21 maart 2019 • NASA biedt kijkje in het hart van de Melkweg
NASA heeft een 360°-video gemaakt van het centrum van ons Melkwegstelsel, gezien vanuit de positie van het superzware zwarte gat dat daar schuilgaat. De beelden zijn gebaseerd op opnamen van de röntgensatelliet Chandra en computersimulaties. Het filmpje geeft een dynamisch beeld van de diverse processen die zich rond het Melkwegcentrum afspelen. Het toont de effecten van de hevige sterrenwinden van de tientallen zware sterren rond Sagittarius A* (Sgr A*)– het 4 miljoen zonsmassa’s zware zwarte gat in het centrum. Deze sterrenwinden voorzien Sgr A* van ‘brandstof’. Idealiter moet de video worden bekeken met een VR-bril, zoals de Samsung Gear VR of de Google Cardboard. Er is echter ook een YouTube-versie beschikbaar die op een gewone smartphone (of op het beeldscherm van een computer_ kan worden bekeken. Door de telefoon te kantelen kan de omgeving van Sgr A* worden verkend. (EE)
Meer informatie:
Galactic Center Visualization Delivers Star Power

   
21 maart 2019 • Bolhoop HP1 is een galactisch fossiel
Astronomen hebben vastgesteld dat de in 1997 ontdekte bolvormige sterrenhoop HP1 tot de oudste van ons Melkwegstelsel behoort. De verzameling sterren is waarschijnlijk ongeveer 12,8 miljard jaar oud. HP1 wordt beschouwd als een overgebleven ‘bouwsteen’ uit de tijd dat het hart van onze Melkweg – de zogeheten bulge – werd gevormd. De leeftijd van HP1 is vastgesteld met behulp van de Gemini South-telescoop in het noorden van Chili. Deze telescoop is voorzien van een geavanceerd adaptief optisch systeem waarmee haarscherpe opnamen kunnen worden gemaakt. Dat HP1 zo oud is, blijkt uit het feit dat hij weinig ‘metalen’ bevat – dat wil zeggen: elementen zwaarder dan helium. Vroeg in de geschiedenis van het heelal waren deze elementen veel schaarser dan nu. Tot een aantal jaren geleden waren astronomen in de veronderstelling dat de oudste bolvormige sterrenhopen alleen in het buitengebied van de Melkweg te vinden waren, terwijl de jongere zich in het centrale deel ophielden. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat ook binnen de bulge oude bolhopen te vinden zijn. Bolvormige sterrenhopen geven inzicht in de vorming en evolutie van ons Melkwegstelsel. Vermoed wordt dat veel van deze oude stersystemen zijn ontstaan uit dezelfde ‘oerwolk’ van gas waaruit ook de Melkweg is voortgekomen. Andere lijken overblijfselen te zijn van kleine sterrenstelsels die door ons sterrenstelsel aan flarden zijn getrokken. (EE)
Meer informatie:
Ultra-Sharp Images Make Old Stars Look Absolutely Marvelous!

   
20 maart 2019 • Melkwegcentrum heeft twee ‘uitlaatpijpen’
Het centrum van ons Melkwegstelsel bruist van de activiteit. Dat is te danken aan het daar aanwezige zwarte gat van 4 miljoen zonsmassa’s én aan de stervormingsgebieden in diens directe omgeving. Een internationaal team van astronomen heeft ontdekt dat door deze activiteit twee ‘uitlaatpijpen’ zijn ontstaan, waarlangs de energie die bij het kosmische vuurwerk in het Melkwegcentrum wordt gegenereerd ontsnapt (Nature, 21 maart).De galactische uitlaatpijpen zijn ontdekt met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton. Ze komen uit bij twee kolossale structuren die al in 2010 zijn ontdekt: de zogeheten Fermi-bellen. Deze laatste steken ongeveer 25.000 lichtjaar boven en onder de schijf van de Melkweg uit. De uitlaatpijpen zijn enkele honderden lichtjaren lang en bevatten zeer heet gas dat loodrecht op de schijf uit het Melkwegcentrum ontsnapt. Op die manier worden de beide Fermi-bellen ‘bijgetankt’. Onduidelijk is nog of dat een continu proces is of dat het bij vlagen gebeurt. De uitstroom zou een overblijfsel kunnen zijn uit de tijd dat de activiteit in het Melkwegcentrum veel groter was dan nu. Maar het is ook mogelijk dat zelfs ‘rustige’ sterrenstelsels als het onze een sterke uitstroom van gas en energie genereren. Eerdere waarnemingen met XMM-Newton hebben al laten zien dat de kern van ons Melkwegstelsel meer activiteit vertoont dan je op het eerste gezicht zou denken. Er vinden geregeld supernova-explosies plaats en het centrale superzware zwarte gat weet zo nu en dan een gaswolk op te slokken, wat in een uitbarsting van straling en energierijke deeltjes resulteert. (EE)
Meer informatie:
Giant ‘chimneys’ vent X-rays from Milky Way’s core

   
19 maart 2019 • Planetoïde Bennu vertoont stoffonteinen (en tal van andere verrassingen)
Op de 525 meter grote planetoïde (101955) Bennu komen mysterieuze stoffonteinen voor. De ontdekking van de stofexplosies is de grootste verrassing van het recente onderzoek van de Amerikaanse ruimtesonde OSIRIS-REx. De eerste resultaten van de missie zijn gepresenteerd op de 50e Lunar and Planetary Science Conference in The Woodlands, Texas, en gepubliceerd in een reeks artikelen in verschillende tijdschriften. Hieronder volgt een puntsgewijze opsomming van de belangrijkste resultaten.  Stoffonteinen • In totaal zijn 11 stofexplosies aan het oppervlak waargenomen. Het weggeblazen materiaal valt soms terug naar het oppervlak, maar gaat soms ook zo snel dat het in de ruimte verdwijnt. De oorzaak van de stofexplosies is nog onbekend.  Rotsblokken • Aan het oppervlak van Bennu (dat ca. 100 miljoen à 1 miljard jaar oud is) komen veel meer en grotere rotsblokken voor dan verwacht, tot afmetingen van ruim 50 meter. De rotsblokken dateren vermoedelijk uit de periode waarin Bennu losgeslagen werd van een groter 'moederlichaam'. Barsten in de rotsblokken wijzen op thermische breukprocessen.  Grindbak • De massa van Bennu blijkt 73 miljard kilogram te bedragen. Daaruit volgt dat het hemellichaam zeer poreus moet zijn. Het is zo goed als zeker een rubble pile - een soort 'vliegende grindbak'. Het oppervlaktemateriaal van Bennu is extreem donker; het weerkaatst gemiddeld slechts 4 procent van het opvallende zonlicht.  Samenstelling • Spectroscopische waarnemingen hebben het bestaan van koolstofhoudende en gehydrateerde mineralen en (o.a.) magnetiet aangetoond. Dat wijst erop dat het materiaal waaruit Bennu bestaat lang geleden de inwerking van water heeft ondervonden (zo goed als zeker toen Bennu nog deel uitmaakte van een veel groter moederlichaam).  Rotatieperiode • Bennu draait ongeveer eens per vier uur om zijn as. Door de wisselwerking van zwaartekracht en middelpuntvliedende kracht stroomt fijn materiaal naar het evenaargebied, langs noord-zuid-gerichte 'bergkammen'. Door de invloed van zonlicht neemt de rotatieperiode echter met 1 seconde per 100 jaar af, zo blijkt uit metingen. De steeds sneller wordende rotatie zal er in de toekomst mogelijk toe leiden dat de poreuze planetoïde volledig uit elkaar valt.  OSIRIS-Rex (Origins, Spectral Interpretation, Resource Identification, Security-Regolith Explorer) werd in 2016 gelanceerd, kwam begin december 2018 bij Bennu aan en beschrijft sinds 31 december een baan rond het kleine hemellichaam, momenteel op een afstand van slechts 1,6 kilometer. Het is de bedoeling om in de zomer van 2020 oppervlaktemateriaal (inclusief kiezels van een paar centimeter groot) te verzamelen dat in najaar 2023 teruggebracht wordt op aarde. Doordat het oppervlak veel meer grote rotsblokken vertoont, werken vluchtleiders momenteel aan een alternatief scenario voor die bemonstering. (GS)
Meer informatie:
OSIRIS-REx Reveals Asteroid Bennu Has Big Surprises (origineel persbericht)

   
19 maart 2019 • Planetoïde Ryugu is opvallend droog
Vrijwel gelijktijdig met de stroom aan berichten over planetoïde Bennu, hebben Japanse wetenschappers een overzicht gegeven van de eerste resultaten van het onderzoek van de planetoïde Ryugu. Ook dat heeft een verrassing opgeleverd (Science, 19 maart). Op het eerste gezicht lijkt Ryugu als twee druppels water op Bennu, al is hij bijna twee keer zo groot. Maar verrassend genoeg laten de meetresultaten van diverse instrumenten van ruimtesonde Hayabusa 2, die Ryugu sinds vorige zomer vergezelt, zien dat deze planetoïde veel droger is. Dat suggereert dat zijn moederlichaam – de enkele tientallen kilometers grote planetoïde waar Ryugu een brokstuk van is – ook vrijwel geen water bevatte. Dit is opmerkelijk omdat wordt aangenomen dat op z’n minst een deel van het water op aarde afkomstig is van inslaande planetoïden. Als echter veel planetoïden zo droog zijn als Ryugu, moet dat beeld wellicht worden bijgesteld. (EE)
Meer informatie:
Hayabusa2 probes asteroid for secrets

   
19 maart 2019 • Pulsar racet als kanonskogel door het heelal
Sterrenkundigen hebben op 6500 lichtjaar afstand een pulsar ontdekt die met een snelheid van ca. 1100 kilometer per seconde door het Melkwegstelsel beweegt - snel genoeg om uiteindelijk aan de zwaartekracht van het Melkwegstelsel te ontsnappen. De pulsar werd in 2017 voor het eerst opgemerkt door deelnemers aan het citizen science-project Einstein@home. Pulsars zijn kleine, extreem compacte neutronensterren die achterblijven nadat een zware ster aan het eind van zijn leven explodeert als supernova. PSR J0002+6216, zoals de kanonskogel-pulsar officieel heet, is ca. 10.000 jaar geleden ontstaan bij zo'n supernova-explosie. Daarbij werd ook een schil van materiaal het heelal ingeblazen. Die supernovarest dijde oorspronkelijk sneller uit dan de pulsar bewoog, maar werd afgeremd door de ijle interstellaire materie in het Melkwegstelsel. Ca. 5000 jaar geleden werd de uitdijende schil door de pulsar ingehaald. De pulsar bevindt zich momenteel op 53 lichtjaar afstand van het centrum van de supernovarest en sleept een 13 lichtjaar lange 'staart' van elektrisch geladen deeltjes achter zich aan. In een artikel dat voor publicatie is aangeboden aan The Astrophysical Journal suggereren de onderzoekers dat de extreem hoge snelheid van de pulsar vermoedelijk te danken is aan hydrodynamische instabiliteiten in de exploderende ster. (GS)
Meer informatie:
Astronomers Find “Cannonball Pulsar” Speeding Through Space (origineel persbericht)

   
19 maart 2019 • ALMA biedt zicht op geboorte zware dubbelster
Met het ALMA-observatorium (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) in Noord-Chili zijn gedetailleerde waarnemingen verricht aan IRAS 07299-1651, een stervormingsgebied op 5500 lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Puppis (Achtersteven). Uit de ALMA-waarnemingen, vandaag gepubliceerd in Nature Astronomy, blijkt dat zich in de samentrekkende moleculaire wolk een zware dubbelster aan het vormen is. Veel sterren in het heelal maken deel uit van dubbelstersystemen, maar over hun ontstaan is weinig met zekerheid bekend. Astronomen weten bijvoorbeeld niet of een (zware) dubbelster in één keer ontstaat uit een samentrekkende (en fragmenterende) wolk van gas en stof, of dat de componenten van de dubbelster afzonderlijk ontstaan en pas in een later stadium in een baan om elkaar heen terecht komen. De ALMA-metingen aan IRAS 07299-1651 ondersteunen het eerste scenario. De moleculaire wolk vertoont duidelijk twee kernen. De twee sterren-in-wording hebben een gezamenlijke massa van ca. 18 zonsmassa's. Ze bevinden zich op een onderlinge afstand van ca. 27 miljard kilometer en hebben een omlooptijd van hooguit 600 jaar. (GS)
Meer informatie:
Spiralling giants: Alma witnesses the birth of a massive binary star (origineel persbericht)

   
19 maart 2019 • Komt er een ruimtemissie naar Neptunusmaan Triton?
Tijdens de Lunar and Planetary Science Conference die deze week in Texas wordt gehouden hebben NASA-wetenschappers plannen bekendgemaakt voor een nieuwe ruimtemissie naar het buitengebied van ons zonnestelsel – naar Triton, de grootste maan van Neptunus, om precies te zijn. Aangenomen wordt dat Triton een Kuipergordelobject is, vergelijkbaar met Pluto, dat miljarden jaren geleden door Neptunus is ingevangen. Ook zijn er aanwijzingen dat er onder zijn ijsoppervlak een oceaan van water schuilgaat. Het is dit jaar precies dertig jaar geleden dat Neptunus en zijn manen bezoek hebben gehad van de aarde. Op 25 augustus 1989 scheerde ruimtesonde Voyager 2 langs het ijzige gezelschap, dat sindsdien niet meer van dichtbij is bekeken. Er wordt naar gestreefd om de kosten van de voorgestelde missie, die Trident heet, zo laag mogelijk te houden. Hij zou binnen het zogeheten Discovery-programma van NASA moeten passen, en dat heeft een kostenplafond van 500 miljoen dollar. Om snel bij Triton te komen zou de ruimtesonde gebruik maken van de zwaartekracht van de planeet Jupiter, net als zijn voorganger New Horizons, die in 2015 de verre dwergplaneet Pluto verkende. Het streven is om Trident vóór 2040 bij Triton te laten aankomen. (EE)
Meer informatie:
Neptune’s Moon Triton Is Destination of Proposed NASA Mission

   
19 maart 2019 • Israëlische ruimtesonde ligt op koers voor maanlanding op 11 april
De eerste maanlander van Israëlische bodem, Beresheet, heeft dinsdag zijn raketmotor gedurende ongeveer 60 seconden ontstoken om zijn langgerekte omloopbaan om de aarde te verlengen. Het verste punt van de baan ligt nu op ruim 400.000 kilometer, wat voldoende is om de afstand tot de maan te overbruggen. De komende dagen zal de maansonde nog enkele kleine koerscorrecties ondergaan, maar zoals het er nu naar uitziet ligt hij op koers om op 4 april door de maan te worden ingevangen. Een week later zal worden geprobeerd om een zachte landing te maken. Naar verwachting zal de landingsplek liggen in het noordoostelijke deel van Mare Serenitatis, op enkele honderden kilometers afstand van de plekken waar de Apollo 15 en 17 zijn geland.  De ongeveer anderhalve meter grote Beresheet zal enkele wetenschappelijke metingen gaan doen op en rond de maan, maar het belangrijkste doel van de missie is om een impuls te geven aan het Israëlische ruimteprogramma en om jongeren te interesseren in wetenschap en technologie. Niet onbelangrijk is ook dat Israël na de Sovjetunie, de VS en China het vierde land kan worden dat op de maan landt. Helemaal zonder tegenslagen verloopt de missie van Beresheet, die op 21 februari werd gelanceerd, overigens niet. Gebleken is dat zijn ‘star trackers’, die nodig zijn voor de navigatie, nogal gevoelig zijn voor verblinding door zonnestraling. Een afgelopen maand herstartte zijn boordcomputer zichzelf spontaan. (EE)
Meer informatie:
Israeli Lunar Lander on Course for the Moon After Latest Engine Firing

   
19 maart 2019 • Stof in ver sterrenstelsel wijst op getrapte stervorming
Met het ALMA-observatorium (Atacama Large Millimeter/submillimeter Array) in Noord-Chili is de straling gedetecteerd van grote hoeveelheden stof in het verre sterrenstelsel MACS0416_Y1, op 13,2 miljard lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Eridanus. Door de grote afstand zien we het stelsel zoals het er 600 miljoen jaar na de oerknal uitzag. De ontdekking doet vermoeden dat er in dit stelsel 300 miljoen jaar na de oerknal al een geboortegolf van nieuwe sterren plaatsvond. Metingen met grote telescopen op aarde en in de ruimte laten zien dat de huidige sterren in het stelsel (ook nu vindt er een geboortegolf plaats) ca. vier miljoen jaar oud zijn. Volgens Japanse astronomen moet er echter een eerdere geboortegolf hebben plaatsgevonden. Stofdeeltjes ontstaan namelijk wanneer sterren aan het eind van hun leven supernova-explosies ondergaan, en in vier miljoen jaar tijd kan er nooit zo veel stof zijn gevormd als nu is waargenomen. In The Astrophysical Journal schrijven de onderzoekers nu dat de eerste geboortegolf waarschijnlijk 300 miljoen jaar na de oerknal van start ging, en ongeveer 100 miljoen jaar duurde. Daarna bleef het zo'n 200 miljoen jaar relatief rustig in MACS0416_Y1, totdat de huidige, tweede geboortegolf een aanvang nam. (GS)
Meer informatie:
The Rise and Fall of Ziggy Star Formation and the Rich Dust from Ancient Stars (origineel persbericht)

   
19 maart 2019 • Magnetisch veld van andere ster in kaart gebracht
Dankzij speciale waarnemingstechnieken is het astronomen gelukt om het magnetisch veld van een andere ster in kaart te brengen. Het gaat om de ster II Pegasi (ook bekend als HD 224085). Met de Large Binocular Telescope op Mount Graham in Arizona (die een effectieve spiegeldiameter heeft van 11,8 meter) zijn gedurende een aantal nachten gedetailleerde spectra vastgelegd van de ster. Doordat II Pegasi eens per 6,7 dagen om zijn as draait, beweegt de ene kant van de ster naar ons toe en de andere kant van ons af. Door middel van zogeheten dopplertomografie kan uit de waarnemingen worden afgeleid waar zich op het steroppervlak relatief donkere (koelere) en heldere (warmere) gebieden bevinden. In het geval van II Pegasi blijkt het daarbij om zeer grote gebieden te gaan - veel groter dan reguliere zonnevlekken. Met het PEPSI-instrument (Potsdam Echelle Polarimetric and Spectroscopic Instrument) zijn ook metingen verricht aan de polarisatie van het sterlicht en aan de zogeheten Zeeman-splitting: het verschijnsel dat spectraallijnen in tweeën gesplitst worden door de aanwezigheid van magnetische velden. De Zeeman Doppler Imaging-techniek (ZDI) maakte het vervolgens mogelijk om het magnetisch veld van de ster te reconstrueren. Het blijkt dat de warme en koele gebieden een tegengestelde magnetische polariteit hebben. Het is voor het eerst dat het magnetiosch veld van een andere ster in kaart is gebracht. De nieuwe resultaten zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. (GS)
Meer informatie:
Mapping Stars with PEPSI (origineel persbericht)

   
18 maart 2019 • Kraters op Ultima Thule mogelijk niet ontstaan door inslagen
De kraters op de verre dubbele ijsdwerg 2014 MU69 (bijgenaamd Ultima Thule) zijn mogelijk niet het gevolg van inslagen. Ze zouden ook ontstaan kunnen zijn door sublimatie van oppervlaktemateriaal (de plotselinge fase-overgang van de vaste fase naar de gasfase), of doordat materiaal van het vermoedelijk poreuze oppervlak is weggezakt in ondergrondse spleten. Dit is een van de nieuwe inzichten die door het New Horizons-team gepresenteerd zijn op de 50e Lunar and Planetary Science Conference in The Woodlands, Texas. New Horizons is de Amerikaanse ruimtesonde die in de Nieuwjaarsnacht op ca. 3500 kilometer afstand langs Ultima Thule vloog, op zo'n 6 miljard kilometer afstand van de zon. Onderzoekers bevestigden ook de merkwaardige vorm van het 35 kilometer lange hemellichaam: het bestaat uit twee delen die waarschijnlijk ooit om elkaar heen draaiden en in een later stadium 'zachtjes' met elkaar in botsing kwamen. Het ene deel blijkt sterk afgeplat te zijn; het andere is veel meer bolvormig. Hoe die vreemde vorm veroorzaakt kan zijn is nog een raadsel. Een voorlopige analyse van spectroscopische waarnemingen doet vermoeden dat zich aan het oppervlak van de opvallend rood gekleurde ijsdwerg onder andere bevroren methanol, waterijs en organische verbindingen bevinden. (GS)
Meer informatie:
NASA's New Horizons Team Unravels the Many Mysteries of Ultima Thule (origineel persbericht)

   
18 maart 2019 • Energieverlies geeft onverwacht inzicht in de evolutie van quasar jets
Een internationaal team van astrofysici nam voor de eerste keer waar dat de jet van een quasar minder krachtig is op lange radiogolflengten dan eerder voorspeld. Deze ontdekking geeft nieuwe inzichten in de evolutie van quasar jets. De observatie deden ze met de internationale Low Frequency Array (LOFAR) telescoop, die hoge resolutie afbeeldingen maakte van de quasar 4C+19.44 meer dan 5 miljard lichtjaar verwijderd van de aarde. Superzware zwarte gaten, miljoenen keren zwaarder dan onze zon, bevinden zich in het centrale gebied van sterrenstelsels. Ze worden nog groter door nabijgelegen gas en stof aan te zuigen. Als de materie op hoge snelheid het zwarte gat invalt schijnt de materie helder en staat de bron bekend als een quasar. Een gedeelte van dit invallende gas en stof wordt niet verteerd, maar wordt in plaats daarvan naar buiten geschoten in de vorm van zogenaamde jets, ook wel straalstromen genoemd, die door het omringende sterrenstelsel heen miljoenen lichtjaren de intergalactische ruimte in schieten. Deze jets stralen fel op radiogolflengten en bestaan ​​uit deeltjes die versnellen tot bijna de snelheid van het licht. Het is nog onduidelijk hoe deze deeltjes een dergelijke hoge energie bereiken die niet haalbaar is op aarde. De ontdekking van de quasar 4C+19.44 geeft nieuwe inzichten in de balans tussen de energie in het gebied rondom de quasar en de energie aanwezig in de jet. Deze bevinding duidt op een intrinsieke eigenschap van de bron in plaats van op absorptie-effecten. Het impliceert dat het beschikbare energiebudget om deeltjes te versnellen en de balans tussen de energie opgeslagen in de deeltjes en in het magnetische veld, minder is dan verwacht. "Dit is een belangrijke ontdekking die de komende jaren zal worden gebruikt om simulaties van jets te verbeteren. We namen voor de eerste keer een nieuwe eigenschap van deeltjesversnelling waar in de energie van de quasar jets op lange radiogolflengten. Een onverwacht gedrag dat onze interpretatie van hun evolutie verandert.", Aldus prof. Francesco Massaro van de Universiteit van Turijn. "We wisten dat dit al ontdekt was in andere kosmische bronnen, maar het was nog nooit eerder in quasars waargenomen." Het internationale team van astrofysici had de jet van de quasar 4C+19.44 waargenomen op korte radiogolflengten, in zichtbaar licht en in röntgenstraling. Door de bijdrage van de LOFAR afbeeldingen konden astrofysici deze ontdekking doen. LOFAR is de eerste radiofaciliteit die op lange radiogolflengten werkt en die scherpe beelden produceert met een resolutie die vergelijkbaar is met die van de Hubble Space Telescope. "We hebben dit experiment kunnen uitvoeren dankzij de hoogste resolutie ooit behaald op deze lange radiogolflengten, mogelijk gemaakt door LOFAR." zei dr. Adam Deller, een astrofysicus van de Technische Universiteit van Swinburne, die heeft bijgedragen aan de LOFAR gegevensanalyse en beeldvorming van 4C +19.44, terwijl hij bij ASTRON in Nederland de kern is van de LOFAR samenwerking. Dr. Raymond Oonk, astronoom bij ASTRON en de Universiteit van Leiden en Dr. Javier Moldon, astronoom aan de Universiteit van Manchester, legden uit: "We hebben nieuwe kalibratietechnieken voor LOFAR ontwikkeld en dit heeft ons in staat gesteld om compacte radiostructuren in de quasar jet te onderscheiden, ook wel radioknopen (radio knots) genoemd, en hun uitgezonden licht te meten. Dit resultaat was onverwacht en vereist in de toekomst uitgebreider onderzoek. Nieuwe inzichten en aanwijzingen over deeltjesversnelling zullen binnenkort komen dankzij de internationale stations van LOFAR." De observatie uitgevoerd op de radio jet van 4C + 19,44 werd ontworpen door dr. D.E. Harris, leidinggevende van prof. Francesco Massaro, toen hij enkele jaren geleden werkte aan het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics. Hij voerde de waarneming uit in samenwerking met dr. Raffaella Morganti en zijn vrienden en collega's bij ASTRON. Hij kreeg nog de gelegenheid om voorlopige resultaten te zien voordat hij op 6 december 2015 overleed. Deze publicatie, gepubliceerd in het eerste maart nummer van The Astrophysical Journal, is ter nagedachtenis aan een carrière die een groot deel van de geschiedenis van de radioastronomie omvatte.
Meer informatie:
Origineel persbericht

   
18 maart 2019 • Turkse meteorieten afkomstig van Antonia-krater op Vesta
De één meter grote meteoriet die in 2015 op ca. 27 kilometer hoogte uiteenspatte in de aardse dampkring boven de Turkse plaats Saricicek is hoogstwaarschijnlijk 22 miljoen jaar geleden de ruimte in geslingerd bij de vorming van de 16,7 kilometer grote inslagkrater Antonia op de planetoïde Vesta. Dat concludeert een team van onderzoekers (onder wie de Nederlands-Amerikaanse astronoom Peter Jenniskens van het SETI-instituut) in een artikel in het vakblad Meteoritics and Planetary Science. De Saricicek-meteoriet spatte uiteen in honderden kleinere fragmenten, waarvan er 343 zijn teruggevonden en geanalyseerd. Het blijkt te gaan om zogeheten HED-meteorietjes (Howardiet-Eucriet-Diogeniet), waarvan de mineralogische samenstelling overeenkomt met die van de 525 grote planetoïde Vesta. De meeste HED-meteorieten werden vermoedelijk de ruimte in geslingerd als gevolg van het ontstaan van het grote inslagbekken Rheasilvia op de zuidpool van Vesta. Een nauwkeuriger analyse van de brokstukjes van de Saricicek-meteoriet laat zien dat hij zeer waarschijnlijk van het oppervlak van Vesta werd weggeslagen bij de vorming van de halvemaanvormige krater Antonia. Vesta is enkele jaren geleden van nabij bestudeerd door de Amerikaanse ruimtesonde Dawn. De nieuwe ontdekking maakt het mogelijk om de remote sensing-metingen van Dawn direct te vergelijken met de in situ-analyse van de meteorietfragmenten. (GS)
Meer informatie:
Turkish Meteorite Traced To Impact Crater On Asteroid Vesta (origineel persbericht)

   
15 maart 2019 • Na lange 'radiostilte' komt mysterieuze neutronenster weer tot leven
Na meer dan tien jaar rustig afwachten hebben astronomen weer een nieuw ‘levensteken’ opgevangen van XTE J1810–197, een rondtollende neutronenster met een extreem sterk magnetisch veld. Sterren van dit type worden magnetars genoemd. Net als ‘gewone’ pulsars zijn magnetars de ineengestorte restanten van zware sterren die bij een supernova-explosie hun buitenste lagen hebben weggeblazen. Maar ze hebben een veel sterker magnetisch veld: ongeveer een biljard keer zo sterk als dat van de aarde. Tot op dit moment zijn 23 van die magnetars bekend, maar XTE J1810–197 is een buitenbeentje. Hij behoort tot een select gezelschap van slechts vier magnetars die pulsen van radiostraling produceren. Althans: dat was tot 2008 het geval. Want in dat jaar viel XTE J1810–197 stil. Sinds 8 december 2018 pikken radioastronomen weer signalen op van dit bijzondere object. Opmerkelijk is dat deze signalen duidelijk afwijken van die van vóór de ‘radiostilte’. De pulsen vertonen op tijdschalen van uren tot maanden aanzienlijk minder variatie dan in 2006. Wel zijn korte ‘rimpelingen’ in het pulsprofiel te zien, die mogelijk ontstaan door kleine ‘bevingen’ in de korst van de neutronenster. Hoe magnetars aan hun belachelijk sterke magnetische velden komen, en waarom ze zich zo wispelturig gedragen, is nog steeds niet helemaal duidelijk. De meest gangbare verklaring is dat er in de korst van deze objecten verschuivingen kunnen optreden die ertoe leiden dat de oriëntatie van het magnetische veld verandert. (EE)
Meer informatie:
After a Decade of Radio Silence, a Mysterious Star Is Showing Signs of Waking Up

   
14 maart 2019 • Landelijke Sterrenkijkdagen op 15, 16 en 17 maart 2019
Op vrijdag 15, zaterdag 16 en zondag 17 maart vinden de Landelijke Sterrenkijkdagen plaats. Op deze dagen kan het publiek op tientallen locaties in Nederland door een telescoop de sterrenhemel bewonderen. Het langstlopende publieksevenement onder de sterrenhemel van ons land kent in 2019 zijn 43e editie en wordt georganiseerd onder de vlag van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS). Tijdens de Landelijke Sterrenkijkdagen draait het om sterrenkijken en het ontdekken en beleven van de sterrenhemel boven Nederland. Dat blijkt populair, want het landelijke evenement trekt jaarlijks vele duizenden bezoekers. Als de weersomstandigheden ongeschikt blijken voor het sterrenkijken, dan is er op veel locaties ook een aanvullend programma met fascinerende verhalen over actuele sterrenkundige onderwerpen, met planetariumvoorstellingen en met demonstraties van telescopen. Ook kun je informatie krijgen over weer- en sterrenkunde als hobby. Op de meeste locaties is de toegang gratis, kijk op www.sterrenkijkdagen.nl voor alle details.De maan is tijdens de sterrenkijkdagen voor meer dan de helft verlicht en zal er elke dag steeds iets anders uit zien. In 2019 is het extra interessant om de maan te bekijken, want het is vijftig jaar geleden dat mensen voor het eerst voet op het maanoppervlak zetten. Bij de deelnemende locaties tuur je door de telescoop naar de inslagkraters en maanzeeën die de Apollo-astronauten ooit van dichtbij zagen. Behalve de maan zal er natuurlijk nog veel meer te zien zijn, zoals de Orionnevel – een ‘kosmische kraamkamer’ in het zandlopervormige sterrenbeeld Orion – en onze ‘kosmische buur’, het Andromedastelsel.
Meer informatie:
Volledig persbericht

   
14 maart 2019 • ESA presenteert nieuwe beelden van Mars
Het Europese ruimteagentschap ESA heeft een eerste selectie van foto’s gepresenteerd die gemaakt zijn door de Trace Gas Orbiter (TGO), die sinds oktober 2016 in een baan om Mars draait. Op een van de foto’s is de Amerikaanse Marslander InSight te zien, die eind vorig jaar op de planeet is geland. Eerder is de Marslander al gefotografeerd door de Mars Reconnaissance Orbiter van NASA. De TGO heeft als hoofdtaak om de atmosferische samenstelling van Mars te bepalen. Desalniettemin is hij voorzien van een (Zwitserse) camera, CaSSIS geheten, waarmee (stereo)opnamen van het planeetoppervlak worden gemaakt. De beelden zijn onder meer bedoeld om geschikte landingsplaatsen voor toekomstige Marsmissies te selecteren. De TGO fungeert ook als ‘doorgeefluik’ voor de data die InSight op Mars verzamelt. Ironisch genoeg is dat ook de reden waarom hij de Marslander niet al eerder heeft gefotografeerd. Het wachten was op een moment dat de TGO recht boven InSight langs passeerde: alleen op die manier kon een foto van de Marslander worden gemaakt zonder de communicatie met de aarde te verstoren. Ook op ander terrein werken InSight en de TGO samen. De Marslander is uitgerust met een seismometer die behalve aardbevingen ook meteorietinslagen kan registreren. Wanneer de seismometer een signaal oppikt, zal de CaSSIS-camera worden ingezet om naar de mogelijke inslagplek te zoeken. De overige beelden die door ESA zijn vrijgegeven tonen een breed scala aan Marslandschappen, waaronder poolstreken, duingebieden en sporen van stofhozen. (EE)
Meer informatie:
InSight lander among latest ExoMars image bounty

   
13 maart 2019 • Astronomen ontdekken 83 superzware zwarte gaten in het vroege heelal
Een internationaal onderzoeksteam, onder leiding van Japanse astronomen, heeft 83 nieuwe quasars ontdekt in het verre (en dus vroege) heelal. Quasars, de heldere kernen van sterrenstelsels, ontlenen hun energie aan zwarte gaten die miljoenen tot miljarden keren zoveel massa hebben als onze zon. Hoewel de kolossen zelf niet rechtstreeks waarneembaar zijn, verraden ze hun bestaan door de enorme hoeveelheid energie die zij genereren door grote hoeveelheden materie op te slokken. De 83 quasars zijn opgespoord bij een gerichte zoekactie met de Subaru-telescoop op Hawaï. Ze zijn allemaal ongeveer 13 miljard lichtjaar van ons verwijderd. De verste van het stel heeft een afstand van 13,05 miljard lichtjaar en behoort daarmee tot de drie verste quasars die we kennen. Vanwege de eindige snelheid van het licht, heeft het schijnsel van de verre quasars er ruwweg 13 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken. Ze geven dus een beeld van hoe het heelal eruitzag toen het meer dan tien keer zo jong was als nu. Uit de survey blijkt dat de gemiddelde afstand tussen de superzware zwarte gaten ruwweg een miljard lichtjaar bedraagt. Theoretisch werd het mogelijk geacht dat de vroege quasars zodanig veel energie produceerden, dat ze een belangrijke rol hebben gespeeld bij de ionisatie van het waterstofgas waarmee het heelal aanvankelijk gevuld was. Daarvoor lijken hun aantallen echter te gering te zijn geweest. (EE)
Meer informatie:
Astronomers Discover 83 Supermassive Black Holes in the Early Universe

   
12 maart 2019 • Snelle 'wegloopster' is niet afkomstig uit Melkwegcentrum
De snelle wegloopster LAMOST-HVS1 is niet afkomstig uit het centrum van ons Melkwegstelsel, maar uit de binnendelen van de Melkwegschijf. Dat blijkt uit een analyse van meetgegevens van de Magellan-telescoop in Chili en de Europese ruimtetelescoop Gaia, gepubliceerd in The Astrophysical Journal. Sterrenkundigen hebben in de afgelopen decennia enkele tientallen hyper velocity stars ontdekt: sterren die met enorme snelheden (meer dan 500 kilometer per seconde) door het Melkwegstelsel bewegen, en uiteindelijk in de intergalactische ruimte zullen verdwijnen. Om een ster tot zo'n hoge snelheid te versnellen, is zeer veel energie nodig. Algemeen werd aangenomen dat de snelle wegloopsterren de ruimte in geslingerd worden wanneer een dubbelster in de directe omgeving van een groot, zwaar zwart gat uiteen wordt gerukt door getijdenkrachten. Een van de componenten van de dubbelster kan dan met hoge snelheid worden weggeschoten. Omdat zich in het centrum van het Melkwegstelsel een superzwaar zwart gat bevindt (ongeveer 4 miljoen keer zo zwaar als de zon), en veel hyper velocity stars min of meer uit die richting afkomstig lijken te zijn, leek die theorie de juiste verklaring te bieden voor hun hoge snelheden. Uit de nieuwe, precieze metingen aan afstand en (ruimtelijke) snelheid van LAMOST-LVS1 blijkt nu echter dat de ster niet afkomstig is uit het centrum van de Melkweg, maar uit de Norma-spiraalarm, in de binnendelen van de Melkwegschijf. Vermoedelijk is hij weggeslingerd uit een compacte, jonge sterrenhoop in deze spiraalarm. Eerder was al bekend dat jonge sterrenhopen inderdaad ook sterren de ruimte in kunnen slingeren, maar dat daarbij zulke hoge snelheden bereikt kunnen worden is een verrassing. Overigens is de betreffende sterrenhoop in de Norma-spiraalarm (nog) niet ontdekt - mogelijk gaat hij schuil achter absorberende stofwolken in het Melkwegvlak. (GS)
Meer informatie:
U-M researchers confirm massive hyper-runaway star ejected from the Milky Way Disk (origineel persbericht)

   
12 maart 2019 • Laatste Marspanorama van Opportunity-rover
NASA heeft een Marspanorama vrijgegeven dat samengesteld is uit 354 foto's die voorjaar 2018 gemaakt zijn door de Opportunity-rover, vlak voordat die onklaar raakte door een hevige stofstorm op de rode planeet. De opnamen zijn gemaakt tussen 13 mei en 10 juni. Het 360-graden-panorama toont Perseverance Valley, aan de rand van de inslagkrater Endurance. Opportunity is de meest succesvolle Marswagen ooit. Hij maakte in januari 2004 een zachte landing, en bleef ruim veertien jaar actief. (GS)
Meer informatie:
Opportunity's Parting Shot Was a Beautiful Panorama (origineel persbericht)

   
12 maart 2019 • Heeft Venus een gevolg van honderden planetoïden?
Wetenschappers hebben recent een nieuwe ‘ring’ ontdekt in ons zonnestelsel. Niet om een planeet, zoals bij Saturnus, maar langs de omloopbaan van de planeet Mercurius (Astrophysical Journal, 21 november 2018). Vergelijkbare stofgordels waren eerder al bij de aarde en Venus opgespoord. Nieuw onderzoek van de stofgordel langs de Venusbaan wijst erop dat deze wellicht is veroorzaakt door botsingen tussen kleine planetoïden (Astrophysical Journal Letters, 12 maart). De stofring langs de Mercuriusbaan is ontdekt door een team dat juist op zoek was naar een gebied in de ruimte dat stofvrij is. Volgens een oude hypothese zou er een lege zone om de zon moeten bestaan, omdat de intense zonnestraling stofdeeltjes die te dicht in de buurt komen zou doen verdampen. Bij een nauwkeurige analyse van opnamen van de twee ruimtesondes van NASA’s STEREO-missie kwam echter aan het licht dat zich langs de hele omtrek van de baan van Mercurius stof heeft verzameld. Dat is opmerkelijk omdat tot nu toe werd aangenomen dat Mercurius te klein is om veel stof in te vangen. Het stof, waarschijnlijk afkomstig van kometen, vormt een circa 15 miljoen kilometer brede gordel. Al in 2013 hebben de beide STEREO-sondes een vergelijkbare stofgordel bij Venus aangetoond, waarvan tot nu toe werd aangenomen dat deze bestaat uit stof dat oorspronkelijk afkomstig was uit de planetoïdengordel voorbij Mars. Modelberekeningen laten echter zien dat dit richting zon bewegende stof niet verder komt dan de aardbaan. Uiteindelijk kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat de stofgordel van Venus alleen afkomstig kan zijn van een populatie van misschien wel honderden kleine planetoïden die zich dichterbij de zon bevindt. Het zou dan gaan om planetoïden die Venus op veilige afstand in haar baan om de zon volgen. De tijd zal leren of deze geheimzinnige populatie van objecten ook werkelijk bestaat. (EE)
Meer informatie:
What scientists found after sifting through dust in the solar system

   
12 maart 2019 • Sterrenstromen kunnen donkere materie helpen opsporen
Zo nu en dan hengelt ons Melkwegstelsel een kleine naburige soortgenoot binnen. Onder invloed van getijdenkrachten ontstaat dan een ‘brug’ van gas en sterren tussen beide stelsels die uiteindelijk opgaat in de Melkweg. Een van de overblijfselen van zo’n ‘fusie’ is de sterrenstroom GD-1, en Amerikaanse wetenschappers denken dat deze donkere materie kan helpen opsporen in het Melkwegstelsel. Het bestaan van GD-1 werd vorig jaar opgemerkt in gegevens van de Europese astrometrische satelliet Gaia. GD-1 is een 33.000 lichtjaar lang lint van sterren in de halo – het ijle buitenste omhulsel – van de Melkweg. Het lijkt het overblijfsel te zijn van een klein sterrenstelsel dat ergens in de afgelopen 300 miljoen jaar door de Melkweg is opgeslokt. Een recente analyse van dit meanderende spoor van sterren wijst erop dat het onder invloed heeft gestaan van een object van hoge dichtheid. Volgens de astronomen Adrian Price-Whelan en Ana Bonaca zouden een verdichting en een onderbreking in deze sterrenstroom het gevolg kunnen zijn van een ontmoeting met een concentratie van donkere materie. Modelberekeningen laten zien dat het object dat de verstoringen in GD-1 heeft veroorzaakt waarschijnlijk tientallen miljoenen keren zoveel massa had als onze zon. Het zou bijvoorbeeld een bolvormige sterrenhoop kunnen zijn geweest of een dwergsterrenstelsel. Uit een analyse van de baanbewegingen van alle bekende bolhopen en dwergstelsels in en rond onze Melkweg blijkt echter dat geen ervan de afgelopen miljard jaar dicht genoeg in de buurt van GD-1 is geweest. Sommige kosmologische modellen voorspellen daarentegen dat in sterrenstelsels als de Melkweg talrijke samenballingen van donkere materie aanwezig zijn. En als dat zo is, kan GD-1 heel goed in de buurt van zo’n concentratie zijn gekomen. Ongeveer 85 procent van alle materie in het heelal zou uit donkere materie bestaan, en opeenhopingen ervan zouden hebben gediend als de ‘groeikernen’ van sterrenstelsels. De gegevens van Gaia zijn niet nauwkeurig genoeg om uitsluitsel te kunnen geven over de oorzaak van de verstoringen van GD-1. Daarom willen Price-Whelan en zijn collega’s de zwakke sterren in de sterrenstroom nog eens goed bekijken met de Hubble-ruimtetelescoop. Dat zou een indicatie kunnen geven van de baan die het verstorende object heeft gevolgd en van zijn huidige positie. Ook willen de astronomen de meer dan veertig andere sterrenstromen in de Melkweg onder de loep gaan nemen. (EE)
Meer informatie:
Streams of Stars Snaking Through the Galaxy Could Help Shine a Light on Dark Matter

   
12 maart 2019 • Planetoïde Bennu roteert steeds sneller
De kleine planetoïde Bennu, de bestemming van NASA-ruimtesonde OSIRIS-REx, draait mettertijd steeds sneller. Dat blijkt uit onderzoek door een team van Amerikaanse wetenschappers, waarvan de resultaten in het tijdschrift Geophysical Research Letters zijn gepubliceerd. Bennu heeft momenteel een rotatietijd van 4,3 uur. Volgens de onderzoekers gaat daar ongeveer een seconde per eeuw vanaf. Dat lijkt misschien niet veel, maar het kan grote gevolgen hebben voor de ruimterots. Als de versnelling doorzet, zal hij over miljoenen jaren zo snel rondtollen, dat hij uit elkaar valt. De versnelling van de rotatie van Bennu wordt afgeleid uit gegevens die in periode 1999-2005 zijn verzameld met telescopen op aarde en in 2012 met de Hubble-ruimtetelescoop. Bij het analyseren van die laatste metingen kwamen de onderzoekers erachter dat de rotatiesnelheid van de planetoïde in 2012 een fractie afweek van die in de eerdere periode. Waardoor de versnelling van Bennu ontstaat is nog onduidelijk. Een van de mogelijkheden is dat het slechts 500 meter grote object van vorm verandert. Maar volgens de onderzoekers is het waarschijnlijker dat het zogeheten YORP-effect erachter zit – een gevolg van de manier waarop zonlicht door het planetoïdenoppervlak wordt weerkaatst. Het YORP-effect ontstaat doordat zonlicht dat door het oppervlak van een object is geabsorbeerd, later weer als warmte wordt uitgestraald. Wanneer een planetoïde zeer onregelmatig van vorm is, is de warmte-uitstraling niet gelijkmatig, en dat veroorzaakt een kleine, maar onafgebroken torsiekracht die – afhankelijk van de vorm van het object – zijn rotatiesnelheid versnelt of vertraagt. Dit verschijnsel is ook al bij een handjevol andere planetoïden gesignaleerd. (EE)
Meer informatie:
Asteroid Bennu, target of NASA's sample return mission, is rotating faster over time

   
12 maart 2019 • SKA Observatory verdrag getekend
In Rome is vandaag het officiële oprichtingsverdrag van het SKA Observatory (SKAO) ondertekend door vertegenwoordigers van de zeven 'founding members': Australië, China, Italië, Nederland, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika. Voor Nederland werd het verdrag ondertekend door Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Na de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) is SKAO pas de tweede intergouvernementele organisatie op het gebied van sterrenkunde. Doel van de organisatie is het realiseren van de bouw en t.z.t. het gebruik van de Square Kilometre Array (SKA), de grootste wetenschappelijke faciliteit op aarde. SKA gaat bestaan uit vele honderden radioschotels in het zuiden van Afrika en vele tienduizenden kleine antennes in Australië. Het hoofdkwartier van het radio-observatorium is gevestigd in Jodrell Bank, nabij Manchester. Meer dan duizend mensen in twintig landen hebben de afgelopen jaren gewerkt aan het ontwerp van SKA; vanaf eind 2020 zullen contracten voor in totaal 700 miljoen euro worden afgesloten met bedrijven en toeleveranciers in de lidstaten voor de bouw van het observatorium. (GS)
Meer informatie:
Founding Members sign SKA Observatory treaty (origineel persbericht)

   
11 maart 2019 • Nieuw onderzoek aan maanstenen Apollo-project
NASA heeft negen voorstellen gehonoreerd voor hernieuwd onderzoek aan maanstenen die een kleine vijftig jaar geleden verzameld zijn door de astronauten van de bemande maanvluchten Apollo 15, 16 en 17. Een groot deel van dat materiaal wordt in een kluis bewaard (soms in diepgevroren toestand) om beschikbaar te zijn voor onderzoek met nieuwe technieken die begin jaren zeventig nog niet beschikbaar waren. Binnen het ANGSA-programma (Apollo Next-Generation Sample Analysis) zijn nu voor in totaal 8 miljoen dollar onderzoeksvoorstellen geaccepteerd van onder anderen Jessica Barnes (binnenkort werkzaam op het Lunar and Planetary Laboratory van de University of Arizona) en Darby Dyar van het Planetary Science Institute. Barnes en haar teamgenoten gaan in de 800 gram zware maansteen 71036 (eind 1972 meegenomen door de astronauten van de laatste bemande maanvlucht, Apollo 17) op zoek naar sporen van water. Dyars team gaat synchrotrontechnieken gebruiken om onderzoek te doen naar de oorsprong van maanvulkanisme in het verre verleden. De nieuwe onderzoeksresultaten kunnen van belang zijn voor mogelijke toekomstige bemande vluchten naar de maan. Ook worden technieken beproefd die over een paar jaar toegepast kunnen worden op de bodemmonsters van de planetoïde Bennu, wanneer die zijn teruggebracht op aarde. (GS)
Meer informatie:
NASA Selects Teams to Study Untouched Moon Samples (origineel persbericht)

   
11 maart 2019 • Onderzoekers ontdekken sporen van een oude zonnestorm
Onze planeet wordt voortdurend bestookt met kosmische deeltjes. Deze deeltjesstroom is vooral heel sterk tijdens zogeheten zonnestormen, die het gevolg zijn van explosies op het oppervlak van de zon. In uitzonderlijke gevallen kunnen deze communicatiesystemen en elektriciteitsnetten op aarde verstoren, zoals in 1989 in Canada en in 2003 in Zweden is gebeurd. Een internationaal onderzoeksteam, onder leiding van wetenschappers van de universiteit van Lund, hebben nu bewijs gevonden voor een veel zwaardere zonnestorm die in 660 v.Chr. moet hebben plaatsgevonden (PNAS, 11 maart). Dat bewijs bestaat uit boorkernen uit het ijs van Groenland, waarin verhoogde concentraties beryllium-10 en chloor-36 zijn aangetroffen – radioactieve elementen die ontstaan onder invloed van kosmische straling. Het is voor de derde keer dat een oude zonnestorm op deze manier is aangetoond. Eerder zijn, in ijsboorkernen en de jaarringen van oude bomen, pieken in de kosmische straling gesignaleerd die in de jaren 775 en 994 zijn opgetreden. Uitschieters van dit kaliber zijn dus zeldzaam, maar de laatste is alweer een hele tijd geleden. Volgens de onderzoekers zou het daarom goed zijn om ons op een volgende zware zonnestorm voor te bereiden. Onze huidige samenleving is daar immers veel kwetsbaarder voor dan die van duizend jaar geleden, toen er nog geen elektronische systemen bestonden. (EE)
Meer informatie:
Researchers uncover additional evidence for massive solar storms

   
11 maart 2019 • Jupiters magnetische veld kan oceaan Europa in beweging brengen
Franse wetenschappers hebben aanwijzingen gevonden dat het magnetische veld van de planeet Jupiter een ‘straalstroom’ veroorzaakt in de ondergrondse oceaan van de Jupitermaan Europa. Dat zou blijken uit gegevens die door de (allang vergane) ruimtesonde Galileo zijn verzameld (Nature Astronomy, 11 maart). De onderzoekers baseren zich op het feit dat het magnetische veld van Jupiter sterk genoeg is om de binnenste grote manen van de planeet te beïnvloeden, én dat de hypothetische ondergrondse oceaan van Europa uit zoutwater zou bestaan. Onder invloed van een magnetisch veld zouden er elektrische stromen in het zoute water ontstaan, die op hun beurt weer oceaanstromingen veroorzaken. Modelberekeningen laten zien dat er nabij de evenaar van Europa een straalstroom op gang zou komen die met snelheid van een paar centimeter per seconde tegen de draairichting van de maan in beweegt. Zo’n retrograde stroming zou spanningen in de ijskorst van Europa veroorzaken, wat weer een verklaring zou zijn voor de barsten die aan het oppervlak van deze Jupitermaan te zien zijn. Daarnaast zou een deel van de magnetische energie via de polen van Europa worden geloosd, waardoor zwakke plekken in de ijskorst ter plaatse zouden ontstaan. Dat is weer in overeenstemming met de waarneming van pluimen van waterdamp bij de zuidpool van de Jupitermaan. (EE)
Meer informatie:
Jupiter’s magnetic field could be moving Europa’s ocean

   
11 maart 2019 • Nauwe zware jonge dubbelster ontdekt
Met de Very Large Telescope Interferometer (VLTI) in Chili is ontdekt dat de twee componenten van de jonge, zware dubbelster PDS 27 op een onderlinge afstand staan van slechts 30 astronomische eenheden (30 AE, ca. 4,5 miljard kilometer) - ongeveer gelijk aan de afstand tussen de zon en de planeet Neptunus. Bij een andere jonge zware dubbelster, PDS 37, is een afstand van 42 à 54 AE gemeten. De sterren in PDS 27 zijn minstens tien maal zo zwaar als de zon. De dubbelster staat op een afstand van 8000 lichtjaar. Jonge zware sterren zijn zeldzaam; over hun ontstaanswijze is nog weinig bekend. Zo is nog steeds niet duidelijk waarom ze vrijwel nooit alléén geboren worden, maar meestal in dubbelstersystemen. De afstand tussen de twee componenten van PDS 27 en PDS 37 kon bepaald worden dankzij de enorme beeldscherpte die verkregen wordt door de vier 8,2-meter telescopen van de Europese Very Large Telescope in Noord-Chili onderling te koppelen tot een zogeheten interferometer - de VLTI. De nieuwe resultaten worden gepubliceerd in Astronomy and Astrophysics: Letters. (GS)
Meer informatie:
Massive twin star snuggles close to its stellar sibling (origineel persbericht)

   
8 maart 2019 • Op het heetst van de dag gaan watermoleculen op de maan aan de wandel
Met behulp van een meetinstrument van NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) hebben wetenschappers onderzocht hoe watermoleculen zich verplaatsen aan de dagzijde van de maan. De watermoleculen hechten zich ’s nachts en een groot deel van de dag aan gruisdeeltjes op het maanoppervlak, en gaan aan de ‘wandel’ wanneer rond de middag de hoogste temperatuur wordt bereikt (Geophysical Research Letters, 21 februari). Tot ongeveer tien jaar geleden namen wetenschappers aan dat de maan een droge wereld is, met uitzondering van de kleine hoeveelheden water die als ijs zijn opgeslagen op de bodem van kraters aan de polen, die permanent in het donker liggen. Recent is echter gebleken dat ook het regoliet, het verweerde materiaal op het maanoppervlak, water bevat. Het gaat daarbij om uiterst geringe hoeveelheden die in de loop van de dag variëren en op hogere breedtegraden meer voorkomen dan elders. Het nieuwe onderzoek laat zien dat nadat de watermoleculen zich hebben losgemaakt van de gruisdeeltjes, ze blijven ‘rondstuiteren’ totdat ze een plek bereiken die koud genoeg is om zich aan het regoliet te hechten of uiteindelijk in de extreem ijle maanatmosfeer terechtkomen en pas weer neerdalen als de temperatuur gedaald is. Lang is gedacht dat het meeste oppervlaktewater op de maan is ontstaan door de inwerking van de zonnewind op het maanoppervlak. Met die gedachte in het achterhoofd werd verondersteld dat wanneer de maan zich achter de aarde verschuilt, de productie van water zou stilvallen. De nieuwe metingen tonen echter aan dat dit niet gebeurt. Dat wijst erop dat het waargenomen water niet rechtstreeks vanuit de zonnewind ‘neerregent’, maar zich geleidellijk opbouwt. (EE)
Meer informatie:
Moon’s Dayside Water Molecules Migrate Over the Course of a Day

   
8 maart 2019 • Amina Helmi ontvangt de Suffrage Science Award 2019
Op Internationale Vrouwendag neemt professor dr. Amina Helmi van de Rijksuniversiteit Groningen de Suffrage Science Award in ontvangst in de Royal Society te Londen. Deze Award is een eerbetoon aan vrouwen in de wetenschap en techniek, en een aanmoediging voor vrouwen in het algemeen om voor de wetenschap te kiezen en daarin een seniorfunctie te ambiëren. De winnares van 2 jaar geleden die sterrenkundige Helmi als haar opvolgster heeft gekozen voor de Suffrage Science Award is prof. dr. Marileen Dogterom uit Delft. Tijdens de ceremonie op vrijdag 8 maart ontvangen twaalf vrouwelijke wetenschappers van over de hele wereld een Suffrage Science Award. De Awards zijn sieraden die een wetenschappelijke theorie of concept verbeelden. Het Suffrage Science-programma werd in 2011 opgezet voor vrouwelijke wetenschappers in de levenswetenschappen. Later werden hieraan toegevoegd: techniek en natuurwetenschappen, wiskunde en informatica. Doordat de Awards steeds worden doorgegeven, is er een groeiend internationaal netwerk ontstaan van inmiddels meer dan 120 vrouwelijke wetenschappers die anderen helpen om succesvol te zijn in wetenschap en techniek. Amina Helmi (1970) is hoogleraar Dynamica, structuur en vorming van de Melkweg aan het Kapteyn Instituut van de RUG. Ze schreef een baanbrekend proefschrift waarin de geschiedenis van onze Melkweg in een nieuw licht werden geplaatst: ons Melkwegstelstel is waarschijnlijk geleidelijk aangegroeid met kleinere sterrenstelsels. Professor Helmi spoort die aparte sterrenstelsels op en bedrijft een soort astro-archeologie; ze gebruikt de informatie van sterfossielen om het ontstaan van de Melkweg te reconstrueren. 
Meer informatie:
Volledig persbericht