<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> 
  <rss version="2.0">
    <channel>
	<title>Astronieuws</title>
		<copyright>Copyright 2006 Eddy Echternach</copyright> 
		<description>Astronieuws is de sterrenkundige nieuwspagina van het tijdschrift Zenit.</description> 
		<link>http://www.astronieuws.nl/</link> 
		<language>nl-nl</language> 
  
 <item>
	<title>Ruimtetelescoop fotografeert 'vergroot' sterrenstelsel</title> 
	<description>
	Met de Hubble-ruimtelescoop heeft een opname gemaakt van een ver sterrenstelsel dat door de lenswerking van een groep voorgrondstelsels wordt vergroot. Het is het helderste gravitatielensobject dat tot nu toe is waargenomen. Het gravitatielenseffect ontstaat (bijv.) wanneer een ver sterrenstelsel vanaf de aarde gezien precies achter een groep nabijere stelsels staat. De zwaartekracht van de voorgrondstelsels buigt het licht van het achtergrondstelsel dan af zoals een lens dat zou doen. Resultaat: een vergroot, versterkt, maar ook vervormd beeld van het verre stelsel. In dit geval is het de cluster RCS2 032727-132623 die als lens fungeert. Het verre sterrenstelsel dat achter de cluster staat is vervormd tot een boog van licht die bijna een kwart cirkel groot is. Ondanks die vervorming maken situaties als deze het mogelijk om verre sterrenstelsels te onderzoeken die normaal gesproken niet of nauwelijks waarneembaar zouden zijn. Het is zelfs mogelijk om aan de hand van de vervormde beelden een reconstructie te maken van hoe het verre stelsel er in werkelijkheid uitziet. Het blijkt een stelsel te zijn met opvallend grote stervormingsgebieden.&lt;br&gt;&lt;br&gt;</description>
	<pubDate>02 Feb 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5145</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5145</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Nabije 'leefbare' superaarde ontdekt</title> 
	<description>
	Een internationaal team van wetenschappers heeft een mogelijk leefbare planeet ontdekt bij een ster op slechts 22 lichtjaar van de aarde. De planeet is minstens 4,5 keer zo zwaar als de aarde en behoort daarmee tot de 'superaardes' - planeten die een slag groter zijn dan onze planeet, maar niet tot de 'gasreuzen' à la Jupiter kunnen worden gerekend. De betrekkelijk kleine planeet cirkelt met een periode van slechts ongeveer 28 dagen om de ster Gliese 667C. De afstand tot zijn moederster is dus erg klein, maar dat betekent niet dat het er ondraaglijk heet is. Die ster is namelijk een zwakke rode dwerg. Hierdoor is de hoeveelheid warmte die de planeet ontvangt vergelijkbaar met de zonnewarmte die de aarde bereikt. De 'leefbare' superaarde is niet de enige planeet die om Gliese 667C cirkelt. Enkele jaren geleden werd al een (hete) superaarde met een omlooptijd van iets meer dan zeven dagen ontdekt. En het zal waarschijnlijk niet bij deze twee ontdekkingen blijven: analyse van de schommelbeweging die de ster vertoont wijst erop dat er in wijdere banen mogelijk een derde superaarde en een gasreus omheen draaien. Al met al is Gliese 667C een bijzonder object. Want niet alleen heeft de ster diverse planeten, ook vormt hij met twee andere sterren een drievoudig stersysteem.</description>
	<pubDate>02 Feb 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5144</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5144</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Zwart gat laat sterren ontstaan</title> 
	<description>
	De laatste tijd zijn de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels nogal eens beschuldigd van het afbreken van het stervormingsproces in hun omgeving. Maar het blijkt ook anders te kunnen. Een internationaal team van astronomen heeft aanwijzingen gevonden dat het zwarte gat in het nabije stelsel Centaurus A de stervorming juist lijkt te bevorderen. De zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels worden soms 'actief'. Dat wil zeggen dat ze, materie uit hun omgeving opslokken en deels met grote kracht weer terug de ruimte in blazen. Daarbij wordt veel gas uit hun stelsel weggeblazen - gas dat anders voor de vorming van nieuwe sterren zou zijn gebruikt. Op nieuwe Hubble-opnamen van het stelsel Centaurus A is te zien hoe de 'straalstroom' van het zwarte gat van dit stelsel op ongeveer 10.000 lichtjaar van de kern op een gaswolk is gestuit. Daarbij is het aanwezige gas klaarblijkelijk samengedrukt, want in de gaswolk zijn jonge sterren te zien. Superzware zwarte gaten lijken dus een dubbelrol te spelen in het stervormingsproces.&lt;br&gt;&lt;br&gt;&lt;br&gt;Vakpublicatie MNRAS&lt;br&gt;http://arxiv.org/abs/1201.3369</description>
	<pubDate>02 Feb 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5143</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5143</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Ook deeltjes tweede zonnevlam bereikten aarde</title> 
	<description>
	Op 27 januari vond een grote uitbarsting plaats op de zon. Anders dan de grote zonnevlam van vier dagen daarvóór vond deze uitbarsting niet plaats aan de voorkant van de zon, maar aan de rand. Hierdoor was de verwachting dat de snelle deeltjes van de tweede zonnevlam de aarde niet zouden bereiken. Maar dat gebeurde toch. Volgens onderzoekers van de universiteit van New Hampshire konden ook deeltjes van de uitbarsting van 27 januari de aarde bereiken, door de configuratie van het magnetische veld van de zon. De veldlijnen waarlangs de energierijke deeltjes van zo'n zonnevlam bewegen zijn niet recht, maar gebogen. De situatie werd, vanuit stralingsoogpunt, nog verergerd doordat zich in de omgeving van de aarde nog deeltjes van de eerste uitbarsting ophielden. Deeltjes van beide uitbarstingen zijn gedetecteerd met een instrument van de maansonde LRO. Het waren de hevigste uitbarstingen in de 2,5 jaar dat deze sonde metingen doet. Naar verwachting zullen de komende jaren echter nog veel krachtigere zonnevlammen optreden.</description>
	<pubDate>01 Feb 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5142</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5142</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Nieuwe maansonde filmt achterkant maan</title> 
	<description>
	Een camera aan boord van een van de Amerikaanse tweelingsonde GRAIL heeft beelden naar de aarde gezonden van de achterkant van de maan. De filmbeelden zijn bedoeld voor onderwijsdoeleinden - hoofdtaak van de GRAIL-sondes is het in kaart brengen van het zwaartekrachtsveld van de maan. GRAIL bestaat uit twee identieke ruimtesondes, die onlangs Ebb en Flow zijn gedoopt. Beide zijn uitgerust met een eenvoudige camera. De nu getoonde beelden zijn van Ebb. Het ongeveer 30 seconden durende filmpje laat zien hoe Ebb van noordpool naar zuidpool de achterkant van de maan verkent. Beelden als deze zullen door Amerikaanse middelbare scholieren worden gebruikt om maanstructuren te selecteren die vanaf maart, als de GRAIL-sondes in een lagere omloopbaan om de maan cirkelen, nader kunnen worden geïnspecteerd.</description>
	<pubDate>01 Feb 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5141</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5141</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Neutronenster kreeg flinke schop</title> 
	<description>
	De Amerikaanse röntgensatelliet Chandra heeft onderzoek gedaan aan het supernova-restant G350.1+0.3. Het onderzoek laat zien dat het restant van de ontplofte ster met kolossale snelheid door het Melkwegstelsel beweegt. Waarschijnlijk heeft hij deze snelheid te danken aan de explosie zelf. G350.1+0.3 bevindt zich op een afstand van 14.700 lichtjaar in de richting van het Melkwegcentrum. Enkele jaren geleden is uit onderzoek met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton gebleken dat er in het supernova-restant een neutronenster schuilhoudt: de tot extreme dichtheid samengeperste kern van de ontplofte ster. De neutronenster staat echter niet precies in het centrum van G350.1+0.3. Dat wijst erop dat hij bij de supernova-explosie een flinke 'schop' heeft meegekregen. De Chandra-metingen laten zien hoe hard die schop moet zijn geweest. De metingen laten zien dat de supernova-explosie tussen de 600 en 1200 jaar geleden moet hebben plaatsgevonden. Uit de huidige positie van de neutronenster kan dan worden afgeleid dat hij sinds de explosie met een snelheid van zeker 5 miljoen km/uur door de ruimte raast. &lt;br&gt;&lt;br&gt;</description>
	<pubDate>01 Feb 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5140</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5140</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Japan wil weer naar planetoïde</title> 
	<description>
	Net als de Europese en Amerikaanse ruimteagentschappen ESA en NASA bereidt de Japanse zusterorganisatie JAXA een onderzoeksmissie naar een planetoïde voor. Alle drie willen ze bodemmonsters van zo'n rotsachtig hemellichaam ophalen. Japan deed dat als enige al eerder: in 2005 haalde de ruimtesonde Hayabusa een beetje materiaal op van de planetoïde Itokawa. Opvolger Hayabusa 2, die al in 2014 zou kunnen worden gelanceerd, heeft planetoïde 1999 JU3 als reisdoel. Deze bijna 1 kilometer grote ruimterots behoort tot de Apollo-familie: een klasse van planetoïden die de aarde dicht kunnen naderen. 1999 JU3 is interessant omdat hij waarschijnlijk rijk is aan organische moleculen en waterhoudende mineralen uit de begintijd van het zonnestelsel. Onderzoeksmissies als deze kunnen niet alleen meer inzicht geven in de manier waarop planeten zijn gevormd, maar ook kennis opleveren over het ontstaan van het leven op aarde. &lt;br&gt;&lt;br&gt;</description>
	<pubDate>01 Feb 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5139</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5139</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Argentijnse reuzenmeteoriet gaat niet op reis</title> 
	<description>
	Wegens protesten van de inheemse bevolking en Argentijnse wetenschappers gaat 'El Chaco' - de op één na grootste meteoriet ter wereld - deze maand niet per boot naar Duitsland. Het was de bedoeling dat hij in Kassel de prestigieuze kunsttentoonstelling Documenta zou opluisteren. Het 37 ton wegende gevaarte stortte ongeveer 4500 jaar geleden neer in het noordoosten van Argentinië. Hij was niet in zijn eentje: verspreid over een 320 vierkante kilometer groot gebied, dat bekendstaat als Campo del Cielo, kwamen talrijke ijzermeteorieten terecht. Daarbij zijn zeker 26 inslagkraters gevormd. De eerste meteoriet werd gevonden in 1576, maar is later zoekgeraakt. El Chaco kwam in 1969 boven water en werd in 1980 uitgegraven. Zes jaar geleden werd voor het laatst een groot brokstuk van de Argentijnse 'meteorietenregen' gevonden. El Chaco en zijn soortgenoten spelen een belangrijke rol in de legenden van de Moqoit, een volk dat in de 16de eeuw bijna werd uitgeroeid door de Spaanse veroveraars. In december 2011 tekenden De Moqoit beroep aan tegen de toestemming die de provincie Chaco (!) twee kunstenaars uit Buenos Aires verleende om El Chaco te verschepen. Zij kregen steun van een coalitie van wetenschappers en milieu-activisten. Daarom hebben de organisatoren van Documenta nu besloten om hun leenaanvraag in te trekken. El Chaco blijft waar hij is.</description>
	<pubDate>01 Feb 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5138</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5138</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Zonnestelsel is zuurstofrijker dan interstellaire ruimte</title> 
	<description>
	Metingen van de NASA-satelliet Interstellar Boundary Explorer (IBEX) hebben meer inzicht gegeven in de kenmerken van de ruimte buiten ons zonnestelsel. De satelliet heeft in de omgeving van de aarde neutrale atomen opgevangen die via de zogeheten interstellaire wind van buitenaf ons zonnestelsel binnenkomen. Het gaat daarbij om atomen van de elementen waterstof, zuurstof, neon en helium. Uit de metingen blijkt dat er in de interstellaire wind 74 zuurstofatomen op elke 20 neonatomen voorkomen. In ons zonnestelsel is die verhouding 111 op 20. Daarmee is het zonnestelsel dus zuurstofrijker dan de nabije interstellaire ruimte. Volgens de onderzoekers kan dit betekenen dat het zonnestelsel is ontstaan in een omgeving die toevallig wat meer zuurstof bevatte dan de rest van het Melkwegstelsel. Maar het verschil zou ook slechts schijn kunnen zijn: mogelijk zit veel zuurstof in de interstellaire ruimte opgesloten in stof- en ijsdeeltjes. Verder laten de IBEX-gegevens zien dat de interstellaire wind met een snelheid van ongeveer 84.000 km/uur de heliosfeer - de invloedssfeer van de zon - binnenkomt. Dat is ruim tien procent langzamer dan eerdere (minder nauwkeurige) metingen met de satelliet Ulysses hadden gesuggereerd. Het nieuwe resultaat betekent dat het zonnestelsel vrijwel dezelfde ruimtelijke snelheid heeft als de zogeheten lokale interstellaire wolk. De Ulysses-metingen leken erop te wijzen dat we deze gaswolk al bijna hadden verlaten, maar dat kan nog duizenden jaren duren. &lt;br&gt;&lt;br&gt;</description>
	<pubDate>31 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5137</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5137</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Waterstofmoleculen houden zonnevlekken in stand</title> 
	<description>
	Waterstofmoleculen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan en het in stand houden van zonnevlekken. Dat blijkt uit metingen van Amerikaanse zonneonderzoekers met gevoelige spectroheliografen van het National Solar Observatory in Sunspot, New Mexico. De resulaten worden binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal.De wetenschappers ontdekten OH-moleculen (hydroxyl) in de donkere kernen van zonnevlekken met sterke magneetvelden. Als er OH-moleculen kunnen ontstaan (bestaande uit één zuurstof- en één waterstofatoom), moeten er ook relatief veel waterstofmoleculen voorkomen (H2, bestaande uit twee wasterstofatomen). De aanwezigheid van 'koel' moleculair waterstof heeft een grote invloed op de gasbewegingen in zonnevlekken, zo blijkt uit modelberekeningen.De temperatuur aan het oppervlak van de zon is zo hoog dat er normaalgesproken vrijwel geen moleculen kunnen voorkomen; verreweg het meeste waterstof is atomair. In de koelere zonnevlekken kunnen waterstofmoleculen echter wél ontstaan, en dat heeft onder andere invloed op de mate waarin magnetische velden in de zonnevlek worden versterkt, met name tijdens en kort na de ontstaansfase. In de allerkoelste kernen van zonnevlekken kan de magnetische veldsterkte daardoor oplopen tot meer dan 2500 gauss (vijfduizend keer zo sterk als het magneetveld aan het aardoppervlak). Op die manier wordt de levensduur van een zonnevlek verlengd: de sterke magnetische velden verhinderden het opborrelen van heet gas uit diepere lagen van de zon.</description>
	<pubDate>31 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5136</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5136</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Leidse astronoom krijgt Vici voor zoektocht naar zusje van de aarde</title> 
	<description>
	De Leidse sterrenkundige Ignas Snellen heeft een Vici-subsidie van NWO ontvangen om onderzoek te doen aan exoplaneten - planeten rond andere sterren dan onze zon, waarvan we sinds kort weten dat ze in overvloed voorkomen in de Melkweg. Het uiteindelijke doel is om bij aardachtige planeten te onderzoeken of er ook leven voorkomt. &lt;br&gt;&lt;br&gt;De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft aan 31 vooraanstaande wetenschappers een Vici toegekend, waarmee een bedrag van in totaal 46 miljoen euro is gemoeid. Met maximaal 1,5 miljoen euro per onderzoeker is het een van de grootste persoonsgebonden wetenschappelijke premies van Nederland. Met het geld kunnen de onderzoekers in vijf jaar tijd hun onderzoeksgroep verder uitbouwen. &lt;br&gt;&lt;br&gt;Snellens onderzoek spitst zich toe op planeetovergangen. Wanneer een exoplaneet gezien vanaf de aarde toevallig voor zijn ster langs beweegt, verduistert deze een heel klein beetje het sterlicht. Door dit effect kunnen de grootte en baan van de planeet worden bepaald. Snellen gaat met zijn team een speciale camera bouwen waarmee planeetovergangen rond de helderste en dichtstbijzijnde sterren kunnen worden gevonden. De groep ontwikkelde in de afgelopen jaren een speciale methode om de atmosferen van exoplaneten te onderzoeken, die nu met de Vici op uitgebreide schaal kan worden toegepast en verder verfijnd. &lt;br&gt;</description>
	<pubDate>31 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5135</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5135</guid>
 </item>

 <item>
	<title>SRON Utrecht wil naar Amsterdam</title> 
	<description>
	De Utrechtse vestiging van SRON Netherlands Institute for Space Research verhuist vermoedelijk naar het Science Park Watergraafsmeer in Amsterdam. Die locatie heeft in elk geval de voorkeur van SRON. Het huidige gebouw van SRON, op het Utrechtse universiteitsterrein De Uithof, zou over een aantal jaren ingrijpend gerenoveerd moeten worden; onderzoek heeft uitgewezen dat nieuwbouw een goedkopere oplossing biedt. Bovendien blijft in Amsterdam de belangrijke verbinding bestaan met universitair astrofysisch onderzoek - die link komt in Utrecht te vervallen als gevolg van de beslissing van de Universiteit Utrecht om het Sterrenkundig Instituut te sluiten. Een definitief besluit over de nieuwe locatie voor SRON Utrecht valt later dit jaar; de realisatie van de nieuwbouw gaat zeker vijf jaar duren.</description>
	<pubDate>31 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5134</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5134</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Kleine IJstijd veroorzaakt door vulkanen?</title> 
	<description>
	De Kleine IJstijd, die meestal wordt toegeschreven aan een langdurige periode van geringe zonneactiviteit, is mogelijk veroorzaakt door vulkanen. Die conclusie trekt een team van wetenschappers onder leiding van Gifford Miller van de Universiteit van Colorado in Boulder. Het langdurige zonneminimum (het zogeheten Maunder-minimum) duurde van ca. 1645 tot 1715. Lang daarvoor waren de winters echter ook al veel kouder dan normaal, vooral in Noord-Europa, waar zelfs complete dorpen ten prooi vielen aan groeiende gletsjers in de Alpen en in Scandinavië. Volgens sommige onderzoekers duurde de Kleine IJstijd alles bij elkaar enkele eeuwen. Miller en zijn collega's onderzochten onder andere plantenresten en ijskernen. Hun conclusie: de Kleine IJstijd begon tussen 1275 en 1300, en was het directe gevolg van vier zware tropische vulkaanuitbarstingen. Vulkaanstof in de atmosfeer heeft een afkoelende werking, en uit modelberekeningen volgt dat er bij een reeks uitbarstingen in korte tijd sprake kan zijn van een cumulatief en langdurig effect. Het team publiceert zijn bevindingen deze week in Geophysical Research Letters. Volgens de onderzoekers zou de Kleine IJstijd ook zijn opgetreden zónder langdurig zonneminimum. De invloed van het Maunder-minimum op het aardse klimaat wordt dus mogelijk overschat.</description>
	<pubDate>30 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5133</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5133</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Nieuwe simulatie test invloed van Mars-menu</title> 
	<description>
	Nadat drie vrijwilligers zich in Moskou 520 dagen hebben laten opsluiten om de psychologische effecten van een bemande reis naar Mars te onderzoeken, willen onderzoekers van de Cornell-universiteit een nieuwe Mars-simulatie uitvoeren, waarbij vooral bekeken wordt wat het effect is van een langdurig 'Mars-menu'. Daartoe worden zes vrijwilligers gezocht die vier maanden verblijven in een nagebouwde Marslander op Hawaii. Het is de bedoeling dat de simulatie komende zomer van start gaat. De onderzoekers zijn vooral benieuwd naar de psychologische en fysiologische gevolgen van een bepe'rkt 'Mars-menu', waarbij de vrijwilligers niet alleen instant 'astronautenvoedsel' eten, maar ook zelf eenvoudige maaltijden kunnen bereiden, zoals dat tijdens een langdurig verblijf op Mars ook mogelijk is. Geïnteresseerde vrijwilligers kunnen zich tot eind februari aanmelden.</description>
	<pubDate>28 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5132</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5132</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Kleine steenklomp vliegt rakelings langs aarde</title> 
	<description>
	Een kleine planetoïde, met een middellijn van ca. 10 meter, vloog op 27 januari rond 16.30 uur Nederlandse tijd rakelings langs de aarde, op een afstand van minder dan 60.000 kilometer - een zesde van de afstand tussen aarde en maan. De planetoïde, 2012 BX34 genoemd, was vlak daarvoor ontdekt door een sterrenwacht in Arziona. Gevaar voor een inslag is er nooit geweest.</description>
	<pubDate>28 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5130</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5130</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Marsverkenner meet zonnestorm</title> 
	<description>
	De Radiation Assessment Detector (RAD) aan boord van hert Mars Science Laboratory heeft metingen verricht aan de krachtige zonnestorm die zich begin deze week voordeed na een energierijke uitbarsting op de zon maandagochtend. De zonnestorm, die in de aardse dampkring fraai poollicht veroorzaakte, was de krachtigste sinds 2005. Mars Science Laboratory (MSL) werd eind november 2011 gelanceerd; de Marswagen Curiosity moet in augustus 2012 op Mars aankomen. Het RAD-instrument gaat daar onderzoek doen naar de stralingsbelasting op Mars. Omdat het instrument zich binnenin het ruimtevaartuig bevindt, bieden de waarnemingen aan de zonnestorm ook informatie over de mate waarin de effecten van zo'n verschijnsel afgeschermd kunnen worden.</description>
	<pubDate>27 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5131</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5131</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Maan was langer magnetisch</title> 
	<description>
	Er is een nieuwe aanwijzing gevonden dat het magnetische veld van onze maan langer heeft standgehouden dan lang is aangenomen. Nieuw onderzoek van maangesteente dat in 1969 door astronauten van Apollo 11 is verzameld, wijst erop dat de maan 3,7 miljard jaar geleden nog een kern van vloeibaar metaal moet hebben gehad die een sterk magnetisch veld opwekte (Science, 27 januari). De vondst van magnetische gesteenten op de maan kwam destijds als een verrassing, omdat de maan op dit moment geen globaal magnetisch veld heeft. Blijkbaar heeft dat magnetische veld vroeger dus wel bestaan, maar verondersteld werd dat de maan enkele honderden miljoenen jaren na zijn ontstaan al zo sterk was afgekoeld, dat ook zijn kleine ijzerkern stolde. Dat laatste zou betekenen dat het magnetische veld van de maan al 4,2 miljard jaar geleden verdween. De nieuwe analyse van het Apollo-gesteente, dat onmiskenbare sporen van magnetisme vertoont, lijkt er echter op te wijzen dat de maan 500 miljoen jaar later nog steeds een magnetisch veld had. De vraag is hoe de maan zijn magnetische 'dynamo' zo lang in stand heeft weten te houden. Mogelijk biedt de theorie die wetenschappers van de universiteit van Californië te Santa Cruz eind vorig jaar in Nature publiceerden uitkomst. Volgens deze theorie kon de ijzerkern van de maan zo lang vloeibaar blijven door sterke getijdenkrachten van de aarde. Miljarden jaren geleden was de afstand tussen aarde en maan veel kleiner dan nu, en waren de getijdeneffecten daardoor veel groter. Hierdoor zou het inwendige van de maan veel langzamer zijn afgekoeld dan aanvankelijk voor mogelijk werd gehouden.</description>
	<pubDate>27 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5129</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5129</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Elf nieuwe planetenstelsels ontdekt</title> 
	<description>
	NASA-satelliet Kepler heeft elf nieuwe planetenstelsels aan zijn prijzenkast toegevoegd. Bij elkaar bevatten de stelsels minstens 26 planeten, wat betekent dat het aantal bevestigde Kepler-planeten in één keer bijna verdubbeld is. De nieuwe exoplaneten bewegen op kleine afstanden om hun respectievelijke moedersterren en variëren in grootte van anderhalf keer de aarde tot groter dan Jupiter. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of er aardse (rotsachtige) planeten tussen zitten. Kepler spoort nieuwe planeten op door de helderheden van meer dan 150.000 sterren in de gaten te houden. Sterren waar planeten omheen cirkelen kunnen vanaf de aarde gezien kleine, regelmatige helderheidsvariaties vertonen. En daaruit kunnen zowel de afmetingen van de planeten als hun omlooptijden worden afgeleid. Tot nu toe heeft Kepler meer dan 2300 kandidaat-planeten opgespoord. In iets meer dan zestig gevallen hebben is het bestaan van deze planeten door middel van vervolgwaarnemingen bevestigd. Elk van de nu bevestigde planetenstelsels bevat twee tot vijf planeten die op kleine onderlinge afstanden om hun moederster cirkelen. In zulke compacte planetenstelsels is de onderlinge aantrekkingskracht van de planeten groot genoeg om elkaars baanbewegingen te versnellen of vertragen. Dat veroorzaakt kleine, maar meetbare afwijkingen in de helderheidsvariaties van de ster, waarmee het bestaan van extra planeten in het stelsel snel kan worden aangetoond.</description>
	<pubDate>26 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5128</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5128</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Bijzondere sterren ontdekt op antieke fotografische platen</title> 
	<description>
	Analyse van een oude collectie van fotografische platen levert een stortvloed aan nieuwe veranderlijke sterren op. Het gaat daarbij met name om sterren die heel langzaam, maar niettemin aanzienlijk in helderheid variëren. De unieke collectie omvat 500.000 foto's die in de periode 1885-1993 zijn gemaakt door het Harvard College Observatory en de complete hemel bestrijken. Tot twintig jaar geleden bestonden er nog vrijwel geen digitale camera's en maakten de Harvard-astronomen bij het maken van hemelopnamen doorgaans gebruik van glasplaten met lichtgevoelige zilveremulsies. Deze glasplaten worden momenteel gedigitaliseerd - een klus die nog zeker drie, en misschien wel vijf jaar in beslag zal nemen. Hoewel pas vier procent van het werk voltooid is, is nu al duidelijk dat de platen waardevolle informatie bevatten over de veranderingen die sterren op termijnen van tientallen jaren vertonen. Eén van de eerste ontdekkingen is een klasse van koele reuzensterren, die in de loop van de decennia een factor twee in helderheid variëren. Onderzoek aan deze en andere veranderlijke sterren moet meer inzicht geven in de wijze waarop sterren in de loop van de tijd evolueren.</description>
	<pubDate>26 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5127</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5127</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Planetoïde Vesta lijkt koud en donker genoeg voor ijs</title> 
	<description>
	Ongeveer het halve oppervlak van de grote planetoïde Vesta is waarschijnlijk koud en donker genoeg om water te kunnen bevatten - in bevroren toestand dan. Dat blijkt uit een eerste analyse van de temperatuur- en lichtverdeling op Vesta, die gebaseerd is op opnamen van onder meer de Hubble-ruimtetelescoop. De beste plekken voor de 'wateropslag' zijn de poolstreken van de ogenschijnlijk kurkdroge planetoïde. Anders dan bij onze maan zijn daar echter niet veel kraters te vinden die diep genoeg zijn om in permanente duisternis gehuld te zijn. Dat komt doordat de rotatie-as van Vesta ongeveer net zo schuin staat als die van de aarde. Hierdoor krijgen alle delen van het oppervlak in de loop van het jaar wel wat zon te zien. Ondanks de temperatuurvariaties die daardoor optreden, is de gemiddelde temperatuur aan de polen dermate laag - 130 graden onder nul - dat er ijs in de bodem kan zitten. Aan de evenaar is het met een gemiddelde temperatuur van 120 graden onder nul al te 'warm' daarvoor: in het vacuüm van de ruimte sublimeert ('verdampt') bevroren water al bij zeer lage temperaturen. Of er in de bodem van de poolgebieden van Vesta ook echt ijs is opgeslagen, moet nog blijken. De momenteel in een lage baan om de planetoïde cirkelende ruimtesonde Dawn is uitgerust met een instrument waarmee dat kan worden vastgesteld.&lt;br&gt;&lt;br&gt;</description>
	<pubDate>25 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5126</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5126</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Nieuwe röntgensatelliet is klaar voor lancering</title> 
	<description>
	De nieuwe, kleine NASA-satelliet Nuclear Spectroscopic Telescope Array, of NuSTAR, wordt deze week overgebracht naar de Vandenberg-luchtmachtbasis in Californië om met zijn Pegasus-lanceerraket verenigd te worden. NuSTAR zal de 'harde' (energierijke) röntgenstraling waarnemen van uiteenlopende objecten als de zon en de superzware zwarte gaten in de kernen van verre sterrenstelsels. De lancering van NuSTAR is gepland voor 14 maart. Anders dan de meeste andere wetenschappelijke satellieten zal hij niet vanaf een vaste lanceerbasis vertrekken, maar bevestigd aan de onderkant van een Lockheed L-1011 TriStar-vliegtuig boven de Stille Oceaan naar grote hoogte worden gebracht en dan worden losgelaten. De kleine Pegasus-raket brengt NuSTAR vervolgens in een baan om de aarde. NuSTAR is uitgerust met een speciale telescoop bestaande uit twee sets van 133 in elkaar geneste, cilindrische spiegels. Deze constructie is nodig, omdat normale telescoopspiegels niet in staat zijn om röntgenstraling op te vangen: deze zou dwars door de spiegel heen gaan. Bij röntgentelescopen 'schampt' de binnenkomende straling als het ware langs de spiegels, om een flink eind verderop - in dit geval tien meter - te worden gebundeld. Vanwege die lange brandpuntsafstand is NuSTAR voorzien van een opvouwbare mast, die een week na de lancering moet worden uitgevouwen.</description>
	<pubDate>25 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5125</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5125</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Intergalactische magneetvelden verklaard</title> 
	<description>
	Waar komen de magnetische velden in de ruimte tussen de sterrenstelsels vandaan? Dat is een vraag die wetenschappers al tientallen jaren bezighoudt, al bestond het sterke vermoeden dat deze velden worden veroorzaakt door bewegende geladen deeltjes. Een internationaal onderzoeksteam heeft dat vermoeden nu op experimentele wijze bevestigd (Nature, 26 januari). Met behulp van een krachtige gepulste lasers hebben de onderzoekers in een Frans laboratorium omstandigheden nagebootst die vergelijkbaar zijn met die in het vroege heelal. De resultaten van het experiment wijzen erop dat de oorsprong van de intergalactische magneetvelden - zoals verwacht - gezocht moet worden bij het zogeheten Biermann-proces. Dit proces, dat in 1950 door de Duitse astronoom Ludwig Biermann werd ontdekt, voorspelt dat in (turbulente) plasma's - wolken van geladen deeltjes - spontaan magnetische velden kunnen ontstaan. Plasma's zijn alom aanwezig in het heelal, en zijn dus een voor de hand liggende oorzaak van de intergalactische magneetvelden. Volgens de onderzoekers zouden de magnetische velden het gevolg zijn van de asymmetrische schokgolven die in het vroege heelal optraden in de kolossale gaswolken die tot sterrenstelsels optraden. Zulke schokgolven zouden elektrische stromingen in het plasma van het intergalactische medium veroorzaken. En net als bij een elektromagneet leidt dat tot het ontstaan van magnetische velden.</description>
	<pubDate>25 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5124</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5124</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Zwarte gaten breken stervorming af</title> 
	<description>
	Met behulp van de APEX-submillimetertelescoop in het noorden van Chili hebben astronomen een sterk verband gevonden tussen de krachtigste uitbarstingen van stervorming in het vroege heelal en de zwaarste sterrenstelsels van nu. De hevige stervorming in de sterrenstelsels werd abrupt afgebroken, waardoor ze eindigden als de huidige zware - maar passieve - stelsels van ouder wordende sterren. De astronomen, onder wie Paul van de Werf (Sterrewacht Leiden), hebben ook de waarschijnlijke oorzaak voor het plotselinge einde van de 'starbursts' ontdekt: de opkomst van superzware zwarte gaten. Met de APEX-telescoop is gekeken naar sterrenstelsels die zich op een afstand van ongeveer tien miljard lichtjaar bevinden. Door de massa's van de halo's van donkere materie rond de stelsels te meten, en computersimulaties te gebruiken die laten zien hoe zulke halo's in de loop van de tijd groeien, hebben de astronomen ontdekt dat deze verre starburststelsels uit de begintijd van het heelal uiteindelijk zijn veranderd in elliptische reuzenstelsels - de zwaarste sterrenstelsels in het huidige heelal. Verder wijzen de nieuwe waarnemingen erop dat de 'geboortegolven' in deze stelsels slechts honderd miljoen jaar duren - erg kort naar kosmologische begrippen. Toch slagen de verre sterrenstelsels erin om in die korte tijd hun aantallen sterren te verdubbelen. De oorzaak van het abrupte einde van de starbursts wordt gezocht bij de superzware zwarte gaten in de kernen van de stelsels. Er zijn aanwijzingen dat door de stellaire geboortegolven enorme hoeveelheden materie naar het zwarte gat worden toegevoerd. Hierop produceert dat zwarte gat krachtige uitbarstingen van energie die het nog in het sterrenstelsel aanwezige gas - het bouwmateriaal voor nieuwe sterren - wegblazen. Hierdoor valt het stervormingsproces stil.</description>
	<pubDate>25 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5123</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5123</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Zonnestorm veroorzaakt lichtshow boven Noord-Europa</title> 
	<description>
	Afgezien van een vage groene en rode gloed aan de noordelijke horizon, is de afgelopen nacht vanuit Nederland geen poollicht gezien. Voor het echte spektakel moest je in noordelijker streken zijn, zo blijkt. Met name in het noorden van Scandinavië gaf het poollicht een indrukwekkende lichtshow. Volgens sommige waarnemers was het een van de fraaiste poollichtverschijningen van de afgelopen decennia. Ook vanuit Schotland, Ierland en het noorden van Duitsland en Engeland is het hemelverschijnsel gezien. Het poollicht werd veroorzaakt door de krachtige uitbarsting die afgelopen maandag op de zon plaatsvond. De wolk elektrisch geladen deeltjes van deze 'zonnestorm' - de grootste sinds 2003 - bereikte de aarde in de loop van dinsdagmiddag. Poollicht ontstaat wanneer grote aantallen van deze deeltjes in botsing komen met zuurstof- en stikstofmoleculen in de hoge aardatmosfeer. Naar verwachting zal de activiteit van de zon de komende maanden en jaren alleen maar verder toenemen. De kans is dus groot dat het poollicht de komende tijd vaker te zien zal zijn - óók vanuit Nederland.</description>
	<pubDate>25 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5122</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5122</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Marswagentje begint aan negende onderzoeksjaar</title> 
	<description>
	De Amerikaanse Marsrover Opportunity is aan zijn negende onderzoeksjaar begonnen. Daarmee heeft hij alle verwachtingen overtroffen: toen hij in 2004 op Mars landde, ging NASA er nog van uit dat zijn missie drie maanden zou duren. Het identieke Marswagentje Spirit heeft de acht jaar niet vol kunnen maken: in maart 2010 viel hij uit. Een echte kilometervreter is Opportunity niet. Sinds zijn aankomst op onze buurplaneet heeft hij slechts iets meer dan 34 kilometer afgelegd. En dat totaal komt voor een groot deel voor rekening voor de drie jaar durende overtocht van de krater Victoria, dicht bij zijn landingsplek, naar de geologisch interessantere krater Endeavour, die hij in augustus vorig jaar bereikte. Het onderzoek van Endeavour, die met een middellijn van 22 kilometer aanzienlijk groter is dan Victoria, wordt gezien als een compleet nieuwe onderzoeksmissie. Al aan de rand van de krater stuitte Opportunity op gesteenten die nooit eerder op Mars waren gezien. De aangetroffen mineralen bevestigen het beeld dat er ooit vloeibaar op de planeet moet zijn geweest. Of Opportunity de komende winter overleeft, is enigszins onzeker. Er heeft zich inmiddels zo veel stof op zijn zonnepanelen verzameld, dat ervoor gezorgd moet worden dat hij elk lichtstraaltje opvangt. Voorlopig is het Marswagentje geparkeerd op een zonnige helling, maar ook vanuit die positie doet hij nuttig werk. Door de radiosignalen die het stilstaande Marswagentje naar de aarde zendt te analyseren, kunnen wetenschappers de kleine schommelingen in de rotatie van Mars meten. Het onderzoek van deze schommelingen kan uitwijzen of de planeet een vloeibare kern heeft of niet.&lt;br&gt;&lt;br&gt;</description>
	<pubDate>24 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5121</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5121</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Grootste zonnestorm sinds 2005 nadert aarde</title> 
	<description>
	Een krachtige uitbarsting op de zon op maandagochtend 23 januari om 04.59 uur Nederlandse tijd heeft een wolk van elektrisch geladen deeltjes de ruimte in geblazen met een snelheid van ruim tweeduizend kilometer per seconde. De plasmawolk zal naar verwachting in de loop van dinsdagmiddag 24 januari bij de aarde aankomen, en kan mogelijk verstoringen teweegbrengen in satellietelektronica en radiocommunicatie. Daarnaast veroorzaken de deeltjes in de wolk waarschijnlijk indrukwekkend poollicht, dat vooral zichtbaar is in een brede ring rond de magnetische noord- en zuidpool van de aarde. De kans dat er komende nacht ook vanuit (Noord-)Nederland poollicht zichtbaar is, is klein maar niet uitgesloten. Om poollicht te zien is een donkere omgeving, een wolkenloze hemel en bij voorkeur een vrij uitzicht naar het noorden vereist.</description>
	<pubDate>24 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5120</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5120</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Duinvorming op Titan beïnvloed door hoogte en seizoenen</title> 
	<description>
	De vorming van duinenvelden op de grote Saturnusmaan Titan wordt beïnvloed door de hoogte waarop de duinen zich bevinden en door de seizoenen van Titan. Dat blijkt uit onderzoek van Franse en Amerikaanse wetenschappers naar de eigenschappen van de Titanduinen.Ongeveer 13% van het Titan-oppervlak (een gebied van ca. tien miljoen vierkante kilometer, zo groot als Canada) wordt bedekt door uitgestrekte duinenvelden. De Titanduinen doen denken aan de zandduinen in Namibië, maar ze zijn groter (1 à 2 kilometer breed, honderden kilometers lang en ca. honderd meter hoog) en ze bestaan niet uit zandkorrels maar uit korrels van koolwaterstofverbindingen met afmetingen van ca. een millimeter.Op foto's en radaropnamen van de Amerikaanse planeetverkenner Cassini is nu ontdekt dat de breedte en de spatiëring van de langgerekte duinen afhankelijk is van de hoogte en van de breedtegraad. De meeste duinen bevinden zich in relatief lage gebieden; op grotere hoogte worden ze smaller en liggen ze verder uiteen, vermoedelijk doordat er op grotere hoogte minder 'zand' aanwezig is.De duinen bevinden zich vooral in de 'tropen' van Titan, tussen 30 graden zuiderbreedte en 30 graden noorderbreedte. Op het noordelijk halfrond zijn de duinen echter ook smaller en wijder gespatieerd. Volgens de onderzoekers komt dat door de seizoenen op de Saturnusmaan: dankzij de ellipsbaan van Saturnus is de zomer op het zuidelijk halfrond korter maar intenser, waardoor het 'zand' droger wordt en zich gemakkelijker laat verplaatsen door de wind.</description>
	<pubDate>23 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5119</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5119</guid>
 </item>

 <item>
	<title>'Sterrenstof' in meteoriet chemisch onderzocht</title> 
	<description>
	Een internationaal team van wetenschappers heeft stofdeeltjes die opgesloten zitten in de 4,6 miljard jaar oude Murchison-meteoriet aan chemisch onderzoek onderworpen. De minuscule insluitsels zijn ouder dan ons zonnestelsel en hun samenstelling wijst erop dat ze afkomstig zijn van een supernova - een zware ster die aan het einde van zijn leven is ontploft. Uit de chemische analyse van het 'sterrenstof' blijkt dat deze onder meer verschillende isotopen van de element silicium en zwavel bevatten. De metingen laten zien dat de deeltjes veel zware siliciumisotopen bevatten en relatief weinig zware zwavelisotopen, wat niet goed in overeenstemming te brengen is met de huidige modellen voor de chemische samenstelling van zware sterren. De beide elementen zijn dus waarschijnlijk na de eigenlijke supernova-explosie ontstaan. Supernova-modellen laten zien dat zich enkele maanden na de explosie in de binnenste regionen van de uitgestoten materie bij temperaturen van enkele duizenden graden siliciumsulfidemoleculen vormen. Naderhand raken deze moleculen opgesloten in kristallen van siliciumcarbide. In die vorm kwam het materiaal van de supernova ongeveer 4,6 miljard jaar geleden in de gaswolk terecht waaruit later ons zonnestelsel ontstond. De Murchison-meteoriet werd in 1969 gevonden bij de gelijknamige plaats in Australië. Behalve insluitsels van een supernova zijn in de ruimtesteen ook deeltjes aangetroffen die waarschijnlijk afkomstig zijn uit de sterrenwinden van rode reuzensterren.</description>
	<pubDate>20 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5118</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5118</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Astronomen onderzoeken verdampende komeet</title> 
	<description>
	Op 4 juli 2011 werd met de zonnesatelliet SOHO voor de zoveelste keer een kleine komeet ontdekt die op het punt stond de atmosfeer van de zon in te duiken. Zoiets gebeurt om de paar dagen wel een keer, maar anders dan zijn vele voorgangers kon komeet C/2011 N3 met een instrument van een andere zonnesatelliet - het Solar Dynamics Observatory - tot op het laatste moment worden gevolgd. Een internationaal team van astronomen, onder wie de Nederlander Karel Schrijver, was er getuige van en publiceert zijn onderzoeksresultaten deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Science. Komeet C/2011 N3 verdampte uiteindelijk op 100.000 kilometer boven het zonsoppervlak. Door zijn emissie en absorptie van zichtbaar licht en extreem-ultraviolette straling te meten, konden de astronomen zijn grootte en massa bepalen. Het is voor het eerst dat de fysieke kenmerken van een komeet op deze manier zijn gemeten. Doorgaans worden grootte en massa van een komeet afgeleid uit de hoeveelheid zonlicht die hij weerkaatst. Uit de metingen van Schrijver en zijn collega's volgt dat het ijzige hemellichaam aanvankelijk vijftig tot honderd meter groot was en een massa van meer dan 60.000 ton had - ruwweg de massa van een vliegdekschip. Bij het betreden van de zonsatmosfeer viel hij in een groot aantal stukken uiteen en vertoonde zijn 15.000 kilometer lange staart een sterk fluctuerende helderheid. Komeet C/2011 N3 behoorde tot de grote familie van Kreutz-kometen, waarvan wordt aangenomen dat het brokstukken zijn van een komeet die ruwweg 2500 jaar geleden uiteenviel. Alleen de grootste leden van de Kreutz-familie, zoals de recente heldere komeet Lovejoy, kunnen een scheervlucht langs de zon doorstaan.</description>
	<pubDate>19 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5117</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5117</guid>
 </item>

 <item>
	<title>Ver donker sterrenstelsel ontdekt</title> 
	<description>
	Een internationaal team van astronomen, onder wie Léon Koopmans van het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft een ver dwergsterrenstelsel ontdekt dat vrijwel geheel uit donkere materie lijkt te bestaan (Nature, 19 januari). Het dwergstelsel, dat zich op de kolossale afstand van tien miljard lichtjaar bevindt, heeft zijn bestaan verraden door zijn zwaartekracht. Volgens de huidige inzichten zijn grote sterrenstelsels zoals de Melkweg ontstaan door het 'samenklonteren' van vele kleine stelsels. Als dat model klopt, zouden er rond ons Melkwegstelsel nog duizenden dwergstelsels moeten zwermen, maar tot nu toe zijn daar slechts enkele tientallen van ontdekt. Dit heeft astronomen tot het vermoeden gebracht dat veel van de dwergstelsels weinig of geen sterren bevatten. Ze zouden als donkere satellieten om de grote sterrenstelsels in het heelal draaien. Alles bij elkaar zouden zij een aanzienlijk deel van de donkere materie in het heelal voor hun rekening kunnen nemen. Het probleem is natuurlijk dat stelsels die vrijwel geheel uit donkere materie bestaan uiterst moeilijk waarneembaar zijn. Het nu ontdekte stelsel, dat de aanduiding JVASB1938+66 draagt, is opgespoord met de grote Keck-telescoop op Hawaï. Daarbij is gebruik gemaakt van het zogeheten gravitatielenseffect: dat treedt op als twee sterrenstelsel vanaf de aarde gezien precies op één lijn staan. De zwaartekracht van het voorste stelsel fungeert dan als een soort lens, die een vervormde afbeelding van het achterste stelsel maakt. Door het vervormde beeld van het achtergrondstelsel te analyseren, kan worden vastgesteld of het 'lensstelsel' satellietstelsels heeft. Ook kan de massa van deze stelsels worden bepaald. Het donkere dwergstelsel dat nu is opgespoord heeft een massa van ongeveer 113 miljoen zonsmassa's en is minstens enkele duizenden lichtjaren groot. Ter vergelijking: ons Melkwegstelsel 'weegt' 180 miljard zonsmassa's en heeft een middellijn van 75.000 lichtjaar.</description>
	<pubDate>18 Jan 2012 00:00:01 +0100</pubDate>
	<link>http://www.astronieuws.nl/#anchor5116</link>
	<guid isPermaLink="true">http://www.astronieuws.nl/#anchor5116</guid>
 </item>

    </channel>
 </rss>

