18 juli 2019 • Weekend vol festiviteiten en evenementen rond 50 jaar maanlanding
Zaterdag 20 juli 2019 is het 50 jaar geleden dat de eerste maanlanding plaatsvond en enkele uren later (in Nederland op 21 juli) Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan zette. Komend weekend wordt er op verschillende manieren stilgestaan bij dit bijzondere jubileum. Op 50jaarmaanlanding.nl, www.moonlanding50.org/lunarevents (tabblad The Netherlands) en www.astronomie.nl/iau100 is een groot aantal evenementen verzameld. Een greep uit de activiteiten die in Nederland worden georganiseerd:  • Sterrenwacht Hellendoorn: speciaal middagprogramma voor de jeugd en een avondlezing.  • Publiekssterrenwacht Phoenix in Lochem: planetariumshow en ontdekactiviteiten. • Volkssterrenwacht Orion in Bovenkarspel: tentoonstelling over de historische ruimtevlucht van Apollo 11. • Sterrenwacht Tivoli in Oudenbosch: MAANifestatie. Ontdek meer over de samenwerking tussen NASA en deze sterrenwacht tijdens de Apollo 10 & 11 missies.  • Volkssterrenwacht Bussloo: gevarieerd programma met onder andere lezingen en tentoonstellingen.  • In Leiden zijn er activiteiten in Museum Boerhaave en op de Oude Sterrewacht. • Artis Planetarium in Amsterdam: speciale voorstellingen in het kader van 50 jaar maanlanding.  • De Rijksuniversiteit Groningen biedt gratis planetariumshows in de DOT.
Meer informatie:
Oorspronkelijk persbericht

   
16 juli 2019 • Nieuwe meting van uitdijingssnelheid heelal hakt geen knopen door
Astronomen hebben twee nieuwe bepalingen gedaan van de zogeheten Hubble-constante – een grootheid die aangeeft hoe snel het heelal uitdijt. De uitkomsten liggen niet heel ver uit elkaar, maar roepen wel vragen op. In een publicatie in de Astrophysical Journal heeft een team onder leiding van Wendy Freedman van de universiteit van Chicago de resultaten gepresenteerd van een onderzoek waarbij gekeken is naar rode reuzensterren. Dat zijn oude broertjes van onze zon die aan het einde van hun bestaan opgezwollen zijn. Door de schijnbare helderheden van verre rode reuzensterren te vergelijken met die van nabije, waarvan bekend is hoe ver weg ze zijn, kunnen ook de afstanden van eerstgenoemden worden bepaald. In combinatie met de gemeten snelheden van de sterrenstelsels waarvan deze sterren deel uitmaken, levert dat een bepaling van de Hubble-constante op. Het team van Freedman komt uit op 69,8 kilometer per seconde per megaparsec, waarbij een megaparsec gelijk is aan 3,26 miljoen lichtjaar. Maar van een ander onderzoek, H0LiCOW geheten, doken vorige week nieuwe resultaten op die uitkomen op 73,3. Bij H0LiCOW is gekeken naar de manier waarop zware sterrenstelsels het licht van verder weg staande stelsels – in dit geval quasars – afbuigen. Ook dat levert een methode op waarmee de Hubble-constante kan worden bepaald. De resultaten liggen niet heel ver uit elkaar, maar het verschil van ruwweg 3 km/s/Mpc is toch ongemakkelijk groot. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de uitkomsten van H0LiCOW heel dicht in de buurt liggen van twee andere recente bepalingen van de Hubble-constante. Dat zou kunnen betekenen dat er iets mis is met de compleet nieuwe methode die Freedman en haar collega’s hebben gebruikt. Daarnaast speelt er echter nog een andere kwestie. Enkele jaren geleden kwam weer een ander team op basis van gegevens van de Europese Planck-satelliet tot een Hubble-constante van 67,4. Deze opvallend lage uitkomst was gebaseerd op een nauwkeurige analyse van de structuur van de kosmische achtergrondstraling – de alomaanwezige warmtestraling die zijn oorsprong vindt bij de oerknal. Het resultaat van Freedman ligt dus ongeveer halverwege de uitkomsten van H0LICOW en Planck. En de grote vraag is waaraan dat ligt. Vast staat alleen dat er ook na de nieuwste metingen geen zekerheid bestaat over de uitdijingssnelheid – en daarmee ook de exacte leeftijd – van het heelal. (EE)
Meer informatie:
New measure of Hubble constant adds to mystery about universe’s expansion rate

   
15 juli 2019 • Kosmische explosies, zoals supernova’s, zijn te zeldzaam om de bron van ‘snelle radioflitsen’ te kunnen zijn
Nog steeds is niet helemaal duidelijk wat de oorzaak is van de ‘snelle radioflitsen’ – stoten radiostraling van buiten ons Melkwegstelsel die maar ongeveer 1 milliseconde duren. Maar nieuw onderzoek wijst erop dat ze niet afkomstig zijn van catastrofale gebeurtenissen zoals supernova-explosies of botsingen tussen neutronensterren (Nature Astronomy, 15 juli). Het overgrote deel van de tot nu toe 72 objecten waarvan snelle radioflitsen zijn geregistreerd heeft niet meer dan één flits geproduceerd. Slechts twee vertonen herhaaldelijke radioflitsen. Deze laatste categorie kan sowieso niet van catastrofale explosies afkomstig zijn: die zijn per definitie eenmalig. En volgens astronoom Vikram Ravi van het California Institute of Technology geldt dat mogelijk ook voor de overige radioflitsen. Ravi heeft een aantal van de meest nabije eenmalige radioflitsen gebruikt om een schatting te maken van hoe vaak deze gemiddeld voorkomen. Zijn berekeningen laten zien dat ze veel talrijker zijn dan supernova-explosies en botsingen tussen neutronensterren. Volgens hem zou dat wel eens kunnen betekenen dat alle objecten die radioflitsen produceren dat meer dan eens doen. Dat we in de meeste gevallen maar één radioflits hebben waargenomen zou dan komen doordat veel flitsen te zwak zijn om waarneembaar te zijn of omdat er grote tussenpozen tussen de flitsen zitten. (EE)
Meer informatie:
There aren’t enough space explosions to explain strange radio bursts

   
15 juli 2019 • Meeste koolstofrijke meteorieten bereiken het aardoppervlak niet omdat ze te broos zijn
De slechts ongeveer 900 meter grote planetoïde Ryugu, die momenteel de Japanse ruimtesonde Hayabusa2 op bezoek heeft, bestaat uit poreuzer en brozer materiaal dan tot nu toe werd aangenomen. Tot die conclusie komt een groot onderzoeksteam op basis van metingen die een van de ‘hulpjes’ van Hayabusa2, de kleine Duits-Franse landingsmodule MASCOT, in oktober 2018 heeft gedaan (Nature Astronomy, 15 juli). Bij eerder infraroodonderzoek met telescopen op aarde was de indruk ontstaan dat koolstofrijke planetoïden zoals Ryugu bedekt zijn met fijn oppervlaktemateriaal. Maar de beelden die de Japanse ruimtesonde naar de aarde heeft gezonden hebben laten zien dat er op het oppervlak van Ryugu alleen relatief grote brokken gesteente te vinden zijn. De gemeten thermische eigenschappen van deze brokken gesteente zijn alleen verklaarbaar als ze heel poreus zijn. De onderzoekers trekken daaruit de conclusie dat het materiaal waaruit koolstofrijke planetoïden bestaan meer op dat van kometen lijkt dan op dat van de meer rotsachtige planetoïden. Een en ander verklaart ook waarom op aarde maar zo weinig koolstofrijke meteorieten – brokstukken van koolstofrijke planetoïden – zijn aangetroffen, terwijl deze planetoïden toch heel talrijk zijn. Het poreuze materiaal waaruit zij bestaan is blijkbaar dermate broos, dat het niet bestand is tegen een tocht door de aardse dampkring. (EE)
Meer informatie:
Small fragments of carbon-rich asteroids are too fragile to survive entry into Earth’s atmosphere

   
13 juli 2019 • Nieuwe röntgenruimtetelescoop gelanceerd
Vanmiddag is – na drie weken uitstel – de nieuwe Russisch-Duitse ruimtetelescoop Spektr-RG gelanceerd. Deze ruimtetelescoop is uitgerust met een röntgencamera van Duitse makelij, eROSITA, waarmee astronomen miljoenen superzware zwarte gaten en honderdduizenden clusters van sterrenstelsels en (ontplofte) sterren hopen te gaan opsporen. Daarnaast is ook de Russische camera ART-XC aan boord, die specifiek gevoelig is voor energierijke (‘harde’) röntgenstraling. Spektr-RG is op weg naar het zogeheten Lagrange-punt L2, dat vanuit de zon gezien anderhalf miljoen kilometer achter de aarde ligt. Vanuit die positie zal eROSITA in zeven jaar tijd de volledige hemel op röntgengolflengten in kaart brengen. Dat gebeurt met een gevoeligheid die 20 keer groter is dan die van de baanbrekende Duitse ROSAT-missie in de jaren 90 van de afgelopen eeuw. Een van de doelstellingen van de missie is om meer te weten te komen over de mysterieuze donkere energie. Dat is een nog onbegrepen ingrediënt van ons heelal dat ervoor lijkt te zorgen dat de ruimte in versneld tempo uitdijt. Met behulp van eROSITA kan worden gemeten hoe snel clusters van sterrenstelsels door de ruimte bewegen, en of het inderdaad zo is dat deze snelheid in de loop van de kosmische tijd verandert. (EE)
Meer informatie:
eROSITA – the hunt for Dark Energy begins

   
11 juli 2019 • ‘Manen-vormende’ stofschijf ontdekt rond jonge planeet
Astronomen hebben voor het eerst een schijf van stof en gas ontdekt rond een jonge planeet. Volgens de ontdekkers, die gebruik hebben gemaakt van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA), zou uit dat materiaal een compleet stelsel van manen kunnen ontstaan, vergelijkbaar met dat van de planeet Jupiter. De stofschijf is ontdekt bij een van de planeten van PDS 70, een jonge ster op ongeveer 370 lichtjaar van de aarde. Bij deze ster zijn recent twee massarijke, Jupiterachtige planeten ontdekt. Deze eerdere ontdekking is gedaan met de Europese Very Large Telescope, die de warmtegloed detecteerde die wordt uitgezonden door het waterstofgas dat naar de beide planeten toe stroomt. Bij de nieuwe ALMA-waarnemingen is de zwakke radiostraling geregistreerd die afkomstig is van fijne stofdeeltjes rond de ster. In combinatie met de eerste VLT-beelden heeft dit een duidelijke aanwijzing opgeleverd dat de buitenste van de twee planeten van PDS 70 omgeven is door een stofschijf. Uit de ALMA-gegevens blijkt ook dat zich achter de binnenste planeet, die ongeveer even ver van zijn ster verwijderd is als Uranus van de zon, nog een stofmassa bevindt. Het is nog onduidelijk wat dit precies is. De buitenste planeet bevindt zich op ongeveer 5,3 miljard kilometer van zijn moederster – ongeveer de afstand zon-Neptunus. De planeet heeft naar schatting 1 tot 10 keer zoveel massa als Jupiter. Als zijn werkelijke massa dicht bij de bovengrens van deze schatting zit, zouden de manen die in zijn stofschijf ontstaan wel eens van planeetformaat kunnen zijn. (EE)
Meer informatie:
‘Moon-forming’ Circumplanetary Disk Discovered in Distant Star System

   
11 juli 2019 • Merkwaardig dunne gasschijf ontdekt rond ‘verhongerend’ superzwaar zwart gat
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop is een dunne schijf van materie ontdekt rond het superzware zwarte gat in het hart van het 130 miljoen lichtjaar verre spiraalstelsel NGC 3147. De ontdekking heeft astronomen verrast, omdat van relatief rustige stelsels zoals NGC 3147 wordt aangenomen dat hun centrale zwarte gat aan het ‘verhongeren’ is. Eigenlijk zou de gasschijf rond zo’n zwart gat veel dikker moeten zijn. Uit metingen blijkt dat de materie in de schijf rond het zwarte gat snelheden van meer dan tien procent van de lichtsnelheid bereikt. Bij zulke extreme hoge snelheden lijkt gas dat onze kant op komt meer licht te geven dan gas dat zich van ons verwijdert. Dit relativistische effect wordt ‘beaming’ genoemd. De Hubble-waarnemingen laten ook zien dat het gas dermate diep in de ‘zwaartekrachtsput’ van het 250 miljoen zonsmassa’s zware zwarte gat is ingebed, dat het uitgezonden licht moeite heeft om te ontsnappen. Daardoor heeft het een langere (= rodere) golflengte gekregen – een effect dat gravitationele roodverschuiving heet. Tot nu toe gingen astronomen ervan uit dat dunne materieschijven als deze alleen voorkomen rond zwarte gaten die grote hoeveelheden materie vanuit hun omgeving aantrekken. Daarbij wordt het gas doorgaans dermate heet dat de schijf een intens lichtbaken – een quasar – wordt. Om nog onduidelijke redenen is de ‘quasar’ in NGC 3147 duizend tot honderdduizend keer zwakker dan normale quasars. Bovendien is de waargenomen gasschijf merkwaardig dun. Bij zwarte gaten die weinig materie aangevoerd krijgen, zou de omringende schijf meer op een donut moeten lijken. (EE)
Meer informatie:
Hubble Discovers Mysterious Black Hole Disc

   
11 juli 2019 • Tweede touchdown van Japanse ruimtesonde op planetoïde Ryugu gelukt
De Japanse ruimtesonde Hayabusa2 heeft met goed gevolg voor de tweede keer het oppervlak van de kleine planetoïde Ryugu ‘aangetikt’. Uit de gegevens die naar de aarde zijn gezonden blijkt dat daarbij ook met succes een projectiel is afgeschoten. Als het goed is heeft Hayabusa2 een deel van het opspattende bodemmateriaal opgevangen. Datzelfde is ook in februari van dit jaar gebeurd. In december zal Hayabusa2 zijn ionenmotor weer opstarten om aan de terugreis naar de aarde te beginnen. Wanneer hij in december 2020 langs onze planeet vliegt, zal hij een capsule met het bodemmateriaal van Ryugu afstoten, die in Zuid-Australië moet landen. Mogelijk heeft de ruimtesonde op dat moment nog voldoende brandstof om nog een tweede planetoïde te gaan verkennen. (EE)
Meer informatie:
Success of the Second Touchdown of Asteroid Explorer "Hayabusa 2"

   
11 juli 2019 • Bouw van Thirty Meter Telescope gaat van start
De gouverneur van de Amerikaanse staat Hawaï heeft bekendgemaakt dat de bouw van de nieuwe Thirty Meter Telescope (TMT) op Mauna Kea in de week van 15 juli van start gaat. Daarmee is een definitief einde gekomen aan tien jaar van bezwaarprocedures en protesten. Inheemse groeperingen op Hawaï hebben lang geprotesteerd tegen de bouw van nóg een telescoop op Mauna Kea, die als een heilige plek wordt beschouwd. Onder druk van deze protestacties kwam het project in 2015 stil te liggen. Bovendien oordeelde de Hoge Raad van Hawaï dat jaar dat de verleende bouwvergunning ongeldig was, omdat de inspraakprocedure tekortschoot. Uiteindelijk werd de vergunning voor de bouw van de TMT pas eind oktober 2018 goedgekeurd. Aan deze vergunning zijn strenge voorwaarden verbonden, waaronder de opheffing van drie kleinere sterrenwachten op de Mauna Kea en de verzekering dat de TMT de laatste telescoop is die op de berg wordt gestationeerd. De TMT is een van de drie ‘reuzentelescopen’ die komend decennium in bedrijf moeten komen. De andere twee zijn de Europese Extremely Large Telescope (middellijn 39 meter) en de Giant Magellan Telescope (24,5 meter), beide komen in het noorden van Chili te staan en zullen omstreeks 2025 hun eerste licht opvangen. De TMT volgt twee jaar later. (EE)
Meer informatie:
Thirty Meter Telescope Set to Start Construction

   
10 juli 2019 • Meteorietinslagen brachten mogelijk minder goud en platinum naar de maan
Ondanks hun gemeenschappelijke oorsprong vertonen aarde en maan opvallende verschillen. Een daarvan is dat elementen zoals goud, iridium, platina en palladium (zogeheten ‘ijzerminnende’ elementen) schaars zijn op de maan in vergelijking met de aarde. Nieuwe computersimulaties bieden een mogelijke verklaring voor deze discrepantie (Nature, 11 juni). Kort na de vorming van ons zonnestelsel, vierenhalf miljard jaar geleden, lijkt de jonge aarde te zijn getroffen door een kleinere planeet. Het puin dat bij deze hypothetische botsing vrijkwam, klonterde samen tot de maan. Nadat aarde en maan waren bijgekomen van deze gebeurtenis brak er voor beide echter nog een periode van talrijke kleinere inslagen aan. Deze golf van inslagen, die honderden miljoenen jaren aanhield, zou de bron zijn geweest van de ijzerminnende elementen die nu nog in de korst van aarde en maan te vinden zijn. Het goud, iridium, platina en palladium dat de beide hemellichamen al bevatten toen ze nog geen vaste korst hadden, zou samen met ijzer naar hun beider kernen zijn gezakt. Als dit scenario klopt, zouden er op de maan eigenlijk net zoveel ijzerminnende elementen te vinden moeten zijn als op de aarde. Maar dat is niet zo: op de maan zijn ze veel zeldzamer. Een team onder leiding van Qing-zhu Yin, hoogleraar aard- en planeetwetenschappen aan de universiteit van Californië te Davis, denkt nu te weten hoe dit verschil is ontstaan. De wetenschappers hebben een gedetailleerde reconstructie uitgevoerd van het latere bombardement. Daarbij hebben ze de miljoenen meteorietinslagen nagebootst die materiaal naar de aarde en de maan zouden hebben gebracht. Daarbij is ontdekt dat de maan vanwege zijn kleine massa nogal wat materiaal is misgelopen. Bij grote inslagen en vooral bij inslagen onder een kleine hoek zou tot wel tachtig procent van het aangevoerde materiaal niet op de maan zijn gebleven. In het eerste geval drong het materiaal diep de maanmantel binnen, in het tweede geval verdween het direct weer de ruimte in. Het totale verlies aan aangevoerd materiaal was daardoor veel groter dan tot nu toe werd aangenomen, maar nog steeds niet voldoende om de huidige schaarste aan ijzerminnende elementen op de maan ter verklaren. Volgens Qing-zhu Yin en zijn collega’s heeft het echter ook geruime tijd geduurd voordat de maan na zijn ontstaan een vaste korst had. Daardoor zouden ijzerminnende materialen die tot 4,35 miljard jaar geleden op de maan waren afgezet ook naar het diepe inwendige zijn gezakt. Alles bij elkaar kunnen deze twee factoren het verschil tussen de hoeveelheid ijzerminnende elementen op aarde en maan volledig verklaren. Hoe plausibel dit scenario is, zal nog moeten blijken. Wellicht dat toekomstige bemande maanmissies daar uitsluitsel over kunnen geven. (EE)
Meer informatie:
Modeling early meteorite impacts on the moon

   
10 juli 2019 • RUG bouwt sterrenwacht in donker Lauwersmeergebied
Het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen werkt aan een concreet plan voor een nieuwe sterrenwacht in het Dark Sky Park Lauwersmeer. De sterrenwacht wordt geplaatst bij het Activiteitencentrum Lauwersnest van Staatsbosbeheer in Lauwersoog. Het streven is om de op afstand bedienbare telescoop begin 2020 in gebruik te kunnen nemen. Het Nationaal Park Lauwersmeer is in oktober 2016 door de International Dark-Sky Association officieel uitgeroepen tot Dark Sky Park. Een Dark Sky Park is een gebied waar het erg donker is, waar de duisternis behouden blijft en waar bezoekers ‘s nachts welkom zijn om die duisternis te beleven. Het Lauwersmeer is een van de laatste plekken in ons land waar het nog echt donker wordt, waardoor hier ‘s nachts een heldere sterrenhemel te zien is. Staatsbosbeheer heeft het Kapteyn Instituut, als instituut voor Sterrenkunde van de Rijksuniversiteit Groningen, gevraagd om mee te werken aan sterrenkundige elementen in het Dark Sky Park. Een belangrijk onderdeel hiervan wordt de nieuwe sterrenwacht. Het ontwerp voor de sterrenwacht en de telescoop is opgezet door het Kapteyn Instituut met hulp van studenten en deskundigen op het gebied van telescoopbouw. De nieuwe sterrenwacht in het Lauwersmeer zal in de eerste plaats door astronomiestudenten gebruikt worden, ter ondersteuning van hun wetenschappelijke opleiding. Mogelijk kan ook waarneemtijd beschikbaar gesteld worden voor sterrenkundelessen en profielwerkstukken van middelbare scholieren. Verder wordt de sterrenwacht ingezet voor sterrenkijkavonden en rondleidingen om het publiek de donkere en heldere hemel te laten ervaren. Daartoe wordt de sterrenwacht extra uitgerust met een waarneemterras om mobiele telescopen op te stellen. 

   
9 juli 2019 • Interstellair ijzer vermomt zich als koolstof
Astronomen van Arizona State University (ASU) denken een verklaring te hebben gevonden voor het schijnbare gebrek aan ijzer in het gas tussen de sterren. Het ijzer is er wel, maar het is vermomd (Astrophysical Journal, 26 juni). Na lichte elementen zoals waterstof, koolstof en zuurstof is ijzer een van de meest voorkomende elementen in het heelal. In gasvorm komt het voor in sterren zoals onze zon en in vaste vorm in planeten zoals de aarde. Dat impliceert dat ook de interstellaire ruimte rijk zou moeten zijn aan ijzer. Daar bevindt zich immers het gas waaruit sterren en planeten ontstaan. Maar tot nu toe was veel van dat ijzer zoek. Volgens de ASU-onderzoekers is dat minder raadselachtig dan het lijkt. Ze denken dat het interstellaire ijzer banden is aangegaan met koolstofmoleculen, waardoor zogeheten ijzer-pseudocarbines zijn ontstaan. Dat zijn ketens van moleculen waarvan de spectra bijna identiek zijn aan die van gewone ketens van koolstofmoleculen, waarvan allang bekend is dat ze veel voorkomen in de interstellaire ruimte. Recent onderzoek van meteorieten wijst erop dat ijzeratomen in de ruimte kunnen samenklonteren tot kleine clusters. Bij de extreem lage temperaturen in de ruimte zouden deze ijzerclusters als ‘aanvriesdeeltjes’ gaan fungeren: koolstofketens blijven eraan plakken. Hierdoor wordt het interstellaire ijzer aan het zicht onttrokken. De nieuwe theorie kan ook een ander vraagstuk helpen oplossen. Normaal gesproken zouden koolstofketens van meer dan negen atomen instabiel moeten zijn, maar in de interstellaire ruimte komen nog veel langere koolstofketens voor. Volgens de onderzoekers zou ook dat wel eens aan de ijzerclusters te danken kunnen zijn: ze zouden de vorming van ‘onmogelijk’ grote koolstofmoleculen bevorderen. (EE)
Meer informatie:
Interstellair ijzer vermomd zich als koolstof

   
9 juli 2019 • Stervorming wordt mogelijk tegengehouden door koud geïoniseerd waterstof
Voor het eerst is geïoniseerd waterstof gedetecteerd op de laagste frequentie ooit nabij het centrum van onze Melkweg. Deze ontdekking werd gedaan in een wolk die zowel erg koud is (ongeveer -230 graden Celsius) als ook geïoniseerd, iets wat nooit eerder is waargenomen. De ontdekking kan een verklaring zijn waarom sterren zich niet zo snel vormen als theoretisch mogelijk zou zijn. Dr. Raymond Oonk (ASTRON/Sterrewacht Leiden/SURFsara) leidde deze studie die vandaag in MNRAS wordt gepubliceerd. Ionisatie is een energetisch proces waarbij atomen hun elektronen verliezen. Het atoom raakt hierdoor elektrisch geladen en kan dan een ion worden genoemd. Dit gebeurt normaal in erg heet gas (10.000 graden Celsius) waar de atomen hun elektronen gemakkelijk kunnen verliezen. Het was daarom raadselachtig om geïoniseerd waterstof van zeer koud gas te ontdekken in deze wolk. Normale energiebronnen, zoals fotonen van zware sterren, zouden dit niet veroorzaken. Meer exotische energievormen, zoals hoogenergetische deeltjes die ontstaan in supernova-schokgolven en nabij zwarte gaten, zijn waarschijnlijk verantwoordelijk. Dr. Oonk: ‘Deze ontdekking toont aan dat de energie die nodig is om waterstofatomen te ioniseren diep kan doordringen in koude wolken. Van zulke koude wolken wordt aangenomen dat ze de brandstof zijn waaruit nieuwe sterren worden geboren. We weten dat in onze Melkweg het geboortecijfer voor sterren zeer laag is, veel lager dan men in eerste instantie zou verwachten. Misschien fungeert de energie die hier waargenomen is als een stabilisator voor koude wolken, zodat de wolk niet ineen zal storten en nieuwe sterren kan vormen.’ De waarneming werd uitgevoerd met de Engineering Development Array (EDA), een prototype station van de Square Kilometre Array (SKA), ’s werelds grootste radiotelescoop. Het betreft een samenwerking tussen het Nederlands Instituut voor Radioastronomie (ASTRON), de Universiteit Leiden, the International Centre for Radio Astronomy Research (ICRAR), University of Manchester en de Square Kilometre Array. 
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
8 juli 2019 • Nieuw plan moet Voyager-ruimtesondes meer tijd geven
Met veel kunst- en vliegwerk houden NASA-technici de ruimtesondes Voyager 1 en 2 nu al bijna 42 jaar aan de praat – een record. Om ervoor te zorgen dat het tweetal, dat zich inmiddels in de interstellaire ruimte bevindt, zo lang mogelijk wetenschappelijke gegevens blijft overseinen, is een nieuw managementplan opgesteld. Dat plan vraagt wel om offers op instrumenteel gebied. Een van de grootste problemen is dat de ‘nucleaire batterijen’ van de Voyagers, die hun meetinstrumenten en verwarmingselementen van stroom voorzien, langzaam uitgeput raken. Dat gaat bij Voyager 2 sneller dan bij Voyager 1, omdat eerstgenoemde één meetinstrument meer in bedrijf heeft. Na lang beraad is onlangs besloten om bij Voyager 2 de verwarming van een detector van kosmische straling uit te zetten. Dat instrument speelde afgelopen november een cruciale rol bij het vaststellen van het moment waarop de ruimtesonde de heliosfeer – de invloedssfeer van de zon – verliet. Tot nu toe lijkt het erop dat dit instrument ook bij de inmiddels tot 59 graden onder nul gedaalde temperatuur blijft werken. Omdat de nucleaire batterijen van de beide ruimtesondes inmiddels nog maar ongeveer 40 procent van hun oorspronkelijke vermogen hebben, en dat percentage alleen maar verder zal afnemen, zullen de komende jaren waarschijnlijk nog meer verwarmingselementen moeten worden uitgeschakeld. Een andere uitdaging waar de vluchtleiding voor staat betreft de kleine stuurraketjes die ervoor moeten zorgen dat de antennes van de Voyagers op de aarde blijven gericht. Deze raketjes vertonen steeds meer slijtage, en bij Voyager 1 was het al in 2017 nodig om over te schakelen op een ander raketsysteem, eigenlijk bedoeld voor koerscorrecties, dat al in geen tientallen jaren was gebruikt. Binnenkort zal Voyager 2 dezelfde procedure ondergaan. De nieuwe maatregelen moeten ervoor zorgen dat de beide Voyagers nog jarenlang gegevens over de interstellaire ruimte kunnen blijven verzamelen. (EE)
Meer informatie:
A New Plan for Keeping NASA's Oldest Explorers Going

   
8 juli 2019 • Kleine planetoïde ontdekt met omlooptijd van slechts vijf maanden
Astronomen hebben een nieuwe planetoïde ontdekt die in record korte tijd om de zon draait. Het ongeveer één kilometer grote rotsachtige hemellichaam, dat de aanduiding 2019 LF6 heeft gekregen, doet slechts ongeveer 151 dagen over één omloop. Dat is twee weken minder dan de vorige recordhouder. Planetoïde 2019 LF6 behoort tot de voorlopig nog kleine Atira-familie. De leden van deze familie volgen omloopbanen die geheel binnen de aardbaan liggen. De nieuwe recordhouder volgt een omloopbaan die hem periodiek binnen de baan van Mercurius brengt en waarvan het verste punt buiten de baan Venus ligt. 2019 LF6 is ontdekt met de Zwicky Transient Facility op Palomar Mountain in Californië. De ZTF maakt gebruik van de 1,2-meter Samuel Oschin Telescope om de noordelijke hemel af te speuren naar alles wat ontploft, beweegt of van helderheid verandert. Met dit instrument zijn tot nu toe twee Atira’s, ongeveer honderd aardscheerders en ruwweg 2000 planetoïden in de gordel tussen Mars en Jupiter opgespoord. Het opsporen van Atira-planetoïden is niet eenvoudig. Astronomen moeten daartoe de hemel afspeuren terwijl het volop schemert. Ze hebben maar ongeveer een uurtje per dag voor hun zoekactie. (EE)
Meer informatie:
ZTF Spots Asteroid with Shortest Year

   
8 juli 2019 • Radiosterrenwacht Jodrell Bank uitgeroepen tot werelderfgoed
De Jodrell Bank-radiosterrenwacht ten zuiden van de Engelse stad Manchester is door UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed. Jodrell Bank heeft een belangrijke rol gespeeld bij de opkomst van de radioastronomie. Telescopen die radiogolven detecteren in plaats van zichtbaar licht geven een heel andere kijk op het heelal. Met instrumenten van dit type zijn quasars, pulsars en de kosmische achtergrondstraling ontdekt. Jodrell Bank is in 1945 gesticht door de Engelse natuurkundige Bernard Lovell. Op de locatie zijn momenteel nog vier telescopen in bedrijf, waaronder de Lovell-radiotelescoop, die met een middellijn van 76 meter vanaf 1957 een tijdlang de grootste draai- en kantelbare radioschotel ter wereld was. Op dit moment is hij de op twee na grootste. De toevoeging aan de werelderfgoedlijst benadrukt het belang van de instandhouding van historische instrumenten die een grote bijdrage hebben geleverd aan de wetenschap. Momenteel fungeert Jodrell Bank als het hoofdkwartier van de Square Kilometre Array, een toekomstig groot netwerk van radiotelescopen die verspreid over zuidelijk Afrika en Australië worden opgesteld. (EE)
Meer informatie:
Jodrell Bank Observatory honoured with UNESCO World Heritage status

   
3 juli 2019 • Draaisnelheden van superzware zwarte gaten gemeten
Met behulp van gegevens van de NASA-ruimtetelescoop Chandra hebben astronomen een nieuwe techniek ingezet om de spinparameters van vijf superzware zwarte gaten te meten. De spinparameter is een maat voor de draaisnelheid van het zwarte gat. Bij de metingen is gebruik gemaakt van het zwaartekrachtlenseffect. Daarbij versterkt een object met een sterk zwaartekrachtveld (veel massa dus) het licht van een verder weg staand object zodanig af dat deze laatste vergroot, versterkt en meervoudig wordt weergegeven. Dit lenseffect treedt alleen op wanneer ‘lens’ en achtergrondobject vanaf de aarde gezien vrijwel precies op één lijn staan. Bij het nieuwe onderzoek is gekeken naar zes zogeheten quasars – superzware zwarte gaten in de kernen van miljarden lichtjaren verre sterrenstelsels die bezig zijn om grote hoeveelheden materie op te slokken. Zulke actieve kernen zijn sterke bronnen van röntgenstraling. Daarbij hebben de astronomen ook een ander lenseffect benut: zogeheten microlensing. Dat ontstaat doordat afzonderlijke sterren in het ‘lensstelsel’ het licht van een quasar nog eens extra vergroot. Op die manier laten zich ook heel kleine gebieden die röntgenstraling uitzenden onderzoeken. Dankzij het microlenseffect kan als het ware worden ingezoomd op materie die op de kleinst mogelijke afstand om het zwarte gat cirkelt. Bij een snel roterend zwart gat ligt die kleinst mogelijke omloopbaan dichter bij het zwarte gat dan bij een minder snel roterend zwart gat. Als dus een zeer klein gebied van röntgenstraling wordt waargenomen, impliceert dit dat het zwarte gat heel snel ronddraait. De resultaten laten zien dat een van de onderzochte superzware zwarte gaten met bijna de maximaal mogelijke snelheid roteert. Dat betekent zijn waarnemingshorizon – de grens waar voorbij niets meer aan het zwarte gat kan ontsnappen – met bijna de snelheid van het licht rondwentelt. De overige zwarte gaten in dit onderzoek draaien ongeveer half zo snel. De onderzoekers denken dat deze superzware zwarte gaten hun snelle rotatie te danken hebben aan het feit dat zij het grootste deel van hun materie in de loop van de miljarden jaren aangevoerd hebben gekregen vanuit een accretieschijf die ongeveer in dezelfde richting draaide als zijzelf. Net als een draaimolen die steeds een duwtje dezelfde kant op krijgt, wonnen ze daardoor aan snelheid. (EE)
Meer informatie:
X-Rays Spot Spinning Black Holes Across Cosmic Sea

   
2 juli 2019 • Weer is de bron van een eenmalige radioflits getraceerd
Opnieuw hebben radioastronomen de oorsprong kunnen traceren van een zogeheten snelle radioflits. Snelle radioflitsen zijn korte stoten radiostraling die van buiten ons Melkwegstelsel afkomstig zijn. Tot nu toe zijn een stuk of tachtig van dit soort ‘flitsen’ geregistreerd, maar hun exacte oorzaak blijft onduidelijk. In een artikel dat op 2 juli op de site van het wetenschappelijke tijdschrift Nature is verschenen, maakt een internationaal onderzoeksteam bekend dat een op 23 mei jl. waargenomen radioflits afkomstig was uit een groot sterrenstelsel op bijna 8 miljard lichtjaar van de aarde. Dat blijkt uit gegevens van een nieuwe radiotelescoop in Owens Valley (Californië) en de Keck-telescoop op Hawaï. Het sterrenstelsel waaruit de radioflits met de aanduiding FRB 190523 afkomstig was lijkt op ons eigen Melkwegstelsel. Het ziet er dus naar uit dat ook doodgewone sterrenstelsels radioflitsen kunnen produceren. De ontdekking wijst er bovendien op dat een veelbelovende theorie over de oorzaak van de snelle radioflitsen moet worden bijgesteld. Deze theorie stelt dat de stoten radiostraling afkomstig zijn van plasma dat door sterk magnetische neutronensterren (‘magnetars’) is uitgestoten. Dit idee was gebaseerd op het gegeven dat een eerdere snelle radioflits, FRB 121102, afkomstig was uit een actief stervormingsgebied in een klein sterrenstelsel. De vele supernova-explosies die in zo’n stervormingsgebied optreden leiden tot de vorming van (onder meer) magnetars. Het moederstelsel van FRB 190523 doet het echter veel kalmer aan. Het is pas voor de derde keer dat astronomen de bron van een snelle radioflits hebben kunnen achterhalen. Eerder is dat gelukt bij FRB 121102, een object dat vaker radioflitsen produceert, en onlangs ook bij FRB 180924. (EE)
Meer informatie:
Fast Radio Burst Pinpointed to Distant Galaxy

   
2 juli 2019 • Ster HD 139139 ‘knippert’ op onverwachte momenten
Astronomen hebben opnieuw een ster ontdekt die onverklaarbaar helderheidsgedrag vertoont. Het betreft de 360 lichtjaar verre dubbelster HD 139139. Waarnemingen met de (inmiddels uitgeschakelde) ruimtetelescoop Kepler laten zien dat deze ster verspreid over een periode van bijna drie maanden 28 helderheidsdipjes heeft laten zien. Normaal gesproken wijst dat erop dat er een of meer planeten in het spel zijn, die vanaf de aarde gezien om de zoveel tijd voor de ster langs schuiven. Maar in dit geval vertonen de meeste dipjes geen vaste periodiciteit: ze vinden op willekeurige momenten plaats. Slechts vier van de helderheidsdipjes van HD 139139 zouden door een en hetzelfde om de ster cirkelende object veroorzaakt kunnen zijn. Als de overige ook het gevolg zijn van planeetovergangen, dan moet het om een onwaarschijnlijk aantal planeten gaan. Theoretisch is het ook denkbaar dat de ster omgeven is door een gordel van desintegrerende planetoïden, maar die zouden dan toevallig allemaal puinwolken van dezelfde grootte en dichtheid moeten uitstoten. Ook lijkt het niet waarschijnlijk dat ‘zonnevlekken’ op de ster zelf de oorzaak zijn: die verschijnen en verdwijnen niet op tijdschalen van enkele uren. Het is verleidelijk om de helderheidsvariaties dan maar toe te schrijven aan een enorm bouwwerk dat door buitenaardse wezens rond de ster is gestationeerd. Die suggestie werd ook gedaan bij een andere ster die vreemd helderheidsgedrag vertoont: KIC8462852 oftewel Tabby’s ster. Maar de ervaring leert dat er doorgaans een meer natuurlijke verklaring wordt gevonden. (EE)
Meer informatie:
The weirdest stars we've ever seen have astronomers utterly baffled

   
2 juli 2019 • Mogelijke verklaring gevonden voor verdwijning van methaan op Mars
Al sinds een jaar of vijftien breken wetenschappers zich het hoofd over de sporadische, doorgaans zeer kortstondige detecties van methaangas op Mars. Deense onderzoekers denken een verklaring te hebben voor het verschijnsel. Het feit dat er soms methaan gemeten wordt op Mars spreekt tot de verbeelding, omdat dit gas een teken kan zijn van biologische activiteit. Of dat ook voor Mars geldt, is uitermate onzeker, maar feit is dat wat er aan methaan vrijkomt ook weer heel snel verdwenen is. De vraag is hoe dat kan. Het meest voor de hand liggende mechanisme – afbraak onder invloed van de ultraviolette straling van de zon – werkt namelijk maar heel langzaam. Wetenschappers van de universiteit van Aarhus zoeken de oorzaak nu bij erosieprocessen op Mars. Om die te onderzoeken hebben ze de winderosie op de planeet nagebootst in het laboratorium. De experimenten laten zien dat mineralen zoals basalt en plagioklaas onder de omstandigheden op Mars kunnen oxideren en gassen geïoniseerd raken. Dit leidt ertoe dat methaangas bindingen aangaat met de mineralen. Op basis van hun laboratoriumexperimenten komen de onderzoekers tot de conclusie dat dit mechanisme een veel belangrijkere rol speelt bij de verdwijning van methaan dan fotochemische processen. Daarbij komt nog dat zich aan de oppervlakken van de mineralen reactieve verbindingen kunnen vormen, zoals waterstofperoxide en zuurstofradicalen, die dodelijk zijn voor levende organismen. De onderzoeksresultaten kunnen van grote betekenis zijn voor toekomstige missies naar Mars, zoals die van de Europese ExoMars-rover die naar verwachting in 2021 op Mars zal landen. Bij het interpreteren van de resultaten van deze missies zal terdege rekeningen moeten worden gehouden met de invloed van niet-biologische processen op de methaanhuishouding van de planeet. (EE)
Meer informatie:
Methane vanishing on Mars: Danish researchers propose new mechanism as an explanation

   
2 juli 2019 • Burgerwetenschappers vinden aanwijzing die verwoestende zonnestormen helpt voorspellen
Dankzij een team van burgerwetenschappers hebben wetenschappers ontdekt dat zonnestormen complexer worden naarmate onze zon het maximum van haar 11-jarige activiteitscyclus bereikt. Deze ontdekking kan helpen bij het voorspellen van ‘ruimteweer’ dat schadelijke gevolgen kan op hebben voor satellietsystemen en andere kwetsbare moderne technologieën op en rond de aarde. De ontdekking is gedaan in het kader van een project waarbij vrijwilligers paren van opnamen van zogeheten coronale massa-ejecties (CME’s) – grote uitbarstingen in de atmosfeer van de zon – bekeken en moesten aangeven welke van de twee de grootste visuele complexiteit vertoonde. De in totaal 1100 opnamen zijn gemaakt door twee NASA-ruimtesondes van NASA, die tezamen de STEREO-missie vormen. Sommige van de CME’s die deze ruimtesondes hebben vastgelegd zien eruit als eenvoudige ‘zeepbellen’, terwijl andere meer op verbrijzelde gloeilampen lijken. Gebleken is dat deze laatste, die de grootste uitwerking hebben op het aardmagnetische veld, vaker voorkomen rond het zonnemaximum. Bij een CME wordt een grote wolk plasma – heet gas bestaande uit geladen deeltjes en magnetische velden – de ruimte in geslingerd. Als zo’n wolk de aarde bereikt, kan deze grote storingen veroorzaken in communicatie- en GPS-satellietsystemen en elektriciteitsnetten op aarde. De nieuwe onderzoeksresultaten worden vandaag gepresenteerd tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van Britse astronomen die deze week in Lancaster wordt gehouden. (EE)
Meer informatie:
Citizen Scientists Find Clue to Help Predict Devastating Solar Storms

   
1 juli 2019 • Ruimtetelescoop maakt nieuwe opname van explosieve dubbelster
De Hubble-ruimtetelescoop heeft een nieuwe opname gemaakt van de kolossale dubbelster Eta Carinae. De foto geeft een nog gedetailleerder beeld van de ontploffing die zich al sinds 1838 in ‘slow motion’ in dit object voltrekt. Eta Carinae kent een lange geschiedenis van kleinere en grotere uitbarstingen, waarbij flinke hoeveelheden materie de ruimte in werden geblazen. Maar de grote uitbarsting van 1838 brak alle records. Bij deze explosie werd de grootste van de twee sterren van deze dubbelster bijna aan flarden geblazen. De gevolgen van de klap zijn nog steeds goed te zien: twee opzwellende wolken van stof en gas die bekendstaan als de Homunculusnevel. De Hubble-ruimtetelescoop maakt al meer dan 25 jaar opnamen van dit kosmische drama. Bij de nieuwste opname is het warme magnesiumgas in de nevel geregistreerd, dat een gloed van ultraviolette straling afgeeft. Daarbij is een grote hoeveelheid warm gas ontdekt die bij de grote uitbarsting van 1838 is uitgestoten, maar nog niet in botsing is gekomen met het overige materiaal in de omgeving van Eta Carinae. De ontdekking van dit snel bewegende gas wijst erop dat er nóg meer energie bij de explosie is vrijgekomen dan tot nu toe werd aangenomen. De eigenlijke oorzaak van de grote explosie staat nog steeds niet vast. Volgens de meest recente inzichten is Eta Carinae begonnen als een stelsel van drie sterren die tezamen meer dan 150 keer zoveel massa hadden als onze zon. De explosie van 1838 zou zijn ontstaan toen de zwaarste van deze sterren een van zijn begeleiders opslokte. Uiteindelijk zal deze kolossale ster waarschijnlijk een nóg hevigere en fatale explosie ondergaan. Misschien heeft deze supernova-explosie zelfs al plaatsgevonden, maar als dat zo is zal het nog duizenden jaren duren voordat we daar iets van merken. Het licht van Eta Carinae doet er namelijk 7500 jaar over om de aarde te bereiken. (EE)
Meer informatie:
Hubble Captures Cosmic Fireworks in Ultraviolet

   
1 juli 2019 • Sterrenstelsels-in-wording worden gevoed met koud gas uit het kosmische web
Theoretische modellen wijzen erop dat jonge sterrenstelsels die in hoog tempo nieuwe sterren produceren vanuit het bekende kosmische web van het daarvoor nodige gas worden voorzien. Nieuwe waarnemingen met de Keck-telescoop hebben dat nu ook bevestigd. Voor het eerst hebben astronomen gezien hoe filamenten van gas rechtstreeks naar zo’n sterrenstelsel toe stromen (Nature Astronomy, 1 juli). Bij de waarnemingen is gebruik gemaakt van de Keck Cosmic Web Imager (KCWI), een speciale camera die van elk beeldpunt van een opname ook een spectrum vastlegt. Met KCWI zijn twee quasars waargenomen, die overigens niet het eigenlijk doelwit van de waarnemingen waren. Nabij elk van deze quasars bevindt zich een reusachtige gasnevel, groter dan de Melkweg, die zichtbaar is dankzij het intense licht van de quasars. Door het licht te onderzoeken dat door het waterstofgas in de beide nevels wordt uitgezonden, hebben de astronomen de snelheid van dat gas in kaart kunnen brengen.Bij eerdere waarnemingen, met behulp van een voorloper van de KCWI, was al een roterende schijf van gas ontdekt waarin zich gas ophoopte, maar nog geen filamenten. De nieuwe waarnemingen laten deze wel zien, en tonen aan dat de gasschijf wordt gevoed vanuit het kosmische web. (EE)
Meer informatie:
Spiraling filaments feed young galaxies

   
1 juli 2019 • Ook dwergplaneet Ceres krimpt
Net als de maan en de planeten Mars en Mercurius is de ijzige dwergplaneet Ceres bezig om te krimpen. Tot die conclusie komt een team van planeetwetenschappers na zorgvuldige bestudering van opnamen die door de om Ceres cirkelende ruimtesonde Dawn zijn gemaakt (Nature Astronomy, 1 juli). Op Mercurius, Mars en de maan zijn tal van breukhellingen aangetroffen, die zijn ontstaan doordat een stuk korst over de naburige korst heen is geschoven. Zo’n overschuiving ontstaat wanneer een vast hemellichaam door afkoeling is gekrompen. Op Ceres waren op het eerste gezicht geen duidelijke breukhellingen te zien. Wel vertoonde de dwergplaneet talrijke kronkelige richels zoals die op andere planeten doorgaans met overschuivingen in verband worden gebracht. Bij nadere inspectie blijkt dat ook op Ceres het geval te zijn. Een team van voornamelijk Spaanse onderzoekers heeft op Dawn-beelden nu vijftien steile wanden en richels ontdekt die door overschuiving lijken te zijn veroorzaakt. Een van deze breukhellingen is zelfs drie kilometer hoog. Al met al zijn overschuivingen op Ceres echter veel schaarser en minder opvallend dan op rotsachtige planeten. Hoe oud de ontdekte structuren zijn, is onduidelijk. Wel lijken sommige veel jonger dan andere. Dat wijst erop dat het krimpproces al een hele tijd bezig is. (EE)
Meer informatie:
Follow the Thrusts: searching for contraction of Ceres

   
1 juli 2019 • Moederlichaam van Tagish Lake-meteoriet kwam waarschijnlijk uit buitengebied zonnestelsel
Onderzoek van een meteoriet die in het jaar 2000 bij Tagish Lake, in het westen van Canada neerplofte, laat zien dat de isotopensamenstelling van de daarin aanwezige koolstof afwijkt van die van aardse koolstof. De meteoriet bevat ongeveer 17 procent meer koolstof-13 (Nature Astronomy, 1 juli). Zo’n overschot aan koolstof-13 wordt in organische verbindingen in meteorieten zelden aangetroffen en doet vermoeden dat de koolstof in de Tagish Lake-meteoriet afkomstig is van (anorganisch) CO2-ijs in het moederlichaam van de planetoïde. Bovendien lijkt de CO2/H2O-verhouding in de meteoriet op die van kometenijs. Een en ander wijst erop dat het moederlichaam van de meteoriet, vermoedelijk een planetoïde van type D, onder zeer lage temperaturen is ontstaan. Zijn oorsprong zou dus liggen voorbij de omloopbaan van Jupiter. Dit past goed in het huidige beeld dat wetenschappers van het ontstaan van ons zonnestelsel hebben. Modelberekeningen wijzen er namelijk op dat de omloopbanen van de vier grootste planeten – Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus – zijn opgeschoven. Tijdens dat proces zouden sommige planetoïden die in het buitengebied van ons zonnestelsel zijn ontstaan uiteindelijk in de gordel tussen Mars en Jupiter zijn beland. De overeenkomst tussen planetoïden van type D en kometen geeft aan dat deze planetoïden informatie bevatten over zowel kometen als over de ‘ijsdwergen’ (kleine, ijzige hemellichamen) die voorbij de baan van Neptunus worden aangetroffen. Ook kan uit het nieuwe onderzoeksresultaat worden geconcludeerd dat de binnenste planeten van ons zonnestelsel, waaronder de aarde, vluchtig materiaal kunnen bevatten dat uit het verre buitengebied afkomstig is. (EE)
Meer informatie:
The outer Solar System origin of D-type asteroids and their migration to the inner Solar System

   
1 juli 2019 • Zondag 7 juli: eerste Landelijke Zonnekijkdag
Op 7 juli organiseert de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde voor het eerst een Landelijke Zonnekijkdag. Het publiek kan dan veilig door een telescoop de zon bewonderen. Sterrenkundige verenigingen, publiekssterrenwachten en particulieren stellen op zo’n dertig locaties hun telescopen beschikbaar zodat iedereen van de zon kan genieten. Amateurastronomen en sterrenwachten hebben speciale telescopen om veilig naar de zon kijken. Ze maken bijvoorbeeld donkere zonnevlekken zichtbaar dankzij een filter dat het felle zonlicht tempert. Hoe meer zonnevlekken, hoe ‘actiever’ de zon. Met een filter dat alleen rood licht overlaat, komt een kolkende en wervelende zon in beeld met lussen van gas die groter kunnen zijn dan de aarde. De zonnekijkdag gaat ook door als het bewolkt is. Bij de meeste verenigingen en sterrenwachten is een aanvullend programma. Zo organiseert Sonnenborgh in Utrecht de Super Sunday Solar Science Show. En in het planetarium van sterrenwacht Hellendoorn is een speciale zonnetour. Bovendien kunnen sommige telescopen de zon laten zien zelfs als het bewolkt is. De radiostraling van de zon gaat namelijk door de bewolking heen en kan met eenvoudige antennes en radiotelescopen worden opgevangen. Voor meer informatie en kijkadressen zie: www.zonnekijkdag.nl.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
28 juni 2019 • Interacties tussen clusters leiden tot ontstaan van balkspiraalstelsels
Ongeveer een derde van alle spiraalvormige sterrenstelsels heeft een kern die niet bolvormig is, maar langwerpig. Voor het ontstaan van deze ‘balkstructuren’ bestaan verschillende verklaringen. Ze zouden het gevolg kunnen zijn van fysische processen in de stelsels zelf of van interacties tussen sterrenstelsels onderling. Een team van Koreaanse astronomen heeft nu een derde mogelijkheid ontdekt: ook botsingen tussen clusters van sterrenstelsels kunnen tot balkvorming leiden. Uit een inventarisatie van 105 clusters blijkt namelijk dat clusters die in botsing zijn met elkaar anderhalf keer zoveel balkspiraalstelsels bevatten als solitaire clusters (Nature Astronomy, 24 juni). Aanleiding voor het Koreaanse onderzoek, waarbij gebruik is gemaakt van gegevens van de Sloan Digital Sky Survey, was een 20 jaar oude publicatie, waarin de mogelijkheid van balkvorming bij cluster-cluster-interacties terloops werd genoemd. (EE)
Meer informatie:
A new bar formation mechanism: cluster-cluster interaction

   
27 juni 2019 • Nieuwe NASA-missie heeft Saturnusmaan Titan als bestemming
Het Amerikaanse ruimteagentschap NASA heeft zijn volgende doelwit van een onbemande onderzoeksmissie in ons zonnestelsel geselecteerd: de grote Saturnusmaan Titan. De missie, Dragonfly geheten, zal worden uitgevoerd met een forse drone die op het oppervlak van Titan kan landen en van plek naar plek kan vliegen. De lancering van Dragonfly staat gepland voor 2026 en zijn reis gaat acht jaar duren. Hoofddoel van de missie is het speuren naar chemische processen die aan de basis staan van het ontstaan van levende organismen. Titan wordt wel gezien als de ijskoude tegenhanger van de aarde op het moment dat hier nog geen leven was. Hij heeft een dichte atmosfeer en is rijk aan organische verbindingen in de vorm van gas, vloeistof en ijs. Het is de bedoeling dat de onderzoeksmissie van Dragonfly bijna drie jaar gaat duren. In die periode kan hij een afstand van 175 kilometer overbruggen. De missie staat onder leiding van het Johns Hopkins Applied Physics Lab, hetzelfde instituut dat ook de succesvolle New Horizons-missie naar de dwergplaneet Pluto heeft geregisseerd. (EE)
Meer informatie:
NASA Selects Flying Mission to Study Titan for Origins, Signs of Life

   
27 juni 2019 • Voor het eerst is een éénmalige radioflits nauwkeurig gelokaliseerd
De oplossing van het raadsel van de ‘snelle radioflitsen’ is een klein stapje dichterbij gekomen: astronomen hebben de bron weten te achterhalen van een eenmalige radioflits. Eerder was dit alleen gelukt bij een object dat vaker van dit soort korte stoten van intense radiostraling produceert (Science, 28 juni). De radioflits is geregistreerd én nauwkeurig gelokaliseerd met de Australian Square Kilometre Array Pathfinder (ASKAP) – een opstelling van 36 radioschotels in West-Australië. Vervolgwaarnemingen met een aantal optische telescopen, waaronder de Europese VLT, hebben laten zien dat de radioflits uit de richting kwam van een middelgroot sterrenstelsel op 4 miljard lichtjaar afstand. Opvallend genoeg blijkt het om een sterrenstelsel te gaan met een lage stervormingsactiviteit. Het enige andere sterrenstelsel waarvan bekend is dat het radioflitsen produceert is juist een echte sterrenfabriek waarin talrijke supernova-explosies plaatsvinden. Dat suggereert dat radioflitsen op verschillende manieren kunnen gegenereerd, maar nog steeds is hun precieze oorzaak niet bekend. De eerste snelle radioflitsen werden in 2007 gedetecteerd. Sindsdien zijn 85 van deze hemelverschijnselen, die nog geen duizendste van een seconde duren, waargenomen. Vanwege hun korte duur is het echter niet eenvoudig om hun herkomst te achterhalen. Speciaal voor dit doel is de ASKAP-radiotelescoop voorzien van nieuwe technologie waarmee de datastroom van ASKAP minder dan een seconde na aankomst van een radioflits kan worden ‘bevroren’ en opgeslagen. Het is deze technologie die de nauwkeurige lokalisatie van radioflits FRB 180924 mogelijk heeft gemaakt. (EE)
Meer informatie:
Astronomers make history in a split second

   
27 juni 2019 • ‘Leeftijdsparadox’ van vreemde rode reuzensterren lijkt opgelost
Vier jaar geleden ontdekte astronomen diverse rode reuzensterren met paradoxale eigenschappen. Hun chemische samenstelling wees erop dat ze uit oud stellair materiaal bestonden, maar hun grote massa’s suggereerden dat ze relatief jong waren. Deze schijnbare tegenspraak lijkt nu te zijn opgelost. De betreffende reuzensterren lijken fusies met andere sterren te zijn aangegaan. Rode reuzensterren zijn van oorsprong sterren zoals onze zon. Zodra de voorraad waterstof in hun kern opraakt, zwellen deze sterren op en kan heet materiaal dat tot dan toe alleen in de kern heeft gezeten het steroppervlak bereiken. Spectroscopische metingen van de samenstellingen van deze sterren lieten zien dat ze relatief weinig ijzer bevatten – een element waarvan de productie in de loop van de evolutie van ons Melkwegstelsel maar langzaam op gang is gekomen. Oude sterren bevatten dus minder ijzer dan jonge. Daaruit leidden astronomen af dat de sterren meer dan 10 miljard jaar oud waren. Tegelijkertijd lieten de massabepalingen van de vreemde reuzensterren – gebaseerd op onderzoek van hun seismische oscillaties – zien dat zij opvallend zwaar waren. Dat is merkwaardig, want zwaardere sterren raken sneller door hun brandstof heen. Op basis van hun massa zouden de onderzochte sterren jonger dan 6 miljard jaar moeten zijn. Astronomen Saskia Hekker en Jennifer Johnson hebben deze tegenspraak uit de weg geruimd door niet alleen naar de hoeveelheid ijzer in de sterren te kijken, maar ook naar de hoeveelheden koolstof, stikstof en zuurstof – elementen die in de kern van de ster zijn geproduceerd. De onderlinge verhoudingen van deze elementen verraden hoe heet een ster is en daarmee ook zijn massa. De resultaten laten zien dat deze verhoudingen bij sterren van lage massa passen. Dat wijst erop dat ze oorspronkelijk aanzienlijk lichter waren dan nu. Hun huidige grote massa’s zijn alleen verklaarbaar als ze op enig moment met andere sterren zijn samengegaan. (EE)
Meer informatie:
Old at Heart: Solution to Red Giants‘ Age Paradox