflits gezien. Dat kan verschillende oorzaken hebben. De kans is groot dat de bundels gammastraling in deze gevallen niet in de richting van de aarde wezen. Maar het is ook mogelijk dat er heftige supernova-explosies zijn waarbij de gammastraling om de een of andere reden niet uit de ontploffende ster kan ontsnappen.
Meer informatie:
Astronomers Find Rare Beast by New Means
Astronomers in the Netherlands catch supernova, observe relativistic expansion
Newborn Black Holes May Add Power to Many Exploding Stars

Impressie van de vorming van de zware ster W33A. 27 januari 2010 • Ontstaan zware sterren op dezelfde manier als onze zon?
Een van de grootste vraagstukken in de moderne sterrenkunde betreft het ontstaan van de allerzwaarste sterren. Nieuwe waarnemingen met de Gemini North-telescoop op Hawaï wijzen er nu op dat deze stellaire reuzen op dezelfde manier geboren worden als lichtgewichten zoals onze zon. In vergelijking met lichte sterren voltrekt de geboorte van een zware ster zich heel snel. Tegen de tijd dat de laatste flarden van de gaswolk waaruit hij is ontstaan zijn opgetrokken, is de ster eigenlijk al volwassen. Het ontbreekt daardoor aan kennis over zware babysterren. Met geavanceerde infraroodinstrumenten is het nu gelukt om door het omringende gas en stof van een ster-in-wording heen te kijken. En wat blijkt? Hoewel hij al zeker tien keer zo zwaar is als onze zon, ziet de jonge ster er net zo uit als lichtere sterren-in-wording. Hij is omringd door een schijf van materie van waaruit gas naar de ster toe stroomt. Ook ontsnapt er gas met snelheden tot 300 kilometer per seconde aan de polen van de ster - een verschijnsel dat ook bij veel kleinere sterren is waargenomen.
Meer informatie:
Are the Largest Stars Born Like our Sun?

Impressie van het zwarte gat in NGC 300 en zijn begeleider. 27 januari 2010 • Sterrenkundigen 'wegen' zwart gat op recordafstand
Sterrenkundigen hebben, behulp van de Europese Very Large Telescope, een zwart gat in een ander sterrenstelsel dan het onze 'gewogen'. Het kleine stelsel waar het zwarte gat deel van uitmaakt, NGC 300, bevindt zich op een afstand van 6 miljoen lichtjaar. Er zijn weliswaar al vele zwarte gaten op veel grotere afstanden bekend, maar dat zijn stuk voor stuk superzware gaten in de kernen van sterrenstelsels, waarvan de massa's niet exact bekend zijn. Omdat het zwarte gat in NGC 300 samen met een zware 'normale' ster een dubbelstersysteem vormt, kan zijn massa redelijk nauwkeurig worden berekend. Met een massa van minimaal 15 zonsmassa's is dit het op één na zwaarste 'stellaire' zwarte gat dat tot nog toe is gevonden. Dat er in NGC 300 mogelijk een stellair zwart gat schuilging, werd enkele jaren geleden ontdekt met de röntgensatellieten XMM-Newton en Swift. De materie die het zwarte gat van de naburige ster opslokt, bereikt namelijk enorm hoge temperaturen en is daardoor een krachtige bron van röntgenstraling. Een zwart gat van dit kaliber is het overblijfsel van een zware ster die als supernova is ontploft. Ook de ster die het zwarte gat in NGC 300 begeleidt nadert het einde van zijn bestaan en kan - waarschijnlijk over minder dan een miljoen jaar - na een supernova-explosie als zwart gat eindigen.
Meer informatie:
Black Hole Hunters Set New Distance Record

De ringvormige zonsverduistering van 15 januari. 26 januari 2010 • Europese testsatelliet kijkt naar de zon
Het Europese ruimteagentschap ESA heeft nieuwe beelden van de zon gepresenteerd die gemaakt zijn met de in november 2009 gelanceerde satelliet Proba-2. Deze kleine satelliet bevat zeventien prototypes van instrumenten die uitgebreid getest worden voordat zij later in grote ruimtemissies worden toegepast. Daartoe behoren een nieuw type startracker, een richtinstrument dat gebruikt zal worden in de missie BepiColombo (naar Mercurius), en een groothoekcamera die straks meegaat met de mobiele Marsverkenner ExoMars. Ondertussen doet Proba-2 ook wetenschappelijke waarnemingen, onder meer van de zon en van invloed van de zonneactiviteit op de hoge aardatmosfeer. Op een van de opnamen die de testsatelliet heeft gemaakt is de ringvormige zonsverduistering van 15 januari jl. te zien.
Meer informatie:
Technology-testing Proba-2 opens new eye on the Sun

Het losse Marszand bleek funest voor Spirit. 26 januari 2010 • Marsrover heeft zijn laatste rustplaats bereikt
Het Amerikaanse Marswagentje Spirit blijft staan waar hij staat. NASA heeft besloten om geen verdere pogingen te doen om de mobiele onderzoeksrobot uit zijn benarde toestand te bevrijden. Tien maanden geleden zakten de wielen van Spirit door de dunne harde oppervlaktekorst, waardoor hij vast kwam te zitten in het losse zand dat daaronder ligt. De beslissing om de mobiliteit van Spirit definitief op te offeren, is ingegeven door de naderende winter ter plaatse. Doordat de zon steeds lager aan de hemel komt te staan, daalt de opbrengst van Spirits zonnepanelen. Besloten is nu om de resterende manoeuvreerbaarheid te gebruiken om het Marswagentje een wat gunstigere positie te geven. Nu hellen zijn zonnepanelen een beetje naar het zuiden, terwijl de zon in het noorden staat. Dat kan enigszins worden verholpen door Spirit een klein stukje achteruit te laten rijden, zodat zijn achterkant een beetje omhoog komt. Dat is wel nodig ook, want nu is de stroomopbrengst te gering om de communicatie met Spirit tijdens de winter in stand te houden. Een en ander betekent overigens niet dat het Marswagentje geen onderzoek meer zal kunnen doen. Vanuit zijn vaste positie kan Spirit onder meer de kleine schommelingen in de rotatie van Mars gaan meten, wat informatie oplevert over het diepe inwendige van de planeet. En de nog steeds werkzame robotarm blijft bodemonderzoek doen.
Meer informatie:
NASA's Mars Rover Spirit Starts A New Chapter In Red Planet Scientific Studies

De wanorde in het heelal neemt onvermijdelijk toe. 25 januari 2010 • Het einde der tijden is nabijer dan gedacht
Het heelal raakt langzaam uitgeput. Sterren komen geleidelijk zonder brandstof te zitten, en sterrenstelsels storten ineen tot zwarte gaten. Maar hoe ver is dit proces gevorderd? Volgens Australische onderzoekers aanzienlijk verder dan tot nog toe werd gedacht. Dat blijkt uit hun berekeningen van de zogeheten entropie - een maat voor de wanorde - van het heelal. Hoe groter de entropie, des te minder energie is er beschikbaar. De Australische wetenschappers hebben alle bijdragen aan de entropie bij elkaar opgeteld en kwamen uit op een getal dat dertig keer zo groot was als eerdere schattingen. Dat is voornamelijk te wijten aan de bijdragen van de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels. Als het heelal lang genoeg bestaat, zal er uiteindelijk een toestand ontstaan waarbij alle energie gelijkmatig over de ruimte verdeeld is. Op dat moment zal de entropie van het heelal haar maximale waarde hebben bereikt en ligt de temperatuur overal dicht bij het absolute nulpunt. Hoe lang het nog duurt voor het zover is, is nog onbekend. De onderzoekers beschouwen hun resultaat dan ook als een eerste stap: het is hun uiteindelijke doel om te berekenen hoe lang het onvermijdelijke einde nog op zich laat wachten.
Meer informatie:
Astronomers: The end is nigher than we expected

Ganymedes en Callisto verschillen zowel van binnen als van buiten. 24 januari 2010 • Verschillen tussen Jupitermanen veroorzaakt door komeetinslagen
Onderzoekers van het Southwest Research Institute in San Antonio (VS) hebben een verklaring gevonden voor de duidelijke verschillen tussen de grote Jupitermanen Ganymedes en Callisto. De oorzaak moet worden gezocht in de prille jeugd van deze hemellichamen (Nature Geoscience, 24 januari). Ganymedes en Callisto zijn van vergelijkbare grootte en bestaan uit een soortgelijk mengsel van ijs en gesteente. Maar uit gegevens die met diverse ruimtesondes zijn verzameld blijkt dat ze desondanks zeer verschillend zijn. Volgens de onderzoekers zijn die verschillen ongeveer 3,8 miljard jaar geleden ontstaan, toen ons zonnestelsel nog wemelde van de kometen en alle hemellichamen aan een groot bombardement blootstonden. Dankzij zijn grote aantrekkingskracht was Jupiter destijds een echte 'kometenmagneet'. Maar sommige van deze projectielen bereikten de planeet nooit en werden door een van zijn manen onderschept. Manen die zich het dichtst bij Jupiter bevonden werden daarbij het vaakst en het hardst getroffen. Tijdens die periode zou de buitenste mantel van Ganymedes, die zich dichter bij Jupiter bevindt dan Callisto, zo grondig zijn gesmolten dat de zwaarste bestanddelen (gesteente) naar de kern zakten. Hierdoor bestaat de buitenste schil van deze maan nu grotendeels uit bevroren water. Callisto had het minder zwaar te verduren en heeft daardoor een kleinere kern en een mantel die uit een mengsel van ijs en gesteente bestaat.
Meer informatie:
SwRI researchers offer explanation for the differences between Ganymede and Callisto

De grote radiotelescoop van Arecibo. 22 januari 2010 • VS moet meer investeren in opsporing 'aardscheerders'
De Amerikaanse National Research Council (NRC) is van mening dat NASA meer moet kunnen doen om planetoïden en kometen te vinden die dicht in de buurt van de aarde komen. Zo'n 'aardscheerder' kan een bedreiging vormen als zijn baan die van de aarde kruist. Volgens het rapport is de 4 miljoen dollar die de VS jaarlijks aan de opsporing van deze objecten besteedt ontoereikend. In 2005 gaf het Amerikaanse Congres de opdracht aan NASA om vóór 2020 negentig procent van alle aardscheerders groter dan 140 meter op te sporen. In een tussentijds NRC-rapport, dat in 2008 verscheen, werd echter al vastgesteld dat die opdracht onrealistisch was als er niet ook extra geld voor werd uitgetrokken. In het definitieve rapport dat nu is verschenen, doet de NRC de aanbeveling om NASA voldoende geld te geven voor een gerichte zoekactie waarbij naast een geschikte telescoop op aarde liefst ook een ruimtetelescoop moet worden ingezet. Ook wordt geopperd om ook kleinere objecten - tot 30 à 50 meter - bij de zoekactie te betrekken. En ten slotte wordt de aanbeveling gedaan om de toekomst van de grote Arecibo-radiotelescoop op Puerto Rico te verzekeren. Dat instrument kan weliswaar geen aardscheerders opsporen, maar wel onderzoek doen naar de eigenschappen van reeds ontdekte objecten die op geringe afstand langs onze planeet scheren. Geschat wordt dat gemiddeld eens in de 30.000 jaar een planetoïde of komeet groter dan 140 meter op aarde neerstort. Dat is weliswaar niet vaak, maar de gevolgen van zo'n inslag kunnen dermate desastreus zijn, dat verder onderzoek gewenst is - aldus het NRC-rapport, dat ook de mogelijkheden opsomt voor het afweren van aardscheerders.
Meer informatie:
Report Examines Options For Detecting And Countering Near-Earth Objects

De eerste planetoïde die door WISE ontdekt is. 22 januari 2010 • WISE-satelliet doet eerste ontdekking
De Amerikaanse infraroodsatelliet WISE heeft zijn eerste bescheiden ontdekking gedaan. Op 12 januari detecteerde hij een nog onbekende planetoïde op een afstand van ongeveer 158 miljoen kilometer van de aarde. Het object, dat de aanduiding 2010 AB78 heeft gekregen, is naar schatting ongeveer één kilometer groot en volgt een langgerekte baan om de zon die schuin op het vlak van de aardbaan staat. NASA-wetenschappers verwachten dat WISE in de loop van de komende maanden nog honderden andere planetoïden zal opsporen die relatief dicht in de buurt van de aarde komen. Daarnaast zullen waarschijnlijk nog honderdduizend planetoïden in de gordel tussen de banen van de planeten Mars en Jupiter ontdekt worden. Hoofdtaak van de satelliet is het volledig in kaart brengen van de hemel op infrarode golflengten.
Meer informatie:
The First of Many Asteroid Finds for WISE