Onderwerp van deze rubriek zijn melkwegstelsels buiten het onze, inclusief de supernova-explosies en superzware zwarte gaten (quasars) daarin.
Ook intergalactische gaswolken komen aan bod.
18 december 2009
De zwakke infraroodstraling die de aarde vanuit alle richtingen bereikt, blijkt grotendeels afkomstig te zijn van talrijke afzonderlijke bronnen: verre sterrenstelsels. Dat blijkt uit de eerste waarnemingen met de Photodetector Array Camera and Spectrometer (PACS), een instrument aan boord van de Europese Herschel-ruimtetelescoop. Het bestaan van de infarode achtergrondstraling werd medio jaren negentig ontdekt door de Amerikaanse satelliet COBE. Omdat de straling nogal uniform verdeeld was, ontstond direct al het vermoeden dat zij afkomstig moest zijn van bronnen buiten ons Melkwegstelsel. Het zou dan moeten gaan om stofrijke sterrenstelsels die ongeveer net zoveel ver-infraroodstraling uitzenden als zichtbaar licht. Het opsporen van die stelsels was echter niet zo makkelijk, omdat het betreffende golflengtegebied niet vanaf de aarde kan worden waargenomen en voorgaande infraroodsatellieten niet gevoelig genoeg waren voor ver-infraroodstraling. Met het PACS-instrument, dat wel de vereiste gevoeligheid heeft, is in oktober een dertig uur durende opname gemaakt van een klein hemelgebied in het sterrenbeeld Grote Beer. Daaruit blijkt dat ongeveer zestig procent van de kosmische infraroodstraling uit dit stukje hemel inderdaad afkomstig is van verre, stofrijke sterrenstelsels. De onderzoekers verwachten dat dit percentage nog verder zal oplopen als nog nauwkeurigere opnamen zijn verkregen.
Meer informatie:
Herschel Space Telescope uncovers the sources of the Cosmic Infrared Background
17 december 2009
Net als voorgaande jaren heeft het Amerikaanse tijdschrift Science een top tien vanbelangrijke wetenschappelijke doorbraken samengesteld. Op de eerste plaats staat de ontdekking van de fossiele overblijfselen van Ardipithecus ramidus, een vroege voorouder van de mens. Maar ook drie sterrenkundige onderwerpen zijn hoog genoteerd. Het hoogst staat de detectie van een nieuwe klasse van pulsars (rondtollende neutronensterren) door de gammasatelliet Fermi. Er blijkt een voorheen onbekende soort pulsars te bestaan die geen waarneembare radiostraling uitzendt, zoals de meeste van hun soortgenoten, maar wél gammastraling. Deze ontdekking doet vermoeden dat er vele honderden tot nu toe onbekende gammapulsars in het Melkwegstelsel zijn. De tweede sterrenkundige doorbraak van 2009 is de ontdekking van water op de maan door LCROSS. In oktober ontdekte deze maansonde sporen van waterdamp en -ijs in de puinwolk die opstoof toen een rakettrap opzettelijk neerstortte in een diepe krater bij de zuidpool van de maan. En ten slotte haalde ook de geslaagde laatste onderhoudsbeurt van de Hubble-ruimtetelescoop (nog net) de top tien.
Meer informatie:
Science's breakthrough of the year: Uncovering 'Ardi'
17 december 2009
Uit onderzoek met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra blijkt dat de symmetrie (of het ontbreken daarvan) van supernovaresten - het puin van ontplofte sterren - verraadt hoe de ster ontplofte. Dat is een belangrijke ontdekking, omdat dit aantoont dat de resten nog honderden of duizenden jaren na de explosie informatie bevatten over hoe de ster ontplofte. Sterrenkundigen delen supernovae in verschillende klassen in, die een afspiegeling zijn van de oorzaak van de sterexplosie. Maar onduidelijk was in hoeverre een supernovarest na lange tijd nog de kenmerken van de ene klasse of de andere vertoont. Uit onderzoek van zeventien supernovaresten in de zogeheten Grote Magelhaense Wolk, waarvan de oorzaak op grond van andere kenmerken goed bekend is, blijkt nu dat supernovaresten van bijvoorbeeld Type Ia betrekkelijk symmetrisch (rond) zijn en blijven. Die van Type II zijn en blijven veel asymmetrischer. De verwachting is dat deze identificatiemethode ook kan worden toegepast op supernovaresten in verre sterrenstelsels, die op andere manieren lastiger in te delen zijn. Zo kan dan toch worden vastgesteld of een supernova destijds een ontploffende witte dwerg is geweest (Type Ia) of een ontploffende reuzenster (Type II).
Meer informatie:
Supernova Explosions Stay In Shape
15 december 2009
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een sfeerrijke 'kerstkaart' gemaakt van een sterrenhoop in de Grote Magelhaense Wolk, een kleine buur van het Melkwegstelsel. De sterrenhoop, R136 geheten, maakt deel uit van de 30 Doradus-nevel - het grootste stervormingsgebied in onze kosmische omgeving. R136 telt honderden hete, blauwe sterren, waarvan sommige meer dan honderd keer zo zwaar zijn als onze zon. Binnen enkele miljoenen jaren zullen verscheidene ervan al als supernova ontploffen. De hete sterren hebben met hun intense straling en hevige sterrenwind grote holten geblazen in de gaswolk waaruit zij ontstaan zijn. Hierdoor is een sprookjesachtig landschap van zuilen, heuvels en dalen van stof gevormd.
Meer informatie:
Hubble's Festive View Of A Grand Star-Forming Region
9 december 2009
Ter gelegenheid van het 30-jarige bestaan van de Canada-France-Hawaii Telescope is een 370 megapixels groot mozaïek gemaakt van een stukje hemel dat ongeveer vier keer zo groot is als de volle maan. Op het mozaïek, dat een optelling is van opnamen die in de periode 2003-2008 zijn gemaakt, zijn ruwweg 500.000 sterrenstelsels te zien. Het resultaat is veel te groot om op één computerscherm te bekijken, maar de gebruiker kan het hele mozaïek 'scannen' en inzoomen op de delen die hem het interessantst lijken.
Meer informatie:
Half A Million Galaxies Celebrate Cfht's 30Th Anniversary
CFHT Legacy Survey Deep Field #1
9 december 2009
Waarnemingen van het gepolariseerde licht afkomstig van een zogeheten gammaflits wijst erop dat grootschalige magnetische velden een cruciale rol spelen bij deze hevige explosies (Nature, 10 december). Gammaflitsen worden doorgaans in verband gebracht met extreem hevige supernova-explosies. Het materiaal dat bij zo'n explosie wordt weggeblazen, bereikt snelheden die in de buurt van de lichtsnelheid komen. De uiterst snelle deeltjes verlaten de ontploffende ster in de vorm van twee smalle bundels, en iets soortgelijks geldt voor de gammastraling. Hierdoor is een gammaflits tot op zeer grote afstand waarneembaar, maar alleen als zo'n bundel toevallig in de richting van de aarde wijst. Onduidelijk is nog op welke manier de materiedeeltjes tot deze enorme snelheden worden versneld. De sleutel tot de verklaring zou wel eens kunnen liggen bij de magnetische velden die op 2 januari jl. met een camera van de Liverpool Telescope op het Canarische eiland La Palma zijn waargenomen. Volgens de betrokken sterrenkundigen zijn deze magnetische velden verantwoordelijk voor de versnelling en bundeling van de gasdeeltjes die bij deze explosie vrijkwamen.
Meer informatie:
Magnetic Power Revealed In Gamma-Ray Burst Jet
8 december 2009
De Amerikaanse gammasatelliet Fermi heeft een nieuwe heldere bron van gammastraling waargenomen. Het betreft de kern van het 7,2 miljard lichtjaar verre sterrenstelsel 3C 454.3, die sinds 15 september een aantal opmerkelijke uitbarstingen vertoont. Hierdoor is deze kern momenteel tien keer zo helder als normaal en daarmee zelfs de helderste gammabron aan de hemel. Het stelsel 3C 454.3 is een zogeheten blazar: het heeft een superzwaar zwart gat in zijn kern dat bezig is materie op te slokken. Bij dit proces ontstaan twee bundels van intense straling, waarvan er één toevallig in de richting van de aarde wijst. Dat is ook de reden waarom de kern van het stelsel van ons uit gezien altijd al behoorlijk helder is. Waardoor de recente uitbarstingen zijn ontstaan is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Fermi sees brightest-ever blazar flare
8 december 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft uiterst gedetailleerde waarnemingen verricht van de omgeving van de superzware zwarte gaten in de kernen van enkele sterrenstelsels. Daarbij zijn aanwijzingen gevonden voor het bestaan van een ring van materiaal rond deze objecten. Waarschijnlijk betreft het materie die op het punt staat door het centrale zwarte gat te worden opgeslokt. De kernen van veel sterrenstelsels zijn bronnen van intense straling. De bron van deze straling is waarschijnlijk heet materiaal in de omgeving van een zwart gat dat vele miljoenen zonsmassa's zwaar is. Met behulp van de beide Keck-telescopen op Hawaï, die daarbij als één instrument (interferometer) werden ingezet, is een deel van dat omringende gas nu in beeld gebracht. Tot nog toe was deze waarneemtechniek pas op één relatief helder sterrenstelsel toegepast (NGC 4151), maar nu is dat ook bij enkele zwakkere stelsels gelukt.
Meer informatie:
Towards An Exquisite Look At Black Holes
8 december 2009
Met behulp van de in mei verbeterde Hubble-ruimtetelescoop hebben twee teams van Britse sterrenkundigen sterrenstelsels ontdekt die waarschijnlijk de verste zijn die ooit zijn waargenomen. De stelsels zijn vastgelegd met de nieuwe Wide Field Camera 3 (WFC3). Door de uitdijing van het heelal lijkt het licht van een sterrenstelsel roder naarmate dat stelsel verder van ons verwijderd is. Omdat de WFC3-camera heel gevoelig is in het infrarood (golflengten voorbij het rode deel van het zichtbare spectrum), is hij dus heel geschikt om verre sterrenstelsels op te sporen. Het licht van de nu ontdekte stelsels heeft er waarschijnlijk meer dan 13 miljard over gedaan om de aarde te bereiken. Dat wil zeggen dat deze sterrenstelsels minder dan een miljard jaar na de oerknal moeten zijn ontstaan. Het licht van de stelsels is zelfs nog zwakker dan sterrenkundigen verwachtten. Bekend is namelijk dat het gas dat zich in de ruimte tussen de sterrenstelsels bevindt vroeg in de geschiedenis van het heelal geïoniseerd is (een proces waarbij de gasatomen elektronen kwijtraakten). Maar de straling van de stelsels op de Hubble-opnamen lijkt niet sterk genoeg om deze ionisatie te hebben veroorzaakt.
Meer informatie:
Hubble's deepest view of Universe unveils never-before-seen galaxies
Reinvigorated Hubble Space Telescope Reveals Most Distant Galaxies Yet
2 december 2009
De Japanse röntgensatelliet Suzaku heeft een grote hoeveelheid metalen opgespoord in het hete gas tussen de sterrenstelsels van de zogeheten Perseuscluster (The Astrophysical Journal Letters, 1 november). Het gaat daarbij om chroom en mangaan - ook in gasvorm welteverstaan. Het is voor het eerst dat deze beide metalen in een cluster van sterrenstelsels zijn ontdekt. In het deel van de cluster dat Suzaku bestudeerd heeft, zit ruwweg 30 miljoen zonsmassa's aan chroom en 8 miljoen zonsmassa's aan mangaan. Op onbereikbare afstand helaas, want de Perseuscluster bevindt zich op een afstand van 230 miljoen lichtjaar. Ruwweg 98 procent van alle normale materie in het heelal bestaat uit waterstof- en helium gas. Zwaardere elementen, zoals die waaruit de aarde en wij bestaan, zijn schaars. De metalen in de Perseuscluster zijn afkomstig van naar schatting 3 miljard supernova-explosies waarbij de metalen de ruimte in werden geblazen.
Meer informatie:
Suzaku Spies Treasure Trove of Intergalactic Metal
2 december 2009
Een enorme sterexplosie die in 2007 is waargenomen lijkt het laatste levensteken te zijn geweest van een van de zwaarste sterren in het heelal. Dat blijkt uit berekeningen die Israëlische sterrenkundigen in Nature van 3 november publiceren. Onderzoek van het spectrum van de supernova, die bekend staat als SN 2007bi, wijst erop dat de ster op het moment van de ontploffing zeker 100 keer zo zwaar moet zijn geweest als onze zon. Omdat zware sterren aan het eind van hun bestaan veel materie verliezen, betekent dit dat de ster oorspronkelijk nog aanzienlijk zwaarder moet zijn geweest. Mogelijk bedroeg zijn geboortemassa zelfs 200 zonsmassa's. Dat zou hem, achteraf gezien, tot de zwaarste ster maken die we kennen. Normaal gesproken laten zware sterren na een supernova-explosie een zwart gat of neutronenster achter. Maar paradoxaal genoeg gebeurt dat bij de allerzwaarste sterren waarschijnlijk niet. De omstandigheden in de kern van zo'n ster zijn dermate extreem, dat energierijke fotonen (stralingsdeeltjes) spontaan in elektronen en positronen (kleine materiedeeltjes) veranderen. Door deze omzetting verandert de kern in een reusachtige thermonucleaire bom die de ster volledig aan flarden blaast.
Meer informatie:
A Superbright Supernova That's the First of Its Kind
Death of rare giant star sheds light on cosmic past
30 november 2009
Onderzoek door Europese sterrenkundigen duidt erop dat zwarte gaten hun eigen sterrenstelsels kunnen 'maken'. Daarmee lijkt de vraag wat er eerder bestond, superzware zwarte gaten of de sterrenstelsels waar zij deel van uitmaken, een onverwachte wending te krijgen. Volgens de geijkte scenario's zouden de eerste sterrenstelsels in het heelal ontstaan kunnen zijn doordat zich rond extreem zware zwarte gaten materie verzamelde, of zouden deze superzware zwarte gaten juist samenklonteringen van kleinere zwarte gaten zijn die door het samensmelten van een aantal kleinere sterrenstelsels zijn ontstaan. Maar uit onderzoek van de betrekkelijk nabije quasar HE0450-2958 blijkt dat superzware zwarte gaten ook als kosmische architecten kunnen fungeren. Normaal gesproken vormt een quasar het hart van een (onopvallend) sterrenstelsel. De 'motor' van dat hart is een extreem zwaar zwart gat dat materie uit zijn omgeving opslokt en een deel van die materie weer uitstoot in de vorm van twee bundels van energierijke deeltjes. Maar HE0450-2958 is een 'naakte' quasar waar geen sterrenstelsel omheen zit. Wel blijkt zich een stukje verderop een klein sterrenstelsel te bevinden dat in hoog tempo nieuwe sterren produceert. Volgens de onderzoekers heeft het er alle schijn van dat een van de deeltjesbundels van de quasar zo veel materie en energie in een naburige gaswolk pompt, dat hij als het ware zijn eigen sterrenstelsel fabriceert. Gezien hun kleine onderlinge afstand zullen de twee over enkele miljoenen jaren tot één geheel samensmelten.
Meer informatie:
Black Hole Caught Zapping Galaxy into Existence?
24 november 2009
Dankzij een nieuwe website kan iedereen spelenderwijs sterrenkundig onderzoek doen. Op Galaxy Zoo Mergers worden opnamen getoond van sterrenstelsels die in botsing zijn. Het zijn vaak spectaculaire plaatjes, maar niet altijd is even duidelijk hoe de ruimtelijke oriëntaties van de betrokken stelsels zijn. Om dat te kunnen vaststellen, krijgt te deelnemer naast een van 3000 echte foto's ook een acht computerplaatjes van een fictieve intergalactische botsing te zien, waaruit de best passende situatie moet worden gekozen. Zo nodig kunnen met deze 'kosmische fruitautomaat' ook extra plaatjes worden gegenereerd of bestaande plaatjes worden aangepast om ze zo veel mogelijk op de echte foto te laten lijken.
Meer informatie:
'Cosmic Slot Machine' Matches Galaxy Collisions
How do galaxies merge?
20 november 2009
Met behulp van een nieuwe techniek hebben Europese sterrenkundigen het inwendige van het kannibalistische reuzenstelsel Centaurus A zichtbaar gemaakt. Op de nabij-infraroodbeelden zijn de restanten te zien van een kleiner, vervormd spiraalstelsel dat door het reuzenstelsel is verslonden. Centaurus A is met een afstand van ongeveer 11 miljoen lichtjaar het meest nabije stelsel van deze omvang. Het centrale gedeelte van het stelsel gaat schuil achter een dichte band van stof, waarvan verondersteld wordt dat het een overblijfsel is van een fusie met een ander sterrenstelsel. Die fusie zou enkele honderden miljoenen jaren geleden hebben plaatsgevonden. De restanten van het opgeslokte spiraalstelsel zijn al eerder waargenomen met infraroodsatellieten, maar de beelden die nu met de New Technology Telescope van ESO zijn gemaakt, zijn detailrijker. Achter de stofband is een duidelijke krans van sterren en sterrenhopen te zien: het vervormde restant van de laatste 'maaltijd' van Centaurus A.
Meer informatie:
Watching a Cannibal Galaxy Dine
18 november 2009
In het kader van een onderzoek van de centrale delen van sterrenstelsels heeft de Hubble-ruimtetelescoop een indrukwekkende opname gemaakt van het spiraalstelsel NGC 4710. Voor dergelijk onderzoek worden vaak sterrenstelsels geselecteerd die we vanaf de aarde van opzij zien, omdat het kerngebied dan het duidelijkst te zien is. Het centrum van NGC 4710 blijkt een enigszins pindavormige structuur te vertonen. Deze vorm wordt toegeschreven aan verticale bewegingen van de sterren in de kern van het stelsel. NGC 4710 maakt deel uit van de zogeheten Virgo-cluster, een grote verzameling sterrenstelsels op ongeveer 60 miljoen lichtjaar van de aarde.
Meer informatie:
Baffling Boxy Bulge
11 november 2009
De eerste sterrenstelsels in het heelal waren echte sterfabrieken, die tot wel 50 nieuwe sterren per jaar produceerden - ongeveer vijftig keer zo snel als tot nog toe gedacht. Dat hebben sterrenkundigen van de universiteit van Durham (Engeland) vastgesteld na onderzoek van een van de verste sterrenstelsels die we kennen. Dat stelsel, MS1358arc geheten, bevindt zich op een afstand van 12,5 miljard lichtjaar, wat betekent dat het licht dat we ervan ontvangen is uitgezonden toen het heelal amper een miljard jaar oud was. MS1358arc is, zoals alle sterrenstelsels in die tijd, veel kleiner dan ons Melkwegstelsel: aangenomen wordt dat grote sterrenstelsels als het onze zijn ontstaan uit samenvoegingen van dit soort dwergen.
Meer informatie:
Rapid Star Formation Spotted In 'Stellar Nurseries' Of Infant Galaxies;
10 november 2009
Decennialang kenden sterrenkundigen slechts twee soort zwarte gaten: de 'kleintjes' van enkele zonsmassa's en de supergrote in de kernen van sterrenstelsels, die vele miljoenen zonsmassa's zwaar kunnen zijn. De laatste jaren zijn echter steeds meer aanwijzingen gevonden dat er ook een categorie bestaat van zwarte gaten van 100 tot 100.000 zonsmassa's. Met de Amerikaanse satelliet Swift en de Europese XMM-Newton is nu een van de beste kandidaten van deze zwarte middenklasse waargenomen: een extreem heldere röntgenbron in het sterrenstelsel NGC 5408. Deze röntgenbron vertoont karakteristieke fluctuaties, zogeheten quasi-periodieke oscillaties, die de massa van het object verraden: 1000 tot 9000 zonsmassa's. De röntgenstraling is niet rechtstreeks van het zwarte gat afkomstig, maar van de hete materie die dit object bezig is op te slokken. Er zijn sterke aanwijzingen gevonden dat deze materie afkomstig is van een forse ster die met een omlooptijd van 115 dagen om het zwarte gat heen draait.
Meer informatie:
Swift, XMM-Newton Satellites Tune In To A Middleweight Black Hole
6 november 2009
Amerikaanse en Japanse sterrenkundigen hebben een twintigtal sterrenstelsels op extreem grote afstand opgespoord. De stelsels zijn minder dan 800 miljoen jaar na de oerknal ontstaan, en behoren daarmee waarschijnlijk tot de eerste generatie van sterrenstelsels in het heelal. Bij de zoekactie is een slimme filtertechniek gebruikt. Ten gevolge van de uitdijing van het heelal is het licht dat we van een sterrenstelsel ontvangen roder naarmate het stelsel verder van ons verwijderd is. De sterrenkundigen hebben opnamen gemaakt door steeds sterker rood gekleurde filters en gekeken bij welke golflengte de verschillende stelsels leken te verdwijnen. De eerste generatie sterrenstelsels was beeldbepalend voor het heelal zoals we dat nu kennen. Het waren namelijk de sterren van deze stelsels die, ongeveer 600 miljoen jaar na de oerknal, de alom aanwezige mist van waterstof ioniseerden en de ruimte doorzichtig maakten.
Meer informatie:
'Dropouts' Pinpoint Earliest Galaxies
5 november 2009
Met de nieuwe Wide Field Camera 3, die afgelopen voorjaar aan boord van de Hubble Space Telescope is geplaatst, zijn spectaculaire opnamen gemaakt van de 'Zuidelijke Windmolen' - het spiraalvormige sterrenstelsel M83. Het stelsel bevindt zich op 15 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Waterslang.
De stervormingsactiviteit in M83 is veel hoger dan in ons eigen Melkwegstelsel. De nieuwe Hubble-camera heeft honderden jonge sterrenhopen, stervormingsgebieden en bolvormige sterrenhopen vastgelegd. Op de foto zijn honderdduizenden afzonderlijke sterren te zien, alsmede enkele tientallen supernova-resten - de overblijfselen van geëxplodeerde sterren.
Meer informatie:
Hubble Image Showcases Star Birth in M83, the Southern Pinwheel
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 november 2009
Amerikaanse astronomen hebben een compleet nieuw type supernova ontdekt. Het gaat om een sterexplosie die veel zwakker is en veel sneller uitdooft dan normale supernova's. Het nieuwe type werd enkele jaren geleden voorspeld door de Nijmeegse astronoom Gijs Nelemans, in samenwerking met zijn Amerikaanse collega Lars Bildsten.
Volgens Nelemans ontstaat de zeldzame explosie in een dubbelstersysteem dat uit twee witte dwergsterren bestaat - een zogeheten AM Canum Venaticorum-ster. Heliumgas van de ene ster stroomt over naar de andere. Wanneer de extra laag helium dik genoeg is, treedt een thermonucleaire reactie op. De resulterende explosie is zeker duizend keer zo lichtsterk als een gewone nova, maar veel zwakker dan een reguliere supernova. Ook dooft de supernova veel sneller uit.
Dovi Poznanski van de Universiteit van Californië in Berkeley heeft nu zo'n snelle, zwakke supernova gevonden in waarnemingen die al in 2002 werden verricht door een geautomatiseerde telescoop. De explosie vond plaats in het sterrenstelsel NGC 1821 in het sterrenbeeld Haas. Hij vertoont alle kenmerken van het nieuwe type dat voorspeld is door Nelemans en Bildsten. De ontdekking is op 5 november gepubliceerd in SciencExpress.
Supernova's van het type Ia treden op wanneer witte dwergen compleet uit elkaar spatten. Bij de zwakke, snelle supernova in een AM CVn-systeem blijft de witte dwerg intact. Omdat het nieuwe type ongeveer tien keer zo zwak is als een gewone Ia-supernova, wordt hij wel aangeduid als type.Ia ('punt Ia', ofwel nul-komma-Ia).
Meer informatie:
Persbericht University of California Berkeley
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 november 2009
Sterrenkundigen breken zich al tientallen jaren het hoofd over de herkomst van de meest energierijke kosmische straling in het heelal: elektrisch geladen deeltjes (voornamelijk protonen en elektronen) die met onvoorstelbaar hoge snelheden en energieën door het heelal razen. De zogeheten Ultra-High-Energy Cosmic Rays (UHECRs) kunnen per deeltje evenveel energie hebben als een stevig geserveerde tennisbal!
Volgens Charles Dermer van het Naval Research Laboratory zijn die extreem energetische deeltjes afkomstig uit de direct omgeving van superzware zwarte gaten. Met name wanneer de zwarte gaten roteren, aldus Dermer in zijn onlangs verschenen boek 'High-energy radiation from black holes', kan in hun omgeving veel energetische gammastraling worden opgewekt, en kunnen elektrisch geladen deeltjes zeer sterk worden versneld in krachtige magnetische velden.
Dermer en zijn collega's presenteerden hun ideeën deze week op het 2009 Fermi Symposium in Washington. Op datzelfde symposium zijn tal van andere waarnemingresultaten en theorieën naar voren gebracht om de herkomst van de energierijkste kosmische straling te verklaren. Een duidelijke 'winnaar' valt nog niet aan te wijzen.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 november 2009
Een team van voornamelijk Leidse astronomen heeft de grootste deeltjesversneller in het heelal gevonden. Zij ontdekten dat bij een frontale botsing van vier gigantische clusters van sterrenstelsels deeltjes versneld worden tot zeer hoge energieën. De energieën zijn meer dan een miljoen maal hoger dan wat we op aarde met deeltjesversnellers kunnen bereiken. De ontdekking is van cruciaal belang om te begrijpen hoe clusters van sterrenstelsel, de grootste structuren in het heelal, ontstaan. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics.
Een zoektocht met de Very Large Array, de grootste radiotelescoop in de VS, leidde tot de ontdekking van een mysterieuze bron van radiostraling. Deze ligt in een ver weg gelegen grote cluster van sterrenstelsels met de naam MACS0717. 'De ontdekking van een radiobron in een cluster wordt wel vaker gedaan. Deze bronnen hebben te maken met zwarte gaten in de kernen van actieve sterrenstelsels waarvan er vele bekend zijn', zegt co-auteur Prof. Huub Röttgering. 'Maar deze bron strekt zich uit over het hele volume van de cluster - over een gebied dat wel een miljoen keer groter is dan ons eigen melkwegstelsel.'
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 november 2009
Ook toen het heelal veel jonger was dan nu, waren afzonderlijke sterrenstelsels verdeeld in langgerekte 'filamenten' en dicht bevolkte 'knooppunten'. Dat blijkt uit waarnemingen aan een verre cluster van sterrenstelsels, verricht met grote telescopen op aarde.
In het huidige heelal is materie verdeeld in het zogeheten 'kosmische web', waarbij grote clusters van sterrenstelsels onderling verbonden zijn door slierterige structuren. Dat kosmische web vormt als het ware het skelet dat de basis vormt van de groteschaalstructuur in het heelal. Of dat miljarden jaren geleden ook al zo was, was echter niet met zekerheid bekend.
Een internationaal team van astronomen onder leiding van Masayuki Tanaka van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht heeft nu gevoelige waarnemingen verricht aan een grote cluster van sterrenstelsels die tienduizend keer zo zwaar is als ons Melkwegstelsel en die zich op 6,7 miljard lichtjaar afstand bevindt. Op die afstand wordt het heelal bestudeerd zoals het er 6,7 miljard jaar geleden uitzag, toen het ongeveer half zo oud was als nu.
Met de Europese Very Large Telescope in Chili en de Japanse Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, zijn rond de cluster honderden andere sterrenstelsels ontdekt. Spectroscopische metingen aan die zwakke, verre stelsels maakten het mogelijk om hun afstanden nauwkeurig vast te stellen, zodat er een driedimensionale kaart kon worden gemaakt van hun ruimtelijke verdeling. Daarop is duidelijk te zien dat de stelsels zijn verdeeld op een manier die sterk lijkt op die van het 'kosmisch skelet' in het huidige heelal.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het Europese tijdschrift Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Shedding Light on the Cosmic Skeleton
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 november 2009
De energierijkste deeltjes in het heelal - de zogeheten kosmische straling - zijn grotendeels afkomstig van exploderende sterren en van krachtige 'sterrenwinden'. Dat blijkt uit nieuwe resultaten van de VERITAS-gammatelescoop die op 1 november gepubliceerd zijn in de online-versie van het Britse weekblad Nature en uit metingen van de Amerikaanse Fermi Gamma-Ray Space Telescope.
Kosmische straling bestaat uit zeer energierijke atoomkernen en elektronen. Sommige kosmische-stralingsdeeltjes hebben honderd miljard keer zoveel energie als wat natuurkundigen kunnen bereiken met aardse deeltjesversnellers. Met de VERITAS-telescoop (Very Energetic Radiation Imaging Telescope Array System) in Arizona is de zeer zwakke gammastraling opgevangen van het sterrenstelsel M82, op 12 miljoen lichtjaar afstand in de Grote Beer. Die gammastraling wordt geproduceerd wanneer kosmische-stralingsdeeltjes in het verre sterrenstelsel in botsing komen met atomen uit de interstellaire materie.
Uit de metingen blijkt dat de dichtheid van energierijke kosmische-stralingsdeeltjes in M82 ongeveer 500 keer zo hoog is als in ons Melkwegstelsel. M82 is een zogeheten starburst-stelsel - een actief sterrenstelsel waarin zeer veel nieuwe sterren ontstaan. Daardoor bevat het stelsel veel jonge, hete sterren met krachtige sterrenwinden, en is ook de frequentie van supernova-explosies erg hoog.
De Amerikaanse Fermi Gamma-Ray Space Telescope detecteerde ook diffuse gammastraling van M82, en van het starburst-stelsel NGC 253. Daarnaast registreerde Fermi gammastraling uit het actieve stervormingsgebied 30 Doradus in de Grote Magelhaense Wolk, een buurstelsel van ons eigen Melkwegstelsel.
Al deze waarnemingen doen vermoeden dat energierijke kosmische straling geproduceerd wordt door de krachtige sterrenwinden van jonge, hete reuzensterren en door supernova-explosies van zware sterren die aan het eind van hun relatief korte leven zijn gekomen.
Meer informatie:
Persbericht over Veritas-resultaten
Veritas
Persbericht over Fermi-resultaten
Fermi Gamma-Ray Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
28 oktober 2009
Astronomen, onder wie de Amsterdamse hoogleraar Ralph Wijers, rapporteren morgen in twee Nature-papers over de ontdekking van het verste astronomische object ooit: gammaflits GRB 090423. GRB 090423 werd op 23 april 2009 gedetecteerd door NASA's Swift-satelliet en binnen een aantal minuten konden enkele van de grootste telescopen op aarde de snel in helderheid afnemende nagloeier lokaliseren. De nagloeier was alleen zichtbaar in het infrarood, wat aangeeft dat de gammaflits van heel ver kwam. De beide teams hebben een roodverschuiving gemeten van 8,2: de gammaflits vond plaats toen het heelal nog maar 5% van zijn huidige leeftijd had. De vorige recordhouder als verste object was een sterrenstelsel op roodverschuiving 6,96.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht NRAO (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 oktober 2009
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra is een cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 10,2 miljard lichtjaar. Daarmee is deze cluster, die de aanduiding JKCS041 draagt, ruimschoots de verste die tot nog toe is waargenomen. De vorige recordhouder staat bijna een miljard lichtjaar 'dichterbij'. Volgens de bestaande inzichten zullen er op nog grotere afstanden niet veel clusters te vinden zijn. Het licht van JKCS041 heeft er immers meer dan 10 miljard jaar over gedaan om ons te bereiken. Dat betekent dat we de verzameling sterrenstelsels zien zoals hij was toen het heelal nog geen 4 miljard jaar oud was. Vooralsnog gaan sterrenkundigen ervan uit dat de vorming van zulke grote structuren zeker enkele miljarden jaren in beslag neemt. Maar als er de komende jaren nog verdere clusters worden opgespoord, moet dat inzicht mogelijk worden bijgesteld.
Meer informatie:
Galaxy Cluster Smashes Distance Record
14 oktober 2009
Met de 2,2-meter telescoop van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili is een indrukwekkende foto gemaakt van het 'naburige' sterrenstelsel NGC 6822. Dat is een klein, onregelmatig gevormd sterrenstelsel dat tot de zogeheten Lokale Groep behoort: de verzameling sterrenstelsels waar ook ons Melkwegstelsel deel van uitmaakt. NGC 6822 is tien keer zo klein als ons eigen stelsel en telt slechts ongeveer 10 miljoen sterren. Onregelmatige sterrenstelsels als deze hebben hun vormeloze uiterlijk te danken aan ontmoetingen met andere stelsels. Net als alles in het heelal zijn sterrenstelsels in beweging, en dat leidt geregeld tot botsingen of bijna-botsingen. Hierbij worden vaak grote groepen sterren uit de stelsels weggesleurd, waardoor deze de meest uiteenlopende vormen kunnen aannemen. NGC 6822 heeft ongetwijfeld al veel van deze ontmoetingen doorstaan.
Meer informatie:
The Milky Way's Tiny but Tough Galactic Neighbour
13 oktober 2009
Met de Advanced Camera for Surveys aan boord van de Hubble Space Telescope is een spectaculaire opname gemaakt van twee sterrenstelsels die met elkaar in botsing zijn gekomen en bezig zijn te versmelten tot één reuzenstelsel. Door de onderlinge zwaartekrachtswerking zijn langgerekte slierten gas uit de stelsels gerukt, waarin vele tientallen jonge sterrenhopen zijn ontstaan.
De botsende stelsels staan samen bekend als NGC 2623. Ze bevinden zich op 250 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Kreeft. Door de hoge stervormingsactiviteit produceren de stelsels veel infrarode straling - het zijn zogeheten Luminous Infra-Red Galaxies (LIRG's). De Hubble-waarnemingen maken deel uit van het GOALS-project (Great Observatories All-sky LIRG Survey ), waarin deze bijzondere stelsels op alle denkbare golflengten worden bestudeerd door ruimtetelescopen.
Meer informatie:
Sky merger yields sparkling dividends
GOALS-project
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 oktober 2009
Met de vier H.E.S.S.-telescopen die in Namibië staan opgesteld, hebben sterrenkundigen gedetailleerde waarnemingen gedaan van de gammastraling die door het sterrenstelsel NGC 253 wordt uitgezonden. Zoals bij zovele actieve sterrenstelsels is het centrale deel van NGC 253 een ware kraamkamer. Hier worden voortdurend grote aantallen zware sterren geboren, die later als supernovae exploderen. De restanten van deze supernova-explosies zijn natuurlijke deeltjesversnellers. En de energierijke deeltjes die zij produceren reageren met het omringende gas en met elektromagnetische velden, waardoor hoogenergetische gammastraling ontstaat. Tussen 2005 en 2008 hebben sterrenkundigen de H.E.S.S. alles bij elkaar 119 uur naar NGC 253 laten kijken. Daaruit is gebleken dat het hart van dit stelsel ongeveer vijf keer zo veel gammastraling uitzendt als het (veel grotere) resterende deel.
Meer informatie:
Heart of a galaxy emits gamma rays
H.E.S.S. Homepage
30 september 2009
Een internationaal team van astronomen, onder wie de in Leiden werkzame dr. Hongsheng Zhao, heeft een onverwacht verband gevonden tussen de raadselachtige donkere materie en de zichtbare sterren in sterrenstelsels. Deze ontdekking laat een tot dusver onbekende kant van de donkere materie zien, die verstrekkende gevolgen kan hebben, en zelfs tot herziening van ons huidige begrip van de zwaartekracht zou kunnen leiden. De ontdekkingen worden op 1 oktober in het gezaghebbende tijdschrift Nature gepubliceerd. De materie in sterrenstelsels wordt bijeengehouden door zwaartekracht. Ongeveer 40 jaar geleden werd echter duidelijk dat de sterren in sterrenstelsels zo snel bewegen, dat een extra kracht nodig is om ze bijeen te houden, namelijk zwaartekracht van een hypothetische halo van onzichtbare, zogeheten donkere materie. Deze donkere materie oefent zoveel kracht uit dat ze zelfs de totale massa van sterrenstelsels moet domineren. Er wordt van uitgegaan dat de donkere materie alleen door zwaartekracht invloed uitoefent op de gewone materie waar wij uit bestaan. De nieuwe waarnemingen wijzen er echter op dat de wisselwerking tussen donkere en gewone materie complexer is dan tot nu toe gedacht. De donkere materie lijkt te 'weten' hoe de zichtbare materie verdeeld is.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Homepage Hongsheng Zhao
30 september 2009
Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn twee sterrenstelsels in de zogeheten Virgo-cluster bekeken. De beide stelsels ondervinden hinder van het hete gas binnen de cluster waarbinnen ze zich bewegen. De tocht door dat zogeheten 'intra-clustergas' resulteert in een 'tegenwind' op kosmische schaal, die ervoor zorgt dat de stelsels vervormd raken. Ook raken de stelsels, die snelheden van miljoenen kilometers per uur hebben, onderweg veel gas kwijt. Dat laatste heeft gevolgen voor de stervormingsactiviteit, die in het uiterst geval zelfs tot stilstand kan komen.
Meer informatie:
Stripped down: Hubble highlights two galaxies that are losing it
16 september 2009
Met een ultraviolettelescoop aan boord van de Amerikaanse Swift-satelliet is een gedetailleerd portret gemaakt van het Andromedastelsel op UV-golflengten. Ultraviolette straling is energierijker dan zichtbaar licht, en wordt vooral uitgezonden door jonge, hete sterren en sterrenhopen.
Het Andromedastelsel (M31) is de naaste grote buur van ons eigen Melkwegstelsel. Het heeft een middellijn van ongeveer 220.000 lichtjaar en staat op een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. Het UV-mozaïek is samengesteld uit 330 opnamen, gemaakt tussen eind mei en eind juli 2008. De totale belichtingstijd bedroeg 24 uur; in die tijd is 85 gigabyte aan data verzameld.
Op de UV-foto is duidelijk te zien dat de meeste jonge, hete sterren zich in de buitendelen van het Andromedastelsel bevinden. Opmerkelijk is de 'ring van vuur' - een gordel met een middellijn van ca. 150.000 lichtjaar waarin bijzonder veel pasgeboren hete sterren voorkomen. De ring is mogelijk het gevolg van de getijdenwisselwerking van het Andromedastelsel met een kleiner sterrenstelsel.
Meer informatie:
Swift Makes Best-ever Ultraviolet Portrait of Andromeda Galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 september 2009
Uit gedetailleerde opnamen van het grote Andromedastelsel en het naburige Driehoekstelsel blijkt dat de twee een innige (zwaartekrachts)band hebben. Ook is gebleken dat de beide stelsels een veel groter invloedsgebied hebben dan je op het eerste gezicht zou zeggen (Nature, 3 september). Het Andromedastelsel (M31) is met een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar de meest nabije grote buur van het Melkwegstelsel. Met behulp van de Canada-France-Hawaii Telescope is een bijna miljoen lichtjaar groot gebied rond M31 in kaart gebracht. Daarbij zijn ontelbare sterren ontdekt die hebben toebehoord aan kleinere sterrenstelsels die in de loop van de tijd door M31 zijn opgeslokt. Een deel van die sterren lijkt afkomstig te zijn van het Driehoekstelsel (M33), dat als een reusachtige satelliet om M31 heen draait. Uiteindelijk zal deze trage kosmische dans ertoe leiden dat M33 door M31 wordt verslonden.
Meer informatie:
Andromeda Galaxy and neighbouring Triangulum Galaxy hook up
Secrets of Andromeda Galaxy show cosmic formation in action
2 september 2009
Met de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop op La Silla (Chili) is een opname gemaakt van een nabij spiraalstelsel waarvan sterrenkundigen denken dat het veel op ons Melkwegstelsel lijkt. Hoe groot de overeenkomst is, is niet helemaal duidelijk. Ons eigen stelsel kunnen we niet goed overzien, omdat we er middenin zitten. En de vermoedelijke soortgenoot, NGC 4945, zien we bijna van opzij. Toch is duidelijk dat ook NGC 4945 spiraalarmen en een enigszins langgerekte kern heeft. Wel is het superzware zwarte gat in het centrum van dit stelsel actiever dan dat in het melkwegcentrum. NGC 4945 bevindt zich op een afstand van 13 miljoen lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Centaurus.
Meer informatie:
NGC 4945: The Milky Way's not-so-distant Cousin
1 september 2009
Japanse sterrenkundigen hebben een reuzensterrenstelsel op een afstand van 12,8 miljard lichtjaar ontdekt dat een superzwaar zwart gat in zijn kern heeft. Dat laatste is verrassend, omdat het licht dat we nu van het stelsel ontvangen, vertrokken is toen het heelal nog geen miljard jaar oud was. Het stelsel en zijn 1 miljard zonsmassa's zware zwarte gat moeten dus heel snel gevormd zijn. Over het ontstaan van deze superzware zwarte gaten bestaat nog de nodige onduidelijkheid. Het model dat momenteel de meeste aanhangers heeft, stelt dat ze zijn ontstaan door het samensmelten van talrijke lichtere zwarte gaten.
Meer informatie:
Giant Galaxy Hosts The Most Distant Supermassive Black Hole
19 augustus 2009
Decennialang dachten sterrenkundigen wel zo'n beetje te weten hoeveel meer kleine, lichte sterren er in sterrenstelsels aanwezig zijn dan grote, zware sterren. Zo zouden er bijvoorbeeld voor elke ster van twintig zonsmassa's ongeveer 500 sterren van één zonsmassa en minder moeten zijn. Maar uit gegevens die met de NASA-satelliet Galaxy Evolution Explorer zijn verzameld, blijkt dat deze getallen nodig moeten worden bijgesteld. De ultraviolet-telescoop van de satelliet heeft aangetoond dat er waarschijnlijk nog eens vier keer zo veel lichte sterren zijn. De eerdere onderschatting van hun aantallen is gemakkelijk te verklaren: hun relatief zwakke schijnsel verbleekt gewoon bij dat van de grote, heldere sterren in hun omgeving.
Meer informatie:
Galaxies Demand a Stellar Recount
14 augustus 2009
Sterrenkundigen hebben een nieuw type object in het heelal gevonden: super-planetaire nevels. Gewone planetaire nevels zijn de uitdijende gasschillen die door sterren zoals de zon aan het eind van hun leven de ruimte in worden geblazen. Super-planetaire nevels bevatten veel meer gas, en worden geproduceerd door sterren die tot acht keer zo zwaar zijn als de zon. Het bestaan van planetaire nevels rond zwaardere sterren was al wel voorspeld, maar ze waren nog nooit ontdekt.
De vijftien nieuw ontdekte super-planetaire nevels bevinden zich in de Grote en de Kleine Magelhaense Wolk - twee kleine begeleiders van ons Melkwegstelsel. Met Australische radiotelescopen waren ongeïdentificeerde bronnen van radiostraling in de Magelhaense Wolken gevonden. Vervolgonderzoek met optische telescopen bracht het bestaan van de nevels aan het licht.
Dat de super-planetaire nevels veel radiostraling zouden uitzenden, was niet verwacht. Waarom vergelijkbare objecten tot nu toe niet in ons eigen Melkwegstelsel zijn waargenomen, is ook niet bekend. De ontdekking wordt gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Super Planetary Nebulae
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
5 augustus 2009
Een gecombineerde zoektocht met de Hubble Space Telescoop en de 8-meter 'Gemini' telescoop in Chili leverde recentelijk een opmerkelijk resultaat (Nature, 6 augustus). Sterrenkundigen van de Sterrewacht Leiden en de Universiteit van Yale ontdekten een klein maar zwaar sterrenstelsel, met de naam 1255-0, aan de rand van het heelal. Het licht van dit sterrenstelsel heeft er 11 miljard jaar over gedaan om de aarde te bereiken en dus kunnen de astronomen terugkijken in een tijd dat het heelal net een paar miljard jaar oud was. 'Op zich is het niet vreemd om een dergelijk klein stelsel te vinden', aldus Prof. van Dokkum (Yale), 'die zien we ook bij ons in de buurt. Het bijzondere is dat de sterren in dit stelsel met grote snelheden blijken rond te vliegen, en dat verwacht je niet voor dergelijk kleine sterrenstelsels.' De wetenschappers gebruikten de Hubble Telescoop om te bewijzen dat het inderdaad een compact sterrenstelsel betreft. Met de 8 meter spiegel van de Gemini telescoop was het vervolgens mogelijk om de snelheid te bepalen waarmee sterren in 1255-0 bewegen. 'Het principe van de meetmethode is vrijwel identiek aan een snelheidscontrole met een lasergun', vervolgt Dr. Mariska Kriek (Princeton) 'alleen moesten wij 29 uur aan één stuk meten om voldoende signaal te krijgen.' Het is onduidelijk hoe dergelijke compacte sterrenstelsels ontstaan en ook hoe ze op een gegeven moment uit het zicht verdwijnen. 'Het zou kunnen', aldus Prof. Franx (Leiden), 'dat deze compacte stelsels het uitgangspunt vormen voor de kern van grotere sterrenstelsels. Door een soort kosmisch kanabalisme groeien de stelsels uit tot de sterrenstelsels zoals we die tegenwoordig kennen.'
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Astronomers Find Hyperactive Galaxies In The Early Universe;
29 juli 2009
Een onderzoek dat in het wetenschappelijke tijdschrift Nature wordt gepubliceerd, geeft een verklaring voor het ontstaan van elliptische dwergstelsels. Dat zijn kleine stelsels die, afgezet tegen hun massa, weinig sterren hebben en dus weinig licht geven. Ze lijken voornamelijk uit donkere materie te bestaan: materie die niet direct waarneembaar is, maar wel zwaartekrachtsinvloed uitoefent. In eerste instantie werd een verklaring voor het bestaan van elliptische dwergstelsels gezocht bij het feit dat veel van deze stelsels als satellieten om grote sterrenstelsels cirkelen. Dat zou ertoe leiden dat ze in de loop van de tijd veel sterren kwijtraken. Maar er bleken ook dwergstelsels te zijn die niet in de buurt van grote sterrenstelsels komen. Computersimulaties, opgesteld door sterrenkundigen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics, hebben nu echter laten zien dat elliptische dwergstelsels op verschillende manieren kunnen ontstaan. Zo kunnen twee normale dwergstelsels op een zodanige manier om elkaar heen draaien, dat de kleinste van de twee gas en sterren kwijtraakt aan het grotere dwergstelsel en in een elliptisch dwergstelsel verandert.
Meer informatie:
Cosmic Dance Helps Galaxies Lose Weight
27 juli 2009
Sterrenkundigen hebben, met hulp van de vrijwilligers van het online Galaxy Zoo-project, een klasse van merkwaardige sterrenstelsels ontdekt, die de bijnaam 'Groene Erwten' hebben gekregen. Bij het Galaxy Zoo-project bekijken enkele honderdduizenden gebruikers de beelden van evenzovele sterrenstelsels die in het kader van de Sloan Digital Sky Survey zijn gemaakt. Daarbij stuitte men op een aantal objecten die opvielen door hun kleine afmetingen en heldergroene kleur. De groene stelsels zijn schaars: slechts ongeveer 1 op de 4000 sterrenstelsels in de Sloan-survey is een Groene Erwt. Vervolgonderzoek heeft uitgewezen dat het kleine, compacte sterrenstelsels zijn die in enorm hoog tempo nieuwe sterren produceren. Ze bevinden zich op afstanden van 1,5 tot 5 miljard lichtjaar.
Meer informatie:
Galaxy Zoo Hunters Help Astronomers Discover Rare 'Green Pea' Galaxies
23 juli 2009
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer is een opname gemaakt van het 50 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel NGC 1097. Dit stelsel is een spiraalstelsel als het onze, maar onderscheidt zich door de opvallend heldere kern die omringd is door een krans van sterren. In dat 'oog' gaat een superzwaar zwart gat schuil dat ongeveer 100 miljoen zonsmassa's aan materie heeft verzameld. Ter vergelijking: de massa van het zwarte gat in de kern van ons Melkwegstelsels bedraagt 'slechts' enkele miljoenen zonsmassa's. De opname van NGC 1097 is nog gemaakt tijdens de 'koude missie' van Spitzer, die ruim vijf jaar heeft geduurd. Twee maanden geleden raakte de koelvloeistof van de satelliet op, waardoor deze een beetje is opgewarmd. Dat betekent echter niet het einde van Spitzer. De nieuwe bedrijfstemperatuur ligt altijd nog meer dan 240 graden onder nul, en dat is voldoende om enkele infrarooddetectors te laten werken. Naar verwachting gaat die 'warme missie' volgende week van start.
Meer informatie:
NASA's Spitzer Images Out-of-this-World Galaxy
14 juli 2009
Turbulente bewegingen in gigantische straalstromen verhinderen de vorming van grote hoeveelheden sterren in de kernen van clusters van sterrenstelsels. Dat concluderen Evan Scannapieco van de Arizona State University en Marcus Brüggen van de Jacobs-universiteit in Bremen in een artikel in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society op basis van computersimulaties.
In de kernen van grote clusters van sterrenstelsels bevinden zich meestal reusachtige elliptische stelsels met superzware zwarte gaten in het middelpunt. In veel clusters zijn ook zogeheten 'cooling flows' ontdekt: heet gas koelt af terwijl het naar het centrum van de cluster zakt. Je zou verwachten dat uit dat relatief koele gas gemakkelijk grote hoeveelheden nieuwe sterren ontstaan. Dat is echter niet het geval.
Scannapieco en Brüggen hebben met behulp van simulaties op krachtige supercomputers nu aannemelijk gemaakt dat grootschalige stervorming wordt afgeremd door turbulentie in de energierijke straalstromen van het centrale superzware zwarte gat. Door die turbulentie raakt het hete gas in de straalstroom vermengd met het relatief koele gas uit de 'cooling flows'.
Een ander gevolg van die vermenging is dat de gastoevoer van het zwarte gat wordt afgeremd. na verloop van tijd komt de straalstroomactiviteit hierdoor tot rust. Het centrale deel van de 'cooling flow' komt dan weer op gang, waardoor ook weer meer gas in de omgeving van het zwarte gat terecht komt, en de straalstroomactiviteit weer begint toe te nemen. Op deze manier is de cyclische activiteit van superzware zwarte gaten te verklaren.
Meer informatie:
Turbulence responsible for black holes' balancing act
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 juli 2009
De Leidse hoogleraar Simon Portegies Zwart gaat met behulp van een parallel computernetwerk theoretisch onderzoek doen aan de botsingen van sterrenstelsels. Portegies Zwart voert het onderzoek uit met behulp van een Vici-beurs van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO. Dat sterrenstelsels af en toe met elkaar in botsing komen staat vast, en het lijkt erop dat de superzware zwarte gaten in hun kernen daarbij versmelten tot grotere, zwaardere zwarte gaten. Hoe dat precies gebeurt is echter onduidelijk: volgens Portegies Zwart kun je met relatief eenvoudige natuurkunde uitrekenen dat ze elkaar wel naderen tot een afstand van een paar lichtjaar, maar dat ze vervolgens op die afstand om elkaar heen blijven cirkelen. Pas als de afstand veel kleiner is (minder dan een honderdste lichtjaar) beginnen relativistische effecten een rol te spelen en spiralen de zwarte gaten naar elkaar toe onder uitzending van zwaaretkrachtsgolven. Met behulp van aaneengeschakelde computers, voorzien van supersnelle grafische processoren die omgeprogrammeerd worden om zwaartekrachtsberekeningen uit te voeren, wil Portegies Zwart nu grootschalige simulaties uitvoeren om te ontdekken hoe zwarte gaten elkaar tot op afstanden van minder dan een paar lichtjaar kunnen naderen.
Meer informatie:
Nieuwsbericht Universiteit Leiden
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
9 juli 2009
Tussen de sterrenstelsels in het heelal zwerven waarschijnlijk superzware zwarte gaten rond, die op enig moment door hun moederstelsel zijn uitgestoten. Volgens Amerikaanse en Duitse sterrenkundigen moet het mogelijk zijn om zulke zwarte gaten op te sporen. Hun bestaan zou namelijk worden verraden door de sterren die om hen heen draaien. In de kern van veel, zo niet alle sterrenstelsels bevindt zich een miljoenen zonsmassa's zwaar zwart gat. Als twee of meer sterrenstelsels met elkaar fuseren, kan dat ertoe leiden dat een van de zwarte gaten de ruimte in wordt geslingerd. Dat zwarte gat zou dan de sterren in zijn naaste omgeving meesleuren en als een opmerkelijk compacte sterrenhoop zijn weg vervolgen. De onderzoekers denken dat zulke 'hypercompacte' sterrenhopen misschien zelfs al zijn waargenomen, maar dat ze niet als zodanig herkend zijn. Op het eerste gezicht zouden ze namelijk veel op 'gewone' bolvormige sterrenhopen lijken. Wat hen echter zou onderscheiden is de veel grotere snelheid waarmee de sterren om het centrum van de sterrenhoop draaien. Die snelheid is echter maar moeilijk meetbaar. Een andere eigenschap waaraan je een hypercompacte sterrenhoop zou kunnen herkennen, is de helderheidsuitbarsting die optreedt als het zwarte gat een ster uit zijn directe omgeving opslokt. Het zoeken is dus naar zeer compacte sterrenhopen tussen de sterrenstelsels van bijvoorbeeld de relatief nabije Virgo- of Comacluster, die opmerkelijke uitbarstingen vertonen.
Meer informatie:
Living Fossils Hold Record Of 'Supermassive' Kick
9 juli 2009
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra is een opname gemaakt van Stephans Kwintet, een compact groepje sterrenstelsels op een afstand van ongeveer 280 miljoen lichtjaar, dat al meer dan een eeuw geleden is ontdekt. Voor Chandra zijn de stelsels zelf grotendeels onzichtbaar: hij kan alleen gas waarnemen dat zo heet is, dat het röntgenstraling uitzendt. Nu is met Stephans Kwintet iets bijzonders aan de hand. Op de eerste plaats is het eigenlijk geen kwintet, maar een kwartet: een van de sterrenstelsels (NGC 7320; linksonder) staat op de voorgrond. Een andere bijzonderheid is dat een van de andere stelsels met een snelheid van ongeveer 3 miljoen kilometer per uur door het groepje heen gaat. Daardoor gaat er een enorme schokgolf door het gas in het hart van Stephans Kwintetn. Het hete gas in deze schokgolf is op de Chandra-opname, die over een normale foto van Stephans Kwintet heen is gelegd, goed te zien.
Meer informatie:
A Galaxy Collision In Action
9 juli 2009
Een nieuw instrument van de McDonald-sterrenwacht in Texas geeft een bijzondere kijk op sterrenstelsels. Het instrument, VIRUS-P geheten, wordt momenteel gebruikt om de stervormingsactiviteit in 30 nabije sterrenstelsels in kaart te brengen. VIRUS-P is een spectrograaf waarmee in één keer de spectra van 246 afzonderlijke gebieden kunnen worden vastgelegd. Op die manier kan met één telescoop heel snel een overzicht worden verkregen van de bewegingen en chemische samenstellingen van sterren en gaswolken in een sterrenstelsel. Als eerste is het bekende Draaikolkstelsel (M51) aan de beurt gekomen. Uit de metingen blijkt onder meer dat de stervorming in dat stelsel een zeer laag rendement heeft: momenteel wordt slechts één procent van het beschikbare gas in sterren omgezet. VIRUS-P is het prototype van een toekomstige grote spectrograaf, die 36.900 spectra in één keer kan opnemen.
Meer informatie:
New Mcdonald Observatory Instrument Revolutionizes Galaxy Studies
8 juli 2009
Een internationaal team van astronomen heeft twee supernova-explosies op recordafstand ontdekt. De beide explosies speelden zich af op een afstand van 11 miljard lichtjaar - bijna tweemaal zo ver als de vorige recordhouder (Nature, 9 juli). Een supernova-explosie ontstaat als de kern van een ster die vele malen zwaarder is dan onze zon instort, doordat alle beschikbare brandstof is verbruikt. Bij zo'n explosie komen enorme hoeveelheden licht en andere soorten straling vrij. Doorgaans sporen sterrenkundige supernovae op door met tussenpozen opnamen van hemelgebieden te maken en naar de verschillen te zoeken: elk opgedoken lichtpuntje zou een supernova kunnen zijn. Maar zelfs supernova-explosies zijn op die manier niet tot op onbeperkte afstanden waarneembaar. Om toch nóg verdere supernovae te kunnen opsporen, hebben de astronomen gebruik gemaakt van een methode die ook bij amateursterrenkundigen al jaren in zwang is. Bij deze methode worden meerdere opnamen digitaal bij elkaar opgeteld oftewel gestackt. Door opnamen die in de loop van een heel jaar van een hemelgebied zijn gemaakt 'op te stapelen', kunnen objecten zichtbaar worden gemaakt die op de afzonderlijke opnamen niet te zien zijn. En door vervolgens gestapelde opnamen van verschillende jaren met elkaar te vergelijken, kunnen ook tijdelijke zwakke lichtbronnen worden opgespoord. Op die manier hebben de onderzoekers aan de hand van bestaande opnamen vier verre supernovae weten te vinden, waarvan er twee deel uitmaakten van sterrenstelsels op een afstand van ruwweg 11 miljard lichtjaar. Het gaat om supernovae van het bijzondere type IIn, die tot meer dan een jaar na de explosie helder nagloeien. De verwachting is overigens dat het nu gevestigde afstandsrecord niet lang zal standhouden.
Meer informatie:
Giant supernovae farthest ever detected
New Method Revises Record On Most Distant Supernovae
University of Toronto astronomer part of team that finds new way to study supernovae
7 juli 2009
Australische astronomen hebben de enorme omvang van het actieve sterrenstelsel Centaurus A in beeld gebracht. Het was al bekend dat de radiostraling van dit stelsel afkomstig is uit een hemelgebied dat 200 keer zo groot is als de volle maan. Maar wat moet je je daarbij voorstellen? Om de ware omvang ervan inzichtelijker te maken, is een fotocompositie gemaakt van een zeer gedetailleerde 'radiokaart' van Centaurus A en de maan boven de radioschotels van de Australia Telescope Compact Array. De radiokaart is in de loop van enkele jaren gemaakt en heeft meer dan 1200 waarneemuren gekost. Omdat het stelsel zo'n enorme omvang heeft, moesten meer dan 400 afzonderlijke opnamen worden gemaakt die later aan elkaar zijn 'geplakt'. Ondank zijn afstand van 14 miljoen lichtjaar is Centaurus A het meest nabije sterrenstelsel in zijn soort. Zijn omvang is niet zo zeer te danken aan het eigenlijke sterrenstelsel, maar aan het 50 miljoen zonsmassa's 'wegende' zwarte gat in zijn centrum. Dat zwarte gat produceert twee enorme jets of straalstromen van radiostraling uitzendende deeltjes die miljoenen lichtjaren de ruimte in worden geblazen. Met het blote oog is dit verschijnsel helaas niet waarneembaar, en dankzij de Australische opname weten we nu wat we missen!
Meer informatie:
CSIRO astronomers reveal a 'blue whale of space'
2 juli 2009
De krachtige uitbarstingen van extreem energierijke gammastraling van het sterrenstelsel M87 ontstaan in de onmiddellijke omgeving van het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel. M87 is een reusachtig elliptisch sterrenstelsel in de Virgo-cluster, op 55 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. In de kern bevindt zich een zwart gat dat zes miljard keer zo zwaar is als de zon. Materiaal uit de omgeving van het zwarte gat wordt met hoge snelheid naar buiten geblazen in een duizenden lichtjaren lange straalstroom. De snel bewegende elektrisch geladen deeltjes in deze straalstroom zenden energierijke gammastraling uit wanneer ze in wisselwerking treden met de ijle omringende materie.
Met verschillende gammatelescopen op aarde, die het zwakke lichtschijnsel detecteren dat ontstaat wanneer gammastraling de aardse dampkring binnendringt, zijn de afgelopen jaren af en toe enorme uitbarstingen van gammastraling in M87 ontdekt. De exacte oorsprong daarvan kon echter niet nauwkeurig gelokaliseerd worden. Dat is nu voor het eerst wel gelukt, dankzij een grote internationale waarneemcampagne waaraan niet alleen drie observatoria voor gammastraling deelnamen (MAGIC, VERITAS en H.E.S.S.), maar ook een uitgestrekt Amerikaans netwerk van radiotelescopen - de Very Large Baseline Array (VLBA). In het voorjaar van 2008 werd op die manier een langdurige 'uitbarsting' van radiostraling ontdekt die samenviel met zo'n krachtige gamma-opleving.
De herkomst van de radiostraling kan wél heel nauwkeurig worden vastgesteld. Het blijkt dat die afkomstig is uit het centrum van M87, dus echt uit de onmiddellijke omgeving van het superzware zwarte gat. Hoewel het exacte mechanisme nog niet is achterhaald, biedt deze ontdekking - die op 2 juli gepubliceerd is op de website Science Express - meer inzicht in de energierijke processen die optreden in de omgeving van superzware zwarte gaten.
Meer informatie:
VLBA Locates Origin of Superenergetic Bursts Near Giant Black Hole
Persbericht Max Planck Gesellschaft (Duitstalig)
MAGIC gamma-observatorium
VERITAS gamma-observatorium
H.E.S.S. gamma-observatorium
Very Large Baseline Array
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 juli 2009
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton is doorslaggevend bewijs gevonden voor het bestaan van middelzware zwarte gaten. Die zijn enkele honderden keren zo zwaar als de zon - veel zwaarder dan de zwarte gaten die ontstaan bij de supernova-explosies van zware sterren, maar veel minder zwaar dan de kolossale zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels. In november 2004 heeft XMM-Newton een variable bron van röntgenstraling bestudeerd in de buitendelen van het verre sterrenstelsels ESO 243-49, op 290 miljoen lichtjaar afstand. De bron, HLX-1 geheten, produceert een paar honderd miljoen keer zo veel röntgenstraling als de zon. Vervolgwaarnemingen met grote optische telescopen lieten zien dat de röntgenbron niet samenvalt met een bron van zichtbaar licht. De röntgenstraling is dus niet afkomstig van een voorgrondster of een sterrenstelsel op veel grotere afstand. De enige manier om de waargenomen röntgenstraling te verklaren is een zwart gat met een massa van ruim vijfhonderd zonsmassa's, aldus de onderzoekers in een artikel dat deze week in Nature staat. De röntgenstraling wordt opgewekt in materie die op kleine afstand rond het zwarte gat rondcirkelt. Volgens sommige theorieën zijn middelzware zwarte gaten de 'bouwstenen' waaruit via onderlinge versmelting de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels ontstaan.
Meer informatie:
New class of black holes discovered
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 juni 2009
Dankzij gegevens van de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra en andere telescopen is de ware aard ontdekt van de reusachtige 'blobs' van gas die in de omgeving van zeer jonge sterrenstelsels zijn waargenomen. Deze enorme hoeveelheden waterstofgas zijn ongeveer tien jaar geleden ontdekt. Ze produceren veel licht, maar waar ze de benodigde energie vandaan halen was tot nog toe onduidelijk. Langdurig onderzoek met Chandra van een verzameling van 29 blobs, op meer dan tien miljard lichtjaar van de aarde, heeft de bron van deze energie aan het licht gebracht. De röntgengegevens laten zien dat een aanzienlijke bijdrage wordt geleverd door superzware zwarte gaten die deels verscholen gaan achter dichte lagen van gas en stof. Ook het vuurwerk van de vorming van de eerste sterren in sterrenstelsels lijkt een belangrijke bijdrage te leveren. De vraag is nu welke rol deze beide factoren spelen bij het ontstaan van sterrenstelsels. Verondersteld wordt dat sterrenstelsels ontstaan waar zich - onder invloed van de zwaartekracht - gas verzamelt, dat aanvankelijk afkoelt onder uitzending van straling. Dit proces stopt als het gas wordt verhit en weer uit het sterrenstelsel wordt verdreven. De blobs zouden het eerste stadium kunnen vertegenwoordigen, maar ook het tweede. Op basis van de nieuwe gegevens en theoretische overwegingen, veronderstellen de onderzoekers nu dat de blobs eerder tekenen van verhitting vertonen dan van afkoeling. Daaruit trekken zij de conclusie dat de blobs zich in het stadium bevinden waarbij de sterrenstelsels en zwarte gaten zo'n beetje het einde van hun groei hebben bereikt. De straling van de eerste generaties sterren en de waargenomen superzware zwarte gaten is, volgende de berekeningen, krachtig genoeg om het waterstofgas in de blobs te doen oplichten. Het nare van deze ontdekking is wel dat sterrenkundigen nu nóg dieper het heelal in moeten kijken om de allereerste vormingsstadia van sterrenstelsels te kunnen waarnemen.
Meer informatie:
Galaxies Coming Of Age In Cosmic Blobs
9 juni 2009
Een nieuwe opname van de röntgensatelliet Chandra geeft een nieuwe kijk op het restant van een supernova-explosie. Dit object, dat de aanduiding SNR 0104 draagt, bevindt zich in de Kleine Magelhaense Wolk, een klein naburig sterrenstelsel. Sterrenkundigen denken dat SNR 0104 het overblijfsel is van een zogeheten Type Ia supernova: de ontploffing van een witte dwerg in een dubbelstersysteem. Maar het object op de nieuwe opname ziet er heel anders uit dan de Type Ia supernovaresten in ons eigen Melkwegstelsel, die vrijwel bolvormig zijn. SNR 0104 lijkt echter allesbehalve bolvormig: hij heeft twee duidelijke uitsteeksels of lobben, die bij nader onderzoek rijk blijken te zijn aan ijzer. Een mogelijke verklaring voor deze structuur is dat de explosie van de witte dwerg zelf sterk asymmetrisch was. Maar het is ook mogelijk dat het bij de explosie uitgestoten materiaal niet alle kanten op kon, omdat het werd gehinderd door gaswolken in de omgeving.
Meer informatie:
Supernova Remnant is an Unusual Suspect
9 juni 2009
Onder het motto 'vele handen maken licht werk', krijgen sterrenkundigen van het zogeheten Galaxy Zoo-project al geruime tijd assistentie van een groep van inmiddels 200.000 vrijwilligers van over de hele aardbol. Deze zijn behulpzaam bij het classificeren van sterrenstelsels - een klus die zich nog steeds niet makkelijk laat automatiseren. Sinds de start van de eerste versie van het project, medio 2007, zijn al meer dan 100 miljoen sterrenstelsels bekeken en ingedeeld naar onder meer hun vorm en draairichting. Het meest recente wetenschappelijke resultaat dat hieruit is voortgekomen, is dat spiraalstelsels die minder dan 65 miljoen lichtjaar van elkaar zijn verwijderd dezelfde kant op draaien, maar alléén als ze het grote merendeel van hun sterren meer dan 10 miljard jaar geleden hebben gevormd. Dat bevestigt een eerder Galaxy Zoo-resultaat, waaruit bleek dat spiraalstelsels hun draaiing ontlenen aan de grootschalige kosmische structuur waaruit zij zijn ontstaan. Aangezien nabije stelsels normaal gesproken in dezelfde omgeving zijn ontstaan, zullen ze gemiddeld ook dezelfde draairichting hebben. Stelsels die later nog veel sterren hebben gevormd, zijn waarschijnlijk in meer recente tijden betrokken geweest bij een nabije ontmoeting van een soortgenoot. En dat kan de draairichting verstoren.
Meer informatie:
Old galaxies spin in sync
Galaxy Zoo
9 juni 2009
Tijdens de bijeenkomst van Amerikaanse sterrenkundigen, die dezer dagen in Pasadena wordt gehouden, zijn nieuwe detailrijke opnamen gepresenteerd van zware sterrenstelsels die al 'oud' waren toen het heelal nog maar een vijfde van zijn huidige leeftijd (13,7 miljard jaar) had bereikt. De opnamen laten zien dat die vroege zware sterrenstelsels er heel anders uitzagen dan de huidige zware stelsels. De opnamen zijn gemaakt met de 10-m Keck II-telescoop op Hawaï, die was uitgerust met het nieuwe adaptieve optische systeem dat voor zijn beeldcorrecties gebruik maakt van kunstmatige sterren die met behulp van een krachtige laser hoog in de aardatmosfeer worden geprojecteerd. Een belangrijke eigenschap van de onderzochte sterrenstelsels is dat ze, zo vroeg in de geschiedenis van het heelal, al helemaal klaar lijken met het vormen van sterren. De voorgaande miljard jaar lijkt er geen grote stervormingsactiviteit te zijn geweest. Maar nog opvallender is dat ze veel kleiner zijn - in volume tot wel een factor duizend - dan huidige sterrenstelsels met vergelijkbare aantallen sterren. Geen van de stelsels lijkt het resultaat te zijn van een samensmelting van meerdere kleine stelsels: ze lijken in één klap te zijn ontstaan, en wel in de prille begintijd van het heelal. Maar hoe? Ook is nog onduidelijk waar dit type sterrenstelsels is gebleven: in het huidige heelal worden ze immers niet aangetroffen.
Meer informatie:
Powerful Lasers Help Astronomers Probe The Nature Of Massive Galaxies In The Early Universe
Scientists See Better, Fainter with New Keck Laser Guide Star
9 juni 2009
Een team van Amerikaanse en Japanse sterrenkundigen heeft een aantal botsende sterrenstelsels, waaronder de bekende Antennestelsels in het sterrenbeeld Raaf, nog eens nauwkeurig onder de loep genomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de 8,2-m Subaru-telescoop op Hawaï. Het onderzoek naar zulke botsingen wordt van groot belang geacht, omdat deze gebeurtenissen met name in de begintijd van het heelal aan de orde van de dag waren. Botsende sterrenstelsels smelten uiteindelijk samen tot één groter geheel. Maar voordat het zover is, draaien ze kortere of langere tijd om elkaars zwaartepunt, waarbij ze elkaar door de onderlinge getijdenwerking min of meer aan stukken trekken. Uit het nieuwe onderzoek is gebleken dat het 'getijdenpuin'. zich over veel grotere afstanden uitstrekt dan tot nog toe was waargenomen. En met de nieuwe opnamen kunnen de onderzoekers precies nagaan hoe snel het samensmeltingsproces zich voltrekt.
Meer informatie:
Discovery Of New Tidal Debris From Colliding Galaxies
8 juni 2009
Duitse sterrenkundigen hebben een nieuw computermodel losgelaten op de kern van het elliptische reuzenstelsel M87. Daaruit leiden zij af dat het superzware zwarte gat dat zich hier schuilhoudt twee- tot driemaal zo zwaar is als tot nog toe werd gedacht. En mogelijk moeten ook de massa's van de zwarte gaten in andere grote sterrenstelsels worden bijgesteld. Daarmee zou deze ontdekking wel eens een eind kunnen maken aan een probleem waar sterrenkundigen al een tijdje mee worstelen. De superzware zwarte gaten in verre (actieve) sterrenstelsels leken tot nog toe namelijk veel zwaarder te zijn dan die in nabijere stelsels zoals M87. Hierdoor was het vermoeden ontstaan dat de geschatte massa's van de zwarte gaten in de verre stelsels om de een of andere reden de groot waren. Maar misschien moet de oplossing van de paradox dus wel bij de nabije stelsels worden gezocht. Dat het nieuwe computermodel tot een ander resultaat komt dan eerdere modellen, heeft ermee te maken dat hierin voor het eerst ook rekening is gehouden met de halo van donkere materie die M87 (en vele andere stelsels) omhult. De voorlopige resultaten van nieuwe waarnemingen met de Gemini North Telescope en de Very Large Telescope in Chili lijken de modelberekeningen te bevestigen.
Meer informatie:
Texas-Size Computer Finds Most Massive Black Hole In Galaxy M87
8 juni 2009
Onderzoekers van Ohio State University hebben een methode gevonden om de afstanden van verre sterrenstelsels beter te kunnen schatten. De methode maakt gebruik van een zeldzaam soort sterren, verwant aan de veel voor afstandsmetingen gebruikte cepheïden, maar dan veel helderder. Daardoor wordt het bereik van de cepheïdenmethode met een factor drie opgerekt tot ongeveer 300 miljoen lichtjaar. Cepheïden zijn reusachtige sterren die pulseren en daarbij van helderheid veranderen. Tussen de pulsperiode en de lichtkracht van deze sterren blijkt een direct verband te bestaan, wat het mogelijk maakt om de afstand van een cepheïde te schatten door naar zijn helderheidsgedrag te kijken. Normale cepheïden zijn echter niet waarneembaar op afstanden groter dan ongeveer 100 miljoen lichtjaar. Dat geldt echter niet voor de klasse van zeer traag pulserende cepheïden, die een veel grotere helderheid hebben en dus ook tot op grotere afstand te zien zijn. Deze klasse van cepheïden is in de vergetelheid geraakt, omdat deze sterren zo schaars zijn en omdat ze niet aan de normale periode-lichtkracht relatie van cepheïden voldoen. De sterrenkundigen van Ohio State hebben in bestaande literatuur nu echter achttien van deze trage cepheïden opgespoord. Deze bevinden zich stuk voor stuk in nabije sterrenstelsels waarvan de afstanden goed bekend zijn. Dat maakt het mogelijk om de periode-lichtkrachtrelatie van deze cepheïden nader te onderzoeken en te kalibreren. Uiteindelijk zouden dan ook deze zeldzame sterren voor afstandsmetingen gebruikt kunnen worden.
Meer informatie:
A New Way To Measure Cosmic Distances
8 juni 2009
Lange gammaflitsen, de helderste lichtflitsen in het heelal, ontstaan waarschijnlijk bij de explosies van zware sterren. Bij deze explosies gaat de vrijkomende straling niet gelijkmatig alle kanten op: een groot deel ervan ontsnapt in de vorm van twee bundels, vergelijkbaar met de lichtbundels van een vuurtoren, die zelfs op een afstand van 13 miljard lichtjaar nog waarneembaar zijn. De meeste gammaflitsen zijn nog vele uren na de explosie heldere bronnen van zichtbaar licht. Maar bij sommige gammaflitsen ontbreekt deze 'nagloed'. Volgens sommige astronomen zouden deze gammaflitsen zó ver weg zijn, dat hun nagloed door de uitdijing van het heelal naar infrarode golflengten is verschoven, waardoor je hem met een gewone telescoop niet meer zou kunnen zien. Maar uit nader onderzoek, dat maandag tijdens een bijeenkomst van de American Astronomical Society in Pasadena is gepresenteerd, blijkt dat veel van die 'donkere' gammaflitsen plaatsvinden in sterrenstelsels die met grote telescopen gewoon waarneembaar zijn. Extreem ver weg kunnen ze dus niet zijn. Daaruit trekken de onderzoekers de conclusie dat sommige gammaflitsen zich afspelen in een stofrijke omgeving, die het zicht op de nagloed hindert. Dat betekent dat gammaflitsen kunnen worden gebruikt om inzicht te krijgen in het stervormingsproces in verre (en dus jonge) sterrenstelsels.
Meer informatie:
Fog Lifted On Dark Gamma-Ray Bursts
Keck Study Sheds New Light on "Dark" Gamma-ray Bursts
8 juni 2009
Radiosterrenkundigen hebben, met behulp van een wereldwijd netwerk van radiotelescopen, voor het eerst de afstand tot een ver sterrenstelsel rechtstreeks gemeten. Het betreft het stelsel UGC 3789, dat zich op een afstand van 160 miljoen lichtjaar blijkt te bevinden. Deze afstand kon worden vastgesteld door van de schijf materie rond het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel zowel de schijnbare hoekafmetingen te meten als de werkelijke, ruimtelijke grootte. Deze laatste werd afgeleid uit de omloopsnelheid van waterdamp in de materieschijf, die een bepaald type straling uitzendt: zogeheten maserstraling (het microgolfequivalent van laserstraling). Met dezelfde techniek werd eerder al de afstand tot het veel nabijere sterrenstelsel NGC 4258 (afstand 23 miljoen lichtjaar) bepaald. Directe afstandsmetingen als deze zijn nodig om bestaande kosmische 'meetlatten', die uitgaan van het helderheidsgedrag van veranderlijke sterren, nauwkeuriger te maken. Het uiteindelijke doel is om beter te kunnen vaststellen hoe snel het heelal nu precies uitdijt.
Meer informatie:
Radio telescopes extend astronomy's best 'yardstick'
3 juni 2009
Extreem zwakke supernova-uitbarstingen zijn mogelijk gerelateerd aan een bepaald type gammaflitsen. Dat beweert een internationaal team van astronomen in een artikel dat deze week in Nature verschijnt. Supernova's kunnen op twee manieren ontstaan: bij de terminale explosie van een zeer zware ster die aan het eind van zijn leven is gekomen, of bij de catastrofale detonatie van een veel lichtere witte dwergster die materie van een begeleider opzuigt. In het verleden zijn af en toe supernova's waargenomen die veel zwakker zijn dan normaal, en niemand wist om welk type explosie het daarbij ging. Sterrenkundigen hebben nu op 7 november 2008 een zeer zwakke supernova ontdekt in het sterrenstelsel UGC 12682, op 67 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Die explosie, SN 2008ha geheten, was tientallen keren zo lichtzwak als een gewone supernova. Uit spectroscopisch onderzoek blijkt dat het hier gaat om de explosie van een zware ster die in een eerder stadium het grootste deel van zijn waterstofmantel de ruimte in heeft geblazen. De kern van de ster is vermoedelijk ineengestort tot een zwart gat. Dat zou de geringe helderheid van de explosie kunnen verklaren. Als dat voor andere zwakke supernova's ook geldt, aldus de onderzoekers, zijn ze mogelijk gerelateerd aan een bepaald type gammaflitsen - uitbarstingen van extreem energierijke gammastraling die ook kunnen ontstaan bij de explosie van zware, snel roterende sterren.
Persberficht van de Max-Planck-Gesellschaft (Duitstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
28 mei 2009
De in 2005 gelanceerde Japans/Amerikaanse röntgensatelliet Suzaku heeft meer inzicht verschaft in de wijze waarop clusters van sterrenstelsels materie verzamelen. Sterrenkundigen richtten Suzaku in mei 2007 op de cluster PKS 0745-191, die 1,3 miljard lichtjaar van de aarde verwijderd is. Daarbij maakte de satelliet een vijftal opnamen van het miljoenen graden hete gas in en om de sterrenstelsels in de cluster. Door de röntgenstraling van een cluster te detecteren, kan de temperatuur en de dichtheid van dit gas worden vastgesteld. En daaruit kan weer informatie worden verkregen in de gasdruk en de totale massa van de cluster. Verwacht wordt dat het gas in het binnenste gedeelte van de cluster in evenwicht is met de zwaartekracht. Dat betekent dat het heetste, dichtste gas in het centrum van de cluster te vinden is, terwijl temperatuur en dichtheid naar buiten toe geleidelijk afnemen. Maar in de buitenste regionen van de cluster zou geen sprake van evenwicht mogen zijn: vanaf een zekere afstand tot het centrum - de 'viriaalstraal' - gedraagt het gas zich chaotisch en valt het naar binnen. De Suzaku-beelden tonen voor het eerst het hete gas voorbij de viriaalstraal van een cluster. In PKS 0745-191 bereikt de temperatuur van het gas op ruim een miljoen lichtjaar van het centrum een piekwaarde van 91 miljoen graden.
Meer informatie:
Suzaku Snaps First Complete X-Ray View Of A Galaxy Cluster
28 mei 2009
De Amerikaanse röntgensatelliet Chandra heeft een spookachtige verschijning ontdekt rond het superzware zwarte gat in de kern van een ver sterrenstelsel. Sterrenkundigen vermoeden dat dit 'röntgenspook' het resultaat is van een grote explosie in de omgeving van het zwarte gat. Het wazige object is enkele jaren geleden al ontdekt, maar aanvankelijk werd niet begrepen wat het was. Maar nu denken de onderzoekers dat de röntgengloed een overblijfsel is van een explosieve gebeurtenis waarbij het centrale zwarte gat van het 10 miljard lichtjaar verre sterrenstelsel HDF 130 enorme hoeveelheden elektronen wegblies. Deze geladen deeltjes zonden veel radio- en röntgenstraling uit, maar nu - miljoenen jaren later - zijn ze het grootste deel van hun energie kwijt. Toch kunnen de elektronen, door botsingen met fotonen die een overblijfsel zijn van de oerknal, nog miljoenen jaren een zwakkere vorm van röntgenstraling produceren. Als deze interpretatie klopt, zouden er nog veel meer van deze 'röntgenspoken' te vinden moeten zijn.
Meer informatie:
Ghost Remains After Black-Hole Eruption
27 mei 2009
Aan de hand van gegevens van de Europese röntgensatelliet XMM-Newton hebben sterrenkundigen de onmiddellijke nabijheid kunnen bestuderen van een superzwaar zwart gat in de kern van het sterrenstelsel 1H0707-495 (Nature, 27 mei). De röntgenstraling die het object uitzendt is afkomstig van de materie die naar het zwarte gat toe stroomt. Een deel van deze straling wordt weerkaatst door de zogeheten accretieschijf die zich rond het zwarte gat heeft gevormd. De röntgenstraling heeft geen constante intensiteit, maar fluctueert. Uit statistische analyse van deze fluctuaties blijkt dat er een halve minuut verstrijkt tussen de rechtstreeks uitgezonden röntgenstraling en de reflectie daarvan aan de accretieschijf. Dat maakt het mogelijk de afmetingen van het weerkaatsende gebied te meten. En daaruit kan weer worden geschat dat de massa van het drie tot vijf miljoen zonsmassa's bedraagt. Uit waarnemingen van emissielijnen van ijzer in het spectrum van het object blijkt bovendien dat het zwarte gat zeer snel ronddraait en per uur het massa-equivalent van twee aardes verorbert.
Meer informatie:
XMM-Newton Takes Astronomers To A Black Hole's Edge
27 mei 2009
Een internationaal team van radiosterrenkundigen, onder wie Heino Falcke van de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft een supernova-explosie waargenomen in het relatief nabije sterrenstelsel M82. Hoewel het de meest nabije sterontoploffing van de afgelopen vijf jaar betrof, was hij niet te zien op visuele golflengten. De supernova ging schuil achter dichte wolken gas en stof, waardoor hij alleen op radiogolflengten waarneembaar was. Daardoor is hij lang onopgemerkt gebleven: pas ruim een jaar na dato is zijn verschijning opgemerkt op radiobeelden die in maart en mei 2008 zijn gemaakt. De eigenlijke explosie heeft waarschijnlijk al in enkele maanden eerder plaatsgevonden. M82 is een stelsel dat in zijn centrum grote aantallen nieuwe sterren produceert. De zwaarste van deze sterren ontploffen al binnen enkele tientallen miljoenen jaren na hun ontstaan; het is dus ook niet zo vreemd dat er in het hart van M82 veel restanten van ontplofte sterren te vinden zijn. Tot verbazing van de sterrenkundigen was daar de afgelopen 25 jaar echter geen enkele supernova te zien geweest. Maar mogelijk is die 'rust' slechts schijn geweest en spelen supernovae wel vaker verstoppertje in het hart van M82.
Meer informatie:
An Exploding Star In An 'Exploding' Galaxy
Rare radio supernova is nearest supernova in five years;
20 mei 2009
Het grote elliptische sterrenstelsel M87 is kleiner dan verwacht. Dat blijkt uit gevoelige spectroscopische waarnemingen aan planetaire nevels in de buitendelen van het sterrenstelsel. M87 is het centrale stelsel in de Virgo-cluster, op ongeveer vijftig miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Maagd. Het stelsel is aanzienlijk groter dan ons eigen Melkwegstelsel, maar de omvang van de buitenste halo van M87 is nooit eerder opgemeten. Op basis van theoretische overwegingen werd aangenomen dat die halo een middellijn van een paar miljoen lichtjaar zou hebben. Metingen met de FLAMES-spectrograaf op de Europese Very Large Telescope in Chili wijzen echter uit dat de halo slechts één miljoen lichtjaar in middellijn meet. Dat de buitenste delen van de halo van M87 'gestript' lijken te zijn zou mogelijk kunnen zijn veroorzaakt door de nauwe passage van een ander sterrenstelsel in de cluster. In elk geval zal in de toekomst zo'n nauwe passage plaatsvinden, gezien het feit dat M87 en het buurstelsel M86 momenteel op elkaar af bewegen. De nieuwe waarnemingen worden gepubliceerd in het vakblad Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Giant Galaxy Messier 87 finally sized up
Vakpublicatie over het onderzoek
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 mei 2009
Astronomen van het Lawrence Berkeley National Laboratory in Californië hebben een methode ontdekt om de ware lichtkracht van een bepaald soort supernova-explosies zeer nauwkeurig te bepalen. Daarmee wordt het mogelijk om nóg nauwkeuriger metingen te verrichten aan de versnellende uitdijing van het heelal. Dat de uitdijingssnelheid van het heelal in de loop van de tijd toeneemt, werd ruim tien jaar geleden ontdekt aan de hand van supernova's van het type Ia. Daartoe moet de werkelijke lichtkracht van die supernova's bekend zijn. Met bestaande technieken kan de lichtkracht (de hoeveelheid uitgezonden energie) bepaald worden met een precisie van ongeveer tien procent. Daarvoor zijn dan wel metingen nodig die enkele weken beslaan. De nieuwe methode haalt een nauwkeurigheid van zes procent, en heeft genoeg aan metingen op één moment. Het blijkt namelijk dat de helderheidsverhouding tussen de uitgezonden straling op een golflengte van 642 nanometer en die op 443 nanometer een betrouwbare maat is voor de ware lichtkracht van de supernova. De methode is onafhankelijk van de leeftijd en de chemische samenstelling van de exploderende ster, en ook onafhankelijk van het type sterrenstelsel waarin de explosie plaatsvond en van de hoeveelheid absorberend stof tussen de supernova en de aarde. De ontdekking wordt gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics.
Meer informatie:
Cosmology's best standard candles get even better
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 mei 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft ontdekt waarom sterrenstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel zo'n egaal uiterlijk hebben. De oude sterren in zulke spiraalstelsels zijn zeer gelijkmatig verdeeld, terwijl bekend is dat sterren ontstaan in min of meer compacte groepjes: zogeheten sterrenhopen. Uit waarnemingen van sterrenhopen in ons Melkwegstelsel was al gebleken dat deze stergroepen na enkele honderden miljoenen jaren uit elkaar vallen. Dat gebeurt door de willekeurige bewegingen van de sterren binnen de groep of doordat de stergroepen in botsing komen met gaswolken in hun omgeving. Het vermoeden bestond dat de draaiing van het sterrenstelsel het karwei zou afmaken. Waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer hebben dat vermoeden nu bevestigd. Door de beelden die Spitzer van enkele spiraalstelsels heeft gemaakt met een speciale techniek te bewerken, is zichtbaar gemaakt hoe sterrenhopen door de draaiing van hun stelsel uiteen worden getrokken.
Meer informatie:
Streams of Stars Provide "Missing Link" in the Evolution of Galaxy Disks
30 april 2009
In kleine dwergsterrenstelsels komen geboortegolven van nieuwe sterren voor die honderden miljoenen jaren duren en zich daarbij door grote delen van het stelsel voortplanten. Dat blijkt uit detailonderzoek aan de stervormingsgeschiedenis van drie dwergstelsels, uitgevoerd met de Advanced Camera for Surveys van de Hubble Space Telescope. Tot nu toe werd aangenomen dat de geboorte-explosies hooguit enkele miljoenen jaren duurden en daarna weer zouden uitdoven. Door de leeftijden van afzonderlijke sterren te bepalen in de dwergstelsels NGC 4163, NGC 4068 en IC 4662, kon Kristen McQuinn van de Universiteit van Minnesota voor deze sterrenstelsels de stervormingsgeschiedenis in het verleden achterhalen. Daarbij bleek dat elke geboortepiek in werkelijkheid deel uitmaakt van een veel langer durende geboortegolf, waarbij het proces van stervorming zich door een groot deel van het dwergstelsel voortplant. Tijdens zulke geboortegolven worden er in de kleine sterrenstelsels ongeveer veertig nieuwe sterren per duizend jaar geboren, in plaats van de gebruikelijke vijf per duizend jaar.
Meer informatie:
Starbursts in Dwarf Galaxies are a Global Affair
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
28 april 2009
Ter gelegenheid van de zesde verjaardag van de Galaxy Evolution Explorer (GALEX), een Amerikaanse kunstmaan voor onderzoek aan de ultraviolette straling van sterrenstelsels, heeft NASA een UV-opname vrijgegeven van het Driehoekstelsel, een groot spiraalstelsel dat samen met ons eigen Melkwegstelsel en het Andromedastelsel tot de zogeheten Lokale Groep behoort. Het Driehoekstelsel (M33) bevindt zich op een afstand van 2,9 miljoen lichtjaar in het kleine sterrenbeeld Driehoek, waaraan het zijn naam ontleent. De ultraviolet-opname toont de gebieden in de spiraalarmen van het sterrenstelsel waar de grootste stervormingsactiviteit optreedt. Sinds de lancering, op 28 april 2003, heeft GALEX meer dan een half miljoen nabije en ver verwijderde sterrenstelsels bestudeerd. Uiteindelijk doel van de missie is een beter beeld krijgen van de evolutie van sterrenstelsels.
Meer informatie:
NASA's Galaxy-Exploring Mission Celebrates Sixth Anniversary
GALEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
28 april 2009
De energierijke gammaflits die op donderdagochtend 23 april werd ontdekt door de Amerikaanse kunstmaan Swift is het verste object dat ooit is waargenomen. De gammaflits - een extreem heldere explosie van hoogenergetische gammastraling - vond plaats toen het heelal slechts zo'n 600 miljoen jaar oud was, minder dan vijf procent van de huidige leeftijd van 13,7 miljard jaar. Gedurende 13,1 miljard jaar is het licht van de explosie, met een snelheid van 300.000 kilometer per seconde, onderweg geweest naar de aarde. Pas afgelopen donderdag was die afstand overbrugd. Tijdens de reistijd van het licht is de afstand tussen de geëxplodeerde ster en de aarde enorm toegenomen als gevolg van de uitdijing van het heelal. Als gevolg daarvan zijn de lichtgolven uitgerekt, waardoor de straling met een veel langere golflengte op aarde aankwam dan waarmee zij is uitgezonden. Uit metingen aan die zogeheten roodverschuiving is de reistijd van het signaal berekend (13,1 miljard jaar); voor het gemak zeggen astronomen dan dat de explosie op 13,1 miljard lichtjaar afstand plaatsvond.
Gammaflitsen zijn de catastrofale explosies van extreem zware, snel roterende sterren, waarvan de kern ineenstort tot een zwart gat. Gedurende hooguit enkele seconden produceren ze meer energie dan de zon in tien miljard jaar. Gammaflits GRB 090423 (GRB staat voor gamma ray burst ; het getal geeft de datum aan) vond plaats in het sterrenbeeld Leeuw. Vervolgwaarnemingen met aardse telescopen brachten in korte tijd veel details van de sterexplosie aan het licht, en metingen met de Europese Very Large Telescope in Chili leidden 17 uur na de explosie tot een nauwkeurige bepaling van de roodverschuiving (8,2), die een maat is voor de tijd dat de straling zich door het uitdijende heelal heeft voortgeplant.
Het vorige roodverschuivingsrecord voor een gammaflits was 6,7; het verste sterrenstelsel waarvoor ooit de afstand is gemeten heeft een roodverschuiving van 6,96. Omdat gammaflitsen zo enorm veel energie produceren, fungeren ze als een soort 'bakens' in het verre heelal, waardoor de astronomen in staat stellen om onderzoek te doen aan de allervroegste evolutie van sterren en sterrenstelsels.
Meer informatie:
The Most Distant Object Yet Discovered in the Universe
Persbericht Science & Technology Facilities Council
Persbericht Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics
Persbericht Gemini Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
23 april 2009
De allereerste superzware zwarte gaten in het heelal zijn mogelijk ontstaan door een tot nu toe onbekend proces dat door Britse astronomen 'donkerslokken' (dark gulping) is genoemd. Onderzoek aan extreem ver verwijderde sterrenstelsels, die waargenomen worden zoals ze er kort na de oerknal uitzagen, wijst uit dat er al superzware zwarte gaten bestonden toen het heelal minder dan één miljard jaar oud was. De bekende ontstaansprocessen voor superzware zwarte gaten (de ineenstorting van een zware ster tot een zwart gat dat vervolgens veel extra materie opzuigt, of de ineenstoring van een uitgestrekte gaswolk, of de versmelting van kleinere zwarte gaten) voltrekken zich echter in een veel trager tempo. Curtis Saxon en Kinnah Wu van het University College London hebben nu modelberekeningen uitgevoerd aan de wisselwerking van gas en donkere materie in jonge clusters van sterrenstelsels. Daaruit blijkt dat er bij de verstoring van zo'n cluster door externe of interne zwaartekrachtsinvloeden in korte tijd een enorme compacte concentratie van donkere materie kan ontstaan in de clusterkern. Daarbij wordt geen enkele vorm van elektromagnetische straling uitgezonden; vandaar de benaming 'donkerslokken'. De resultaten van de modelberekeningen zijn gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Did 'dark gulping' generate black holes in early universe?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 april 2009
Sterrenkundigen hebben een verband ontdekt tussen de kracht en helderheid van zogeheten radio-jets in sterrenstelsels en de hoeveelheid energierijke gammastraling die ze produceren. In de kernen van de meeste sterrenstelsels bevinden zich superzware zwarte gaten. Wanneer die grote hoeveelheden materie opslokken, spuwen ze twee tegenovergesteld gerichte bundels ('jets') van elektrisch geladen deeltjes en energierijke straling de ruimte in. Die jets zenden ook radiostraling uit, deels doordat elektronen spiraalvormige banen beschrijven rond magnetische veldlijnen en daarbij zogeheten synchrotronstraling op radiogolflengten produceren, en deels doordat de jets uiteindelijk afgeremd worden wanneer ze in botsing komen met de ijle materie in de omringende intergalactische ruimte. Door waarnemingen van de Very Long Baseline Array (een netwerk van radiotelescopen verspreid over de Verenigde Staten) te vergelijken met metingen van de Amerikaanse Fermi Gamma-ray Space Telescope hebben radioastronomen nu ontdekt dat krachtige, heldere radio-jets ook de sterkste bronnen van energierijke gammastraling zijn. De ontdekking wordt op 1 mei gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. Overigens is het onderliggende mechanisme nog niet volledig opgehelderd. Bovendien zijn er ook sterrenstelsels die veel gammastraling procuderen en toch geen krachtige radiojets te zien geven.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 april 2009
Er klopt iets niet met de zwaartekrachtstheorie van Newton. Dat concludeert een team van astronomen onder leiding van Pavel Kroupa van de Universiteit van Bonn op basis van waarnemingen aan dwergsterrenstelsels. Van de ca. dertig dwergstelsels die zich in de omgeving van ons eigen Melkwegstelsel bevinden, zijn er elf die in min of meer hetzelfde vlak bewegen, en bovendien in dezelfde richting rond de Melkweg draaien. Dat kan eigenlijk alleen verklaard worden door aan te nemen dat het de restanten zijn van eerdere kosmische aanvaringen tussen dwergsterrenstelsels. Bij zulke botsingen verliezen de kleine stelsels echter hun donkere materie, dus de elf dwergstelsels zouden uitsluitend sterren moeten bevatten. De bewegingen van de sterren in de dwergstelsels wijst echter juist wél op de aanwezigheid van veel donkere materie. Tenzij er inderdaad iets mis is met de zwaartekrachtwetten van Newton. Door gebruik te maken van een aangepaste zwaartekrachttheorie (zoals MOND, Modified Newtonian Dynamics) slagen Kroupa en zijn collega's erin de bewegingen van de sterren in de dwergstelsels te verklaren zónder donkere materie, en kan hun positie en rotatie ten opzichte van het Melkwegstelsel beter begrepen worden.
Meer informatie:
Time for a new theory of gravitation?
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 april 2009
Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaii, is een mysterieuze gaswolk ontdekt op 12,9 miljard lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Walvis. Het object is Himiko genoemd naar een legendarische Japanse koningin. Himiko is veel groter en zwaarder dan andere gaswolken op zulke grote afstanden, waar sterrenkundigen terugkijken tot vlak na de geboorte van het heelal. De middellijn van het object bedraagt 55 duizend lichtjaar - bijna half zo groot als ons eigen Melkwegstelsel. Onduidelijk is hoe er zo vroeg in de jeugd van het heelal al zulke grote objecten kunnen zijn ontstaan. Wat Himiko precies is, is overigens niet duidelijk: een gaswolk die geïoniseerd is door de energierijke straling uit de omgeving van een superzwaar zwart gat, de voorloper van een reusachtig groot sterrenstelsel, of een gigantische wolk die gevormd is door de superwind van een actief stervormingsgebied. De ontdekking wordt beschreven in een artikel dat op 10 mei gepubliceerd wordt in The Astrophysical Journal.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
21 april 2009
Ter gelegenheid van de 19e verjaardag van de Hubble Space Telescope (de ruimtetelescoop werd op 24 april 1990 gelanceerd) heeft het Space Telescope Science Institute een spectaculaire foto vrijgegeven die begin dit jaar is gemaakt met de Wide Field and Planetary Camera 2 van Hubble. De foto toont Arp 194, een merkwaardig groepje van sterrenstelsels op 600 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Cepheus. Links in beeld is het resultaat te zien van een vrij recente botsing van twee sterrenstelsels - de twee afzonderlijke kernen kunnen nog onderscheiden worden. Door getijdenkrachten is tijdens die botsing een honderdduizend lichtjaar lange sliert van gas naar buiten geslingerd, waarin vervolgens op grote schaal nieuwe, jonge sterren zijn ontstaan. De resulterende 'supersterrenhopen' zijn zichtbaar als blauwe lichtvlekjes in de gasfontein. Het stof dat zich ook in de 'fontein' bevindt, tekent zich donker af tegen het sterrenstelsel rechts op de foto, waaruit blijkt dat dit stelsel zich op grotere afstand moet bevinden, en mogelijk niet deelneemt aan de wisselwerking. Botsingen van sterrenstelsels komen regelmatig voor in het heelal; over enkele miljarden jaren zal er een vergelijkbare botsing plaatsvinden tussen ons eigen Melkwegstelsel en onze naaste buur, het Andromedastelsel.
Meer informatie:
Hubble Celebrates Its 19th Anniversary with a "Fountain of Youth"
Hogeresolutieversie
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 april 2009
Samen met de Keck-telescoop op Hawaï en de Hubble-ruimtetelescoop heeft de röntgensatelliet Chandra een kosmische botsing van ongekende schaal in kaart gebracht. Op 5,4 miljard lichtjaar van de aarde bevindt zich een 13 miljoen lichtjaar lang lint van sterrenstelsels, gas en donkere materie, dat naar een gebied toe stroomt waar het al wemelt van de sterrenstelsels. Hierdoor vindt er in dit gebied, dat de aanduiding MACS J0717 heeft gekregen, de ene botsing na de andere plaats. Het bestaan van het kosmische filament was al langer bekend, maar tot nog toe stond niet vast dat het de oorzaak was van al die botsingen. Pas nu de ruimtelijke posities en snelheden van de afzonderlijke clusters van sterrenstelsels in MACS J0717 bekend zijn, blijkt in welke richting de boosdoener gezocht moet worden. Door de vele botsingen is de temperatuur van het gas rond de stelsels in MACS J0717 enorm opgelopen. Uiteindelijk zal deze kosmische kettingbotsing leiden tot de vorming van een grote cluster van sterrenstelsels, precies zoals die door computersimulaties worden voorspeld.
Meer informatie:
Cosmic Heavyweights In Free-For-All
Galaxy Cluster MACS J0717;
14 april 2009
De Hubble-ruimtetelescoop is zeven jaar lang getuige geweest van een 'lichtshow' in het sterrenstelsel M87. M87 is een reusachtig stelsel met een superzwaar zwart gat in zijn kern. Die kern is de bron van twee krachtige straalstromen of jetsvan heet gas, maar helemaal gelijkmatig zijn die stromen niet. Af en toe ontstaan er enorme, heldere 'klonten' in. Eén van die klonten, aangeduid als HST-1, was tijdelijk zelfs helderder dan de kern van M87 zelf. Het helderheidsgedrag van HST-1 is echter nogal onvoorspelbaar. Eerst werd de materieklont jaren achtereen helderder, toen zwakker en vervolgens weer helderder. Ondanks de vele waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop en een aantal andere instrumenten snappen sterrenkundigen nog niet precies hoe deze veranderingen in de straalstroom van M87 ontstaan. Een van de eenvoudigste verklaringen is dat de materiestroom onderweg op gaswolken stuit die door de botsing met de straalstroom tot gloeien worden gebracht. Maar het is ook denkbaar dat de heldere klonten het resultaat zijn van een soort kortsluitingen in het magnetische veld dat door de straalstroom wordt meegevoerd. In het laatste geval zou HST-1 nauw verwant zijn aan zonnevlammen (explosieve verschijnselen op de zon). De resultaten van het onderzoek van M87 zijn gepubliceerd in het aprilnummer van The Astronomical Journal.
Meer informatie:
Hubble Witnesses Spectacular Flaring In Extragalactic Jet From M87'S Black Hole
10 april 2009
Amerikaanse onderzoekers hebben bij een grootschalig onderzoek van 2400 sterrenstelsels vijftien stelsels opgespoord die net zo veel licht produceren als bijvoorbeeld ons Melkwegstelsel, maar waarschijnlijk pas (relatief) recent zijn ontstaan. Het jeugdige karakter van de stelsels blijkt onder meer uit hun chemische samenstelling: ze bevatten weinig elementen zwaarder dan helium. Dat duidt er op dat er in de stelsels nog nog niet veel generaties (zware) sterren actief zijn geweest. Geschat wordt dat de jong ogende sterrenstelsels slechts 3 à 4 miljard oud zijn en dat zou betekenen dat ze pas 9 à 10 miljard jaar na de oerknal zijn gevormd. Die conclusie laat zich maar moeilijk in overeenstemming brengen met de heersende gedachte dat de vorming van zulke omvangrijke sterrenstelsels al kort na het ontstaan van het heelal is begonnen. Maar de ontdekking heeft ook zijn positieve kanten: als de bevindingen kloppen, kan de ontwikkeling van grote sterrenstelsels ook relatief dicht bij huis worden waargenomen. Overigens zijn de eigenschappen van de bijzondere sterrenstelsels ook op een andere manier verklaarbaar: ze zouden het resultaat kunnen zijn van recente samensmeltingen van kleinere stelsels.
Meer informatie:
IU astronomer's discovery poses challenge to galaxy formation theories
8 april 2009
De helft van al het sterlicht dat ooit in het heelal is geproduceerd, is afkomstig van stervormingsgebieden in ver verwijderde sterrenstelsels. Dat is de conclusie die een Canadees/Brits/Amerikaans team van astronomen trekt uit een twee jaar durende analyse van de meetgegevens van BLAST, een uniek ballontelescoopproject. BLAST (Balloon-borne Large-Aperture Submillimeter Telescope) is een 2 meter grote telescoop aan een ballongondel die gedurende elf dagen waarnemingen van het heelal heeft verricht tijdens een vlucht boven Antarctica op 40 kilometer hoogte.
De metingen zijn gedaan op submillimeter-golflengten - een vorm van 'licht' die nauwelijks door de aardse dampkring heen dringt. Op die golflengten is de straling van pasgeboren sterren niet zichtbaar, maar wel de warmtestraling van de stofwolken waarin die jonge sterren zich bevinden. Eerder was al ontdekt dat er in het heelal sprake is van een ver-infrarode achtergrondstraling die vermoedelijk afkomstig is van warm stof. De grote gevoeligheid en de hoge beeldscherpte van de BLAST-telescoop maakten het nu mogelijk om met zekerheid vast te stellen dat het gaat om stof in ver verwijderde sterrenstelsels, die waargenomen worden zoals ze er tijdens de jeugd van het heelal uitzagen. Het blijkt dat een groot deel van alle stervormingsactiviteit in de geschiedenis van het heelal zich in deze stoffige omgevingen heeft afgespeeld.
Een eerdere vlucht van BLAST, vanaf een ballon-lanceerbasis in Noord-Zweden, mislukte door een onbekend technisch probleem. De tweede vlucht, boven Antarctica, was wel succesvol, maar bij de landing ging de twee ton zware telescoop vrijwel volledig verloren. Pas na een lange zoekactie kon het drukvat met de meetgegevens worden geborgen. De voorlopige resultaten van de BLAST-missie worden deze week gepubliceerd in Nature. BLAST wordt wel beschouwd als een voorloper van het Britse SPIRE-instrument aan boord van de Europese infraroodkunstmaan Herschel, die begin mei gelanceerd wordt.
Meer informatie:
UBC, U of T team helps solve mystery of starlight's origins
BLAST
Website van de documentaire die over het BLAST-project is gemaakt.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 april 2009
Met de Advanced Camera for Surveys van de Hubble Space Telescope is een indrukwekkende foto gemaakt van het sterrenstelsel NGC 7049 in het zuidelijke sterrenbeeld Indus (de Indiaan). NGC 7049 is het helderste stelsel in een cluster. Zulke brightest cluster galaxies zijn vaak elliptische reuzenstelsels, die vermoedelijk zijn ontstaan door de botsing en versmelting van andere sterrenstelsels. Ze worden in veel gevallen omringd door talloze bolvormige sterrenhopen. Om redenen die nog niet geheel duidelijk zijn, is het aantal bolhopen in NGC 7049 kleiner dan in veel andere brightest cluster galaxies. Behalve de bolvormige sterrenhopen (op de foto zichtbaar als sterren) toont de Hubble-opname ook opvallende stofwolken die zich donker aftekenen tegen de gloed van de talloze sterren in de buitendelen van het stelsel. Onderzoek aan stelsels zoals NGC 7049 en aan de bolvormige sterrenhopen in zulke stelsels kan meer informatie opleveren over de manier waarop grote sterrenstelsels ontstaan uit de versmelting van kleinere exemplaren, en hoe dat proces beinvloed wordt door omgevingsfactoren.
Meer informatie:
Dramatically backlit dust in giant galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 april 2009
Ter gelegenheid van de wereldwijde manifestatie '100 uur sterrenkunde' (onderdeel van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde) heeft de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) twee nieuwe foto's van sterrenstelsels in de Sculptorgroep vrijgegeven. De afgebeelde opname toont het onregelmatige sterrenstelsel NGC 55, op een afstand van ca. 7,5 miljoen lichtjaar. Met een middellijn van 70.000 lichtjaar is het stelsel wat kleiner dan ons eigen Melkwegstelsel. De afstand kon bepaald worden door metingen te verrichten aan planetaire nevels in het stelsel - uitdijende schillen van gas die de ruimte in worden geblazen door zonachtige sterren aan het eind van hun leven. de nieuwe afstandsbepaling doet vermoeden dat NGC 55 en het naburige stelsel NGC 300 een wijde baan om elkaar heen beschrijven. De opname is gemaakt met de Wide Field Imager op de 2,2-meter ESO-telescoop op La Silla. De tweede vrijgegeven foto (hier niet afgebeeld) toont de chaotische spiraalarmen in het stelsel NGC 7793, dat zich op ca. 12,5 miljoen lichtjaar afstand bevindt.
Meer informatie:
Two Galaxies for a Unique Event
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 april 2009
Het nabijgelegen spiraalvormige sterrenstelsel M33 (het Driehoekstelsel, genoemd naar het kleine sterrenbeeld waarin het zich bevindt) is in detail waargenomen met NASA's Spitzer Space Telescope, die infraroodstraling uit het heelal waarneemt. Op de infraroodopname zijn afzonderlijke sterren te zien (waaronder voorgrondsterren in ons eigen Melkwegstelsel) en veel actieve stervormingsgebieden in de spiraalarmen van het stelsel. Op infrarode golflengten is koeler materiaal waarneembaar dan in zichtbaar licht; het stelsel strekt zich op de infraroodfoto dan ook verder uit dan op 'gewone' foto's. M33 staat op een afstand van 2,9 miljoen lichtjaar en is na het Andromedastelsel het dichtstbijzijnde grote sterrenstelsel in het heelal. De foto is vrijgegeven in het kader van de wereldwijde publieksmanifestatie '100 uur van de sterrenkunde'. NASA presenteert tegelijkertijd ook nieuwe opnamen van de Galaxy Evolutin Explorer (een ultravioletopname van de planetaire nevel NGC 3242) en een Hubble-foto van de botsende sterrenstelsels Arp 274.
Meer informatie:
http://www.eso.org/gallery/d/86812-4/phot-14a-09-fullres.jpg
Galex-foto van de planetaire nevel NGC 3242
Hubble-foto van de botsende sterrenstelsels Arp 274.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 april 2009
De Hubble-ruimtetelescoop heeft het groepje botsende sterrenstelsels gefotografeerd dat onlangs door bezoekers van de Hubble-website als doelwit werd gekozen. Het groepje, dat bekendstaat als Arp 274 (of NGC 5679), bestaat uit drie sterrenstelsels op een afstand van 400 miljoen lichtjaar. De foto is 'heet van de naald': hij is op 1 en 2 april gemaakt met de Wide Field Planetary Camera 2 van de ruimtetelescoop. Aanleiding was het evenement '100 uur sterrenkunde, dat dit weekend plaatsvindt. In het kader hiervan zijn ook met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer en telescopen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili enkele bijzondere opnamen van sterrenstelsels gemaakt.
Meer informatie:
Hubble Celebrates the International Year of Astronomy with the Galaxy Triplet Arp 274
Two Galaxies for a Unique Event
M33 - A Close Neighbor Reveals its True Size and Splendor
3 april 2009
Sterrenkundigen uit Australië, Groot-Brittannië en de VS hebben een groot aantal 'nabije' sterrenstelsels aan de zuidelijke hemel in kaart gebracht. De noodzakelijke metingen voor deze zogeheten 6dFGS-survey zijn verricht met de 1,2-meter UK Schmidt Telescope in het oosten van Australië. De telescoop heeft in bijna tien jaar meer dan 110.000 sterrenstelsels 'gespot', op afstanden tot ongeveer 2 miljard lichtjaar van de aarde. De ruimtelijke kaart die daaruit is voortgekomen, bevestigt het beeld van eerdere hemelsurveys: de sterrenstelsels vormen lange linten en groepen met grote lege ruimten daartussen. Bij de survey is niet alleen de positie van elk stelsel gemeten, maar ook de bewegingssnelheid en -richting. De bewegingen van de stelsels verraden hoe groot hun onderlinge aantrekkingskrachten zijn, en daaruit kan de ruimtelijke verdeling van de materie - zowel zichtbare als onzichtbare - worden afgeleid.
Meer informatie:
Most Detailed Map Of Nearby Universe Completed
3 april 2009
De Europese satelliet Integral heeft eind 2004 een van de helderste gammaflitsen gedetecteerd die ooit zijn waargenomen. Gammaflitsen ontstaan als een zware ster aan het eind van zijn bestaan tot ontploffing komt. Zulke explosies worden vrijwel dagelijks waargenomen, veelal in sterrenstelsels op afstanden van miljarden lichtjaren. De gammaflits van 19 december 2004 speelde zich echter af op de relatief kleine afstand van ongeveer 70 miljoen lichtjaar. Mede daardoor bereikte de ontvangen straling van de meer dan acht minuten durende gammaflits een grote intensiteit. En dat maakte het mogelijk om polarisatiemetingen te doen - iets wat bij de meeste gammaflitsen niet lukt. Uit analyse van deze metingen blijkt dat de bij de explosie vrijkomende gammastraling een steeds grotere polarisatiegraad bereikte. Voor het ontstaan van deze straling bestaan verschillende modellen, maar de meeste schrijven de gammastraling toe aan elektronen die met bijna de lichtsnelheid binnen een sterk magnetisch veld bewegen. De bron van dat magnetische veld wordt gezocht in het hart van de ontploffing, waar de kern van de voormalige ster ineenstort tot een zwart gat.
Meer informatie:
Dissecting a stellar explosion
1 april 2009
Sterrenkundigen van John Moores University in Liverpool hebben grote sterrenstelsels ontdekt die al bestonden toen het heelal nog maar een derde van zijn huidige leeftijd had (Nature, 2 april). Dat roept twijfels op over de theorieën die het ontstaan van deze stelsels trachten te verklaren. Tot nog toe gingen de meeste sterrenkundigen er van uit dat sterrenstelsels klein en licht begonnen zijn en door samensmeltingen met soortgenoten in omvang zijn toegenomen. Maar nu lijkt het er op dat er in het verre verleden al sterrenstelsels bestonden die zo groot waren als de reuzen van nu. De vraag is nu hoe stelsels al tijdens de eerste paar miljard jaar na het ontstaan van het heelal zo veel materie hebben kunnen verzamelen. Een mogelijke verklaring is dat er kort na de oerknal al enorme gaswolken bestonden waaruit in één ruk grote verzamelingen van sterren zijn ontstaan.
Meer informatie:
Heavyweight galaxies puzzle astronomers;
25 maart 2009
Het zwarte gat in de microquasar GRS1915+105 reguleert zijn eigen gewichtstoename. Dat blijkt uit waarnemingen van het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory. GRS1915+105 is een dubbelster op 40.000 lichtjaar afstand van de aarde. Een van de componenten van de dubbelster is een zwart gat dat 14 keer zo zwaar is als de zon. Het zwarte gat zuigt materie weg van de begeleider. Dat gas hoopt zich op in een rondwervelende accretieschijf. Wanneer het in het zwarte gat verdwijnt, worden twee energierijke bundels van straling en deeltjes de ruimte in geblazen. GRS1915+105 is daardoor een van de helderste röntgenbronnen in het Melkwegstelsel. De röntgensatelliet Chandra heeft de microquasar elf keer waargenomen sinds de lancering in 1999. Het blijkt dat de stralingsbundels ( jets ) tijdelijk 'afgeknepen' kunnen worden door een hete wind van de accretieschijf. Dat doet vermoeden dat het zwarte gat zijn eigen groei reguleert. Zoiets was al eerder waargenomen in grote quasars (superzware zwarte gaten in de kernen van verre sterrenstelsels), maar het is voor het eerst dat het mechanisme ook is gezien in een stellair zwart gat.
Meer informatie:
Erratic black hole regulates itself
Chandra X-ray Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 maart 2009
Een extreem zware en zeer lichtsterke ster is onverwacht vroeg in zijn leven geëxplodeerd als supernova. Dat melden astronomen vandaag in een online-publicatie van het tijdschrift Nature. De supernova-explosie (SN 2005gl) werd op 5 oktober 2005 waargenomen in het sterrenstelsel NGC 266, op 215 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Vissen. Op oude foto's van het stelsel, in 1997 gemaakt met de Hubble Space Telescope, werd de voorloper van de supernova gevonden: een ster die naar schatting honderd keer zo zwaar is als de zon, en maar liefst één miljoen keer zo lichtsterk. Het gaat zo goed als zeker om een zogeheten luminous blue variable, vergelijkbaar met de ster Eta Carinae in ons eigen Melkwegstelsel. Algemeen wordt aangenomen dat er in zulke sterren pas een kern van ijzeratomen ontstaat nadat het grootste deel van de waterstofrijke buitenmantel de ruimte in is geblazen. Pas nadat er in de sterkern ijzeratomen zijn gevormd, komen de spontane kernfusiereacties tot stilstand, en explodeert de ster catastrofaal. Gezien de grote helderheid van de voorloper van SN 2005gl moet echter aangenomen worden dat de ster nog te jong was om zijn waterstofmantel al weggeblazen te hebben. Het feit dat er toch een supernova-explosie optrad, doet vermoeden dat er iets mis is met de theorieën over de evolutie van luminous blue variables, of dat er mogelijk andere manieren zijn om een ster te laten exploderen. Een van de voorgestelde scenario's is dat de ster oorspronkelijk een dubbelster was, die is versmolten tot één reuzenster. Momenteel is nog onduidelijk wat de ontdekking betekent voor de nabije toekomst van de ster Eta Carinae. Sterrenkundigen denken dat ook die ster 'elk moment' kan afgaan als supernova.
Meer informatie:
Hubble Uncovers an Unusual Stellar Progenitor to a Supernova
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 maart 2009
Supernovae zijn ontploffende sterren. Maar om welk type sterren gaat het precies? Sterrenkundigen van de universiteit van Kopenhagen en Queens University in Belfast hebben aangetoond dat het zeker in twee gevallen een rode superreus betrof (Science, 20 maart). Rode superreuzen zijn zware sterren die tegen het einde van hun bestaan, als de voorraad brandstof in hun kern opraakt, enorm opzwellen. Daarbij wordt de ster, die minstens acht zonsmassa's zwaar is, 1500 keer zo groot als onze zon. Dat zo'n ster uiteindelijk inderdaad als supernova kan ontploffen, stond tot nog toe niet vast. Maar daar is nu verandering in gekomen. Uit vergelijking van opnamen die vóór en ná twee supernova-explosies zijn gemaakt (SN1993J en SN 2003gd) blijkt dat de voorloper in beide gevallen een rode superreus was.
Meer informatie:
The origin of supernovae confirmed
The origin of supernovae confirmed
18 maart 2009
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft verrassende veranderingen waargenomen in de straling die afkomstig is van een actief sterrenstelsel. Bij de waarnemingen is voor het eerst gelijktijdig gebruik gemaakt van zowel optische, röntgen- als gammatelescopen. Het onderzochte stelsel, dat PKS 2155-304 'heet', is een zogeheten blazar op anderhalf miljard lichtjaar van de aarde. Net als zovele andere actieve sterrenstelsels zendt een blazar twee tegengesteld gerichte bundels van energierijke deeltjes en straling uit. Hoe deze stralingsbundels of 'jets' ontstaan, is nog niet helemaal duidelijk, maar de energiebron is waarschijnlijk het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel, dat bezig is materie op te slokken. Bij een blazar kijken we vanaf de aarde gezien recht in de jet - in de loop van het geweer als het ware. PKS 2155-304 is normaal gesproken een vrij zwakke bron van gammastraling. Maar soms treedt er een forse uitbarsting op, zoals in 2006, toen het stelsel eventjes de helderste gammabron aan de hemel was. Tussen 25 augustus en 6 september 2008 hebben verscheidene satellieten en telescopen, waaronder de gammasatelliet Fermi en de gammatelescoop HESS, twaalf dagen lang naar PKS 2155-304 gekeken. Daarbij is gebleken dat de blazar op de energierijke gammagolflengten en in zichtbaar licht dezelfde helderheidsfluctuaties vertoont. Maar in het tussenliggende röntgengebied lopen de variaties om onduidelijke redenen uit de pas. Een goede verklaring voor dit resultaat, dat in The Astrophysical Journal wordt gepubliceerd, ontbreekt vooralsnog.
Meer informatie:
NASA's Fermi Mission, Namibia's Hess Telescopes Explore A Blazar
16 maart 2009
Een nieuwe opname van de Amerikaanse ruimtetelescopen Spitzer en Hubble toont het bijzondere object NGC 6240. Het betreft twee botsende sterrenstelsels op een afstand van 400 miljoen lichtjaar. De botsing verkeert in een later stadium dan die van het duo Arp 261, dat onlangs met de Very Large Telescope is gefotografeerd. De beide stelsels van NGC 6240 vormen al één merkwaardig gevormd geheel. De belangrijkste aanwijzing dat om twee botsende stelsels gaat, is de aanwezigheid van twee kernen. Binnen enkele miljoenen jaren zullen deze beide kernen met enorme snelheid op elkaar botsen en samensmelten. Naar sterrenkundige maatstaven is dat al heel binnenkort - het is dan ook vrij bijzonder dat twee botsende stelsels in dit stadium worden waargenomen.
Meer informatie:
Hearts Of Galaxies Close In For Cosmic Train Wreck
16 maart 2009
Met de Europese Very Large Telescope is een opname gemaakt van het merkwaardige object Arp 261. Het betreft een tweetal kleine sterrenstelsels op een afstand van 70 miljoen lichtjaar, in de richting van het sterrenbeeld Lier. De twee zijn elkaar zo dicht genaderd, dat ze geheel vervormd zijn door hun onderlinge zwaartekrachtswerking. Door de grote onderlinge afstanden binnen de stelsels komt het bij zo'n ontmoeting niet tot botsingen tussen sterren. Wel botsen de aanwezige grote wolken van gas en stof met elkaar. En dat laatste leidt tot de vorming van nieuwe groepen van sterren. Op de foto zijn behalve de twee relatief nabije stelsels ook een tweetal planetoïden, een voorgrondster en een cluster van veel verder weg gelegen sterrenstelsels te zien.
Meer informatie:
A Curious Pair of Galaxies
12 maart 2009
Kleine dwergsterrenstelsels bevatten verhoudingsgewijs misschien wel meer donkere materie dan grote spiraalstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel. Dat blijkt uit een analyse van foto's van de Perseuscluster, gemaakt door de Advanced Camera for Surveys van de Hubble Space Telescope. De Perseuscluster bevindt zich op 250 miljoen lichtjaar afstand. In de cluster komen veel spiraalstelsels voor, die ingrijpend misvormd of zelfs uiteengerukt zijn door de getijdenwerking van andere stelsels in de cluster. Op de Hubble-foto's zijn echter 29 kleine elliptische dwergsterrenstelsels te zien (17 ervan waren nog niet eerder bekend) die er opmerkelijk symmetrisch en 'ongestoord' uitzien. Dat doet vermoeden dat ze gehuld zijn in grote, zware halo's van donkere materie, waardoor ze minder gevoelig zijn voor de verstorende effecten van naburige stelsels. Donkere materie is een mysterieuze materievorm die wel zwaartekracht uitoefent, maar op geen enkele wijze elektromagnetische straling produceert. De nieuwe Hubble-resultaten zijn gepubliceerd in Montly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Hubble Provides New Evidence for Dark Matter Around Small Galaxies
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 maart 2009
Door waarnemingen te combineren van de Hubble Space Telescope (in een baan om de aarde) en van de Europese Very Large Telescope (in Noord-Chili) zijn sterrenkundigen erin geslaagd om ruimtelijke bewegingen van gaswolken en sterren in kaart te brengen in sterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand van de aarde. De Hubble-telescoop bracht de verre stelsels gedetailleerd in beeld; met de FLAMES/GIRAFFE-spectrograaf van de Very Large Telescope werden vervolgens op verschillende plaatsen in de stelsels beweginssnelheden gemeten. Nooit eerder zijn dit soort metingen uitgevoerd voor sterrenstelsels op zo'n grote afstand: ca. 6 miljard lichtjaar. De stelsels worden waargenomen zoals ze eruit zagen toen het heelal ongeveer half zo oud was als nu; de waarnemingen bieden dus een blik in de ontstaansgeschiedenis van sterrenstelsels. In totaal zijn ongeveer honderd stelsels op deze manier bestudeerd; een gedetailleerde analyse van drie van de onderzochte stelsels heeft inmiddels al uitgewezen dat er in de meeste gevallen sprake is geweest van een botsing van twee kleinere stelsels. Die ontstaansgeschiedenis kan in principe worden afgeleid uit de waargenomen gasbewegingen.
Meer informatie:
Hubble and ESO's VLT provide unique 3D views of remote galaxies
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
4 maart 2009
Amerikaanse sterrenkundigen hebben in het centrum van een ver sterrenstelsel twee superzware zwarte gaten ontdekt die om elkaar heen draaien (Nature). De twee zware jongens zijn slechts een derde lichtjaar van elkaar verwijderd - ter vergelijking: de afstand tussen de zon en de dichtstbijzijnde ster is niet veel meer dan tien keer zo groot. De afgelopen decennia is vastgesteld dat veel, zo niet alle, sterrenstelsels van enige afmetingen een extreem zwaar zwart gat in hun kern hebben. Ook is gebleken dat er met name vroeg in de geschiedenis van het heelal veel botsingen tussen sterrenstelsels hebben plaatsgevonden. Dat er ook sterrenstelsels met twee zwarte gaten in hun centrum bestaan, komt dus niet echt als een verrassing. Uit berekeningen blijkt dat zulke zwarte gaten in de loop van de miljoenen jaren steeds dichter naar elkaar toe bewegen en uiteindelijk tot één zwart gat samensmelten. De beide zwarte gaten die nu ontdekt zijn, zijn uiteraard niet rechtstreeks waargenomen: hun bestaan wordt verraden door de hete materie die naar hen toe stroomt. Uit de snelheid waarmee ze om elkaar heen draaien, blijkt dat het ene zwarte gat 20 miljoen keer zo zwaar is als onze zon, het andere zelfs nog eens vijftig keer zo zwaar.
Meer informatie:
Elusive Binary Black Hole System Identified
3 maart 2009
Op een nieuwe Hubble-opname zijn drie sterrenstelsels te zien die zo dicht bij elkaar staan, dat één ervan aan de onderlinge zwaartekrachtsinteracties ten onder lijkt te gaan. Het drietal bevindt zich op een afstand van 100 miljoen lichtjaar en maakt deel uit van de Hickson Compact Group 90, een kleine cluster van sterrenstelsels in het sterrenbeeld Zuidervis. Twee van de stelsels, NGC 7173 en NGC 7176, zien er uit als normale elliptische sterrenstelsels. Maar het derde, NGC 7174, is een spiraalstelsel dat door zijn grote buren aan flarden wordt getrokken. Bij al dat getouwtrek raken alle drie de stelsels sterren kwijt, die zich nu over de ruimte rondom de cluster hebben verspreid. Naar verwachting zullen de sterren van NGC 7174 uiteindelijk opgaan in een reusachtig sterrenstelsel dat tientallen of honderden keren zo zwaar is als ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Stars forced to relocate near the Southern Fish
2 maart 2009
Het Space Telescope Science Institute heeft de winnaar bekend gemaakt van de verkiezing van een nieuw waarnemingsobject voor de Hubble-ruimtetelescoop. Bezoekers van een speciale website konden tot 1 maart kiezen uit tien waarnemingsobjecten die nooit eerder door de ruimtetelescoop zijn bekeken. En die keuze is met ruime meerderheid gevallen op het object Arp 274, twee sterrenstelsels die met elkaar in botsing zijn. Tussen 2 en 5 april, tijdens de '100 uur van de sterrenkunde', zal de ruimtetelescoop het fotogenieke tweetal onder de loep nemen.
Meer informatie:
Hubble Has A Winner!
2 maart 2009
Britse sterrenkundigen hebben met behulp van een telescoop aan boord van de Amerikaanse Swift-satelliet informatie verzameld over het beginstadium van een gammaflits. Swift kan deze enorme explosies in het verre heelal veel sneller opsporen dan andere instrumenten. Dit maakte het mogelijk om slechts 251 seconden na het begin van de 'flits' het ultravioletspectrum ervan op te nemen. Hierdoor kan al binnen enkele minuten na de ontdekking van een gammaflits worden vastgesteld op welke afstand deze zich afspeelt (in dit geval in een sterrenstelsel op 8 miljard lichtjaar van de aarde) en hoeveel energie daarbij vrijkomt. Vermoed wordt dat gammaflitsen ontstaan bij het instorten van de kern van een snel roterende, zware ster tot een zwart gat.
Meer informatie:
Swift Satellite Records Early Phase Of Gamma-Ray Burst
26 februari 2009
Het licht van quasars - de heldere kernen van extreem ver verwijderde sterrenstelsels - wordt een heel klein beetje beïnvloed door microscopisch kleine stofdeeltjes in de 'lege' ruimte tussen de sterrenstelsels. Dat blijkt uit een statistische analyse van honderdduizend quasars die zijn waargenomen in het kader van de Sloan Digital Sky Survey. Wanneer een quasar zich (gezien vanaf de aarde) achter een dichterbij gelegen sterrenstelsel bevindt, reist het quasarlicht door dat stelsel heen, en treedt er op bepaalde golflengten een karakteristieke absorptie plaats. Maar uit de Sloan-gegevens blijkt dat quasarlicht ook een héél klein beetje roodkleurt wanneer het andere sterrenstelsels passeert op honderdduizenden lichtjaren afstand. Die verkleuring (vergelijkbaar met de roodverkleuring van de ondergaande zon, maar dan veel subtieler) wordt vermoedelijk veroorzaakt doordat zich in de intergalactische ruimte kleine stofdeeltjes bevinden. Die zouden bij supernova-explosies, of door de stralingsdruk van sterlicht, uit een sterrenstelsel geblazen kunnen worden. De resultaten, die binnenkort gepubliceerd worden in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society , zijn mogelijk van invloed op toekomstige waarnemingen van verre supernova's, op basis waarvan sterrenkundigen de uitdijingsgeschiedenis van het heelal proberen te achterhalen.
Meer informatie:
Colors of Quasars Reveal a Dusty Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 februari 2009
Een internationaal team van astronomen onder leiding van David Buote van de Universiteit van Californië in Irvine beweert nieuwe aanwijzingen gevonden te hebben voor de aanwezigheid van grote hoeveelheden extreem ijl, heet gas in de intergalactische ruimte. Het gaat hierbij niet om de mysterieuze donkere materie waarvan niemand de ware aard kent, maar om 'gewone' atomen. Het bestaan van dit Warm-Hot Intergalactic Medium (WHIM) wordt voorspeld door theorieën over de vorming van de groteschaalstructuur van het heelal: tussen afzonderlijke clusters van sterrenstelsels zouden zich enorme hoeveelheden ijl gas moeten bevinden. Ultravioletwaarnemingen hebben eerder al aanwijzingen opgeleverd voor een relatief koele WHIM-component. Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra en het Europese observatorium XMM-Newton hebben Buote en zijn collega's nu ook aanwijzingen gevonden voor heter WHIM-gas. Zesmaal geïoniseerde zuurstofatomen in het intergalactische medium absorberen op heel specifieke golflengten een deel van de röntgenstraling van verre achtergrondobjecten. Die absorptie is waargenomen in het röntgenlicht van de blazar H2356-309, en wordt veroorzaakt door heet WHIM-gas in de zogeheten Sculptor-muur - een uitgestrekte supercluster op ongeveer 400 miljoen lichtjaar afstand. De waarnemingen worden op 20 april gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Vakpublicatie over de ontdekking
Nieuwsbericht op sciencenow,org
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
19 februari 2009
De Amerikaanse gammasatelliet Fermi heeft een recordexplosie in het heelal waargenomen (Science Express, 19 februari). Het gaat om een zogeheten gammaflits, die zich aandiende op 16 september 2008. Over het ontstaan van deze reusachtige explosies, die vrijwel dagelijks worden waargenomen, bestaat nog de nodige onduidelijkheid. Vermoed wordt dat ze verwant zijn aan supernova-explosies: het ontploffen van zware sterren die al hun brandstof hebben verbruikt. Daardoor stort de kern van de ster ineen tot een zwart gat, en tegelijkertijd ontstaan er op de een of andere manier twee smalle bundels van materie die zich door de buitenlagen van de ster een weg naar buiten 'boren'. Het is deze bundeling die een gammaflits zijn extreme helderheid geeft - mits een van de bundels in de richting van de aarde wijst uiteraard. Uit nader onderzoek blijkt dat de gammaflits van 15 september 2008 plaatsvond in een sterrenstelsel op een afstand van ruim 12 miljard lichtjaar. Daaruit volgt dat de explosie enorm krachtig moet zijn geweest: er kwam bijna 9000 keer zo veel energie bij vrij als bij een 'gewone' supernova-explosie en vier keer zo veel als bij de vorige 'recordflits'. Het verschijnsel duurde bovendien bijzonder lang: 23 minuten - bijna 700 keer zo lang als de gemiddelde gammaflits van deze energie. Weliswaar is de duur van de flits opgerekt doordat de straling erg lang onderweg is geweest naar de aarde, en het heelal ondertussen veel groter is geworden. Maar zelfs als dat in rekening wordt gebracht, moet de gammaflits een minutenlang hebben geduurd. Een andere vreemde eigenschap is dat de gammaflits begon met relatief laagenergetische gammastraling en dat de hoogenergetische gammastraling pas vijf seconden later kwam. Na ruim drie minuten was opmerkelijk genoeg alleen deze laatste component over. Andere gammaflitsen beginnen juist hoogenergetisch en koelen dan langzaam af naar minder energierijk vormen van straling. Hoe een en ander in de bestaande theorieën over het ontstaan van gammaflitsen moet worden ingepast, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Most extreme gamma-ray blast ever, seen by Fermi gamma-ray space telescope
Most powerful cosmic explosion brightens student's 1st day on job
NASA's Fermi Telescope Sees Most Extreme Gamma-ray Blast Yet
18 februari 2009
Het ontstaan van sterrenstelsels wordt doorgaans in verband gebracht met concentraties van mysterieuze donkere materie. Maar uit onderzoek met de Amerikaanse Galex-satelliet blijkt dat dit geen wet van Meden en Perzen is. Ook in een omgeving waar geen donkere materie te vinden is, blijken sterrenstelsels te kunnen ontstaan - dwergstelsels dan (Nature, 19 februari). Dat blijkt uit waarnemingen van de zogeheten Leo-ring, een enorme wolk van waterstof en helium in de omgeving van twee grote sterrenstelsels in het sterrenbeeld Leeuw. Uit het gebrek aan 'metalen' (elementen zwaarder dan helium) in de wolk kan worden afgeleid dat het aanwezige gas sinds de oerknal niet of nauwelijks van samenstelling is veranderd. Het is waarschijnlijk een overblijfsel uit de oertijd van het heelal. In zichtbaar licht is in de Leo-ring geen ster te bekennen, maar op ultraviolette golflengten, waar Galex gevoelig voor is, blijkt dat hier grote groepen sterren bezig zijn te ontstaan. Volgens de onderzoekers heeft het er alle schijn van dat het dwergstelsels-in-wording betreft.
Meer informatie:
New Recipe For Dwarf Galaxies: Start With Leftover Gas;
17 februari 2009
Vandaag is het startschot gegeven voor 'Galaxy Zoo 2'. Dat is de opvolger van een succesvol sterrenkundig onderzoeksprogramma waar iedereen aan kan meedoen. Het doel is het zo volledig mogelijk in kaart brengen van de verschillende soorten sterrenstelsels in het heelal. Aan het eerste deel van deze 'intergalactische speurtocht' hebben 150.000 vrijwilligers meegedaan. Tezamen hebben zij in anderhalf jaar tijd 80 miljoen classificaties gedaan. Dat wil zeggen: foto's van sterrenstelsels bekeken en deze in een aantal categorieën ingedeeld. Maar dat gebeurde nogal grof. Gekeken werd slechts of een stelsel elliptisch of spiraalvormig was en of de eventuele spiraalarmen met de klok mee of tegen de klok in draaiden. Ook werden botsingen tussen sterrenstelsels gesignaleerd, wat in een catalogus van 3000 gevallen heeft geresulteerd. Bij Galaxy Zoo 2 worden 250.000 van de helderste stelsels uit het omvangrijke gegevensbestand van de Sloan Digital Sky Survey nader bekeken. Dat monnikenwerk kan nog steeds het beste door mensen worden gedaan, omdat computers niet zo goed zijn in dit soort patroonherkenning.
Meer informatie:
Galaxy Zoo 2
12 februari 2009
Sterren in de omgeving van de zon staan op onderlinge afstanden van enkele lichtjaren - tientallen biljoenen kilometers. Maar in kleine, compacte sterrenstelsels in de jeugd van het heelal waren ze misschien veel sterker samengepakt. Volgens een internationale groep astronomen onder leiding van Pavel Kroupa van de Universiteit van Bonn bevatten die ultracompacte dwergstelsels (UCD's)ongeveer één miljoen sterren per kubieke lichtjaar. Zou je op een planeet bij een van die sterren wonen, dan was het 's nachts even licht als overdag. UCD's werden in 1999 ontdekt. Ze hebben afmetingen van hooguit honderd lichtjaar, waarmee ze minstens duizend keer zo klein zijn als ons eigen Melkwegstelsels. Vermoedelijk gaat het om kleine verzamelingen van sterren die ontstaan zijn als 'brokstukken' van de botsingen van grotere sterrenstelsels. Uit metingen aan de rotatiesnelheid van die mini-stelseltjes blijkt dat ze veel zwaarder zijn dan je zou verwachten op basis van het aantal waarneembare sterren. Dat zou kunnen betekenen dat de UCD's veel donkere materie bevatten, maar daarvoor zijn ze volgens de wetenschappers te klein. In plaats daarvan denken Kroupa en zijn collega's dat de UCD's aanvankelijk extreem veel gewone sterren bevatten - ongeveer één miljoen per kubieke lichtjaar. Door die grote sterdichtheid zouden er veel botsingen en versmeltingen van sterren plaatsgevonden hebben, waarbij zware reuzensterren ontstonden die na korte tijd als supernova's explodeerden. Bij die sterexplosies blijven onzichtbare objecten achter zoals neutronensterren en zwarte gaten. Mogelijk nemen die het grootste deel van de massa van een ultracompact dwergstelsel voor hun rekening. Kroupa en zijn collega's publiceren hun theorie in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Stars cheek by jowl in the early Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 februari 2009
Astronomen van Durham University in Groot-Brittannië hebben met behulp van krachtige supercomputers de vorming van de allereerste sterrenstelsels in het heelal gesimuleerd. De resultaten worden gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. De sterrenkundigen onderzochten hoe donkere materie kort na de oerknal onder zijn eigen gewicht samenklonterde. Uit de simulaties blijkt dat er eerst een generatie extreem zware sterren ontstond, die al na korte tijd explodeerde. Vervolgens klonterde de materie samen tot de eerste grote sterrenstelsels. Uit de simulaties blijkt ook wanneer sterrenstelsels van verschillende afmetingen de grootste stervormingsactiviteit vertoonden. De resultaten van de berekeningen kunnen nu vergeleken worden met waarnemingen van het jonge heelal. Op die manier hopen de onderzoekers meer te weten te komen over de ware aard van donkere materie.
Meer informatie:
Cosmologists "see" the Cosmic Dawn
Institute for Computational Cosmology
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
10 februari 2009
Ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde en van de geboortedag van Galileo Galilei (15 februari) presenteert de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA een nieuwe opname van het sterrenstelsel M101, dat vanwege zijn opvallende spiraalvorm ook wel het 'Windmolenstelsel' wordt genoemd. M101 staat op 22 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Grote Beer. Het sterrenstelsel is in detail gefotografeerd door de drie 'Great Observatories' van NASA: de Hubble Space Telescope (zichtbaar licht), de Spitzer Space Telescope (infrarode straling) en het Chandra X-ray Observatory (röntgenstraling). In de nieuwe opname zijn de verschillende beelden gecombineerd, zodat niet alleen de heldere spiraalarmen te zien zijn, maar ook de warmtestraling van stofwolken in het stelsel en de energierijke straling van onder andere supernovaresten en röntgendubbelsterren. Afdrukken van de foto op een formaat van een vierkante meter worden de komende maanden tentoongesteld in tientallen planetaria, musea en scholen in de Verenigde Staten.
Meer informatie:
NASA's Great Observatories Celebrate the International Year of Astronomy with a National Unveiling of Spectacular Images
Hogeresolutieversie van de foto (jpeg, 7200x7200, 36 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 februari 2009
Met de Advanced Camera for Surveys is een spectaculaire foto gemaakt van een spiraalstelsel dat deel uitmaakt van de zogeheten Coma-cluster. Behalve het sterrenstelsel, NGC 4921 geheten, is op de foto ook een groot aantal verre achtergrondstelsels te zien. De Coma-cluster is een verzameling van meer dan duizend sterrenstelsels op een afstand van 'slechts' 320 miljoen lichtjaar. Binnen de cluster hebben in de loop van de miljoenen jaren tal van botsingen tussen stelsels plaatsgevonden. Omdat botsende spiraalstelsels - platte sterrenstelsels zoals ons Melkwegstelsel - in elliptische ('ronde') stelsels veranderen, is het resterende aantal spiraalstelsels in de Coma-cluster relatief gering. NGC 4921 onderscheidt zich van andere spiraalstelsels, doordat hij weinig stervormingsgebieden vertoont. Hierdoor is zijn spiraalstructuur nogal bleekjes. De foto, die uit vijftig afzonderlijke opnamen is opgebouwd, is overigens maar een 'troostprijs'. Oorspronkelijk zouden de onderzoekers een bepaald type veranderlijke sterren (cepheïden) in NGC 4921 opsporen, om de afstand tot de Coma-cluster nauwkeurig te kunnen meten. Maar door het uitvallen van de Advanced Camera for Surveys, begin 2007, moest dat onderzoek voortijdig worden afgebroken. Mogelijk zal het na de komende reparatie van de ruimtetelescoop hervat kunnen worden.
Meer informatie:
Exceptionally deep view of strange galaxy
4 februari 2009
Wetenschappers van het Max-Planck-Institut für Astronomie hebben een zeer actief stervormingsgebied in het centrum van een jong, ver sterrenstelsel waargenomen. Per jaar blijkt daar het equivalent van duizend zonsmassa's aan nieuwe sterren te ontstaan (Nature, 5 februari). Het onderzochte stelsel is een zogeheten quasar, op een afstand van 12,8 miljard lichtjaar. We zien het stelsel dus zoals het 12,8 miljard jaar geleden was, oftewel minder dan een miljard jaar na de oerknal. Het stervormingsgebied in het stelsel was al langer bekend, maar is nu gedetailleerd (voor zover mogelijk) waargenomen met de IRAM-interferometer, een Duits/Frans/Spaanse radiotelescoop. Met dat instrument kon voor het eerst de grootte van het gebied worden gemeten: die bedraagt slechts ongeveer 5000 lichtjaar. En dat betrekkelijk kleine gebied produceert duizend keer zoveel nieuwe sterren als ons hele Melkwegstelsel bij elkaar. De waargenomen stervormingsactiviteit grenst aan wat nog fysisch mogelijk is. De intense straling die de vele nieuwe sterren produceren, drijft de gas- en stofwolken waaruit nieuwe sterren moeten ontstaan juist uiteen. Nog méér sterren laten zich binnen de beschikbare ruimte dus niet produceren. Volgens de onderzoekers zien we hier het beginstadium van de centrale bulge ('buil'), zoals volgroeide sterrenstelsels die vertonen.
Meer informatie:
Die Keimzelle einer Galaxie
2 februari 2009
Sterrenkundigen uit Texas en Duitsland hebben nieuwe aanwijzingen gevonden dat de grootste en zwaarste sterrenstelsels in het heelal en de superzware zwarte gaten in hun kern samen groot zijn geworden. Sterrenstelsels, verzamelingen van miljoenen tot miljarden sterren, hebben hun uiteindelijke omvang bereikt door met soortgenoten te fuseren. Sommige van de allergrootste stelsels, de elliptische reuzenstelsels, hebben op die manier wel een biljoen sterren weten te verzamelen. Volgens de huidige inzichten zouden bij de samensmelting van twee stelsels hun beider zwarte gaten in de kern van het fusiestelsel om elkaar heen gaan draaien. En daarbij zouden ze als een reusachtig soort eierklutser de materie in hun omgeving zodanig in beroering brengen, dat de sterren bijna letterlijk in het rond vliegen. Dat zou dan moeten betekenen dat grote sterrenstelsels relatief weinig sterren in hun kern hebben. En dat is precies wat de sterrenkundigen nu onderzocht hebben. Ze hebben heel nauwkeurig gekeken naar de kernen van enkele tientallen elliptische stelsels in de betrekkelijk nabije Virgo-cluster, en dan met name naar de aantallen sterren op verschillende afstanden van het centrum. Daarbij bleek niet alleen dat de kernen van de grootste stelsels inderdaad minder sterren bevatten dan je op grond van hun omvang zou verwachten. Ook bleek het aantal 'ontbrekende' sterren groter te zijn naarmate het centrale zwarte gat zwaarder is. Deze ontdekking vormt een belangrijke aanwijzing dat de 'eierklutstheorie' juist is en dat sterrenstelsels en hun centrale gaten samen in omvang toenemen.
Meer informatie:
Astronomers Discover Link Between Supermassive Black Holes And Galaxy Formation;
28 januari 2009
Met de APEX-telescoop in Chili is voor het eerst de submillimeterstraling van het actieve sterrenstelsel Centaurus A in beeld gebracht. APEX (Atacama Pathfinder EXperiment) is een 12 meter grote schotelantenne voor het waarnemen van kosmische submillimeterstraling. Hij bevindt zich op het 5000 meter hoge Chajnantor-plateau in Noord-Chili, waar ook de Atacama Large Millimeter Array (ALMA) wordt gebouwd. De opname van Centaurus A (een groot, actief sterrenstelsel op 13 miljoen lichtjaar afstand met een superzwaar zwart gat in het centrum) toont de submillimeterstraling van de centrale stofschijf rond het zwarte gat, maar ook van de binnendelen van de twee straalstromen ('jets') die door de actieve kern van het stelsel de ruimte in worden geblazen. Die straling wordt geproduceerd door elektronen die spiraalvormige banen beschrijven in een magnetisch veld. Uit de meting van deze zogeheten synchrotronstraling kan afgeleid worden dat de materie in de jets met ongeveer de halve lichtsnelheid (dus ca. 150.000 kilometer per seconde) naar buiten beweegt. Op de foto is de submillimeterstraling van Centaurus A die door APEX is waargenomen met oranje tinten weergegeven. De APEX-opname is gecombineerd met een foto die gemaakt is in zichtbaar licht, en met een röntgenopname van het sterrenstelsel (in blauw).
Meer informatie:
Black hole outflows from Centaurus A detected with APEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 januari 2009
Onderzoekers van drie Amerikaanse universiteiten hebben ontdekt dat de stervorming in sterrenstelsels stilvalt vóórdat het superzware zwarte gat in het centrum van het stelsel zijn grootste activiteit vertoont. Dat betekent dat die zwarte gaten niet verantwoordelijk zijn voor het einde van de hevige stervorming die in jonge sterrenstelsels optreedt. Tot voor kort dachten sterrenkundigen dat actieve galactische kernen - de kernen van jonge sterrenstelsels waarin zich een superzwaar zwart gat bevindt - zó veel energie in hun omgeving pompten, dat het samentrekken van gaswolken tot sterren tot in de wijde omgeving onmogelijk werd gemaakt. Maar uit onderzoek van 177 sterrenstelsels blijkt dat dit niet het geval is: in alle stelsels met een actieve kern is de hevigste stervorming al honderden miljoenen jaren geleden gestopt.
Meer informatie:
Verdict: Supermassive Black Holes Not Guilty of Shutting Down Star Formation
21 januari 2009
Lange draden van donkere materie hebben gas diep de harten van de eerste sterrenstelsels in geleid. Dat blijkt uit computersimulaties, uitgevoerd door onderzoekers van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem (Nature, 22 januari). Het gevonden resultaat kan verklaren waarom sommige verre, zware sterrenstelsels enorme aantallen sterren vormen, terwijl daar geen botsing met een soortgenoot aan vooraf is gegaan. Tot voor enkele jaren gingen sterrenkundigen ervan uit dat zulke kosmische botsingen de belangrijkste factor waren bij de hevige stervorming die in verre sterrenstelsels werd waargenomen. Alle verre 'starburst'-stelsels vertoonden duidelijke sporen van zo'n botsing. Maar toen werden er ook sterrenstelsels gevonden die wél complete sterfabrieken waren, maar er verder onverstoord uit zagen. Stelsels als ons eigen Melkwegstelsel, maar dan met een vijftig keer zo grote sterproductie. Het Israëlische onderzoek laat zien dat de draderige structuur van de donkere materie die het jonge heelal vulde de oorzaak kan zijn. De filamenten zouden ervoor hebben gezorgd dat er toch gas de stelsels in kon stromen, terwijl het daar reeds aanwezige hete gas die aanvoer eigenlijk zou moeten belemmeren.
Meer informatie:
Dark matter filaments stoked star birth in early galaxies
19 januari 2009
Spaanse sterrenkundigen hebben, met behulp van de Very Large Telescope, 37 nieuwe, jonge, stofrijke stervormingsgebieden ontdekt in het nabije sterrenstelsel NGC 253. De 'sterfabrieken' zitten samengepakt in een gebied dat slechts één procent van de totale afmetingen van NGC 253 beslaat. Aanvullende waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop en de VLA-radiotelescoop wijzen erop dat er in elk van de stervormingsgebieden vele tienduizenden zware sterren zijn ontstaan. Daarmee doet NGC 253 zijn naam als 'starburst'-stelsel eer aan. Ook is vastgesteld dat zich in het centrum van dit stelsel een superzwaar zwart gat bevindt, dat ongeveer net zo zwaar is als het centrale zwarte gat van ons eigen Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Frantic activity revealed in dusty stellar factories
15 januari 2009
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer is stof ontdekt rond een oude ster in het relatief nabije Sculptor-dwergstelsel (Science, 16 januari). Het bijzondere van deze ontdekking is dat het sterrenstelsel in kwestie veel minder elementen zwaarder dan helium bevat dan ons eigen Melkwegstelsel. Daarmee is het enigszins vergelijkbaar met de sterrenstelsels die vroeg in de geschiedenis van het heelal zijn ontstaan. Mogelijk kan deze ontdekking helpen verklaren waar al het stof in het heelal vandaan komt - een vraagstuk dat sterrenkundigen al geruime tijd bezighoudt. Tot nog toe werden vooral supernova-explosies als belangrijke vroege stofproducenten gezien, maar het lijkt er op dat dit beeld moet worden bijgesteld
Meer informatie:
Cornell-led team detects dust around a primitive star
7 januari 2009
Onderzoek met het balloninstrument ARCADE ('Absolute Radiometer for Cosmology, Astrophysics, and Diffuse Emission') heeft een verrassende ontdekking opgeleverd. Het instrument had de taak om straling van de eerste generatie sterren in het heelal te detecteren. In plaats daarvan ontdekte het een kosmische achtergrondruis van onduidelijke oorsprong. Dat het in het heelal een kakofonie van radiostraling is, weten we al sinds 1931, toen de Amerikaanse natuurkundige Karl Jansky de radioruis van ons eigen Melkwegstelsel ontdekte. Ook andere sterrenstelsels produceren zo'n radioruis, maar de hoeveelheid radiostraling die ARCADE nu heeft gedetecteerd is zes maal groter dan je op grond van het waargenomen aantal stelsels zou verwachten. Hoe het ook zij: het gezochte signaal van de eerste generatie sterren komt niet boven die onbekende radioruis uit. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: mogelijk kan de hinderlijke radiostraling ons uiteindelijk meer vertellen over ontwikkeling van de sterrenstelsels die deze straling op de een of andere manier produceren.
Meer informatie:
NASA Balloon Mission Tunes In To A Cosmic Radio Mystery
7 januari 2009
Sterrenkundigen worstelen al geruime tijd met de vraag wat er eerder was: de sterrenstelsels of de superzware zwarte gaten in hun centrum. Het begint er steeds sterker op te lijken dat de zwarte gaten er het eerst waren. Een internationaal team van sterrenkundigen heeft onderzocht wat zich tijdens de eerste miljard jaar van kosmische geschiedenis heeft afgespeeld. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat er bij sterrenstelsels in onze omgeving een direct verband bestaat tussen de massa van het centrale zwarte gat en de hoeveelheid materie in het binnenste gedeelte van een sterrenstelsel. De massaverhouding is ongeveer één op duizend. Door met radiotelescopen in Frankrijk en de VS dieper het heelal in (oftewel: verder terug in de tijd) te 'kijken', is nu vastgesteld dat die verhouding niet altijd zo is geweest. In de eerste miljarden jaren na de oerknal waren de zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels relatief veel zwaarder dan nu. En dat wijst er op dat deze zwarte gaten eerder 'gegroeid' zijn dan de hun omringende sterrenstelsel.
Meer informatie:
Black holes lead galaxy growth, new research shows
6 januari 2009
De heldere nagloed van een krachtige gammaflits heeft sterrenkundigen in staat gesteld om het stervormingsproces in een ver (en dus jong) sterrenstelsel te bestuderen. Daarbij is het voor het eerst gelukt om moleculair gas (koolmonoxide en waterstof) in het moederstelsel van een gammaflits waar te nemen. Sterren ontstaan uit reusachtige wolken van moleculair gas en stof, en sterrenkundigen verwachtten dan ook dat zij in een stelsel waar een gammaflits - in feite superkrachtige supernova-explosie - plaatsvond aanwijzingen voor zulk gas zouden vinden. Maar tot nog toe was dat niet gelukt. De nieuwe waarnemingen wijzen er op dat de omstandigheden waaronder sterren ontstaan in het verre sterrenstelsel vergelijkbaar zijn met die in ons eigen Melkwegstelsel. Maar helemaal begrijpelijk zijn de meetresultaten nog niet: de onderzoekers herkennen bijna de helft van de absorptielijnen die in het spectrum van de gammaflits te zien zijn niet. Ook is er meer waterstof in het spectrum te zien dan je in een normaal sterrenstelsel zou verwachten. Dat kan er op wijzen dat het stelsel een rijke geboortegrond voor nieuwe sterren is.
Meer informatie:
Astronomers use gamma-ray burst to probe star formation in the early universe
Gamma-Ray Burst Offers First Peek At A Young Galaxy's Star Factory
6 januari 2009
Uit een röntgensurvey die momenteel door de NASA-satelliet Swift wordt ondernomen, blijkt dat er duidelijke verschillen bestaan tussen relatief nabije actieve sterrenstelsels en soortgelijke stelsels die zich op afstanden van miljarden lichtjaren bevinden. Net als 'gewone' sterrenstelsels hebben actieve stelsels een superzwaar zwart gat in hun kern. Maar anders dan bij gewone stelsels is die kern een bron van intense straling. Vermoed wordt dat de benodigde energie wordt ontleend aan de grote hoeveelheden materie die dat zwarte gat aan het verorberen is. Bij een survey die bijna tien jaar geleden werd verricht, bleek dat de meeste actieve sterrenstelsels op een afstand van ongeveer 7 miljard lichtjaar veelal vrij rood van kleur zijn. Dat wijst er op dat in deze stelsels weinig stervorming plaatsvindt. Stelsels waarin dat wél het geval is, zijn juist blauw van kleur. De actieve stelsels die bij de Swift-survey zijn geïnventariseerd zitten ergens tussen blauw en rood in. De meeste zijn spiraalstelsels en onregelmatige stelsels van normale massa.
Meer informatie:
NASA's Swift Shows Active Galaxies Are Different Near And Far
6 januari 2009
Op 21 februari 2006 nam de Hubble-ruimtetelescoop een heldere lichtflits ergens uit het heelal waar. Het mysterieuze lichtschijnsel nam honderd dagen in helderheid toe en was nog eens honderd dagen later weer verdwenen. Zo'n gedrag is nooit eerder waargenomen. Supernova-explosies bereiken hun grootste helderheid al na 70 dagen en gravitatielensverschijnselen duren veel korter. Ook het onderzoek van het spectrum van de merkwaardige lichtflits heeft nog niet veel opgeleverd: de lijnen die daarin te zien zijn, kunnen niet met zekerheid aan bekende chemische elementen worden gekoppeld. Het zouden sterk roodverschoven lijnen van moleculaire koolstof kunnen zijn, wat zou betekenen dat het om een stellair object op een afstand van ongeveer een miljard lichtjaar zou gaan. Maar in die richting is geen sterrenstelsel te zien. Voor het verschijnsel zijn allerlei verklaringen bedacht, van het exploderen van een koolstofrijke ster tot de botsing van een witte dwerg met een zwart gat. Geen van deze suggesties lijkt echter goed bij de waargenomen lichtflits te passen.
Meer informatie:
Star Light, Star Bright, Its Explanation is Out of Sight
17 december 2008
In de quasar MG J0414+0534, op ruim elf miljard lichtjaar afstand van de aarde, is de karakteristieke radiostraling van watermoleculen gevonden. Nooit eerder is op zo'n grote afstand in het heelal water ontdekt; tot nu toe stond het record op een kleine zeven miljard lichtjaar. Met de 100-meter radiotelescoop van Effelsberg in Duitsland werd de zogeheten maser-straling ontdekt (maser is de microgolf-variant van laser, waarbij straling op een heel specifieke golflengte enorm versterkt wordt). Detailwaarnemingen met de Amerikaanse Very Large Array in New Mexico toonden vervolgens aan dat de maserstraling inderdaad afkomstig is uit de verre quasar (een sterrenstelsel met een heldere, actieve kern, waarschijnlijk als gevolg van de aanwezigheid van een superzwaar zwart gat). De detectie zou overigens nooit mogelijk zijn geweest als er niet ook sprake was van een zwaartekrachtlens: de straling van de verre quasar wordt versterkt door de zwaartekracht van een ander sterrenstelsel dat zich op een kleinere afstand (ca. acht miljard lichtjaar) precies op de gezichtslijn bevindt.
Meer informatie:
Astronomers Find Most Distant Water in the Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 december 2008
Europese en Amerikaanse sterrenkundigen hebben het binnenste gedeelte van een 10 miljard lichtjaar verre quasar weten te bestuderen. Daarbij werden zij geholpen door zowel de Very Large Telescope als de natuurlijke lenswerking van een sterrenstelsel. Het waargenomen object is een bekende kosmische luchtspiegeling: het zogeheten Einsteinkruis. Dit 'kruis' bestaat uit een viertal afbeeldingen van één en dezelfde verre quasar - de heldere kern van een ver sterrenstelsel, waarin een superzwaar zwart gat huist. De meervoudige afbeelding van die quasar is het gevolg van de gravitatielenswerking van een sterrenstelsel dat vanaf de aarde gezien vrijwel precies vóór de quasar staat. De zwaartekracht van dat stelsel, dat tien keer zo 'dichtbij' staat als de quasar, zorgt er voor dat het licht van de quasar ons langs verschillende omwegen kan bereiken. Daarbij wordt het licht van de quasar bovendien versterkt. Dat is echter niet het enige lenseffect dat optreedt: ook de afzonderlijke sterren in het voorgrondstelsel werken als gravitatielenzen. En omdat deze sterren voortdurend in beweging zijn, resulteert dit in kleine extra fluctuaties in de verschillende quasarbeelden. Jarenlange waarnemingen van deze kleine helderheidsfluctuaties zijn nu gebruikt om de helderheidsverdeling van de quasar in kaart te brengen. Daarbij is gebleken dat de meest energierijke straling van de quasar afkomstig is uit de directe omgeving van het zwarte gat. Bovendien is gebleken dat de energie op grotere afstand van het zwarte gat precies volgens de theoretische verwachtingen afneemt.
Meer informatie:
Astronomers Dissect a Supermassive Black Hole with Natural Magnifying Glasses
9 december 2008
Onderzoek met de Amerikaanse gammasatelliet Fermi heeft aangetoond dat de meest energierijke straling die vrijkomt bij een zogeheten gammaflits later arriveert dan de minder energierijke gammastraling. Dit verschil in aankomsttijd, dat kan oplopen tot meer dan 16 seconden, is nu pas ontdekt, omdat de recent gelanceerde Fermi-satelliet de eerste is die met een detector voor de meest energierijke gammastraling is uitgerust. Aangenomen wordt dat gammaflitsen ontstaan bij het instorten van een zware ster tot een zwart gat of bij de botsing tussen twee neutronensterren. Bij de enorme explosie die daardoor ontstaat, worden deeltjes tot relativistische snelheden versneld. En daar zou ook wel eens de oorzaak van de vertraagde energierijke gammastraling kunnen liggen. De gammastraling komt vrij bij botsingen tussen snel bewegende deeltjes, en (lichte) elektronen laten zich gemakkelijker versnellen dan (zware) protonen. Het is dus denkbaar dat elektronen de bron zijn van de minder energierijke gammastraling, die eerder arriveert, en protonen voor de energierijkere gammastraling. Maar (een deel van) de vertraging kan ook op andere, exotischere wijze worden verklaard. Volgens bepaalde kwantumtheorieën is de ruimtetijd op de allerkleinste schaal niet continu, maar gedraagt zij zich als een soort schuim. Dit kwantumschuim zou ertoe leiden dat niet alle fotonen dezelfde snelheid hebben: die met de hoogste energieën zouden iets langzamer door de ruimte bewegen dan die met lagere energieën. Het verschil zou uiterst klein zijn, maar kan bij het overbruggen van miljarden lichtjaren tot seconden oplopen.
Meer informatie:
New Window On The High-Energy Universe
25 november 2008
Een merkwaardige groene vlek, die eerder dit jaar werd ontdekt door de Heerlense lerares Hanny van Arkel op foto's van de Sloan Digital Sky Survey die ze bestudeerde in het kader van het Galaxy Zoo-project, blijkt een enorme gaswolk te zijn die verhit wordt door de energierijke straling uit de directe omgeving van een superzwaar zwart gat. Dat concluderen radiosterrenkundigen van de Stichting ASTRON op basis van waarnemingen die verricht zijn met de Westerbork Synthese Radio Telescoop. 'Hanny's Voorwerp', zoals de mysterieuze vlek is genoemd, bestaat uit waterstofgas met een temperatuur van meer dan 15000 graden, maar bevat geen sterren. De wolk bevindt zich op ca. 60.000 lichtjaar afstand van het sterrenstelsel IC2497. Uit de radiowaarnemingen (deels verricht in samenwerking met andere radiotelescopen) blijkt dat er veel meer (koel) waterstofgas in het gebied aanwezig is; in totaal gaat het om een massa van ongeveer vijf miljard zonsmassa's. Vermoedelijk bevindt zich in de kern van IC2497 een superzwaar zwart gat, dat krachtige jets (stralen) van energierijke deeltjes en straling de ruimte in blaast. Die hebben een soort tunnel geboord in het gas dat zich op kleinere afstand rond het sterrenstelsel bevindt. Energierijke optische en ultraviolette straling uit de directe omgeving van het zwarte gat kan door die 'tunnel' naar buiten schijnen, waarbij een deel van de grote zware gaswolk op grotere afstand verhit en geïoniseerd wordt. Vermoed wordt dat IC2497 enkele honderden miljoenen jaren geleden in botsing is gekomen met een ander sterrenstelsel. Daarbij zijn grote hoeveelheden gas naar buiten getrokken door wederzijdse getijkrachten. Ook het superzware zwarte gat in de kern van het sterrenstelsel kan op die manier zijn ontstaan.
Meer informatie:
Westerbork Radio Telescope reveals the nature of Hanny's Voorwerp
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
25 november 2008
De ontdekking van spiraalstelsels met een opvallend rode kleur vormt een belangrijke ontbrekende schakel in de evolutie van sterrenstelsels. In spiraalstelsels komt normaalgesproken veel stervorming voor, waardoor ze overwegend blauw van kleur zijn. Dit in tegenstelling tot lensvormig en elliptische stelsels, die vrijwel uitsluitend oude, rode sterren bevatten. In de buitengebieden van clusters van sterrenstelsels zijn nu 'rode spiralen' ontdekt, die vermoedelijk een tussenvorm vertegenwoordigen waarin de stervormingsactiviteit geleidelijk aan tot stilstand komt, terwijl de stelsels zelf steeds stoffiger worden. De snelheid waarmee die overgang zich afspeelt wordt bepaald door de massa van het stelsel: bij zware spiraalstelsels voltrekt de verandering zich langzamer. De rode spiralen zijn ontdekt in de Galaxy Zoo Survey en de STAGES-survey - twee onderzoeksprojecten waarin grote aantallen sterrenstelsels nauwkeurig geklassificeerd zijn op vorm, kleur, grootte enzovoort. De resultaten worden binnenkort gepubliceerd in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
The strangulation of spiral galaxies
Vakpublicatie over de ontdekking
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
20 november 2008
Het nabije sterrenstelsel NGC 1569 zorgde lange tijd voor de nodige hoofdbrekens. Het vertoont grote stervormingsactiviteit ('starbursts'), wat erop duidt dat het gas in het stelsel verstoord is geraakt door een ontmoeting met een soortgenoot. Maar er leek in geen velden of wegen een ander sterrenstelsel te bekennen. Nieuw onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop, door onder anderen de Nederlandse astronoom Roeland van de Marel, biedt uitkomst. De afstand van NGC 1569 is anderhalf keer groter dan tot nog toe werd aangenomen: 11 miljoen lichtjaar in plaats van 7 miljoen. En dat plaats het stelsel midden in een groepje van een tiental andere sterrenstelsels. Het lijkt waarschijnlijk dat de interacties met deze stelsels verantwoordelijk zijn voor de starburst-activiteit van NGC 1569. Overigens betekent de grotere afstand ook dat het stelsel nóg sneller sterren produceert dan tot nog toe werd aangenomen.
Meer informatie:
Hubble Resolves Puzzle About Loner Starburst Galaxy
18 november 2008
Het superzware zwarte gat in de kern van een groot sterrenstelsel fungeert als een reusachtig kloppend hart. Het pompt met grote regelmaat energie zijn omgeving in, waarmee het niet alleen zijn eigen groei maar ook de stervorming in het stelsel reguleert. Dat blijkt uit waarnemingen van het elliptische sterrenstelsel M84 met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra. Het zwarte gat in de kern van een sterrenstelsel slokt materie uit zijn omgeving op, wat op gezette tijden tot forse uitbarstingen van energie leidt. Uit de waarnemingen van M84 blijkt echter dat er daarnaast ook sprake is van een veel rustiger proces, waarbij het zwarte gat met grote regelmaat bellen van heet plasma zijn omgeving in blaast. De bellen ontstaan op de plaatsen waar de beide jets of straalstromen van energie die zo'n zwart gat produceert op materie in de omgeving stuiten. De hitte die daarbij vrijkomt remt de vorming van nieuwe sterren en houdt het stelsel stabiel. De ontdekking verklaart ook de aanwezigheid van grote hoeveelheden heet gas rond bepaalde sterrenstelsels, waar sterrenkundigen zich al enkele tientallen jaren over verwonderden.
Meer informatie:
Black Holes Are The Rhythm At The Heart Of Galaxies
7 november 2008
Met de Very Large Telescope van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili is een bijzondere UV-foto van een stukje sterrenhemel gemaakt. Nog nooit eerder werden met een telescoop op aarde zulke verre sterrenstelsels in het (nabij-)ultraviolet vastgelegd. De meer dan 27 miljoen pixels tellende foto is feitelijk een mozaïek van een aantal afzonderlijke opnamen, die verspreid over 55 uur zijn gemaakt. De verste van de afgebeelde sterrenstelsels zijn meer dan 11 miljard lichtjaar van ons verwijderd. Ze staan in een gebiedje aan de hemel dat bekendstaat als het 'Chandra Deep Field South' - een van de meest onderzochte stukjes hemel. Door met zo veel mogelijk verschillende instrumenten naar geselecteerde hemelgebiedjes als deze te kijken, hopen sterrenkundigen meer te weten te komen over het ontstaan en de ontwikkeling van sterrenstelsels. Op 'diepe' opnamen zoals deze wemelt het van de sterrenstelsels op uiteenlopende afstanden.
Meer informatie:
A Pool of Distant Galaxies – the deepest ultraviolet image of the Universe yet
31 oktober 2008
Met NASA's Galaxy Evolution Explorer (GALEX) is ontdekt dat er in het sterrenstelsel NGC 404 onverwacht veel stervormingsactiviteit voorkomt, geconcentreerd in een ring op grote afstand buiten de kern van het stelsel. NGC 404, in 1784 ontdekt door William Herschel, wordt ook wel het 'spook van Mirach' genoemd, omdat de zwakke gloed van het verre stelsel vrijwel 'verdrinkt' in het licht van de voorgrondster Mirach (Bèta Andromedae). Het is een zogeheten lensstelsel, met een schijf van sterren zonder opvallende spiraalarmen. Van lensstelsels wordt algemeen aangenomen dat ze vrijwel geen stervormingsactiviteit meer vertonen. Op de GALEX-foto's, die op ultraviolette golflengten zijn gemaakt, is Mirach vrijwel niet zichtbaar. Wel is er rond de kern van NGC 404 een heldere ring te zien. Kennelijk is er in die ring sprake van een hoge stervormingsactiviteit; jonge, hete sterren produceren veel energierijke ultraviolette straling. Eerder was de ring overigens ook al waargenomen op radiogolflengten, met behulp van de Amerikaanse Very Large Array in New Mexico. De ring van stervormingsactiviteit is mogelijk het gevolg van de botsing van NGC 404 met een ander, naburig sterrenstelsel, een kleine één miljard jaar geleden. Geïnspireerd door het Amerikaanse Halloween-griezelfeest dat vandaag gevierd wordt, meldt GALEX-onderzoeker David Thilker van de Johns Hopkins University in Baltimore dat 'het 'spook van Mirach' een soort kosmische variant is op de 'levende doden'.
Meer informatie:
'Ghost of Mirach' Materializes in Space Telescope Image
GALEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 oktober 2008
Nederlandse, Britse en Duitse astronomen hebben met behulp van de James Clerk Maxwell Telescope (JCMT) op Mauna Kea, Hawaï, ontdekt dat er in de kernen van ver verwijderde, energierijke sterrenstelsels blauwzuurgas voorkomt. Het giftige gas (met de chemische formule HCN) bevindt zich vooral in de allerdichtste delen van de interstellaire materie, waar de stervormingsactiviteit het heftigst is. Met de JCMT is (onder andere door Paul van der Werf van de Leidse Sterrewacht) gedetailleerd spectroscopisch onderzoek verricht aan zogeheten ULIRG's (Ultra-Luminous InfraRed Galaxies) - sterrenstelsels die zeer veel infrarode straling uitzenden, doordat de energie van geboortegolven van nieuwe sterren wordt omgezet in infraroodstraling dankzij absorptie van interstellair stof. Uit de spectroscopische metingen, verricht met de nieuwe, gevoelige HARP-spectrograaf, blijkt ook de aanwezigheid van grote hoeveelheden koolomonoxide en geïoniseerd HCO. Veel moleculen laten een spectroscopische vingerafdruk achter in het submillimeterdeel van het elektromagnetisch spectrum, waar de JCMT waarnemingen verricht.
Meer informatie:
James Clerk Maxwell Telescope Searches the Dark Hearts of Bright Galaxies
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 oktober 2008
Sterrenkundigen van de universiteiten van Cardiff (GB) en Washington Seattle (VS) hebben ontdekt dat sterrenstelsels veel eenvoudiger in elkaar zitten dan gedacht (Nature, 23 oktober). Sterrenstelsels zijn enorme maalstromen van sterren. Ze moeten ouder zijn dan de sterren die ze bevatten en omdat sommige van die sterren minstens negentig procent van de leeftijd van het heelal hebben, moeten sterrenstelsels al kort na de oerknal zijn ontstaan. Het probleem met dat idee is dat de oerknal heet en chaotisch was, wat bepaald niet bevorderlijk was voor de vorming van 'babystelsels'. Vandaar dat sterrenkundigen op het idee van de 'koude donkere materie' kwamen: een mysterieuze substantie die wel aantrekkingskracht uitoefent, maar geen hinder ondervond van de hitte van de oerknal. Dat zou betekenen dat de sterrenstelsels die we nu waarnemen een mengsel zijn van normale materie en een tienmaal zo grote hoeveelheid donkere materie. Volgens de Britse en Amerikaanse onderzoekers is dat gedoe echter allemaal niet nodig. Zij hebben met behulp de Australische Parkes-radiotelescoop en de optische Sloan-telescoop in New Mexico gegevens verzameld van honderden sterrenstelsels van de meest uiteenlopende soorten, maten en helderheden. Van al die stelsels hebben ze heel nauwkeurig een tiental eigenschappen gemeten, die aanwijzingen moeten opleveren over de manier waarop zij zijn ontstaan. De wiskundige analyse van de overeenkomsten en verschillen tussen de stelsels leverde een verbluffend resultaat op. Waar gedacht werd dat het zeer uiteenlopende uiterlijk van sterrenstelsels wordt bepaald door een combinatie van verschillende factoren - stervormingsgeschiedenis, samensmeltingen met andere stelsels, massa, draaiing, grootte en de aard van de omgeving - blijkt slechts één van die factoren cruciaal te zijn: de massa. Volgens de onderzoekers is dat in strijd met de complexiteit van het model van de koude donkere materie. Anders gezegd: het meest gebruikte model voor het ontstaan van sterrenstelsels kan deze klaarblijkelijk eenvoud niet verklaren. Hoe er in dat hete en uitdijende jonge heelal dan toch sterrenstelsels konden ontstaan, zou daarmee opnieuw een raadsel zijn.
Meer informatie:
Astronomers discover galaxies are much simpler than thought
22 oktober 2008
Gammaflitsen zijn de helderste en krachtigste explosies in het heelal. Eén gammaflits kan (gedurende korte tijd) meer straling produceren dan een compleet stelsel van honderden miljarden sterren bij elkaar. Die kun je niet over het hoofd zien, zou je zeggen. Toch zijn er gammaflitsen zoek: namelijk die uit de begintijd van het heelal. Deze zouden ondanks hun enorme afstanden waarneembaar moeten zijn, maar dat zijn ze niet. Deze ontbrekende gammaflitsen vormen één van de hoofdthema's op de agenda van een bijeenkomst van gammaflitsdeskundigen, die deze week in Huntsville, Alabama (VS) wordt gehouden. Volgens de huidige inzichten ontstaat een ('normale') gammaflits als de kern van een superzware ster instort tot een zwart gat. De explosieve energie die daarbij vrijkomt wordt door de rotatie van de ster tot twee zogeheten 'jets' gebundeld die in het verlengde van de rotatieas liggen. We krijgen de flits daardoor alleen te zien als één van die bundels toevallig in de richting van de aarde wijst. Omdat het vroeg in het heelal moet hebben gewemeld van de superzware sterren, zouden we ook gammaflitsen op extreem grote afstanden moeten zien. De verklaring voor hun ontbreken wordt vooralsnog gezocht bij de uitdijing van het heelal. Door deze uitdijing neemt de golflengte van straling die lang naar de aarde onderweg is toe (roodverschuiving). Dat betekent dat de gammaflits zelf moeilijker als zodanig te herkennen is, omdat hij op een heel andere golflengte piekt. De straling van het nagloeiende restant van de ontplofte ster zou zelfs helemaal naar in infrarood verschoven zijn. Vandaar dat er nu ook pogingen worden ondernomen om met infraroodtelescopen naar gammaflitsen uit te kijken. Of dat iets oplevert, zullen we moeten afwachten.
Meer informatie:
The Case of the Missing Gamma-ray Bursts
21 oktober 2008
Amerikaanse sterrenkundigen zijn er bij toeval getuige van geweest hoe een quasar - de superheldere kern van een ver, jong sterrenstelsel - enorme hoeveelheden gas begon uit te stoten (Letters of the Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, 7 oktober). Quasaractiviteit wordt alleen waargenomen in verre sterrenstelsels, waarvan het licht er miljarden jaren over heeft gedaan om de aarde te bereiken. Quasars ontlenen hun enorme energie aan een vele miljoenen zonsmassa's zwaar zwart gat, dat zelf niet waarneembaar is, maar wel materie uit zijn omgeving opslokt. Deze materie hoopt zich in eerste instantie op in een hete schijf rond het zwarte gat. Maar niet alles verdwijnt uiteindelijk in het zwarte gat: een deel van het gas wordt met enorme snelheden weer de ruimte in geblazen - in dit geval met bijna 100 miljoen kilometer per uur. Bij verscheidene quasars zijn zulke uitstromen van gas waargenomen, maar nog nooit was het begin van de uitstoot gezien. En ook nu was het verschijnsel bijna aan ieders aandacht ontsnapt. Het is dat een student van de Universiteit van California te Santa Cruz wat eigenaardigheden ontdekte in een quasarsprectrum uit 2006, dat voor geheel andere onderzoeksdoeleinden was vastgelegd. Uit archiefonderzoek bleek dat dezelfde quasar in 2002 nog heel normaal was: de gasstroom moet dus tussen 2002 en 2006 op gang zijn gekomen. Waarnemingen die dit jaar zijn gedaan duiden erop dat de uitstroom inmiddels wat is afgenomen.
Meer informatie:
Serendipitous observations reveal rare event in life of distant quasar;
20 oktober 2008
Dankzij een natuurlijke kosmische lens hebben sterrenkundigen een glimp op kunnen vangen van een sterrenstelsel in het vroege heelal. Een beeldreconstructie, gebaseerd op gegevens die met de VLA-radiotelescoop zijn verzameld, laat zien dat het 12 miljard lichtjaar verre stelsel in botsing is met een soortgenoot en bezig is om grote aantallen nieuwe sterren te produceren. Dat er überhaupt iets te zien is van het sterrenstelsel is te danken aan het feit dat precies tussen dat stelsel en de aarde een ander sterrenstelsel staat, dat door de werking van zijn zwaartekracht als 'loep' fungeert. Door dit zogeheten gravitatielenseffect wordt het verre sterrenstelsel afgebeeld als een ring. Deze ringvorm werd al in 2003 ontdekt, maar nu is met behulp van een model van het tussenliggende 'lensstelsel' herleid wat de werkelijke vorm van het verre stelsel is. Daaruit blijk dat het object een asymmetrische vorm heeft en ongeveer 700 nieuwe sterren per jaar produceert: duidelijke aanwijzingen dat het bij een botsing betrokken is geweest. Verwonderlijk is dat niet, want we zien een gebeurtenis die zich 12 miljard jaar in het verleden heeft afgespeeld. In dit tijd was het heelal veel kleiner dan nu en waren zulke kosmische botsingen schering en inslag.
Meer informatie:
Cosmic Lens Reveals Distant Galactic Violence
16 oktober 2008
Nieuwe waarnemingen met de Submillimeter Array op Hawaï wijzen erop dat superzware zwarte gaten, waarvan wordt aangenomen dat ze in de kernen van (vrijwel) alle sterrenstelsels aanwezig zijn, al vroeg in de geschiedenis van het heelal bestonden. Er zijn namelijk twee zeer verschillende sterrenstelsels op de reusachtige afstand van 12 miljard lichtjaar ontdekt, die elk al een kolossaal zwart gat in hun centrum hebben. Door de eindige snelheid van het licht zien we de beide stelsels op het moment dat het heelal nog geen twee miljard jaar oud was. Het ene stelsel, 4C60.07, gedraagt zich als een quasar, wat wil zeggen dat in zijn kern een zwart gat zit dat bezig is grote hoeveelheden materie op te slokken. In eerste instantie dachten sterrenkundigen dat in het gas rond het zwarte gat in hoog tempo nieuwe sterren werden geboren. Maar uit dit nieuwe onderzoek blijkt dat 4C60.07 helemaal geen nieuwe sterren produceert: de stervorming vindt plaats in een naburig stelsel dat eerst niet was opgevallen. Dit tweede sterrenstelsel is rijk aan gas en stof en blijkt ook een superzwaar zwart gat in zijn kern te hebben; de beide stelsels zijn in botsing met elkaar. De toevallige ontdekking is een duidelijk aanwijzing dat het jonge heelal al wemelde van de superzware zwarte gaten.
Meer informatie:
Colliding galaxies reveal colossal black holes were common in early Universe;
15 oktober 2008
Amerikaanse onderzoekers hebben langgolvige radiostraling opgevangen van de botsende cluster van sterrenstelsels Abell 521 die, verrassend genoeg, niet waarneembaar is op de korte golflengten waarop objecten als deze doorgaans te zien zijn (Nature, 16 oktober). Deze ontdekking wijst erop dat bestaande radiotelescopen een grote populatie van botsende clusters over het hoofd hebben gezien. De verwachting is dat naarmate er meer radiotelescopen in bedrijf komen die langgolvige radiostraling detecteren, er nog vele honderden van deze objecten gevonden gaan worden. Cluster Abell 521 is ook een sterke bron van röntgenstraling; zijn langgerekte vorm is de belangrijkste aanwijzing dat hij in een relatief recent verleden met een andere cluster in botsing is gekomen.
Meer informatie:
Ghostly Glow Reveals a Hidden Class of Long-Wavelength Radio Emitters
15 oktober 2008
Sterrenkundigen van de Universiteit van Zürich hebben een nieuwe theorie voorgesteld voor het ontstaan van kleine sterrenstelsels, een kwestie waar wetenschappers al geruime tijd mee worstelen. Kosmologische modelberekeningen voorspellen dertig tot vijftig keer zo veel van die dwergstelsels dan er in werkelijkheid in het heelal worden waargenomen. De verklaring hiervoor wordt doorgaans gezocht bij gebeurtenissen vroeg in de geschiedenis van het heelal, die ertoe zouden hebben geleid dat de meeste dwergstelsels hun gasvoorraad kwijtraakten en dus geen sterren meer konden vormen. Maar die theorie kon niet verklaren waarom dwergstelsels vaak in groepjes optreden. Daar hebben de onderzoekers uit Zürich nu iets op gevonden. Volgens hen is het belangrijkste kenmerk van die groepjes dat ze een 'leider' hebben. Dit leidende stelsel zou als een soort herder het destijds ontsnapte gas bijeen gehouden hebben en de kleine begeleiders in zijn gevolg de kans hebben gegeven dit gas later weer op te pikken. Zo zouden de beide Magelhaense Wolken, de grootste dwergstelsels bij ons Melkwegstelsel, de leiders zijn van een groep die niet zo lang geleden in onze omgeving arriveerde. Zeven van de elf helderste satellietstelsels van ons Melkwegstelsel zouden tot hun gevolg behoren. Dat zou geheel in overeenstemming zijn met de recente ontdekking dat de Magelhaense Wolken sneller bewegen dan tot voor kort werd gedacht en waarschijnlijk toevallige passanten zijn.
Meer informatie:
The Magellanic Group And Its Seven Dwarf Galaxies
13 oktober 2008
Gammaflitsen, de kolossale uitbarstingen van energie die enkele malen per dag aan de hemel opvlammen, zijn gedurende korte tijd de helderste objecten aan de gammahemel. Met de Europese satelliet Integral zijn de laatste jaren echter ook verscheidene gammaflitsen gedetecteerd die veel minder straling produceren. Blijkbaar bestaat er een geheel afzonderlijke categorie die tot nog toe nauwelijks was opgemerkt. Integral is voorzien van de meest gevoelige detector van gammastraling die ooit de ruimte in is gestuurd. Maar zelfs deze detector kan de zwakke gammaflitsen maar nét opmerken. Het is dan ook denkbaar dat de categorie van de 'zwakke' gammaflitsen in werkelijkheid groter is dan die van de 'normale' gammaflitsen. Onderzoekers van University College Dublin (Ierland) hebben nu vastgesteld dat deze kleinere uitbarstingen weliswaar buiten ons Melkwegstelsel plaatsvinden, maar steeds in sterrenstelsels binnen de relatief geringe afstand van ruwweg een miljard lichtjaar. Volgens de onderzoekers kan zo'n zwakke gammaflits ontstaan bij het de instorting van een zware ster die verder geen kenmerken van een supernova vertoont of bij de samensmelting van een witte dwerg met een andere witte dwerg of een neutronenster.
Meer informatie:
Faint gamma-ray bursts do actually exist
8 oktober 2008
Met de 10-meter Keck-telescoop op Hawaï is een sterrenstelsel bestudeerd op maar liefst 11 miljard lichtjaar afstand, waarbij gebruik werd gemaakt van de zwaartekrachtlenswerking van een veel naderbij gelegen stelsel. In het verre sterrenstelsel, dat waargenomen wordt zoals het er minder dan drie miljard jaar na de oerknal uitzag, zijn rotatiesnelheden van sterren en gaswolken gemeten, waaruit blijkt dat het zich uiteindelijk zal ontwikkelen tot een ordelijk roterend spiraalstelsel zoals ons eigen Melkwegstelsel. De resultaten worden deze week gebubliceerd in Nature. De zwaartekracht van het lensstelsel, op 'slechts' 2,2 miljard lichtjaar afstand, buigt de lichtstralen van het verre achtergrondobject af, waarbij het beeld van het verre stelsel niet alleen versterkt maar ook ongeveer acht keer vergroot wordt. Daardoor konden detailwaarnemingen aan bewegingen in het stelsel worden verricht, waarbij ook gebruik werd gemaakt van adaptieve optiek om de storende invloed van de aardse dampkring te compenseren. Metingen aan de bewegingssnelheden van het koele gas in het stelsel zijn verricht met de Plateau de Bure-interferometer in Frankrijk. De onderzoekers zien de resultaten als een voorproefje van de waarnemingen zoals die in de toekomst op regelmatige basis gedaan zullen worden met monstertelescopen als de Amerikaanse Thirty Meter Telescope en de Europese Extremely Large Telescope.
Meer informatie:
Keck Telescope and "Cosmic Lens" Resolve Nature and Fate of Early Star-Forming Galaxy
Persbericht Royal Astronomical Society
Persbericht Thirty Meter Telescope
Achtergrondinformatie (Universiteit van Durham)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
8 oktober 2008
De explosie van een zware reuzenster in een stervormingsgebied in de Kleine Magelhaense Wolk, ongeveer vijftigduizend jaar geleden, leidde tot de geboorte van een groot aantal nieuwe sterren. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen van het gebied, verricht op verschillende golflengten. N346 is een interstellaire wolk van gas en stof waarin nieuwe sterren worden geboren. Het is het grootste stervormingsgebied in de Kleine Magelhaense Wolk, een begeleider van ons eigen Melkwegstelsel, op ca. 210.000 lichtjaar afstand van de aarde. Astronomen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht hebben de nevel gefotografeerd met de New Technology Telescope op La Silla (Chili), met de infrarode Spitzer Space Telescope en met de Europese röntgenkunstmaan XMM-Newton. Veel nieuwe sterren in N346 ontstaan door verdichtingen en schokgolven die veroorzaakt worden door de energierijke straling van zware reuzensterren in het centrum van de nevel, maar uit de nieuwe multispectrale metingen blijkt dat ook de deeltjeswind van een supernova-explosie een belangrijke rol heeft gespeeld bij de vorming van nieuwe sterren.
Meer informatie:
Born from the Wind - Unique Multi-wavelength Portrait of Star Birth
Persbericht Jet Propulsion Laboratory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl;
7 oktober 2008
Dat er in het grote elliptische sterrenstelsel M86 vrijwel geen nieuwe sterren meer ontstaan, is mogelijk te danken aan een recente botsing met het naburige stelsel NGC 4438. Dat concluderen Amerikaanse astronomen op basis van nieuwe waarnemingen van de twee sterrenstelsels, verricht op de Kitt Peak-sterrenwacht in Arizona. M86 en NGC 4438 maken beide deel uit van de Virgo-cluster, een enorme zwerm van sterrenstelsels op ca. 50 miljoen lichtjaar afstand. Er is nu een 400.000 lichtjaar lange sliert van geïoniseerd waterstofgas ontdekt die de twee stelsels met elkaar verbindt. Dat doet vermoeden dat ze in het verleden met elkaar in botsing zijn gekomen; de gassliert bestaat uit materiaal dat door de onderlinge zwaartekracht uit het grote elliptische stelsel is gerukt. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat een superzwaar zwart gat in de kern van een sterrenstelsel er de oorzaak van is dat de stervormingsactiviteit in dat stelsel tot stilstand komt: de energie die door de directe omgeving van het zwarte gat wordt uitgestraald, zou het interstellaire gas zo sterk verhitten dat de vorming van nieuwe sterren wordt bemoeilijkt. Maar ook bij een hogesnelheidsbotsing tussen twee sterrenstelsels kan een dergelijke verhitting optreden, aldus de onderzoekers in een artikel dat in november verschijnt in Astrophysical Journal Letters.
Meer informatie:
Big Galaxy Collisions Can Stunt Star Formation
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 oktober 2008
In de Coma-cluster, een verzameling van ruim duizend sterrenstelsels op ongeveer 300 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, zijn door Japanse astronomen met behulp van de 8,3-meter Subaru-telescoop op Manua Kea, Hawaï, merkwaardige gasslierten ontdekt waarin 'vuurballen' voorkomen. De gasslierten, met lengtes van 260.000 lichtjaar, hebben een blauwe kleur, wat wijst op de aanwezigheid van jonge, hete sterren. Ze zijn afkomstig uit het sterrenstelsel RB199, dat met een snelheid van ruim 1900 kilometer per seconde door de cluster beweegt. De 'vuurballen' zijn gebieden van extreem intense stervorming: ze bevatten miljoenen pasgeboren sterren en hete gaswolken in een gebied van slechts een paar duizend lichtjaar in middellijn. In een artikel dat op 10 december gepubliceerd wordt in The Astrophysical Journal verklaren de astronomen de vorming van de gasslierten en de 'vuurballen' door zogeheten ram-stripping: als gevolg van de hoge snelheid ondervindt het sterrenstelsel een krachtige 'tegenwind' van het ijle, hete gas dat zich in de cluster bevindt. Het interstellaire gas in het sterrenstelsel zelf wordt daardoor weggeblazen. Dat effect is wel eerder waargenomen, maar nooit eerder werd er op zo'n grote schaal stervorming in het weggeblazen gas gezien.
Meer informatie:
Galaxy Ramming Through Space Creates Fireballs
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 oktober 2008
Sterrenkundigen hebben voor het eerst een krachtig magnetisch veld waargenomen in een sterrenstelsel dat 6,5 miljard lichtjaar van ons verwijderd is. Het magnetische veld, gemeten met de grote Robert C. Byrd Green Bank-radiotelescoop, is zelfs tien maal zo sterk als dat van ons eigen Melkwegstelsel (Nature, 2 oktober). Dat komt als een verrassing, omdat tot nog toe werd aangenomen dat de magnetische velden van sterrenstelsels het resultaat zijn van een traag verlopend dynamo-effect, dat miljarden jaren in beslag neemt. En het waargenomen stelsel bevindt zich nog in een vroeg ontwikkelingsstadium. Naar een verklaring wordt nog gezocht. Gedacht wordt aan de mogelijkheid dat het gemeten magnetische veld zich beperkt tot de kern van het waargenomen stelsel of dat de grote veldsterkte het gevolg is van een schokgolf die ontstaan is bij een botsing tussen twee stelsels.
Meer informatie:
First Detection of Magnetic Field in Distant Galaxy Produces a Surprise
Young galaxy's magnetism surprises astronomers
1 oktober 2008
Het 'geboortecijfer' van sterren laat zich niet gemakkelijk bepalen. De afstanden in het heelal zijn veel te groot om alle pasgeboren sterren te kunnen tellen. Maar gelukkig verraden stellaire nieuwkomers zich door een karakteristiek soort straling uit te zenden: H-alfa-straling. Hoe meer sterren er in een bepaald gebied aan de hemel ontstaan, des te meer H-alfa-straling wordt er door dat gebied uitgezonden. Maar er zit een addertje onder het gras: H-alfa-straling ontstaat alleen in de omgeving van zeer zware sterren. Om toch een schatting te kunnen maken van het totale aantal sterren dat geboren wordt - dus inclusief de lichtere exemplaren - gaan sterrenkundigen ervan uit dat er voor elke zware ster 230 lichtere sterren ontstaan. Recente satellietwaarnemingen hebben echter roet in het eten gegooid. Uit de randgebieden van schijfvormige sterrenstelsels als het onze komt vrijwel geen H-alfa-straling en dit leidde tot de conclusie dat daar dus ook geen sterren geboren worden. Het tegendeel blijkt waar: daar worden wel degelijk sterren gevormd, maar uitsluitend lichte. De verhouding 230:1 gaat dus niet altijd op. Duitse sterrenkundigen denken een eenvoudige verklaring hiervoor te hebben gevonden (Nature, 2 oktober). Volgens hen ontstaan zware sterren alleen in omvangrijke stervormingsgebieden, waar voldoende gas voorhanden is. En zulke gebieden worden alleen in de buurt van de kernen van sterrenstelsels aangetroffen; naar buiten toe worden ze steeds schaarser. Hun conclusie is dan ook dat de verhouding 230:1 alleen van toepassing is voor de kerngebieden. Aan de randen van sterrenstelsels zou het wel eens 1000:1 of nog meer kunnen zijn. En dat betekent dat de huidige schattingen van de aantallen sterren die in zulke sterrenstelsels ontstaan allemaal te laag zijn.
Meer informatie:
More star births than astronomers have calculated
30 september 2008
Sterrenkundigen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop ongeveer 14 miljoen sterren in 69 nabije sterrenstelsels onderzocht. Nog nooit eerder zijn zo veel sterrenstelsels in onze kosmische achtertuin zo gedetailleerd onderzocht. De stelsels, die zich op afstanden van 6,5 tot 13 miljoen lichtjaar bevinden, blijken grote onderlinge verschillen te vertonen. Sommige bestaan grotendeels uit oude sterren, terwijl andere zich als echte sterfabrieken gedragen, die in enkele gevallen zelfs pas recent zijn 'opgestart'. Bij de inventarisatie zijn ook enkele grote sterrenstelsels in kaart gebracht en is de stervormingsgeschiedenis van het spiraalstelsel M81 onderzocht. Daarbij is gebleken dat de meeste sterren in grote spiraalstelsels als deze al meer dan 7 miljard jaar geleden zijn gevormd, toen het heelal nog maar half zo oud was als nu.
Meer informatie:
When it comes to galaxies, diversity is everywhere
25 september 2008
Meer dan een decennium nadat hij ontplofte, is het restant geïdentificeerd van supernova 1996cr. De eerste aanwijzing dat het aangewezen object de gezochte supernova-restant was, werd al in 2001 gevonden. Met de röntgensatelliet Chandra werd toen een veranderlijke stralingsbron gevonden in een spiraalstelsel in het sterrenbeeld Circinus (Passer). Maar dat het ook werkelijk om het restant van SN 1996cr kon toen niet met zekerheid worden gezegd. Duitse sterrenkundigen hebben sindsdien de gegevens van 18 verschillende telescopen doorgespit en tal van waarnemingen opgespoord. Uit de gegevens blijkt dat SN 1996cr op radio- en röntgengolflengten een van de helderste supernovae ooit was. Hij vertoont bovendien sterke overeenkomsten met de beroemde supernovae 1987A.
Meer informatie:
The Wild, Hidden Cousin of SN 1987A
23 september 2008
Gegevens van de WMAP-satelliet wijzen erop dat verre clusters van sterrenstelsels gezamenlijk dezelfde kant op bewegen. Volgens de onderzoekers moet de oorzaak worden gezocht bij de zwaartekrachtsaantrekking van materie die zich voorbij de grens van het voor ons waarneembare heelal bevindt. De waargenomen clusters, waarvan de verste 6 miljard lichtjaar van ons verwijderd zijn, hebben een kleine maar meetbare snelheid die los staat van de uitdijing van het heelal en niet groter wordt naarmate ze zich verder van ons vandaan bevinden. Dat blijkt uit de manier waarop het hete gas in deze clusters de fotonen van de zogeheten kosmische achtergrondstraling verstrooien. Omdat de clusters niet exact de uitdijing van de ruimte volgen, treden er in de golflengten van de verstrooide fotonen veranderingen op, waaruit grootte en richting van de extra snelheidscomponent kan worden afgeleid. De waargenomen clusters lijken met een snelheid van ongeveer 3 miljoen kilometer per uur in de richting te bewegen van een gebied dat vanaf de aarde gezien in de sterrenbeelden Centaurus en Vela ligt. Maar omdat de mysterieuze stroming tot op een afstand van minstens één miljard lichtjaar constant blijft, moet de 'aantrekker' misschien wel buiten ons zichtbare heelal worden gezocht. Onmogelijk is zo'n situatie niet: volgens het zogeheten inflatiemodel heeft ons heelal kort na de oerknal een korte periode van extreem snelle uitdijing doorgemaakt, die ervoor zou hebben gezorgd dat je vanuit elk positie in het heelal maar een klein gedeelte van het geheel kunt zien.
Meer informatie:
Scientists Detect Cosmic
Galaxy Clusters Trace Huge Cosmic Flow
19 september 2008
De Amerikaanse Swift-satelliet heeft op 13 september een gammaflits waargenomen op een recordafstand van 12,8 miljard lichtjaar van de aarde. Het licht van de gammaflits werd uitgezonden toen het heelal slechts 825 miljoen jaar oud was. Gammaflitsen zijn de energierijke explosies waarmee zware, snel roterende sterren hun korte leven beëindigen, om vervolgens ineen te sorten tot een zwart gat. Het zijn de krachtigste explosies in het heelal sinds de oerknal: een gammaflits produceert in een seconde meer energie dan de zon in tien miljard jaar. NASA's Swift-kunstmaan is in november 2004 gelanceerd, speciaal voor het onderzoek aan gammaflitsen. GRB080913 (GRB staat voor gamma ray burst ; het getal geeft de datum aan) werd op zaterdag 13 september om 07.47 uur Nederlandse tijd gedetecteerd door de gammatelescoop van de kunstmaan, in het sterrenbeeld Eridanus. Direct daarna richtte Swift zijn röntgentelescoop op de plaats van de explosie, om de hemelpositie nauwkeurig vast te stellen. Die positie werd vervolgens automatisch doorgegeven aan robottelescopen op aarde. De GROND-detector (Gamma Ray burst Optical/Near-infrared Detector) van het Duitse Max Planck Insitut für Extraterrestrische Physik, die opgesteld staat op de Europese sterrenwacht op La Silla in Chili, slaagde er binnen één minuut in om de helderheid van de zwakke optische nagloeier van de flits op zeven verschillende golflengten te meten. Uit die metingen bleek al dat de explosie op zeer grote afstand plaatsgevonden moet hebben. Anderhalf uur later werden spectroscopische metingen verricht met de Europese Very Large Telescope op Paranal, eveneens in Chili, en werd ontdekt dat de straling van de flits een roodverschuiving heeft van 6,7 (anders gezegd: het licht komt op aarde aan met een 7,7 maal zo lange golflengte als waarmee het werd uitgezonden). Zo'n grote roodverschuiving betekent dat de straling van de gammaflits 12,8 miljard jaar door het uitdijende heelal heeft gereisd voordat het op aarde aankwam. GRB080913 explodeerde dus 12,8 miljard jaar geleden, toen het heelal minder dan een zevende van zijn huidige leeftijd had.
Meer informatie:
NASA's Swift Catches Farthest Ever Gamma-Ray Burst
Persbericht Max-Planck-Institut für Extraterrestrische Physik (Duits)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 september 2008
Het kleine, zwakke dwergstelseltje Segue 1, een zeer onopvallend begeleider van ons eigen Melkwegstelsel, bevat vrijwel uitsluitend donkere materie. Dat concluderen sterrenkundigen van o.a. de Yale-universiteit en het California Institute of Technology op basis van foto's en spectroscopische metingen van het stelsel die zijn uitgevoerd met de Keck-telescoop op Hawaï. Segue 1 is één miljard keer zo zwak als het Melkwegstelsel, en bevat slechts enkele honderden zichtbare sterren. Op basis van de gemeten helderheid verwachten astronomen ook een zeer geringe massa, maar uit de interne bewegingen van de sterren blijkt dat het zwakke dwergstelsel ongeveer duizend keer zo zwaar is als je op het oog zou zeggen. Dat betekent volgens de onderzoekers dat het vrijwel uitsluitend uit donkere materie bestaat - een nog onbekende vorm van materie die wel zwaartekracht op zijn omgeving uitoefent, maar geen licht uitzendt of absorbeert. De waarnemingen van Segue 1 zijn beschreven in een artikel in Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Astronomers Discover Most Dark Matter-Dominated Galaxy in Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 september 2008
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton zijn zogeheten quasi-periodieke oscillaties ontdekt in de röntgenstraling van een superzwaar zwart gat op 500 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Dat meldt een team van astronomen onder leiding van Marek Gierlinski van de Universiteit van Durham deze week in Nature. Gierlinski en zijn collega's bestudeerden het ver verwijderde, actieve sterrenstelsel REJ 1034+396. In de kern van dit stelsel bevindt zich een superzwaar zwart gat, waarvan de massa overigens niet bekend is. Uit de satellietmetingen blijkt dat de röntgenstraling uit de onmiddellijke omgeving van het zwarte gat af en toe quasi-periodieke oscillaties (QPO's) te zien geeft met een periode van ongeveer een uur. QPO's werden in de jaren tachtig voor het eerst ontdekt door de Amsterdamse astronoom Michiel van der Klis, en zijn vervolgens bij zeer veel lichte, stellaire zwarte gaten aangetroffen - ineengestorte sterren in compacte dubbelstersystemen. De QPO's van het superzware zwarte gat in REJ 1034+396 zijn veel trager (waardoor ze beter te bestuderen zijn), maar vertonen verder dezelfde eigenschappen als de soortgelijke flikkeringen van lichte zwarte gaten. Hoewel de precieze oorzaak van de QPO's nog steeds niet goed wordt begrepen - al helemaal niet in het geval van het superzware zwarte gat - toont de ontdekking opnieuw aan dat alle zwarte gaten zich in principe op precies dezelfde manier gedragen en dezelfde eigenschappen hebben, ongeacht hun massa.
Meer informatie:
Scientists find black hole 'missing link'
Persbericht ESA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 september 2008
Met de Advanced Camera for Surveys zijn in het najaar van 2006 opnamen gemaakt van het sterrenstelsel 2MASX J00482185-2507365, op 780 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Sculptor (Beeldhouwer) aan de zuidelijke hemel. Op de scherpe Hubble-foto's is te zien dat het hier in werkelijkheid om twee overlappende spiraalstelsels gaat. De stofbanen in de buitengebieden van het kleinere voorgrondstelsel steken donker af tegen de heldere sterrengloed van het indrukwekkende achtergrondstelsel. De kleurenfoto is samengesteld uit drie afzonderlijke opnamen door verschillende kleurfilters. De Nederlandse astronomen Benne Holwerda en Roelof de Jong, beiden werkzaam op het Space Telescope Science Institute in Baltimore, maakten deel uit van het wetenschappelijk team dat de foto produceerde.
Meer informatie:
Galaxy Silhouettes
Hogeresolutieversie van de foto
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 september 2008
Zwarte gaten - gebieden in het heelal waar de zwaartekracht zo sterk is dat er zelfs geen licht uit kan ontsnappen - zuigen materie uit hun omgeving op, waardoor ze in de loop van de tijd steeds zwaarder worden. In de kernen van sterrenstelsels bevinden zich bijvoorbeeld superzware zwarte gaten die een paar miljoen of zelfs een paar miljard keer zo zwaar zijn als onze zon. Maar volgens astrofysicus Priyamvada Natarajan van de Yale-universiteit is er een bovengrens aan de massa van een zwart gat. Als ze eenmaal tien miljard keer zo zwaar zijn als de zon, stoppen ze met groeien, aldus Natarajan in een artikel in het Britse tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society . Hij concludeert dat op basis van bestaande optische en röntgenwaarnemingen van superzware zwarte gaten. Dat de groei tot stilstand komt, heeft het superzware zwarte gat waarschijnlijk aan zichzelf te danken: in de directe omgeving wordt zoveel energie geproduceerd dat er geen nieuwe sterren of gaswolken meer opgezogen kunnen worden. Het bestaan van een bovenmassa voor zwarte gaten heeft vermoedelijk consequenties voor de wordingsgeschiedenis van sterrenstelsels, waarvan bekend is dat hun evolutie in sterke mate gekoppeld is aan de evolutie van de zwarte gaten in hun kernen.
Meer informatie:
Yale astronomer discovers upper mass limit for black holes
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 september 2008
De jet van de recordgammaflits van 19 maart 2008, die ondanks de afstand van 7,5 miljard lichtjaar even met het blote oog te zien is geweest, was vrijwel recht op de aarde gericht. Dat is de uitkomst van metingen met satellieten en observatoria van over de hele wereld, waaronder de Nederlandse Westerbork Synthese Radio Telescoop in Drenthe. Een internationaal team van 93 astronomen, onder wie Nederlandse sterrenkundigen van de Universiteit van Amsterdam, ASTRON, de Universiteit Leiden en JIVE, publiceert op 11 september een artikel hierover in Nature.
De zeer krachtige gammaflits (GRB 080319B) in het sterrenbeeld Boötes werd op 19 maart 2008 gedetecteerd door de Amerikaanse Swift-satelliet. Binnen 15 seconden werd de explosie zichtbaar met het blote oog. In het Nature-artikel concluderen de astronomen dat de buitengewone helderheid van de gammaflits is veroorzaakt door een jet die met bijna de snelheid van het licht materiaal direct in de richting van de aarde schoot.
De observaties over de hele breedte van het spectrum (van gamma-, röntgen-, optisch-, infrarood- t/m radiostraling) startten een halfuur voor de uitbarsting. De nagloeier is maandenlang gevolgd. De waarnemingen met de Westerbork-telescoop begonnen een halve dag na de explosie en de eerste resultaten waren zeer verrassend, aangezien de bron aanvankelijk niet werd gevonden op radiofrequenties. 'We stonden voor een raadsel, maar besloten door te zoeken. Een paar dagen later was de bron plotseling wel te zien,' zegt Alexander van der Horst, postdoc bij NASA's Marshall Space Flight Center, die de waarnemingen met de Westerbork-telescoop leidde.
Weer een paar dagen later was de bron verdwenen. Volgens de Amsterdamse gammaflits-expert Prof. Ralph Wijers was het Nederlandse team hierdoor compleet verrast. 'Dit onverwachte gedrag op radiofrequenties heeft grote gevolgen voor de modellen die we gebruiken om deze extreme gebeurtenis te verklaren,' aldus Wijers. 'Het laat met name zien dat er veel meer energie in de explosie zit dan alleen de in het begin zo opvallende jet, en stelt ons in staat te meten hoe groot het gebied is dat radiostraling uitzendt.'
Gammaflitsen zijn de krachtigste explosies in het heelal. Ze ontstaan meestal wanneer extreem zware, snel roterende sterren aan het einde van hun leven exploderen en een neutronenster of een zwart gat vormen, dat krachtige jets naar buiten blaast. Het gas dat daarbij wordt verhit, genereert een heldere nagloeier, die op sommige frequenties nog maanden waarneembaar is.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht Royal Astronomical Society
Persbericht Pennsylvania State University
Persbericht NASA
Achtergrondartikel op Science@NASA
Persbericht ESO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 september 2008
Met behulp van de Wide Field Imager, een speciale groothoekcamera, hebben sterrenkundigen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) op La Silla (Chili) een detailrijke opname gemaakt van het sterrenstelsel M83. Dit spiraalstelsel, dat als een kleiner evenbeeld van ons eigen Melkwegstelsel wordt beschouwd, bevindt zich op een afstand van ongeveer 15 miljoen lichtjaar. Het bestaat uit vele miljarden sterren, maar op de opname is goed te zien dat er ook nog heel wat 'sterren-in-aanbouw' zijn. De talrijke robijnrode vlekjes op de foto zijn enorme wolken van gloeiend waterstofgas waarin nieuwe sterren (zijn) ontstaan.
Meer informatie:
The Thousand-Ruby Galaxy
27 augustus 2008
Een internationaal team van sterrenkundigen denkt dat sterrenstelsels niet lichter kunnen zijn dan 10 miljoen maal de massa van onze zon. Dat blijkt uit onderzoek van ongeveer 18 kleine, zwakke sterrenstelsels die om ons Melkwegstelsel draaien. Hoewel deze stelsels onderling met een factor 100.000 in lichtkracht verschillen, blijken hun massa's vrijwel gelijk te zijn (Nature, 28 augustus). Volgens de onderzoekers wijst dat erop dat de zwakkere stelsels voor een belangrijk deel uit donkere materie bestaan - onzichtbaar materiaal dat geen waarneembare straling uitzendt, maar wel zwaartekrachtsaantrekking uitoefent. In de zwakste stelsels zou de verhouding tussen de hoeveelheid donkere en lichtgevende materie zelfs 10.000 op 1 bedragen. Met andere woorden: sommige dwergstelsels bestaan vrijwel geheel uit donkere materie, en blijkbaar komt die materie in 'pakketjes' van minimaal 10 miljoen zonsmassa. Over de aard van die donkere materie is verder overigens nog weinig bekend, behalve dan dat het overgrote deel van de materie in het heelal uit donkere materie lijkt te bestaan.
Meer informatie:
UCI scientists discover minimum mass for galaxies
27 augustus 2008
Met de Hubble-ruimtetelescoop en de röntgensatelliet Chandra is een kolossale botsing tussen twee clusters van sterrenstelsels waargenomen. De waarnemingen vormen een nieuwe bevestiging van het bestaan van donkere materie. Te zien is hoe bij de botsing tussen de clusters een scheiding van donkere en normale materie is opgetreden - iets dat eerder al was waargenomen bij de zogeheten Kogelcluster. Hubble heeft de verdeling van donkere materie (blauw op de foto) in kaart gebracht met behulp van de zogeheten gravitatielenstechniek. Daarbij wordt gekeken hoe de lichtbeelden van achtergrondobjecten worden verstoord door (onzichtbare) materie op de voorgrond. Chandra legde de verdeling van normale materie vast, of althans het hete gas dat daartoe behoort (roze op de foto). Bij de botsing tussen de clusters, die zich met een snelheid van miljoenen kilometers per uur heeft voltrokken, kwam het eveneens botsende hete gas in beide clusters vrijwel tot stilstand, terwijl de donkere materie vrijwel ongehinderd doorging. Daaruit blijkt dat donkere-materiedeeltjes zich vrijwel niets van elkaar aantrekken.
Meer informatie:
Clash of clusters provides new dark matter clue
Collision of Galaxy Clusters Captured by Astronomers
26 augustus 2008
Sterrenkundigen hebben op een afstand van ongeveer 4 miljard lichtjaar een aantal zware sterrenstelsels ontdekt, die bezig zijn om grote soortgenoten op te slokken. Deze waarnemingen ondersteunen de theorie dat de grote sterrenstelsels in het heelal het resultaat zijn van samensmeltingen van kleinere stelsels - het zogeheten hiërarchische model. Volgens deze theorie zouden grote stelsels zo'n beetje hun hele leven lang bezig zijn met het opslokken van andere stelsels. Om dit nader te onderzoeken, zijn de Hubble-ruimtetelescoop en de Europese Very Large Telescope in Chili op een viertal groepen van sterrenstelsels gericht, die bezig zijn om één grote cluster te vormen. De helderste stelsels in elk van deze groepen tellen 100 tot 1000 miljard sterren, waarmee ze vergelijkbaar zijn met de zwaarste sterrenstelsels die in al voltooide clusters worden aangetroffen. In drie van de vier groepen blijkt het helderste stelsel ook een heldere begeleidend stelsel te hebben: een duidelijke aanwijzing dat de twee bezig zijn samen te smelten. Daaruit kan worden geconcludeerd dat 'galactische kannibalisme' nog maar vier miljard jaar geleden de gewoonste zaak in het heelal was.
Meer informatie:
How Do Galaxies Grow?
25 augustus 2008
De Europese röntgensatelliet XMM-Newton heeft (bij toeval) een grote cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 7,7 miljard lichtjaar - op zo'n grote afstand was nog niet eerder een cluster van deze omvang waargenomen. De kolos, die gebukt gaat onder de aanduiding 2XMM J083026+524133, bevat voldoende massa om duizend forse sterrenstelsels van te maken. Maar een groot deel van die massa bestaat uit ijl gas met een temperatuur van 100 miljoen graden dat de ruimte tussen de afzonderlijke sterrenstelsels vult. De röntgenstraling die van dit gas afkomt, is ongeveer een factor honderd intenser dan de röntgenstraling van andere clusters op deze grote afstand - het gaat dus om een bijzondere ontdekking. Volgens de onderzoekers is het bestaan van zo'n zware verre cluster alleen verklaarbaar binnen kosmologische modellen waarin de zogeheten donkere energie een belangrijke rol speelt. De donkere energie, waarvan het bestaan pas een jaar of tien bekend is, zorgt ervoor dat het heelal versneld uitdijt.
Meer informatie:
XMM-Newton’s massive discovery
20 augustus 2008
De Hubble-ruimtetelescoop lijkt het antwoord te hebben gevonden op een vraag waar sterrenkundigen al lang mee worstelden: wat houdt de reusachtige draderige structuren rond het actieve sterrenstelsel NGC 1275 bij elkaar? Deze zogeheten filamenten, die naar schatting 100 miljoen jaar oud zijn, vroegen om een verklaring, omdat ze normaal gesproken onder druk van het hetere gas in de omgeving ineen zouden moeten storten. Op de Hubble-beelden is nu te zien waarom dat niet gebeurt: de filamenten zijn samenbundelingen van dunnere draden van gas die door een sterk magnetisch veld in stand worden gehouden (Nature, 21 augustus). Het elliptische reuzenstelsel NGC 1275 maakt deel uit van een groep sterrenstelsels op een afstand van 235 miljoen lichtjaar, die de Perseus-cluster wordt genoemd. In het centrum huist een zwart gat van enkele miljoenen zonsmassa's dat twee hoogenergetische straalstromen (jets) van energie en materie uitstoot. Het gas dat de jets onderweg tegenkomen, wordt verhit tot een temperatuur van ongeveer 40 miljoen graden vormt twee gloeiende bellen die zich van het centrum van het sterrenstelsel verwijderen. In hun kielzog wordt koeler gas meegezogen, dat enkele honderden lichtjaren brede, soms wel 20.000 lichtjaar lange draden vormt. Normaal gesproken zou in zulk koel gas stervorming kunnen optreden, maar de magnetische velden in de filamenten werken de zwaartekracht tegen en voorkomen dat er sterren ontstaan.
Meer informatie:
Hubble sees magnetic monster in erupting galaxy
17 augustus 2008
De reusachtige leegten in het heelal, die de draderige superclusters van sterrenstelsels van elkaar scheiden, zijn het werk van de zwaartekracht. Dat blijkt uit de twee grootste driedimensionale kaarten van het heelal: die van de Sloan Digital Sky Survey (SDSS-II) en die van de Two-Degree Field Galaxy Redshift Survey (2dFGRS). Lange tijd is gedacht dat de leegten te groot en/of te leeg waren om uitsluitend door de zwaartekracht te zijn veroorzaakt, maar de meest recente computersimulaties laten zien dat ze precies groot en leeg genoeg zijn om aan de standaardtheorie van het heelal te voldoen. Volgens deze theorie zou 80 procent van alle massa uit zogeheten koude donkere materie bestaan: materie die wel zwaartekracht uitoefent, maar geen licht of andere vormen van straling uitzendt. Vroeg in de geschiedenis van het heelal was deze donkere materie nog gelijkmatig verdeeld, maar in de loop van de tijd heeft de zwaartekracht haar tot draderige structuren samengetrokken, waardoor vanzelf grote lege tussenruimten ontstonden. Sterrenstelsels zouden zijn dan ontstaan uit het waterstof- en heliumgas dat door de samenklonteringen van donkere materie is aangetrokken. Even werd nog gedacht dat de kosmische leegten alleen weinig zichtbare materie bevatten, maar mogelijk wel veel donkere materie, maar daar lijkt het niet op. Op wat verdwaalde sterrenstelsels na zijn de leegten echt leeg.
Meer informatie:
Cosmic Voids Were Emptied By Gravity
15 augustus 2008
Na drie jaar van waarnemingen is afgelopen juli het tweede deel van de Sloan Digital Sky Survey (SDSS) voltooid. Maar daarmee is het speciaal voor deze hemelverkenning gebouwde instrument, een 2,5-meter telescoop die voorzien is van een 125-megapixel camera en spectrografen waarmee 640 objecten tegelijk kunnen worden waargenomen, nog geen rust gegund. Er is direct weer een nieuw, zes jaar durend waarnemingsprogramma gestart, waarbij onder meer gegevens zullen worden verzameld om meer te weten te komen over de mysterieuze donkere energie, die het heelal versneld doet uitdijen. Ook zal naar planeten bij andere sterren in ons Melkwegstelsel worden gezocht. Bij het SDSS-project is meer dan een kwart van de hemel in kaart gebracht en zijn de afstanden tot bijna een miljoen sterrenstelsels en meer dan 100.000 quasars gemeten. Dat heeft onder meer geresulteerd in de tot nu toe grootste driedimensionale kaarten van de structuur van de kosmos. Het grote succes van de SDSS wordt dit weekend gevierd met een internationaal symposium in Chicago.
Meer informatie:
A giant astronomical survey completes its mission: A new mission begins
The Sloan Digital Sky Survey: Asteroids to Cosmology
5 augustus 2008
In de 'wandelgangen' op het internet was het al een tijdje bekend, en ook enkele kranten en tijdschriften berichtten er al over, maar nu is er dan ook een officieel persbericht van Yale University over 'Hanny's Voorwerp'. Dit merkwaardige hemelobject kwam aan het licht bij het zogeheten Galaxy Zoo-project, waarbij meer dan honderdduizend vrijwilligers foto's van honderdduizenden sterrenstelsels classificeren. Bij zulke grote aantallen moet moet er haast wel eens iemand op een onverwachte ontdekking stuiten. En dat overkwam dus de Heerlense onderwijzeres Hanny van Arkel, die eind vorig jaar een rare blauwe vlek op een opname van het 700 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel IC2497 opmerkte. Wat het object precies is, zal nog moeten blijken, maar de meest waarschijnlijke verklaring is dat het een klein, onregelmatig gevormd sterrenstelsel betreft, dat als een reusachtige 'reflectienevel' fungeert. Het weerkaatste licht zou afkomstig zijn van de kern van IC2497, waar ongeveer 100.000 jaar geleden een forse helderheidsuitbarsting zou hebben plaatsgevonden. Het spectrum van het 'Voorwerp' vertoont in elk geval kenmerken die niet normaal zijn voor een gewoon sterrenstelsel, maar wel voor een actief sterrenstelsel (een Seyfert-stelsel of quasar). Voor Hanny van Arkel is het te hopen dat de onderhoudsbeurt van de Hubble-ruimtetelescoop, die voor begin oktober op het programma staat, zal slagen. Want leden van het Galaxy Zoo-team hebben inmiddels waarneemtijd weten te bemachtigen om 'Hanny's Voorwerp' met de ruimtetelescoop aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
Galaxy Zoo
5 augustus 2008
Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn in de zogeheten Virgo-cluster meer dan 11.000 bolvormige sterrenhopen ontdekt. Bolvormige sterrenhopen (of kortweg: bolhopen) zijn compacte verzamelingen van honderdduizenden oude sterren die op grote afstand rond het centrum van een sterrenstelsel draaien; de Virgo-cluster is een samenscholing van meer dan tweeduizend van zulke stelsels die ongeveer 54 miljoen lichtjaar van ons verwijderd zijn. Bij honderd van deze stelsels zijn bolhopen ontdekt - zelf bij zwakke dwergstelsels. Daarbij is vastgesteld dat stelsels die zich op minder dan 130.000 lichtjaar van het centraal gelegen elliptische reuzenstelsel M87 bevinden vrijwel geen bolvormige sterrenhopen bezitten. Vermoedelijk ligt de 'schuld' bij M87, die met zijn kolossale aantrekkingskracht bolhopen van stelsels in zijn omgeving kan wegkapen. Ook buiten dit centrumgebied is een afstandseffect merkbaar: dwergstelsels die minder dan drie miljoen lichtjaar van het centrum van de Virgo-cluster verwijderd zijn, hebben veel meer bolhopen dan dwergstelsels die meer aan de rand van de cluster staan. Dat kan erop wijzen dat de verder weg gelegen stelsels minder massa hebben dan hun centraal gelegen soortgenoten, waardoor ook hun bolhopen minder massa bevatten en vrij snel uit elkaar vallen.
Meer informatie:
Globular clusters tell tale of star formation in nearby galaxy metropolis
29 juli 2008
Uit een groots opgezette inventarisatie van meer dan 2000 spiraalstelsels op uiteenlopende afstanden blijkt dat zogeheten balkspiraalstelsels 7 miljard jaar geleden veel minder talrijk waren dan nu. Balkspiraalstelsels lijken veel op 'normale' spiraalstelsels, maar worden gekenmerkt door een smalle, langgerekte verzameling van gas en sterren die dwars door de kern loopt. Het vermoeden bestond dat de centrale balken een teken van volwassenheid zijn, en de recente onderzoeksresultaten, verkregen met de Hubble-ruimtetelescoop, lijken dat te bevestigen. Op afstanden van rond de 7 miljard lichtjaar blijkt slechts twintig procent van de spiraalstelsels tot de balkspiralen te behoren, terwijl dat in onze naaste kosmische omgeving bijna zeventig procent is. Daarbij is bovendien vastgesteld dat deze toename volledig voor rekening komt van de kleinere en lichtere spiraalstelsels; de grote balkspiraalstelsels, waartoe ook ons eigen Melkwegstelsel behoort, zijn niet in aantal toegenomen. Balken ontstaan als de banen die sterren rond het centrum van een spiraalstelsel volgen instabiel worden en steeds verder van de cirkelvorm gaan afwijken. Het is een zichzelf versterkend effect: als er eenmaal een aanzet tot een balk ontstaan is, sluiten zich steeds meer sterren aan. De nieuwe waarnemingen wijzen erop dat in de kernen van lichtere stelsels minder makkelijk baaninstabiliteiten ontstaan, waardoor ze langer over hun balkvorming doen.
Meer informatie:
Barred Spiral Galaxies Are Latecomers To The Universe
Caltech Astronomers Describe the Bar Scene at the Beginning of the Universe
24 juli 2008
De merkwaardige supernova 2008D was waarschijnlijk een tussenvorm tussen normale supernova-uitbarstingen gammaflitsen - de meest energierijke explosies in het heelal. Dat concludeert een team sterrenkundigen onder leiding van de Italiaan Paolo Mazzali morgen in Science Express. Supernova 2008D werd op 9 januari 2008 per ongeluk tijdens de explosie ontdekt door NASA's Swift-satelliet, die toevallig in de juiste richting keek. De explosie vond plaats in het sterrenstelsel NGC 2770, op 90 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Lynx. Al snel bleek dat het om een Type Ic-supernovaging, een zeldzame explosie van een ster die vrijwel al zijn waterstof- en heliumrijke buitenlagen heeft verloren in een sterrenwind. Volgens Mazzali was de ster oorspronkelijk 30 keer zo zwaar als de zon, maar tijdens de supernova-explosie bedroeg de massa nog maar 8 à 10 zonsmassa's. Bij de supernova is de kern van de ster vermoedelijk ineengestort tot een zwart gat. Een uitgebreide waarnemingscampagne heeft aan het licht gebracht dat er sprake is van een zwakke 'jet', zoals ze ook bij gammaflitsen voorkomen. Dat doet vermoeden dat SN 2008D een soort tussenvorm is van normale supernova's en gammaflitsen (waarbij ook een zwart gat ontstaat). De waarnemingen aan SN 2008D zullen hopelijk meer inzicht verschaffen in de meest energierijke verschijnselen in het heelal.
Meer informatie:
Object intermediate between normal supernovae and gamma-ray bursts found
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 juli 2008
Dankzij waarnemingen met de Europese Verym Large Telescope in Chili is een nijpend probleem uit de extragalactische astronomie opgelost. Uit de nieuwe metingen blijkt dat het licht van de accretieschijven in quasars wél overwegend blauwgekleurd is, zoals door theoretische modellen wordt voorspeld. Sterrenkundigen hebben zich er de laatste jaren over verbaasd dat de quasar-straling minder blauw leek dan verwacht. Quasars zijn de heldere kernen van verre sterrenstelsels waarin superzware zwarte gaten voorkomen. Materiaal dat door die zwarte gaten wordt opgezogen, hoopt zich eerst op in een ronddraaiende 'accretieschijf', die zo heet is dat hij energierijke straling gaat uitzenden. Op zichtbare golflengten moet die schijf dan ook voornamelijk blauw licht uitstralen. Dat bleek echter niet altijd het geval te zijn. Makoto Kishimoto van het Max-Planck-Institut für Radioastronomie in Bonn heeft nu ontdekt dat het rodere licht afkomstig is van een dikke hete stofgordel rond de accretieschijf. Door quasars waar te nemen in gepolariseerd licht kon hij de straling van de accretieschijf en van de stofgordel onderscheiden: het licht van de accretieschijf wordt verstrooid en gereflecteerd door de stofdeeltjes, en is daardoor gepolariseerd. Op die manier ontdekte Kishimoto dat de accretieschijven van de superzware zwarte gaten in quasars wel degelijk overwegend blauw licht uitstralen, precies zoals door de theorie wordt voorspeld. De resultaten worden deze week gepubliceerd in Nature .
Meer informatie:
Accretion Discs Show Their True Colours
Persbericht Max-Planck-Institut für Radioastronomie
Persbericht Joint Astronomy Centre
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 juli 2008
In de buitendelen van het Pinwheel-sterrenstelsel (M101), een groot spiraalstelsel op 27 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Grote Beer, komen geen polycyclische koolwaterstoffen voor - complexe organische (koolstofhoudende) moleculen die mogelijk een van de bouwstenen van leven vormen. Dat blijkt uit infraroodwaarnemingen van het stelsel die zijn uitgevoerd met behulp van NASA's Spitzer Space Telescope en die op 20 juli zijn gepubliceerd in The Astrophysical Journal . De kern van het stelsel bevat veel metalen (elementen zwaarder dan helium), en ook verhoudingsgewijs veel polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAKs). Naar buiten toe neemt het metaalgehalte snel af, maar de PAKs lijken in de buitenste ring van het stelsel zelfs helemaal verdwenen te zijn. Op de Spitzer-foto, waarop infraroodstraling van verschillende golflengten in verschillende kleuren is weergegeven, valt de PAK-loze zone op door de opvallend rode kleur. De oorzaak van het ontbreken van organische moleculen is niet goed bekend; mogelijk vallen ze uiteen onder invloed van energierijke straling.
Meer informatie:
Spitzer Reveals 'No Organics' Zone Around Pinwheel Galaxy
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 juli 2008
Een internationaal team onder leiding van de Groningse sterrenkundige Dr. Leon Koopmans heeft de grootste verzameling zwaartekrachtlenzen ooit ontdekt: meer dan zeventig. In een zwaartekrachtlens wordt licht afgebogen door een sterk zwaartekrachtveld. Een zwaar sterrenstelsel kan op die manier het beeld van een verder weg gelegen stelsel versterken, vervormen en zelfs meerdere malen afbeelden. De ontdekking van zoveel nieuwe lenzen is de uitkomst van het Sloan Lens ACS (SLACS) project, gestart in 2003, dat informatie van de Sloan Digital Sky Survey en de scherpe beelden van de Hubble Space Telescope heeft gecombineerd. Daarnaast zijn van een groot aantal van deze lenzen ook spectroscopische opnames gemaakt met de Europese Very Large Telescope (VLT) in Chili en met de Keck-telescopen op Hawaï. Zwaartekrachtlenzen kunnen unieke inzichten verschaffen in de eigenschappen van donkere materie. De ontdekking en de eerste onderzoeksresultaten worden binnenkort gepubliceerd in drie artikelen in The Astrophysical Journal .
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht University of Hawaï
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 juli 2008
De sterrenstelsels in het huidige heelal hebben enorme magnetische velden. Maar hoe komen zij daaraan? Een veel geopperde verklaring is dat deze magnetische velden in de loop van de miljarden zijn 'aangezwengeld' door de rotatie van de stelsels - een soort dynamo-effect dus. Nieuw onderzoek duidt er echter op dat ook verre, en dus jonge, sterrenstelsels sterke magnetische velden hebben (Nature, 17 juli). Bij het onderzoek, uitgevoerd door wetenschappers van de Eidgenössische Technische Hochschule Zürich, is gekeken naar het licht van quasars - de heldere kernen van verre actieve sterrenstelsels. Onderweg naar de aarde passeert dit licht de halo van het omringende stelsel en het bijbehorende magnetische veld, wat veranderingen veroorzaakt in de zogeheten polarisatie van het licht. Hoe sterker het magnetische veld, des te sterker de polarisatie. Verrassend genoeg is nu gebleken dat zelfs de moederstelsels van de verste quasars een krachtig magnetisch veld hebben. Of dit betekent dat er een ander proces is dat de magnetische velden veroorzaakt of dat de stelsels al met krachtige magnetische velden geboren werden, is nog onduidelijk.
Meer informatie:
Early galaxies had magnetic fields as strong as today's
16 juli 2008
Voor het eerst hebben sterrenkundigen een tien jaar geleden ontwikkelde methode gebruikt om het superzware zwarte gat in de kern van een sterrenstelsel te 'wegen'. Tot nog toe werd de massa van zo'n centraal zwart gat gemeten door de bewegingen van sterren en gaswolken in de omgeving ervan te observeren. Maar dat is een moeizaam proces. De nieuwe techniek maakt gebruik van de zwaartekrachtsinvloed die zo'n zwart gat op het hete gas in zijn omgeving uitoefent: het aangetrokken gas wordt bij nadering van het zwarte gat steeds verder samengeperst en verhit. En hoe zwaarder het zwarte gat, des te sterker dit effect. Om de massa van een centraal zwart gat te meten kun, je dus volstaan met het meten van de hoogste temperatuur van het hete gas in de omgeving. Röntgenwaarnemingen van het elliptische sterrenstelsel NGC 4649 hebben uitgewezen dat de nieuwe methode dezelfde uitkomst geeft als de oude. In de kern van dit stelsel huist een zwart gat dat 3,4 miljard keer zo zwaar is als onze zon.
Meer informatie:
A New Way To Weigh Giant Black Holes
10 juli 2008
Sterrenkundigen hebben op 12,3 miljard lichtjaar afstand een sterrenstelsel ontdekt waarin per jaar maar liefst vierduizend nieuwe sterren worden geboren. Vanwege de grote afstand zien we het stelsel zoals het er 12,3 miljard jaar geleden uitzag, toen het heelal minder dan anderhalf miljard jaar oud was. Nooit eerder is zo vroeg in de jeugd van het heelal een sterrenstelsel met zo'n hoog geboortecijfer ontdekt. Het stelsel is voor het eerst waargenomen door de Hubble Space Telescope en de Japanse Subaru-telescoop op Hawaï. Infraroodwaarnemingen met de Spitzer Space Telescope, en submillimeterwaarnemingen met de James Clerk Maxwell Telescope wijzen uit dat er in het stoffige stelsel in hoog tempo nieuwe sterren ontstaan. Vermoedelijk zijn astronomen hier getuige van de vorming van een kolossaal elliptisch sterrenstelsel. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat de vorming van grote sterrenstelsels veel geleidelijker ging, en dat zulke bevolkingsexplosies in de prille jeugd van het heelal niet konden voorkomen. De ontdekking is vandaag gepubliceerd in The Astrophysical Journal .
Meer informatie:
Rare 'Star-Making Machine' Found in Distant Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 juni 2008
Hoe doorzichtig is het heelal? Dat is wat een internationaal team van sterrenkundigen zich afvraagt, nu met de gammatelescoop MAGIC gammastraling is waargenomen die afkomstig is van de quasar 3C279 (Science, 27 juni). Deze quasar is in feite de kern van een stelsel dat vijf miljard lichtjaar van ons verwijderd is, wat betekent dat de ontvangen gammastraling een recordafstand heeft weten te overbruggen. In de kern bevindt zich een ongeveer één miljard zonsmassa's wegend zwart gat, dat materie uit zijn omgeving opslokt. Deze materie verzamelt zich in een schijf die rond het zwarte gat draait en enorm heet wordt. Het is deze zogeheten accretieschijf die de bron van de gammastraling is. Bijna elke vorm van straling kan zich vrij ongehinderd door het heelal voortbewegen, maar voor gammastraling ligt dat anders: deze reageert met het alomtegenwoordige achtergrondlicht van sterrenstelsels en wordt daardoor steeds zwakker. Omdat 3C279 zo'n beetje halverwege de grens van het zichtbare heelal ligt, zou de gammastraling van dit stelsel hier eigenlijk niet mogen aankomen. Blijkbaar is het extragalactische achtergrondlicht zwakker dan gedacht.
Meer informatie:
High Energy and Far Vision
The MAGIC Telescope
26 juni 2008
Met de Gemini South-telescoop in Chili is een schitterende opname gemaakt van de vrijwel identieke stelsels NGC 5426 en 5427. De beide stelsels, die zich op een afstand van 90 miljoen lichtjaar bevinden, zijn in botsing - al is daar op de foto nog niet veel van te zien. Zulke galactische botsingen voltrekken zich dan ook uiterst langzaam: in dit geval kan het proces 100 miljoen jaar gaan duren. Als je goed kijkt, is tussen NGC 5426 en NGC 5427 al een vage, 60.000 lichtjaar lange 'brug' van materie te zien - een eerste aanwijzing dat getijkrachten aan het werk zijn, die ervoor zorgen dat de beide stelsels gas en stof uitwisselen. De twee spiraalstelsels vertonen ook veel stervormingsactiviteit, wat eveneens het gevolg van de beginnende botsing kan zijn. Na wat omtrekkende bewegingen zullen de beide stelsels uiteindelijk met elkaar versmelten en één groot elliptisch sterrenstelsel vormen.
Meer informatie:
Siamese Twin Galaxies In A Gravitational Embrace
23 juni 2008
Met de radioschotels van de Very Large Array (VLA) in New Mexico (VS) is waargenomen hoe een zogeheten Seyfert-sterrenstelsel bezig is een soortgenoot op te slokken. Sterrenkundigen vermoedden al heel lang dat de bijzonder fel stralende kern van Seyfert-stelsels te danken is aan een superzwaar zwart gat dat bezig is materie op te slokken. Maar tot nog toe was niet gezien waar die materie vandaan kwam. Volgens een van de meest populaire theorieën zouden Seyfert-stelsels betrokken zijn geweest bij botsingen of bijna-botsingen met naburige stelsels. Daarbij zou het gas in beide stelsels zodanig in beroering worden gebracht, dat het voor een deel in de greep van de zwaartekracht van het zwarte gat in het centrum van het Seyfert-stelsel komt. Met gewone telescopen waren bij de meeste Seyfert-stelsels echter geen sporen van zo'n (bijna-)botsing te zien. Op radiogolflengten is dat duidelijk anders: uit de VLA-waarnemingen blijkt dat de meeste Seyfert-stelsels inderdaad bezig zijn om gas van naburige stelsels op te slokken.
Meer informatie:
Radio Telescopes Reveal Unseen Galactic Cannibalism
18 juni 2008
Een internationaal team van sterrenkundigen onder leiding van Sera Markoff van het sterrenkundig instituut 'Anton Pannekoek' van de Universiteit van Amsterdam heeft ontdekt dat het 'eetgedrag' van zwarte gaten onafhankelijk is van hun massa. Markoff en haar collega's stelden een model op voor de stralingsproductie van zwarte gaten. De accretieschijf die zich rond een zwart gat vormt, zendt in dat model voornamelijk zichtbaar licht en röntgenstraling uit. Heet gas rond het zwarte gat produceert behalve röntgenstraling ook ultraviolette straling, en de twee 'jets' die langs de rotatieas van het zwarte gat de ruimte in worden geblazen, stralen voornamelijk op radio- en röntgengolflengten. Op basis van waarnemingen met een groot aantal telescopen op de grond en in de ruimte komt het team tot de conclusie dat zowel stellaire zwarte gaten als superzware zwarte gaten een stralingspatroon vertonen dat goed in overeenstemming is met dit model. Er werden onder andere waarnemingen verricht aan de röntgenstraling van het superzware zwarte gat in de kern van het sterrenstelsel M81, op 12 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Dat zwarte gat weegt 70 miljoen zonsmassa's, maar het gedraagt zich op dezelfde manier als stellaire zwarte gaten van slechts tien zonsmassa's. De resultaten worden gepubliceerd in The Astrophysical Journal .
Meer informatie:
Black Holes Have Simple Feeding Habits
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 juni 2008
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft intense ultraviolette straling waargenomen van een ster die enkele uren later als supernova ontplofte (Science, 13 juni). Volgens de onderzoekers is het voor het eerst dat zo'n vroege vooraankondiging van een aanstaande supernova te zien is geweest. Supernova-explosies als deze ontstaan als een ster die minstens acht keer zo veel massa bevat als onze zon alle brandstof in zijn kern verbruikt heeft. Zodra de energieproductie stopt, stort de kern onder zijn eigen gewicht ineen, waardoor er een schokgolf door de buitenlagen van de ster gaat. Zodra deze schokgolf het oppervlak bereikt, komen grote hoeveelheid röntgenstraling vrij. Maar vóór dat moment vindt al een stijging in de temperatuur van de buitenste lagen van de ster plaats. Het is deze temperatuurstijging die verantwoordelijk is voor de ultraviolette straling die in 2004 (toevallig) met de GALEX-satelliet is waargenomen, twee weken voordat de supernova ontdekt werd met met een telescoop op Hawaï. Uit de duur van de ultraviolette gloed kan een schatting worden gemaakt van de grootte van de ontploffende ster. Het blijkt om een rode superreus te zijn gegaan, die deel uitmaakte van een sterrenstelsel op 1 miljard lichtjaar afstand.
Meer informatie:
Ultraviolet gives view inside real ‘death star’
11 juni 2008
Radioastronomen hebben in een 'baby-quasar' een onverwachte structuur gevonden. Deze structuur is waargenomen met de zeer gevoelige telescopen van het Europese VLBI Netwerk (EVN). De resultaten van deze waarneming zijn gepubliceerd in Astronomy and Astrophysics. Quasars zijn de krachtigste energiebronnen in het heelal. Ze lijken op sterren, maar ze bevinden zich op veel grotere afstand van de aarde. Door deze afstand kunnen we met radiotelescopen quasars zien zoals ze er miljarden jaren geleden uitzagen, toen het heelal nog veel jonger was. De baby-quasar is een paar jaar geleden ontdekt en nu met tien radiotelescopen in Europa (inclusief de Westerbork Telescoop), China en Zuid-Afrika verder onderzocht. In de quasar, genaamd J1427+3312, zijn twee structuren te zien die ongeveer 480 lichtjaar bij elkaar vandaan liggen. Deze structuur, samen met een kenmerkend steil radiospectrum, is typisch voor jonge quasars. Wat de quasar zo interessant maakt, is de extreem grote afstand. Hij ligt zo ver weg van ons melkwegstelsel dat het licht dat hij uitstraalt er meer dan 13,5 miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. Dit is meer dan 90% van de leeftijd van hetheelal. Met andere woorden, het beeld dat met de telescopen is verkregen, is waargenomen op een moment dat het heelal anderhalf miljard jaar oud was. Dit komt overeen met het tijdstip waarop het heelal jonger was dan 10% van zijn huidige leeftijd.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
10 juni 2008
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een indrukwekkende overzichtsfoto gemaakt van (een deel van) de Coma-cluster, één van de dichtstbevolkte samenscholingen van sterrenstelsels in het heelal. Het afgebeelde gebied is enkele miljoenen lichtjaren breed, maar dat is ruimschoots onvoldoende om de vrijwel bolvormige cluster, die duizenden stelsels omvat, in zijn geheel te laten zien. De Coma-cluster is 300 miljoen lichtjaar van ons verwijderd.
Meer informatie:
Hubble’s sweeping view of the Coma Galaxy Cluster
4 juni 2008
Superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels zetten een rem op de vorming van nieuwe sterren. Dat concludeert Sugata Kaviraj van Oxford University op basis van waarnemingen met de GALEX-kunstmaan en met de Sloan Digital Sky Survey-telescoop. Sterren ontstaan uit samentrekkende gaswolken, maar dat gas wordt soms weggeblazen door energierijke processen in het betreffende sterrenstelsel, zoals supernova-explosies. Wanneer het sterrenstelsel echter zwaarder is dan pakweg tien miljard zonsmassa's, kan de activiteit van het centrale zwarte gat de overheersende rol gaan spelen bij het onderdrukken van stervormingsactiviteit, aldus Kaviraj, die zijn resultaten presenteerde op de 212e bijeenkomst van de American Astronomical Society in St. Louis, Missouri.
Sloan Digital Sky Survey
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 juni 2008
Volgens Denis Leahy en Rachid Ouyed van de Universiteit van Calgary in Canada hebben sterrenkundigen de afgelopen jaren drie quark-nova's waargenomen. In 2005 en 2006 zijn extreem heldere sterexplosies gezien in ver verwijderde sterrenstelsels. Ze straalden ongeveer honderd keer zo veel energie uit als gewone supernova's. Het gaat om SN2005ap, SN2005gj en SN2006gy. Om de buitengewoon heldere supernova-uitbarstingen te verklaren, is eerder wel geopperd dat het hier zou gaan om de uitbarstingen van reuzensterren, veroorzaakt door de versmelting van verschillende sterren in een compacte sterrenhoop. Maar de twee Canadese astronomen denken dat er iets anders aan de hand is. Hun berekeningen laten zien dat een neutronenster (het compacte overblijfsel van een gewone supernova-explosie) onder bepaalde omstandigheden verder ineen kan storten tot een zogeheten quarkster, die uit afzonderlijke quarks (de basisbouwstenen van kerndeeltjes) bestaat. Die plotselinge overgang van neutronenster naar quarkster produceert buitengewoon veel energie, en zou aanleiding kunnen geven tot een lichtsterke 'quark-nova'. Leahy en Ouyed presenteerden hun theorie op de 212e bijeenkomst van de American Astronomical Society in St. Louis, Missouri.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 juni 2008
Met de Hubble Space Telescope is de 'missing link' gevonden in de evolutie van quasars - de extreem heldere kernen van ver verwijderde sterrenstelsels. De energie van quasars is afkomstig uit de directe omgeving van een superzwaar zwart gat in de kern van het stelsel. De theorie is dat twee sterrenstelsels met elkaar botsen en versmelten, waarbij grote aantallen nieuwe sterren ontstaan. Een paar honderd miljoen jaar na zo'n 'starburst' zijn veel van die sterren geëxplodeerd als supernova, en wordt het weggeblazen sterrengas voor een deel opgeslokt door het centrale zwarte gat, dat zich daardoor voordoet als quasar. Astronoom en sciencefictionschrijver Mike Brotherton van de Universiteit van Wyoming heeft nu samen met zijn collega's een kleine dertig overgangsstelsels gevonden, die nog wel de karakteristieke eigenschappen vertonen van een 'starburst'-stelsel, maar waarin ook al quasar-activiteit optreedt. Op de scherpe foto's die van de stelsels zijn gemaakt met de Hubble Space Telescope is duidelijk te zien dat het hier gaat om de producten van onderlinge botsingen en versmeltingen. De ontdekking, die vandaag gepresenteerd werd op de voorjaarsbijeenkomst van de American Astronomical Society in St. Louis, Missouri, biedt ondersteuning voor de gangbare theorie voor de vorming van quasars.
Meer informatie:
Hubble Space Telescope spies galaxy/black hole evolution in action
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 juni 2008
Mederic Boquien van de Universiteit van Massachusetts in Amherst heeft ontdekt dat de vorming van nieuwe sterren in de nasleep van de botsing van twee sterrenstelsels op dezelfde manier plaatsvindt als in de sterrenstelsels zelf. Sterren ontstaan uit wolken van interstellair gas en stof. In de spiraalarmen van verre sterrenstelsels is het proces echter moeilijk te bestuderen, omdat de stervormingsgebieden midden tussen reeds bestaande sterren liggen. Maar ook in de langgerekte 'getijdenstaarten' die ontstaan door de zwaartekrachtswisselwerking van botsende sterrenstelsels kunnen nieuwe sterren geboren worden. Boquien heeft die 'externe' stervormingsgebieden onderzocht op alle denkbare golflengten, en komt op basis daarvan tot de conclusie dat het stervormingsproces op precies dezelfde wijze verloopt als in de afzonderlijke sterrenstelsels. De getijdenstaarten kunnen eenvoudiger onderzocht worden, doordat ze zich in de intergalactische ruimte bevinden. Op die manier is ook voor verre sterrenstelsels een beter beeld te verkrijgen over de wijze waarop nieuwe sterren ontstaan. Boquien presenteerde zijn resultaten vandaag op de voorjaarsbijeenkomst van de American Astronomical Society in St. Louis, Missouri.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 juni 2008
Sterrenkundigen van de Universiteit van Arkansas in Little Rock hebben een verrassend eenvoudige methode gevonden om zwarte gaten te wegen. In de kernen van de meeste sterrenstelsels bevinden zich superzware zwarte gaten, die enkele miljoenen tot enkele miljarden malen zo zwaar zijn als de zon. Ook ons eigen Melkwegstelsel herbergt zo'n zwaar zwart gat, evenals het nabijgelegen Andromedastelsel. De massa's van die superzware zwarte gaten kan afgeleid worden uit de bewegingssnelheden van sterren in de directe omgeving, maar die methode werkt alleen bij sterrenstelsels op relatief kleine afstanden. Marc Seigar en zijn collega's hebben nu ontdekt dat er een relatie bestaat tussen de massa van het centrale zwarte gat in een sterrenstelsel en de mate waarin de spiraalarmen van het stelsel zijn opgewonden. Hoe strakker de spiraalarmen om elkaar heen liggen, des te zwaarder is het centrale zwarte gat. De relatie is geijkt met behulp van 27 sterrenstelsels waarvan de massa van het zwarte gat op de conventionele wijze kon worden bepaald. Dankzij deze ontdekking is het nu mogelijk om ook de massa's af te leiden van superzware zwarte gaten in sterrenstelsels op miljarden lichtjaren afstand. Seigar en zijn collega's presenteerden hun resultaten vandaag op de voorjaarsbijeenkomst van de American Astronomical Society in St. Louis, Missouri.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
27 mei 2008
Europese astronomen hebben rond een stervende reuzenster een gigantische ring van stofdeeltjes ontdekt. Die zijn gecondenseerd uit het materiaal dat door de ster de ruimte in wordt geblazen. Superreuzen zijn zeldzaam, en bevinden zich op grote afstand van de aarde. De ster WOH G64 staat op ca. 160.000 lichtjaar afstand, in de Grote Magelhaense Wolk, een kleine begeleider van ons eigen Melkwegstelsel. De ster zelf heeft een middellijn van een paar miljard kilometer - hij is ongeveer zo groot als de baan van de planeet Saturnus rond de zon. Met behulp van de Europese Very Large Telescope (VLT) in Chili kon hij gedetailleerd onderzocht worden. Door twee van de vier 8.2 meter-telescopen van de VLT te combineren werd een beeldscherpte bereikt die normaalgesproken is voorbehouden aan een 60 meter-telescoop. Op die manier werd met een infraroodcamera de warmtestraling vastgelegd van een kolossale stofring rond de ster. De binnenrand van die ring ligt op 18 miljard kilometer afstand van de ster; de buitenrand op bijna een lichtjaar. De stervende superreus moet oorspronkelijk ca. 25 maal zo zwaar zijn geweest als de zon, maar heeft de afgelopen paar miljoen jaar tien tot veertig procent van zijn massa de ruimte in geblazen. In dat afkoelende gas zijn de stofdeeltjes ontstaan die nu met de Very Large Telescope zijn waargenomen. De ontdekking, die gepubliceerd wordt in Astronomy & Astrophysics , biedt sterrenkundigen meer inzicht in de laatste levensfasen van de allerzwaarste sterren in het heelal.
Meer informatie:
Max Planck astronomers detect a dust torus around a supergiant star
Persbericht ESO
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 mei 2008
Door een gelukkig toeval hebben sterrenkundigen overal ter wereld begin dit jaar het begin van een supernova-explosie kunnen waarnemen (Nature, 22 mei). Supernovae - ontploffende sterren - zijn een zeldzaam verschijnsel: in elk sterrenstelsel vinden er slechts enkele van deze ontploffingen per eeuw plaats. Maar omdat er zoveel verschillende sterrenstelsels zijn, worden er vanaf de aarde jaarlijks honderden supernovae waargenomen. Desondanks was het tot voor kort niet gelukt om het prille begin van zo'n explosie te zien. Daar is nu dus eindelijk verandering in gekomen: op 9 januari van dit jaar registreerde de Amerikaanse satelliet Swift een vijf minuten durende röntgenuitbarsting die het begin van supernova-explosie SN2008D aankondigde - opmerkelijk genoeg in een sterrenstelsel (NGC 2770) waarin een maand eerder ook al een andere supernova was verschenen. Dankzij dit toeval was Swift opnieuw op het stelsel gericht op het moment dat de nieuwe supernova verscheen. Direct na de ontdekking van de röntgenuitbarsting is een internationale waarneemcampagne gestart, waarbij tal van instrumenten zijn ingezet: van de ruimtetelescopen Hubble en Chandra tot de grote telescopen op Palomar Mountain (Californië) en Mauna Kea (Hawaï). Hiermee zijn voor het eerst waarnemingen van een supernova gedaan in de eerste uren na het begin van de ontploffing. Supernova-explosies van dit type ontstaan als de kern van een zware ster zonder brandstof komt te zitten en instort tot een compacte neutronenster. Dit wordt gevolgd door een terugslag, waarbij een schokgolf door de buitenste gaslagen van de oorspronkelijke ster trekt en deze sterk verhit. Zo'n schokgolf doet er vele uren over voordat hij door het oppervlak van de ster heen breekt en een uitbarsting van röntgenstraling produceert - voor Swift precies op het juiste moment.
Meer informatie:
Seeing stars: Princeton University scientists witness once-in-a-lifetime event
Astronomen zien ‘live’ supernova ontploffen
NASA's Swift Satellite Catches First Supernova in the Act of Exploding
20 mei 2008
Hoewel er in het heelal miljarden sterrenstelsels te zien zijn, vertegenwoordigen deze maar een klein deel van de totale hoeveelheid normale materie in het heelal. De meeste materie die tijdens en kort na de oerknal is gevormd, moet elders verstopt zitten. Na een uitgebreide zoektocht in onze kosmische omgeving, met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop, denken sterrenkundigen ongeveer de helft van die ontbrekende materie te hebben opgespoord. Zij gaat schuil in de schijnbaar lege ruimte tussen de sterrenstelsels â het intergalactische medium. Dat blijkt uit een analyse van het licht van 28 zogeheten quasars â verre objecten die zo helder zijn dat hun licht zelfs op afstanden van miljarden lichtjaren op aarde waarneembaar is (The Astrophysical Journal, 20 mei). De materie die dit licht onderweg tegenkomt, laat sporen achter in de spectra van de quasars, waaruit niet alleen kan worden afgeleid dat er materie in het intergalactische medium zit, maar ook wáár die materie zich (ongeveer) bevindt. De waarnemingen duiden erop dat de materie, die vermoedelijk grotendeels uit heet waterstofgas bestaat, lange draderige structuren (filamenten) vormt. Deze filamenten vormen samen het zogeheten kosmische web, zoals dat ook uit kosmologische modellen naar voren komt. De nu opgespoorde materie staat overigens los van de zogeheten donkere materie, de exotische vorm van materie waarvan het bestaan alleen kan worden afgeleid uit haar zwaartekrachtsaantrekking.
Meer informatie:
Hubble Survey Finds Missing Matter, Probes Intergalactic Web
15 mei 2008
Wie op een heldere avond naar de hemel kijkt, ziet duizenden fonkelende kernfusiereactoren: sterren. Alles bij elkaar genereren de sterren in het heelal in een onvoorstelbare hoeveelheid energie. Per volume van slechts één kubieke lichtjaar wordt jaarlijks 5 biljoen kilowattuur aan energie geproduceerd - ongeveer 300 keer het totale energieverbruik van de mensheid. Maar op aarde ontvangen we slechts de helft van al het sterlicht dat in het heelal wordt geproduceerd. Dat blijkt uit berekeningen van sterrenkundigen uit Groot-Brittannië, Duitsland en Australië (Astrophysical Journal Letters, 10 mei). De onderzoekers hebben namelijk vastgesteld dat de andere helft van het licht ten prooi valt aan absorberend stof. Dat het heelal wemelt van de kleine stofdeeltjes was al langer bekend, maar tot nog toe beschikten sterrenkundigen niet over een sluitende 'energieboekhouding' van het heelal. Stofdeeltjes absorberen sterlicht en zenden dit in de vorm van infraroodstraling weer uit. De bestaande boekhouding liet echter zien dat het gloeiende stof meer energie uitstraalde dan alle sterren bij elkaar produceren en dát kon natuurlijk niet kloppen. Met behulp van een nieuw model voor de stofverdeling in sterrenstelsels hebben de onderzoekers opnieuw berekend hoeveel licht door het alom aanwezige stof wordt geabsorbeerd, en dat blijkt dus de helft te zijn. Waarmee de energieboekhouding van het heelal nu eindelijk kloppend is.
Meer informatie:
Astronomers find that Universe shines twice as bright
Entstaubte Galaxien;
9 mei 2008
De 'Antennes' - twee sterrenstelsels die onderling in botsing zijn en in de toekomst met elkaar zullen versmelten - staan veel dichterbij dan altijd is aangenomen. Dat concludeert een internationaal team van astronomen op basis van nieuwe waarnemingen met de Hubble Space Telescope. De twee sterrenstelsels (NGC 4038 en NGC 4039, in het sterrenbeeld Raaf) blijken niet op 65 miljoen lichtjaar afstand te staan, maar 'slechts' op 45 miljoen lichtjaar afstand. Met behulp van de gevoelige camera's van de Hubble-ruimtetelescoop zijn de kleuren en helderheden onderzocht van individuele rode reuzensterren in een van de 'getijdenstaarten' van de Antennes. Die langgerekte slierten van gas en sterren, waaraan het sterrenstelselduo ook zijn naam te danken heeft, zijn door de onderlinge getijkrachten uit de stelsels gerukt. Uit de metingen aan de rode reuzen kon de afstand tot de sterrenstelsels worden afgeleid. De nieuwe resultaten worden gepubliceerd in het meinummer van The Astrophysical Journal . Met de nieuwe afstandsbepaling zijn enkele raadsels rond de Antennes de wereld uit. Zo leek het bijvoorbeeld alsof de super-sterrenhopen in de Antennes ongeveer anderhalf maal zo groot waren als die in andere botsende sterrenstelsels.
Meer informatie:
The Antennae Galaxies move closer
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 mei 2008
Astronomen van het Nederlands ruimteonderzoeksinstituut SRON hebben een deel van de verborgen materie in het heelal gevonden. Het bestaan van de materie, een heet ijl gas dat verspreid door het heelal hangt als strengen van een kosmisch web, is al tien jaar een theorie. Met behulp van de voor röntgenstraling gevoelige ruimtetelescoop XMM-Newton en door een slimme gedachte van SRON-astronoom Norbert Werner, lukte het de verborgen materie daadwerkelijk te 'zien'. Werner bedacht om XMM-Newton te richten op Abell 222 en Abell 223, twee clusters van sterrenstelsels die vanaf de aarde gezien ongeveer achter elkaar staan. Als zich tussen de twee clusters inderdaad ijl gas bevindt, zou dat door de perspectivische werking extra goed zichtbaar moeten zijn. Dat bleek inderdaad het geval. De onderzoekers publiceerden hun ontdekking recent samen met hun Duitse collega's in het vakblad Astronomy and Astrophysics.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
XMM-Newton
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 april 2008
Sterrenkundigen van het Max-Planck-Institut für extraterrestrische Physik hebben een superzwaar zwart gat ontdekt dat met een snelheid van 2650 kilometer per seconde uit de kern van een sterrenstelsel is ontsnapt (Astrophysical Journal Letters, 10 mei). De onderzoekers denken dat deze ontsnapping het gevolg is van de samensmelting van twee zwarte gaten. Bij zo'n botsing van zwaargewichten ontstaan hevige golven in de ruimtetijd, die gravitatiegolven worden genoemd. Omdat deze golven voornamelijk in één richting worden uitgezonden, gaat het samengesmolten zwarte gat - net als de terugslag van een geweer waarmee een kogel is afgeschoten - precies de andere kant op. Als de snelheid van het nieuwe zwarte gat groot genoeg is, kan het aan het sterrenstelsel waar het deel van uitmaakte ontsnappen en op eigen houtje door de ruimte gaan zwerven. Hoewel zwarte gaten zelf geen straling uitzenden, doet de hete materie in hun naaste omgeving dat wel. Het zijn waarnemingen van dit hete gas rond het ontsnapte zwarte gat, dat ongeveer 100 miljoen keer zo zwaar is als onze zon, waaruit de grote snelheid van het object is gebleken. Het is voor het eerst dat het resultaat van dit reeds eerder theoretisch voorspelde verschijnsel ook daadwerkelijk is waargenomen.
Meer informatie:
Superkick: Black hole expelled from its parent galaxy
29 april 2008
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop en de Keck-telescoop op Hawaï hebben sterrenkundigen, onder wie de Nederlanders Pieter van Dokkum (Yale) en Marijn Franx (Leiden), kleine sterrenstelsels waargenomen die een verbluffend grote massa blijken te hebben. De objecten hebben een middellijn van slechts 5000 lichtjaar, maar bevatten 200 miljard maal de massa van onze zon. Ter vergelijking: ons eigen Melkwegstelsel, dat twintig keer zo groot is, 'weegt' 600 miljard zonsmassa's. Het bestaan van de kleine stelsels, die zich op afstanden van ongeveer 11 miljard lichtjaar bevinden, was al enkele jaren bekend, maar pas nu is gebleken hoe compact ze zijn (The Astrophysical Journal, 10 april). Onduidelijk is nog hoe de kleine zwaargewichten zijn ontstaan. Eén van de mogelijkheden is dat ze het resultaat zijn van de wisselwerking tussen donkere materie en waterstofgas in de begintijd van het heelal. Donkere materie is de onzichtbare vorm van materie die het merendeel van alle massa in het heelal voor haar rekening neemt. Kort na de oerknal zouden concentraties van donkere materie kunnen hebben gefungeerd als plaatsen waar zich gewoon waterstofgas ophoopte. Maar zelfs als dat scenario juist is, is het nog maar de vraag hoe deze stelsels zich in de loop van de miljarden jaren tot normale sterrenstelsels (hebben) kunnen ontwikkelen.
Meer informatie:
Compact galaxies in early Universe pack a big punch
28 april 2008
Sinds zijn lancering, vijf jaar geleden, heeft de Galaxy Evolution Explorer (GALEX) - een NASA-satelliet die de hemel in het ultraviolet observeert - honderden miljoenen sterrenstelsels gefotografeerd. Eén daarvan is het relatief nabije spiraalstelsel M106, dat centraal staat op de 'lustrumfoto'. In vergelijking met normale, optische foto's zijn de spiraalarmen van het stelsel op de GALEX-foto veel geprononceerder. Dat komt doordat zich daar veel jonge, hete sterren bevinden, die in ultraviolette straling grossieren. Hoofddoel van de GALEX-missie is het in kaart brengen van de evolutie van sterrenstelsels. Dat gebeurt door naar sterrenstelsels op uiteenlopende afstanden (tot 10 miljard lichtjaar) te kijken: hoe verder een stelsel van ons verwijderd is, des te langer heeft zijn licht erover gedaan om ons te bereiken. In zekere zin werken instrumenten als GALEX dus als een soort tijdmachine.
Meer informatie:
Galaxy Evolution Explorer Celebrates Five Years in Space
Galaxy Evolution Explorer
24 april 2008
Ter gelegenheid van de achttiende verjaardag van de Hubble Space Telescope, die op 24 april 1990 werd gelanceerd, hebben astronomen van het Space Telescope Science Institute een kolossale verzameling Hubble-opnamen van botsende sterrenstelsels vrijgegeven. De 59 foto's zijn in de loop van de afgelopen jaren gemaakt, veelal in het kader van het GOALS-project (Great Observatories All-sky LIRG Survey), dat geleid wordt door Aaron Evans van de Universiteit van Virginia. Binnen het GOALS-project worden de botsende sterrenstelsels ook waargenomen met andere grote ruimtetelescopen, zoals Spitzer (op infraroodgolflengten), Chandra (röntgen) en GALEX (ultraviolet). Doel is om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop twee sterrenstelsels met elkaar in wisselwerking treden, en hoe botsingen en versmeltingen leiden tot de vorming van nieuwe sterrenhopen en sterren. In het huidige heelal ondergaat ongeveer één op de één miljoen sterrenstelsels een botsing, maar in het verleden lag die frequentie veel hoger. In de toekomst zal er ook een nauwe passage of zelfs een daadwerkelijke botsing plaatsvinden tussen het Andromedastelsel en ons eigen Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Galaxies Gone Wild!
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 april 2008
Met behulp van de Very Large Baseline Array (VLBA), een gigantisch netwerk van Amerikaanse radiotelescopen, is de oorsprong van de krachtige straalstromen van blazars ontraadsels. Dat melden Amerikaanse astronomen deze week in Nature . Blazars zijn actieve sterrenstelsels met een superzwaar zwart gat in hun centrum. Ze blazen in twee richtingen energierijke straalstromen ('jets') de ruimte in, met bijna de lichtsnelheid. Datzelfde gebeurt in radiosterrenstelsels en in quasars, maar bij een blazar is een van die straalstromen min of meer op de aarde gericht, waardoor de actieve kern extra helder is, en gedetailleerder onderzocht kan worden. Met de VLBA, en met andere telescopen in de ruimte en op de grond, is BL Lacertae, het prototype van alle blazars, bestudeerd tijdens een uitbarsting die eind 2005 plaatsvond. BL Lacertae staat op ca. 950 miljoen lichtjaar afstand en herbergt een zwart gat dat 200 miljoen keer zo zwaar is als de zon. Uit de metingen, onder andere aan de polarisatie van de uitgezonden straling, blijkt dat de uitgestoten materiewolk een soort kurkentrekkerbeweging maakt, precies wat je zou verwachten wanneer de straalstroom ontstaat in een zeer sterk, schroefvormig opgewikkeld magnetisch veld. Toekomstige waarnemingen van BL Lacertae met de Amerikaanse GLAST-kunstmaan, die later dit voorjaar gelanceerd wordt, zullen mogelijk nog meer informatie bieden over het versnellingsmechanisme van de elektrisch geladen deeltjes in de straalstromen.
Meer informatie:
Radio Telescope Reveals Secrets of Massive Black Hole
Webpagina met achtergrondinformatie over de ontdekking
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 april 2008
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft de lichtecho waargenomen van een enorme röntgenuitbarsting, die vrijwel zeker is veroorzaakt doordat een ster door een superzwaar zwart gat werd opgeslokt. Zo'n lichtecho ontstaat als interstellair gas in de omgeving van de uitbarsting wordt verhit door de straling daarvan en in reactie daarop licht gaat uitzenden. De waarneming maakt nader onderzoek mogelijk van de kern van het sterrenstelsel (SDSSJ0952+2143 'geheten') waarin het zwarte gat zich bevindt. De intense straling van de stermaterie die naar het zwarte gat toe stroomt, doet de omgeving oplichten zoals vuurwerk de gebouwen van een in duisternis gehulde stad kortstondig zichtbaar maakt. De onderzoekers hopen door waarnemingen van de röntgenuitbarsting inzicht te krijgen in de aard van zogeheten actieve sterrenstelsels. Volgens de huidige inzichten is het superzware zwarte gat in het centrum van deze stelsels omgeven door een schijf van hete materie, die op zijn beurt weer omringd wordt door een dikke ring van veel koelere materie. Dankzij de lichtecho zou de vorm van deze ring of torus voor het eerst in kaart kunnen worden gebracht.
Meer informatie:
Black hole sheds light on a galaxy
16 april 2008
Sterrenkundigen hebben de algemene relativiteitstheorie van Einstein kunnen toetsen onder uiterst extreme omstandigheden. De nieuwe test betreft de kern van een ver sterrenstelsel, de quasar OJ287, die met een regelmaat van ongeveer twaalf jaar twee opvallende helderheidsuitbarstingen vertoont. In 1988 opperden de Finse sterrenkundige Mauri Valtonen en collega's dat de straling van deze uitbarstingen afkomstig was van een 18 miljard zonsmassa's wegend zwart gat waar een ander, veel lichter zwart gat omheen draait. Dat tweede zwarte gat zou bij elke omloop twee keer de schijf van materie rond zijn zwaardere soortgenoot doorkruisen, wat elke keer in een uitbarsting resulteert. Nieuwe berekeningen die begin vorig jaar op basis van dit model zijn gedaan, lieten zien dat er rond 13 september 2007 weer een nieuwe uitbarsting zou moeten plaatsvinden. En dat gebeurde inderdaad (Nature, 17 april). Daarmee is vrijwel vast komen te staan dat OJ287 een dubbel zwart gat herbergt. Bovendien bevestigt het gedrag van dit bijzondere object de algemene relativiteitstheorie in twee opzichten: de baan van het kleinere zwarte gat vertoont een extreme versie van de periheliumverschuiving zoals die ook bij de planeet Mercurius wordt waargenomen en het tijdstip van de uitbarsting is in overeenstemming met Einsteins voorspelling dat stelsels van zeer zware, om elkaar draaiende objecten zwaartekrachtsgolven uitzenden en daardoor energie verliezen. Als dit energieverlies niet zou optreden, zou de quasaruitbarsting namelijk twintig dagen later moeten hebben plaatsvinden.
Meer informatie:
Quasar tests general relativity to the limit
16 april 2008
Onderzoek met de Galaxy Evolution Explorer, een Amerikaanse satelliet die sterrenstelsels op ultraviolette golflengten bestudeert, wijst erop dat er ook in de verre buitenwijken van sterrenstelsels veel nieuwe sterren kunnen ontstaan. Normaal gesproken gaat alle aandacht uit naar het centrale deel van een sterrenstelsel, waar het wemelt van de sterren en gaswolken. Maar opnamen van het indrukwekkende spiraalstelsel M83 laten zien dat dat niet helemaal terecht is. Zelfs op 140.000 lichtjaar afstand van de kern van dat stelsel, ver buiten de spectaculaire schijf met spiraalarmen, blijken nog nieuwe sterren geboren te worden. Volgens de onderzoekers zouden de afgelegen stellaire kraamkamers wel eens veel overeenkomsten kunnen vertonen met de omstandigheden in de begintijd van het heelal: ze zijn arm aan stof en elementen zwaarder dan helium.
Meer informatie:
Stellar Birth in the Galactic Wilderness
15 april 2008
Een internationaal team van astronomen heeft sterrenstelsels ontdekt in het jonge heelal die lijden aan acuut overgewicht. De sterrenstelsels hebben 200 miljard maal de massa van de zon, maar hun afmeting bedraagt slechts 5000 lichtjaar. Ze zijn daarmee vele malen compacter dan grote sterrenstelsels in het huidige heelal. De resultaten van het team zijn deze week verschenen in de Astrophysical Journal Letters. Het afgelopen jaar bestudeerden astronomen met de Hubble Space Telescope en de 10-meter Keck telescoop op Mauna Kea een negental sterrenstelses zoals die eruit zagen 11 miljard geleden, toen het heelal minder dan 3 miljard jaar oud was. De stelsels bleken uitermate compact te zijn. 'Het is een raadsel dat deze stelsels zo klein zijn', zegt Peter van Dokkum (Universiteit van Yale). 'Ze moeten sterk veranderen met de tijd, en tenminste 5 maal groter worden.'
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
10 april 2008
Met de Hubble Space Telescope is de zogeheten nagloeier gefotografeerd van de extreem heldere gammaflits die op 19 maart zichtbaar was. GRB 080319B, zoals de flits officieel heet, was zo energierijk dat hij ondanks de afstand van 7,5 miljard lichtjaar ongeveer een minuut lang met het blote oog te zien geweest moet zijn. Gammaflitsen ontstaan wanneer zeer zware en snel roterende sterren aan het eind van hun korte leven ineenstorten tot een zwart gat. Ze treden meestal op in de buitendelen van ver verwijderde sterrenstelsels. Op 7 april, de datum waarop Hubble's Wide Field and Planetary Camera 2 op de positie van de gammaflits werd gericht, was de nagloeier echter nog steeds zo helder dat van het 'gast-sterrenstelsel' niets te zien is.
Meer informatie:
Hubble Pinpoints Record-Breaking Explosion
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 april 2008
Chinese astronomen hebben met behulp van de Europese röntgensatelliet XMM-Newton veel meer energierijke röntgenstraling van een bepaald type quasar ontdekt dan verwacht. Quasars zijn de extreem heldere kernen van ver verwijderde sterrenstelsels. Ze worden aangedreven door superzware zwarte gaten in hun kern. Rond zo'n zwart gat vormt zich een snel roterende, hete accretieschijf die röntgenstraling uitzendt. Sommige quasars vertonen brede absorptielijnen, die waarschijnlijk veroorzaakt worden door absorberende stofwolken. Deze BAL-quasars zenden normaalgesproken weinig röntgenstraling uit: de röntgenstraling uit de accretieschijf rond het zwarte gat wordt grotendeels geabsorbeerd door omringend gas. Met XMM-Newton zijn in 2006 en 2007 waarnemingen verricht aan vier BAL-quasars waarin gas niet in het equatorvlak van de schijf naar buiten wordt geblazen, maar langs de draaiingsas, dus in polaire richting. Het blijkt nu dat twee van de vier polaire BAL-quasars erg helder zijn op röntgengolflengten. Kennelijk vindt er vrijwel geen absorptie plaats. Hoe de waarnemingen precies geïnterpreteerd moeten worden is onduidelijk. De resultaten zijn op 20 maart gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters .
Meer informatie:
Cosmic engines surprise XMM-Newton
XMM-Newton
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 april 2008
Britse sterrenkundigen hebben op infrarode golflengten een klein stukje hemel nauwkeurig in kaart gebracht. Ondanks het feit dat het hemelgebied slechts viermaal zo groot is als de volle maan, zijn hier meer dan 100.000 sterrenstelsels te zien. De verste daarvan bevinden zich op afstanden van meer dan 10 miljard lichtjaar, wat betekent dat het licht van deze stelsels er meer dan 10 miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. Overzichtsfoto's als deze stellen sterrenkundigen in staat om te onderzoeken hoe sterrenstelsels zich in de loop van de miljarden jaren ontwikkeld hebben. Eén van de vraagstukken die zij hopen op te lossen is dat van de grote, verre sterrenstelsels: onduidelijk is nog hoe zó vroeg in de geschiedenis van het heelal al zulke grote stelsels kunnen zijn ontstaan.
Meer informatie:
Witnessing The Formation Of Distant Galaxies
4 april 2008
Een omvangrijk Brits onderzoek van 360.000 sterrenstelsels duidt erop dat de superzware zwarte gaten die in de kernen van sterrenstelsels aanwezig zijn, de vorming van nieuwe sterren kunnen hinderen. In veel stelsels zijn deze centrale zwarte gaten bezig materie uit hun omgeving op te slokken. Niet alle materie die zich rond de zwarte gaten verzamelt, verdwijnt daarbij het 'gat' in: wat niet direct 'verwerkt' kan worden, wordt juist de ruimte in geblazen. Uit het onderzoek blijkt nu dat deze zogeheten quasar-activiteit funest is voor de vorming van nieuwe sterren in het omringende sterrenstelsel. Het lijkt er bovendien op dat de stervorming zich nadien ook niet meer herstelt: in de stelsels worden later geen nieuwe sterren meer aangemaakt.
Meer informatie:
Quasars Quash Star Formation In Active Galactic Nuclei
2 april 2008
Sterke magnetische velden spelen mogelijk een belangrijke rol in de manier waarop het inwendige van zware, snel roterende sterren wordt 'omgeroerd'. Dat blijkt uit waarnemingen met de FLAMES-spectrograaf op de Europese Very Large Telescope in Chili. Een team onder leiding van Ian Hunter van Queen's University in Belfast deed precisiemetingen aan de samenstelling van meer dan 800 zware sterren in de Magelhaense Wolken, twee kleine begeleiders van ons eigen Melkwegstelsel. Door de snelle rotatie van die reuzensterren zou je verwachten dat elementen uit het inwendige, waaronder stikstof, aan het oppervlak terechtkomen. Tot nu toe is altijd aangenomen dat de rotatiesnelheid van de ster de doorslaggevende factor is voor de sterkte van dat convectie-effect. In een op de vijf gevallen werd echter veel stikstof gevonden ondanks een relatief trage rotatie. Mogelijk spelen in die sterren magnetische velden een rol bij de convenctie van het sterinwendige. Ook bleek twintig procent van de sterren weinig stikstof aan het oppervlak te hebben terwijl er toch sprake was van een snelle rotatie. Dat kan mogelijk verklaard worden wanneer de betreffende sterren deel uitmaken van een dubbelstersysteem. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Belfast.
Meer informatie:
FLAMES leave astronomers in a spin
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
1 april 2008
Onderzoekers van de universiteit van Californië in Irvine hebben een cluster van sterrenstelsels op de recordafstand van 11,4 miljard lichtjaar ontdekt. De cluster (of eigenlijk proto-cluster) LBG-2377 is ontdekt met de Keck-telescoop op Hawaï. Op het eerste gezicht leek het om een enkelvoudig object te gaan, maar nadere analyse van het spectrum ervan leerde dat het een groepje van drie tot vijf sterrenstelsels betreft. Door zijn grote afstand zien we de proto-cluster zoals hij 11,4 miljard jaar geleden was - niet veel meer dan twee miljard jaar na de oerknal. Sterrenkundigen denken dat kleine groepjes als deze in de loop van de tijd zijn uitgegroeid tot volwaardige clusters van honderden stelsels.
Meer informatie:
Newly discovered galaxy cluster in early stage of formation is farthest ever identified
1 april 2008
Nieuw onderzoek van enkele van de verste sterrenstelsels die we kennen, bevestigt de reeds bestaande indruk dat de hevigste stervorming in het heelal tijdens de eerste twee miljard jaar na de oerknal heeft plaatsgevonden. Vijf van de onderzochte stelsels vormen in een hoog tempo nieuwe sterren en bevatten voldoende gas om dat honderden miljoenen jaren vol te houden. De stelsels zijn zo ver weg dat het zwakke licht dat we van hen ontvangen er meer dan tien miljard jaar over heeft gedaan om ons te bereiken. Dat betekent dat we deze stelsels zien zoals ze ongeveer drie miljard jaar na de oerknal waren. Ze behoren tot een bijzondere, pas recent ontdekte categorie van sterrenstelsels, die heel weinig zichtbaar licht uitzenden en juist veel radiostraling. Hun hevige stervorming is waarschijnlijk het gevolg van onderlinge botsingen tussen de eerste sterrenstelsels die in het heelal zijn ontstaan.
Meer informatie:
Stars Burst Into Life In The Early Universe
Images and movie
1 april 2008
Op zo'n tien miljard lichtjaar afstand hebben sterrenkundigen de verre voorlopers ontdekt van hedendaagse elliptische reuzenstelsels. Het gaat om sterrenstelsels in de jeugd van het heelal (ongeveer vier miljard jaar na de oerknal), die desondanks veel oude, rode sterren bevatten en waarin weinig evolutie meer optreedt. Waarnemingen met de United Kingdom Infra-Red Telescope (UKIRT) op Hawaï hebben uitgewezen dat deze 'volgroeide' sterrenstelsels onderling veel sterker geclusterd zijn dan andere sterrenstelsels op die grote afstanden. Dat betekent dat ze enorm zwaar moeten zijn. Zoals alle sterrenstelsels zijn ze waarschijnlijk gehuld in uitgestrekte halo's van donkere materie, en uit de clusteringseigenschappen volgt dat die halo's vele biljoenen zonsmassa's aan materie moeten bevatten. In het huidige heelal komen zulke extreem zware halo's alleen voor rond de elliptische reuzenstelsels die zich vaak in het centrum van sterrenstelselclusters bevinden. Dat doet vermoeden dat de verre, rode stelseltjes (die als gevolg van hun enorme afstand nauwelijks zichtbaar zijn op de infraroodfoto's van UKIRT) de voorlopers zijn van zulke reuzenstelsels. De resultaten worden vandaag gepresenteerd op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society, die deze week gehouden wordt in Belfast, Ierland.
Meer informatie:
Old galaxies stick together in the young universe
United Kingdom Infra-Red Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
31 maart 2008
Een zojuist vrijgegeven opname van de Hubble-ruimtetelescoop toont het 60 miljoen lichtjaar verre sterrenstelsel NGC 2397, een klassiek voorbeeld van een spiraalstelsel met duidelijke stofbanden langs de randen van zijn spiraalarmen. Tussen de vele sterren van NGC 2397 is met enige moeite supernova 2006bc te zien, die werd vastgelegd toen hij nog vrij zwak was: het hoogtepunt van de sterexplosie moest nog komen. De opname is gemaakt in opdracht van sterrenkundigen van Queen's University in Belfast, die opnamen als deze gebruiken om precies na te kunnen gaan welke ster nu eigenlijk aan het exploderen is, om vervolgens op eerdere opnamen de nog niet ontplofte ster te kunnen identificeren. Op die manier kan worden vastgesteld welk soort sterren uiteindelijk supernova worden. Uit de inventarisatie van de afgelopen tien jaar blijkt dat dit al met sterren vanaf zeven zonsmassa's het geval kan zijn. Maar opmerkelijk genoeg zijn er geen extreem zware voorlopers van supernova-explosies gevonden. Volgens de onderzoekers kan dat betekenen dat de allerzwaarste sterren zonder supernova-explosie tot zwarte gaten ineenstorten of dat bij deze explosie relatief weinig zichtbaar licht vrijkomt.
Meer informatie:
Exploding star in NGC 2397
20 maart 2008
Uit het onderzoek met de High-Resolution Fly's Eye (HiRes), een (inmiddels uitgeschakelde) grote detector van kosmische straling in de Amerikaanse staat Utah, kan worden geconcludeerd dat de meest energierijke deeltjes die de aarde vanuit de ruimte bereiken van grote afstanden afkomstig zijn. De HiRes-waarnemingen bevestigen namelijk een voorspelling uit 1966, gedaan door de onderzoekers Greisen, Zatsepin en Kuzmin, dat de energie van kosmische straling een bovengrens heeft. Dat komt doordat deeltjes met energieën boven deze zogeheten GZK-limiet reageren met de alom aanwezige fotonen van de kosmische achtergrondstraling. Concreet betekent dit dat de meeste (maar niet alle) ultra-energierijke kosmische stralingsdeeltjes die op afstanden groter dan 160 miljoen lichtjaar zijn ontstaan veel energie zijn kwijtgeraakt voordat ze de aarde bereiken. Eind vorig jaar publiceerden onderzoekers van een andere detector van kosmische straling, het Pierre Auger-observatorium, een vergelijkbare conclusie. Zij meenden echter ook te hebben vastgesteld dat de hoogenergetische kosmische stralingsdeeltjes die ons wél bereiken uit de kernen van zogeheten actieve sterrenstelsels afkomstig zijn. De HiRes-resultaten kunnen dit echter niet bevestigen, waardoor er opnieuw twijfel is over de bron van de meest energierijke kosmische straling. Het enige dat zeker is, is dat deze deeltjes van ver komen.
Meer informatie:
Rare cosmic rays are from far away
20 maart 2008
Twee groepen sterrenkundigen hebben met behulp van de röntgensatellieten Chandra en XMM-Newton en de zuidelijke Gemini-telescoop het restant en de lichtecho onderzocht van een supernova-explosie die ongeveer 400 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De ontploffende ster bevond zich in de Grote Magelhaense Wolk, een klein sterrenstelsel op een afstand van 160.000 lichtjaar. De waarnemingen zijn gebruikt om een schatting van de kracht van de explosie te bepalen. Al in 2004 is uit Chandra-waarnemingen gebleken dat de supernova van type Ia moet zijn geweest en dus werd veroorzaakt door een ontploffende witte dwerg in een dubbelstersysteem. Het onderzoek met de (optische) Gemini-telescoop bevestigt deze bevinding: er is een nieuwe schatting gemaakt van de hoeveelheid energie die bij de explosie vrijkwam door naar het door omliggende gaswolken weerkaatste licht van de supernova te kijken. Omdat het licht van deze 'echo's' een langere weg moest afleggen dan het licht dat rechtstreeks op ons af kwam, heeft het ons pas honderden jaren na de eigenlijke explosie bereikt. Nieuwe berekeningen aan de hand van de gegevens die Chandra en XMM-Newton hebben verzameld zijn in overeenstemming met de optische resultaten. Uit beide methoden blijkt overigens dat de supernova in vergelijking met andere explosies van type Ia ongebruikelijk helder was.
Meer informatie:
Action replay of powerful stellar explosion
20 maart 2008
Met de Amerikaanse Swift-satelliet is woensdagochtend een gammaflits gedetecteerd die ondanks zijn enorme afstand van ruim zeven miljard lichtjaar even met het blote oog zichtbaar is geweest. Dat blijkt uit waarnemingen met de automatische Raptor-telescoop op het Los Alamos National Laboratory in New Mexico.
Gammaflitsen zijn de krachtigste explosies in het heelal. Ze ontstaan waarschijnlijk wanneer extreem zware, snel roterende sterren aan het eind van hun leven exploderen. De korte stoot gammastraling die daarbij vrijkomt, is alleen met satellieten in een baan om de aarde waarneembaar. Gemiddeld gaat er eens per dag ergens in het heelal zo'n gammaflits af.
NASA's Swift-satelliet registreerde op woensdag 19 maart om 07.13 uur Nederlandse tijd een krachtige gammaflits in het sterrenbeeld Boötes. De hemelpositie van de flits werd automatisch doorgegeven aan robottelescopen op aarde, die meteen het betreffende deel van de sterrenhemel begonnen te fotograferen.
Op foto's van de Raptor-telescoop die dertig seconden later werden gemaakt, is op de plek van de explosie een optische flits zichtbaar. Die was helder genoeg om zonder telescoop te zien. Wie op het juiste moment in de juiste richting keek, heeft dus met het blote oog een verschijnsel kunnen zien op meer dan zeven miljard lichtjaar afstand.
Meer informatie:
NASA Satellite Detects Record Gamma Ray Burst Explosion Halfway Across Universe
Raptor-telescoop
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 februari 2008
Nooit eerder is een compleet sterrenstelsel zo gedetailleerd vastgelegd op ultraviolette golflengten. Rond de afgelopen jaarwisseling zijn met de ultraviolet-telescoop van de Amerikaanse Swift-satelliet 39 opnamen gemaakt van het buurstelsel M33, ook wel bekend als het Driehoekstelsel (naar het sterrenbeeld waarin het zich bevindt). De foto's zijn samengevoegd tot een mozaïek waarop de spiraalstructuur van het sterrenstelsel goed zichtbaar is, alsmede de plaatsen waar nieuwe sterren worden geboren. Het heldere gebied linksonder de kern van het stelsel is bijvoorbeeld het stervormingsgebied NGC604, dat veertig keer zo groot is als de Orionnevel. Het Driehoekstelsel maakt net als ons eigen Melkwegstelsel en het Andromedastelsel deel uit van de Lokale Groep. Het staat op een afstand van 2,9 miljoen lichtjaar. Hoewel het twee keer zo klein en tien keer zo licht is als het Melkwegstelsel, vertoont het Driehoekstelsel een veel hogere stervormingsactiviteit.
Meer informatie:
NASA's Swift Satellite Catches a Galaxy Ablaze With Starbirth
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 februari 2008
Een internationaal team van sterrenkundigen is er voor het eerst in geslaagd om het zeer zwakke gravitatielenseffect van grote kosmische structuren waar te nemen. Het gaat om zogeheten filamenten van donkere materie, waarvan de grootste zich over een afstand van maar liefst 270 miljoen lichtjaar uitstrekken. Dat er veel donkere materie in het heelal aanwezig is, was al langer bekend. En dat deze onzichtbare materie grote, draderige structuren of filamenten vormt ook. Maar hoe dit kosmische web precies over het heelal verdeeld is, moet nog blijken. De gravitatielenswerking van de filamenten helpt de sterrenkundigen een handje daarbij. Het licht van verre sterrenstelsels dat onze kant op komt, passeert onderweg tal van donkere filamenten en wordt daarbij enigszins afgebogen. Door zorgvuldige analyse van groothoekopnamen die in het kader van de (nog niet geheel voltooide) Canada-France-Hawaii Telescope Legacy Survey zijn gemaakt, heeft men nu de posities van enkele van die grote structuren kunnen reconstrueren. Hoe beter het kosmische web in kaart wordt gebracht, des te meer inzicht zal worden verkregen in de evolutie van het heelal.
Meer informatie:
Cosmologists unfold the dark cosmic web
19 februari 2008
Sterrenkundigen hebben met behulp van onder meer de Hubble-ruimtetetelescoop een grote catalogus van zogeheten gravitatielenzen samengesteld, waaronder 67 exemplaren die tot nog toe onbekend waren. Bij de speurtocht naar nieuwe gravitatielenzen, officieel aangeduid als het COSMOS-project, is een stukje hemel van slechts 1,6 vierkante graad waargenomen. Als dit hemelgebiedje representatief is voor de hele hemel, wachten er nog ruwweg een half miljoen gravitatielenzen op ontdekking. Gravitatielenzen zijn het gevolg van lichtafbuiging door de zwaartekracht: deze zorgt ervoor dat zware objecten als een soort lens fungeren en vervormde afbeeldingen (veelal boogjes) van verder weg gelegen objecten produceren. Vaak bestaat de 'lens' uit een cluster van meerdere sterrenstelsels, maar de nu ontdekte exemplaren zijn afzonderlijke zware stelsels - elliptische reuzenstelsels om precies te zijn. Gravitatielenzen kunnen onder meer worden gebruikt om de verdeling van donkere materie in het heelal in kaart te brengen.
Meer informatie:
Hubble discovers 67 gravitationally lensed galaxies in the distant Universe
13 februari 2008
Astronomen van onder andere de Radboud Universiteit Nijmegen hebben een methode ontwikkeld om te bepalen in welke soort dubbelsterren supernova-explosies van type Ia plaatsvinden. Door op zoek te gaan in de archieven van met name röntgensatellieten naar opnamen van hetzelfde gebied van vóór de explosie, hebben ze de mogelijke voorloperster ontdekt van supernova SN2007on (Nature, 14 februari). Als de röntgenbron inderdaad de voorloper van de supernova is, doet dat vermoeden dat dit type sterexplosies ontstaan in dubbelsterren waarin materie van een gewone ster op het oppervlak van een witte dwerg terechtkomt en daarbij röntgenstraling uitzendt. Een beter begrip van type Ia's is belangrijk omdat dit type supernova-explosies onder andere gebruikt wordt om de uitdijingsgeschiedenis van het heelal te bestuderen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht Chandra X-ray Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 februari 2008
Met behulp van de Hubble Space Telescope en de Spitzer Space Telescope is een extreem jong en helder sterrenstelsel ontdekt op 12,8 miljard lichtjaar afstand. Door de lange reistijd van het licht zien we het stelsel zoals het er uitzag toen het heelal slechts 700 miljoen jaar oud was. Omdat het licht zo lang onderweg is geweest in het uitdijende heelal, zijn de lichtgolven uitgerekt tot infrarode golflengten. Met de gewone camera van de Hubble is het stelsel dan ook niet te zien; het werd gedetecteerd door de infrarode NICMOS-camera van de ruimtetelescoop en door de infraroodcamera van de Spitzer Space Telescope. Het verre stelsel (A1689-zD1 geheten) meet slechts een paar duizend lichtjaar en bevat enkele miljarden sterren. Het kon waargenomen worden dankzij de zwaartekrachtlenswerking van een zware cluster van sterrenstelsels op de voorgrond (Abell 1689): het licht van het verre achtergrondstelsel wordt door de zwaartekracht van de cluster enigszins vervormd en ongeveer met een factor tien versterkt. Vermoedelijk gaat het hier om een sterrenstelsel waarin een eerste generatie van hete, heldere sterren is ontstaan. De straling van dit soort stelsels draagt er uiteindelijk toe bij dat het intergalactische waterstofgas in het prille heelal wordt geïoniseerd. Volgens de onderzoekers is het record-stelsel een buitengewoon interessant onderzoeksobject voor toekomstige grote observatoria, zoals de James Webb Space Telescope en de Atacama Large Millimeter Array.
Meer informatie:
Astronomers Find One of the Youngest and Brightest Galaxies in the Early Universe
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 februari 2008
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een nieuwe opname gemaakt van het sterrenstelsel NGC 1132, een elliptisch reuzenstelsel op een afstand van 320 miljoen lichtjaar. Het stelsel vormt het hart van een 'fossiele groep': een verzameling sterrenstelsels die waarschijnlijk het overblijfsel is van een recente kettingbotsing tussen kleinere groepen van stelsels. Op de Hubble-foto is te zien dat NGC 1132 omringd wordt door duizenden bolvormige sterrenhopen die als bijen rond een korf zwermen. Deze bolhopen worden beschouwd als de overblijfselen van de kleine sterrenstelsels die NGC 1132 in de loop van de tijd heeft opgeslokt om tot zijn huidige omvang te kunnen uitgroeien.
Meer informatie:
Gargantuan galaxy NGC 1132 - a cosmic fossil?
5 februari 2008
Australische radiosterrenkundigen hebben vastgesteld dat ons Melkwegstelsel als een gebakken ei wordt 'opgeprikt' door een reusachtige spies van waterstofgas. Dat gas is afkomstig van de Kleine en de Grote Magelhaense Wolk, twee kleine naburige sterrenstelsels. De 'gasvinger' treft ons stelsel op een afstand van ongeveer 70.000 lichtjaar, op een punt dat in de buurt van het sterrenbeeld Zuiderkruis ligt. Hij is in feite een uitloper van een lange stroom van gas die bij de Magelhaense Wolken begint. Aangenomen wordt dat deze gasstroom het gevolg is van getijdenwerking: het gas wordt door de zwaartekracht van het Melkwegstelsel uit de kleine stelsels getrokken. Nu bekend is waar het gas ons stelsel binnenkomt, weten we ook waar (ongeveer) de Magelhaense Wolken de galactische schijf in de verre toekomst zullen gaan doorkruisen. De vraag is nu of dat voor het eerst zal zijn of niet. Tot vorig jaar waren sterrenkundigen het er wel zo'n beetje over eens dat de Magelhaense Wolken als satellieten om het Melkwegstelsel draaien. Maar uit metingen met de Hubble-ruimtetelescoop bleek toen dat de Wolken veel sneller bewegen dan gedacht, en daaruit werd de conclusie getrokken dat het eerder toevallige passanten zijn. Uit berekeningen blijkt nu echter weer dat de plek waar hun gasstroom het Melkwegstelsel raakt beter in overeenstemming is met het satellietenmodel dan met het passantenmodel. Het laatste woord hierover is waarschijnlijk nog niet gesproken!
Meer informatie:
Gas ‘finger’ points to galaxies’ future
25 januari 2008
Nieuwe waarnemingen met de infraroodsatelliet Spitzer duiden er op dat sterrenstelsels in 'drukke' clusters minder sterren vormen dan stelsels daarbuiten. Het heelal wemelt van de clusters, die door middel van een netwerk van zogeheten filamenten met elkaar verbonden zijn. Langs deze filamenten zijn her en der kleine samenscholingen van stelsels te zien, waarvan vermoed wordt dat ze mettertijd tot clusters zullen uitgroeien. Uit onderzoek van de cluster Abell 1763 en de naburige filamenten is nu gebleken dat er in die filamenten meer dan twee keer zo veel 'starburst-stelsels' zijn (stelsels waarin veel nieuwe sterren ontstaan) dan in de cluster zelf.
Meer informatie:
Cosmic Suburbia is a Better Breeding Ground for Stars
23 januari 2008
Met behulp van de Europese gammasatelliet Integral is voor het eerst eenduidig hoogenergetisch röntgenstraling van een cluster van sterrenstelsels waargenomen. De röntgenstraling die de Ophiuchus-cluster produceert is te energierijk om afkomstig te zijn van het overigens zeer hete gas tussen de stelsels. Waarschijnlijk is de straling afkomstig van elektronen, die door een of ander proces tot grote snelheden worden opgezweept. De eerste mogelijkheid is dat de elektronen door de magnetische velden in de cluster worden versneld en zogeheten synchrotronstraling uitzenden. Maar het is ook denkbaar dat de elektronen zijn gaan stralen door botsingen met fotonen van de kosmische achtergrondstraling - het overblijfsel van de intense straling waarmee het heelal kort na de oerknal gevuld was. In beide gevallen ontstaat hoogenergetische röntgenstraling ontstaan, maar het is nog onduidelijk welke van beide scenario's de juiste is. Vervolgwaarnemingen zullen uitsluitsel moeten geven. De elektronen zelf zijn waarschijnlijk vrijgekomen bij schokgolven die door het clustergas gaan en die veroorzaakt zijn door een botsing met een andere cluster die door de Ophiuchus-cluster is opgeslokt.
Meer informatie:
X-rays betray giant particle accelerator in the sky
10 januari 2008
Onderzoek met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra wijst er op dat veel superzware gaten, zoals die in de kernen van sterrenstelsels zijn aangetroffen, heel snel om hun as draaien. Bij een inventarisatie van negen reuzenstelsels bleek dat het centrale zwarte gat in al deze stelsels met vrijwel de maximaal mogelijke snelheid ronddraaien. Dat wil zeggen dat ze hun omgeving met de vrijwel lichtsnelheid met zich mee slepen. Volgens de onderzoekers is dit rondtollen mede de oorzaak van het ontstaan van de jets of straalstromen van materie, die veel van deze zwarte gaten de ruimte in blazen. Volgens de algemene relativiteitstheorie van Einstein brengt een snel ronddraaiend zwart gat zelfs de omringende ruimte aan het draaien. Dit effect, in combinatie met het gas dat naar het zwarte gat toe spiraalt, leidt tot een strak opgewonden zuil van magnetische veldlijnen, waarlangs een groot deel van de toegestroomde materie wordt weggeschoten. De zwarte gaten zouden hun snelle rotatie hebben verkregen bij de samensmeltingen van de kleinere stelsels waaruit de reuzenstelsels zijn voortgekomen.
Meer informatie:
Chandra data reveal rapidly whirling black holes
10 januari 2008
Met behulp van de zuidelijke Gemini-telescoop is een spectaculaire opname gemaakt van de pindavormige gasnevel DEM L316 in de Grote Magelhaense Wolk. Deze gasnevel werd tot voor kort als één object beschouwd, maar uit nadere analyse blijkt dat het in werkelijkheid om twee gaswolken gaat, die bij verschillende supernova-explosies zijn ontstaan. Onduidelijk is nog of dit een toevallige samenloop van omstandigheden is of dat er toch een causaal verband tussen bestaat - al lijkt dat laatste niet waarschijnlijk. Het staat namelijk vat dat het twee zeer verschillende supernova-explosies betrof. De kleinste gaswolk is het resultaat van een supernova van type Ia - een ontploffende witte dwerg die (teveel) materie van een naburige ster opslokte. Omdat witte dwergen zeer oude objecten zijn, moet deze dubbelster op het moment van ontploffing zeker enkele miljarden jaren oud zijn geweest. De grotere gaswolk is het gevolg van een supernova van type II - de ontploffing van een slechts enkele miljoenen jaren oude, zware ster.
Meer informatie:
Supernova remnants dance in the LMC
10 januari 2008
Met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer is vastgesteld dat zelfs de dunste spiraalstelsels van een superzwaar centraal zwart gat voorzien kunnen zijn. De kernen van spiraalstelsels verschillen nogal van uiterlijk. Sommige zijn opvallend dikke builen, andere zijn zo plat als een dubbeltje. Tot enkele jaren geleden werd gedacht dat zo'n dikke buil nodig is om voldoende materie te kunnen leveren om een superzwaar zwart gat te laten groeien. Maar recente onderzoeken duiden erop dat dat niet echt nodig is. Uit de inventarisatie van Spitzer blijkt dat zeven van de 32 onderzochte platte stelsels wel degelijk een superzwaar zwart gat in hun kern. De betrokken onderzoekers vermoeden dat de (onzichtbare) donkere materie daarbij een rol speelt. De noodzakelijke massa zou uit de donkere halo afkomstig kunnen zijn die elk stelsel omhult.
Meer informatie:
Even Thin Galaxies Can Grow Fat Black Holes
10 januari 2008
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een unieke kosmische 'luchtspiegeling' ontdekt: een tweetal ringen van licht, de ene binnen de andere. De dubbele ring is veroorzaakt door de afbuiging van licht van twee verre sterrenstelsels op zeer verschillende afstanden die beide (vrijwel) recht achter een zwaar voorgrondstelsel staan. De lichtafbuiging wordt veroorzaakt door de zwaartekracht van dat voorgrondstelsel, een effect dat het gravitatielenseffect heet. De ringstructuren die op deze manier ontstaan worden Einsteinringen genoemd. Dat deze Einsteinring dubbel is, is zuiver toeval, maar dat maakt deze ontdekking niet minder nuttig. In dit geval was het onder meer mogelijk om de verdeling van de donkere materie in de meest nabije stelsels te reconstrueren en de massa van het middelste stelsel vast te stellen.
Meer informatie:
Hubble finds double Einstein ring
10 januari 2008
Sterrenkundigen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop de donkere materie in de 2,6 miljard lichtjaar verre supercluster Abell 901/902 in kaart gebracht. Deze supercluster is zo groot, dat er ondanks zijn grote afstand tachtig afzonderlijke opnamen nodig waren om hem in zijn geheel af te beelden. Donkere materie is een onzichtbare materie die het grootste deel van alle massa in het heelal voor haar rekening neemt. Het Hubble-onderzoek richtte zich met name op dat deel van de supercluster waar zich de meeste donkere materie én de meeste sterrenstelsels verzameld hebben - feitelijk gaat het daarbij om vier afzonderlijke clusters. De verdeling van de donkere materie is gereconstrueerd door naar de vervormde beeldjes van meer dan 60.000 nóg verder weg gelegen sterrenstelsels te kijken. Het licht van deze stelsels dat op aarde aankomt is door de supercluster gegaan en door de daar aanwezige zwaartekrachtsvelden afgebogen (gravitatielenseffect). Het Hubble-onderzoek is onder meer bedoeld om vast te stellen in hoeverre donkere materie bepalend is voor de evolutie van (clusters van) sterrenstelsels.
Meer informatie:
The violent lives of galaxies: caught in the cosmic matter web
UBC Astronomer Produces First Detailed Map Of Dark Matter In A Supercluster
The secret life of galaxies
9 januari 2008
Bij onderzoek van het (relatief) nabije sterrenstelsel Centaurus A (Cen A) is een bijzondere dubbelster ontdekt: een dubbelster waarvan één van de componenten een zwart gat is dat plotseling intense röntgenstraling uitzendt. Normaal gesproken hebben sterrenkundigen niet veel oog voor afzonderlijke objecten in Cen A: het sterrenstelsel zelf is veel te interessant. In het hart ervan schuilt een superzwaar zwart gat dat reusachtige straalstromen van hete materie uitbraakt. Toen de röntgensatelliet Chandra in maart 2007 op Cen A werd gericht, bleek er echter ook een tweede, veel kleinere röntgenbron zichtbaar te zijn, die niettemin heel helder was. Bij eerdere waarnemingen in 2003 was deze bron, die inmiddels de aanduiding CXOU J132518.2-430304 heeft gekregen, nog niet te zien geweest. Volgens de onderzoekers ontstaan dubbelsterren als deze uit 'normale' paren van zware sterren. Zodra de zwaarste van de twee opgebrand is en tot een zwart is ingestort, begint deze de andere ster langzaam op te slokken. Hoewel zulke dubbelsterren heel zeldzaam zouden moeten zijn, is het al het tweede exemplaar dat in Cen A ontdekt is. Waarom uitgerekend dit stelsel van meerdere van deze bijzondere dubbelsterren voorzien is, is vooralsnog een raadsel.
Meer informatie:
New X-ray source in nearby galaxy spawns mystery
8 januari 2008
Met behulp van de Swift-satelliet en telescopen op Hawaï en La Palma is een zogeheten korte gammaflits op recordafstand waargenomen. De reusachtige explosie vond op 7 juli jl. plaats op een afstand van 7,4 miljard lichtjaar â tweemaal zo ver weg als het vorige record. Korte gammaflitsen zijn enigszins verwand aan de 'normale' gammaflitsen, die langer dan drie seconden duren en met de explosies van extreem zware sterren in verband worden gebracht. Maar in plaats van door ontploffende sterren worden de korte gammaflitsen waarschijnlijk door botsende sterrestanten (neutronensterren) veroorzaakt. De korte gammaflits van 7 juli lijkt deze tweedeling enigszins in de war te sturen. Hoewel de uitstoot van gammastraling kort duurde, was hij wel bijna net zo energierijk als die van een normale gammaflits. Naar een verklaring voor dit extreme gedrag wordt nog gezocht.
Meer informatie:
NASA and Gemini probe mysterious explosion in the distant past
8 januari 2008
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop is vastgesteld dat het merkwaardige gaslint tussen de sterrenstelsels M81 en M82 - de Lus van Arp - tal van jonge sterrenhopen bevat. Deze sterrenhopen zijn waarschijnlijk ontstaan uit gas dat in beroering is gebracht bij de botsing tussen M81, M82 en het sterrenstelsel NGC 3077, die ongeveer 200 miljoen jaar geleden heeft plaatsgevonden. De sterrenhopen zijn elk enkele tienduizenden zonsmassa's zwaar en daarmee aanzienlijk zwaarder dan de open sterrenhopen die je binnen sterrenstelsels aantreft. Maar ze zijn ook weer niet zo zwaar als de bolvormige sterrenhopen die rond sterrenstelsels zwermen. Lange tijd is aangenomen dat de Lus van Arp te weinig gas zou bevatten om sterren te vormen, maar dat blijkt dus niet terecht te zijn geweest.
Meer informatie:
Hubble finds that “blue blobs” in space are orphaned clusters of stars
8 januari 2008
Amerikaanse onderzoekers hebben met behulp van telescopen in Chili en de Hubble-ruimtetelescoop verre sterrenstelsels opgespoord die als voorlopers van spiraalstelsels zoals ons Melkwegstelsel worden beschouwd. De waargenomen objecten bevinden zich op afstanden van ruwweg 12 miljard lichtjaar en zijn tien tot twintig keer zo licht als het Melkwegstelsel. Ook bevatten ze nog relatief weinig sterren, al blijkt uit de ontdekking van actieve stervormingsgebieden, die intense ultraviolette straling produceren, dat daar hard aan gewerkt wordt. Sommige van de waargenomen 'oerstelsels' vertonen tekenen van onderlinge interacties. Aangenomen wordt dat zulke interacties tot samensmeltingen van kleine stelsels als deze hebben geleid, die in de loop van enkele miljarden jaren zijn uitgegroeid tot spiraalstelsels.
Meer informatie:
Rutgers, Penn State astronomy teams discover ancestors of Milky Way-type galaxies
2 januari 2008
De analyse van gegevens die de internationale gravitatiegolfdetector LIGO heeft verzameld tijdens een korte gammaflits die op 1 februari 2007 plaatsvond (GRB070201), sluit één van de verklaringen voor dit verschijnsel uit. Gammaflitsen behoren tot de meest explosieve verschijnselen in het heelal. Voor korte gammaflitsen, die zoals GRB070201 minder dan twee seconden duren, bestaan volgens de huidige inzichten twee mogelijke oorzaken. De ene is de botsing tussen twee zware, compacte objecten, zoals neutronensterren of zwarte gaten. De andere mogelijkheid is dat de korte flitsen afkomstig zijn van objecten die 'soft gamma-ray repeaters' worden genoemd. In dat geval gaat het om een ontploffing aan het oppervlak van een neutronenster. Tijdens de gammaflits van 1 februari 2007 nam het laserdetectiesysteem van LIGO geen gravitatiegolven waar. En dat terwijl verwacht wordt dat zulke verstoringen van de ruimtetijd bij botsingen tussen neutronensterren of zwarte gaten wél zouden moeten ontstaan. Volgens de onderzoekers kan daarom de eerste verklaring voor GRB070201 worden weggestreept.
Meer informatie:
LIGO Sheds Light on Cosmic Event
21 december 2007
Het merkwaardige sterrenstelsel IRAS 19115-2124, dat qua vorm enigszins aan een vogel doet denken, blijkt in werkelijkheid uit drie afzonderlijke sterrenstelsels te bestaan die met elkaar aan het versmelten zijn. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen die zijn verricht met de Europese Very Large Telescope in Chili, en waarbij adaptieve optiek werd gebruikt om storende trillingen van de dampkring te compenseren. De 'kosmische vogel' zendt veel infraroodstraling uit, wat wijst op een hoge stervormingsactiviteit. Eerder was al duidelijk dat er sprake was van twee spiraalstelsels die met elkaar in botsing zijn. Uit de VLT-waarnemingen blijkt nu dat de 'kop' van de vogel een derde, onregelmatig gevormd sterrenstelsel is. Bovendien is het dit derde stelsel dat de krachtigste infraroodstraling uitzendt. Dit doet vermoeden dat de twee spiraalstelsels al geruime tijd met elkaar in wisselwerking zijn, maar dat het derde, onregelmatige stelsel toevallig net voor het eerst langs het duo vliegt. Momenteel beweegt het met een relatieve snelheid van 400 kilometer per seconde 'omhoog'. De nieuwe waarnemingen worden binnenkort gepubliceerd in het Britse vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society .
Meer informatie:
VLT's NACO instrument reveals a triple cosmic collision
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 december 2007
In het sterrenstelsel GOODS 850-5 worden ongeveer vierduizend nieuwe sterren per jaar geboren. De stervormingsactiviteit is daarmee ruwweg duizend maal zo groot als in ons eigen Melkwegstelsel. Dat is opmerkelijk omdat GOODS 850-5 op een afstand van 12 miljard lichtjaar staat. Sterrenkundigen zien het stelsel dus zoals het er minder dan twee miljard jaar na de oerknal uitzag, toen het heelal nog heel jong was. Tot nu toe werd aangenomen dat stervorming in die beginperiode minder intensief was, en in elk geval niet in grote, dichte wolken van kosmisch stof plaatsvond. Toch blijkt GOODS 850-5 een zeer stofrijk stelsel te zijn. Het stof is door de (onzichtbare) nieuwe sterren opgewarmd, en zendt infraroodstraling uit. Tijdens de reis door het uitdijende heelal wordt die straling uitgerekt tot submillimetergolflengten. Die langgolvige straling is bestudeerd met de Sub-Millimeter Array op Mauna Kea, Hawaï. Dat er zo vroeg in de jeugd van het heelal al grote, uitgestrekte stofwolken waren (die bestaan uit zware elementen die in een nog eerdere generatie van sterren gevormd moeten zijn) wordt als een grote verrassing beschouwd.
Meer informatie:
New View of Distant Galaxy Reveals Furious Star Formation
Submillimeter Array
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 december 2007
Met satellieten van het Inter-Planetary Network is op 25 januari 2007 een gammaflits waargenomen in de intergalactische ruimte. Gammaflitsen - extreem energierijke uitbarstingen in het heelal - ontstaan vermoedelijk bij de terminale explosie van zware, snel roterende sterren. Omdat zulke sterren maar kort leven, bevinden ze zich tijdens zo'n explosie altijd nog in de buurt van hun geboortegrond: ergens in een stervormingsgebied in een sterrenstelsel. GRB 070125 vond echter plaats op 88.000 lichtjaar afstand van het dichtstbijzijnde sterrenstelsel, zo bleek uit lang belichte foto's van het gebied die gemaakt werden nadat de gammaflits voldoende was uitgedoofd. Mogelijk is er sprake van een ster die ontstaan is in een zogeheten getijdenstaart: een ijle, zwakke sliert materie die uit het sterrenstelsel is gerukt door de zwaartekracht van een passerend stelsel.
Meer informatie:
'Shot in the Dark' Star Explosion Stuns Astronomers
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 december 2007
Met grote telescopen in de ruimte en op de grond is een sterrenstelsel ontdekt dat een energierijke 'straal' afschiet op zijn kleinere begeleider. Het sterrenstelsel, 3C321 geheten, staat op 1,4 miljard lichtjaar afstand, en wordt op kleine afstand vergezeld door een begeleidend stelsel. In het centrum van 3C321 bevindt zich een superzwaar zwart gat, en in de omgeving van dat zwarte gat wordt een krachtige jet geproduceerd - een straal van elektrisch geladen deeltjes en zeer energierijke straling. Zulke jets zijn vaker waargenomen, maar nooit eerder is de wisselwerking van zo'n jet met een buurstelsel bestudeerd. Uit de waarnemingen, verricht met de Hubble Space Telescope, het Chandra X-ray Observatory, de Spitzer Space Telescope, de Very Large Array-radiotelescoop in New Mexico, en het MERLIN-radio-observatorium in Engeland, blijkt dat de straal van het grote stelsel sinds ongeveer één miljoen jaar op het kleinere stelsel botst. Op de plek van de botsing wordt extra veel radiostraling opgewekt, en bovendien wordt de jet merkbaar afgebogen. De extra energie die op deze manier in het kleinere stelsel terechtkomt, kan mogelijk aanleiding geven tot de vorming van nieuwe sterren en planeten. Tegelijkertijd is de 'dodelijke straal' slecht nieuws voor mogelijke planetenstelsels in de baan van de jet: die zullen door de energierijke röntgen- en gammastraling volledig gesteriliseerd worden. De waarnemingen worden binnenkort gepubliceerd in The Astrophysical Journal .
Meer informatie:
'Death Star' Galaxy Black Hole Fires at Neighboring Galaxy
Persbericht NASA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 december 2007
De eerste schijfvormige sterrenstelsels ontstonden al toen het heelal minder dan drie miljard jaar oud was. Nog eens drie miljard jaar later waren ook elliptische sterrenstelsels ontstaan. Dat blijkt uit nieuwe waarnemingen met de Japanse 8,3-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaï. Met behulp van adaptieve optiek, om atmosferische trillingen tegen te gaan, werden infraroodspectra van extreem ver verwijderde sterrenstelsels verkregen, op ca. 11 miljard lichtjaar afstand van de aarde. Die blijken ruwweg dezelfde vorm te hebben als de spectra van schijvormige sterrenstelsels in het huidige heelal, zoals ons eigen Melkwegstelsel. Omdat astronomen op 11 miljard lichtjaar afstand terugkijken naar een periode waarin het heelal pas ca. 3 miljard jaar oud was, doet dat vermoeden dat de eerste schijvormige sterrenstelsels toen al in grote aantallen waren ontstaan. Elliptische sterrenstelsels kom je op zulke grote afstanden echter nauwelijks tegen, zo blijkt uit de Subaru-waarnemingen. Die zijn er wél op 8 miljard lichtjaar afstand (overeenkomend met een kosmische leeftijd van ca. 6 miljard jaar). De onderzoekers denken dan ook dat de meeste elliptische sterrenstelsels ontstonden toen het heelal tussen 3 en 6 miljard jaar oud was, waarschijnlijk door botsingen en versmeltingen van schijfvormige stelsels.
Meer informatie:
Subaru reveals galaxy formation from 11 billion years ago
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 december 2007
Astronomen van SRON hebben een nieuwe cluster van sterrenstelsels ontdekt. De cluster ging gedeeltelijk schuil achter een reeds bekende cluster van sterrenstelsels. De onlangs ontmaskerde kosmische reus is ogenschijnlijk net zo helder als de eerste cluster, maar staat op zes keer zo grote afstand. De astronomen deden de ontdekking in een internationaal team, gebruikmakend van de ruimtetelescoop XMM-Newton. Clusters van sterrenstelsels zijn de grootste structuren in het heelal. Het tientallen miljoenen graden hete gas dat zich in zo'n cluster bevindt zendt röntgenstraling uit en is daarmee zichtbaar voor ruimtetelescopen als XMM-Newton. Abell 3128 vertoont op de röntgenopnames echter twee vlekken die even groot en helder zijn, maar die op een verschillende samenstelling van het gas wijzen. Uit de XMM-Newton-waarnemingen blijkt nu dat de merkwaardige tweede gaswolk op 4,6 miljard lichtjaar afstand staat, maar liefst zes keer zo ver weg als de cluster Abell 3128. Het blijkt dus te gaan om twee totaal verschillende clusters, die vanaf de aarde toevallig min of meer in dezelfde richting worden waargenomen.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Nederlandstalig)
Persbericht ESA
XMM-Newton
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 november 2007
Een beetje vroeg hebben NASA en ESA een kerstkaart de wereld in gestuurd. Het betreft een afbeelding van het relatief nabije spiraalstelsel M74, opgebouwd uit opnamen die in 2003 en 2005 met de Advanced Camera for Surveys van de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt. Met zijn indrukwekkende spiraalarmen zou je dit stelsel als een grote kerstkrans kunnen zien, compleet met roze glittertjes, bestaande uit het gloeiende waterstofgas van actieve stervormingsgebieden. Zoals bekend zijn de 'armen' van een spiraalstelsel geen vaste structuren: ze zijn het resultaat van dichtheidsgolven die zich een weg door het aanwezige gas banen. Daarbij wordt dit gas plaatselijk samengedrukt, wat tot de vorming van nieuwe sterren leidt. Alles bij elkaar telt M74, die iets kleiner is dan ons eigen Melkwegstelsel, ongeveer 100 miljard sterren.
Meer informatie:
Holiday Wishes from the Hubble Space Telescope
28 november 2007
Een team van Japanse sterrenkundigen heeft vastgesteld dat het elliptische dwergstelsel Leo II groter is dan tot nog toe werd gedacht en bovendien een kern van vrij jonge sterren heeft. Leo II is een satelliet van ons Melkwegstelsel. Volgens de huidige inzichten fungeren kleine stelsels als deze doorgaans als 'voer' voor grote stelsels als het onze. Bij Leo II is dat galactische kannibalisme in feite nog in volle gang. Uit opnamen die met met de Subaru-telescoop op Hawaï zijn gemaakt, blijkt dat Leo II een uitloper van sterren heeft, die in feite al aan de zwaartekracht van het stelsel ontsnapt zijn. Het gaat om oude sterren van het soort dat je overal in Leo II tegenkomt. Daarnaast bevinden zich in Leo II ook iets jongere sterren, maar deze beperken zich tot het kerngebied. Volgens de onderzoekers zijn deze ontstaan tijdens de laatste periode van stervormingsactiviteit, die overigens alweer vier miljard jaar in het verleden ligt. Bij gebrek aan 'vers' gas ontstaan hier allang geen nieuwe sterren meer.
Meer informatie:
Leo II: An Old Dwarf Galaxy with Juvenescent Heart
28 november 2007
Alles bij elkaar bijna vier etmalen naar hetzelfde plekje aan de hemel turen, en er nog geen mooie foto aan overhouden ook. Dat is precies wat een internationaal team van sterrenkundigen met de Very Large Telescope heeft gedaan. Het doel was dan ook niet om spectaculaire opnamen te maken, maar om het zeer zwakke spectrum van intergalactisch gas vast te leggen. En zoals zo vaak zijn de onderzoekers bij dit schot in het duister op een verrassing gestuit: door de lange 'belichtingstijd' werden ook enkele tientallen zwakke, kleine sterrenstelsels opgespoord. Deze stelsels bevinden zich op afstanden van meer dan 10 miljard lichtjaar en worden beschouwd als de bouwstenen van de grotere stelsels die nu het heelal bevolken. Het zwakke schijnsel van de stelsels vertoont geen tekenen van hevige stervorming en weinig elementen zwaarder dan helium. Dat stemt overeen met het vermoeden dat het om tamelijk 'maagdelijke' objecten gaat.
Meer informatie:
Discovering Teenage Galaxies
20 november 2007
SRON-astronoom Floris van der Tak heeft voor het eerst verzuurde stofwolken waargenomen buiten ons eigen Melkwegstelsel. Hij richtte daarvoor op Hawaï de James Clerk Maxwell Telescope op twee nabijgelegen sterrentelsels. Astronomen denken dat verzuring de vorming van sterren en planeten in de stofwolken remt. Elektrisch geladen moleculen in een stofwolk zorgen ervoor dat magneetvelden meer grip krijgen op de wolk, waardoor ze de boel op kunnen roeren en zo het stervormingsproces kunnen verstoren, aldus Van der Tak. Die geladen moleculen zijn moeilijk rechtstreeks waar te nemen. Een maat voor de hoeveelheid geladen moleculen is de verhouding tussen de zure watermoleculen en de gewone watermoleculen. Van der Tak richtte de James Clerk Maxwell Telescope op de sterrenstelsels M82 en Arp 220 en ontdekte daar gebieden die rijk waren aan zure watermoleculen. In Arp 220 ontstaan ze onder invloed van de röntgenstraling uit de buurt van het centrale superzware zwarte gat. In M82 is de veroorzaker de ultraviolette straling die hete jonge sterren in het stervormingsgebied uitstralen. Het proces van stervorming remt zichzelf daar dus af doordat er steeds meer geladen moleculen bijkomen.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 november 2007
Met de Amerikaanse ultraviolet-kunstmaan Galex (Galaxy Evolution Explorer) is de 'missing link' gevonden in de populaire evolutietheorie van sterrenstelsels. Sommige sterrenstelsels vertonen een hoge stervormingsactiviteit, waardoor ze een overwegend blauwe kleur hebben. Andere bavtten voornamelijk oude sterren en zijn overwegend rood. In principe is het denkbaar dat de stervormingsactiviteit een onveranderlijke eigenschap van een sterrenstelsel is, en dat sommige stelsels gewoon altijd weinig stervorming hebben vertoond. Maar al geruime tijd wordt algemeen aangenomen dat er sprake is van een evolutie: alle sterrenstelsels vertonen kort na hun geboorte veel stervorming, en sommige blauwe stelsels evolueren in de loop van miljarden jaren naar rode stelsels met weinig stervorming. Met Gales (gelanceerd in 2003) zijn nu veel overgangsstelsels waargenomen, waarin die transformatie gaande is. De ontdekking, gepubliceerd in The Astrophysical Journal , vormt een ondersteuning voor de evolutietheorie van sterrenstelsels.
Meer informatie:
Watching Galaxies Grow Old Gracefully
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
14 november 2007
Nederlandse sterrenkundigen hebben een verklaring gevonden voor de eigenaardigheden die de heldere supernova van 18 september 2006 kenmerken. Supernova SN2006gy was niet alleen de helderste ooit waargenomen, maar bleek ook een buitengewoon hoge concentratie waterstof te vertonen in de schokgolf die volgde op de gigantische explosie, terwijl dat bij dit type supernova nooit voorkomt. De Amsterdamse astronomen Ed van den Heuvel en Simon Portegies Zwart schrijven dit toe aan de bijzondere ontwikkeling van de ster die aan het eind van zijn leven als supernova is geëxplodeerd. De wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam hebben berekend dat de zware voorloper-ster het resultaat moet zijn van een stellaire botsing in een dichte, jonge sterrenhoop met een groot aantal zware sterren. Zij publiceren hun bevindingen morgen in Nature. Volgens Amerikaanse onderzoekers zijn de eigenschappen van de supernova echter te verklaren zonder botsingen. In hetzelfde nummer van Nature schrijven Stan Woosley van de Universiteit van Californië in Santa Cruz en zijn collega's dat er sprake zou kunnen zijn van meervoudige explosies in een enkelvoudige, extreem zware ster.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Persbericht University of California at Santa Cruz (Engelstalig)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
8 november 2007
Volgens wetenschappers van de Pierre Auger Collaboration zijn actieve galactische kernen waarschijnlijk verantwoordelijk voor het ontstaan van de meest energierijke kosmische straling (Science, 9 november). Dat volgt uit waarnemingen met het Pierre Auger-observatorium in Argentinië, de grootste detector van kosmische straling ter wereld. De kern van een sterrenstelsel is 'actief' als het superzware zwarte gat dat zich hier schuilhoudt grote hoeveelheden materie te verwerken krijgt. Het zwarte gat slokt daarbij veel gas, stof en andere materie op, maar blaast tegelijkertijd ook grote hoeveelheden deeltjes en straling uit. De deeltjes kunnen daarbij om nog onduidelijke redenen enorm veel energie vergaren (100 miljoen keer zo veel als in de grootste deeltjesversnellers op aarde). Het lag ergens voor de hand om de meest energierijke kosmische straling die ondanks de term 'straling' uit deeltjes bestaat aan de actieve galactische kernen toe te schrijven. Maar het echte bewijs ontbrak, omdat tot nog toe niet goed kon worden vastgesteld uit welke richtingen de energierijke kosmische straling komt. Ook nu is dat nog niet helemaal gelukt: van de slechts 77 (!) hoogenergetische deeltjes die nu zijn waargenomen, kan slechts worden gezegd dat ze niet uit willekeurige richtingen komen, maar van verschillende afzonderlijke bronnen. En de posities van deze bronnen zijn statistisch in goede overeenstemming met die van relatief nabije actieve sterrenstelsels, waaronder Centaurus A. De komende jaren zal worden getracht om exact aan te geven welke stelsels de belangrijkste leveranciers van energierijke kosmische straling zijn en hoe ze de deeltjes tot zulke ongekende snelheden kunnen aandrijven.
Meer informatie:
Auger Observatory closes in on mystery, links highest-energy cosmic rays with violent black holes
Cosmic ray mystery solved?
Michigan Tech helps solve mystery of cosmic rays
Mysterious cosmic rays linked to galactic powerhouses
Auger Observatorium legt een verband tussen kosmische deeltjes en superzware zwarte gaten
Pierre Auger Observatory
1 november 2007
Amerikaanse sterrenkundigen hebben vastgesteld dat een supernova die vorig jaar aan de hemel verscheen, waarschijnlijk door een botsing tussen twee witte dwergsterren is veroorzaakt. De beide witte dwergen draaiden in een steeds krapper wordende baan om elkaar heen en zijn uiteindelijk met elkaar in aanraking gekomen. Daarmee is een duidelijke aanwijzing gevonden voor een scenario dat al geruime tijd op theoretische gronden werd verwacht. Supernova 2006gz behoort namelijk tot de categorie Ia: die van de waterstofarme, ontploffende witte dwergen. (De andere hoofdgroep, supernovae van type II, bestaat uit zware sterren die aan het eind van hun leven instorten en nog wel aanzienlijke hoeveelheden waterstof bevatten.) Hoewel supernova 2006gz direct bij klasse Ia werd ingedeeld, vertoonde hij wel een aantal bijzondere eigenschappen: zijn spectrum vertoonde opmerkelijk duidelijke sporen van koolstof en silicium, en bovendien was hij helderder dan andere supernovae van dit type. Dat laatste duidde erop dat de ontploffende witte dwerg uitzonderlijk zwaar moest zijn. Al deze eigenschappen laten zich het gemakkelijkst verklaren met een model van botsende witte dwergen.
Meer informatie:
White Dwarf "Sibling Rivalry" Explodes into Supernova
1 november 2007
Onderzoekers van het Rochester Institute of Technology hebben voor het eerst de verticale uitstroom van heet gas uit de accretieschijf rond het superzware zwarte gat in de kern van een quasar waargenomen (Nature, 1 november). De materie die zo'n superzwaar zwart gat uit zijn omgeving aantrekt stroomt niet rechtstreeks het 'gat' in, maar verzamelt zich in een snel ronddraaiende schijf daaromheen. Het vermoeden dat zo'n accretieschijf een intense stroom van deeltjes produceert, bestond al langer, maar tot dusverre was die 'wind' nog niet met zekerheid waargenomen. Waarnemingen van de 3 miljard lichtjaar verre quasar PG 1700+518, met de William Herschel-telescoop op La Palma, hebben daar nu verandering in gebracht. Bij PG 1700+518 is (op indirecte wijze) vastgesteld dat gas in verticale richting van de accretieschijf wegstroomt en tegelijkertijd ronddraait met een snelheid die vergelijkbaar is met de rotatiesnelheid van de schijf. Dat is een duidelijk bewijs dat de accretieschijf inderdaad de bron van de wind is. Aangenomen wordt dat de hevige sterrenwind van een superzwaar zwart gat van grote invloed is op de gashuishouding van een sterrenstelsel.
Meer informatie:
RIT Study Confirms Supermassive Black Holes Produce Powerful Galaxy-Shaping Winds
30 oktober 2007
Enkele weken geleden maakten sterrenkundigen de ontdekking van een 16 zonsmassa's wegend stellair zwart gat in het sterrenstelsel M33 bekend. En nu is dat record alweer aan flarden: in het nabije dwergstelsel IC 10 is een stellair zwart gat ontdekt dat minstens 24 en misschien zelfs 33 keer zo zwaar is als onze zon. De massa van de nieuwe recordhouder is meetbaar dankzij een toevallige samenloop van omstandigheden. Cruciaal is dat er een hete ster om het zwarte gat heen draait, die materie overdraagt. Voordat deze materie in het zwarte gat verdwijnt, straalt zij intense rontgenstraling uit. En omdat de ster vanaf de aarde gezien het zwarte gat bij elke omloop eventjes bedekt, waardoor de rontgenhelderheid scherp daalt, kan zijn omlooptijd gemakkelijk worden vastgesteld. Met de wetten van Kepler kan dan de massa van het zwarte gat worden berekend. Hoe zo'n zwaar zwart gat kan ontstaan, is nog niet helemaal duidelijk: berekeningen duiden erop dat een zware ster veel massa kwijtraakt voordat hij ontploft. Daardoor zouden stellaire zwarte gaten niet zwaarder kunnen worden dan ongeveer 15 zonsmassa's. Weliswaar kan het zwarte gat in IC 10 massa hebben overgenomen van zijn stellaire begeleider, maar veel meer dan twee zonsmassa's kan dat niet zijn geweest. De meest plausibele verklaring is nu dat de oorspronkelijke ster ongeveer 60 zonsmassa's zwaar was en weinig elementen zwaarder dan helium bevatte niet ondenkbaar in een klein stelsel als IC 10, waarin de stervorming laat op gang is gekomen. Deze zware elementen stimuleren het massaverlies in de vorm van sterrenwind, en hoe minder massaverlies voorafgaande aan de supernova-explosie, des te zwaarder kan het overblijvende zwarte gat worden.
Meer informatie:
Massive Black Hole Smashes Record
30 oktober 2007
Op een vandaag vrijgegeven Hubble-opname is het opmerkelijke galactische danspaar Arp 87 te zien. Het paar bestaat uit twee spiraalstelsels (NGC 3808 en 3808A), die elkaar zo dicht genaderd zijn, dat ze materie uitwisselen. Door deze uitwisseling is rond het kleinere stelsel een roterende ring van sterren en gas ontstaan. Ook zijn beide stelsels door een materiebrug met elkaar verbonden: deze bestaat uit materie die nog bezig is met de oversteek van het grotere naar het kleinere stelsel. Beide stelsels zijn door de onderlinge getijdenwerking sterk vervormd. Arp 87 staat in de richting van het sterrenbeeld Leeuw, op een afstand van 300 miljoen lichtjaar.
Meer informatie:
Hubble sees the graceful dance of two interacting galaxies
25 oktober 2007
Met behulp van twee grote ruimtetelescopen zijn astronomen op het spoor gekomen van vele honderden superzware zwarte gaten op zeer grote afstanden in het heelal. Zulke zwarte gaten komen voor in de kernen van veel sterrenstelsels. In sommige gevallen wordt er in hun directe omgeving zo veel energie geproduceerd dat die kern extreem helder is, en wij het sterrenstelsel zien als een zogeheten quasar. Er was alleen één probleem: theorieën over de evolutie van sterrenstelsels voorspelden veel meer quasars dan er tot nu toe zijn waargenomen. Die 'ontbrekende' superzware zwarte gaten zijn nu mogelijk gevonden in ver verwijderde, stofrijke sterrenstelsels. De warmtestraling van het stof is in kaart gebracht met de Spitzer Space Telescope; vervolgens is de röntgenstraling van het 'verborgen' superzware zwarte gat waargenomen met het Chandra X-ray Observatory. Volgens de onderzoekers, die hun resultaten op 10 november publiceren in The Astrophysical Journal, is het werkelijke aantal superzware zwarte gaten op afstanden van ca. 10 miljard lichtjaar minstens twee keer zo groot als tot nu toe werd gedacht. Dat doet tevens vermoeden dat quasaractiviteit ook kan optreden in rustige, geïsoleerde sterrenstelsels, en niet alleen voorkomt in stelsels die met elkaar botsen of anderszins met elkaar in wisselwerking treden.
Meer informatie:
Missing Black Hole Report: Hundreds Found!
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
25 oktober 2007
Met de Hubble Space Telescope zijn opmerkelijke schillen ontdekt rond de kern van een ver verwijderde quasar. Quasars zijn de heldere kernen van sterrenstelsels. Het is vrijwel zeker dat ze een superzwaar zwart gat herbergen. Op afstanden tot 40.000 lichtjaar vanaf de kern van de quasar MC2 1635+119 zijn nu vijf schillen ontdekt, waarin talloze sterren voorkomen. De schillen zijn vermoedelijk ontstaan bij de botsing van twee sterrenstelsels. Die botsing moet dan ca. 1,7 miljard jaar geleden hebben plaatsgevonden, en duurde enkele honderden miljoenen jaren. De quasaractiviteit van het resulterende elliptische reuzenstelsel is mogelijk door deze botsing op gang gebracht. De schillen zijn uitdijende dichtheidsgolven in de interstellaire materie, vergelijkbaar met de kringen op een wateroppervlak waarin een steen is gegooid. De Hubble-ontdekking ondersteunt het idee dat elliptische reuzenstelsels ontstaan bij de botsing van individuele (spiraal-)stelsels.
Meer informatie:
Hubble Spies Shells of Sparkling Stars Around Quasar
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 oktober 2007
Kleine dwergsterrenstelsels bevatten relatief grote hoeveelheden donkere materie, net als grote spiraalstelsels. Dat blijkt uit snelheidsmetingen aan ruim 6800 sterren in zeven dwergstelseltjes, uitgevoerd door astronomen van de Universiteit van Michigan. De aanwezigheid van donkere materie in spiraalstelsels blijkt uit het feit dat de bewegingssnelheden van sterren en gaswolken in de buitengebieden van zulke stelsels niet afnemen met toenemende afstand tot het centrum, maar gelijk blijven. Uit de metingen aan de zeven dwergen (allemaal begeleiders van ons eigen Melkwegstelsel) blijkt dat dat ook het geval is voor de veel kleinere dwergsterrenstelsels. In deze stelseltjes hebben de sterren zelfs vrijwel overal dezelfde omloopsnelheid. Dat doet vermoeden dat ook hier de bewegingen van de sterren gedomineerd wordt door de zwaartekrachtseffecten van mysterieuze donkere materie. Dat wil zeggen, als de zwaartekrachtswet van Newton van toepassing is. Volgens sommige onderzoekers gedraagt de zwaartekracht zich anders wanneer er sprake is van zeer geringe versnellingen, en bestaat donkere materie helemaal niet, of althans niet in de veronderstelde hoeveelheden.
Meer informatie:
Dwarf galaxies need dark matter too
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 oktober 2007
Met NASA's Spitzer Space Telescope is een sterrenstelsel ontdekt dat een enorme hoeveelheid moleculair waterstofgas steelt van een kleinere begeleider. Moleculair waterstofgas is relatief koel en kan moeilijk waargenomen worden, maar Spitzer is in staat de infraroodstraling van het gas te detecteren. Het sterrenstelsel (3C 326 North) is een bekende bron van radiostraling. Het stelsel is ongeveer even groot als ons eigen Melkwegstelsel. Op kleine afstand ervan bevindt zich 3C 326 South, dat ongeveer half zo zwaar is. Het grote stelsel blijkt enorme hoeveelheden gas uit de kleinere begeleider op te zuigen. In de toekomst zal daardoor in het grote stelsel waarschijnlijk een geboortegolf van nieuwe sterren optreden. De ontdekking wordt op 20 oktober gepubliceerd in The Astrophysical Journal. De twee sterrenstelsels zullen in de toekomst vermoedelijk versmelten tot één reuzenstelsel.
Meer informatie:
To Catch a Galactic Thief
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 oktober 2007
Met NASA's Chandra X-ray Observatory is een stellair zwart gat ontdekt in het sterrenstelsel M33 dat zestien keer zo zwaar is als de zon. Het is het zwaarste stellaire zwarte gat dat tot nu toe bekend is. Stellaire zwarte gaten zijn de overblijfselen van supernova-explosies van extreem zware sterren. Voor de explosie woog de ster misschien wel honderd keer zo veel als de zon. Het zwarte gat (M33 X-7 geheten) verraadt zijn aanwezigheid doordat het heet gas opzuigt van een begeleidende ster. Dat gas wordt sterk verhit en zendt rontgenstraling uit voordat het in het zwarte gat verdwijnt. Het zwarte gat kon 'gewogen' worden doordat het een baan beschrijft rondom een andere reuzenster, die 70 keer zo zwaar is als de zon. Omdat we de baan toevallig min of meer van opzij zien, wordt de rontgenstraling van het zwarte gat regelmatig afgedekt door de ster. In combinatie met de gemeten baansnelheid levert dat informatie over de onderlinge afstand van de twee hemellichamen, en over hun massa's. M33 X-7 bevindt zich in het Driehoekstelsel, een buur van ons eigen Melkwegstelsel, op 3 miljoen lichtjaar afstand in het kleine sterrenbeeld Driehoek.
Meer informatie:
Heaviest Stellar Black Hole Discovered in Nearby Galaxy
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
15 oktober 2007
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een sterrenstelsel waargenomen, dat ouder lijkt te worden waar je bij staat zo ongeveer als het portret van Dorian Gray in de gelijknamige roman van Oscar Wilde. Het stelsel I Zwicky 18 leek aanvankelijk een jeugdig stelsel te zijn, maar blijkt na nader onderzoek toch volwassen te zijn. Dit stelsel is ongeveer veertig jaar geleden met de grote telescoop van de Palomar-sterrenwacht ontdekt. Daarbij bleek dat het in hoog tempo sterren produceerde een eigenschap die kenmerkend is voor jonge sterrenstelsels. Sterrenkundigen waren nogal in hun nopjes met deze ontdekking, omdat zulk jonge stelsels doorgaans alleen op veel grotere afstanden waarneembaar zijn. (I Zwicky 18 bevindt zich op 'slechts' 59 miljoen lichtjaar.) Maar het is voorbij met de pret: op de Hubble-opnamen zijn oude sterren te zien die erop duiden dat de stervorming al zeker 1 miljard jaar en misschien zelfs al 10 miljard jaar bezig is. Dat duidt erop dat I Zwicky 18 waarschijnlijk gelijktijdig met de meeste andere sterrenstelsels is ontstaan. Dit betekent echter niet dat het stelsel opeens oninteressant is. Integendeel: de intrigerende vraag is nu waarom zo'n oud stelsel zo arm kan zijn aan elementen zwaarder dan waterstof en helium en pas zo laat met de vorming van grote aantallen sterren begonnen is.
Meer informatie:
Hubble Finds 'Dorian Gray' Galaxy
10 oktober 2007
Robert Quimpy van de Universiteit van Texas heeft de krachtigste supernova-explosie ooit ontdekt. Supernova 2005ap produceerde honderd miljard keer zo veel energie als de zon, en was daarmee ongeveer driehonderd keer zo lichtsterk als een gemiddelde supernova-uitbarsting. De vorige recordhouder (2006gy) was ook al door Quimpy ontdekt. Supernova 2005ap was al eerder gevonden, maar pas dankzij vervolgwaarnemingen met de Hobby Eberly-telescoop van de Universiteit van Texas was het mogelijk om de afstand te bepalen: 4,7 miljard lichtjaar. Daardoor kon ook de werkelijke lichtkracht van de sterexplosie worden berekend.
Meer informatie:
Most Powerful Supernova Ever
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
9 oktober 2007
In de krachtige wind van een superzwaar zwart gat kunnen stofdeeltjes ontstaan. Dat concludeert de Nederlandse astronome Ciska Markwick-Kemper van de Universiteit van Manchester in een artikel dat binnenkort verschijnt in Astrophysical Journal Letters. Kemper en haar collega's gebruikten de Spitzer Space Telescope voor het bestuderen van de infraroodstraling van een quasar op acht miljard lichtjaar afstand. Quasars zijn de heldere kernen van sterrenstelsels die een superzwaar zwart gat herbergen. Zulke zwarte gaten zuigen niet alleen veel materie op, maar blazen ook enorme hoeveelheden materiaal de ruimte in. Uit de infraroodmetingen blijkt dat in die zwartegatenwind stofdeeltjes voorkomen, waaronder verschillende mineralen zoals kristallijn silicaat. Volgens Kemper en haar collega's biedt deze ontdekking een mogelijke verklaring voor een kosmologisch raadsel: hoe kan er kort na de oerknal al stof in het heelal aanwezig zijn geweest? Een deel van dat prille stof is misschien ontstaan bij supernova-explosies, maar de nieuwe waarnemingen doen vermoeden dat grote zwarte gaten in het jonge heelal ook een belangrijke producent van kosmisch stof vormden.
Meer informatie:
Astronomers Find Dust in the Wind of Black Holes
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 oktober 2007
Sterrenkundigen hebben met behulp van de VLBA-techniek het centrale deel van het elliptische reuzenstelsel M87 onderzocht. VLBA staat voor Very Long Baseline Array, een techniek waarbij de opgevangen signalen van ver uiteen gelegen radiotelescopen worden gecombineerd. Dat resulteert in een scheidend vermogen van slechts een duizendste boogseconde met andere woorden: een beeld dat vijftig keer 'scherper' is dan een opname van de Hubble-ruimtetelescoop. De nieuwe radiobeelden van M87 laten voor het eerst de zwakke 'tegenjet' van het actieve stelsel duidelijk zien: de eerste, veel helderdere jet werd al in 1918 ontdekt. De beide jets bestaan uit materie die met grote snelheid door de kern van M87 wordt weggeblazen. In die kern schuilt een enkele miljarden zonsmassa's zwaar zwart gat, dat materie uit zijn omgeving opslokt. Een deel van deze materie wordt gebundeld weggeblazen voordat zij in het zwarte gat verdwijnt. Dat M87 niet één, maar twee jets heeft, werd al sinds de jaren zestig op theoretische gronden verwacht. Het zichtbaar zijn van de min of meer op ons gerichte jet is te danken aan een relativistisch effect. De straling van de andere jet wordt niet versterkt, waardoor deze veel moeilijker in beeld te brengen is.
Meer informatie:
New Image of the Central Region of the Active Galaxy M87
4 oktober 2007
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een klein sterrenstelsel ontdekt. Dat is op zich geen groot nieuws, maar dit stelsel bevindt zich op ruim zes miljard lichtjaar van de aarde en is daarmee het kleinste stelsel dat op zo'n grote afstand is waargenomen. Het bestaan ervan is op indirecte wijze ontdekt: het licht van het stelsel wordt versterkt door het gravitatielenseffect van een veel groter sterrenstelsel dat precies vóór het dwergstelsel staat, maar dan op een honderd keer zo kleine afstand. Door dit effect vertoont het verre stelsel zich als een kring van boogjes rond het voorgrondstelsel een zogeheten Einsteinring. Uit waarnemingen met de Keck-telescoop op Hawaï en de Hubble-ruimtetelescoop blijkt dat het kleine stelsel ongeveer honderd keer zo weinig materie bevat als ons Melkwegstelsel. De onderzoekers denken dat het stelsel wellicht tot de grote populatie van dwergstelsels behoort, die de bouwstenen van de huidige grote sterrenstelsels hebben gevormd.
Meer informatie:
Scientists 'weigh' tiny galaxy halfway across universe
4 oktober 2007
Een nog onbegrepen bron van gammastraling, ontdekt de Europese gammasatelliet Integral, blijkt deel uit te maken van een ver actief sterrenstelsel (een 'blazar'). Dat blijkt uit vervolgwaarnemingen met de Amerikaanse Swift-satelliet. Daarmee is de bron, die de catalogusnaam IGR J22517+2218 draagt, het verste gammaobject dat we kennen. Actieve sterrenstelsels hebben een superzwaar zwart gat als energiebron: door de sterke aantrekkingskracht daarvan worden enorme hoeveelheden materie opgeslokt die, vlak voordat ze in het zwarte gat verdwijnen, reusachtige hoeveelheden (stralings)energie uitzenden. In dit geval moet het zwarte gat enkele zonsmassa's materie per week opslokken om de waargenomen productie van gammastraling te kunnen verklaren. Het merkwaardige aan het moederstelsel van IGR J22517+2218 is dat het, in vergelijking met andere actieve stelsels van dit type, geen infraroodstraling produceert en bovendien minder energierijke gammastraling uitzendt. De vraag is nu waarom dat zo is.
Meer informatie:
Gamma-ray lighthouse at the edge of our universe
3 oktober 2007
De ontploffende sterren die worden gebruikt om de versnelling van de uitdijing van het heelal te meten, supernovae van type Ia, blijken niet zulke betrouwbare lichtbronnen te zijn. Dat zeggen onderzoekers van de universiteit van Toronto. Uit hun onderzoek, waarbij de supernovae in nabije sterrenstelsels werden vergeleken met soortgenoten in stelsels op afstanden tot 9 miljard lichtjaar, blijkt dat de verre supernovae gemiddeld 12 procent helderder waren. Dat zou komen doordat de verre supernovae in een jonger stadium ontploft zijn. Deze bevindingen trekken de versnelde uitdijing van het heelal niet in twijfel, maar bemoeilijken wel het onderzoek van de zogeheten donkere energie de raadselachtige kracht die de versnelde uitdijing aandrijft. Het ziet er naar uit dat voortaan in rekening moet worden gebracht dat verre supernovae inherent helderder zijn. Maar onduidelijk is nog hoe nauwkeurig er gecorrigeerd kan worden voor dit effect.
Meer informatie:
Supernovae Not What They Used to Be
27 september 2007
Een krachtig, maar extreem kort radiosignaal uit de ruimte is mogelijk afkomstig van een verdampend zwart gat. Dat beweren Amerikaanse en Australische radioastronomen deze week in het online-tijdschrift SciencExpress. De radio-uitbarsting werd gevonden bij een analyse van oude waarnemingsgegevens van de Australische Parkes-radiotelescoop. De duur van het mysterieuze verschijnsel bedroeg minder dan vijf milliseconden. Op statistische gronden nemen de astronomen aan dat er elke dag misschien wel een paar honderd van zulke extreem korte radio-uitbarstingen in de kosmos voorkomen. Een nadere analyse van het signaal doet vermoeden dat het afkomstig is van een afstand van minstens drie miljard lichtjaar. Het moet dus om een extreem energierijk verschijnsel gaan. Dat dit soort extreem korte radio-uitbarstingen niet eerder is gevonden, komt doordat de meeste radiotelescopen niet gevoelig genoeg zijn om zo'n kort signaal op te pikken, ook al is het relatief sterk. Wellicht is het mysterieuze verschijnsel gerelateerd aan het verdampen van microscopische zwarte gaten die mogelijk gevormd zijn tijdens de oerknal. Het is ook mogelijk dat de radio-uitbarsting geproduceerd wordt bij de catastrofale botsing van twee neutronensterren.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 september 2007
Vrijwel alle volwassen sterrenstelsels in het heelal hebben in hun prille jeugd een 'traumatische' periode doorgemaakt, waarbij sprake was van onderlinge botsingen en versmeltingen, en van enorme geboortegolven van nieuwe sterren. Dat blijkt uit onderzoek van een internationaal team van astronomen, onder wie de Leidse promovendus Stijn Wuyts. Wuyts en zijn collega's bestudeerden sterrenstelsels op meer dan tien miljard lichtjaar afstand met grote telescopen zoals de Very Large Telescope, de Hubble Space Telescope en de Spitzer Space Telescope. Deze stelsels staan zo ver weg dat het waargenomen licht werd uitgezonden toen het heelal slechts een paar miljard jaar oud was. De waargenomen aantallen en de massaverdeling van verre sterrenstelsels komen goed overeen met voorspellingen van computermodellen waarbij kleine stelsels versmelten tot grotere. De zwarte gaten in de kernen van de stelsels nemen daarbij sterk in omvang en massa toe, en overal in de botsende stelsels vindt een enorme stervormingsactiviteit plaats. Toch ontbreekt er volgens de onderzoekers nog iets aan de modellen, want de kleuren van jonge, stofrijke sterrenstelsels zijn niet goed in overeenstemming met de voorspellingen van theoretische modellen. Op 27 september promoveert Wuyts op dit onderzoek aan de Leidse Sterrewacht.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 september 2007
Sterrenkundigen hebben ontdekt dat zich in de lange gasstaart van het sterrenstelsel ESO 137-001 miljoenen sterren aan het vormen zijn. De gasstaart is op röntgengolflengten waargenomen met de Chandra-satelliet en op zichtbare golflengten met de Southern Astrophysical Research-telescoop in Chili. Het 'moederstelsel' van de meer dan 200.000 lichtjaar lange structuur valt in de richting van de cluster Abell 3627. De staart is waarschijnlijk ontstaan doordat het stelsel zich een weg moet banen door het hete gas in en om de cluster. Het is niet voor het eerst dat stervorming buiten een sterrenstelsel is waargenomen, maar de enorme aantallen waar het hier om gaat komen als een verrassing zeker als je bedenkt dat de sterren waarschijnlijk niet veel ouder zijn dan 10 miljoen jaar.
Meer informatie:
Orphan Stars Found in Long Galaxy Tail
17 september 2007
Van de Grote en de Kleine Magelhaense Wolk, twee kleine nabije sterrenstelsels, is lang aangenomen dat ze al geruime tijd als satellieten om ons Melkwegstelsel draaien. Maar nieuw onderzoek duidt erop dat het tweetal 'pas' één à drie miljard jaar geleden is aangekomen. Eerder dit jaar hadden sterrenkundigen al vastgesteld dat de beide Wolken abnormaal grote ruimtelijke snelheden hebben. Daar waren slechts twee verklaringen voor mogelijk: ons Melkwegstelsel was veel zwaarder dan verondersteld of de beide stelsels waren (tot nog toe) niet door de zwaartekracht aan ons stelsel gebonden. Inmiddels lijkt mogelijkheid 1 geschrapt te kunnen worden: uit nauwkeurig onderzoek van de bewegingen van de beide Magelhaense Wolken blijkt dat ze een paraboolbaan volgen die hen voor het eerst langs het Melkwegstelsel voert. Dat roept echter weer nieuwe vragen op. Zo is steeds verondersteld dat de vervorming die de schijf van ons Melkwegstelsel vertoont, het gevolg is van de getijdeninvloed die de Magelhaense Wolken bij hun herhaaldelijke naderingen uitoefenen. Maar dat lijkt nu niet meer zo waarschijnlijk: de huidige omlooptijd van de beide stelsels ligt in de orde van drie miljard jaar. Een ander probleem is dat diezelfde naderingen van het Melkwegstelsel ook werden gebruikt om twee andere eigenschappen van de Wolken te verklaren: de lange staart van waterstofgas die hen achtervolgt en de herhaaldelijk optredende perioden van verhevigde stervorming in de beide stelsels. Het wordt nu mogelijk geacht dat het juist de interacties tussen de Magelhaense Wolken zélf zijn, die hiervoor verantwoordelijk zijn.
Meer informatie:
The Magellanic Clouds are first-time visitors
14 september 2007
Sterrenkundigen hebben met behulp van de Europese Very Large Telescope in één klap ruim een dozijn verre sterrenstelsels ontdekt. Dat feit op zich is niet erg bijzonder, de gebruikte techniek daarentegen wél. De onderzoekers kwamen de stelsels op het spoor met behulp van quasars. Quasars zijn de extreem heldere kernen van verre, jonge sterrenstelsels. Het licht dat we van deze objecten ontvangen is onderweg soms dwars door het gas van een ('onzichtbaar') tussengelegen sterrenstelsel heen gegaan. Dat veroorzaakt dan een kleine 'dip' in het spectrum van de quasar, die ontstaat doordat het gas van het nabijere stelsel licht van een specifieke golflengte absorbeert. De onderzoekers hebben uit twee grote catalogi van sterrenstelsels een twintigtal quasars met deze specifieke absorptielijn geselecteerd en vervolgens de omgeving van de quasars heel nauwkeurig onderzocht. En daarbij zijn veertien 'voorgrondstelsels', die zich op een slordige 7 miljard lichtjaar bevinden, in beeld gebracht een rendement van zeventig procent. Het gaat in alle gevallen om zogeheten starburst-stelsels: stelsels die aan de lopende band nieuwe sterren produceren (ongeveer twintig per jaar).
Meer informatie:
Galaxies found under the Glare of Cosmic Flashlights
14 september 2007
De eerste wetenschappelijke waarnemingen met de spiksplinternieuwe Large Binocular Telescope (LBT) in Arizona duiden erop dat de zogeheten Hercules-dwerg, een klein satellietstelsel van ons Melkwegstelsel, opmerkelijke kenmerken heeft. Terwijl de meeste dwergstelsels ruwweg rond van vorm zijn, is dit stelsel eerder schijf- of misschien zelfs sigaarvormig. Een mogelijke verklaring voor deze buitengewone vorm is dat het relatief nabije stelsel (afstand 430.000 lichtjaar) vervormd is onder invloed van de zwaartekracht van het Melkwegstelsel. Een soortgelijke vervorming is waargenomen bij de Sagittarius-dwerg, maar deze is tien keer zo nabij als de Hercules-dwerg en ondervindt dus momenteel ook veel sterkere getijkrachten. Dat kan erop duiden dat het Hercules-stelsel een baan volgt die hem zeer dicht langs de kern van het Melkwegstelsel voert.
Meer informatie:
Why is the Hercules Dwarf Galaxy so flat?
Warum ist die Herkules-Zwerggalaxie so flach?
12 september 2007
Sterrenkundigen denken een harde sterrenkundige noot te hebben gekraakt: die van het gebrek aan kleine sterrenstelsels in de omgeving van ons Melkwegstelsel. Met behulp van de Sloan Digital Sky Survey en de Keck II-telescoop op Hawaï is een populatie van donkere, lichte stelsels opgespoord die de kwestie misschien wel volledig uit de weg ruimt. Er blijken namelijk veel meer kleine, vrijwel geheel uit donkere materie bestaande stelsels te zijn dan tot nog toe werd aangenomen. Voor de aanhangers van het meest populaire model van de vorming van sterrenstelsels is dat een hele opluchting. Volgens dat model zouden grote sterrenstelsels, zoals ons Melkwegstelsel, het resultaat zijn van de samensmelting van grote aantallen dwergstelsels – een proces dat tot op de dag van vandaag zou moeten doorgaan. Maar in onze galactische omgeving waren tot nog toe slechts elf dwergstelsels opgespoord, terwijl dat er honderden zouden moeten zijn. De vraag was of deze stelsels er ook echt niet waren of domweg te weinig licht uitzonden om op te vallen. Spectraalonderzoek van negen nieuwe dwergstelsels die bij de Sloan-survey ontdekt zijn, duidt er nu op dat het laatste het geval is. Daarbij is echter wel weer een nieuw probleem opgedoken: de stelsels zijn lichter dan theoretisch voor mogelijk werd gehouden. Dat betekent niet alleen dat er méér dwergstelsels nodig zijn om het raadsel van de 'ontbrekende dwergen' op te lossen, maar ook dat er een verklaring moet worden gevonden voor de vorming van sterren in zulke mini-stelsels. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat veel dwergstelsels kort na de oerknal veel gas zijn kwijtgeraakt onder invloed van de ultraviolette straling van de eerste generaties sterren. Dat zou zowel hun geringe massa als lichtkracht verklaren. Als deze interpretatie juist is, zouden er wel eens honderden dwergstelsels om ons Melkwegstelsel kunnen draaien die helemaal geen licht uitzenden.
Meer informatie:
Dark, but light: Smallest galaxies ever seen solve a big problem
6 september 2007
Astronomen hebben negen kleine, zwakke 'baby-sterrenstelsels' ontdekt in de prille jeugd van het heelal. De stelseltjes zijn stuk voor stuk een paar honderd keer zo klein als ons eigen Melkwegstelsel. De vondst ondersteunt de theorie dat grote sterrenstelsels in de loop van de tijd zijn ontstaan door het samensmelten van kleinere. De negen mini-stelseltjes zijn ontdekt op foto's die al enkele jaren geleden gemaakt zijn met de Hubble Space Telescope. Ze staan zo ver weg dat het waargenomen licht van de stelsels ongeveer dertien miljard jaar geleden werd uitgezonden, toen het heelal minder dan miljard jaar oud was. Het voornamelijk blauwe licht van de zwakke stelsels wordt uitgezonden door pasgeboren sterren, die vrijwel geheel uit waterstof en helium bestaan - de twee elementen die tijdens de oerknal werden gevormd. Waarnemingen met de Spitzer Space Telescope lieten zien dat de baby-stelsels - door de onderzoekers 'kosmische Lego-bouwsteentjes' genoemd - vrijwel geen infrarode straling uitzenden. Dat betekent dat ze nauwelijks interstellair stof bevatten. Ook daaruit blijkt dat het hier om zeer 'primitieve' objecten gaat.
Meer informatie:
Hubble and Spitzer Space Telescopes Find
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 september 2007
Met de Westerbork-telescoop in Drenthe is voor het eerst radiostraling gedetecteerd van de 'achterzijde' van een gammaflits. Gammaflitsen zijn catastrofale explosies van snel roterende, zware sterren die aan het eind van hun leven ineenstorten tot een zwart gat. Bij de explosie worden doorgaans twee smalle bundels van elektrisch geladen deeltjes en energierijke straling geproduceerd. De radiostraling van deze 'jets' is soms weken of maanden na de eigenlijke explosie nog waarneembaar. Normaalgesproken gaat het dan om de jet die toevallig min of meer in de richting van de aarde wijst. Maar Westerbork-waarnemingen aan de radio-nagloeier van de gammaflits van 29 maart 2003 doen nu vermoeden dat er ook radiostraling is ontvangen van de jet die van de aarde af is gericht. Het gaat daarbij om straling die vrijkomt wanneer de jet wordt afgeremd door het omringende ijle gas tussen de sterren. De waarnemingen zijn verricht door de Amsterdamse astronoom Alexander van der Horst, die op 7 september op dit onderzoek promoveert. Van der Horst verwacht dat de nagloeier van de flits nog jarenlang waargenomen zal kunnen worden met de toekomstige radiotelescoop LOFAR.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Westerbork Synthese Radio Telescoop
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
29 augustus 2007
Edwin Hubble noemde IC 10 ooit 'een van de meest merkwaardige objecten aan de hemel'. Nieuwe waarnemingen van dit uiterst zwakke, lichte dwergstelsel, dat een satelliet van het Andromedastelsel is, lijken dat beeld te versterken. Uit opnamen die met de Hubble-ruimtetelescoop en de Keck-telescoop op HawaÔ zijn gemaakt, blijkt dat er in IC 10 nog maar luttele miljoenen jaren geleden een periode van hevige stervorming moet hebben plaatsgevonden. Op de nieuwe beelden is een relatief klein gebied te zien, waar de sterren zo dicht op elkaar gepakt zitten, dat nu pas duidelijk is dat het om een kleine duizend afzonderlijke exemplaren gaat. De onderzoekers hopen dat nadere analyse van deze sterren enkele bestaande vraagstukken omtrent IC 10 uit de weg kunnen ruimen. Het stelsel bevat namelijk overdreven veel Wolf-Rayet-sterren, een bepaald type reuzenster dat in twee soorten voorkomt: een soort die meer koolstof bevat dan stikstof (WC-sterren) en een soort waarbij dat omgekeerd is (WN-sterren). Het merkwaardige is dat IC 10 tot nog toe relatief weinig WN-sterren leek te bevatten, wat strijdig zou zijn met de bestaande inzichten over de vorming van zware sterren. Nu er meer afzonderlijke sterren bekeken kunnen worden, zou die statistiek wel eens rechtgetrokken kunnen worden. De nieuwe waarnemingen hebben ook in een nauwkeurige afstandsbepaling van IC 10 geresulteerd. Het kleine stelsel blijkt 2,4 miljoen lichtjaar van ons verwijderd te zijn.
Meer informatie:
One of the most curious objects in the sky' delights astronomers again
16 augustus 2007
Nieuwe waarnemingen van NASA's röntgensatelliet Chandra en van grote telescopen op aarde stellen kosmologen voor een raadsel. De donkere materie in een ver verwijderde cluster van sterrenstelsels blijkt zich heel anders te gedragen dan de standaard-theorieën voorspellen. De cluster, Abell 520 geheten, bevindt zich op 2,4 miljard lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Orion. Het gaat in werkelijkheid om twee afzonderlijke clusters die met elkaar in botsing zijn gekomen. Bij zo'n botsing worden de individuele sterrenstelsels in de cluster veel minder sterk afgeremd dan het ijle hete gas dat zich in de ruimte tussen de sterrenstelsels bevindt. Het gevolg is dat dat hete gas bij zo'n botsing opgehoopt raakt in het centrum, terwijl de afzonderlijke sterrenstelsels over een groter gebied verspreid raken. De verdeling van het hete gas kan in kaart gebracht worden met een röntgensatelliet zoals Chandra; de verdeling van de sterrenstelsels met grote aardse telescopen. Met die telescopen is ook onderzoek gedaan aan de minieme vervormingen van ver verwijderde, zwakke sterrenstelsels op grote afstanden achter de cluster. Die vervormingen ontstaan door de zwaartekrachtlenswerking van donkere materie in de botsende clusters. Alle theorieën over donkere materie voorspellen dat die dezelfde verdeling te zien moet geven als de afzonderlijke sterrenstelsels, maar in het geval van Abell 520 blijkt de donkere materie - net als het hete gas - voornamelijk opgehoopt te zitten in het centrum. Een verklaring voor deze uitzonderlijke ontdekking is er niet, hoewel sommige kosmologen speculeren dat er een onbekende, vijfde natuurkracht in het spel zou kunnen zijn.
Meer informatie:
Dark Matter Mystery Deepens in Cosmic
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
9 augustus 2007
Sterrenkundigen hebben enkele grote, heldere sterrenstelsels ontdekt in de prille jeugd van het heelal. De stelsels bevinden zich op afstanden van meer dan twaalf miljard lichtjaar; ze ontstonden in de eerste twee miljard jaar na de oerknal. Nooit eerder zijn op zulke grote afstanden zulke lichtsterke sterrenstelsels ontdekt. De stelsels zijn gevonden met de deels Nederlandse James Clerk Maxwell Telescope op Hawaï. Ze zijn zichtbaar op millimeter- en submillimetergolflengten; sommige zijn ook gedetecteerd met de infrarode Spitzer Space Telescope en met de Very Large Array, een grote Amerikaanse radiotelescoop. In zichtbaar licht zijn de stelsels echter vrijwel onzichtbaar, zelfs met de Hubble Space Telescope, doordat ze gehuld zijn in dikke wolken van stof en gas. Uit de gemeten helderheid op millimetergolflengten blijkt dat er in de jonge sterrenstelsels een enorme stervormingsactiviteit moet voorkomen: ongeveer duizend maal zo groot als de huidige stervormingsactiviteit in ons eigen Melkwegstelsel. In de jeugd van het heelal waren kleine, zwakke sterrenstelsels veel talrijker; het is dan ook verrassend dat er zo kort na de oerknal al zulke enorm grote en lichtsterke sterrenstelsels bestonden.
Meer informatie:
Astronomers Spot Brightest Galaxies in the Distant Universe
James Clerk Maxwell Telescope
Vakpublicatie over de ontdekking
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 augustus 2007
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer is een viertal forse sterrenstelsels ontdekt dat met elkaar in botsing is. Dit zal leiden tot een samensmelting, waaruit één groot stelsel voortkomt dat tienmaal zo zwaar is als ons Melkwegstelsel. Botsingen zijn een normaal verschijnsel in het heelal: ook ons eigen stelsel zal er over vijf miljard jaar één meemaken en samensmelten met het Andromedastelsel. Maar een botsing waarbij maar liefst vier stelsels van zo'n grote omvang betrokken zijn, was nog niet eerder waargenomen. Het viertal maakt deel uit van een cluster van sterrenstelsels op ongeveer vijf miljard lichtjaar van de aarde. Uit de Spitzer-waarnemingen blijkt dat de botsende stelsels vrijwel uitsluitend oude sterren bevatten en arm zijn aan gas. Dat laatste heeft tot gevolg dat de botsing niet tot een geboortegolf van nieuwe sterren in het uiteindelijke superstelsel zal leiden.
Meer informatie:
NASA's Spitzer spies monster galaxy pileup
6 augustus 2007
Medio juli is een online-project van start gegaan waarbij vrijwilligers meehelpen bij de classificatie van één miljoen sterrenstelsels waarvan de beelden in het kader van de Sloan Digital Sky Survey zijn vastgelegd. Dit 'Galaxy Zoo'-project heeft inmiddels 85.000 deelnemers. Wie zich aanmeldt bij Galaxy Zoo krijgt eerst een korte cursus in het herkennen van de verschillende soorten sterrenstelsels. Daarna komen de SDSS-stelsels aan bod, waarbij elk stelsel uiteraard door meerdere deelnemers wordt bekeken. Hoewel dit soort classificaties ook met computers kan worden gedaan, blijkt de menselijke aanpak betere resultaten te geven. Het uiteindelijke doel is een nauwkeurige catalogus van sterrenstelsels, die inzicht moet geven in het ontstaan van spiraalvormige en elliptische stelsels.
Meer informatie:
Galaxy Zoo
3 augustus 2007
Recent onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop bevestigt dat tenminste sommige quasars' de extreem heldere kernen van jonge sterrenstelsels' hun activiteit aan een botsing met een ander sterrenstelsel te danken hebben. Dat zulke galactische ontmoetingen in staat zijn om het superzware zwarte gat in de kern van een sterrenstelsel van grote hoeveelheden verse brandstof te voorzien, werd al geruime tijd vermoed. Maar tot nog toe was daar geen direct bewijs voor. Uit metingen van het spectrum van de materie die naar het zwarte gat toe stroomt, en daarbij zeer heet wordt, is nu gebleken dat dit gas vrijwel uitsluitend uit waterstof en helium bestaat. Dat betekent dat de materie niet van sterren en gaswolken uit het eigen stelsel afkomstig kan zijn, omdat deze materie ook zwaardere elementen als koolstof en zuurstof bevat. Het maagdelijke karakter van het toestromende gas wijst erop dat het van elders afkomstig is, hoogstwaarschijnlijk van een ander sterrenstelsel dat relatief kort geleden opgeslokt is.
Meer informatie:
Black holes in feeding frenzy
30 juli 2007
Een internationaal team astronomen heeft met behulp van de Amerikaanse Swift-satelliet en de Japans/Amerikaanse röntgensatelliet Suzaku een nieuw type actieve galactische kernen opgespoord. De kernen van sommige sterrenstelsels behoren tot de helderste objecten in het heelal. Onder de noemer quasar, blazar of Seyfert-stelsel stralen ze onvoorstelbaar grote hoeveelheden energie de ruimte in. Feitelijk gaat het daarbij steeds om een superzwaar zwart gat in de kern van het stelsel dat, afhankelijk van de hoek waaronder het wordt waargenomen andere kenmerken vertoont. Even leek het er op dat alle verschillende verschijningsvormen wel zo'n beetje bekend waren. Maar dat was dus niet zo: met Swift en Suzaku zijn actieve kernen ontdekt waar vrijwel geen licht vanaf komt, maar wel röntgenstraling. De eerste aanwijzingen voor het bestaan van zulke kernen zijn ontdekt met Swift; met Suzaku zijn twee van deze objecten nader onderzocht, om te zien in hoeverre zij van andere actieve galactische kernen verschillen. Daarbij is gebleken dat de 'onzichtbare' actieve kernen alleen de meeste energierijke vorm van röntgenstraling uitzenden, wat verklaart waarom hun bestaan bij eerdere röntgensurveys niet aan het licht is gekomen. De meeste actieve galactische kernen zijn omgeven door een ring van stof, maar het nieuwe type lijkt door een complete bolschil van stof omgeven te zijn, waardoor al het licht dat de hete materie in de omgeving van het zwarte gat uitzendt wordt tegengehouden. Een andere mogelijkheid is, dat de omgeving van de kern bijzonder weinig gas bevat. Bij andere actieve galactische kernen is het de verstrooiing van licht aan gaswolken die hen zichtbaar doet zijn, zelfs als ze achter stofwolken schuilgaan. Hoe het ook zij: tot nog toe hebben we blijkbaar grote aantallen actieve galactische kernen over het hoofd gezien.
Meer informatie:
Japanese and NASA satellites unveil new type of active galaxy
24 juli 2007
In jonge clusters groeien de superzware zwarte gaten, die zich in de kernen van sterrenstelsels bevinden, sneller dan in oude clusters. Dat blijkt uit waarnemingen met de röntgensatelliet Chandra, waarbij de stelsels van relatief nabije clusters zijn vergeleken met die van een viertal verre clusters. Snelgroeiende superzwarte gaten worden herkend aan het feit dat ze veel activiteit vertonen: ze slokken meer materie uit hun omgeving op en omringen zich met een schijf van hete materie die intense röntgenstraling uitzendt. In de verre clusters bevinden zich maar liefst twintig keer zo veel van deze 'actieve galactische kernen' als in de nabijere clusters. Vermoed wordt dat de actieve zwarte gaten van grote invloed zijn op de evolutie van de cluster waar ze deel van uitmaken. De grote uitbarstingen die in hun omgeving plaatsvinden leiden ertoe dat veel (koel) gas uit het hun omringende sterrenstelsel wordt weggeblazen, waardoor de vorming van nieuwe sterren afneemt.
Meer informatie:
Chandra catches "piranha" black holes
18 juli 2007
De röntgentelescopen XMM-Newton en Chandra hebben een botsing van clusters van sterrenstelsels waargenomen. De ontdekking bevestigt eerdere aanwijzingen dat botsingen tussen clusters zich sneller voltrekken dan eerder werd gedacht. Als individuele sterrenstelsels elkaar ontmoeten en naar elkaar toe spiralen, laten ze lange sporen van heet gas achter. Bij botsingen tussen clusters ontbreken zulke duidelijke aanwijzingen. In het geval van Abell 576 komt daar nog eens de complicatie bij dat de botsing zich in het verlengde van de gezichtslijn naar deze cluster voltrekt. Dat zich hier iets bijzonders afspeelt, werd pas duidelijk toen uit spectraalonderzoek bleek dat het intergalactische gas in het ene deel van Abell 576 met grotere snelheid van ons weg beweegt dan in het andere deel. Waarschijnlijk vertoont Abell 576 grote overeenkomsten met de eerder ontdekte Bullet Cluster (Kogelcluster): een botsing tussen twee clusters die we juist van opzij zien. In beide gevallen zijn de clusters met een snelheid van meer dan 3000 kilometer per seconde op elkaar af gestormd. Deze snelheid overtreft de maximale snelheid die computermodellen van botsende clusters lieten zien. Een sluitende verklaring voor deze 'snelheidsovertreding' is er nog niet.
Meer informatie:
X-ray satellites discover the biggest collisions in the Universe
13 juli 2007
Waarnemingen met de Europese Very Large Telescope in Chili lijken een populaire supernova-theorie te bevestigen. Dat meldt een internationaal team van sterrenkundigen deze week in Science Express. Supernova's zijn er in verschillende typen. In veel gevallen gaat het om zware sterren die aan het einde van hun leven exploderen. Maar supernova's van type Ia gedragen zich anders. De gangbare theorie is dat het om witte dwergsterren gaat die materie opzuigen van een opzwellende begeleider, een zogeheten rode reus. De witte dwerg wordt daardoor steeds zwaarder. Is hij eenmaal zwaarder dan 1,4 zonsmassa's, dan raakt hij insatabiel en spat hij uit elkaar. Waarnemingen aan de type Ia-supernova SN 2006x in het sterrenstelsel M100 lijken dit model nu te bevestigen. Enkele maanden na de supernova-uitbarsting is in het licht van de geëxplodeerde ster de spectrale vingerafdruk gevonden van materie die in een eerder stadium door de rode reus de ruimte in werd geblazen. Het gaat om gasschillen die met een snelheid van 50 kilometer per seconde naar buiten bewegen, en waarschijnlijk ongeveer vijftig jaar vóór de explosie van de witte dwerg werden uitgestoten.
Meer informatie:
VLT Provides Evidence for Type Ia Supernovae Scenario
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
11 juli 2007
Met de Keck II-telescoop op Mauna Kea, Hawaï, zijn de allerverste sterrenstelsels ooit gevonden. Richard Ellis, Dan Stark en hun collega's van het California Institute of Technology in Pasadena ontdekten zes sterrenstelsels op afstanden van meer dan 13 miljard lichtjaar. Het licht van de stelsels vertrok dus ruim 13 miljard jaar geleden, toen het heelal nog maar 500 miljoen jaar oud was - vier procent van de huidige leeftijd. De extreem ver verwijderde sterrenstelsels konden waargenomen worden dankzij de zwaartekrachtlenswerking van een naderbij gelegen cluster. De zwaartekracht van deze cluster van sterrenstelsels werkt als een soort kosmisch vergrootglas, waardoor verder weg gelegen objecten enigszins vervormd raken, maar vooral ook worden versterkt. Dankzij die zwaartekrachtlens zijn de verre sterrenstelsels twintig keer zo helder als normaal, waardoor ze nét gezien konden worden door de 10-meter Keck-telescoop. De afstand tot de stelsels - die veel tekenen van actieve stervorming vertonen - kon langs indirecte weg worden bepaald. De nieuwe resultaten bieden informatie over de verrassend snelle evolutie van het pasgeboren heelal, waarin kennelijk kort na de oerknal al volwaardige sterrenstelsels ontstonden.
Meer informatie:
Astronomers Claim to Find the Most Distant Known Galaxies
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
27 juni 2007
Voor het eerst zijn (Japanse) sterrenkundigen erin geslaagd om in een ster buiten ons eigen Melkwegstelsel het radioactieve element thorium te detecteren. Het betreft een rode reuzenster (COS82), die deel uitmaakt van het nabije Ursa Minor-dwergstelsel. Eerder was thorium opgespoord in een aantal sterren van het Melkwegstelsel. Net als uranium behoort thorium tot de zwaarste elementen in het heelal. Het kan op verschillende manieren ontstaan, maar in het geval van COS82 is het thorium waarschijnlijk van een supernova afkomstig' de ster is namelijk ook rijk aan andere elementen zwaarder dan ijzer. Thorium, dat een halfwaardetijd van 14 miljard jaar heeft, kan worden gebruikt om de leeftijd van een ster te meten. Hieruit blijkt dat de ster waarschijnlijk minstens 12 miljard jaar oud is, net als de oudste sterren van ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
First Detection of Thorium in an Extragalactic Star
26 juni 2007
Binnen zes weken zijn twee supernova's opgevlamd in een obscuur sterrenstelsel in het sterrenbeeld Hercules. Het is voor het eerst dat astronomen in zo'n korte tijd twee sterren in een stelsel zien ontploffen. Het stelsel, dat de aanduiding MCG +05-43-16 draagt, is 380 miljoen lichtjaar van ons verwijderd. De beide supernova's zijn niet van hetzelfde type. Supernova 2007ck is van type II, wat betekent dat het hier om een ontploffende zware ster gaat, die zonder brandstof is komen te zitten. Supernova 2007co is van type Ia: een witte dwerg die zo veel materie van een begeleidende ster heeft opgeslokt dat hij instabiel geworden is en geëxplodeerd is. De beide supernova's zijn ruimtelijk tienduizenden lichtjaren van elkaar gescheiden en hebben dus verder niets met elkaar te maken. Sterker nog: het is zuiver toeval dat we ze vanaf de aarde vrijwel gelijktijdig hebben zien afgaan; voor waarnemers elders in het heelal kunnen de supernova's zo maar duizenden jaren na elkaar verschijnen (of zijn verschenen).
Meer informatie:
NASA's Swift Sees Double Supernova in Galaxy
13 juni 2007
Met NASA's Spitzer Space Telescope zijn polycyclische aromatische koolwaterstoffen ontdekt aan de rand van een supernovarest. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) zijn complexe organische moleculen die algemeen beschouwd worden als de primitieve bouwstenen van leven. Het feit dat ze kennelijk het geweld van een supernova-explosie hebben overleefd, doet vermoeden dat ze buitengewoon goed bestand zijn tegen extreme omstandigheden. Dat maakt het waarschijnlijker dat PAK's in de heftige ontstaansperiode van de aarde ook een belangrijke rol gespeeld kunnen hebben bij de vorming van de eerste zelf-replicerende moleculen. Spitzer registreerde de karakteristieke infraroodstraling van PAK's in de buitengebieden van N132D, een supernovarest in de Grote Magelhaense Wolk, op 163.000 lichtjaar afstand van de aarde.
Meer informatie:
Spitzer Searches for the Origins of Life
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
12 juni 2007
Met de kleine robottelescoop REM (Rapid Eye Mount) op de Europese sterrenwacht op La Silla, Chili, is de explosiesnelheid van twee gammaflitsen opgemeten. Gammaflitsen zijn energierijke explosies van extreem zware sterren. De eigenlijke gammaflits is op aarde niet waarneembaar, maar de Amerikaanse Swift-satelliet geeft de hemelpositie van nieuw ontdekte gammaflitsen automatisch door aan telescopen op de grond, die vervolgens waarnemingen kunnen gaan doen aan de zogeheten nagloeier. Op 18 april en 7 juni 2006 slaagde de REM-telescoop erin om al veertig seconden na de eigenlijke uitbarsting op nabij-infrarode golflengten helderheidsmetingen te verrichten aan de nagloeiers van twee gammaflitsen die door Swift werden ontdekt en die zich op afstanden van 9,3 en 11,5 miljard lichtjaar bevinden. Dat was snel genoeg om het tijdstip te bepalen waarop de nagloeier zijn piekhelderheid bereikt - een maat voor de explosiesnelheid van de gammaflits. Uit de waarnemingen volgt dat de weggeblazen materie (ongeveer tweehonderd maal zoveel als de totale massa van de aarde) een snelheid moet hebben gehad van 99,9997 procent van de lichtsnelheid.
Meer informatie:
Robotic Telescope Measures Speed of Material Ejected in Cosmic Death
Rapid Eye Mount
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 juni 2007
Met de 3,6-meter Canada-France-Hawaii Telescope is een quasar ontdekt op ca. 13 miljard lichtjaar afstand van de aarde. Quasars zijn de actieve kernen van sterrenstelsels. Hun enorme energieproductie is te danken aan de aanwezigheid van een superzwaar zwart gat in het centrum van het stelsel, dat grote hoeveelheden gas en sterren opslokt. Dat materiaal wordt daarbij zo sterk verhit dat het energierijke straling uitzendt. De quasar is ontdekt in het kader van een grote survey van de sterrenhemel, die pas voor twintig procent is voltooid. De astronomen verwachten dan ook dat er in de toekomst meer extreem verre zwarte gaten worden gevonden. De ontdekking is opmerkelijk, omdat de quasar wordt waargenomen zoals hij er in de prille jeugd van het heelal uitzag: het licht van de quasar is dertien miljard jaar onderweg geweest naar de aarde, en werd dus uitgezonden toen het heelal nog maar 700 miljoen jaar oud was (de leeftijd van het heelal wordt geschat op 13,7 miljard jaar). Het is niet duidelijk hoe er in zo'n korte tijd zulke zware sterrenstelsels en superzware zwarte gaten kunnen zijn ontstaan.
Meer informatie:
Astronomers find most distant black hole
Canada-France-Hawaii Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
30 mei 2007
De cluster van sterrenstelsels rond het actieve stelsel 3C48 heeft het zwaar te verduren. In het ijle clustergas is met de röntgensatelliet Chandra een heldere boog van extreem heet gas ontdekt, die zich over maar liefst twee miljoen lichtjaar uitstrekt. Hoe de boog ontstaan is, is vooralsnog onduidelijk. De meest aannemelijke verklaring is dat we hier niet met één, maar met twéé clusters te maken hebben, die met een snelheid van ruwweg 6 miljoen kilometer per uur op elkaar botsen. Dat zou tot het ontstaan van een schokfront kunnen leiden. Een andere mogelijkheid is dat de boog is veroorzaakt door een explosieve uitbarsting van 3C48. Net als alle actieve stelsels heeft 3C48 een superzwaar zwart gat in zijn centrum en het is denkbaar dat deze een (te) grote hoeveelheid invallende materie te verwerken heeft gekregen. Doorgaans zijn zulke uitbarstingen echter lang niet groot genoeg om de hete superstructuur in de cluster te kunnen verklaren.
Meer informatie:
Galaxy Cluster Takes It to the Extreme
28 mei 2007
Onderzoek met de Very Large Array (VLA) radiotelescoop in de VS heeft het bestaan van een zwaar zwart gat in een bolvormige sterrenhoop in het bekende Andromedastelsel (M31) aan het licht gebracht. Met een massa van ongeveer 20.000 zonsmassa's valt het object in de categorie 'middelzware' zwarte gaten. Het bestaan van een zwart gat in de bolhoop werd al vermoed sinds 2002, maar tot nog toe kon niet helemaal worden uitgesloten dat het geen zwart gat betrof, maar een verzameling compacte objecten (neutronensterren en stellaire zwarte gaten). Bekend was wel dat een zwaar zwart gat veel meer radiostraling produceert dan een verzameling kleinere objecten. Met de VLA is nu vastgesteld dat de 'radiohelderheid' van de bolhoop in overeenstemming is met die van een 20.000 zonsmassa's zwaar zwart gat. Sterrenkundigen hopen in de nabije toekomst ook zwarte gaten te kunnen opsporen in de bolhopen van ons eigen Melkwegstelsel, die naar verwachting slechts enkele honderden zonsmassa's zwaar zijn.
Meer informatie:
Star Cluster Holds Midweight Black Hole, VLA Indicates
28 mei 2007
Met de Hubble-ruimtetelescoop is de tot nog toe scherpste foto van het grote, heldere spiraalstelsel M81 gemaakt. M81 bevindt zich op de relatief kleine afstand van 11,6 miljoen lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Grote Beer en lijkt in veel opzichten op ons eigen Melkwegstelsel. Een belangrijk verschil is de centrale verdikking van M81, die aanzienlijk groter is dan die van ons stelsel. Daar huist dan ook een zwaarder centraal zwart gat, dat naar schatting 70 miljoen zonsmassa's zwaar is (dat in het centrum van ons Melkwegstelsel 'weegt' slechts enkele miljoenen zonsmassa's). Een ander verschil tussen beide stelsels is dat M81 vrij recent, dat wil zeggen: 300 miljoen jaar geleden, een nabije ontmoeting met twee ander spiraalstelsels heeft gehad, wat tot een geboortegolf van sterren heeft geleid. De Hubble-foto van M81 is samengesteld uit opnamen die tussen 2004 en 2006 met de (inmiddels uitgevallen) Advanced Camera for Surveys zijn gemaakt.
Meer informatie:
Hubble photographs grand spiral galaxy Messier 81
28 mei 2007
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer zijn in één klap meer dan duizend dwergstelsels ontdekt in de zogeheten Coma-cluster. Deze enorme verzameling van sterrenstelsels, op een afstand van 320 miljoen lichtjaar, bevat daarnaast enkele honderden grote stelsels, waarvan het bestaan al langer bekend is. Ondanks hun geringe afmetingen spelen dwergstelsels waarschijnlijk een belangrijke rol bij de kosmische evolutie. Sterrenkundigen denken dat het de eerste stelsels zijn die zich in het heelal hebben gevormd en dat ze als bouwstenen voor grote stelsels fungeren. Het zijn hoe dan ook de meest talrijke stelsels in het heelal, maar merkwaardig genoeg waren in grote clusters tot nog toe betrekkelijk weinig dwergstelsels te zien. Daar is nu dus, wat de Coma-cluster betreft, verandering in gekomen. Omdat de Spitzer-waarnemingen slechts een (fors) deel van de cluster omvatten, wordt het totale aantal dwergstelsels in de cluster op minstens vierduizend geschat.
Meer informatie:
Spitzer nets thousands of galaxies in a giant cluster
28 mei 2007
Sterrenkundigen hebben, met behulp van de ultravioletsatelliet FUSE en telescopen op aarde, de eigenschappen bepaald van een zeer zware, jonge dubbelster in de Grote Magelhaense Wolk, één van de satellietstelsels van ons Melkwegstelsel. De dubbelster, dat de 'naam' LH54-425 draagt, bestaat uit twee zogeheten O-sterren' het zwaarste en helderste stertype dat het heelal rijk is. Uit spectraalonderzoek blijkt dat de beide sterren respectievelijk 62 en 37 zonsmassa's zwaar zijn en in iets meer dan twee dagen (!) om elkaar heen draaien. Hun onderlinge afstand is zes keer zo klein als de gemiddelde afstand zon-aarde. De beide sterren zijn naar schatting slechts ongeveer drie miljoen jaar oud en produceren beide een hevige sterrenwind, waardoor ze enorme hoeveelheden materie verliezen. Gezien hun kleine onderlinge afstand is het waarschijnlijk dat de twee sterren uiteindelijk zullen samensmelten tot een 'superster' van het type Eta Carinae.
Meer informatie:
NASA's FUSE satellite catches collision of titans
23 mei 2007
Californische astronomen hebben een nieuw type kosmische explosie ontdekt. Het gaat om een soort tussenvorm tussen gewone nova's en supernova's. Nova's zijn explosies op het oppervlak van een ster; supernova's zijn sterren die vrijwel volledig uit elkaar spatten. In het sterrenstelsel M85 in de Virgo-cluster, op 49 miljoen lichtjaar afstand van de aarde, is nu een opvallend roodgekleurde uitbarsting waargenomen die qua helderheid het midden houdt tussen nova's en supernova's. Ook de snelheid van het weggeblazen gas is aanzienlijk trager dan bij andere sterexplosies. De ontdekkers, onder leiding van Shri Kulkarni van het California Institute of Technology, noemen de nieuwe explosies "lichtsterke rode nova's". Deze week publiceren ze hun ontdekking in Nature. In het artikel geven ze ook een mogelijke verklaring voor het verschijnsel: vermoedelijk gaat het om de botsing van twee vrij normale sterren, die vervolgens versmelten en verder evolueren in een gemeenschappelijk gasvormig omhulsel.
Meer informatie:
Caltech and Berkeley Astronomers Identify a New Class of Cosmic Explosions
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 mei 2007
Weggeschoten zwarte gaten zijn nog miljoenen jaren lang zichtbaar, aldus een Amerikaanse theoreticus. Volgens Avi Loeb van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics kan een superzwaar zwart gat met hoge snelheid de ruimte in geschoten als gevolg van de botsing van twee sterrenstelsels. De superzware zwarte gaten in de kernen van die stelsels zullen versmelten, maar daarbij krijgen ze in veel gevallen een resulterende reactiesnelheid mee, zo tonen Loebs berekeningen aan. Als gevolg daarvan vliegen ze met snelheden van meer dan tien miljoen kilometer per uur door het heelal. Zwarte gaten zijn zelf niet zichtbaar, maar de rondwervelende gasschijf rond een zwart gat zendt onder andere röntgenstraling uit. Loebs berekeningen laten nu zien dat die accretieschijf door het zwarte gat wordt vastgehouden, ook wanneer het met hoge snelheid de ruimte in wordt geschoten. Dat betekent dat het superzware zwarte gat nog lange tijd kan worden waargenomen, misschien wel totdat het op enkele tienduizenden lichtjaren afstand van de oorspronkelijke positie is gekomen. Loebs artikel verschijnt binnenkort in Physical Review Letters.
Meer informatie:
How to Spot the Speediest Black Holes
Artikel van Loeb
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 mei 2007
De centrale 'motor' van een kosmische gammaflits is langer actief dan tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit waarnemingen van gammaflits GRB 060714, verricht door de NASA-satelliet Swift. Gammaflitsen zijn extreem energierijke explosies, die ontstaan wanneer zware, snel roterende sterren aan het eind van hun leven ineenstorten tot een zwart gat. Twee jets van materie worden dan met de lichtsnelheid de ruimte in geblazen. De energierijke gammastraling ontstaat door turbulente bewegingen in die jets. Sommige gammaflitsen, waaronder GRB 060714, vertonen echter lang na de eigenlijke flits nog röntgen- en UV-uitbarstingen. Uit de waarnemingen van Swift blijkt dat die 'naschokken' ook gevoed worden door de energie van de centrale motor van de gammaflits. Vermoedelijk is dat een sterk gemagnetiseerd zwart gat, omgeven door een zogeheten accretieschijf.
Meer informatie:
Gamma-Ray Bursts Active Longer Than Thought
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 mei 2007
Met de 10-meter Keck-telescoop op Hawaï zijn de posities van twee superzware zwarte gaten op 300 miljoen lichtjaar afstand van de zon nauwkeurig opgemeten. De zwarte gaten bevinden zich in het sterrenstelsel NGC 6240, dat het product is van de botsing van twee kleinere sterrenstelsels. De zwarte gaten die zich in de kernen van de botsende stelsels bevonden, draaien nu op relatief kleine afstand om elkaar heen; over enkele tientallen miljoenen jaren zullen ze met elkaar versmelten. Ze worden omgeven door ronddraaiende schijven van heet gas en jonge sterrenhopen. Al die structuren zijn al eens in beeld gebracht op verschillende golflengten, maar de excacte positie van de twee zwarte gaten was nooit nauwkeurig bepaald. Dat is nu wel gelukt met behulp van adaptieve optiek - een techniek om sterrenkundige beelden te corrigeren voor atmosferische trillingen. De Keck-waarnemingen zijn uitgevoerd in het infrarood, en dankzij de extreem hoge beeldscherpte konden de metingen op andere golflengten voor het eerst goed met elkaar in verband worden gebracht.
Meer informatie:
Adaptive optics pinpoints two supermassive black holes in colliding galaxies
W.M. Keck Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
15 mei 2007
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop een enorme ring van donkere materie ontdekt. De 2,6 miljoen lichtjaar grote ring maakt deel uit van de verre cluster ZwCl0024+1652. Dat het bijeenblijven van clusters van sterrenstelsels aan de aanwezigheid van rijkelijke hoeveelheden donkere materie te danken is, wordt al langer vermoed. De totale hoeveelheid zichtbare materie in sterrenstelsels is namelijk lang niet toereikend om clusters bij elkaar te houden. Maar hoewel donkere materie geen waarneembare straling uitzendt, oefent zij wel zwaartekracht uit op haar omgeving. Deze zwaartekracht houdt niet alleen clusters bijeen, maar buigt ook het licht van (verre) achtergrondobjecten af. Dit zogeheten gravitatielenseffect heeft zich ontpopt als een beproefd middel om de verdeling van donkere materie in clusters in kaart te brengen. Uit nauwgezet onderzoek van de vervormde beeldjes van sterrenstelsels die ver achter ZwCl0024+1652 staan, blijkt dat de donkere materie hierin een ringvorm heeft aangenomen. De ring is waarschijnlijk ontstaan na de botsing tussen twee clusters van sterrenstelsels, een beetje zoals steen die in een vijver wordt gegooid kringen in het water veroorzaakt. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat ZwCl0024+1652 eigenlijk uit twee clusters bestaat die één à twee miljard jaar geleden zijn samengesmolten. Het bestaan van de ring van donkere materie is daarmee in overeenstemming.
Meer informatie:
Hubble finds ring of dark matter
9 mei 2007
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton is ontdekt dat sommige nova-uitbarstingen veel langer zichtbaar blijven in röntgenstraling dan andere. Nova's zijn compacte witte dwergsterren die een baan beschrijven rond een normale ster. Gas van de gewone ster stroomt naar de witte dwerg, en hoopt zich op aan het oppervlak. Na verloop van tijd nemen druk en temperatuur in dit gas zo sterk toe dat er spontaan kernfusiereacties optreden. De witte dwerg wordt daardoor tijdelijk enorm helder, en het lijkt alsof er een nieuwe ster ( stella nova) aan de hemel is verschenen. Zo'n nova is vaak enkele weken of maanden zichtbaar. Het ontbrande gas is zo heet dat er ook röntgenstraling wordt geproduceerd, maar die is pas na verloop van tijd zichtbaar; eerst moet de gasschil die bij de nova-explosie de ruimte ingeblazen is voldoende zijn uitgedijd, waardoor hij ijl genoeg wordt om de röntgenstraling van het steroppervlak door te laten. Met XMM-Newton zijn röntgenwaarnemingen verricht aan enkele tientallen nova's in de kern van het nabijgelegen Andromedastelsel. Ongeveer een op de drie bleek zichtbaar te zijn op röntgengolflengten. Maar er werd ook ontdekt dat sommige nova's veel korter zichtbaar zijn in röntgenstraling dan andere. In sommige gevallen gaat het om een paar maanden; in andere om tientallen jaren. De verwachting is dat periodieke röntgenwaarnemingen van nova's waardevolle informatie kunnen opleveren over de omstandigheden aan het oppervlak van de geëxplodeerde ster.
Meer informatie:
X-rays provide a new way to investigate exploding stars
XMM-Newton
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 mei 2007
Met het Amerikaanse Chandra X-ray Observatory is de helderste supernova-explosie ooit waargenomen. Supernova's zijn zware sterren die aan het eind van hun leven exploderen, wanneer kernreacties in het hete inwendige tot stilstand komen. De supernova, SN 2006gy geheten, vond plaats in het sterrenstelsel NGC 1260, op 240 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Hij produceerde meer energie dan welke andere supernova ook, maar door de grote afstand was de explosie toch alleen met krachtige telescopen te zien. De geëxplodeerde ster was mogelijk 150 maal zo zwaar als de zon. Volgens de onderzoekers ontstond de supernova misschien door een ander explosiemechanisme: in de kern geproduceerde gammastraling wordt omgezet in paren deeltjes en antideeltjes, waardoor de stralingsdruk in de kern vermindert. Dat kan tot een ineenstorting van de ster leiden, met een titanische explosie als gevolg. In ons eigen Melkwegstelsel zou de ster Eta Carinae, op slechts 7500 lichtjaar afstand, binnenkort ook op die manier aan zijn eind kunnen komen. De Chandra-waarnemingen aan SN 2006gy worden gepubliceerd in The Astrophysical Journal.
Meer informatie:
NASA's Chandra Sees Brightest Supernova Ever
Chandra X-ray Observatory
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 april 2007
Warm gas dat aan de greep van de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels is ontsnapt, is mogelijk de bron van een vorm van 'intergalactische vervuiling'. Dat denken onderzoekers die met behulp van de Europese röntgensatelliet XMM-Newton waarnemingen hebben verricht van het actieve stelsel NGC 4051. Zwarte gaten staan bekend als veelvraten, maar de materie die zij om zich heen verzamelen, wordt dermate heet dat een deel ervan nog nét kan ontsnappen. Bij stelsels als NGC 4051 is dan ook heet gas te zien dat met snelheden van enkele duizenden kilometers per seconde door de kern wordt uitgestoten. Maar om hoeveel gas gaat het eigenlijk? Uit de metingen met XMM-Newton blijkt het in het geval van NGC 4051 om twee tot vijf procent van de materie uit de accretieschijf rond het (twee miljoen zonsmassa zware) zwarte gat in de kern te gaan. Dat is minder dan sommige astronomen verwachtten. Vastgesteld is wel dat het gas elementen zwaarder dan helium bevat, waaronder ook koolstof, dat een belangrijke rol speelt bij het ontstaan van leven zoals wij dat kennen. De bijdrage van NGC 4051 aan de verrijking van de intergalactische materie mag dan niet zo groot zijn, vermoed wordt dat de veel actievere quasars, zoals die in de begintijd van het heelal bestonden, wél hun steentje hebben bijgedragen. Het grootste deel van de zware elementen in de intergalactische ruimte is waarschijnlijk echter afkomstig van een ander type sterrenstelsels: de zogeheten ultraheldere infrarood-stelsels.
Meer informatie:
XMM-Newton pinpoints intergalactic polluters
19 april 2007
Radiosterrenkundigen hebben een zes miljoen lichtjaar grote intergalactische plasmawolk ontdekt. Het bestaan van deze diffuse wolk van hoogenergetische elektronen kan een aanwijzing zijn dat superzware zwarte gaten een belangrijke bron van kosmische (deeltjes)straling zijn. De plasmawolk werd met de grote radiotelescoop van Arecibo ontdekt naast de Coma-cluster, een verzameling van ongeveer 100.000 sterrenstelsels. De vraag is nu waar de wolk geladen deeltjes vandaan komt. In het gebied bevinden zich waarschijnlijk meerdere grote radiostelsels, waarvan wordt aangenomen dat ze een superzwaar zwart gat in hun centrum hebben. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat deze zware gaten de bron zijn van magnetisch veld dat zich tot ver in de intergalactische ruimte uitstrekt. Een dergelijk veld zou geladen deeltjes tot grote snelheden versnellen. De ontdekking heeft ook implicaties voor het onderzoek van de kosmische achtergrondstraling, want plasmawolken als deze zenden straling uit op de dezelfde frequenties en zijn dus een storende factor bij het in kaart brengen van de reststraling van de oerknal.
Meer informatie:
Scientists Discover Vast Intergalactic Cloud of Plasma
17 april 2007
Het grootste deel van de materie in het heelal bestaat niet uit protonen, neutronen en elektronen, maar uit ongrijpbare 'donkere materie' die alleen waarneembaar is, omdat zij een aantrekkingskracht op haar omgeving uitoefent. Donkere materie is overal, maar rond sterrenstelsels en clusters van sterrenstelsels worden opeenhopingen ervan aangetroffen. Een internationaal onderzoeksteam heeft nu de verdeling van 'normale' en donkere materie in negen sterrenstelsels in kaart gebracht. Daarbij is gebruik gemaakt van het gravitatielenseffect' het verschijnsel dat de zwaartekracht van een zwaar object (zoals een sterrenstelsel) het licht van een verder weg gelegen object (meestal een quasar) afbuigt. Dat resulteert in meervoudige afbeeldingen van het verre object, waaruit de totale materieverdeling van het voorgrondobject kan worden afgeleid. Door tevens het uitgezonden sterlicht van het voorgrondobject te analyseren, kan worden vastgesteld wat de bijdrage van de stermassa aan deze materieverdeling is. Het verschil tussen beide levert de verdeling van de donkere materie op.
Meer informatie:
Mapping the invisible: dark matter charted out to five billion light years
17 april 2007
Een team van Britse, Franse en Duitse sterrenkundigen heeft ontdekt dat de meerderheid van de verste sterrenstelsels die tot nu toe zijn waargenomen nog bezig zijn met de eerste geboortegolven van sterren. Het licht van deze stelsels is uitgezonden toen het heelal nog tien keer zo jong was als nu en een leeftijd van ruim een miljard jaar had. De stelsels produceren in hoog tempo nieuwe sterren, maar deze geboortegolven zijn mogelijk van korte duur (enkele tientallen miljoenen jaren), al is het goed mogelijk dat de eerste generaties sterren zo veel stof produceren dat het verdere verloop van de stervorming aan het zicht onttrokken wordt. Het systematische onderzoek, dat met behulp van de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer en de Very Large Telescope is uitgevoerd, heeft ook inzicht gegeven in de evolutie van sterrenstelsels in de begindagen van het heelal. Daarbij is met name gekeken naar de verschillen tussen de allerverste stelsels en stelsels die ongeveer een miljard jaar later zijn ontstaan. Gebleken is dat de laatste groter en zwaarder zijn, meer zware elementen bevatten en langdurigere perioden van stervorming hebben doorgemaakt. Dat is in overeenstemming met de heersende opvatting dat de huidige grote sterrenstelsels het resultaat zijn van samensmeltingen van kleinere stelsels.
Meer informatie:
Caught in the act : forming galaxies captured in the young universe by HST, VLT & Spitzer
12 april 2007
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra is een bijzondere verduistering waargenomen: die van het superzware zwarte gat in de kern van het sterrenstelsel NGC 1365. Of eigenlijk van de schijf met hete materie die dit zwarte gat omringt. Deze schijf is te klein om met een telescoop als zodanig waarneembaar te zijn, maar is wel een heldere (punt)bron van röntgenstraling. Door een gelukkig toeval ging de schijf onlangs tijdelijk schuil achter een dichte wolk van gas en stof die zich op ongeveer een honderdste lichtjaar van het zwarte gat bevindt. Hierdoor werd het mogelijk een schatting van de grootte ervan te maken. Hij blijkt ongeveer 1 miljard kilometer groot te zijn' zeven keer de afstand aarde-zon. Dat betekent dat de materie in de schijf zich dermate dicht bij het zwarte gat bevindt, dat zij binnen honderd jaar erdoor wordt opgeslokt.
Meer informatie:
Chandra sees remarkable eclipse of black hole
Black Hole Eclipse
10 april 2007
De 'spook-spiraalarmen' van het sterrenstelsel M106 zijn indirect veroorzaakt door straalstromen van elektrisch geladen deeltjes uit de kern van het stelsel. Die conclusie trekken astronomen van de Universiteit van Maryland op basis van waarnemingen van het sterrenstelsel die verricht zijn met röntgentelescopen in een baan om de aarde. M106, op 23,5 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Jachthonden, heeft twee 'gewone' spiraalarmen die veel heldere sterren en stervormingsgebieden bevatten, en daar tussenin twee 'spook-armen' die alleen zichtbaar zijn in röntgen- en radiostraling. Deze 'anomale armen' bestaan uit extreem heet gas, waarschijnlijk als gevolg van schokgolven. Waarnemingen van NASA's Chandra X-ray Observatory, de Europese kunstmaan XMM-Newton en de Amerikaanse Swift-satelliet doen nu vermoeden dat de schokgolven veroorzaakt zijn door straalstromen van elektrisch geladen deeljes, afkomstig uit de actieve kern van het sterrenstelsel. Die straalstromen (jets) liggen bijna in het vlak van het sterrenstelsel, waardoor ze schokgolven in het interstellaire gas veroorzaken. De spiraalstructuur ontstaat vervolgens door de rotatie van het sterrenstelsel.
Meer informatie:
Mystery spiral arms explained?
Persbericht NASA Goddard Space Flight Center
Persbericht University of Maryland
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 april 2007
Met behulp van de Hubble Space Telescope is de kosmische afstandsschaal nauwkeurig gekalibreerd. Afstanden tot ver verwijderde sterrenstelsels zijn gebaseerd op het gedrag van een bepaald type veranderlijke sterren, cepheïden genaamd. Maar om die zogeheten periode-lichtkrachtrelatie goed toe te passen, moeten de afstanden van cepheïden in ons eigen Melkwegstelsel op een directe, onafhankelijke manier bekend zijn. Cepheïden zijn echter vrij zeldzaam, en bevinden zich op grote afstand van de zon. Sterrenkundigen van de Universiteit van Texas zijn er nu echter in geslaagd om van tien cepheïden in het Melkwegstelsel de afstand te meten op basis van hun parallax: de minieme jaarlijkse schommeling aan de hemel die een afspiegeling is van de draaiing van de aarde om de zon. Daarvoor werden de Fine Guidance Sensors van de Hubble Space Telescope gebruikt. Op basis van deze metingen zal de Hubbleconstante (een maat voor de uitdijingssnelheid van het heelal) straks veel nauwkeuriger bepaald kunnen worden dan nu het geval is. De resultaten van de Texaanse astronomen worden deze maand gepubliceerd in The Astronomical Journal.
Meer informatie:
Texas Astronomers Achieve Major Improvement in Cosmic Distance Scale with Hubble Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 april 2007
Sterrenkundigen hebben een ster ontdekt die binnen twee jaar tijd twee keer explodeerde. Het gaat om een zware ster in het sterrenstelsel UGC 4904, op 77 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Lynx. Op 20 oktober 2004 werd in dat stelsel een 'nieuwe ster' ontdekt door de Japanse amateurastronoom Koichi Itagaki. Aanvankelijk werd aangenomen dat het om een supernova ging - een uitbarsting waarbij een zware ster gewoonlijk compleet uit elkaar spat. Later bleek dat er gewoon sprake was van een zeer energierijke uitbarsting op de ster, zoals ze wel vaker voorkomen op LBV-sterren ( luminous blue variables). Maar iets minder dan twee jaar later, op 11 oktober 2006, onderging de ster een tweede explosie. Dit keer was er wel degelijk sprake van een echte supernova (SN 2006jc geheten). De weggeblazen materie van de supernova ramde binnen een paar uur de eerder uitgestoten gasschil, waarbij veel röntgenstraling werd geproduceerd. Als gevolg daarvan nam SN 2006jc drie maanden lang in röntgenhelderheid toe - iets wat nog nooit eerder is vertoond. De ontdekking van de dubbele uitbarsting werpt een nieuw licht op de allerlaatste levensfasen van zware sterren.
Meer informatie:
Massive star burps, then explodes
Persbericht NASA Goddard Space Flight Center
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 april 2007
Met de Hubble Space Telescope is een zeer gedetailleerde opname gemaakt van het balkspiraalstelsel NGC 1672. Het sterrenstelsel staat op ruim 80 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Goudvis, en is alleen vanaf het zuidelijk halfrond zichtbaar. Balkspiraalstelsels hebben een langgerekte centrale structuur van sterren (de zogeheten balk), en meestal twee spiraalarmen die aan de uiteinden van de balk ontspringen. Computersimulaties doen vermoeden dat zo'n balkstructuur niet erg lang kan bestaan; misschien kan het uiterlijk van een sterrenstelsel in de loop van honderden miljoenen jaren wisselen van een gewoon spiraalstelsel in een balkspiraal. NGC 1672 is bovendien een zogeheten Seyfert-stelsel, met een extra heldere kern. In de spiraalarmen van het stelsel zijn blauwe clusters van pasgeboren zware sterren te zien, en op de originele versie van de foto zijn ook achtergrondstelsels zichtbaar die enigszins roodgekleurd zijn doordat een deel van hun licht is geabsorbeerd door stof in het voorgrondstelsel. De Hubble-foto is in de zomer van 2005 gemaakt door de Advanced Camera for Surveys; de opname werd vandaag vrijgegeven door het Hubble Heritage Team van het Space Telescope Science Institute.
Meer informatie:
Hubble's view of barred spiral galaxy NGC 1672
Hubble Heritage Project
Hogeresolutieversie van de Hubble-foto (10 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
28 maart 2007
Op 17 april 2006, om 8 minuten over 11, ging het alarm af in de controlekamer van de Europese Very Large Telescope. Paniek was er niet, want het betrof slechts het signaal dat de Swift-satelliet een nieuwe gammaflits had waargenomen' de intense stralingsuitbarsting van een exploderende ster op (in dit geval) 9,3 miljard lichtjaar afstand. Het alarm zette de VLT Rapid Response Mode in werking, een systeem dat bedoeld is om een van de vier VLT-telescopen automatisch op de positie van de gammaflits te richten om spectra ervan op te nemen. Met het vastleggen van het eerste spectrum werd binnen tien minuten na de Swift-detectie begonnen. Dat was een record, maar dat hield niet lang stand: op 7 juni 2006 werd het bij een andere gammaflits nog eens ruim twee minuten scherper gezet. Het snel vastleggen van het spectrum van een gammaflits is wenselijk, omdat de optische 'nagloed' van een gammaflits slechts enkele uren helder genoeg is. De spectra van de gammaflits van 17 april 2006 waren gedetailleerd genoeg om te kunnen waarnemen hoe de straling van de explosie een gaswolk 5500 lichtjaar verderop tot gloeien bracht.
Meer informatie:
VLT Automatically Takes Detailed Spectra of Gamma-Ray Burst Afterglows Only Minutes After Discovery
27 maart 2007
Veel meer dan een nummer was het spiraalstelsel NGC 5584, dat in het sterrenbeeld Maagd te vinden is, tot nog toe niet. Maar sinds 1 maart wordt het stelsel opgesierd door de verschijning van de helderste supernova van dit jaar, SN 2007af. Met een helderheid van magnitude 13 is de ontplofte ster al waarneembaar met betrekkelijk kleine amateur-telescopen. NGC 5584 bevindt zich op een afstand van 75 miljoen lichtjaar en is een (iets kleinere) soortgenoot van ons Melkwegstelsel. De supernova is er een van type Ia, wat wil zeggen dat het een ontploffende witte dwergster betreft.
Meer informatie:
The Purple Rose of Virgo
26 maart 2007
Het overgrote merendeel van de sterren in de buurt van de zon behoren tot de Melkweg. Recentelijk werd echter de ster HE0437-5439 ontdekt op grote afstand (circa 200 duizend lichtjaar) van de Melkweg. Gebleken is dat deze ster met een snelheid van zo'n 2,6 miljoen kilometer per uur (723km/s) beweegt vanaf het nabij gelegen sterrenstelsel de Grote Magelhaense Wolk. Met behulp van gedetailleerde berekeningen van de dynamische wisselwerking tussen sterren onderling hebben de onderzoekers Alessia Gualandris en Simon Portegies Zwart van de Universiteit van Amsterdam aangetoond dat de ster HE0437-5439 ongeveer 25 miljoen jaar geleden is weggeschoten uit een sterrenhoop in de Grote Magelhaense wolk. Hun resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Monthly Notices of the Royal Astronomical Society.
Meer informatie:
Supersnelle ster weggeschoten door zwart gat in naburig sterrenstelsel
Webpagina van dr. Portegies Zwart
15 maart 2007
De grootste geautomatiseerde telescoop ter wereld heeft sterrenkundigen in staat gesteld om, kort na de verschijning ervan, polarisatiemetingen te doen aan een gammaflits (Science Xpress, 15 maart). De gammaflits werd op 18 april 2006 gedetecteerd met de Amerikaanse Swift-satelliet en slechts 203 seconden later opgepikt door de 2-meter Liverpool-telescoop op het Canarische eiland La Palma. De polarimeter van deze telescoop, heel toepasselijk RINGO geheten, kon daardoor honderd keer zo vroeg metingen doen aan het optische nagloeien van een gammaflits dan eerder was gelukt. Zulke metingen worden gebruikt om de aanwezigheid van magnetische velden aan te tonen. In dit geval was het resultaat juist negatief: in het materiaal rond de ontplofte ster die de gammaflits veroorzaakte werd geen sterk magnetisch veld aangetroffen. Daarmee kan een aantal theorieën over het nog slecht begrepen mechanisme dat de gammaflits aandrijft naar de prullenbak worden verwezen. Doorgaans wordt aangenomen dat de energie van de enorme ontploffing grotendeels wordt afgevoerd in de vorm van nauwe materiebundels die aan de polen van de ster ontspringen. Maar hoe deze materiebundels of 'jets' ontstaan is nog onduidelijk. Een populaire theorie was dat sterke magnetische velden een belangrijke rol bij het bundelingsproces spelen, maar dat lijkt nu toch niet het geval.
Meer informatie: Robotic Telescope Unravels Mystery of Cosmic Blasts
12 maart 2007
De Amerikaanse röntgensatelliet Chandra heeft, samen met de infraroodsatelliet Spitzer en telescopen op aarde, een panorama van een flink stuk hemel (in het sterrenbeeld Boötes) gemaakt. Door de belichtingstijd relatief kort te houden, zijn daarop alleen de helderste objecten te zien: de kernen van actieve sterrenstelsels op afstanden van 6 tot 11 miljard lichtjaar. De enorme energieproductie van deze kernen wordt doorgaans toegeschreven aan superzware zwarte gaten die materie uit hun omgeving opslokken. Op het panorama zijn duizenden van deze objecten te zien. Een opmerkelijk resultaat van de inventarisatie is dat deze vraagtekens zet bij een veelgebruikt model voor de omgeving van de superzware zwarte gaten. Volgens dat model zijn superzware zwarte gaten omringd door een brede gordel van gas en stof, wat er toe zou leiden dat het zicht op het zwarte gat vanaf de aarde in uiteenlopende mate gehinderd zou moeten zijn. Dat laatste resulteert in absorptie van de straling die de in het zwarte gat vallende materie uitzendt. Opmerkelijk genoeg laat de inventarisatie nu zien dat in de ene helft van de gevallen nauwelijks gas aanwezig is en in andere helft juist veel: tussenliggende gevallen zijn er praktisch niet.
Meer informatie: New panorama reveals more than a thousand black holes
8 maart 2007
Sommige gammaflitsen worden mogelijk veroorzaakt bij de vorming van magnetars - neutronensterren met een extreem sterk magnetisch veld. Gammaflitsen zijn energierijke explosies die alleen met telescopen in de ruimte waargenomen kunnen worden. Algemeen wordt aangenomen dat de lange gammaflitsen (die gemiddeld langer dan twee seconden duren) ontstaan wanneer een zware ster aan het eind van zijn leven ineenstort tot een zwart gat. Met NASA's Swift-satelliet is op 29 juli 2006 echter een lange gammaflits waargenomen waarvan ook de zogeheten nagloeier extreem lang zichtbaar was: vele maanden. Nagloeiers van gammaflitsen zijn waarneembaar op allerlei golflengten, van röntgenstraling tot radiostraling. Het feit dat de nagloeier zo lang waarneembaar bleef, betekent dat er continu energie werd geproduceerd. Waarschijnlijk is bij de sterexplosie dan ook geen zwart gat ontstaan, maar een sterk gemagnetiseerde neutronenster. Het extreem sterke magnetisch veld remt de rotatie van de neutronenster af, en de vrijkomende energie kan de lange zichtbaarheid van de nagloeier verklaren. Ook enkele andere gammaflitsen die door Swift zijn waargenomen, zijn mogelijk door magnetars ontstaan.
Meer informatie:
Gamma-Ray Burst Challenges Theory
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 maart 2007
Sterrenkundigen hebben ontdekt dat een vreemd sterrenstelsel in het sterrenbeeld Centaurus veel dichterbij staat (en dus ook veel kleiner is) dan altijd werd aangenomen. Het gaat om NGC 5011C, een zwak sterrenstelsel dat zich aan de hemel vlakbij het relatief heldere stelsel NGC 5011B bevindt. Van 5011B is bekend dat het deel uitmaakt van de Centaurus-cluster, op 150 miljoen lichtjaar afstand. Diezelfde afstand staat in de literatuur ook vermeld voor NGC 5011C. Als beide stelsels even ver weg staan, zou hun onderlinge afstand slechts 45.000 lichtjaar bedragen. Toch vertonen de sterrenstelsels geen vervormingen als gevolg van zwaartekrachtsstoringen. ESO-astronoom Ivo Saviane en zijn Australische collega Helmut Jerjen hebben de afstand tot 5011C nu opnieuw bepaald met de Europese 3,6-meter telescoop op Cerro La Silla in Chili. Daarbij bleek dat het stelsel veel dichterbij staat, op niet meer dan ca. 13 miljoen lichtjaar. In plaats van een vreemd reuzenstelsel blijkt het opeens een vrij onbeduidend dwergstelsel te zijn.
Meer informatie:
The Giant that Turned Out to be a Dwarf
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 maart 2007
Toen het heelal half zo oud was als nu, waren sterrenstelsels vormelozer en verliep de vorming van nieuwe sterren in een veel hoger tempo. Maar voor alle sterrenstelsels - spiraalstelsels, elliptische stelsels en zelfs de misvormde resultaten van kosmische botsingen - geldt dat er een bijzondere relatie bestaat tussen de totale massa en de snelheidsverdeling van gaswolken en sterren. Dat zijn enkele van de resultaten van het AEGIS-project, waaraan een themanummer van Astrophysical Journal Letters is gewijd. AEGIS staat voor All-wavelength Extended Groth-strip International Survey. Vier ruimtetelescopen (waaronder de Hubble Space Telescope) en vier grote instrumenten op de grond (waaronder de 10-meter Keck II-telescoop) hebben de afgelopen jaren onderzoek gedaan aan een vrij kleine strook aan de sterrenhemel waarin een slordige vijftigduizend sterrenstelsels zijn onderzocht op afstanden tot ca. 8 miljard lichtjaar. Doel was een beter beeld te krijgen van de eigenschappen van sterrenstelsels toen het heelal ongeveer half zo oud was als nu. Behalve de bovengenoemde resultaten zijn ook enkele nieuwe zwaartekrachtslenzen gevonden, alsmede een sterrenstelsel met twee zwarte gaten in het centrum. De AEGIS-resultaten leggen naar verwachtingen belangrijke randvoorwaarden op aan theoretici die modellen ontwikkelen voor de oorsprong en evolutie van sterrenstelsels.
Meer informatie:
Hubble pans across heavens to harvest 50,000 evolving galaxies
AEGIS
Persbericht W.M. Keck Observatory
Persbericht University of California at Berkeley
Persbericht University of California at Santa Cruz
Artikelenserie in Astrophysical Journal Letters
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
2 maart 2007
Met de Hubble Space Telescope is een sterrenstelsel ontdekt dat uiteengerukt wordt door de getijkrachten van een zware cluster van sterrenstelsels. De cluster (Abell 2667) bevat zoveel massa (voornamelijk in de vorm van donkere materie) dat hij als een zwaartekrachtlens werkt voor verder weg gelegen objecten. Zo'n sterk vervormd beeld van een achtergrondstelsel is op de foto zichtbaar, iets rechts van het midden. In de linkerbovenhoek van de Hubble-foto is echter een spiraalvormig sterrenstelsel te zien dat iets groter en zwaarder is dan ons eigen Melkwegstelsel, maar dat sterk vervormd is door de getijkrachten van de cluster, waar het stelsel met een snelheid van 3,5 miljoen kilometer per uur doorheen beweegt. Het sterrenstelsel verliest op deze manier het grootste deel van zijn interstellaire gasvoorraad. Volgens de onderzoekers, onder leiding van Luca Cortese van de universiteit van Cardiff, zijn dit soort ontmoetingen dan ook de verklaring voor het feit dat er tegenwoordig veel minder gasrijke sterrenstelsels in het heelal voorkomen dan enkele miljarden jaren geleden.
Meer informatie:
Hubble sees 'Comet Galaxy' being ripped apart by galaxy cluster
Closeup van het vervormde sterrenstelsel
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
22 februari 2007
Met de Hubble-ruimtetelescoop en de röntgensatelliet XMM-Newton zijn nieuwe opnamen gemaakt van (het restant van) van supernova 1987A. Deze supernova was destijds de helderste in zijn soort in meer dan vier eeuwen. De ontploffende ster bevond zich op een afstand van 163.000 lichtjaar, maar was desondanks geruime tijd met het blote oog waarneembaar. Met Hubble worden al sinds 1990 opnamen van het overblijfsel van de ster gemaakt, en daarmee is SN 1987A de best onderzochte supernova ooit. De heldere, vlekkerige ring op de foto bestaat uit materie die de ster naar schatting 20.000 jaar vóór de explosie heeft uitgestoten. Deze materie is ongeveer tien jaar na de explosie getroffen door de schokgolf van de supernova, die de materie verhit en aan het gloeien brengt. In de loop van de jaren is de ring steeds 'completer' geworden en zendt ook steeds meer röntgenstraling uit. Naar verwachting zal hij binnen enkele jaren zijn maximale helderheid bereiken en daarbij zo veel licht gaan uitstralen, dat de omgeving van de voormalige ster zichtbaar wordt en nader kan worden bestudeerd. Op die manier hopen sterrenkundigen er achter te komen wat zich de laatste 20.000 jaar in het bestaan van de ster heeft afgespeeld. Onduidelijk is nog of de ontplofte ster deel uitmaakte van een dubbelstersysteem en of er na de explosie een neutronenster of misschien zelfs een zwart gat is ontstaan.
Meer informatie:
The NASA/ESA Hubble Telescope Celebrates Supernova 1987A's 20th Anniversary
XMM-Newton's anniversary view of supernova SN 1987A
16 februari 2007
In sommige dubbelsterren heersen helse omstandigheden. Zeker als beide sterren elke maand ongeveer een aardmassa aan materie de ruimte in blazen in de vorm sterrenwind. Waar deze sterrenwinden op elkaar botsen lopen de temperaturen op tot in de miljoenen graden, waardoor veel röntgenstraling vrijkomt. In ons Melkwegstelsels zijn enkele tientallen van zulke dubbelsterren bekend. En nu is er voor het eerst ook eentje buiten ons stelsel ontdekt: in de Kleine Magelhaense Wolk. Dat is gebeurd met de röntgensatellieten XMM-Newton en Chandra. Het dubbelstersysteem, HD 5980, bestaat uit twee sterren van respectievelijk vijftig en dertig zonsmassa's die slechts 90 miljoen kilometer van elkaar verwijderd zijn en in twintig dagen om elkaar draaien.
Meer informatie:
First X-ray detection of a colliding-wind binary beyond the Milky Way
14 februari 2007
Om ons Melkwegstelsel en het Andromedastelsel draaien kleine sterrenstelsels die zeer weinig sterren en vrijwel geen gas bevatten. Ze zijn het grootste deel van hun lichtgevende materie kwijtgeraakt en bestaan grotendeels uit donkere materie. Hierdoor zijn deze stelsels zo lichtzwak, dat alleen de relatief nabije exemplaren worden waargenomen. Aangenomen wordt echter dat het heelal wemelt van zulke stelsels. Een nieuw computermodel van de Zwitserse sterrenkundige Lucio Mayer en enkele collega's probeert het bestaan van deze stelsels te verklaren (Nature, 15 februari 2007). Uit de modelberekeningen blijkt dat de donkere stelsels als normale dwergstelsels begonnen zijn. Ze zouden hun gas zijn kwijtgeraakt doordat ze vroeg in hun bestaan door hun moederstelsel heen zijn gegaan. Wat dan overblijft zijn de sterren die net op tijd in het stelsel waren gevormd en een omhulsel van donkere materie, die veel minder hinder ondervindt van de doortocht door het grotere stelsel dan normale materie. Een en ander betekent dat donkere stelsels dus alleen in de buurt van andere, grotere stelsels voorkomen. Het bestaan van deze stelsels kan overigens ook een ander probleem uit de wereld helpen. Kosmologische modellen voorspellen namelijk dat sterrenstelsels als het onze door tal van kleine satellietstelsels omgeven moeten zijn' veel meer dan we nu waarnemen. Het is mogelijk dat deze stelsels er wel degelijk zijn, maar gewoon weinig licht geven.
Meer informatie:
Scientists elucidate the origin of the darkest galaxies in the universe
9 februari 2007
Met de Sloan Digital Sky Survey is ontdekt dat verre quasars in het heelal niet willekeurig in de ruimte zijn verdeeld, maar gegroepeerd zijn in grote clusters, onderling gescheiden door lege gebieden. Met de Sloan-telescoop, die een kwart van de sterrenhemel gedetailleerd in kaart heeft gebracht, zijn duizenden quasars waargenomen op zeer grote afstanden - genoeg om statistisch onderzoek te doen naar hun ruimtelijke verdeling. Het blijkt dat ze ruwweg dezelfde driedimensionale verdeling vertonen als wordt voorspeld voor de donkere materie in de jeugd van het heelal. Quasars zijn de heldere, actieve kernen van sterrenstelsels die een superzwaar zwart gat in hun centrum herbergen. Je verwacht dat zulke objecten vooral ontstaan op plaatsen waar de dichtheid van de samenklonterende donkere materie het hoogst is. De waargenomen clustering van quasars komt daar inderdaad goed mee overeen. Wat niet wegneemt dat het nog steeds een groot raadsel is hoe er zo vroeg in de evolutie van het heelal al grote sterrenstelsels met superzware zwarte gaten kunnen zijn ontstaan.
Meer informatie:
Distant quasars live in massive dark matter halos
Vakpublicatie over de Sloan-resultaten
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
8 februari 2007
Energierijke magnetische stromen vormen mogelijk de motor achter de krachtigste explosies in het heelal. Zulke gammaflitsen, die in een paar seconden evenveel energie produceren als de zon in tien miljard jaar, ontstaan wanneer zware, snel roterende sterren aan het eind van hun leven ineenstorten tot een zwart gat. Algemeen wordt aangenomen dat de eigenlijke gammaflits veroorzaakt wordt door schokgolven in weggeblazen sterrengas. Maar nieuwe waarnemingen met NASA's Swift-satelliet, die gepubliceerd zullen worden in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society , doen vermoeden dat magnetische 'straalstromen' een belangrijkere rol spelen. Uit de Swift-waarnemingen is afgeleid dat de straling van de gammaflits op ca. tien miljard kilometer afstand van het pas gevormde zwarte gat ontstaat - honderd keer zo ver als tot nu toe werd aangenomen. Dat doet vermoeden dat interne schokgolven niet verantwoordelijk kunnen zijn. In plaats daarvan neemt de Amerikaanse astronoom Pawan Kumar aan dat er sprake is van magnetische 'jets', waarvan de energie op zekere afstand van het zwarte gat wordt omgezet in gammastraling.
Meer informatie:
Magnetic explosions in the distant universe
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 januari 2007
Achter de relatief nabije bolvormige sterrenhoop NGC 6397 blijken enkele verre sterrenhopen schuil te gaan. Dat volgt uit Hubble-onderzoek van een klein stukje van de 8500 lichtjaar verre bolhoop. Tussen de vele sterren bleek een groot elliptisch sterrenstelsel verstopt te zitten, dat zelf ook een paar honderd bolhopen bevat. Hoewel elk van deze sterrenhopen waarschijnlijk honderden of duizenden sterren telt, vertonen ze zich door hun grote afstand als eenvoudige lichtpuntjes. Uit nader onderzoek bleek dat het stelsel zich op een afstand van ongeveer een miljard lichtjaar bevindt. Daarmee zijn de bolhopen in het stelsel de verste die ooit zijn waargenomen.
Meer informatie:
Astronomers find the most distant star clusters hidden behind a nearby cluster
9 januari 2007
In de Kleine Magelhaense Wolk is de vorming van een 'superbel' ontdekt' een reusachtige holte in het interstellaire gas rond een stervormingsgebied, die ontstaat door een reeks elkaar overlappende supernova-explosies. Volgens de onderzoekers is de betreffende superbel nog niet voltooid. Het onderzoek ervan is interessant, omdat het gedrag van materie en energie in een superbel gevolgen heeft voor de vorming van planetenstelsels. In de loop van hun bestaan maken zware sterren zware elementen aan waarmee ze het interstellaire medium verrijken. Ook het ontstaan van ons zonnestelsel wordt wel aan het ontstaan van een superbel toegeschreven.
Meer informatie:
Superbubble of supernova remnants caught in act of forming
8 januari 2007
Onderzoekers van drie Amerikaanse universiteiten hebben aan de hand van computersimulaties onderzocht wat er gebeurt als drie sterrenstelsels, elk met een superzwaar zwart gat in hun kern, met elkaar samensmelten. In de kernen van verscheidene sterrenstelsels zijn al dubbele superzware zwarte gaten waargenomen, waarvan wordt aangenomen dat deze ten slotte één zwaarder exemplaar zullen vormen. Drievoudige samensmeltingen, zoals die vooral in de begintijd van het heelal veel zullen hebben plaatsgevonden, zouden echter een veel chaotischer verloop hebben. Niet zelden zou daarbij één superzwaar zwart gat of zelfs een dubbel exemplaar de lege ruimte in geslingerd worden. De onderzoekers hopen zulke rondzwervende superzware 'dubbelgaten' te kunnen opsporen aan de hand van de gravitatiestraling die zij produceren.
Meer informatie:
Astronomers find triple interactions of supermassive black holes to be common in early universe
8 januari 2007
Met behulp van de Very Large Telescope van ESO en de Keck-telescoop op Hawaï hebben Zwitserse en Amerikaanse astronomen een bijzondere quasar ontdekt. Waarschijnlijk betreft het een echte drievoudige quasar, en geen meervoudige afbeelding van één en hetzelfde object zoals die ten gevolge van het zogeheten gravitatielenseffect veel te zien zijn. De drie quasars hebben dezelfde roodverschuiving en bevinden zich dus op dezelfde afstand. Dat duidt erop dat het om een samenscholing gaat van drie superzware zwarte gaten gaat in de kernen van drie verre melkwegstelsels die dicht bij elkaar staan. Mogelijk betreft het drie stelsels die met elkaar in botsing zijn. De quasars liggen ruimtelijk slechts 100.000 tot 150.000 lichtjaar uit elkaar.
Meer informatie:
Large Telescopes Team Up to Help Astronomers Discover a Trio of Quasars
7 januari 2007
Sterrenkundigen hebben een populatie van sterren ontdekt die het bekende Andromedastelsel omzwermt. Door deze ontdekking is het stelsel in één klap vijf keer zo groot geworden. De nogal wijd verspreide verzameling van rode reuzensterren strekt zich tot op afstanden van 500.000 lichtjaar van het centrum van het Andromedastelsel uit. Desondanks zijn ze zelfs op die grote afstand door de zwaartekracht aan het stelsel gebonden. Waarschijnlijk betreft het de meest heldere leden van de halo van sterren rond het Andromedastelsel, waarnaar sterrenkundigen al tientallen jaren naar zochten. De rode reuzen zijn arm aan zware elementen, net als de halosterren van ons eigen Melkwegstelsel.
Meer informatie:
Astronomers discover an enormous halo of red giant stars around Andromeda
7 januari 2007
Uit opnamen van de Hubble-ruimtetelescoop blijkt dat het 54 miljoen lichtjaar verre dwergstelsel VCC128, dat deel uitmaakt van de Virgo-cluster, een dubbele kern heeft. De beide kernen zijn twee verzamelingen van sterren die aan weerszijden van een schijnbaar stabiele ringstructuur liggen. Het bestaan van deze ring duidt erop dat er een superzwaar zwart gat in het centrum. VCC128 is pas het derde stelsel waarbij een dubbele kern is waargenomen en tevens het kleinste stelsel dat van een superzwaar zwart gat voorzien lijkt. Het zwarte gat is naar schatting enkele miljoenen zonsmassa 's zwaar.
Meer informatie:
Astronomers detect black hole in tiny 'dwarf' galaxy
7 januari 2007
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft de verdeling van de donkere materie in (een stukje van) het heelal in kaart gebracht. Het betreft de tot nu toe grootste kaart in zijn soort. Ongeveer tachtig procent van de massa van het heelal bestaat uit donkere materie' materie die geen enkele vorm van elektromagnetische straling uitzendt, maar wel zwaartekracht uitoefent. Juist deze laatste eigenschap stelt onderzoekers in staat om deze materie op te sporen. Door met de Hubble-telescoop naar een klein stukje hemel te kijken, en op kleine afbuigingen van het licht van een half miljoen sterrenstelsels te letten (het zogeheten zwakke gravitatielenseffect), kon de verdeling van de donkere materie worden herleid.
Meer informatie:
First 3D map of the Universe 's Dark Matter scaffolding
Hubble Maps The Cosmic Web Of 'Clumpy' Dark Matter in 3-D
4 januari 2007
Waarnemingen met de röntgensatellieten Chandra en XMM-Newton duiden erop dat de bestaande indeling van supernova-explosies aan herziening toe is. De waarnemingen hadden betrekking op twee supernova-restanten in de Grote Magelhaense Wolk. De hoge concentratie ijzeratomen in deze restanten duiden erop dat het supernova's van type Ia betrof, waarvan wordt aangenomen dat ze voor rekening komen van witte dwergsterren die ontploffen nadat ze een kritische hoeveelheid materie van een nabije begeleider hebben opgeslokt. Het hete gas van de restanten is echter veel dichter en zendt meer röntgenstraling uit dan normale supernova-restanten van type Ia. De oorzaak hiervan wordt gezocht bij de voorlopers van de witte dwergen: sterren die aan het einde van hun bestaan een deel van hun buitenlagen afstoten waarna hun kernen overblijven. Het lijkt er nu op dat sommige van deze sterren meer gas hun omgeving in blazen dan andere. Waarschijnlijk betreft het relatief zware sterren die al vroeg in hun ontwikkeling materie van hun begeleider opslokken en vervolgens al na 100 miljoen jaar tot ontploffing komen' veel sneller dan andere supernova's van type Ia. Dat kan erop duiden dat de eigenschappen van supernova's van dit type lang niet zo homogeen zijn als tot nu toe werd aangenomen. En als dat inderdaad zo is, komt de bruikbaarheid van supernova's van type Ia als 'standaardkaarsen' bij de bepaling van grote afstanden in het heelal onder druk te staan.
Meer informatie:
X-ray Evidence Supports Possible New Class Of Supernova
Persbericht ESA
22 december 2006
Met de Canada-France-Hawaii-telescoop op Mauna Kea is zwaarterachtlenswerking ontdekt in een kleine, compacte groep van sterrenstelsels. Zwaartekrachtlenzen werden in de jaren zeventig voor het eerst ontdekt: het licht van ver verwijderde objecten wordt afgebogen, vervormd en versterkt door de zwaartekracht van een zwaar sterrenstelsel of een cluster van sterrenstelsels tussen het verre object en de aarde. In het geval van clusters kunnen merkwaardige lichtbogen ontstaan: de vervormde beeldjes van ver verwijderde sterrenstelsels. Zulke lichtbogen zijn nu ook gevonden in een veel kleinere groep van sterrenstelsels. Onderzoek aan zwaartekrachtlenzen maakt het mogelijk de verdeling van donkere materie in het heelal te bestuderen.
Meer informatie:
Group of galaxies found to bend the light of remote galaxies
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 december 2006
Sterrenhopen blijken veel langer in een dubbelsysteem te kunnen bestaan dan tot nu toe werd verondersteld. Meer dan 400 sterrenhopen in de Grote Magelhaense Wolk, een satellietstelsel van onze Melkweg, zijn tegen de verwachting in stabiel en draaien in paren om elkaar heen in een dubbelsysteem. Dat blijkt uit simulaties die zijn uitgevoerd door Simon Portegies Zwart van de Universiteit van Amsterdam en Stephanie Rusli van de Universiteit Leiden. Hun bevindingen worden begin volgend jaar gepubliceerd in 'Monthly Notices of the Royal Astronomical Society'. Volgens de gangbare theorie zijn dubbele sterrenhopen instabiel en zouden ze binnen een paar miljoen jaar moeten samensmelten. Sommige systemen zijn echter veel ouder, bijvoorbeeld de sterrenhopen NGC 2136 en 2137, met een leeftijd van 100 miljoen jaar. Uit de simulaties blijkt dat de ingewikkelde interactie tussen deze twee sterrenhopen niet noodzakelijkerwijs leidt tot hun samensmelting.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 december 2006
Een internationaal team van astronomen, onder wie de Amsterdamse sterrenkundige Ralph Wijers, heeft bewijs ontdekt voor een nieuw type kosmische explosie, naast de al bekende gammaflitsen. De explosie lijkt plaats te vinden wanneer een zojuist ontstaan zwart gat vrijwel alle materie van zijn moederster verslindt. Gammaflitsen, de krachtigste explosies in het heelal, signaleren de vorming van een nieuw zwart gat, en zijn er in twee soorten: korte en lange. Lange gammaflitsen houden verband met de explosieve dood van zware sterren. Pas onlangs is het eerste bewijs geleverd over de herkomst van korte gammaflitsen. Die blijken te ontstaan uit de botsing van compacte objecten: neutronensterren of zwarte gaten. De nieuw ontdekte gammaflitsen lijken de eigenschappen van korte en lange gammaflitsen te combineren. De astronomen beschrijven hun bevindingen deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Volgens de leider van het onderzoek, de Italiaan Della Valle, is er sprake van óf een nieuw soort botsing, die in staat is lange gammaflitsen te veroorzaken, óf een nieuw soort sterexplosie waarin materie niet kan ontsnappen aan het zwarte gat.
Persbericht ESO
Persbericht NASA
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 december 2006
Met de Spitzer Space Telescope, een NASA-satelliet die waarnemingen doet aan infrarode straling uit het heelal, is mogelijk de zwakke gloed opgevangen van de allereerste objecten in het heelal. Kort na de oerknal klonterde materie zich samen tot extreem zware sterren, gegroepeerd in mini-sterrenstelsels. Die eerste objecten zonden energierijke ultraviolette straling uit. Maar omdat die straling miljarden jaren naar ons op weg is geweest door het uitdijende heelal, is de golflengte ervan opgerekt tot in het infrarood. Sterrenkundigen hebben lang geleden al een 'infrarode achtergrondstraling' ontdekt, maar de ware aard daarvan was nooit bekend. Met de Spitzer-telescoop is nu gevonden dat die achtergrondstraling niet helemaal uniform is, maar een bepaalde vorm van clustering vertoont. Vermoedelijk gaat het dus om roodverschoven straling van de allereerste materieconcentraties in de prille jeugd van het heelal.
Meer informatie:
NASA Telescope Picks Up Glow of Universe's First Objects
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 december 2006
Onderzoek dat Franse en Italiaanse sterrenkundigen met de Very Large Telescope hebben gedaan, duidt erop dat de evolutie van sterrenstelsels niet alleen een kwestie van 'aanleg' is, maar mede wordt bepaald door de omgeving waarin de stelsels zich bevinden. Dat volgt uit de bepaling van de zogeheten kleur/dichtheidsrelatie van ruim 6500 stelsels tot op afstanden van 9 miljard lichtjaar. Sterrenstelsels kunnen ruwweg in twee groepen worden onderverdeeld: rode stelsels, waarin vrijwel geen nieuwe sterren geboren worden, en blauwe stelsels, die juist wel stervormingsactiviteit vertonen. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat er in het heelal een grootschalige evolutie gaande is: grote, heldere sterrenstelsels raken eerder door hun stervormingmateriaal heen, en worden dus eerder 'rood', dan minder heldere stelsels; tevens komt de stervorming in stelsels die zich in de drukke omgeving bevinden sneller ten einde dan in stelsels die een meer geïsoleerde positie hebben. Hierdoor verplaatst de stervormingsactiviteit zich in de loop van de tijd naar kleinere, minder heldere stelsels en naar stelsels die niet bij (dichte) clusters horen.
Meer informatie:
Do Galaxies Follow Darwinian Evolution?
6 december 2006
Onderzoek door Britse sterrenkundigen duidt erop dat de processen die werkzaam zijn bij zwarte gaten altijd dezelfde zijn en dat de superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels gewoon grote versies zijn van de stellaire zwarte gaten (Nature, 7 december 2006). Dat volgt uit röntgenwaarnemingen van zwarte gaten van uiteenlopende afmetingen met de Rossi X-ray Timing Explorer en XMM-Newton. De straling die zwarte gaten uitzenden is afkomstig van materie die zich in de zogeheten accretieschijf rond het zwarte gat heeft verzameld. De sterkste röntgenstraling ontstaat dichtbij het zwarte gat zelf en is dus een belangrijke bron van informatie over het gedrag van deze objecten. Door te onderzoeken hoe de röntgenstraling van zwarte gaten van uiteenlopende massa's fluctueert, is nu vastgesteld dat het 'eetgedrag' voor alle zwarte gaten gelijk is. De karakteristieke tijdschaal van de röntgenfluctuaties blijkt evenredig te zijn met de massa van het zwarte gat en omgekeerd evenredig met de accretiesnelheid.
Meer informatie:
No matter their size black holes 'feed' in the same way
5 december 2006
Met de NASA-satelliet Galex is waargenomen hoe een superzwaar zwart gat een ster heeft verorberd. Het enkele tientallen miljoenen zonsmassa's wegende zwarte gat bevindt zich in de kern van een naamloos elliptisch sterrenstelsel in het sterrenbeeld Boötes en heeft waarschijnlijk lange tijd geen activiteit vertoond. Maar enkele jaren geleden waagde zich een ster te dicht in de buurt, waardoor deze door de sterke getijkrachten in de buurt van het zwarte gat aan flarden werd getrokken. De stermaterie kolkte aanvankelijk om het zwarte gat, maar begon er vervolgens in te stromen. De heldere uitbarsting van ultraviolette straling die daarbij ontstond, en na verloop van tijd zwakker werd, is door Galex gedetecteerd. Dankzij aanvullende gegevens van de röntgensatelliet Chandra en telescopen op Hawaï kon de gebeurtenis gedurende twee jaar op verschillende golflengten worden waargenomen. Het is voor het eerst dat het opslokken van een ster door een superzwaar zwart gat over zo'n lange periode en zo gedetailleerd is waargenomen.
Meer informatie:
NASA Telescope Sees Black Hole Munch on a Star
23 november 2006
Met de Europese Very Large Telescope (VLT) in Chili is een gedetailleerde opname gemaakt van het sterrenstelsel NGC 1313, op vijftien miljoen lichtjaar afstand aan de zuidelijke hemel, in het sterrenbeeld Reticulum (Net). Dit zogeheten starburst-stelsel heeft een langgerekte 'balk' van sterren in het centrum, met twee misvormde spiraalarmen waarin actieve stervormingsgebieden voorkomen. Zo'n bevolkinsexplosie van nieuwe sterren wordt vaak in gang gezet doordat een sterrenstelsel een kleiner buurstelsel opslokt - een proces waarbij dichtheidsgolven door het interstellaire gas trekken die aanleiding geven tot de vorming van nieuwe sterren. NGC 1313 is echter een geïsoleerd sterrenstelsel, dat geen deel lijkt uit te maken van een groep of een (kleine) cluster. De kans dat er zo'n botsing en versmelting heeft plaatsgevonden is dus heel klein. De oorzaak van de 'starburst' is dan ook niet bekend.
Meer informatie:
VLT Image of Starburst Galaxy NGC 1313
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 november 2006
NASA's Swift-satelliet heeft een opname gemaakt van het sterrenstelsel NGC 1316 waarop twee supernova-explosies zichtbaar zijn. Gemiddeld komt er in een sterrenstelsel één supernova voor in dertig jaar. In NGC 1316 zijn er echter al vier ontdekt in de afgelopen kwart eeuw. De laatste twee (SN 2006dd en SN 2006mr) explodeerden minder dan een halfjaar na elkaar, op 19 juni en 5 november. NGC 1316 is het resultaat van een betrekkelijk recente versmelting van twee sterrenstelsels, en daarbij verwacht je inderdaad een geboortegolf van nieuwe sterren en een groter aantal type II supernova-explosies. Het rare is alleen dat de vier supernova's in NGC 1316 allemaal van het type Ia zijn, en die hebben volgens astronomen niets te maken met een toename in de stervormingsactiviteit. Onderzoekers van de Pennsylvania State University hopen dat de Swift-waarnemingen meer licht op deze kwestie kunnen werpen.
Meer informatie:
Twin Star Explosions Fascinate Astronomers
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 november 2006
Onderzoek met de Very Large Telescope in Chili heeft informatie aan het licht gebracht over de voorlopers van ons Melkwegstelsel. Door de scheikundige samenstelling van meer dan 2000 sterren in vier nabije dwergstelsels te bepalen, hebben de onderzoekers, onder wie Amina Helmi van het Kapteyn Instituut in Groningen, aangetoond dat er fundamentele verschillen bestaan tussen deze stelsels en de halo van het Melkwegstelsel. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat kleine stelsels als deze als bouwstenen van ons eigen stelsel hebben gefungeerd. Moderne kosmologische modellen voorspellen dat na de oerknal eerst kleine dwergstelsels zijn ontstaan, die zich later hebben samengevoegd tot grotere stelsels. Als dat idee klopt, zouden de nog overgebleven dwergstelsels nog een tamelijk maagdelijke samenstelling moeten hebben en net als de galactische halo rijk zijn aan extreem 'metaalarme' sterren (d.w.z. sterren die weinig elementen zwaarder dan helium bevatten). De VLT-waarnemingen duiden er echter op dat dat laatste niet het geval is. En dat maakt het onwaarschijnlijk dat de nabije dwergstelsels die nu nog om het Melkwegstelsel draaien een overblijfsel zijn van de vorming van dat stelsel.
Meer informatie:
VLT Shows Milky Way's Neighbouring Galaxies Have Different History
7 november 2006
Amerikaanse onderzoekers hebben, geholpen door de zwaartekracht, een nieuw ver sterrenstelsel opgespoord. Het licht van het stelsel, dat zich op een afstand van meer dan 11 miljard lichtjaar bevindt, is versterkt door de gravitatielenswerking van een voorgrondstelsel. Op opnamen van de Sloan Digital Sky Survey II is het stelsel zichtbaar als een vervormd boogje rond het stelsel dat als 'lens' fungeert. De combinatie van zijn eigen grote helderheid en de versterkende lenswerking maakt het stelsel tot de helderste in zijn soort; er zijn maar weinig verre stelsels bekend die zich zo goed laten onderzoeken. Uiteindelijk hoopt men via spectroscopisch onderzoek achter de scheikundige samenstelling van het stelsel te komen.
Meer informatie:
Gravity helps SDSS-II reveal a brilliant jewel of the early universe
7 november 2006
In de centra van sterrenstelsels bevinden zich vaak grote ophopingen van gas. Uiteenlopende fysische en chemische processen bepalen de eigenschappen van dit gas. De Leidse astronoom Rowin Meijerink heeft voor het eerst deze eigenschappen in detail onderzocht. Hiermee is het mogelijk uit astronomische metingen af te leiden wat er in de kern van een sterrenstelsel gebeurt.
Meer informatie:
Origineel persbericht
2 november 2006
Rond Abell 3376, een cluster van sterrenstelsels op ruim 600 miljoen lichtjaar afstand, zijn gigantische ringvormige structuren ontdekt. De uiterst zwakke radiostraling van deze ringen, voor het eerst gedetecteerd met de Amerikaanse Very Large Array-radiotelescoop, wordt geproduceerd door snel bewegende elektronen die spiraalbanen beschrijven rond magnetische veldlijnen. De ringvormige structuren zijn vermoedelijk ontstaan als gevolg van een heftige botsing van twee kleinere clusters van sterrenstelsels. Röntgenwaarnemingen met de Europese kunstmaan XMM-Newton doen vermoeden dat Abell 3376 ontstaan is door de versmelting van twee clusters. Bij die botsing zijn schokgolven ontstaan in het extreem ijle gas dat zich in de ruimte tussen de afzonderlijke sterrenstelsels bevindt, en de waargenomen ringen zouden dan vergeleken kunnen worden met de rimpels op een vijver waar een steen in is gegooid. Volgens de onderzoekers zijn dergelijke schokgolven misschien ook verantwoordelijk voor extreem energetische kosmische straling - elektrisch geladen deeltjes die met zeer hoge snelheden op aarde aankomen.
Meer informatie:
VLA Discovers Giant Rings Around Galaxy Cluster
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 oktober 2006
Internationaal onderzoek met de gammatelescoop H.E.S.S. heeft aangetoond dat de extreem energierijke gammastraling die uit de kern van het reusachtige sterrenstelsel M87 komt veranderlijk van intensiteit is (Science Express, 26 oktober). De waargenomen fluctuaties in deze straling voltrekken zich op tijdschalen van dagen. Dat betekent dat de bron die deze straling produceert heel klein moet zijn (ongeveer zo groot als ons zonnestelsel). En dat is in overeenstemming met de heersende gedachte dat er in de kern van M87 een superzwaar zwart gat met een massa van drie miljard zonsmassa's schuilt. De materie die dit zwarte gat uit zijn omgeving opslokt, kan dermate grote snelheden en temperaturen bereiken dat zij gammastraling gaat uitzenden, al wordt het precieze ontstaansproces van deze straling nog niet goed begrepen.
Meer informatie:
H.E.S.S. blickt in den "Maschinenraum" einer Galaxie (Duitstalig)
25 oktober 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie Marijn Franx van de Universiteit Leiden, heeft opnamen gemaakt van twee van de verste sterrenstelsels die ooit zijn waargenomen. De infraroodopnamen, gemaakt met de satelliet Spitzer, stellen de onderzoekers in staat om de massa's van deze 'babystelsels' te bepalen. Gezien hun afstand (12,7 miljard lichtjaar) moeten de beide stelsels zijn ontstaan toen het heelal minder dan een miljard jaar oud was. Het tweetal is naar schatting 50 tot 300 miljoen jaar oud en bevat ongeveer honderd keer zo weinig materie als ons Melkwegstelsel. Mogelijk behoren de stelsels tot de eerste generatie sterrenstelsels die na de oerknal zijn ontstaan. Er zijn nog maar weinig sterrenstelsels op zulk grote afstanden waargenomen, maar volgens de onderzoekers moeten er nog veel meer van zijn. De tot nu toe waargenomen stelsels zijn namelijk niet talrijk genoeg en te klein om ervoor te zorgen dat de wolken neutraal waterstofgas die het heelal na de oerknal vulden 'oplosten'. Pas sinds de eerste sterren(stelsels) dit waterstofgas hebben geïoniseerd, kreeg heelal zijn huidige, transparante aanzien.
Meer informatie:
Astronomers weigh 200-million-year-old baby galaxies
18 oktober 2006
Het Andromedastelsel, de grote broer van ons eigen Melkwegstelsel, is ruim tweehonderd miljoen jaar geleden betrokken geweest bij een kosmische aanrijding. Volgens een internationaal team van astronomen werd het grote sterrenstelsel toen frontaal geraakt door M32, de kleine elliptische begeleider van Andromeda. Ze trekken die conclusie op basis van nieuwe infraroodwaarnemingen van NASA's Spitzer Space Telescope. Diep in het binnenste van het Andromedastelsel ontdekte Spitzer een ring van warm stof. Eerder was in de buitendelen van het sterrenstelsel al zo'n ring ontdekt door de Amerikaans-Nederlandse infraroodkunstmaan IRAS. Het bestaan van de twee ringen doet vermoeden dat er sprake is van een expanderende golf, enigszins vergelijkbaar met golven op het wateroppervlak wanneer je een steen in een vijver gooit. Het kleine buurstelsel M32 moet bij de botsing ongeveer de helft van zijn totale massa zijn verloren, zo blijkt uit computersimulaties.
Meer informatie:
Busted! Astronomers Nab Culprit in Galactic Hit-and-Run
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
17 oktober 2006
Een nieuwe opname van de Hubble Space Telescope biedt een gedetailleerd beeld van de versmelting van twee sterrenstelsels. De stelsels zijn pakweg 500 miljoen jaar geleden met elkaar in botsing gekomen. De onderlinge zwaartekracht heeft lange, gebogen slierten van gas en sterren uit de stelsels gerukt. Vanwege die lange 'getijdenstaarten', die vooral zichtbaar zijn op foto's gemaakt met aardse telescopen, worden de botsende stelsels 'de Antennes' genoemd. Ze vormen het dichtstbijzijnde en jongste voorbeeld van een versmelting van twee stelsels. Op de Hubble-foto zijn de getijdenstaarten niet zichtbaar (die bevinden zich ver buiten de rand van de foto), maar zijn wel talloze heldere super-sterrenhopen te zien, waarin miljarden nieuwe sterren worden geboren. De super-sterrenhopen (blauw en roze op de foto) ontstaan door schokgolven in het gas tussen de sterren. Het sterk verhitte waterstofgas zendt vooral rozerode straling uit; de pasgeboren hete sterren stralen vooral blauw-wit licht uit. De meeste van deze sterrenhopen zullen in de loop van enkele miljoenen jaren uiteenvallen; sommige evolueren waarschijnlijk tot bolvormige sterrenhopen. Soortgelijke processen gaan zich over ca. zes miljard jaar ook afspelen in ons eigen Melkwegstelsel, wanneer dat in botsing komt met het Andromedastelsel.
Meer informatie:
Colliding galaxies make love, not war
Persbericht Space Telescope Science Institute
Persbericht ESA
Hoge-resolutiefoto van de Antennes
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 oktober 2006
Een team sterrenkundigen onder leiding van de Leidse astronoom prof. George Miley heeft met de NASA/ESA Hubble ruimtetelescoop een van de grootste sterrenstelsels in beeld gebracht. De nieuwe Hubble-opnamen laten zien hoe dit sterrenstelsel tientallen kleinere sterrenstelsels opslokt. De onderzoekers hebben dit radiostelsel MRC 1138-262 de bijnaam 'Spiderweb Galaxy' (Spinnenwebstelsel) gegeven. Het staat op een afstand van 10,6 miljard lichtjaar van de aarde. In het midden van het 'web' zit een groot zwart gat dat zijn slachtoffers' kleinere sterrenstelsels met de omvang van onze eigen Melkweg' vangt in een onontkoombaar net van zwaartekracht. Waarnemingen met radiotelescopen toonden al eerder aan dat het centrum van het radiostelsel enorme jets uitspuwt. Die jets worden geproduceerd door een groot zwart gat in de kern van het stelsel. De invallende sterrenstelsels vormen een continue bron van 'voedsel' voor deze 'zwarte weduwe'.
http://www.spacetelescope.org/
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 oktober 2006
De meeste sterrenstelsels in het heelal herbergen in hun kern reusachtige zwarte gaten. Recente waarnemingen met de Japanse Suzaku-satelliet en de Amerikaanse Swift-kunstmaan hebben enkele geheimen van deze superzware zwarte gaten helpen oplossen. De Suzaku-waarnemingen laten zien dat de breedte van een bepaalde röntgenspectraallijn van ijzer een heel goede maat is voor de zwaartekracht van een superzwaar zwart gat. Waarnemingen aan die ijzerlijn bieden sterrenkundigen dus eigenlijk een kijkje in de directe omgeving van het zwarte gat. Metingen van Swift zijn gebruikt om alle superzware zwarte gaten in de buurt van ons eigen Melkwegstelsel te inventariseren. Het blijkt dat er binnen 400 miljoen lichtjaar afstand ongeveer tweehonderd superzware zwarte gaten voorkomen. Swift-metingen laten ook zien dat de straalstromen van snel bewegende elektrische deeltjes, die door de meeste superzware zwarte gaten in twee tegenovergestelde richtingen worden uitgezonden, voornamelijk bestaan uit elektronen en protonen (waterstof).
Meer informatie:
Scientists Nudge Closer to the Edge of a Black Hole
NASA Scientists Determine the Nature of Black Hole Jets
NASA Performs Headcount of Local Black Holes
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
4 oktober 2006 • Swift scoort ook supernova's
NASA's Swift-satelliet, ontworpen voor onderzoek aan gammaflitsen, blijkt ook heel geschikt te zijn om supernova-explosies te bestuderen. Dankzij het snelle reactievermogen van Swift is ontdekt dat supernova's van type Ia veroorzaakt worden door exploderende witte dwergsterren die een baan beschrijven rond rode reuzensterren. Swift detecteerde bij supernova SN 2005ke de röntgen- en ultravioletstraling die veroorzaakt werd toen het weggeblazen sterrengas in botsing kwam met gas van een rode reus. Eerder hielden astronomen ook rekening met de mogelijkheid dat type Ia-supernova's ontstaan in dubbelstersystemen die uit twee witte dwergen bestaan. Swift detecteerde ook röntgenstraling van SN 2006bp, een type II-supernova, die ontstaat wanneer een zware ster explosief aan het eind van zijn leven komt. Die röntgenstraling doofde heel snel uit, en kon alleen gezien worden doordat Swift binnen een dag na de explosie op de supernova gericht werd. Vermoedelijk ontstaat deze röntgenstraling doordat een eerder door de ster uitgeblazen sterrenwind plotseling sterk verhit wordt door de supernova-uitbarsting.
Meer informatie:
Mug Shots of Supernovas Reveal Two Key Findings
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
3 oktober 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft kaarten gepresenteerd van de grootste, hemelomvattende, driedimensionale verkenning van sterrenstelsels die ooit is uitgevoerd: de 2MASS Redshift Survey. De detailrijke kaarten die dat heeft opgeleverd toont onze 'lokale' omgeving tot op een afstand van 600 miljoen lichtjaar: de ruimtelijke verdeling van alle grote superclusters en tussenliggende leemten. De omvangrijkste supercluster in dit gebied is de 400 miljoen lichtjaar verre Shapley-supercluster. Maar meer tot de verbeelding spreekt de driemaal zo nabije Grote Aantrekker, die een belangrijke invloed heeft op de beweging van ons eigen Melkwegstelsel. Samen met het Andromedastelsel en enkele kleinere stelsel wordt het Melkwegstelsel met een snelheid van anderhalf miljoen kilometer per uur naar de Grote Aantrekker getrokken. Uit de nieuwe kaarten blijkt overigens dat de Grote Aantrekker een afzonderlijke supercluster is en geen uitloper van de Shapley-supercluster is.
Meer informatie:
Largest 3D Map of Galaxies
2 oktober 2006
Een team van Nederlandse en Amerikaanse sterrenkundigen heeft ontdekt dat veel grote sterrenstelsels die het jonge heelal bevolkten door 'oude sterren' gedomineerd werden (Astrophysical Journal, 2 oktober). Dat werpt de vraag op waarom deze stelsels al zo vroeg in de geschiedenis van het heelal zo volwassen konden worden. In de huidige sterrenstelsels, waaronder ook ons Melkwegstelsel, staat de stervorming op een laag pitje: per jaar wordt slechts een handjevol nieuwe sterren geboren. Uit de grote aantallen waargenomen sterren blijkt dat dat vroeger anders moet zijn geweest. Nu waarnemingen met de 8,1-meter Gemini-telescoop in Chili erop duiden dat de grootste sterrenstelsels ook tien of elf miljard jaar geleden al niet veel sterren aanmaakten, moet zelfs de conclusie worden getrokken dat de meeste sterren tijdens de eerste miljarden jaren na de oerknal zijn gevormd. Wat heeft een eind gemaakt aan die geboortegolf? Het mogelijke antwoord op deze vraag moet wellicht gezocht worden in de kernen van de grote sterrenstelsels. De superzware zwarte gaten die in de kernen van deze stelsels zijn ontstaan, stootten mogelijk zo veel energie uit dat het nog aanwezige gas in de stelsels voor een belangrijk deel werd weggedreven. En daarmee zou een einde zijn gekomen aan de grootschalige vorming van nieuwe sterren.
Meer informatie:
Stellaire geboortebeperking in het jonge heelal
Stellar birth control in the early universe
21 september 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie de Leidse astronoom Marijn Franx, heeft twee van de meest gevoelige plaatjes van het universum geanalyseerd, en heeft een goudmijn aan sterrenstelsels ondekt. De foto’s, die gemaakt zijn met de Hubble Space Telescope, laten meer dan 500 stelsels zien uit de periode minder dan een miljard jaar na het ontstaan van het heelal in de ‘Big Bang’. De ontdekking geeft zeer waardevolle inzichten in het ontstaan van sterrenstelsels. De sterrenstelsels die Hubble heeft ontdekt zijn kleiner dan de sterrenstelsels in het nabije universum, en veel blauwer. Dat is bewijs voor het feit dat het hier zeer jonge stelsels betreft waarin heel veel nieuwe sterren worden gevormd. De stelsels lijken rood in de Hubble-plaatjes vanwege de enorme afstand tot de aarde. Het licht van de sterren is 13 miljard jaar onderweg geweest voor het bij ons kwam. Tijdens deze tocht is het blauwe licht naar het rood verschoven vanwege de uitzetting van het universum.
Meer informatie:
Origineel persbericht
Persbericht Space Telescope Science Institute
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 september 2006
Sterrenkundigen van de Universiteit van Toronto in Canada hebben een supernova ontdekt die anderhalf keer zo zwaar is als mogelijk werd geacht. De ontdekking heeft mogelijk implicaties voor kosmologische ideeën over donkere energie en de versnellende uitdijing van het heelal. Supernova's van het type Ia ontstaan wanneer een witte dwerg zwaarder wordt dan 1,4 zonsmassa's, bijvoorbeeld doordat hij materie opzuigt van een begeleider. De ster kan zijn eigen gewicht dan niet meer dragen, en spat uit elkaar. Om die reden zijn Ia-supernova's altijd even lichtsterk, en worden ze gebruikt om afstandsmetingen in het heelal te kalibreren. Uit onderzoek aan dit soort supernova's hebben astronomen geconcludeerd dat de uitdijingssnelheid van het heelal toeneemt, vermoedelijk als gevolg van een mysterieuze 'donkere energie' in de lege ruimte. Nu is echter een Ia-supernova ontdekt die ruim twee keer zo helder is. Dat betekent dat de exploderende witte dwerg iets meer dan twee zonsmassa's gewogen moet hebben. Hoe de ster zo zwaar geweest kan zijn zonder te exploderen, is niet met zekerheid bekend. Ook moet nog onderzocht worden of dit soort supernova's-met-overgewicht zeldzame uitzonderingen zijn, of dat veel andere Ia-supernova's misschien ook zwaarder en helderder zouden kunnen zijn dan altijd is aangenomen.
Meer informatie:
'Champagne supernova' challenges understanding of how supernovae work
Persbericht Lawrence Berkeley Laboratory
Persbericht California Institute of Technology
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
13 september 2006
Japanse sterrenkundigen hebben met behulp van de Subaru-telescoop op Hawaï een sterrenstelsel op de recordafstand van 12,88 miljard lichtjaar waargenomen (Nature, 14 september). Daarmee is het stelsel, dat de aanduiding I0K-1 heeft, 60 miljoen lichtjaar verder van ons verwijderd dan de vorige recordhouder. I0K-1 kwam aan het licht bij een zoektocht naar verre stelsels, waarbij de Subaru-telescoop met een speciale camera-filtercombinatie was uitgerust. Bij deze zoektocht zijn slechts twee sterrenstelsels gevonden die zich binnen 840 miljoen lichtjaar van de rand van het zichtbare heelal bevinden. Nabijere stelsels zijn veel talrijker, en dat duidt erop dat het heelal rond de periode dat het de leeftijd van 840 miljoen jaar bereikte grote veranderingen heeft doorgemaakt. Volgens de onderzoekers is het denkbaar dat deze veranderingen verband houden met de zogeheten herionisatie. Tot ongeveer 780 miljoen jaar na de oerknal zou het heelal nog zo veel neutrale waterstof hebben bevat, dat het licht van de eerste sterren(stelsels) al kort na uitzending werd geabsorbeerd. Uit het feit dat op iets kleinere afstanden veel meer stelsels te zien zijn, kan worden afgeleid dat deze sterren er zestig miljoen jaar in waren geslaagd om voldoende waterstofgas te ioniseren om een einde te maken aan het 'Donkere Tijdperk'. (In tegenstelling tot neutrale waterstof is geïoniseerde waterstof doorzichtig voor licht.) Het is echter ook denkbaar dat er 780 miljoen jaar na de oerknal gewoon nog minder heldere sterrenstelsels waren dan zestig miljoen jaar later. Dat zou dan weer een aanwijzing kunnen zijn voor de juistheid van het hiërarchische model dat het ontstaan van sterrenstelsels moet verklaren. Volgens dat model zijn de grote, heldere stelsels in het heelal het resultaat van samensmeltingen van talrijke kleinere stelsels. Onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop, dat gelijktijdig met het Subaru-onderzoek is gepubliceerd, heeft soortgelijke bevindingen opgeleverd.
Meer informatie:
Cosmic Archeology Uncovers the Universe's Dark Ages
Astronomers trace the evolution of the first galaxies in the universe
The first galaxies
7 september 2006
Sterrenkundigen hebben een begin gemaakt met de bepaling van het aantal zwarte gaten in het heelal. Daarbij wordt gebruik gemaakt van metingen van de Europese gammasatelliet Integral en onze eigen planeet. Gammasatellieten hebben moeite om verre objecten die gammastraling uitzenden als afzonderlijke bronnen te zien; ze detecteren als het ware alleen een 'mist' van straling. Aangenomen wordt dat veel van de verre gammabronnen zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels zijn, maar om welke aantallen het gaat, is dus niet makkelijk vast te stellen. De onderzoekers hebben echter een manier bedacht om daar toch achter te komen. Daarbij maken ze gebruik van het feit dat de aarde de gammastraling van die verre bronnen tegenhoudt. Dat is niet zo eenvoudig als het lijkt: het standregelsysteem van Integral kan niet tegen het felle aardlicht, waardoor de satelliet tijdens de waarnemingen op andere manieren in de juiste stand gehouden moet worden. Door nu te kijken wat er gebeurt als de aarde het beeldveld van Integral blokkeert, kan meer in detail worden onderzocht welke bronnen de gamma-achtergrondstraling produceren. Dat heeft al enkele honderden objecten opgeleverd, maar dat is slechts het topje van de ijsberg. Sterrenkundigen gaan ervan uit dat er in het heelal tientallen miljoenen actieve zwarte gaten zijn die aan de achtergrondstraling bijdragen.
Meer informatie:
ESA steps towards a great black hole census
31 augustus 2006
De Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer heeft de Grote Magelhaense Wolk, het onregelmatige dwergstelsel dat om ons Melkwegstelsel draait, in kaart gebracht. Dit stelsel is een interessante bron van informatie, omdat het in één oogopslag alle verschillende evolutiestadia van sterren laat zien. Het Spitzer-mozaïek is opgebouwd uit 300.000 afzonderlijke opnamen, die onder meer de verdeling van (warm) stof in de Wolk laat zien. Zulk stof is zowel aanwezig in de omgeving van sterren die net ‘geboren’ zijn daarbij stof verzamelen als bij oude sterren die hun buitenlagen wegblazen. Aan de hand van de opnamen is het mogelijk om na te gaan hoeveel stof er verloren gaat en hoeveel er weer bij komt.
Meer informatie:
The Eternal Life of Stardust Portrayed in New NASA Image
30 augustus 2006
De enorme uitbarstingen die bekend staan als gammaflitsen worden veroorzaakt door supernova-explosies. Maar niet alle supernovae produceren een gammaflits, en het is nog steeds niet helemaal duidelijk waarom dat zo is. Vier internationale onderzoeksteams hebben echter weer een stukje van de puzzel gevonden: ook de zwakke gammaflits GRB060218, die in februari van dit jaar is waargenomen, blijkt een supernova als oorzaak te hebben. Het blijkt te gaan om supernova SN2006aj (Nature, 31 augustus). De onderzoekers denken dat deze supernova-explosie honderd keer minder energierijk was dan de supernovae die heldere gammaflitsen veroorzaken. Eigenlijk is ook meer sprake van een röntgenflits dan van een gammaflits. Mogelijk komt dit doordat de zware ster die ontploft is gewoon wat lichter was dan die van ‘echte’ gammaflitsen. Volgens de onderzoekers is het zelfs denkbaar dat de ster te licht was om tot een zwart gat in te storten' een fenomeen waarvan tot nog toe werd aangenomen dat het kenmerkend was voor gammaflitsen.
Meer informatie:
Long-lasting but Dim Brethren of Cosmic Flashes
Supernova blitzt im Röntgenlicht (Duitstalig)
X-ray flashes tied to low-end massive stars
Cosmic Blasts Much More Common, Astronomers Discover
Death of a star
Caught in the act, scientists watch supernova explode
29 augustus 2006
De Japanse sterrenkundige Tomotsugu Goto heeft met behulp van de Subaru-telescoop op Hawaï een quasar opgespoord die bijna 12,7 miljard lichtjaar van ons verwijderd is. Het is daarmee de op tien na verste quasar die tot op heden ontdekt is. De grote afstand brengt met zich mee dat het nu waargenomen licht van de quasar vertrokken is toen het heelal slechts ongeveer een miljard jaar oud was. Het is vooralsnog een raadsel hoe deze extreem heldere objecten, die hun energie waarschijnlijk ontlenen aan een vele miljoenen zonsmassa’s zwaar zwart gat, zo kort na de oerknal al gevormd kunnen zijn. Onderzoek aan quasars als deze heeft bovendien nog een ander raadsel opgeleverd. Uit het spectrum van deze objecten blijkt namelijk dat de waterstof in het heelal al in een heel vroeg stadium geïoniseerd moet zijn. Deze ionisatie wordt toegeschreven aan de ultraviolette straling van zware, jonge sterren of uit de omgeving van superzware zwarte gaten, zoals die in quasars. Welke van de twee de belangrijkste bijdragen hebben geleverd, staat nog niet vast.
Meer informatie:
Japanese researcher finds massive black hole 12.7 billion light years away
23 augustus 2006
De geboorte van nieuwe sterren in een sterrenstelsel kan geremd worden door de aanwezigheid van een superzwaar zwart gat in de kern van dat stelsel. Dat blijkt uit waarnemingen van de Amerikaanse GALEX-satelliet (Galaxy Explorer) die deze week gepubliceerd zijn in Nature. GALEX ontdekte dat de stervormingsssnelheid in elliptische sterrenstelsels kleiner is naarmate het stelsel zwaarder is. Dat doet vermoeden dat de superzware zwarte gaten in die stelsels op de een of andere manier van invloed zijn op de geboorte van nieuwe sterren. Mogelijk gebeurt dat door de straalstromen van elektrisch geladen deeltjes die door zulke zwarte gaten de ruimte in worden geblazen. Een andere mogelijkheid is dat het gas in de stelsels door de zwaartekracht van een superzwaar zwart gat zo turbulent wordt dat het niet langer gemakkelijk samenklontert tot nieuwe sterren.
Meer informatie:
NASA Galaxy Hunter: Huge Black Holes Stifle Star Formation
GALEX
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 augustus 2006
Röntgenwaarnemingen aan grote clusters van sterrenstelsels hebben bevestigd wat theoretici al lang vermoeden: het overgrote deel van de materie in het heelal bestaat niet uit normale atomen en moleculen, maar uit mysterieuze deeltjes die nauwelijks wisselwerking vertonen met de gewone materie. Deze donkere materie oefent echter wel zwaartekracht uit. De verdeling van materie kan in kaart worden gebracht door te meten hoe het licht van verder weg gelegen objecten wordt afgebogen en versterkt. Deze zwaartekrachtlenswerking is gebruikt om de materieverdeling te achterhalen van twee clusters van sterrenstelsels die met elkaar in botsing zijn geraakt. De botsende clusters zijn nu ook waargenomen met NASA's Chandra-röntgentelescoop. Chandra 'ziet' de röntgenstraling van het hete gas dat zich tussen de afzonderlijke sterrenstelsels van de twee clusters bevindt, en dat uit normale materie bestaat. Een vergelijking van de Chandra-metingen met de zwaartekrachtlensmetingen laat nu overduidelijk zien dat de verdeling van het hete gas niet samenvalt met de verdeling van de meeste materie. Daaruit blijkt dat het leeuwendeel van de materie in het heelal donker moet zijn.
Meer informatie:
NASA Finds Direct Proof of Dark Matter
Persbericht University of Arizona
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 augustus 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft ontdekt dat er in het heelal al drie miljard jaar na de oerknal grote schijfvormige sterrenstelsels, vergelijkbaar met ons eigen Melkwegstelsel, bestonden (Nature, 17 augustus). Met een nieuw instrument van de Europese Very Large Telescope, de SINFONI-spectrograaf, heeft men zelfs de beweging van het gas in zo’n ver stelsel (BzK155043) kunnen waarnemen. Hieruit blijkt dat dit stelsel al een duidelijke, roterende schijf heeft waarbinnen gas naar de centrale verdikking van het stelsel wordt gevoerd, waar zich mogelijk al een zwaar zwart gat verschuilt. De hoge gasdichtheden en hevige stervorming in BzK155043 duiden erop dat het stelsel in vrij korte tijd is gevormd; andere verre stelsels vertonen soortgelijke kenmerken. De ontdekking dat er zo vroeg al grote, snel roterende sterrenstelsels bestonden komt als een verrassing, omdat theoretische scenario’s voor de vorming van de eerste sterrenstelsels in het heelal er doorgaans van uitgaan dat het vormingsproces nogal chaotisch verliep. In dat laatste geval zou je echter meer onregelmatig gevormde stelsels verwachten. De onderzoekers denken dat veel van de oorspronkelijke schijfstelsels uiteindelijk tot elliptische sterrenstelsels zijn geëvolueerd.
Meer informatie:
Far Away Galaxy Under The Microscope
Ferne Galaxie auf dem Seziertisch (Duitstalig)
14 augustus 2006
Ter gelegenheid van de opening van de algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie, in Praag, is een Hubble-opname gepresenteerd die een gedeelte van de Grote Magelhaense Wolk (GMW) toont. De GMW is een van de kleine, onregelmatige sterrenstelsels die als satellieten om ons Melkwegstelsel draaien. Het bijzondere van de opname, waarop een van de vele stervormingsgebieden in de GMW te zien is, is dat hierop niet alleen grote, heldere sterren afgebeeld zijn, maar ook kleine, lichte sterren, die vanaf de aarde doorgaans niet of nauwelijks waarneembaar zijn. Dankzij opnamen als deze kan meer inzicht worde verkregen in de leeftijden en massa’s van de sterren in de GMW. Sterrenkundigen zijn zeer geïnteresseerd in deze gegevens, omdat de GMW betrekkelijk arm is aan elementen zwaarder dan waterstof en helium, en in dat opzicht veel overeenkomsten vertoont met de eerste sterrenstelsels die ons heelal bevolkten.
Meer informatie:
Large and small stars in harmonious coexistence
31 juli 2006
Sterrenkundigen van de Universiteit van Californië in Santa Cruz zijn een raadselachtig verschil op het spoor gekomen tussen gammaflitsen en quasars. Gammaflitsen zijn krachtige explosies van sterren in ver verwijderde sterrenstelsels. Quasars zijn de energierijke kernen van verre stelsels, vermoedelijk 'aangedreven' door superzware zwarte gaten. Uit de roodverschuivingen van deze heldere lichtbronnen kan hun afstand worden bepaald. Eerder is onderzoek gedaan naar het aantal gewone sterrenstelsels dat zich tussen verre quasars en de aarde bevindt. Xavier Prochaska en zijn collega's hebben nu een soortgelijk onderzoek verricht aan gammaflitsen. Daarbij hebben ze echter bijna vier keer zoveel sterrenstelsels gevonden dan op basis van de quasarmetingen werd verwacht. Er is geen enkele reden bekend waarom er in de richting van verre gammaflitsen méér sterrenstelsels zouden staan dan in de richting van verre quasars. Een verklaring voor het merkwaardige resultaat is er dan ook niet. Sommige astronomen denken dat quasars veel dichterbij staan dan je op basis van hun roodverschuiving zou vermoeden; dat zou een mogelijke verklaring voor het gevonden effect kunnen zijn.
Meer informatie:
A simple survey yields a cosmic conundrum
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 juli 2006
Met de Japanse 8,2-meter Subaru-telescoop op Mauna Kea, Hawaï, zijn kolossale, langgerekte superclusters van sterrenstelsels gevonden met afmetingen van ca. 200 miljoen lichtjaar. Het zijn de grootste samenhangende structuren in het heelal die ooit zijn ontdekt. De sterrenstelseldichtheid in de filamenten is ongeveer vier keer zo hoog als de gemiddelde dichtheid in het heelal. Op de plaatsen waar de filamenten elkaar overlappen, zijn reusachtige wolken van waterstofgas gevonden, die vermoedelijk de voorlopers zijn van nieuwe, grote sterrenstelsels. Sommige van deze wolken hebben afmetingen van vierhonderdduizend lichtjaar. Aanvullende waarnemingen van de gaswolken zijn verricht met een gevoelige spectrometer op de 10-meter Keck-telescoop, eveneens op Mauna Kea. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in een reeks artikelen in de vakbladen Astronomical Journal en Astrophysical Journal.
Meer informatie:
Giant gas clouds illuminate universe's largest structure
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
26 juli 2006
Amerikaanse en Europese onderzoekers hebben de Europese gammasatelliet Integral gebruikt om op zoek te gaan naar 'verborgen' zwarte gaten: superzware zwarte gaten in de kernen van sterrenstelsels die wel veel energie produceren, maar gehuld zijn in dikke, vrijwel ondoordringbare stofschijven. Het bestaan van zulke verborgen zwarte gaten wordt afgeleid uit waarnemingen aan de röntgenachtergrond in het heelal, maar ze zijn nog nooit echt ontdekt. Met Integral zou dat geen probleem moeten zijn, omdat de röntgen- en gammatelescopen van deze satelliet extreem hoogenergetische straling waarneemt, die dwars door de verduisterende stofwolken heen schijnt. Merkwaardig genoeg blijken ze - in elk geval in de omgeving van opns eigen Melkwegstelsel - veel minder talrijk te zijn dan verwacht. Als de röntgenachtergrond echt door verborgen zwarte gaten wordt geproduceerd, moeten die zich dus voornamelijk op extreem grote afstanden bevinden, waardoor ze te zwak zijn om door Integral te worden waargenomen. Inmiddels wordt een soortgelijke speurtocht uitgevoerd door de gammasatelliet Swift.
Meer informatie:
NASA Scientists Conduct Census of Nearby Hidden Black Holes
Integral
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
25 juli 2006
Volgens Amerikaanse astronomen bevindt zich in het hart van de quasar Q0957+561 géén superzwaar zwart gat. Quasars zijn de extreem heldere kernen van ver verwijderde sterrenstelsels. Algemeen wordt aangenomen dat de energie van een quasar geproduceerd wordt in de directe omgeving van een superzwaar zwart gat. Maar uit het onderzoek van Rudy Schild van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics en zijn collega's blijkt dat het centrale zware object in Q0957+561 waarschijnlijk een intrinsiek magnetisch veld heeft, en dat het dus geen zwart gat kan zijn. De verre quasar kon in detail bestudeerd worden doordat het licht van de quasar wordt afgebogen door de zwaartekracht van een sterrenstelsel dat zich ergens halverwege de quasar en de aarde bevindt. Een jarenlange waarnemingscampagne van 'microlenswerking', veroorzaakt door de zwaartekracht van afzonderlijke sterren in dit sterrenstelsel, maakte het mogelijk details van de quasarstructuur ar te leiden.
Meer informatie:
New Picture of Quasar Emerges
Publicatie van Schild et.al. in The Astronomical Journal
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
21 juli 2006
Britse astronomen hebben de eerste resultaten bekendgemaakt van de grootste en meest gevoelige infraroodsurvey van de hemel die ooit is uitgevoerd: de UKIRT Infrared Deep Sky Survey (UKIDSS). Deze hemelinventarisatie, die al zeven jaar aan de gang is en wordt uitgevoerd met een telescoop op de Mauna Kea (Hawaï), moet uiteindelijk leiden tot een atlas van grote delen van de hemel op infrarode golflengten. In dit golflengtegebied vallen velerlei bijzondere objecten op, zoals extreem verre melkwegstelsels en bruine dwergen. Tot dusver zijn negen melkwegstelsels op afstanden van ongeveer 12 miljard lichtjaar opgespoord, die dus al bestonden toen het heelal iets meer dan een miljard jaar oud was. Het blijkt om vrij grote en zware stelsels te gaan, wat opmerkelijk is, omdat de gangbare theorieën ervan uitgaan dat de stelsels in de begintijd van het heelal nog klein waren.
Meer informatie: Dark and Distant Heavenly Bodies Revealing the Secrets of Stars and Galaxies
3 juli 2006
Met behulp van de Europese Very Large Telescope is een 11,6 miljard lichtjaar verre 'blob' waterstofgas ontdekt, waarvan wordt aangenomen dat het een melkwegstelsel in wording is. De afgelopen jaren zijn meer van deze verre grote opeenhopingen van waterstof ontdekt. Hoewel hun ware aard nog niet helemaal duidelijk is, gaan veel onderzoekers ervan uit dat het gas zich verzamelt rond een klont donkere materie. De blob heeft een middellijn van 200.000 lichtjaar en is daarmee ongeveer tweemaal zo groot als ons eigen Melkwegstelsel. Veel sterren hebben zich er nog niet in gevormd, want de totale energieproductie is gelijk aan die van ongeveer 2 miljard zonnen.
Meer informatie: Falling onto the dark
29 juni 2006
Radioastronomen hebben een kaart van het Andromedastelsel gemaakt waarop de verdeling van koud, moleculair gas te zien is. In zulke koele gaswolken, met een temperatuur van minder dan 220 graden onder nul, worden nieuwe sterren geboren. Het Andromedastelsel is de naaste grote buur van ons eigen Melkwegstelsel. Nooit eerder is de verdeling van koud gas in dit stelsel zo gedetailleerd vastgelegd. De waarnemingen zijn op millimetergolflengten gedaan met de 30-meter IRAM-telescoop op Pico Veleta in Zuid-Spanje. Op een golflengte van 2,6 millimeter is de straling van het molecuul koolmonoxide in kaart gebracht. Koolmonoxide is niet het belangrijkste bestanddeel van de koude gaswolken (die bestaan grotendeels uit moleculair waterstof), maar omdat het gemakkelijker waarneembaar is, wordt het als een zogeheten 'tracer' gebruikt. Behalve de verdeling van het gas zijn ook de snelheden van de gaswolken opgemeten. In totaal heeft de IRAM-telescoop 800 uur waarnemingen aan het Andromedastelsel verricht. Het blijkt dat het stelsel ongeveer tien keer zo weinig moleculair gas bevat als ons eigen Melkwegstelsel. Kennelijk is de stervormingsactiviteit in het stelsel vooral in het verleden erg hoog geweest.
Meer informatie:
Cold Gas in the Andromeda Galaxy
IRAM
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
20 juni 2006
Twee internationale teams van sterrenkundigen hebben in het infrarood en het röntgen waarnemingen verricht aan deeltjes in het centrum van de quasar 3C273. Het betreft deeltjes die worden uitgezonden door de ‘jets’ van 3C273, de beide reusachtige materiestromen die hun oorsprong vinden in de accretieschijf rond het superzware zwarte gat in de kern van de quasar. Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat de energierijke straling die de jets uitzenden grotendeels uit zogeheten synchrotronstraling bestaat, dat wil zeggen: straling die wordt uitgezonden door deeltjes die met extreem hoge snelheden door een magnetisch veld bewegen. Een alternatieve theorie voor het ontstaan van de straling' die zegt dat deze ontstaat doordat de jetdeeltjes in botsing komen met fotonen van de kosmische achtergrondstraling' lijkt hiermee te zijn ontkracht. Hoe het allemaal precies in elkaar zit, moet overigens nog blijken. Want merkwaardig genoeg houden de deeltjes die uit de omgeving van het zwarte gat worden weggeschoten wel érg lang hun grote snelheid vast: tot op 100.000 lichtjaar van het centrum. Dat duidt erop dat ze om onduidelijke redenen nog op grote afstand van de kern worden versneld.
Meer informatie: http://www.yale.edu/opa/newsr/06-06-20-01.all.html
13 juni 2006
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een opmerkelijk stervormingsgebied waargenomen in het 250 miljoen lichtjaar verre melkwegstelsel Arp 220. Dit laatste is een bijzonder stelsel, omdat het in feite om twee stelsels gaat, die bezig zijn samen te smelten. Door de 'botsing', die ongeveer 700 miljoen jaar geleden is begonnen, is het gas in de stelsels dermate in beroering gebracht, dat er vele nieuwe sterren ontstaan. Alles bij elkaar heeft 'Hubble' meer dan tweehonderd reusachtige jonge sterrenhopen ontdekt. De zwaarste ervan bevat ongeveer tien miljoen zonsmassa's materie. Het meest opmerkelijke is echter dat de sterrenhopen zich allemaal binnen een ongeveer 5000 lichtjaar groot gebied bevinden, waar de dichtheid van het aanwezige gas en stof klaarblijkelijk op zijn grootst is. Alleen al in dit kleine gebied bevindt zich evenveel gas als in ons hele Melkwegstelsel. Als de stervorming in Arp 220 zo doorgaat, zal al dit gas over ongeveer 40 miljoen jaar 'verbruikt' zijn.
Meer informatie: Hubble Eyes Star Birth in the Extreme
12 juni 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft in een verre cluster van melkwegstelsels een komeetachtige bal van heet gas waargenomen die een miljard zonsmassa's aan materie bevat. De drie miljoen lichtjaar grote 'vuurbal'' de grootste die ooit is waargenomen' beweegt met een snelheid van 750 kilometer per seconde en is door zijn extreem hoge temperatuur alleen te 'zien' op röntgengolflengten. De vuurbal maakt deel uit van de cluster Abell 3266, die zich op miljoenen lichtjaren afstand van de aarde bevindt en honderden stelsels telt. Tussen die stelsels bevindt zich ijl gas met een temperatuur van bijna honderd miljoen graden. De reusachtige vuurbal, die iets minder heet is dan zijn omgeving, baant zich een weg door dat ijle gas en verliest daarbij naar schatting een zonsmassa materie per uur. Volgens de onderzoekers wordt de bal bijeengehouden door donkere materie.
Meer informatie: XMM-Newton spots the greatest of great balls of fire
8 juni 2006
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een opname gemaakt van het schijfstelsel NGC 5866. Het bijzondere van dit stelsel is dat we het vrijwel precies van opzij zien. Hierdoor zien we er eigenlijk bijna niks van: wat vooral opvalt is de donkere stofband die in het schijfvlak ligt en het stelsel in twee helften verdeelt. Toch vallen bij nadere beschouwing wel wat meer zaken op, zoals de vrij kleine, roodachtige kern, de lange slierten van jonge, hete sterren evenwijdig aan de stofband en de ijle halo die het stelsel omhult. Deze laatste is dermate doorzichtig, dat het licht van verder weg gelegen melkwegstelsels er vrijwel ongehinderd doorheen schijnt. Hoewel NGC 5866 formeel tot de spiraalstelsels wordt gerekend, is het een zogeheten lensvormig stelsel: het is wel plat, maar vertoont ook van bovenaf gezien (vrijwel) geen spiraalstructuur. NGC 5866 staat in het sterrenbeeld Draak, op een afstand van ongeveer 44 miljoen lichtjaar, en is iets kleiner dan ons eigen Melkwegstelsel.
Meer informatie: Hubble Sees Galaxy on Edge
8 juni 2006
In tegenstelling tot een eerder resultaat van de University of California at Berkeley, blijken supernova-explosies wél grote hoeveelheden stof te produceren. Dat beweren sterrenkundigen van de Canadese McMaster University op basis van metingen aan supernova 2003gd, die op 17 maart 2003 werd waargenomen in het sterrenstelsel NGC 628, op 30 miljoen lichtjaar afstand van de aarde. Waarnemingen met de Hubble Space Telescope, de Spitzer Space Telescope en de Gemini North Telescope op Hawaï laten zien dat de supernova grote hoeveelheden koolstof en silicium heeft geproduceerd. Deze stofdeeltjes spelen later een rol bij de vorming van nieuwe generaties sterren en planeten. Eerder hadden astronomen van de University of California at Berkeley op basis van waarnemingen aan een supernova in de Kleine Magelhaense Wolk geconcludeerd dat de energierijke sterexplosies slechts één procent van de verwachte hoeveelheid stof de ruimte in blazen.
Meer informatie:
Astronomers discover Universe's 'smoking gun'
Eerder persbericht van de University of California at Berkeley
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
7 juni 2006
In waarnemingsgegevens van de Sloan Digital Sky Survey is een 30.000 lichtjaar lange sliert van zwakke sterren ontdekt aan de noordelijke hemel. De sterrenstroom, die zich ook op ca. 30.000 lichtjaar afstand van de aarde bevindt, beweegt met een snelheid van 230 kilometer per seconde rond het centrum van het Melkwegstelsel, in een richting die sterk afwijkt van de normale draairichting. De sterrenstroom is zo goed als zeker het fossiele overblijfsel van een sterrenhoop die miljarden jaren geleden al uiteen is gerukt door de getijkrachten van het Melkwegstelsel. Volgens de Canadese astronoom Carl Grillmair, die de stroom ontdekte, bestaan er mogelijk vele honderden van dergelijke sterrenstromen. Onderzoek aan de bewegingen van zulke sterrenstromen kan informatie opleveren over de verdeling van donkere materie in de buitengebieden van het Melkwegstelsel. Op soortgelijke wijze hoopt Marc Kamionkowski, een collega van Grillmair op Caltech, informatie over de eigenschappen en de verdeling van donkere materie af te leiden uit de ligging van de getijdenstaarten van dwergsterrenstelsels die rond het Melkwegstelsel bewegen en ook langzaam maar zeker uiteengerukt worden door getijkrachten.
Meer informatie:
Astronomers find a galactic highway in the sky
Sloan Digital Sky Survey
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
6 juni 2006
Bij de terminale supernova-explosies van zware sterren die aan het eind van hun leven zijn gekomen, wordt veel minder stof geproduceerd dan altijd is aangenomen. Dat blijkt uit infraroodwaarnemingen van een supernovarest in de Kleine Magelhaense Wolk, een onregelmatig gevormd buurstelsel van ons eigen Melkwegstelsel. Eerder was al ontdekt dat supernova's in het Melkwegstelsel minder stof produceren dan werd voorspeld, maar sterrenkundigen gingen er vanuit dat ons eigen stelsel in dat opzicht misschien niet representatief zou zijn voor het heelal als geheel. Nu blijkt uit metingen met NASA's Spitzer Space Telescope echter dat ook een supernovarest in een ander sterrenstelsel veel minder stoffig is: de hoeveelheid stof is slechts ongeveer één procent van de voorspelde waarde. De ontdekking lijkt in strijd te zijn met theorieën over de vorming van tweede-generatiesterren, waarbij altijd is uitgegaan van grote hoeveelheden stof die geproduceerd worden in supernova-explosies.
Meer informatie:
Young supernova remnants not dusty enough, according to UC Berkeley astronomers
Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 juni 2006
Met de Amerikaanse Spitzer Space Telescope zijn bijna driehonderd clusters van sterrenstelsels ontdekt op zeer grote afstand: van één op de drie nieuwe clusters ligt de afstand tussen 8 en 10 miljard lichtjaar. Nooit eerder zijn op zulke grote afstanden zo veel clusters gevonden. De Europese röntgensatelliet XMM-Newton ontdekte bovendien een cluster op 10 miljard lichtjaar afstand die naar schatting een massa van vijfhonderd biljoen zonsmassa's heeft. Op een afstand van 10 miljard lichtjaar kijken sterrenkundigen 10 miljard jaar terug in de tijd, naar een periode waarin het heelal pas ca. 4 miljard jaar oud was. De ontdekkingen van zware clusters op zulke grote afstanden stelt astronomen voor een raadsel. Volgens de gangbare theorieën over de vorming van sterrenstelsels en clusters ontstaan zware clusters in de loop van miljarden jaren door de versmelting van kleinere groepen. Dat er 4 miljard jaar na de oerknal al zulke grote aantallen zware clusters bestonden, kan alleen verklaard worden door aan te nemen dat het heelal grote hoeveelheden donkere materie bevat.
Meer informatie:
Astronomers find ancient 'cities' of galaxies
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 juni 2006
Op röntgenfoto's van de kern van het Andromedastelsel (M31) is een diffuse wolk extreem heet gas ontdekt, temidden van een groot aantal puntbronnen. De puntbronnen zijn zogeheten röntgendubbelsterren zoals ze ook in ons eigen Melkwegstelsel voorkomen. De diffuse gaswolk is waarschijnlijk verhit door schokgolven van supernova-explosies. De röntgenwaarnemingen zijn verricht door NASA's Chandra X-ray Observatory. Het Andromedastelsel is ook op infrarode golflengten bestudeerd, door de Spitzer Space Telescope. Op basis van de Spitzer-waarnemingen, die vooral stervormingsgebieden en stofwolken in kaart brengen, is afgeleid dat het stelsel ongeveer één biljoen (duizend miljard) sterren bevat. Aanvullende infraroodwaarnemingen zijn verricht door de GEmini North Telescope op Hawaï. De nieuwe waarnemingen van het Andromedastelsel (de naaste grote buur van ons eigen Melkwegstelsel, op 2,5 miljoen lichtjaar afstand) zijn vandaag gepresenteerd op de 208e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Calgary, Canada.
Meer informatie:
M31: The heat is on in Andromeda's center
Persbericht Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics
Persbericht Gemini Observatory
Infraroodopname van het Andromedastelsel, gemaakt door de Spitzer Space Telescope
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 mei 2006
Voor het eerst hebben sterrenkundigen een vijfvoudige zwaartekrachtlens gefotografeerd. Zwaartekrachtlenzen ontstaan wanneer het licht van een ver verwijderd object wordt afgebogen, gesplitst en versterkt door de zwaartekracht van een dichterbij gelegen object. Zo kan de zwaartekracht van een sterrenstelsel het licht van een verder weggelegen quasar afbuigen en versterken, waardoor er meerdere beeldjes van diezelfde quasar zichtbaar zijn rondom het lensstelsel. Met de Hubble Space Telescope zijn nu vijf afzonderlijke beeldjes van een en dezelfde quasar op 10 miljard lichtjaar afstand gefotografeerd. Het quasarlicht wordt in dit geval afgebogen en gesplitst door de zwaartekracht van een complete cluster van sterrenstelsels. De cluster bevindt zich op een afstand van 7 miljard lichtjaar, in het sterrenbeeld Kleine Leeuw. Viervoudige zwaartekrachtlenzen zijn vaker vastgelegd. Ook in die gevallen moet er theoretisch een vijfde beeldje zichtbaar zijn, maar dat is vaak zwak en bevindt zich heel dicht bij het lensstelsel. Op de Hubble-foto is het vijfde quasarbeeldje echter duidelijk zichtbaar.
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2006/23/image/a
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
10 mei 2006
Met ESO's Very Large Telescope is een opname gemaakt van NGC 3190, een sterk vervormd melkwegstelsel dat enkele jaren geleden opzien baarde door vrijwel gelijktijdig twee supernova-explosies te produceren. NGC 3190 is een spiraalstelsel, dat we vanaf de aarde vrijwel van opzij zien, in het sterrenbeeld Leeuw. Het stelsel maakt deel uit van een compact groepje stelsels (Hickson 44), dat waarschijnlijk bezig is tot één (elliptisch) melkwegstelsel samen te smelten. Dat levert de nodige wederzijdse getijdenwerking op, die in NGC 3190 onder meer heeft geleid tot een sterk vervormde stofband. In die stofband vonden begin 2002 kort achter elkaar twee supernova-explosies van Type Ia plaats' een supernova die door een ontploffende witte dwerg wordt veroorzaakt. Dat is opmerkelijk, omdat in een stelsel als dit gemiddeld één van zulke supernova-explosies per eeuw wordt verwacht. De VLT-opname die nu is vrijgegeven laat het stelsel een jaar na de dubbele explosie zien.
Meer informatie:
Twin Explosions In Gigantic Dusty Potato Crisp
10 mei 2006
Waarnemingen met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton hebben een nauwkeurige bepaling van de chemische samenstelling van twee verre clusters van melkwegstelsels mogelijk gemaakt. In tegenstelling tot optische telescopen 'ziet' XMM-Newton geen afzonderlijke stelsels in zo'n cluster, maar vooral het superhete gas dat zich tussen de stelsels bevindt. Dat gas is voor een belangrijk deel afkomstig van supernova-explosies en sterrenwinden die door sterren in de stelsels worden geproduceerd. Door de samenstelling van het uitgestoten gas te bestuderen, kan een inschatting worden gemaakt van de stellaire evolutie van de stelsels, en met name van het soort supernova-explosies dat heeft plaatsgevonden. Daaruit is gebleken dat ongeveer 30 procent van de supernovae in de beide clusters voor rekening komt van exploderende witte dwergen en de rest door zware sterren waarvan de kern instort. Opmerkelijk is dat daarbij veel minder calcium is vrijgekomen dan de bestaande theoretische modellen voorspellen.
Meer informatie:
XMM-Newton reveals the origin of elements in galaxy clusters
10 mei 2006
Sterrenkundigen hebben ontdekt dat de meeste lange gammaflitsen afgaan in de helderste gebieden van kleine, onregelmatige sterrenstelsels. Deze ontdekking ondersteunt de theorie dat lange gammaflitsen afkomstig zijn van de zwaarste sterren (meer dan 20 maal tot 40 maal zo zwaar als de zon) en dat het sterren betreft met minder zware elementen. De bevindingen van de onderzoeksgroep onder leiding van Andrew Fruchter van het Space Telescope Science Institute (Baltimore), zijn vandaag gepubliceerd in de online-editie van het tijdschrift Nature. De Amsterdamse gammaflits-expert dr. Ralph Wijers maakt deel uit van deze groep.
Meer informatie:
Hubble Finds that Earth is Safe from One Class of Gamma-ray Burst
Earth is Safe from Gamma Ray Bursts
8 mei 2006
Dankzij waarnemingen van het spectrum van een 12,3 miljard lichtjaar verre quasar hebben Europese astronomen een extreem verre gaswolk met moleculaire waterstof kunnen opsporen. Het moleculaire waterstofgas, dat zich tussen ons en de quasar in bevindt en deel uitmaakt van een onzichtbaar sterrenstelsel op een afstand van iets meer dan 12 miljard lichtjaar, veroorzaakt donkere absorptielijnen in het lichtspectrum van de quasar. Uit de sterkte van de absorptie kan worden afgeleid hoeveel waterstofmoleculen in het verre stelsel aanwezig zijn en dat geeft weer informatie over de snelheid waarmee sterrenstelsels kort na het ontstaan van het heelal sterren hebben gevormd. Moleculaire waterstof is overigens niet het enige dat in het verre stelsel te zien is: ook spectraallijnen van zwaardere elementen zijn aangetoont, waaronder die van stikstof. Daaruit leiden de onderzoekers af dat de stervorming in het stelsel al zeker 200 tot 500 miljoen jaar bezig moet zijn. Dat wil zeggen dat de stervormingsactiviteit moet zijn begonnen toen het heelal ongeveer 1 miljard jaar oud was.
Meer informatie:
Astronomers Find Molecular Hydrogen at Edge of Universe
1 mei 2006
Met de Very Long Baseline Array - een netwerk van radiotelescopen verspreid over de halve aardbol - zijn twee superzware zwarte gaten ontdekt op een onderlinge afstand van slechts 24 lichtjaar. De twee zwarte gaten, die samen ruim 150 miljoen keer zo zwaar zijn als de zon, bevinden zich in de kern van het sterrenstelsel 0402+379, op 750 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Perseus. Zulke dubbele zwarte gaten ontstaan waarschijnlijk bij de botsing en versmelting van twee sterrenstelsels die beide een zwart gat in hun kern herbergden. Tot nu toe was nooit een superzwaar dubbel zwart gat gevonden met een onderlinge afstand van minder dan 4500 lichtjaar. De omlooptijd van het nieuw ontdekte duo is naar schatting 150.000 jaar. In principe kunnen de twee zwarte gaten in de zeer verre toekomst zelf ook met elkaar versmelten, maar volgens sommige berekeningen kan dat nog vele miljarden jaren duren.
Meer informatie:
VLBA Reveals Closest Pair of Supermassive Black Holes
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
27 april 2006
De röntgensatellieten XMM-Newton en Chandra hebben een fossiel overblijfsel gevonden van een groep van sterrenstelsels. De stelsels in zo'n compacte groep vallen onder invloed van de zwaartekracht naar elkaar, waar ze versmelten tot één groot elliptisch sterrenstelsel. Maar dat resulterende stelsel blijft dan wel gehuld in een uitgestrekte halo van donkere materie, die ruwweg de afmetingen van de oorspronkelijke groep heeft. Op anderhalf miljard lichtjaar afstand is nu zo'n 'fossiele groep' waargenomen (RX J1416.4+2315), waarbij het elliptische reuzenstelsel ingebed ligt in een drie miljoen lichtjaar grote halo van donkere materie. Het bestaan van die donkeremateriehalo blijkt uit de aanwezigheid van zeer heet gas, met een temperatuur van vijftig miljoen graden. Zonder de zwaartekracht van zo'n donkeremateriehalo zou dat hete gas allang in de intergalactische ruimte zijn verdwenen. Onderzoek aan fossiele groepen zoals RX J1416.4+2315 bieden sterrenkundigen meer inzicht in de evolutie van de groteschaalstructuur van het heelal en de ontstaansgeschiedenis van elliptische reuzenstelsels.
Meer informatie:
XMM-Newton digs into the secrets of fossil galaxy clusters
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
27 april 2006
Astronomen hebben bewijzen gevonden dat kleine, maar heldere radiobronnen de 'babyfase' vertegenwoordigen van de zeer grote radiostelsels. Het team, onder leiding van de Utrechtse astronoom Jacco Vink, onderzocht de röntgenstraling van een speciale klasse radiostelsels, die lijken op radiostelsels met jets die uitgestoten worden door een zwaar zwart gat in het midden van zo'n stelsel. Echter, in deze radiostelsels zijn de jets zeer klein. De conclusie van de sterrenkundigen is dat het radiostelsels betreft die nog heel jong (een paar honderd tot een paar duizend jaar oud) zijn en dus nog geen tijd hebben gehad om 'volwassen' te worden. De bevindingen zijn deze maand gepubliceerd in de 'Monthly Notices' van de Royal Astronomical Society. De astronomen hebben gekeken naar de röntgenstraling omdat die van vlakbij het zwarte gat komt en direct iets vertelt over de motor achter de jet. Een andere maat voor de activiteit van het zwarte gat is de optische lichtkracht. De grote helderheid van de straling uit de nabijheid van het zwarte gat zou het hele sterrenstelsel moeten belichten en het gas doen gloeien in zichtbaar licht. Uit de Utrechtse studie blijkt nu dat die optische lichtkracht in de onderzochte stelsels veel minder sterk is dan voor stelsels met grote jets, terwijl de radiolichtkracht ongewoon helder is. De verklaring hiervoor is dat het jonge radiostelsels betreft, waarvan de zwarte gaten net begonnen zijn actief te worden. Het zwarte gat moet immers lange tijd helder zijn, voordat een groot deel van het sterrenstelsel oplicht.
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
24 april 2006
Met NASA's Chandra X-ray Observatory is ontdekt dat zwarte gaten zeer zuinige 'motoren' zijn. Ook wanneer ze maar heel weinig brandstof tot hun beschikking hebben, produceren ze enorm veel energie. Zwarte gaten slokken materie uit hun omgeving op - de brandstof - en zetten die materie voor een belangrijk deel om in energie. Die wordt vervolgens grotendeels de ruimte in geblazen in de vorm van twee straalstromen, in tegenovergestelde richtingen. De röntgensatelliet Chandra heeft nu ontdekt dat 'rustige' zwarte gaten in de kernen van elliptische sterrenstelsels, die maar weinig materie uit hun omgeving opslokken, toch heel veel energie de ruimte in blazen. Dat gebeurt niet in de vorm van energierijke röntgenstraling, zoals het geval is bij de 'actieve' zwarte gaten, maar voornamelijk in de vorm van bundels elektrisch geladen deeltjes. De energie van die straalstromen verhit het interstellaire gas in de stelsels, en kan daardoor de vorming van nieuwe sterren tot op zekere hoogte belemmeren.
Meer informatie:
NASA's Chandra finds black holes are 'green'
Persbericht University of Maryland
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
18 april 2006
Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn de tot op heden meest gedetailleerde opnamen gemaakt van de open sterrenhopen NGC 265 en NGC 290 in de Kleine Magelhaense Wolk, een kleine begeleider van ons Melkwegstelsel op een afstand van ongeveer 200.000 lichtjaar. Open sterrenhopen zijn losse verzamelingen van sterren die ongeveer gelijktijdig uit één en dezelfde gaswolk ontstaan en in de loop van de miljoenen jaren uit elkaar drijven. De afzonderlijke sterren onderscheiden zich alleen in massa: zware sterren evolueren sneller dan lichte en raken ook het eerst door hun brandstofvoorraad heen. Omdat hun sterren zo veel gemeen hebben, spelen open sterrenhopen een belangrijke rol bij het onderzoek naar de evolutie van sterren.
Meer informatie: http://www.spacetelescope.org/news/html/heic0603.html
14 april 2006
Met de Wide Field Camera van de 2,2-meter telescoop op de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili is een 'leeg' stukje heelal in het sterrenbeeld Beker gefotografeerd met een resolutie van driehonderd miljoen pixels. Op de langbelichte foto zijn talloze zwakke, ver verwijderde sterrenstelsels zichtbaar die astronomen een beter inzicht moeten geven in de jeugd van het heelal. Het afgebeelde gebied heet Deep 3; eerder zijn twee andere stukjes sterrenhemel op dezelfde manier vastgelegd, in sommige gevallen overlappend met opnamen van andere telescopen en satellieten. Met een andere ESO-telescoop zijn ook infraroodfoto's van dezelfde stukjes sterrenhemel gemaakt. De analyse van de Deep 3-foto zal nog jaren in beslag nemen.
Meer informatie:
Huge Astronomical Image of 'Empty Space' Obtained with ESO Telescope
Full-resolutionversie van de Deep 3-opname (5,9 MB)
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 april 2006
De Italiaanse Galileo-telescoop op La Palma heeft nieuw inzicht geboden in de evolutie van clusters van sterrenstelsels. Algemeen wordt aangenomen dat clusters langgeleden ontstonden door het samenklonteren van kleinere groepen van sterrenstelsels. Op 'slechts' 300 miljoen lichtjaar afstand is dat proces nu in detail bestudeerd, in de cluster Abell 1367. Een compacte groep van sterrenstelsels, die pas vier jaar geleden werd ontdekt, is onlangs door de cluster opgeslokt. In de stelsels is een enorme stervormingsactiviteit op gang gekomen. Met de Galileo-telescoop zijn nu bovendien ijle draderige structuren van geïoniseerd gas gezien, die doen vermoeden dat de sterrenstelsels gedeeltelijk uiteen worden gerukt door een combinatie van getijdenwerking en de 'tegenwind' van het intraclustergas in Abell 1367.
Meer informatie:
Giant filament structures give a rare insight into galaxy cluster evolution
Galileo-telescoop
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
5 april 2006
De NASA-kunstmaan Swift is mogelijk getuige geweest van de geboorte van een magnetar - een neutronenster met een extreem sterk magnetisch veld. Swift detecteerde op 1 augustus 2005 een gammaflits die een zeer ongebruikelijk helderheidsverloop vertoonde. Gammaflitsen ontstaan wanneer zware, snel roterende sterren aan het eind van hun leven ineenstorten tot een zwart gat. Behalve de eigenlijke flits is er vaak ook een 'nagloeier' zichtbaar, die geleidelijk aan zwakker wordt. De nagloeier van GRB050801 (op 9 miljard lichtjaar afstand) vertoonde echter ruim vier minuten lang dezelfde helderheid. Uit dat merkwaardige gedrag maken Britse onderzoekers op dat de flits waarschijnlijk veroorzaakt werd door de vorming van een magnetar. De helderheid van de nagloeier zou dan enkele minuten lang constant kunnen blijven doordat de extreem snel roterende magnetar in korte tijd wordt afgeremd en op die manier energie verliest.
Meer informatie:
Swift observes an unusual bang in the far universe
Swift
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
23 maart 2006
Met NASA's Chandra X-ray Observatory zijn enorme wolken heet gas ontdekt in de omgeving van twee quasars. Volgens onderzoekers van de Universiteit van Hawaï in Honolulu gaat het mogelijk om schokgolven die geproduceerd werden toen de quasars een paar miljard jaar geleden voor het eerst 'aan gingen'. Quasars zijn de extreem energierijke kernen van ver verwijderde sterrenstelsels. In de kernen van die stelsels bevinden zich vermoedelijk superzware zwarte gaten. De radio- en röntgenstraling van quasars wordt opgewekt in de onmiddellijke omgeving van die zwarte gaten, waar grote hoeveelheden gas en sterren naar binnen worden gezogen. Over de manier waarop quasars miljarden jaren geleden voor het eerst 'ontbrandden' is weinig bekend; de nieuwe Chandra-waarnemingen kunnen hier mogelijk uitsluitsel over geven. De resultaten ondersteunen de theorie dat de superzware zwarte gaten ontstaan bij de versmelting van botsende sterrenstelsels, en dat de resulterende quasar-activiteit een krachtige 'superwind' van interstellair gas op gang brengt.
Meer informatie:
NASA's Chandra Finds Evidence for Quasar Ignition
Dit nieuwsbericht is toegevoegd door Govert Schilling - allesoversterrenkunde.nl
16 maart 2006
Waar rook is, is vuur' zelfs in de ruimte. Op nieuwe infraroodopnamen van M82, gemaakt met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer, is te zien hoe dit actieve stelsel reusachtige wolken van rookachtig stof produceert. Het was al bekend dat M82 grote aantallen nieuwe sterren produceert, maar dat daarbij zoveel 'rook' ontstaat, kwam als een verrassing. De onderzoekers denken dat de rook veel polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) bevat' hetzelfde spul dat onder meer ook in uitlaatgassen van auto's zit en in de rook van een barbecue. Deze PAK's worden door sterren gemaakt en komen via hevige sterrenwinden in de ruimte terecht. Omdat de rookwolken van M82 zo'n beetje het hele stelsel omhullen, kan hun oorsprong niet uitsluitend in het centrale deel' waar de meeste sterren ontstaan' liggen. Blijkbaar dragen alle sterren van het stelsel een steentje bij.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
15 maart 2006
Onderzoek met een nieuwe spectrograaf van de Europese Very Large Telescope in Chili duidt erop dat melkwegstelsels zes miljard jaar geleden net zo veel donkere materie bevatten als nu: tegenover elke kilogram normale materie staat ruwweg 30 kilogram donkere materie. Ook blijkt uit het onderzoek dat vier van de tien stelsels destijds sterk verstoord waren door onderlinge interacties. Dat bevestigt de heersende gedachte dat botsingen en samensmeltingen een belangrijke rol hebben gespeeld bij het ontstaan en de ontwikkeling van melkwegstelsels.
Meer informatie:
Origineel persbericht (Engelstalig)
8 maart 2006
Op 4 september 2005 werd de tot nu toe verste gammaflits in het heelal waargenomen. In het meest recente nummer van Nature maken Europese en Amerikaanse sterrenkundigen een analyse van de ontploffing van de zware ster, die aan de basis van deze gammaflits heeft gestaan. Gammaflits GRB 050904 vond plaats in een melkwegstelsel op een afstand van ongeveer 13 miljard lichtjaar. Alles wijst erop dat zo’n flits ontstaat als de kern van een zeer zware ster instort tot een zwart gat. De uitbarsting van gammastraling duurde in dit geval ongebruikelijk lang (500 seconden) en vertoonde aan het eind nog enkele oplevingen. Dat laatste kan erop duiden dat het zwarte gat dat de verre ster achterliet niet in één klap is ontstaan, maar dat de vorming ervan een enigszins chaotisch proces was. ‘Nabije’ gammaflitsen laten veel minder fluctuaties zien. Een mogelijke verklaring voor het verschil tussen verre en nabije gammaflitsen is dat de eerste sterren in het heelal over het algemeen zwaarder waren dan hun huidige soortgenoten en ook minder zware elementen bevatten.
Meer informatie:
http://www.science.psu.edu/alert/Burrows3-2006.htm
8 maart 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een inventarisatie gemaakt van melkwegstelsels op afstanden van ruwweg 8 miljard lichtjaar. Voor het eerst zijn de verre stelsels daarbij zowel in het nabij-ultraviolet en het ver-infrarood als op zichtbare golflengten waargenomen. Uit eerdere waarnemingen van verre stelsels was de indruk ontstaan dat er twee soorten waren: stelsels die straling in het nabij-ultraviolet en op zichtbare golflengten uitzenden en stelsels die dat in het nabij-infrarode en submillimetergebied doen. De UV-stelsels waren niet waarneembaar in het infrarood en de IR-stelsels niet in het ultraviolet. Dat vroeg om een verklaring, omdat normale stelsels immers straling op alle golflengten produceren. Uit het nieuwe onderzoek blijkt nu dat veel verre stelsels wel degelijk zowel in het infrarood als het ultraviolet waarneembaar zijn. Voor het eerst is ook vastgesteld in welk tempo deze stelsels sterren produceren: dat blijkt enkele honderden tot duizend sterren per jaar te zijn (in ons Melkwegstelsel ligt dat tempo een factor 100 lager). En een verrassende ontdekking is dat de meeste onderzochte stelsels spiraalstelsels zijn en op hun huidige soortgenoten lijken. Tot nog toe werd aangenomen dat verre melkwegstelsels vaak bij onderlinge botsingen betrokken waren en daardoor veelal onregelmatige en ingewikkelde vormen vertonen.
Meer informatie:
http://www.edpsciences.org/journal/index.cfm?edpsname=aa&niv1=others&niv2=press_release&niv3=PRaa200604
3 maart 2006
Toen sterrenkundigen met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer naar Stephans Kwintet (een bekend groepje melkwegstelsels) keken, kregen ze letterlijk een schokkende verrassing te zien. In het midden van het groepje is in het infrarood een reusachtige schokgolf te zien, vergelijkbaar met de geluidsknal van een straaljager die de geluidsbarrière doorbreekt. Het was al een tijdje bekend dat vier van de vijf stelsels van het Kwintet, dat zich op een afstand van 300 miljoen lichtjaar bevindt, bezig zijn te botsen. (Het vijfde stelsel hoort eigenlijk niet bij de groep: het staat veel dichterbij.) Om onduidelijke redenen valt één van de vier, NGC 7318b, met een snelheid van 1000 km/sec naar de andere drie toe. En deze hoge snelheid is de oorzaak van de schokgolf die door het aanwezige gas tussen de stelsels gaat. De omvang van de schokgolf is reusachtig: hij is groter dan ons eigen Melkwegstelsel. De infraroodstraling die ter plaatse wordt uitgezonden blijkt afkomstig te zijn van waterstofmoleculen.
Meer informatie:
http://www.mpg.de/bilderBerichteDokumente/dokumentation/pressemitteilungen/2006/pressemitteilung20060303/
http://www.spitzer.caltech.edu/features/articles/20060303.shtml
28 februari 2006
Op een zojuist vrijgegeven foto die met de Hubble-ruimtetelescoop is gemaakt, is het grote melkwegstelsel M101 te zien. Op zich zou dat niet zo bijzonder zijn, ware het niet dat het een groot en betrekkelijk nabij stelsel betreft, dat lang niet binnen het beeldveld van de ruimtetelescoop past. Voor deze foto zijn dan ook 51 afzonderlijke opnamen gemaakt, die samen een mozaïek van 16.000 bij 12.000 pixels vormen. Daarmee is het de grootste en meest detailrijke foto die Hubble ooit van een melkwegstelsel heeft gemaakt. M101, ook wel het Windmolenstelsel genoemd, is een groot spiraalstelsel met talrijke stervormingsgebieden. Met een middellijn van 170.000 lichtjaar is het ongeveer twee keer zo groot als ons Melkwegstelsel.
Meer informatie:
http://www.spacetelescope.org/news/html/heic0602.html
27 februari 2006
Onderzoek van de bewegingen en ‘metaalgehaltes’ van tienduizend sterren in de ‘Andromedanevel’ duidt erop dat dit nabije buurstelsel ongeveer dezelfde voorgeschiedenis heeft als ons eigen Melkwegstelsel. Uit het onderzoek blijkt namelijk dat de sterren in het buitenste omhulsel (de halo) van het Andromedastelsel ‘metaalarm’ zijn, wat wil zeggen dat ze weinig elementen zwaarder dan helium bevatten. Dat is enigszins verrassend, omdat er eerder aanwijzingen bestonden dat de sterren in de halo van het Andromedastelsel juist metaalrijk waren. Uit het feit dat de beide stelsels in dit opzicht toch veel op elkaar lijken, leidt men af dat ze op vergelijkbare wijze zijn ontstaan. Waarschijnlijk zijn beide stelsels begonnen als grote halo’s van donkere materie, die vooral tijdens de eerste drie tot vier miljard jaar na de oerknal talrijke kleine verzamelingen sterren hebben ingevangen. Zowel het Andromedastelsel als het Melkwegstelsel zouden in de loop van hun bestaan ongeveer tweehonderd kleinere stelsels en protogalactische sterverzamelingen hebben opgeslokt.
Meer informatie:
http://pr.caltech.edu/media/Press_Releases/PR12801.html
http://www.astro.caltech.edu/~schapman/m31haloinfo.html
24 februari 2006
Met de Amerikaanse satelliet Swift is op 18 februari een gammaflits waargenomen die een nogal vreemd verloop vertoont. Van gammaflitsen als deze wordt aangenomen dat ze worden veroorzaakt door hevige supernova-explosies in verre melkwegstelsels. Maar doorgaans duurt zo’n flits niet langer dan enkele tientallen seconden. Het bijzondere van gammaflits GRB 060218 is dat deze zich betrekkelijk dichtbij voltrok (in een stelsel op ‘slechts’ 440 miljoen lichtjaar afstand) en bovendien honderd keer zo lang duurde als andere gammaflitsen (ruim een half uur). Bovendien was deze uitbarsting van gammastraling vrij zwak. Over de verklaring voor dit afwijkende gedrag breken de deskundigen zich nog het hoofd. De standaardtheorie voor gammaflitsen zegt dat de gammastraling die bij zo’n supernova-explosie vrijkomt in een vrij smalle bundel wordt uitgezonden. Het is denkbaar dat deze bundel net niet precies op de aarde was gericht, waardoor de meeste straling aan ons voorbijging. Het visuele hoogtepunt van de supernova-explosie moet overigens nog komen. Op zichtbare golflengten neemt de ontploffende ster nog steeds in helderheid toe: doordat de materie die bij de explosie is uitgestoten steeds verder uitdijt, kan er steeds meer licht doorheen schijnen.
Meer informatie:
http://www.nasa.gov/mission_pages/swift/bursts/oddball_burst.html
http://www.swift.ac.uk/grb060218.shtml
http://www.science.psu.edu/alert/Nousek2-2006.htm
17 februari 2006
Een inventarisatie van verre röntgenbronnen met behulp van de satellieten Chandra en XMM-Newton duidt erop dat er meer melkwegstelsels met een actief zwart gat in hun kern zijn dan verwacht. Dat zwarte gaten röntgenstraling uitzenden, klinkt vreemd, omdat altijd wordt gezegd dat zwarte gaten alles in hun omgeving opslokken' zelfs licht. De straling is dan ook niet van het zwarte gat zelf afkomstig, maar van de hete materie die het bezig is op te slokken. Omgerekend naar de hele waarneembare hemel zou het om ongeveer 300 miljoen van deze superzware zwarte gaten gaan. Daarmee staat vast dat de ‘röntgenachtergrondstraling’, waarvan vroeger werd aangenomen dat zij diffuus van aard was, in werkelijkheid van talrijke afzonderlijke röntgenbronnen afkomstig is. Een andere opmerkelijke vaststelling is dat er geen grote verschillen zijn geconstateerd tussen de activiteiten van actieve kernen op verschillende afstanden. Dat duidt erop dat zij al 13 miljard jaar dezelfde eigenschappen vertonen.
Meer informatie:
http://www.nasa.gov/vision/universe/starsgalaxies/milkyway_map.html
http://www.mpg.de/bilderBerichteDokumente/dokumentation/pressemitteilungen/2006/pressemitteilung20060221/index.html [Duitstalig]
15 februari 2006
Sterrenkundigen van Cornell University, onder wie de Nederlander Henrik Spoon, hebben met de infrarood-satelliet Spitzer de vorming van jonge, zware sterren in zogeheten ultra-heldere infrarood-stelsels (Engelse afkorting: ULIRGs) onderzocht. Daarbij is gebleken dat in de centra van deze stelsels compacte groepen sterren ontstaan die grote wolken stof produceren. ULIRGs zijn pas in 1982 in grotere aantallen ontdekt; aangenomen wordt dat ze het resultaat zijn van botsingen tussen twee of meer ‘normale’ spiraalstelsels. Het aanwezige gas in de stelsels wordt bij deze ontmoetingen zodanig samengedrukt, dat er in hoog tempo nieuwe sterren ontstaan. Op gewone foto’s zijn de stelsels weinig opvallend, maar in het infrarood zijn ze soms wel honderd keer zo helder als normale stelsels. Spoon en zijn collega’s hebben bij hun onderzoek vastgesteld dat het stof in ULIRGs rijk is aan silicaatkristallen. In ons Melkwegstelsel komen zulke kristallen alleen in de buurt van actieve jonge sterren voor. Onder invloed van de intense (deeltjes)straling in de buurt van deze sterren worden de kristallen snel afgebroken tot zogeheten amorfe silicaten. Het feit dat ze in de ULIRGs veel voorkomen, duidt erop dat het productietempo enorm hoog moet zijn.
Meer informatie:
http://www.news.cornell.edu/stories/Feb06/ULIRGs.Spoon.lg.html
http://www.jpl.nasa.gov/news/news.cfm?release=2006-022
15 februari 2006
Europese sterrenkundigen hebben met behulp van de Very Large Telescope een ver melkwegstelsel ontdekt dat rijk is aan elementen zwaarder dan helium. Het ruim 6 miljard lichtjaar verre stelsel zelf is onzichtbaar, maar doordat het licht van een 9 miljard jaar verre quasar erdoorheen schijnt, kan de samenstelling ervan toch onderzocht worden. Uit het spectrum blijkt dat het stelsel rijk moet zijn aan stof en (dus aan) zware elementen. De ontdekking zou de oplossing van een sterrenkundig raadsel kunnen zijn: de totale hoeveelheid zware elementen die tot nog toe in verre stelsels was waargenomen, was in vergelijking met de theoretische voorspellingen een factor tien te klein. Het is denkbaar dat er nog veel meer stofrijke stelsels zijn die tot nog toe aan ieders aandacht zijn ontsnapt.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2006/pr-06-06.html
3 februari 2006
Onderzoek met de röntgensatelliet Chandra heeft uitgewezen dat het rustige spiraalstelsel NGC 5746 gehuld is in een halo van heet gas. Deze ontdekking duidt erop dat ook melkwegstelsels als het onze nog bezig zijn intergalactisch gas te verzamelen. De halo van NGC 5746 strekt zich uit tot op 60.000 lichtjaar van de schijf van het stelsel, maar is erg lichtzwak. Omdat het stelsel geen uitzonderlijke stervormingsactiviteit vertoont of kernactiviteit, wordt het niet aannemelijk geacht dat het waargenomen gas juist door het stelsel zelf is uitgestoten.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2006/n5746/
31 januari 2006
Vorig jaar is al vastgesteld dat de zogeheten korte gammaflitsen waarschijnlijk het gevolg zijn van botsingen tussen twee neutronensterren die voordien een dubbelster vormden. Aanvullend onderzoek door een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie de Nederlander Simon Portegies Zwart, duidt er nu op dat zulke dubbele neutronensterren gemakkelijk kunnen ontstaan in bolvormige sterrenhopen. De onderlinge afstanden tussen de sterren in zo’n sterrenhoop zijn dermate klein, dat er regelmatig nabije ontmoetingen optreden. Daarbij kan er na een partnerruil tussen twee dubbelsterren die elk één neutronenster bevatten een nieuwe dubbele neutronenster ontstaan. Uit computersimulaties blijkt dat misschien wel een derde van alle korte gammaflitsen in bolhopen plaatsvindt.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0612.html
26 januari 2006
Amerikaanse sterrenkundigen hebben twee sterren ontdekt die met zulke grote snelheden bewegen (ongeveer 2 miljoen kilometer per uur), dat ze aan ons Melkwegstelsel zullen ontsnappen. Daarmee is het bekende aantal ‘weglopers’ op vijf gekomen. Geschat wordt echter dat nog ongeveer duizend andere sterren bezig zijn om ons stelsel te verlaten. Uit theoretisch onderzoek blijkt dat zulke sterren waarschijnlijk afkomstig zijn uit de kern van het Melkwegstelsel. Het betreft sterren die deel hebben uitgemaakt van dubbelstersystemen die te dicht langs het superzware zwarte gat in het galactische centrum zijn bewogen. De componenten van zo’n dubbelster worden bij die gelegenheid van elkaar gescheiden: de ene ster verdwijnt in het zwarte gat, de andere wordt weggeslingerd.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0610.html
26 januari 2006
Utrechtse astronomen hebben aangetoond dat er een fundamenteel maximum bestaat voor de massa van sterrenhopen. Ze baseren hun bevinding op waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop van drie melkwegstelsels waarin veel sterren en sterrenhopen worden gevormd. De metingen laten duidelijk zien dat er een grens is aan de massa van sterrenhopen: die ligt bij ongeveer een miljoen zonsmassa’s. Door de hoge gevoeligheid van ruimtetelescopen als de Hubble zijn de afgelopen jaren steeds kleinere melkwegstelsels gevonden, waardoor de grens tussen de zwaarste sterrenhopen en de lichtste melkwegstelsels leek te vervagen. Uit het Utrechtse onderzoek is nu echter gebleken dat de zwaarste sterrenhopen toch een heel stuk lichter zijn dan de lichtste dwergstelsels (de kleinste melkwegstelsels).
12 januari 2006
In de verre cluster van melkwegstelsels Abell 2597 is een reusachtige ‘tunnel’, gevuld met energierijke deeltjes, ontdekt. De ruimte tussen de stelsels in clusters als deze is doorgaans gevuld met een ijl, heet gas. Dit gas heeft de neiging zich bij het centrale reuzenstelsel van de cluster te verzamelen, waarna het naar het superzware zwarte gat in de kern van dit stelsel toe valt. Een zwart gat dat van nieuwe materie wordt voorzien, ontwikkelt echter twee krachtige bundels van wegschietende deeltjes (jets) die zich een baan door het hete gas zoeken. De waargenomen tunnel, die groot genoeg is om ons hele Melkwegstelsel te omvatten, is waarschijnlijk lang geleden door zo’n deeltjesbundel ‘uitgeboord’.
Meer informatie: http://www.nrl.navy.mil
11 januari 2006
Het is mooie-plaatjestijd. Na de fraaie opname van de Orionnevel door Hubble worden we door de Galaxy Evolution Explorer getrakteerd op een kleurrijke prent van het Karrewielstelsel. Dit melkwegstelsel is niet zo heel lang geleden ‘doorboord’ door een passerende soortgenoot, en de schokgolven die dat opleverde hebben een reusachtige gordel van stervormingsgebieden doen ontstaan.
Meer informatie: http://www.galex.caltech.edu/MEDIA/2006-01/
10 januari 2006
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft aanwijzingen gevonden voor het bestaan van nogal raadselachtige ‘superhopen’ van sterren. Aangenomen wordt dat dit voorlopers zijn van bolvormige sterrenhopen, zoals die ook om ons Melkwegstelsel draaien. Van deze laatste werd tot nog toe veelal aangenomen dat ze al heel oud zijn. De nieuwe waarnemingen duiden erop dat dit bij andere melkwegstelsels klaarblijkelijk niet het geval hoeft te zijn. De supersterrenhopen zitten verborgen in grote gaswolken, maar zijn waarneembaar op radiogolflengten en in het infrarood.
Meer informatie: http://www.newsroom.ucla.edu/page.asp?RelNum=6744
10 januari 2006
Onderzoek met de röntgensatelliet Chandra wijst erop dat elliptische melkwegstelsels toch niet zo rustig zijn als ze op het eerste gezicht lijken. De zwarte gaten die in de kernen van deze stelsels schuilgaan, vertonen een explosieve activiteit, die het gas in de stelsels hevig in beroering brengen en verhitten.
Uit (statistisch) onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop blijkt overigens dat de superzware zwarte gaten in de kernen van melkwegstelsels niet van meet af aan zo groot zijn geweest. Ze danken hun omvang aan opeenvolgende fusies van melkwegstelsels, waarbij ze steeds met nieuwe materie (in de vorm van sterren, gas en stof) worden gevoed. Helaas blijkt uit computermodellen dat samensmeltende melkwegstelsels in dermate veel stof gehuld zijn, dat de ‘vreetbuien’ van hun centrale zwarte gaten moeilijk waarneembaar zijn.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu/photo/2006/galaxies/
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2006/04/
9 januari 2006
Een nieuwe, grote inventarisatie van melkwegstelsels tot op afstanden van 9 miljard lichtjaar duidt erop dat stervorming grotendeels een kwestie is van beschikbaar materiaal en niet zo zeer van ‘geboortegolven’ die het gevolg zijn van botsingen tussen melkwegstelsels. Omdat is vastgesteld dat melkwegstelsels in het (verre) verleden veel meer sterren produceerden en hun onderlinge afstanden gemiddeld veel kleiner waren dan nu, gingen de meeste sterrenkundigen ervan uit dat onderlinge botsingen een belangrijke factor bij de vroege stervorming spelen. Maar uit gegevens die met de Keck-telescopen en de infraroodsatelliet Spitzer zijn verzameld, blijkt dat ook normale, onverstoorde stelsels vroeger meer sterren maakten dan nu. Daarbij geldt dat de stervorming in grote stelsels eerder en sneller verloopt dan in kleine stelsels.
Meer informatie: http://www.ucsc.edu/news_events/press_releases/text.asp?pid=797
5 januari 2006
Met behulp van de röntgensatelliet Rossi X-ray Timing Explorer is een ster ontdekt die om een zwart gat lijkt te draaien dat een massa van ongeveer duizend zonsmassa’s heeft. Dat zou een bevestiging zijn van het bestaan van ‘medium-zware’ zwarte gaten. De zwarte gaten die tot dusver zijn ontdekt zijn ofwel van stellaire massa (enkele zonsmassa’s) ofwel superzwaar (tot een miljard zonsmassa’s). De ster, die zich in het melkwegstelsel M82 bevindt, is een rode superreus die massa aan het zwarte gat overdraagt. Bij deze massaoverdracht wordt de materie heel heet, waardoor zij röntgenstraling gaat uitzenden. De intensiteit van deze röntgenstraling gaat met een periode van 62 dagen op en neer, wat wordt toegeschreven aan de baanbeweging van de begeleidende ster. De beide objecten maken deel uit van een compacte sterrenhoop van een miljoen sterren waarbinnen veel onderlinge botsingen kunnen plaatsvinden. Het is goed denkbaar dat daarbij kortlevende superreuzensterren ontstaan, die uiteindelijk instorten tot een zwart gat van duizend zonsmassa’s.
Meer informatie:
http://www.nasa.gov/centers/goddard/news/topstory/2005/new_blackhole.html
http://www.uiowa.edu/%7Eournews/2006/january/010506star_discovery.html
Science Express, 5 januari 2006
Science, 27 januari 2006
20 december 2005
In de Grote Magelhaense Wolken zijn de zwakke lichtecho’s waargenomen van supernova-explosies die al honderden jaren geleden hebben plaatsgevonden. Het felle licht van deze explosies wordt weerkaatst door interstellaire gaswolken op honderden lichtjaren afstand van de supernovae. Waarnemingen van deze lichtecho’s maken het mogelijk om na te gaan wanneer de betreffende supernovae zijn ‘afgegaan’.
Meer informatie:
http://www.noao.edu/outreach/press/pr05/pr0512.html
Nature, 22 december 2005
14 december 2005
Waarnemingen met de Swift-satelliet hebben nog eens bevestigd dat sommige gammaflitsen het gevolg zijn van een botsing tussen twee compacte sterrestanten, in dit geval een zwart gat en een neutronenster. Dat volgt uit waarnemingen van een zeer korte gammaflits, die op 24 juli is waargenomen. Zowel zwarte gaten als neutronensterren zijn overblijfselen van sterren die als supernova zijn geëxplodeerd. In dit geval zouden' lang geleden' de beide zware componenten van een dubbelster op die manier aan hun einde zijn gekomen. De restanten hebben miljarden jaren om elkaar gedraaid, maar zijn uiteindelijk op elkaar gestort. Dat het in dit geval om de samensmelting van een zwart gat en een neutronenster ging, en niet om twee neutronensterren, leiden de onderzoeker af uit het feit dat de gammaflits lang nagloeide. Dat duidt erop dat een van beide objecten kort voor de botsing uiteen is gevallen en in stukjes op het andere object is gevallen. Alleen een zwart gat is sterk genoeg om een neutronenster uiteen te trekken.
Meer informatie:
http://www.nasa.gov/vision/universe/starsgalaxies/blackhole_meal.html
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-32-05.html
Nature, 15 december 2005
14 december 2005
Uit waarnemingen met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton is gebleken dat veel nabije melkwegstelsels zoals het onze gehuld zijn in een reusachtige halo van heet gas. Zulke halo’s zijn wel eerder waargenomen, maar dan voornamelijk bij melkwegstelsels die een uitzonderlijke stervormingsactiviteit vertonen. Bij die stelsels wordt de aanwezigheid van het hete gas onder meer geweten aan reeksen van supernova-explosies. Wat de oorsprong van de halo’s bij ‘normale’ melkwegstelsels is, staat nog niet vast, maar de onderzoekers nemen aan dat ook langdurige stervorming op een lager pitje tot de uitstoot van heet gas kan leiden. Het lijkt in elk geval niet waarschijnlijk dat het hete gas juist vanuit de intergalactische ruimte naar de stelsels toe ‘valt’. De waargenomen halo’s bevatten ongeveer 10 miljoen zonsmassa’s aan gas.
Meer informatie: http://www.esa.int/esaSC/SEMWAMVLWFE_index_0.html
6 december 2005
Meer dan de helft van de grootste melkwegstelsels in het (betrekkelijk) nabije heelal is de afgelopen twee miljard jaar betrokken geweest bij een botsing met een ander stelsel. Dat concludeert de Nederlandse sterrenkundige Pieter van Dokkum (Yale) na het bestuderen van meer dan honderd melkwegstelsels. Deze conclusie stemt overeen met de heersende gedachte dat grote melkwegstelsels het resultaat van ‘fusies’ van kleinere stelsels zijn. Om nog onduidelijke redenen lijkt zo’n samensmelting in lang niet alle gevallen tot hevige stervorming te leiden. Pas als je de grote stelsels meer in detail bekijkt, blijkt dat ze in veel gevallen de kenmerkende ‘getijdenstaarten’ vertonen die een aanwijzing zijn dat er een ontmoeting met een ander stelsel heeft plaatsgevonden.
Meer informatie: http://www.noao.edu/outreach/press/pr05/pr0511.html
1 december 2005
Je bent even bezig, maar dan héb je ook wat. Na 270 uur röntgenfotonen inzamelen heeft de Amerikaanse satelliet Chandra een bijzondere afbeelding gemaakt van de zogeheten Perseus-cluster – een verzameling van duizenden melkwegstelsels in het sterrenbeeld Perseus. De röntgenopname toon reusachtige lussen, rimpelingen en jet-achtige structuren in het hete gas tussen de stelsels. In het centrum zijn de restanten te zien van een stelsel dat uiteen is getrokken en in de richting van NGC 1275 valt, het reuzenstelsel dat in het hart van de cluster ligt.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2005/perseus/
29 november 2005
Met behulp van de verzamelde gegevens van een aantal röntgensatellieten is voor het eerst een goed beeld verkregen van hoe een supernova in een supernovarest verandert. Het betreft het restant van een supernova-explosie die alweer 35 jaar geleden plaatsvond in het melkwegstelsel M101. Tot nog toe werd het moment dat je voor het eerst van een supernovarest spreekt door veel sterrenkundigen gedefinieerd als het moment waarop de schokgolf van de ontploffende ster op het omringende interstellaire gas stuit en dit doet oplichten. Het heldere röntgenlicht van het restant van SN 1970G vertoont echter niet de kenmerken van interstellair gas. Klaarblijkelijk bestaat het gas in de omgeving van de voormalige ster juist de overblijfselen van de sterrenwind die de ster vóór de explosie de ruimte in blies. Nadere inspectie van andere supernovae die de afgelopen tientallen jaren zijn verschenen, heeft nu uitgewezen dat het steeds het gas van de ster zélf was dat de bron van röntgenstraling is. Van enige interactie met het interstellaire medium lijkt geen sprake te zijn.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/press/05_releases/press_112905.html
17 november 2005
Een team astronomen uit Nederland en de VS heeft het grootste aantal Einstein-ringen ooit gevonden. Van negentien nieuwe zwaartekrachtlenzen, die werden ontdekt met behulp van het Sloan Digital Sky Survey (SDSS) en waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop, blijken acht echte optische Einstein-ringen te zijn. Daarvan waren er tot nu toe maar drie bekend. Een Einstein-ring wordt gevormd als het licht van een extreem ver verwijderd sterrenstelsel (enkele miljarden lichtjaren afstand van de aarde) wordt afgebogen door de zwaartekracht van een ander, dichterbij staand stelsel, dat zich precies op de verbindingslijn met de aarde bevindt.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2005/32/full/
http://www.slacs.org/
http://www.arxiv.org/abs/astro-ph/0511453
5 november 2005
Sinds de jaren tachtig van de afgelopen eeuw is bekend dat ons Melkwegstelsel, samen met de ongeveer dertig andere leden van de Lokale Groep, met hoge snelheid in de richting van Centaurus beweegt. Daar moet zich ergens een ‘Grote Aantrekker’ schuilhouden: een zware supercluster van melkwegstelsels. Een internationaal team van sterrenkundigen lijken nu ongeveer de helft van de massa van de Grote Aantrekker te hebben opgespoord. Op een afstand van minder dan 500 miljoen lichtjaar bevindt zich de supercluster Shapley 8, waarvan het bestaan al sinds 1930 bekend is. Onderzoek van de bewegingen van 8632 afzonderlijke stelsels in deze supercluster heeft uitgewezen dat deze 50.000 biljoen zonsmassa’s aan materie bevat, verdeeld over 44 kleinere clusters. Het geheel strekt zich over meer dan 120 miljoen lichtjaar uit en is de grootste massaconcentratie in ons deel van het heelal. Het zoeken is nu nog naar de andere helft van de Grote Aantrekker.
Meer informatie: http://www.obspm.fr/actual/nouvelle/nov05/shapley8.en.shtml
17 oktober 2005
Nabij-infrarode opnamen van het actieve melkwegstelsel NGC 1097, verkregen met de Europese Very Large Telescope, hebben nieuwe details aan het licht gebracht in het centrum van het stelsel. In dit centrum bevindt zich een superzwaar zwart gat dat materie uit zijn omgeving opslokt. Om dat nader te bekijken, hebben de onderzoekers een maskeertechniek toegepast waardoor zoveel mogelijk normaal sterlicht in het kerngebied NGC 1097 werd tegengehouden. Hierdoor is goed te zien hoe stof en gas spiraalsgewijs naar het zwarte gat toe valt.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/phot-33-05.html
13 oktober 2005
De Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer heeft een fraaie infraroodfoto gemaakt van het nabije melkwegstelsel M31, beter bekend als de Andromedanevel. Hoewel het een van de best onderzochte extragalactische stelsels betreft, zijn er toch weer wat nieuwe dingen ontdekt, waaronder een spiraalvormige boog in het centrum van het stelsel, een kring van stervormingsgebieden en een ‘gat’ in de spiraalschijf. De onderzoekers denken dat deze asymmetrische structuren zijn veroorzaakt door interacties met de satellietstelsels die om M31 draaien. Het gat in de spiraalschijf zou zelfs de plek kunnen zijn waar het kleine stelsel M32 dwars doorheen is geschoten.
Meer informatie:
http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-20/release.shtml
http://dirty.as.arizona.edu/~kgordon/m31_press/m31_press.html
5 oktober 2005
Amsterdamse astronomen hebben een forse tip opgelicht van de sluier die lag over het raadselachtige fenomeen van de ‘korte gammaflitsen’. Gammaflitsen zijn korte uitbarstingen van gammastraling, ontdekt in de jaren zestig, waarvan er gemiddeld één per dag afgaat in het heelal. Er bestaan twee soorten: de lange, die gemiddeld een halve minuut duren, en de korte, die gemiddeld een paar tienden van een seconde duren. De lange blijken te worden veroorzaakt door ontploffende, zeer zware sterren. De korte flitsen bleven tot nog toe een raadsel.
Een korte gammaflits die op 9 mei 2005 waarneembaar was, biedt mogelijk uitkomst. Toen de grote Europese VLT-telescoop in Chili op de plek van de gammaflits werd gericht, liet deze iets totaal anders zien dan bij de lange gammaflitsen. In plaats van een grote verzameling zware sterren werd een groot melkwegstelsel ontdekt, waarin alleen maar heel oude, lichte sterren staan. De korte gammaflitsen moeten dus een heel andere oorzaak hebben dan de lange. Uit de waarnemingen blijkt ook dat korte flitsen wat nabijer zijn dan lange, en niet zo enorm energierijk. Deze vondst geeft voor het eerst concrete ondersteuning aan de al langer bestaande hypothese dat de korte flitsen het gevolg zijn van de samensmelting van twee neutronensterren die tot dan toe een nauwe dubbelster hebben gevormd.
Waarnemingen aan een tweede korte gammaflits, die op 9 juli plaatsvond en door astronomen uit tal van landen is waargenomen, bevestigen dit nog eens.
Meer informatie:
http://www.hq.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-26-05-p2.html
http://pr.caltech.edu/media/Press_Releases/PR12747.html
http://www.nasa.gov/mission_pages/swift/bursts/short_burst_oct5.html
http://www.ifa.hawaii.edu/info/press-releases/ShortGRBs-10-05.htm
http://pr.caltech.edu/media/Press_Releases/PR12747.html
http://space.mit.edu/EPO/PressGammaRays.html
Nature, 6 oktober 2005
28 september 2005
Volgens de meest gangbare theorie over de evolutie van het heelal, is elk melkwegstelsel gehuld in een halo van donkere materie, waarvan het bestaan alleen indirect kan worden aangetoond door naar de bewegingen van sterren en andere objecten om het centrum van het stelsel te kijken. Toen onderzoekers in 2003 bekendmaakten dat ze elliptische stelsels zonder donkere materie hadden ontdekt, kwam dat dan ook als een verrassing. Uit nieuw onderzoek blijkt echter dat de betreffende stelsels wel degelijk donkere materie moeten bevatten.
Omdat in de stelsels bijna geen afzonderlijke sterren op grote afstand van het centrum te zien zijn, beperkten de onderzoekers zich destijds tot waarnemingen van snelheden van heldere planetaire nevels. Daarbij stelden ze vast dat deze snelheden afnamen naarmate de objecten zich verder van het centrum bevonden: precies zoals je verwacht in een situatie zonder halo van donkere materie. Wat echter alleen gemeten kon worden, was de snelheidscomponent in de gezichtslijn. Doorgaans is dat geen probleem, maar in dit geval wel. Nieuwe computersimulaties laten namelijk zien dat objecten op grote afstand van het centrum lange, elliptische banen volgen. Ze worden dus waargenomen op het moment dat ze zich dicht bij het verste punt van hun baan bevinden. En op dat moment is de snelheidscomponent die loodrecht op de gezichtslijn staat veel groter dan de gemeten snelheidscomponent. Kortom: de snelheden van deze planetaire nevels zijn zwaar onderschat.
Meer informatie:
http://www.eurekalert.org/pub_releases/2005-09/uoc--nap092605.php
Nature, 29 september 2005
27 september 2005
Dat er al vroeg in de geschiedenis van het heelal melkwegstelsels bezig waren met het vormen van veel sterren, blijkt ook uit een nieuw onderzoeksresultaat dat met de ruimtetelescopen Hubble en Spitzer is verkregen. Eén van de melkwegstelsels in het zogeheten Hubble Deep Field' een verzameling van ongeveer 10.000 zeer verre stelsels die intensief onderzocht wordt' blijkt net zo groot en zwaar te zijn als ‘moderne’ stelsels. Dat komt als een verrassing, omdat aangenomen wordt dat de eerste melkwegstelsels in het heelal doorgaans veel kleiner waren en pas later tot grotere stelsels zijn samengesmolten. Het vroegrijpe stelsel is op optische foto’s in het geheel niet te zien, en werd ontdekt op nabij-infrarode opnamen van de Hubble-telescoop. Pas na onderzoek met de infraroodsatelliet Spitzer bleek hoe omvangrijk het stelsel, dat zich op een afstand van bijna 13 miljard lichtjaar bevindt, moet zijn. Het lijkt er dus sterk op dat zich in de begintijd van het heelal tenminste enkele grote stelsels tussen de vele kleine melkwegstelsels hebben bevonden.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2005/28/full/
http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-19/
22 september 2005
Het was al vroeg ‘druk’ in het heelal. Dat blijkt uit onderzoek van Franse en Italiaanse astronomen, die met behulp van de Europese Very Large Telescope verre melkwegstelsels hebben geïnventariseerd. Uit hun onderzoek blijkt dat bij eerdere tellingen veel van die verre stelsels over het hoofd zijn gezien. Het aantal stelsels dat op afstanden van 9 tot 12 miljard lichtjaar is maar liefst twee tot zes maal groter dan bij eerdere onderzoeken. Tevens blijkt dat deze stelsels veel meer sterren produceren dan verwacht.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-24-05_p2.html
Nature, 22 september 2005
21 september 2005
In de ‘lege’ ruimte tussen de afzonderlijke sterrenstelsels in de Virgo-cluster is een uitgebreid netwerk gevonden van sterrenslierten. De talloze sterren die zich in de intergalactische ruimte van de cluster bevinden geven samen maar een heel klein beetje licht (de cluster staat op een afstand van ongeveer vijftig miljoen lichtjaar), en werden voor het eerst in beeld gebracht op langbelichte groothoekopnamen. De sterren zijn uit hun moederstelsels getrokken en geslingerd door de onderlinge getijdenwerking van sterrenstelsels die met elkaar in botsing komen of elkaar op korte afstand passeren. Computersimulaties hadden al gewezen op het bestaan van zulke intraclustersterren, en enkele heldere exemplaren waren ook al eerder ontdekt. Op de nieuwe foto's is echter voor het eerst te zien hoe uitgebreid en complex het ‘spinnenweb’ van zwakke sterretjes is.
Meer informatie:
http://astroweb.case.edu/hos/Virgo/Virgogalaxy.txt
21 september 2005
Met de Hubble Space Telescope is een merkwaardige schijf van een paar honderd jonge, blauwe sterren ontdekt in de kern van het Andromedastelsel, de naaste buur van ons eigen Melkwegstelsel. De schijf heeft een middellijn van ongeveer één lichtjaar - een kwart van de afstand tussen de zon en de dichtstbijzijnde ster. De blauwe sterren draaien met grote snelheid rond het superzware zwarte gat dat zich in de kern van het Andromedastelsel bevindt. Op grotere afstand wordt dat zwarte gat omringd door oudere, rode sterren. Hete, blauwe sterren leven maar kort, en de sterren in de schijf kunnen dan ook niet ouder zijn dan een paar honderd miljoen jaar. Maar zo dicht bij een superzwaar zwart gat kunnen geen nieuwe sterren ontstaan, door de sterke getijkrachten. Het is dan ook een raadsel hoe de blauwe sterren in het centrum van het Andromedastelsel terecht zijn gekomen.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2005/26/text/
16 september 2005
Een grootschalig onderzoek aan quasars - de energierijke kernen van extreem ver verwijderde sterrenstelsels - heeft een bijzondere ontdekking opgeleverd: een ‘naakte’ quasar, zonder omringend sterrenstelsel. De energie van quasars is afkomstig uit de directe omgeving van een superzwaar zwart gat, zoals dat in veel sterrenstelsels voorkomt. De straling is vaak zo krachtig dat het omringende stelsel vrijwel geheel wordt overstraald, maar op detailfoto's die gemaakt worden met grote telescopen op de grond en in de ruimte zijn die ‘gaststerrenstelsels’ wel zichtbaar. Behalve in het geval van HE0450-2958. Deze quasar, op vijf miljard lichtjaar afstand, lijkt geen gaststelsel te hebben. Wel is vlakbij de quasar een sterk vervormd sterrenstelsel te zien. Astronomen denken dat het gaststelsel van de quasar vrijwel helemaal uit donkere materie bestaat, en dat de vervormingen in het buurstelsel veroorzaakt zijn door de zwaartekracht van dit ‘onzichtbare’ stelsel.
Meer informatie:
http://www.spacetelescope.org/news/html/heic0511.html
12 september 2005
Een Italiaans team van sterrenkundigen heeft het nagloeien waargenomen van de verste gammaflits tot nu toe. Het licht van de enorme supernova-explosie, een zware ster waarvan de kern tot een zwart gat is ingestort, is ruwweg 12,7 miljard lichtjaar onderweg geweest en is dus minder dan een miljard jaar na het ontstaan van het heelal vertrokken. De gammaflits vond plaats op 5 september en werd ontdekt met de speciaal voor dit soort waarnemingen gebouwde Swift-satelliet.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-22-05.html
http://www.nasa.gov/vision/universe/starsgalaxies/2005_distant_grb.html
http://subarutelescope.org/Pressrelease/2005/09/12/index.html
31 augustus 2005
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton is voor het eerst in detail gekeken naar de vormingsgeschiedenis van clusters van melkwegstelsels. Vooralsnog gaan sterrenkundigen ervan uit dat in het heelal eerst kleine verzamelingen van sterren zijn ontstaan, die later zijn uitgegroeid tot grote melkwegstelsels, die op hun beurt weer grote groepen (clusters) vormden. Clusters bestaan slechts voor een klein deel uit zichtbare materie (sterren): het overgrote deel van hun massa bestaat uit heet gas dat door de gezamenlijke zwaartekracht van de stelsels in bedwang wordt gehouden. Dat hete gas is alleen op röntgengolflengten waarneembaar.
Meer informatie: http://www.esa.int/esaSC/SEMDW5A5QCE_index_0.html
30 augustus 2005
Uit een inventarisatie van 4000 elliptische en lensvormige melkwegstelsels in 93 nabije clusters is gebleken dat de grootste, helderste stelsels vrijwel uitsluitend zeer oude sterren bevatten, terwijl de kleinere, zwakkere stelsels aanzienlijk jonger zijn (4 miljard jaar tegen 13 miljard jaar). Deze bevinding is in strijd met de conventionele theorie, die stelt dat grote elliptische stelsels ontstaan zijn door het achtereenvolgens opslokken van kleinere stelsels. Als dat het geval zou zijn, zouden de sterren in de grote stelsels echter niet ouder mogen zijn dan die in jonge stelsels. De inventarisatie duidt er juist op dat er de stervorming vroeg in de geschiedenis van het heelal vooral in grote stelsels plaatsvond en later in kleinere stelsels.
Meer informatie: http://www.noao.edu/outreach/press/pr05/pr0508.html
18 augustus 2005
De NASA-satelliet Swift, speciaal gebouwd voor het detecteren van gammaflitsen, heeft een opmerkelijk verloop waargenomen bij twee van deze. Gammaflitsen ontstaan bij de ontploffingen van de zwaarste sterren, zogeheten ‘hypernovae’. Uit het onderzoek met Swift blijkt dat de eerste paar minuten van zo’n explosie zeer chaotisch verlopen. In feite ontploft de ster niet in één keer: vaak wordt de eerste explosie gevolgd door nog twee, drie en soms zelfs vier explosies. Bij de eerste explosie ontstaat de uitbarsting van gammastraling, waarna een reeks pulsen van röntgenstraling volgt. De verklaring voor deze meervoudige explosies wordt gezocht bij het zwarte gat dat na de ineenstorting van de kern van de oorspronkelijke ster ontstaat. Mogelijk kan het zwarte gat niet alle binnenkomende materie in één keer verwerken en blaast het een deel ervan terug de ruimte in.
Meer informatie:
http://www.nasa.gov/vision/universe/watchtheskies/double_burst.html
Science, 19 augustus 2005
17 augustus 2005
Recente waarnemingen met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra hebben nieuwe details aan het licht gebracht in de gloeiende ring rond supernova 1987A. Het lijkt erop dat het verwachte oplichten van de ring, die uit materie bestaat die de voormalige ster vóór de supernova-explosie heeft uitgestoten, begonnen is. Dat oplichten wordt veroorzaakt door de schokgolf van de explosie. Nu al is een hele keten van heldere plekken van heet gas in de ring te zien en de verwachting is dat deze de komende jaren alleen maar in aantal en intensiteit zullen toenemen: de schokgolf moet zich door gas van steeds groter wordende dichtheid heen werken.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2005/sn87a/
10 augustus 2005
Een team astronomen uit Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de VS heeft een enorme ‘bel’ ontdekt in het gas rond een zwart gat dat zich in ons Melkwegstelsel bevindt. Deze gasbel wordt geblazen door een ‘jet’' een straalstroom' afkomstig van het zwarte gat. Uit de ontdekking blijkt dat wetenschappers decennialang ernstig hebben onderschat hoeveel energie stellaire zwarte gaten weer terugpompen in het heelal.
De gasbel is ontdekt met de Westerbork Synthese Radio Telescoop. De waarnemingen richtten zich op de bekende röntgendubbelster Cygnus X1, waarvan bekend is dat zich daar een zwart gat bevindt. De bel heeft een diameter van ongeveer 10 lichtjaar en dijt uit met een snelheid van ongeveer 100 km/sec. Het lijkt erop dat hij gevormd is over een periode van één miljoen jaar. De jet die de bel gemaakt heeft, heeft naar schatting meer dan 100.000 maal meer energie dan de hoeveelheid energie die de zon uitstraalt.
Meer informatie:
http://www.astron.nl/press/index.htm
http://www.astro.soton.ac.uk/~rpf/bubble/CygX1pressrelease.pdf
Nature, 11 augustus 2005
3 augustus 2005
In de kernen van de meeste melkwegstelsels bevinden zich superzware zwarte gaten die materie uit hun omgeving opslokken en daarbij veel energie produceren. Jarenlang hebben sterrenkundigen zich afgevraagd hoeveel van die actieve kernen of quasars er precies zijn. Omdat quasars veel röntgenstraling produceren, kon uit de gemiddelde achtergrondstraling op röntgengolflengten een schatting worden gemaakt van het aantal quasars dat nodig is om deze straling voor hun rekening te nemen. Maar dat leverde steevast een veel groter aantal op dan het aantal afzonderlijke quasars dat ontdekt was. Kortom: er waren veel quasars ‘zoek’.
De Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer lijkt deze quasars nu te hebben opgespoord. Ze zijn er wel degelijk, maar gaan schuil in dichte wolken van stof. In sommige gevallen gaat het om stofwolken die zich in het omringende melkwegstelsel bevinden, in andere gevallen zijn de quasars zo georiënteerd, dat ze verscholen zitten in de ring van stof die ze zelf om zich heen verzameld hebben.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-17/release.shtml
1 augustus 2005
Een internationaal team van sterrenkundigen uit Chili, Noord-Amerika en Europa heeft een nieuwe nauwkeurige afstandsbepaling gedaan van het nabije melkwegstelsel NGC 300. Dat is gebeurd door middel van waarnemingen van de helderheidsvariaties van 16 cepheïden in het stelsel. De afstand van NGC 300 is nu bepaald op iets meer dan 6 miljoen lichtjaar, met een onzekerheid van slechts drie procent.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-20-05_p2.html
28 juli 2005
Met de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer zijn polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) waargenomen in melkwegstelsels op meer dan 10 miljard lichtjaar afstand. PAK’s zijn grote organische moleculen die uit koolstof en waterstof bestaan. Aangenomen wordt dat deze moleculen van cruciaal belang zijn voor het ontstaan van leven. Het bestaan van de moleculen kan worden afgeleid uit het spectrum van stervormingsgebieden in de verre stelsels. Het is voor het eerst dat PAK’s zijn waargenomen in objecten die al bestonden toen het heelal nog maar een kwart van zijn huidige leeftijd had bereikt.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-15/release.shtml
25 juli 2005
Uit opnamen van de NASA-satelliet GALEX (Galaxy Evolution Explorer) blijkt dat sommige spiraalstelsels minder saai zijn dan ze op het eerste gezicht lijken. Zoals het spiraalstelsel NGC 4625 bijvoorbeeld, dat zich op eerdere opnamen slechts vertoonde als een vrij onopvallende bal van oude sterren, met nauwelijks waarneembare spiraalarmen. In het ultraviolet blijkt dit stelsel wel degelijk uitgestrekte armen te hebben, die wemelen van de hete, jonge sterren. De sterren in de armen zijn ongeveer een miljard jaar oud, die in het centrale deel ongeveer tien miljard jaar. Mogelijk zijn de stervormende spiraalarmen ontstaan door de zwaartekrachtsinteractie met het nabije buurstelsel van NGC 4625, dat vreemd genoeg echter géén spiraalarmen heeft ontwikkeld.
Meer informatie: http://www.galex.caltech.edu/MEDIA/2005-04/text.html
21 juli 2005
Er is iets geks aan de hand met supernova 1979C, die meer dan 25 jaar geleden in het melkwegstelsel M100 verscheen. Het restant van de ontplofte ster is in het röntgengebied namelijk nog net zo helder als toen. Dat is verrassend, omdat supernovae gewoonlijk in de loop van enkele maanden op alle golflengten uitdoven. De verklaring is waarschijnlijk dat de ster al vóór zijn explosie zeer veel materie heeft uitgestoten in de vorm van een hevige ‘sterrenwind’. De schokgolf van de supernova-explosie zou de omringende materie tot enkele miljoenen graden hebben verhit. Het is deze materie die nu nog röntgenstraling uitzendt.
Meer informatie:
http://www.esa.int/esaCP/SEME2C0DU8E_index_0.html
http://lheawww.gsfc.nasa.gov/users/immler/supernova_press.html
http://arxiv.org/abs/astro-ph/0503678
30 juni 2005
Europese sterrenkundigen hebben met behulp van de Very Large Telescope een nieuwe Einsteinring ontdekt in het zuidelijke sterrenbeeld Fornax. Een Einsteinring is een ‘kosmische luchtspiegeling’ die ontstaat door het zogeheten gravitatielenseffect. Bij dit verschijnsel wordt het licht van een ver melkwegstelsel door een nabijer stelsel zodanig afgebogen dat hij als een min of meer cirkelvormig beeldje te zien is. De Einsteinring in Fornax is bijna compleet en bovendien ook de verste die tot nu toe is waargenomen.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/phot-20-05.html
7 juni 2005
Een fraaie nieuwe Hubble-opname laat de tamelijk nabije supernovarest N 63A zien. Het betreft het restant van een zware ster in de Grote Magelhaense Wolk, die op explosieve wijze aan zijn einde is gekomen. Bij de ontploffing is een schokgolf ontstaan die zich nu nog voortplant door de interstellaire materie in de omgeving.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2005/15/image/a
6 juni 2005
Ondanks intensieve waarnemingen lukt het maar niet om in het restant van supernova 1987A, een ster die achttien jaar geleden ontplofte in de Grote Magelhaense Wolk, een neutronenster op te sporen. Sterrenkundigen gaan ervan uit dat bij een supernova-explosie de kern van een ster min of meer intact blijft en instort tot een compacte bal van neutronen. Het probleem is echter dat zo’n neutronenster van zichzelf weinig licht geeft. Maar hij zou wel materie uit zijn omgeving moeten aantrekken, die daarbij heet wordt en gaat stralen. Ook daarvoor zijn echter nog geen aanwijzingen gevonden. Dat zou kunnen betekenen dat er domweg (te) weinig materie in de omgeving van de neutronenster aanwezig is.
Meer informatie:
http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0515.html
http://arxiv.org/abs/astro-ph?0505066
6 juni 2005
Onderzoekers van de Cornell Universiteit hebben nieuwe aanwijzingen gevonden die de meest gangbare theorie voor de aard van quasars ondersteunen. Het sleutelwoord is: stof. Sinds een jaar of twintig gaan de meeste sterrenkundigen ervan uit dat een quasar niets anders is dan de actieve kern van een jong melkwegstelsel, bestaande uit een superzwaar zwart gat dat omgeven is door een platte accretieschijf met daaromheen weer een stofrijke gasring. Dat betekent dat het uiterlijk van een quasar afhankelijk is van de hoek waaronder je hem ziet: van ‘bovenaf’ krijg je de hete accretieschijf te zien, maar van opzij zie je de stofring. In het laatste geval zijn in het spectrum van de quasar, geheel volgens verwachting, absorptielijnen van (silicaat)stof te zien. Maar ook in het eerste geval zou je in het spectrum van de quasar tekenen van stof moeten zien, dan echter in de vorm van infrarode emissielijnen. En deze laatste zijn lang onontdekt gebleven, waardoor er toch enige twijfel ontstond over de stoftheorie. De onderzoekers van Cornell hebben met de infraroodsatelliet Spitzer bij vijf quasars van type 1 inderdaad emissielijnen van stof waargenomen. En daarmee is het quasarmodel voorlopig weer uit de zorgen.
Meer informatie: http://www.news.cornell.edu/stories/June05/spitzer.quasars.hao.lg.html
26 mei 2005
Waarnemingen met met de Keck- en de Subaru-telescoop op Hawaï ondersteunen de theorie dat gammaflitsen' de reusachtige uitbarstingen van gammastraling die dagelijks worden waargenomen' het gevolg zijn van hevige supernova-explosies van type Ic (ook wel hypernovae genoemd). Theoretisch moet voor het ontstaan van een hypernova aan twee voorwaarden voldaan zijn: de steeds sneller draaiende, instortende kern van de zware ster in kwestie moet een schijfvorm aannemen en de ster moet zijn gehele waterstofomhulsel hebben afgestoten. Door de eerste voorwaarde ontstaat er een ‘kortste uitweg’ waarlangs materie relatief gemakkelijk naar buiten kan worden geperst' dat zou het ontstaan van de twee polaire materiebundels van een hypernova verklaren. En de tweede voorwaarde garandeert dat deze materiebundels de ster ongehinderd kunnen verlaten.
Volgens dit model krijgen we bij een supernova van type Ic alleen een gammaflits te zien als één van de materiebundels in de richting van de aarde wijst. Maar dat betekent dat er ook supernova-explosies van type Ic moeten zijn die géén gammaflits geven. Voor het overige zouden deze supernovae echter dezelfde (spectrale) eigenschappen moeten hebben als hun gammaflitsende soortgenoten. Supernovae 2003jd, die sinds zijn verschijning op 25 oktober 2003 onderzocht wordt, lijkt aan dit signalement te voldoen. Hij gaf geen gammaflits, maar zijn helderheidsverloop en spectrale kenmerken voldoen wel aan die van een sterexplosie die met een gammaflits gepaard gaat. Volgens de onderzoekers duidt dit erop dat de materiebundels van de instortende sterkern in dit geval niet in de richting van de aarde wezen.
Meer informatie:
http://www.berkeley.edu/news/media/releases/2005/05/26_subarukeck.shtml
http://www.mpg.de [Duits]
Science, 27 mei 2005
11 mei 2005
Op 9 mei hebben NASA-wetenschappers voor het eerst een korte gammaflits waargenomen. De uitbarsting, die waarschijnlijk het gevolg is van de vorming van een zwart gat, duurde slechts 50 milliseconden. Normale gammaflitsen duren soms meer dan twee seconden. Net als in voorgaande gevallen is het zwakke nagloeien van de gammaflits met verschillende instrumenten onderzocht. De uitbarsting vond plaats op een afstand van ongeveer 2,7 miljard lichtjaar.
Deze week zijn in Nature ook de resultaten gepubliceerd van het onderzoek van een andere gammaflits, die op 19 december 2004 plaatsvond. Het bijzondere van deze gammaflits is dat tegelijkertijd ook een onverwachte ‘infraroodflits’ is waargenomen.
Meer informatie:
http://swift.gsfc.nasa.gov/docs/swift/news/2005/05-122.html
Nature, 12 mei 2005
http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0513.html
26 april 2005
Statistisch onderzoek van de grote database van de Sloan Digital Sky Survey (SDSS) heeft een nieuwe bevestiging opgeleverd van de algemene relativiteitstheorie van Einstein. Het betreft het gravitatielenseffect: de afbuiging van licht onder invloed van de zwaartekracht. Dat dit effect bestaat, is al heel lang bekend. Zo zijn tal van voorbeelden bekend van (groepen van) melkwegstelsels die het licht van achtergrondobjecten vervormen. Maar volgens de relativiteitstheorie zouden de achtergrondobjecten door het gravitatielenseffect ook een klein beetje vergroot weergegeven moeten worden. Uit het SDSS-onderzoek blijkt dat dit inderdaad het geval is.
Meer informatie: http://www.sdss.org/news/releases/20050426.magnification.html
22 april 2005
Europese sterrenkundigen hebben het stervormingsgebied N214, dat zich in de Grote Magelhaense Wolk bevindt, aan een nader onderzoek onderworpen. N214 is een opmerkelijk groot gebied, waarin zeer zware sterren ontstaan. De meeste aandacht wordt getrokken door de ‘ster’ Sk-71 51, die in werkelijkheid uit ten minste zes afzonderlijke sterren blijkt te bestaan. Niet ver van deze ster bevindt zich een opvallende, 50 lichtjaar grote ‘blob’ van heet, geïoniseerd gas. Waarschijnlijk is dit het omhulsel van een zeker 40 zonsmassa’s zware ster, die zelf niet te zien is.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/phot-12-05.html
8 april 2005
Röntgenonderzoek door een internationaal team van sterrenkundigen heeft nieuwe inzichten opgeleverd over botsende clusters van melkwegstelsels. Opnamen die met de Europese satelliet XMM-Newton zijn gemaakt laten zien dat het gas tussen de stelsels bij zulke botsingen sterk wordt samengedrukt en verhit. De snelheden waarmee clusters in elkaar schuiven zijn soms groter dan 2000 km/sec. Desondanks duurt de botsing vaak meer dan een miljard jaar; en al die tijd gaan er grote schokgolven door het aanwezige gas.
Meer informatie: http://www.sr.bham.ac.uk/nam2005/pr19.html
7 april 2005
Britse sterrenkundigen hebben met behulp van de röntgensatellieten Chandra en XMM-Newton zes ‘fossiele clusters’ onderzocht' oude groepen van melkwegstelsels waarin in alle grote stelsels zich geleidelijk hebben samengevoegd tot één groot centraal reuzenstelsel. Daarbij is vastgesteld dat zich in de kernen van zulke stelsels veel donkere materie bevindt, dat wil zeggen: materie die wel zwaartekracht uitoefent, maar geen waarneembare straling uitzendt. De donkere materie verraadt haar bestaan doordat zij normaal heet gas om zich heen verzamelt. Fossiele clusters zijn ideale objecten om de verdeling van heet gas (en dus ook donkere materie) te onderzoeken, omdat er doorgaans geen interacties tussen meerdere stelsels meer plaatsvinden, die het hete gas in beroering zouden brengen.
Meer informatie: http://www.sr.bham.ac.uk/nam2005/pr14.html
6 april 2005
Britse en Amerikaanse sterrenkundigen hebben met behulp van de ruimtetelescopen Spitzer en Hubble en de Keck-telescoop op Hawaï het licht van sterren in enkele zeer verre melkwegstelsels waargenomen. Ook deze waarnemingen duiden erop dat het ontstaan van de eerste melkwegstelsels al zeer vroeg na de oerknal moet zijn begonnen. Uit de spectra blijkt dat de onderzochte stelsels een roodverschuiving van 6 hebben, wat wil zeggen dat hun licht er 13 miljard jaar over gedaan heeft om ons te bereiken. Sommige van deze stelsels waren toen al 300 miljoen jaar oud en moeten dus al minder dan 500 miljoen jaar na de oerknal zijn ontstaan.
Meer informatie: http://www.sr.bham.ac.uk/nam2005/pr10.html
6 april 2005
Onderzoek aan verre jonge melkwegstelsels duidt erop dat deze al in een vroeg stadium een superzwaar zwart gat vormen. Dat blijkt uit onderzoek met de James Clerk Maxwell submillimeter-telescoop en Keck-telescoop op Hawaï en de röntgensatelliet Chandra. De onderzochte stelsels zijn meer dan 10 miljard lichtjaar van ons verwijderd en produceren in hoog tempo nieuwe sterren. Deze zogeheten ‘starbursts’ zijn waarschijnlijk het gevolg van botsingen tussen stelsels van vergelijkbare omvang. Computersimulaties van zulke botsingen laten zien dat er veel materie naar de centra van de stelsels wordt gedreven, wat niet alleen stervorming geeft maar ook het daar aanwezige zwarte gat voedt.
Meer informatie: http://www.sr.bham.ac.uk/nam2005/pr9.html
5 april 2005
De Amerikaanse gammasatelliet Swift heeft voor het eerst de afstand van twee gammaflitsen gemeten. Gammaflitsen zijn korte uitbarstingen van gammastraling die waarschijnlijk het gevolg zijn van hevige supernova-explosies. Er waren al sterke aanwijzingen dat deze op grote afstand van ons Melkwegstelsel plaatsvonden, maar nu is dat ook echt aangetoond. De beide gammaflitsen die Swift in maart heeft onderzocht, vonden plaats op afstanden van 9 en 12 miljard lichtjaar van de aarde.
Meer informatie: http://www.science.psu.edu/alert/Roming4-2005.htm
5 april 2005
Britse onderzoekers hebben (in een ver melkwegstelsel) een stofrijke sterrenwind waargenomen bij een ster die, aan het einde van zijn leven, in een witte dwerg veranderde en vervolgens als supernova explodeerde. Het is voor het eerst dat een dergelijke wind is waargenomen bij de voorloper van een supernova-explosie. Waarom de voorloper van deze supernova (2002ic) zo veel stof uitblies, is nog onbekend. De onderzoekers hopen daar door verder onderzoek achter te komen.
Meer informatie: http://www.sr.bham.ac.uk/nam2005/pr6.html
5 april 2005
Europese sterrenkundigen hebben met behulp van zogeheten ‘virtuele sterrenwachten’ (grote databanken waarin gegevens van verschillende instrumenten worden verzameld) vastgesteld dat de activiteit rond het superzware zwarte gat in de kernen van verre melkwegstelsels vaak gemaskeerd wordt door hevige stervorming elders in het stelsel. De stervorming leidt tot de productie van zo veel stof dat alleen de meest energierijke vormen van (röntgen)straling uit de kern worden doorgelaten.
Meer informatie: http://www.sr.bham.ac.uk/nam2005/pr4.html
31 maart 2005
Het Hubble Heritage Team presenteert een opname van de ruimtetelescoop waarop de complexe stofwolken in het elliptische reuzenstelsel NGC 1316 (alias Fornax A) te zien zijn. Onderzoek van de bolvormige sterrenhopen in NGC 1316 duidt erop dat dit grote melkwegstelsel is ontstaan na de samensmelting (miljarden jaren geleden) van twee gasrijke (spiraal)stelsels. In de binnendelen van het stelsel komen aanmerkelijk minder lichte bolhopen voor dan in de buitendelen, en dat is precies wat de theoretische modellen van botsende melkwegstelsels voorspellen.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2005/11
29 maart 2005
Gegevens die enkele jaren geleden zijn verzameld met de Europese infraroodsatelliet ISO hebben het directe bewijs geleverd dat de schokgolven die ontstaan als twee melkwegstelsels met elkaar botsen, ervoor zorgen dat er in de aanwezige gaswolken nieuwe sterren ontstaan. Weliswaar was al langer bekend dat er in botsende stelsels soms hevige stervorming optreedt, maar er bestond nog geen duidelijk beeld van wat er gebeurt tussen het moment van de botsing en de geboorte van de eerste nieuwe sterren. De ontbrekende schakel is nu gevonden in de zogeheten Antennestelsels (NGC 4038/4039), twee met elkaar botsende stelsels op 60 miljoen lichtjaar van de aarde. Het gebied waar de twee elkaar overlappen, blijkt zeer veel moleculair waterstofgas te bevatten dat in aangeslagen toestand verkeerd. Omdat er in de omgeving weinig andere mogelijke oorzaken van het ‘aanslaan’ van het waterstofgas aanwezig zijn (geweest), zoals jonge sterren die een hevige sterrenwind produceren of supernova-explosies, moet de oorzaak wel bij de botsing tussen de beide stelsels liggen. De onderzoekers schatten dat als het aanwezige gas over een paar miljoen jaar in nieuwe sterren is omgezet, de Antennnestelsels (in het infrarood althans) twee keer zo helder zullen zijn.
Meer informatie: http://www.esa.int/esaCP/SEM7SVRMD6E_index_0.html
22 maart 2005
Er worden steeds meer aanwijzingen gevonden voor het bestaan van zwarte gaten van de ‘middenklasse’, dat wil zeggen: met massa’s in de orde van tienduizend zonsmassa’s. De nieuwste aanwijzing is gevonden met de röntgensatelliet Chandra. Daarmee is in het melkwegstelsel M74 een ‘ultraheldere’ röntgenbron waargenomen die sterke, vrij regelmatige röntgenfluctuaties vertoont. De onderzoekers denken dat de fluctuaties veroorzaakt worden door veranderingen in een schijf van hete materie die rond een zwart gat wervelt. Uit het feit dat de veranderingen met tussenpozen van enkele uren optreden, kan worden afgeleid dat deze zogeheten accretieschijf een grote omvang heeft. En dat is weer een aanwijzing dat het om een zwaar zwart gat gaat.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2005/m74/
10 maart 2005
In de diepten van het heelal, op afstanden van meer dan 11 miljard lichtjaar zijn reusachtige oude melkwegstelsels ontdekt. Dat is verrassend, omdat eerdere waarnemingen erop duidden dat er 2,5 miljard jaar na de oerknal nog een samenklonteringsproces bezig was dat ervoor zorgde dat kleine stelsels uitgroeiden tot grotere. De nieuwe ontdekking duidt erop dat de samenklontering al veel eerder moet zijn begonnen. De waargenomen stelsels bevatten geen gas meer waaruit nog nieuwe sterren zouden kunnen ontstaan. Ze worden beschouwd als de voorlopers van de (eveneens gasarme) elliptische reuzenstelsels die in het lokale heelal te zien zijn. Overigens zijn tussen de verpieterende stelsels ook stofrijke stelsels te zien die nog wél grote aantallen sterren produceren. Blijkbaar bevatte het jonge heelal melkwegstelsels in vele soorten en maten.
Meer informatie:
http://www.strw.leidenuniv.nl/press/pr050311.php
http://www.carnegieinstitution.org/news_releases/news_050310.html
10 maart 2005
In de Grote Magelhaense Wolk, een satellietstelsel van ons Melkwegstelsel, is een mysterieuze kracht aan het werk. Dat concluderen Amerikaanse en Australische onderzoekers die het magnetische veld van het stelsel in kaart hebben gebracht. De Grote Magelhaense Wolk bevindt zich op een afstand van 160.000 lichtjaar en wordt langzaam uit elkaar getrokken door de zwaartekracht van het veel grotere Melkwegstelsel. Maar verrassend genoeg is het magnetische veld van de Wolk heel gelijkmatig. Volgens de onderzoekers duidt dat erop dat ‘iets’ het magnetische veld op orde houdt. De belangrijkste kandidaat voor dat ‘iets’ is de kosmische straling: deze aanhoudende stroom geladen deeltjes in het heelal zou het magnetische veld stabiliseren.
Meer informatie:
http://www.atnf.csiro.au/news/press/lmc/
Science, 11 maart 2005
4 maart 2005
Een internationaal team van onderzoekers heeft voor het eerst de verplaatsing aan de hemel van een naburig melkwegstelsel aangetoond. Het betreft het nabijgelegen stelsel M33 in het sterrenbeeld Driehoek, dat samen met ons eigen Melkwegstelsel en onder meer het Andromedastelsel tot de Lokale Groep van melkwegstelsels behoort. De metingen zijn verricht met behulp van Very Long Baseline Interferometry, een techniek waarbij radiotelescopen die duizenden kilometers uit elkaar staan, worden gekoppeld tot één reuzentelescoop. Uit de metingen blijkt dat M33 zich jaarlijks ongeveer 30 miljoenste van een boogseconde aan de hemel verplaatst. In ruimtelijke zin draait het stelsel met een snelheid van 190 km/s om ons Melkwegstelsel. Het resultaat levert ook de afstand tot M33 op: deze blijkt 2,4 miljoen lichtjaar te zijn.
Meer informatie:
http://www.astronomy.nl/navigatie/pers_index.html
http://www.nrao.edu/pr/2005/m33motion/
http://www.mpg.de
Science, 4 maart 2005
2 maart 2005
Nog meer nieuws uit de kosmische diepten: met behulp van de Europese VLT en röntgensatelliet XMM-Newton is een cluster van melkwegstelsels op recordafstand ontdekt. Het gaat om een cluster van mogelijk enkele duizenden stelsels op een afstand van ongeveer 9 miljard lichtjaar (roodverschuiving 1,4). Het opmerkelijke is dat de clusters ook rode elliptische' d.w.z. ‘oude’' stelsels bevat. Dat duidt erop dat de vorming van deze stelsels al heel vroeg in de geschiedenis van het heelal moet zijn begonnen. Clusters als deze zijn ingebed in heet gas dat röntgenstraling uitzendt' vandaar dat ze vaak met satellieten als XMM worden opgespoord.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-04-05.html
http://www.mpg.de
2 maart 2005
Met de infrarood-ruimtetelescoop Spitzer zijn op een afstand van ongeveer 11 miljard lichtjaar 31 bijzondere melkwegstelsels ontdekt. De stelsels zijn tot nu toe aan de nieuwsgierige blikken van sterrenkundigen ontsnapt doordat ze schuilgingen achter grote hoeveelheden silicaatrijk stof in hun omgeving. De stofrijke stelsels behoren niettemin tot de helderste in het heelal. Waarom de stelsels zo helder zijn en waar de grote hoeveelheden stof vandaan komen, is nog onduidelijk. Ook staat nog niet vast of zulke stelsels later in hun bestaan tot normale melkwegstelsels evolueren.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-08/release.shtml
23 februari 2005
Britse sterrenkundigen hebben een sterloos ‘melkwegstelsel’ ontdekt dat vrijwel geheel uit donkere materie bestaat. De ontdekking is gedaan met een radiotelescoop. Met zo’n instrument kan niet alleen de zwakke radiostraling van waterstofgas worden waargenomen, maar ook worden vastgesteld of dit gas beweegt. In de Virgo-cluster, waar zich ook tal van normale melkwegstelsels bevinden, werd een platte wolk waterstofgas waargenomen die honderd miljoen zonsmassa’s zwaar is. De gaswolk (VIRGOHI21) blijkt te roteren, en uit de snelheid waarmee dat gebeurt, kan worden afgeleid dat er duizend keer meer massa aanwezig moet zijn dan voor rekening komt van de waargenomen hoeveelheid waterstof. De massa bestaat waarschijnlijk uit dezelfde donkere materie die ook in normale melkwegstelsels zit, en daar vaak tachtig procent van de massa uitmaakt.
Meer informatie: http://www.pparc.ac.uk/Nw/dark_galaxy.asp
23 februari 2005
Waarnemingen met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton duiden erop dat de superzware zwarte gaten in de kernen van melkwegstelsels gemiddeld zeer snel ronddraaien. Dat blijkt uit spectraal onderzoek van de röntgenachtergrondstraling, de optelsom van de röntgenstraling van honderden miljoenen verre melkwegstelsels. In dit röntgenspectrum is een ijzerlijn te zien die een karakteristieke vorm heeft. Uit de vorm van de lijn kan onder meer worden afgeleid hoe dicht invallende materie een zwart gat kan naderen, voordat zij erin verdwijnt. De algemene relativiteitstheorie voorspelt dat deze afstand kleiner is, naarmate het zwarte gat sneller ronddraait. De waarnemingen duiden erop dat de röntgenstraling uitzendende ijzeratomen zeer dicht in de buurt van de zwarte gaten komen, wat er dus op duidt dat deze objecten snel roteren.
Meer informatie: http://sci.esa.int/science-e/www/object/index.cfm?fobjectid=36570
19 februari 2005
Het superzware zwarte gat dat in de kern van vrijwel elk melkwegstelsel schuilgaat, is doorgaans miljoenen zonsmassa’s zwaar. Onderzoek van het kleine stelsel NGC 4395 duidt er echter op dat het centrale zwarte gat in dit geval een onderdeurtje is: het weegt minder dan een miljoen zonsmassa’s. Vreemd genoeg behoort NGC 4395 wel tot de actieve melkwegstelsels, stelsels waarin het centrale zwarte gat veel energie produceert. Doorgaans hebben deze stelsels juist een zwart gat dat zeker honderd keer zo zwaar is. Het lijkt erop dat er in de (kleine) kern van NGC 4395 domweg onvoldoende materie was om een grotere massa te kunnen bereiken.
Meer informatie: http://researchnews.osu.edu/archive/minibh.htm
16 februari 2005
Onderzoek met de Japanse Subaru-telescoop op Hawaï duidt erop dat er al minder dan een miljard jaar na de oerknal clusters van melkwegstelsels in het heelal ontstonden. In een klein stukje hemel, gelegen in het sterrenbeeld Walvis, is gekeken naar de verdeling van de allerverste stelsels. Daarbij ontdekte men onder meer een groepje van zes stelsels dat binnen 3 miljoen lichtjaar van elkaar staat. Deze cluster is echter heel anders dan de clusters van nu: hij is (uiteraard) jong en bevat veel minder massa, maar het meest opvallende is nog wel dat de afzonderlijke stelsels honderd keer zo snel produceren dan verre stelsels die niet tot een cluster behoren.
Meer informatie: http://subarutelescope.org/Pressrelease/2005/02/16/index.html
15 februari 2005
De zwaarste zwarte gaten in het heelal zijn al miljarden jaren op dieet. Dat blijkt uit onderzoek met de röntgensatelliet Chandra. Zoals bekend komt in het centrum van bijna elk melkwegstelsel een superzwaar zwart gat voor. Sommige, zoals die in ons Melkwegstelsel, zijn ‘slechts’ enkele miljoenen zonsmassa’s zwaar, andere meer dan 100 miljoen zonsmassa’s. Deze massa verzamelen de zwarte gaten door materie uit hun omgeving op te slokken. De zwaarste zwarte gaten blijken hun omgeving al vroeg in de geschiedenis van het heelal ‘leeggegeten’ en groeien nu niet meer. De wat lichtere' die tussen 10 en 100 miljoen zonsmassa’s' doen het wat rustiger aan en verzamelen nog steeds materie.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2005/bhlock/
14 februari 2005
De vier gammaflitsen die tot nu toe met de nieuwe Swift-satelliet zijn ontdekt, zijn in een later stadium ook waargenomen met telescopen op aarde, waaronder de Keck-telescoop op Hawaï. De gammaflitsen vonden plaats op 23 december en 17, 24 en 26 januari. De vervolgwaarnemingen kunnen onder meer worden gebruikt om het ontstaan van de eerste melkwegstelsels in het heelal te onderzoeken. Het kortstondige felle schijnsel van een verre gammaflits gaat onderweg namelijk door intergalactische gaswolken, die hun sporen in het spectrum van de gammaflits achterlaten.
Meer informatie: http://www2.keck.hawaii.edu/news/science/swift/050214.html
9 februari 2005
Nieuwe computersimulaties laten zien dat zwarte gaten mogelijk een beperkende rol spelen bij de vorming van melkwegstelsels. Veel sterrenkundigen gaan ervan uit dat grote stelsels ontstaan door samenvoegingen van kleine dwergstelsels, die elk een zwart gat in hun centrum hebben. De computersimulaties laten zien wat er gebeurt als twee van zulke dwergstelsels samenkomen: de zwarte gaten voegen zich samen en beginnen materie uit hun omgeving op te slokken. Maar daarbij ontstaat ook een hevige sterrenwind die er niet alleen voor zorgt dat de aanvoer van nieuwe materie tot stilstand komt, maar ook het meeste gas uit het nieuw gevormde stelsel wegblaast. Gedurende deze tijd vertoont de kern van het stelsel zich als een quasar.
De quasaractiviteit zorgt er dus voor dat het zwarte gat niet verder kan groeien en maakt ook een einde aan de stervorming in het stelsel. Uit de simulaties blijkt dat de zwarte gaten in kleine stelsels meer te vertellen hebben dan in grote. Een klein stelsel bevat minder gas en is dus ook sneller leeggeblazen. In een groter stelsel moet een zwart gat een grotere omvang bereiken voordat zijn sterrenwind hevig genoeg is om de instroom van nieuwe materie tegen te houden. Dit zou ertoe moeten leiden dat stelsels met een grote zwarte gaten de meeste sterren hebben. En dat is ook precies wat er wordt waargenomen.
Meer informatie:
http://www.cmu.edu/PR/releases05/050209_blackhole.html
http://www.mpg.de
21 januari 2005
De Amerikaanse Swift-satelliet heeft op 17 januari zijn eerste gammaflits ontdekt. Het betrof een lange uitbarsting, waardoor het mogelijk was deze nog tijdens het hoogtepunt waar te nemen. Tot nog toe is op röntgengolflengten alleen het nagloeien van gammaflitsen gezien. Het ontstaan van deze grote explosies in het heelal wordt nog niet helemaal begrepen. Sommige lijken nog het meest op extreem heftige supernova-explosies, andere ontstaan wellicht door de botsing van twee neutronensterren of zwarte gaten.
Meer informatie: http://swift.gsfc.nasa.gov/docs/swift/news/2005/05-019.html
13 januari 2005
Europese sterrenkundigen hebben 195 melkwegstelsels op afstanden van 4 tot 8 miljard lichtjaar van de aarde aan een gedetailleerd onderzoek onderworpen. Daarbij is gebleken dat ongeveer 1 op 6 stelsels op die afstand tot de heldere infraroodstelsels mag worden gerekend: een soort die inmiddels bijna is verdwenen. Het kenmerk van deze stelsels is dat ze zeer veel sterren produceren. Deze hevige stervorming wordt in verband gebracht met de verstoringen in het gas binnen deze stelsels die optreden als twee stelsels met elkaar botsen. Dat is verrassend, omdat veel theorieën over de evolutie van melkwegstelsels ervan uitgaan dat er de laatste 8 miljard jaar niet zo veel botsingen hebben plaatsgevonden. Om dit te kunnen verklaren hebben de onderzoekers een nieuw scenario bedacht dat ook het bestaan van de huidige grote populatie van spiraalstelsels moet verklaren. Volgens dit scenario zouden bij de botsing tussen twee grote stelsels niet alleen elliptische stelsels kunnen ontstaan, zoals veelal wordt aangenomen, maar ook spiraalstelsels met een grote centrale verdikking.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2005/pr-01-05.html
12 januari 2005
Onderzoek van het dwergstelsel UGC 5288 heeft een opmerkelijke eigenschap aan het licht gebracht. Het kleine melkwegstelsel is gehuld in een grote schijf van waterstofgas waarvan de samenstelling sinds de begintijd van het heelal onveranderd is gebleven. De gasschijf is meer dan zeven keer zo groot als het eigenlijke melkwegstelsel. Waarom het gas in de schijf nog zo ‘maagdelijk’ is en er geen sterren in zijn ontstaan, is nog onduidelijk. Er zijn weliswaar meer dwergstelsels bekend die zo’n gasschijf hebben, maar daarbij is het gas duidelijk uit het stelsel zelf geblazen of getrokken. Het gas rond UGC 5288 lijkt volkomen onverstoord.
Meer informatie: http://newsinfo.iu.edu/news/page/normal/1801.html
12 januari 2005
Voor het eerst zijn sterrenkundigen erin geslaagd een populatie van jonge sterren op te sporen in de Kleine Magelhaense Wolk, een begeleider van het Melkwegstelsel. In het stervormingsgebied NGC 346 zijn ‘babysterren’ waargenomen die nog niet eens echt ‘ontbrand’ zijn’: de waterstoffusie in hun kern is nog niet op gang gekomen. In de Kleine Magelhaense Wolk worden minder sterren gevormd dan in het Melkwegstelsel, omdat het kleine buurstelsel arm is aan elementen zwaarder dan helium.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2005/04
11 januari 2005
Vijf jaar geleden zijn ver in het heelal reusachtige mysterieuze ‘klodders’ ontdekt. Het zijn grote wolken van gloeiend heet waterstofgas die complete melkwegstelsels omhullen. De Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer heeft deze vaak zeer heldere stelsels aan een nader onderzoek onderworpen. Het lijkt er nu op dat elke ‘klodder’ niet één, maar meerdere stelsels omhult die bezig zijn met elkaar samen te smelten. Het is echter nog onbekend wat het verband is tussen deze ‘kosmische fusies’ en de grote waterstofomhulsels.
Meer informatie: http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2005-03/release.shtml
10 januari 2005
Spectrografische waarnemingen van drie grote hete gaswolken in de buurt van een zwart gat hebben uitgewezen dat deze met een snelheid van 30.000 kilometer per seconde' ongeveer een tiende van de lichtsnelheid' om het gat draaien. Dat blijkt uit waarnemingen van de Europese röntgensatelliet XMM-Newton van de kern van het melkwegstelsel Markarian 766, dat zich op een afstand van 170 miljoen lichtjaar bevindt. Het zwarte gat in de kern van Markarian 766 is betrekkelijk klein en licht: het weegt slechts enkele miljoenen zonsmassa’s. Soortgelijke zwarte gaten in de kernen van andere stelsels wegen wel 100 miljoen zonsmassa’s en meer.
Meer informatie:
http://www.esa.int/esaSC/Pr_1_2005_s_en.html
http://www.nasa.gov/centers/goddard/universe/blackhole_race.html
6 januari 2005
De donkere materie in clusters van melkwegstelsels is niet gelijkmatig verdeeld. Dat blijkt uit onderzoek van Hubble-opnamen van zogeheten gravitatielenzen. Clusters bestaan doorgaans uit honderden melkwegstelsels die bij elkaar blijven onder invloed van de zwaartekracht. Uit onderzoek blijkt dat 90 procent van de aanwezige materie niet waarneembaar is als sterren of gaswolken. Waar die materie dan wél uit bestaat, is nog onbekend. Door nauwkeurig te onderzoeken hoe het licht van verder weg gelegen melkwegstelsels door clusters wordt afgebogen' het gravitatielenseffect' heeft men nu vast kunnen stellen dat de donkere materie geklonterd is.
Meer informatie: http://www.yale.edu/opa/newsr/05-01-06-01.all.html
5 januari 2005
Met behulp van de röntgensatelliet Chandra hebben sterrenkundigen naar eigen zeggen de ‘hevigste uitbarsting’ in het heelal opgespoord: een superzwaar gat dat in een enorm tempo materie opslokt. De gevolgen van de uitbarsting zijn te zien in een verre cluster van melkwegstelsel. In het hete gas dat de ruimte tussen de stelsels vult zijn twee enorme holtes waargenomen, die door het actieve zwarte gat in de kern van het grootste stelsel zijn leeggeblazen. De uitbarsting is waarschijnlijk al 100 miljoen jaar aan de gang en daarbij is een hoeveelheid energie vrijgekomen die gelijkstaat aan honderden miljoenen gammaflitsen. Om zo veel energie te produceren, moet het zwarte gat naar schatting 300 miljoen zonsmassa’s aan materie (van onbekende oorsprong) hebben opgeslokt.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2005/ms0735/
5 januari 2005
De in november 2004 gelanceerde röntgensatelliet Swift heeft zijn eerste blik op het heelal geworpen. Daarbij is direct al het nagloeien van een gammaflits waargenomen: het zo spoedig mogelijk opsporen van gammaflitsen is de belangrijkste taak van deze satelliet. Een gammaflits is een korte uitbarsting van gamma- en röntgenstraling die optreedt bij een hevige explosie in het heelal. Swift zal de (röntgen)spectra van deze explosies opnemen om meer te weten te komen over de oorzaak van zo’n explosie. Tot nu toe gaan sterrenkundigen ervan uit dat de wat langere gammaflitsen (>10 sec) ontstaan bij de zwaarste supernova-explosies; de kortere zouden het gevolg zijn van botsingen tussen twee zwarte gaten of neutronensterren.
Meer informatie:
http://swift.gsfc.nasa.gov/docs/swift/news/2005/05-005.html
http://www.nasa.gov/vision/universe/watchtheskies/swift_first_light.html
21 december 2004
De Amerikaanse satelliet Galaxy Evolution Explorer (GALEX) heeft mogelijk grote, betrekkelijk nabije ‘baby-melkwegstelsels’ ontdekt. Dat is verrassend omdat sterrenkundigen er lang van uit zijn gegaan dat er in het huidige heelal alleen nog kleine stelsels worden gevormd. Er zijn enkele tientallen heldere, compacte melkwegstelsels waargenomen die veel overeenkomsten vertonen met de jonge stelsels die op meer dan 10 miljard lichtjaar te zien zijn. Het grote verschil is dat sommige van de nu ontdekte stelsels ‘slechts’ 2 miljard lichtjaar van ons verwijderd zijn. De stelsels produceren opvallend veel ultraviolette straling, wat erop duidt dat er hevige stervorming en talrijke supernova-explosies plaatsvinden. Oudere stelsels, zoals ons Melkwegstelsel, vertonen deze activiteit in veel mindere mate.
Meer informatie: http://www.nasa.gov/centers/jpl/missions/galex.html?msource=294
1 december 2004
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop is een klein, nabij melkwegstelsel onderzocht dat mogelijk veel weg heeft van de eerste stelsels die het heelal bevolkten. Het stelsel, I Zwicky 18, bevindt zich op een afstand van slechts 45 miljoen lichtjaar en is naar schatting slechts 500 miljoen jaar oud. Daarmee is het dwergstelsel een laatkomer op het kosmische toneel. Om de een of andere reden is de stervorming in de gaswolk waaruit het nakomertje is ontstaan pas heel laat op gang gekomen. Dat het ook werkelijk een jong stelsel moet zijn, blijkt uit het feit dat er geen oude sterren in zijn aangetroffen; ook bestaat het aanwezige gas nog vrijwel uitsluitend uit waterstof en helium' de twee lichte elementen die bij de oerknal zijn ontstaan.
Meer informatie: http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2004/35/
1 december 2004
Met de Very Large Telescope, de Europese telescoop die in het noorden van Chili staat, zijn zeer gedetailleerde opnamen gemaakt van twee grote melkwegstelsels waarin zich de afgelopen jaren een supernova-explosie van type Ib of Ic heeft voltrokken. Dit type supernova-explosie voltrekt zich in dubbelstersystemen waarin een zware ster zijn hele waterstofmantel overdraagt aan een begeleider, alvorens te ontploffen. Het betreft de stelsels NGC 6118, dat zich op een afstand van 80 miljoen lichtjaar bevindt, en NGC 7424, dat ‘slechts’ 40 miljoen lichtjaar van ons verwijderd is. De supernova in NGC 6118 was dit jaar te zien, die in het vergelijkbare stelsel NGC 7424 al in 2001. Men hoopt met toekomstige waarnemingen de beide begeleiders van deze supernova’s te kunnen opsporen.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/phot-33-04.html
22 november 2004
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra zijn opnieuw aanwijzingen gevonden dat quasars' de heldere kernen van actieve melkwegstelsels' al vroeg tijdens de eerste miljard jaar na de oerknal zijn ontstaan. Dat blijkt uit het bestaan van quasar SDSSp J1306, die zich op een afstand van 12,7 miljard lichtjaar bevindt. Het zwarte gat dat als energiecentrale van deze quasar fungeert moet ongeveer een miljard zonsmassa’s zwaar zijn. Eerder was al een quasar ontdekt op 12,8 miljard lichtjaar (SDSSp J1030). Naar een sluitende verklaring voor de snelle vorming van deze superzware zwarte gaten wordt nog gezocht, maar aangenomen wordt dat deze samenhangt met het ontstaan van de eerste generaties sterren in het heelal, die vermoedelijk grote aantallen zwarte gaten van 100 zonsmassa’s hebben achtergelaten.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu
18 november 2004
Onderzoek aan nabije dwergstelsels kan wellicht inzicht geven in de vorming van de eerste sterren in het heelal. Veel sterrenkundigen denken immers dat de stervorming in het heelal ooit in zulke kleine stelsels is begonnen, en dat de grote melkwegstelsels het resultaat zijn van ‘fusies’ van dwergstelsels. Dwergstelsels zijn bovendien arm aan stof en zware elementen' net als hun voorgangers van 13 miljard jaar geleden. Europees onderzoek aan het nabije dwergstelsel NGC 5253 toont aan dat hier in groot tempo sterren worden geproduceerd. Er zijn maar liefst 115 sterrenhopen opgespoord, waarvan de helft jonger is dan 20 miljoen jaar. De onderzoekers denken dat de eerste stelsels die het heelal bevolkten veel op NGC 5253 hebben geleken.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/phot-31-04.html
18 november 2004
De buitenste delen van melkwegstelsels laten zich moeilijk bestuderen, omdat ze zo weinig licht uitzenden. Maar uit Frans radiosterrenkundig onderzoek van het kleine stelsel NGC 4414 blijkt dat er op grote afstand van het centrum nog koolmonoxide te vinden is. Dat is doorgaans een sterke aanwijzing voor de aanwezigheid van moleculaire waterstofwolken. Dat zou betekenen dat het stelsel anderhalf keer zo groot is als het lijkt. De waterstofwolken omvatten echter niet veel massa, waardoor het onwaarschijnlijk is dat ze een grote bijdrage leveren aan de donkere materie die in de buitengebieden van veel spiraalstelsels wordt aangetroffen.
Meer informatie: Nature, 18 november 2004
8 november 2004
Radioastronomen denken het antwoord te hebben gevonden op de vraag ‘Wat kwam er eerder: superzware zwarte gaten of grote melkwegstelsels?’. Sinds enkele jaren is bekend dat er een verband bestaat tussen de massa van het zwarte gat dat in de kern van bijna elk stelsel wordt aangetroffen en de totale massa van de ‘bulge’' het centrale, dikke deel van het stelsel. Waarnemingen van de quasar J1148+5251 duiden er nu op dat dit object wél een superzwaar zwart gat heeft, maar géén zware bulge. Omdat de quasar erg jong moet zijn' hij bevindt zich op een afstand van bijna 13 miljard lichtjaar' zou dat kunnen betekenen dat de zwarte gaten de fundamenten van de sterrenstelsels zijn.
Meer informatie: http://www.nrao.edu/pr/2004/quasarbh
26 oktober 2004
Donkere materie blijft een duistere kwestie. Enige tijd geleden hebben Europese onderzoekers vastgesteld dat door hen onderzochte ‘eenzame’ elliptische melkwegstelsels geen halo van donkere materie hebben. Maar met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra is nu een uitgebreid omhulsel van heet gas ontdekt om het elliptische stelsel NGC 4555. De gaswolk heeft een temperatuur van 10 miljoen graden en een middellijn van ongeveer 400.000 lichtjaar, wat ongeveer tweemaal de grootte van het zichtbare deel van het stelsel is. Om zo’n grote wolk heet gas in bedwang te houden, is veel zwaartekracht nodig' veel meer dan de zichtbare materie (sterren en gas) kan leveren. Dat zou betekenen dat NGC 4555, een stelsel dat niet tot een groep of cluster van stelsels behoort, wel degelijk gehuld is in een halo van donkere materie. De totale massa ervan zou ongeveer tienmaal zo groot zijn als die van alle sterren en gaswolken in het stelsel bij elkaar. De vraag is nu: waarom NGC 4555 wél en die andere stelsels niet?
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu
http://chandra.nasa.gov
22 oktober 2004
Een internationaal team van sterrenkundigen is er in geslaagd om zeer nauwkeurig de snelheden te meten van veertig planetaire nevels die tussen de stelsels van de Virgo-cluster zwerven. Deze snelheidsmetingen kunnen worden gebruikt om vast te stellen welke (gravitatie)krachten er binnen de cluster werkzaam zijn. Daarbij is gebleken dat de materie in de Virgo-cluster zeer ongelijkmatig verdeeld moet zijn. Het lijkt erop dat de cluster nog niet ‘af’ is: hij bestaat uit kleinere groepjes stelsels die nog bezig zijn zich te herverdelen. Tevens is gebleken dat het grote stelsel M87 over een zeer uitgebreide halo van sterren beschikt, die zich tot een afstand van zeker 210.000 lichtjaar uitstrekt. Daarmee zou dit stelsel meer dan tweemaal zo groot zijn als ons Melkwegstelsel.
Meer informate: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/pr-24-04.html
30 september 2004
Zware supernova-explosies (gammaflitsen) mogelijk ‘aangekondigd’ door röntgenflitsen' meer informatie.
23 september 2004
Nadere inspectie van de ‘diepste’ opname van het heelal, het Hubble Ultra Deep Field, heeft enkele zeer vroege melkwegstelsels opgeleverd, die druk bezig zijn sterren te vormen. De (dwerg)stelsels bevinden zich op ongeveer 700 miljoen lichtjaar van de rand van het zichtbare heelal. Maar waarschijnlijk betreft het niet de eerste generatie stelsels, die d.m.v. de straling van hun sterren het heelal na de oerknal doorzichtig hebben gemaakt. De straling die zij produceren lijkt althans onvoldoende. Dat zou erop kunnen duiden dat er in deze oerstelsels minder sterren werden geproduceerd dan men verwachtte.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2004/28
23 september 2004
Een internationaal onderzoeksteam heeft een ‘nabije’ frontale botsing tussen twee clusters van melkwegstelsels waargenomen. De waarneming is gedaan met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton. Bij de botsing, die uiteraard nog in volle gang is, worden complete stelsels weggeslingerd en ontstaan hevige schokgolven. Dit alles speelt zich af in de cluster Abell 754 op 800 miljoen lichtjaar van de aarde.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2004/0831galaxymerger.html
9 september 2004
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft nauwkeurig onderzoek gedaan van materie die om een (superzwaar) zwart gat draait. Het betrof een pluk heet gas op ongeveer 1 astronomische eenheid (150 miljoen km) van het centrum van het melkwegstelsel NGC 3516. Door de enorme aantrekkingskracht van het zwarte gat dat hier schuilgaat, deed het gas er slechts zes uur over één omloop. Uit de (röntgen)waarnemingen kon een nieuwe waarde voor de massa van het zwarte gat worden afgeleid: 10 tot 50 miljoen zonsmassa's. Deze uitkomst is in overeenstemming met eerdere schattingen die op andere wijze waren verkregen.
Meer informatie: http://www-xray.ast.cam.ac.uk/papers/Iwasawa.pdf
9 september 2004
Het centrum van de Fornax-cluster, een relatief ‘nabije’ verzameling melkwegstelsels, is gehuld in een enkele honderdduizenden lichtjaren grote wolk van heet gas, die aan een soort tegenwind onderhevig lijkt. Dat duidt erop dat de hete gaswolk met hoge snelheid door een nog grotere, ijlere gaswolk beweegt. Omdat ook enkele melkwegstelsels in de richting van de gaswolk bewegen, lijkt het erop dat er in de Fornax-cluster een onzichtbare, grote structuur van donkere materie zit die alles naar een gemeenschappelijke zwaartepunt toe trekt.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2004/fornax/
7 september 2004
Het septembernummer van The Astrophysical Journal Supplement staat geheel in het teken van onderzoeksresultaten van de Amerikaanse infraroodsatelliet Spitzer, die nu een jaar in bedrijf is. De ruimtetelescoop heeft onder meer de bekende Antennestelsels aan een nader onderzoek onderworpen' twee melkwegstelsels die met elkaar in botsing zijn. Bij deze botsing worden gas- en stof wolken in beroering gebracht, wat ter plaatse tot stervorming leidt. Gebleken is dat de stervormingsactiviteit in beide stelsels zich grotendeels afspeelt in het botsingsgebied.
Meer informatie:
http://www.spitzer.caltech.edu/Media/releases/ssc2004-14/release.shtml
http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0429image.html
2 september 2004
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een fraaie opname gemaakt van een supernova-explosie in het verre melkwegstelsel NGC 2403. Hoewel de afstand tot dit stelsel ongeveer 11 miljoen lichtjaar bedraagt, is het de meest nabije supernova in meer dan tien jaar. NGC 2403 is rijk aan zware sterren, en het is dus niet verwonderlijk dat in ditzelfde stelsel de afgelopen vijftig jaar drie supernova-explosies zijn waargenomen. De supernova is op 31 juli jl. ontdekt door de Japanse amateur-astronoom Koichi Itagaki.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2004/23
13 augustus 2004
Röntgensatelliet Chandra 'kiekt' melkwegstelsels in wording.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2004/a2125/
5 augustus 2004
Dwergstelsels niet zo klein en maagdelijk als gedacht.
Meer informatie: http://subarutelescope.org/Pressrelease/2004/08/05/index.html
5 augustus 2004
Fraaie Hubble-opname van extragalactisch melkwegstelsel.
Meer informatie: http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2004/25/
4 augustus 2004
Meest nabije gammaflits ooit gedetecteerd; mogelijk nieuwe klasse van 'zwakke' gammaflitsen.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/press/04_releases/press_080404.html
22 juli 2004
Hubble-telescoop maakt snapshot van een groepje melkwegstelsels
Meer informatie: http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2004/21/
20 juli 2004
Ringen van gas rond zwarte gaten nader onderzocht.
Meer informatie: http://www.esa.int/esaSC/Pr_16_2004_s_en.html
19 juli 2004
Infraroodsatelliet Spitzer spoort verre starburst-stelsels op.
Meer informatie:
http://astro.kent.ac.uk/%7esbgs/press_release/press_release/serjeant_spitzer_release.htm
http://skyandtelescope.com/aboutsky/pressreleases/article_1297_1.asp
6 juli 2004
Gravitatielens Klaverbladquasar door Chandra ontleed.
Meer informatie: http://www.pparc.ac.uk/Nw/Ateroid_alley.asp
28 juni 2004
Mogelijke ‘tweeling’ van ons Melkwegstelsel in infrarood gefotografeerd.
Meer informatie: http://photojournal.jpl.nasa.gov/catalog/PIA06322
10 juni 2004
Met een internationaal netwerk van radiotelescopen hebben sterrenkundigen een supernovarest in het melkwegstelsel NGC 891 onderzocht. De betreffende supernova-explosie heeft in 1986 plaatsgevonden en daarbij is vermoedelijk een neutronenster of zwart gat ontstaan. Deze laatste bevindt zich op de plek waar sinds kort een helder object te zien is. Onduidelijk is nog of de grote helderheid te danken is aan snel bewegende materie die op het punt staat verzwolgen te worden door een zwart gat of aan de pulsaractiviteit van een jonge neutronenster. Dat zal moeten blijken uit de waarnemingen die de komende jaren gedaan worden.
Meer informatie:
http://www.nrao.edu/pr/2004/sn1986j/
http://www.space.com/scienceastronomy/supernova_blackhole_040610.html
2 juni 2004
Sterrenkundigen hebben spectroscopisch onderzoek gedaan van een aantal zwakke, rode melkwegstelsels, zoals deze te zien zijn op het Hubble Ultra Deep Field (HUDF)' een extreem lang belichte Hubble-opname. Zestien van 22 onderzochte stelsels blijken inderdaad verre stelsels te zijn, maar de zes andere niet: dat zijn nabijere stelsels die hun rode kleur aan rijkelijk aanwezig stof te danken hebben en rode sterren in ons eigen Melkwegstelsel. De verre melkwegstelsels bestonden al toen het heelal slechts ongeveer een miljard jaar oud was, maar hun sterpopulaties lijken sterk op die van de huidige melkwegstelsels. En dat terwijl sommige onderzoekers vooraf hadden voorspeld dat de stelsels veel extreem hete, blauwe sterren zouden moeten bevatten.
Meer informatie: http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/nuggets/1086193800
1 juni 2004
Nog meer nieuws van ‘Spitzer’. Met de infrarood-ruimtetelescoop is ook gekeken naar het ‘hart’ van het actieve melkwegstelsels Centaurus A. Daar blijkt een vrij hoekige structuur zichtbaar te zijn, die waarschijnlijk het overblijfsel is van een kleiner melkwegstelsel dat naar schatting 200 miljoen jaar geleden door Centaurus A is opgeslokt. Op eerdere opnamen leek de structuur nog het meest op een ‘stofbalk’, maar nu blijkt dat het meer een parallellogram is. De vorm kan worden verklaard met een model waarbij een vlak spiraalstelsel in een grote elliptisch stelsel valt en daarbij wordt vervormd.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2004/139.cfm
1 juni 2004
Met de drie grote Amerikaanse ruimtetelescopen Chandra, Hubble en Spitzer zijn enkele van de verste objecten in het heelal onderzocht. Het begon allemaal met Chandra, die meer dan 200 röntgenobjecten ontdekte bij de verkenning van een klein stukje (zuidelijke) hemel. Met Hubble bleek dat de meeste van deze röntgenobjecten deel uitmaken van verre, zwakke melkwegstelsels, wat in overeenstemming was met het vermoeden dat de röntgenstraling afkomstig was uit de omgeving van superzware zwarte gaten in de kernen van melkwegstelsels. Maar in zeven gevallen kon zo’n stelsel niet worden opgespoord. Dat is nu wel gelukt met Spitzer. Aangenomen wordt dat de betreffende stelsels zo rijk aan stof zijn, dat ze op zichtbare golflengten vrijwel onzichtbaar zijn.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/news/2004/19
http://www.jpl.nasa.gov/releases/2004/139.cfm
http://www.spitzer.caltech.edu
http://www.chandra.harvard.edu
28 mei 2004
Europese sterrenkundigen hebben met het Astrofysische Virtuele Observatorium (AVO) dertig superzware zwarte gaten ontdekt, die niet eerder waren opgevallen, omdat ze achter dichte stofwolken schuilgaan. Dat stof wordt overigens door de zwarte gaten zélf verzameld. Een van de conclusies van het onderzoek is dat er waarschijnlijk (veel) meer superzwarte gaten zijn dan men tot nu toe dacht. Maar het meest bijzondere van de ontdekking is misschien nog wel dat er geen nieuwe waarnemingen aan te pas zijn gekomen: het AVO is in feite niets anders dan een toegangspoort tot gegevens die (voor allerlei doeleinden) op verschillende golflengten met de Hubble-ruimtetelescoop, de Very Large Telescope en de Chandra-röntgentelescoop zijn verzameld.
Meer informatie:
http://www.spacetelescope.org/news/html/heic0409.html
http://www.euro-vo.org/
25 mei 2004
Het lijkt erop dat quasars' actieve kernen van verre melkwegstelsels' vooral in kleine stelsels worden aangetroffen, en niet in de grote en/of botsende stelsels waar sterrenkundigen ze juist verwachtten. De gebruikelijke interpretatie is dat quasars hun enorme energieproductie ontlenen aan een superzwaar zwart gat. In dat geval verwacht je ook dat de grootste stelsels de zwaarste zwarte gaten en de helderste kernen hebben. Maar uit nieuw onderzoek door een internationaal team van sterrenkundigen blijkt nu dat bij de meeste quasars het moederstelsel zo nietig is, dat het (in het infrarood) niet waarneembaar is. De grote energieproductie van de quasars is blijkbaar (meestal) niet het gevolg van een bijzondere situatie, zoals een botsing tussen twee stelsels. De onderzoekers vermoeden nu dat de zwarte gaten die de quasars aandrijven worden gevoed met het gas dat vroeg in de geschiedenis van het heelal nog in overvloed aanwezig is.
Meer informatie: http://www.gemini.edu/project/announcements/press/2004-11.html
21 mei 2004
Sterrenkundigen denken de bron te hebben ontdekt van een supersnelle ‘deeltjeswind’ die vanuit het melkwegstelsel M82 de ruimte in blaast. M82 is een zogeheten ‘actief stelsel’ dat verscheidene heldere jonge sterrenhopen in zijn centrum heeft. Daarnaast heeft het stelsel twee reusachtige jets of straalstromen van heet gas, die zich tienduizenden lichtjaren ver uitstrekken. Uit onderzoek blijkt nu dat de beide straalstromen in feite uit meerdere gasstromen bestaan, waarvan de bronnen bij de diverse jonge sterrenhopen liggen.
Meer informatie: http://www.news.wisc.edu/9843.html
10 mei 2004
Radio- en röntgenonderzoek van het reuzenelliptische stelsel M87 hebben nieuwe informatie opgeleverd over de herhaalde uitbarstingen die plaatsvinden in de buurt van het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel. De verschillende ringen, bellen, pluimen en jets' in afmetingen variërend van een paar duizend tot een paar honderdduizend lichtjaar' duiden erop dat de activiteit in het hart van M87 al honderden miljoenen jaren aan de gang is. De periodieke activiteit van het zwarte gat is mogelijk het gevolg van een zelfregulerend proces: het gat trekt gas uit zijn omgeving aan, dat zich in een accretieschijf verzamelt; als deze schijf te ‘vol’ wordt, resulteert dit in een explosieve uitbarsting die de verdere aanvoer van gas voor een paar miljoen jaar stopzet.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2004/m87/
5 mei 2004
Met MIDI, de Nederlandse infrarood-interferometer op de Very Large Telescope in Chili, is nieuw onderzoek gedaan aan de kern van het actieve melkwegstelsel NGC 1068. Aangenomen wordt dat in deze kern een superzwaar zwart gat schuilgaat, dat bezig is met veel geweld gas en stof uit z'n omgeving op te slokken. Vanaf de aarde kunnen we niet helemaal tot in de kern van NGC 1068 kijken, naar men aannam omdat het zicht geblokkeerd wordt door gas en stofwolken. De interferometrische waarnemingen met MIDI in juni en november 2003 hebben, figuurlijk althans, de mist doen optrekken. Het zwarte gat in NGC 1068 blijkt omringd door een plompe, roterende torus (de vorm van een autobinnenband) van gas en stof, iets warmer dan kamertemperatuur, met een diameter van 11 lichtjaar en een hoogte van 7 lichtjaar. Daarbinnen bevindt zich een afgeplatte wolk heet gas en stof van minstens 500 graden Celsius met een diameter van 2 lichtjaar. Het zwarte gat zelf, dat honderd miljoen keer zwaarder is dan de zon, is niet veel groter dan de baan van Mars om de
zon (0,00003 lichtjaar), en daarom veel te klein om direct waar te nemen.
Meer informatie:
http://www.astronomy.nl
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/pr-10-04.html
30 april 2004
Nieuw Amerikaanse onderzoek duidt erop dat sterke magnetische velden een cruciale rol spelen bij het ontstaan van zogeheten gammaflitsen. Algemeen wordt aangenomen dat gammaflitsen het gevolg zijn van de zwaarste supernova-explosies, de computersimulaties laten nu zien welke fysische processen mogelijk aan de eigenlijke ‘flits’ ten grondslag liggen.
Meer informatie: http://www.riceinfo.rice.edu/projects/reno/Newsrel/2004/20040430_bursts.shtml
1 april 2004
Bij een recente survey met de Anglo-Australian Telescope (AAT) zijn tientallen mini-melkwegstelsels ontdekt in de Fornax- en Virgo-clusters. Het zijn zogeheten ‘ultracompacte dwergstelsels’, waarvan men aanneemt dat het achterblijvers zijn van de kleine oerstelsels waaruit lang geleden de grote, ‘normale’ melkwegstelsels zijn ontstaan. De kleine stelsels, die veel compacter zijn dan andere kleine melkwegstelsels, zijn lange tijd over het hoofd gezien, omdat ze maar moeilijk van sterren te onderscheiden zijn.
Meer informatie: http://www.ras.org.uk/html/press/pn0412ras.html
31 maart 2004
Nog meer nieuws van de Andromedanevel. Een internationaal team van sterrenkundigen heeft met de 2,5-m telescoop op La Palma de omgeving van dit melkwegstelsel in kaart gebracht. Daarbij zijn niet alleen veertien nieuwe bolvormige sterrenhopen ontdekt, maar zijn ook aanwijzingen gevonden dat de Andromedanevel bezig is om zijn satellietstelsel NGC 205 uit elkaar te trekken. Vanuit NGC 205 strekt zich een 50.000 lichtjaar lang lint van sterren uit dat nog niet eerder is waargenomen.
Meer informatie: http://www.ras.org.uk/html/press/pn0417ras.html
30 maart 2004
Sterrenkundigen hebben tien ‘kandidaat-zwarte gaten’ ontdekt in de Andromedanevel, het grote buurstelsel van het Melkwegstelsel op een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. Dat is het resultaat van waarnemingen met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton. Met dit instrument is röntgenstraling waargenomen van zogeheten lichte röntgendubbelsterren: dubbelsterren waarin een gewoonlijk een neutronenster en een gewone ster om elkaar heen draaien. Soms kan het echter gaan om een zwart gat in plaats van een neutronenster, en de onderzoekers menen nu aan de variabiliteit van de röntgenstraling te kunnen zien in welke gevallen dat inderdaad zo is.
Meer informatie: http://www.ras.org.uk/html/press/pn0407ras.html
22 maart 2004
Onderzoek aan gepolariseerd licht van de supernova 2002ic heeft veel duidelijk gemaakt over de processen die zich afspelen bij explosie van dit type (supernovae van type Ia). Een internationaal team van sterrenkundigen heeft vastgesteld dat de ontploffing plaatsvond in een dunne, compacte schijf van klonterig gas en stof dat voordien door een begeleidende ster was uitgestoten. Daarmee lijkt het ‘mechanisme’ van dit type supernova-explosies, dat altijd plaatsvindt in dubbelstersystemen waarin een normale ster materie overdraagt aan een witte dwerg, sterk op dat van het ontstaan van protoplanetaire nevels.
Meer informatie: http://www.lbl.gov/Science-Articles/Archive/Phys-white-dwarf.html
9 maart 2004
Wauw. Erg wetenschappelijk klinkt dat niet, maar het is toch het eerste dat bij je opkomt als je de nieuwe ‘diepe’ opname van de Hubble-ruimtetelescoop voor het eerst ziet. De ‘Hubble Ultra Deep Field’ (HUDF) is een vervolg op de langbelichte opnamen die alweer enkele jaren geleden werden gemaakt. De nieuwe versie laat veel méér zien, omdat er met betere camera’s is gewerkt. Er is alles bij elkaar ruwweg een miljoen seconden, oftewel 278 uur, belicht. Het is de bedoeling dat op de nieuwe opname naar melkwegstelsels uit de begintijd van het heelal wordt gespeurd. Hoewel het beeldveld tien keer zo klein is als de Volle Maan, zijn er hier naar schatting tienduizend afzonderlijke stelsels te zien.
Meer informatie:
http://www.spacetelescope.org/news/html/heic0406.html
http://hubblesite.org/news/2004/07
1 maart 2004
Franse en Zwitserse sterrenkundigen hebben een nieuw afstandsrecord gevestigd. Waarnemingen van een ver melkwegstelsel, waarvan het licht door het gravitatie-effect van een cluster op de voorgrond is ‘versterkt’, hebben uitgewezen dat het stelsel zich op roodverschuiving 10 bevindt. De vorige recordhouder zit op 7. Een roodverschuiving van 10 komt overeen met een afstand van 13,23 miljard lichtjaar, oftewel 470 miljoen lichtjaar van de ‘rand’ van het zichtbare heelal. Het verre oerstelsel lijkt tienduizend keer zo licht te zijn als ons eigen Melkwegstelsel, en zou wel eens het eerste waargenomen exemplaar van een nieuwe klasse van objecten kunnen zijn.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2004/pr-04-04.html
1 maart 2004
Een paar jaar geleden maakten sterrenkundigen voor het eerst bekend dat er mogelijk een derde soort zwarte gaten bestaat. Het zou gaan om objecten van een paar honderd zonsmassa’s' een tussenvorm van stellaire zwarte gaten en de superzware zwarte gaten die in de kernen van melkwegstelsels worden aangetroffen. In het melkwegstelsel M101 zijn met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra objecten waargenomen die mogelijk in de nieuwe categorie vallen. Ondanks hun temperatuur van ‘slechts’ een paar miljoen graden produceren ze om onduidelijke redenen veel röntgenstraling. Een andere verklaring voor de objecten is dat het ‘normale’ zwarte gaten of neutronensterren betreft, die gehuld zijn in grote gaswolken.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2004/m101/
19 februari 2004
Zeventien jaar geleden verscheen de helderste supernova sinds 400 jaar aan de (zuidelijke) hemel: SN 1987A. Hoewel de eigenlijke explosie al lang geleden is, en het restant van de supernova vele malen zwakker is geworden, staan we toch aan de vooravond van een nieuwe ‘lichtshow’. Zoals een recente Hubble-opname laat zien, is rond de ontplofte ster nu een ‘parelsnoer’ van licht te zien. De ‘parels’ worden veroorzaakt door schokgolven van de supernova, die op gas in de omgeving inslaan. Daarbij wordt het gas, dat ongeveer 20.000 jaar voor de supernova-explosie door de ster is uitgestoten, verhit tot ruwweg een half miljoen graden. Verwacht wordt dat in de loop van de komende jaren de hele ring heet genoeg zal worden om licht uit te zenden.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2004/09
18 februari 2004
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra en zijn Europese soortgenoot XMM-Newton is waargenomen hoe een superzwaar zwart gat een ster opslokt' althans: de gevolgen daarvan op röntgengolflengten. Wat waargenomen is, is een krachtige röntgenuitbarsting in de kern van het melkwegstelsel RXJ1242-11. Deze uitbarsting, een van de hevigste die ooit in een stelsel zijn waargenomen, werd veroorzaakt doordat miljoenen graden heet gas door het zwarte gat in de kern van RXJ1242-11 werd opgeslokt. Overigens gaat bij dit ‘opslokken’ het overgrote deel van de materie van de ster verloren: het wordt de ruimte in geslingerd. Slechts ongeveer één procent komt daadwerkelijk in het zwarte gat terecht.
Meer informatie:
http://www.esa.int/export/esaSC/SEMUPO1PGQD_extreme_0.html
http://chandra.harvard.edu/photo/2004/rxj1242/
http://www1.msfc.nasa.gov/NEWSROOM/news/releases/2004/04-021.html
http://science.nasa.gov/headlines/y2004/18feb_mayhem.htm?list137719
15 februari 2004
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft een melkwegstelsel op recordafstand ontdekt. Het stelsel bevindt zich op ruwweg 13 miljard lichtjaar, een afstand waarop gewoonlijk alleen quasars (heldere kernen van melkwegstelsels) waargenomen worden. Dat het complete stelsel te zien is, is te danken aan de lenswerking van een groep stelsels die dichterbij staat: Abell 2218. Door het zogeheten gravitatielenseffect wordt het licht van het verder weg gelegen stelsel met een factor 25 versterkt. Desondanks is het zelfs met de Hubble-ruimtetelescoop en de grote Keck-telescoop op Hawaï niet makkelijk waarneembaar. De sterrenkundigen schatten dat het verre melkwegstelsel, dat heel jong moet zijn, slechts een paar duizend lichtjaar groot is.
Meer informatie:
http://www.spacetelescope.org/bin/news.pl?string=heic0404
http://www2.keck.hawaii.edu/news/draftz_7.html
13 februari 2004
In het kader van de Sloan Digital Sky Survey zijn weer dertien verre quasars opgespoord. De verste, in het sterrenbeeld Grote Beer, bevindt zich op ruwweg 13 miljard lichtjaar en is ontstaan toen het heelal slechts 6 procent van zijn huidige leeftijd had: 700 miljoen jaar na de oerknal. Quasars zijn de kernen van jonge melkwegstelsels: ze worden aangedreven door een superzwaar zwart gat. Het is vooralsnog een raadsel hoe er zo kort na de oerknal al zulke zware zwarte gaten kunnen zijn ontstaan.
Meer informatie:
http://uanews.org/cgi-bin/WebObjects/UANews.woa/2/wa/MainStoryDetails?ArticleID=8610
http://www.sdss.org
11 februari 2004
De meeste zogeheten gravitatielenzen laten twee of vier afbeeldingen van een ver achtergrondobject zien. Dat is vreemd, omdat theoretisch juist een oneven aantal afbeeldingen wordt verwacht. Nader onderzoek aan het systeem PMN J1632-0033, dat een dubbele afbeelding van een quasar liet zien, heeft uitgewezen dat in het midden nog een vage derde beeld staat. Dat derde beeld valt echter samen met het voorgrondstelsel dat als gravitatielens fungeert, en was tot nu toe niet als zodanig herkend.
Meer informatie: http://www.cfa.harvard.edu/press/pr0405.html
5 februari 2004
Geen groots wetenschappelijk resultaat, wel een mooi plaatje. Dat is de beste omschrijving van de opname van het melkwegstelsel M64 die met de Hubble-ruimtetelescoop is gemaakt. Eerder onderzoek van dit stelsel heeft uitgewezen dat M64 niet zo lang geleden met een soortgenoot is gebotst. Een van de gevolgen daarvan is dat het gas en stof in de buitenste gebieden van het stelsel in tegengestelde richting beweegt ten opzichte van meer naar binnen gelegen gaswolken. In het overgangsgebied tussen beide ‘gasstromen’ ontstaan verdichtingen en daardoor ook nieuwe sterren.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2004/04
5 februari 2004
Radioastronomen hebben bij de Andromedanevel enkele grote wolken van neutrale waterstof waargenomen, die mogelijk overblijfselen zijn van de vorming van dit melkwegstelsels. Aangenomen wordt dat stelsels als dat van Andromeda, maar ook ons eigen Melkwegstelsel, zijn ontstaan door een hele reeks samensmeltingen met kleinere stelsels en grote gaswolken. Dat proces zou tot op de dag van vandaag doorgaan, maar tot nu toe waren er niet veel directe bewijzen gevonden.
Meer informatie: http://www.nrao.edu/pr/2004/m31HVCs/
3 februari 2004
Het nabije dwergstelsel NGC 1569 is een kolkende kraamkamer van jonge sterren. Dat blijkt uit onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop. Opnamen die met dit instrument zijn gemaakt laten twee grote en vele kleinere, hete sterrenhopen zien, die ongeveer 25 miljoen jaar geleden lijken te zijn ontstaan. De jonge sterren produceren een intense zonnewind en enkele van hen zijn al kort na hun ontstaan als supernovae geëxplodeerd. De supernova-explosies helpen de geboortegolf die 25 miljoen jaar geleden is begonnen in stand te houden: de drukgolven die van deze explosies uitgaan trekken door de omringende gaswolken, waardoor daarin verdichtingen kunnen ontstaan.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/news/2004/06
http://www.spacetelescope.org/bin/news.pl?string=heic0402
26 januari 2004
In een recente publicatie in Science berichten Europese sterrenkundigen over de laatste levensdagen van een ster. Het gaat om een ster in het melkwegstelsel M74, die in juni 2003 in een supernova-explosie aan zijn einde kwam (SN2003gd). Voordat het zo ver was, was hij echter al een aantal malen waargenomen. Uit deze waarnemingen blijkt dat het inderdaad de zwaarste sterren zijn die supernova (van type II) worden: het slachtoffer was een rode superreus, tien keer zo zwaar en 500 keer zo groot als onze zon. Het was pas voor de derde keer dat sterrenkundigen de voorloper van een supernova hebben kunnen waarnemen.
Meer informatie: http://www.gemini.edu/project/announcements/press/2004-2.html
26 januari 2004
Met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton zijn opmerkelijke kringen waargenomen rond de plek waar op 3 december 2003 een gammaflits plaatsvond. Het betreft een zogeheten lichtecho: de straling van de supernova-explosie die de flits veroorzaakte gaat door een stofschil in de omgeving en maakt deze zichtbaar. Het is voor het eerst dat zo’n lichtecho bij een gammaflits wordt waargenomen; eerdere lichtecho’s zijn wel bekend van ‘gewone supernovae’.
Meer informatie
http://www.esa.int
http://arxiv.org/abs/astro-ph/0312603
7 januari 2004
Europese en Amerikaanse astronomen hebben voor het eerst een ‘overlevende’ van een supernova-explosie in een dubbelstersysteem waargenomen. Hoewel men al heel lang veronderstelde dat supernovae van een bepaald type (I) ontstaan doordat een gewone ster materie overdraagt aan een witte dwerg, waardoor deze laatste instabiel wordt en ontploft, was dit nog nooit door waarnemingen bevestigd. Het begon er zelfs op te lijken dat de begeleidende ster bij de explosie van zijn naaste buur geheel aan flarden werd geschoten. Waarnemingen van het restant van supernova 1993J hebben nu echter een zware ster aan het licht gebracht, die zich precies op de plaats bevindt waar tien jaar geleden een supernova-explosie plaatsvond.
Meer informatie: http://sci.esa.int/science-e/www/object/index.cfm?fobjectid=34455
7 januari 2004
Waarnemingen met de röntgensatelliet Chandra hebben uitgewezen dat het gebied rondom twee botsende melkwegstelsels, die bekend staan als de Antennestelsels, rijk is aan zware elementen als neon, magnesium en silicium. Deze elementen moeten zijn geproduceerd in zware sterren. Waarschijnlijk zijn bij de botsing tussen de stelsels veel nieuwe sterren gevormd, die later als supernovae zijn ontploft, waardoor de stoffen in de ruimte terechtkwamen.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2004/antennae/
6 januari 2004
Onderzoek met verscheidene telescopen, waaronder de röntgensatelliet Chandra, heeft het tragische lot van een ver melkwegstelsel aan het licht gebracht. Dit stelsel, C153, scheert met een snelheid van tegen de 8 miljoen kilometer per uur door een cluster van andere stelsels en wordt daarbij aan stukken gescheurd. Dat is opnieuw een aanwijzing die uitsluitsel kan helpen geven over het lot van de spiraalstelsels in het heelal. Aangenomen wordt dat C153 ook de laatste resten van zijn spiraalarmen zal kwijtraken en als een S0-stelsel doorgaat; ook in de huidige clusters komen stelsels van dit type veel voor.
Meer informatie:
http://www1.msfc.nasa.gov/NEWSROOM/news/releases/2004/04-002.html
http://hubblesite.org/newscenter/newsdesk/archive/releases/2004/02/
31 december 2003
Effectief samenspel van de Very Large Telescope (VLT) in Chili en de Hubble-ruimtetelescoop heeft bewijzen opgeleverd dat clusters van sterrenstelsels al in aanbouw waren toen het heelal nog maar tien procent van z’n huidige leeftijd had. Een proto-cluster op de recordafstand van ongeveer 12 miljard lichtjaar is de vroegste voorouder van de hedendaagse clusters die tot nu toe gevonden is. Clusters bevatten tientallen tot duizenden sterrenstelsels, en zijn de grootste bouwstenen van het heelal.
Meer informatie:
http://www.astronomy.nl/embo/miley010104.html
http://hubblesite.org/news/2004/01
19 december 2003
Met de röntgensatelliet Chandra is een opname gemaakt van supernovarestant N63A, dat zich in de Grote Magelhaense Wolk bevindt. De opname toont het miljoenen graden hete gas, dat verhit is door de schokgolf van de supernova-explosie, die twee- tot vijfduizend jaar geleden moet hebben plaatsgevonden.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2003/n63a/
18 december 2003
Er is een nieuwe gravitatielens op recordafstand ontdekt. Het object (SDSS 1004) bestaat uit een quasar op 10 miljard lichtjaar van de aarde, waarvan het licht door een cluster op ‘slechts’ 6,2 miljard jaar zodanig wordt afgebogen, dat er op aarde vier beelden van dezelfde quasar te zien zijn. Uit de lichtafbuiging kan worden afgeleid dat de cluster van melkwegstelsels die de lens vormt 200 biljoen zonsmassa’s zwaar is: ook dat is een record. Er zijn inmiddels meer dan tachtig gravitatielenzen bekend.
Meer informatie: http://www.mpg.de/ [Duitstalig]
10 december 2003
Sterrenkundigen hebben (indirecte) aanwijzingen voor hevige stervormingsactiviteit gevonden in een melkwegstelsel op 11 miljard lichtjaar van de aarde. Het betreft het zogeheten Klaverblad, een stelsel dat door het gravitatielenseffect viervoudig lijkt te zijn. In het verre stelsel lijken ongeveer duizend sterren per jaar te ontstaan: 300 maal zo veel als in ons eigen Melkwegstelsel en in overeenstemming met het idee dat er vroeg in de geschiedenis van het heelal veel meer sterren werden gevormd dan nu. Het Klaverblad bevat nu nog veel gas waaruit sterren kunnen ontstaan, maar in het huidige tempo is de voorraad binnen 10 miljoen jaar verbruikt.
Meer informatie: http://www.nrao.edu/pr/2003/cloverleaf/
10 december 2003
Er is een nieuwe, gedetailleerde ultraviolet-opname beschikbaar van het Andromedastelsel. De opname is, samen met die van vele andere stelsels, gemaakt met de kleine NASA-satelliet Galaxy Evolution Explorer (Galex). Op de opname is onder meer te zien waar zich de stervormingsgebieden in het stelsel bevinden. Galex zal nog bijna twee jaar doorgaan met het in kaart brengen van de hemel op ultraviolette golflengten.
Meer informatie: http://www.galex.caltech.edu
8 december 2003
Op een opname van een elliptisch melkwegstelsel, gemaakt met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra, is een 50.000 lichtjaar lang lint van zwarte gaten en neutronensterren te zien. Deze structuur duidt erop dat het stelsel een paar miljard jaar geleden in botsing is gekomen met een soortgenoot, hetgeen tot een korte periode van verhevigde stervorming heeft geleid.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2003/ngc4261/
17 november 2003
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra is de tot nu toe verste ‘jet’ in het heelal waargenomen. De uitstroom van hete materie is afkomstig van een quasar op 12 miljard lichtjaar afstand. De elektronen in de jet bewegen met bijna de lichtsnelheid van de quasar vandaan en komen vervolgens in botsing met fotonen van de kosmische achtergrondstraling. Door deze botsingen ontstaat röntgenstraling, die informatie kan verschaffen over de aard van de kosmische achtergrondstraling' die van 12 miljard jaar geleden welteverstaan.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu/photo/2003/gb1508/
13 november 2003
Begin dit jaar werden sterke aanwijzingen gevonden dat gammaflitsen, zoals al theoretisch werd verwacht, bij reusachtige supernova-explosies ontstaan. Volgens het model zou zo’n supernova worden veroorzaakt door de implosie van een zware ster, waarbij deze twee zeer energierijke deeltjesstralen (jets) de ruimte in blaast. Een internationaal onderzoeksteam heeft nu de polarisatie van het licht van zo’n gammaflits onderzocht en daarbij vastgesteld dat de explosie van de supernova inderdaad niet alle kanten op gaat, maar in twee jets gebundeld is. Dat betekent dat de meeste gammaflitsen aan onze aandacht ontsnappen, omdat de jets lang niet altijd onze kant op zijn gericht. In zulke gevallen kan het verschijnsel echter wel worden waargenomen als een ‘gewone’ supernova (van type Ic) of als röntgenflits. Onduidelijk is nog waarom de gammastraling wél gebundeld wordt uitgezonden en de overige stralingsoorten niét of veel minder.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-30-03.html
http://www.nrao.edu/pr/2003/grbtwinjet/
http://pr.caltech.edu/media/Press_Releases/PR12453.html
http://www.mpg.de [Duitstalig]
4 november 2003
Europese en Australische sterrenkundigen zijn een klein melkwegstelsel op het spoor gekomen, dat in botsing is met ons eigen Melkwegstelsel. Het dwergstelsel bevindt zich in de richting van het sterrenbeeld Grote Hond en is slechts 42.000 lichtjaar verwijderd van het galactisch centrum en 25.000 lichtjaar van de aarde. Daarmee is het stelsel de meest nabije buur van het Melkwegstelsel. Het stelsel gaat grotendeels schuil achter het gas en stof van de melkweg, en viel pas op bij een recente infraroodsurvey. Het Grote Hond-stelsel is bezig uit elkaar te vallen: sommige sterren van het stelsel bewegen al in een ring om de schijf van ons Melkwegstelsel.
Meer informatie: http://www.ras.org.uk/html/press/pn0339ras.html
3 november 2003
Twee mooie plaatjes ditmaal. De ene toont het actieve stervormingsgebied N44 in de Grote Magelhaense Wolk en is gemaakt met de 67 megapixel Wide-Field-Imager-camera van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop in Chili. De andere laat het nabije melkwegstelsel NGC 891 zien en is gemaakt met de nieuwe 16 megapixel infraroodcamera van de 2,2-meter telescoop van de universiteit van Hawaï. Deze laatste camera is vooral bijzonder, omdat dezelfde technologie zal worden gebruikt in een camera die volgend decennium met de opvolger van de Hubble-ruimtetelescoop meegaat.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/phot-31-03.html
http://www.ifa.hawaii.edu/~hall/NGC-891/pressrelease
30 oktober 2003
Een merkwaardige lichtboog achter een verre cluster van melkwegstelsels blijkt een ver stervormingsgebied te zijn. De lichtboog is namelijk niets anders dan een door het gravitatielenseffect vervormde afbeelding van het stervormingsgebied, dat zich op een afstand van maar liefst 12 miljard lichtjaar bevindt. Onderzoek wijst uit dat het gebied een miljoen maal zo helder is als de bekende Orionnevel in ons eigen melkwegstelsel. Er stralen naar schatting een miljoen jonge sterren, die tweemaal zo heet zijn als de heetste sterren die we kennen. Deze extreme temperaturen zijn te danken aan het feit dat de materie in het jonge heelal arm was aan elementen zwaarder dan helium. Het zijn juist deze ‘zware elementen’ die nu voorkomen dat er sterren gevormd worden die groter en heter zijn.
Meer informatie:
http://www2.keck.hawaii.edu/news/lynx.html
http://hubblesite.org/newscenter/2003/32
2 oktober 2003
Precies vijf jaar geleden begon men het steeds groter wordende gegevensarchief van de Hubble-ruimtetelescoop te gebruiken om eens per maand een pittoreske opname van een hemelobject te publiceren. Om het lustrum te vieren, is met de ACS-camera van de ruimtetelescoop speciaal voor dit zogeheten Hubble Heritage Project een zeer grote mozaïekopname gemaakt van het bekende Sombrerostelsel.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2003/28
1 oktober 2003
Waarnemingen met de zogeheten Keck-interferometer hebben uitgewezen dat de (infrarood)straling die door de kern van het melkwegstelsel NGC 4151 wordt uitgezonden uit een zeer compact gebied komt. De straling is waarschijnlijk afkomstig van een schijf van materie die in een superzwaar zwart gat valt. Het is voor het eerst dat de kern van een stelsel als dit zo nauwkeurig is waargenomen: de Keck-interferometer is niets anders dan een combinatie van de beide Keck-telescopen, die dankzij een speciale techniek in een hoog oplossend vermogen resulteert.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2003/132.cfm
24 september 2003
Europese sterrenkundigen hebben met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop en de Very Large Telescope in Chili gedetailleerde opnamen gemaakt van een honderdtal melkwegstelsels. De opnamen zijn bedoeld om, zodra er een supernova-explosie in een van de stelsels plaatsvindt, te kunnen vaststellen welke zware ster er nu precies ontploft is. Het is tot nog toe slechts in twee gevallen gelukt om zo’n voorloper van een supernova aan te wijzen. Gemiddeld wordt in de honderd stelsels ongeveer één supernova per jaar verwacht.
Meer informatie: http://sci.esa.int/science-e/www/object/index.cfm?fobjectid=33858
16 september 2003
Sterrenkundigen van de Western Reserve University hebben bij de bekende Andromedanevel een nog onbekend kleiner melkwegstelsel ontdekt. Het nieuwe stelsel is zo uitgestrekt en ‘leeg’ dat het vrijwel doorzichtig is. Het is ontdekt door metingen van de snelheden van sterren op de voorgrond (!) van het Andromedastelsel. De waarnemingen duiden erop dat het waarschijnlijk om een restant van een satellietstelsel gaat dat door de Andromedanevel wordt opgeslokt.
11 september 2003
Astronomen denken een verklaring te hebben gevonden voor het feit dat bijna tweederde van alle gammaflitsen geen nagloeispoor achterlaten: in sommige gevallen was men er gewoon niet snel genoeg bij. Nieuw onderzoek met de satelliet High Energy Transient Explorer (HETE), die al binnen minuten op een zojuist geregistreerde gammaflits kan worden gericht, duidt er nu op dat de meeste gammaflitsen wel degelijk nagloeien.
Meer informatie: http://space.mit.edu/HETE/
9 september 2003
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra zijn voor het eerst ‘geluidsgolven’ van een superzwaar zwart gat waargenomen. De drukgolven zijn waarneembaar als rimpelingen in het gas rond een cluster van melkwegstelsels. De drukgolven spelen een belangrijke rol bij het op een hoge temperatuur houden van het gas dat zich tussen de stelsels in zo’n cluster bevindt. Ze ontstaan op de plaatsen waar de ‘jets’ van het zwarte gat op gas in de omgeving stuit.
Meer informatie:
http://chandra.nasa.gov
http://chandra.harvard.edu
4 september 2003
De Hubble-ruimtetelescoop presenteert.... een bijzonder fraai plaatje van het stofrijke melkwegstelsel NGC 3370. Dit stelsel was in november 1994 het toneel van een supernova-explosie (SN 1994
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2003/24
22 augustus 2003
Alle scheikundige elementen zwaarder dan waterstof, helium en lithium zijn in de loop van de miljarden jaren geproduceerd in de kernen van zware sterren. Het ligt daarom voor de hand dat de verste (= jongste) melkwegstelsels die we kunnen zien ook de minste zware elementen bevatten. Maar een internationaal onderzoek van 250.000 stelsels heeft nu verrassend genoeg ook een achttal zogeheten ‘metaalarme’ exemplaren opgeleverd, die zich tamelijk dichtbij bevinden. Het is echter niet duidelijk of het daadwerkelijk om jonge stelsels gaat, die dus pas laat in de geschiedenis van het heelal zijn ontstaan, of dat deze stelsels in de loop van de tijd veel van hun zware elementen zijn kwijtgeraakt.
Meer informatie: http://www.mpg.de
21 augustus 2003
Met de Europese Very Large Telescope (VLT) in Chili zijn enkele extreem verre melkwegstelsels ontdekt. De stelsels bevinden zich op 12,6 miljard lichtjaar en zijn op de VLT-opnamen dus minder dan een miljard jaar oud. Uit het onderzoek blijkt dat er op dat moment veel minder heldere melkwegstelsels waren dan een half miljard jaar later: in de omgeving van de waargenomen stelsels bevinden zich waarschijnlijk nog tal van zwakkere exemplaren.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-24-03.html
14 augustus 2003
De heftigste explosies in het heelal, de gammaflitsen, zijn wellicht ook de bron van de meest energierijke vorm van kosmische straling. Waarnemingen met de Compton-gammasatelliet duiden erop dat bij deze explosies protonen met vrijwel de snelheid van het licht worden weggeschoten. Gammaflitsen ontstaan vermoedelijk bij extreme supernova-explosies van de zwaarste sterren. ‘Normale’ supernovae zijn niet krachtig genoeg om de ultra-energierijke deeltjes van de kosmische straling te kunnen verklaren.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2003/0814cgro_ray.html
7 augustus 2003
Bijgaande Hubble-foto geeft de indruk van twee melkwegstelsels' een grote en een kleine' die via een materiebrug met elkaar verbonden zijn. Helemaal zeker weet je dat echter pas als je hebt aangetoond dat de beide stelsels zich op exact dezelfde afstand bevinden. Dankzij spectroscopische analyse van de beide stelsels staat dat nu inderdaad vast: het dwergstelsel wordt stukgetrokken door het nabije grote spiraalstelsel. Het is voor het eerst dat de afstand van zo’n ver zwak dwergstelsel zo nauwkeurig is bepaald.
Meer informatie: http://astronomy.swin.edu.au/galaxy/pr.doc
4 augustus 2003
Volgens onderzoekers van het MIT gaan verreweg de meeste zogeheten gammaflitsen aan ons voorbij. De onderzoekers baseren deze conclusie op het zogeheten collapsar-model voor de gammaflitsen, dat zegt dat gammaflitsen ontstaan door de instorting van de kern van een zeer zware ster' een soort super-supernova. Bij zulke zware supernova-explosies wordt een belangrijk deel van de vrijkomende energie in twee nauwe bundels uitgezonden. Alleen als de aarde toevallig in het verlengde van zo’n bundel ligt, krijgen we een gammaflits te zien. In de overige 449 gevallen zien we een ‘normale’ supernova.
25 juli 2003
De kleine NASA-satelliet Galaxy Evolution Explorer (Galex) heeft de afgelopen maanden tal van ultravioletopnamen van nabije melkwegstelsels gemaakt. De opnamen laten duidelijk zien waar in deze stelsels stervorming plaatsvindt. Het is de bedoeling dat Galex uiteindelijk de hele hemel in het ultraviolet in kaart brengt, om zo een beter beeld te krijgen van de geschiedenis van de stervorming in het heelal.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/releases/2003/104.cfm
24 juli 2003
Britse sterrenkundigen hebben vastgesteld dat in sommige melkwegstelsels de donkere materie anders verdeeld is dan verwacht. Dat blijkt uit waarnemingen van een aantal nabije dwergelliptische stelsels' stelsels die weinig zichtbare sterren bevatten en veel donkere materie. In het centrum van een van deze stelsels werd een traag bewegende groep sterren ontdekt, hetgeen erop duidt dat er in dat centrum weinig massa zit. En dat is in strijd met de theorie dat de dichtheid van de donkere materie naar het midden toe snel oploopt. Opvallend genoeg bewegen ook de sterren aan de rand van het stelsel niet snel, hetgeen betekent dat er ook in de buitengebieden' de halo dus' weinig materie zit.
De vraag is nu in hoeverre dwergelliptische stelsels anders zijn dan andere (grotere) melkwegstelsels. Bij een soortgelijk onderzoek hebben Canadese sterrenkundigen namelijk vastgesteld dat de halo’s van normale stelsels zich meer dan vijf keer zo ver uitstrekken dan het geheel van zichtbare sterren. Bij een melkwegstelsel als het onze ligt de grens van de halo op naar schatting 500.000 lichtjaar en bevat deze in totaal ongeveer 880 miljard zonsmassa’s aan materie.
Meer informatie:
http://www.pressroom.astronomy2003.com/news/?id=101
http://www.pressroom.astronomy2003.com/news/?id=121
17 juli 2003
Sterrenkundigen hebben de donkere materie in een verre cluster van melkwegstelsels in kaart gebracht. Dat is niet zo eenvoudig, omdat deze materie' zoals de naam al aangeeft' niet zichtbaar is. Om de ‘materiekaart’ te kunnen maken heeft men gekeken hoe de beelden van melkwegstelsels die achter de cluster liggen onder invloed van het gravitatielenseffect vervormd worden. Uit het onderzoek volgt dat de donkere materie vooral rond het centrum van de cluster te vinden is.
Meer informatie: http://hubble.esa.int/science-e/www/object/index.cfm?fobjectid=33507
17 juli 2003
Amerikaanse en Britse astronomen hebben vastgesteld dat er ook in de schijnbaar lege ruimte tussen de melkwegstelsels groepen sterren voorkomen. Het betreft waarschijnlijk bolvormige sterrenhopen die ontsnapt zijn van het stelsel waar ze oorspronkelijk omheen draaiden. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als twee stelsels op vrij kleine afstand langs elkaar bewegen.
Meer informatie: http://www.abc.net.au/science/news/stories/s904105.htm
16 juli 2003
Een internationaal team van astronomen heeft een ‘nabij’ voorbeeld van een zogeheten Einsteinring gevonden' een verre quasar die door een gravitatielens als een ring wordt afgebeeld. Ook het voorgrondstelsel waarvan de zwaartekracht als ‘lens’ fungeert is op de opname te zien. De afstand van de quasar bedraagt 6,3 miljard lichtjaar, die van de lens 3,5 miljard lichtjaar.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-19-03.html
16 juli 2003
Britse astronomen hebben vastgesteld dat er bij sommige supernova-explosies grote hoeveelheden stof vrijkomen. Daarmee is aannemelijk gemaakt waar de eerste vaste deeltjes in het heelal vandaan kwamen. Deze deeltjes spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van vaste hemellichamen, zoals planeten.
De ontdekking is gebaseerd op submillimeter-waarnemingen van de supernovarest Cassiopeia A. Daaruit blijkt dat de ontplofte ster in dit geval maar liefst 1 tot 4 zonsmassa’s aan stof heeft uitgestoten' veel meer dan verwachtte.
Meer informatie: http://outreach.jach.hawaii.edu/pressroom/2003_casa/
15 juli 2003
Uit de Sloan Digital Sky Survey blijkt dat er een direct verband is tussen de groei van superzware zwarte gaten en de geboorte van sterren in melkwegstelsels. Het betreft een statistisch resultaat: stelsels waarin het zwarte gat het snelst groeit' iets wat blijkt uit bepaalde emissielijnen' blijken ook de meeste nieuwe sterren te vormen. Dat duidt erop dat het zwarte gat groeit door deze voorraad koel gas aan te spreken die ook voor stervorming wordt gebruikt.
Meer informatie: http://www.sdss.org/
14 juli 2003
Waarnemingen met de röntgensatelliet XMM-Newton en de Very Large Telescope hebben geleid tot de ontdekking van een aantal verre grote clusters van melkwegstelsels. De clusters hebben hun bestaan verraden doordat het hete gas tussen de afzonderlijke stelsels veel röntgenstraling uitzendt. De VLT is gebruikt om onderscheid te maken tussen clusters en andere bronnen waarvan röntgenstraling is opgevangen. De eerste resultaten duiden erop dat er 7 miljard jaar geleden net zo veel clusters waren als nu.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-18-03.html
19 juni 2003
Dankzij systematische waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop en de röntgensatelliet Chandra hebben sterrenkundigen nu een beter beeld van de vroege levensjaren van melkwegstelsels. Binnenkort zullen de gegevens van deze Great Observatories Origins Deep Survey (GOODS) worden aangevuld met waarnemingen van de nog te lanceren infraroodsatelliet SIRTF. Uit de waarnemingen tot nu toe blijkt dat de gemiddelde afmetingen van melkwegstelsels tussen 1 en 6 miljard jaar geleden geleidelijk toenamen. Tegelijkertijd bereikte ook de stervormingsactiviteit een hoog niveau, om kort daarna sterk af te nemen. Beide gegevens zijn in overeenstemming met het zogeheten hiërarchische model voor het ontstaan van melkwegstelsels. Volgens dit model zijn de huidige grote stelsels het resultaat van een ‘groeiproces’, waarbij steeds meer kleine satellietstelsels werden opgeslokt.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/news/2003/18
http://chandra.harvard.edu
19 juni 2003
Met behulp van de VLT Interferometer zijn Europese sterrenkundigen er voor het eerst in geslaagd om structuren waar te nemen in de stofband die de kern van het actieve melkwegstelsel NGC 1068 omringt. In het centrum van deze donutvormige structuur bevindt zich waarschijnlijk een superzwaar zwart gat. De waargenomen structuren zijn ongeveer 0,03 boogseconden groot, hetgeen ter plaatse van het stelsel overeenkomt met 10 lichtjaar.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-17-03.html
18 juni 2003
Al enige jaren vermoedt men dat gammaflitsen, de meest energierijke explosies in het heelal, ontstaan als zware sterren ineenstorten tot een zwart gat. De buitenste lagen van de ster worden daarbij met een enorme snelheid de ruimte in geslingerd, wat in principe zichtbaar is als een supernova-explosie. Maar omdat gammaflitsen op vele miljarden lichtjaren afstand optreden, was het pas één keer gelukt om op dezelfde plaats aan de hemel waar een gammaflits optrad, ook een supernova te detecteren. Maar op 29 maart jl. is een kanjer van een gammaflits op heterdaad betrapt die zowel in tijd als plaats aan de hemel samenvalt met een buitengewoon krachtige supernova op 2,5 miljard lichtjaar. Dat lijkt de laatste twijfels over het zogeheten collapsar-model voor het ontstaan van gammaflitsen weg te nemen.
Supernova's zenden doorgaans geen gammastraling uit. Voor het opwekken van een gammaflits is een speciaal type supernova nodig, ook wel hypernova genaamd. Een hypernova zet minstens een paar honderd maal de totale massa van de aarde om in licht, radio- röntgen- en gammastraling. Hoe de ‘machine’ in het binnenste van de ster dit voor elkaar krijgt is overigens nog niet tot in detail bekend. Men denkt dat een gammaflits alleen optreedt als de kern van de instortende ster zwaarder is dan twee zonsmassa's.
Meer informatie:
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-16-03.html
http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2003/0618rosettaburst.html
http://cfa-www.harvard.edu/press/pr0314.html
10 juni 2003
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft meer dan duizend veranderlijke reuzensterren van het Mira-type ontdekt in het nabije elliptische melkwegstelsel Centaurus A. Mira-sterren zijn reusachtige rode sterren van middelbare leeftijd die een pulserende levensfase doorlopen. De sterren zijn onder meer interessant, omdat ze de evolutie van grote elliptische stelsels kunnen helpen verklaren.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-13-03.html
28 mei 2003
Europese en Amerikaanse sterrenkundigen hebben een melkwegstelsel opgespoord dat een roodverschuiving 6,17 heeft. Het stelsel bevindt zich op een afstand van bijna 13 miljard lichtjaar en is daarmee een van de jongste stelsels die ooit zijn waargenomen. Uit spectraal onderzoek blijkt dat het zwakke schijnsel van het stelsel voor een belangrijk deel wordt geproduceerd door zware sterren.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/pr-12-03.html
21 mei 2003
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra zijn twee reusachtige kosmische ‘bouwlocaties’ ontdekt. De waarnemingen duiden erop dat superzware zwarte gaten een belangrijke rol hebben gespeeld bij de vorming van grote melkwegstelsels. Chandra heeft röntgenstraling waargenomen die afkomstig is van grote wolken van hoogenergetische deeltjes in de verre melkwegstelsels 3C294 en 4C41.17. Deze deeltjes lijken afkomstig van explosieve gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden in de centra van deze stelsels, waar zich naar alle waarschijnlijkheid een superzwaar zwart gat schuilhoudt. Dat duidt erop dat deze laatste grote hoeveelheden energie in het omringende gas pompt.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2003/4c41/index.html
8 mei 2003
Met de röntgensatelliet Chandra zijn waarnemingen verricht aan een al langer bekend groepje melkwegstelsels dat het Kwintet van Stephan wordt genoemd. Het is eigenlijk een sextet (!) bestaande uit een vijftal stelsels die dicht bij elkaar staan en een zesde stelsel dat toevallig op de voorgrond staat. Op de röntgenbeelden is duidelijk het hete gas tussen de vijf samengeschoolde stelsels te zien (blauw). De verhitting van het gas wordt veroorzaakt door onderlinge interacties tussen de stelsels, die ertoe leiden dat ze materie van elkaar ‘afpikken’.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu
http://chandra.nasa.gov
7 mei 2003
Waarnemingen met de Hubble-ruimtetelescoop hebben geresulteerd in een betrouwbare leeftijdsbepaling van de halo van sterren die het Andromedastelsel (M31) omhult. Verrassend genoeg blijkt ongeveer een derde van deze sterren ‘slechts’ 6 tot 8 miljard jaar oud te zijn, terwijl de sterren in de halo van ons eigen Melkwegstelsel allemaal 11 tot 13 miljard jaar oud zijn. Dat duidt erop dat M31 een ‘verjongingskuur’ heeft ondergaan, waarschijnlijk door een of meerdere kleinere stelsels op te slokken.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2003/15
1 mei 2003
Nu we het toch over de Hubble-telescoop hebben: recentelijk is deze fraaie opname van het melkwegstelsel NGC 1275 vrijgegeven. Dit stelsel is momenteel in botsing met een ander, grote stelsel. Het tweetal bevindt zich op een afstand van 235 miljoen lichtjaar. De botsing leidt tot verstoringen in de gas- en stofwolken van NGC 1275, waardoor er grote aantallen nieuwe sterren ontstaan.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2003/14
10 april 2003
Voor zover er nog twijfel over mocht bestaan, is deze nu wel verdwenen: gammaflitsen zijn echt het gevolg van supernova-explosies. Dat blijkt uit waarnemingen van de Amerikaanse satelliet HETE aan de betrekkelijk nabije gammaflits die op 29 maart jl. in het sterrenbeeld Leeuw verscheen. Onduidelijk is nog wat eerder komt: de ‘klassieke’ supernova of de gammaflits.
Meer informatie:
http://www.nasa.gov/home/HP_news_03135.html
http://cfa-www.harvard.edu/press/pr0311.html
10 april 2003
Sterrenkundigen hebben weer eens een probleem. Leek vrijwel vast te staan dat melkwegstelsels een groter zwart gat in hun kern hebben, naarmate de centrale verdikking (bulge) van het stelsel groter is, ontdekken ze nu een zwart gat van misschien wel 100.000 zonsmassa’s in de kern van een stelsel dat vrijwel geen bulge heeft. Het gaat om NGC 4395, een stelsel op 11 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Jachthonden.
10 april 2003
Astronomen hebben twee verre supernovae van type Ia waargenomen. Supernovae van dit type worden gebruikt om (verre) afstandsbepalingen te doen. Door hun grote afstanden (4,7 en 7,6 miljard lichtjaar) kunnen deze beide exemplaren worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in veranderingen in de snelheid waarmee het heelal uitdijt. De verwachting is dat met de nieuwe Advanced Camera for Surveys (ACS) van de Hubble-ruimtetelescoop meer van dit soort supernovae ontdekt zullen worden.
Meer informatie:
http://www.jhu.edu/news_info/news/home03/apr03/supernovae.html
http://hubblesite.org/news/2003/12
9 april 2003
Een internationaal team van astronomen, onder wie Nigel Douglas van het Kapteyn Instituut (Groningen), heeft bekendgemaakt dat een component van een sterrenstelsel waarvan we al wisten dat die onzichtbaar was, niet eens blijkt te bestaan... Al in de jaren '70 werd duidelijk dat het heelal voor een fors gedeelte uit onzichtbare oftewel 'donkere' materie moet bestaan. Dat bleek onder meer uit de abnormaal hoge snelheden waarmee gas in de buitengebieden van sterrenstelsels om het centrum draait. Helaas bevatten alleen spiraalstelsels gaswolken die zulke snelheidsmetingen mogelijk maken. De andere hoofdcategorie, de elliptische sterrenstelsels, bestaan (voorzover zichtbaar) louter uit sterren. Men nam tot nu toe echter aan dat zulke donkere materiehalo's rond alle sterrenstelsels voorkomen. Het nieuwe onderzoek, gebaseerd op snelheidsmetingen aan planetaire nevels, duidt er echter op dat elliptische sterrenstelsels (vrijwel) 'naakt' zijn.
3 april 2003
Een internationaal team van radioastronomen heeft met de VLA-radioarray een jong melkwegstelsel (quasar PSS J2322+1944) waargenomen dat een 13.000 lichtjaar grote centrale schijf van gas heeft waarin honderden nieuwe sterren per jaar ontstaan. Het stelsel bevindt zich op ongeveer 12 miljard lichtjaar van de aarde en moet (dus) jonger zijn dan twee miljard jaar. Van quasars is bekend dat ze een superzwaar zwart gat in hun centrum hebben. Klaarblijkelijk gaat de vorming van dit zwarte gat min of meer gelijk op met de vorming van nieuwe sterren.
Meer informatie: http://www.aoc.nrao.edu/epo/pr/2003/starburstqso/
31 maart 2003
Afgelopen zaterdag is met de NASA-satelliet HETE een relatife nabije en (daardoor) heldere gammaflits waargenomen. GRB 030329 duurde meer dan 30 seconden en was gedurende die uitbarsting op gammagolflengten helderder dan alle andere gammabronnen aan de hemel bij elkaar. Tijdens het ‘nagloeien’ was de gammaflits ook op zichtbare golflengten nog zo helder, dat sterrenkundigen dagen tot nog toe niet goed hebben kunnen zien in welk melkwegstelsel de explosie plaatsvond. Wel is de roodverschuiving van het object gemeten: het bevindt zich op ongeveer 2 miljard lichtjaar. Aangenomen wordt dat gammaflitsen ontstaan als een de voormalige kern van een zeer zware ster tot een zwart gat implodeert.
Meer informatie: http://space.mit.edu/HETE/
25 maart 2003
Sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat de superzware zwarte gaten in de kernen van melkwegstelsels indirect hun omgeving met zware elementen verrijken. De hete sterrenwinden die in de kernen van quasars zijn waargenomen blijken namelijk koolstof, zuurstof en ijzer te bevatten. Alles bij elkaar wordt in de loop van het bestaan van een quasar bijna een miljard zonsmassa’s materie de ruimte in geblazen. De deeltjeswind ontstaat niet bij het zwarte gat zelf, maar bij de accretieschijf van materie die zich rond het zwarte gat verzamelt.
Meer informatie: http://www.science.psu.edu/alert/Chartas3-2003.htm
24 maart 2003
Er komen steeds meer aanwijzingen dat er, naast stellaire en superzware zwarte gaten, nog een derde type zwarte gaten bestaat. Deze zouden een massa van enkele honderden zonsmassa’s hebben in plaats van tien of juist miljoenen. Enkele van deze ‘medium’ zwarte gaten zijn onderzocht met de XMM-röntgensatelliet. Ze bevinden zich op flinke afstand van de kernen van de melkwegstelsels NGC 1313 en M82.
Meer informatie: http://cfa-www.harvard.edu/press/pr0309.html
20 maart 2003
Astronomen zijn er voor het eerst in geslaagd om de massa van het centrale zwarte gat in een quasar (SDSS J1148+5251) op 13 miljard lichtjaar afstand te bepalen. De massabepaling gebeurde door de breedte van een emissielijn in het spectrum van de quasar te meten. De breedte van deze spectraallijn is namelijk een maat voor de snelheid waarmee het gas dat het licht uitzendt om het zwarte gat heen beweegt. De massa van het zwarte gat bedraagt 3 miljard zonsmassa’s.
Meer informatie: http://outreach.jach.hawaii.edu/pressroom/2003_distantquasar/
19 maart 2003
Waarnemingen aan een recente gammaflits (GRB021004)' een hevige explosie in een ver melkwegstelsel' bevestigen dat verschijnselen als deze feitelijk grote supernova-explosies zijn, waarbij de kern van een zware ster (van minimaal 15 zonsmassa’s) instort tot een zwart gat.
Meer informatie:
http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2003/0319hete.html
http://space.mit.edu/HETE/
11 maart 2003
Radioastronome Hayley Bignall, sinds januari verbonden aan JIVE, Dwingeloo, en een team van collega's hebben bijzondere waarnemingen gedaan aan de variabele quasar PKS 1257-326. De waarnemingen geschiedden met zes maanden tijdsverschil op twee tegenover elkaar liggende punten van de aardbaan, een onderlinge afstand van 300 miljoen kilometer. Door een of meer jaren regelmatig hetzelfde object waar te nemen, wordt in zekere zin een virtuele radiotelescoop met een diameter van 300 miljoen kilometer gecreëerd. Op die manier is men in staat om de geometrie, fysica en evolutie van de jets die een verre quasar uitstoot tot in ongekende details te bekijken. Bij quasar PKS 1257-326, op een afstand van ongeveer 4 miljard lichtjaar, bleek het mogelijk om details ter grootte van slechts een kwart lichtjaar vlak bij het centrale zwarte gat te onderscheiden. Uit dit (en eerder) onderzoek is overigens gebleken dat het ‘twinkelen’ van de quasar pas binnen ons eigen Melkwegstelsel ontstaat.
Meer informatie: http://www.atnf.csiro.au/news/newsletter/oct02/page1.html
6 maart 2003
Met de Hubble-ruimtetelescoop is de kern van het kleine melkwegstelsel NGC 1705 onderzocht. NGC 1705 bevindt zich op een afstand van 17 miljoen lichtjaar en heeft ongeveer 30 miljoen jaar geleden een turbulente fase doorgemaakt, waarbij grote aantallen nieuwe sterren ontstonden. Dat heeft onder meer geleid tot de vorming van de grote sterrenhoop die op de Hubble-foto te zien is.
Meer informatie:
http://hubblesite.org/news/2003/07
http://heritage.stsci.edu/2003/07
26 februari 2003
Opnamen van de Hubble-ruimtetelescoop en de Chandra-röntgentelescoop zijn gecombineerd tot een indrukwekkende afbeelding van het melkwegstelsel NGC 3079. De foto laat hete gasfilamenten in het hart van het stelsel zien, die waarschijnlijk de contouren van een superhete sterrenwind uit de kern van het stelsel markeren. De superwind is ontstaan bij het superzware zwarte gat in de kern van het stelsel of door een reeks supernova-explosies in het kerngebied.
Meer informatie: http://chandra.harvard.edu/photo/2003/ngc3079/index.html
20 februari 2003
Uit een nieuwe inventarisatie van bijna 2000 gammaflitsen' de mysterieuze hevige explosies waarbij vermoedelijk zwarte gaten ontstaan' blijkt dat er waarschijnlijk twee soorten zijn, korte en lange, die een andere ontstaansgeschiedenis kennen. Korte gammaflitsen duren korter dan 2 seconden, de lange (dus) langer. Uit nader onderzoek van de totale hoeveelheid energie die vrijkomt blijkt dat de lange gammaflitsen naar alle waarschijnlijkheid ontstaan door de (supernova)explosies van sterren die zwaarder zijn dan 30 zonsmassa’s. De korte zijn waarschijnlijk het gevolg van botsingen tussen twee neutronensterren, maar kunnen ook op een andere, nog onbekende manier ontstaan.
Meer informatie: http://lanl.arXiv.org/abs/astro-ph/0301262
12 februari 2003
Amerikaanse sterrenkundigen hebben' met behulp van de Far Ultraviolet Spectroscopic Explorer (FUSE) nog niet eerder waargenomen, heet gas in de omgeving van de Lokale Groep van melkwegstelsels ontdekt. Het gas behoort waarschijnlijk tot de zogeheten ‘ontbrekende’ materie: normale materie waarvan het bestaan wel aangetoond is, omdat zij zwaartekracht uitoefent, maar die niet uit sterren of andere makkelijk zichtbare objecten bestaat. De waarnemingen met FUSE hebben aangetoond dat een deel van deze ontbrekende materie waarschijnlijk bestaat uit reusachtige stromen van heet gas tussen de melkwegstelsels. Door de hoge temperatuur is het gas, dat mogelijk een overblijfsel is van de gaswolk waaruit de Lokale Groep is ontstaan, vrijwel onzichtbaar bij zichtbare golflengten.
Meer informatie: http://www.sciencenews.org/20020810/fob1.asp
22 januari 2003
Er komen steeds meer aanwijzingen dat er al minder dan een miljard jaar na de oerknal melkwegstelsels ter grootte van ons eigen stelsel bestonden. Dat is op zich verrassend, maar neemt niet weg dat de meeste melkwegstelsels in het jonge heelal ongeveer honderd keer zo klein waren. De grote stelsels die nu aan de rand van het zichtbare heelal worden opgespoord' althans waarvan de massa nu is bepaald' lijken in de loop van de miljarden jaren kleinere soortgenoten te hebben opgeslokt en te zijn uitgegroeid tot de grootste stelsels die we nu kennen: de reusachtige elliptische stelsels.
Meer informatie: http://cfa-www.harvard.edu/press/pr0304image.html
10 januari 2003
Met een groothoekcamera van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) te La Silla (Chili) is' in de loop van vier jaar' een stuk hemel in het sterrenbeeld Fornax (Oven) alles bij elkaar 50 uur ‘belicht’. De opname toont meer dan 100.000 melkwegstelsels, waaronder honderden quasars, en enkele duizenden voorgrondsterren. De ESO-foto gaat niet zo ‘diep’ als de vergelijkbare Hubble Deep Fields, maar is ongeveer 200 keer zo groot en toont daardoor toch 50x zo veel objecten. De opname zal worden vergeleken met opnamen die andere instrumenten, zoals de röntgensatelliet Chandra en de Hubble-ruimtetelescoop, van (een deel van) hetzelfde hemelgebied hebben gemaakt. Het is bedoeling dat de verzamelde gegevens gaan fungeren als een soort databank waarmee de evolutie van melkwegstelsels kan worden geanalyseerd.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2003/phot-02-03.html
9 januari 2003
Amerikaanse sterrenkundigen denken dat de eerste melkwegstelsels zo langzamerhand in beeld beginnen te komen. Zij baseren die gedachte op opnamen die met de Advanced Camera for Surveys van de Hubble-ruimtetelescoop zijn gemaakt. De Hubble-opnamen laten talrijke zwakke objecten zien, die worden geïnterpreteerd als jonge, stervormende melkwegstelsels die bestonden toen het heelal minder dan een miljard jaar oud was.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2003/05
9 januari 2003
Met de ACS-camera van de Hubble-ruimtetelescoop is de tot nu toe meest gedetailleerde opname van het moederstelsel van de ‘nabije’ quasar 3C 272 gemaakt. De opname laat zien dat het melkwegstelsel, waarvan de quasar de kern vormt, veel complexer in elkaar zit dan uit eerdere waarnemingen leek te blijken. Er is bijvoorbeeld een soort spiraalvormige pluim rond de quasar te zien. Er zijn sterke aanwijzingen dat quasars in feite superzware zwarte gaten zijn die materie uit hun omgeving opslokken en daarbij enorm veel energie produceren.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2003/03
7 januari 2003
Met de nieuwe Advanced Camera for Surveys van de Hubble-ruimtetelescoop is een fraaie opname gemaakt van de zware cluster van melkwegstelsels Abell 1689. Deze cluster bevindt zich op een afstand van 2,2 miljard lichtjaar en fungeert als een 2 miljoen jaar grote gravitatielens. Dit laatste zorgt ervoor dat op de opname honderden tot boogjes vervormde afbeeldingen van verder weg gelegen stelsels te zien zijn.
Meer informatie: http://hubblesite.org/newscenter/archive/2003/01/
27 december 2002
Amerikaanse sterrenkundigen hebben een grote schijf van heet, röntgenstraling uitzendend gas ontdekt in het elliptische melkwegstelsel NGC 1700. De schijf heeft een middellijn van 90.000 lichtjaar. Het gas in de schijf heeft een temperatuur van 8 miljoen graden. De onderzoekers denken dat de schijf is ontstaan bij een schampende botsing tussen het elliptische stelsel en een spiraalstelsel. Daarbij zou het hete gas in het elliptische stelsel in beroering zijn gebracht.
Meer informatie: http://spaceflightnow.com/news/n0212/27chandra/
23 december 2002
Met NASA's High Energy Transient Explorer (HETE) satelliet is het op 11 december voor het eerst gelukt om een zogenaamde 'donkere' gammaflits zo snel te lokaliseren dat binnen 65 seconden reeds het nagloeien op optische golflengten kon worden gedetecteerd. Dit gebeurde met de RAPTOR-telescoop (RAPid Telescopes for Optical Response) van het Los Alamos National Laboratory in New Mexico. Donkere gammaflitsen worden zo genoemd omdat ze zo snel uitdoven dat ze optisch nog niet eerder gedetecteerd konden worden. Astronomen vermoeden dat dit type gammaflitsen wordt veroorzaakt door het samensmelten van twee om elkaar draaiende neutronensterren of zwarte gaten. Als dit gebeurt in een omgeving die arm is aan gas en stof, zoals de buitendelen van een melkwegstelsel, dan is er weinig materie beschikbaar om na te gloeien op andere golflengten.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/2002/1223hetegrb.html
19 december 2002
De vorming van melkwegstelsels moet vooral in het jonge heelal hebben plaatsgevonden en we verwachten dit dus alleen te zien op zeer grote afstanden. Maar het sterrenstelsel POX 186 op 'slechts' 68 miljoen lichtjaar blijkt een laatbloeier te zijn. Dit kleine blauwe dwergstelsel meet maar 900 lichtjaar in doorsnee een bevat ongeveer 10 miljoen sterren. Uit waarnemingen van de Hubble-ruimtelescoop blijkt dat het stelsel betrekkelijk kort geleden is ontstaan uit het samensmelten van twee nog kleinere klompen gas en sterren. Deze vorming van blauwe dwergstelsels, die op hun beurt weer de bouwstenen waren van grotere stelsels zoals ons eigen melkwegstelsel, zou je in onze tijd niet meer verwachten. POX 186 staat echter in een relatief leeg deel van de ruimte tussen andere melkwegstelsels, waar weinig materie en bindende zwaartekracht aanwezig is en dit soort vormingsprocessen dus veel trager verlopen.
Meer informatie: http://hubblesite.org/news/2002/16
12 december 2002
Een zeer fraaie Hubble-opname toont het Seyferts Sextet, een groep sterrenstelsels die om elkaar lijken te dansen. We zien meer van dit soort botsende clusters van sterrenstelsels, maar deze groep staat nog maar aan het begin van de interactie. Astronomen leiden dat af uit het feit dat deze stelsels nog geen verhoogde stervorming ondergaan, wat juist een kenmerk is van zo'n botsing.
Meer informatie: http://oposite.stsci.edu/pubinfo/pr/2002/22/index.html
11 december 2002
Leidse astronomen hebben samen met een groep internationale collega's de diepste blik in het heelal geworpen, gebruik makend van de Very Large Telescope van ESO in Chili. Ze deden deze waarneming op infraroodgolflengten en bekeken een deel van het zogenaamde Hubble Deep Field South. De opname werd ruim 100 uur belicht en kijkt dieper en in meer detail dan voorheen. We zien hier sterrenstelsels ongeveer 2 miljard jaar na de oerknal. Voorheen zag men in deze fase van het heelal vooral onregelmatige kleine blauwe sterrenstelsels, de bouwstenen waaruit later de grotere sterrenstelsels zijn ontstaan. Maar dankzij de lange belichtingstijd in infrarood licht ziet men nu op deze afstand reeds grotere sterrenstelsels van de omvang van ons eigen melkwegstelsel inclusief spiraalstructuur, dus de vorming van grotere stelsels blijkt sneller te gaan dan men eerst dacht.
Meer informatie:
http://www.strw.leidenuniv.nl/~fires/pers0212/index.html
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2002/pr-23-02.html
25 november 2002
Uit de kernen van veel actieve sterrenstelsels ontspringen jets (‘spuistromen’) van hoogenergetische deeltjes. Deze jets worden al lang bestudeerd met radiotelescopen. Uiteindelijk worden de deeltjes afgeremd door de materie tussen de sterrenstelsels, die daardoor ter plekke zal worden verhit. Met de Very Large Array radiotelescoop in Amerika was een jet van het sterrenstelsel 3C 445 al eerder bestudeerd. De hete plek aan het eind van de jet is nu met de 8,2 m ANTU Very Large Telescope van ESO in zichtbaar licht en nabij infrarood in detail bestudeerd. Dit is de scherpste waarneming ooit gedaan van zo’n ‘hot spot’.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2002/phot-26-02.html
20 november 2002
Langzamerhand begint duidelijk te worden waar de donkere materie in de buitenste omhulsels (halo’s) van melkwegstelsels bestaat: ‘warm’ gas. Eerder was al vastgesteld dat de ruimte tussen de afzonderlijke leden van clusters van melkwegstelsels gevuld is met zeer heet gas, maar dat gas omvat slechts een procent of tien van alle materie die er aanwezig moet zijn: ruim tachtig procent van alle massa was zoek. De Utrechtse sterrenkundige Jelle Kaastra heeft nu met behulp van de XMM-Newton-satelliet vastgesteld dat er behalve het superhete gas ook grote hoeveelheden minder heet gas van ‘slechts’ een miljoen graden tussen de stelsels zit' genoeg om bestaande theorieën over het ontstaan van clusters te bevestigen, maar nog steeds veel te weinig om de vastgestelde hoeveelheden donkere materie te verklaren.
Meer informatie: http://www.sron.nl/news/latest/news.html
19 november 2002
Het is sterrenkundigen voor het eerst gelukt om in één en hetzelfde melkwegstelsel twee superzware zwarte gaten op te sporen. De beide gaten draaien op 3000 lichtjaar van elkaar om een gezamenlijk zwaartepunt en zullen binnen enkele honderden miljoenen jaren tot één zwart gat samensmelten. De ontdekking, die betrekking heeft op het stelsel NGC 6240, vormt een bevestiging van de theorie dat de superzware zwarte gaten die in de centra van veel stelsels worden waargenomen kunnen groeien door soortgenoten op te slokken.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu/photo/2002/0192/index.html
http://www.mpg.de/pri02/pri02118.htm
23 oktober 2002
Sterrenkundigen van de universiteit van Texas zijn mogelijk getuige geweest van het moment waarop een quasar' of eigenlijk het superzware zwarte gat dat de quasar van energie voorziet' een ster opslokte. Dat blijkt uit spectrale waarnemingen die plotseling het bestaan van een nieuwe absorptielijn in het spectrum van de quasar opleverden. Dat duidt erop dat er tussen de quasar en de aarde een nieuwe, absorberende gaswolk aanwezig is. Uit nader onderzoek blijkt dat deze wolk met een snelheid van 6000 km/sec door het zwarte gat wordt uitgestoten. Dit verschijnsel kan het gemakkelijkst worden verklaard door aan te nemen dat het materie betreft van een ster die uiteen getrokken is, en de helft van de materie als gaswolk is weggeslingerd. Als deze interpretatie juist is, zou de absorptielijn binnen afzienbare tijd moeten verdwijnen.
Meer informatie: http://mcdonaldobservatory.org/news/releases/2002/1023.html
15 oktober 2002
Op speciaal bewerkte ccd-opnamen van het nabije grote melkwegstelsel Centaurus A is een blauwe, 2000 lichtjaar lange boog te zien, die waarschijnlijk het overblijfsel is van galactisch kannibalisme. De boog was al eerder waargenomen, maar nu pas is duidelijk dat hij voornamelijk uit jonge sterren bestaat, die zijn ontstaan toen het hoofdstelsel 200 à 400 miljoen jaar geleden een kleiner stelsel' waarschijnlijk een satellietstelsel' opslokte. Het opslokken van het kleine stelsel is overigens niet de oorzaak van de veel grotere verstoringen die in het elliptische hoofdstelsel te zien zijn: deze zijn waarschijnlijk het gevolg van de botsing met een veel groter stelsel.
Meer informatie:
http://www.jhu.edu/news_info/news/home02/oct02/galaxy.html
http://www.noao.edu/outreach/press/pr02/pr02011.html
8 oktober 2002
Sterrenkundigen overal ter wereld hebben het nagloeien van een gammaflits waargenomen, slechts negen minuten nadat deze met de Amerikaanse satelliet High-Energy Transient Explorer (HETE) was ontdekt. Gammaflitsen zijn de meest energierijke explosies in het heelal' ze houden waarschijnlijk verband met het ontstaan van zwarte gaten. De gammaflits, die op 4 oktober jl. werd geregistreerd, is nu het best waargenomen in zijn soort.
Meer informatie:
http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/20021008heteburst.html
http://web.mit.edu/newsoffice/nr/2002/gammaray2.html
4 oktober 2002
Britse astronomen lijken een einde te hebben gemaakt aan een oude discussie binnen de sterrenkunde: quasars bevinden zich echt heel erg ver weg en zijn geen betrekkelijk nabije objecten, zoals een kleine groep sterrenkundigen beweert. Deze laatsten baseerden hun stelling op het feit dat sommige quasars een fysieke verbinding lijken te hebben met nabije melkwegstelsels: de quasars zouden door deze stelsels zijn uitgestoten en daarbij ook een bepaalde snelheid hebben meegekregen. Aan deze discussie kon geen einde komen, omdat er eigenlijk te weinig gegevens waren. Nieuwe surveys laten echter zien dat de snelheden van quasars die aan de hemel in de buurt van melkwegstelsels staan volkomen willekeurig zijn. Dat maakt het nog onwaarschijnlijker dat ze iets met elkaar te maken hebben,
Meer informatie: http://www.ras.org.uk/html/press/pr0226.html
3 oktober 2003
Schijn bedriegt soms. Een recente opname van de Hubble-ruimtetelescoop laat twee melkwegstelsels zien die naaste buren van elkaar lijken te zijn. In werkelijkheid staat het ene stelsel bijna een miljard lichtjaar verder weg dan het andere. Dat het slechts toeval is dat de beide stelsels vlak naast elkaar staan, blijkt als naar hun spectrum wordt gekeken. Het verre stelsel, die een quasar als kern heeft, vertoont een veel sterkere roodverschuiving ten gevolge van de uitdijing van het heelal.
Meer informatie: http://oposite.stsci.edu/pubinfo/pr/2002/23
17 september 2002
Onderzoek met de Hubble-ruimtetelescoop duidt erop dat er behalve “gewone” stellaire zwarte gaten en superzware zwarte gaten in de kernen van melkwegstelsels ook “middelzware” zwarte gaten bestaan. De plaats waar deze zwarte gaten zijn opgespoord is nogal bijzonder: in de kernen van twee bolvormige sterrenhopen die bij ons Melkwegstelsel en het Andromedastelsel horen. De zwarte gaten in de bolhopen hebben een massa van enkele duizenden zonsmassa’s. Hun aanwezigheid is afgeleid uit de snelheden waarmee sterren nabij de centra van de beide bolhopen bewegen. De onderzoekers achten het mogelijk dat de middelbare zwarte gaten als bouwstenen fungeren voor de superzware zwarte gaten in de kernen van melkwegstelsels.
Meer informatie: http://oposite.stsci.edu/pubinfo/pr/2002/18
13 september 2002
Waarnemingen met de röntgensatelliet Chandra duiden erop dat in clusters meer melkwegstelsels dan verwacht een actieve kern hebben. Tot nog toe ging men ervan uit dat slechts 1% van deze stelsels, die uit oude sterren bestaan en arm zijn aan interstellair gas, een actieve kern kan hebben, waarin een superzwaar zwart gat materie uit zijn omgeving opslokt en röntgenstraling produceert. Het nieuwe onderzoek aan de cluster Abell 2104 heeft echter opgeleverd dat deze zes keer zo veel actieve melkwegstelsels bevat. De vraag is nu waarom de zwarte gaten in deze stelsels actief zijn: waar halen zij hun brandstof vandaan? Een mogelijke verklaring is dat de stelsels in hun kern toch nog een betrekkelijk grote gasvoorraad hebben.
Meer informatie:
http://www.carnegieinstitution.org/news_020912.html
http://chandra.harvard.edu
http://chandra.nasa.gov
12 september 2002
Met de Hubble-telescoop is een opname gemaakt van de nevel N11A, een stervormingsgebied in de Grote Magelhaense Wolk. N11A is interessant omdat het een tamelijk ‘verse’ kraamkamer van sterren is: hij vertoont schokgolven en hevige sterrenwinden van de zware sterren die daar vrij kort geleden ontstaan zijn.
Meer informatie: http://sci.esa.int/hubble/news/index.cfm?oid=30497
5 september 2002
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een fraaie opname gemaakt van het kerngebied van een merkwaardig melkwegstelsel dat het Object van Hoag wordt genoemd. De opname toont een blauwe ring van jonge sterren om een duidelijk geel gekleurde kern, die uit oudere sterren bestaat. De ruimte tussen de kern en de ring lijkt leeg, maar bevat mogelijk groepen sterren die te lichtzwak zijn om zichtbaar te zijn. In dit ‘gat’ is overigens een kleiner object te zien, dat als twee druppels water op het Object van Hoag lijkt: het betreft waarschijnlijk een veel verder weg gelegen melkwegstelsel. Aangenomen wordt dat ringen als deze ontstaan als twee melkwegstelsels met elkaar in botsing komen. In dit geval zou de botsing 2 à 3 miljard jaar geleden hebben plaatsgevonden.
Meer informatie: http://oposite.stsci.edu/pubinfo/pr/2002/21
23 augustus 2002
Kunnen in ‘metaalrijke’ gebieden van melkwegstelsels zware sterren ontstaan? Of voorkomt de aanwezigheid van elementen zwaarder dan helium in het interstellaire gas juist de vorming van sterren in de zwaargewichtklasse? VLT-waarnemingen door Europese astronomen duiden erop dat de eerste vraag met ‘ja’ en de tweede met ‘nee’ moet worden beantwoord. In metaalrijke gebieden van melkwegstelsels van de Virgo-cluster zijn Wolf-Rayet-sterren waargenomen die oorspronkelijk massa’s van 60 tot 90 zonsmassa’s moeten hebben gehad. Er zijn daar naar verhouding evenveel zware sterren als op plaatsen waar het gas minder rijk is aan zware elementen.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2002/pr-15-02.html
17 augustus 2002
Onderzoek met de Subaru-telescoop op Hawaï heeft een melkwegstelsel op minder dan een miljard lichtjaar van de rand van het heelal opgeleverd dat in hoog tempo nieuwe sterren aanmaakt. Dat blijkt onder meer uit de grote hoeveelheden waterstofgas die met hoge snelheid uit het stelsel ontsnappen. Het gas is waarschijnlijk weggeblazen ten gevolge van een lange reeks van supernova-explosies die in het stelsel plaatsvinden.
Meer informatie: http://spaceflightnow.com/news/n0208/17exploding/
7 augustus 2002
Met behulp van ESO’s 2,2-m telescoop en een groothoekcamera is een prachtige kleurenopname van het nabije melkwegstelsel NGC 300 gemaakt. In het stelsel zijn tal van cepheïden ontdekt, en ook is een groot aantal stervormingsgebieden te zien. Het bijzondere aan de opname is dat ook de naaste omgeving van het stelsel is afgebeeld, waar nog tal van andere interessante objecten te zien zijn. Vlak ernaast is een verre cluster te zien, die maar liefst 100.000 stelsels bevat.
Meer informatie: http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2002/phot-18-02.html
7 augustus 2002
Chandra-waarnemingen van het actieve melkwegstelsel Centaurus A duiden erop dat zich in het centrum ervan een enorme explosie moet hebben plaatsgevonden. Aan weerszijden van het stelsel zijn twee enorme lussen van heet gas te zien, die een 25.000 lichtjaar grote ring lijken te vormen. Uit de afmetingen van de ring leidt men af dat de explosie ongeveer tien miljoen jaar geleden moet hebben plaatsgevonden. De grote activiteit van Centaurus A is hoogstwaarschijnlijk te danken aan het feit dat het stelsel ongeveer 100 miljoen jaar geleden in botsing is gekomen met een kleinere soortgenoot.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu
http://chandra.nasa.gov
1 augustus 2002
Radiowaarnemingen aan samensmeltende melkwegstelsels bevestigen het idee dat de centrale zwarte gaten van zulke sterren bij zo’n fusie tot botsing komen. Het bewijs hiervoor komt van de ‘jets’ van radiostraling uitzendende deeltjes die door de kernen van de stelsels worden uitgezonden. Deze jets staan altijd loodrecht op de schijf van materie die zich rond het zwarte gat verzameld heeft en uiteindelijk door deze zal worden opgeslokt. Waarnemingen met de VLA-radiotelescoop hebben nu uitgewezen dat de jets van ongeveer 7 procent van alle radiostelsels recent van richting veranderd zijn, hetgeen erop duidt dat de zwarte gaten die ze produceren plotseling gekanteld zijn. En dat eigenlijk alleen gebeuren na een botsing met een soortgenoot.
Meer informatie: http://ur.rutgers.edu/medrel/viewArticle.phtml?ArticleID=2546
23 juli 2002
Waarnemingen met de röntgensatelliet Chandra duiden erop dat het nabije dwergmelkwegstelsel NGC 1569 zuurstof en andere ‘zware’ elementen de intergalactische ruimte in blaast. Dwergstelsels hebben, in vergelijking met grote melkwegstelsels zoals het onze, een betrekkelijk kleine aantrekkingskracht. Hierdoor kan materie gemakkelijker aan deze stelsels ontsnappen. In NGC 1569 heeft 10 à 20 miljoen jaar geleden een ‘geboortegolf’ van sterren plaatsgevonden. Dat resulteerde later in een reeks van duizenden supernova-explosies, die de bron zijn van het hete gas dat het stelsel heeft uitgestoten.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu
http://chandra.nasa.gov
18 juli 2002
De melkwegstelsels in het heelal zijn gegroepeerd in clusters van soms wel duizend exemplaren. Aangenomen wordt dat de stelsels in een cluster tegelijkertijd zijn ontstaan uit één grote oerwolk van gas. Daarbij is tussen de stelsels heet gas achtergebleven dat mettertijd zou moeten afkoelen. ‘Zou’, want dat doet het niet. Dankzij nieuwe computersimulaties lijkt de oplossing van dit raadsel echter nabij: het gas wordt opgewarmd door de energie de jets van actieve sterrenstelsels. Deze straalstromen van gas worden uitgestoten door de superzware zwarte gaten in de kernen van de stelsels.
Het lijkt erop dat er in clusters een soort cyclus plaatsvindt. In perioden dat het intergalactische gas afkoelt, wordt het door de zwaartekracht naar stelsels in het centrum van de cluster toe getrokken. Hierdoor krijgen de zwarte gaten aldaar nieuwe aanvoer, waardoor de jet-activiteit toeneemt, en de temperatuur van het gas weer gaat stijgen.
Meer informatie: http://www.space.com/scienceastronomy/black_holes_020717.html
1 juli 2002
Met de röntgensatelliet Chandra is een opname gemaakt van het nagloeiende restant van een supernova in het nabije melkwegstelsel M51 (de Draaikolknevel). De eigenlijke supernova-explosie vond plaats in 1994 en was van het betrekkelijk zeldzame type Ic. Aangenomen wordt dat de zware sterren die bij supernova-explosies van dit type betrokken zijn een groot deel van hun buitenlagen zijn kwijtgeraakt vóórdat de eigenlijke ontploffing een feit is. De Chandra-gegevens duiden erop dat de ster die supernova werd voor de explosie was gehuld in een gaswolk met een middellijn van minstens 0,2 lichtjaar. Verdere waarnemingen moeten duidelijk maken hoe groot de wolk precies is en hoeveel materie de oorspronkelijke ster voor de supernova-explosie is kwijtgeraakt.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu
http://chandra.nasa.gov
26 juni 2002
Gegevens verzameld met de Hubble-ruimtetelescoop en de Very Lage Telescope duiden erop dat elliptische melkwegstelsels niet uitsluitend oeroude sterren bevatten, zoals tot nog toe werd gedacht. Elliptische stelsels zijn arm aan gas en stof, en dus is er op dit moment geen materiaal aanwezig om nieuwe sterren te vormen. Maar naar nu is gebleken, bevinden zich in het elliptische stelsel NGC 4365 een soort bolvormige sterrenhopen die op verschillende momenten in het verleden zijn ontstaan' hetgeen blijkt uit de verschillende ‘metaalgehaltes’ van deze sterrenhopen. De jongste populatie sterrenhopen, die dus betrekkelijk rijk is aan zware elementen die door eerdere generaties sterren zijn gevormd, is waarschijnlijk slechts een paar miljard jaar oud. De oudste sterren in stelsels als deze zijn waarschijnlijk ongeveer 12 miljard jaar geleden ontstaan. Waardoor de latere stervormingsperioden zijn veroorzaakt is nog onduidelijk, maar mogelijk zijn ze veroorzaakt door het opslokken van andere melkwegstelsels.
Meer informatie:
http://www.esa.int/export/esaCP/Pr_47_2002_p_EN.html
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2002/pr-11-02.html
26 juni 2002
Wetenschappers hebben een nieuwe aanwijzing gevonden dat licht dat net uit te omgeving van een zwart gat weet te ontsnappen, energie verliest terwijl het uit de ‘zwaartekrachtsput’ van het zwarte gat klimt' iets dat ook door de algemene relativiteitstheorie wordt voorspeld. De aanwijzing bestaat uit waarnemingen van een spectraallijn in het (röntgen)licht dat afkomstig is uit de omgeving van het centrale zwarte gat in het melkwegstelsel NGC 3516. Deze spectraallijn is sterk verbreed, maar vertoont daarnaast ook allerlei smalle piekjes die door ‘hotspots’ op verschillende plaatsen in de accretieschijf rond het zwarte gat worden veroorzaakt. Het is de combinatie van smalle en brede structuren in deze spectraallijn die de relativiteitstheorie onderbouwen.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/topstory/20020626bhlight.html
4 juni 2002
Waarnemingen met de röntgensatelliet Chandra hebben uitgewezen dat elliptische sterrenstelsels onverwacht grote aantallen neutronensterren en zwarte gaten' de restanten van supernova-explosies' bevatten. Dat duidt erop dat deze stelsels, die nu arm zijn aan gas en stof en vrijwel uitsluitend lichte, oude sterren bevatten' vroeger veel actiever waren. De waargenomen zwarte gaten en neutronensterren bevinden zich alle in een soort ‘bolvormige sterrenhopen’ die deel uitmaken van de elliptische stelsels.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu
http://chandra.nasa.gov
3 juni 2002
Een jaar of acht geleden bedachten Australische en Duitse sterrenkundigen dat het misschien wel eens een goed idee kon zijn om naar ‘rode’ quasars te zoeken. Quasars stralen normaal gesproken energierijke straling uit, maar omdat er nogal wat gas- en stofwolken in het heelal zijn' in melkwegstelsels, maar ook daarbuiten' is de kans groot dat het licht van de verre objecten door verstrooiing aan stofdeeltjes verzwakt en roder wordt. Amerikaans onderzoek, gebaseerd op de gegevens die bij twee grote surveys zijn verzameld, lijkt dit nu te bevestigen: er zijn misschien net zo veel ‘rode’ quasars als ‘gewone’.
Meer informatie: http://www.jpl.nasa.gov/images/sg_other/quasar_caption.html
20 mei 2002
Amerikaanse sterrenkundigen hebben aanwijzingen gevonden dat veel melkwegstelsels gehuld zijn in een wolk van onzichtbare dwergstelsels. Zij baseren deze conclusie op analyse van het gravitatielenseffect van melkwegstelsels op het licht van verder weg gelegen objecten. Als zo’n ‘lensstelsel’ omgeven is door kleinere stelsels, kan dit tot een versterking van het licht van het achtergrondobject leiden op het moment dat dit zich precies achter zo’n klein stelsel bevindt. Analyse van helderheidsveranderingen in de beelden van achtergrondstelsels duidt zulke dwergstelsels inderdaad bestaan. Dat vormt een bevestiging van de theorie die zegt dat de donkere materie in het heelal uit zogeheten ‘koude donkere materie’ bestaat. Deze theorie voorspelt namelijk het bestaan van de talrijke dwergstelsels.
Meer informatie: http://ucsdnews.ucsd.edu/newsrel/science/mcdark.htm
16 mei 2002
Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de gammaflitsen' korte, hevige uitbarstingen van gammastraling in verre melkwegstelsels' ontstaan bij supernova-explosies. Dat blijkt uit internationaal onderzoek aan de gammaflits van 21 november vorig jaar, die werd geregistreerd door de Italiaans-Nederlandse röntgensatelliet BeppoSAX. Deze gammaflits ging gepaard met een normale supernova (SN 2001ke) in een stelsel op een afstand van 5 miljard lichtjaar, waarvan de lichtpiek onder meer met de Hubble-ruimtetelescoop is waargenomen. Het opmerkelijke aan de supernova-explosie was wel dat deze blauwer (heter) was dan andere supernovae en ook sneller uitdoofde. Bij explosies stort de kern van een zware ster in tot een neutronenster of zwart gat.
Meer informatie:
http://www.astro.caltech.edu/~derekfox/grb011121pr
http://www.nd.edu/~pgarnavi/grb011121/
9 mei 2002
Met de Hubble-ruimtetelescoop is een mooi plaatje gemaakt van N44C, een gasnevel in de Grote Magelhaense Wolk die een verzameling jonge sterren omhult. N44C is bijzonder, omdat de ster die de nevel aanlicht ongebruikelijk heet is: 75.000 graden.
Meer informatie: http://oposite.stsci.edu/pubinfo/pr/2002/12/pr-photos.html
23 april 2002
Astronomen hebben vastgesteld dat de Virgo-cluster' een nabije verzameling van melkwegstelsels' veel meer koud stof bevat dan tot nog toe werd gedacht. Bijna vijftig procent van het zichtbare licht van de stelsels wordt door het stof omgezet in infrarode straling. De onderzoekers baseren zich op gegevens die verzameld zijn met de infraroodsatelliet ISO. Uit deze gegevens blijkt onder meer dat het vooral de blauwe, compacte dwergstelsels zin die in stof gehuld zijn' mogelijk wordt dit stof nog door de stelsels opgenomen. Het stof blijkt een temperatuur te hebben die slechts tien graden boven het absolute nulpunt ligt en bevindt zich nu dus in elk geval ver van alle (hete) sterren vandaan.
Meer informatie: http://www.mpg.de/pri02/pri0231.htm
23 april 2002
Astronomen denken een ‘energiearme’ soortgenoot van de gammaflits te hebben opgespoord: de röntgenflits. Gammaflitsen ontstaan waarschijnlijk bij supernova-explosies in verre melkwegstelsels, al is nog niet helemaal duidelijk waarom niet elke supernova met een gammaflits gepaard gaat. Deze kortstondige flitsen gloeien nog een hele tijd na in langere golflengtegebieden zoals het röntgen. Maar er worden ook kortstondige röntgenuitbarstingen waargenomen die niet door een heldere gammaflits worden voorafgegaan. Uit nader onderzoek blijkt nu dat deze röntgenflitsen toch ook zwakke gammastraling produceren. De gamma-eigenschappen van röntgenflitsen blijken bovendien sterke overeenkomsten te vertonen met die van gammaflitsen.
Meer informatie: http://www.lanl.gov/worldview/news/releases/archive/02-038.shtml
22 april 2002
Ver in het heelal worden quasars waargenomen: de heldere kernen van actieve melkwegstelsels. De ‘motor’ van hun activiteit is waarschijnlijk een superzwaar zwart gat dat materie uit zijn omgeving opslokt. Maar waarom zijn er geen quasars in onze nabijheid? Het grote verschil is natuurlijk dat we die verre quasars zien zoals ze miljarden jaren geleden waren. Blijkbaar zijn ze in de tussentijd tot rust gekomen. Maar dat wil niet zeggen dat ze verdwenen zijn: nieuw onderzoek duidt erop dat nabije ‘gepensioneerde’ quasars de bron zijn van de meest energierijke vorm van kosmische (deeltjes)straling. Deze quasars zouden zich nu ‘schuilhouden’ in reusachtige elliptische melkwegstelsels. De richting waaruit de deeltjes van de hoogenergetische straling lijken te komen komt in elk geval aardig overeen met de posities van zulke stelsels.
Meer informatie: http://www.gsfc.nasa.gov/news-release/releases/2002/02-055.htm
19 april 2002
Waarnemingen die eind 2000 met de FUSE (Far-Ultraviolet Spectroscopic Explorer) zijn gedaan aan een verre quasar leveren een verwarrend beeld op. Uit het spectrum blijkt dat zich tussen de quasar en ons grote wolken heliumgas bevinden. Dat is op zich niet verrassend: helium is immers het op één na meest voorkomende element in het heelal. Ook niet verrassend is dat veel van zulke wolken ook het meest voorkomende element (waterstof) bevatten. Maar wat wél verrassend is, is dat sommige van de verre gaswolken juist geen waterstof lijken te bevatten. Vermoed wordt dat deze waterstof er wél is, maar dat de atomen onder invloed van de intense straling van quasars en stervormingsgebieden in jonge melkwegstelsels geïoniseerd zijn. Dat zou kunnen betekenen dat zich ook elders tussen de melkwegstelsels grote wolken ‘onzichtbare’ waterstof bevinden. Deze zouden dan in het ver-ultraviolet als ‘heliumwolken’ zichtbaar moeten zijn.
Meer informatie: http://science.nasa.gov/headlines/y2002/19apr_fuse.htm?list137719
11 april 2002
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra zijn enkele bekende voorbeelden van botsende melkwegstelsels onderzocht. Een aantal van deze stelsels heeft na de botsing een ijl, heet gas uitgestoten' waarschijnlijk als gevolg van de hevige stervormingsactiviteit, die optreedt als de interstellaire gaswolken in zulke stelsels door de onderlinge zwaartekrachtsinteractie worden verstoord. Hoe langer de botsing geleden is, des te meer en des te heter het gas.
Meer informatie: http://www.sr.bham.ac.uk/~amr/Chandra.html
10 april 2002
Britse sterrenkundigen hebben met behulp van de Brits/Nederlandse James Clerk Maxwell Telescope op Hawaï stof waargenomen van sterren die meer dan 10 miljard jaar geleden zijn uitgedoofd. Het stof maakt deel uit van de moederstelsels van quasars en is afkomstig uit de atmosferen en buitenlagen van oude sterren. De rijkelijke hoeveelheden stof, dat silicium en koolstof bevat, duiden erop dat reeds een miljard jaar na de oerknal vele generaties sterren waren ontstaan en vergaan.
Meer informatie: http://www.jach.hawaii.edu/~douglas/quasars/
9 april 2002
Leidse astronomen en buitenlandse collega's hebben met de Very Large Telescope (VLT) in Chili op 13,5 miljard lichtjaar afstand de tot nu toe verste cluster melkwegstelsels waargenomen. Door deze ontdekking kunnen astronomen voor het eerst zien hoe en wanneer melkwegstelsels clusters zijn gaan vormen.
Verre radiostelsels zijn een belangrijk hulpmiddel bij de verifiëring van theoretische modellen voor dit proces. Vanuit deze veronderstelling hebben de onderzoekers met de FORS2-camera van de VLT in de buurt van zulke radiostelsels naar groepen melkwegstelsels gezocht. Het verst verwijderd was een object met de naam TN J1338-1942, op 13,5 miljard lichtjaar van de aarde. De daaromheen ontdekte cluster met een middellijn van meer dan 10 miljoen lichtjaar betekent dat sterrenstelsels reeds groepen zijn gaan vormen in de eerste tien procent van de geschiedenis van het heelal. Meer informatie:
http://www.astronomy.nl/inhoud/pers/persberichten/09_04_02.html
http://www.eso.org/outreach/press-rel/pr-2002/pr-07-02.html
9 april 2002
Met behulp van de Hubble-ruimtetelescoop hebben Britse sterrenkundigen de vermoedelijke voorlopers opgespoord van de huidige elliptische reuzenstelsels. Volgens de onderzoekers zijn deze voorlopers niets anders dan de quasars die ver in het heelal worden waargenomen! Net als quasar hebben elliptische reuzenstelsels een superzwaar zwart gat in hun kern. Het belangrijkste verschil is dat dit zwarte gat in een quasar voortdurend materie opslokt en een enorme activiteit vertoont. In de elliptische stelsels is het zwarte gat tot rust gekomen, vermoedelijk omdat er geen materie in de omgeving meer is. Uit onderzoek aan quasars op verschillende afstanden is gebleken dat deze inderdaad deel uitmaken van grote elliptische stelsels, waarvan de voorlopers klaarblijkelijk al 10 miljard jaar geleden bestonden.
Meer informatie: http://www.star.bris.ac.uk/nam/press/release4.html
9 april 2002
Britse sterrenkundigen hebben vastgesteld dat de superzware zwarte gaten in de kernen van (actieve) melkwegstelsels veel overeenkomsten vertonen met hun (veel lichtere) stellaire soortgenoten. De zwarte gaten in de kernen van actieve melkwegstelsels trekken materie naar zich toe, die daarbij heel heet wordt en röntgenstraling gaat uitzenden. De röntgenintensiteit van deze materie is echter niet constant, vermoedelijk omdat er turbulenties in het gas optreden: er zijn variaties waarneembaar op tijdschalen van uren tot jaren. Uit waarnemingen met de Rossi X-ray Timing Explorer is nu gebleken dat stellaire zwarte gaten dezelfde variaties vertonen, maar dan een miljoen keer zo snel.
Meer informatie: http://www.star.bris.ac.uk/nam/press/release3.html
3 april 2002
Nieuwe resultaten verkregen met de Europese röntgensatelliet XMM-Newton lijken te bevestigen dat gammaflitsen het gevolg zijn van hevige supernova-explosies en niet van de botsing tussen twee neutronensterren. Een gammaflits is een explosie die zich in eerste instantie kenbaar maakt met een korte, intense puls gammastraling. Vervolgens gloeit de gammaflits nog een hele tijd na in minder energierijke golflengtegebieden, waaronder het röntgen. Met de XMM is nu gemeten welke samenstelling de materie heeft die bij de gammaflits van 11 december 2001 is vrijgekomen. Het blijkt te gaan om aanzienlijke hoeveelheden magnesium, silicium, zwavel, argon en calcium, en maar weinig ijzer: precies wat je verwacht aan te treffen in een zware ster die op het punt staat supernova te worden. In neutronensterren is dergelijke ‘normale’ materie vrijwel niet aanwezig. Het is overigens nog niet duidelijk waarom sommige supernovae wél en andere niét met een gammaflits gepaard gaan.
Meer informatie: http://sci.esa.int/content/news/index.cfm?aid=1&cid=1&oid=29757
28 maart 2002 • extragalactisch
Met de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra zijn drie van de verste quasars in het heelal waargenomen. Daarbij is gebleken dat het drietal intense bronnen van röntgenstraling zijn. Dit wijst erop dat superzware zwarte gaten, waaraan quasars hun energie ontlenen, al bestonden toen het heelal slechts ongeveer een miljard jaar oud was. De zwarte gaten in de jonge quasars zijn erg zwaar: 1 tot 10 miljard zonsmassa’s. Dat is enigszins verrassend omdat sterrenkundigen er een beetje van uitgingen dat er in het jonge heelal veel botsingen tussen melkwegstelsels plaatsvinden, waardoor je juist op latere tijdstippen (dichterbij dus!) ‘zware quasars’ verwacht te vinden.
Er zijn nu echter steeds meer aanwijzingen dat de verste quasars zwaardere zwarte gaten in hun centrum hebben dan de nabijere. Die ‘zware quasars’ zijn natuurlijk niet verdwenen: ze vertonen alleen geen activiteit meer, mogelijk omdat er geen sterren en gas meer in hun omgeving te vinden zijn. Theoretisch zou het hete gas dat in de accretieschijf rond de zwaarste zwarte gaten kolkt minder röntgenstraling moeten produceren dan het hete gas dat op veel kortere afstand rond een kleiner zwart gat draait. De nieuwe Chandra-gegevens lijken deze theorie te bevestigen.
Meer informatie:
http://chandra.harvard.edu
http://chandra.nasa.gov
http://ali.opi.arizona.edu
27 maart 2002 • extragalactisch
Sterrenkundigen hebben met de Hubble-ruimtetelescoop een nieuw type sterrenhoop ontdekt in de nabije melkwegstelsels NGC 1023 en NGC 3384. De objecten lijken op bolvormige sterrenhopen, maar zijn ongeveer vijfmaal zo groot en veel lichtzwakker. De sterren in de zwakke ‘superbolhopen’ lijken net zo oud te zijn als die in bolvormige sterrenhopen, die tot de oudste in het heelal behoren. In tegenstelling tot de bolhopen lijken de superbolhopen zich juist in de schijf van hun moederstelsel te bevinden: dat duidt erop dat ze op geheel andere wijze zijn ontstaan als de gewone bolhopen, die zich in de bolvormige halo om een stelsel bevinden. Mogelijk is het ontstaan van deze objecten op de een of andere manier het geval van botsingen tussen twee melkwegstelsels.
Meer informatie: http://press.ucsc.edu
25 maart 2002
Met het actieve melkwegstelsel NGC 7673 is iets bijzonders aan de hand. Het stelsel vertoont talrijke clusters van jonge, hete sterren die 100 keer zo veel ultraviolette straling produceren als soortgelijke clusters in ons eigen Melkwegstelsel. Mogelijk heeft de hevige stervormingsactiviteit te maken met een ‘nipte misser’ of een botsing tussen NGC 7673 en een ander stelsel. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat NGC 7643 op de een of andere manier een extreem hoge gasdichtheid kent, waardoor heel gemakkelijk sterren kunnen ontstaan.
Meer informatie: http://sci.esa.int/hubble/news/index.cfm?oid=29711
21 maart 2002
Met een nieuw instrument van de noordelijke Gemini-telescoop (Hawaï) hebben sterrenkundigen een ruimtelijke afbeelding gemaakt van de gasstromen in de kern van het actieve melkwegstelsel NGC 1068. De verzamelde gegevens zijn ‘samengevat’ in een filmpje waarop onder meer te zien is hoe twee jets materie duizenden lichtjaren de ruimte in blazen en met een grote ‘klap’ op het aanwezige gas ‘boven’ en ‘onder’ het vlak van NGC 1068 stuiten. Met het Gemini-instrument' een Integral Field Unit' kunnen met behulp van 1500 dunne glasvezels even zovele spectra tegelijk worden gemaakt. Op die manier kan bij een object in één keer gas met verschillende snelheden in kaart worden gebracht.
Meer informatie: http://www.gemini.edu
11 maart 2002
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft met de Very Large Telescope de omgeving van het verre melkwegstelsel MS 1512-cB58 onderzocht. Het stelsel bevindt zich op een afstand van ongeveer 12 miljard lichtjaar en is het helderste stelsel dat op die afstand te zien is. Dat laatste is overigens zuiver toeval, omdat het licht van het stelsel wordt versterkt door de gravitatielenswerking van een tussenliggende cluster. In het spectrum van MS 1512-cB58 zijn verschillende absorptielijnen van interstellair gas waargenomen, die onder meer informatie verschaffen over de verdeling van materie in de naaste omgeving. De waarnemingen duiden erop dat het rond het stelsel wemelt van de (grote) gaswolken. Dat zou erop kunnen duiden dat we hier te maken hebben met een (super)cluster van sterrenstelsels-in-wording.
Meer informatie: http://www.eso.org