1 september 2010 • Waterdamp gevonden in de atmosfeer van een koolstofster
Astronomen hebben waterdamp waargenomen in de atmosfeer van de grote rode koolstofster CW Leonis. De ster, in het sterrenbeeld Leeuw, is een paar honderd keer zo groot als de zon, en is op infrarode golflengten de helderste aan de hemel. Tot nu toe werd de vorming van waterdamp in de atmosfeer van zo'n ster voor onmogelijk gehouden: zuurstofatomen zouden zich met de alomtegenwoordige koolstofatomen verbinden tot koolmonoxide-moleculen (CO), waardoor zich geen waterdamp (H2O) zou kunnen vormen. Onder invloed van energierijke ultraviolette straling blijkt de vorming van waterdamp nu toch mogelijk te zijn. De vondst is gedaan met de Europese ruimtetelescoop Herschel door een team astronomen onder leiding van Leen Decin (Universiteit van Amsterdam en Universiteit Leuven). De resultaten worden op 2 september gepubliceerd in Nature .
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 september 2010 • ESO fotografeert 'superwind-sterrenstelsel'
De Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) heeft een foto gepubliceerd van het 'superwind-sterrenstelsel' NGC 4666, die gemaakt is met de Wide Field Imager op de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop op de La Silla-sterrenwacht in Noord-Chili. NGC 4666 staat op 80 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Maagd. Het is een zogeheten 'starburst-stelsel', waarin een enorme geboortegolf van nieuwe sterren heeft plaatsgevonden. In de kern van het stelsel bevinden zich daardoor veel extreem hete, heldere sterren, en vinden bovendien veel energierijke supernova-explosies plaats. De sterrenwinden van de reuzensterren en de supernova's blazen gezamelijk grote hoeveelheden ijl maar zeer heet gas de ruimte in: de zogeheten 'superwind' van het stelsel. Het hete gas is alleen met röntgentelescopen te zien.
Meer informatie:
The Superwind Galaxy NGC 4666 (origineel persbericht)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 augustus 2010 • Nederlandse juf speelt hoofdrol in Amerikaanse strip
Het verhaal van de ontdekking van de mysterieuze groene gaswolk, die is ontdekt door lerares Hanny van Arkel en internationaal bekend staat als 'Hanny's Voorwerp', is vereeuwigd in een Amerikaans stripboek. Hanny van Arkel en het team van wetenschappers, onder wie een aantal medewerkers van ASTRON, zijn als stripfiguren vereeuwigd in het onwaarschijnlijke, maar waargebeurde verhaal "Hanny and the mystery of the Voorwerp". De strip, die zowel op internet als in boekvorm zal verschijnen, wordt vrijdag 3 september in Atlanta (VS) officieel gepresenteerd tijdens 's werelds grootste science fictionbijeenkomst, 'DragonCon'. Hanny van Arkel zal deze wereldpremière bijwonen door middel van een live verbinding via internet.
Het object, dat zo'n 700 miljoen lichtjaar van de aarde afstaat, werd in 2007 ontdekt door Hanny van Arkel, toen zij als vrijwilliger sterrenstelsels categoriseerde op de website van het Galaxy Zoo project. Zelf was ze nauwelijks amateur-sterrenkundige; ze had Galaxy Zoo, een online astronomieproject, gevonden via Queen's gitarist en afgestudeerd astrofysicus Brian May.
Nadat ze de mysterieuze groene gaswolk, Hanny's Voorwerp genoemd, onder de aandacht had gebracht bij professionele astronomen, volgde een serie van onderzoeken met onder andere de Westerbork telescoop van ASTRON. Hierna kreeg het team zelfs toestemming om het Voorwerp te bekijken met de Hubble Space Telescope. Met steun van NASA en het Space Telescope Science Institute is uiteindelijk de strip geboren, om de hele wereld te laten zien wat ze hebben geleerd.
Hanny van Arkel: "Het team heeft mij nauw betrokken bij de ontwikkeling van de strip en ik ben zeer tevreden over het resultaat. Het legt op een begrijpelijke manier uit wat ik heb ontdekt en het is erg mooi geworden."
De tekst van de strip is geschreven door Mike Beatini, Pamela Gay, Bill Keel, Kelly McCullough, Mike Schoenberg en Jason en Jodi Thibeault. De tekeningen zijn van Elea Braasch en Chris Spangler.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig) (origineel persbericht)
Hanny's Voorwerp
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 augustus 2010 • Exoplaneet blijkt warmer en stoffiger dan gedacht
Een gasvormige reuzenplaneet bij een ster op 130 lichtjaar afstand is 400 graden warmer dan sterrenkundigen hadden verwacht. Dat blijkt uit spectroscopische metingen aan de planeet, verricht met de 10-meter Keck II-telescoop op Hawaii. Een mogelijke verklaring is dat de dampkring van de planeet veel meer wolken en absorberende stofdeeltjes bevat.
Exoplaneet HR 8799b is zeven keer zo zwaar (maar ongeveer even groot) als Jupiter. Samen met twee andere planeten die een baan rond dezelfde ster beschrijven (in het sterrenbeeld Pegasus) werd hij in 2008 daadwerkelijk in beeld gebracht, eveneens met de Keck-telescoop. De meeste exoplaneten die tot nu toe zijn ontdekt zijn nooit echt 'gezien'; hun bestaan wordt indirect afgeleid uit schommelingen of helderheidsvariaties van de moederster.
Omdat HR 8799b wél echt gefotografeerd is, konden sterrenkundigen ook het spectrum van de planeet vastleggen en bestuderen. Op die manier werd ontdekt dat de dampkring van de reuzenplaneet - anders dan door modellen was voorspeld - vrijwel geen methaangas bevat. Dat doet vermoeden dat de temperatuur van de dampkring geen 500 graden bedraagt, maar minstens 900 graden.
De waarnemingen kunnen wat beter verklaard worden wanneer wordt aangenomen dat de planeetdampkring veel stof bevat, aldus de onderzoekers in een artikel dat later dit jaar gepubliceerd zal worden in Astrophysical Journal Letters .
Meer informatie:
Spectrum of Young Exoplanet Yields Surprising Results (origineel persbericht)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 augustus 2010 • Historische NASA-beelden te zien op foto-site Flickr
De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft een deel van zijn historisch foto-archief op de interactieve website Flickr Commons geplaatst. De foto's waren al langer toegankelijk voor publiek op NASA's eigen website, maar via Flickr Commons krijgen bezoekers nu de gelegenheid om er korte beschrijvingen ('tags') en ander commentaar bij te plaatsen. Daardoor zijn specifieke foto's in de NASA-archieven in de toekomst gemakkelijker terug te vinden.
Meer informatie:
NASA, Internet Archive And Flickr Launch Historic Image Collection (origineel persbericht)
NASA-foto's op Flickr Commons
NASA-beeldarchief
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
27 augustus 2010 • Langgerekte krater op Mars
De Europese ruimtesonde Mars Express heeft gedetailleerde foto's gemaakt van Orcus Patera, een mysterieuze langgerekte krater op Mars. De krater meet 380 bij 140 kilometer en bevindt zich tussen de vullkanen Elysium Mons en Olympus Mons. Over de oorsprong van de uitgerekte krater is weinig met zekerheid bekend. Het zou kunnen gaan om een vulkanische formatie, maar het is ook mogelijk dat Orcus Patera oorspronkelijk een mooie ronde inslagkrater was, die vervolgens is 'uitgerekt' door tektonische krachten in dit actieve deel van de Marskorst.
Meer informatie:
Mars’s mysterious elongated crater (origineel persbericht)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 augustus 2010 • Korte cyclus ontdekt bij grote, hete ster
Sterrenkundigen hebben ontdekt dat de ster HD 49933 een activiteitscyclus vertoont zoals de zon, maar dan veel korter. De activiteitscyclus van de zon duurt ongeveer 11 jaar: tijdens elk maximum zijn er veel meer zonnevlekken en zonnevlammen zichtbaar dan tijdens het minimum. De cyclus van HD 49933, op 100 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Eenhoorn, duurt echter minder dan één jaar, waarschijnlijk doordat de ster aanzienlijk groter en heter is dan de zon. De ontdekking van de cyclus werd gedaan met behulp van de Franse satelliet CoRoT, die stertrillingen opmeet. Het is voor het eerst dat de activiteitscyclus van een ster is ontdekt op basis van deze asteroseismologie-techniek. Onderzoek aan de cycli van andere sterren biedt mogelijk ook een beter inzicht in de cyclus van onze eigen zon. De nieuwe resultaten zijn deze week gepubliceerd in Science .
National Center for Atmospheric Research
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 augustus 2010 • Kepler-satelliet ontdekt interessant planetenstelsel
Kort na de ontdekking van een planetenstelsel met mogelijk zeven planeten, afgelopen dinsdag door Europese sterrenkundigen, komt ook het Amerikaanse Kepler-team met een opzienbarende vondst. Kepler - een NASA-kunstmaan die gericht jacht maakt op exoplaneten met behulp van de overgangsmethode - heeft bij een verre ster in het sterrenbeeld Lier twee Satrunus-achtige planeten ontdekt met omlooptijden van 19 en 38 dagen. Daarnaast zijn aanwijzingen gevonden voor een veel kleinere planeet, ongeveer anderhalf keer zo groot als de aarde, op kleine afstand van de ster, met een omlooptijd van slechts 1,6 dagen. Kepler houdt van 156.000 sterren continu de helderheid in de gaten. Als een ster vergezeld wordt door planeten, en we zien dat stelsel toevallig precies van opzij, zal de planeet elke omloop voor de moederster langsschuiven, die daardoor korte tijd een klein beetje zwakker zal zijn dan normaal. Het bestaan van de nieuw ontdekte planeten, Kepler 9b en 9c geheten, is bevestigd door metingen met telescopen op aarde. Uit die metingen konden ook de massa's van de twee planeten worden berekend: vergelijkbaar met maar iets kleiner dan die van Saturnus. De ontdekking is deze week gepubliceerd in Science .
Meer informatie:
NASA's Kepler Mission Discovers Two Planets Transiting Same Star (origineel persbericht)
Kepler
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 augustus 2010 • Aardse dampkring reageert op zonnecyclus
Amerikaanse onderzoekers hebben ontdekt dat de allerbuitenste, ijle laag van de aardse dampkring sterk reageert op variaties in de extreem-ultraviolette straling van de zon. Tijdens perioden van geringe zonneactiviteit produceert de zon ook weinig van deze zeer energierijke straling. Het buitenste deel van de dampkring, de zeer ijle thermosfeer die zich uitstrekt van 90 tot 500 kilometer hoogte, koelt dan af, en neemt daardoor ook in omvang af. Tijdens het recente langdurige zonneminimum, en vooral in de periode 2007-2009, was dat effect zo sterk dat de thermosfeer verder 'inzakte' dan in de afgelopen halve eeuw ooit eerder het geval is geweest. Dat is goed nieuws voor kunstmanen in een lage baan om de aarde, die daardoor minder wrijving ondervinden en dus minder snel op geringere hoogte terechtkomen. Uit het onderzoek, gepubliceerd in Geophysical Research Letters , blijkt bovendien dat de productie van extreem-ultraviolette straling van de zon grote variaties vertoont: niet elk zonneminimum is gelijk. Onbekend is nog wat de mogelijke indirecte gevolgen zijn voor lager gelegen delen van de aardse dampkring, en mogelijk voor het klimaat.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 augustus 2010 • Herschel-satelliet en Ariane-raket uitgevoerd in zand
Het derde European Sand Sculptures Festival in Noordwijk heeft dit jaar het thema ‘Space Sculptures’. Het Noordwijkse technologiecentrum ESTEC van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA is vertegenwoordigd met de infraroodsatelliet Herschel en de Ariane 5-raket. Eén van de carvers die aan de Herschel-sculptuur werkt eindigde vorig jaar op de tweede plaats. Herschel werd samen met Planck in 2009 gelanceerd met een Ariane 5-raket vanuit Kourou in Frans Guyana. Herschel werd uitvoerig gestest in het technisch onderzoekscentrum ESTEC.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig) (origineel persbericht)
European Sand Sculptures Festival
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 augustus 2010 • Nieuwe zonnetelescoop maakt spatscherpe foto van zonnevlek
Met de onlangs in gebruik genomen 1,6-meter New Solar Telescope op het Big Bear Solar Observatory in Californië zijn de eerste extreem gedetailleerde foto's van zonnevlekken gemaakt. De nieuwe zonnetelescoop maakt gebruik van adaptieve optiek om storende trillingen in het beeld als gevolg van atmosferische turbulentie te compenseren. De foto's werden begin juli 2010 gemaakt. Het zijn de meest gedetailleerde foto's van het oppervlak van de zon die ooit zijn verkregen. De kleinst zichtbare details hebben afmetingen van ongeveer 65 kilometer.
Persbericht New Jersey's Science & Technology Institute
Big Bear Solar Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
25 augustus 2010 • Zonlicht produceert planetoïden-paren
Planetoïden - kleine, rotsachtige objecten die tussen de banen van Mars en Jupiter om de zon heen draaien - kunnen zich 'vermeningvuldigen', en zonlicht staat aan de basis van dat voortplantingsproces. Tot die opzienbarende conclusie komt een internationaal team van astronomen in een artikel dat deze week in Nature verschijnt.
De sterrenkundigen deden onderzoek aan zogeheten planetoïden-paren: twee kleine planetoïden die in vergelijkbare banen rond de zon bewegen. Baanberekeningen wijzen uit dat de twee objecten in zo'n paar zich enkele honderdduizenden jaren geleden heel dicht bij elkaar bevonden. Bovendien is de kleinste van de twee altijd kleiner dan 60% van de middellijn van de grootste. Dat doet vermoeden dat ze ooit een dubbelplanetoïde vormden, zoals er inmiddels vele bekend zijn.
Dubbelplanetoïden ontstaan wanneer een klein object onder invloed van de stralignsdruk van zonlicht steeds sneller om zijn as gaat draaien, en uiteindelijk in twee stukken uiteenvalt. Dat proces treedt alleen op bij planetoïden die kleiner zijn dan een kilometer of tien, en vermoedelijk ook alleen bij planetoïden die een poreuze structuur hebben.
Het nieuwe onderzoek, waarvoor onder andere metingen zijn verricht met een telescoop op de Europese sterrenwacht op La Silla in Chili, maakt duidelijk dat planetoïden geen statische, saaie steenklompen zijn, maar dat ze in de loop van de tijd ingrijpende veranderingen ondergaan.
Meer informatie:
New International Study Shows Some Asteroids Live in Own 'Little Worlds' (origineel persbericht)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 augustus 2010 • Astronomen ontdekken 'overvol' planetenstelsel
Met een gevoelige spectrograaf op de 3,6-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili is een planetenstelsel ontdekt waarin zich maar liefst vijf middelzware planeten bevinden in een gebied dat kleiner is dan de baan van Mars om de zon. Er zijn aanwijzingen voor nóg twee planeten in hetzelfde stelsel, waaronder een kleine, lichte 'aarde-achtige' planeet in een zeer kleine baan.
Exoplaneten - planeten bij andere sterren - verraden hun aanwezigheid doordat ze met hun zwaartekracht kleine schommelingen veroorzaken in de positie van hun moederster. Nauwkeurige metingen met de Europese HARPS-spectrograaf hebben uitgewezen dat er rond de ster HD 10180, op 127 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kleine Waterslang, vijf Neptunus-achtige planeten draaien. De binnenste beweegt in een kleine baan met een omlooptijd van slechts 6 dagen; de buitenste staat 40% verder van zijn moederster dan de aarde van de zon af staat, en heeft een omlooptijd van ca. 600 dagen.
Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een zwaardere, Saturnus-achtige planeet met een omlooptijd van 6 jaar, en een kleine planeet die slechts 40% zwaarder is dan de aarde in een baan op slechts drie miljoen kilometer afstand van de ster. Die aarde-achtige planeet beschrijft één omloop in niet meer dan 1,18 dagen.
Het planetenstelsel van HD 10180 is het 'volste' dat ooit is ontdekt. Eerder werden bij de ster 55 Cancri, in het sterrenbeeld Kreeft, vijf planeten ontdekt. Opmerkelijk is dat het nieuwe stelsel geen echte zware reuzenplaneten lijkt te bevatten. Ook blijken de afmetingen van de banen van de vijf middelzware planeten een wiskundige regelmaat te vertonen - iets soortgelijks is ook het geval met de planeetbanen in ons eigen zonnestelsel.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig) (origineel persbericht)
Persbericht NOVA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 augustus 2010 • Botsende planeten bij nauwe dubbelsterren?
Planeten die een baan beschrijven rond een nauwe dubbelster - twee sterren die op heel kleine onderlinge afstand om elkaar heen bewegen - lopen grote kans om met elkaar in botsing te komen. Dat blijkt uit metingen van de Amerikaanse Spitzer Space Telescope die op 19 augustus gepubliceerd zijn in Astrophysical Journal Letters .
Spitzer mat de infrarode warmtestraling van drie nauwe dubbelstersystemen. Deze zogeheten RS CVn-sterren (genoemd naar het prototype RS Canes Venaticorum, in het sterrenbeeld Jachthonden) bestaan uit twee sterren die op een afstand van hooguit een paar miljoen kilometer om elkaar heen zwieren. De drie nauwe dubbelstersystemen blijken omgeven te worden door grote hoeveelheden warm stof. Dat kan geen stof zijn uit de ontstaansperiode van de sterren: dat zou in de afgelopen paar miljard jaar al lang uit het stelsel zijn weggeblazen. Er moet dus sprake zijn van een continue productie van nieuw stof.
De onderzoekers suggereren dat het stof afkomstig is van onderlinge botsingen van planeetachtige objecten in een baan rond de dubbelsterren. Doordat de twee sterren in de loop van de tijd steeds dichter om elkaar heen gaan cirkelen, ontstaan zwaartekrachtsverstoringen in een eventueel planetenstelsel. Die kunnen leiden tot onderlinge botsingen, waarbij relatief kleine planetoïden of volwaardige planeten compleet verpulverd worden.
Meer informatie:
Pulverized Planet Dust May Lie Around Double Stars (origineel persbericht)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 augustus 2010 • Radio-astronomen wegen planeten met behulp van pulsars
Sterrenkundigen hebben een nieuwe methode beschreven om planeten te wegen. De massa van de planeten in ons eigen zonnestelsel kan afgeleid worden uit de baanbeweging van hun manen, maar die methode is niet extreem nauwkeurig. Precisiemetingen aan de baanbeweging van onbemande ruimtesondes leiden al tot veel nauwkeuriger resultaten. Een internationaal team van radiosterrenkundigen heeft nu echter een nieuwe methode gepubliceerd om planeten te wegen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van waarnemingen aan pulsars - kleine, compacte en snel rondtollende sterren die zeer regelmatig korte pulsjes van radiostraling uitzenden.
Een radiotelescoop die zich precies in het gemeenschappelijk zwaartepunt van het zonnestelsel bevindt, ziet die radiopulsjes heel regelmatig aankomen. De pulsarwaarnemingen moeten dan ook altijd gecorrigeerd worden voor de baanbeweging van de aarde. Maar ook de zon beschrijft een wiebelende beweging rond het gemeenschappelijk zwaartepunt, als gevolg van de aantrekkingskrachten van de verschillende planeten. Daardoor ontstaat een extra variatie in de aankomsttijdstippen van de radiopulsjes. Door die aankomsttijdstippen heel nauwkeurig te meten, in de loop van een groot aantal jaren, zijn al die bewegingen te achterhalen, en kan dus ook de massa van de verschillende planeten worden berekend.
De nieuwe methode bepaalt de totale massa van een planeet, zijn eventuele ringenstelsel, en zijn manen. Momenteel is de pulsarmethode nog niet nauwkeuriger dan de metingen met behulp van ruimtesondes, maar daar kan volgens de astronomen in de toekomst verandering in komen.
Meer informatie:
Weighing the Planets - from Mercury to Saturn (origineel persbericht)
Persbericht CSIRO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 augustus 2010 • Zonnestelsel mogelijk twee miljoen jaar ouder dan gedacht
Het zonnestelsel zou weleens bijna twee miljoen jaar ouder kunnen zijn dan tot nu toe werd aangenomen. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Geoscience, dat zondag is gepubliceerd. De onderzoekers van de Universiteit van Arizona in Tempe baseren zich op een 1,5 kilo zware meteoriet die in 2004 in de Marokkaanse Saharawoestijn is gevonden. Uit metingen aan de relatieve hoeveelheden van verschillende lood-isotopen concluderen de wetenschappers dat het zonnestelsel 4456,82 miljoen jaar oud is. Dat is tussen de 300.000 en 1,9 miljoen jaar ouder dan eerder werd geschat.
De ontdekking betekent ook dat de interstellaire gas- en stofwolk waaruit het zonnestelsel ontstond veel meer ijzer-60 bevatte dan voorheen werd aangenomen. Dat doet vermoeden dat ons zonnestelsel ontstaan is in een sterrenhoop waarin verschillende supernova-explosies plaatsvonden. Bij die explosies werd (o.a.) die ijzer-isotoop de ruimte in geblazen, en ontstonden ook verdichtingen en schokgolven waaruit nieuwe sterren werden geboren.
Nieuwsbericht over de ontdekking (Nature)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 augustus 2010 • Wéér inslag in dampkring Jupiter waargenomen
Opnieuw is er een lichtflits waargenomen in de dampkring van de reuzenplaneet Jupiter, vermoedelijk veroorzaakt door de inslag van een relatief klein kosmisch projectiel. De flits, die ongeveer twee seconden duurde, werd op video vastgelegd in de nacht van 20 op 21 augustus door de Japanse amateurastronoom Masayuki Tachikawa. Later bleek dat Aoki Kazuo op precies hetzelfde tijdstip en op dezelfde plaats ook een korte lichtflits had gefilmd.
In de zomer van 1994 sloegen brokstukken van komeet Shoemaker-Levy 9 in op de reuzenplaneet Jupiter, waarbij grote, donkere 'littekens' in de dampkring ontstonden. In de zomer van 2009 werd een vergelijkbare donkere vlek ontdekt door een Australische amateur-astronoom, waarvan ook wordt aangenomen dat hij door een inslag was veroorzaakt. Diezelfde Australiër, Anthony Wesley, legde op 3 juni jongstleden een lichtflits in de Jupiterdampkring vast, die ook gefilmd werd door de Filippijn Chris Go.
De lichtflitsen van 3 juni en 20 augustus hebben kennelijk geen 'littekens' in de dampkring achtergelaten, en zijn vermoedelijk veroorzaakt door relatief kleine projectielen. Hoe groot een brok ijs of steen moet zijn om zo'n lichtflits te produceren, is echter niet bekend. Nu dergelijke verschijnselen vaker lijken voor te komen dan tot nu toe altijd is gedacht, is het volgens planeetdeskundige Glenn Orton van NASA's Jet Propulsion Laboratory in Pasadena wellicht tijd om een wereldwijd netwerk van 'bewakingscamera's' op Jupiter te richten.
Nieuwsbericht over de Jupiterflits (Sky & Telescope)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 augustus 2010 • De maan krimpt! Maar gelukkig niet veel
De maan wordt steeds kleiner. Dat blijkt uit nieuwe foto's van de Amerikaanse maanverkenner Lunar Reconnaissance Orbiter. In de afgelopen één miljard jaar is de middellijn van de maan met ongeveer tweehonderd meter afgenomen. De oorzaak: het inwendige van de maan koelt nog steeds langzaam af.
Dat de maan een héél klein beetje kleiner wordt, blijkt uit de ontdekking van 'stuwwallen', verdeeld over het maanoppervlak. In totaal zijn er veertien gevonden; de grootste heeft een lengte van een kilometer of tien. Ze zijn vergelijkbaar met de rimpels die ontstaan op het oppervlak van een uitdrogend appeltje.
De maanrimpels zijn geologisch jonge structuren - hooguit een paar honderd miljoen jaar oud, maar misschien zelfs nog véél jonger. Dat zou erop kunnen wijzen dat de maan ook nu nog tektonische activiteit vertoont. De ontdekking wordt deze week beschreven in het weekblad Science.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig) (origineel persbericht)
Lunar Reconnaissance Orbiter
Nieuwsbericht over de ontdekking (space.com)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 augustus 2010 • Zwaartekrachtlens levert informatie over donkere energie
Sterrenkundigen zijn erin geslaagd om meer te weten te komen over de mysterieuze donkere energie in het heelal, door metingen te verrichten aan een zwaartekrachtlens. De nieuwe resultaten, die donderdag gepubliceerd worden in het wetenschappelijke weekblad Science, leveren een 30% nauwkeuriger waarde op voor de zogeheten toestandsvergelijking van de donkere energie. Donkere energie is de weinig zeggende naam voor een mysterieuze 'anti-zwaartekracht' in het heelal, die ervoor zorgt dat de uitdijing van de lege ruimte in de loop van de tijd steeds sneller gaat. Niemand kent de ware aard van deze mysterieuze kracht; de 'toestandsvergelijking' is een maat voor de verhoiuding tussen de druk en de dichtheid van de donkere energie.
Met behulp van de Hubble Space Telescope is de zwaartekrachtlenswerking in kaart gebracht van Abell 1689, een ver verwijderde cluster van sterrenstelsels. De zwaartekracht van de zichtbare en de donkere materie in deze cluster buigt de lichtstralen van sterrenstelsels op de achtergrond af. De afstanden en vluchtsnelheden (als gevolg van de uitdijing van het heelal) van die extreem ver verwijderde achtergrondstelsels zijn nauwkeurig opgemeten met grote telescopen op aarde. Uit die informatie, en uit de waargenomen vervormingen van de verre stelsels door de lenswerking van de cluster, kon niet alleen de materieverdeling in Abell 1689 worden afgeleid, maar ook informatie worden verkregen over de toestandsvergelijking van de donkere energie. Soortgelijke maar preciezere metingen in de toekomst zullen naar verwachting nog veel nauwkeuriger informatie opleveren over de donkere energie, waardoor het uiteindelijk misschien mogelijk is om de ware aard van de 'anti-zwaartekracht' te achterhalen.
Meer informatie:
First Use of Cosmic Lens to Probe Dark Energy (origineel persbericht)
Persbericht Hubble/ESA Information Centre
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 augustus 2010 • Antimaterie-detector vliegt van CERN naar Kennedy Space Center
De kolossale Alpha Magnetic Spectrometer (AMS), een deeltjesdetector die vanaf de buitenzijde van het internationale ruimtestation ISS jacht moet gaan maken op antimaterie en donkere materie in het heelal, wordt op 26 augustus van deeltjeslaboratorium CERN in Genève naar het Kennedy Space Center in Florida gevlogen. Eind februari 2011 moet de AMS gelanceerd worden, aan boord van de allerlaatste spaceshuttlevlucht. De afgelopen maanden is het wetenschappelijke instrument uitvoerig getest bij het Europese ruimtetechnologiecentrum ESTEC in Noordwijk. Ook is de supergeleidende magneet in de detector vervangen door een eerder beproefde permanente magneet. Komende dinsdag wordt de AMS van CERN naar het vliegveld van Genève getransporteerd. De antimaterie-detector is het grootste wetenschappelijke instrument dat ooit 'aan boord' van het internationale ruimtestation is geplaatst. Hij moet tot 2020 in bedrijf blijven.
Meer informatie:
Persbericht CERN (origineel persbericht)
Alpha Magnetic Spectrometer (AMS)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 augustus 2010 • Sterrenstelsel M87 is kosmische supervulkaan
Amerikaanse astronomen hebben ontdekt dat een actief sterrenstelsel in de Virgo-cluster, op 50 miljoen lichtjaar afstand, zich net zo gedraagt als de Eyjafjallajokull-vulkaan op IJsland. Uitbarstingen in de kern van het sterrenstelsel, waar zich een groot zwart gat bevindt, blazen elektrisch geladen deeltjes de ruimte in. Die wolken van geladen deeltjes creëren openingen in het hete gas dat zich tussen de sterrenstelsels in de cluster bevindt, en in hun kielzog zuigen ze koel gas uit de omgeving van het exploderende stelsel mee naar buiten. Op vergelijkbare manier werden tijdens de uitbarsting van de Eyjafjallajokull koele aswolken mee naar buiten gezogen door heet gas dat zich een weg baande door de donkere rookwolken van de vulkaan.
De vulkaanwerking van het actieve sterrenstelsel in de Virgo-cluster (M87 geheten) is ontdekt met behulp van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory, een grote vliegende sterrenwacht voor röntgenstraling. Het 'vulkaan-effect' zuigt zó veel koel gas uit de omgeving van M87 mee naar buiten dat de vorming van nieuwe sterren in het stelsel vrijwel volledig tot stilstand is gekomen. Normaalgesproken zouden uit het koele gas honderden miljoenen nieuwe sterren kunnen zijn ontstaan. De uitbarstingen van het stelsel, waarbij krachtige straalstromen van elektrisch geladen deeltjes de ruimte in schieten, ontstaan in de directe omgeving van het superzware zwarte gat dat zich in de kern van het stelsel bevindt. Kennelijk zijn zulke superzware zwarte gaten van grote invloed op de stervormingsactiviteit van een sterrenstelsel.
Meer informatie:
Galactic Super-Volcano in Action (origineel persbericht)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 augustus 2010 • Verre cluster produceert meeste sterren in dichtbevolkte centrum
Met NASA's infraroodtelescoop Spitzer is ontdekt dat de meeste stervormingsactiviteit lang geleden juist voorkwam in de dichtbevolkte kernen van clusters van sterrenstelsels. Clusters zijn grote verzamelingen van honderden of duizenden sterrenstelsels die door hun onderligne zwaartekracht bijeen worden gehouden. In het centrum van een cluster staan de sterrenstelsels het dichtst bij elkaar. Tegenwoordig zijn die dichtbevolkte centra juist een toonbeeld van rust: ze bevatten grote, elliptische sterrenstelsels waarin nog maar weinig nieuwe sterren ontstaan; de meeste stervormingsactiviteit vindt juist plaats in de dunbevolktere buitengebieden van een cluster. Maar volgens de Spitzer-waarnemingen, die geanalyseerd zijn door astronomen van de Texas A&M Universiy, was dat een slordige tien miljard jaar geleden dus net andersom. In de verre cluster CLG J02182-05102 blijken de meest actieve sterrenstelsels, waarin honderden of zelfs duizenden nieuwe sterren per jaar ontstaan, zich juist in het dichtbevolkte centrum te bevinden. Mogelijk wordt de stervormingsactiviteit 'aangedreven' door onderlinge wisselwerkingen en botsingen van sterrenstelsels. De cluster wordt waargenomen zoals hij er ongeveer vier miljard jaar na de oerknal uitzag - vermoedelijk vlak voordat de grootste geboortegolf van nieuwe sterren op zijn eind loopt. Volgens de onderzoekers, die hun resultaten publiceren in The Astrophycisal Journal , bieden dit soort waarnemingen een unieke kijk op de wijze waarop actieve sterrenstelsels hun wilde haren verliezen en aan een rustiger periode in hun leven beginnen.
Meer informatie:
Persbericht Texas A&M University (origineel persbericht)
Nieuwsbericht Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 augustus 2010 • Hoe zwaar moet een ster zijn om als zwart gat te eindigen?
Nieuwe metingen aan een verre sterrenhoop zetten vraagtekens bij de gangbare ideeën over de evolutie van zware sterren. Sterren die meer dan tien keer zo zwaar zijn als de zon, exploderen aan het eind van hun leven als supernova. Wat er van de kern van de ster overblijft, hangt af van de beginmassa. Sterren tussen 10 en 25 keer de massa van de zon eindigen hun leven als kleine, supercompacte neutronenster; sterren die meer dan 25 keer zo zwaar zijn als de zon eindigen als zwart gat.
Tenminste, dat was de gangbare theorie. De nieuwe metingen zetten daar echter vraagtekens bij. Met de Europese Very Large Telescope in Chili is ontdekt dat een neutronenster in de sterrenhoop Westerlund 1 het overblijfsel is van een ster die ooit meer dan 40 keer zo zwaar is geweest als de zon. Om de een of andere reden is de kern van die reuzenster bij de supernova-explosie toch niet ineengestort tot een zwart gat.
Dat de voorloper van de 'magnetar' (een neutronenster met een extreem sterk magneetveld) zwaarder moet zijn geweest dan 40 zonsmassa's, blijkt uit massabepalingen van andere sterren in Westerlund 1. Alle sterren in de sterrenhoop zijn een paar miljoen jaar geleden tegelijkertijd ontstaan. De allerzwaarste sterren leven het kortst, en knallen het eerst uit elkaar als supernova. Omdat er in de sterrenhoop nog steeds sterren tussen 30 en 40 zonsmassa's worden aangetroffen, moet de voorloper van de magnetar wel zwaarder zijn geweest dan 40 zonsmassa's, anders was hij nog niet geëxplodeerd.
Hoe de ster heeft kunnen voorkomen dat hij ineenstortte tot een zwart gat is niet duidelijk. Mogelijk is hij tijdens zijn korte leven veel massa verloren door materie-overdracht aan een begeleider.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig) (origineel persbericht)
Persbericht ESO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 augustus 2010 • Eerste eclipserende röntgenpulsar ontdekt
Sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam en van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA hebben een snel rondtollende neutronenster ontdekt die pulsen van röntgenstraling uitzendt en een baan beschrijft rond een gewone ster, waardoor hij met de regelmaat van de klok aan het zicht wordt onttrokken. De ontdekking van de eclipserende röntgenpulsaar maakt het binnenkort hopelijk mogelijk om de middellijn en de massa van de neutronenster heel nauwkeurig te bepalen. Daardoor komen astronomen meer te weten over de inwendige opbouw van deze bizarre sterren.
Neutronensterren zijn de compacte overblijfselen van zware sterren die hun leven hebben beëindigd in een supernova-explosie. Ze zijn zwaarder dan de zon, maar niet groter dan een kilometer of twintig. De nieuw ontdekte ster (J1749 geheten) zuigt gas op van zijn begeleider. Dat gas wordt sterk verhit en zendt röntgenstraling uit. Doordat de neutronenster 518 keer per seconde (!) om zijn as draait, zien sterrenkundigen die röntgenstraling in de vorm van heel korte pulsen.
Tijdens een röntgenuitbarsting op 10 april werd de ster waargenomen door de Amerikaanse Rossi X-ray Timing Explorer. Uit de precisiemetingen blijkt dat de neutronenster en de begeleider eens in de 8,8 uur om elkaar heen bewegen. Daarbij wordt de neutronenster regelmatig door de begeleider bedekt - vanaf de aarde kijken we kennelijk vrijwel exact 'van opzij' tegen de baan van de dubbelster aan.
Door in de toekomst met een gewone telescoop ook nauwkeurige metingen te verrichten aan de beweging van de begeleider, is het mogelijk om de massa van de neutronenster te bepalen. Uit de waarnemingen van de onderlinge bedekkingen kan ook de middellijn worden afgeleid. Op die manier zal het mogelijk zijn om informatie te verkrijgen over de dichtheid en de inwendige structuur van de neutronenster.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig) (origineel persbericht)
Animatiefilmpje van de eclipserende röntgenpulsar.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 augustus 2010 • Amerikaanse astronomie stelt prioriteitenlijstje op
Amerikaanse sterrenkundigen hebben hun prioriteitenlijstje voor de komende tien jaar opgesteld. Astro2010, een onderzoekscommissie van de National Research Council onder voorzitterschap van Stanford-astronoom Roger Blandford, presenteerde afgelopen vrijdag het rapport 'New Worlds, New Horizons in Astronomy and Astrophysics', waarin aanbevelingen staan voor overheidsinvesteringen in het komende decennium. Het is de zesde keer dat een dergelijke 'Decadal Survey' is uitgevoerd. Op het gebied van sterrenkundig onderzoek vanuit de ruimte staat de Wide Field Infra-Red Survey Telescope (WFIRST) op nummer één in het wensenlijstje en krijgt ook de Laser Interferometer Space Antenna (LISA) een hoge notering; voor onderzoek vanaf het aardoppervlak gaat de nummer één-positie naar de Large Synoptic Survey Telescope - een telescoop met een spiegel van 8,4 meter in middellijn die wordt uitgerust met een kolossale digitale camera van 3,2 gigapixels. Ook de 25-meter CCAT-telescoop voor submillimeterstraling, die op 5200 meter hoogte in Noord-Chili gebouwd moet gaan worden, krijgt in het rapport een sterke aanbeveling. De afgelopen decennia zijn de aanbevelingen van de Decadal Surveys doorgaans in grote lijnen opgevolgd door de Amerikaanse National Academy of Sciences.
Astro2010-rapport
Wide Field Infra-Red Survey Telescope (WFIRST)
Large Synoptic Survey Telescope (LSST)
CCAT submillimeter-telescoop
Laser Interferometer Space Antenna (LISA)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl


