25 augustus 2016 • ALMA vindt onverwacht veel gas rond jonge zware sterren
Met het ALMA-observatorium in Noord-Chili (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) is ontdekt dat sommige zware jonge sterren veel langer dan gedacht omgeven worden door relatief grote hoeveelheden gas. De verrassende waarnemingen, verricht in december 2013 en december 2014, zijn gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Sterren ontstaan uit wolken van gas en stof. Die trekken samen onder hun eigen gewicht, beginnen daardoor sneller te roteren, en raken sterk afgeplat. Uit zulke protoplanetaire schijven kunnen al vrij snel de eerste bouwstenen voor de vorming van planeten ontstaan (rotsachtige planetoïden en ijzige komeetkernen). In een later stadium, wanneer het meeste gas uit de schijf is verdwenen (onder andere onder invloed van de straling van de ster), ontstaat een tweede-generatieschijf: een zogeheten puinschijf, die het gevolg is van onderlinge botsingen van planetoïden en kometen. Met ALMA zijn nu 24 sterren bestudeerd in een stervormingsgebied in de sterrenbeelden Schorpioen en Centaur op enkele honderden lichtjaren afstand van de aarde. Tweederde van die jonge sterren (tussen vijf en tien miljoen jaar oud) zijn ongeveer even zwaar als de zon; de overige zijn tot twee maal zo zwaar. Verrassend genoeg werd bij drie van de zware sterren ontdekt dat de puinschijven relatief rijk zijn aan koolmonoxidegas. De verwachting was juist dat het gas rond de zwaarste sterren sneller zou zijn verdwenen (onder invloed van de grotere hoeveelheid straling) dan bij lichte sterren zoals de zon. Of er sprake is van gas dat nog achter is gebleven uit de protoplanetaire fase of gas dat is vrijgekomen bij de onderlinge botsingen van kleine, ijzige hemellichamen is niet bekend. Als de puinschijven van sommige zware sterren behalve koolmonxide ook andere gassen bevatten (met name waterstof, dat niet of nauwelijks te detecteren is), zou dat erop kunnen wijzen dat de vorming van gasvormige reuzenplaneten gedurende een langere periode kan plaatsvinden dan tot nu toe algemeen werd aangenomen. (GS)
Meer informatie:
ALMA Finds Unexpected Trove of Gas Around Larger Stars (origineel persbericht)

   
25 augustus 2016 • Rosetta ziet krachtige uitbarsting komeet in closeup
Op 19 februari 2016 is de Europese komeetverkenner Rosetta getuige geweest van een krachtige uitbarsting van komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. De waarnemingen zijn vandaag gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Rond 10.40 uur Nederlandse tijd die ochtend namen vrijwel alle wetenschappelijke instrumenten van Rosetta een toename van activitiet waar: het ijle gas-omhulsel van de kleine, ijzige komeetkern werd in korte tijd enorm veel helderder; de temperatuur van het gas nam met dertig graden toe, en ruim een uur later, rond 12.15 uur Nederlandse tijd, werd Rosetta 'gezandstraald' door een ca. dertig maal grotere hoeveelheid kleine en grote stofdeeltjes dan normaal. De waarnemingen werden verricht op een afstand van slechts 35 kilometer van de komeetkern. Uit een uitgebreide analyse van alle metingen concluderen onderzoekers nu dat er vermoedelijk sprake is geweest van een kleine 'landverschuiving' in het Atum-gebied op een van de twee 'uiteinden' van de haltervormige komeetkern. Daar bevindt zich een steile helling die zojuist uit de schaduw tevoorschijn kwam en weer voor het eerst door de zon werd beschenen. Dat heeft vermoedelijk geleid tot een soort explosieve verdamping van het ijs dat zich direct onder het stoffige komeetoppervlak bevindt. Waarnemingen zoals deze kunnen helpen om de inwendige structuur van kometen beter te begrijpen. (GS)
Meer informatie:
Rosetta captures comet outburst (origineel persbericht)

   
25 augustus 2016 • Sterrenstelsel Dragonfly 44 bestaat voor 99,99% uit donkere materie
Met behulp van twee van de grootste telescopen ter wereld hebben astronomen een sterrenstelsels ontdekt dat voor 99,99 procent uit mysterieuze donkere materie bestaat. Het stelsel is Dragonlfy 44 genoemd, naar het zoekprogramma waarmee het vorig jaar werd gevonden. Het is uiterst lichtzwak, wat betekent dat het maar weinig sterren bevat. Met de Gemini North-telescoop op Mauna Kea, Hawaii is ontdekt dat het (net als ons eigen Melkwegstelsel) omgeven wordt door een halo van compacte bolvormige sterrenhopen. Uit spectroscopische metingen met Gemini en met de 10-meter Keck-telescoop, eveneens op Mauna Kea, konden de snelheden van deze sterrenhopen worden afgeleid, en daaruit berekenden de sterrenkundigen de totale massa van het sterrenstelsel. Die blijkt vergelijkbaar te zijn met de totale massa van het Melkwegstelsel (ca. één biljoen zonsmassa's). De zichtbare sterren vormen daarvan echter slechts een honderdste procent. Dat betekent dat het stelsel voor 99,99 procent uit onzichtbare donkere materie moet bestaan. Hoe zulke donkere sterrenstelsels kunnen ontstaan is niet bekend. Ook de aarde van de donkere materie in het heelal is nog steeds een onopgelost raadsel. Het internationale onderzoeksteam wordt geleid door de Nederlandse astronoom Pieter van Dokkum, die verbonden is aan Yale University. De nieuwe resultaten zijn beschreven in een artikel in Astrophysical Journal Letters. (GS)
Meer informatie:
Scientists Discover Massive Galaxy Made of 99.99 Percent Dark Matter (origineel persbericht)

   
24 augustus 2016 • Diamant-planeten zijn zeldzamer dan gedacht
Planeten die zoveel koolstof bevatten dat hun kern uit diamant bestaat, zijn veel zeldzamer dan gedacht. Dat blijkt uit nieuw theoeretisch onderzoek van astronomen van Yale University, dat gepubliceerd is in The Astrophysical Journal. De astronomen laten in hun artikel bovendien zien dat het mogelijk is om op basis van onderzoek aan een ster te 'voorspellen' of rondcirkelende planeten qua samenstelling veel op de aarde kunnen lijken. Een ster en zijn gevolg van planeten ontstaan uit één roterende schijf van gas en stof. De samenstelling van de ster zegt dus ook iets over de samenstelling van planeten die om die ster heendraaien. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat metingen aan de relatieve hoeveelheden koolstof en zuurstof en de relatieve hoeveelheden magnesium en silicium in een ster informatie opleveren over de mineralogische samenstelling van eventuele aardeachtige planeten rond die ster. Een van de conclusies is dat er vrijwel geen sterren bestaan die zó veel koolstof bevatten dat je het bestaan van diamantplaneten kunt verwachten. Ook de planeet 55 Cancri e, die zelfs de bijnaam 'the diamond planet' heeft gekregen, bevat vermoedelijk te weinig koolstof om deze naam te rechtvaardigen, aldus de onderzoekers. Dankzij de nieuwe techniek is het in de toekomst misschien mogelijk om beter te voorspellen of een bepaalde ster vergezeld kan worden door een rotsachtige planeet die qua mineralogie veel op de aarde lijkt. Dat kan van belang zijn voor het efficiënt zoeken naar een 'Aarde 2.0' - een planeet waarop leven kan zijn ontstaan. (GS)
Meer informatie:
A better way to learn if alien planets have the right stuff (origineel persbericht)

   
24 augustus 2016 • 'Omgekeerde' rivieren vormen fossiel bewijs voor nat verleden van Mars
In Arabia Terra, een grote vlakte op het noordelijk halfrond van Mars, zijn fossiele, 'omgekeerde' rivierbeddingen ontdekt: geen valleien, maar verhogingen in het landschap. Zulke omgekeerde rivierbeddingen komen ook in droge gebieden op aarde voor. Ze ontstaan doordat sedimentgesteenten op de bodems van opgedroogde rivieren minder snel eroderen dan hun omgeving. De ontdekking van een fossiel rivierennetwerk in Arabia Terra vormt een nieuw bewijs voor de theorie dat Mars enkele miljarden jaren geleden een veel nattere planeet was dan nu. Het rivierennetwerk ontstond vermoedelijk zo'n 3,8 miljard jaar geleden; nog eens honderd miljoen jaar later veranderde Mars in een droge woestijnwereld. De omgekeerde rivieren hebben een hoogte van enkele tientallen meters en zijn één à twee kilometer breed. Ze zijn ontdekt op hogeresolutiefoto's die gemaakt zijn door de Amerikaanse ruimtesonde Mars Reconnaissance Orbiter. De foto's hebben een resolutie van 6 meter per pixel; eerdere opnames van het gebied lieten geen details zien kleiner dan 100 meter. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in het vakblad Geology. (GS)
Meer informatie:
Fossilised rivers suggest warm, wet ancient Mars (origineel persbericht)

   
24 augustus 2016 • Infrarode kleuren verraden energierijke 'blazars'
Metingen met twee verschillende NASA-satellieten hebben een onverwacht verband aan het licht gebracht tussen de gammastraling van zogeheten 'blazars' en hun mid-infrarode 'kleuren'. De nieuwe ontdekking, gepubliceerd in The Astrophysical Journal, maakt de identificatie van onbekende bronnen van gammastraling en de ontdekking van nieuwe blazars mogelijk. Blazars zijn sterrenstelsels met grote, zware zwarte gaten in hun kern. Vanuit een rondcirkelende schijf van gas en stof zuigen die zwarte gaten materie op. Daarbij worden langs de draaiingsas van het zwarte gat bundels met energierijke deeltjes de ruimte in geschoten, met bijna de lichtsnelheid. Wanneer we vanaf de aarde min of meer in zo'n bundel kijken, is een extreem heldere bron van gammastraling zichtbaar. Met NASA's Fermi-ruimtetelescoop zijn op die manier veel blazars geïdentificeerd. Uit metingen die verricht zijn met de infrarood-ruimtetelescoop WISE blijkt nu dat blazars ook speciale kenmerken hebben op mid-infrarode golflengten. Daardoor is het mogelijk gebleken om niet-geïdentificeerde bronnen van gammastraling (ontdekt door Fermi) nu terug te vinden in de waarnemingsgegevens van WISE. Op die manier zijn 130 tot nu toe onbekende blazars geïdentificeerd. Hoe de relatie tussen de gamma-intensiteit en de mid-infrarode kleuren precies tot stand komt is nog niet bekend, maar de nieuw ontdekte relatie zal zeker bijdragen tot een beter begrip van deze energierijke objecten, aldus de onderzoekers. (GS)
Meer informatie:
NASA's WISE, Fermi Missions Reveal a Surprising Blazar Connection (origineel persbericht)

   
24 augustus 2016 • Jonge clusters zetten ook al rem op stervorming
De stervormingsactiviteit in een sterrenstelsel wordt beïinvloed door de omgeving waarin dat stelsel zich bevindt. In stelsels die deel uitmaken van grote clusters ontstaan bijvoorbeeld minder sterren dan in geïsoleerde sterrenstelsels. De oorzaak van dat effect is nog niet precies bekend, maar sterrenkundigen hebben nu wel ontdekt dat het in het jonge heelal ook al voorkwam, zij het in iets minder sterke mate. Op basis van infraroodwaarnemingen met de Spitzer Space Telescope zijn honderden kandidaat-clusters ontdekt op grote afstand, waar je ook ver terugkijkt in de tijd. Spectroscopische metingen met de Keck-telescoop op Hawaii en de Very Large Telescope in Chili hebben nu van vier van deze kandidaat-clusters de afstand bepaald. Ze staan zo ver weg dat we terugkijken tot een periode waarin het heelal pas vier miljard jaar oud was. In de sterrenstelsels die zich in de verre, jonge clusters bevinden is de stervormingsactiviteit inderdaad geringer dan in geïsoleerde stelsels op dezelfde afstand. Maar het 'onderdrukkingseffect' is wel kleiner dan in het huidige heelal. De resultaten worden gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Meer informatie:
Cosmic Neighbors Inhibit Star Formation, Even in the Early-Universe (origineel persbericht)

   
24 augustus 2016 • 'Tweede aarde' gevonden bij dichtstbijzijnde ster
Astronomen hebben mede met behulp van ESO-telescopen duidelijk bewijs gevonden van een planeet die draait om Proxima Centauri, de dichtstbijzijnde ster vanaf de aarde. Deze langgezochte wereld, die de naam Proxima b heeft gekregen, draait in 11 dagen rond zijn koele rode moederster en heeft een temperatuur waarbij vloeibaar water op het oppervlak mogelijk is. De rotsachtige wereld is iets zwaarder dan de aarde. Het is de dichtstbijzijnde exoplaneet en het kan ook de meest nabije woonplaats zijn voor leven buiten ons zonnestelsel. Het artikel dat deze vondst beschrijft, staat in het tijdschrift Nature van 25 augustus 2016. Op een afstand van iets meer dan vier lichtjaar van ons zonnestelsel bevindt zich een rode dwergster met de naam Proxima Centauri. Het is - de naam Proxima (nabij) verraadt het al - de dichtstbijzijnde ster gezien vanaf de aarde als we de zon niet meetellen. Deze koele ster in het zuidelijke sterrenbeeld Centaur is te zwak om met het blote oog te zien en wordt overstraald door de heldere dubbelster Alpha Centauri AB. In de eerste helft van 2016 werd Proxima Centauri regelmatig bestudeerd met de HARPS-spectrograaf op de ESO 3,6-meter telescoop op La Silla in Chili. Tegelijkertijd werd de ster in de gaten gehouden door andere telescopen op de wereld. Dit gebeurde tijdens de zogenoemde Pale Red Dot-campagne. Een team onder leiding van Guillem Anglada-Escudé van Queen Mary University of London, keek of de ster minuscule schommelingen vertoonde. Die schommelingen kunnen veroorzaakt worden door de zwaartekracht van een mogelijke planeet in een baan om de ster. De Pale Red Dot-gegevens, gecombineerd met eerdere waarnemingen van ESO- en andere sterrenwachten, onthulden een helder signaal: soms komt Proxima Centauri met ongeveer 5 kilometer per uur (menselijke wandelsnelheid) naar de aarde toe en soms verwijdert hij zich met dezelfde snelheid. Dit regelmatige patroon van de veranderende radiële snelheid herhaalt zich elke 11,2 dagen. Nauwkeurige analyse van de resulterende kleine Dopplerverschuivingen wijzen op de aanwezigheid van een planeet met ten minste 1,3 keer de massa van de aarde die rond Proxima Centauri draait op een afstand van ongeveer 7 miljoen kilometer (slechts 5% van de afstand aarde-zon). Hoewel de planeet Proxima b dichterbij zijn ster staat dan Mercurius bij de zon is de ster een stuk zwakker dan de zon. Daarom bevindt Proxima b zich toch in de leefbare zone rond zijn ster en heeft de planeet een geschatte oppervlaktetemperatuur waarbij het voorkomen van vloeibaar water mogelijk kan zijn. Ondanks de baan van Proxima b rond zijn ster, kunnen de omstandigheden op het oppervlak sterk beïnvloed zijn door de ultraviolet- en röntgenstraling die van de ster komen. Die straling is veel intenser dan wat de aarde van de zon voor zijn kiezen krijgt. Deze ontdekking van de planeet is het begin van uitgebreidere waarnemingen met de huidige instrumenten en met de volgende generatie telescopen zoals de European Extremely Large Telescope (E-ELT). Proxima b zal een belangrijk doelwit zijn in de jacht naar het bewijs van leven elders in het heelal. Het Alpha Centauri-systeem is overigens al onderwerp van het Breakthrough StarShot-project, de eerste poging van de mensheid om (onbemand) naar een ander zonnestelsel te reizen.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
23 augustus 2016 • Geen vocht in donkere 'seizoensstrepen' op Mars
Mysterieuze donkere seizoensgebonden 'sporen' op Mars bevatten nauwelijks vocht. Dat blijkt uit nieuwe metingen van het THEMIS-instrument aan boord van de ruimtesonde Mars Odyssey die geaccepteerd zijn voor publicatie in Geophysical Research Letters. De ware aard van de 'terugekerende hellingstrepen' (recurring slope lineae, of RSL's) blijft voorlopig een raadsel. De strepen komen op tientallen plaatsen op Mars voor. Het gaat om langgerekte sporen op steile hellingen, die in de loop van voorjaar en zomer (op Mars) steeds donkerder worden, en daarna in herfst en winter weer vervagen. Eerder zijn in de recurring slope lineae aanwijzingen gevonden voor het bestaan van gehydrateerde zouten. Daardoor rees het vermoeden dat de grond plaatselijk donker zou kleuren door de aanwezigheid van water. De aanwezigheid van water zou een herkenbare invloed hebben op het tempo waarin het Marsoppervlak ter plaatse opwarmt en afkoelt in de loop van één Mars-etmaal. Frequente en gevoelige temperatuurmetingen van Mars Odyssey laten nu zien dat de hoeveelheid vocht in de donkere sporen extreem gering is; mogelijk is er zelfs totaal geen water aanwezig. (GS)
Meer informatie:
Test for Damp Ground at Mars' Seasonal Streaks Finds None (origineel persbericht)

   
23 augustus 2016 • Nieuwe grote spectroscoop voor VISTA-telescoop
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) heeft een contract ondertekend met een consortium onder leiding van het Leibniz Institute for Astrophysics Potsdam voor de bouw van 4MOST, een grote, gevoelige spectroscoop die in 2022 geplaatst moet worden op de VISTA-telescoop op de Paranal-sterrenwacht in Noord-Chili. De 4-meter VISTA-telescoop (Visible and Infrared Survey Telescope for Astronomy) is momenteel uitgerust met een gevoelige infraroodcamera. 4MOST (4-metre Multi-Object Spectroscopic Telescope) gaat geen foto's maken, maar gedetailleerd onderzoek doen aan de samenstelling van het licht van sterren en sterrenstelsels, voornamelijk op zichtbare golflengten. 4MOST is in staat om van 2400 afzonderlijke objecten tegelijkertijd spectra te verzamelen, in een gebied aan de sterrenhemel dat twintig maal zo groot is als de Volle Maan. In de loop van de geplande operationele levensduur van 15 jaar zal de spectroscoop van niet minder dan 75 miljoen objecten spectroscopische informatie achterhalen. De waarnemingen van 4MOST bieden ondersteuning aan metingen van andere telescopen op de grond en in de ruiimte. Astronomen verwachten vooral veel te leren over de evolutie van sterrenstelsels en van de grote-schaalstructuur van het heelal. Het 4MOST-consortium bestaat uit vijftien instituten in verschillende Europese landen, waaronder NOVA/ASTRONen de Rijksuniversiteit Groningen in Nederland. (GS)
Meer informatie:
ESO and AIP Sign Agreement to Build 4MOST (origineel persbericht)

   
22 augustus 2016 • NASA herstelt contact met ruimtesonde STEREO-B
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft na bijna twee jaar het radiocontact hersteld met de ruimtesonde STEREO-B. STEREO-B werd (samen met de tweelingsonde STEREO-A) gelanceerd in 2006. Vanuit een baan om de zon doen de twee ruimtesondes 'driedimensionaal' onderzoek aan de zonnewind en de invloed ervan op de interplanetaire ruimte. In oktober 2014 ging het radiocontact met STEREO-B door een technische storing verloren. Na vele pogingen zijn vluchtleiders er nu eindelijk in geslaagd weer een signaal van de ruimtesonde op te pikken. Er blijkt een probleem te zijn met de standregeling. Of en zo ja wanneer STEREO-B zijn waarnemingsprogramma zal kunnen hervatten is nog onduidelijk. (GS)

   
22 augustus 2016 • Chinese supercomputer test SKA-software
Een prototype van de software voor de toekomstige SKA-radiotelescoop (Square Kilometre Array) is met succes getest op de op één na snelste supercomputer ter wereld. Het gaat om de zogeheten SKA Science Data Processor software, die de vele meetgegevens van de reuzentelescoop in real time moet analyseren en verwerken. De test van het prototype is uitgevoerd op de Chinese Tianhe-2 supercomputer. SKA gaat uit twee observatoria bestaan, in Zuid-Afrika en West-Australië. Beide onderdelen van SKA bestaan zelf weer uit honderden radioschotels (Zuid-Afrika) en tienduizenden eenvoudige dipoolantennes (Australië). De hoeveelheid meetgegevens die SKA uiteindelijk gaat opleveren is genoeg om de harde schijf van een gemiddelde laptop in één seconde te vullen. (GS)
Meer informatie:
World's Biggest Telescope Meets Second-Fastest Supercomputer (origineel persbericht)

   
22 augustus 2016 • Zware ster ontstaat ook uit ronddraaiende gasschijf
De allerzwaarste sterren in het Melkwegstelsel zijn vermoedelijk op dezelfde manier ontstaan als lichtere sterren zoals de zon: uit een samentrekkende, afgeplatte, ronddraaiende schijf van gas en stof. Dat blijkt uit radiowaarnemingen van een zware protoster, die vandaag gepubliceerd zijn in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Zware sterren leven veel korter en zijn veel zeldzamer dan lichtere sterren. Ook hun geboorte voltrekt zich veel sneller: in hooguit 100.000 jaar. Daardoor is het moeilijk om de vorming van een zware ster te bestuderen: de kans dat je er één ziet tijdens zijn geboorteproces is klein, en omdat ze zeldzaam zijn, is het ook onwaarschijnlijk dat je er een aantreft op kleine afstand. Astronomen van de Universiteit van Cambridge hebben nu een zware protoster ontdekt in een ondoorzichtige donkere stofwolk op een kleine 11.000 lichtjaar afstand van de aarde. De ster is bestudeerd met radiotelescopen op Hawaii en in de Verenigde Staten. Op radiogolflengten is het mogelijk om door het omringende stof heen te kijken. Uit de metingen blijkt dat de ster nu al 30 keer zo zwaar is als de zon, maar nog steeds materie uit zijn omgeving aantrekt en opslokt. Het belangrijkste resultaat van de radiowaarnemingen is echter dat de ster omgeven wordt door een ronddraaiende schijf van gas en stof, die in het centrum een hogere rotatiesnelheid heeft dan aan de rand - precies zoals de materieschijf waaruit de zon en de planeten zijn ontstaan. Dat wijst erop dat de zware ster op dezelfde manier ontstaat als lichtere sterren zoals de zon. De schijf rond de zware protoster heeft een massa van minstens 2 à 3 zonsmassa's. Mogelijk is hij nog aanzienlijk zwaarder; het is volgens de onderzoekers niet uitgesloten dat hij in de toekomst zal fragmenteren, en dat er meerdere zware sterren uit ontstaan. Toekomstige waarnemingen met het ALMA-observatorium in Chili moeten meer details aan het licht brengen. (GS)
Meer informatie:
Astronomers identify a young heavyweight star in the Milky Way (origineel persbericht)

   
19 augustus 2016 • Ontstaanstemperatuur bepaalt leefbaarheid van planeet in 'bewoonbare zone'
Wanneer is een aarde-achtige planeet 'bewoonbaar'? Sterrenkundigen hebben altijd aangenomen dat de afstand van de planeet tot zijn moederster daarbij de bepalende factor is. Staat de planeet te dicht bij de ster, dan is het er te heet; staat hij te ver weg, dan is het te koud. Alleen in een relatief smalle 'bewoonbare zone' zouden de omstandigheden gunstig zijn voor het bestaan van vloeibaar water aan het oppervlak en voor het ontstaan van leven. Nieuwe modelberekeningen van geoloog Jun Korenaga van Yale University, vandaag gepubliceerd in Science Advances, wijzen echter uit dat de ontstaanstemperatuur van de planeet ook een belangrijke rol speelt. Aarde-achtige planeten ontstaan door het samenklonteren van kleinere hemellichamen. Daarbij komt enorm veel warmte vrij. Korenaga's berekeningen laten zien dat de ontstaanstemperatuur van de planeet niet al te veel af mag wijken van een optimale waarde om het proces van mantelconvectie op gang te brengen. Op aarde is mantelconvectie de oorzaak van vulkanisme, plaattektoniek, en van het ontstaan van continenten en oceanen. Mantelconvectie heeft een belangrijke zelfregulerende invloed op de evolutie van een rotsachtige planeet. Als de aarde bij haar ontstaan minder heet of juist veel heter was geweest, aldus Korenaga, was mantelconvectie nooit op gang gekomen, en zou de planeet nu vermoedelijk niet 'bewoonbaar' zijn, ondanks het feit dat hij zich in de 'bewoonbare' zone van de zon bevindt. (GS)
Meer informatie:
A new Goldilocks for habitable planets (origineel persbericht)

   
19 augustus 2016 • Curiosity legt Murray Buttes vast in nieuw 360-graden-panorama
De Amerikaanse Marswagen Curiosity, die onderzoek doet op de hellingen van Mount Sharp in de grote Marskrater Gale, heeft een nieuw 360-graden-panorama gefotografeerd van zijn omgeving. De opvallendste geologische structuren op de panoramafoto zijn de zogeheten Murray Buttes. Buttes (oorspronkelijk een Frans woord) zijn afgevlakte 'tafelbergen' zoals ze veel voorkomen in het zuidwesten van de Verenigde Staten. Het gaat om sedimentatiegesteenten die in de loop van miljoenen jaren zijn geërodeerd. Op plaatsen waar het gesteente harder is dan normaal vindt de erosie minder snel plaats, en blijven er bergen met een vlakka bovenzijde over. De zandsteenbuttes die door Curiosity zijn gefotografeerd, zijn genoemd naar Bruce Murray (1931-2013), die lange tijd directeur is geweest van NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena. De panoramafoto is samengesteld uit 130 afzonderlijke opnamen die op 5 augustus zijn gemaakt met de Mastcam-camera van Curiosity. (GS)
Meer informatie:
Rover's Panorama of Entrance to 'Murray Buttes' on Mars (origineel persbericht)

   
18 augustus 2016 • SkySentinel-netwerk vangt Perseïden
De Perseïden-meteorenzwerm, die zijn piek dit jaar beleefde in de nacht van 11 op 12 augustus, is op spectaculaire wijze vastgelegd door de allsky-camera's van het SkySentinel-netwerk. Dit netwerk bestaat momenteel uit bijna 60 allsky-camera's, verspreid over de Verenigde Staten (plus enkele camera's elders op de wereld). Ze maken continu, dag en nacht, opnamen van de gehele hemel. Studenten van het Florida Institute of Technology gebruiken de allsky-camera's om onderzoek te doen aan vallende sterren, bliksemontladingen en andere kortdurende verschijnselen aan de hemel. De foto is een compositie van SkySentinel-opnamen van verschillende camera's. (GS)
Meer informatie:
Specialized Cameras Capture Perseid Meteor Shower From FIT, Around the World (origineel persbericht)

   
18 augustus 2016 • Exo-Venus heeft misschien zuurstof, maar geen leven
In de dampkring van een Venus-achtige exoplaneet die vorig jaar is ontdekt, komen misschien grote hoeveelheden zuurstof voor. Als de aanwezigheid van zuurstof met toekomstige reuzentelescopen wordt bevestigd, betekent dat echter niet dat er leven op de planeet is. Exoplaneet GJ1132b draait op een afstand van slechts 22,5 miljoen kilometer rond een ster die 39 lichtjaar van de aarde is verwijderd. Modelberekeningen van Laura Schaefer (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics) en haar collega's voorspellen nu dat de planeet mogelijk een zuurstofrijke dampkring heeft. In het model, gepubliceerd in The Astrophysical Journal, gaan de astronomen er vanuit dat de Venus-achtige planeet geboren is met een dikke, waterdamprijke atmosfeer. Als gevolg van de kleine afstand tot de ster heeft die atmosfeer echter een temperatuur van 230 graden Celsius, en staat hij bloot aan grote hoeveelheden energierijke ultraviolette straling. De watermoleculen worden daardoor gesplitst in waterstof- en zuurstofatomen. De lichte waterstofatomen ontsnappen gemakkelijk aan de zwaartekracht van de planeet; de zwaardere zuurstofatomen (en -moleculen) blijven achter. De hete planeet moet miljoenen jaren lang een gesmolten magma-oppervlak hebben gehad. De nieuwe modelberekeningen laten echter zien dat door de wisselwerking van dat magma met de atmosfeer slechts 10 procent van het aanwezige zuurstof uit de dampkring wordt verwijderd - het bindt zich aan het gesmolten gesteente. Dat betekent dat GJ1132b nog steeds een zeer zuurstofrijke dampkring zou kunnen hebben. Met toekomstige telescopen, zoals de James Webb Space Telescope en de Giant Magellan Telescope, kan de aanwezigheid van zuurstof wellicht worden vastgesteld. De astronomen benadrukken dat de ontdekking van zuurstof in dit geval geen aanwijzing is voor het bestaan van leven op de planeet - dat is vanwege de extreem hoge temperatuur niet mogelijk. (GS)
Meer informatie:
Venus-like Exoplanet Might Have Oxygen Atmosphere, But Not Life (origineel persbericht)

   
17 augustus 2016 • Supernovarest niet langer 'gekoppeld' aan sterexplosie in Chinese kronieken
In oude Chinese kronieken wordt melding gemaakt van een 'gastster' die in het jaar 386 zichtbaar was aan de hemel. Bij zulke gaststerren gaat het meestal om supernova's: sterren die aan het eind van hun leven exploderen. De gastster in het jaar 1054 is bijvoorbeeld gelinkt aan de Krabnevel - het uitdijende overblijfsel van de geëxplodeerde ster, dat nog steeds zichtbaar is in het sterrenbeeld Stier. Lange tijd gingen astronomen er vanuit dat de supernova uit het jaar 386 gelinkt is aan supernovarest G11.2-0.3. Nieuwe metingen van het Chrandra X-ray Observatory zetten echter vraagtekens bij die interpretatie. Chandra maakte röntgenfoto's van de supernovarest in de jaren 2000, 2003 en 2013. Door die foto's met elkaar te vergelijken kon de uitdijingssnelheid van de supernovarest worden bepaald (zij het niet bijster nauwkeurig); daaruit leiden astronomen een leeftijd af van tussen de 1400 en 2400 jaar. Dat is op zich in overeenstemming met een sterexplosie in het jaar 386. De Chandra-metingen (in combinatie met infraroodmetingen van de 5-meter Hale-telescoop op Palomar Mountain) laten echter ook zien dat zich tussen de verre supernova en de aarde dichte wolken van gas en stof bevinden. Dat betekent dat de sterexplosie vermoedelijk niet zichtbaar geweest is met het blote oog. Wat Chinese astronomen in het jaar 386 dan wél hebben gezien, blijft vooralsnog een raadsel. De nieuwe Chandra-metingen zijn eerder dit jaar al gepubliceerd in The Astrophysical Joural; de meest recente röntgenfoto van G11.2-0.3 werd gepresenteerd tijdens de workshop 'Chandra Science for the Next Decade' die afgelopen week gehouden werd in Cambridge, Massachusetts. (GS)
Meer informatie:
G11.2-0.3: Supernova Ejected from the Pages of History (origineel persbericht)

   
17 augustus 2016 • Australische MWA-radiotelescoop vindt (nog) geen aliens
Een speurtocht naar mogelijke radiosignalen van buitenaardse beschavingen, uitgevoerd met de Murchison Widefield Array-radiotelescoop (MWA) in West-Australië, heeft geen resultaten opgeleverd. Dat schrijven radioastronomen in een recent nummer van The Astrophysical Journal. Al ruim zestig jaar wordt met behulp van radiotelescopen gezocht naar kunstmatige radiosignalen uit het heelal. Dit SETI-programma (Search for Extra-Terrestrial Intelligence) is tot nu toe voornamelijk uitgevoerd op relatief hoge radiofrequenties. De MWA - die nog steeds in aanbouw is - werkt echter op veel lagere frequenties (80-300 megahertz). De telescoop bestaat uit een groot aantal eenvoudige antennes, verspreid over een groot gebied in de West-Australische outback, en is vergelijkbaar met de Nederlandse LOFAR-telescoop. Steven Tingay van het Australische ICRAR-instituut en zijn collega's hebben nu laagfrequente MWA-radiospectra bestudeerd van een gebied aan de sterrenhemel waarin met de Amerikaanse ruimtetelescoop Kepler enkele tientallen exoplaneten zijn ontdekt (planeten bij andere sterren dan de zon). Er werden geen kunstmatige radiosignalen gevonden, maar volgens de onderzoekers kan dat te maken hebben met de relatief lage gevoeligheid van de uitgevoerde speurtocht. In de toekomst zullen met de MWA gevoeliger zoektochten worden verricht. Ook de toekomstige Square Kilometre Array-radiotelescoop (SKA), die uit tienduizenden antennes en schotels gaat bestaan, zal worden ingezet voor de speurtocht naar buitenaardse intelligentie. (GS)
Meer informatie:
A New Player in the Search for Extraterrestrial Intelligence (origineel persbericht)

   
15 augustus 2016 • Verschillen tussen bruine dwergen zijn ‘oppervlakkig’
Bruine dwergen zijn kleiner en lichter dan sterren, maar zwaarder dan de grootste gasplaneten. Maar dat is dan ook het wat zij allemaal gemeen hebben. Qua afmetingen, temperatuur en chemische samenstelling lijken ze enorme verschillen te vertonen. ‘Lijken’ want recent onderzoek wijst erop dat die grote diversiteit grotendeels in hun buitenste laag ontstaat: hun atmosfeer. Bruine dwergen geven veel minder licht dan sterren en zijn daardoor veel moeilijker waarneembaar. Daar staat tegenover dat ze veel talrijker zijn dan sterren zoals onze zon, en dat ze makkelijker waarneembaar zijn dan planeten. Dat maakt ze tot interessante objecten, die informatie kunnen opleveren over zowel hun grotere als hun kleinere verwanten. Maar ja... die grote onderlinge verschillen bemoeilijken het onderzoek wel. Een team van Amerikaanse en Australische astronomen heeft nu 152 jonge (vermoedelijke) bruine dwergen onder de loep genomen. Door de geboortegronden van veel van deze objecten te achterhalen, kon worden uitgesloten dat hun onderlinge verschillen het gevolg waren van leeftijd en chemische samenstelling: deze moeten voor allemaal ongeveer gelijk zijn. Dat betekent dat de onderzochte bruine dwergen niet inherent verschillend zijn. Dat ze op het eerste gezicht grote uiterlijke verschillen vertonen, wordt door de astronomen toegeschreven aan hun atmosferen en de daarin optredende ‘weersverschijnselen’ zoals bewolking. In dat opzicht verschillen ze niet wezenlijk van de grote gasplaneten die om talrijke sterren cirkelen. (EE)
Meer informatie:
Brown Dwarfs Reveal Exoplanets’ Secrets

   
13 augustus 2016 • 'Tweede aarde' ontdekt bij meest nabije ster?
Het grootste weekblad van Duitsland, Der Spiegel, heeft een bijzondere primeur. Het blad meldt dat astronomen een planeet hebben ontdekt bij de dichtstbijzijnde ster (na de zon dan): Proxima Centauri. De exoplaneet is vermoedelijk aarde-achtig en bevindt zich op een zodanige afstand van zijn ster, dat er op zijn oppervlak vloeibaar water kan voorkomen. Anders gezegd: de planeet bevindt zich binnen de ‘leefbare’ zone van de ster. Als dat klopt, is het met afstand de meest nabije soortgenoot van de aarde. De planeet heeft zijn bestaan verraden doordat hij kleine, regelmatige schommelingen bij zijn moederster veroorzaakt. Deze schommelbeweging is volgens Der Spiegel geregistreerd met een telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) op de berg La Silla, in het noorden van Chili. ESO zelf doet er (nog) het zwijgen toe: de officiële bekendmaking van de ontdekking zou voor eind augustus gepland zijn. Proxima Centauri staat in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus. Het is een rode dwergster op 4,24 lichtjaar van de aarde. (EE)
Meer informatie:
Mögliche zweite Erde in unserer Nachbarschaft entdeckt

   
12 augustus 2016 • Rotatietijden van de Pleiaden gemeten
Met behulp van NASA’s Kepler-satelliet zijn de rotatietijden gemeten van de Pleiaden, de bekende open sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier. Deze informatie moet meer inzicht geven in de evolutie van sterren en in het ontstaansproces van planeten. Astronomen proberen de verbanden tussen de rotatietijd, de massa en de leeftijd van sterren te ontrafelen. Met een afstand van 445 lichtjaar zijn de Pleiaden een van meest nabije sterrenhopen. Het is bovendien een vrij jonge sterrenhoop: de sterren zijn pas ongeveer 125 miljoen jaar oud en behoren daarmee tot de ‘pubers’. Het is in deze levensfase dat sterren op hun snelst ronddraaien. Door het uitstoten van geladen deeltjes (‘sterrenwind’) wordt die draaiing geleidelijk afgeremd. Met Kepler zijn de rotatiesnelheden van meer dan 750 leden van de Pleiaden gemeten. Dat is gebeurd door te letten op kleine helderheidsveranderingen die het gevolg zijn van ‘zonnevlekken’ – donkere, koelere gebieden op het oppervlak die met de ster mee draaien. Bij jonge sterren zijn zulke vlekken veel groter dan op onze zon. Uit de metingen is een duidelijk patroon naar voren gekomen. Grote, zware sterren hebben doorgaans een langere rotatietijden (1 tot 11 dagen) dan kleine, lichte (minder dan een dag). (Ter vergelijking: onze zon heeft een rotatietijd van ongeveer 26 dagen.)Volgens de astronomen wordt het verschil in rotatietijd vooral veroorzaakt door de inwendige structuur van de sterren. Grotere sterren hebben een enorme kern met daaromheen een vrij dunne convectiemantel – een laag waarin hete gasbellen opstijgen, hun warmte afgeven en weer neerdalen. Bij kleine sterren beslaat die convectielaag bijna de hele ster. De afremming die de rotatie ondergaat naarmate een ster ouder wordt, heeft een grotere uitwerking op de dunne convectielaag van grotere sterren dan op de dikke van kleinere. De verwachting is dus dat de verschillen in rotatietijden alleen maar zullen toenemen. Om dat goed te onderzoeken, zullen de astronomen binnenkort ook de sterren van de veel oudere sterrenhoop Praesepe onder de loep nemen. (EE)
Meer informatie:
Kepler Watches Stellar Dancers in the Pleiades Cluster

   
11 augustus 2016 • Niet alleen de zon maakt je bruin!
Op een mooie dag aan het strand ondergaat je lichaam een bombardement van ongeveer een triljard fotonen – een ‘1’ gevolgd door 21 nullen – per seconde. Bijna al deze lichtdeeltjes zijn afkomstig van de zon. Maar een héél klein deel ervan bestaat uit fotonen die miljarden jaren onderweg zijn geweest. Ze zijn afkomstig van buiten onze Melkweg. Bij een onderzoek waarvan de resultaten in de Astrophysical Journal zijn verschenen, heeft een team van Australische, Amerikaanse en Britse astronomen nauwkeurig geïnventariseerd welk deel van de ver-infrarode tot ver-ultraviolette straling die de aarde bereikt van extragalactische oorsprong is. Dat is erg weinig: slechts 10 miljard fotonen per seconde per vierkante meter, oftewel een miljardste procent van het totaal. Doorgaans berusten bepalingen van de intensiteit van dat ‘extragalactische achtergrondlicht’ op directe metingen. Maar deze nieuwe inventarisatie is gebaseerd op tellingen van sterrenstelsels die met een hele reeks ruimtetelescopen en telescopen op aarde is vastgelegd. Hun bijdrage aan het achtergrondschijnsel bestaat uit het licht van hun sterren en uit de straling die wordt uitgezonden door de materie die naar de superzware zwarte gaten in hun kernen stroomt. Onderzoek van het extragalactische achtergrondlicht is primair bedoeld om meer inzicht te krijgen in de evolutie van het heelal. Directe metingen ervan worden echter sterk gehinderd door onze eigen Melkweg en het zogeheten zodiakale licht – zonlicht dat wordt verstrooid door stofdeeltjes in ons eigen zonnestelsel. Daar kan voor worden gecorrigeerd, maar het eindresultaat is nogal afhankelijk van de modellen die daarbij wordt gehanteerd. Het nieuwe onderzoek geeft aan dat de betrouwbaarheid van deze correcties nog veel te wensen overlaat. (EE)
Meer informatie:
Ten Trillionths Of Your Suntan Comes From Beyond Our Galaxy

   
11 augustus 2016 • Twee nieuwe nabije dwergsterrenstelsels ontdekt
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop zijn twee kleine dwergsterrenstelsels ontdekt die miljarden jaren in afzondering hebben bestaan. Hun wieg stond in de zogeheten Lokale Leegte, een ongeveer 150 miljoen lichtjaar groot gebied waar heel weinig sterrenstelsels te vinden zijn. Het duo is pas vrij recent in een dichter bevolkt deel van het heelal terechtgekomen (Astrophysical Journal, 11 augustus). Pisces A en B zijn nu in een omgeving beland waar meer gas voorradig is. Het lijkt erop dat ze momenteel door een nabijgelegen filament van gas trekken. Hierdoor wordt het gas dat de stelsels bevatten samengedrukt, wat hun stervormingsactiviteit heeft doen toenemen. Het tweetal bevat nu elk ongeveer 10 miljoen sterren. De twee dwergstelsels zijn erg klein en zwak, waardoor ze moeilijk te vinden zijn. De eerste aanwijzingen voor hun bestaan zijn gevonden met radiotelescopen waarmee naar grote gaswolken buiten onze Melkweg werd gezocht. De meeste objecten die daarbij zijn ontdekt bleken ook echt gaswolken te zijn, maar een stuk of vijftig objecten zouden dwergstelsels kunnen zijn. Tot nu toe kon alleen van Pisces A en B worden aangetoond dat het inderdaad om sterrenstelsels gaat. Pisces A is iets meer dan 18 miljoen lichtjaar van ons verwijderd, Pisces B ruwweg 29 miljoen lichtjaar. Vermoedelijk zullen ze uiteindelijk worden ‘ingevangen’ door het zwaartekrachtsveld van een veel groter sterrenstelsel, en daar als satellieten omheen gaan draaien. (EE)
Meer informatie:
Hubble Uncovers a Galaxy Pair Coming in from the Wilderness

   
10 augustus 2016 • Verliest ‘Hanny’s Voorwerp’ zijn glans?
In 2007 ontdekte de Nederlandse onderwijzeres Hanny van Arkel een vreemde groene gaswolk nabij het 650 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel IC 2497. Nieuw onderzoek met de röntgensatelliet Chandra wijst erop dat de gloed ervan zal gaan verzwakken. De groene gaswolk, beter bekend als Hanny’s Voorwerp, is ongeveer 200.000 lichtjaar van IC 2497 verwijderd. De vreemde kleur komt voor rekening van zuurstofatomen die zijn ‘aangeslagen’ door de ultraviolette en röntgenstraling die door de kern van dit sterrenstelsel wordt uitgezonden. In die kern verschanst zich een superzwaar zwart gat, dat zich voedt met materie uit zijn omgeving en op die manier grote hoeveelheden energie genereert. Op dit moment produceert dat zwarte gat echter lang niet genoeg straling om de waargenomen gloed te kunnen veroorzaken. Daar bestaat echter een simpele verklaring voor: de huidige gloed is immers te danken aan straling die 200.000 jaar geleden door de kern van IC 2497 is uitgezonden. Als deze interpretatie klopt, ziet de toekomst van Hanny’s Voorwerp er een beetje somber uit. Nieuwe waarnemingen met Chandra geven aan dat kern van IC 2497 nog steeds flinke hoeveelheden energie produceert, maar dat daar binnen afzienbare tijd weleens een eind aan zou kunnen komen. De directe omgeving van het zwarte gat blijkt namelijk aanzienlijk koeler te zijn dan het gas verder daarvandaan. Volgens astronomen kan er een grote ‘holte’ in het gas rond het zwarte gat zijn ontstaan. Het daar aanwezige gas zou zijn weggeblazen door ofwel de ‘jets’ die het materie-opslokkende zwarte gat vroeger uitstoot of door de intense straling van de materie in de zogeheten accretieschijf rond het zwarte gat. Hoe dan ook: het lijkt erop dat de energieproductie van de kern van IC 2497 stilvalt. Dat betekent dat de groene gloed van Hanny’s Voorwerp geleidelijk zal verzwakken. Helemaal donker zal de gaswolk echter niet worden, want in een klein deel ervan zijn enkele miljoenen jaren geleden sterren geboren. (EE)
Meer informatie:
A Black Hole Story Told by a Cosmic Blob and Bubble

   
10 augustus 2016 • Door canyons op Titan stroomt vloeibare methaan
Uit onderzoek blijkt dat de kronkelige ‘rivierbeddingen’ bij de noordpool van de grote Saturnusmaan Titan in werkelijkheid diepe canyons zijn. De vrij smalle ravijnen hebben wanden die ongeveer zou steil zijn als een skipiste en zijn gevuld met vloeibare koolwaterstoffen. De ravijnen fungeren waarschijnlijk als aanvoerkanalen voor Ligeia Mare – het op een na grootste meer op Titan. Daarvan was al langer bekend dat het met vloeibaar methaan is gevuld. Maar of dat methaan ook werkelijk via het ravijnenstelsel werd aangevoerd, was tot nu toe onduidelijk. Het was ook denkbaar dat het materiaal waarmee de canyons deels gevuld zijn uit een vaste substantie (ijs) bestond. Uit metingen met de radar van de ruimtesonde Cassini, die sinds 2004 regelmatig dicht in de buurt van Titan is gekomen, is nu gebleken dat het vrijwel zeker om vloeibare methaan gaat. En de vrij smalle ravijnen waar het methaan doorheen stroomt blijken enkele honderden meters diep te zijn. Deze aanzienlijke diepte wijst erop dat het proces waardoor het ravijnenstelsel is ontstaan al heel lang aan de gang is, tenzij de erosie ter plaatse zich veel sneller voltrekt dan elders op Titan. In sommige canyons rond Legeia Mare heeft de vloeistof hetzelfde niveau als het meer. In andere ligt de methaanspiegel tientallen meters hoger – vermoedelijk zijn dat zijrivieren die in de lager gelegen hoofdgeulen uitmonden. (EE)
Meer informatie:
Cassini Finds Flooded Canyons on Titan

   
9 augustus 2016 • Ook kleine sterrenstelsels hebben grote trek
Zelfs sterrenstelsels met heel weinig massa zijn in staat om kleine soortgenoten op te slokken. Dat blijkt uit onderzoek door een internationaal team van astronomen, onder leiding van de Italiaanse Francesca Annibali. Bij het onderzoek, dat is uitgevoerd met de Large Binocular Telescope in Arizona, is de omgeving van het dwergstelsel DDO 68 onder de loep genomen. DDO 68 bevat maar ongeveer 100 miljoen zonsmassa’s aan sterren – ongeveer duizend keer zo weinig als onze Melkweg. Volgens het meest gangbare theoretische scenario ontstaan sterrenstelsels door met kleinere soortgenoten samen te smelten. Tot nu toe was deze gang van zaken echter alleen bij grote sterrenstelsels waargenomen. Maar DDO 68, die zich in een leeg stukje heelal op 39 miljoen lichtjaar van de aarde bevindt, lijkt hetzelfde spelletje te spelen. Het kleine sterrenstelsel heeft zich omringd met een aantal kleine satellietstelsels, en is bezig om ze op te slokken. Een van deze stelsels is zelfs al uitgerekt tot een lange stroom van sterren en gas. (EE)
Meer informatie:
DDO 68: Among Galaxies, a Flea, but a Voracious One

   
8 augustus 2016 • Nabije supernova-explosies lieten sporen achter in bacteriën
Radioactief ijzer uit de ruimte heeft sporen achtergelaten in eencellige organismen die twee miljoen jaar geleden op aarde leefden. Tot die conclusie komen wetenschappers van vier Duitse en Oostenrijkse instituten na onderzoek van de ‘microfossielen’ die deze organismen hebben achtergelaten. Hun bevindingen staven de resultaten van twee onderzoeken die eerder dit jaar zijn gepubliceerd (Proceedings of the National Academy of Sciences, 8 augustus). Onderzoek van sedimenten op de oceaanbodem en gesteenten van de maan heeft onlangs laten zien dat er ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden relatief veel radioactief ijzer op aarde is neergekomen. Dit ‘ijzer-60’ zou afkomstig zijn van sterren op ongeveer 300 lichtjaar van de aarde, die minstens tien keer zoveel massa hadden als onze zon. Sterren van dat kaliber produceren een heel scala aan zware elementen, en sluiten hun bestaan af met een supernova-explosie. Bij die kolossale explosie wordt veel stermateriaal – inclusief ijzer-60 – de ruimte in geblazen. Uiteindelijk bereikt een kleine fractie daarvan onze planeet. Bepaalde eencellige organismen op aarde hebben de eigenschap dat ze ijzer opslaan. Deze ‘magnetotactische bacteriën’, die in de bovenste paar centimeter van sedimenten op de oceaanbodem leven, maken er ketens van minuscule magnetietkristallen van. Wanneer de bacteriën sterven, blijven de ijzerhoudende kristalletjes achter. En mettertijd raken deze bedolven onder nieuwe sedimenten waarin volgende generaties van eencelligen actief zijn. Zo ontstaat een opeenstapeling van steeds jongere lagen die mettertijd verstenen. Bij het nieuwe onderzoek is gebruik gemaakt van twee boorkernen die bij bodemboringen uit de Stille Oceaan naar boven zijn gehaald. Metingen laten zien dat de hoeveelheid ijzer-60 die magnetotactische bacteriën daarin hebben achtergelaten tot 2,5 miljoen jaar geleden gering was. Daarna volgde echter een duidelijke stijging, die ongeveer 2 miljoen jaar geleden piekte. Nog eens een half miljoen jaar later was het ijzer-60-gehalte weer normaal. Volgens de onderzoekers is het opmerkelijk dat de piek min of meer samenvalt met een ‘massa-extinctie’ die vooral mariene weekdieren en zeeslakken lijkt te hebben getroffen. Of er werkelijk sprake is van een direct verband is echter onzeker. De veelgehoorde suggestie dat energierijke ultraviolette straling van de supernova-explosies de ozonlaag zou hebben aangetast, waardoor het fytoplankton in de oceanen zou zijn afgestorven, wordt door de wetenschappers afgewezen. Om dat effect te bereiken, zouden de supernova-explosies zich tien keer dichter bij de aarde moeten hebben afgespeeld dan de huidige metingen aangeven. (EE)  
Meer informatie:
Interaction of Earth with supernova remnants lasting for one million years

   
8 augustus 2016 • ‘Steriele neutrino’s’ bestaan waarschijnlijk niet
Opnieuw lijkt een kandidaat voor de verklaring van de donkere materie in het heelal te zijn afgevallen. De Antarctische neutrinodetector IceCube heeft geen aanwijzingen kunnen vinden voor het bestaan van zogeheten steriele neutrino’s (Physical Review Letters, 8 augustus). Vorige maand maakten wetenschappers al bekend dat de zoekactie naar de eveneens hypothetische WIMPs (Weakly Interacting Massive Particles) niets heeft opgeleverd – tot nu toe dan. Neutrino’s zijn spookachtige deeltjes die vrijwel geen massa hebben en maar zelden interacties met materie aangaan. In de tijd dat je deze regel leest, zijn er volkomen ongemerkt biljoenen neutrino’s door je heengegaan. Tot nu toe zijn er drie soorten neutrino’s bekend: muon-, elektron- en tau-neutrino’s. Op grond van enkele experimentele resultaten werd echter rekening gehouden met een vierde soort. Dit ‘steriele’ neutrino zou zelfs helemaal geen interacties met materie aangaan, behalve dan zwaartekrachtsinteracties. De enige manier waarop je zo’n neutrino zou kunnen detecteren is wanneer je het op heterdaad betrapt wanneer het spontaan in één van de overige soorten verandert. Twee analyses van gegevens van IceCube-meetresultaten, die onafhankelijk van elkaar zijn uitgevoerd, lijken echter korte metten te maken met het vierde neutrino. Er is geen enkele aanwijzing gevonden voor het bestaan van ‘ondetecteerbare’ neutrino’s die spontaan tot detecteerbare soortgenoten transformeren. Volgens de wetenschappers die de analyses hebben uitgevoerd staat daarmee voor 99 procent vast dat steriele neutrino’s niet bestaan. IceCube bestaat uit ruim 5000 gevoelige lichtsensoren die op een diepte van meer dan anderhalve kilometer in het kristalheldere ijs van Antarctica zijn geplaatst. Deze sensoren registreren het lichtflitsje dat optreedt wanneer een neutrino in botsing komt met een atoomkern in het ijs – iets wat maar heel zelden gebeurt. Dat steriele neutrino’s (waarschijnlijk) niet bestaan, is niet alleen een tegenvaller voor kosmologen, die nog steeds op zoek zijn naar een verklaring voor het bestaan van zogeheten donkere materie, waaruit 85 procent van alle materie in het heelal lijkt te bestaan. Ook deeltjesfysici zitten ermee in hun maag: het bestaan van steriele neutrino’s zou kunnen verklaren waarom de neutrino’s überhaupt massa hebben – iets wat in strijd is met het standaardmodel van de deeltjesfysica. (EE)
Meer informatie:
IceCube search for the 'sterile neutrino' draws a blank

   
8 augustus 2016 • Mogelijke opleving verwacht van Perseïden-meteorenzwerm
De activiteit van de Perseïden, de meteorenzwerm die elk jaar rond 12 augustus zijn opwachting maakt, vertoont momenteel de gebruikelijke stijgende lijn. Maar met een beetje geluk zullen komende week extra veel ‘vallende sterren’ te zien zijn – met dank aan de planeet Jupiter. Meteoren of vallende sterren zijn kortstondige snelle lichtsporen die aan de hemel verschijnen. Ze worden veroorzaakt door kosmisch gruis, dat in de aardatmosfeer terechtkomt. Dat gebeurt met zo’n hoge snelheid dat luchtmoleculen rond de gruisdeeltjes aan het gloeien worden gebracht. Hierdoor ontstaat het lichtspoor dat we aan de hemel zien. De grootste aantallen meteoren verschijnen wanneer de aarde het stofspoor van een komeet doorkruist. Dat gebeurt meerdere keren per jaar, met name begin januari, medio december en rond 12 augustus dus. In dat laatste geval trekt de aarde door het stofspoor van de komeet 108P/Swift-Tuttle. De Perseïden vertonen een breed maximum, dat dit jaar voor Nederland e.o. overigens niet erg gunstig valt. Volgens gegevens van de International Meteor Organization zijn de meeste vallende sterren te zien op vrijdag 12 augustus tussen 10 uur ’s ochtends en middernacht – grotendeels overdag dus. Maar ook in de (late) nachten van 11 op 12 en van 12 op 13 augustus kunnen – bij heldere donkere hemel – nog tientallen meteoren per uur te zien zijn. De precieze aantallen hangen mede af van het storende licht van de maan, die pas na enen ondergaat. Een gunstige factor dit jaar is dat computerberekeningen laten zien dat het stofspoor van komeet Swift-Tuttle zodanig is verstoord door de zwaartekrachtsinvloed van de planeet Jupiter, dat de aarde wellicht een dichter deel ervan zal doorkruisen. Of dat ook werkelijk zo is, zullen we moeten afwachten. Maar áls dat het geval is, kan het aantal Perseïden vooral in de nacht van 11 op 12 augustus flink oplopen. Belangrijker nog dan de activiteit van de Perseïden en het storende maanlicht is overigens de weersverwachting. Helaas ziet die er voor de eerste Perseïden-nacht niet goed uit. Mogelijk is het in de nacht van vrijdag op zaterdag wél helder. (EE)
Meer informatie:
Mogelijk bijzondere Perseïden-sterrenregen in de nachten van 11/12 en 12/13 augustus