aardse planeten - dwergplaneten - gasreuzen - planetoïden - kometen en meteorieten - overige

In deze rubriek komen onder meer aan bod: de zon, de zonnewind, het 'ruimteweer' en de heliosfeer.

 

15 december 2008
Een extreem krachtige zonnevlam op 5 december 2006 blies niet alleen elektrisch geladen deeltjes de ruimte in (zoals elektronen en ionen - positief geladen atoomkernen), maar ook grote hoeveelheden neutrale waterstofatomen. Dat blijkt uit metingen van NASA's STEREO-satellieten. De ontdekking kwam onverwacht, omdat de enorme energie die bij een zonnevlam vrijkomt - ongeveer honderd miljoen waterstofbommen - alle atomen zou moeten ioniseren. STEREO detecteerde echter een anderhalf uur durende 'vloedgolf' van intacte waterstofatomen, waarin elektronen dus gewoon rond de atoomkernen bewegen. Pas na een betrekkelijk rustige periode van een half uur arriveerde een tweede deeltjesstroom, die wél uit ionen en elektronen bestond. Volgens zonneonderzoekers zijn de waterstofatomen in de zonnevlam oorspronkelijk wel degelijk geïoniseerd geweest, maar vond kort daarna recombinatie plaats, waarbij de positief geladen atoomkernen weer elektronen aan zich bonden. De resulterende neutrale waterstofatomen werden vervolgens niet langer beïnvloed en vertraagd door de magnetische velden van de zon, waardoor ze eerder bij de aarde aankwamen dan de elektrisch geladen ionen en elektronen. Het is volgens de wetenschappers, die hun resultaten publiceren in Astrophysical Journal Letters , waarschijnlijk dat bij elke krachtige zonnevlam zo'n vloedgolf van neutrale waterstofatomen wordt geproduceerd.
Meer informatie:
Solar Flare Surprise
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

25 november 2008
Een onbemande Soyuz-raket met aan boord een Nederlands ruimte-experiment vertrekt op woensdag 26 november vanaf de Russische lanceerbasis Baikonour richting het internationaal ruimtestation ISS. Het experiment van de Leidse astrobiologe Pascale Ehrenfreund bevat scheikundige verbindingen die een jaar lang aan de buitenkant van het ruimtestation blootgesteld zullen worden aan kosmische omstandigheden. Ehrenfreund en haar collega's zijn geïnteresseerd in de rol die deze verbindingen gespeeld hebben tijdens het ontstaan van ons zonnestelsel. Er wordt onderzocht hoe polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) zich ontwikkelen in kosmische omstandigheden en wat voor producten er ontstaan. Omdat PAK's ook gevonden zijn in kometen en meteorieten hopen ze daarmee de gebeurtenissen te kunnen reconstrueren bij het ontstaan van het zonnestelsel. Na ongeveer een jaar keren de PAK's van Ehrenfreund weer terug naar de aarde voor analyse in het laboratorium.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

7 november 2008
Na twee vrijwel zonnevlekloze jaren lijkt er een einde te zijn gekomen aan de rust op de zon. In de loop van oktober zijn weer vijf nieuwe zonnevlekgroepen gesignaleerd - nog steeds niet veel, maar aanzienlijk meer dan de voorgaande maanden. Daarbij komt nog dat vier van de vijf groepen de kenmerken van de komende zonnevlekkencyclus (nummer 24) vertonen. Het is voor het eerst dat vlekken van cyclus 24 groter in aantal waren dan die van cyclus 23. De vorige zonnevlekkencyclus bereikte zijn hoogtepunt in het jaar 2000, en de nieuwe cyclus lijkt nu langzaam op gang te komen. Het verschil tussen zonnevlekken van de oude en de nieuwe cyclus is dat de laatste verder van de evenaar opduiken en magnetisch velden hebben die precies tegengesteld gepolariseerd zijn. Begin november zijn ook weer een aantal kleine zonnevlammen waargenomen: ook deze uitbarstingen op de zon wijzen erop dat de zonneactiviteit aan het aantrekken is. Het volgende maximum wordt echter pas rond 2011 of 2012 verwacht.
Meer informatie:
The Sun Shows Signs of Life

2 oktober 2008
Onze zon is geen volmaakte bol. Omdat zij uit niet-vaste materie bestaat, zorgt haar (vrij trage) rotatie ervoor dat zij aan de evenaar een beetje uitpuilt. Dat 'beetje' is een kilometer of zes. (Ter vergelijking: de middellijn van de zon is bijna 1,4 miljoen kilometer.) Uit onderzoek met de Amerikaanse satelliet RHESSI blijkt nu dat deze uitstulping aan de evenaar tijdens jaren dat de zon een grote magnetische activiteit vertoont zelfs nog anderhalve kilometer groter is (Science, 2 oktober). Dat komt doordat het oppervlak van de zon niet volmaakt glad is: het bestaat uit een netwerk van reusachtige bellen van opstijgend heet gas die supergranulen worden genoemd. Stromingen binnen deze supergranulen voeren de magnetische velden die het hete gas met zich meesleept naar de rand van de bel. Hierdoor ontstaan langs de randen van de supergranulen heldere 'ribbels' van verhoogd magnetisme. En tijdens jaren van grote zonneactiviteit - als de inwendige dynamo van de zon sterkere magnetische velden produceert - zijn deze magnetische ribbels dermate prominent dat ze de 'heupen' van de zon een beetje aandikken.
Meer informatie:
How Round is the Sun?

30 september 2008
Op 27 september jl. bereikte de zon een bescheiden mijlpaal: het was de 200ste dag van dit jaar dat zij in het geheel geen zonnevlekken vertoonde. Om een vlekkelozer zonnejaar tegen te komen, moeten we helemaal terug naar 1954, toen het uiterlijk van de zon 241 dagen ongeschonden was. Als de zonneactiviteit zo laag blijft als nu, zou het aantal vlekkeloze dagen in 2008 nog kunnen oplopen tot 290. Maar echt uitzonderlijk is zelfs dat niet: eind 19de en begin 20ste eeuw waren er in vele jaren op 200 tot 300 dagen geen zonnevlekken te zien. Hoe dan ook: zonnefysici zijn blij met het solaire dieptepunt, omdat de zon nu zonder de verstorende invloed van zonnevlekken bestudeerd kan worden, en dat op een moment dat er een flink aantal satellieten voor zonneonderzoek in bedrijf zijn. De huidige zonnevlekken-armoede valt samen met een afname in de zonnewind. In hoeverre de twee verschijnselen verband met elkaar houden is nog onduidelijk. Zeker is wel dat de zon in perioden met weinig zonnevlekken iets minder energie uitstraalt dan anders, wat van invloed kan zijn op het klimaat op aarde.
Meer informatie:
Spotless Sun: Blankest Year of the Space Age

23 september 2008
Gegevens van de ruimtesonde Ulysses laten zien dat de intensiteit van de zonnewind het laagste niveau in vijftig jaar heeft bereikt. De huidige toestand van de zon kan tot gevolg hebben die het beschermende omhulsel van het zonnestelsel - de heliosfeer - verzwakt. De zonnewind is een aanhoudende stroom deeltjes die door de zon worden uitgezonden. Deze deeltjes blazen als het ware een beschermende bel op die het hele zonnestelsel omhult. Dit omhulsel fungeert als een schild dat een aanzienlijk deel van de kosmische straling van elders uit het Melkwegstelsel tegenhoudt. Als de zonnewind verzwakt, kan meer kosmische straling de binnendelen van het zonnestelsel bereiken.
Meer informatie:
Ulysses spacecraft data indicate Solar System shield lowering
Ulysses Reveals Global Solar Wind Plasma Output at 50-Year Low

17 september 2008
Met de Japanse zonnekunstmaan Hinode zijn spectaculaire poolkroonprotuberansen op de zon gefilmd. Deze uitbarstingen treden vrijwel dagelijks op in een ring rond de noord- en de zuidpool van de zon, tussen de 60e en 70e breedtegraad; in dat opzicht doen ze enigszins denken aan de poollichtringen die op aarde rond de magnetische polen ontstaan. De uitbarstingen, die op de (versnelde) filmpjes een onophoudelijke dynamiek vertonen, hebben een temperatuur van ongeveer 10.000 graden en bereiken een hoogte van ruwweg 30.000 kilometer. Hinode werd in 2006 gelanceerd en levert de meest gedetailleerde beelden van de zon tot nu toe. De filmpjes van de poolkroonprotuberansen werden deze week vrijgegeven door NASA, die een van de partners in het Hinode-project is.
Meer informatie:
Polar Crown Prominences
Hinode
Versneld filmpje van poolkroonprotuberansen (QuickTime, 7 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

5 september 2008
In april 2009 lanceert de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een experimentele zonnetelescoop aan boord van een sondeerraket. Tijdens de suborbitale vlucht, die minder dan tien minuten duurt, moet SUMI (Solar Ultraviolet Magnetograph Investigation) metingen verrichten aan de sterkte en de oriëntatie van magnetische velden in de zogeheten overgangszone in de onderste lagen van de zonne-atmosfeer. In die hete, relatief ijle zone, op enkele duizenden kilometers boven het gloeiende oppervlak van de zon, wordt de beweging van geïoniseerd gas voor het eerst geregeerd door magnetische velden, en niet langer door drukverschillen. In de overgangszone treden zonnevlammen op, en vindt de versnelling plaats van de zonnewind - de stroom elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen. Precisiemetingen aan de magnetische velden in de overgangszone zijn eerder nooit uitgevoerd, voornamelijk omdat de gassen in deze zone vooral ultraviolette straling uitzenden, die vanaf het aardoppervlak niet kan worden waargenomen. Bij de meting van de sterkte van de magneetvelden wordt gebruik gemaakt van het zogeheten Zeeman-effect, dat begin vorige eeuw werd ontdekt door de Nederlandse natuurkundige Pieter Zeeman: de spectraallijnen van een gloeiend gas verdubbelen zich onder invloed van magnetisme, en hoe sterker het veld, des te verder komen de twee lijnen uit elkaar te liggen. Om de oriëntatie van de magnetische velden te meten zal SUMI gebruik gaan maken van polarisatiemetingen.
Meer informatie:
NASA to Explore "Secret Layer" of the Sun
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 juli 2008
Deeltjesdetectoren aan boord van de twee STEREO-ruimtesondes hebben neutrale atomen ontdekt die afkomstig zijn van de buitenste rand van het zonnestelsel. Op zo'n twaalf miljard kilometer afstand van de zon - twee keer zo ver als de dwergplaneet Pluto - eindigt de magnetische invloedssfeer van de zon (de heliosfeer), en wordt de zonnewind afgeremd. Die stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon 'dumpt' daarbij energie in de zogeheten helioschede, het relatief dunne overgangsgebied tussen de heliosfeer en de interstellaire ruimte. Metingen van de ruimtesonde Voyager 2, die de helioschede vorig jaar doorkruiste, boden echter geen antwoord op de vraag waar die energie precies terechtkomt. De STEREO-ruimtesondes, die in 2006 zijn gelanceerd en in een baan om de zon draaien, hebben nu het antwoord gevonden. De helioschede bevat kennelijk geladen ionen, die door de zonnewindenergie worden versneld. Ze raken vervolgens hun lading kwijt door wisselwerkingen met de atomen in de interstellaire materie, waarna ze als ongeladen atoomkernen, en dus ongehinderd door het magnetisch veld van de zon, terug kunnen stromen, de heliosfeer in. De resultaten van de Voyager- en STEREO-metingen worden deze week in Nature gepubliceerd.
Meer informatie:
STEREO Creates First Images of the Solar System's Invisible Frontier
STEREO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 juni 2008
Na een bedrijfsperiode van 17 jaar - ruim drie keer zo lang als waarop gerekend was - komt op 1 juli officieel een einde aan de gezamenlijke ESA/NASA-missie Ulysses. De ruimtesonde, die onderzoek heeft verricht aan de zon en haar invloed op de omringende ruimte, houdt op met functioneren, omdat de radioactieve stroombron aan boord niet meer genoeg stroom produceert. Uit het onderzoek is onder meer gebleken dat het magnetische veld van de zon, dat wordt meegevoerd door de deeltjes van de zogeheten zonnewind, op een veel gecompliceerdere wijze over het zonnestelsel wordt verspreid dan vooraf verondersteld werd. Deeltjes die aan de zonsevenaar vertrekken kunnen ver boven het vlak van de planeten uitstijgen, terwijl deeltjes uit de poolgebieden juist hun weg naar de planeten weten te vinden. Ook heeft Ulysses vastgesteld dat de hoeveelheid stof die van buitenaf het zonnestelsel in stroomt dertig keer zo groot is als verwacht. Alles bij elkaar heeft het Ulysses-onderzoek tot nu toe ongeveer 1500 wetenschappelijke artikelen opgeleverd.
Meer informatie:
Sun to set on Ulysses solar mission on 1 July

9 juni 2008
De zon doet het de afgelopen jaren kalmpjes aan. Op zich is dat niet verrassend, want zij heeft het dieptepunt van haar gebruikelijke 11-jarige activiteitscyclus bereikt. Rond zo'n minimum vertoont de zon weinig of geen zonnevlekken. Maar de rustige periode duurt nu langer dan tijdens vorige cycli: al twee jaar lang is de zon vrijwel vlekkeloos. Een verklaring hiervoor is er niet, en ook is nog onduidelijk hoe lang deze periode van rust nog zal voortduren. Het meest extreme voorbeeld dat we kennen is het zogeheten Maunder-minimum van 1650-1700, toen de zon gedurende vijftig jaar geen zonnevlekken vertoonde. Deze periode staat bekend als de Kleine IJstijd, omdat de inactiviteit van de zon gepaard ging met beduidend lagere temperaturen op aarde. Of het nu ook die kant op gaat, zal snel genoeg blijken: het volgende zonnevlekkenmaximum zou rond 2012 moeten plaatsvinden.
Meer informatie:
Sun goes longer than normal without producing sunspots

27 mei 2008
Met satellieten in een baan om de aarde en op grotere afstand in de ruimte is op 9 april een kolossale uitbarsting aan de rand van de zon waargenomen - een zogeheten coronale massa-ejectie - die een radslag boven het zonsoppervlak leek te maken. Een ander deel van het uitgestoten zonnegas bewoog juist de andere kant op, in een soort achterwaartse koprol. De bijzondere bewegingen van het zonnegas waren goed waarneembaar doordat de uitbarsting aan de rand van de zon plaatsvond. In totaal werd ongeveer één miljard ton zonnegas de ruimte in geblazen. De waargenomen bewegingen kunnen vermoedelijk verklaard worden door zogeheten magnetische reconnectie: magnetische veldlijnen die sterk zijn 'opgewonden' en verstrengeld, rangschikken zich plotseling opnieuw, waarbij gigantisch veel energie vrijkomt. Met een Japanse röntgentelescoop is enige tijd na de coronale massa-ejectie inderdaad de energierijke straling van een zogeheten 'current sheet' waargenomen - een gebied waar magnetische reconnectie optreedt.
Meer informatie:
Cartwheel Coronal Mass Ejection
Filmpje van de coronale massa-ejectie van 9 april 2008.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

12 mei 2008
Hoewel de activiteit van de zon op dit moment minimaal is, vinden er nog geregeld grote uitbarstingen plaats. Zo verscheen er maandag opeens een ongebruikelijk actieve protuberans aan de oostelijke rand van de zon, die gepaard ging met fontein-achtige erupties. Het is mogelijk dat het om een kortstondige uitbarsting gaat, maar het is ook denkbaar dat de protuberans een voorteken is van de komst van een nieuwe zonnevlekkengroep. Waarnemers met speciale zonnekijkers zullen het betreffende gebied de komende dagen in de gaten houden.
Meer informatie:
Solar Activity

1 mei 2008
Het Amerikaanse ruimtevaartagentschap NASA heeft het Applies Physics Laboratory van de Johns Hopkins-universiteit opdracht gegeven om een ruimtesonde te bouwen die de zon van dichtbij gaat bestuderen. Deze Solar Probe zal de corona - het buitenste deel van de zonneatmosfeer - betreden en daar onderzoek gaan doen aan de 'wind' van geladen deeltjes die de zon voortdurend uitzendt. Om dat voor elkaar te krijgen, moet de (kleine) ruimtesonde zo worden geconstrueerd dat hij niet alleen temperaturen tot 1400 graden kan doorstaan, maar ook bestand is tegen de enorm energierijke deeltjes van de zon. De bijzondere ruimtemissie wordt in 2015 gelanceerd. Middels een zevental scheervluchten langs de planeet Venus, zal de Solar Probe in de loop van bijna zeven jaar in een baan worden gebracht die de zon tot op 6,6 miljoen kilometer nadert.
Meer informatie:
NASA Calls on APL to Send a Probe to the Sun
Website Solar Probe

27 april 2008
Op 26 april vond er een grote uitbarsting plaats op de zon. Vreemd genoeg verscheen deze zonnevlam op een plek waar geen andere tekenen van activiteit, zoals een zonnevlek, te zien waren. Kort na de verschijning van de zonnevlam trad er in de buitenste laag van de zonneatmosfeer een coronale massa-ejectie op: een grote uitstoot van zonneplasma de ruimte in. Met de tweevoudige NASA-satelliet STEREO, die de zon vanuit twee ver uiteen gelegen posities waarneemt, werd na de uitbarsting een grote beving op de zon waargenomen.
Meer informatie:
Solar Blast

18 april 2008
Gegevens die met de Europees/Amerikaanse zonnesatelliet SOHO zijn verzameld, tonen duidelijk aan dat grote uitbarstingen op de zon - de zogeheten zonnevlammen - bevingen op het zonneoppervlak veroorzaken. De zon is een kolkende bal van heet gas en het is dus niet zo verwonderlijk dat haar oppervlak voortdurend in beweging is. Ook was al een tijdje bekend dat er in het inwendige van de zon turbulenties optreden die golvingen met een periode van vijf minuten aan het oppervlak veroorzaken. Maar dat blijkt niet het complete verhaal te zijn. Het is alsof er af en toe iemand een flinke klap tegen de zon geeft, waardoor de '5-minuten oscillaties' sterk in hevigheid toenemen. Uit nader onderzoek blijkt dat die oplevingen juist dan optreden als er veel zonnevlammen zijn. Onbekend is nog hoe de zonnevlammen de golvingen op de zon kunnen veroorzaken.
Meer informatie:
Solar flares set the Sun quaking

2 april 2008
Met de twee Amerikaanse STEREO-ruimtesondes, die vanuit verschillende posities waarnemingen van de zon verrichten, is op 19 mei 2007 een krachtige tsunami van heet gas gefilmd vlak boven het zonsoppervlak. De hete monstergolf trok in een half uur tijd met een snelheid van ruim één miljoen kilometer per uur over het zichtbare zonsoppervlak. Het bestaan van zulke zonnetsunami's was al bekend, maar nooit eerder is er een zo gedetailleerd in beeld gebracht. STEREO maakt elke paar minuten een foto van het zonsoppervlak, in vier verschillende golflengtegebieden. NASA heeft de afzonderlijke foto's tot een filmpje samengevoegd. Zonnetsunami's ontstaan door zogeheten coronale explosies - enorme uitbarstingen in de ijle, hete dampkring van de zon waarbij grote hoeveelheden elektrisch geladen deeltjes de ruimte in worden geblazen. De kracht van zo'n explosie produceert in de onderste delen van de zonne-atmosfeer een schokgolf met een totale energie die gelijk is aan twee miljard maal de jaarlijkse energieconsumptie van de gehele wereldbevolking. De tsunami-opnamen zijn vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Belfast.
Meer informatie:
STEREO snaps first footage of a solar tsunami
STEREO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

2 april 2008
Een internationaal team van wetenschappers heeft de bron ontdekt van de deeltjesstroom die de zonnewind vormt. De zonnewind bestaat uit elektrisch geladen deeltjes die in alle richtingen van de zon weg stromen. Zelfs de langzaamste van deze deeltjes hebben nog snelheden van 200 kilometer per seconde en bereiken de aarde in minder dan tien dagen. Met de Britse ultraviolet-spectrometer aan boord van de Japanse zonnesatelliet Hinode wordt de snelheid van het wegstromende materiaal nauwkeurig gemeten. Daarbij is vastgesteld dat waar de magnetische velden van twee actieve gebieden op de zon met elkaar in aanraking komen heet gas van de zon kan ontsnappen. Dat gas is de bron van de zonnewind.
Meer informatie:
The Source Of The Solar Wind

2 april 2008
Uit gegevens van de zonnesatellieten Hinode en RHESSI blijkt dat zonnevlammen - grote explosies in de atmosfeer van de zon - veel heter worden als ze hun energie oneerlijk verdelen. Zonnevlammen ontstaan als er plotsklaps veel magnetische energie vrijkomt. De vrijgekomen energie gaat doorgaans in twee effecten zitten: de verhitting van de zonneatmosfeer en de versnelling van grote aantallen elektronen. Bij kleine zonnevlammen ('microvlammen') blijkt echter alle energie in het verhittingsproces te gaan zitten. Zij worden daardoor miljoenen graden heter dan hun 'eerlijke', grote soortgenoten.
Meer informatie:
"Focused" Solar Explosions Get Hotter

1 april 2008
Een medische röntgentechniek stelt sterrenkundigen in staat om met behulp van directe waarnemingen de structuur van de zonnecorona in kaart te brengen. Bij deze techniek, die tomografie wordt genoemd, wordt onder verschillende hoeken een reeks opnamen van een object gemaakt, waaruit vervolgens een driedimensionaal beeld kan worden gereconstrueerd. Zonnetomografie kent een tweetal grote problemen: op de eerste plaats is de corona aan de achterkant van de zon niet te zien, waardoor de helft van je gegevens ontbreekt; en bovendien is de dichtheid van het buitenste deel van de corona duizenden malen geringer dan die van het binnenste deel. De Britse sterrenkundige Huw Morgan heeft een nieuwe manier bedacht om deze problemen te omzeilen: hij corrigeert de corona-opnamen voor het grote helderheidsverloop en maakt gebruik van de rotatie van de zon, die ervoor zorgt dat de onzichtbare delen van de corona vanzelf in beeld komen. De tomografische kaarten die aldus tot stand komen zijn vijf keer zo gedetailleerd als hun voorgangers.
Meer informatie:
Medical X-Ray Technique Unveils The Sun's Corona
Solar Tomography

6 maart 2008
Het oppervlak van de zon heeft een temperatuur van ongeveer 6000 graden. Maar in de hoge, ijle zonneatmosfeer, de corona, wijzen de thermometers meer dan een miljoen graden aan. Hoe kan dat gas zo heet worden? Vorig jaar meenden Amerikaanse zonnefysici het antwoord op deze vraag te hebben gevonden: uit hun onderzoek, dat op 31 augustus in Science werd gepubliceerd, bleek dat het coronagas wordt verhit door zogeheten Alfvén-golven. Deze golven, die een kurkentrekkerbeweging langs magnetische veldlijnen doorlopen, zouden ook in beeld zijn gebracht. Maar onderzoekers van de universiteit van Warwick (Engeland) denken nu dat de structuren die in de magnetische velden van de corona te zien zijn toch geen Alfvén-golven zijn. Het zou gaan om zogeheten 'kinkgolven', knikken in de magnetische veldlijnen zelf. En daarmee staat het hele model van de Amerikaanse onderzoekers weer op losse schroeven.
Meer informatie:
Sun's corona is both hot and kinky

13 februari 2008
Dankzij een methode die ontwikkeld is door Arik Posner van het Southwest Research Institute in Boulder, Colorado, is het voortaan mogelijk om astronauten op tijd te waarschuwen voor zonnevlammen. Bij zulke explosies worden grote hoeveelheden elektrisch geladen atoomkernen de ruimte in geblazen, die schadelijk zijn voor levende organismen en aanleiding kunnen geven tot stralingsziekte en kanker. Op aarde worden we tegen deze schadelijke deeltjes beschermd door het magnetisch veld van onze planeet, maar astronauten op de maan, of tijdens een ruimtewandeling vanuit het internationale ruimtestation ISS, lopen een zeer verhoogd risico. Metingen van de Europees-Amerikaanse SOHO-satelliet, op 1,5 miljoen kilometer afstand van de aarde in de richting van de zon, worden nu echter in real time doorgegeven. SOHO meet relativistische elektronen, die vanwege hun geringere massa eerder bij de aarde aankomen dan de veel schadelijker atoomkernen (voornamelijk protonen). Op die manier is het mogelijk ongeveer een uur van tevoren te waarschuwen voor een aanstormende deeltjeswolk.
Meer informatie:
Real-time space radiation forecasting in place
SOHO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 januari 2008
De Europees-Amerikaanse ruimtesonde Ulysses vliegt vandaag op grote 'hoogte' over de noordpool van de zon. Ulysses werd in oktober 1990 gelanceerd en beweegt in een extreem wijde baan die vrijwel loodrecht op het baanvlak van de planeten staat. Ook in 1994, 1995, 2000, 2001 en 2007 vonden poolpassages plaats. De ruimtesonde kan dan onderzoek doen aan de magnetische velden en de zonnewind die geassocieerd zijn met de poolgebieden van de zon, die heel andere magnetische eigenschappen hebben dan de evenaargebieden. De huidige poolpassage is extra interessant omdat hij plaatsvindt op een moment dat er net een nieuwe zonnecyclus van start gaat. Veel zonneonderzoekers denken dat de poolgebieden van de zon een essentiële rol spelen bij de afwisseling van activiteitscycli. Oude magnetische velden - overblijfselen van oude zonnevlekken - bewegen poolwaarts, en zakken daar naar grote diepte, waar ze door de dynamowerking van de zon opnieuw versterkt worden. Nog onduidelijk is hoe de zonnecyclus eventueel van invloed is op een eerder waargenomen temperatuurverschil tussen de twee polen van de zon.
Meer informatie:
Ulysses Spacecraft Flies Over Sun's North Pole
Ulysses
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 januari 2008
Op 4 januari is zonnecyclus 24 begonnen, althans volgens de Europees-Amerikaanse zonnesatelliet SOHO. Die zag op die dag een kleine zonnevlek op het noordelijk halfrond van de zon met een tegengestelde magnetische polariteit. Dat betekent dat de vlek deel uitmaakt van de nieuwe cyclus, die naar verwachting in 2011 of 2012 zijn maximum zal bereiken. Tijdens zonnemaxima, die gemiddeld elke 11 jaar plaatsvinden, is het aantal zonnevlekken en -vlammen groter dan normaal, wat onder andere invloed heeft op de magnetofseer van de aarde. Behalve de nieuwe zonnevlam nam SOHO ook twee bijbehorende 'EIT'-golven waar, die zich als cirkelvormige golven op een vijveroppervlak uitbreiden vanuit een actief gebied.
Meer informatie:
SOHO: the new solar cycle starts with a 'bang'
SOHO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 december 2007
Recente waarnemingen van de Europees-Amerikaanse zonnesatelliet SOHO doen vermoeden dat zonnecyclus 24 is begonnen. Elke elf jaar bereikt de activiteit van de zon een maximum, met extra veel donkere zonnevlekken, heldere fakkelvelden en magnetische explosies. De vorige zonnecyclus, numeer 23, bereikte een piek tussen 2000 en 2003. Momenteel verkeert de zon in een activiteitsminimum. Een nieuwe cyclus dient zich doorgaans aan door het verschijnen van een zonnevlek met een tegengestelde magnetische polariteit op vrij grote afstand van de zonne-evenaar. SOHO nam op 11 december op 24 graden noorderbreedte een gebiedje met tegengestelde magnetische polariteit waar, maar vreemd genoeg is er op de betreffende plaats in zichtbaar licht (nog) geen echte zonnevlek te zien. Het lijkt er echter wel op dat zonnecyclus 24 van start is gegaan. De nieuwe cyclus zal naar verwachting erg hevig zijn, en zijn maximum bereiken in 2011 of 2012.
Meer informatie:
Is a New Solar Cycle Beginning?
SOHO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 december 2007
De Amerikaanse planeetverkenner Voyager 2, gelanceerd in 1977, heeft de rand van het zonnestelsel bereikt. Op 30 augustus passeerde hij het schokfront in de zonnewind, dat ontstaat waar deze stroom van elektrisch geladen deeltjes van de zon plotseling wordt afgeremd door de druk van het magnetisch veld in de ijle interstellaire ruimte. Buiten het schokfront ligt de zogeheten helioschede - het buitenste gedeelte van de heliosfeer (de elektromagnetische invloedssfeer van de zon). Voyager 1, die met een hogere snelheid het zonnestelsel uitvliegt, passeerde het schokfront al op 17 december 2004. Voyager 2 vliegt in een andere richting, waar het schokfront zich op kleinere afstand van de zon bevindt. Daaruit blijkt dat de heliosfeer aan één kant inderdaad wordt samengedrukt door interstellaire magnetische velden. Het plasma-instrument van Voyager 2 ontdekte bij de passage dat de temperatuur net buiten het schokfront veel lager is dan werd verwacht; een sluitende verklaring hiervoor is er nog niet. Naar verwachting zullen de ruimtesondes over ruwweg tien jaar de helioschede hebben doorkruist en in de 'echte' interstellaire ruimte arriveren.
Meer informatie:
Voyager 2 Proves Solar System is Squashed
Persbericht Massachusetts Institute of Technology
Persbericht University of Arizona
Voyager-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

6 december 2007
De zon is momenteel erg rustig, maar dat duurt niet lang meer. De komende jaren zullen de aantallen zonnevlammen en coronale massa-ejecties (CME's) flink toenemen en in 2011 of 2012 een hoogtepunt bereiken. De vraag is hoe hevig de zonneactiviteit dan precies zal zijn: wetenschappers zijn druk bezig meer inzicht te krijgen in dit proces. Dat gebeurt onder meer met de röntgentelescoop van de Japanse zonnesatelliet Hinode, waarover in het meest recente nummer van Science (7 december) wordt bericht. Met dit instrument zijn de zogeheten röntgenjets onderzocht - 'minivlammen' die minder energierijk zijn, maar ook veel vaker voorkomen dan echte zonnevlammen. Beide ontstaan door een mechanisme dat magnetische reconnectie wordt genoemd. Door de minder complexe röntgenjets te onderzoeken, kan dus meer inzicht worden verkregen in de grotere uitbarstingen op de zon. Bij magnetische reconnecties kruisen tegengesteld georiënteerde magnetische veldlijnen elkaar, waardoor een soort kortsluiting optreedt en veel energie vrijkomt. Die energie jaagt plasma (elektrisch geladen gas) met snelheden van enkele miljoenen kilometers per uur de ruimte in. De waarnemingen van Hinode duiden erop dat de röntgenjets een belangrijke bijdrage leveren aan de snelle zonnewind - de stroom deeltjes die de zon voortdurend alle kant op wegblaast. Gebleken is dat er veel meer röntgenjets optreden dan tot nog toe werd gedacht. Waar bij vorig onderzoek slechts enkele van die minivlammen per dag werden gedetecteerd, telt de gevoelige röntgentelescoop van Hinode er nu gemiddeld tien per uur.
Meer informatie:
The Sun is Bristling with X-ray Jets
The Sun's Coming Back, And We'll Be Ready For It!
Spacecraft Reveals New Insights About the Origin of Solar Wind
Hinode: new insights on the origin of solar wind

27 november 2007
Met behulp van een computermodel hebben fysici van de universiteit van Californië in Riverside berekend dat de ruimtesonde Voyager 2 eind dit jaar of begin volgend jaar de zogeheten 'eindschok' zal bereiken - de schil om het zonnestelsel die de plek aangeeft waar de zonnewind sterk afremt. De zonnewind is de stroom van geladen deeltjes die onze zon voortdurend uitzendt. Als de ons omringende ruimte leeg was, zouden deze deeltjes ongehinderd door kunnen vliegen, maar het (ijle) gas en stof in de ruimte tussen de sterren steekt daar een stokje voor. De precieze ligging van de eindschok laat zich niet zo gemakkelijk voorspellen, onder meer omdat de snelheid en intensiteit van de zonnewind nogal fluctueert. Het gebruikte model probeert zoveel mogelijk rekening te houden met deze fluctuaties, wat een afwijking van hooguit enkele procenten zou moeten opleveren. In 2004 is de eindschok, die op ruwweg 12 miljard kilometer van de zon ligt, al bereikt door de ruimtesonde Voyager 1. Hoewel hun stroomvoorziening niet zo heel erg goed meer functioneert, zijn op beide Voyagers nog enkele instrumenten in bedrijf, die kunnen worden gebruikt om de eindschokpassage te onderzoeken.
Meer informatie:
Computer Simulation by UCR Physicist Predicts Voyager 2 Spacecraft Will Reach Major Milestone in Space in Late 2007 or Early 2008

21 november 2007
Elektrisch geladen deeltjes van de zon kunnen in de magnetosfeer van de aarde tot extreem hoge snelheden worden opgejaagd door een soort 'magnetische katapult'. Dat is ontdekt met behulp van de vier Cluster-satellieten van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. De Cluster-satellieten brengen de driedimensionale structuur van het magneetveld en van de wisselwerking met de zonnewind in beeld. Bij een enorme plasma-uitbarsting op de zon op 25 november 2001 (een zogeheten coronale massa-ejectie) werden in de omgeving van de aarde deeltjessnelheden gemeten van meer dan 1000 kilometer per seconde, terwijl de normale zonnewindsnelheid slechts ca. 650 kilometer per seconde bedraagt. Astronomen gingen er altijd vanuit dat die hoge snelheden het gevolg zijn van magnetische reconnectie, waarbij magnetische veldlijnen van de zon en van de aarde met elkaar verbonden raken. Op 25 november 2001 was daar echter geen sprake van. In plaats daarvan lijkt het plasma versneld te worden doordat magnetische veldlijnen in de zonnewind opgehoopt raken wanneer ze de grens van de aardse magnetosfeer bereiken. Als het zonnewindveld uiteindelijk opzij wordt geduwd, ontstaat een soort katapultwerking. De nieuwe Cluster-resultaten dragen bij aan een beter begrip van de wisselwerking tussen de zonnewind en het magnetisch veld van de aarde, wat onder andere van belang is voor satellieten: op 11 januari 1997 viel een Amerikaanse televisiesatelliet uit als gevolg van een uitbarsting op de zon.
Meer informatie:
Solar outburst pulls a magnetic slingshot
Cluster
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

13 november 2007
De wisselende activiteit van de zon leidt tot kleine regionale temperatuurvariaties op aarde. Dat beweren onderzoekers van de Universiteit van Colorado in Boulder. De zon vertoont een elfjarige activiteitscyclus. Tijdens activiteitsmaxima produceert de zon meer energierijke straling dan gemiddeld, en zijn er ook meer zonnevlammen. Die extra energie, die onder andere de aardse stratosfeer verhit, leidt tot regionale 'klimaatschommelingen', aldus onderzoeker Tom Woods en zijn collega's in een artikel dat onlangs gepubliceerd is in de online versie van het Amerikaanse vakblad Eos. Woods is hoofdonderzoeker van de SORCE-satelliet (SOlar Radiation and Climate Explorer), die in 2003 werd gelanceerd. De SORCE-missie is afgelopen zomer door NASA verlengd tot 2012, het jaar waarin het volgende activiteitsmaximum van de zon wordt verwacht. De hoop is dat het SORCE-onderzoek kan bijdragen aan een betere voorspelling van de toekomstige zonneactiviteit: volgens sommige onderzoekers zal het maximum van 2012 veel minder extreem zijn dan dat van 2002; andere zonnefysici verwachten juist een extreem hoge activiteit.
Meer informatie:
CU Satellite Indicates Regional Warming Variations From Sun During Solar Cycle
Achtergrondinformatie over de SORCE-satelliet
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

30 augustus 2007
Wetenschappers zijn er voor het eerst in geslaagd om de oscillaties in de zonnecorona waar te nemen, die energie vanaf het oppervlak van de zon naar buiten transporteren (Science, 31 augustus). Deze zogeheten Alfvén-golven zijn snelbewegende verstoringen die langs magnetische veldlijnen van de zon af bewegen. Buiten de zon zijn zulke golven al eerder waargenomen, maar in de corona - het buitenste deel van de zonneatmosfeer - tot nog toe niet. Ze zijn moeilijk waarneembaar, omdat ze geen grote intensiteitsveranderingen in het coronagas veroorzaken. Om de Alfvén-golven zichtbaar te maken, hebben de onderzoekers gebruik gemaakt van een geavanceerde polarimeter van het National Solar Observatory in New Mexico (VS). Dat instrument stelde hen in staat om gelijktijdig de intensiteit, snelheid en polarisatie van de zonnecorona vast te leggen. Op de beelden die daaruit voortkwamen, blijkt dat de corona wemelt van de Alfvén-golven, die zich met snelheden van ongeveer 4000 kilometer per seconde voortplanten. Door de snelheid en richting van de golven te volgen, hopen de wetenschappers meer te weten te komen over de werking van corona, die honderden keren heter is dan het zonneoppervlak. Vooralsnog lijkt het er echter op dat de waargenomen golven niet toereikend zijn om de enorm hoge temperatuur van de corona te verklaren. Er moet dus méér aan de hand zijn.
Meer informatie:
Scientists find elusive waves in sun's corona

22 augustus 2007
De Japanse Hinode-satelliet, die een jaar geleden werd gelanceerd, heeft nieuw licht geworpen op het mechanisme van zonnevlammen en op de oorsprong van de extreem hoge temperatuur in de corona van de zon. Hinode's hogesnelheidscamera stelt zonneonderzoekers in staat om snel veranderende processen op de zon in detail te bestuderen. Zo is ontdekt dat zonnevlammen - enorme energierijke explosies op de zon - na de eigenlijke uitbarsting nog enige tijd gevoed worden door gas dat wegstroomt uit een relatief donker gebied op het zonsoppervlak, onder de plaats waar de zonnevlam ontstond. Ook zijn turbulente bewegingen ontdekt in coronale lussen - kolossale bogen van elektrisch geladen gasdeeltjes die de magnetische veldlijnen volgen in de corona, de ijle dampkring van de zon. De nieuwe Hinode-resultaten zijn deze week bekendgemaakt op een congres in Dublin. Zonneonderzoekers hopen dat de gedetailleerde beelden en metingen uiteindelijk een antwoord zullen geven op de vraag hoe zonnevlammen precies ontstaan en hoe de ijle corona aan zijn extreem hoge temperatuur komt.
Hinode
Persbericht ESA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

29 mei 2007
Op de zon vinden met grote (on)regelmaat zogeheten coronale massa-ejecties (CME's) plaats: enorme uitbarstingen in de corona, waarbij miljarden tonnen plasma de ruimte in geblazen worden. Zo'n plasmawolk voert magnetische velden met zich mee en als hij op de aarde is gericht, kan hij bij aankomst grote verstoringen van het aardmagnetische veld veroorzaken. Maar dat is niet het enige. Sommige CME's gaan gepaard met een intense deeltjesstraling, die schadelijk is voor satellieten en astronauten. De vraag was echter welke CME's deeltjesstraling veroorzaken en welke niet. Uit onderzoek door medewerkers van NASA's Goddard Space Flight Center blijkt dat die vraag zich vrij gemakkelijk laat beantwoorden: CME's die met deeltjesstraling gepaard gaan blijken dat kenbaar te maken met een uitbarsting van radiostraling. En omdat de radiostraling ons minstens enkele tientallen minuten eerder bereikt dan de 'deeltjesstorm', kan deze worden gebruikt om astronauten en satellietoperators te waarschuwen voor het naderende onheil.
Meer informatie:
Radio 'screams' from the Sun warn of radiation storms

16 mei 2007
Uit metingen van de Amerikaanse Wind-satelliet (gelanceerd in 1994) blijkt dat de zonnewind afgeremd kan worden door heliumgas. De zonnewind is de stroom van elektrisch geladen deeltjes die door de zon de ruimte in wordt geblazen met snelheden tot ca. anderhalf miljoen kilometer per uur. Afgezien van elektronen bestaat de zonnewind voornamelijk uit lichte waterstofkernen (protonen) en zwaardere heliumkernen. Onderzoekers van het Los Alamos National Laboratory in New Mexico hebben nu ontdekt dat de zonnewind vrijwel geen helium bevat wanneer de snelheid het laagst is (ca. één miljoen kilometer per uur). Tijdens coronale massa-ejecties (energierijke explosies die gepaard gaan met hoge zonnewindsnelheden) is het heliumgehalte juist hoger dan gemiddeld. Dat doet vermoeden dat helium een afremmende werking heeft op de zonnewind. Als er uiteindelijk niet voldoende heliumatoomkernen 'meegesleept' kunnen worden, hoopt het heliumgas zich op aan het zonsoppervlak, om na verloop van tijd alsnog explosief de ruimte in geblazen te worden tijdens een coronale massa-ejectie. Daarna begint de afremmingscyclus weer opnieuw.
Meer informatie:
Solar Wind Slowed by Helium, Researchers Suggest
Wind
Persbericht Goddard Space Flight Center
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

14 mei 2007
Met de vier Europese Cluster-satellieten is een tot nu toe onbekend verschijnsel in de zonnewind waargenomen: zogeheten schokherstel. De zonnewind is een continue, maar fluctuerende stroom elektrisch geladen deeltjes van de zon. Waar die in botsing komt met de magnetosfeer van de aarde, ontstaat een schokgolf, vergelijkbaar met de boeggolf van een schip. De vier Cluster-satellieten, die in formatie vliegen om onderzoek te doen aan de driedimensionale structuur van de magnetosfeer, passeerden deze schokgolf op 24 januari 2001. De meetinstrumenten op de vier identieke satellieten gaven echter heel verschillende resultaten te zien. In een artikel dat dit voorjaar gepubliceerd is in Geophysical Research Letters zetten de Cluster-onderzoekers uiteen dat dit een aanwijzing is voor het optreden van schokherstel ( shock reformation). Bij schokherstel kan de schokgolf tijdelijk verdwijnen, om korte tijd later weer opnieuw te ontstaan. Het verschijnsel is bekend in andere situaties in het heelal, zoals in supernova-explosies. Het was echter nog niet eerder in de omgeving van de aarde waargenomen.
Meer informatie:
Cluster makes a shocking discovery
Cluster
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

3 mei 2007?
De Europees-Amerikaanse zonnesatelliet SOHO heeft mogelijk oscillaties aan het oppervlak van de zon waargenomen waar wetenschappers al tientallen jaren naar uitkeken (Science, 4 mei). De zogeheten 'g-mode'-rimpelingen op de zon zouden ontstaan als gas onder het oppervlak naar grotere diepte wegzakt en daar bijna letterlijk op materie van hogere dichtheid stuit. De schokgolven van zulke 'zonnebevingen' planten zich voort door het inwendige en langs het oppervlak van de zon, een beetje zoals bij een steen die in een vijver plonst. Complicerende factor daarbij is dat de golven onderweg steeds zwakker worden. Tegen de tijd dat ze bij het zonneoppervlak aankomen, veroorzaken ze daar op en neer gaande bewegingen van slechts enkele meters hoog met perioden van twee tot zeven uur. Het is ondoenlijk om op het toch al hevig op en neer gaande oppervlak van de zon uit te kijken naar deze trage 'g-mode'-rimpelingen. Daarom heeft men voor een andere aanpak gekozen: gezocht is naar het gezamenlijke effect van een groot aantal van deze oscillaties' een effect dat inderdaad gevonden is. Dit zogeheten helioseismologische onderzoek wordt gebruikt om meer te weten te komen over het inwendige van de zon. Als het recente resultaat juist is, vormt het een bevestiging van het al langer bestaande vermoeden dat de kern van de zon sneller ronddraait dan de buitenkant.
Meer informatie:
Has SOHO ended a 30-year quest for solar ripples?

26 april 2007
Volgens een internationaal panel van zonnefysici komt de volgende activiteitscyclus van de zon in maart 2008 op gang - aanzienlijk later dan enkele jaren geleden werd verwacht. De zon doorloopt een cyclus met elke elf jaar een activiteitsmaximum, waarbij extra veel zonnevlekken en uitbarstingen te verwachten zijn. Tijdens zo'n zonnemaximum ontstaan ook zonnestormen van elektrisch geladen deeltjes, die storingen teweegbrengen in het radioverkeer en in satellietelektronica. De sterkte van een zonnemaximum kan voorspeld worden op basis van metingen aan magnetische velden, maar voor de aankomende cyclus (nummer 24) liepen de voorspellingen van verschillende modellen sterk uiteen. Volgens het ene model zou cyclus 24 relatief kalm blijven; volgens het andere model stond er juist een extreem krachtig maximum voor de deur. Inmiddels zijn de experts het erover eens dat er geen uitzonderlijk grote activiteit te verwachten valt, en dat de nieuwe cyclus pas later op gang zal komen dan oorspronkelijk werd verwacht. Het maximum vindt eind 2011 of begin 2012 plaats.
Meer informatie:
NOAA announces next solar storm cycle will likely start next March
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

24 april 2007
De Japanse zonnesatelliet Hinode heeft een spectaculaire film gemaakt van een zonnevlam. Hinode is een samenwerkingsverband van Japanse, Amerikaanse en Britse zonnefysici. De satelliet werd op 23 september 2006 gelanceerd. Hij heeft onder andere een spectropolarimeter aan boord waarmee magnetische velden vlak boven het zonsoppervlak gedetailleerd in beeld gebracht kunnen worden. Magnetische velden bepalen vorm en beweging van zonnevlammen - krachtige uitbarstingen van geïoniseerd gas, dat vooral veel röntgenstraling uitzendt. Op 13 december vond een zeer krachtige zonnevlam plaats (van de categorie X), die gepaard ging met een kolossale coronale massa-ejectie. De elektrisch geladen deeltjes van de uitbarsting arriveerden ruim een dag later bij de aarde, en gaven daar aanleiding tot grootschalig poollicht. Opnamen die Hinode maakte van het ontstaan van deze zonnevlam zijn nu samengevoegd tot een (versneld) filmpje, waarop de vorming van de zonnevlam vlak bij een relatief kleine zonnevlek goed zichtbaar is.
Meer informatie:
A Massive Explosion on the Sun
Hinode
Hinode-filmpje van de zonnevlam van 13 december 2006
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

23 april 2007
Voor het eerst zijn stereoscopische opnamen gemaakt van de zon. Twee ruimtesondes van NASA hebben de zon tegelijkertijd vanuit verschillende hoeken waargenomen. Op basis van die waarnemingen zijn driedimensionale beelden geconstrueerd, waarop de ruimtelijke structuur van de corona goed te zien is. De corona is de ijle dampkring van de zon, waarin regelmatig gigantische uitbasrtingen van heet zonnegas voorkomen. De twee ruimtesondes maken deel uit van NASA's STEREO-project (Solar TErrestrial RElations Observatory). Ze werden op 25 oktober 2006 gelanceerd, en bewegen nu elk in hun eigen baan om de zon, de ene iets voor de aarde uit, de andere achter de aarde aan. De stereoscopische beelden maken het mogelijk om betere voorspellingen te doen van onder andere coronale massa-ejecties - geweldige explosies die na verloop van tijd bij de aarde kunnen aankomen en hier schade kunnen toebrengen aan satellieten.
Meer informatie:
NASA Spacecraft Make First 3-D Images of Sun
STEREO
3D-beelden van de zon
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

17 april 2007
Tijdens de voorjaarsbijeenkomst van Britse sterrenkundigen, die momenteel plaatsvindt in Preston, zijn recente beelden gepresenteerd die met de zonnesatellieten STEREO en Hinode zijn vastgelegd. STEREO is een Amerikaans-Europese missie, bestaande uit twee identieke satellieten die de zon vanuit verschillende posities bekijken. Hinode is een Japans-Amerikaans-Britse satelliet die de zon voortdurend in het oog houdt. Een van de hoofdtaken van beide missies is het bestuderen van coronale massa-ejecties (CME's)' grote uitbarstingen in de corona van de zon. Bij een CME wordt soms meer dan een miljard ton aan geladen deeltjes met snelheden tot 1000 km/sec de ruimte in geblazen. In extreme gevallen veroorzaken deze ernstige verstoringen van het aardmagnetische veld en in elektrische systemen op aarde. Met STEREO en Hinode kunnen deze uitbarstingen worden gevolgd vanaf het moment dat ze ontstaan totdat hun uitlopers de aarde bereiken.
Meer informatie:
The angry sun: STEREO and Hinode watch explosions in the solar corona
STEREO gives astronomers a first look at the space between the earth and sun

16 april 2007
Het buitenste deel van de zonneatmosfeer, de corona, vertoont een uiterst ingewikkelde structuur. Bovendien is het ijle coronagas enorm heet (1 miljoen graden) in vergelijking met het zonneoppervlak (6000 graden). Langzamerhand beginnen sterrenkundigen te begrijpen hoe de corona 'werkt'. Britse onderzoekers zijn erachter gekomen dat het magnetische veld van de zon de hoofdverantwoordelijke is voor het gedrag en de structuur van de corona. Om het onderzoek van de ingewikkelde structuur van het magnetische veld van de zon te vergemakkelijken is eind jaren negentig het zogeheten zonnegeraamte bedacht. Deze vereenvoudigde voorstelling bevat alle cruciale onderdelen van het magnetische veld. Dat geraamte is nu als basis gebruikt voor een computermodel dat de structuur van de corona nabootst. Het model laat zien welke delen van het zonnegeraamte verantwoordelijk zijn voor de verhitting van het coronagas.
Meer informatie:
Skeleton of Sun's atmosphere reveals its true nature

4 april 2007
Het GPS-navigatiesysteem kan ernstig beïnvloed raken door krachtige uitbarstingen van radiostraling op de zon. GPS wordt onder andere gebruikt in autonavigatiesystemen. Het is niet zo dat GPS-ontvangers plotseling foutieve informatie doorgeven, maar de communicatie met de tientallen GPS-satellieten in een baan om de aarde kan wel verstoord worden of zelfs volledig uitvallen. Dat gebeurde bijvoorbeeld op 5 en 6 december 2006, toen er extreem krachtige zonnevlammen en radio-uitbarstingen voorkwamen op de zon. De Amerikaanse overheid doet onderzoek naar de mate waarin navigatiesystemen beïnvloed kunnen worden door verschijnselen op de zon, omdat veel civiele en militaire instanties sterk van GPS afhankelijk zijn. De grote invloed van de zonne-uitbarstingen van december 2006 werd woensdag bekendgemaakt op het eerste Space Weather Enterprise Forum in Washington.
Meer informatie:
Researchers find Global Positioning System is significantly impacted by powerful solar radio burst
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

21 maart 2007
Waarnemingen met de internationale satelliet Hinode, alias Solar B, duiden erop dat het magnetische veld van de zon turbulenter en dynamischer is dan tot nog toe werd aangenomen. De in september vorig jaar gelanceerde satelliet doet voornamelijk onderzoek naar de (vaak explosieve) wijze waarop dit magnetische veld energie overdraagt aan de verschillende lagen van de zonneatmosfeer. Een van de meest spectaculaire uitbarstingen die de satelliet tot nu toe heeft waargenomen was een zogeheten zonnevlam die op 12 januari ontstond. Op de beeldschermen van de onderzoekers verscheen een magnetische maalstroom ter grootte van de aarde die zich tot een krachtige zonnevlam ontwikkelde. Dit alles speelde zich af in de chromosfeer van de zon, de betrekkelijk dunne atmosfeerlaag direct boven het waarneembare zonneoppervlak (de fotosfeer). Dat was opmerkelijk, omdat er lange tijd van is uitgegaan dat er in de chromosfeer weinig gebeurt. Het ontstaan van zonnevlammen wordt overigens nog steeds niet goed begrepen. Ze houden duidelijk verband met magnetische verstoringen in de buurt van zonnevlekken, maar het is nog niet gelukt om te voorspellen waar een nieuwe zonnevlam zal ontstaan. Het is de bedoeling dat de beelden die Hinode vastlegt dit vraagstuk helpen oplossen.
Meer informatie:
Hinode sees the dynamic and violent sun as sharply as never before
New Phenomena on the Sun
Hinode's X-Ray Telescope Reveals the Sun's Secrets

19 februari 2007
Medio december vonden verscheidene uitbarstingen op de zon plaats, die tot de uitstoot van grote hoeveelheden geladen deeltjes leidden. Deze hevige 'zonnestormen' zijn gedetailleerd waargenomen met satellieten in de omgeving van de aarde, die zich echter allemaal in het evenaarsvlak van de zon ophouden. Verrassend genoeg zag ook Europees/Amerikaanse ruimtesonde Ulysses een toename in de deeltjesstraling, terwijl deze zich momenteel juist op veel grotere afstand vrijwel boven de zuidpool van de zon bevindt. Soortgelijke uitbarstingen heeft Ulysses in 2000 en 2001 ook gedetecteerd, maar dat was tijdens het zonnevlekkenmaximum' op dit moment naderen we juist het minimum van de activiteitscyclus van de zon. De vraag is nu hoe de geladen deeltjes in de poolstreken van de zon verzeild zijn geraakt. De huidige verdeling van het magnetische veld van de zon zou er juist voor moeten zorgen dat de deeltjes geen hoge breedtegraden kunnen bereiken. Een ander zonneraadsel lijkt een nieuwe wending te hebben gekregen. Toen Ulysses in 1994 en 1995' tijdens het vorige zonneminimum' achtereenvolgens de beide zonnepolen waarnam en de temperaturen in zogeheten coronale gaten mat, bleek dat die bij de noordpool duidelijk koeler waren dan die bij de zuidpool. Het was toen niet duidelijk of dit temperatuurverschil te wijten was aan het feit dat er een jaar tussen beide waarnemingen zat, of dat het noordpoolgebied van de zon altijd iets minder heet is. Inmiddels is duidelijk dat de coronale gaten bij de zuidpool nu net zo 'koel' zijn als die bij de noordpool tien jaar geleden. Dat kan erop duiden dat het temperatuurverschil met de polariteit van het magnetische veld van de zon te maken heeft: de magnetische noord- en zuidpool zijn nu immers van plaats verwisseld. Het definitieve bewijs zal mogelijk worden verkregen als Ulysses volgend jaar weer de noordpool van de zon bekijkt.
Meer informatie:
Surprises from the Sun's South Pole

24 januari 2007
Volgens onderzoekers van de universiteit van Fairfax (VS) is de energieproductie in de kern van de zon minder stabiel dan doorgaans wordt verondersteld (New Scientist, 27 februari). Onder invloed van magnetische velden zijn kleine verstoringen mogelijk van het heersende evenwicht tussen de zwaartekracht en de gasdruk in de kern van de zon. En deze instabiliteiten zouden volgens de onderzoekers leiden tot temperatuurvariaties met perioden van 41.000 dan wel 100.000 jaar. Dat zou in overeenstemming zijn met de regelmaat waarin de ijstijden op aarde hebben plaatsgevonden. De laatste miljoenen jaren volgende de ijstijden elkaar met perioden van ruwweg 100.000 jaar op, daarvoor waren de tussenperioden ongeveer 41.000 jaar lang. Volgens de bestaande inzichten wordt de ijstijdencyclus veroorzaakt door kleine, regelmatige variaties in de aardbaan, maar deze kunnen de verandering van de frequentie van de ijstijden niet goed verklaren.
Meer informatie:
Homepage New Scientist

22 december 2006
De Japanse zonnesatelliet Hinode ('zonsopkomst') heeft veelbelovende röntgen- en ultravioletfoto's van de zon gemaakt. Hinode (voor de lancering Solar-B geheten) werd op 22 september in een baan om de aarde gebracht. De afgelopen maanden zijn de instrumenten aan boord van de satelliet getest en gecalibreerd; rond de jaarwisseling beginnen de wetenschappelijke waarnemingen. De eerste röntgenfoto's die Hinode van de hete, ijle zonnecorona heeft gemaakt, laat ongekend veel details zien. Datzelfde geldt voor de Solar Optical Telescope, die in zichtbaar licht detailfoto's van het hete 'oppervlak' van de zon heeft gemaakt. Zowel ESA als NASA nemen deel aan het Japanse Hinode-project.
Meer informatie:
First Images From Hinode Offer New Clues About Our Violent Sun
Hinode
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

15 december 2006
Hoewel de gemiddelde zonneactiviteit van de laatste maanden laag is, vertoont onze ster de laatste weken flinke uitbarstingen. Het laatste wapenfeit is de grote zonnevlam en daaropvolgende coronale massa-ejectie (CME) van 13 december jl, die de vluchtleiding van ESA ertoe dwong om maatregelen te nemen, omdat verscheidene systemen aan boord van satellieten uitvielen. De gevolgen van de uitbarsting werden onder meer 'gevoeld' door Integral, Cluster en Envisat. Uiteraard werd de uitbarsting ook waargenomen met de zonnesatelliet SOHO. De stroom geladen deeltjes die de zon uitstootte veroorzaakte bovendien een flinke geomagnetische storm op aarde, met bijbehorende poollichtverschijnselen. Volgens ESA tonen de recente gebeurtenissen maar weer eens aan hoe belangrijk het is een systeem te ontwikkelen dat het optreden van grote uitbarstingen op de zon kan voorspellen. De uitbarsting van 13 december was overigens niet de eerste van deze maand: ook op 6 december spookte het al flink op de zon. Bij die uitbarsting produceerde de zon zelfs een recordhoeveelheid radiostraling.
Meer informatie:
ESA mission controllers react to solar flare
NJIT Solar Physicist Says Weak Sun Produces Record Solar Outburst

8 december 2006
Het prototype van een nieuwe zonneobservatietelescoop in New Mexico (VS) heeft na de verschijning van een zonnevlam, afgelopen woensdag, een tsunami-achtige schokgolf op de zon waargenomen. Grote schokgolven als deze, die zeker in tijden van lage zonneactiviteit vrij zeldzaam zijn, breiden zich in luttele minuten over de hele zon uit. De zonnevlam vond plaats in een actief gebied aan de rand van de zonneschijf, waartoe ook een grote (nog steeds waarneembare) zonnevlek behoort.
Meer informatie:
Telescope spots solar tsunami

31 oktober 2006
De Japanse zonnesatelliet Hinode ('zonsopkomst') maakt gedetailleerde röntgenopnamen van de zon. Hinode (oorspronkelijk Solar-B geheten) werd op 22 september gelanceerd. De kunstmaan heeft drie telescopen aan boord, voor zichtbaar licht, ultraviolette straling en röntgenstraling. Op de röntgenfoto's is extreem heet gas zichtbaar, onder andere in de corona van de zon (de ijle 'dampkring'), en in magnetische lussen boven het oppervlak. De X-Ray Telescope (XRT) is ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Amerikaanse Smithsonian Astrophysical Observatory. De eerste gedetailleerde röntgenfoto's werden vrijgegeven op 31 oktober (Halloween), mede omdat de opnamen wel enigszins doen denken aan de beroemde pompoen-lampions die tijdens dit Amerikaanse 'griezelfeest' worden opgehangen.
Meer informatie:
The Spooky Sun
Hinode
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 oktober 2006
De afgelopen nacht zijn met succes de beide kleine satellieten van de STEREO-missie gelanceerd. Deze NASA-missie heeft tot doel om gelijktijdig vanuit verschillende posities naar de zon te kijken, zodat een driedimensionale voorstelling kan worden gemaakt van de (vaak explosieve) verschijnselen die zich daar afspelen. Het onderzoek zal vooral zijn gericht op de enorme zonneuitbarstingen die bekend staan als 'coronale massa-ejecties' (CME's). Bij deze gebeurtenissen, die zich in het buitenste ijle omhulsel van de zon afspelen, wordt als het ware een deel van de zonneatmosfeer weggeblazen. Daarbij worden reusachtige hoeveelheden geladen deeltjes met grote snelheid de ruimte in geschoten, soms in de richting van de aarde. In veel gevallen leidt dit tot verstoringen van het aardmagnetische veld, beschadigingen van (de elektronica van) satellieten en soms zelfs uitval van elektriciteitsnetwerken op aarde. De vier instrumenten van de beide STEREO-satellieten, die deels van Europese makelij zijn, zullen CME's vanaf hun ontstaan volgen.
Meer informatie:
NASA's First 3-D Solar Imaging Mission Soars Into Space
European expertise helps to view the Sun in a new way
Homepage STEREO-missie

26 september 2006
Volgens onderzoekers van Cornell University stoort de radiostraling van hevige zonnevlammen de ontvangst van GPS-signalen. Omdat deze grote uitbarstingen op de zon een nogal onvoorspelbaar karakter hebben, houdt dat een groot risico in voor belangrijke systemen die van GPS afhankelijk zijn, zoals de navigatie-instrumenten van vliegtuigen. De onderzoekers ontdekten het effect op 7 september 2005 toen het signaal van de GPS-ontvanger van een instrument van de Arecibo-radiosterrenwacht op Puerto Rico plotseling veel zwakker werd. Bij navraag bleek dit met alle GPS-ontvangers aan de dagzijde van de aarde te zijn gebeurd. Het verschijnsel viel samen met het optreden van een zonnevlam. Omdat de zon nu niet erg actief is, is het aantal storingen nog beperkt. Maar tijdens het volgende maximum van de zonneactiviteit, in 2011 en 2012, zullen zonnevlammen frequenter en heviger zijn en storingen van enkele uren kunnen veroorzaken.
Meer informatie:
Solar flares cause GPS failures

16 augustus 2006
Met een nieuwe zonnetelescoop op de Kitt Peak-sterrenwacht in Arizona is de eerste zonnevlek van de nieuwe activiteitscyclus waargenomen. De zon vertoont eens in de elf jaar een activiteitspiek (het zogeheten zonnemaximum). Er zijn dan meer zonnevlekken en uitbarstingen te zien dan normaal. Zonnevlekken zijn koelere gebieden op de zon, met sterke magnetische velden. De vlekken van één bepaalde cyclus hebben allemaal dezelfde magnetische polariteitsopbouw, maar bij de volgende cyclus is die polariteit precies omgekeerd. Op een zogeheten magnetogram van de zon is nu een kleine zonnevlek ontdekt waarvan de polariteit precies andersom is dan die van de vlekken van de afgelopen cyclus. De nieuwe zonnevlek zou dus de eerste zijn uit cyclus 24 (de activiteitscycli worden sinds enkele eeuwen genummerd). Er zijn verschillende aanwijzingen dat cyclus 24 buitengewoon actief zal zijn, met alle gevolgen van dien: energierijke uitbarstingen van elektrisch geladen deeltjes, die problemen kunnen opleveren voor satellieten en radioverbindingen op aarde. Het maximum van cyclus 24 wordt verwacht rond 2012.
Meer informatie:
Onset of Next Solar Activity Cycle Observed
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

26 juni 2006
Gedetailleerde computermodellen zijn erin geslaagd het uiterlijk van de corona van de zon tijdens de eclips van 29 maart te voorspellen. De corona is het extreem hete en ijle gasomhulsel van de zon, dat alleen zichtbaar is tijdens een totale zonsverduistering, wanneer het heldere oppervlak van de zon wordt afgedekt door de maan. De vorm van de corona, met uitwaaierende 'streamers' en lussen, wordt bepaald door magnetische velden. Op basis van waarnemingen van de SOHO-satelliet is het gedrag van het zonnemagnetisme nu in een ingewikkeld computermodel vastgelegd, waarmee het ook mogelijk is de vorm van de corona enkele dagen van tevoren te voorspellen. Volgens Zoran Mikic van Science Applications International Corporation in San Diego kloppen de voorspellingen van eind maart in grote lijnen met het werkelijke uiterlijk van de corona zoals dat op 29 maart tijdens de totale zonsverduistering is waargenomen. Het onderzoek van Mikic en zijn collega's is gefinancierd door NASA en de National Science Foundation.
Meer informatie: NASA and NSF computers simulate sun's corona
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl

10 mei 2006
Volgens NASA-onderzoekers is de reusachtige 'lopende band' in de zon sterk vertraagd. En dat zou kunnen betekenen dat het zonnemaximum na het volgende aanzienlijk zwakker wordt dan zijn voorgangers. De 'lopende band' is een omvangrijk circulatiesysteem onder het zonneoppervlak dat twee aftakkingen kent, een noordelijke en een zuidelijke, die elk ongeveer veertig jaar over één omloop doen. Normaal is de snelheid van de circulatie ongeveer een meter per seconde, maar de afgelopen jaren is de noordelijke tak met een kwart vertraagd en de zuidelijke zelfs met tweederde. De snelheid van de inwendige circulatie kan worden afgeleid uit de positie ten opzichte van de evenaar van de zon waar nieuwe zonnevlekken tevoorschijn komen. Uit onderzoek is gebleken dat er een verband bestaat tussen de circulatiesnelheid en de toekomstige zonnevlekkenactiviteit. Een traag bewegende 'lopende band' geeft een geringere zonneactiviteit. Op basis van het gedrag van de inwendige zonnecirculatie is overigens ook voorspeld dat het volgende zonnemaximum, dat in 2011 of 2012 wordt verwacht, zeer intens zal zijn.
Meer informatie:
Solar Cycle 25 peaking around 2022 could be one of the weakest in centuries

13 maart 2006
Op foto's van de zon is alleen het naar de aarde gerichte halfrond te zien. Maar dankzij een nieuwe techniek, die informatie geeft over de 'achterkant' van de zon, kan iedereen nu ook zien wat zich op de andere helft van de zon afspeelt. Hierdoor kunnen we grote zonnevlekkengroepen al zien aankomen voordat ze door de zonnerotatie in beeld komen. De techniek maakt gebruik van de gegevens die door het MDI-instrument aan boord van de SOHO-satelliet worden verzameld. Deze gegevens bestaan uit metingen van de geluidsgolven die in het hete gas aan het oppervlak van de zon optreden. Dankzij een pas ontwikkeld computeralgoritme kunnen de gegevens worden omgezet in overzichtsbeelden van de achterkant van de zon.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Achtergrondinformatie (Engelstalig)
Solar Farside Viewer

6 maart 2006
De volgende zonnevlekkencyclus zal dertig tot vijftig procent extremer zijn dan de vorige en pas eind 2007 of begin 2008 beginnen. Dat zeggen wetenschappers van het Amerikaanse National Center for Atmospheric Research (NCAR), op basis van een nieuw computermodel. De verwachtingen van het model, dat de hevigheid van vorige zonnecycli goed weet te reproduceren, zijn gebaseerd op helioseismologische waarnemingen van ‘ondergrondse’ bewegingen in restanten van zonnevlekken van voorgaande cycli. Volgens de NCAR-wetenschappers wordt de evolutie van zonnevlekken bepaald door een stroming van plasma (elektrisch geladen gas) tussen de evenaar en de polen van de zon die als een soort lopende band voor de productie van zonnevlekken fungeert. Een complete cyclus van deze plasmastroming duurt 17 tot 22 jaar: het is dus mogelijk om ongeveer twee zonnevlekkencycli vooruit te kijken. Naar verwachting zal de volgende cyclus rond 2012 zijn hoogtepunt bereiken.
Meer informatie:
http://www.nasa.gov/centers/goddard/news/topstory/2006/solar_cycle.html
http://www.ucar.edu/news/releases/2006/sunspot.shtml
http://science.nasa.gov/headlines/y2006/06mar_solarminimum.htm?list133910 [NASA-informatie over huidige zonnevlekkenminimum]

17 februari 2006
Toen de ruimtesonde Voyager 1 in december 2004 eindelijk de grens tussen ons zonnestelsel en de interstellaire ruimte passeerde, hoopten wetenschappers een raadsel te kunnen oplossen dat hen al een hele tijd bezighield: de herkomst van de zogeheten anomale kosmische straling. Van deze hoogenergetische deeltjesstraling werd aangenomen dat zij afkomstig was van de ‘eindschok’, de plek waar de zonnewind, de stroom deeltjes van de zon, tot stilstand komt. Maar deze voorspelling kwam niet uit: Voyager 1 detecteerde slechts weinig anomale kosmische straling. Amerikaanse onderzoekers denken nu te weten waardoor dat komt: door de vorm van de eindschok. In de theoretische modellen werd aanvankelijk ervan uitgegaan dat de eindschok min of meer bolvormig was, met de zon als middelpunt. Dat is waarschijnlijk niet het geval: doordat het zonnestelsel door de ruimte beweegt, heeft de eindschok eerder de vorm van een ei. Voyager 1 heeft ons zonnestelsel min of meer bij de stompe punt van dat ei verlaten. Uit berekeningen blijkt nu dat de meest energierijke deeltjes niet daar ontstaan, maar meer aan de flanken. Als dit model juist is, zal Voyager 2, die binnen enkele jaren de eindschok bereikt, méér anomale kosmische straling meten.
Meer informatie:
http://www.swri.org/9what/releases/2006/Cosmic.htm

26 mei 2005
Onderzoek van het National Center for Atmospheric Research (NCAR) legt een duidelijk verband tussen een bepaalde magnetische structuur op de zon en het ontstaan van zogeheten coronale massa-ejecties (CME’s). CME’s zijn hevige uitbarstingen in de zonnecorona waarbij miljarden tonnen materie en geladen deeltjes de ruimte in worden geblazen. Als zo’n uitbarsting op de aarde is gericht, kan deze na enige tijd sterke verstoringen in het aardmagnetische veld veroorzaken. Uit het NCAR-onderzoek blijkt dat zo’n CME vaak wordt voorafgegaan door een lokale dichtheidsafname of ‘holte’ in de corona, die door zich verstrengelende magnetische veldlijnen wordt veroorzaakt. Vlak voor de uitbarsting lijkt zo’n holte op te zwellen en op te stijgen en soms wordt hij ook donkerder.
Meer informatie:
http://www.ucar.edu/news/releases/2005/gibson.shtml
Science, 27 mei 2005

25 mei 2005
Enkele maanden geleden maakten Europese sterrenkundigen bekend dat de door Jupiter weerkaatste röntgenstraling van de zon kan worden gebruikt om de activiteit aan de achterkant van de zon in de gaten te houden. Amerikaanse onderzoekers doen er nu een schepje bovenop: het kan ook met de röntgenstraling van Saturnus! Dat blijkt uit waarnemingen met de röntgensatelliet Chandra. Omdat Saturnus kleiner is dan Jupiter, en ook verder van de zon verwijderd is, is de röntgenreflectie wel veel zwakker.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/press/05_releases/press_052505.html

24 mei 2005
De verschijning van een grote zonnevlam op 20 januari van dit jaar ging gepaard met de hevigste uitbarsting van zonnestraling in vijftig jaar. De snelle protonen die daarbij werden uitgestoten bereikten de aarde veel sneller dan verwacht. Normaal duurt het twee uur of meer voordat ze hier aankomen, maar nu was dat al na een kwartier. Een goede verklaring hiervoor ontbreekt nog: tot nog toe gingen onderzoekers ervan uit dat de protonenstormen die de aarde bereiken in feite het gevolg zijn van schokgolven, afkomstig van de uitbarsting, die deeltjes in de interplanetaire ruimte voor zich uit schuiven. Maar het energiespectrum van de protonenstorm van 20 januari duidt erop dat de deeltjes rechtstreeks van de zon afkomstig zijn.
Meer informatie: http://www.nasa.gov/vision/universe/solarsystem/solar_fireworks.html

7 maart 2005
Europese sterrenkundigen hebben vastgesteld dat röntgenwaarnemingen van de planeet Jupiter informatie op kunnen leveren over de achterkant van de zon. De röntgenstraling die Jupiter uitzendt, is namelijk niets anders dan weerkaatste röntgenstraling van de zon. Als er op de achterkant van de zon een flinke uitbarsting plaatsvindt die op Jupiter gericht is, leidt dat tot een toename in de röntgenhelderheid van de planeet.
Meer informatie: http://www.pparc.ac.uk/Nw/XMM_Jupiter.asp

3 maart 2005
Wetenschappers van NASA denken dat de zeer koude perioden van 800 tot 600 miljoen jaar geleden waarin onze planeet bijna letterlijk in een sneeuwbal veranderde, kunnen zijn veroorzaakt door de passage van interstellaire gaswolken. Zulke wolken zouden het zonlicht verstrooien, maar er ook voor kunnen zorgen dat er meer geladen deeltjes in de aardatmosfeer terechtkwamen, waardoor de ozonlaag werd aangetast.
Meer informatie: http://www.nasa.gov

27 januari 2005
NASA heeft de eerste ‘zonnemonsters’ die de ruimtesonde Genesis heeft verzameld overgedragen aan wetenschappelijke onderzoekers. Genesis maakte op 4 oktober vorig jaar een ongelukkige landing en even werd gevreesd dat zijn kostbare lading verloren was geraakt. De brokstukken blijken echter wel degelijk nog bruikbaar materiaal te bevatten, in de vorm van deeltjes die afkomstig zijn uit de zonnewind. Hoewel de zonnewind voornamelijk uit waterstof bestaat, zitten er ook allerlei andere elementen in, en de bedoeling is dat nu een nauwkeurige inventarisatie wordt gemaakt.
Meer informatie: http://www.nasa.gov/mission_pages/genesis/multimedia/genesis_samples_shipped.html

17 januari 2005
De grote zonnevlek die afgelopen week op de zon verscheen gaat met de nodige magnetische activiteit gepaard. Het nieuwste wapernfeit is een krachtige zonnevlam waarbij grote hoeveelheden snelle protonen werden geproduceerd die al binnen enkele tientallen minuten op aarde aankwamen. Aangenomen wordt dat deze uitbarsting weer een sterke verstoring van het aardmagnetische veld geeft, waardoor (net als de afgelopen dagen) op hoge breedten poollicht te zien zal zijn. De grote zonnevlek zal over een dag of vijf aan de rand van de zon verdwijnen.
Meer informatie:
http://spaceweather.com/
http://www.spacew.com

3 november 2004
Tussen 1 en 10 november 2000 vond een reeks hevige uitbarstingen (coronale massa-ejecties) op de zon plaats. Twee dagen na elke uitbarsting waren de gevolgen ervan merkbaar op de aarde, onder meer in de vorm van poollichtverschijnselen. Tussen 19 en 24 november 2000 werden soortgelijke verschijnselen door de ruimtesondes Galileo en Cassini waargenomen bij Jupiter. Franse onderzoekers stelden met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop nog eens twee weken later vast dat ook Saturnus poollichtverschijnselen vertoonde. In hun onderzoeksverslag, dat deze week in Nature verscheen, trekken zij de conclusie dat de gevolgen van deze grote uitbarstingen van de zon blijkbaar door het hele zonnestelsel merkbaar zijn.

27 oktober 2004
Uit onderzoek aan jaarringen in bomen lijkt te volgen dat de zon de afgelopen zeventig jaar actiever is geweest dan de 8000 jaar daarvóór. De onderzoekers leiden dat af uit de aanwezigheid van een zware vorm van koolstof (C-14) in de jaarringen. In perioden van hoge zonneactiviteit worden meer geladen deeltjes van de zon in de richting van de aarde geblazen. Deze deeltjes houden op hun beurt de kosmische straling tegen, die C-14 in de aardatmosfeer doet ontstaan. In perioden van hoge zonneactiviteit nemen bomen dus minder C-14 op dan in perioden dat de zon ‘rustiger’ is.
Meer informatie: http://www.mpg.de

18 oktober 2004
De activiteit van de zon heeft (tijdelijk) een laag pitje bereikt. Op 28 januari van dit jaar waren voor het eerst sinds jaren helemaal geen zonnevlekken te zien. En op 11 en 12 oktober heeft dit zich herhaald. Dat kan erop duiden dat het komende zonnevlekkenminimum aan de vroege kant zal zijn. Uit onderzoek van eerdere cycli blijkt namelijk dat dit minimum steeds ongeveer 34 maanden na de eerste ‘vlekloze’ dag wordt bereikt. Dat zou dan eind 2006 zijn, ongeveer een jaar eerder dan verwacht. Omdat de aanloop naar een volgend maximum gewoonlijk vier jaar duurt, zou de zon al in 2010 weer op het hoogtepunt van haar activiteit kunnen zijn.
Meer informatie: http://science.nasa.gov/headlines/y2004/18oct_solarminimum.htm?list137719

12 augustus 2004
Cluster-satellieten ontdekken wervels van zonnemateriaal hoog boven de aarde.
Meer informatie: http://www.esa.int/esaSC/Pr_19_2004_s_en.html

8 juli 2004
Grootste uitbarsting zon (eind 2003) uitgebreid onderzocht.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2004/0708flare.html

2 juli 2004
Gegevens SOHO-satelliet geven 3-dimensionaal beeld van ‘coronale massa-ejecties’ op de zon.
Meer informatie: http://www.esa.int/esaSC/Pr_13_2004_s_en.html

18 juni 2004
Afstand aarde-zon ‘democratisch bepaald’.
Meer informatie: http://www.astronomy.nl/inhoud/pers/persberichten/18_06_04.html

8 december 2003
Waarnemingen met de Amerikaanse SAMPEX-satelliet hebben laten zien dat de stralingsgordels van de aarde sterk werden ingedrukt door de grote zonneuitbarsting van eind oktober. Onder normale omstandigheden liggen de buitenste gordels minstens 19.000 kilometer van het aardoppervlak, maar in de periode van 1 tot 10 november was deze afstand ongeveer gehalveerd.

8 december 2003
De ruimtesonde Cassini, die onderweg is naar de planeet Saturnus, heeft buiten de baan van Jupiter voor het eerst zogeheten ‘pick-up’ ionen opgevangen. Deze ionen zijn hun bestaan als gewone, ongeladen deeltjes begonnen en in de buurt van de zon geïoniseerd. Sindsdien bewegen ze samen met de zonnewind weg van de zon. Pick-up ionen zijn al eerder waargenomen, maar nog nooit zo ver van de zon.
Ook heeft Cassini een eerste gedetailleerde foto van zijn eindbestemming gemaakt: de planeet Saturnus. Ten tijde van de opname was de sonde 111 miljoen kilometer verwijderd van de planeet die hij over acht maanden zal bereiken.
Meer informatie: http://saturn.jpl.nasa.gov/news/press-releases-03/20031205-pr-a.cfm

3 december 2003
Waarnemingen met Europese en Amerikaanse satellieten hebben bevestigd dat er soms enorme ‘scheuren’ in het magnetische veld van de aarde ontstaan, die de zonnewind doorlaten. Het bestaan van deze scheuren, die ontstaan als het magnetische veld van onze planeet wordt getroffen door zonnewind met een tegengestelde magnetische polariteit, was al langer bekend. Maar deze scheuren blijken soms veel langer open te staan dan men tot nu toe dacht' urenlang zelfs.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2003/1203image_cluster.html

21 november 2003
Grote, actieve gebieden op de zon zijn ook waarneembaar als zij zich aan de achterkant van de zon bevinden. Uit onderzoek met twee instrumenten aan boord van de SOHO-satelliet blijkt dat de grote gebieden 10486 en 10484, die de afgelopen weken de voorzijde van de zon domineerden maar door de zonnerotatie inmiddels uit zicht waren verdwenen, aanvankelijk in activiteit afnamen, om daarna weer op te leven. Met het ene instrument, de MDI, wordt gekeken naar de ‘bevingen’ die een grote zonnevlekkengroep in het inwendige van de zon veroorzaakt; het andere instrument, SWAN, meet de activiteit van het gebied aan de hand van het ultraviolette spectrum van de zon.
Ander SOHO-onderzoek van de zon duidt er overigens op dat de grote uitbarstingen die hoog in de corona van de zon plaatsvinden een belangrijke rol spelen bij de 11-jaarlijkse omkering van het magnetische veld van de zon.
Meer informatie:
http://sci.esa.int/science-e/www/object/index.cfm?fobjectid=34215
http://soho.nascom.nasa.gov/hotshots/2003_11_20/
http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2003/1120sun_flip.html

5 november 2003
Meer dan 25 jaar na zijn lancering heeft de Voyager 1 een mijlpaal bereikt bij zijn reis door de ruimte. Uit analyse van gegevens van een deeltjesdetector aan boord van de ruimtesonde blijkt dat deze op bijna 13 miljard kilometer van de aarde een zogeheten solaire eindschok heeft gepasseerd. De eindschok vindt plaats waar elektrisch geladen deeltjes van de zonnewind snel tot stilstand komen nadat ze op gas en magnetische velden in de interstellaire ruimte zijn gestuit. Aangenomen wordt dat Voyager 1 nu ook bijna de onzichtbare buitengrens van de heliosfeer, de invloedsfeer van de zon, heeft bereikt.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2003/1105voyager.html

30 oktober 2003
Enkele dagen geleden maakten we al melding van de grote zonneactiviteit. Er zijn nu tal van websites die meer informatie geven, ook over het fraaie poollicht van de laatste dagen:
http://sci.esa.int/jump.cfm?oid=34058
http://www.spacew.com/astroalert.html
http://www.sterrenkids.nl/Poollichtfoto/poollichtfoto.htm [Poollichtfoto's!]
http://www.mpg.de [Duitstalig]

24 oktober 2003
Het spookt op de zon. Nou ja, er zijn enkele zeer actieve (zonnevlek)gebieden ontstaan, die de komende dagen voor flinke verstoringen van het aardmagnetische veld zouden kunnen zorgen. Er is kans op poollicht dus! Hopelijk hebben de verstoringen niet zo’n desastreuze omvang als de grote uitbarsting van 1859 waar NASA nu een interessante webpagina over heeft...
Meer informatie:
http://spaceweather.com/
http://science.nasa.gov/headlines/y2003/23oct_superstorm.htm?list137719
http://www.heelalopreis.nl (voor de jeugd)

15 oktober 2003
Duitse wetenschappers denken de hittebron van de zonnecorona op het spoor te zijn. De corona, die alleen bij zonsverduisteringen met het blote oog te zien is, bestaat uit ijl gas met een temperatuur van meer dan een miljoen graden. De oorzaak van deze uiterst hoge temperatuur lijkt gelegen te zijn in het onderste gedeelte van de corona, waar het complexe magnetische veld van de zon sprongsgewijze veranderingen vertoont. Magnetische veldlijnen van verschillende polariteit liggen daar zo dicht bij elkaar, dat er zogeheten magnetische reconnecties kunnen optreden, waarbij enorm veel energie vrijkomt. Het is nu voor het eerst gelukt om de magnetische veldsterkten in dit gebied direct te meten, en de resultaten lijken bovenstaand model te bevestigen.
Meer informatie: http://www.mpg.de [Duitstalig]

1 augustus 2003
De Europees/Amerikaanse ruimtesonde Ulysses houdt al sinds 1992 de stroom stofdeeltjes in de gaten die van buitenaf door ons zonnestelsel heen trekt. Het stof maakt deel uit van de lokale galactische gaswolk waar de zon met een snelheid van 26 km/s doorheen beweegt. Ulysses heeft vastgesteld dat de stroom stofdeeltjes sterk wordt beïnvloed door het magnetische veld van de zon. Begin jaren negentig hield dat veld de deeltjes nog grotendeels tegen, maar de laatste jaren lijkt de sterkte ervan te zijn afgenomen. Dat laatste wordt mogelijk veroorzaakt door het einde van de verhoogde zonneactiviteit van de laatste jaren, die altijd gepaard gaat met een omkering van het magnetische veld van de zon.
Meer informatie: http://sci.esa.int/science-e/www/object/index.cfm?fobjectid=33618

20 juli 2003
Grote uitbarstingen op de zon leveren fraaie beelden op en hebben ongetwijfeld ook veel invloed op het reilen en zeilen van onze nabije ster. Maar nader onderzoek wijst uit dat de ontelbare ‘microvlammen’ die zich op de zon afspelen mogelijk net zo veel invloed hebben op de zonneatmosfeer. Waarnemingen met de satelliet RHESSI wijzen namelijk uit dat bij deze mini-uitbarstingen meer energie vrijkomt dan verwacht; het zijn er bovendien erg veel.
Meer informatie: http://hesperia.gsfc.nasa.gov/hessi/news.htm

18 juni 2003
Nog meer nieuws over de zon. Waarnemingen met een drietal satellieten hebben een zeer compleet beeld opgeleverd van een grote uitbarsting op de zon' een zogeheten coronale materie-ejectie (CME). Het is voor het eerst gelukt om het gebied op de zon waar zo’n CME is ontstaan gedetailleerd te bestuderen. CME’s gaan vaak samen met zogeheten zonnevlammen, grote explosies op de zon. Maar wat komt nu eerst: de zonnevlam of de CME? Waarnemingen van 21 april duiden er nu op dat ze zo goed als gelijktijdig ontstaan en waarschijnlijk beide het gevolg zijn van het openbarsten van magnetische veldlijnen.
Uit ander onderzoek is overigens gebleken dat zonnevlammen veel heter kunnen worden dan men tot nog toe dacht. Het heetste punt van een zonnevlam kan binnen een minuut een temperatuur van meer dan 40 miljoen graden bereiken.
Meer informatie:
http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2003/0617rhessicme.html
http://www.uah.edu/News/2003news/x-ray.html

17 juni 2003
Sterrenkundigen uit de VS, Noorwegen en Zweden hebben recente beelden onderzocht die met de Zweedse zonnetelescoop op La Palma zijn gemaakt. De opnamen tonen een gebied aan de rand van de zonneschijf en geven informatie over hoogteverschillende in de fotosfeer. Tot nu toe dacht men dat deze laag' het eigenlijke ‘zonsoppervlak’' tamelijk vlak was. Maar nu blijkt dat de korrelstructuur die in de fotosfeer wordt waargenomen met flinke hoogteverschillen gepaard gaat.
Meer informatie: http://www.lmsal.com/Press/SPD2003.html

22 mei 2003
Waarnemingen met de zonnesatelliet SOHO werpen nieuw licht op het ontstaan van de zogeheten ‘snelle zonnewind’. Eerdere waarnemingen duidden erop dat de snelle zonnedeeltjes ontsnappen tussen zogeheten ‘pluimen’ aan de poolgebieden van de zon. Deze pluimen steken als rechte spaken in de zonatmosfeer omhoog. Nu lijkt het er echter op dat de snelle zonnewind juist door de pluimen zelf wordt geproduceerd.
Meer informatie: http://sci.esa.int/content

23 september 2002
Steele Hill, een beeld- en videodeskundige van het NASA Goddard Space Flight Center heeft een fraaie presentatie van verschijnselen op de zon samengesteld aan de hand van opnamen die met de SOHO zijn gemaakt: ‘The Sun As Art’. De beelden tonen coronale massa-ejecties, de zonnewind, zonnevlekken en vele andere structuren, waarbij in sommige gevallen op artistieke wijze met kleuren en contrasten is gespeeld. De presentatie is op te halen als pdf-bestand: http://soho.nascom.nasa.gov/hotshots/2002_08_29/

30 augustus 2002
Britse sterrenkundigen denken op het spoor te zijn van de oorzaak van de enorme coronale massa-ejecties (CME’s) die de zon geregeld uitstoot. Volgens hen worden de CME’s veroorzaakt door gevlochten magnetische velden diep in het inwendige van de zon. Dat CME’s een ‘vlechtstructuur’ (heliciteit) vertonen is al langer bekend. Tot nog toe was echter onduidelijk of de verdraaiingen van de magnetische velden ontstaan aan het oppervlak of het inwendige van de zon.
Meer informatie: http://www.pparc.ac.uk/Nw/Press/CME.asp

23 juli 2002
Op de zon zijn momenteel fraaie zonnevlekkengroepen te zien. Er bestaat een verhoogde kans op poollicht, maar gezien de gebrekkige duisternis in dit jaargetijde zal het niet meevallen om daar iets van te zien.
Meer informatie:
http://spaceweather.com/
http://soho.nascom.nasa.gov/sunspots/
http://sci.esa.int/content/news/index.cfm?aid=14&cid=37&oid=30324
http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/20020724grandslam.html

13 juni 2002
Onderzoek met de satellieten SOHO, Ulysses en Cluster duidt erop dat de reusachtige, hete plasmalussen die bij de zon worden waargenomen ten tijde van zonnestormen trillen als de snaren van een gitaar. De ‘snaren’ worden waarschijnlijk in trilling gebracht door uitbarstingen van energierijke deeltje die laag uit de zonneatmosfeer komen. Lussen met een lengte van 350.000 km blijken dan met een periode van 20 minuten heen en weer te bewegen: na twee of drie oscillaties houdt de trilling op. Daarbij wordt energie aan de hoge zonneatmosfeer overgedragen.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/20020613sohoguitar.html

6/9 juni 2002
De omkering van de polariteit van het magnetische veld van de zon, die elke elf jaar plaatsvindt, hangt mogelijk samen met het ontstaan van grote plasmalussen die verbindingen leggen tussen de magnetische polen en zonnevlekkengroepen nabij de evenaar. De lussen zelf ontstaan 135.000 km onder het oppervlak van de zon, waar naar men aanneemt plasmastromingen een dynamo-effect veroorzaken. Zodra de magnetische lussen een verbinding tot stand brengen tussen een magnetische pool en de tegengestelde pool van een zonnevlekkengroep, gaat er een sterke elektrische stroom lopen. Mogelijk wordt daarbij voldoende energie gegenereerd om de omkering van het magnetische veld van de zon om te doen keren.
De omkering van het magnetische veld van de zon vindt plaats tijdens het hoogtepunt van de zonnecyclus. De laatste van deze maxima vond ongeveer een jaar geleden plaats, maar ook nu nog vertoont de zon bij vlagen grote activiteit. Op 9 juni werd er bijvoorbeeld een reusachtige protuberans waargenomen.
Meer informatie:
http://www.stanford.edu/dept/news/pr/02/solarmagnet612.html
http://www.spaceweather.com/

15 mei 2002
Het is al geruime tijd bekend dat er in de corona van de zon grote magnetische lussen te zien zijn, die heet plasma (geladen gas) bevatten. Aangenomen was dat de dichtheid van het plasma het grootst zou zijn aan de basis van die lussen, omdat de zwaartekracht van de zon daar het sterkst is. Maar nu blijkt dat de dichtheid in de lussen over de gehele lengte' soms meer dan een miljoen kilometer!' gelijk is. Binnen de lussen bewegen bovendien klonten plasma met enorme snelheden van de ene magnetische pool naar de andere. Het aandrijfmechanisme is vermoedelijk het temperatuurverschil tussen de ene en de andere ‘voet’ van de lus.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/20020515tracewind.htm

22 april 2002
Bij de kernfusiereacties diep in het binnenste van de zon komen naast energie ook neutrino’s vrij. Vreemd genoeg leken veel minder van die neutrino’s op aarde aan te komen dan theoretisch werd verwacht. Dankzij de nieuwste resultaten van de Sudbury Neutrino Detector (SNO) lijkt nu onomstotelijk te zijn vastgesteld waardoor dat komt: de zonneneutrino’s veranderen onderweg van gedaante.
Neutrino’s komen in drie soorten voor: elektron-, muon- en tauneutrino’s. Tot voor kort konden alleen de elektronneutrino’s op aarde worden gedetecteerd. Maar naar nu blijkt is slechts één op de drie neutrino’s die we van de zon opvangen een elektronneutrino is. Met de SNO kan echter ook het totale aantal zonneneutrino’s gemeten worden, en dat komt overeen met de theoretische voorspellingen' zij het dat de zon alleen elektronneutrino’s uitzendt. Volgens de onderzoekers kan dat maar één ding betekenen: onderweg naar de aarde veranderen twee van de drie elektronneutrino’s in muon- of tauneutrino’s. Dit betekent overigens ook dat het neutrino niet massaloos kan zijn.
Meer informatie: http://www.pparc.ac.uk/Nw/Press/neutrinos.asp