18 januari 2018 • Bijzondere ster werpt nieuw licht op de activiteitscyclus van zonachtige sterren
Onderzoek van een 120 lichtjaar verre ster die als twee druppels water op onze zon lijkt, suggereert dat niet de rotatiesnelheid maar de chemische samenstelling van een zonachtige ster bepalend is voor de duur en hevigheid van zijn magnetische activiteitscyclus. Het lijkt erop dat elementen zwaarder dan helium daarbij een sleutelrol spelen (The Astrophysical Journal, 5 januari). Het aantal zonnevlekken – koele, (relatief) donkere vlekken op het oppervlak van de zon – gaat op en neer in een cyclus die gemiddeld 11 jaar duurt. Deze zonnecyclus wordt aangedreven door de zogeheten zonnedynamo – een samenspel van magnetische velden, convectie en rotatie. Wat echter de precieze oorzaak is van dit alles, is nog onduidelijk. Een onderzoeksteam onder leiding van de Deense astronoom Christoffer Karoff van de universiteit van Aarhus denkt nu dat de ster HD 173701 in het sterrenbeeld Zwaan meer duidelijkheid kan geven in de onderliggende fysische processen. Waarnemingen die teruggaan tot 1978 laten zien dat de cyclus van deze ster anderhalf keer zo kort duurt als de zonnecyclus. Daarnaast vertoont de ster magnetische variaties die meer dan twee keer zo sterk zijn als die van de zon. In de meeste andere opzichten lijkt HD 173701 juist heel veel op de zon. Hij draait bijna net zo snel om zijn as, is ongeveer net zo groot, heeft dezelfde massa en is even oud. Er is echter één belangrijk verschil: hij bevat meer dan tweemaal zoveel zware elementen. De astronomen vermoeden dan ook dat er een direct verband bestaat tussen de hevige cycli van HD 173701 en diens hoge gehalte aan zware elementen. Daar bestaan ook fysische argumenten voor. Kort gezegd komt het erop neer dat de zware elementen de ster ondoorzichtiger maken voor straling. Hierdoor schakelt het energietransport dieper in de ster over van straling op convectie (opstijgende gasbellen) en wordt het dynamo-effect versterkt. (EE)
Meer informatie:
Special star is a Rosetta Stone for understanding the sun's variability and climate effect

   
17 januari 2018 • Saturnusmaan Titan kent zijn eigen ‘zeeniveau’
Het is alweer even geleden dat NASA-ruimtesonde Cassini zijn einde vond in de atmosfeer van de planeet Saturnus. Maar nog steeds leiden de vele gegevens die hij heeft verzameld tot nieuwe inzichten. Zo laat onderzoek dat recent in het tijdschrift Geophysical Research Letters is gepubliceerd zien dat de grote Saturnusmaan Titan een gemiddeld zeeniveau kent, net als de aarde. De aarde en Titan zijn de enige hemellichamen van ons zonnestelsel die een stabiele vloeistof op hun oppervlak hebben. In het geval van Titan bestaat die vloeistof echter niet uit water, maar uit koolwaterstoffen zoals methaan en ethaan. Er is wel water op Titan, maar dat is keihard bevroren en vormt de beddingen van meren en zeeën. Radarmetingen door Cassini laten zien dat de zeeën van Titan een gemiddeld niveau aanhouden, net als de oceanen op aarde. Volgens de onderzoekers wijst dat erop dat de vloeistofmassa’s op Titan ondergronds met elkaar zijn verbonden. Onder het oppervlak kunnen de koolwaterstoffen blijkbaar heen en weer stromen, net zoals het water op aarde zijn weg vindt via poreus gesteente en gruis. Hierdoor kunnen naburige meren met elkaar communiceren en een gelijke vloeistofspiegel aanhouden. Diezelfde radarmetingen zijn ook gebruikt om een nieuwe topografische kaart van Titan samen te stellen. Op deze kaart zijn enkele nieuwe gebergten te zien, die overigens geen van alle hoger zijn dan 700 meter. Alles bij elkaar lijkt de vorm van de Saturnusmaan iets meer afgeplat te zijn dan gedacht. Dat wijst erop dat zijn korst grotere verschillen in dikte vertoont dan tot nu toe werd aangenomen. (EE)
Meer informatie:
Cassini Finds Saturn Moon Has ‘Sea Level’ Like Earth

   
17 januari 2018 • Ewine van Dishoeck ontvangt Amerikaanse prijs voor leidende rol in astrochemie
De Nederlandse sterrenkundige prof. dr. Ewine F. van Dishoeck (Universiteit Leiden) heeft de James Craig Watson Medal 2018 toegekend gekregen van de Amerikaanse National Academy of Sciences (NAS). De James Craig Watson Medal wordt om het jaar uitgereikt voor buitengewone bijdragen aan de astronomie. Aan de prijs zijn een vergulde medaille en een geldbedrag van 25.000 dollar verbonden, alsook een bijdrage van 50.000 dollar om het onderzoek van de ontvanger te ondersteunen. Van Dishoeck ontvangt de prijs voor haar leidende rol wereldwijd op het gebied van de moleculaire astronomie en de astrochemie. Van Dishoeck levert met waarnemingen, theorie en experimenten bijdragen aan de kennis over de vorming van sterren en planeten uit interstellair gas en stof, en over de chemische basis van de oorsprong van het leven. Een van haar prestaties is het ophelderen van de wisselwerking tussen chemische processen en de thermische structuur van ster- en planeetvormingsgebieden. Het onderzoek van Van Dishoeck en haar medewerkers richt zich ook op de fotochemie en groei van interstellaire ijsdeeltjes, een belangrijke stap in de uiteindelijke vorming van protoplanetaire schijven, kometen en planeten. Zij koppelt waarnemingen aan experimenten naar de vorming van complexe prebiotische moleculen onder zeer koude omstandigheden. Van Dishoeck en collega’s hebben ook de reservoirs aan koud en heet water gekwantificeerd in jonge en oudere schijven en hebben zo een bijdrage geleverd aan onze kennis over de plek waar bewoonbare planeten kunnen worden gevormd. De jury roemt naast Van Dishoecks wetenschappelijke prestaties ook haar bijdragen aan de toekomst van het vakgebied. Zij begeleidde tientallen promovendi en postdocs, en speelde en speelt een leidende rol in wetenschappelijke werkgroepen, besturen, commissies en organisaties. De Watson Medal is in het leven geroepen door NAS-lid James Craig Watson, een welgestelde Canadees-Amerikaanse astronoom die 22 planetoïden ontdekte. Hij publiceerde vele artikelen en schreef ‘A Popular Treatise on Comets’ (1861) en ‘Theoretical Astronomy’ (1868).
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
17 januari 2018 • Vreemd gedrag van ster verraadt eenzaam zwart gat in grote sterrenhoop
Astronomen hebben in de bolvormige sterrenhoop NGC 3201 een ster ontdekt die zich heel vreemd gedraagt. Hij lijkt een omloopbaan te volgen om een onzichtbaar zwart gat dat ongeveer vier keer zoveel massa heeft als de zon. Het is het eerste inactieve zwarte gat van stellaire massa dat in een bolvormige sterrenhoop is aangetroffen en het eerste dat is ontdekt via rechtstreekse detectie van zijn zwaartekrachtsaantrekking. Bolvormige sterrenhopen zijn enorme verzamelingen van tienduizenden sterren die om de meeste sterrenstelsels draaien. Ze bestaan al sinds de tijd dat de vorming van sterrenstelsels op gang kwam en behoren daarmee tot de oudst bekende stersystemen in het heelal. Momenteel zijn er meer dan 150 bekend die tot ons Melkwegstelsel behoren. Eén specifieke bolvormige sterrenhoop, NGC 3201 in het zuidelijke sterrenbeeld Vela (Zeilen), is nu onderzocht met behulp van het MUSE-instrument van ESO’s Very Large Telescope in Chili. Een internationaal team van astronomen heeft ontdekt dat een van de sterren in NGC 3201 met een regelmaat van 167 dagen afwisselend naar ons toe en van ons vandaan beweegt met snelheden van enkele honderdduizenden kilometers per uur. Dat wijst erop dat de ster in een baan beweegt om iets dat volkomen onzichtbaar is. Onderzoek van het spectrum van de ster laat zien dat deze ongeveer 0,8 maal de massa van onze zon heeft. De massa van zijn mysterieuze begeleider is becijferd op ongeveer 4,36 zonsmassa, wat betekent dat het vrijwel zeker een zwart gat betreft. (EE)
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
15 januari 2018 • Natuurkundigen bepalen maximummassa van neutronensterren
Neutronensterren kunnen niet zwaarder zijn dan 2,16 zonsmassa's. Zwaardere neutronensterren storten onder hun eigen gewicht ineen tot een zwart gat. Die conclusie trekken Duitse natuurkundigen in een publicatie in The Astrophysical Journal. Neutronensterren zijn de supercompacte overblijfselen van supernova-explosies. Ze zijn minstens 40 procent zwaarder dan de zon, maar niet veel groter dan 25 kilometer in middellijn. Hun dichtheid is extreem hoog - alsof je de hele mensheid in een luciferdoosje propt. Soms zijn de snel rondtollende sterretjes vanaf de aarde zichtbaar als een pulsar - een snel knipperende bron van radiostraling. De zwaarst bekende neutronenster is PSR J0348+0432, met een massa van 2,01 zonsmassa's. De maximale massa van een neutronenster was echter niet goed bekend. Op 17 augustus 2017 namen astronomen licht en zwaartekrachtgolven waar van de botsing van twee neutronensterren op een afstand van 130 miljoen lichtjaar. Door die metingen te combineren met theoretische overwegingen, konden de Duitse natuurkundigen nu vaststellen dat neutronensterren nooit zwaarder kunnen zijn dan 2,16 zonsmassa's. De conclusies zijn kort daarna bevestigd door Japanse en Amerikaanse onderzoekers. (GS)
Meer informatie:
How massive can neutron stars be? (Origineel persbericht)

   
11 januari 2018 • Heet van de naald: nieuws van de AAS-meeting in Washington
Deze week wordt in Washington D.C. de 231ste bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS) gehouden. Zoals elk jaar op de winterbijeenkomst (dit jaar bezocht door ruim 3000 astronomen) is er ook dit keer een enorme verscheidenheid aan nieuwe resultaten gepresenteerd. Sommige opmerkelijke resultaten worden in afzonderlijke nieuwsberichtjes op allesoversterrenkunde.nl besproken; hieronder volgt een beknopt overzicht (met links naar de oorspronkelijke persberichten) van nieuwe ontdekkingen die niet allemaal uitgebreid aan bod kunnen komen. (GS) Hubble ziet oude sterren in Melkwegcentrum anders bewegen dan jonge sterren. Dankzij zijn hoge beeldscherpte heeft de Hubble Space Telescope in de loop van ca. 10 jaar minieme verplaatsingen gemeten van zonachtige sterren in de kern van het Melkwegstelsel, op ca. 26.000 lichtjaar afstand. Er is ontdekt dat sterren met een relatief hoog 'metaalgehalte' (elementen zwaarder dan waterstof en helium) sneller bewegen dan sterren met een gering metaalgehalte. Die laatste dateren uit een vroegere periode in het heelal. Het verschil in beweging zegt mogelijk iets over de ontstaansgeschiedenis van het Melkwegstelsel, maar de oorzaak van het waargenomen verschil is nog niet bekend. Persbericht Astronomen vinden zwart gat dat twee keer boert. Superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels zijn schrokops, en ze hebben slechte tafelmanieren. Nadat zo'n zwart gat een grote hoeveelheid materiaal (gas en sterren) heeft verorberd, laat het vaak een 'boer', in de vorm van het uitstoten van een wolk heet gas. In een ver sterrenstelsel hebben astronomen nu de restanten van een eerdere oprisping gevonden, die ongeveer 100.000 jaar geleden plaatsvond, en ook al een nieuwe 'boer', van recentere datum. Voor het eerst is hiermee aangetoond dat superzware zwarte gaten in helderheid kunnen variëren ('flikkeren') op relatief korte tijdschalen. Persbericht Zwaartekrachtlenswerking brengt extreem ver sterrenstelsel in beeld. Met de Hubble Space Telescope is een sterrenstelsel in beeld gebracht op een afstand van 13,3 miljard lichtjaar. Doordat het van het stelsel is versterkt en vervormd (het stelseltje is 'uitgerekt') door de zwaartekrachtlenswerking van een dichterbij gelegen cluster van stelsels, was het extreem zwakke object verrassend gedetailleerd te bestuderen. Het stelsel is slechts 2500 lichtjaar groot. Persbericht Structuur in gas- en stofschijf kan ook ontstaan zónder planeten. De afgelopen jaren zijn in de platte, ronddraaiende gas- en stofschijven rond pasgeboren sterren vaak lege zones ontdekt, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze ontstaan door de zwaartekrachtwerking van jonge planeten. Computersimulaties van astronomen van NASA's Goddard Space Flight Center laten nu zien dat zulke structuren ook kunnen ontstaan zónder planeten, wanneer stofdeeltjes beschenen worden door ultraviolette straling van de jonge ster. Persbericht Burgerwetenschappers ontdekken stelsel met vijf planeten. Via het Exoplanet Explorer-project zijn vijf planeten ontdekt bij de ster K2-138. Exoplanet Explorer is een online tool waarmee citizen scientists ('burgerwetenschappers') mee helpen zoeken in waarnemingsgegevens van NASA's ruimtetelescoop Kepler. De vijf planeten bewegen bovendien in banen die een onderlinge resonantie vertonen, waarbij elke planeet vrijwel exact anderhalf maal zo lang over een rondje doet dan de buurplaneet die op kleinere afstand van de moederster staat. Persbericht
Meer informatie:
231ste bijeenkomst van de American Astronomical Society

   
11 januari 2018 • Orionnevel van binnen en van buiten bekeken
Tijdens de 231ste bijeenkomst van de American Astronomical Society, die deze week in National Harbor in Maryland (VS) wordt gehouden, hebben astronomen enkele 3D-video’s gepresenteerd die een kijkje bieden in de Orionnevel – het bekende stervormingsgebied in het gelijknamige sterrenbeeld. De video’s zijn gebaseerd op beelden van de ruimtetelescopen Hubble (zichtbaar licht) en Spitzer (infrarood). De video’s voeren de kijker langs pas geboren sterren, gloeiende gaswolken en de kikkervis-vormige gasomhulsels van protoplanetaire schijven. Ook geven ze een duidelijk beeld van de enorme ‘grot’ in de Orionnevel die is ontstaan door de inwerking van de intense straling van de sterren van de Trapezium-sterrenhoop. Tijdens dezelfde bijeenkomst zijn ook de resultaten bekendgemaakt van een diepgaande survey van de Orionnevel, die is uitgevoerd met de Hubble-ruimtetelescoop. Bij deze survey is een grote populatie van bruine dwergen – sterren die te weinig massa hebben om kernfusiereacties in hun inwendige gaande te houden – opgespoord. Ook zijn enkele reuzenplaneten ontdekt, waaronder een tweetal zonder moederster dat om elkaar cirkelt. Bij de survey werden 1200 opvallend rode sterren opgespoord. Dat bleken niet allemaal bruine dwergen te zijn: de helderste exemplaren waren simpelweg zwakke rode dwergsterren. Zeventien van deze rode dwergsterren hadden op hun beurt wel een bruine dwerg als begeleider. Ook is er een dubbele bruine dwerg ontdekt en een bruine dwerg met een planeet. (EE)
Meer informatie:
Hubble Finds Substellar Objects in the Orion Nebula

   
11 januari 2018 • Eerste ‘aromatische koolwaterstof’ geïdentificeerd in de ruimte
Bij onderzoek van een koude moleculaire wolk in het sterrenbeeld Stier – de Taurus Molecular Cloud – is het organische molecuul benzonitril opgespoord. Dat hebben onderzoekers bekendgemaakt tijdens de 231ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in National Harbor (Maryland) en via een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Aromatische koolwaterstoffen – organische moleculen die een zeshoekige ring van koolstofatomen bevatten – zijn alom aanwezig in het heelal. Astronomen weten dit omdat de karakteristieke infraroodstraling die zulke moleculen uitzenden in allerlei omgevingen is waargenomen. De identificatie van specifieke moleculen van dit type is echter heel lastig. Daartoe moeten spectra worden verkregen in het radiodeel van het elektromagnetische spectrum. Benzonitril – op aarde een kleurloze vloeistof die naar amandelen ruikt – is de eerste aromatische koolwaterstof die op die manier is aangetoond. Onderzoek van de samenstelling van aromatisch materiaal moet meer inzicht geven in de chemische eigenschappen van de interstellaire materie, waaruit later sterren en planeten zullen ontstaan. (EE)
Meer informatie:
GBT Detection Unlocks Exploration of ‘Aromatic’ Interstellar Chemistry

   
11 januari 2018 • Rijke vindplaatsen van bevroren water ontdekt op Mars
Op beelden van de Mars Reconnaissance Orbiter zijn acht steile hellingen op Mars ontdekt waar aanzienlijke hoeveelheden ondergronds bevroren water door erosie zijn bloot komen te liggen. Uit de banden en kleurverschillen die het ijs vertoont, leiden planeetwetenschappers af dat het ijs is opgebouwd uit opeenvolgende laagjes sneeuw. Deze ontdekking kan worden gebruikt om meer te weten te komen over het vroegere klimaat op de planeet (Science, 12 januari). Omdat er weinig inslagkraters in de omgeving van de vindplaatsen te zien zijn, vermoeden de onderzoekers dat de laatste ijsvorming – naar geologische maatstaven – niet zo heel erg lang geleden heeft plaatsgevonden. De ijsafzettingen beginnen ongeveer twee meter onder het oppervlak en strekken dicht uit tot diepten van honderd meter of meer. Geschat wordt dat het ijs zich langzaam – een paar millimeter per zomer – terugtrekt ten gevolge van sublimatie (‘verdamping’). Het ijs is alleen zichtbaar op plaatsen waar grote rotsblokken omlaag zijn gevallen, maar het is aannemelijk dat er op veel meer plaatsen vlak onder het oppervlak ijs te vinden zal zijn. Als dat inderdaad zo is, is dat goed nieuws voor toekomstige bemande missies naar Mars. (EE)
Meer informatie:
Steep Slopes on Mars Reveal Structure of Buried Ice

   
11 januari 2018 • Mogelijke ‘dakramen’ ontdekt in krater bij noordpool van de maan
Onderzoekers van het SETI Institute en het Mars Institute hebben de ontdekking bekendgemaakt van een diepe kuilen of schachten nabij de noordpool van de maan. Het zou kunnen gaan om gaten in het ‘dak’ van een ondergronds netwerk van (deels ingestorte) lavabuizen, die als ingangen kunnen dienen. De kuilen zijn ontdekt op beelden van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). De mogelijke ‘dakramen’ zijn aangetroffen in het noordoostelijke deel van de 70 kilometer grote inslagkrater Philolaus. Ze hebben middellijnen van 15 tot 30 meter en hun inwendige ligt geheel in de schaduw. Als er – zoals wordt vermoed – rond de polen van de maan bevroren water in de bodem is opgeslagen, zouden de schachten in de lavabuizen die watervoorraad wellicht gemakkelijker toegankelijk kunnen maken voor toekomstige bezoekers van de maan. Overigens zijn elders op de maan al een paar honderd van zulke schachten ontdekt. De nu gevonden exemplaren zijn echter de eerste die in de poolstreken van de maan zijn aangetroffen. (EE)
Meer informatie:
Possible Lava Tube Skylights Discovered Near the North Pole of the Moon

   
10 januari 2018 • Nieuwe sterrenstromen bewijzen dat onze Melkweg een galactische ‘smeltkroes’ is
Met de Dark Energy Survey (DES), een groot onderzoeksprogramma dat meer inzicht moet geven in de versnellende uitdijing van het heelal, is een interessante bijvangst gedaan. In de DES-gegevens zijn elf nieuwe ‘sterrenstromen’ in onze Melkweg ontdekt. Het betreft overblijfselen van kleine sterrenstelsels die (deels) door ons sterrenstelsel zijn opgeslokt. Wanneer een klein naburig sterrenstelsel dicht in de buurt van de Melkweg komt, valt het ten prooi aan de daarbij optredende getijdenkrachten. Daardoor ontstaan langgerekte structuren van sterren met onderling vergelijkbare leeftijden, chemische eigenschappen en snelheden – zogeheten sterrenstromen. Vanaf de jaren 70 van de vorige eeuw zijn enkele tientallen van zulke sterrenstromen ontdekt. Ze vormen het bewijs dat ons sterrenstelsel niet alleen sterren van eigen fabrikaat bevat, maar ook een flink aantal extragalactische ’immigranten’ heeft opgenomen. Het vinden van nieuwe sterrenstromen is geen eenvoudige opgave. Ze zijn heel zwak en diffuus en strekken zich uit over een groot deel van de hemel. Dat maakt de Dark Energy Camera (DECam) van de 4-meter Blanco-telescoop van de Cerro Tololo-sterrenwacht in Chili geknipt voor het opsporen ervan. De ontdekking van de nieuwe sterrenstromen is, samen met andere resultaten van de DES-survey, bekendgemaakt tijdens de 231ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in National Harbor in Maryland. (EE)
Meer informatie:
New stellar streams confirm ‘melting pot’ history of the galaxy

   
10 januari 2018 • Zwerm van waterstofwolken ontvlucht het Melkwegcentrum
Astronomen hebben ontdekt dat er in het centrum van onze Melkweg een exodus van meer dan honderd wolken waterstofgas gaande is. Deze waarnemingen, gedaan met de Green Bank-radiotelescoop, kunnen mogelijk meer inzicht geven in de vorming van de zogeheten Fermi-bellen – reusachtige ‘ballonnen’ van superheet gas die boven en onder de schijf van ons sterrenstelsel uitsteken. De ontdekking is bekendgemaakt tijdens de 231ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in National Harbor in Maryland. In het centrum van de Melkweg bevinden zich een zwart gat van enkele miljoenen zonsmassa’s en talrijke gebieden waar in hoog tempo sterren worden geboren en sterven. Dit gaat gepaard met allerlei energierijke processen die tezamen een krachtige kosmische ‘wind’ produceren. Hierdoor zijn twee enorme bellen van superheet gas ontstaan die zwak zichtbaar zijn op radio-, röntgen- en gamma-golflengten. De nu ontdekte waterstofwolken lijken zich met diezelfde kosmische wind mee te laten voeren. Ze fungeren daardoor als een soort ‘testdeeltjes’ die meer inzicht geven in hetgeen zich in het Melkwegcentrum afspeelt. De wolken, die uit neutraal waterstof bestaan, zijn makkelijker waarneembaar dan de ijle Fermi-bellen zelf. Het lijkt erop dat de gaswolken in een kegelvormige formatie het Melkwegcentrum ontvluchten. Hierdoor beweegt een deel ervan in onze richting, terwijl een ander deel juist van ons af beweegt. Dat resulteert in forse onderlinge snelheidsverschillen. Gemiddeld hebben de wolken een snelheid van ongeveer 330 kilometer per seconde. De kegelformatie strekt zich tot zeker 5000 lichtjaar van het centrum uit, maar het is nog onduidelijk waar deze precies eindigt. Het lijkt erop dat de gaswolken op enige afstand boven het galactisch centrum ‘oplossen’ of dat het gas dat zij bevatten wordt geïoniseerd. (EE)
Meer informatie:
Swarm of Hydrogen Clouds Flying Away From Center of Our Galaxy

   
10 januari 2018 • Twee meteorieten bevatten materiaal van een waterrijke wereld
In twee meteorieten die in 1998 afzonderlijk van elkaar op aarde zijn neergeploft zijn zoutkristallen aangetroffen die (microscopisch kleine) sporen van zowel vloeibaar water als aminozuren – complexe organische verbindingen – bevatten. Uit een nauwkeurige analyse van de aminozuren wordt afgeleid dat de zoutkristallen materiaal van twee verschillende hemellichamen bevatten (Science Advances, 19 januari). In hun in Science Advances verschenen onderzoeksverslag stelt een team van wetenschappers dat de zoutkristallen afkomstig zijn van een ijsachtig hemellichaam waar zich ijs- of watervulkanisme heeft afgespeeld. Het zou daarbij kunnen gaan om de dwergplaneet Ceres. Op het oppervlak van dat hemellichaam zou zich zout hebben afgezet, dat bij grote vulkanische uitbarstingen deels de ruimte in werd geblazen. Vervolgens zouden deze zoutkristallen op het oppervlak van een kleinere planetoïde (mogelijk Hebe) zijn beland. Hierdoor zouden ze uiteindelijk in gesteente zijn terechtgekomen dat een andere samenstelling had dan dat van hun eigenlijke moederlichaam. Dit ingewikkelde scenario is nodig om te verklaren waarom de aminozuur-samenstelling van de zoutkristallen zo sterk afwijkt van die van de rest van de meteorieten waarin ze zijn aangetroffen. Volgens de onderzoekers wijst dat er sterk op dat er vermenging van materiaal van twee verschillende planetoïden heeft plaatsgevonden. (EE)
Meer informatie:
Ingredients for Life Revealed in Meteorites That Fell to Earth

   
10 januari 2018 • De allereerste sterrenstelsels in het heelal draaiden net zoals de Melkweg
Een internationaal team van astronomen (uit onder meer Cambridge en Leiden) heeft ontdekt dat de vroegste sterrenstelsels in het heelal op een draaikolk lijken, vergelijkbaar met ons eigen sterrenstelsel, de Melkweg. Het team, onder leiding van de Nederlandse astronoom Renske Smit (Cambridge, VK), heeft voor het eerst met een millimetertelescoop twee stervormende sterrenstelsels geïdentificeerd van bijna 13 miljard jaar geleden. Smit presenteerde het resultaat, dat is gepubliceerd in Nature, tijdens een persconferentie op de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Washington D.C. (VS). Het licht van zulke verre objecten doet er lang over om ons te bereiken. Door objecten waar te nemen die miljarden lichtjaren ver weg staan, kijken astronomen terug in de tijd en zien ze de vorming van de allereerste sterrenstelsels. Omdat het jonge heelal vol zit met ondoorzichtig waterstof, zijn deze sterrenstelsels buitengewoon moeilijk waar te nemen met optische telescopen. Smit en haar collega’s deden de waarnemingen daarom met de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) in Noord-Chili, die op millimeter-golflengten opereert. Ze namen twee kleine ‘pasgeboren’ sterrenstelsels waar, zoals die eruitzagen toen het heelal nog maar 800 miljoen jaar oud was. Uit de analyse van de spectra konden ze de afstand tot de stelsels afleiden, maar ze zagen ook – voor het eerst – de interne beweging van het gas dat voor de sterrenaanwas in de stelsels zorgt. Het gas in deze jonge sterrenstelsels zwiert en slingert in een draaikolkbeweging om het centrum heen, vergelijkbaar met de spiraalbeweging van de Melkweg en andere meer volwassen stelsels in een veel latere periode van het heelal. De sterrenstelsels zijn vijf keer zo klein als de Melkweg, maar produceren in een veel hoger tempo sterren dan andere vroege stelsels. De onderzoekers waren echter verbaasd dat de sterrenstelsels niet chaotischer waren. Renske Smit, die met een Rubicon-beurs van NWO haar onderzoek doet aan de Universiteit van Cambridge, licht toe: ‘In het jonge heelal stroomt gas als gevolg van de zwaartekracht snel de stelsels in die vervolgens een heleboel nieuwe sterren gaan produceren. Ook heftige supernova-explosies veroorzaken turbulentie in het gas. We verwachtten dat de jonge sterrenstelsels rommelig en chaotisch zouden zijn door deze explosies, maar de ministelsels blijken juist goed in staat om de orde te bewaren. Hoewel ze veel jonger zijn dan de Melkweg groeien ze blijkbaar snel uit tot de ‘volwassen’ stelsels zoals wij die nu kennen.’
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
10 januari 2018 • Geheimzinnige extragalactische radioflitsen afkomstig van exotische bron
Een internationaal team met astronomen van onder meer de Universiteit van Amsterdam en ASTRON heeft ontdekt dat de bron van de repeterende radioflits FRB121102 zich in een opvallend extreme omgeving bevindt. Zij suggereren dat de flitsen afkomstig zijn uit de onmiddellijke nabijheid van een zwaar zwart gat of uit een zeer energierijke nevel. De bron is waarschijnlijk een neutronenster. Het team heeft zijn bevindingen vandaag gepresenteerd tijdens een persconferentie op de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Washington, D.C. en gepubliceerd in Nature. Een jaar geleden rapporteerden de astronomen dat de repeterende snelle radioflits FRB121102 zich bevindt in een stervormingsgebied in een dwergsterrenstelsel op een afstand van zo’n 3 miljard lichtjaar van de aarde. Uit een nieuwe analyse van waarnemingen met de Arecibo-radiotelescoop in Puerto Rico en de Green Bank Telescope in West Virginia (VS) blijkt nu dat het licht van de radioflitsen sterk is gepolariseerd (dat wil zeggen dat het een voorkeursoriëntatie heeft), en dat het is ‘gedraaid’ als gevolg van een sterk magneetveld in een dicht plasma. Dit laatste wordt het Faraday-effect genoemd. Hoe sterker het magnetisch veld, des te groter de draaiing. Zo’n extreme draaiing van radiogolven (500 keer groter dan ooit bij een andere FRB-bron is gezien) is tot nu toe alleen waargenomen in de omgeving van een superzwaar zwart gat, zoals dat in het centrum van onze Melkweg. De astronomen houden rekening met een tweede scenario: de draaiing kan ook worden verklaard wanneer de bron zich bevindt in een energierijke nevel of supernovarest. FRB121102 is een zogeheten snelle radioflits (Fast Radio Burst), een recent ontdekte nieuwe klasse van transients, astrofysische verschijnselen van korte duur, afkomstig uit de extragalactische ruimte. Hun ware aard is nog steeds een raadsel. FRB121102 is de enige bekende repeterende radioflits en dit roept de vraag op of zijn herkomst anders is dan die van niet-repeterende radioflitsen.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
10 januari 2018 • Kleine Franse satelliet zal ster Bèta Pictoris in de gaten houden
In de vroege ochtend van vrijdag 12 januari wordt de kleine Franse satelliet PicSAT in een baan om de aarde gebracht: PicSAT. Deze zogeheten nanosatelliet, die met een bescheiden 5-centimeter telescoop is uitgerust, zal maar naar één ster kijken: Bèta Pictoris. Bèta Pictoris is een jonge, heldere ster op een afstand van 63 lichtjaar. Hij is omgeven door een dichte schijf van gas, stof en puin waaruit planeten kunnen ontstaan. Er heeft zich al minstens één volgroeide reuzenplaneet gevormd, die op een afstand van 1,5 miljard kilometer om de ster draait. Vanaf de aarde gezien zou deze exoplaneet, Bèta Pictoris b, tussen nu en komende zomer wel eens voor zijn ster langs kunnen schuiven. Door deze planeetovergang, die zich om de 18 jaar herhaalt, waar te nemen, hopen astronomen de exacte grootte van de planeet en de omvang en samenstelling van zijn atmosfeer te kunnen bepalen. Naar verwachting zal de planeetovergang – als die al waarneembaar is – slechts enkele uren duren. Omdat het precieze moment van overgang niet bekend is, moet de ster dus voortdurend in de gaten worden gehouden. Dat kan alleen vanuit de ruimte, waar de waarnemingen niet door daglicht of bewolking worden gehinderd. PicSAT, ongeveer zo groot als een melkpak en slechts 3,5 kilo zwaar, zal samen met een stuk of dertig andere kleine satellieten worden gelanceerd met een Indiase draagraket. Zijn onderzoeksmissie zal een jaar gaan duren. Zodra het begin van een planeetovergang te zien is, zal ook de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht op de ster worden gericht. (EE)
Meer informatie:
A French Nano Satellite to Unveil the Mysteries of Beta Pictoris (pdf

   
9 januari 2018 • Planetenstelsels bij andere sterren vertonen opmerkelijke regelmaat
In ons eigen zonnestelsel hebben de planeten nogal uiteenlopende afmetingen, en zijn ook hun afstanden tot de zon niet gelijkmatig verdeeld. Dat blijkt bij exoplaneten (planeten bij andere sterren) vaak heel anders te zijn. Waarnemingen van de ruimtetelescoop Kepler en van de Keck-telescoop op Hawaii laten zien dat planeten bij andere sterren vaak van vergelijkbare grootte zijn en dat hun banen meestal ook heel regelmatig zijn verdeeld. Deze conclusies zijn gebaseerd op een analyse van waarnemingen aan de planetenstelsels van 355 sterren, die samen 909 planeten bevatten. Als een planeet relatief klein is, zijn de naburige planeten ook klein; is een planeet verhoudingsgewijs groot, dan zijn de andere planeten in hetzelfde stelsel óók groot. Bovendien zijn de banen van de verschillende planeten in één stelsel meestal ook heel regelmatig gespatieerd. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in The Astronomical Journal. Een goede verklaring is nog niet gevonden. Mogelijk is ons eigen zonnestelsel een uitzondering, ontstaan door de verstorende zwaartekrachtsinvloed van de reuzenplaneten Jupiter en Saturnus. Toekomstige waarnemingen moeten uitwijzen of de onderzochte planetenstelsels wel of geen Jupiter-achtige reuzenplaneten op grote afstand van de ster bevatten. (GS)
Meer informatie:
Planets around Other Stars are like Peas in a Pod (origineel persbericht)

   
9 januari 2018 • Nieuwe resultaten Sloan-survey
Tijdens de 231ste bijeenkomst van de American Astronomical Society in National Harbor (Maryland) zijn nieuwe resultaten gepresenteerd van de vierde Sloan Digital Sky Survey (SDSS-IV). De Sloan-survey gebruikt telescopen in New Mexico en Chili om spectroscopische waarnemingen te verrichten aan vele honderdduizenden sterren en sterrenstelsels, verspreid over de gehele hemel. Zo zijn bijvoorbeeld gedetailleerde spectra verkregen van Cepheïden - veranderlijke sterren die een belangrijke rol spelen bij afstandsbepalingen in het heelal. Door spectra vast te leggen op verschillende momenten tijdens de helderheidswisseling van deze sterren, is meer inzicht verkregen in de samenstelling van deze sterren, en de variaties die daarin optreden. Door gebruik te maken van die nieuwe informatie kunnen de sterren in de toekomst naar verwachting beter 'geijkt' worden als afstandsindicatoren. Met SDSS-IV is ook de samenstelling onderzocht van sterren waarbij ruimtetelescoop Kepler planetenstelsels heeft gevonden. Uit de metingen blijkt dat planeten in kleine banen (met omlooptijden van minder dan ca. 8 dagen) vooral voorkomen rond sterren die verhoudingsgewijs weinig zware elementen bevatten. Mogelijk is er sprake van twee verschillende scenario's voor het ontstaan van planeten, afhankelijk van de samenstelling van de oorspronkelijke gas- en stofwolk waaruit de moederster ontstaat. De Sloan-survey heeft ook de massa's bepaald van honderden superzware zwarte gaten in de kernen van zeer ver verwijderde sterrenstelsels, door gedetailleerde spectroscopische waarnemingen van het licht dat afkomstig is uit de directe omgeving van die zwarte gaten. Ook is ontdekt dat het vormingsproces van nieuwe sterren in sommige kleine (en veel dichterbij gelegen) dwergsterrenstelsels tot stilstand kan komen door de invloed van een zwaar zwart gat in zo'n dwergstelsel: door de energierijke straling die afkomstig is uit de directe omgeving van het zwarte gat wordt het aanwezige interstellaire gas in het dwergstelsel verhit en naar buiten geblazen, waardoor het niet langer beschikbaar is voor de vorming van nieuwe sterren. (GS)
Meer informatie:
Persbericht over het Cepheïden-onderzoek

   
9 januari 2018 • Eerste resultaten PEPSI gepubliceerd
In drie artikelen in het vakblad Astronomy & Astrophysics zijn de eerste resultaten gepubliceerd van het PEPSI-instrument op de Large Binocular Telescope op Mount Graham in Arizona. PEPSI staat voor Potsdam Echelle Polarimetric and Spectroscopic Instrument; het is een zeer gevoelige spectrograaf die het licht van een ster 'uiteenrafelt' in de verschillende golflengten en op die manier informatie oplevert over o.a. de samenstelling van de lichtbron. Met PEPSI is een nieuwe 'atlas' geproduceerd van het spectrum van onze eigen zon. Door dat spectrum 300 maal per dag op te meten, was het ook mogelijk om de periodieke trilling van het oppervlak van de zon (met een periode van 5 minuten) vast te leggen. Ook van 48 'benchmark'-sterren is een gedetailleerd spectrum opgemeten en gepubliceerd. Deze sterren worden door astronomen gebruikt als 'toetssteen' om metingen aan andere sterren mee te vergelijken. Het derde artikel beschrijft het spectrum van de ster Kepler-444, waarbij vijf aarde-achtige planeten zijn ontdekt. De metingen bevestigen dat de ster 10,5 miljard jaar oud is, en relatief weinig zware elementen bevat. De Large Binocular Telescope (LBT) is een van de grootste telescopen ter wereld, met twee spiegels van 8,4 meter in middellijn, die samenwerken als één virtuele reuzentelescoop. (GS)
Meer informatie:
First PEPSI data release (origineel persbericht)

   
9 januari 2018 • Eerste segmenten van hoofdspiegel ELT met succes gegoten
De eerste zes zeshoekige segmenten voor de hoofdspiegel van ESO’s Extremely Large Telescope (ELT) zijn met succes door het Duitse bedrijf SCHOTT in hun fabriek in Mainz gegoten. Deze segmenten zullen deel uitmaken van de 39-meter hoofdspiegel van de ELT, die uiteindelijk uit 798 segmenten zal bestaan. Met een middellijn van 39 meter zal de hoofdspiegel van de Extremely Large Telescope van ESO veruit de grootste zijn die ooit voor een optische/infraroodtelescoop is gemaakt. Zo’n kolos is veel te groot om uit één stuk glas te worden gemaakt. Daarom zal hij bestaan uit 798 afzonderlijke zeshoekige segmenten die elk 1,4 meter breed zijn en ongeveer vijf centimeter dik. Deze segmenten zullen samenwerken als één enorme spiegel die tientallen miljoenen keren zoveel licht kan verzamelen als het menselijk oog. Net als de secundaire spiegel van de telescoop zijn de segmenten van de hoofdspiegel van de ELT gemaakt van Zerodur, keramisch materiaal van de firma SCHOTT, dat een lage uitzettingscoëfficiënt heeft. ESO heeft dit Duitse bedrijf de contracten gegund voor de fabricage van de eerste vier ELT-spiegels. De eerste segmenten die nu zijn gegoten zijn van belang omdat ze de ingenieurs van SCHOTT in staat stellen om het productieproces en de bijbehorende gereedschappen en procedures te valideren en te optimaliseren. Het gieten van de eerste zes segmenten is een belangrijke mijlpaal, maar er is nog een lange weg te gaan. In totaal moeten er meer dan 900 segmenten worden gegoten en gepolijst (798 voor de hoofdspiegel zelf, plus een reserveset van 133). Zodra de fabriek op volle toeren draait, zal ongeveer één segment per dag worden geproduceerd. Na het gieten zullen de spiegelsegmenten een langzame afkoel- en warmtebehandelingsprocedure doorlopen, in de juiste vorm worden geslepen en vervolgens tot op 15 nanometer nauwkeurig worden gepolijst. Het slijpen en polijsten zal worden gedaan door het Franse bedrijf Safran Reosc, dat ook verantwoordelijk zal zijn voor aanvullende tests.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
4 januari 2018 • Veel meer sterren met overgewicht dan verwacht
Een enorm stervormingsgebied in een buursterrenstelsel van de Melkweg bevat veel meer zware sterren dan voor mogelijk werd gehouden. Dat blijkt uit onderzoek van een internationaal team van astronomen onder wie Alex de Koter en Selma de Mink van de Universiteit van Amsterdam. De astronomen publiceren hun resultaten in het tijdschrift Science. De studie presenteert de nauwkeurige metingen aan bijna driehonderd zware sterren in het beroemde stervormingsgebied 30 Doradus, ook bekend als de Tarantulanevel. Het gebied bevindt zich in ons buursterrenstelsel de Grote Magelhaense Wolk op zo’n 180.000 lichtjaar van ons vandaan. In de nevel vond de afgelopen miljoenen jaren een ‘geboortegolf’ plaats. De plek helpt sterrenkundigen bij het doen van uitspraken over het ontstaan van het heelal. Alex de Koter (UvA): ‘We hebben acht jaar gewerkt om dit recordaantal sterren van boven de vijftien zonsmassa’s te onderzoeken. Uniek is dat we van elke ster afzonderlijk de massa hebben bepaald. Andere onderzoekers kijken vaak naar het gezamenlijke licht van alle zware sterren. Dat is een indirecte en daardoor minder betrouwbare manier.’ De astronomen concluderen dat het gebied dertig procent meer zware sterren bevat dan de veelgebruikte wet van Salpeter uit 1955 voorspelt. Dat is belangrijk, want zware sterren mogen dan maar kort leven, ze eindigen wel na een spectaculaire supernova-explosie als neutronenster of zwarte gat. Daarmee hebben ze veel invloed op hun wijde omgeving. Selma de Mink (UvA): ‘Dit onderzoek verandert hoe we over de eindstadia van zware sterren denken. Want als je de resultaten doortrekt, zijn er wellicht 70 procent meer supernova’s dan gedacht en worden er 180 procent meer zwarte gaten gevormd.’ De onderzoekers willen in de toekomst nagaan of hun bevindingen ook gelden voor andere stervormingsgebieden. Daarnaast willen ze bepalen wat de consequenties zijn voor de theorieën over de vorming van structuur in het heelal en voor het verwachte aantal verschijnselen waarvan zwaartekrachtgolven kunnen worden opgevangen.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
3 januari 2018 • Stof lijkt belangrijkste oorzaak van raadselachtig gedrag van ‘Tabby’s ster’
De mysterieuze helderheidsvariaties van de ster KIC 8462852 worden waarschijnlijk veroorzaakt door stof rond de ster. Tot die conclusie komt een team van meer dan 200 onderzoekers op basis van waarnemingen die zijn gedaan met telescopen van het Las Cumbres-netwerk. De resultaten van deze waarnemingen zijn vandaag gepubliceerd in The Astrophysical Journal Letters. KIC 8462852, ook wel ‘Tabby’s ster’ genoemd, is in bijna alle opzichten een normale ster die anderhalf keer zo groot is als de zon en 1000 graden heter. De ster, die ongeveer 1000 lichtjaar van ons verwijderd is, valt op door zijn onregelmatige, asymmetrische helderheidsvariaties, die met de ruimtetelescoop Kepler werden ontdekt. Deze helderheidsvariaties wijzen erop dat er af en toe materiaal voor de ster langs beweegt, maar dat kan geen om de ster cirkelende planeet zijn. Dat bracht sommige astronomen op het idee dat er wel eens sprake zou kunnen zijn van een kolossale kunstmatige structuur, die door een buitenaardse beschaving zou zijn geconstrueerd. De resultaten van waarnemingen met de ruimtetelescopen Swift en Spitzer die in oktober 2017 in The Astrophysical Journal zijn gepubliceerd, lieten al zien dat de mate waarin het licht van de ster verzwakt op ultraviolette en infrarode golflengten verschilt van de helderheidsdips in zichtbaar licht. Dat wijst erop dat de verzwakking wordt veroorzaakt door microscopisch kleine stofdeeltjes. Zulke deeltjes verstrooien licht van verschillende golflengten op een verschillende wijze. Met geld dat met een crowdfundingcampagne is verzameld is de ster ook uitgebreid waargenomen met een wereldwijd netwerk van ‘normale’ telescopen. Ook die waarnemingen hebben nu laten zien dat KIC 8462852 op de ene golflengte meer verzwakt dan op de andere. Dat bevestigt nog eens dat de helderheidsdips niet worden veroorzaakt door een massief object, zoals een megastructuur of een planeet. Wat dan wel de exacte oorzaak van het merkwaardige helderheidsgedrag van de ster is, blijft onduidelijk. De meest voor de hand liggende verklaring is dat de ster omgeven is door een zwerm van uiteenvallende kometen of een gordel van planetair puin. Sommige astronomen menen echter dat het simpelweg de ster zelf is die af en toe zwakker wordt. (EE)
Meer informatie:
Alien Megastructure Not the Cause of Dimming of the ‘Most Mysterious Star in the Universe’

   
1 januari 2018 • Stervorming stopt sneller in sterrenstelsels met zwaardere zwarte gaten
Hoe zwaarder het zwarte gat in de kern van een sterrenstelsel is, des te eerder komt de vorming van nieuwe sterren in het stelsel tot stilstand. Dat blijkt uit nieuw onderzoek met o.a. de Hobby Eberly Telescope in Texas, waarvan de resultaten vandaag gepubliceerd zijn in Nature. Vrijwel alle sterrenstelsels hebben een superzwaar zwart gat in de kern. Al lange tijd wordt vermoed dat zo'n centraal zwart gat een grote invloed heeft op de stervormingsgeschiedenis van het stelsel: de energie die afkomstig is uit de directe omgeving van het zwarte gat verhit het interstellaire gas in het stelsel, waardoor de vorming van nieuwe sterren wordt bemoeilijkt of zelfs vrijwel geheel tot stilstand komt. In het nieuwe onderzoek zijn de massa's van centrale zwarte gaten in een groot aantal sterrenstelsels afgeleid uit de snelheidsverdeling van sterren in het centrale deel van de stelsels. De stervormingsgeschiedenis is afgeleid uit gedetailleerde spectroscopische waarnemingen. Er bleek een duidelijk verband te bestaan tussen de massa van de zwarte gaten en de snelheid waarmee het stervormingsproces in het betreffende stelsel tot stilstand is gekomen. Hoe het terugkoppelingsmechanisme precies in zijn werk gaat is overigens nog niet duidelijk. (GS)
Meer informatie:
Supermassive black holes control star formation in large galaxies (origineel persbericht)

   
22 december 2017 • Zonnestelsel mogelijk ontstaan uit de ‘gasbel’ rond een hete reuzenster
Volgens astronomen van de universiteit van Chicago zou ons zonnestelsel wel eens kunnen zijn ontstaan in de naaste omgeving van een zogeheten Wolf-Rayet-ster. Sterren van dit type hebben 40 tot 50 keer zoveel massa als de zon, zijn zeer heet en stoten allerlei zware elementen uit. Dat laatste zou het hoge aluminiumgehalte van meteorieten kunnen verklaren (Astrophysical Journal, 22 december). Volgens de meest gangbare theorie is ons zonnestelsel 4,6 miljard jaar geleden ontstaan in een omgeving waar kort daarvoor een supernova-explosie had plaatsgevonden. Het probleem met dit scenario is dat bij zo’n sterexplosie doorgaans zowel veel ijzer als aluminium vrijkomt. Onderzoek wijst er echter op dat meteorieten (ruimtestenen) die op aarde zijn gevonden in vergelijking met de rest van ons Melkwegstelsel een tekort aan ijzer en een teveel aan aluminium bevatten. Vandaar dat de astronomen naar andere mogelijkheden zijn gaan zoeken. En dat bracht hen op het spoor van de Wolf-Rayet-sterren, die veel aluminium uitstoten, maar geen ijzer. De allerzwaarste sterren van dit type ondergaan uiteindelijk ook geen supernova-explosie, maar storten rechtstreeks ineen tot een zwart gat. Ook in dat stadium produceren ze dus niet per se heel veel ijzer. De sterrenwind die een Wolf-Rayet-ster gedurende zijn bestaan uitstoot, baant zich een weg door het interstellaire gas in de omgeving. Daarbij vormt zich een schil van dicht, bijeengeveegd gas en stof waaruit gemakkelijk nieuwe sterren kunnen ontstaan. De onderzoekers schatten dat 1 tot 16 procent van alle zonachtige sterren in een omgeving als deze zijn gevormd. (EE)
Meer informatie:
Scientists describe how solar system could have formed in bubble around giant star

   
22 december 2017 • Zon beïnvloedt kleur en helderheid van verre planeet Uranus
Britse wetenschappers hebben ontdekt dat onze zon van invloed is op de kleur en helderheid van de bijna 3 miljard kilometer verre planeet Uranus. Eerder hadden dezelfde onderzoekers al een vergelijkbaar effect waargenomen bij de planeet Neptunus. De onderzoekers hebben vastgesteld dat de helderheid van Uranus – rekening houdend met lange seizoenen op de planeet zelf – met een periode van 11 jaar op en neergaat. Dat komt overeen met de duur van de activiteitscyclus van de zon. De oorzaak van deze helderheidsveranderingen wordt gezocht bij processen in de atmosfeer, waarin (ijs)wolken de boventoon voeren. Het lijkt erop dat er twee factoren in het spel zijn. Op de eerste plaats reageren chemische processen in de atmosfeer op de wisselende activiteit van de ultraviolette straling van de zon, die bepalend is voor de kleur van de deeltjes die in de dampkring van Uranus rondzweven. Daarnaast is er nog de invloed van energierijke deeltjes die afkomstig zijn van buiten ons zonnestelsel – de galactische kosmische straling. De zon heeft een magnetisch veld dat de bulk van deze kosmische deeltjes doorgaans om het planetenstelsel heen leidt. In tijden van geringe zonneactiviteit verzwakt dat natuurlijke ‘scherm’ echter, waardoor er meer kosmische straling doorheen glipt.De resultaten van dit onderzoek zijn op 18 december gepubliceerd in het tijdschrift Geophysical Research Letters. (EE)
Meer informatie:
Sunlight holds the key to planet’s shine

   
21 december 2017 • ‘Knipogende’ ster lijkt puin van verwoeste planeet te verslinden
De vreemde, onvoorspelbare ‘dips’ in de helderheid van de ster RZ Piscium worden mogelijk veroorzaakt door wolken van gas en stof die om de ster cirkelen. Dat leiden astronomen af uit waarnemingen met onder meer de Keck I-telescoop en de Europese röntgensatelliet XMM-Newton. De stofwolken zouden overblijfselen zijn van een of meer verwoeste planeten (The Astronomical Journal, 21 december). RZ Piscium staat op een afstand van ongeveer 550 lichtjaar in het sterrenbeeld Pisces (Vissen). Zo af en toe neemt zijn helderheid met maximaal een factor 10 af, en zo’n dip kan een paar dagen duren. Opvallend is ook dat de ster veel meer infraroodstraling produceert dan een ster als onze zon. Dat wijst erop dat hij omgeven is door grote hoeveelheden warm stof. Uit deze kenmerken hadden sommige astronomen geconcludeerd dat RZ Piscium een jonge, zonachtige ster is die omringd is door een dichte planetoïdengordel. Anderen meenden juist dat het een oude ster is die bezig is om op te zwellen en daarbij planeten opslokt. Het omringende stof zou in dat geval afkomstig zijn van verwoeste planeten. Nieuwe waarnemingen wijzen erop dat de waarheid in het midden ligt. Meetresultaten van XMM-Newton laten zien dat RZ Piscium behalve veel infraroodstraling ook veel röntgenstraling produceert. Dat bewijst dat het om een jonge ster gaat. Vermoedelijk is hij nog geen 50 miljoen jaar oud. De beste verklaring voor de stofwolken rond RZ Piscium is dat het planeetvormingsproces dat zich in de protoplanetaire schijf rond de ster voltrekt bepaald niet gladjes verloopt. Mogelijk is een pas gevormde reuzenplaneet te dicht in de buurt van de ster terechtgekomen, waardoor deze onder invloed van getijdenkrachten aan flarden wordt getrokken. Een andere mogelijkheid is dat zich een of meer botsingen tussen planeten-in-wording hebben afgespeeld. (EE)
Meer informatie:
New Study Finds ‘Winking’ Star May Be Devouring Wrecked Planets

   
21 december 2017 • Galactische tweedeling is een misvatting
Waarnemingen met optische telescopen leken erop te wijzen dat er twee soorten sterrenstelsels zijn: blauwe stelsels die actief sterren produceren en rode stelsels die op dat vlak ‘uitgeblust’ zijn. Dat zou erop wijzen dat er een proces moet bestaan dat stervormende stelsels in (relatief) korte tijd in rustige stelsels doet veranderen. Maar de vandaag vrijgegeven resultaten van de Herschel ATLAS ontkrachten dat idee: de vermeende galactische tweedeling bestaat niet. De Herschel ATLAS is een survey die is uitgevoerd met de gelijknamige Europese satelliet die tussen 2009 en 2013 waarnemingen heeft gedaan. Deze ruimtetelescoop bekeek het heelal op ver-infrarode golflengten in plaats van in zichtbaar licht. Het verwerken van de vele gegevens heeft vijf jaar geduurd. Uit de Herschel-waarnemingen blijkt dat de evolutie van sterrenstelsels geen abrupt proces is. De meeste stelsels die in de Herschel ATLAS zijn opgenomen – de ‘Green Valley’-stelsels – vallen namelijk tussen blauw en rood in. Daaruit leiden astronomen af dat er sprake is van een glijdende schaal: blauwe stelsels veranderen geleidelijk in rode stelsels. In plaats van twee fundamenteel verschillende klassen van sterrenstelsels – blauwe en rode – bestaat er in feite dus maar één. (EE)
Meer informatie:
A century of galaxy discrimination revealed by giant European astronomy survey

   
20 december 2017 • Terug naar Titan of terug naar komeet 67P?
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft twee finalisten geselecteerd voor een onbemande missie die medio volgend decennium moet worden gelanceerd. De ene kandidaat is een ruimtemissie naar komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko, waarbij een bodemmonster moet worden opgehaald. De andere kandidaat is een soort drone die de grote Saturnusmaan Titan zou gaan verkennen. Beide hemellichamen waren eerder al het doelwit van twee Europese landingsmissies (Rosetta en Huygens). De twee ruimtemissies heten Comet Astrobiology Exploration Sample Return (CAESAR) en Dragonfly (‘libel’). De ontwikkelaars ervan krijgen tot eind 2018 geld om hun concept verder uit te werken. NASA wil in het voorjaar van 2019 beslissen welke van beide ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Het winnende concept zal de vierde zijn in het zogeheten New Frontiers-programma van NASA. Dat zijn ruimtemissies die niet meer dan ongeveer 850 miljoen dollar mogen kosten. Ook de succesvolle Pluto-sonde New Horizons, de Jupitermissie Juno en OSIRIS-REx, die binnenkort een bezoek brengt aan planetoïde Bennu, maken deel uit van dit programma. NASA heeft ook geld uitgetrokken voor de technologische ontwikkeling van een tweetal andere concepten. ELSAH krijgt geld om betaalbare technieken te ontwikkelen om de Saturnusmaan Enceladus op mogelijke sporen van leven te onderzoeken, zonder deze ijsmaan te ‘besmetten’ met aardse organismen. Het VICI-concept moet verder werken aan de ontwikkeling van een mineralogische camera die de verwoestende omstandigheden op de planeet Venus moet kunnen doorstaan. (EE)
Meer informatie:
NASA Invests in Concept Development for Missions to Comet, Saturn Moon Titan

   
20 december 2017 • Superzwaar zwart gat remt ontwikkeling van ver sterrenstelsel
Astronomen hebben de krachtige ‘winden’ onderzocht rond de quasar 3C 298 – de actieve kern van een sterrenstelsel op 9,3 miljard lichtjaar van de aarde. Daarbij is vastgesteld dat zulke winden niet alleen de stervorming in de naaste omgeving van de quasar beïnvloeden, maar de stervorming in het hele sterrenstelsel (Astrophysical Journal, 20 december). De energie die een quasar in de vorm van straling en deeltjeswinden uitstoot, wordt gegenereerd door het superzware zwarte gat dat zich in het centrum bevindt. In het huidige heelal bestaat er een nauw verband tussen de massa van zo’n zwart gat en de massa van het omringende sterrenstelsel. Het nieuwe onderzoek laat zien dat dit voor stelsels in de begintijd van het heelal niet opgaat. Het sterrenstelsel waar 3C 298 deel van uitmaakt is honderd keer ‘lichter’ dan gezien de massa van zijn centrale zwarte gat zou moeten. Dat impliceert dat dit superzware zwarte gat zich al ruim vóór het omringende sterrenstelsel heeft ontwikkeld en de groei daarvan heeft afgeremd. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Shed Light on Formation of Black Holes and Galaxies

   
20 december 2017 • Activiteit zon vertoont sterke afname
Volgens wetenschappers van het Lebedev Physical Institute in Moskou heeft de huidige activiteitscyclus van de zon al zo’n beetje zijn minimum bereikt. Als dat inderdaad zo is, is dat ruim anderhalf jaar eerder dan verwacht. Staat een nieuw ‘Dalton-minimum’ voor de deur? De activiteit van de zon is sinds september sterk afgenomen. In oktober en november werden zonnevlekgetallen (een belangrijke maat voor de zonneactiviteit) van respectievelijk 13 en 5,7 gemeld. Deze waarden blijven duidelijk achter bij de verwachtingen voor de huidige cyclus, die boven de 20 lagen. De waarde van november was de laagste sinds augustus 2009. De plotselinge afname van het aantal zonnevlekken kan erop wijzen dat het volgende zonneminimum op het punt van beginnen staat. In dat geval heeft de huidige cyclus, die in december 2008 is begonnen, maar krap tien jaar geduurd. De gemiddelde duur is elf jaar. Het is vaker voorgekomen dat de perioden tussen opeenvolgende zonneminima korter duurden dan elf jaar – zelfs cycli van slechts negen jaar kwamen voor. Voor het laatst gebeurde dat tussen 1790 en 1830. Die periode van langdurig geringe zonneactiviteit, die (al dan niet toevallig) gepaard ging met lagere temperaturen op aarde, wordt wel het Dalton-minimum genoemd. (EE)
Meer informatie:
Solar activity cycle falls to the bottom 1.5 years earlier than expected