Hubble fotografeert balkspiraal NGC 1073
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een indrukwekkende opname gemaakt van het balkspiraalstelsel NGC 1073 in het sterrenbeeld Walvis. Waarschijnlijk vertoont dit stelsels veel overeenkomsten met ons eigen Melkwegstelsel, dat we uiteraard nooit van 'bovenaf' kunnen bekijken.

Balkspiraalstelsel NGC 1073.

De meeste spiraalstelsels in het heelal hebben in zekere mate een balkstructuur in hun kern. Zo'n 'sterrenbalk' is waarschijnlijk het gevolg van een dichtheidsgolf die gas naar het centrum van het stelsel geleid. Dat gas is niet alleen een voedingsbodem voor nieuwe sterren, maar kan ook het superzware zwarte gat voeden dat zich in de kern van bijna elk sterrenstelsel schuilhoudt.
[Foto: NASA & ESA]
Meer informatie: Classic Portrait of a Barred Spiral Galaxy

Een kweekplaats van sterren
Deze nieuwe opname toont een stellaire kraamkamer die NGC 3324 wordt genoemd. Hij is gemaakt met de Wide Field Imager van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de sterrenwacht op La Silla (Chili). De intense ultraviolette straling van een aantal van de hete, jonge sterren in NGC 3324 heeft de gaswolk tot gloeien gebracht en een holte uitgehouwen uit het omringende gas en stof.

Dwergstelsel Holmberg II

NGC 3324 bevindt zich in het zuidelijke sterrenbeeld Carina (Kiel, deel van het mythologische schip Argo) op ongeveer 7500 lichtjaar van de aarde. Hij bevindt zich aan de noordkant van de chaotische omgeving van de Carinanevel, die talrijke haarden van stervorming omvat. Een rijke voorraad van gas en stof in het NGC 3324 gebied heeft daar enkele miljoenen jaren geleden een golf van stervorming gevoed en tot de vorming van een aantal forse en zeer hete sterren geleid, die op de nieuwe foto prominent aanwezig zijn.
De sterrenwinden en intense straling van deze jonge sterren hebben een holte in het omringende gas en stof geblazen. Dat komt het duidelijkst tot uiting bij de 'muur' van weggeblazen materiaal rechts van het centrum. De ultraviolette straling van de hete jonge sterren stoot elektronen weg uit waterstofatomen, die vervolgens weer worden ingevangen, wat resulteert in het uitzenden van karakteristiek karmozijnrood licht. Andere elementen produceren andere kleuren: de groengele gloed in de centrale delen is karakteristiek voor tweevoudig geïoniseerde zuurstof.
[Foto: ESO]
Meer informatie: Een kweekplaats van sterren

Nieuwe kijk op de Helixnevel
Met de VISTA-telescoop van de ESO-sterrenwacht op Paranal, Chili, is een prachtige nieuwe opname van de Helixnevel gemaakt. De foto, gemaakt in het infrarood, toont slierten van koud gas die op zichtbare golflengten niet te zien zijn. Ook opvallend is de rijke achtergrond van sterren en sterrenstelsels.

De Helixnevel in volle glorie

De Helixnevel is een van de meest nabije en meest opvallende voorbeelden van een planetaire nevel. Hij staat in het sterrenbeeld Waterman en is ongeveer 700 lichtjaar van de aarde verwijderd. Dit vreemde object is ontstaan toen een zonachtige ster het eindstadium van zijn bestaan bereikte. Daarbij stootte de ster zijn buitenste gaslagen af, wat de vorming van de nevel tot gevolg had. De ster zelf, die zichtbaar is als het kleine blauwe stipje in het midden van de foto, is bezig om tot een witte dwerg te evolueren.
De eigenlijke nevel is een complex object bestaande uit stof, geïoniseerd materiaal en moleculair gas dat een schitterend bloemvormig patroon heeft aangenomen en onder invloed van de intense, ultraviolette gloed van de centrale hete ster tot gloeien wordt gebracht.
[Foto: ESO/VISTA/J. Emerson]

Meer informatie:
De Helix in nieuwe kleuren

Nieuwe impressie van de 'Zuilen van schepping'
In 1995 maakte de Hubble-ruimtetelescoop zijn beroemde opname van het hart van de Adelaarnevel, die de bijnaam 'Zuilen van schepping' kreeg. Dankzij twee Europese satellieten, Herschel en XMM-Newton, is het beeld van de Adelaarnevel nu aangevuld met een infrarode en een röntgencomponent.

De Adelaarnevel

De Adelaarnevel bevindt zich op een afstand van 6500 lichtjaar in het sterrenbeeld Slang. Hij bevat een jonge, hete sterrenhoop – NGC 6611 – die zijn omgeving 'schoonblaast' en aanlicht. Als gevolg daarvan is een holte ontstaan, die gesierd wordt door enkele lichtjaren grote 'stalagmieten' van gas en stof. In deze zuilen zitten sterren-in-wording verscholen, die alleen op infrarode golflengten te zien zijn.
[Foto: ESA]

Meer informatie: A New View of an Icon

Scherpe opname van de Omeganevel
Deze nieuwe opname van de Omeganevel, gemaakt met ESO's Very Large Telescope (VLT), behoort tot de scherpste die ooit vanaf de aarde zijn gemaakt. De foto geeft een buitengewoon detailrijk beeld van de rokerige, roze gekleurde centrale delen van dit beroemde stervormingsgebied, dat een kosmisch landschap van gaswolken, stof en pasgeboren sterren is.

Het roze hart van de Omeganevel

Het kleurrijke gas en donkere stof in de Omeganevel dient als bouwmateriaal voor de vorming van een nieuwe generatie sterren. De jongste sterren in dit specifieke deel van de nevel – oogverblindend helder en blauwwit stralend – lichten het geheel op. De rookachtige slierten stof in de nevel steken donker af tegen het gloeiende gas. De overwegend rode tinten van dit wolkachtige uitspansel zijn het gevolg van waterstofgas dat onder invloed van de intense ultraviolette straling van de hete, jonge sterren tot stralen is gebracht.
De Omeganevel heeft, afhankelijk van de waarnemer en wat deze meende te zien, allerlei verschillende namen gekregen, zoals 'Zwaannevel', 'Hoefijzernevel' en zelfs 'Kreeftnevel'. Het object staat ook te boek als Messier 17 (M17) en NGC 6618. De nevel bevindt zich op een afstand van ongeveer 6500 lichtjaar in het sterrenbeeld Boogschutter. Dit heldere complex van gas en stof, dat tot de jongste en meest actieve stervormingsgebieden in de Melkweg behoort, is een populair doelwit voor astronomen.
[Foto: ESO]
Meer informatie: De rookachtige, roze kern van de Omeganevel

Jonge ster rebelleert tegen zijn moederwolk
Deze Hubble-opnamen toont een reusachtige wolk waterstofgas die wordt aangelicht door een heldere jonge ster. Deze ster, die naar schatting vijftien keer zo zwaar is als de zon, nadert het eind van zijn vormingsproces en maakt flink wat stampij. De zware ster stoot met hoge snelheid materie weg en schuift daarbij stof en gas van de gaswolk waaruit hij is ontstaan aan de kant.

NW-Europa vanuit de ruimte

De ster zelf is op deze foto bijna niet te zien. Hij gaat vrijwel geheel schuil achter een dikke stofband die hier een roodbruine tint heeft. Het tafereel speelt zich af in het sterrenbeeld Zwaan, op een afstand van enkele duizenden lichtjaren.
[Foto: NASA/ESA]

Meer informatie: Young star rebels against its parent cloud

Een sterrenstelsel dat blaakt van de nieuwe sterren
De VLT Survey Telescope (VST) heeft de schoonheid van het nabije spiraalstelsel NGC 253 vastgelegd. Het nieuwe portret is waarschijnlijk de meest detailrijke groothoekopname van dit object en zijn omgeving die ooit is gemaakt. Het toont aan dat de VST, de nieuwste telescoop van de ESO-sterrenwacht op Paranal, een groot beeldveld kan combineren met een indrukwekkende beeldscherpte.

Het 'Zilveren Dollar'-stelsel.

NGC 253 bevindt zich op een afstand van ongeveer 11,5 miljoen lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Sculptor (Beeldhouwer). Vaak wordt hij simpelweg het Sculptorstelsel genoemd, maar hij heeft ook diverse bijnamen, waaronder 'Zilveren Dollarstelsel'. NGC 253 is al met een verrekijker goed te zien, want net als het grote buurstelsel van onze Melkweg, het Andromedastelsel, behoort hij tot de helderste sterrenstelsels aan de hemel.
Astronomen hebben vastgesteld dat er in NGC 253 veel stervormingsactiviteit plaatsheeft, waardoor hij tot de 'starburst'-stelsels kan worden gerekend. De vele heldere klonten waarmee het stelsel bezaaid is, zijn stellaire kraamkamers waarin pasgeboren hete sterren schitteren. De straling van deze blauwwitte reuzenbaby's brengt de omringende wolken van waterstofgas aan het gloeien (groen op deze foto).
Dit nabije spiraalstelsel is in 1783 ontdekt door de Duits-Britse astronome Caroline Herschel, de zus van de beroemde astronoom William Herschel, die eigenlijk naar kometen zocht. De Herschels zouden verrukt zijn geweest over deze scherpe, detailrijke VST-opname van NGC 253.
[Foto: ESO/INAF-VST]

Meer informatie: VLT Survey Telescope maakt groothoekopname van NGC 253

De koele wolken van Carina
Op opnamen van de Carinanevel die op submillimeter-golflengten met de APEX-telescoop zijn gemaakt, zijn de koude, stofrijke wolken te zien waaruit sterren ontstaan. Dit actieve stervormingsgebied, dat enkele van de zwaarste sterren in ons Melkwegstelsel herbergt, is een ideaal doelwit voor het onderzoek van de interacties tussen deze jonge sterren en de moleculaire wolken waaruit zij zijn voortgekomen.

De Carinanevel en omstreken.

De opnamen zijn gemaakt met de LABOCA-camera van de Atacama Pathfinder Experiment (APEX)-telescoop op de Chajnantor-hoogvlakte in de Chileense Andes, die submillimeterstraling vastlegt. In dit golflengtegebied bestaat het licht dat we zien grotendeels uit de zwakke warmtegloed van kosmische stofdeeltjes. Vandaar dat op de foto de wolken van stof en moleculair gas (voornamelijk waterstof) te zien zijn waaruit sterren kunnen ontstaan. De APEX/LABOCA-waarnemingen zijn hier weergegeven als oranje tinten en met een opname in zichtbaar licht, gemaakt met de Curtis Schmidt-telescoop van het Cerro Tololo Interamerican Observatory, gecombineerd tot een spectaculaire overzichtsfoto.
De Carinanevel bevat sterren met een gezamenlijke massa van meer dan 25.000 zonsmassa's. De hoeveelheid gas- en stofwolken bedraagt ongeveer 140.000 zonsmassa's. Slechts een klein gedeelte van dat gas maakt deel uit van wolken waarvan de dichtheid groot genoeg is om deze in de nabije toekomst (d.w.z. binnen enkele miljoenen jaren) tot nieuwe sterren te laten samentrekken.
De Carinanevel staat op een afstand van ongeveer 7500 lichtjaar in het gelijknamige sterrenbeeld (Carina of Kiel). Door zijn grote populatie van zware sterren behoort hij tot de grootste en helderste nevels aan de hemel. Met een middellijn van ongeveer 150 lichtjaar is hij enkele malen groter dan de bekende Orionnevel. Maar door zijn grotere afstand lijkt hij ongeveer even groot.
[ESO/APEX/T. Preibisch et al. (submillimeter); N. Smith, University of Minnesota/NOAO/AURA/NSF (optisch)]
Meer informatie: APEX geeft een nieuwe kijk op de stervorming in de Carinanevel

Stefans Kwintet door een 3D-bril
De beide opnamen geven een indruk van de 'diepte' van Stefans Kwintet, een bekend groepje sterrenstelsels in het sterrenbeeld Pegasus. Het lijkt erop dat de vijf stelsels ook ruimtelijk dicht bij elkaar staan, maar dat is niet zo: het stelsel linksonder, NGC 7320, staat veel minder ver weg dan de overige vier.

Tweemaal Stefans Kwintet.

De linker opname is gemaakt door een filter dat is afgestemd op een karakteristieke golflengte van waterstof (H-alfa). Dat geeft de stervormingsgebieden in NGC 7320 een duidelijk rode tint. De foto rechts is door zo'n zelfde filter gemaakt, maar dan eentje die is afgestemd op een roodverschuiving van 0,022 – dat wil zeggen: op objecten die zich door de uitdijing van het heelal met een snelheid van 6700 kilometer per seconde van ons verwijderen. Deze roodverschuiving/snelheid hoort bij stelsels op een afstand van ongeveer 300 miljoen lichtjaar. De afstand van NGC 7320 bedraagt 'slechts' ,50 miljoen lichtjaar.
Op de tweede opname vertonen drie van de vier overige stelsels duidelijke stervormingsgebieden. Alleen het stelsel rechtsonder (NGC7317) doet niet mee: anders dan de overige drie is dit een elliptisch stelsel dat weinig gas bevat en dus ook geen nieuwe sterren meer aanmaakt.
[Foto: Subaru/NAOJ]
Meer informatie: Subaru's 3-D View of Stephan's Quintet

'Pacmannevel' krijgt tanden

Door een gewone telescoop gezien, lijkt het stervormingsgebied NGC 281 een beetje op het Pacman-figuurtje uit het gelijknamige computerspel, dat al zo'n dertig jaar bestaat. Maar in het infrarood vertoont de gasnevel meer overeenkomsten met een gapende muil, voorzien van vlijmscherpe ondertanden. Dat bewijst deze opname, die gemaakt is met de NASA-satelliet WISE.

De Pacmannevel.

De 'tanden' van de Pacmannevel zijn in werkelijkheid zuilen van koel gas en stof, waarin zich nieuwe sterren aan het vormen zijn. De structuren zijn ontstaan doordat de de zware sterren in het centrale deel van de nevel hun omgeving aan het schoonblazen zijn met straling en sterrenwind. Alleen de meest dichte delen van het omringende gas en stof blijven over.
[Foto: NASA/JPL-Caltech/UCLA]
Meer informatie: 'Pacman' Nebula Gets Some Teeth